VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10048

Ceylon · 60 pages · 8 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10048_0005 view scan ↗

English

Register of the papers belonging to the letter which, by order of the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceilon with its dependencies, alongside the Council, is dispatched with the ship de Zuidpool, consigned to the Honorable Directors of the Dutch East India Company at the Chamber of Zeeland. No 1. Original letter of today. No 2. Short muster roll of the ship de Zuidpool. goes into the box No 3. Copy of the record of a Judicial Commission that inspected the ships Alblasserdam and Zuidpool and found them fully laden. goes into the box No 4. Copy of the report from Captains Andringa and Keuken concerning the examination of the ship's journals of the ship de Zuidpool. goes into the box No 5. Copy of the report of Chief Surgeon Knausz and Surgeon-Major Wolkers concerning the examination of the surgeon's journal of the ship Zuidpool. goes into the box No 6. Copy of the report of Captain van de Putte regarding the condition of the provisions provided to him and regarding the occurrences on the voyage. goes into the box No 7. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 13 Ianuarij last regarding the examination of the consumption account and inventory of the ship Zuidpool. goes into the box No 8. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 12 7ber last with the insertion of a declaration provided by Captain Jongson, the Sub-Lieutenant Goedhaan, the Boatswain de Vries, and three sailors. No 9. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 21 7ber last regarding the provisions supplied to the ship de Zuidpool. goes into the box No 10. Extract from a private letter written by the citizen Sanconij on 30 Ianuarij last from Koelsiem to the Governor, regarding the capture of the French privateers by the English. No 11. Copy of the declaration provided by Captain-Lieutenant Jongson on the same subject. goes into the box No 12. Copy of the Galle resolution of 16 Ianuarij last regarding the repairs made and provisions supplied to the ship Zuidpool. goes into the box No 13. Copy of the sentence pronounced by the Honorable Council of Justice of this Castle against the former assistants Jacobus van Beek and Gerbrand Does. goes into the box No 14. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 13 Ianuarij last containing the disposition on the delivered homeland and Cape cargo of the ship Zuidpool. goes into the box No 15. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 3 Maij 1793 regarding the claims made by the former Lieutenant Colonel and Commander of the Regiment of Luxemburg, de Raimond. goes into the box No 16. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 30 Maij 1793 upon the report of the commissioners who examined the said presentation. goes into the box No 17. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 24 8ber 1793 regarding the allowances granted to the Captain-Lieutenants Renau and Donzel and to Captain Bernard. goes into the box No 18. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 15 April 1794 regarding the payment of the Regiment de Meuron. goes into the box No 19. Extract resolution taken in the Council of Ceilon on 27 Maij 1794 on the same subject. goes into the box No 20. Copy of the letter from the Colonel Commander of the Regiment of Wurtenberg, de Hugel, of 28 febr: 1793 regarding the appointment of some officers. goes into the box D. Ibrands Clerk Kolombo, 18 Februarij 1795. Zeeland To the Honorable Gentlemen Directors of the General Chartered Dutch East India Company at the aforesaid Chamber. Honorable Sirs! We have had the honor to receive your honors' highly esteemed missives of 12 March, 30 July, and 11 October 1792, 17 Januari and 28 Februari 1793, as well as 17 April 1794. Regarding the complaint lodged by the Captain and Captain-Lieutenant of the ship Huisduinen concerning the debits on their pay accounts, we refer first of all to our letter of 27 Januari 1790, and the extract sent therewith from our resolution of 11 December 1789, and the extract of the Galle resolution of 14 Januari 1790, as well as to the papers which the Galle employees have dispatched to your honors alongside their letter of 2 Februari 1793. Proceeding further to the articles that are specially cited in their petition, we have the honor to report that we caused them to be debited for 8800 lb of Javanese rice, which they proved by a sworn statement to have had to throw overboard, for no other reason than solely because the Honorable High Indies Government, in the regulations of debit and credit, prohibited all ministers at the outstations from validating anything more than the waste allowances determined therein, with instructions to refer the ship's officers to Their High Excellencies regarding any excess shortfalls caused by heavy leakage or other extraordinary and irremediable accidents, occurring through no fault or neglect of duty on their part; and that for this reason also

Dutch transcription

Register der papieren gehoo„ rende tot den brief, die ter ordere van den Wel Edele Groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad ordinair van Nederlandsch India, Goeverneur en Direkteur van het eiland Ceilon met dies onderhorig heeden, nevens den 7. 1 Raad met het schip de Zuid„ pool word afgezonden, gekontig„ neerd aan de Wel Edele Acht„ baere Heeren Bewindhebberen 9. van de Nederlandsche Oost-Jndische komp:e ter Kamer Zeeland. g1 N„o 1. Orgineele brief van heeden. „ 2. korte sterkte van het schip de Zuidpool gaat in de kas „ 3. Kopia aanteekening van eene Iustitieele kommissie die de scheepen Alblasserdam en gaat in de kas Zuidpool opgenoomen en vol- laaden bevonden hebben. „ 4. Kopia berigt van de Kapiteins Andringa en keuken wegens de examinatie van de scheeps Journaalen van het schip de gaat in de kas Zuidpool. e N:o: 5. N=o 5. Kopia berigt van den oppermeester Knausz en chirur„ gaat in de kas „ 6. Kopia berigt van den kapitein van de Putte nopens de gesteldheid van de hem meede ge„ gaat in de kas geevene provisien en nopens de ontmoetingen op de keise. „ 7. Extrakt resolutie genoomen in raede van Ceilon op den 6 13. Ianuarij JoL: nopens de exa„ gaat in de kas minatie van de consumtie reeke„ ning en inventaris van het schip Zuid pool. „ 8. Extrakt resolutie genoomen in Raade van Ceilon op den 12. 7ber: Io: met Jnsertie van een verklaaring door den Kapitain Jong„ son, den sous Luitenant Goedhaan den bootsman de Vries en drie Mat„ trooten verleend. „9. Extrakt resolutie genoomen in raede van Ceilon op den Jo 21: 7ber: JL: nopens de verstrekking gaat in de kas „gen aan het schip de Zuidpool. „gijn majoor Wolkers nopens de examinatie van de chirurgijns Journaal van het schip Zuidpooe gaat in de kas gaat in de kas „ 11. Kopia verklaaring door den Kapitein Luitenant Jong„ son over het zelfde onderwerp ver„ gaat in de kas „leend. „ 12. Kopia Ghaalse resolutie van den 16. Ianuarij J=o: nopens ƒr de gedaane reparatien en voorzieninge gaat in de kas aan het schip Zuidpool. „ 13: Kopia sentensie door den agtb: raad van Iustitie deses Kasteels tegen de gewesene handlangers gaat in de kas Jacobus van beek en Gerbrand Does geslaagen. „ 14. Extrakt resoluuttie genoomen in raade van Ceilon op den 13. Ianuarij J=o Leeden houdende dispositie op de uitgeleverde vader„ landse en caabse lading van het schip Zuidpool. gaat in de kas N„o 10. Extrakt uit een particuliere brief door den burger san„ conij den 30. ' Januarij Jleede van „ Koelsiem aan den Heer Gouverneur geschreven, nopens het neemen van de franse kapers door de Engelten. vol de vlingelandt „ 16. Extrakt resoluutsie genoomen in raade van Ceilon op den 30. ' Maij 1793. op het berigt van de gaat in de kas gecommitteerden die gemelde presentie geExamineerd hebben. „ 17. Extrakt resoluutsie genoomen in Raade van Ceilon op den 24. 8ber: 1793. nopens de toegelegde gaat in de kas appoinctements aan de Kapitein Luitenants Renau en Donzel en aan den Kapitein Bernard. „ 18. Extrakt reesoluittie genoomen in raade van Ceilon op den 15. April 1794. nopens de betaaling gaat in de kas van het Regiment de Meuvon. 3. ' Maij 1793. nopens de gedaane vor„ deringen door den geweesen luitenant Kollonel en Kommandant van het N„o 15 Extrakt resolutie genoomen in raade van Ceilon op den regiment van Luxemburg de Raimond. gaat in de kas No 19 N„o 19. Extrakt resoluutsie genoomen in raade van Ceilon op de gaat in de kas „ 20. Kopia Brief van den Kollonel Kommandant van het regiment van Wurtenberg de Hugel gaat in de kas van den 28. febr: 1793. nopens de aanstelling van eenige officieren. Dibrands GGklerk derwerp. Kolombo den 18:' Februarij 1795. 27. Maij 1794. over het zelfde on„ Zieland Aan de Edele Achtbaare Heeren. Bewindhebberen. van de Generaale Nederlandsche g'octroijeerde Oost- Indische komp ter voormelde Kamer Edele achtbaare Heeren! Wij hebben de eere gehad uwer wel edele achtbaare zeer ge eerde missives van den 12. e maart 30' Juli en 11 Okto„ „ber 1792. 17:e Januari en 28: februari 1743, mitsgaders 17:e april 1794 te ontvangen. Omtrend de klachte, door den Kapitain en Kapitain Luitenant van het schip Huisduinen, over de be„ „lastingen op hunne soldij reekeningen, gedraagen wij ons voor af aan onzen brief van den 27 Januari 1790, en het daarneevens gezonden extrakt uit onze reso„ luutsie „luutsie van den 11:e december 1789, en extrakt Gaalsch resoluutsie van den 14 Januari 1790, zoo mede aan de papieren, die de Gaalsche Bedienden uw weledele achtb„ toegezonden hebben, nevens hunnen brief van dee 2 februari 1793. Voorts overgaande tot de artikelen, die bij hun request speciaal worden aangehaald, hebben wij de eere te berichten, dat wij hun voor 8800 lb rijst Javasche„ die zij met eene be-eedigde verklaaring beweezen hebben over boord te hebben moeten werpen, om geen andere reeden hebben doen belasten, dan alleen; om dat de Edele Hooge Jndiasche Regeering, bij het reglement van in en afschrijving, van alle Ministers op de buiten kantooren verbooden heeft, iets meer te valideeren, dan de daar bij bepaalde spillasien met last om de scheeps-overheeden, no„ „pens de meerdere onderwigten door zwaare lekkasie, of andere buiten gewoone en irremediable toevalleer, buiten hun schuld of plichtversuim veroorzaakt, aan Hunne Hoogedelheeden overtewijzen; en dat daarom ook

NL-HaNA_1.04.02_10048_0015 view scan ↗

English

also the debiting of this rice, as appears from our aforementioned resolution, took place solely provisionally and pending further disposition by the Right Honorable High and Mighty Lords Seventeen, to Whom the aforementioned sworn declaration has accordingly been sent, alongside our letter of 27 January 1790. And that the lesser yield of the leaguer of sack, which was found here to be woody and strong of taste, thus unserviceable, has been charged to their pay accounts, because it did not appear from the Batavia bill of lading that it had been shipped from there in such a state, and in any case the ship's officers were obliged to inspect what they received, and to have a record made upon the bills of lading or receipts of any defects found therein. It may be that, as they state in their petition, they had no prior knowledge of these charges before their departure from Gale, but this is then their own fault, since they could have inquired about this earlier, either at the police secretariat or at the trade or pay office, for at all three of these offices they could have learned of this, both here and at Gale. The extract sent to us from the register of the resolution of Their High Mightinesses dated 25 September 1792, prohibiting the granting of any shelter to those who in France might make themselves guilty of the highest crime against Their Most Christian Majesties and Their Royal family, shall serve for our guidance. The person of Mattheus van der Spar has not arrived here, but according to private information received, perished in an accident while sailing out to the ship. We have therefore not executed your Right Honorable order to have his board and passage money paid by his father. The extract sent to us from the registers of the resolution of Their High Mightinesses dated 10 February 1793, and the copy annexed thereto of Their dispatch to the Lords States of the respective provinces, concerning the declared war with the French, we have taken for our guidance. The ship the Zuidpool arrived at this roadstead on 25 November last. According to the accompanying muster roll, it sailed from Rammekens with 209 souls, had 3 deaths on the voyage, and arrived at the Cape of Good Hope with 206 men; from there it departed and arrived here with 201 souls, which consisted of: 148 seafarers 1 minister Pieter Liebert Gratiaan 1 assistant Johan Robert Raket 12 national soldiers 34 of the regiment de Meuron 5 passengers, being Roelof Jacob Schorer, the wife of the aforementioned minister, and the wife, daughter, and slave woman of the former Danish supercargo Eriksen. This ship was inspected by a judicial committee, and according to the record, a copy of which accompanies this, was found to be properly fully laden. It drew 15¾ feet forward and 17 feet aft. The ship's log was examined by specially appointed commissioners, who, according to the report transmitted among the appendices, found nothing objectionable therein. The surgeon's journal was likewise examined, and according to the report received thereof, which accompanies this in copy, the ship's officers complied with the order of the Lords Superiors to consult once or more times a week concerning the means serving for the preservation or restoration of the crew's health, and the chief surgeon had acquitted himself as required in administering the remedies. Captain van de Putte certified in a report transmitted among the appendices that he found the provisions given to him in the Netherlands to be very good, except that a portion of the bread had been moldy, and two barrels of sauerkraut and two barrels of samphire were spoiled; and that on the voyage he discovered no shallows, banks, reefs, etc., unknown to the Company's charts, nor had any other encounters. The inventory and consumption account of this ship was examined by the Searcher. Upon the report received thereof, we, according to the extract resolution of 13 January last, transmitted among the appendices, ordered the remaining provisions, cash, ship's clothing, and casks to be discharged ashore, and had the ship's goods consumed on board and discharged both at the Cape and here written off from the inventory. On 12 December last we deliberated upon the important question of whether the return ships of this Government should, according to custom, be dispatched at the end of the month of January; but since it appeared to us from a declaration provided by provisional Captain Lieutenant Pieter Johnson, provisional Second Lieutenant Hans Philip Goedhaan, Boatswain Jan de Vries, and three common sailors of the packet boat the Expeditie, who had been prisoners of war on Mauritius and arrived here on a Tuscan vessel, that at their departure in the month of October last, seven well-equipped privateers lay ready there, along with two frigates of 50 and a brig of 21 guns: we therefore, considering that in our letter of 1 August past we had requested the special orders of the Honorable High Indian Government regarding the dispatch of the return ships in these critical circumstances of the times, and thus ought to await them, resolved on that day

Dutch transcription

ook de belasting van deeze rijst, zoo als bij voorschr: onze resoluutsie blijkt, eenelijk bij provisie en tot nadere disposietoie van de Weledele Hoog achtbaare 1: Heeren Zeeventienen geschied is, aan Hoogst, dewelken ook mitsdien de voorm:e be=eedigde verklaaring toegezonden is, nevens onzen brief van den 27:e Januari 1790. En dat het -minder rendement van de legger sek„ die alhier houtig en sterk van smaak, dus onver„ strekbaar bevonden was, op hunne soldij reekenin„ „gen belast is, om dat bij het Bataviasch kognosse„„ „ment niet bleek, dat dezelve zoodanig van daar afgescheept was, en in allen gevalle de scheeps-Over„ „heeden verplicht waaren, toetezien wat zij ontvingen, en van de gebreeken die daar aan bevonden wierden, bij de kognoscementen of recipissen aanteekening te laaten doen. Het kan zijn, dat zij, gelijk zij bij hun request zeg„ „gen, van deeze belastingen niet eerder kennis gehad hebben, dan bij hun vertrek van Gale, doch dit is dan aan hun zelven te wijten, wijl zij zich daar naar vroeger geen a vroeger hadden kunnen erkondigen, het zij ter sekreta„ „rije van polietsie, dan wel op het negootsie of soldij kantor want op alle deeze drie kantooren hadden zij zulx, zoo wel alhier als te Gale, te weeten kunnen Krijgen„ Het aan ons gezonden extrakt uit het register van Hamer Hoog mogenden resoluutsie van den 25 September 1792: verbiedende eenige schuilplaats te verleenen aan die geenen, die zich in Frankrijk aan de hoogste mis„ „daad tegen hunne Allerchristelijkste Majesteiten „ en Hoogst derzelver Koninglijke familie zouden mogen schuldig maaken, zullen wij tot ons naricht laaten strekken. De persoon van Mattheus van der Spar is al„ hier niet aangekomen, maar volgens erlangde parti „kulier bericht, bij het aan boord vaaren, veronge„ „lukt. Wij hebben daarom uwer wel edele achtbaar order, om zijn kost en transportgeld door zijnen vader te laaten voldoen, niet ge-exekuteerd. Het aan ons toegezonden extrakt uit de registers van Hunner Hoogmoogende resoluutsie van den 10 februari februarij 1743, eo de daar nevens gevoegde kopij van Hoogst„ „derzelver missive aan de Heeren staaten van de respektivee provintsien, betreklijk tot den gedeklareerden oorlog met de Franschen, hebben wij tot ons naricht genoomen. Het schip de Luidpool is den 25 november Jongsts: ter deezer rheede aangekomen. volgens de nevensgaande korte sterkte, was het zelve uit Rammekens gezeild met 209 koppen, had op de reize 3 dooden, en quam aan de kaap de Goede Hoop met 206 Man; van daar is het vertrokken en hier aange„ komen met 201 koppen, die bestaan hebben in 148 zeevaarenden 1 Predikant Pieter Liebert Gratiaan 1 Assistent Johan Robert Raket. 12 Natsionaale Militairen 34 van het regiment de Meuron 5 Passasiers, zijnde Roelof Jacob Schorer, de huisvrouw van voorm:e Predikant, en de Huisvrouw, dochter en slavin van den geweezen Deeschen super„ Karga „ van 5 Erksen. karga Dit schip is door eene Justietsieele kommissie opge„ „nomen, en blijkens de aanteekening, die ue Kopij deezen verzeld, behoorlijk vollaaden bevonden, Het ging voor 15¾ en agter 17 voeten diep. Het scheeps Journaal is door expresse Gekommittee „den ge-examineerd, die daar op, volgens het onder de bijlaagen overgaande bericht, niets aantemerken gevonden hebben. Het chirurgijns Journaal is insgelijks ge-examineer en volgens het daar van ingekomen bericht, dat in kopia deezen verzeld, hebben de scheeps-over„ heeden aan de order van de Heeren Majores„ om een of meermaalen ter week te raadpleegen over de middelen, dienende tot konservaatsie of herstelling van s. volks gezondheid, voldaan, en de Oppermeester had in het toedienen der middelen zich naar vereisch gequeeten. Kapitain van de Putte heeft bij een onder de bijlaagen overgaande bericht betuigd, de in Nederland aan hem mede mede gegeevene provisien zeer goed bevinden te ƒ hebben, behalven dat een gedeelte van het brood beschimmeld was geweest, en twee vaaten zuur„ „kool, en twee vaaten zeekoraal bedurven waaren; en dat hij op de reize geene bij 's komp:s kaarten onbekende droogten, banken, klippen enL:e ontdekt, noch eenige andere ontmoetingen gehad heeft. De inventaris en konsumptie reekening van dit schip is door den Visitateur ge-exami„ „neerd. Op het daar van ingekomen bericht hebben wij, volgens extrakt resoluutsie van den 13 Januari Jongstl:, onder de bijlaagen overgaande, de restanten van provisien, kon„ tanten, scheeps kleederen en vaatwerk aan „ de wal laaten ligten, en de aan boord verbruikte, en zoo aan de kaap als alhier geligte scheeps goederen, bij den inventaris laaten afschrijven Op den 12:e december Jongstl: hebben wij gedelibe„ reerd over de wigtige vraag, of de retoerscheepen deezes e laa deezes Goevernements, volgens gewoonte, met het laatst van de maand Januari zouden gedepecheerd worden; maar vermits ons uit een verleende ver„ „klaaring door den provisioneel Kapitain Luite„ „nant Pieter Johnson, den provisioneel sous „ Luitenant Hans Philip Goedhaan, den Bootsman Jan de Vries en drie gemeene Ma„ „troosen van de paket boot de Expedietsie die als krijgsgevangenen op de Maurietsius ge„ weest, en met een Toskaansch vaartuig hier „ aangekomen zijn, gebleeken was, dat bij hun vertrek in de maand Oktober Jongstl: daar zeeven„ wel toegeruste kaapers gereed lagen, met noch twee fregatten van 50 en een brik van 21 stuk„ „ken: zoo hebben wij, uit aanmerking dat wij bij brief van den 1 Augustus passato, de speciaale beveelen van de Edele Hooge Jndiasche Regeering, nopens de depeche der retoerscheepen in deeze kritieke tijds omstandigheeden, verzocht hadden, en dus dienden intewachten, ten dien dage besloo„ „ten

NL-HaNA_1.04.02_10048_0021 view scan ↗

English

to have the ships Alblasserdam and Zuidpool prepared for the homeward voyage, but to postpone their departure until the receipt of Your High Noble Mightinesses' order, or other reliable reports that could recommend their dispatch. Upon the requisition for equipage goods submitted by Captain van de Putte for the voyage to the Netherlands, the stores of the ship Zuidpool were surveyed by a special commission, and the Head Administrator subsequently indicated the receipt in Europe, what was consumed and lost on the voyage, the remainder according to the blue book, the remainder according to the survey here, the captain's requisition, the true necessity according to the regulations, and what consequently needed to be supplied here: whereupon, in the session of 21 December last, we resolved to have the supplies delivered, and the sails and other necessities repaired as needed. Both ships were subsequently sent from here to Galle on the 30th of the same month, to be further prepared and ballasted for the homeward voyage, in order to be able to take in cargo for the Netherlands at the first order. On the 7th of this month, we received Your High Noble Mightinesses' dispatch of 25 November 1794, in which Your High Noble Mightinesses then ordered the dispatch of the aforementioned two ships to the Netherlands, and only in the postscript granted authorization to make changes therein if, before the dispatch, positive reports should arrive that the waters between this island and the Cape of Good Hope were so unsafe that the said ships could not be dispatched without apparent danger of being assaulted by enemy ships and privateers. We have therefore, without losing a moment's time, written to Galle to fully load the ships by the 20th of this month and make them ready for the voyage. For the aforementioned declaration of the prisoners of war contains nothing other than that in October last some privateers were again ready at Mauritius, which one must constantly expect as long as this war shall last, and thus cannot take for positive reports that the waters between the Cape and Ceylon would be so unsafe that the ships could not be dispatched without apparent danger; and since then no other news concerning enemy ships has been received here than that some privateers had shown themselves in and near the Strait of Malacca. And on this 11th of this month, the first undersigned received from Cochin, by a private letter, the pleasant news that the English frigates had taken five French privateers, as appears from the accompanying French extract from the same, and the translation placed alongside it; and this news was further confirmed by the aforementioned Captain Lieutenant, who had returned from Cochin and had heard the same from the mouth of an English captain who had arrived at Cochin from Madras and had seen the four privateers brought in by the frigates, as appears from the declaration accompanying this, which we have obtained at the Secretariat; whereby the apprehension of enemy assaults is thus, if not completely removed, at least so much diminished that we have been able to dispatch the ships with greater ease of mind, the more so because the two French frigates mentioned in the first declaration have since been so damaged by two English ones close to the French islands that they had to flee with great loss and damage, on which occasion the English frigate Heroine, however, was also so damaged in its masts that it had to go to Bombay to repair itself. By a memorandum received from Batavia, the following has been projected as cargo for the ship Zuidpool, which returns for this Right Honorable Chamber, namely: 120000 lb of iron or stones for ballast, Lasts 30. — 47000 lb of sappan or Palissander wood for dunnage, Lasts 16. — 2000 bales of cinnamon at 2000 lb per last, Lasts 80. — 60000 lb of pepper at 3000 lb per last, Lasts 20. — 400 packs or bales of linens and cotton yarns, calculated at 450 lb per pack on average, and at 2000 lb per last, Lasts 202. — For various other articles, Lasts 2. — Total Lasts 350. — We have therefore ordered the Galle Servants to act accordingly, to give preference to the Coromandel and Madurese linens, and further to supply what is lacking to the stipulated quantity with Surat linens from the supply of the year 1793, and also to have as much more cinnamon shipped above the stipulation as can be done, provided taking into account that the ship, in this unsafe state of the times, is not hindered in its defense. We refer, with regard to the actual loading of this ship, to the reports that the Galle Servants will submit to Your Right Honorable. Furthermore, we have ordered the Galle Servants to have this ship barricaded to the satisfaction of the ship's officers, and if they desire a military detachment for their safety against the French privateers between here and the Cape, to place upon the same twenty-five or thirty able Malays, with a drillmaster and an Oriental officer and necessary non-commissioned officers, provided they are delivered at the Cape, to be sent back hither with the outward-bound ships. The

Dutch transcription

ten, de scheepen Alblasserdam en de Zuidpool wel „ tot de te huisreize in gereedheid te doen brengen, doch het vertrek daar van uittestellen, tot den ontvangst van Hunner Hoogedelheeden order, of andere ver„ zeekerde berichten, die de depeche daar van kon„ „den aanraaden. Op den door kapitain van de Putte ingedienden eisch van equipasie goederen; voor de reize naar Ne„ „derland, is de voorraad van het schip de Zuidpool door eene expresse kommissie opgenomen, en de Hoofd administrateur heeft vervolgens den ont„ „vangst in Europa, het verbruikte en verloorene op de reize, het restant volgens het blauwboekje, het restant volgens den opneem alhier, den eisch van den kapitain, de waare benoodigdheid volgens het reglement en wat dienvolgende hier diende verstrekt te worden aangeweezen: Waar op wij„ ter sessie van den 21 december Jongsts: beslooten hebben, de verstrekkingen te laaten doen, en de zeilen en andere behoeften naar noodzaaklijkheid te te laaten repareeren. Beide scheepen zijn vervolgens den 30 eiusdeur van hier naar Gale gezonden, om nader tot de te huisrei in staat gesteld en geballast te worden, ten einde op de eerste order laading voor Nederland te kunnen inneemen. Den 7:e deezer hebben wij Hunner Hoog edelheeden missive van den 25e november 1794 ontvangen, waar bij Hoogst dezelven de verzending van meer„ „melde twee scheepen naar Nederland dan bevoo„ „len, en eenlijk bij het post scriptum qualifi„ „kaatsie verleend hebben, daar in verandering te mogen maken, indien voor de depeche positive na„ „richten inkomen mogten, dat het vaarwater tus„ „schen dit eiland en de kaap de Goede Hoop zoo onvei „lig was, dat de gedachte scheepen, niet zonder oogschijnlijk gevaar van door vijandige scheepen en kaapers aangerand te worden, konden worden gedepecheerd, Wij hebben daarom, zonder een ogenblik tijd te verliezen, naar Gale aange„ schreeven „schreeven, de scheepen tegen den 20 deezer te vollaa„ „den, en tot de reize klaar te maaken. Want de evengemelde verklaaring van de krijgsgevau„ „genen behelst niets anders, als dat in oktober Jongstl: weder eenige kaapers te Maurietsius klaar lagen, het geen men zoo lange deeze oorlog duuren zal„ steits verwachten moet, en dus niet neemen kane, voor positive narichten, dat het vaarwater tusschen : de kaap en Ceilon zoo onveilig zoude zijn, dat de scheepen niet zonder oogschijnlijk, gevaar konden gedepecheerd worden, en zeder was hier geen andere tijding nopens vijandige schepen ontvangen, dan dat zich eenige kaapers in en bij de straat Malakka vertoont hadden. En deze 11=e deezer ontving de eerstgeteekende van koetsiem, bij een partikulieren brief de aange„ „naame tijding, dat de Engelsche fregatteu ƒ vijf Fransche Kaapers genoomen hadden, zoo als blijkt bij het nevensgaande Fransche extrakt uit dezelven; en de daar nevens gestelde over„ „zetting; „zetting; en deeze tijding werd nader bevestigd door den voornoemden Kapitain Luitenant, die van koetsiem te rug gekomen was, en dezelve uit des G: mend van een Engelschen kapitain gehoord haid„ die van Madras te Koetsiem gearriveerd was, en de vier kaapers door de fregatten had zien opbren„ „gen, zoo als dit blijkt bij de deezen verzellende verklaaring, die wij daar van ter sekretarije heb„ „ben in gewonnen, waar door de beduchting voor vijandige overvallen dus, zoo niet geheel wegge„ noomen, ten minsten zoo veel verminderd is, dat wij de scheepen met meer gerustheid hebben kunnen depecheeren, te meer wijl de twee Fran„ sche fregatten, bij de eerste verklaaring ver„ meldt, zeder door twee Engelschen digt by de Foranscha eilanden zoodanig gehavend zijn, dat zij met veel verlies en schaade hebben moeten vluchten, bij welke geleegenheid het Engelsch fregat Heroine echter ook aan zijne masten zoodanig beschadigd is, dat het naar Bombai heeft heeft moeten gaan om zich te herstellen. Bij eene van Batavia ontvangene memorie, is tit laa„ „ding voor het schip Zeidpool, het welk voor diwser weledele achtbaare kamer retoerneerd, het volgende geprojekteerd, namelijk 120000 - lb ijzer of steenen tot ballast. . . . . . . Lasten 30. — 47000 „ sappan of Palliatourhout tot guar„ 2000. baalen kanneel a 2000 lb per last. . . . . - - „ 80:— 60'000 . lb peper â 3000 lb per last - - - - - - „ 20:— 400 pakken of baalen lijnwaaten en kattoene gaarens„ gekalkuleerd op 450 lb per pak door den anderen, en tegen 2000 lb per last. . . . - „ 202. — Aan diverse andere artikelen. . . - - - - „ 2: — Teld Lasten „ 350:— Wij hebben derhalven de Gaalsche Bedienden gelast, zich daar naar te richten, aan de kormandelsche en Madureesche lijnwaaten de preferentsie te gee„ ven, en voorts het ontbreekende tot de bepaalde quantiteit, te suppleeren, met soeratsche lijn„ „neering. . . . . . - - - - - „ 16: „waaten „vaaten uit den aanbreng van het Jaar 1793, mits„ „gaders zoo veel meer kanneel boven de bepaaling te laaten afscheepen, als geschieden kan, mits in acht neemende, dat het schip- in deeze onveilige tijds gesteld„ „heid, in de defensie niet belemmerd word. Wij ge„ draagen ons over zulx, nopens de werkelijke belaa„ „ding van dit schip, aan de berichten die de gaalsche Bedienden uW Weledele achtbaare aanbieden zullen. Voorts hebben wij de Gaalsche Bedienden gelast, dit schip ten genoegen van de scheeps-overheeden te laaten verschansen, en indien zij tot hunne veilig„ „ „heid teegen de Fransche Kaapers tusschen hier en de kaap, een militair detachement begeeren, op het zelve vijf en twintig of dertig fluxe Malaiers, met een Drilmeester en een Oosterschen Officier en noodige onder officiers te plaatsen, mits dezel„ „ven aan de kaap afgegeeven worden, om met de „ uitkomende scheepen herwaards te rug gezonden te worden. Het

NL-HaNA_1.04.02_10048_0027 view scan ↗

English

The ship de Zuidpool was thoroughly surveyed and inspected at Gale by appointed seafarers and shipwrights, and according to the reports received thereof, the necessary repairs and provisions have been carried out on it, as is more fully indicated in the resolution of the Gale Servants of 16 January last; an extract of which is transmitted among the enclosures. At the request of the Surat Ministers, we have permitted the Under-Merchant Gerrit Piper to sail over to the Netherlands on one of these ships. Also departing on this occasion are the former Handymen Jacobus van Beek and Gerbrand Does, who along with several others made themselves guilty of robbing the Company's powder and ammunition magazines at Trincomalee, and for that reason have been banished for life outside all lands, cities and places of the Dutch East India Company by the Court of Justice of this Castle as infamous and harmful subjects, as appears from the accompanying copy of the sentence. The findings on the delivered homeland and Cape cargo of the ship de Zuidpool are also inserted in our aforementioned resolution of 13 January, of which an extract accompanies this, and from which we mainly note here: That the received mill saws did not hold the charged length. That we have caused the found shortages of chalk, meat, and bacon, although they were considerable, to be written off, because the barrels were delivered well-conditioned. The found shortage of blacksmith's coal, to the amount of 28 percent, has, after deduction of 10 percent wastage, been debited to the pay accounts of the ship's officers. Captain van de Putte has since requested by petition that he might be given the tub with which the coal was measured here upon receipt, in order to account for himself therewith in Europe; assuming that it must be larger than the homeland one, which has been granted to him. The former Lieutenant Colonel and Commandant of the regiment of Luxembourg, the Knight De Raimond, having requested compensation for the salaries and emoluments that he and his son, the former Second Lieutenant de Raimond, still had due from the Company: we have therefore, as appears from the resolution of the military department of 3 May 1793, appointed the Chief Administrator van Angelbeek and Colonel van Drieberg to examine his claims, whether they agreed with the intention of the Most Noble, Right Honourable Gentlemen Seventeen, in their dispatch of 4 January 1791. Upon the report of these Commissioners, inserted in our resolution of the military department of the 30th thereafter, we have accordingly, and because the Most Noble, Right Honourable Gentlemen Seventeen ordered in the aforementioned dispatch that he, De Raimond, and his son be paid their wages and emoluments up to the ultimate of June 1789, when the regiment of Luxembourg was paid off completely at Lorient, resolved to have paid to the said Knight De Raimond from the Company's treasury: 1. His emoluments and rations since the first of December 1788 to the ultimate of July 1789, at ƒ247 per month, provided that from it be deducted the excess wage received at the Cape of Good Hope for the month of August 1789. 2. The wages, emoluments, and rations of his son, since the first of December 1788 to the ultimate of July 1789, at ƒ86: 16 per month. The Commandant of the Swiss regiment, Colonel de Meuron, requested in an address, inserted in our resolution of the military department of 24 October 1793, that Captain Lieutenants Renaud and Donzel, whom we had approved as such at the session of 31 January 1791 on condition that they would continue to enjoy Lieutenants' salaries until the receipt of the disposition of Your Noble Honours upon the proposal made to the Same pursuant to our resolution of 23 August 1790 to abolish the Captain Lieutenants with the remaining nine companies apart from a Captain Lieutenant for the first Company, might be reimbursed for that which they had consequently received less than the salary of a Captain Lieutenant amounts to. And since Your Noble Honours did not reply to our aforementioned proposal, but sent the commissions of Captain Lieutenants for the two aforementioned Officers: we have therefore caused the requested surplus to be made good to them, since the day of their nomination to that capacity, being 6 December 1790. However, because the abolition of the nine Captain Lieutenants in the regiment was actually the condition upon which we, by the aforementioned resolution of 23 August 1790, had granted to this regiment that the Second Lieutenants would enjoy Ensigns' salaries, and the four Secretaries the emoluments of Lieutenants: we have revoked this permission by our aforementioned resolution of 24 October 1793, and resolved instead, in accordance with the intention of the Most Noble, Right Honourable Gentlemen Seventeen in the dispatch of 3 December 1789, to grant to the Second Lieutenants who are appointed to the aforementioned regiment in the future no higher salaries than those of Sergeants, and also to make good no emoluments to the Secretaries who are appointed in due course. Colonel de Meuron had already shown us in the year 1784,

Dutch transcription

Het schip de Zuidpoot is te Gale door gekommitteerde =zeevaarenden en scheepstimmerlieden nauwkeurig opgenomen en gevisiteerd, en volgens de daar van ingekomene rapporten, zijn daar aan de noodige reparaatsien en voorzieningen gedaan, zoo als dat breeder aangeweezen word bij de resoluutsie van de Gaalsche Bedienden van den 16 Januari Jongstl:; waar van een extrakt onder de bylaagen overgaat. op het verzoek van de Soeratsche Ministers, hebben wij aan den Onderkoopman Gerrit Piper toege„ „ „staan, met een van deeze scheepen naar Nederland overtevaaren Ook gaan bij deeze geleegenheid over de geweezene Handlangers Jacobus van Beek en Gerbrand Does, die zich met meer andere schuldig gemaakt hebben aan het besteelen van 's komp:s kruit en ammonietsee magazijnen te Trinkonemale, en daarom door den Raad van Justietsie deezes kas„ „teels, als infaame en schaadelijke subjekten, blij„ „kens nevensgaande Kopia sententsie, advitam verbannen verbannen zijn buiten alle landen, steeden en plaatsen van de Nederlandsche Oost-Indische Kompanie. De bevinding op de uitgeleeverde vaderlandsche en kaapsche laading van het schip de Zuidpool, is meede bij voorschr: onze resoluutsie van den 13 Januari geinsereerd, waar van een extrakt deezen verzeld, en waar uit wij hier bij hoofdzaak„ „lijk aanmerken. Dat de ontvangene moole zaagen de aangereekende lengte niet gehouden hebben. Dat wij de bevondene minderheedens op krijt, vleesch en spek, schoon die aanmerklijk waaren, hebben laaten afschrijven, om dat de vaten wel gekon„ dietsioneerd uitgeleeverd zijn De bevondene minderheid op Smeekoolen, ten bedraage van 28. prC.:to, is naar aftrek van 10 pi:t spillasie, op de soldij reekeningen van de scheeps- overheeden belast. Kapitain van de Putte heeft zeder bij request ver„ „zogt, dat hem de hoed, waarmede de steenkoolen „ hier hier bij ontvangst gemeeten waaren, mogt meede gegeeven worden, om zich daarmeede in Europa te verantwoorden; veronderstellende, dat dezelve grooter moest zijn, dan de vaderlandsche, het geen hem toegestaan is. Door den geweezen Luitenant Kolonel en Komman„ „dant van het regiment van Luxemburg, de Ridder De Raimond vergoeding verzogt zijnde van de appoinktementen en emolumenteer, die hij en zijn zoon, den geweezene sousluitenant de Raimond, noch bij de kompanie te goed hadden: zoo hebben wij, blijkens resoluutsie van het militair departement van den 3 mai 1793, den Hoofd administrateur van Angelbeek en den Nolenel van Driberg gekommitteerd, om zijne vorderingen te examineeren, of dezelven overeenquamen met de intentsie van de weledele Hoog achtbaare Heeren Zeventhienen, bij hoogst derzelver missive van den 4 Januari 1791. Op het bericht van deeze Gekommitteerden, geinse„ „ 8: „reerd ten 10 „ „ reerd in onze resoluutsie van het militair departement „ van den 30: daar aan, hebben wij overeenkomstig daar meede, en wijl de weledele Hoog achtbaare Heeren Zeventhienen bij voorschreeve missive gelast hebben, aan hem De Raimond en zijnen zoon de gasie en emolumenteir tot ult=o Juni 1789, wanneer het regi„ „ment van Luxemburg te L'orient geheel is af„ „ „betaald, te laaten voldoen, beslooten, aan gemelden Ridder De Haimond uit 's Nimp:s kas te laaten goed doen. 1 zijne emolumenten en randzoenen zeder primo de„ „cember 1788 tot Ult=o Juli 1789, a ƒ247. per maand„ mits dat daar van voorde afgetrokken de te veel genootene gasie aan de kaap de goede Hoop, voor de maand augustus 1789. 2 De gasie, emolumenten en randzoenen van zijnen zoon, Ieder primo december 1788 tot Ult=o Juli 1789 a ƒ86: 16 per maand. De Kommandant van het regiment Zwitzers, de kolonel de Meuron, heeft bij een addres, geinse„ „reerd „reerd in onze resoluuitsie van '2 militair departe„ „ment van den 24 Oktober 1793, verzogt, dat aan de kapitain Luitenants Renaud en Donzel, dien wij ter sessie van den 31 Januari 1741 daartoe ge„ „aigreëerd hadden, op voorwaarde dat ze Luitenants appoinktementen zouden blyven genieten, tot den ontvang van de disposietie van Uweledele achtbaare op het voorstel, ingevolge ons besluit van den 23 augustus 1790, aan Hoogst dezelven gedaan, om behalven een kapitain Luitenant voor de eerste Kompanie, de kapitain Luitenants bij de overige negen kompaniere afteschaffeer„ mogten worden goed gedaan, het geen zij dien volgens minder hadden genooten, dan bedraagd het traktement van Kapitaine Luitenant. Eus aangezien Uweledele achtbaare op voorschr: ons voorstel niet geantwoord, maar de akten van Kapitain Luitenants voor gemelde twee Officieren, toegezonden hebben: zoo hebben wij aan hun laaten goed doen het verzogte surplus, zeder deze tem nt de se„ den dag van hunne voordragt tot die qualiteit zijnde geweest den 6 december 1790 Dan wijl de afschaffing van de negen kapitains Lui „tenants bij het regiment, eigentlijk de kondietsie wa geweest, waar op wij bij voorschr: resoluutiie van den 23 augustus 1790, aan dit regement hadden toegestaan, dat de sous luitenants zouden genieten vaandrigs appoinktementen, en de vier Sekretarissen emolumenten van Luitenants: hebben wij deeze vergunning bij voorschr: onze resoluutsie van den 24 Oktober 1793 ingetrokken, en daar en tegen be„ „slooten, om overeenkomstig met de intentsie van de Weledele Hoog achtbaare Heeren Zeventienen bij missive van den 3:e december 1789; aan de Sous luitenants, die in den aanstaande bij voorschr„ regiment worden aangesteld, geen hooger appoink„ „tementen toetestaan dan die van Serjants, en ook aan de Sekretarissen, die in der tijd worden benoemd, geene emolumenten goed te doen. De Koloneel de Meuren had ons reets in het Jaar 1784 vertoond, 6.

NL-HaNA_1.04.02_10048_0033 view scan ↗

English

represented that Captain Louis Bernard, who due to illness had departed from the Cape of Good Hope for Europe, had enjoyed the salary of a lieutenant until Ultimo September 1789, and whereas he was promoted to Captain-Lieutenant on 1 May 1787 at the Cape of Good Hope, and also the commission for this was granted to him at Middelburg on 21 June 1787, and that although he, Bernard, had gone on board the ship Blitterswijk at Middelburg in November 1787, he, for lack of opportunity, had not been able to arrive in Ceylon earlier than in the year 1789, with the request that to him, Bernard, might be credited the surplus of the salary of a Captain-Lieutenant since his appointment thereto, and that of a Captain since the decease of Captain Jequier or from 1 June 1789. This request we, pursuant to our resolution of 9 December 1789, submitted by letter of 27 January 1790 to Your Honourable Worships, but because we received no answer thereto, the matter remained unsettled until last year, when Colonel de Meuron reiterated his aforementioned request. And because we could no longer delay him, we, in consideration that officers of this regiment who are absent on account of illness retain their salaries according to the 23rd article of the capitulation, as appears from the resolution of the Military Department of 24 October 1793, resolved to allow to be credited to the aforementioned Captain Bernard, firstly the surplus of the salary of a Captain-Lieutenant for the time that he, after his promotion thereto, was still paid as a Lieutenant, or from 1 April 1788 to Ultimo September 1789, and secondly the surplus of the salary of a Captain since 1 June 1789, when the post became vacant through the death of Captain Jequier and, according to our resolution of the 5th thereafter, was left unfilled until Ultimo August thereafter, as Captain Bernard only enjoyed the salary of a Captain since 1 September 1789: provided that he, Bernard, must agree to submit to the pleasure of Your Honourable Worships, should Their High Mightinesses dispose otherwise concerning this matter. By our letter of 26 January 1789 we gave notice to Your Honourable Worships of the claim of Colonel de Meuron that the regiment should be paid according to the 6th article of the capitulation, in Dutch currency, the guilder at 20 stuivers, without any sort of deduction, discount, or withholding of exchange, and that therefore the ducatoon, as the coin of proper agreement between the Dutch and Indian currency, should be calculated at the rate of 63 stuivers according to the exchange rate in Amsterdam, as also that the regiment should be indemnified for the lesser value of the copper coin, since, from whatever perspective it might be viewed, it was nevertheless not possible to be deceived, because the silver money is not compensated thereby. The answer of the Most Honourable Gentlemen Seventeen by missive of 3 December 1789, containing: That the exchange rate of the ducatoon in the payment of the regiment can be none other than that for which the same is also accepted in issuance at the establishment where the regiment is situated. was communicated by a letter of 30 July 1790 to Colonel de Meuron, who in his reply of 16 August thereafter persisted in his claim, with the addition that he protested not only for the reclamation of the difference in exchange between Dutch and Indian currency, but also for the loss he suffered through the non-payment of this difference. To the question put by Their Most Honourable Worships since, by missive of 30 March 1791, whether truly to the said regiment in payment the ducatoon was charged higher than to the other troops of the Company, and how matters stood with the increase of two guilders a month for the non-commissioned officers and soldiers who enter into a new contract? we, because the matter of the increased pay had already been settled, only answered regarding the first point by our letter of 30 January 1792 that the ducatoon was always issued here and was still issued at 80 Indian stuivers, and that we also in the disbursements to this regiment calculated the ducatoon accordingly. We therefore also made no use of the authority given by the aforementioned letter of 30 March 1791 to take such dispositions as we should judge in equity to be proper; but to Colonel de Meuron, upon his inquiry after the order received from the Most Honourable Gentlemen Seventeen regarding a petition of the Colonel-Proprietor and him, the Colonel, simply replied that Their High Mightinesses seemed to be of the opinion that here to the Regiment de Meuron the ducatoon was given in payment higher than to the other troops, and

Dutch transcription

vertoond, dat de kapitain Louis Bernard, die wegens ziekte van de kaap de Hoede Hoop naar Euripa vertrokken was, tot Ult=o Septem„ „ber 1789 Luitenants appoinktementen ge„ nooten had, en aangezien hij den 1e mai 1787 aan de kaap de goede Hoop: tot kapitain Luite„ „nant was bevorden, en oik het brevet daar toe aan hem te Middelburg was verleend den 21 Juni 1787, en dat schoon hij Bernard in novem„ „ber 1787 te Middelburg aan boord was gegaan, op het schip Blitterswijk, hij mits gebrek aan geleegenheid, niet vroeger op Ceilon hadde kunnen komen dan in het Jaar 17849 met verzoek, dat aan hem Bernard mogte worden goed gedaan, het surplus van de kapitain Luitenants appoinktementeer, zeder zijne aanstelling daar toe, en die van kapitain zeder het overlijden van kapitain Gequier„ of van primo Juni 1789. Dit verzoek hebben wij volgens ons besluit van 2849 ende van den 9:e december 1789, bij brieve van den 27 Januari 1790 aan Uweledele achtbaare voorgedraagen, doch wijl wij daar op geen antwoord bekomen hebben, is de zaak en afgedaan ge„ bleeven tot in het voorleeden Jaar, wanneer Kolonel de Meuren zijn voorschr. verzoek nader herhaald heeft. En wijl wij hem niet langer konden uitstel„ „len, hebben wij uit aanmerking dat offi„ „cieren van dit regiment, die uit hoofde van ziekten absent zijn, volgens het 23e artikel van de kapitulaatsie, hunne apprinkte„ menten behouden blijkens resoluutie van „ e het militair departement van den 24e Oktober, 1793, beslooten aan voormelden Kapi„ „tain Bernard te laaten goed doen, eerstelijk het surplus van de appoinktementen vene een kapitain Luitenant, voor den tijd dat hy, na zijne bevordering daar toe, noch als Luitenant betaald was, of van den 1. e april april 1788 tot ultimo september 1789, en ten tweeden het surplus van de appoinktementen van een kapitain, zeder primo Juni 1789, wan„ „neer de plaats door het overlijden van kapi„ „tair Jequier was vakkant geraakt, en volgens onze resoluutsie van den 5:e daar aan on„ vervuld gelaaten, tot ult:o augustus daar aan, alzoo kapitain Bernard de appoinkte„ menten van Kapitain eerst Ieder primo „ september 1789 genooten heeft: mits dat hij Bernard zich moet laaten welgevallen, te onderwerpen aan het goedvinden van Uwel„ edele achtbaare, zoo Hoogst dezelven daar„ omtrend anders mogten disponeeren. Bij onzen brief van den 26 Januari 1789 hebben wij uweledele achtbaare kennis gegeeven van de pretensie van Nolonel de Meurin, dat het regiment zoude betaald worden volgens het 6:e artikel van de kapitulaatsie, in holland„ „sche waarde, de gulden teegen 20 stuivers, zonder eenige eenige zoort van afkirting, van afreekening of aftrek van wisselgeld, en dat derhalven de dukaton, als de speetsie van rechte overeenkomst tus„ schen de hollandsche en indische waarde, geree„ kend zoude worden op den voet van 63 stvs „ volgens den koers te Amsterdam, zoo meede dat het regiment schaveloos zoude gesteld worden voor de mindere waarde van het koper ge wijl, onder welk oogpunt het zelve ook mogte worden beschouwd, het echter niet mogelijk was zich te bedriegen, vermits het zilver-geld daar door niet vergoed word Het antwoord van de Weledele Hoog achtbaare Heeren Zeventienen bij missive van den 3. e december 1789, behelzende. Dat de koers der dukaton in de betaaling van het regiment, geene andere kan zijn, dan waar voor dezelve op het etablisse„ „ment, alwaar het regiment zich bevind ook bij uitgave word aangenoomen. is. is bij een brief van den 30 Juli 1790 aan Nolonel de Meurors bedeeld, die in zijne reskribtsie van den 16 augustus daar aan, bij zijne pretensie heeft „gepersisteerd, met bijvoeging dat hij protesteerde niet alleen voor de te rug vordering van het ver„ „schil van de wissel tusschen hollandsche en indische waardij, maar ook voor het verlies dat hij leed, door de niet betaaling van dit ver„ schil. Op de vraag door Hun weledele Hoog achtbaare zeder bij missive van den 30 maart 1791 ge„ „daan, of waarlijk aan gemelde regiment in de betaaling, de dukaten hooger was aangerekend als aan de overige troepes van de Kompanie, en hoe het met de aug„ mentaatsie van twee gulden smaands voor „ de onderofficieren en soldaaten, die een nieuw verband aangaan, geleegen was. ? hebben wij, wijl het stuk van de verhoogde gasie reets afgedaan was, alleen omtrend het eerste poinkt 8 „ de ld operge aare nd poinkt bij onzen brief van den 30 Januari: 1742. geantwoord, dat de dukaton hier altijd was uitgegeeven en noch wierd uitgegeeven tegen 80 indeasche stuivers, en dat wij ook in de verstrekkingen aan dit regiment, de dukaton daar naar bereekend hebben. Wij hebben daarom ook van de gegeevene quali fikaatsie bij voorschr: brief van den 30 maart 1798, om zoodanige disposietsien te meemen, als wij naar billijkheid zouden oordeelen te behooren, geen gebruik gemaakt; maar aan Kolonel de Meurin, op zijne vraage naar de ontvangene order van de Weledele Hoog achtbaare Heeren zeeventienen op een request van den Kolonel proprietaire en hem Kolonel, eenvoudig geantwoord, dat Hoogst dezelven in de gedachten scheenen te zijn, dat hier aan het regiment van Meuron de dukaton hooger in betaaling gegeeven wierd, aan aan de andere troupes, en

NL-HaNA_1.04.02_10048_0039 view scan ↗

English

and that their High Mightinesses were informed of this, that this did not occur, with which the matter remained at that time. However, Colonel de Meuron repeated this claim of his in the year 1793 with very great urgency, and no matter how much the retired Governor van de Graaff and the first signatory tried to dissuade him from it, he nevertheless persisted in it, as Your Honorable Worships will find discussed more fully in the advices now being transmitted to the Right Honorable and Most Respected Lords Seventeen, to which we request permission to refer in order to avoid duplicate writing, and we shall merely report here that, for reasons set forth therein in great detail, we resolved at the session of 15 April 1794 that, subject to the approval of Their Right Honorables, the Lords Commissioners General and the Honorable High Indian Government, the following decisions should be proposed to Colonel de Meuron, namely: 1. That the wages of the Regiment de Meuron itself shall also continue to be paid in copper coin, or at least in such currency as the other troops of the Company on this island receive, and that every 80 stuivers or one dukaton paid to the regiment for wages shall be counted at 66 stuivers. 2. That this same standard shall also be followed for the past period, since the arrival of the regiment on Ceylon until the ultimate day of October last, according to what has existed on the muster rolls and the payment lists from time to time; consequently, that 14 stuivers on each dukaton shall be paid out to the regiment for as many dukatons as it has already received for wages during the aforementioned period at 80 stuivers the dukaton, and that hereby all claims that the regiment might maintain to have that its wages have hitherto been paid in copper coin and not in silver money shall be considered nullified and settled. 3. That, in accordance with the request made by Colonel Meuron in the year 1787, while in the Netherlands, to the Right Honorable and Most Respected Lords 17, the said Colonel Meuron shall be at liberty not to receive a portion of the wages here in this country each year which the regiment earns according to the monthly statements, and to have that portion not received here be received in Europe, in order to be paid there in as many guilders as the regiment will have retained to its credit here for wages, guilder for guilder without any discount, provided it does not amount to more than ƒ80,000 at most, unless the amount of half the wages of the effective state of the regiment in the year for which the payment is made should have been greater. 4. That if, however, the Colonel might desire to receive the wages in full each time according to the monthly statements of his regiment, and against that to pay the money that he sees fit to remit each year to the Netherlands into the treasury here for bills of exchange, this shall stand at his choice; and that then this payment, which amounts to the same as the foregoing, must be made at 66 stuivers for each dukaton, in order to be disbursed in the Netherlands without any discount in the manner aforesaid, that is, that he shall pay 80 stuivers for every 66 stuivers in the same coin species in which the regiment is paid, for which bills of exchange to the Netherlands shall be granted to him, provided, as above, it does not amount to more than ƒ80,000 at most, unless the amount of half the wages of the effective state of the regiment in the year for which the payment is made should have been greater; and this instead of the authorization given by Your Honorable Worships by letter of 29 March 1787 to receive into the treasury here each year on the usual basis ƒ80,000 from Colonel Meuron for bills of exchange to the Netherlands, which authorization shall hereby cease and be considered to have lapsed. 5. That also this same standard shall be maintained for the ƒ480,000 guilders in bills of exchange already granted to Colonel Meuron up to the year 1792 inclusive; that is, that for each dukaton or 80 stuivers paid for the aforementioned bills of exchange to the amount of ƒ480,000, only 66 stuivers shall be counted, and that consequently Colonel Meuron, for each dukaton or 80 stuivers paid in satisfaction of the aforementioned ƒ480,000, shall pay the missing 14 stuivers to the Company, against which the Company shall pay to Colonel de Meuron the 10 13/9 percent which he paid as a discount on the aforementioned ƒ480,000. 6. That all the foregoing resolutions shall not be executed, nor have any force, until after the same shall have been approved by Their Right Honorables, the Lords Commissioners General and the Honorable High Indian Government; but that in the meantime, from 1 November 1793 until this approval or disapproval is received here, 80 stuivers of copper money shall be paid for every 66 stuivers of wages to the officers, non-commissioned officers, and privates of the aforementioned regiment, and

Dutch transcription

en dat daar op Hoogst dezelven waaren geinformeerd, dat dit niet geschiede, waar bij de zaak ter dier tjd gebleeven is Ieder heeft Kolonel de Meurin deeze zijne pre„ tensie in het Jaar 1793 met zeer veel aandrang herhaald, en hoe zeer de Heer afgegaane Goe„ verneur van de Graaff en de eerste teekenaar „ hem daar van hebben getragt te diverteeren, bleef hij echter daar bij volharden, zoo als uwel edele achtbaare dat breeder verhandeld 7 zullen vinden bij de thans overgaande ad„ „visen aan de weledele Hoog achtbaare Heeren zeventienen, waar aan wij verlof verzoeken ter vermeiding van dubbeld schrijven, ons te moogen gedraegen, en hier bij daar uit alleen zullen melden, dat wij om reedenen daar bij zeer omstandig aangeweezen, ter sessie van den 15=e april 1794 beslooten hebben, dat aan den kolonel de Meurin„ op approbaatsie van Hunne Hoogedelheeden, de qua l dat pes de Heeren Kommissarissen Generaal en van de Edele Hooge Indische Regeering, zouden worden ge„ „proponeerd de volgende besluiten, te weeten. 1 Dat aan het regiment van Meuren zelp de gasie, ook in het vervolg zal worden betaald in kopere munt of ten minsten in zulke men als de overige troepes van de Kompanie ten deezen eilande ontvangen, en dat elke 80 stuxs of een dukaton, die voor gasie aan het regiment worden betaald; zullen worden gereekend teegens 66 stuivers 2/ Dat deeze zelfde voet zal worden gevolgd ook voor den voorleedene tijd, zeeder de aankomst van het regement op Cailon, tot ult.:o oktober Jongstl:, zoo als het volgens de monster vol„ „len en de lijsten van betaaling van tijd tot tijd heeft bestaan, dat mitsdien aan het regiment zullen worden uitgekeerd 14 Stuivers op elke dukaton, voor zoo veel dukatons als het voorgasie geduurende voorschr. voorschr: tijdstip reets ontvangen heeft, teegen 80 stuivers de dukaton, en dat hier meede, alle eischen die het regiment mogte sustineeren te hebben, dat aan het zelve tot hier toe de gasie in kopere munt en niet in silver geld is betaald, zullen worden geacht te zijn vernietigd en afge„ daan„ 3/ Dat overeenkomstig met het verzoek; door den Kolonel Meuren, in het Jaar 1787 in Ne„ „derland zijnde, aan de weledele Hoog achtb: Heeren 17=ne gedaan, het aan gemelde Nolonel Meuron zal vrijstaan, elk Jaar een gedeelte van de gasie, die het regiment volgens de maand- staaten te goed maakt, hier te lande niet te ontvangen, en dat gedeelte dat hier niet ontvangen word, te laaten ontvangen in Euuopa, om aldaar met even zoo veel gulden, als het regiment weegens gasie hier zal hebben te goed behouden, te worden betaald, gulden voor gulden zonder eenige korting, mits niet teg g t sch niet meer bedraagende dan uiterlijk ƒ80'000: ten zij het bedraagen van de helfte der gasie ven den effektiven staat van het regiment in het Jaar, waar voor de telling geschied grooter mogte zijn geweest. 4/ Dat zoo nochtans de Nolonel mogte verlangend de gasie, volgens de maand-staaten van zijn regiment, telkens vol uit te ontvangen, en daar en teegen het geld, dat hij goed vind elk Jaar overtemaaken naar Nederland, hier in kas te tellen op assignaatsien, dit zal stad in zijne verkiezing, en dat als dan, deeze telling, het geen met het voorenstaande op het zelfde uitkomt, zal moeten geschieden tegen 66 stuivers elke dukaton, om invoegen voorschr:e in Nederland zonder eenige korting te worden uitgekeerd, dat is, dat hij zal be„ taalen 80 stuivers voor elke 66 stuivers, in dezelfde muntspectsien, waar in het regi„ „ment word betaald, waar voor aan den ze ven ven assignaatsien naar Nederland zullen worden „ verleend, mits als boven niet meer bedraagen dan uiterlijk ƒ80'000, ten zij het bedraagen van de helfte der gasie van den effektivere staat van het regiment, in het Jaar, waar voor de telling geschied, grooter mogte zijn geweest, en zulx insteede van de gegeevene qua„ lifikaatsie door uweledele achtbaare bij breef van den 29 maart 1787 om van den kolonel Meuron elk Jaar hier op den gewoonen voet in kas te ontvangen ƒ 80000 - op assignaatiie naar Nederland welke qualifiMaatsie hier mede zal ophouden en geacht worden te zijn vervallen. 5/ Dat ook die zelfde voet zal worden gehouden voor de reets aan den Kolonel Meiron verleende ƒ480'000. guldens aan assignaatsien tot het Jaar 179½ ingeslooten, dat is dat voor elke dukaton of 80 stuivers, die voor de voorschr: assignaatsien ten bedraagen van ƒ480'000 sijn 9 zijn betaald, maar zullen worden gereekend 66 stuivers, en dat mits dien de kotonel Meuron, voor elk dukaton of 80: Stuivers, in voldoening van de voorschr: ƒ480'000, be„ „taald, de mankeerende 14 stuivers aan de Komp als noch zal uitkeeren, waar en tegen aan den Kolonel de Meuron door de Komp. zullen pnco worden uitgekeerd de 10 13/9 prC. to, die hij voor rabat op de voorschr: ƒ 480000 heeft betaald. 6 Dat alle de voorenstaande resoluutscen niet zullen worden uitgevoerd, noch eenige kragt zullen heb„ „ben, dan na dat dezelve door Hunne Hoogedel„ „heeden de Heeren kommissarissen Generaal en de Edele Hooge Jndische Regeering zouden zijn doch . goed gekeurd,; dat intusschen van primo novem„ ber 1793 af tot dat deeze approbaatsie of dis- =approbaatsie hier ontvangen word, voor elke 66 stuivers aan gasie aan de officieren, onder offi „cieren en Gemeenen van meermeld regiment #ts zullen worden betaald 80 stuivers koper geld en

NL-HaNA_1.04.02_10048_0045 view scan ↗

English

and that the regiment shall also retain that which is paid extra on each ducaton by this measure, even in the event of disapproval, with this express condition: that in case the aforementioned resolutions are disapproved, the regiment shall not be permitted to draw any consequence from these decisions, much less derive any proof whatsoever therefrom to support the claim of the regiment regarding the manner in which the ducaton must be calculated in the payment of wages, but that in such case everything shall be considered to have remained on the terms as it was before the taking of these decisions. Furthermore, we have resolved to refer the decision on the petition of the aforementioned Colonel, to be indemnified for the losses that he, as colonel commandant of the regiment, has suffered thus far by being paid in copper coin instead of silver, as he believes ought to have occurred, to the aforementioned Their High Nobilities, the Gentlemen Commissioners-General and the Noble High Indies Government. These decisions we have communicated to Colonel de Meuron, who thereupon, by a letter of 23 May, which is inserted in our resolution of the military department of 27 May following, which accompanies this, replied: 1. That the first article of our aforementioned decisions places us on an equal footing with respect to the proportion between Dutch and Indian value when the ducaton is taken as the basis, and that accordingly the payment rolls, since 1 November 1793 and for the future, shall be increased at the rate of 66 to 80, payable in current money in this Colony, as all other Company troops shall be paid. 2. That he accepts the proposed change for the ƒ80,000 which he may remit annually to Europe, and this for the future, and not for the past, and that the point in time when that change shall take effect shall first begin with the financial year 1794, and provided that henceforth the amount that he wishes to remit to Europe shall be counted into the Company treasury on the same footing and for the same value as the wages of the regiment shall be paid, without any other deduction or expenses. 3. That the second article of our decisions, regarding the difference between 66 to 80 for the previous time up to 1 November 1793, is agreed to by him up to the words 80 stuivers the ducaton; but that he cannot accept the remainder of this article before and until Their High Nobilities, the Gentlemen Commissioners-General, or the Noble High Indies Government, shall have decided upon his claim for compensation for the payment made in copper money. 4. That he believes he has sufficiently explained himself regarding the 3rd, 4th, and 5th articles of our decisions through the acceptance of the change concerning the manner of remitting the ƒ80,000 to Europe, solely for the future and not for the past. 5. That since the reservation made in the 6th article of our decisions is a reciprocal right, he likewise stipulates that in the event of disapproval, neither the Company nor anyone on its behalf, at any time whatsoever, shall be able to make use of any part of this letter, nor of any consequence resulting therefrom, to cause the capitulation of the regiment to lose its force under any pretext whatsoever, which capitulation from the moment of disapproval shall again enter into its former full force, and he into the full right of the benefits secured to him thereby. Hereupon we have, as appears from our aforementioned resolution of 27 May, resolved that in accordance with the intention of the aforementioned resolution of 15 April, since 1 November last until the approval or disapproval of this resolution arrives, the wages to the regiment of Meuron shall be paid according to the Dutch value, that is, for each 66 stuivers, 80 stuivers Indian copper coin, or in that currency in which the other troops are paid; since the aforementioned resolution of 15 April was taken subject to the approval of Their High Nobilities, the Gentlemen Commissioners-General and of the Noble High Indies Government, in consideration that the aforementioned provisional payment would have to continue for at least nearly three years if the approval of the Right Honorable Gentlemen Seventeen, or of Your Noble Honors, were awaited thereon, we have sent the same, as well as this our decision, not only to the Noble High Indies Government, but also to Their High Nobilities, the Gentlemen Commissioners-General, with a humble request to be pleased to send us their esteemed pleasure thereon as soon as possible, in order to be able to cease the aforementioned provisional payment immediately in case the aforementioned resolution is not approved. Upon the successive nominations made by Colonel de Meuron to fill the vacant officer positions in the regiment, we have approved: Captain-Lieutenant Charles Frederich de Meuron La Tour as Captain Lieutenants Francois Louis Senn and Johan George Gradmann as Captain-Lieutenants Ensigns Abraham Louis Tieller, Elia Frederich Wolff, Henrij de La Harpe, Henrij de Meuron de Orbe, Jean Baptiste Verutiar

Dutch transcription

en dat het regiment, het geen hier door op elke dukaton meer betaald word, ook zal behouden, zelfs in Ras van dis-approbaatsie, met dit expres beding, dat ingeval de voorschr: resoluutsien wor„ „ „den gedisapprobeerd, het regiment geene van deeze besluiten zal moogen trekken in eenig gevolg, veel minder daar uit zal mogen afleiden eenig bewijs hoegenaamd, om de pretensie van het regiment, betreklyk tot de wijze, twe de duka„ „tin in betaaling van de gasie moet worden bereekend, te appuieeren, maar dat als dan alles zal gereekend worden te zijn gebleeven is de termen, zoo als het was voor het neemen van deeze besluiten Voorts hebben wij beslooten de disposietoie op de instantsie van meerm: Kolonel, om te worden schadeloos gesteld voor de nadeelen, die hij als kolonel kommandant van het regiment, tot dus verre geleeden heeft, met te zijn betaald in kopere munt, insteede van in silver, gelijk hij off hij meend dat hadde behooren te geschieden, te deze „reeren aan welgemelde Hunne Hoog Edelheeden, de Heeren Generaale Kommissarissen en de Edele Hooge Jndiasche Regeering. Deeze besluiten hebben wij aan den Nolonel de Meuron gekommuniceerd, die daar op bij een brief van den 23 mai, die geinsereerd is in onse resoluutiie van het militair departement van den 27:e daar aan„ welke deezen verzeld, geantwoord heeft. 1 Dat het eerste artikel van voorschr: onze be„ „sluiten, ons gelijk steld met opzicht tot de even„ 10 „reedigheid tusschen hollandsche en indiasche waarde, wanneer men de dukaton tot grond„ „slag neemt, en dat in diervoegen de betaaling rollen, zeder den 1:e november 1793 en voor het vervolg, vermeerderd zullen worden, op den voet van 66 â 80, betaalbaar met gangbaare geld in deeze Kolonie, gelijk alle andere komp troepen betaald zullen worden. 2/ Dat hij akcepteerd de voorgestelde verandering voor voor de ƒ80'000, - die hij jaarlijk naar Euripa kan overmaaken, en dat voor het toekomende, en niet voor het gepasseerde, en dat het tijd stip, wanneer die verandering plaats zal moeten grijpen, eerst beginnen zal met het boekjaar 179/4, en mits dien van nu voortaan het bedraagen, dat hij naar Europa wil overmaaken, in 's komp. s kas zal worden geteld op den zelfden voet, en voor dezelfde waarde als de ga„ „sien van het regiment betaald zullen worden, zon„ der eenige andere vermindering of onkosten. „ 3/ Dat het tweede artikel onzer besluiten, betreklijk het verschil tusschen 664 80 voor den voorigene tijd tot den 1:e november 1793, door hem geagreëerd word tot aan de woorden 80 stuivers de dukaten; doch dat hij het verdere van dit artikel niet kan akcep„ „teeren, voor en al eer Hunne Hoog Edelheeden, de Heeren Kommissarissen Generaal, dan wel de Edele Hooge Jndiasche Regeering, gedisponeerd zouden heb„ „ben over zijnen eisch van vergoeding voor de gedaane betaaling in koper geld. 4 4) Dat hij vermeend zich omtrend de 3. 4 de 5. artikelen onzer besluiten, genoegzaam verklaard te hebben door de akceptaatsie van de verandering, omtrend de wijze van de ƒ80'000 naar Europa overtemaa„ „ken, alleen voor het toekomende en niet voor het gepasseerde. 5/ Dat wijl de voorbehouding in het 6 artikel van onze besluiten gemaakt, een wederzijds recht is, hij insgelijks bedingd, dat in geval van afkeurin de kompanie, noch iemand haarentweegen, wan„ „neer het ook zij, geen gebruik zal kunnen 1 maaken van eenige gedeelte van deezen brief, noch van eenig gevolg daar uit voortgevloeid om de kapitulaatsie van het regiment, uit welke inzigt het ook zij, haare kragt te doen verliezen, het welk van het oogenblik van afkeuring, weder in haare voorige uitgebreede kragt zal treden, en hij in het volle recht der voordeelen, die hem daar bij verzeekerd worden. Hier op hebben wij, blijkens inze voorschreeve resoluutsie resoluuitsie van deen 27 mai, beslooten, dat overeen„ komstig met de intentsie van de voorschr: resoluut„ „ „sie van den 15:e april, zeder primo november Jongstl: tot dat de approbaatsie of des approbaatsie op deeze resoluuitsie komt;, de gasie aan het regiment van Meuren zal worden betaald naar de Nederlandsche waarde, dat is, voor elke 66 stuivers 80 stuivers indias en kopere munt, of u die munt, waar in de andere troepes worden betaald, wijl de voorschr: resoluuitie van den 15 april, genomen is op de approbaatsie van hunne Hoog edelheeden, de Heeren Kommissarisseer Generaal en van de Edele hooge Jndische Regeering, uit aanmerking dat de voorschreeve provisioneele betaaling, ten mins„ „ten, na genoeg drie Jaar zoude moeten voort„ duuren, zoo de approbaatsie van de wel edele Hoog achtbaare Heeren Zeeventienen, of veere uweledele achtbaare, daar op wierde afgewagt, zoo hebben wij dezelve zoo wel als dit ons be„ „sluit niet alleen aan de Edele Hooge Indiasche „ Regeering n rend „ el va de sie Regeering, maar ook aan Hunne Hoog edelhee„ „den, de Heeren kommissarissen Generaal gezin„ „den, met needrig verzoek om Hoogst derzelver geëerd goedvinden daar op, zoo spoedig het geschieden kan, aan ons te willen laaten toekomen, ten einde de voorschr: provisioneele betaaling, inge„ „val de voormelde resoluutoie niet word geap„ „probeerd, ten eersten te kunnen doen Cesseeren. op de sukcessive gedaane nominaatsien door kolo„ „nel de Meurin, tot vervulling van de vacante officiers plaatsen bij het regiment, hebben wij geagreëerd Den kapitain Luitenant Charle Frederich de Meuron La Tour tot Napitain De Luitenants Francois Louis Senn en Johan George Gradmann tot Kapitains „ Luitenants De Vaandrigs Abraham Louis Tieller, Elia Frederich Wolff, Henrij de La Harpe, Hen„ „rij de Meuron de Orbe, Jean Baptis te Verutiar -

NL-HaNA_1.04.02_10048_0051 view scan ↗

English

Vautier and Balthazar Steussij to Lieutenants. The former national Ensign Henrij de Meuron de orbe, and the Sub-Lieutenants Jean Baptiste Vautier, Balthazar Heussij, Jean Fredrich de Montmollin, Pieter David Quissant and Louis Bove to Ensigns. The non-commissioned officers Charles de Meuron Tribolet, Elias Merkel, Jean Saltzmann and Charles Bugnon, and the former national Ensign Louis Bove to Sub-Lieutenants. The Sub-Lieutenant Albert Fivaz to Captain Lieutenant and Grand Judge, in place of Captain Raimond, who passed away in the year 1790. The cadet Loui de Purij to Lieutenant Treasurer, in place of the Treasurer Dauphin, who has already taken his leave from the Cape to Europe, since which time the duties of Treasurer have been attended to by two cadets. Colonel van Hugel, commander of the Regiment of Wurtemberg, has shown by his letter of 28 February 1793, which is included in copy among the annexes, that the Noble High Indies Government had permitted the creation of another effective captain in place of the late Captain Helwach, and that this favor was continuously granted to Captain Lieutenant Hofman, who was subsequently appointed as Captain Commander; with the request that in his place Captain Lieutenant Franquemont, commanding the Company of the Lieutenant Colonel at Trinkonemale, might be placed on the same footing, as this favor was not contrary to the intention of Their High Noblenesses; and that the First Lieutenant Charles Franquemont might be appointed as effective Captain Lieutenant, in place of the aforementioned Hofman, to replace the command of the Colonel's Company, since it was not to the detriment of the Company due to the absence of a Lieutenant Colonel and a Captain Commander who had been discharged. And since the said Colonel thereby offered to hold himself personally accountable to the Company if Their High Noblenesses, upon a reunification of the entire corps on Java, should disapprove of the aforementioned supplement, we thought we should raise no objection to granting the aforementioned petitions, and therefore, as shown by our aforementioned resolution, assigned to Captain Lieutenant Franquemont the salary of an effective Captain, and to First Lieutenant Franquemont the salary of a Captain Lieutenant, on the aforementioned condition. Since then, on account of the departure of the aforementioned First Lieutenant Franquemont to Batavia, we have, upon the further proposal of Colonel de Hugel, assigned the aforementioned Captain Lieutenant's salary granted to him to First Lieutenant Kock, as shown by our resolution of 18 May 1793. We have also, upon the successive nominations made by the aforementioned Colonel, approved the following to fill the vacant officer positions in the regiment: Captain of Infantry Hofman to Captain of Artillery. First Lieutenant Koch to Captain Lieutenant. Second Lieutenants Halwachs, d'Oberniz, de Contamine, and von Pfannenberg von Hugel to First Lieutenants. Titular Second Lieutenants Hofman and Eckkard, and Non-Commissioned Officers Beuten Muller and Crefz to Second Lieutenants, and First Lieutenant Halwachs to Adjutant. Furthermore, upon the promotion of the aforementioned Koch to Captain Lieutenant, we have, at the request of Colonel de Hugel, transferred the salary of Captain Lieutenant provisionally assigned to him at the session of 18 May 1793 to First Lieutenant Osiander. We commend Your Honorable Worships to the protection of the Almighty and remain with all high esteem, Noble Honorable Worships, Your Honorable Worships' obedient servants, J G van Angelbeek C: van Angelbeek Pr C Duberg Reintons. D Wamland Vollenhove DD van Tranzou Issendorp Colombo, 18 February 1795. Examined = Ledulx N:o 1:

Dutch transcription

vantier en Balthazar Steussij tot Luitenants De geweezene natsionaale Vaandrig Henrij de Meuron de orbe, en de sous luitenants Jeau Baptiste Vautier, Balthazar Heussij, Jean Fredrich de Montmollin, Pieter David Quissant en Louis Bove tot Vaandrigs. De onderofficiers Charles de Meuron Tribolet Elias Merkel, Jean Saltzmann en Charles Bugnon, en de gewezene natoionaale vaandrig Louis Bove tot Sous luitenants De sous luitenant Albert Fivaz tot Na„ s „pitain Luitenant en Grotrechter, in plaats van den kapitain Raimond, die in 't Jaar 1790 overleeden is. De kadet Loui de Purij tot Luitenant Tresorier, in plaats van den Tresorier Dan„ phin, die reets van de kaap zijn afscheid heeft genoomen naar Eurpa, en zeder wel„ „ken tijd de dienst van Tresorier is waarge„ „noomen door twee kadets. De . De Kolonel van Hugel, kommandant van 't regi„ „ment van Wurtemberg, heeft bij zijn brief van den 28 februari 1793, die in Nopia onder de bijlaagen gaat„ vertoond, dat de Edele Hooge Jndiasche Regeering toege„ ge„ „staan had, in plaats van wijlen den kapitain Helwach een ander kapitain effektief te kreëeren, en dat dit faveur bij kontinuaatsie was toegestaan aan den kapitain Luitenant. Hofman, die zeder was aan„ gesteld tot kapitain kommandant; met verzoek dat in zijn plaats de kapitain luitenant Fran„ „quemont, kommandeerende de Kompanie van den Luitenant Kolonel te Trinkonemale, op den 2elfder voet mogte gesteld worden, alzoo dit faveur niet strydig was tegen de intentsie van Hunne Hoogedel„ „heeden; en dat de eerste Luitenant Charles Fran„ „quemont mogte aangesteld worden tot kapitain Luitenant effektief, in plaats van voorm:e Hofmaer„ ter vervanging van het kommando bij de kolenels Kompanie, wijl het niet strekte ten nadeele van de Kompanie, door de absentsie van een Luitenant Kolonel Kolonel en een kapitain kommandant, welke ge„ „kongedieerd waaren. En wijl gedachte kolonel daar bij aanbood, zich per„ „soonlijk verantwoordelijk te stellen aan de kompanie„ indien Hunne Hoog edelheeden, bij eene vereeniging van het geheele korps op Iava, het voorschr: supple„ „ment mogte improbeeren, hebben wij gemeend geene „ zwaarigheid te moeten maaken, om in de voorschr: instantsien te bewilligen, en mitsdien, blijkens onze voorschr: resoluutsie, aan den kapitain Luitenant Franquemont de appoinktemeu„ „ „ten van een kapitain effektief, en aan den eersten Luitenant Franquemont de appoink„ tementen van een kapitain Luitenant, op de voorsz: kondietsie toegelegd Zeder hebben wij, mits het vertrek van evengemelden eersten Luitenant Franquemont naar Batavia, het voorschr: aan hem toegelegd kapitain Luitenants traktement, op het na„ „der voorstel van kolonel de Hugel, toegevoegd aan 209 aan den eersten Luitenant Kock, blijkens onze re„ soluutsie van den 18 mai 1793. Ook hebben wij op de sukcessive gedaane nominaatsien door voormelden kolonel, tot vervulling der vacant officiers plaatsen bij het regiment geagreëerd Den kapitain van de infanterij Hofman tot Kapitain der artillerij Den eersten Luitenant koch tot kapitain Luitenant De tweede Luitenants Halwachs, d'Oberniz, de contamine, von Plomannew von Hugel tot eerste Luitenants De titulair tweede Luitenan to Hofman en Eckkard en de Onderofficiers Beuten Muller en Crefz tot tweede Luitenants en De eerste Luitenant Halwachs tot Adjudant. Voorts hebben wij, mits de bevordering van voorm: kook tot kapitain Luitenant, het aan hem ter sessie van den 18 maij 1793 provisioneel toegevoegd traktement van kapitain Luitenant, op het verzoek van Holone de Hugel, doen overgaan op den eersten Luitenant Osiander. 1 Wij Kolumbo den 18: Februarij Wij beveelen uweledele achtbaare in de bescherminge des allerhoogsten en blijven met alle hoogachting Edele achtbaare Heeren. Uweledele achtbaare gehoorzaame Dienaaren. J G van Angelbeek C: van Angelbeek Pr C Duberg Reintons. D Wamland Hollenhove DD van Tranzou Issendorp A 1795. tot nan ƒ Nagezien =Ledulx N:o 1: