VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10301

Malabar · 170 pages · 26 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10301_0130 view scan ↗

English

199 139 can be very harmful to that bastion, which would then suffer greatly on both sides, whereas up to now it has only had to suffer on one side. Added to this is that, when constructing an earthen rampart, that entire section of the canal Sloterdijk would have to be filled in, to the considerable inconvenience of the community. And thus one would have to block off the entire remaining section of Sloterdijk in order not to turn it into a stinking pool, since it appears from the foregoing what real difficulty exists in making a cut on the east side of the point Stroomburg, and apart from that there is no other place for it. Meanwhile, the canal, for the convenience of the community (not to mention the delivery of pepper and paddy for the warehouse and dispensary), is actually only used from the Boompoortje to near the point Stroomburg, because the rest of the canal further into the city is merely a mud pool, and the merchants do not bring necessities that far with their small vessels. For the convenience of that canal for the community (not to mention, again, for the Company) from the Boompoortje to near Stroomburg consists in this: that most necessities are brought in there with small vessels, where the community can find its convenience, whereas otherwise these small vessels, which cannot lie outside the river gate against the quay nor withstand the heavy chopping of the water, must go and lie far outside the city and in various places, where they must then be sought out by our inhabitants. And at times, in strong currents or wind, they take on water, if not capsize entirely, which makes the procurement of provisions difficult and expensive. For this reason, in the months of January and February, the barrier of Sloterdijk was deliberately kept closed for some time, in order to see the inconvenience that would be caused thereby. But then one first saw the misery: the storekeeper complained that the paddy that came from Paponetty cost double in coolie wages for carrying it from that further distance, whereas the vessels otherwise lie in front of the dispensary. The Resident of Paponetty complained that we could no longer get vessels and transporters for the paddy, on account of the danger and greater spillage to which they were exposed by docking at other places in the river outside the canal, and the far distance from the dispensary. The same would have occurred if at that time pepper from the northern outer Residencies had also been brought down to the warehouse. It 200 is also impossible to describe how the community was inconvenienced, how everything became harder to obtain and more expensive to buy, and how everyone was glad again as soon as the barrier opened and Sloterdijk could be used. Also, the improvement that is brought to this fortress by this design consists only in this: that an earthen rampart would be laid behind the curtain between the bastions Stroomburg and Overijssel, and the west flank of this latter bastion (called the Galjoen in the aforementioned treatise) could thereby be lengthened a little, since the actual purpose of extending Sloterdijk into the city canal, with respect to these canals, could just as well be achieved by constructing the lock under the bridge of Galwetty mentioned in section 51, and the rest would thus only be an amenity for the city, which would certainly have its usefulness to that extent, but would bring no advantage to the fortress. However, the curtain, which currently consists only of a thick wall, certainly needs to be entirely renewed for a large part: namely, from the river gate to the bastion Overijssel, because it is in such a poor condition over that distance that, if one did not know that it has been in more or less such a state for many years, as appears from the accompanying declaration of Captain Lieutenant Bekker and other people stationed here from old times, one would not hesitate for a moment to have it demolished in order to prevent it from collapsing. For wooden tie-beams have already been lying in it for a long time, which will certainly have been placed therein because of the weakness of the wall and can easily rot away, in which case we cannot see that the wall would hold itself up. Therefore, subject to better judgment, we are of the opinion that constructing an earthen rampart, for which that entire section of Sloterdijk would have to be filled in, is not strictly necessary here. The bastions on this side cover the river fairly well, through whose proximity one need not fear that an enemy will attack this part of the city with the aim of penetrating the fortress thereby. And regarding the lengthening of the west flank of the bastion Overijssel, which is connected to this, that lengthening could only be so minor that the defense, in comparison to the rest of the fire, would not be significantly increased. And although the northeast side of the bastion Stroomburg would thereby only

Dutch transcription

199 139 kan, voor dat bolwerk zeer schadelijk zouden kunnen zijn; dat als dan aan bijde zijden veel te lijden zoude hebben, daar het tot nu toe nog maar aan een zijde telijden heeft Hier bij komt ook, dat, bij het leggen van een aarde wal dat geheele Gedeelte van de Gragt bloterdijk zoude moeten gedempt wor= „den; tot merkelijk ongerief van de gemeente, en Ous zoude men het Geheele overige Gedeelte van sloterdijk om er geen stinkpoel van tema „ken, dienen testoppen, dewijl hier vooren blijkt, wat receele swarigheijd er Resideert, om aan de oost zijde van de Punt stroomburg, een insnijdinge tedoen, en erbuijten die Geen andere plaats, toe is; terwijl de gragt tot gerief der gemeente gezwijge bij den aanbreng van peper en Nelij voor 't pakhuijs en Des= „pens) eijgentlijk maar gebruijkt word van 't Boompoortje tot bij de punt stroomburg, alzo t overige van de Gragt meer na binnen de stad, maar een blijk poel is, en de marchi- andeurs zoo verre met hunne vaartuijgjes geen benodigdheeden aanbrengen: want het gerief van die Gragt voor de Gemeente (gezwij„ „ge alweder voor de Comp:) van 't boompoort „je tot bij stroomburg, bestaad hier in, dat de meeste behoeftens met klijne vaartuijgjes daar binnen gebragt worden, alwaar de gemeente Gemeente haar Gerief kan vinden, daar anders deze vaartuijgjes die buijten de revier poort, te „gen de kaaij niet leggen, nog de swaare kabbe „linge van 't water uijtstaan kunnen, verre buijten de stad, en op onderschijdene plaatsen moeten Gaan leggen, alwaar ze dan door onze Jngezeetenen moeten worden opgezogt, en bom „tijds bij sterke stroom of wind, volwater komen, zo met Geheel omslaan, het Geen 't Gerief van levensmiddelen moeijelijk en duur maakt: men heeft daarom in de maand Januarij en februarij expres de Boom van sloterdijk eeni „gen tijd laaten sluijten, om tezien de ongele „gentheijd die daar door zoude veroorzaakt wor „den, dog toen zag men eerst deelende; dan klaagde de dispenaier, dat de Nelij die van Paponettij„ quam dubbeld koelies kosten, voor 't opdragen van die verdere distantie, daar de vaartuijgen anders voor 't dispens leggen: De Resident van Paponettij klaagde, dat Wij geen vaartuijgen „ voor de Nelij en overbrengers „ meer kon krijgen, wegens 't gevaar en meerder spillagie, waar aan ze Ge-exponeerd waaren, door het aanleggen op andere plaetten in de revier buijten de gragt, en de verre distantie van 't Dispens: Dit zelfde zoude plaats gehad hebben, indien te dier tijd ook Peper van de Noordse buijten Residenties na 't Pakhuijs, afgebragt was; ook 200 ook het is niet te zeggen, hoe de Gemeente ont rieft wierd, hoe alles moeijelijker tehaalen en duurder tekoop wierd, en hoe ijder weder ver „blijd was, zoo dra de Boom openging en sloter „dijk gebruijkt kon worden. ook bestaat de verbetering, welke door dit ontwerp aan deze vesting toegebragt word, maar alleen hier in, dat er een aarde wal agter de gordijn tusschen de Bolwerken stroomburg en overijssel zoude Gelegd en de west flank van dit laatste bolwerk (:in de voorsz: verhande „ling het Galjoen Genoemt:) daar door nog een wijnig verlengd zoude kunnen worden, alzo het eijgentlijke oogmerk van slooterdijks verlen= „ginge tot in de stads Gragt, ten aansien van de „ze Gragten, even zo goed zoude kunnen berijkt worden, door het leggen: der schutsluijs onder de Brug van Galwettij bij §51: vermeld, en het overige dus maar alleen een agrement voor de stad zoude zijn, het geen zekerlijk wel in zo verre zijne nuttigheijd hebben, dog aan de vesting geen voordeel doen zoude; Dog de Gardijn welke thans alleen uijt een dikke muur bestaad, diend zekerlijk voor een goed Gedeelte Geheel vernieuwt teworden: tewee „ten van de Revierpoort tot aan het Bolwerk overijssel, alzo dezelve op die distantie zo slegt gesteld is, dat als men niet wist, datze reeds veele veele Jaren min of meer zodanig Gesteld geweest was, Gelijk blijkt uijt de hier nevens Gaande ver „klaring van Den Capitain liutenant Bekker en andere luijden van ouds hier beschijden, men geen ogenblik in bedenking zoude staan, van ze te doen afbreeken, om het instorten voortekomen; want daar leggen al reeds van langen tijd houte ankers in, die zekerlijk om de swakte van de muur daar in zullen gelegd zijn, en ligtelijk vergaan kunnen, als wanneer wij niet kun= „nen zien dat de muur zig zoude houden Dus zijn wij onder welduijdinge van be „grip, dat het leggen van een aarde wal, waar toe dat geheele Gedeelte van sloterdijk zoude moeten Gedempt worden, hier niet volstrekt nodig is. De Bolwerken aan deze zijde, be „strijken tamelijk wel de Revier, door welks nabijheid omen niet tedugten heeft, dat een vijand dit gedeelte van de stad aanlasten zal, met oogmerk om daar door in de vesting te „dringen: en wat betreft, het verlengen van de west flank van het Boewerk overijssel, dat hier aan verknogt is, zo zoude die ver= „lenginge egter maar zo wijnig kunnen Ge= „schieden dat de defentie in vergelijk van het overige vuur niet merkelijk zoude vergroot worden: en schoon de Noord oost kant van het Bolwerk stroomburg daar door maar alleen

NL-HaNA_1.04.02_10301_0134 view scan ↗

English

201 is defended alone, yet this line lies so close to the river that it requires a strong protection less than other works. Thus we hope that Your Right Noblenesses will please be inclined to interpret it favorably, that in consideration of the aforementioned objections, and the great costs that the execution of the aforesaid design will absolutely entail, we have for the present not yet made use of Your Right Noblenesses' honored authorization to undertake it, the more so as the aforesaid defective part of the aforementioned curtain, according to the aforesaid declaration, does not run the risk of collapsing as suddenly as was initially thought. And since we are both of the opinion that the objectives of this plan, in so far as it relates to the improvement of the fortress, can be adequately fulfilled at incomparably lower costs, we take the liberty of making the following proposal to Your Right Noblenesses. The curtain from the bastion Overijssel up to the River Gate certainly needs to be renewed, but we believe that it will be quite sufficient if, by means of that renewed curtain, one can maintain a safe communication with this bastion, for which the rampart walkway only needs to be wide enough so that one can transport the cannons over it to and from this work; and since the remaining piece of this curtain, from the River Gate up to Stroomburg, is an exposed rampart walkway without any cover, it ought to be provided with a parapet so that this part can also be occupied by infantry if necessary, all of which can be done without needing to fill in a part of Bloterdijk, and thus this internal waterway could be left as it is, to the convenience and joy of the inhabitants, who, having heard more or less of the aforesaid project, have already complained about it; furthermore, the parapets of the bastion Overijssel, which, like all the parapets of this city, are only more or less 4 feet high, and thus do not sufficiently protect the garrison from the fire of the enemy, ought to be raised to 6 to 6 and a half feet, the more so because the terreplein is raised no higher than 7 to 8 feet above ordinary water level. By this means, we believe that Cochim will be sufficiently fortified on this side, in proportion to the remaining part of the fortress; for although the works taken in themselves are not as strong here as on the landward side, they are, however, by the proximity of the river, more than any 202 other part of the city, protected against a violent attack. The costs that will be necessary for the execution hereof, we cannot well determine; yet one dares to assure Your Right Noblenesses that if Your Right Noblenesses should think fit, upon this respectful representation, to make a change in Your Right Noblenesses' honored resolution, the same will bear no comparison to the expenses calculated for the design of Mr. Sen. We said above in passing that the parapets of this fortress are generally too low. This goes so far that in many places the cannon on the ramparts stands exposed almost down to the axles of the carriages. It is therefore absolutely necessary that the same be raised so high that they can protect the garrison. It is truly a pity for this fortress, as not only do all the points on the landward side defend themselves reasonably well, but also (except for some defects and crumbling both in the embrasure holes and on the platforms, which one might still know how to improve intermittently with frugality and forethought) the ramparts are otherwise rather strong and provided at the bottom with a very good berm, which here and there only needs some repair, if not merely a single plastering. And thus we humbly request Your Right Noblenesses to please authorize us to repair that capital and so very conspicuous defect gradually, if not all at once. Your Right Noblenesses see from our conduct that we make no misuse of any authorization; on the contrary, that we attend to frugality in everything, and expend nothing but what is absolutely necessary, and thus we hope that Your Right Noblenesses will please remain assured that we propose the improvement hereof only out of an absolute necessity. Frugality will be observed in all respects concerning this, and nothing will be left unattempted to meet the costs of these and similar highly necessary articles in all other respects through frugality and forethought. Now the ramparts already shine with good artillery, and also for the greatest part with good carriages. A city that is visited by so many foreigners and is not a little conspicuous to our competitors, how formidable, at least how respectable, and at the same time how much stronger would it become, if it were once provided with parapets, proportioned to the artillery and high enough to protect the chest of a man, and thus to be able to bear the name of parapets. Also

Dutch transcription

201 alleen Gedeffendeert word, zo legt deeze linie egter zoo kort aan de Revier, dat ze minder als andere werken een sterke bescherming nodig heeft Dus Hoopen wij dat uw Hoog Edelheedens ten goede zullen Gelieven te duijden, dat we uijt aanmerking van voorsz: Bedenkingen, en de groote kosten, die de executie van voorsz: ont= „werp absoluijt na zig zal sleepen, voor eerst nog geen Gebruijk gemaakt hebben van Hoogst der „zelver G'Eerde Qualificatie tot het onderhan- „den nemen daar van, te meer het voorsz: ge= brekkige Gedeelte der Meerm: Gordijn volgens voorsz: verklaringe, dat gevaar niet loopt van zo schielijk intestorten, als men in den begin= „ne daar van Gedagt heeft. En wijl wij juijst beijde van begrip zijn, dat aan de oogmerken van dit plan voor zoo verre het zelve op de verbeetering van de vesting zijn opsigt heeft, met ongelijk minder kosten op een toerijkende wijze kan worden voldaan, zo nee „men wij de vrijmoedigheid uw Hoog Edelheedens het volgende voorstel tedoen. De gordijn van het Bolwerk overijssel, tot aan de Revierpoort, diend zekerlijk teworden vernieuwt, dog wij meenen dat het Genoeg vol- doen zal, als men door middel van die ver nieuwde Gordijn een vijlige Communicatie met dit Bolwerk onderhouden kan, waar toe de walgang walgang maar zoo breed behoefd te zijn, dat men daar over de kanons naar en van dit werk heen voeren kan: en wijl het overige stuk van deze Gor= „dijn van de Rivier poort tot aan stroomburg, een bloote walgang is, zonder eenige bedekking, zo zoude het zelve van een borstweiring dienen voorzien teworden, om ook dit gedeelte des noods met In „fanterie te kunnen bezetten, welk alles geschieden kan, zonder dat een Gedeelte van bloterdijk behoeft teworden Gedempt, en dus zoude deeze binnen vaart kunnen worden gelaaten Gelijk ze is, tot gerief en blijdschap der ingezeetenen, die van voorsz: project min of meer Gehoord hebbende, zig daar over al beklaagd hebben; voorts zouden de borstweeringen van het Bolwerk overijssel, welke gelijk alle de borstweeringen van deze stad, maar min of meer vier voeten Hoog zijn, en dus de bezettinge voor het vuur van den vijand niet Genoeg bevijligen, tot ses à ses en eenhalve voeten dienen verhoogt teworden, temeer om dat het terreplein, niet hoo „ger als 7: â 8: voeten boven het ordinaire water verheven is. HHier door meenen wij dat Cochim aan deze kant, na maate van het overige gedeelte der vesting, Genoeg zal zijn versterkt; want of wel de werken op zig zelven Genomen, hier zo sterk niet zijn als aan de land zijde, zoo zijn zijn dezelve, egter door de nabijheid van de Rivier meer als eenig een ens 202 eenig ander deel der stad, voor een geweldigen aan „val bevijligt. De kosten, welke tot de uijtvoering hier van zullen nodig zijn, kunnen wij niet wel bestem „men; dog men durvd uw Hoog Edelheedens ver zeekeren dat zo uw Hoog Edelheedens mogten goed „vinden op dit eerbiedig vertoog, in Hoogst derzel „ver G'Eerd besluijt verandering temaaken; dezel„ „ve met de voor het ontwerp van Den Heer Sen„ gecalouleerde ongelden, geen Gelijkheid hebben zullen. we zeiden hier boven ter loops, dat de borst wel „ringen van deze vesting doorgaans telaag zijn. Dit gaat zo verre dat op veele plaatzen het Canon op de wallen tot bij na aan de assen van de affuijten bloot staad: Het is dus volstrekt nodig dat dezelve zo hoog opgehaalt worden, datze de bezetting kunnen bevijligen: Het is waarlijk Jammer van deze vestinge, al „zo niet alleen alle punten aan de land zijde zig re „delijk wel defendeeren, maar ook (behalven een „ge Gebreeken, en uijt Caffelingen zo in de am „brasuur Gaaten als op de beddings, die men bij tussen poozen met zuijnigheijd en overleg nog wel zoude weeten te verbeeteren) de wallen voor het overige tamelijk sterk en van onder met een zeer Goede berm voorzien zijn, die hier en daar maar eenige verhelpinge, zo niet maar een enkelde enkelde plijsteringe nodig heeft „ ootmoedig En dus versoeke wij uw Hoog Edelheedens „ ons tog tewillen qualificeeren, dat Capitaal, en zo zeer in 't oogloopend Gebrek, is het dan niet eens klaps ten minsten gaande weg temogen herstellen: uw Hoog Edelheedens zien uijt onze behandelinge, dat wij van geene qualificatie eenig misbruijk maken; integendeel dat wij in alles de zuijnigheijd behartigen, en niets veronkosten als het Geen absoluijt nood „zakelijk is, en dus hopen wij dat uw Hoog Edelhee= „dens zig zullen gelieven verzekert tehouden, dat wij de verbeeteren hier van niet als uijt een absoluijte noodzakelijkheijt voordragen: De zuijnigheijd zal daaromtrent in alles betragt worden, en men zal niets onbesogt laten, om de kosten van deze en diergelijke hoognodige articuls, in alle andere opsigten door zuijnigheijd en overleg tege= „moed te komen: Nu briljeeren de wallen reeds met Goed Geschuet, en ook al voor 't grootste ge„ deelte met goede affuijten: Een stad die door zoo veele vreemdelingen bezogt en onze Competiteuren niet wijnig in 't oog steekt, hoe Gedugt, ten min sten hoe respectabel en teffens hoe sterker zou= „den dezelve worden, indien ze eens van borst weeringen voorzien was, Geproportioneerd, na het Geschuet en hoog Genoeg om de borst van een kerel te bevijligen, en dus de naam van borstweeringen te kunnen dragen. ook

NL-HaNA_1.04.02_10301_0138 view scan ↗

English

Also, a very bad practice is followed here. Year in, year out, the bastions are mounted with as many cannons on their gun carriages as can possibly be used there; and because the bad monsoon here is very severe and lasts quite a long time, the gun carriages suffer tremendously during that time. This creates a great deal of work merely to have as many gun carriages made as are constantly rendered unserviceable, and on this footing it is impossible to obtain a spare set in reserve, which is nevertheless absolutely necessary, because in time of need one cannot expect long resistance from gun carriages that have stood upon the ramparts for a long time and, though outwardly still good, are rotted internally in many places or cracked by the heat of the sun. In the bad monsoon, nothing can be undertaken against us, and from the landward side it is impossible for anyone to make any movement toward a siege against us of which we would not be informed in good time. We therefore request Your High Nobilities' permission to make a change in this regard, and during the bad monsoon to leave mounted only the flank pieces, in order to be protected against a surprise attack; and that during that time we may lower all the other pieces onto the cannon platforms, in order to be able to store the gun carriages in the quarters. This could be done without any concern of danger, because there are no outworks here that need to be covered from the main rampart, and thus the faces of the bastions on the landward side are only suitable as counter-batteries in time of siege. In this manner, one could maintain the artillery here in such a state that one could rely upon it in time of need, whereas otherwise one must with good reason fear that the gun carriages will fail us sooner than the ramparts. We have now almost renewed our gun carriages and wheels; what a pity it would be if they did not remain in good condition for long. On our part, we shall see to it that they are properly tarred annually, but it would also contribute uncommonly much to their longer preservation if Your High Nobilities would be pleased to permit us what has been proposed for the bad monsoon. Finally, we feel obliged to report something further concerning Your High Nobilities' honored order contained in an extract of the General Resolutions of the Castle of Batavia taken in the Council of India on 16 July 1771, henceforth to make no formal or other payments to native soldiers in reduction of their retained back-pay, but only the ordinary eight good months in the year, of which a copy has been handed to the pay-office clerks to serve for their information and compliance. But since the pay bookkeeper Coenraad George Seyffer, on the day of our business concerning Your High Nobilities' general rescript on 3 February last, submitted a report regarding this, in which he made known and considered that putting that order into practice here might have disagreeable consequences, now that the eastern soldiers here have already been accustomed for some time to receiving full pay; citing that in earlier times the eastern soldiers here had indeed remained unpaid for no more than 6 months annually, because they stood collectively on debt accounts here and formally at Batavia, but that in the year 1744 they had risen collectively against the Government, and had, so to speak, forced it to let them be provided with full monthly pay, which has been continued ever since until now; which aforementioned disagreeable incident was dealt with in the Cochin resolution of 21 August 1745 and described to Your High Nobilities in the letter of 31 January 1746; we have therefore taken into consideration that the eastern soldiers here have thus already become accustomed to the provision of full pay, and if one were now to withhold four months in the year from them, they might very easily take to mutiny or resort to desertion; that the eastern soldiers, also having at present to provide themselves here with decent uniforms, namely coats, trousers, and shirts, need their pay all the sooner, and moreover are mostly burdened with wives and children whom they brought along when returning from Ceylon. All of which having been considered by us, we have deemed it best provisionally to suspend the execution of the aforementioned order, and, while transmitting a copy of the aforementioned report, to bring the foregoing to Your High Nobilities' knowledge and to request your further learned pleasure, as we do in all respect herewith. Meanwhile we have the high honor to remain with the greatest respect. Underneath stood: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Gentlemen, and Noble Gentlemen. Lower: Your High Nobilities' humble and obedient servants. Was signed: A: Moens and W: I: v: d: Graaf. In the margin: Cochin, 7 May A:o 1772. Still lower: P.S. Herewith we further enclose authentic copies of the letters and resolution mentioned in ours of 4 March, which were only inserted therein, and we shall carefully preserve the original ola of the King of Cochin.

Dutch transcription

203 ook heeft men hier een zeer quade methode De Bolwerken staan Jaar in Jaar uijt beplant, met zo veel kanons op hunne affuijten, als men bij mogelijkheid daar op gebruijken kan; en wijl de quaade mousson hier zeer streng is, en vrij lang duurt, hebben de affuijten geduurende dien tijd geweldig veel te lijden: Dit geeft handen vol werke om maar alleen zo veel affuijten te doen aan maa „ken, als er gestaadig onbequaam worden, en het is op dien voet mogelijk dat men daar van een nieuw stel in voorraad krijgen kan; het geen nog „tans volstrekt nodig is, om dat men in tijd van nood Geen lange resistentie tewagten heeft van affuijten, die reeds lange op de wallen gestaa hebben, en schoon uijtterlijk nog goed, op veele plaatsen ingerot, of door de hitte der zonne Ge= „scheurt zijn: in de quaade mousson kan er tegens ons niets ondernoomen worden, en van de land zijde is het onmogelijk dat men eenige beweeginge tot een beleg tegens ons maken, kan„ waar van men niet in tijds zoude g'informeert, zijn: we verzoeken uw Hoog Edelheedens dier „halven verlof, om daar in verandering temogen maken, en in de quade Mousson alleen Gemon= „teert telaaten, de flank stukken, om tegens een overloop te zijn Gedekt; en dat we alle de overige stukken, Geduurende dien tijd, op de kanon bed„ „dings mogen doen neerstrijken, ten eijnde de 20 affuijten affuijten in de logies te kunnen bergen: Dit zou zonder eenige bedenking van Gevaar kun „nen Geschieden, om dat hier geen buijten werken zijn, die van de Hoofdwal moeten Gedekt worden, en dat alzo de faces van de bolwerken aan de land zijde, alleen geschikt zijn tot Contra batterijen in tid van beleegering: en dus zoude men hier de Arthillerije in zulk een staat kunnen onderhou= „den, dat men in tijd van nood daar op vertrouwen kan, daar men andersints met reede moet bedugt zijn, dat de affuijten ons eerder als de wal= „len begeven zullen: wij hebben nu reeds bij na onze affuijten en wielen vernieuwd; Hoe jammer zoude het zijn, dat dezelve niet lange in éen goe= „den staat bleeven; aan onze zijde zullen wij zorgen, dat dezelve Jaarlijks behoorlijk geteerd worden, maar ongemeen veel tot langer behoud van dezelve, zouden ook Contribueeren, indien uw Hoog Edelheedens ons het voorgeslagene in de quade Mousson geliefden te permitteeren: Eijndelijk vinden wij ons verpligt nog iets temelden nopens uw Hoog Edelheedens g'Eerde ordre vervat bij extract Generale Rezolutien des Casteels Batavia Genomen in Raade van Jndia, op den 16: Julij 1771: om voortaan Geene formeele of andere afbetalinge aan Jnlandse Militairen, in minderinge van hun te Goed behouden Gagien te doen, als alleen de ordinaire agt 204 agt Goede maanden in 't Jaar, waar van aan de zoldij Bediendens Copia ter hand Gesteld is, om tedienen tot hun narigt en observantie; maar dewijl de zoldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, ten dage on= „zen besoigne over uw Hoog Edelheedens Generale re= scriptie op den 3. februarij Joleeden derweegens een berigt overgeleverd heeft, waar bij wij te kennen Gaf, en vermeende, dat het in train brengen dier ordre hier, van onaangenaame Gevolgen zoude kunnen zijn, nu de oosterlingen hier reeds aan het Genie= „ten, van volle Gagie eenigen tijd lang Gewoon zijn, onder aanhaalinge, dat de oostersche Militairen alhier in vroegere tijden, Jaarlijks wel niet meer„ als 6: maanden waaren blijven staan, om reede „nen, dezelve Gezamentlijk hier op schuld reeke „ning, en te Batavia formeel liepen, dog dat in anno 1744: dezelve Gezamentlijk teegens de Re= geering waaren opgestaan, en dezelve, om zo te zeggen als Genoodzaakt hadden, om hien volle gagie smaandelijks telaeten verstrekken; en waarmeede zeedert tot dus lange is Gecontinueert welk voorsz: onaangenaam Geval verhandelt is bij Cochimse Rezolutie van den 21: Aug=o 1745: en bij missive van den 31: Januarij 1746: aan uw Hoog Edelheedens beschreeven; zo hebben wij hier op aanmerkinge genoomen, dat de ooster= „lingen hier dues aan de verstrekkinge van volle gagie reeds zijn gewoon geworden, en zoo men than thans vier maanden in het Jaar van hen wilde inhouden; dezelve wel ligt aan het muijten zou „den slaan; of tot Dezertie overgaan; dat ook de oostersche Militairen, zig thans hier moetende voorzien van ordentelijke monteeringe, namentlijk Rokken, Broeken en Hemden, Hunne Gagie te eerder noodig hebben, en boven dien zig meerendeels belaaden met vrouwen en kinderen, die ze van Ceilon terug komende meede gebragt hebben; welk een en ander bij ons overwoogen zijnde, hebben wij aen best: Geoordeelt, de uijtvoeringe der gem: ordre bij provisie te surcheeren, en uw Hoog Edelheedens onder toezending van Copia van voorsz: berigt, het voorenstaande ter kennisse tebrengen, en derzelver nader Gelerd Goedvinden te versoeken, zoo als wij in alle Eerbied doen bij dezen. Inmiddels hebben wij de Hooge Eere met de meeste eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere, en wel Edele Heeren /lager/: uw Hoog Edelheedens onderdaanige en Gehoorzame Dienaaren: /was getekend/ A: Moens en W: I: v: d: Graaf /:in margine:/ Cochim Den 7: Meij A:o 1772: /Nog lager/ P: S: Hier nevens voegen wij nog authen= „ticque afschriften, van de brieven en resolutie vermeld bij den onzen van den 4: Maart, dewelke daar bij maar alleen Geinsereerd zijn, en wij zullen de ori= „gineele ola van den koning van Cochim Zorgvuldig bewaren 205

NL-HaNA_1.04.02_10301_0142 view scan ↗

English

to preserve in order to always make use of them if necessary. The bookkeepers Kellensz and Benning having been occupied with the trade business later than had been thought, they were therefore able to begin pursuing their commission regarding the fraud committed in the trade books by Pieter Isaaksz, also later than had been thought in our letter of the 7th of January of last year. And whereas they were earnestly urged toward a speedy completion thereof, they seem to have hastened so much in that work compared to last year that, after this was already completed, they submitted their report, which appeared all too hasty to us, especially as they showed therein that in the financial years from 175 2/3 to 176 1/2 a considerably greater difference was found between the trade books and the specifications of various administrations than in the previous years, namely more in the books than in the specifications, with the declaration of not being able to show by how much the Company was truly harmed in those years, because the books were not only poorly kept, calculated, carried over, and balanced, but also, as well as the specifications, so scratched out and altered by Pieter Isaaksz's own hand, and several books and papers entered into the records as missing and lost, that it is impossible to unravel that tangled affair, and whether anyone other than the said Isaaksz had a part in it; and since, besides the aforementioned general expressions, it immediately struck our eye that they had neglected to confront the booklets of the outer offices against the books of Cochim and the accounts of the small treasury; we have therefore deemed it proper to hand that report back to them in order to re-examine everything with greater accuracy, to the end of not making that delicate matter more problematic through confusion and defective reports. As soon as they have completed the work on this, we will send their further findings to Your High Honours at the first opportunity. Agrees H Schutt Secretary To the Right Honourable, Worshipful Sir, Adriaan Moens Commander and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, and its dependencies. Right Honourable, Worshipful Ruling Sir! Pursuant to Your Right Honourable Worship's highly esteemed order, the undersigned, as express commissioners, proceeded to the fortress Coilan, and there, in the presence of the Junior Merchant and Chief there, Jean Rosier, accurately inspected the defects shown to us by the same, but found that no calculation can be made for them, since the sea constantly exerts more and more violence upon it, as is demonstrated below, namely: Near the battery behind the muster master's dwelling, the curtain wall has collapsed, and the point threatens to undergo the same, as no more than four feet of space was found, which is already undermined. The quay is also in a poor state, as it falls down more and more due to the heavy sea, and there are some underminings that cause collapses. Beside the point Dordrecht on the sea side, the foreground is also heavily undermined by the heavy sea and collapsed, so that the said place runs the same danger as the point and curtain wall of the battery. Under the point Mallabaar or flag point, a batardeau must be placed, as the beach is too low and the sea would unite with the moat, and this would put the point in great danger of collapsing; a large piece has also already fallen out of the wall due to the beating of the sea. Concerning the points on the land side, they require no other repair than cutting out the overgrown branches and bushes, and then plastering them again. The gate in the curtain wall Dordrecht needs to be renewed, as well as the platform above it, and the two gates that close off the powder magazine also need to be renewed. Concerning the buildings in general, they require repair to roofs, doors, windows, etc. Herewith we hope to have fulfilled our commission according to Your Right Honourable Worship's highly esteemed order, and in that confidence, they presume the honour, with all high respect, to call themselves, below was written: Right Honourable Worshipful Ruling Sir, lower was written: Your Right Honourable Worship's humble and obedient servants, was signed: J: van Asbeek. J: H: De Stip. J: W: de Graaf and A: van Eyk. In the margin: Cochim the 4th of March, Anno 1772. Agrees. H Schutt Secretary

Dutch transcription

bewaren om daar van des noods altoos Gebruijk te kunnen maken. De Boekhouders kellensz: en Benning laten als men gedagt had, met het Negotie werk g'occupeerd geweest zijnde, hebben dus, ook later als men bij ons schrijvens van den 7: Januarij J:o leeden Gedagt had, het kunnen beginnen met vervolgen hunner Com¬ „missie nopens de Gepleegde fraude bij de Negotie Boeken door Pieter Isaaksz:, En dewijlse tot een spoedige afdoeninge daar van met ernst aan gemaand zijn, zo schijnen zij zig in dat werk zo zeer in vergelijk van verleede Iaar, verhaalt te hebben, dat zij na dat dezen reeds vervaardigt was hun rapport ingaven, het geen ons al te schielijk voorquam, temeer ze daar bij aanthoon „den dat in de boekjaaren van 175 2/3. tot 176½ een Considerable Grooter verschil gevonden was tusschen de Negotie Boeken en de specificaties van diverse administraties als in de voorige Jaeren, teweeten meerder bij de Boeken, als bij de specificaties met betuijginge niet te kun „nen aantoonen, voor hoe veel de Comp: wezend= „lijk in die Jaaren benadeelt is, om dat de boeken niet alleen, qualijk gehouden, geteld, overgedragen en afgesloten, maar ook zo wel als de specificaties door Pieter Isaaksz: Zoda= „nig Geschraakt en eijgenhandig verandert, mits „gaders verschijde Boeken en papieren absent en tesoek 106 fo: 206. Nagezien Morijn te boek gebragt zijn, dat er gene mogelijkheijd is die verwarde affaire uijttepluijsen, en daar aan iemand anders deel heeft als gem: Isaaksz:; en dewijl ons behalven voorsz: Generaale uijtdrukkin „gen, al ten eersten in 't oog viel dat zij verzuijmt hadden de boekjes van de buijten Comptoiren tegen de Boeken van Cochim en de reek: van de kleene Cassa te confronteeren; zo hebben wij bekt Geoor= „deelt, dat rapport aan hun weder ter hand te stellen, om het een en ander met meerder accu „ratesse op nieuw nategaan, ten eijnde die neete „lige zaak, door geen Confuzie en vitieuze rappor „ten misselijker temaken zoo dra zij daarmeede gedaan werk zullen hebben Gekreegen, zullen hunne nadere bevin= „dinge uw Hoog Edelheedens bij Eerste gelegent „heijd toezenden. Accordeert H Schutt secret:s 06 E Aan den WelEdele Agtb: Heer, Adriaan Moens Commandeur en opperGebieder der Custe Mallabaar, met den resorte van dien. WelEdele, Agtbaare gebiedende Heer! Jngevolge UwelEd: Agtb: hoog gelerde ordre, hebben de on„ dergetekerdens als expresse Gecommitteerdens zig vervoegd, na het fortres Coilan, en aldaar ten overstaan van den Ondercoopman en opperhoofd aldaar Jean Rosier, de gebreeken naauwkeurig bezigtigd, die ons door den sib„ ven zijn aangetoond dog bevonden, als dat op deselve geen Calculatie te maaken is, terwijl de zee gestadig meer en meer op het zelve geweld doet, gelijk hier on¬ der aangetoond werd, namentlijk: Bij het waterpas agter de Musters wooning, is de Courtin ingestord, en de punk drijgd hetzelve meede te zullen ondergaan, terwijl niet meer als vier voeten spaatsie bevonden werd, die bereeds ondermijnd is. De Caaij is meede in een slechte staad, terwijl deselve door de zwaare zee, meer en meer vervald en eenige ondermijninge O ondermijninge zyn, die instortinge veroorzaaken. bezyde de punt Dordrecht aan de Zeekant, is de voor grond door de zwaare zee, meede sterk ondermijnd en ingestort, zoo dat gemelde plaats het zelve geva loopt, als de punt en Courtin van 't waterpas. Onder de punt Mallabaar of vlagge purck diend een beer gelegt te werden, terwijl de strand te laag is, en zig de zee met de gragt vereenigen zoude, en di de purt in groot gevaar van instortinge stellen„ ook is bereeds uijt de muur door het slaan der zee, een groot stuk uijtgevallen. Betreffende de punten aan de landkant, dezelve vorderen geen andere reparatie als de uitgewassen takken en bossen uijt te kappen, en als dan weder om te verlijsteren. De poort in de Courten Dordregt, diend vernieuw te werden, zoo meede den overloop die booven desel¬ ven is, en de twee poorten die het kruithuijs af„ „sluijten, dienen meede vernieuwd te werden: Betreffende de Gebouwen in't generaal, de¬ zelve vereisschen reparatie aandaken, deuren vengsters enz: Hier meede verhoopen onse Commissie na Um Ed Agtb: hoog gelerde ordre te hebben volbragt, in Nagesien en die vertrouwen, matigen zij hun de Eere aan, met alle hoog agting zig te noemen; /:onderstond:/ WelEdele Agtb: Gebiedende Heer /:lager :/ Uisel Edele Agtbaaries Onderdaanige & gehoorsaame dienaaren /was Getek:/ J: van Asbeek. J: H: D: stip. J: W: de Graaf en A: van Eyk. /: in margine:/ Cochim den 4. ' Maart. A=o 1772. RSchult Schemering Accordeert. secret:s n de Uroe 12 2135 8 E d 2. hmer luuers - n yhun E e E 8 v „8 9 s Ee 5 2 Lura ƒ e 6 d„ e E 2 e 2 & en . . D. O. 8 e

NL-HaNA_1.04.02_10301_0157 view scan ↗

English

Today, the first of February Anno 1742. Appeared before me, Abraham Rudolff Schutz, junior merchant and secretary of policy of this Malabar Commandery, under the authority of the Right Honorable Adriaan Moens, Commander and supreme ruler of the just-mentioned coast, as well as Canara and Wingurla, in the presence of the after-named witnesses: The Valiant Captain-Lieutenant Anthonij Bekker, having resided in Cochim and possessing full knowledge thereof for 28 years. The titular junior merchant and paymaster Coenraad George Seijffer in Cochim, 25. The master of equipment Lourens Buijs, 18. The junior merchant and first sworn translator Simon van Jongeren, 30. The ensign Godliep Jorge Gebhard, 26. Hendrik Dedel, 24. The head surgeon Louis Quintin Martinzaart, 28. The ordinary pyrotechnician Andries van Eijk, 15. The bookkeeper and first clerk Johan Andries Daimichen, 20. The steward Hendrik Dirkz, 20. The beach master Jacobus Coenraadsz, 32. The Cranganore Resident Willem Lucasz, 16. The sworn clerk Adriaan Poolvliet, 20. Who, at the requisition of the Right Honorable Commander and supreme ruler of this coast mentioned in the heading hereof, together and each in particular, attested and declared that the curtain wall from the point Overijssel up to the river gate, upon their arrivals and during the time that each of the attestants has been here in Cochim, has leaned over on the inside, or toward the Sloterdijk, just as can still be seen today, so that it appeared to the eye all these years as if it threatened to collapse into the Sloterdijk, but that it has remained standing as such all these years, and none of the attestants can see that any worsening or greater inclination has occurred, but only that down at the Sloterdijk, due to the sailing in and out of vessels, the wall has been hollowed out somewhat more. With which the joint attestants concluded their declaration with the affirmation that the same contains the pure and sincere truth, giving as reason of knowledge that it caught the eye of each of them upon their arrival, and they thus recall the condition thereof very well, remaining prepared to solemnly confirm this their attestation by oath, if so required. Three identical engrossments hereof having been issued. Thus done and attested within the city of Cochim at the secretariat of policy on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Carolus van der Sloot and Pieter Schemering, clerks, taken as witnesses hereto. Was signed: A:o Bekker, C: G: Seijffer, L. Buijs, S: v: Jongeren, G: G: Gebhardt, H: Dedel, L: Q: Martinsart, A: v: Eijk, J: A: Daimichen, H: Dirks, J: Coenraadsz, W: Lucasz, and A: Poolvliet. In the margin: present before us, was signed: A: J: D: Sloot and P: Schemering. Lower: known to me, was signed: A: R: Schutz, secretary. Agrees. Secretary. 211 Batavia To His High Nobility, The High Noble, Right Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General Together with The Right Honorable Councilors of Netherlands India High Noble, Right Honorable, Sovereign Lord, Right Honorable Lords. By this we take the liberty, in the hope of a favorable interpretation, to most respectfully address Your High Nobilities concerning the item of our income, to which we could not conveniently give a place in the separate letter dispatched today. The private trade granted to us by Your High Nobilities by separate missive of 25 December 1770 we justly regard as a mark of favor, which obliges us to gratitude; but since the trade of the Company is beginning to be on such a good footing that, had our full demand been able to be satisfied, this year would have been very profitable for Her Nobility, and we flatter ourselves, not without foundation, that the trade will increase more and more and improve in several articles, to which the advantageous location of this place gives much hope, and we promise Your High Nobilities that we shall strive to contribute everything with zeal and loyalty, and thus also renouncing all self-interest, that is in any way dependent on us; we would therefore rather not profit from Your High Nobilities' aforesaid mark of favor, just as the first signatory, since his arrival here until now, has made no use of it, so as to have no other interest than to promote the Company's interests to the utmost of our power. We therefore take the liberty to most respectfully request Your High Nobilities that we may once again enjoy the gratuity granted by Your High Nobilities by resolution of 9 April 1764 to the Commander and Second, and since increased to five percent, whereby the interest of the two first servants of this Coast, who actually manage the trade of the Company, to the interest of Her Nobility in the

Dutch transcription

Heden Den Eersten Februarij A„o 1742. Compareerden voor mij Abraham Rudolff Schutz onderkoopman en secretaris van politie deeses mallabaarsen Commandements onder het gezag van den wel Edele Agtb: heer Adriaan Moens Commandeur en oppergebieder der even gem: kuste, mitsgaders Canara en wingurla present de naargenoemde getuijgen/ Den Manhaften heer Anthonij Bekker Capitain Luitenant militair te Cochim verblijf gehouden hebbende en volkomen kennisse dragende 't zedert 28. Jaeren. Den Tit:r onderkoopman en zoldij boekhouder Coenraad George Seijffer op Cochim - - - - - - - 25. _=o Lourens Buijs. . . . _=o. . - 1. 8. _=o Den Equipagiemeester Den onder koopman en Eerste gesw: Translateur Simon van Iongeren _=o - - - - - — 30 _=o Den vaandrig Godliep Iorge Gebhard - - - - - - _=o - - - - - - 26. _=o —=o Hendrik Dedel _o. 24. _=o Den opperchirurgijn Louis quintin Martinzaart - - - - _=o - - - - -. 28. _=o ce Den ordinair vuurwerker. Andries van Eijk - - - - - - _=o - - - - — 15. _=o „ boekhouder en Eerste Clerc Iohan Andries Daimichen - _o - - - - - 20. _o _=o „ Dispencier Hendrik Dirkz - - - - - - 20. _=o _=o „ strandwagter Jacobus Coenraadsz: - - - _=o - - - - - 32. _=o „ _=o „ Cranganoorse Resident Willem Lucasz. _o 16. _=o _o 20: _o _=o „ gesw: klerk Adriaan Poolpliet. Dewelke ter requisitie van den wel Edele Agtb: heer Commandeur en oppergebieder de„ „zer custe in den hoofde deses gemeld, te samen, en ieder in 't bijsondere attesteerden en verklaarden, dat den gardijn muur van de punt Overijssel tot aan de revier poort, met hunne komsten, en geduurende den tijd, dat een ieder der attestanten hier op Cochim is geweest, heeft overgehangen en de binnen kant, of na de slotordijk, zodanig als heden ten dage nog te sien is, invoegen het zug al die jaaren aan het gesigt heeft vertoont of die dreijg de in de sloterdijk te storten dog datse al die jaaren, sodanig is blijven staan, en geen der attestanten kan sien, dat daar aan verergeringe of meerder overhellinge is gekoomen maar dat alleen onder aan de Slooterdijk, door het uijt en invaren der vaartuijgen, de muur wat meerder uijtgehalft is. Waar meede de gesamentlijke attestanten hunne verklaaringe eijndigden met „betuijging deselve te behelsen de suijvere en opregte waarheijd, gevende reeden van weetenschap „ „ Nagetien CReijs weetenschap dat een ieder van hen, het bij hunne komste, is in 't oog gevallen, en hem dus de gestelheijd derselver seer wel heugd, bereijd blijvende, dit hun g'attesteerde Eede solemneel te bekragtiegen, des begeerd werdende. zijnde hier van afgegeven drie eensluijdende Grossen. Aldus Gedaan en geattesteerd binnen de stad Cochim ter secretarijs van politee ten daige maand en Jaere voorm: in presentie van Carolus van der sloot en Pieter Schemering Clercun als getuijgen hier toe genoomen. /was getl:/ A:o Bekker C: G: Seijffer. L Buijs. S: v: Jongeren. G: G: Gebhardt H: Dedel Z: G: Martinsart A: v: Eijk J: A: Daimichen H: Dirks. J: Coeraadsz: W: Lucasz: en A: Poolgliet. / in margine / ons present / was geteekend/ A: J: D: Sloot en P: Schemering. /laager in mijn kennisse /was getl: / A: R: Schutz. Schret Accordeert. secret:s 211 Batavia Aan Zyn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele, Groot Agtbaare, Wijdgebiedende Heere Wel Edele Heeren. Bij dezen gebruijken wij de vrijheijd uw Hoog Edelheedens in hoop van Gunstige welduij „dinge op 't Eerbiedigste te onderhouden, over het articul van onse Jnkomsten, dat wij in de Heden afgaande apparte Brief niet wel voegelijk plaats wisten tegeven. De door uw Hoog Edelheedens ons toegestaane particuliere handel, bij aparte Missive van den 25: xber: 1770: merken we billijk aan, als een Copia Apart Gunst 211. a a ƒ 12 1 May 172 En gunstbewijs, het welk ons tot dankbaarheid ver= pligt; dog wijl den Handel van de Comp: op zulken goeden voet begint testaan, dat indien onsen vollen Eijsch had kunnen voldaan worden, dit Jaar voor Haar Edele zeer voordeelig zoude geweest zijn, en we ons niet zonder Grond vlijen, dat de Handel meer en meer zal toeneemen en in verschijde articelen gelegentheijd verbeeteren, waar toe de voordeelige dezer plaats zeer veel hoop Geeft en we uw Hoog Edelheedens belooven, dat we met ijver en trouwe dus ook met afsien van alle eijge belang, daar toe alles zullen zoeken toetebrengen, wat maar eenigzinds van ons afhangelijk is; zo willen wij van voorsz: uw Hoog Edelheedens Gunst bewijs liever niet profiteeren, gelijk dan ook den Eerst getekende 'tzedert zijn komste alhier tot nog toe, daar van Geen Gebruijk Gemaakt heeft, om alzo geen ander in treft te hebben als Comp:s belangens naar uijtterste vermogen te bevorderen. Wij neemen, dierhalven de vrijmoedigheijd uw Hoog Edelheedens zeer Eerbiedigste versoeken, dat wij wederom mogen Genieten het douceur, door uw Hoog Edelheedens bij resolutie van den 9: April 1764: aan den Commandeur en secunde toegelegt en zedert tot vijf ten hondert vermeerdert, waar door het belang van de twee eerste Bediendens dezer Custe, die eijgentlijk den handel van de Comp: bestieren, aan het intrest van Haar Edele op het

NL-HaNA_1.04.02_10301_0163 view scan ↗

English

remains closely tied, and everything is prevented that might give cause to any private interest, which cannot always be well combined with the interests of the Company. Furthermore, we request permission to represent to Your High Excellencies, and to assure in good conscience, how the necessary and unavoidable expenses, especially of the first undersigned, run quite high here, apart from the outward appearances which cannot be omitted without causing much talk, to which also contributes greatly the constant arrival of foreigners, and among them often very respectable people who are accustomed to being properly entertained, which does not happen without expenses; one is even ashamed to represent all of this in such a manner, yet it is truly so. The granted commission of 5 per cent on the sales alone gives, in comparison, a very limited and, if we may say so, insufficient livelihood, just as has already been shown to Your High Excellencies with the reasons thereof by the late Honorable Mr. Senff in his treatise on Malabar; and we hope that Your High Excellencies, out of consideration of this, will be pleased to excuse our taking the liberty very humbly to request Your High Excellencies that the granted commission on sales, through the goodness of Your High Excellencies, may also be extended to the purchase of pepper, in order to be able to subsist and have no need to occupy ourselves with anything else than fulfilling our duties toward the Company, which we hope, through our zeal to do well, to recompense abundantly in its increased profits. Meanwhile we have the high honor to remain with the greatest respect, High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Gentlemen and Noble Gentlemen, Your High Excellencies' humble and obedient servants. Was signed: A. Moens and W. S. van der Graaf. In the margin: Cochin, the 1st of May 1772. Agrees, H. Schutt, secretary Per Westfriesland from Cochin N.

Dutch transcription

212 het nauwste verknogt blijft, en voorgekomen word, alles wat aanlijding Geven kan tot eenig afzon „derlijk intrest, het welk niet altoos met de belan= „gen van de Comp: wel te Combineeren is. Nog versoeken we herlof om uw Hoog Edelheedens temoogen vertoonen, en na Gemoede te verzeekeren, hoe de nodige en onvermijdelijke verteeringen in zonderheijd van den Eerst Geteekenden, hier vrij hoog loopen, behalven de uijtterlijkheeden, die zonder veel opzien niet natelaaten zijn, waar toe ook zeer veel contribueert het gestaadig aankoomen, van vreemde en daar onder al veeltijds zeer honette lieden, die Ge „woon zijn ordertelijk onthaelt teworden, het geen niet zonder kosten toegaat men is zelfs beschaamd om dat alles zo te vertoonen; dog het is waarlijk zodanig: De toegelegde provitie van 5: p:r C=to op den verkoop alleen, Geeft in vergelijk daar van een zeer bepaald, en als we het zeggen mogen, Geen toerijkend bestaan, zo als zulks, door wijlen Den Edelen Heer Serff bij desselfs verhandeling over de Mallabaar„ met de reedenen van dien, uw Hoog Edelheedens reeds vertoont is, en we hoopen, dat uw Hoog Edel „heedens ons uijt Consideratie van dien zullen gelieven ten goede tehouden, dat we de vrijheijd gebruijken, Hoogst Dezelve zeer ootmoedig tever „doeken, dat de toegestane provisie op den ver „koop door de goedheijd van uw Hoog Edelheedens, ook tot den inkoop van de peper moge werden uit Nagezien„ J„Morijn uijtgestrekt, om te kunnen bestaan, en niet nodig te hebben ons met iets anders te bemoeien; als met het volbrengen van onze pligten omtrend, de Comp die wij hoopen door onzen ijver om wel te doen, in hare meerdere winsten dit rijkelijk te zullen ver „goeden. Inmiddels hebben wij de Hooge Eere met de meeste Eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere En wel Edele Heeren! /lager/ uw Hoog Edelheedens onder da= „nige en Gehoorzame Dienaren /was getekend/ A: Moens, en W: S: v: d: Graaf, /:in margine:/ Cochim Den 1: Meij 1772: Accordeert H Schutt secret:s P„r Westfriesland van Couchim N. -

← previous