Inventory 3549
Surat · 1,022 pages · 183 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
3141 Surat East Indies 3 32 378 List of Papers Original missive from Director van de Graeff and Council to the Assembly of Seventeen, dated 31 December 1779 List of Separate Papers 30. Copy of separate missive from Director van de Graeff alone to the Governor-General and Council, dated 31 December 1779, together with: Translation of a Persian petition by the Company's brokers to the City Governor 35. Memorandum of ships and vessels from 26 December 1778 to 28 December 1779 that arrived both at Bombay and Surat, with their cargoes 43. Secret resolutions of 15, 18, and 22 November 1779 144. Copy of missive from Director van de Graeff and Council to the Governor-General and Council, dated 31 December 1779 301. Resolutions from 2 December 1778 to 29 November 1779 302-313. Copies of English missives, mostly from R. H. Boddam, Chief of the English nation, together with the Council, received in 1779 both by Director van de Graeff alone, and with and alongside the Council 328. Translations of the aforesaid missives 367. Copies of missives written in 1779 both by Director van de Graeff alone, and with and alongside the Council, to various Chiefs of the English nation 369. Account of powdered sugar sold in 1778/9 370-377. Brief representation of the true state of the Company in Surat as of the last day of August 1779 378-380. Report of the debtors and creditors as of the last day of August 1779, with their decisions List of Letters and Papers sent over from Surat, 1780. 31. 32 36 44 145 314 329 368 Collated A. and 381-382. True yield of trade in the book year 1778/9 383-384. Verdict of the Council of Justice at Surat against the former Director M. J. Bosman regarding desertion, dated 17 April 1777, with the approval of the 19th of the same month 385-386. Register of the following papers belonging to the dispute over the toll-free export of Company goods with the English Government 387-388. Copy of English missive and translation from the English Chief and Council to the Director and Council at Surat, dated 18 February 1759 389-393. Ditto, ditto, ditto, from and to the same, dated 25 January 1765 394-395. Three extracts from the memorandum of the late Councillor Extraordinary Schreuder 396-418. Fourteen copy translation Firmans 419-420. Copy of English missive and translation from the English Chief and Council to the Director and Council at Surat, dated 13 August 1762 421-422. Ditto, ditto, list and translation of the demands of the Nawab 423-424. Ditto missive from the Director and Council at Surat to the English Chief and Council, dated 23 September 1762 425-429. Two ditto English missives and translation from the English Chief and Council to the Director and Council of Surat, dated 19 and 24 September 1762 430-431. Extract from the memorandum of the late Councillor Extraordinary Senff 432. Translation of Persian petition List of such papers as are dispatched today with the ship Europa to Ceylon for further forwarding to the Netherlands, namely On this register No. 1. An original missive to the Right Honorable Gentlemen Mayores in the Fatherland, dated the 2nd of this month, 31 December 1779 2. A packet with separate letters and enclosures dispatched by the Director to their Right Honorables 2½. 3 secret resolutions 3. Copy of the general missive to their Right Honorables of today's date 4. Resolutions from 2 to 28 December 1778 5. Ditto from 7 January to 29 November last 6. A bundle with copies of letters received from foreign nations 7. A ditto with copies of letters sent to the same 8. A sugar account of the powdered sugar sold in the year 1778/9 9. A brief representation of the state of this office as of the last day of August 1778/9 delivered. No. 10. A report of the debtors and creditors as of the last day of August 1779, with the decisions thereon set in the margin 11. A true yield of trade in the aforesaid book year 12. Answered requisition from the Fatherland for the year 1779 13. Extract invoice of the goods that have been loaded in this vessel for the Netherlands 14. Copy of verdict by the Council of Justice against the former Director Bosman regarding desertion 15. Bundle of papers according to a separate register concerning the present dispute with the English Government over the toll-free export of the Company's goods 16. Copy of general advices to their Right Honorables of 30 April and 25 December 1776, in a separate packet addressed to the Chamber of Zeeland, with and alongside a covering letter enclosed therewith Surat, 31 December 1779 E. A. Wiardt, Secretary 1 C. August 1779 margin book vessel the to a 2 Fatherland To the Right Honorable Gentlemen Directors. Deputed to the Assembly of Seventeen representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber. Right Honorable Gentlemen Amsterdam With the arrival of the ships Europa and Honkoop, we had the honor on 22 November to receive Your Right Honorables' most esteemed missive of 9 October 1778, accompanying the extracts from their own General Missive of 25 September and 9 October of last year. To these, our humble answers are set in the margin, and
Dutch transcription
3141 Sourats O: E: 3 32 378 -Register der Papieren en Raed 6 Origineele missive van den Directeur van de Graeff ^ aan de Vergad. van 17:e in dato 31 december 1779 - Register der Aparte papieren 30. Copy aparte missive van den Directeur vande Graeff alleen aan Generael &. Raden in dato 31 decbr 1779. neevens. Translaat Persiaansch versoek schrift door Comps Ma„ kelaers aan den stad Gouvern. r 35 Memorie van Scheepen en vaertuygen zeedert 26 december 1778, tot 28 december 1779 Zo te Bombaij als souratte aangekoomen met dies ladingen „ 43 secreete Resolutien van 15, 18 en 22 November 1779 „ 144 Copy missive van den Directeur van de Graeffen Raed aan Generael en Raeden in dato 31 december 1779. 301 Resolutien zeedert 2 december 1778 tot 29 Novbr. 1779. 302 „ 313 Copy Engelsche missives de meeste van R. H. Boddam Chef der Engelsche natie beneevens den Raed zoo aen No„ den Directeur van de Graeff alleen, als met en benee„ „vens den Raed. in 1779 ontfangen 328. Translaten van eevengem: missives. 367 Copy missives zoo van den Directeur van de Graeff alleen als met en beneevens den Raed aan diverse Opperhoofde der Engelsche natie in 1779 geschreeven „ 369 Reekening van verkogte Poeder suiker in 1778/9. 370 „ 377. korte vertoning van den waere staet der Compagnie in Souratte onder Ult:o Aug. s 1779. 378 „ 380 Berigt der debiteuren en Crediteuren onder ult:o Aug:s 1779 met dies besluijte. Register der Brieven en Papieren van Souratte overgekoomen. 1780. a . . 31. 32 36 44 145 314 329 : 368 Coll A. . .. en 382 Waere Rendement van den handel in't Boekjaer 1778/9 „ 384. Vonnis van den Raed van Justitie te souratte teegens den geweesen Directeur M. I. Bosman over desertie in do. 17 April 1777 met de approbatie van 19 dito 336. Register der volgende Papieren gehoorende tot de kwestie„ over de Thol, vryen uytvoer van Comp. goederen met het Engelsch Gouvernement. 388. Copy Engelsche missive en Translaat van 't Engelsch Opper „hoofd en Raed aan den Directeur en Raed te souratte in dato 18 February 1759. 393 d. o d. o d:o van en aen als eeven in dato 25 Jan. 1765. 395 drie Extracten uyt de memorie van wylen den Heer Raed brd. Schreuder. 418. Veertien Copy Translaet Firmans 420 Copy Engelsche missive en Translaet van 't Engelsch Opperhoofd en Raed aan den Directeur en Raed te Souratte in do. 13 Aug. . 1762 422 d. o d=o Lyst en Translaet der Eysch vanden Nabab. 423 „ 424 d:o missive van den Directeur en Raed te souratte aan 't Engelsche Opperhoofd en Raed in dato 23 September 1762. „ 429. Twee d. o Engelsche missives en Translaet van het Engelsch Opperhoofd en Raed aan den Directeur en Raad van Couratte in datis 19 en 24 Septb r 1762. 430 „ 431 Extract uyt de memorie van wylen den Heer Raed Extraord:s Senff. 432 - - - - Translaat Persiaans versoek schrift. 381 383 385 387 „ 389 394 „ „ 419 396 421 „ 425 Register van zoodaanige Papieren als op heeden met het schip Europa na Ceijlon ter verdere bestelling na Nederland worden afgezonden, als op Dit register N=o 1 Een origineele misisive aan de welEdele Hoog Agtbaare Heeren Majores in het patria gedaa„ teerd den 2e: deezer 31 dec: 1779 „ 2 „ pacquet met apparte brieven en bijlaagen door den Heer Directeur aan hunne Hoog„ Edelheedens afgezonden. 2½ 3 secrete Resolutien 3 Copia gemeene Missive aan Hunne HoogEdel„ „ „heedens van heedigen datúm. DResolutien van den 2:e tot den 28:e December 1778. _:o van den 7:e Januarij tot den 29:e No„ 5 „vember J:leeden „ 6 Een bondel met copia ontfangene brieven vande vreem„ de Natien. „ 7. „ _:o met copia afgegaane brieven aan dezelve „ 8. „ zuijker reekening van de verkogte poeder suijker in het Jaar 1778/9 9 „ korte verthooning van den staat deezes Comp„ „ „toirs onder Ult=o aug:s 1778/ chia besteld. N=o 10 Een berigt der Debiteuren en Crediteusen onder ulto Aug=s 178 met de besluijten daar op in margine gesteld. „ 11 „ waar Rendement van den Handel in het voorsz Boek „Jaar Pallus „ 12 „ beantwoorde Patriasche Eijsch voor A:o 179 Pastug „n 13 „ Extract Factuur van de goederen die in deesen Bodem voor Neederland zijn afgelaaden „ 14 „ Copia vonnis door den Raad van Justitie teegens den gew: Directeur Bosman over Desertie. — „ 15 „ Bondel met papieren volgens een apar te register over de teegengswoordige Questie met het Engelsch Gouverne„ „ment over den Tolorijen uijtvoer van 's Comp: s Goederen. — „ 16 copia gemeene Adwijsen aan Hunne Hoog Edel„ „heedens van den 30:e April en 25e December 1776. in een appar „pacquet aan de kaamer Zeeland geaddresseert, met en benee„ „vens een gelijde briefje daar„ bij ingeslooten. — Souratta den 31=e December 1774: E: A: Wiardt Sec:s 1 C. Aug:s: 1789 agine Boek Bodem den te a 2 Patria Aan de Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen. Gedeputeerd ter vergadering van Seeventienen representeerende de Generaale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost-Indische Kompagnie ter praesidiale Kamer. Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren Amsterdam Met de komst van de scheepen Europa en Honkoop hebben we op den 22=e November de eere gehad te ontfangen U Wel Edele Hoog Agtbaare zeer g'eerde Missive van den 9=e October 1778 ten gelijde van de Extracten uijt Hoogst Der zel„ „ver Generale Missive van Den 25:e September en 9=e October des Voorleeden Jaars. Op de zelve zijn onse nedrige antwoorden in margine gesteld, en chia
English
and inserted in the letter that departs today for Batavia, which in copy accompanies the present among the appendices. Among the appendices that accompanied the aforementioned missive, we have also received two extracts from the memorandum of remarks and considerations made on the pay books, one of 16 April and the other of 31 December 1778, which have been answered in the margin by the pay bookkeeper and are thus forwarded to Batavia. Further received among the aforementioned appendices is an extract from Your Right Honorable Lordships' esteemed resolution of 5 October 1778 regarding the poor condition of the linens from most of the Western factories. We hope that this does not apply to the Surat linens, but we shall nevertheless continuously maintain all possible oversight in this regard, and to that end the requisite orders have been renewed. The copies of the letters sent to Their High Mightinesses on 30 April and 25 December 1776, pursuant to what was shared in our respectful letter of 29 December 1778, are transmitted herewith, addressed to the Chamber of Zeeland. In fulfillment of Your Right Honorable Lordships' respective demands of 11 November 1776 and 16 October 1777, there are now shipped with the vessel Europa to Ceylon, for further conveyance, all such goods as appear in the accompanying extract invoice, the one and the other amounting to the sum of ƒ151366. 2. -. The white Berampaats, long 21 and wide 1½ ells, were manufactured last year at 88½ rop.s the corge, but because Your Right Honorable Lordships, in the demand of anno passato, were pleased to fix the length thereof at 25 ells, we have had the same manufactured accordingly, and on account of this one ell greater length, 92. 1/8 rop.s per corge was paid for it. Furthermore, we accompany this with our copy resolutions of 7 and 25 December 1778 and from 7 January up to and including 29 November of this year, together with a sealed packet of separate letters and appendices; and further with such other papers as appear on the attached register. From the copies of the general and separate letters of last year, and those departing today for Their High Mightinesses, Your Right Honorable Lordships will see that the English government, since the beginning of the last preceding monsoon, has effectively hindered us in the exercise of an ancient and well-established right, which the Company has had and exercised at Surat almost from its first arrival, namely to be allowed to subsequently export the goods that have paid duty upon import, without toll being paid for them a second time. We first exchanged several letters regarding this with the English Chief and Council at Surat. The latter, after having kept us waiting quite a while for their answer to our complaints, finally asked us on 12 February to exhibit to them the firmans showing the right that we claimed. We answered them thereupon by letter of 22 February that we were willing to do this. We named to them the firmans that we would send and proposed to them to arrange a mutual meeting for the exhibition thereof, and because they had also asked us for copies of our firmans, we sent them transcripts thereof in the original language. We even inserted in our aforementioned letter the translation of these firmans, in so far as the contents thereof principally pertain to this dispute. Thereupon the English Chief and Council at Surat altered their demands, and by their letter of 28 February extended them to all our firmans. They said that they had to see them all together in order to properly judge our right, and, what is more, they wanted us to send them to them, so that they themselves could have copies made thereof. These demands were utterly unjust. We demonstrated this to them and pointed out that we neither could nor were permitted to consent to this, and thereupon we received a very confused reply on 20 March. The not sending of the firmans in accordance with their demand was made out by the English as though we had thereby deprived ourselves of the effect of these proofs on this occasion, and they said that they had therefore judged the matter on other grounds. The guarantee of our privileges which the English Company took upon itself in the year 1759, and further confirmed in the year 1765, they restricted solely to those privileges of which we were in actual possession at the time the English Company took possession of the Surat Castle, and they said that since they had found that we did not possess the privilege we now claimed at that time, they could not grant it to us now on that account either. We were therefore obliged to bring the complaint regarding this before the Governor and Council of Bombay. To these we pointed out in our letter of 30 April how erroneously their Chief and Council at Surat had framed their decision. We demonstrated to them therewith that it runs completely counter to the content of the guarantee which the English Company took upon itself when taking possession of the Surat Castle, to interpret the same as
Dutch transcription
en geinsereerd bij de brief die heeden na Bataoia afgaat, en die in Copia onder de bijlagen deeze verzeld. Onder de Bijlagen die voorsz: missive hebben verzeld: hebben we ook ontfangen twee Extracten uijt de memorie van remarques en Consideratien gevallen op de Zoldij Boeken, het eene van den 16 o April, en het andere van den 31=e December 1778. die door den zoldij Boekhouder in margine beantwoord zijn en zodanig na Batavia over„ „gaan. Nog is onder de voorsz: Bijlagen ontfangen Een Extract uijt UWel Edele Hoog Agtbaar„ „heedens g'eerde Resolutie van den 5=e October 1778 nopens de slegte gesteldheid der lijwaten van de meeste Westersche Comptoiren. We hoopen niet dat dit tot de suratse lijwaten betrekking heeft, dog we zullen niet te min bij aanhoudendheid alle mogelijke toezigt daar omtrent houden, en zijn ten dien eijnde de vereijschte ordres hernieuws. De Afschriften der brieven aan Hun Hoog Edelheedens op den 30. e April en 25. December 1776 afgezonden, gaan ingevolge het bedeelde bij onse eerbiedige van den 29=e December 1778, nevens deesen over, geaddresseert aan de Kamer Zeeland. In voldoening van UWel Ed: Hoog Agtbaar„ heedens resp: Eijschen van Den 11. ' Novem„ ber 1776, den 16. e October 1777. gaan thans met het 3 het schip Europa na Ceijlon, ter verderen Ver„ „zending Over, alle zodanige goederen, als bij de nevens gaande Extract Factuur bekend. staan, het een en ander ten bedragen van ƒ151366. 2. -. De Berampaats witte lang 211. en breed 1½ elle zijn in het voorleede Jaar aangemaakt tegens rop=s 882 het korgie, dog om dat U Wel Edele Hoog Agtbaarheedens bij den Eijsch van Anno passato de lengte daar van hebben gelieven te bepaelen op 25. Ellen, hebben we de zelve zodanig laaten aanmaken, en uijt hoefde van deeze een El meerdere lengte is daar voor be„ „taalt rop. s 92. /8 't Corgie. Wijders doen we deeze verzellen van onse Kopia Resolutien van den 7:' den 25: December 1778 en van den 7:e Januarij tot en met den 29=e November deeses Jaars, neevens een geslote Pakket met aparte brieven en Bijlagen; en wijders van zodanige verdere papieren als op het bijgevoegde Register bekend staan. Bij de kopij gemeene en apparte brieven van voorleede Iaar, en die heeden aan Hunre Hoog Edelheeden afgaan, zullen U WelEdele Hoog Agtbaarheeders zien, dat de Engelse Re„ „geering zeedert het begin van de jongst voorgaande mousson, ons met der daad heeft belet de exercitie van een oud en wel herbragte regt, dat de komp: van hia 1 avice a der ber rgne over„ langen „ tober aten de ten g de ber van bijna haare eerste komst af te suratte gehad en geoeffent heeft, om namentlijk de goederen die bij in voer vertolt zijn, vervolgers te mogen uijtvoeren zonder dat daar voor andermaal thol word betaelt. Wij hebben daarover eerst verscheijde brieven gewisselt met de Engelse Chef en Raad te suratte. Deeze na dat ze ons vrij wat na hun antwoord op onze klagten, had den doen wagten, vroegen ons eijndelijk den 12. e Februarij om aan hun te doen ver„ „toonen de firmans aanwijzende het regt dat we reklameerden. We hebben hun daarop bij brief van den 22. febr: geantwoord, dat we dit doen wilden. We noemde hun de firmans die we zenden zouden en stelden hun voor om tot het ver„ „toonen daar van een weder zijdse bij eenkomst te beleggen, en wijl ze ons ook hadden gevraagt kopijen onser firmans, zonden we hun afschriften daarvan in de oorspronkelijke taal. We inser„ „reerden zelfs in voorsz: onse brief de vertaaling deezer firmans, voor zoo verre den inhoud daarvan tot deese kwestie voornamentlijk behoort. Hierop veranderde de Engelse Chef en Raad te suratte„ hunne Eyschen, en strekten die bij hunne brief van den 28. ' Februarij uijt tot alle onse firmans. zij zijden dat ze die allen te saamen moesten zien, om van ons regt behoorlijk te kunnen oordeelen, en ze wilden wat meer is, dat we hun die zouden toe zenden, ten eijnde ze zelve daar van kopijen konden doen maaken. Deese Vorderingen waeren 4. waeren ten eene maal onregtmaatig: We toonden hun dit en weezen aan, dat we daarin niet konden nog mogten bewilligen, en hierop ontfiengen wij den 20. e Maart een zeer verward antwoord. Het niet zenden der firmans over eenkomstig hunnen Eijsch deeden de Engelsen doorgaen, als hadden we ons zelve daardoor berooft van het effekt dee„ „zer bewijzen in deese geleegertheid, en zij zijden, dat ze daarom de questie uijt andere grondene hadden beoordeelt. De guarantie onzer voorregten die de Engelse komp:s in het jaar 1759 op zig genoomen heeft, en in het jaer 1765 naader heeft bekragtigd, beperkten zij tot alleen die voorregten, waar van we geweest waeren in de daadelijke pos„ „sessie, ten tijde de Engelse komp:s bezit genoomen heeft van het surats Kasteel, en zij zeijden, dat wijl ze bevonden hadden, dat we ter dier tijd niet bezeeten hadden het voorregt dat we nu reklameer„ „den, ze het ons ook uijt dien hoofde thans niet konden toestaen. VWe hebben daarom de klagte daro ver moeten brengen voor de Gouverneur en Raad van Bombagj Aan deese hebben we bij onze brief van den 30 April aangeweezen, hoe verkeerd hunne bhef en Raad te suratte hun besluijt hadden opge„ „maakt. We hebben hun daarbij vertoond, dat het ten eenemaal teegens de inhoud van de guaran¬ „tie, die de Engelse Comp:s bij het in bezit neemen van het sirats Kasteel op zig genoo„ „men heeft, aan loopt, om de zelve gelijk de te
English
the Surat Council had done, to restrict it only to such privileges of which we were in actual possession at that time, and that it consequently did not matter whether we were actually enjoying the privilege in question at that time or not, but that we nevertheless, had their Surat Council asked us afterwards, could have provided them among other things with a very decisive proof that must be found in their own archives, and could have rectified their notions on that matter, since the same would have shown them that this right was not only exercised by us in the year 1762, and thus several years after the capture of the Castle, but that it was also clearly recognized at that time by themselves and by the Nabab. The Governor and Council of Bombay thereupon gave orders to the Surat Council to be satisfied with our offer, and consequently to have the original firmans collated at a mutual meeting against the copies which we had already sent them in proof of this right. This has since taken place on 26 August, and as the contents of these firmans, insofar as they particularly pertain to this question, were already known to the Bombay Council from the translations inserted in our aforesaid letter of 22 February, we believed we had reason to trust that they would have rested content with these proofs upon finding that the original firmans agree with our aforesaid translations, and that they do agree seems beyond doubt, because they otherwise ought to have pointed out the discrepancies to us, as we requested in two letters written by us to Bombay since then, dated 6 October and 27 November. But the outcome has shown that, however clearly the Governor and Council of Bombay see our right so as not to dare dispute it, they are nevertheless unfair enough to prevent us from it for the present and for as long as it is in their power. In a letter of the 18th of this month, delivered to us on the 25th, they state, after first acknowledging the receipt of our letters, that they have fully considered every paper relating to the privilege we claim, and that it appears indisputable that we have repeatedly paid the tolls now in dispute, and further that it is by no means proven to their satisfaction that our firmans grant us any right of exemption. That therefore, and because the granting of this right would be very prejudicial to the tolls, they could not take it upon themselves to decide in a matter of so much weight, and that for that reason they had referred the decision thereof to the Court of Directors of the English Company. We have considered it our duty to inform Your Excellencies most humbly of this hereby, and we send herewith, in case it might be of service, authenticated copies of all papers and proofs relating thereto. From what source it appeared to the Bombay Council that we have repeatedly paid the tolls now in dispute, they do not state. We shall ask them further about this, noting that this is a matter unknown to us, but that even if this had occurred, we still do not see what conclusion could be drawn from it to the detriment of the right in question. We shall further ask them in what consists the defect in the firmans that they should not prove the right we claim, and in case it might still be of some help to make them change their decision, we shall, besides what we have said above about the exercise and the recognition of this right in the year 1762, further point out to them how this right has since been exercised by us from time to time, especially under the administration of the present Director. Furthermore, we shall show them how we believe we have ample reason to complain that, after having first disturbed us in the actual possession of this right, now that we have already been deprived of the use thereof for two good monsoons, they proceed to delay the settlement thereof in this manner. Finally, we shall show them that, should they, despite our representations against it, persist in their intention to refer this matter to the Court of Directors, the dispute must first be put into a proper state to be judged, and that to that end it is especially necessary to inform us whether the translations they have had made of the copy firmans agree with the translations we sent them thereof, and that if this, contrary to our expectations, should not be the case, a further mutual meeting ought to be arranged to examine the differences, if any. And since the matter, in case the English government persists in referring it to Europe, is disposed not to be settled as quickly as we had thought, we shall in this case propose to them a
Dutch transcription
de Luratse Raad dat gedaen hadde, te bepaalen alleen aan zulke voorregten, waaraan we ter dier tijd waeren in de daadelijke possessie, en dat het dien volgens niets ter zaake deede, of we het voorregt in questie toen daadelijk genooten hadde of niet, dog dat we niet te min hunnen suratsen Raad, zoo we daarna waeren gevraagt, order anderen een heel beslissend: bewijz zoude hebben kunnen aan de hand geeven, dat in hunne eij¬ „gene archiven moet te vinden zijn, en op hunne begrippen op at stuk zoude hebben kunnen rektificeeren, wijl het zelve hun zoude hebben getoond, dat dit regt in het jaar 1762 en dus wer„ „scheijde Jaeren na het inneemen van het Kas„ „teel, bij ons niet alleen is geoeffent, maer dat het oak ter dier tijd, door hun zelve en door de Nabab dugjdelijk is erkent. De Gouverneur en Raad van Bombaij gaa„ „ven daarop bevel aan de suralse Raad, om zig met onse aanbieding te vreede te houden, en om dien volgens in een weder zijdze bij een komst te doen kollationneeren de oorspronkelijke firmans, teegens de kopijen, die we hun ten bewijze van dit regt, bereeds hadden toege„ „zonden. Dit is Zeedert op den 26e. Augustus geschied, en wijl de inhoud deezer firmans voor zo verre ze tot deeze questie voor nament„ „lijk behoort, aan den Bombaijzen Raad reeds bekert bekent was uijt de vertaalingen geinserveert in voorsz: onse brief van den 22: febr: meenden we te moeten vertrouwen, dat ze in deese bewijzen zouden hebben berust, wanneer te bevonden, dat de oorspronkelijke firmans met voorsz: onse verhaalingen over eenstemmen, en dat ze dit doen daaran schijnt men niet te mogen twijffelen om dat ze ons anders, de verschillen daar van hadden behooren aan te wijzen, zo als we dat, in twee brieven, die zeedert door ons na Bom„ „baij geschreeven zijn, in datis den 6. octbr: en 27. novembr: hebben gehoord. Dog bij de Uijt„ „komst is gebleeken, dat hoe zeer ook de Gouverneur en Raad van Bombaij, ons regt te duijdelijk zien, om het ons te durven afspree„ „ken ze niet te min onbillijk genoeg zijn om het ons, voor eerst en zo lange het in hun ver„ „moogen is, te beletten. Bij een brief van den 18. deezer, die aan ons op den 25. is besteld, zeggen ze, na eerst te hebben bekent den Ont„ „fangst onzer brieven, dat ze ten vollen over„ „woogen hebben ieder papier, betrekkelyk tot het privilegie dat we reklameeren, en dat het onwederspreekelijk blijkt dat we bij her„ „haaling betaelt hebben de tollen tans in dispunt, voorts dat het ook in geenen deele tot hunne voldoening beweezen is, dat onse firmans ons eenig regt van uijtzondering toebrengen, chia ier 8 het en aalen eds toebrengen. Dat ze daarom en om dat de inwil„ „liging van dit regt aan de tollen heel schaa„ „delijk zoude zijn, het niet op zig hebben kunnen neemen, om te decideeren in een zaak van zoo veel gewigt, en dat ze om die reeden de beslissing daarvan hadden gerenvoijeerd aan de Heeren Bewindhebberen van de Engelse Komp:s We hebben het van onse pligtgeagt om UWelEdele Hoog Agtbaare hiervan door deezen op het nedrigst kennis te geeven, en we zenden hier neevens of het zomtijds konde van dienst zijn, geautentiseerde kopijen van alle de hiertoe relative papieren en bewijzen: Waaruijt het de Bombaijze Raad gebleeken is dat we bij herhaaling betaelt hebben de tollen tans in dispuut, zeggen ze niet. We zullen hun dit naader vraagen onder aanmerking dat dit een saak is ons onbekent, dog dat zo dit ook mogte zijn geschied, we ook dan nog niet inzien wat gevolg daaruijt ten nadeele van het regt in questie, te trekken is. We zullen hun verder vraagen waarin bestaat het def„ „fekt in de firmans, dat die niet zouden be„ „wijzen het regt dat we reklameeren, en of het nog wat helpen mogt om hun van besluijt te doen veranderen, zullen we buijten het geen we van de oeffening en de erkentenis van dit regt in het Iaar 1762 hier boven gezegt hebben, hun nog aan wijzen, hoe dit regt zeedert door ons, van 6. van tijd tot tijd is geoeffent, speciaal nog onder het bewind van den presenten Direkteur. voorts We zullen hun doen zien, hoe dat we meenen veel reedenen te hebben om ons te moogen be„ „klaagen, dat zij na ons eerst gestoort te hebben in de daadelijke possessie van dit regt, nu dat we reeds twee goede moussons van het gebruijk daarvan verstooken zijn, nog de afdoening daar van op deeze wijze gaen verwijlen. Eijndelijk zullen we hun vertoonen, dat zo ze ook niet tegenstaende onze vertoogen daar tee„ „gen, mogten blijven bij hun gevoelen om deeze zaak te renvoijeeren aan de Heeren Bewind„ „hebberen, dat als dan de kwestie eerst diend te worden gebragt in een behoorlijke staat, om die te kunnen beoordeelen, en dat het ten dien eijnde in zonderheid noodig is, om ons te bedeelen of de vertaalingen die ze van de Kopij firmans hebben laaten maaken over een stemmen met de vertaalingen, die we hun daarvan gezonden hebben, en dat zo dit teegens ons vermoeden, niet mogte zijn, er als dan een nadere weder zijdse bij een„ „komst diend te worden belegt om de verschil„ „len, zo er zijn, te onderzoeken. En dewijl de zaak ingevalle de Engelse Regeering persisteert bij het ranvoijeeren daar van na Europa, gedisponeert is om niet zo spoedig als we gedagt hadden, te worden afgedaan, zullen we hun in dit geval voorstellen een chia
English
a provisional arrangement, to prevent all uncertainties in the future regarding the damage the Company suffers through the suspension of this right. We shall propose to them to have an account kept, until the matter shall be finally settled, of the export duties on the goods that we wish to dispatch from time to time, or even, should they prefer it, to consign the amount thereof immediately; and if they refuse to agree to this, it will be further proof that they cannot be brought to any fairness at all. We have the honor to remain very respectfully, Right Honorable High Respected Sirs, Your Right Honorable High Respected's humble and obedient servants, J. J. Kuisken J. V. D. Sleijten W. D. Vande Gar E. A. Wiardir W. van Bijland Corns. Van Citters, Aarnt's son Cs. Heijdeman Suratte, the 31st of December 1778. No. 1 Copy of the separate dispatch written to Their High Nobilities on the 31st of December 1729. No. 1 Copy translation of the permit granted by the Nabob and the English Chief, Mr. Boddan, for the duty-free export of some merchandise. No. 2 1. Notes of the cargoes brought here and to Bombaij. No. 3. Register. C. J. Wickerman, sworn Clerk. Suratte, the 31st of December 1779. Separate Batavia To His High Nobility, the High Noble, Generous, Highly Respected, Widely-Ruling Lord, Reinier de Klerk, Governor-General on behalf of the state of the free United Netherlands and its General East India Company, and the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Generous, Highly Respected, Widely-Ruling Lord, and Right Honorable Sirs, I have received the separate letter which Your High Nobilities did me the honor to write on the 14th of August last, and I gladly accept that Your High Nobilities have seen fit to postpone for the present Your decision regarding the time when the bonus that Your High Nobilities have granted to me and the second-in-command may commence. I hope that when Your High Nobilities see fit to take this point into further consideration, You will favorably acknowledge the reasonableness of my request that it may be enjoyed from the time I assumed the administration of this Directorship, in the same manner as was granted only a few years ago to the extraordinary Councillor Moens in a similar case. In the meantime, I thank Your High Nobilities most humbly that You have been so good as to allow that the customary sight-gift, which the brokers are accustomed to present to the Director and the second-in-command at the Divali festival, may be treated according to custom. I informed the Meeting of the 14th of this month of this, and on the same occasion it was resolved that, notwithstanding this permission, this gift shall be reported annually by the Director and the second-in-command as long as the bonus continues, with an indication of what it consisted of; and that this shall be recorded in the Resolution to prevent any abuse from ever being made of it. Regarding the two palisades and the stone stairs situated between them, a report is made in the general letter; but because Your High Nobilities might perhaps find that the reasons which induced me this time to carry out such a major repair on them do not agree very well with the description I gave of these works last year in my separate letter, I take the liberty to remark further in this regard that after the departure of the ships, I personally inspected their condition, and I then found that not only the sheeting of both palisades, but also the outermost row of piles themselves, had already been so severely attacked by worms that it was necessary to take measures. Further neglect would inevitably have made the precautions against it more costly and difficult, and could perhaps have been done hereafter with less effect than now. I therefore thought that, although I understand that if the entire outer row of piles were to collapse, no very great danger is to be expected from it for the present, it was nevertheless best, as long as these costly works can be preserved in their present condition with moderate expenses, not to risk anything unnecessarily on what is always to some degree an uncertain outcome of the effects of such a strongly flowing river as one has here, especially at high water; and I therefore hope that Your High Nobilities will favorably approve the repairs that were carried out on them this time. With this, I believe that the work can again remain in its present state for several years without noticeable expenses, and that if one divides the sum spent on it this time over those years, the amount for each year will not be very great; I also imagine that by doing something proper to it all at once, more will have been accomplished than if one had spent this money on small repairs at various times. Upon rereading my letter, in the description I gave of this work last year in my very humble separate letter, I see that a clerical error slipped in. It says there that the sheeting is nailed against the piles from the outside. This is not so; it is nailed against them from the inside. I have succeeded in getting the Company relieved of the old Lodge without any cost, which I hope and trust that Your High Nobilities will have
Dutch transcription
een provisioneel arangement, ter voorkooming van alle onzeekerheeden in den aanstaande noopens de schaade die de Maatschappij lijd door de stremming van dit regt. We zullen hun voorslaan om tot zoo lange dat de zaak finaal zal zijn afgedaen, te doen houden een reekening van de uijtgaande tollen der goederen, die we van tijd tot tijd willen verzenden, of zelfs, zo ze dat verkiesen om het bedraagen daarvan elaadelijk te konsigneeren, en zo ze daartoe niet willen verstaen zal dit een naader bewijs zijn, dat ze geheel tot geen billijkheid te brengen zijn. Wij hebben de eere zeer eerbiedig te zijn Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren UWel Ed: Hoog Agtb: Onderdanige en gehoorzaame Dienaeren J:J Kuisken 1 J:V: D: Sleijten W: D: Vande Gar E: A: Wiardir We van Bijland Suratte den 31:e December: 1778./ Corns. Van Citters Aarnt. zoon Cs Heijdeman N 8 e „ N. o 1 Copia apparte Missive geschreeven aan Hunne Hoog Edelheeden den 31 december 1729. N:o 1 Copij translaat verlof briefje door de Nabab en de Engelse Chef de Heer Boddan verleend tot den thol vrijen uijtvoer van eenigen koopmanschappen N:o 2 1. Notitien van de hier en te Bombaij aangebragte laadingen N:o 3:— Register. C: J: Wickerman gesw: Clerk Suratte den 31. december 1779. chia 8 7. —. : 8 appart Batavia Aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gest=r Groot agtb: Wijd gebiedende Heere Reinier de Klerk. Gouverneur Generaal van weegens den staat. der vrije Vereinigde Nederlanden en haare algemeene oost Jndische Maatschappij, en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gest:r Groot agtb: Wijd gebiedende Heer, en Wel Edele Heeren De apparte brief die UW Hoog Edelheeden mij den 14=e August jongstleeden de eere aangedaan hebben te schrijven, heb ik ontfangen, en ik laate mij gaarn welgevallen, dat UW Hoog Edelheeden goed gevonden hebben, om voor eerst nog op te schorten Hoogst Derselver besluijt noopens den tijd, wanneer zal moogen ingaan het douceur dat chia dat UW Hoog Edelheeden aan mij en de sekunde hebben toegelegt, in hoope dat UW Hoog Edelheeden wanneer Hoogst Dezelve zullen goetvinden dit point naader in overweeging te neemen, gunstig zullen inzien de reedelijkheid van mijn Verzoek, dat het nament„ „lyk mag genooten worden zeedert den tijd dat ik het bewind over deeze Directie heb aanvaard, even en zoodanig als dat aan den Heer Raad extra ordinair Moens maar wijnige jaaren geleeden, in een gelijk geval, is toegestaan. Jntusschen bedank ik UW Hoog Edelheeden. zeer nedrig, dat Hoogst Dezelve zo goet zijn geweest toe te staan, dat met het zigt gift dat de Makelaers gewoon zijn op het Divalie feest te doen aan den Direc„ „teur en de sekunde, naar het gebruijk mag worden gehandelt. Jk heb daarvan ter Vergaadering van den 14. deezer kennis gegeeven, en is ter zelver geleegentheid beslooten, dat niet tee„ „genstaande deeze Vergunning, dit geschenk jaarlijks zoo lange het douceur stand houd, door de Directeur en sekunde zal worden opgegeeven, met aanwijzing waarin het heeft bestaan; en dat dit ter Resolutie zal worden aangeteekend, ter voorkooming dat daarvan nimmer eenig mis„ „bruijk kan worden gemaekt. Noopens de bijde paalwerken en de daar tussen in geleegene steene trap, word bij de gemeene brief verslag gedaan, dog om dat UW Hoog Edelhee„ „den tomtijds zouden kunnen bevinden, dat de ree„ „deren, die mij bewoogen hebben om daaraan dittmaal zoo een Capitaale reparatie te doen, niet al te goed strooken met de beschrijving, die ik voor leede faar bij mijn apparte brief, van deeze werken gedaen heb, neem ik de Vrijheid omtrent dezelve hier nog aan te merken, dat ik na het vertrek der scheepen, de gesteltheid daarvan in perzoon ben weezen opneemen, en dat ik doen bevonden heb, dat niet alleen de beschoeijing der bijde paalwerken, maar ook de buijtenste„ reij. reij paalen zelve, reeds zo sterk van de Wormen waeren aangetast, dat daarin noodzakelijk diende te worden, voor zien. Het verder verzuim daarvan moeste de vorzorgen daar teegen noodwendig kostbaarder en moeijelijker maaken en zoude misschien na deezen, met niet zo veel effekt dan nu, hebben kunnen geschieden. Jk heb daakom geneend dat hoe zeer ik ook van begripben, dat zoo ook de geheele buijtenste reij paalen om viel, daarvan voor eerst zulk een heel groot gevaar niet te wagten is, het niet te min best was, zoo lange deeze kostbaare werken, met maalige ongelden in den tegenwoordigen stand te bewaaren zijn, om buijten noodzakelijkheid niets te waagen aan eene altoos eeniger maate onzeere uijtkomst der uijtwerkselen van een zoo sterk stroomende rivier, als men hier heeft, in zonderheid bij hoog waater, en ik hoope daarom dat UW Hoog Edelheeden gunstig approbeeren zullen de reparatien die daar„ „aan ditmaal zijn gedaan. Hiermeede denk ik dat het werk wederom verscheijde Jaaren zonder merkelijke ongelden in den tegenwoordi„ gen stand blijven kan, en dat als men de dit„ „maal daaraan besteede som daarvoer verdeelt, het bedraagen voor elk Iaar niet heel groot zijn zal, ook verbeelde ik my, dat met daaraan op een„ „maal iets goeds te doen, meer zal zijn uijtgezegt, dan men gedaan zoude hebben met dit geld in verscheijde tijden aan klijne reparatien uijt te geeven. Bij de beschrijving, die ik voorleede jaer bij mijn apparte zeer nedrige van dit werk gedaan heb zie ik bij naleezing van mijn brief, dat er een schrijffout ingesloopen is. Daer staat dat de beschoeijing van buijten teegens de paalen aangespijkert is. Dit is niet zoo, dezelve is van de binnen kant daer teegens aan gespijkert. Het is mij geluekt om de Comp:e te doen ontslaan van de oude Loge, zonder dat het iets gekost heeft, het geen ik hoope en vertrouwe dat UW Hoog Edelheeden zal chia hebben „ in at an oon ec„ den g „ oor n,
English
will be agreeable. The Company is thereby relieved of the worrisome prospects that many of my predecessors and I myself have had in that regard; and certainly in turbulent times, and whenever anyone had wished to cause the Company harm, this could have become a subject of many disputes and harmful consequences under a government such as here, where people are accustomed to giving things a twist just as they please, and rightly or wrongly asserting the demands that they see fit to base thereon. Regarding the new lodge that I have rented in its stead, a report is made in the general letter, and I flatter myself that the conditions on which it has been rented will be acceptable to Your High Nobilities. The condition that this lodge will have to be returned whenever the owner himself requires it, does indeed seem at first glance somewhat inconvenient and even very onerous, because the Company was obliged to have a new warehouse built therein, yet I do not think that the execution thereof is to be feared for the present, and taken at the worst, the Company gains so much annually by relinquishing the old lodge and the arrangements made on that occasion, that the expenses for the new warehouse can be paid off thereby in more or less 10 years, not to mention that if one had had to remain in the old lodge, very heavy and costly repairs would now necessarily have had to be made to it, merely to keep this old and dilapidated building in a somewhat usable condition. The 28000. rupees mentioned in my separate respectful letter of last year, and concerning which Your High Nobilities remark that my description regarding the end for which the same shall actually serve appeared obscure to Your High Nobilities, will only need to be paid if the Company can obtain permission to receive the return cargoes at the Wharf and ship them from there, under which I have also always made the Nabab understand, as goes without saying, the payment of customs duties thereon at our wharf. They consequently have not the least relation either to the relinquishment of the old lodge or to the renting of the new one, other than merely insofar as this negotiation gave me occasion to get rid of the old lodge more easily. Now that this has been concluded and the Company has a good and convenient lodge in its place, I almost think that it is not worth the trouble to make any further effort for the present concerning the aforementioned permission regarding the return cargoes, and in particular I think that if it might also be obtainable hereafter, it is not worth more to the Company than the aforementioned 25000: rupees. As soon as I noticed that I could get rid of the old lodge without it, I therefore also resolved to make no further offers, and consequently to make no use of Your High Nobilities' authorization in your respected letter of the 8. August 1778. which, as it appears to me, has now also been revoked again by Your High Nobilities, since Your High Nobilities write regarding this matter to persist with Your High Nobilities' letter of the 15. August 1777. In response to the elucidation required of me by Your High Nobilities regarding the use that has been made of the right that the Company possesses to be permitted to export duty-free all such goods as have paid import duty at Suratte, and to the question arising therefrom, whether in case the brokers, as it seems, have exercised this right in the name of the Company in order thereby to remain exempt from paying duty upon export, the demands of the English Government are then so unfair or contrary to the privileges granted by the Mogul Kings to the Dutch Company, I take the liberty to remark that this right has been directly exercised by the Company upon the forwarding of goods to Amedabad, Brootchia and other places, as long as Your Nobilities saw fit to vend at these places a portion of the goods brought to Suratte, because these goods were always sent thither duty-free, and that the Company, in my humble view, must be considered to have always directly exercised this right on the goods that were sold here locally, insofar as they were exported again by the buyers, for by ceding these goods to the buyers with this right, as has occurred, they were able to pay that much more for them as the export duties on those portions thereof that they intended to send abroad amounted to, and because this in the consequences comes down to the same thing both for the Company and for the Government, I think therefore that the demands of the English are very unfair and directly contrary to the aforementioned privilege. I think this all the more because the late ordinary Councillor Schreuder, who must rightly be considered to have been one of the best experts on the Company's state and affairs at Suratte, in the third chapter of his memoirs left behind here, wherein this right is circumstantially described, says thereof that His Honour caused this right, which before his arrival had fallen somewhat into decay, to be restored again to its full force, which not
Dutch transcription
zal aangenaam zijn. De: Comp: is daardoor onthee„ ven van de zorgelijke uijtzigten, die veele mijner voorzaaten en ik zelve daar omtrent gehad hebben; en zeekerlijk in woelige tijden en wanneer men de Comp:s iets kwaads hadde willen berokkenen, zoude dit een voorwerp hebben kunnen worden van veele twisten en schaadelijke gevolgen onder een Gou„ „vernement als hier, daar men gewoon is aan de dingen een draaij te geeven zoo als men wil, en met of zonder regt te doen gelden de eijsschen die men goedvind daarop te gronden. Van de nieuwe Loge die ik in steede van dezelve heb in huur genoomen, word bij de gemeene brief verslag gedaan, en ik olije mij dat de Conditien waarop ze ingehuurt is, UW Hoog Edelheeden zullen welgevallig zijn. De Voorwaarde, dat deeze Loge zal moeten worden terugge geeven, wanneer de Eijgenaer ze zelfs behoeft, schijnt wel in den eersten opslag wat ongemakkelijk en zelfs zeer onereus, om dat de Comp: genoodzaakt geweest is, daarin een nieuw Pakhuijs te laaten bouwen, dog ik denke niet dat de uijtvoering daarvan voor eerst te vreesen is, en ten ergsten genoomen, wind de Comp:e jaarlijks door het Verlaaten van de oude Loge en de schikkingen die ter zelver geleegentheid gemaekt zijn, zo veel uijt, dat het bekostigde aan het nieuwe Pakhuijs daardoor in min of meer 10 Jaaren kan zijn betaelt, ongereekent dat zoo men in de oude Loge had moeten blijven, nu daaraan noodwendig heele zwaare en kostbaare reparatien zouden moeten zijn gedaan, om dit oud en vervallen gebouw alleen maer in een eenigermaaten bruijkbaare staat te houden. De 28000. rop=s vermelt bij mijn apparte eer„ „biedige van voorleede Jaar, en waar omtrent UW Hoog Edelheeden aanmerken, dat mijn beschrijving noopens het eijnde waartoe dezelve eijgentlijk zullen dienen aan Hoogst Dezelve duijster 10 duijster is voorgekoomen, zullen alleen dan behoe¬ „ven te worden betaelt, wanneer de Comp: het Verlof kan krijgen om de retouren op de Werfte ontfangen en van daer af te scheepen, waaronder ik bij de Nabab ook altijd heb doen begrijpen, zoo als dat van zelve spreekt, het Vertollen daar„ „van op onze werf. Dezelve hebben mitsdien geen de minste betrekking nog tot het verlaaten van de oude Loge nog tot het in huur neemen van de nieuwe, dan alleen voor zo verre deeze onder„ „handeling mij aanlijding gegeven heeft om te gemakkelijker van de oude Loge af te koomen. Nu dit is afgedaan en dat de Comp: een goede en gemakkelijke zoge in de plaats heeft, denk ik haast dat het de moeijte niet waardig is, om over het voorsz: verlof noopens de retouren voor eerst meer moeijte te doen, en in zonderheid denk ik dat zoo het ook na deesen mogte te verkrijgen zijn, het de Comp: niet meer dan de voorsz: 25000: rop:s waardig is. jk heb daarom ook zoo dra ik bemerkte dat ik van de oude Loge buijten dien kon afkoomen beslooten om geene breedere aanbiedingen te doen, en dienvolgens geen ge„ „bruijk te maaken van UW Hoog Edelheeden qualificatie bij derzelver gerespecteerde brief van den 8. August 1778. die zoo het mij voorkomt ook nu door UW Hoog Edelheeden wederom ingetrokken is, wijl UW Hoog Edelheeden schrijven noopens deeze zaak te persisteeren bij Hoogst Der zelver brief van den 15. August 1777. Op de door UW Hoog Edelheeden van mij gevorderde elucidatie noopens het gebruijk dat er gemaakt is van het regt, dat de Comp: heeft. om thol vrij te moogen uijtvoeren alle zulke goederen als te suratie bij invoer vertolt zijn, en op de daaruijt voortgevloeijde vraage, of ingevalle de Makelaers, gelijk het schijnt„ dit chia dit regt geoeffent hebben op de naam van de Comp: om daardoor van het betaalen van thol bij den uijt voer bevrijd te blijven, de vorderingen van het Engels Gouvernement dan zoo onbillijk of strijdig is teegens de privilegien, door de Mogoese Koningen aan de Nederlandze Maatschappij verleend, ge„ „bruijk ik de vrijheid van aan te merken, dat dit regt, bij verzending van Goederen na Amedabad, BrootChia en andere plaatzen, door de Comp: ommiddelijk geoeffent is, zoo lange Haar Ed: goedge„ „vonden heeft op deeze plaatzen, een gedeelte der te suratte angebragte goederen, te doen slijten, doordien deeze goederen altoos tholvrij na derwaerts gezonden zijn, en dat de Comp:e naer mijn nedrig in zien, moet geagt worden dit regt altoos ommiddelijk geoeffent te hebben, op de goederen die hier ter plaatze zelve verkogt zijn, voor zoo verre die door de koopers wederom zijn uijtgevoert, want met aan de koopers deeze goederen af te staan met dit regt, gelijk geschied is, hebben deeze daar voor zoo veel meer kunnen betaalen als de uijtgaande regten op die gedeeltens daar van, die ze voorree„ „mens waaren naer buijten te verzenden, zijn koomen te bedraagen, en wijl dit in de gevolgen, bijde voor de Comp: en voor het Gouvernement, op het zelfde uijtkomt, denke ik daarom, dat de vorderingen der Engelzen zeer onbillijk zijn, en regtdraads strijden teegens voorsz: privilegie. Jk denke dit te meer om dat wijlen de Heer Raad ordinair Schreuder die met regt moet geagt worden te zijn geweest een der beste kenneren van sComp=s staat en aangeleegentheeden te Suralte, in het derden Capittel van zijn hier nagelaatene Memorien, waarbij dit regt omstandig beschreeven is, daar van zegt, dat zijn Ed: dit regt, dat voor zijn komst wat in verval geweest was, wederom in zijn volle kragt heeft doen herstellen, waarom niet
English
not only the merchandise of the Company, but also even that of private individuals and free merchants, which is certainly to be understood as those who belong under the Company's protection, once properly cleared through customs, may be sent unhindered to all places, without the least bit more being demanded or given for it. The English act all the more unfairly in this matter, and the abuse they make of their superior power is the greater, because the English Company possesses no more than an equal right in this matter with us, grounded upon such royal firmans as were formerly granted to us for that purpose, and that solely by virtue thereof (for the status of Governor of the Castle has legally no bearing on this) both before and after they became possessors of the Castle, and thus up to the present day, they have always exercised and caused to be exercised this right in its full extent. That I have not presented this matter to the Meeting in the manner described above did not happen because I believe that the Company would not have complete freedom to exercise this right in both aforementioned manners, but I was kept from doing so solely by a settlement concerning this point in the year 1762. Among several complaints which the Nabab stirred up against us at that time, and which, as one cannot doubt, were put into his mouth by the English, he said with respect to this right of the Company that the brokers abused it for their own profit. On our part, a somewhat intricate reply was given to this, and the English, in their capacity as mediators, thereupon proposed that, because of the great trouble that would be involved, one should not investigate the past, and that for the future the Nabab and all others who have an interest in the tolls would have to rely on our promise that care would specifically be taken that our brokers would no longer do this, in which proposal both sides have since acquiesced. And although this settlement, which was extorted from us, so to speak, with a knife to the throat, could not be urged against us with much reason, I nevertheless thought it best to give no cause myself for the arguments that one might sometimes wish to derive from it, and I therefore related the matter to the assembly as if the Company had in fact always exercised this privilege directly, because matters appearing in the public resolutions generally become known quickly to anyone who wishes to know, and for the same reasons I even had it recorded in the resolutions concerning several sales that the Company reserved the right to retain as much of the sold goods for itself as it might need for sending inland, in case the dispute with the English government over the toll-free export of goods should be settled before such goods were collected, so that it could not be objected against us that we usually sell all our goods at once to the brokers, and that we therefore cannot be regarded as having goods to send for the account of the Company. In the meantime, I ask Your High Excellencies for pardon, as it slipped my mind last year while describing this matter to inform Your High Excellencies of these particulars, as I confess I ought to have done, and I furthermore very humbly request that Your High Excellencies, by virtue of what has been alleged here, will kindly be accommodating toward me for having, as evidenced by what was recorded in the secret resolution of 22 November last, caused the item dealing with this matter to be removed from the general letter, in order to prevent anything leaking out through malice or carelessness that could give rise to wrong interpretations. For that reason, I also recommended the keeping of the secret to the members of the Council in the strictest manner. I now still need to state in a few words how the exercise of this right in particular has proceeded since the year 1762. Notwithstanding the aforementioned settlement in the year 1762, during the administration of the late Council Extraordinary Serff, which followed shortly thereafter, matters continued on the old footing, as one finds several examples thereof in His Honour's memorandum left behind here, and during all that time this met with no other resistance here than that the then English Chief, Mr. Hodges, and subsequently, upon these vexations of his, the Nabab as well, demanded that the petitions for the free export of the goods, instead of
Dutch transcription
niet alleen de Koopmanschappen van de Comp: maer ook zelfs die van partikulieren en vrije kooplieden /:dat zeekerlijk te verstaan is van zulke die onder sComp=s protektie behooren :/ wanneer ze eens behoorlijk vertolt zijn, ongehindert naer alle plaatzen verzonden moogen worden, zonder dat daarvan het minste meer gevordert of gegeeven word. De Engelsen handelen hierin zo veel te onbillijker en het misbruijk dat ze maaken van hunne overmagt, is te grooter, om dat de„ Engelse Comp:e niet meer dan een gelijk regt in deezen met ons bezit, gegrond op eden zulke Koninglijke firmans, als aan ons daartoe eertijds zijn verleend, en dat ze alleen uijt hoofde van dien (:want de qualiteijd van 's. Casteels Gouverneur heeft hier toe van regts weegen geen relaatsie: /altoos zoo voor als na dat ze bezitters zijn geworden van het Casteel, en dus tot heeden toe, dit regt in alle zijne uijtgestrektheid hebben geoeffent en doen olffenen. Dat ik nu deeze zaak op de booven verhaalde wijze in de Vergadering niet voorgedraagen heb is niet geschied om dat ik meene dat de Comp:s geen volkoomen vrijheid zoude hebben om dit regt op de beijde voorsz: wijze te moogen oeffenen„ alleen bin ik daarvan wederhouden door een afdoening over dit point in het jaer 1762. Onder verscheijde klagten, die de Nabab te dier tijd teegens ons op schommelde, en die hem gelijk men daaran niet twijffelen kan door de Engelsen in de mond. gelegt waaren zeijde Hij ten aanzien van dit regt van de Comp:, dat de Makelaers dat tot hun eijgen voordeel misbruijkten. Van onse zijde wierd hierop wat ingewikkelt geantwoord, en de Engelsen in qualiteijd als mediateurs, stelden daarop voor, dat om de veele moeijte die daaran vast zoude zijn, men het voorleedene niet zoude onderzoeken chia d Comp: en het dig Coningen V onderzoeken, en dat voor het toekoomende de Nabab en alle andere die bij de tollen belang hebben in onze belofte zouden moeten berusten, dat men namentlijk zoude zorgen dat onse Makelaers dit niet meer deeden, in welk voorstel zeedert van bijde tijden is berult. En hoewel deeze afdoening die ons om zoo te spreeken met het mes op de keel afgedrongen is, teegens ons met niet veel reeden zoude kunnen worden aangedrongen, heb ik niet te min best gedagt, om tot de argiementen die men daaruijt zomtijds zoude hebben willen ontleenen, zelve geene aanlijding te moeten geeven, en ik heb daarom de zaak ter vergaadering zoo verhaalt, als of de Comp: dit voorregt met der daad altoos ommiddelijk geoeffent hadde, om dat de dingen die in de publike Resolutien voor„ „koomen, dog doorgaans spoedig bekent worden bij die geene die te weeten wil, en om gelijke reedenen heb ik zelfs van verscheijde verkoopingen bij de Resolutien doen aanteekenen, dat de Comp: zig voorbehield het regt om van de ver„ kogte goederen zo veel voor haar te behouden als ze zoude noodig hebben ter Verzending na buijten, ingevalle de queestie met het Engels Gouvernement over den thol vrij en uijtvoer der goederen, mogte worden afgedaan voor dat zulke Goederen zouden zijn afgehaalt; op dat men niet teegens ons mogte in wenden, dat wij gewoonlijk alle onze Goederen te gelijk aan de Makelaers verkoopen, en dat we dus niet geagt kunnen worden goederen te hebben om die voor reekening van de Comp:s te verzenden. Jk verzoek UW Hoog Edelheeden intassen om verschooning, dat het mij voorleede jaar onder het beschrijven deezer zaak ontdagt is om UW Hoog Edelheeden, gelijk ik bekenne dat ik had behooren te doen, van deeze bezonder¬ „heeden te onderrigten, en ik versoek voorts zeer needrig 12 needrig dat UW Hoog Edelheeden ugt hoofde van het hier voorwaards geallegeerde het mij gunstig gelieven in te schikken, dat ik blijkens het aangeteekende ter sekreete Ra „solutie van den 22. Novbr: jongstl: uijt de gemeene brief heb doen ligten de post, die over deese zaak handelt, ter voorkooming dat daarvan door kwaadwilligheid of on voorzigtigheid niets mogte uijtlekken, dat aanlijding geeven konde tot verkeerde interpretatien: Ook heb ik daarom de Leeden van den Raad het geheim houden daar van op het aller strikts aanbevoolen. Ik diene nu nog met een paar woorden te zeggen, hoe het met de oeffening van dit regt speciaal, zeedert het jaar 1762 is toege„ gaan. Niet tegenstaande de voorsz: afdoening in het jaar 1762: is geduurende het kort daar„ „aan gevolgde bestier van wijlen den Heer Raad extra ordinair serff, daar meede voort„ „gevaaren op den ouden Voet, zo als men daar van verscheijde voorbeelden vind bij zijn Ed=s hier nagelaatene Memorie, en dit heeft hier in al dien tijd, geen andere tegenstand ge¬ „vonden, dan dat de doenmaalige Engelse Chef de Heer Hodjes, en naderhand op deeze zijne kwellingen ook de Nabab hebben be„ geerd, dat de verzoek schriften tot het vrij uijt voeren der goederen, in steede van ohia t
English
from by the Brokers by the Director himself should be signed, but Mr. Serff, according to the account that His Honour gives of it in his aforesaid Memoir §. 54, refuted it at that time, and the matter remained at that for that time. Under the administration of Director Bosman, this right was also exercised now and then in the aforesaid manner by the Brokers, until he once sent a small vessel to Mocha, during which it is said that something occurred that made the exercise thereof more difficult, and even caused it to cease entirely until the arrival of the present English Chief, Mr. Boddam. Shortly before I arrived here, he twice bought a parcel of sugar from the Company or from the Brokers in the name of an English Freeman named Williams, and finding it convenient to make use of this privilege of ours for his own benefit, he granted permission for the duty-free export thereof under his own signature, because it had met with some difficulty with the Nabob, I do not know why; and the fact that I did not take particular advantage of this case was because I feared thereby causing too great a bitterness. It is nonetheless sufficiently known to the English Government, and was even once, as I believe, a point of deliberation in their Council, though how Mr. Boddam smoothed that over, I cannot say. Upon my arrival here, the goods were sold to the Brokers with permission that they might exercise this right on the goods of the Company according to custom, in so far as they might see fit to have them exported, and they have also done this twice, though more on my recommendation because I wished to revive this right, than for the advantage they had from it; for I considered it most advisable, in re-establishing it, to allow permission to be requested for only small parcels. I would not have done this, however, had I at that time been as fully informed of this matter as I am now, and had I not seen from the Memoir of Mr. Serff that it used to happen here in this manner. From the public letter Your High Honours will see why the complaint regarding this matter had to be brought over to Bombay. I had now, after the English Council at Surat had written to us the letter of 20 March last, which is inserted almost verbatim in our letter to Bombay of 30 April following, no more reason to speak of the aforesaid settlement of the year 1762, because the English Chief and Council declare in this letter that upon investigation they had found that the right we claim was not granted to us at the time the English took possession of the Castle, from which it necessarily follows that it could not have appeared to them that we have since exercised this privilege; and if this did not appear to them, then it appeared to them even less that it was abused by our Brokers or anyone else. Consequently, they have thereby themselves taken out of their hands the arguments that they might perhaps have been able to derive against us from the fact that our Brokers since the year 1762, contrary to our promise, exercised this right on goods that, although they had bought them from us, no longer belonged to the Company at the time they were transported; for now, after they have declared in the aforesaid letter that they have conducted all the necessary investigation in this matter, to come forward with that would look far too bad. I therefore found no difficulty in invoking this settlement in our aforesaid letter to Bombay, and in deriving from it not only proof against the ground on which the English Surat Council denied us this right, but also to demonstrate from it that both the English Government and the Nabob publicly acknowledged this right in the year 1762. Notwithstanding this, the Government of Bombay has decided to refer the matter to the Directors of the English Company, as notice thereof is given in the general letter. There is not a single Member of the English Government who is not in his own heart convinced of the validity of our right; they only seek to dispute it with us as long as it is in their power, because they now see their own mistake in having made themselves a party in this matter so publicly, and they fear that when the right is newly confirmed, we shall be able to make a much better and more extensive use of it than before, for however lawfully it belongs to us.
Dutch transcription
van door de Makelaers door den Direkteur zelve zouden word en geteekend, dog de Heer serff heeft dat volgens het verhaal dat zijn Ed: daar van doet bij voorsz: zijn Memorie §. 54: doonmaals ontlegt, en daar bij is de zaak voor die tijd gebleeven. Onder het bestier van den Direkteur Bosman is dit regt ook nu en dan op de voorsz: wijze door de Makelaers geoeffert, tot dat Hij eens een scheepje heeft gezonden na Mocha, waarbij men zegt dat er iets voorge„ „vallen is, dat de oeffening daarvan heeft moeijelijker gemaakt, en zelfs geheel heeft doen op houden tot de komst van den presenten Engelse Chef de Heer Boddam. Deeze deed kort voor dat ik hier kwaam in twee keeren een partij zaijker van de Comp:s of van de Makelaers koopen op de naam van een Engels Vrijman genaamt Williams, en goedvindende van dit ons voorregt, tot zijn eijgen behoef ge„ „bruijk te maeken verleende Hij het Verlof tot den thol vrijen uijt voer daar van onder zijn eijgen hand teekening, om dat het bij de Nabab„ ik weet niet warom eenige zwaarigheid had ontmoet, en dat ik dit geval niet speciaal heb te baat genomen, is geschied, om dat ik vreesde daardoor een al te groote verbittering te zullen maaken. Het is niet te min bij de 13 de Engelse Regeering genoeg bekert, en is zelfs eens in haare Vergadering zo ik meen een point van deliberatie geweest, dog hoe de Heer Boddam dat geplooijt heeft, kan ik niet zeggen. Bij mijn komst hier is aan de Makelaars het goed verkogt met toelaating dat ze dit regt op de goederen van de Comp:e voor zo verre ze mogten goedvinden om die te doen uijtvoeren, naar gewoonte zouden kunnen oeffenen, en ze heb„ ben dit ook twee keeren gedaan meer nogtans op mijn aanraading om dat ik dit regt weeder levendig wilde maaken, dan om het voordeel dat ze daar van gehad hebben; want ik het raadzaamst agtede om bij het weeder in tzijn brengen daar van niet dan voor klijne partijen Verlof te laaten vraagen. Ik zoude dit egter niet gedaan hebben, zo ik in die tijd zo volkoomen als nu van deese zaak was geinformeert geweest, en zo ik bij de Memorie van de Heer Serff niet gezien hadde, dat het op deese wijze hier pleeg te geschieden Uyt de paklieke brief zullen UW Hoog Edelheeden zien waarom de klagte over deeze zaak na Bombaij heeft moeten worden overgebragt. Jk hadde nu, na dat de Engelse Raad te suratte ons geschreeven had de brief van den 20=e Maert ctie t ƒ. - Maert jongstl: die in onse brief na Bombag van den 30=e April daaraan bij na woordelijk is ingeschreeven, geen reeden meer, om van de voorsz: afdoening van het jaar 1762 te zeggen, om dat de Engelse Chef en Raad bij deese brief verklaaren dat ze bij Onder zoek had„ „den bevonden, dat het regt dat we rekla„ „meeren, aan ons niet is toegestaan geweest ten tijde de Engelsen bezit genoomen hebben van het Casteel, waaruijt bij nood„ „zaakelijk gevolg voortvloeijt, dat het hun„ dan ook niet kan gebleeken zijn, dat we dit voorregt zeedert hebben geexerceert, en is het hun dit niet gebleeken; dan is het hun nog minder gebleeken dat het door onse Makelaers of jemand anders is mis„ „bruijkt, ze hebben mits dien zig hiermeede zelve uijt de harden genoo„ „men de argiement en die ze misschien teegens ons zouden hebben kunnen aflijden daaruijt, dat onse Makelaers zeedert het jaar 1762. teegens onse belofte dit regt geoeffent hebben op goederen die schoon ze van ons gekogt hadden; ten tijde dat ze vervoert zijn, niet meer aan de Comp: behoorden, want om nu, na dat ze bij de voorsz: brief verklaart hebben, dat 14 dat ze al het noodzaakelijk onderzoek in deezen hebben gedaan, daar meede voor den dag te koomen, zoude al te kwaalijk legden. Jk hebbe daarom geen zwaarig„ „heid gevonden om bij voorsz: onse brief na Bombag deeze afdoening aan te roepen, en daaruijt af te lijden, niet alleen een bewijs teegens de grond, waarop de Engelse Luratse Raad ons dit regt heeft afgesprooken, maar ook om daaruijt aan te toonen, dat bijde de Engelse Regeering en de Nabab in het jaar 1762 dit regt publiek hebben erkent. Des onaangezien heeft de Regeering van Bombag beslooten „om de zaak te renvoijeeren aan die Direkteuren van de Engels e Comp:, gelijk daar van bij de gemeene brief word kennis gegeven. Daar is geen een Lid van de Engelse Regee„ „ring die niet in zig zelva overteijgt is van de deugdelijkheid van ons regt, alleen zoeken te het ons te betwisten zo lange dat in hun vermogen is, want ze nu zelve hunne fout inzien met zig in deezer zo publiek tot parthij te hebben gesteld, en ze vreezen dat wanneer het regt nu op nieuw word be„ „vestigt, we, daarvan één veel beeter en reiijmer gebruijk zullen kunnen maaken dan voorheen, want hoe wettig het ons ook toekomt ohia
English
due to them, it nevertheless appears that it, especially in recent times, must have had to be exercised with some discretion. If this matter is settled to the satisfaction of the Company, these reasons will no longer exist, and then it will soon become apparent that this privilege is worth a good sum annually to the Company. Of the cloves that were brought to Bombay by English private individuals last year, I had a small quantity purchased, a sample of which is attached hereto, in compliance with Your Right Honourables' esteemed order by Your most respective separate letter of 8 August 1778. On this subject, I hope to insert, that Your Right Honourables do not attribute it to a lack of attentiveness in tracing the ways along which the English traders come by the spices, that I have been unable until today to let Your Right Honourables have good reports thereof. It is easy to imagine that these things are not easily discovered, because these traders keep this as quiet as possible, even from their fellow countrymen for the sake of competition, and even much more so when they have any suspicion that an investigation is being conducted into it on the part of the Company. This year I have not heard that any spices have been brought to Bombay or here. In order to be able properly to deliberate upon what was written by the Honourable High and Mighty Gentlemen Masters and Your Right Honourables regarding the sugar that is brought by the ships' friends under their permitted tonnage, both shipmasters were immediately, and before they were yet ashore, ordered not to sell the sugar they brought with them before they had been spoken with further about it. This was done solely because it was whispered that the English Chief intended to seize the sugar this time, and thus to prevent that the crew members might put it out of their power to be able to turn it over to the Company. As soon as the shipmasters came ashore, I explained this reason to both of them together, and I told them that I had no intention in the world to hinder them in this trade of theirs in the very least. I only requested of them that they would inform me in time and before they sold the sugar they brought with them what they were offered for it, and what was the lowest price for which they could relinquish it, with the promise that I would then immediately tell them whether it suited the Company to take it or not. In the meantime I have considered this matter somewhat further, especially the manner in which the powdered sugar of the ships' friends could be taken over for the Company, so that they are given no reason to complain about it and that the Company, whose main concern here after all is to remain master of the entire lot, can also get through this without loss. The price for which the Company's sugar is sold, the crew members cannot obtain nor demand for it, because they must have cash immediately, and the Company's sugar is paid for only in parcels, according as it is fetched away. Last year, at the same time that the Company's sugar was sold at 11 1/2 rupees the 500 pounds, the ships' friends had no more for their powdered sugar than 13 1/16 rupees for the picul, or 11 2/20 rupees for the 100 pounds, and Your Right Honourables may fully rely upon it that the ships' friends were nevertheless not shortchanged with these prices. When, after everything was settled, I thanked the shipmaster of Landskroon, van der Kuijl, for the kind consideration that he and shipmaster van Es had shown for my recommendation by preferably turning over the sugar brought with them to the Company's brokers, van der Kuijl answered me, unsolicited, that he had done this with all the more pleasure, because no such high prices had been offered to him for it by any other merchants as the Company's brokers had paid for it; and shipmaster van Es has now also told me this same thing regarding the sugar brought with him in the past year. Your Right Honourables might, if deemed fit, have this inquired of themselves more closely for Your greatest reassurance. From single instances that are rare and often depend on special circumstances, one cannot infer what happens generally; yet in general I think that if it were investigated what the ships' friends have had for their sugar at Surat over a series of consecutive years, one would find that the parcel price thereof does not differ much from the price of 13 3/16 rupees. Out of these 13 3/16 rupees more or less, at which I think the parcel prices may come out, the ships' friends must make good the unloading, carrying up, and warehouse charges, and all of this calculated together, they barely keep 13 rupees net for the picul. At Cochin the Company has for some years been paying for powdered sugar 12 rupees net cash for the picul, and bears moreover all the duties and charges on it, and the crew members, who are reasonable, will not refuse to admit that they are now incomparably better off in this respect than before. One might also try it here in this manner once. If here 13 rupees for the picul of powdered sugar were paid to the crew members, provided that they
Dutch transcription
toekomt, schijnt het nogtans dat het, in zonder„ „heid in de jongste tijden wat met discretie heeft moet en werden geoeffent. zoo deeze zaak ten genoegen van de Comp: word afgedaan, zullen deeze reedenen niet meer bestaan„ en dan zal het spoedig blijken dat dit Voor„ „regt de komp: jaarlijks eene goede somwaard Van de nagelen die door de Engelse par„ „tikulieren voor leede Iaar te Bombaij aange „bragt zijn, heb ik een klijnigheid doen in koo„ „pen, waarvan een Monster hierneevens gaat, ter voldoening aan UW Hoog Edelheeden g'eerde ordre bij Hoogst derzelver apparte brief van van den 8=e August 1778. Op dit Onderwerp, hoop ik inlas„ „sen, dat UW Hoog Edelheeden het niet toeschrijven aan gebrek van op lettenheid in het naspeceren der weegen langs dewelke de Engelse hande laaten koo„ men aan de specerijen, dat ik buijten staat ben ge„ „weest UW Hoog Edelheeden tot heeden toe goede be rigten daarvan te laaten toekoomen. Het is ligt te denken dat die dingen niet gemakkelijk te ont„ „dekken zijn, doordien deeze handelaaren dat zo veel mogelijk stil houden, zelfs voor hunne lands genooten om der Concurrentie wille, en nog veel meer, wanneer ze eenig vermoeden hebben, dat daarna van de zijde van de Comp: word onderzoek gedaan. Dit jaer heb ik niet gehoort dat er te Bombaij of hier specerijen zijn aangebragt. Ten eijnde mij behoorlijk te kunnen beraa„ „den op het aangeschreevene door de Edele Hoog Agtb: Heeren Meesteren en UW Hoog Edelheeden noopers de zuijker die door de scheeps vrienden onder is. 15 onder hunne gepermitteerde lasten word aange„ „bragt, zijn de bijde schippers daadelijk en voor dat ze nog aan de wal waeren gelast, om hunne meede gebragte zuijker niet te ver„ „koopen, voor datse daarover naader zouden gesproo„ „ken zijn. Dit is alleen geschied, om dat er gemompeld wierde dat de Engelse Chef ree„ „kering maakte om de zuijker ditmaal aan te slaan, en mits dien ter voorkooming, dat de scheepelingen het niet buiten hun„ vermoogen brengen mogten om ze aan de komp: te kunnen overlaaten. Zoo dra de schippers aan de wal gekoomen zijn, heb ik aan hier beijde te zaamen, deese reeden verklaart, en ik heb hun gezegt, dat ik geen oogmerk ter wereld hadde om hun in deezen hunnen handel, op het aller„ „minst te belemmeren. Ik heb alleen op hun begeerd, dat ze mij in tijds en voor dat ze hunne meede gebragte zuijker verkogten, wilden berigten wat hun daar voor gebooden wierd, en waarvoor zij ze uijterlijk zouden kunnen afstaan, met toezeg„ „ging dat ik het hun dan daade„ lijk zeggen zoude, of het de Comp: konvenierde om die te neemen of niet Middelerwijl heb ik deeze zaak wat naader atia naader overdagt, in zonderheid de wijze hoe dat de poeder zuijker van de scheeps Vrienden voor de Comp:e zoude kunnen worden overge„ „noomen, zoo dat aan dezelve geen reeden gegeeven word om zig daarover te beklaagen en dat ook de komp: die het hier dog voor namentlijk te doen is, om van de ge„ „heele partij meester te blijven, daaruijt kan zonder schaade. De prijs waarvoor de zuijker van de Komp:s word verkogt, kunnen de scheepelingen daarvoor niet maaken nog vorderen, om dat ze daadelijk geld moeten hebben, en dat de zuijker van de komp alleen bij partijen word betaeld, na maate dat de zelve word afgehaalt. Voorleede jaar hebben de scheeps Vrienden ter zelver tijd dat de komp=s zuijker is verkogt door 11½ rop=s de 500. ponden voor hunne poeder zuijker niet meer gehad dan 13 1/16 rop=s voor de pikel, of 11 2/20 rop=s voor de 100 ponden en dat de scheeps Vrienden egter met deese prijsen niet verkort zijn, daarop kunnen UW HoogEdelheeden volkoomen aangaan. Doen ik de Schipper van Landskroon van der Kuijl, na dat alles was afgedaan bedankte voor de vriendelijke in zigten die Hij en schipper van 16 van Es voor mijne rekommendatie hadden getoond, met hunne meede gebragte ziijker bij voorkeur aan 's. Komp=s Makelaers af te staen, gaf mij van der Kuijl, ongevergt ten antwoord, dat Hij dit met te meer plaisier hadde gedaan, om dat hem door geene andere Kooplieden daarvoor geboo„ „den waeren zoo hooge prijzen als 's komp=s Makelaers daarvoor betaelt hadden, en schipper van Es heeft mij nu ook, weegens de zuijker door hem in het voorleeden jaar meede gebragt, dit zelfde gezegt. UW Hoog Edelheeden zouden des goetvindende, tot Hoogst Derzelver meerder gerustheid, hun zelve dit naader kunnen doen afvraagen. Uijt enkelde gevallen die zeld zaam zijn en dikwils van bezondere omstandigheeden afhangen, kan men tot het geen door„ „gaens gebeurt, niet besluijten dog over het al gemeen denk ik dat zoo het was na te gaan, wat de scheeps Vrien„ „den in een reeks van agter een volgen„ de jaaren voor hunne zuijker te Luratte hia suratte gehad hebben, men zoude bevinden dat de Kaoel prijs daarvan, met de prijs van 13 3/16 rop=s niet veel verschild. Uijt deeze 13. 3/16. rop=s min of meer, waarop ik denk dat de kavel prijzen kunnen uijtkoomen, moeten de scheeps Vrienden goed maaken het lossen opdraagen en de Pakhuijs ongelden, en dit alles zaamen gereekent, houden ze kwalijk 13. rop=s Zuiver voor de pikkel over Te Kochim betaelt de Komp:e zeedert eenige Jaeren voor de poeder zuijker 12: rops Zuiver geld voor de pikkel, en dragt boven dien daarop alle de lasten en ongelden, en de Scheepelingen, die reedelijk zijn, zullen niet wij geren te bekennen, dat ze daar bij nu ongelijk veel beeter staan dan voor heen. Men zoude het hier op deeze wijze ook eens kunnen probeeren. Jndien hier aan de Scheepelingen 13. rop=s voor de pikkel poeder zuijker wierd betaelt, mits dat ze
English
it is as good as that of the Company, and that the Company moreover bore the expenses of unloading, carrying ashore, and handling in the warehouses, then I do not think that the ship's crew would have any reason to complain, and the Company would, I think, also come out even, and gain by having the sugar remain in one hand. On this matter I shall await Your High Excellencies' honored orders. Of the candy sugar I have said nothing special in this, because what is brought of it is not of very great importance, and that in any case it can be regulated on the same grounds. Having herewith concluded my humble reply to Your High Excellencies' aforesaid very honored separate missive, I append here several more points which, although they do not otherwise all belong in the separate letters, I nevertheless thought best to treat here, on account of various particularities that arise therein. The first clerk Jacob Goverts had given me reason for much dissatisfaction on several occasions, but because he has reasonably good abilities on the other hand when he wishes to apply them for good, I overlooked it each time with a mild reprimand, all the more because here, for the sake of the foreigners, who otherwise know how to criticize much because they are not informed of the circumstances, one must turn a blind eye to the conduct of subordinate servants somewhat more than at other offices, but now he acted so outrageously that I had to place him under arrest. I had employed him to speak with a captain of a small ship belonging to Mr. Willem Bolts, which was about to depart for RioLagoa, concerning the dispatch of the blue goods, for which the skipper had made a request, and because I thought that we could sometimes be of service in relations with foreigners, I wished to send him along himself. In the beginning he seemed to have nothing against it, but when it came to departing he changed his mind, as appeared to me afterward, and he sought therefore to make the dispatch fail. The arrest that I placed him under on that account, to deprive him thereby of the means to cause me further trouble in this matter, offended him very greatly, and I had no sooner had him released than it was reported to me that he was prepared to defect to the English. I sent for him, but he was then off the wharf, and from the reply that I received since, I could not doubt that I had been told the truth about him. In any other case I would have concerned myself little with this matter, because being rid of him is no loss, but because he understands English, he was employed in almost all dealings with the English Government, and thereby and through his service as first clerk, he had learned many things of which he might perhaps have been able to make malicious use. In order to restrain him in this as far as possible, seeing that he would cover himself with double shame if he did anything of the kind at least in public, while he still had to be considered to some extent to be in the service of the Dutch Company, I had him informed of what I had heard about him, and at the same time pointed out that if he thought he could make his fortune better with others, it was more honorable for him to ask for his discharge in a proper manner, and that although I could not give it to him here, I was nevertheless willing to propose it favorably to Your High Excellencies, and that in the meantime, if he requested it, I would grant him leave for the period of two years with cessation of salary. He was, as it seemed, well pleased with this and followed this advice, nor have I heard up to now that he has conducted himself improperly toward the Company in any way; nevertheless, he immediately entered English service, wherein he is now an officer, but I thought it best to let the impropriety of this pass unnoticed. I hope that Your High Excellencies will favorably approve my conduct in this matter, considering that if anything was done in this unusual case that should not otherwise have occurred, I have deviated from the customary path only because I think that in a place like this, the true interest of the Company requires that, as long as it can be done with any propriety, everything be avoided from which trouble of any kind might arise for the Company. Hold him I could not in any case, once he was off the wharf, and I think that by this treatment I prevented him from allowing himself to be used against the interests of the Company, if he might otherwise have been dishonest enough for that, which I would not, however, dare to assert to his detriment. Your High Excellencies might well postpone the decision on his request for a while, but this will perhaps only give him cause for restless thoughts, and I think therefore, if I may state my opinion, that it would be best to grant him his discharge from the service, either by placing him in burgher freedom or rather by giving him his final discharge, as a servant who was engaged in this country in the service of the Company. From the general resolution of the 18th of February last, Your High Excellencies will find recorded that first by Ali Nawaschan, who upon my arrival here was second or Naib, and afterward by the Nabob himself, in addition to the customary annual gift, an extraordinary gift of 700 rop=s was demanded at the customs clearance of the linens. In the year 1774, as I have been informed, there were some linens that had been salvaged from a ship that was stranded not far from the roads. For these linens, at the first shipment, the export duties
Dutch transcription
ze zoo goed is als die van de Komp:, en dat de Komp:e daar en booven droeg de ongelden van het lossen opdragen en het behandelen in de Pakhuijzen, dan denk ik niet dat de scheepelingen eenige reeden van klaage zouden hebben, en de Komp: zoude er na ik denk ook meede uijtkoomen, en er dit bij winnen, dat de zuijker in een hand blijft. Ik zal hier op UW Hoog Edelheedens geErde ordre blijven afwagten. Van de kandij zuijker heb ik in deezen niets speciaals ge„ „zegt, om dat het geen daarvan word aan„ „gebragt, niet is van heel veel belang„ en dat het in allen gevalle daar meede uijt de zelfde gronden kan worden gereguleert. Hier meede afgedaan hebbende mijn nedrig antwoord op voorsz: UW Hoog Edelheeden zeer g'eerde apparte Missive laat ik hier nog eenige posten volgen die schoon ze anderzins niet alle tot de apparte brieven behooren, ik nogtans best gedagt heb hier te chia en te behandelen, om deeze en geene bezonder„ „heeden die daarbij voorkoomen. De eerste klerk Jacob Goverts had mij te meer maalen reeden gegeeven tot veel mis noegen, dan wijl Hij daar en teegen reede¬ „lijke goede vermogens heeft als Hij ze ten goede aan wenden wil, heb ik dat telkens met een zagte bestraffing gepasseert, te meer men hier, om de wille der Vremden, die anderzins daarop veel te zeggen weeten om dat ze van de omstandig¬ „heeden niet onderrigt zijn, in het gedrag der onder„ „geschikte dienaeren al eens wat meer door de vingeren zien moet dan op andere komptoiren, dog nu maakte Hij„ het zo grof dat ik hem moeste in arrest doen zetten. Ik had hem gebruijkt om met een kaptain van een scheepje toebehoorende aan de Heer Willem Bolts, dat na RioLagoa stond te vertrekken, te spreeken over het verzenden der blauwe goederen, waartoe schipper ten sonder had verzoek gedaan, en om dat ik dagt dat Wij in den ommegang met Vreemden, ten sonder zom„ „tijds van dienst konde weezen, wilde ik hem zelve meede zenden. In den beginne scheen Hij daer niets teegen te hebben, dog doen het op een vertrek „ken gieng veranderde Hij, zo het mij naderhand gebleeken is, van gedagten, en Hij zogt de Ver„ „zending daarom te doen mislukken. Het arrest dat ik hem daarover gaf, om hem daardoor te beneemen de middelen om mij hierin verder moeijte te maaken, belyde hem heel. zeer, en ik had hem zoo dra niet doen ontslaan, of mij wierd gerapporteerd, dat Hij gereed stond om tot. 18 tot de Engelsen over te loopen. Jk liet hem bij mij roepen, dog Hij was toen van de werf, en uijt het antwoord dat ik zeedert kreeg, konde ik niet twijffelen, of men hadde mij de waarheid van hem gezegt. Jk zoude mij in een ander geval aan deeze zaak wij noger hebben doen geleegen leggen, om dat aan hem k'wijl te zijn niets gemist word, dog Hij was doordien Hij het Engels verstaat, in meest alle de handelingen met het Engels Gouvernement gebruijkt, en Hij was daardoor en door zijn dienst van eerste Clerk, agter veele dingen gekoomen, waar van Hij misschien een kwaa„ „daardig gebruijk zoude hebben kunnen maaken. Om hem hier in des moogelijk eenigermaate te beheugelen, gemerkt Hij zig met dubbelde schande moeste belaaden, indien Hij iets diergelijks ten minste in het publiek deed, terwijl Hij nog eenigermaat en moeste geagt worden te staan in den dienst van de Neder„ „landse Comp:s liet ik hem zeggen, wat ik van hem gehoort hadde, en teevens vertoonen, dat indien Hij ook meende zijn fortuijn bij andere beeter te kunnen maaken, het voor hem eerlijker was, om op een ordentelijke wijze zijn ontslag te vraagen, en dat schoon ik hem dat hier niet geeven konde, ik het UW Hoog Edelheeden nogt ans gunstig wilde voordraagen, en dat ik hem intussen, indien obia indien Hij daarom verzogte, verlof zoude geeven voor den tijd van twee Jaaren met stilstand van gagie. Hij was hier meede, zoo het gescheenen heeft, wel in zijn schik en volgde deeze raad, ook heb ik tot nog toe niet gehoort dat Hij zig ergens in onbehoor„ „lijk teegen de Comp:e heeft gedraagen; nietemin is hij daarop daadelijk gegaen in Engelse dienst waaren Hij tans officier is, dog ik heb gemeend het ongevoeglijke hiervan ongemerkt te moeten passeeren. Ik hoope dat UW Hoog Edelheeden mijne handelwijze in deezen gunstig zullen appro¬ „beeren, uijt aanmerking, dat zo ook in deeze ongewoone zaak iets gedaan is, dat anders niet had moogen geschieden, ik hierin van de gewoone weg alleen ben afgeweeken om dat ik denke, dat op een plaats als deeze, het waare belang van de Comp:s vordert om zoo lange het eenigzins ge„ „voeglijk geschieden kan, alles te meijden, waaruijt op eenigerhande wijze moeite voor de Komp: ontstaan kan. Houden konde. ik hem dog niet meer, toen Hij eens van de werf was, en ik heb door deeze behandeling denk ik voorgekoomen dat Hij zig teegens de intresten van de Comp:s niet heeft laaten gebruijken, zo Hij daar toe anders oneerlijk 19 oneerlijk genoeg mogte zijn geweest, het geen ik egter tot zijn nadeel niet zoude dieroen verzeekeren. UW Hoog Edelheeden zouden de Dispositie op zijn verzoek nog wel wat kunnen uijtstellen, dog dit zal hem misschien maar tot onrustige gedagten aanlijding geeven, en ik denke daarom indien ik mijn gevoelen zeggen mag, dat het best was om hem zijn ontslag uijt den dienst toe te staan, het zij met hem te stellen in burger vrij„ „heid of liever met hem finaal zijn ont„ „slag te geeven, als een dienaer die hier te lande in den dienst van de Maatschappij aangenoomen is. Bij de gemeene Resolutie van den 18. febr: jongstl: zullen UW Hoog Edelheeden aangeteekend vinden, dat eerst door Ali Nawaschan, die bij mijn komst hier tweede of Naib was, en naderhand door de Nabab zelve, boven het gewoone jaarlijks geschenk, nog gevordert is een buijten gewoon geschenk van 700- rop=s bij het vertollen der lijwaaten. Jn het jaer 1774. waeren er zo men mij heeft berigt, eenige lijwaaten die geborgen waeren uijt een schip dat niet verre van de Reede was gestrand. Voor deeze lijwaaten waeren bij den eersten afscheep de uijtgaande regten Nia
English
duties paid, and it therefore seemed reasonable that they would not be cleared through customs a second time; nonetheless, this gave rise to some trouble. The amount of the linens, however, was not so large that a second customs clearance thereof would have amounted to rop=s 700., and I therefore guess that there were other additional reasons, but what those may have consisted of has not come to my knowledge. Be that as it may, on this occasion that gift was given for the first time, and Ali Nawal Chan has asserted that it was at the same time promised to him for the future as well, and that on that account he also enjoyed it in the year 1775. Whether this be so I cannot say with any certainty, because in this negotiation a son of the Nabab's toll scribe was employed, who has since died. In 1776, Ali Nawalcan also demanded this extraordinary gift of rop=s 700. from me, on the occasion that I informed him that the goods scheduled to depart with the ship Venus were ready to be cleared through customs. I 20 I had the brokers speak to him about this and present the absurdity thereof to him, but he maintained firmly and obstinately that it was due to him. The broker Martchergie, who otherwise was a very good friend of his, brought to his attention during the discussion about it, as if on his own accord, that it was to be feared that if he refused to listen to reasonable requests, I would lodge a complaint about it with the English, but he did not allow himself to be swayed by that. He said one might simply do so; he had already spoken about it with the English chief Mr. Boddam, and the latter had informed him that he might take this extraordinary gift because it had been given to him previously, or otherwise he was simply to hold up the work of the customs clearance. That the present had been given once, if not more times, I could not doubt, and I had to assume, although no particulars thereof were known to me at that time, that there had formerly been some reasons for it. His predecessor in the administration was gone, and no one else seemed to be able to give me any intelligible report thereof, and to commence a complaint about it without knowing on what grounds seemed unadvisable to me; nor could the ship be delayed for that reason. I therefore had Ali Nawaschan requested to proceed with the customs clearance and that I wished to speak further with him regarding this dispute and do what was right. He allowed himself with great difficulty to be persuaded to this and thereupon carried out the customs clearance. I have since made every effort to unravel the matter, but I have been unable to obtain any other report upon which I could rely than what I have already related above. I subsequently sent word to Ali Nawas Chan that I did not see the basis upon which he made this demand, that it might well be that he had enjoyed this gift once and perhaps twice, but that an act of friendship such as this could constitute no obligation for the future, and that I was therefore not inclined to pay the same. Meanwhile, I had sent a small present to the principal city regents, in proportion to each person's rank, in order to make their acquaintance, and now that I thought the aforementioned dispute over this extraordinary gift was settled, 21 I also sent a gift to Ali Nawaschan to maintain friendship, with the protestation, however, that I did not do it by virtue of any obligation or previous customs, but solely as a token of my friendship and esteem for a man who had in several circumstances been known to be a friend of the Dutch Company and the Dutch. Ali Nawas Chan had in the meantime answered little to this message, and I cannot say whether he would have let the matter rest here had he remained alive, but he died in the month of June following thereafter. The Nabab now took the office of Naib for himself, or rather it was given to him from Bombay, and it was not long before he also began to speak of this gift. At first he did so only by way of inquiry, with the request to inform him how matters stood therewith, and from the reply I sent him, I thought he had allowed himself to be convinced of the injustice of this matter. The customs clearance of the linens took place in December 1777 without any opposition, but the ships of that season had only just departed when he emphatically demanded that present from me, and whatever representations were made against it, the outcome was always the same: Ali Nawaschan had enjoyed it in his time, and he now had to have it too. This remained confined to words until the return cargoes scheduled to depart with the ships Landskroon and Stavenisse had to be cleared through customs. Then he strictly refused to allow this to be done, unless the present of 700. rop=s was first given to him, and he simultaneously gave orders to the attendants of the furza—who otherwise, for a small present given to them annually, let these and other small matters pass—not to permit anything whatsoever to be shipped from the wharf. Nothing else was now open to me than to complain to the English about it, but besides the fact that, in my judgment, making a complaint about the Nabab to the English government ought to be omitted as long as it can be avoided in any way, I was especially hesitant, because of what I already knew from Ali Nawas Chan regarding Mr. Boddam on this matter, also
Dutch transcription
regten betaelt en het scheen dus reedelijk dat ze niet ten tweede maale wierden vertolti„ niet te min gaf dit aanlijding tot wat moeijte. Het bedraagen der lijwaaten was egter zoo groot niet dat een tweede vertolling daarvan rop=s 700. zoude hebben bedraagen, en ik gis daarom dat er nog andere bij reedenen geweest zijn, dog waarin die kunnen hebben bestaan, is niet tot mijn kennis gekoomen. Hoe het zij, ter deezer geleegertheid is dat geschenk de eerste maal gegeeven, en Ali Nawal„ „Chan, heeft beweerd, dat het hem ter zelver tijd ook is toegezegt voor het ver„ volg, en dat Hij het uijt dien hoofde ook gerooten heeft in het jaer 1775. Op dit zo zij kan ik met geen zeekerheid zeggen, om dat in deeze onderhandeling is. gebruijkt een zoon van 's. Nababs thol schrijver, die zeedert overleeden is. Jn het 1776 vorder de Ali Nawalcan dit buijten gewoon geschenk van rop=s 700. ook van mij, ter geleegentheid ik hem liet weeten dat de goederen die met het schip Venus stonden af te gaen, gereed waeren om te worden verzolt. Jk. 20 Jk deed hem door de Makelaers daarover spreeken, en hem de ongerijmtheid daarvan voorhouden, dog Hij beweerde stoat en steif, dat het hem toekwam. De Makelaer Martchergie die anders een heel goed vriend van hem was, voerde hem onder het spreeken daarover, als uijt zig zelve, te gemoed, dat het te vreezen was, dat zoo Hij na geen reedelijke verzooger luesteren wilde, ik daarooer bij de Engelsen zoude doen klaagen, dog Hij liet zig daar„ „door niet verzetten. Hij zeijde men mogt dat maer doen Hij had bereeds daarover doen spreeken met de Engelse bhef de Heer Boddam, en deeze had hem laaten weeten Hij mogt dit buijten gewoon geschenk neemen wijl het hem bevoorens gegeeven was, of anders had Hij het werk der vertolling maer op te houden. Dat het present eens zoo niet te meermalen gegeeven was, kon ik niet in twijffel trekken, en ik moeste dees veronder„ „stellen, schoon mij doen nog geene bezonder„ heeden hiervan bekent waeren, dat daardoor eertijds eenige reedenen geweest waeren. zijn voorzaat in het bestier wal weg, en niemand anders scheen mij daar van eenig verstaanbaer bericht te kunnen geeven, en om een klagte daarover aan te vangen zonder obia zonder te weeten met wat grond, dat scheen mij ongeraaden, ook kon het schip daar niet na worden opgehouden: Jk. liet Ali Nawas„ „chan daarom verzoeken om de vertolling te willen doen en dat ik noopens deeze questie naader met hem spreeken wilde, en doen wat regt was. Hij liet zig hiertoe met veel moeijte bepraaten en deed daarop de verzol„ „ling. Jk heb wij zeedert alle moeijte gegeeven om de zaak uijt te pluisen, dog ik heb daarvan geen ander bericht kunnen krijgen, waarop ik staat maaken konde, dan het geen ik hier boven reeds heb verhaalt. Aan Ali Nawas Chan liet ik vervolgens zeggen, dat ik niet in zag de grond, waarop Hij deeze vordering deed, dat het wel konde zijn, dat Hij dit geschenk eens en misschien tweemaal genooten had, dog dat een daad van Vriendschap als deeze geen verpligting konde uijt maaken voor het vervolg, en dat ik daarom niet gezind was het zelve te betaalen: Jk hadde intussen aan de voornaamste stads Regenten na maate van elks stand, een klijn present gezonden om kennis met hen te maaken, en nu ik het voorsz: ver„ „schil over dit bugten gewoon geschenk dagt 21 dagt afgedaen te zijn, zond ik ook aan Ali Nawaschan ter onderhouding van vriendschap een geschenk, onder protestatie nogtans dat ik het niet en deed uijt hoofde van eenige verpligting of voorgaande gebruijken maer alleen tot een blijk van mijn vriendschap en agtinge voor een Man, die in deele ge„ „leegentheeden had gehoord te weezen een Vriend van de Hollandse Komp: en de Hollan¬ „deren. Ali Nawas Chan had ondertusschen op deeze boodschap wijnig geantwoord, en ik kan niet zeggen, of Hij het hierbij zoude hebben laaten berusten zoo Hij was blijven „voortleeven, dog Hij overleed in de maand van Junij daaraan volgende. De Nabab naam nu het ampt van NPuib voor zig zelve, of lieoer van Bombaij wierd het hem gegee„ „ven, en het duurde niet lang of Hij begon ook van dit geschenk te spreeken. Eerst deed Hij het alleen vraagender wijze, met verzoek om hem te willen berigten hoe het daar meede stord, en op het antwoord dat ik hem zond dagt ik dat Hij zig van de Onbillijkheid deezer zaake had laaten overtuijgen. De Vertolling der lijwaaten geschiede in December 1777. zonder eenige teegenstard obia tegenstand, dog de scheepen van dien tyd waeren maer pas weg, of Hij liet mij met nadruk dat present afeijsschen, en wat vertoogen ook daar teegen gedaen zijn kwam het altoos wederom daarop uijt, Ali Na„ „waschan had het in zijn tijd genooten, en Hij moest het nu ook hebben. Dit bleef bij praaten tot zoo lange dat de retouren die met de Scheepen Landskroon en Stavenisse stonden af te gaen, moesten worden vertolt. Doen wijgerde Hij volstrekt dit te laaten doen, ten zij hem eerst het present van 700. rop=s gegeeven wierd, en Wij gaf te gelijk ordre aan de bediendens van de shirbaar¬ die anders om een klijn presert dat hun jaarlijks gegeeven word, deeze en geene klijnigheeden nog al laaten passeeren, om niet te permitteeren dat er iets hoe genaamt van de werf wierd afgescheept. Mij stond na niets anders open dan om aan de Engelsen daarover te klaagen, dog behalven dat naer mijn oordeel het doen van klagte over de Nabab bij de Engelze Regeering, moet werden nagelaaten, zo lange het eenigzins te ontwijken is, was ik in zonderheid over het geen ik reed s door Ali Nawas Chan op dit stuk van de Heer Boddam wist, ook
English
also not entirely certain how it would have been understood there. Moreover, I could not hope that they would wish to settle this at our pleasure as quickly as was necessary to dispatch the ships in time, and this nonetheless had to be done. I therefore knew of no other counsel than to humor the Nabab for this once, and I accordingly sent him the 700. rop=s with the notification that I only did this because the work of customs clearance could tolerate no further delay, and that as soon as the ships had departed I would cause further representations to be made to him about this. All remonstrances made by me against it have availed nothing, and so, after sending a multitude of fruitless messages, I finally had to come to the point of giving the Nabab a present of rop=s 3000. in order to buy off this claim. For now, after I had once sent him the 700. rop=s, which he naturally would have turned into an argument against me, to lodge a complaint about it with the English Government would in all probability have served no purpose other than uselessly to provoke the Nabab against the Company. In a country and under a government as here in Suratte, it is sometimes best to endure a small wrong, if it can be done in silence, in order to escape greater wrongs, and I hope that Your High Nobles will, on that account, favorably approve my conduct herein. In the general Resolution I arranged the matter to be made known in such a way, so that this buying-off might not appear, as if the Nabab had been convinced of the unreasonableness of his demands, and on that account had not only abandoned them, but had also given me written proof thereof, which has been inserted in the aforesaid Resolution. The gift itself I have provisionally paid out of my own money, so as not to violate Your High Nobles' prohibition in Your very own separate letter of 10. August 1776, not to make any gifts of whatever kind, without Your authorization. Nevertheless, I hope that Your High Nobles will not leave me burdened with this, and that You will favorably recognize that the circumstances in which I found myself regarding this necessarily required coming to a decision, and that my resisting this demand of the Nabab too strongly, however extremely unfair it may be, would in all probability have been the cause of the ships not having been able to depart in due time, which I did not dare to take upon myself. It gives me great pleasure that Your High Nobles have decided to have the accounts of the Suratte Moorish seamen kept henceforth by entire crews. This will make that work much easier and will result in being able to prevent many errors that until now seem to have been associated with it, owing to the constant exchange of names. By the uncertainty resulting from this in the levying of charges, it is only possible to understand how long these people have been able to have such large sums standing ahead in the pay books, as have had to be paid to them from time to time, and however noticeable that is, it nevertheless frequently happens that the men who return from Batavia are not even satisfied with it, and that often causes very great quarrels and trouble when those people are discharged here, because they dare to maintain in a shameless manner that so little of their earned wages was furnished to them in Batavia, that they still have much more to claim than what they are permitted to receive according to the books. Last year in particular, and also once again this time, this has caused very great trouble, notwithstanding all the remonstrances of the pay bookkeeper to show them the unreasonableness of these demands. The agents of these people have also known how to make great use of the confusion in which this work is entangled. Seeing that frequently those names that were given to them one year as dead or absent, appear again in the course of time in other reports, they have argued from this that people sought to deceive them, and that there are more men in Batavia than those for whom the two months' allowances are disbursed annually. And this has sometimes proceeded quite tempestuously before it could be settled. In the latest year this ran as high as ever. In order to carry through these unfair claims, a party of men and women came to the wharf, claiming with great clamor to be next of kin of such Moorish seamen as had not yet returned. They complained with much noise that they had now already waited a considerable time in vain for the 2. months' allocations that had to be disbursed to them on account of their next of kin, and when I made this unruly mob, who all shouted equally loudly, depart willy-nilly, with the notification that they should come to make their complaint in an orderly manner, they moved off to the Native Government.
Dutch transcription
22 ook niet al te zeeker hoe men het daer zoude hebben begreepen. Jk konde bovendien niet hoopen dat men ter onzer believen dit zoo spoedig zoude willen afdoen, als noodig was, om de scheepen in tijds te depecheeren en dit moeste nogtans geschieden. Jk wist dus geenen anderen raad dan om de Nabab te wille te zijn voor dit maal, en ik zond hem dierhalven de 700. rop=s onder aankon„ „diging dat ik dit alleen deed, om dat het werk der vertolling geen verder uijt stel veelen konde, en dat ik zo dra als de scheepen vertrokken waeren daarover met hem naader zoude doen spreeken. Alle Vertoogen door mij Ieder daar teegen gedaen hebben niets kunnen baten, en ik heb er dus na het zenden van een meerigte vrugteloose boodschappen, endelijk toe moeten koomen, om de Nabab ter afkooping van deeze pretentie te geeven een present van rop=s 3000. want om nu na dat ik hem eens de 700. rop=s gezonden had, die Hij natuurlijk tot een argie„ „ment teegens mij zoude hebben doen gelden, daar over klagte te doen bij het Engels Gouver„ „nement, zoude na de hoogste waarschijnlijk„ „heid tot niets gedient hebben dan om nutteloos de Nabab teegens de komp: in het harnas te helpen. Jn een land en onder een Regeering - Regeering als hier te suratte, doet men zomtijds best een klijn ongelijk, als het in stilte geschieden kan, te verdraagen om grootere ongelijken te ontgaen, en ik hoope dat Uw Hoog„ „Edelheeden uijt dien hoofde mijne gehoudene behandeling in deezen gunstig zullen goedkeuren. Bij de gemeene Resolutie heb ik, op dat dit afhoopen niet blijken mogt, de zaak zoo doen bekent stellen, als of de Nabab van de on„ „reedelijkheid zijner Vorderingen was overreed ge„ „worden, en uijt dien hoofde daarvan niet alleen had afgezien maer mij ook daarvan gegeeven had het schriftelijk bewijs, dat bij de voorsz: Resolutie is geinsereert. Het geschenk zelve heb ik bij voorraad uijt mijn eijgen geld betaalt, om niet te overtreeden UW Hoog Edelheeden verbod bij Hoogst Derzelver apparte brief van den 10. August 1776. om geene geschenken te doen hoe genaamt, buijt en Hooght Derzelver qualificatie, egter hoop ik dat UW Hoog Edelheede mij daar meede niet zullen belast laaten, en dat Hoogst Dezelve gunstig zullen inzien, dat de omstandigheeden waarin ik mi hier omtrent bevonden heb, noodwendig vorderden om tot een besluijt te koomen, en dat ik met mij al te sterk teegens deezen Eijsch van de Nabab, hoe zeer ze ook ten uijtersten, onbillijk is — te verzetten, na de hogste waarschijnlijkheid oorzaak zoude gegeeven hebben dat de scheepen niet. 23. niet ter behoorlijker tijd hadden kunnen vertrekken, het geen ik niet heb durven over mij neemen. Het doet mij veel genoegen dat UW„ Hoog Edelheeden beslooten hebben om de suratse Moorse zeevaarende hunne reekeningen, voort aan te doen houden bij geheele ploegen. Dit zal dat werk veel gemakkelijker maaken en voortbrengen dat zullen kunnen worden voor„ „koomen veele abuijzen die daar meede tot hier toe, mits de gestaadige verwisseling der naamen schij„ „nen te zijn verbonden geweest. Door de daaruijt voort gevloeijde onzeekerheid in het doen der belas„ „tingen, is het alleen mogelijk te begrijpen hoe veel tijds dit volk zo groote sommen bij de zoldij boeken hebben kunnen te vooren staen als nu en dan aan de zelve hebben moeten worden betaelt, en hoe zienbaar dat ook is gebeurt het niet te min dikwils dat het volk dat van Batavia te rugkeert, nog niet eens daar meede te vreede is, en dat geeft dikwils heele groote rusie en moeijte, als die menschen hier worden afgedankt, om dat ze op een om„ „beschaamde wijze durven staande houden, dat hun te Batavia zo wijnig aan hunne verdiende gagie is verstrekt, dat ze nog veel meer te vorderen hebben dan het geen ze, volgens de boeken moogen genieten. Voor„ „leede jaar in zonderheid en ook wederom dit maal en in ere oog„ n dittmaal heeft dat zeer groote moeijte gemaakt„ niet tegenstaande alle de vertoogen van de zoldij boekhouder om hen de onreedelijkheid deezer vorderingen te doen zien. De zaak bezorgers van dit volk hebben ook de Confusie waarin dit werk steekt, zig zeer ten nutte weesen te maaken. ziende dat veeltijds die naamen die het eene Jaar aan hun opgegeven zijn voor dood of absent, bij vervolg van tijd wederom bij andere berigten voor „koomen, hebben ze daar uijt beweerd, dat men hen zogt te bedriegen, en dat er meer volk daen waarvoor jaar„ „lijks de twee maenden worden uijt gereijkt, te Batavia in weezen zijn. En dit is zon tijds al even onstuijmig in zijn werk gegaan, eer het heeft kunnen worden afgedaan. Jn het Jongste Jaar is dit zo hoog geloopen als ooijt. Om deese onbillijke vorderingen te doen doorgaen, kwaaren er een partij mans en Vrouwen op de werf, met veel misbaer zig uijtgeevende voor naast „bestaende van zulke Moorse zeevaarende als nog niet terug gekoomen zijn. ze klaagden met veel gedruis dat ze nu al een geruijmen tijd te vergeefs gewagt hadden na de 2. maenden vermaakingen die hun voor reekening van hunne naastbestaande moesten worden uijt ge„ reijkt en doen ik deezen woest en hoop, die alle even hard schreeuwden, met of teegen dank deed vertrekken, met aankondiging dat ze hunne klagte ordentelijk zouden komen doen, trokken ze naar het Jnlands. Governe„ ment
English
24. market and shouted that the Nabob would do them justice. Here, people are always ready to meddle in these matters, and following this I received several messages from the Nabob, requesting that I issue orders to ensure that these people received what was theirs. I then had the agents of these people come to me, but there was no way to bring them to reason, until I finally told them that I could well see that they themselves were the cause of all these disturbances, and that, if they continued to refuse entirely to listen to reason, I would send the money that could be paid according to the books for these two months of remittances to the Nabob along with a list of the people to whose families it belonged, requesting him to have it distributed to those who were found to be entitled to it. This made them change their stance somewhat, and they finally remained satisfied with the statement of the pay bookkeeper; nevertheless, the matter dragged on until the month of May, whereas otherwise this settlement is generally made shortly after the departure of the ships. To make these matters proceed somewhat more orderly in the future, I caused, particularly regarding the matter of the two months of remittances, a confrontation to be made against the specifications of payments and the report of the commander. All those who do not appear therein, I shall have written off the books in the best possible manner. Furthermore, in order to prevent all future disputes, I shall require the agents of these people to provide a proper certificate showing that all the accounts of those who are removed from the books in the aforementioned manner have been settled by the Company properly and to their satisfaction; and I shall also require them to pass a certificate declaring that they acknowledge that there are no more people currently in Batavia than those who shall be found, upon confrontation, to be genuinely still active there. With this, I hope this messy business will finally come to an end, and when matters have progressed that far, I shall also have all the remaining running accounts of the Moorish seafarers removed from the books, in order to have that work handled separately henceforth. How the bookkeeping for each vessel ought to be conducted to keep that work clear of new confusion, I have not yet been able to think through sufficiently, but I shall issue the necessary orders thereon in due time, to be followed until 26 until Your High Honours yourselves will have made further provision in this regard. The pay office work will henceforth, through this arrangement, easily be dealt with at the Trade Office, merely by granting it one more clerk, and the office of pay bookkeeper can, the sooner the better, be abolished. In the month of April last, the revenue collector of the Poona Court informed me that he was about to depart from here, and that he wished to pay me a visit first. I had him told that I would welcome it, and when he arrived, he gave me many assurances of the good sentiments which he said he knew the Maratha Court held with regard to our Company. I replied to this as customary, and upon his recommendation and almost at his request, I gave into his delivery a letter to the young Prince as well as some letters for several court dignitaries to whom letters were accustomed to be written from time to time, and among them one to the First Minister Nana Fadnavis. To this, I received a reply some months later, and the letters, particularly from the young Prince and the First Minister, were, according to the Persian writer, drafted in more friendly terms than usual. They were brought to me by a Brahmin and two express couriers, but because I was informed that the aforementioned correspondence of mine to Poona, of which someone from there had informed General Goddard, had already aroused some suspicion among the English, I, in order to give as little offense as possible, had the aforementioned Brahmin told merely to deliver the letters to a servant whom I sent to him for that purpose; and as a farewell gift I sent him a pommerie and to each of the couriers 10 rupees. However, a few days later, the Brahmin asked me whether I had no return letters to give him, and upon my reply that I would send them on another occasion, I received a second message from him on behalf of an envoy from the Poona Court to General Goddard named Lala Nihal Chand. He asked whether I would allow him to come and see me. Under other circumstances this would give no cause for hesitation, but because of the hostilities between the English and the Marathas, I thought it best first to take the advice of the Council, which I had also already informed, for the same reasons, of the aforementioned dispatched and received letters.
Dutch transcription
24. mert en riepen de Nabab zoude hun regt doen. Hier is men altoos gereed om zig in die dingen te mengen, en ik kreeg hierop verscheijde boodschappen van de Nabab, met verzoek dat ik ordre wilde stellen dat deeze Menschen het hunne kreegen. Jk liet doen de bezorgers van dit volk bij mij koomen, dog daar was geen middel om ze tal reeden te brengen, tot dat ik hun eijndelijk zeijde, dat ik wel zag dat zij zelve de oorzaak van alle deeze woelingen waeren, en dat, zo ze voortgiengen van ten eenemaal na geen reeden te willen luijsteren, ik dan het geld dat voor deeze twee maenden vermaakingen volgens de boeken konde worden betaelt, zoude zenden aan de Nabab met een lijst van het volk, aan wiens familles het behoorde, met verzoek om het te doen uijtdeelen aan die geene die bevonden zouden worden daartoe geregtigt te zijn. Dit deed hun wat veranderen en ze hebben zig eijndelijk met de opgave van de zoldij boekhoud er te vreede gehouden, niet te min is het daar meede aangeloopen tot in de maend van Meij, insteede dat anders deeze afbetaaling doorgaens gedaen word kort na het Vertrek der scheepen. Om deeze dingen in den aanstaande wat ordentelijker te doen gaan, deed ik, in zon„ „derheid omtrent het stuk der twee maenden Vermaakingen Confronteeren teegens de specificatien van betaalingen en het berigt van den kommandeur„ Alle de geene die daar bij niet voorkoomen zal ik op de best moogelijke wijze bij de boeken doen afschrijven. Ik zal voorts ter voorkooming van alle disputen in den aan„ staande de bezorgers van dit volk doen gee„ „ven een behoorlijk bewijs dat alle de reeke„ „ningen van die geen die op voorsz: wijze uijt de boeken genoomen worden, door de komp:e behoorlijk en ten haaren genoegen zijn afge„ „maekt, en ik zal hen teffens doen passeeren een bewijs dat ze bekennen dat 'er niet meer volk tans nog te Batavia is, dan het geen bij Confrontatie zal bevonden worden dat nog werkelijk aldaar voortloops. Hiermeede hoop ik zal deeze morspot eens een eijnde neemen, en als het zo verre is, zal ik ook alle de overige reekeningen der Moorle zeevaarende die voortloopen, uijt de boeken doen neemen om dat werk voortán afgezondert te doen behandelen. Hoe het houden der reekening van elke plaeg diend te geschieden om dat werk bueijt en nieuwe verwarring te houden heb ik nog niet genoeg kunnen door„ „denken, dog ik zal daarop in tijds de noodi„ ge ordre stellen om te worden agtervolgt tot 26 tot dat UW Hoog Edelheeden zelve daarin nader zullen hebben voorzien. Het zoldij werk zal voortaen door deeze schikking gemakkelijk kunnen afgedaen worden op het Negotie Comptoir, door daaraan alleen een borst meer toe te staan, en het ampt van zoldij boekhouder kan niets dien hoe eer zo beeter worden afgeschaft. In de maend van April jongstl: liet mij de gaart in vorderaar van het Poenase Hof weezen, dat Hij stond van hier te vertrekken, en dat Hij mij gaarn eerst een bezoek wilde doen Ik liet hem zeggen dat ik het wel leijden mogt, en doen Hij kwam deed Hij mij veele verzeekerin„ „gen van de goede gevoelens waarin Hij zijde wel te weeten dat het Marratse Hof was ten aanzien van onse Comp:e Jk beantwoorde dit na gewoonte en op zijn aanraading en bijna op zijn verzoek gaf ik hem in bestelling meede een briefje aan de jonge Vorst als meede eenige briefjes voor verscheijde Hofs grooten waaraan nie en dan pleeg geschreeven te worden, en onder dezelve een aan den eersten Rijks bestierder Nanna Parnawies. Hierop ontfieng ik eenige maenden daarna antwoord, en de brieven in zonderheid van de Jonge Vorst en den eersten Rijks bestierder, waeren na het zeggen van den Persiaanse schiijver schrijver vriendelijker dan na gewoonte inge„ stelt. te wierden mij gebragt door een Braman en twee expresse briefdragers, dan wijl ik was onderrigt, dat; voorsz: mijne schrijver na Poena waarvan iemand van daer„ aan de Generaal Goddard had kennis gegeven reeds wat argwaan bij de Engelsen hadde verwekt, liet ik om zoo wijnig aanstoot te geeven als moogelijk is, de voorsz: Braman zeggen, om de brieven maer af te geeven aan een bediende die ik hem daartoe zond, en tot af„ „scheijd zond ik aan hem een pommerie en aan elk der briefdragers 10. ropije: Dog wijnige daage daarna liet mij de Boaman vraagen of ik hem geen brieven terug meede te geeven had, en op mijn antwoord dat ik die bij een andere geleegentheid zenden zoude, kreeg ik een tweede boodschap van hem uijt naam van een Afgezant van het Poenase Haf aan de Heer Generaal Goddard genaamt Palla Nehaaltjan. Deeze liet mij vraagen, of ik hem wilde toestaan dat Hij my kwam zien. Jn andere geleegentheeden konde dat geen bedenking geeven, dog om de onlusten tussen de Engelsen en de Marratters heb „k, best gedagt, daarop eerst in te neemen het advies van de Vergadering, die ik ook reeds om de zelfde reedenen had kennis gegeven van de voorsz: afgegaane en ontfangere brieven.
English
letters as appears from the recorded minute in the Resolution of 2 November last, and since the latter, according to the secret Resolution of 15 November, was of the same opinion as I, that the unrest between the Marathas and the English was no reason why one should reject such visits when a request is made for them, I had the said Envoy informed that I would receive him whenever and in such a manner as he himself chose. In accordance with the record in the secret Resolution of 18 November last, he came to me on the evening of 17 November dressed in plain attire without any retinue, bringing with him only two persons who were assigned to him on his mission to Mr. Goddard, and whom I have since heard are named Letsman Rouw and Ramba. He began by saying that he had orders from the first regent of the realm, Nanna Parna wies, to visit me before his departure from Suratte, and that he did so now because he planned to return to Poena as soon as Mr. Goddard should have returned from Bombaij. He then expatiated at great length upon the great friendship that the Maratha Court bore toward the Dutch Company, and one now saw clearly, he said, that the Dutch were the only ones among all the Europeans with whom the natives could enter into alliances without having to fear the consequences. Up to this point I have had the conference recorded in the Resolution, but not what follows, because nothing could be decided upon it without the orders of Your High Noblenesses anyway, and moreover I was apprehensive that something of it might leak out prematurely. Now the main purpose of the visit came to light. I knew, the Envoy said, how unfairly the English, without any decent reason, had renewed the breach of peace with them; they had been fortunate thus far, and they also did not lack men to continue to oppose the English in their destructive designs, and this they also intended to do with all their might; they would only be done a great service if one could accommodate them with the necessary munitions of war. I feigned some surprise at this because of their alliance with the French, but the Envoy told me that while the French had indeed offered their help in this matter as well, the French had shown so early on that if the Marathas rid themselves of the nuisance of the English with their help, they would thereby merely impose a new yoke upon themselves, and that this made them cautious about becoming too deeply entangled with that nation. Replying to him thereupon on the matter itself, I said that besides the Company having only a small stock of ammunition here, the present circumstances of this place also did not permit accommodating his Court with it. He said he had anticipated this answer, but that he believed these reasons were limited only to Suratte, and need not prevent the Company from doing them this service at other trading posts. Without answering this directly, I asked him what the Company would have to expect in return. First he spoke of the Suratte Castle. Regarding this, he said he could assure me on good grounds that the Maratha Court would gladly see it in the hands of the Dutch Company, and that it was ready to lend us a hand in due time, if circumstances should permit. I could answer little to this, both because I did not know how far I could trust him himself, and especially because he had two other people with him; and when he saw that I did not wish to express myself on that, he spoke of Bassyn with its dependencies. He knew that the Company had once sounded out the ruler of that time on this matter in the days of Mr. Senff, and although he said he was not properly authorized on this point, he nevertheless spoke of it as a matter that he believed could now be obtained in accordance with the Company's objective. What reliance can be placed on these things, I dare not assure Your High Noblenesses. The Marathas are somewhat fickle and even have the reputation of being very faithless, and accordingly not much more should seemingly be counted on their assurances than insofar as their own interest is bound up with them. It is probable, however, that they realize that their interests entail having an alliance with a European power, and I believe in good faith that in this they would prefer us above all other nations. A contract such as Mr. Senff proposes in his Memoir would bind the Company to nothing other than supplying munitions of war, and is consequently offensive to no one. Meanwhile, to pay a sum of money for Bassijn according to the draft contract of Mr. Senff is something I would not dare to advise; but if the Company could obtain Bassijn with its dependencies with such an annual payment to the Marathas that, for example, 3 lakh rupees net could remain for the Company, this would be sufficient
Dutch transcription
27. brieven blijkens het aangeteekende ter Reso„ „lutie van den 2.:e Novbr: jongstl: en wijl deeze volgens sekreete Resolutie van den 15e Novembr: met my van begrip was, dat de onlusten tussen de Marratters en de Engelse geen reeden waeren, waarom men zulke bezoeken wanneer daartoe verzoek gedaan word zoude moeten afwijzen, liet ik gem: Afgezant weesen, dat ik hem ontfangen zoude wanneer en op zulk een wijze als Hij dat zelfs derkoos. Hij kwam volgens het aangeteekende ter sekreete Resol: van den 18. novemb: jongstl: op den 17=e Novbr: 's avonds bij mij gekleed in slegt gewaad zonder eenig gevolg, alleen bragt Hij met zig nog twee perzoonen, die hem in zijn Commissie aan de Heer Goddard zyn toegevoegt en ik zeedert gehoort heb dat genoemt zijn Letsman Rouw, en Ramba. Hij begon met te zeggen dat Hij last hadde van den eersten Rijks bestierder Nanna Parna wies om voor zijn vertrek van suratte te moeten bij mij gaen, en dat Hij dit nu deed om dat Wij reekening maekte om te rug te keeren na Poena zo dra de Heer Goddard van Bombaij zoude zijn wederom gekoomen. Vervolgens wijde Hij heel breet uijt over de groote vriendschap, die het Marrats Hof de de Nederlandse Komp: toedroeg, en men zag ru klaarlijk zijde Hij, dat de Nederlanders order alle de Europeers de eenigste waeren, met wien de Jnlanderen verbindenissen hebben konden, zonder de gevolgen te noeten vreezen. Tat hier toe heb ik de Conferentie bij de Resolutie doen aanteekenen dog niet het volgende, om dat daarop buijten UW Hoog Edelheeden ordre dog niets konde beslooten worden, en dat ik boven dien bedugt was dat daar van zontijds iets uijt„ „lekken korde. Nu kwam het hooft oogmerk van de Visite voor den dag. Jk wiste, zeijde de Afgezant, hoe onbillijk de Engelsen zonder eenige betaamelijke reeden, op nieuw de vreede met hun verbrooken hadden: te waeren tot hier toe gelakkig geweest, ook ontbrak het hun niet aan Volk om de Engelse in hunne verderfelijke oogmerken verder te keer te gaen, en dit waeren ze ook voor„ „neemens te doen met al hun vermoogen, alleen zoude hun groote dienst geschieden indien men hun met de nodige oorlogs behoeftens konde gerieven. Jk hield mij wat verzet hierover om de wille hunner verbintenisse met de franse, dog de Afgezant zeijde mij, dat deeze wel hunne hulp ook op dit stuk hadden aangebooden, dog dat de franse zo tijdig hadden doen zien, dat zo de Marratters zig met hunne hulp van de overlast der Engelser ontdeeden, ze zig daardoor niet dan een nieuwe juk zouden opleggen, en dat 28 dat hun dit zorgelijk maakte om zig te diep met deeze Natie in te wikkelen. Hem vervolgens op de zaak zelve antwoordende, zeijde ik, dat behalven dat de komp: hier niet dan een klijne voorraad van ammonitie heeft, ook de tegenswoordige geleegentheid deezer plaats niet toeliet om zijn Hof daar meede te kunnen gerieven. Hij zeijde dit antwoord te hebben voorzien, dog dat Hij meerde, dat deeze reeden zig alleen tot suratte bepaalden, en niet be„ „hoefde te beletten van hun deeze dienst op andere komptoiren aan de Komp: te kunnen doen. zonder dit regtstreeks te beantwoorden, vroeg ik hem wat de komp: hiervoor zoude te wagten hebben. Eerst spraak Hij van het surats Kasteel. Hiervan zeijde Hij mij op goede gronden te kunnen verzeekeren dat het Mar„ „rats Hof dat gaarn in de handen der Nederlandse Comp:s zoude willen zien, en dat het gereed was ons daartoe, indien de zaaken zig daarna schikten in der tijd de hand te leenen. Jk konde hierop wijnig antwoorden, zoo om dat ik niet wiste, hoe verre ik hem zelve vertrouwen konde, als in zon„ „derheid om dat Hij nog twee luijden bij hem haid, en doen Hij zag, dat ik mij daarover niet wilde uijt laaten sprak Hij van Bassyn met het geen daaronder behoort. Hij wiste dat de komp: hierover ten tijde van de Heer Senff. den doen maliger Vorst eens hadde doen polsen, en Schoon Hij niet zeijde op dit stuk behoorlijk te te zijn gelast „ sprak Hij niet te min daarover als een zaak die Hij meende dat thans, naer het oogmerk van de komp: zoude te verkriggen zijn. Wat staat er op de dingen te maaken is, durf ik UW Hoog Edelheeden niet verzee„ „keren. De Marratters zijn wat ongestaadig en te hebben zelfs de naam van heel trouweloos te weezen, en op hunne verzeekeringen schijnt dien volgens niet veel meer te moeten worden gereekent, dan voor zo verre hun eijgen intrest daar meede verbonden is. Het is egter vermoe„ „delijk dat ze inzien dat het hunne belangens meede brengen, om een alliantie te hebben met een Europeese Mogentheid, en ik geloove ter goeder trouw, dat ze ons in deezen boven alle andere Natien zouden prefereeren. Een kontrakt zo als de Heer serff dat bij zijn Memorie voorsteld, zoude de komp: tot niets verbinden dan alleen tot het leeveren van oorlogs behoeftens, en is dien volgens voor niemand off en sief. Om ondertussen voor Bassijn volgens het Concept Contrakt van de Heer Serff, eene somma gelds te betaalen, dat zoude ik niet durven aanraaden, dog zoo de komp Bassijn met het geen daaronder gehoort, verkrijgen konde met zulk een jaar„ „lijkse uijtkeering aan de Marratters, dat daarvan bij voorbeeld 3. lak ropijen Zuiver voor de komp overschiet en konde, zoude dit toerijkende
English
29 would be sufficient to defray, in addition to the expenses of the household, the maintenance of a couple of battalions of sepoys, each of 1000 men. Bassijn has a very good harbor and has just as good opportunities as Bombag for trade in the Deccan. The Company would be free from all duties and tolls, and it is very likely that once we were established there and had made it our head office on this coast, this place, where there is already a reasonable amount of trade at present, would soon become one of the best trading posts in the Indies. One could easily probe the matter a little further. The opportunity seems even too favorable not to do so, and I have therefore told the envoy that I would inform Your High Excellencies of his proposal. If Your High Excellencies should see fit to attempt this, then as soon as I have received the necessary authority for it, I shall, under one pretext or another, send the Company's first courtier Mamed Arf to Poena to negotiate about this with the first minister of the realm Nanna Parnawies himself. This is a very good man for such matters, both because of his good discretion and because one can rely on his loyalty. He has formerly been to the Maratha court several times and on that occasion became personally acquainted with the present first ruler of the realm, Nanna Parnawies. Moreover, he has gained the friendship of several other grandees, who still occasionally write to him, and the Prince Maderauw himself was so very pleased with him that, after having first sought to have him enter his service, he granted him an annual salary of 500 rop=s and had a written certificate of this given to him, which is still in his possession. These 500 rop=s have also been paid to him twice, but the disturbances that have since arisen at the Maratha court have deprived him of the further enjoyment thereof. Balsijn did indeed formerly belong to the Portuguese, but so did Salsette, which the English now hold, and one does not see that the Portuguese make much fuss about their old claims to it; this matter is also already so long ago that this right may well be considered void. The castle of Surat, which might otherwise also suit the Company, all the more so because we are already established here, seems a point that is perhaps subject to more difficulties, even if the English might lose it this time through the fortune of war. 30. While talking, the envoy told me that the Marathas have concluded an alliance with the Nabab of Golkonda, Nisam Ali, and with Haeder Ali against the English, and that in order to enable Haider Ali all the more, he has been permitted by the Court of Poena to withhold for the present the annual tribute of 40 lak rupees that he had to pay. Concerning the actual exercise of the right to export goods toll-free, a very good proof fell into my hands a couple of days ago. The broker of Amedabad requested me some time ago to procure permission for him to export toll-free 50 canassers of powder sugar and 2 bags of cloves which he had bought from the brokers, and because he had at the same time taken the lodge of Amedabad under his custody without expense to the Company, and therefore now had to forgo the small profit he had enjoyed until now, I did him this favor. I let it appear as if I needed some money in Amedabab for goods that I had to have manufactured there, and the permit for toll-free export was immediately sent to me. The courtier Mamed Arf has found means to obtain from the toll chamber the original permit note upon which these goods were exported toll-free. I immediately had a faithful copy made of it, which I send herewith, because I did not dare to make it known among the public papers so as not to compromise the tollhouse clerk who provided it. I also had to return the original immediately. The duplicate thereof I send with the copy of this letter to the Noble and Right Honorable Lord Masters. This is an excellent piece of evidence, because in addition to the Nabab, it is also signed by both the English Chief and the English toll officer, Mr. Morlij. It is registered in the toll books, and I hope that through this same channel by which I obtained this, I shall also obtain several other such permit notes, and I indeed do not see how the English can escape the force of these proofs. I commend Your High Excellencies to God's merciful protection, and have the honor to be with deep respect, Underneath stood: High Noble, Generous, Right Honorable, Far-Ruling Lord, and Noble Lords, Your High Excellencies' most humble and obedient servant. Was signed: W. I. Van der Graaff. In margin: Suratte, 31 December 1779. Agrees. W. van der Graaff No: 1.
Dutch transcription
29 toerijkende zijn, om daaruijt behalven de onkosten van de Huishouding, te kunnen goedmaaken het onderhout van een paar bataillons sepaijs elk van 1000 Mam. Bassijn heeft een zeer goede Haven en heeft even zo goede geleegent„ „heed en als Bombag, tot de handel in het Dekanse. De komp:e zoude van alle lasten en tollen vrij zijn en het is zeer te vermoeden dat wanneer we daar eens gezeeten waeren en er ons hoofd kantoor aan deeze kant van gemaakt hadden, deeze plaats alwaer thans reeds reedelijk veel handel is, spoedig tot een der beste handel plaatsen van Indien worden zoude. Men konde ligtelijk de zaak eens wat naader ondertasten. De gelee„ „gertheid schijnt zelfs, te gunstig om dat niet te doen, en ik heb daarom de Afgezant. gezegt, dat ik UW Hoog Edelheeden van zijn voorslag zoude kennis geeven. zoo UW Hoog„ „Edelheeden mogten goedvinden dit eens te probeeren, dan zal ik zo dra ik daartoe de noodige qualificatie zal hebben ontfangen, onder het een of het ander voorwendsel sComp=s eerste Hofganger Mamed Arf, na Poena zenden om daar over met de eerste Rijks Mi„ „nister Nanna Parnawies zelve te handelen, Dit is een heel goed man tot zulke dragen, zoo om zijn goed beleijd als om dat men op zijn over zijn trouw staat maaken kan. Hij is eertijds verscheijde maalen aan het Marrats Hof geweest en heeft bij die geleegentheid aan den tegenswoordige eerste Rijks bestierder Nanna Parnawies perzonneele kennis gekreegen. Bovendien heeft Hij verworden de vriendschap van verscheijde andere Grooten, die nog zomtijds aan hem schrijven, en de Vorst Maderauw zelve was zo zeer over hem voldaen, dat Hij„ na dat Hij eerst gezogt hadde om hem in zijn dienst te doen overgaen, hem toeleijde een Jaar geld van 500. rop=s, en hem daarvan liet geeven een schriftelijk bewijs, dat nog onder hem is. Ook zijn hem deeze 500. rop=s twee maal betaelt, dog de zeedert opgekoomene onlusten aan het Marraets Hof hebben hem van het verder genoot daar van verstooken. Balsijn heeft wel eertijds aan de Portugeelen gehoort, dog dat heeft salsette, dat de Engelsen nu hebben, ook gedaen, en men ziet niet dat de Portugeesen van hunne oude pretensie daarop veel weezen maaken, ook is deeze zaak reeds zoo lange geleeden, dat dit regt wel kan worden gehouden voor vernietigt. Her surats Kasteel dat anderzins de komp:s ook wel lijkenen zoude te meer we hier reeds gezeeten zijn, schijnt een poirt dat misschien aan meer zwaarigheeden onderworpen 30. onderworpen is, zoo ook de Engelsen het dit„ „maal door den kans des oorlogs mogten verliesen. Onder het praaten zeijde mij de Afge„ „zart, dat de Marratten een Verbond gesloot en hebben met de Nabab van Golkondan Nisam Ali, en met Haeder Ali teegens de Engelsen, en dat aan Haider Ali om hem te meer in staat te stellen, door het Hof van Poena is toegestaan om het jaarlijks tribuuk van 40. lak ropijen dat Hij betaalen moest, voor eerst te moogen inhouden—. Mij is noopens de daadelijke oeffening van het regt om de goederen thol vrij uijtte„ „voeren, voor een paar daagen een heel goed be„ „wijs in handen gevallen. De Makelaer van Amedabad verzogte mij een tijdlang ge„ „leeden dat ik hem voor 50. Kannass=s poeder zuijker en 2. sakken nagelen die Hij van de Makelaers gekogt hadde verlof wilde bezorgen om die thol vrij te mogen uijtvoeren, en om dat Hij ter zelver tijd de Loge van Ameda„ „bad buijten lasten van de Comp:s onder zijn be„ „waaring genoomen had, en mits dien nu mis„ sen moeste het klijn voordeelje dat Hij tot nu hadde genooten, deed ik hem deeze ge„ „valligheid. Ik liet het doorgaen als had ik eenig geld noodig te Amedabab voor goederen, di ik daar moeste doen aanmaaken, en het Verlof wierd. tot den thol vrijen uijtvoer mij daadelijk gezonden ohia gezonden. De Hofganger Mamed Arf heeft middel gevonden om van de thol kamer te krijgen het oorspronkelijk verlof briefje, waarop deese goederen thol vrij zijn uijtgevoert. Ik heb daarvan aanstonds doen maaken een bondig afschrift dat ik hierneevens zende, om dat ik het bij de publieke papieren niet heb durven bekent stellen om niet te Comprometeeren den bediende van het thol Huijs die het heeft bezorgt. Oak heb ik het oorspronkelijke daadelijk moeten teruggeven. De wedergade daarvan zend ik met de kopij deeses aan de Edele Hoog Agtb:e Heeren Meesteren. Dit is een voortreffelijk bewijs om dat het behalven door de Nabab ook geteekend is bijde door de Engelse Chef en de Engelse thol„ „man de Heer Morlij. Het is bij de thol boeken geregistreert en ik heb hoop dat ik door dit zelfde Cannaal dat ik dit gekreegen heb, ook krijgen zal nog verschijde andere diergelijke verlof brieven en ik zie in der daad niet hoe de Engelsen de kragt van deese bewijzen kunnen ontgaen. Ik beveele UW Hoog Edelheeden in Gods genadige bewaaring, en heb de eere van met diepe eerbied te zijn. /:Onderstond:/ Hoog Edele gest=r Groot agtb: Wijd„ „gebiedende Heer, en WelEdele Heeren, UW Hoog„ „Edelheeden zeer onderdanige en gehoorzaame Dienaer. /: was geteekend:/ W. I. Van der Graaff. /:in margine:/ Suratte den 31=e De„ „cember: 1779. Accordeert. Hovande Graasf Cilm No: 1. —.
English
31 Translation of a Persian petition or Arzi, presented by the Company's brokers Mansjergie and Govenraam pandool, to the city governor Mier Havis Eldien Emmed Chan Bhadur. After the usual compliments. The toll on the Company's merchandise has been paid; some of it is being sent to Ahmet-Abaad, therefore we request the Nawab's favor for the export according to custom, and his orders to the toll officials and the Mirbahr to let them pass. Underneath was written: Fifty cannassers of powder sugar, two sacks of cloves. Beside it: a Persian character signifying the end of the petition. Lower down: Petition of Mansjergie and Govenraam pandool. Above the arzi was the Nawab's handwritten order: Toll officials and Mirbahr, pursuant to the petition, let these goods pass freely. Beside it: R. H. Boddam and I. Moerlij. On the back: the 26th of the month of Mhoram 1192, this was entered into the journal of the Mirbahr, that is according to our reckoning the 25th of February 1778. For the translation from the Persian, according to the statement of the Company's Persian scribe and by order of the Right Honorable, Esteemed, and Strict Gentleman Director Willem Jacob van de Graaff. P. J. D. Suijten and P. Heijleman. We, the two undersigned members of the Council of Policy at the Dutch factory in Suratte, declare to have made the above translation according to the statement of the Company's Persian scribe, who conveyed the contents to us in the Moorish language, from which we translated the same into Dutch; and whose authenticity we can always, if desired, confirm under oath, as we both have advanced so far in that language that we converse with the native in it. This at the request of the Right Honorable, Esteemed, and Strict Gentleman Director Willem Jacob Van de Graaff. Suratte, the 30th of December, the Year 1779. P. D. Suijsen and M. Meijdeman. No. 2. 32. Memorandum of such ships and vessels as, according to the statement of the Company's brokers, have arrived since December 26 of the past year until the 28th of this month, both at Bombaij and here, with an indication of the quantities and sorts of goods brought by the same, namely: The following arrived at Bombaij, to wit: On December 26, 1778, with an English Company sloop from Bengale, commanded by Captain Been: 60 packs of linens 20 ditto of gum 60 sacks of rice On December 27, with an English private sloop from Bengalen: 80 packs of silk 700 sacks of rice 25 packs of mangadoetis 67 ditto of gum 1200 lb. of cochineal 12 sacks of long pepper On December 31, arrived from Bassora an English Company vessel named the Succes, bringing letters for Bombaij. On January 12, 1779, with a gurab from the Mallabaar Coast belonging to a native merchant at Bombaij: 35000 lb. of areca 32000 lb. of copperas 100000 pieces of coconuts 4000 lb. of white lead 14 packs of linens 700 sacks of rice On February 6, with two English Company ships from Europe, to wit: for the Company: 400 packs of fine cloth 160 ditto coarse ditto 300000 lb. of iron 175000 lb. of steel 430000 lb. of copper 56000 lb. of lead and private: 525 lb. of cochineal 515 lb. of saffron 15000 lb. of red minium 350000 lb. of iron 26000 lb. of steel 73000 lb. of lead On January 14, 1779, with a gurab from Bengale belonging to a Moor merchant Mamed Sofie: 25000 lb. of areca 25 ditto 110000 lb. of resin 545 cannassers of Malacca powder sugar 180 ditto China candy ditto 60000 lb. of alum 100 chests of raw silk and an assortment of porcelains 90 cannassers of powder sugar 175 chests of benzoin 1200 piculs of candy sugar 50 ditto of camphor colijen root, a native medicine On February 25, with a private ship from China belonging to the Parsi merchant Hirjie Reddie Monie: On February 25, with a private ship from China belonging to the Turkish merchant Sellebie: 33. 210000 lb. of spelter 70000 lb. of alum 90 chests of silk Various silk fabrics and porcelains 70000 lb. of iron 50 packs of linens 10 ditto of silk 60 sacks of pipelie moel, a native medicine 700 ditto of rice 35 packs of gum 1200 sacks of powder sugar 1000 cannassers ditto ditto 75 piculs of camphor 75 chests of silk 1300 piculs of candy sugar 122000 lb. of alum 245000 lb. of spelter 1500 lb. of cochineal Various porcelains On April 21, an English private ship from China with: 70000 lb. of resin 70000 lb. of alum 25 piculs of camphor 400 ditto of candy sugar Various porcelains 1400 sacks of rice 12 packs of linens On April 25, a gurab from Bengale of the Moor merchant at Bombaij Mamedsofie with: On March 28, a ship from China named Beramgrot belonging to the Parsi merchant Mantcher Reddie Monier with: On March 17, with a private sloop from Bengale commanded by Captain Philips: On March 16, a French ship that was captured on the Coast of Cormandel by the English was brought here with:
Dutch transcription
31 Translaat Persiaans Verzoek schrift of Arzie, gepresenteerd door Comp=s makelaers Mansjergie en Goven „raam pandool, aan den stads Gouverneur Mier Havis Eldien Em med Chan. Bhadur. Na gewoon Compliment De thol van Comps. Koopmanschappen is betaeld, daar van werden 'er naar Ahmet-Abaad gezonden, daarom verzoeken wij nawabs gunst tot den ugt„ „voer na den gewoonten, en desselfs Ordres op de thol bediendens en Mierbaar om die te laaten passeeren. /:Onderstond:/ Vijftig Cannassers Poeder zuijker twee zakken Nagalen /:daar neevens:/ een persiaans Carracter beteekende het slot van het Verzoek schrift; /:lager:/ Verzoekschrift van Mansjergie en Govenraam pandool (:boven de arzie stond Nawabs Eijgenhandige ordre:/ bedien„ „dens van den thol en Mierbaar laat ingevolge Verzoek deeze goederen vrij passeeren /:daarneevens:/ R. H. Boddam en I. Moerlij. . . . . . . . . /:in dorso:/. den 26=e van de maand Mhoram 1192. is deese in het Journaal van den Mierbaar ingeschreeven dat is na onse reekening den 25. februarij 1778. Voor de translatie uijt het persiaans volgens opgave van Comp=s persiaans schrijver en ter ordre van den WelE„ „dele Agtb: Gestrenge Heer Direc„ „teur Willem Jacob van de Graaff P. J: D: Suijten. En P Heijleman do Bovenstaande translatie verklaren wij ondergeteekende beijden. beijden Leeden uijt den Raad van Politie op het Neederlands Comptoir te suratte gedaan te hebben na de opgave van Comp=s persiaans schrijver, die ons den inhoud in de moorse taal heeft te kennen gegeeven, uijt dewelke wij de zelve in het neederduijssch hebben Overge„ „zet; en welkers Egtheid wij altoos, des be„ „geerd werdende, met Eede kunnen sterken alzo wij beijden in die taal zo verre gevordert zijn, dat wij met den Inlander in dezelve Con„ „verseeren. Dit ter requisitie van den Wel„ „Edele Agtb: Gest=r Heer Directeur Willem Jacob Van de Graaff. Suratte den 30=e December A=o 1779. / P: D Suijsen En xl MMeijdeman on„ en N:o 2. —. 32. Memorie van zoodanige scheepen en Vaar„ „teugen als volgens opgave van 's. Comp„s Makelaers zeedert den 26: decembr: A„o pass=o tot den 28. deezer, zoo te Bombaij als alhier aangekoomen zijn, met aan„ „wijzing van de quantiteijten en zoort en van Goederen als door de zelve zijn aan„ gebragt, namentlijk. De volgende zijn te Bombaij aangekoomen te weeten den 26: decembr: 1778. met een Engels Comp=s Chaloup van Bengale gevoert door Kaptain Been. 60. pakken lijwaaten 20. d. o goe mij 60. Zakken rijsz: den 27. decemb: met een Engelse partikuliere Chaloup van Bengalen 80. pakken zijde 700. Lakken rijst. 25. pakken mangadoetis 67. d=o goemij 1200. lb. bochenille 12. Lakken lange peeper den 31. Decembr: arriveerde van Bassora een Engels Comp=s vaartuijg genaamt de succes meede brengende brieven voor Bombaij den 12. Jann: 1779. met een Goerab van de Mallabaarse Cust toebehoerende aan een Inland koopman te Bombaij lb. arreek 35000. 32000. kopperas „ stuks kokes nooten r00000 verte No 3. 4000. „ 14. pakken-lijwaaten 700. sakken. rijst den 6. februarij met twee Engelse Comp=s scheepen uijt Europa, teweeten voor de Comp: 400. pakken fijn laken 160. d=o. grof. d=o 300000. lb. ijzer „ Staal 175000. 430000. Kooper „ loot 56000 110000. lb. harpuis 545. kann:s poeder zuijker malaks 180. d. o kandij d. o Chinas. 60000. lb. alleijn 100. kisten ruwe zijde en een partij porcelijnen 90. kannass: poeder zuijker 175 kisten Berjoin 1200. pikkels kandij zuijker Campher 50. d. o kolijen wortel /: een Inlandse medicijn den 25. februarij met een partikulierschip van China toebehoerende aan den persis Koopman Hirjie Reddie Monie den 25. februarij met een partikulier schip van China toebehoerende aan den Tarks Koopman Sellebie en partikulier bochenille saffr aan „ roode menij 350000 „ ijzer 26000. „ Staal 73000. „ loot den 14. Jann: 1779 met een Goerab van Bengale toebehoorende aan een Moors Koopman Mamed Sofie. verte. 25000. lb. arreek. 525 000. 515. „ „ witloot 15000. „ 25. d. o 33 lb: Spiauter 210000. alleijn „ 70000. 90. kisten zijde Diverse zijde stoffen en porcelijnen ijzer 70000. te 50. pakken lijwaaten 10 d. o zijde 60. zakken pipelie moel /: een Jnlandze Medicijn:/ 700 d:os rijst. 35. pakken goe mij 1200. sakken. poeder zuijker d=o do 1000. kannasp=s Campher 75. pikels. 75. kisten zide 1300. pikels: kandij zuijker 122000 lb alluijn 245000. „ spiaater Cocheville Diverse porcelijnen den 21. April een Engels partikulier schip 1500. „ van China met. harpuis 70000. lb alleen 70000. „ 25. pikels Campher 400. d=o kandij zuijker diverse porcellijnen 1400 sakken rijst 12. pakken lijwaaten den 25. April en Goerab van Bengale van den Moors Koopman te Bombaij Mamedsofie met den 28. Maert een schip van China genaamt Beramgrot toebehoorende aan den persies Koopman Mantcher Reddie Monier met den 17. Maert met een partikuliere Chaloup van Bengale gevoert door kaptain Philips. den 16. Maert is een frans schip, dat op de Cust van Cormandel door de Engelsen genomen is, hier gebragt met verte van man van man te.
English
35000. 52000. lb. pepper 7000. 7000. ditto 17000. ditto 10. bales gum 50000. pieces coconuts 10 ditto areca 35000 ditto pepper 28000 lb. copperas. 9. chests of cloves as far as could be determined purchased at Cochim. The 26. April a private English ship named Narsie from Bengale with 100. ditto linens 96 leagers arrack 10. bales gum 5000. bags rice 50. ditto pipli-mul /:an indigenous medicine:/ The 28 April a ship named Alexander commanded by Captain Hadison from Bengale with 500. bales silk 140000. lb areca 10. bales linens 147000. lb iron 50. bales mangadoetis. 1000. lb. elephant tusks The 2. May a Danish ship from Europe with 700 bales gum 420000. a parcel of cordage, pitch and rosin. The 13. May a private ship from the Malabar Coast named Katier belonging to the Parsi merchant Hierjie Biddie Monie with ditto iron 140000. lb: copper The 13. May a Gurab named Fattelaij from Bengale belonging to the Parsi merchant 70000 ditto sandalwood 2500. bags rice 150. ditto long pepper 500. ditto pipli-mul /:an indigenous medicine:/ 50. bales silk 10. ditto linen. The 22. May a ship named Kanken commanded by Captain James from Madras with 35000. lb sandalwood ditto tin steel 30. ditto gum. 35000. ditto areca turn over Denjieta with pepper 34. The 7 June with a ship that formerly belonged to the French, from Batavia 1500. canassers powdered sugar 300. ditto candy ditto 300. leagers arrack 100. bales linens 80. ditto silk 3000. bags rice 500. ditto long pepper 40. bales mangadoetis 50. leagers arrack 11000 lb saltpetre 420000. iron The 4th August with a private Dutch ship from Batavia 2200. canassers powdered sugar 300. ditto candy ditto 200 leagers arrack 70000 lb sappanwood 11. piculs tailed pepper a parcel of teak planks. The 21. August with an English Sloop named Brittania from Suez 2. lakh rupees in Spanish dollars ditto ditto gold specie 200. chests false coral 1500. canassers powdered sugar 175. ditto candy ditto 500. chests benzoin 250. leagers arrack The 7. September with a ship from Jedda belonging to the Turkish merchant Sellebie 2½. lakh rupees in gold specie 3½. ditto ditto Spanish dollars 3500. lb elephant tusks 25. bales pellitory /:an indigenous medicine:/ 1400. lb cochineal 350. ditto saffron The 7. September with another ship from Jedda belonging to the Turkish merchant Abram Sellebie 4. lakh rupees in gold specie 3. ditto ditto Spanish dollars 1900. lb cochineal 625. ditto saffron 4300. elephant tusks 80. bales almonds The 1. September with a private English ship named the Hunter from Batavia The 18 June with an English Company ship from Bengale: turn over 25000. lb iron 5000. lb 14000. ditto elephant tusks The 11. October: with a Portuguese ship from Europe 50. leagers arrack cochineal lead copper iron 14000. ditto elephant tusks 180. casks wine 140000. ditto steel 200. reams paper 45000. lb: copper 21000. ditto steel 2000. ditto cochineal 800. ditto vermilion 20. casks nails. 400. ditto wine 450. chests ditto 3500. lb white lead 100. rolls sailcloth 510000. lb iron 215000. ditto lead 200. ditto saffron 5165. reams paper 35000. lb. elephant tusks 155. chests powdered sugar from Brazil a parcel of anchors and grapnels The 11. September: with a Gurab belonging to the Parsi merchant Edel Mana, from Jedda 40000. rupees in ducats 60000. ditto Spanish dollars 25. bales almonds 700. lb cochineal 5. bales pellitory /:an indigenous medicine:/ 140. lb saffron The following ships have arrived here at Surat, namely: The 21. October with another Portuguese ship from Europe. 56000. ditto 490000. ditto 21000. ditto The 17 September with a ship belonging to the Turkish merchant Sale Sellebie named Ses Allem coming from Madras. turn over . 35 The 12. September with a Gurab from Jedda belonging to the Parsi merchant Denjiesa 55000. rupees in gold specie 65000. ditto Spanish dollars 30 bales almonds 770. lb cochineal 140. saffron The 12. September with a Gurab from Jedda belonging to the Bania merchant Gorden Jiwen 45000. rupees in gold specie 35000 ditto Spanish dollars 23. bales senna leaves 18. ditto almonds 500. lb. cochineal 150. ditto saffron The 12. September with a Gurab from Jedda belonging to the Bania merchant Zaal Kassen 20000. rupees in gold specie 25000. ditto Spanish dollars 14 bales almonds 350 lb cochineal 250. saffron 1. lakh rupees in gold specie 3½ ditto ditto Spanish dollars 6. bales dried dates. 10. ditto senna leaves 6. ditto almonds The 21. September: with a ship from Mocha belonging to the Turkish merchant Salee Sellebie 1. lakh rupees in gold specie 3. ditto ditto Spanish dollars The 14 September with a ship from Mocha belonging to the Turkish merchant Salee Sellebie turn over
Dutch transcription
35000. 52000. lb. peeper 7000. 7000. „ 17000. „ 10. pakken. goemij 50000. stux kokues nooten 10 – „ arreek 35000 „ peeper 28000 lb. Koperas. 9. kisten met garioffel nagelen zo veel men heeft kunnen nagaan te Cochim ingekogt. den 26. April een partikulier Engels schip genaamt Narsie van Bengale met 100. d. o lijwaaten 96 leggers arrak 10. pakken goe mij 5000. Sakken rijst 50. d.o. . pipelie moel /:een Jnlandse medicijn:/ den 28 April een schip genaamt Alexander gevoert door Captain Hadison van Bengale met 500. pakken zijde 140000. lb arreek 10. pakken lijwaaten 147000. lb ijzer 50. pakken mangadoet is. 1000. lb. . Eliphants tanden den 2. Maij een. Deens schip uijt Europa met 700 pakken goemij 420000: een partij touwerk, pik en harpuis. den 13. Maij een partikulier schip van de Mallabaarse Erst genaamt Katier toebehoorende aan den Persis Koopman Hierjie Biddie Monie met „ ijzer 140000. lb: - kooper den 13. Maij een Goerab genaamt Fattelaij van Bengale toebehoorende aan den Persis Koopman 70000 „ sandelhout 2500. sakken. rijst 150. d. o , lange peeper 500. d:o pipelie moel /: een Jnlandse medicijn:/ 50. pakken zijde 10. d=o. . Lijnwaat. den 22. Meij een schip genaamt Kanken gevoert door kaptain James van Madras met. 35000. lb sandelhout „ thin Staal 30. d=o goemij. 35000. „ arreek verte Denjieta met. peeper 34. den 7 Junij met een schip dat eertijds aan de fransen 1500. kannasse poeder zuijker d=o Kandy do 300. 300. leggers arrak gehoort heeft, van Batavia 100. pakken lijwaaten 80. d=o zijde 3000. zakken rijst 500. d. o — lange peeper 40. pakken mangadoetis 50. leggers arrak 11000 lb salpeeter 420000. ijzer den 4=e August met een partikulier Hollands schip van Batavia 2200. kannass=s poeder zuijker 300. do kandij d=o 200 leggers. arrak 70000 lb Sappanhout 11. pikkels staart peeper een partij kiate planken. den 21. August met een Engelse Chaloup genaamt Brittania van Suet 2. lak ropijen aan spaanse matten d=o d=o „ goude spetien 200. kisten valse boraalen 1500. kannass=s poeder zuijker 175. d=o kandij do 500. kisten benjo in 250. leggers arrak den 7. September met een schip van fedda toe be„ hoorende aan den Tarks koopman Sellebie 2½. lak ropijen aan goude spetien 3½. d=o d=o „ spaanze matten 3500. lb - Elipharts tarden 25. baalen. akelkarouw /: een Jnlandse medicijn:/ 1400. lb. bochevillé 350. „ saffr aan den 7. September met nog een schip van Jedder toebehoorende aan den Tierks Koopman Abram Sellebie 4. lak ropijen aan goude specian 3. do d-o „ spaanse matten 1900. te. Cochenille 625. „ — saffraan 4300. Eliphants tarden 80. baalen amandelen den 1. September met een Engels partikulier schip genaamt the Hunter van Batavia den 18 Junij met een Engels Comp=s schep van Benga le: verte „ 25000. lb ijzer 5000: lb 14000. „ Eliphants tanden den 11: octobr: met een portugees schip ijt Europa 50. leggers arrak Cochenille loot kooper izer 14000. „ Eliphants tanden 180. Vaaten wijn 140000. „ staal 200. riemen papier 45000. lb: Kooper 21000. „ Staal 2000. „ Cochenille 800. „ vermiljoen 20. vaaten spijkers. 400. d=o Wijn 450. kisten. d=o 3500. lb — witt loot r00. rollen zijldoek 510000. lb „ izer 215000. „– loot 200. „ saffraan 5165. riemen. papier 35000. lb. Eliphants tarden 155. kisten poeder zuijker van Brasilie een partij ankers en dreggen den 11. Septembr: met een Goerab toebehoorende aan den Persis koopman Edel Mana, van Jedda 40000. ropijen aan Ducaten 60000. do „ spaanse matten 25. baalen amandelen 700. lb. bocherille 5. baalen akelkarouw /: een Inlandse medicyn 140. lb saffraan De Volgende scheepen zijn alhier te suralle aangekoomen te weeten den 21. october met nog een portugees schip uijt Europa. 56000. „ 490000. „ 21000. „ den 17 september met een schip toebehoorende aan den Turks koopman sale sellebie genaamt ses Allem koomende van Madras. verte . 35 den 12. Septemb met een Goerab van Iedda toebehoorende aan den Persis Koopman Den jiesa 55000. ropijen aan goude spetien 65000: d=o „ spaanse matten 30 baalen a mandelen 770. lb bocheville 140. saffraan den 12. Septembr met een Goerab van Jedda toe„ „behoorende aan den Berjaars koop meen Gorden Jiwen 45000. ropijen aan goude spetien 35000 d=o „ spaanse matten 23. baalen Leneblaaden 18. d:o amandelen 500. lb. Cochenille Saffr aan 150. „ den 12. Septemb met een Goerab van Tedda toe„ „behoorende aan den Benjaans Koopman zaal kassen 20000. ropijer aan goude spekien 25000. do „ spaanse matten 14 baalen amardelen 350 lb - bochenille 250. saffraan 1. lak. ropijen aan goude spetien d=o „ Spaanse Matten 3½ d=os 9 6: baalen: Carrek. 10. d:o seneblaaden 6. d=o amandelen den 21: Septemb: met een schip van Mocha toebehoorende aan den Turks koopman salee Sellebie 1. lak ropijen aan goude spetien d_o „ spaarse matten 3. do den 14 September met een schip van Mocha oebehoorende aan den Turks koopman salee sellebie verte „ „ te
English
10 bales of barret 20 ditto senna leaves 10 ditto almonds Surat, the 30th of December Anno 1779. For the translation according to the statement of the Company's brokers Mantchergie and Goverram C: J: Wickerman Summary of the preceding and above: 6835 canassers 1200 bags of powdered sugar 155 chests of ditto 455 canassers of ditto 2900 piculs of candy 675 chests of benzoin 150 piculs of camphor 13 1/10 lakh rupees in gold specie 15 1/5 ditto ditto in Spanish dollars 175000 lb sandalwood 71900 lb elephant tusks 11000 lb saltpetre 946 leaguers of arrack 580 casks of wine 450 chests of ditto 16 bales of barret 200 chests of false corals 5365 reams of paper 500 rolls of sailcloth 183 bales of almonds 53 ditto senna leaves 25 piculs of colombo root Native medicines: 30 bales of akelkaraaw 210 bags of pipilie moel 11835 lb cochineal together with anchors, grapnels, cordage, pitch, resin, teak planks, Chinese fabrics, porcelain, etc. 9 chests with cloves which, as far as could be ascertained, were purchased in Cochin 356 packs of linens 280 ditto silk 14060 bags of rice 872 packs of goe mij 75 ditto mangadoetes 265 chests with silk 400 packs of fine cloth 160 ditto coarse cloth 104000 lb round pepper 11 piculs of tailed pepper 662 bags of long ditto 270000 lb areca copperas 60000 lb 150000 pieces of coconuts 3057000 lb iron 369000 lb steel 739000 lb lead 766000 lb copper 455000 lb spelter 20 casks of nails 18500 lb white lead 800 lb vermilion 322000 lb alum 16000 lb red earth resin 5815 lb saffron 7000 lb tin carried over: 210000 lb 36. Monday the 15th of November 1779. In the afternoon. All present, together with the Broach chief, the Junior Merchant Sontag. After the conclusion of ordinary business, the Director informed the meeting that His Honour had matters to propose that required strict secrecy, and that His Honour therefore most seriously recommended the same to each of the members beforehand. The first of these points consists of this: That the Brahmin under whose management the replies from the Court of Pune were delivered to the Director, as appears from what was noted in the Resolution of the 2nd of this month, has since inquired of His Honour when it would please him, the Director, to return an answer to the aforesaid letters; That His Honour thereupon informed this Brahmin that he wished to send the reply on another occasion; That the said Brahmin afterwards again sent a servant to the Director with a message, stating that the ambassador who has been dispatched by the Maratha Court to General Goddard (commander of the troops that have arrived from Bengal at Surat), to confer with him concerning the disputes that currently exist, had been ordered by his Court to speak with the Director on matters of importance, and that he therefore requested to be granted an audience with him; and that His Honour, observing that all public or private negotiations with persons who are directly related to the Maratha Empire might often give rise to offense and misgivings on the part of the English gentlemen, yet that His Honour on the other hand also not being able to know what matters of importance this ambassador might have to submit in relation to the Honourable Dutch Company, had thought it best, before answering positively to the aforesaid message, to consult with the meeting in this regard. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that it could hardly cause any misgivings or 37. or offense among the English gentlemen to receive an envoy with whose sovereign the Company lives in peace and friendship according to the treaties; that it may very well be possible that the aforesaid envoy is charged with something that pertains to the interests of the Company, and that in any case, if this is not so, one can very politely intimate that it is not the custom of the Company to meddle in matters other than Their Honours' own; it is consequently approved and resolved to receive the aforementioned envoy and hear his message. Furthermore, it is resolved that although during such visits the Director usually has two members of the Council with him, this ceremony is to be omitted for this time, since the customary distrust of the natives does not permit them to reveal their secrets to more than one person at once. And with regard to the second matter: That the Director has learned through various channels that with respect to the 23601: 7 rupees which, pursuant to the Resolution of the 17th of February 1778, were paid to the former pay-bookkeeper De Vassij and by him in turn to the crimps of the Moorish seafarers, on behalf of the families of such Moors as were found to continue to be listed on the books rather than being in existence, a considerable dishonesty was committed by the aforesaid crimps; That His Honour, this being a matter of importance, had requested the investigation thereof from the two senior members of the meeting, the Honourable Secunde Sluijsken and the Honourable Fiscal Van der Sleijden, who, on account of this commission of theirs, have submitted the following report: To the Right Honourable Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Director of Surat. Right Honourable Sir, Pursuant to and in compliance with Your Right Honourable written order of the 10th of October, we have summoned before us the agents of the Moorish seafarers, commonly called crimps; to them we have presented, item by item, the amounts paid pursuant to the Surat Resolution of
Dutch transcription
10. baalen barret 20 do seneblaaden 10 d=o amandelen Suratte den 30: december Anno 1779. Voor de Vertaaling volgens opgave van s Comp=s Makelaers Mantchergie en Goverram C: J: Wickerman zamen trekking van het voor en boven staande 6835. Kannass=s 1200. Sakken poeder zuijker 155. kisten do 455. kanrass=s d 2900. pikels) Kandij 675. kisten benjomin 150. pikels Campher 13 1/10 lakropijen aan goude spetien 15 1/5 d–o do „ spaanse matten 175000. lb= sandelhout 71900 „ Eliphants tanden 11000. „ salpeeter 946. leggers arrak 580. Vaaten wijn 450. kisten do 16. ballen Karret 200. kisten valle boraalen 5365. riem en papier 500: rollen Zijldoek 183. baalen amandelen 53. d=o seneblaaden 25. pikels kolijn wortel Inlandse 30. baalen akelkaraaw medicijnen 210. sakken pipilie moel 11835. lb bochenille mitsgad=s ankers, dreggen, touwerk pik, harpuis, Kiate planken Chinase Stoffen, porcelijne eteru 9. kisten met garioffel nagelen die zo veell men heeft kunnen nagaan, te lochim zijn ingekogt 356. pakken lijwaaten 280. do zijde 14060. sakken rijzt 872. pakken goe mij 75. do mangadoetes. 265. kisten met zijde 400. pakken fijn laaken 160. d=o grof laaken 104000. lb ronde peeper 11. pikels. staart peeper 662. Lakken lange d=o 270'000. lb - arreek koperas 60000. „ 150000. stux. Klappers 3057000. lb. ijser 369000. „ Staal 739000. „ loot 766000. „ kooper 455000. „ spiauter 20. vaaten spijkers 18500. lb willoot 800. „ Vermiljoen 322000. „ alleijn 16000. „ roode merij harpuis 5815 „ Saffraan 7000. „ thin translt. 210000. „ 36. Maandag den 15. November 1779. 's agtermiddags Na het afloopen der gemeene zaaken gaf den Heer Directeur aan de vergadering te kennen dat zijn Ed: zaaken had voor te stellen die een strikte geheimhouding vorderden, en dat zijn Ed: dierhalven een elk der Leeden zulks vooraf op het serieuste rekommandeerde. Het eerste deezer pointen bestaat hierin: Dat den Braman onder wiens bestelling de antwoorden van het Hof van Poena aan den Heer Directeur zijn overgebragt blijkens het aangetee „kende ter Resolutie van den 2: deezer, zeedert aan zijn Ed: heeft laaten vraagen wanneer het hem Heer Directeur zoude welgevallen om op de voortsz: brieven weeder antwoord meede te geeven Dat zijn Ed: hierop diezen Braman heeft doen weeten dat wij het antwoord bij een andere geleegentheid zenden wilde; Dat den gezegden Braman daarna andermaal een bediende bij den Heer Directeur heeft gezonden met een boodschap, houdende Alle present nevens het Brootchias opper„ „hoofd den onderkoopman Soutag dat d dat den Ambassadeur die van weegens het Marratse Hof aan den Heer Generaal Goddard /: Commandant van de troupes die van Bengale na Suratte zijn overgekoomen :/ is afgezonden, om met den zelven te raadpleegen over de geschillen die thans subsis„ „teeren, van zijn Hof was gelast om met den Heer Directeur over zaaken van gewigt te spreeken, en dat wij dierhalven liet verzoeken van aan den „zelven audientie te willen verleenen; En dat zijn Ed: aanmerkende dat alle publieke of par„ „tikuliere onderhandelingen met perzoonen welke daadelijk betrekking hebben tot het Marratte Rijk veelmaals aanstoot en bedenking aan de zijde der Heeren Engelsen, zoude kunnen te weege brengen dog dat zijn Ed: aan de andere kant ook niet kunnende weeten welke zaaken van gewigt deezen Ambassadeur met relatie tot de Ed: Nederlandse Comp: konde hebben voor te draagen, best gedagt hadde, om alvoorens op de voorsz: boodschap posi„ „tier te antwoorden, met de vergadering desweegens te raadpleegen Waarop gedelibereerd en in agtinge genoomen zijnde, dat het niet wel eenige bedenkingen of 37. of aanstoot bij de Heeren Engelsen kan verwekken, om te ontfangen een Afgezant met welkers vorst de Comp: volgens de verbonden in vreede en vriend„ „schap leeft, dat het zeer wel moogelijk kan zijn, dat den voorsz: Afgezant is belast met iets het geen tot de belangens der Maatschappij betrek „king heeft, en dat in allen gevalle dit zoo niet zijnde, men zeer beleefd kan te kennen geeven dat het de gewoonte van de Comp: niet is, om zig met andere dan Waar Ed:s eijgen zaaken te bemoeijen, js dienvolgens goedgevonden en verstaan om den meerm: Afzendeling te ontfangen en zijnen boodschap aan te hooren. Voorts is verstaan om schoon bij diergelijke besoeken de Heer Directeur gemeenlijk twee Leeden van den Raad bij zig heeft, die Ceremonie voor deeze reijze na te laaten, wijl de gewoonelijke wantrouw der Jnlanders niet toelaat om hunne gekeimen teegens meer als een perzoon te gelijk te openbaaren En met opzigt tot de tweede zaak Dat den Heer Directeur door verscheijde weegen heeft vernoomen dat met betrekking tot de rop:s 23601: 7: die ingevolge Resolutie van den 17. februarij 1778. aan aan den geweezen zoldij boekhouder de vassij en door deezen wederom aan de Zieleverkoopers der Moorse Zeevaarende zijn betaalt, ten behoeve van de familler van zoodanige Mooren als meerder bevonden wierden bij de boeken voort te loopen dan in weezen te zijn, door voorsz: zieleverkoopers een merkelijke ontrouw was gepleegt; Dat zijn Ed: als een zaak van gewigt het onderzoek daarvan had gedemandeert aan de twee eerste Leeden der vergadering den E: secunde Sluijsken en den E: Fiscaal van der Sleijden die weegens deeze hunne Commissie hebben overgegeven het hier onder volgende Rapport Aan Den welsdelen Agtbaren Gest:e Heer Willem Jacob van de Graaff Raad exkra ordinair van Nederlands Jndien en Directeur van Suratte Wel Edele Agtbaare Gestrenge Heer wij hebben ingevolge en ter voldoeninge aan UwelEd: Agtb: Gest:re schriftelijke ordre van den 10. oktober voor ons ontbooden de zaak bezorgers der Moorte zeevaarende gemeenlijk zieleverkoopers genaamt, aan dezelve hebben we van post tot post voorgehouden de ingevolgen suratte Resolutie van
English
38. of February 17, in two installments, to them made by the retired pay bookkeeper, the junior merchant de Vassij, totaling a sum of rop=s 23601: 7: and they declared to us that they received these funds for the account of the families of the Moorish seafarers who are listed in the accounts submitted by the said junior merchant de vassij and delivered to us in copy. We have furthermore most emphatically confronted them with the accusation brought against them, namely that of the aforementioned rop:s 23601: 7: they kept a good portion for themselves, because a large part of the families of the Moorish seafarers known from the aforesaid lists were, due to the passage of time when the payment was made, no longer in existence; announcing further that if they were not willing to come to an amicable settlement, Your Honorable Severe was intending to address the Native Government in this regard, with a request to have an inquiry made into this matter among the families holding a share in these funds. This last point brought them to reflection, and they finally agreed that, if Your Honorable Severe would please let the matter rest there rest, and provided that the same is kept from the knowledge of the Native Government, they will return from the aforesaid received roc=s 23601: 7: a sum of rop=s 10,000: —, namely 3000. rop:s immediately, 2000. rop:s in the month of March next, and the remaining 5000. rx:s at the latest before ult=o decemb: 1780: and that they will provide proper security for the last-mentioned 7000. rox:s. We hope hereby to have fulfilled our commission, and have the honor to call ourselves most obediently, /:below was written:/ Right Honorable Severe Sir, Your Right Honorable Severe's humble servants /:was signed:/ A: J: Sluijsken, and J=s v: d: Sleijden /:in the margin:/ Surat, November 15, 1779. Whereupon, on the proposition of the Lord Director, it was approved and agreed to acquiesce in the aforesaid offer, namely to receive back into the Company's treasury the 10,000. rox:s aforesaid in the manner proposed, and that this settlement shall be kept secret in order to prevent the Native Government from taking any occasion from it to trouble the soul-sellers over this in any manner whatsoever. Thus 39 1. Thus done, resolved, and decided in the Dutch Factory at Surat on the day, month, and year aforesaid. /:was signed:/ W: J: van de Graaff A: J: Sluijsken, J=s v: d: Sleijden, Corn:s van Citters aann=t zoon, W:m L: Soutag E=s N:s Mardi, and W: H: G: van Bijland P. JJ C: A: Diardi Agreed eo 40. in the afternoon There was read and approved in the meeting the secret Resolution of the 15th of this month, of which it was understood this record should be kept. The Lord Director communicated to the assembly that, pursuant to the secret Resolution of the 15th of this month, he had informed the Envoy of the Maratha Court, named Lalla, that he would await his visit either in public or in such other manner as he himself should see fit; that he, the envoy, chose to do so in the dark and without being accompanied by any retinue, and that in this manner he arrived yesterday evening around 8 o'clock in the company of two others who were assigned to him in his embassy, one of whom is named Dasie, the name of the third being unknown to him, the Lord Director. That he, the Envoy, after the customary compliments, began by saying that he had instructions from the First Regent of the Empire, All present Thursday, November 18, 1779 by name Nanna Parnawies, to visit the Lord Director before his departure from Surat to assure him of the favorable sentiments of the Maratha Court, and of him, Nanna Parnavies in particular, toward the Dutch Company and the Dutch, whom they in the outcome saw to be the only nation among the Europeans with whom the Native princes could deal with peace of mind and confidence, without having to fear the consequences thereof; and that as he, the Envoy, was on the point of departure, and was only waiting for the return of Mr. Goddard, he had therefore requested an audience to fulfill this charge. That he, the Envoy, had subsequently expatiated very broadly on this subject, and as it appeared to the Lord Director would have liked to be somewhat more specific had occasion been given to him, but that he, the Lord Director, had deemed it best for the present not to enter into any particulars and that he had therefore only replied in general terms that the Dutch Company, having no other aims than to carry on its trade 42 trade peacefully and undisturbed, was therefore always more than inclined to live in friendship and good understanding with everyone, and especially with the Maratha Court; and that in so far as the Maratha Court might in due time be so disposed as he, the Lord Envoy, assured, the Company would perhaps be inclined to further establish, expand, and enlarge its trade in the Maratha States; finally adding in conclusion that he requested him, the Lord Ambassador, to convey this in the most favorable manner to his Court and to the Lord Nanna Parnawies, which he had undertaken to do; and that he had furthermore requested that the Lord Director would communicate in a letter to the aforesaid Nanna Parnawies that he, the Envoy, had been to him and, according to his instructions, had assured him of the favorable sentiments of the Maratha Court toward the Dutch Company; that he, the Lord Director, promised to do this, after which he presented the aforesaid Lord Envoy and the two who accompanied him each with
Dutch transcription
38. van den 17. februarij in twee reijzen aan hun gedaane afbetaalinge door de afgegaane zoldij boekhouder den onderkoopman de Vassij, te zaamen bedraagende eene somma van rop=s 23601: 7: en ze hebben aan ons verklaert, datze deeze gelden hebben ontfangen voor reekening der familles van de Moorse zeevaarende, die bij de door gem: onderkoopman de vassij daarvan overgegevene en ons in Copij ter hand gestelde afreekeningen bekent staan. wij hebben hun voorts op het nadrukkelijkst voorgehouden de teegens hun inge „bragte beschuldiging, dat ze namentlijk van de voorsz: rop:s 23601: 7: eene goede soi hebben voor zig gehouden, door dien een groot gedeelte der familles van de Moorse zeevaarende bij voorsz: lijsten bekent, door verloop van tijd toen de betaaling geschied is, niet meer in weezen waaren, met aankondiging wijders dat zo ze zig niet in het goede willen laaten vinden, UwelEd: Agtb: Gesz:d voorneemens was zig desweegens te addresseeren aan het Jnlands Gouvernement, met verzoek aan hetzelve om bij de deel hebbende familles in deeze gelden hierop onderzoek te willen laaten doen dit laatste heeft hun tot nadenken, gebragt en ze hebben eijndelijk aangenomen, om indien uwelEd: Agtb: Gest:s de zaak daarbij gelieft te laaten laaten berusten, en dat mits dien dezelve word gehouden buijten kennis van het Jnlands Gouver„ „nement ze van de voorsz: ontfangene roc=s 23601: 7: zullen terug geeven eene somma van rop=s 10'000: — teweeten 3000. rop:s aanstonds, 2000. rop:s in de maend van Maart naastkoomende, en de overige 5000. rx:s uijterlijk voor ult=o decemb: 1780: en dat ze voor de laatstgem: 7000. rox:s behoorlijke zeekerheid geeven zullen wij hoopen hiermeede aan onze Commissie te hebben voldaan, en hebben de eere ons gehoorzaamst te noemen /:onderstond:/ WelEdele Agtbare Gestrenge Heer, UwelEdele Agtbare Gest=res onderdaanige Dienaeren /:was geteekend:/ A: J: Sluijsken, en J=s v: d: Sleijden /:in margine :/ Suratte den 15. November 1779. Waarop op de propositie van den Heer Directeur is goedgevonden en verstaan om in de voorsz: aan „bieding te berusten, met namentlijk op de daarbij voorgestelde wijze in 'sComp:s Cas terug te ontfangen de 10'000. rox:s voornoemd, en dat deeze afdoening zal worden gehiein worden ter voorkooming dat het Jnlands Gouvernement daar „uijt geene aanlijding neeme om de zieleverkopers daarover op eeniger hande wijze te rekeeren. Aldus 39 1„ Aldus gedaan, geresolveerd, en gearresteerd in het Nederlands Comptoir Suratte ten daage, maand en Jaare voormeld /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff A: J: Sluijsken, J=s v: d: Sleijden, Corn:s van Citters aann=t zoon - - - - . . W:m L: Soutag E=s N:s Mardi, en W: H: G: van Bijland P. JJ C: A: Diardi Accordeerd eo 40. sagtermiddags Js ter vergadering geleezen en geapprobeert de secreete Resolutie van den 15: deezer, waarvan verstaan is deeze aanteekening te houden De Heer Direkteur heeft ter vergadering gecommuniceert, dat Hij ingevolge secreete Resolutie van den 15: deezer de Afgezant van het Marrats Hof in naame Lalla heeft doen weeten, dat Wij zijn bezoek zoude afwagten het zij in het publiek of op zoodanige andere wijze als Hij dat zelfs zoude goedvinden; dat Hij gezant verkoosen heeft om het te doen bij den donkere en zonder van eenig gevolg te zijn verzelt, en dat Hij op deeze wijze gisteren avond omtrent 8. uuren is gekoomen in gezelschap van nog twee andere, die hem in zijn gezandschap zijn toegevoegt, waarvan de eene genoemt is Dasie zijnde des derdens naam hem Heer Directeur onbekent. Dat wij Gezant na de gewoone pligt pleegingen, is begonnen met te zeggen dat Wij last hadde van den eersten Rijks bestierder Alle present Donderdag den 18: November 1779 in dhio 6 1 d in naame Nanna Parnawies, om voor zijn vertrek van Suratte te gaan bij den Heer Directeur om hem te verzeekeren van de goede gevoelens van het Marrats Hof en hem Nanna Par„ navies in het bezonder, voor de Nederlandse Comp: en de Nederlanders, die ze bij uijtkomst zaagen de eenigste volkeren onder de Europeers te zijn, waarmeede de Jnlandse vorsten met gerustheid en vertrouwen handelen konden, zonder voor de gevolgen daarvan te moeten vreezen, en dat wijl Wij Gezant op zijn vrtuk stond, en Hij alleen wagtede, na de terugkomst van den Heer Goddard Wij daarom gehoor had doen vraagen om aan deeze last te voldoen. Dat Wij Gezant ver„ „volgens heel breed over dit onderwerp was uijtgewijd, en zoo het de Heer Directeur toescheen wel wat speciaaler zoude hebben willen zijn zoo hem daartoe aanlijding gegeven was, dog dat Hij Heer Directeur voor het tegenswoordige had vermeent om in geene bijzonderheeden te moeten treeden en dat Hij daarom alleen in algemeene woorden had geantwoord, dat de Nederlandse Comp: geene andere inzigten hebbende dan om haaren handel 42 handel vreedig en ongestoort te doen, ze daarom altoos overboodig geneegen was om met een elk en daaronder in zonderheid met het Marrats Hof in vriendschap en goede verstandhouding te leeven, en dat voor zoo verre het Marrats Hof ter geleegener tijd daartoe zoodanig mogte gezint zijn gelijk Wij Heer Gezant verzeekerde, de Comp: misschien wel zoude geneegen zijn derzelver han„ „del in de Marratse Staaten naader te vestigen uijt te bruijden en te vergrooten, voegende eijndelijk tot slot hierbij dat wij hem Heer Ambassadeur ver„ „zogt om dit op het gunstigst aan zijn Hof en de Heer Nanna Parnawies te willen overbrengen, het geen Hij had aangenoomen te doen en dat wij voorts had verzogt dat de Heer Direc„ „teur bij een briefje aan voorsz: Nanna Parna„ „wies wilde bedeelen, dat Wij Afgezant was bij hem geweest en hem volgens zijn last van de goede gevoelens van het Marrats Hof teegens de Nederlandze Comp: had verzeekert, dat Hij Heer Directeur dit heeft belooft te zullen doen waarna Wij voorsz: Heer Afgezant en de twee die hem verzelden elk heeft beschonken met
English
with one pommerie, which together cost rop:s 94. Whereupon, having deliberated, it was approved and understood to be satisfied with the aforesaid action of the Director, and to conform thereto, and it was further understood to have the amount of the aforementioned three pommeries, in the sum of rop=s 94, paid out of the Company's treasury. Agreed. E: A: Wiardi ps Secret 42 Monday, 22 November 1779. All present before noon, except the junior merchant Heijdeman, due to business in the Company's service. During the reading of Their High Excellencies' highly esteemed missives written on 14 August last, which, as appears from what was noted in the ordinary resolutions of today, were received here this morning, it was put to the vote by the Director whether the Members did not think it best, along with him, for the present to keep secret the contents written therein concerning the dispute over the duty-free export of all such goods of the Company as have paid import duty here, in order thereby to prevent all bad interpretations thereof if it became public, and consequently, for greater certainty thereof, to remove the pages discussing this from the letter for the time being and to have them preserved in the secret safe. Whereupon, after deliberation and taking into account that however much it is the same in its consequences for the Government whether this privilege is exercised directly by the Company, or or whether it is exercised by the merchant to whom the Company sold the goods with this privilege, the Nabob nevertheless in the year 1762, among other things, brought this as a complaint against the Company, and that at that time, under the mediation of the English Government, it was mutually agreed that this should no longer happen; it was approved and understood to keep the writings of Their High Excellencies secret, to which all the Members have also bound themselves by the oath that they took to the Company. There was read to the assembly the following letter, which was drafted by the Director pursuant to the secret resolutions of the 18th of this month, and after deliberation it was approved and understood to approve the same hereby. And since this letter contains communication of the visit that the Maratha Envoy, Mr Lalla Nekaaltjan, alongside his two fellow deputies, Letsman Rouw and Ramba, made according to what was recorded in the resolution of the 18th of this month, and that said First Envoy stated he preferred to keep this visit 43 secret, and therefore also requested that the letter be delivered to his hand in order to be able to dispatch it in such a manner that it would for the time being be kept out of the public papers in Poena, it was consequently approved and understood to deliver the letter to him, the Envoy, for dispatch. I have received the very kind letter that Your Honour recently did me the honour of writing, and I am very pleased with what Your Honour states therein concerning the good understanding of the Maratha Court with the Noble Dutch Company. The Envoy of the Poena Court, Mr Lalla Nehaaltjan, has since been with me, and has further and in the strongest terms assured me in Your Honour's name of this good understanding, and when he returns to the Court, he will make a verbal report thereof to Your Honour. What more shall I write? Thus done, resolved, and decreed in the Dutch trading post of Zuratte, on the Draft letter prepared by the Director for the Prime Minister at the Court of Poena, Mr Nanna Parnawies, 22 November 1779. day, day, month, and year aforesaid. Agreed. E: N:s Wiardi Cu e Copy Missive To Their High Excellencies of 31 December 1719. 44 Batavia To the Right Honourable, Highly Respected, and Far-Ruling Lord Reijnier de Klerk, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, Together with The Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honourable, Highly Respected, Far-Ruling Lord, and Honourable Lords! The ships Europa and Honkoop arrived at this roadstead on 21 November, with which we, on the following day, To His High Excellency the had the honour of receiving Your High Excellencies' very respected letter of 14 August last. We have also received therewith Your High Excellencies' circular missive of 25 June, and pursuant to and in compliance with the orders given therein, on the ..... of this month, His High Excellency the Right Honourable Lord Reijnier de Klerk was publicly presented in the high dignity of Governor-General here to all the subordinates of the Noble Dutch Company, and the prescribed oath of loyalty and obedience was taken by everyone, as appears from the resolution that was kept of this and which is transmitted separately among the enclosures hereof. We take the liberty of congratulating the aforesaid His High Excellency on his confirmation in this very distinguished and weighty 45 weighty dignity in the most respectful and sincere manner, and we pray to God Almighty that He may graciously pour out the best of His blessings upon His High Excellency's person and government. We likewise congratulate the Honourable Lord Director-General Mr Willem Arnold Alting, in the most cordial manner, on the confirmation obtained in this very weighty post, wishing Heaven's blessing upon His Honour's person and labours. Finally, we also perform this sincere duty to the Honourable Lords Mr Thomas Schippers and Johannes Robbert van der Burgh, on Their Honours' elevation to Ordinary and Extraordinary Councillors of the Dutch Indies. We hereby proceed to the answering
Dutch transcription
met een pommerie die te zaamen gekost hebben rop:s 94. Waarop gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan, om in voorsz: handeling van den Heer Directeur genoegen te neemen, en zig daarmeede te konformeeren, en is wijders verstaan om het bedraagen van de voornoemde drie pommeries ter somma van rop=s 94: uijt Comp:s Cas te laaten betaalen, Accordeerd E: A: Wiardi ps sikreet 42 Maandag den 22. November 1779. Alle present voor de middag dempto den onderkoopman Heijdeman mits bezigheid in sComp=s dienst. Onder het leezen van hunne Hoog Edelheeden zeer g'eerde Missiven geschreeven den 14. August jongstl: die blijkens het aangeteekende bij de gemeene Re„ „solutien van heeden, deeze morgen hier is ontfangen is door den Heer Direkteur in omvraage gelegt of de Leeden niet met hem best dagten, om luit daarbij geschreevene noopens de questie over den thol vrijen uijtvoer van alle zulke goederen van de komp: als bij invoer hier vertolt zijn voor eerst geheim te houden om daardoor alle kwaade interpratatien daarvan, zoo het publiek wierd te voorkoomen, en om dienvolgens ter meerder zeekerheid van dien, de vellen dien daarvan spreeken zoo lange uijt de brief te doen ligten en die te doen bewaeren in de sekreete kas. Waarop na deliberatie en in agtinge genomen zijnde, dat hoe zeer het in de gevolgen voor het Gouvrnement het zelfde is of dit voorregt door de komp: immediaat word geoeffent, dan of of het geoeffent word door den koopman, aan wien de komp: de goederen met dit voordegt heeft verkogt, de Nabab des niet te min dit in het Jaer 1762. onder anderen tot de klagte teegen de komp: heeft ingebragt, en dat men daarover doenmaals onder mediatie van het Engels Gouver „nement, onderling is overeengekoomen, dat zulks niet meer geschieden zoude, js goedgevonden en verstaan om het geschreevene door Hunne Hoog „ Edelheeden geheim te houden, waartoe zig ook alle de Leeden op den eed die ze aan de komp: gedaan hebben, hebben verbonden Js ter vergadering geleezen de onderstaende brief die door den Heer Directeur ingevolge se„ „kreete Resolutien van den 18. deezer is in koncept gebragt, en is na deliberatie goedgevonden en verstaan dezelve bij deezen goed te keuren. En dewijl deeze brief bevat kommunikatie van de visite die den Maratsen Afgezant de Heer Lalla Nekaaltjan nevens zijne twee meede afgevaardigde, Letsman Rouw en Ramba volgens het aangeteekende ter Resolutie van den 18. deeker heeft afgelegt, en dat gem: eerste Af„ „gezant gezegt heeft, dit betoek liefst geheim te 43 te willen houden, en daarom ook heeft verzogt, dat hem de brief wierd ter hand gesteld om die te kunnen bezorgen op eene wijze dat ze voor eerst te Poena buijten de publieke papieren gehouden werd, is dienvolgens goedgevonden en ver„ „staan om de brief aan hem gezant ter bezor„ ging te doen overgeeven J heb ontfangen de zeer vriendelijke brief, die uwEdele mij jongst de eere aangedaen heeft te schrijven, en ik ben zeer verheugt over het geen uw Edele daarbij zegt noopens de goede verstand„ „houding van het Marrats Hof met de Edele Nederlandse komp: De Afgezant van het Poenase Hof de Heer Lalla Nehaaltjan is Zee„ „dert bij mij geweest, en heeft mij naader en op het kragtigst uijt UwEdeles naam verzeekert van deeze goede verstandhouding, en als wij aan het- Hof terugkeert zal wij UwEdelen daarvan mondeling verslag doen wat zal ik: meer schrijven Aldus gedaan, geresolveerd, en gearresteerd in het Nederlands komptoir Zuratte, ten Concept: brief door den Heca Direkteur vervaardigt voor den eersten Minister aan het Hof van Poena de Heer Nanna Parnawies den 22. novemb: 1779. daage daage, maand en Jaare voornoemt Accordeerd E: N:s Wiardi Cu e Copia Missive Aan Hunne Hoog Edelheedens van den 31. e December 1719. 44 Batavia Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wijdgebiedenden Heere Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Neederlanden en Haaze algemeene Oost- Indische Compagnie Beneevens De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere, en WelEdele Heeren! De scheepen Europa en Honkoop zijn den 21:e November ter deezer rheede aan„ „gekoomen, waarmeede we 'sdaags daaraan, Aan zijn Hoog Edelheid de de de eere hebben gehad te ontfangen Uw Hoog Edel„ „heeden zeer gerespecteerde brief van den 14:e Augustus Iongstleeden. Nog hebben we daarmeede ontfangen uw Hoog Edelheeden circulaire missive van den 25 e Junij, en is ingevolge en ter voldoeninge van het daar„ „bij geordonneerde op den. . . . . deezes, zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen Heere Reijnier de Klerk, in de hooge waardigheid van Gou„ „verneur Generaal, alhier aan alle de Onder„ „hoorigen van de Ed: Nederlandsche Comp:e publiek voorgesteld, en den beraamden Eed van trouwe en gehoorzaamheid door een ieder gedaan, blijkens de resolutie die hier van gehouden is en onder de bijlaagen dee¬ „zes appart overgaat. Wij gebruijken de vrijmoedigheijd Hoog gemeld zijn Hoog Edelheid met de bevesti„ „ging in deese zeer aanzienelijke en ge„ wigtige 45 gewigtige waardigheijd op de aller eerbiedigste en welmeenenste wijze te vergelukken, en wij bidden sod Almagtig, dat Hlij over zijn Hoog „Edelheids persoon en Regeering, genaadelijk wil uijtstorten de beste zijner Zeegeningen. wij vergelukken insgelijks den WelEdelen Heer d Directeur Generaal Mr Willem Arnold Alting, op de hartelijkste wijse met de erlangde bevestiging in deese zeer Zwaar„ „wigtige post, onder toewensching van 's Hemels Zeegen over zijn WelEd:s: persoon en verrigten. Eijndelijk volbrengen we ook deesen welmeenende pligt, aan de WelEde¬ „le Heeren M=r Thomas Schippers en Johannes Robbert van der Burgh, met Hun WelEd=s verheffing tot Raaden ordinair en Extra-Ordinair van Needer¬ „lands Jndien. — Wegaan hiermeede over tot de be„ „antwoording
English
reply to the aforementioned esteemed dispatch from Your Right Noblenesses. Pursuant to Your Right Noblenesses' repeated orders, we shall henceforth request the new boats needed here from Batavia, and the equipage overseer has therefore, by Resolution of the 22nd of November, been instructed to inform us in good time whenever one of these vessels begins to become unserviceable. We are very sorry for the displeasure provoked in Your Right Noblenesses by the return of the long pepper and the two pounds of gold thread. As regards the pepper, we already pointed out last year that it was sent back because it was entirely unsaleable here at anywhere near the prices it fetches in the Netherlands; and because the difference was so great that it could be transported to Europe with good profit if it were sold for 46. for the price offered to us for it, which was at the very highest only 4 Dutch stuivers per pound, we therefore believed that we would have acted against the intention and the recommendation of Your Right Noblenesses had we relinquished it for that amount. In the warehouses, so far as is known to us, proper supervision is maintained upon the receipt of goods, and in accordance with Your Right Noblenesses' further recommendation we shall continually have attention paid thereto; we only request permission further to remark, with respect to the gold thread, that this is an article which we require here every year to make the customary gift to the city regents, and the lack of which must consequently have inconvenienced us more or less, from which it follows that that we could have had no intention of justifying the return thereof by pretextual reasons if it were avoidable. We returned it because it appeared to us from the reports received on the matter that it was no good, and we believe we must place faith in these papers when they are properly signed, and when those who delivered the goods make no indication to the contrary, as is the case here. Pursuant to Your Right Noblenesses' highly esteemed order, we shall always guide ourselves by the requisitions in fulfilling the goods requested from here. We have also done so up to now, for, subject to favorable correction, we believe we cannot be considered to have made any 47. any change in the fulfillment of the requisition of the Noble, Right Honorable Lords Masters, through the treatment we had the honor to impart to Your Right Noblenesses last year. The requisition of chintzes on ponnebegesjes, which in plain Dutch is chintzes on linens 13/¾ ges wide, was fulfilled by us with exactly the same goods as have been sent for a great number of years and long before the arrival of the present Director in fulfillment of the goods requested under this name, namely in chintzes painted on dorogesjes, that is on linen of 1½ ges wide. Because no remarks have ever been made about this, we believed, as we had the honor to write last year, that we should not make any change in it now either without first asking, considering that, notwithstanding this incorrect designation, the Right Honorable Lords Masters, according to the highest presumption, mean thereby such goods as have hitherto been received in the Netherlands under that name. We nevertheless thought we would not do amiss to inform the well-mentioned Lords Masters of the actual designation of these goods, and solely for greater clarity regarding the real distinction thereof, and in case Their Noble Right Worships might indeed occasionally wish to be served with chintzes painted on ponnebegesjes, we have sent a single corgie of this as a sample. The barrel of meat, from which 430 lb remained left over, which according to our respectful 48 respectful letter of the 20th of December last year were sold by auction, had to be opened in the early part of 1777 to provide a supply to the ship Ouwerkerk, according to the minute in the Resolution of the 27th of April 1778, and we consider this to be the most immediate reason why this meat began to spoil. As for the 79½ cans of olive oil, which were likewise sold by auction, we can give no other reason than that it happens frequently that such provisions, as in this case, begin to spoil in the warehouses through no fault of the Administrators. Regarding the sale of the goods sent hither last year, Your Right Noblenesses remark that You had hoped they would have met with a rather more favorable market than the goods sold in the immediately preceding year. In our most respectful letter of the 27th of December 1777, we pointed out in detail and item by item that the sale of goods in that year had already differed very noticeably for the better from the lot prices of the 20 preceding years, and in particular from the prices which the Company received for them during the immediately preceding administration; and as regards the selling prices of all such goods in the year 1778 as were not on hand in the preceding year, we believe, in the hope that Your Right Noblenesses will forgive us this candid
Dutch transcription
beantwoording van voorsz: uw Hoog Edel„ „heeden g'eerde Missive. Ingevolge uw Hoog Edelheeden Herhaalde ordre zullen wede nieuwe schuijten die hier noodig zijn voortaan van Batavia versoeken, En de Equipagie op„ zigter is daarom, bij Resolutie van den 22:e November gelast, wanneer een deezer vaar¬ tuijgen onbruijkbaar begind te worden, ons dat tijdig te berigten. Het ongenoegen dat bij Uw Hoog Edelheeden verwekt is, door het te rug zenden van de lange peeper en de twee ponden gouddraat, doet ons heel leed. Wat de peeper aangaat, daarvan hebben we reeds voorleeden Jaar aangeweesen, dat ze is te rug gezonden om dat ze hier ten eene„ „maal onverkoopbaar was voor min of meer de prijsen, die zij in Nederland doet, en wijl dit zoo veel scheelde, dat ze met goed voordeel na Europa konde zijn vervoers zoo ze verkogt was voor 46. voor den prijs die ons daarvoor gebooden is, en ten allerhoogsten maar geweest is. 4. stuijv: nederlands het pond, hebben we daarom ge¬ „meent, dat we teegens het oogmerk en de recommandatie van uw Hoog Edelheeden zouden gehandelt hebben zoo we ze daar¬ „voor hadden afgestaan. In de Pakloui¬ „sen word zoo veel het ons bekent is, behoor„ „lijk toezigt gehouden bij het ontfangen der goederen, en we zullen volgens uw Hoog Edelheeden naadere aanbeveeling daar„ „op bij voortduuring doen letten alleen versoeken we nog met betrekking tot het gouddraat te moogen aanmerken dat dit een Artikel is dat we hier alle Jaaren behoeven tot het doen van het gewoone geschenk aan de stads Regenten, en waar„ „van het gemis ons mits dien min of meer heeft moeten ontrieven, waar uijt volgt dat dat we geen oogmerk kunnen gehad heb¬ „ben om het te rug zenden daarvan door schijn reedenen des doenelijk te wettigen. we hebben het teruggezonden om dat ons uijt de Rapporten die daarvan ingekoomen zijn, bleek dat het niet goed was, en we meenen aan deeze papie¬ „ren te moeten geloof geeven wanneer ze behoorlijk geteekent zijn, en dat de geene die de goederen uijtgeleevert heb¬ „ben, gelijk in dit geval, daarteegens gee„ „ne aanwijzing doen. —. wij zullen ingevolge uw Hoog Edel„ „heeden zeer g'eerde ordre, ons het voldoen der goederen die van hier gevraagt wor¬ „den, altoos rigten na de Eijsschen. We hebben dat ook tot nog toe gedaan, want we, onder gunstige verbeetering, vermee„ „nen, niet te kunnen geagt worden eenige 47. eenige verandering te hebben gemaakt, in de voldoening van den Eijsch der Edele Hoog Agtb: Heeren meesteren, door de behande¬ „ling die wede eere hebben gehad uw Hoog= „Edelheeden voorleeden Jaar te bedeelen. Den Eijsch van Sitsen op ponnebegesjes, het geen verduijts zijnde, is Chitsen op Lijwaa„ „ten breet 13/¾. ges, is door ons voldaan in eeven zulk goed, als een groote reeks van Jaaren en lange voor de komst van den presen¬ „ten Directeur, gezonden is in voldoening van het goed, dat onder deeze naam is gevraagt, namentlijk in chitsen geschil„ „dert op dorogesjes, dat is op Lijwaat van 1½ ges breet. — Om dat nu daarover nimmer eenige aanmerkingen gemaakt zijn, hebben wij gemeent, zoo als we dat voorlee¬ „den Jaars de eere hadden te schrijven, dat we ook nu daarin geen verandering maa¬ „ken 1: maaken moesten, zonder het eerst te vraagen, in gedagten dat niet teegenstaande deese on„ „regte benaaming, de Hoog Agtb: Heeren Meesteren, na het hoogste vermoeden, daarmeede meenen, zúlke Goederen, als tot nog toe onder die naam in Neederland ontfangen zijn. -. We hebben niet te min gedagt, niet kwaalijk te doen, om welgem: Heeren Meesteren van de wezentlijke be¬ „naaming deezer goederen te onderrigten, en we hebben alleen ter meerdere duijdelijk¬ „heid van het werkelijk onderscheijd daar¬ „van, en of hunne Edele Hoog Agtb: zom„ „tijds met der daad zouden willen gedient zijn van Chitsen geschildert op ponnebeges¬ jes, hiervan een enkeld corgie ter preuve gezonden. Het vat vlees, waarvan overgeschoo¬ „ten zijn de 430: lb:, die volgens onzen eer„ „biedigen 48 eerliedigen van den 20e. December voorlee¬ „den Jaar bij rendútie verkogt zijn, heeft vol¬ „gens het aangeteekende ter Resolutie van den 27:e April 1778. in het vroegjaar 1777. moeten worden geopent, om daaruijt te doen een verstrekking aan het schip Ouwerkerk, en wehouden dit voor de naa¬ „ste reeden waardoor dit vlees is aan het bederven geraakt. Wat de 79 /½. kann: olijven olij aangaat, die ins gelijks bij vendutie zijn verkogt, we weeten daarvan geen andere reeden te geeven, dan dat het te meermaalen gebeurt, dat diergelijke pro¬ „visien, gelijk in dit geval, in de Pakhuisen, buijten schuld van de Administrateurs, aan het bederven raaken. —. Noopens den verkoop der goederen die voorleeden Jaar na herwaards afgezon¬ „den zijn, merken uw Hoog Edelheeden aan, ctie 1 aan, dat Hoogst dezelve verhoopt hadden dat die een vrij favorabelder markt zouden hebben aangetroffen, dan de goederen die verkogt zijn in het onmiddelijk daaraan voorgegaane Jaar. Bij onzen zeer eer„ 1777 „biedigen brief van den 27:e Decemb: 17777 hebben we omstandig en van stuk tot stuk aangeweesen, dat den verkoop der goederen in dat Jaar, reeds zeer merkelijk ten goede verschilt heeft met de kavel prijsen den 20. voorgaande jaeren, en in zonderheid met de prijsen die de Comp e daarvoor gehad heeft in het onmiddelijk voorgaande bestier, en wat aangaat de verkoops prijsen van alle zulke goe„ „deren in het jaer 1778. als in het daaraan voorgegaane Jaer niet aan handen geweest zijn, meenen we, in hoope dat uw Hoog Edelheeden ons deese vrijmoe„ „dige