VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3746

Bengal · 115 pages · 47 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3746_0100 view scan ↗

English

504. to take extreme refuge, and thus to prevent our further ruin, which seems at hand: for instead of answering anything to my request enclosed in my petition to go to Europe in the Company's service and prove everything there, I have once again been referred back to the Ministry, notwithstanding that I have expressly declined it as a party; a treatment that surpasses all arbitrariness and goes far beyond the cruelest slavery. I request that Your Right Honorable Worships will not take it amiss that, as a good Dutchman and an old servant of the Company, I open my heart to You for the last time; and that, if in the future I should write no more, this will by no means be interpreted as a sign of being in the wrong, or an admission of guilt; but as a striking proof that against Indian arbitrary dispositions, an inferior person, in obtaining justice, must succumb in this country, for the rest having the honor to remain with all veneration Right Honorable Most Respected Sirs Hougly in bengale Your Right Honorable Worships' 27. January 1788 most humble and most obedient servant P: S. Herewith respectfully enclosed a signed copy of the petition sent to Your Right Honorable Worships on the 6th of this month; which I request may serve in the absence of the original Casparus Leonardus Eilbracht. The undersigned Translator in the Persian language, Casparus Leonardus Eilbracht, having learned that, upon representations made from here, stating how, before the surrender of Chinsura, nothing had been heard or learned of war, and that thus his made reflection, regarding the stipulation of that single condition to have the troops march out with honors, in representing it as ridiculous, was offensive to the Ministry, he had allegedly been condemned by Your Right Excellencies to be reproached here, in the meeting of the Ministers, as a false accuser against the former Director Ross and the Bengal Ministry; respectfully requests permission to be allowed to clear himself of that blame, and to demonstrate to Your Right Excellencies that he has not misled the authorities in his submitted statement. If it please Your Right Honorable Worships first to grant a little patience, so that he may clarify his statement regarding what could not have been done here with somewhat more detail. In October 1780., as appears from the said Extracts, one already saw that matters in Europe were not at all well with us, and in January 1781., that a war with Holland was inevitable; we still had a ship here then, namely the Bovenkerker Polder. With this, and some four sloops, on which the shipwrecked crew of the Jonge Hellingman /: who with the To His High Excellency The High Honorable Great Respectable Lord Mr Willem Arnold: Alting Governor General and The Right Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies High Honorable Wide-Ruling Sirs 509

Dutch transcription

504. uiterste toevlugt te neemen, en alzo te verhoeden ons verder verderf, dat op handen schijnt: want in steede van iets te antwoorden op myn bij osgen Requeste verwat verzoek om in 's Comps dienst na Europa te gaan en alles aldaar te bewyzen, ben ik weer op nieuw gerenvoyeert tot het Ministerie, niet teegenstaande ik het zelve als party uitdruk „kelijk gedeclineert hebbe; een behandeling die alle willekeurigheid surparseert, en de wreedste Slavernij verre te booven gaat. Ik verzoek dat uwel Edele Hoog Achtb. niet qualyk neemen dat ik als een goed Neederlander en een oud Comps dienaar mijn hart voor 't laatst aan Haar oopen legge; en dat, zo ek in't vervolg niet meerkoome te schrijven, zulks geen zints uitgelegt worde als een blyk van ongelijk, of schuldbekentenis; maar als een eclatant bewys dat teegens Indise arbetrarre beschikkingen, een mindere, ter verkryging van Regt, hier te lande bezwijken moet, voor 't overige de eere hebbende met alle veneratie te blijven WelEdele Hoog Achtb. Heeren Hougly in bengale uwel Edele Hoog Achit 27. January 1788 zeer onderd. en zeer gehoorzame P: S. Hierneevens in dienaar eerbied ingesloot en een geteekende Copie van het CassemEeeleracht. Request onder den 6. deezer aan uwel Ed. Hoog Achtb. verzonden; dat ik verzoek by intstentenis van het origineel te moogen dienen D'ondergeteekende Translateur in de Persiaanse Heeren taal Casparus Leonardus Eilbracht, vernoomen hebbende, dat hij, op gedane voordragten van hier, ennen „hoe men, voor 't overgaan van Chinsura, niets van „ oorlog gehoort of vernoomen hadde, en dat dus zijn aam „gemaakte reflexie, met het bedingen vand' eene nderkoop „ enkele Conditie om het volk met honeur te doen ½A „ uittrekken, als belaggelijk voor te stellen beleedigend. eeds „ was voor het Ministerie, door U Hoog Edelens zou teeren zijn gecondemneert, om hier, in der Ministers ver„ gaande „„gadering, als een valsche accusator teegen den ge„ „„ weezen Directeur Ross en het Bengaalse Ministe„ rden van „rie, te worden gereprocheert; verzoekt eerbiedig ver„ met leegt „lof om zig van dien blaam te moogen zuijveren, en U Hoog Edelens aan te toonen dat hij de overig had heb„ als van „heid in zijne gedane opgave niet misleijd heeft. — Indien o9 Achtbi, 9 ter eer„ „lijk een wijnig gedult te vergunnen, om zijn gezegde elie wat men hier niet alhad kunnen doen met wat goeding meer omstandigheeden te moogen ophelderen„ In october 1780. , zo als bij de gezegde Extracten blijkt, 't einde zag men reeds dat het in Europa met ons gansch niet pluijs, en in Ianuarij 1781., dat een oorlog met gevolgt Holland onvermijdelijk was wij hadden toen nog een schip, namelijk de Bovenkerker Polder hier. Met de zoodani„ dit, en een sloep of vier, waar op de schipbreukelin„ den dienst „gen van de Ionge Hellingman /:die met het ren Aan sijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaren Heere be 9 M:r Willem Arnold: Alting N Gouverneur Generaal en De wel Edele Heeren Raaden van Neederlands represen„ India ner Hoog Edele Wijdgebiedende Heeren dam re van 509

NL-HaNA_1.04.02_3746_0101 view scan ↗

English

To Your Right Honourable Worships. If any credit may be given to public papers, or if it is considered a duty of those entrusted with the administration of affairs not entirely to neglect public notices, then the case is decided in favour of the petitioner. Leaving untouched the letter of Ross, marked as Littera A in the petitioner's Memorial, although it contains the answer to a question that had arisen from the public notices, the petitioner shall refer solely to the extracts enclosed herewith from the Calcutta newspapers published weekly, which are read everywhere here. From these it appears that under 21 October 1780, it was made known that Lord Stormont, upon the complaints of Count van Welderen concerning the seizure of many of our ships, had replied that the Court of London, in view of the State's negligence in providing assistance, did not know how it should regard the Dutch, whether as an ally or as a neutral friend; under 20 January 1781, that a war with Holland was inevitable, and that the Knight Yorke, having received no answer within ten days to his demand for aid, had left The Hague; under 24 March 1781, there was found inserted the entire Manifesto published by the King of England in Parliament on 17 April 1780, containing the annulment of all commercial treaties with the Dutch, and specifically that of 11 December 1664, in the petitioner's humble understanding a sufficient declaration of war; and under 2 June 1781, that Sir Yorke, under 12 November 1780, had complained to the State regarding a secret alliance made by Amsterdam with the Americans, and also on 14 December thereafter had, in very strong terms, demanded satisfaction for the breach of faith and the injustices done to his nation. It is true, in support of the report as if the English, as little as we, believed any rumours of war, it was also stated from here that on the day before the surrender, some money was supposed to have been sent hither by a General Stibbert to be remitted through us by bill of exchange; but not to mention that the High Council at Calcutta was not at all in agreement among themselves as to how the declaration of war against us here should be executed, and whether the 7th and following articles of the treaty entered into with the Nawab Jafferalichan on 23 August 1760 should not be considered in our favour; whereby the Diwan, presently the English Company, on behalf of the Nawab solemnly binds itself to maintain us in our commerce and freedoms, rights and prerogatives granted by Firmans of the Mughal, to grant first a little patience, so that he may clarify his statement of what could not have been done here with somewhat more detail. In October 1780, as appears from the said extracts, one already saw that in Europe things were not at all well with us, and in January 1781, that a war with Holland was inevitable. We still had a ship here then, namely the Bovenkerker Polder. With this, and some four sloops, upon which the shipwrecked crew of the Jonge Hellingman...

Dutch transcription

509 aan uweerd. Noogm dienan Indien men eenig geloof mag slaan aan pu„ blieke papieren, of indien het een pligt gereekent word van de geen die de bestiering van zaaken word toevertrouwt, om publieke bekendmakingen niet ge„ „heel te verwaarloozen, dan is de zaak, in faveur van den Suppt. beslist. De brief van Ross, bij Suppt. Memorie met L a A gedistingueert, onaangeroert laatende, schoon ze het antwoord behelst op een vraage die uit de pu„ „blieke bekendmaakingen was voortgevloeijt, zal de supp. t zig alleen refereeren aan de hier neevens ge„ „voegde Extracten uit de weekelijks gepubliceert wor„ „dende Calcatse Couranten, die hier allerweegens ge„ „leezen worden; waar bij blijkt dat onder 21. october 1780. bekend gemaakt wierd, dat Lord Stormond, op de klag„ „ten van Graaf van welderen over het aanslaan van veele onzer scheepen, ten antwoord had gegeeven, dat het Hof van London, op de nalaatigheid van den staat tot het geeven van onderstand, niet wift hoe zij de Hollanders zou aanmerken, als een g'allieerde, dan als een neutrale vriend; onder 20. Januarij 1781. dat een oorlog met Holland onvermijdelijk was, en dat de Ridder jorke ^ in tien dagen op zijn eisch om hulp geen antwoord ontvangen hebbende, den Haaghad verlaaten; onder 24. maart 1781. vond men geinsereert het geheele Manifest, door den koning van Engeland, op den 17. e april 1780. , in het Parlament ge„ „publiceert versonden; dat ik verzoek by ontstentenis van het origineel te moogen 505. re Heeren „publiceert, inhoudende vernietiging van alle Commer beren „cie tractaaten met de Hollanders, en speciaal dat van 11. december 1664. /: na supp:ts gering begrip:/ een ge„9 van „noegsame oorlogs declaratie; en onder den 2. ' Junij 1781. Neder„ dat sir Yotcke, onder 12. November 1780. , bij den staat represen„ had geklaagt over een geheijme alliantie bij Amster„ „dam met die van America, mitsgrs. den 14. december mer! daar aan, in zeer sterke termen, satisfactie had g'eischt, dam over het verbreeken van de trouw, ende verongelijkin„ „gen zijn Natie aangedaan. Tis waar, men heeft, tot ondersteuning van het Heeren berigt als of de Engelsen zo min als wij aan eenige gerugten van oorlog geloofden, van hier teevens opgegeeven, dat 'er, ennen 's daags voord' overgave, door eenen Generaal Stibbert, aame nog eenig geld zou zijn herwaards gezonden, om per nderkoop„ assignatie bij ons te worden geremitteerd; maar om niet V. tezeggen dat den Hoogen Raad te Calcatte het onder mal„ „kanderzelfs gansch niet eens geweest is, hoedanig de oor„ eeds aan „logs-declaratie teegens ons alhier zou worden ter executie „teere gelegt, en of niet in ons faveur dienden te worden gecon„ gaande „sidereert het 7. e en de volgende artikelen van het met orden van den Nawab Jafferalichan onder 23. aug. s 1760. aange„ „gane tractaat; waar bij den duaan /:thans de Engelsen met sleegt Comp:/ zig van weegen den Nawab plegtiglijk verbind, had heb„ om ons, in onze koophandel en vrijheeden, Regtenen als van Prerogativen, bij Firmaans van den Mogol ver¬ „leent oog Achtbi ter eer„ „lik een wijnig gedult te vergunnen, om zijn gezegde elief wat men hier niet alhad kunnen doen met wat „goeding meer omstandigheeden te moogen ophelderen. In october 1780. , zo, als bij de gezegde Extracten blijkt, 't einde zag men reeds dat het in Europa met ons gansch niet pluijs, en in Ianuarij 1781, dat een oorlog met gevolgt Holland onvermijdelijk was wij hadden toen nog een schip namelijk de Bovenkerker Polder hier. Met de zoodani„ dit, en een sloep of vier, waar op de schipbreukelin„ den dienst „gen van de Ionge Hellingman /:die met het van — 0

NL-HaNA_1.04.02_3746_0102 view scan ↗

English

copy 509 to your Honor High serve lent, to maintain and support, provided that we first fulfilled the preceding articles to disarm ourselves and make ourselves incapable of self-defense, so one could still remark here that this money was never in our Lodge, but was only delivered to a money changer at the bazaar, from which not one, nay not a single private inhabitant suffered any nuisance; a circumstance of which the General, as well as of all the rest, was thoroughly informed; otherwise one might reasonably ask: why was that money not sent to our Lodge and accepted, if one truly had heard or perceived no war from both sides, or else gave no credence to the rumors of it. The suppliant knows very well that one can object to him that one should not believe everything a newspaperman says; but on the other hand, he also thinks that one should not cast to the wind everything that appears therein, especially when reports of such kind are of some probability and continue persistently; considering this does not agree at all with the prudence and attentiveness that good and pious fathers of families ought to use. At least in earlier days, people were not so trusting; at least the Honorable Mr. Taillefert sent; that I request, in the absence of the original, to be permitted to Taillefert, during his last administration, when only a single loose rumor of this kind blew over here from the Danish Factory of Sierampoer, issued entirely different orders; he did not use his firmness and authority to lull the Members of the Council to sleep or to silence them, but to uncover the truth, with and alongside the Council, of what was being spread; and to take precautions to be on guard; and if recently all those manifold reports had not been so utterly cast to the wind, one could still have accomplished quite something for the Company; for the pretense that one could not or should not believe them has been sufficiently refuted by the sad consequences, and thus poorly. May Your High Noble Honors graciously and honestly grant the suppliant a little patience to be permitted to clarify with somewhat more details his statement regarding what one could not have done here. In October 1780, as appears from the said Extracts, one already saw that things were by no means right with us in Europe, and in January 1781 that a war with Holland was inevitable. We then still had a ship here, namely the Bovenkerker Polder. With this, and some four sloops, on which the castaways of the Jonge Hellingman, who were placed with the service. Honorable and Right Honorable Gentlemen 506 To the Honorable and Right Honorable Gentlemen, The Gentlemen Directors, Deputies to the Assembly of the Seventeen, Representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam

Dutch transcription

copie 509 aan uw Eerd. Hoog dienen „leent, te zullen mainteneeren en ondersteunen, mits wij eerst voldeeden aan de voorgaande artikelen om ons te ontwaapenen en ter zelfs-verdeediging onbe„ „quaam te maaken, zo zou men hier omtrent nog kun „nen remarqueeren, dat dit geld nooit in onze Loge geweest, maar alleen op de bazaar bij een wisselaar be„ „zorgt is, waar van er geen één, Iageen enkele particu„ „liere inwoonder eenige overlast heeft geleeden; een omstandigheid van dewelke de Generaal zo wel als van al het overige deegelijk onderregt was; anders zou men billijk moogen vraagen: waar om wierd dat geld niet in onze Loge gezonden en aangenoo„ „men, als men waarlijk van weerskanten van geen oorlog gehoort of vernoomen heeft, dan wel aan de gerugten van dien geen geloof sloeg. . De suppt weet zeer wel dat men hem kan teegen„ „werpen dat men juist niet alles gelooven moet wat een Courantier zegt; maar daar en teegen denkt hij ook dat men niet alles in den wind moet slaan. het geen daar bij voorkomt, voor al wanneer berigten van zulk soort van eenige waarschijnelijkheid zijn, en bij aanhoudentheid voort duuren; gemerkt zulks met de voorzigtigheid en oplettendheid die braave en vroome huijsvaders dienen te gebruijken gansch niet over eenkomt. Men was ten minsten in vroeger daagen zo goed van vertrouwen niet; althans d' Ed. Heer Taillefert verzonden; dat ik verzoek by ontstentenis van het origineel te moogen Taillefert, in zijn laatste bestier, toen 'er maar ennen een enkellos gerugt van dit soort van het Deense aame Comptoir Sierampoer na herwaards over waaijde, 6 stelde heele andere orders; hij gebruikte zijn fermiteit nderkoop„ en gezag niet om de Leeden van den Raad in slaap A. te sussen, of den mond te stoppen, maar om, met eeds aan en beneevens den Raad, agter de waarheid te koomen „teeren van het geen er verspreid wierd; en precautien te ge„ „bruiken om op hoede teweezen; en had men nu on„e gaande orden van „langs al die meenigvuldige berigten zo zeer niet in den wind geslaagen, zou men voor de Comp. . nog al sleegt, met heel iets hebben kunnen uitvoeren; want het voorgee„ had heb„ „ven dat men ze niet gelooven kon, of moest, is door de droevige gevolgen genoeg weederlegt, en dus qualijk als van oog Achtbi, U Hoog Edelens gelieven den supp t gratieus, ter eer„ „lijk een wijnig gedult te vergunnen, om zijn gezegde eliefden wat men hier niet alhad kunnen doen met wat goeding meer omstandigheeden te moogen ophelderen„ In october 1780. , zo als bij de gezegde Extracten blijkt, 't einde zag men reeds dat het in Europa met ons gansch niet pluijs, en in Ianuarij 1781, dat een oorlog met gevolgt Holland onvermijdelijk was wij hadden toen nog een schip, namelijk de Bovenkerker Polder hier Met de zoodani„ dit, en een sloep of vier, waar op de schipbreukelin, den dienst „gen van de Ionge Hellingman /:die met het geplaatst bevonden. W. Edele Aora Achtbaare Heeren 506 Aan de WelEdele Hoog Achtbaare Heeren De Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd, ter vergadering van Zeeventienen, de Generaale Neder„ „landse Oost Indise Comp:e Represen„ „teerende ter Praesidiale Kamer! Amsterdam van

NL-HaNA_1.04.02_3746_0103 view scan ↗

English

copy 509 lent, would maintain and support, provided we first complied with the preceding articles to disarm ourselves and render ourselves incapable of self-defense, one might furthermore remark here that this money was never in our Factory, but was only provided at the bazaar with a moneychanger, from which not one, indeed not a single private inhabitant suffered any nuisance; a circumstance of which the General, as well as of everything else, was thoroughly informed; otherwise could have served on that ship in February, though only sent as passengers: one would have been able to get everything, at least everything of importance, away and bring it into safe harbor; but instead of ever thinking of this, people on the contrary went and relied calmly on the assurance that Director Ross, who played such a suspicious role, dared to give to the assembly on 27 March 1781, four days after the publication of the aforementioned Manifesto, of being, note bene, informed at Calcutta most certainly that it would not come to war; indeed, even seven days thereafter carrying out the entire contracting for three ships; without caring at all that, contrary to the aforementioned assurance, the notices in the public newspapers nevertheless not only continued, but that the reports of war even increased from other sides. In May 1781 they were positive, and then it was still time to carry something out; and had thoughts been directed from the beginning toward trying, in the manner aforesaid, with the said ship and 4 to 5 sloops, to get everything to safety, and had the contracting of linens, opium, etc., and in a word all trade, also been ceased until further orders from Your Right Excellencies, then the English would have found little more than the old 14 Flute Edam To their Gentlemen 507 buildings; but such precautions and cares for the general welfare do not often prevail over attention to private interest, and are therefore of a very rare sort. Since there had now been so much time to render the Company substantial and essential services here in Bengal, indeed everything belonging to it could have been brought to safety, and yet nothing in the world was accomplished, but everything was left to take its course and fully waited out until one was taken by surprise; could a mere secret denial in such a case answer and account for such great neglect? And could one, comparing the one to the other, call the stipulation of the single condition, namely to have the garrison march out with honors, saving your reverence, anything milder than ridiculous? For the damage inflicted here in Bengal on the Company, up to three millions, by disregarding all the aforesaid public notices, could not be redressed by maintaining a so-called decency of the Nation; not to mention that true care for the Honor and decency of the same seems in the first place to consist in preventing their ruin and damage, and only thereafter in external formalities. Your Right Excellencies will with this and that, To the Right Honorable Highly Esteemed Gentlemen The Gentlemen Directors Deputed to the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam

Dutch transcription

copie 509 „leent, te zullen mainteneeren en ondersteunen, mits wij eerst voldeeden aan de voorgaande artikelen om ons te ontwaapenen en ter zelfs-verdeediging onbe„ „quaam te maaken, zo zou men hier omtrent nog kun„ „nen remarqueeren, dat dit geld nooit in onze Loge geweest, maar alleen op de bazaar bij een wisselaar be„ „zorgt is, waar van er geen één, Iageen enkele particu„ „liere inwoonder eenige overlast heeft geleeden; een omstandigheid van dewelke de Generaal zo wel als van al het overige deegelijk onderregt was; anders op gene. Schip in februarij tog maar als Pasagiers verzon¬ „den zijn:/ hadden kunnen dienen, zou men alles, ten minsten alles vanbelang, hebben kunnen weg krij „gen en in behouden haaren bezorgen; maar in steede van eens hier aan tedenken, ging men zig in teegendeel gerust verlaaten, op de verzeekering die den zo een suspecten rol speelenden Directeur Ross, den 27: maart 1781. /:vierdaagen na het publiceeren van het voors. Manifest:/ aan de vergadering dorst doen, van Nota bene te Calcatta, ten zeekersten onder regt te weezen dat het tot geen oorlogkoomen zoude, Iazelfs zeeven daagen daarna de gansche aanbestee¬ „ding voor drie scheepen volvoeren; zonder zig eens te bekreunen, dat, teegens gemelde verzeekering aan, de bekendmaakingen bij de publieke Couranten niet alleen eevenwel bleeven voortduuren, maar dat zelfs de berigten van oorlog nog van andere kanten kwaamen te vermeerderen. In maij 1781. waaren zepositief, en toen was het nog tijd om iets uittevoeren, en had men van den beginne af de gedagten daar heenen geleijd, om, invoegen voors. , met het gemelde schip en 4. a 5. sloepen, alles in veijligheid te zien te krijgen, de aanbesteeding van Lijwaaten, opium etc a, en in één woord den ganschen handel, tot naderbevel van U Hoog Edelens, al meede gestaakt dan zouden d' Engelsen wijnig meer als de oude 14 Vlet Edam Aanthaare Heeren 507. gebouwen gevonden hebben; maar diergelijke precau„ „tien en zorgen voor de alle gemeene welvaart, krijgen ennen op d'aandagt van het bijzonder belang niet dikwijls zaame de overhand, en zijn dus van een zeer zeldsaam soort . nderkoop„ Daar 'er nu zo veel tijd is geweest om de Comp. R V. hier in bengale weezentlijke en essentieele diensten eeds aan te doen, Ia alles van haar in veijligheid had kunnen zijn gebragt, en 'er egter niets ter waereld verrigt, maar teeren alles op zijn beloop gelaaten en compleet afgewagt e gaande is tot dat men overrompeld wierd; zou een bloote ge„den van „heijme ontkentenis in zo een geval dan voor zulk een groote verwaarloozing instaan en verantwoor, leegt, met „den kunnen? en zou men, het een teegen 't ander had heb„ vergelijkende, het bedingen van de enkele conditie, als van om het guarnisoen met honeur te doen uittrekken, 7o9 Achtbi, /:Salva, Reverentia:/ wel zagter als bespottelijk noe„ „men kunnen " want de schade die de Comp. , door het ter eer„ in de wind slaan van alle de voors: publieke bekendeliefden „maakingen, tot drie millioenen toe, hier in bengale goeding e is aangebragt, was met het ophouden van een zo genaamt 't einde fatsoen der Natie niet teredresseeren; om niet tezeggen dat de ware zorg voord' Eer en't fatsoen derzelve, in de eerste plaatsschijnt te bestaan in het verhoeden gevolgt van hunne ondergang en schade, en daar na in uit de zoodani„ wendige formaliteiten. — den dienst U Hoog Edelens zullen met dit een en ander, Aan de WelEdele Hoog Achtbaare Heeren De Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd, ter vergadering van Zeeventienen, de Generaale Neder„ „landse Oost Indise Comp:e Represen„ „teerende ter Praesidiale Kamer! Amsterdam ge van va 11. 1a.1 F zo

NL-HaNA_1.04.02_3746_0104 view scan ↗

English

copy 509 loan, would be maintained and supported, provided we first complied with the preceding articles to disarm ourselves and make ourselves incapable of self-defense, one might also remark in this regard that this money was never in our lodge, but was only provided at the bazaar through a money changer, from which not a single, nay, not a solitary private inhabitant suffered any inconvenience; a circumstance of which the General, as well as of all the rest, was thoroughly informed; otherwise, as the petitioner hopes, it will be found satisfactorily demonstrated that war had indeed been heard of here long beforehand, and consequently that no one in this regard was falsely accused by the petitioner; and that he, the petitioner, was therefore most astonished to learn that, concerning publicly transpired matters, through secret reports of the Ministry, he has been treated so ignobly that thereby has been brought about and pronounced against him the aforesaid harsh condemnation; about whose manner of execution freedom seems to be given him to raise, not without reason, the objection of considering the Ministry to be incompetent and by no means impartial informants regarding the bulk of the matters that have already been dealt with or might yet be dealt with in his regard; and consequently (saving the respect due to local governments) to be permitted to decline the same regarding this; considering that a Ministry, in public, let alone secret reports, by virtue of its respectability and dignity, deserves preference in matters of credibility, and thus always having the decision over someone's fortune or misfortune in its hands, ought to undertake nothing against its dignity, or it harms that very public trust which its status has attached to its actions; and since the petitioner can thus not conveniently address any of his grievances to it, and the making of direct representations has recently been forbidden by Your Right Honorables, he finds himself thereby in a situation that appears to be without precedent. He is compelled by this necessity to implore Your Right Honorables to take a gracious reflection upon his circumstance, and that he, the petitioner, by Your Right Honorables' justice and equity, may be publicly cleared of the blame unjustly imputed to him in secret; and, in order no longer to cause the meager remnant of his departed prosperity to depend on secret reports, whenever anything more relating to him, the petitioner, or the matters raised by him should arise, that Your Right Honorables would then, instead of so much writing back and forth from and to the East Indies, with which so much time is lost, kindly be pleased to permit him to sail over to Europe, not by way of discharge from the service, but on the contrary for the defense and furtherance thereof; thus with the uninterrupted maintenance of salary, board money, gratuity, and all emoluments, which during his stay in Europe should also be retained; in order there, being totally ruined by unheard-of persecutions, as long as his presence there is required by necessity, to find the necessary livelihood; to give short answers and proof on everything one has to ask, and thus, in the presence of the actual original party, without much ado, to settle matters extempore; with letters and leave, after performance of the same, in his present or better capacity, to return to Bengal; in order there, being accustomed to the climate through a thirty-three-year residence, to end the meager remainder of his life. Which doing, etc. To the Right Honorable Highly Respected Gentlemen The Gentlemen Directors Deputed to the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber! Amsterdam copy 509 Chinsurah, the last of February 1787.

Dutch transcription

copie 509 „leent, te zullen mainteneeren en ondersteunen, mits wij eerst voldeeden aan de voorgaande artikelen om ons te ontwaapenen en ter zelfs-verdeediging onbe„ „quaam te maaken, zo zou men hier omtrent nog kun„ „nen remarqueeren, dat dit geld nooit in onze Loge geweest, maar alleen op debazaar bij een wisselaar be„ „zorgt is, waar van er geen eén, Iageen enkele particu„ „liere inwoonder eenige overlast heeft geleeden; een omstandigheid van dewelke de Generaal zo wel als van al het overige deegelijk onderregt was; anders zo de suppliant verhoopt, satisfactoir aangetoond vin„ „den, dat men hier wel deegelijk, lang bevoorens van oorlog gehoort, en gevolgelijk niemant dien aangaan„ „de valschelijk door den suppliant beschuldigt is; en dat hij suppt. dus zeer versteld heeft moeten staan te verneemen, van over publiek voorgevallene zaaken, bij secreete berigten van het Ministerie, tot zo verre oneedelmoedig behandelt tezijn geworden, dat daar door teegens hem is te weeg gebragt en uitgesprooken de voors: harde Condemnatie; over welkers wijze van bewerking hem vrijheid schijnt gegeeven te wor„ „den om niet ongegrond te moogen moveeren de zwarigheid van het Ministerie voor onbevoegde en gansch geen onpartydige informaters te houden van het gros der zaaken die ten zynen opzigte reeds ver handelt zyn of nog verhandelt mogten worden; en gevolgelyk 1: behoudens de eerbied aanplaatselijke Regeeringen verschuldigt:) dezelve deezen aangaande temoogen de clineeren; gemerkt een Ministerie by publieke, laat staan Secreete berigten, int hoofde van Haar Achtbaarheid en digniteit, in't stuk van geloof de preferentie verdienende, en de decitie over iemants geluk of ongeluk dus altoos in handen hebbende niets teegens hare waardigheid behoort te ondemee men, of te krenkt zelve dat publiek vertrouwen het week hare staat aan hare verrigtingen gehegt en en heeft; en nadien de supp.t. zig dus met geene zyner Zwa aam righeeden gevoegelyk by haar kan addresseeren, en 't doen van directe vertoogen door U Hoog Edelens onderkoop„ Iongst verbooden is, zo bevind hy zig daar door in een ½V toestand die buiten voorbeeld schynt teweezen. eeds aan Hy is door dit een en ander int nood gedwongen teeren UHoog Edelens te imploreeren om een gratieuse reflixie te slaan op zyne omstandigheid, en dat hy Suppt van de e gaande hem ten onregte in secretesse aangewreeven blaam, rden van door UHoog Edelens regtvaardigheid en belijkheid, oopen leegt, met baar mag worden gezuyvert; en, om het geringe over„ had heb„ schot van zyn vervloogen welvaart aan geen geheyme berigten meer te doen afhangen, wanneer en iets meer als van betrekkelijk tot hem Suppt. of de door hem geopperde o9 Achtbi, zaaken te doen mogt vallen, dat uw Hoog Edelens hem ter eer„ dan, in steede van zo veel over en weer schrijven uit en liefden na Oostindien, daar zo veel tyd mee verlooren gaat, goeding goed gunstiglijk gelieven te permitteeren om te 't einde moogen overvaaren na Europa, niet by weege van ontslag uit den dienst, maar ter contrarie tot voorstand en bevordering derzelve; dus met onafgebrooken stand gevolgt „houding van gagekostgeld douceur en alle emolinnen de zoodani„ ten, die geduurende zyn verblijf in Europa ook Lours „den dienst behouden; omdaar int, als door engehoorde vervolgingen totaal geruineert, zo lang zyn presentie aldaar noodza van WelEdele Hove Achtbaare Heeren 508. Aan de WelEdele Hoog Achtbaare Heeren De Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd, ter vergadering van Zeeventienen, de Generaale Neder„ „landse Oost Indise Comp:e Represen„ „teerende ter Praesidiale Kamer! Amsterdam het „delykheid 1„ copie 509 Chinsina ulto februarij 1787. „leent, te zullen mainteneeren en ondersteunen, mits wij eerst voldeeden aan de voorgaande artikelen om ons te ontwaapenen en ter zelfs-verdeediging onbe„ „quaam te maaken, zo zou men hier omtrent nog kun„ „nen remarqueeren, dat dit geld nooit in onze Loge geweest, maar alleen op de bazaar bij een wisselaar be„ „zorgt is, waar van 'er geen één, Ia geen enkele particu„ „liere inwoonder eenige overlast heeft geleeden; een omstandigheid van dewelke de Generaal zo wel als van al het overige deegelijk onderregt was; anders kelykheid vordert, het nodige bestaan tevinden; op alles wat men te vraagen heeft kont bescheyd en bewyzen te geeven, en de zaaken dus, in presentie vandeygentlyke origineele party, zonder veel omslag, extempere af te doen; met aanschryvens en verlof, om na verrigting van het zelve, in zyn teegenwoordige dan wel beetere qualiteit, weeder te koomen na Bengale; ten einde aldaar, door een drie endertig Jaarig verblijf aan het dimaat gewent, het geringe restantje van zijn leeven te eindigen T welk doende etca Cakemeeeltracht. 1E aa11 Heeren kennen zaame nderkoop„ h1. eeds aan „teeren e gaande orden van sleegt, met had heb„ als van og Achtb: ter eer„ liefden goeding gevolgt e zoodani„ Aan de WelEdele Hoog Achtbaare Heeren De Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd, ter vergadering van Zeeventienen, de Generaale Neder„ „landse Oost Indise Comp:e Represen„ „teerende ter Praesidiale Kamer! Amsterdam zanmen.sant 't einde den dienst van

NL-HaNA_1.04.02_3746_0106 view scan ↗

English

copy 509 lent, would be maintained and supported, provided we first complied with the preceding articles to disarm ourselves and render ourselves incapable of self-defense, one might furthermore remark in this regard that this money was never in our lodge, but was merely procured from a money-changer at the bazaar, from which not one, nay, not a single private inhabitant suffered any nuisance; a circumstance of which the General, as well as of everything else, was thoroughly informed; otherwise Gives to know with the greatest veneration Your Right Honourable Most Worshipful very obedient Servant, the Persian Translator, the junior merchant Casparus Leonardus Eilbracht. How he, the petitioner, in the year 1782 already caused to be presented to Your Right Honourable Most Worshipful a petition, containing complaints about far-reaching injustices and acts of violence committed by Director I: M: Ross, who has fled from here, showing how the same resulted in the ruin both of the petitioner's brother and of himself; and requesting that Your Right Honourable Most Worshipful, as the sole and lawful principals in the first instance, might be pleased to grant him, the petitioner, and his loved ones such satisfaction and compensation for damages and indignities suffered, as is expressed at the end of the said petition. That this petition in the year 1784 was followed by a memorial, containing such notable excesses committed by the said Ross in the service Right Honourable Most Worshipful Gentlemen To the Right Honourable Most Worshipful Gentlemen The Gentlemen Directors Deputed to the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam .1 510. of his lawful paying masters, as seemed to make him subject, both on that account and with respect to the petitioner's private action, if necessary by judicial means, to be obliged to provide adequate security. That he, the petitioner, far from having succeeded in the course of six years in the least or slightest degree in obtaining any hope of redress for the aforesaid ruin brought upon him and his loved ones, on the contrary has experienced that, by the transmission of all his papers to the Indies, the matter has become of such a nature that he has turned all ministers and servants, both superior and subaltern, against himself, and thereby they have made him an object of general animosity; of which, with respect to the High Indian Government, the Batavia Extract letter alongside Respectful Letters of 25 November 1784, sent to Your Right Honourable Most Worshipful, may serve as an example; and with respect to the ministers here, that for two years now various fortifications have again been undertaken, without the petitioner being allowed to come into any consideration, nay, the petitioner can assure Your Right Honourable Most Worshipful that this animosity goes so far that people give such free rein to their passions regarding this in private company (as the petitioner hears virtually daily) that this even extends to influencing private conversation, which is pushed to the extreme that at public festivities, such as recently the New Year's feast, to which everyone, even black illegitimate children serving as clerks, are invited, the petitioner finds himself excluded from the invitation; even though the Company also bears the costs of the entertainment. That he, the petitioner, thus, through the referral of his complaints to the Indies, on the one hand not only remains frustrated and deprived of his equitable claim for compensation for shame and damages with respect to the suffering already inflicted upon him and his family, but on the other hand sees that suffering increase daily; by perceiving how bitterly he is made to pay for his audacity in seeking justice regarding events in the Indies, and at the same time having dared to make disclosure of a number of base and shameful matters. Yet since he, the petitioner, is a born Dutchman from generation to generation, who, should necessity require it, would have to appeal to his lawful magistrates to obtain that justice which God and nature grant in matters of this kind, and which nevertheless has not fallen to the petitioner's lot up to now: So it is that he once again most humbly beseeches that Your Right Honourable Most Worshipful, not only out of consideration for his utmost loyalty

Dutch transcription

copie 509 „leent, te zullen mainteneeren en ondersteunen, mits wij eerst voldeeden aan de voorgaande artikelen om ons te ontwaapenen en ter zelfs-verdeediging onbe„ „quaam te maaken, zo zou men hier omtrent nog kun„ „nen remarqueeren, dat dit geld nooit in onze Loge geweest, maar alleen op de bazaar bij een wisselaar be„ „zorgt is, waar van er geen eén, Ia geen enkele particu„ „liere inwoonder eenige overlast heeft geleeden; een omstandigheid van dewelke de Generaal zo wel als van al het overige deegelijk onderregt was; anders Geeft met de meeste veneratie te kennen Uwel Edele Hoog Achtbaare zeer gehoorzaame Dienaar den Persiaans Translateur de onderkoop„ „man Casparus Leonardus Eilbracht. Hoe hij suppt„ in den Iaare 1782 bereeds aan uwelEd:e Hoog Achtb: heeft doen presenteeren Request, inhoudende klagten over verre gaande verongelijkingen en geweldenarijen door den van hier geweeken Directeur I: M: Ross gepleegt, met aantooning hoe dezelve ten gevolge gehad heb„ ben de ruine zoo van supp=te Broeder als van hem zelve; en verzoek dat Uwel Ed: Hoog Achtbi, als de eenige en wettige Principaalen ter eer„ ster instantie, hem supp„t en de zijne geliefden te bezorgen zodanige satisfactie en vergoeding van geleeden schaade en schande, als aan 't einde van gem: Requeste uitgedrukt staat. — Dat dit Request in den Iaare 1784. is gevolgt geworden van een Memorie, inhoudende zoodani„ „ge notable excessen door gem. Ross, in den dienst WelEdele Hoog Achtbaare Heeren Aan de WelEdele Hoog Achtbaare Heeren De Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd, ter vergadering van Zeeventienen, de Generaale Neder„ „landse Oost Indise Comp:e Represen„ „teerende ter Praesidiale Kamer! Amsterdam van .1 510. van zijne wettige betaals Heeren gepleegt, als hem subject scheenen te maaken, om hem, zoo wel uit dien hoofde, als ten opzigte van supp=te particulie, „re actie, des noods geregtelijk, te verpligten tot toe„ „reikende securiteit. Dat hij suppt wel verre van in den Cours van zes Iaaren in 't minste ofgeringste te zijn gesucce„ „deert, ter erlanging van eenige hoop tot herstel van de voors: hem en de zijne berokkende ruine„ in teegendeel heeft ondervonden, dat, door het over„ „zenden van alle zijne papieren na de Indien, de zaak van dien aart is geworden, dat hij alle Mi„ „nisters en bediendens, zo superieure als subalter„ „ne, teegens zig gekreegen, en men daar door van hem gemaakt heeft een voorwerp van algemee „ne animositeit; waar van tot een staaltje, ten opzigte van de Hooge Indise Regeering, dienen kan de Bataviase Extract brief neevens Eerbie„ „dige Letteren van den 25:' November 1784. aan UwelEd: Hoog Achtb: verzonden; en ten opzigte van de Mi„ „nisters alhier, dat er nu twee Iaaren weer ver„ scheijde verschansingen gedaan zijn, zonder dat hij supp„t in eenige aanmerking heeft mogen komen, Ia hij supp=t kan uwelEd: Hoog Achtb: verzeekeren dat die animositeit zoo verregaat, dat men zijne passien derweegens in particu„ „liere gezelschappen /:gelijk den supp„t genoeg„ saam dagelyks hoort :/ zoo rijkelijk den teugel viert, dat zulx zelfs verstrekt tot influentie op de Particuliere Conversatie, 't geen tot dat uiterste word gepousseert, dat, op publieke Cesteijnen, gelijk onlangs het nieuwe Iaars feest, waar op elk en een ijder tot zwarte onegte kinderen aan de pen dienst doende toe genoodigt worden, de supp„t zig van de invitatie vind buiten ge„ slooten; alschoon de Comp: ook de kosten van het onthaal komt te draagen Dat hij supp=t dus, door het renvooij van zijne Klagten naar de Indiën, aan de eene kant niet alleen gefrustreert en gepriveert blijft van zijn billijke Eisch om vergoeding van Schande en schaade ten opzigte van het Leed dat hem en de zijne reeds aangedaan is, maar aan de andere kan dat Leed dagelijks ziet vermeerderen; door gewaar te worden hoe bisterlijk men hem laat bezuuren zijn bestaan van over Indise voorvallen regt te vraagen, en teevens oope„ „ning te hebben durven gaan doen van een deel snoode en schandelijke zaaken Dan dewijl hij supp=t. van ouder tot ouder¬ is een gebooren Nederlander, die zig, is het dat de noodzakelijkheid zulx kwaame te vorde„ „ren, op zijn wettige overigheid zou moeten beroepen, ter erlanging van dat regt, 't welk God en de natuur, in zaaken van deezen aart, vergunt, en hem supp=t egter tot nog toe niet heeft mogen te beurt vallen: zoo is 't dat hij nogmaals op 't allerdee„ moedigste smeekt, dat UwelEd: Hoog Achtb: hem, niet alleen uit Consideratie van zijn uiterste trouwe

NL-HaNA_1.04.02_3746_0108 view scan ↗

English

511. Houglij in Bengal the 6th of January 1788. faithful and long service of 33 years, but principally on account of the justice he has on his side, to be pleased yet to render a decisive judgment regarding the compensation claimed by petition, and thus to grant the petitioner prompt, expeditious, and further uninterrupted justice, that is, without demanding a report on the contents of this from any chamber whatsoever, much less from any Indian governments in particular; because thereby, to the exhaustion of the aggrieved party, matters remain unsettled, and continuously go from bad to worse; with the further prayer to finally also advance and employ the petitioner in the service, in proportion to the years he has spent in it; running the risk otherwise, through the continually ongoing animosity, of becoming a most miserable victim of a series of linked factions. Which doing etc. Jaco Eilbracht 4. Extracts or copies of ordinary and secret resolutions and papers of what has been dealt with or is still to be dealt with in the meeting since the autumn of 1784 until now concerning the affair of Mr. Halsey. 5. Extract minute of the committee on the complaints of the creditors of Bindabon Adij dated 21 February 1785, insofar as it concerns the investigation set down therein of seven points that deserved clarification. 3. Ditto ditto of 4 July 1781 regarding the demand and surrender of the Company's places and possessions, with the insertion of the demand made for that purpose in the name of the government at Calcutta. No. 1. Copy of my writing by which I excused myself in the spring of 1785 from the committee regarding the memoir of my brother. 2. Extract resolution of 27 March 1781 showing the communication of the Director that no credit was to be given to the received news of war because they were found to be of no value in Calcutta. List of such papers as the undersigned finds he may need now, or in due time, in the vindication of his conduct with respect to Johannes Matthias Ross: No. 6. No. 6. Copy of the submitted committee report concerning the just-mentioned affair. Hoegli, the 29th of February 1788. Jaco Eilbracht 81

Dutch transcription

511. Houglij in Bengale den 6: Januarij 1788. /. trouwe en lange dienst van 33. Iaar, maar principaal uit hoofde van het regt dat hij aan zijn zijde heeft, als nog gelieven te geeven decisive uitspraak aangaande de bij Requeste geEischte schavergoeding, en hem supp=t dus te doen gewor„ „den prompte, onverwijlde en verder ongeinter„ „rumpeerde Iustitie, dat is zonder op den in„ „houd deezes berigt te vorderen van eenige kamer hoegenaamd, veel min van eenige Indise Regeeringen in 't bijzonder; dewijl de zaaken daar door, tot afmatting van de be„ „leedigde Partij, onafgedaan blijven, en geduu„ „rig van quaad tot erger overslaan; met ver„ „dere beede om hem supp=t in den dienst, na maate van de Iaaren die hij daar in heeft door gebragt, eindelijk ook eens te willen advanceeren en emploijeeren; gevaar loopen„ „de om anderzints, door de geduurig voortloo„ „pende animositeit, een aller Elendigst slagt offer van een reeks aan een geschaa„ „kelde partijen te zullen worden. — 'T welk doende &a Cakemeiellracht „ 4. Extracten off Copijen van gemeene en secreete Reso„ „lutien en papieren van het geen zeedert het Najaer 1784 tot nu toe ter vergadering verhandelt is of nog verhandelt slaet te worden over de affaire van M:r Halseij „ 5. Extract Notul van de Commissie over de klach„ „ten der krediteuren van Bindabon Adij in dato 21. februarij 1785 voor zoo verre betreft het daer bij ter needer gestel„ „de onderzoek van zeven pointen die op„ „heldering verdienden. „ 3. _„o d„o van den 4. Iulij 1781 nopens de opeisching en overgave van sComp:s Plaetzen en bezittingen met insertie van den daer toe uit naem van het Gouvernement te kal„ „katta gedanen Eisch N„o 1. Copij van mijn geschrift waerbij ik mij in het voorjaar 1785. van de Besoigne over de Memorie van mijn Broeder hebbe geexcuseert. „ 2. Extract Resolutie van 27 Maart 1781 aantoonende de communicatie van den Heer Directeur dat men aen de ingekoomene Tijdingen van oorlog geen geloof had te slaan om dat ze te kalkaste van geen valeur wierden bevonden. Lijst van zoodaenige Papieren als de ondergeteekende bevind in de verantwoording van zijn gedrag ten opzichten van den Heer Johan„ „nes Matthias Ross nu, of in der tijd, te kennen benoodigen: No. 6. n N:o 6. Copij van het ingedient commissoriael Rapport weegens de zoo evengem: affaire. Hoegli Den 29, Febrjuarij 1788. Jaco Eilbracht 81

← previous