VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 9698

Coromandel · 294 pages · 33 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_9698_0196 view scan ↗

English

continued to urge with even greater earnestness the satisfaction of their request, because they considered that their present demand, being grounded on a former precedent, could only be deemed reasonable, the more so because the arrangement concerning the lease had now been made so uncharacteristically advantageous for the Company that it could be assured in this respect of remaining completely free of loss. That if, notwithstanding these observations, the princes were now deprived of all hope of the requested assistance, there could be no doubt that, through the failure of their firmly established expectation, they would be completely alienated from their former trust in the Company and from the resulting good opinion which they had entertained for so long of its helpfulness, and thus might lapse into negligence regarding the affairs of that factory, as well as in time be persuaded to revert to the former violent manner of proceeding, which could turn out to be very detrimental not only to the interests of the Company, which had now for two years significantly benefited from the increase in trade and collections, but even more particularly to those of its merchants, who through their sanads had now become more subject to the princes, and consequently remained exposed either to being personally insulted or impeded in their business, which could bring about their complete ruin. That the present defenseless state of the fort and the small garrison would not enable them in one respect or another to offer the necessary resistance, and they would thus be forced to endure patiently all unpleasant encounters, the more so because representations would then find no acceptance whatsoever. Yet because now, through the distressed condition of the princes, so advantageous an opportunity was offered to the Company, not only to secure the seat of trade there against all misfortunes, but also to place the friendship and good relations with the princes on a much firmer footing than had ever been the case; the directors, for all the aforesaid reasons, had taken the liberty to recommend to me and the Council the offer of the princes concerning the entering into a five-year contract and the advance of one hundred thousand rupees, in order to send them such orders in that regard as we should deem necessary for the greatest benefit of the Company. Subsequently, the directors having in their aforementioned letter assured beforehand that the trade of the Company, both in respect of the collections and the vent, would increase through the aforementioned contract, and the inhabitants would thereby in general be assured of an undisturbed dwelling; that the merchants in particular, through the return of the sanads, would be restored to their former independence, without having to fear any danger of falling again after the expiration of the contract under any obligations of that nature; since by the return of the sanads the princes would themselves implicitly disown their right to such an act for the future. And they have further, as a token thereof, reported that the merchants of the Company, sensible of the great advantage that would be brought to them by this, and of the security which they would at the same time enjoy for their persons and prosperity, have in grateful acknowledgment thereof not only undertaken to pay all the expenses of the durbar for their own account, but also, for the complete indemnification of the Company, offered to take over the entire lease again on their own responsibility, just as it was ceded by the princes, and in the capacity of lessees to accept the entire amount of one hundred thousand rupees for their account, under obligation to place twenty thousand rupees into the Company's treasury there every year on the last day of August in settlement of that debt, and for the rest to hold themselves accountable for all harmful consequences that might be feared from this engagement. This offer having subsequently also been made on the part of the directors, they further informed me and the Council, for our greater reassurance, that the acquisition of the village of Pollepillij was a very advantageous matter, because thereby the upper water would have a free passage over the other villages, which had previously been repeatedly disputed and had caused a continuous dispute among the mutual lessees, to the great prejudice of the Company's lease, with the further assurance that they would choose the other village, which had been left to their choice by the princes, from among the most advantageous and the closest situated villages to one another; while they further declared that they flattered themselves with the hope of persuading the princes to accept merchandise from the warehouses for a large part of the lease monies demanded in advance, they requested lastly to be allowed, for the remaining part, in case I and the Council should consent to entering into the proposed contract, to draw bills of exchange on the factories of Palleacatta or Sadraspatnam, where the princes would most prefer to receive that amount. The aforementioned letter of the directors having subsequently been presented and read by me in council on 12 November, or the day after its receipt, they noted

Dutch transcription

op de voldoening van hun begeerte met te meerder Ernst bleeven aandringen, om dat ze vermeen „den dat hunne teegenwoordige Eijsch op een voorige voorbeeld gegrond niet dan reedelijk kon worden aangemerkt, te meer om dat de Schikking omtrent de Pagt thans buijten voorbeeld zoo voordeelig voor de Comp: gemaakt was, dat die, ten deesen opsig te verzee„ „ken kon weesen, geheelijk buij ten schaade te blijven. Dat zoo onaangezien deese aanmerkingen, de princen nu alle hoop op de vertogte onderstand benomen wierdt, men niet behoefde te twijffelen, of ze zouden door de misluking van de hunne gevestigde verwagting geheellijk afgetrokken worden van hun voori vertrouwen op de Comp: en van het daar uijt voortkomende goed gevoelen, dat te 141 169 ze zoo lange van derselver behulp saamheijd gehad hadden, en dus ver„ vallen kunnen tot oagtsaamheijd over de zaaken van dat Comptoir mitsgaders in der tijd overgehaald worden tot de voorige geweldaa¬ „dige handelwijk, dat niet alleen weeden, zeer schadelijk zou kunnen uijtvallen, voor de belangens van de Comp: die nu 'tzeedert twee Iaaren door den aanwasch van den vertier en Insaam merkelijk bevoordeelt was, maar nog bijsonderlijk voor die van derselver kooplieden, welke door hunne Panados thans na„ „den onderworpen waaren geworden aan de Princen, en gevolgelijk bloot gesteld bleeven om of in perzoon beleedigd, of in derselver omslag gestremd te worden, dat hunne geheelen ondergang zoude kunnen te weege brengen. Dat de teegenwoordige onweer„ baare toestand van het ffort, en het gering guarnisoen, nog in het een nog in het ander opsigt hun in staat N„o ƒ 112 142 staat zoude stellen de noodige toestand te bieden, en zij dus ge„ „dwongen zouden weesen, alle onaan„ „genaame ontmoetingen geduldelijk te ondergaan, te meer, om dat als dan geene vertoogen eenig ingang meer zouden vinden. Dan dewijl thans door de nood„ „lijdende toestand der Princen, de Comp: teene zoo voordeelige geleegendheijd aan de hand wierde gegeeven, om niet alleen waaren zeet aldaar voor alle onheijlen te bevijligen, maar ook om de vriendschap en de goede verstandhouding met de Princen op een veel verseekerder voet te kunnen brengen, dan die ooijt geweest was; zij opperhoof„ „den om alle de voorschreeve ree„ „denen, de vrijheid genomen hadden, de aanbieding der Princen omtrend het aangaan van een vijf jaarig Contract, en de voor uijt verstrek „king van Hondert duijsend Ropij mij en den Raad aan te prijsen, om dien F 1 dien aangaande aan haar zodanige beveelen te doen toekomen, als wij ten meeste nutte van de Comp: nodig zouden oordeelen. Vervolgens hebbende, opperhoofden bij haaren voormelde brief bij voor„ „raad verseekerd, dat den handel van de Comp: zo:o in opsigte van den Insaam, als verthier door het opgemelde Contract toenee„ men, en de Ingeseetenen daar door in 't algemeen van een onge„ stoorde inwooning zouden ver„ „zeekerd worden; dat de koop„ lieden in't bijzonder, door de te ruggave der Sanados in hunne voorige onafhankelijkheid zouden worden hersteld, zonder dat de voor eenig gevaar bedugt behoef„ „den te weesen, om na het Eyndi„ „gen van het Contract weeder onder eenige verbintenissen van dien aart, te zullen geraaken; nadien door de weedergave der Sanados, de Princen van zelfs hun regt tot N„o je 104 tot een diergelijke daad voor het vervolg zouden komen te ontkennen. En hebben wijders, als een Teg van dien gemeld, dat de koopl „den van de Comp: gevoelig van h groot voordeel, dat hun hier door zoude worden toegebragt en van de veijligheid, die te teffens voor hunne perzoonen en welvaard zouden genieten, te eene dankbaare Erkentenis daar van niet alleen aangenoomenh den, alle de ongelden van den Derbhaar voor eijgen reekening te doen, maar ook ter volkomen schadeloos stelling van de Comp aanbooden, de geheele pagt zo „danig als die door de Princen afgestaan wierd, weeder ter hu „nen verandwoording overteneemen en in de hoedanigheid van Pag ters het gansche bedragen van Hondert duijsend Ropijen vo hunne reekening te Aanvaarden onder 143 24 onder verbintenis van in voldoening dier Schuld alle Iaaren Twin„ tig Duijsend Ropijen onder ulto augustus in Comp:s Cassa aldaar te stellen, en hun voor het overige aanspreekelijk te stellen voor alle schadelijke gevolgen, die uijt deese verbintenis te dugten mog„ „ten weesen. Deese aanbieding vervolgens ook van de zijde der opperhoof„ den gedaan zijnde, gaven zij voorts tot meerdere gerust stelling van mij, en den Raad nog te kennen, dat de verkrijging van het dorp Pollepillij een zeer voor„ „deelige zaak was, dewijl daar door het opperwater een vrije pas„ „sage zoude hebben, over de andere dorpen, dat voor heen telkens be„ twist was geworden, en een geduu„ rig verschil veroorsaakt had, tusschen de onderlinge pagters, tot groot nadeel van de pagt der Comp:, onder verzeekering verder dat zij het andere dorp, dat door N„o 7. 2 73 144 door de Princen, ter haaren keuse gelaaten was, kiesen zoude, uijt de voordeeligste, en het naast aan den anderen geleegen dorpen: terwijl zij wijders ver„ klaarden zig te vlijen met de hoop om de Princen te zullen, overhaalen, om voor een groot ge„ „deelte van de voor uijt begeerde pagt gelden, Coopmanschappen uijt de pakhuijsen te ontvangen, verzogten zij voor het laaste om voor het overige gedeelte bij aldien ik en den Raad mogte bewilligen tot het aangaan van het woongestelde Contract, wis sels te mogen trekken op de Comp„ toiren Palleacatta, of Sadras„ patnam; alwaar de Princen dat montant het liefste zouden wil„ „len ontfangen. Den voormelden brief der opperhoofden, vervolgens door mij op den 12. November of daags na dies ontfangst in vergadering geproduceerd en geleesen zijnde, merkten

NL-HaNA_1.04.02_9698_0203 view scan ↗

English

I observed beforehand regarding this matter that I had learned from it with astonishment of the considerable change that had occurred in the administration of Bimilipatnam since the 25th of May, as the chiefs had then written that Bimilipatnam with its subordinate villages had been leased by the Visianagaram Princes to the Kommeli Regent Ramarasoe, and that the latter, having entirely left the administration of Bimilipatnam and its subordinate villages to their care, had thereby given them no little hope that the trade and operations of the Company there could be continued just as safely and quietly as had been done before, while now, on the contrary, they fully declared in the said letter that the general interest, both of the Company and of the inhabitants of Bimilipatnam, absolutely required that the Company take that place and subordinate villages into lease again from the Rajas on the terms proposed by the princes, as otherwise it was to be expected that it would no longer be safe there for the Company's seat and trade. And I subsequently made known to the Council that although these two circumstances not only differed very greatly from each other, but moreover showed how premature the chiefs had been in their first letter, I was nevertheless of the opinion that one ought to rely completely on this their latest writing, by virtue of the emphasis with which the chiefs had presented the general danger if we could not find it proper to condescend to the request of the princes to lease Bimilipatnam again on the proposed terms. Furthermore, out of consideration for the weight of the matter, I remarked that if I had but the very slightest doubt that the affairs of the Company and its merchants were not as precarious as one had to deduce from the servants' letter and the conduct of the Rajas, I would never resolve to lease Bimilipatnam again on the terms proposed by the princes, although I also had to testify that they were not disadvantageous to the Company, because the unfortunate condition of the princes and the critical times we are experiencing do not well permit entering into such a contract. Yet, because according to the servants' writings it was to be feared that the princes, if we did not grant their request, would employ violent means toward the Company's merchants, and possibly even toward the Company itself, in order to provide themselves with money, for which they were in the uttermost distress, I was of the opinion in this critical juncture of affairs, in which as much danger lay in refusing as in granting the princes' request, that one ought to choose the least dangerous of two bad or perilous courses, in order thereby to prevent or avert a greater evil for the interests of the Company. And consequently, in view of the aforesaid difficulties, I proposed to the Council to lease Bimilipatnam and the twelve villages belonging thereunder, along with the village of Pollepilli and another village at the choice of the chiefs, from the Visianagaram Princes for the term of five years and 20000 Ropijen per year, and to authorize the chiefs to advance the entire lease sum, which in five years would amount to a sum of 100000 Ropias. The Council, reasoning at length upon this proposal, remarked in this regard that in this weighty matter one ought to rely completely on the word and fidelity with which the chiefs were bound to the service of the Company, and that this could leave no one with the slightest doubt that the affairs of the Company and its merchants there were not as precarious as the chiefs had described them; that this being established, little choice remained as to which side one ought to take in this, seeing that more danger lay in refusing than in entering into the aforesaid contract, because the chiefs, should the princes resort to violent means, would be utterly unable to offer the slightest defense in a dilapidated fortress with their small garrison for the security of the Company's seat and trade there. Whereupon we subsequently resolved unanimously, for the best of the Company, to authorize the servants there, on the terms of the first five-year contract, not only to lease Bimilipatnam with the twelve villages belonging thereunder, along with the village of Pollepellij and another village of their choice, for the Company from the Visianagaram Princes for 20000 Ropias per year, or for one hundred thousand Ropias in five years, but also to advance this amount to their Highnesses, to be repaid again in five years out of

Dutch transcription

1224 123 merkten ik daar omtrend voor af aan, dat ik uijt denselven met verwondering hadt vernomen de Considerable verandering die ir seedert den 25. ' Maij in het bestier van Bimilipatnam was voor„ gevallen, alsoo de opperhoofden toen geschreeven hadden, dat Bimilipatnam met zijne onder„ „hoorige dorpen door de visia„ „nagaramsche Princen in pagt was afgestaan aan den kom„ „melischen Regent Ramara„ soe, mitsgaders dat deese het be„ stier van Bimilipatnam en onderhoorige dorpen, geheelijk aan haare zorge overgelaaten hebbende, daar door aan haar niet weijnig hoop was gegeeven, dat den han„ „del en ommeslag van de Maat„ „schappij aldaar even zoo vijlig en gerust zou kunnen worden. voortgeset, als voor heen geschied was, wijl de nudaa en teegen bij den gemelden brief volmondig verklaarden, dat het algemeen belang zoo van de Comp: als de ingeseetenen N„o 7. 145 ingeseetenen van Bimilipatnam het volstrekt vorderde, dat de Maatschappij die plaats en onder hoorige dorpen weederom vande Radjas in pagt nam, op den door de vorsten geproponeerden voet„ alsoo het buijten dien te weezen stond, dat het aldaar niet me vijlig zou weesen voor Comp:s zee en handel. En gaf vervolgens aan den Raad te kennen, dat Schoon deese twee omstandigheeden niet alleen zeer veel van malkandere verschilden, maar daar en booven nog aantoonden, hoe voorbaarig de opperhoofden in haaren eerste brief geweest waaren, ik egter v gevoellen was, dat men op dit hun laaste schrijven volkomen diende te betrouwen, uyt hoofde van den nadruk, waarmeede de opperhoofden het algemeen ge„ vaar hadden voorgesteld, zoo wij niet konden goedvinden in„ het versoek der vorsten, tot het weeder in pagt neemen van Bimilipatna 124 Bimilipatnam, op den geproponeerden voet te Condescendeeren Voorts heb ik uijt aanmer„ king van het gewigt der zaakan nog geremarqueerd, dat zoo ik maar de allerminste twijffeling had dat de zaaken van de Maat„ schappij, en haare kooplieden niet zoo gevaarlijk stonde als men uijt der bedienden brief en het gedrag der Radjas moest opmaken, ik nimmer besluijten zou tot het weeder in pagt nee„ „men van Bimilipatnam op den door de vorsten voorge„ slagen voet, Schoon ik ook betuijgen moest, dat die niet on„ „voordeelig voor de Maatschap pij was, uijt hoofde den onge„ „lukkigen toestand van de vor„ sten, en den Cretiquen tijd, die wij beleeven, niet wel permitteerd zoodanig een Contract aantegaan Dan wijl het volgens der Bediendens Schrijvens te vree¬ zen was, dat de vorsten, zoo wij hun versoek niet toestonden, geweldaadige N„o 0 7. 7 47 146 geweldaadige middelen omtrent Comp kooplieden, en mogelijk wel om¬ trend de Comp: zelfs in het werk zouden stellen, om zig van geld te voorzien, waar om zij ten aller uijttersten verleegen waaren, ik in dit Cretique tijds gewrigt van zaaken, waar in zoo veel ge„ vaar in het weijgeren, als in het toestaan van der vorsten ver„ soek lag opgesloten, van gevoelen, was, dat men van twee kwaade of gevaarlijke zaaken het minste gevaarlijkste dienden te kiesen, om daar door een grooter kwaad voor de belangens van de Maat„ schappij te prevenieeren, of voorte„ komen; En dienvolgende heb ik uijt hoofde der voorsz: zwaarig heeden den Raad geproponeerd, om Bimilipatnam en de daar onder behoorende twaalf dorpen, neevens het dorp Pollepilli en nog een ander dorp ter keuze van de opperhoofden, van de visia„ nagaramsche Princen in pagt te neemen voor den tijd van vijf Jaaren 129 124 Iaaren en 20'000 Ropijen in het zaar, mitsgaders de opperhoofden, tot het voor uijt verstrekken van de geheele pagtschat die in vijf Iaa„ ren bedraagen zou eene Somme van 100'000 Ropias, te qualificee„ „ren. Den Raad over deesen voor„ slag in het breede raisonneerende, merkten, daar omtrent aan, dat men in deese gewigtige zaak zig volkomen dienden te verlaaten op het woord en trouwe, waar meede de opperhoofden aan den dienst der Maatschappij verbonden waaren; en dat die in niemand de minste twijfeling konde overlaaten, dat de zaaken van de Compag„ „nie en haar kooplieden aldaar niet zoo gevaarlijk stonden, als de opperhoofden het beschreeven hadde; Dat dit vast gesteld zijnde er wij„ „nig keuze overbleef wat parthij men in deesen dienden te kiesen, ge„ merkt 'er in het weijgeren meer gevaar als in het aangaan van het voorsz: Contract lag opgeslooten door N„o 7. 73 147 door dien de Opperhoofden zoo de vorsten eens tot geweldaadige middelen wilden overslaan, wol strekt buijten staat zouden wee„ sen, om in een vervallen fortres met haar gering garnisoen de min„ ste defensie te bieden, tot bevijligin van Compagnies zeet en handel al„ daar. Waar op wij vervolgens ten besta van de Maatschappij met Unanim stemmen beslooten, om de Bedie den aldaar te qualificeeren, om op den voet van het Eerste vijf Iaarig Contract, niet alleen Bi„ „milipatnam met de daar onder gehoorende, Twaalf dorpen, nee„ vens het dorp Pollepellij, en nog een ander dorp ter haarer keuze voor de Compagnie van de vi¬ Sianagaramsche Princen in pagt te neemen voor 20000. Ropias in het Iaar, of voor Hondert duijsent Ropias in vijf Iaaren, maar ook om dit bedraagen aan Hunne Hoogheedens voor uijt te verstrekken, om in vijf Iaare weederom voldaan te worden, uijt

NL-HaNA_1.04.02_9698_0209 view scan ↗

English

from the lease of the aforementioned villages, provided that the princes came to bind themselves by the contract to the following conditions, such as: Firstly, as was stipulated in the previous five-year contract, to pay annually on the capital advanced to them, until full payment, the interest of 4 per cent, however, after deducting annually 20,000 Ropias, or the stipulated lease sum for one year, whereby the interest money would amount in the first year to - - Rop 4000. — In the second - - - - - 3200. —. In the third - - - - - - 2400. –. In the fourth - - - - - 1600. —. In the fifth - - - - - - 800. —. which had to be paid annually into the Company's treasury together and along with the aforementioned lease sum of 20,000 Ropias. Secondly, not only to return the sanads of the merchants, but also to remit to them, by a formal instrument, the money that they owed to Their Highnesses according to the same, with the promise never to demand such bond documents from them again. And Thirdly: during the aforementioned lease term of five years, to make no further application to the Company for any further advance of money or money's worth, no matter how much in need they might be of it. And whereas it was subsequently considered by us that the merchants had offered to take over the aforementioned lands again on lease from the Company, we further resolved, on the assumption that the contract would be concluded on the aforementioned footing, to authorize the chiefs to lease out the entire lease of Bimilipatnam etc., as it would be ceded by the princes, to the merchants for 20,000 Ropias per year or for 100,000 Ropias in five years, provided that they paid 20,000 Ropias thereof into the treasury annually by the end of August, and bore all the expenses of the Darbar; with further instructions to the aforementioned chiefs, who offered themselves voluntarily for this along with the merchants, to have a formal instrument executed concerning the takeover of the aforementioned lease by the frequently mentioned merchants, whereby they, under the suretyship of the chiefs, would have to hold themselves accountable in the most binding manner for all the adverse consequences that might arise from the aforementioned engagement with the princes. Furthermore, we saw fit to grant authorization to the chiefs to issue bills of exchange on Jaggernaijkpoeram for the remaining amounts, after a large part of the lease sum had been paid in merchandise to the princes, instead of on Palleacatta or Sadras (where the treasury cannot bear such an expenditure), to be paid there in New Nagapatnam pagodas with 4 per cent agio. Concerning which resolutions I hope that we shall be crowned with the esteemed approval of Your High Excellencies, as we have taken them with a good intention for the interests of the Company in that region. In the meantime, we informed the chiefs of the aforementioned resolutions by secret letter of 15 November of the year recently past, but have received no answer to it up to now, which I therefore look forward to receiving shortly, along with the contract concluded by the chiefs with the Vizianagaram princes, on the aforementioned conditions; which I hope to have the honor of presenting to Your High Excellencies shortly. Meanwhile, following the item on native affairs, I take the liberty most respectfully to remind Your High Excellencies that in my humble separate letter of 15 October 1779, I informed the same of the dispatch of a letter dated 5 November 1779 to His Excellency the Nawab Mahomet Ali Khan, in reply to his of 31 August 1779; containing communication of the resolution taken by us on 20 September following, concerning the affairs of Palleacatta, more broadly described in my aforementioned separate letter. To this letter I finally received an answer on the 3rd of this month from His Excellency, by missive of 21 December prior. Containing, firstly, a friendly expression of satisfaction with the orders that had been dispatched from here to Palleacatta, to conduct affairs there according to the old custom, and henceforth to cause everyone to pay the customs duty that belongs to the Sarkar on grains, piece goods, etc. Yet subsequently His Excellency was pleased to remark that it had appeared to his astonishment from my aforementioned letter that the chelinga boatmen had to obey the orders of the chief, without the havaldar of the Sarkar having any say over it, considering that in the time of Sadatullah Khan it had been customary for the chelinga boatmen of the Dutch Company and those of the Sarkar to be separated. And further requests, by virtue of mutual friendship, to order the Palleacatta chief to handle the affairs of the chelinga boatmen in such a manner as was customary before, and in all other affairs

Dutch transcription

404 184 uijt de pagt der voorschreeve dor„ „pen, mits de vorsten zig bij het Contract tot de volgende voor¬ waarden kwamen te verbinden als. Eerstelijk omgelijk bij het voo„ „rige vijf Iaarig Contract bedon„ „gen geworden was, op het aan haar vooor uijt verstrekte Capitaal, tot de volle betaling toe, Jaarlijks te betaalen den Jntrest van 4. p„r C„to na Aetraheering egter Iaar„ lijks van 20000 Ropias, of de bedongen pagt schat voor een Iaar, waar door de Intrest penningen in het Eerste Iaar bedraagen zoude - - Rop 4000. — Jn het tweede - - - - - „ 3200. —. Jn het derde - - - - - - „ 2400. –. In het vierde - - - - - „ 1600. 3. Jn het vijfde - - - - - - „ 800. —. die Iaarlijks met en beneevens de voorm: pagtschat van 20'000 Ropias in Comp:s Cassa moester worden afgelegel: Tweedens om niet alleen de Sa„ „nados der kooplieden terug te geeven, maar hun ook bij een for„ meele N„o 7 148 meele acte, kwijt te schelden het geld, dat de volgens dezelve aan Hunne Hoogheedens schuldig waren, met belofte van nooijt wee„ „der diergelijke verbandschriften van hun te zullen vorderen, En Derdens: om geduurende de voorsz: pagt tijd van vijf Iaaren geene nader aansoek bij de Comp: te doen, om eenige nadere voor uijt verstrekking van geld of gelds„ „waarde, hoe zeer zij 'er ook om mogten verleegen weesen. In dewijl vervolgens door ons gereflcctteerd wierdt, dat de kooplieden aangebooden hadden, om de voorsz: Landen weede¬ rom in pagt van de Comp: over„ teneemen, zoo beslooten wij al verder, in veronderstelling dat het Contract op den voorsz: voet, zou„ „de geslooten worden, de opperhoof„ „den te qualificeeren om de geheele pagt van Bimilipatnam ensz:, zoo als die door de Princen zoude worden afgestaan, aan de koop„ „lieden in 't pagt overtegeeven voor 20000 20000 Ropias in het Iaar of voor 100'000 Ropias in vijf Iaaren, mits zij daar van Iaarlijks onder ult:o aug:s 20'000 Ropias in Cassa betaal„ den, en al de ongelden van den Derbhaar droegen; onder aanschrij„ vens verder aangedagte opperhoof„ „den, die zig daar toe neevens de kooplieden vrijwillig hebben aan„ „gebooden, om van het overneemen der voorschreeve pagt, door de meergemelde kooplieden een acte in forma te doen passeeren, waar bij zij zig onder borgtogt der opper„ hoofden op de bondigste wijse verantwoordelijk zouden hebben te stellen, voor al de nadeelige gevolgen, die er uijt de voorsz: verbintenis, met de vorsten zouden kunnen ontstaan. voorts, vonden wij goed, de opperhoofden qualifikatie te ver„ leenen, om na dat een groot ge„ „deelte van de pagtschat met koopmanschappen aan de Prin„ cen, zoude weesen voldaan, voor het overige bedraagen wissels op Jaggerwaijkpoeram te verleenen, in N„o 7. 149 in Steede van op Palleacatta of Sadras (:alwaar den voor„ raad, een diergelijke uijtgave nie veelen kan:) om aan dieshonder voldaan te worden in Nieuwe Nagapatnamsche pagooden met 4: p„r Co opgeld. Omtrent welke besluijten ik hoop dat wij met de geeerg goedkeuring van Uwe Hooog Ede heedens, bekroond zullen worde alsoo wij die genomen hebben me een goed oogmerk voor de belan¬ „gens van de Maatschappij om dien oordt: ondertusschen hebben wij va de voorschreeve besluijten de opper „hoofden kennis gegeeven bij Secree schrijven van den 15. November des Jongst afgeloopen Jaars dog daar op tot nog toe geen ant „woord ontvangen, dat ik der„ „halven eerst daags te gemoet zie, met het door de opperhoof den met de visianagaramsch vorsten geslooten Contract, op d voormelde voorwaarden: het gee ik de eere hoope te hebben, uwe Hoog Hoog Edelheedens eerst daags aan te bieden Inmiddens neeme ik ten vervolge van het articul van Inlandsche zaaken de vrijheid, uwe Hoog Edelheedens op het Eerbiedigste te herinneren, dat ik bij mijne needrige apporte letteren, van den 15. october 1779. Hoogde„ zelve heb bedeeld gehad, de afsen„ „ding van Een brief in dato 5. No„ vember 1779. aan zijn Excellentie den Nabab Machomet Alichan, in antwoord op den zijnen van den 31. augustus 1779; behelsende Commu„ nicatie van het door ons genomen besluijt op den 20. September daar van volgende, aangaande de zaa„ ken van Palleacatta, breeder bij mijne voormelde aparte letteren beschreeven staande Op deesen brief heb ik eijnde lijk den 3. deeser maand antwoord ontvangen van zijn Exceltentie, bij missive van den 21. December bevoorens. Dehelsende voor eerst eene vriendelijke betuijging van genoe¬ „gen, over de ordres die van hier na N„o 7. 185 e na Palleacatta afgevandigd waaren, om de zaaken aldaar na volgens de oude usantie te tracteeren, en de tol die den Ser„ car Competeerd weegens Graanen Lijmaaten ensz: voortaan door een ieder te doen betaalen Dog vervolgens heeft zijn Excellentie behaagd te remar„ queeren, dat hem uijt mijnen gem: brief tot verwondering gebleeken was dat de Chialengeniers de or„ dres van het opperhoofd obediee„ ren moesten, zonder dat den Heweldhaar van den Sercan, daar over iets zou te zeggen hebben, ge„ merkt het ten tijde van Satoe„ lachan een gewoonte geweest wa dat de Chialengeniers van de Hollandsche Comp: en die van den Sercar, gesepareerd waren. En versoekt wijders wij hoofde van de weederzijdsche vriendschap, het Palliacatsch opperhoofd te gelasten, om de affaire van de Chialengniers dusdanig te behandelen als bevoorens gebruijke„ lijk geweest is, en in alle andere zaa de 150

NL-HaNA_1.04.02_9698_0215 view scan ↗

English

to observe prudence. This letter having been produced by me in council on the 10th of this month, we resolved to send a copy thereof to Palleacatta, with orders to the chief to elucidate to us forthwith how matters stand regarding the chialengiers of the Percar and those of the Company, and whether any separation ever took place concerning this, which we fear is merely pretexted by the Nabab in order to become completely master over those people. I therefore expect a reply to this in the coming days, whereupon I shall answer the Nabab's letter in such a manner as shall accord with the nature of affairs and the privileges of the Company, which I also hope to have the honor of reporting to Your Right Nobles on a following occasion. Meanwhile, in accordance with the order, I take the liberty herewith to insert a brief strength return of the personnel stationed here; the available cannons, mortars, muskets, cutlasses, ammunition of war, powder, and vessels, as drawn up in the past year according to the model received here, consisting of the following heads (including native Mohammedans, European children, and out-servants together), as follows: from the political department up to junior assistants inclusive: 49 clerical: 5 medical: 6 artillery: 27 militia: 830 maritime: 48 craftsmen: 30 various serving personnel: 4 Totaling: 1003 According to the latest regulation: 891 Making now more: 112 less: 3 Furthermore: 26 pieces metal cannons. 10 pieces mortars. 175 pieces iron cannons. 1528 pieces muskets. 1410 pieces cutlasses. 18449 pieces shot. 1942 pieces bombs. 2045 pieces hand grenades. 33100 pieces musket balls. 69317 1/4 lb powder. And the following vessels, namely: 2 lighters, the Liefde and Eendragt. 1 hooker, the Loo. 1 single-masted sloop, the Walvisch. 1 pantjallang, the Goede Verwagting. 1 thonij, the Johanna Maria. And this being for the present all that I can have the honor to report herewith, I take, for the rest, the liberty, after having recommended Your Right Nobles to Heaven's precious protection, to call myself with the greatest respect and high esteem. Subscribed and signed as before. In the margin: Nagapatnam, 15 January 1780. Agreed. J: Vlissingen. No. 27. No. 3. 494 Extract from a secret letter written by Their Right Nobles, the Noble High Indian Government at Batavia, to the Coromandel Governor Reinier van Vlissingen, dated 29 May 1775. That we require a report from you and the council whether there would be a possibility, now that the bales for the fatherland which a ship cannot carry or which arrive too late and must be detained until the following direct dispatch, to be ready so early in or by the beginning of January 1777 with the collection for the year 1776, that with the remaining and further collected linens two ships would be able to find their cargo for the fatherland from September to January, whereof notice must also be given to the Lords Superiors at the first opportunity. Accepted. J. A. Browveld. E. G. Cberg. Examined. Simons. Extract from a letter written to the Right Noble, Highly Respected Lords Directors at the Assembly of the Seventeen by the Coromandel Ministers, under date of 16 September 1775. A report having been requested from us by Their Right Nobles the High Indian Government by separate letter under date of 29 May of this year, whether there would be a possibility that the bales for the fatherland which a ship could not carry, or which arrived too late and had to be detained until the following direct dispatch, could be ready so early in, or by the beginning of 1777, that with the remainder and the collection for the year 1776, as well as the further collected linens on the new demand, two ships would be able to find their cargo for the fatherland from September to January; with orders also to communicate our advice to Your Right Noble Highly Respected Sirs; we therefore, in compliance with that highly honored order, now have the honor to note in that respect that, insofar as experience has taught us, we are of the opinion that no possibility resides that two ships could find their cargoes for the fatherland here from the month of September to the end of January, indeed even were it until February, and that for the following reasons.

Dutch transcription

104 187 de voorzigtigheijdt te betragten Deesen brief door mij op den 10:e hujus in vergadering geproduceerd zijnde, hebben wij beslooten om Copia daar van na Palleacatta te zenden, met last aan het opperhoofd om ons ten eersten te Elucideeren, hoedanig het omtrent de Chialengeniers van den Percar en die van de Comp: geleegen is, en of daar om„ tiend ooijt eenige Separatie heeft plaats gehadt, die wij vreesen dat door den Nabab slegts word voorgewend, om daar door volkomen meester over dat volkomen metter van dat volk te worden. Hier op verwagt ik derhalven eerst daags rescriptie, wanneer ik 'S Na„ „babs brief, zodanig beantwoorden zal, als met den aard der zaaken en previlegien van de Compagnie zal overeen komen het geen ik ook de eere hoope te hebben, om bij een volgende geleegendheid Uwe Hoog Edelheedens te kunnen melden. Ondertusschen neeme ik na de ordre de vrijheid bij deese te indereeren een korte sterkte van de alhier be„ scheijde manschappen; de aan handen zijnde kanons, Mortieren, snaphaanen houwers, ammonitie van oorlog, kruijt en vaarthuijgen, gelijk in anno pass=o opgemaakt N„o 7. 151 opgemaakt na het alhier ontvange Model bestaande het een en ander koppen (waaronder Inlandse Mahomst te Zamen Linopee Kinders Husdora in, als volgd. 49 van d' Politie tot J:o adsistenten in Clusive 5. 1. „ „ kerkelijke - - - - - 6. 3. 1. 4. „ „ Geneeskunde - - - - - 27. 3. „ „ Arthillerij - - - - - 24. 4 22 179 „ „ Militie. - - - - - - - 830. 229 48 „ „ Zeevaart - - - - - - - - 30. 78. 2. „ „ Ambagten - - - - - - 4. 5. 2: „ „ diverse dienst doende - - Tezamen bedragende - - - - 1003. volgenss' laaste bepaling- - Of nu Meer Minder - - - - - - Voorts. 26. p:s Metaale kanons. _:o Mortiers. 10.„ 175. „ yzere kanons. 1528. „ Snaphaanen. 1410. „ Houwers. 18449. „ Scherp. 1942. „ Bommen. 2045. „ handgranaaten 33100. „ Snaphaan kogels. 69317. 14 lb: kruijt Ende volgende vaartuijgen; als. 2. Backen, d' Liefde en EEendragt. 1. hoeker 't Loo. 1. Een mast Chialoup d' wal visch. 1. Pantjallang d' Goede verwagting. 1. Thonij d' Johanna Maria 891. Ens 112. 3. 2. . 189 En dit voor het teegenwoordige alles zijnde, wat ik bij deese de Eere kan hebben te melden neeme ik, voor het overige de„ vrijheid, na Uwe Hoog Edel„ heedens in 'S Hemels Dierbaare hoede te hebben gerecom„ mandeerd, mij met de meeste Eer„ „bied en hoog Agting te noemen /:onderstond:/ en geteekend:/ als voo„ ren /:in margine:/ Nagapat„ nam den 15. —. ' Januarij 1780. Accordeerd. J:Vlssingen N„o 7. 9 1 No. 27. N„o 3. 494 Extract uijt een secreete Missive geschreeven door Haar Hoog-Edelheedens de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia, aan den Corman„ „delsen Gouverneur Reinier Van Vlissingen, gedateerd 29e. Maij 1775. Dat wij van UwE: en den raad berigt vorde„ „ren of er mogelijkheid zoude zijn om nu de Pak„ „ken Pro Patria die een schip niet kan vervoeren, of die te laat inkoomen, en tot de volgende di„ „recte bezending moeten werden aangehouden, soo vroeg in of met het begin van Ianuarij 1777. klaar te raaken zijn met den Inzaam voor het Jaar 1776. dat met de agtergeblevene en verder ingesamel„ „de Lijwaaten twee scheepen hunne Laading voor het Vaderland van September tot Ianuarij souden kunnen vinden, waar van teffens bij de eerste ge„ „leegendheid ook aan de Heeren Majores kennis sal moeten Werden gegeeven occopteert J A„ Browvrld. EgCberg N„o 7. Nagezien Simons 5 49 Extract uijt Een Missive ge„ N„o 8. schreeven aan de Hoog-Edele Hoog agtbaare Heeren Be„ windhebberen ter vergadering van XVII: door de Corman„ delsch Ministers, sub dato den 16. September 1775. —. Voor Haar Hoog Edelens de Hooge - Indiasche Reekening bij apparte missive sub dato 29. Mai deeses Iaars, van ons berigt gevraagd sijnde, of er moogelijkheid soude weesen dat de pakken Rro Pa„ tria, die een schip niet konde vervoeren, of die te laat inquaamen, en tot de volgen„ de directe besending moesten worden aan„ gehouden, zoo vroegen in, of met het be„ gin van 1777. klaar konden raaken, dat met de restand, en den insaam, voor het Iaar 1776. mitsgaaders de verdere in gesa„ melde Lijwaaten op den nieuwen Eijsch twee scheepen hunne laading voor het vaderland van September tot Ianuarij zouden kunnen vinden! met last, om van ons advies aan uw Hoog Edele Hoog Agtbaarens ook communicatie te geeven, soo hebben w' in opvolging van dat seer ge„ eerd bevel thans de Eer ten dien respecte te nooteeren, dat in soo verre ons de on„ der vinding geleerd heeft, wij van gevoelen zijn, dat 'er geene moogelijkheid resideerd, dat twee scheepen hunne laadingen voor het vaderland, van de maand sep„ ons tot ultimo Ianuarij, Ja al tem e hier kunnen vinden, en dat om de vol„ „ was het zelfs tot febr: toe gende - 1 -

NL-HaNA_1.04.02_9698_0228 view scan ↗

English

the following reasons: That whereas the demands made from Europe over the past 5 years have greatly decreased, and together amount to only 9434, or 1887 packs for each year, and therefore, if each annual petition were completely fulfilled, which never or at least very seldom happens, after the loading or the departure of the first or October ship, no more, or at most, can remain over than 637 bales, since according to the most recent three-year dispatch one may not count less than 1250 packs for the full lading of a ship, and thus 613 packs would still have to be supplied from the new tender for the second ship, which is an absolute impossibility to procure that quantity so early; for after the expiration of the previous year's demand and the liquidation of the merchants' accounts, the tenders for the new demands and the entering into of the new contracts can only then take place, with which generally at most factories so much time is lost through the caprices of the traders, that it runs into the end of the month of December and even into the beginning of January, before and until the merchants have accepted the new delivery and signed the contracts, from which it must notoriously follow, that there can be none or at least very few, indeed not even 150 bales, this main settlement included therein, in stock beyond the remnants of the previous year or upon the new tender, and therefore the dispatch of a second ship so early in the year is made impossible. We hope that these our reasons against the proposed dispatch of a second ship will be accepted as satisfactory by your High Noble and Right Worshipfuls and the High Government at Batavia, and thus such a dispatch will be abandoned. J. A. Bromveld. Ney Clencq Agreed Collated by G. V. Haesten No. 9. 192 Extract from a General Letter written to Their High Nobilities by the Coromandel ministers, dated 16 September 1775. Concerning the report required of us by Your High Nobilities by separate missive dated 29 May of this year, whether it would be possible that the packs Pro Patria which a ship could not carry, or which arrived too late, and had to be held back until the next direct dispatch, could be ready so early in, or by the beginning of 1777, that with this remainder and the collection for the year 1776, together with the further gathered linens on the new demand, two ships would find their cargo for the fatherland from September to January. We have the honor in that respect to note: that so far as our experience has taught, we are of the opinion that no possibility exists that two ships could find their cargoes for the fatherland from the month of September until the end of January, indeed even were it until February here, and that for the following reasons: That whereas the demands made from Europe over the past five years have greatly decreased, and together amount to only 9434, or 1887 packs for each year, and therefore, if each annual petition were completely fulfilled, which never or at least very seldom happens, after the loading or the departure of the first or the October ship, no more, or at most, can remain over than 637 bales, since according to the most recent three-year dispatch one may not count less than 1250 packs for the full lading of a ship; and thus 610 packs would still have to be supplied from the new tender for the second ship, which is an absolute impossibility to procure that quantity so early; for after the expiration of the previous year's demand and the liquidation of the merchants' accounts, the tenders for the new demands and the entering into of the new contracts can only then take place, with which generally at most factories so much time is lost through the caprice of the traders, that it runs into the end of the month of December and even into the beginning of January, before and until the merchants have accepted the new delivery and signed the contracts, from which it then must notoriously follow, that there can be none, or at least very few, indeed not even 150 bales, this main settlement included therein, in stock beyond the remnants of the previous year on the new tender, and therefore the dispatch of a second ship so early in the year is made impossible: We hope that these our reasons against the proposed dispatch of a second ship, of which we now also make mention in our outgoing humble letter to the Lords Principals, will be accepted as satisfactory by your High Nobilities and our High Government at Batavia, and thus such a dispatch will be abandoned. J. A. Bromveld. Agreed EyCberg Checked G. Haesten Nagapatnam. To the Right Honorable Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coromandel Coast, with the dependencies thereof etc. etc. etc., together with the Council there. To the Right Honorable: No. 10. Right Honorable Sir and Gentlemen! We take the most respectful and quite humble liberty, in reply to Your Right Honorables' very revered circular letter of 31 October last, to advance that immediately after its receipt we took what was demanded therein to heart, and considered it most seriously, whereupon we resolved together to summon the Company's merchants residing here before

Dutch transcription

gende reedenen: Dat dewijl, de Eijschen seedert 5. Iaaren uijt Europa gedaan, seer vermin„ derd sijn, en met elkanderen maar 9434. of voor ieder Iaar 1887. Pakken koomen te be„ draagen, en 'er over sulx wanneer ieder Jaar„ lijkse Petitie compleet voldaan wierde, dat nooijt of ten minsten seer selden gebeurde, na de belaading of het vertrek, van het eerste of october schip niet meer, of op sijn Hoogst kan koomen over te schieten 637. Vordeelen, alsoo men volgens de Iongste drie Jaarige versending voor de vollaa¬ ding van een schip niet minder reekenen mag dan 1250. Packen, en er dus nog uijt de nieuwe aanbesteeding voor het tweede schip souden moeten gesuppleerd worden 613. pak„ ken het welk eene absolute onmoogelijkheid is, om die quantiteijd soo vroegtijdig in te„ krijgen, want na het afgeloopen van de voorjaarigen Eijsch, en het Liquideeren der kooplieden reekeningen, kunnende de aan„ besteedingen rkenan Eijschen, en het van den nieuwen Contracten eerst aangaan van de nieuwe geschieden, waarmeede door gaans op de meeste Factorijen, soo veel tijd door de Craprices der Handelaaren verlooren gaat, dat het wel in het laast van de maand December en ook wel tot in het begin van Ianuarij aanloopt, Een en alvoorens de koopliedens de nieuwe leverancie aangenoomen, en voor de Con tracten geteekend hebben, waar uijt van natoir volgens moet, dat 'er geene of ten minsten seer weijnige, Ja selfs geen 150. oardeelen deese hoofdplaats daar onder gereekend, buijten de overige„ bleevene van het voorige Jaar, of de nieuwe aanbesleeding in voorraad kunnen weesen en oversulx de depeche van Een tweede 5 16 tweede schip soo vroeg in het Iaar onmogelijk ee„ gemaakt word. Wij hoopen dat deese onse reedenen, teegen de geproponeerde versending van een tweede schip bij uw Hoog Edele Hoog agtbaaren, en de Hooge Regeering te Batavia voor voldoen„ de sullen worden aangenoomen, en dus van Eene diergelijke bevending worden afge„ sien vor J„ A„ Bramveld. Ney Clencq accordeerd t a„ en uil de schip ƒ ƒ -. Gecollationeerd door G: V: Haesten N„o 9. 192 Extract uijt Een Gemeene Brief geschree„ „ven aan Haar Hoog Edelheedens, door de Cormandelsche ministers, sub dato 16. September 1775. Belangende het door uw Hoog Edele bij apparte missive sub dato 29. ' maij deeses Jaars van ons gevorderd berigt, ofer mogelijkheid soude weesen, dat de Pakken Pro Patria die een schip niet konde vervoeren, of die te laat inquamen, en tot de volgende directe versending moesten worden Aangehouden, soo vroeg in, of met het begin van 1777. klaar konden raaken, dat met dit restant en den insaam voor het Jaar 1776. mitsgaders de verdere ingesamelde Lijwaaten op den nieuwen Eijsch, twee scheepen hunne laading voor het vaderland van september tot Januarij souden vinden. Hebben wij de Eere ten dien Respecte te no„ „teeren: dat in soo verre onse ondervinding geleert heeft, wij van gevoelen sijn, dat 'er geene mogelijkheijd desi„ „deerd, dat twee scheepen hunne Laadingen voor het va„ „derland van de maand September af, tot ultimo Januarij, Ia al was het selvs tot Februarij toe al„ hier kunnen vinden, en dat om de volgende reede„ „nen: —. Dat Dat dewyjl de Eijschen seedert vijf Juaren uijt Ereve gedaan seer vermindert sijn, en met elkanderen maar 9434. 9 voon ijder Jaar 187. pakken komen te bedragen, en en over sulx wanneer ijder Jaarlijkse petitie Compleet voldaan wiern dat nooijt of ten minsten seer selden gebeurt, na de bela„ ding of het vertrek van het eerste of het october schip, niet meer, of op sijn hoogst kan komen over te schieten dan 637. fardeelen, alsoo men volg:s de Jongste drie Jaarin versending voor de vollaading van een schip niet oun „der reekenen mag dan 1250. pakk:; en er dus nog uijt de nieuwe aanbesteeding voor het tweede schip souden moeten gesuppleerd worden 610. pakk het welk eene absolute onmogelijkheijd is, om die quantiteijt soo vroeg tijdig in te krijgen; want na het afloppen van den voorjarige Eijsch, en het liquideeren der kooplieden Reekeningen, kunnen de aanbesteedingen van de nieuwe Eijsschen, en het aangaan van de nieuwe Contracten eerst geschieden„ waar meede doergaans op de meeste factorijen, soo veel tijds, door de Capricl der handelaaren v „looren gaat, dat het wel in het laast van de mad december en ook wel tot in het begin van Januar„ aanloopt, eer en alvoerens de Kooplieden de -nieuwe levirantie 489 Leverantie aangenomen en voorde Contracten geteekend hebben, waar uijt dan notoir volgen moet, dat 'er geene, of ten minsten seer wynige, Ia selfs geen 150. fardeelen, deese hoofd-plaats daar onder gereekend, buijten de Overgebleevene van het voorige Jaar, op de nieuwe Aanbesteeding in voorraad kunnen weesen, „n oversulks de depeche van een tweede schip soo vroeg in het Jaar onmoogelijk Gemaakt word: Wijhooppen dat deese onse reedenen tegen de geproponeerde versen„ ding van een tweede schip waar van wij tans ook gewag maaken, bij onsen afgaande nedrigen brief aanse Heeren Majores, bij uw Hoog Edelens, en onse Hooge betaalt keeren voor voldoende aangenoemen, dus van eene diergelijke besending sal worden afgesien. J. A: Bromveld. accordeerd EyCberg Nagesien G. Heesten 2 Nagapatnam. Den Wel-Edele Gestrenge Heere Reijnier van Vlissingen Gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel, met den Resorte van dien &a. &a &a. Beneevens Den Raad aldaar. Aan Den Wel=Edele Gestrenge Heer: N„o 10. Wel-Edele Gestrenge Heer en Heeren! Wij maatigen ons op het eerbiedigst de gantsch nee„ „drige vrijheid aan, in andwoord op uwel Edeles Ge„ „strenges zeer gevenereerde Circulaire Letteren van den 31. october jongst Leeden te advanceeren, dat wij al aanstonds na dies ontvangst het daar bij gede„ „mandeerde ter herte hebben genoomen, en op het seri„ „euste overwoogen, waar op wij met den anderen te raa„ „den sijn geworden, 's Comp:s hier sijnde Cooplieden voor P

NL-HaNA_1.04.02_9698_0236 view scan ↗

English

to make them appear before us, before We undertook to write in reply to the same, so that we might thereby be placed so much the better in a position to satisfy Your Right Honourable's very respected orders and requisition, and to provide a report that does not rest on loose screws, in order thereby, as much as possible, to protect ourselves against the rightful displeasure and indignation of our high superiors, which we would otherwise rightfully bring upon our heads in the contrary case. The said Merchants having appeared before us, we let them know in the most covert manner, and by way of supposition, whether they found themselves in a position to promptly and fully satisfy the Demand Pro Patria, if the same were to be enlarged or doubled, without causing any prejudice to the Indian Demand, which we also desired to be promptly fulfilled, and that they had to declare themselves on this finally and without the slightest restrictions, and deliver their answer to us in writing. They subsequently gave us to know that they found the proposition we made to them so delicate and of such consequence, that it was impossible for them to answer it on the spot, and therefore very urgently requested of us a few days' postponement, to examine the matter with composure, and to be able to speak and deliberate with one another about it, so that they might thereby have the opportunity to satisfy our requisition, and to hand over to us an answer that was not lightly given and thoughtlessly drawn up, and thereby to protect themselves from falling into suspicion, by giving a hasty and unreasoned answer, as if they were only concerned, if they embraced our proposition, with getting ready cash, without intending to fulfill their promises in case they undertook to satisfy the Demand, if the same were to be enlarged and doubled. We judged that their request was not only equitable, but also prudent, and therefore hesitated not a moment to grant the same, the more so that they might not afterwards propose the exception, of which the native is indeed full, that we had rushed them in giving an answer; whereupon, having appeared before us again a few days later, they presented to us an extensive Malabar document, which we have had translated, and of which we have the honour respectfully to offer the translation to Your Right Honourable herewith. From the said Translation Your Right Honourable will, if it please you, be able to perceive wherein consist the objections, conditions, and the answer of the frequently mentioned traders to our proposal, and to which, to avoid prolixity and recantations, we take the humble liberty respectfully to refer, and to remark upon the same that in the answer of the Merchants self-interest and greed shine out in all parts, and that advantageous conditions on their side are not lacking; which we also made known to them not unclearly, with the declaration that we could never have imagined that they would have given so intricate and interested an answer to our proposal, and that we would send the same to Your Right Honourable, and most submissively refer it to Your very same wiser judgment and approval, and await Your Right Honourable's very revered orders concerning this affair. We subsequently assume with the greatest submission the entirely humble liberty to note that, however intricate and advantageous the conditions are upon which the Merchants undertake to satisfy the Demand pro Patria, even if the same were to be doubled, without causing any prejudice to the Demand for India, we nevertheless with good reason fear that it will remain empty promises, and the limping horse will follow behind; which we also made known to them not unclearly, for if one reviews the last ten years, there were demanded for Patria in the same 2696 fardels, but whereof no more than 2056 packs were delivered by the Merchants, thus a considerable number of 640 packs too few delivered; whereby the expectation of a better success, even if the Demand were to be doubled and the merchants' conditions granted, is very faint and slight, over and above that it is greatly to be feared that, as soon as the British Gentlemen or their servants notice that the Merchants here are placing larger contracts in the weaving villages than they are accustomed to, the vexations will also increase proportionally, and the Merchants and their brokers will be thwarted in everything; for although we are not unaware that the Merchants frequently trouble us with complaints about the insolent and unjust treatment and acts of violence of the English and their servants, in order if possible to hide their innate sluggishness and inattention thereby, we are nonetheless reliably informed that the English servants do them much wrong in the weaving villages, and try as much as possible to prevent them from obtaining durable and good weaves, and as such is also not unknown to Your Right Honourable, we shall also not touch upon that string any further, but to Your Right Honourable

Dutch transcription

voor ons te doen verscheijnen, eer dat Wij ondernaamen op deselve te rescribeeren, ten einde wij daar door soo veel te beeter in staat mogten gestelt worden, aan uwel Edel Gestrenges zeer gerespecteerde ordere en requisiet te vold en van een bericht te dienen, die op geen losse schroen staat, om daar door ons, soo veel moogelijk is te bevrijd teegens 't regtmatig ongenoegen, en indignatie onser hooge supperieuren, dien wij ons anders met regt in Casco „trarie op den hals souden haalen. Gesegde Cooplieden voor ons verscheenen sijnde, soo hebben wij haar op de bedekste wijse, en bij weegen van onderstelling te kennen laaten geeven, off zij zig in staat bevonden, den Eisch Pro Patria, so deselve eens vergroot of gedoubleert wiert, prompt:, en volleedig te kunnen voldoen, sonder eenige prejuditie toe te brengen aan de Jndiasche Eisch, dien wij begeer dat almeede prompt voldaan soude werden, end sij sig hier op finaal, en sonder eenige de minste res„ „trictien op moesten declareeren, en ons haar andwoord ik geschrift ter hand stellen Bij gaaven ons daar op vervolgens te kennen, dat de propositie, dien wij hen deeden, soo delicaat en va soodanig een gevolg bevonden, dat het hen onmoogelijk was slante pede daar op te andwoorden, en ons dierhalv zeer instantig Verzogten, om eenige daagen uijtstel, om affaire 282 affaire met bedaartheid te beschouwen, en met elkande„ „ren daar over te kunnen spreeken en te raadpleegen, ten einde sij daar door geleegendheid mogten hebben aen ons requisiet te kunnen voldoen, en ons een andwoord te overhandigen, die niet ligt waardig en onbedagtsaem was gegeeven, en opgestelt, en om haar daar door te be„ „vrijden, dat zij niet in Verdenking geraakten, door het geeven van een spoedig en onberaisoneert andwoort, eeven of het hen maar te doen was om, soo sij onze propo„ „sitie amplecteerden, aan gereede Penningen te geraaken, sonder verdagt te weezen haar beloften te volbrengen, ingevalle zij aannamen den Eeisch te voldoen, soo desel„ „ve eens vergroot, en verdubbelt mogt werden. Wij oordeelen, dat haar versoek niet alleenig billijk, maer ook voorsigtig was, en resiteerden daar om ook geen mo„ „ment, om aan 't selve te voldoen, te meer op dat sij na„ „derhand de exceptie niet souden kunnen proponeeren, waar van den Jnlander dog vol is, dat wij haar in het geeven van andwoort overhaast hadden, waar op sij ee„ „nige daagen daar na andermaal voor ons verschenen sijnde, ons hebben aangebooden een breedvoerig mallebaers geschrift, het geen wij hebben doen translateeren, en waar van wij de Eer hebben uwel Ed: Gestrenge het translaat bij deezen eerbiedig aantebieden Uijt gezegde Translaat zullen uwel Ed: Gestrenge, des des gelievende, kunnen ontwaaren, waar in de bedenkingen Conditien, en het andwoort van meermelden handelaars op ons voorstel bestaat, en waar aan wij ons ter vermij„ „ding van prolixiteit, en recantatiëen de needrige vrij„ „heid neemen eerbiedig te refereeren, en op het selve aan„ „merken, dat in het andwoord van de Cooplieden in allen deelen de eijgen baat, en heb zugt uijtblinkt, en dat het aan geene voordeelige voorwaardens aan haar kant manqueert, en het geen wij hen ook niet onduijdelijk te kennen hebben gegeeven, onder betuijging, dat wij ons nooit hadden kunnen voorstellen, dat zij ons voorstel, soo een Intriquant, en interessant andwoort souden hebben gegeeven, en dat wij het selve aan uwel Edele Gestrengens souden oversenden, en aan Hoogst derselver wijser oordeel en goed vinden onderdanigst renvoijeeren, en uwel Edele Gestrengens zeer gevenereerde ordere, om„ „trend deeze affaire afwagten— Wij maatigen ons vervolgens met de meeste onder„ „danigheid de gantsch nedrige vrijheid aantenoteeren, dat, hoe intriquant en voordeelig de Conditien ook zijn, waar op de Cooplieden aanneemen de Eijsch pro Patria te Vol„ „doen, al word deselve ook al verdubbeld, sonder eenige nadeel toe te brengen aan den Eisch voor Indie, wij nog„ „thans met reden bedugt sijn, dat het bij schoone beloften zal blijven, en het kinkend paard agter aankoomen, en het geen wij ook hen niet onduijdelijk hebben te kennen gegeeven 203 gegeeven, want soo men de thien laaste Iaaren nagaat, soo sijn in deselve gevordert voor Patria 2696. fardee„ „len, dog waar op door de Cooplieden niet meerder voldaan zijn geworden dan 2056: pakken, dus te min geleevert een aanzienlijk getal van 640. Pakk:; waar door de Verwagting van een beetere reusite, al word den Eisch al verdubbelt, ende kooplieden hunne voorwaardens g'accordeert, zeer flaauw en gering is, buij„ „ten en behalven dat het zeer te vreezen is, dat, soo ras de Heeren Britten, off hunne bediendens merken, dat de hier sijnde Cooplieden grooter aanbesteedingen in de weefdorpen doen, als sij wel gewoon sijn, de Vexa„ „tien ook na maate accresseeren zullen, en de Cooplieden en hunne maakelaars in alles gecontracaveert worden, want schoon wij niet ignoreeren, dat de Cooplieden al veel tijds ons over de insolente en onbillijke behande¬ „lingen en geweldenarijen der Engelschen en hunne be„ „diendens met klagten Vermoeijelijken, om was het moogelijk daar door hunne aangeboorene traagheid en in attentie te verbergen, so sijn wij nogthans in het zee„ „kere g' informeerd, dat de Engelsche bediendens Een in de weefdorpen veel tort aandoen, en soo veel mooge„ „lijk is trachten te beletten, om aan deugtsaam en goed geweef te geraaken, en daar sulx voor uwel Edele Gestrenge ook niet onbekend is, zo zullen wij die snaar ook niet niet verder aanvoeren, maar uwel Edele Gestrenge kant stel, e selver

NL-HaNA_1.04.02_9698_0240 view scan ↗

English

Honorable sirs, we assure you most respectfully that we shall leave no stone unturned and exert every effort, in so far as it depends on us, to ensure that the annual demands are satisfied as fully as possible, so that we may not only remain free from the rightful indignation of our respected superiors, which in the contrary case we would rightfully bring down upon our necks, but also may live up to the expectation and the trust that Their High Excellencies, the Noble High Indian Government, have been pleased to place in us by entrusting us with the posts to which we were only recently appointed through their benevolence. We further take the liberty to communicate most respectfully to your Honors that in the autumn the collection of cloth comes mostly to a standstill, because owing to the rainy monsoon and the bad weather that occurs at that time, one can work neither on the bleaching field nor in the dye-house, as a result of which nothing of note can be accomplished in the months of October, November, and December. This deprives us of the ability to assure your Honors that we shall be capable of providing a considerable number of bales of linen by the end of the month of January; flattering ourselves further to have satisfied your Honors' highly revered orders in this matter. It is with the most perfect sentiments of respect and submission that we humbly conclude this in the capacity of, Honorable Sir and Sirs, your Honors' most humble and dutiful servants. Was signed: I. P. De Nijs and P. Simons. In the margin: Sadraspatnam, the 9th of December, Anno 1779. Agreed. First Clerk J. A. Bromveld. Examined. Wsalfet. Translation of a Malabar writing, drawn up and submitted by the Company's merchants to the Honorable Gentlemen, Mr. Jacob Pieter Deneijs, Chief, and Jacob Simons, Second, dated Sadraspatnam, the 1st of this month, reading as follows: We, the undersigned Sadraspatnam merchants, Tamboe Moddelij, Gopala Moddelij, Goendhoer Wengetaraijloe's attorney Tieroenengeda Chittij, and Ramalingom Chittij, greet you herewith and declare that we, having been summoned by the Honorable Gentlemen Mr. Jacob Pieter de Neijs, Chief, and Jacob Simons, Second, and asked whether we would be able to satisfy the Patria demand if the same were increased or doubled, without however causing any detriment to the Indian requisitions, or not; we thereupon requested that four days' postponement be granted in order to consult with one another, after which we would then deliver our answer. Subsequently, we were ordered to answer positively and briefly in writing, just as we do herewith in accordance with the order; and we request your Honors' favor, and our hope is firmly fixed upon your Honors as our fathers, and we as your children. Now, in order to collect the Patria demand twofold and to deliver the Indian demand without fail, there are obstacles in the way, because the English servants prevent our weavers from weaving any linens for us; close watch is also kept to discover for whom the linens are being woven. These acts of violence and hindrances commenced two years ago in the places where the Dutch coarse cloths are always manufactured. The vexations which they commit will also be well known to the gentlemen; we have also frequently lodged our complaints about this, and thus far we see no improvement in it. We beseech your Honors' favor to bring it about that the aforementioned obstacles may cease and no longer occur, and also that our looms may suffer no injury. Our request consists of: Firstly, that the loss we suffer on the short weave, such as baftas, salempores, and perculles, far exceeds the small profit we make on the guinees; the gentlemen know this very well too, and we have also complained about this many times to the departed chiefs. Secondly, we very humbly request that henceforth the third sorts of the unbleached, bleached, and dark blue linens may also be accepted for Patria, as for India. Thirdly and lastly, we beseech that we may fulfill the new demand in three-quarters part blue and one-quarter part unbleached and bleached linens, and that a reasonable advance in cash may always be made to us whenever we ask for it; and when our accounts are settled, we pray that the stock of linens with their bleaching and dyeing wages may be credited to our account at this closing, and we assure your Honors that in doing so the Honorable Company will suffer no loss thereby. This is a certain truth, and we shall do our utmost endeavor to collect and deliver linens in accordance with the new demand. Next to God, we place our hope in your Honors, and we rely upon your Honors in the assurance that your Honors will always help us. Was signed: Tamboe and Gopala Moddely, Goendhoer Wengetaraijloe's attorney Teeroewengeda, and Ramalingam Chittij. Beneath stood: for the translation, according to the translation of the interpreter Soeberaija. Sadraspatnam, the 9th of December 1779. Was signed: C. V. Misselaar, authorized hereto. Agreed. Examined. Simonsz J. Vromveld Ey Clercq

Dutch transcription

Gestrenge op het eerbiedigst verseekeren, dat wij niet onbesogt zullen laaten, en alle middelen uijtstenken om soo veel van ons dependeert, te sorgen, dat aan de Eijsschen 's Jaarlijks soo veel moogelijk is, voldaan werd op dat wij niet alleenig bevrijd moogen blijven van de regtmatige indignatie onser gerespecteerde superieun dien wij ons in cas Contrarie met regt op den halss „den haalen, maar ook beandwoorden moogen aan de Verwagting en het vertrouwen dat Hunne Hoog Edelheedens, de Edele Hooge Indiasche Regeering in ons hebben gelieven te stellen, met ons de posten toete vertrouwen, daar wij eerst onlangs door Hoogst Desselfs benevolitie ingesteld sijn geworden Wij vervrijmoedigen ons verder uwel Edele Gestreng op 't eerbiedigst te communiceeren, dat in het najaar de insaam meest stil staat, wijl door de reege mousson en het slegt weer, dat men op die tijd heeft, nog op de bleek, nog in de verwerij kan gewerkt worden, waar door men in de maanden October, 9ber: en Decemb niets naamwaardig kan uijtvoeren, het geen ons de m beneemd om uwel Edele Gestrenge te verseekeren, dat wij in staat zijn teegens het laast van de maand „nuarij, een aanzienlijk getal Lijwaat Pakken te kun besorgen; ons verders vleijende in deesen voldaan te hebb aan uwel Ed: Gestrengens zeer gevenereerde ordere — Het 204 Het is met de volmaakste sentimenten van eerbied en submissie, dat wij deeze onderdaniglijk eijndigen in de hoedanigheid van /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren! UwelE:s Gestrenges zeer onderdanige en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ I: P: De Nijs, en P:s Simons, /:in margine :/ Sadraspatnam den 9e December Ao 1779 accordeerd Eg Clerc J„ A„ Bromveld. et Nagesien Wsalfet 1 258 Translaat Eener Mallabaarse ge„ schrift, door de Comp:s kooplieden inge„ rigt en overgegeven aan de Uel Edele Heeren M:r Jacob Pieter Deneijs Opperhooft en Jacob Simons Se„ Eunde Gederteerd Sadraspatnam den 1. deser luijdende als volgd— Wij ondergetekende Sadrappatnamse Kooplieden Tamboe Moddelij, Gopala Moddelij, Goendhoer wenGetaraijloe„ volmagt Tieroen engeda Chittij, en Ramalingom chittij, Groeten bij deese, en verklaaren, dat wij door de welEdele Heeren M„r Jacob Pieter de neijs, opperhooft en Jacob Simons Secunde, geroepen en gewaagt zijnde, off wij in staat zouden zijn den Patriasen Eijsch, wan„ „neer deselve vergroot off verdubbeld wierd, sonder nog„ thans eenig nadeel aan de Jndiase petitien, toe te brengen, soude kunnen voldoen, dan niet; wij daar op versogt hebben vier daagen uijt stel te vrrleenen, om sig met elkanderen te raadpleegen, als wanneer wij dan ons antwoord souden bezorgen; vervolgens wierd ons be„ „last, dat wij positief en met korte woorden schrif„ telijk soude antwoorden, gelijk wij volgens order bij deesen doen, en wij versoeken uwelEdelens Gunst, en onse hoop is gegrond vest op uwel Edelens als onse va„ „ders, en wij als derselver kinderen. Om Om nu den Patriasen Eijsch dubbeld in te Zam den indiasen Eijsch sonder fout te leveren, zijn v hinder padlen in den weg, wijl de Engelsche bedien onse wevers beletten geen lijwaaten voor ons te weeven ook worden naauwe toezigt gebruijkt, om te ontwaaren voor wie de lijwaaten worden geweeren. Dese geweldene rijen en beletzelen hebben een aanvang Genoomen zedert 2. Jaaren op de plaatzen daar altoos de hollandse Coatem „ten worden aangemaakt. De vexatien die zij pleegen zullen de heeren ook wel bekend zijn, wij hebben ook meenigmaalen onse klagten daar over gedaan, en wij sien tot nog toe geen beterschap daar in. —. Wij smeeken uwelEd=s Gunst om te bewerken, tan gemelde beletzels mogen ophouden en geen plaats meer vinden, mitsgaders dat onse wief getouwen Geen nadeel koomen te lijden. — Bestaande Ons versoek Eerstelijk 't verlies dat wij op 't kont geweef, als Baftas, Salo „poeris en Parcallen hebben, verre over te treffen, 't kleijne winstje dat wij op de Guineesen profiteeren, dat weeten de Heeren ook seer wel, en wij hebben ook menige kee¬ „ren aan de affgegaane opperhoofden daarover ge„ klaagd.— Ten tweeden, versoeken wij zeer nedrig, dat voortaan de : 214 de Derde zoorten van de Ruwe Gebleekte en Bruijn Bl: lijwaaten voor 't Patria mede mogen werden aangeno„ „men, als voor India. — Ten derden en ten Lasten, smeeken wij dat wij den nieu„ „wen Eijsch mogen voldoen in drie quart deel blaau„ „we in Een quart deel ruwe en Gebleekte lijwaaten, en dat aan ons altijd een raisonable voeruijt verstrek„ „king van Contanten mogen gedaan werden, wanneer wij daar omme vraagen, en als onse aftreekeningen geslooten worden, bidden wij dat de voorraad der leijwaaten met derselver bleek en verwloonen bij dese sluijting ons mag werden ten goede gebragt, en wij verassureeren uwelEdelens dat zulks doende de E: Comp:e daar op geen schade sullen lij„ „den. Dit is een zeekere waarheid, En wij sullen onsen uijttersten devoir aanwenden om lijwaaten in te zamelen en te leveren op den nieuwen Eijsch. Wij vestigen onse hoop naast God op uwel Edelens en wij vertrouwen op uwel Edelens in versekering dat uwelEdelens ons altoos helpen sullen /was geteekend:/ Tamboe en Gopala Moddely, Goen„ dhoer wengetaraijloes volmagt Teeroewengeda en Ramalingam Chittij /:Onderstond:/ voor de Over„ „setting accordeerd Nagezien Simonsz „settinge, volgens vertaling van den Tolk Soeberaija sadrapp:m den 9. ' december 1779. /was geteekend:/ C: V: misselaar hier toe g'authoriseert. J vromveld Ey Clercq

NL-HaNA_1.04.02_9698_0247 view scan ↗

English

Nagapatnam. To the Right Honorable, Severe Sir, Reijnier van vlissingen, Governor and Director of this Coast of Chormandel with the Dependencies thereof, etc., etc., etc., together with the Honorable Council there. Right Honorable, Severe Sirs, Gentlemen! We take the liberty of respectfully answering the specific questions put by Your Right Honorable Severities in the circular letter of 31 October last. However inclined we are to respond to the important objective of the Gentlemen Majores regarding the annual sending of a second ship from the Netherlands to this coast, so that it may return well laden, there nevertheless seems, so far as this trading post can contribute thereto, to be little hope; because experience daily teaches us that our merchants, both through their insolvency and their dilatory nature, are not capable of fulfilling even the annual demands, which consist of only a small quantity of packs. Nonetheless, if one wished to attempt it, the best means seems to be to rid ourselves of the present insolvent merchants; to retain those who are somewhat well-off, and to associate with them people who have credit here and to the North: we request Your Right Honorable Severities to put this into effect, even though the aforementioned project might not proceed, since we otherwise foresee that the present traders will in time plunge us into a desperate situation. We trust that this answer will satisfy Your Right Honorable Severities, and have the honor to call ourselves with respect, below stood: Right Honorable, Severe Sir and Gentlemen, Your Right Honorable Severities' most humble and very obedient servants, was signed: n:s Iavama and Hend:k Scoffier, in the margin: Palliakatta In Castle Galdria the 2 December 1779. Agrees, J A: Bromveld, 1st Clerk. Collated, G:D: Haesten. No 12. Nagapatnam. To the Right Honorable, Severe Sir, Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Cormandel, with the Dependencies thereof, together with the Council there. Right Honorable, Severe Sir and Gentlemen! In dutiful compliance with Your Right Honorable Severities' honored order, contained in the highly esteemed circular missive of 31 October last, which, after taking a copy, was immediately forwarded further northward, we have the honor to inform the same with all respect that, as far as this factory is concerned, it is indeed possible to fulfill the demands for the Mother Country, should they be doubled, annually before the month of November, that is to say 480 to 500 pieces on average, without thereby in the least hindering or causing any detriment to the demands for the Indies; whereto our merchants have bound themselves, with the condition that, even if one or another of their company should remain somewhat in arrears, the remainder have, in that case, mutually obligated themselves to make good the arrears, provided, however, that one (as they declared) always provided them in good time with the necessary three-swami pagodas, for lack of that specie would be the only impediment and make fulfillment impossible for them, because accepting Nagapatnam currency with an 8 percent premium (which specie is absolutely not current here, and currently yields a loss of fully 30 percent upon exchange) was far too disadvantageous, which they furthermore maintained to be the principal reason why some among them had fallen so noticeably into arrears. And since it is fully known to us that with the last-mentioned specie one can go to market nowhere here, whereas on the other hand the three-swami pagodas are not only accepted by some weavers, but upon exchange with Madras pagodas, which is actually the standard currency here, generally yields no more than 5 to 5 1/2 up to 6 percent loss, we have deemed ourselves obliged, with your favorable interpretation, to make this exception. In the hope that we have hereby complied with Your Right Honorable Severities' respectable orders, may we be permitted to end this with the most perfect respect and submission, as, below stood: Right Honorable, Severe Sir and Gentlemen, Your Right Honorable Severities' entirely humble and dutiful servants, was signed: Joh:s Accama and J: F: vaucquet de Ian, in the margin: Palicol the 22 November 1779. Agrees, J. A. Bromveld, 1st Clerk. Collated by G.d: Heesten. No 13. Nagapatnam. To the Right Honorable, Severe Sir, Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Cormandel with the dependencies thereof, together with the Council there. Right Honorable, Severe Sir and Gentlemen. In compliance with Your Right Honorable Severities' esteemed command contained in the circular missive received here dated 31 October of this year, I have called all the merchants together and made the contents of the often-mentioned letter very clearly understood to them, whereupon they delivered their answer concerning it in writing, which, to avoid any delay, I have the honor respectfully to present to Your Right Honorable Severities together with its translation. From their response it clearly appears that, if the demand were enlarged, they merchants nevertheless find themselves able to deliver the requested linens without hindrance to the demand for India, namely if they are provided in time with cash for their collection; this general phrasing is understood by them as when the previous demand shall have been completed; they have also

Dutch transcription

213 „Nagapatnam. Reijnier van vlissingen, Gouverneur en directeur deezer Kuste Chormandel met den Resorte van dien &:a &a &:a Neevens Aan Den WelEdele Gestrengen Heer. Raad aldaar. Den Achtbaaren Wel Edele Gestrenge Heeren Heeren! Wij neemende vrijheid, op de gedaane apositieve vraagen, door uwel Edele Gestrengens, bij Cerculair schrijvens van den 31.:' October pass:o gedaan, Eerbiedig te andwoorden. Hoe Geneegen wij ook zijn, aan 't gewigtig Oogmerk van de Heeren Majores, omtrent het zenden Iaar„ lijks van een Tweede schip uijt Nederland na deeze kust, om wel belaaden te kunnen retourneeren, te beantwoor„ „den; schijnd egter, voor zoo verre dit komptoir daar toe kan contribueeren, wijnig hoope te weezen; uijt hoofde de ondervinding ons dagelijks leerd, dat onze koop„ lieden, zo door hun Onvermoogen, als vertraag zaamen aard, niet in staat zijn, de Jaarlijkse Eijsschen zelf; die maar in een gering kwantiteijt Pakken bestaan, te voldoen. Niet N„o 11. te weezen, ons van de tegenwoordige onvermoogende Ma „chiandeurs te ontdoen; de eenigzints gegoede aan te houd en bij dezelve, menschen te wawegen, die alhier en om de Noord, Credit hebben: Dit bedden wij uwel Ed: Gestrengen off schoon 't voorsz: project geen voortgang mogte hebben van gevolge te doen zijn, dewijl wij anders voorzien, d de tegenwoordige Handelaars ons nogin der tijd in een re „deloose omstandigheijd zullen doen storten. Wij vertrouwen, dat dit andwoord uwel Edele Gestrengen zullen voldoen, en hebben de Eer ons met respect te noem /:onderstond:/ welEdele Gestr: Heer en Heeren, uwel Edele Gestr onderdanigste en zeer Gehoorzaamste dienaaren /m geteekend:/ n:s Iavama, en Hend:k Scoffier /inman„ Palliakatta Jn 't Casteel Galdria den 2. ' December 177 te min, zoo men 't wilde besproeven, schijnd 't beste middel accordeerd J A: Bromveld. ly Clerq N middel Mar houd tungen G:D: Haesten Gecollationeerd Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Nagapatnam Dn welEden Gste: Haen Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel, met den Resorvte van dien, benevens den Raad aldaar Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren! Om schuld pligtig te voldoen aan uwelEdele Ge„ „strenge gehonnereerde Ordre, bij zeer Gevenereerde Circulaire missive van den 31. ' October J:o verweeken /:welke na ligting van Copia, inmediaat verder noord„ waards versonden is:/ hebben wij de Eere Hoog deselve in alle eerbied te berigten, dat zoo veel deeze Factorije aangaat 'er wel mogelijkheid is om de Patriasche Eijsschen, wanneer deselve verdubbeld mogten worden, Jaarlijx voor de maand November te voldoen, dat is te seggen 480. à 500. spuk„ „ken, door elkanderen, sonder de Jndiasche Eijsch daar door, in 't minst te belemmeren, of eenig nadeel toe te brengen; waar toe onse Cooplieden zig verbonden hebben, met die bepaling, dat of schoon een e N„o 12: een of weer van hun gezelschap, wat te agterlijk blijeven, de overige hun, in dat geval, tot de voldoening der agterweesende, Onderling verpligt hebben, onder die mits: nogtans, dat men haar lieden /:gelijk zij verklaarden :/ altoos vroeg tijdig kwam te voor„ „sien met de noodige drie beeedige pagooden, want dat gebrek aan die munt specie, 't eenigste empech„ „ment zoude kunnen weesen, en hun de vol„ „doening Onmogelijk maken, wijl 't accepteeren van N: Nagap=le munt met 8. p„r C:o opgeld (: welke geld specie hier volstrekt niet gangbaar is, en bij ver„ wisseling tans wel 30. p:r C:o verlies geeft:/ al te nadeelig was, het welk zij alverder avanceer„ „den de principaalste Oorzaak te zijn, dat sommige onder hun zoo merkelijk ten agteren geraakt waaren. En dewijl 't ons ten vollen bekend is, dat men met laast gem: munt specie, hier nergens te markt kan gaan, waar en teegen de Drie„ „beeldige pagoden niet alleen doere sommige weevers aangenomen werd, maar bij verwisseling met Ma„ „drasse pagoden, dat hier eijgentlijk de standpen„ „ning is, doorgaans niet meer dan 5. â 5. ½. tit 6. prC=to verlies 217 verlies geeft, zoo hebben /:inder gunstig welduijding/ ons verpligt g'agt, allen deese uijtsendering te ma„ „ken In hoope dat hier meede aan uwel Ed: Gestrenge Res„ ppecteure beveelen voldaan sullen hebben, zij 't ons g'oorlofd deese met de volmaakste Eerbied, en sub„ „missie te eijndigen als /:onderstond:/ welEdele Gestr: Heer en Heeren, uwelEdele Gestrenges gantschon„ derdanige en trouw schuldige Dienaaren /was geteekend:/ Joh:s Accama en J: F: vaucquet de Ian /inmar„ gine:/ Palicol den 22. ' November 1779.— J. V„ Bromveld. d Eg Clerc aucondeert k . -. men 6 Gecollationeerd door G.d: Heesten 19 249 Reijnier van Vlissingen, N„o 13. Nagapatnam Gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel met den resorte vandien, Neevens, den Raad, aldaar. Aan Den welEdele„ Gestrengen Heer Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren. Ter naarkoming uwer wel Edele Gestrenge Gteerd bevel ver„ „vat bij de alhier ontfangene Circulaire missive van den 31:' 8ber: deeses Jaars, heb ik alle de koopleeden te zaamen laaten roepen en hun den inhoud van meermelde brief zierduij„ „delijk te verstaan gegeeven, waar op zij hunnen antwoord daar„ omtrent ingeschrift hebben overgeleeverd en die ik ter vermij„ „ding van eenig uijtstel eerbiedig de Eere hebbe nevens dies Translaat uwelEdele Gestr: aan te beeden. — uijt hunne repponce blijkt klaar dat sooden Eijsch vergroot wierd zij Marchandeurs egter zig in staat vindende gevraagde lijwaaten sonder verhindering aan den Eijsch voor jndia te voldoen, namentlijk zoo zij bij tijds van Contanten tot diesinzaameling voorsien worden deese Generaale bewoerdinge word door hun verstaan wan„ neerden onder Eijsch zal afgeloopen zijn; ook hebben

NL-HaNA_1.04.02_9698_0256 view scan ↗

English

they, as persons of experience who have served the Company for long years, have cited all occurring difficulties so as not to be bound thereafter to fulfill the demanded cloths and linens in August. Also, they, namely the Mazulipatnam merchants, strongly insist on having more thonys in order to facilitate the transport of the additional demands. Trusting that the intention of your Right Honorable will have been completely satisfied, I remain with deep respect, stood below, Right Honorable Sir and Sirs, your Right Honorable's very humble and obedient servant, was signed, G: f: J: de Ravallet, in the margin, Jaggernaikpoeram the 27th 9ber: 1779. J A: Bromveld. Agrees Gy Clercq am eere gin Clercq Collated by G: d: Haester 221 Translation of a Gentoo writing, Preceded by compliments. Addressed to the Honorable Mr. George Francois Jacques De Ravallet, secunde and cashier, as well as acting chief of this office, by the collective Jaggernaikpoeram merchants of the Honorable Company. We the undersigned Jaggernaikpoeram Company merchants declare to have been informed of the contents of the writing sent by the Right Honorable Governor and Council of Nagapatnam, containing the order of the Lords Principals in Europe of 9 8ber: 1778, whereto we have the honor to serve in answer. That we see the possibility to satisfy the demand for the Fatherland, if it were doubled, by ultimo August, if we receive the advance of cash for it in time, and the country is in peace and quiet, from war as well as otherwise; but if contrary to expectation something might remain unfulfilled Simons. Examined s Translation of a Gentoo writing addressed, To the Honorable Mr. George Francois Jacques de Ravallet, Secunde and Cashier, as well as acting chief of this office, by the collective Mazulipatnam Company merchants. B Preceded by compliments. We the undersigned Mazulipatnam Company merchants and residents of Jaggernaikpoeram declare to have been informed of the contents of the writing sent by the Right Honorable Governor and Council of Nagapatnam, containing the order of the Lords Principals in Europe of 9 8ber: 1778, whereto we have the honor to serve in answer. That we see the possibility to satisfy the demand for the Fatherland, if it were doubled, by ultimo August, if we receive the advance of cash for it in time; and the country is in peace and quiet, from war as well as otherwise; but if contrary to expectation something might remain unfulfilled, that such will be delivered completely by December, without causing any detriment to the Indian demand. To this above we promise to comply without failure, as it might be demanded. However, beyond the thonys presently granted to us for collecting the cloths, we should should then also have extra thonys for collecting that which is demanded in excess. Jaggernaikpoeram the 26 9ber: 1779. Was signed in Gentoo characters: Weemwales alingam, Mamedie Wenketa Kristna, Jenoerie Saeresse, Oekapillie Sjoebaija, Patje Ammeaija, Batje Truvengelam, Mabeti Kistnama, and Koesorie Renge. Stood below, for the translation according to the interpretation of the Company's interpreter Addaballa Nawassimbholoe, Jaggernaikpoeram the 26 9ber: 1779. Was signed: J:n Obdam, G: Scriba Jn A. Bronsveld. Agreed Gy Clercq Simons Examined 29 225 Nagapatnam To The Right Honorable Mr. Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel with its resort thereof etc. etc. together with the Council there Right Honorable Sir and Sirs! Your Right Honorable's very honored circular missive of the 31st of October having been delivered to us only yesterday evening, we now take the honor to serve the owed answer to the question which your Right Honorable was pleased to ask us, regarding the possibility of fulfilling the European demands for the month of November, in case the same were enlarged to twice as much as at present; No 14. and because and because the time appointed by your Right Honorable for the submission of this our answer has advanced so near, we take the liberty to present this to your Right Honorable through the English Tappals via Portonovo, flattering ourselves that it may thus be delivered there in time. In the case proposed by your Right Honorable, we see for our part the opportunity, without any detriment to the Indian demands, to collect annually here for the Fatherland twice as many linen bales as the demands allotted to this office have required up to now, and also to have the same ready in sound goods for shipment by ultimo October; provided the demands are received by us early in the month of 7ber: of the preceding year, and we are permitted to add to the number of present merchants as many more as might appear to us most serviceable for promoting the collection. E We hope hereby to have satisfied the desire of your Right Honorable to satisfaction, and sign otherwise with all due respect, stood below, Right Honorable Sir and Sirs, your Right Honorable's very humble and very obedient servants, was signed, D:k Vrijmoet and Joh:s Markus Dormieur, in the margin, Bimilipatnam the 26th 9ber: 1779. 9 Agreed J A: Bromveld. Gy Clercq Collated G: D: Haesten

Dutch transcription

zij als perconen van envaarentheijd deweeke lange Jaaren de Maatschappij bediend hebbe alle voorkomende dofficulteij„ „ten aangehaald om daar na niet bepaald te zijn van de geverderde kleeden en Lijnraten in Augustus te voldoen. Ook insteere zij zeer te weeten de Mazulipatnam „se kooplieden om meerder Thonijs om duste faciliteere den aanbreng van het meerder gevorderde In het vertrouwen zijnde dat volkoomen aan de in„ „tentie van uwelEd: Gestr: zal voldaan hebbe Ben ik met diep ontzag /:onderstond:/ welEdele Gestr: Heer en Weeren, uwel Edele Gestrenge zeer onderdanige en Gehoorsame dienaar /was geteekend:/ G: f: J: de Ravallet /:inmargine:/ Jaggernaik voeram den 27:' 9ber: 1779. J A: Bromveld. accordeert ƒ by Clercq am eere gin Clercq Gecollationeerd door G: d: Haester 221 Translaat Ientiefs geschrift, Waar Voorafgaande Complimenten. Sij ondergeteekende Iaggernaikpoeramse Comp. e Cooplieden, betuijgen ons gedeclareert te weezen de inhoud des geschrifts door den Wel Edele Gestr: Heer Gouverneur en Raad van Nagapatnam gezonden, behelsende order der heeren Majores in Europa van den 9:e 8ber: 1778. waar op wij de Eer hebben in andwoord te dienen. Dat wij moogelijkheid zien, de Patriasche Eisch, soo die verdubbeld wierd, teegens ult:o aug: te voldoen, soo wij de vooruijtverstrekking van Con„ „tanten daar op, tijdig bekoomen, en het land in rust en Vreede is, van oorlog als andersints; dog zoo teegens verwagting dan iets onvoldaan weesen gerigt aan den E: Heer George Francois Iacques De Ra„ „vallet, secunde en Cassier, mits„ „gaders waarnemend opperhoofd deezes Comptoirs, door de gezament„ „lijke Iaggernaikpoeramse Coop„ „lieden der E: Compagnie. mogt Simons. Nagezien s Translaat Jentiefs Geschrift gerigt, Aan den E: Heer George francois Jac„ ques de Ravallet Secunde en Cassier„ mitsgaders waarneemend opperhoofd dee„ ses Comptoirs, door de Gezamentlijke ma Zulipatnamse Comp:s Cooplieden en. B Waar voor afgaande Complimenten. Wij ondergeteekende Mazulipatnamse Comp„s Cooplieden n„ Woener van Jaggernaikpoeram betuijgen ons gedecla„ reerd te weesen de inhoud des Geschrifts door den welEdelen Gestrengen Heer Gouverneur en Raad van nagapatnam gesonden, behilsende order der Heeren Majores in Eure„ „pa van den 9. ' 8ber: 1778. waar op wij de Eer hebben in antwoord te dienen. Dat wij mogelijkheijd sien, de Patriasche Eijsch, soo die verdubbeld wierd teegens ultimo Augustus te voldoen, soo wij de voor uijt verstrekking van kontanten daar op, tijdig bekomen; en het land in rust en vreede is, van Oorlog als andersints, dog soo teegen verwagting dan iets on„ voldaan weesen mogt, dat sulks Compleet teegens desem„ „ber zal inkomen, sonder nadeel aan de Indiasche Eijsch toe te brengen. Aan dit Bovenstaande belooven wij sonder manquement te voldoen, sodanig als G'eijscht mogt worde. —. Dog buijten de thonijs ons thans tot afhaal van kleeden vergund, dienen dienen enj dan ak thonigs tehebben vor den afhaal van het Jear wat meerder gevorderd werd. Jaggernaik poeram den 26. 9ber: 1779. / was in Jenteef je Ca„ raeters geteekend:/ Weemwales alingam, mamedie wenketa kristna, Jenoerie Saeresse, Oekapillie Sjoebaija, patje ammeaija, Batje Truvenge lam, mabeti kistnama, en Koesorie Renge /:onderstond/ voor de Oversetting volgens vertaaling van 'sComp:s Tholk Adda balla Nawassim„ bholoe, Naggernarkpoeram den 26. 9ber: 173 /:was geteekend:/ J:n Obdam G: Seriba Jn A. Bronsveld. accordeerd Gy Clercq = Simons nagezien 29 225 Nagapatnam Aan Den wel Edelen Gestrengen Heer van Reijnier Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser kuste Kormandel met den resorte van dien &=ra &:a beneevens den Raad Aldaar Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren! Uel dele Gestrenges zeer geeerde cirkulaire missive van den 31=te oktober ons Eerst Gisteren avond toegebracht zynde, Peven wij ons tans de Eere van het verschuldigd antwoord te dienen, op de vraag die Uwel Edele Gestrengens ons gelieven te doen, weegens de mo„ „gelijkheijd tot de voldoening der Eurapasche Eysschen voor de maand november, ingeval¬ „le deselve noch eens zo veel als thans vergroot N„o 14. wierden wierden; en dewijl de teid door Uwel Edele Gestrengens tot het indienen van dit ons antwoord bepaald, zo na bij gevorderd is, neemen wij de vrijheijd Uwel Edele Gestrengens deesen doorweegen der Engel„ schen Tappals over Portonovo aantebie„ den, ons fleijende dat deselve dus aldaar teidig moge worden aangebracht In het geval door Uwel Edele Gestrengen voorgesteld, zienen wij voor ons aandeel kans buijten eenige benadeeling der Indiasche Eijsschen Jaarlijks alhier Pro Patria Eens zo veel liwaat pakken intesaamelen, als de Eijsschen dit kantoor te beurt gevallen tot noch toe hebben gevorderd, en ook deselve in deugd„ zaam goed ter verzending gereet te heb„ ken onder ult:o oktober; mits ons de Eijsschen vroeg in de maand 7ber: van het voo„ rige Jaar geworde, en ons vergunt worde tot het getal der tegenwoordige kooplie„ den zoo veel meerder te voegen als ons ter bevorde„ ring van den Insaam meest dienstig mog„ te, E „te voorkomen. — Wij hoopen hier door aan de begeerte van Uwel Edele Gestrengens tot genoegen te heb„ n ben voldaan, en onderschreeven ons overigens met alle verschuldigde Eerbiedigheijd — /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer en Heeren, Uwel Edele Gestrengens zeer onder„ danige en zeer gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ D=k Vrijmoet en Joh:s Mar„ kus Dormieur /:in margine:) Bimilipat„s ste nam den 26=ten 9ber: 1714. — 9 accordeerd J„ A: Bromveld. Gy Clenc Gecollationeerd G: D: Haesten

NL-HaNA_1.04.02_9698_0269 view scan ↗

English

No. 15. 229 the 18th of February List of the following foreign and private ships and vessels that have called at this Coromandel head settlement Nagapatnam in this current year, with details of what was laden therein, and whither they have departed again from here. Namely — Arrived in the roads: A three-masted ship named Vortum commanded by Captain Tems Dirkson from Jong Zeling, laden with pepper, areca, pitch, sliced areca, etc., and departed again for the north on the 22nd of March. 14th of March. Arrived here in the roads: a two-masted sloop named De Jonge Peraculus from Sego, belonging to the Merchant and First Warehouse Master here, Seraculus Mossel, laden with planks and raw lacquer, and departed with ballast ship for Bimilipatnam on the 28th of this month. Ditto. Arrived: A two-masted sloop named Doemie Poerwe, from Catachim and Queda belonging to the Sowcar here Nallabaram Sarawadij, factor of the co-sowcars Natosie Caisidas and Nagalinga Chittiaar, laden with horses, areca, pepper, tar, wax, and sappanwood, and departed again for Bengal on the 17th of April laden with wood. 23rd of March. A two-masted brigantine arrived from Malacca named Arnasselam, belonging to the widow of the deceased Captain of the Moors Mara Chittij, commanded by the Gentoo Seratangra, laden with alum, sliced areca, split areca, purchased pitch, wood oil, planks, and rattans, and departed again for his domicile on the 14th of September, laden with permitted textiles and salt. Ditto. Arrived here: A two-masted brigantine named Doltrazon belonging to the Chinese merchant Tsae Anko, commanded by the Malim Caijboe, laden with powdered sugar, candy sugar, sliced areca, planks, and rattans, and departed again for his domicile on the 14th of September, laden with permitted textiles and salt. 11th of April. There arrived here in the roads: A two-masted brigantine named De Lastdrager, from Malacca belonging to the Moorish merchant Malek Fasoela, commanded by the Moor Kisseer Mohamate Gbal Malek, laden with areca, sliced areca, powdered sugar, alum, gambier, and rattans, and departed again for his domicile on the 14th of September, 221 and 16th [illegible], departed laden with various packages of textiles and salt. 19th of April. Arrived in the roads: A three-masted English ship named De Kries commanded by Captain Coussint from Bengal, laden with wheat and rice, departed again for the north on the 24th of this month. 29th Ditto. Arrived in the roads: A two-masted English brigantine named Speedwell commanded by Captain Tefferrus, from Bengal laden with rice, and departed again for the north on the first of May. 4th of May. Arrived here in the roads from Couthum: A gurab named Cochim Gurab belonging to the Jewish merchant Elias Rhabbij commanded by the freeman Sweeri Christiaan Hanke, laden with tamber, areca, commielmos, incense, and rose water, and departed again for the north on the 15th of September. 29th. There arrived here in the roads: The two-masted brigantine named St. Anna Almas from Goa commanded by Captain Joaghim Manoel de Storten, laden with areca, gambier, etc., and departed again for the north on the 28th of September. 19th of July. Arrived here: A two-masted brigantine named Nossa Senhora de Radade, commanded by Captain Antonio Pereera, from Goa, laden with paper, wheat, and departed again for the north on the 27th of this month. 18th of December. Arrived: A Danish two-masted brigantine named Fredericksbourg from Bengal commanded by Captain Johannes Walk, laden with rice and wheat, and departed again for the south on the 24th of this month. Agreed. Nagapatnam, the 28th of December 1779. /: was signed :/ D:l Vick, receiver. J. A. Boorvoeld. Eysleck. Register of all such letters, resolutions, and other papers as are most respectfully offered to His High Nobility, the High Noble, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord Reinier De Klerk, Governor-General, and the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc., etc., at Batavia, by the Noble Lord Governor and Council of Nagapatnam over Ceylon; consisting of the same, in: No. 1. Original General Letter sent by the Noble Lord Governor and Council addressed to Their High Nobilities today. 2. Duplicate letter by and to the same, dated 23rd of October 1779. 3. A packet of secret letters addressed to Their High Nobilities by the Noble Lord Governor alone. 3½. Copy of the secret resolution passed in the Council of Coromandel on the 12th of November 1779. 4. Copy of the letter, the original of which is offered today to the High Noble, Highly Esteemed Lords Directors. No. 5. A small packet or address from the Court of Justice of this Castle written to Their High Nobilities, under flying seal. 6. Letter written by the said Court of Justice to the Honorable Court of the Castle of Batavia, under flying seal. 7. Letter addressed by the Reverend Board of Orphan Masters here to that of the capital of the Indies. 8. Copy of the resolutions passed on the day of the inauguration of His High Nobility the Lord Governor-General Reinier De Klerk, on the 28th of December 1779, annexed a certificate thereof. 9. Copy of the resolutions passed in the Council of Coromandel from the 5th of October to the 28th of December 1779. 10. Ditto of the writings sent from here to the respective outer stations from the 19th of October 1779 to the 11th of January 1780. 11. Ditto of the circular letters to the outer sub-stations under

Dutch transcription

N. o 15. 229 den 18. February Lijst der onder volgend te dee„ ser Cormandelse hoofd plaatse„ Nagapatnam aangeweest, zijnde vreemde, en Particu„ liere scheepen, en Vaartuijgen in dit Loopende Iaar, met speciaal van het Geene daar in gelaaden geweest, en wer„ waards weeder van hier vertroc„he¬ Namentlijk — ken sijn, Ten Rheede g'arrieveerd Een drie mas¬ tig schip gen=t vortum gecommandeert door den Capitain Tems Dirkson van Iong Zeling belaaden met Peeper, arreek, har„ huijs, gesneede arreek, en s: en is den 22.' maart weeder na de noord vertrokken „ 14. Maart Hier ter Rheede g'arriveerd een twee mastig Chialoup genaamt de Jonge Peracu„ lus van Sego toe behoorende den Coopman„ en Eerste Pakhuijsmeesters alhier Se„ raculus Mosssel, belaaden met Planken, en ruwe Lak, en in den 28. deeser met bal„ last scheeps naar Bimilipatnam vertrocken _:o Gearresteerd Een Twee Mastig Chialoup ge„ naamt LitDoemie Poerwe, van Cata„ Chim, en quada toe behoorende den Sau„ Nallabaram Sara„ Jaar alhier wadij, fastoor van den Meede Cau„ E Kaar „ 17. - den 23. maart haar Natosie Caisidas, en Nagalinga Chittiaar beladen met Paarden, grreek„ Peeper theer, wax, en Sappanhout, en is den 17. April weeder na Bengale vertrocken belaaden met hout Een Twee mastig brigaantijn g'arrieveerd van Malacca genaamt Arnasselam toe behoorende de weduwe van den overlee„ dene Capitain der Mhooren Mara Chittij gecommandeert door den sentief Seratan„ gra, beladen met alluijm, gesneeden ar„ reek, geklooren arreek, gekochte harpuijs hout oli, planken, en lantheten, en is den 14. Sept: weeder na sijn woonplaatsen vertrokken, beladen met gepermitteer„ de lijwaaten, en sout Een Twee mastig bri¬ Althier gearriveerd _:o gantijn genaamt Doltrazon toebehoo„ rende den Chinees koopman Tsae anko ge„ Commandeert door den man Malins Caij boe, beladen; met Poeder suijker; kan„ vij zuijker, gesneeden arreek, Pagoanijs, balken planken, en lanthesen, en is den 14. Sept: weeder na sijn woonplaatse vertrocken, belaaden niet gepermitteerde Lijwaaten, en sout— 11. April Is alhier ter Rheede g'arriveerd Een twee mastig Bregantijn gen:t De last draager, van Malacca toe behoorende den Moors koopman Malek Fasoela gecomman„ deert door den Moor kisseer mohamat„ egbal Malck, beladen met arreek, ge¬ sneeden arreek, Poeder Suijker, Aluim, gamber, en lanthesen, en is den 14. Septem„ ber weeder na sijn woonplaatsen vertrok„ ken den 29: 221 en 16. „ ken beladen diverse lijwaaten Packen en sout den 19. April Ten Rheede g'arriveerd. Een Drie mastig Engels schip gent De kries gecommandeert door den Capitain Coussint van Bengale, belaad„ met tarwee en rijst den 24. deeser weeder na„ de noord vertrokken 29. _. o Ter Rheede g'arriveerd Een twee mastig En„ gels Brigentijn gen=t speecdwel gecommandeert door den Capitain Tefferrus, van Benga„ le beladen met rijst en is den Eerste meij weeder na de noord vertrocken 4. Meij Alhier ter Rheede g'arriveerd van Couthum En goerapgen=t Cochim goerapt toe bethoorende den Joods Coopman Elias Rhabbij gecomman„ deert door den vrijman Sweeri Christiaan hanke, beladen met Tamber arreek, Com„ mielmos, wircok en rorse water en is den 15. 7ber: weeder na de noord vertrocken Is alhier ter Rheede gearriveerde den Zwee„ mastig brigentijn gen:t S:t Anna Almas van goa gecommandeert door den Capi„ tain Joaghim Manoel de storten belaaden met arreek gemben, en 1=a en is den 28. 7ber: weeder nade boord vertrocken. ƒ 19. Julij Alhier gearriveerd Een Twee mastig brigen„ tijn gen:t Nassa senhora de Radade, ge„ Commandeert door den Capitann antono pereera, van gra, beladen met Papieren Tanwe en is den 27. deeser weeder nade noord vertrocken 18. decemb: Gearriveerd Een Deensche Twee mastig prigantijn gem=t Fredericks Bourg van Bengale gecommandeerd door den Capi„ tam il„ weeder na de zuijd vertrocken accordeerd E Johannes Walk, belaaden tain met rijst, en tarwee, en is den 24. deese Nagapatnam Den 28. december 1779. /: was geteekend:/ D:l vick ontfanger J„ A„ Boorvoeld. Eysleck Register van alle soodanige Brie¬ „ven Resolutien en andere Papieren, als dewelke aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren seer Wijdgebiedenden Heer Reinier De Klerk, Gouverneur Generaal, en De Wel Ede¬ „le Heeren Raaden Van Nederlands India &. a &. a &. a te Batavia, door den Edelen Heer Gouverneur en Raad van Nragapatnam over Ceijlon aller eerbiedigst werden aangebooden; bestaande dezelve, in N:o 1. Origineele Gemeene Missive Cijdr den Edelen Heer Gouverneur en Kake aan Haar Hoog Edelheedens op hee„ „den geaddresseert: 2. Duplicaat missive door en aan als eeven gedateerd 23. October 1779. 3: . . Een Pakhet Secreete Missive door den Edelen Heer Gouverneur alleen aan Haar Hoog Edelheedens gesuper„ „scribeerd. „ 37½. -. Copia Secreete Resolutie, genomen in Raade van Cormandel op den 12„e Novembr: 1779. Copia missive, welkers origineel op heeden de Hoog Edele 4. Hoog Agtbaare Heeren Majores wer„ „den aangebooden No. 5 „ N.:o 5. Een Patketje of addres van den Raad van Justitie dee„ „ ses Casteels aan Haar hoog Edel„ „heedens beschreeven, onder Cachet veslant „ 6. „ brief door gem: Raad van Justitie, aan den Agtb: Geregte des Casteels Batavia be„ „schreeven, onder Cachet velant. 7. „ brief door het Eerwaarde Collegie van Weesmeesteren alhier aan dat van Indias Hoofd„ „plaats gesupepribeerd. „ 8. „ Copia resolutien op den dag der voorstelling van zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal Reinier De Klerk, off den 28. December 1779. genoomen, annex Een Certificaat daar van Copia resolutien Genoomen in raade van Cormandel 't Zeedert den 5. october tot den 28. december 1779. „ 10. d:o der van hier naar de respective Buijtenquartieren af„ „gezondene schrijvens 't zeedert den 19. 8ber: 1779. tot den 11. Ianuarij 1780. „ 11. d:o der brieffens welke Circulair naar de Buijten Comptoiren onder 8

NL-HaNA_1.04.02_9698_0275 view scan ↗

English

under date 31. October, until 21. 7ber: 1779. was dispatched. No. 12. Copies of the letters received from Portonovo since 5. June until 17. 8ber: 1779. No. 13. Ditto of the letters dispatched thither from here of 22. and 24. 7ber: 1779. No. 14. Ditto of the letters received from Sadraspatnam since 5. June until 30. 7ber: 1779. No. 15. Ditto of the letter sent thither, dated 23. 7ber: 1779. No. 16. Ditto of the letters received from Palleacatta, since 26. May until 14. 8ber: 1779. No. 17. Ditto of the letter dispatched thither under date 24. 7ber: 1779. No. 18. Ditto of the letter received from Palicol dated 9. April 1779. No. 19. Ditto of the letters received from Palicol since 30. May until 12. 10ber: 1779. No. 20. Ditto of the letters directed from here to thither, since 28. 9ber: to 22. 7ber: 1779. No. 21. Ditto of the letters received from Jaggernaikpatnam since 13. May until 9. 8ber: 1779. No. 22. Ditto of the letter dated 24. 7ber: 1779. dispatched thither. No. 23. Ditto of the letters received from Bimlipatnam since 30. April until 22. 7ber: 1779. No. 24. Copy of the letter dispatched thither of 24. 7ber: 1779. No. 25. Ditto daily register of the year 1779. No. 26. Ditto record of the winds of the year 1779. No. 27. Extract from a secret missive written by Their High Noble Excellencies to Cormandel, of the date 29. May 1775. No. 28. Extract from a missive written to the Noble High Worshipful Gentlemen Directors in the Assembly of Seventeen by the Governor and Council of Nagapatnam, dated 16. 10ber: 1775. No. 29. Ditto from a missive written to Their High Noble Excellencies of the last-mentioned date. No. 30. Copy of a letter from Sadraspatnam dated 9. December 1779. in answer to the question regarding the dispatching of two ships yearly to the Netherlands, and a translation of a Malabar writing of the Sadraspatnam merchants. No. 31. Palleacatta dated 2. December 1779. dealing with that same matter. No. 32. From Palicol dated 22. Nov: 1779. also dealing therewith. No. 33. Jaggernaikpatnam framed on that same chapter; annexed a translation of a writing of the merchants from there, and a ditto of those of Masulipatnam. No. 34. A copy of a letter from Bimlipatnam dated 26. November 1779. also containing the aforesaid matter of the dispatching of two ships to Europe. No. 35. Extract of a Resolution of 22. April 1779. whereby the two plans of Paravicini di Capelli were delivered to Henk, to make a calculative estimate of costs thereon. No. 36. The report of Henk thereon; annexed two calculations for both of those plans. No. 37. An accounting by Henk regarding the not further measuring of the villages, and their subordinate lands. No. 38. A report and calculation regarding the old dilapidated town hall here. No. 39. Ditto of judicial members who in the presence of the fiscal have inspected a lot of unusable sea charts, and found them unfit. No. 40. Ditto of the Lieutenant of Artillery regarding the completely dilapidated powder cellars in the Castle, and the bad condition of the old powder magazine. No. 41. Annual report of the Master of Equipage Hartman, regarding the vessels at hand here. No. 42. Report of the adigaar of the villages Johannes Scheuneman regarding the general leaseholder Dradja Wengedasje Moddeli and his conducted bad management through which his leases have fallen into decay. No. 43. A financial statement of the Cormandel Orphan Chamber dated 6. January 1780. No. 44. Ditto of the Diaconate Fund dated 31. August 1749. No. 45. Petition of the proxies of the Bengal Society here, Lucas Cramer and associates, being the merchant Joan Daniel Simons, and Johannes Scheuneman, and No. 46. Paper entitled Answer to a certain reasoned memorandum which was delivered by Lucas Cramer and associates to the Bengal ministers. No. 47. Further interest account delivered by the aforementioned proxies of that society here with the said answer. No. 48. Report of two members of the Council of Policy regarding the examination performed and findings of the trade books of this government for 1777/8. No. 49. Extract from the journal of the ship De Pallas regarding the voyage to, and back to and from Jaggernaikpoeram. No. 50. Ditto journal of the ship De Held Woltemade regarding what was performed during the lay days here. No. 51. A small list of the vessels arrived and departed again here at the roads in the year 1779. No. 52. Findings regarding the quantity and quality of the gunpowder here. No. 53. Petition of the Junior Merchant Mr. Jacob Pieter Decrijs, requesting the rank of Merchant. No. 54. Ditto of the Junior Merchant Mr. Siewert Mossel, requesting to be appointed Overseer of Works. No. 55. Ditto of the Bookkeeper and Second of Sadraspatnam Jacob Simons, requesting to become Junior Merchant. No. 56. Ditto of Isaac Reinier Simons, requesting that his salary may take course from the day that it was written off in Bengal. No. 57. Ditto of Jan Willem Luijken, requesting to be placed in another service upon reshuffling. No. 58. Ditto of the Adigaar of the Villages Johannes Scheuneman, requesting to become Land Surveyor, and Overseer of Works. No. 59. Ditto of the Commissioner in the Warehouse Jacobus Wijnandus Saalfeld, requesting to be favored with the temporary performance of the duties of Sworn Land Surveyor and Overseer of Works entrusted to him. No. 60.

Dutch transcription

onder dato 31. october, tot den 21. 7ber: 1779. is afgezonden. N:o 12. Copias der van Portonovo ontfangene brieven 't zeedert den 5. Junij tot den 17. 8ber: 1779. „ hier derwaarts afgezondene brieven van 13. d. o „ den 22. en 24. 7ber: 1779. „ 14. d. o „ Sadrasp:m ontvangene brieven 't zeedert „ den 5. Iunij tot den 30. 7ber: 1779. „ 15. d. o des briefs naar derwaards gezonden, gedtateerd 23. 7ber: „ 16. d. o der van Palleacatta ontvangene brieven, 't zeedert den 26. Meij tot den 14. 8ber: 1779. 17. d. o des briefs onder dato 24. 7ber: 1779. na derwaarts afge„ „vaardigt. 18. d. o des van Palicol ontvangene brief gedateerd 9. April 1779. 19. d. o der van Palicol ontvangene brieven 't zeedert den 30. Meij tot den 12. xber: 1779. „ 20. d. o „ van hier naar derwaarts gerigte brieven, 't zeedert den 28. 9ber: tot den 22. 7ber: 1779. „ 21. d. o „ „ Jaggernaukp:m gerecipieerde brieven 't zeedert den 13. Meij tot den 9. 8ber: 1779. „ 22. d. o des briefs gedateerd 24. 7ber: 1779. na derwaarts afgezonden. „ 23. d. o der van Bimilip:r ontf: brieven 't Zeedert den 30. april tot den 22.' 7ber: 1779. — No. 24. „ 1779. ren „ 31. „ 32. „ 33. N. o 24. Copia van de na derwaarts afgezondene brief van den 24. 7ber: 1779. „ 25. d. o dagregister van het Jaar 1779.. „ 26. d. o Aanteekening der winden van 't Jaar 1779. „ 27. Extract uijt een secreete missive door Haar Hoog Edel„ „heedens na Cormandel geschreeven, de dato 29. Meij 1775. „ 28. Extract uijt een missive aan de Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van 17. door den Gouverneur en Raad van Na„ „gapatnam geschreeven, gedateerd 16. xber: 1775. „ 29. d. o uijt een missive aan Haar Hoog Edelheedens geschreeven van Laastgemelde datum. „ 30. Copia brief van Sadrasp:m Gedateerd 9. december 1779. in andwoort op de vraage weeg. s het depe„ „cheeren van twee scheepen Jaarlijks na Nederland. en Een Translaat mallabaars Geschrift der Sadrasp:m Kooplieden Palleacatta gedateerd 2. December 1779. over die selvde saak handelende. van Palicol gedateerd 22. Nov: 1779. meede daer over handelende Iaggernaikp:r over dat selfde Chapiter ingerigt. „ annex Een Translaat geschrift der Cooplieden van daar„ en Een d. o van die van Mazulipatnam. No. 34 „ „ „ 35. „ Extract Rezolutie van den 22. april 1779. waar bij aen Ienk de twee plans van Paravicini de Capelli werden afgegeeven, om Calcu¬ „lative onkostreek: daar op te maaken. 36. het Berigt van Penk daar op; annex Twee Calculatien Voor die beide plans. „ 37. Een verandwoording van Henk weegens het niet verder meeten van de dorpen, en dies onder„ „hoorige Landerijen. „ 38. Een rapport en Calculatie weegens het oud bouvallig stadhuijs „ 39. „ d. o van Iustitieele Leeden die ten overstaan van den fiskaal, een parthij onbruijkbaare Zeekaarten bezigtigd, en onbequaam bevonden hebben. „ „ den Luijtenand der arthillerij weegens de ten ee„ 40. „nemaal vervalle kruijtkelders in 't Casteel, en de slegte gesteldheid van de oude kruijtplaat. „ 41. „ Jaarlijks rapport van den Equipagiemeester Hartman, wee„ „gens de alhier aan handen zijnde vaarthui„ „gen 42. „ rapport van den adigaar der dorpen Iohannes Scheuneman weegens den Generaalen Pagter draadja N. o 34. Een Copia brief van Bimilip:n Gedateerd 26. November 1779. inhoudende meede de voorsz: affaire der verzending van twee scheepen naar Europa wengedasje alhier. wengedasje moddeli en sijn gehouden quaade directie waar door Sijne Pa „ken in verval geraakt zijn N. o 43. Een staat Reekening van de Cormandelse weeskaamer gedateerd 6. Januarij 1780. „ 44. „ „ van de Diaconij Cassa gedateerd 31. aug:s 1749 „ „ 45. „ request van de gemagtigdens van de bengaalse sociteijt alhier Lucas Cramer C: S. zijnde den koopman Joan Daniel Simons, en Johannes Scheuneman, en „. 46. „ Papier g.'intituleerd Beandwoording van seeker Beraison„ „neerde memorie die door Lucas Cramer C: S: aan de bengaaese ministers is over„ „gegeeven „ 47. „ Naadere Intrest Reek: door de voorm: Gemagtigdens van die sociteijt alhier bij genoemde beand„ „woording overgegeeven. „ 48. „ rapport van twee Leeden van Politie weegens gedaane Examinatie en bevinding der Negotie Boeken deeses gouvernements d. t lb 77: /8 „ 49. „ Extract uijt het Journaal van 't schip de Pallas weegens de reise hier, en te rug na, en van Jag„ „gernaikpoeram. „ 50. „ „ Iournaal van het schip De Peltwoltemade weegens het verrigte, geduurende de legdaagen alhier No. 51 9 23 8 5 N. o 51. Een Lijstje van de in A:o 1779. , alhier ter rheede aangekoomene en weeder Vertrokkene Vaarthuijgen. A „ 52. „ Bevinding „ „ quanti, en qualiteijt van het buskruijt alhier. „ 53. „ request van den Onderkoopman M=r Jacob Pieter de„ „crijs, versoekende om de qualiteijt van Koopman. „ 55. „ d. o „ 56. „ d. o „ Isaac Reinier Simons, versoekende dat sijn gagie mag: Coursneemen van den dag af dat het in Bengalen is afgeschreven. „ d:o „ Ian willem Luijken, versoekende bij verschan„ 57. „sing in een ander dienst te moogen werden gesteld. — „ 58. „ d. o „ den Adigaar der Dorpen Johannes Scheuneman, versoekende om Landmeeter, en opziender der werken te moogen werden. „ 59. „ d. o „ de Gecommitteerde in het pakhuijs Iacobus Wijnandus Saalfeld, versoekende om ^ter hem met de ^ waarneeming opgedraage dienst van Gesw: Landmeeter en opzien„ „der der werken te begunstigen. „den. „ 54. „ d. o „ onderkoopman M=r Siewert Mossel, ver„ „soekende, om tot opsiender der werken te moogen werden aangesteld. „ Boekhouder en Secunde van sadrasp:m Jacob Simons, versoekende om ondercoopman te wer„ No. 60 „

NL-HaNA_1.04.02_9698_0280 view scan ↗

English

No. 60. A Petition from Jacobus Wilhelmus Swart, likewise in the same manner as the bookkeeper Saalveld was assigned that service, to be confirmed therein. 61. A Petition from the collector of the domains, David Vick, requesting a more favorable service than that which he presently holds. 62. The Bookkeeper Thomas Campie, requesting to be allowed to obtain the position of supervisor of works and sworn surveyor, or any other employment. 63. Bookkeeper van Someren, requesting as above. 64. Equipage Master Jacob Partman, wherein he addressed himself to the Council of Policy here, against the Orphan Chamber regarding a certain paternal portion that he must disburse for his stepchildren. 65. Widow of the second in Bengal and chief of Cassembasaar, Janerius Cantervisser, Carolina Susanna Simons, requesting exemption from a certain compensation imposed on the estate of her said husband. 66. Copy register of the papers received from Europe, dated 31 December 1778. 241 2 No. 67. A Note of such Trade Papers as have been received this day from those officials at the secretariat, according to which they depart from that Office. 68. 2 copies of formal answered Homeland Demands for the year 1779. 69. 2 ditto Homeland provisional answered Demands for the year 1780. 70. 4 Original statements for further demonstration of the collected, sent, and remaining packs of cloth in the year 1779. 71. 2 ditto formal answered Demands of Cloths for India in the year 1779. 72. 2 formal Demands of Gold, silver merchandise and necessities for the year 1780, to which are appended the Note of the remnants in this Government. 73. 2 Catalogs of the requested Medicines for Nagapatnam. 74. 1 Note of the Remnants of the merchandise remaining here upon the departure of the formal Demand, departing in duplicate. No. 75. 1 Memorandum of the outstanding merchandise and Monies, departing in duplicate. 76. 2 Memoranda of the vessels that are on hand here from the book-year 1778/9 of this. 1 ditto of furnished Equipage Goods and further necessities. 1 ditto of the carpentry done on those vessels here and elsewhere, with notification of where they were for wintering, annexed. 77. 1 Summary of both those Memoranda, departing in duplicate. 78. 7 Summaries of made wastage in the aforesaid year, bound together, departing in duplicate: 1 Original of Nagapatnam, to which is appended a comparison of South and North Coromandel. 1 Copy of Portonovo. 1 Sadraspatnam (as no account was received by me, the undersigned, no Copy of this is sent). 1 Palicol. 1 Palleacatta. 1 Jaggernaijkpatnam. 1 Bimlipatnam. 79. 1 Original summary of carpentry and Repairs made in the book-year 1778/9 here at the main place Nagapatnam and at all the Offices of this Government, with Demonstration of their increase and decrease in the current Year and that of the past Year, departing in duplicate. No. 80. 6 monthly Yields of the year 1778/9, bound together and departing in duplicate. 81. 5 General Yields or Summaries of 12 months or the book-year 1778/9, bound together and departing in duplicate, namely: 1 ditto of Nagapatnam. 1 Sadraspatnam. 1 Palleacatta. 1 Jaggernaijkpatnam. 1 Bimlipatnam. 82. 1 Summary of the sold Merchandise throughout all Coromandel from 1 September 1778 to the last of August 1779, departing in duplicate. 83. 1 General Note of what was purchased by the Respective Administrators in the book-year 1778/9, departing in duplicate. 84. 1 Copy inventory of the Company's military stores as of the last of August 1779, departing in duplicate. 85. 1 Note of various firearms remaining in the armory and the Garrison under the aforementioned date, departing in duplicate. 86. 2 original Accounts of the sugar candy sold in the year 1778/9 on the Coast of Coromandel. 87. 2 ditto ditto of the powdered sugar sold on this Coast in the book-year 1778/9. No. 88. 1 Price Current of gold and silver specie, departing in duplicate. 89. 2 specific Demonstrations of the quantities of European Merchandise that were sold over ten consecutive Years at each Office here on the coast. 90. 2 Notes of the prices etc. of the European merchandise that were sold over ten consecutive Years at each Office here on the coast. 91. 1 General statement of the debtors in South and North Coromandel, as they stood at the closing of the Trade books of the year 1777/8, with Demonstration of what cloths etc. were in stock against them, departing in duplicate. 92. 1 Memorandum of the said debts in the book-year, departing in duplicate. 93. 1 Summary of the same debts with demonstration of what each merchant separately received and delivered, as well as how much the same fell in advance, also his actual Debit according to the closing of the books, departing in duplicate. 94. 46 settlements bound together, namely: from Portonovo; these have not yet been received here from that Office. 4 Sadraspatnam. 3 Bimlipatnam. 19 Jaggernaijkpatnam.

Dutch transcription

„63. 65. „ „ 66 N:o. 60. Een Request van Jacobus Wilhelmus Swart almeede inge¬ „lijker voege, als den boekhouder Saalveld die dienst opgedraagen zijnde, daar inne be„ „vestigt te werden „ 61. Een Request van den ontvanger der domijnen David vick, versoekende om een favorabelder dienst van die hij thans bekleed. „ den Boekhouder Thomas Campie ver„ „zoekende om opziender der werken en gesw: Lantmeeter te moogen wer„ „erlangen. „den, dan wel eenige andere emploij„ Boekhouder van Someren, versoekende als booven. „ Equipagiemeester Iacob Partman, waar bij hij hem aan den Raad van Politie alhier heeft geaddresseerd, tee„ „gens de weeskamer omtrend seeker vaaderlijk bewijs die hij moet uijtkeeren ^ en v#r voor zijne ^ aanbehuwde &aar Kinderen „ wed:e van den secunde in bengaalen en opperhoofd van Cassembasaar, Iame„ „rius Cantervisser, Carolina Susanna Simons, versoekende ontheffing van See„ „ker, de boedel van gem: haar man op„ „gelegde vergoeding. Copia register der uijt Europa ontvangene papieren gedateerd 31. xber: 1778. „ „ 62. „ „ No. 66. 64 „ „ „ 241 2 No. 67. Een Notitie van „ 68. „ 69. „70 „ 71„ „72 2. formeele 74. zoodanige Negotie Papieren, als op heeden van die bediendens ter se„ cretarij ontvangen zijn, volgens dewelke van dat Cantoor afgaan 2. Copia vaderlandse formeele vereantwoorde Eisschen voor den Jaare 1779: 2. d:o Vaderlands provissineele Beandwaarde Eysschen voor den Jaare 1780. —. 4. Origineele oferstellen tot nader verthoog der inge„ samelde, versondene en overgebleevene Lijwaat pakken in A:o 1779. — 2. _:o formeele Beantwoorde Eijsschen van Lijwaa„ ten voor India en den jaare 1719. Eijsschen van Goud, zilver Coopmanschap„ pen en benodigdheeden voor het jaar 1780 waaragter gevoegd zijn de Notitie der restanten ten deesen Gouvernemente. „ 783 2 Cathologussen der gevraagde Medicamenten voor Na„ gapatnam 1: Notikie der Restanten van de Coopmanschappen die bij het afgaan van den formeelen Eijsch „ - 79 Eijsch alhier berustende dubbelde af¬ gaande— No. 75. 1. Memorie van de per restand zijnde Coopmanschappen Gelden dubbelde afgaande. 76: 2. Memorien van de vaarthuijgen de alhier aan hand en zyn van 't boekjaar 177 3/9. van deese — „. „. 1: d:o van verstrekte Equipagie Goederen en verdere be„ noodigdheeden. — „. 1 d:o „ het vertimmerde aan die vaartuijgen hier en el„ ders, met bekend stelling waar die k len te overwintering geweest zijn annex „ 77: 1. Lammentrekking op die beijde Memorien dubbelde afgaande „ 78. 7. Samentrekking en van gedaane Schinkagie in voorsz: baa„ gaar bij elkanderen ingebonden, dubbeld af„ gaande — 1. Origineele van Nagapatnam waar agter gevoegd is een ver„ gelyking van Suijder en Noorden Cor„ mandel. 1. Copia van Portonovo „ „ Sadrasp=m (:terwijl geen munt door mij onverge„ teekende ontfangen is zoo gaat hier 1 „ Pallea Catta „ van geen Copi af „ Palical pm „ Jaggernaijkp. m BimiliP=m. „ 1 „ —. „ „ 1. Origineele samentrekking van gevaane Timmeragie on Reparatie in het boekjaar 177 /9. hier ter hoofdplaatsche Nagap=m. en op alle de Comptoiren deeses Gouverne„ ments met Aantooning van derselver meerden „ „ 81. No. 80 „ 81. „ 83. „ 84. 6. stuks Maandelijkse Rendementen AeAnno 177 /9 bij elkanderen ingebonden en dubbelde afgaan„ de 5. Generaale Rendementen of Sommariums van 12. maarden of het boekjaar 177 /9. bij den anderen gebonden en dubbeld' afgaande, te weeten. 1: d:o van Nagap:n „ Sadraspatnam 1 „ „ „ PalleaCatta 1. „ „ Jaggernaijkp=m. 1. Sommarium der verkogte Coopmanschappen over geheel Cor„ mandel van p=mo 7ber: 1718: tot ult:o aug:o 1774. dubbeld afgaande —. 1. Generaal Notikie van het ingekogte bij de Respective Administrateurs in het boekjaar 1759. dubbeld afgaande 1. Copia oprneem van 'sComp:s wapen goederen onder ult:o Aug:s 1719. dubbeld afgaande „ 85 1. Notitie van diverse geweeren in de wapenkamer en het Guarnisoen berlistende geweest onder evengemelde datum dubbeld af„ gaande 1: „ „ tBimilip=m „ 86. 2. origineele Reekening van de verkogte suijker Candij in anno 177/4. ter Custe Cormandel —. „ 87. 2. _:o _:o van der verkogte poeder zuijker te da„ ser Custe in het boekjaar 177 /9. — „ 82. meerder en minderheijd in Anno stantij en dat van het voorleeden Jaar dubbelde afgaande 2 1. 1 - hier -. No. 88 „89 „ 94. „ 93. „ 92. 1. prijx Courant van goud en silver spetitien dubbelde af„ gaande. 2. specifique Aanthooning van de quantiteijten der Euro„ pasche Coopmanschappen welke in Thien agter een volgende Jaaren op ieder Comp„ toir alhier ter kuste zijn omgezch „ 90. 2. Notities der prijs en Ect=a van de Europasche barp„ mansz: welke in thier agter een volgende Jaaren op ieder Comptoir alhier ter kuste zijn omgezet. 1. Generaalen opstil der debiteuren op zuijder en Noorden Chormandel, zoo als bij die ^ sluijten den Negotie boeken de A:o 177 7/8 geweest zijn met Aanthooning hoedanige kleeden ensz: daar en teegen in voor„ raad zijn geweest dubbeld afgaande 1. Memorie van Gemelde schulden en boekjaar dubbeld af„ gaande 1. Samentrekking van deselve schulden met aan„ tooning wat ieder koopman appart genooten en geleverd heeft, mits„ gaders hoe veel deselve te vooren is geraakt zoo meede zijn weesendlijke Debet volgens 't slat der boeken dubbeld afgaande. 46. stux afreekeningen bij elkanderen ingebonden, als van Portanovo; deese zijn nog niet van dat Comp„ toir alhier ontvangen. 4. Sadraspatnam 3 Bimilipm „ 91: 19 Jagen

NL-HaNA_1.04.02_9698_0285 view scan ↗

English

243 96. 97. 19 from Jaggernaykpatnam 14 from Palicol 4 from Palleacatta No. 95. 4 items, mint findings, outgoing duplicates thereof: 1 of the New Nagapatnam pagodas minted at Nagapatnam, dated 25 December 1778. 1 of the Nagapatnam pagodas minted, dated 30 June 1779. 1 ditto, dated 27 August 1779. 1 of the New Nagapatnam fanams minted at Nagapatnam, dated 25 August 1779. 1 duplicate invoice of the linens sent per the ship De Pallas from this Government, annexed to the short invoice. 1 invoice of crediting whereby Batavia is credited for such extra packages as were excessively charged to the previously mentioned Head Factory in the aforesaid invoice. No. 98. 1 original duplicate bill of lading of the aforementioned cargo. 99. 7 copy answered extracts of findings of errors in the trade books of the Coromandel Government for the year 1778/9, namely: 1 ditto of Nagapatnam behind which is annexed 1 from Portonovo 1 ditto of Sadraspatnam 1 ditto of Palleacatta 1 ditto of Jaggernaikpatnam 1 ditto of Palicol 1 ditto of Bimilipatnam No. 100. 1 duplicate original expense account of what was supplied to the ship De Pallas here at Nagapatnam. 101. 1 register of the Coromandel trade books for the year 1777/8. 102. 1 small chest sewn in gunny, bound with rope, and containing the Coromandel trade books of the year 1778 for [illegible]. 42 243 No. 103. A memorandum of the Coromandel pay papers for the year 1779. No. 104. 2 copy registers of the pay books and other papers of the financial year 1778/9 in a small chest to be sent to the Fatherland via Ceylon. 105. 1 qualified roll of the whole of Coromandel as of the end of June 1779, together with a short list concerning the same. 106. 1 short account of supplies of the military who were present on this coast as of the end of August past. 107. 1 muster roll of the ship De Held Waltemade, dated 15 October 1779. 108. 1 unsigned muster roll of the ship De Pallas, dated 23 October 1779, which could not be properly dispatched owing to the tempestuous weather. 109. 2 answered memoranda concerning the pays. 110. 1 small roll of names of the salaried persons still in service as of the end of August of the past year for Batavia. No. 111. 1 list of 3 requested accounts. 112. 1 letter from the Reverend Church Council of this place addressed to that of India's capital city. In the Castle of Nagapatnam, the 22 January 1780. Signed: J. A. Bronsveld, E. G. Clercq. Agreed: J. A. Bronsveld, E. Clercq. There are also transmitted two petitions, namely: under No. 113, from the pay bookkeeper Broevius, and No. 114, from the sworn clerk at Palleacatta, Johan Lionard Beggle; Both requesting to be confirmed in their posts.

Dutch transcription

243 „ 96. 97 19. v: Iaggornayk p=m 14: „ Palical 4 „ Palleacatta N: o 95. 4. stuks munts bevindingen dubbelde afgaande daar van 1. van de te Nagap=m vermunte Nieuwe Nagapatnamsche pagorden de dato 25. December 1778. „verminte is 1. „ „ „ „ Nagap=m: Pagonde de dato den 30. Junij 1779 1. adjdem de dato den 27. augustus 1719. 1. van de te Nagapatnam verminte N: N: Pa„ famiurs gedatteerd den 25 Au¬ gustus 1779. 1. Duplicaat factuur van de versondene Lywaaten p:r t schip de Pallas van dit Gouvernement annex de karte factuur 1. factuur van ten goede brenging waar bij Batavia word ten faveure gebragt zoodanige fardeelen eter Extra als bij vooren gem: fac„ die Hoofd Mlaatsch te tuur veel is aangereekend vorigi. t - No. 98. 99: bylangen. „ 101: „ 102 1: origineele duplicaat Cognoissement van wel„ melde Lading — 7. Copia Beandwoorde Extract Bevindingen der Erreuren op de negotie boo„ ken van 'H Cormandels Gou„ vernement de anno 177 /4. te weeten - 1 d:o van Nagap=m waar agter g'annexeerd is ani 1 „ „ Portonovo 1 d:o „ Sadrasp=m. 1 d:o „ Palleacatta 1 d„o „ Jaggernaijkp=m 10. „ Palicol Mn 1 d:o 1 Bimilip=m. N. o 100. 1 Duplicaat Origineele onkost reekening van 't vertrekte aan het schip De Pallas sal hier te Na„ gapatnam. — 1. register der Cormandelse Negotie boe„ ken de a:o 177 7/8. - 1. Casije in Goenij benaaid met 'touw om worden en besz: Cormandelse Negotie boeken d' anno 173 voor -. 42 243 No. 103. N.o. 104 „ 105. „109. „ 110. „ 106: 1 karte verterkte der militairen dewelke onder ult=o augs Jo Leede te deeser koste te vinden zijn geweest —. „ 107. 1. morster Roll van het schip de Held walte„ made gev=t 15 October 1719 „ 108: 1. ongeteekende monster Rol van het schip de Pallas ged:tn 23. 8ber: 1719. welke doon het onstuijmig weer niet behoorlijk heeft kunnen werden verzonden. —. 2. beandwoorde memories Concerneerende de zoldijen. — 1 naam Ralletje der gegagieerde persoo„ nen onder ult=o: augustiss Anno passato neg in wee„ voor Batavia Een Notitie van de Cormandelsche zoldij pappieren d' A„o 1„ 719 2. Copia Registers der Zoldij boeken en andere papieren des om boekjaars 171 2/9. in een kasje over „ om het patria „ over Ceijlan versonden te worden. 1 gequal: Ral van geheel Cormandel van Ritt=o Jn„ nij 1779. nevens een kort lijst over de„ zelve. —. V 6 „sen 3. verzogt werdende Ree„ No. 111: 1. Lijst van kenngs. Eerwaard en kerkenraad dajon „ 112. 1. brief van den steede aan die van Indias Hoofd„ plaatse gerigt In 't Casteel den 22.' Jann: 17800 Nagapatnam /:was geteekend:/ J A: Bronsveld, E: G: Clercq. —. accordeerd J. A„ Bromveld. ECleex Nog gaan over twee Requesten; als onder N. o 412. van den Zoldij boekhouder Broevius, en „ 114. „ „ Geswooren Scriba te Palleacatta Johan Lionard Beggle; Beide versoekende om in hunne dien ten be„ vestigt te worden. „

← previous