Inventory 10017
Ceylon · 750 pages · 243 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Colombo 27 Janyj. 1790. No. 1. original missive of today written by and to as in the heading of this document. No. 3 copy letters of today's date from Colombo written to the Noble and Honorable Lords Directors. No. 2. ditto secret missive of today to the same as above, together with a copy of a secret missive of today written from Colombo to Batavia with its enclosures according to the register. Register of Papers belonging to the letter which, by order of the Right Honorable Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Netherlands Indies, Governor and Director of the Island of Ceylon with its dependencies, together with the Council, is dispatched with the ship Trinkonomale, consigned to the Right Honorable Lords Directors, at the Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the presiding chamber of Amsterdam, and and the Committee of the Assembly of the Lords Seventeen for secret affairs at The Hague, and to the Noble and Honorable Lords Directors of the respective chambers, as well as the Cape ministers. In the chest. In the chest. In the chest. In the chest. No. 7 ditto in the chest. No. 4 Copy of secret resolutions taken in the Council of Ceylon from 6 January to 20 November 1789, enclosed in a packet. No. 4: Copy of ordinary resolutions taken in the Council of Ceylon from 1 January to 26 December 1789, provided with an alphabetical register. No. 6 Copy of ordinary resolutions taken in the Council of Ceylon, concerning the native department, from 19 January to 17 November 1789. No. 8. A packet containing a copy of a secret letter from Colombo written to Batavia on 25 December 1789, containing resolutions taken in the Council of Ceylon on 21 August 1789 regarding the general financial statement of this government for the financial year 1787/8, together with A specification of the improvements made to the hospital and what was done in relation to the tendering thereof, and A copy of the specifications of what was contracted out. No. 9 Copy of ordinary letters from Colombo written to Batavia from 9 February to 29 December 1789. No. 10 Copy of an ordinary letter from Cabo de Goede Hoop written to Colombo on 30 September 1789. No. 11 Copy of ordinary letters from Colombo written to Cabo de Goede Hoop, dated 8 and 26 January 1789. No. 12. Copy of a letter written by Messrs. Entrecasteaux and De Narbonne from Isle de France on 30 June 1788 to the Governor of Ceylon. No. 13. Copy of a letter dated 18 March 1789 written by the Governor of Ceylon to the aforementioned Messrs. Entrecasteaux and Narbonne. No. 14 Copy of a French letter dated 2 December 1788 written by Messrs. Conway and Moracin to the Governor of Ceylon. No. 15 Copy of letters dated 23 May and 28 July 1789 written by the Governor and Council of Ceylon to the aforementioned Messrs. Conway and Moracin. No. 16 Copy of English and French letters written by the Governor of Madras, Mr. Hollond, and the Council to the Governor of Ceylon, dated 11 February, 10 June, 28 August, and 7 December 1789. No. 17 Copy of letters dated 20 March, 23 May, 5 August, 31 December 1789, and 9 of this month, written by the Governor and the Council of Ceylon to the aforementioned Mr. Hollond and Council at Madras. No. 18. Copy of a letter dated 19 April 1789 written by Mr. Anker, Governor of Tranquebar, to the Governor of Ceylon. No. 19 Copy of a letter dated 26 April 1789 written by Mr. St. Reveul to the Governor of Ceylon. No. 20 Copy of a letter dated 5 May 1789 written by the Governor and Council of Ceylon to Mr. St. Reveul. No. 21. Copy of an English letter dated 14 September 1789 written by Lord Cornwallis from Fort William to the Governor and Council of Ceylon. No. 22. Ditto letter dated 5 August 1789 written by the Governor and Council of Ceylon to Lord Cornwallis and the gentlemen of the Supreme Council at Calcutta. No. 23. Translation of letters of 4 October 1789 written by the Maldivian Sultan to the Governor of Ceylon. No. 24. Copy of a letter dated 19 of this month written by the Governor of Ceylon to the Maldivian Sultan in reply to the aforementioned letters, together with A list of the gift goods. No. 25 Ditto French letter dated 11 November 1789 written by Messrs. Hoitsan and Michell from Nagapatnam to the Governor of Ceylon. No. 26. Ditto letter dated 10 December 1789 written by the Governor of Ceylon to the aforementioned Messrs. Hoitsan and Michell. No. 27 Copy of a letter dated 15 March 1789 written by the Governor of Ceylon to Mr. William Michell at Nagore. No. 28. Ditto English letter dated 27 November 1789 written by Mr. Fallofield from Nagapatnam to the Governor of Ceylon. No. 29 Ditto letter dated 16 December 1789 written by the Governor of Ceylon to the aforementioned Mr. Fallofield. No. 30 Translation of a letter written to the Governor of Ceylon by the envoys of the Nawab Assoeraden Saaijboe, named Mamadoe Assal Mochanoe Saaijboe.
Dutch transcription
Colombo 27 Janyj. 1790. N:o 1. origineele missive, of heden door en aan als in den hoofde deses geschreeven. N:o 3 kopia brieven van hedigen datum van kolombo ge„ „schreeven aan de Edele Acht„ „baere Heeren Bewindhebberen N:o 2. do — sekreete missive van lieden aan als even gesalveeren nevens kopie sekreete missive van leden van ko„ lombo na Batavia geschreeven met dies bijlaegen volgens het register Register der Papieren gehoorende tot den brief, die ter order van den wel Edelen Groot Achtbaeren Heer Willem Jacob van de Graaff, Raad ordinair van nederlands Jndien Gouverneur en Direkteur van het Eijland Ceilon met dies on„ „derhoorigheeden, nevens den Raad met het schip Trinko„ „nomale word afgezonden, gecon„ „signeerd aan den wel Edelen hoog Achtb: Heeren Bewindhebbe„ „ren. ter vergadering van seventienen, representeerende de Generaele Nederlandsche geoctroijeerde oost endische„ kompenie ter presidiale kamer Amsterdam en in de kas. kas. de in No. 7 do in de pas en gemagtigde van de verga„ „dering der heeren Seventienen tot de sekreete zaeken in 's Hage en aan de Edele Acht„ „baere Heeren Bewindhebberen van de respektive kameren, mitsgaders de kaabsche mi„ „nisters. N:o 4 Copia sekreete resolutien genomen in raade van Ceilon zedert den 6: Januarij tot den 20: November 1789: in een paket geslooten. N:o 4: Copia gemeene resolutien genoomen in raade van Ceijlon zedert den 1: Januarij tot den 26 December 1789: voorzien van een Alphabetische Register N:o 10 Copia gemeene brief van Cabo de Goede Hoop na kolom„ „bo geschreeven den 30: Sep„ „N:o 9 Copia gemeene brieven van kolombo na Batavia ge„ „schreeven zedert den 9: februarij tot den 29: December 1789: na Batavia geschreeven den 25: December 1789: „ N:o 8. Een paket daar in kopia sekreete brief van kolombe resol: genomen in raede van Ceilon op den 21: aug:s 1789: houdende bezeijde over de generaele staat reek: deses gouverne„ „ments van 't boekjaar 1787/8: nevens. Een aanwijsing van de gedaene verbeteringen in 't hospitael en wat daar van bij aan bestee„ „ding is gedaen en kopia bestek van 't geen bij aanbesteeding is gedaen. in de kas. in de kas. Ceijlon, rakende het inlands departement van den 19: Ja„ „nuarij tot den 17: November „N:o 6 Copia gemeene resolutien genoomen in raade van „tember in 1789: „tember 1789: N:o 11 Copia gemeene brieven van kolombo na Cabo de Goede hoop geschreeven de dates 8: en 26: Januarij 1789: N:o 12. kopia brief door de heeren Entrecasteaux en de Narbonne van Isle de franse den 30: Junij 1788 aan den heer Ceilons Gouverneur geschreeven. „ N:o 13. kopia brief de dato 18: Maart 1789: door den heer Ceilons gouverneur aan voorm: heeren Entrecasteaux en Harbonne geschreeven. N:o 16 kopia Engelse en fransche brieven door den Gouverneur van Madras de heer Hollond en den Raad aan den heer Ceilensch Gouverneur geschreeven de datis 11: februarij, 10: Junij, 28: aug:s en 7: december 1789: N:o 15 kopia brieven de datis 23: Maij en 28: Julij 1789: door den heer Ceilons gouverneur en Raad aan voorm: heeren Conwaij en Moracin geschreeven. N:o 14 kopia Fransche brief de dato 2: December 1788: door de heeren Conwaij en Moracin aan den heer Ceilons Gouverneur geschreeven. N=o 17 kopia brieven de datis 20: Maart, 23: Maij, 5: aug:s 31: De„ „cember 1789: en 9: deser door den heer Ceilons Gouverneur en den Raad aan voorm: Heer Hollond en Raed te Madras geschreeven. N:o 18. kopia brief de dato 19: April 1789: door den heer An„ ker Gouverneur van Frankebaer aan den heer Ceilons Gouverneur geschreeven. N:o 19 kopia brief de dato 26: april 1789: door den heer S=t Reveul aan den heer Ceilons gouverneur geschreeven N:o 20 kopia brief de dato 5: Maij 1789: door den heer Ceijlons gouverneur en Raad N:o 23. Translaat brieven van den 4: october 1789: door den Maldivoschen sultan aan den heer Ceilons gou„ N:o 22. d=o - brief de dato 5: aug:s 1789: door den heer Ceilons gouverneur en Raad aan den heer Cornwvallies en de heeren van de hoogen Raad te kalkatta geschreeven. N 21: kopia Engelsche brief de dato 14: 7ber: 1789: door den heer Cornevallies van Fort willi„ „am aan den heer Ceilons gou„ „verneur en Raad geschreeven. „kaaad aan den heer S:t Reveul geschreeven. aan „verneur N:o 24. kopia brief de dato 19 deeser door den heer Ceijlons gou„ „verneur aan den Maldivoschen sultan in antwoord op voorm: brie„ „ven geschreeven, nevens Een lijst der schenkagie goederen. N:o 25 d=o fransche brief de dato 11: November 1789: door de heeren Hoitsan en Michell van nagapatnam aan den heer Ceij„ „lons gouverneur geschreeven N:o 26. d=o brief de dato 10: december 1789: door den heer Ceilons gouverneur aan voorm: heeren Hoit„ „san en Metchell geschreeven. - N:o 30 Translaat brief door de gezanten van den Nabab As„ „soeraden Saaijboe genaamt Mamadoe Assal Mochanoe No 29 d=o brief de dato 16: december 1789: door den heer Cei„ lons gouverneur aan voorm: heer Fallofield geschreeven. N:o 28. d=o. Engelsche brief de dato 27: November 1789: door den heer Fallofield van Nagapat„ „nam aan den heer Ceilons gou„ verneur geschreeven. N:o 27 kopia brief de dato 15: Maart 1789: door den heer Ceijlon gouverneur aan den heer willi¬ „am Michell te Naoer geschree „ven „verneur geschreeven. Saaijboe
English
No. 31: Copy of a letter dated 28 July 1789 written by the Governor of Ceylon and Council to the Governor-General of the Portuguese Settlements in the Indies, Don Fransisko da Cunha. No. 32: Ditto letters dated 1 January, 15 March, 18 November 1789, and the 10th of this month, written by the Governor of Ceylon to the Nabob of the Carnatic. No. 33: Two copy translations of Sinhalese letters written by the court grandees of Kandy to the Governor of Ceylon, written by Saibo, Sego Abdul Kader Saibo, and Sego Bagimet Doela Saibo; annexed are four copy translations of Sinhalese olas written by the Disava of the Three and Four Korales to the Disava of Colombo. No. 34: Copy of the notes kept regarding what transpired during the audiences granted to the Kandyan ambassadors who were here on 12 February and 28 November 1789. No. 35: Ditto letter dated 4 March 1789, dispatched from Colombo to Kandy with the Company's ambassador, the Provisional Merchant and Trade Bookkeeper Abraham Samlant. No. 36: Copy memorandum of the gifts that were sent with the same to the King. No. 37: Ditto instructions likewise given to the said ambassador. No. 38: Report of the aforementioned ambassador. No. 39: Six copy draft letters written by the Disava of Colombo to the Disava of the Three and Four Korales. No. 40: Copy of a short detail of the events in the Madura, Marawa, and Travancore kingdoms in the year 1789. No. 41: Ditto general letters written by the ministers at Palicat in the year 1789 to Colombo. No. 42: Ditto ditto ditto written from Colombo to Palicat in the said year. No. 43: Ditto ditto letter written from Bengal to Colombo. No. 44: Copy of general letters written from Colombo to Bengal. No. 45: Ditto ditto written from Surat to Colombo. No. 46: Ditto ditto written from Colombo to Surat. No. 47: Ditto ditto ditto written from Malabar to Colombo. No. 48: Ditto ditto ditto written from Colombo to Malabar. No. 49: A packet containing, in the second volume: Copy secret and separate letters written in the year 1789 from Colombo to various places, and copy secret and separate letters written in that same year from various places to Colombo. No. 50: General return of the farmed-out ordinary domains of the Company under the Government of Ceylon for the account of the book year 1789/90 compared with the book year 1788/89. No. 51: Memorandum of the surpluses and deficiencies on the delivered homeland cargo of the ship Trinconomale, to be found inserted with the resolution of 25 December 1789. No. 52: Memorandum of the assignments of the moneys currently counted in the Company's treasury for remittance to the Netherlands. No. 53: Copy balance sheets of the diaconate poor of Jaffnapatnam, Galle, and Calpentyn, closed at the end of August 1789. No. 54: Ditto balance sheet of the Leper House and the diaconate of Colombo. No. 55: Ditto ditto of the Dutch Orphan Chamber. No. 56: Copy balance sheet of the General Native Estate Chamber. No. 57: Three statements and inventory of the artillery and further ammunition goods to be found in this government. No. 58: Copy demonstration of the gunpowder consumed in this government in the year 1787/88. No. 59: Ditto reports concerning the state of the churches and schools in Colombo, Jaffnapatnam, and Galle. No. 60: Three lists of the Company's ships arrived at and departed from Colombo, Galle, and Tuticorin in the past year 1789. No. 61: Two lists of foreign ships and smaller vessels that arrived at and departed from Colombo and Galle in the past year. No. 62: Brief strength return of the European seafarers who were stationed in this government at the end of December 1789. No. 63: General brief strength return of the European and native military of the island of Ceylon and subordinate posts at the end of December 1789. General overview of all Company servants, artillery, and ammunition goods, as well as sloops and vessels existing in the Government of Ceylon and its dependencies. No. 64: List of the old, sick, and infirm military personnel at the end of December 1789. No. 66: Four extracts from the Jaffnapatnam Compendium of the year 1788/89 concerning the elephants, the horse breeding, chay-roots, and the head Adigar office fees and land rents, together with a copy summary of the elephants. No. 67: Seven original registers of all the Ceylon and ship pay ledgers that are currently being sent to the Netherlands. No. 68: An account of cash and clothing given to the officers of the ship Trinconomale on its outward voyage, with an indication of how they accounted for the same, in the third volume. No. 69: General muster roll of salaried personnel as of the end of June 1789. No. 70: Monthly account of the main treasury of the year 1788/89. No. 71: Copy of positive and circular orders extracted from the letters and extract resolutions of the Honourable the High Indian Government at Batavia, addressed to the Governor and Council at Colombo from the year 1776 to the year 1780, provided with a register. No. 72: General return of the Canton raw silk that the Honourable Company received from Mr. Louis Monneron, former agent of His Most Christian
Dutch transcription
N:o 31: kopia brief de dato 28: Julij 1789: door den heer Ceijlons gouverneur en Raad aan den gouverneur generaal van de Portugeesche Etablissementen in de Jndien De heer Don Fran, „cisko da Cunha geschreeven. N:o 32. d=o brieven de datis 1: Januarij, 15. Maart, 18: Novem„ „ber 1789: en 10: deser door den heer Ceelonsche gouverneur aan den Nabab van karnatika geschreeven. N:o 35 d=o brief de dato 4: Maart 1789: van kolombo na kandia afgezonden met skom„ „penies gezant den p:l koop, „man en Negotie boekhou„ N:o 34. kopia Aanteekeningen gehouden wegens het gepasseer„ „de bij de gegevene audientien aan de kandiasche gezanten die den 12: februarij en 28: No„ „vember 1789: alhier zijn geweest. „grooten van kandia aan den heer Ceijlons gouverneur geschree„ „ven; annex vier kopia Trans, „laeten singaleese olas door den dessave der drie en vier korles aan den kolomboschen dessave geschreeven. N:o 33 Twee kopia Translaat singaleese brieven door de Hofs Saaijboe, segoe Audul kader Saaijboe en Segoe Bagimet Doe„ „la Saaijboe aan den heer Ceijlons Gouverneur geschreeven. „der N:o 36. kopia Memorie der geschenken, die met denzelven aan den koning gezonden zijn N: 37. d=o Jnstruktie aan gemelden gezant mede ge„ „geven. N:o 38. Rapport van evengemelde gezant N:o 39 ses kopia Concept brieven door den kolomboschen des„ „save aan den dessave van drie en vier korles geschreeven. N:o 43. d=o do brief van Bengale na kolombo geschreeven N:o 42. do d=o d=o van kolombo na Paleakatta geschreeven ingemelde Jaar N:o 41. d=o gemeene brieven door de ministers te Palea„ „katta in A:o 1789: na kolombo geschreeven. Maduresche, Marruasche en TrevanKoorsche rijken in het Jaer 1789: N:o 40 kopia kort Detail van de gebeurtenissen in de „der Abraham Samlant. No. 40 „ N:o 49 Een paket zijnde daar in N:o: 45 do N:o 46. do do schreeven. — N:o 44. kopia gemeene brieven van kolombo na Bengale ge„ d=o—. van souratta na kolombo ge„ schreeven van kolombo na souratta geschreeven. N:o 47. d=o d=o do van de Mallabaar na kolom„ „bo geschreeven. „baar geschreeven. — N:o 48. d=o — d=o d. o —. van kolombo na de Malla„ N:o 50. Generaele Rendement van de verpagte ordinaire domainen van de kompenie ten gouvernemente Ceilon voor reekening van het boek Jaer 17 89/9: vergeleeken met het boek Jaer 17889: N:o 51. Memorie van de meer en minderheeden op de uit„ geleverde vaderlandsche la„ „ding van het schip in 't 2de deel kopia sekreete en aparte brie„ „ven in Anno 1789: van kolom„ „bo na diverse plaatsen ge„ schreeven en kopia sekreete en apparte brie„ „ven in dat zelfde Jaer van diverse plaatsen na kolombo geschreeven. Trinconomale do do Trinkonomaele N:o 55 d=o do geinsereerd tevinden bij de resolutie van den 25: xber: N: 52. Memorie van de assignatien der tans in skompenees kassa getelde penningen ter overmaaking na nederland. N:o 53: kopia staatreekeningen van de diakonij armen van Jaffenapatnam, Pale en kal„ „pettij, geslooten onder ultimo augustus 1789: N:o 54. d=o staatreekening van het Leprosenhuijs en de diakonie van kolombo van de nederlandsche weeskamer N:o 59. d=o —. Rapporten aangaande de staat der kerken en schoolen te kolombo, Juffe¬ rapatnam en Pale N:o 58. kopia aanwijsing van het verbruijkte buskruijt ten desen gouvernement en A:o 1787/8: N:o 57. drie staat en inventaris van het geschiet en de verdere ammonitie goe„ „deren ten deesen gouvernemente tevinden N:o 56. kopia staatreekening van de algemeene inland„ „se boedelkamer. No 13 No. 1789: —N:o 60 Drie lijsten der aangekoomene en vertrokkene 's komp:s scheepen op kolombo„ Tale en Juetiekorijn in het ge„ „passeerde Jaar 1789: N:o 61. Twee lijsten der vreemde scheepen en mindere vaer„ „tuijgen, in het voorleeden Jaars op kolombo en Gale aangekoo„ „men en vertrokken. N:o 62 kort sterkte der europeeschee zeevaarende, die on„ „der ultimo December 1789 in dit gouvernement zijn beschij„ „den geweest. N:o 63. Generaele korte sterkte der europeesche en inlandsche Noovertooning van alle kompenies dienaren, artillerij en ammonitie goederen, mitsga¬ „ders sloepen en vaartuigen, die in het gouvernement van Ceilon en dies onderhoo¬ „righeeden in weesen zijn. N:o 64 Lijste der oude, ziekelijke en gebrekkige militai„ „ren onder ultimo december 1789: militairen van het eiland Ceilon en de onderhorige posten onder ultimo december 1789: militairen N:o. N:o 66. vier Extrakten uijt het Jaffenapatnams Compendi„ „um de Anno 178/9: wegens de Ele„ „phanten, de paerden teeld, zaaij„ „ewortelen, en de hoofd adigarie officie gelden en Land renten, nevens. Eene kopia samentrekking van de Elephanten. N:o 67. seven origineele registers van alle de Ceebonsche en scheeps soldij boeken, die tans na nederland worden verzonden. N:o 68 Een Reekening van Contanten en kleederen aan de overheeden van het schip prin„ „konomaele op desselfs uitreijze meede gegevene, met aanwijsing hoedanig ze deselve hebben verantwoord in 't 3:e deel. N:o 72. Generaal Rendement van de kantonse Ruwe zijde, die DE: kompenie van den heer Louis Monneron, gewesen agent van zijne aller Christe„ N:o 71: kopia positive en Circulaire orders getrokken uit de brie„ „ven en extrakt resolutien van haar Edelens de hooge indische regeering te Batavia, gerigt aan den heer gouverneur en Raad te kolombo zedert A:o 1776: tot A:o 1780: voorzien van een register N:o 70. Maandelyksche reekening van de groote geld kassa van A:o 17889: N:o 69 Generaale gegagieerde rol van ult:o Junij 1789: „lijkste
English
Most Christian Majesty the King of France purchased and subsequently on various occasions resold both at Koetsiem and at Madras and Frankebaar, with an indication of the purchase and sale prices thereof, as well as the profits and losses, after deduction of all charges. No. 73. Two copy reports from the Galle master carpenter Vogelenzang and from the Colombo master of shipwrights Theunisz regarding the employment of native timber for ships' masts. No. 76. Two copy reports from the sea captains Andringa, Master of Equippage of Colombo, and Adams, Master of Equippage of Point de Galle. No. 75. Copy of further report from the aforementioned Abo on the same question. No. 74. Copy of report from the sea captain and former Galle Master of Equippage Abo on the question of why the water casks that could not be stowed in the water-closet on the ship het Hof ter Linde were not stowed between decks and on the same between the guns, as is frequently customary on the China ships. The last-mentioned report from the former Galle Master of Equippage Abo. No. 77. Two consecutively written extracts from the Galle expense account of the National squadron of war dated 30 October 1786, concerning the anchors charged to the debit and credit of the National frigate de Scipio. No. 78. Report from the sea captain and Master of Equippage here, Andringa, regarding the sails made for the ship het Hof ter Linde. No. 80. The comparisons drawn up by the first searcher Berghuijs between the issues of equipage goods to the barks and sloops belonging here from the year 1775/6 to 1779/80, and between similar issues made from the year 1782/3 to 1786/7. No. 81. List of purchases made of equipage goods pursuant to Ceylon resolutions of 16 May, 12 August, 1 September, 9 November 1786 and 19 April 1787. Goes into the packet for the Zeeland Chamber. No. 79. Copy of covering letter from the master sailmaker at Batavia sent with the shipment of sails on board the ship het Hof ter Linde. No. 85. Ditto, ditto. Goes into the packet for the Zeeland Chamber. No. 82. List of purchases made pursuant to Ceylon resolutions of 16 January 1787. No. 83. Extract of a letter dated 23 February 1786 from Galle to Colombo, containing justifications from the then Master of Equippage De Sille and purser De Ranitz concerning their submitted accounts of goods purchased and supplied to the Dutch squadron. Goes into the packet for the Zeeland Chamber. No. 86. Ditto French letter written by Mr. D'Entrecasteaux on 29 June 1787 from Trincomalee to the Governor of Ceylon. Report from the apothecary Strasburg, indicating how much cinnamon oil was successively distilled from the year 1784 to the year 1789. November 1787, regarding the oil distilled from 1600 lb of cinnamon received back from Batavia. No. 84. Copy of report from two judicial members dated 19 November 1787. No. 89. Copy of Galle resolution of 30 December of last year, containing the ruling concerning an anchor supplied to the ship De Leviathan and regarding the repair of the defects found on the ship Huisduinen; together with three reports and two declarations belonging thereto. No. 90. Extract of Galle resolution of the 14th of this month, containing the ruling on the findings of the cargoes delivered there and on the examination of the quantity and consumption accounts. No. 87. Drawing of the gunpowder mill constructed here. No. 88. Copy of an extract from the answered extract of the patriarchal general missive of 4 December 1758 by the Galle officials. No. 91. Copy of Galle resolution of the 16th of this month, containing the ruling on the defects found in the rigging of the ships Huisduinen and Trincomalee, together with its appendices consisting of four reports and three declarations. No. 92. Ditto report from the former Manaar resident Van Ranzow regarding the cotton plantations of the ships Huisduinen and Trincomalee. No. 93. Batavia expense account of the ship den Arend. Goes into the chest for the presiding chamber. No. 94. Ditto of the ship Zaanstroom. Goes into the chest for the presiding chamber. No. 95. Inventory of equipage goods, munitions of war, ship's tools, and further provisions of the ship den Arend. Goes into the chest for the presiding chamber. No. 96. A bundle of copies of Colombo cash accounts for the year 1788/9. No. 97. Copies of Colombo ship expense accounts for the year 1788/9. No. 100. Copy of report from the apothecary Strasburg regarding the examination of the cinnamon oil now being dispatched separately. No. 99. A chest containing: A letter to His Serene Highness the Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Hereditary Governor, and Captain-General and Admiral of the United Netherlands; Together with three packets marked No. 1, 2, and 3, delivered by the gentlemen of the Military Commission for dispatch. No. 98. Four Tuticorin ship expense accounts dated 19 and 24 October, 12 November 1788, and 13 August 1789.
Dutch transcription
„lijkste majesteit den koning van frankrijk heeft ingekog en daer na bij onderscheide ge„ „legentheeden zo te koetsiem als te madras en Frankebaar weder verkogt, met aanwij„ „zing van derzelver in en ver„ „koops, prijsen, mitsgaders win„ „sten en verleesen, na aftrek van alle ongelden. N:o 73. Twee kopia berichten van den gaals baas timmer„ „man vogelen zangen van den kolomboschen baas der scheeps timmerlieden Theunisz: nopens het emploijeeren van inlands hout tot masten van scheepen. N:o 76. Twee kopia Berichten van den kapiteins ter Zee Andringa Equipagiemeester van kolombe en Atems Equi¬ „pageemeester van Piele of N:o 75 kopis nader bericht van gem: Abo op dezelfde vraage N:o 74. kopia berigt van den kapitein ter Zee en geweesen gaals Equipagiemeester Abo„ op de vraage waarom de waterleggers die in het water„ „hok op het schip het Hofter Linde niet konde geborgen worden, niet geborgen zijn tusschen deks en op hetzelve tusschen de stukken, zo als op de sinasche scheepen menigmaal gebruijkelijk No het is. het laetst gem: bericht van den geweesen gaals Equipagie„ „meester Abo. N:o 77. Twee agter den anderen geschreeven Extracten uit de gaalse onkostreekening van slands elkwader van oorlog gedateerd 30: october 1786;, wegens de ten laste en voordeele van slands fregat de scipio opge„ „bragte ankers. N:o 78. Bericht van den kapitain ter zee en Excuipagiemees„ „ter alhier Andringa, nopens de aangemaakte zijlen voor het schip het hof ter Linde N:o 80 De vergelijkingen door den eersten visitateur Berghuijs opgemaakt tusschen de versteek„ „kingen van Excepagie goede„ „ren aan de alhier tehuijs hoorende barken en sloepen van A:o 177 5/6: tot 1777/80: en tusschen diergelijke verstrek„ kingen die gedaen zijn van A:o 178 2/3: tot 178 5/7: N:o 8: Lyst van de gedaene inkoopen van Equipagie goe„ „deren ingevolge Cylonsche resolutien van den 16: Maij N:o 79 kopia geleijde brief van den baas Zijlemaaker te Batavia bij het verzenden van zijlen na boord van het schip het Hof ter Linde 12: aug:s N:o 85 d=o d. o N 82. Lyst van de gedaene inkoopen ingevolge Ceilonse resol: van den 16: Januarij 1787: N:o 83. Extrakt Missive de dato 23: februarij 1786: van gale na kolombo, geschreeven houdende verantwoordingen van den toenmaligen Equipagiemeester De Sille en dispencier de Ra„ „nitz over hun ingediende ree„ keningen van de ingekogte en verstrekte goederen aan het hollands Esquader. N:o 86. d=o —. franse brief door den heer D. Entrecasteaux Den 29: Junij 1787: van Trenkend„ „male aan den heer Ceilons Gouverneur geschreeven . van den apotheker strasburg, aan„ „wijzende hoe veel kaneel olie van het Jaer 1784: tot het Jaer 1789: successeve is ge„ „stookt November 1787: wegens de gestookte olie uijt 1600: lb: van Batavia terug ontvangene kaneel N:o 84. kopia rapport van twee Justieele leeden gedateerd 19: 12 aug:s 1: 7ber: 9: November 1786 en 19: april 1787: No. No gaet in 't paket voor de kamer zee„ „land. gaet in het Paket voor de kamer zee„ gaet in 't Paket voor de kamer zee„ N:o 89 kopia Gaalse resolutie van den 30: december J:o L: houdende dispositie wegens een verstrekte anker aan het schip De Leviathan en om de bevondene gebreeken aan het schip Huijsduijnen te lae„ „ten herstellen; Nevens Drie rapporten en Twee verklaeringen, daar toe gehoorende. N:o 90. Extrakt Taalse resolutie van den 14: deser, houdende dispositie op de bevindingen der aldaar uijtgeleverde lae„ „dingen en op de examinatie van de qunnintien an ## Consumtie reekeningen N:o 87 afteekening van de alhier gemaakte kruijtmoolen No 88: Kopia uijt trekzel uit het door de gaalsche bediend en bandwoord extract patriasche generaale missive van den 4. Decemb: 1758. N:o 91. kopia gaalse resolutie van den 16: dezer houdende dispositie op de bevondene gebree„ „ken aan de tuijgasie van de schae„ „per Heijsduijnen en Trinke„ „nomaele nevens dies bijlaegen bestaande in vier Rapporten en Drie verklaeringen. N:o 92: d=o—. berigt van het geweesen manaars opperhoofd van Ranzou nopens de kattoen plantagien van de scheepen Huijsduijnen en Trinkonomeele van 8 „land „land. N:o 94. gaet in de kas voor N:o 93. Bataviase, onkost reekening van het schip den gaet in de kas voor arend. de presidiale ka„ van het schip Zaanstroom de presidiale kamer N:o: 95. Jnventaris van de Equipagie goederen, ammitie gaet in de kas voor van oorlog scheeps gereed„ de presidiale ka„ „schappen en verdere provi„ mer „sien van het schip den Arend. N:o 96. Een bondel Copia kolombosche kassa reekening de A:o 1788/9: N:o 97 kopia kolombose scheeps on kostreekeningen: de Arms 178/9: N:o 100 kopij berigt van den Apothekar strasburg wee„ „gens de examinatie van de tans verzonden wordende Great apart N:o 99: Een kasse daar in Een brief aan zijne Doorluchtige Hoogheid den heer Prince van orange en Nassau Erfstad houder erf gouverneur en kapitein generael en admirael der vereenigde nederlanden Nevens Drie paketten gem:t N:o: 1:2: en 3: Door de heeren van de militaire Commissie ter verzending overgegeven N:o 90. vier Tutukorijnsche scheeps onkostreekeningen ge„ „dateert 19: en 24: october, 12: No„ vember 1788: en 13: aug:s 1789: geern mer de
English
gum gutta goes into the packet for the Chamber Zeeland Zeeland written from Trikkenomale to Colombo, along with five declarations mentioned therein concerning the second lieutenant of the Regiment of Meuron, Maltheij No. 101: Extract secret missive dated 29 April 1789 No. 104. Original sworn declaration concerning the lesser goods in the packet for the Chamber found summer cloth from the cargo of the ship Trinkonomaele No. 105. Invoice of Account amounting to ƒ2743: 16: 8: goes into the packet for the Chamber Amsterdam goes into the packet for the Chamber Amsterdam No. 107. Copy Galle resolution of the 20th of this month containing the disposition on an incoming No. 106. Original sworn judicial declaration of the findings of the glassware brought by the ship Trinkenomaele. Huijsduijnen 8000 lb of rice cast into the sea. No. 102. Copy report of the chief surgeons van Hek, Nielen, and Coblijn, regarding the examination of the trumpeter Francois Pabriel Garnier. No. 103. Original sworn declarations regarding the goes into the packet from the cargo of the ship for the Chamber Huijsdeinen Chamber Zeeland No. 108. Extract resolution taken in council of Ceylon on the 2nd of this month containing the disposition on the findings of the fresh cargo delivered here from the ship Trinkenomale. No. 109. Copy Galle resolution of the 23rd of this month containing the disposition on the findings of the Cochinchina cargo delivered there from the ship Trinkenomaele. No. 110. Copy report of the Galle equipment master No. 113. Summary of the wages paid up to the end of August to the Regiment of Meuron, goes into the packet reduced to ducatoons of for the Chamber 66 stuivers and converted back to Indian guilders. 112. Two indications of what the two-guilder increase goes into the packet amounts to for the non-commissioned officers for the Chamber Zeeland and privates who have served five years. No. 111. Two lists showing how much the wages paid to the Regiment of Meuron goes into the packet for the Chamber Zeeland amount to according to the requisition for the benefit of the ship Trinkenomale. Item, that the return ships Huijsduijnen and Trinkenomale are provided with Turkish passes Items No [illegible] No. 114. Petition of the junior merchant J. F. Connadi requesting that 50000 lb of hoop iron may be requisitioned from the fatherland 115. Requisition of 50000 lb of hoop iron 116. Two copies of separate letters written from Galle to Colombo under dates 12th January and 11th September 1789. 117. Copy account of the expenses incurred on the canal cutting in the Morruakorle 118. Copy address of the Matara Dessave van Angelbeek, demonstrating the utility of the Morruakorle. 119. Two copy declarations regarding the 123. Two letters addressed to His Serene Highness the Lord Prince of Orange and Nassau No. 120. Four copy reports regarding the testing of cinnamon No. 121. Two notices of the cinnamon that was received and packaged for the account of the great and small harvests, showing where it was peeled and the numbers of the wooden tag placed into each bale 122. A packet from the Lord Governor of Ceylon addressed to His Serene Highness the Lord Prince of Orange and Nassau, together with a tin box mentioned therein, sealed with copper and marked inspection of the military goods and the testing of gunpowder of the ships Trinkonomale and Huijsduijnen inspection No 11 No. 124: A letter addressed to the Lords Delegated Councillors at the Noble Mighty College of the Admiralty in Amsterdam. 125. A ditto ditto to the highly Noble and Valiant Lord van der Hoop, Councillor and Advocate Fiscal to the said Noble Mighty College. 126. A ditto ditto to the well Noble and Valiant Lord Lutteken, Deputy Equipment Master at the said Noble Mighty College. 127. A packet from the Regiment of Meuron addressed to the gentlemen van Knecht and Gradman at Middelburg in Zeeland. 130. A packet ditto ditto to the Chamber Zeeland 131. A ditto ditto ditto to the Chamber Delft 132. A ditto ditto ditto to the Chamber Hoorn 133. A ditto ditto ditto to the Chamber Rotterdam goes into the chest for the Chamber Delft. 134. A ditto ditto ditto to the Chamber Enkhuizen goes into the chest for the Chamber Hoorn. No. 129. A ditto addressed to the Noble and Respected Lords Directors at the Chamber Amsterdam No. 128. A packet addressed to the Noble and Respected Lords Directors and Deputies of the Assembly of the Lords Seventeen for Secret Affairs in The Hague No 1: No. 135. Copy of separate missives written by the Lord Governor of Ceylon to Their High Nobilities the High Indian Government in Batavia in a sealed packet presidial Chamber goes into the chest for the by the Lord Governor of Ceylon to Their High Nobilities the High Indian Government in Batavia in a sealed packet 136. Ditto ditto missive written Colombo, the 27th January 1790. Sijbrands clerk No. 137: Copy of the general description of the state of this government during the past financial year, provided with an alphabetical index, together with the register of the papers sent therewith. Satria To the Well Noble, Highly Respected Lords Directors, at the Assembly of Seventeen, representing the General Chartered United East India Company of the Netherlands, at the Presidial Chamber Amsterdam. Well Noble, Highly Respected, Wise, Prudent, and very Generous Lords! We hope that the ships of the first consignment, the Arend and the Vaanstroom, which departed from Galle on the 17th of November of the past year, and with which
Dutch transcription
gum gutta gaet in 't paket voor de kamer Zeeland Zeelant van Trikkenomale na ko¬ „lombo geschreeven, nevens vijf verklaringen daar bij vermeld nopens den sous luitenant van het regiment van Meu„ „ron Maltheij N:o 101: Extrakt Sekreete missive de dato 29 April 1789 N:o 104. origineele b'edigde verklaering nopens de minder goet in het pa„ bevondene somerlaken uit de ket voor de ka„ lading van het schip Trinko„ mer Amsterdam „nomaele N:o 105. Faktuur van Aanreekening groot ƒ2743: 16:8: gaet in het paket voor de kamer Ams„ terdam gaet in het paket voor de kamer Amsterdam N:o 107. kopia Gaalsche resolutie van den 20: deezer hou„ „dende dispositie op een ingekoo„ N:o 106. origineele b' edigd Justitieel deklaratoir van de bevinding der glaswerken met het schip Trinkenomaele aangebragt. Huijsduijnen in zee geworpe„ „ne 8000: lb: rijst. N:o 102. kopij Bericht van de opperChirurgijns van Hek, Nielen, en Coblijn, wee„ „gens de visitatie van den trompetter Francois Pabri„ „el Garnier. N:o 103. origineele b'edigde verklaeringen wegens de gaet in het paket uit de laeding van het schip. voor de kamer Huijsdeinen „men Zeeland N:o 108. Extrakt resolutie genoomen in raade van Ceilo op den 2: deser houdende dis„ „positie op de bevinding der alhier uijtgeleeverde baarsch laeding van het schip Trinke nomale. „ N:o 109 kopia gaalsche resolutie van den 23: deezer houden„ de dispositie op de bevinding der aldaar uijtgeleeverde koek siemsche laading van het schip Trinkenomaele. N:o 110 kopia bericht van den gaals Equipasiemeester „. 113. samen trekking van de tot ult=o aug=t be„ taal de gagien aan het regi„ gaet in het Paket „ment van Meuron, gere„ voor de kamer ducierd tot ducatons van 66: st=s en wederom gebragt tot indische guldens. - 112. twee aanwijzingen van het geen bedraagd gaet in het pateet de twee gulden augmenta„ „tie voor de ouder officieren voor de kamer zee en gemeenen die vyf Jaaren „land gediend hebben. N=o 111. twee lysten aan wijzende hoe veel bedrag„ „gen de betaalde gagien aan gaet in het paket voor de kamer zee„ het Regiment van Meuron „land „men na den eijsch ten behoeve van het schip Trinkenomale. Atems, dat de retourschee„ pen Huijsduijnen en Trinke„ „nomale voorzien zijn van Turksche passen Atems No Nts Lite dn affinre, under affaaaren, en pe¬ #nen #an ast agaat vn Marian Ialang an I va Cysra avusan botand N:o 114. Request van den onderkoopman J: f: connadi verzoekende dat uit let vaderland mogen worden g'eijsch 50000. lb hoep ijzer „ 115 Eijsch van „ 50000: lb: hoep ijzer „ 116. twee ropia apparte brieven van gale na kolombo geschreeven onder dato 12:' Januarij en 11: 7ber 1789. - „ 117. kopia reekening van de gedaane ongelden aan de doorgraaving in de Morruakorle „ 118 Kopia addres van den Mattureese Dessave van Angelbeek, aantoo nende de nuttigheid van de Morruakorle. „ 119 Twee kopia verklaaring en weegens de „ 123. twee brieven gewigt aan zijne doorlugtige hoogheid den heere Prince van orange en Natsar No. 120. vier kopia Rapporten wegens het prae¬ ven van kanneel N:o 121. twee nolitien vande kanneel die voor rak: van de groote en kleijne oegsten ont„ vangen en geemballeerd is, met aantooning waar ze geschuld en de nommers van liet plankje dat in ieder baal gedaan is „ 122. Een paket van den heer Cylonsch gouver neur besz: aan zijne door„ luchtige hoogheid den Heere Prince van orange en Nat„ sau, neevens Een daar bij vermeld blikke koper verzeegeld en gemt # visitatie der wapengoede„ „ren en het probeeren van kruijt van de scheepen Trinkonomale en Huijs„ duijnen visitatie No 11 N=o 124: E en brieff gerigt aan de heeren gekommst„ teerde raaden bij het Edel mogende kollegie ter ad„ minaliteit binnen Am„ sterdam. „ 125. Een d=o d=o: aan den hoog Edelen gestre„ gen heer van der Hoop, Raad en advocaat fiscaal bij gem Edelmogende kollegie. „ 126. Een _=o d=o aan den wel Edelen gestren„ gen heer Lutteken onder Equipageemeester by even„ gem: Edel mogende kol„ legie 127. Een paket van het regiment van Meu„ ron gerigt aan de heeren van knecht en gradman te Middelburg in Zee„ „land. - „ 130. Een p=r _=o d=o ter kamer Zeeland 131. Een _=o d=o d=o ter hamer Delft 132. Een _o _=o d=o ter kamer Hoorn _o — d=o ter kamer Rot 133. Een d_o _:o gaet in de kas voor de terdam kamer Delft. 134 Een __o gaet in de kas voor de kamer Hoorn. do d=o ter kamer Eukte huijzen N=o 129. Een _=o — beschreeven aan de Edele achtb Heeren Bewindhebberen ter kamer Amsterdam N=o 128 Een paket beschreeven aan de Edele achtb: Heer en Vrewind heb„ heren en gemagtigde van de vergadering der heeren leventienen tot de tekree„ te zaaken in sHage P j „ „ No 1: N=o 135. kopia apparte missives geschreeven door de heer gouverneur van Ceilon aan Hunne Hoog Edelheeden de Hooge in¬ dische regeering te Vra„ tavia in een gesloote pakel presidiaele kamer gaet in de kas voor de door den heer gouverneur van Ceilon aan hunne Hoog Edelheeden de Hooge indiasche regee„ „ring te Batavia in een gesloote paket „ 136. _-o d=o Mitsive geschreeven Kolombo den 27: Januarij 1790. Sijbrands lklerk N=o 137: kopfia van de generaale beschryving van den staat deses gouvernements in het gepasseerd boekjaar voor zien van een Alpha„ betitche register nevens 't register der daar meede afgezondene papieren. Satria Aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewind hebberen. Ter vergadering van zeventienen Representeerende de Generaale Nederlandsche g'oktroieerde oost-indische compenie ter Presidiaale kamer Amsterdam Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige en zeer Genereuse Heeren! Wij hoopen dat de scheepen van de eerste Bezending, den Arend en de Faan„ „stroom, die den 17. November J:o L: van Gale zijn vertrokken, en waar meede
English
with which we had the honor to the Right Honorable, Noble addressee of our respectful letter of the 12th of the aforementioned month may have a speedy voyage, and that the same may arrive happily and safely in the Netherlands. Since then, on the 13th of December of last year, the country's frigates the Zephier and Havik arrived at this roadstead, and with them arrived here in good health Their High Mightinesses' commissioners, the Gentlemen Vaillant, Ver Huell and Grevenstein, who after a stay of a couple of weeks, departed from there on the 27th following with the aforementioned frigates for Koetsiem. The ship 't Spaarne, which according to the notification in the aforementioned our respectful letter, lay in the bay of Gale awaiting a suitable time to pursue its voyage to Bengal, departed from there again on the 20th of December of last year. The ship Trinkonomale, which according to what was communicated in our most recent respectful letter, had departed on the 12th of November of last year from Gale for Koetsiem to collect pepper and saltpeter, returned to Gale on the 6th of this month, and we have designated the same as a return vessel for the Amsterdam chamber. Upon inspection of this ship at Gale, such defects were found in it and in its rigging, as shown by the reports and sworn declaration which accompany this in copy. The Gale officials have, by their resolution of the 16th and 20th of this month, which are included in copy among the annexes, granted authorization, not only to provide for this, but also to satisfy the demands inserted therein by Captain Driesman, which were examined and moderated by the master of equipment Aams. The consumption account of the provisions that were supplied here to this vessel was examined at Gale, and the report received concerning it from the administrator van der Spar was inserted in the Gale resolution of the 14th of this month, a copy of which is attached hereto. The ship Huijsduijnen departed from here for Gale on the 12th of November past, and arrived there on the 20th of December following. We have designated the same as a return vessel for the Zeeland chamber. This ship was inspected at Gale according to order by express commissioners, and such defects were found in it and in its rigging, as appears from the reports and sworn declarations received concerning it, which accompany this in copy. The Gale officials have, by their resolution of the 30th of December and 16th of this month, given authorization to provide for this, and also to satisfy the demand for necessities submitted by the captain of the ship and examined and moderated by the master of equipment Aams, which was inserted in the first-mentioned resolution. The consumption account of this vessel was examined at Gale, and the report submitted concerning it by the administrator van der Spar was inserted in the aforementioned officials' resolution of the 14th of this month, which is transmitted in copy among the annexes. Both of these ships have been provided with such Turkish passes, according to the reports of the Gale master of equipment Aams, copies of which accompany this. The Gale officials have been ordered to have loaded, on a suitable dunnage of saltpeter on the aforementioned vessels, all the cinnamon on hand and further as many Surat and Madura bales as the ship's hold will permit. We therefore take the liberty to refer ourselves humbly in that regard to the report that the Gale officials will have the honor to make to the Right Honorable. We send on this occasion, in a well-conditioned crate, 23 lb of Ceylon gummi gutta, which was gathered in the Matara [illegible] and, upon examination by our apothecary, found to be the genuine and pure gummi gutta, according to his report, which goes in copy among the annexes. If the same is also found good over there, we would, if the Right Honorable should desire so, be able to furnish a large quantity of it annually. With these ships we have granted passage to the following persons, namely: To the wife and four children of the retired Gale master of equipment Abo, provided they pay the stipulated passage and board money. To Charles Imbert, styling himself lieutenant at sea in the service of the state, likewise upon payment of the usual passage and board money. He requested us to be allowed to have a free passage, but we believed we should not grant this, and merely inform the Right Honorable thereof by this letter, in case you might see fit to make a different disposition in his favor in that regard. To
Dutch transcription
meede wij de eere gehad hebben aan wel „Hoog achtb: Edele „ aengevaardiger onzen eerbiedigen brief van den 12. van gem: maand moogen hebben eene spoedige rijze, en dat „zelve gelukkig en behouden in het na „derland moogen aankoomen. zedert zijn op den 13. xber: J:o L: slands pr „gatten de sephier en Havik ter dee reede gearriveerd, en zijn daarmeede in goeden westand alhier aangekoome hunner Hoog Moogenden gecommit „teerden, de Heeren raillant, verheu en Grevenstein, die na een vertoef van een paar weeken, den 27. daaraan met voorm: vregatten na koetsiem zijn vertrokken. 'T schip 't spaarne, dat volgens 't bedee bij voorsz: onzer eerbiedigen, in de baaij van Gale na eene bequaame teid lag te wagten, om zijne rijze na Bengal te vervorderen, is den 20. december J:o L: weder van daar vertrekken schip Grinkonomale, 'twelk volgens 't gecommuniceerde bij onzen Jongsten eerbiedigen, den 12. November J:o L: van Gale na Kaetsiem was vertrokken ter afhaal van Peper en salpeter, is den 6. dezer op Gale terug gekoo„ „men, en we hebben het zelve aan„ „gelegd tot een retourBodem voor de kamer Amsterdam. Bij visitatie van dit schip te Gale zijn daar aan en aan dies tuig gie zoo„ „daanige gebreeken bevonden, als uit„ „wijzen de rapporten en b'eedigde ver„ „klaaring, die Copieelijk deezen accom„ pagneeren. De Gaalsche bedienden hebben bij hunne resol: van den 46: en 20. dezer die in Copia onder de bijlaagen gaan, qualificatie verleend, niet alleen om daar in te voorzien weder maar maar ook om te voldoen aan de daar g'insereerde Eijsschen van den Capitain Driesman die door den Equipagiemeester Aams g'examineerd en gemoder een zijn De Consumtie reekening van de provisi die hier aan deezen bodem zijn verstrek is te Geele g'examineerd en 't daarva ingekoomen berigt van den administra „teur van der Spar is g'insereerd bij de Gaalsche Resol: van den 14. dezer, waar van afschrift hier nevens gaat. 'T schip Huijsduijnen is den 12. 9ber: passo van hier na Gale vertrokken, en den 20. december daar aan aldaar g'arri„ „veerd. wij hebben hetzelve aangelegd tot een retaer bodem voor de kamer Zeeland. Dit schip is te Gale naar de order door expresse gecommitteerden opgenoomen en zijn daar aan en aan dies tuigagie zoodaanige mankemanten bevonden, als blijkt bij de daar van ingekoomene rap„ „porten en beëdigde verklaaringen, die in Copia dezer verzellen. De Gaalsche be„ „dienden hebben, bij hunne Resolutie van den 30. xber: en 16. dezer qualificatie gegeeven, om daarin te voorzien, en ook om te voldoen den Eijsch van benoodigdhee„ „llen, door den Capitain van het schip ingediend en door den Equipagie mee„ „ster Aams g'examineerd en gemode„ „reerd, welke bij eerst gemelde resolu„ „tie is g'ensereerd. De Consumtie reekening van deezen bodan is te Gale g'eexamineerd, en 't daar van ingediend berigt door den administrateur van een spar is g'ensereerd bij eer bedien„ „den Resolutie van den 14. dezer die in Copia onder de bijlaagen overgaat. deese beide scheepen zijn voorzien van Jurkese zodaanige passon passen, volgens de berigten van den Gaalse Equipagie meester Aams waar van ab„ „schriften deezen verzeld. De Gaalsche bedienden zijn gelast, om op een bequaame onderlaag van salpoeter en gem: bodems tedoen laaden alle de aan„ „handen zijnde kanneel en voorts zoo veel souratsche en Madureesche pakken, als de scheeps ruijmte zal toelaaten. wij neemen derhalven de vrijheid ons daar omtrend needrig te gedraagen aan 't ver „slag, dat de Gaalsche bedienden de eere zullen hebben, wel Edele Hoog Acht„ „baare daar van te doen. wij zenden bij deese geleegendheid in een welgeconditioneerde kas, 23. lb: Ceilonse gummi gutta, die in de Matureesche Fetsaronij in gezaameld, en bij examina„ „tie door onzen appothecar, bevondend te weesen, de opregte en zuivere gummi gutta, volgens zijn berigt, dat in Copij onder de bijlaagen gaat, Jndien dezelve ook aldaar goed bevonden word zouden we, zoo wel Edele Hoog Achtb: dat mogten begeeren, daar van Jaarlijks een groote quantiteit kunnen bezorgen. Met deese scheepen hebben we transport verleend aan de volgende perzoonen na„ „melijk. Aan de huisvrouw en vier kinde„ „ren van den afgegaanen Gaalsche Equipagie Abo, mits betaalende 't bepaald transport en kostgeld. Aan Charles Jmbert, zig noemende luite„ „nant ter zee in dienst van den staat, meede onder betaaling van 't gewoon transport en kostgeld. wij heeft ons verzogt om een vrije transport te moogen hebben, dog wij hebben gemeent daarin niet te moogen bewilligen, en geeven wel Edele Hoog Achtb: daar van alleen door deezen keenis, of hoogdt dezelver mogten goed vinden, daar omtrend ter zijner gunste eene andere dis„ „positie teneemen. onller Aan
English
To Second Lieutenant Johannes Henricus Bewitt, who was last assigned to the ship Horssen, and remained ashore at Paleakatte due to illness. He has not yet fully recovered, and is returning with written-off wages; however, upon his request, we have permitted him, during the voyage, to perform duties on board in so far as his sickly condition will allow. We have not received his pay account from Palakatta. We believe that it went to Batavia with the ship Horssen, on which account we have informed the Noble High Indian Government thereof, so that it may be forwarded from there to Your Right Honorable Excellencies. To Second Lieutenant van den Stam, who remained behind at Gale from the ship 't Spaarne due to illness, and has requested permission to repatriate with written-off wages. To Ensign Johan Nicolaas Best, who was discharged to the Netherlands with written-off wages by the gentlemen ministers at Surat, and arrived here on the ship Weederburg, in order to obtain passage on our return ships. To Lieutenant Jean Baptiste Dominique de Poligny, and the Second Lieutenants Arnoud Pierre de Marin and Victor Mattheij, all having been assigned to the Regiment de Meuron, and upon their request dismissed therefrom. To Jan Gilbert, son of the late provisional merchant and administrator of Jaffanapatnam Jan Jacob Gilbert, provided he pays the customary passage and board money. To Lieutenant Servis and Ensign Young, both having been employed in the English service. The Agent of the Nawab of the Carnatic on the Madura Coast, Mr. Buchanan, has intervened with us on their behalf, and we have required the first-named to pay one thousand rupees for passage and board money, but we allowed the latter to suffice with the payment of five hundred rupees, as it appeared that he is not very wealthy. The aforementioned Second Lieutenant Victor Mattheij is the same one mentioned in the Trincomalee secret letter of 29 April 1789, and the documents received therewith, which are being forwarded among the annexes. Furthermore, we take the liberty to refer to the Governor's separate letter of Their High Excellencies of 10 May last and the answer received thereto from the same of 10 December of last year, and note concerning him only that he has chosen to request his dismissal. We have also instructed the officials at Gale to place on one of these ships the trumpeter Francois Gabriel Garnier, who in the year 1788 remained behind there sick from the ship Straalen according to a report by three chief surgeons who examined him, which goes as a copy among the annexes; he cannot well be cured of his illness here in this country, though possibly still in Europe. He is therefore returning as incurable; perhaps he will still be able to do some light shipboard duty on the voyage; he was merely a burden to the Company. Furthermore, there are sailing on this vessel 15 soldiers of the Regiment of Meuron who have served out their enlistment, the name list of whom will be presented to Your Right Honorable Excellencies by the Gale officials. To the Councillor Extraordinary and Governor of Malabar van Angelbeek, we have granted permission to send to the Netherlands with the return ship Trinkonomale an oblong chest sewn in gunny, seven feet long and one foot wide and high, marked Curiosities and Natural Objects for Berlin, and three square flat chests with sea shells marked Natural Objects for Berlin, to be delivered in Amsterdam to his attorneys, Messrs. Hendrik and Jacob Jerhorst, Hendrik Brugman Bierbauw, Pieter Enstevens, Nicolaas Berk, and Anthoni Hamkamp, merchants. Furthermore, the first undersigned Governor takes the liberty to send with the ship Trinkonomale two flat chests, each two and a half feet long, two feet wide, and one foot high, in which are 12 small pieces painted on glass, with the very humble request that, with the favorable pleasure of Your Right Honorable Excellencies, the same may be delivered to Messrs. Berk and Hanekamp. The verification of the cargo of the ship Huisduinen discharged here has been inserted in our resolution of 11 December of last year, from which we take the liberty to note herewith that since the 21 chests with cloves did not hold their registered gross weight, we had 4 of them that differed the most opened here, and 369½ lb. net was found therein instead of the calculated 383 lb., wherefore we have charged the deficit of 13½ lb. to the ship's officers for compensation, after deducting the allowable ullage of 1 percent. The remaining 17 chests we left unopened, but the found deficit of 40 7/16 lb. on their gross weight we have likewise placed to the ship's officers on their pay account, after deducting the allowable ullage. In the case with porcelain, which was brought in in good condition, and held the registered gross weight, some pieces of porcelain were broken and some cracked, and since the same were poorly packed and not well provided with straw, we have resolved to have the cracked porcelain sold by public auction, and the lesser value
Dutch transcription
Aan den sous luitenant Johannes Henricus Bewitt, die laast bescheiden is geweest op 't schip Horssen, en mits ziekte te Paleakatte aan de wal gebleeven. wij is nog niet ten vollen hersteld, en gaat met afgeschreeven gagie over, dog hebben we hem op zijn verzoek toegestaan, om geduurende de reise, na mate dat zijne ziekelijken toestand het zal toelaaten dienst temoogen doen aan boord zijne zoodij reekening hebben we van Pala „katta niet ontvangen. Wij meend dat dezelve met 't schip korssen na Batavia is gegaan, wethalve wij daar van kennis hebben gegeeven aan de Edele Hooge Jndiasche Regeering, op dat ze van daar aan uwel Edele Hoog Achtb: kan worden besorgd. Aan den soutluitenant van denstam, die mits ziekte van 't schip 't spaarne te Gale is terug gebleeven, en verzogt heeft met afgeschreevene gagie te moogen repa „trieeren. Aan den vaandrig Johan Nicolaas Best, die door de Heeren Souratsche ministers, met af„ „geschreevene gagie na Nederland is verlost, en met het schip Weederburg alhier is aangekoomen, om met onze reteurscheepen transport te er„ „langer. Aan der luitenant Jean Baptiste Dominique de Polignij, en de sous luitenant Arnoud Bier „re de Marin en victor Mattheij, alle be„ „scheiden geweest bij 't regiment de Meuron, en op hun verzoek daar uit gedemitteerd. Aan Jan Gilbert, zoon van wijlen den provisi„ „oneel koopman en administrateur van saffe„ „napatnam Jan Jacob Gilbert, mits betaa„ „lende het gewoon transport en kost geld. Aan den luitenant Servis en den vaandrig ijoung, bijle in Engelsche dientt bescheiden geweest den Agent van den Nabab van karnatika ter kuste Madure, de Heer Bu„ „chanan heeft zig bij ons voor dezelve g'inte„ „rosseerd en hebben we den eerstgenoemden op gelegd voor transport en kostgeld te betaalen een duijzent cropijen, dog den laatsten hebben we laaten volstaan met de betaaling Aan van van vijf hondert copijen, wijl het bleek dat hij niet zeer bemiddeld is. De voorschreeve Sous luitencent victor Matthe is dezelfde, die vermeld is bij den Trinko „nomaalschen seccreeten brief van den 29. Apri 1789. en de daar nevens ontvangene stukken die onder de bijlaagen overgaan. voorts neemen wij de vrijheid ons te gedraagen, aan 's Gouverneurs apparte brief van Hum Hoog Edelheeden van den 10. Maij pass:o en 't daarop ontvangene andwoord van voogst dezelven van den 10. xber: J:o lerden en merken omtrend hem nog alleen aan dat hij verkoosen heeft om zijn demissie te vraagen. ook hebben we den bedienden te gale gelast om op een van deese scheepen te plaatsen den trompetter Francois Gabriel Garnier die in 't Jaar 1788. aldaar van't schip straalen ziek terug gebleeven volgens een berigt van drie opperchirurgijns die hem hebben gevisiteerd, het welk in Cosoij onder de Nog vaaren met deezen bodem over 15. zol„ „laaten van 't Regiment van Meuron die hun verband hebben uitgediend waar van de naamlijst, aan wel Edele Hoog Achtb: door de Gaalsche bedienden zal worden aangebooden Aan den raad ordinair en Mallabaarsch Gouverneur van Angelbeek hebben we toegestaan om met het retoerschip Gruikonomale na Nederland te moogen verzenden een lang werpig kasje in goenij genaaid lang zeven voeten en breed en hoog een voet, beschreeven Ra „citeiten en Naturalier voor Berlijn en drie vierkante platte kasjes bijlaagen gaat, kan hij van zijne siekte niet wel hier telande, moogelijk nog in Europa worden geneesen. Wij gaat daarom als in„ „curabel terug misschien dat hij op de rijze nog eenige ligte scheeps dienst zal kunnen doen, hij was bij de Comp: maar tot een last. bijlaagen met met Conchijlien beschreeven Naturalien voor Berlijn, om in Amsterdam te worden afgegeeven aan deszelfs gemagtigden Heeren Hendrik en Jacob Jerhorst, Hen„ „drik Brugman Bierbauw, Pieter enste „vens Nicolaas Berk en Anthoni Ham „kamp, kooplieden. Nog memt den eerst ondergeteekende Gouv„ „neur de vrijheid met het schip Prinkons„ „male te zenden twee platte kasjes elk lang twee en een half voeten breed Twee voeten en Hoog een voet ijm, waar in zijn 12 stukjes op glas geschilderd, met zeer nedrig verzoek dat dezelve met gunstig believen van wel Edele Hoog Achtb: moogen worden afgegeeven aan de Heeren Burk en Wanekamp Rebevinding van de alhier uitgeleeverde la„ „ding van het schip Huitdeinen, is g'inse„ „ceerd bij onze resol: van den 11. xber: J:o L: waar uit wij de vrijheid neemen hierbij tenoteeren, dat wijl de 21. kisten met ga„ „riafsel nagulen haare aangetteekende bruto gewigt niet hebben gehouden, wij 4. daar van die het meeste differeeren hier hebben laaten openen en zijn daar in 3692. lb: netto bevonden in steede aan de aangereekente 383. lb:, waar om wij de minderheid van 13½. lb: den scheeps overheeden ter vergoeding hebben opgelegd, na aftrek van de toegestaane spillagie van 1. p:r C:o De overige 17. kisten hebben we ongeopend gelaaten, maar de bevondene minderheid van 40 7/16. lb: op 't bruto gewigt derzelven, hebben we insgelijks den scheeps overheeden op hunne zoldij reekening doen staane stellen na aftrek van de toege spillagie. Jn de Cas met porcelijnen, die welgecondio„ „neerd is aangebragt, en 't aangereekende bruto gewigt heeft gehouden, zijn eenige porcelijnen gebrooken en sommige ge„ „scheurd geweest, en wijl dezelve slegt ingepakt en niet wel van stroo voor„ „zien zijn geweest, hebben ne beslooten de gescheurde porcelijnen per vendutie te laaten verkoopen, en het minder gewigt geldende
English
prevailing value thereof, letting it be charged at the purchase cost of the broken ones to Batavia, at the disposal of Their High Excellencies. With this ship were brought here 1 leaguer of Dutch vinegar and 1 leaguer of sack wine, which were brought from the Netherlands to Batavia by the ship Handellust; the first was 82 and the latter 10 d:m short of full, on top of which the sack was woody and strong of taste and thus unserviceable. And although it also did not appear from the bill of lading that these leaguers were gauged at Batavia, nor that the sack was tasted there, we have nevertheless, in order to comply with the existing orders, caused the shortage on the vinegar and sack, after deduction of the determined leakage, to be placed on the pay account of the ship's officers, along with the lesser yield of the unserviceable sack, which we have caused to be sold at public auction for the prevailing value. We have also, in order to comply with the order, caused to be placed on their pay account 8000 lb of rice, which they delivered here in shortage, beyond the permitted leakage, but at the purchase cost, because they have proved with a sworn declaration that this rice was thrown into the sea on account of spoilage, of which we have the honor most humbly to notify Your Right Honorable Lordships herewith. The aforesaid sworn declaration is enclosed among the annexes to this. Finally, we have also caused them to be debited for 280 Chinese planks and 90 lb of nails, which according to the Batavian bill of lading were given to them for the dunnage for the homeward voyage, but which they affirmed not to have received there. Furthermore, we hereby report for Your Right Honorable Lordships' esteemed consideration that the 54 rolls of narrow duck canvas that were brought out with the ship Handellust and sent hither from Batavia by this vessel, measured 3998 ells upon remeasuring here. Regarding the cargo of this vessel discharged at Galle, the officials disposed by their resolution of the 14th of this month, which is attached hereto in copy and was approved by us, only with this change: that the 29 1 [illegible] of rice that was discharged wet and spoiled, and therefore thrown into the sea at Galle, will be charged at the purchase cost to the pay account of the ship's officers, for further disposal by Your Right Honorable Lordships; while we must further remark on this that the statement of the ship's officers, as if the throwing into the sea of the aforementioned 8000 lb of rice had given rise to the shortage found at Galle, is very erroneous, as that parcel belonged to the Batavian cargo, which was fully accounted for here according to the finding inserted in our aforesaid resolution of 11 December, and thus had no relation whatsoever to the cargo transported by them from here to Galle. On the 2nd of this month we disposed upon the finding of the cargo discharged here from the ship Trinkonomale, as appears from the resolution enclosed in extract among the annexes, to which we now request permission to refer; we nevertheless take the liberty of citing the principal items thereof herewith. On the summer cloth, upon remeasuring here, a shortage was found of 103 7/8 ells, which we have caused to be written off because the cases were in good condition, as appears from a sworn declaration that we present herewith in original to Your Right Honorable Lordships, and from which it also appears that the wrought buttons and the gold of most embroidered coats were tarnished black. There was also one coat too few inside, which we likewise have caused to be written off. In case No. 135 there were only 5 Meyen Woordenschat, instead of the 50 noted down; and since these 50 pieces were charged with as much money as 5 such books that were sent out in another case, we have had to assume that the booking of 50 pieces is a clerical error, and we have therefore caused the 45 pieces found short, because the case was also in good condition, to be written off without monetary value. The 4 courtisan roses charged were not found in case No. 137, which nevertheless was discharged in good condition, and we have therefore likewise caused the same to be written off. Of the hats brought, 96 pieces were found broken out with red stains, and 55 paintbrushes were suffocated and useless, wherefore we caused the same to be sold at public auction for the prevailing value. In place of a piece of silver cloth with gold, there was found in case No. [illegible] a silver fabric with gold and silk flowers, consisting of two pieces sewn together, of which one end, to the length of 3 1/4 cubits, was light of color and of a different pattern. In the cases 456 lb of chestnuts were found in excess of what the invoice amounted to, and we have caused the same to be taken into stock for the benefit of the Company. According to a note placed on the received Amsterdam invoice, case No. 170 with 6 pieces of dark blue cloth and 2 pieces of scour-cloth became wet on the Texel roads and was returned to Amsterdam, and we have therefore caused this case with cloths to be charged back to the Amsterdam Chamber. Of the glassware, several pieces were broken and also some found missing, which we have caused to be written off because the cases were in good condition according to the sworn declaration of the judicial committee that was present at the opening and unpacking of the same. Some torn and otherwise damaged pieces we have caused to be sold for the prevailing value, and the broken panes, as far as could be done, we caused to be recut to a smaller size. 3 of the mirrors sent out had some stains, and the frames and foliage work of 5 of the same had come loose, which we shall nevertheless have glued tight again as well as possible.
Dutch transcription
geldende daar van, met het inkoops kostende van de gebrookene na Bat „via telaaten aanreekenen ter Dispositie van Hunne Hoog Edelheeden Met dit schip zijn hier aangebragt legger Hollandsch azijn en 1. legger zekwijn, die per 't schip handellust ur Nederland te Batavia zijn aangebrag de eerste was 82. en de laatste 10. d:m wan, waar en booven de zek houtig sterk van smaak dus onverstrekba was: en schoon 't ook bij 't Cognosse „ment niet bleek, dat deese leggers te Batavia gepeild waaren; en ook niet dat de zek aldaar gepraeffd wa hebben we nogtans om aan de leg„ „gende ordrees te voldoen, de minder „heid op de azijn en sek, na aftrek van de bepaalde spillagie, op de zoldij reekening van de scheeps over„ „heeden doen stellen, nevens 't minder rendement van de onverstrekbaar zeker die we per publicque vendulie voor't geldende hebben laater verkoopen. ook hebben we om aan de order te voldoen op wel zowij reek: doer stellen 8000. lb: rijst, die hinne „selhier minder geleeverd- hebben, boven de ge„ „ze „permitteerde spillagae, dog met het inkoops kostende, om dat ze met eene beedigde verklaaring hebben beweezen, dat deese rijst wegens bederf in zee was gewoopen waar van we de eere hebben wel Edele Hoog Achtbaare door deesen needrigst kennis te geeven. De voorsz: beedigde verklaaring gaan onder de bijlaagen dee„ „zes over. Eindelijk hebben we ook hun doen belasten voor 280. fineese planken en 90. lb: spij„ „kers, die volgens 't Bataviasche Cognosse„ „ment aan hem zijn meede gegeeven, tot de garneering voor de te huijs rijze, dog die ze betuigden aldaar niet te heb„ „ben ontvanger. voorts melnsen we hierbij tot uer wel Edele Hoog Achtb: g'eerde speculatie dat den 54. rollen smal everdoek, die die met met het schip handellust uitgebrag en per deezen bodem van Bata „via dit heen gezonden zijn, alhier bij nameeting 3998. ellen gehou „hebben. op de te Gale uitgeleverde lading van deezen bodem, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne Resolutie van den 14. deezer, die in Copia hier nevens gaat, en door ons geapprobeerd is, alleen met deese verandering dat de 29 1 rijst die nat en bedurven uit gela „verd, en daar om te Gale in zee geworpen is, met het inkoops kos„ „tende op de zoldij reekening van de scheeps overheeden zal worden belast, ter nadere dispositie van wel Edele Hoog Achtb: terwijl we hier bij nog moeten aanmerken, dat de oporgave der scheep overheeden, als of 't in zee worpen van de hiervooren vermelde 8000. lb reijst aan leijding zoude gegeeven hebben tot de bevondene minderheid te Gale Zeer abu sief is, wijl die partij tot de Ba„ taviasche Lading gehoord, die hier geheel was verantwoord blijkens be„ vinding, in onse voorsz: resolutie van den 11. December g'insereerd en dus geheel geen betrekking had tot de laading door hun van hier na gale vervoerd. Den 2. e deser hebben we gedisponeerd op de Bevinding van de alhier uijtgeleeverde lading van 't schip Prinkonomale, blijkens de in ex„ trakt onder de bijlaagen overgaande resolutie, waar aan nue verlof versoeken ons temoogen defereeren, we neemen egter de vrijheid, de„ voornaamste articulen daar van bij deesen aantehaalen. van a op de Zomeslaken is bij na meeting alhier eene minderheid bevonden van 103 7/8 ellen die we hebben laat afschrijven, om dat de kassen wel geconditioneerd zijn geweest blijkens eene b'eedigde verklaaring die we uwelEdele hoog agtb: inorgine hier„ nevens aanbieden en, waarbij ook blijkt, dat de gewerkte knoopen aa 't goud vande meeste gebor¬ duurde rokken; zwart beslaagen zijn geweest. ook was er een ook te min in, die wee meed hebben laeten afschrijven. In de kas N=o 135. zijn maar 5. meije woordenschat geweest, insteede van de aangeteekende 50. , en wijl deeze 50. stux zijn aangereekend met even zo veel gelds, als 5. diergelijke boeke De aangereekende 4. karti„ saanew roosjes sijn niet gevonden in de kas N=o 137. die nochtans wel geconitioneerd is uit geleeverd en we hebben daar om dezelve insgelijks laaten afschrijven. van de aangebragte hoeden zijn 96. stuks met roode vlek„ „ken uijtgeslaagen bevonden, en 55. penceelen waaren verstikt en onbruijkbaar weshalven wij dezelven per publicque vendutie voor het die in een ander kas zijn uijt gezonden hebben we moeten onder stellen dat de aanreekening van 50. stuks een schrijf fout is en hebben we daad om de minder be¬ vondene 45. stuks, om dat ook dekas wel geconditioneerd was, zonder gelds waarde laaten af„ schrijven die geldende geldende hebben laaten verkoopen. Jn de plaats van een p=s zilver laaken met goud, is inde kas N„ gevonden een zilver stof, met gou en zijde bloemen bestaande uit twee aan een genaaijde stukken waar van 't eene end ter lengte van 3¼. C=o ligt van kleur en van een ander werk was Jn de kassen zijn 456: lb: kasta meergevonden, dan de aanreekening bedroeg, en hebben we 't zelve ten voordeele van de Comp: laaten in„ neemen. volgens eene gestelde nota bij ontvangene Amsterdamsche factuur in de kas N=o 170. met 6. stux donker blauw laaken en 2. stux schuirlaaken op de deede van texel natgeworden en na Amsterdam terug gezonden en hebben we daar om deese kas met laakenen, na de kamer stukken, hebben we voor 't. gel„ „dende laaten verkoopen en de gebrookene ruijten zoo veel 't geschieden konde, tot een kleinder formaat laaten verscheiden 3. van de uit gezondene spiegels hadden eenige vlekken, en de lijtten en't lofwerk van 5. derzelven waaren losgeraakt die we nogtans weder zoo goed doenlijk zullen laaten vastleimen „zent is geweest eenige gescheur„ de en anderzints geschondene Amsterdam laaten terug reekenen. van het glas werk zijn verscheide stukken gebrooken en ook eenige minder bevonden, die we hebben laaten afschrei„ „ven, om dat de kassen welgecondi„ „sioneerd zijn geweest volgens de bee„ digde declaratoir van de Justitieele uit pakking van dezelve pre„ Commissie, die bijde opening en Amsterdam Alle
English
All the panes of glass were ¼ dm smaller in length and width than dictated in the invoice. We take the liberty, Right Honourable Sirs, of offering herewith the original of the aforementioned sworn statement. The found deficit of 667 lb bacon and 941 lb meat we have caused to be written off, since the net weight thereof, upon delivery here according to order, was calculated according to the deduction found on 2 barrels taken indiscriminately from each parcel, opened and weighed. On the brandy, butter, sack wine, Spanish wine, olives, and linseed oil, considerable deficits were found, which we have charged to the ship's officers for reimbursement, after deduction of the spillage determined by regulation. One leaguer of sack wine was delivered with a deficiency of 22 dm, and the sack of this leaguer was woody and somewhat blue in taste, thus unserviceable for rations, wherefore we had the same sold for the current price and caused the lesser yield below cost price to be charged to the ship's officers on their account. The hoop iron, as far as concerns the number of bundles and hoops, was indeed delivered, but in weight there was a deficit of 1130 lb, and since the ends of many of these hoops were broken off, we have charged this deficit to the ship's officers for reimbursement after deduction of the usual spillage. On the medicines great deficits were also found, and a large number of bottles were broken, which we all had to cause to be written off, as the chests were delivered in good condition, according to the incoming sworn statement of the commissioned attesters. Among other things, 10 lb oleum spicae, which was sent out in a large bottle, was thereby entirely lost, and this makes us take the liberty to propose to the Right Honourable Sirs to send the oils divided in two or more small bottles in the future, so that by the breaking of a single bottle, not everything is lost at once. Upon the findings regarding the Colombo cargo of this vessel delivered at Galle, the officials have decided by their aforementioned resolution of the 14th of this month, which was approved by us, with this change: that to the officers, instead of 39 lb Cape butter, only 37 lb would be credited, since it appears from the findings that a calculation error took place regarding this. We also had charged to Galle the greater cost of the iron hawsers, which upon delivery there were found to be of heavier calibers than dictated on the Colombo bill of lading. The pot with gum camphor found missing in a sealed chest we have charged to the packers at Colombo for reimbursement. Upon the Cochin cargo of this ship delivered at Galle, the Galle officials have decided according to order, by their resolution of the 23rd of this month, which we have approved, and which also goes over in copy among the enclosures of this. Upon resumption of a Galle resolution of the 20th of January last, it having appeared to us that the officials had validated to the officers of the return ship De Batavier the percentages for spillage determined by regulation on 313012 lb saltpetre, which had been brought from Cochin with the said vessel and had remained on board in the same as dunnage for the fatherland, we have, in consideration that it
Dutch transcription
Alle de ruijten waaren ¼. dm in de lengte en breete klein „der, dan de aanreekening disiteerd we neemen de vrijheid wel Edele Hoog Achtbaare het voorsz: beedigd declaratoir in origine hier nevens aantebieden De bevondene minderheid van 667. lb: spek en 941. lb: vleesch hebben wij laaten abschreeven wijl het netto gewigt daar van, bij de leverantie alhier na de order, is bereekend. volgens de bevondene de duc„ „tie van 2. vaaten die onver„ „schillig uit elke parthij genot men, geoopend en gewoogen zijn op de brandewijn, boter zek wijn spaans wijn olijven en lijn olij zijn aan„ „merkelijke minderheiden bevon„ „den, die we den scheeps overheeden ter vergoeding hebben opgelegd, na aftrek van de bij reglement bepaalde spillagie. Een legger zekwijn is met een wannigheid van 22. d=m. uitgeleeverd. en de zek van deze legger was hou„ „tig en eenigzints blauw van smaak, dis niet verstrekbaar tot randzoen, wethalven wij dezelve voor het geldende hebben laaten verkoopen en 't minder rendement latit uitkoops kostende den scheeps overheeden „men op of hunne deekening doen stelalen 5 hoepijzer is, voor zoo verre aan „gaat 't getal der bosschen en banden wel uitgeleeverd, maar in 't ge „wigt wat eene minderheid van 1130. lb:, en wijl van veele deezer vanden de enden afgebrooken wa „ren, hebben we deese minderheid den scheeps overheeden ter vergoeding opgelegd na aftrek van de ge„ „woone spillagie op de medikamenten zijn ock groote minderheeden bevonden, en een groot getal van flessen waaren gebrooken, die alle hebben moeten laaten afschreeven, om de kassen wel geconditioneerd zijn geleeverd „daar volgens de „ van ingekoomene beedigde verklaaring van gecom „mit„ „aottesteerdens. onder anderen is daar door 10. lb: olcum speca die in een groote fles is uit gezonden geheel verlooren ge„ „gaan, en dit doet ons de vrijheid neemen, wel Edele Hoog Achtb: voortestellen, om voortaan de oliteiten verdeeld in twee of meer kleine flessen te zenden, op dat door 't breeken van een enkel„ „de fles, niet alles tegelijk verlooren gaat. —. Op de bevinding van de te Gale uit„ „geleeverde kol ombosche lading deezes bodems, hebben de bedienden gedisponeerd bij hunne voorsz: b'eedigde resolutie resolutie van den 14. dezer, die door ons geapprobeerd is, met deese veran „dering, dat aan de overheeden in steede van 39. lb: Caabsche boter maar 37. lb: zouden worden goedge daan, wijl het bij de bevinding blij„ dat daar omtrend een reeken fout plaats heeft. ook hebben we na Ga laaten aanreekenen het meerder ko„ „tende van de ijzertrossen, die aldaar bij uitleevering van swaarder Calibers zijn bevonden, aan 't kolombosch Cognossement dik„ „teerd; De temin bevondene pot met gum Camphor, in een ver„ „zeegelde kas, hebben we Een afpakkeren te kolombo ter ver„ „goeding opgelegd. — Op de te Gale uitgeleeverde kaetsiemse lading van dit schip, hebben de gaalsche bedienden naar de order gedisponeerd, bij hunne resolutie van den 23.: ' deezer, die we geapprobeerd hebben, en meede in Cosoia onder de bijlaagen deezes overgaat. Bij resumtie van een Gaalsche reso„ „lutie van den 20. e Januaarij passato, aan ons gebleeken zijnde, dat de bedienden aan de overheeden van 't retourschip de Batavier hadden gevalideerd, de bij reglement bepaalde percentos voor spillagie, o 313012. lb. salpeter, die met we gemelde bodem van koetsiem aangebragt; en in het zelve tot onderlaag pro patria binnen boord verbleeven waaren, hebben we uit aanmerking, dat het
English
the regulation only allows leakage on delivered goods and not on goods that remain on board, at the session of February 23 the aforementioned decision was disapproved, of which we take the liberty humbly to notify the Right Honorable, or that if the Right Honorable should be pleased to approve this disposition of ours, the amount thereof can be recovered from the officers of that vessel, who were respectively advantaged for it at Galle in their pay. Since our last of November 12 past, we have taken the liberty to grant some further drafts on the Right Honorable, to the amount of ƒ264064. 12. 8., making, with what was mentioned in our aforesaid letter, a sum of ƒ578545. 9. –. The memorandum of the drafts which, as said, we have granted since, is inserted below according to order: The value of silver milled Ducatons of eighty stuivers, as counted here as well as at Galle and Matara into the Company's treasury, to be paid out and settled again in the Netherlands to those properly qualified for receipt by a notarial or legally executed power of attorney; thereof to be settled in the year 1791; namely: 2213 9/60 pieces counted to be paid after the spring sale. 14289 1/32 pieces counted here; to wit, 2674 12/30 pieces by the Honorable Valiant Mr. Christian Antonie Verhuell, Colonel and Captain at Sea in the service of the States of the United Netherlands, to the Honorable Valiant Mr. Willem Cornelis Boers, former Councilor and Pensionary of Leiden, and Mr. Nicolaas Justus Putteke, Assistant Master of Equipment at the national shipyard in Amsterdam, with ƒ9600. —. 2674 29/60 by and to as just mentioned, with ƒ9600. -. - Of these two drafts, copies of the second draft have been granted. 557 1/160 by the repatriating military Captain Mattheus Des riveaux de Bossimon to himself, with ƒ2000. 1464 7/81 by the Senior Merchant and Dessave the Honorable Diederich Thomas Freth and the Merchant and First Warehouse Master the Honorable Johannes Reintons to Messrs. Arnout and Francois Noel, merchants in Amsterdam, with ƒ5258. 10. 8. 7370 13/32 pieces Ducatons with ƒ26458. 10. 8. 6918 1/8 on account of the Regiment de Meuron; thereof: 735 1/60 pieces by the Surgeon Major of the aforementioned regiment Antoine Pierre Louis Reyme to Messrs. van de Perre, Meyners and Company in Middelburg in Zeeland, with ƒ2640.— 2507 1/60 by the Colonel Commandant of the said regiment Pierre Frederic de Meuron to Messrs. van de Perre Meyners 73560 1/16 pieces carried forward with ƒ264064. 12. 8.
Dutch transcription
het reglement alleen spillagie toe „staat op uitgeleeverde goederen en niet op goederen die binnen boor blijven, ter sessie van den 23. febr: daar aan gem: besluit g'inprobeerd waar van we de vrijheid neemen wel Edele Hoog Achtb: nedrigt kennis te geeven, of dat zoo wel Edel Hoog Achtb: deese onze dispositie gelieven goed te keuren, 't bedraagen daar van kan worden ingevorderd van de overheeden van dien bodem, die daar voor te Gale bij hunne zoldij resk: zijn be„ „voordeeld. —. zeedert onzen laatsten van den 12. 9ber: pass=o hebben wij de vrijheid gebruikt nog eenige assignatien op wwer wel Edele Hoog Achtb: te verleenen, ten bedraage van ƒ264064. 12. 8. uitmaakende met 't geen bij voorsz: onzen brief vermeld is, eene somma van ƒ578545. 9. –. De Memorie van de De waarde van zilvere gekartelde Dukatons van Taggentig stuijvers zo alhier alste Gale en Mature in 'skomp:s was geteld om in Nederland dormogtadens tot den ontvangst bij eene Notarieele of geregtelijk gepasseerde procuratie behoorlijk gekwalificeerd zijnde, weder uitge„ keerd en voldag te worden; daar van A:o 1791. voldag te worden; als. 2213 9/0 p:s Geteld om na de voorjaarsche verkooping 14289 1/32: p:s Alhier geteld; tew eeten, 2674 12/30 p:s door den wel Ede: gestr: heer christian antonie verhuell konel en kapit ter zee in dienst van de staalder vereenigde nederlanden aan den welEde gestr: Heer Mr willem Cornelis Boers geweese raad en pensionaris van Leiden en den heer Nicolaas Justus Putteke onder Equipagiemeester op 'slands werf te Amsterdam metƒ 9600. —. 2674. 29/0 door en aan als even gemeld, met. „ 9600. -. - van deese twee assignatie zijn kopijs van de tweede alsig„ natie verleend. 557 1/160 door den repatrieerende kapit: militaijr Mattheus Des riveau„ „de Bossimon aan zijn E. zelfs met „ 2000. 1464. 7/81 door de opperkoopman en dessave dE. Diederich Thomas Freth. en de koopman en Eerste pak„ huijsmeester dE. Iohannes Reintons aan de heeren Annout en Francois Noel kooplieden te Amsterdam, met. . . . . . „5258. 10. 8. 7370. 13/32. P:s Dak: met - - ƒ26458. 10. 8. 6918. 1/8. „ voor reekening van het Regi„ ment van Meuron; daar van 735 1/60. p:s door den chirurgijn majoor van gem: rigiment autoine pierre Louis Reijme aan de heeren van de Perre, Meijners e kompenie te Middelburg ƒ2640.— in zeelaid met 2507 1/60. „ door den kolonel kom„ mandant van ged: negi„ ment de poerre Swede„ rich de Meuron aan de Heeren van de Perre Meinens 753 56. /6. 1 19141 0 3 3 / 3. d ran port ore met ƒ 640 ƒ 8. 0. 8. Assignatie, die we als gezegt 't zeedert hebben verleend word na de ordre hier onder g'ensereerd: assignatien 73560 1/16 P -
English
7356. 1/160. 2213. 19/160. 14289. 1/32. 14289. 1/32. 3242 19/160. pieces of ducatoons carried over with . . . . ƒ2640. –. –. ƒ26158. 14. 8. Meiners and company merchants in Middelburg in Zeeland, with. „ 2507 1/160. pieces by the just mentioned C. de Meuron to the mentioned gentleman van de Perre, Meiners and Company, merchants in Middelburg in Zeeland with „ 445. 80/160. „ by the same as above to Mr. Gradman Lieutenant Colonel in Middelburg in Zeeland, with „ 1600. 241. 1/160. „ by the captain lieutenant of the aforesaid regiment Anthonij Convoc tweifel to Mr. Gradman lieutenant colonel in Middelburg in Zeeland, with „ 863. 11. 8 482. 7/8. „ by the major of the said regiment the Honorable Gregorius Moraok to Messrs. van de Perre, Mei- ners and company in Middelburg in Zeeland, with - - - - - - „ 1732. 10. —. 6918 3/8 pieces of ducatoons as aforesaid, with 14289. 1/32. pieces as before counted here, with - 7844. 19/160. pieces counted at Galle and Matara; whereof 3900. 1/160. pieces by the captain of the ship Spaarne Hendrik Anthoni Stoete at Galle to Messrs. Pieter Magenius and Christiaan Daniel Hertsz both residing in Amsterdam, with. ƒ 14000. 668 19/160. „ by the lieutenant of the said ship Spaarne S. de Cornelissen at Galle to his wife Grietge Horsman, also Ian Horsman, Iohannes Jooste merchants residing in Amsterdam with „ 2400 936. –. „ by the sub-lieutenant of the ship Spaarne Pieter Humbertus Elzenbroek at Galle to Jan Malgo and son merchants in Amsterdam with - - . . „ 3360. — 1002 1/160. „ by the junior assistant Jan David Rabinel at Matara to Mr. Pieter Berk broker in Amsterdam and Pierre Philippi Bruli merchant in Rotterdam with „ 3600. — 1337. 1/160. „ by the military ensign Johan Nikolaas Bett at Galle to themselves, with - - - -- „ 4800. 7844. 19/160. pieces counted at Galle and Matara with - - „ 28160 2213 19/160. pieces of ducatoons counted to be paid after the Spring sale of the year 1791, with. 73560. 1/160. 2213 19/160. pieces of ducatoons which are carried over with - - - - ƒ79454. 12. 454. 12 „ 24836. 1. 8 ƒ51294. 12. —. Counted to be paid after the Autumn sale of the year 1791; whereof 11409. 1/32. pieces counted here; to wit, 1337 1/160. pieces by Mr. Henrikus Lurnus Crap to the gentleman Mr. Jan Gerard van Oldenbarneveldt, named Tullingh residing in The Hague, with ƒ 4800. 210. – „ by the junior merchant Johan Fredrik Conradie on account of the captain of the ship the Batavier Jan Jonke Louridsz to Mr. Govert Theunis in Amsterdam, with. – –– „ 754. 2400. —. „ by the captain lieutenant of the ship Huisduinen Cornelis Baane to Messrs. Christiaan Nisser and Ge- rardus Udemans in Amsterdam with -. „ 8615. 3000. – „ by the captain of the ship Huis- duinen Arie Simonse Koek to Miss Hillegondt Waterlo wife of the said Captain Koek in Amsterdam, with. --„ 10769. 4. 798. - „ by the junior merchant Johan Fredrik Conradie on account of the sub-lieutenant of the ship de Gouverneur Generaal de Klerk Jo- hannes van Eslen to Mr. Johannes van Eslen secretary of the provincial Audit Office of Zeeland in Middelburg with „ 2864. 12. - 600. - „ by the just mentioned junior merchant Conradie on account of the ship Zaanstroom Roelof Pietersz Hoberg to Mr. Ian Golke merchant in Amsterdam, with- „ 2153. 17 1631. 2/30. „ by the former sworn clerk Har- manus Meier to Messrs. Arie Janzen den Hertog and Chris- tiaan Daniel Hertz merchants in Amsterdam, with - - - . „ 5856. 1. 8 197. 1/8. „ by the just mentioned Meier to Messrs. Philip Frederich Barth and Caspar Zorn merchants in Amsterdam with - - - - - „ 709. 8. 8. 1337. 1/16. „ by the senior merchant and chief of Tuticorin the Honorable Mar- tinus Mekern to Messrs. Mr. Gerrardus van Lom advo- cate and Willem Mekern notary and procurator in Gorinchem, with- „ 4800. 7356. 1/160. 73560. 1/160. 11409. 1/32. 151. 1/4. pieces of ducatoons which are carried over with ƒ41322. 8. —. 7356. 1/160. 2213. 19/160. pieces of ducatoons carried over with. -. - - - - ƒ79454. 12. - ƒ79454. 12. 900 .. 51427 1/160. . 600
Dutch transcription
7356. 1/10. 213. /0. 4209 3/3. 4289. 3/2. 3242 19/6. „s duk: P:r Transport met. . . . ƒ2640. –. –. ƒ26158. 14. 8. Meiners en kompenie koop„ lieden te Middelburg in zel„ land, met. „ 25071/160. ps door even gem: C. de Meuron aan ged:e heert van de Perre, Meiners en Kompenie, koop„ lieden te Middelburg in Zee„ land met „ 445. 80. „ door als boven aan den heer Gradman Guit: Kolonel te Middelburg in Zeeland, met „ 1600. 24: 1/160. „ door de kapit: luit: van voorsz: Regiment anthonij Convoc tweifel aan den heer Grad„ man luit: Kolonel te Middelburg in Zeeland, met „ 863. 11. 8 482. 7/8. „ door den magoor van ged: rego„ ment dE gregorius Moraok aan de heeren van de Perre Meij„ nen en kompenie te Middelburg in Zeeland, met - - - - - - „ 1732. 10. —. 6918 3/8 p„s Duk: als voormeld, met 14289. 1/32. p:s als vooren alhier getelt, met - 7844. 19/160. p:s de Gale en Mature geteld; daer van 3900. 1. p:s door den kapit: van het schip Spaarne Hendrik Anthoni stoete te Gale aan de heeren Pieter Magenius en Christiaan Daniel Hertsz: beide woonagtig te Am„ ƒ 14000. stardam, met. 668 19/160. „ door de luit: van gem: schip spaarne 8 de Connelissen te Gale aan des„ zelfs huijsvrouw Grietge Hors„ man, mitsg:s Ian Horsman, Iohannes Jooste koopliede woonagtig te Amsterdam met „ 2400 936. –. „ door de sous luit: van 't schip spaarne Pieter Humbertus Elzenbroek te Gale aan Jan Malgo en zoon Kooplieden te Amsterdam met - - . . „ 3360. — 1002 1/160. „ door den Jong assistent Jan David Rabinel te Mature aan de heere Pieter Berk makelaer te Amsterdam en Pierre Philippi Bruli koopman te rotterdam met „ 3600. — 1337. 1/160. „ door den vaandrig militair Johan Nikolaas Bett te Gale aan hen zelve, met - - - -- „ 4800. 784 1/160. p:s te Gole en Matare geteld met - - „ 288 160 2213 19/10. P:s dukatons geteld om na de voor Jaarsche verkooping van A:o 1791. voldaen te worden, met. 73560. 1/6. 22 13 9/0. P:s Du Katons Die Transporteere met - - - - ƒ79454. 12. 454. 12 „ 24836. 1. 8 ƒ51294. 12. —. Geteld om na de Najaarsche verkoping van A:o 1791. voldae te worden; waar van 409: 1/32. p. s Alhier geteld; teweeten, 1337 1/60. p:s door den heer Henrikus Lurnus Crap aan den heer M:r Jan Gerard, van ol den barueveldt, gen:t Tullingh in Sgravenhage woonagtig, met ƒ 4800. 210. – „ door den onderkoopman Jhan fredrik Consadie voor reek: van den kapit: van het schip de Batavier Jan Jonke Louridsz aan de heer Govert Theunis te Amsterdam, met. – –– „ 75 2400. —. „ door den Kapit: luit: van het schip Huijsduijne van Cor„ nelis Baane aan de heeren christiaan Nisser en Ge„ sardus udemant te Am„ -. „ 8615. sterdam met 3000. – „ door de Kapit: van 't schip huijs„ duijme Arie Simonse Koek aan mejufvrouw Hillegondt waterlo huisvrouw van gem: Rapit hoek te Am„ --„ 10769:4 sterdom, met. 98. - „ door de onderkoopman Johan Fredrik Couradi voor reek: van de sous luits van 't schip de gouw: gener: de Klerk Jo„ hannes van Elle aan de heer Johannes van Esle griffier van de provinciaal Reeken¬ komer van Zeeland te middelburg met „ 2864. 12. - „door een gem: onder koopman op. Convadie voor reek: van 't schip Laanstroom Roelof Pietersz Hobergaan den heer Ian golke Koopman te Amsterdam, met- „ 2153. 17 1631. 2/30. „ door den oud gesw: klerk Har„ manus Meier aan de heeren Arie Janzen den Hertog en Chris„ tiaan Dandel Hertz Koopliede te Amsterdam, met - - - . „ 5856. 1. 8 197. 1/8. „ door even gem: Meier aan de heere Philip frederich Barth en Caspar Zorn kooplieden te Amsterdam met - - - - - „ 709. 8. 8. 1337. 1/16. „ door den opperkoopman en apper„ hoofd van datukorijn dE. Mor„ tinus Mekernaar de heeren Mr Gerrardus van Lom adro„ straat en willem Mekern notaris en procureur te Gorinchein, met- „ 4800. 7356. 1/60. 3560. 16. 4095: 82. 151. ¼. Pduk: die Transporteer met ƒ41322:8. —. 56. 1/16. 213. 9/0. P:s Dukatons P:r Transport met. -. - - - - ƒ79454. 12. - ƒ79454. 12. 900 .. 51427 1/160. . 600
English
2785. 19/30 by the junior merchant and cashier the Honorable Hendrik de Haart to the Honorable Strict Hendrik Bosboom, Commissaris of the city of Amsterdam, and Messrs. Daniel de Bruin and Nicolaas Berk, merchants in Amsterdam, with 10000 1114. 19/30 by the mentioned cashier de Haart to the said Honorable Strict Mr. Bosboom and Messrs. de Bruin and Berk, with 4000 3135. — by the senior merchant and dissave etc. Diderich Thomas Fretz to Messrs. J. H. Pfeil and Fredrik Willem Slagregen, merchants, and Cornelis van Swist, first bookkeeper at the pay office of the Honorable East India Company in Amsterdam, with 11253. 17. — by the mentioned Honorable dissave Fretz to Messrs. Abraham and Paul Chatelain, merchants in Amsterdam, with 5743. 12. — 1350. – by the said Honorable dissave Fretz to Messrs. Gerthimer, Palme and Company, merchants in Amsterdam, with 4846. 3. 1012. 1/2 by the aforementioned Honorable dissave Fretz to Messrs. Jacobus van Eindhoven and Sons, merchants in Amsterdam, with 3634. 12. 8 414. 1/40 by the junior merchant and first resident of Manapaar Jan Jacob Augier to Messrs. Jan Nepveu and Sons, residing in Amsterdam, with 1487. 13. 8 920. 1/160 by the captain-lieutenant of the civic guard Johannes Wilhelmus van Cuijlenburg to Mr. Jacobus Pieterse in Middelburg in Zeeland, with 3302. 14. 8 406. 1/16 by the same mentioned van Cuijlenburg to Mr. Samuel Duringer and Son in Middelburg in Zeeland, with 1457. 16. — 2276. 19/60 by the aforementioned van Cuijlenburg to Mr. Jacobus Borkelmans, merchant in Middelburg in Zeeland, with 8173. —. — 7356. 1/160. 356. 1/6. 4953/2. 151. 1/4 P: Ducats Carried forward 27356. 1/6. 356. 1/6. 262. 1/2 Ducats Carried forward with f 95221. 16. 8 and f 79454. 12. — 7356. 1/60. 356. 1/60. 25293/40 Ducats Carried forward with f 2693. 10. 8 and f 79454. 12. — 7356. 1/60. Carried forward with f 9521. 16. 8, f 59404. 12. — 2276. 19/60 by the aforementioned van Cuylenburg to Mr. Jacobus Borkelmans, merchant in Middelburg in Zeeland, with 8173. —. — 1897. 1/60 by the mentioned van Cuijlenburg to Messrs. van Citters and Company in Middelburg in Zeeland, with 6811. 9. 8 139. 3/80 by the lieutenant of the civic guard Petrus Hendrikus van Cuilenburg to Mr. Jan Gelken, merchant in wines in Amsterdam, with 500 1449. 1/160 by the merchant and pay bookkeeper the Honorable Gerrit Engel Holste and the second pay clerk Cornelis de Kretser to Mr. Warnar Wrickman Borghartzoon, merchant in Amsterdam, with 5200 1433. 9/30 by the merchant and first visitor the Honorable Willem Adriaan Berghuis and the second pay clerk Cornelis de Kretser to the Widow Rijfsnijder and Son, merchants in Amsterdam, with 5135. 1. 150. 1/60 by the just mentioned Honorable Berghuijs and de Kretser to Mr. Arnoldus Remmers, merchant in Amsterdam, with 540. 18. 968. 16/60 by the senior merchant and head administrator the Honorable Matthaeus Petrus Raket and the second pay clerk Cornelis de Kretser to Mr. Jan Gelken, merchant in Amsterdam, with 3475. 2. 148. 9/60 by the merchant and first visitor the Honorable Willem Adriaan Berghuijs and the second pay clerk Cornelis Kretser to Messrs. Volwinkel and Alemeyer, merchants in Amsterdam, with 532. 16. 336. 1/160 by the mentioned Honorable Berghuijs and de Kretser to Miss M. O. Boreman, widow of Mr. P. van de Broek in Amsterdam, with 1208. 2. f 41322. 8. — f 79454. 12. —
Dutch transcription
2785. 19/3 „ door den onderkoopman en kassier dan den wel Ed: terrareer de Haart Hendrik Bosboom Kommis„ Joris der stad amsterdam ende heeren Daniel de Bruin e sters Nikolaas Berk kooplieden te Amsterdam met - - - - - „ 10000 1114. 19/30. „ door gem: kassier de Haart aan gedagte welEd: gestr: heer Bos„ boom en de heere de Bruin e „ 4000 Berk met 3135. — „ door den opperkoopman en dissare &c Diderich Thomas Bretz aan de heeren I: H: Pfeil fredrik willem slaggenigen kooplieden en Cornelis van Swist eerste boekhouder op het zoldij kantoor bij de Ed: oost-indische komp te on„ sterdam, met - - - - - - - „ 11253. 17. —. „door gem: E. dessare Sretz aan de heere Abraham en Paul chatitain opliede te am„ sterdam met - - - - - - - - - - „5743. 12„ — 1350. – „ doorgedagte E. dessave Fretz. aan de heeren Gerthimer, Palme en kompence kooplieden te amsterdam met - - - - - „ 4846 3. 1012. ½. „ door boos gem: E. dessave doreth: aan de heere Jacobus van Eindhorg en zoonen Roopliiden te amsterdam, met - - - - - „3634. 12. 8. 414. 1/40. „ door den onderkoopman en Eerste resident van Marnapaar Jan Jacob Augier aan de heeren Jan Nepre en zoonen woon„ agtig te amsterdam, met - - - „ 1487. 13. 8. 920. 1/160 „ door den kapitein luijte„ nant der burgerij Johannes wilhelmus van Cuijlenburg aan den heer Jacobus Peterse te Middelburg in Zeeland met „ 3802. 14. 8. 406 1/10. „ door enen gem: van Cuijlenberrg aan den heer Samus Duringer en zoon te Middebberg in zeeland, met - - - - - - - „ 1457. 16. - 2276 19/60. „ door voormelde van Cuijlenburg aen den heer Jacobus Borkel„ mans koopman te Middel„ burg in Zeeland, met - - - - - „ 8173. —. — 7356. 1/160. 356 1/6 4953/2. 151. ¼. P: Duk: P:r Transport - - 273 56. 1/6. 356 1/6 09: 262: 1/2. Dduk: der Transport eere met ƒ95221. 16. 8. e ƒ79454. 12. —. 7356 1/60 356 160 09 : 2 5293 /40 : dukh: die Transporteere met ƒ2693. 10. 8. 2n ƒ79454. 12. —. 73 50 160130: 809: k P„r Transport met - - ƒ 9521: 16: 8 - - ƒ59404: 12: — 2276 19/60. „ door voorschreeven van Cuylenburg aan den heer Jacobus Borkelmans koopman te Middelburg in zee„ „ 8173: –. – land met 1897. 160. „ door melden van buijlen burg aan de heere van Citters en Kompenie te Middelburg in Zeeland met. . . . „ 6811. 9. 8. 139. 3/80. „ door den luitenant der burgerij Petrus Henrikus van Cuilen„ burg aan den heer Ian Gelken Koopman in wijnen te Am„ sterdam, met- 1449 1/160 „ door den koopman en zoldij boek„ houder d E Gerrit Engel Holste den tweede zoldi overdrager Cornelis de Bretter aan den heer warnar wriekman Borghart Zoon Koopman te Amsterdam, met - - . . . . . „ 50 143. 9/30 „ door den Koopman en Eerste visitateur dE: willem Adriaan Berghuis en den tweede zoldi overdrager Cornelis de krelder aan de weduwe Rijfsnijder en zoon Koop„ lieden te Amsterdam met „ 5135. 1. 150. 160 „ door even gemelden E. Berg„ huijs en de kretser aan den heer Arnoldus Remmers koopman te Amsterdam, met - „ 540. 18. 960. 16. „ door den opperkoopman en hoofd-administrateur dE. Mat„ thuul Petrus Raket en den tweede zoldioverdraeger Con„ nelis de Kretser aan den heer Jan Gelken Koopman te Amsterdam, met. eerste risitateur dE willem Adriaan Berghuijs en de tweede zoldi overdrager Cor„ „nelis Kretter aan de heeren volwinkel en Alemijer kooplieden te amsterdam, met „ 532: 16 33: 1/160. „ door gem: E. Berghuijs en de Bretter aan mejufvrouw MO: Borenau wed: van den heer P van de Broek te 1208. 2 148. 9/0 „ door den Koopman e en . amsterdam, met -- ƒ41322. 8. —. — ƒ79454. 12. — 1600. „ 3475: 2 0
English
57. 1/160. „ by the aforesaid E. Berghuis and the clerk to Messrs. Pieter and Dirk Smeth, merchants in Amsterdam, with - . . . - „ 204. 12. 8. 6. 13/10 „ by the aforementioned E. Berghuis, and Lodewijk Klingens to Amsterdam, with . . . . . . . „ 239. —. 567 19/30. „ by as aforesaid to Mr. Frans Bosboom and son, merchants in Amsterdam, with . . . . . „ 2038. 8. — 136 1/16 „ by as aforementioned to the widow [illegible] in Amsterdam, with - - - - - „ 2644. 1. 8. 11. 9/60. „ by the military lieutenant Johannes Tierbach on account of the first resident at Kiskere Abraham Entink to Messrs. David and Abraham Valentijn, merchants in Amsterdam, with . . . . . . . . . . „ 400. —. — 66. 9/40 „ by the captain lieutenant Jean Brohier to the widow of Jacobus Swarth and son, merchants in Amsterdam, with „ 2400. — 78 9/40. „ by the merchant and first visitor the Hon. Berghuijs aforementioned and the bookkeeper Barend Lodewijk Potger to Messrs. Jacobus van Eindhoven and sons, merchants in Amsterdam, with . . . . . . . . . „ 2542. 10. 8. 99. 4/10. „ by the merchant and fiscal etc. Johannes Adriaan van Vollenhoven to the right honorable gentleman Jacob Dirk Heijns, clerk at the office of the public revenue in The Hague, with - - - - - - - - „ 3300. —. 47. 1/40. „ by the just mentioned E. Vollenhoven and Captain Lieutenant Jean Brohier to Mr. Paul van den Bruch at Ardimont, 73356. 1/16. 356 4/6 09582 35393 3/14 pcs. Ducats carried forward with . . ƒ26693. 10. 8. and ƒ79454. 12. —. 278 9/40. „ by the junior merchant and first sworn clerk Gerrard Joan Sijbrands on account of Miss Gilbert to the Reverend Mr. J. L. Wolderbeek, minister at Hazerswoude 23 149 7356 17/10 356 1609: 23980:60 Ducats brought forward with ƒ14262. 3. —. — - ƒ79254. 12. —. 1556 4/60 3560 /0 16 9 0 pcs. Ducats brought forward with ƒ 2617. 1. 8„ ƒ41612. 3. ƒ 79454. 12. — 189. „ by the Honorable Pieter Huyske, commander of the city and lands of Galle and Matara etc. to Misses Clara and Lucretia Sluijsken in Amsterdam, with „ 678. 9. 840. „ by to as just mentioned to 2674. 19/0. „ by the attorneys of the repatriated Sea Captain and Galle Equipagemeester Laurens de Sille, being the Hon. Mattheus van der Spar, merchant and administrator, Pieter Arend De Moor, bookkeeper and second warehouse master, and Jacobus Aldons, bookkeeper and clerk to the fiscal and cashier, to the repatriated Sea Captain and Galle Equipagemeester Lourens de Sille, with - - - - „ 9600 73 5 60 1/160 10 0 09 0 pcs. Ducats carried forward with and Mr. R. S. Woppelman, bookseller in Amsterdam, with „ 1000. — 1114 2/30. pcs. by the junior merchant and second visitor Henrikus Volraad van Iohsten, to Messrs. Weddik and Wendel, merchants in Amsterdam, with - „ 4000. — 209. 1/32 pcs. Ducats as mentioned counted here, with . . . ƒ147162. 3. — 4319/80. Pcs. counted at Galle; thereof 519. —. pcs. by the merchant and administrator the Hon. Mattheus van der Spar and the Sea Captain and Equipagemeester Lucas Aams to Messrs. Pieter Magenius and Christiaan Daniel Berfs in Amsterdam, with . . ƒ1863. 1. 8. 3000. -. „ by the Captain of the ship Trincomalee Hermanus Driesman to Messrs. Justus Hendrik Pfeil and Jan Geske in Amsterdam, with . „10769. 4. 8 187.2 47/160 by the military ensign Johan Nicolaas Belt to himself with - - - - - - - - - - - „ 6721. 14. 8 with - - - - - - - - - - - - - - „ 1700 Amsterdam, with - - - - - - - „ 3015. 8. — ƒ142162. 3. ƒ79454. 12 131 17/10 „ By the Captain Lieutenant of the ship Trincomalee Frans Verschuur 756 1/0 2 0 carried forward at Galle to the widow of Gerard Pauw and Sons and Matthijs van Lubeek, merchants in Amsterdam, with „ 4800. 1013 19/0 pcs. counted at Galle with 1707402 17 8 41427 1/60. pcs. counted as aforementioned to be paid after the Autumn Sale of the Year 1791 with 484610. — 8 7350 9/0 Pcs. Ducatoons of 80 stivers each, both here and at Galle and Matara counted as aforesaid, to be paid out and settled in the Netherlands after deduction of 10. 3/39 percent discount, with in margin: Note Of the Ducatoons 87605. 2/5, which according to the dispatched Memorandum of assignments dated 12 November 1789 were counted to be paid after the conclusion of the Autumn Sale of the Year 1790, there were received on account of the Regiment of Meuron ducats 4014. 14/40 to be paid with ƒ 14400. 26 52 [illegible] We have nevertheless, because the amount became large and we had already granted assignments in the usual manner for more than we are permitted to draw, partly to be paid now after the Autumn Sale of 1790 and partly after the Spring Sale of 1791, decided at the session of the 7th of this month to offer to those who had already submitted their requests to deposit funds at the trade office, as well as to those who should still do so, to give assignments for those funds just as and on the same footing as if they were first counted in November next, that is to say, instead of after the Spring Sale of 1791, to be paid only after the Autumn Sale
Dutch transcription
57. 1/160. „ door voorschreeven E Berghuis en de kretter aan de heeren Pie„ ter en Dirk Smeth kooplieden te Amsterdam, met - . . . - „ 204. 12. 8. 6. 13/10 „ door opgem: E Berghius, en de Lodwijk Klingens door 'te amsterdam, met. . . . . . . „ 239. —. 567 19/30. „ door als voorm: aan den heer Frans Bosboom en zoon koop„ lieden te amsterdam met . . . . . „ 2038. 8: — 136 1/16 „ door als waermeld aan de wed den te amsterdam, met - - - - - „ 2644. 1. 8. 11. 9/60. „ door den luitenant militair Johannes Tierbach voor reek van den eerste resident te kis kere Abraham Entink aan de heeren David en Abraham valentijn kooplieden te am„ sterdam, met. . . . . . . . . . „ 400. —. — 66: 9/40 „ door den kapit: luiten ant Jean Brohier aan de wed: Jacobus Swakth en zoon kooplieden te amsterdam met „ 2400. — 78 9/40. „ door den koopman en eerste risitateur dE. Berghuijs voor„ meld en den boekhouder Ba„ rend Lodewijk Potger aan de heeren Jacobus van Eindkorg en zoonen kooplieden te am„ sterdam, met. . . . . . . . . „ 2542. 10. 8. 99. 4/10. „ door den Koopman en fiskaal & a Iohannes Adriaan vol„ Een hrove aan den wel Ed: gestr: haer Jacob dirk Heijns com„ mis ten komptoir van de ge„ meene lands middele in shage, met - - - - - - - - „ 3300. —. 47. 1/40. „ door evengem: E. vollen hove en den kapitein lente„ nant Jean Berohier aan den heer Paul van dem Bruch te Ardimont, 73356. 1/16. 356 4/6 09582 35393 3/14 p: Duk: P:r Transport met . . ƒ26693. 10. 8. 2n ƒ79454. 12. —. 278 9/40. „ door den onderkoopman en eerste gezwoone klerk Gerrard Joan Sijbrands voor reek: van mejuff=w Gilbert aan den Eerwaarden Heer I. L: wolderbeek pre„ dikant te waren veen 23 149 7356 17/10 356 1609: 23980:60 Ddak: die Transport eere met ƒ14262. 3. —. — - ƒ79254. 12. —. 1556 4/60 3560 /0 16 9 0 :s Duts die Transport eere met ƒ 2617:1. 8„ ƒ41612: 3. ƒ 79454. 12. — 189. „ door den E: agtbaaren Heer Piter Huijske, komman„ deur der stad en lands van Gale en Matere W: aan meguffig Clara en Lurretia Sluijsken te Amsterdam, met „ 678. 9. 840. „ door aan als even gemeld te 2674. 19/0. „ door de gemagtigdens van de gerepatrieerde Kapit: ter zee en gaalse Equipagie„ meester Laurens de Sille zijn dE. Mattheus van der Spar Koopman en administrateur. Pieter Arend De Moorboek„ houder en twee pakhuijs„ meester en Jacobus Aldons boekhouder en schrijver bij de fiskaal en kassier aan de gere„ patrieerde, kapit ter Zee„ gaalse Equipagie meester Lourens de Pille, met - - - - „ 9600 73 5 60 1/160 10 0 09 0 d: s Duth: P„r Transport met en den haer R: S: woppelman boek verkooper te omsterdam met „ 1000. — 1114 2/30. p:s door den onderkoopman tweede visitateur Henrikus volraad van Iohsten, aan de heeren weddik en wendel koop„ lieden te amsterdam met - „ 4000: — 209: 1/32 p. s duh:s gelijk gem: alhier getelt, met. . . . ƒ147162. 3:— 4319/80. P:s te Gale getelt; daer van §19. —. p:s door den koopman en administra„ teur dE Mattheus van der Spoen en de kapiten ten zoe en Equi„ pagiemeester Lucas Aams aan de heere Pieter Magenius en Chris„ tiaan Daniel Berfs te am„ ƒ1863. 1. 8. sterdam, met.. 3000. -. „ door den Kapitein van 't schip Even Ronomale Hermanus Driesman aan de heere Justus Hendrik Pfeil en Jan Gefke te amsterdam, met. „10769: 4: 8 187:2 47/160 door den vaandrig militair Johan Nicolaas Belt aan hem zel„ ven met - - - - - - - - - - - „ 6721. 14. 8 met - - - - - - - - - - - - - - „ 1700 omsterdam, met - - - - - - - „ 3015: 8. — ƒ142162: 3: ƒ79454. 12 131 17/10 „ Door den Kapitein Luijtenant van 't schip Trin„ Ronomale Frans verschuur 756 1/0 2 0 d : r Tran port weduwe Ger„ ward Pauw en Zoo„ nen en Mat„ thijs van Lubelk kooplieden te am„ sterdam met „ 4800. 1013 19/0 p„s te Gale geteld met 1707402 17 8 41427 1/60. p. s als voor en gemeld geteld om na de Najaansche verRooping van A:o 1791. voldaan te worden met 484610: — 8 7350 9/0 P:s Dukatons van 80. stver: ider zo alhier als te gale en Mature gelijk voorsz: geteld om in Nederl: naar aftrek van 10. 3/39 pC. o rabat te worden uitge„ Reerd en voldaan, met te Gale aan de / in margine:/ Nota Van de dukl: 87605. 2/5. die blijkens de afgesonden Memorie van assignatien de dato 12' 9ber: 1789 geteld zijn ter voldoening, na het afloopen der Naparsche verrooping van A:o 1799. zi voorreek van het regiment van Meem ontvangen duk:s 4014. 14/40 om voldaan worden met ƒ 14400. 26 52 de 10 everb e goe 17 Wij hebben nogtans, om dat de Comte groot wierd en wij reeds voor meer dan ons toegelaaten is temogen trekken assignatien op den gewoonen Hoedes ge„ deeltelijk nu na de najaarsche ver- kooping van 1790. en gedeeltelijk na van de voorjaarsche verkooping „ 1791. te„ worden voldaan, hadden verleend ter sessie van den 7:' deeser beslooten om die geenen die hunne versoeken tot het stellen van gelden reeds op't ne„ gatie Mantoor hadden opgegeeven als meede aan die geenen die dat nog zouden doen te laaten aan bieden, om voor die gelden, assignatien tegee„ „ven even en op dien voet als of ze eerst geteld waaren in november naastkomende dat is om in„ steede van na de voorjaarsche ver„ kooping van 1791 eerst teword betaeld na de na Jaarse
English
autumn sale of the same year to those who bought at that sale, assignments have been granted on that basis for a sum of ƒ184618: - as is separately indicated in the memorandum of assignments inserted above, and so far as this is not displeasing to Your Right Honorable Worships, we shall also continue to maintain this method in the future, and in this give preference to those who were the first to have paid their monies into the Company. Furthermore, we must inform Your Right Honorable Worships that the assignment which we drew in the year 1788 upon Your Right Honorable Worships in favor of the French merchant Montourij, for an amount of ƒ3426. 4, as communicated in our humble letter of 8 January 1789, has since been presented by him to the gentlemen ministers at Souratta, who, upon his request, caused payment to be made to him for it, as has been more fully communicated by us to Their High Mightinesses in our general letter, which is transmitted in copy among the enclosures. To Mr. Christiaan Anthonij Verheul, Captain commanding the State's frigate De Havick, we have granted an authentic copy of the assignment that we drew under date of 25 December 1789 upon Your Right Honorable Worships for an amount of 2674 3/80 ducatons, which was paid into the treasury here by His Honor, to be paid in the Netherlands with ƒ 9600: - to Mr. Willem Cornelis Boeas, former Councillor and Pensionary of Leiden, and Nicolaas Justus Lutteken, assistant equipment master at the State's yard in Amsterdam, the heirs or the authorized representatives, and we humbly request Your Right Honorable Worships that satisfaction may be made thereon, in case the granted first and second assignments should not arrive. The heirs of servants born in the Indies and taken into service here in this country, who generally have no relations or correspondence with Europe, find it very difficult to have the wages due to them received in Holland, and because the reason why the wages withheld from European servants engaged in Holland may not be paid here does not, in our humble view, seem to have much relation to servants born and engaged in this country, we very humbly request to be instructed by Your Right Honorable Worships whether, under the prohibition against the payment of withheld wages of deceased servants, the wages of deceased servants who were born in the Indies and engaged in service here in this country must also be considered included, and whether there are also included therein the wages of servants who, although born in Europe, were nevertheless engaged in service here in this country. We take the liberty all the more to ask for this instruction because in Your Right Honorable Worships' highly respected missive to Their High Mightinesses of 20 December 1787, paragraph 34, mention is only made of deceased European servants, and because in the Batavia Instruction for the pay clerks, dated 22 May 1766, article 8, it is prescribed that of deceased persons engaged in service in Europe, no yearly nor running account may be paid out without special consent from the Honorable Directors. According to this instruction, it seems to us that it would not run counter to the intention of Your Right Honorable Worships if the accounts of deceased persons who were taken into service in the Indies were paid out without the consent of the Honorable Directors having previously been requested and awaited for that purpose; also, people here have always operated under that understanding, and have caused the wages of deceased servants who were taken into service in the Indies, without distinction as to whether they were born in Europe or indeed in the Indies, to be paid out directly to their widows and children. Nevertheless, we thought it best not to do so anymore before being further authorized thereto by Your Right Honorable Worships. We have the honor to inform Your Right Honorable Worships that, in accordance with the recommendation of the Honorable Directors of the Zeeland Chamber in their separate missive written on 29 March 1787 to the first-undersigned Governor, we have caused an oath of allegiance to be renewed by the Regiment de Meuron on account of the change of garrison. Last year we had the honor in our humble letter of 26 January to entertain Your Honorable Worships at length concerning this regiment, among other things concerning the article of payment according to the Dutch standard and concerning the increase of two guilders in pay for those who have served five years. We also gave notice of this to Their High Mightinesses by letter of 17 October 1788, who replied to us thereon by highly respected missive of 17 April 1789, that they had decided to refer the proposed matters, among which were also included the aforesaid two articles, to Your Right Honorable Worships. We therefore thought it best to let the matter of the payment of wages to this regiment remain on the foot on which it was begun, and thus without making any change therein by virtue of the 6th article of the Capitulation; also, for that reason, we deemed it best to take no resolutions concerning the matter of the increase of two guilders for the non-commissioned officers and soldiers who have served five years, but to await thereon Your Right Honorable Worships' highly respected orders. Meanwhile, the Colonel of the regiment, Mr. De Meuron, has these days delivered to us the two accompanying lists
Dutch transcription
na jaarse verkoping des zelven Jac aan die geenen dit dat verkoop hebben zijn op dien voet as signati verleend voor een som van ƒ184618:: zoo als dat bij de hier boven g „sereerde elke memorie van de assignaties appart is aangeweesen en voor zoo verre dat uwel Ed: Hoog agtb: niet en gevallig is, zullen we ook voortaan deese voet blijven houden, en in deesen de preverentie geeven aan die geenen die het eerst hunne gelden bij de Comp zullen heb „ben geteeld. voorts moeten we uwel Ed: Hoog agtb berigten dat de assignatie, die we in 't Jaar 1788. — op uwel Ed: Hoog Agtb: hebben getrokken, ten voordeele van de franchen koopman Montourij, voor een bedraagen van ƒ3426. 4 volgens 't bedeelde bij onsen eerbiedigen van den 8: Januarij 1789. 't zedert door hem is gepresenteerd aan de Heeren ministers te souratta, die aan hem op zijn ver„ „zoek, daar voor betaling hebben laeten doen, zoo als dat ampEler door ons is bedeeld aen Hunne Hoog Edelehee„ „den bij onsen generaalen brief, die in Copia onder de bijlagen overgaat. Aan den Heer Christiaan Anthonij verheul, Capitain Commandeerende slands vregat de Havick, hebben we een autenticque Capij verleend van de assignatie die wel onder dato 25. de cember 1789. op uwel Ed: Hoog agtb: heb„ ben getrokken, voor een bedragen van 2674 3/80. ducatons, dat door zijn Edele alhier in Cas is geteld, om in nederland met ƒ 9600: - teworden betaeld, aan de Heeren Mr: Willem Cornelis Boeas, geweesen raad en Pensionaris van Leiden en en en Nicolaas Justus Lutteken on „der equipagiemeester op slands werf te amsterdam, de erven of de gemagtigdens, en wij versoeken uw Ed: Hoog agtb: nedrig, dat daar op voldoening mag geschieden, in dien de verleende eerste en tweede assignatien niet mogten teregt raaken De erfgenaamen van dienaaren in Jndan gebooren en hier te laaden in dienstge noomen, welke doorgaans geene relae of korrespendien met Europa hebben valt het zeer moeijelijk om de tegoed hebbende gagien in Holland te laaten ontvangen, en wijl de reeden waerom de tegoed behoudene gagien van de in Holland aangenomene Europeese dienaaren hier niet moogen wor„ „den betaald tot de dienaaren hier te lande gebooren en aange„ noomen, naar ons needrig inzien, zoo zeer geen betrekking. scheint te hebben verzoeken we zeer needrig om door wel Edele Hoog Achtbaare te moogen worden onderrigt, of onder het verbod tegens het afbetaaling van te goed behoudene gagien van overleedene die„ „naaren, ook moeten g'agt worden te zijn begreepen de gagien van overleedene dienaaren die in Jndien gebooren en hier telande in dienst aangenoomen zijn, en of ook daar onder begreepen zijn de gagien van dienaaren die schoon in Europa gebooren, nogtans hier te lande zijn indienst genoomen. wij neemen te meer de vrijmoedigheid om deese onderrigting te vraagen, wijl bij welEd: Hoog Achtb: zeer ge„ „respeciteerde missive aan Hunne Hoog „noomen Edelhesen Edelheeden van den 20. xber: 1787. §: 34 alleen word gesprooken van overleeden Europeese dienaaren, en dat bij de Bataviase Jnstruktie voor de zol bedienden, de dato 22. Maij 1766. „tikel 8. word voorgeschreeven, dat van overleedene en in Europpa in dient aangenoomene perzoonen, geene „jaarige nog loopende reekening, bi „ten speciaal Consent van Heeren Be „windhebberen, moogen worden afbetaal volgens deese instruktie scheint het ons toe dat het niet teegen de intentie van wel Edele Hoog Achtb: zoude streeden, insien de reekening van overleedene perzoonen, die in Jndie in dienst zijn genoomen worden afbetaald, zonder dat daartoe alvoorens het Con¬ „cent van Heeren Bewindhebberen is gevraagd en afgewagt, ook heeft men alhier steeds in dat begrip ge„ „verseerd, en de gagien van overlee„ „dene dienaaren, die in Jndie in dienst zijn genoomen zonder onderscheid of zij in Europa dan wel in Jndie gebooren zijn diretel aan hunne weduwen en kinderen laaten uitkeeren, niet temin hebben we best gedagt dat niet meer te doen zouden alvoorens daar toe nader door wel Edele Hoog Achtb: „te zijn „g'authoriseerd: wij hebben de eere wel Edele Hoog Achtb: te berigten, dat we ingevolge de aanbeveeling van de Heeren de wind„ „hebberen ter kamer Zeeland bij hoogst derzelver apparte missive, den 29. Maart 1787. aan de eerst ondergeteekenden gouverneur geschreeven, door het regiment van Meuron Meuron, wegens de verandering guarni „soen, een eed van trouwe hebben doen verneeden. voorleeden Jaar hebben we de eere geha bij onzer needrigen van den 26. Janua wel Edele Achtbaare omstandig te onderhouden over dit regiment, onde anderen over het artikul van de be „taaling na de Nederlandsche toe en over de verhooging van twee gul „dens gagie voor die geenen die vijf wij hebben Jaaren gediend hebben ook hier van kennis gegeeven aan hunne Hoog Edel „heeden bij brief van den 17. 8ber: 1781 die ons daarop, bij zeer gerespek „teerde missive van den 17. April 1789. hebben g'andwoord, dat hoogs dezelven beslooten hadden de gepro „poneerde voorstellen, waar onder ock gehoorende de voorsz: twee articulen te defereeren aan uwel Edele Hoog Achtb: we hebben hier om gedagt best te doen om 't stuk der betaaling van de Gagie aan dit regiment telaeten doorstaen op den begonnen voet en zonder mits dien daaren uit hoofde van het 6. articul van de Capitulatie, eeni„ „op verandering temaaken ook heb„ ben wij Uit dien hoofde gemeend wel te doen geene besluiten te neemen over 't stuk van de verbetering met twee gieldeers der onder officiers en zoldaaten die vijf jaaren ge diend hebben, maar daar of afte„ wagten uwel Edele Hoog Achtb: zeer gerespecteerde beveelen. Intusschen zijn door den Collonee van het regiment de Heer De Meuron deeser daagen aan ons overgegee„ ven de hierneevens gaande twee defereeren lysten
English
lists showing the amount of the paid wages to the regiment since its arrival in this government until the ultimate of August last, together with two more statements of the amount of the two guilders augmentation for the non-commissioned officers and privates who have served five years, with a summary of the wages paid until the ultimate of August reduced to ducatons of 66 stivers and converted again into Indian guilders, in which the wages have actually been paid, and whereby it is shown that, deducting the wages as they were paid here from what the aforesaid wages amount to in this manner, this makes a difference of ƒ49886. 16. —. To this sum, in the same summary, is also added the aforesaid increase of two guilders after expiration of the term of service for the years 1787/8 and 1788/9, amounting together to ƒ18425. 8. —, and the total sum of the aforesaid statements thus amounts to ƒ63312. 4. —. The colonel of the regiment points out from this statement, in the aforesaid summary, that through this he can now remit the aforesaid sum of ƒ63312. 9. - less to Europe for the settlement of his accounts with his suppliers and others than he otherwise would have been able to do. The deduction that has been made in the aforesaid lists, in the one to the amount of 2802 pagodas which were delivered in kind to the regiment and are calculated in this list according to the ordinary rate of 102 Indian stivers, or ƒ5. 2., and in the other to the amount of different goods that the regiment has received against cost price, to the amount of ƒ18532. 2. –, were made solely to show how much of the earned wages was actually paid to the regiment in copper coin. We have had all the aforesaid papers examined by the auditor, who found that the same agreed with the muster rolls and the payment lists. Upon the request of the aforementioned Colonel De Meuron, we have, according to the resolutions of the 31st of March and the 15th of August last, permitted the sick of this regiment in Colombo and Trincomalee to be attended to in separate hospitals by the regimental surgeons, and we have accordingly also decided to have a portion of the allocations granted to the chief surgeons of Colombo and Trincomalee disbursed to the surgeons of this regiment in proportion to the sick whom they will treat at each place; we have consented to this all the more readily because it could take place entirely without expense to the Company, and because the surgeons of that regiment believed that their soldiers, being accustomed to their practice and nursing, would find themselves better off there. Following the death of Captain Jequier, and because Colonel De Meuron was uncertain which of the absent officers would return from Europe, and therefore wished to postpone filling the captain's post until the arrival of the ships, we have upon his proposal, at the session of the 5th of June last, decided to provisionally grant approval, subject to the approval of Your Right Honourable, for the promotion of Lieutenant Charles Groener of Ludwigsburg in Württemberg to Captain-Lieutenant, and of Ensign Jacob Fredrik Spieler of Thun in the Canton of Bern to Lieutenant. Since then, upon the recommendation of the said Colonel, according to our resolution of the 9th of December last, we have approved as Captain, subject to Your Right Honourable's approval, the senior Captain-Lieutenant of this regiment, Louis Bernard of Montbéliard, who for a time has been absent from the regiment on leave due to illness, and who came out on the ship Trincomalee. Colonel De Meuron has at the same time shown us that the said Bernard, since his absence due to illness, or from the 12th of January 1786 onwards, had enjoyed only lieutenant's pay until the ultimate of December last, notwithstanding that on the 1st of May 1787 at the Cape of Good Hope he was promoted to Captain-Lieutenant and the commission for it was also granted to him at Middelburg on the 21st of June 1787, and that although Bernard had embarked on the ship Blijdorp at Middelburg in November 1787, he could not have arrived in Ceylon sooner owing to lack of opportunity; with the request that Bernard might be credited with the surplus of the captain-lieutenant's pay since his appointment thereto, and that of captain since the death of Captain Jequier, or from the first of June last; but as we did not judge ourselves authorized to credit Bernard with any supplement for the time that he had been absent from the regiment, we have by our aforesaid resolution of the 9th decided to grant him only the pay of a captain since his arrival here, or from the first of November last, and to refer the decision regarding the remainder requested to Your Right Honourable, as we take the liberty of doing most humbly hereby. Whereas it has come to our attention that in the return ships departing from Galle private linens are being shipped to the Cape of Good Hope, we have decided that henceforth, beyond what is shipped in the permitted branded chests, no more linens nor other permitted merchandise may be shipped by private individuals in the Company's return ships without having previously requested and obtained permission from us for that purpose, and that they will then also have to pay freight to the Company at the Cape of Good Hope amounting to ten percent of the total of their invoices. We have therefore ordered the officials at Galle, whenever anyone might make a request to [illegible] some goods.
Dutch transcription
lijsten aanwijsende hoeveel bedro gen de betaalde gagien aan 't regim zedert de komst van 't zelve inde gouvernement tot ult:o aug Jzeede neevens nog twee aanwijsingen het geen bedraagd. de twee gulden augmentatie voor de onderofficieren en gemeenen die vijf jaaren gediend hebben met een tesamen trekking van de tot ult:o aug: betaalde gagie gereduceerd tot ducatons van 66 st en wederom gebragt tot Indische guldens waarin de gagien in effec betaald zijn en waar bij word aan geweesen dat van het geen de voorsz gagien op deese wijse bedraagen getrokken de gagien zo als ze hier betaald zijn dit een different ma van ƒ49886. 16. —. Bij deese som zijn bij deselfde te saamen trekking nog geteld de voorsz: verhoo„ ging van twee guldens na uitgediend ver„ band voor de Jaaren 1787/8. en 178 8/9. , te„ saamen bedraagende ƒ18425. 8. —, en bedraagd dus de totaale som van de voorsz: aanwijsingen ƒ63312 4. —. de coelonee van het regiment wijst uit deeze aanwijsing bij voorsz: som„ marium aan, dat hy bier door tans de voorsz som van ƒ 63312. 9. -. minder na Europa kan overmaaken ten verreekening van zijne reekeningen met zijne leveranteirs en andere van a2 hij andersins zoude hebben kunnen doen. De aftrekking die bij de voorsz: lijsten gedaan is bij de eene ten bedraage van 2802. pagooden die in natura aen 't regiment verstrekt zijn en bij dee„ se lijst gereekend worden na de ge woone cours van 102. stuijvers in„ Bij diasch deasch, of ƒ 5. 2. en bij de andere va 't bedraagen van disserente goede zen die 't regiment teegens 't inkom kostende ontfangen heeft ten bedr gen van ƒ 18532. 2. –. zijn alleen ge„ schied om aan te wijsen hoe veel vo van diende gagie in effecte aan 't gement in kopere munt is behaald Alle de voorsz: papieren hebben we door den veditateur doen examinee„ die deselve met de monster rollen„ de lijsten der betaaling accordeeren heeft bevonden. op het verzoek van voorm: Colloneea Meuron hebben ne blykens rest lutien van den 31. Maart en 15. aug: pass:o toegestaan, dat de zeeker van dit regiment te kolombo er Trinkonomale in apparte Hospitaale door de regiments Chirurgijns moogen worden bediend, en hebben we ook mits dien besslooten, om van de toegelegde verstrekkingen aan de oppermeesters van Colombo en Trinkonomale, een portie telaaten uitkeeren aan de Chirurgijns van dit regiment, na rato van de zieken, die ze op elk plaats zullen behandelen, we hebben te eer hier in bewilligd, om dat het volstrekt buijten laste van de kont: konde geschieden, en dat de Chirurgijns van dat regiment meenden, dat hunne zoldaaten gewend aan hunne onverpleging soldaten, gewent prabijken, geweest aan hunne proctijken en verpleging, zig daarleij beter zenden bevinden. Mits 't overleijden van den Capitein Jequer, en wijl de Collenel de Meu„ „ron in 't en zeker was, welke van door de de officieren uit Europa zoude de absentef terug koomen, en daar van de vervulling de Capiteins plaats tot de komste scheepen wilde uitstellen, hebben we op desselfs voordragt, ter sessie van 5:' Junij passato beslooten, om op aff „batie van uwel Edele Hoog agtb: provisie 't agrement te geeven, ter be„ vordering van den luijtenant Charles Groener van Ludwichsburg in wart „burg tot Capitein luitenant, en van den vaandrig Jacob Fredrik Spieler van Thoin in 't Canton bem tot luijd „nant. T Zeedert hebben we op de voorbragt gem: Collonel, blijkens onse rescluti van den 9:' december IZ: op uwel Edel Hoog agtb: goed keuring als Capitiin geagreëert den oudsten Capitein luijten van dit regiment Louis Bernard van Monte beliard, die een tijd lang mits ziekte, met verlof, van het regiment is absent geweest, en die met 't schip Trinkenam all is uitgekoomen. De Kollenel De Meuren heeft aan ons ter zelver tijd vertoond, dat gem: Bernard, „zeldert „zijne absentie wegens ziekte, of van den 12. Januarij 1786: af, niet dan lui„ „tenants appoinctementen genooten had, tot ult=o xber: laastleeden, onaangesien bij den 1:' Maij 1787. aan de caal de Goede Hoop tot Capitein luijte„ „nant was bevorderd en ook 't brevet daar toe aan hem te Middeburg was verleend den 21:' Junij 1787, en dat schoon leij Bernard in November 1787. te Mid„ delburg aan boord was gegaan, op 't schip Blijftersnijk, hij niets gebrek aan gelegentheid, niet vroeger e op Cijlon hadde kunnen koomen, met versoek, dat aan hen Bernard mog worden goed gedaan 't sasplus van de capitein luijtenants appoinctementen zedert zijne aanstelling daar toe en die van Capitein zedert 't over„ leijden van Copitein Tequer, A van pimo Junij pass=o, maar wijl weon niet bevoegd oordeelen, om aan hem Bernard eenig supplement goed te voor den tijd dat hij absent was ge weest van 't regiment, hebben wel voorsz: onse resolutie van den 9. ter C beslooten, aan hun alleen toetelogen de appoinctementen van een Capitei zedert zijne komst alhier, f van p=r E bev: VL: af, en de dispositie over't verder versogte, te defereeren aan uw Edele Hoog agtb: zo als we de wijl gebruiken dat nedrigst te doen door deese vermits het ons voorgekomen is, dat in de retour scheepen, die van gale vertrekken particuliere lijnwaaten voor de Caab de goede hoop worden afgescheept hebben we beslooten dat voortaan, buijten 't geen in de gepermitteerde gebrande kisten worden afgescheept geen meer lijwaaten nog andere gepermitteerde handel waaren door particuliere in 'sComp=s retourscheepen zullen moogen worden afgescheept, zonder daartoe alvoorens van ons ver„ lof versogt en verkreegen te hebben en dat ze dan nog voor vragt aan de Cabo de Goede hoop aan de Compenie zullen moeten betaalen tien pr C=o van 't bedraagen van hunne factuuren. Wij hebben derhalven den be„ dienden te Gale gelast, aan wanneer iemand versoek mogte doen, om eenige vermits. goederen.
English
goods beyond the aforementioned permitted chests to be sent or taken to the Cape of Good Hope, to place the invoices thereof into the hands of the equipage master, in order to be reported by him whether the goods mentioned therein could be shipped in the return ships without taking away the necessary space for storing all the Company's goods projected for the loading of such ships, and subsequently to send these invoices and reports to us, to be decided whether the shipment of these private goods may or may not take place. Furthermore, we have instructed the servants at Gale to observe the order of the Noble High Indian Government that, among other things, for the private slaves traveling on the Company's return ships to the Cape of Good Hope, seventy-two and a half rixdollars per head must be paid to the Company for transport and board, provided that the prohibition issued by their High Excellencies against the transportation of eastern male slaves to that corner, by our publication of 2 December 1784 and in the order given by letter of 22 April 1787, is also observed, to ensure that not many slaves are placed on each ship at the same time. In order that these and our given orders are properly complied with, we have instructed the servants to order the equipage master and the officers of the return ships, both those about to depart and those departing in the future, by written warrants, that they shall not ship any private goods or slaves on the return ships, nor admit them on board for transport to the Cape of Good Hope, without being qualified to do so by a written warrant from the Commander. Furthermore, we have ordered the servants to notify the gentlemen ministers at the Cape of Good Hope each time of the goods that are transferred for freight in the aforementioned manner, sending their invoices along, and likewise to report to their Honors how many slaves are transported on each ship to the Netherlands or the Cape upon payment of the stipulated transport and board, and also to have the aforementioned goods made known on the bills of lading and the slaves on the muster rolls of the ships. Since then, the captains of the currently departing return ships Huisduinen and Trinkonomale have complained to us about this, because they and their officers, unaware that we would establish this order, had already spent their funds on goods that cost noticeably more than in times when one is supplied with gold and silver specie, and because it is very likely that if these men had been able to foresee that they would have to pay freight for their goods and transport and board for their slaves, they would have invested their funds in another manner; we have, in order to accommodate them as much as possible, provisionally and subject to the approval of the Right Honorable High Esteemed, decided to excuse these shipmen for this time from the immediate payment of freight for the goods and of transport and board for the slaves that they might take with them for their own account, and not on commission for others, to the Cape of Good Hope, provided however that they shall be obliged to pay the aforementioned freight, transport, and board in the Netherlands to the Company, if the Right Honorable High Esteemed should deem fit, and we have accordingly instructed the servants at Gale to send copies of the invoices of the goods they take with them to the Cape to the Right Honorable High Esteemed, and also to inform their Honors of the number of slaves they carry with them. The junior merchant Johan Fredrik Conradi, to whom the Right Honorable High Esteemed have permitted to repatriate directly from Ceylon, but who, due to his domestic circumstances, had to choose to remain here for some time longer, and therefore was discharged from wages at his own request, has presented us with a petition, which is enclosed in copy among the annexes, whereby he requests to requisition for him from the Netherlands 50,000 lb of hoop iron to be sent to him and paid immediately upon delivery against the customary sales price. The said Conradi has been of considerable service to us in this time of scarcity in providing the colony with grains, both through entered negotiations with the merchants on the Coromandel coast and by purchasing some cargoes brought by foreign European merchantmen, which might otherwise have found no buyers. And because it is the absolute truth that, in the absence of gold and silver specie, arrack is the principal article with which a private man on this island can trade with foreign Europeans, and which trade cannot be encouraged enough for the promotion of the supply of grains, we have therefore decided to grant his request and take the liberty of offering a requisition thereof among the annexes, which is also inserted below: 50,000, say fifty thousand lb of hoop iron, thereof: 10,000 lb whole leaguer bands 20,000 lb half leaguer bands 20,000 lb whole aam bands The military in this government, according to the short strength report enclosed among the annexes, as of the last day of December last past, initially consisted of 4,661 heads; namely: Nationals are
Dutch transcription
goederen buijten de voorsz: gepermit„ teerde kisten temoogen versenden of meede neemen na de Caab de goede hoop, de factuuren daarvan te doen stellen in handen van den equipagiemeester, om door hem teworden berigt, of de daar bij melde goederen in de retourschee pen zouden kunnen worden af„ gescheept zonder tebeneemen de noo„ dige rumte tot 't bergen van alle de Comp: goederen die ter belaading van sodanige scheepen zijn ge„ projecteerd, en vervolgens deeze fak„ tuuren en berigten aan ons toe„ tesenden, om teworden gedisponeerd of den afscheep deeser particulier goederen, als of niet zoude moogen geschieden. Nog hebben we den bedienden te gale aanbevoolen te observeeren de ordre van de Edele hooge Jndische regeering dat onder anderen ook voor de particuliere slaaven, die met 'sComp=s retour scheepen na de Cabo de goede hoop overwaeren voor Transport en kostgeld, aan de Comp: moeten worden betaald twee en zeventig en een halve rijxd=s vaan elke kop, mits dat daarbij ook wor„ den geobserveerd 't door hunne hoog Edelheeden gesteld verbod, teegen 't ver„ voeren van oostersche mans slaaven na dien uithoek bij publikatie van onze den 2. xber: 1784. en inde gegeevene ordre bij brieve van den 22. April 1787. , om tesorgen dat niet veele slaaven tegelijk op elk schip worden geplaatst. onze op dat deese ende gegeevene orders behoorlijk worden nagekoomen hebben aan= l we we den bedienden aanbevoolen, om den Eer„ pagiemeester en de overheeden van de de tourscheepen zoo wel die in staan te vertrek ken all die in den aanstaande zullen vertrekken, bij schriftelijke ordonnantien tegelasten, dat ze geene particuliere goeder nog slaaven, en de retourscheepen zullen moogen doen afscheepen nog binnen schips boord admitteeren, ter vervoer na de Caab de goede hoop, zonder daartoe te zijn gequalificeerd bij een schriftelijk ordonnantie van den Commandeur. voorts hebben we den bedienden gelast om telkens aan de heeren ministers te Cabo de goede hoop kennis tegeeven van de goedere die in voegen voorz: voor vragt overgaan onder toesending van denselven factuuren en om insgelijks aan hun Edelens te berigten hoe veel slaaven met elk schip teegens betaaling van het bepaald transport en kostgeld over„ „voeren na Nederland op de Caab, zoo meede om de voorsz: goederen op de Cognoissementen, en de slaaven op de ƒ monster collen van de scheepen, te doen bekend stellen. 'T zedert hebben de Capitains van de tans vertrekkende rectour scheepen Huijsduij„ „nen en Trinkonomale, zig daar over bij ons beswaard, wijl zij en hunne opficieren, onkundig dat we deese ordre zouden stellen, reeds hunne gelden hadden be steed aan goederen die merkelijk duurder kosten, dan in teiden dat men van goude en zilvere spetien voorzien is, en wijl 't zeer waarscheinlijk is, dat indien deese men„ „schen hadden kunnen vooruitzien, dat ze voor hunne goederen vragten en voor hunne slaaven transport en het kostgeld kostgeld moeten betaalen zij aan hun hebben gelden op eene andere wijze zouden he aangelegd, hebben we, om hun zoo veel o „gelijk tegemoet te koomen bij prov en op approbatie van wel Edele Hoog Achtb: beslooten, deese scheepelin voor ditmaal te verschoonen, van de daadelijke betaaling van vragt van de goederen en van Transport en kost „geld voor de slaaven, die ze voor hunne eige reekening, en niet in Commissie voor anderen, na de Caab de goede storp mogten meede neemen, mit dat ze echter verpligt zullen zijn om voorsz: vragt en transport en kostgelden in Nederland aan de Comp te voldoen, indien wel Edele Hoog Achtb: dat mogten goedvinden, en hebben we mits dien den bedienden te Ga aanbevoolen, om aan welEd: Hoog agtb: Copijen van de baktuuren toe te zenden der goederen die ze na de Caab meere neemen, en ook aan hoogst dezelven te bedeelen 't gelal der slaven, welke ze meede voeren. De onderkoopman Johan Fredrik Con„ „radi, aan wien wel Edele Hoog achtb: hebben toegestaan, direkt van Ceilon temoogen repatrieeren, dog die van zijne huijzelijke omstandig om „heeden, heeft moeten verklesen nog eenigen teid hier te blijven, en daar„ „om op zijn eigen verzoek van gagie is afgeschreeven, heeft aan ons ge„ „presenteerd een request, 'twelk in Copia onder de bijlaagen overgaat, waarbij hij verzoekt om voor hem uit Nederland te Eijsschen 50'000. lb: hoep ijzer omdirekt bij afleevering aan hem te worden betaald, tegens den gewoonen verkoops toete zenden preis Gemelde Conradi is ons in deesen teid van schaartheid, merkelijk van Dientt geweest, om de Colonie van granen te voorzien, zoo door aangegaane negotiatien met de kooplieden op Cormandel, als door 't aantlaan van eenige ladingen, die door waam „de Europeesche koopvaarders zijn aangebragt, en mitschien anders geene koopers zouden hebben gevonden En wijl het de zuijvere waarheid is, dat bij gebrek van goude en zilvere spectien, de arrak't voornaamste articul is, waar meede een partica „liere man op dit Eiland met vreem „de Europeeschen kan handelen, en welken handel niet genoeg kan worden aangemoedigd, ter be„ „vordering van den toevoer van graa„ „nen, hebben we daar om beslooten in preis. —. zijn verzoek te bewilligen en neemen de vreiheid daar van een eisch onder de bijlaagen aan te bieden, die ook hier onder word g'insereerd. 50000. zegge vijftig Duijzend lb: hoepijzer daar van 10000. lb: heele leggers banden 20000. „ halve — — —. 20000. „ heele aams d _ De Militairen in dit gouver„ „nement, hebben volgens de onder de bijlaa„ „gen over gaande kor„ „te sterkte, onder ultimo December Jongst Leeden primo plan be„ „staan in 4661 — kop„ „pen; te weeten: zijn Nationaale
English
National infantry 1520 Artillerymen 441 The De Meuron regiment 1026 Easterners 1296 Sepoys [illegible] Free Moors 120 Colombo The 27th of January Year 1790 W. B. vande Graaff N. D. De Cakel D. V. resz J. Vollenhove Finally, we offer to Your Right Honorable Lordships among the enclosures the brief state of the Company's servants, together with a list of the cannons and further munitions of war in this government, in the state and inventory of the ordnance at hand, with that which belongs thereto. Postscript: After the closing of this letter, we have, at the request of the junior merchant and dispenser Willem Sebastiaan Boers, granted him permission to send on this occasion 1 small box with insects, 2 feet and 1 inch long, 1 foot wide, and half a foot high, which we very humbly request may, with the pleasure of Your Right Honorable Lordships, be delivered to Mr. Willem Cornelis Boers, Council and Pensionary at Leiden. Since the last sloop with the Madurese bales has not yet arrived, and we consequently have not received from the Tuticorin servants the report that we need to answer the demand for returns, we must, with the favorable indulgence of Your Right Honorable Lordships, postpone our reply until a following occasion. We must also postpone our demand for cash for that long, because the cash accounts have not yet come in. We commend Your Right Honorable Lordships along with the weighty interests of the Company into God's safe keeping and have the honor to remain with due respect, Right Honorable, Wise, Prudent, and Very Generous Sirs, Your Right Honorable Lordships' humble and faithful servants. Secret To the Right Honorable Gentlemen Directors, At the Assembly of the Seventeen representing the General Dutch Chartered East India Company, presiding at Amsterdam. Right Honorable, Wise, Prudent, and Very Generous Sirs! After the departure of our respectful secret letter of the 12th of November last, in which we, among other things, reported to Your Right Honorable Lordships on what occurred at Trincomalee with Mr. de Saint-Riveul, commander of the French naval force in the Indies, on the occasion that the French Company ship Le Comte d'Artois came sailing into the inner bay of Oostenburg, we received the secret missive from Their High Noble Lordships, the High Indian Government, of the 00th of September last, in which They have not only been pleased to approve the orders we gave to the Trincomalee servants, both regarding this case in itself and to guide themselves accordingly in future similar cases, but have also charged us to specially request of Your Right Honorable Lordships Their approval with respect to the aforementioned orders issued by us, as we take the liberty of doing through this, referring ourselves respectfully in that regard to our secret resolution of the 2nd of May last, and to our secret letter to the Trincomalee servants of the same date. From our secret letter to Their Noble Lordships of today's date, which accompanies this in copy with some documents belonging thereto, listed more broadly on the enclosed register, Your Right Honorable Lordships will see the hostilities that occurred between the Nabob of Mysore, Tipu Sultan, and the King of Travancore, and that at the request of the Gentlemen Ministers of Cochin, for the assistance of this place, we have sent a detachment of 322 men. According to private news brought here by an English captain coming from Malabar, the action spoken of in the Cochin secret letter of the 31st of December took place in the territory of Parur, against the Travancore Lines, which begin at one of his forts, situated opposite Cranganore, close to the river that separates the territory of Parur from Cranganore, and which lines run eastwards through this territory up against the mountains that form the division between the Malabar and Coromandel coasts. Close to these mountains the attack is said to have taken place. Since the aforementioned action, nothing of importance is said to have occurred, and the said news further says that Tipu Sultan, who was wounded in the fight, and in which five of his prominent army chiefs with about 1400 men are said to have been killed, has since withdrawn about 2 hours northwards from the place where the action took place, where he is still encamped with his army, which is said to be reinforced daily. Finally, this news says that Tipu Sultan, in response to the inquiry that the English government is said to have made to him regarding the reasons for the aforementioned hostilities initiated by him against the King of Travancore, replied that the territory of Parur belongs to the King of Cochin, whom he regards as his vassal, and that he only wished to level the Travancore Lines running through this territory, without having intended thereby to break the peace with the English. Parur is, as appears from the earlier Cochin papers, a conquest made by the King of Travancore.
Dutch transcription
Nationaale infanterie - - 1520 — 6 —:artilleristen - 441.— T regiment De Meuron 1026 1296 Oosterlingen --- Sipahis-- Vaije Mooren. . . . . . . 120 Kolombo Laastelijk bieden we uwelEde Den 27:' Januarij Hoog achtbaare onder de Ao 1790 Bijlaagen aan, de Korte stad P: S: Na 't sluiten deezes, van de Companies Dienar hebben we op 't verzoek van den onderkoopman en disponsier „ren, nevens eene Lijste WBv vande Graaff Willem Sebattiaan Boers aan hem toegestaan, om bij van de kanons en verdere deese geleegendheid te moogen ND De Cakel oorlogs behoeften in dit verzenden 1. kasje met inseteten, lang 2. voeten en 1. duim, breed 1. gouvernement, in de staat voet en hoog een half voet, het D V resz geen we zeer needrig verzoeken dat en inventaris van 't aan met believen van Wel Ed: Hoog Achtb: mag worden afgegeeven aan den handen zijnde geschut, met Heer M:r Willem Cornelis Boers, het geen daar toe behoord. Raad en pensionaris te Leiden. vermits de laatste sloep met de madureeselie pakken nog niet is aangekomen, en wij emlant mits dien van de Jutukorijnsche be„ dienden niet hebben ontvangen 't bericht J. Vollenhove dat we nodig hebben tot de beantwoording – – 258 Wij beveelen uw wel Edele Hoog Agtbaare nevens de swaar wigtige belangens der Maatschappije in Godes vijlige hoede en hebben de eer met verschuldigde respect te blijven WelEdele Hoog Achtbaare wijze voorzienige en zeer Gene„ reuse Heeren. Uw wel Edele Hoog Agtbaare onderdanige en trouwschuldigen Dienaaren. Wij vanden eische van retouren, moeten we onder gunstige v neemen van uwel Edele hoog achtb:, onze beantwoording uitstellen tot eene volgende gelegentheid. onze eijsch van kontanten moeten we ook tot zo lange uitstel len, wijl de reekeningen der kontanten nog niet ingekomen zijn sekreet Aan de wel Edele Hoog Achtbaare Heeren. Bewindhebberen. Ter vergaedering van Zeeventiene representeerende de Generae le Nederlandse g'oktroijeerde Oost-Indische komp: ter presi- Amsterdam. Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voor- zienige en heer Genereuse Heeren! Na 't afgaan van onzen eerbiedigen sekreeten brief van den 12.' 9ber: J=o:, waar bij wij onder anderen aan uwelEdele Hoog achtb: verslag hebben gedaen, van 't voorgevallene te Trinkonomale met den heer de s=t Riveul, commandant van de fransche zeemagt in Indien ter geleegentheid dat 't fransche Comp: schip le comte de Artois de binnen baaij van oostenburg quam inzeilen, hebben we ontvangen de sekreete mis sive van hunne Hoog Edelheeden, de hooge Indische regeering, van den 00. ' september passe, waar bij hoogst dezelve niet alleen hebben gelieven goedtekeuren, onse gegeevene orders aan de Trinkonomaelsche bedienden„ zoo wel betrekkelijk dit geval op zig zelven, als om zig in den aanstaende in diergelijke gevallen daar naar terigten, maar ook ons hebben gelast, van uwelEdele Hoog achtb: speciaal te verzoeken, om hoogst derzelver goedvinden ten op zigte der voorsz: door ons gestelde orders, zoo als we de vrijheid gebruiken van dat te doen door deezen, ons ten dien op zigte eerbiedig gedragende aan onse sekreete resolutie Patria =diaale kamer resolutie van den 2. ' Mai passo, en aan onse sekreete brief aan de Trinkonomaalse bedienden van denzelfden datum uit onsen sekreeten brief aan Hunne Edelheeden van hedigen dato, die deesen in kop verzelt met eenige daartoe gehoorende stuk =ken, breeder op het inleggende register ver „meld, zullen uwel Edele Hoog Achtb: zien de voorgevallene hosteliteiten tusschen den Naba van Maissoea Tipoe sultan, en den koning van Trevankoor, en dat we op het verzoe van de heeren Ministers van koetziem, t bijstand van deese plaats, gezonden hebben een detactement van 322. Man fr plan volgens partikuliere tijdingen door een Engels kapitain, komende van Mallabaer, hier aangebragt, is de aktie, waar van bij der koetsiemschen sekreeten brief van den 31. fb gesprooken word, voorgevallen in het land schap Paroe, tegens de Linie van Them koor, die begind bij een van zijne forten, legger teegen over kranganoor, kort aan de rivier die het landschap Paroe van kranganon afschied, en welke linie door dit landscha oostwaerds loopt tot teegens het gebergte dat de scheiding maakt tusschen de kusten Mal- labaar en kormandel. kort bij dit gebergte zou„ de den aanval zijn geschied zedert de voorsz: aktie, zoude 'er niets van belang zijn voorgevallen, en zeggen de gem: tijdingen wijders, dat Tipoe sultan, die in het geveekt is gekwetst geworden, en waar in vijf van zijne voornaemdte Leeger Hoofden, met omtrend 1400. Man, zouden gesneuvelt zijn, zevert is terug getrokken omtrend 2. uuren Noordwaards van de plaats, daar de aktie is voorgevallen, alwaar wij nog gekam peerd staat met zijn Armee, die men zegt dat nog dagelijks word versterkt. Eindelijk zeggen deeze tijdingen, dat Tipoe sultan op de aanvraege, die het Engelsch gouverne- ment hem zoude hebben laaten doen, nopens de reedenen van de voorsz: door hem aengeregte hosteliteiten teegens den koning van Trevam- koor, heeft geantwoord, dat het landschap Paroe behoord aan den koning van koetsiem, die hij als zijn leenman aanziet, en dat hij alleen de linie van Trevankoor, door dit land- schap heen loopende, heeft willen slegten, zonder daar door de vreede met de Engelsen te hebben willen verbreeken. Paave is, gelijk dat blijkt bij de vroegere koetsiemsche papieren, een konquest door den koning van Trevankoor, oost- gemaakt
English
Batavia. Secret. To His Right Honourable, The High Noble, Great Honourable Lord Master Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, and the Right Honourable, Valiant Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Great Honourable, Far-Commanding Lord, and Right Honourable, Valiant Lords. With the return of the ship Trinkonomale, we received on the 8th of this month via Galle, and on the 12th thereafter via Tuticorin, the secret letters from the Lords Ministers of Cochin dated the 28th and 31st of December, copies of which are enclosed herewith. From these, Your Right Honours will see that the hostilities begun by Tipu Sultan on the 29th of December against the King of Travancore have continued from that time until the dispatch of the letter. The apprehension of the Ministers that, although the attacks launched up to three times were repulsed by the brave conduct of Travancore's troops, one nevertheless had to presume that Travancore's troops would not ultimately be able to withstand the great superior force, and that Tipu Sultan in this case will advance before the fortress of Cochin, appears to us very well founded. Upon the receipt of the letter of the 28th of December, we deliberated in our meeting of the 9th of this month on everything mentioned therein, and however much the Colombo garrison is weak, we considered it necessary to make an effort even beyond our capacity to come to the aid of Cochin, in order to prevent this fortress from being lost and falling into the hands of a man like Tipu Sultan, whose inhuman cruelty is well known. We therefore resolved in our aforementioned meeting to send to Cochin at once our grenadier company and a company of the Regiment de Meuron, to which we have added 40 artillerymen. This detachment, consisting of 322 men of the first line, departed on the 16th of this month for Cochin on four sloops. The troops were commanded immediately upon the adjournment of our meeting, and would have embarked the very next day were it not that the strong North to North-West winds blowing during those days had prevented it. During all those days, almost nothing could be done in the roads, and even had that been possible, the sloops could still not have put out from the roads with those winds to round Cape Comorin. The national frigates the Zephir and the Havik, on board of which the gentlemen of the Military Commission departed from here for Cochin on the 27th of December, were, according to the report of Captain Driesman via the aforementioned ship Trinkonomale returning from Cochin, encountered in the night between the 30th and 31st of December off Porca. We therefore hope that, if not on the 31st of December, they will at least have arrived in the Cochin roads on the 1st of this month. The presence of these frigates can in this matter have had nothing other than a very favourable influence, and we cordially hope that thereby, and by the relief sent by us, Cochin may remain preserved from the terrible and most lamentable fate that could befall this place. It is known to Your Right Honours that the English Company stands in a close alliance with the King of Travancore. He is on that account even included in the latest treaty made with the King of Cochin; but this was already more or less 30 years ago, and Cranganore has remained entirely unmolested. Whether the English government of Madras has given orders to its troops to advance, we cannot assure; the prior report only states that 7 or 8 battalions of English sepoys and 2 squadrons of cavalry were on the march from the direction of Trichinopoly toward the Malabar Coast. When the English concern themselves seriously with this matter, as one cannot doubt they will ultimately have to do, it is in the highest degree probable that Tipu Sultan will soon not only be checked, but also be forced to abandon this undertaking of his. By the sending of the aforementioned detachment to Cochin, our garrison at Colombo has been considerably weakened, and we have therefore requested the Lords Ministers of the Cape to augment somewhat the number of recruits coming out for Ceylon, as much as their own situation can permit, and in proportion to the space on the ships, after the recruits being there for the Regiment de Meuron shall have been placed thereon. P. Reinout D. Clemland N. D. Laket Right Honourable, Great Honourable, Wise, Provident, Most Generous Lords, Your Right Honours' humble and bounden faithful servants, We commend Your Right Honours, along with the momentous interests of the Company, to God's safe keeping, and have the honour to remain with due respect, W. van de Graaff We Colombo, the 27th of January, Year 1790.
Dutch transcription
gemaakt op den koning van koetsien, doch is reeds min of meer 30. Jaaren geleeden, krange is geheel buiten aanstoot gebleeven; of het Engelsch gouvernement van Madras, ordre gegeeven heeft aan haare troupes om te a kunnen we niet verzeekeren, alleen zigt de voor„ tijding nog, dat er 7. of 8. bataillons Engelse sipang Kolombo 2. esquadrons cavallerie, op marsch waeren van den 27:e Januarij kant van Tritsjenapalie na de Mallabaar wanneer de Engelsen zig ernstig met dit we moeijen, gelijk men niet twijfelen kan dat de eindelijk zullen moeten doen, is het ten hoogsten waarschijnlijke dat sipoe sultan spoedig noe alleen zal worden gestuit, maar ook zal worden gedwongen om van deeze zijne onder neeming aftezien. Door het voorsz: detachement na koett gezonden, is ons guarnizoen op kolombo merkelijk verswakt, en we hebben daar de Heeren Ministers van de kaab ver zogt, om het getal der voor Ceilon uit komende rekouten, wat te willen ver sterken, zoo veel het hun eigen toestand telaaten kan, en na maate van de ruim: der scheepen, na dat de aldaar zijnde rekruten voor het Regiment van Meuron, daar op zullen zijn ge- plaatst. P Reinout D Clemland ND Laket Wel Edele Hoog Achtbaare wijze voorzienige zeer Genereuse Heeren uwel Edele Hoog Achtbaare onderdaanige en Trouwschuldige Dienaaren wij beveelen uwwel Edele Hoog Achtbaare nevens de zwaarwigtige belangens der Maatschappij in Godes veilige hoede en hebben de eer met verschul„ „digde respect te blijven W van de Graalf wij Ao 1790. Batavia. secreet. Aan zijn Hoog Edelh: Den hoog Edelen Groot Achtb: heer M:r Willem Arnold Alting Wegens de staat der vrije vereenigde nederlanden ende generaale nederlandsche g'octroijeerde oostindische Comp: Gouverneur Generaal. Raden De wel Ed: Gestr: Heeren ^ van nederlandsch indie. Met de terug komst van het schip Trinkonomale, hebben we den 8. dezer over galeenden 12: daar aan over Tutuko„ rijn, ontfangen de sekreete brieven van de Heeren koetsiem„ se Ministers van den 28. en 31. December, die onder de bijlaa„ gen deezes in kopij overgaan: Bij dezelve zullen uw Hoog Edelheden zien, dat de vijandig„ heeden door Tipoe sultan op den 29. December tegens den koning van Trevankoor begonnen zeedert en tot op het ver„ trek van den brief zijn voortgezet. De bedugting der Ministers dat schoon de tot drie mael Hoog Edele Groot agtb: wijd„ gebiedende Heer, en wel Edele Gestrenge Heeren. toe toe gedaane aanvallen door het dapper gedrag van van koors troupen afgeslaagen waaken, men nog to moest veronderstellen dat Trevankoors troupen teege de groote overmagt op den duur niet zouden kun bestaan, en dat Tepoe sceltan in dit geval tot voor vesting van koeltsiem aantukken zal, komt ons zeen„ grond voor. Op den ontfangst der brief van den 28. December hebb we in onze vergaedering van den 9. deezer op al het ne daar bij voorkomt, gedelibereerd, en hoe zeer ook t kolombos guarnisoen Zwak is, hebben we gemeend effort te moeten doen zelfs boven ons vermoogen, koet siem te hulp te koomen, ter verhoeding dat deeze ting niet verlooren gaa, en koome te vallen in de han van een Man. als Tipoe sultan, wiens onmenschelijk wreedheid bekend is. We hebben daarom in voorsz. onze vergaedering de ten, omna koetsiom ten eersten te zenden onze grand komp: en een komp: van het Regiment van Meuron, p bij we gevoegd hebben 40. artilleristen. Dit detachemen bestaande in 322. koppen priemo plan, is den 16.: d met vier sloepen na koetsiem vertrokken: De troep na het scheijden van onze vergaedering ten eensten kommandeert, en zouden reeds den anderen dag d ^waar meede de heeren 'slands fregatten de Zephir en de Havik ^ van de Militaire kommissie op den 27: December: van hier na koetsiem ver„ trokken zijn, zijn volgens het berigt van kaptijn Dries, „man door het voorsz: schip Trinkonomale tenug koomen„ de van koetsiem, in den nagt tusschen den 30. en 31. Decemb: ontmoet op den hoogte van Porka. We hoopen dus dat de„ zelve zoo niet nog den 31. December ten minsten den 1. dee„ zer op de koetsiemse rhedens zullen zijn aangekoomen de presentie van deeze fregatten kan in deezen niet dan van een zeer gunstigen invloed geweest zijn, en we hoo„ pen hartelijk dat daar door en door het door ons gezon„ den ontzet koetsiem zal mogen blijven beorijd van het deerlijk en aller beklaagens waardigst lot, dat deeze plaets zoude kunnen treffen. Het is uw Hoog Edelheden bekend dat de Engelse komp: met den koning van Trevanhoor in een naauw verbond staet. wij is daarom zelfs begreepen in het Jongste Traktaet na boord gegaan, was het niet, dat de in die daagens gewaaijd hebbende sterke noorden N: W: winden dat hadden verhindert. Men heeft geduurende alle die daagen bij na niets op de reede kunnen doen, en al waa„ re dat ook mogelijk geweest, konde tog de sloepen met die winden niet van de reede gaan om kaap kome„ rijn te bezijlen. van 8
English
of peace between the English Company and Tipu Sultan. The latter, foreseeing that he could not attack the king of Travancore without immediately having to deal with the English, has attempted to test whether he could induce the English government at Madras at least not to rush immediately to the aid of Travancore, by trying to make them believe that the king of Travancore, with the purchase of Cranganore and the outpost of Ayicotta, had infringed upon his rights, alleging that the Company, on account of these places, had paid an annual tribute to the old native rulers who were driven out or subjugated by his father. It is known throughout India that the Company captured Cranganore and whatever else it possesses on the Malabar coast from the Portuguese in a lawful war. It is likewise abundantly known that the Company has never paid any tribute to anyone on account of these places. The English Government at Madras has too much knowledge of affairs to be able to ignore this. Nevertheless, Tipu Sultan appears to have succeeded in his aforementioned objective, at least as far as we know, the said government has not yet given any orders to the English troops, who were sent to the assistance of Travancore some time ago, to come to his aid on this occasion. Before we had even received the aforementioned news from Cochin, we received from the government of Madras regarding the sale of Cranganore and Ayicotta the letter which accompanies this in copy. We have sent this letter in the original to the Gentlemen Ministers of Cochin, since they can answer the matters mentioned therein with more knowledge of affairs than we have. To the aforementioned English government we have consequently simply acknowledged the receipt thereof, and written that we had requested the Ministers of Cochin to send them the necessary answer to it. We did this all the more because it appeared to us from the aforementioned letter that the king of Travancore himself had already sent the clarifications requested therein to the aforementioned government. Nevertheless, upon receipt of the aforementioned news from Cochin, we further wrote to the said government the letter which accompanies this in copy, more out of an excess of caution than because we might have thought that the preliminary information provided therein was necessary to disabuse them. Upon the circular instructions sent to the servants at the subordinate stations of this government that in future no agents or consuls, nor any such authorized persons of foreign powers, may be admitted without special instructions from the Gentlemen Directors, the Trincomalee servants, by letter of 29 April last, requested our orders on how they should act with respect to a Frenchman named Brohier, who had remained behind there for the shipping of French goods when the King's garrison evacuated the place, and who, having since bought a piece of land, had cultivated the same and lived upon it; and although he was not known and permitted by the servants otherwise than as a private individual who conducted himself very properly and orderly, he nevertheless now and then took care of and arranged things for the French ships arriving there, for which he received an allowance from the King. Although the aforementioned Brohier was therefore never recognized in a public capacity, and no request or proposal to that effect had ever been made by the French either to us or to the Trincomalee servants, we nevertheless, according to our secret resolution of 19 May last, instructed the servants at Trincomalee to inform him, Brohier, in the most suitable manner that no foreigners may be admitted into the Company's territory for longer than a specified time, regardless of what their activities might be, and that he must consequently make arrangements to move away from Trincomalee. In the month of June, the Chief of Mannar, van Angelbeek, wrote in a private letter to the first-signed Governor that a matter had occurred to him which made it necessary for him to come to Colombo in person. Being in Colombo, he recounted that the Roman priests at Mannar had told him in confidence that the priest of the Roman church outside Colombo was in a dangerous correspondence with the French, aimed at bringing the Roman Catholic inhabitants over to their side should the French undertake an enterprise against this island. However very improbable this seemed, and the accused Father of Colombo being a monk of whom no evil had ever been heard, nevertheless, because of the gravity of the matter and to see whether there could be anything to it, the aforementioned Roman priest of Mannar was summoned.
Dutch transcription
van vreede tusschen de Engelse komp en Tipoe sul Deeze voorziende dat wij den koning van Trevankoor konde aantasten zonder dadelijk met de Engelsche doen te krijgen. heeft ter beproeving of hij het Eng „gouvernement te madras niet zoude kunnen beweegen ten minsten niet aanstons ter hulper van Trevah toe teschieten, getragt het zelve te brengen in de waar de kooning van Trevankoor met het koopen van krang en de veldpost Rijkotte, zijne regten beleedigd had geevende, dat de komp: uit hoofde van deeze plr zen, aan de oude lands vorsten die door hem in zi vader verdreeven of onderworpen zijn, een Jaarlijk recognitie zoude hebben betaald. Het is geheel jndien bekend, dat de komp: kranganoori wat ze verder op de Mallabaar bezit, vande Portug sen in een wettigen oorlog genoomen heeft. Het is ind lijks te over bekend, dat de komp: uit hoofde van dez ve nimmer aan iemand eenige erkentenis heeft beta Het Engels Gouvernement te Madras heeft te veel ko nis van zaaken om dit te kunnen ignoreeren Nogt is het Tepo sultan gelukt in voorsz: zijn oogmerk zoo het scheijnt te slagen, ten minste zoo veel ons be„ kent is heeft het zelve goevernement tot nog toe geen ordre gegeeven aande Engelse troupen die de Trev koor reeds eenigen tijd geleeden tot bijstand gezond zijn, om hem in deeze geleegentheid te hulp te koomen. Voor dat we nog de voorsz: tijdingen van koetsiom ontfan„ gen hadden, ontfingen we over den verkoop van kran„ ganoor en Aijkotte, van het gouvernement van Ma„ dras den brief, die in kopij hier nevens gaat Deeze brief hebben we aan de Heeren Ministers van koetsiem in origineel gezonden, wijl deeze met meer kennis van zaaken dan wij op de dingen die daar bij voorkoomen, kond en antwoorden. Aan het voorsz: Engels gouverne„ ment hebben we mids dien eenvoudig den ontfangst daar van bedeeld, en geschreeven, dat we de Ministers van koetsiem hadden verzogt, om aan dezelve daar op te laaten toekoomen het noodige antwoord. We hebben dit te meer gedaen om dat het ons uit voorsz: brief bleek, dat de koning van Trevankoor zelve, de daar bij gevraag„ de ophelderingen aan het voorsz: gouvernement bereeds gezonden hadde. Niet te min hebben we op den ontfangst der voorsz: tijdin„ gen van koetsiem naader aan het zelve gouvernement geschreeven den brief die in kopij hier nevens gaat, meer uit eene overtollige voor zorge, dan om dat we zouden ge„ dagt hebben dat de voorloopende onderrigtingen die daer bij voorkoomen, noodig waaken, om het zelve te disa„ buseeren. Op de gedaene circulaire aenschrijvens aen de Bede den op de subalterne Comptoiren deezes gouvernem dat inden aenstaende geene agenten of conduls, dan eenige zoodanige gequalificeerde perzoonen van de Mogendheeden, mogen worden geadmitteerd, zonde speciaele aanschrijvens van de heeren Majores, hebbe TrinConomaelsche bedienden, bij brieve van den 29 April I:oLeeden, onse orders gevraagd, hoe ze zig zoud gedraagen nopens eenen franschman genaemt Br zier, die aldaar tot het afscheepen der fransche g ren, toen 's konings bezetting de plaats ontruimde terug gebleeven, en zedert een stuk grond gekogt hib de, 't zelve had bebouwd en daar op woonde, en die h hij bij de Bedienden niet anders bekend en toege ten was, dan als een bijzonder man, die zig zeer bet melijk en ordentelijk gedroeg nogtans voor de frans scheepen, die aldaar aankwaemen, nu en dan iets d zorgde en bestelde, waer voor hij van den koning een toelaag kreeg schoon mits dien voorm: Prezier nimmer in eene publie qualiteit was erkend, en ook zelfs bij ons nog bijde Trinkonomaelsche bedienden, daar toe nimmer eenig aenzoek of voorstel door de franschen was gedaan, hebben we niet te min volgens onze: secreete resol: In de maand Junij schreef het opperhoofd van Manaer van Aanzoi, bij een partikuliere brief aan den eerst on„ dergeteekenden gouverneur, dat hem een zaak was voor„ gekoomen die het noodig maakte dat wij zelve na ko„ lombo opkwam Te kolombo zijnde verhaalde wij dat de Roomse Priesters. te Mannaar hem in vertrouwen hadde gezegt, dat de Preester van de Roomse kerk buiten kolombo, in een gevaarlijke korrespondentie wcas met de fransen, strekkende om wanneer deeze een onderneeming op dit Eiland doen mogten, als dan de Roomse ingezeetenen op hinne zijde te bren„ gen. Hoe zeer nu dit ook zeer ongelooflijk scheen, ende beschuldigde Pater van kolombo een Monis, van wien men nooijt eenig kiaad heeft gehoord, is niet te min om het gewigt der zaake, en of er iets aan zijn, konde de voorsz: Roomse Priester van Mannaar op antbooden. den 19. maij pass.:o den bedienden te TrinConomaele aangeschreeven, om hem Prezier op de geschikfte wijze aentezeggen, dat geene vreemdelingen langer dan een bepaelden tijd, in schomp: gebied mogten worden geadmitteerd, onverschillig wat hunne verrig„ tingen ook zouden mogen zijn, en dat hij dienvolgens mooste schikking maken om van Trinkononomale te ver„ huizen.
English
In the beginning, he maintained his accusations, but upon being interrogated about the circumstances, he confessed to having falsely accused the aforementioned Roman Priest at Colombo. This, he said, he had written in his letter to Goa, and that only a desire for revenge had prompted him to accuse him falsely in the aforementioned manner. We deemed it best to keep the matter quiet, and we therefore decided in our secret resolution of the 25th of September last to forbid the aforementioned Mannar priest from staying any longer on this island, and to have him set ashore at Cochin so that he may go on his way from there, as has been done. The notes kept concerning this matter are mentioned in our secret resolutions of the 5th of August, 14th, and 25th of September, and the other papers relative thereto are sent under the appendices. The matter does not deserve the slightest attention; nevertheless, we send these papers in case Your High Honours might at some time see fit to examine them. We commend Your High Honours and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity, (below stood) Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Commanding Sir, and Honourable Valiant Sirs, your High Honours' humble obedient Servants, (was signed) W. J. van de Graaf, M. P. Raket, D. F. Fretz, A. Samlant, J. A. Vollenhove, (in the margin) Colombo, the 27th of January Anno 1790. Agrees. Cornelis Johannes Idé, sworn clerk. Examined by G. Spaar. At present, it is expected at any moment that Tipu Sultan will commence hostilities against Travancore, and if this happens, there is great reason to fear that he will meet with little resistance from Travancore's untrained troops, and when they have been driven from the field, he will attack our fortress with his greatest force. And because our garrison is by far not sufficient to defend it properly, we take our refuge in Your Honours and request prompt and substantial aid, upon which the preservation of this establishment will chiefly depend. Because everything in Europe, at least as far as our State and its allies are concerned, is at rest and peace, and Ceylon thus has nothing to fear, we rest assured that Your Honours will send us as soon as possible a considerable reinforcement of European militia, and among them as many artillerymen as possible, in addition to which we also request twenty thousand pounds of good gunpowder, as our supply is not sufficient for a siege. In the uncertainty of whether the state's frigates are still in Ceylon, we enclose herein a letter to the Commander De Vailland, wherein we request His Honour for assistance; Your Honours are kindly requested, if the frigates are gone, to support this our request by your intercession, but otherwise to return the letter to us. Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends. Colombo. To the Noble Sir Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of that Island and the Madura Coast, together with the Council, No. 1. Wherewith, Ceylon. At. In secret copy. Wherewith, after friendly greetings, we remain, (below stood) Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sirs, your Honours' willing friends and servants, (was signed) J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, G. G. Gebhard, J. W. H. van Rossum, and Arnoldus Lunel, (in the margin) Cochin, the 28th of December 1789. I. Ybrands, first sworn clerk. Examined by P. Deifsen. Agrees. Secret copy. Noble Sir Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of that Island and the Madura Coast, together with the Council at Colombo. Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends! The hostilities that Tipu commenced on the 29th of this month are being continued; the day before yesterday and yesterday he attacked the line three times and three times he was repulsed by the men of Travancore, without assistance from the English, who are still stationed near Paravur; this morning from four to six o'clock we again heard heavy cannon fire and discharges from small arms, but the outcome thereof is as yet unknown. But although the brave conduct of the Travancore troops exceeds our expectations, one must nevertheless assume that they will not be able to hold out against the great superiority in numbers in the long run, and that Tipu will thus achieve his objective to that extent and advance before this city. In such a case, women and children would not only be very much in the way and a burden during the siege, to Ceylon to the but also, if the fortress should fall, become the victims of his inhumanity, wherefore we hereby kindly and urgently request Your Honours to send us as many ships and sloops for the transport of women and children as possible. Wherewith, after friendly greetings, we remain, (below stood) Noble, Firm, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, your Honours' willing friend and Servant, (was signed) J. G. van Angelbeek, J. L. van Spall, I. G. Gebhard, J. W. H. van Rossum, I. A. Cellarius, W. van Haften, A. Lunel, and J. A. Evensdijk, (in the margin) Cochin, the 31st of December 1789. Agrees. I. Ybrands, first sworn clerk.
Dutch transcription
In den beginne hield Hij zijne beschuldigingen staende over de omstandigheeden ondervraagd zijnde, bekende de voorsz: Roomse Priester te kolombo valschelijk hebben beschuldigd. Deeze zijde Hij hadde in zijn deel geschreeven na Goa, en alleen de wraakzug hadde hem aangezet om hem op voorsz: wijze va schelijk te beschuldigen. We hebben best gedagt geval te zouden buitendeclat, en we hebben daarom sekreete ueFol: van den 25. 7ber: pass:o beslooten om voorsz: Mannaarsche Priester het verder verblijft deezen Eilande te verbieden, en hem te koetsiem aa de wal te laaten zetten om daar verder zijnes weegst gaan, zoo als is geschied. De aanteekeningen derweegens gehouden, zijn vermeld onze sekreete resolutien van den 5. aug:s 14. en 25. Sept en de verdere papieren daar toe relatief gaan onder de bijlaegen over Het geval verdiend geen de minste aandagt, niet te min zenden we deeze papierenof uw Hoog Edelheden zomtijds mogten goedvinden de eens in tezien. Wij beveelen uw Hoog Edelh: en de belangens der maatschap pij in Godes veilige hoede en blijve met alle eerbied er trouwe /:onderstond:) Hoog Edele Groot Achtb: wijd gebr dende Heer en wel Edele Gestr: Heeren uwer hoogt onderdanige ongehoorzaame Dienaaren /:was getekent W: I: van de Graaf, M: P: Raket D: F: Fm A: Samlant: J: A: Vollenhove /: in margiene:/ ko„ lombo den 27. Januarij Anno 1790. Accordeert. Corn:s: Johianvs: Idé gezw: klerk A: e Get„e Sppaar Nagezien Men verwagt thans alle ogenblikken dat Tipoe sultan de vijandelijkheeden tegen Joevankoon beginnen zal, en als dit gebeurd, heeft men groote redenen van te dugten, dat hij aan Joevankoors ongeoeffende troepen geningen teegenstand ontmoeten, en als dzelven uit het veld geslaagen zijn, met zijne guootste mogt op onze vesting aanvallen zal: En wijl onze bezetting op verre na niet toenijkende is om dezelve behoorlijk te defendeeren: zoo neemen wij onze toevlugt tot uwel Ed:s en verzoeken spoedige en na duritikielijke hulpe, waar van het behaud van dit eta blissement voornaamlijk zal afhangen. wyl alles in Europa, ten minsten wat onzen staat en desselfs geallieerden aangaat, in niest en vreede is, en Ceilon dus niets te vreezen heeft: zo houden wij ons verzekerd, dat uwel Edelen ons ten allen spoedigsten een aanzienlijk venfort van Europese militie, en daer onder zo veel antil„ „lenistel, als moogelijk is, zullen toezenden, waar en boven wij ook om twintig duizend pond goed buiskruit verzoek doen, wijl onze voorraad voor eene belegening niet toe- uijtreed is. Jn de onzekerheid, of slaads fnegatten zig nog op Ceilan bevinden, sluiten wij eenen brief aan den heer Commac dant De vailland hier in, waar bij wij zijn Ed: om bijstand nerzaeken, uwel Ed: gelieven dit ons verzoek indien de fregatten quiten zijn, door hunne voorspraak te on- dersteunen, dog anders den brief aan ons terug tezend) Edele, Erntfeste, manhafte, wijze, voor¬ zienige zeer diskreete Heer en vrienden. Kolombo. Aan den Edelen Heer Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndien, Gouverneur, en Direkteur van dat Eiland en de kuste Madune Nevens den Raad N. o 1. waarmede Ceijlon Te op ij sekreet waarmede, na veriendelijke groete blijven /:onderstaat: Edele, Erntfeste, manhafte, wijze, voorzienige zeen dis heeren van den uwer wel Edelens, dienstwillige vriend dienaren /:was getekent/ J: g: van Angelbeek, J: L: va spoll, g: g: gebhaad, J: W: W: van Rassum, en Annaldu Luwel, /: inmargine:/ koltsiem den 28. december 1789. Hijbrands Egklerk Wogedien door P Deifsen O Akhordeen. kopij sekreet Edelen Heer willem Jacob van de Graaff Raed ordinair van Nederlands Jndien Goeverneur, en direkteur van dat Eiland en de kuste Madure Nevens de raed te kolombo Edele, Erntfeste Manhafte wijze voorzienige zeer Diskneete Heer en vrienden! De vijandelijkheeden, die Jipoe op den 29. dezer begonnen heeft, worden zeden voortgezet, eer„ gisteren en gisteren heeft hij driemael de linie aangetast en driemael is hij terug ge slaegen, door het volk van Jne van Koon, zou- der bijstand van de Engelschen, die nog bij Paroestaan, reden morgen hebben wij van vier tot ses uur weer zwaere kanon schoo„ ten en decranges uit het kleen geweer ge- hoord, dog de uitkomst daar van is nog on bekend. doch of schoon het dappen gedrag van de Jaevankoonse troepen onze verwag„ ting te boven gaat, zoo moet men doch ver- onderstellen, dat zij teegen de groote over- magt op den duun niet zullen kunnen be„ staan, en dat Jipoe dus zijn oogmerk in zoo ver bereiken en tot voor deze stad aanrukken zal, Jn zulk een val zouden vrouwen en kinderen als niet alleen geduurende de Ceilon Aan den de beleegering zeer in den wegen tot last maar ook indien de vesting magt overgaan de slagt oppenrs van zijne onmenschelijkheid wierdh worden, weshalven wij uwel Edelen bij deeze vriendelijk en instantig verzoeken, ons zo veel scheepen en sloepen tot transport van vrouwen en kinderen toete zenden, als mo lijk is. waarmede na vriendelijke groete blijven /onderstond) Edele Erntfeste Manhaft wijze voorzienige zeer Diskreete Heer en vrienden, uwer wel Edele dienstwillige vriend en Dienaer (:was getekend) J: G: van Angelbe J: L. van Spall, I: G: Gebrand, J: n H: van Rossum, I: A: Cellarius, w: van Haften, A: Lunel en J: A: Evensdijk (:in margine) Koetsiem den 31:' xber: 175 Akkordeert Hijbrands HEGklerk
English
Lately Military Department To The Honorable W: S: van de Graaff, Esq. President and Governor etc. Council Colombo In consequence of the late purchases of Cranganore and Ayacotta, made by the Rajah of Travancore from your nation, some discussions have taken place with the Nabob Tippoo Sultaun, who has disputed the right which the Dutch had to sell the above-mentioned places without his consent. That we may be fully acquainted with this subject, we shall esteem it a favor if you will give us the most particular information in your power upon the following points: We wish to know whether the Dutch obtained possession of the above-mentioned places from the Portuguese, upon what terms the Portuguese held them, upon what terms they were transferred, and whether from the time your nation possessed them until the late period when they were purchased by the Rajah of Travancore, any kind of tribute has been paid to the Amildars of Calicut or others, or any sovereignty acknowledged. Gentlemen Examined No. 2. Copy It is asserted by the Nabob Tippoo Sultaun that a rent was yearly paid by the Dutch to the Amildars of Calicut, which is a tributary to Mysore; on the other hand, it is maintained by the Rajah of Travancore that Cranganore and Ayacotta belonged solely to the Dutch, that the Rajah of Cochin had no claim whatever upon them, that the Dutch have had possession to the present period during one hundred and thirty-five years, and that they never paid a single cash to the Rajah of Cochin as a yearly tribute for the above places. In order to ascertain what is the fact, amid such contradictory assertions, we request you will furnish us with authentic copies of all deeds and documents respecting Cranganore and Ayacotta, and communicate to us such particulars as may enable us to adopt a line of conduct upon the principles of strict justice towards all parties. We have the honor to be, Fort St. George Gentlemen, 7th December 1789. Your most obedient Humble servants, Signed John Hollond Ja. H. Casamajor Edw. Jno. Hollond G. Westcott Malabar Secret To the Honorable Sir, Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Councilor of the Netherlands East Indies, Governor and Director over the Company's establishments on the coast there, Cochin. Honorable, Valiant, Manly, Prudent, Wise, Provident, Most Discreet Sir, Yesterday evening we received from the Government of Madras the letter, the original of which is attached hereto. By our reply thereto, which is also attached hereto in copy, we have informed the aforesaid Government that the matters written to us in the aforesaid letter regarding Cranganore and Ayacotta are affairs that belong to the government of the Company's establishments on the Malabar Coast, and that we accordingly shall request Your Honor, as we do hereby, to send the answer thereto. For the rest, after friendly greetings, we remain, At the bottom stood: Honorable, Valiant, Manly, Wise, Provident, Most Discreet Sir, Your Honor's obedient friend and servant. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant. In the margin: Colombo, the 30th of December 1789. Agrees. Cornelis Johannes Idé, Sworn Clerk. Examined To the Honorable Sir John Hollond, Esquire, President and Governor, alongside the Council at Madras. Gentlemen, Yesterday evening we received the letter with which we were favored by Your Honors on the 7th of this month. That which appears therein concerning Cranganore and Ayacotta are matters belonging to the Government of the Company's establishments on the Malabar Coast. We have therefore sent Your Honors' said letter to Cochin to Governor van Angelbeek, who has been requested by us to reply to Your Honors regarding it. We have the honor to be, At the bottom stood: Gentlemen, Your Honors' most obedient servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. P. Raket, J. Reintous, B. L. van Zitter, A. Samlant, J. A. Vollenhove. In the margin: Colombo, the 31st of December, Anno 1789. Agrees. Cornelis Johannes Idé, Sworn Clerk. Fretz No. Examined Andriesz. Since the dispatch of our letter of the 31st of December of last year in reply to the letter with which we were favored by Your Honors on the 7th of the said month, Governor van Angelbeek of the Company's establishment on Malabar has informed us that hostilities between Tippoo Sultan and the King of Travancore have begun. We do not doubt that Governor van Angelbeek will have already written to Your Honors. Meanwhile, with regard to Cranganore, which the Company conquered in a lawful war and has possessed for more than one hundred years, as the whole of India knows, we can assure Your Honors with complete knowledge of the facts that the petty kings of the Kingdom of Cranganore, far from by virtue of this fort... Gentlemen, Madras To the Honorable Sir, John Hollond, Esquire, President and Governor, alongside the Council. No. 5
Dutch transcription
Ledtly Militarij Departement Je The Honorable W: S: van de Graaff, Esq„r President and Gouverneur Etc=a Council Columbo In consequence of the late puschases of cranganore, and Jacollat; made bij the Rajal of Travan¬ core, from ijour, Nation, some discussions have taken Place with the Nabob Tippoo Sultaun, who tas disputed the right which the, dutch had to sell the above mentioned Places, without tis Consent. That wo maij be fully acquainted with this subject, wa shall estemn it afavor if you will give us the most particular information in your Power upon the following points we wish to know whether the Dutch obtained possession of the abovementioned places from the Portiqueze upon what therms the portu„ queze held them, upon what terms they were trans forred, and wither from the time your nation possessed them until the late period, when they were purchabed by the Rajatr, of Travancour any kind of Tribute has bien paid to the Amildars of Calicut or others, or anij sovereigaty acknowledged. Gentlemen Nagezien N:o 2. Copij at It is asserted bij the nabob Tippoo sultaan that a Rent was yearly paid by the Dutch to the amuldars of calicut, which is a Fre butary to mysero, on the other, hand, it is maintained by the Rajah of Travancor that Cranganore and Jacotta, belonged sosely to the Dutch, that the Rajah of cou had no Chaim whatover upon them that the Dutch have had possession to the present period during one hundred and thirty five years, and that they never paid a single cash to the Rajah of Cochin as a ijearly tribute for the above Places. In order to asertain what is the fact, amid such Contradietorij assertions, we requust you will furnish us with authertick Copies of all Deeds and Documents respecting Cranga nore and sucottate, and Comminicate to us such particulars, as mayetrable usto ado aline of conduct upon the Prenciples of sta justice towards all Parties. We have the honor to be Fort St George Gentlemen 7:te December 1789. ijons most, obedient Humble servants Signed John Hollond Ia H: Hasamuijor Edu: Jno: Hollond Grofiel Martenz Mallabaar sekreet Aan den Edelen Heer Johan Gerrard van Angelbeek Raad ordenair van Nederlands In„ dia Gouverneur en Direkteur over skomp etablissemten ter kuste aldaar Koetsiem Edele. Erntfeste Manhafte, Aanhafte wijle voorzienige zeer Diskreete Heer Gisteren avond hebben wij ontfangen van 't gouvernement van Madras de brief, die in origeneel hier nevens gaat Bij ons antwoord daar op dat nog in kopij hier nevens gaet, hebben wij voorsz: Gouver„ nement onderrigt dat het geene bij den voorsz: brief aan ons geschreeven voorkomt nopens kranganoor en Aij„ kotte zaaken zijn die behooren tot het gouvernement van s: komp:s Etab„ lissementen op de Mallabaar, en dat N:o3 Te we we mids dien uwel Edele zullen zoeken gelijk wij doen door dezen on daar op het antwoord te zenden wij blijven voor het overige na vrindelij „ onderstond:/ groete C: Edele Erntfeste Manhapte wijze voorzienige zeer Diskreete Heer uw wel Edele Dw vriend en Dienaer /:was getekent:/ W: J: van de Graa„ M: P: Raket, J: Reintous B: L: v zitter, A: samtant /: in marsiene/ lombo den 30 december 1789. Accordeert. Corn:s Jolianns: Ide gezw: klerk Nagezien Aan den Edelen Heer John Holland schild knaap. President en Gouverneur nevens den Raad te Madras Mijn Heeren We hebben gisteren avond ontfangen de brief, waar meede we door uwelEd: op den 7. deezer zijn begunstigd. Wet geene daar bij voorkomt nopens kranganoor en sijkotte zijn zaaken behooren„ „de tot het Gouvernement van 'skomp=s Etablissementen van de kust Mallabaar Wes hebben diens volgens gem: uwel Ed=s brief gezonden naar koetsiem aan den heer Gouverneur van Angelbeek, die door ons is verzogt uwelEd=s daar op te antwoorden. Wij hebben de eere van te zijn /:onderstond:/ Mijn Heeren uwelEd=s zeer gehoorzaeme dienaaren /:was geteekend:/ W: I: van de Graaff, M: P: Raket, I: Raintous, B: L: van Zitter, A: Samlant, J: A: Vollenhove, /:in margine/ holombo den 31. December A„o 1789. Accordeert Corns: Johanns: Idé gezwr klerk Fretz No Nagezien Andriesz: Zeedert het afgaan van onsen brief van den 31. 7ber: J„o Leede in antwoord van den brief waer meede we door uwe led„s op den 7. van gemelde maand zijn begunstigd, heeft de heer van angelbeek gouverneur van sComp=s etablissement op Mallabaer ons berigt, dat de dadelijkheeden tusschen Tipoe sultan en den koning van trevankoor zijn be„ gonnen We tweijffelen niet, of de heek gouverneur van angel„ „beek zal aan uweled=s bereeds hebben geschreeven we kunnen uweled=s intusschen nopens kranganaor, dat de Comp=e in een wettigen oorlog veroverd en meer dan hondert jaaren bezeeten heeft, zoo als dat geheel in„ „dien weet, met volkoomene kennis van zaeken verzeekeren, dat de koningjes van het Rijk van kranganoor, verre van uijthoofde van dit fort. Mijne Heeren adras Aan den Edelen Heer. Johan Hollond, scheldknaap President en gouverneur Nevens den Raad N:o 5