Inventory 10017
Ceylon · 750 pages · 243 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
To the same as before. To the same as before. To the same as before. Taking the communication concerning the former renter of the oeliammers who has crossed over here again, Anthonie Basekarea Sitlemde, I remain with deep respect. Lower down was written and signed as before. In the margin: Jaffenapatnam, the 2nd of July 1789. We have had the honor to receive your Right Honorable Most Respected secret missive of the 21st of this month. The commands prescribed to us therein we shall execute as strictly as possible. Of the resolutions to be taken by us regarding all arrangements that must be made in such critical times, we shall have the honor to send to your Right Honorable successively. We declare to be with very great respect. Lower down was written as before. Was signed: B. J. Raket, C. F. Schreuder, G. Mooijaard, and W. D. Bodenschatz. In the margin: Jassenapatnam, the 30th of July 1789. The resolution which we have taken in our secret council on the 30th of this month, we have the honor to send enclosed herewith to your Right Honorable. At the end of July of the past year, the remaining balance of this gunpowder here was 17706 1/8 lb., which we report to your Right Honorable most submissively, and otherwise declare to be with all sentiments of high esteem. Lower down was written and signed as before. In the margin: Jassenapatnam, the 13th of August 1789. We do not doubt but that your Right Honorable will approve the measures taken by us, wherein it is mentioned how the secret proceedings ought to be directed, should the same remain hidden from the public. Considering the uncertain times in which we currently find ourselves, and contrasted with the lack of money and scarcity of grain, this brings us apprehension for an ever-foreseen misery at this place. However, we shall immediately redouble our efforts to carry out what is possible and according to our abilities, and it is in that capacity that we have the honor to be with very great respect and loyalty. Lower down was written and signed as before. In the margin: Jappenapatnam, the 1st of August 1789. To the same as before. To the same as before. Examined: Andrietz. I have had the honor of duly receiving your Right Honorable's highly esteemed letter of the 12th of this month, together with the copy of a letter written by the Honorable High Respected Lords Seventeen to your Right Honorable, and other papers belonging to the concluded treaty between the Republic and the Crown of England, and I take the contents thereof for my dutiful information. I have the high honor to be with the most perfect high esteem. Lower down was written as before. Was signed: B. J. Raket. In the margin: Jassenapatnam, the 20th of August 1789. Collated: Hijbrands, First Clerk. Secret. To the Right Honorable Gallant Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the island of Ceylon with its dependencies, together with the Council. Right Honorable Gallant Sirs, Gentlemen. Conformable to the orders of your Right Honorable, by missive of the 13th of this month, the sub-lieutenant of the Regiment de Meuron, Mattheij, upon his arrival from Jaffanapatnam, will be kept under arrest here inside the fort until further orders. Lower down was written: Right Honorable Gallant Sir and Gentlemen, your To the same as before. To the same as before. Examined: Andrietz. Your Right Honorable's obedient and faithful servant. Was signed: A. P. van de Graaff. In the margin: Calpettij, the 17th of May 1789. Just at this moment, escorted by one sergeant, the sub-lieutenant of the Regiment de Meuron, Mattheij, arrives here inside, who, according to the order of your Right Honorable by missive of the 13th of May of the past year, has been taken into military arrest here within the fort until further orders from your Right Honorable. I have the honor to be in all submissiveness. Lower down was written and signed as before. In the margin: Calpettij, the 26th of June 1789. I have had the honor to receive your Right Honorable's circular secret missive dated the 16th of this month, together with an extract from the secret minutes of the resolution in the Council of the Indies of the 4th of November 1788, and a copy of the separate letter from the Lords Majors dated the 8th of October 1784 to the Governor and Second at the Cape of Good Hope, concerning the Spanish royal and Company ships, which orders shall be observed as precisely as possible. Hijbrands, First Clerk. The lascorin posts along these beaches having been occupied, I take the liberty of asking whether your Right Honorable can approve that the same be posted again. I have the honor to be in all submissiveness. Lower down was written and signed as before. In the margin: Calpettij, the 24th of September 1789. Accepted. To: Ceylon. To the Honorable Sir, Willem Jacob van de Graaff, Ordinary Councilor of the Indies, Governor and Director of that Island and the Coast of Madura, together with the Council, Colombo. Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sir and Friends, Tippu Sultan has, in the beginning of the month of May, descended with his army from Tellicherry to this side, and having approached as far as the river of Chetwai, dispatched a detachment to Ponnani, which has taken post near the copper pagoda half an hour from our Fort Cranganore, set out its outposts directly opposite ours, and on the 10th of May of the past year formally demanded the fortress. Upon the refusing answer of Commander Koch, the same withdrew again, and two days thereafter it was learned that the Nawab with the greatest part of his army to Pal
Dutch transcription
Aan als vooren Aan als Vooren. Aan als vooren weeder dit heen overgekoomenen gewezen pagter der oeliammers authonie Basekarea Sitlemde tot Communicatie aanneemende naan ik mij met diepen eerbied /:onderstond:/ en (geteekend:) als vooren /:in margine:/ Jasfenapatnam den 2: Julij 1789. uwelEd: Groot Achtb: hoog geerde secreete missive van den 21:' deezer, hebben wij de eere gehad te ont„ „vangen. De beveelens ons daar bij voorgeschreeven zullen wij zoo stipt moogelijk ten uitvoer doen brengen. van onze teneemene besluiten omtrend alle atwari„ gementen die en in zulke tijds gewugten moeten worden magt genoomen zullen wij de eere heb„ ben uwelEd: Groot Achtb: Successivelijk toezenden, wij betuigen eenigzints te zijn met zeer veel eer„ „bied. /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ B: I: Raket, C: f: Schreuder, G: Mooijaard, en W: D: Boden Schatsz: /: in margine Jassena p=m den 30:' Julij 1789. —. Het besluijt dat wij op den 30:' deezer in onze secreete vergadering genoomen hebben, hebben wij de eere uwelEd: Groot Achtb: in deezen geslooten toe tezenden. Onder ult:o Julij J:o L: is het restant van dus bruid alhier geweest lb: 17706: 1/8: het geen wij uwel Ed: Groot Achtb aller onderdanigst melden, en betuigen overigens te zijn met alle gevoelens van hoogagting /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren /:inmargunl:/ Passenap=m den 13:e Augs. 1789. -. Wij twijffelen niet of de door ons genoomene maatreege, len, daar bij vermeld hoedanig de geheime ver„ rigtingen diende gederigeerd te worden, wilde de„ „zelve voor het publiek verborgen blijven, zal uw WelEd. Groot Achtb: goedkeuren. Den onzeekere tijden beschouwende, daar wij ons thans in bevinden, en met manquement van gelden schaarsheid van graanen daar teegens over„ „steld, brengt ons in bedugting voor eene steeds voor uitziende miserie ter deezer plaatze. Dan wijl zullen eersten onze pognngen verdubbele om 't mogelijke en na vermoogens zoekken ter uit voer te doen brengen en het is in die hoedanigheid dat wij de eere hebben te zijn niet zeer veel eer„ bied en trouwe, /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als „vooren /: inmargine:/ Iappenapabnam den, 1: Aug:s 1784. —. wi Aan als vooren Aan Alsvooren Nage zien Andrietz: Ik heb de eere gehad van wel te ontvangen, inver„ welEd: Groot Achtb: hoog geagten brief van den 12:' de nevens 't afschrift van een brief door de Ed: hoog Achtb: Heeren Zeeventienen aan uwelEd: Groot agtb: geschreeven, en andere papieren behoorende tot 't gisbootene tractaat, tusschen de republiek en de kroon van Engeland en neeme den inhoud daar van tot mijn schuldige Narigt Ik het de hooge eer van met de volmaakste hoog agting te zijn /:onderstond:/ als vooren /: was ge teekend:/ B: J: Raket /: in margine:/ Jassenap den 20 Aug:s 1789- Atekondeert. Hijbrands Veklerk Sekreete Aan den hoog Ed: Gestr: Heer! Willem Jacob van de Graaff Raad ordinair van Nederlands Jndia, Gouverneur en Directeur van het biland Ceielon met dies onderhoorigheden nevens den Raad Hoog Edele Gestr: Heeren Heeren. Conform de orders van uwer hoog Ed: gesta:, bij missive van den 13:' deezer zal den sousluitenant van 't Regiment van Meuron, Mattheij, bij zijn aankomst van Iaffenapatnam hier binnen het fort in arrest gekouden worden, tot nader order /:onderstond:/ Hoog Ed: Gestr: Heere en Heeren! uwe Aan als vooren Aan als vooren. Nagezijen Andristz: unwe hoog Edele Gesta: gehoorzaame en Vrouwe Die„ naer /:was geteekend:/ A: P: van de Graaff/: in margine:/ Calpeltij den 17:' Maij 1739. zoo op het ogenblik komt hier binnen, Onder gelijden van 1: sergeant den sousluitenant van 't regiment de Meuron, Malthij, dewelke volgens ordre van uwel Ed: Groot Achtb: bij mis„ sive van den 13:' Maij I:o L: alhier binnen 't fort in Militaire arrest is genoomen tot nadere ordre van uwel Ed: Groot Achtb: Ik heb de eere van in alle onderdanigheid te zijn /:onderstond:/ en /geteekend:/ als vooren /:in„ „marginel:/ Calpettij den 26=' Junij 1789. —. Ik heb de eere gehad te ontvangen uw eEd: Groot Achtb: Curculaire secreete missive gedateerd den 16. ' dezer, benevens extrakt uit de secreete Notulen van het geresolveerde in raade van Jondi den 4: 9ber: 1788: en Copij van de Aparte brief door Heeren Majres gedateerd 8:' 8ber: 1714:; Hijbrands Egklerk aan den Gouverneur en secunde aan de Caab de Goede Hoop, betrekkelijk tot de spaanse koning en Coopraadij scheepen, welke ouders zoo veel moogelijk Exact zullen worden geobser„ „werd. De lascorijns posten langs deze stranden inge „woomen zijnde, neeme ik de voijheid van te vraagen of uwelEd: Groot Achtb: kunnen dat goedvinden, dezelve weder worden geplaats. Jk heb de eere van in alle onderdanigheid. te zijn. /:onderstond:/ en /:geteekend:/ als vooren zij /:inmargine:/ Calpethij den 24: 7ber: 17889: Akkapteert. aan : Ceilon Aan den Edelen Heer. Willem Jacob van de Graaff. Raad ordinair van Jndien Gouverneur en directeur van dat Eiland ende kuste Madure Nevens den Raad. Kolombo. Edele, Erntfes ter Manh: wijze voorzienige, zeer Diskreete Heer, en vrienden Tipoe Sultan is in 't begin van de maand maij met zijn leger van Tilletseezie naar dezen kant afgezaakt, en heeft, tot aan de rivier van settua genaderd zijnde, een datachement naar Ponnottij afgezonden, het welk bij de kopere pagood een half uur van ons fort kranganoor post gevat, over uitge„ zijn voorposten regt tegen de onzen vertuige„ „zet en de vesting op den 10 Maij J:o L: formeel op„ „geeischet op 't weigerend andwoord van den kom mandeur Koch is 't zelve weder terug getrokken, en twee daegen daer aen vernam dat de Nabab met 't groodste gedeelte van zijne Arme na pal
English
had marched off from Pallikatseerie, leaving a strong detachment behind at Sawakattij. We now have certain news that he has advanced further from Pallikatseerie toward Koimbatoer, but appears to intend to remain there for the present, as he has distributed his troops among the villages throughout that province. And these days I was secretly warned by the King of Koetsiem that great preparations are being made there for a military expedition, and that Tipoe Sultan intends to come down again in the month of August, or as soon as the rainy season shall be over, and wage war against us, as your Honours can observe in more detail from the accompanying copy of the report from the sworn interpreter Truiens. Although this news does not seem likely, we nevertheless dare not entirely dismiss it, as one sometimes sees the most unlikely things happen first, and for that reason I am with good cause considering timely means to place us in a proper state of defense. The entire military force in this government here consists of 1719 heads, but among them there are in all only 390 Europeans, 115 Topasses, and 313 Easterners, from which number at least a fourth part must still be deducted for those killed and wounded at Kranganoor and Aikotte, and for the sick and elderly, from whom no proper service could be obtained during a heavy siege; the remainder consists of Malabar sepoys and chegos, who need to be supported and encouraged by a good number of Europeans and Malays if one wishes to be well served by them. Under these circumstances, I therefore have recourse to your Honours and request, in case a war with Tipoe Sultan should come to pass after the rainy season, to come to our assistance with five or six hundred Europeans, and among that number with as many artillerymen as possible, and to that end to hold them in readiness by the month of July so as to cross over to Tutukorijn if necessity requires it, and in the month of August, when the rains are over, to march this way through the country of Trevenkoor, for which the King will offer a helping hand in every respect. Insofar as this assistance might not consist of Europeans alone, we should attempt to make up the number with Malays, though since we have so distressingly few Europeans, I hope that your Honours will find means to grant assistance in Europeans alone. In the month of July, one will be able to judge the intentions of Tipoe Sultan with greater certainty here, and I shall not fail to report the discoveries thereof immediately, and at the same time your Honours will also receive further reports from our and the English ships from Europe concerning the political situation there and the prospects for a lasting peace, which according to the latest news from December were favorable, because England was inclined to maintain it and the situation in France did not seem for the present to allow breaking it. I request you to dispatch the enclosed packet to the High Government at Batavia at the first opportunity, either directly or via Coromandel, and I have the honor to remain with respect, Noble, Stern, Valiant, Wise, Provident, Highly Discreet Gentlemen and Friends, your Honours' humble friend and servant, was signed J. P. van Angelbeek. In the margin: Koetsiem, 4 June 1789. In friendly reply to your Honours' separate letter of 26 July last, which was addressed to the first signatory alone, but communicated by him to the other signatories, it serves to state that the greatest danger, for the averting of which the Ceylonese auxiliary troops had been requested, has fortunately been removed through the cession of Aikotte and Kranganoor to the Prince of Trevankoor, which Tipoe Sultan seemed to have primarily aimed at, after the conquest of which he could have advanced along Baijsien up to our city, also without crossing the river, and could have enclosed and besieged it from all sides without touching the territory of Trevankoor and thereby bringing the English down upon himself, as he cannot now reach us without first entering Trevankoor and thus breaking with the English; however, as the said Nabob still remains at Koimbatoer and continues the preparations for a military expedition, one must almost presume that he persists in his intention to attack southern Malabar. It would therefore be a desirable thing if your Honours could send us some troops with the ships that we expect with the open navigation from over there to collect pepper and rice, which we, in case the said Tiepoe should meanwhile march away, would send back with the very same ships, in company with the detachment of Captain Koch, which in this desirable case we shall not detain. But in particular, we most urgently request your Honours to equip for war the ships that are to collect rice and pepper, and to send both together this way as early as possible, to serve for the protection of our roadstead against the fleet of Tipoe, which according to common rumors and further news received from Tillitseerie is being readied to blockade the last-mentioned place from the sea side, but which might occasionally attempt an attack on our Batavia ship, which we expect, in our roadstead. According to the closest reports that we have been able to obtain so far, his entire naval force at present consists of only three three-masted and four or five two-masted gurabs and some galwats, and is thus not to be feared by the Company's armed ships, but a single ship could
Dutch transcription
pallikatseerie afgemarschreerd was, laatende een sterk detachement te sawakattij terug Tans hebben wij verzeekerde tijding, dat hij van Pallikatseerie verder opgerigt is naar koim batoer, doch doch daar voor eerst schijnt te willen blijven, door dien hij zijne troepen door dat land„ „schap over de dorpen verdeeld heeft En deezer daagen ben ik van den Koning van Koetsiem in sekretesse gewaar schoud, dat daar groote to bereedselen tot eene orlogs expedictisie gemaakt worden en dat sipoe sulkan voorneemens is in der maend Augustus, of zoo dra de regentijd voor bij zijn zal, wederom afte koomen en ons beoorlogen zoo als uwel Ed=s dit bij 't in Copij hier nevens gaande Rapport van den gezwoorenen Tolk Truiens nadea kunnen beschouwen. Hoe wel deeze tijding niet waarschijnelijk voor komt, zoo durven wij dezelve echter niet ge„ „heel in den wind Maan, wijl men de onwaar„ „schijnlijk te dingen zomwijlen 't eerst ziet gebeuren, en daar om ben ik met reeden vroegtij„ „ding op middeler bedacht, om ons in een behoor„ „lijken staet van defensie te stellen De heele Militsie in dit goevernement alhier be„ „staet wel uit 1719. hoppen, dog daar onder be„ „vinden zich maar in allen 390. Europeesen 115. toepassen en 313. oosterlingen, waer van men ten minsten noch een vierde deel ziend aftereekenen voor gesneuvelden en geblisseer„ „den te Kraganoor en Aikotte, en voorziekenen oude lieden, van welken men in een swaere beleegering geen behoorlijke diensten zoude kunnen hebben, de rest bestaat in Malla„ „baarsche Sipaisen sjegos, die door een goed getal Europeesen en Malaiers dienen onder steund en aan gemoedigd te worden, als men van hen lieden wel gediend wel zijn Jk neeme derhalven in deeze omstandigheeden toevlucht tot uwel Ed: en verzoeken, in ge„ valle 't na den regentijd tot een oorlog met Tipre subtan koomen mogte, ons met vijf of ses honderd Europeeschen en daar onder „ding met H wij zoo bedroefd mij nig europles hebben zoo hoop ik dat uwel Ed:s middel Aan als vooren met zoo veel Artille risten te hulp te koome als mogelijk is en tot dat eende dezelven teegen de maand Julij gereed te houden om als de nood 't vereischet, naar Tutukorijn overtesteeken en in de maand Augustus wanneer de regens voor bij zijn door 't land van Treven koor dit heen te marcheeren, waar toe de kooning in alle op zuchten de behulpzaame hand zal bieden Voor zoo verre deeze hulpe niet in Europheesen ^stelle dog wijl alleen mogt kunnen bestaan zouden wij met moeten trachten 't mat Mallairs te zullen vinden =z sekoers alleen in Europeeschen toetedeelen In de maand Julij zal men hier met meerdere zee„ kerheid over de voorneemens van Tipie Suttan kunnen oordeelen, en ik zal met ingebreeke blijven, de ontdelkingen daar van ten eersten te berichten en ter zelver tijd zullen uwel„ Edelen ook met onze des engelsche scheepen uit Europa nadere berichten erlangen van den Poltiken toestand aldaar in van de aspekten Jn vrindelijk antwoord op uwer Ed: Apparten van den 26 Julij J:o L:, die aan den eerstgeteeken„ „den alleen gericht, dog door den zelven aan de verdere teekenaars gekomminiceerd is, diend, dat het grootste gevaar, tot welkers op een voort duurenden vreede, die volgens de Jong „ste nieuw stijdigen van december voordeelig waaren, door dien Engeland geneigd was den zel„ „ven te bewaaren en frankrijks toestand voor eerst niet scheen loetelaaten den zelver te verbreeken. Ik verzoekke het ingeslooten pakket aan de hooge reegeering te Batavia met de eerste geleegendheid direct of over kormandel af te zenden, en heb de eere met achting te blijven. /:onderstond:/ Edel, Erntfeste Man„ „hafte, wijze voorzienige zeer diskreete heer„ en vrinden uwer wel Ed: Dienstwillige vriend en dienaar /:was geteekend:/ J: P: van Angelbeek /:in margiene /: Koetsiem den 4=e Junij 1789. afwendig E ^te betreeden en dus met den Engelschen te verbreek daar hij ons tans niet kan bij koomen zonder eerst trevankoor afwendig de Cijlonsche hulptroekpen verzoch waeren, gelukkig uit den weg geruimd is d den afstand van Aikotte en Kranganoor a den voorst van Trevan Koor, waar op Tipre sultan het voornaamlijk scheen gemint hebben, naar welker verovering hij langs Baijsien tot voor onze stad zoude hebbe ook zonder 't raklaat kunnen oprukken, en dezelve van alle ka „ten insluijten en beleegeren, zinder 't grond gebied van Trevankoor ^ aan te tasten en zig daar door de Engelschen op den hals te haa wijl gemelde Nabab echter nog te koen batver blijft liggen en de toeberijd zelven tot een oorlog expedietsie voortzetten zoo moet men haast onderstellen, dat hij bij zijn voorneemen erl„ „handt, zuider malabaer vijandig aante l „ten stel zoude derhalven een wenschelijk zaeke zijn in dien uwe wel Edele ons met de scheepen, die wij met de opene vaart van ginter tot het afhaaler van Pper en rijst verwagten, eenige troeppen toe zeenden Kosten die wij in gevalle meer m: Tiepoe mid„ „deleriwpijle mogte aftrekken met de Eigenste schepen zoude terug zenden, in gezelschap van het detal„ „hement van kapitein koch, het welk wy in dit wenschenlijk geval niet zullen aanhouden Dog in zonderheid verzoekken wij uwel Edelen op het in standigste, de scheepen die rijst en peper afhaalen moeten, ten oorlog toeterusten en beide te zaamen, zoo vroeg als mogelijk is herwaards te zenden; om tot beveiliging van onze rheede te dienen teegen de vloot van Tipoe, die volgens algemeene geruchten, en erlangen nadere tijding van Tillit seerie, in gereedheid gebragt word, om laast gem: plaats van de zeekant in te sluiten, doch die zomtijds wel eene aan val op ons Bataviasch Schip 't welk mij verwagt „ten, op onze rheede zoude kunnen onderneemen volgens de naaste berichten, die wij tot nu toeheb„ „ben kunnen machtig worden, bestaat zijne heele zeemacht thans maar uit drie drie-mas„ „tige en vier of vijf twee mastige Poerabs en eenige Palwets en is dus voor sComp=s gearmeerde scheepen niet te duchten, dog een en keldschip„ kosten zoo F
English
Being seen Arrival: as heavily laden and as weakly manned as our Batavia craft, it could easily become a prey, on which account we have also sent a detachment of 80 heads to Koilang, and letters of warning for our ship that we await from Batavia to Waliatorre and Ansjengo, to come to anchor in the bay of Koilang and take the aforesaid detachment on board there. And since it might happen that the Ceylon ships arrive off this coast at the same time, we request that their commanders be ordered to look out for our aforesaid ship at the latitude of Koelang, and, upon encountering it, to take it under convoy and bring it along. Since the King of Travancore has paid fifty thousand rupees on the last of August in reduction of the purchase price of Kranganoor and Nikotte, and we offset 62500 rupees in further reduction against the pepper delivery, we shall now endeavor to pay for the rice for Ceylon without having recourse to the detrimental money negotiation on bills of exchange at par, for which already the greater half had been offered, which the first undersigned has thus rejected; but since our treasury is currently completely empty and we have pressing expenditures, we request that ten thousand pagodas be sent to us on loan from the first reminting, which we shall promptly remit to Tutukorijn in the month of January. With which, after friendly greetings, we remain, underneath was written, as before, was signed, I: P: van Angelbeek, I: L: van Spall, P: P: Gebhardt, I: A: Cellarius, W: van Haften, H: Sunele, J: Bos, in the margin, Cochin, the 8th of December 1789. Agrees
Dutch transcription
Nage zijen Anbrujt: zoo zwaar gelaaden en zoo zwak bemant als on batavias waarders, zoude daar ligt een proe„ „van kunnen worden weshalven wij ook een detachement van 80. koppen naar koilang en brieven van waarschouwing voor ons Schep dat wij van Batavia overwachten; maar waliatorre en Ansjengo gezonden hebben, om in de baij van Koilang ten anker te koomen en 't voorsz detachement daar aan boord te neemen En wijl het som gebeuren kan, dat de Cijlonsche Scheepen ter zelver tijd onder delze kust koomen, zoo verzoekken wij der„ „zelver over heeden te gelasten om op de hoogte van koelang naar ons voorsz: schip uit te zien, en het zelve aan treffende onder konvoi te nee„ „men en meede te brengen. Swijl de Konig van Trevan Koor onder ult=o aug=o vijftig - duizend ropijen in mindering van den koop schat van kranganoor en Nikotte betaeld heeft, en wij op de peper leverantsie 62500 ropijen in verdere mindering verreekenen zoo zullen wij nu trachten de rijst voor Ceilon te be„ „taalen, zonder toevlugt te neemen tot de Hijbrands Hlijklerk schadelijke geld negoothicaatsie op wissels apari„ „waar toe reets de grootste helft was gebooden die d' eerstgeteekende dus afgeweezen heeft, doch wijl onze kas thans ten eene, maal leedig is, en wij dringende uitgaven hebben zoo verzoek„ „ken wij ons uit de eerste vermunting tien dui„ zend pagood ter leen toe te zenden, die wij in de maand Januarij prompt zullen naar Tutukorijn remitteeren. Waar meede na vrindelijke groete blijven /:onderstond:/ als vooren /:was geteekend:/ I: P: van Angelbeek, I: L: van Spall, P: P: Gebhardt, I: A: Cellaruis, w: van haften, H: Sunele J=b Bos / in margine.:/ KoChiem Den 8:' xber 1789. Akkondeert schadelijke