VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10019

Ceylon · 212 pages · 65 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10019_0191 view scan ↗

English

that she died immediately on the very spot. §. 55. The Delinquent not only confessed his crime before several people who had immediately rushed over and found him still standing on the very spot by the corpse, but he also subsequently repeated this confession of his during the examination by the Modliaar and head of the korle where this Murder was committed, and even confirmed it with his signature on the written report that the Modliaar made of his investigation and sent to the Colombo Dessave; yet when he was judicially interrogated here, he not only denied his crime, but also refused to admit that he had already confessed it, as stated. §. 56. After this Appoe had already been held in criminal detention for some time, he seemed to show some signs of insanity, but the chief surgeon Aleman, who examined him at the requisition of the fiscal, declared that he could perceive no sign of insanity, but rather an agitated state of mind, the chief surgeon maintaining that his prolonged and solitary imprisonment, the memory of what happened, and the fear of the future continuously troubled his mind and caused confused thoughts. §. 57. Upon an order of the Colombo Council of Justice, which was presented to us for approval, stating that the prisoner should be threatened with torture, we recommended the aforementioned Council, according to our Resolution of 16:e October passata, to have the prisoner shown the original Report of the aforementioned Modliaar, in which he had signed his Confession in his own hand, and also to have the fiscal investigate whether the prisoner had been subject to insanity, either at the time of committing the act or ever before. §. 58: From this investigation it appeared, even according to the testimony of some of his next of kin, that the prisoner had neither been insane at the time of committing the murder, nor ever before; and the prisoner not only denied his signature on the aforementioned Report, but also, upon the presentation of this Report, managed to tear it up, which in our view gives no proof of insanity. §. 59. We therefore approved the aforementioned order of the Council of Justice to threaten the prisoner with torture, in the session of the 19:e December following. §: 60. But this threat was of no effect, as the prisoner persisted in his denial, whereupon the Council of Justice, in accordance with the Demand of the fiscal, condemned the prisoner, as a suspect and harmful subject, to be confined ad vitam outside this Island, wherever we should think fit, to be kept there in a secure place for as long as he remains insane, and thereafter to be put to work outside the chain, ad opus publicum, further condemning the prisoner to the costs and expenses of Justice. 5. 61. It appears to us that this sentence of the Council of Justice is not well-founded, even if one grants that the delinquent is now truly insane, because it is entirely true and proven that the Man committed the murder in full possession of his faculties, and even confessed his crime in full possession of his faculties, albeit extrajudicially, and thus according to all laws has deserved the ordinary punishment. It is true that no one can be punished for any crime during his insanity, but just as little, we maintain, may one impose an extraordinary punishment on such a person for a murder committed in full possession of his faculties. 5. 62: In our view, since there was no judicial confession by the delinquent in this case, and he could not be brought to a confession by a sharper examination due to his present condition, the aforementioned Judge should only have issued an interlocutory order to suspend the further investigation and keep the delinquent in custody until he should be restored to the full use of his faculties; and we could therefore not take it upon ourselves to approve the aforementioned definitive sentence; but have suspended the execution thereof, until we shall have received Your High Excellencies' most esteemed disposition on the matter, which we hereby most humbly request, and to that end present to Your High Excellencies the original documents belonging thereto among the appendices hereof. §. 63. A Candian chief from the Saffragam district reported that he had received an ola from a certain waijtenaden residing in Gale, chiefly inquiring whether he could not facilitate the transport of a quantity of Saffragam areca nut to Gale. Since it was subsequently reported by the Gale servants, in reply to our inquiry made by letter of 23:e February, which is enclosed herewith in Extract, that this ola was written with the prior knowledge of Commander Sluijsken, we simply reminded the servants of the Resolution of Your High Excellencies of 11:e xber: 1744:, and the plakaat of 9:e aug:o 1764: But since Commander Sluijsken, in a letter of 15:e March which is enclosed in Extract among the appendices, states that he believes himself authorized to engage in such correspondence by virtue of his commission as Commander, we deemed it best not to write further on the matter, but to request Your High Excellencies to elucidate for us

Dutch transcription

dat ze daadelijk op de plaats zelve ge„ storven is. §. 55. De Delinquant heeft zijne misdaad niet alleen beleeden voor eenige Luijden, die ogenblikkelijk waaren toegeschoo„ ten, en hem nog op de plaats zelve bij het lijk staande gevonden hadden, maar heeft hij ook het zedert deeze zijne Confessie herhaald, op de exami„ naatsie van den Modliaar en hoofd van de korle, daar deeze Moord be„ „gaan is, en zelfs die met zijne hand„ teekening bekragtigd bij het schrifte„ lijk verbaal, dat de Modliaar van zijn onderzoek gemaakt, en aan den Colomboschen Dessave gezonden heeft; dog toen hij alhier gerechtelijk wierd verhoord, heeft hij niet alleen zijne misdaad ontkend, maar ook niet willen weeten dat hij die reeds gelijk gezegd, had beleeden §. 56. Na dat deeze Appoe stainde reeds eeni„ „gen tijd in Crimineele detentie had gezeeten, scheen hij eenige blijken van krankzianigheid tegeeven, dog de oppermeester Aleman, die hem ter requisietsie van den fiskaal heeft geexamineerd, heeft verklaard, geen blijk van krankzinnigheid te hebben kunnen bespeuren, maar wel eene onrustige gemoeds gesteldheid sustinee„ rende hij oppermeester dat zijne lang„ „duurige en eenzaame gevangenis de herdenking van het gebeurde, en de vrees voor het toekoomende, zijn geest geduurig verontrusten, en ver„ warde denkbeelden veroorzaaktens. §. 57. Op een appoinktement van den Kolom„ boschen Raad van Justietsie, het welk ons ter approbatie is gepresenteerd, gezegt houdende houdende dat de gevangen met de fortuur zoude worden bedrijgt hebben wegemelde Raad, blijkens onze Reso„ lutie van den 16:e Oktober passata„ aanbevoolen, om aan den gevangen te doen vertoonen het origineel Rap„ „port van den hier vooren vermelden Modliaar, waar bij hij zijne Confessie eijgenhandig had onderteekend, en om ook door den fiskaal te doen onderzoeken, of de gevangen, het zij ten tijde van 't begaan van 't feit, of wel boit voor heenen, aan krankzin„ nigheid onderworpen was geweest. §. 58: Bij dit onderzoek is geblieken, zelfs volgens het getuijgenis van eenige zijner naastbestaanden, dat de gevangen nog bij het pleegen van den moord, nog boit bevoorens, krankzinnig was geweest; en hij gevangen heeft niet alleen zijne handteekening bij het voorsz: Rapport ontkend, maar ook bij de vertooning van dit Rap„ „port gebragt, hetzelve te verscheu„ ren, dat naar ons inzien, geen bewijs geeft van krankzinnigheid. §. 59. Wij hebben derhalven het voorscz: apprinktement van den Raad van Justietsie, om den gevangen met de tortuur te bedrijgen, geapprobeerd ter sessie van den 19:e December daar aan. §: 60. Dog dit drijgement is van geen effekt geweest, wijl de gevangen bij de ont„ „kentenis is blijven persisteeren waar op de Raad van Justietsier, Conform den Eisch van den fiskaal, den ge„ vangen heeft gekondemneerd, om als een suspekt en schaadelijk sub„ „jekt advitam geconfineerd te worden alleen buiten buiten deezen Eilande, daar wij het zouden goedvinden, om aldaar, zoo lange hij krankzinnig blijft, in een verzeekerde plaats gehouden, en daar na buiten de ketting, ad opus pu„ blicum ten arbeid gesteld te worden, met kondemnaatie van hem gevangen wijders, in de kosten en miesen der Justietsie. 5. 61. stit komt ons voor, dat dit vonnis van den Raad van Justietsie niet is gefondeerd, schoon men ook toestaat dat de delinquant tans waarlijk krankzining is, om dat het vol„ sertrekt waar en beweesen is, dat de Man bij volle kennis de moord heeft begaan, en zelfs bij volle kennis, hoewel extra Judicieel, zijn misdaad beleeden heeft, en dus volgens alle wetten de ordinaire straf verdiend heeft. wel is waar, dat niemand geduuren„ de zijne krankzinnigheid over eeni„ „ge misdaad kan worden gestraft, doch even zoo min, sustineeren. we„ mag men zulk eenen, over eene bij volle kennis gepleegde moord eene extra ordinaire straf opleggen. 5. 62: Naar ons inzien, had de voormelde Rechter, wijl hc-catu geene Judi„ cieele confessie van den delinquant lag, en hij om zijnen tegenwoordigen toestand, door geen scherper examen tot bekentenis konde gebragt worden, alleen moeten slaan een interlocu„ toir appoinctement, om 't verder onderzoek op te schorten en den delin„ quant in verzeekering te houden, tot dat hij bij 't volle gebruik zijner ken„ nis zoude zijn hersteld; en hebben we het daarom op ons niet kunnen neemen wel om om de voorsch: diffinitive sententie te approbeeren; maar de exekutie daar van gesurcheerd, tot dat we daar op zullen hebben ontvangen Uwer Hoog Edelheeden zeer g'eerde disposietsie, die we door deezen nedrigst verzoeken, en ten dien einde de origineele stukken daar toe gehoorende, hoogst dezelven on„ der de bijlaagen deezes aanbieden §. 63. Door een kandiasch hoofd uit het sappergamsche wierd berigt, dat hij ontvangen had een ola van eenen waijtenaden, woonagtig te Gale, houdende hoofdzaakelijk, of hij niet zoude kunnen faciliteeren den afbreng van een partij saffe„ „gamsche arreek na Gale. zedert door de Gaalsche bedienden, op onze daar naar gedaane vraag bij brieve van den 23:e februarij, die in Extrakt hiernevens gaat, berigt zijnde dat deeze ola geschreeven was net voor„ kennis van den Kommandeur sluijs„ „ken, hebben we den bedienden eenwou„ „dig erminerd de Resoluuttie van uwe Hoog Edelheeden van den 11:e xber: 1744:, en het plakkaat van den 9:e aug:o 1764: Dan wijl de Kommandeur Sluijsken bij een brief van den 15:e Maart die in Egtrakt onder de bijlaagen gaat, zegt van begrip te zijn, tot een dierge„ lijke korrespondentie te zijn gewet„ tigd, uit hoofde van zijne kom„ missie als Kommandeur, hebben we gemeind best te doen daar over niet verder te schrijven, maar aan uwe Hoog Edelheeden te verzoeken, om ons te elucideeren, van in

NL-HaNA_1.04.02_10019_0195 view scan ↗

English

to what extent these notions correspond with the intention of Your High Excellencies' aforesaid order, as we take the liberty to do through this letter. We merely remark in this regard that such has hitherto not been the custom in Ceilon. Paragraph 64. At the request of the Kolombo church council, and in consideration of the fact that the Ceilon churches have no funds of their own, unlike the churches in the Netherlands, we have, subject to Your High Excellencies' approval, excused the Ceilon church councils from paying postage for letters. Paragraph 65. In compliance with our resolution of 20 9ber passato, whereby the Gale Master of the Equippage Aams was instructed to take into further consideration whether it could not be done without danger to reduce the moorings in the bay of Gale back to the length of 95 fathoms as they formerly were, the said Aams has declared in an address, a copy of which is included among the annexes, that ropes 95 fathoms in length are sufficient for the mooring of ships in the bay of Gale, except only against currents from the south, which set directly into the bay there, though they are very rare. Paragraph 66. We have therefore determined that in future, for the mooring of ships in the bay of Gale, ropes of 95 fathoms in length must be used, with the qualification, however, that in single instances, when wind and weather shall require it, ropes of greater length may be used, according to the proposal of the said Master of the Equippage, and as we also instructed the officials at Gale in our letter of 27 February 1787. Paragraph 67. Furthermore, upon the report of the aforesaid Master of the Equippage Aams that he thinks he will be able to manage with the deduction of coir customary here for the ropes made here, the quantity of which, according to what was noted in our respectful letter of 30 January 1787, amounts to considerably less than the deduction hitherto made for it at Gale, we have instructed the officials at Gale that in future, for the ropes made at Gale, the deduction of coir is to be made on the footing customary here. Paragraph 68. The Fiscal Vollenhove, who, according to what was noted in our respectful letter of 27 January last, was sent on an embassy to Kandia on 18 February following, returned on 24 March, and we take the liberty to present to Your High Excellencies herewith copies of the instructions, letter, and list of presents that were given to him, and of the report of his proceedings. Paragraph 69. From the said report Your High Excellencies will be pleased to see that the customary permission for the peeling of cinnamon was granted. Paragraph 70. By a letter of 16 January last, which is forwarded among the annexes, the Nabab gave us notice that he had also given to his aforesaid envoys a letter and a present for the King of Kandia. The Nabab was already written to some years ago on the occasion of a similar request, as is known to Your High Excellencies from the Ceilon papers, that we had indeed consented to it for that single occasion, but that we would not be able to do so in the future. This was presented to the servants of the Nabab, and they allowed themselves to be persuaded to hand over the letter and presents here, to be sent by us to the court, as was done on the occasion when the Company's envoy went to Kandia, who also brought back a letter with a small counter-present, which we caused to be delivered to the Nabab's servants along with the letter. Paragraph 71. The aim of the Nabab in this correspondence seems indeed for the present only to be to coax some elephants out of the King of Kandia as a counter-present, but such correspondences could in time become more questionable. The sending of native servants as emissaries to the King of Kandia with his letters and presents having once crept in, it would subsequently be all the more difficult to refuse, should he take it into his head to send a European servant. The Nabab will probably not be too pleased with this refusal, but we thought it better to risk that than to give way to such practices. Paragraph 72. In continuation of what we had the honor to communicate to Your High Excellencies in our humble letter of 25 December passato paragraph 47, we take the liberty to report here that, in accordance with our resolution of 9 xber passato, we have instructed the officials at the subordinate offices by circular letter of 6 February following, which is forwarded in copy among the annexes, that among the products—of which half of the excess collection above the collection of the highest year of the last fifteen financial years has been allocated to the land regents and the lesser officials and native chiefs subordinate to them—shall be included, besides the pepper, coffee, and cardamom, also the areca nut delivered from the Company's gardens, and that these products, in reimbursing the aforesaid land regents and others, shall be calculated against the fixed prices for which they are purchased from the native.

Dutch transcription

in hoe verre deeze begrippen over een stemmen met de intentie van voorschreeve uwer Hoog Edelheeden order, zoo als we de vrijheid neemen dat te doen door deezen. We merken daar bij alleen aan, dat zulx tot hier toe op Ceilon geen gebruik geweest is. §: 64. Op het verzoek van den kolombo „schen kerkenraad, en uit aanmer„ king dat de Ceilonsche kerken geene eijgene fondsen hebben, gelijk de kerken in de Nederlan„ den, hebben we op approbaattie van uwe Hoog Edelheeden de Cei„ lonsche kerken raaden g'excuseerd. van het betaalen van portgeld voor de brieven. 5. 65. Tervoldoening aan ons besluit van den 20:e 9ber: pass:o waar bij de Gaalsche equipagiemeester Aams was gelast, om nader in overweging teneemen, of het niet zonder gevaar zoude kunnen aangaan, om de buijtouwen in de Gaalsche baaij we„ derom te brengen op de lengte van 95: vroems zoo als ze eertijds gehad heb„ ben, heeft gem: Aams bij een addaes, dat in Copia onder de bijlaagen gaat, verklaard, dat touwen van 95: va„ dens lang, toerijkende zijn tot het vertuijen der scheepen in de baaij van Gale, behalven alleen teegen verloopen uit het zuijden, die daar vlak op de baaij staan, doch zeer zeldzaam zijn. §: 66. wij hebben derhalven vastgesteld, dat in den aanstaande, tot het vertuijen van scheepen in de baaij van Gale touwen van 95. vadems lang moe„ ten worden gebruikt, met quali„ Gaalsche „tikaatsie „fikaatsie nogtans om in enkelde gevallen, wanneer wind en weer dat zal vereisschen, daar toe vol„ „gens het voorstel van gem: Equi„ „pagiemeester, en zoo als we dat ook bij onzen brief van den 27:' februarij 1787: den bedienden te Gale hebben aangeschreeven, touwen van meerder lengte temoogen ge„ bruiken. §. 67. Nog hebben we op het berigt van voorm: Equipagiemeester Aams„ dat hij denkt tezullen kunnen uitkoomen met de alhier gewoo„ ne afschrijving van Kaijer, voor de touwen die hier geslaagen worden, en waar van de quantiteit, volgens het genoteerde bij onzen eerbiedigen van den 30:e Januarij 1787: merkelijk minder bedraagd dan de afschrijving, die tot nog toe daar voor op Gale is gedaan, den bedienden te Gale aanbevoolen, om in den aan„ staande voor de touwen die te Gale worden aangeslaagen, de afschrijving van Kaijer te laaten doen op den alhier gebruikelijken voet. §. 60. De fiskaal vollenhove, die vol„ „gens het genoteerde bij onzen eerbiedi„ „gen van den 27:e Januarij Jongstleeden den 18:e februarij daar aan in gezant„ „schap na Kandia is gezonden, is den 24. e Maart terug gekoomen en wij neemen de vrijheid uwen Hoog Edelheeden hiernevens aantebieden kopijen van de instructie, brief en Lijste der geschenken, die aan hem meede gegeeven zijn, en van het merkelijk Rapport Rapport van zijne verrigtingen. §. 69. Bij gem: Rapport zullen uwe Hoog Edelheeden gelieven te zien, dat het gewoon verlof tot het schil„ len van kanneel gegeeven is. §. 70. Bij een brief van den 16:e Januarij Jongstleeden; die onder de bijlaagen overgaat, heeft ons de Nabab ken„ „nis gegeeven dat hij aan voorsch: zijne gezanten ook hadde meede gegeeven een brief en een geschenk voor den koning van Kandia Aan den Nabab is reeds eenige Jaaren geleeden, ter gelegentheid van een diergelijk verzoek, ge„ „schreeven, zoo als dat uwe Hoog Edelheeden uit de Ceilonsche papie„ ren bekend is, dat we wel voor die enkelde keer daar in hadden bewilligd, dog dat we het voor den aanstaande niet meer zouden kunnen doen. Dit is den bedienden van den Nabab voorgehouden, en deeze hebben zig laaten overreeden om de brief en presenten hier over tegeeven, om door ons te worden gezonden na 't hof, gelijk geschied is bij geleegentheid dat 'skomp:s gezant is na Randia geweest, die ook een brief met een klijn kontra present heeft meede gebragt, dat we nevens den brief aan 's Nababs bedienden hebben doen bestellen. 5. 71. Toogmerk van den Nabab in deeze briefwisseling schijnt wel voor het tegenswoordige alleen te weezen, om den Koning van Kandia tot Contra geschenk wat Elephanten aftepraaten, doch zulke Correspon„ dentien zouden met 'er tijd meer den bedenkelijk bedenkelijk kunnen worden. Het stuuren van inlandsche bedienden tot zendelingen aan den Koning van Kandia, met zijne brieven en geschenken, boven dien eens ingesloo „pen zijnde, zoude men naderhand„ wanneer hij het mogte in zijn hoofd krijgen, om een Europesche bediende te stuure, dat des te moeijlijker kunnen ontleggen. waarschijnlijk zal de Nabab niet al te zeer ge„ stigt zijn, over deeze wijgering, dog we hebben gemeind beeter te doen 'er dat aan te verraagen, dan om voet tegeeven tot zulke gebruiken §. 72. Ten vervolge van het geen we de eer ge„ had hebben, uwen Hoog Edelheeden te be„ deelen bij onzen nedrigen van den 25:e December passato §. 47. gebruiken we de vrijheid hier temelden, dat we volgens ons besluit van den 9:e xber: passato bij Circulairen brief van den 6:e februarij daar aan; die in Copia onder de bijlaagen overgaat, den bedien den op de subalterne kantooren hebben aangeschreeven, dat onder de produc„ ten, waar van de helfte van den meerdere inzaam, boven de inzaame„ „ling van 't hoogste Jaar van de laatste vijftien boekjaaren, aan de Land regenten en de aan hun ondergeschikte mindere bedienden en Inlandsche hoofden zijn toegelegd, zullen worden begreepen, behalven de Peper; koffi en Caadamom„ ook de arreek, die ui't 'skomp:s tui„ ven word geleeverd, en dat deeze pro„ „ducten, bij vergoeding aan voorsch: Landregenten C: s: zullen worden beree„ kend tegens de bepaalde prijzen waar voor ze van den inlander worden ingekogt. volgens 5. 73.

NL-HaNA_1.04.02_10019_0199 view scan ↗

English

Section 73. From the papers received since then, it has appeared to us concerning the revenues of Nelie, that the highest amount received in the 15 financial years preceding our Resolution of 24 April past, amounts to the following: In the Colombo Dessavoni parras 17154. In the district of Silauw parras 6442. In the Jaffanapatnam district, calculated on an average of the three aforesaid years parras 28478. In the Wanni since it was taken into possession parras 13985. In the Mannar district parras 25663. In the Gale Korle parras 7074. In the Matara Dessavoni parras 63582. In the Trincomalee district since the recent war parras 2065. In the Batticaloa district parras 36678. In the Kalpitiya and Puttalam district parras 1190. Section 75. The purchase prices of the Nelij and the other products mentioned hereinbefore amount to the following: The tithe Nelij is entered in the books at 9 2/5 Indian stuivers the Paara, but at this rate the Land Regents would suffer a great shortfall; we therefore request that they may be permitted to receive the half of the excess revenue of the Nelij allotted to them in kind or otherwise be paid Section 74: Hereafter, with the favorable approval of Your High Excellencies, that which the Land Regents may enjoy will be calculated. Regarding the other products, the statements have not yet arrived, and we shall therefore have the honor to provide Your High Excellencies with a distinct indication thereof subsequently. at market price. The Pepper is purchased at 5 Indian stuivers the pound. The Coffee is purchased at 2 Indian stuivers the pound. The Cardamom is presently still purchased at 4 Indian stuivers the pound. The Areca is purchased at 3 rixdollars the Amunam of 24000 nuts. Section 76. We take the liberty to request Your High Excellencies' favorable authorization to allow the Land Regents to be paid the half of the excess collection of the aforesaid products on that footing. Section 77. We hope to see the best effect from this arrangement within a few years; we hope that Trincomalee will thereby yield between 8 and 10000 parras already this year. The Wanni has also already yielded 5185 1/2 parras more this year than the statement given above. The revenues of Batticaloa are also to be remarkably improved by the arrangements made in the Ola decrees mentioned in our respectful letter of 27 January last, sections 363 and 364. Section 78. In the Koalpattoe, which is an extensive and fertile district, a description of which is among the Appendices, no tenth of the Nelij nor any other duty has hitherto been levied, as we have already remarked in our respectful letter of 31 January 1788, section 575; and in the district of Tanoa, a description of which also goes among the Appendices, lie many uncultivated lands and fields that have not been sown in years, and we hope that these will in time provide good revenues. Section 79. Regarding our issued order mentioned in our respectful letter of 27 January last, section 376 et seq., namely that for private goods sent with Company ships to the Cape of Good Hope, 10 percent freight, and for the slaves the transport and board fees fixed of old must be paid, the captains of the return ships Stuijsduijnen and Trincomalee have lodged a grievance with us about this, because they and their officers, unaware that we would issue these orders, had already spent their money on goods that cost noticeably more than in times when one is provided with gold and silver specie; and since it was very likely that, if these people had been able to foresee that they had to pay freight for their goods and transport and board for their slaves, they would have invested their money in another manner, we have, in order to accommodate them as much as possible, provisionally and subject to the approval of Your High Excellencies, excused these mariners for this time from the immediate payment of freight for the goods and of transport and board for the slaves that they might take with them to the Cape of Good Hope for their own account, and not on commission for others, provided, however, that they shall be obliged to pay the aforesaid freight and transport and board fees to the Company in the Netherlands, if the Gentlemen Directors should see fit to approve that; and we have consequently instructed the servants at Galle to send copies of the invoices of the goods they take with them to the Cape to their Right Honorable Worships, and also to impart to the same the number of slaves they carry with them. Section 80. We think that it will not conflict with the intention of their Right Honorable Worships, when there is no cargo for the packet boats, and there might be private individuals inclined to send goods therewith on freight to the Cape, if we permit that. Section 81. We take the liberty to offer herewith to Your High Excellencies a petition presented to us by the Junior Merchant Conradi, wherein he requests that 200 Leaguers of arrack api may be ordered from Batavia for him, to make use thereof for such purpose as is mentioned at length in his petition. Section 82. We cannot deny to the said Conradi the testimony that, through the ordering of grains and through the requisitioning of several rice cargoes of passing private traders, he has been of remarkable service to this place,

Dutch transcription

§. 73. Uit de zedert ingekoomene papieren is omtrent de inkomsten der Nelie ons gebleeken, dat 't hoogste, 't welk ingekoomen is in de 15: boekjaaren, voorgegaan aan onze Resolunitsie van den 24:e April passato, bedraagt als volgt: In de Kolombosche Dessavoni parr: 17154. — „ 't distrikt: van Silauw - - - - - „ 6442. — „ 't Jaffenapatnamsche de drie voorsch: Jaaren door malkanderen gereekend - - - - - - - - - „ 28478. — „de wanni zedert dat ze in bezit genoomen is - - - - - - - - „ 13985. „ 't Mannaarsche _ _ - - - - - „ 25663. — - - - – - – „ 7074. –. „de Gale Korle - „ de Maturesche Dessavoni - - - - „ 63582. — „'t srinkenomaalsche zedert de Jongste oorlog „ 2065:—: „ 't Battikaloasche _ - - - - - „ 36678. — „ '7 kalpettische en Putelangsche - - „ 1190. — §. 75. De inkoops prijzen van de Nelij ende verdere hier vooren vermelde produc„ ten, bedraagen als volgt. De gerechtigheids Nelij word bij de boeken ingenoomen tegens 9 2/5. indische stuc„ vers de Paara, doch bij deeze reekening zoude de Landregenten zeer te kort schieten, we verzoeken dus aan dezelve de aan hun toegelegde helfte van het meerder inkoomen der Nelij te moogen afgeeven in natura of anders betalen §: 74: Hier na zal met gunstig goed vinden uwer Hoog Edelheeden het geen de Land„ „regenten genieten moogen worden bereekend. Nopens de andere produc„ ten zijn de opgaven nog niet ingekoo„ men, en zullen we daarom de eere hebben, uwe Hoog Edelheeden daar van nader eene distincte aanwijzing te doen. S. 74. tegens tegens marks prijs. De Peper word ingekogt tegens 5. indische stuivers het pond. De Koffij word ingekogt tegens 2: indische stuivers het pond. De Cardamoin word tans nog ingekogt tegens 4: indische stuivers het ponden De Arreek Koopt men in tegens 3. rd:s de Ammonam van 24000:— stux nooten §. 76. Wij neemen de vrijheid uwen Hoog Edelheeden gunstige qualifikaattie te verzoeken, om de helfte van de meerdere inzaam der voorsch: pra„ ducten op dien voet aan de Land regenten„ temoogen laaten voldoens. §. 77. Wij hoopen binnen wijnige Jaaren het beste effekt te zien van deeze schikking, Trinkenomaale hoopen we dat daar door reeds dit Jaar tusschen de 8. a 10'000. parras zal opbrengen. De wannij heeft ook dit Jaar reeds 5185. ½. parras meer gegeeven dan de hier booven staande aanwijzing. De inkomsten van Batikaloa staan ook nog merkelijk teworden verbetert door de schikkingen gemaakt bij de Ra„ kaaten vermeld bij onzen eerbiedigen van den 27: Januarij Jongstleeden 5. 363. en 364: 5. 70: In de Koalpattoe, dat een uitgestrekt en vrugtbaar landschap is, waar van de beschrijving onder de Bijlaagen gaat, is tot nog toe geen tiende van de Nelij nog eenige andere gerechtigheid opgebragt, zoo als we dat reeds hebben aangemerkt bij onzen eerbiedigen van den 31:e Januarij 1788: 5. 575, en in 't landschap Tanoa, waar van ook eene beschrijving onder de Bijlaagen gaat, leggen veel onge„ ook hultiveerde 1 6 F kultiveerde gronden en velden, die in Jaaren niet bezaaijt zijn, en we hoo„ „pen dat die met der tijd goede inkom„ sten geeven zullen. §. 79. Op onze gegeevene ordre vermeld bij onzen eerbiedigen van den 27: Janua„ rij Jongstleeden 5. 376. et: seq:, dat namelijk voor de partikuliere goederen, die met komp:s scheepen na de Caab de Goede Hoop gezonden worden, 10: p:r C: vragt, en voor de slaaven de van ouds bepaalde Trans„ „port en kostgelden moeten betaald worden, hebben de kapitains van de retoerscheepen stuijsduijnen en Trin„ kendmaale, zig daar over bij ons be„ zwaard, wijl zij en hunne officieren, onkundig dat we deeze orders zou„ den stellen, reeds hunne geld en hadden besteeds aan goederen, die merkelijk duurder kosten, dan in tijden dat men van goude en zilvere spetien voorzien is; en wijl het zeer waar„ „schijnlijk was, dat indien deeze men„ „schen hadden kunnen vooruitzien„ dat ze voor hunne goederen vragt en voor hunne slaaven transport en kostgeld moesten betaalen, zij dan hunne gelden op eene andere wijze zouden hebben aangelegd, heb„ ben we om hun zoo veel moogelijk te gemoet te koomen, bij provisie en op approbatie van uwe Hoog Edelheeden, deeze scheepelingen voor dit maal verschoond, van de daade„ „lijke betaaling van vragt voor de goederen en van Transport en kost„ „geld voor de slaaven die ze voor hunne eijge reekening, en niet in Commissie voor anderen na duurder de de Caab de Goede Hoop mogten meed neemen, mits dat ze egter verplig zullen zijn, om voorsz: vragt en Transport en kostgelden in Neder„ land aan de komp: te voldoen; indien de Heeren Majores dat mogten goedvinden; en hebben we mits dien den bedienden te gale aanbevoolen, om aan hunne wel Ed: Hoog achtbaare toetezenden kopijen van de faktuuren der goede„ ren, die ze na de Caab meede nee„ men en ook aan hoogst dezelven tebedeelen het getal des slaaven, wel„ ke ze meede voerens. §. 80. We denken dat 't niet tegen de intentie van hunne welEdele Hoog achtbaare zal strijden, wan„ neer 'er voor de paket boots geene laading is, en dat 'er partikulieren mogten zijn, geneigd om daarmeede goederen tezenden op vragt na de Caab, wij dat toestaan 5. Eb. Wij neemen de vrijheid uwen Hoog Edelheeden hier nevens aante bieden een door den onderkoopman Con„ radi aan ons gepresenteerd request, waar bij hij verzoekt dat van Ba„ tavia voor hem moogen worden g'eischt 200: Leggers arrak api om daar van gebruik temaaken tot zodanig einde als bij zijn request in 't breede word vermeld. §. 82: wij kunnen aan gem: Conradi niet wijgeren 't getuijgenis dat hij door 't ontbieden van graanen en door het aanslaan van verscheide rijst-ladingen der voorbij vaa„ kende partikuliere handelaars, dee„ de plaats van merkelijke dienst mogten is,

NL-HaNA_1.04.02_10019_0203 view scan ↗

English

is, to keep grains at a moderate price; and since this is an article of the greatest importance, we take the liberty to submit this request of his humbly to Your High Nobilities, with the entreaty to be pleased to send the aforementioned quantity hither, as far as the ship's hold can in any way allow it, to be delivered to him against immediate payment. Section 83. In our respectful letter of 20 January 1786, section 298, we requested Your High Nobilities, at the insistence of the then Colombo Disawa Billing, to be pleased to determine the rank of the Disawas relative to the head of the military on Ceylon when the latter is a Colonel; and since we have received no answer to this from Your High Nobilities, we take the liberty to repeat this request most humbly herewith, upon the entreaty made thereto by the present Disawa Fretz. Section 84. At the request of the Proponent at Gale, Abraham Anthonij Engelbregt, we take the liberty to present herewith to Your High Nobilities a petition submitted by him addressed to Your High Nobilities, in which he applies for an increase in salary and emoluments, and to this petition is also attached a certificate from the Gale church council. We think, however, we may note in this regard that the petitioner, who according to the regulations earns 40 florins in wages and has the emoluments of a merchant, ought to be satisfied therewith. Section 85. It has pleased Your High Nobilities, by very honored missive of 22 September past, to permit the first undersigned Governor to address himself to the Gentlemen Masters with his request for the promotion of the sworn clerk Muller to junior merchant. The first undersigned Governor humbly thanks Your High Nobilities for this permission, of which he has nevertheless not been able to make use, as the said Muller has since passed away. Section 86. We request Your High Nobilities to be pleased to take it in good part that we use the liberty through this to submit further, most respectfully, the request of the Batticaloa chief Burnand to be favored with the rank and salary of merchant. The man's zeal in the service, from which the Company enjoys the most substantial fruits in the Batticaloa district, encourages us thereto, and we humbly request Your High Nobilities that his application may be favorably granted as an extraordinary reward for the considerable improvement of the Company's revenues at Batticaloa. This post is, due to the large and extensive possessions of the Company, of so much importance, that just as the chiefs of Tuticorin, who after having served their term as merchant are promoted to senior merchant, the chiefs of Batticaloa, after having served their term as junior merchant, might also well be promoted to merchant. Section 87. Should Your High Nobilities nevertheless find that you cannot consent to the aforementioned application of junior merchant Burnand, then we respectfully request that the permission of Your High Nobilities, given in favor of the Governor's aforementioned clerk, namely to be allowed to propose him directly to the Lords Major, may be favorably transferred by Your High Nobilities to the said Batticaloa chief Burnand. Section 88. Concerning the grievance of the exile Kee Aria, mentioned in our respectful letter of 25 December past, section 121, that he cannot manage with the allowance granted to him of 5 rixdollars and 1 parra of rice, we have granted him an additional parra of rice alongside as much salt and pepper as is ordinarily supplied to the exiles with 2 parras of rice. Section 89. We furthermore present herewith to Your High Nobilities a petition from the former King of Kupang, in which he requests to be allowed to return to Batavia in order to be instructed in the Reformed Religion, since he has no opportunity for this here due to his ignorance of the languages customary here. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping and remain with all respect and fidelity. Below stood: High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord and Well-Born, Strict Lords! Your High Nobilities' humble and very obedient servants. Was signed: W. J. van de Graaff, M. E. Patit, C. Lilenius, J. Reintous, B. L. van Zitter and J. A. Vollenhoove. In the margin: Colombo, 7 May 1790. Lower: Postscript. We have sent to Gale two boxes with cardamom plants to be dispatched with the ship Vreedenburg, namely one box with six plants of Ceylon cardamom, and the other with six plants of Malabar cardamom, which are all in full growth and have sprouted several young shoots. The Gale servants have been ordered to recommend to Captain Coblijn that he must take proper care of them.

Dutch transcription

is, om de graanen op een matige prijs te doen blijven; en wijl dit een artikel is van 't grootste belang zoo neemen we de vrijheid dit zijn verzoek uwen Hoog Edelheeden nedrig voortedraagen, met in„ stantie om de voorsz: quantiteit, voor zoo verre de scheeps ruijmte dat eenigzints kan toelaaten, her„ waards tewillen zenden, om tegens daadelijke betaaling, aan hem te worden afgegeeven. §. 83. Bij onzen eerbiedigen van den 20:e Januarij 1786. §. 298: hebben we uwen Hoog Edelheeden, op de instantie van den toenmaaligen Colomboschen Dessave Billing„ verzogt om de rang van de Dessa„ ves delatief tot het hoofd der Mili„ tie op Ceilon, wanneer deeze Colonel is, tewillen bepaalen en wijl we hier op geen antwoord van uwe Hoog Edelheeden hebben bekoomen, neemen wij de vrijheid om dit ver„ zoek, op de daar toe gedaane in„ stantie door den presenten Dessave Fretz, bij deezen nedrigst te her„ haalens. §. 84. Op het verzoek van den Proponent te Gale Abraham Anthonij En„ „we „gelbregt neemen „ de vrijheid Uwen Hoog Edelheeden hier nevens aante„ bieden een door hem gepresenteerd request gerigt aan uwe Hoog Edelh: waar bij hij solliciteerd om ver„ meerdering van bezolding en emo„ „lumenten, en is bij dit request nog gevoegd een attest van den Gaal„ „schen kerkenraad. Wij denken nog tans hier bij temoogen aanmerken, Colonel dat dat de supp:t die volgens het Regle„ ment ƒ 40 — aan gagie wint en Koopmans emolumenten heeft zig daarmeede behoord te vergenoegen. 5. 85: Het heeft uwe Hoog Edelheeden be„ haagd, bij zeer g'eerde missive van 22:e zeptember passato den eerston„ dergetekend en Gouverneur te per„ mitteeren, om zig met zijn verzoek ter bevordering van den gezwoore klerk Muller tot onderkoopman temoogen addresseeren aan de Heeren Meesters. De eerst ondergetekende gouverneur bedankt uwe Hoog Edelheeden nedrig voor deeze ver„ gunning, waar van hij nogtans geen gebruik heeft kunnen maaken, wijl gemelde Muller zedert is over„ leedens. 5. 86. We verzoeken uwe Hoog Edelheeden ons ten besten tewillen duijden, dat we door deezen de vrijheid gebruiken, om 't verzoek van 't Batikaloasch opperhoofd Burnant om met de qualiteit en gagie van koopman te worden begunstigd, nader eerbie„ „digst voortedraagen. smans iever in den dienst, waar van de komp: in het Batikaloasch de reeelste vrugten geniet, moedigen ons daar toe aan, en we verzoeken uwe Hoog Edelheeden nedrig, dat zijne instantie als eene extra ordinaire belooning voor de aanzienlijke ver„ beetering van 'skomp:s inkomsten te Batikaloa, gunstig mach worden ingewilligd. Deeze post is, door de groote en uitgestrekte be„ zittingen van de Komp:, van zoo veel aangeleegentheid, dat gelijk ons de de opperhoofden van Tutukorijn, die na uitgediend verband van koop„ man tot opperkoopman bevorderd worden, ook de opperhoofden van Batikaloa, na uitgediend ver„ band van onderkoopman, wel mogten worden bevorderd tot Koopman,s. 5. 87. Mogten uwe Hoog Edelheeden nog tans bevinden, van in de voorschree„ ve instantie van den onderkoop„ man Burnand niet te kunnen bewilligen, dan verzoeken we„ eerbiedig, dat 't verlof van uwe Hoog Edelheeden, ter gunste van 's Gouverneurs voorsz: klerk gegee„ ven, om hem namentlijk dierekt aan de Heeren Majores, temoogen voordraagen, door uwe Hoog Edelheeden gunstig mag worden overgebragt op gem: Batikaloasch opperhoofd Burnant. 5. 88. Op de bezwaarnis van den Banne„ „ling Kee Aria vermeld bij onzen eerbiedigen van den 25:e December passato 5. 121. , dat hij met het aan hem toegelegd onderhoud van 5: rd:s en 1: parra rijst niet kan toekoo„ men, hebben we aan hem nog een parra rijst toegevoegd nevens zoo veel zout en Peper, als ordinair bij 2: parras rijft aan de bannelin„ „gen worden verstrekt. §: o9:' Nog bieden wij uwen Hoog Edel„ heeden hiernevens aan een request van den gewezen Kooning van koepang waar bij hij verzoekt na Batavia temoogen terug keeren, om zich in den herformden Godsdienst te kunnen laaten onder„ overgebragt wijzen, mans wijzen, wijl hij daar toe hier geen ge„ „leegentheid heeft, door zijne onkunde in de alhier gebruikelijke taalens Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangen der maatschappij in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onderstond: Hoog Edele Groot achtbaare wijd gebiedende Heer en welEdele Ge„ „strenge Heeren! uwer Hoog Edel„ heeden onderdaanige en zeer gehoor„ „zaame Dienaaren /:was getekend:/ W: J: van de Graaff, M: E: Patit, C: Lilenius, J: Reintous„ B: L: van Zitter en J: A: vollenhoove, /:in margine:/ Kolombo den 7:e Maij 1790. /:lager:/ P: L: wij hebben na Gale gezonden twee bakken met kardamom plantjes om met het schip vreedenburg teworden ver„ zonden, namelijk een bak met ses plantjes van Ceilonsche, en de andere met ses plantjes van Mallabaar„ „sche kardamom, die alle in vol„ koomen groei zijn en verscheide Jon„ „gelooten geschooten hebben. de Gaal„ „sche bedienden zijn gelast om den kapitein Coblijn te rekommandee„ ren, dat hij daar voor behoorlijk zorg draagen moet „zonden

NL-HaNA_1.04.02_10019_0207 view scan ↗

English

To the same as before. The ship De Schelde sailed past here the day before yesterday towards Gale, and we avail ourselves of this opportunity to present to Your High Nobilities the duplicates of our ordinary and secret letters of 27: Januarij and 7. of this month, the originals of which are dispatched with the ship Vreedenburg. We have written to the servants at Gale to have the coir shipped on De Schelde which Vreedenburg might perhaps not have been able to take in, and therewith to dispatch this ship as soon as possible. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, subscribed and signed as before, in the margin Kolombo, the 9:e Maij 1790. To the same as before. After dispatching our respectful letter of yesterday, the head of the Ceilonsche militia, Colonel Johan Philip Christiaan Tilenius, submitted to us a petition dedicated to Your High Nobilities, in which, owing to the increasingly declining state of his health in his advancing years as well as the condition of his private affairs in Europa, he requests that he may be granted permission to repatriate from here in his aforementioned capacity as Colonel, and with such salary and baggage as Your High Nobilities will favorably be pleased to grant, with one of the first upcoming Ceilonsche return ships, or otherwise with the following return shipments, as the state of his declining health and private affairs in Europa will permit. We take the liberty to support the aforementioned request of Colonel Filenius with our humble recommendation, on account of the validity of the motives stated in his petition, and consequently most respectfully to request Your High Nobilities that it may be favorably granted by Your High Nobilities as it stands. We commend Your High Nobilities and the interests of the Company to God's safe keeping, and remain with all respect and fidelity, subscribed and signed as before, in the margin Kolombo, the 10:e Maij 1740. Agreed Hijbrands First Clerk Examined Maas

Dutch transcription

Aan als vooren Aan als vooren 't schip de schelde is eergisteren hier voor bij gezeild na gale en wij be„ „dienen ons van deeze geleegentheid om uwen Hoog Edelheeden aante„ bieden de duplikaaten van onze gemeene en sekreete brieven van den 27: Januarij en 7. deezer, waar van 't. origineel met 't schip vree„ denburg overgaan. Den bedienden te Gale hebben we aan„ „geschreeven, om in de schelde te doen afscheepen de kaijer, die vree„ denburg somtijds niet mogte heb„ ben kunnen inneemen, en daar„ „made dit schip ten eersten te depe„ cheeren. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangen der maatschappij in Na het afvaardigen van onzen eerbie„ „digen van gisteren heeft het hoofd der Ceilonsche Milietsie, de Collonel Johan Philip Christiaan Tilenius aan ons overgelegd een request aan uwe Hoog Edelheeden gedediceerd, waar bij hij wegens de meer en meer af„ nemende staat zijner gezondheid in zijne toeneemende Jaaren zoo wel als om den toestand zijner partiku„ „liere aangeleegendheeden in Europa, verzoek doet, dat hem vrijheid mag gegeeven worden, om van hier in Godes veilige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe /:onderstond:) en getekend als vooren /:in margine:/ Kolombo den 9:e Maij 1790. Godes voorm: voorm: zijne qualiteit van Colonel, en met zodaanige gagie en bagagie, als uwe Hoog Edelheeden gunstig zul„ len gelieven toetestaan, temoogen re„ „patrieeren; met een der eerst aanstaan„ de Ceilonsche retoerscheepen, dan wel met de volgende retoerbezendingen, naar dat de staat zijner afneemende gezondheid; en bezondere aangelee„ „gentheeden in Europa, dat zullen toelaatens. we neemen de vrijmoedigheid het voor„ „schreeven verzoek van Kollone Filenius, om de gegrondheid der motiven in zijn request vermeld, met onze nedrige voordragt te onder„ steunen, en uw Hoog Edelheeden mits dien zeer eerbiedig te verzoeken dat het door uw Hoog Edelheeden gunstig mag worden toegestaan zoo als het legt. Wij beveelen uw Hoog Edelheeden en de belangens der maatschappij in Godes veijlige hoede en blijven met alle eerbied en trouwe. /:onderstond: en getekend:/ als vooren /:in margine Kolombo den 10:e Maij 1740. Akkordeerd Hijbrands D Egklerk legt Nagezien Maas

← previous