Inventory 10303
Malabar · 336 pages · 55 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to pretend to let these serve as a supplement to the latest delivery; but since I pressed too hard to simply close the annual account, and let it be known that His Highness must not delay me and was pleased to declare whether He wished to settle accounts or not, he thereafter let me know through a confidant how he regretted that he had not been able to keep his word, that in hindsight he now wished he had not given me such firm assurances; that He now had a double sorrow and a double loss: a sorrow with the Company and a sorrow with the English, since I continually did not leave Him in peace, but repeatedly reproached Him that he had misled me and was not keeping his word, and the English, to whom the reduction of Their contingent had become known, likewise made bitter reproofs about it daily, none of which would have happened to him had He not indeed intended to deliver 3000 Candijlen of pepper to the south, in which he had now been prevented by the well-known poor harvest and the still continuing smuggling; a double loss, because pepper this time had been expensive on Cormandel, and He, despite the crop failure, having nevertheless delivered nearly as much pepper as last year, had thus now been able to send much less pepper to Cormandel, which smaller quantity and high market had thus caused him double damage. And finally he requested that I would please not make trouble, under the assurance that His Highness would certainly satisfy me, would have the pepper account settled one of these days, and would dispatch the Head Pepper Supplier Coemara Poela for that purpose. Therefore, I left the King to his embarrassment, and gave only in answer that upon the settlement of accounts I would certainly express myself further about this to Coemara Poela. This Minister then also arrived on the 8th of this month, closed the annual account with me as of the end of January, and settled it in such manner as is further demonstrated in the general letter. He seemed indeed to have foreseen that things would be tense this time; indeed, I had previously, on more than one occasion, written quite earnestly, and among others only recently or actually on the 5th of February last, to His Highness in this manner: I have — with much astonishment and great sorrow seen that on account of the latest delivery I have no more pepper to expect. That looks very fine indeed! What shall I say of this now! Are these the means to increase our so good harmony and friendship? What must, and what shall I now write to Batavia? Have I deserved, worthy King, that I am now again misled for the second time, and even disappointed this time still more than the first time! Now one comes forward again with the ordinary exceptions of crop failure and smuggling, which exceptions I have already refuted so many times that it is not necessary to do so again herewith. Besides this, I have the smuggling of pepper watched as strictly as has ever been done here; even, merely to please Your Highness, I expressly maintain our own small cruising vessel, which I had built here for that purpose, and have watches kept everywhere along the beaches and before the River, so that not a single grain of pepper may pass. The Paljetter, upon his return, also spoke with me about everything in detail, but I shall express myself further on all this, especially about this miserably poor pepper delivery, to Coemara Poela, whom Your Highness has sent hither to close the account and collect new pepper passes; and therefore I wished that Coemara Poela, who as I hear still has some business to attend to in Coilang and along the way, were only here now, for I intend to tell him the plain truth. Thus he had even brought the Paljetter along, being a Minister who is no less shrewd, but considerably more cunning and eloquent of tongue, and who, having recently been at the Travancore Court, had with my prior knowledge also spoken to His Highness about the pepper. Coemara Poela even purposely let all his attendants remain outside, who are otherwise accustomed to walk in as well, just as on that occasion things became right hot from the gridiron, and I likewise presented everything to him in the most penetrating manner, and made several very bitter reproaches about this delivery. But however much I held his feet to the fire, all his replies and excuses agreed with the words of his Master or of his confidant sent to me, bearing patiently my sarcastic expressions, which he is otherwise not accustomed to do, taking exception principally to the poor harvest, calling all of Malabar to witness thereof, saying that it was unreasonable to wish to pluck more fruits than had grown, promising in the most solemn manner that no pepper would now be sent to Cormandel before the contracted pepper to the south had first been delivered, and that His Highness, in proof thereof, now required not ten, but only six passes. It occurred to me at once that he might perhaps the following year, or at another time when it suited his purpose, claim these four fewer passes; so I put this before him, but He struck his chest and swore that neither in the
Dutch transcription
13. die dan quanswijs telaaten dienen, tot supplement van de Jongste leverantie; dog zedert ik te sterk aandrong, om de jaarlijkse reek: maar tesluijten, en weeten liet, dat zijn Ho=s mij niet moest ophouden, en waar geliefde te declareeren, of Hij wilde afreekenen of niet, zo liet hij mij daar na door een vertrouweling te kennen geven, Hoe het hem speet, dat hij zijn woord niet had kunnen houden, dat hij nu van agteren wel wenschte, mij zulke vaste verzekeringe niet gegeven te hebben; dat Hij nu een dubbeld verdriet en een dub„ „belde schaade had: een verdrict bij de Comp: en een verdriet bij de Engelse, alzo ik Hem bij Continuatie niet met ruste liet, maar telkens verwijte, dat hij mij misleijd en zijn woord niet houd, en de Engelse, bij wien de verminderinge van Hun Contin„ „gent is bekent geworden; Item daar over dagelijks bitse verwijtingen doen, welk een en ander hem niet zoude overgekomen zijn, indien Hij niet in der daad voornee„ „mens was geweest 3000. Candijlen peper om om de zuijd te leveren, waar in hij nu door het bekende slegt gewas en de nog al continueerende smokkelarij, belet is geworden; een dubbeld verlies, om dat de peper ditmaal op Cormandel duur ge„ „weest zijnde, en Hij, ongeagt het misgewas, evenwel omtrend bij na zo veel peper als verleede jaar geleeverd hebbende, dus nu veel minder peper na Cormandel heeft kunnen zenden, welke mindere quantiteijd en Hooge markt, tem dus dubbelde schaade toegebragt had. en eijn „delijk verzogt wij, dat ik mij tog niet moeijelijk wilde maken onder verreke„ keringe, dat zijn Ho=t mij wel te vreese zoude stellen, de peper reek: eerstdaags laten vereffenen en den Hoofd Peper leveran„ „cier Coemara Poela daar toe afzenden. Derhalven liet ik voij 'skonings verlegentheijd aanleunen, en gaf eenelijk tot antwoord, dat ik bij de afreekeninge mij tegen Coemara Poela daar over wel nader verklaren zoude Deze Minister is dan ook den 8. tber 15. 8. sten dezer afgekomen, heeft de Jaarlijkse reek: met mij geslooten onder ult=o Januarij en zodanig vereffent, als bij de gemeene briev nader aangetoond word: Hij scheen wel vooruijtgezien te hebben, dat het dit„ „maal spannen zoude; Trouwens ik had bevoorens eens en andermaat al vrij ernstig en onder andere nog maar onlangs of eijgentlijk den 5. ' februarij J:o leeden daar over aan zijn Ho=t in dezer voe„ „gen geschreeven. Jk Hebbe — met veel verwonderin„ „ge en groote droefheijd gezien, dat ik voor reek: van de jongste leverantie geen peper meer tewagten hebbe: dat ziet er nu mooij uijt: wat zal ik nu hier van zeggen! zijn dat de middelen tot vermeerderinge van onze zo goede harmonie en vriend„ schap. wat moet, en wat zal ik nu na Batavia schrijver. Hebbe ik verdiend! waarde koning dat ik nu weder voor de tweede maal misleid en zelfs deze reijse, nog meer meer als de eerste reijze te leur gesteld worde! nu komt men weder net de ordinaire excepties van misge„ was en sluijkerij voor den dag, welke excepties ik al zo dikmaals, ont„ „zenuwd hebbe, dat het niet nodig is, zulks bij dezen weder tedoen: buijten des zo laate ik op het sluij„ „ken van peper zo sterk passer, als nog ooit hier gedaan is; zelfs houde ik om vho:t maar te believen, ex„ „pres een eijge kruijs vaartuijgje, dat ik daar toe hier hebbe laaten maaken, en over al aan de staanden en voor de Revier doe waaken, op dat 'er maar geen Corl peper moge passeeren: De Paljetter heeft bij zijne terug komste met mij ook over alles omstandig gesprooken, dog ik zal mij over het een en ander, inzon„ „denheijd over deze mizerabele slegte peper leverantie, nader verklaaren, tegen Coemara Poela, dewelke VHo: dit heen gezonden heeft, om de reek:e tesluijten 17. te sluijten en nieuwe peper passen afte„ „haalen; en daarom wenschte ik wel, dat Coemara Poela, die zo ik hoore te Coilang en onder wege nog wat te doen heeft, nu maar hier was, want ik meene hem, deregte waar„ heid te zeggen. Dus had Hij zelfs den Paljetten meede gebragt, zijnde een Minister, die niet min schrander dog nog ruijm zo gesleepen en bespraekt van Jonge is, en die on„ „langs aan het Jrevancoorse Hoff geweest zijnde, met mijn voorkennisse zijn Hd=t over de peper ook gesprooken had, zelfs liet Coemara Poela expres alle zijne bedien„ „dens buijten staan (die anders gewoon zijn meede binnen teloopen, / gelijk het dan ook bij die gelegentheijd regt heet van de rooster ging, en ik item het een en ander op de penetrantste wijze, voorhield, en over deze leveran„ „tie verschijde bitste verwijtingen deed; dog toe na ik htem het vuur aan de scheenen ook bragt, alle zijne repliceen en en excuusen accordeeren met het zeggen van zijn Meester of van desselfs aan mij gezondene vertrouweling, verdragende geduldig mijne schampere expressien, dat Wij anders niet gewoon is tedoen, exci„ „pieerende voornamentlijk op het slegt gewas, roepende de geheele Mallabaar tot getuijgen daar van, zeggende, dat het onredelijk was meer vrugten tewillen pluk „ken als 'er gegroeijd waren, belovende op de plegtigste wijze, dat 'er nu geen peper na Cormandel zoude verzonden worden, voor dat eerst de gecontracteerde peper om de zuijd zoude gelevert zijn, en dat zijn Ho=t ten bewijze daar van nu geen thien maar alleen ses passen re„ quireerde. Mij viel ten eersten te binnen, dat Wij somtijds het volgende jaar of op een anderen tijd, wanneer het hem in zijn kraam tepas mogt komen, deze min„ „der vier passen zoude pretendeeren; zo hielde ik hem dit voor, dog Hij sloeg op zijn borst en swoer dat hij nog in het
English
19. the coming year, nor ever after this, claim this smaller number of pepper passes; that His Highness now desired only six and no ten passes expressly because he truly intends to deliver much pepper now, and thus will only be able to make use of just six pieces for himself, the more so because this year he also had to deliver somewhat more than last time to the English at Anjengo, in order to clear away the displeasure they had with him, which latter he told me out of a kind of confidence, however with the addition that the English should receive no pepper before ours shall have been delivered first. Whereupon I then lessened my sternness and said at last that it was then well, but that he must not take it ill of me that I would very much reduce the ordinary gift this time, because the delivery this year had been less than last year, but that if the delivery might be large the coming year, the gift would also be enlarged accordingly thereafter, whereat he did look somewhat disconcerted, but answered with modesty that I shall see from the documents that more pepper was delivered, and that he thus hoped to enjoy a larger gift also the coming year; And thus the settlement ended with payment of what was to His Highness's credit, the granting of only six pepper passes, and a solemn promise that no pepper would be transported this time, nor also delivered to the English, before the 3000 Candies to the south should first have been delivered on account of the Company, so that the Company, in case of crop failure or other inconveniences, this time would have preference not only over the English but even over the King's own trade. It was indeed now thus and not otherwise. I know that one cannot force this article, 21. and I consider that my used sternness also ought not to have gone further, in order not to spoil the affair; at least it has nowhere appeared to me that His Highness has ever sought to excuse himself with that embarrassment and in that modest manner as he has done now; which, in my opinion, is of some note, at least better than if he had played the insolent, or merely said that he could deliver no more, since according to the established system one can after all use no force for that: it is also the first time that he has been satisfied with not less than ten pepper passes. It is also known that the English had considerably less pepper this year than ordinary, and they have also definitively found out that their contingent has often been reduced intentionally; even some of them who passed through here have let slip this with a kind of vexation and reproach, as if the Dutch were applying themselves here to do them injury therein. And although I dare not rely entirely on the King's promise, it yet seems not improbable that with the imminent new delivery at least somewhat more than ordinary will now be delivered, and thus I hope that Your High Excellencies will please to remain satisfied with what I have put into operation in this matter. Now as regards His Highness's prospect to be master here alone of the Jaffnapatnam tobacco, or actually to prevent the import thereof here, Your High Excellencies may please be assured that although His Highness still yearns very much for that, I shall nevertheless continually parry and reject his requests with discretion and courtesy. Meanwhile I shall also be attentive, in case the ambition of this prince might go so far that he wished completely to extirpate the King of Cochin, 23. The King of Samorin The Moorish Regent Ali Raja then, according to Your High Excellencies' repeated recommendation, to negotiate as much advantage thereby for the Company as will be possible, and continue to urge for the cession of the land between the sea and the river of Coylan or up to Chettua. The collection of the revenues of the lands of the Samorin mortgaged to the Company is being continued until his arrears to the Company shall have been liquidated, as there is almost no hope left of persuading that prince to cede the same in ownership to the Company, although I tried such again recently and then obtained report from good authority that the Samorin has not quite so much against it as indeed the Crown Prince and his mother. I shall also leave nothing unattempted with respect to the Moorish Regent Ali Raja, in order to collect his remaining debt on account of the cession of Cannanore and cash received in Surat, as well as the old arrears of him and of Collastry, as much as possible and even if it were in installments, without however proceeding against him with the utmost severity; nevertheless I shall retain his ship in pledge and not allow it to depart from the river, so as not to be all too yielding, even were it that he wished to appease me with promises, and might request to be allowed to have the same, as I have noticed indirectly that he yearns very much for his ship, but does not yet dare ask me for it: yet recently, with gentle cajolery, I managed to get hold of some trade goods and among them also some Cardamom (which his people brought here, but meant to turn into money quietly), although his servants, seeing that I wished to lay hands upon it, saved face by saying that they had orders to offer the various items to the Company; and I have secret report that more goods of his are due to arrive here, and that there would also be cash with them, indeed that those envoys whom he had already promised to send last year
Dutch transcription
19. het aanstaande Jaar, nog ooijk na dezen dit mindere getal peper passen zoude pretendeeren; dat zijn No=t nu maar ses en geen Thien passen begeerde, ex„ „pres, om dat hij waarlijk voor nee„ „mens zijnde nu veel peper televeren, dus maar effen, van ses stuks, voor zig gebruijk zal konnen maken, temeer hij dit jaar aan de Engelse te Ansjenga tog ook iets meer als laatst diende televeren, om het onge„ „noegen dat zij op hem hadden, uijt den weg teruijmen, welk laatste Hij uijt een zoort van vertrouwen tegen mij zeijde egter met bij voeginge dat de Engelse geen peper zoude krijgen, voor dat de onze eerst geleverd zal zijn. Waar op ik toen mijnen ernst verminderde en op het laatste zeijde dat het dan wel was, dog dat hij het mij niet qualijk moest neemen, dat ik ditmaal het ordinair geschenk zeer verminderen zoude, om dewille dat de leverantie dit Jaar minder als als verleede jaar geweest was, dog dat als de leverantie aanstaande jaar groot mogt zijn het geschenk dan ook daar na zoude vergroot worden, waarop Wij wel wat bijsten zag, dog met beschijdent„ „het „heijd antwoordde, dat ik bij de stukken zien zal, dat 'er meer peper geleverd werde, en dat Hij dus hoopte, aanstaande jaar ook grooter geschenk te zullen genieten; En dus eijndigde de afreekeninge met betalinge van het geen zijn Ho=t credit was, het verleenen maar van ses peper passen, en eene plegtige belofte„ dat 'er ditmaal geen peper zoude ver„ „voerd, nog ook aan de Engelse gelevert wor„ „den, alvoorens eerst de 3000. Candijlen om de zuijd voor reek: van de Comp: zou„ „den gelevert zijn, op dat de Comp: bij misgewas of andere inconvenienten, dit„ „maal niet alleen voor de Engelse maar zelfs voor skonings eijge Handel de pre„ „ferentie Hebbe. solet was tog nu zo en niet enders„ ik weet dat men dit articul niet dwingen kan 21. kan, en ik vermeene, dat mijne gebruijkte ernst ook niet verder heeft mogen gaan, om de zaak niet te verbrodden; ten min„ „sten mij is nergens gebleeken dat zijn Ho=t zig ooijt met die verlegentheijd en op die beschij„ „dene wijze, heeft tragten teverschoonen als Wij thans gedaan heeft; het geen mijns bedun„ „kens, van eenige opmerkinge, ten minsten beter is, als of hij den brutaalen speelde, of maar zeijde, dat hij niet meer heeft kunnen leveren, dewijl men tog volgens 't leggend sijsthema, daar toe geen geweld gebruijken kan: ook is het de eerste maal, dat hij zig niet minder als met thien peper passen heeft tevreeden gehouden. Het is ook bekend, dat de Engelse dit jaar vrij minder peper als ordinair gehad hebben, en zij zijn er ook voor goed agter gekomen, dat hun Contingent dik„ maal expres vermindert is, dit hebben zelfs sommige van Hun, die hier gepasseerd zijn, met een zoort van gemelijkheijd en verwijt, zig laten ontvallen, als of de Hollanders zig hier toelegden, om Hun hun daar in afbreuk te doen. En alhoewel ik niet ten eenemaal op skonings belofte durve staat maaken, zo scheijnd het egter niet onwaarschijnlijk of daar zal bij de ophanden zijnde nieu„ „we leverantie ten minsten nu wel iets meer als ordinair geleeverd worden, en dus hoope dat uw Hoog Edelheedens zig zullen gelieven voldaan te houden met het geen ik ten dezen in 't werk gesteld heb„ „be. Wat nu betreft zijn Ho=te uijtzigt om hier alleen Meester van de Jaffanapak„ „namse Tabak te zijn, of eijgentlijk om den in voer daar van hier tebeletten, zo gelieven uw Hoog Edelheedens verzekerd te zijn, dat schoon zijn Hc=t als nog zeer daar na hunkert, ik egter zijne instanties, bij Con„ „tinuatie met discretie en guatie ontleggen en van de hand wijzen zal Jntusschen zal ik ook attent zijn, om ingevalle de Heersucht van deze vorst zo verre mogt gaan dat hij den koning van Cochim gehael wilde uijtdelgen, als dan de 23. Dekoning van Sammorijn de Moors Regent Adij Ragia dan volgens uw Hoog Edelheedens her„ „haalde recommandatie, voor de Comp: daar bij zo veel voordeel te bedingen, als mogelijk zal zijn, en blijven urgeeren, op den af„ „stand van het land tusschen de zee en de revier van Coilan of tot Chettua toe. Met het invorderen der geregtig„ „heeden van des Sammorijns bij de Comp: verpande landerijen, word gecontinueert, tot dat zijn agterstal aan de Comp: zal geliquideert zijn, alzo 'er bij na geen hoop meer is, om dien vorst te persuadeeren, dezelve aan de Comp: in eijgendom aftestaan, schoon ik onlangs zulks nog eens geprobeerd en toen van goeder hand berigt erlangd hebbe, dat de sammorijn 'er juijst zo veel niet tegen heeft, als wel de kroon Prins, en desselfs Moeder. Ook zal ik met betrekkinge tot den Moors Regent Adij Ragia niets onbe„ sogt laten, om desselfs restand schuld, wegens den afstand van Cannanoor en ontvangene contanten in souratta, zo meede de oude agterstallen van Htem en van Collastrij Zo 8 zo veel mogelijk en al was het ook bij paaijen, inte palmen, zonder evenwel ten rigoveusten tegen htem te procedeeren; egter zal ik zijn schip in pand behouden en niet uijt de revier laten vertrekken, om niet al te toegevende te zijn, alware het, dat hij mij met beloften wilde paaijen, en verzoeken mogt, om het zelve temogen hebben, gelijk ik van ter zijde gemerkt hebbe, dat Hij zeer na zijn schip Hunkert, dog mij daar„ „om nog niet durfd vragen: dog onlangs hebbe met een zoet lijntje, eenige Negotie en daar onder ook wat Cardamom (die zijn volk hier aanbragt, dog in stilte meende ten gelde temaaken,/ weeten in handen tekrijgen; schoon zijne bediendens, ziende dat ik er de hand op wilde leggen aan de Eere bleeven, zeggende, dat ze onder hadden om het een en ander de Comp: aantebieden; en ik hebbe hijmelijk berigt, dat 'er nog goederen van hem hier staan te komen, en dat 'er ook contanten bij zou„ „den zijn, ja dat die zendelingen, dewelke Hij verleede jaar al beloofd had te zullen zenden
English
25. The fraud previously committed in the trade books. to send, are now actually due to arrive, but that they will not speak of goods or cash before and until they see that nothing can be done about it, and they cannot persuade me for a delay. Thus far nothing has come of it, yet I am assured through a certain channel that I have, that this time he will truly send some money and undoubtedly envoys, for which I long very much, because I hope then to speak earnestly with those envoys and put the fire somewhat close to their shins. Furthermore, it appears from the general letter how much has already been pocketed in the meantime from Adij Ragia. The Bookkeepers Kellensz and Benning have, pursuant to the note in the postscript of my respectful letter dated the 1st of May, resumed the said commission concerning the fraud committed in the trade books, but instead of fulfilling the actual intention and the true purpose, their performance and manner of examination examination were now even more flawed and indeed more confused than the previous one, and it appeared to me that these men, however willing they may be to accomplish that commission satisfactorily, become more and more confused therein, and the work becomes almost lost to them. And so that they might not fall entirely into a chaos of confusion, and the last error might not be worse than the first, I have, in order to finally bring it to a good conclusion, proposed to the Head Administrator van de Graaff, as keeper of the books here, whether we could not spare some time for it, who then also willingly took it upon himself to take that commission in hand personally, and has already made a beginning therewith. And thus I now have hope of soon supplying Your Right Excellencies with a better and clear report, upon which Your Right Excellencies will be able to proceed with greater peace of mind in that delicate and critical case. Pursuant 27. Pursuant to the authority granted by Your Right Excellencies, General Pardon for the deserters. I have caused a general pardon for the Deserters to be published, to remain in effect for one year after publication, but only two have returned thus far, who, for lack of a direct opportunity, have been sent to Ceylon, with the notification that according to express orders from Your Right Excellencies they must proceed to Batavia, just as their accounts have been closed accordingly and a note has been added thereto, stating that they crossed over to us from the English. I had first intended to postpone the publication of the pardon until the bad monsoon because it was formerly believed that the English, upon learning of such, would then send our deserters to Bombay, which cannot occur during the bad monsoon; however, as I was informed that this is more of a fable than the truth, and the English otherwise well know that our our Deserters, coming over at the discretion of the Company, sometimes get off with a transfer, to which is also added that I presumed they are also short of personnel in Batavia, which is why we could recently only be assisted with 50 men, and I therefore would have liked very much to return that number in this sailing season with discharged men and Deserters, so as to give Your Right Excellencies every possible satisfaction on my part, I have already had the publication made on the 8th of December 1772, just as it has also appeared that the English did not care about that pardon, since our Deserters were not kept on shorter terms than usual, much less sent to Bombay or elsewhere. However, it is said that there are nevertheless several who are only waiting a little while longer, on purpose, so that they may remain above all suspicion, and thus have a better opportunity to come here without danger of being overtaken. 29. Payment to the Eastern soldiers. Captain Bappa Sjendel Caret. Chettua and Cranganore. Coilan. Meanwhile, the present method of paying the wages to the eastern soldiers here will be continued, and furthermore, Captain Bappa Sjendel Caret has been informed of the discharge granted to him by Your Right Excellencies, in case he should be inclined thereto. The fortresses of Chettua and Cranganore are, since the repairs made to them, still in that good condition and are also maintained therein through daily supervision, which I even personally have accurate inquiries made about. In my respectful letter of the 1st of May last, I had the honor to inform Your Right Excellencies how the Chief of Coilan, Rosier, was ordered to furnish his considerations regarding the incoming report of the commissioners of that time, concerning the fort of Coilan and what, in my opinion, needed to be undertaken at that time, but the report that he gave me regarding this did not meet my purpose, and moreover it was somewhat confused and indistinct, so that I then, in order to proceed with all the more certainty and peace of mind, sent the Second in Command van de Graaff and Major Medeler there, assisted by the Surveyor De Graaff, with the recommendation to examine the various matters on that occasion with the utmost accuracy, and also primarily the condition of the fort, and to furnish their considerations; which commissioners upon their return submitted such a report, with the accompanying drawing, as can be found among the enclosures to this letter. From the same, Your Right Excellencies will see that the condition of the place is not as precarious as had formerly been stated, that on the land side nothing is needed other than small repairs, and that although the curtain between the bastion Dordrecht
Dutch transcription
25. De hier bevorens gepleegde traude bij de negotie boeken. zenden, nu effectiev staan tekomen, dog datze van geen goederen of Contanten zullen spreeken, voor en al een ze zullen zien, dat 'er niets aantedoen is, en mij niet kunnen bepraaten om uijtstel: tot nog toe is 'er niets van gekomen, egter word mij door zeker canaal dat ik hebbe, verzeekert, dat Hij ditmaal waarlijk wat geld en ongetwijf„ „feld gezanten zenden zal, waar na ik zeer verlange, om dat ik Hoope, met die gezan„ ten, dan eens ernstig te spreeken en Hun het vuur wat na bij descheenen teleggen: voorts blijkt bij de gemeene briev hoe veel intussen van Adij Ragia reets inge„ „palmt is; De Boekhouders Kellensz en Benning hebben ingevolge het genoteerde, bij post scriptuin, van mijnen eerbiedigen gedateerd den 1. ' Meij, denzelve Commissie nopens de gepleegde fraude bij de Negotie boeken weder opnieuw begonnen, dog in steede datze aan de eijgentlijke intentie en het waare oogmerk zouden voldoen, zo was hunne verrigtinge en manier van onderzoeke onderzoek, nu nog al vitieuser en zelfs ver„ „warder als de voorige, en hiet quam mij voor dat die menschen, hoe gewillig zij ook zijn, om die Commissie ten genoegen te volbren„ „gen, daar in meer en meer Confus, en het werk schier bijster worden, en op dat zij dus niet ten eenemaal in een Chaos van verwarringe mogten geraaken, en de laatst dwalinge niet ergen mogte zijn als de Eerste, zo hebbe, om tog eenmaal een goed eijnde daar aan te brengen, den Hoofd administrateur van de Graaff„ als houder der boeken alhier, voorge„ „houden, of wij daar toe geen tijd zoude kunnen afbreeken, die dan ook gewillig op zig genoomen heeft die Commissie zelfs onder handen tenemen, en daar meede reets een begin gemaakt heeft: en dus hebbe nu hoope uw Hoog Edel „heedens eerlang een beter en duijdelijk berigt te zullen suppediteeren, waar op uw Hoog Edelheedens, in dat netelig en creticq geval, met meer gerustheijd zullen kunnen tewerk gaan. Jngevolge 27. Jngevolge uw Hoog Edelheedens Generaal Pardon voor de dererteurs. verleende qualificatie hebbe een generaal pardon voor de Dezerteurs laten publiceeren, om stand te houden, een Jaar na de publi„ catie, dog daar zijn nog maar twee terug gekomen, dewelke bij gebrek van directe gelegentheijd na Cijlon gezonden zijn, met aanschrijvinge, dat ze volgens expresse order van uw Hoog Edelheedens na Bata„ „via moeten, gelijk dan ook hunne reek: bij zodanig afgeslooten zijn en daar „ een notitie gevoegd is, waar bij gemeld word dat zij van de Engelsche tot ons over„ „gekomen zijn. Jk hadde eerst gemeend, de publi„ „catie van het pardon uijttestellen, tot de quade mousson om dat men wel eer gemeend heeft, dat de Engelse zulx tewee„ „ten komende, onze dezerteurs dan na „de Bombaij senden, het geen in quaade mous„ „son niet geschieden kan; dog dewijl ik g'informeerd wierd, dat zulx meer een spreukje als wel de waarheijd is „ de Engelse buijten des wel weeten, dat onze onze Deserteurs op de discretie van de Comp: overkomende, wel eens met een verzen„ „dinge vrijkomen, waar bij ook komt, dat ik vermeende, dat men te Batavia ook schaars van volk is, waarom wij laatst maar met 50. man hebben kun„ „nen g'assisteerd worden, en ik dus dat getal in deze openvaart, zo gaar ne had willen restitueeren, met verlossers en Dezerteurs, om uw Hoog Edelheedens aan mijne zijde, tog maar alle moge„ „lijke genoegen toetebrengen, zo hebbe ik de publicatie den 8. xber: 1772. al laten doen, gelijk het dan ook gebleeken is, dat de Engelse zig aan dat pardon niet ge„ „kreund hebben, nademaal onze Dezer„ „teurs niet eens korter als anders gehou„ „den, veel min na Bombaij of elders ge„ „zonden zijn: egter zegd men, dat 'er tog verschijde zijn, die alleen nog maar wat wagten, expres, op dat ze buijten alle verdenkinge blijven, en dus betere gelegentheijd mogen hebben, om zon„ „der gevaar van agterhaald teworden, hier 29. afbetaalinge aan de oosten„ „sche Militairen Capitain Bappa sjendel Caret chettua en Cranganooa Coilan hier tekomen. Jntusschen zal bij de presente met hode van afbetalinge der zoldijen aan de ooster„ „sche Militairen alhier gecontinueerd worden, en is voorts aan den Capitain Bappa Jjendel Caret, uw hoog Edelhee„ „dens aan hem geaccordeerde verlossinge indien hij daar toe mogten inclinee„ „ren bekend gemaakt. De fortressen Chettua en Cran„ „ganoor zijn tzedert de daar aan gedane reparatie als nog in die goede staat en worden ook daar in gehouden, door een dagelijks toe„ zien, waar na ik zelfs in het particulier accuraat late verneemen. Bij mijnen Eerbiedigen van den 1.' Meij jongstleeden, hadde de Eere uw Hoog Edelheedens te bedeelen, toe het opperhoofd van Coilan Rosier, gelast was van zijne consideratien tedienen, op het ingekomen Rapport der gecommitteerdens van dien tijd, nopens het fort Coilan en het geen toen naar mijn gedagten, diende in het werk gesteld teworden, dog het berigt dat wij mij mij derweegens gaf, voldeet niet aan mijn oogmerk, ook was het boven dien wat ver„ „wart en onduijdelijk, zo dat ik toen, om met te meer zekerheijd en gerustheijd te werk te gaan, den secunde van de Graaff en den Majoor Medeler, g'assisteerd van den Landmeeten De Graaff, eens derwaarts gezonden hebbe met recommandatie, om bij die gelegentheijd, met de uijtterste accuratesse, het een en ander, en ook voornamentlijk de gelegentheijd van het fort te Examineeren, en van derzelver Con„ sideratien tedienen, welke gecommitteer„ „dens bij hunne terug komste zodanigen berigt met de daar bij gehoorende aftee„ „kening overgegeven hebben, als onder de bijlaagen dezes tevinden is; Uijt het zelve zullen uw Hoog Edelheedens zien, dat de gelegentheijd van de plaats, zo bedenkelijk niet is, als men wel eer daar van opgegeven heeft, dat aan de land zijde niet dan klijne reparatien nodig zijn, en dat schoon de gordijn tusschen de punt Dordrecht
English
31. Dordrecht and the water battery, and these points themselves, are already so greatly undermined by the sea that this part of the fortress must from now on be regarded as lost, the fort on this side requires nothing other than a simple retrenchment consisting of an earthen rampart, three feet high with an ordinary parapet, to cover it against an inundation; that although the bastion Madure thereby loses the defense which it formerly had from the water battery, this deficiency can mostly be fulfilled by making a retrenchment during a time of siege on the dam north of the gate, and equipping it with one or two light cannons; that although the sea at the foot of the point Mallabaar, which otherwise still appears firm and strong, has already approached so closely that in time it could completely collapse (unless one wished to prevent this by incurring great expenses), it is nevertheless, according to the opinion of the aforesaid commissioners, best to let this take its course, and if it should come to that point, then to continue the retrenchment proposed by them, as is indicated with dotted lines on the plan made thereof; that the parapet of the faussebraye, which is very dilapidated, and which work, owing to its situation, can be of no service to the fortress, ought to be removed, in which case the terreplein could then serve as a berm for the main rampart, of which the earth, and the earth of the ditch, which also needs to be dredged somewhat here and there, could be used to construct the new retrenchment; and lastly, that the stone quay on the bay side ought to be raised several feet and given a somewhat greater batter; but that for greater security it should be revetted at the foot with a piling and 33. and further continued to some distance past the point Madure in order to prevent the joining of the sea with the ditch. And according to my humble knowledge, I cannot see otherwise than that this design rests on plausible and good grounds: and the costs required for it cannot, in my understanding, be very great either; no Company buildings, other than only the small hospital, would be lost thereby; but this too can be remedied with little effort, and if Your High Nobilities are pleased to approve this design, it can then be executed gradually and according to the convenience of the time, since there is nothing among it now that requires any haste, other than only the sea quay. Thus, provisionally and until I shall be furnished with Your High Nobilities' esteemed orders, I have written to Coilan to restore, for the time being, only a certain old dam at the foot of the point Mallabaar, Sloterdijk Mallabaar, in order thereby to prevent (as much as can be done without noteworthy costs) the sea from joining with the ditch of the fort, since as long as this is checked, the point Mallabaar, as I hear, is not for the present in such great danger of collapsing. With regard to Sloterdijk and the improvement of the city on that side, I have the honor to report that, after prior posting of the necessary conditions, I contracted it out to the lowest bidder for 32000 ropias and have since bargained 1500 ropias off thereof, as appears from the recorded note thereof in the resolutions of 15 October and 1 December of last year, so that this work will now cost no more than 30500 ropias, although I would have liked so much to bring it to the round sum of 30000 ropias; but for which sum I have now, in addition, also bargained for a sluice 35. a sluice at the entrance of Sloterdijk, which, being closed at high water and opened at low water, must automatically scour the silt out of Sloterdijk, and whereby the dredging of that ditch is then rendered unnecessary, which otherwise would absolutely also have had to be undertaken, and could not have been properly done without great expense. And in order to show Your High Nobilities all the better how the work will be constructed, there follows below the literal contents of the conditions upon which I contracted out the work. The curtain between the bastions Overijsel and Stroomburg. From the River Gate up to the bastion Overijsel, the curtain will be entirely renewed; it will be nine feet high above mean low tide and fifteen feet wide at the cordon. the cordon. It will consist of a rampart of earth well rammed together, revetted on both sides with a stone wall three and a half feet thick, with a batter of one-fifth of the height down to the foundation; so that if the foundations, for example, come to lie three and a half feet below mean low tide, the entire batter will amount to two and a half feet, and consequently the revetments upon the foundations must be six feet thick. The foundations will be laid upon a sufficient piling, with a timber frame driven over it, in accordance with the plan made thereof: they will project half a foot beyond the revetment on both sides, and the frame half a foot beyond the foundations; so that this frame in the aforesaid case will be two feet wide
Dutch transcription
31. Dordrecht en het waterpas, en deze punten, zelve, door de zee reets zo zeer on„ „dermijnt zijn, dat dit gedeelte der vesting van nu af al, moet geagt worden voor verlooren:) het fort aan deze kant, niet anders behoeft, als eene eenvoudige afsnijdinge bestaande uijt een aarde wal, van drie voeten hoog met een ge„ „woone borstweering, om het zelve tegens een overloop tedekken; dat wel het bastion Madure hier door de defensie verliest, die het zelve eertijds van het water pas gehad heeft, dog dat dit gebrek meerendeels kan vervult worden, door in tijd van beleg een afsnijding op den dam benoorden de poort temaken, en dezelve met een of twee ligte Canons te beplanten; dat schoon de zee aan den voet van de punt Mallabaar, die anders nog hegt en sterk schijnd, reets zo verre genadert is, dat dezelve met dertijd geheel zoude konnen instorten (:ten ware men zulks door het doen van groote kosten wilde voorkomen:/ het egter vol„ „gens „gens 't gevoelen der voorsz: gecommitteer„ „dens best is, dit op zijn beloop telaaten, en wanneer het zo verre mogt komen; als dan de door hun voorgestelde afswij„ „ding te continueeren, zodanig als op het daar van gemaakteplan met gestipte lijnen aangewezen word, dat de borstwee„ „ninge der fausse braijen, die zeer ver„ „vallen is, en welk werk om desselfs gelegentheijd voor de vesting van geen dienst kan zijn, behoort weggenomen teworden, als wanneer het terre plein dan tot een bern voor de Hoofdwal zoude konnen strekken, waar van men de aarde, en de aarde der graft, dewelke hier en daar ook wat diend uijtgediept teworden, zoude kunnen gebruijken, tot het maaken van de nieu„ „we afsnijding; en laatstelijk, dat de steene kaaij, aan de Baaij kant eenige voeten verhoogt, en aan dezelve wat meer doceeringe behoord gegeven teworden; dog datze tot meerder zeekerheijd aan de voet met een paalwerk diend beschoeijt en 33. en voorts gecontinueerd te worden, tot een end weegs, voor bij de punt Madure om de vereeniging van de zee met de graft voor„ „te komen. En ik kan na mijne geringe kundigheijd niet anders zien, of dit ontwerp steunt op aan„ „neemelijke en goede gronden: en de kosten die daar toe vereijscht worden, kunnen naar mijn begrip, ook niet zeer groot zijn; geene Comp:s gebouwen, als alleen het Hos„ „pitaaltje, zouden daar door wegvallen; dog hier in is ook met geringe moeijte te voorzien, en indien uw Hoog Edelheedens dit ontwerp gelieven goet te keuren, dan kan het langzamer hand en naar de gelegentheijd van de tijd g'executeert worden, dewijl daar onder nu niets is, dat eenige haast vereijscht, dan alleen dezee Kaaij. Dus hebbe bij provisie en tot dat ik met uw Hoog Edelheedens g'eerde ordre zal zijn geiunieerd, naar Coilan geschreeven, om voor eerst alleen zekere oude Dam, aan de voet van de punt Mallabaar Sloterdijk Mallabaar te herstellen, om daar door (zo veel, als zonder naamwaardige kosten geschieden kan) voortekomen, dat zig de zee met de graft van het fort niet ver„ eenigt, vermits zo lange dit gestuijt word, de punt Mallabaar, zo als ik hoore, voor eerst, zulke groote nood van in„ „storten niet heeft. Met betrekkinge tot sloterdijk en de verbeteringe van de stad aan die kant, hebbe de eere temelden, dat ik het zelve na voor afgegane affictie van de „nodige Condities aan de minst bie den„ de voor ropias 32000. aanbesteed en daar van 'tzedert nog rop:s 1500. afgedongen hebbe, blijkens de gehoude aanteekenin„ „ge daar van ter resoluties van den 15. october en 1. December j:o leeden, zo dat dit werk nu niet meer zal kosten als rop: 30500. alhoewel ik het zo gaarne op de ronde somma van ropias 30000. hadde willen brengen, dog voor welke somma ik nu ook boven dien nog bedongen hebbe, een sluijs 35. een sluijs aan den ingang van Sloter„ „dijk, die bij hoog water geslooten en bij laag water opengezet zijnde, deslijk uijt sloterdijk van zelfs moet uijtschuuren, en waar door dan het uijtdiepen, van die gragt vervald, het geen anders ook absolut zoude hebben moeten onderhanden genomen, en niet buij„ ten veel kosten behoorlijk kunnen gedaan worden: En om uw Hoog Edel„ „heedens des tebeter teverthoonen hoe„ „danig het werk zal gemaakt worden, zo late hier onder volgen de bewoon„ „delijken inhoud van de condities waar op ik het werk aanbesteed hebbe De Jordijn tusschen de Bolwerken overijsel en Stroomburg. Van de Revierpoort, tot aan het Bol„ „werk overijsel, zal de gordijn geheel vernieuwt worden; dezelve zal zijn negen voeten hoog boven de gemiddel„ „de eb; en vijfthien voeten breed aan de kordon - de kordon. ze zal bestaan, uijt eene wal van aarde wel tezamen gestampt, ter weder zijde bekleed met een steene muur dik drie en een halve voeten, met een docering van een vijfde derhoogte, tot op het fondament; zo dat indien de fonda„ „menten, bij voorbeeld drie en een halve voeten beneden de gemiddelde eb komen te leggen, de geheele doce„ „ring bedraagen zal, twee en een halve voeten, en mits dien de bekleed zelen op de fondamenten moeten dik zijn ses voeten. De fondamenten zullen worden gelegt op een suffiçant paalwerk, met een raam daar over heen ge„ „slagen, over eenkomttig het daar van gemaakte plan: Dezelve zul„ „len ter wederzijde een halve voet buijten het bekleedzel uijtspringen, en de raam een halve voet buijten de fondamenten; zo dat deze raam in het voorsz: geval zal breed zijn, twee
English
37. twenty-two feet. Toward the outer side of the curtain, from the cordon downward, a stone parapet shall be brought down plumb, six feet high and three and a half feet wide, in which embrasures for small arms shall be cut every eight feet. Toward the inner side along Slooterdijk, a low wall one foot thick and three feet high shall be erected, whereby the rampart walk shall remain ten and a half feet wide. At the Rivierpoort, the curtain shall have an easy ramp, as wide as the entire rampart walk. The curtain between the Revierpoort and the Stroomburg Bastion shall be demolished down to nine feet above mean low tide. On the same, toward the outer side, a parapet shall be erected, two and a half feet thick and six feet high; in which, just as in the first-mentioned section of this curtain, embrasures for small arms shall be cut. From the inner side toward Slooterdijk, a thin low wall of a single kapok brick, three feet high, shall be erected upon it. At this Rivierpoort, a staircase shall be built to allow access to the curtain, and another staircase at the Stroomburg Bastion to allow access from the curtain onto this bastion. The Overijsel Bastion The revetments of both flanks of that bastion shall be renewed, as far as is indicated on the plan by dotted lines, and both shall be lengthened, one up against the new curtain, and the other up against the retired gorge of the bastion. The bastion shall be enlarged to such an extent that the gorge comes to lie in a straight line with the new curtain. This gorge and the flanks, insofar as they are renewed or lengthened, shall have stone revetments of exactly the same thickness, height, and batter as the revetment of the above-mentioned curtain between the Revierpoort and this bastion toward the side of Slooterdijk. The foundations of these revetments shall, in the same manner as the above-mentioned foundations of the revetments of the curtain, be laid on piling with a framework laid over it; however, depending on the conditions, they may be a few feet less wide. The terreplein of the bastion shall be brought to a height of nine feet above mean low tide, and the parapets shall be raised to six feet above the terreplein; on the west corner, a new sentry box shall be placed, so far outward that one can see the foot of the rampart from it, and the embrasures and banquettes shall be properly repaired. A Sluice to Be Newly Constructed. Between the Overijsel Bastion and the Tenaille, the Galjoen, a small sluice shall be constructed, five feet wide internally, with a drop gate to be lowered from above, according to the indications given thereof on the plan and the profile belonging thereto. The threshold of the same shall lie three feet deep below mean low tide, and the sluice itself shall be placed on sufficient piling with a framework laid over it; which piling shall extend through the entire width of Sloterdijk up against the quay. This piling shall be continued toward the northeast side of the sluice for at least twelve feet outward, and shall be covered with heavy planks to prevent the water running out through the sluice from washing out the foreground. The space of Sloterdijk on both sides of the sluice shall be closed by a masonry dam. The Company shall appoint one or more commissioners to oversee that everything is executed in accordance with this specification, as well as the plans and profiles belonging thereto. No other than good teakwood may be employed for the execution of this work. The kapok bricks must be of a suitable size and of the best and hardest type that can be obtained here. Also, the lime must be well-burned and properly prepared, and mixed with no more sand than is necessary for the binding of the work. And so that the Company may be assured that everything proceeds well, no materials may be used other than those shown to the aforesaid commissioners and approved by them. The work shall begin with the Overijsel Bastion and must be completed at the latest within one and a half years. The contractor shall demolish the old curtain between the Revierpoort and Overijsel at his own expense, in proportion as the progress of the work shall require it. For this, he shall retain the bricks that come from it, which he may use in the new work insofar as they are good and serviceable, especially on the inner side of the revetments; furthermore, it serves for the contractor's information that the feet mentioned herein are Rhineland measure. For the purchase of materials, one-third of the sum for which the work is contracted by him shall be advanced to the contractor beforehand, and the remaining portion of the sum in proportion as the work progresses, with the exception of the eighth part, which shall only be paid when the work has stood for a full year; and if in the meantime anything should need to be done to it, the contractor shall be obliged to remedy it at his own expense, or must permit it to be done on behalf of the Company, and the amount thereof shall then be deducted from this unpaid eighth part. Anyone who is inclined to profit from this tender may present himself at nine o'clock on the aforesaid day at the policy secretariat here, where the auction and contracting shall take place, and the contractor
Dutch transcription
37. twee en twintig voeten. Naar de buijten zijde van de gordijn, zal van de kordon af; Lood regt, wor„ „den afgehaalt, een steene borstweering, hoog ses en breed drie en een halve voeten, waar in van agt tot agt voeten zullen worden gesneeden schiet gaaten voor klijn geweer. Naar de binnen kant langs slooter„ „dijk, zal een muurtje van een voet dik, en drie voeten hoog werden op„ „gehaald, waar door de walgang, zal breed blijven tien en een halve voeten. Bij de Rivierpoort, zal de gordijn hebben een gemakkelijke opweg, zo breed, als de geheele walgang. De gordijn tusschen de Revierpoort en het Bolwerk stroomburg, zal tot op negen voeten boven de gemiddelde eb worden afgebrooken. Op dezelve zal na de buijten kant worden opgehaalt een borstweering, van twee en een halve voet dik en ses de ses voeten hoog; waar in gelijk in het eerst gem: gedeelte dezer gordijn, zullen gesneden worden schiet gaaten voorklijn geweer. Van de binnen kant naar slooterdijk zal op dezelve een dun muurt je worden opgehaald, van een enkelde kapok steen, drie voeten hoog. Bij deze vier poort zal een trap worden gemaakt, om op de gordijn te kunnen komen, en een andere trap bij het bol„ „werk stroomburg om van de gordijn te kunnen komen, op dit Bolwerk. Het Bolwerk overijsel De bekleedzelen der beijde flanken, van dat Bolwerk zullen vernieuwt wor„ „den, zoo verre als zulks, bij het plan door gestipte lijnen aangeweezen is, en beijde dezelve zullen verlangt wor¬ „den, den eene tot tegens de nieuwe gordijn, en de andere tot tegens de terug getrokkene keel van het Bastian. Het Bolwerk zal zo verre vergroot worden 39. worden, dat de keel met de nieuwe gordijn in een regte linie komt, te leggen. Deze keel en de flanken, voor zo verre die vernieuwt of verlangt worden, zullen steene bekleedzeten hebben, van even zodanige dikte, hoogte en docering, als het bekleedzel der hier boven gem: gordijn, tusschen de revierpoort, en dit Bolwerk naar de kant van Slooterdijk. De fondamenten dezer bekleedzelen, zullen inzelver voegen als de hier bo„ „ven gem: fondamenten van de bekleed„ zelen der gordijn, gelegt worden op paalwerk, met een raam daar over heen geslagen; alleen zullen dezelve, naar bevinding van zaaken, eenige voeten minder breet mogen zijn. Het terve plein van het Bastion zal worden gebragt tot op de hoogte van Negen voeten, boven de gemid„ „delde eb, en de borstweeringen zullen tot ses voeten boven het terve plein opgetrokken worden; op de west hoek zal 8 zal een nieuw schilderhuijs worden gezet, zo verre buijten-waards, dat men den voet der wal daar uijt zien kan, en de embrasures en bankets zullen behoorlijk worden gerepareert. Een Nieuw aanteleggene Sluijs. tusschen het Bolwerk overijsel en de Jenail„ „le, het Galjoen, zal een klijne sluijs wor„ „den aangelegt, breet vijf voeten binnens werks, met een valdeur, om van boven te worden afgewonden, volgens de aan„ „wijzing daar van gedaan bij het plan„ en het daar toe gehoorende profie. De Drumpel van het zelve zal drie voeten diep leggen beneeden de gemid„ delde eb, en de sluijs zelve gezet worden op een sufficant paalwerk met een raam daar over heen geslagen; welk paalwerk zal gaan door de geheele breete van sloterdijk tot tegens de kaaij Dit paalwerk zal naar de N: O: kant van de sluijs worden gecontinueert, tot ten minsten twaalf voeten naar buijten 41. buijten, en zal met swaare planken, gedekt worden om voortekomen, dat het water door de sluijs uijtloopende, den voorgrond niet komt uijt temaalen. De ruijmte van sloterdijk ter wederzijde van de sluijs zal geslooten worden; door een gemetzelde dam. De Comp. zal een of meer gecommitteer„ „den benoemen, om toete zien, dat alles volgens dit bestek, mitsgaders de plans en profils daar toe gehoorende, g'exe„ cuteerd word. Geen ander dan goed tekkenhout, zal tot de uijtvoering van dit werk mogen g'emploijeert worden. De kaporsteenen moeten zijn van een bequaame groote en van de beste en hardste zoort, welke, hier te krij„ „gen zijn. Ook zal de kalk moeten zijn; wel uijtgebrand en behoorlijk geprepa„ peert mitsgaders met niet meer zand gemengd, dan tot verbinding van het werk nodig is. En En ten eijnde, de Comp: kan verzeekert zijn, dat alles wel toegaat, zullen geen materiaalen mogen werden verbruijkt, dan die aan voorsz: gecommitteer„ „den vertoont, en door dezelve goedge„ „keurt zijn. Het werk zal met het Bolwek overij„ sel worden begonnen, en zal uijter„ „lijk in een en een half Jaar moeten worden voltooijd. De oude gordijn tusschen de Revier poort en overijsel zal den aanneemen ten zijnen kosten doen afbreeken, na maate dat den voortgang van het werk zulks vereijsschen zal: Hier voor zal Hij behouden de steenen welke daar van komen, die Hij in 'zs verre ze goed en bruijkbaar zijn, tot het nieuwe werk zal mogen emploijeeren, inzonderheijd, aan de binnen zijde der bekleedzelen: voorts diend tot narigt van den aanneemen, dat de voeten in dezen vermeld zijn, rijnlaandse maat. Tot 43. Tot het inkoopen der materiaalen zal aan den aanneemer voor af ver„ „staekt worden, een derde gedeelte van de som, waar voor het werk bij Hem aangenoomen word, en het overige gedeelte der somma naar maate dat het werk vordert, uijtgenoomen het agtste gedeelte, het geen eerst zal wor„ „den betaald, als het werk een rond- „jaar gestaan hebben zal, en zo daar aan intusschen iets te doen quam, zal den aanneemer gehouden zijn, het ten zijnen kosten teverhelpen, of moe„ „ten gedoogen, dat het van wegens de Comp: gedaan word, en zal als dan het bedraagen daar van, van dit onbetaald gebleeven agtste gedeelte, gekort worden. Een ider die genegen is, met deeze aanbesteedinge profijt tedoen, kan zig ten voorm: daage te negen uuren laaten vinden, ter secretarije van po„ „litie alhier, alwaar de opveijlinge en aanbesteedinge geschieden, en den aanneemen
English
contractor, should it be judged necessary, will provide sufficient sureties for the monies advanced beforehand. At present, work is being carried on diligently; lime, stones, and timber are partly already at hand and partly being brought in continuously, which is a principal matter about which I was most fearful in the beginning. Most of the piles for the bastion Overijssel have also already been driven, but now that the work is in hand, one truly sees for the first time that having everything made firm and strong according to the specifications requires somewhat more time than had been supposed, so that it might well take upwards of two years before it is entirely completed. And I also judge that it is better not to look to half a year more or less, so as not to rush the contractor thereby, and to have a work of such great consequence and necessity made all the stronger and more solid. 45. To make the parapet of this fortress. Two members of the Council have been appointed as commissioners to inspect the work and the materials daily, in order to have all the more authority and respect both over the contractor and in their commission, namely the warehouse master Saffin along with the shopkeeper and dispenser Van Spall, whose respective administrations, both warehouse and dispensary, are situated virtually adjacent to and opposite Sloterdijk, whereby they naturally have the work under their eyes every day. Apart from this, I myself have sufficient inclination and passion to go and inspect it repeatedly as well, so that Your High Nobilities may be assured that supervision is not lacking in this regard, but that everything possible is being done to complete the work promptly and solidly. Furthermore, I thank Your High Nobilities for the granted authorization The Jailer's House to gradually raise the parapet of the Cochin fortress, which is generally too low, to a suitable height, and to plaster the ramparts where necessary, which I shall begin gradually and proceed with the utmost frugality, so that this highly necessary work will not cost the Company much. According to the authorization obtained from Your High Nobilities, I would have had the prison or the jailer's house sold for its current value already, if I could have employed the pay office, which had been considered for that purpose at the time but was subsequently found to be in too poor a condition. Thus, as the jailer's house is a very large and extensive building containing fully ten prisoners' quarters besides the residence of the jailer himself, which is also in it, together with the storage spaces for irons, pillories, and similar things, I have had it provisionally shored up at the weakest places. Therefore, I shall now look out for another place for the irons, 47. To store the gun carriages during the bad monsoon. The dilapidated outwork and consider what had best and most economically be done with the old pay office. It is truly in a deplorable state with the Company's buildings, and the poor condition becomes all the more apparent upon the demolition of a building or roof, for as long as it remains joined together, one part still holds the other together; but when one begins to demolish, one cannot help but wonder how it could have remained standing for so long. I shall also henceforth during the bad monsoon make good use of the obtained authorization, namely to lower the cannons from the ramparts onto the platforms and to store the gun carriages in the lodges to preserve them from decay, with the exception of the flank pieces, which will remain mounted on their carriages to be secure against an assault. I also find myself obliged to demonstrate to Your High Nobilities how the old outwork—which was for the most part washed out and collapsed by the sea as early as the year 1758, situated between the points Gelderland and Holland, and known by the name of Het Vierkantplat—still lies there in that same state and is daily washed out further by the rain; how in all that time no reflection seems to have been made on what must naturally catch the eye if one only considers it, namely that the remains thereof entirely obstruct the defense of the point Holland on that side, so that the enemy, without being able to be swept by fire from the point Holland, could land behind it, undermine the point Gelderland, and blow it up, since the highest part of that outwork (behind which, as has been said, the enemy can take cover) lies only seven to eight rods from, and thus so close beneath Gelderland, that even less defense can be mounted from that point than from Holland; 49. how this work therefore must either be newly rebuilt or leveled to the ground; how this work, to restore it to the state in which it formerly was, would cost an extraordinary amount of money and would nonetheless still be exposed to the same fury of the sea by which it collapsed and was washed away, should the sea on that side once again erode the foreland in such a manner as it did previously; how, moreover, this work having once been rebuilt, it would simultaneously have to be provided with artillery and an outguard as before, which would again cost more soldiers and artillerymen, with whom we are very sparsely provided in relation to the extent of this city. Thus, I have had that abandoned and dilapidated outwork examined by the second in command Van de Graaff, Major Medeler, the overseer of artillery Van Asbeek, together with the surveyor De Graaf, in order to properly in the
Dutch transcription
aanneemer, zulks nodig g'oordeelt werdende, voor de voor af verstrekt werdende penningen, suffiçant bor„ „gen stellen zal. Thans is men ijverig bezig met dat werk; kalk steenen en houtwerken leggen gedeeltelijk al voor de hand, en wor„ „den gedeeltelijk bij continuatie aangebragt, het geen een voornaam articul is, waar voor ik in den beginne het meeste gevreest had: ook zijn de meeste palen voor het bolwerk overijssel al ingeslagen, dog nu men het werk onder handen heeft, ziet men eerst regt, dat, als alles na de condities hegt en sterk gemaakt wordende daar toe wat meer tijd vereijscht, als men gemeend had; zo dat het mogelijk- wel over de twee Jaaren zoude kunnen aanloopen, eer het ten eene„ „maal voltooijd zij; en ik oordeele ook, dat het beter is, op een half gaartje min of meer niet tezien, om de aanneemer daar door niet teverhaasten, en een werk van zo veel aangelegentheijd als noodzake„ „lijk, des te sterken en massiven telaaten maaken 45. De borstweeringe dezer Vestinge maaken. Tot gecommitteerdens, welke dagelijks na het werk en de materiaalen zien, zijn gecommitteerd, twee Leeden van den Raad, om des te meer authoriteijt en respect zo over den aanneemer als in Hunne Commissie te hebben, namentlijk de Pak„ „huijsmeester saffin benevens de winkel„ „ier en Dispencier van Spall, welker beijde administratien zo Pakhuijs als Dispens genoegsaam bij en tegen over sloterdijk gelegen zijn, waar door zij dagelijks als van zelfs het werk onder hun oog hebben, buijten des zo hebbe ik zelfs lust en liefhebberij genoeg om ook telkens daar na tegaan zien; zo dat uw Hoog Edelheedens, zig gelieven verzekert tehouden, dat hier omtrend, geen toezigt manqueert, maar dat 'er alles aangewend word, wat mogelijk is, om het werk spoedig en masif te voltooijen. Voorts bedanke ik uw Hoog Edelheedens voor de verleende qualificatie, Om Het Cipiers Huijs om de borstweeringe der Cochimse vistinge, als doorgaans te laag zijnde, tot een bequa„ „me hoogte gaande weg optehaalen, en de wallen daar ze het nodig hebben te plijsteren, waar meede ik gradatim beginnen, en met de meeste zuijnigheijd tewerk zal gaan op dat de Comp: dit zo hoog nodig werk ook niet veel kome te kosten. Volgens uw Hoog Edelheedens erlangde qualificatie, zoude ik de bolijen of het Cipiers Huijs, reets voor het geldende hebben laten verkopen, indien ik het tijd te dienr „ daar toe in 't oog gehad hebbende dog 't zedert al te slegt bevondene zoldij Comptoir, had kunnen emploijeeren, dus hebbe het Cipiers Huijs, als zijnde een zeer groot en uijtgestrekt gebouw daar wel Jhien gevangens vertrekken in zijn behalven de Huijzinge van de cipier zelfs, die daar ook in is, bene„ „vens de berg plaatsen, voor boeijen, pron„ „ken en diergelijke dingen meer, op de swakste plaatsen bij provisie laten stutten; derhalven zal ik nu na een andere 4 47. de affuijten in de quaade moupson te bergen. Het vervalle buijten werk andere plaats voor de boeijen omzien, en eens overleggen, wat met het oude zoldij comptoir, het voegelijkste en menagieuste diend gedaan teworden: Het is waarlijk bedroefd gesteld met 's Comp:s gebouwen, en de slegte gesteldheijd blijkt des te meer, bij het afbreeken, van een gebouw of dak, want zo lange als het aan elkander is, houd het eene, het andere nog te zamen; maar als men aan 't afbreeken gaat, dan moet men zig verwonderen, hoe het nog zo lange heeft kunnen staan blijven. Ook zal ik voortaan in de quaade mousson een goed gebruijk maaken van de erlangde qualificatie, namentlijk om de canons van de wallen op de bed„ „dings neer te strijken, en de affuijten ter preserveeringe van bederf, in de logies te bergen, behalven de flankstukken; die met Hunne affuijten gemonteerd. zullen blijven, om tegen een overloop ge„ „dekt te zijn. Ook vinde ik mij verpligt uw Hoog Edelheed=s „ Edelheedens te verthoonen, toe 't oude en al van 't Jaar 1758. door de Zee voor het grootste gedeelte uijtgespoeld en ingestort buijten werk, gelegen tusschen de Punten Gelderland en Holland, bekend onder de naam van J vierkantplat = daar nog in„ dien zelfden staat legt en door de reegen dagelijks verder uijtspoeld; Hoe men in all' dien tijd, niet schijnt gereflecteerd te„ hebben, het geen egter natuurlijk in 't oog moet vallen, als men het maar beschouwd, namentlijk dat het overblijfzel daar van, de defensie van de Punt Holland na die zijde ten eenemaal beneemd, zo dat de vijand zonder door de Punt Holland bestreeken te kunnen worden, daar agter landen, de Punt Gelderland zoude kunnen onder„ mijnen, en in de lugt doen springen, alzo het hoogste gedeelte van dat buijten werk, (waar agter gelijk gezegd is de vijand zig kan ophouden, / maar seven â agt roeden van, en dus zo digt onder gelder„ „land legt, dat van die punt nog minder defensie als van Holland kan gedaan worden 49. worden Hoe dus dat werk of weder nieuw opge„ „haald, of met de grond dient gelijk gemaakt te„ „worden; Hoe dit werk om weder tebrengen in dien staat, daar het bevoorens ingeweest is, extra ordinair veel geld kosten, en dan nog even wel g'exponeert zijn zoude aan de zelfde woede van de zee, waar door het zelve ingevallen, en omvergespoeld is, bij aldien de zee aan dien kant, eens we„ „der de voorgrond zodanig mogt komen afteneemen, als ze bevoorens gedaan heeft; toe buijten des, dit werk al eens weder nieuw opgehaald zijnde, dan teffens gelijk bevoorens met geschut en een buijten wagt, zoude moeten voorzien worden, het geen ook weder meer Militairen en Arthilleristen zou„ „den kosten, waar van wij na de uijtgestrekt„ „heijd dezer stad zeer zober voorzien zijn, zo dat ik dat verlatene en vervallene buijten werk, door den secunde van de graaff, Den Majoor Medeler den op„ „ziender der Arthillerije van Asbeek be„ „nevens den Landmeeter De Graaf hebbe laaten examineeren, om eijgentlijk in den
English
in fact, to be informed of the actual condition of the same; whereupon those commissioners, along with a drawing, served a report, and thereby demonstrated among other things that, even if that outwork were to be rebuilt again, it would still not fulfill the purpose for which it is properly suited, namely, to defend the face of the Bolwerk Holland and the cut-off side of the Bolwerk Gelderland (whose lines lie outside the sight of the main wall), and that consequently, through this outwork, that defect in the fortress was very imperfectly remedied, indeed even made much worse; wherefore those commissioners are of the opinion that it is better to raze that work entirely, when the moat on that side is extended past the Bhaaijpoort (which lies completely exposed) and an entrenched place of arms is formed opposite the sortie for the protection of the dead angles of the two aforementioned bastions. Which all together was judged by me to be of such importance that I presented the same in a secret meeting of the 10th of October of last year to the assembly, on which occasion it was seriously discussed and taken into consideration that the fortress (as long as that work is not rebuilt), being perilous on that side because of the projecting heights and remnants thereof, would thus automatically become less perilous as soon as one merely has those heights and remnants above the ground leveled, even if one did not extend the moat and formed no defense for the dead angles of Holland and Gelderland, since that old work, even if once new, could nevertheless not serve that purpose and besides now lies right in the way everywhere; that since it now appears how dangerous this dilapidated outwork is in itself for the fortress, there consequently also resides periculum in mora should that work remain there longer, because in the event of hostile attacks one would have no time to get the same out of the way so quickly; that also, this outwork being attached on the south side against the point of Holland, the deserters easily know how to get from the rampart outside the city at night, just as it has therefore several times been observed that rascals, who were still seen in the evening after gate-closing and even in the early night, manage to escape, which alone in itself is a great evil to this fortress; that also at present, through the steady dumping of old stones under the point of Stroomburg, that well-known whirlpool, which has already cost the Company so many thousands, is now being gradually mastered without any expense according to what was recorded in the resolutions of 29 April and 28 October of the past year; and thereby daily begins to gain more and more ground, but now at the same time all the supply of old stones everywhere has run out, whereby that work would have to come to a standstill until other old stones come to hand again here or there from the demolition of buildings; that the aforementioned outwork, lying within sight of Stroomburg, the stones coming from it can thus very easily, and practically as if on the way, be brought there; that however necessary it is to remedy the aforementioned defect on this side of the city, to wit the weakness of the dead angles of the said bastions, with something better, yet no such periculum in mora resides therein, because in that respect one is merely in the same situation in which one is at present, and in case of an unexpected attack one could always devise an elevation, even if made of earth and coconut trees, and plant it with some small pieces of artillery to defend the dead angles of the aforementioned two bastions; that besides this project certainly required a further commission, with a clear and specific demonstration of how the weakness of the city on this side could be remedied most economically and at the same time effectively. Whereupon it was unanimously decided to provisionally have whatever is still remaining of the aforementioned work demolished without more, and to respectfully give notice thereof to Your High Nobles; but with regard to the extension of the moat and whatever else is effectively necessary to prevent the real weakness on this side of the city, to commission the aforementioned commissioners once again to report further how the plan in their opinion could and should be executed most economically and yet effectively, with instructions to prepare a plan thereof for greater clarity, in order to be able to supply it to Your High Nobles and to request Their Highest authorization thereto; as appears from the enclosed copy of the said secret resolution with the insertion of the said commissioners' report and submitted plan, from which it also appears that I have taken it upon myself to ensure that the demolition of these old remnants will cost the Company nothing, but likewise will be done by the ordinary permanent coolies during their coming and going to and from home, and also during entire days whenever the same, with good deliberation, can now and then be spared, as has now already been practiced and put into motion here for some time for doing absolute extraordinary works, as indeed a beginning has already been made with the demolition of the aforementioned old wall, with that place which is the most dangerous for our fortress, and which demolition has until now taken place without any expense to the Company.
Dutch transcription
der daad g'informeerd te worden, van de effec„ „tive aangelegentheijd van het zelve; waar op die gecommitteerdens, benevens eene afteeke„ „ninge, van Raport gediend, en daar bij onder anderen aangetoond hebben, dat schoon, dat buijten werk al eens weder opgebouwd was, het zelve als dan evenwel nog niet aan het oogmerk voldoen zoude, waar toe het eijgent lijk geschikt is, namentlijk, om de face van het Botwerk Holland, en de afgesneede zijde van het Bolwerk Gelderland (:welker linien buijten 't gezigt van de Hoofdwal leggen:) te defendeeren, en dat dus door dit buijten werk dat gebrek aan de ves„ „tinge zeer onvolmaakt verholpen, ja zelfs nog veel verergerld is; waarom die gecommitteerdens van gevoelen zijn dat het beter is, dat werk geheel te slegte wanneer de gragt van die zijde tot voor bij de Bhaaijpoort, (dewelke geheele bloot „legt, / verlengt en een geretrancheerde wapenplaats tegen over de sortie, ter be „scherminge van de onbestreekene linie der twee voorsz: Bolwerken geformeer wierd 51. wierd. Welk een en ander bij mij van die aangelegentheid g'oordeeld wierd, dat ik het zelve in eene secreete bij eenkomste van den 10. ' 8ber: J:oleeden aan de verga„ „deringe verthoonde, bij welke gelegent„ „heijd wel serieuselijk daar over gesproo„ „ken en in aanmerkinge genomen wierd, dat de vestinge (:zo lange dat werk niet weder opgehaald word:/ door de daar van uijtsteekende hoogtens, en over blijfzels aan die zijde, gevaarlijk zijnde, dus van zelfs minder gevaarlijk zoude worden, zo dra men die hoogtens en overblijfzels boven de grond, maar laat slegten, alwaare het ook dat men de gragt niet verlengde, en voor de onbe„ streekene linien van Holland en gelder¬ „land, geen defentie formeerde, dewijl dat oude werk, schoon eens nieuw zijnde, tog evenwel daar toe niet dienen kan en buijten des nu over al vlak in de weg legd; dat dewijl het nu blijkt, hoe gevaarlijk dit vervalle buijten werk opzig op zig zelfs voor de vesting is, er dan ook periculum in mora resideert, inge„ „valle dat werk daar langer blijft, om dat men bij vijandelijke aanvallen geen tijd zoude hebben om het zelve zo schielijk uijt den weg te krijgen: Dat ook dit buijten werk aan de zuijd zijde, tegen de Punt Holland, gehegt zijnde de Dezerteurs des nagts met gemak van de wal buijten de stad weeten te komen, gelijk men daarom verschijde malen vernomen heeft, dat korels, die des avonds na poort sluijten en zelfs in den voornagt nog gezien zijn, weeten te echapeeren, welk alleen op zig zelfs een groot quaat aan deeze vestinge is: Dat men ook thans, door het gestadig werpen van oude steenen onder de punt stroomburg, die bekende en de Comp: al zo veel Duijzenden ge„ „kost hebbende maalstroom, thans zonder eenige kosten volgens het aangetekende ter resoluties van den 29. ' April en 28. ' oc„ „tober A:o pass=o gaande weg meester word; en daar door dagelijks meer en meer voor„ „grond 53. grond begind te krijgen, dog nu ook teffens all' de voorraad van oude steenen over al opgeraakt is, waar door dat werk zoude moeten stil staan tot dat weder hier of daar bij het afbreeken van opstallen, andere oude steenen voor de hand komen; dat meerm: buijten werk, in 't gezigt van Stroomburg leggende, de daar van komende steenen dus zeer gemakke„ „lijk, en genoegzaam als in de ueg, daar na toe tebrengen zijn; Dat Hoe noodza„ „kelijk het ook is, om het voorsz: gebrek aan de ze zijde van de stad, te weeten de swakheijd van de onbestreekene linien der gem: bolwerken, met iets beters voor„ „tekomen, egter daar bij zo geen pericu„ „lum in mora resideert om dat men in dat opzigt dan maar in het zelfde geval verzeert, waar in men thans is, en men bij onverhoopte, aanval al„ „toos wel een aanhoogte, al was 't ook van aarde en klapperboomen zoude kunnen practiseeren, en met eenige stukjes beplanten om de onbestreekene linien linien der meerm: twee Bolwerken te defendeeren; Dat buijten des dit pro„ „ject, wel eene nadere Commissie ver„ „Eijschte, met duijdelijke en specificque aan „thooninge, hoe de swakheijd van de stad aan deze zijde, op het menagieuste en teffens met vrugt voortekomen zoude zijn. Waar op men eenpaarig beslooten heeft, om het geen van voorsz: werk nog in wezen is bij provisie telaten afbreeken zonder meer, en uw Hoog Edelheedens daar van Eerbiedig kennissie tegeven; dog met betrekkinge, tot het verlengen van de gra„ en het geen verder effectief nodig is, om „de wezendlijke swakheijd aan deze zijde van de stad voortekomen, voorm: Gecon¬ „mitteerdens andermaal te committeere om nader optegeven, hoedanig het ont„ „werp bij Hun berigt op het menagieuste en evenwel met effect zoude kunnen en dienen te werden g'Executeerd, met last, om tot meerder duijdelijkheijd daar van tevervaardigen een plan ten eijnde aan uw Hoog Edelheedens te kunnen 55. te kunnen suppediteeren en Hoogst Der„ „zelver qualificatie daar toe te verzoeken; gelijk zulks bij het hier nevens gaande afschrift, van gem: secreete resolutie met insertie van der Gem: gecommit„ „teerdens Rapport, en overgegeve plan blijkt, waar bij teffens blijkt, dat ik op mij genomen hebbe, om te zorgen dat het afbreeken van deze oude overblijfzels de Comp: niets zal kosten, maar insgelijks gedaan werden, door de ordinaire vaste coelijs bij hun gaan en komen na en van Huijs, en ook wel bij geheele dagen wan„ „neer dezelve bij goed overleg, nu en dan wel eens kunnen gemilt worden, zo als dat nu hier al eenigen tijd tot het doen van absolute extra ordinaire werken ge„ „practiseert en in train gebragt is, gelijk dan ook met het afbreeken van voorm: oude muur reets een begin gemaakt is, met die plaats, dewelke het meeste, voor onze ves„ „tinge gevaarlijk is, en welk afbreeken tot nog toe zonder eenige kosten van de Comp: geschied. Gem:
English
Difference between the English and Portuguese. The aforementioned commissioners will shortly also complete their further commission, for which there is now not precisely that great haste, and as soon as the report thereof has come in, I shall have the honor to present the same to Your Right Nobles. I also have the honor to inform Your Right Nobles of a dispute that has arisen between the English and the Portuguese here in the North, and which is currently in status quo, pending further orders from Europe. The dispute and its origin, as I have been able to gather from the account of the English and Portuguese who have passed through here, consists of this: The Portuguese at Daman continually maintain a fleet, ordinarily consisting of two two-masted gallivats and some single-masted gallivats, for the convoy of trading vessels that sail with Portuguese passes and flags to and from Suratte, Diu, and other places lying around the Gulf of Persia, where many petty pirates usually maintain themselves. This armada also maintains the right of that nation (which they call the dominion over the Indian Sea, arrogated to them as the first European nation in India) against all Indians who sail thereabouts and do not take passes from them; but especially against those who transport so-called contraband goods, such as horses, iron, bamboos, coir, etc., a prohibition which the Portuguese placed upon them at the time when they were still in prosperity and in a position to maintain themselves through their power; which right is now, however, disputed by various parties, as occurred again recently, and from which the aforementioned dispute actually arose. For after a Moorish two-masted vessel from Sind or thereabouts, laden with some horses and other goods, wishing to sail to the south, was detained at sea last year by the fleet of Daman, sent to Goa, and declared a lawful prize and sold there; the English (who are said to have granted their pass and flag to that vessel), by way of reprisal, finally seized the goods which had been brought ashore at Suratte from a Portuguese ship for trade, partly sold and partly still unsold there, and recovered from them the damages of the vessel seized by the Portuguese, and offered back the remainder, or indeed actually returned it, demanding proper satisfaction for the disrespect shown to their pass and flag. Meanwhile, the Portuguese say that the Moorish vessel did indeed fly an English flag when it was seized, but showed no pass, asserting that the English may well grant passes to their dependents, but not to nations that dwell entirely remote from them and are completely independent of them. But as this dispute will not be decided in India, but has been written about to Europe, both parties have in the meantime each forbidden their subordinates to call at each other's places or harbors with their ships and vessels. Three French ships that have been on this coast. This year, three French ships from Europe have appeared on this coast. Regarding the first, according to verbal accounts, both from the English themselves and from other people who passed through here, we have heard that it was a snow named Pondichery and commanded by one Lamot, who, having called at Suratte and Bombay, was held in suspicion by the English (who seem greatly to mistrust French designs in India), as if that vessel had come to gather intelligence on the situation and circumstances of the English, for which reason the English kept a watchful eye on it. However, the second ship, named Le Marquis De Castres, commanded by one Winsou, sailed past here on the 11th of this month towards Mahé, after it had previously called at Quilon to inquire after the Marathas. And the third, named Praslin, commanded by one Declouard, arrived here directly yesterday, having departed from Lorient on the 1st of July, also intending to go to Mahé, with the intention of calling at Suratte if it can still make it there, and then subsequently turning to China, to return home from there; it is scheduled to depart from here tomorrow or the day after tomorrow after taking in refreshments. This captain stated nothing else, both concerning himself and the other two, than that they had also departed from Lorient and were likewise private merchants. The allocated provision, beginning with the year 1772/73. Furthermore, I humbly give thanks that Your Right Nobles have been pleased to grant the second and myself permission (instead of enjoying the private trade recently granted by Your Right Nobles) to enjoy once again the previous gratuity of five percent on the sold merchandise, together with an additional three percent on the purchase of pepper, beginning with the financial year 1772/73, all under the same restrictions as before. Of
Dutch transcription
verschil tusschen De Engelschen en Portugeezen Gem: gecommitteerdens zullen Hunne nadere Commissie, waar bij nu Juijst, die groote haast niet is eerlange ook volbrengen, en zo dra het rapport daar van ingekomen is, zal ik de Eere hebben het zelve uw Hoog Edelheedens aantebieden Ook hebbe de Eene uw Hoog Edel„ „heedens kennisse tegeven van een verschil tus„ „schen, de Engelsche en de Portugeesen hier om de Noord ontstaan, en thans in statuquo, tot nadere order uijt Europa: Het verschil en desselfs oorsprong, zo als ik uijt het ver„ „haal der Engelse en portugeezen, die hier gepasseerd zijn, hebbe konnen opmaken, bestaat hier in De Portugeezen te Damar onderhouden steeds een vloot, bestaande ordinair uijt twee, twee mastige galwets, is en eenige een mastige Galwets „ tot Convooij der Handel drijvende vaar„ „tuijgen, die met portugeeze passen en vlag, „gen, na en van souratta, Din en andere omtrend de golf van Persia leggende plaatsen vaaren, alwaar zig doorgaans veele kleine roovers onthouden: ook main„ „tineert deze armade, het regt dier Nato het 57. (: het welk zij noemen de Heer schappije over de Jndiase zee bij Haar aangematigt, als d' Eerste Europase Natie in Jndien:) tegens alle Jndiaanen, die daar omstreeks vaaren en geene passen van sen neemen; dog speci„ „aal tegens die, welke zo genaamde Contra- „bande dingen vervoeren als paarden, ijzer, Bamboesen, Caijer enz: een verbod, dat de Por„ „tugeezen daar op gesteld hebben, ten tijde, wan„ „neer zij nog in voorspoed en in staat waaren, zig door Haar vermoogen te mainctineeren: dog welk regt nu bij den eenen en den anderen betwisd werd; gelijk nog onlangs; en waar uijt dan eijgentlijk gem: verschil ontstaan is; want na dat voorleede jaar een Moors twee mastige vaartuijg uijt sindi of daar omtrend, met eenige Paarden en andere goederen belaaden, na de zuijd willende, door de vloot van Daman in zee aan gehouden, na god gezonden, aldaar voor goede prijs ver„ „klaart en verkogt was; zo hebben de Engel„ schen, (die aan dat vaartuijg - Hin pas en vlag zouden verleend hebben) uijt represaille de goederen (die uijt een portugees schip in Drie fransche scheepen die op deze cust geweest zijn in souratta, ter negotie aan de wal ge„ „bragt gedeeltelijk verkogt en gedeeltelijk daar nog onverkogt waaren, 1 finaal gearresteert, en daar uijt de schade van het door de portugeesen gearresteerde vaar„ „tuijg, verhaald, en het overige terug gepre„ senteerd, of ook wel effectief terug gegeven begeerende een behoorlijke satisfactie, over het disrespect aan Hun pas en vlag getoond Jntusschen zeggen de Portugeesen, dat het moors vaartuijg bij het arresteeren wel een Engelse vlag gevoerd; dog geen pas vertoond heeft, beweeren, dat de Engelschen wel passen mogen verleenen aan hun onderhoorige, dog niet aan Naties die gants afgelegen van hun gezeten en gants in dependent van hun zijn: Dan dewijl dit dispent niet in jndien beslist zal worden, maar daan over na Europa geschreeven is, zo hebben beijde parthijen intusschen, ider Hunne onderhoorige g'interdiceert, met hunne scheepen en vaartuijgen elk anders, plaatsen of Htavens aan te doen. Dit jaar zijn drie fransche scheepen 59. scheepen uijt Europa ter dezer custe verscheenen. Nopens het eerste, hebben volgens mondeling verhaal, zo van Engelsche zelfs, als van, andere lieden die hier gepasseerd zijn, gehoord, dat het zelve een snauw zoude geweest zijn; genaemt Londicherij, en gecommandeert bij eenen Lamot, die souratta en Bombaij aan„ „gedaan hebbende bij de Engelsche (welke de fransche oogmerken in Jndien zeer schij„ „nen te mistrouwen/ verdagt is gehouden, als of dat vaartuijg gekomen was om van de gelegentheijd en omstandigheijd der En„ „gelschen kennisse teneemen, en waarom de Engelse een wakend oog op dat zelve gehouden hebben. Dog het tweede schip gen=t Le Mar„ „quis De Castre, gecommandeert door eenen winsou is den 11. ' dezer hier voor bij ge„ „zeijld na Mahé, na dat het zelve al„ „voorens Coilan had aangedaan, om na de Marrattas teverneemen. En het derde gen=t Praslin gecomman„ „deert De toegelegde Provisie beginnende met A:o 17 2/73. „deert door eenen Declonard, is gisteren hier direct aangekoomen, zijnde den 1. ste Julij uijt Lorient vertrokken, ook de wil heb„ „bende na Mahié, met intentie om in dien souratta nog krijgen kan, daar nog aan„ „tegieren, en dan vervolgens na China tekeeren, om van daar weder te repatriee„ „ren; staande morgen of overmorgen na ingenome verversingen van hier te vertrek„ „ken; deze Capitain heeft zo van zig, als van de overige twee, niets anders gezegd, als dat ze ook uijt Lorient vertrokken en insgelijks particulier kooplieden waren. Wijders bedanke ootmoedig, dat uw Hoog Edelheedens den secunde en mij hebben gelieven te accordeeren, om (in stee„ „de van de door uw hoog Edelheedens laatst toegestaanen particulieren Handel te gau„ „deeren ) weder temogen genieten het voorig douceur van vijf ten Hondert op de ver„ „kogte koopmanschappen benevens nog drie percento op den inkoop van de peper, begin„ „nende met het boekjaar 17 2/3. alles onder dezelfde restrictie als bevoorens. Van
English
61. Request that the said provision may be enjoyed earlier. Yet because I can assure your High Nobles, by all that is dear, that from the time of my arrival here until now I have expressly declined all private trade and the enticing benefits accrued thereto, and have made no use thereof, because my conscience convinced me that the trade of the Company would then be conducted with better success, it is respectfully permitted me herewith most respectfully to request your High Nobles that this douceur may also be enjoyed from that time when I made no use of private trade, which has been from 31 December Anno 1770, as when, according to the resolution recorded at that time, I had already taken charge of the Company's trade here, and the former Secunde Kellij, following my example, likewise renounced private trade. Thus I pray your High Nobles to give a favorable consideration to this request, so that my good faith and sincerity in this matter may not cause me any disadvantage, since, either private trade or the douceur being granted to the Commandeur and Secunde as a means of subsistence, I could have continued private trade during that intervening time and still have requested the douceur for the future. Should I, however, be so unfortunate that your High Nobles do not deign to consent to this, then I humbly request that it not be taken amiss that I have made this application; I shall nevertheless proceed with the same faithfulness and zeal, knowing that my duty goes above all else. In the meantime, I have the high honor to remain with the greatest respect. It was subscribed: High Noble Great Honorable Far-Commanding Lords and Right Honorable Lords, your High Nobles' humble and obedient servant 63. Checked Servant. Was signed: A:n Moens. In the margin: Cochim the 25th of March Anno 1773. Secretaries: Adrian Dooblaek, H Schutt. Agrees. No. 2. To the Right Honorable Highly Commanding Lord, the Lord Adriaan Moens, Commandeur and Supreme Ruler of the Coast of Mallabaar, Kanara and Wingurla etc. etc. Right Honorable Highly Commanding Lord! Pursuant to and in fulfillment of your Right Honorable's highly esteemed order, the undersigned have been to Coilan to inspect the fortifications, and in this their respectful report they will first point out the situation and present condition of the place, and thereafter present their humble opinion regarding the means that seem to them most suitable to remedy the existing defects in the most convenient and least expensive manner. The isthmus upon which the fortress of Coilan is built consists of firm sand mixed with clay and kapok, and lies 12 to 15 feet, more or less, above mean low tide. On the sea side it is bordered with an edge of kapok or petrified earth, eight or ten feet thick, which breaks the impact of the seawater and prevents the erosion of the ground. But because this petrified edge lies no deeper than the surface of the sea, the water, especially in the bad monsoon when it is driven violently against it, penetrates underneath it and washes away the loose sand from below, whereby this stony layer loses its support and finally breaks off under its own weight and thus collapses in large pieces into the sea. This petrification is caused, or at least greatly promoted, by the constant spraying of seawater, for further inland one nowhere finds such continuous layers of kapok or stony earth, and by this means, the new foreground, which is exposed to the impact of the water by the occasional collapse of the old petrified banks, has for the most part, before it reaches that point, already hardened so far that it can to some extent resist the violence of the sea. The aforementioned undermining by the seawater has caused the curtain wall behind the Hospital to collapse, and the ground under the remaining part thereof, as well as under the water battery and the bastion Dordrecht, has already been so far washed away that this part of the fortress must also soon collapse, unless one were willing to incur enormous expenses for its preservation, which cannot be determined because one would have to work deep in the sea and in a constant rush of water. Now at the place where the aforementioned curtain wall collapsed, the foreground has been greatly strengthened by the heavy pieces of its wall that fell into the sea there, and when the remaining part of this curtain wall, the water battery, and the bastion Dordrecht have also collapsed, the debris thereof will, in the opinion of the undersigned, for the present sufficiently protect Koilan on that side against further encroachment of the sea. Now regarding the part of the isthmus from the bastion Dordrecht up to the ruined bastion F; from comparison of the present condition with the oldest available plans, it indeed appears that in some places the terrain formerly extended further out, but as the foreground here still extends rather far outside the fortress, not much harm is to be feared from that side for the present, provided that the small coves which occasionally arise from the collapse of the petrified banks are closed off by a few piles to break the impact of the water; which can be done without great expense and can greatly prevent the further encroachment of the water. However, from the aforementioned ruined point to the angle of the bastion Mallabaar, the sea has already approached to the foot of the wall, and in the course of time it is certain
Dutch transcription
61. Dan dewijl ik uw Hoog Edelheedens versoek dat gem: provisie vroeger mag genoten worden. bij al wat dierbaar is, verzekeren kan, dat ik zedert mijne komste alhier tot heden toe, allen particulieren handel en de aan„ „lokkelijke voordeelen, die daar aan g'ac„ groseert zijn, expres gedeclineerd en mij daar niet van bedient hebbe, om dat mijn gemoed mij overtuijgde dat de Handel van de Comp: als dan met beter succes gedreeven word, zo zij 't mij in Eerbied gegunt, uw Hoog Edelheed=s bij dezen op het aller Eerbiedigste teverzoeken, dat dit douceur tog ook genooten mag worden, van die tijd af, dat ik van den particu„ „tieren handel geen gebruijk gemaakt hebbe, het geen geweest is van den 31.:' xber: A:o 1770. als wanneer ik blijkens het geno„ „teerde ter resolutie van dien tijd 's Comp:s Handel alhier reets waargenoomen hebbe en de geweese secunde Kellij mijn voorbeeld volgende insgelijks van den particulieren Handel afgezien heeft; Dus bidde ik uw Hoog Edelheed=s om op dit verzoek een gunstige reflectie te slaan, teslaan, op dat mijne goede trouwe en opregt „heijd in dezen, mij tot geen schade mag strekken, vermits tog hier aan den Com„ „mandeur en secunde of den particulieren Handel of het douceur tot een middel van bestaan toegevoegd zijnde, ik in dien tus„ „schen tijd den particulieren Handel zo lange zoude hebben kunnen drij„ „ven, en even wel het douceur voor den aanstaande verzoeken. Mogt ik egter zo ongelukkig zijn dat uw Hoog Edelheedens hier in niet geliefden te bewilligen, dan verzoeke oot„ „moedig, dat het mij niet qualijk geduijt worde, dat ik deze sollicitatie gedaan hebbe; ik zal daarom evenwel met dezelf trouwe en ijver voortvaren, als weetende, dat mijn pligt boven alles gaat. Inmiddels Hebbe de Hooge Eere met de meeste Eerbied te verblijven. /:onder„ „stond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere! en Wel Edele Heeren! uw Hoog Edelhee„ „dens onderdaanige en Gehoorzame Dienaar 63. Nagezien Dienaar /:was getekend:/ A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 25. ' Maart Anno 1773. secret:s Adrian Dooblaek H Schutt accordeert N„o 2. Aan Den Wel Edelen Agtb: Hoog Gebiedende Heer Den Heer Adriaan Moens, Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar, kanara en Wingurla etc: etc: Wel Edele Agtbaare Hoog Gebiederde Heer! De ondergeteekende zijn ingevolge en tot voldoeninge van uwel Edele Agtb: zeer g'eerde ordre, geweest naar Coilan ter bezigtiging van de vesting werken, en zullen bij dit hun eer„ „biedig bericht vooraf aanwijzen de geleegend„ „heijd en de tegenwoordige gesteldheijd van de plaats, en daar na voorstellen hun nedrig gevoelen nopens de middelen die hun be„ „quaamst schijnen, om de daar aan zijnde gebreeken gebreeken op de gevoeglijkste en min kostbaar„ „ste wijze te verhelpen. De Land engte, waar op de vesting Coilan„ gebouwt is, bestaat uijt vast zand gemengt met klaij en kapok, en legt 12. tot 15. voeten min of meer, boven de gemiddelde eb. Aan de zee kant is dezelve geboort met een rand van kapok of versteende aarde, agt of tien voeten dik, die de slag van het zee-water breekt en het af„ „spoelen van de grond belet. Dog wijl deeze versteende kant niet dieper legt dan de opper „vlakte der zee, zo dringt het water, voorna„ „mentlijk in de quaade mousson, wanneer het met gewelt daar teegen aangedreeven word, on„ „der dezelve, en doet het losse zand daar onder van daan verspoelen, waar door deeze steenag„ „tige laag haar steunzel verliest en eijnde„ „lijk door haar eijgen gewigt afbreekt en zod bij groote stukken in zee stort. Deeze versteening ontstaat of word ten minsten zeer bevordert door de gestaadige besproejing van het zee water, want men wat van zee af, nergens zulke doorgaande laagen van kapok of steenagtige aarde vind vind, en hier door is meerendeels den nieuwen voorgrond, die door het nu en dan instorten der oude versteende kanten aan den slag van het water bloot gesteld word, meerendeels eer het daar toe komt, reeds zoo verre verhand, dat ze het gewelt van de zee eenigzins weeder staan kan: De voorsz: ondermijning van het zee water, heeft de gordijn agter het Hospitaal doen instorten, en de grond onder het overige gedeelte derzelve als meede onder het water pas en de punt Dordrecht, is bereeds zoo verre verspoelt, dat dit gedeelte der verting ook eerlang instorten moet, ten zij men ge„ weldige kosten tot het behouden, daar van besteeden wilde, die men niet bestemmen kan om dat men diep in zee en in een ge„ „staadige slag van water zoude moeten werken. Ter plaatze nu daar de voorsz: gordijn ingestort is, is de voorgrond zeer versterkt door de swaare stukken muur van dezelve aldaar in zee gevallen, en wanneer het overige gedeelte deezer gordijn, het water pas en de punt Dordrecht meede ingestort zijn, zullen zullen de debris daar van Koilan aan die zijde naar der ondergeteekende oordeel, voor den verderen indrang van de zee, voor eerst genoeg bevijligen. Wat nu het gedeelte der land engte van de punt Dordrecht af tot aan de ver„ „valle punt F: betreft; uijt vergelijking van de teegenwoordige gesteldheijd tegens de oudste plans die er voorhanden zijn, blijkt wel dat op sommige plaatsen het terrein, eertijds verder gereijkt heeft, dog wijl de voorgrond zig hier nog vrij verre buijten de vesting uijtstrekt, is van dien kant voor eerst niet veel ergs te vreesen, als maar de klijne inhammen die bij het instorten van de versteende kanten nu en dan ontstaan, door eenige wijnige paa„ „len geslooten worden om den slag van het water te breeken; het geen zonder groote kosten te doen is en den verderen indrang van het water zeer veel voorkoomen kan. Dog van voorm: vervallen punt t:o af tot aan de bolwerks hoek van de punt Malla„ „baar, is de zee bereets genaadert tot aan de vort van de muur, en bij vervolg van tijd is het zeeker
English
certain that this point also, if not provided for, must collapse; but since nothing can be done against this except at great expense, the undersigned are, subject to correction, of the opinion that it is best to let this take its course, and when it comes to that point, then to reduce the size of the fortress on this side. According to the indications given above, the part of the fortress from the water battery to the point Dordrecht, and these points themselves, must be considered lost from now on. This therefore requires a new entrenchment in order not to leave the place exposed on that side; but since Coilan can only be attacked by force on the land side, and thus on the sea side needs to be fortified against nothing more than a coup de main, as they say, this entrenchment can consist solely of a rampart three feet above the ordinary ground, with a parapet six feet high and nine feet thick, the two stone revetments included therein. This entrenchment should begin on the east side of the fortress Cr: from where it could run parallel with the works on the land side to T: and further, with an angle of more or less 140 degrees, project to H: The wall from Cc: to K. against which the kitchen of the guard currently stands, should also be reinforced in the same manner as this entrenchment, in order to be able to mount one or two cannons upon it if necessary for the defense of the Bay. For now, it could be left at this until the point Mallabaar also happens to collapse in due time, and the aforesaid entrenchment can then be continued according to the indication given with dotted lines on the plan, whereby the place will be fortified at least as well as it is at present, except that the east side of the point Madure, which formerly was defended by the water battery, can now have no protection, and this cannot be provided for due to the inconvenient nature of the terrain; but this defect can be largely remedied by making, in time of siege, an entrenchment on the causeway north of the gate, which can be mounted with one or two cannons. The main ramparts on the land side are, aside from what was noted above concerning the Point Mallabaar, in a fairly good condition, and nothing needs to be done to them other than clearing the revetments of the weeds that have grown therein, and plugging the holes made thereby in the walls in order to prevent the further intrusion of rainwater. The parapets of the faussebraye, on the other hand, are for the most part completely dilapidated: its banquette is no higher than the common ground outside the fort, and is moreover so narrow that during an attack the debris of the main ramparts must soon render it unusable. This work can therefore be of little use to the fortress, and the undersigned are consequently of the opinion that it would be best to level the parapets; the earth from which, and the earth of the moat that also needs to be excavated somewhat here and there, can serve for the construction of the new entrenchment. Outside Coilan on the east side, the sea quay from the water battery to a short distance toward the gate is reasonably good, and it needs nothing other than a slightly greater slope and to be raised level with the causeway L. But further northward it is completely dilapidated and requires prompt repair, likewise by laying before it a talus of large laterite stones, stacked on top of one another as far as M: from the old water battery to almost the bastion angle of the point Madure, where the pounding of the sea is greatest, it should be protected at the base with a closely fitted piling to prevent the washing away of the foreshore. How much money will be required for the execution of the humble design of the undersigned cannot well be determined precisely, and will depend much on the diligent supervision and good management of those who will carry out the execution; but that it cannot run very high is easy to conceive from the description given above of the proposed entrenchment, and from the fact that the slope for the reinforcement of the quay only needs to consist of laterite stones, stacked loosely on top of one another without any masonry. From the plan it appears that if the entrenchment is made from Cc: to 1., the hospital N: must then be pulled down. But this is an old, poor building on which little is lost, and at small expense a new hospital can be made from what is still left standing of another Company building marked O., or else a part of the Trade Warehouse can be taken for that purpose, which is far too large for the present condition of Coilan and can be converted for this purpose with little effort. Wherewith the undersigned have the honor, with deep respect, to call themselves, beneath stood: Honorable, Respectable, Highly Commanding Lord! Your Honorable Respectable humble and faithful servants: was signed: W: J: van de Graaff, I: H: Medeler, and J: W: De Graaf. In the margin: Cochin, 21 September 1772. Agrees, H. Schutz, Secretary No. 2. 1½ 9 A. Point Madure N 2 Scale of 50 Rhenish Rods, for the Plan 2395 10 42 40 Scale of 50 Feet for the Profile. Profile of the cross-section P. [illegible] Names of the Points. B. Point Ceijlon C. Point Mallabar. D. Point Dordrecht. E. Point Waterpas. [illegible] F. Dilapidated Point K 5 2½ 20 8:5 20 30. 50. of the Points. Madure Ceijlon Mallabar. Dordrecht. Waterpas Point JH. H 10½ B. [illegible] 1 3 4 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 10 8 2 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 Scale of 5 Rhenish Rods. [illegible] B. for the [illegible]
Dutch transcription
zeeker dat ook deeze punt, indien daarin niet voorzien word, in storten moet; dog wijl hier teegen niets dan met groote kosten te doen valt, zijn,de ondergeteekende, onder verbeetering, van oordeel, dat het best is, dit op zijn beloop te laaten, en wanneer het zo verre komt als dan de vesting aan deeze kant te verklijnen. Naar de aanwijzingen hier boven gedaan, is het gedeelte der vesting van het wa„ „terpas af tot de punt Dordrecht en deeze pun„ „ten zelven, van nu af voor verlooren te agten. Dit vordert dus een nieuwe affnijding om de plaats aan dien kant niet te laaten opleggen dog wijl Coilan alleen aan de land zijde met geweld aangetast worden kan, en dus aan de zee kant niet meer dan teegen een Coup de mam, gelijk men zegt, behoeft te worden verstrekt, zo kan deeze afsnijding alleen bestaan uijt een wal van drie voeten boven de ordinaire grond, met een borstweering van ses voeten hoog, en negen voeten dik, de bijde steene bekleedzelen daar in begreepen. Deeze afsnijding zoude dienen te be„ „ginnen „ginnen aan de oost kant van de vesting Cr: van waar ze met de werken aan de land zijde parrabel kon voortloopen tot T: en voorts met een hoek van min of meer 140. graaden uijtspringen tot H: De muur van Cc: tot K. waar teegens tans de kombuijs van de wagt staat, zoude ook in zelver voegen als deeze afsnijding, dienen te worden versterkt, om des noodig daarop een of twee kanons te kunnen planten tot deffensie van de Baaij- hier bij kon het voor eerst gelaaten worden tot dat de punt Mallabaar in der tijd meede komt in te storten, en kan de voorsz: afsnijding als dan worden gecontinueerd naar volgens de aanwijzing met gestipte linien op het plan gedaan, waar door de plaats ten minsten zoo goet als tans versterkt zijn zal, uijtgenoomen dat de oost zijde van de punt Madure, die eertijds van het waterpas is gedeffendeert, nu geen bescher„ „ming hebben kan, en hier in is mits de ongeleegentheijd van het terrein niet te voorzien; dog dit gebrek is veel te verhelpen met in tijd van beleg een afsnijding afsnijding te maaken op den dam benoorden de poort, die met een of twee kanons kan beplant worden. De Hoofd wallen aan de land zijde zijn behalven het hier vooren genoteerde omtrent de Punt Mallabaar, in een vrij goede staat, en behoeft daaraan niets gedaan te worden dan de bekleedzelen te zuijveren van de ruijgtens daar in gegroeijt, en dat de gaaten daar door in de muuren gemaakt, gestopt worden om den verderen indrang van het reegen water te voorkomen. De borstweeringen van de fansse braije zijn daar en teegen meerendeels geheel vervallen: de walgang daar van is niet hooger dan den gemeene grond buijten het fort, en is boven dien z0 naauw, dat in een aanval de debris der hoofdwallen ze eerlang onbruijkbaar maaken moeten. Dit werk kan dus voor de vesting van wijnig nut zijn, en zijn de ondergeteekende, mits dien, van begrip, dat het best was de borstweeringen te slegten; waar van de aarde, en de aarde der graft die ook hier en daar wat diend uijtgediept, dienen dienen kan tot het maaken der nieuwe af„ „snijding; Buijten Coilan aan de oost zijde, is de zee kaaij van het waterpas af tot een end weegs naar de poort reedelijk goet, en dezelve behoeft niets anders dan wat meer doceering en dat ze word verhoogt egaal met den dam L. Dog verder noordwaarts is te geheel vervallen en vereijscht een spoedig herstel, met voor dezelve insgelijks een gloozing te leggen van groote kapok steenen, op malkanderen gestapeld tot aan M: van het oude waterpas af tot bij na aan de bolwerks hoek van depunt Madure, alwaar de slag van de zee het grootste is, diend ze aan de voet met een wel aan een geslooten paalwerk te worden beschoeijt, om het verspoelen van de voorgrond te voorkoomen. Hoe veel geld tot de exekentie van der ondergetrekende nedrig ontwerp ver„ „eijscht word, is niet wel naaukeurig te bestemmen, en zal veel afhangen van het vlijtig toezigt en goed overleg der geene die de uijtvoering doen zullen, dog dog dat het niet heel hoog loopen kan is ligt te bedenken uijt de hier boven ge„ „daane omschrijving der voorgestelde af„ „snijding, en dat de gloojing ter bevesting „ging van de kaaij alleen behoeft te be„ „staan uijt kapok steenen los en zonder eenig metzelwerk op malkanderen ge„ „stapeld. uijt het plan blijkt dat indien de afsnijding van Cc: tot 1. gemaakt word, het hospitaal N: als dan moet worden om ver„ „re gehaald. Dog dit is een oud slegt gebouw waaraan wijnig verlooren word, en met klijne kosten kan uijt het geen 'er nog van een ander komp= gebouw gem=t O. is blijven staan een nieuw hospitaal werden gemaakt of anders kan daartoe genoomen worden een stuk van het Negotie Pakhuijs dat voor den teegen„ „woordigen toestand van Coilan, veel te groot is en met geringe moeijten hier toe vermaakt worden kan. Waarmeede de ondergeteekende de eere hebben zig met diepe eerbied te Nagezien Adriaan Poolvbiek te noemen /:onderstond:/ Wel Edele Agtbaar Hoog gebiedende Heer! vwel Edele Agtb: ootmoedige en getrouwe dienaaren: /:was getekend:/ W: J: van de Graaff I: H: Medeler en J: W De Graaf /in margine:/ Cochim den 21. Zeptem„ „ber 1772. Accordeert H Schutz secret:s N„o 2. 1½ 9 A. Punt Madie N 2 Schaale van 50 Rhijnh: Roeden, voor het Plan 2395 10 42 40 Schaale van 50. Voeten voor 't Profil. Profil van de doorsneede P. . Corl. 4 N Naamen der Cunten. B. _„o Ceijlon C. _„o Mallabar. 6. _„o Dordret. E„. _„o Waterjas. door Mraagt F. Vervalle Punt K 5 2½ 20 8:5 20 30. 50. der Madue Ceijlon Mallaber. Dordreet. Water Punt Púnten. JH. H 10½ B. Dese Schadl s alen dor PReg: D: 1 3 4 „ 12 110987654321 10 8 2 12 1109876 54321 Van 5: Schaale Rhijnlandse Roeden. Tiguiron B. voor de 4 g ƒ4 get n # 1 off den 2 er ver ue selere JPo 3 do fo d f:85 /6 dan 1 Jp t bin — 1 : vra ar spar voor v dn e to Je saei 172 . . . . . : . . . . . . . . . . — = 9 ahij 2 1: Jani: J:ni: :: 1 f6 A 14 8
English
taken in the Council of Malabar at the city of Cochin, Secret Resolution on Saturday the 10th of October Anno 1772. Present: the Honorable Commander and Governor Adriaan Moens, Senior Merchant, Second and Chief Administrator Willem Jacob van de Graaff, Captain and Head of the Militia Jan Hendrik Medeler, Merchant and Fiscal Reinier van Harn, Merchant and Warehouse Master Samuel Constantin Sassin, Merchant and Cashier Jan Lambertus van Spall, Junior Merchant and Secretary of Policy Abraham Rudolph Schutz, and Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijsser. After common affairs had been dealt with, the Commander presented how the old outwork, which had for the most part collapsed into the sea as early as the year 1758, situated between the Gelderland point and [illegible], the following report has been received and was now read aloud, from which it appears among other things that, even if that outwork were rebuilt, it would nevertheless still not fulfill the purpose for which it is actually intended, namely to defend the face of the bastion Holland and the cut-off side of the bastion Gelderland, both facing the sea, whose lines lie out of sight of the main rampart; and that this defect in the fortress has thus been very imperfectly remedied by this outwork, and indeed made much worse, wherefore the commissioners are of the opinion that it is better to level that work entirely, while the moat on that side should be extended beyond the Baaipoort, which lies completely exposed, and a retrenched place of arms should be formed opposite the sally port to protect the uncommanded line of the two aforementioned bastions. Whereupon it was further remarked that the fortress, as long as that work is not rebuilt, being endangered on that side by the protruding heights and remnants thereof, would of itself become less dangerous as soon as one merely has those heights and remnants above ground leveled, even if one did not extend the moat and did not form any defense for the uncommanded lines of Holland and Gelderland, since that old work, even if it were once new, still cannot serve for that purpose, and moreover now everywhere lies flat and in the way; that since it now appears how dangerous this dilapidated outwork is in itself for the fortress, there also resides, so to speak, periculum in mora in case that work remains there any longer, because during hostile attacks one would have no time to get it out of the way so quickly; that also, this outwork being situated on the south side against the Holland point, the deserters easily know how to get from the rampart outside the city at night, just as one has therefore heard several times that fellows who were still seen in the evening after the closing of the gates, and even in the early night, manage to escape, which alone in itself is a great evil to this fortress; that also, by the continuous dumping of old stones below the Stroomburg point, one is now gradually getting master of that well-known whirlpool which has cost the Company so many thousands, without any costs, according to what was recorded in the resolutions of the 29th of April and 28th of October anno passato, and is thereby beginning to gain more and more ground daily; but now at the same time the entire supply of old stones everywhere has run out, through which that work would have to come to a standstill until other old stones become available here or there from the demolition of structures; that the aforementioned outwork, lying in sight of Stroomburg, the stones coming from it can thus be brought thither very easily and practically en route; that however necessary it may be to prevent the deficiency on this side of the city with something better, yet no such periculum in mora resides therein, because in that respect one is merely in the same position as one is at present, and in case of an unexpected attack one could always devise an elevation, even if made of earth and coconut trees, and plant it with some small artillery pieces to defend the uncommanded lines of the said bastions; that moreover this project indeed requires a further commission, with a clear and specific demonstration of how the weakness of the city on this side could be remedied in the most economical and at the same time fruitful manner; so it is, after deliberation, unanimously approved and resolved to provisionally have what is still in existence of the aforesaid work demolished and nothing more, and to respectfully give notice thereof to Their High Excellencies; but with regard to the extension of the moat and whatever else is effectively necessary to remedy the substantial weakness on this side of the city, to commission the aforementioned honorable commissioners once again, as they are hereby commissioned, to inform this government how the design in their report could and ought to be executed in the most economical yet effective manner, with orders to prepare a plan thereof for greater clarity, in order to be able to send it to Their High Excellencies and to request their highest authorization for it, while the Commander further took it upon himself to ensure that the demolition of this
Dutch transcription
genoomen in Raade van Malla„ „baar ter steede Cochim, Secreete Resolutie op Saturdag den 10: October A:o 1772:— Present d: Her Conman: en pergbieder Adriaan Moens„ oopm: secunde en Hoofd administ: Willem Iacob van de Graaff, en Hoofd der Militie Ian Hendrik Medeler, Reinier van Harn „ en Fiscaal man en Pakhuijsmeester Samuel Constantin Sassin, pman en Cassier Ian Lambertus van Spall, an en secretaris van politie Abraham Rudolph Schutz: en mmen soldij bekhouder Coenraad George Seijsser Na dat de gemeene zaaken afge„ „handelt waaren, vertoonde de Commandeur hoe 't oude, en al van het jaar 1758: door de zee voor de het grootste gedeelte ingestorten buijten werk, leggende tussen de punt gelderland en E ondervolgende rapport ingekomen is, en thans opgeleesen wierd, waar bij onder anderen blijkt, dat schoon dat buijten werk aleens we„ „der opgebouwd was, het zelve als dan eevenwel nog niet aan 't oogmerk voldoen zoude, waar toe het eijgentlijk geschikt is, namentlijk om de face van het bolwerk Holland, en de afgesneede zijde van het bolwerk gelder„ „land beide na de zee kant leggende, en welker linien buijten het gezicht van de hoofd-wal leggen te defendeeren, en dat dus door dit buijten werk dat gebrek aan de vestinge, zeer onvolmaakt verholpen, ja zelfs nog veel verergerd is, waarom de gecommitteerdens van gevoelen zijn, dat het dus beeter is, dat werk geheel te slegten, wanneer de gragt van die zijde tot voorbij de bhaaijpoort, die geheel blood legt, verlengt en een ge„ retrancheerde waapen plaats teegen over de sortie, ter bescherminge van de onbestreekene linie der twee voorschreeven bolwerken ge„ „formeert geformeerd wierd Waar op dan verder aangemerkt wierd, dat de vestinge (:zoo lange dat werk niet weder opgehaald word:) door de daar van uijtstee„ kende hoogtens en overblyfzels aan die zijde gevaarlijk zijnde, dus van zelfs minder ge„ vaarlijk zoude worden, zoo dra men die hoog„ tens en overblijfzels booven de grond maar laat slechten, al waare het ook, dat min de gracht niet verlengde, en voor de onbestree„ kene linien van holland en Gelderland, geene defensie formeerde, dewijl dat oude werk schoon eens nieuw zijnde, tog eeven wel daar toe niet dienen kan, en buijten des nu over„ al vlak en de wegleid, dat dewijl het nu blijkt, hoe gevaarlijk dit vervalle buijten werk op zich zelfs voor de vesting is, er dan ook, om zoo te spreeken, periculum in mora resideert, ingevalle dat werk daar langer blijft, om dat men bij vijandelijke aanvallen geen tijd zoude hebben, om het zelve zelve zoo schielijk uijt den weg te krijgen; dat ook dit buijten werk aan de zuijd zijde teegen de punt Holland gelegt zijnde, de Deserteurs des nachts met gemak van de wal buijten de stad weeten te koomen, gelijk men daarom verscheide malen verneemd, dat kerels die des avonds na poort sluijten, en zelfs in den voor nacht nog gezien zijn, weeten te echapeeren, welk alleen op zich zelfs een groot quaat aan deese vestinge is, dat men ook thans door het gestaadig werpen van oude steenen, onder de punt stroomburg die bekende, en de Comp: alzoo veel duijsende gekost hebbende maalstroom, thans zonder eenige kosten, volgens het aangeteekende ter resoluties van den 29: April en 28: october anno passato, gaande weg meester word, en daar door dagelijks meer, en meer voorgrond begind te krijgen; dog nu ook teffens alle de voorraad van oude steenen, over al opgeraakt is, waar door dat werk zoude moeten, stil staan staan, tot dat weder hier of daar bij 't afbree„ „ken van opstallen, andere oude steenen voor de hand koomen, dat meerm: buijten werk in het gezicht van stroomburg leggende, de daar van koomende steenen, dus zeer gemakkelijk en genoegsaam als in de weg, daar na toetebren„ „gen zijn, dat hoe noodzaakelijk het ook is, om het gebrek aan deese zijde van de stad met iets beters voortekomen, egter daar bij zo geen periculum in mora resideert, om dat men in dat opzigt, dan maar in het zelfde geval verseert, waar in men thans is, en men bij on„ „verhoopte aanval, altoos wel een aanhoogte, al was het ook van aarde en klapperboomen zoude kunnen practiseeren, en met eenige stukjes beplanten, om de onbestreekene linien der gemelde bolwerken te defendeeren: dat buij¬ „ten des dit project, wel eene nadere Commissie vereischt, met duidelijke en specifiq aan„ „tooninge, hoe de zwakheid van de stad aan deese zijde op het menagieuste, en teffens met met vrugt voor te koomen zoude zijn; zoo is na deliberatie, unanimiter goedgevonden en verstaan, om het geen van voorsz: werk nog in weezen is, bij provisie te laaten afbreeken zonder meer, en haar hoog Edelheedens daar van eerbiedig ken„ „nisse te geeven, dog met betrekkinge tot het ver„ „lengen van de gracht, en het geen verder effectief noodig is, om de weezentlijke zwakheid aan deese zijde van de stad voorte komen, voorm: E:s gecommitteerdens andermaal te Committeeren, gelijk deselve gecommitteert worden bij deesen, om deese regeeringe te informeeren, hoedanig het ontwerp bij hun bericht op het menagieuss„ en eeven wel met effect zoude kunnen en dienen te werden g'executeert, met last, om tot meerder duidelijkheid, daar van te ver„ vaardigen een plan, ten eijnde aan haar Hoog Edelheedens te kunnen toezenden, en hoogst derzelver qualificatie daar toe te verzoeken, terwijl de Commandeur al verder op zich nam, om te zorgen, dat het afbreeken van deese
English
these old remains will cost the Company nothing, but will likewise be done by the ordinary permanent Coolies on their going and coming to and from home, and also on whole days when, upon good deliberation, they can now and then be spared, just as this has already been practiced and put into operation for some time for the execution of absolute extraordinary works, without the least prejudice to ordinary works: To the Right Honorable, Highly Commanded Lord Adriaan Moens, Commander and Chief Authority of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla. Right Honorable, Highly Commanded Lord! The undersigned, pursuant to and in fulfillment of Your Right Honorable's highly esteemed written order, have examined the matter of the outwork in front of the curtain between the bastions Holland and Gelderland, commonly called the square Plat, and have hereby the honor respectfully to inform Your Right Honorable, Scale of 70 Rhineland Rods. No. 60 that this work, whereof and of that part of the main rampart to which it is attached the plan appears above for greater clarity, was in their view primarily constructed for the defense of the face of the bastion Holland a. b. and the severed side of the bastion Gelderland d. c., both of which lines lie out of sight of the main rampart; but that this defect of the fortress is thereby only very imperfectly remedied, and, on the contrary, by its construction a much greater defect has been substituted, consisting in this: that of this outwork only the sides e. f. and g. h. are commanded from the main rampart, and this only partially, owing to the height of the ramparts and the proximity of the work; that consequently the sides f. j., j. k., and g. k. must mutually protect themselves; which protection for the side k. g. from the side f. j. is moreover so oblique that it can have no great effect, and that finally at j. there is a dead angle which has no defense whatever, besides the fact that the work itself can be entirely enfiladed; That the undersigned therefore, subject to correction, are of opinion that this outwork, the greater part of which has already fallen into decay, is of more disservice to the fortress than the utility that can be derived therefrom, and thus does not deserve to be repaired again, and that it would even be better Inspected Adrian Pootrhiek to demolish this work completely, if the ditch could be extended from the point Holland along the curtain and further around the point Gelderland to past the Bay Gate, and a covered way could be laid outside the same, with a retrenched place of arms opposite the sortie, for the protection of the undefended lines of the aforementioned bastions. Wherewith the undersigned have the honor to remain with profound respect, Right Honorable Highly Commanded Lord, Your Right Honorable's humble and faithful servants, was signed, W: J: van de Graaff, I: H: Medeler, I: v: Asbeek, and I: W: de Graaff; in the margin: Cochin, the 4th of September, Anno 1772. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid; was signed, A: Moens, W: I: van de Graaff, I: H: Medeler, R: v: Harn, S: C: Sassin, I: L: van Spall, A: R: Schutz, and C: G: Seijsser. Agrees R Schult Secretary Separate Batavia To His High Excellency, the High Noble, Highly Respected Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Respected, Widely-Ruling Lord, and Right Honorable Lords! May it be permitted to me hereby in all respect to address Your Excellencies concerning the sale of pepper here, which was formerly so earnestly recommended for the extension of trade, but, on account of the difficulties raised from here, was again revoked. From the copies of letters from the Western Offices where pepper is sold, it appears that pepper fetches quite a high price there. But if one considers the charges that fall upon the pepper for the trade to the westward of the Indies, and which need not fall here, then the sale of pepper here seems quite as advantageous as in the aforementioned places, besides the influence which it has here on various other articles, whereof I shall make further mention; At least on the pepper which is transported from here to Batavia, the Company loses in ship's underweight 4 percent, waste in the Batavia warehouses 1½ ditto, upon shipment from Batavia to the Western Offices in ship's underweight another 4 percent, in the warehouses there also another 1½ percent, Carried forward: 11 percent. Carried forward: 11 percent. And for administration charges I shall estimate also 4 percent, amounting together to 15 percent. Not to mention that the Company, selling its pepper here, gets the purchasing cost thereof into its hands more than a year earlier than when selling elsewhere; not counting the risk of the sea and the space which this pepper occupies in its ships, three articles that also deserve their consideration. Whereas on the Malabar pepper upon sale no other charges fall than those which take place in the ordinary shipment or conveyance, so that the aforesaid loss effectively falls upon the pepper when it is shipped from here to Batavia for the trade to the westward, which loss would not fall upon it in case that pepper were sold here. It will perhaps be said that the Malabar pepper serves only for the Netherlands trade; but against this comes again into consideration that the aforesaid charges
Dutch transcription
deese oude overblijfzels de Compagnie niets zal komen te kosten maar insgelijks gedaan worden, door de ordinaire vaste Coelijs, bij hun gaan en komen van en na huijs, en ook wel bij ge„ heele dagen, wanneer deselve bij goed overleg nu en dan wel eens kunnen gemist worden, gelijk dat nu aleenigen tijd, tot het doen van absolute extra-ordinaire werken, buijten de mintste prejuditie van ordinaire wer„ „ken gepractiseert, en in train gebragt is: Aan den wel Edelen Agtb: Hoog gebie„ dende Heer Adriaan Moens, Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar, Canara en Wingurla Wel Edele, Achtb:, hoog gebiedende Heer! De ondergeteekende hebben inge„ „volge, en tot voldoeninge van uwel Edele Agtb: zeer zeer g'eerde schriftelijk ordre g'examineert de aangelegentheid van het buijten werk voor de gordijn tusschen de bolwerken Holland in Gelderland, gemeenlijk genoemd het vierkant Plat, en hebben door deesen de eere uwel Ed: Agtb: eerbiedig te berichten, 3 Schaale van 70. Rhijnl. Roeden. N „o 60 dat dit werk /:waar van en van dat ge„ „deelte der hoofd wal, waar aan het zelve gehegt is, tot meerder duidelijkheid het plan hier boovenstaad :/ naar derselver inzien voornamentlijk aangelegd is, ter defensie van de face van het bolwerk Holland a. b. en de afgesneede zijde van het bolwerk gelderland d. C. welke beide linien leggen buijten het gezigt van de 1 2 ƒ - 1 4½ 2o de hoofdwal, dog dat dit gebrek der vesting hier door niet dan zeer onvolmaakt ver„ „holpen, en daar en teegen door het aanleg„ „gen daar van, een veel grooter gebrek gesub„ stitueert is, hier in bestaande, dat van dit buijten werk alleen de zijde e. f. en g. h. 2 van de hoofd wal gecommandeert zijn, en zulks nog maar gedeeltelijk, mits de hoogte der wallen en de nabijheid van het werk¬ dat bijgevolgde zijden f. J. J. K. in g. K. zig zelven onderling beschermen moeten; welke bescherming voor de zijde K. G. uijt de zijde ƒ. 7. daar en booven zoo schuijns is, datse van geen groote uitwerking weesen kan, en dat eindelijk in J. een doode hoek is, die geheel geen defensie heeft, behalven dat het werk zelve, geheel g'anfileerd worden kan, Dat de ondergetek: daarom, onder verbeetering, van oordeel zijn, dat dit buijten werk, het welk voor 't grootere gedeelte reeds vervallen is, voor de vesting van meer on„ dienst is, als 't nuet dat men daar van trekken kan, en dus niet verdient dat 't wederom werd hersteld, en dat 't zelfs beeter was Nagezien Adrian Pootrhiek was dit werk geheel te slegten, wanneer de gragt van de punt Holland af, langs de gordijn, en voorts om de punt gelderland tot voor bij de Bhaaijpoort verlengt, en buijten deselve een bedekte weg konde werden gelegt, met een geretrancheerde wapen plaats, teegens over de sorti, ter bescherming der onbestreekene linien van de bolwerken voormeld. Waar meede de ondergetekende dezer hebben van met diepe Eerbied te zijn /:onderstond/ wel Edele Agtbaare hoog gebiedende Heer uwel Edele Agtbaare ootmoedige en getrouwe dienaren /:was getx / W: J: van de Graaff, I: H: Medeler, I: v: Asbeek en I: W: de Graaff /:in margine:/ Cochim den 4: September A:o 1772: Aldus gedaan, geresolveert en gear„ resteert in Raade van Mallabaar, ter steede Cochim, ten dage, maand, en Iaare voorm: / was getver/ A: Moens, W: I: van de graaff, I: H: Medeler, R: v: Harn, S: C: Sassin, I: L: van Spall, A: R: schutz, en C: G: Seijsser. Accordeert R Schult secret:s Apart Batavia Aan Zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Heer, Petrus Albertus van der Lana, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden Van Nederlands Jndia Hoog Edele, Groot Agtbare, Wijdgebiedende Heer En. Wel Edele Heeren! Het zij mij gegund uw Hoog Edel„ „heedens bij dezen in alle Eerbied te onder„ „houden over den verkoop van Peper alhier, die ter uijtbrijdinge van den Handel, wel eer zo serieuslijk aanbevolen dog op de ge„ „moveerde „moveerde, swarigheeden van hier, weder ingetrokken is. Bij de Copia brieven van de Westerse Comptoiren, alwaar peper verkogt word, blijkt, dat de peper daar wel een tamelijke hooge prijs behaald. Maar als men eens nagaat, de ongel„ „den die op de peper voor den Handel om dewesk „ vallen van Jndien „ en hier niet behoeven tevallen, dan schijnd de verkoop van peper, hier al zo voordeelig, als op voorsz: plaatsen, behalven de invloed, dewelke dezelve hier op meer andere articuls heeft, waar van ik nader melden zal; Ten minsten op de peper, die van hier na Batavia vervoerd word; verliest de Comp: aan scheepsminwigten 4. – p:r C=to spillagie in de Bataviase Pakhuijsen 1½. d=o Bij verzending van Batavia na de wes„ „tersche Comptoiren aan scheeps minwigten nog eens - - - - - - 4. - „ Jn de Pakhuijzen aldaar ook nog eens - - - - - - - - -. 1½ „ Transporteere 11: — pc=t P:r Transport. . . . - 11. p:r C:to En voor administratie ongelden zal ik maar stellen ook - „ 4. „ to Bedragende Tesamen - 15. p:r C=to Om nu niet te spreeken, dat de Comp:e Haan peper hier verkopende, het uijtkoops kos„ „tende daar van, ruijm een Jaar vroeger, dan bij verkoop elders, in handen krijgt; onge„ „reekend nog de risico der zee, en de ruijmte die deze peper in haare scheepen beslaat, drie artikelen, die ook Haar bedenkinge ver„ „dienen. Daar op de Mallabaarse peper bij ver„ „koop geen andere ongelden vallen, als die bij den ordinairen afscheep of verzendinge plaats hebben, zo dat voorsz: verlies effectiev op de peper vald, wanneerze van hier na Batavia voor den Handel om dewest verzonden word, en welk verlies 'er niet op zouden vallen, in„ „gevalle die peper hier verkogt wierd. Men zal mogelijk zeggen, dat de Mallabaarse peper maar alleen voor de Ne„ „derlandsen Handel dient; dog hier tegen komt weder in aanmerkinge dat voorsz: ongelden
English
expenses, than is incurred on so much more pepper from other places, when less of that than of the Mallabaar pepper is sent to the Netherlands, and which must therefore find its market elsewhere; Thus I believe I may assume that the Company, selling its pepper here, makes as much profit on it as from sales in other places. Yet even assuming that I might perhaps be mistaken in this regard, and the Company effectively had more profit at other offices than here, your High Excellencies would certainly have known this as well, when your High Excellencies nevertheless so earnestly saw fit to recommend the sale of pepper here, from which it then follows that the sale of pepper here was recommended by your High Excellencies not so much for the precise profit that might be made on it, but rather primarily to expand trade here further, which is even the phrasing of your High Excellencies' resolution. At least, if there is anything that can contribute greatly thereto, it is the sale of pepper. For if the pepper, which comes in beyond what is required for the Ceylon return ships, might be sold right here, this would attract many foreigners hither, and particularly favor the trade of the Bombarassas uncommonly, the more so because pepper is also one of the main reasons why they do not trade at Souratta, but come precisely from the North to this place; which I was not allowed to make known in our general letter of 25 March last, when answering the extract from the fatherland among the main reasons why the Bombadas do not sail to Suratta but to the Mallabaar, because the sale of pepper to the Bombarassas as is now carried on by private persons, was granted for good reasons not by a general, but by a secret or separate letter from your High Excellencies dated 1 October 1771. Yes, the sale of pepper would also have a great influence on the consumption of spices and other merchandise of the Company, because more Bombarassas would then come here than otherwise, who always buy spices and take sugar along with them. Also, this would considerably increase the Company's import duties, because the Bombadas, who at present must call at Calicut to fetch pepper there, and often do so in passing on their journey hither, then sometimes sell a good part of their cargo there, and also purchase various necessities there which they would otherwise purchase here, because of which some arrive here with only a small remainder or even with nothing, merely to fetch sugar and spices. Finally, through the greater arrival of foreigners, the city and the community would also flourish more. And therefore it were truly to be wished that no difficulties, and lastly not even detrimental consequences, had previously been brought against it, whereby your High Excellencies, as it seems to me, were indeed compelled to forbid the sale of pepper by letter of 25 September 1770. These considerations already occurred to me last year, yet I did not dare bring them to the notice of your High Excellencies then, out of apprehension that I might perhaps have miscalculated due to too little experience here. Yet as I experience and become convinced more and more over time that neither the purchase nor the sale of pepper here can have such detrimental consequences as have been suggested concerning it, I hope that your High Excellencies will not take it amiss that I demonstrate this further herewith, after first briefly citing the antecedents thereof for the greater convenience of your High Excellencies. Your High Excellencies, by resolution of 9 April 1764, ordered, among other things for the greater expansion of trade, that the pepper collected on the Mallabaar beyond what was needed for the Ceylon return ships should be sold right here to the native merchants who arrive here annually from the North, as well as to the merchants who trade with Cormandel and wished to transport it thither, on which occasion it was likewise ordered to purchase as much pepper at Calicut, Pananij and elsewhere at moderate prices, not with a view to any advances. By secret dispatch of 7 April 1767, various difficulties against the purchase of pepper at Calicut and elsewhere to the north were submitted from here. Thereupon, your High Excellencies, by secret dispatch of 30 September 1767, did not press further for that purchase, but nevertheless sent authorization to sell a quantity of pepper from our own stock, in order thereby to attract the traders hither. But this also had no effect, since the pepper, according to writings from here by secret dispatch of the last of March 1768, had then come in too late, or actually only after the merchants had already departed from here. Your High Excellencies, seeing that this article responded little or not at all to the good intention, and as it seems to me, having acquired a dislike for the troublesome and intricate representations which your High Excellencies continuously received from here in that regard, thereupon wrote by letter of 26 September 1768 regarding the aforesaid authorization, not precisely revoking it finally, but with relation to the sale of pepper, that if one could not expect to attract the merchants from Calicut to Cochim by means of the authorized sale of pepper to the traders, one might then desist from that authorization, and send all the pepper from here to Ceylon and Batavia. With this it rested until the year 1770, when from here, by letter of 15 March 1770, people began to raise even greater difficulties against that sale, which had their effect even on the political sphere, and urged with all certainty
Dutch transcription
ongelden, dan geleden worden, op zo veel meer peper van andere plaatsen, als daar van minder dan van de Mallabaarse, bedraagd, na Nederland verzonden word, en welke dus elders, Haar vertier vinden moet; Dus meene ik temogen veronder„ „stellen, dat de Comp: Haare peper hier ver„ „kopende, op dezelve zo veel wind als bij den verkoop op andere plaatsen. Dog schoon genomen, ik mij hier om„ „trend al eens mogt misgiffen, en de Comp: op andere Comptoiren effectief meer winst had, als hier, zo zullen uw Hoog Edelheed= zulx ook wel geweeten hebben, toen Hoogst dezelve den verkoop van peper alhier, egter zo ernstig hebben gelieven aanterecomman„ deeren, en waar uijt dan volgd, dat de ver„ „koop van peper alhier door uw Hoog Edelheedens aangerecommandeert is, niet zo zeer om de winst die 'er Juijst op zoude zijn, maar wel voornamentlijk om den Handel hier meerder uijttebrijden, het geen zelfs de bewoordingen van uw Hoog Edelheed=s Edelheedens besluijt zijn. sen minsten, zo en iets is, dat daar toe veel contribueeren kan, het is de verkoop van peper Want indien de peper, (dewelke boven de benodigtheijd voor de Cijlonse retour schee„ „pen inkomt,) hier zelve mogt verkogt worden, zo zoude zulks veele vreemdelingen dik heen lokken, en inzonderheijd den Handel der Bombarassen ongemeen favoriseeren, temeer de poper meede een van de Hoofd redenen is, waar„ „om zij niet op souratta handelen, maar Juijst van de Noord dit steen komen (het geen ik in onse algemeene briev van den 25. ' Maart J:o leeden, bij 't beantwoorden van het patrias extract onder de Hoofd oorzaaken, waarom de Bombadas niet op suratta maar op de Mallabaar vaaren, niet hebbe mogen bekend stellen, om dat de verkoop van peper aan de Bombarassen zo als die nu door particuliere geschied, niet bij gemeene, maar bij secreete of aparte brief van uw Hoog Edelheedens gedateerd, den 1. ' october 1771. om goede redenen, toegestaan is) Ja de verkoop van peper zoude op den den verthier van specerijen en andere sCom„ handelwhaaren, ook grooten invloed hebben om dat 'er dan meer Bombarassen als anders hier zouden komen, welke altoos specerijen kopen, en zuijker meede neemen. Ook zoude zulks 'sComp:s inkomende regten, merkelijk doen toeneemen, om dat de Bombadas, die tegenswoordig Calicut moeten aandoen, om daar peper tehalen; en zulks veeltijds eenpassant, in Hunne herwaats rijze doen, als dan wel eens een goed gedeelte Hunne lading daar verkopen, en ook daar verschijde benodigtheeden inkopen, die ze anders hier zouden inkoopen, waar door dan sommige of met een restantje of ook wel met niets, hier komen, alleen maar, om zuijker en spe„ „cerijen tehaalen. Eijndelijk zoude door de meer dere aan„ „komste van vreemdelingen, de stad en de ge„ „meente ook meer floreeren. En derhalven was het waarlijk tewen¬ „schen, dat men bevoorens, geene swarigheeden en op het laatste zelfs geene nadeelige ge„ „volgen daar tegen had ingebragt, waar door door uw Hoog Edelheedens zo het mij toeschijnd, wel genoodzaakt, geweest zijn, den verkoop van Peper bij brief van den 25. 7ber: 1770. te verbieden. Deze bedenkingen zijn verleede Jaar al bij mij gevallen, dog ik hebbe dezelve uw Hoog Edelheedens toen nog niet onder het oog durven brengen, uijt bedugtinge, dat ik door te wijnige ondervindinge alhier, mij somtijds mogt misgeld hebben. Dog dewijl ik hoelangs hoe meer onder„ „vinde, en overtuijgd worde, dat zo min den in„ koop als verkoop van peper alhier, van zulke nadeelige gevolgen kan zijn, als men derweegens ge-opert heeft, zo Hoope, dat uw Hoog Edel„ „heedens het mij niet qualijk zullen gebieven teneemen, dat ik zulks bij dezen nader aan„ „toone, na alvoorens tot meerder gemak van uw Hoog Edelheedens, de retroacta daar van, kortelijk te hebben aangehaald. Uw Hoog Edelheedens hebben bij resolutie van den 9. ' april 1764. ten meerder uijtbrijding van den Handel onder andere gelast, om de peper die op de Mallabaar buijten het nodige voor de Ceijlonsche retour retour scheepen ingehameld word, hier zelve teverkoopen aan de Jnlandse kooplieden, die jaarlijks van de Noord hier aankomen, zo meede aan de kooplieden, die op Cormandel handelen, enze derwaards wilden vervoeren, bij welke gelegentheijd teffens gelast is, om te Calicut, Pananij en elders ook zoo veel peper intekopen tegens matige prijzen, niet voor uijtzigt van eenige advancen. Bij Secreete missive van den 7. april 1767. wierden van hier verscheijde swaarighee„ „den tegen den inkoop van peper op Calicut en elders om de noord opgegeven. Hier op hebben uw Hoog Edelheedens bij secreete missive van den 30. 7ber: 1767. — opdien inkoop wel niet nader aangedrongen, dog even wel qualificatie gezonden, om dan uijt eijge voorraad een quantiteijd peper te verkoopen, ten eijnde de Handelaaren daar door herwaats telokken. Maar dit heeft ook al geen gevolg gehad, dewijl de peper volgens schrijvens van hier, bij secreete missive van den laatsten maart 1768. toen telaat, of eijgentlijk. maar eerst ingekomen ingekomen was, na dat de kooplieden al van hier vertrokken waaren. Uw Hoog Edelheedens ziende, dat dit articul wijnig of niet beantwoorde, aan het goede oogmerk, en zo het mij toeschijnt, een weerzin hebbende gekregen, in de moeijelijke en ingewikkelde vertoogen die Hoogst Dezelve derwegens geduurig van hier ontvingen, hebben daar op bij briev van den 26. 7ber: 1768. voorsz: qualificatie, wel juijst niet finaal ingetrok„ „ken, maar met relatie tot den verkoop van Le„ „per geschreeven, dat bij aldien men zig niet be„ loven mogt, om door middel van den gequa„ lificeerden verkoop van peper aan de Hande„ „laars, de kooplieden van Calicut na Cochim telokken, men van die qualificatie; dan wel mogt afzien, en alle de pper: van hier na Ceijlon en Batavia zeuden. Hier bij is dit blijven berusten, tot A„o 1770. als wanneer men van hier bij briev van den 15. ' Maart 1770. tegens dien verkoop nog grooter swaarigheeden begon te opperen, die zelfs op het politicque wezen haar asject hadden; en met alle verzekertheijd aan„ gedrongen
English
were urged. So that Your High Noble Lordships, by letter of 25 September 1770, definitively prohibited the sale of pepper, except for what is required for household needs, not only on the Malabar Coast but even on Ceylon, although the Ceylon administration immediately replied with what was necessary on that matter by letter of 26 January 1771, and, as I am informed (since this is not evident from the copies of Ceylon letters available here), obtained permission to be allowed to sell the pepper that is collected there, which certainly still consists of a considerable quantity. The political difficulties that were raised against the sale of pepper consist in this: that it would greatly offend the native rulers (which native rulers were meant by this, I cannot comprehend), and particularly the King of Travancore, and give rise to all kinds of trouble if, at Cochin, pepper were sold on the Company's behalf at 120 to 125 rupees per candy, which the King of Travancore delivers to the Company at 55 and 65 (Note: the pepper that Travancore delivers in the north for 55 rupees is pitifully little, and can hardly bear the name of a delivery), and that Travancore, seeing this, would undoubtedly wish to profit from this advantage himself, and for that reason deliver little pepper to the Company. I will readily admit that, regarding difficulties of that nature and presented with so much certainty, no other decision could be reached than simply to prohibit the sale of pepper. The grounds, then, on which those difficulties rest, actually presuppose that the King of Travancore is hitherto unaware that the Company enjoys substantial profits on the pepper delivered according to the contract, or that pepper can be sold on Malabar itself at 120 and 125 rupees. Yet on what grounds can it be suspected of a prince, who knows and observes his interests so well, that he would hitherto remain in such deep ignorance regarding a product that his own country yields, and which constitutes one of the principal branches of his revenues: an ignorance so great that one could not expect it in the simplest Malabar native, let alone in so shrewd a prince. Indeed, the prices for which pepper is daily sold at Calicut to all sorts of merchants are known to everyone; and in the lands of Travancore itself, both at Anjengo and at Colachel, the English and the Danes trade daily in pepper; besides this, Travancore himself, through his own merchants, transports large quantities by sea to Coromandel every year on the known pepper passes that he receives annually for that purpose from the Company, not to mention the pepper that he manages to smuggle over the mountains to Coromandel. Travancore even knows very well that the bombards that carry the Company's merchandise also carry some pepper from here, which, as has already been said, was permitted for good reasons by Your High Noble Lordships by secret dispatch of 1 October 1771; of which the Chief Pepper Supplier speaks as calmly as of the most well-known and indifferent matter; and the Company's merchants, especially the sons of the late worthy Ezekiel Rahabi, attest that this is fully known to Travancore as well as to us; which also cannot be unknown to Travancore because his agent is usually here, and, like an eavesdropper, pays attention to everything. Thus, the King of Travancore is not ignorant of the actual value of pepper, and is certainly well informed that the Company sells large quantities of pepper at high prices in the Indies. Therefore, nothing else remains but that one would have to assume that it is all the same to Travancore where the Company obtains large profits on the products (which it receives from his country according to contract), as long as it is not on Indeed, why would he be so jealous that we make money on pepper here; he knows very well that he must give it to us so cheaply, and for a considerably lower price than to the English, as an equivalent for our expenses that we must incur here, and for the neutrality that the Company maintained when he subjugated the other native rulers, through which he became so great and owes that fortune solely to the Company; all of which I once clearly explained to the King's First Minister of State, together with his Chief Pepper Supplier, on the occasion when I settled the Attingal debt with them in the month of July 1771, which they accepted as a known truth without offering any objection against it. And why need I go further! His Highness certainly did not take it amiss when pepper was sold here for that single time in the year 1766/7. If Travancore is otherwise merely inclined to remain on good terms with the Company, and to conduct himself according to the obligations that he has taken upon himself through the contracts, then it is unthinkable that he would have any preference as to where the Company sells its pepper, and I can assure Your High Noble Lordships in all sincerity that I find not the slightest objection, much less any difficulty in it. And even if one might still be apprehensive of Travancore on account of the raised political difficulty, one could surely have this done in the name of private individuals, who do this to the bombards, even up to the towns, unmolested, without the least remark from Travancore, who nevertheless knows this very well. Or, if it should actually present difficulty to sell contract pepper on Malabar, what of it? If one only had the freedom to sell as much pepper as one can purchase here privately, for which I (although certainly not in abundance) still see a possibility for a considerable quantity.
Dutch transcription
„gedrongen wierden. Zo dat uw Hoog Edelheedens bij briev van den 25. ' 7ber: 1770. den verkoop van peper Except het benodigde voor de Huijshoudinge, niet alleen op de Mallabaar maar zelfs op Ceijlon finaal verboden hebben, schoon het Ceijlonse Ministerie, al ten eersten het nodige daarop, bij briev van den 26:' Januarij 1771. gerescribeerd, en gelijk ik onderrigt ben, (:alzo zulks uijt de hier zijnde Copia Ceij„ „lonse brieven niet blijkt) vrijheijd erlangt heeft, om temogen verkoopen, de peper die aldaar ingezameld word, en zekerlijk nog al in een tamelijke quantiteijt bestaat. De Politicque swaarigheeden, die men tegen den verkoop van Peper had, be„ „staan hier in, dat het de Jnlandse vorsten /:welke Jnlandse vorsten men daar door heeft willen verstaan kan ik niet be„ grijpen:/ en voornamentlijk de koning van Trevancoor zeer tegen de borst zoude stooten, en tot allerhande moeijelijkheeden aanlijding geven, wanneer men te Cochim 'sComp:s wegen de Peper tegens 120. â 125:— ropias ropias 'tCandijl verkogt, die de koning van Jrevancoor tegens 55. en 65. aan de Comp: leverd, /NB: de peper die Jrevancoor om de noord voor rep„s 55. leverd is bedroeft wijnig, en mag bij na geen naam van leverantie dragen:) en dat frevancoor zulx ziende, van dit voordeel ongetwijffelt zelfs zoude willen profiteeren, en daar om wijnig peper aan de Comp: leveren. Jk wil wel bekennen, dat op swarig„ „heeden van dien aard en met zo veel verzee„ „kerdheijd voorgesteld, geen ander besluijt kon vallen, als om den verkoop van peper dan maar te interdiceeren. De gronden dan, waarop die swarig„ heeden steunen, veronderstellen eijgentlijk dat de koning van Trevancoor tot nog toe onkundig is, dat de Comp: op de peper, die volgens Contract geleverd, word, merkelijke voordeelen heeft, of dat de peper op Malla„ „baar zelve tegen 120. en 125. ropijen kan verkogt worden. Dog met wat grond is het te ver„ „moeden, van een vorst, die zijn intrest zo zo wel kend en in agt neemd, dat Hij tot nog toe, in zo eene diepe onkunde zoude zetten, omtrend een product, dat zijn eijge land uijtlevert, en een van de voornaamste takken van zijne inkomsten uijtmaakt: eene onkunde, zo groot, dat men dezelve in de eenvoudigste Mallabaar geswijge in zo een schaandere vorst niet verwagten kan. Jmmers de prijzen waar voor de peper te Calicut aan alle zoort van Handelaars dagelijks verkogt word, is aan een ider bekend: en in de Landen van Trevancoor zelve zo te Anssinga als te colletje word door de Engelse en de Deenen dagelijks in de Peper genegotieerd; buijten des zo doed Frevancoor zelve door zijn eijge kooplieden, alle Jaaren groote quantiteijten over zee naar Corman„ „del vervoeren, op de bekende peper passen, die Wij daar toe jaarlijks van de Comp: krijgt, geswijge van de Peper, die Hij over het gebergte na Cormandel weet weg te krijgen. Trevancoor wiet zelfs zeer wel, dat de Bombaras, die 'sComp: koopmanschap„ „pen vervoeren, ook wat peper van hier hier vervoeren, het geen gelijk reeds gezegd is, door uw Hoog Edelheedens bij secreete missive van den 1:' october 1771. om goede re„ „denen toegestaan is; waar van de Hoofd Le„ „per leverancier zo tranquil spreekt, als van de bekendste en onverschilligste zaak; en 'sComp„s kooplieden inzonderheijd de zoons van den overledenen braven Ezechiel Rhabbij„ betuijgen, dat zulx bij Trevancoor zo wel als bij ons ten vollen bekend is; het geen voor Trevancoor ook niet onbekend kan zijn, om dat zijn Agent doorgaans hier is, en als een kijk in de pot„ alles agt geeft; Dus is de koning van Trevancoor niet onkundig van de effective waarde der peper, en is zekerlijk wel onderrigt, dat de Comp: in Jndien groote quantiteijten peper tegens hooge prijzen verkoopt. Derhalven schiet 'en niet anders over, of men zoude moeten veronderstellen, dat het Trevancoor wel om het even is, waar de Comp:e op de producten, (die zij volgens Contract uijt zijn land heeft) groote voordeelen behaald, als het maar niet op Trouwens waar om zoude wij tog zo jalours zijn, dat wij hier op de peper-geld win„ nen; hij weet zeer wel, dat Hij ons dezelve zo goed koop, en voor vrij minder prijs als aan de Engelse, geven moet, tot een equiva„ „lent voor onze onkosten, die wij hier moeten doen, en voor de neutraliteijd die, de Comp=e gehouden heeft, toen hij de andere Jnlandse vorsten overheerde, waar door wij zo groot ge„ „worden en dat forthuijn alleen aan de Comp: verschuldigt is; welk een en ander ik sko„ „nings Eerste staats Minister, beneffens desselfs Hoofd Peper leverancier, eens duij„ „delijk teverstaan gegeven hebbe, bij gelegent„ „heijd ik met Hun in de maand Julij 1771. de Attingse schuld afdeed, het geen ze zig als een bekende waarheijd lieten gezeggen zonder daar iets tegen intebrengen. En wat behoeve, ik verder tegaan! zijn Ho=e heeft het immers niet qualijk genomen, toen men hier Ao 176 6/7. voor die enkelde rijze peper verkogt heeft; Jndien Jrevancoor anderzints maar genegen is; met de Comp: in goed ver„ „stand „stand te blijven leven, en zig te gedraagen, na de verbintenissen, die Hij door de contracten op zig genomen heeft, dan is het niet teden„ „ken, dat Hij eenige verkiezinge zoude hebben, waar de Comp:e Haar peper verkoopt, en ik kan uw Hoog Edelheedens in opregtheijd ver„ „zekeren, dat ik 'er geen de minste beden„ „kinge veel min eenig swarigheijd in vinde. En of men al eens, uijt hoofde van de gemoveerde politicque swarigheijd, voor Crevancoor mogt bedugt zijn dan zoude men zulks immers op de naam van particuliere kunnen laten doen, die zulks aan de Bom„ „baras, tot steden toe onbekeurd doen, zonder de minste remarque van Trevancoor, die zulks egter zeer wel weet. Of indien het effectief swarigheijd in zig mogt hebben, om contract Peper op de Mallabaar te verkoopen, wat Nood ? als men dan maar vrijheijd had, om zo veel peper teverkopen, als men hier par„ „ticulier kan inkoopen, waar toe ik /schoon wel juijst niet in abondantie/ egter nog al een tamelijke quantiteijd, kans zie
English
see, which, however little that might be, would still greatly favor the trade here. For if one only proceeds with caution and deliberation, keeps a watchful eye on smuggling, ensures that the people who bring pepper to the scale receive as much payment as the Company allocates for it, are also not shortchanged in their weight, and are paid off immediately at the scale without having to wait a single moment for their money, then there is still some private pepper to be bought up here without any offense and without any prejudice. May Your High Noble Honours please try it further, and see how one shall handle that article to the advantage of the Company and to the improvement of the trade, without giving offense to Travancore; for I firmly promise that if one should notice anything of that nature, let alone any other disadvantageous consequence, on the part of Travancore, I would de facto cease that sale, in which case we would be just the same, though I do not fear anything in that regard. I present these thoughts of mine with a sort of boldness and frankness in order to express myself all the better, in the hope that Your High Noble Honours will please interpret this favorably, and at the same time renew the order or resolution of Your High Noble Honours of 9 April 1764, so as to let this Coast enjoy the profits that truly belong here, and thereby further bring about, as I trust with good reason, an actual improvement and expansion of the trade here, which seems to me to be of very great importance here for the Company, and over time may become of even greater importance. Should Your High Noble Honours, however, not deem the sale of pepper here advisable, and not approve my way of thinking in that regard, then I hope that Checked Adrian Poothel Your High Noble Honours will nevertheless please consider this proposal as a proof of my true and sincere intention to discharge my duty as far as my humble knowledge permits, which is the moving cause that has prompted me to this. Furthermore, I have the high honor to sign this with the utmost respect. Below stood: High Noble, Greatly Honorable, Far-Ruling Gentlemen and Noble Gentlemen. Your High Noble Honours' humble and obedient servant. Was signed: A. Moens. In the margin: Cochin, 12 April Anno 1773. Agrees Secretary H Schutz Oud Haarlem Cochin 9
Dutch transcription
zie, het geen hoe weijnig zulx ook mogte zijn, nog al veel den Handel alhier zoude favoriseeren. Want als men maar met voor zig„ „tigheijd en overleg tewerk gaat, een wakend oog op de sluijkerije houd, zorge draagt, dat de lieden, dewelke peper ter schaal brengen, zo veel betaalinge erlangen als de Comp: daar voor toelegd, ook in hun gewigt niet verkort en ten eersten bij de schaal afbetaald worden, zonder een ogenblik na Hun geld temoeten wagten, dan is hier nog wel wat peper particulier, zonder eenige aanstoot en buijten alle praejudi„ „tie, intekopen. Uw Hoog Edelheedens gelieven het maar eens nader te probeeren, en tezien, hoe men dat articuls behandelen zal, tot voordeel van de Comp: en tot verbeeteringe van den Handel, zonder aanstoot aan sul„ „vancoor tegeven; want beloove stijlig, dat Jndien men maar, iets van die natuur, laat staan eenig ander nadeelig gevolg, aan de zijde van frevancoor mogt bemerken bemerken, ik defacto dien verkoop staa„ „ken zoude, als wanneer wij dezelfde maar zouden zijn, schoon ik daar om„ „trend niet vreeze. Jk stelle deze mijne gedagten voor, c met een zoort van vrijmoedigheijd en rondborstigheijd, om mij des tebeter te kunnen uijtdrukken, in hoope dat uw Hoog Edelheedens zulx ten goede zullen ge„ „lieven te duijden, en teffens vernieuwen, de order of resolutie, van uw Hoog Edelheedens van den 9. ' april 1764. om dus deze Cust te doen genieten, dewinsten die Hier werkelijk te Huijs Hooren, en daar door verder teweeg te brengen, gelijk ik met veel gronds ver„ „trouwe, eene dadelijke verbeeteringe en uijt„ „brijding van den Handel alhier, dewelke mij dunkt, dat voor de Comp: hier van zeer veel belang is; en met 'er tijd van nog al grooter belang worden kan. Mogten egter uw Hoog Edelheedens den verkoop van peper alhier, niet goed oordeelen, en mijne manier van denken daar omtrend niet approbeeren, dan hope dat Nagezien Adrian Poothel dat uw Hoog Edelheedens even wel, dezen voorstel zullen gelieven aantemerken, als een bewijs, van mijne waare en opregte: in„ „tentie, om zo veel mijne geringe kundig„ „heijd toelaat, mij van mijn pligt te quijten als zijnde de beweeg oorzaak, die mij hier toe aangezet heeft. Voorts hebbe de Hooge Eere dezen met de meeste Eerbied te onderschrijven /:on„ „derstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heere en wel Edele Heer en. uw Hoog Edelheedens onderdanige en gehoorzame dienaar /:was getekend:/ A=n Moens /:in margine:/ Cochim den 12:' April A:o 1773. accordeert secret:s H Schutz Oud Haarlem Couchin 9