VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10314

Malabar · 564 pages · 104 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10314_0005 view scan ↗

English

Register of the Secret Papers that are presently being dispatched to Batavia to Their High Nobilities, namely: No. 1. Original secret letter directed by the Lord Commander Johan Gerard van Angelbeek to the well-mentioned Their High Nobilities, dated today. No. 2. Original secret packet written by the mentioned Lord Commander and Council to the well-mentioned Their High Nobilities, under date 24 November last. No. 3. Copy of a letter written by the Lord Commander to the Governor of Kalikut, Sarder Chan, the 3 August 1781. No. 4. Copy of a letter written by the mentioned Governor to the Lord Commander the 15 September 1781. No. 5. Copy of a letter written by and to the same as before the 24 September just mentioned. No. 6. Copy of a letter written by the Lord Commander to the mentioned Governor the 3 October 1781. No. 7. Copy of a letter written by the repeatedly mentioned Governor to the Lord Commander the 14 of the mentioned month. No. 8. Copy of a letter written by the Lord Commander to the Governor the 18 of the just mentioned month. No. 9. Copy of a letter written by the aforesaid Governor to the Lord Commander the 28 October aforesaid. No. 10. Copy of a letter written by and to the same as before the 30 of the mentioned month October. No. 11. Copy of a letter written by the Lord Nabab to the mentioned Governor. No. 12. Copy of a letter written by the Lord Commander to the thought Governor the 31 October aforesaid. No. 13. Copy of a letter written by the aforesaid Governor to the Lord Commander the 8 November 1781. No. 14. Copy of a letter written by and to the same as before the 14 of the mentioned month November. No. 15. Copy of a letter written by the Lord Commander to the aforesaid Governor the 28 November aforesaid. No. 16. Copy of a letter written by the aforesaid Governor to the Lord Commander the 28 of the mentioned month November. No. 17. Copy of a letter written by the mentioned Governor to the Lord Commander the 30 November aforesaid. No. 18. Copy of a letter written by and to the same as before the 7 December 1781. No. 19. Copy of a letter written by the Lord Commander to the mentioned Governor the 21 December just mentioned. No. 20. Copy of a letter written by the repeatedly mentioned Governor to the Lord Commander the 27 of the mentioned month December. No. 21. Copy of a letter written by and to the same as before the 3 January 1782. No. 22. Copy of a secret letter written by the Lord Commander to the Noble Lord Governor of Ceylon, Falck, the 4 September 1781. No. 23. Copy of a secret letter written by the Noble Lord Governor of Ceylon, Falck, to the Lord Commander the 27 September 1781. No. 24. Copy of a letter written by the Lord Commander to the King of Trevankoor the 19 of this month. No. 25. Copy of a letter written by the King of Koetsiem to the Lord Commander the 21 of this month. No. 26. Copy of a letter written by the Lord Commander to the mentioned King, also dated 21 of this month. No. 27. Three copy letters by the commissioned Resident and secretary who are on behalf of the Ministry of Kormandel with the Nabab Haider Alichan in the army, dated 26 November, 5 and 6 December 1781. No. 28. Copy of a letter written by the Lord Commander and Council to the mentioned commissioned and Resident under date 27 December 1781. No. 29. Letter directed by the Lords Majors in Europe to Their High Nobilities. Does not go over with these. No. 30. Copy of a letter written by the Lords Directors of the East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam the 3 January 1781 to the Ministers in the East Indies, accompanying two captains von Pauer and Fornbauer. Does not go over with these. No. 31. Copy of instructions dated Amsterdam the 3 January 1781 for the information of the aforesaid Captain Georg Fornbauer granted on his departure overland to India. Does not go over with these. Koetsiem the 22 January 1782. Was signed: Adriaan Poolvliet, first clerk. Agrees: Adriaan Poolvliet, first clerk. Separate and Secret Batavia To His High Nobility, the High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the state of the Free United Netherlands and the General Chartered East India Company, Governor General, and the Right Noble, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Right Noble, Stern Lords! As an unexpected safe opportunity to Kolombo presents itself to me, with a Portuguese snow that is going thither from Goa with a cargo of rice and at my request is staying here for a couple of days; and as I until now look in vain for a direct opportunity with neutral ships to the Capital, with and

Dutch transcription

Register van de Sekreete Papieren die thans naar Batavia aan Hun Hoogedelheeden worden verzonden; als: N:o 1. Origineele Sekreete brief door den Heer kommandeur Johan Gerard van Angelbeek aan welm: Hun Hoogedelheeden gerigt, gedateerd heeden. Origineele Sekreete Pakket door gem: Heer kom„ mandeur en Raad aan wel gem: Huan Hoogedelheeden geschreeven, on„ „der dato 24. november Jongstl: 3. Kopij brief door den Heer Kommandeur aan den Goeverneur van Kalikut Sarder chan geschreeven den 3. August „ 4. Kopij brief door gem: Goeverneur aan den Heer kommandeur geschreeven den 15. September 1781. „ 5. Kopij brief door en aan als vooren gesch: den 24. September even gem: Kopij brief door den Heer kommandeur aan gem: Goeverneur Gesch: den 3. oktober 1781. „ 7. Kopij brief door meerm: Goeverneur aan den Heer kommandeur gesch: den 14. der gem: maand. No. 8 L=a F „ 1781. „ 6. No. 8. „ „ 10. „ 11. „ 12„ „ 13. „ 14. „ 15. „ 16. „ 17. Kopij brief door den Heer kommandeur aan Goo Goevern. r gesz: den 18. van even gem: maand. 9. Kopij brief door voorsch: Goeverneur aan den Heer Kommandeur geschreeven den 28. oktober voorm: kopij brief door en aan als vooren gesch: den 30. der gem: maand oktober, kopij brief door den Heer Nabab aan gem: goeverneur geschreeven. kopij brief door den Heer kommandeur aan gedagte goeverneur geschreeven den 31. oktober voorm: Kopij brief door voorm: goeverneur aan den Heer kommandeur geschreeven den 8. November 1781. Kopij brief door en aan als vooren geschreeven den 14. der gem: maand novemb kopij brief door den Heer kommandeur aan voorsch: Goeverneur geschreeven den 28: november voorm: kopij brief door voorm: goeverneur aan den Heer kommandeur geschr: den 28. der gem: maand novem „ber. kopij brief door gem: Goeverneur aan den Heer kommandeur Geschreeven den 30. november voorm: Nots 19. „ 22. „ 21. „ 23. 25. „ 24. N. o 18. — Kopij brief door en aan als vooren geschreeven den 7. december 1787. kopij brief door den Heer kommandeur aan gem: Goeverneur gesch: den 21. december even gem: kopij brief door den meerm: Goeverneur aan den Heer kommandeur geschr: den 27. der gem: maand decem„ ber. Kopij brief door en aan als vooren geschreeven den 3. Januarij 1782. — kopij sekreete brief door den Heer kommandeur aan den Edelen Heer Ceilons goeverneur Falck geschr: den 4. 7ber: 1781. Kopij Sekreete brief door den Edelen Heer Ceilons Goeverneur Falck aan den Heer kommandeur geschreeven den 27.- 7ber: 1781. Ropij brief door den Heer kommandeur aan den koning van Trevankoor gesch: den 19. dezer. kopij brief door den koning van koetsiem aan den Heer kommandeur ge„ schreeven den 21. deezer. „ 26. kopij brief door den Heer kommandeur aan gem: koning gesch: ook ged:t 21. deezer. No. 27 20. „ duplicaat „ 28. „ 31. niet deezen gaan „ 30. „ 29. N. o 27. Drie Kopij brieven door gekommitteerde Resi„ dente en scriba die zich van weegen het Ministerium van kormandel bij den Nabab Haider Alichan in 't Leger bevinden ged.:t 26. 9ber: 5. en 6. xber 1781. Kopij brief door den Heer kommandeur en Raad aan gem: gekommitteerden en Resident geschreeven onder dato 27. xber 1781. Brief door de Heeren Majoores in Europa aan Hun Hoogedelheeden gericht. Kopij brief door de Heeren Bewindhebberen van d' Oostindische komp: ter presidiale kamer Amsterdam Gesch: den 3. Janu. 1781. aan de Ministers in Oostindien, ten ge„ „lijde van twee kapitainen von Pauer en Fornbauer. Ropij Instruksie gedt. Amsterdam den 3. Janu. 1781. tot naricht van voorm: kapn. Georg Tornbauer verleend op zijn vertrek overland naar Indien Roetsiem den 22. ' Januari 1782. /:was geteekend:/ Adriaan Poolvliet E: 9: kleek Akkordeerd. Adriaan Boolvlist Egblerk over. Apart en sekreet ivia Aan zijn Hoogedelheid len Grootachtbaaren wijdgebiedende Heer, Willem Arnold Alting en staat der vrije vereenigde Nederlanden en de ale Geoktroieerde oost indische Kompanie Goeverneur Generaal en ledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! Wijl mij onverwacht eene veilige geleegenheid „naar kolombo voorkomt, met eene Portugeesche snau, die van Goa met eene lading rijs der„ „waards gaat en op mijn verzoek hier een paar dagen blijft leggen; en ik tot nu toe vruchtloos naar eene direkte geleegenheid met neutraale schepen naar de Hoofdplaats uit zie, met en „ 28. „ 29. 30. niet No 27. Drie Kopij brieven door geko clent en scriba weegen het Mid kormandel bij d# Alichan in 't Leg ged.:t 26. 9ber: 5. Kopij brief door den Heer kon Raad aan gem: g en Resident ges dato 27. Xber Brief door de Heeren Major aan Hun Hooge gericht. Kopij brief door de Heeren aan d' Oostindisc presidiale kamer gesch: den 3. Jan Ministers in R „lijde van twee von Sauer en „ 31. Kopij Instruksie gedt Amster 1781. tot naricht, Georg Tornbaul zijn vertrek ove Roetsiem den 22. ' Ja /:was geteekend:/ Adriaan Adriaan Duplicaat Egteler „ deezen gaan over. 1 Akkorde Apart en sekreet Batavia Aan zijn Hoogedelheid Den Hoogedelen Grootachtbaaren wijdgebiedende Heer, M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en de Generaale Geoktroieerde oost indische Kompanie Goeverneur Generaal en De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! Wijl mij onverwacht eene veilige geleegenheid naar kolombo voorkomt, met eene Portugeesche snau, die van Goa met eene lading rijs der„ „waards gaat en op mijn verzoek hier een paar dagen blijft leggen; en ik tot nu toe vruchtloos naar eene direkte geleegenheid met neutraale schepen naar de Hoofdplaats uit zie, met en

NL-HaNA_1.04.02_10314_0012 view scan ↗

English

with little hope of getting them into hands during this season, I have decided to dispatch along with it to the Ceylon Ministry the original of the secret letter from me and the Council to Your Right Excellencies of the 24th of November last, the duplicate of which has already preceded it to Your Right Excellencies along that route, in the hope that it will find an opportunity to deliver this dispatch safely to Your Right Excellencies. Among the enclosures, therefore, also go the plans of the Cochin fortifications belonging to the aforementioned letter, though outside the paper box, under separate address to the Noble Lord Governor Falck, who is requested by me to judge further the opportunity that might arise for transmission, as to whether the plans may be safely entrusted to it, and to act according to his findings regarding withholding or sending them. Furthermore, I have the honor to report that I have duly received Your Right Excellencies' most esteemed secret Missive of the 12th of July last, in original and duplicate, safely via Ceylon, and that I shall endeavor with all my heart to observe what is recommended therein regarding the war against the English, and dutifully conduct myself in all arising circumstances, circumstances, to which I am not a little encouraged by the finding that what has thus far been decided and undertaken by us regarding the war is entirely in accordance with the commands and orders that Your Right Excellencies were pleased to prescribe therein. From the secret missive of me and the Council mentioned at the beginning of this, it will already have been satisfactorily evident to Your Right Excellencies that we have neglected nothing to place ourselves in a good state of defense, and the improvements to the fortifications here indicated therein have since been completed, as the plan currently transmitted indicates, except for the deepening of the moat, on which they are currently working. The recruitment of sepoys has since not been pursued further, except only insofar as this was necessary to assist Ceylon in case of need with some companies, because I have persuaded the King of Cochin to yield to us in case of need a battalion of his sepoys, which, a few years ago, was trained in the use of arms by our officers at the request of His Highness. This battalion is now again being exercised by our officers and non-commissioned officers, for which we have thus far incurred no other expenses than only the monthly gratifications to an ensign, a sergeant, and a corporal, the first of twenty, the second of eight, and the third of five rupees. But when this battalion actually transfers into our service, the Company must pay for it. Also, as shown by the aforementioned missive, we have sought to strengthen ourselves through alliances; to what extent we succeeded in this with regard to the rulers of Cochin and Travancore is described in detail therein. The first-mentioned has since persisted in his faithful adherence to our interests and has recently given the strongest assurances on the occasion of his paying me the usual return visit, so that one cannot doubt his goodwill; the second is a tributary of the Nawab Muhammad Ali Khan and, through him, more or less dependent on the English, whom he must therefore respect and humor. I have reason to think, however, that in his heart he bears us the greatest affection and would especially not like to see us driven from this coast; and in this I am reinforced by the following incident. When I made the first proposal to the ruler of Cochin regarding regarding the aforementioned battalion of sepoys, I received only an evasive answer, that His Highness was inclined to serve the Company in all circumstances, but about fourteen days later his Prime Minister came to me with the following message: His master was so devoted to the King of Travancore that he consulted with him on all matters of importance, and had thus also through him, the Prime Minister, notified him of my request for sepoys. The King of Travancore had immediately approved this, adding these words: "It is good for both of us that the Dutch Company maintains its position here. I dare not help them on account of the Nawab and the English, but your master has nothing to do with them, and must therefore not only provide the requested battalion, but also all other assistance that the Company shall ask. The English will perhaps urge me to advise your master against this, but I shall excuse myself with the answer that the King of Cochin is independent of me and an ally of the Company, etc." and

Dutch transcription

met luttel hoops, van dezelve in dit saisoen te zullen aan handen krijgen: zoo ben ik te raade geworden, daarmeede aan het Ceilonsche Minis„ „terium aftevaardigen het origineel van den sekreeten brief van mij en den Raad aan uwe Hoogedelheeden van den 24=te November Jongstl: waarvan het duplikaat reets langs dien weg aan uwe Hoogedelheeden is voorafgegaan, in hoope, dat het zelve geleegenheid zal vinden, om deeze depeche veilig aan Hoogst de zelven te bezorgen. onder de bijlagen gaan dus ook over de plans van de koetsiemsche vesting wer„ ken tot eevengemelden brief gehoorende, doch buiten de papiere=kas, onder aparte addresse aan den Edelen Heer Goeverneur Falck, die door mij verzocht word, de geleegenheid, die tot de verzending voorkoomen mogt, nader te be„ „oordeelen, of de plans daaraan gerust te ver„ „trouwen zijn, en met het aanhouden of ver„ „zenden van dezelven naar bevinding te handelen. voorts hebbe ik de eere te melden, dat ik uwer Hoogedelheeden zeer geeerde sekreete Missive van den 12:=de Julij Jongstleeden in origineel en duplikaat richtig over Ceilon ontvangen hebbe, en dat ik het daarbij aan„ „bevoolene, met opzicht tot den oorlog tegen de Engelschen, van ganscher harten zal be„ „trachten en mij in alle voorkoomende om„ „standigheeden „standigheeden plichtmaatig gedraagen, waar toe ik niet weinig aangemoedigd worde, door de bevinding, dat het geen, tot nu toe, door ons met opzicht tot den oorlog beslooten en ondernoo„ „ men is, alzints overeenstemd met de bevelen en orders, die uwe Hoogedelheeden daarbij gelieven voor te schrijven. uit de in den aanvange deezes gemelde sekreete missive van mij en den Raad zal uwen Hoogedel„ „heeden reets ten genoegen gebleeken zijn, dat wij niets verzuimd hebben, om ons in een goeden staat van defensie te stellen, en de daar bij aangewee„ „zene verbeeteringen aan de vestingwerken alhier zijn zeder voltoid, zoo als het thans overgaande plan aanwijst, op het uitdiepen na van de gracht, waar aan men thans beezig is. De werving van sipahis is zeder niet verder voortgezet, dan alleen voor zoo verre dit noo„ „dig was, om Ceilon des noods met eenige kom„ paniën te assisteeren, door dien ik den koning van Koetsiem overgehaald hebbe, om een battal„ „jon van zijne sipahis, het welk, voor eenige Jaaren, op verzoek van zijne Hoogheid door Officiers van ons in den wapenhandel geoefend is, aan ons inval van nood over telaaten, Dit battaljon word thans wederom door onze officiers en onder-officiers geexerceerd, waar van wij tot nu toe geene andere onkosten onkosten hebben, dan alleen de maandelijxe dou„ „ceurs aan een vaandrig een serjant en een Korporaal, de eerste van twintig, de tweede van agt, en de derde van vijf ropijen. Doch wanneer dit battaljon werklijk in onzen dienst overgaat: zoo moet de kompanie het zelve bekostigen. — ook hebben wij blijkens voormelde missive, ge„ „tracht, ons door bondgenoodschap te versterken; in hoe verre dit ons, met opzicht tot de vor„ „sten van Koetsiem en Trevankoor, gelukt zij, is bij dezelve omstandig beschreeven. De Eerst„ gemelde volhardt Zeder in zijne getrouwe aankleeving aan onze belangen en heeft doar op't nieuw de sterkste verzeekeringen gedaan, ter geleegenheid, dat Hij bij mij het gewoone tegen- bezoek heeft afgelegts, zoo dat men aan zijne welmeenendheid niet kan twijfelen; de Tweede is een Tributair van den Nabab Mah„ „med Alichan en met denzelven min of meer afhanklijk van de Engelschen, die hij dus ont„ „zien en believen moet, ik hebbe echter reedenen van te denken, dat hij ons in zijn hart de meeste geneegenheid toedraagd en vooral niet gaarne zien zoude, dat wij van deeze Ruste verdreeven wierden; en hierin ben ik ver„ „sterkt door het volgende geval. — Toen ik den vorst van koetsiem de eers proposietsie deed, nopens 2 nopens, het voorwaards gemelde battaljon„ sipahis, kreeg ik eenelijk een ingewikkeld antwoord, dat zijne Hoogheid geneegen was, de komp: in alle omstandigheeden te dienen, doch omtrend veertien dagen daar na quam zijn eerste Minister bij mij met de volgende boodschap. zijn Meester was zoodanig verknocht aan den koning van Trevankoor, dat Hij over alle zaaken van aanbelang met den zel„ „ven raad pleegde en had dus ook door hem /eersten Minister:/ aan denzelven kennis gegeeven van mijn verzoek om sipahis; De koning van Trevankoor had dit ten eersten goed gekeurd, onder bijvoeging van deeze woorden; „ Het is voor ons beide goed, dat „de Hollandsche Kompanie zich hier „staande houdt, jk durve haar niet „ helpen, wegens den Nabab en d' Engelschen, „ doch uw Meester heeft met henlieden niets „ uitstaan, en moet dus niet alleen het ver„ „zochte battaljon geeven, maar ook alle andere „hulpe, die de kompanie zal vraagen. - D'En„ „gelschen zullen mij mogelijk wel vergen, „om uwen Meester dit afteraaden, doch ik „zal mij verontschuldigen met het antwoord, „dat de koning van koetsiem van mij onaf„ „hanklijk en een Bondgenoot van de komp: is enz: en

NL-HaNA_1.04.02_10314_0016 view scan ↗

English

and accordingly the King of Koetsiem then had me personally requested to send the officers and drillmasters to Koertje as soon as possible, where the necessary dwellings for them have been erected at the king's expense, and the battalion has since been exercised daily. I shall, however, have another opportunity in the remainder of this letter to speak further of the Prince of Trevankoor. That we also attempted to settle the disputes with the Nabab Haider Alichan and to enter into an alliance, and that negotiations in this regard were also immediately commenced with his Governor of the Zamorin's Realm, the well-known Sarderchan, was likewise communicated to Your High Nobilities in the aforementioned secret letter, with the promise that I would report further thereon to the very same, but I am currently so constrained in my time by the haste the Portuguese is making, that I cannot properly detail all that was negotiated with this Minister here, wherefore I must respectfully refer to the copies of the letters exchanged between us, which are transmitted herewith. However, I shall briefly note the most essential points from them here. My first offers of friendship were accepted with much outward cordiality, but regarding the old disputes over Settua and Paponettij he did not express himself, though he did indeed regarding the necessity of mutual assistance against the English, which he readily offered to me, and which offers he has since repeated in almost every letter. The Lord Nabab Haider Alichan, whom he had informed of my request, also made no mention of the old disputes, but only ordered the aforementioned Sardarchan to assist us here with men and all that was necessary, acting as a friend, and in return to request ammunition from us against payment, as Your High Nobilities may see further from the copy of the reply sent to me by Sardarchan alongside his letter of the 30th of October, transmitted among the annexes to this. I conferred with him further on this in a letter of the 28th of November, likewise to be found among the annexes, and therein repeated my initial proposal for settling the old disputes, as well as further expanding it to the restitution of the lands that the Nabab has taken into possession from us and our vassals, the King of Kranganoor, the Prince of Kartamane, and the Paienseris, and his reply, by letter of the 7th of December, which is likewise transmitted among the annexes to this, contained: that he had written further to his master regarding these proposals and was expecting a favorable reply, and that he simultaneously advised me to write to His Highness about it myself as well. However, since I had now achieved the principal objective, which was to have nothing evil to fear from that quarter and, if necessary, to be able to obtain help against the common enemy, and meanwhile our affairs on the Coromandel Coast had taken a very unfortunate turn for us through the sudden surrender of Nagapatnam to the enemies: I thus decided to await a more favorable moment for further negotiations, which I hoped to find upon the appearance of our fleet, which might give us greater stature with His Highness and also bring him into a better disposition to lend an ear to our proposals. But before I step away from these negotiations, I ought to report the following in further account of my conduct observed in that regard. From the entire conduct of Sardarchan it appeared most clearly that his master was still eager to fall upon Trevankoor, and now sought to pave the way for this through an alliance with us; I, on the contrary, understood that although Trevankoor showed more outward affection for the English than for us, and had even rejected the offer to include him in the contract with Haider, the true and permanent interest of our Company nevertheless required that Trevankoor be preserved and saved from the usurpation of Haider. Beside this, I was also still of the opinion that, although we needed the friendship of Haider in the present circumstances of the times, we nevertheless ought not to engage and bind ourselves with him any further than was necessary for the present to secure ourselves against an enemy who was considerably more dangerous to our interests than Haider had ever been, or ever could be. These considerations, which I now see with great satisfaction to correspond sufficiently with the sentiments of Your High Nobilities, made me wary from the very beginning of proceeding hastily with the negotiations. I therefore took my recourse to the Noble Lord of the Ceylon Government, Falck, laid these my concerns and sentiments before

Dutch transcription

en dienvolgende liet de Koning van koetsiem mij toen zelve verzoeken, om de officiers en Drilmeesters hoe eer hoe liever naar Koertje te zenden, daar de noodige wooningen voor de„ „zelven op 's konings kosten opgeslaagen zijn, en het battaljon zeder dagelijx geexerceerd word. Jk zal echter in 't vervolg deezes noch eens geleegenheid hebben, van den vorst van Trevan„ „koor nader te spreeken. Dat wij ook getracht hebben met den Nabab Haider Alichan de geschillen bij te leggen en een verbond aantegaan, en dat de onderhande¬ „lingen derwegens ook ten eersten met deszelfs Goeverneur van 't Samorijnsche Rijk den wel„ „bekenden Sarderchan begonnen zijn, is meede bij meermelde sekreeten brief aan uwe Hoog edelheeden bedeeld, met de belofte, dat ik daar van aan Hoogst dezelven nader rapport zoude doen, doch ik ben thans zoo nauw bepaald in mijn tijd, door den haast, dien de Por„ „tugees maakt, dat ik al het verhandelde met deezen Minister hier niet naar behooren kan detailleeren, waar mij in eerbied gedraagen moet, aan de kopijen der tusschen ons gewisselde brieven, die nevens deezen overgaan. Echter zal ik daaruit het allerzaaklijkste hier kort noteeren Mijne eerste aanbiedingen van vriendschap wierden met veel uiterlijke hartlijkheid, aangenoomen aangenoomen, doch nopens de oude geschillen over settua en Paponettij liet hij zich niet uit, maar wel over de noodzaaklijkheid van onderlingen bijstand tegen de Engelschen, dien hij mij gereedelijk aanbood, en welke aanbiedin„ „gen hij zeder haast bij alle brieven herhaalde. — De Heer Nabab Haider Alichan, aanwien hij van mijn aanzoek had kennis gegeeven, maakte ook geen gewag van de oude geschillen, maar gaf eenlijk aan meermelden sardarchan last, om ons hier, met volk en al wat noodig was, te assisteeren handelende als vriend, en daar tegen van ons ammunietsie tegen be„ „taaling te verzoeken, zoo als uwe Hoog edel„ „heeden dit nader kunnen zien, bij de kopij van het antwoord, mij door sardarchan nevens zijnen brief van den 30=ste oktober toegezonden, onder de bijlagen deezes overgaan„ „de. Jk hebbe hem hier over nader onderhou„ „den, bij een brief van den 28:e November, mede onder de bijlagen te vinden, en daar bij mijne eerste proposietsie tot het bijleggen van de oude geschillen herhaald mitsgaders nader uitgebreidt tot de terug gave van de landen, die de Nabab van ons en onze va„ „sallen, den koning van kranganoor den Prins van kartamane en de Paienseris in bezit genoomen heeft, en zijn antwoord, bij brief van van den 7=de december, die mede onder de bijlaa„ „gen deezes overgaat, behelsde: dat hij nader aan zijnen Meester over deeze proposietsien geschree„ „ven had, en een goed antwoord verwachtende was, en dat hij mij teffens ried, om zelve ook daarover aan zijne Hoogheid te schrijven. Doch dewijl ik het voornaamste oogmerk mu bereikt hadde, hetwelk was, om van dien kant niets quaads te vreezen te hebben en des noods hulpe tegen den gemeenen vijand te kunnen erlangen, en middelerwijle onze zaaken op de kust kormandel eene voor ons zeer on„ gelukkige keer genoomen hadden, door de schie„ „lijke overgave van Nagapatnam aan de vijan „den: zoo besloot ik tot de nadere onderhan„ „delingen een gunstiger tijdstix te moeten af„ „wachten, het welk ik bij verschijning van onze vloot, hoopte te vinden die ons bij zijne hoogheid meerder aanzien geeven, en Item in eene beetere disposietsie brengen mogte, om aan onze voorstellen het oor te leenen. Doch eer ik van deeze onderhandelingen afstappe, die„ „ne ik tot nadere reekenschap van mijn daar omtrend gehouden gedrag, noch het volgende te melden. uit de heele handelwijze van Sardarchan bleek ten klaarsten, dat zijn Meester noch belust was, om Trevankoor op het lijf te vallen vallen; en zich daar toe thans door een verbond met ons den weg zocht te baanen, ik in tee„ „gendeel begreep, dat ofschoon Trevankoor meer uiterlijke geneegenheid voor de Engelschen dan voor ons liet blijken, en zelfs de aanbieding, om hem in het kontrakt met Haider in te sluiten, van de hand geweezen had, nochthans het waare en bestendige belang van onze kom„ „panie vorderde, dat Trevankoor voor de over„ „weldiging van Naider bewaard en behouden wierde. Daar neevens was ik ook noch van begrip, dat, of schoon wij de vriendschap van Haider in de tegenwoordige tijds omstandig„ „heid noodig hadden: wij ons echter met den„ „zelven niet verder behoorden intelaaten en te verbinden, dan als voor het tegenwoor„ „dige noodig was, om ons te beveiligen, tegen eenen vijand, die voor onze belangen vrij ge„ „vaarlijker was, dan Naider oit geweest was, of oit kost worden. Deeze bedenkingen, die ik thans met veel vermaak zie genoeg„ „zaam over een te stemmen met de gevoelens van uwe Hoogedelheeden, maakten mij van den beginne af aan beducht, om met de on„ „derhandelingen haastig voort te gaan. Jk nam derhalven mijne toevlucht tot den Edelen Heer Ceilons Goevernement Falck, leide deeze mijne bekommering en gevoelens voor

NL-HaNA_1.04.02_10314_0020 view scan ↗

English

for him and requested his good counsel regarding this, in a secret letter of 4 September, of which a copy is transmitted among the enclosures to this letter, who honored my aforementioned considerations and the course of action based thereon with his approval, and noted regarding the treaty with the Nabab Haider Alichan that help would probably only be requested for the capture of Tellitscheeri and help promised against the English if they should come to besiege Koetsiem, and that we could be content with this in this brief alliance: as your High Mightinesses may view in more detail from the reply of 27 September, also attached hereto in copy, to which I respectfully refer, and from which it also appears that I have consulted with the well-mentioned Noble Lord on matters of importance from the very beginning, so that it could not but be most agreeable to me that your High Mightinesses now kindly instruct me to do so in your Most Honorable secret dispatch. Because your High Mightinesses have left it to me either to establish a secret committee for handling matters of peace and war, or to bring such points thereof as I might deem appropriate and reasonable to the knowledge and deliberation of the Political Council, I shall provisionally adhere to the latter, because most matters of that nature are already settled, and those which also concern the native princes must be handled by me alone, and especially because, by establishing a secret committee, I would, in matters where I most need good advice, deprive myself of the opinions of the most knowledgeable members, who sit too low in the assembly to be given precedence over others. Secrecy, the main objective, benefits from this, because I handle and write up by myself the matters concerning which it is necessary, and keep detailed notes of everything to serve for the information of my successor in the event of my demise. Now I also find myself obliged to make a humble report to your High Mightinesses of an unexpected political change in the neighboring realm of the Samorijn, whereby our situation here has deteriorated considerably. It is known to your High Mightinesses that the Nabab Haider Alichan conquered the lands of Kolastri and of the Samorijn, and has now besieged the English fort Tellitscherij for two years. In the late part of December, three ships and fifteen native vessels with a large number of troops from Bombai arrived at Tellitscherij, and since then the rumor spread that the English wished to abandon that fortress, which was made probable by the departure of several native families to Ansjengo, and by the flight of some hundred Nairos who had hitherto formed part of the garrison, and particularly also found credence with Haider Alichan's General Parderchan, who kept the said fortress besieged, and who wrote to me about it in a letter of the 3rd of this month as follows. I am obliged, in consideration of our good friendship, to communicate to your Honor that recently a fleet of fifteen sibaars and the Poerab Bombai with two battalions of sipahis arrived at Tellitscherij to transport the goods from Tellitscherij to Bombai, and I believe it, for recently about three hundred Nairos fled from Tellitscherij and went into the forest near Konkedana Koenje Nairo, etc. The outcome has shown that that rumor was unfounded and probably fabricated by the English themselves in order to lull the aforementioned Sarderchan to sleep and to better execute their secret plan against him, for during the night between the 7th and 8th of this month, when Parderchan had gone from the army to a nearby fort named Koeretje, the entire garrison, which had secret intelligence with the Nairos of Kottatte, Kaddatenado and Kolastri, made a sortie, attacked the army in four places, and put it to flight. Saderchan indeed came to its aid immediately with the men he had with him, and a bloody engagement ensued, but the English gained a complete victory, captured the entire camp, and took several prominent military commanders of Haider Alichan prisoner, and in particular General Sarderchan himself, who had received two wounds and had fallen from his horse as a result. The small remnant of the Nabab's troops that escaped this almost universal defeat has fled to the other lands of Naider, and the English are thus currently masters of

Dutch transcription

voor Hem open en verzocht zijnen goeden raad deezen aangaande, bij een sekreeten brief van den 4:e september, waar van een afschrift onder de bijlaagen deezes overgaat, die mijne voorschr: bedenkingen en de daar op gefundeerde handel„ „wijze met zijne goedkeuring vereerde, en no„ „pens het traktaat met den Nabab Haider Alichan aanmerkte, dat men waarschijnlijk alleen hulpe zoude vraagen, tot de vermees„ „tering van Tellitscheeri en hulpe belooven tegen de Engelschen, indien zij koetsiem qua„ „men te beleegeren, en dat wij ons, bij deeze kortstondige verbintenis, daarmede konden te vreeden houden: zoo als uw Hoogedelhee„ „den dit omstandiger kunnen beoogen, bij het deezen almede in kopij bijgevoegde antwoord van den 27:e september, waaraan ik mij in eerbied gedraage, en waaruit teffens blijkt, dat ik reets van den beginne af aan over zaa„ „ken van aanbelang; met welgemelden Ede„ „len Heer te raade gegaan ben, zulx het mij niet dan ten hoogsten aangenaam heeft kunnen zijn, dat uwe Hoogedelheeden mij bij Hoogstderzelver sekreete missive daar toe thans gelieven overtewijzen. wijl uwe Hoogedelheeden het aan mij gelaa„ „ten hebben, om tot de behandeling van de zaaken van vreede en oorlog, een geheim Committé committé op terichten, dan wel daarvan zoo„ „danige poincten, als ik gepast en billijk oordee„ „len mogte, ter kennis en deliberaatsie van den politieken Raad tebrengen, zoo zal ik mij bij provisie aan het laaste houden, wijl de meeste zaaken van dien aart reets hun beslag hebben, en de geenen, die de inlandsche vorsten mede aangaan, door mij alleen moeten behan„ „deld worden, en inzonderheid, wijl ik mij, door het oprichten van een geheim Committé, in zaaken, daar ik goeden raad het meest behoef„ „de berooven zoude van de advisen der kun„ digste Leden, die te laag in vergadering zit„ „ten, om anderen voorgetrokken te worden. De geheimhouding, het voornaamste oogmerk, wint hier bij, door dien ik de zaaken, omtrend welken ze noodig is, alleen behandele en zelfs beschrijve, en van alles omstandige aanteeke„ ningen houde, om, bij mijn overlijden, tot naricht van mijnen vervanger te dienen. Nu vinde ik mij noch verplicht uw Hoog„ edelheeden onderdaanig rapport te doen van eene onverwachte staatswisseling in het na„ buurige Rijk van den Samorijn, waar door onze situaatsie alhier merklijk verslimmerd is. Het is uw Hoogedelheeden bekend, dat de Nabab Haider Alichan de landen van Ko„ „lastri en van den Samorijn vermeesterd, en nu nu zeder twee Jaaren het Engelsche fort Tel„ „litscherij belegerd heeft. Jn 't laast van Decem„ „ber quamen drie schepen en vijftien inlandsche vaartuigen met een groot getal krijgsvolk van Bombai te Tellitscherij aan, en zeder verspreid„ „de zich het gerucht, dat de Engelschen die ves„ „ting verlaaten wilden, het welk door het ver„ „trek van verscheidene inlandsche huisgezin, „nen naar Ansjengo, en door de vlucht van eenige honderd Nairos, die tot dus verre een gedeelte van de bezetting hadden uitgemaakt, waarschijnlijk werd, en inzonderheid ook ingang vond bij Heider Alichans Generaal Parderchan die gemelde vesting beleegerd hield, en mij daar over bij een brief van den 3=de dee„ „zer het volgende aanschreef. Jk ben verplicht, uit aanmerking van onze goede vriendschap, uwEd: te kom„ „municeeren, dat deezer dagen te Tellit„ „scherij eene vloot van vijftien sibaars en de Poerab Bombai met twee battal„ „jons sipahis aangekoomen is, om de goe„ „deren van Tellitscherij naar Bombai te transporteeren, en ik geloove het, want deezer dagen zijn omtrend drie honderd Nairos van Tellitscherij gevlucht, en in het bosch bij konkedana koenje Nairo gegaan enz: De De uitkomst heeft geleerd, dat dat gerucht on„ „gegrondt en waarschijnlijk van d' Engelschen zelve verdicht geweest is, om den voornoemden Sarderchan in slaap te wiegen, en hun heimlijk voorneemen tegen hem te beter uittevoeren, want des nachts tusschen den 7. en 8=ste deezer, wanneer Parderchan uit het leger naar een nabij geleegen fort koe„ „retje genaamd, gegaan was, deed de heele bezetting die heinelijke verstandhouding had met de Nairos van kottatte, kaddate„ „nado en kolastri eenen uitval, overviel het leger op vier plaatsen, en dreef het op de vlucht, saderchan quam het zelve wel ten „eersten te hulpe met zijne bij zich hebbende Manschap en daar op volgde een bloedig ge„ „recht, doch de Engelschen behaalden eene volkoomene overwinning, veroverden het heele kamp en kreegen verscheidene voor„ „ naame krijgs oversten van Haider Alichan gevangen en inzonderheid den Generaal Sar„ „derchan zelve, die twee wonden bekoomen had en daar door van zijn paard gevallen was. Het geringe overschot van 's Nababs troepen, het welk deeze schier algemeene nederlaage ontkoomen is, heeft de vlucht genoomen naar d' andere landen van Naider en d' Engelschen zijn dus tegenwoordig Meesters van

NL-HaNA_1.04.02_10314_0024 view scan ↗

English

of that entire country. At the same time that this occurred, the chief of Koilang wrote to me, by letters of the 9th and 11th of this month, that the English were making preparations to restore the Princes of the Zamorin's Empire, who have been staying in the country of Trevankoor since Hyder Ali Khan drove them out, to their realm, and had made an offer to them to that effect through the Interpreter of Ansjengo, adding that English troops would march from Paleamkotta through the country of Trevankoor to escort them to their country. Although now this last item, namely the advance of English troops through the country of Trevankoor, is not probable, because according to the latest reports there are not many troops stationed in the lowlands of Tirnevellij, and the King of Trevankoor would also oppose it in order to give us no offense: yet I thought it necessary to confer with His Highness about this, in a letter of the 19th of this month, of which a copy is transmitted among the enclosures, containing chiefly an earnest request to reassure me in this regard by letter, and further a warning that, if His Highness were to grant passage through his country to any troops of Muhammad Ali Khan, or of the English, as long as we are at war with them, or were to allow it under duress, under whatever pretext it might be, even if it were under the promise that this would not be directed against our Company, such would be regarded by us as an act of partiality, whereby His Highness would breach the friendship which he was obligated to maintain with us according to the treaties; to which I can only obtain an answer in a few days. That, however, the intention of the English is to restore the old princes in the Zamorin and Kolastri lands, the better to exercise supreme authority over them under their cover, is not only very probable in itself and consistent with their policy in this part of the world, where they keep native princes everywhere as their puppets, but is also confirmed by general rumors, and even more closely by a letter from the King of Koetsiem, who informs me of this change of state and specifically mentions this as well, that letter being otherwise chiefly aimed at seeking my advice on how he should conduct himself in these circumstances, because the Zamorin princes are his hereditary enemies, and now being united with the English, will without doubt invade and ravage his northern neighboring lands, whereupon I advised him in reply to secure all rice and paddy from those lands as quickly as possible, and to request the King of Trevankoor that he bring it about with both the English and the Zamorin princes that those lands be spared, and further, upon the approach of the English, to take refuge in the country of Trevankoor, and there await a change for the better, for which I give His Highness hope, by the assurance that our and the French fleets will soon appear and restore our affairs, the copies of these letters are also transmitted among the enclosures. By this revolution our situation here has significantly worsened: the English have thereby become our nearest neighbors to the North, and can from there, if they set their minds to a siege of Koetsiem, bring up the necessary provisions much more easily than if they had to do so by sea and disembark in our vicinity, and they now have the assistance of a multitude of natives from the Zamorin territory for all kinds of train and army services, which they would otherwise have to do without, not to mention that they can also reinforce themselves with several thousand Nairs and Moors from that country, and that in such a case we will not be able to receive as much help and assistance from the prince of Koetsiem as otherwise, because his neighbors, the Zamorins, would immediately prevent and avenge this. But our Fort Kranganoor in particular is now exposed to the danger of being immediately captured by our enemies, for although it may be called strong with respect to a native enemy, it is nevertheless not capable of withstanding a siege skillfully directed by Europeans, for, to say nothing of other less visible defects, it is so small and at the same time so densely built up that a few bombs would force the garrison to surrender. We consulted on this important matter today in our meeting, and, after recapitulation of our secret resolution of 19 July last, and of the secret separate letters alleged therewith written to and from Your Right Honorables on this subject, unanimously resolved to [illegible] the Fort, as well as Aikotte, for

Dutch transcription

van dat heele land. — Ter zelver tijd, dat dit voorviel, schreef mij het opperhoofd van koilang, bij brieven van den 9de en 11=ste deezer, dat de Engelschen aanstalt maakten; om de Prinsen van het samorijn „sche Rijk, die Ieder Naider Alichan hen verdreeven heeft, zich in 't land van Tre¬ „vankoor ophouden, in hun Rijk te her„ „stellen, en daar toe aan dezelven door den Tolk van Ansjengo aanbieding gedaan hadden, met bijvoeging, dat van Paleamkotta, door het land van Trevankoor, Engelsche troepen zouden optrekken, om henlieden naar hun land te geleiden. Hoewel nu dit laaste artikel, te weeten de aanmarsch van En„ „gelsch krijgs-volk door 't land van Trevan„ „koor, niet waarschijnlijk is, door dien in de beneeden landen van Tirnevellij, volgens de Jongste berichten, niet veel volk legt, en de koning van Trevankoor zich ook daar tegen stellen zoude, om ons geenen aanstoot te geeven: zoo hebbe ik echter gemeent, zijne Hoogheid daar over te moeten onderhouden, bij een brief van den 19. =den deezer, waarvan een afschrift onder de bijlagen overgaat, vervattende voor„ „naamlijk een ernstig verzoek, om mij dee„ „zerwegen bij een brief gerust te stellen, en voorts eene waarschuwing, dat, indien zijne Hoogheid Hoogheid aan eenig krijgsvolk van Mahmed Alichan, of van de Engelschen, zoo lange wij met hen in oorlog zijn, den doortocht door zijn land vergunde, of als gedwongen toeliet, onder wat pretext het ook zijn mogt, al was het zelfs onder de belofte, dat dit niet tegen onze kompanie zoude strekken, zulx bij ons als eene daad van partijdigheid zoude aangemerkt wor„ „den, waardoor zijne Hoogheid de vriendschap verbreeken zoude, die hij verplicht was, vol„ „gens de traklaaten met ons te onderhouden; waarop ik eerst over eenige dagen kan ant„ „woord erlangen. Dat echter het voorneemen der Engelschen zij, om de oude vorsten in de samorijnsche en kolastrische landen te herstellen, om te beter„ onder hunnen dekmantel, over dezelven het hoogste gezag te voeren, is niet alleen op zich zelve zeer waarschijnlijk en over eenkomstig met hunne staatkunde in dit wereld deel, daar ze de inlandsche vorsten overal tot hunne speelpoppen aanhouden, maar word ook bevestigd door de algemeene geruchten, en noch nader door een brief van den koning van koetsiem, die mij van deeze staats wisse„ „ling kennis geeft en dit speciaal mede aan„ „voerd, zijnde die brief voor het overige voor„ „naamlijk gericht, om mij raad te pleegen, hoedanig hoedanig hij zich in deeze omstandigheeden zal gedraagen, door dien de sammorijnsche vorsten zijne Erfvijanden zijn, en nu met de Engelschen vereenigd zijnde, buiten twijfel zijne noordelij¬ „ke aangrenzende landen invadeeren en ver„ „woesten zullen, waarop ik hem in antwoord geraaden hebbe, om alle rijs en nelie uit die landen ten spoedigsten te bergen, en den koning van Trevankoor te verzoeken, dat hij zoo wel bij de Engelschen, als de samorijnsche vor„ „sten, bewerke, dat die landen verschoond blij„ „ven, en voorts, om, op de aannadering van de Engelschen, dewijk in 't land van Trevankoor te neemen, en daar verandering ten goede afte„ „wachten waartoe ik zijne Hoogheid hoope geeve, door de verzeekering, dat onze en de fran„ „sche vlooten eerlange opdaagen, en onze zaa„ „ken herstellen zullen, de afschriften van deeze brieven gaan mede onder de bijlaagen over. Door deeze omwenteling is onze situaatsie alhier merklijk verslimmert: D' Engelschen zijn daar door onze naaste buuren om de Noord geworden, en kunnen van daar, wan¬ „neer zij het op eene beleegering van koet„ „siem toeleggen, het noodige daartoe veel maklijker aanvoeren; dan wanneer ze zulx ter zee doen, en in onze buurt ontschepen moesten, en ze hebben thans den bijstand van van een meenigte Jnlanders uit het samorijnsche, tot allerlij trains- en leger-diensten, die zij anders zouden moeten ontbeeren, te gezwijgen, dat zij zich ook met eenige duizenden Nairos en Mooren uit dat land kunnen versterken, en dat wij nu van den vorst van Koetsiem, in zulk een geval zoo veel hulpe en bijstand niet zullen kunnen ontvangen als anders, door dien zijne Buuren, de Samorijners, dit ten eersten beletten en wreeken zouden. Maar inzonderheid is ons Fort kranganoor als nu aan het gevaar bloot gesteld, om door onze vijanden ten eersten vermeesterd te worden, want hoewel hetzelve, met opzicht tot een inlandschen „vijand, sterk mag heeten, zoo is het doch niet bestand tegen eene beleegering, die van Europee„ schen met kundigheid gedirigeerd word, want, om van andere min zichtbaare gebreeken te zwijgen, zoo is het zoo kleen en teffens zoo digt bebouwd, dat weinige bommen de bezet„ „ting tot de overgave noodzaaken zouden. wij hebben over dit wigtig stuk heeden in onze vergadering geraadpleegd, en, na rekapitulaatsie van onze sekreete resoluutsie van den 19:e Juli Jongstleeden, en van de daarbij geallegeerde se„ „kreete aparte brieven aan en van uwe Hoog„ „ edelheeden over dit sujct geschreeven, eenparig beslooten, om het Fort, zoo wel als Aikotte, voor

NL-HaNA_1.04.02_10314_0028 view scan ↗

English

for the present still to keep it garrisoned on the current footing, but upon the approach of the enemy to transfer the cannon and the ammunition, as well as the garrisons, to Koetsiem, since both would otherwise merely fall into the hands of the enemy. For the reasons cited above, we also have much less ground now for our previous suspicion that our enemies at Bombai would not be in a position this year to undertake the siege of koetsiem, but must now rather expect such on a daily basis, the more so because the dispatch of so much militia from Bombai to Tellitscherij provides very probable proof that the English there will succeed in their negotiations with the Marattas concerning peace, or at least have progressed so far that they have no hostile actions to expect from them; wherefore we now also prepare ourselves further for this, and have decided today to begin immediately with the demolition of the shipyard and further structures on Talwetti, and of the houses and gardens standing too close beneath the fortress. The committee, Resident and scribe, who are with the army of the Nabab Naider Alichan on behalf of the Ministry of Kormandel, have, on account of the surrender of Nagapatnam, addressed themselves to me and the Council and requested advice on how they should further conduct themselves, since the said Nabab did not wish to let them depart, as well as for four thousand star pagodas to cover their expenses; to which we replied: That, since Nagapatnam was lost, and the Government upon which they depended was extinguished, their commission had also eo ipso lapsed and become void, and they thus had nothing further to conduct with the Nabab, and ought therefore to request from His Highness safe transport hither; and upon the request for money, we authorized them to draw bills of exchange upon us for such a sum as they would strictly require. — As your High Honours may examine in more detail from the copies of this correspondence also transmitted among the annexes. Lastly, I add hereto a letter received from our Lords Masters in Europe under the cover and forwarding letter of His Excellency the Lord Baron van Haeften, Ambassador of the State to the Sublime Porte, and I have the honour with awe, all respect and faithfulness to be. /below stood/ Right Honourable, highly esteemed, sovereign Lord and Honourable, rigorous Lords, your High Honours' most humble and faithful Servant /was signed:/ J: G: van Angelbeek /:in the margin:/ Koetsiem the 22. January 1782. /Lower:/ PS: After this was already closed, there arrived here with a native vessel from Maskette the Captain of the Military George Fornbauer, who, together with fellow captain Friederich von Sauer, was sent overland to the Indies on the 3. January 1781 by the Lords Directors of Amsterdam with the first news of the war; von Sauer had arrived here a few days earlier with a native vessel from Soeratte, but without dispatches, as he had had to throw the same into the water in the roadstead of Bombai on account of the treason of the Portuguese skipper of the vessel with which he crossed; but Fornbauer delivered his properly, of which I have the honour to send the copies herewith. — Both captains will each individually deliver an exact account of their journey and experiences, of which I can only report the following. They separated at Alexandria; von Sauer took the route via Grand Cairo to Suez and from there to Mocha; here he hired a vessel to go to Soeratte, but the Portuguese skipper Checked skipper, who thought he had discovered something, brought him to Bombai in the hope of a rich reward for his treason, which was foiled by the throwing away of the letters. He, Sauer, had to remain for some time at Bombai, was subsequently sent to Soeratte, and detained there for three months, but, since nothing was discovered, he finally obtained permission to depart for this place. Fornbauer went via Aleppo, Bagdad and Bassora to Maskette, from whence he arrived here. Both met with great obstacles everywhere along the way from the English Consuls and agents, who must have had knowledge of this mission, or at least suspected something of the kind, since such measures were taken by them everywhere against it that it was impossible for them to continue their journey with greater speed. Agreed Adriaan Booteleht First Clerk J. Verdijck Duplicate No 1. To the Lord Saderchan Governor of Kalikut I avail myself of this opportunity, as Sr Izaak Purson departs for Kalikut, to inform your Honour that I have arrived here in the place of the Lord Adriaan Moens and have assumed the Government; and that I wish from my heart that the disputes between the Noble Company and the Lord Nabab Haider Ali Khan may be settled, and that we may live with one another in good friendship and harmony; I hope that your Honour may also be so minded, and that the Lord Nabab may give your Honour full power to enter into negotiation with me concerning this, and I doubt not in the least that we shall speedily settle everything. We have war in Europe with the English and shall thus also soon have it with them in these regions; it is therefore as good for the Lord Nabab as for us that we live together in peace and friendship, the better against our common Sir! enemies 8

Dutch transcription

voor eerst noch op den teegenwoordigen voet bezet te houden, doch op de annadering van den vijand het kanon en de ammunietsie mitsgaders de Be„ „zettingen naar Koetsiem overte brengen, wijl het een en ander maar in der vijanden handen zoude vallen. wij hebben, om de vooraangehaalde reedenen, thans ook veel minder grond, tot ons voorig vermoeden, dat onze vijanden te Bombai dit Jaar niet in staat zijn zouden, om de beleege„ „ring van koetsiem te onderneemen, maar moe„ „ten zulx veel meer thans dagelijx verwachten, te meer wijl de verzending van zoo veel mi„ „lietsie van Bombai naar Tellitscherij een zeer waarschijnlijk bewijs uitleeverd, dat de Engelschen aldaar in hunne onderhandelingen met de Ma„ „ratten over den vreede zullen reusseeren, of ten minsten zoo verre gevorderd zijn, dat ze van henl: geene vijandige daadelijkheeden te wach„ „ten hebben weshalven wij ons daartoe nu ook nader bereiden, en heeden beslooten hebben, met het afbreeken van de timmerwerf en verdere opstallen op Talwetti, en van de huizen en tuinen te dicht onder de vesting staande, da„ „delijk te beginnen. De Gekommitteerden Resident en scriba, die zich van wegen het Ministerium van kor„ „mandel bij den Nabab Naider Alichan in 't leger leger bevinden, hebben, mits de overgave van Na„ „gapatnam, zich aan mij en den Raad geaddresseerd en verzocht, om raad, hoedanig zij zich verder zouden hebben te gedraagen, wijl gem: Nabab henl: niet wilde laaten vertrekken, als mede om vier„ „duizend sterpagooden, tot het goedmaaken hun„ ner onkosten wij hebben daar op geantwoordt. Dat dewijl Nagapatnam verlooren, en het Goevernement, waarvan zij dependeerden ge¬ „exstingueerd was, hunne kommissie ook coipso vervallen en te niet gegaan was, en zij dus niets verders bij den Nabab te ver„ „richten hadden, en dus zijne Hoogheid dien„ „den te verzoeken, om een veilig transport naar herwaards. en op het verzoek om geld hebben wij dezelven gequalificeerd om op ons wissels te trekken, voor zoodanige som, als zij volstrekt zouden noodig hebben. — zoo als uw Hoogedelheeden dit omstan„ „diger kunnen nagaan bij de kopijen van deeze korrespondentsie mede onder de bijlaagen over„ „gaande. Laastelijk voege ik hier noch bij eenen brief van onze Heeren Meesters uit Europa ontvan„ „gen onder het koevert en de geleide letteren van zijn Excellentsie den Heer Baron van Haeften Ambassadeur van den staat bij de Hooge Poorte, en hebbe de eere met ontzach alle eerbied en trouwe trouwe te zijn. /onderstond/ Hoogedele Groot achtbaar wijdgebiedende Heer en weledele Gestrenge Heeren uwer Hoogedelheeden onderdanigste en getrouwe Dienaar /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 22: Januari 1782. /Lager:/ Ps: Na dat deeze reets geslooten was, quam hier met een inlandsch vaartuig van Maskette aan, de kapitain Militair George Fornbauer die, nevens den mede kapitain Friederich von sauer, op den 3. ' Januari 1781. door Heeren Bewind„ „hebberen van Amsterdam overland naar Jndiën gezonden is, met de eerste tijding van den oorlog; von sauer was hier eenige dagen vroeger aan„ „gekomen, met een inlandsch vaartuig van soe„ „ratte, doch zonder depeches, alzoo hij dezelven had moeten in 't water werpen op de rheede van Bombai, wegens verraad van den Portugeeschen schipper van het vaartuig, daar hij mede over„ „ging, doch Fornbauer heeft de zijnen richtig be„ „steld, waar van ik de eere hebbe de afschriften hier nevens tezenden. — Beide kapitains zullen ieder in 't bezonder een nauwkeurig bericht leeveren van hunne reize en weder vaaren, waar van ik een„ „lijk het volgende melden kan. zij hebben zich te Alexandrien gesepareerd, von sauer nam de route over Groot-kairo naar suez en van daar naar Mocha, hier huurde hij een vaartuig om naar soeratte te gaan, doch de Portugeesche schipper Nagezien schipper die iets meende ontdekt te hebben, bragt hem naar Bombai, in hoope van eene rijke be„ „looning voor zijn verraad, het welk veriedeld werd door het wegwerpen van de brieven. Hij sauer, moest eenigen tijd te Bombai blijven, werd vervolgens naar soeratte gezonden, en daar drie maanden opgehouden, doch, wijl men niets ontdekte, kreeg hij eindelijk verlof om naar deeze plaats te vertrekken. Fornbauer ging over Aleppo Bagdad en Bassora naar Maskette, van waar hij hier gekoomen is. Beiden hebben onder weg overal groote hindernissen ontmoet, door d' Engelschen Konsuls en kommissianten, die van deeze bezending licht moeten gehad, of ten minsten iets dergelijx vermoedt hebben, wijl door henl: daar tegen over al zulke maat„ „regelen genoomen waaren, dat ze hunne reize onmogelijk met meerder spoed kosten voortzetten. Akkordeerd Adriaan Booteleht Agklerk J „ Verdijck Duplicant No 1. Aan den Heer Saderchan Goeverneur van Kalikut Ik bediene mij van deeze geleegenheid dat S„r Izaak Purson naar kalikut vertrekt, om uwweledele kennis te geeven, dat ik hier aangekoomen ben, in steede van den Heer Adriaan Moens en het Goever„ „nement aangetreeden hebbe; en dat ik van harten wensche, dat de geschillen tusschen de Edele komp:e en den Heer Nabab Hlaider en Alichan moogen afgedaan worden, en dat wij met malkanderen in goede vriendschap en harmonie mogen leeven; Jk hoope dat uwEd: ook zoo gezint mag zijn, en dat de Heer Nabab uwEd: volmacht geeve om net =onder mij daar over in ^ handeling te treeden en ik twijffele geenzints of wij zullen wel schielijk alles afdoen. Wij hebben in Europa oorbog met de Engelschen en zullen, die dus ook eerlange met hen krijgen in deeze gewesten, het is dus zoo wel voor den Heer Nabab goed als voor ons, dat wij te zaamen in vreede en vriend„ „schap leeven, om te beeter teegen onze gemeene Mijn Heer! vijanden 8

NL-HaNA_1.04.02_10314_0036 view scan ↗

English

to act against enemies. Mr. Izaak Surion will confer with Your Honour further about this, to which end he has been instructed by me. I have the honour to be below Sir Your Honour's obedient servant was signed J:n G:s van Angelbeek in the margin Cochin the 3rd of August 1781. Adriaan Boosvuet First Clerk Examined G. V. Eversdijck Agreed O Duplicate No. 3. Sir J: G: van Angelbeek Governor of Cochin I have received through Mr. Izaak Surjon the desired letter from Your Honour, and I am very pleased with Your Honour's arrival and accession to the government, although Your Honour possesses the ability for a greater office, according to the assurance of Mr. Izaak Surjon. I wish that Your Honour may show that same ability in this region, so that I and the Lord Nabab, and we may enjoy the glory of having such a good and faithful friend, in order to subdue our enemies, the English. Regarding the alliance that Your Honour and the Honourable Company wish to make with me and the Lord Nabab, I have written to him, and in the manner that I have written without flattery I dare assure Your Honour that within a short time I expect a good answer from that Lord, as I know that the said Lord Nabab also attaches great interest to dealing with the Dutch in the same manner as with the French, and neither Your Honour nor the Honourable Company ought to refuse to make the alliance in the same manner as the French, that is to be assured among themselves that they are all three brothers, and ought to act as such, the one helping the other, in whatever circumstance it may be, as necessity may require; All the rest I have discussed with Mr. Isaak Surjon, who will likely also write the same to Your Honour, and especially also report that as soon as the answer from the Lord Nabab comes into my hand, I shall notify Your Honour of it, in order directly to confirm our alliance without impediment, and without us needing in any way to doubt, by the willingness that we have for this, on behalf of our Sovereigns the Lord Nabab and the Honourable Company. Meanwhile, please be mindful not to allow the people of Tellicheri who are in your city and subordinate places to depart, nor permit them to go with goods to Tellicheri, as being the lands of our enemies. Above all I wish Your Honour good health, much happiness and tranquility in Your Honour's administration, and I am very, yes very, obliged to Your Honour for the small bottle of cinnamon oil, a thing that I value greatly, not only for its quality, but also because it was sent by Your Honour. Be always assured that I remain in everything and all ready to please Your Honour, God preserve Your Honour for a length of years below Your Honour's humble Servant was signed with some Moorish characters in the margin In the camp near Curretje the 15th of September 1781. Agreed D. Eversdijck Adriaan Boosvuet First Clerk Duplicate No. 4. Sir J: G: van Angelbeek Although it appears to me that the Lord Nabab has not been informed of the war that the Honourable Company has against the English, nor of the alliance that the said Company desires to make with him, nevertheless I consider myself, as a nearest neighbour, obligated to write this. Today news was brought to me that the English ships are cruising from the lands of Cranganore to Cochin; as also that Trevancore is preparing his people against the Honourable Company, I notify Your Honour; if this should be true, let me know, then I will send two or three thousand men, and if this should not be enough, then I shall go thither in person and demand of him, Trevancore, regarding the insolence he possesses in setting himself against the Honourable Company: therefore I request Your Honour not to let slip this good opportunity which I have to show my goodwill to serve this Honourable Company, and to take note of our enemies. Your Honour must not doubt the capability of the Lord Nabab to give people who may be desired, and therefore, as soon as I obtain an answer from Your Honour, I shall give notice by when I am ready. Do not think, Your Honour, that I have my hands full with Tellicheri, and cannot go thither to help Your Honour, by no means, for at the very time that Your Honour needs me, Your Honour will find me at Your Honour's side, not only to defend against our enemies, but even to penetrate into their lands, and make them experience the power of the Lord Nabab and of the Honourable Company; thus Your Honour must know that I do not take Tellicheri, not because I cannot, as everyone knows, but out of compassion toward its people, to see if they will not go away without us needing to kill them. And as I have nothing more to write at present, I remain ready to give Your Honour satisfaction, God preserve Your Honour for long years below Your Honour's friend and very humble Servant was signed with some Moorish characters in the margin In the camp at Koeretje the 24th of September 1781. Agreed Adriaan Boosvuet First Clerk 8 Duplicate No. 5.

Dutch transcription

vijanden te ageeren. — I„r Izaak Surion zal uwEd: daar over nader onderhouden waar toe hij van mij is geinstrueerd. Jk hebbe de eere te zijn /:onderstond:/ Mijn Heer Uwer Edele gehoorzaame dienaar was. getekend:/ I:n G:s van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 3. Augustus 1781. — Adriaan Boosvuet Egburk Nagezien G„ V Eversdijck Akkordeerd O Duplicaat No. 3. Mijn Heer I: I: van Angelbeek Goeverneur van Koetsiem Jk heb door den Heer Izaak Surjon ontvangen den gewenschten brief van uwEd:, en ik ben zeer verblijft over UwEd: komste en optreeding in de regeeringe ofschoon UwEd bekwaamheid heeft tot grooter ampt, volgens verzeekering van den Heer Izaak Surjon — Ik wensch dat uwEd: deszelfs bequaamheid laate blijken in dit gewest, op dat ik en de Heer Nabab, en de glorie moogen genieten van eenen zoo goeden en getrouwen vriend te hebben, om Onze vijanden, de Engelschen, te onder te bren„ gen Over de aliancie, die uwEd: en de Honora„ ble kompanie wenschen te maaken met „mij en den Heer Nabab, heb ik aan hem geschreeven, en op de wijze als ik geschree„ ven heb /:zonder vleierij:/ durve ik uwEd: verzeekeren, dat ik binnen korten een goed antwoord van dien Heer verwachte wijl ik weet dat gem: Heer Nabab ook groot belang steld om op dezelfde wijze /:met de Hollanders:/ te handelen als met de de Franschen, en UwEd: noch de honorable kompanie behoord niet te weigeren de aliancie te maaken op de dezelfde wijze als de Franschen, dat is bij zich zelve verzekerd te zijn, dat ze alle drie broeders zijn, en als zodanig behooren te handelen, helpende de een den anderen, in wat voor geleegenheid het zij, daar de noodzaakelijk „heid komt te vereisschen; Alle het verdere heb ik met den Heer Isaak Surjon gesprooken, die hetzelve denklijk ook aan UwEd: zal schrijven en inzonderheid ook melden, dat zoo dra„ het antwoord van den Heer Nabab in mij „ne hand komt, ik er aan uwEd kennisse van geeven zal, om ten eersten onze alian„ „cie te bekrachtigen zonder hindernisse, en zonder dat wij eenigzints behoeven te twijffelen, door de gewilligheid, die wij daar toe hebben, van wegens onze Souverainen de Heer Nabab en de Hono„ rable kompanie. — UwEd: gelieve midde„ „lerwijle daar op verdacht te zijn om het volk van Tellicheri het welk zich in uwe stad en onderhoorige plaatsen bevindt niet te laaten vertrekken, noch staa hen toe om met goederen naar Tellicheri Nagezien Tallicheri te gaan als zijnde landen van onze vijanden Boven al wensche ik uwEd goede gezondheid, veel geluk en gerustheid in uwEd regeering en ik ben uwEd: zeer, Ia zeer, verplicht voor het flesje met kaneel- olie, een ding dat ik zeer wardeere, niet alleen om zijne deugd, maar ook om dat het door UwEd is gezonden Weest uwEd steeds verzeekerd dat ik blijf in alles en alles om uwEd te behaagen vol„ „vaardiglijk, god bewaare uwEd tot een lengte van Jaaren /:onderstond:/ UwEd: ne„ „drige Dienaar /:was geteekend:/ met eenige moorsche Karakters /:inmarsine:/ In het kamp bij Curretje den 15 Septemb=r 1781. — Akkordeerd D „ wersdijck Adriaan Boophat Eyklerk duplicant N„o„ 4. Mijn Heer J: G: van Angelbeek Alschoon het mij toeschijnt dat de Heer Nabab niet g'informeerd is van den oorlog die de Honora„ „bel kompanie heeft tegens de Engelschen, nog ook van de aliantsie die gem: kompanie begeerd, met hem te maaken egter acht ik mij als naaste Buur„ „man verplicht om deezen te schrijven Bij mij is dan op heden tijding gebragt dat de Engelsche scheepen zijn kruissende van de Landen van kranganoor tot Koetsiem; als ook dat Trevankoor prepareerd zijn volk tegens de Honorabel kompanie, ik adverteere uw Ed:; zoo dit waar mogt zijn, laat mij weeten, dan wil ik zenden twee of drie duizend man en zoo dit niet genoeg mogt zijn, dan zal ik perzoone„ „lijk derwaards gaan en van hem. Trevankoor verneemen, wegens de Houtmoedigheid die hij heeft, van zig te stellen tegens de Honorabel kompanie: derhalven verzoek ik uw Ed: mij niet te doen ontslippen deeze goede geleegenheid, die ik heb, om te toonen mijne goede wille, deze Honora„ „bel kompanie, te dienen, en te neemen kennisse van onze vijanden. uwEd: moet niet twijffelen aan het vermoogen van den Heer Nabab, om volk tegeeven, die komt te begeeven, en daarom, zoodra ik van uwEd: ant„ „woord erlange, zal ik kennisse van geeven, tot wanneer Nagezien L „ Vverdijck wanneer ik gereed ben. Denkt niet uwEd: dat ik mijn bezigheid heb met Tallicheri, en derwaards niet kan gaan om uwEd te helpen, dat niet, want ter zelver tijd dat uw Ed: mij noodig heeft, zal uwEd mij bij uwEd: vinden, niet alleen om tegens onze vijanden te verdeedigen, maar ook selfs, om in hunne landen te dringen, en hen te doen on„ „dervinden het vermoogen van den Heer Nabab en van de Honorable kompanie; dus moet uw Ed: weeten, dat ik Tallicheri niet neeme, niet dat ik het niet en kan, zoo als ieder een weet, maar wel uit meedoogen omtrend zijn volk, te zien of ze niet zullen weggaan, zonder dat wij hen behoeven te dooden. En wijl thans niets meer heb te schrijven zoo blijf ik om uw Ed genoegen te geeven met vol„ „vaardigheid, God bewaare uw Ed: lange Jaaren /:onderstond:/ uwEd: vriend en zeer ootmoedige Dienaar /:was getet:/ met eenige moorsche Ka„ „rachters /:in margine:/ Jn het kamp te koeretje den 24. . September 1781. Akkordeerd Adriaan Boowwert dy klock 8 Duplicaat No 5.

NL-HaNA_1.04.02_10314_0047 view scan ↗

English

To Mr. Sardar Khan Governor of Calicut Sir I have had the honor to receive your pleasant letters of the 15th and 24th of September and saw from them with pleasure that your Honor has immediately written to the Lord Nawab, and firmly trust that His Highness will also be very inclined to settle the disputes that arose some time ago between Him and us here. I do not doubt this either, for the matters over which those disputes arose are of minor importance; on the contrary, it is now of the greatest importance for both of us that we become good friends together, in order to subdue the English, who are our common enemies. I doubt this all the less because the Lord Nawab has already concluded a contract with us on the Coromandel Coast, and lives with us in good friendship and close alliance. I am also assured that your Honor will immediately share with me the news that your Honor is to receive from the Lord Nawab, and if the Lord Nawab is inclined toward the alliance, and your Honor receives orders to treat with me about it, it will be best that I and your Honor speak about it with one another in person at Ayicotta or at Cranganore, if it pleases your Honor to come to me there. For then things can not only be settled much more quickly than by letters or through emissaries, but I would also gladly speak with your Honor in private about matters that others must not know. If your Honor can therefore agree to this, I request to know which of the two places your Honor chooses, and when I must come there. I shall ensure that your Honor enjoys every convenience and a good reception there. Your Honor requests me not to let the people of Tellicherry who are here depart, nor allow them to go to Tellicherry with goods. I reply to this that since the war I have forbidden provisions from being carried there, and that on the contrary I detain everything that comes from there. Six weeks ago, the Second of Tellicherry came here with two shibars to buy provisions; I made him a prisoner of war and had the vessels sold publicly. From your last letter I see with joy that your Honor means well by us and is ready to assist us, for which inclination I thank your Honor heartily. Cochin is a very strong fortress, and is now being reinforced with all diligence. The English fleet still lies on the other side and cannot come here before November, and even if it comes, it is nevertheless not capable or powerful enough to attack Cochin. I also hope that in the coming year the Dutch warships will appear in these regions and will drive the English away. The Raja of Travancore is an old ally of the Honorable Company and will undertake no hostilities against us; I even hope that he, as well as the Raja of Cochin, who is the first and oldest ally of the Honorable Company, will also be included in the treaty that the Honorable Company seeks to enter into with the Lord Nawab, and this is precisely one of the points about which I would gladly treat with your Honor verbally. All the rest Mr. Isaac Surjon will tell your Honor verbally. I greatly desire to meet your Honor in person and profess to be, with all respect, your Honor's sincere friend and obedient servant. Was signed: J. G. van Angelbeek. In the margin: Cochin, the 3rd of October 1781. Examined, J. A. Eerdijck. Agreed, Adriaan Poor, Clerk. No. 6. Duplicate To Mr. Johan Gerard van Angelbeek Governor of Cochin Sir. I have today received your Honor's letter of the 3rd of October and seen from it what your Honor writes to me. Your Honor must take good care regarding the fort at Cranganore, and not be careless, because it lies in my neighborhood, where the enemy, seeing the carelessness, could land there; it is certain that he will not be able to accomplish anything, yet it is not good that one gives him a taste for landing. The King of Cochin will send me two thousand men; if your Honor wishes to have five hundred of them, I will send an order to give them to your Honor, or if your Honor wishes that I send them from here, then I will provide your Honor with as many of them as your Honor wishes, all according to your Honor's orders, as they can be used to keep watch outside, and your Honor's people inside. I have already written this same thing to your Honor: that needing anything from here, you only have to ask, as I will also ask from your Honor what I might need, since I know that it will not be lacking, from the friendship that we profess. The news that your Honor desires to have of the Lord Nawab, I share: that to Nagore on the Coromandel Coast has gone a chief commander named Daood Khan

Dutch transcription

Aan den Heer Sarder Chan Goeverneur van Kalikut Mijn Heer Ik hebbe de eere gehad uwe aangenaame brieven van den 15=en en 24. ste September te ontvangen en daar uit met genoegen gezien, dat uwEd: ten eersten aan den Heer Nabab heeft geschreeven, en vast vertrouwd dat zijne Hoogheid ook zeer geneegen zijn zal, om de geschillen, die voor eenigen tijd tusschen Hem en ons alhier gereezen zijn, bij teleggen, jk twijfele daar ook niet aan, want de zaaken, waar over die geschillen ontstaan zijn, zijn van gering be„ „lang daar en tegen is het voor beide thans van de grootste aangelegenheid, dat wij te zaamen goede vrienden worden, om de Engelschen, die onze gemeene vijanden zijn, te onder te brengen Jk twijfde hier om zoo veel te minder aan, wijl de Heer Nabab reets op de kuste kormandel met ons een kon„ „trakt geslooten heeft, en met ons in goede vriend„ schap en nauwe alliancie leeft; Jk ben ook verzee„ kerd, dat uwEd: mij de tijding, die uwEd: van den Heer Nabab staat te ontvangen, ten eersten zal en zal bedeelen en als de Heer Nabab tot de allian cie geneegen is, en uwEd: last krijgt om daar over met mij te handelen, zoo zal het best zijn dat ik en uwEd: daar over met malkander in perzoon spreeken te Aikotte of te Kranganoor indien het uw weledele behaagd, om daar bij mij te koomen, want dan kunnen de dingen met alleen veel spoediger afgedaan worden, als bij brieven of door zendelingen, maar ik wilde uwEd: ook gaarne onder vier oogen spreeken over zaaken, die anderen niet niet wee„ „ten mogen. Jndien uwEd: dit derhalven goed kan vinden, zoo verzoeke ik te weeten welk van de twee plaatsen uwEd: verkest, en wan„ neer ik daar koomen moet. Jk zal zorgen dat uw Ed. daar alle gemak en goed onthaal zal genieten. UwEd: verzoekt mij dat ik het volk van Jelle„ scheri het welk zich hier bevindt niet zal laa„ ten vertrekken noch hen toestaan datze met goederen naar Tellitscheri gaan, ik antwoorde hier op, dat ik zeder den oorlog verboden hebbe leevensmiddelen daar na toe te voeren, en dat ik inte„ gendeel al wat van daar komt aanhoude voor ses weeken geleeden quam hier de sekunde van Tellitscheri met twee sibaars om provisien te koopen, ik hem krijgs gevangen gemaakt en de vaartuigen opentlijk doen verkoopen; uit uwen laasten brief zie ik met blijdschap dat Nagezien J A„ Eeerdijck dat uwEd: het wel met ons meent en bereid is, om ons bij te staan, voor welke geneegenheid ik uw Ed: hart„ „lijk danke koetsiem is een heel sterke vesting. en word nu noch met alle vlijt meer bevestigd, D' Engelsche vloot legt noch aan d'andere zijde en kan hier voor November niet koomen, en al komt zij, zoo is zij doch niet in staat of machtig genoeg, om Roetsiem aan te tasten; ook hoope ik dat in 't aan„ „staande Jaar de Hollandsche Oorlogs scheepen in deeze gewesten verschijnen en de Engelschen verdrijven zullen. De Rasia van Trevankoor is een oude Bond„ genood van de Ed: komp: en zal geene vijandigheeden tegen ons onderneemen; ik hoope zelfs, dat hij zoo wel als de Rasia van koetsiem, die de eerste en oudste en Bondgenoot van d' Ed: komp: is, mede begreepen zal worden in het Traktaat, dat de Ed: komp: met den Heer Nabab zoekt aantegaan, en dit is Juist een van de punten mede, waar over ik gaarne monde„ ling met uwEd: wilde handelen. Al 't overige zal de heer Jzaak Surjon uw Ed:e mondeling zeggen. Jk verlange zeer uwEd: en per„ soon te ontmoeten en betuige met alle achting te zijn. /onderstond/ Uw Ed. s opregte vriend en gehoor„ „zame dienaar /:was getekend/ I: G: van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 3: October 1781. Akkordeerd Adriaan Poor RyKlerk No„ 6. Duplicant Aan den Heer Johan Gerard van Angelbeek Goeverneur van Koetsiem Mijn Heer. Ik heb heden ontvangen uw Ed: brief van den 3: oktober en daar bij Gezien wat uw Ed: aan mij schrijft uw Ed: moet goede zorge draagen omtrend het fort te Kranganoor, en niet zorgeloos zijn, om dat het legd in mijne buurle, waat de vijand ziende de zorgeloosheid, zoude aldaar kunnen landen, het is zeeker, dat hij niets zal kunnen uitzichten, doch het is niet goed, dat men hem de smaak geeft in het landen. De koning van Roetsiem zal aan mij twee duizend man zonden, zoo uw Ed: daar van vijfhonderd heb„ „ben wil, zal ik order zenden, om aan UwEd: tegeeven, of zoo uw Ed: wil dat ik die van hier zende, dan zal ik Uw Ed: zoo veel van bezorgen als uw Ed: wil, alles volgens Uw Ed: beveelen, wijl ze kunnen ge„ „bruikt worden om de wacht te houden buiten, en uw Ed: volk binnen dit zelfde heb ik al reets aan uw Ed: Geschreeven, dat iets van hier nodig hebbende, maar te vraagen, wijl ik ook van Uw Ed: vraagen zal wat noodig mogt hebben, alzoo ik waet dat niet on„ „breeken zal, uit de vriendschap die wij belijden. Het bericht dat Uw Ed: begeerd te hebben van den Heer Na„ bab bedeele ik, dat op de Rust Kormandel naar Na„ Goer gegaan is een hoofd Kommandant bij naame Daoelkan

NL-HaNA_1.04.02_10314_0052 view scan ↗

English

Daoelkan my friend, with twelve thousand men, sent by the Lord Nabab to help Your Honour's Company against the English, and the said Lord Nabab is ready to send as many men as are requested, also everything else the Company might need, and Your Honour must not think that I shall remain negligent in doing the same, as Your Honour likewise, since we are obliged to follow our masters in this. I have until now received no answer from the Lord Nabab; as soon as I obtain it, I shall give Your Honour notice thereof. As for going thither to meet Your Honour personally, do not doubt that I shall always do as Your Honour desires, and now that I am here, and Your Honour is there, we can render better service, informing one another of all movements and reports that arise, by letters which ought to be sent overland and come into hands more quickly, for I shall send mine to Kranganoor, and Your Honour must keep his men there to receive them and deliver them to Your Honour; I have my own men there to receive and deliver the letters without delay. These days the fleet shall depart from here to cruise; when it arrives there and might have need of some things, Your Honour give him those as a friend; but inform me first what signal Your Honour desires that my vessels shall carry, in order to be able to distinguish them from those of the enemy, since flags alone are not to be trusted in time of war. I wish Your Honour much health, assuring that Your Honour shall always find me ready according to desire; regarding the money remittance, Izaak Sierjon shall write to Your Honour, to whom I have told all that he must do. At Sjawakatte and Ramagarij five hundred horsemen are ready at all times that Your Honour might need; let me know, and I shall send them forthwith without delay; send the letters to Modlotij, where I have men to forward my letters. I advertise Your Honour that when my fleet or any vessels sail out, it could happen that they meet the enemy, and having no power to withstand him, be forced to go under Your Honour's flag; in which case Your Honour take them under Your Honour's protection, defend them, provide them with what is necessary, and inform me of all that occurs, as I stand to do the same. Your Honour says to want to have a place prepared for our meeting; this is not so very necessary, for when I go, my preparations shall also follow, and the place is the same wherever we meet. I have report that people from Tallecherij are going to Anjenga carrying provisions. Your Honour must put cruisers to sea; I am now also having such done, to capture the vessels. I profess to be, below stood, Your Honour's great friend and humble Servant, was signed, Sardarchan, in the margin, In the Camp of Pallicherij the 14 October 1781, lower, P. S. I have written that I have report that Your Honour Your Honour has taken two vessels from Tallecherij with the cargo from there, and that a vendue was held of those vessels. With this news the Lord Nabab will be rejoiced. Adriaan Poolvlieg First Clerk Duplicate Checked D. Oerdijck Agrees No. 7. To the Lord Sarbarchan Governor of Kalikeer Sir. I receive report from the commander of our camp at Aikatta that the Moor Markaar, who manages affairs for the Lord Nabab on the other side of the river, has written to him that the Lord Nabab had sent a person to act as overseer over the ferries, and that consequently the ferry at Aikotte must also be surrendered to the same. The Raja of Kranganoor, who unfortunately had to forfeit his lands during the troubles, has nevertheless retained that ferry until now, and since he is a friend and vassal of the Honourable Company, and therefore also ought to participate in the treaty of peace and friendship which I hope to make with Your Honour on behalf of our high sovereigns, I therefore request Your Honour to order the said Markaar not to meddle with this ferry. Upon the news that the English at Ansjengo were preparing seven tonies with goods for Jellitscheeri, I have sent out our cruisers to seize the same. I I wish Your Honour health and remain with much respect. below stood, Sir Your Honour's obedient servant, was signed, I. G. van Angelbeek, in the margin, Koetsiem the 18 October 1781. H. Spaeek Adriaan Poolvlieg First Clerk Checked Agrees signed clerk No. 8. Accompaniment Translation of Marathi letter written by Sardarchan to the Right Honourable Lord Commander, received the 28 October 1781. I have received Your Right Honourable letter, and understood its contents; the French Resident of Calicoet is in great need of some provisions, for which purpose he shall send his people to Cochim to fetch some things; therefore I request Your Right Honourable to lend him a helping hand therein; since the Dutch and the English are now in disagreement, the Travancorean together with the English seeks to commence some hostilities against the Dutch, for the English have already taken some places from the Dutch, there remaining currently free only the cities of Nagapatnam and Cochim; the Governor and Council of Nagapatnam are gentlemen of great knowledge, and they have made strong defence against the enemy with assistance of the Nabab, and in like manner Your Right Honourable ought to do also, and in everything to use the required capacity for the welfare of both sides as they they have done at Nagapatnam; if anything here should be of service to Your Right Honourable, please let me know through the channel of Isaak Surion. May Your Right Honourable please be mindful to assist Nagapatnam in that which they might be in need of, and they will not fail to do likewise in a similar case. Adriaan Poolvlieg First Clerk Agrees Checked Vverdijck duplicate No. 9.

Dutch transcription

Daoelkan mijn vriend, met twaalf duizend man„ gezonden door den Heer Nabab tot hielp van Uw Ed: kompanie tegen de Engelschen, en gem: Heer Nabab is gereed te zenden zoo veel volk als gevraagd word, ook alles was verder de komp: noodig mogt hebben, en Uw Ed: moet niet denken, dat ik nalaatig zal blijven om het zelfde te doen, gelijk ook uw Ed: wijl wij verplicht zijn, onze meesters daar in te volgen - Ik het tot noch toe geen antwoord van den Heer Nalab ontvangen; zoo dra ik dat erlange zal ik uw Ed: Kennis van geeven. Om derwaards te gaan uw Ed: per „zoonelijk te ontmoeten, twijfel niet, dat ik altoos als uwEd: begeerd doen zal, en nu dat ik hier ben, en uw Ed: daar, kunnnen wij boeter dienst doen, bedeelende die een den anderen van alle beweegingen, en berichten die voorkoomen, door brieven die overland dienen gezonden teworden, en spoediger inhanden koomen, want ik zal de mijne naar Kranganoor zenden, en Uw Ed: moet zijn volk aldaar laaten om ze te ontvangen en aan uw Ed: te bezorgen, ik heb aldaar eigen volk om de brieven te ontvangen en te bezorgen zonder uitstel. Deezer dagen zal van hier de vloot uitgaan om te kruissen, wanneer hij aldaar komt en noodig mogt hebben eenige dingen, geeft uw Ed: hem die als vriend; doch bedeeld mij eerst, welke teeken uw Ed: begeerd dat mijne vaarlui„ „gen voeren zullen, om te kunnen onderscheiden van die van den vijand, dewijl aan de vlaggens alleen niet te betrouwen is in oorlogs tijd. Ik wensche, uw Ed: veel veel gezondheid, verzeekerende dat uw Ed: mij altoos volvaardig zal vinden naar begeerte, aangaande geld„ „smiet zal Izaak Sierjon aan Uwld schrijven, aan wien ik gezegd heb, al het geen hij doen moet: op sjawakatte en Ramagarij zijn vijfhonderd Ruiters gereed, ten allen lijden dat uw Ed: noodig mogt heb„ „ben, laat mij weeten, zal ik ten eersten zonder uitstel toe zenden; de brieven, zend die op Modlotij alwaar ik volk heb om mijne brieven voort te por„ „ten. Ik adverleere Uw Ed, dat wanneer mijn vloot af eenige vaartuigen uitzeild, zoude het kunnnen gebeuren, dat ze den vijand ontmoet, en geen macht hebbende om tegen hem tehouden, ge„ noodzaakt worden, te gaan onder uw Ed: vlag; in welk geval neemt uw Ed: hen onder Uw Ed: bescherming, ver„ „deedigt hen, bezorgt hen het noodige, en bedeeld mij alles wat voorvalt, alzoo ik 't selfde staa te doen. Uw Ed: zegd, een plaats te willen laaten maaken tot onze ontmoeting, dit is zoo zeer niet noodig want als ik gaa, zullen mijne toebereidzelen ook volgen, en de plaats is dezelfde waar wij ontmoeten. Ik heb naricht dat volkeren van Tallecherij naar Anjenga gaan mond behoeflens ver„ „voeren. Uw Ed moet kruissers en zee stellen, ik laat nu ook zulx doen, om de vaartuigen te bemagtigen: Ik betuige te zijn /onderstond/ uw Ed=s groote vriend en onderdanige Dienaar /was get / Sardarchan /inmargine/ In het Kamp van Pallicherij den 14. ' oktober 1781: /lager, P: S: Ik heb geschreeven; dat ik naricht heb, dat uw Ed uw Ed: heeft genoomen twee, vaartuigen van Tallecherij met de scheurde van daar, en dat er vendutsie gehou„ „den is van die vaartuigen Met deeze tijding zal de Adriaan Poolvlieg Eyklerk Duplicaat Nagezien D„ Oerdijck Akkordeert N„o 7. Heer Nabab verheugd worden. O Aan den Heer Sarbarchan Goeverneur van Kalikeer Myn Heer. Ik krijge van den kommandant van ons kamp bij Aikatta, be„ „zicht, dat de Moor Markaar, die aan d' overzijde van de rivier zaaken 5: in den Heer Nabab waarneemt, aan hem geschreven heeft, dat de Heer Nabab een perzoon afgezonden had, om als opzichter over de overvaarten te ageeren, en dat dies de over„ „vaart bij Aikotte ook aan denzelven moest afgestaan worden; De Rasia van Kranganoor, die zyne landen, geduurende, de onlusten, ongelukkiger wijse heeft moeten missen, heeft echter tot nu toe die overvaart behouden, en wijl hij een vriend en vasal van d' E komp: is, en daarom ook behoord deel te neemen aan het traktaat van vreede en vriendschap het welk ik met UwEd: van wegens onze hooge souverainen hoope te maaken, zoo verzoeke ik uw Ed:s om gemelden Markaar te gelasten zich niet met deeze overvaart niet te bemoeien Op de tijding dat de Engelschen te Ansjengo zeeven tonies klaar maakten met goederen voor Jellitscheeri hebbe ik onze kruissens uit gezonden om dezelven wegteneemen. — Ik Jk wensche UwEd: gezondheid en blijve met veel achting. /onderstond/ Mijn Heer Uw Ed: gehoorz: dienaar /was get:) I: G: van Angelbeek /in margine / koetsiem den 18 oktober 1781: — H. Spaeek O A Adriaan Pootvicht Egklerk Nagezien Akspordeerd gez: klerk — No. 8. Begelaert Translaat marattase brief door Sardarchan gesz aan den weled agtb Heer Comman. „deur ontf den 28. 8ber 1781. Uwel Edele agtb: brief heb ik ontfangen, en dies Jnhoud verstaan; de france Resident van Calicoet is seer verleegen om eenige Levens mid„ „delen, ten welken fine hij zijn volk na Cochim senden zal, om het een en ander aftehalen, dier„ „halven verzoeke ik uweled: agtb: hem daar inne de behulpsame hand te bieden; vermits nu, de Hollandere en de Engelsen in oneenigheeden zijn, soekt den Trevancoorder met de Engelsen tesamen tegens de Hollanders eenige Hostelitei„ „ten te beginnen want de Engelsen hebben reets eenige plaatsen van de hollanders weggenomen blijvende thans maar alleenig vrij de steeden van Nagapatnam en Cochim; den gouverneur en Raad van Nagapatnam zijn heeren van groote kennisse en zij hebben sterke defentie tegens den vijand gedaan met assistentie van den Nabab en indierselver voegen dient uweled: agtb ook te doen, en in alles de vereischte Capaciteit te ge„ „bruiken tot welzijn van wederzijden zoo als zij zij op Nagapatnam gedaan hebben, hier iets van uweled agtb dienst zijnde gelieve mij te laten weeten door het Canaal van Isaak Surion uwel Ed: agtb: gelieve gedagtig te wezen om Nagapatnam te assisteeren en het geen zij mog „ten verleegen zijn en zij zullen niet nalaten van het ook te doen in selvstandig geval. Adriaan Pookliek Eg klerk Akkordeerd Nagezien „ „ Vverdijck duplicaat No 9. „

NL-HaNA_1.04.02_10314_0063 view scan ↗

English

To the Honorable Johan Gerard van Angelbeek Governor of Cochin Friend and Lord. I have today received two letters from Your Honor, one of the 11th instant and the other of the 18th thereafter. In the first, a request was made to me to grant passage to two Patamars, which have not yet arrived here, but I have given orders that at whatever place they might arrive, free passage is to be granted to them. In the second, Your Honor states that the Marakkar wished to meddle with the ferry of Aikatha; therefore, I send orders herewith that he shall introduce no innovation therein, but leave it as of old. I have received a letter from the Lord Nabab, a copy of which is enclosed herein for Your Honor's perusal, and I further state that Your Honor's Company and the Lord Nabab are living in good friendship on the Coromandel Coast, and it seems to me that Your Honor will have received notice thereof, for seven councillors of Your Honor's Company remain with the Lord Nabab. On a previous occasion, I told Isaac Surion to write to Your Honor and request two cannon of 24 lb calibre with their cannonballs, as I am in great want thereof, and I request Your Honor to send me the said two cannon with their cannonballs as soon as possible, each with its weight, stating the cost thereof so that it may be paid promptly by Isaac, and this the sooner the better. Also, if any ships should arrive there bringing cannon of whatever quality, as well as iron, gunpowder, cannonballs, saltpetre, lead, or if those goods are available there on behalf of the Company or from others, to secure for me up to twenty thousandweight and to notify me to send money and have them collected. On a previous occasion, I requested Your Honor to make use, whenever necessity requires, of men, cavalry, or any other matters, which I shall send promptly upon Your Honor's advice, and I shall also ensure that correspondence of letters is maintained via Modlotij and Aikotta so that they may quickly come to hand. I thank Your Honor very kindly for the notice Your Honor gives me that Your Honor has had seven English toneys seized, for one must lose no opportunity to inflict damage upon our enemy as much as is in our power, as our duty also entails making some progress in the service of our sovereigns so that we may obtain the name of good vassals and chiefs of the place, as others do in his presence; and although we are far from him, by doing good service we are closer to him. I have stationed patrol vessels at sea everywhere so that not a single toney, much less other vessels, might pass to Tellicherry, but Your Honor can render greater service than I, as Your Honor's lands lie close to the place from which the vessels depart to go to Tellicherry. I request Your Honor time and again that, besides the cannon of 24 lb, I am also in need of 2 cannon of 18 lb with their appurtenances, and if there are no cannonballs, please send the four cannon without shot, and it is sufficient that they be brought to Calicut, for which I shall remain very much obliged to Your Honor, since in these present circumstances I am in great want. In these days we shall receive further news from the Lord Nabab and from Your Honorable Company concerning the war with the English on Coromandel. I wish Your Honor good health and remain, below, Your Honor's Friend and humble Servant, signed, Sardarchan. In the Encampment of Tellicherry, the 30th of October 1781. Examined, J d versdyck Agreed, Adriaan Boolwher First Clerk No 10. Duplicate Copy of the letter written by the Lord Nabab to Sardarchan, Governor of Calicut, in their language, and translated here as appears below: Friend Sarderchan, I greet you. I have received your letter and seen therefrom what you write concerning the French factor who wishes to depart for Cochin, to whom Your Honor can grant permission to conduct his affairs, as it is said that he finds himself in great embarrassment. As regards the notice which the Governor of Cochin gives, that his Company is at war with the English, it is the truth; that war is being waged here as well, and some councillors and several others remain with me, and I have sent troops to Nagore to assist the Dutch, and such can also be done there, acting as a friend and helping in everything that is necessary; and from here I also cause that notice to be given to the said Governor. Your Honor may request any munitions of war that Your Honor stands in need of, and may have the terms agreed through Isaac and the money paid by him himself. I shall send troops to Cochin to their relief, but before they arrive, whenever necessity requires and the Governor makes a request, Your Honor can give him whatever he needs, etc. Examined, L. H. Vverdijck Agreed, Adriaan Poohlus First Clerk No 11. Duplicate To Senhor Sardarchan Governor at Calicut I have duly received and understood your two letters, the first in the Portuguese and the last in the Marathi language. Regarding the King of Travancore, I must elucidate to Your Honor that he is no enemy, but a faithful friend and ally of the Dutch Company, and that we have nothing to fear from him. Fort Cranganore is properly provided with men, cannon, and munitions, so that there is nothing to fear for it. The enemy will not dare to attack it, because he would then place himself between two fires, and should he do so, he will repent of it, for here is no lack of men and munitions. The King of Cochin is likewise a faithful ally of the Dutch Company and has promised us a battalion of sepoys when we shall have need of them; and although I, Senhor, with

Dutch transcription

Aan d' Heer Johan Gerard van Angelbeek Goeverneur van Cochim Vriend en Heer. Jk heb heeden twee brieven van uweled agtb: ontvangen een van den 11 Courant, en de andere van den 18 daar aan, by de eerste is mij verzoek gedaan om passagie te verleenen aan twee Patsamaars, dewelke tot nog toe alhier niet zijn aange komen, maar ik heb ordre gegeeven, dat zij op wat plaats mogte komen een vrije passagie te verleenen, bij de tweede zegd uweled agtb dat den markar zig benroeijen wilde met de overvaart van Aikatha, derhalven zende ik ordre bij deezen dat denzelven daar in geen nieuwigheid zoude Jnvoeren, maar dezelve te laten als van ouds. Jk heb een brief van de Heer Nabab ontvangen welkers Copia gaat hier in g'incluseert tot uweled agtb speculatie en zegge voorts, dat uwel ed agtb Komp: en d' Heer Nabab in goede vriendschap ter kuste Chormandel leeven, en mij dankt dat uweled agtb daarnotietsie van zal bekoomen hebben, want bij de Heer Nabab blijven zeeven Raadslieden van uweld agtb: kompanie Bij voorgaande okkasie heb ik aan Isaak Surion gezegt om aan uweled agtb te schrijven en te verzoeken om twee kanons van 24. lb: Caliber met hare kogels, alzoo ik daar„ „om zeer verleegen ben, en verzoeke uweled' agtb mij gem: twee kanons met haare kogels ten spoedigsten te zenden ider met haar haar gewigt, meldende het kostende van dien om ten eersten door Jsaak betaald te worden ende zulx hoe eer hoe liever. ook wanneer daar eenige scheepen mogte komen die Canons van wat qualiteit brengen, als ook ijzer kruijd kogels, sal „peter, Lood, of dat die goederen van wegens de somp: daar zijn, of van andere voor mij op te doen tot twintig zak „Kop en mij te waarschouwen om geld te zenden, en aftehaalen Bij voorige gelegentheid heb ik uweledele agtb verzogt gebruik te maken wanneer de noodzaakelijkheid vereijscht van volk, Cavallerije, of eenige andere zaken, dewelke ik met uweled agtb advis ten eersten zenden zal, en ook zal ik ze Correspondentie van de brieven over Modlotij en Aikotta gehouden worden op datze spoedig in handen mogen komen Jk bedanke uweled agtb zeer vriendelijk voor de notitie die uweled agtb mij geeft, dat uwEd zeven Engelse Tonijs heeft laaten wegneemen, want men moet geen occasie ver„ „liesen om onze vijand afbreuk te doen zoo veel als in ons vermogen is, alzoo onze pligt meede brengt eenige voortgang te maken in den dienst van onze souverainen op dat wij de naam mogen bekomen van goede vassalen, en Hoofden van de plaats daar andere in zijne tegenwoordigheid doen, en schoon wij verre van hem zijnde doende goede dienst dan zijn wij hem nader bij Jk heb ronde vaartuigen in zee over al gesteld op dat er geen een Tonij zoude passeeren veel min andere vaartuigen na Tallicherij maar uweled agtb: kan dever dienst doen als ik, alzoo uweled agtb landen leggen digte bij ter plaatse daar de vaartuigen afvaren om na Tallicherij te gaan, Jk verzoeke uweled agtb eens en andermaal dat behalven behalven de Canons van 24. lb: ik nog verleegen ben om 2 Canons van 18 lb: met haar toebehooren, en zoo daar geen kogels zijn, gelieve de vier Canons zonder sout te zenden, en het is genoeg dat ze op Calicoet gebragt worden, waar voor ik uweled agtb zeer verpligt blijven zal, wijl ik thans in deeze tijds omstandigheeden zeer verleegen ben. Jn deezer dagen zullen wij andere tijding van de heer Nabab bekomen en van uweled: agtbaare kompanie Weegens den oorlog met de Engelsen op Chormandel wensche uweled agtb gezondheid en blijve /onderstond/ uweled agtb Vriend, en ootmoedigen Dienaar / was getekend/ Sardarchan. Jn het Campement van Tallicherij den 30. 8ber 1781. Vagezien J d versdyck Akkordeerd Adriaan Boolwher Egklerk N„o 10. duplicaat Copia brief door de heer Nabab gesz: aan Sardarchan Gouverneur van Calicoet in haar taal, en alhier overgezet zoo als hier on„ „der blijkt Vriend Sarderchan, ik Groete u Ik heb u brief ontfangen, en daar bij gezien. wat u schrijft wegens de france factoor die na Cochim vertrecken wil aan wien vE consent geven kan om zijne zaken te verrigten, alzo men segd dat hij zig in groote verlegentheid bevind, wat belangt de notitie die den Gouverneur van Cochim geeft dat desselfs komp in oorlog is met de Engelsen is de waarh t, die hier ook gevoert word, en bij mij blijven eenige Raadslieden, en meer andere, en ik heb volk na Naver gesonden om de Hol„ „landers te assisteeren, en daar kan ook zulx gedaan worden handelende als vriend, en hel„ „pende in alles wat noodsakelijk is, en van hier laate ik die notitie ook aan gem: Gouverneur geven, VE. kan eenige ammonitie van oorlog ver„ „soeken die uE van nooden heeft, en kan door Isaak Isaak laaten accordeeren en door hem selfs het geld betalen: Ik zal volk na Cochim senden tot secours van haar, maar eerse komt, wan„ „neerde noodsakelijkh=d vereijscht, en den Gou„ „verneur komt te versoeken, kan VE. hem geven, wat hij noodig heeft & Nagezien L„ H. Vverdijck Akkordeerd Adriaan Poohlus Egklerk E No 11. Duplicaat d d Aan Senkor Sardarchan Goeverneur te Kalikut Ik hebbe uwe twee brieven de eerste in de portugee„ „sche en de laaste inde marattesche taal hebbe ik wel ontvangen en verstaan= Nopens den koning van Trevankoor diene ik uwEd: te elucedeeren, dat de zelve geen vijand maar een getrouwe vriend en Bondgenoot van de Hol„ „landsche kompanie is, en dat wij van hem niets te vreezen hebben, Het fort kranganoor is behoor „lijk voorzien van volk kanons en ammunietsie zoo dat daar niet voor te vreezen is, De vijand zal het zelve niet durven aantasten om dat hij zich als dan zoude stellen tusschen twee vuuren, en zoo hij het doed, dan zal het hem berouwen, want hier is geen gebrek aan volk en ammunietsie. De Koning van Koetsiem is mede een getrouwe Bondgenoot van de Hollandsche komp:e en heeft ons een Battaillon sipahis beloofd, als wij ze zullen noodig hebben; en hoewel ik Senhor met

NL-HaNA_1.04.02_10314_0072 view scan ↗

English

not think that the English will undertake anything against Koetsiem; yet it is a good precaution that one thousand men from that prince always remain at hand to serve us in case of need. I thank Your Honour very much for the friendly offer to send us auxiliary troops as well, but I hope that we shall not need them, as our garrison is now considerably reinforced. What Your Honour has had the goodness to inform me concerning the good assistance that the Lord Nabab has shown to Nagapatnam has also been written to me by the Lord Governor of that city, who has also sent me the treaty which has been concluded between the Lord Nabab and him, and I await with longing the reply of the Lord Nabab to conclude an alliance with Your Honour here as well, for mutual well-being. This letter passes into the hands of the Portuguese who was sent by Izaak Surjon, but henceforth I shall send my letters to Your Honour to Kranganoor and from there to Modlotij, and the letters that Your Honour wishes to send to me need only be delivered to the Chief at Kranganoor, who will deliver them to me promptly. When When your ships arrive here, they will be treated in friendship. I only request Your Honour to order the captains and masters of the vessels to behave as friends and to cause no trouble, nor permit any to be caused by their people; and that if they have anything to say or to request, they must address themselves to me; doing so, they may rely on my friendship. If Your Honour pleases to order that your vessels fly a blue pennant in addition to the usual flag, I shall be able to recognize them by that sign. I have our vessels cruise against those of Anjengo and do not believe that they dare to sail past here now. A few days ago, the English of Ansjengo had sent off seven vessels with goods for Tellitscheri, but out of fear of our cruisers they turned back again. When the people of the French Resident of Kalikut arrive here, I shall be of assistance to them. The places that the English have taken from us on the Coromandel Coast are of little consequence, and once our warships appear 1 No 12. appear, we shall take them back again, and even more besides. Below stood: Your Honour's sincere friend and obliged servant, was signed: I. G. van Angelbeek. In the margin: Koetsiem, the 31st of October 1781. Agrees Adriaan Poolvlick Sworn Clerk Duplicate Examined D. V. Herdijck To the Lord Johan Gerard van Angelbeek, Governor of Koetsiem. Sir, I have received two letters from Your Honour of identical content, dated the 31st of the past month, one by Izaak Surjon and the other by Angivala, who is my letter carrier; and I have seen therein what Your Honour tells me. It is certain that the King of Travancore is a friend and ally of the Company, and therefore he ought not to be against the said Company, but precaution is always good. It is very pleasing to me that Your Honour has provided the fort of Kranganoor with all necessaries, and thus we ought to do regarding everything, in order thereby to convince our Lords and Masters of our zeal. I have also seen that the King of Koetsiem has one thousand men ready to give if necessary, and should this not be enough, I have plenty to give to Your Honour. It seems certain that the English cannot begin anything against Koetsiem, nor any other other places, because they cannot defend their own lands, for I have certain news from people who have run away from Tallicheri that they have a lack of everything, even of men. A few days ago I wrote to Your Honour, and that letter must already be delivered, and sent with it the copy of the letter from the Lord Nabab, mentioning at the same time that Your Honour would have already received another there through the Councillors of Your Honour's Company who are with the Lord Nabab, concerning the treaty that has been concluded between them. Regarding the forwarding of the letters, I have already written to Your Honour, just as Your Honour writes to me, so that they may be delivered more swiftly and encounter no delay by sea. I have put to sea some manchuas and galwets, and have others here; to all I have given orders that when they come into Your Honour's district, they are to hoist a blue pennant, as Your Honour has instructed me, in addition to the flag; also that they must commit no improper acts, but when they might come into any necessity, to present themselves to Your Honour, and that Your Honour will show the favour of making provision in everything that is required for it, which I shall also do when Your Honour recommends matters to me that will tend to Your Honour's pleasure. I have seized a manchua and two tonis that were going to Talliseri from Ansjenga with provisions, and am very glad that Your Honour made the seven tonis of Anjenga that wished to go to Tallicheri turn back; for one must be vigilant, as I also am, and I have placed many guards to let no vessels with provisions pass, nor anyone else through my district, as long as it belongs to the English. On a previous occasion I wrote and requested to be sent four cannons, namely two twenty-four-pounders and two other eighteen-pounders, with their balls that are available; and if this can be done swiftly, it would be best of all. For I need them greatly, not because I lack them, but solely to have them in store for what is yet to happen. I shall remain greatly obliged if they can be delivered to me promptly; whatever it costs, I shall immediately according to order

Dutch transcription

niet denke, dat de Engelschen iets tegen koetsiem onderneemen zullen: zoo is het doch een goede voor„ „zorge dat van dien vorst altijd duizend Man bij der hand blijven, om in val van nood ons te dienen. Jk bedank uwEd: heel zeer voor de voiendelijke aanbieding, om ons mede hulp troepen toe te zenden, edoch ik hoope, dat wi die niet zullen noodig heb„ ben, alzoo ons garnisoen thans merklijk versterkt is. Het geen uwEd: de goedheid heeft mij te bedeelen nopens de goede hulpe die de Heer Neebab, aan Nagapatnam beweezen heeft, is wij ook geschre ven door den Heer Goeverneur van die stad, die mij ook het traktaat gezonden heeft het welk tusschen den Heer Nabab en hem gesloo„ „ten is, en ik wachte met verlangen op het ant„ woord van den Heer Nabab, om ook hier een verbond met uwEd: te sluiten, tot weder zijds wel zijn, Deeze brief gaat over in handen van den Portugees die door Izaak Surjon gezonden is, doch voortaan zal ik mijne brieven aan uwEd: zeerden naar Kranganoor en van daar naar Modlotij, en de brieven die UwEd: aan mij zenden wil behoeven slegts aan het opperhoofd te kranganoor afgegeeven te worden, die ze mij ten eersten bezorgen zal. Als. Als uwe schepen hier aankomen zullende zelven in vriendschap behandeld worden eene„ „lijk verzoeke ik uwEd: de kapitains en Hoofden van de vaartuigen te gelasten dat zij zich als vrienden gedraagen en geen over„ „last doen, of gedogen, dat die door hun volk ge„ „daan worde; en dat als ze iets te zeggen of te verzoeken, hebben, zo zich aan mij moeten addres„ „ceeren zoo doende kunnen ze op mijne vriendschap staat maaken. Als uwEd: gelieft te gelasten, dat uwe vaar„ „tuigen buiten de gewoone vlag noch een blauwe„ wimpel laaten waijen: zoo zal ik ze aan dat t: teeken kunnen kennen. Jk laat op de vaartuigen van Anjengo kruis„ „len en gelove niet dat ze nu hier voorbij vaaren durven voor eenige dagen hadden d' Engelschen van Ansjengo zeeven vaartuigen met goederen voor Tellitscheri afgezonden, doch die zijn uit vreeze voor onze kruissers weder te rug gekeerd. Als het volk van den franschen Resident van kalikut hier komt, zal ik het zelve behulpzaam zijn. De plaatsen, die de Engelschen op kor„ mandel van ons genoomen hebben, zijn van weinig aangeleegenheid en als onze oorlogs schepen maar eerst opdagen 1 N o 12. opdagen zullen wij ze weerom neemen, en noch meer daar bij /onderstond:/ UwEd: op„ „regte vriend en verpligte dienaar /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek /in margine/ Koetsiem den 31. oktober 1781. Axkordeer Adriaan Poolvlick Ryklerk Duplicaat Nagezien D V„ Herdijck Aan den Heer Johan Gerard van Angelbeek Goeverneur van Koetsiem Mijn Heer Jk heb ontvangen twee brieven van uweled: van eenen inhoud ged„t den 31. van de Jongstlee„ „den maand, eenen door Izaak Surjon en den anderen door Angivala, die mijn brieven be„ stelder is; en heb daar in gezien wat UwEd: mij segt Het is zeeker, dat de koning van Trevan„ „koor een vriend en g'allieerde is van de komp:, en daarom behoord hij niet te zijn tegen gem: komp:, doch voorzorge is altoos goed, Het is mij zeer aangenaam dat uwEd het fort kranganoor heeft voorzien van al het noodigen en alzoo dienen wij te doen, omtrend alles, om daar door aan onze Heeren meesters te overtuigen van onzen ijver, ook heb ik ge„ zien dat de koning van koetsiem gereed heeft een duizend man, om, noodig zijnde, te geeven, en zoo dit niet genoeg mogt zijn, heb ik rijkelijk om aan uwEd: te geeven: Het scheijnt, zeeker, dat de Engelschen niet kun„ „nen beginnen tegen koetsiem, noch ook eenigen andere andere plaatsen, wijl ze hunne eige landen niet kunnen verdeedigen, want ik heb zeekere tijding van menschen die uit Talli„ „cheri weggeloopen zijn, dat zij gebrek in alles hebben, zelfs aan volk Voor eenige daagen heb ik aan uwEd: geschree„ ven en die brief moet al besteld zijn, en daar bij gezonden, de kopij van den brief van den Heer Nabab, onder bedeeling teffens, dat uwEd: aldaar al zoude erlangt hebben eene andere, door wegen van de Raadsleeden van uw Ed: komp: die zich bij den Heer Na„ „bab bevinden, aangaande het traktaat dat tusschen hen geslooten is. Belangende de voortporting der brieven heb ik bereets aan UwEd geschr:, zoo als uwEd mij schrijft, om schielijker besteld teworden, en geene vertraaging te ontmoeten over zee, Ik heb in zee gezet eenige mansjouws en galwets, en hebbe andere hier, aan alle hebbe ik gegeeven order, om als ze koomen in uwEd distrikt, een blaauwe wimpel op te heisschen /:zoo als uwEd mij heeft g'instrueerd/ behalven de vlag, ook dat ze geen onbehoor„ „lijkheeden moeten pleegen, maar wanneer zij in eenige noodzaaklijkheid mogt koo„ „men, zich te vervoegen bij uwEd:, en dat uEd: de de gunst bewijzen zal, van in alles voorziening te doen, wat er toe vereischt, 't geen ik ook doen zal, als uwEd: mij aan beveeld, zaaken die tot uwEd behaagen strekken zullen Ik hebbe aangeslaagen een mansjouw en twee tonis, die naar Talliseri gingen van Ansjenga met leevens middelen, en ben zeer verheeugd dat uwEd: de zeeven tonis van Anjenga die naar Tallicheri wilden, had te rugge doen keeren; want waakzaam moet men zijn, zoo als ik ook ben, en ik hebbe veele wagten gesteld, om geene vaar„ „tuigen met leevensmiddelen te laaten pas„ seeren, nog ook iemand anders door mijn distrikt, zoo 't maar van de Engelschen is: Bij voorige geleegenheid heb ik geschree„ „ven en verzocht, aan mij tezenden vier kanons, als twee van vier en twintig, en twee andere van agtien ponders, met hunne kogels, die er zijn; en zoo zulks schilijk kan geschieden is aller best, Want ik hebbe dezelven grootelijx noodig, niet om dat mij die ontbreekt, maar eenlijk om die in voorraad te hebben, voor dat noch staat te gebeuren; grootelijx zal ik verplicht blijven zoo mij die spoedig kunnen bezorgt worden, dies kostende, zal ik volgens order ten eersten d

NL-HaNA_1.04.02_10314_0078 view scan ↗

English

No. 13. Examined settle promptly by way of Izaak. And because I currently have many cannonballs and no cannons of those calibers, I request your Honor to send me a cannon of that caliber, for which purpose I send alongside this letter, as a model of the cannonballs, their molds, so that your Honor may see the caliber of the cannonballs and can send me the cannon, the costs of which I will settle promptly with the same Izaak Surjon. News here there is none, except that I keep Tallicherij blockaded, and have no desire to attack it, because I know that they will abandon it of their own accord. I greatly wished that your Honor would share all news with me, which I shall also do. May God preserve your Honor for long years. Was signed below: Your Honor's friend and obliged servant, was signed: Pardaikan. In the margin: In the camp, 8 November 1781. Agreed, Adriaan Boohelier, First Clerk J. A. Everdijck Duplicate Governor of Koekiem To the Honorable Johan van Angelbeek Sir, This serves solely to inform your Right Honorable that I have captured a galvat with a hat-wearer who was going from Talichorij to Anjenga with some money and letters from Talicherij and Bombaij. The letters are written by Mr. Skott to Bengal, who was to depart with a ship that previously set sail in the company of Bombaij goerab and Reventje to Anjenga to load 2000 kand of pepper, and takes 100 kand of cotton and much cordage. The said ship is named Faijsalme, private, bought by Mr. Skott for one hundred thousand rupees from Tjeledij, and currently chartered by the English Company for twenty-five thousand rupees for a Bengal voyage to fetch ten thousand bags of rice. These are the reports via those letters that came from Bombaij for the Governor of Talicherij, whose disposition was to let the ship sail to Anjenga and from there to Bengal. It also appears from that letter that Mr. Skott and the General of Bombaij have bought a diamond stone of 100 carats for five lakh rupees, and it is said that they do not want to sell it but to send it to Europe, and it is also said that that gentleman might be of Nadarssa. The other letter reports that at Maskatta and Bassora there might be three French ships, one of 28 cannons, one of 18, and another of 12, and that they are very very pleased that their two ships are safe in the harbor, without the French being able to do them any harm, and they wait until the French have departed to leave from there and come to Bombaij. There is also a report that at Goa there is also a French ship of 24 cannons, and they inform Pallicherij that they do not need to fear the French, since their ships that are at Zallicherij will be accompanied by Bombaij Goerap and Reventje. The Honorable Governor of Pallicherij is also warned that if the ships cannot be convoyed by Bombaij Goerab and Reventje to Anjenga, then not to send them from Talicherij to Bengal without calling at Anjenga. The other letter directed from Talicherij to Anjenga reports that there is a great scarcity of everything, and that a vessel belonging to a certain Moor that is loaded at Koenhitaijkel is said to be laden with provisions and is due to arrive at Talicherij shortly. Your Right Honorable please take note when that vessel puts to sea in order to have it captured, setting a good watch for that purpose, which I shall also do. It is written by Antonio Rodrigos to Molivi Astain at Anzenga. As long as Bombaij Goeval and Reventje go to convoy the ship Fatsalem to Anjenga to load pepper and some planks and to sail to Bengal, they have no fear of our ships, because the ship cannot sail alone; although it is a large ship, it has a great lack of ammunition of war. Outside of these letters, there was found in another a clean sheet of paper that was cut at the top, and another half sheet, so one cannot for the present know what it means, and as soon as this is discovered I will give your Right Honorable notice thereof. One also finds in another letter that 28 European letters were to be sent by another ship, and if any particulars are contained therein, they will securely be remitted. It is also said that it is now a month ago that the General of Bombaij departed for the north to transact his affairs and to request some money. I have written twice to your Right Honorable about the cannons and the cannonballs, and once again through Jzaak Turion, without receiving any answer thereto up to this day, and if I did not have certainty of our friendship I would not have requested it of your Right Honorable. Your Right Honorable will also have understood what the Lord Nabab recommended to me regarding broadcloth and other things, and as I am currently in want of 50 pieces of broadcloth of all kinds of colors and 800 kand of iron, I request your Right Honorable to have the same sent to me at Kalikoet with notification of their costs, to be paid here by way of Jzaak Surion without delay. And I await your Right Honorable's answer at the earliest, for necessity requires that the letters be delivered promptly. Your Right Honorable knows the way, for they are forwarded every day and hour, and if they are delayed en route one can know this upon receipt. The letter that Mr. Skott writes from Bombaij to Bengal is directed to Mr. John Forguesson, and breaking off herewith for the present, I remain with high esteem, and await the answer to this. I am always, was signed below: Your Right Honorable's very humble servant, was signed: Pardarchan. In the margin: In the camp, 14 November 1781. Agreed, Adriaan Bootvliet, First Clerk Duplicate Examined J. H. Verdijk No. 14.

Dutch transcription

N„o 13. Nagezien eersten voldoen door wegen van Izaak. En wijl thans hebbe veele koegels, en geene kanons van die kalibers, verzoek ik uwEd: mij te zen„ „den een kanon van dat Kaliber, ten welken einde zende ik nevens deezen brief tot een model van de koegels, derzelver mallen op dat uwEd zien kan het kaliber van de koegels en mij zenden kan het kanon, wel„ „kers kostende ten eerste voldoen zal met de„ zelfde Izaak Surjon. Nieuws alhier heeft men geen, alleenlijk dat ik Tallicherij ge„ „blokkeerd houden, en hebbe geen lust om het zelve aan te tasten, wijl ik weet dat ze van zelfs het verlaaten zullen. wenschte zeer dat uwEd mij bedeeld alle nieuws, 't welk ik ook doen zal, god bewaare uwEd lange Iaare /:onderstond:/ uwEds vriend en ver„ plichten Dienaar /:was geteekend :/ Pardaikan /:in marsine:/ In het Kamp den 8 Novemb=r 1781: — Akkordeerd Adriaan Boohelier Egklerk J A. Everdijck Duplicaat Goeverneur van Koekiem Aan D' Heer Johan van Angelbeek Hijn Heer. Deeze dient eenelijk om uweledele agtb: bekent te maken dat ik een galvet genoomen heb, met een hoede drager, die van Talichorij na anjenga ging met eenig geld en brieven van Tali„ „cherij en Bombaij de brieven zijn van M: Skott geschreeven na Bengalen die met een schip zoude vertrekken dat bevoorens onder zeijl is gegaan in gezelschap van Bombaij goerab en Reventje naar anjenga om 2000 kand peper te laaden, en neemt 100 kand kattoen en veel touwerken, gem: schip is gent: faijsalme parti„ „kulier, gekogt door M„r Skott voor honderd duizend ropijen van. tjeledij en thans door d' Engelsche komp bevragt voor vijf en twin„ „tig duizend ropijen op een Bengaalse rijse om thien duijzend sak, „ken rijst te halen deeze zijn de notitien per die brieven gekomen van Bombaij voor de Goeverneur van Talicherij wiens disposi„ „tie was om het schip op anjenga te laten zeilen en van daar. naar Bengalen, ook blijkt bij die brief dat M„r Skott en de Generaal van Bombaij hebben gekogt, een Diamante steen van 100. karalen voor vijf lak rop=s en men zegd dat zij niet verkopen willen maar naar Europa zenden, en men zegd ook dat die Heer zoude weezen van Nadarssa, De andere brief meld dat op Maskatta en Bassora drie Fransche scheepen zoude weezen een van 28. kanons, en van 18, en nog een van 12 en dat zij Zeer zeer vergenoegt zijn dat hunne twee schip en vrij in de harm zijn, zonder dat de fransen haar eenig quaad kandoen, en zij wagten tot dat de fransen zoude vertrokken zijn om van da aftegaan en op Bombaij te komen, ook is ernotitie dat op goa ook een fransche schip is van 24 kanons, en men laat op Palli„ „derij weeten dat zij voor de franschen niet hoeven te vreezen alzoo hunne scheepen die op zallicherij zijn zullen gakompag„ „neert worden van Bombaij Goerap, en Reventje, ook word de Haa Goeverneur van Pallicherij gewaarschout dat zoo men de scheepen niet kan laten konvoijeeren door Bombaij Goerab en Reventje tot anjenga, als dan van Talicherij naar Bengale niet te zenden zonder anjenga aante doenen. De ander brief van Talicherij naar anjenga gerigt med dat er een groote gebrek aan alles is, en dat een vaartuig van zeker moor dat op Koenhitaijkel is belaaden zoude weezen met leevens middelen en staat binnen korten op Talicherij te komen uwel Edele agtb gelieve notitie te neemen wanneer dat vaar„ „tuig in zee komt om de laten wegneemen stellende goede wagt daar toe, het geen ik ook doen zal die is geschreeven door Antonio Rodrigos aan Molivi astain, tot anzenga. zoo lang als bombaij goeval en Reventje gaan het schip fat„ „salem komfoijeeren tot anjenga om poper en eenige plan„ „ken te laaden en naar Bengalen te zeijlen, hebben zij geen nood voor onze scheepen want het schip kan alleen niet zeilen schoon het een groot schip is, zoo heeft het groot gebrek aan ammoniessie van oorlog, buiten deeze brieven heeft men in een ander gevonden een schoon blad papier aan het hoofd was gesneeden en nog een halve blad, dus kan men Voor voor teegenwoordig niet weesen wat het beduijt en zoo dra men daar agter komt zal ik uweledele agtb daar kennisse van geeven, ook vind men in een ander brief dat er 28. Earo„ „pase brieven per een ander schip stond toegezonden te worden en waar in eenige sirkumstantie behelst zal dezelve se„ „kuur geremitteerd worden; men zegd ook dat het uu een maand geleeden is, dat den Generaal van Bombaij vertrok„ „ken is naar de noord om te verhandelen zijne zaaken en eenig geld intevraagen Jk heb twee malen aan uweledele agtb geschreeven, over de kanons en de kogels, en nog eens door Jzaak Turion zonder tot heeden daar op eenig antwoord te bekoomen, en zoo ik geen zeekerheid had van onze vriendschap zoude ik uweledele. agtb: niet verzogt hebben, uweledele agtb zal ook verstaan hebben het geen D' Heer Nabab mij gerekommandeert heeft weegens zaken en andere dingen en dewijl ik thans verleegen ben om 50. p:s zaken van aller hande koleuren en 800 kand ijzer verzoeken uweledele agtb mij dezelve op kali„ „koet te laaten toekomen met bekentmaking van dies kostende om alhier betaald te werden; door weegen van Jzaak surion sonder tardance en verwagte ten spoedigsten uwel„ „edele agtb antwoord, want de noodzakelijkheid zulx vereischt om de brieven, ten eersten te bestellen, weet uwel edele agtb de weg want alle dagen en uuren worden zij voortgezonden. en zoo zij onderweegens op gehouden worden kan men zulx„ bij den ontvang weeten. De brief die M„r Skott van Bombaij naar Bengale schrijft is gerigt aan M„r John Forguesson en voor teegenwoordig deeze. hier hier meede afbreeken de blijve ik met veel agting, en verwag „te het antwoord, deezes. Jk ben altoos /onderstond:/ uwe edele agtb zeer oosmoedigen Dienaar /was getekend/ Pardarchan /in margine/ Jn het kamp den 14 November 1781.— Akkordart Adri aan Bootvliet Egklerk Duplicaat Najezien J H verdijk No. 14.

NL-HaNA_1.04.02_10314_0083 view scan ↗

English

To Sardarchan With your letter of 30 October, Your Honour sent me a copy of the letter from the Lord Nabab, which was supposed to contain the answer to my first letter to Your Honour, in which I proposed to settle the disputes that have arisen here on this coast between the Company and the Lord Nabab. However, I find not a single word about this in the Nabab's letter, which surprises me very much. I nevertheless still hoped that I would receive some further news from Kormandel, but in the letters written to me by the Lord Governor of Nagapatnam, mention is only made of the treaty concluded on Kormandel, without mentioning a word about settling the disputes that have arisen here. Instead, the letter from the Lord Nabab states that His Highness wished to give men to assist us here against the English, and so I see that my request was not presented to His Highness in the manner I intended, which will partly be the fault of Izaak Surjon, who will not have presented this to Your Honour as clearly as I had given it to him. I therefore hereby repeat my first proposition, namely that I am very inclined to settle the disputes that have arisen between us and the Lord Nabab over some claims His Highness made on the sandy land near Settua, for the sake of which His Highness took possession of the Company's fort at Settua and the province of Paportij and several other lands of the Honourable Company and of its vassals, the King of Kranganoor, the Paijenseeri, and the Prince Kartamane, and has not yet returned them to this day. And I hereby further request Your Honour that Your Honour please obtain authorization from His Highness the Lord Nabab to settle those disputes equitably, and in return to restore the seized lands to the Company and its vassals as a token of the sincere friendship that His Highness professes to have for the Dutch Company. Through this, a firm foundation will be laid for a good alliance between our two sovereigns, which we both, as faithful servants of our superiors, will strive to maintain and confirm. The offer from the Lord Nabab to assist us here with auxiliary troops against our enemies is certainly very kind and deserves my particular gratitude, but Koetsien is such a strong fortress and so well provided with everything that the enemy will not easily undertake to besiege it, and should he begin to do so, I am in a position to resist him. Regarding the requested cannons of 24-pound caliber, I have already written to Izaak Surjon that they are not available here, but there are two eighteen-pounders, which I am willing to relinquish to Your Honour with one hundred cannonballs for each piece and furthermore with gun carriages and loading tools for the price recorded in the Company's books, of which a specific account is attached hereto; however, to send them to Kalikut is impossible for me at this time when English cruisers are roaming everywhere, so Your Honour would have to have them collected from here. If Your Honour would please send me a cannonball of the caliber of the cannons Your Honour desires, I will let Your Honour know whether such cannons can be obtained here, and then purchase them for Your Honour. Saltpeter, lead, and sulfur, as well as cloth and iron, are not to be had here; in these turbulent times trade is at a standstill, and no merchandise is brought in at all. Whenever any of those goods should be brought here, I will try to purchase some of them for Your Honour. I would have written earlier, but have been prevented from doing so by a multitude of business, and I do not want to let others write the letters to Your Honour; please do not take this amiss and be assured of my great desire to maintain friendship with Your Honour. The latest news from Kormandel is not at all favorable; Nagapatnam is besieged by our enemies and will probably have already surrendered, for it is not a strong fortress. I hope that our fleets and the French fleets from Europe and from the French Islands may appear quickly to be able to check our enemies. Last month, a two-masted vessel arrived in Kolombo from Mauritius with letters from the French Governor-General to the Governor of Ceilon, containing the news that shortly a strong squadron will arrive of four ships of 72 guns, six of 64, one of 54, two of 40, and one of 26, and three small frigates, and with them three thousand five hundred European soldiers, and that mighty fleet is expected next month in Kolombo, from where it will go to Madras to besiege that city. I have made an inquiry into the vessel that was said to be loading provisions here for Tellitscheri, but discovered nothing; shibars and other vessels depart from here daily with all kinds of local products, which I cannot prevent, but I assure Your Honour that not a single English ship or vessel dares to come here to load anything or to send anything to Tellitscheri. May God preserve Your Honour for many years. Underneath stood: Your Honour's true friend and obliged servant, was signed: I: G: van Angelbeek. In the margin: Koetsiem, 28 November 1781. Agreed. Adriaan Boodekiek First Clerk Eversdijck No 15. Folio Duplicate

Dutch transcription

Aan Sardarchan Bij uwen brief van den 30:' oktober heeft uw Ed: mij een kopij gezonden om den brief van den Heer Nabab, die het antwoord behelzen zoude op mijnen eersten brief aan uw Ed: waar by ik voorstelde, om de geschillen bij te leggen, die hier op deeze kuste tusschen de kompe„ nie en den Heer Nabab ontslaan zijn. Doch ik vinde daar van bij 'se Nababs brief geen enkeld woord, het welk mij zeer verwonderd, Jk hebbe echter noch al gehoopt, dat ik van kormandel eenig nader bericht zoude krijgen, doch bij de brieven van den Heer Goeverneur van Nagapat„ nam aan mij geschreeven word alleen maar mentsie gemaakt van het traktaat dat op Kormandel geslooten is. zonder een woord te melden van het afdoen van de geschillen die hier ontstaan zijn. Jn steede van dien, staat bij den brief van den Heer Nabab dat zijn Hoogheid volk wilde geeven om ons hier tegen de Engelschen te Senhor assisteeren assisteeren, en dus zie ik, dat aan zijne Hoog„ heid mijn verzoek niet zoodanig is voorge„ „draagen, als mijne intentsie geweest is, het welk wel gedeeltelijk de schuld zal weezen van Izaak Surjon die dit aan Uw Ed: zoo duidelijk niet zal voorgedraagen hebben als ik hem opgegeeven had; Jk herhaale derhalven by deezen mijne eerste proposietsie te weeten dat ik zeer geneegen ben, om de dispulen afte doen, die tusschen ons en den Heer Nabab ontstaan zijn, over eenige pretensien, die zijn Hoogheid maakte op het zandig land bij Settua om welkers wille zijne Hoogheid s komps fort te settua en het landschap Papor„ „tij en meer andere landen van Haar Edele en van haare vasallen, den koning van kranga„ noor, de Paijenseeri en de Prins kartamane in bezit genoomen en tot heeden toe noch niet wederom terug gegeeven heeft; en ik verzoeke uwEd: bij deezen nader, dat uwEd: gelieve van zijn Hoogheid den Heer Nabab quaglifikaat „sie te verwerven, om die geschillen naar billijk„ heid bij te leggen, en daar en tegen de in bezit genoomen landen aan de komp:e en haare vasal„ len te rug te geeven tot een blijk van de oprechte vriendschap, die zijne Hoogheid betuigd voor de Hollandsche komp:e te hebben, Hier door zal zal een vast fundament gelegd worden tot een goede alliance tusschen onze beide souverai„ „nen, die wij beiden als getrouwe Dienaaren van onze supperieuren zullen trachten te onderhouden en te bevestigen. De aanbieding van den Heer Nabab om ons hier met hulp troepen tegen onze vijanden te assisteeren, is zeeker zeer vriendelijk en verdiend mijne bezondere dankbaarheid, doch koetsien is zulk een sterke vesting en zoo wel van alles voorzien, dat de vijand niet ligt onderneemen zal, dezelve te beleegeren, en indien hij dit mogt beginnen, zoo ben ik in staat, om hem het hoofd te bieden. Nopens de verzochte kanons van 24: pond kaliber hebbe ik reets aan Jzaak Surjon gesz: dat die hier niet zijn, maar wel twee agttien ponders, die ik uwEd: met honderd kogels voor ieder stuk en voorts met affuiten en laad gereed„ schap wil afstaan voor de prijs, die bij 'skomp:s boeken bekend staat waar van een specifique reekening hier nevens, doch om ze naar kali„ kut te zenden is mij in deeze tijd, daar de Engelsche kruissers overal zwerven, onmoge„ lijk dus zoude UwEd: dezelven van hier moeten laaten afhaalen. Jndien uwEd: mij gelieft een kogel te zenden van van het kaliber, waar van uwEd: kanous begeerd, dan zal ik uwEd: bescheid laaten weeten of hier zulke kanons te bekoomen zijn, en ze als dan voor UwEd: inkoopen. Salpeter, lood, en zwavel, mitsgaders laa„ „ken en ijzer is hier niet te krijgen; in deeze onrustige tijden staat de negootsie stil, en daar word in 't geheel geen negootsie aange„ bragt. - zoo wanneer van die goederen hier iets mogt aangebragt worden, zoo zal ik trachten daar van voor UwEd: in te koopen. Jk zoude al eer geschreeven hebben, doch ben daar aan verhinderd door een meenigte beezigheeden, en ik wil de brieven aan uw Ed. niet door anderen laaten schrijven, uw Ed: gelieve dit niet quaalijk te neemen en verzee„ kert te zijn van mijn groot verlangen om de vriendschap met uwEd: te onderhouden. Het laaste nieuws van kormandel is gansch niet gunstig, Nagapatnam is door onze vijanden beleegerd, en zal waarschijnlijk reets al overge„ „gaan zijn, want het is geen sterke vestinge. Jk koope dat onze en de fransche vlooten ii't Europa en van de fransche Eilanden schielijk opdagen mogen om onze vijanden te kunnen stuiten Te Kolombo is in de voorleeden maand een twee mastig scheepje van Mauricius aangekoomen niet Nagezien met brieven van den franschen Goeverneur Gene„ raal aan den Goeverneur van Ceilon behelzende dat binnen korten een sterk, Esquader van vier schepen van 72: kanons ses van 64: een van 54: twee van 40: en een van 26: en drie kleine fregatten zal komen en daar mede drie duizend vijf honderd Europeeschen soldaaten en die mach„ tige vloot word in de aanstaande maand te kolom„ bo verwacht van waar ze naar Madras zal gaan om die stad te beleegeren Ik het onderzoek gedaan naar het vaartuig, het welk hier leevensmiddelen voor Tellitscheri laaden zoude, doch niets ontdekt, hier van daan vertrekken dagelijx. sibaars en andere vaartuigen met allerleij „produkten van 't land, dit kan ik niet beletten maar ik verzeekere UwEd: dat geen een Engelsch schip of vaartuig hier durft komen om iets te laaden, of naar Jellitscheri te zenden. God bewaare uw Ed: lange Jaaren /onderstond/ uw Ed:s waare vriend en verplichte dienaar /was getekend/ I: G: van Angelbeek /in margine/ Koetsiem den 28. November 1781: Akkordeerd Adriaan Boodeliek Eyklerk Eversdijck N„o 15. F _o Duplicaat

NL-HaNA_1.04.02_10314_0091 view scan ↗

English

To the Honorable Johan Gerhard van Angelbeek Governor of Cochim Sir Here we have received notice with the arrival of Subranno that Naoor and Nagapatnam are said to be besieged by the English, during which siege a heavy battle occurred; that our commandant Dautikan then came to the rescue with some troops, whereby the English retreated because they could not resist our forces and those of Your Right Honorable; during which retreat the English lost four to five cannons. That is the news brought here, which I believe Your Right Honorable will have heard better; therefore I expect Your Right Honorable will please inform me whether it is so, or what the truth of the matter is, and what has transpired there on the Coromandel Coast. I have written two letters to Your Right Honorable, but received no answer to them, and I do not know what the reason for that may be, for Your Right Honorable will surely have received them, since I sent them to the place Your Right Honorable directed me to write to, in order to be carried further on from there to Cochim. In the letters I wrote to Your Honor and to which no answer followed, mention was made of some iron, sulfur, and cannons with the caliber of the cannonballs, and some pieces of cloth of various colors. I request that upon receipt of this, Your Right Honorable please send the answer, along with the news from the coast. For the rest, I commend Your Right Honorable's person to God's protection. Below stood: Your Right Honorable's Humble Servant. Was signed: Sarderchan. In the margin: in the camp, the 28th of November 1781. Checked: J. d. Vverdijck Agreed: Adriaan Pootvlist, First Clerk No. 16. 8 duplicate To the Honorable Johan Gerhard van Angelbeek Governor at Cochim Sir I am in great need of a mortar, for I have many bombs and no mortar to throw those bombs. I request Your Right Honorable to send me a mortar with all speed, and to let me know its cost in order to be paid. I am sending the bomb to know the caliber of the mortar that I need, at the same time informing me that in case Your Right Honorable cannot sell it, to at least lend it to me for some time, which I undertake to return again. I expect this without fail and with all speed. It is enough that it arrives at Chawacattij or Chettua, whereupon, on Your Right Honorable's advice, I will have it fetched from there. Also, I request Your Right Honorable, if there is a person there who can cast mortars, please send him hither; I will pay him well. Also, please let me know whether Your Right Honorable has any news of Naoor and Nagapatnam. The news I received yesterday has already been written to Your Right Honorable, and I judge that the same will have been delivered to Your Right Honorable. I am very surprised that I have received no answer to the letters that I have sent several times to Your Right Honorable. I know very well that my couriers will indeed have delivered the letters to the place Your Right Honorable designated. I have written to Your Right Honorable about cannons, cloth, and the news from Bombai, which I received via a vessel from Tallicherij with letters for Ansenga on several occasions, to which I have received no answer, and I cannot understand the reason for it. For when I make a request of Your Right Honorable, it is not that I am destitute; and although I do not have it here, my sovereign has all the more, and to fetch it from Pattana and Mangaloor will also not be too difficult. But since our sovereigns live in friendship, and outside of their determination it is my desire to serve Your Right Honorable, and with Your Right Honorable's Company there will be plenty, and reflecting upon that good friendship, I wish to make use of it. I expect an answer to this, and also let me know whether it is true that English ships are cruising there in Your Right Honorable's roadstead, for I have received word from Chettua that such is the case. I remain ready to serve Your Right Honorable, whose person may God preserve for many years. Below stood: Your Right Honorable's humble servant. Was signed: Sarder Khan, in the camp, the 30th of November 1781. Checked: J. H. Wverdijck Agreed: Adriaan Bootliek, First Clerk Duplicate No. 17. To the Honorable Johan Gerard van Angelbeek Governor of Cochim Sir and Friend I have received Your Right Honorable's letter of the 28th of November, in which Your Right Honorable says to have received the copy of the letter from the Lord Nabab, my sovereign, serving as an answer to my letter which I wrote to the said Lord. I have again written to the Lord Nabab the proposals that Your Right Honorable made to me in your letter, and as soon as I receive the answer to it, I will inform Your Right Honorable of what transpires, and I expect it will turn out according to my and Your Right Honorable's desire, who gladly wish to show how much I long to maintain a true friendship with Your Right Honorable, advising Your Right Honorable that it seems better to me that Your Right Honorable were to write a letter to the Lord Nabab yourself with all the proposals, and that well explained; and when Your Right Honorable sends that letter to me, I will deliver the same via my couriers to that Lord, accompanied by another from us, and the same ought to be written in an amicable manner, so that the answer may come quite easily. I have seen what Your Right Honorable writes to me concerning the 24-pounder cannons, that the same are not there, but 18-pounders are, and their cost. Now I am sending a sample of many cannonballs that I have, so that Your Right Honorable might have the goodness to see whether cannons of that caliber could be obtained; and upon Your Right Honorable's advice, I will have four of those cannons fetched, and still others that Your Right Honorable might be able to dispose of, sending at the same time the money for their cost. I thank Your Right Honorable very kindly for the shared news that the ships

Dutch transcription

Aan d' Heer Johan Gerhard van Angelbeek Gouverneur van Cochim Mijn Heer Hier hebben wij notitie bekoomen met de komste van Subranno, dat Naaer en Nagapatnam zoude belegert weezen door de Engelsen bij welke belegering is een sware batailie voorgevallen dat toen onze kommandant Dautikan; met eenig volk is te hulpe gekoomen, waar door de Engelsen zijn geretireert om dat zij niet hadden konnen tegenstaan de macht van ons, en die van uweled achtb: bij welke retirade hebben de Engelsen vier â vijf kanons verlooren; dat is het nieuws dat hier aangebragt is, t geen ik gelooven dat uw Ed: achtb: beter zal gehoort hebben, dus verwagte dat uweled achtb: mij ge„ lieve te bedeelen of het zoodanig is, dan wel wat daar de waarheid van zij, en wat daar op de kust kormandel ge„ passeert is; Ik het twee brieven aan Uweled: achtb: gesz:, dog daar op geen „ antwoord Nagezien J„ d„ Vverdijck antwoord bekoomen en ik weet niet wat daar de reeden van zij, want uweled: achtb zal zeekerlijk dezelve ontvangen hebben, om dat ik gezonden heb, ter plaatse daar uweled: achtb: mij gesz: heeft om van daar verders na koetsiem voort geport tewerden De brieven die ik aan uwed gesz: heb, en daar geen antwoord op gevolgt is, daar is melding gedaan van eenig ijzer zwavel, en kanons met de kaliber van de kogels en eenige p„s laaken van ver„ scheide Couleuren: Ik verzoeke dat uwelEd: achtb: op den ontfangst, dezes het antwoord gelieve te zenden, met de notitie van de kust Voor het overige beveele ik uweled achtb: persoon gods ter bewaring /:onderstond:/ Uweled achtb: Ootmoedigen Dienaar /:was„ „geteekend :/ Sarderchan /:inmarsine:/ in het kamp den 28. ' 9ber: 1781. — Akkordeerd Adriaan Pootvlist Eyklock No: 16. 8 duplicaat Johan Gerhard van Angelbeek Aan d' Heer Gouverneur te Cochim Ik ben seer verleegen om een mortier, want ik het veele bommen, en geen mortier om die bommen te gooijen; Jk versoeke uwelEd agtb: mij een mortier met alle spoed te senden, en dies kostende te laten weeten, om betaalt te worden, ik zende de bom om het kaliber van de mortier te weeten, die ik benoodigt ben teffens mij bekent makende, dat bij aldien uwel Ed agtb: niet verkoopen kan dan ten min„ „sten mij te leenen voor eenigen tijd die ik aan „neeme om wederom te besorgen, ik verwagte zulks sonder fout, en met alle spoed, het is ge„ „noeg dat zij op Chawacattij, of Chettua komt, wanneer met uweled: agtb: advis dit heen zal laten halen, ook versoeke uweled: agtb: zoo daar aan persoon is die de mortier kan gieten, gelieve hem herwaarts te senden, ik zal hem wel betaa„ „len, ook gelieve uwel Edele agtb mij te laaten wee„ „ten of uwelEd: agtb: eenige notitie heeft van Na„ „oer en Nagapatnam, de notitie die ik gisteren bekomen heb, is reets aan uwelEd: agtb: geschree„ „ven en ik oordeele dat deselve uweled agtb: Mijn Heer zal zal overhandigt zijn, ik ben seer verwondert dat ik geen antwoord van de brieven ontfangen heb„ die ik verscheide keeren aan uweled Agtb: geson „den heb, ik weet zeer wel dat mijne posten de brie „ven wel zullen besteld hebben ter plaatse daar uweled agtb: gedetermineert heeft ik heb aan uweled: agtb: geschreeven over kanons laken, en de notitie van Bombai, die ik per een vaartuig van Tallicherij gekreegen heb met brieven voor Ansenga in verscheide okasien, waar op ik geen antwoord ontfangen heb, en ik kan niet begrijpen de reeden daar van, want als ik uweled: agtb iets laat versoeken, is niet dat ik verleegen ben en schoon ik alhier niet en heb, en mijn souverain heeft des te meer, en ook van Pattana, en Man„ „galoor te halen zal niet te swaar vallen maar dewijl onse souverainen in vriendschap leeven en buiten haere determinatie is mijn begeer„ „te om uweledele agtb: te dienen, en bij uweledele agtb: Comp: zal er veel weesen, en overden„ „kende die goede vriendschap wil ik daar gebruik van maken, ik verwagte hier op antw: en ook mij te laten wee„ „ten of 't waar is dat daar ter rheede van uwelEd: agtb Engelsche scheepen krui„ „sen, want ik heb notitie van Chettua gekreegen dat het zoodanig is. Blijve om uweled: uwelEd: Agtb: te dienen wiens persoon god bew: lange Jaaren. /:onderstond:/ uweled: Agtb: ootm: D=r /:was gete:/ Pardar Khan in het Camp den 30. ' 9ber 1781: J H„ Wverdijck Nagezien Akkordeerd Adriaan Bootliek Egklerk Duplicant No N„o 17. Aan d' Heer Iohan Gerard van Angelbeek Gouverneur van Cochim Mijn Heer en Vriend Ik heb uwel Ed: agtb: brief van den 28. november ontvangen, waar bij uwelEd: agtb: zegt de Copia brief van de Heer Nabab mijn souverain ont„ fangen te hebben dienende tot antwoord van mijn brief die ik aan gem: Heer gesz heb„ Ik heb wederom aan de heer Nabab gesz: de propositien, die uwel Edele agtb: mij gedaan heeft bij deszelfs brief, en zoo dra ik het antw: daar op krijg, zal ik uwel Ed: agtb: bekent maken, wat 'er passeert, en ik verwagte dat het komen zal, zoo als mijn, en uwelEd: agtb: begeerte is, die ik gaarn wensche te toonen hoe seer ik verlange een ware vriend„ „schap met uwel Ed: agtb: te Conserveeren, adver„ teerende uwel Ed: agtb: dat het mij beter toe„ schijnt, dat uwelEd: agtb: selfs een brief aan d' Heer Nabab quam te schrijven met alle 6 alle de propositien, ende zulx wel g'expliceerd en als uwelEd: agtb: die brief aan mij komt te senden zal ik deselve per mine posten aan dien heer besorgen verge„ selschapt met een ander van wij en deselve dient op een minsame wijze gesz: te werden op dat het antw: gants gemakkelijk kan komen. Jk lieb gezien wat uwel Ed: agtb: mij schrijft wegens de kanons van 24: lb dat deselve daar niet zijn, maar wel van 18. lb: en dies kostende nu sende ik een monster van veele kogels, die ik hebbe, op dat uwelEd agtb: de goedheid zoude hebben van te zien off Canons van dat Caliber te krijgen zoude zijn, en op uwelEd: agtb: advis zal ik vier van die Canons laten halen, in nog andere die uwelEd: agtb: zoude konnen van de hand afzetten, sendende tegelijk het geld van dies kostende Jk bedanke uwel Ed: agtb: seer vriende„ „lijk voor het bedeeld nieuws, dat de Scheepen

NL-HaNA_1.04.02_10314_0101 view scan ↗

English

ships are to arrive at Madras, where they are destined, just as Your Right Honorable states in his letter. I understand very well that Your Right Honorable cannot answer all my letters, not out of any disinclination, but solely because of numerous occupations. Concerning the note on Naver and Nagapatnam, I have written to Your Right Honorable what I have learned from my sovereign: that Commandant Daukhan, with the people of Your Right Honorable Company, forced the English to retreat during an attack they launched, on which occasion the English lost five cannons. I remain always ready to serve Your Right Honorable, whom may God preserve for many years. Was written below: Your Right Honorable's humble servant. Was signed: Sardar Khan. Postscript: I request Your Right Honorable to send me the weight of the No. 18. cannons that Your Right Honorable has of 18 French pounds. In the camp, the 7th of December 1781. Adriaan Bootvlict, First Clerk. Duplicate. Examined: A. Wverdryjk. Agreed: G. To Mr. Sardar Khan, Governor of Calicut. I do not doubt that Your Honor will have received my letter of the 22nd of November, and seen therein my answer to all your previous requests for cannons, saltpeter, sulfur, woolens, and other goods. It were to be wished that the news Your Honor gave me regarding the state of the war on Coromandel were true; however, to my regret, I must report to Your Honor that matters there have turned out very badly. The Lord Nabob has been forced to retreat, and the city of Nagapatnam has consequently been forced to surrender to the English. I hope that the Lord Nabob will find the means to recover and once again stand up to his enemies, to which the mighty fleets of French and Dutch warships, which according to further news from Colombo must now arrive any day, will contribute a great deal of help. But for this it is especially necessary that the Lord Nabob should try to persuade the Marathas not to make peace with the English, for I am informed that the English are presently trying to settle their disputes with the Marathas in order to use their entire force against the Lord Nabob. Your Honor please inform the Lord Nabob of this, as well as that I received further news yesterday from Colombo that the French fleet is expected at Colombo within a few days, which must be very strong and mighty, since the French Agent in Ceylon, Sieur Louis Monneron, requests me to provide rice for ten thousand men. Your Honor can easily imagine that under these current circumstances I myself need all the cannons and mortars, of which the stock is no greater than what is required for the defense of this fortress. Nevertheless, I now comply with your request and send the previously requested two eighteen-pounder cannons with their carriages and loading equipment, together with a fine bronze mortar of the caliber according to the measurement sent to me. The cannonballs of which Your Honor also recently sent me a measurement are eighteen-pounders, and thus fit exactly the two cannons that I am sending now; and since Your Honor has a great quantity of them, I have sent no cannonballs, as that would only have been an unnecessary trouble. I am sending the cannons and mortar to Cranganore with orders to the resident chief there to deliver them to Your Honor's people against a written receipt; please, therefore, have them collected from there. How heavy the cannons are I cannot specify exactly, but they weigh around five thousand four hundred pounds; the mortar weighs three hundred seventy-eight pounds and costs, with the bed and loading equipment, four hundred fifty-six and a half rupees. The cost of the cannons I have already communicated to Your Honor, being 1173 rupees, from which are now deducted 92 5/6 rupees for the cannonballs that are not being sent because Your Honor has an abundance of them. If Your Honor nevertheless also wishes to be served with our cannonballs, No. 19. I shall immediately send them to Cranganore upon your further writing. I shall write to the Lord Nabob according to your advice, but I nevertheless request Your Honor, according to the promise made to me, also to write to His Highness beforehand and to request authorization from His Highness to settle with me the disputes over Pettua and the sandy land. The Lord Nabob and the Dutch Company presently share the same interest, which is to subdue the English; we ought, therefore, to settle the disputes that are an obstacle to that end. I remain always ready to serve Your Honor, whom may God preserve for many years. Was written below: Your Honor's humble servant. Was signed: I. G. van Angelbeek. In the margin: Cochin, the 21st of December 1781. Agreed: Adriaan Bootvlict, First Clerk. Duplicate.

Dutch transcription

scheepen staan te komen op Madrast daar de selve gedestineert zijn, zoo als uwelEd: agtb bij zijn brief komt te zeg„ gen Ik begrijp seer wel dat uwel Ed: agtb: alle mijne brieven niet kan b'antwoorden, niet om de wille van ongenegentheid maar alleenig om menigvuldige Occupatien wegens de notitie van Naver, en Naga„ patnam heb ik aan uwelEd agtb: gesz: wat ik heb van mijn souverain ver„ staan heb dat den kommandant Dau- khan met het volk van uweled: agtb: komp: de Engelsen hebben doen retiree„ ren bij een attacque die zij geleverd hebben, bij welke gelegentheid de Engelsen vijf kanons verlooren hadden. Jk blijve altijd bereijd om uwelEd: agtb: te dienen die God bew: lange Iaaren /onderstond/ uwelEd: agtb: ootmoedigen Dienaaren / was getekend/ Sardar chan P: S: verzoeke uweled: agtb: mij de swaarte te senden van de N„o 18. de Canons die uwelEd. agtb. heeft van 18. l: france. Jn het kamp den 7: december 1781. Adriaan Bootvlict Eyklerk duplicaat Nagezien A „ Wverdryjk Akkordeerd G Aan den Heer Sardarchan Goeverneur van Kalikut Ik twijfele niet of UwEd zal mijnen brief van den 22. November wel ontvangen en daar bij mijn antwoord op alle uwe voorige verzoeken om kanons, salpeter, zwavel, laakens en anderen goederen gezien hebben. Het waare te wenschen, dat de tyding die uwEd mij nopens den toestand des oorlogs op Kormandel in waarheid bestond, doch tot mijn leetweezen moet ik uwEd: melden dat de zaaken daar heel slecht afgeloopen zijn, De Heer Nabab is genoodzaakt geweest te retireeren; en de stad Nagapatnam is daar door genoodzaakt geweest om zich aan de Engelschen over te geeven Ik hoope, dat de Heer Nabab middelen zal vinden, om zich te herstellen, en aan zijne vijanden op het nieuw het hoofd te bieden, waartoe de machtige vlooten van Fransche en Hollandsche Oorlogs Scheepen Senhor die die volgens nadere tijding van Kolombo nu „dagelijx koomen moeten, heel veel hulpe zul„ „len toe brengen. Doch hiertoe is inzonderheid noodzaaklyk dat de Heer Nabab de Marat„ „ten zocht te persuadeeren dat zijlieden met de Engelschen geen vreede maaken, want ik ben onderricht, dat de Engelschen thans trachten de geschillen met de Maratten bij te leggen om hunne heele macht tegen den Heer Nabab te gebruiken. uwEd gelieve den Heer Nabab hier van te verwittigen, als meede dat ik gisteren van Kolombo nadere tijding hebbe gekreegen, dat de fransche vloot binnen weinig dagen te kolombo verwacht, word; die heel sterk en machtig zijn moet door dien de fransche Agent te Ceilon S=r Louis Monneron mij verzoekt, om rijs te bezorgen, voor tien duizend Man. Uw Ed: kan ligt denken, dat ik in deeze tijds omstandigheeden alle kan ons en Mortiers zelfs nodig hebbe, waarvan de voorraad niet grooter is, dan tot de defensie van deeze vesting vereischt word, Niet te min voldoe ik thans aan uw ver„ „zoek en zende de bevoorens verzochte twee kanons van agttien pond met hunne af„ „buiten „fuiten in laad gereedschap, mitsgaders een fraie Metaale Mortier van het Kaliber naar vol„ „gens de mij toegezondene maat. De kogels waarvan uwEd: mij zeder ook een maat gezonden heeft zijn agt tien ponders, en dus net van pas voor de twee kanons, die ik thans zende, en wijl uwEd: daar van een groote meenigte heeft, zoo hebbe ik geene kogels gezonden, want, dat zoude maar onnoodige moeiten geweest zijn. Ik zende de kanons en mortier naar kranganoor met last aan het opperhoofd aldaar om ze aan uw Ed: volk tegen een schriftelijk bewijs over „te geeven gelieft, dus dezelven van daar te laaten afhaalen, Hoe zwaar de, kan ons zijn kan ik niet net opgeeven doch ze wegen omtrend vijfduizend vier honderd pond, de Mortier weegt drie honderd agt en zeeventig pond en kost met de stoel en laad gereedschap vierhonderd ses en vijftig en een halve ropij- het kostende van de kanons hebbe ik uwEd: reets bedeeld zijnde 1173. ropijen waarvan thans afgaan 92 5/6 rop: voor de kogels, die niet gezonden worden, om dat uwEd daar overvloed van heeft. — wil uwEd niet te min ook van onze kogels gediend zijn, zoo N„o 19. zoo zal ik dezelven op uw nader schrijven ten eersten naar kranganoor zenden Ik zal volgens uwen raad aan den Heer Nabab schrijven, doch verzoek uwEd: niet te min, om volgens de mij gedaane belofte ook vooraf aan zijn Hoogheid te schrijven, en van hoogst dezelve qualifikaatsie te verzoeken om de verschillen over Pettua en het zandigland met mij aftedoen, de Heer Nabab en de Hollandsche kompanie heb„ „ben thans eenerlij belang, het welk is, om de Engelschen te onder te brengen wij die„ „nen dus de verschillen bij te leggen, die daar„ „aan hinderlijk zijn Ik blyve altyd bereid uwEd te dienen, die god lange Jaaren bewaare /:onderstond:/ uwEd:e ootmoedige Dienaar /:was geteekend/ I: G: van Angelbeek /:inmarsine:/ koetsiem den 21. december 1781. — Akkordeerd Adriaan Poowlies Eg klork Duplicaat

NL-HaNA_1.04.02_10314_0107 view scan ↗

English

Sir Johan Gerhard van Angelbeek Governor of Cochim I have received Your Right Honourable letter of the 21st of this month, and observed in it everything Your Right Honourable was pleased to say, and I have immediately put into execution what Your Right Honourable requested of me concerning the writing to my sovereign the Lord Nabab. I thank Your Right Honourable very kindly for sending the 2 cannons and a mortar, and pursuant to Your Right Honourable's advice I have already sent the necessary orders to go and fetch the same at Cranganoor from the Chief there, being the place Your Right Honourable mentioned to me in his letter; now I desire to know from Your Right Honourable in what manner the payment of these costs could be made, whether Your Right Honourable would be pleased to have it in pepper, I shall deliver it to whatever place Your Right Honourable pleases to have it across the river up to its limits, not only for that money but for as much as Your Right Honourable shall be pleased to have, or if it please Your Right Honourable that I shall send money, I shall do so, or if Your Right Honourable would consent that I hand it over to Isaak Surion, or to someone else, I shall do so. In these days I have played a trick on the English, who had set fire to a mine that I had made, and then nearly half of the fort of Maijlon collapsed, where they lost three cannons and a mortar, and everything that was inside took to flight, and on my side about forty men were killed, and had I wished to take Tallicherij, I would have become master of it long ago, but I have no order from my sovereign to advance, and I cannot understand why those English cause so many people to be killed without any reason everywhere. The persons whom I am sending to collect the cannons and mortars are named Wencanaijk heijden, and a Moor Markar; please send orders, Your Right Honourable, so that upon the arrival of those men they suffer no delay; the remaining particulars I shall send Your Right Honourable later, for this is dispatched in haste in order to bring the cannons and mortar as soon as possible. In the letter that Your Right Honourable writes to my sovereign the Lord Nabab, please mention that Your Right Honourable has received a letter from me, requesting two cannons and a mortar, which Your Right Honourable would remit at once, as well as everything that I needed, and therefore came to request, and this without any delay, and after that please speak, Your Right Honourable, about Examined J A Eversdijck about the lands that Your Right Honourable has proposed to me, for I know that it means nothing to my sovereign, and I also write with great emphasis, and from the effect thereof Your Right Honourable will be convinced of my affection, and please send that letter hither, Your Right Honourable, so that I may forward it immediately and deliver it with speed. Your Right Honourable will shortly obtain notice from my neighbor of the terms in which they find themselves, and that they will regret meddling in everything, and I shall write further to Your Right Honourable shortly. I remain in everything at the service of Your Right Honourable, whom may God preserve for long years. Below was written: Your Right Honourable's humble servant was signed Sardar kan. In the margin: In the camp the 27th of December 1781. Agreed Adriaan Pootliet Clerk Duplicate No. 20. Sir Johan Gerhard van Angelbeek Governor at Cochim I am obliged, in consideration of our good friendship, to communicate to Your Right Honourable that in these days a fleet of 15 sibares, two battalions, and Bombay cavalry have arrived at Tullicherij, and it is said that they have come to transport the goods of Tallicheri over to Bombay, and I believe it, for in these days about 300 Naijros have deserted from Tallicheri and gone to the forest near Concadana Coenjenaijro, and now run like jackals in the wilderness, without a fixed house or dwelling place, out of fear that they would be detained or surrounded. I find no difficulty in this, nor regarding the two sloops and two galvets of the English that are cruising at sea. I have obtained notice that Your Right Honourable is beginning to withdraw from the fort of Cranganoor; I do not believe that such would happen, but I inform Your Right Honourable that if Your Right Honourable should need anything by way of relief, Your Right Honourable can always let me know what you need, for thereto is ever prepared and ready, Sir and Friend, Ramagerij Ramageri, chwakatto, Chettua, Pananij, Bardankan, Bagie Ibram allij kan, and Bogie Jansin Chek, with more than 400 cavalry, some sepoys with muskets besides other native peoples, such as Nairos, Moors, and various others, in addition to another commander with 2500 men named Seyde Abdulkadar, all of whom are there to protect those lands, as well as all the shores, with orders to march at the slightest advice from Your Right Honourable to the place that Your Right Honourable desires and determines, for Your Right Honourable please know that I am not fearful, and will send as many men as Your Right Honourable wishes to have. Your Right Honourable must not think that I have not taken Tallicheri through lack of men, but it is because I do not wish to advance, because I have no order for it from my sovereign, but it seems to me that in these days I shall approach Tallicherij if it pleases God, for nothing can be done outside the determined time, and the people of Tallicheri are very distressed, and cannot get out or in there; so much gunpowder, lead, provisions, and money have been spent there without any advantage; were it another land that gave advantages, it would be another matter; I assume that Your Right Honourable will shortly obtain notice that they have abandoned the place, and it may be that these vessels have come

Dutch transcription

Mijn Heer Johan Gerhard van Angelbeek gouverneur van Cochim Ik heb uwel Ed: agtb: brief van den 21: dezer ont„ fangen, en daar bij b'oogt alles wat uw wel Ed: agtb: gelieve te zeggen, en ten Eersten heb ik ter Executie gelegt was uwel Edele Agtb: mij verzogt heeft belan„ „gende het schrijven aan mijn souverain d' Heer Nabab. - Ik bedanke uwel Ed: agtb seer vriendelijk voor het senden van de 2: Canons, en een mortier, en Ingevolge uwel Ed: agtb: advis heb ik reets de noodige ordres gesonden, om deselve op Cranga„ „noor te gaan soeken bij het Opperhoofd aldaar, zijnde de plaats die uwelEd Agtb mij vermelt heeft bij sijn brief; nu begeere ik van uw wel Ed: agtb: te weeten op wat wijse de voldoening van dies kostende zoude konnen geschieden soo uwel Ed agtb: die aan peper Gelieve te hebben, zal ik ze besorgen ter wat plaatse die uw wel Ed: Agtb: gelieven te hebben over revier tot aan zijne limieten niet alleen voor dat geld maar voor zoo veel als uwel Ed: Agtb: zal gelieve te hebben of behaagde het uwel Ed: agtb dat ik geld zenden zal, zal ik zulx doen, off wilde uweld agtb: Consenteeren. dat ik aan Isaak Surion zal overhandigen, of aan iemand anders, zal ik zulx doen. In deze dagen heb ik een stukje aan de Engel„ „sen „sen gepleegt die een meijn hadden in de brand gestooken die ik gemaakt had, in toen is er bij na de helfte van het fort van Maijlon ingestort, alwaar zij verlooren hadden drie Canons, in een morteer„ in alles wat daar in was, nam de vlugt, en van mijn kant zijn er omtrent veertig koppen gebleeven en had ik Tallicherij willen weg nemen zoude ik als. lang daar meester van geworden zijn, maar ik heb geen ordre van mijn souverain om te avanceeren, en ik kan niet begrijpen waarom dat die Engel „sen soo veel menschen laten om het leeven, brengen sonder eenig fondament op alle plaatsen. De persoonen, die ik sende om de canons en mor„ „tieren afbehalen zijn genaamt Wencanaijk heijden, en een moor Markar uwel Ed: agtb: gelieve ordre tesenden, om met de aankomst van die men „schen geen tardance telaten wedervaaren de over„ „ge notitien zal ik uwel Ed: agtb: nader senden, want dese werd met haast gerigt ten eijnde de Canons en mortier ten eersten te brenge bij de brief die Uwel Ed: agtb: aan mijn souverain de heer Nabab schrijft, gelieve te melden dat uwel Ed: Agtb: een brief van mij ontfangen heeft, versoekende om twee Canons en een mortier, de welke uwel Ed: agtb: ten eersten remitteeren zoude maar ook alles wat ik benodigt was, en daarom quam te versoeken, ende sulx sonder eenige tardan„ ce, En daar na gelieer uwel Ed: Agtb: te spreeken over Nagezien J A Eversdijck over de Landen, die uwel Ed: agtb: mij voorgehouden heeft, want ik weet, dat er voor mijn souverain niets van beduijden is, en Jk schrijve ook met veel nadruk en uyt het Effect van dien zal uwel Ed: agtb: over„ „tuigt zijn van mijn Genegenth=d, en die brief gelieve uwel Ed Agtb herw=ts besenden, op dat ik ten eersten voort porten mag en hub actto: bezorgen uwelEd agtb zal van mijn buurman in het Kort notitie bekomen de termen waer in zij zig bevinden, en dat het haar zal spijlen zig te mesleeren in alles, en ik zal uwel Ed: binnen korten nader schrijven. blijve in alles wat van uwelEd: agtb dienst is die god bew: lange Iaren - /onderstond/ UwelEd agtb oot„ moedigen Dienaar was get/ Sardar kan /in mar gine/ In het Ramp den 27. xber 1781: Akkordeerd Adriaan Pootliet Ryklirk Duplicaat No: 20. Mijn Heer Johan Gerhard van Angelbeek Gouverneur te Cochim Ik ben verpligt uit aanmerking van onze goede vriendsz uweldoagtb te Communiceeren dat in dezer dagen op Tullicherij zijn aangekomen een vloot van 15. Sibares, twee battelons en Bombaij goeval, en men zegt dat zij gekomen zijn, om de goe„ „deren van Tallicheri over te transporteeren na Bombaij, en ik geloove het, want in deser dagen zijn van Tallicheri weggeloopen omtrent 300. Naijros, en naar het bos bij Concadana Coenje naijro gegaan, en loopen nu als Jakhalsen in de wildernisse, sonder een vaste huis of verblijft „plaats, uijt vreese dat zij zouden worden aange„ „houden of omcingelt, Jk vinde hier in geen swa„ „righeid nog omtrent de twee Chialoupen, en twee galvets van de Engelsen die op zee kruijsen Jk heb notitie bekomen dat uwelEd: agtb: het fort van Cranganoor begint Jntetrecken ik ge„ „loove niet, dat zulx geschieden zoude, maar ik adverteere. uwelEd agtb: dat indien uwelEd. agtb: iets mogte noodig hebben aan secours, kan uwEd agtb: mij altijd laten weeten, wat denselven van nooden heeft want daar toe is steeds bereid, en klaar, Mijne Heer, en Vriend Ramagerij s Ramageri, chwakatto, Chettua, Pananij Bardankan, Bagie Ibram allij kan, en Bogie Jansin Chek, met meer dan 400, Rui„ „ters, eenige sippaijs met geweiren behalven andere lands volkeren, als nairos, mooren, en meer an„ „dere, buiten nog een Hoofd met 2500 man ge„ „naamt seijde abdulkadar, welke alle daar zijn om die landen te bewaren, als ook alle de stran„ „den, met last om op het minst advis van uwelis agtb: te marcheeren naar de plaats die uweled agtb begeert, en determineert, want uwelEd: agtb gelieve te weeten dat ik niet bedugt ben, en zal zoo veel volk senden als uwelEd: agtb: hebben wil, uweled: agtb moet niet denken, dat ik Tallicheri niet genomen heb, door gebrek aan volk, maar het is om dat ik niet avanceeren wil, om dat ik daar toe geen ordre van mijn souverain heb, maar mij dunkt dat ik in deser dagen bij Tallicherij zal naderen als het god behaagt want niets kan gedaan worden buiten de gedetermineerde tijd, en het volk van Talli„ „cheri is seer benauwt, en kan daar niet uit, of in, men heeft daar zoo veel kruid, lood, vivres, en geld gespandeert sonder eenig voordeel, was het een ander Land daar voordeelen gaff, was het wat anders, ik onderstelle dat uwelEd: agtb: binnen kor„ „ten notitie bekomen zal dat ze deplaats verlaaten heb„ „ben, en het kan zijn dat dese vaartuigen gekomen zijn

NL-HaNA_1.04.02_10314_0113 view scan ↗

English

are for their transport. It is true that I do not believe the report from Kranganoor, for there are no foundations for it, but one cannot stop the mouths of the informants, and I share everything with your Right Honorable as my friend. I have sent Wanea Naijk and the Moor Markar to the chief of Kranganoor to receive the two cannons and a mortar, and to execute a receipt as your Right Honorable wrote to me in the letter of December 21 past. If your Right Honorable receives any news from Europe or other places, please share it with me, and I shall do the same. I wish your Right Honorable good health, and request that you honor me with your orders, whose person may God preserve. Was signed: Your Right Honorable's humble servant etc., Sardar Khan. In the margin: In the Camp, 3 January 1782. P.S. I have had those Nairos searched for, and daily 10 to 12 heads are brought in. Our sovereign is at war with no one else but the English alone, and that will soon come to an end; and as regards the Nairos and the others who have been against our sovereign and against us, they will be punished by God; the Nairos will perish of their own accord, No. 21 perish, who have assisted the English at Tallicheri; there are no more Nairos at Tallicherij, and if there should be any, they will perish of their own accord. Agrees: Adriaan Boor Bootliet First Clerk Duplicate Checked D. Versdijck Ceilon To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Mr. Iman Willem Falck, Ordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Island of Ceilon and the Coast of Madure, etc., etc. Kolombo. Right Honorable, Highly Esteemed Lord: Now I have the opportunity to write with greater confidence. Since my last letter, of the 19th of the past month of August, of which the duplicate is enclosed herewith, I have had an oral interview with the agent of the Prince of Trevankoor, who has his permanent residence here, in which he wished to make me believe that his master in his heart bore more affection toward us than toward the English, but was forced by circumstances to dissemble it. I do not know whether he spoke of his own accord or by higher command, but I persist in my opinion that we cannot trust him, and would have nothing good to expect from him in case we were besieged by the English, but rather that he would, if not openly at least secretly, grant assistance to our enemies. This makes me somewhat embarrassed regarding the treaty which I am seeking to conclude with the Nabab Haider Alichan, for the true and permanent interest of our Company nevertheless continues to require that Trevankoor be preserved and maintained against the aggression of Haider Alichan; but how shall I manage this, now that the King himself shows himself not only indifferent, but even averse to it, instead of cooperating in it! This has moved me to make another attempt with His Highness by a letter, the Dutch draft of which is enclosed herewith, to which I still await the reply. This makes me wish to be strengthened by your Right Honorable with good advice on how best to handle this matter, should the Prince of Trevankoor persist in his indifference; and I would consider myself doubly obliged if your Right Honorable would also be pleased to extend your counsel to the main contents of that treaty, since I learn that there and at Nagapatnam a convention has already been concluded with Haeder, and I would not gladly depart from the plan that was laid as a foundation there, although I think that, as far as the main point is concerned, I will not differ much from your Right Honorable in this opinion of mine: that we should not engage and bind ourselves with Haider Alichan any more closely or further than is necessary for the present to secure ourselves against an enemy who is considerably more dangerous to our interests than He himself has been or can ever become to us. I have already informed your Right Honorable by my private letters that, in order to be able to assist Ceilon with sipahis in case of need, we had arranged our recruitments much more extensively; we could now already spare two good companies and send them over together with the Ceilonese auxiliary troops. I therefore await your Right Honorable's approval in this regard. If Ceilon cannot send any ships to collect these troops, my hope remains fixed on the French warships, which now ought finally to come from the islands, and, given the proximity of the bad monsoon on the Coromandel coast, will in all probability continue cruising off this coast and Ceilon before that time, and when they touch here, will not refuse to take those troops along to Kolombo. If I could also send rice over with the transport ships belonging to their fleet, it would be a double convenience; possibly the fleet itself also needs rice, and the Admiral will then consent to our request all the sooner if he is accommodated by us in this; at least I will reckon on this as well. However, as this is very uncertain, I will not rely solely on it, but have already had letters written to Goa to

Dutch transcription

zijn tot hun transport, Het is waar, dat ik de notitie van kranganoor niet en geloof, want daar zijn geen fondementen, maar men kan de mond niet stoppen van de notitianten, en ik make uweled agtb. alles deelagtig als mijn vriend. Ik heb wanea naijk en den moormarkar naar het opperhoofd van kranganoor gezonden, om de twee kanons en een mortier te ontfangen, en een bewijs te pas„ „seeren zoo als uwel Ed agtb: mij gesz heeft bij de brief van den 21. xber: pass=o als uwel Ed agtb: eenig nieuws uijt Europa of andere plaatsen krijgt, gelieve mij te bedeelen, en Jk zal het selve ook doen, Ik wensche uwel Ed. agtb: gesondheid, en versoeke mij met desselfs ordres tevereeren wiens perzoon god bew: w: /:onderstond:/ uwel Ed agtb ootmoedigen dienaar e v:a /:was get:k:/ Sardarkan /: in be margine:/ Jn het Kamp 3 Jan: 1782. P: S: Jk heb die nairos laten opsoeken. en men brengt dagelijx 10. à 12. kop„ „pen onse souverain heeft tegens nie„ „mand anders den Oorlog als tegens de Engelsen alleen en die zal haast een einde nemen, en wat belangt de naijros, en de andere die tegens onse souverain zijn geweest en tegens ons, zij zullen van godgestraft worden; de naijros zullen van zig selfs vergaan No„ 21 vergaan, die de Engelsen op Tallicheri hebben g'assisteert; daar zijn op Tallicherij geen naij„ „ros meer, en zoo daar eenige mogte wezen, die zul„ Akkordeert Adri aan Boor Bootliet Eyklerk Duplicaat Nagezien „len van sig selfs vergaan. D „ Vversdijck Ceilon Aan den Weledelen Groot achtbaaren Heer M. r Iman Willem Falck Raad ordinair van Nederlands Jndia mitsgaders Goeverneur en Direkteur van het Eiland Ceilon en de kuste r Madure &. H Kolombo. Weledele Groot achtbaare Heer: Thans hebbe ik geleegenheid, om met meer vertrouwen te kunnen schrijven. — zeder mijn laasten, van den 19. e der Jongst verweekene maand August, waarvan het dubbel hiernevens, hebbe ik met den zaak bezorger van den vorst van Trevan„ koor, die hier zijn vast verblijf houdt een mond ge„ „sprek gehad waaren hij wij wilde doen gelooven dat zyn Meester in zijn hart ons meer geneegen„ heid toedroeg dan den Engelschen, doch door de omstandigheeden genoodzaakt wierd, dezelve te ontveinzen, jk weet niet, of hij uit zich zelve dan wel op hooger last, gesprooken heeft, doch volharde in mijn gevoelen, dat wij hem niet ver„ trouwen kunnen, en van hem niets goeds zouden te wachten hebben, in val wij door d' Engelschen beleegerd wierden, maar dat wij veel meer onzen vijanden te vijanden, zoo al niet opentlijk ten minsten heunlijk, onderstand verleenen zoude. Dit maakt mij wat verleegen nopens het verdrag, het welk ik met den Nabab Haider Alichan zoeke te sluiten, want het waare en bestendige belang van onze komp. e blijft doch wel vorderen, dat Trevankoor voor de over„ „weldiging van waider Alichan bewaard en be„ houden worde, doch hoe zal ik dit aanleggen, nu de koning zelve zich daar omtrend niet slechts onverschillig, maar zelfs afkeerig toond in stee„ „de van daartoe mede te werken! Dit heef mij bewoogen om bij zijn Hoogheid noch een nader tentamen te doen bij een brief, waarvan het nederduitsch opstel hiernevens legt, waar op ik noch het antwoord te gemoed zie. dit doed mij wenschen, om van uw wel edele groot achtb: gesterkt te worden met goeden raad, hoe dit stuk best te behandelen, indien de vorst van Trevankoor bij zijne onverschilligheid volharden mogt. en ik zoude mij dubbeld verplicht achten indien uwe weledele groot achtb: zijne raadgeeving ook gelief„ „de te extendeeren tot den hoofd inhoud om dat Trak„ „taat, door dien ik verneeme dat ginter en te Na„ „gapatnam reets eene konventsie met Haeder ge„ slooten is en ik mij van het plan hetwelk daar bij tot een grondslag gelegt is, niet gaarne wil„ „de verwijderen, hoewel ik denke dat ik, zoo veel de hoofdzaak aangaat, niet veel van uw wel edele Groot achtb: zal verschillen in dit mijn gevoelen: dat wij ons met vaider alichan niet nader of verder dienen in te laaten en te verbinden, dan als als voor het teegenwoordige noodig is, om ons te be„ „veiligen tegen eenen vijand, die voor onze belangen vrij gevaarlijker is, dan Hij zelve ons geweest is, of oit kan worden. Jk hebbe reets bij mijne partikuliere brieven aan uwe weledele Groot achtb: kennis gegeven, dat wij om Ceilon des noods met sipahis te kunnen bijspringen onze wervingen zoo veel ruimer hadden aangelegd, wij zouden thans reets twee goede kompanien kunnen missen, en te gelijk met de Ceilonsche hulptroepen overzenden, ik verwachte derhalven dien aangaande het goedvinden van uwe welEdele groot achtb: jndien Ceilon geene schepen zenden kan om deze troupen aftehaalen: zoo blijft mijne hoop gevestigd, op de fransche Oorlogs scheepen, die nu doch wel eindelijk eens van de eilanden dienen te koomen, en, mits de nabijheid der quaade Mous„ „son op kormandel, voor dien tijd, naar alle waarschijnlijkheid, onder deze kust en Ceilon zullen blijven kruissen, en als ze hier aangieren, niet zullen weigeren, om die troupen naar kolombo mede teneemen. kost ik met de transport schepen tot hunne vloot gehoorende ook rijs over¬ „zenden, het zoude een dubbeld gerief zijn, mogelijk heeft de vloot zelve ook rijs noodig, en zal de Admiraal dan te eerder in ons verzoek bewil¬ ligen, als Hij hierdoor ons geriefd word, althans hierop zal ik mede Sijferen. - Doch ik zal het hierop, als zeer onzeeker zijnde, niet laaten aankoomen, maar hebbe reets naar goa laaten schrij„ van

NL-HaNA_1.04.02_10314_0118 view scan ↗

English

given to the most substantial merchants who have their own vessels, to go to kolombo with rice on their own account, or if this does not please them, to come here with passes from their Nation made out for Kormandel and take rice for kolombo on freight. By previous letters from me and the Council, we answered Your Right Honorable Worship's request to give notice of the breach of peace to the Ministers at soeratte, that we could not comply with it, because the roads thither were closed; I now have the pleasure to inform Your Right Honorable Worship that I have recently received a note from the Director there, by express runners overland, dated 27. May, whereby his honor informs me that the news of the breach of peace was already received at Bombas, but was still kept secret by the secret Committee, so that the said Ministers are prepared for the blow that is about to be dealt them. Why this war is kept secret at Bombas the Honorable Mr. van de Graaff does not write, but as the English army, shortly before the receipt of this news, had returned from an expedition against the Marattas which turned out very unfavorably for the English; I suppose most likely that they are trying to make peace with the Maratters, and foresee that the news of the war with us will make this Nation unmanageable. However it may be, this reticence has had the result that the second of Tellitseri, Michael Firth, Senior Merchant, Examined A Verdijck Merchant, recently came here with two sibaars to buy provisions and other things, who was therefore detained as a prisoner of war. The vessels with their equipment having been sold and the money and goods of the English Company seized, but regarding the goods belonging to the said Firth and other private individuals, the Council has resolved to let the Owners retain them. I have the honor to be with all high esteem. was below: Right Honorable Sir, Your Right Honorable Worship's Very obedient Servant. was signed: J. G. van Angelbeek. in the margin: koetsiem the 4. September 1781. Agreed. Eykloek Adriaan Bootlirt No No 22. Duplicate secret To the Honorable Sir Koetsiem Johan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's trade and establishment on the coast of Mallabaar Honorable, Firm, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet Sir, The thoughts which Your Honor pleased to communicate in secret correspondence of the 4. of this month concerning Haider Alichan and the King of trevankoor, are completely in agreement with mine, except in this one circumstance, that I consider the latter well-disposed to us, if he dared to declare himself without fear for the outcome: but this he will not dare to do, until he sees our naval and land forces prosper; and therefore one will now, as Your Honor actually does, have to keep an eye on him with circumspection. The treaty concluded at Nagapatnam with the Nabob Haider will already have been communicated to Your Honor by Mr. Mekern. Although some terms require further explanation, this is however clearly expressed, that that the mutually promised assistance shall only serve against the English, and shall cease with the war. Thus what was stipulated concerns no other power, and Your Honor can therefore, proceeding on the same footing, conclude with the army commander of the Nabob without naming anyone else than the common Enemy and those who side with him. It is very improbable that the war will last long, and when it ends, one will perhaps have to change measures entirely. I do not believe that the person with whom Your Honor must negotiate on the Nabob's behalf will have comprehensive full powers. It is not the custom of his master to trust so much to others. They will probably only ask for help to capture Tellisjeri, and promise help against the English, if they were to besiege koetsiem. It seems to me we could, in this temporary alliance, content ourselves with that, meanwhile pressing the king of Trevankoor so hard that he offered no assistance against us, if affairs changed a little to our advantage and he (as I suppose) could show more of his inclination towards us; then Your Honor might well persuade him to take the cannon of Ansjengo into custody until after the ended war, if we ourselves in the meantime had no opportunity to make ourselves Master of it. As soon as Your Honor finds an opportunity to dispatch the Sipahis, I shall receive them with thanks, as well as the rice. The French fleet, when it touches at koetsiem, will of itself be too encumbered to take anything along. I think, however, that it will not refuse the convoy, and then we shall certainly send ships from here. Your correspondence with those of Goa is however the surest way, if only they do not delay too long, after having made a promise. Our Commissioners have reported from the army of the Nabob that the Nabob and the French had news of the French Fleet lying ready at Mauricius, which only had to wait for the Dutch warships. Might this news not have been spread out of embarrassment over its long absence! Their lack of the most necessary ship supplies was great, according to my latest news: but as a consignment from France to the islands will certainly have been made in the beginning of this Year

Dutch transcription

„ven aan de vermogenste kooplieden, die eigene vaar„ tuigen hebben, om met rijs voor eigene reekening naar kolombo te gaan, of als hun dit niet aan„ staat, met passen van hunne Naatsie naar Kor¬ mandel luidende hier te koomen en rijs voor kolombo op vracht teneemen. Bij voorige brieven van mij en den Raad hebben wij op uwer weledele Groot achtb: verzoek, om aan de Menisters te soeratte van de vreede breuk kennis te geeven geant„ „woord, dat wij daar aan niet kosten voldoen, door dien de wegen daar na toe geslooten waaren; thans hebbe ik het genoegen, uw weledele Groot achtb: te bedeelen, dat ik dee„ „zer dagen van den Heer Direkteur aldaar een briefje ontvangen hebbe, met expresse loopers over land, van den 27. Mai, waarbij zijn weledele gestr mij bedeeld, dat de tijding van de vreedebreuk reets te Bombas ontvangen was, doch door het geheim Com„ mitté noch sekreet gehouden wierd, zoo dat gem: Ministers voor bereidt zijn op den slag die hun staat toegebragt te worden. waarom men deezen oorlog te Bombas geheem houdt schrijft d' Edele Heer van de Graaff niet, doch wijl het Engelsche leger, kort voor den ontvangst dezer tijding, te rug gekoomen was van eene expedietsie, tegen de Maratten die voor de Engelschen zeer onge„ lukkig is uitgevallen; zoo stelle ik voor 't naas„ „te dat zij trachten, met de Maratters vreede te maaken, en voorzien, dat de tijding van den oorlog met ons deeze Naatsie onhandelbaar zal maaken. Hoe het zijn deeze achterhou¬ dentheid heeft tot een gevolg gehad, dat de sekunde van Tellitseri, Michael Firth, Senior Marchand Nagezien A „ Verdijck Marchend, deezer dagen met twee sibaars hier gekoomen is, om verversing en andere dingen intekoopen, die dus als krijgsgevangen aan gehouden is. zijnde de vaartuigen met hun toebehooren verkocht en 't geld en goed van de Engelsche omp. e aangeslaagen, doch nopens de goedertjes aan gemelden Firth en andere partikulieren toebehoorende heeft de Raad verstaan dezelve aan de Eijge„ „naars te laaten behouden. — Jk hebbe de eere met alle hoog achting te zijn. /:onderstond:/ Weledele Groot achtbaare Heer Uwer weledele Groot achtbaaren zeer gehoorzaame Dienaar. /:was getekend:/ „J. G. van Angelbeek. /:in margine:/ koetsiem den 4. September 1781. Akkordeerd. Eykloek Adriaan Bootlirt No N„o 22. Dupolicaat sekreet Aan den E Heer Koetsiem Johan Gerard van Angelbeek kommandeur over 's komp:s handel en ommeslag ter kuste Mallabaar E. E. Erntfeste, Manhafte Wijze, voorzienige, zeer Diskreete De gedachten die UwEd: bij sekreeten van den 4. deezer omtrent Haider Alichan en den Koning van trevankoor gelieft mede te deelen, zijn volkomen met de mijne overeenkomstig, be„ „halven in deeze eene omstandigheid, dat ik den laatste ons toegeneegen, acht, zoo hij zich buiten vrees voor de uitkomst durfde ver„ „klaaren: maar dit zal hij niet durven doen, voor dat hij onze zee en landmacht voor„ „spoedig zie; en daarom zal men hem tans, zoo als UwEd: werklijk doet, met omzichtig„ „heid moeten in 't oog houden. — Het traktaat, te Nagapatnam met den Nabab Haider geslooten, zal UW Ed: door den Heer Mekern reeds mede gedeeld zijn. schoon som„ „mige bedingpunten nader uitlegging noodig hebben, is dit echter duidelijk uitgedrukt, dat dat de onderling beloofde bijstand alleen tegen de Engelschen moet dienen, en ophouden zal met den oorlog. Dus betreft het bedongene geen andere mogendheid, en Uw Ed: kan derhalven op den zelfden voet te werk gaande, met het legerhoofd van den Nabab sluiten zonder iemand anders te noemen, dan den gemeenen Vijand en de geenen welken „ met hem houden„ Het is zeer onwaarschijnlijk, dat den oorlog lang duuren zal, en wanneer dit eindigt, zal men misschien geheel van maatregelen moeten ver„ „anderen. Ik geloof niet, dat de gene waarmede UwEd van s' Nababs wegen handelen moet, om „standige volmacht zal hebben. Het is de ge„ „woonte van zijnen meester niet zoo veel aan anderen te vertrouwen. Men zal waarschijnlyk alleen hulp vraagen tot vermeestering van Tel„ „lisjeri, en hulp belooven tegen de Engelschen, indien zij koetsiem kwamen te belegeren. Mij ducnkt, wij konden ons, bij deeze kortstondige verbintenis, daarmede te vreede houden, den koning van Trevankoor inmiddels het vuur zoo naa aan de scheenen leggende, dat hij geen bijstand boodt tegen ons, als de zaaken een weinig ten onzen voordeele veranderden en hij (zoo als ik onderstel) zijn neiging voor ons meerder konden laaten blijken; dan mogt mogt uwEd: hem wel overhaalen om het kanon van Ansjengo in bewaaring te neemen tot na ge„ eindigden oorlog, zoo wij zelven inmiddels geen gelegenheid hadden om er ons van Meester te maaken. — zoodra Uwd: gelegenheid vind om de Sipahis aftezenden, zal ik ze met dank ontvangen, zoo wel als de rijst. De Fransche vloot, wan, „neer die koetsiemaandoet, zal van haar eigen te veel belemmend weezen om iets mede te neemen. Ik denk echter, dat zij het konvoi niet weigeren zal, en dan zullen wij wel schepen van hier zenden. Uwe briefwesseling met die van Goa is echter de zekenste weg, zoo zij maar niet te langdraalen, na gedaane belofte. Onze Gekommitteerden hebben uit het leger van den Nabab bedeeld, dat Nabab en Franschen „tijding hadden, van het gereedleggen den Franschen Vloot op Mauricius, die alleen wachten moest na de Hollandsche oorlogs „schepen. zoude deeze tijding niet uit ver„ „legenheid over haar lang uitblijven uitge„ „stroid zijn ! Hun gebrek aan de allernoo„ „digste scheeps behoeften was groot, volgens mijne laaste tijding: doch wijl men uit Frankrijk voorzeker een bezending; in 't begin van dit Jaar, na de eilanden zal gedaan

NL-HaNA_1.04.02_10314_0126 view scan ↗

English

No 23. Duplicate Examined should have landed already in July, and one must thus hear of this fleet somewhere any day now, if they are arriving alone. I have the honor to be with all high esteem, below stood: Honorable, Valiant, Wise, Prudent, very Discreet, Your Honor's servant, was signed: Im. Will. Falck. In the margin: Kolombo, the 27th of September 1781. Agrees. Adriaan Roosvlicht Eyckloek J H verdijck Draft letter written by the Right Honorable Commander Johan Gerard van Angelbeek to the King of Trevankoor on the 19th of January 1782. Rumors have been circulating here for some time that troops of the English or the Nabab Mahmed Alichan will march from Palleamkattoe and Ternevellij through the country of Your Highness to the north; and although I do not wish to believe that Your Highness will allow this, because such would be contrary to neutrality and to the express promise of Your Highness, I am nevertheless obliged to confer with Your Highness on this matter, since these rumors grow larger daily and are almost universal, the very places where the troops will pass even being named. I therefore request Your Highness, for the preservation of friendship, to reassure me in this regard by your high answer, for if Your Highness were to grant passage through your land to any troops of Mahmed Alichan or the English as long as we are at war with them, or even were to allow it as if forced, under whatever pretext it might be, even were it under the promise that this would not be directed against our Company, such would be regarded by our Company as an act of partisanship, whereby Your Highness would break the friendship which he is obliged to maintain with us according to the treaties. May God preserve Your Highness. Below stood: Thus translated by me into Malayalam. Cochim, date as above. Was signed: S. Van Tongeren. Adriaan Roosvlicht Agrees. Examined J H: verdijck Eyckloek Duplicate No 24. Translation of an ola written by the King of Koetsien to the Right Honorable Commander Johan Gerard van Angelbeek, received on the 21st of January 1782. Your Right Honorable will have already heard that Sardar Chan, who stood with his army before Talliserij, has been attacked by the English and the Nairs of Kottatta, Caddatenado, Kolastrij who were in that vicinity, along with and besides some Moors of Adij Rasia at Kananoor; which attack was of such consequence that the troops of the Nabab suffered great damage, and that Sardar Khan and the other military commanders were made prisoners of war, and further that the English have made themselves masters of the fortresses of Cörretje, Darmapatnam, Mahé and other places that were under the ownership of the Nabab, as Your Right Honorable will have seen by the news sent from here; the commanders of the fort of Kalikoet, named Aromogan and Ramagelij Killedaar, with the cavalry and infantry that were assigned under them, have retired from there and to Duplicate No 25. Draft ola written by the Right Honorable Commander Johan Gerard van Angelbeek to the King of Koetsiem, the 21st of January 1782. I have read the letters of Your Highness and the account regarding the great change that has occurred these days in the north. It is not without reason that Your Highness is apprehensive that the Zamorin, who is now returning to his realm again for a short time, will invade and molest the northern lands of Your Highness; and therefore, upon the first news, I already had Your Highness advised through Anta to have all rice and paddy removed from there as quickly as possible, and I now recommend this once more in further detail, but then Your Highness must not lose a moment's time, for it is likely that the English, who know very well that they have but little time left, will make all possible haste to establish themselves in the Zamorin's territory. Furthermore, I advise Your Highness to address yourself at once to the King of Trevankoor and to request him that he do his best, both with the English and with the Zamorin, to bring it about that the lands of Your Highness are spared by their people in these disputes. There is no doubt that all these disturbances will cease, and the Nabab will again become master of the country as soon as the French and Dutch fleets appear, against which the power of the English cannot stand; but because one cannot possibly know beforehand how long this may still take, and the English, as long as they still have a free hand, will proceed further day by day to capture whatever they can, I advise Your Highness, upon their approach, to take refuge with your high family and best effects to the land of Trevankoor, in order to wait there in safety until matters change for the better again. If Your Highness desires it, I will write a letter about this to the King of Trevankoor at once, so I request Your Highness to inform me of your pleasure on this matter immediately, and to give instructions on how Your Highness desires that I shall write about this. Lastly, I request Your Highness to make all possible haste with the fascines, and furthermore regarding the Battalion of Sepoys, of which until

Dutch transcription

N„o 23. Duplicaat Nagezien gedaan hebben, behoordie die in Iulij reeds aan„ „geland te zijn, en men moet dus deeze sloot eerst„ „daags orgens verneemen, zoo zij alleen dierst komen. — Ik heb de eer met alle hoogachting te zijn /onderstond/ E. E. Erntfeste„ Manhafte Wijze, voorzienige, zeer Diskreete, Uwer Ed: dienaar /was get/ Im: Will: Falck /in margine / Kolombo den 27 September 1781. Akkordeert. - Adriaan Boosvlicht Egkliek D V verdijck Concept brief door den Weledele Agtb: Heer Kommandeur Johan Gerard van Angelbeek aan den Koning van Trevankoor gesch: den 19. Januarij 1782 De geruchten loopen hier zeedert eenigen tijd dat van Palleamkattoe en Ternevellij krijgs„ „volk van de Engelschen of den Nabab Mahmed Alichan door het land van Uwe hoogheid zullen marcheeren naar de noord, en hoe wel ik niet wil gelooven, dat uwe hoogheid dit zal toeslaan, doordien zulks strijden zouden met de neutraliteit, en met de uitdruk„ „kelijke belofte van Uwe hoogheid, zoo ben ik echter verplegt om uwe hoogheid hier over te onderhouden, wijl die geruchten dagelijks grooter worden, en schier algemeen zijn, wordende zelfs de plaatsen genoemd daar de troepen zullen passeeren. Ike verzoeke derhalven uwe hoogh=d tot konser„ „vaatsie van de vriendschap, om mij bij hoog desselfs antwoord hier omtrent gerust te stellen, wand indien uw hoogh=d aan eenig krijgsvolk van Mahmed Alichan of de Engelschen, zoo lange wij met hen in oorlog zijn, den doortocht door uw land vergunde, of zelfs maar als ge„ „dwongen „dwongen toeleet, onder wat voor een pretext het ook zijn mogt, Jaal wat het zelfs onder de belofte, dat dit niet tegen onze kompani zoude strekken, zoo zoude zulks bij onze kompanie aangemerkt worden alseene daad van partijschap, waar door uwe hoogh=d de vriendschap verbreeken zoude die hij verpligt is, volgens de traktaaten met ons te onderhouden. God bew: u hog /onderstond/ zoodanig door mij in het Maltab: overgezet. Cochim dato als boven /was getk S„ V„n Tongeren Adriaan Boowlies Akkordeert. Nagezien J H: verdijck Eykloek Dupolicaat N„o 24. Translaat ola door den ko„ „ning van koetsien geschr: aan den weledelen Achtb: Heer kommandeur Johan Gerard van Angelbeek, ontvan„ „gen den 21. Januarij 1782. UWeledele Achtb: zal reets gehoort hebben dat sardar chan die met zijn leger voor Tallise„ „rij stond g'attakqueerd is geworden, door de En„ „gelsen, en de nairos van kottatta, Caddatenado, kolastrij die zig daar omstreeks bevonden, met ende benevens eenige mooren van Adij Rasia te kananoor, welke attaque is van zoodanig gevolg geweest, dat de Nababse troupes groote schaade geleeden hebben, en dat sardar Khan en de verdere krijgshoofden krijgsgevangen gemaakt zijn, en voorts dat de Engelsen zig meester gemaakt hebben van de fortressen van Cörretje, Darmapatnam, Mahé en andere plaatsen, die onder de eijgendom van den Nabab zijn geweest, gelijk uweledele achtb: zal ge„ „zien hebben, bij de nouvelles van hier gezonden; de hoofden van het fort van Kalikoet, genaamt Aromogan, en Ramagelij killedaar, met de ruiters en voetvolkeren, die onder hun be„ scheiden waren, zijn van daar geretireerd en naar Duplicaat N„o 25. Achtbaaren Heer kommandeur Johan Gerard van Angelbeek Geschreeven aan den koning van Koetsiem, den 21. Januarij 1782. Ronsept ola door den Weledelen Ik hebbe de brieven van uwe Hoogheid en het relaes geleezen, raekende de groote verandering, die dezer daegen om de noord is voorgevallen. Het is niet zonder reeden, dat uw Hoogheid beducht is dat de sammorijn, die nu wederom voor een korten tijd in zijn rijk komt. de noord„ „sche landen van uwe Hoogheid zal invadeeren en molesteeren; en daarom hebbe ik uw hoogh. d reets op de eerste tijding door Anta laeten raaden, om ten spoedigsten alle rijs en nelij van daar te laaten afbrengen, en dit raede ik nu nochmaals nader aan, doch dan moet uw Hoog„ „heid geen ogenblik tijd verzuijmen, want het is denklijk, dat de Engelschen, die zeer wel weeten, dat ze noch maar weinig tijd over hebben, alle mogelijke spoed zullen maaken, om zich in het Samorijnsche vast te zetten.) wijders raad ik uwe Hoogheid, om zich ten eersten aan den koning van Trevankoor te addresseeren en den zelven te verzoeken, dat hij zijn best doe, zoo wel bij de Engelschen als bij den sammorijn, om te bewerken, dat de landen van van uw Hoogheid in deeze stribbelingen door hun volk verschoond blijven. Daar is geen twijffel aan of alle deeze be¬ roerten zullen ophouden, en de Nabab zal weer meester worden van het land, zoo dra de fransche en Hollandsche vlooten opdagen¬ waar teegen de macht der Engelschen niet kan bestaan, doch wijl men onmogelijk voor af kan weeten, hoe lange dit noch kan duuren en de Engelschen, zoo lange zij noch vrije handen hebben, van dag tot dag verder zullen voortgaan om al wat zij kunnen te vermeeste„ ren: zoo raade ik uw Hoogheid op hun „ne aannadering de wijk te neemen met hoog desselfs familie en beste effekten naar het land van Trevankoor, om daar in veilig„ heid afte wachten tot dat de zaaken wederom ten goeden veranderen. Jndien uw Hoogheid het begeerd: zoo zal ik hier over ten eersten een brief aan den koning van Trevankoor schrijven, dus verzoeke ik, mij hierop uw Hoogheid goed vinden ten eersten te bedeelen, en wij daar op te geeven hoedanig uw Hoogheid begeerd dat ik hier over schrijven zal. Laastelijk verzoeke ik uw Hoogheid om alle mogelijke spoed met de faschienen temaeken en wijders om het Battaljon Sipahis, waarvan tot

NL-HaNA_1.04.02_10314_0135 view scan ↗

English

Checked J D Everddijck to assemble at once the roughly three hundred men who have thus far been stationed at Koertje, so that the remaining men may also be drilled. This is an important matter that is of great concern to me. I think that the French fleet must currently already be at Ceilon and will from there immediately seek out and defeat the English fleet, and that the land forces arriving with it will also attempt to join with the Army of Haider or otherwise create a diversion, and that everything will then change for the better once again. As soon as I receive any news regarding this, I will communicate it to Your Highness. God preserve Your Highness. Below was written: Translated as such by me into Malabar. Koetsiem, date as above. Signed: P. van Tongeren. Agreed. Adriaan Poolvliet First Clerk Duplicate No 26. Malabaar To the Honorable, Respected Sir Johan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's interests and affairs, together with the Council Cochim Honorable, Respected Sir and Gentlemen! It will undoubtedly be known to Your Honors that the first signatory, alongside the Junior Merchant Pieter Willem Geeke, was sent by the Coromandel Government in the month of March of this year as commissioners to the Lord Nawab Hazaret Haijder Alij chan Bahadour, in order to learn what His Highness's desires were. We would gladly wish to give a brief report to Your Honors of our experiences and of what we have accomplished here with the Lord Nawab on behalf of the Honorable Company since the declaration of war between Their High Mightinesses the States General and England; but since we are not assured whether this letter of ours will be properly delivered, we do not dare to risk it. We merely consider ourselves obliged, to our bitter regret, to bring to Your Honors' respected notice that Nagapatnam surrendered to the English by capitulation on the 12th of this month, after the trenches before the city had been opened on the 3rd prior. We have not yet obtained any written report of this from anyone, and thus also do not know the contents of the Capitulation, but according to the verbal account of a Malabar who came from there, the garrison was supposedly made prisoners of war and transported to nearby Naoer to be embarked: That the Nawab's auxiliary troops who were in the city had obtained permission to depart without firearms or weapons, with the exception of the commanders, who were said to be under arrest: That the city was not plundered, but everyone was left undisturbed in his possessions, though the two Malabar chief servants of the governor, the Company's merchants, and the principal natives have been arrested because they declared their inability to produce three lakh pagodas that the English demand of them, under the threat that if they remain obstinate, they would be forced to it with sjambok lashes. On the 29th of October last, the Lord Nawab dispatched 1000 cavalry from here under a prominent chief to take over command of his observation army in the principality of Tanjore, with the same to march toward Nagapatnam and relieve the city. The Honorable Geeke followed this relief force on the morning of the 31st before daybreak and caught up with it on the second day, though it seems that they did not hurry much further, despite the strict orders of the Nawab, since the city surrendered to the enemy due to the untimely arrival of that relief. Geeke is expected back here. The second signatory was sent hither by the Governor and Council of Nagapatnam as titular Junior Merchant and Resident on behalf of the Dutch Company to remain residing with the Lord Nawab and to relieve us, and who also arrived in this camp on the 25th of the past month and has already been introduced to His Highness as such. But because news of the siege of Nagapatnam reached here in the meantime, the Nawab refused to give dismissal to the first and third signatories, the latter being the sworn clerk and scribe of the Commission, but detained them until he should see how that siege would turn out. Thus we have remained in his power, without knowing what our fate will be, for if the Dutch fleet does not arrive on this coast next year or together with that of the French, we Checked have reason to fear greatly for some ill-treatment, not to mention any other demands he might make. We have deemed it necessary to inform Your Honors respectfully of this and that, as well as the Right Honorable Governor of Ceylon, Falck, and at the same time urgently request that you assist us as soon as possible with Your Honors' wise counsel as to how we are further to conduct ourselves in these precarious circumstances, further urgently entreating you to dispatch the enclosed letter addressed to the said Honorable Governor of Ceylon thither safely at once. While commending Your Honors and the Company's precious interests to the solely safe keeping of the Almighty, we have the honor to be with all high esteem. Below was written: Honorable Respected Sir and Gentlemen, Your Honors' very humble and obedient servants. Was signed: Joan Daniel Simons, Joh: Joach: Hasz, and Isaak Reinier Simons. In the margin: In the Army of Bahadour, encamped near Arkat, the 26th of November 1781. Agreed. Adriaan Poolvliet First Clerk J. D. Everddijck 1

Dutch transcription

Nagezien J D„ Everddijck tot nu toe maar groote drie honderd man te koert„ „je leggen, ten eersten tezaamen te trekken, op dat het overige volk meede geëxerceerd worde. dit is een voornaam artikel waaraan mij grootelijks geleegen legt. Jk denke dat de Fransche vloot teegen„ woordig al op Ceilon, weezen en van daar ten eersten de Engelsche vloot zal opzoeken, en overwinnen, en dat ook de landmacht, die daarmeede overkomt, zal trachten zich met het Leeger van Haider te vereenigen of anders eene diverste maaken, en dat als dan alles wederom ten goeden verande¬ „ren zal, zoo dra ik eenige tijding dien aangaande krijgen, zal ik dezelve aan uw Hoogheid meede deelen. - God bewaare uw Hoogheid. /:onderstond:/ zoodanig door mij in het Malabaars overgezet. koetsiem dato als boven. (:was getekend) P. van Tongeren. — Akkordeerd. Adriaan Poolrhet lykloek Dupolicaat N„o 26. Malabaar Aan den wel edelen Achtbaaren Heer„ Johan Gerard van Angelbeek, kommandeur over skomp:s belangen en ommeslag nevens den Raad Cochim Weledele achtbaare Heer en Heeren! T zal uweled: achtb: ongetwijffeld bekend weezen dat den eerst geteekende nevens den onderkoopman Pieter Willem Geeke door de kormandelsche Regeering in de maand Maart deezes Jaars als gekommit„ teerdens aan den Heer Nabab Hazaret Haijder Alij chan Bahadour gezonden zijn, om te vernee„ „men wat van zijn Hoogheids begeerte was, wij zouden gaarne aan uw weled: achtb: een kort verslag willen doen van ons wedervaaren en het geen wij zedert de declaratie des oorlogs tusschen Haar Hoogmogende de Heeren Staaten Generaal en Engeland voor DE: Comp: alhier bij den Heer Nabab verrigt hebben; maar dewijl wij niet verzekerd zijn of dit ons schrijvens rigtig zal besteld: worden, zo durven wij het niet wagen; eenelijk achten wij ons tot ons bitter leedweezen verpligt om ter uwer weled: achtb: geëerde ken„ te kennisse te brengen dat Nagapatnam den 12e dezer bij Capitulatie aan de Engelschen overgegaan is, nadat den 3e bevoorens de loopgraven voor de stad waren geopend. wij hebben hier van nog van niemant eenig schriftelijk berigt erlangt, en weeten dus ook den inhoud niet van de Capitulatie, maar volgens mondeling verhaal van een Mala„ „baar die van daar gekoomen is, zou het garni „soen krijgsgevangen gemaakt en naar het bij gelegen Naoer vervoerd weezen om ingescheept te worden: Dat des Nababs hulp troupen die in de stad waren, vrijheid hadden erlangd om zonder geweir of wapen temogen vertrekken, behalven de kommandanten die in aroest zouden zitten: Dat de stad niet beroofd, maar een ider ongestoord in zijne bezitting gebleeven is, dog dat de twee Ma„ „labaarsche hoofd bediendens van den heer gouver„ „neur, 'sComp. s kooplieden en de voornaamste Jn„ „landers gearresteerd zijn, om dat ze hun onver„ „mogen betuigd hadden, om drie Lak pagooden, die de Engelschen van haar vraagen, op te brengen, onder bedreiging dat ze verder halsterrig blij„ „vende door sjambok slagen daar toe gedwongen zouden worden. De Heer Nabab heeft den 29. october p:o van hier 1000. ruijters, onder een voornaam hoofd afge„ „zonden, om het Commando over zijn observations Armée in het vorstendom Tansjour overteneemen, met met dezelve naar Nagapatnam op te trekken en de stad te ontsetten: D' E Geeke is den 31e mor¬ „gens voor dag en dauw dit secours gevolgd en bij het zelve den tweeden dag aangekomen, dog het schijnt dat men verder, ondanks de strikte beveelen van den Nabab, zich niet zeer gehaast heeft, wijl door het niet tijdig opdagen van dat ontzet, de stad aan den vijand overgegaan is. Geeke word hier te rug verwagt Den tweede teekenaar is door den Heer Gouverneur en Raad van Nagapatnam herwaarts gezon„ „den als titulaire onderkoopman en Resident van wegen de Hollandsche Comp: om bij den Heer Nabab te blijven resideeren en ons aftelossen, die ook den 25. der vergange maand in dit leger gearriveerd en ook als zodanig reeds bij zijn Hoogheid geintroduceerd is. Maar vermits intusschen de tijding der beleegering van Nagapatnam alhier ingekoomen is, zoo heeft den Nabab den eersten en derden teeke„ „naars zijnde den laasten geswoore klerk en scriba van de Commissie hun afscheid niet willen geeven, maar hen aangehouden tot dat hij zoude gezien hebben, hoedanig met die belegering zoude afloopen, Dus zijn wij in zijne magt gebleeven, zonder dat wij weeten wat ons lot zal zijn, want komt de Holland, „sche vloot in het aanstaande jaar of met die der franschen niet hier ter kuste, zoo hebben Nagezien hebben wij reedenen om voor eenige mishandeling, ge„ „ swegen nog van eenige andere vorderingen die hij misschien maaken zal, grootelijks te vreezen. van dit een en ander hebben wij nodig geoordeeld uweled: achtb: zoowel, als den Weledelen Groot achtb: heer Ceilons Gouverneur Falck, Eerbiedig kennis„ „se te geeven en teffens instantig te verzoeken om ons zoo spoedig doenlijk met uwel Ed. agtb: wijze Raad te willen bijstaan, hoedanig wij in deeze neetelige omstandigheeden ons verder zullen hebben te gedragen, onder wijdere instantie de inge„ slooten brief aan gem: Edel Heer Ceilons gou„ verneur gerigt, ten eersten sekuur derwaarts voort te schikken. terwijl wij uweledele achtb: en 'skomps dierbaare belangens in de alleen veilige hoede des aller„ hoogsten beveelende, de eere hebben met alle hoog achting te zijn. (:onderstond:) weledele Achtbaare Heer en Heeren UW Weledelen Achtb: zeer nedrige en Gehoorzaame Dienaren. /:was getekend:/ Joan Daniel Simons, Joh: Joach: Hasz, en Jsaak Reinier Simons. /:in margine:/ Jn het Leger van Bahadour, gekampeerd leggende bij Arkat den 26. No¬ vember 1781. Akkordeerd. Adriaan Bootvlirk Egklerk J„ „ Werdijck 1

next →