Inventory 10314
Malabar · 564 pages · 104 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Malabar To the Honorable, Respected Sir Iohan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's interests and establishment, together with the Council at Cochim Honorable Respected Sir and Gentlemen! With respectful notification that the second signatory returned here to the army on the 2nd of this month, after his attempts to throw the relief force brought with him into Nagapatnam were thwarted by the surrender of the city and fortress to the enemy; we let this principally serve to bring to Your Honors' attention the lack of money in which we find ourselves for defraying our expenses. We have made such a reduction in our expenditures as was possible for us, but since we are obliged to follow the army, where everything is equally dear and expensive, we are utterly unable to defray our expenses any longer unless we are assisted from elsewhere. An indirect offer was indeed made to us on behalf on behalf of the Lord Nabob to advance us as much money as we shall require, yet since this expedient might in time have disadvantageous consequences, we preferred to have recourse to Your Honors, as being the nearest to whom we can apply for and on behalf of the Honorable Company; earnestly and kindly requesting Your Honors to please remit to us three thousand star pagodas, or the value thereof, in order to defray the expenses which we, as delegated commissioners of the Coromandel Government, are obliged to incur here; assuming and binding ourselves, as soon as we shall be recalled from here, to render accounts and a report thereof and of our further activities to our superiors. We drew a bill of exchange amounting to 4000 star pagodas on the Governor and Council of Nagapatnam on the 29th of October; however, the city having meanwhile been besieged and subsequently surrendered, it was returned unpresented, whereby we were placed under the obligation to refund the money received, which has caused the predicament that now troubles us. We are informed that at Your Honors' place in the city of Cochim there is a gomashta or factor of the saukar or banker Anandala Chittij, who here Examined in the army also has a boutique or office; through which channel Your Honors, if it pleases you, could remit a bill of exchange for the above-mentioned requested amount. In case Your Honors should deem it fit to place two pairs of pattmars or letter-carriers with us, we will from time to time be able to give Your Honors news of what occurs here and write with greater freedom; praying in the meantime to make use now and then of the mail of the Lord Nabob, to remove all suspicion from His Highness; with further humble petition to cast a favorable reflection on the request of the Resident J. G. Hasz, which we must justify in all respects. While commending Your Honors and the precious interests of the Honorable Company to God's protection, we have the honor to remain with all high esteem, /:was signed below:/ Honorable Respected Sir and Gentlemen! Your Honors' very humble and obedient servants, /:was signed:/ J. D. Simons, P. W. Geeke. /:in the margin:/ In the army of Bahadoor near Arkat, the 5th of December 1781. Agrees Adriaen Bootelit Sworn Clerk J. d. Vversdijck Malabar To the Honorable, Respected Sir Johan Gerard van Angelbeek Commander over the Company's important trade and establishment, together with the Council Cochim Honorable Respected Sir and Gentlemen In the hope that Your Honors will duly receive the letter that I had the honor to write together with Messrs. Joan Daniel Simons and Isaak Reinier Simons under date of 26 November last, and have seen from it that I have been sent here by the Coromandel Government as titular junior merchant and Resident on behalf of the Dutch Company to the Nabob Hazareth Haeder Alichan Bahadoer, I take the humble liberty to address this principally to request Your Honors most humbly to kindly assist me for the payment of my unavoidable expenses here on account of the Honorable Company with one thousand star pagodas. The reason why I take the liberty to make this request to Your Honors is that at my departure from Nagapatnam no more than 750 pagodas could be provided to me from the Company's treasury for my equipment etc., because the great lack of money there did not permit any further provision; which amount I have used not only for that purpose, but also during my journey for the command of sepoys given to me for escort, namely 1 sergeant, 2 corporals, and 24 privates, as well as for my other servants and coolies for their pay and daily batta or subsistence money, and the gentlemen commissioners here, Joan Daniel Simons and Pieter Willem Geeke, have declared to me upon my request that due to their own lack of cash they cannot assist me in further defraying my costs. Then, since because of the conquest of Nagapatnam I know not where else better to address myself than to Your Honors, I hope that Your Honors will favorably grant me this my petition.
Dutch transcription
Mallabaar Aan Den welEdelen Achtbaaren Heer Iohan Gerard van Angelbeek Commandeur over 'skomp:s belangen en ommeslag nevens den Raad te Cochim Weledele Achtbaare Heer en Heeren! Onder eerbiedige Communicatie dat den twee„ „den tekenaar den 2. dezer alhier in het legen terug gekomen is, na dat zijne pogingen om het meede genomen secours binnen Nagapat„ „nam te werpen, door het overgaan van de stad en vesting aan den vijand verijdeld geworden zijn; laaten wij deezen ten principaale dienen om uweled: Achtb: onder het oog te brengen het geld gebrek, waar in wij verzeeren ter goedmaaking onzer ongelden. wij hebben in onze uitgiften zodanig eene demunitie ge„ „maakt als ons mogelijk is geweest, maar vermits wij genoodzaakt zijn om het Leger te volgen daar alles even duur en kostbaar is; zoo zijn wij volstrekt niet in staat om onze onkosten langer goed te maaken, ingevalle wij niet van elders geassisteerd werden. Men heeft ons van ter zijden wel aanbieding gedaan van wegen wegen den Heer Nabab, om aan ons zoo veel geld te verschieten als wij benodigen zullen, dog dewijl dit Expedient in der tijd van nadeelige gevolgen zoude konnen wezen, zo hebben wij liever onze toevlugt tot uweled: achtb: willen neemen, als de naaste zijnde bij wien wij voor en van wegen d' E: Comp: vervoe„ „gen kunnen; uwel Ed: Achtb: ernst vriendelijk ver„ „zoekende aan ons Drie duijzend sterre pagoden, of de waarde van dien, te willen overmaaken, om de ongelden die wij, als afgezondene Gecommitteerdens der Cormandelsche Regeering genoodzaakt zijn hier te doen, goed temaaken; aanneemende en ons verbindende, om zo dra wij van hier zullen ver„ „last worden, daar van en van onze verdere ver„ „rigtingen reekeningen en verslag tedoen aan onze superieuren. wij hebben op den 29. october een wissel Groot 4000. sterre pagooden op den heer Gouverneur en Raad van Nagapatnam getrokken; Dog de stad intusschen belegerd geworden en vervolgens overgegaan zijnde, is zij onaangepresenteerd weder terug gekoomen, waar door wij in de verpligting geraakt zijn, om het ontvangen geld weder uitte„ „keeren, waar uit de ongelegenheid veroorzaakt is, die ons nu kwelt. wij zijn onderrecht dat bij uwel Ed: Achtb: in de stad Cochim een Gomasta of factoor is, van den saukar of bankier Anandala Chittij, die hier in Nagezien in de armee ook een bouticq of Comptoir heeft; door welk Cannaal uwelEd: Achtb: des behagende, een wissel van het voorschr: verzogt bedragen zoude kun overmaken. Jngevalle uwelEd: Achtb: kan goedvinden bij ons twee stellen patamars of brieve-dragers te plaatsen, zullen wij van tijd tot tijd aan Hoogst den zelve ken„ „nisse kunnen geeven van het geen hier voorvalt en met meerder vrijheid schrijven; biddende intus„ „schen nu en dan gebruik te maaken van de post van den Heer Nabab, om zijn Hoogheid alle arg„ „waan te beneemen; met verdere nedrige instantie om een gunstige reflexie te slaan op het verzoek van den resident J: g: Hasz: welk wij in alle op zigten moeten billijken. terwijl wij uwelEd: Achtb: en de dierbaare belan„ „gen van d' E: Maatschappij in Godes bescherming beveelende, de eere hebben, met alle hoog achting te verblijven /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer en Heeren! uwelEd: Achtb: zeer nedrige en Gehoorzame Dienaaren /:was geteekend:/ J: D:e Simons P: W: Geeke /:in margine:/ Jn het Leger van Ba„ „hadour bij Arkat den 5:e December 1781: Akkordeerd Adriaen Bootelit Eyklerk J„ d„ Vversdijck g Mallabaar Aan den Wel Edelen, Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek: Commandeur over 's Compagnies importanten Handel en ommeslag, nevens den Raad Cochim Wel Edel Achtbaar Heer en Heeren In hoope dat uwe Wel Edel Achtb: de brief die ik nevens de Heeren Ivan Daniel simons en Isaak Reinier Simons de eer heb gehad onder dato 26=e Nov: Jongstl: te schrijven, richtig zullen ontvangen en daar uit gezien hebben, dat ik door de Cormandel„ „sche Regeering als titulair onderkoopman en Resident van wegens de Hollandsche Com„ „pagnie alhier bij den Nabab Hazareth Haeder Alichan Bahadoer gezonden ben, neem ik de nedrige vrijheid deezen ten prin„ „sipaalen te richten, om Uwel Edele Achtb: ootmoedigst te verzoeken, mij tot het doen van mijne onvermijdelijke ongelden alhier voor reekening van D E Comp:s gunstiglijk te willen assisteeren met een Ge een duizend sterre pagooden De reeden waarom ik de vrijheid neeme dit verzoek bij uwe weledele Achtbaaren te doen is, om dat mij bij mijn vertrek van Naga„ „patnam uit s'Compagnies kassa voor mijne uitrusting etc: niet meer als 750 pa„ „gooden had konnen verstrekt worden, wijl het groot gebrek aan geld aldaar geen meer„ „dere verstrekking gepermitteerd heeft; welk bedragen ik niet alleen ten dien einde, maar ook geduurende mijn vertrek aan de mij tot bedekking mede gegeevene Commando sipais, als 1 sergeant, 2 kor„ „poraals en 24 gemeenen, mitsgrs: aan mijne ovrige bediendens en koelies tot hunne besolding en dagelijkse battam of teergeld gebruikt heb, en de Heeren gekommitteerdens alhier Ioan Daniel Simons, en Pieter Willem Geeke mij op mijn verzoek betuigd hebben, mits eige gebrek met geen contanten tot ver„ „dere goedmaaking mijner kosten te kunnen bijstaan Dan dewijl ik door de verovering van Nagapatnam mij nergens anders beter weet te addresseeren dan bij vwel Edele Achtbaarens, zoo hoope ik dat Hoog dezelve mij deeze mijne instantie gunstiglijk zullen
English
Examined will be pleased to agree, in which case I we bind myself to render an account to our superiors for the aforementioned amount of one thousand star pagodas, as well as for that which I enjoyed for my equipment at Nagapatnam as aforesaid. While for the rest I have the honour, after having first commended your Right Honourable Sirs and the Company's precious interests to the protection of the Almighty, to call myself with the greatest respect and high esteem. /underwritten/ Right Honourable Sir and Sirs, your Right Honourable Sirs' very humble and obedient Servant /was signed/ Joh: Joach: Hasz: /in the margin/ In the Army of Bahadoer lying encamped near Arkat the 6th of December 1781. Agrees. Adriaan Bootvlist Gauger clerk J d' Verdijck himself No 27. Duplicate Johan Daniel Simons merchant To the Honourable Commissioners Likewise Johan Jakob Hass, titular junior merchant Resident in the Army of the Lord Nabab Hasareth Haider Alichan Bhadoer. Honourable, Pious, Discreet. Your letters of the 26th of November and the 5th and 6th of this month have been properly delivered to us by the king of Koetsiem. The loss of Nagapatnam is certainly an unfortunate event, but the same ought not to make us faint-hearted; the French and Dutch fleets, which are expected daily at Ceilon, can easily restore our affairs. That the English at Bombai are doing their best to persuade the Marattas to make peace is the truth, but it is not probable that they will succeed, at least the latest news from that quarter indicates the contrary. In particular, the rumour that the English are said to have offered five crore or fifty million rupees to the Marattas is entirely false; they suffer, not Pieter Willem Teeke junior merchant alone and alone at Bombai, but also at Madras, a great shortage of money, even so much so that they can no longer pay their troops on time, the treasury in Bengale is also empty, so that it would be utterly impossible for them to raise even half a crore; on the contrary it is in the highest degree probable that, in case the war continues for a little while longer, they will, through lack of money, become unable to continue the same properly. We are therefore also quite willing to believe that they would indeed wish to make peace at this time with the Lord Nabab Haider Alichan, but we are also well assured that this would only be to get rid of him for now, and afterwards, if they should obtain peace with us and the French, to fall upon him with greater force. We hope, therefore, that the Lord Nabab will not let himself be caught in that net which is being spread for him, but that His Highness will remain steadfast until help arrives with the ships, when it can hardly fail that we shall jointly subdue the common enemy. We do not wish to leave you completely destitute, and therefore authorize you to draw bills of exchange upon us for such a sum as you shall absolutely require, which will be honoured here at sight, and you can draw those bills in Surat rupees, Mangalore pagodas, or Venetian ducats; But now that Nagapatnam is lost and the government on which you depend, and by which you have been commissioned, is extinguished: so your commission is also ipso facto lapsed and nullified, so that you at present have nothing further to accomplish in the army of the Lord Nabab, wherefore we also know of no other advice to give you than that you give the Lord Nabab to understand this and request His Highness for a safe transport hither, as the only Dutch factory to which you can betake yourselves overland, and from where you, as soon as Nagapatnam shall have been retaken, can again depart for your assigned post. With which, after friendly greetings, we remain. /:underwritten:/ Honourable, Pious, Discreet! Your dutiful friends and Servants /:was signed: Examined signed:/ J. G: van Angelbeek, R: v: Harn, F v. den Busch; N. W. Beits, J. L: v: Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede, W van Haeften, and J. A. Daimichen /:in the margin:/ Koetsiem the 27th of December 1781. Agrees. Adriaan Pootlis Gauger clerk Duplicate J. d Eversdijck No. 28. Register of the Secret papers which are sent from here to Batavia, Goes in a separate bundle Consigned to His High Excellency the Right Honourable Most Respected Lord Master Willem Arnold Alting Governor General and The Right Honourable Worshipful Sirs Councillors of the Dutch Indies. No 1. Original secret letter written by the Lord Johan Gerard van Angelbeek, commander and supreme commander of the Coast of Mallabaar, together with the Council, to the aforementioned Their High Excellencies under date of this day. ditto 2. Copy of secret resolution taken in Council of Mallabaar under date 19th of July 1781. goes in a separate bundle. No 3. Copy of secret resolution taken in the said Council on the 22nd of August following. 4. Copy of secret resolution taken in the frequently mentioned Council on the 25th of September next. 5. Copy of letter written by the king of Trevankoor to the Lord Commander under date of 12th of September 1781. 6. Copy of letter written by the well-mentioned Lord Commander to the king of Trevankoor, dated the 14th of October 1781. 7. Copy of letter written by the king of Trevankoor to the frequently mentioned Lord Commander, dated 24th of October 1781. 8. Plan of the part of the city of Koetsiem goes with to
Dutch transcription
Nagezien zullen gelieven te accordeeren, in welk geval ik wij verbinde, van het voorschreeven bedraagen van Een duizend sterre pagooden, zoo wel, als van het geen ik gelijk voorzegd op Nagapatnam voor mijn uitrusting genoten heb, reekenschap aan onze superieuren te doen. — Terwijl ik voor het ovrige de eere hebbe, na alvoorens uwe Wel Edele Achtbaarens en s' Compagnies dierbaare belangen in de bescherminge des Allerhoogsten aanbevolen te hebben mij met de meeste eerbied en hoog agting „ noemen. /onderstond/ Wel Edel Achtbaar Heer en Heeren, uwe Wel Edele Achtbaarens zeer onderdanigen en gehoor„ „zaamen Dienaar /was geter/ Ioh: Ioach: Hasz: /in margine/ In het Leger van Bahadoer gecampeerd leggende bij Arkat den 6 December 1781. Akkordeert. Adriaan Bootvlist Eyklock J d„ Verdijck zelve N„o 27. Duplicaat „ Johan Daniel Simons koopman Aan d' E: E:s Gekommitteerden Mitsgaders Iohan Jakob Hass, titulair onderkoopman Resident in 't Leger van den Heer Nabab Hasareth Haider Alichan Bhadoer. Eerzaamen, Vroomen, Diskreeten. Uwe brieven van den 26. November en 5. en 6. deezer, zijn door den koning van koetsiem aan ons richtig bezorgt. Het verlies van Nagapatnam is zeeker een ongelukkig geval, doch het zelve behoord ons niet kleenmoedig te maaken; de Fransche en Hollandsche vlooten, die dagelijx op Ceilon verwacht wor„ „den, kunnen onze zaaken ligt herstellen. Dat de Engelschen te Bombai hun best doen, om de Maratten tot den vreede te bewee„ „gen, is de waarheid, doch het is niet waar„ „schijnlijk, dat ze reusseeren zullen, althans de Laaste tijdingen van dien kant duiden het teegendeel aan. Inzonderheid is het gerucht, dat de Engelschen aan de Maratten vijf karour of vijftig Millioenen ropijen zouden gebooden hebben, ten eenemaal valsch; zij lijden, niet Pieter Willem Teeke onder koopman alleen en alleen te Bombai, maar ook te Madras, groot gebrek aan geld, zelfs zoo zeer dat zy hunne troepen, niet meer op zijn tijd betaalen kunnen, de Schat kist in Bengale is ook leedig, zoo dat het henl: volstrekt onmogelijk zijn zoude, ook maar een half karour op te bren„ gen, in teegendeel is het ten hoogsten waar¬ schijnlijk dat zij ingevalle de oorlog noch wat voortduurd, door gebrek aan geld buiten staat zullen raaken, om den zelven behoor„ „lijk voort te zetten. wij willen daarom ook wel gelooven, dat zij in deezen tijd met den Heer Nabab Haider Alichan wel zouden willen vreede maaken, doch wij zijn ook wel verzeekerd, dat dit maar zijn zoude, om nu van hem ontslaagen te raaken, en hem naderhand, als zij met ons en de franschen vreede mogten krijgen, met te grootere macht op het lijf te vallen. wij hoopen derhalven, dat de Heer Nabab zich in dat net het welk hem gespannen word, niet zal laaten vangen, maar dat zijne Hoogheid standvastig blijven zal, tot dat de hulpe met de schepen op„ „daagd, wanneer het bijna niet missen kan, of wij zullen den algemeenen vijand gemeen „zaamer hand te onderbrengen. — wij willen uwEds niet geheel verleegen laaten, en qualificeeren uwEd. s derhalven om om op ons wissels te trekken voor zoodanige - som, als uw Ed.:s volstrekt zullen noodig hebben, die hier op zicht zullen voldaan worden, en kunnen uwEd s die wissels trekken in soe ratsche ropijen, Mangaloorsche pagooden, of veneetsiaansche dukaaten; Doch nu Nagapatnam verlooren en het goeverne„ ment, waarvan uw Eds dependeeren, en door het welk vwEd:s gekommitteerd geweest zijn, ge-exstingueerd is: zoo is uwe kommissie ook coipso vervallen en te niet gegaan, zoo dat uwEd. thans niets verders in 't leger van den Heer Nabab te verrichten hebben, weshalven wij uw Edelen ook geen anderen raad weeten te geeven, dan dat uw Ed s dit den Heer Nabab te verstaan geeven en zijne Hoogheid verzoeken, om een veilig transport naar herwaards, als het eenigste Nederlandsche kantoor, waarna toe uwEd. s zich overland begeeven kunnen, en van waar uwEd. s, zodra Nagapatnam hernoomen zal zijn, wederom naar uwe bescheidene post kunnen ver„ trekken. Waar meede wij na vriendelijke groete blijven. /:onderstond:/ Eerzaamen, vroomen, Diskreeten! uw Ed. s dienst„ willige vriend en Dienaaren /:was get: Nagezien geteekend:/ J. G: van Angelbeek, R: v: Harn, F v. den Busch; N. W. Beits, J. L: v: Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. 8 vernede, W van Haeften, en J. A. Daimichen /:in margine:) koetsiem den 27. December 1781. Akkordeerd. Adriaan Pootlis Eyklerk Duplicaat J„ d Eversdijck No. 28. Register der Sekreete po9 N„o 2. gart in een aparde bondel papieren dewelken van hier naar Batavia worden verzon„ den, Gekonsigneerd aan zijn Hoog Edelheid den Hoogedelen Groot achtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting Goeverneur Generaal en De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Jndien. N=o 1. Origineel sekreete brief door den Heer Iohan Gerard van Angelbeek kommandeur en oppergebieder ter Kuste Mallabaar, nevens den Raad, aan Hooggemelde Hunne Hoogedelheeden geschreeven onder dato dezes. d:o 2: Kopij sekreete resoluutsie genoomen in Raade van Mallabaar onder dato 19=de Iuli 1781.— gaat in een aparte bondel. N:o 3. Kopij sekreete resoluutsie genoomen in even gemelden Raade op den 22 s augustus daar volgende 4: kopij Sekreete resoluutsie genoomen in meer„ melden Raad op den 25=se Septeem„ ber daar aan. 5: kopij brief, door den koning van Trevankoor geschreeven, aan den Heer Kom„ „mandeur onder dato 12=de Sep„ tember 1781. 6: kopij brief door welmelden Heer Kommandeur geschreeven aan den koning van Trevankoor gedateerd den 14:' Oktober 1781: „ 7: kopij brief door den koning van Trevankoor geschreeven, aan meermelden Heer kommandeur gedateerd 24: Oktober 1781. — „ 8. Plan van het gedeelte van de stad Koetsiem gant mit aan
English
the same is at present, or will become with its environs. accompanied by No. 9. Plan of the city of Koetsiem as it No. 10. Requisition of necessities dated the 21st of this month. No. 11. Copy of an English letter from Tellicherij dated the 11th of this month. Annex: Translation thereof into the Dutch language. No. 12. Extract from an English letter from the Secret Committee at Bombac of 15 October 1781. Annex: Translation thereof into the Dutch language. lying on the river even 121st resolution bundle No. 13. Copy of the secret resolution of 12 October 1781. in the resolution Koetsiem, 24 November 1787. was signed: I. A. Daimichen, Secretary. Agreed. Adriaan Boolvleck, First Clerk. Duplicate. Secret Batavia This letter is written in advance. To His Excellency, The Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alting, on behalf of the State of the United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company, Governor-General, and The Right Honourable, Esteemed Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc., etc. Right Honourable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, Right Honourable, Esteemed Lords! Although we do not know when or from where we will be able to send our respectful letters to Your Excellencies, we have nevertheless deemed it expedient to prepare this in duplicate in advance, and to send one set thereof to Kolombo, in order not to let any opportunity that might unexpectedly arise here or elsewhere pass by without reporting to Your Excellencies in these worrisome times on our situation and on our measures and actions for the preservation of the establishments entrusted to us on this coast, as well as to respectfully make known our most urgent necessities for the further attainment of that objective. The news of the war with England is communicated to the Council. The first news of the war with England was given to us by a Company letter from the Cape of Good Hope of 3 April, which was forwarded to us from Kolombo via Tutukorijn. But because the chief of the last-mentioned place had intimated in his private letter that he sought to keep this news secret for the time being from the English at Paleamkotta in order to better execute his measures for securing the Company's effects in the defenceless factories, the first undersigned likewise kept the same to himself, until it began to be spread by rumour, whereupon he gave notice thereof to the Council, and communicated in a short written paper his reflections regarding the means for the securing and defence of the Company's effects and possessions here, which paper was entered into the secret resolution of 19 July, along with our marginal decisions thereon, of which we have the honour to present a complete copy to Your Excellencies and briefly to indicate the principal contents here. Attempts are made to settle the disputes with Haider Alichan, which the Commander handles alone, who will report on this as soon as the matter is concluded. We considered in the first place that we ought now, before all else, to try to settle the disputes with the Nabob, Haider Alichan, in order to be safe and unhindered from that side and to be able the better to withstand a much more dangerous enemy. But since this matter had hitherto been handled solely by the Honourable Mr. Moens, we thought it proper to leave the same now likewise solely to the Commander, who has since begun negotiations concerning it with the Nabob's Governor of Kalikut, Sardarchan, not without hope of succeeding therein, of which he will make a detailed report to Your Excellencies as soon as the matter has been concluded. Attempts are made to secure the assistance of the native princes, which succeeds immediately with the King of Koetsiem; his declaration to the Commander. In the second place, we sought to secure the assistance and goodwill of the Malabar princes, which also succeeded immediately with the King of Koetsiem. This prince, having been visited by the Commander in his palace, Tripontare, three hours from this city, and conferred with on this matter, gave the following reply: I am a King in name, but not in power; yet what I still possess, however little it may be, I have to thank the protection of the Company for. All that I therefore have is at its service, and you may dispose of it
Dutch transcription
dezelve thans is, of worden zal met haare environs gaat mit N=o 9. Plan vande stad Koetsiem zoo als „ 10. Eisch van benoodigdheeden gedateerd 21s=te dezer. „ 11: kopij Engelsche brief van Tellicherij gedateerd 11:de deezer annex Overzettinge daar van in de Hollandsche Taale „ 12: Extrakt uit een Engelsche brief van het geheim kommitti te Bombac van den 15de Oktober 1781. annex Overzettinge, daar van in de Hollandsche Taale aan de rivier leggende even 121 ste lautsie bondel N=o 13. Kopij sekreete resoluutsie van den 12: Oktober 1781. in de reso„ Koetsiem den 24 November 1787. /was getekend:/ I: A: Daimichen sekret:s Akkordeerd Adriaan Boolvleck Eyklerk duplicaat sekreet Batavia Deeze brief word bij voorraad geschreeven. Aan zijne Hoogedelheid, Den Hoogedelen Grootachtbaaren wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting van wegen den staat der vereenigde Nederlanden en de generaale Nederlandsche geoktroieerde oostindische Komp: Goeverneur Generaal ende Gestrenge Heeren Raaden De Weledele van Nederlands Jndiën &:a &:a Hoogedele, Grootachtbaare wijd gebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! Hoewel wij niet weeten, wanneer of van waar wij onze eerbiedige brieven aan uwe Hoogedel„ heeden zullen kunnen verzenden: zoo hebben wij echter dienstig geoordeeld, deezen bij voorraad dubbeld in gereedheid te brengen, en daar van een stel naar Kolombo te zenden, om geene ge„ „leegenheid, die zich hier of ginter onverwacht mogt opdoen, voor bij te laaten gaan, zonder uwen Hoogedelheeden, in deezen zorglijken tijd en De tijding van den oorlog met Engeland. word aan den Raad bedeeld tijd, van onzen toestand, en van onze maatre„ „gelen en verrichtingen tot behoudenis van de ons aan vertrouwde etablissementen op deeze kuste, verslag te doen; mitsgaders onze dringendste noodwendigheeden, tot verdere bereiking van dat oogmerk, in eerbied te kennen te geeven. De eerste tijding van den oorlog met Engeland werd ons gegeeven bij een komp:s brief van de kaap der Goede Hoope van den 3:e April die ons van Kolombo over Tutukorijn werd toegezonden, dan dewijl het opperhoofd van laastgemelde plaatse, bij zijnen bezonderen brief, had laaten invloeien, dat hij die tijding voor eerst zocht geheim te houden, voor de Engelschen te Paleam„ „kotta, om zijne maatregelen tot beveiliging van 'skomp:s effekten in de weerlooze faktorijen te beeter te kunnen ter uitvoer brengen: zoo hield de eerstgeteekende dezelve ook voor zich alleen, tot datze door het gerucht begost ver„ spreidt te worden, wanneer hij daarvan aan den Raad kennis gaf, en zijne bedenkingen, nopens de middelen tot beveiliging en verdee„ „diging van 's kompanies effekten en bezittingen alhier, bij een schriftuurtje mede deelde, het welk, bij de sekreete resoluutsie van den 19. Juli, met onze marginaale besluiten op het zelve, is ingeschreeven, waarvan wij de eere hebben, uwen Hoogedelheeden een volledig afschrift aan tebieden, en den voor„ „naamsten inhoud hier kort aantewijzen. — wij Men tracht de geschillen met Haider Alichan bij teleggen. 't geen de kommandeur alleen behandeld. zoo dra de zaak haar beslag heeft. Men tracht zich van den bijstand van d' inlandsche vorsten te verzeekeren. t geen met den koning van koetsien ten eersten gelukt, zijne verklaaring aan den kommandeur wij begreepen in de eerste plaats, dat wij thans, voor alle dingen, behoorden te trachten, om de geschillen met den Nabab, Haider Alichan bij te leggen, ten einde van die zijde veilig en onbe„ „lemmerd te zijn, en eenen vrij gevaarlijkeren vijand te beter het hoofd te kunnen bieden, dan dewijl deeze zaake hu toe door den Edelen Heer Moens alleen behandeld was: zoo meenden wij dezelve nu ook alleen aan den komman„ „deur te moeten overlaaten, die de onderhande„ lingen daar over zeder met 's Nababs Goever„ „neur van Kalikut sardarchan begonnen heeft, niet zonder hoope, van daar in te zullen slaagen, waar van hij, zoo dra de zaak haar die daarvan rapport zaldoen, beslag heeft erlangt, aan uwe Hoogedelheeden omstandig rapport zal doen. Jn de tweede plaats zochten wij ons van den bijstand en de welmeenendheid der Malabaar„ „sche vorsten te verzeekeren, het geen ons met den koning van Koetsiem ook ten eersten gelukte; Deeze vorst in zijn paleis, Tripontare, drie uuren van deeze stad, door den kommandeur bezocht en hier over on„ „derhouden zijnde, gaf het volgende antwoord. Jk ben een Koning van naame, maar niet van vermogen, edoch het geen ik noch hebbe, hoe weinig het ook is, moet ik aan de bescherming van de kompanie verdanken, al wat ik dus hebbe, is tot haaren dienst, en gij kunt daar over disponeeren n
English
He keeps his word thus far. Commissioners are sent who are to request his assistance, or at least a strict neutrality, and above all to dispose him not to cede any more places to the English; this very day I shall write to my Chief Rasiadoor at Koetsiem that he must deliver everything you demand, and as soon as I am well (he was indisposed) I shall take up residence in my palace at Koetsiem, in order to be constantly at hand. The Commander then conferred with him concerning a generous supply of rice, not only for us, but also for Ceilon; concerning the necessary coolies for the improvement of our fortifications; concerning the preparation of fascines, and several other conveniences; to which he promptly consented, and thus far he remains true to his promise, so that we believe we may rely upon him. To the King of Trevankoor, whose closer attachment to the English was known to us, we were to send two Council members, the pay bookkeeper, Koenraad George Seiffer, and the secretary, Johan Andries Dannichen, together with the chief interpreter Simon van Tongeren, in order to notify His Highness of this war, and first to request his aid, and if he should excuse himself therefrom (as was well to be foreseen), to demand the observance of a strict neutrality, and especially a precise compliance with the third article of the latest treaty, whereby the English, in His Highness's land, are restricted to the three places, Ansjengo, Brinjan, and Eddewa. This article we deemed necessary because we knew that the English had already long requested a place closer to Koetsiem, and we did not doubt that they would now press for the same more strongly, in order, in an impending siege, to be closer at hand, both to be better able to cut off our supplies, and to bring all conveniences more promptly to their army. Since the pepper that is customarily delivered at Kalikoilang, and principally at Pouka, was now not safe in those open seaside places, we had His Highness requested by the said commissioners to deliver the same at Koetsien during this war; and as we foresaw that the King would particularly hesitate regarding this, out of fear that we might then ascertain which pepper was delivered from his hereditary lands and which from the conquered provinces (for the latter of which only fifty-five ropijen per kandijl had to be paid), we authorized the Commissioners to promise that we would not investigate this matter during this war, but would pay sixty-five ropijen for everything without distinction; which promise we could make all the more readily, since the deliveries from the conquered lands had always amounted to very little, totaling only thirty kandijle the last time, in A:o 1776, and having ceased entirely since. We also authorized the aforementioned Commissioners to remove the pretext that higher expenses would be incurred on the delivery at Koetsiem, by offering two ropijen freight for each kandijl. Lastly, the commissioners were also instructed to give notice that we wished to make peace with the Nabab, Naider Alichan, and to include His Highness of Trevankoor therein, if he remained attached to our side, or at least maintained a strict neutrality, regarding which the Commander would gladly speak with His Highness at some place between here and Koilang. His answer was: He regarded the English and the Dutch as his two eyes, which was why he could not inflict any harm upon either of them; nor was it advisable for him to oppose the English; he would therefore remain neutral, and would accordingly grant passage through his land to no armed forces of either one or the other, as long as he could prevent it; he would cede no more places to the English; would not hinder the supply of provisions to this city; and would also not tolerate that the same be hindered by others.
Dutch transcription
hij houdt tot nu toe woord Men zendt Gekommitteerden die zijnen bijstand. of ten minsten een stipte neutraliteit verzoeken moeten. en voor al om aan d' Engelschen geen meer plaatsen af te staan disponeeren; noch heeden zal ik aan mij„ „nen Hoofdrasiadoor te Koetsiem de sima schrijven, dat hij al wat gij eischt bezorgen moet, en zoo dra ik gezond ben /: hij was onpaslijk:/ zal ik in mijn paleis te koet„ „siem gaan woonen, om steets bij der hand te zijn. De kommandeur onderhield hem hier op, over eene ruime rijsleeveransie, niet alleen voor ons, maar ook voor Ceilon over de noodige koe„ „lies, tot de verbeetering onzer vesting=werken; over het aanmaaken van fasschienen, en meer andere gerieflijkheeden; waarin hij ten eersten bewilligde, en tot nu toe blijft hij aan zijne belofte getrouw, zoo dat wij op hem meenen staat te mogen maaken. — Aan den koning van Trevankoor, wiens meer„ aan den koning van trevankoor „ dere aankleeving aan de Engelschen ons be„ „kend was, zouden wij twee Raadsleden, den soldij boekhouder, koenraad George Seiffer, en den sekretaris, Johan Andries Dannichen, met den oppertolk Simon van Tongeren, ten einde aan zijne Hoogheid van deezen oorlog kennis te geeven, en eerst zijne hulpe, en in„ „dien hij zich daar van exkuseeren mogt /:gelijk wel te voorzien was:/ het observeeren van eene stipte neutraliteit, en speciaal eene nauwkeurige naarkooming van het derde artikel van het Jongste traktaat te eischen, waar bij de Engelschen, in zijn Hoogheids land, tot hee reeden van dit artikel als mede om de peper te koetsiem te leeveren. tot de drie plaatsen, Ansjengo, Brinjan en Eddewa, bepaald zijn. Dit artikel oordeelden wij nood„ „zaaklijk, om dat wij wisten, dat de Engelschen al lange om eene plaats digter bij koetsiem ver„ „zoek gedaan hadden, en niet twijfelden, of ze zouden hetzelve nu sterker aandringen, ten einde, bij eene aanstaande beleegering, nader bij derhand te zijn, zoo wel om ons den toevoer te beeter te kunnen afsnijden, als ook om aan hun leger te eerder alle gerieflijkheeden toete„ „brengen. wijl de peper, die gewoonlijk te kalikoilang, en voornaamlijk te Pouka, geleeverd word, op die opene zeeplaatsen nu niet veilig was: zoo lieten wij zijne Hoogheid door gemelde ge„ kommitteerden verzoeken, dezelve geduurende deezen oorlog, te koetsien te leeveren; en wijl wij voor zagen, dat de koning hier omtrend inzonderheid zoude aarzelen, uit beduchting, dat wij als dan kosten nagaan, welke peper uit zijne erflanden, en welke uit de gekon„ „questeerde provincien geleeverd wierd. /: voor welke laaste maar vijf en vijftig ropijen voor 't kandijl behoefd betaald te worden:/ zoo qualificeerden wij de Gekommitteerden om te belooven; dat wij dit stuk, geduurende deezen oorlog, niet onderzoeken, maar voor alles zonder onderscheid vijf en sestig ropijen betaalen wilden, welke belofte wij te eerder konden doen, wijl de leveransie uit de veroverde =en die kennis geeven zullen van het voorneemen om met Haider Naik vreede te maaken. waarover de kommandeur zijn Hoogheid gaarne wilde spreeken. 's konings antwoord en belofte van neutraliteit veroverde landen altijd weinig om 't lijf gehad, het laastemaal, of A:o 1776:, maar dertig kandijle bedraagen, en zeder geheel stil gestaan heeft, ook qualificeerden wij meerm: Gekommitteerden, om de uitvlucht, dat op de leveransie te koetsiem meer ongelden loopen zouden, door aanbieding van twee ropijen vracht voor ieder kandijl, uit den weg te ruimen. Laastelijk kreegen gekommitteerden ook noch last, om kennis te geeven, dat wij met den Na„ „bab, Naider Alichan, vreede maaken, en zijne Trevankoorsche Hoogheid daarin meede begrij„ „pen wilden, indien Hij onze zijde bleef aan„ „kleeven, of ten minsten eene stipte neutrali„ „teit onderhouden, waarover de komman„ deur zijne Hoogheid gaarne wilde spreeken op d' eene of andere plaats tusschen hier en koilang zijn antwoord was: Hij merkte de Engelschen en Hollanders aan, als zijne twee oogen, waarom hij gee„met „nen van beiden eenig leet kost toebrengen, ook was het hem niet geraaden, zich tegen d' Engelschen te stellen; Hij zoude dus neu„ „traal blijven, en daarom geen gewapend volk van den eene of den anderen door zijn land den doortocht vergunnen, zoo lange hij zulx kost beletten; Wij zoude aan d' Engelschen geene plaatsen meer inruimen; den toevoer van leevensmiddelen naar deeze stad niet beletten„ en ook niet gedoogen, dat dezelve van anderen belet Eij M a e
English
Refuses to deliver the pepper to Koetsiem, but allows its transport across the river to the city. But the King cannot involve himself with Naider Alichan. The report of the Commissioners and the account of travel expenses. Being prevented, he could not deliver the pepper here, but we were at liberty to have it brought to the city during this war. To the proposal that we wished to make peace with Naider, His Highness gave the following answer with visible emotion and a change in his countenance: He was in alliance with the Nabab Machmed Alichan and the English, and would abide by that, and since they were currently at war with Haider Alichan, he could not involve himself with the latter. He hoped that the Company would stipulate proper satisfaction, for otherwise it would be shameful; and in the event that the Company should join its forces with those of Haider Alichan, he would have to attack us. And declines the oral conference with the Commander. He rejected the proposal to hold an oral conference with the Commander, and for that purpose to come closer to Koetsiem, by saying: that this might well happen in due course, but that he now had to remain at Palpatnawaram for two or three months, both to celebrate his birthday and for other matters. Your High Excellencies can see all this in more detail in the accompanying secret resolution of the 22nd of August, in which the report of the said Commissioners is inserted, and at the same time is entered the account of Request to grant them some allowance for it. Further attempts to persuade the King of Trevankoor. Request to recall his troops from Tirnevelli. Letter to His Highness. the travel expenses of those gentlemen from Koilang up to Palpatnawaram, situated close to the Cape and thus over fifty hours from here, amounting to 525 5/13 rupees or f 630. 9., which, as very moderate and spent with frugality, have been paid to them out of the Company treasury. But whereas the said Commissioners and chief interpreter have only recorded the paid coolie wages, ferry fees, and tips to the prince's servants, guides, and other people who were of service to them, but have charged nothing for their subsistence and further expenses, we humbly request Your High Excellencies, in consideration of such an extraordinary and difficult journey, to grant them such a gratuity for it as Your High Excellencies shall please to think fit. In order to leave nothing untried on our part that might serve to convince the King of Trevankoor of the reasonableness of our requests, and to bind him to us, and at the same time to move His Highness, according to the request of the Ministers of Ceilon, to recall his auxiliary troops from Tirnevelli, we sent him such a letter as is entered in the last-mentioned secret resolution of the 22nd of August, containing that, although by virtue of the old friendship and the assistance and protection shown to His Highness against Naider Alichan we might rightfully have expected a more favorable Representation concerning his troops at Tirnevellij. Further explanation regarding our purpose in the treaty with Haider Alichan. Further proposal for an oral conference, and to deliver the pepper here. answer, we would nevertheless for the present content ourselves with his promise of neutrality; but that it hardly corresponded with this that he allowed the troops, which he had sent to Paleam and Tirnevelli, to remain there any longer, since they were now being used there not so much against Haider Alichan as against us, for which reason he was requested, in the name of the Company, to recall them. We subsequently sought to convince him of our good intentions by explaining further our actual objective in wishing to include him in the treaty with Haider Alichan, namely, that since Haider Alichan was mainly aiming at the lands of Trevankoor, our intention had been to stipulate also in the treaty that the said Nabab should regard the Prince of Trevankoor as a closely allied friend and confederate of the Company, and should therefore leave him unmolested; and we repeated our proposal to consult on this important article with the Commander at an oral conference, or otherwise through his Prime Minister; and lastly, we urged further the request to deliver the pepper here, and we promised, in case there should be any reasons that made His Highness averse to this, to clear them out of the way. His
Dutch transcription
weigerd de peper te koetsiem te leeveren doch staat den vervoer over de rivier na de stad toe Doch de koning kan zich met Naider Alichan niet inlaaten. met den kommandeur het rapport van Gekom= „mitteerden en reekening van reis ongelden. belet werd, de peper kost hij hier niet leeveren, doch wij hadden vrijheid, om dezelve, geduuren¬ „de deezen oorlog, naar de stad te laaten brengen. op den voorstel, dat wij met Naider vreede maa„ „ken wilden, gaf zijne Hoogheid, met zichtbaare ontroering en verandering in 't gelaat, het vol„ gende antwoord. Hij stond met den Nabab Machmed Alichan en d' Engelschen in verbond, en zoude daar bij blijven, en wijl dezelven tegenwoordig met Haider Alichan in oorlog waaren, zoo koste hij zich met deezen niet inlaa„ „ten: Hij hoopte, dat de kompanie behoorlijke satisfaksie zoude bedingen, want anders zoude het schandelijk weezen; en bij aldien de kompanie haare magt bij die van Hai„ „der Alichan quame te voegen, zoo zoude hij ons tegen moeten vallen. en deklineerd het mondgesprek Den voorstel, om met den kommandeur een mondgesprek tehouden, en tot dat einde digter bij koetsiem te koomen, wees hij van de hand, met het zeggen: dat zulx in der tijd wel kost geschieden, doch dat hij nu twee of drie maan„ „den te Palpatnawaram moest blijven, zoo om zijn geboorte=feest te vieren, als om andere zaaken. Dit alles kunnen Uwe Hoogedelheeden om„ „standiger zien, bij de deezen verzellende sekreete resoluutsie van den 22=ste Aug:s, waarbij het rapport van gemelde Gekommitteerden ge-in„ „sereerd en teffens ingeschreeven is de reekening van verzoek om henl: daarvoor iets toe te leggen. Nadere poogingen om den koning van Trevankoor te overreeden verzoek om zijne troepen van Tirnevelli op te roepen. brief aan zijne Hoogheid van de reize ongelden van henl: van Koilang tot naar Palpatnawaram, digt bij de kaap en dus over de vijftig uuren van hier leggende, ten bedraagen van 525 5/13. ropijen of ƒ 630. 9. die, als zeer maatig en met zuinigheid aangelegt, aan henl: uit 'skomp:s Kassa voldaan zijn. Dan dewijl gemelde Gekommitteerden en oppertolk daar bij eenlijk de betaalde koeliloonen, veer gelden, en footjes aan 's vorsten bedienden, weg„ „wijzers en andere menschen, die hen van dienst waaren, opgebragt, doch voor hunne verteering en verdere gastos niets gereekend hebben: zoo verzoeken wij uwe Hoogedelheeden ootmoedig henl: uit aanmerking van zulke eene bui„ „tengewoone en moeilijke reize, daarvoor zooda„ „nig douceur toeteleggen, als Hoogst dezelven zul„ „len gelieven goed tevinden. om van onze zijde niets onbezocht te laaten, wat dienen kost, om den koning van Trevankoor van de billijkheid onzer begeerten te overtuigen, en aan ons te verbinden, en om teffens zijne Hoog„ „heid, volgens het verzoek van de Ministers van Ceilon, tot het terug ontbieden zijner hulp=troepen van Tirnevelli te beweegen, lieten wij aan hem zoodaanigen brief afgaan, als bij laastgemelde sekreete resoluutsie van den 22=ste augustus inge„ „schreeven is, behelzende, dat ofschoon wij uit hoofde van de oude vriendschap en van de aan zijne Hoogheid beweezene hulpe en bescherming tegen Naider Alichan met recht een gunstiger antwoord vertoog nopens zijne troepen te Tirnevellij nadere verklaaring nopens ons oogmerk bij het Traktaat met Haider Alichan. nader voorstel tot een mond gesprek en om de peper hier te leeveren. antwoord hadden mogen verwachten; wij echter voor eerst in zijne belofte van onzijdigheid genoe„ „gen neemen zouden, doch dat daarmede qualijk strookte, dat hij de troepen, die hij na Paleam en Tirnevelli gezonden had, daar langer liet blij„ „ven, door dien dezelven daar thans niet zoo zeer tegen Haider Alichan, als wel tegen ons, ge„ „bruikt wierden, weshalven hij, uit den naame van de kompanie, verzocht werd, dezelven terug te roepen. wij zochten hem vervolgens van onze welmeenendheid te overtuigen, door ons eigentlijke oogmerk, waarom wij hem in het Araktaat met Haider Alichan begrijpen wilden, nader te verklaaren, te weeten, dat dewijl Haider Alichan het op de landen van Trevankoor voornaamlijk gemunt had, ons voor„ „neemen geweest was, om bij het Traktaat mede te bedingen, dat gemelde Nabab den vorst van Trevankoor, als eenen nauwge al„ „lieerden vriend en bondgenoot van de komp: aanmerken, en daarom ongemoerd laaten zoude, en wij herhaalden onzen voorstel, om over dit wigtig artikel met den kommandeur bij een mondgesprek, of anders door zijnen eersten Rijxminister, te willen raadpleegen; en laastelijk drongen wij het verzoek nader aan, om de peper hier te leeveren, en wij beloofden, bij aldien er eenige reedenen mogten weezen, die zijne Hoogheid hier van afkeerig maakten, dezelven uit den weg te zullen ruimen. — zijn
English
The king's letter and reply. He cannot recall his troops from Tirnevelli and repeats the order for the free transport of the pepper. He bursts out upon the news of the treaty between the Nabob and us on the Coromandel, which is aggravated by the recall of the Ceylon Militia from Aikotte and Kranganoor, and by the transportation of superfluous artillery and ammunition from Kranganoor to Koetsiem. His reply to this was: He hoped that the troubles that had arisen between his ally, the Dutch Company, and the English, would be settled forthwith. As a feudatory of Mahmet Alichan, he had been obliged to send some troops to Tirnevelli, who had to remain there. At present he had many preoccupations; as soon as these diminished, he would send his Minister hither to discuss the necessary matters, thus postponing the oral conference. He had given orders for the free transport of pepper from Kalikoilang and Porka across the river to the city, and he would take precautions against all obstacles. A copy of the translation of this letter is attached among the appendices. Matters rested here for the time being, and although we heard from time to time that the king viewed our correspondence with Sardarchan and the rumors of an approaching peace with a worried eye, he nevertheless let nothing show. But when the news arrived here that the Company at Nagapatnam had entered into an alliance with the Nabob Haider Alichan, and when at the same time we had the Ceylon troops, whom the Honorable Governor Falck had recalled, march up from Kranganoor along with some superfluous artillery and ammunition goods, of which a further account will be given hereafter in its proper place, he could then no longer conceal his suspicion. This was especially stoked and aggravated by the false rumor that Kranganoor was to be surrendered to the Nabob. The King sends troops to the north and wishes to take up a position at Anjekaimale, which was a matter of concern for us. A message through Ananda Male and a request to give Kranganoor into the king's safekeeping. He could then no longer conceal his suspicion, which was considerably fueled and heightened by the false rumor that we wished to surrender the Fort of Kranganoor to the Nabob Haider Alichan and bring his troops into the country of Koetsiem. He sent several companies of sepoys to the north, a part of which reinforced the usual garrisons in his small forts between here and Kranganoor, while the remainder, according to general report, was destined to take up a position in the territory of Anjekaimale. We cannot vouch for the truth of this latter point; however, this matter was too worrisome for us to leave it to take its course, since this land, belonging to the king of Koetsiem, lies very close to our city and is the gathering place for the provisions brought to us from the country. Shortly thereafter, he sent us a very strange message through his agent, Ananda Male: "His Highness had learned with apprehension that the ammunition stores and a part of the garrison of Kranganoor were being brought to Koetsiem, and wished, if the Company in these present circumstances should have no men to garrison that fort, to place his men therein and maintain a good watch there; and whenever the Company wished to take the fort back, this could easily be done." To prevent further suspicion and estrangement, a letter is written to the king for reassurance regarding Kranganoor, and regarding the treaty with Haider on the Coromandel, as well as regarding our peace negotiations with him, in return for which we demanded a strict observance of the treaties. We foresaw that this suspicion, if it took deep root in the king's heart, could completely alienate him from us and very easily tempt him to take measures that might bring about an open breach. To prevent this as far as lay within our power, we wrote a detailed letter to His Highness, wherein we gave him the assurance that Kranganoor was still abundantly garrisoned and amply supplied with everything necessary; that the treaty concluded with the Lord Nabob Haider Alichan on the Coromandel concerned only that coast and had not the slightest relation to Malabar; that the contract which we hoped to enter into here with the said Nabob would likewise not tend to the prejudice of His Highness of Travancore; and above all, that we would bring no troops of the aforementioned Nabob into the country, nor make over the fort of Kranganoor to him; but that, in return, we also expected from His Highness of Travancore a strict observance of the treaties and of the recently made promise of neutrality, and in particular that His Highness would not
Dutch transcription
's konings brief en antwoord Hij kan zijne troepen van Tirnevelli niet terug roepen en herhaald de order tot den vrijen vervoer van de peper barst uit op de tijding van 't verdrag tusschen den Nabab en ons op kormandel en word vermeerderd door 't oproepen van de Ceilonsche Milietsie van Aikotte en kranganoor. en door het transporteeren van overtollige artillerij en ammunietsie van kran„ „ganoor naar koetsiem zijn antwoord hier op was; Hij hoopte, dat de onlusten, tusschen zijnen bondgenoot de Neder„ „landsche kompanie en d' Engelsche gereezen, ten eersten bijgelegt zouden worden; Als Leen„ „man van Mahmet Alichan had hij eenige troepen naar Tirnevelli moeten zenden, die daar moesten blijven; Thans had hij veele beezigheeden, zoo dra die minderden, zoude hij zijnen Minister herwaards zenden, om over steld het mond gesprek uit de noodige zaaken te spreeken; tot den vrijen vervoer van de peper van Kalikoilang en Porka, over de rivier naar de stad, had hij or„ „der gegeeven, en hij zoude tegen alle hindernis„ „sen voorzorge gebruiken. — Het afschrift van de vertaaling deezes briefs gaat onder de bijlaagen over. Hier bleef het voor eerst bij, en hoewel wij van tijd tot tijd hoorden, dat de koning onze briefwisseling met Sardarchan en de geruchten van een aanstaanden vreede met een zorglijk oog beschouwde: zoo liet hij doch niets blijken. Maar toen de tijding hier quam, dat de kom„ „panie te Nagapatnam met den Nabab Hai„ „der Alichan een verbond had aangegaan en toen wij ter zelver tijd de Ceilousche troepen, die d' Edele Heer Goeverneur Falck terug ontboden had, van kranganoor lieten opkoomen, met eenige overtollige artillerij en ammu= „ nietsie=goederen /: waar van hier na op zijne rechte plaats nader verslag gedaan zal worden:/ toen en voor al door 't valsche gerucht, dat kranganoor aan den Nabab zoude afgestaan worden. De Koning zendt krijgs volk naar de noord en wil op Anjekaimale post vatten. stuk was. Boodschap door Ananda Male en verzoek om kranga= „noor aan den koning. in bewaaring te geeven. toen kost hij zijnen argwaan niet langer ver„ „bergen, die niet weinig aangezet en vermeer„ „derd werd, door het valsche gerucht, dat wij het Fort van kranganoor aan den Nabab Haider Alichan afstaan, en zijne troepen in het land van koetsiem brengen wilden. Hij zond verscheidene kompanien sipahis naar de noord, waar van een gedeelte de gewoone garnisoenen in zijne fortjes tusschen hier en kranganoor versterkt, en de rest, volgens het algemeene zeggen geschikt was, om op het land Anjekaimale post tevatten. — wij kunnen voor de waarheid van dit laaste niet instaan, edoch dit stuk was voor ons te zorglijk, om het op zijn beloop te laaten, door dien dit land, aan den koning van koet„ 't geen voor ons een zorglijk „ siem toebehoorende, heel digt bij onze stad legt, en de vergaderplaats is van de levens„ „middelen, die uit het land voor ons aange„ „bragt worden; kort daarop liet hij ons door zijnen zaakbezorgen, Ananda Male, eene zeer vreemde boodschap doen: „ zijn Hoogheid „had met bekommering gehoord, dat de am„ „munietsie goederen en een gedeelte der bezet„ „ting van kranganoor naar koetsiem gebragt „wierden en wilde, zoo de komp: in deeze „tijdse omstandigheeden geen volk mogt hebben, „om dat fort te bezetten, zijn volk daar in „plaatsen en er goede wacht inhouden, en als n, Tot voorkooming van meer argwaan en verwijdering word een brief aan den koning geschreeven. tot gerust stelling nopens kranganoor. en nopens het verdrag met Haider op kormandel als mede nopens onze vreede handelingen met denzelven waar tegen wij een stipte onderhouding der trak= „taaten eischten. „ als de komp: het fort wilde terug neemen „zoo zoude zulx maklijk kunnen geschieden„ wij voorzagen, dat deeze argwaan, indien hij in het hart des konings diepe wortels schoot, hem geheel van ons zoude kunnen vervreem„ „den en zeer ligt tot maatregelen verleiden, die eene openbaare rupture kosten na zich sleepen. om dit, zoo veel aan ons was, te voorkoomen, schreeven wij aan zijne Hoog„ „heid eenen omstandigen brief, waar bij wij hem de verzeekering gaven, dat kranganoor noch overvloedig bezet en van al het noodige ruim voorzien was; dat het verdrag, 't geen met den Heer Nabab Haider Alichan op kormandel geslooten was „ alleen die kuste betrof, en tot de Malabaar geene de minste betrekking had; dat het kontrakt, het welk wij hier met gem: Nabab hoopten aante„ „gaan, ook niet zoude strekken tot nadeel van zijne Trevankoorsche Hoogheid; en voor al dat wij geene troepen van den meerm: Nabab in 't land brengen, noch aan den zelven het fort kranganoor inruimen zouden; Doch dat wij daar en teegen ook van zijne Trevankoorsche Hoogheid eene stipte onder¬ „houding van de Araktaaten en van de noch jongstgedaane belofte van neutraliteit verwachteden, en inzonderheid dat zijne Hoogh:d geen
English
and especially that no people would be stationed on Anje kaimale, as we could not tolerate this, and we concluded all this with the warning that, in case His Highness, contrary to our expectation, should undertake anything to the detriment of the company, we would no longer wish to be bound by the promises now made, but that His Highness would then have to blame himself for the consequences that would arise from breaking the loyalty and friendship, but that we hoped and wished that His Highness in this circumstance of time would act with wisdom and prudence, and undertake nothing to the detriment of our company, in which case he could also firmly trust, with the promise made against it, that the company would never abandon him, but would behave as a faithful friend and ally. This letter, of which the draft is transmitted among the appendices, seems to have made some impression on the king's mind, for although the king's answer to it, of which we also send the translation, consists mainly only of the expression of his pleasure over our precautions for the fort kranganoor and over the assurance that we shall surrender the same to no one and shall bring no troops of Haider Alichan into the country, and furthermore of the absolute denial of any intention regarding Anjekaimale, yes, although the conclusion of that answer even sounds somewhat harsh, reading to the effect: that, whenever a change were made regarding these matters, and thereby any breach were caused in the friendship between the Company and His Highness, the consequences thereof would be left to the Commander's account: yet the entire conduct of the Court since then gives clear indications that it has abandoned its suspicion, and we believe we also perceive from this that it is secretly more favorable to us than it dares to show for now, out of fear of the English. After this, our attention was directed to the strongholds entrusted to us and, as a basis for our deliberations on this most important subject, there was laid the separate secret dispatch of 25. April 1774 written to Your Right Noble Worships and the very same's answer thereto of 24. September following, concerning the defense plan, according to which all our decisions regarding this matter were then also arranged, as the secret resolution cited above comes to point out in detail. Accordingly, all serviceable cannons with their accessories and all ammunition and armaments have already been removed from Koilang, except for a few rounds for the bad cannon left behind, and the weapons resting with the Troops, and as soon as we obtain any further suspicion of the enemy's designs on this coast, the serviceable Military men and Artillerymen will also be summoned hither, and the remaining Troops will receive orders, upon the approach of the enemy, to spike the few guns and to retreat hither. Because we presently have nothing to fear from Haider Alichan, and the English, if they aim at the conquest of this coast, will not begin with kranganoor, as they well know that that small fort would naturally have to fall into their hands as soon as they were Masters of Koetsiem, while, beginning with the siege of kranganoor, they would place themselves between two fires, having to fear the power of Haider Alichan from the north and us from the south: thus, in case of need, the garrison of Aikotta could also be completely withdrawn and that of kranganoor for the greatest part. However, because peace with Haider Alichan has not yet been accomplished, and Your Right Noble Worships in the just mentioned dispatch noted kranganoor as a post of great importance that might not be abandoned except in the utmost emergency: we therefore decided for the present to leave Aikotte and kranganoor garrisoned on the present footing and merely to summon the superfluous artillery and ammunition from there, but when Ceilon, some time thereafter, demanded its auxiliary troops back from us and consequently the company of Captain Lever was called up from there to be ready for departure, it was impossible to place as many Europeans there again; nevertheless, we would again send as many thither from our small European Garrison that the garrisons there presently again consist of: at Aikotte: 30 Europeans 100 Sipahis and 334 Christians, or together 464 heads, and at kranganoor: 32 Europeans 100 Sipahis and 303 sjegos, or together 435 heads, besides which at Aikotte there are also 410 sipahis of Trevankoor and 250 Nairos of Koetsiem stationed.
Dutch transcription
en vooral dat geen volk op Anje kaimale geplaatst wierd waarschuwing teegen het verbreeken van 't verbond „stelde belofte De brief is van een goede uitwerking. geen volk op Anjekaimale plaatsen zoude, alzoo wij dit niet kosten gedoogen, en wij beslooten dit alles met de waarschuwing, dat, ingevalle zijne Hoogheid, tegen onze verwachting, iets tot nadeel van de komp: mogt onderneemen, wij aan de thans gedaane beloften niet verder wilden gebonden zijn, maar dat zijne Hoog„ „heid zich als dan de gevolgen zoude moeten wijten, die uit het verbreeken van de trouwe en vriendschap zouden ontstaan, doch dat wij hoopten en wenschten, dat zijne Hoogheid in deeze tijds omstandigheid met wijsheid en voorzichtigheid zoude handelen, en niets tot nadeel van onze kompanie ondernee„ met de daar tegen overge„men, als wanneer hij ook vast vertrouwen kost dat de kompanie hem noit verlaaten, maar zich als een getrouwe vriend en bond„ „genoot gedraagen zoude. Deeze brief, waarnvan het opstel onder de bijlaagen overgaat, schijnt eenigen indruk op 's konings gemoed gemaakt te hebben, want of 's konings antwoord daarop schoon zijn antwoord, waar van wij de ver„ „taaling meede overzenden, voornaamlijk maar bestaat in de betuiging van zijn genoegen over onze voorzorge voor het fort kranga„ „noor en over de verzeekering, dat wij het zelve aan niemand overgeeven en geene troe„ „pen van Haider Alichan in 't land brengen zullen het Hof laat zijn argwaan vaaren en schijnt ons heinlijk toegedaan te zijn. beraadslaagingen over onze vestingen. zullen, en voorts in de volstrekte ontkentenis van eenig voorneemen omtrend Anjekaimale ja ofschoon het slot van dat antwoord zelfs wat schor klingt, als luidende: dat, zoo wan„ „neer omtrend deeze zaaken verandering ge„ „maakt, en daar door eenige kreuk in de vriend „schap tusschen de Komp: en zijne Hoogheid veroorzaakt wierd, de gevolgen daarvan voor 's kommandeurs reekening gelaaten wierden: zoo geeft echter het heele gedrag van het Hof zeder duidelijke blijken, dat het zijnen argwaan heeft laaten vaaren, en wij vermeenen daar uit ook te bespeuren, dat het ons in 't geheim meer toegedaan is, dan het voor als noch, uit vreeze voor de Engelschen, durfd laaten blijken. Hier na werd onze aandacht geleidt op de ons toevertrouwde vestingen en daar bij tot een grondslag van onze deliberaatsien over dit aller wigtigst onderwerp gelegd de aparte sekreete missive van den 25. April 1774. aan uwe Hoogedelheeden geschreeven en Hoogst derzelver antwoord daar op van den 24. september daar aan, betreffende het plan van defensie, waar na dan ook alle onze besluiten nopens dit stuk geschikt zijn, zoo als de voorwaards geci„ „teerde sekreete resoluutsie omstandig koomt aantewijzen. Dien volgende zijn van Koilang reets afgehaald alle 4 9 3 d'artillerij en ammonietsie van koilang afgehaald. de bezetting op koomen. op eenige weinigen na die retireeren moeten kranganoor loopt geen. alle bequaame kanons met hun toebehooren en alle ammunietsie en wapen-goederen, be„ „halven eenige weinige schooten voor het achter gebleeven slecht kanon, en de waapens op de Manschap leggende, en zoo dra wij eenig nader vermoeden van des vijands aanslagen op deeze op nader vermoeden zal ook kuste krijgen, zullen de bequaame Militairen en Artilleristen ook dit heen ontboden worden, en de agterblijvende Manschap onder krijgen, op de aannadering van den vijand, de weinige stukken te vernagelen en hier na toe te reti„ „reeren. wijl wij thans van Haider Alichan niets te vreezen hebben, en de Engelschen, wanneer ze op de verovering deezer Ruste toeleggen, niet met kranganoor beginnen zullen, als wel weetende, dat dat fortje van zelve zoude moeten in hunne handen vallen, zoo dra ze Meesters van Koetsiem waaren, terwijl zij met de beleegering van kranganoor beginnende zich tusschen twee vuuren zouden plaatsen, als hebbende de macht van Haider Alichan van de noord en ons van de zuid te vreezen: zoo zouden des noods ook de bezetting van Aikotta geheel en van kranganoor, voor 't grootst gedeelte kunnen ingetrokken worden, Edoch, wijl de vreede met Haider Alichan noch En niet tot stand gebragt is, en uwe Hoog edelheed=s bij gevaar. doch werd voor eerst op den ouden voet gelaaten en d' overtollige artillerij en ammonietsie van daar ontboden tegenwoordige bezetting van Aikotte en kranganoor bij even gemelde missive kranganoor als eene post van groote aangeleegenheid aangemerkt hebben, die niet dan in den uitersten nood mogt verlaaten worden: zoo beslooten wij Aikotte en kranganoor voor eerst op den tegenwoordigen voet bezet te laaten en slechts de overtollige artillerij en ammunietsie van daar te ont„ „bieden, doch toen Ceilon, eenige tijd daarna, zijne hulptroepen van ons terug eischte en overzulx de kompanie van Kapitain Lever van daar opgeroepen werd, om tot het vertrek gereed te zijn, was het onmogelijk, om daar wederom zoo veel Europeeschen te plaatsen, niet te min zouden wij uit ons kleen Europeesch Garni„ „soen wederom zoo veelen naar derwaards, dat de bezettingen aldaar thans wederom bestaan. te Aikotte in 30. Europeeschen 100. Sipahis en 334. kristanten, of te zaamen in 464. koppen, en te kranganoor in 32. Europeeschen 100. Sipahis en 303. sjegos of te zaamen in 435. koppen waar boven te Aikotte noch 410. sipahis van Trevankoor en 250. Nairos van Koetsiem leggen
English
What to do if Koetsiem is besieged. The great importance of the main fortress. lay, and in this state we shall allow the garrisons there to remain, as long as Koetsiem itself is not threatened with a siege, but if this happens: we shall indeed be compelled to withdraw all our people from Aikotte and leave that post for so long to the garrisons of Trevankoor and Koetsiem alone, as well as to have all Europeans and a part of the native troops come up from Kranganoor. Concerning the main fortress Koetsiem, we understood that the preservation or loss of the entire establishment on this coast depended on it, and that the English, who had long forged the self-interested design to make themselves masters of the entire west of India, would now especially attempt to execute the same, and that one therefore had to expect that they, as soon as they saw an opportunity for it, would attempt to assault this place, against which all possible means for the improvement of the fortress and for a courageous defense ought to be put into effect without loss of time, and without letting oneself be deterred by the costs, the more so because the old dilapidated fortifications were only recently, under the administration of the Noble Lord Moens, Planted with wild pineapples. dug up again, as if from their ruins, and so restored and even improved that they, if that which was still lacking here and there were added to them, would be able to endure a quite serious siege with hope of a fortunate outcome. The improvements to the same. These improvements are set forth in detail in the aforementioned secret Resolution of the 19th of July last and consist mainly of the following. The old wide ditch from the Boompoort up to the right shoulder angle of the bastion Holland is being deepened somewhat here and there and its bank on both sides, where necessary, repaired somewhat. The berms are planted with wild pineapples. The berm between this ditch and the city walls is fifty-five Rhenish feet wide before the bastions and fifty before the curtains; presumably, in the original layout, the intention was to construct faussebrayes there, which was subsequently not carried out; this wide berm, which would give the enemy a great advantage after crossing the ditch, is planted with wild pineapples, which quickly grow into one another and form a dense, thorny thicket, by which the enemy is prevented not only from The covered way provided with a banquette and palisaded. The places of arms secured with traverses. The necessity thereof is argued. making use of that wide berm, but also from approaching the foot of the walls, as they must clear a path for themselves thither by cutting out and digging up the same, during which arduous labor they are exposed to the fire of small arms and grenades from the fortress. The covered way is provided with a banquette and lined with palisades, as well as secured with traverses at the entrances to the places of arms. This palisading is certainly costly, but a covered way, which here is not only the most essential but also the only outwork by which the fortress is secured, the enemy held off, and the siege delayed and made difficult, would, without palisades, be not only useless, but even harmful, for without them it lies open to the enemy, who need only jump into it with superior numbers in order to become master of it. The parapet and the banquette should properly have been lined with masonry on the inside, but this would have noticeably increased the costs and required more time; we have therefore The sally ports are opened and repaired. Flat-bottomed vessels in the ditch. The ditch is made wider on the river side and around the ravelin. lined them solely with good sods, which will suffice well enough during this war. The sally ports or small sortie gates in the curtains, between Vriesland and Groningen, and between Zeeland and Utrecht, are opened, repaired, and provided with sufficient doors on both sides to maintain communication with the covered way for carrying out reliefs, sallies, and retreats, by the additional means of flat-bottomed vessels made of three small manjiws, connected to one another with small beams and covered with planks, and thus constructed in the manner of the Ceylon kattoeponels, as well as entrenched on the sides with coir balls in fowling nets, by which fifty men at a time can be ferried across. From the right shoulder angle of the bastion Holland onward, the ditch, which measured only three rods wide there, is widened to eight rods, and at the same time led around the ravelin or so-called square platform, which lay exposed in the covered way, or without a ditch, and thus, as soon as the covered way would be captured, would also have to fall into the enemy's hands, but is now surrounded with the ditch
Dutch transcription
wat te doen indien koetsiem beleegerd word. 't groot belang van de Hoofd vesting. leggen, en in deezen staat zullen wij de bezet„ „tingen aldaar laaten blijven, zoo lange koet„ „sien zelve niet met eene beleegering gedreigd word, doch indien dit gebeurd: zullen wij wel genoodzaakt zijn, al ons volk van Aikotte in te trekken en die post zoo lange aan de bezettingen van Trevankoor en Koetsiem alleen over te laaten, mitsgaders van kran„ „ganoor alle Europeeschen en een gedeelte van de inlandsche troepen te laaten opkoomen. Nopens de hoofdvesting koetsiem begreepen wij, dat daar van het behoud of verlies van het heele etablissement op deeze kuste afhing, en dat de Engelschen, die al lange het baatzuch„ „tig dessein gesmeedt hadden, om zich meesters van de heele west van Jndiën te maaken, thans voornaamlijk zouden trachten, het zelve ter uitvoer te brengen, en dat men der„ „halven verwachten most, datze deeze plaats, zoo dra ze daar toe maar kans zagen, zouden trachten te bespringen, waar teegen alle mo„ „gelijke middelen tot verbeetering der vesting en tot eene manmoedige defensie, zonder tijd verlies, en zonder zich door de kosten te laa„ „ten afschrikken, behoorden werkstellig ge„ „maakt te worden, te meer, wijl de oude vervallene vesting-werken nu onlangs eerst onder de regeering van den Edelen Heer Moens ananas beplant Moens, als uit hunne ruinen, weder opgedol¬ „ven en zoodaanig hersteld en zelfs verbeeterd geworden waaren, dat zij, zoo wanneer 't geene, daar aan hier en daar noch ontbrak, daar noch bij gemaakt werd, eene vrij ern¬ „stige beleegering, met hoope van eene geluk„ „kige uitkomst, zouden kunnen verduuren. de verbeeteringen aan dezelve Deeze verbeeteringen zijn omstandig betoogd bij de voormelde sekreete Resoluutsie van den 19. Juli Jongstleeden en bestaan voornaam„ „lijk in de volgenden. De oude breede gracht van de boompoort af tot aan de rechter schouderhoek van het bolwerk Holland word hier en daar wat uitgediept en haar oever aan beide zeiden daar 't noodig is, wat gerepareerd. De bermen zijn met wilde De berm tusschen deeze gracht en de stads muuren is voor de bolwerken vijf en vijftig en voor de gordijnen vijftig rhijnlandsche voeten breed, vermoedelijk is bij den eersten aanleg het oogmerk geweest, om daar fausse. braijes aanteleggen, 't geen zeder geen gevolg gehad heeft; deeze breede berm, die den vijand, na 't passeeren van de gracht, een groot voor„ „deel geeven zoude, is met wilde ananas be„ „plant; die schielijk in malkander groeien, en een dicht doornachtig bosschaadje, formeeren, waar door de vijand belet word, niet alleen om de bedekte weg van een banket voorzien en gepallissadeerd de wapenplaatsen met traversen beveiligd. de noodzaaklijkheid daar van word betoogd. om van die breede berm gebruik te maaken, maar ook om den voet van de muuren te e naderen, als moetende zich daar na toe den weg, door het uitkappen en uitgraaven van het zelve, baanen, geduurende welken moei„ „lijken arbeid hij voor het vuur van het hand„ „geweer en de granaaten uit de vesting bloot staat. De bedekte weg word van een banket voor„ „zien en met pallissaden bezet, mitsgaders, bij de ingangen van de waapenplaatsen, met traversen beveiligt. Deeze palliscadee„ ring is zeeker kostbaar, doch een bedekte weg, die hier niet alleen het weezentlijkste maar teffens ook het eenigste buitenwerk is, waar door de vesting beveiligt, de vijand opgehou„ den, en de beleegering vertraagd en moei„ „lijk gemaakt word, zoude, zonder pallis„ saaden, niet alleen onnut, maar zelfs schaadelijk weezen, want zonder dezelven legt hij open voor den vijand, die er slechts met een meerder getal behoefd in te sprin„ „gen, om er Meester van te worden. — De borstweering en het banket hadden van rechts wegen inwendig met Metzelwerk moeten bekleedt worden, doch dit zoude de kosten merklijk vergroot en meer tijd vereischt hebben, wij hebben dezelven dus De sorties zijn geopend en gerepareerd. platboomde vaartuigen in de gracht. de gracht is aan de rivier kant breeder gemaakt en om 't ravelijn. dus eenelijk met goede zooden belegt, waar„ „meede het, geduurende deezen oorlog, wel zal te stellen zijn. De sorties of kleene uitval-poorten in de gordijnen, tusschen Vriesland en Groningen, en tusschen Zeeland en Utrecht, zijn geopend, gerepareerd en met suffisante deuren aan weerskanten voorzien, om de gemeenschap met den bedekten weg, tot het doen van de aflossingen, uitvallen, en retraites te onder„ „houden, door het bijkoomend middel van platboomde vaartuigen, die van drie kleene mansjouws, met balkjes aan malkander verbonden, en met planken belegt, en dus op de wijze van de Ceilonsche kattoeponels ge„ „maakt, mitsgaders ter zijde met Kaijerbol„ „len in vinkennetten verschanst zijn, waar„ „ mede vijftig Man tegelijk kunnen overge„ „zet worden. van de rechter schouderhoek van het bol„ „werk Holland af, word de gracht, die daar maar drie roeden breed viel, tot op agt roeden verbreedt, en teffens om het ravelijn of zoogenaamd vierkant plat, omgeleidt, het welk in den bedekten weg bloot, of zonder gragt lag, en dus, zoo dra de bedekte weg vermeesterd zoude zijn, ook in 's vijands han„ „den moest vallen, doch nu met de gracht omringt
English
and led around the Commander's point, the covered way and the glacis set back. The quay in front of the river gate lay open, being surrounded, attains its proper strength and first becomes truly usable for the purpose for which it was constructed. Furthermore, this moat, which ended or ran dead in front of the Commander's bastion, whereby the same also stood exposed to scaling ladders without a moat or any protection, is drawn completely around it. It goes without saying that, in order to effect this improvement, the old covered way with the glacis had to be set back by that much. In order that Your High Nobilities may observe this change made more clearly and properly judge its utility and necessity, we attach hereto a plan of that part of this fortress, namely from the bastion Holland up to the Commander's point, in which the old moat is marked in blue and the widening and extension is left in white, and in which the course of the old moat and of the previous covered way is also indicated with dotted lines. On the river side, the curtain between the points Stroomburg and Overijssel is eighty-five roeden long, and in front of the same the terrain of the quay is over forty feet wide, where vessels sail back and forth, and gave opportunity for a scaling. Proof of this to be presented. sail back and forth and load and unload, and this quay has not the least protection toward the river side, but lies entirely open. Here an European enemy could also have found opportunity to land unawares and scale the curtain. For this one would have had to live constantly in fear, particularly during a siege, for the enemy would only need, at some distance from the city, upriver, to gather a number of vessels, of which the whole country is full on account of the multitude of rivers and streams, and therewith send down at night with the ebb tide a sufficient number of daring men, who could land here silently and, under cover of darkness, attempt the deed without being hindered by an ordinary guard. One would therefore have had to man the points Stroomburg and Overijssel, as well as the curtain, with strong guards every night, but the state of the garrison would not have permitted this without fatiguing the same too much and without weakening the defense against the besiegers. We therefore resolved to place a battery along this quay, and only to leave open in front of the river gate a piece Decision to construct a battery there. Further decision to place palisades with cannons in between instead of a battery. The opening at the boom has been closed. The ramparts and bastions have been repaired. piece of ten or twelve roeden for the loading and unloading of vessels, and to close that opening at night with barriers; however, since upon a required calculation it was found that this battery would cost over ten thousand ropijen, we have chosen in its place a strong palisade with cannons in between, which costs barely a fourth and yet also fulfills the objective. Finally, at the boom between the bastion Overijssel and the tenaille called 't Gallioen, where one could enter the city at night without difficulty, we have also closed a very dangerous opening with a sufficient barrier, of which Your High Nobilities will find a detailed description in the repeatedly mentioned secret resolution, to which, in order to avoid too great prolixity, we here respectfully refer. Apart from these preparations, decreed by the frequently mentioned resolution, we have also employed the precautions always customary and highly necessary in such circumstances for repairing some minor defects on the ramparts, bastions, gates, The platforms of the cannon improved. The walls plastered. Yet no traverses placed on the main ramparts, because kapok bales will be used for that purpose. All this is mostly ready. The King of Koetsiem is helpful to us herein. gates, barriers, and bridges, and in particular the platforms of the cannon have been taken up and leveled where necessary, the embrasures repaired, and the walls properly plastered on the outside where the mortar had fallen out in many places; but we have not had traverses constructed on the ramparts, because a great number of kapok bales are on hand, which, in case of emergency, can be used for that purpose with less hindrance and at the most suitable places, and can each time be moved with little effort as circumstances require. All these preparations, at the writing of this, are already far advanced. The newly widened moat will be completed in this month of November, except for the final dredging which can only take place in the driest months, February and March; the work on the quay in front of the river gate and at the boom is finished, and the covered way is also completely ready and now only needs to be palisaded from the point Holland up to the Commandery, which will also be concluded before the New Year, regarding which we have much to thank the King of Koetsiem for his assistance. 7.
Dutch transcription
en om de kommandeurs punt heen-geleidt de bedekte weg en 't glacis achter uit gezet. de Kai voor de rivier poort lag open. omringt zijnde, zijne rechte sterkte erlangt en eerst recht bruikbaar word, tot het oogmerk, waar toe het is aangelegt. voorts word deeze gracht, die voor het kommandeurs bolwerk eindigde, of dood liep, waar door het zelve mede, zonder gracht, of eenig bescherming, voor de beladdering bloot stond, om het zelve rond ge„ „trokken. Het spreekt van zelve, dat, om deeze verbeetering te effektueeren, de oude bedekte weg met het glacis zoo veel hebben moeten achter uit gezet worden. op dat uwe Hoog edelheeden deeze gemaakte verandering duidelijker beschouwen en over haare nuttigheid en noodzaakelijkheid be„ „hoorlijk oordeelen mogen, voegen wij hier nevens een plan van dat gedeelte dezer ves„ „ting, of van het bolwerk Holland af, tot 's kommandeurs punt toe, waarbij de oude gracht blauw afgezet en de verbreeding en verlenging wit gelaaten is, en waarbij ook het beloop van de oude gracht en van den voorigen bedekten weg met gestipte lijnen aangeweezen word. Aan de rivier kant is het gordijn tusschen de punten stroomburg en overijssel vijf en tachentig roeden lang, en voor het zelve is het terrein van de kai over de veertig voe„ „ten breed, waar de vaartuigen aan en af vaaren en gaf geleegenheid tot eene beladdering. bewijs daar van aan te leggen. vaaren en lossen en laaden, en deeze kai heeft naar de rivier kant toe geene de minste bevei„ „liging, maar legt ten eenemaal open. — Hier zoude een Europeesche vijand ook geleegen„ „heid hebben kunnen vinden, om onverhoeds te landen, en het gordijn te beladderen. Hier voor zoude men inzonderheid geduurende eene beleegering gestaadig hebben moeten in vreeze leeven, want de vijand behoefde slechts, op eenigen afstand van de stad, boven in de rivier, eene partij vaartuigen te verzaame„ „len, waar van het heele land, wegens de mee„ „nigte rivieren en spruiten, vol is, en daar mede 's nachts met de ebbe een genoegsaam getal stoute Manschap aftezenden, die hier ter plaatse in stilte landen, en onder begun„ „stiging van de duisternis, het stuk bestaan kosten, zonder zich daar aan door eene ordi„ „naire wacht te laaten kinderen. Men zoude derhalven de punten stroomburg en overijssel nevens het gordijn alle nachten met sterke wachten hebben moeten bezetten, doch dit zoude de staat van 't garnisoen niet toegelaaten hebben, zonder het zelve te veel te fatiqueeren; en zonder de defensie tegen besluit om daar eene batterij de belegeraars te verzwakken. wij beslooten derhalven, langs deeze kai eene batterij te leggen, en eenelijk voor de rivier poort een stuk nader besluit om in steede van eene batterij pallissaa„ „den met kanons tusschen beiden te zullen. de opening bij de boom is toegemaakt. de wallen en bolwerken zijn gerepareerd stuk van tien of twaalf roeden open telaa„ „ten, tot het lossen en laaden der vaartui„ „gen, en die opening 's nachts met barrieres te sluiten, doch zeder bij eene ge-eischte kalkulaatsie bevindende, dat deeze batterij over de tien duizend ropijen te staan zoude koomen, hebben wij in derzelver plaatse eene sterke pallissadeering met kanons tusschen beiden gekoozen, die nauwlijx een vierde kost en echter ook aan het oog„ „merk voldoed. Eindelijk hebben wij noch eene zeer gevaar„ lijke opening bij de boom, tusschen 't bol„ „werk overijssel en de tenaille, 't gallioen genaamt, daar men 's nachts zonder moeite in de stad kost koomen, met eene suffi„ „sante barriere geslooten, waar van uwe Hoogedelheeden eene omstandige beschrijving bij de meermelde sekreete resoluitsie zul„ „len vinden, waaraan wij ons, ter vermei„ „ding van al te groote wijdloopigheid, hier in eerbied gedraagen. Buiten deeze aanstalten, bij de dikwils ge„ „melde resoluitsie gearresteerd, hebben. wij ook de in zulke omstandigheeden altijd gebruiklijke en hoog noodige voorzorge aangewendt, tot het herstellen van eenige geringe gebreeken aan de wallen bolwerken, poorten de beddings van 't kanon verbeeterd. doch geen traversen op de hoofdwallen gelegt. wijl men daartoe kapok baalen gebruiken zal. dit alles is meest klaar de koning van Koetsiem is de muuren gepleisterd. poorten, hekken en bruggen, en zijn inzonder¬ heid de beddings van 't kanon, daar 't noodig was, opgenoomen en waterpas gelegt, de em„ „brasures gerepareerd, en de muuren van buiten, daar op veele plaatsen de kalk uit„ „gevallen was, behoorlijk bepleisterd; doch traversen hebben wij op de wallen niet laa„ „ten aanleggen, door dien eene meenigte van kapokbalen aan handen zijn, die, in val van nood, daar toe, met minder belemme„ „ring en op de bequaamste plaatsen, kunnen gebruikt, en naar vereisch van zaaken, telkens met geringe moeite verplaatst worden. Alle deeze aanstalten zijn, onder het schrijven deezes, reets verre gevorderd. De nieuwe verbreede gracht koomt in deeze maand November klaar, op het laaste uitdiepen na het welk eerst in de droogste maanden, Februarij en Maart, geschieden kan het werk aan de kai voor de rivier-poort en bij de boom is voltoid, en de bedekte weg is meede ten vollen klaar en moet noch maar, van de punt Holland af tot aan het kommandement, gepallissadeerd worden, het geen ook voor nieuw Jaar zijn beslag erlangen zal, waar omtrend wij ons hier in behulpzaam veel aan den koning van koetsiem te danken hebben 7.
English
Measures for securing the river against the barges and boats of the warships, with twelve cannons from the places of arms, with thirteen on the quay, with eleven from the new work, and with the snow and the narrow-boat, who provides us with the necessary coolies with great satisfaction. Since we assume that the hostile war fleet, under Admiral Hughes, in passing to Bombai, will come to anchor on our roadstead outside the range of the artillery and will attempt to disturb our river with armed boats and barges, and to set fire to our vessels and shipyard, or perhaps also Mattensjeri and the Jewish quarter, or commit other such hostilities, as occurred around Nagapatnam, which we could not prevent emphatically enough with the artillery of the fortress alone: we have had twelve cannons brought into the two places of arms of the covered way near the commandery and near the bay gate, which sweep the river horizontally at water level, and when the vessels have passed these batteries, they will find along the quay in front of the river gate thirteen others, which likewise shoot at water level, and subsequently another eleven from the new work, outside the boom gate; while the snow Nehalemna, armed and well intrenched with twenty-six four-pounder cannons, and the narrow-boat De Verwachting, with fourteen three-pounders and ten swivel guns, are placed across the river above the new work in front of the boom gate, where the shipyard begins, and have been moored with springs on their cables in such a way that they can alternately present both broadsides to the approaching vessels. And we trust that this precaution taken, whereby such intruding hostile vessels, in addition to the heavy artillery of the bastions, would be exposed to the fire of seventy-six pieces and ten swivel guns, will be able to foil all enterprises of that nature and deprive the enemy of the inclination to do so. The garrison required here is estimated in the aforementioned secret dispatch of 24 April 1779 at: 573 Europeans 300 Easterners 600 Sipahis 400 Malabar Christians 300 Sheiks, and 116 Artillerymen According to the secret resolution of 19 July last, a small table indicates that the following are lacking: 208 Europeans 76 Easterners 158 Sipahis, and 59 Artillerymen To remedy this shortage, it was decided to raise two companies of Topasses, a battalion of Sipahis, two companies of Christians, and two companies of Sheiks, and to take native artillerymen into service. Since we could easily foresee that for the time being we were to expect no relief of Europeans and Easterners from the main settlement, and that Kolombo, instead of coming to our aid, would rather need our help, we have, in order to save ourselves and to reinforce Ceilon if necessary with some companies of Sipahis, taken the following decisions: To take into service as many capable Topasses as are needed to make up the deficiency of Europeans and Malays, and to form two companies of them under European officers and sergeants. To recruit a battalion of Sipahis, and to raise another two companies of Malabar Christians and two companies of Sheiks, in order to be able to come to the aid of Ceilon if necessary with an entire battalion of Sipahis. And to make up the shortage of artillerymen with natives. Later, a change occurred in this decision. Because some time after passing this resolution we received reliable reports that the English in Bombai, on their second march to Poena, had once again been defeated by the Marathas and had retreated with great losses, and that their affairs on the Coromandel Coast against Haidar Ali Khan were also deteriorating, making it probable that they would not be able to undertake any siege against us this year: we have enlisted no more Sheiks, nor any Malabar Christians beyond about one hundred men who had already been recruited and have been placed with companies No. 1 and 4 at Aikotte. However, the recruitment of Topasses and Sipahis is being continued, and of the latter, two companies stand ready to be sent to Kolombo at the first opportunity. Furthermore, we have had the artillery and the armory surveyed by knowledgeable commissioners and confronted with a distinct list and statement of everything deemed necessary to endure a formal siege by Major Wohlfarth, in a certain document deposited here at the secretariat under the title Considerations on the Defense of Koetsiem. Their report is entered in our secret resolution of 22 August, along with our marginal decisions thereon, to which we refer here to avoid excessive prolixity.
Dutch transcription
Maatregelen tot beveiliging van de rivier tegen de schuiten en boots van de oorlogs schepen met twaalf kanons uit de wapenplaatsen met dertien aan d' Kai met elf van 't nieuwe werk en met de snauw en 't smalschip hebben, die ons de noodige koelies met veel genoegenheid bezorgt. wijl wij onderstellen, dat de vijandige oorlogs vloot, onder Admiraal Hughes, in het passee„ „ren naar Bombai, op onze rheede buiten het geschut, ten anker koomen en trachten zal, onze rivier met gearmeerde boots en schuiten te ontrusten, en onze vaartuigen en timmerwerf, of ook wel Mattensjeri en de Joden-buurt, in brand te steeken, of dergelijken andere hostiliteiten te plee„ „gen, als omtrend Nagapatnam geschied is, het geen wij met het geschut van de vesting alleen niet nadrukkelijk genoeg zouden kunnen verhinderen: zoo hebben wij in de twee wapenplaatsen van den bedekten weg bij 't kommandement en bij de baaipoort te twaalf kanons laaten brengen, die de rivier water pas bestrijken, en als de vaartuigen deeze batterijen gepasseerd zijn, vinden ze langs de kai voor de rivier-poort dertien anderen, die mede waterpas schieten, en vervolgens noch elf van 't nieuwe werk, buiten de boompoort; terwijl de snauw Nehalemna met ses en twintig kanons van vier pond en 't smalschip de verwach„ „ting met veertien drieponders en tien drai bassen gearmeerd en wel verschanst boven de die dwars over de rivier opspringen gelegt zijn. da De bezetting van koetsien wat daarvan ontbreekt boven het nieuwe werk voor de boompoort, waar de scheepstimmerwerf begint, dwars over de rivier geplaatst en derwijze opsprin„ „gen gelegt zijn, dat ze beurtlings beide breede zijden aan de opkoomende vaartuigen pre„ „senteeren kunnen en wij vertrouwen, dat deeze gebruikte voorzorge, waar door zulke indringende vijandige vaartuigen, buiten het zwaare kanon van de bolwerken, aan het vuur van ses en zeeventig stukken en tien drai bassen bloot gesteld zouden zijn, alle onderneemingen van dien aart, zal kunnen veriedelen, en den vijand de lust daartoe beneemen. — De bezetting, die hier vereischt word, is bij de voorwaards geciteerde sekreete missive van den 24. April 1779. begroot op 573. Europeeschen 300. Oosterlingen 600. Sipahis 400. Malabaarsche kristenen 300. sjegos en 116: Artilleristen bij de sekreete resoluitsie van den 19. e Juli Jongstl: wijst een tabelletje aan dat daar aan ontbreeken 208. Europeeschen 76. oosterlingen 158. Sipahis en 59: Artilleristen wijl 1 d de wij ba de oud is beslooten. twee kompenien Toepassen een battaljon sipahis twee komp:s kristanten twee kompanien sjegos op te rigten en inlandsche Artilleristen in dienst teneemen keder is in dit besluit verandering gekoomen wijl wij ligt kosten voorzien, dat wij van de Hoofdplaats voor eerst geen ontzet van Europee„ „schen en oosterlingen te wachten hadden, en dat Kolombo, in steede van ons te hulpe te koomen, veel eer onze hulpe zoude noodig om dit gebrek te vervullen hebben: zoo hebben wij, om ons zelven te redden, en om Ceilon des noods met eenige kompanien sipahis te versterken de vol„ „gende besluiten genoomen. - om zoo veel fluxe Toepassen in dienst tenee„ men, dat het ontbreekende aan Europeeschen en Malaiers daar door vervuld word, en daarvan twee kompanien op terichten onder Europeesche officiers en serjants. om een battaljon sipahis aan te werven, en noch twee kompanien Malabaarsche kristenen en twee kompanien sjegos op„ „terichten, om Ceilon des noods, met een heel battaljon sipahis te kunnen te hulp koo„ „men en om het ontbreekende aan Artilleristen door Jnlanders te vervullen. wijl wij echter eenigen tijd na het neemen van deeze resoluutsie verzeekerde berichten kreegen, dat de Engelschen te Bombai in den tweeden optocht naar Poena, ander„ „maal door de Maratten geslaagen en niet groot verlies geretireerd waaren, en dat hunne e„ men heeft geene sjegos en maar honderd kristanten aangenoomen. staan gereed voor Ceilon. opneem van de Artillerij d en wapenkamer en konfrontaatsie van onzen voorraad tegen eene lijst van benoodigdheid hunne zaaken op de Kust Kormandel tegen Haider Alichan ook achter uit gingen, en het dus waarschijnlijk werd, dat zij dit jaar geene beleegering tegen ons zouden kunnen onderneemen; zoo hebben wij geene sjegos meer indienst genoomen, en ook geene Ma„ „labaarsche kristenen, buiten omtrend hon„ „derd stux, die reets aangeworven waaren en bij de kompanien N=o 1: en 4. te Aikotte geplaatst zijn, doch de werving van Toepas„ twee kompanien sipahis„sen en sipahis word voortgezet, en van de laasten staan twee kompanien gereed, om met de eerste geleegenheid naar Kolombo gezonden te worden. wijders hebben wij de Artillerij en wapen„ „kamer door kundige Gekommitteerden laaten opneemen en konfronteeren tegen eene distinkte lijst en opgave van al 't geen tot het verduuren van eene formeele beleegering noodig geoordeeld is van den Majoor Wohlfarth, bij zeeker schriftuur, hier ter sekretarije onder den titel Beden„ kingen over de defensie van koetsiem het bericht derwegens berustende. Hun bericht is bij onze sekree„ „te resoluutsie van den 22. ' aug:s ingeschreeven, met onze marginaale besluiten op het zelve; waaraan wij ons tot voorkooming van al te groote wijdloopigheid hier gedraagen. Echter de de de wij 60 on 8
English
The supply of gunpowder was too small; thus the powder mill here has been restored to working order. Precautions taken regarding provisions in the fortress. However, already on the 19th of July previously, we observed regarding our supply of gunpowder that it was far too small to endure a formal siege, amounting to only slightly over one hundred thousand pounds; and that in these times we dared not rely on supplies from Kolombo or Batavia, as Ceylon itself would currently be in dire need of its own, and Batavia was too far away, not to mention the danger of shipments from there falling into the hands of our enemies. We therefore resolved to restore the old powder mill here at little expense, which can produce fully as much as is needed for daily consumption, so that at the very least we do not fall behind. The report regarding the survey of that mill, containing an indication of what needed to be repaired and procured, has been inserted into the aforementioned secret resolution of the 19th of July. Furthermore, we have endeavored to provide this fortress with the necessary provisions against an impending siege, regarding which we respectfully refer to The supply of rice is generously calculated for a full year. A calculation for the other provisions has been made for six months. Demand for homeland and Cape provisions from Ceylon. Resolution concerning further purchases. That purchase has since been postponed. the accompanying secret resolutions of the 19th of July and the 22nd of August last, and merely quote the following from them. We estimated our requirement of rice at six hundred lasts for a full year, in order to be able, in the event of an impending siege, to provide not only for the militia and other servants, but also for the destitute congregation, in accordance with the humanitarian sentiments written in the previously cited separate letters to and from Your Right Noblenesses of the 24th of April and the 25th of September 1779 concerning the defense plan. Regarding the other provisions, we had an estimate drawn up by the second-in-command for a period of six months, and thereupon resolved to apply to Ceylon for some homeland and Cape provisions, and to purchase whatever else was lacking as opportunity permits. However, as the fear of an imminent siege has since diminished, none of the perishable goods have been purchased, except for hay and straw, which can only be obtained at the end of the rainy season, and firewood, the procurement of which requires much time; but the former does not cost much, and the latter The environs of the fortress have been surveyed. The report concerning this and our resolutions upon it. can be used in the household or otherwise sold without loss. We also had the environs of the fortress surveyed by knowledgeable commissioners to ascertain what houses, outbuildings, trees, and woods ought to be cleared away in order to facilitate the defense of this fortress, make operations more difficult for the besieger, and deprive him of the advantages he might derive from them. Their report has likewise been inserted into the secret resolution of the 25th of September among the annexes to this letter. According to it, the bridge of Mattanseeri should be demolished, and everything standing on this side of the stream running underneath it, such as the shipyard and the hamlet called the Pagodinjos, should be dismantled. However, of this we have likewise carried out nothing so far, other than moving the lodgings for the native militia from the glacis to the Company's outer garden, clearing the nearest trees and woods, and dismantling the vacant sheds belonging to private individuals near our shipyard, which served merely as a refuge for rabble. Should, The plan of this fortress and its environs is transmitted with the original. Further considerations regarding the improvements made. however, any further suspicion of an imminent siege arise, the sheds in the shipyard and the obstructive buildings in the Pagodinjos will also be torn down, and the owners of vessels and timbers will be warned to shelter them within the fortress or transport them to Kranganoor. In order that Your Right Noblenesses may more closely and clearly examine the preparations and measures for our defense described thus far, and better judge their necessity and usefulness, we have attached to the original of this document, which awaits safe dispatch, a plan of this fortress as it now is or will be, with its environs as far as the works of the besiegers might extend, in which, according to a precise measurement previously conducted, all notable places mentioned in this letter or in the resolutions and reports are indicated. And although a strict examination of the improvements made to the fortification might show that they do not conform to all the rules of modern military engineering
Dutch transcription
de voorraad van buskruit was te kleen lus is de kruitmoolen hier wederom in staat gesteld gebruikte voorzorge omtrend de levensmiddelen in de vesting Echter hadden wij reets den 19. Juli bevoorens nopens onzen voorraad van buskruit aan„ „gemerkt, dat dezelve veel te kleen was, om eene formeele beleegering te verduuren, /als bedraagende maar weinig boven de honderd duizend ponden:/ en dat wij in dezen tijd het niet op den toevoer van kolombo of Batavia durfden laaten aankoomen, wijl Ceilon het zijne thans zelfs hoog noodig zoude hebben en Batavia te ver van de hand was, te gezwijgen het gevaar„ 't welk de aanbreng van daar zoude loopen, van te vallen in de handen onzer vijanden, en daarom beslooten wij, de oude kruitmoo„ „len alhier wederom, met geringe kosten, in„ staat te stellen die ruim zoo veel kan uit„ „leeveren, als tot de dagelijxe konsumptsie noodig is, op dat wij daar door ten minsten niet achter uit raaken. Het bericht no„ „pens den opneem van die moolen, behel„ „zende eene aanwijzing van 't geen heeft moeten gerepareerd en aangeschaft worden, is bij de meermelde sekreete Resoluutsie van den 19. Juli geinsereerd. voorts hebben wij getracht, deeze vesting teegen eene aanstaande beleegering van de noodige leevensmiddelen te voorzien, waar omtrend wij ons in- eerbied gedraagen aan de de voorraad van rijs is, ruim bereekend voor een rond Jaar van d' ovrige provisien is eene bereekening gemaakt a voor ses maanden. kaapsche provisien van Ceilon besluit van 't verder in te koopen de overgaande sekreete resoluúitsie van den 19: Juli en 22: August Jongstl: en daaruit alleen het volgende aanhaalen. onze benoodigdheid van rijs hebben wij voor een rond Jaar op ses honderd lasten geschat, om bij eene aanstaande beleegering, niet alleen aan de Milietsie en verdere Dienaaren, maar ook aan de noodleidende Gemeente, verstrek„ „king te kunnen doen, overeenkomstig met de menschlievende gevoelens bij de voorwaarts aangehaalde aparte brieven aan en van uwe Hoogedelheeden van den 24:e April en 25. sep„ „tember 1779. over het plan van defensie ge„ „schreeven. — Nopens d' overige provisien hebben wij door den sekunde eene reekening voor den tijd van ses maanden laaten op„ maaken, en daarop beslooten, Ceilon om Eisch van waderlandsche en eenige vaderlandsche en kaapsche provisien aantespreeken en het verder ontbreekende naar tijds geleegenheid in te koopen. Doch wijl de vreeze voor eene kort aanstaande beleegering zeder verminderde, is van, de dingen, die bederf onderheevig zijn niets die inkoop is zeder uitgesteld ingekocht, buiten hoi en stroo, het geen maar alleen met het eindigen van den re„ „gentijd te bekoomen is, en het brandhout, welkers aanschaffing veel tijd vereischt doch het eerste kost niet veel en 't laaste kan d E „ on de environs der vesting zijn opgenoomen. het bericht derwegens en onze besluijten daar op kan in de huishouding gebruikt, of anders zonder schaade verkocht worden. Ook hebben wij de environs der vesting door kundige gekommitteerden laaten op„ „neemen, ter ontwaaring, wat voor huizen, opstallen, boomen en bosschen, zouden dienen uit den weg geruimd te worden, om de defensie deezer vesting te faciliteeren, en den Beleegeraar het werk moeilijker te maaken, en hem van de voordeelen te be„ „rooven, die hij daarvan zoude kunnen trekken. Hun bericht is bij de sekreete re„ „soluutsie van den 25. september mede onder de bijlaagen deezes overgaande geinsereerd. — volgens het zelve zoude de brugge van Mat„ „tanseeri afgebrooken en al wat aan deeze kant van de daar onder door loopende spruit staat, als de scheepstimmerwerf en het ge„ „hucht, de Pagodinjos genaamt, gesloopt moeten worden. Doch ook hiervan hebben wij tot nu toe niets anders ter uitvoer ge„ „bragt, dan dat de opstallen voor de inland„ „sche Milietsie van het glacis naar 's komp:s buitentuin verplaatst de naaste boomen en bosschen weggekapt, en de leedige loot„ „sen van partikulieren bij onze timmer„ „werf, die maar tot eene schuilplaats van slecht volkje dienden gesloopt zijn. mogt C3 „ er het plan van deeze vesting en haare environs gaat met het origineel over. Nadere konsideraatsien over de gemaakte ver„ „beeteringen. er echter eenig nader vermoeden van eene kort aanstaande beleegering opkoomen: zoo zullen de Lootsen op de werf en de hinderlijke opstallen in de Pagodinjos mede afgebrooken en de Eigenaars van vaartuigen en hout„ „werken gewaarschuwd worden, om dezelven binne de vesting te bergen, of naar kranganoor te vervoeren. — op dat uwe Hoogedelheeden de tot nu toe beschreevene aanstalten en maatregelen tot onze defensie nader en duidelijker beschouwen en over haare noodzaaklijk„ „heid, en nuttigheid te beeter oordeelen kunnen, hebben wij, bij het origineel deezes, het welk op eene veilige bestelling legt te wachten, een plan van deeze ves„ ting gevoegt, zoo als dezelve thans is, of worden zal, met haare environs, zoo verre als het werk der Belegeraars zich zoude kunnen uitstrekken, waarbij volgens eene vooraf gedaane nauwkeurige meeting, alle merkwaardige plaatsen aangeweezen wor„ „den, die bij deezen brief, of bij de resoluut„ „sien en berichten, opgenoemd worden. — En hoewel bij een scherp examen van de gemaakte verbeeteringen aan de fortifi„ „kaatsie mogt blijken, dat dezelven aan alle regels van de nieuwste krijgsbouw„ „kunde d d 6 4 9 9.
English
Demand for necessary things. Reports concerning the English at Bombay cannot satisfy in the utmost perfection, we nevertheless hope it will be found that they fulfill our objective, which was solely to secure the fortress entrusted to us against the surprises to which it lay exposed in several places, and to bring it into such a state of defense that it cannot be captured by a violent assault, but that an enemy intent on its conquest will be compelled to lay formal siege to it, for which such a force of men and such a large provision of all kinds of necessities would be required as our enemies cannot easily bring before this place, and whereby a great chance would still remain for us to thwart their undertaking through a courageous defense. Yet because several things are needed for this which we lack, we herewith present Your Right Excellencies with a requisition, with the humble request to favor us with the fulfillment thereof. The reports that we can give with certainty concerning the English at Bombay consist solely of this: that their latest expedition and on the Coromandel Coast expedition against the Marathas has failed once again, and that they suffered greatly and lost many men on the retreat; that they have subsequently attempted to make peace with the Marathas, but have been unable to succeed therein because the latter demanded the return of all fortresses and lands taken from them, as well as compensation for damages and war expenses. The former the Ministry of Bombay could hardly grant, for then the untold sums of this war, which have swallowed the entire treasury of Bengal of more than twenty million rupees and plunged the government of Bombay into heavy debts, would be lost once and for all; and as for the latter, the compensation for damages and costs, they are not capable of it, for that account would also amount to many millions, and the Government already finds itself in great embarrassment due to a lack of money to pay the troops, so far is it from being able to find the necessary funds for such an enormous compensation of damages. How matters stand with them on the Coromandel Coast, the Ministers of Nagapatnam and Colombo will best be able to inform. The factories on Coromandel have been captured, but Nagapatnam is protected by Hyder Ali Khan! So much, however, is known to us: that things are by no means going prosperously for them there either, and that in a heavy battle on 27 August they lost many men, and among them several European staff officers, Colonel George Brown having been killed and Colonel Stuart having had a leg shot off, among others. News has also been received here of a second battle that is said to have been fought on 16 September and to have turned out once again to the great disadvantage of the English, though this requires further confirmation. Furthermore, Your Right Excellencies will already have seen from the Coromandel and Ceylon letters that our factories on the Coromandel Coast have been captured by the English, but that Nagapatnam has been preserved through a treaty which the Ministers there concluded with the Nabob Hyder Ali Khan, whereby he took the protection of the city upon himself and has since indeed carried it out. With this alliance, the aforementioned Nabob appears to be very well pleased, for he had it publicly proclaimed in a solemn manner at Mahe and Calicut under the firing of heavy artillery, with this Our factory at Surat has also been taken possession of by the English. The Ministers are prisoners of war, but have kept their property. Two small English vessels have been seized here. addition: that the Dutch are his friends and thus have the freedom to trade in his land, and must be treated as such. Concerning Surat, we must inform Your Right Excellencies that on 14 June last our lodge and shipyard there were taken into possession by the English and seized along with all the Company's effects, and that the Honorable Director van de Graaff and other servants there were made prisoners of war, but have kept their private property, and have up to now been left in their dwellings and are treated very kindly. The Honorable Mr. van de Graaff communicated this to the first-signed in a small note which he was permitted to send after it had been read by the English Government, wherein, consequently, no details could be imparted. On 23 August, a native vessel of the English Company from Tellicherry put in here with a small chest of cash sealed with the seal of the English Company, in which seven thousand rupees were found; and the following day, the second-in-command of that office, Mr. Michael
Dutch transcription
Eisch van noodzaaklijke dingen. Berigten nopens de En„ „gelschen te Bombai „kunde, in de uiterste perfeksie, niet voldoen: zoo hoopen wij echter, dat bevonden zal worden, dat dezelven voldoen aan ons oogmerk het welk eenelijk was, om de ons toevertrouwde vesting voor de surprises, waar aan dezelve op verscheidene plaatsen bloot lag, te beveili„ „gen, en in zulk eenen staat van defensie te brengen, datze ook niet door een geweldigen aanval /: attaque d' emblee oud insulte:/ kan vermeesterd worden, maar dat een vijand, die op haare verovering toeglegt, ge„ „ noodzaakt zijn zal, dezelve formeel te be„ „leegeren, waar toe zulk eene macht van volk en zulk een groote omslag van allerlij behoef„ „ten zoude vereischt worden, als onze vijanden niet ligt voor deeze plaats kunnen brengen, en waarbij als dan noch voor ons eene groote kans zoude overblijven, om door eene man„ „moedige defensie, hunne onderneeming te veriedelen. Dan dewijl daar toe verscheidene dingen noo„ „dig zijn, die ons ontbreeken: zoo bieden wij uw Hoogedelheeden hier neevens een Eisch aan, met eerbiedig verzoek, om ons met des„ „zelfs voldoening te begunstigen. De berichten welke wij van de Engelschen te Bombai met zeekerheid geeven kunnen, be„ „staan eenlijk hier in, dat hunne laatste expedietsie en op de kust kormandel expedietsie teegen de Maratten wederom mis„ „lukt is, en dat ze op den aftocht heel veel geleede en veel volk verlooren hebben; Dat ze keder getracht hebben, met de Maratten vreede te maaken, doch daarin niet hebben kunnen slaagen, door dien deezen de terug gave van alle henl: ontnoomene vestingen, en landen en teffens vergoeding van schaade en oor„ „logs=kosten ge-eischt hebben, Het eerste zoude het Ministerium van Bombai niet wel kun „nen inwilligen, want dan zouden de onnoem „lijke sommen van deezen oorlog, die het heele tresoor van Bengale van ruim twintig millioenen ropijen verslonden en het goever„ „nement van Bombai in zwaare schulden gedompeld hebben, eens voor al verlooren wee„ „zen, en tot het laaste /: de vergoeding van schaade en kosten:/ zijn ze niet in staat, want die reekening zoude mede veele Millioenen bedraagen en het Goevernement bevindt zich thans reets in groote verleegenheid wegens geld gebrek om de troepen te betaalen, zoo verre is het er van daan, dat het zelve de noodige fondsen tot zulk eene ontzachlijke schaver„ „goeding zoude kunnen vinden. Hoedaanig het met henlieden op de kuste kormandel gesteld zij, zullen de Ministers van Nagapatnam en kolombo best kunnen bedeelen de de Faktorijen op korman„ del zijn vermeesterd. doch Nagapatnam is door Naider Alichan beschermd! bedeelen, zoo veel is ons echter daarvan bekend, dat het henlieden daar ook gansch niet voor„ „spoedig gaat, en dat ze in een zwaare battaille op den 27=ste August heel volk en daar onder verscheidene Europeesche stafs officieren ver„ „looren hebben, zijnde onder anderen de kollonel George Brown gesneuveld en den kollonel stuart een been afgeschooten, ook heeft men hier tijding van eene tweede battaille, die op den 16de September zoude geleeverd en we¬ „derom tot groot nadeel van de Engelschen uitgevallen zijn, doch dit vereischt nadere konfirmaatsie. voorts zullen uw Hoogedelheeden reets uit de kormandelsche en Ceilonsche brieven gezien hebben, dat onze faktorijen op de kust kormandel door de Engelschen vermees„ terd zijn, doch dat Nagapatnam behouden is, door een traktaat, het welk de Ministers aldaar met den Nabab Haider Alichan ge„ „slooten hebben, waar bij Deeze de bescher„ „ming van de stad opzich genoomen en zeeder ook met er daad gepresteerd heeft. Met dee„ „ze verbintenis schijnt welgemelde Nabab zeer in zijn schik te zijn, want hij heeft dezelve te Mahe en Kalikut, onder het lossen van het zwaare geschut, op eene solemneele wijze laaten publiceeren, met deeze onze faktorij te soeratte is mede door de Engelschen in bezit genoomen. de Ministers zijn krijgs„ gevangenen. doch hebben hun goed behouden. Hier zijn twee Engelsche vaartuigjes aangeslaagen, deeze bijvoeging, dat de Hollanders zijne vrien„ „den zijn en dus vrijheid hebben, in zijn land te negootsieeren, mitsgaders als zoodaanig moe„ „ten behandeld worden. Nopens suratte moeten wij uwe Hoogedel„ heeden ter kennisse brengen, dat op den 14:e Juni Jongstleeden onze Losie en werf aldaar door de Engelschen in bezit genoomen en nee„ „vens alle effekten van de kompanie aange„ „slaagen zijn, en dat de Edele Heer Direkteur van de Graaf en verdere Bedienden aldaar krijgs gevangenen gemaakt zijn, doch hun partikulier goed behouden hebben, en tot nu toe in hunne wooningen gelaaten, en zeer vriendelijk behandeld worden. D' Edele Heer van de Graaff heeft dit aan den eerstgetee„ „kenden bedeeld, bij een kleen briefje, het welk hij heeft mogen verzenden; na dat het zelve bij 't Engelsche Goevernement geleezen was, waar bij dus geene bezonderheeden heb„ „ben kunnen bedeeld worden. — Den 23=ste Augustus viel hier een inlandsch vaartuig van d' Engelsche Kompanie van Tellitscheeri binnen met een kisje met kontanten, met het Cachet van de Engelsche komp: verzeegeld, waar in zeevenduizend ropijen gevonden werden, en 's daags daar aan quaam de sekunde van dat kantoor Mr Michael 10
English
and an English senior merchant named Michael Firth was taken prisoner of war. The vessels and Company money have been declared lawful prize. Also, the property of private individuals was released. Among which also 4000. rupees belonging to private individuals. Michael Firth, Senior Merchant, arrived with a second vessel to procure provisions and other necessities for that place, which is still being besieged by the Nabob Haider Alichan. He thus suffered the fate of being a prisoner of war, and the vessel was likewise seized. Both these vessels, with the goods belonging thereto, were declared lawful prize at the session of the 31. Aug:s following a prior investigation, together with the aforementioned 7000. rupees; however, all private funds and effects were left to the owners, as has long been customary among civilized nations. Since then, the aforementioned Firth has made known that, among the seven thousand rupees on the first vessel, four thousand were included that belonged to him and the Governor Freeman; requesting that the same, on the grounds of our resolution regarding the goods and funds of private individuals, might be returned to him. And since he has since submitted a letter in the own hand of the Mr. Freeman, in which the ownership of that sum is asserted under the offer of an oath, and the English at Surat have given us an example Sale of the aforementioned two vessels and of another nine private vessels. Exchange of the Honorable Mr. van de Graaff for the aforementioned Mr. Firth. English letters regarding this matter. example of generosity in such circumstances: so we respectfully trust that Your High Excellencies will favorably approve that we have thereupon returned those funds. The two Almadies were sold for rup: 1037/24. and on the 25. ' September last, nine native vessels were further seized and sold, namely one baal, six Almadies, and two small vessels belonging to English subjects, which according to resolution were likewise declared lawful prize and have since been sold, and together yielded rup:s 5578. However, we expect that the owners will now also, on the foundation of the aforementioned resolution and especially of the example of Surat, request the return of those vessels or the proceeds. The first undersigned has since, through the said Firth, proposed to the English Government at Bombay to exchange the Honorable Mr. van de Graaff for him, Firth; which, beyond expectations, was granted, as appears from the Company's letter written by the English Governor of Tellitscheeri to the first undersigned and the extract from Reports of the English fleets. from the Company's letter of Bombay, of which copies and translations are transmitted among the enclosures to this. Consequently, Mr. Firth was released forthwith. We hope that this treatment may be agreeable to Your High Excellencies. — Now we must also give Your High Excellencies some report on the English naval power in these regions. The fleet under Admiral Hughes consists of six ships of war and three frigates, but is sometimes enlarged by ships of the Company and by two-masted snows and one-masted sloops. However, the ships are said to be old and worn out and, in addition, weakly manned; but there is another squadron underway under the command of the famous Governor Johnston, consisting, according to the statement of the English themselves, of two ships of the line, to wit one of 72. and one of 64. guns, three ships each of 50. guns, and 4. frigates of lesser charter, which is expected daily with twelve English Company ships, when the fleet of Admiral Hughes will presumably return to Europe. In the Government of Bombay are located and cruisers. 1 N:o Duplicate Examined located the frigate the Revenge of 36: guns, the Bombay Grab of 24. guns, and the Seahorse of 16: guns, which have been cruising on these coasts since the opening of navigation and have prevented us from sending the Ceylon auxiliary troops to Colombo with our vessels, pursuant to the request of the Honorable Governor Falck, as Your High Excellencies will find further set forth in our secret Resolution of the 25:th of September, to which we here refer. Said auxiliary troops have since been kept ready to cross over to Ceylon with the first secure opportunity, which will likely come to hand with the French fleet. We do ourselves the high honor to remain, with the utmost respect and high esteem. Beneath was written: High and Mighty, Most Honorable, Widely Ruling Lord! and Right Honorable, Noble Sirs! Your High Excellencies' humble and faithful servants. Was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: Vernede, W: van Haeften, and J: A: Daumichen. In the margin: Cochin, the 24:th of November 1781:— Agrees, Adriaan Bootvliet J. V. Everdijck Eyklork
Dutch transcription
en een Engelsche opperkoop„ „man krijgs gevangen gemaakt, genaamd Michael Firth de vaartuigen en 's komp:s eld is voor goede prijs ver„ klaard. ock 't goed van partikulieren rij gegeeven. aar onder ook 4000. ropijen an partikulieren toebehoo„ ende. Michael Firth Senior Merchand, met een tweede vaartuig aan, om leevensmiddelen en andere behoeften voor die plaats, welke noch van den Nabab Haider Alichan belee„ „gerd word, op te doen, Hij onderging dus het lot van krijgsgevangen en het vaartuig werd mede aangeslaagen, beide deeze vaartuigen met de daar toe behoorende goederen zijn ter sessie van den 31. Aug:s na voorafgaand onderzoek voor goede prijs verklaard, met de voormelde 7000. ropijen, doch alle par„ „tikuliere penningen en effekten zijn aan de Eigenaars gelaaten, zoo als dat bij be„ „schaafde Naatsien zeder lange gebruike„ „lijk is. zeder heeft gem: Firth te kennen gegeeven, dat onder de zeeven duizend ropijen op het eerste vaartuig vier duizend begreepen waaren, die hem en den Heer Goeverneur Freeman toebehoorden; verzoekende dat dezelven, uit hoofde van onze resoluutsie nopens de goederen en penningen van Partikulie„ „ren, aan hem mogten terug gegeeven worden. Enwijl hij zeder een eigenhan„ „digen brief van den Heer Freeman overgaf, waar bij de eigendom van die somme onder aanbieding van eede beweerd word, en de Engelschen te soeratte ons een voorbeeld verkoop van de voorm: twee vaartuigen „liere vaartuigen. uitwisseling van den Edelen Heer van de Graaff tegen voorm: Heer Firth. Engels brieven derwegens. voorbeeld van edelmoedigheid in zulke omstan„ „digheeden gegeeven hebben: zoo vertrouwen wij eerbiedig dat uwe Hoogedelheeden gunstig zullen approbeeren, dat wij die penningen daar op terug gegeeven hebben. De twee Almadies zijn verkocht voor rop: 1037/24. en op den 25. ' September Jongste zijn noch aangeslaagen en verkocht neegen inlandsche vaartuigen, als een baal, ses en van noch negen partiku„ Almedies en twee kleene vaartuigen, toebe„ hoorende aan Engelsche onderdaanen, die volgens resoluutsie mede voor goede prijs verklaard en zeder verkocht zijn; en te zaamen rop:s 5578. afgeworpen hebben, doch wij verwachten, dat de Eigenaars nu ook, op fundament van het voorschr: besluit en voornaamlijk van het voor„ „beeld van soeratte, de teruggave van die vaartuigen of het procedido verzoe„ „ken zullen. D' Eerstgeteekenden heeft zeder door gemelden Firth aan de Engelsche Regeering te Bombai laaten voorstellen, om den Edelen Heer van de Graaff tegen hem Firth uittewisselen, het geen, boven verwachting toegestaan is blijkens 's komp:s brief van den Engelschen Goeverneur van Tellitscheeri aan den Eerst„ „geteekenden geschreeven en het Extrakt uit 2 Berichten van d' Engel„ „sche vlooten. uit 's komp:s brief van Bombai, waarvan de kopijen en vertaalingen onder de bijlagen deezes overgaan, Dienvolgende is de Heer Firth ten eersten ontslaagen. wij hoopen, dat deeze behandeling uw' Hoogedelheeden aangenaam zijn moge. — Nu dienen wij aan uwe Hoogedelheeden ook eenig bericht te geeven van de Engelsche zee„ „macht in deeze gewesten. De Vloot onder Admiraal Hughes bestaat uit ses oorlogs scheepen en drie Fregats, doch word somtijds vergroot door scheepen van de kompanie en door twee mastige snauwen, en een mastige sloepen. Doch de scheepen zegt men, zijn oud en af en daar bij zwak bemant, doch daar is een ander Esquader onder weg onder bevel van den beroemden Goeverneur Johnston bestaan„ „de, /:volgens opgave van d' Engelschen zelve:/ in twee scheepen van Linie teweeten een van 72. en een van 64. stukken, drie schee„ „pen ieder van 50. stukken en 4. fregats van minder charter het welk dagelijx ver„ „wacht word met twaalf Engelsche kom„ „panies scheepen, wanneer de vloot van Admiraal Hughes vermoedelijk naar Europa zal keeren. Jn het Goevernement Bombai bevinden en kruissers. zich 1 N„o duplicaat Nagezien zich het Fregat thee Revenge van 36: stukken the Bombai Goerab van 24. stukken en the seahorse van 16: - stukken die zeder het open„ „gaan van de vaart op deeze kusten kruissen en ons belet hebben om de Ceilonsche hulp troepen, ingevolge het verzoek van den Edelen Heer Goeverneur Falck met onze vaartuigen naar Kolombo te zenden, zoo als uwe Hoog„ „edelheeden dit nader betoogd zullen vinden bij onze sekreete Resoluutsie van den 25:e september waaraan wij ons hier gedraagen, gemelde hulp troepen worden Zeder gereed ge¬ „houden, om met de eerste verzeekerde gelee„ „genheid, die ons wel met de fransche vloot aan handen koomen zal, naar Ceilon over te gaan. wij geeven ons de hooge eere met de uiterste eerbied en hoog achting te blijven. /onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer ! en weledele Gestrenge Heeren! uwer Hoogedelheedens onderdaanige en getrouwe dienaaren /:was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, C: G: Seijffer A: J: S: vernede, w: van Haeften en J: A: Daumichen /:in margine:/ koetsiem den 24:e November 1781:— Akkordeerd Adriaan Bootvliet J V„ Everdijck Eyklork
English
Translation of a letter written by the King of Trevankoor to the Honorable Commander Johan Gerard van Angelbeek, received on 12 September 1781. I have received Your Honor's letter and understood its contents, from which I saw that the members have made known to Your Honor everything that I had discussed with them, which was very pleasing and agreeable to us. Ever since my engagement with the Dutch Company, many services have been performed and rendered on both sides, even on the occasion when the army of the Nabab Haijder Alichan attacked the fort of kranganoor and attempted to break through to the south, as is well known to Your Honor. I am of the opinion that the disturbances which have arisen between our ally the Dutch Company and the English will be settled and accommodated very soon, as the lands on the side of Tritsjenapallij border my frontier boundary, and I am obliged to pay tribute money to the Nabab Mahamed Ali and therefore must obey his orders, lest I fall into his displeasure. Examined. displeasure, which is the reason why, on the orders of the same, I have sent my troops to Fernewellij to remain there, as I have told the members in order to give Your Honor information thereof. I currently have many occupations on this side, which is why I cannot go to the north. Furthermore, I hear of great movements of the war at Fritsjenapallij and Ankatte, which having ceased a little, I shall send one of my first Ministers to Cochim to speak with Your Honor about the necessary matters. In order to transport the delivered pepper at Porka and Kalikoilang across the river, I have already given orders, and the same is also being transported without any hindrances, but in case of meeting any obstacles, I shall take the necessary precautions. Written by Balia Melesetta Malanda Madewen and signed by His Highness. Underneath was written: for the translation, Cochim, date as above. Signed: S: V: Tongeren. Agrees. Adriaan Pootelie, J verdijck, First Clerk. Duplicate No 5. A To the King of Trevankoor Anande Male has been with me and has made the following known to me. Your Highness had heard that the ammunition goods had been brought from kranganoor to koetsiem, along with a part of the garrison; if the Company in these present circumstances should have no men to occupy that fort, Your Highness, if it were handed over to Him, would wish to place men in it and keep a good guard in it, and if the Company wanted to take the fort back, that could happen very easily. This is a very strange message, from which I must infer that Your Highness has conceived suspicion from the arrangements that I have made these days regarding the garrison of that Fort. Besides this, I hear indirectly that Your Highness is also uneasy about the contract which the Governor of Nagapatnam has made with His Highness the Nabab Haider Alichan, and even more about the contract which I am seeking to make with the highly mentioned Nabab. This distrust, which is undoubtedly increased by the continual instigations of our enemies, might at times tempt Your Highness to undertake things which which are contrary to the friendship of the Company. I even hear already murmuring that Your Highness intends to place militia on Anjekannaale and elsewhere, against the custom that has taken place until now. And since I on my part sincerely intend to prevent all estrangement between the Company and Your Highness, and further to maintain the friendship that has stood for so long, to mutual satisfaction and advantage, I therefore write this detailed letter, in which I lay open all the above matters before Your Highness in accordance with the truth, in the hope that Your Highness will place some trust in me and let go of all bad suspicions regarding our Company. As soon as the news arrived here from Europe that the English had made war upon us in the most unreasonable manner, I understood that our Company ought to settle the disagreements with the Nabab Haider Alichan in order to be able to oppose its new enemies with greater force, and I gave Your Highness notice of this intention of mine and requested to hold a verbal conference with Your Highness about it, but this latter Your Highness did not please to approve. I therefore sought further to convince Your Highness of my good intentions and wrote that my intention was, in the contract with the Nabab, to to stipulate that Your Highness would henceforth be regarded by the Nabab as a close ally of the Company and on that account be left unmolested, and I requested Your Highness once more to give me an opportunity for a verbal conference, or otherwise to send his first Minister to me to consult with one another on this weighty matter, but this too Your Highness did not please to do. I have since written to Sarderchan about peace, and he immediately requested full powers from the Nabab to enter into a treaty with us, and the matter currently stands on such a good footing that there is no longer any doubt that I shall conclude an advantageous peace with the Nabab shortly. In the meantime, the Honorable Governor of Nagapatnam has also concluded a treaty with the Nabab Haider Alichan to the advantage of the Company; the same concerns only kormandel, and there is not a word in it about the Malabaar Coast. Since we now stand on such a good footing with the Nabab, and there is no longer any doubt of an advantageous peace, I have therefore caused the artillery, which has lain at kranganoor on account of the war above the ordinary quota, to come here with the surplus ammunition
Dutch transcription
Translaat brief door den Koning van Trevankoor geschreeven aan den Weledelen agtb: heer kommandr Johan Gerard van Angelbeek. ontf: den 12 September 1781. dies Ik heb UWeledele Agtb: brief ontfangen en daar inhoud bij gezien verstaan waarbij ik zag, dat de leeden Uwel„ „edele Agtb: alles bekent gemaakt hebben, wat ik met haar gesprooken had; het geen ons zeer lief en aangenaam is geweest, zeedert myn engagement met de hollandsche komp: zijn er van weerskanten veel diensten gedaan en toegebragt, ja zelfs bij occasie toen het leger van den Nabab Haijder Alichan 't fort kranganoor attakeerde, en poogde na de zuid door te breeken, gelijk Uweledele Agtb: zulx wel bekent is, ik ben van gevoelen, dat de onlusten die tussen onze bondgenoot de Holland„ „sche komp: en de Engelsen zijn gereesen, ten eersten bijgelegt en geaccommodeert zullen worden, nadien de laenden te kanden van Tritsjenapallij zich aan mijne limiet schijding grensen, en ik gehouden ben tribut penn: aan den Nabab Mahamed Ali te betaalen, en daarom zijn orders te moeten obedieeren, dat ik anders in zijn ongenade Nagezien ongenade zoude vallen, het geende reeden is waerom ik op order van den zelven mijne troepen naeen Fernewellij gezonder heb om daar te blijven gelijk ik aan de leeden gezegt heb, om UWeledele Agtb: daar informaatsie van te geeven, ik heb tegenwoordig veele bezigheeden aan deze klend waarom ik na de noord niet gaan kan, tan hoore ik groote beweegingen van den oorlog te Fritsjenapallij en Ankatte, dewelke een weinig gecesseert zijnde, zal ik een van mijne eerste Ministers naar Cochim zenden, om over de noodige zaaken met Uwel Ed: Agtb: te spreeken; om de geleeverde peeper te Porka en Kalikoilang over Reveer te vervoeren heb ik reets order gegeeven en dezelve word ook sonder eenige hinder „nissen vervoerd, dog bij ontmoeting van eenige hinderpaalen zal ik daar in de noor voorzorge gebruiken. gesch: bij Balia Melesetta Malanda Madewen en get bij zijn hoogh:d /onderstond / voor de Trans„ „latie, Cochim dato als boven /was get 8 S: V: Tongeren Akkordeert. Adriaan Pootelie J „ verdijck Egklerk O Duplicaat N„o 5. A Aan den koning van Trevankoor Anande Male is bij mij geweest en heeft mij het vol„ „gende te kennen gegeeven. uwe Hoogheid had gehoord, dat de ammunietsie goe„ „deren van kranganoor naar koetsiem gebragt waa„ „ren, met een gedeelte der bezettinge, zoo de komp: in deeze tijds omstandigheeden geen volk mogt hebben, om dat fort te bezetten, wilde uwe Hoogheid, als het aan Hem overgegeeven wierd, volk in 't zelve plaat„ „sen, en er goede wacht in houden, en als de komp: het fort terug wilde neemen, zoo zoude dat zeer maklijk geschieden kunnen. Dit is eene heel vreemde boodschap, waar uit ik opmaaken moet, dat uwe Hoogheid argwaan ge„ „schept heeft uit de schikkingen, die ik deezer dagen nopens de bezetting van dat Fort gemaakt hebbe, buiten des hoore ik van ter zijde, dat uwe Hoogheid ook ongerust is, over het kontrakt, het welk de Heer Goeverneur van Nagapatnam, met zijne Hoogheid, den Heer Nabab Haider Alichan gemaakt heeft, en noch meer over het kontrakt, het welk ik met hooggemelden Nabab zoeke te maaken. Dit wantrouwen, het welk buiten twijfel door de geduurige op stookerijen van onze vijanden vermeerderd word, zoude uwe Hoogheid somtijds kunnen verleiden, tot het onderneemen van dingen, die die strijdig zijn met de vriendschap van de kompanie, zelfs hoore ik reets mompelen, dat uwe Hoogheid van voorneemen is, om milietsie op Anjekannaale en elders te plaatsen, teegen de gewoonte, die tot dus ver heeft plaats gehad, en wijl ik van mijne zijde oprechtelijk bedoele, om alle verwijderingen tus„ „schen de Kompanie en uwe Hoogheid te voorkoo„ „men, en de vriendschap, die tot dus lange stand gegreepen heeft, verder te onderhouden, tot weder„ „zijds genoegen en voordeel: zoo schrijve ik deezen omstandigen brief, waar bij ik alle de bevenstaan„ „de zaaken voor uwe Hoogheid naar waarheid openlegge, in hoope, dat uwe Hoogheid op mij eenig vertrouwen stellen, en alle quaade ver„ „moedens nopens onze komp: vaaren laaten zal. zoo dra de tijding uit Europa hier quam, dat de Engelschen ons, op de aller onreedelijkste wijze, den oorlog aangedaan hadden, begreep ik, dat onze kom„ „panie de oneenigheeden met den Heer Nabab Haider Alichan diende bij teleggen om haare nieuwe vijanden niet te meerder macht tegen te kunnen gaan, en ik gaf uwe Hoogheid van dit mijn voorneemen kennis, en verzocht, daar over met uwe Hoogheid een mond gesprek te houden, doch dit laaste geliefde uwe Hoogheid niet goed te vinden. — Jk: zocht uwe Hoogheid derhalven nader van mijne goede oogmer„ „ken te overtuigen en schreef, dat mijn voorneemen was, om bij het kontrakt met den Heer Nabab te te bedingen dat uwe Hoogheid voortaan van den Heer Nabab als een nauwe Bondgenoot van de komp: zoude aangemerkt en uit dien hoofde onge„ „moeid gelaaten worden en ik verzocht uwe hoog„ „heid nochmaals, om mij geleegenheid tot een mond gesprek te geeven, of anders zijnen eersten Minister bij mij tezenden, om over deeze wigtige zaake met elkanderen te raadpleegen, doch ook dit geliefde uwe Hoogheid niet te doen. — Ik hebbe zeder aan Sarderchan over den vreede geschreeven, en hij heeft ten eersten van den Heer Nabab volmacht verzocht, om met ons een ver„ „drag aantegaan, en de zaake staat thans op zulk een goeden voet, dat er geen twijfel meer is, of ik zal binnen korten met den Heer Nabab eenen voordeeligen vreede sluiten. Middeler wijle heeft de Edele Heer Goeverneur van Nagapatnam ook een verdrag met den Heer Nabab Haider Alichan geslooten, tot voor„ „deel van den Kompanie, het zelve raakt alleen kormandel, en daar staat geen woord in van de„ Kust Malabaar. wijl wij nu met den Heer Nabab op zulk een goeden voet staan, en aan een voordeeligen vreede geen twijfel meer is: zoo hebbe ik het geschut, het welk te kranganoor om den wille van den oor„ „log, boven de ordinaire bepaaling, geleegen heeft, met de overtollige ammunietsie, hier laaten koomen
English
come, partly because it was no longer needed there, and partly because I wish to use the same here in the outer works that I am having constructed; from the garrison I have so far recalled none, save a few artillerymen to attend the annual exercise, and some soldiers of the Ceylon auxiliary troops, who must return to Colombo, in whose place I have sent other Europeans from our own garrison. Instead of a company of Malays, which I recalled from there, I have sent a company of sipahis thither in return, and the garrison there is presently still far more numerous than the regulation allows; also, the fort is presently still provided with the necessary artillery and ammunition, far more amply than in former times. From this detailed report Your Highness sees that there is altogether no reason to be concerned or to mistrust us concerning the reduction of the establishment at Krangenoor, and as for the treaty that I intend to make with the Lord Nabab Haider Alichan, I abide in that regard by my former letter, and I hereby assure Your Highness that the same shall not tend to the detriment of Your Highness or of your country, and in particular that I shall bring no troops of Haider Alichan into the country, nor surrender the fort of Kranganoor to him, this being a malicious fabrication which our enemies spread in order to make Your Highness suspicious of us and to estrange you from us. Yet, on the other hand, I also expect from Your Highness a strict observance of the treaties and of the promise of neutrality made most recently, especially also that Your Highness shall place no troops on Anjekaimale, which I could not permit, and I must at the same time warn Your Highness that in case Your Highness, contrary to my hope and expectation, should undertake anything to the detriment of the Company, I will no longer be bound to the promise I make here, and that Your Highness will then have only yourself to blame for the consequences that shall arise from the breach of the fidelity and friendship of our Company; yet I hope and wish that Your Highness in these present circumstances will act with wisdom and prudence, and undertake nothing to the detriment of our Company, and then Your Highness may also firmly trust that the Company will never abandon Your Highness, but will conduct itself as a faithful friend and ally. God preserve Your Highness. Was appended: translated as such into Malabar by me, Koetsiem, the 14th of October 1781. Was signed: S. van Tongeren. Revised, Adriaan Pootles, sworn clerk. Agrees, J. Veerdijck. No. 6 N00 Duplicate Written from Trevankoor to the Honourable, Worshipful Lord Commander Johan Gerard van Angelbeek. Received the 24th of October 1781. Translated letter from the King. I have received Your Honour's letter, and understood its contents with great pleasure; it has been very dear and agreeable to me that the Lord Governor of Nagapatnam has concluded a treaty of peace and friendship with the Nabab Htaider Alichan; and that Your Honour was also about to conclude a treaty of peace and friendship with Sardarchan on behalf of the Nabab, which the members have made known in the name of Your Honour; and what I discussed with them in response to that, they will certainly have conveyed to Your Honour, so nothing further remains to write to Your Honour in that regard. I have also seen from Your Honour's letter that the fort of Kranganoor is provided with the necessary men and ammunition stores, and that the superfluous ammunition stores and men have been withdrawn from there, and that the Honourable Company itself will keep said fort, but will not surrender it to others, much less that any troops of the Nabab Htaider Alichan will be brought into the country, whereat I am very glad. Furthermore, I saw from Your Honour's communication that Your Honour had reportedly heard that I, through the instigation of enemies, was intending to place some militia on Ancaijmaal, which appeared very strange to me, for since the friendship established between me and the Honourable Company until the present day, no mistrust has found a place therein, but the same has grown and increased from day to day; thus I am very distressed by the suspicion that Your Honour conceives against me and has written to me in such a manner, and I cannot understand the reason for it. According to customs, I have my troops relieve one another from time to time from one fortification work to the other; contrary to those principles, I have sent no troops to Angecaijmaal to remain there. I rely firmly upon all that Your Honour has written to me, and if any alterations should be made in that regard whereby any injury were done to the friendship that resides between the Honourable Company and me, I shall hold the consequences thereof to the account of Your Honour, as Your Honour may well understand. Written by Balia Melesetta Caneko Makandor Madewen, and signed by His Highness. Was appended: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. van Tongeren. Adriaan Loonlus, sworn clerk. J. H. Vendijck. Agrees. Duplicate No. 7.
Dutch transcription
koomen, eensdeels, wijl het daar niet verder noodig was, en anderendeels, wijl ik hetzelve hier gebrui„ „ken wil, in de buiten werken, die ik laate aan„ „leggen; van het garnisoen hebbe ik tot nu toe niets laaten opkoomen, als eenige Artilleristen, om de jaarlijxe exercietsie bij te woonen, en eenige soldaa„ „ten van de Ceilonsche hulptroepen, die weder naar kolombo moeten vertrekken, in welker plaats ik ander Europeeschen uit ons eigen garnisoen gezon„ „den hebbe. Jn steede van eene kompanie Maleiers, die ik van daar hebbe laaten opkoomen, hebbe ik er weder eene komp: sipahis na toe gezonden, en het garnisoen aldaar is thans noch veel talrijker als de bepaaling toelaat, ook is het fort tegens„ „woordig noch van het noodige geschut en am„ „munietsie voorzien, veel ruimer, dan in voori„ „gen tijden. uit dit omstandig bericht ziet uwe Hoogheid, dat er in 't geheel geene reedenen zijn, om bekom„ „merd te weezen, of om ons te mistrouwen over de vermindering van den omslag te krangenoor, en wat nu noch het verdrag betreft, het geen ik met den Heer Nabab Haider Alichan meene te maaken, daar omtrend gedraage ik mij aan mijn voorig schrijven, en ik verzeekere uwe Hoogheid bij deezen, dat het zelve niet zal strek„ „ken tot nadeel van uw: Hoogheid, of des zelfs land, en inzonderheid, dat ik geene troepen van Haider Naider Alichan zal in 't land brengen noch aan Htem 't fort kranganoor zal inruimen, zijnde dit een quaadaardig verdichtzel, het geen onze vijanden uitstroien, om uwe Hoogheid tegen ons argwaanig te maaken en van ons af te trekken, Doch daar en teegen verwacht ik ook van uwe Hoogheid een stipte onderhouding van de Trak„ „taaten en van de noch Jongst eerst gedaane belofte van neutraliteit, inzonderheid ook, dat uwe Hoogheid geen volk zal plaatsen op Anjekaimale, het welk ik niet zoude kunnen toelaaten, en ik moet uwe Hoogheid teffens waarschuwen, dat ingevalle uwer Hoogheid, tegen mijne hoope en verwachting, iets tot nadeel van de kompanie mogt onderneemen, ik aan de belofte, die ik hier doe, niet verder wil gebonden zijn, en dat uwe Hoogheid zich als dan zelve zal moeten wijten de gevolgen, die uit het verbreeken van de trouwe en vriendschap van onze komp: zullen ontstaan, doch ik hoope en wensche, dat uwe Hoogheid in deeze tijds omstandigheid met wijs„ „heid en voorzichtigheid zal handelen, en niets tot nadeel van onze komp: onderneemen, en als dan kan uwe Hoogheid ook vast vertrouwen, dat de komp: uwe Hoogheid noit verlaaten, maar zich als een getrouwe vriend en bondgenoot gedraagen zal. God bewaare uw hoogheid /:onder„ „stond:/ zoodanig door mij in het Mallabaars overgezet overgezet koetsiem den 14:e oktober 1781: /:was „geteekend:/ S: van Tongeren Nagezien Adriaan Pootles Eyklerk Akkordeerd J Veerdijck N„o 6 N00 Duplicaat van trevankoor gesch: aan den Weledele Agtb: heer kommandeur Johan Gerard van Angelbeek ontf: den 24 8ber: 1781. — Translaat brief door den koning UWeled: Agtb: briev heb ik ontvangen, en met veel. aangenaamheid dies inhoud verstaan; het is mij seer lief en aangenaam geweest dat de heer Goeverneur van Nagapatnam een trak„ „taat van vreede en vriendschap gemaakt heeft met den Nabab Htaider Alichan; en dat VWeled: Agtb: met sardarchan van weegens den Nabab ook een tractaat van vreede en Vriendschap stond te maken, het geen de leeden uit de naam van UWeled: Agtb: bekent gemaakt hebben, en wat ik daarop met haar verhan„ „delt heb, zullen zij zeekerlijk aan Uweledele Agtb: te verstaan gegeeven hebben, dus vaet er niets meer over, om aan UWeled: Agtb: dierwegens te schrijven, ook heb ik uit VWeled: Agtb: brief gezien dat het fort kranganoor voor zien is met de noodige manschappen en ammonietsie goederen, en dat de overtollige ammonitie goede„ „ren en volk daar van daan gehaalt zijn, en dat gem: fort d' EComp: selfs zal zal bewaaren, maar niet aan anderen overgeeven veel min dat er eenige troupen van de Nabab Htaider Alichan in het land zal gebragt worden, waarover ik zeer verblijd ben; voorts zag ik uit UWelEd: Agtb: aanschrijvens dat Uweled= Agtb: zoude gehoort hebben, dat ik door de. opstooking van de vijanden van voornemens was eenige militie op Ancaijmaal te plaat„ „zen, het geen mij seer vreemd is voorgekomen, want zeedert de gemaakte vriendschap tusschen mij en d' E komp: tot heeden toe is er geen mis vertrouwentheid daar in plaats gevonden maar dezelve is van dag tot dag geaccresseert, en toegenoomen, dus ben ik zeer aange„ „daan over de argwaan die Uweledele Agtb: tegens mij opvat en zodanig aan mij ge„ „schreeven heeft, en ik kan de reeden daarvan niet begrijpen, mijne troupes laat ik volgens de Costumen nu en dan ver„ „wisselen van de eene fortifikaatse werken naar de anderen in strijdende tegens die maximen heb ik geen troepen naar Angecaijmaal gesonden om daar te blijven. Jk vertrouwe vast op al het geen UWeled: Agtb: mij geschreeven heeft, en zoo daar omtrent eenige veranderingen gemaakt en waar door eenige kreuk toegebragt werd in de Nagezien de vriendschap die tusschen de E Comp: en mij resideert, zal ik de gevolgen daarvan laaten voor reekening van UWeled: Agtb:, gelyk Uweled: Agtb: zulks wel begrijpen kan. — geschreeven bij Balia Melesetta Caneko Makandor Madewen, en get: bij zijn hoogheid /onderstond) voor de Translaatsie, Cochim dato als boven /was gett / S„ v„n Tongeren: Adr aan Loonlus Egklirk J„ H: vendijck Akkordeert.- Duplicaat N„o 7.
English
Copy requisition of the following for the service of this Commandery, with the humble request that the same, with the pleasure of His High Nobility, the High Noble Greatly Respected Lord Master Willem Arnold Alting, Governor General, and the Honorable Gentlemen Councilors of the Dutch East Indies, may be fulfilled and sent hither, namely: 4, say four, pieces of 12-inch, or at least 8-inch, mortars, for which already 934 pieces of shells are in stock 3, say three, pieces of 6-inch mortars 4, say four, ditto 8-inch howitzers 2, say two, ditto 6-inch ditto, with the necessary shells and stone shot 800, say eight hundred, pieces of 12-inch or 10-inch shells, so far as the mortars are fulfilled 300, say three hundred, pieces of 8-inch shells, under the previous condition 400, say four hundred, pieces of 6-inch shells, so far as the mortars are fulfilled 50000, say fifty thousand, pounds of gunpowder 30, say thirty, pieces of pincers for the field artillery 10, say ten, leagers of Cape white wine 20, say twenty, casks of Dutch meat 20, say twenty, ditto bacon ditto 12, say twelve, aams of olive oil 12, say twelve, casks of Frisian butter 200, say two hundred, pieces of rifled muskets 10000, say ten thousand, loose balls for the same 16, say sixteen, pieces of powder sieves 24, say twenty-four, pieces of bedstones for the powder mills 50, say fifty, pieces of hair blankets for the artillery 300, say three hundred, sheets of tinplate 3, say three, pieces of double jacks 6, say six, pieces of 10-inch ditto 5, say five, pieces of fire engines 3000, say three thousand, pounds of sheet lead Cochin, the 21st of November 1781. Signed: J. G. van Angelbeek and the Council J. A. Scheraz Agrees. Duplicate No. 10. Tellicherry Governor for Their High Mightinesses the States General, John Gerard van Angelbeek, Esquire The Honorable the President and Select Committee of Bombay having agreed to Mr. van de Graaff being exchanged for Mr. Forth, and having accordingly signified to that gentleman that he might proceed to Cochin whenever he thought proper, I am directed by them to inform you of the same, and am also authorized and empowered to stipulate with you for the release of Mr. Forth in exchange for Mr. van de Graaff, which I assure myself you will agree to upon this information, and that Mr. Forth in consequence will be immediately set at liberty with permission to return to this place. I have the honor to be, Sir, Your most obedient, humble servant, William Freeman 11th November 1781. Cochin To Mr. Johan Gerard van Angelbeek, Governor at Cochin on behalf of Their High Mightinesses the States General. Sir, The President and members of the Select Committee at Bombay, having agreed to exchange Mr. van de Graaff for Mr. Forth, have for that reason informed the said gentleman that he could depart for Cochin whenever it pleased him, and have also written to me to give your Honor notice of this; I am likewise authorized and empowered to make an agreement with your Honor regarding the exchange of Mr. van de Graaff for Mr. Forth, which I hope your Honor upon this information will be pleased to allow, and that Mr. Forth will be immediately set at liberty, with permission to depart for this place. I have the honor to be, Sir, your Honor's most obedient, humble servant, Signed: W. Freeman Below: for the translation, signed: J. A. Cellarius In the margin: Tellicherry, the 11th of November 1781. Agrees. Adriaan Boot Vlot Examined: H. Eyklerk G. Eversdijck Duplicate No. 11. 10th of November We have agreed to exchange Mr. van de Graaff for Mr. Forth, and have accordingly signified to that gentleman that he is at liberty to proceed to Cochin whenever he may think proper; you will apprise Mr. Angelbeek of what we have done, and we hereby authorize you to stipulate with him for the release of Mr. Forth, in exchange for Mr. van de Graaff, and we doubt not upon the assurance you will give that Mr. Forth will be immediately set at liberty. Extract of a letter from the Honorable the Select Committee of Bombay, dated 15th of October, and received 10th of November 1781. A true copy, signed: J. Watson, Secretary. Examined: We have thought fit to exchange Mr. van de Graaff for Mr. Forth, and have for that purpose informed the said gentleman that he has the liberty, whenever it pleases him, to depart for Cochin. Your Honor may inform Mr. van Angelbeek of this our resolution, and we hereby authorize your Honor to make an agreement with him regarding the setting at liberty of Mr. Forth by way of exchange for Mr. van de Graaff, nor do we doubt, upon your Honor's assurance, that Mr. Forth will be immediately released. Below stood: An authentic copy, Signed: J. Watson, Secretary For the translation from the English, Signed: J. A. Cellarius. Agrees. Adriaan Boot Vlot Eycklerck J. Eversdijck Extract from a letter of the Select Committee at Bombay of the 15th of October, received the 10th of November 1781. No. 12. Duplicate
Dutch transcription
Copia Eijsch, van het ondervolgende ten dienste deses Commandements, met nedrig versoek dat het zelve met believen van zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal, en de wel Edele Heeren Raaden van Neederlands India, mogen vol= „den en herwaards gezonden werden Namentlijk 4: /:zegge:/ vier Pees. Mortiers van 12: of ten minsten 8: d=m waar toe _o reeds 934: pees bommen in voorraad zijn 37: d=o drie P=s Mortiers van 6: d=m 4:- - „ vier d=o houbitzers „ 8: d=o 2::- „ - twee „ _o „ 6: „ met de nodige bommen en steene kogels. 800:/:—„ agt: hondert p:s bommen van 12: of 10: d=m voor zo verre de mortiers voldaan worden 300:/:- -„. - . /drie hondert:/ P=s bommen van 8: d=m on„ t=der vorige Conditie 400::—:„— vier hondert P=s bommen van 6: d=m voor zo verre de mortiers voldaan werden. 50000::— - „ -. / vijftig duijzend lb: Buskruijt 30::—-„ dertig ps Nijplangen voor de veld Aat= =hillerij 10::–-„ -. thien Leggers Caabse witte wijn 20::- „ / twintig vaten vlees hollands 20:: „ — twintig _=o Spek _o 12:- - - „ - - twaalf aamen olijven olij 12:: —„ - twaalf vaten Boter vreese 200::- -„ - / twee hondert:/ P=o, getrokkene geweiren 10000:: -„ - :/ thien duijzend „ Losse koegels tot deselve 161:/: — „ - : / sesthien: pees kruijtsigten 24:: - „ - / vier & twintig P=s Lestranden voor de kruijtmoolen 50::—-„- /vijftig P=s haire deekens voor de Arthillerij 300::--„ drie hondert: blaaden Blick 3:/: —-„ —. / drie P=s dubbelde Domme kragten 6: /:_=o:/ ses p=s do 10: d=m 5: Zegge W 5: /:zegge:/ vijf P=s Brand spuijten 3009: fes drie duijsend lb: platlode Cochim den 21: November 181. /:was / geteekend:/ I: G: van Angelbeek, en R=n va J„ A„s Scheraz N: overd=o. Akhordeert duplicant N„o 10. Tellicherry the States General Governor for their high Mightenesses John Gehrard van Angelbeek Eogren The Houble the President, and Select Committee of Bombay having agreed to Mr. van de Graaf being exchanged for Mr. Forth, and having accordingly Signified to that Gentleman that he might Proceed to Cochin, whenever he thought Proper, I am directed by them to inform You of the same, and am also Authorised, and empowered to stipulate with you for the release of Mr. Firth in exchange for Mr. van de Graaf which I assure my self you will agree to upon this Information, and that Mr. Firth in Consequence will, be immediatlij set at Libertij with Parmission to return to this Place„ I have the Honor to be Sir Your most Obe at. hbl. Sarvant Freeman Will=m. F 11=men Novbr 1781. Cochin 1 ven Sigenti or a Aan den Heer Johan Gerard van Angelbeek, van weegens Hunne Hoogmogenden de staaten Generaal, Gouver„ „neur te Koetsiem. Mijn Heer De President en Leden van de gedeputeerde kom„ „missie te Bombaij hebbende toegestaan, den Heer van de Graaff tegen de Heer Firth uittewisselen, hebben uit dien hoofde gem: Heer laten weeten, dat Hij naar Koetsiem konde vertrekken, wanneer het hem behaagde, en mij tevens aangeschreeven, uw WelEd: hier van kennis te geeven, ook ben ik geauthoriseert en gevolmagtigt, met Uw WelEd:, nopens de uitwisseling van den Heer van De Graaf tegen de Heer Forth, een vergelijk te treffen, het welk ik hoop, dat Uw Weled: op deze Jnformaatsie wel zal willen toestaan, en dat de Heer Firth onmiddelijk in vrijheid gesteld worde, met verlof, naar deze plaats te mogen vertrekken Ik heb de eer te zijn /onderstond Mijn Heer, Uw Weled: zeer Gehoorz: nedrigi Dienaar Dienaar /was get. / W: Freeman /lager / voor de vertaling /was gete J. A. Cellarius /in margine/ Tallicheri den 11 Nov: 1781. Akkordeert. Adriaan Bootint Nagezien H Eyklerk G„„ Vversdijck duplicaat N„o 11. 10=e November We have agreed to exchange for Mr Firth, and have ac„ M„r. van de Graff nie cordingly signified to that Gentleman, that he is at Liberty to proceed to Cochin, whenever he may think proper, you will a prize Mr. Angelbeck of what we have done, and we hereby althorine you to Stipulate with him for the Release of Mr. Firth, in Exchange for Mr. van de Graaf, and re doubt not upon the Assurance you will give, that Mr. Forth will be immedialely set at Sibarty a True Copi (:was signed:/ Jm=d Watsonffull of Rombaij dated 15th October, and received Extract of a Letter from the Houble the Select Connitte Secret Nagezien Wij hebben goedgevonden; den Heer van de Graaff tegen den H r Forth uittewisselen, en hebben ten dien einde gem: Heer laten weeten, dat Hy de vrijheid heeft, wanneer het hem be„ „haagt naar Koetsiem te vertrekken. — VEd: kan den Heer van Angelbeek van dit ons besluit kennis geeven, en wij autoriseeren VEd: bij desen, met Hem een vergelijk te treffen nopens het in vrijheid stellen van den Heer Firth bij weege van uitwisseling tegenden Heer van de Graaff, ook twiffelen wij niet op VEd. verzekering, dat de Heer Tirth onmiddelijk gelargeert zal worden. — onderstond Een autentieke afschrift was gete, sm: Watson Secret=s voor de vertaling uit het Engelsch /was getver/ I: A: Cellarius. Akkordeerd Adriaan Bootvlick Dgklock Extract uit een brief van de gede„ „pecteerde kommissie te Bombaij van den 25=e oktober, ontvangen den 10 Nov: 1781. J „ Eversdijck No 12. duplicaat
English
A. B. C not separately over a separate part of the minsz. f delivered into the hands of the Honorable, Strict Willem Jakob van de Graaff: GT. Register of the secret papers that are now being dispatched to Their High Mightinesses the Supreme Government at Batavia; as follows: Secret letter written by the Commander Johan Gerard van Angelbeek and Council to the aforementioned Their High Mightinesses, dated the first of this month. Separate secret letter written by the aforementioned Commander to Their aforementioned High Mightinesses, dated the 2nd of this month. Separate secret letter written by and to as before, dated today. Duplicate secret letter written by the Commander to Their High Mightinesses, under date 22. January of the past year. A bundle containing copies of secret resolutions taken in the Council of Malabar on 22. January, 18. 19. and 26. February of the past year, likewise 11. April of the past year. Two plans drawn up by the Honorable Brohier and Fornbauer of the covered way. A plan drawn up by Mr. Fombauer of the fleche. new goes before this. of the past year. A bundle containing copies of secret papers that were successively sent from here addressed to the Netherlands, to the secret committee at Amsterdam, according to the register sewn in before it, dated 16. March of this year. Cochin the 5th May 1782 /signed/ Adriaan Poolvlied First Sworn Clerk Agrees Adriaan Poolvliet First Sworn Clerk Copy translation of an ola by the King of Cochin written and received on the 27th April to the Commander mentioned above. H 1 Secret Batavia. Introduction To His High Mightiness. The High and Mighty, Highly Honorable, Widely Commanding Sir. Mr. Willem Arnold Alting on behalf of the State of the Free United Netherlands and the General Dutch Chartered East India Company Governor General. and the Honorable, Strict Councillors of the Netherlands Indies. High and Mighty, Highly Honorable, Widely Commanding Sir, Honorable, Strict Sirs! Although our respectful secret advices of the 24th November of last year were dispatched in duplicate to Colombo some time ago, and have already been forwarded from there, and we therefore trust Triplicates of previous papers. The first planned improvements to the fortress are completed. By which the siege has hitherto been averted. trust that at least one set will have arrived safely: we nevertheless think, in these critical times, owing to the great uncertainty of travel and the gravity of affairs, that we do well to let a triplicate follow with this direct and safe opportunity, with all the annexes belonging thereto, except for the plans sub No. 8 and 9 mentioned in the register, which were sent along with the original. The improvements indicated therein to the fortifications of this city and the further measures for its defense have since been completed, and one may probably attribute it to this that we have not been besieged up to now. For that the enemies made actual preparations for the siege of this fortress, not only at the beginning of the fair monsoon at Bombay, but also recently in the month of March at Calicut, we are informed thereof along very reliable channels, and one can conceive of no other so natural reason why they would have abandoned that design twice over, than that they, through good intelligence (:of which they have no lack, and against which but will certainly be undertaken as soon as possible. What advantage the enemy would gain thereby. and what detriment Ceylon and the fleets would suffer thereby. against which we cannot provide:) were warned each time that it will not be so easy to carry it into execution. One would, however, sorely deceive oneself if one wished to conclude from this that we have nothing to fear in the future either. On the contrary, we believe we must naturally assume that our enemies have abandoned their design with no other intention than to resume it with greater force when they get more power in hand. The place itself with what is contained therein; the mastery over the whole coast of Malabar; the pepper trade attached thereto; the convenience of grains and other provisions and necessities are already important advantages that they would obtain by the conquest of this place. But the detriment that they would thereby inflict on Ceylon and on our and the French fleets in these regions is of still greater weight. For that island would then be deprived of all help from here, and would have to expect all grains from Batavia alone, and the fleets would have no place left in these regions The decision founded thereon to spare no expense for the reinforcement. Regarding which one refers to the resolutions. to provide all that is possible for to provide themselves with rice, wheat, which is imported here from abroad, and all kinds of other provisions and necessities, and thus be compelled to return each time to Batavia and the French Islands, and all this would be fraught with such inconveniences, uncertainty, and disadvantageous outcomes that the conquest of the precious island of Ceylon would thereby be facilitated in every way and greatly hastened for our enemies. These reflections, and the deplorable examples of Negapatnam and Trincomalee, have made us resolve to put into effect everything possible for the further reinforcement and defense of this fortress, without letting ourselves be deterred by the expenses that are inevitably associated therewith; judging it in any case better to sacrifice a portion of what is entrusted to us for the preservation of the whole, than to hasten the loss of everything through untimely timidity. With this object we have, at the session of the 11th April of last year, after having first deliberated on everything with the Honorable Mr. van de Graaff
Dutch transcription
A. B. C nt afzon„ lijk over een aperk cantel te minsz. ƒ gaan in handen van de weledele gestr: Heer willem Jakob van de Graaff: GT. papieren, die thans aan Hun Hoog „Edelheeden de Hooge Regeering te Batavia worden verzonden; als Register van de sekreete Gekreede brief door den Heer kommandeur Johan Gerard van Angelbeek, en Raad aan welm: Hun Hoogedelheeden gesch ged„t eersten dezer Aparte sekreete brief door gem Heer komman„ „deur aan hun Hoogedelheedens wel „meld geschreeven ged„t 2„d„e deezer.. Aparte sekreete brief door en aan als vooren ge „schreeven ged„t heden. Duplikaat sekreete brief door den Heer Komman„ „deur aan hun Hoog edelheeden gesch onder dato 22. Januarij J„o leeden. Een Bondel met kopij sekreete resoluutsien genoomen in Raade van Mallabaar op den 22. Januarij 18:19 en 26. fe„ „bruari Jo„o leeden, Jtem 11. April Jol Twee plans door Ed„e Brohier en Fornbauer opge„ „maakt van de bedekte wech Een plan door den Heer Fombauer op gemaakt van de fleche . nie gaat hier voor. J„oleeden Een Bondel met kopij sekreete papieren die suk„ „cessive van hier verzonden zijn naar Nederland gericht, aan het geheime kommitse te Amsterdam, volgens het daar voor ingenaaid register gad„t 16. Maart deezes Jaars. Koetsiem den 5. Mai 1782 /was getekend/ Adriaan Poolvlied E: g: klerk Akkordeert Adriaan Boolrleet Agklerk gem: gesch: en ontvangen den 27. April aan den Heer Kommandeur hier boven Kopij Translaat ola door den koning van Koetsiem„ H 1 sekreet Batavia. Jnleiding Aan zijne Hoogedelheid. Den Hoogedelen, Grootachtbaaren wijdgebiedenden Heer. M:r Willem Arnold Alting van wegen den staat der vrije vereenigde Nederlanden en de generaale nederlandsche geoktroieerde oostindische kompanie Goeverneur Generaal. en de Gestrenge Heeren Raaden De Weledele van Nederlands Jndiën. Hoogedele Grootachtbaare, Wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! Hoewel onze eerbiedige sekreete advisen van den 24:e November Jongstleeden, aan uwe Hoogedelheeden, al voor eenigen tijd in duplo naar kolombo afgevaardigd, en van daar ook reets voortgeschikt zijn, en wij dus vertrouwen en Triplikaaten van voorige papieren. de eerst beraamde verbee„ „teringen aan den vesting zijn voltoid. waar door de beleegering tot nu toe is achter gebleeven. vertrouwen, dat daarvan ten minsten een stel zal zijn te recht gekoomen: zoo meenen wij echter, in deeze kritieke tijden, wegens de groote onzeekerheid der reize, en het gewigt der zaaken, wel te zullen doen, dat wij met deeze direkte en veilige geleegenheid noch een tri„ „plikaat laaten volgen, met alle de daar toe hoorende bijlaagen, buiten de plans sub N„o 8 en 9. ten register vermeldt, die nevens het origi„ „neel verzonden zijn. De daarbij aangeweezene verbeeteringen aan de Vestingwerken deezer stad en de verdere maatregelen tot derzelver defensie zijn zeder voltoid, en waarschijnlijk mag men daar aan toeschrijven, dat wij tot nu toe niet beleegerd zijn. want, dat de vijanden niet alleen in 't begin van de goede mousson te Bombai, maar ook noch onlangs in de maand Maart te kalikut, werklijke toebereidzelen tot de belee„ „gering van deeze vesting gemaakt hebben, daar van zijn wij, langs heel zeekere wegen, onderricht, en men kan geene andere zoo na„ „tuurlijke reeden uitdenken, waarom zij dat ontwerp tot tweemaal toe zouden gestaakt hebben, dan dat ze door goede kundschap (:waar aan het huwlieden niet ontbreekt, en waar teegen doch zal zeeker zoo dra mogelijk ondernoomen worden. wat voordeel de vijand daar door behaalen. vlooten daarbij lijden zouden teegen wij niet voorzien kunnen:) telkens gewaarschuwd zijn, dat het zoo maklijk niet gaan zal, om het ter uitvoer te brengen. Men zoude zich echter deerlijk bedriegen indien men hier uit wilde opmaaken, dat wij ook in 't vervolg niets te vreezen hadden. Jn teegendeel meenen wij, natuurlijker wijze te moeten vast stellen, dat onze vijanden hun toeleg met geen ander oogmerk gestaakt hebben, dan om het zelve, als zij meer macht aan handen krijgen, met de grooter nadruk te hervatten. De plaats zelve met het geen daarin is; het Meesterschap over de heele kust Malabaar; de daar aan geaffekteerde peperhandel; het gerief van graanen en andere leevensmidde„ „len en behoeften zijn reets wigtige voordeelen, die zij door de verovering deezer plaatse zouden verkrijgen. Doch het nadeel, dat ze daar door en wat nadeel Ceilon en de aan Ceilon en aan onze en de fransche vloo„ „ten in deeze gewesten zouden toebrengen, is van noch meerder gewigt. want dat Eiland zoude als dan van alle hulpe van hier ver„ „stooken zijn, en alle graanen van Batavia alleen moeten verwachten, en de vlooten zouden geene plaats meer in deeze gewesten hebben het daarop gefundeerde besluit de versterking te koste te leggen waaromtrend men zich aan de resoluutsien gedraagd. hebben, om zich van rijs, tarwe, die hier van buiten word ingevoerd, en allerlij andere le„ „vensmiddelen en noodwendigheeden te voor„ „zien, en dus genoodzaakt zijn, telkens naar Batavia en de fransche Eilanden terug te keeren, en dit een en ander zoude aan zulke ongemakken, onzeekerheid en nadeelige uit„ „komsten vast zijn, dat de vermeestering van 't kostelijke Eiland Ceilon daar door op allerlij wijze voor onze vijanden gefaciliteerd en veel verhaaft zoude worden. Deeze overdenkingen, en de beklaaglijken voorbeelden van Nagapatnam en Trinkene„ „male, hebben ons doen besluiten, om al wat mogelijk is, tot de verdere versterking en verdeediging deezer vesting in 't werk te rich„ om al wat mogelijk is tot „ ten, zonder ons door de onkosten, die daarmeede onvermeidelijk verzelt gaan, te laaten af„ „schrikken; oordeelende het in allen gevallen beeter te zijn, een gedeelte van 't geen ons is toe„ „vertrouwd, tot het behoud van het geheel op de offeren, dan door ontijdige beschroomdheid het verlies van alles te verhaasten. Met dit oogmerk hebben wij, ter sessie van den 11. ' April Jongstleeden, na ons eerst over alles met den Edelen Heer van de Graaff beraaden
English
decision to fortify the places of arms in the covered way. having deliberated, several further improvements of the fortifications and at the same time an augmentation of our Militia were decreed, the reasons and motives whereof are fully set forth in our secret resolution now being transmitted and the reports and opinions recorded therein. But since these restless times, in which we are still daily, and even during the writing of this, threatened with a siege, cause a multitude of distractions and extraordinary commissions, whereby we are prevented from devoting as much diligence and time to these our respectful advices as would be necessary to give Your High Nobilities a detailed account of everything: we therefore very respectfully request to be permitted for this time, regarding our aforementioned decisions, to refer to the said resolution, and to suffice with a brief indication thereof. — After prior consultation with the Noble Lord Falck, Governor of Ceylon, concerning the improvement of our counterscarp, and upon the written report and plan of the Captain-Engineer Brohier obtained through the kindness of His Right Honorable, as well as The new work on the to construct a fleche beside it. as well as the written report and plan of the Infantry Captain Tornbauer, arrived here from the Netherlands, who is also experienced in military architecture, as well as upon the written opinion of the Noble Lord van de Graaff, we have decided to fortify the re-entering places of arms of the covered way in front of the curtains with ditches, storm-poles, and palisades, to have the salient angles or the places of arms in front of the Bastions bonnetteered, and to equip all with cannons; The reports and opinions are recorded in the resolution and the plans accompany this herewith in the custody of the Noble Lord van de Graaff. it has also been decided, upon the written report and plan of the just mentioned Fornbauer, in accordance with the opinion of the highly esteemed Lord van de Graaff, to have the cavalier on the bastion Holland demolished, and to restore the same to its Demolish Bastion Holland former state, as well as to have a fleche constructed between the same and the sea, for the greater defense thereof. the report is also recorded in the resolution and the plan delivered to the frequently mentioned Noble Lord. In the same To improve the parapets on the Bastions. To lay wooden platforms. To have kaipien cleared To have surveyed. To have the bastion Overijssel and the curtain between the same and Stroomburg raised In the same manner it has been decided to have the parapets on the bastions improved, and instead of the stone platforms, whereby the destruction caused by the enemy's cannonballs and bombs becomes considerably greater, to have others made of wood, and to begin with both of these on the bastions Holland and Zeeland. The river between this city and the Island of Baipien is in some places not even ninety rods wide, so the city can easily be fired upon and bombarded from there, and the trees and houses, as well as the Roman church standing on the shore of that Island, would favor this hostile enterprise and hinder us from properly resisting the same. The Noble Lord van de Graaff is therefore of the opinion that the trees must be felled and the harmful buildings demolished, whereupon we have decided to have the trees cut down and cleared away at once, but first to have the the church and houses there houses and church surveyed and appraised by Commissioners, and then also to decide what is necessary concerning them. Furthermore, it has been judged necessary to raise the bastion Overijssel and the curtain between the same and Stroomburg, which are so low that they easily with To purchase timber for the siege. To entrust to Captain Fornbauer. Reflections on the garrison Koetsiem cannot supply the promised battalion. could be climbed by surprise, by four feet throughout, and to dig a small ditch in front of the same, as well as to place a retrenchment with two cannons at both ends of the curtain. We have also decided on the day aforesaid to have the necessary timber purchased for making barracks and for securing the small powder magazines on the bastions, as well as thirty-six mansjouws of Angelike wood, for making pontoons in the city moats, and in order to be assured that all these improvements are properly made, the supervision of the works we have entrusted the supervision thereof to the aforementioned Military Captain Fornbauer; for all of which decisions we respectfully request Your High Nobilities' approval. In order to defend this city properly in case of a siege, a Garrison of three thousand five hundred Men is considered necessary, and we had also counted on this, because the King of Koetsiem had promised to the first-signed a Battalion of sepoys, which had already been placed on a European footing by our officers some years ago, but when the unexpected revolution The still tents pa
Dutch transcription
besluit om de wapenplaat„ en in den bedekten weg te fortificeeren. beraaden te hebben, verscheidene nadere ver„ „beeteringen van de vestingwerken en teffens eene augmentaatsie onzer Milietsie gearres„ „teerd, waar van de reedenen en motiven bij onze thans overgaande sekreete resoluutsie en de daarbij ingeschreevene berichten en advi„ „sen in 't breede betoogd zijn. Doch dewijl deeze onrustige tijden, daar wij noch dagelijx, en zelfs onder het schrijven deezes, met eene belee„ „gering gedreigd worden, eene meenigte aflei„ „dingen en buitengewoone bestellingen veroor„ „zaaken, waar door wij belet worden, aan deeze onze eerbiedige advisen zoo veel vlijt en tijd te besteeden, als noodig zijn zoude, om aan uwe Hoogedelheeden van alles omstan„ „dige reekenschap te doen: zoo verzoeken wij zeer eerbiedig, ons voor ditmaal, nopens onze voor„ „melde besluiten, aan gemelde resoluutsie te mogen gedraagen, en met een korte aanwij„ „zing van dezelven te mogen volstaan. — Na voorafgegaane raadpleeging met den Edelen Heer Ceilons Goeverneur Falck, over de verbeetering onzer kontrescharpe, en op het door de goedheid van zijn weledele Grootacht„ „baare erlangde schriftelijke berecht en plan van den kapitain Jngenieur Brohier, mitsgaders Het nieuwe werk op het bezijden hetzelve eene fleche aan te leggen. mitsgaders het schriftelijk bericht en plan van den uit Nederland hier aangekoomenen Jnfanterij kapitain Tornbauer, die in de krijgsbouwkunst mede ervaaren is, mitsga„ „ders op het schriftelijk advis van den Edelen Heer van de Graaff, hebben wij beslooten, de inspringende wapenplaatsen van den bedek„ „ten weg voor de gordijnen met grachten, storm„ „paalen en pallissaaden, te fortificeeren, de uitspringende hoeken, of de wapenplaatsen voor de Bastions te laaten bonnetteeren, en alle met kanons te bezetten; De berechten en advisen zijn bij de resoluutsie ingeschree„ „ven en de plans gaan hierneevens onder berus„ ting van den Edelen Heer van de Graaff. ook is, op het schriftelijk berecht en plan van eeven gem: Fornbauer, konform het advis van hoog gedachten Heer van de Graaff, beslooten, den kavalier op het bastion Hol„ Bastion Holland te sloopen land te laaten afbreeken, en het zelve in zijn voorigen staat te herstellen, mitsgaders tusschen het zelve en de zee eene fleche te laaten aanleggen, tot meerdere verdeediging van het zelve. het berecht is mede bij de resoluitsie ingeschreeven en 't plan aan meermelden Edelen Heer afgegeeven. Jnzelver de Borstweerings op de Bastion te verbeeteren. houte beddings te leggen. kaipien te laaten opruimen te laaten opneemen. het bolwerk overijssel en de gordijn tusschen hetzelve en stroomburg te laaten verhoogen Jnzelver voegen is beslooten, de borstweerings op de bolwerken te laaten verbeeteren, en in steede van de steene beddings, waar door de ver„ „woesting van de vijandige kogels en bommen merklijk grooter word, anderen van hout te laaten maaken en met dit een en ander op de bolwerken Holland en Zeeland te laaten beginnen. De rivier tusschen deeze stad en het Eiland Baipien is op sommige plaatsen noch geene neegentig roeden breed, dus kan de stad van daar gemaklijk beschooten en gebombardeerd worden, en de boomen en huizen mitsgaders d' Roomsche kerk, aan het strand van dat Eiland staande zouden deeze vijandige onderneeming begunstigen en ons hinderen, om dezelve behoorlijk te keer te gaan. De Edele Heer van de Graaff is dus van gevoelen, dat de boomen gevelt en de schaadelijke gebouwen afgebroken moeten worden, waar op wij beslooten hebben, het geboomte ten eersten te laaten weg-kappen en op ruimen, doch de de kerk en huizen aldaar huizen en kerk eerst door Gekommitteerden te laaten opneemen en taxeeren, mitsgaders als dan ook daar omtrend het noodige te besluiten. wijders is noodig geoordeeld, het bolwerk Overijssel en de Gordijn tusschen het zelve en stroomburg, die zoo laag zijn, dat ze maklijk bij Houtwerk voor de belee„ „gering in te koopen. aan kapitain Fornbauer op te draagen. Bedenkingen over het garnisoen koetsiem kan het beloofde battaljon niet geeven. bij surprise kunnen beklommen worden, doorgaans vier voeten te verhoogen, en voor dezelve een kleen grachtje te trekken mitsga„ „ders aan beide enden van de gordijn eene afsuij„ „ding met twee kanons te leggen. Noch hebben wij ten dage voorschr: beslooten, het noodige houtwerk tot het maaken van barakken en tot beveiliging van de kleene kruitmagazijntjes op de bolwerken te laaten inkoopen, gelijk ook ses en dertig mansjouws van Angelike hout, tot het maaken van ponten in de stads-grachten, en om verzeekerd te zijn, dat alle deeze verbeeteringen behoorlijk gemaakt het opzicht over de werken worden, hebben wij het opzicht daar over opgedraa„ gen aan den voorm: kapitain Militair Forn„ „bauer; op alle welke besluiten wij uwer Hoogedelheeden approbaatsie in eerbied ver„ „zoeken. om deeze stad, in kas van beleg, behoorlijk te verdeedigen, word een Garnisoen van drie dui„ „zend vijfhonderd Man noodig geacht, en hier op hadden wij ook gereekend, door dien de koning van koetsiem een Battailjon sipahis, het welk reets voor eenige Jaaren door onze officiers op Europeeschen voet is gebragt, aan den Eerstge„ „teekenden beloofd had, doch toen de onverwachte onwenteling De noh tanten pa
English
To resume the recruitment, to raise another battalion of Christians, to give them two parras of Neli per month. revolution occurred in the realm of the Zamorin, of which the first subscriber reported circumstantially to your High Noblenesses in his respectful separate letter of 22 January of this year, the prince informed us that he did not dare to assist us with any men at present, on the one hand because he needed them himself for the protection of his northern provinces against the Zamorin Nairs, and on the other hand because the English, currently masters in the realm of the Zamorin and thus being his nearest neighbors, would then have a pretext to attack him hostily. We have therefore decided to resume the suspended recruitment, and to bring the sipahis up to full strength up to two battalions, as well as to raise a second battalion of the so-called Christians, from whom one can have just as much service on this coast as from sipahis and who earn less pay. But the pay that these people earn is, in comparison with the sipahis, already very low, and in addition they receive no rice; we have therefore, in accordance with the advice of the Honorable Mr. van de Graaff, granted them two parras of nelie per month, and at the same time decided to grant to Cochin sipahis. division of the native troops into battalions and companies. subaltern officers are placed with the companies, of which reasons are given. and with the captains as commanders over each battalion. to distinguish them henceforth by the name of Cochin sipahis, and to organize the companies on the same footing as other sipahis. Furthermore, upon the advice of the repeatedly mentioned Honorable Mr. van de Graaff and the written report of the commandant and further commissioned officers, the native troops have been divided into battalions, with a subaltern officer and a sergeant placed with each company, and over each battalion a captain as commander, which arrangement was judged absolutely necessary if one wishes to derive proper use from them, especially in a siege, where sharp fighting must often take place in many places at once. Officers are everywhere, but especially then, the soul of the entire military service, and a common soldier will not stand firm during a violent attack if he is not led, encouraged, and held to his duty by them. One has especially little to expect from native troops if they are not directed by European officers, for which reason the English, who accomplish virtually the same with their sipahis as others do here with Europeans, what the Honorable Mr. Moens has already written about this. place a multitude of European officers and non-commissioned officers among them. The Honorable Mr. Moens has already demonstrated the necessity thereof to your High Noblenesses in a separate secret letter of 27 October 1780; the words with which this was done then apply too well to our present situation not to bring them back to the memory of your High Noblenesses here: "If then our native companies might be arranged in this manner, then I do not doubt that we would be able to accomplish considerably more with our native troops than otherwise; and since the improvement in that article is now so urgently necessary that it cannot be introduced soon enough, I shall, in the hope of your High Noblenesses' favorable approval, already make an immediate beginning with the sipais to organize our companies according to my proposal, but with regard to the land troops, namely the native Christians and Chegosses, wait until I shall be further qualified thereto by your High Noblenesses, unless in the meantime The circumstances are now much more urgent. Appointment of the necessary officers. "in the meantime circumstances might make such an arrangement unavoidable, in which case I flatter myself that your High Noblenesses would even expect that I, having the critical and concerning circumstances of the time here at first hand, and also being able to see the urgent necessity coming sooner than your High Noblenesses, would do what is necessary, instead of neglecting what is necessary through a mistaken scrupulousness under the pretext of first having to receive orders." When the Honorable Mr. Moens wrote this, his Honor probably looked only, or primarily, at the troubles with the Nabob Haider Ali Khan, and not at a war with the English. At least the circumstances could never become more critical, never more concerning, never make the aforementioned arrangement more necessary or unavoidable than at present, where we have to deal with a European enemy with whom this arrangement is already effectively in place. We have therefore had to proceed to the appointment of the officers needed for this, but, in order to do this with the utmost economy, we have the
Dutch transcription
De werving te hervatten noch een battaljons kris„ tanten op terichten. aan dezelven 's maands twee parras Neli te geeven. omwenteling in het samorijnsche Rijk voor „viel, waar van de Eerstgeteekende bij zijne eerbiedige aparte van den 22. ' Januari deezes Jaars aan uwe Hoogedelheeden omstandig rap„ „port gedaan heeft, liet de vorst ons weeten, dat hij ons thans met geen volk durfde bij„ „springen, eensdeels, wijl hij het zelve zelfs noodig had tot bescherming zijner noordelij„ „ke provincien tegen de Samorijnsche Nairos, en ander en deels, om dat de Engelschen, thans Meesters in het Rijk van Samorijn en dus zijne naaste buuren zijnde, als dan een voorwendzel zouden hebben, om hem vijandig aan te vallen. — wij hebben dus beslooten de ge„ „staakte werving te hervatten, en de sipahis tot twee Battaljons toe voltallig te maaken, mitsgaders van de zoo genaamde kristanten, van welken men op deeze kuste eeven zoo veel dienst kan hebben, als van sipahis en die min„ „der gasie winnen een tweede Battaljon op te„ „richten. Doch de gasie, die dit volk wint, is in vergelijking van de sipahis, reets zeer gering en daarbij genieten ze geene rijs, wij hebben dus, konform het advis van den Edelen Heer van de graaff aan dezelven 's maands twee parras nelie toegelegt, en teffens beslooten, om „sche sipahis toe te leggen. verdeeling van d' inlandsche bij de kompanien zijn subal„ „teane officiers geplaats. waar van reedenen gegee„ „ven worden. en de naam van koetsiem„ om ze voortaan met den naam van koetsiem„ „sche sipalus te distingueeren, en de kompanien op den zelfden voet als andere sipahis in te richten. wat voorts zijn op het advis van meergem: Edelen heeft 2 Heer van de Graaff en het schriftlijk bericht van den kommandant en verdere gekommit„ troepen in Battaljons en kompne„ teerde officieren de inlandsche troepen ver„ „deeld in Battaljons, bij ieder kompanie is een subaltern officier, en een serjant geplaatst en bij de battaljons kapitains over elk Battaljon een kapitain als kom„ „mandamt, welke inrichting volstrekt noodig geoordeeld is, als men van dezelven behoorlijk nut wil trekken, voor al in eene beleegering, daar dikwils, en op veele plaatsen te gelijk scherp gevochten moet worden; De officiers zijn overal, doch voornaamlijk als dan, de ziele van den heelen Militairen dienst, en een gemeen soldaat zal bij een geweldigen aan„ „ val geen stand houden, als hij niet van de„ „zelven aangevoerd, aangemoedigd en tot zijnen plicht gehouden word. vooral heeft men van inlandsche troepen weinig te verwachten, als ze niet door Europeesche officiers be„ „stierd worden, weshalven de Engelschen, die met hunne sipahis genoegzaam het zelve uitrichten, wat anderen met Europeeschen hier doen d wat d'Edele Heer Moens hier over reets geschreeven heeft. doen, bij dezelven eene meenigte Europeesche officiers en onder=officiers plaatsen. De Edele Heer Moens heeft de noodzaaklijkheid daar van reets bij aparte sekreete Missive van den 27. ' oktober 1780. aan uwe Hoogedelheeden betoogd, de woorden, waarmede dit toen ge„ „schied is, passen te zeer op onze teegenwoordi„ „ge situaatsie, om ze hier niet weer in het geheugen van uwe Hoogedelheeden te vertee„ „genwoordigen. — „ Jndien dan onze inlandse Compenien op „ deeze wijze mogten ingerigt zijn, dan „twijffel ik niet, of we zouden met onze „ inlandse troupes vrij meer kunnen uit„ „voeren als anders en dewijl de verbeteringe „ in dat articul tans zo hoognood zaakelijk „ is, dat dezelve niet vroeg genoeg kan in„ „gevoerd worden, zoo zal ik in hoop van uw „ Hoog Edelheedens gunstig approbatie met „ de sipais reeds dadelijk een begin maken, „ om onze Compenien na mijn voorstel „ interigten, dog met betrekkinge tot de „land troupes namentlijk de Jnlandse „ Christenen en Chegossen, wagten tot dat „ ik van uw Hoog Edelheedens daar toe „ nader zal gequalificeerd zijn, ten waare intussen D'omstandigheeden zijn thans veel dringenden. Benoeming van de noodige officiers „ intussen de omstandigheeden een zodanige „ inrigtinge onvermijdelijk mogten maaken, „ in welk geval ik mij vlije, dat uw Hoog „ Edelheedens zelfs zouden verwagten, dat ik „ die de Critique en zorgelijke omstandigheeden „ des tijds, hier uit de eerste hand hebbende, en „ ook vroeger dan uw Hoog Edelheedens de „dringende nood kunnende zien aankoomen, „ het nodige zoude doen, in steede van door „ eene verkeerde schrupuleusheid het nodige „ te verzuijmen onder pretext van eerst „ onder te moeten hebben. Toen de Edele Heer Moens dit schreef, zag zijn Edele waarschijnlijk alleen of voornaam„ „lijk, op de onlusten met den Nabab Haider Alichan, en niet op een oorlog met de Engel„ „schen, Ten minsten de omstandigheeden kon„ „den noit kritieker, noit zorglijker worden, noit de voorschr: inrichting noodzaaklijker of onvermeidelijker maaken, dan tegenwoor„ „dig, daar wij met een Europeeschen vijand te doen hebben, bij wien deeze inrichting reets werklijk standgrijpt. — wij hebben derhalven, tot de aanstelling van de hier toe noodige officiers moeten treeden, doch, om dit met het meeste menagement te doen, hebben wij den
English
continuation continuation. continuation Captain von Sauer, who had arrived overland from Europe and was still present here, has been appointed commander over a battalion of sipahis, and three French officers, who had come here from Goa and could find no opportunity to travel to Coromandel, namely, Louis Alexander Michel Chevallier De Lormier, captain, Pierre Burguez, and Louis de Paradis, lieutenants, have been engaged to serve during their stay here with our native troops in their capacity and for the salary and emoluments established for that purpose with us, the first as commander of the battalion of Cochin sipahis, and the other two with as many companies, whereby just as many permanent appointments have been saved and from whom we, in the event of a siege, promise ourselves much good, because they are very skilled officers accustomed to fire, and moreover speak the native languages. Also, we have not wished to make any appointments in the two Ceylon companies, and have therefore confined ourselves only to the following. — The three oldest lieutenants, Godlieb Georg Gebhard, Iakob Bernhard Weinsheimer, and continuation Promotion in the artillery. and Justinus Andreas Nachtrab have been appointed captain-lieutenants, the first is stationed with the staff company, the second as commander with the second battalion of sipahis, and the third with the newly established company of Topasses; appointed as lieutenants are the ensigns Jan George Muller, Johan Andries Luitzer, Wilhelm Krans, Louis van Mander, and Johan Fredrik Andre; as well as appointed as ensigns the under-adjutants Daniel Bakker and Johannes Nikolaas Bisschop, as well as the sergeants Fredrik Treiter, Gerrit van der Voort, Jakob Reemer, Gerrit Eernink, Koenraad Stelling, Hendrik de Leder, George Wilhelm Frikke, Pieter Joseph according to the pay books, but correctly named Pieter Josef De Kant, Johan Kasper Schoeman, Frans Willem Sonborn, Jurgen Tailinger, Christiaan David Milius, and Johan Ernst Faber, as well as the sergeant Jakob Keizer and the corporals Jan Adolf Alles, Nikolaas Roose, and Jan Baptist Coint as under-adjutants. The artillery is, during a siege, a most important matter, and this department Request for approval is here, as Your High Right Honourables know, very weakly staffed; we have therefore, as much for the encouragement of the same as out of necessity for more officers, provisionally appointed thereto: Lieutenant Jakob Kraus, to whom at the session of 19 July 1781 the supervision over the ammunition house and the powder magazines, as well as the command over the artillerymen was provisionally assigned, as captain-lieutenant and commander; the extraordinary lieutenant Andries van Eijk as ordinary lieutenant; the ordinary fireworkers Jan Hendrik Voogt and Leopold Beijer as extraordinary lieutenants; the extraordinary fireworkers Ian Diederik Pas and Karel Lodewijk Godlob von Krause as ordinary fireworkers; and the bombardier Adriaan Snell as well as the gunners Pieter Elstendorp and Jan Jakob Greesing, as having the greatest competence for it, as extraordinary fireworkers. We most respectfully implore Your High Right Honourables favorably to approve all these appointments, having been made out of urgent necessity and for the preservation of this place, Proposal of the equipage master to skipper. Improvements to the powder mill. and take the liberty at the same time to bring to the attention of the same how in these times, when one has to expect foreign and own warships and entire squadrons, an equipage master here ought to have at least some rank in order to be properly employed in his department, and on that account to recommend to the favor of Your High Right Honourables our equipage master Johannes van Blankenberg, who is vigilant in his service and gives satisfaction, for promotion to skipper, of which the title and rank have been granted to him pro interim in the hope of high approval. We gave notice to Your High Right Honourables in our respectful letter of 24 November that, in order to provide ourselves with more gunpowder, we have put the old powder mill back in working order to grind. But in this we have met with much adversity, for the entire mill seems from the beginning not to have been constructed in the best manner, and was besides this now also old and dilapidated, so that it constantly broke down and had to be repaired, during which the work stood idle for so long; moreover, it produced only poor powder, which in the test barely reached sixty feet high, notwithstanding that the sulfur and saltpeter were accurately refined, which latter defect also seemed to be the consequence of the bad construction of the mill. — We therefore began to stamp the powder in hand-blocks by means of the coolies who were assigned to the mill, and obtained in that simple manner around two thousand pounds a month of excellent powder rising over one hundred feet high; we have thereupon abolished the entire machine and currently have the powder prepared in that simple manner, as the natives do everywhere here, and have, as appears from the frequently mentioned secret resolution, doubled the number of coolies and enlarged the necessary tools proportionately, with which we hope to make one hundred and ninety pounds of powder daily, not doubting but this will be agreeable to Your High Right Honourables. Regarding the state of the war and the native princes, the undersigned commander has taken it upon himself to report to Your High Right Honourables in a separate dispatch, to which we therefore respectfully refer; while we remain with the purest sentiments of respect and loyalty. /below stood:/ High Honorable, Highly Respected
Dutch transcription
vervolg vervolg. vervolg den uit Europa overland aangekomenen kapitain von sauer, die zich noch hier be„ „vond, tot kommandant benoemd over een Bat„ „taljon sipahis, en drie fransche officiers, die van Goa hier gekoomen waaren en geene ge„ „leegenheid naar kormandel vinden kosten, met naamen, Louis Alexander Michel Chevallier De Lormier, kapitain, Pierre Burguez en Louis de Paradis, Luitenants, ge-engageerd, om, geduurende hun verblijf al„ „hier, bij onze inlandsche troepes, in hunne qualiteit en voor de gasie en emolumenten bij ons daar toe staande, te dienen, d' Eerste als kommandant van het Battaljon Koetsiemsche sipalis, en de twee anderen bij zoo veel kom„ „panien, waar door zoo veel vaste aanstel„ „lingen uitgewonnen zijn en waar van wij ons, inval van beleegering, veel goeds belooven, doordien zij zeer bedreevene en aan 't vuur gewoone officiers zijn, en daarbij de inland„ „sche taalen spreeken. ook hebben wij bij de twee Ceilonsche kom„ „panien geene aanstellingen willen doen, en ons dus alleen bepaald tot de volgenden. — De drie oudste Luitenants, Godlieb Georg Geb„ „hard, Iakob Bernhard weinsheimer en vervolg Avancement bij d' Artillerij. en Justinus Andreas Nachtrab zijn be„ „noemt tot kapitain Luitenants, d' eerste is bij de staf kompanie, de tweede als kom„ „mandant bij het tweede Battaljon sipahis, en de derde bij de nieuw opgerichte kompa„ „nie Toepas geplaast; Tot Luitenants zijn be„ „noemd de vaandrigs Jan George Muller, Johan Andries Luitzer, Wilhelm Krans, Louis van Mander en Johan Fredrik Andre„ mitsgaders tot vaandrigs de Onder Adjudan„ „ten, Daniel Bakker, en Johannes Niko„ „laas Bisschop, mitsgaders de serjants, Fre„ „drik Treiter, Gerrit van der Voort, Jakob Reemer, Gerrit Eernink, Koenraad stelling, Hendrik de Leder, George wilhelm Frikke, Pieter Joseph volgens de soldij boeken, doch „te recht genaamd Pieter Josef De Kant, Johan Kasper Schoeman, Frans willem sonborn, Jurgen Tailinger, Christiaan David Milius, en Johan Ernst Faber, mitsgaders, de serjant Jakob Keizer en de korporaals Jan Adolf Alles, Niko„ „laas Roose en Jan Baptist Coint, tot Onder-adjudanten. De Artillerij heeft, bij eene beleegeringe, eene aller gewigtigste saak, en dit departement is verzoek om approbaatsie is hier, gelijk uwe Hoogedelheeden weeten zeer zwak besteld, wij hebben derhalven, zoo veel tot aanmoediging van het zelve, als uit noodzaakelijkheid van meerdere officiers, daarbij provisioneel aangesteld. Den Luitenant Jakob kraus, aan wien ter sessie van den 19. ' Juli 1781. het opzicht over 't ammonietsie-huis en de kruit-magazijns, mitsgaders het kommando over de Artilleris„ „ten provisioneel was opgedraagen tot kapi„ „tain Luitenant en kommandant. - den Extra- ordinair luitenant Andries van Eijk tot ordinair Luitenant; de ordinair vuur„ „werkers Jan Hendrik Voogt en Leopold Beijer, tot Extra ordinair Luitenants; de„ extra ordinair vuurwerkers, Ian Diederik Pas en Karel Lodewijk Godlob von krause, tot ordinaire vuurwerkers en den Bombar„ „dier Adriaan Snell mitsgaders de kano„ „niers Pieter Elstendorp en Jan Jakob Greesing als daar toe de meeste bequaamheid hebbende, tot Extra-ordinaire vuurwerkers. wij imploreeren uwe Hoogedelheeden zeer eerbiedig, alle deeze aanstellingen, als uitdringende noodzaaklijkheid en ter behou„ „denis van deeze plaats gedaan zijnde, gunstig te „siemeester tot schipper verbeeteringen aan de kruitmoolen. te approbeeren, en bevrijmoedigen ons Aef„ „fens, om onder het oog van Hoogst dezelven te brengen, hoe in deezen tijd, daar men vreemde en eigene oorlogs-scheepen en heele Esquaders te wachten heeft, een Equipasie„ voordragt van den Equipan„ meester alhier ten minsten eenigen rang diend te hebben, om in zijn departement behoor„ „lijk te kunnen worden gebruikt, en om uit dien hoofde onzen Equipagiemeester, Johannes van Blankenberg, die in zijn dienst vi„ „gilant is en genoegen geeft, in de gunst van uwe Hoogedelheeden te rekommandeeren, ter bevordering tot schipper waar van hem de titel en rang in hoope van hooge weldui„ „ding pro interim is toegevoegt. wij hebben bij onze eerbiedige van den 24. ' November aan uwe Hoog edelheeden kennis gegeeven, dat wij, om ons van meerder bus„ „kruit te voorzien, de oude kruitmoolen wederom in staat gebragt hebben, om te maalen. Doch hier in hebben wij veel teegen„ „spoed ontmoet, want de heele moolen schijnt van den beginne af aan niet naar de beste wijze gekonstrueerd geweest te zijn, en was buiten des nu ook oud en bouwvallig, zoo dat ze ge„ „duurig onklaar raakte en gerepareerd most worden wanneer het werk zoo lange stil stond, daar daar en boven leeverde ze maar slegt kruit uit, het welk bij de proef nauwlijx sestig voeten hoog sloeg, niet tegenstaande de zwavel en salpeter nauwkeurig geraffineerd waaren, welke laaste gebrek meede scheen het gevolg te weezen van de quaade konstruksie der Moolen. - wij be„ „gonnen dus het kruit, door de koelies die op de Moolen bescheiden waaren, in hand blokken stampen, en kreegen op die eenvoudige wijze 's maands omtrend twee duizend pond, kostelijk kruit over de honderd voeten hoog slaande, wij hebben daarop de heele maschine afgeschaft en laaten thans het kruit op die eenvoudige wijze bereiden, zoo als de Jnlanders hier over al doen, en hebben blijkens meermelde sekreete resoluutsie het getal der koelies verdubbeld en het noodige gereedschap naar maate ver„ „groot, waarmeede wij dagelijx hoopen hon„ „derd en negentig pond kruit aantemaaken, niet twijfelende of dit zal uwe Hoogedel„ „heeden aangenaam zijn. Nopens den toestand des oorlogs en de Jnlandsche vorsten heeft de ondergeteekende kommandeur op zich genoomen aan uwe Hoogedelheeden bij eene aparte Missive rapport te doen, waar aan wij ons dus in eerbied gedraagen; terwijl wij met de zuiverse gevoelens van eerbied en trouwe blijven. /onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare