Inventory 10314
Malabar · 564 pages · 104 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
11 April 1782. Bastion Overijssel and the curtain between the same and Stroomburg. To establish that the enemy cannot hide behind it and construct his batteries without being seen and disturbed from the city, it has been judged necessary beforehand to resolve concerning this matter that the houses and huts standing in the way there be surveyed and, along with the Roman church, appraised by competent persons through two members of this Council, who may assume other competent persons for this purpose; and to appoint for this the Chief of Kranganoor, the Honorable Cellarius, presently in loco, and the Secretary of this Council, the Honorable Daimichen. With regard to Bastion Overijssel, to have it heightened, and noting that the curtain lying between the same and Bastion Stroomburg is much too low and thus exposed to surprise, which has indeed been somewhat remedied by the palisading of the bank of the river, but wherein it is judged one ought not to rest content, since one has to deal with an enemy who by nature has the greatest disposition for reckless undertakings; So it is, in accordance with the advice of the Honorable Mr. van de Graaff and the proposal of the Honorable Major 11 April 1782. To purchase the timber for barracks, etc. To assign the supervision over the fortifications. Major von den Busch and further committee members, approved and agreed to have that bastion, with the adjoining curtain, made four feet higher; to have a small ditch dug in front of it on the outside; and to make a cut-off at both ends of the curtain and garrison the same with two cannons, in order to drive the enemy back again by the fire from these cannons should he, despite the aforesaid precautions, succeed in scaling that work. Furthermore, upon the proposals made to that end by the just-mentioned commissioned officers, on account of the visible utility thereof, it is approved and agreed to purchase the timber for the barracks in good time and have it made ready; to have the small powder magazines on the batteries properly supplied; to have traverses laid before the sally ports; and to have a tambour constructed before the river gate. And it is likewise, upon the proposal of the Commander, approved and resolved to assign the supervision and direction over all these new works, as well as over the further fortifications in general, to Captain Fornbauer, 11 April 1782. Deliberation on the increase of the garrison. The King of Cochin cannot deliver his promised battalion. to assign to the often-mentioned Captain Fornbauer, who is very skilled in military architecture, in order to be better assured that everything will be properly made and executed according to the plans and instructions. Concerning the augmentation of the troops, the Commander communicated that the King of Cochin had previously indeed promised him a battalion of Sepoys in case of a siege, but that one could not count on this at present, as His Highness, shortly after the revolution that occurred in the land of the Samorin, first through the Company's merchant Anta Chettij and afterwards through his the King's brother-in-law, had sent word that he now needed the promised battalion himself to protect his adjoining lands against the Nairs, and moreover would also not dare to assist the Company with military forces, as the English could derive a pretext therefrom to treat him with hostility and attack his kingdom. That thus the entire force of the Company on this coast, when Aikotta and Kranganoor are abandoned and the garrisons withdrawn into ours, and the Ceylon troops are also counted in, according to the brief strength 14 April 1782. Present strength of the garrison. strength as of mid-March last, consisted of the following men under arms: Europeans The Grenadier company: 96 The Major's ditto: 90 The company of Frankena: 160 ditto Lever: 54 Topasses: 5 Recruit guard, counted as serviceable men: 48, 490 Easterners The company of Bapa Salia: 106 ditto Abdulla Patuakan: 94, 200 Sepoys The Company of Seid Jaffer: 127 ditto Cheg Mira: 161 ditto Abieboechan: 161 ditto Midien: 88 ditto Mierchan: 95 ditto Abdul Kader: 85 ditto Fakkier Mahmed: 91, 811 Christians The Company of No. 1: 152 ditto No. 2: 112 ditto No. 3: 121 ditto No. 4: 74 Shieks: 95 Company of Pettua: 90 Paponettij: 90 Kranganoor: 65, 245 Carried forward: 2291 The garrison ought to be 3500 men strong. To bring two battalions of Sepoys to full strength, and also raise a battalion of Christians. To grant them two parras of paddy per month. Brought forward: 2291 Artillerymen Of the Europeans belonging to our garrison: 69 ditto from Ceylon: 47 ditto Native Artillerymen: 22, 79 Total: 2439 However, the committee members, not without great reason, judged three thousand five hundred men necessary to defend this fortress as required; Wherefore he, the Commander, proposed to bring this number to that level by recruiting more Sepoys, and especially so-called Christians, concerning which it was particularly noted that one can derive just as much service from the Christians as from the Sepoys, and that the same, as residents and subjects of the Company, are quite as trustworthy; but that their present pay is too low to demand the same services from them as from the Sepoys; And it was consequently resolved to make the Sepoys full up to two battalions, but to raise another battalion of the Christians, and to add to their present monthly wages two parras of paddy. 14 April 1782. Also
Dutch transcription
Den 11. April 1782. bolwerk Overijssel en de gor„ „tusschen het zelve en stroom„ vestigen „de vijand daar achter zich niet kan verschuilen. en zijne battarijen aanleggen, zonder van de stad ge„ „zien en gestoord te worden, zoo is om deezen aangaan„ „de het noodige te besluiten voor afdienstig geoor„ „deeld, de huizen en hutten aldaar in de weg staan„ „de te laaten opneemen en nevens de Roomsche kerk door kundige lieden te laaten taxeeren door twee leden uit deezen Raad, die hier toe andere kundige Perzoonen kunnen assumeeren, en daar toe te benoemen het opperhoofd van kranganoor de E: Cellarius thans in loco en de Sekretaris deezes Raads d' E: Daimichen Met opzicht van het Bolwerk overijsel en og te laaten verhoogen en de tusschen het zelve en het bolwerk stroomburg leggende Gordijn opgemerkt zijnde, dat dezelve veel te laag zijn en dus aan surprise op en leggen het geen door de pallissaadering van den oever der rivier wel eenigsints verholpen is doch waar in men oordeeld, niet te mogen berusten, wijl men te doen heeft met een vijand die tot roekelooze onder„ „neemingen van natuur de meeste disposietsie heeft. zoo is overeenkomstig het advis van den Edelen Heer van de Graaff en het voorgestelde van den E: Ma„ Joor Den 11. April 1782. het houtwerk voor barakken enz: te laaten inkoopen Het opzicht over de fortifikaat„ op te draagen „joor von den Busch en verdere gekommitteerden goedgevonden en verstaan dat bolwerk met de daar aan „geleegene Courtine vier voeten hooger te laaten maa „ken, aan de buiten kant daar voor een kleene gracht te laaten trekken, en aan beide enden van de Courdeli „tine eene afsnijding te maaken, en dezelve met twee kanons te bezetten ten einde den vijand, indien het hem onaangezien de voorsz: voorzorge mogt gelukken, om dat werk te beklimmen, door het vuur uit deeze kanons wederom te verdrijven. Voorts is op de daar toe gedaane voorstellen van eeven gem: gekommitteerde officieren wegens de zichtbaare nuttigheid van dezelven goedgevonden en verstaan, het houtwerk voor de barakken bij tijds te laaten inkoopen en in gereedheid brengen, de kleene kruit magazijns op de battarijen, behoor„ „lijk te laaten voorzien, voor de uitval poorten, tra„ „versen te laaten leggen, en voor de rivier poort eenen Tamboer te laaten extrueeren. En is teffens op de proposietsie van den Heer „sien aan kapitain Fornbauer kommandeur goedgevonden en beslooten het opzicht en de Direksie over alle deeze nieuwe werken, mitsga„ „ders over de verdere fortifikaatsie in het algemeen op 2 beloo ring Den 11. April 1782. deliberaatsie over de vermeerde„ ring van 't garnisoen De koning van koetsiem kan het op te draagen aan den meermelden kapitain Forn„ „bauer die in d' krijgsbouwkunde zeer bedreeven is, om te beeter verzeekert te zijn dat alles behoorlijk gemaakt en volgens de plans en voorschriften g'exekuteerd worde Nopens de augmentaatsie van de troepen, kom„ „muniseerde de Heer Kommandeur, dat de koning van koetsiem voor heen wel een battaljon Sipahis in val van beleegering aan Hem beloofd had, doch dat men daar op thans niet kost reekenen door dien zijn beloofde Battailson niet leeveren Hoogheid kort na de in het land van den sammo„ „rijn voorgevallene staat wisseling eerst door 'skomp:s koopman Anta Chettij, en daar na door zijn /sko„ „nings /zwager had laaten boodschappen dat hij het beloofde battaljon thans zelfs noodig had om zijne naast aangrenzende landen teegen de Nairoste be„ „schermen en buiten des ook niet zouden durven de komp: met krijgsvolk assisteeren, wijl de Engelschen daar van daan een protext kosten ontleenen om hem vijandig te handelen en zijn Rijk aantelasten Dat dus de heele Macht van de komp: op deeze kuste, wanneer Aikotta en Kranganoor verlaaten en de gar„ - „nisoen bij het onze ingetrokken, mitsgaders de Ceilonsche troepen meede gereekend wierden, volgens de korte sterkte Den 14. April 1782. teegenwoordige sterkte van 't garnisoen sterkte onder medio Maart Jo Leeden, bestond uit de vol„ „gen den Manschap onder het geweer Europeeschen De granadier kompanie „ Majoors d=o — „ komp: van Frankena - „ d. o „ Lever „ Toepassen - „ rekrute wacht reekene op bruikbaare Manschap 48. 490. Oosterlingen De kompanie van Bapa Salia - 106. „ Abdulla patuakan 94. 200. Sipahis De Komp: van Seid Jaffer - - do „ Cheg Mira. . . . . . 161. Abieboechan. . . . 161. Midien- Mierchan Abdul Kader. . . . 85 Fakkier Mahmed. . . - - - 91: 811. Kristanten De Kompanie van No. 1. . . . . . . 152. _:o „ 4. — sjegos. kompanie van Pettua Paponettij Kranganoor „ „ 2. . . - . . . . 112. „ „ 3 – - - - - 121. -- 90. 90. 65: 245: Transporteere - - - - - 2291. 96. 90. 160. 54. 5. 127 88. 95. 90. 74. 95. _=o - - 1 -. ebezitting diend 3500 Man terk te zijn twee battaljons sipahis vol„ allig te maaken, en noch een erven. — aan dezelven twee parras Celi s' maands toe te leggen P:r Transport Arthilleristen van de Europeeschen tot ons garnisoen _=o van Ceilon „ Jnlandsche Arthilleristen 79 Somma 2439. Doch dat de gekommitteerden niet zonder groote reeden drie duizend vijf honderd Man noodig oordeel. „den om deeze vesting naar vereisch te defendeeren weshalven Hij kommandeur proponeerde, om dit ge„ taljon kristanten aan te „tal door het aanwerven van meerder sipahis, en in„ „zonderheid van zoo genaamde Kristanten zoo hoog te brengen, waar omtrend inzonderheid werd aan„ „gemerkt, dat men van de Kristanten eeven zoo veel dienst kan hebben als van de Sipahis, en dat de„ „zelve als ingezeetenen en onderhoorigen van de komp: ruim zoo wel te vertrouwen zijn, doch dat hun teegenwoordig traktament al te gering is, om van hen dezelfde diensten te vorderen, als van de Sipahis, en werd dienvolgende beslooten de Sipahis tot twee Batoljons voltallig te maa„ „ken, doch van de Kristanten noch een Batal„ „jon op te richten en aan dezelven bij hunne te„ „genwoordige gasie smaands twee patras Nelie toe te voegen. 69. 47. „ 22: 2291. Den 14. April 1782. Ook 00. 54. 5. 291.
English
The 11th of April 1782. The necessity of more officers, especially with the native troops; the sentiment of the Noble Lord Moens in that regard. Also, upon the advice of the Noble Lord van de Graaff and the report of the repeatedly mentioned commissioned officers regarding the necessary number of officers with the European Militia and the posting of European officers with the native troops in particular, it has been taken into consideration that the officers are the soul of the entire military service, and that the common soldier, without being led and held to his duty by a sufficient number of them, is of very little value; that, especially from the native troops in war, little good is to be expected if they are not directed by Europeans, which is why the English, who with their sepoys achieve almost the same as others do with Europeans, place a multitude of European officers and non-commissioned officers among them; whereby the Noble Lord Moens was already moved in the year 1780 to appoint to every company of sepoys one European officer as commander and two European non-commissioned officers as drillmasters, as appears from a separate secret missive to the Noble High Government of the Dutch Indies dated the 27th of October 1780, in which His Honour cited concerning the Christians and Chegos The 11th of April 1782. The sepoys and Christians to be divided into battalions. A captain over each battalion as commander, and with each company a European subaltern officer and a drillmaster. that he wished to wait with that until he was qualified thereto by Their High Nobilities, unless circumstances in the meantime should make such an arrangement unavoidable, in which case His Honour would proceed thereto without neglecting what is necessary through a misplaced scrupulousness under the pretext of first awaiting orders. That one now finds oneself in such urgent circumstances that everything deemed useful and necessary for the reinforcement, defense, and preservation of this fortress must at once be put into effect, and consequently the necessary augmentation of officers must also take place without delay, without awaiting, as is otherwise dutiful, the approval and sanction of the Noble High Government of the Indies. And it is accordingly approved and agreed by a unanimity of votes that the sepoys and Christians ought at once to be divided into battalions, and over each battalion a European captain as commander, and with each company a European subaltern officer, as well as a European non-commissioned officer as drillmaster, The 11th of April 1782. Distribution of the same. to be appointed. And having proceeded hereupon to the necessary appointment and distribution of the required officers, the Lord Commander demonstrated that, according to the proposal of the repeatedly mentioned Major and further commissioned officers, the following officers were necessary, besides the lower staff: With the grenadier company: 1 captain, 1 lieutenant, and 2 ensigns; ditto ditto staff ditto: 1 ditto, 1 ditto, and 2 ditto; two Ceylon companies: 2 ditto, 2 ditto, and 4 ditto; Topasses: 1 ditto, 1 ditto, and 2 ditto; two battalions of sepoys: 2 ditto, 2 ditto, and 8 ditto; ditto company of Malays: — ditto, 1 ditto, and 2 ditto; a battalion of Christians: 1 ditto, — ditto, and 2 ditto. Thus together: 8 captains, 8 lieutenants, and 22 ensigns. However, that in his judgment, one ought not to place any officers from this garrison with the Ceylon companies in place of those who had departed on leave to Ceylon before correspondence had taken place on that matter with the Noble Lord Falck, as the command over them could ad interim be taken care of by the staff captain of the Major's company; and that one could make use of a French captain and two French lieutenants, who had The 11th of April 1782. Captain von Sauer, commander with the sepoys; Gebhard, Weinsheimer, and Nachtigal to captain-lieutenants. come here from the Islands and currently had no opportunity to get to Coromandel, for as long as they had to remain here, provided they were paid monthly from the Company's treasury, for as long as they should serve, as much as Company officers of their rank enjoyed; that one ought also to employ with the troops the military captain Fredrich van Sauer, who had come here overland from Europe, which could not be done in the case of Captain Fornbauer, because the supervision over the fortifications was entrusted to him, and the Lord Commander intended to use him as an engineer in the impending siege; and that one would then only need three captain-lieutenants, five lieutenants, and fifteen ensigns. Whereupon, having deliberated with attention, it was judged absolutely necessary by a unanimity of votes, and accordingly approved and agreed: to place Captain van Sauer as commander with the first battalion of sepoys; the three senior lieutenants of the garrison, Godliep Georg Gephard, Jakob Bernhard Weinsheimer, and Justinus Andreas Nachtigal, to captain-lieutenants
Dutch transcription
Den 11. April 1782. De noodzaaklijkheid van meer Officiers troepen Moens dien aangaande Ook is op het advis van den Edelen Heer van de Graaff en het bericht van de meermelde gekommit„ „teerde officiers nopens het noodige getal van offi„ „cieren bij de Europeesche Milietsie en het plaatsen van Europeesche officiers bij de Jnlandsche troepen inzonderheid, bij d' inlandsche in aanmerking genoomen, dat de officiers de ziele zijn van den heele militairen dienst, en dat de ge„ „meene soldaat, zonder door een toerijkend getal van dezelven aangevoerd en tot zijn plicht gehou„ „den te worden, van zeer weinig niet is, dat inzon„ „derheid van de inlandsche troepen in den oorlog weinig goeds te wachten is, als ze niet van Europe„ „schen bestierd worden, weshalven de Engelschen, die met hunne sipahis bij na het zelve uitrichten, wat anderen met Europeeschen doen, bij dezelven een menigte Europeesche officiers en onder officiers 't gevoelen van den Edelen Her plaatsen waar door de Edele Heer Moens reets in het Jaar 1780. is bewogen, om bij ieder kompa„ „nie Sipahis eenen Europeeschen officier als komman „dant en twee Europeeschen onder officiers als Drie „meesters aantestellen blijkens aparte sekreete aen missive aan de Edele Hoog Regeering van Neder„ „lands Jndien van den 27. oktober 1780 waar by zijn Edele nopens de Kristanten en 'sjegos aange „haald Den 11. April 1782 sons te verdeelen. — over ieder battaljon een kapitain als kommandant en bij ieder komp: en een Drilmeester. „haald heeft dat Hij daar meede wilde wagten tot dat Hij daar toe van Hunne Hoogedelheeden gequalifi „ceerd wierd, ten waare de omstandigheeden middeler„ „wijle eene zoodaanige inrichtiging mogten onver„ „mijdelijk maaken, in welk geval zijn Edele daar toe treeden zouden zonder door eene verkeerde scru„ „puleusheid het noodige te verzuimen, onder pretext van eerst order te verwachten. Dat men thans in zoo dringende omstandighee„ „den bevindt dat al het geen dienstigen noodig g'oor„ „deeld word tot de versterking, verdeediging en behou„ „denis van deze vesting ten eersten moet in het werk gesteld worden en mits dien ook de noodige augmen„ „taatsie van officiers zonder verzuimd diend te ge„ „schieden, zonder zoo als anders plichtmaatig is, het goedvinden en approbaatsie der Edele Hooge Re„ „geering van Jndiën aftewachten En word dien„ „volgende met eenpaarigheid van stemmen goedge„ de sipahis en kristanten en battal: vonden en verstaan, dat de Sipahis en Kristan„ ten ten eersten behooren in Battaljons verdeeld ren Europeesche subaltem officier en over ieder Battaljon een Europeesche Ka„ „pitain tot kommandant en bij elke kompanie een Europeesche subalterne officier, mitsgaders een Europeesche onder- officier als Drilmeester aan gesteld rie Den 11. April 1782. repartietsie van dezelven gesteld te worden. En hier op getreeden zijnde tot de noodige aanstelling en repartietsie van de vereischt wordende officieren. zoo vertoonde de Heer kommandeur dat, volgens den voorstel van meerm: E: Majoor en verdere gekom„ mitteerde officieren de volgende officieren noodig waaren buiten den onder staf Bij de granadier komp: 1. kapitain 1. Luitenant en 2. vaandrigs do do staf d=o 1. d=o 1. d=o „ 2. d=o „ „ twee Ceilonsche „ 2 „ 2 „ „ 4. „ „ 1. „ 1. „ „ 2. „ „ toepassen „ twee Battaljons sipahis 2. „ 2. „ „ d=o komp: maleijers — „ een battaljon kristanten 1. Dus te zaamen 8 kapitains 8 Luitenants en 22. vaandrigs Doch dat men zijns oordeels, bij de Ceilonsche kom„ „panien geene officiers uit dit garnisoen behoorde te plaat„ „sen, in steede van de geenen, die met verlof naar Cei„ „lon vertrokken waaren, voor dat daarover met den Edelen Heer Falck zoude weezen gekorresporedeerd. kunnende het kommando daar over adinterim door den stafs kapitain van Majoors kompanie waar „genoomen worden, en dat men van een franschen kapitain en twee fransche Luitenants, die van bh het „ 8 „ de „ 1 - „ 2 „ „ „ 2. „ Den 11. April 1782. ant bij de sipahis bhard weinsheimer en achtvab tot kapitain Luitenants de Eilanden hier gekoomen waaren en thans geene geleegenheid hadden, om naar kormandel te geraa„ „ken, zoo lange zoude kunnen gebruik maaken, als zij hier moesten blijven, mits aan dezelven uit skomp:s Kassa maandelijx, zoo lange zij dienst zouden doen zoo veel betaalende als s' komp: officiers van hunne karakter genooten; Dat men den kapitain Mis„ „litair Fredrich van Sauer, die overland uit Eu„ „ropa hier gekoomen was, almeede bij de troepen behoorde te emploieeren, het welk omtrend ka„ „pitain Fornbauer niet kost geschieden, door dien aan denzelven het opzicht over de fortifikaatsien opgedraagen was, en de Heer kommandeur in d'aan¬ „staande beleegering hem als Jngenieur meende te ge„ „bruiken, en dat men als dan slechts drie kapitain Luitenants, vijf Luitenants en vijftien vaandrigs zouden noodig hebben waar op met aandacht ge„ „delibereerd zijnde: zoo is met eenparigheid van stem„ „men volstrekt noodig geoordeeld, en dienvolgende pitain von sauer komman, goedgevonden en verstaan, Den kapitain van sauer als kommandant bij het eerste Battal„ „jon Sipahis te plaatzen de drie oudste Luitenants van het garnisoen Godliep Georg Gephard Iakob Bernhard weinsheimer en Justinus Andreas rd. door hen
English
to station three French officers during their stay appointment of five lieutenants and fifteen ensigns to appoint Andreas Nachtrab as captain lieutenants, and to place the first in the staff company, the second in the second battalion of sepoys, and the third in the newly established Topas company; to place the French captain Louis Alexander Michel Chevallier de Lormier as commander in the battalion of Cochin sepoys, and the two French lieutenants Pierre Burguez and Jean Louis Chastignier de Paradis in two native companies; and further to appoint the ensigns Ian George Muller, Iohan Andries Lintzer, Wilhelm Krans, Louis van Mander, and Johan Fredrik Andree as lieutenants; together with the sub-adjutants Daniel Bakker and Jan Nikolaas Bisschop; together with the sergeants Fredrik Treiter, Gerrit van der Voort, Iakob Reemer, Gerrit Enning, Koenraad Stelling, Hendrik de Leeder, George Wilhelm Frikke, Pieter Joseph de Kant, Iohan Kasper Schoeman, Frans Willem Sonborn, Iurgen Dailinger, Christiaan David Milius, and Johan Ernst Faber as ensigns; together with the non-commissioned officers Iakob Keizer, Jan Adolf Alles, Nikolaas Rose, and Jan Baptiest Coint as sub-adjutants: The 11th of April 1782. Also The 11th of April 1782. provisional promotions in the artillery, all subject to the approval of Their High Excellencies. Also, for the good reasons given in the aforementioned report and the obvious necessity of more officers in the artillery, it has been approved and agreed to appoint Lieutenant Iakob Kraus, to whom at the session of the 19th of July 1781 the oversight of the ammunition house and the powder magazines, as well as the command over the artillerists, was provisionally entrusted, now, in view of the continued indisposition of the captain lieutenant and commander of that department, Iohannes van Asbeek, as captain lieutenant and commander; the extraordinary lieutenant Andries van Eijk as ordinary lieutenant; the ordinary fireworks workers Jan Hendrik Voogt and Leopoldus Beier as extraordinary lieutenants; the extraordinary fireworks workers Ian Diederich Pas and Karel von Krause as ordinary fireworks workers; the bombardier Adriaan Snell and the gunners Pieter Elstendorp and Ian Jakob Greesing, as having the greatest competence for it, as extraordinary fireworks workers; and to respectfully implore the Noble High Indian Government to favorably approve these appointments as having been made out of pressing necessity The 11th of April 1782. the title and rank of skipper granted to the Master of Equipage van Blankenberg government gratuities to the battalion commanders and other European officers with the native troops authorization for the purchase of 36 manchuas for pontoons and the [illegible] and for the preservation of this fortress. Also, on the proposal of the Lord Commander, it has been approved and agreed to favorably nominate the Master of Equipage Iohannes van Blankenberg to Their High Excellencies for promotion to skipper, and in the meantime to grant him the title and rank, since a Master of Equipage in these times, when foreign and domestic warships and entire squadrons are to be expected, ought to have at least some status in order to be properly employed in his department. Whereas, according to the previously cited separate secret letter of the 27th of October 1780, twenty rupees per month were allocated to the European subaltern officers with the native troops, which have also been provided until now, it has been deemed equitable and consequently resolved to continue this, and in proportion thereto to allocate a gratuity of fifty rupees per month to each of the captain commanders of the battalions. For the maintenance of communication between the main fortress and the covered way, twelve The 11th of April 1782. enlargement of the powder mill twelve pontoons being necessary, each consisting of three manchuas: it has therefore, in consideration of the fact that the half-worn manchuas or those made of poor wood and costing thirty to thirty-five rupees must constantly be repaired and decay within a short time, whereby one might occasionally even suffer an accident when ferrying people or cannons, but that sound and new manchuas of angelique wood can not only be used with peace of mind and endure the war, but can also still be sold after the same with a moderate loss, been approved and agreed to have thirty-six new manchuas of sound angelique wood purchased at fifty to fifty-five rupees apiece. Lastly, the Lord Commander communicated that in repairing and getting the old powder mill into operation, for which the resolution was taken at the session of the 19th of July 1781, much adversity had been encountered, because the entire machine, from the very beginning, did not appear to have been constructed in the best manner and had now become so old and dilapidated that it constantly had to be repaired.
Dutch transcription
drie fransche officiers geduu„ „rende hun verblijf te plaatsen benoeming van vijf luite„ „nants en vijftien vaandrigs Andreas Nachtrab tot kapitain Luitenants aan te stellen, en den eersten bij de staf komp: de tweeden bij het tweeden Battaljon sipahis en den derden bij de nieuwe opgerichte kompanie Toepas te plaatsen den franschen kapitain Louis Alexander Michel Chevallier de Lormier als kommandant bij het Battaljon Koetsiemsche Sipahis en de twee fransche Luitenants Pierre Burguez en Jean Louis chasticg „na de Paradis bij twee Jnlandsche kompanien te plaatsen en voorts de vaandrigs Ian George Muller, Iohan Andries Lintzer, wilhelm Krans, Louis van Mander en Johan fredrik Andree tot Luitenants, mitsgaders de onder adjudant „ten Daniel Bakker en Jan Nikolaas Bisschop, mitsgaders de sergeianten, Fredrik Treiter, Ger„ „rit van der voort, Iakob Reemer Gerrit En „ning, koenraad Stelling, Hendrik de Leeder george wilhelm Frikke, Pieter Joseph de kant, Iohan Kasper Schoeman, Frans wil„ „lem Sonborn, Iurgen Dailinger; Christiaan David Milius en Johan Ernst Faber tot vaar Mitsg=s vier Onder adjudanten „ drigs; mitsgaders de onder officiers Iakob, keizer. Jan Adolf Alles, Nikolaas Rose en Jan Baptiest Coint, tot onder adjudanten aantestellen: Den 11: April 1782. Ook Den 11. April 1782. provisioneele bevorderingen bij d' Artillerij alles op d' approbaatsie van Hun„ „ne Hoog edelheeden. Ook is om de daar van bij 't gemelde berecht ge„ „geevene goede reedenen en de baar blijklijke nood„ „zaaklijkheid van meerdere officiers bij de Artillerij goedgevonden en verstaan den Luitenant Iakob kraus, aan wien ter sessie van den 19. Juli 1781. het- opzicht over 't ammunietsie huis en de kruitma„ „gazijns, mitsgaders het kommando over de Arthil„ „levisten provisioneel is opgedraagen, als nu, mits de aanhoudende in disposietsie van den kapitain Lui„ „tenant en kommandant van dat departement Iohannes van Asbeek aantestellen tot kapitain Luitenant en kommandant; den Extra ordinair Luitenant Andries van Eijk tot ordinair Luite„ „nant; de ordinaire vuurwerkers Jan Hendrik voogt en Leopoldus Beier tot Extra ordinaire Luitenants, de Extra ordinaire vuurwerkers Ian Diederich Pas en Karel von Krause tot ordi„ „naire vuurwerkers, den Bombardier Adriaan snell en de Kanoniers Pieter Elstendorp en Ian Jakob Greesing, als daar toe de meeste be„ „kwaamheid hebbende, tot Extra ordinair vuurwer„ „kers aan te stellen en d' Edele Hooge indiasche Reegering eerbidig te emploreeren, dat deeze aanstellingen als uitdringende noodzaak„ „lijk. Den 11. April 1782. aan den Equipagiemeester van Blankenberg de titel en rang van schipper toegevoegt regeering Douceurs aan de Battaljons kommandanten en verdere Europeeschen Officiers bij de Jnland„ „sche troupen qualifikaatsie tot het inkoopen van 36: Mansjouws tot ponten en de perockt „lijkheid en tot behoudenis van deeze vesting gedaan zijnde, gunstig te willen approbeeren Ook is op de proposietsie van den Heer komman„ „deur goedgevonden en verstaan den Equipagiemeester Iohannes van Blankenberg aan Hunne Hoog met voordrackt aan de Hooge edelheeden ter bevordering tot schipper gunstig voor te draagen, en hem middeler wijle den titel en rang toe te voegen, alzoo een Equipagiemeester in deezen tijd, daarmen vreemde en eigen Oorlogs scheepen en heele Esquaders te wachten heeft, ten minsten eenige qualiteit diend te hebben, om in zijn depar„ „tement behoorlijk gebruikt te kunnen worden Aangezien blijkens voorwaards gesiteerde apar „te sekreete Missive van den 27: oktober 1780. -. aan de Europeesche subalterne officier bij de Jnlandsche troe„ „pen twintig ropijen 's maands zijn toegelegd, die ook tot nu toe verstrekt worden, zoo is billijk geoordeeld en dienvolgende beslooten om daar bij te blyven kon„ „tinueeren, mitsgaders in eevenreedigheid van dien aan de kapitains kommandanten van de Battal„ „jons ieder vijftig ropijen 's maands tot een douceur toete leggen. Tot het onderhouden van de komunikaat„ „sie tusschen de hoofdvesting en den bedekten weg twaalf Den 11. April 1782. „grooting van de kruit moolen twaalf ponten noodig zijnde, bestaande ieder uit drie Mansjouws: zoo is, uit aanmerking, dat de half sleetene Mansjouws of de zulken die van slegt hout gemaakt werden en dertig tot vijf en dertig ropijen kosten, geduurig moeten gerepareerd worden en bin„ „nen korten tijd vergaan, waar bij men somwijlen noch bij 't overzetten van volk of kanons een onge„ „luk zoude krijgen kunnen, doch dat hechte en nieuwe Mansjouws van Angelika hout, niet alleen met gerustheid gebruikt en den oorloq uit„ „houden, maar na denzelven noch weder met een maatig verlies verkocht kunnen worden, goedge„ „vonden en verstaan, ses en destig nieuwe Mans„ „jouws van deugdzaam Angelika hout tegen vijf„ „tig en vijf en vijftig ropijen 't stuk te laaten in koopen. Laastelijk kommuniceerde de Heer Komman„ „deur, dat men bij het herstellen en aan den gang helpen van de oude kruitmoolen waar toe besluit genoomen is ter sessie van den 19. Juli 1781: veel teegenspoed had ontmoet, door dien, de heele machine van den beginne afgaan, niet naar de beste wijze scheen ingericht te weezen en thans zoo ouden bouw vallig geworden was, dat er geduurig aan moest gere„
English
The 11th of April 1782. had to be repaired, whereby the work had come to a standstill from time to time, and that also the gunpowder which had come from it was found to be of only middling quality, as it shot scarcely sixty feet high, notwithstanding the sulfur and saltpeter had been refined with the greatest care, which latter defect seemed to have to be attributed to the bad construction of the blocks and pestles of the old mill; That an experiment had therefore been made to have the powder pounded by coolies in hand-blocks in the manner of the natives, for which up to now eight blocks had been used, as the number of coolies designated for the powder mill did not extend further, and also the kettle, pans, cooling vats, and further utensils for refining the saltpeter could furnish no more ingredients; and that the powder resulting therefrom, in repeated tests in the presence of the Honorable Mr. van der Graaff and of him, the Commander, had shot well over one hundred feet, but that under the present establishment no more than 2000 lb a month could be manufactured, on which account His Honor had caused a report to be drawn up on how the 11th of April 1782. in what manner this arrangement would have to be expanded and enlarged in order to be able to make two hundred pounds daily, or 190 lb of gunpowder after deducting 5 percent for wastage, dust, and grit, the same reading as follows: To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honorable, Worshipful Sir, Pursuant to Your Honor's highly esteemed order, the undersigned has taken into consideration what, for the service of the powder mill beyond what is already in use there, might still be necessary to keep the powder making going and to be able to manufacture 190 lb of gunpowder daily. First of all, The large drying stage upon which the powder is dried must be taken up and provided with good planks, also with a thatched roof, and all around with screens of bamboo poles against the rain. 1 piece The 11th of April 1782. 1 piece copper kettle, four feet in diameter at the top and 3 feet deep, for refining saltpeter 2 pieces copper cooling pans for congealing the saltpeter 4 copper skimmers with iron handles 2 copper ladles 6 wooden shovels for stirring 1 copper cooling vat with its tap, 3¼ feet in diameter at the top, 4¼ feet at the bottom 1 wooden gutter to let the saltpeter run off 2 tubs, 3½ feet high, 3 feet wide at the top and 2½ feet at the bottom 2 carrying tubs 1 water bucket 3 rubbing tables 9 ditto wooden 12 drying trays 6 pounding blocks in which the powder must be pounded 14 pestles 1 corning frame 36 double sieve rims 12 hair sieves 36 drum skins for corning sieves 6 large Dutch brooms of hog bristles to sweep the ingredients together with. 64 pieces The 11th of April 1782 64 pieces common rice winnowing baskets to winnow the dust from the powder. For working the above-specified quantity of pounds of gunpowder, in addition to the twenty-four coolies who are already busy with powder making and saltpeter refining, there must still be twenty-six more, so that daily fifty coolies must be put to work, namely: 24 coolies for pounding 12 ditto at 6 rubbing tables 8 ditto at 3 corning boxes 2 ditto to carry the drying trays up and down from the drying stage and to turn the powder 4 ditto to refine saltpeter and burn charcoal. Wherewith I hope to have fulfilled Your Honor's highly esteemed order to satisfaction, and take the liberty to call myself with all respect, underneath stood: Right Honorable Worshipful Sir, Your Honor's humble and obedient servant, was signed: Jakob Kraus, in the margin: Cochin, the 3rd of April 1782. After which the Lord Commander continued, that in view of the manifold work at the Company's carpentry shop, he had investigated whether the necessary utensils, such as powder trays, blocks, and pestles, rubbing tables, In the year aforesaid, was signed: I. G. v. Angelbeek; R. v. Harn; F. v. d. Busch; N. W. Beijts; I. L. v. Spall; C. G. Seijffer; A. J. S. Vernede; I. A. Cellarius; W. v. Haeften; and I. A. Daimichen. Agreed, Adriaan Poolvliet, First Clerk In the year aforesaid, was signed: R. v. Harn; F. v. d. Busch; v. Spall; C. G. Seijffer; A. J. Cellarius; W. v. Haeften; and I. Agreed, Adriaan First Clerk In the year aforesaid, was signed: R. v. Harn; F. v. d. Busch; v. Spall; C. G. Cellarius; Agreed, Adriaan P First Clerk
Dutch transcription
Den 11. April 1782. gerepareerd worden, waar door het werk van tijd tot tijd was blijven steeken, en dat ook het kruit het welk daar van afgekoomen was, maar van een middel„ „baare qualiteit was bevonden als slaande, nauwlijks „sestig voeten hoog, niet teegenstaande de zwavel en salpeter met de meeste zorgvuldigheid geraffineerd waaren, welk laaste gebrek aan de kwaade kon„ „struksie van de blokken en stampers van de oude moolen scheen te moeten worden toegeschreeven, Dat men derhalven eene proeve had genoomen; om het kruit, op de wijze van de Jnlanders in handblok „ken door koelies te laaten stampen, waar toe tot nu toe agt blokken gebruikt waaren alzoo het voor de kruitmoolen bepaalde getal koelies niet verder strekte, en ook de ketel, pannen, koelvaten en verde „re gereedschap tot het raffineeren van de Salpee„ „ter geen meer spectsie konde fourneeren, en dat het daar van gekoomen kruit bij de herhaalde proeven in tegenwoordigheid van den Edelen Heer- van der Graaff en van hem kommandeur, verre over de honderd voeten geslaagen had, doch dat men den tegenwoordige omslag niet meer dan 2000 lb 'smaands kost vervaardigt worden, weshalven zijn Achttb: een bericht had laaten opmaaken, hoe„ den 11. April 1782. hoedaanig deeze aanstalt zoude moeten uitgezet en vergroot worden, om dagelijks twee honderd ponden of na aftrek van 5 p:r C=to voor spillasie, stof en gruis 190: lb: kruit te kunnen maaken, luidende het zelve als volgt. Aan den Weledele Achtbaare Heer Johan Gerard van Angelbeek kommandeur en oppergebieder der kuste Mallabaar, met den resorte van dien Weledele, Achtbaare welgebiedende Heer Ingevolge uw weledele Achtb: hooggeeerde or„ „dre heeft den ondergeteekenden in overdenking ge„ „nomen wat, ten dienst van de kruitmoolen booven 't geen reets aldaar in het gebruik loop't, noch mogt nodig weezen, om 't kruit maaken aan de gang te, houden, en dagelijks 190 lb: buskruit te kunnen aanmaaken. voor eerst Dient de groote droog stelling waar op 't kruit ge„ „droogd word, opgenomen en met goede planken ook met een vlas dak en rondom met klappen van bamboe masten voor de reegen voorzien te worden 1 p Den 11. April 1782. 1. p:s kopere ketel boven van vier voet en Diameter en 3. voet diep tot het raffineeren van salpeeter 2. p:s kopere koel pannen tot het stollen van de salpeter 4. „ kopere schuijm leepels met ijzere steelen 2 „ v schep koppen 6. „ houtte schoppen om omtevoeren 1 „ v= koelvat met zijn kraan in diameeter van booven 3¼. voet van onder 4. ¼. voet 1 1 „ houtte goot om de salpeeter te laaten afloopen 2„ „ balies a 3½ voet hoog, van boven 3. en van onder 2½. voet wijd 2. „ „ draag balies 1 „ „ water emmer 3„ „ wrijf tafelss 9„ „ v=o houten 12. „ „ droog bakken 6 „ „ stamp blokken waar in 't kruit gestampt, moet „ werden 14. „ „ stampers 1 „ „ korrel raam 36 „ „ dubb: zifranden 12 „ „ haare ziften 36 „ „ tromvellen tot korrel ziften 6 „ groote vaderlandsche schuijjers van varkens borsels om de speesie daar meede bij mal„ „kaar te veegen. 64. ps Den 11. April 1782 64. ps gemeene rijs wannen om 't stof van 't kruit uit te wannen.— Tot het bearbeiden van de boven gespesificeer„ „de quantiteijt ponden bus=kruit, dient noch boven de vier en twintig koelies, die reets aan 't kruitmaa„ „ken en salpeeter raffineeren beezig zijn, noch ses en twintig te weezen, alzo dat er dagelijx vijftig koe„ „lies aan het werk moeten gestelt werden als 24. koelies tot 't stampen 12. v: aan 6. vrijf tafelsn 8: 3. korrel kisten „ 2. „. om de droog bakken van de droogstel„ „ling op en neer te draagen en 't kruit te keeren 24. „ om salpeeter te raffineeren en koolen te branden Waarmeede verhoope uw weledele Achtb: hoog g'eerde order ten genoegen volbragt te hebben en mij met alle Eerbied bevrijmoedige te noemen. — /:onderstond:/ weledele Achtbaare wel gebieden„ „de Heer, uw weledele Achtb: onderdaanige en gehoor„ „zaame Dienaar /:was getekend:/ Iakob Kraus /: in mar„ „gine:/ Koetsiem den 3. April 1782. Waarna de Heer kommandeur vervolgde, dat hij uit aanmerking van het meenigvuldige werk op s komp: timmerwinkel had onderzocht, of het noodige gereed„ „schap, als kruitbakken, blokken en stampers, vrijf„ houden „ 8 Jaare voormeld /:was getekend:/ I: G: v: Angelbeek; R: v: Harn; F v: d: Busch; N: W: Beijts; I: L: v: spall; C: G: Seijffer; A: J: S: vernede; I: A: Cellarius; w: v: Haeften; en I: A: Daimichen: Akkordeerd Adriaan Poolvlirk Egklerk Jaare voormeld /:was getekend:/ R: v: Harn; F v: d: Busch; v: spall; C: G: Seijffer; A: J: Cellarius; W: v: Haesten: e J: Akkordeel Adriaan Rykler Jaare voormeld /:was getekend:/ R: v: Harn; F: v: d: Busch; v: spall; C: G: Cellarius; Ak kordeel AdriaanP Rykler