Inventory 10314
Malabar · 564 pages · 104 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
25 September 1782. and that therefore their transport ought to take place as swiftly as possible, with the Nehalemnia and the proposed two-masted Moorish vessel: against which other Members maintained that one ought not to misunderstand the urgent desire of the Noble Lord Falck in such a manner as though all precaution of this Council were thereby excluded and only a blind compliance left to it; that also the declaration of His Right Honorable: "that the aforementioned vessels, manned with so many soldiers and artillerists, could withstand all privateers" would be stretched too far if one wished to apply it to warships or frigates; that it was indeed true that the fleet of Admiral Hughes, which, according to the aforementioned letter of His Right Honorable, had still been lying before Madras on the 17th of August last, could hardly sail around Cape Comorin before the month of November, and thus for the time being one had nothing to fear from it in the fairway from here to Colombo; but that Bombay maintained two war frigates, of which one, named Revenge, carried thirty-six, and the other, named The Bombay Grab, carried twenty-four guns, Resolved by majority of votes not to send the troops with the vessels on hand, but to wait for a safer opportunity. guns, which without doubt, with the first opening of the shipping season, have already sailed out and would cruise on this coast, or to and fro Cape Comorin, against which the Nehalemia and The Verwachting certainly could not hold out, even though being so strongly manned. That this suspicion concerning the English frigates was made more probable by the received report that, about fifteen days ago now, an English three-masted ship had anchored before Tellicherry at noon and had departed again that night, which vessel, in all probability, would be one of the aforementioned two frigates, and that one would therefore expose to the danger of being captured by these frigates not only the vessels, but also the troops that one wished to send with them. The votes having been taken, the Honorable Members van Aarn, von den Busch, Beits, Seiffer, and van Haeften advised that the troops ought not to be sent with the vessels currently on hand, but kept until a safer opportunity; however, the Honorable Members van Spall, Vernede, and Daimichen advised that, in compliance with the earnest desire of the Noble Lord Falck, they ought to be sent over at the earliest 25 September 1787. Report on which houses, outbuildings, etc. around this fortress ought to be cleared away. earliest. Whereupon the Lord Commander declared that he did not find unfounded the objection of the majority of the members against sending the troops with the vessels currently on hand, and therefore joined the majority; and this latter so much the sooner because the English on the Coromandel, according to the latest reports, were not in a position to undertake anything against Ceylon, and because there was a great probability that one would shortly find a better opportunity to transport these troops with French or our own ships. And consequently, it was approved and understood by the majority not to send the Ceylon auxiliary troops with the Nehalemia and the Verwachting, or instead of the latter vessel with the Moorish snow, but to keep them ready in the garrison here from this day forward, in order to be sent over with the first occurring safe opportunity. Furthermore was read a written report from Captain Iobst Hendrik Daniel Stipp, the Artillery Lieutenants Jakob Kraus and Andries van Eijk, and the Engineer Karel Lodewijk Godlob von Krause, who, by order of the Lord Insertion of the same. Lord Commander, surveyed the environs of this fortress and examined what sort of houses, outbuildings, gardens, trees, and woods ought to be cleared away in order, in the event of an impending siege, on the one hand to facilitate and augment the defense of this fortress, and on the other hand to make the siege more difficult for the enemy and deprive him of the advantages which he might otherwise draw from such houses, outbuildings, gardens, trees, and woods, reading as follows: To the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Commander and Supreme Ruler of this coast and its Dependencies. Right Honorable Lord! Pursuant to Your Right Honorable's written order of the 22nd of August, the undersigned proceeded outside this town and accurately surveyed what sort of residential houses, outbuildings, and woods situated hereabouts would necessarily have to be demolished and cleared away in case of a siege, and thus found: The
Dutch transcription
den 25. september 1782. en dat derhalven het transport daar van ten spoe„ „digsten diende te geschieden, met de Nehalemnia en het in voorslag gebragte tweemastige Moorsche vaartuig: waar teegen andere Leden beweerden, dat men de dringende begeerte van den Edelen Heer Falck zoodanig niet behoorde te misduiden, als of daar door alle voorzorge van dit Ministe„ „rium buiten geslooten en eenelijk eene blinde op„ „volging aan het zelve over gelaaten waare; dat ook de verklaaring van zijn weledele Groot achtb: „ dat de meermelde vaartuigen met zoo veel „ Militairen en Artilleristen bemand alle kapers „kosten tegenstaan„ te ver zoude getrokken wor„ „den, als men dezelve op oorlogs-scheepen of Fregat„ „ten wilde betreklijk maaken; dat het wel waar was, dat de vloot van Admiraal Hughes, die, volgens meermeldt briefje van zijn weledele groot achtb: noch den 17=de Aug:s jongstleeden voor Madras had geleegen, voor de maand van Novem„ „ber bezwaarlijk de kaap komorijn kost om„ „zeilen, en men dus voor eerst van dezelve niets te vreezen had, in het vaarwater van hier naar kolombo, doch dat Bombai twee oorlogs fregatten hield, waar van het eene, Revenge genaamd, ses en dertig, en 't andere, De Bombai Goerab genaamd, vier en twintig stukken voerde bij meerderheid van stemmen beslooten de troepen met de aanhanden zijnde vaartuigen niet te zenden maar te wachten tot een sekuurder geleegenheid voerde, die buiten twijfel, met het eerste open gaan van de vaart, reets uitgeloopen zijn, en op deeze kuste, of af en aan de kaap komorijn kruis„ „sen zouden, tegen welken de Nehalemina en De verwachting zeekerlijk niet bestaan kosten, schoon noch zoo sterk bemant zijnde. Dat dit vermoeden omtrend de Engelsche Fregatten, waar„ „schijnlijker gemaakt werd, door het erlangde be„ „recht, dat, nu omtrent vijftien dagen geleeden, een Engelsch driemastig schip 's middags, voor Tellitscherij, ten anker gekoomen en 's nachts daar aan weder vertrokken was, welk vaartuig, naar de meeste waarschijnlijkheid, een van de voor= „noemde twee fregatten weezen zoude, en dat men derhalven niet alleen de vaartuigen, maar ook de troepen, die men daarmede verzenden wilde, aan 't gevaar zoude bloot stellen van door deeze fregatten genoomen te worden. — De stemmen opgenoomen zijnde zoo adviseerden de E:s van Aarn, von den Busch, Beits, seiffer en van Haeften dat men de troepen met de thans aan handen zijnde vaartuigen niet behoorde te verzenden, maar tot eene sekuurdere geleegenheid aantehouden, doch de E: Leden van spall, vernede en Daimichen, dat dezelven ter voldoening aan de ernstige begeerte aan den Edelen Heer Falck, ten eersten B den 25. September 1787. Bericht, welke huisen opstallen enz: rondom deeze vesting dienen uit de weggeruimt teworden. eersten behoorden overgezonden teworden. - waar op de Heer Kommandeur verklaarde, de zwaarig„ „heid, bij de meeste leden, tegen het verzenden der troepen, met de thans aanhanden zijnde vaar„ „tuigen, niet ongegrondt te vinden, en zich der„ „halven bij de meerderheid te voegen, en dit laaste om zoo veel te eerder, wijl de Engelschen op kor„ „mandel, volgens de Jongste berechten, niet in staat waaren, om iets tegen Ceilon te ondernee„ „men, en wijl er groote waarschijnlijkheid was, dat men eerlange, met fransche of eige„ „ne schepen, tot het transport deezer troepen, beetere geleegenheid zoude vinden. En werd dien„ „volgende, bij de meerderheid, goed gevonden en verstaan, de Ceilonsche hulptroepen met de Nehalemia en de verwachting, of ook in de plaats van het laastgenoemde vaartuig met de Moorsche snau niet te zenden, doch van heeden af aan alhier in 't garnisoen gereed te houden, om met de eerste voorkoomende sekure geleegenheid overgezonden te worden. voorts werd geleezen een schriftlijk bericht van den kapitain, Iobst Hendrik Daniel stipp, de Artillerij Luitenants Jakob Kraus, en Andries van Eijk, en den Jngenieur Karel Lodewijk Godlob von Krause, die, ter order van den Heer Jnsertsie van het zelve Heer kommandeur, de environs deezer vesting opgenoomen en onderzocht hebben, wat voor huizen, opstallen, tuinen, boomen en bosschen dienen uit den weg geruimd te worden, om bij eene aanstaan„ „de beleegering, aan de eene zijde, de defensie deezer vesting te faciliteeren en te vermeerderen, en aan de andere zijde, den vijand de beleegering moeilijker te maaken, en hem van de voordeelen te berooven, die hij anders, van zulke huizen, opstallen, tui„ „nen, boomen en bosschen, zoude kunnen trek„ „ken, luidende het zelve als volgt. Aan den Weledele Achtbaare Heer Johan Gerard van Angelbeek kommandeur en oppergebieder dezer kuste met de Rezorte van dien. Weledele Agtbaare Heer! Jngevolge van uw weledele Agtbares schrifte„ „lijke ordonantie van den 22=sten August, hebben de ondergeteekendens zig vervoegt buiten deeze stad en nauwkeurig opgenoomen wat voor woon= „huizen, opstallen en Boschagies, hier omstreeks geleegen noodzaakelijk zoude moeten wor„ „den afgebrooken en uit den weg geruimd in kas van beleegering, en aldus bevonden. De
English
the 25th of September 1782. The bridge of Mattanscherij must be broken down, and everything standing on this side of the stream that runs under the said bridge up to and beyond the woods lying before the garden of the widow Mrs. Beijts, whether superstructures, trees, or otherwise, must all necessarily be cleared out of the way. The salient angle of the woods situated in front of the bastion Utrecht, and lying not further away than 125 Roeden, must also partly be chopped down, as well as all superstructures, boutiques, and trees that stand on the right side of the road that runs past the sacrificial tree, named the Pagodinjes; all must likewise be torn down and the trees chopped down. The ship carpentry yard at Kalvette, consisting of an ola dwelling house and several sheds for sheltering vessels, as well as a small masonry building under the name of the Pitch House, must also all be torn down, as everything lies on this side of the aforesaid bridge leading to Mattanscherij. The timber, vessels, etc. must also all be removed from there and sheltered elsewhere, wherever it is deemed best. Wherewith we hope that this commission of ours has been duly accomplished, in which trust we assume the honor to be, with all high esteem, below stood, Honorable Sir, your Honorable's humble and very obedient servant, was signed, J: H: D: Stipp, Jakob Kraus, A: van Eijk, and C: L: G: von Krause, in the margin, Koetsiem, the 4th of September 1781. Whereupon having been deliberated and in particular noted that the English at Bombai, from whom there is the most to fear here, according to the latest reports from the north are not in such a state as to undertake a formal siege against this fortress during the upcoming monsoon, and that once the covered way is completed, which should well succeed by the beginning of the good monsoon, or the end of November, one is sufficiently secured here not only against surprise, but also against a public open attack, attaque d'emblee, thus it has been approved and understood for now only to demolish the guard posts of the native troops on the glacis and to relocate them next to the Company's outer garden, furthermore to have the trees closest to the glacis chopped down, as well as the woods and trees standing before the bastion Utrecht, and finally also the trees near the Pagodinjes, but for now still to leave standing the houses and boutiques at the last-mentioned place, nevertheless warning the owners that upon the appearance of the enemy they will have to tear them down at the first order, and thus provide themselves in good time with other dwelling places, or that they will be set on fire; but for now to suspend the disposition on the proposal to also demolish the bridge of Mattenscheeri and the houses and gardens situated alongside it, lying on this side of the stream up to before the garden of the widow Beits, and likewise still to leave standing the Company's carpentry yard at Galwetti, which especially in case of a siege must be demolished, yet to have the empty sheds, which various persons have erected for their vessels and in which a party of roaming Moors and other folk have settled without permission, immediately removed by those who erected them; and if these persons, having been warned, do not carry this out within a month after the notification, to have them demolished by the Company's people, as they are harmful hiding places for all kinds of base people, and moreover dangerous to the Company's carpentry yard on account of the fire that might easily arise therein; and finally, if any closer suspicion of an impending siege should arise, to warn the owners of the timber at Galwetti and Mattancheri to bring their timber from there within this fortress, or transport it to remote places, and then also to have all vessels of the city, suburb, and neighboring islands, in so far as they are not needed in the moats or cannot be sheltered under the artillery at the quay, transported to Kranganoor, to be sheltered there. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid, was signed, J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van Spall, E: G: Seijffer, A: I: S: Vernede, W: van Haeften, and I: A: Daimichen. Agrees, Adriaan Pootslist Eyklak
Dutch transcription
den 25. September 1782. De brug van Mattanscherij moet weggebroo„ „ken worden, en alles wat aan deeze kant van de spruit staat, die onder gemelde brug door tot voorbij het Bosche dat voor de Thuin van Mejuffrouw de weduwe Beijts legt, zoo opstallen boomen als anderzints, moet alles noodzaakelijk uit den weg geruimd worden. De uitspringende hoek van 't Bosch in Front van de punt Utrecht geleegen, en niet verder aflegd als 125. Roeden, moet meede een gedeelte weg gekapt worden, zoo meede alle opstallen, Boetiken en boomen die ter regter zijde van den weg, die voorbij den offerboom loopt, genaamt de Pagodinjes, moeten alle meede afgebrooken en 't geboomte weg ge= „kapt worden. De scheepstimmerwerf op kalvette be„ „staande in een ola-woonhuis en verscheiden Bankzaalen voor 't bergen der vaartuigen, zoo meede een gemetzeld kleen gebouw onder de naam van Pikhuis, moet meede alle af„ „gebrooken worden, als leggende alles aan deeze kant van voorm: Brug die naar Mattan„ scherij legd. De Houtwerken, vaartuigen enz: dienen meede alle van daar vervoerd te worden en dzer Besluit voor eerst de meest hinderlijke gebouwen en boomen weg te ruimen en elders anders geborgen, waar het best geoordeeld word. waarmeede verhoope dat deeze onze kom„ „missie na behooren is volbragt, in dat ver„ „trouwen matigen wij ons de Eere aan, met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ weledele Agtbaare Heer, uw weledele Agtbaares onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ J: H: D: stipp, Jakob Kraus A: van Eijk en C: L: g: von Krause /: in margine:/ koetsiem den 4=den September 1781. waar op gedelibereerd en inzonderheid aan„ „gemerkt zijnde, dat de Engelschen te Bombai„ van waar men hier het meeste te vreezen heeft, volgens de laaste berichten van de Noord„ in dien staat niet zijn, om de naast aanstaan „de mousson tegen deeze vesting eene formeele belee „gering te onderneemen, en dat men hier zoo wanneer de bedekte weg voltoid zal zijn, / 't geen tegen het begin van de goede Mousson, of het laast van No „vember, wel zal lukken / tegen overrompeling niet alleen maar ook tegen eenen openbaaren aanval Cattacque d' emblee genoeg beveiligd is, zoo is goedgevonden en verstaan voor eerst maar de wachten der inlandsche troepen op het glacis aftebreeken en naast 's komp:s buiten tuin te verplaatsen en aa lot den 25. September 1782. aante kundigen dat ze bij verschij„ ning van een vijand een selfde lot moeten ondergaan. verplaatsen, voorts het naaste geboomte bij het glacis, als mede de boschen en boomen voor de punt utrecht staande, en eindelijk ook het geboom„ „te bij de pagodinjes te laaten weg kappen maar „de huizen en boetiken op de laastgemelde plaatse voor eerst noch te laaten staan, edoch de Eige„ en dit den eigenaren ter overige „ naar te waarschuwen, dat zij dezelven bij ver„ „schijning van den vijand op de eerste order zullen moeten weg breeken, en zich dus bij tijds van andere n, verblijf plaatsen voorzien; of dat men dezelven in brand zal steeken; Doch de disposietsie op den voorstel, om ook de brugge van Mattenscheeri en de daar nevens leggende huizen en tuinen, aan deeze kant van de spruit leggende tot voor den tuin van de weduwe Beits aftebreeken voor eerst te surcheeren, en zoo ook 's komp:s tim„ „merwerf op Galwetti / die inval van beleege„ „ring voor al moet afgebrooken worden / ook noch te laaten staan doch de leedige lootsen, die deezen en geenen voor hunne vaartuigen opgeslaagen hebben, en waar in zeder een partij om zwer„ „vende Mooren en ander volkje zonder verlof genesteld heeft, ten eersten te laaten wegneemen, door de geenen, die ze opgericht hebben, en indien deezen gewaarschuwd zijnde daar van binnen eene maand na de bekendmaaking geen werk maaken N„o 4. maaken, door 's komp:s volk te laaten sloopen als zijnde schadelijke schuilhoeken voor aller¬ „lij slecht volk, en daar bij voor 's komp:s tim„ „merwerf gevaarlijk, wegens den brand, die daar in ligt kan ontstaan, en eindelijk, zoo wanneer eenig nader vermoeden van eene aan„ „staande beleegering mogt opkoomen, de Eigenaars van het houtwerk op Galwetti en Mattancheri te waarschuwen; om hun houtwerk van daar binnen deeze vesting te brengen, of naar afgelee„ „gene plaatsen te vervoeren, en als dan ook alle vaartuigen van de stad, voorstad en nabuurige eilanden, voor zoo verre dezelven, niet in de grachten benoodigd zijn, of onder het geschut aan de kai kunnen geborgen worden, te laaten vervoeren, naar kranganoor, om aldaar gebor„ „gen te worden. Aldus gedaan, geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter steede Koetsiem ten dage maand en Iaare voormeld /:was getee„ „kend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van Spall, E: G: Seijffer, A: I: S: vernede, W: van Haeften en I: A: Daimichen. Akkordeerd Adriaan Pootslist Eyklak
English
Secret Resolution taken in the Council of Malabar at the city of Cochin on Tuesday the 22nd of January 1782. Present: The Right Honourable Commander and Chief Ruler Johan Gerard van Angelbeek, The Honourable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honourable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, The Honourable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beits, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Honourable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honourable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede, The Honourable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honourable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. Victory achieved before Tellicherry by the English over the Nabab's army, and their designs regarding the land of the Zamorin, which presents a disadvantageous prospect for us. Upon the receipt of news that the English at Tellicherry, reinforced by three hundred Europeans and three battalions of sepoys from Bombay, and through a secret understanding with the Nairs of the Zamorin, Kottayam, and Kolathunad, made a sortie in the night between the 7th and 8th of this month, and surprised, defeated, and entirely destroyed the army of the Nabab Haidar Ali Khan, under the command of his general Sardar Khan, and since then made plans to restore the old princes of the Zamorin's land, who had been driven away by the aforesaid Nabab and had since been hiding in Travancore, back to their hereditary realm, undoubtedly with the political purpose of binding the inhabitants to themselves thereby, and better securing supreme authority over everything for themselves, it was submitted by the Commander to the members in this meeting expressly convened for that purpose for consideration: That this unexpected revolution was very disadvantageous to the interests of the Honourable Company on this coast, as its enemies, the English, were thereby about to become masters of the entire Zamorin's realm, and undoubtedly also of the lands of Chetwai, Pappinivattom, and Cranganore recently occupied by the Nabab Haidar Ali Khan, from where they would be able to attack the Company's possessions with much less difficulty and more success than before, when they would have been obliged to undertake a landing somewhere nearby for that purpose, and that in particular Fort Cranganore would then run great danger of being lost, as it lies on the borders of the last-mentioned lands; Decision to leave the said fort in its present state for now, but to abandon it upon the enemy's advance in this direction. for although it might rightly be called strong against an indigenous enemy who did not know how to make proper use of artillery in sieges, it would nevertheless not be able to defend itself long against a European enemy, being, to say nothing of other defects, of so small a perimeter and so densely built up that it could be forced to surrender by a few bombs; and that, moreover, the circumstances of this main fortress of Cochin, with regard to the strength of the militia and to the supply of gunpowder and further ammunition, did not permit reinforcing the repeatedly mentioned Fort Cranganore with as many men, and providing it with as much artillery, gunpowder, and further war supplies as would be necessarily required for a vigorous defence, which besides did not seem advisable either, since the repeatedly mentioned fort, for the reasons aforesaid, notwithstanding it might be ever so amply provided with everything, would nevertheless have to surrender, and one would thus also lose the men and the presently so precious ammunition. Whereupon, having duly deliberated, it was unanimously approved and agreed to leave Fort Cranganore garrisoned on the present footing for the time being, since it was not yet certain whether the new victors would not first attempt to wrench from the repeatedly mentioned Nabab the land of Kolathunad, which had also been captured by him some years ago, and meanwhile much could easily change through the appearance of the French fleet; but whenever it might be perceived that the enemy was advancing towards this side and intended to attack the repeatedly mentioned Fort Cranganore, to abandon the same in good time, and at the same time also to vacate Ayacotta, in order not to further weaken the Company's military forces and war supplies by division, with the risk of losing everything by trying to preserve everything. And to that end it was further resolved to send two gamels to Cranganore, and one to Ayacotta, in order to send the cannons and ammunition here on the first order. Furthermore, the Commander communicated that at the same time that these revolutions of the Zamorin's territory occurred, he had received a report from the chief of Quilon
Dutch transcription
Sekreete Resoluutsie behaalde overwinning door de voor Tellitscherij De Weledele Achtbaare Heer Kommandeur en oppergebieder Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer Opperkoopman sekunde en Hoofd-administrateur Reinier van Harn, De E: Majoor en Hoofd der Milietsie Fredrik von den Busch, De E: Koopman Fiskaal en Kassier M:r Nikolaas wendelin Beits, De E: onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van spall, De E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: onderkoopman en Dispensier Abraham Jean Scipion vernede, D' E: onderkoopman willem van Haeften en De E: onderkoopman en secretaris van polietsie Johan Andries Daimichen, op de bekoomene tijding, dat de Engelschen te Engelschen op 's Nababs leeger Tellitscheri versterkt door drie honderd Europee„ „schen en drie battaljons sipahis van Bombai, en door geheime verstandhouding met de Nairos van Samorijn, kotatte en Kolastri, 's nachts tusschen den 7:e en 8=ste deezer een uitval ge= „daan en het Leger van den Nabab Haider Alichan, onder bevel van zijnen Generaal sardarchan overvallen, geslaagen en ten Dingsdag den 22. Januari 1782. Present genoomen in Raade van Malla= „baar ter steede koetsiem eenemaal ri aan eerd m tee„ op en hunne deisseinen om= „trend het land van den samorijn dat een nadeelig schijn voor ons geeft. steld. eenemaal vernield hadden, en zeder toeleg maak„ „ten om de oude vorsten van het sammorijnsche land, die door voorm: Nabab. verdreeven waaren en zich zeeder in Trevankoor schuilhielden, wederom in hun Erfrijk te herstellen, buiten twijfel met 't staatkundige oogmerk, om daar door de Jngezeetenen aan zich te verbinden, en zich zelven van het opperste gezagh over alles te beter te verzeekeren, werd door den Heer kom„ „mandeur in deeze daar toe expres belegde ver„ „gaadering aan de Leden in overweeging gegeeven: Dat deeze onverwachte staats wisseling zeer nadeelig was voor de belangen der E: kompanie op deeze kuste, alzoo haare vijanden, d' Engelschen, daar door stonden Meesters te worden van het heele samorijnsche Rijk, en buiten twijfel ook van de Jongst door den Nabab Haider Alichan geokku„ „peerde landen van settua, Paponettij en kranga„ „noor, waar van daan zij 's komp:s bezittingen, met veel minder moeite en meer sukces, zouden kunnen aantasten dan voorheen, toen zij genood„ „zaakt zouden geweest zijn, daar toe eene landing hier ergens in de buurt te onderneemen, en dat en kranganoor in gevaar inzonderheid het Fort kranganoor als dan groot gevaar zoude loopen, van verlooren te gaan, als leggende op de limieten van de laastgemelde landen den 22. Januari 1782. besluit dat Fort als noch in den tegenwoordigen stand te laaten landen, want dat het zelve, hoewel het teegen een inlandschen vijand met recht sterk genoemd mogt worden, die geen behoorlijk gebruik van d' Artillerij in beleegeringen wist te maaken, zich echter niet lange zoude kunnen verweeren teegen een Europeeschen vijand, als zijnde /:om van andere gebreeken te zwijgen:/ zoo kleen van omtrek, en zoo digt bebouwd, dat het door weinig bomben tot de overgaave zoude kunnen genoodzaakt worden, en dat daar en boven de omstandigheeden van deeze Hoofdvesting koetsiem, met betrekking tot de sterkte van de Milietsie, en tot den voorraad van het kruit en verdere ammunietsie, niet toeliet om het meermelde Fort kranganoor, met zoo veel volk te versterken, en van zoo veel Arthillerij, kruit en verdere oorlogs behoeften te voorzien, als tot eene vigoureuse defensie nood= „zaaklijk zoude vereischt worden, het welk buiten des ook niet raadzaam scheen, door dien het meermelde fort, om reeden voormeld, onaangezien het zelve noch zoo ruim van alles mogt voor= zien zijn, zich doch zoude moeten overgeeven, en men dus het volk ende thans zoo kostbaare ammunietsie meede zoude quijt raaken. waar op rijpelijk gedelibereerd zijnde, zoo werd met eenpaarige stemmen goed gevonden en „king van den vijand het zelve te abandonneeren. en verstaan, het fort. kranganoor voor eerst wel op den tegenwoordigen voet bezet te laaten, door dien 't noch niet zeeker was of de nieuwe overwinnaars niet eerst zouden trachten, het land van Kollastri, het welk meede voor eenige Jaaren door den meermelden Nabab overmeesterd was, hem wederom te ontweldigen, en er midde= „lerwijle veel licht, door de verschijning van de fransche vloot; verandering koomen kost, doch doch bij herwaards afzak: wanneer bespeurd mogt worden, dat de vijand naar deezen kant quam afzakken, en het voor= „neemen had om het meermelde fort kranganoor aan te tasten, het zelve als dan bij tijds te aban= „donneeren, en ter zelver tijd ook Aikotte te ver= laaten, ten einde 's komp:s krijgsmacht en oorlogs voorraad, door verdeeling, niet meer te verzwak= „ken, met gevaar om alles te verliezen, door alles te willen bewaaren — En werd tot dat einde ver= „der beslooten, naar kranganoor twee gamels te zenden, en naar Aikotte een, om daar meede op de eerste onder de kanons en ammunietsie herwaards te zenden. voorts kommuniceerde de Heer komman= „deur dat hij ter zelver tijd, dat deeze omwentelin= „gen van 't Samorijnsche was voorgevallen van het opperhoofd van koilang bericht ontvangen had
English
to pass through the land of Trevankoor. Letter written to Trevankoor to prevent such. English movements to pass through had, by letters of the 9th and 11th of this month, that the English were intending to restore the Samorin princes to their realm and had made an offer to them to that effect through the interpreter of Ansjengo, with the promise that English troops would advance from Paleamkotta through the land of Toevankoor to escort them to their country, that although the latter part of this news, the advance of English troops from Paleamkotta through the land of Trevankoor, did not appear very likely, because according to the latest reports from Tutukorijn not many troops were stationed at Paleam and Tirnevellij, His Honour nevertheless deemed it expedient to confer with the King of Trevankoor on this matter and, in serious terms, to dissuade him from granting permission for such passage. In a letter of the 19th of this month, the draft of which having been reviewed in Council was found to read as follows. Letter from the Commander To the King of Trevankoor Rumours have been circulating here for some time that troops of the English or of the Nabab Mahmed Alichan will march from Palleamkotta and Ternevellij through Your Highness's land to the north, and although I do not wish to believe that Your Highness will allow this, as such would be contrary to neutrality and to Your Highness's explicit promise, I am nevertheless obliged to confer with Your Highness on this matter, since these rumours grow greater daily and are almost general, even the places being named where those troops will pass; I therefore request Your Highness, for the preservation of friendship, to reassure me regarding this in Your Highness's reply, for if Your Highness were to grant passage through your land to any troops of Mahmed Alichan or the English as long as we are at war with them, or even were merely to permit it under duress, under whatever pretext it might be, yes, even if it were under the promise that this would not be directed against our Company, such would be regarded by our Company as an act of partisanship, whereby Your Highness would breach the friendship which he is obliged to maintain with us according to the treaties. the 22 January 1782. Mahmed - approval of the Members regarding this. resolution to have the environs of this town cleared according to resolution of the 25th September last. the 22 January 1782. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to conform fully therewith. Considering that due to the aforementioned change of affairs in the Samorin's land, and due to the non-arrival of the French fleet, the likelihood increases that the enemies might still decide during this monsoon to lay siege to this fortress, especially if the almost general rumours of peace with the Marathas should be true: thus, upon the proposal of the Commander, it was approved and agreed: to now carry out the clearance of the environs of this fortress, which was provisionally resolved upon by secret resolution of the 25th September last, and thus to have the superstructures on the ship carpentry yard torn down, except for the dwelling house and the one shed under which the men work, which, being erected only of wood and olas, can be destroyed by fire in a moment; and furthermore to have demolished all houses and gardens on this side of the bridge and creek of Mattanscheeri, in a straight line up to the great sacrificial tree, and further the houses and superstructures situated on the so-called Canarese Bazaar and in the Pagodienjes, along with the trees, fences, and bushes, but to leave the bridge of Mattanscheeri intact for the time being, for the maintenance of the necessary communication with that suburb and the Jewish quarter lying behind it. Thus done, resolved and decreed in the Council of Mallabaar in the town of Koetsiem, on the day, month and year aforesaid. /was signed:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: Vernede, W: van Haeften and J: A: Daumichen. Agreed, Adriaan Bootvliet, First Clerk. Secret Resolution captured Sittua and Paponetty. Monday the 18th February 1782. Present The Right Honourable Commander and Governor Johan Gerard van Angelbeek, The Honourable Senior Merchant, Second in Command and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honourable Major and Head of the Militia Frederik von den Busch, The Honourable Merchant, Fiscal and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts, The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, The Honourable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honourable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede, The Honourable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honourable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. After the conclusion of ordinary business, as mentioned in today's general resolution, the Commander announced that, having received reports from all sides yesterday afternoon that the English had captured Kalikut, that the Nabab's men had fled from the fortress of Settua and from Paponetti, and that the enemies had already taken possession of those places, His Honour immediately dispatched vessels to Aikotta taken in the Council of Mallabaar in the town of Koetsiem report that the English on
Dutch transcription
Trevankoors land te trekken. „deur aan Trevankoor geschreeven om zulx te verhinderen. Engelsche beweegingen om door had, bij brieven van den 9:e en 11:e dezer, dat de Engelschen daar mede omgingen, om de samo„ „rijnsche Prinsen in hun Rijk te herstellen en daar toe aan dezelven, door den Tolk van Ansjen„ „ go aanbieding gedaan hadden, met belofte, dat van Paleamkotta door het land van Toevan= „koor Engelsche troepen zouden optrekken om hen lieden naar hun land te geleiden, dat of schoon 't laaste gedeelte deezer tijding, de op= „marsch van Engelsch krijgsvolk van Paleam„ „ kotta door het land van Trevankoor niet zeer waarschijnlijk voorkwam, door dien volgens de laaste berichten van Tutukorijn te Paleam en Tirnevellij niet veel troepen laagen, zijn Achtb: echter had dienstig geoordeeld, den koning van Trevankoor daar over te onderhouden en van het geeven van verlof tot diergelijken doortocht in brief door den Heer komman= ernstige termen aftemaanen. bij een brief van den 19:e dezer waar van het opstel in Raade geresumeerd zijnde bevonden werd aldus te luiden. Aan den koning van Trevankoor De geruchten loopen hier zeeder eenigen tijd dat van Palleamkotta en Ternevellij krijgs„ „volk van de Engelschen of den Nabab den 22. Januari 1782. Mahmed - Mahmed Alichan door het land van uwe Hoogheid zullen marcheeren naar de noord„ en hoewel ik niet wil gelooven; dat uwe Hoogheid dit zal toestaan, door dien zulx strijden zoude met de neutraliteit, en met de uit= „drukkelijke belofte van uw Hoogheid, zoo ben ik echter verplicht om uwe Hoogheid hier over te onderhouden, wijl die geruchten dage= „lijx grooter worden, en schier algemeen zijn, wordende zelvs de plaatsen genoemd; daar die troepen zullen passeeren; jk verzoek derhalven uwe, Hoogheid, tot konservaatsie van de vriendschap, om mij bij hoog desselvs antwoord hier omtrend gerust te stellen, want indien uwe Hoogheid aan eenig krijgs= „volk van Mahmed Alichan of de Engel= „schen, zoo lange wij met hen in oorlog zijn, den doortocht door uw land vergunde, of zelvs maar als gedwongen toeliet, onder wat voor een pretext het ook zijn mogt. Ja al was het zelvs onder de belofte, dat dit niet teegen onze kompanie zoude strekken, zoo zoude zulx bij onze kompanie aangemerkt worden, als eene daad van partijschap, waar door uwe Hoogheid de vriendschap verbree= „ken zoude, die hij verplicht is volgens de traklaaten - goedkeuring van de Leeden dien aangaande. besluit om de environs van deeze stad te laten opruimen september Jongstleeden. den 22. Januari 1782. traktaaten met ons te onderhouden. waarop gedelibereerd zijnde, zoo werd goedgevonden en verstaan zich daar meede ten vollen te konformeeren. Aangezien door de voorwaards aangehaalde staat wisseling in 't Samorijnsche land, en door het uitblijven van de fransche vloot, de apparentsien toeneemen, dat de vijanden noch in deeze Mousson tot eene beleegering van deeze vesting mogt besluiten, voor al indien de schier algemeene geruchten van den vreede met de Maratten mogten waar weezen: zoo is op de proposietsie van den Heer kommandeur goed„ volgens besluit van den 25:ste„ gevonden en verstaan: de bij sekreete reso= „luutsie van den 25. ste september Jongstleeden provisioneel gearresteerde opruiming van de en virons deezer vesting, als nu te laaten ge= „volg neemen, en dus de opstallen op de scheeps= „timmerwerf te laaten weg breeken, op het woonhuis en de eene loots na, waar onder het volk staat te arbeiden, die eenelijk van hout en Olas opgeslaagen zijnde, in een ogen= „blik tijds door het vuur kunnen vernield worden; en voorts alle huizen en tuinen, aan deeze zijde van de brugge en spruit van Mattanscheeri, in een vechte lijn tot aan de de groote offerboom, en voorts de huizen en opstallen aan de zoogenaamde Kannarijnsche Bazaar en in de Pagodienjes staande, met de boomen, heinings en struiken te laaten sloo= „pen, doch de brugge van Mattanscheeri voor eerst noch in weezen te laaten; tot onderhou= „ding van de noodige kommunikaatsie met die voorstad en de daar achter leggende Jooden buurt Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem, ten dage maand en Jaare voormeld. /was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, C: G: Seijffer A: J: S: vernede, W: van Haeften en J: A: Daumichen. Adriaan Bootvliet Akkordeerd Eyklerk Senreete Resoluutsie sittua en paponettij vermeestert hebben. Maandagh den 18=e Februari 1782. Present Den Weledele Achtb: Her kommandeur en oppergebieder Johan Gerard van Angelbeek, Den E: Heer opperkoopman, bekunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn, Den E: Majoor en Hoofd der Militsie Frederik von den Busch„ Den E: koopman Fiskaal en kassier M:r Nikolaas Wendelin Beijts, Den E: onderkoopman en Pokhuismeester Jan Lambertus van Spall, Den E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, Den E: onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion vernede, den E: onderkoopman Willem van Haeften, en den E: onderkoopm: en sekret:s van Polietsie Johan Andries Daimichen Na het afloopen van de gewoone zaaken, bij de Gemeene resoluutsie van heeden vermeldt, gaf de Heer kommandeur te kennen, dat zijn Achtb: bricht dat de engelschen kalikut gisteren na middag van alle kanten berecht gekreegen hebbende, dat de Engelschen Kalikut vermeesterd hadden, dat 's Nababs volk uit de Fortres Settua en van Paponetti gevlucht was, en dat de vijanden reets van die plaatsen bezit genomen hadden, ten eersten vaartuigen naar genomen in Raade van Malla„ „baar ter steede Koetsiem Aikotta op
English
18 February 1782. The Lord Commander immediately sent orders to Kranganoor and Aikotta upon that news. Further deliberation regarding Kranganoor. Aikotta and Kranganoor had been sent orders to retreat hither upon the approach of the enemies, in accordance with the secret resolution of 22 January last. Thus, after mature deliberation, it has been approved and agreed to conform with this arrangement, and, for further clarification of the order given for the evacuation, to write to the servants at Kranganoor: That with that order for evacuation it is assumed as firm and certain that the enemies would otherwise take the Fort by force; and that therefore no haste should be made with its execution, in case the servants, from the particular circumstances, which cannot be foreseen or known here, might perceive that there was as yet no fear of that for the present; and that in such a case the private goods and whatever causes the greatest encumbrance ought to be shipped off beforehand, but the cannons and ammunition should still be retained, until it is further discerned what the enemies intend with regard to Kranganoor; and that this may be resolved upon with greater peace of mind if one is assured 200 18 February 1782. as well as regarding Aikotta that there are no English troops and no heavy artillery among the Nairs and Moors who have taken possession of Settua and Paponetty; and that the servants therefore ought to investigate these particular circumstances most accurately, and take their measures accordingly. Lastly, upon the proposal of the Lord Commander, it has further been approved and agreed to authorize and instruct the Chief, Cellarius, by outgoing letter, to prescribe to the commandant of Aikotta, according as he shall find matters, whether he shall proceed with the shipment of the cannon, or rather await further orders; and it has at the same time been decided to write what is necessary regarding this to the last-mentioned commandant. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. van Harn, F. von den Busch, N. W. Beijts, J. L. van Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede, W. van Haeften, and J. A. Daimichen. Agreed. Adriaan Pootslick D. Clerk Secret Resolution occupied by the Zamorin's native forces. taken in the Council of Malabar at the city of Koetsiem. Tuesday, 19 February 1782, in the afternoon. Present: The Right Honorable Lord Commander and Governor Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Major and Head of the Militia Frederik von den Busch, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Master Nikolaas Wendelin Beijts, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Keeper Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honorable Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. In this meeting expressly convened for that purpose, the Lord Commander made known: That all the reports received from the North since yesterday, after the dismissal of the meeting, agreed that Settua and Paponetty had been taken possession of solely by the native forces of the Zamorin, without any English troops having been perceived in those surroundings up to now; Settua and Paponetty are occupied solely by the Zamorin. descending via Palikatscheerij. Thus there is no fear for Kranganoor for the present. Decision not to abandon Kranganoor and Aikotta. as well as that a detachment of the Lord Nawab, Haider Ali Khan, consisting of eight thousand men, both infantry and cavalry, had arrived at Palikatscheerij, with the intention of marching up to Calicut and retaking the same; wherefore one might safely assume that the fort Kranganoor and the post Aikotta were as yet in no great danger, because the forces of the Zamorin alone, or without English troops, were not capable of undertaking anything fruitful against them, especially if proper order was established in everything, and the command over the militia was entrusted to a capable and experienced officer. Whereupon having deliberated, and taking into consideration that the principal reason why the evacuation of Kranganoor and Aikotta had provisionally been decided upon did not exist at present, and that therefore those posts ought to be maintained and defended, it was now, in accordance with the secret resolution of the 18th of this month, further approved with unanimity of votes, and
Dutch transcription
Den 18. febr: 1782. de H:r Kommandeur heeft op die tijding ten eersten ordres naar kran„ „ganoor en Nikotte gezonden. nadere deliberaatsie omtrend kranganoor Aikotta en Kranganoor gezonden hadde, om, ingevolge sekreete resoluutsie van den 22. Janua: Jongstleeden, bij aannadering van de vijanden, naar herwaarts te retiveeren: zoo is na rijpe deliberaatsie goedgevonden en verstaan, zich met deeze bestelling te konformeeren en, tot nadere opheldering van de gegeevene order tot de opbraak aan de Bedienden te kranganoor aante schrijven: Dat bij die order tot de opbraake als vast en zeeker verondersteld word, dat de vijanden het Fort anders met geweld vermaeste„ „ren zouden; en dat derhalven met de uitvoe„ ring van dezelve geen hast diend gemaakt te worden, ingevalle de Bedienden, uit de be„ „zondere omstandigheeden, die men hier niet voorzien of weeten kan, mogten bespeuren, dat daar voor voor eerst noch niet te vreezen waare, en dat in zulk een geval de parti„ „kuliere goederen en 't geen den meesten om„ „slag maakt, vooraf dienen afgescheept, doch de kanons en ammonietsie noch aangehou„ den te worden, tot dat men nader bespeuren zal, wat de vijanden met opzicht tot kran„ „ganoor in hun schild voeren; en dat men hier toe met te meerder gerustheid zal kunnen besluiten, als men verzeekerd is 200 den 18. febr: 1782. zoo mede omtrend Aikotte is, dat zich bij de Nairos en Mooren, die settua en Paponettij in bezit genoomen heb„ „ben, geene Engelsche troepen en geen zwaar geschut bevinden en dat de bedienden der„ „halven deeze bezondere omstandigheeden op het naukeurigste dienen uit te vorschen, en daarna hunne maatregelen te neemen. Laastelijk is noch op de proposietsie van den Heer kommandeur goedgevonden en verstaan, het opperhoofd, Cellarius, bij afgaand schrijven te autoriseeren en te gelasten, om, naar maate hij de zaaken bevinden, zal, aan den komman„ dant van Aikotta voor te schrijven, of hij met den afscheep van het kanon zal voortgaan, dan wel nader order afwachten; - en is teffens be„ „slooten, hier van ook het noodige aan laastge„ „melden kommandant aante schrijven. — Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Malabaar ter steede koetsiem, ten daage maand en jere voormeldt /:was getekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Warn, F: von den ƒ Busch; N: W: Beijts, J: L: van spall G: Seijffer, A: J: S: vernede, w: van Waet„ „ten en J: A: Dainichen. — akkordeerd Adriaan Pootslick Dyklork Senreete Resoluutsie „rijnsche landvolk in bezit genomen genoomen in Raade van Malabaar ter steede Koetsiem Dingsdag den 19. ' Februari 1782. na den middag Present op Den Weledele Achtb: Heer kommandur en opergebieder Johan Gerard van Angelbeek, Den E: Heer opperkoopman sekunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn, Den E: Majoor en Hoofd der Milietsie Frederik von den Busch, Den E: koopman Fiskaal en kassier M:r Nikolaas Wendelin Beijts, Den E: onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van spall, Den E: onderkoopman en soldij boekhouder Coenraad George Seijffer, Den E: onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion Vernede, Willem van Haeften, en Den E: onderkoopman den E: onderkoopman en sekretaris van polietsie Johan Andries Daimichen In deeze expres daar toe gekonvoceerde vergade„ „ring gaf de Heer kommandeur te kennen: Dat alle de, zeder gisteren, na het scheiden van de vergadering, ontvangene berichten van de Noord settua en Sapinettij zijn alleen door samon daarin overeenstemden, dat Settua en Laponettij alleen door het landvolk van den Samorijn in bezit genoomen waaren, zonder dat men daar O „scheerij komt afzakken. dus voor eerst voor kranganoor niet te vreezen is. — besluit kranganoor en Aikotte niet te verlaaten. daar omstreex tot nu toe eenige Engelsche troepen bespeurd had, als meede, dat te Pali„ katscheerij een detachement van den Heer tijding dat siabats volk over Palikat„ Nabob, Haider Alichan, was aangekomen, bestaande uit agtduizend Man, zoo infanterij als kavallerij, met voorneemen, om naar kalikut optetrekken, en het zelve te hernee„ „men; weshalven men gerust mogt ver onder„ „stellen, dat het fort kranganoor en de post Aikotta tot noch toe geen groot gevaar liepen door dien het volk van den samorijn alleen, of zonder Engelsche troepen, niet in staat was, om daar teegen iets met vrucht te onder„ „neemen, voor al, wanneer op alles behoorlijke order gesteld, en het kommando over de miliet„ „sie aan een bequaamen en ervaarenen of„ „ficier werd opgedraagen. Waar op gedelibereerd en in aanmerking ge„ „nomen zijnde dat de voornaamste reeden, waarom de opbraake van kranganoor en Aikotta provisioneel was beslooten, thans niet exsisteerde, en dat derhalven die posten behoorden aangehouden en gedefendeerd te worden, zoo werd als nu, in overeenstemming met de sekreete Resoluutsie van den 18. deezer, nader met eenpaarigheid van stemmen goed gevonden en do do d
English
to place a commandant over the militia at Kranganoor. Due to the desertion of a company of Chegos at Kranganoor, it was decided to send a company of Sepoys thither, and agreed not to abandon Kranganoor and Ayacotta for the present, but rather to defend them with all vigor against native enemies. To that end, upon the further proposal of the Honorable Commander, it was approved and agreed to assign the command over the militia at Kranganoor to Lieutenant Justinus Andreas Nachtrab, and also to send Ensign Andre thither to perform his service there until such time as the Ceylon company shall depart from here. Whereas the entire company of Chegos from Kranganoor, according to yesterday's letter from the Honorable Cellarius, has deserted with its officers, guns, and weapons, without doubt to settle again in their villages that have been wrested from the Nabob, and there is reason to believe that the two other companies of Chegos will also attempt to return to their native villages, it was approved and agreed, upon the proposal of the Honorable Commander, to send the company of Sepoys under Fakir Mahmed thither again, and to have the two remaining companies of Chegos questioned the 19th of February 1782, [illegible] The 19th of February 1782. and to ask the other Chegos whether they wish to remain, and if not, simply to discharge them. whether they are content to continue serving, with the addition that whenever they are required to do duty here in Cochin, they shall receive one parra of rice per month with their pay, and that those who do not wish to serve may simply hand in their weapons and will be discharged immediately. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. It was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L: van Spall, E: G: Seijffer, A: J: S: Vernede, W: van Haeften, and J: A: Daimichen. Agreed, Adriaan Boolvliet, Clerk. The commandant of Kranganoor is prepared to defend that fort. Tuesday, the 26th of February 1782. Present: The Right Honorable Commander and Governor Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Major and Head of the Militia Frederik von den Busch, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honorable Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Junior Merchant and Chief of Kranganoor Johan Adam Cellarius, The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Policy Johan Andries Daimichen. Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin. After transacting the ordinary business mentioned in the common resolution of today, the Honorable Commander produced two letters exchanged between him and the commandant of Kranganoor concerning the defense of that fort. And since it appeared therefrom that the said commandant was prepared to to provide what is necessary, considering that this will contribute much toward keeping the enemy away from Cochin for a period of time. undertake that defense, provided that, instead of some disabled soldiers, an equal number of other competent men were sent to him, along with the necessary provisions and ammunition, it was now taken into consideration, after recapitulation of the secret resolutions of the 22nd of January last and of the 18th and 19th of this month, that the rumors are almost universal, and that all circumstances seem to indicate, that the English at Calicut are planning to besiege Cochin before the end of this monsoon, for which purpose their force there is estimated at two thousand Europeans, five thousand Sepoys, and many thousands of Nairs; and that it would therefore be a very desirable thing if the enemies, who, wishing to advance by land from Calicut, must first take Kranganoor, could be held up before that fort for some time, since their design could then easily be frustrated by the approaching bad monsoon. It was therefore unanimously approved and agreed to provide the commandant of Kranganoor with the necessary supplies to that end. Resolution regarding the commandant of Kranganoor. Subsequently, a translated ola from the King of Kranganoor was read, indicating that his
Dutch transcription
„dant over de milietsie op kran„ „ganoor te plaatsen. door het wegloopen van een komp: lijegos op krangan on. werd beslooten een komp: sipahis derwaarts te zenden.— en verstaan Kranganoor en Aikotte voor eerst noch niet te verlaaten, maar veel meer tegen inlandsche vijanden met alle vigueur te defendeeren, en werd daar toe, op de verdere proposietsie van den Heer kom„ en luiten ont Nachtras als kommen, „ mandeur, goedgevonden en verstaan, het kom„ „mando over de Miliettie te kranganoor aan den Luitenant, Justinus Andreos Nachtrab, op te draagen en teffens den vaandrig Andre derwaards tezenden om daar zijnen dienst te presteeren tot tijd en wijle de ceilonsche komp: van hier vertrekken zal. Aangezien de heele kompanie sjegos van kranganoor, volgens brief van den E: Cellareus van gisteren, met haare Officiers en geweer en wapenen weg geloopen is, zonder twijfel, om zich nu wederom in hunne dorpen, die den Nabab ontweldigd zijn, neder tezetten, en men reedenen heeft te denken, dat ook de twee an„ „dere kompanien sjegos trachten zullen, we„ „derom naar hunne woondorpen terug te„ „keeren: zoo werd, op de proposietsie van den Heer kommandeur goedgevonden en verstaan, de kompanie Sipahis van Fakkier Mahmed wederom derwaards te zenden, en de twee overige kompanien sjegos te laaten ondervraagen den 19. febr 1782. of he Pali„ , terij an nee„ der„ liepen en, was lke iliet„ of„ ge„ , ans ten worden, den den Den 19. febr: 1782. en de verdere sjegos daar afte vraagen of zij blijven willen, zoo niet maar afdonken. of ze genoegen zijn verder te dienen, onder bijvoeging, datze, zoo wanneer zij hier te koetsiem dienst moeten doen, 'smaands eene parra rijs bij hunne gasie zullen genieten, en dat de geenens, die niet dienen willen, hunne waapens maar kunnen afgeeven, en terstond zullen afgedankt worden. Aldus Gedaan Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Malabaar ter steede Koetsiem ten dage maand en Jaere voormeldt /:was getekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L van Spall, E: G: Seijffer, A: J: S: vernede, W: van Haeften en J: A: Paimichen. Ekkordeerd Adriaan Boolvliet Eklerk ganoor is bereid dat fort te defendeeren: Dingsdag den 26:e Februari 1782. Present De Weledelen Achtbaaren Heer Kommandeur en oppergebieder Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer opperkoopm: sekunde en Hoofd-administrateur Reinier van Harn, De E: Majoor en Hoofd der Milietsie Frederik von den Busch, De E: Koopman Fiskaal en Kassier M:r Nikolaas Wendelin Beijts, De E: onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van spall, De E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: onderkoopman en Dispencier Abraham Iean Scipion vernede, De E: onderkoopman en kranganoors opperhoofd Johan Adam Cellarius, De E: onderkoopman Willem van Haeften en De E: onderkoopman en sekretaris van Polietsie Johan Andries Daimicher Na het verhandelen van de gewoone zaaken bij de gemeene resoluutsie van heeden ver= De kommandant van kran=„ meldt produceerde de Heer kommandeur twee brieven, tusschen hem en den komman= „dant van krangenoor, over de defensie van dat fort, gewisseld, en vermits daar bij bleek, dat gemelde kommandant bereid was, om op Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malla„ „baar ter steede koetsiem. die „tribueeren zal om den vijand een het nodige te verzien die defensie op zich te neemen, mits hem in steede van eenige impotente soldaaten zoo veel andere bequaamen toegezonden wierden, met de noodige provisie en ammunietsie: zoo werd, na rekapitulaatsie van de sekreete resoluut= „sien van den 22. Januari Jongstleeden, en van den 18: en 19: deezer, als nu in aanmerking genoomen, dat de geruchten schier algemeen zijn, en dat ook aanmerking dat zulx veel kon- alle omstandigheeden schijnen aanteduiden, dat de tijd lang van koetien af te houden. Engelschen te kalikut toeleg maaken, om koet„ „siem noch in deeze mousson te beleegeren, waar toe hunne macht aldaar op twee duizend Euro= „peeschen, vijf duizend sipahis en veele duizenden Nairos begroot word; en dat het derhalven eene zeer wenschlijke zaak zijn zoude, als men de vijanden, die van kalikut over land willende aanrukken, kranganoor eerst moeten wegnee= „men, voor dat fort eenigen tijd kost op houden, wijl als dan hun voorneemen, door de aanschie= „tende quaade mousson ligt kost veriedeld worden, besluit hem kommandant van en werd derhalven met eenpaarigheid van stem= „ men goedgevonden en verstaan, den komman= „dant van kranganoor tot dat einde van het noo= „dige te voorzien. vervolgens is geleezen een Translaat ola van den koning van kranganoor, geevende te kennen dat „ zijn
English
Question from the king of kranganoor whether he may reoccupy his lands. Decision to grant him this as before. Trevankoor's preparations in favor of the English. 26 February 1782: That the pagger at kodormo was abandoned by the Nabob's people, wherefore His Highness requested to know whether he might reoccupy his land, to which he was urged by the king of Samorijn. After deliberation and having noted that this could not result in any disadvantage to the company, it was approved and agreed to answer him: that the company was well pleased that His Highness should re-enter the possession of his land, provided he remains in the same dependence upon the company under which he previously administered it. After this, the Lord Commander informed the Members that, according to incoming reports, the king of Trevankoor was collecting provisions and preparing stables at S:t Andries and at Manikoorde, which according to rumors were destined for English troops that were to be disembarked there to besiege the city of koetsiem. That the king had previously promised not to give the English any passage through his land, and that the Trevankoor Minister, who was recently here, had also made good and repeated promises thereto, but that it now appeared as if the king, notwithstanding these promises, had nevertheless chosen the side of the English and was favoring them against us. Whereupon the Lord Commander put the question whether one should write further to the king regarding this matter and make representations against letting English troops pass through His Highness's land. It is not deemed advisable to write more about this for now, but to wait and see what his intention is. Reading of a writing from the Jew Josua surjon who brought the Company's letters from Bassora. Expenses incurred by him for this purpose. Decision to pay the same. After deliberation and having noted that the king would undoubtedly make good promises again, but if he were truly intending to choose the English side he would not care about our writing and his promises, it was approved and agreed by a unanimity of votes not to write any more about it for the present, but to employ all means to further discover the king's intention. Subsequently, a writing was read from the Jew Jesua surjon, resident at Bassora, stating that the Jew Achan Roeben at Bassora had commissioned him to deliver a Dutch packet of letters, under order of secrecy and with the promise that if he could not obtain payment for the expenses here, the same would then be paid to him upon his return to Bassora. 26 February 1782: That he, surjon, had thereupon hired a place for his person and baggage on a dhow to Maskette for 230 ropijen, and arriving there again on another dhow to Mallabaar for an equal amount; that he had also paid these freight monies to the owners of the said dhows, and thus requests that the same might be paid to him. Whereupon the Lord Commander declared that this man had brought letters here from the Gentlemen Majores in Europe for this factory, also for Ceilon and kormandel, as well as for the High Government at Batavia, and added that, although he might not have come here expressly for the delivery of those letters, one nevertheless ought to pay him those expenses, because he would otherwise demand and receive them from the Jew Achan Roeben at Bassora, who would then claim that amount again from the company, to which this further trouble could come, that if more packets were sent by the Lords Masters by that route, they might possibly not be delivered. After deliberation, it was resolved by unanimous votes to pay the expenses of four hundred sixty ropias to this letter carrier. The owners of the houses that stood on the environs request compensation. Decision to present their request to the High Government. Reading of the letters regarding the attack on Tutukorijn. Pursuant to the secret resolution of this board of 22 January last, the trees and houses standing outside the city within range of the artillery having been cut down and demolished, their owners have made a request for compensation for the damages suffered thereby, and for that purpose submitted a list of forty-two houses, appraised at two thousand one hundred fifty-two ropijen, which the Lord Commander produced, making known that although these houses seemed to have been built gradually as if by stealth, or at least without permission and without proof of ownership, one ought to have prevented such from the very beginning, and that these were generally indigent and poor people, upon whom this damage fell very hard. After deliberation, it was agreed to present this request to the High Indian Government and to request a disposition thereon. Lastly, two letters were read and reconsidered, being one from the Tutukorijn Servants dated the 2nd of this month, containing notification that [illegible]
Dutch transcription
vrage van den koning van kran= „ganoor of hij weder bezit van zijne landen zal mogen gaan neemen besluit hem zulx toe te staan als bevoorens Trevankoors preparaatsies ten voordeele van d' Engelschen den 26. Februarij 1782: dat de pagger te kodormo door s'Nababs volk was verlaaten, weshalven zijn Hoogheid verzocht, te moogen weeten, of hij weder bezit zoude moo= „gen neemen van zijn land, waar toe hij door den koning van Samorijn wierd aangemaand, waar op gedelibereerd en aangemerkt zijnde, dat dit niet tot nadeel van de komp: kost strekken zoo werd goed gevonden en verstaan, daar op te ant= „woorden: dat de kompanie wel mogt lijden, dat zijne Hoogheid weder in het bezit van zijn land trad, mits blijvende in deselfde afhankelijkheid van de kompanie; waar meede hij die bevoorens had beheerd. Hier na gaf de Heer kommandeur aan de Leden kennis, dat volgens ingekoomene berigten de koning van Trevankoor te S:t Andries en te Ma= „nikoorde provisien liet vergaaderen, en opstallen klaar maaken, die volgens de geruchten gedesti„ „neerd waaren, voor Engelsche troepen die daar zouden ontscheept worden, om de stad koetsiem te beleegeren, dat de koning bevoorens wel had beloofd, de Engelschen geene passasie door zijn land te zullen geeven, en dat de Jongst hier ge= „ weest zijnde Trevankoorsche Minister daar toe ook goede en herhaalde belofte had gedaan, doch dat het thans scheen, als of de koning, onaangezien voor eerst daar over meer te schrij„ wat zijn voorneemen is. Lektuura van een geschrift van den Jood Josua surjon die heeft meede gebragt. onaangezien deeze beloften, nochthans de zijde der Engelschen gekoozen had, en dezelven tegen ons begunstigde, brengende de Heer komman= „deur hier op n omvrage, of men nader deezen aan= „gaande aan den koning zoude schrijven en ver= „toogen doen, tegen het laaten passeeren van Engel= „sche troepen door zijn Hoogheids land! waar men vind niet raadzaam hem op gedelibereerd en aangemerkt zijnde dat de ko= „ven, maar te blijven afzien „ ning daar op buiten twijfel wel wederom goede belofte doen, doch zoo hij werklijk mogt voor= „neemens zijn, de Engelsche zijde te kiezen. zich aan ons schrijven en zijne beloften doch niet zoude stooren, zoo werd met eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan, daar over voor eerst niet meer te schrijven, doch alle middelen aantewenden, om het voorneemen van den koning nader te ontdekken. vervolgens werd geleezen een geschrift van 'sComp:s brieven van Bassora den Jood Jesua surjon inwoonder te Bassora, houdende dat de Jood Achan Roeben te Bas= „sora hem ter bestellinge opgedraagen had, een Hollandsche pakket met brieven, met last van geheimhouding en belofte dat indien hij hier somtijds geen betalinge mogt erlangen van de onkosten dezelven als dan bij zijne terug komst te Bassora aan hem zouden worden voldaan dat be onkosten door hem daar toe gedaan. besluit dezelve te voldoen den 26. Februari 1782: dat hij surjon hier op voor zijn perzoon en bagasie eene plaats op eene dauw had ingehuurt naar Maskette voor 230. ropijen en daar koomen= „de weeder op een ander dauw naar Mallabaar, voor een gelijk bedraagen dat hij die vragt penningen ook had betaald aan de eigenaars der gemelde dauws en dus verzoekt dat dezel„ „ven aan hem mogt worden betaald, waar bij de Heer kommandeur verklaarde, dat deeze man hier had aangebragt brieven van de Heeren Majores in Europa, voor dit komptoir, ook voor Ceilon en kormandel, mitsgaders voor de Hooge Regeering te Batavia, en voegde daar bij dat, schoon hij niet Expres hier gekoomen mogt zijn ter bestellinge dier brieven, men hem echter die onkosten diende te betaalen, om dat hij dezelven anders doch van den Jood Achan Roeben te Bassora zouda vraagen en ont= „vangen, die dat bedraagen als dan weeder van de kompenie zoude vorderen, waar bij dan noch dit quaad zoude kunnen koomen, dat zoo meerder pakketten door de Heeren Meesters lang dien weg wierden gezonden, dezelven mogelijk niet zouden besteld worden, waar op gedeli„ „bereerd zijnde, zoo werd met een paarige stemmen beslooten, de onkosten van vier honderd sestig de Eigenaars van de huizen die op de environs gestaan hebben verzoeken vergoeding besluit hun verzoek aan de Hooge Regeering voor= „tedragen. Lektiura der brieven nopens d' appraake van Tutukorijn sestig ropias aan deezen brief draagen te betaalen. — volgens sekreete resoluutsie deezer tafel van den 22. Januari jongstleeden de boomen en huizen buiten de stad onder het bereik van het geschut staande weggekapt en afgebrooken zijnde, zoo hebben derzelver Eigenaars verzoek gedaan om vergoeding van de daar door gelee= „dene schaade, en daar toe ingeleeverd eene lijst van twee en veertig huizen, getaxeert op twee duizend eenhonderd twee en vijftig ropijen welke de Heer kommandeur produceerde en daar bij te kennen gaf, dat deeze huizen wel als ter sluik, of ten minsten zonder permis„ „sie, gaande weg scheenen aangebouwt te zijn, zonder bewijs van eigendom, doch dat men zulx van den beginne af aan had behooren te beletten, en dat het doorgaans behoeftige en arme lieden waaren, die deeze schaade zeer hard viel; waar op gedelibereerd zijnde is verstaan, dit verzoek aan de Hooge Jndiasche Regeering voor te draagen en daarop disposietsie te verzoeken. Laastelijk zijn geleezen en geresumeerd twee brieven als een van de Tutukorijnsche Bedienden gedateerd 2:e deezer houdende bekentmaking dat heef
English
is left to Mallabaar. The merchants there are owed 1500 pagodas in advance by the Company. The Residents there request orders from here. The 26th of February 1782. that by order of the Ceylon Government they had to leave the Madure coast, and had placed only a small post of natives in the fort as proof of possession; but that they had not been able to break up the residency at Cape Comorin, as it lay too far out of the way, and that Cape Comorin had to let servants and goods remain there until there should be an opportunity to fetch them from Colombo, and that in the meantime they had ordered those Residents to report their situation to this Commandment and receive orders from here, requesting that this residency henceforth be regarded as belonging under the Commandment of Mallabaar; communicating at the same time that the merchants there were owed fifteen hundred pagodas in advance, which the Residents, due to a lack of money, had not been able to pay. The other letter from Cape Comorin, written hither on the 7th following by the Residents Trek and Wiltschut, accompanying a duplicate copy of a Tuticorin letter and notification that Tuticorin had been evacuated, and that they would await orders from here as to what they should now do, and how they should act with the linens and other goods, The Lord Commander has written to the King of Travancore and requested his protection for that factory. Write to return the unpaid linens lying there to the merchants. And to provide 300 pagodas for paying off the servants. with the further notification that they were devoid of cash to pay off the native servants. Upon which papers having been deliberated and observed that the Lord Commander immediately upon this news dispatched a letter to the King of Travancore and thereby gave notice of this change, as well as reclaimed His Highness's protection for the factory at the aforementioned Cape and the servants residing there, but that one could not rely very much on his protection at present, and the English might well, against His Highness's will, attack the lodge, and also that it would involve much risk and trouble to transport the linens lying there hither: it was deemed most advisable and consequently resolved to write to the Residents that they must try to return the as yet unpaid linens to the merchants for the same prices as they were accepted, and furthermore resolved to have three hundred pagodas counted out to the Residents by one of the Company's merchants here who has the best opportunity for it, in order to be able to pay off the native servants therewith. Thus done, resolved and decreed in the Council of Mallabaar at the city of Cochin, on the day, month and year aforesaid. Was signed: J: G: van Angelbeek, R: van Aarn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: Vernede, J: A: Cellarius, W: van Haeften and J: A: Daimichen. Agreed. First clerk, Adriaan Bootvlist Secret Resolution The Honorable Lord van de Graaff declines the presidency over the meeting. The Right Honorable Lord Commander and Supreme Ruler Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Reinier van Ham, The Honorable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, The Honorable Merchant, Fiscal and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honorable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Junior Merchant and Chief of Cranganore Johan Adam Cellarius, The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Policy Johan Andries Daimichen. Thursday the 11th of April 1782. Present. Passed in the Council of Mallabaar at the city of Cochin. First, at the request of the Lord Commander, it was approved and agreed to note here that the Right Honorable Lord Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Willem Jakob van de Graaff, having been requested by His Honor to preside over this meeting, had politely declined such. Furthermore, the following address was submitted by the Lord Commander and read in Council: The 11th of April 1782. Address of the Lord Commander. To the Honorable Members of the Political Council. Gentlemen! On the 19th of July of the past year, I laid before Your Honors my reflections on the principal, most necessary, and most ready means for the fortification and defense of our city; the same have since been put into effect, and we may probably attribute in part to this that the enemies have undertaken nothing against us in the monsoon now drawing to a close. We would, however, sorely deceive ourselves if we wished to conclude from this that we had nothing to fear in the future either. On the contrary, I believe I may naturally assume that in the coming monsoon our enemies will leave nothing untried, but will summon their utmost powers to make themselves masters of this place, not only because the city of Cochin in itself is already a very desirable object, since they would thereby become masters of
Dutch transcription
Mallabaar gelaaten is. de kooplieden van daar staan 1500. pagooden bij de komp: tevooren de Residenten van daar ver= „zoeken orders van hier den 26. Februari 1782. datze ter order van de Ceilonsche Regeering de kust Madure moesten verlaaten, en alleen een kleene post van inlanders in het fort tot een bewijs van possessie hadden geplaats; doch en dat kaap kommorijn onder dat ze de Residentsie aan d' kaap kommorijn, als te verre van de hand leggende, niet hadde kunnen opbreeken maar dienaaren en goederen daar moeten laaten blijven, tot er gelegenheid zijn zoude, om dezelven van kolombo aftehaalen, en dat ze intusschen die Residenten hadden gelast, van hunnen staat aan dit kommande= „ment verslag te doen en van hier onder te ont= „vangen, verzoekende die residentsie voortaan als onder het kommandement van Mallabaar gehoorende aantemerken; bedeelende teffens, dat de kooplieden aldaar vijftien honderd pagooden te vooren stonden, die de Residenten, mits gebrek aan geld, niet hadden kunnen betaalen. De andere brief van kaap kommorijn door de Residenten Trek en wiltschut den 7:e daar aan naar herwaards geschreeven ten ge= „leide van een kopia duplikaat Tutukorijnsche brief en bekentmaking, dat Tutukorijn was verlaaten, en datze orders van hier zouden verwagten, wat ze nu zouden hebben te doen, en hoedanig zij met de Lijwaaten en andere goederen ing de Heer kommandeur heeft aan den koning van Trevankoor geschr: en zijn protexie voor die faktorije verzocht. „schrijven de daar leggende on= „betaalde lijwaaten aan de kooplieden terug tegeeven. en 300. pagooden tot het afbe= „taalen der dienaaren te bezorgen. goederen zouden handelen onder verdere bekent= „making, datze ontbloot waaren van kontanten tot afbetaaling der inlandsche Dienaaren. op welke papieren gedelibereert en aangemerkt zijnde, dat de Heer kommandeur ten eersten op deeze tijding een brief aan den koning- van Tre= „ van koor afgevaardigd en daar bij van deeze verandering kennis gegeeven, mitsgaders zijn Hoogheids protexie voor de faktorije aan meerm: kaap ende zich daar onthoudende Dienaaren gere= „klameerd had, doch dat men op zijne bescherming thans niet zeer vertrouwen kost, en de Engelschen de losie ook wel, tegen zijn Hoogheids wille, zouden kun= „nen aanvallen, mitsgaders dat het veel risiko en moeite zoude inhebben, de daar leggende lijwaaten besluit de Residenten aante= herwaards te transporteeren: zoo werd raadzaamst g'oordeeld en dienvolgende beslooten, de Residenten aanteschrijven, datze moeten trachten de noch onbe= „taalde lijwaaten weeder aan de kooplieden te rug te geeven voor dezelfde prijsen als ze g'accepteerd zijn, en verders beslooten, aan de Residenten drie honderd pagooden te laaten tellen door een van 's komp:s koop= „lieden alhier, die best daar toe geleegenheid heeft. om daar mede de Jnlandsche dienaaren te kunnen af betaalen. Aldus gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd, in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem, ten dage maand en Jaare voormeld /: was geteekend:/ J: G: van Angelbeek, R: van Aarn, F: von den Busch, N: W: Beits, J: L: van Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: vernede, J: A: Cellarius, W: van Haeften en J: A: Daimichen akkordeerd. Egklerk Adriaan Bootvlist de de Sekreete Resoluuitsie DEd Heer van de Graaff de vergadering De weledelen Achtb: Heer kommandeur en oppergebieder Johan Gerard van Angelbeek, de E: Heer opperkoopm=n Sekunde en Hoofd administrateur Reinier van Ham, de E: Majoor en Hoofd der milietsie Fredrik von den Busch, de E: koopman Fishaal en kassier M=r Nikolaas wendelin Beijts, de E: onderkoopman en Pakhuismeester Ian Lambertus van Spall, de E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, de E: onderkoopman en Dispencier Abraham Iean Scipion vernede, de E: onderkoopman en kranganoors opperhoofd Johan Adam Cellarius, de E: onderkoopman Willem van Haeften en de E: onderkoopman en Sekretaris van Polietsie Iohan Andries Daimichen Voor af is op 't verzoek van den Heer kommandeur deklineerd het presidie in goedgevonden en verstaan hier te noteeren, dat de wel„ „edel Gest: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien willem Jakob van de Graaff, door zijn Achtb verzocht zijnde, om in deeze vergadering te Donderdag den 11:' April 1782. Present genoomen in Raade van Malla„ „baar ter steede Koetsiem willen op Den 11. April 1782. Addres van den Heer komman. deer willen presideeren, zulx beleefdelijk had gedeklineerd. Voorts werd door den Heer kommandeur overge„ „legt en in Raade geleezen het volgende addres: Aan de E: Leden van den Politieken Raad. Mijne Heeren! Op den 19=e Iulij des voort: Jaars legde ik voor uw Ed=s open mijne bedenkingen over de voornaam„ ste, noodigste en gereedste middelen tot de verster„ „king en verdeediging van onze stad, deselven zijn zeder in 't werk gesteld en waarschijnlijk mogen wij daar aan voor een gedeelte toeschrijven, dat de vijanden in de nu ten einde loopende mousson niets tegen ons ondernoomen hebben. Wij zouden ons echter deerlijk bedriegen, indien wij hier uit wilden opmaaken dat wij ook in 't vervolg niets te vreezen hadden. Jnteegendeel meene ik natuur„ „lijker wijze te mogen vast stellen, dat onze vij„ „anden in de aanstaande mousson niets onbezocht laaten, maar hunne uiterste vermogens op bie„ „den zullen, om zich van deeze plaats Meesters te maaken, niet alleen, om de stad Koetsiem op zich zelve reets een zeer begeerlijk voorwerp is, door dien ze daar door Meesters worden zouden van
English
The 11th of April 1782. of the entire Mallabaarsche coast, and of the pepper trade, as well as of a great quantity of grains and timber that the country supplies, but especially because Koetsiem is the only place to the west of India that can compensate Ceilon during this war for the lack of rice and paddy, which in times of peace were brought from Bengale and Kormandel, and where our fleets and the French fleets can provide themselves with this indispensable sustenance and many other provisions; so that our enemies, by conquering Koetsiem, would bring Ceilon into the utmost distress and would force the fleets to leave these regions, whereby the conquest of that precious island would be significantly hastened. These are reflections that naturally follow from the nature of matters and the circumstances; but in addition, I have also been warned from more than one side that they in Bombaij also have their sights on Koetsiem and will exert all their efforts to capture it. These warnings come from such good sources that we need not doubt them in the least. The surrender of Nagapatnam and, what is even more to be lamented, the conquest of Trinhonomaale are painful warnings to us The 11th of April 1782. to employ everything in our power in good time to further strengthen this fortress and to put ourselves in a state for its vigorous defense. With this aim, I sent the aforementioned secret resolution of the 19th of July, and at the same time the plan of the improvements to our fortress decided upon therein, especially regarding the covered way, early on to the Noble Governor Falck, with the request to have the same examined and to further elucidate me concerning this. The aforementioned high gentleman had the goodness to send me a written advice from Captain Brohier, mainly containing: that the places of arms before the curtains ought to be retrenched according to a plan attached thereto. Before I received this from Kolombo, I had the opportunity, through the arrival of the Military Captain Iohan Georg Fornbauer, who is very experienced in military engineering, to also consult with that gentleman on this matter, and he suggested, among other improvements, the retrenchment of the places of arms as extremely useful and necessary. Thus, in the main point he agreed with Captain Brohier, but whereas the latter only wanted to retrench the re-entering angles, Captain The 11th of April 1782. Fornbauer argued that this ought to be done also regarding the salient angles, or the places of arms before the bastions. When I therefore received the remarks and the plan of Mr. Brohier, I requested Mr. Fornbauer to further share with me his thoughts regarding the actual manner of execution, which his Honor did with a detailed report and a further plan according to which this work, in his judgment, can and must best be made. Among the further improvements to the fortress, his Honor also counted the demolition of the raised work on the Bastion Holland and the restoration of this bastion to its former state, as well as the construction of a fleche beside it, all according to a detailed report and an accompanying plan, wherein the necessity and utility of this change is extensively demonstrated. I intended to first send these two reports and plans of Mr. Fornbauer to Kolombo and to obtain the advice of the Noble Mr. Falck and Mr. Brohier on them, but found no opportunity to do so; and in the meantime, we were honored here by the arrival of the Noble Mr. van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, whose expertise in military architecture is known to us all. The 11th of April 1782. I thought it best to make use of this fortunate opportunity, and thus requested his advice and good counsel regarding all these things, and all that further pertains to the defense of this fortress, in a letter of the 29th of March last, to which his honorably severe gentleman was pleased to reply in writing. This reply mainly contains: 1. That it appears to his Honor that the retrenchment of the places of arms is of the most obvious utility for the preservation of this city, and that the design made for that purpose by Mr. Fornbauer deserves preference for several reasons, and thus, as it stands, must be executed as soon as possible. 2. That the cavalier on the Bastion Holland must be demolished, and the fleche projected by Fornbauer must be constructed: 3. That one ought to examine whether the parapets of the main rampart, at least as far as the bulwarks are concerned, ought to be thickened, and whether the same, but primarily the merlons, ought to be revetted with masonry bricks. 4. That the stone cannon platforms must be broken up and others made of in their place
Dutch transcription
Den 11. April 1782. van de heele Mallabaarsche kuste, en van den peper handel, mitsgaders van een groote meenigte graanen en houtwerk, die het land uitleeverd, maar inzonderheid, om dat koetsiem de eenigste plaats om de west van Jndiën is, die Ceilon in dee„ „ze Oorlog het gemis van rijs, nelie, die in tijden van vreede van Bengale en kormandel aange„ „voerd wierden, wederom kan vergoeden, en waar zich onze en de Fransche vlooten van dit onont„ „beerlijk voedzel en veele andere leevensmiddelen kunnen voorzien; zoo dat onze vijanden, met koet. „siem te veroveren, Ceilon in de uiterste verleegen„ „heid brengen en de vlooten noodzaaken zouden deeze gewesten te moeten verlaaten, waar door de verovering van dat kostlijk Eiland merklijk zouden verhaast worden. Dit zijn reflexien die uit de natuur van de zaaken en de omstandig„ „heeden van zelve volgen; doch daar en boven ben ik ook van meer dan eene kant gewaarschuwd dat men te Bombaij het ook op koetsiem heeft en tot desselfs vermeestering alle krachten zal inspannen. Deze waarschuwingen koomen van zoo goeder hand, dat wij daar aan in 't minste niet behoeven te twijfelen. De overgave van Nagapatnam en 't geen noch „de verovering van Trinhonomaale „meer te beklaagen is „ zijn voor ons smertelijke waar„ eerd. Den 11. April 1782. waarschuwingen, om bij tijds al wat in ons ver„ „mogen is aan te wenden, om deeze vesting verder te versterken en ons tot derzelver krachtige ver„ „deediging in staat te stellen. —. Met dit oogmerk hebbe ik de sekreete resoluutsie van den 19. ' Julij voor„ „meld en teffens het plan van de daar bij gearres„ „teerde verbeeteringen aan onze vesting en spe„ „ciaal aan den bedekten weg, al vroeg aan den Edelen Heer Goeverneur Falck gezonden, met verzoek om dezelve te laaten examineeren, en mij dien aangaande nader te elucideeren, Hoog gedachte Heer heeft de goedheid gehad, mij een schriftelijk advis van den Heer kapitein Bro„ „hier toetezenden, behelzende voornaamlijk: dat de wapenplaatzen voor de gordijnen behooren gere„ „trancheerd te worden, volgens een plan, het welk daar nevens gevoegt is - Eer ik dit van kolombo ontving, had ik, mits de aankomst van den Mili„ „tair kapitain. Iohan Georg Fornbauer, die in de krijgsbouwkinst zeer ervaaren is, geleegenheid gehad, over dit stuk, met dien Heer meede raad te pleegen, en hij sloeg, onder meer andere verbeeterin„ „gen, ook het retrancheeren van de wapenplaatsen, als ten uitersten nuttig en noodig, voor, Hij stemde dus in de hoofdzaak met kapitain Brohier over een, doch, daar deeze de inspringende hoeken al„ „leen wilde retrancheeren, zoo beweerde kapitain Forn„ Den 11. April 1782. Fornbauer dat dit ook omtrend de uitsprin„ „gende, of de wapenplaatsen voor bastions behoor„ „den te geschieden. Toen ik derhalven de aanmer„ „kingen en het plan van den Heer Brohier kreeg, verzocht ik den Heer Fornbauer, om mij zijne ge„ „dachte nopens de eigentlijke wijze van de uitvoe„ „ring nader meede te deelen, het geen zijn E: gedaan heeft bij een omstandig bericht en nader plan, waar na dit werk, naar zijn oordeel best kan en moet gemaakt worden. Onder de verdere ver„ „beeteringen aan de vesting reekende zijn E: ook het afbreeken van het verhoogde werk op het Bastion Holland en het herstellen van dit bas„ „tion in zijn voorigen staat, mitsgaders het aanleg„ „gen van een fleche bezijden het zelve, alles vol„ „gens een omstandig bericht en daar bij gevoegd plan, waar bij de noodzaakelijkheid en nuttig„ „heid van deeze verandering omstandig word betoogd. Ik was voorneemens deze twee berichten en plans van den Heer Fornbauer eerst naar kolombo te zenden en daar over de advisen van den Edelen Heer Falck! en den Heer Brohier inteneemen, doch vond daar toe geene geleegenheid; en midde„ „lerwijle wierden wij hier vereerd, door de komste van den Edelen Heer van de Graaff, Raad extra ordinair van Nederlands Jndien, wiens kundig„ „heid in de krijgs-bouwkunde ons allen bewust is, Deeze Den 11. April 1782. Deeze gelukkige geleegenheid meende ik mij ten nutte te moeten maaken, en verzocht dus omtrend alle deeze dingen, en al het geen ver„ „der tot de defensie deezer vesting behoord, zijn advis en goeden raad geeving, bij eene Missive van den 29=e Maart Jongstleeden, waar op zijn wel edele gestrenge ingeschrifte heeft gelieven te ant„ „woorden. - Dit antwoord behelst voornaamlijk. 1. / Dat het zijn Edele voorkoomt, dat het retran„ „cheeren der wapen plaatsen van een allerzicht „baarste nuttigheid is tot het behouden van deeze stad, en dat 't daar toe gemaakt ontwerp van den Heer Fornbauer om verscheidene reedenen de preverentsie verdiend, en dus zoo als het legt hoe eer hoe beeter, moet ter uitvoer gebracht worden. 2/ Dat de kavalier op het Bastion Holland af„ „gebrooken, en de door Fornbauer geprojekteerde fleche aangelegt moet worden: 3. / Dat men diend te onderzoeken, of de borstwee„ „ringen van de kapitaale wal, ten minsten voor zoo ver de bolwerken betreft, niet behooren te worden verdikt en of dezelven, doch voor„ waamlijk de merlons, niet behooren met met„ „zelsteenen bekleedt te worden. 4:/ Dat de kanons-beddings van steen, dienen op gebrooken en in derzelver plaats anderen van
English
The 11th of April 1782. to be made of wood. 5. That the houses and Roman Catholic church on Baipin, which lie opposite this fortress, ought to be demolished. 6. That there ought to be four captains in the European Militia; that the native troops ought to be divided into battalions and with each battalion a European captain as commander, as well as with each company a European subaltern officer and a non-commissioned officer placed as Drillmaster. 7. That the Overijzel point and the curtain between this point and Stroomburg be raised four feet, as well as an intrenchment for two cannons made at both ends of the curtain, Slooterdijk or the ditch on the inner side of the curtain deepened, and a ditch also cleared on the outer side of the curtain. I have also instructed the Honorable Major van den Busch, the two Captains von Sauer and Fornbauer, and the Lieutenant Commander of the artillery Kraus, to look for suitable places within this fortress where the men can best be quartered during a siege, and to inspect the fortifications and report their thoughts regarding the improvement of the same, as well as regarding the distribution of the The 11th of April 1782 the Militia during the siege, which report arrived on the 4th of this month, and principally contains: 1. That in good time the necessary timber must be made ready for barracks, which ought to be erected everywhere on the squares, or empty spaces close to the ramparts, as well as in the ravelin outside the new gate, of which they provide an exact description in their report. 2. That the two powder magazines also be used for this purpose / since the powder must be kept in the cellars during the siege / and furthermore one or two rooms in every private house situated next to the curtains, provided that the roofs are removed from the houses in the vicinity of the attack and the lofts covered with fascines and earth, which must also be done regarding the barracks on the ramparts. 3. That especially the small powder magazines on the bastions ought to be carefully covered with beams, fascines, and earth. 4. That with respect to the fortifications, the line from the command post up to the Overijssel point requires the greatest precautions, for which the means are subsequently indicated, among which the proposal to raise the bastion Overijssel and the curtain between the same and Stroomburg, The 11th of April 1782 and to lay an intrenchment with light cannons on both sides, as well as the erection of a tambour in front of the river gate is the most important: 5. That the two vessels, the Nehalennia and the Verwachting, ought to be placed on either side of this line, from which they expect great services. 6. That passage on the river alongside the fortress ought to be prohibited after midnight. 7. That in front of every sortie or sally port a traverse with a cannon ought to be placed, and finally 8. That the garrison, both with respect to the privates as well as primarily to the officers, ought to be augmented and better distributed, on which they enter into broad detail, amounting to this: That the same ought to be 3500:–. heads strong. That three captains ought to be appointed to the European Militia, namely: one to the Company of Frankena, one to that of Lever, and one to the Staff Company. That the companies of Sepoys and Christians, which I fixed at 150 privates and for the largest part have already brought to that number, are too strong to The 11th of April 1782 to keep in order and ought to be set at one hundred men; that two battalions ought to be formed of the Sepoys and one of the Christians, and that with each company a European non-commissioned officer, and with each battalion a captain as commander and a European under-adjutant ought to be appointed, and that finally the following officers would still be needed for the Artillery: one Effective Captain, two Lieutenants, two ordinary fireworkers, and four extraordinary fireworkers. All these proposals are of the utmost importance; they tend toward the preservation of this fortress and of this entire establishment, and the execution thereof requires considerable expenses; in both these respects they deserve a very earnest consideration, and for this purpose I have expressly called this meeting, and to facilitate the same I lay before Your Honors the papers mentioned herein, consisting of the following documents: 1. Observations of the Captain Engineer at Colombo, Jan Brohier, on the fortification of the covered way of Cochin, with the The 11th of April 1782. plan belonging thereto. 2. Report of the Military Captain Johan George Fornbauer regarding the plan of the just-mentioned Brohier, also accompanied by a plan belonging thereto. 3. Second Report of Captain Fornbauer with the plan belonging thereto, concerning the bastion Holland. 4. Letter of the undersigned dated the 29th of March last to the Right Honorable Extraordinary Councillor of the Dutch Indies Willem Jakob van de Graaff, containing a request for the advice of His Right Honorable regarding the preparations and means of defense. 5. Reply of His Right Honorable dated the 6th of this month. 6. Report of the Head of the Militia, Major Fredrik von den Busch, the Captains Friederich von Sauer and Johan George Fornbauer, and the Commander and Lieutenant of the Artillery Jakob Krause. I have the honor to be /:was written beneath:/ Your Honors' obedient friend /:was signed:/ J. G. van Angelbeek /:in margin:/ Cochin the 11th of April 1782. All
Dutch transcription
Den 11. April 1782. van hout gemaakt te worden. 5. / Dat de huizen en Roomsche kerk op Baipin, die teegen deeze vesting overleggen dienen afgebrooken te worden. 6. / Dat bij d' Europeesche Milietsie vier kapitains dienen te zijn; dat de inlandsche troepen in bat„ „taljons dienen verdeeld en bij elk battaljon een Europeesche kapitain als kommandant, mitsga„ „bij „ders elk komp: een Europesche subalterne officier en een onder officier als Drilmeester diend geplaatst te worden. 7. / Dat de punt overijzel en de gordijn, tusschen deeze punt en stroomburg vier voeten verhoogt, mitsga„ „ders aan beide enden van de Gordijn eene afsnij„ „dinge voor twee kanons gemaakt, slooterdijk of de gracht aan de binnen zijde van de gordijn uitgediept, en aan de buiten kant van de gor„ „dijn mede een gracht opgehaalt moet worden. Ik hebbe ook den E: Majoor van den Busch, de twee kapitains von sauer en Fornbauer en den Luitenant Kommandant van de ar„ „thilleri Kraus opgedraagen, om bekwaame plaats binnen deze vesting op tezoeken, waar het volk in eene beleegering best kan gelogeert worden, en om de vesting-werken te bezichti„ „gen en hunne gedachten nopens derzelver ver„ „beetering, als mede nopens de verdeeling van de Den 11. April 1782 de Milietsie, geduurende het beleg op tegeeven, welk bericht den 4. deezer ingekoomen is, en hoofdzaa„ „kelijk behelst: 1:/ Dat bij tijds het noodige houtwerk moet in gereed„ „heid gebragt worden tot barakken die over al op de pleinen, of leedige plaatsen digt aan de wal„ „len, als mede in 't ravelijn buiten de nieuw poort dienen opgericht te worden waar van zij eene nauwkeurige beschrijving bij hun bericht doen 2. Dat hier toe ook de twee kruithuizen gebruikt worden /door dien het kruit geduurende de belee„ „gering in de kelders moet bewaard worden / en voorts een of twee vertrekken in ieder partikulie„ „re huis naast aan de gordijnen leggende, mits van de huizen, in de buurt van de attaque, het dak afgenomen en de soldering met fachinen en aar„ „de bedekt worden, 't geen ook diend te geschieden omtrend de kasernen op de wallen. 3. / Dat vooral de kleene kruitmagazijnen op de bolwerken zorgvuldig met balken, fachinen, en aarde dienen gedekt te worden. 4. / Dat met opzicht tot de vesting werken, de linie van het kommandement tot aan de punt Ove„ „rijssel de meeste voorzorge vereischt, waar toe vervolgens de middelen aangeweezen worden, waar onder de voorstel om het bastion Overijssel en de gordijn tusschen het zelve en stroomburg te Den 11. April 1782 te verhoogen, en aan weerskanten een afsnij„ „ding met ligte kanons te leggen, als meede het oprichten van een tamboer voor de rivier-poort het voornaamst is: 5. / Dat de twee vaartuigen, de Nehalennia en de verwachting, aan weerzijden van deeze linie dienen geplaatst te worden, waar van ze zich groote diensten belooven. 6. / Dat de passasie in de rivier langs de vesting na middernacht diend verboden te worden. 7. / Dat voor ieder sortie of uitval poortje eene traver„ „se met een kanon diend geplaatst te worden, en eindelijk 8. / Dat het garnisoen, zoo met opzicht, zoo tot de gemeenen, als voornaamlijk tot de officiers, diend gedugmenteerd en beeter verdeeld te worden, waar over zij in een breed detail treeden, hier op uit„ „koomende: Dat het zelve diend sterk te zijn 3500:–. koppen Dat bij de Europeesche Milietsie dienen aangesteld te worden drie kapitains, als een bij de Komp: van Frankena, een bij die van Lever en een bij de stafs Kompanie. Dat de komp:n Sipahis en kristanten, die ik op 150 gemeenen bepaald en voor 't grootst ge„ „deelte ook reets gebragt hebbe, te sterk zijn om in Den 11. April 1782 in orde te houden en op honderd Man behooren ge„ „steld te worden, dat men van de sipahis twee battal„ „jons behoorde te formeeren en van de kristanten een, en dat bij ieder kompanie een Europeesche onder officier en bij elk battaljon een kapitain als kommandant en een Europeesche onder adju„ „dant behoord gesteld te worden, en dat eindelijk ook bij de Arthillerij noch de volgende officiers zou„ den noodig weezen een Effektief kapitain, twee Luitenants, twee ordinair vuurwerkers en vier Extra ordinair vuurwerkers, Alle deeze voorstellen zijn van de uiterste impor¬ „tantsie, ze strekken tot de behoudenis van deze vesting en van dit heele Etablissement, en de daar uitvoering van de vereischt aanmerklijke kosten, in deeze beide opzichten verdienen zij eene zeer ernstige overweeging, en hier toe hebbe ik deeze vergadering expres beroepen, en tot facilitaatsie van dezelve legge ik de in deezen vermelde papie „ren voor uw Ed:' op en bestaande in de volgende stukken: 1. / Aanmerkinge van den kapitain Ingenier te kolombo, Jan Brohier, over de bevestiging van den bedekten weg van Koetsiem, met het daar Den 11. April 1782. daar toe gehoorende plan 2. / Bericht van den kapitain Militair Iohan George Fornbauer nopens het plan van even gem: Brohier meede verzelt van een daar toe gehoorende plan 3. / tweede Bericht van Kapitain Fornbauer met het daar toe gehoorende plan, betreffende het bastion Holland. 4. / Brief van den ondergeteekenden van den 29. Maart Jongstleeden aan den weledele gest: Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndiën Willem Jakob van de Graaff, hou„ „dende verzoek, om het advis van zijn weledele Gestr: nopens de aanstalten en middelen van defensie, 5. / Antwoord van zijn weledele Gestr: van den 6. deezer, 6. / Bericht van het Hoofd der Milietsie den Ma„ „joor Fredrik von den Busch, de kapitains Friederich van Sauer en Iohan George Fornbauer en den kommandant en Luite „nant van de Artillerij Iakob Krause. Ik heb de eer te zijn /:onderstond:/ uwer Ed:s dienst„ „willige vriend /:was gete:/ I: G: van An„ „gelbeek /:in margine:/ koetsiem den 11. April 1782. Alle
English
The 11th of April 1782. Resolution to insert the enclosures Report of Captain Engineer Brohier concerning our fortifications All of which papers having been read and examined with attention, it was beforehand unanimously approved and agreed to insert the same here: Dutch translation of the remarks of Mr. Brohier concerning the places of arms in the covered way of the fortress of Koetsiem, drawn up in the French language. The fortifications of Koetsiem, having cannon in the salient and re-entering places of arms of the covered way, of which the embrasures are made in the revetment of the glacis, invite an enemy to make themselves master of them, because there is nothing that can hold them back, as the openings of the embrasures make it easy for them to scale them after the firing of the cannon, but if the re-entering places of arms are raised with a small ditch of 9 feet at the bottom, the upward slope of the revetments of the battery and of the glacis will bring this ditch to the width of 17 feet, and this ditch must be deepened to the level of the surface of the water in the ditch of the fortress, so that the rain that falls into this small ditch can discharge into it. These batteries erected in such a manner will be covered against a surprise attack or an assault, especially if the palisades of the covered way are planted at a distance of 3½ feet from the revetment of the glacis, which will form a small ditch that will be too formidable for an enemy to dare risk so reckless an undertaking. To carry such a work into execution, the line of the parapet of the glacis, as appears from the plan of Koetsiem, must form the interior revetment of the parapet of the battery, and one must extend the parapet, ditch, and revetment of the glacis by 43 feet, according to the plan and profile of the project annexed hereto. As regards the 4 re-entering places of arms on the southeast side, if they are retrenched according to the project, they will cover the salient angles of the glacis with 18 pieces of cannon, namely 5 pieces on each face of these re-entering places of arms, and the musket shots from the covered way, being well provided with palisades, will cover the place against a surprise and greatly hinder the enemy in the progress of his approach, given that the salient places of arms are too small to be retrenched and that a good palisade with its banquette is much better than the batteries of that construction as can be seen from the plan of Koetsiem. A good cunette of 20 to 30 feet, having 6 feet of water at the bottom in the middle of the ditch, is capable of preventing the advance of an enemy when one has neither the time nor the means to deepen the ditch in a sufficient manner, that is to say to at least 6 feet of water across the entire width of the ditch. At the foot was written: for the translation, signed: C: S: Wikkerman. Remarks concerning the retrenched places of arms by Mr. Fornbauer, translated from the French. The proposal that bears the title of project to improve the re-entering places of arms, etc., appears to me impracticable, although it is a very good work of its kind, because the lunette having to be raised at least twelve feet above the ordinary ground, the author has for this purpose nothing other than a ditch 13 feet wide at the top, 9 feet at the bottom, and 6 feet deep, as one can see from the profile. A single glance is enough to show that this ditch cannot furnish the earth necessary for the erection of the lunettes; meanwhile, according to the calculation that I have made of it, more than four times one hundred thousand cubic feet of earth are missing. The author is therefore requested to point out the means to find it. In addition, there must be earth for the bonnets at the salient angles of the places of arms and to raise the glacis by several feet. Furthermore, one must observe that the sandy soil does not permit the construction of any work that is somewhat elevated without revetting it. Whatever care one takes of it, it will be nothing other than a heap of sand. I have perceived all these difficulties for some time; one must be on the spot to clearly understand things. My proposal is to retrench the places of arms. At a distance of 24 feet from the revetment of the glacis, on the outside, there should be made a dry ditch, 4 to 6 toises wide, according to the situation of the place, and according to
Dutch transcription
Den 11 April 1782. besluit om de bijlagen te insareeren Bericht van den kapitain Jn„ „genieur Brohier nopens onze vesting werken Alle welke papieren met aandacht geleezen en g'exa„ „mineerd zijnde, zoo werd voor af met eenpaarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan dezelve hier te insereeren: Nederduitsche vertaaling van de aanmerkingen van den Heer Bro„ „hier over de wapenplaatsen in den bedekten weg van de vesting Koetsiem in de fransche taale opgesteld. De vesting werken van koetsiem, kanon hebbende in de uitloopende en inspringende wapen plaatsen van de bedekten weg, waar van de em„ „brasures gemaakt zijn in het bekleetzel van de glacie nodigen een vijand om zich daar van meester te maaken, om dat er niets is dat hun kan wederhouden, alzoo de openingen van de em„ „brasures het hem gemakkelijk maaken, om ze te bespringen na het afschieten van het kanon, maar zoo de inspringende wapen plaatzen worden verhoogt met een klijne graft van 9. voeten be„ „needen, zal de opgaande schuinte van de be„ „kleedzelen van de batterij en van de glacie dee„ „ze graft brengen tot de breette van 17. voeten en deeze graft diend te worden verdiept, gelijk met Den 11. April 1782 met de oppervlakte van het water in de graft van de vesting, op dat de reegen die in deeze klijne graft valt, zich daar in ontlasten kan. Deeze batterijen op zulk eene wijze opgericht zul„ „len bedekt zijn voor een onverwachte aanval of een storm, voor al zoo de pallisaden van de bedek„ „ten weg geplant zijn op den afstand van 3½ voet van het bekleedzel van de glaci, het geen formee„ „ren zal een klijne graft die te ontzaggelijk zal zijn voor een vijand om eene zo roekelooze ondernee„ „ming te durven waagen. Om een diergelijk werk ter uitvoer te brengen moet de linie van de borstweering van de glaci /:zo als dat blijkt bij het plan van koetsiem:/ for„ „meeren het binnenste bekleedzel van de borstwee„ „ring van de batterij, en men moet de borstwee„ „ring graft en bekleedzel van de glaci 43. voeten uitzetten, volgens het plan en profil van het pro„ „jekt hier nevens leggende. Wat aangaat de 4. inspringende wapenplaat„ „sen aan de zuid oost kant, zo dezelve worden ge„ „retrancheerd na het projekt, zullen ze de uit„ „loopende hoeken van de glacie door 18 stukken kanon dekken, te weeten 5. stukken aan elke faci van deeze inspringende wapen plaatsen, en de musketschooten van de bedekten weg, wel voorzien Den 11. April 1782. Aanmerkingen van den kapi„ „tain Fornbauer op dat bericht voorzien zijnde met pallissaden, zullen de plaats voor een verrassing bedekken, en de vijand zeer hinderen in den voortgang van zijne aannade„ „ving, aangezien de uitspringende wapen plaat„ „sen al te klijn zyn, om ze te retrancheeren en dat een goede pallissaden met dies banket veel beeter is, als de battavijen van die konstruksie als te zien is bij het plan van koetsiem, Een goe„ „de Cunnet van 20. a 30 voeten, beneeden hebben„ „de 6. voeten water in het midden van de graft, is in staat de voortgang van een vijand te belet„ „ten, wanneer men de tijd of de middelen niet heeft om de graft te verdiepen, op eene genoegsaame wijze, dat is te zeggen ten minsten tot 6. voeten wa„ „ter door de geheele breette van de graft /:onderstond/ voor de vertaaling /:geteekend:/ C: S: wikkerman Aanmerkingen omtrend de ge„ „trancheerde wapen-plaatsen van den Heer Fornbauer, uit het fran„ „sche vertaald. Den voorslag die den titul voert van projekt om de inspringende wapen plaatsen te verbeete„ „ren etc: komt mij onuitvoerlijk voort, schoon dit een zeer goed werk in zijn zoort is, want de Lunette moetende werden verhoogt, ten minsten twaalf voeten bes Den 11. April 1782. „ voeten boven de ordinaire grond, heeft den autheur daar toe niets anders dan een gragt breed van boven, 13. voeten, van onderen 9 voeten, en diep 6. voeten, ge„ „lijk men zien kan bij het profil. Een enkeld opslag van het oog is genoeg om te doen zien, dat deeze gragt niet fourneeren kan de noodige aarde tot het oprigten van de lunetten, ondertusschen na de bereekening die ik 'er van gemaakt heb mankeert. er meer dan vier maal honderd duizend kubik voeten aarde —. De autheur word dierhalven ver„ „zocht de middelen aantewijzen om die te vinden, Boven dien moet er aarde zijn voor de bonnets aan de uitloopende hoeken van de wapen-plaatsen en om de glaci eenige voeten te verhoogen. - Noch moet men aanmerken, dat de zandige grond niet toe„ „laat om eenig werk dat wat verheeven is aante„ „leggen, zonder het te bekleeden. wat zorg men er ook voordraagt, zal het niet anders dan een hoop zand zijn. Jk heb zeeder eenige tijd alle deeze zwaa„ „righeeden ingezien, Men moet op de plaats zijn om de dingen duidelijk te bevatten. -. Mijn voor„ „slag is de wapenplaatsen te retrancheeren. - op den afstand van 24. voeten van het bekleedzel van de glaei, van buiten diend 'er gemaakt te worden, een drooge gragt, breed van 4. tot 6. toisen, volgens de geleegentheid van de plaats, en volgens
English
The 11th of April 1782. according to the earth that will be needed for other purposes. This ditch must everywhere be made so deep that it is approximately level with the main ditch of the fortress. One must place the palisades that currently stand on the banquette into the ditch, sloping in the same manner as the outer lining of the ditch at a distance of 3 to 4 feet. Three feet below the crest of the glacis, or rather of the parapet, one must leave a berm that must be covered with storm poles. In the parapet, including the two small flanks that will be erected, one must make 13 embrasures for light cannon, of which one on the capital line, four towards the land side, four along the glacis, and four others along the covert way from the inside. Around the middle of the face of the place of arms, one must make it a few feet higher than the rest, that is to say one must make a bonnet. The cannon platforms shall each be separate, and between them a double banquette must be made. The communication must be maintained by rafts with blinds that have already been ordered to be made. The 11th of April 1782. I am going to give reasons why it is, so to speak, unavoidable to retrench the places of arms. The garrison of Cochin is too weak to be able to occupy the covert way with it in the event of a general attack. One would need to have 5 to 6000 men for its defense, and thus it is certain that it will be taken by storm. One will doubt this less if one pays attention to what has happened in the present war and to the bold and enterprising character of our enemies. But when one retrenches the places of arms, one can defend the covert way with twelve hundred men, and be in a position to hold out against a greater force, or at least to make the taking of it bloody. Thus one retrenches the places of arms so that the covert way is not taken by storm on account of the weak garrison. One can even defend the ditch of the place of arms when the cannons of the bastion that protect it have been dismounted; one only needs to place one of the rafts with blinds in the main ditch of the fortress, or a couple of small cannons on the berm, covering the gunners with wool bags. The 11th of April 1782. Moreover, one can multiply the obstacles in this small ditch in various ways. Although by this disposition the defenders are masters of the covert way, not only to occupy the re-entering places of arms, embrasures must nevertheless be made in the salient places of arms through the glacis for a few light pieces, in order to be able to make use of them in the event of a formal attack. One must especially place a piece on the capital line, for from whichever side it may be, no piece meets as many targets as this one; to be convinced of this, one needs only to inspect a plan of attack. In the event that the places of arms were attacked by storm, one can defend oneself in the following manner. When the enemy has advanced to the foot of the glacis, one will fire the last shot with canister, withdraw the cannon, and secure the half-palisade with the two wooden pins. One will bring the cannon backwards near the counterscarp, and as soon as the enemy appears on the crest of the glacis, shoot at him. I suppose the worst, that is, that after having fired a single cannon shot, we are obliged to retreat and abandon the cannons, for as long as the enemy has not made the cavaliers for the trench, one must not throw the cannons into the main ditch of the fortress when one has no time to save them. Let those who fear for these cannons say how the enemy can make himself master of the cannons or spike them, flanked as the covert way is with four cannons or with 80 muskets. There are only two means to take the retrenched place of arms: either the enemy must dispirit those who defend it with a multitude of bombs, grenades, and stones, or he must cut off the communication with the main rampart of the fortress by erecting cavaliers on the glacis. In the first case, I suppose that the garrison makes a half-gallery of woodwork, and with regard to the second case, that the cannons of the small flank make the erection of cavaliers very difficult. Is it good, is it even necessary to defend the covert way with cannons? This is a question that deserves no serious answer. The
Dutch transcription
Den 11. April 1782. volgens de aarde die men noodig zal hebben, tot andere oogmerken. Deeze gragt diend over al zoo diep te worden gemaakt datze ten naasten bijgelijk is met de hoofdgracht van de vesting. - Men diend de palissaden die thans staan op de banket te zet„ „ten in de graft, overhellende op gelijke wijze als het buitenste bekleedzel van de graft op den afstand van 3. a 4. voeten Drie voeten onder de kroon van de Glaci of eigentlijk van het parapet, diend men een berm te laaten die men met stormpaalen moet dekken. -. Jn het para„ „pet, daar onder begreepen de twee klijne flan„ „ken die opgerigt zullen worden, diend men te maaken 13. embrasures voor ligte kanons, waar van een op de kapitaale linie, vier na de land kant, vier langs de glaci, en vier andere langs de bedekte weg van binnen omtrend de helfte der face van de wapenplaats diend men eenige voeten hooger te maaken dan de rest, dat is te zeggen men moet een bonnet maaken, De ka„ „non beddings zullen elk op zich zelve zijn, en tusschen dezelve diender te worden gemaakt een dubbeld banket. —. De kommunikaatsie diend te worden onderhouden door vlotten met blindes die men reets heeft laaten maa„ „ken; Ik be Den 11 April 1782. Ik gaa- reeden geeven waarom het om zoo te spree„ „ken onvermijdelijk is om de wapenplaatsen te retran„ „cheeren. Het garnisoen van koetsiem is te zwak om den bedekten weg daar mede te kunnen be„ zetten, ingevalle van een generaale attaque. - Men diende tot haare deffensie te hebben 5: a 6000 Man, en dus is het zeeker, dat ze stormenderhand zal worden ingenoomen. -. Men zal er minder aan twijffelen als men agt geeft op het gepasseerde in de tegenswoordigen oorlog en op het stout en onder„ „neemend karakter van onze vijanden. -. Maar wanneer men de wapenplaatsen retrancheert kan men met twaalf honderd Man de bedek„ „ten weg defendeeren, en in staat zijn van zich staande te houden tegens een grooter magt, of ten minsten het neemen daar van bloedig te maaken. —. Dus retrancheert men de wapen„ „plaatsen op dat de bedekten weg uit hoofde van het zwakke Garnisoen stormenderhand niet word ingenoomen. Men kan de graft van de wapenplaats zelfs als dan deffendeeren, wanneer de kanons van het bolwerk die dezelve beschermen, zullen zijn gedemonteerd, men be„ „hoeft maar alleen een der vlotten met blin„ „des te plaatsen in de hoofd gragt van de ves„ „ting, of een paar klijne kanons op de berm„ dekkende Den 11. April 1782 „dekkende de kannoniers met wollen zakken Boven dien kan men de verhinderingen in deeze klijne graft op verschijde wijze vermeerderen, Schoon de verdeedigers door deeze disposietsie meesters zijn van de bedekte weg, niet alleen te bezetten de inspringende wapenplaatsen diender echter in de uitloopende wapenplaatsen embrasures ge„ „maakt te worden door de glaci voor eenige ligte stukken, ten einde daar van gebruik te kunnen maaken, ingevalle van een formeele attaque. - Men diend voornaamentlijk een stuk te plaatsen op de kapitaale linie, want van welke kant het ook zij, ontmoet geen stuk zo veel voorwer„ „pen als dit, Men behoefd om zich hier van te overtuigen maar in te zien een plan van atta„ „que. Jngevalle dat de wapenplaatsen stormen „derhand wierden aangevallen, kan men zich op de volgende wijze verweeren. Wanneer de vijand genaderd is tot aan de voet van de glaci, zal men de laatsten schoot doen, met schroot, het kanon te rug trekken en de halve pallisaad vastzetten door de twee houte pennen. -. Men zal het kanon agterwaards brengen bij de kontrekcarp, en zo dra als de vij„ and zich vertoond op de kroon van de glaci, op hem schieten. Jk veronderstelle het ergste dat Den 11. April 1782. dat is, dat we na een enkeld kanon schoot te hebben gedaan, verpligt zijn te retireeren en de kanons te verlaaten, want zoo lange de vijand niet gemaakt heeft de kavaliers voor de tran„ „chee moet men de kanons niet werpen in de hoofd graft van de vesting wanneer men geen tijd heeft om ze te sauveeren laaten die geenen die voor deeze kan ons vreezen zeggen, hoe de vij„ de „and zich kan meester maaken van kanons of dezelve vernagelen, geflankeerd zo als de bedekte weg is met vier kanons of met 80 geweeren. Daar zijn maar twee middelen om de ge„ „retrancheerde wapenplaats te neemen of de vij„ „and moet die geene die ze deffendeeren verzaa„ „gen door een menigte van bommen granaa„ „ten en steenen of hij moet de kommunikaat„ „sie met de hoofd wal van de vesting afsnijden door kavaliers op de glaci op te richten. - Jn het eerste geval onderstel ik, dat het garni„ „soen maakt een halve galderij van hout„ „werk, en ten aanzien van het tweede geval„ dat de kanons van de klijne ferlank het oprig„ „ten van kavaliers zeer moeielijk maaken. Is het goed, is het zelfs noodzaakelijk de be„ „dekte weg met kanons te diffendeeren. Dit is een questi, die geen ernstig antwoord verdiend De
English
The 11. April 1782. The proposal for this was made in the fifteenth century; it has since been renewed by various engineers, but finally a famous general and an enterprising nation brought it into use. In our time this is a fixed rule, consequently it is permitted to rest upon the reasons that exist for it, but there are particularities concerning the fortress of Koetsiem. Except for the Ravelin in front of the new Gate and the lunette between the bastion Holland and Gelderland, Koetsiem has no outworks. Meanwhile there are more than 200 pieces of cannon. How shall one use these pieces, which, being well served, must have terrifying effects? Must one store them in the arsenal or must one surrender them, well preserved, to the enemy? One would, by acting in that manner, betray the Company. It is therefore necessary to place the lightest cannons in the covered way. Even if some were to be captured, although it is not so easy, and if some were to be ruined and the gun carriages shot to pieces, these scattered remains will be so many trophies for the garrison, and for The 11. April 1782. His report concerning the bastion Holland for the Governor and consequently for the Nation. Koetsiem the 5 March 1782. was signed: I: G: Fornbauer; below stood: for the translation C: S: Wikkerman. Inquiry concerning a part of the fortifications of the city of Koetsiem by Mr. Fornbauer, translated from the French. It is since a long time that one has with reason regarded the bastion Holland as the weakest among the fortifications of Koetsiem. Previously, however, it was not so; one still sees the remains of the sea that inundated the space which extends from the bastion Holland up to the River. This made the place unapproachable from that side, but it simultaneously forced the engineer to reinforce a polygon angle of less than 80 degrees, to reduce some works, and to make others as the terrain best permitted. This space having become dry, there is enough room to be attacked from that side. The face A being only very obliquely defended by two cannons, one The 11. April 1782. has very wisely constructed the work B; but all this is not sufficient to be sheltered from an attack. If one wishes to assume that our enemies have a plan of the fortress and possess knowledge of the surrounding places, they will certainly resolve to break through the face C, although it is defended by the opposite flank and by a part of the curtain wall. Everything contributes to it, both the situation and the bastion itself. 1. The environs of Koetsiem, chiefly on the East side, are marshy, and it is only along the sea on the South side of the city, where there is a space sometimes up to 40 toises wide, very loose and sandy and situated higher than the rest. Such a terrain is undoubtedly better than marshy ground for laying out the approaches. One can quickly work deep into the ground, and if one only makes the trenches deep enough, one is covered from the fire of the fortress. The sea side is therefore the most suitable terrain for the approaches. 2. It is probable that the enemy will land on the South side of the fortress. The transport of heavy artillery is more difficult over marshy ground than over sandy ground, and also the The 11. April 1782. road is much shorter when one goes along the sea to reach the city; consequently the enemy will arrive in front of this bastion Holland. 3. The sea covers the left wing of the approaches. 4. The shore of the sea is not defended by a direct fire; that is to say, the head of the approaches is not harassed. From this it follows that the enemy from his first place of arms will advance in a straight line toward the salient angle of the glacis, while he will have ruined the cannons of the flank D with ricochets; he will approach with all haste, because in proportion as he approaches, he receives the fire more from the side. But one will say it is easy to make sorties from that side; this I admit, but to wish to correct the defects of a fortress by making sorties would be to admit the defect itself; on the other hand, the enemy will easily cover himself with half-places of arms. And what harm will the garrison really be able to inflict upon him? It will destroy a few toises of the enemy's approaches, which will be repaired again in one night. The enemy will therefore attack the bastion The 14. April 1782. Holland because the sea side is not defended by any direct fire. 5. The enemy will attack the Bastion Holland because a cavalier stands upon it. It must seem strange to someone that I dare to place this work, only recently constructed, among the defects of the fortress, but it is not I, it is the art of fortification that condemns it. As far as I know, such a cavalier has never been proposed either by ancient or by modern engineers; yet I find much similarity between this work and the lowered points of Mr. Bombelle, French Engineer. I ought to say that the lowered points are less defective than a cavalier, and that upon a spacious bastion like those of Mr. Bombelle one can allow the lowered points, but the angle of the bastion Holland is not more than about 74 degrees. Consequently, that which was good upon a spacious bastion becomes detrimental upon a narrow bastion; moreover, Bombelle only made lowered points, but at Koetsiem a cavalier has been constructed. Let
Dutch transcription
Den 11. April 1782. De voorslag daar toe wierd gedaan in de vijftien„ „ de Eeuw, dezelve is zeeder vernieuwt door verschei„ „de Jngenieurs, doch eindelijk een beroemd gene„ raal en een onderneemende Natie bragt het in gebruik. -. Jn onze tijd is dit een vaste reegel, ge„ „volglijk is het gepermitteerd om te berusten in de reedenen die daar voor zijn, maar daar zijn bezonderheeden omtrend de vesting van koet„ „siem. Buiten het Ravelijn voor de nieuwe Poort en de lunette tusschen het bolwerk Holland en Gelderland, heeft koetsiem geene buiten wer„ „ken. Ondertusschen zijn daar meer dan 200 stuk„ „ken kanon. Hoe zal men deeze stukken ge„ „bruiken, die wel bediend wordende van ver„ „schrikkelijke uitwerkinken moeten zijn Moet min ze in het arsenaal bergen of moet men ze wel bewaard aan de vijand overgeeven. Men zoude door op die wijze te werk te gaan, de komp: verraaden. Het is dus noodzaakelijk de ligste kanons te plaatsen in de bedekte weg. - Mog. „ten er ook eenige worden vermeesterd, schoon het zoo gemakkelijk niet is, en mogten 'er eenige worden geruineerd en de affuiten in stukken geschooten, zullen deeze verstrooide overblijfsels zoo veel zegen teekens zijn voor het garnisoen, e voor Den 11. April 1782. Deszelfs bericht nopens het bolwerk Holland voor de Goeverneur en bij gevolg voor de Natie Koetsiem den 5 Maart 1782. /:was getex:/ I: G: Fornbauer /:onderstond:/ voor de vertaaling C: S: wikkerman. Onderzoek, betreffende een gedeel„ „te van de vestingwerken van de stad Koetsiem van den Heer Forn„ „bauer uit 't fransch vertaald Het is zeeder lange dat men met reede het bolwerk Holland heeft aangemerkt voor het zwakste onder de vesting werken van koetsiem, van te vooren is het echter zoo niet geweest, men ziet noch de overblijselen van de zee die de ruim„ „te overstroomde, welke zich strekt van 't bol„ „werk Holland af tot aan de Rivier. Dit maak„ „te de plaats van die kant ongenaakbaar, doch het noodzaakte te gelijk de Jngenieur om een po„ „ligoon hoek te versterken, die geen 80 graaden heeft eenige werken te verklijnen en andere zoo te maaken als het terrein, dat best toe„ „liet. Deeze ruimte droog geworden zijnde is er plaats genoeg om van die kant te worden geattakeerd, De face A: maar zeer oblig gede„ „fendeerd wordende door twee kanons, heeft men Den 11. April 1782. men zeer wijslijk aangelegt het werk B: maar dit alles is niet toerijkende om voor een aanval beschut te zijn, zoo men wil veronderstellen, dat onze vijand en een plan hebben van de vesting en kennisse bezitten van de omleggende plaat„ „sen, zullen ze zeeker besluiten om door de face C: inte dringen, schoon ze gedefendeert word door de tegen overstaande flank en door een gedeel„ „te van de gordijn. -. Alles kontribueerd er toe zo wel de geleegentheid als het bolwerk zelfs. 1. / De environs van koetsiem voornamentlijk aan de Oost kant zijn moerassig en het is alleen langs de zee aan de zuid kant van de stad, alwaar een ruimte is zomtijds breed tot 40 toisen toe, zeer los en zandig en hooger geleegen dan de rest, zulk een terrain is ongetwijffelt beeter dan een moevassige grond om de approchis aan„ teleggen. Men kan schielijk diep in de grond werken en als men maar de loop graaven diep genoeg maakt, is men bedekt voor het vuur van de vesting. De zee kant is dus het bekwaamste terrain voor de approches. 2. / Het is waarschijnlijk, dat de vijand aan de zuidkant van de vesting landen zal. Het ver„ „voeren van het zwaar geschut is, moeielijker over een moerassige dan een zandige grond, ook is de Den 11. April 1782. de weg veel korter wanneer men langs de zeegaat om bij de stad te koomen, gevolglijk zal de vijand voor dit bolwerk Holland aankoomen 3. / De zee dekt de linker vleugel van de appro„ „ches. 4. / De oever van de zee word niet defendeerd door een direkt vuur, dat is te zeggen het hoofd van de approches word niet ontrust Hier uit volgt dat de vijand van zijne eerste wapen plaats in een regte linie gaan zal na de uit„ „loopende hoek van de glaei, terwijl Hij door de ricochets zal hebben geruineerd de kanons van de flank D: hij zal met alle haast naade„ „ren, wijl na maate dat Hij naadert Hij het vuur meer van ter zijde krijgt. Maar men zal zeggen het is gemakkelijk van die kant uitvallen te doen, dit beken ik, doch om de fouten van een vesting te willen verbeeteren door uitvallen te doen, zoude zijn de fout zelfs te willen toestemmen, ten anderen zal de vijand zich ligt dekken door halve wapen plaatsen. En wat zal hem het garnisoen toch voor schaade kunnen toebrengen: Het zal eenige toisen van de vijandelijke approches vernielen, die in een nacht weeder zullen gerepareerd zijn. —. De vijand zal dus het bol„ werk toe, Den 14. April 1782. „werk Holland attakeeren wijl de zee kant door geen direkt vuur word gedefendeert. 5. / De vijand zal het Bolwerk Holland attakee„ „ren om dat er een kavalier op staat. Het moet iemand vreemd voor koomen, dat ik dit werk nu kortelings aangelegd durf stellen onder de fouten van de vesting, doch ik ben het niet, het is de vesting bouwkonst die het afkeurd. zoo veel ik weet is zulk een kavalier noch door de oude noch door de hedendaagsche Jngenieuws noit voorgestelt, echter vind ik veel over een komst tusschen dit werk en de verlaagde punten van de Heer Bombelle fransche Jn„ „genieur Ik diene te zeggen, dat de verlaagde punten minder gebrekkig zijn dan een ka„ „valier, en dat men op een ruime bastion gelijk die van de Heer Bombelle de ver„ „laagde punten toestaan kan, maar de hoek van de bastion Holland heeft niet meer dan 74. graaden omtrend: Bij gevolg het geen goed was op een ruime bastion word nadeelig op een smalle bastion, ook heeft Bombelle maar verlaagde punten gemaakt, maar op koetsiem heeft men een kavalier aan„ „gelegd. Laat
English
The 11. April 1782. Let one pay attention, regarding the profile of the cavalier, to its situation and usefulness. The parapet is only 5: feet of masonry, whereas it ought to be 8. or 10., for coral stones, not having the hardness of baked bricks and moreover being used in larger pieces, result in less mortar in a wall of coral stones than in one of baked bricks. For this twofold reason, I maintain that of two walls of equal height and thickness, the one of baked bricks will be harder to breach by cannon fire than the one of coral stones. There is also another reason, namely, that the cavalier, through its height, is exposed to the first attacks of the enemy, and that it ought therefore to be in a position to offer some resistance against the fury of the assault. Thus, its profile is too weak. When one considers its situation alone, one sees that the enemy can erect a battery wherever he pleases and destroy the greatest part of the cavalier. To make matters worse, it is enfiladed and taken in reverse, so that a single cannon shot raking its flank can overturn a pair of cannons along with those who serve them. The Engineer, having noticed this drawback, sought to remedy it by covering it with a single wall, but this remedy is even worse. The flying splinters will injure those who are on the bastion, and the space between the cavalier and the point of the bastion will be filled with the falling debris. This badly constructed cavalier has thus rendered more than a third of the faces useless. Finally, what is the usefulness of this cavalier? It sweeps the field before the salient angle when it is not necessary, and it sweeps nothing once the enemy has reached the capital line. I do not see why it was constructed, except merely to command a small elevation that lies close to the sea and extends along the shore. To master this elevation, it would only have been necessary to make its slope somewhat gentler in the vicinity of the fortress, which costs infinitely less effort than the construction of any fortification. Thus, its usefulness is not substantial. It is harmful, for it occupies the interior space of the bastion so that the garrison cannot entrench itself in the gorge of the bastion, a flaw common to all cavaliers built on a bastion. If the garrison does not entrench itself, it cannot await the storm that the enemy will launch upon the bastion. If it cannot await the storm, one must surrender the place as soon as the covered way is lost. If one surrenders after the loss of the covered way, what purpose then does the main rampart serve? Suppose that there were still enough room for an entrenchment; does the enemy not have a strong battery by placing himself behind the cavalier? He needs only to make embrasures in the rampart of the cavalier, should he not wish to take the trouble of raising his battery a few feet, and he can then bombard the entrenchment inside the town, and it remains to be seen whether he will then still grant honorable terms to the vanquished. But one will say: is it certain that the enemy knows all these disadvantages? It may be that he does not know them, and that he will make the attack from another side; meanwhile, I dare not believe that the enemy would fail to profit from so many advantages. To remedy the fourth defect, I have proposed an outwork, the purpose of which is to sweep the seaside, an advantage ensuring that the enemy, instead of advancing directly toward the salient angle of the glacis in order not to be enfiladed, is forced by this work to advance in zigzags almost to the end of the extended capital line of the bastion Holland. This fleche has one face toward this terrain, and I have made the other end at the sea in order to be better covered against ricochet fire. The parapet of the first face shall have a thickness of at least 20. feet, but the other no more than 10. to 12. feet, since it cannot be fired upon by cannon. The ditch of the first face shall be defended by two cannons placed at E:, and the ditch of the other by a cannon from the short flank. The ditches shall have 6. feet of water; if not, the berm shall be reinforced with fraises, or inclined palisades shall be placed in the ditch. Whichever of these obstacles is used hereabouts is
Dutch transcription
Den 11. April 1782. Laat men agt slaan bij het profil van de kavalier, op dies geleegenheid en nuttigheid De borstweering is maar van 5: voeten met„ selwerk, terwijl ze van 8. of 10. zoude die„ „nen te zijn, want de kapoksteenen de har„ „digheid niet hebbende van de gebakken steenen en boven dien aan grootere stuk„ „ken gebruikt wordende, komt er in een muur van kapaksteenen minder kalk dan in een van gebakke steenen Om deeze dubbelde reeden houde ik staan„ „de, dat van twee muuren van gelijke hoog„ „te en dikte, die van gebakke steenen moeie„ „lijker door het kanon zal te breeken zijn dan die van kapoksteenen, ook is er noch een reeden namentlijk, dat de kavalier door zijn hoogte bloot gesteld is aan de eerste aan„ „vallen van de vijand, en dat Hij dierhalven in staat diende te zijn, om eenige teegen„ „stand te doen tegen de woede van de attake Dus is zijn profil te zwak. Wanneer men zijne situatie alleen be„ „tragt, ziet men dat de vijand overal waar het hem behaagt een battarij kan opwer„ „pen en het grootste gedeelte van de kava„ „lier vernielen. Tot een overmaat van ongeluk Den 11. April 1782. ongeluk word Hij g'enfileerd en van agteren ge„ „zien zodanig dat een enkelde kanon schoot die zijn flank bestrijkt, een paar kanons met de geene die ze bedienen kan om verschieten. De Jngenieur dit inconvenient bemerkt hebbende, heeft het wil„ „len verhelpen door het met een enkelde muur te dekken, doch dit middel is noch erger. De afspringende stukken zullen die geene kwetsen die zich op het bolwerk bevinden, en de plaatstus„ „schen de kavalier en de punt van het bolwerk zal van de afvallende brokken worden opgevult, Deeze kavalier kwaalijk aangelegd, heeft dus meet als een derde van de faces onbruikbaar gemaakt Eindelijk wat is de nuttigheid van deeze kava„ „lier: Hij bestrijkt het veld voor de uitloopende hoek wanneer het niet noodig is, en Hij bestrijkt niets wanneer de vijand aan de kapitaale linie zal zijn gekomen. Jk zie niet waarom men de„ „zelve gemaakt heeft, als alleen om meester te blijven van een klijne hoogte, die digt aan zee is en zich langs de oever van de zee uitstrekt: - om deeze hoogte te bedwingen hadde men alleen noo„ „dig gehad om de helling daar van wat doceeren„ „de te maaken, in de na bijheid van de vesting, het geen oneindig minder moeite kost, als het aanleggen van eenig werk. Dus is zijn nuttigheid Den 11. April 1782. nuttigheid niet weezentlijk. Hij is schaadelijk, want Hij beslaat de binnen ruimte van het bolwerk zoo dat het garnisoen zich niet verschansen kan, in de keel van de bas„ „tion, een gebrek eigen aan alle kavaliers die aan„ „gelegd worden op een bastion. -. zoo het garni„ „soen zich niet verschanst kan het de storm niet afwagten die de vijand op het bolwerk onder„ „neemen zal, zo het de storm niet afwagten kan moet men de plaats overgeeven zoo dra de bedek„ „te weg verlooren is, zoo men zich overgeeft na het verlies van de bedekte weg waar toe diend dan de hoofd wal veronderstel dat er noch ruim„ „te genoeg was voor een retranchement, heeft de vijand dan niet een sterke batterij met zich te plaatzen agter de kavalier Hij behoeft maar embrasures te maaken in de wal van de ka„ „valier wil Hij zich de moeite niet geeven van zijne battarij eenige voeten te verhoogen, dan kan Hij het retranchement in de stad beschieten„ en het zal te bezien staan, of Hij als dan noch honorable voorwaarden aan de overwonne zal willen toestaan. Maar men zal zeggen is het zeeker dat de vijand alle deeze nadeelen weet! Het kan zijn dat Hij ze niet kend, en dat Hij de attaque van een Den 11. April 1782. een andere kant doen zal, ondertusschen durf ik niet gelooven dat de vijand van zoo veel voor„ „deelen niet zoude weeten te profiteeren Om het vierde gebrek te verhelpen, heb ik voorgeslaagen een buitenwerk, waar van het oog¬ „merk is om de zee kant te bestrijken een voordeel dat de vijand in plaats van regt uit te gaan na de uitloopende hoek van de glaci om niet g'enfileerd te worden, door dit werk genoodzaakt is te gaan in zic zal tot bij na aan het end van de verleng„ „de kapitaalen linie van de bastion Holland. Deeze pijl of fleche heeft de eene face na dit ter„ „rijn, en ik heb de andere doen uitkoomen aan de zee om te beeter gedekt te zijn tegen de re„ „kochet Schooten. —. De borstweering van de eerste face zal ten minsten hebben 20. voeten dikte, doch de andere niet meer dan 10. a 12. voe„ „ten, wijl ze door het kanon niet kan worden beschooten. -. De graft van de eerste face zal gedefendeert worden door twee kanons, geplaatst op E: en de graft van de andere door een kanon van de klijne flank De graften zullen hebben 6. voe„ „ten water zoo niet zal men de berm met storm. „paalen versterken of men zal overhellende pallissaden zetten in de graft. -. welke van dee„ „zen hinderpaalen men hier omtrend gebruikt is
English
11 April 1782. it is all the same. One will only raise the work 3 to 4 feet above the common ground in order to be better able to fire upon the side. The communication with the covered way takes place by means of a sunken gallery, covered on the land side by a parapet in the form of a palisaded glacis and closed toward the side of the fortress as well as the gorge of the fleche with palisades simply set into the ground, so as not to be captured firmly in case of attack. The palisades are defended everywhere by the cannon if one plants them according to the dotted line; at this place one has nothing but barren sand, consequently one would have to have better earth brought to make the parapet, which needs to be covered with sods. The entrance to the gallery will be closed by a traverse or cross-cut. One sees at a glance that the enemy, having made himself master of the fleche, finds nothing to cover himself from the fire of the covered way; the defenders only need to set fire to the palisades that close the gorge before they abandon the fleche. As for the cavalier, the only means 11 April 1782. Letter from the Commander van Angelbeek to the Noble Lord van de Graaff concerning the fortification and defense of Koetsien. means is to have it demolished; by taking away this work one strengthens the bulwark. I request that the advice of a competent engineer be obtained concerning this. For the rest, I beg the pardon of the engineer whom my reasoning might offend. It is neither the desire to stand out as an engineer nor the inclination to criticize that has brought this forth, but it is my duty that has made me point out the mistakes, since I am completely convinced of all that I have demonstrated, and I have on my side the testimony of the most celebrated engineers. Koetsiem, 5 March 1782. Signed: I: G: Fornbauer. Below stood: For the translation, signed: C: S: Wikkerman. To the Right Honorable, Strict Lord Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies. Right Honorable, Strict Lord! I endeavor to make use of your presence also with respect to the service of our Lords and Masters by asking your advice in these precarious times of war regarding the measures for the defense of this fortress, being assured that your Honor will gladly take upon yourself the trouble caused thereby. With this purpose, I offer your Honor herewith the secret resolution of 19 July, in which the first and principal measures are described, and I request that you express your thoughts thereon and assist me with your good advice. I had already early on sent this resolution and the plan for the improvement of the covered way to the Honorable Lord Falck at Kolombo with the same purpose, who had the same examined by the skilled engineer captain, Brohier, and sent me his remarks, containing: that the places of arms before the curtains should be retrenched, according to a plan which he has attached thereto. Before this document and plan were received from Kolombo, the no less skilled Captain Fornbauer, who in the meantime 11 April 1782. had arrived here from Europe and had also been consulted by me about the fortification of Koetsiem, had already proposed that the places of arms had to be secured by a ditch with palisades and storm-poles, so that both engineers, without knowing anything of each other, agree in the main point, although they differ from each other in the manner of execution. I have thus requested Captain Fornbauer's further reflections in writing, in order to be better able to judge both designs, and his Honor has handed them over to me with the plan for that purpose, which I thus also lay open before your Honor. I am convinced of the great utility of this work, yet I hesitate at the costs that will have to be expended on it. On the bastion Holland, a cut was made in the year 1778, with the good intention to fire better upon the glacis before that bastion and the sea beach. This new work is judged very harmful, and Mr. Fornbauer is of the opinion that it should be razed, against which he proposes to construct a fleche to the side of that bastion. I also deliver your Honor his submitted 11 April 1782. Answer from his Honor. the same submitted report, with the request to assist me in this regard also with your wise counsel. I have the honor to be with all high esteem, Right Honorable Strict Lord, your Honor's obedient servant. Signed: I: G: van Angelbeek. In the margin: Koetsiem, 29 March 1782. To the Right Honorable, Worshipful Lord Johan Gerard van Angelbeek, Commander over the Company's possessions on the Malabar Coast. Right Honorable, Worshipful Lord! I have received your Honor's letter of 29 March last with a copy of the Koetsiem secret resolution, together with two reports and the plans belonging thereto by the Captains Brohier and Fornbauer, concerning the manner in which these gentlemen think that the re-entering places of arms should be retrenched, as well as in what manner cannon could be placed in the salient places of arms. Nor
Dutch transcription
Den 11. April 1782. is het om het eeven. Men zal het werk eenelijk 3. à 4. voeten boven de gemeene grond verhoogen om beeter de kant te kunnen beschieten. -. De kommunikiaatsie met de bedekte weg geschied door middel van een verlaagde gallerij, bedekt aan de land kant door een borstweering in de gedaante van een gepallisadeerde glacie en gesloo„ „ten na de kant van de vesting zoo wel als de keel van de fleche met pallissaden eenvoudig in de grond gezet, om ingevalle van attaque niet te worden vervast, De palissaden worden overal door het kanon gedefendeerd als men ze plant na de gepunkteerde Linie, op deeze plaats heeft men niet dan barre zand, gevolglijk zoude men beetere aarde moeten laaten haalen om de borst„ „weering te maaken, welk diend te worden be„ „dekt met zooden. Den ingang van de galderij zal geslooten worden door een travers of dwarse afsnijding. Men ziet met een opslag van het oog, dat de vijand zich meester gemaakt hebbende van de fleche niets vind om zich te dekken voor het vuur van de bedekte weg, de verweerders be„ „hoeven maar de pallissaden in brand te stee„ „ken, welke de keel sluiten voor dat ze defleche verlaaten. Wat aangaat de kavalier, het eenigste mid„ del Den 11. April 1782. Missive van den Heer Komman„ „deur van Angelbeek aan den Edelen Heer van de Graaff over de bevestiging en verdeediging van koetsien „del is om die te doen wegbreeken, door dit werk weg teneemen versterkt men het bolwerk, Ik verzoeke hier over het advis van een verstandige Jngenieur te willen inneemen. Voor het overige verzoek ik om verschooning aan de Jngenieur die mijne redeneering zoude kunnen beleedigen. Het is noch de lust om als Jngeneur uit te steeken, noch de geneigtheid van te berispen die dezelve heeft voortgebragt. maar het is mijn pligt die mij de fouten heeft doen aanwijzen, wijl ik volkoomen overtuigt ben van al het geene ik aangetoond heb en dat ik aan mijne zijde heb de getuigenis van de beroemste Jngenieurs. Koetsiem den 5. Maart 1782. /:was ge„ „teekend:/ I: G: Fornbauer /:onderstond:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ C: S: wikkerman. Aan den weledele Gest: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndiën. Weledele Gestrenge Heer! Ik trachte mij de aanweezendheid van uwe weledele Den 11. April 1782. weledele Gest: ook met opzicht tot den dienst van onze Heeren Meesters ten nutte te maaken door uw weledele gestrenge in deeze hachlijke oorlogs tijden om goeden raad te vraagen, over de maatregelen tot de defensie deezer vesting, verzeekerd zijnde, dat uw weledele gestr: zich de moeite, die daar door veroorzaakt word, gaarne zal getroosten. Met dit oogmerk beide ik uw weledele gestr: hier nevens aan de sekreete resoluut„ „sie van den 19. Julij waar bij de eerste en voor„ „naamste maatregelen beschreeven zijn, en ik verzoeke uwe gedachten daar over te uiten en mij met uwe goede raadgeevingen bij te staan„ Ik hadde reets vroeg met het zelfde oogmerk deeze resoluutsie en het plan tot verbeetering van den bedekten weg, aan den Ed: Heer Falck te kolom„ „bo. gezonden, die het zelve, door den kundigen Jngenieur kapitain, Brohier, heeft doen exa„ „mineeren en mij deszelfs remarques toegezon„ „den, behelzende: dat de wapenplaatzen voor de Courtines dienen geretrancheerd te worden, volgens een plan het welk hij daar bij gevoegd heeft. -. Eer dit schriftuur en plan van Kolom„ „bo ontvangen wierden, had de niet minder kundige kapitain Fornbauer, die middeler wijle ing Den 11. April 1782. wijle uit Europa hier aangekoomen en door mij over de bevesting van koetsiem mede geraadpleegd was, reets opgegeeven, dat de waapenplaatsen moesten beveiligd worden door een gracht met pallissaaden en stormpaalen, zoo dat beide Jn„ „genieurs zonder van elkander iets te weeten. in de hoofdzaak overeenstemmen schoon ze in de wijze van uitvoering van elkander ver„ „schillen, Ik hebbe dus de nadere bedenking van kapitain Fornbauer in geschrift verzocht, om over beide ontwerpen te beeter te kunnen oordee„ „len en zijn E: heeft mij dezelven, met het plan daar toe overgegeeven, die ik dus meede voor uw weledele Gestr: open leggen. Ik ben van de groote nuttigheid van dit werk overtuigd, doch zie tegen de kosten op, die daar toezullen moeten besteedt worden. Op de punt Holland is in het Jaar 1778. eene afsnijding gemaakt, met het goede oogmerk om het glaeis voor die punt en het zee strand beeter te beschieten. - Dit nieuwe werk word zeer schaadelijk geoordeeld, en de Heer Forn„ „bauer „ van begrip, dat het diend geraseerd te worden, waar tegen hij proponeerd, ter zijde van dat bastion eene fleche aanteleggen. Ik stelle uw weledele Gestr: zijn hier van ingediend Int dez Den 11. April 1782. Antwoord van zijn weled: Gestr: dezelve ingediend bericht mede ter hand, met verzoek om mij ook hier omtrend met uwe wijze raad„ „geeving bij testaan. Ik hebbe de eere met alle hoogachting te zijn /:onderstond:/ weledele Gestrenge Heer uwer weledele Gestr: gehoorzaame Dienaar /:was getvet:/ I: G: van Angelbeek /:in margine:/ koetsiem den 29=e Maart 1782. Aan den weledele Achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek kommandeur over 's komp:s bezit„ „tingen ter kuste Mallabaar Weledele Achtbaare Heer! Ik heb ontfangen uw weledele Achtb: Mis„ „sive van den 29. e Maart Jongstleeden met een kopij koetsiemse sekreete resoluuitsie, mitsgaders twee berigten en de daar toe gehoorende plans van de kapitains Brohier en Fornbauer, over de wijze, waar op deeze Heeren denken, dat de inspringende wapenplaatsen behoorden te wor„ „den geretrancheerd, mitsgaders op wat wijze er kanon zoude kunnen werden geplaast in de „uitspringende wapenplaatsen. Noch
English
The 11th of April 1782. Besides the aforementioned papers, I have also received a report from Captain Fornbauer, relating solely to the Holland Bastion and the terrain situated opposite it. Apart from the very useful precautions that have already been carried out on the fortifications in accordance with the aforementioned secret resolution, as much as has been possible under the circumstances of time, it appears to me that the retrenchment of the re-entering places of arms, as well as the placement of bonnets in front of the salient places of arms, is of the most obvious utility for the preservation of this city. Regarding the design of Captain Brohier, Captain Fornbauer clearly demonstrates that this plan provides sufficient cover. This difficulty is addressed in the design of Mr. Fornbauer, which moreover, for several reasons pointed out in his report, ought in my opinion to be preferred; and consequently, I believe I can safely advise Your Right Honorable to have this design, both in regard to the re-entering and the salient places of arms, executed as it lies by Mr. Fornbauer as soon as possible. The 11th of April 1782. As regards the report of Captain Fornbauer concerning the Holland Point: the good intention with which the cavalier standing upon this point was constructed is attained in a more complete manner by the fleche proposed by Captain Fornbauer, and the hindrances which this gentleman points out as being caused to the Holland Point by the aforementioned cavalier are too great not to decide immediately upon the construction of the aforementioned fleche, whereupon the cavalier can safely be demolished. I think it is necessary to have Captain Fornbauer investigate whether the parapets of the main rampart, at least as far as the bastions are concerned, ought not to be thickened, and whether it would not be better to have their revetments, especially of the merlons, made of baked bricks instead of the kapok stones that have been used for that purpose until now. Wooden cannon platforms also serve to be manufactured instead of the stone platforms, which ought to be demolished. All the aforementioned works certainly cannot be done without great expense, but visibly necessary things, so far as their execution is possible, The 11th of April 1782. ought in no way to be omitted in the war in which we are currently involved, insofar as they can in any way serve to preserve a place of such great importance as is Koetsiem, both in itself and especially in the present time with relation to Ceilon, which Government can for a good part be provided from here with rice and other provisions, and even with native troops. The importance of this place is all the greater when one considers its advantageous location for supplying provisions and other necessities that can be purchased on this coast to both our fleets and the French fleets on this side of the Indies. These advantages, there can be no doubt, will be one reason more for the English to attack Koetsiem, if not sooner, then at least in the next approaching good monsoon, as soon as they have the necessary force at hand for it. On the side of the island of Baipin opposite this fortress, the coconut trees that stood close to the river have been cut down, but there still stand a multitude of small houses behind which The 11th of April 1782. the enemy would find great cover if he approached the city from this side, even if it were only with the intention of bombarding it. The Roman church in particular, which is quite a heavy building, is very dangerous in this respect, and I would therefore strongly advise having this church and everything else that stands within range of the cannon razed. I must confess there is some hardship in this, but in times of war everyone must bear that, and if the Company is fortunate enough to preserve this place, those who are interested therein can be compensated in one way or another. On these same grounds, I think that everything on the landward side of the city that is judged capable of assisting an enemy in his approaches ought to be razed. For the defense of the place, it is absolutely necessary that there be a sufficient number of officers. I think that there ought to be no fewer than four captains for the European garrison, so that during a siege one can always have a captain of the day. The number of subaltern officers ought to be proportioned accordingly; and concerning the native troops, who, as far
Dutch transcription
Den 11. April 1782. Noch heb ik nevens de voorsch: papieren ontvan„ „gen een berigt van de kapitain Fornbauer, alleen betrekkelijk tot het Bastion Holland en het daar teegens overlagende terrein. Buiten de zeer nuttige voorzorgen die bereeds ingevolge van de voorsz: sekreete resolucitsie aan de fortifikaatsien ter uitvoer gebragt zijn, zoo veel als dat na tijds omstandigheeden is mogelijk ge„ „weest, komt het mij voor, dat het retrancheeren van de inspringende wapenplaatsen zoo wel als het leggen van bonnets voor de uitspringende wapenplaatsen tot het behouden van deeze stad is van een aller zigtbaarste nuttigheid, omtrend het ontwerp van de kapitain Brohier, wijst de kapitain Fornbauer duidelijk aan, dat dit plan gewaarde genoeg fourneerd. Teegens deeze zwaarigheid is voorzien bij het ontwerp van de Heer Fornbauer, het welk boven dien om ver„ „schijde reedenen, die bij zijn berigt zijn aangewee „zen, naar mijn inzien, diend te worden geprefe„ „reerd, en denke uw weledele Achtb: bij gevolg met gerustheid te kunnen raaden om dit ont „werp, zoo wel met betrekking tot de inspringende als tot de uitspringende wapenplaatsen, hoe een zoor beeter door de Heer Fornbauer te laat „ten uitvoeren zoo als het legt. wat Den 11. April 1782. Wat aangaat het berigt van de kapitain Forn„ „bauer over de punt Holland. -. Het goede oogmerk waarmeede op deeze punt aangelegd is, de daar op staande kavalier, word op een meer volkoomen wij„ „ze berijkt door de bij de kapitain Fornbauer voor„ „gestelde pijl /:fleche:/ en de hindernissen die deeze Heer aanwijst, dat door de voorsz: kavalier aan de punt Holland toegebragt worden, zijn te groot, om niet daadelijk te besluiten tot het aanleggen der voorsz: pijl, wanneer de kavalier met gerust„ „heid kan worden weggebrooken. Ik denke dat het noodig is om door den kapi„ „tain Fornbauer te doen onderzoeken of niet de borstweeringen van de kapitaale wal, immers zoo veel de bastions aangaat, behooren te worden verdikt, en of het niet beeter was de bekleedse. „len daar van, inzonderheid van de meer lons te laaten maaken van gebakke steenen in steede van kapok steenen, die tot nu toe daar toe zijn gebruikt. ook dienen er houte kanon beddings te worden vervaardigd in steede van de steene beddings, welke behooren te worden weg gebrooken. Alle de voorsz: werken kun„ „nen zeekerlijk niet zonder groote kosten gedaan worden, doch zigtbaar noodzaakelijke dingen voor zoo verre de exekuuitsie daar van moogelijk een da Den 11. April 1782. is, dienen in den oorlog, waar in we thans inge„ „wikkelt zijn, om geen reeden te worden nagelaaten, voor zoo verre ze eenigermaaten dienen kunnen om te behouden, een plaats van zoo groot aan„ „belang als is koetsiem, zoo op zich zelve als in„ „zonderheid in de tegenwoordige tijd, met relaatsie tot Ceilon, welk Goevernement over een goed gedeelte van hier met rijst en andere levens„ „middelen en zelfs met inlandsche troepen kan werden voorzien. Het gewigt van deeze plaats is te grooter als men nadenkt de voordeelige geleegenheid daar van, om bij de aan onze en aan de fransche vlooten aan deeze kant van Jndien te kunnen bezorgen provisien en anders noodwendigheeden, die men ter deezer kuste inkoopen kan, en deeze voordeelen, men kan daar aan niet twijffelen, zullen voor de En„ „gelschen een reede te meer zijn, om zoo niet eerder, ten minsten in de naast koomende goe„ „de mousson Koetsiem aantelasten, zoo dra ze daar toe de noodige magt aan handen heb„ „ben. Op de kant van het Eiland, Baipin teegens over deeze vesting zijn de klapperboomen, die digt aan de rivier gestaan hebben, omgekapt, doch daar staan noch een menigte klijne Huizen, waar Den 11. April 1782. waar agter de vijand groote bedekking zoude vinden zoo Hij van deeze kant de stad naderde, al was het ook alleen met oogmerk om ze te Bombardeeren. De Roomsche kerk inzonderheid, dat een vrij zwaar ge„ „bouw is, is in dit opzicht zeer gevaarlijk, en ik zou„ „de daarom zeer raaden om deeze kerk en alles wat voorts onder het bereik van het kanon staat te laaten raseeren: Jk moet het bekennen hier in steekt eenige hardigheid, doch in oorlogs tijden moet een ijder zich dat getroosten, en zoo de Komp: gelukkig genoeg is om deeze plaats te be„ „houden, kunnen die geene die daar bij geintres„ seert zijn, op de eene of de andere wijze worden te gemoed gekoomen. —. Op deeze zelfde gronden denk ik dat al wat aan de landzijde van de stad geoordeert word een vijand in zijne aan„ „naaderingen vorderlijk te kunnen zijn, behoord te worden geraseerd. Tot de defensie van de plaats is het volstrekt noodig, dat 'er een toerijkend getal officieren is. Ik denke dat er niet meender dan vier kapitains voor het Europeesche Garnisoen dienen te weezen, op dat er bij een beleg altoos een kapitain de Jour hebben kan Het getal van de subalterne offi„ „ciers behoord daar na te worden geproporsioneerd, en omtrend de Jnlandsche troupen die voor zoo verre
English
The 11th of April 1782. as far as good men are to be obtained, ought still to be increased somewhat, in order to make up as much as possible for the shortage of Europeans thereby, I would advise your Right Honourable Worships to divide them into Battalions and to appoint European Captains over them, and for every company of 100 Men at least one subaltern European officer with a few European non-commissioned officers. The European officers and non-commissioned officers should apply themselves to learning the native language. The English, who derive very great service from their Sipahis, give a small monthly gratuity to the officers stationed with them as soon as they are able to speak the native language. In every company of sipais they have two European subaltern officers, and a European captain over each battalion, and everyone who knows what native troops are will readily acknowledge that, if anything good is to be accomplished with them, they must be led by European officers. Among the Native troops at koetsiem, the Christians have too low a wage in comparison with the others; they receive no more than four ropijen, and they ought therefore to enjoy a parra of rice or a couple of parras of Nelij monthly, so that they will to some The 11 April 1782. extent be able to get by, and if it might even be deemed necessary later, in order to oblige them more to do well, I cannot see why one might not also increase their wage by one ropij; even then they would still have one ropij less than the spahis. One cannot take too many precautions against a surprise, particularly in the present War with the English, who are known by experience to be capable of the boldest and most dangerous undertakings. In front of the Curtain between the points stroomburg and Overijssel and in front of this latter point itself, very good precautions have already been taken against this by placing a row of palisades along the river bank; nevertheless, I think that for greater security it is very necessary that both the point overijssel and the Curtain between this point and the point stroomburg be raised at least another four feet or so. On the outer side of the Curtain, a small ditch could moreover be made, according as the terrain permits, from which at the same time can be obtained for a large part the necessary earth for the aforementioned raising. I have the honour to be with all respect was below have report of Major von den Busch: C: S: concerning this subject. was below: Right Honourable Worshipful Sir, your Right Honourable Worships' willing friend and Servant was signed: W: I: van de Graaff in the margin: koetsiem the 6th of April 1782. To the Right Honourable, Worshipful, Commanding Sir Johan Gerard van Angelbeek Commander and Supreme Authority on the Coast of Mallabaar Right Honourable, Worshipful, Commanding Sir The undersigned have, in the presence of the Lord Major, inspected the town and fortifications of koetsiem, both with regard to the quartering of the garrison and with regard to a valiant defence, and find it necessary to show the following: In quartering the garrison, the essential thing is that those men who are not on duty are covered from the enemy's fire (except Bombs). Therefore, in the spaces behind the warehouse and the Dispensary near the flag tower, along the curtain of the Groeningen bastion, in the Company's garden, between the bastions zeeland, uit- The 11th of April 1782. recht The 11. April 1782 recht and Holland, Barracks can be built during times of siege, in which the Men necessary for the defence of the fortifications lie; the Construction is Every 12 feet away from the innermost revetment wall, beams 12 inches thick and 12 feet long must be placed, with one end let two feet deep into the revetment wall, and joined with the other end upon the perpendicular beams, so that together they make an angle of 30 degrees. Across these, four beams of 6 to 8 inches thick are nailed at equal intervals parallel to the revetment wall without being notched in; everything is boarded over from above with planks at least 2 inches thick, or covered with fascines instead of planks, and covered with earth at least 2 feet deep; under each such compartment 6, and because it is made continuous, 7 to 8 Men can lodge. Since the Wood, if it is erected in time, might rot before the place is even besieged, all these beams, planks or Fascines can be made ready and all parts numbered, holes made in the ground and the revetment wall, and the woodwork in Sir of The 11. April 1782. stored in magazines; should a siege occur, the Barracks are ready in 24 hours; should peace come, the woodwork can be used for something else. Furthermore, the Houses situated closest to the Curtains can be used for quartering during times of siege; one or two rooms in each House can be used for that purpose, and if necessary, quartering money paid to the Inhabitants. In places distant from the attack, no great precautions are necessary, and of those Houses that are close to the attacked Polygon, the roofs can be removed and the walls covered with beams, planks or fascines, and earth placed on top of them; this same can be done with the barracks standing in the gorge of the bastions. The two large powder Magazines, the one between utrecht and vriesland, and the second between Holland and Gelderland, can also serve for quartering by means of beams laid on top and earth placed over them. In the Ravelin outside the Nieuwpoort, several hundred Men can also lodge by means of barracks, who at the same time as a
Dutch transcription
Den 11: April 1782. verre er goed volk te krijpen is, noch wel wat dienden te worden vermeerdert, om het ontbree„ kende aan Europeeschen daar door zoo veel mo„ „gelijk te suppleeren, zouden ik uw weledele agtb: raaden om die te verdeelen in Battaillons en daar over aan te stellen Europeeschen kapitain en bij elke komp: van 100 Man ten minsten een subal„ „terne Europeesche officier met een paar Europeesche onder officiers. De Europeeschen officieren en on„ „der officieren dienen zich toe te leggen om de inlandsche taal te leeren. De Engelschen die van hunne Sipahis heele groote diensten trekken, geeven aan de officieren die daar bij geplaatst zijn een klijn mandelijks douceur, zoo dra ze de inlandsche taal spreeken kunnen. ze hebben bij elke komp: sipaien twee Europeesche subalterne officieren, en een Europeesche kapitain over elk battaillon, en een ieder die weet wat de Jnlandsche troepen zijn, zal gereedelijk erkennen, dat, zoo 'er iets goeds meede zal worden uitgevoert, ze door Ei„ ropeeschen officieren moeten worden aangevoert. Onder de Jnlandsche troupen te koetsiem, hebben de kristanten, in vergelijk van de andere te klij„ „ne gagie, ze krijgen niet meer dan vier ropijen en ze dienden dus wel een parra rijst of een paar parras Nelij maandelijks te genieten, zoo ze een „ger„ Den 11 April 1782. „germaaten zullen ronidschieten, en zoo het zelfs naderhand, ten einde hen meer tot wel doen te ver„ „binden, mogte noodig geoordeelt worden, kan ik niet zien waarom men ze niet ook een ropij in gagie zoude moogen verhoogen, ze zouden ook dan noch een ropij minder hebben dan de spahis. -. Men kan zich niet te veel dekken teegen een surprise inzonderheid in den tegenswoordigen Oorlog met de Engelschen die men bij de bevinding weet, dat tot de aller Htoutste en gevaarlijkste on„ „derneeming in staat zijn. Voor de Gordijn tusschen de punten stroomburg en Overijssel en voor deeze laatste punt zelve is daar teegens reets een zeer goede voorzorge gebruikt door het zetten van een rei pallissaden langs de rivier kant, niet te min denk ik dat het tot meerder zeekerheid zeer nood„ „zaakelijk is, dat beide de punt overijssel en de Gordijn tusschen deeze punt en de punt stroom„ „burg ten minsten noch een voet of vier worden verhoogt, Aan de buiten kant van de Gordijn zoude boven dien een klijne graft kunnen worden gemaakt, na maate dat het terrein dat toelaaten zal, waar uit teffens voor een groote gedeelte zal kunnen worden gevonden de noodige aarde tot de voorsz: verhooging Ik heb de eer van met alle achting te zijn /:onderstond/ „ bben bericht van den Majoor von den Busch: C: S: nopens dit onderwerp. /:onderstond:/ weledele Achtb: Heer, uw weledele Achtb: dienstwillige vriend en Dienaar /:was ge„ „teekend:/ W: I: van de Graaff /:in margine:/ koet„ „siem den 6. April 1782. Aan den weledele achtb Gebiedende Heer Johan Gerard van Angelbeek kommandeur en oppergebieder ter kuste Mallabaar Weledele, Achtbaare, Gebiedende Heer De Ondergeteekende hebben in presentsie van s de Heer Majoor de stad en vesting werken van koetsiem, zoo wel in opzicht van de logeering van 't guarnisoen, als in opzicht van eene dappere verdeediging nagezien en vinden noodzaakelijk volgendes aantetoonen: Bij de logeering van 't garnisoen komt 't daar op aan, dat die geene Manschappen die niet in dienst zijn, voor het vuur van den vijand (:uit„ „genoomen Bomben gedekt zijn. Dierhalven kunnen op de plaatsen die agter het pakhuis en de Dispens bij de vlagge tooren zijn, langst de gordein van 't bolwerk Groeningen, in de komp: thuin, tusschen de bolwerken zeeland, uit„ Den 11: April 1782. „recht Den 11. April 1782 „recht en Holland, ten tijden van belegering Ba„ „rakken gebouwt worden, waarin de tot verdeedi„ „ging der vesting werken, noodige Manschappen leg„ „gen de Construksion is Het moeten van 12. tot 12. voet voor de binnen„ „ste bekleedings muur af 12. duim dikke en 12 voet lange balken, met het eene einde twee voet diep in de bekleedings muur ingelaaten, en met het andere einde op den zink regten balken gevoegt zoo dat zij eenen cirkel van 30. graaden te zaamen maaken. Dwars over deeze worden vier, 6. a 8 duim dikke balken ingelijker ruimte paralleel met de bekleed„ „dings muur vast gespijkert, zonder ingelaaten alles van booven met ten minsten 2. duim dikke planken bespijkert, of met fachienen in steede van planken belegt en ten minsten 2. voet hoog met aarde bedekt, onder ieder zulken afdeeling kunnen 6 en terwijl het te zaamenhangd gemaakt word 7. tot 8 Man logeeren. Terwijl het Hout, indien het bij tijds opgeregt word, zoude kunnen vervotten, eerder noch de plaats beleegert wierden, zoo kunnen alle deeze balken, planken of Fachinen klaar gemaakt en alle deele numereert gaaten in de grond en de bekleedings muur gemaakt en het houtwerk in Heer van Den 11. April 1782. in magazeinen op bewaart worden, komt eene belegering zoo is de Barakken in 24. uuren klaar wierd het vreede zoo is het houtwerk tot iets an„ „ders te gebruiken Verders kunnen de het naast aan de Gor„ „deinen leggende Huizen in beleegerings tijd tot logeering gebruikt worden, men kan in ieder Huis een a twee kameren daar toe gebruiken en zoo het noodig is, de Jnwoonders quartier geld betaalen. Aan de van den aanval afgeleegene plaatsen is geene groote voorzigt van nooden, en van die Huizen 't welk digt aan den aangegreepen Polijgom zijn, kunnen de dakken afgenoomen, en de muur„ „ren met balken, planken of fachienen, en daar op gebragte grond gedekt worden, even dit kan met de in de keele der bolwerken staande ka„ „sernen geschieden. De twee groote kruit Huizen, het eene tus„ „schen utrecht en vriesland, en het tweede tus„ „schen Holland en Gelderland kunnen ook door middelst opgelegte balken en opgebragte aarde tot logeering dienen. In 't Ravelijn buiten de Nieuwpoort kun„ „nen door middel van barakken ook eenige honderd Man logeeren, dewelke tegelijk als eene
English
The 11th of April 1782. serve as a reserve for the troops that defend Strooimburg and Overijssel, for only the small postern gate needs to be opened, and in a few minutes they are wherever they are needed. The enclosed area around the powder mill can serve as lodging for the wives of the Sipahis and Christians. In addition, there remain empty spaces where the garrison's livestock reserve can be kept by means of a palisade enclosure. The small powder magazines on the bastions must be built with particular diligence, using beams, fascines, and earth. With regard to the fortifications, the entire line from the command post up to the tenaille bastion deserves serious reinforcement. The works flank each other poorly, and in particular the curtain wall between Strooimburg and Overijssel is so low that two men helping each other can climb over the wall, whereas the greatest strength of lines of this kind lies in their height. It is necessary that this curtain wall and the Overijssel point be raised as high as Strooimburg is; that, furthermore, in front of the curtain wall and the flanks, several rows of palisades, or a few rows of trou-de-loup fitted with stakes, or a small ditch be dug. Storm beams can be laid on the wall itself; from the Overijssel point onward, all firing is en barbette, and consequently the embrasures must be closed. Where Overijssel connects with the curtain wall, a palisaded traverse should be constructed, which could sweep that curtain wall from within. At the canal near Strooimburg, a traverse or, even better, a kind of entrenchment with some light cannons should likewise be constructed, so that the enemy who has broken in cannot spread out, and the garrison gains time to drive him back with saber in fist. In front of the river gate itself, a tambour must be built of palisades, with a barrier, partly to cover the gate somewhat, and partly to provide a secure retreat for the garrison outside. They can then quickly withdraw inside through the gate and, if necessary, barricade it, burn the bridge, and defend themselves right opposite the gate behind a traverse of kapok bales. The two vessels Nehellenia and De Verwachting, which are lying near Kalwetti, must position themselves, one in front of Overijssel and the second in front of Strooimburg; then the enemy will not even dare to attack the line from the command post to Overijssel as long as these vessels are stationed there. The vessels themselves lie under the gunfire of the fortress, and it is no easy matter to capture these vessels, thereby rendering an attack from this side impossible. It is necessary, if only to make the fortress more respectable, not to permit vessels to pass in or out after midnight. Just as little as one permits passage through a gate at night, so little can one permit vessels passage in a river upon which a fortress depends, and through which it could be surprised and run into danger on a dark night. Close to the command post, several cannons should be brought up to defend Gelderland; several swivel guns and storm beams are likewise necessary on the line from the command post toward Strooimburg. In addition, a supply of bombs, snares, hand grenades, pitch hoops, pitch fascines, and storm scythes must be ready and at hand in all these places to repel an assault. Outside the river gate lie some stacks of kapok stones, which must be removed so that they do not obstruct the cannons of Strooimburg and Overijssel. All heavy cannons in the flanks must be removed and light ones installed in their place, so as to be able to fire more rapidly in the event of an attack d'emblee. The maneuvering of the large cannons is then too cumbersome and not rapid enough; if it later comes to a formal siege, heavier pieces can be placed in the flanks of the attacked polygon. In front of all postern gates, a traverse should be built from the inside and a small cannon placed behind it, as well as for all other sallies. To bring the garrison to full strength and as close to perfection as ever possible requires the greatest attention, and we believe that for the benefit of the service, this cannot be accomplished more quickly and suitably than by the following proposal. Assuming the post of Aikotta were to be withdrawn, and the posts at Kranganoor were to be held, but occupied with the Europeans currently stationed there on detachment, the entire company of Topasses, and the sepoys. Whereby the three companies of Sipahis and two companies of Christians will return to the garrison and can be organized into the following order. The Grenadier company, counted as a bodyguard, is not included in the line. The three European and the two Eastern companies into the first battalion. The seven companies of Sipahis, which according to the present arrangement are too large to maintain proper order and to ensure the necessary prompt obedience in service, are to be divided into ten companies, and these ten companies into 2 battalions. Whatever manpower is lacking must be recruited. Each battalion to have a capable commander who ought to be a captain, and for each company a European officer, among whom at least one must hold the rank of Lieutenant, if
Dutch transcription
Den 11. April 1782. eene reserve voor de troepen dienen dewelke stroom„ „burg en Overijssel verdeedigen want het durfmaar bloot de kleene vlugt poort geopend worden, zoo zijn zij in eenige minuten daar, waar het noodig is. De ingeslotene ruimte om de kruit moolen kan de vrouwen van de Sipahis en Kristenen f=ra tot logeering dienen. Daar blijven boven dien noch leedige plaatsen over, waar op het in voorraad zijnde slagt vee„ van het garnisoen middelst eene verpaggering staan kan. De kleene kruit magazijn op de bolwerken moeten met bijzonderen vlijt, door balken, fachienen en aarde gemaakt worden. In opzicht op de vestings werken verdient de linie van het kommandement tot aan het Tenaille gallion allemaal de ernstige be„ „kragting. De werke flankeeren zich slegt en in 't bijzondere de gordijne tusschen stroomburg en Overijssel, zoo laag dat twee Man, die zig mal„ „kander hebben, op de de muur klimmen kun= „nen, daar doch de grootste sterkte der lini„ „en van deeze aart in de hoogte bestaat. Het is noodwendig dat deeze gordijne en de punt overijssel zoo hoog opgevoert worden als Stroom. Den 11. April 1782. stroomburg is, dat buiten dien voor de gordijne en de flanquen en 't weeder noch eenige reien pallissaden, of een paar reegen wolfs kuilen met paalen geschikt of eene klijne graft getrokken wierden Op de muur zelfs kunnen storm balken gelegt worden, van de punt overijssel af, is allemaal overbank te vuuren, volglijk moeten de schiet gaaten geslooten worden, daar waar overijssel met de gordijne te zaamen hangt, was eene ver„ „pallisadeerde Traverse aanteleggen, het welk die gordijne van binnen bestreiken kost. Aan die opvaart bij stroomburg zoude ins„ „gelijk eene Traverse of noch beeter eene aard van verschansing, met eenige ligte kanons, aangelegt worden, daar mede zich de ingebrookene vijand niet uitbreiden kan, en de bezitting tijd gewin„ „ne, hem met de zaebel in de vuist te rug te drei„ „ven. voor de rivier poort zelfs moet van pallis„ „saaden een tamboer gemaakt worden, met een Barier, deels om de poort etwas te dekken, deels om de Bezetting dewelke buiten staat een zee„ „kere retiraade te verschaffen, men kan zig zoo dra door de poort binnen trekken, en zoo het noodig is deselve verpaggeren, de brug afbren„ „nen en regt de poort teegen over zich agter een Traverse Den 11. April 1782. Traverse van kapok baalen verdeedigen. De twee vaartuigen Nehellenia en de ver„ „wachting, dewelke bij kalwetti leggen moeten zich het eene voor overijssel en het Tweede voor stroomburg leggen; dan durf 't de vijand niet eenmaal waagen, de linie van het komman„ dement tot overijssel aantevallen, zoo lange deeze vaartuigen daar leggen en de vaartui„ „gen zelfs leggen onder het geschiet van de ves„ „ting, en is dit geen ligte zaak om deeze vaar„ „tuigen wegteneemen, en bijgevolg de aanval van deeze zijde onmogelijk. Het is noodwendig, en was het ook maar om de vesting respektabeler te maaken, niet te permitteeren dat ten tijden naa midder„ „nagt vaartuigen buiten en binnen passeeren zoo weinig men de passagie 'snagts door een poort permitteerd, zoo weinig kan men ook vaar„ „tuigen de passagie in een rivier permittee„ „ren daar van een vesting dependeert, en waar door bij een donkere nacht kan overompeld worden en gevaar loopen. Digt aan 't kommandement wassen eenige kanonnen optebrengen om Gelderland te ver„ „deedigen, eenige draaie bassen en stormbalken, zijn op de linie van 't kommandement na Stroom„ Den 11. April 1782. stroomburg toe van 'sgelijks noodzaakelijk buiten dien moet op alle deeze plaatzen een voor„ „raad van Bomben, strikken, handgranaaten. pikkranzen, pikfachienen, stormzenzen ge„ „reed en bij der hand weezen om een storm afteslaan Daar leggen buiten de Rivier poort eenige staapels kapok steenen, dewelke weg genoomen moeten worden, daar meede zij de kanonnen van Stroomburg en overijsel niet hinderlijk zijn Alle swaare kanons in de flanken moeten af en ligte in plaats gebragt worden om bij een attake d'emblee daar meede te schielijker kun„ „nen vuuren, het manoeuvre van de groote ka„ „nons is als dan te bezwaarlijk en niet schielijk genoeg, komt het naaderhand tot eene formeele be„ „leegering, zoo plaats men in de flanken van de aangetasten polijgoon zwaarder stukken. Voor al vlugt poorten was van binnen eene traverse te maaken, en een kleen kanon daar agter te stellen, zoo ook voor alle overige uitval„ „len, Om de bezetting volstaandig en zoo veel maar immer mogelijk tot volkomenheid te brengen, en vordert de grooste oplettentheid en wij gelooven dat zulx tot nuet van de dienst niet schielijker, en voeglijker kunnen in staat gebragt Den 11. April 1782. gebragt worden als navolgende voorslag. Ten voor uitgezet de post van Aikotta zou„ „den ingetrokken worden. en den Posten kranga„ „noorden men wilde bezet houden, maar met de tegenswoordig aldaar op kommando leggende Eu„ „ropeesen en den geheele komp: Toepassen, en met de 'sjegossen te bezetten. Waar door die drie kompanien Sipahis en twee kompanien kristanten, en 't garnisoen te rug komen, en in volgende ordre ingedeelt kun„ nen worden. De Grenadiers kompanie als een lijfgaarde gereekent word niet in rangeert. De drie Europeeschen en de twee oosterse kom„ „panien ten eerste Battailjon. „De zeevende kompanien Sipahis, welke na tee„ „genswoordige vervatting te sterk zijn, om dezelve ingehoorige ordering te houden, en in dienst de gehoorige schielijke volge te kunnen doen, in tien kompanien te deelen en deeze tien kom„ „panien in 2. Battaljons, en wat aan manschap„ „pen afgaat, moet rekruteerd worden, ieder bat„ „taljon eenen kapabelen kommandant en die kapitain behoorde te zijn, en tot ieder kompanie een Europeesche officier, waar onder ten minsten, eener Luitenants karakter hebben moet, in„ „dien
English
The 11th of April 1782. so that in case of an action the commander is wounded, the lieutenant may immediately resume the command in his place, furthermore an under-adjutant, and for each company a European drillmaster. To form the 4 companies of Christians into 5 companies, and into a battalion, and since these 4 companies are already 511 private soldiers strong, no increase was needed for further departures. For this design to form the 4 battalions, there was still needed in addition to the present officers: 3 captains as battalion commanders 1 ditto for the companies of Captain Frankena 1 ditto for the companies of Captain Lever 1 staff ditto for the company of the Lord Major 5 lieutenants 15 ensigns 4 under-adjutants. 2 officers with the Malays 3 captains 3 lieutenants (with the Sepoys 6 ensigns 1 captain (Christians 3 arratchies In The 11th of April 1782. In this manner, the service can be provided with proper officers in all events, and the vigilance and perfection of each battalion depends on the vigilance of its commander; if we cannot count on the two Ceylon companies, the total of the garrison remains: 1 battalion of Europeans and Malays 2 ditto of Sepoys and 1 ditto of Christians the number amounting, outside of the Ceylon companies, to 2223 heads, these troops according to necessity in a siege divided into 5 parts amounting each day to 444 heads, who are capable of mounting the guard, in which manner one must watch the movements that the enemy will have to make, and then with our spared reserves reinforce the attacked posts; officers, both European and native, are highly necessary, for one can easily understand that however brave the native officers may be for themselves, it is nevertheless hardly possible The 11th of April 1782. that they can lead a troop against a European enemy. With the Artillery the same division is needed, which is strong: 2 lieutenants 3 pyrotechnicians 6 bombardiers 22 gunners and 120 assistants thus there can be used for service every day: 1 pyrotechnician 1 bombardier 4 gunners and 24 assistants and one can always spare the reserve thereof for the laboratory! However, a commander of the Artillery must be able to request men from the Head of the Militia, should he need them, since otherwise the number of artillerymen would be too much weakened. For it is too few to oversee the service of the artillery, therefore one must support the artillery with Europeans from the two Cochin companies, while some 40 men are present with the company The 11th of April 1782. Deliberation over all these papers who have had instruction in the artillery. But if these were to depart, our Europeans would be noticeably weakened, and this cannot be remedied otherwise than by an augmentation of our natives, to the number of 3500 heads in the first plan, and without this these substantial works of Cochin will absolutely be able to be defended only poorly or not at all. Furthermore, there would still be needed with the Artillery on account of the small number of officers: 1 effective captain 2 lieutenants 2 ordinary pyrotechnicians 4 extra ditto With this we hope to have properly fulfilled our commission, and have the honour to call ourselves with deepest respect. /:was written beneath:/ Honorable, Right Worshipful, Commanding Lord, Your Honorable, Right Worshipful's very humble and obedient servants /:was signed:/ F: von den Busch von Sauer; I: G: Fornbauer and I: Kraussien /:in the margin:/ Cochin the 4th of April 1782 And having now proceeded to a careful consideration of the aforementioned address, The 11th of April 1782. it was understood by all the Members that nothing ought to be left untried that may serve to preserve this fortress further, without dreading the costs that are required for it, for it is better to spend a part on reinforcement and preservation than to lose the whole through timidity regarding the costs, and that this argument must weigh all the heavier now that the preservation of Ceylon seems greatly to depend on the preservation of this place, since this island, having currently to miss the usual supply of grain from Coromandel and Bengal, can obtain some relief nowhere else in the west but only here, while it would be extremely difficult for the Company and at the same time accompanied by very much risk to bring the entire requirement from Java, in addition to which it must also still be taken into consideration that if Cochin might fall into the hands of the English, our and the French fleets would nowhere in the whole west of India be able to obtain any victuals or other necessities.
Dutch transcription
Den 11. April 1782. „dien bij eener action de kommandant gekwetst de luitenant in zijn plaats zoo gelijk het kom„ „mando vervatte kunne, verder nog een onder ad„ „judant, en bij ieder kompanie een Europeesche Dril„ De 4. kompanien kristenen in 5 kompani„ „en, en in een Battaljon te formeeren, en daar dee„ „ze 4. kompanien reets 511: gemeenen soldaaten sterk zijn, zoo was tot verderen afgang geene ver„ „meering van nooden. — Tot deeze ontwerp, de 4. Battaljons te formee„ „ren was tot de teegenswoordige officieren nog van nooden. 3: – kapitains tot Battailjons kommandanten 1. - v=o voor de komp:s van kapit: Frankena 1. „ „ „ „ „ „ Lever 1. – stafs do „ „ „ van den Heer Majoor 5. Luitenants 15. vaandrigs 4:– onder Adjudanten. 2:– officiers bij de Maleiers 3. –. kapitains 3. –. Luitenants (bij de Sipahis 6:–. vaandrigs 1. – kapitain kristanten 3. –. Arraatjes In „meester. — Den 11. April 1782. Jn diervoegen kunnen in allen voorvallen de dienst met behoorlijke officiers voorzien worden, en de waakzaamheid en volkomen„ „heid van ieder Battaljon, hangt van de vigelance haares kommandants af; Jndien wij ons geene reekening kunnen maaken, op de twee Ceilonsche kompanien, zoo blijft het Total van het garnisoen 1. Battaljon Europeeschen en Maleiers 2. v„o Sipahis en v. Kristenen 1. het getal bedragende buiten de Ceilon„ „se kompanien 2223:- koppen, deeze troepen volgens de nood„ „zaakelijkheid in beleegering gedeelt in 5. deelen bedragende ieder dag 444:- koppen, die bekwaam zijn op de wagt te trekken, in diervoegen moet men zien op de beweegingen die de vijand zal hebben te maaken, en als dan met onze me„ „nageerde reserven, de geattakeerde posten te versterken; officiers zoo wel Eu„ „ropeeschen als Jnlanders zijn hoogst nood„ „zaakelijk dan men kan ligt nagaan, hoe ook de Jnlandsche officiers braaf voor zig zelf zijn, zo is het egter niet wel mooge„ lijk Den 11: April 1782. „lijk dat zij eenen troep kunnen aanvoeren te„ „gens een Europeesen vijand. Bij de Artillerij is dezelfde repartitie be„ „noodigt, de welke sterk zijn 2. Luitenants 3. vuurwerkers 6. Bombardiers 22: kanoniers en 120:- handlangers dus kunnen alle dagen tot dienst gebruikt worden. 1. vuurwerker 1. – Bombardier 4. – kanoniers en 24:- Handlangers en kan men de reserve daar van voor 't La„ „boratorium altoos menageeren! Doch moet een kommandant der Ar„ . „tillerij kunnen volk vraagen bij het Hoofd der Milietsie, indien hij het zoude noodig hebben, vermits anders het getal der Arthilleristen te veel verzwakt wierd. Den het is te min om den dienst der Artillerij te oversien, dierhal„ „ven moet men de Arthillerij met Europeezen van de twee koetsiemse kompanien onder steu„ Delis „nen, terwijl zich eenige 40: - Man bij de kom„a „panie Den 11. April 1782. Deliberaatsie over alle deeze papieren „panie bevinden, die in de Artillerij hebben on„ „derrigt gehad. Dog zo deeze afgaan zouden, wier„ „den onze Europeeschen merkelijk verzwakt en dit is niet anders te helpen dan door een augmentatie onzer inlanders, tot het getal van 3500:- koppen primo plan, en zonder dit zullen volstrekt die aanzienlijke werken van koetsiems maar slegt of gaan niet kunnen verdeedigt worden. —. Verders zoude noch bij de Artillerij benoo„ „digt zijn weegens het geringe getal der officieren 1. Effektive kapitain: 2. Luitenants 2. ordinair vuurwerkers 4. Extra v Hier mede hoope wij onze kommissie na behooren voldaan te hebben, en hebben de eere ons met diepst respekt te noemen. - /:onderstond:/ weledele Achtb: Gebiedende Heer, uw wel„ „edele Achtb: zeer onderdanige en gehoorzaa„ „me Dienaaren /:was getek:/ F: von den Busch von Sauer; I: G: Fornbauer en I: Kraussien margine:/ Koetsiem den 4. April 1782 En als nu getreeden zijnde tot een aan„ „dachtige overweeging van het voorenstaande addres Den 11. April 1782. addres, zo werd bij alle de Leden begreepen, dat men niets behoord onbezocht te laaten, het geen strekken kan, om deeze vesting verder te be„ „houden, zonder de kosten te ontsien, die daar toe vereischt worden, want dat het beeter is, een gedeelte tot de versterking en het behoud te besteeden, dan het geheel door beschroomheid voor de kosten te verliesen en dat dit argument thans te zwaarder moet wegen, nu het behoud van Ceilon, van het behoud van deeze plaats grootelijks schijnt aftehangen, door dien dit Eiland een de gewoone toevoer van graanen van kormandel en Bengaale thans moetende missen, nergens anders om de west, als alleen hier, eenig ontzet kan bekoomen terwijl het voor de kompanie ten uitersten bezwaarlijk vallen en teffens met zeer veel risiko verzelt zoude gaan, de heele be„ „noodigheid van Java aan te brengen, waar en boven, ook noch diend in aanmerking te koomen dat als koetsiem in handen van d' Engelschen mogt vallen, onze en de franche vlooten ner„ „gens om de heele west van Jndien eenige lee„ „vensmiddelen, of andere behoeftens zouden 1 kunnen F
English
The 11th of April 1782. Resolution to fortify a covered way. could run out and thus be forced to return from time to time to Batavia or the Islands to provision themselves anew and furnish themselves with everything, and that in this matter it does not depend on the costs, but indeed on the question of whether the proposed means are necessary and expedient for the preservation of this fortress, it has therefore been approved and agreed by a unanimity of votes to consider each proposal separately in greater detail in order to resolve what is necessary upon it. Consequently, in the first place, on the proposals of Captains Brohier and Fornbauer concerning the retrenchment of the places of arms in the covered way, it was taken into consideration That this in itself is already a very great reinforcement, whereby the enemy is made unable to capture the counterscarp by storm or by force, but is forced to proceed to a formal siege, and that this will be of great utility especially for this fortress, because the re-entering places of arms on the same must perform the work of ravelins, which are not The 11th of April 1782. not found here; That this utility becomes even greater, because one needs fewer people by this means to man a covered way, Yet that, in order to draw this last utility from it, not only the re-entering angles or the places of arms before the curtains ought to be retrenched, but also the salient angles or the places of arms before the bastions should be fitted with bonnets and mounted with cannons, as was proposed by the just-mentioned Captain Fornbauer. For by this means the glacis for the line or curtain lying between both places of arms is defended on both sides by the cannon from the faces, and swept in such a way that no enemy will easily dare to undertake to break in there, and if he should have broken in, he would then still remain exposed to a terrible fire, not only from the capital fortress, but also from the two cannons which stand on both sides of the places of arms within the covered way and sweep the same from within, so that one only needs to man the fortified places of arms without needing people in the remaining part of The 11th of April 1782. Resolution to demolish the cavalier on Bastion Holland and to construct a flèche beside it. To improve the parapets of the bulwarks. of the covered way. And it has accordingly been approved and resolved by a unanimity of votes, in accordance with the advice of the Honorable Extraordinary Councillor van de Graaff, to have the plan of Captain Fornbauer regarding the fortifying of the places of arms in the covered way executed. In the second report of the said Captain Fornbauer regarding the bulwark Holland, it being pointed out that the new work constructed upon it in the year 1778 under the name of demi-lune or fer à cheval is detrimental to the defense and ought therefore to be demolished, and instead of it a flèche ought to be constructed beside this bulwark toward the seashore: it has, after deliberation, been judged absolutely necessary, and consequently resolved by a unanimity of votes, to have that work—which was made with the best intention in the world, yet is now found not to satisfy it—razed, and to restore the bulwark to its former state, as well as to have the proposed flèche constructed beside it. Because the parapets on the main rampart are The 11th of April 1782. To have wooden cannon platforms made instead of the stone ones. To have the trees on the island of Baipien cut down and the houses and church appraised. generally judged too weak, and are also constructed in a defective manner, particularly with regard to the embrasures, whose soles do not have sufficient slope, and whose cheeks or sides are cut perpendicularly and revetted with a thin wall of kapok stones, it has, after mature deliberation, been approved and agreed to have the same improved on the bulwarks and to begin with the Bastion Holland. Also, in accordance with the advice of the Honorable Mr. van de Graaff, it has been approved and agreed to have the stone cannon platforms demolished and others of wood put in their place. With respect to the island of Baipin, it having been judged by the Honorable Mr. van de Graaff that the houses and Roman Catholic church on the inside opposite this fortress are detrimental to it, since the river between them was found upon measurement not to be ninety rods wide in many places, and this city and fortress could thus easily be fired upon and bombarded from there, and that the same ought therefore to be demolished so that the
Dutch transcription
Den 11. April 1782. Besluit tot 't Fortificeeren van een bedekten weg kunnen op doen en dus genoodzaakt weezen, van tijd tot tijd naar Batavia of de Eiland en terug te keeren, om zich op 't nieuw te proviandeeren en van alles te voorzien en dat het dus in deezen niet aankomt op de kosten, maar wel op de vraage, of de voorgeslaage middelen noodig en dienstig zijn, tot behoud van deeze vesting, en is overzulx met een„ „paarigheid van stemmen goedgevonden en ver„ „staan ieder voorstel in 't bezonder nader te over„ „weegen, ten einde daar op het noodige te besluiten Dien volgende is in de eerste plaats op de voor„ stellen van de kapitains Brohier en Fornbauer nopens het retrancheeren van de wapen plaatsen in den bedekten weg in aanmerking genoomen Dat dit op zich zelve reets een zeer groote verster„ „king is, waar door de vijand gesteld word bui„ „ten het vermogen, om de konterscharpe stor„ „menderhand, of de vive force te bemachtigen, maar genoodzaakt, om tot een formeele beleegering overtegaan, en dat dit inzonderheid voor deeze vesting van groote nuttigheid zal zijn, wijl de inspringende wapenplaatsen aan dezelve het werk verrichten moeten van ravelijns die hier niet Den 11. April 1782. niet gevonden worden; Dat deeze nuttigheid noch nochter word, wijl men daar door midder volk tot het bezetten van een bedekten weg noodig heeft, Doch dat om deeze laatste nuttigheid daar van te trekken, niet alleen de inspringende hoeken, of de wapen plaatsen voor de gordijnen dienen geretran„ „cheerd maar ook de uitspringende hoeken, of de wa„ „penplaatsen voor de bastions gebonnetteerd en met kanons bezet te worden, zoo als dat van eeven ge„ „melden kapitain Fornbauer is voorgesteld. want hier door word het glaeis voor de tusschen beide wapenplaatsen inleggende linie of Courtine van weerskanten door het kanon uit de faces gedefen„ „deerd, en zodanig bestreeken, dat geen vijand ligt zal durven onderneemen om daar in te breeken, en zoo hij al mogt in gebrooken zijn, zoo zoude hij dan noch g'exponeerd blijven aan een geweldig vuur, niet alleen van de kapitaale vesting, maar ook uit de twee kanons, die van weetskanten van de wapenplaatsen binnen den bedekten weg staan, en denzelven van binnen bestrijken, zoo dat men alleen de gefortificeerde wapen plaatzen be„ „hoefd te bezetten, zonder in het verder, gedeelte aan „ van be Den 11. April 1782. besluit om de kavalier op 't Bas„ aan te leggen De bostweeringen van de bolwer„ „ken te verbeeteren van den bedekten weg volk noodig te hebben. Een is diervolgende met eenpaarigheid van stemmen, kon„ „form het advis van den Edelen Heer Raad Extra ordinair van de Graaff goedgevonden en beslooten het ontwerp van den kapitain Fornbauer nopens het fortificeeren van de wapenplaatzen in den be„ „dekten weg te laaten exekuteeren. Bij het tweede Berecht van gemelde kapitain „tion Holland of te breeken Fornbauer nopens het bolwerk Holland aangewee„ „zen zijnde, dat het daar op in 't Jaar 1778 aangelegte nieuwe werk onder de naam van demi Lunie of fer à cheval nadeelig is aan de defensie en dus diend „en een fleche bezijden hetzelve afgebrooken, mitsgaders in steede van dien een fleche bezijden dit bolwerk naar zeestrand tot aan „gelegt te worden: zoo is na deliberaatsie volstrekt noodig geoordeeld, en dienvolgende met een parig„ „heid van stemmen beslooten, dat werk, het wolk. met het beste oogmerk des werelds gemaakt is, doch thans bevonden word daar aan niet te voldaan, te laa„ „ten raseeren en het bolwerk in zijnen voorigen staat herstellen, mitsgaders bezijden, het zelve de gepropo„ „neerde fleche te laaten aanleggen. Wijl de Borstweeringen op de kapitaale wal door„ Den 11: April 1782. insteede van de steene kanon bed„ „dings houte te laaten maaken de boomen op 't eiland Baipien te laaten om ver kappen en de „oen doorgaans te zwak geoordeeld worden, en ook op eene ge„ „brekkige wijze gekonstrueerd zijn inzonderheid met opzicht van de Embrasures, welker zoolen geen ge„ „noegzaame dosseering hebben, en welker bakken of zijden perpendikulair afgesneeden en met een dun muurtje van kapoksteenen bekleedt zijn zoo is na rijpe deliberaatsie goedgevonden en verstaan dezelven op de bolwerken te laaten verbeeteren en met het Bastion Holland te beginnen. Ook is konform het advis van den Edelen Heer van de Graaf goedgevonden en verstaan de steene kanon beddings te laaten afbreeken en anderen van hout in de plaats te leggen. Met opzicht van het Eiland Baipin bij den Ede„ huizen en kerk te laaten texee „ len Heer van de Graaff g'oordeeld zijnde, dat de Huizen en Roomsche kerk aan den binnen„ „kant tegen deze vesting overstaande daar aan na„ „deelig zijn, alzoo de rivier tusschen beiden bij mee„ „ting bevonden is, op veele plaatzen geene negentig roeden breed te weezen, en deeze stad en vesting dus van daar gemaklijk zoude kunnen beschooten g gebombardeerd worden en dat dezelven der„ „halven dienen afgebrooken te worden op dat de