Inventory 10315
Malabar · 136 pages · 21 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Transmitted: 1784. 12 Malabar Letters 2 13 May 1783. 364 Batavia To His Right Honorable. The Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Mr. Willem Arnold Alting! On behalf of the state of the free united Netherlands and the General Chartered East India Company, Governor General, and The Right Honorable, Severe Lords Councillors Of Netherlands India Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Right Honorable, Severe Lords. Letters and Papers Dispatch of the Annual Description, of which a copy has already been sent to the Netherlands. § 1. Our Annual Description, which is transmitted herewith, was already concluded on the 31st of March last, because an opportunity then presented itself with the private Portuguese ship Dom Alexander to send the copy thereof via Lisbon, addressed to Mr. Daniel Gildemeester, Consul General of our Republic there, to the Lords Directors, and also because we then momentarily expected the private ship of Mr. Ribeiro, Esperança, with which the same was to be dispatched. Due to the lack of a direct opportunity, duplicates were to be sent to Ceylon, but now it goes directly. § 2. But since this ship did not appear and the sailing season on this coast was drawing to a close, we resolved on the 28th of April last to send the duplicates thereof and the annexes belonging thereto to Ceylon with a private Danish vessel, in the hope that opportunities to Batavia would be available there; however, on the 11th of this month, the aforementioned ship arrived here together with a second, named Flor de Goa, also belonging to the said Ribeiro and destined for the Capital. We therefore send the aforementioned description duplicated with them, and we at the same time let this serve to respectfully report on several matters, the beginning of which is indeed noted in the description, but which have only since then reached their full conclusion, as well as on other matters that have occurred since and have been treated in our meeting. Receipt of Your Right Honors' duplicate letter of 17 June 1782. § 3. On the 13th of April last, we received from Colombo the duplicates brought there for us by the ship Botland of Your Right Honors' honored letter of 17 June 1782, and the further papers mentioned in the register. And from the secret committee in the Netherlands. § 4. There was also delivered alongside it a letter from the secret committee in the Netherlands, dated The Hague, 4 June 1781, with the extract missives to Your Right Honors of 19 February and 4 June of that year mentioned therein, the counterparts of which have already been delivered here previously by other routes. Ships and Vessels The purchase of Nehalenia was necessary, § 5. The snow Nehalenia, which was purchased in the year 1778 for ten thousand rupees, without guns and armaments, was at that time a very useful vessel for us, serving, alongside a ship, to cruise before the river of Ayacotta against the vessels of the Nawab, Hyder Ali Khan, with whom the Company was then at war, whereby a second ship was saved. But since the war with England, we have not been able to make any use of it at all, and when peace comes, one can also manage without it and with the small craft De Verwachting alone, so that the said snow, because of the unavoidable maintenance, repairs, and provisions, has now become an unnecessary burden. but since then it can be spared, and is therefore sold for twenty thousand rupees. § 6. We therefore hope that Your Right Honors will approve that we have sold this snow, with eight iron cannons of 3-pound shot and the ammunition belonging thereto, and some armaments, amounting together to one thousand six hundred thirty-eight and six forty-eighths rupees purchase value, for the round sum of twenty thousand rupees to the Danish free merchant Fredrik Bloom, who had arrived here from Bengal with his own vessel. In this sale, it was stipulated that the Company shall have the vessel caulked above the waterline, which is a trifle, and that the buyer shall not have to deal with any further charges, 366 Citation of the resolutions taken in this regard. as may be seen more fully in the resolutions of 15 April last and 3 of this month, transmitted among the annexes, with which are also inserted the lists of the ammunition and armaments delivered with the snow, and a list of goods that were included in its inventory but were removed by us and taken into the respective administrations. Finding of the goods brought here from Batavia via Ceylon. § 7. In the aforementioned Description, it is noted under § 14 that the finding regarding the merchandise and goods which we had received from Batavia via Ceylon was still to be drawn up. We now have the honor to report, under the main heading of Delivered Cargoes, § 8. That the same, so far as we have received invoices for it, was submitted at the session of 28 April last, whereby it appears that on those goods no shortages have occurred that exceed the permitted write-off, as shown by the transmitted resolution in which the Finding is incorporated. § 9. With this
Dutch transcription
Overgel: 1784. 12 Mallabaarse Brieven 2 13 Maij 1783. 364 Batavia Aan zijn Hoogedelheid. Den Hoogedelen Groot achtbaaren Wijdgebiedenden Heer, M„r Willem Arnold Alting! Wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en de Generaale geoktroieerde Oostindische Kompanie. Goeverneur Generaal. en De Weledele, Gestrenge Heeren Raaden, Van Nederlands Jndien Hoogedele Grootachtbaare Wijdgebiedende Heer. Weldele Gestrenge Heeren. Drieven en Papieren §. 1. Onze Jaarlijxe Beschrijving die nevens deezen zending van de Jaarlijx overgaat is reets den 31: Maart Jongstleeden afge„ . beschrijving „slooten wijl zich toen eene geleegenheid met het te Partikuliere G 58 en waar van kopij nader Nederland reeds is ver„ „zonden. door gebrek aan eene direkte geleegenheid naar Ceilon gezonden zijn doch nu gaat het direkt partikuliere Portugeesche schip Doin Alexan„ „der op deed om de Kopij daar van over Lissabor onder addresse van den Heer Daniel Gilde„ meester konsul Generaal van onze Republik aldaar aan Heeren Bewindhebberen te zenden en ook wijl wij toen het partikuliere schip van den Heer Ribeiro Esperanca alle oogenblik verwachteden, waar meede dezelve zoude verzonden worden. § 2: Doch dewijl dit schip niet opdaagde en de land vaarbaare tijd op deeze kuste ten einde liep, zoo beslooten wij den 28: April Jongstl: met zoude het duplikaat een partikuliere Deensch vaartuig, de Dupli„ kaaten van dezelve en de daar toe gehooren„ „de bijlaagen naar Ceilon te zenden, in hoope dat daar geleegenheid naar Batavia zouden weezen, doch den 11: deezer is het voornoemde schip nevens noch een tweede flor de Goa genaamd hier aangekoomen, meede aan gem: Ribeiro toebehoorende en naar de Hoofdplaats, gedestineerd, wij zen„ „den dus daar meede voorm: beschrijving dubbeld af en wij laaten deezen teffens die„ „nen om in eerbied verslag te doen van deeze en geene posten, waar van het begin bij de beschrijving wel bedeeld is, doch die zeder eerst haar volle beslag erlangd hebben, de den als N n — 365 Hoogedelheedens dupli„ den 17: Juni 1782. landschen brief van den inkoop van Nchaleunia is ge„ als mede van andere zaaken, die zeder voorge„hir „vallen en in onze vergadering verhandeld zijn. § 3. Den 13: April Jongstl: hebben wij van kolom„ ontfangst van hunne bo ontvangen de aldaar met het schip Bot„ haat brieven van „ land voor ons aangebragte Duplikaaten 8 van uwer Hoogedelheeden geerde Mis„ „sive van den 17: Junij 1782. en de verdere papieren bij het Register vermeld. § 4: Ook is daarnevens aangebragt een brief en van eenen vader van het geheim kommitté in Nederland de geheime kommitte gedagteekend 's Hage den 4: Junij 1781: met de daar bij vermelde extrakt Missives aan pe uwe Hoog edelheeden van den 19: febr: en 4: Junij van dat Jaar, waar van de wedergaden hier reets voor heen langs an„ „dere wegen besteld zijn. scheepen en Vaartuigen § 5: De snauw Nehalenia die het Jaar 1778. voor tien duizend ropijen, zonder ge„ noodzaakt geweest, schut en wapengoederen ingekocht is, was toen voor ons een zeer nuttig vaartuig als dienende, om neevens een schip voor e de rivier van Aikotta te kruissen op de vaartuigen van den Nabab, Haider Alichair, met wien de komp: diertijds Oorlog k de met doch zeder is ze „temissen voor twintig duizend ropijen Oorlog voerde waar door een tweede schip werd uitgewonnen, dog zeder den Oorlog met Engeland hebben wij er in het geheel geen gebruik van kunnen maaken, en als het vreede word, kan men er zich ook buiten en met het smalschip de verwach„ „ting alleen wel behelpen, zoo dat gemelde snauw, wegens het onvermijdelijk onder„ „houd: en de reparaatsien en verstrekkin„ „gen thans eene onnoodige lastpost gewor„ „den is. § 6: Wij verhoopen derhalven dat uwe Hoog be „edelheeden goedkeuren zullen dat wij deeze snauw met agt ijzere kanons van 3: lb: bals en de daar toe gehoorende ammunietsie en eenige wapen goederen, tezamen een duizend ses honderd agt en dertig en ses agsten veertigste ropij inkoops bedraagen, „de, voor de ronde som van twintig duizend en daarom verzocht ropijen verkogt hebben aan den Deenschen vrijkoopman Fredrik Bloom, die met zijn eigen vaartuig van Bengale hier gekomen was, bij welke verkoop geste„ „puleerd is, dat de komp: het vaartuig bo„ „ven water zal laaten kalfaaten, het welk een kleenigheid is, en dat de kooper met geen verdere ongelden zal. te doen hebben 366 aanhaling der besluiten derweegens genomen. bevinding van de Batavia over Ceilon hier zijn aangebragt hebben zoo als breeder te zien is bij de resoluut„ 1e „sien van den 15: April Joleeden en 3 deezer onder de bijlagen overgaande waar bij teffens geinseseerd zijn, de lijsten van de ammuniet„ „sie en wapengoederen, die bij de snauw 58 geleverd vorden, en eene lijst van Goederen die bij den inventaris van de dezelve liepen doch door ons daar van gelicht en bij de respektive Admimisstraatsies in genomen zijn. Bij voorm: Beschrijvingen staat §14. geno„ „teerd dat van de Koopmanschappen en goe„ pe goederen die van dezen, die wij van Batavia over Ceilon ontvangen hadden, de bevinding noch eerst most opgemaakt worden thans hebben wij de eere, onder het hoofddeel van uitgeleeverde Laadinge temelden § 8: Dat dezelve voor zoo verre wij daar van 1746 faktuuren ontvangen hebben ter sessie van den 28: April J:ol: is ingekomen waar bij blijkt dat op die goederen geene minder„ „heeden gevaalen zijn, die de gepermitteerde 7a afschrijving excedeeren, uijtwijzens de over„ guro : „gaande resoluutsie waar bij de Bevin„ „ding is ingelijft, §7: 9: Met g deeze sie
English
Specification of the goods that have been received here without invoice, and of those sent here with another vessel but lost with that vessel. Section 9. With the private vessel Aurora, the following goods have also been brought, of which we have no invoices yet and thus cannot draw up the findings: 5 pieces iron hawsers 45 lb soot 1 piece lead line 1 pump leather hide 4 barrels pitch 2 pieces leech hawsers and 20 tar brushes Section 10. With the private ghurab Aquia Volante, the following goods were also sent hither from Colombo, nor from any vessel sent hither: 1 piece plow with iron 1 hand press 2 smoothing benches 4 coopers adzes 2 coopers drawknives 2 hand saws 2 frame saws 2 arm files 12 pieces turning gouges 4 smoothing bench chisels 3 pump scoops 2 plow planes from 3/4 to 1 1/2 inches 5 pieces do. 12 pieces drum hoops 534 bayonet scabbards 5 quires blue waste paper 10 pieces A: B: booklets 10 A: B: boards 4 communion booklets 2 New Testaments 7 1/8 lb black lead and red earth 1 piece cipher slate 2 oil stones 10 lb gall nuts 8 copperas 10 gum arabic Section 11. But as that ghurab stranded near Little Arrika these days, and the King of Travancore exercises the right of salvage over the same and its cargo because it is a Portuguese vessel, we shall hardly obtain anything of it, besides that it is more than apparent that everything will be spoiled by the sea water. Finally, on the 11th of this month, the private Portuguese snow Wayang also arrived here, which goods are now just being unloaded: 100000 lb Japanese copper 49999 Tin and 49968 Lead Purchase of Goods Purchase made of nails. Section 13. Of the nails allocated to us we have received nothing, but the lack thereof has been somewhat remedied by the purchase of 3150 lb double and 2550 lb single Swedish nails, which the aforementioned Danish merchant Fredrik Bloom handed over to us for what he himself paid for it in Tranquebar, being 1662 rupees, so that the pound costs the Company not even 9 1/2 stuivers. Great lack of writing paper and lead. However, we do not know how to obtain writing paper, for of large format not a single sheet is to be found here anymore, and the Portuguese small format is almost completely unusable, and as for sheet lead we are in the utmost embarrassment, wherefore we respectfully request Your Right Honourables to be pleased to provide us therewith at the first opportunity. Products Indication of what has been sent to Ceylon and the French fleet. 15. Under this main section we have in our description Sections 60 and following stated the goods that were collected here via Ceylon and Batavia as well as for the French fleet; we now let follow here a statement of what has been dispatched thereof, namely: For Ceylon: 231 lasts of rice, of which: 32 1/2 lasts with the private Portuguese snow Nossa Senhora de Piedade 36 with the private Portuguese vessel Aquia Volante 37 1/2 with the private Portuguese vessel Aurora 125 with the private Danish ghurab Prinses Sophia Frederika 10200 pieces gunnies, namely: 1000 pieces with the Portuguese ship Dom Alexander 9200 with the Prinses Sophia Frederika 165 1/2 corges cowhides with the last mentioned ghurab For the French fleet: 249083 lb biscuit, namely: 99097 lb with the private Portuguese ship St. Pedro de Alcantara 21068 with the private Portuguese snow St. Anna et Almas 128918 with the private Portuguese vessel Nossa Senhora de Carmo 30210 lb karwaat, namely: 1000 lb with St. Pedro de Alcantara 200 with the private Portuguese snow Conceicao 600 with St. Anna et Almas 28410 with Nossa Senhora de Carmo 1258 lb domestic butter, namely: 645 lb with St. Pedro de Alcantara 277 with the Conceicao 336 with St. Anna et Almas 13640 lb domestic salted meat with the snow St. Anna et Almas 58 3/4 lasts of rice, namely: 10 lasts with St. Pedro de Alcantara 17 1/2 with Nossa Senhora de Conceicao 31 1/4 with do. St. Anna et Almas Spoiled cowhides. Section 16. Under this main section Section 61 we also gave notice of the report concerning the decay of ten thousand old cowhides and of our decision to sell the same for what they would fetch; this has since taken effect, of which the notice is inserted in our resolution of the 28th of April. Domains And of the two gardens leased. Also on the very same day the report was received of the leasing of two gardens at Article 86 of the aforementioned description, which are leased anew for twenty-seven rupees a year. Financial Matters Dispatch of one lakh rupees to Ceylon. Section 18. Under the main section of Financial Matters we note that we have dispatched the lakh rupees, which according to Section 101 of the description was taken up for Ceylon, thither, namely 25000 rupees by bill of exchange and 75000 rupees in cash with the private Portuguese ship St. Pedro de Alcantara. The 228 3/4 rupees have been remitted to the Banians Bandas and Enarandas at Muscat. Section 19. And that also the 228 3/4 rupees have been remitted to the Banians Bandas and Enarandas at Muscat, together with a letter from the first-signed, of which a copy accompanies this. Three pieces of assignments are sent over, totaling rupees 712 17/18. Section 20. We let this be accompanied by a list and duplicates of three pieces of assignments as counted here into the Company's treasury by the Bookkeeper and first sworn clerk of Police Adriaan Poolvliet, in order to be paid out again to Mr. Willboort Peusens, Commander and Assistant Master of Equipage there, or his authorized representatives or heirs.
Dutch transcription
„ten specifikaatsie der goederen die zonder faktuur hier zijn ontfangen ander vaartuig her„ doch met het vaar„ geraakt zijn §9. Met het Partikuliere vaartuig Aurora zijn noch de volgende goederen aangebrag waar van wij noch geene faktuuren hebben en dus de bevinding niet opma „ken kunnen 5: p„s ijzere trossen 45. lb: Roeth 1: p=s loodlijn 1: huid pompleer 4: vaaten pik 2: p:s lijk trossen en 20: „ theer quasten § 10: Met de partikuliere Goerab Aguia Volan en van die met een zijn ook van kolombo dit heen gezonden „waards gezonden de volgende goederen „tuig verlooren 1: p„s ploeg met ijzer. 1: „ hand pers 2: „ strijk banken 4: „ kuipers dissels 2: „ kuipers haalmessen 2: „ hand zaagen 2: „ Span zaagen 2: „ armvijlen draaij gutsen 4: „ Strijk bank bijtels 3: „ Pomp schulpen 2: „ ploeg schaaven van ¾. tot 1½ d=m 5: „ ps 12. p=s do0 2 „ 367 hier 512. noch van eenig dit heen gezonden zijn 12: p„s tromhoepen 534: „ bajonet scheeden 5: boeken blauw klad papier 10: p„s A: 13: boekjes 10: „ A: B: bortjes 4: „ nachtmaal boekjes 2: „ nieuwe Testamenten 71/8 lb pootlood en rood aarde 1. p„s Ceiffer lij 2: olij steentjes 10: lb: galnooten 8: koper rood 10: gum arabicum §11: —: Doch wijl die goerab deezer dagen bij J kleen Arrika gestrand is, en de Koning van pevancoor over het zelve en dies laading het strandrecht oefend, door dien het een n Portugeesch vaartuig is, zoo zullen wij daar van bezwaarlijk iets bekomen behal„a „ven doet het meer dan apperent is, dat alles gerap door het zee water bedorgen zal zijn. — Eindelijk is op den 11: deezer hier ook goederen die nader reets aangelandt de partikuliere portu„ geesche snauw Wajang met 100'000 lb: Japans koper 49999. „ Tin en 49968. „ lood 68 welke Volan gedaane inkoop van Spijkers 14: groot gebrek aan schrijf papier en pollood. Inkoop van Goederen § 13: van de ons toegedeelde spijkers hebben wij niets ontvangen doch het Gebrek da van is eenigzints geremedieerd door den inkoop van 3150: lb: dubbelde en 2550. lb: enkelde zweedsche Spijkers, die n voorwaarts genoemde Deensch Koopman Fredrik Bloom aan ons heeft overg laaten voor 't geen hij er te franquen „baar zelfs voor betaald heeft zijnde 1662 rop zoo dat het pond nog geen 9' stuijvers te stad komt. gez Doch aan schrijfpapier weeten wij niet te komen want groot formaat is hier geen enkend vel meer te vinden en het portu„ „geesch kleen forfmaat is haast geheel onbrui „baar en om platlood zijn wij in de uit„ „torste verleegengend, weshalven wij uw Hoog „ edelheeden eerbiedig verzoeken ons daar van met de eerste geleegenheid tewillen voorzien Produkten 15: Onder dit hoofddeel hebben wij onze beschr: welke goederen nu eerst gelost worden. 760. 400 „ten geen naar Ceilon en gezonden heeft. §n 60. en volgenden opgegeven de goederen die hier over Ceilon en Batavia mitsgaders voor aanwijzing van het de fransche vloot ingezamelt zijn, thans de fransche vloot laaten wij hier een opgave volgen van 368 het geen daar van verzonden is teweeten voor Ceilon 231: lasten Rijs daar van 32½ last met de partikuliere Portugeesch snauw Nossa Senhora de Pidade 36: met de partikuliere Portugeese Paal. Aquia volante. 37½. met de partikuliere Portugeesche paal Aurora. 125: met de partikuliere Deensch Goerab Prinses Sophia Frederika. 10200 p„s goenis als 1000: p„s met het Portugeesch schip Dom Alexander. 9200. „ met de prinses sophia Frederika 165½ korsies koehuiden met laast gem: Goeral voor de Fransche vloot 249083: lb: Bisschuit als 99097: lb: met het partikuliere Portugeesche schip S:t Pedro de Alcantara 21068: „ met de partikuliere Portugeesch snauw S„t Anna et Almas 3 128918: „ met de partikuliere Portugeesch paal 50„ 5 1 4 „ bedoovene koehuiden 517: en van de verpachte twee thuinen Caal N„o S„ra de Carmo. 30210: lb: karwaat als 1000: lb: met S:r Pedro d' Alcantara. 200: „ „ de partikuliere Portugiesche Snan Conceicao. 600: „ „ S„t Anna et Almas. 28410: „ „ N„o fra de Carmo. ra. 1258: lb: inlandsche Boter als 645: lb: met S:t Pedro d' Alcantara. 277: „ met de Conceicad. 336: „ „ S:t Anna et Almas. 13640: lb: inlandsche gezouten vleesch met de snauw St. Anna et Almas 58¾. lasten rijs als 10: lasten met S:t Pedro de Alkantara _o asra de Concersao 17½ „ N=o d=o St: Anna et. Almas 31¼. „ „ § 16: Onder dit hoofddeel §61: gaven wij ook kan verslag nopens de „nis van het verderf aan tienduizend over„ jaarige koehuiden en van ons besluit om dezelven voor het geldende te verkoopen, 369 dit heeft zeeder beslag erlangt, waar van het bericht bij onze resoluutsie van den 28: April g'insereerd is Domainen ook is ter eeven gem: dage het bericht inge„ „komen van de verpachting van twee tuinen bij la 1 te Ceilon van een lak ropijen zijn aan de Benjans te Maskette overgemakt drie stuk assignaties gaan over een groot rop=s 712 17/18. 38 bij Art: 86: van de beschrijving voormeldt die op 't nieuw voor zeeven en twintig ropij„ „en 's Jaars verpacht zijn. § 18: Onder het hoofddeel van Geld Zaaken noteeren wij, dat wij het lak ropijen het welk volgens § 101: van de beschrijving verzending naar voor Ceilon opgenomen is; naar derwaards verzonden hebben, teweeten 25000 ropijen op een wissel en 75000 ropijen in kontan„ „ten met het partikuliere Portugeesh schip S„t pedro de Alcantara § 19: en dat ook. de 228¾. ropijen aan de Benjaans de 228¾. ropijen Bandas en Enarandas te Maskette over„ Bandes en Enarandas gemaakt zijn nevens een brief van den eerstgeteekenden waar van een kopij hier nevens gaat. §20: wij laaten deezen verzellen een lijst ende duplikaaten van drie stux Assignaties als door den Boekhouder en eerst geswooren klerk van Polietsie Adriaan Poolvliet alhier in 'skomp„s kassa geteld om aan den Heer Willboort Peusens Kommandeur en onder Equipasie meester aldaar dan wel desselfs gemachtigden of erven weder uitgekeerd a a 27 n
English
from the Ceylon to be paid out in milled ducatoons 49 256 1/80, or ƒ 846: 16: Netherlands. an amount of rop=s 1985: 1/18 counted into the Company's treasury by the above-mentioned Bookkeeper and First Sworn Clerk of Police as well as Secretary of Justice Adriaan Poolvliet, as sequestrator here, to be paid out again to Mr. Jan Daniel Beynon, Merchant and Secretary of the Noble Honorable Council of Justice at Batavia, or else to his authorized agents or heirs, in milled ducatoons 714. 1/18, or ƒ 2358. 9. 8. Netherlands; an amount of rop=s 5200: counted into the Company's treasury by the Merchant and Fiscal Mr. Nikolaas Wendelen Beits and the Jewish merchant Joseph Rhabbij, to be paid out again to Mr. Samuel Konstantin Saffin, Merchant at Batavia, or else to his authorized agents or heirs, in milled ducatoons 1875: or ƒ 6187:10. — Netherlands, whose satisfaction we humbly request. § 21: The Ceylon Government has, by secret urgent request missive of March 17th last, requested with great insistence of the ministers for money to be assisted with money as soon as possible, and if necessary to use for this purpose the money that was intended for the collection of pepper, adding that it understood very well how detrimental this expedient was, but that it knew no other way to help itself. therefore 92081½ rupees accepted here to be paid on Malacca. 50,000 rop=s of it sent to Ceylon. § 22. We have therefore resolved in the session of the 12th of this month to accept into the Company's treasury 64000 rupees from the Portuguese Captain and Supercargo Joachim Carneiro Machado, and 28081. ¾ rupees from the free merchant Raimondo Nikola Vieira, and to grant for this bills of exchange on the government of Malacca, without the usual exchange loss of three percent, of which fifty thousand rupees are being sent to Galle with the ships of Riburo. Domestic Matters The account of the Curator ad lites has been audited and found correct. § 23. Inserted into our accompanying resolution of April 28th last is the report of the commissioners who examined and found correct the estate account of the Curator ad lites concerning the estate of the late Captain Lieutenant Justinus Andreas Nachtrab. § 24: And furthermore also the report of the examination of the Orphan Chamber's treasury conducted as of the last day of February last, whereby the instruction of Your High Excellencies in the respected Missive of July 23, 1736, has been fulfilled. Dispatch of a lawsuit in appeal to the Honorable Council of Justice of the Castle Batavia between the Captain Lieutenant and Commandant of the Artillery Jakob Kraus and the Orphan Masters of this city, concerning which the undersigned Commander considered himself obliged to admonish and order the Council of Justice of this city by a missive to stay the further proceedings that were initiated de novo by the Orphan Masters after the Appellant had already been admitted in appeal, and therewith to refer the Orphan Masters to the Honorable Council of Justice of the Castle Batavia, which by the appeal had become the only competent Judge in this matter; to which the aforementioned Council of Justice here has complied, as is further evident from the accompanying Extract from the Civil Roll of January 3, 1783, attached hereto in copy, into which the writing of the Commander is inserted. — The request of the aforementioned Captain Lieutenant to go to Batavia for the continuation of his case has, however, been rejected by the first-signed. Indigenous Affairs The account with the King of Travancore is settled. § 27: The account of the King of Travancore has since been settled with his pepper deliveries and stands inserted into the resolution of April 28th last; the balance amounting to Rop=s 16292: 35: has been paid to him. Servants Arrival on shore and departure from here of the former Director Bosman. § 28: The former Director of Surat, Martinus Johan Bosman, who was aboard the previously mentioned Surat vessel Flor de Goa, wrote from on board to the first-signed that he had sent a petition to Your High Excellencies last year containing a request to be allowed to come under our flag again, and that, having received no answer to it, which he attributed to the War, he had resolved to go to Batavia on that ship, requesting permission to come ashore here and to be allowed to return on board unhindered, which we granted him as a harmless request. He thereupon came ashore and also departed again for the ship on this day. The soldier Bonnet requested to be relieved of a three-month assignment. § 29: The soldier Jan Bonnet of Leiden, who arrived here in this country in 1777 with the ship Breedershoff for the Chamber of Hoorn, complains that his pay account is debited with an annual assignment of three months, without ever having made a monthly allotment or having enjoyed anything for it, and therefore requests to be favorably relieved of it, which request we hereby respectfully present. Chief Mate Hoogstroom has departed for Ceylon. § 30: The Chief Mate Jan Hoogstroom, who was mentioned in the Description § 210, has since departed with a private Portuguese ship for Ceylon in order to reach the capital from there. Wherewith we do ourselves the high honor to remain with the utmost respect, (below stood) High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord and Well-Born, Stern Lords, Your High Excellencies' humble and faithful servants, (was signed) J: G: V: Angelbeek, R: V: Harn, J: V: den Busch, J: L: V: Spall, C: G: Seijffer, A: J: S: Vernede, W:
Dutch transcription
van de Ceilonse uitgekeerd te worden met gehartelde dukatons 49 256 1/80. of ƒ 846: 16: Nederlands. een groot rop=s 1985: 1/18. door den boven gem: Boekhouder en eersten gezwooren klerk van polietsie mitsgaders Sekretaris van Justietsie Adriaan Poolvliet als sequester alhier in 'skomp=s kassa geteld om aan den Heer Jan Daniel Beijnon Koopman en Sekretaris van den Edelen Achtb: Raad van Justietsie te Batavia dan wel desselfs gemachtigden of erven weder uitgekeerd te worden met gehartel„ 55 de dukatons 714. 1/18. of ƒ 2358. 9. 8. Nederlands een groot rop=s 5200: door den koopman en Fiskaal M„r Nikolaas en maa Wendelen Beits en den Joodskoopman Joseph Rhabbij in 'skomp=s kassa geteld om aan den Heer Samuel Konstantin Saf„ „fin koopman te Batavia dan wel des„ „zelfs gemachtigden of erven weder uitge„ „keerd teworden met gehartelde dukatons 1875: of ƒ 6187:10. — Nederlands welker voldoening wij nedriglijk verzoeken. § 21: De Ceilonsche Regeering heid bij sekreete dringend verzoek Missive van den 17: Maart Jongstleeden Ministers om geld met grooten aandrang verzocht haar ten spoedigsten met geld te assisteeren en des noods daar toe het geld te gebruiken het welk tot den peper inzaam bestemd was 370. de de daarom hier 92081½. ropijen geaksepteerd om op Malakka te voldoen. naar Ceilon gezonden de reek: van de Kurator is opgenomen was, onder bijvoeging dat zij zeer wel begreep hoe schadelijk dit middel was, doch datze zich op geen andere wijze wist te helpen. § 22. wij hebben derhalven ter sessie van den 12: deezer beslooten van den Portugeeschen Kapitain en karga Joachim Carneiro Machado 64000 en van den vrij koop„ „man Raimondo Nikola vieira 28081. ¾. ropijen in 'skomp=s kassa te akcepteeren en daar voor wissels op het goevernement van Malakka te verleenen, zonder het gewoone wisselverlies van drie laas en daar van 50'000 rop=s percent, waar van vijftig duizend ropijen met de scheepen van Riburo naar Gale gezonden worden. Huislijke Bestellingen § 23. Bij onze overgaande resoluutsie van den 28: April J„o leeden is geinsereerd het bericht adlites is wel bevondn van gekommitteerden, die de Boedelreeke„ „ning van den Curator adlites nopens de nalaatenschap van wijlen den kapitain Luitenant Justinus Andreas Nach„ „trab nagezien en wel bevonden hebben. § 24: en voorts ook het rapport van den ge„ de weeskamers kassa „ daanen opneemen van de weeskamers kassa onder ult=o febr: J„o leeden waar door aan tons ands md proces in appel rolle nopens dat proces aan uwer Hoog edelheeden voorschrift bij geerde Missive van den 23: Julij 1736 voldaan is. 525: Nevens deezen gaat over een proces in appel overzeeding van een aan den Achtb: Raad van Justietsie des Kas„ „teels Batavia tusschen den Kapitain Luitenant en Kommandant van d' Artille„ „rij Jakob Kraus en weesmeesteren deezer steede waaromtrend de ondergeteekende kommandeur zich verplicht geacht heeft „ den Raad van Justietsie deezer steede bij een Missive te vermaanen en te beveelen om de verdere procedeurs, die door weesmees„ „teren na dat de Appellant reets in appel geadmitteerd was, de novo gemoveerd wier„ „den te staaken en weesmeesteren daar meede aan den Achtb: Raad van Justietsie des kasteels Batavia die door het appel hier „ de eenigste kompetente Rechter in deeze Dire zaak geworden was, over te wijzen, waar aan gem: Raad van Justietsie alhier vol „daan heeft, zoo als dit nader blijkt bij het het nevens gaande Extrakt uit de Civile Extrakt uit de Civile Rolle van den 3: Januarij 1783„ deezen in kopij bijgevoegt, waar bij het schrift„ bij „ „tuur van den kommandeur geinsereerd is. — Doch 379 § 27: de reek: met den Koning van Joevan„ „koor is vereffend komste aan de wal en vertrek van hier van den gewee„ Direkteur Bosman §n 26: Doch het teffens gedaane verzoek van ge„ „melden kapitain Luitenant om tot voort„ „zetting van zijne zaak naar Batavia te gaan, is door den Eerstgeteekenden van de hand geweezen. Inlandsche zaaken De reekening van koning van Trevan„ „koor is zeder met desselfs peper leverantsieren veressend en staat geinsereerd bij resoluutsie van den 28=sten April Jol: het saldo groot Rop„s 16292: 35: is aan denzelven betaald. Dienaaren § 28: De geweeze Direkteur van Soeratta Marti„ „nus Johan Bosman, die zich op het voorwaards genoemde schip Flor de Goa „zenen soeratsen bevond schreef van boord aan den eerstgetee„ „kenden dat hij voorleeden Jaar een request aan uwe Hoogedelheeden had gezonden inhoudende verzoek om wederom onder on„ „ze vlag temogen komen en dat hij daar op geen antwoord bekoomen hebbende het welk hij aan den Oorlog toeschreef geresolveerd was, om met dat schip naar Batavia tegaan, verzoekende verlof om hier aan de wal te komen een„ el aar verzocht van eene driemandige ver „making ontlast teworden Hoogstroom is naar Ceilon ver„ „wrokken 372 koomen en wederom onverhindert temogen naar boord gaan, het welk wij hem, als een on„ „schadelijk verzoek hebben toegestaan Wij is daar op aan de wal gekoomen en op heeden ook wederom naar boord vertrokken. § 29: De soldaat Jan Bonnet van Lijden 1777 de soldaat Bonnt, met het schip Breedershoff hier te lande gekomen voor de kamer Hoorn klaagd dat zijne zoldij reekening met een vermaaking van drie maanden 'sjaars belast is, zonder oit een maandceel gemaakt of daar voor iets genooten te hebben en verzoekt derhalven daar van gunstig bevreijd te worden welk verzoek wij bij deezen in eerbied voordraagen §30: De Opperstuurman Jan Hoogstroom van de Opperstuurman wien bij de Beschrijving § 210: gesprooken word, is zeder met een partikulier Portegesch schip naar Ceilon vertrokken om van daar naar de hoofdplaats te geraaken. Waar meede wij ons de hooge eere geeven van met de uiterste eerbied te blijven (onderstond/ Hoogedele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer en weledele gestrenge Heeren uwer Hoog edelheeden onderdanige en getrouwe Dienaaren /was getekend/ J: G: V: Angelbeek R: V: Harn: J: V: den Busch, J: L: C: G: Seijffer, A: J: S: Vernede V: Spall, W:
English
W: V: Haeften and J: A: Dannichen in the margin: Cochin, the 13th of May 1783. below: P.S. After this was closed, we received from the trade office the accompanying bill of lading and invoice for the medicines currently being sent to Batavia with the Esperance. Agreed, Adriaan Bootvliek G: Eyklenk Examined, Jan Bardegin No. 6. Letters and papers from Malabar, dated 29 December 1783. Papers No. 1. Register of the papers which, by order of the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, along with the Council at this city of Cochin, are sent in duplicate to Ceylon, consigned to the Right Honorable Gentlemen Directors of the Assembly of Seventeen, representing the General East India Company of the United Netherlands at the presiding Chamber of Middelburg in Zeeland, in order to obtain address with the return ships. No. 1. Original missive under today's date written by and to those as listed in the heading hereof. Sewn in. No. 2. Duplicate missive written to the same as above on the 24th of October last. Delivered and dispatched to the gentlemen mentioned alongside. No. 3. Secret packet addressed to the Right Honorable Gentlemen Directors and Advocates of the General Chartered Dutch East India Company, committee members representing the same for matters concerning the war of the year 1782, at the presiding Chamber in Amsterdam. Sewn in. No. 4. A small chest addressed to the Right Honorable Gentlemen Directors at the Chamber of Amsterdam, containing duplicate papers, dated 31 March of this year, sent with the private Portuguese ship Dom Alexander. Delivered to the merchant. No. 5. An oblong small chest marked: To be thrown into the sea in case of an encounter with enemy ships. Containing 2 drawings of the city of Cochin and its outer works. Delivered to the pay office to be forwarded to Amsterdam. No. 6. Copy of a letter written to Their Excellencies the High Government of the Dutch East Indies at Batavia, under the date of 13 May of this year. Sewn in as above. No. 7. Copy of a report regarding the condition of thirty-eight iron cannons found to be unserviceable here, dated 16 September 1783. Sewn in. No. 8. Requisition for various European necessities for the year 1786. No. 9. Two original answered extracts from the memorandum of remarks and considerations on the pay books of the Chamber of Amsterdam; and from the memorandum of monthly notes, concerning the individuals Fredrik Hollesloot, Johannes Albertz Ditmar, Karel Ludewigh Godlob Krauze, Jobst Hendrik Daniel Stipp, and Erich Loo; both dated Amsterdam, the 4th of December 1780. No. 10. Extract resolution taken in the Council of Malabar on the third of this month, regarding the receipt of money on drafts to the Netherlands. No. 11. List of five drafts to the Netherlands amounting to 39400 guilders. Sewn in. Cochin, the 29th of December 1783. J: A: Dannichen, Secretary. Enclosed herewith is another small packet from the Right Honorable Governor van Angelbeek, for his authorized agents, the gentlemen Henrik and Jakob Terhorst, Godlob Silo, and Hendrik Brugman Bierbaum, merchants in Amsterdam. Forwarded. Duplicate 24 October 1783. Netherlands To the Right Honorable Gentlemen Directors at the Assembly of Seventeen representing the General Chartered Dutch East India Company at the presiding Chamber of Amsterdam. Right Honorable Gentlemen! The packet boat The Nancy, which is traveling from Bombay to England and has put in here to fill its water casks, gives us the opportunity to send these few lines with it, to respectfully inform Your Right Honorable that, praise be to God, all is well here and on neighboring Ceylon. The news of a suspension of arms between us and England and of a preliminary peace between the other warring Powers was already received here in July. We do not yet have definite news of a formal peace, but we hope that it will have been concluded to the satisfaction of the Republic and Company. On the 3rd of August last, the four ships equipped for war, The Ganges, The Zeeuw, Holland, and Voorburg, arrived at Point de Galle with the Regiment of Luxembourg, having suffered only eleven deaths and few sick on the voyage from the Cape to Ceylon; also, on the 5th of that month, the Imperial ship The Dolfijn with
Dutch transcription
W: V: Haeften en J: A: Dannichen in margine/ Koetsiem den 13: Mai 1783: /lager/ P: S: Na dat deezen geslooten was ontfangen wij van het negootsie kantoor het nevens gaande kognossement en fak„ „tuura van de medicijnen die thans naar Batavia worden gezonden met de Esperance Akkordeerd Adriaan Bootvliek G Eyklenk Nagezien J„n Bardegin N ven ch 4 N„o 6. Brieven en Pa van Mallabaar in dato 29 December 1785 Papieren No. 1. Register der papieren dewelke ter order van den Weledelen Grootachtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Ne„ „derlandsch Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malla„ „baar nevens den Raad ter deezer steede Koetsiem tweevoudig naar Ceilon worden gezonden, gekonsigneerd aan de weledele Grootachtbaaren Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeeventie„ „nen, representeerende de ge„ „neraale Oostindische maat„ „schappij der vereenigde Neder„ „landen ter presidiale kamer Middelburg in Zeeland ten einde met de retour schee„ „pen addres te erlangen N„o 1. Origineele missive onder hedigen datum door en aan als in den hoofde deezes Ingenaait geschreeven. 2. Duplikaat Missive aan als vooren gesch: op den 24. oktober J=o leeden. ad Bdem. No „ Aan die heeren hier nevens gemeld afgegeven en bezorgt. Bezorgt en verzonden. „ van A. o 1782. Ingenaait sekreet pakket beschreeven aan de weledele Grootachtbaare Heeren Bewindhebberen in Advokaaten van de generaale Nederlandsche g'oktroieerde Oostin„ „dische kompanie van wegens dezelven tot de zaaken den oorlog koncerneerende gekom„ mitteerd ter Presidiaale kamer te Amsterdam. 4. Een kasje beschreeven aan den Weledele Hoog „achtbaare Heeren Bewindhebbe„ „ren ter kamer Amsterdam inhoudende duplikaat papie „ren, onder dato 31. Maart deezes Jaars met het partiku„ „lier portugeesch schip Dom Alexander afgezonden. 5. Een langwerpige kasje beschreeven: Bij ont„ „moeting van vijandelijke schee„ de stad en desselfs buite werken Cochim „pen in zee tewerpen. 6. kopij brief aan hun Hoogedelheeden de Hooge Regeering van Nederlandsch Jn„ „dien te Batavia geschreeven onder dato 13. Mei deses Jaars. ontf=n zijnde 2. stux afteeken=n van No. N N„ N„o„ 3. adde aan de koopmansc: afgegeven. eden afgegeven aan 't soldij comptoir om naar Amst: te bezorgen. ad Idem Ingenaait N„o 7. kopij rapport nopens de gesteldheid van agt„ en dertig p„s ijzere kanons die Ingenaait hier onbruikbaar bevonden zijn gedateerd 16. september 1783. Europasche benoodigtheeden van den Jaare 17876. twee origineele b'antwoorde extrakten uit de memorie van remarques en konsideraatsien op de soldij boeken van de kamer Am„ „sterdam; en uit de memorie van maandcedulen, raakende de perzoonen van Fredrik Hollesloot, Johannes Albertz Ditmar, karel Ludewigh Godlob krauze, Jobst Hen„ „drik Daniel stipp en Erich L00; beide gedateerd Amster„ „dam den 4. December 1780. 10. Extrakt resoluuitsie genoomen in raade van Mallabaar op den derden deezer, nopens het ontvangen van geld op as„ „signaatsien naar Neder„ „land. Eisch van diverse No ale 8. 4. er N„o 11. Lijst van vijf stux Assignaatsien naar Nederland groot ƒ39400. –. – Ingenaait Hoetsiem den 29. Decemb:r 1783. J: A Darmicheus Lecret:s Hier bij nog een pakketje van den weledelen Heer Goeverneur van Angelbeek, voor zijn Ed„e gemagtigden de Heeren Hen„ „rik en Jakob Terhorst Godlob Silo en Hen„ te Amsterdam. „drik Brugman Bierbaum, kooplieden verzorgd. Duplikaat 24 Octob: 1783. Nederland Aan de Weledele Hoogachtbaare Heeren Bewindhebberen. ter vergadering van zeeventienen representeerende de generaale Nederlandsche geoktroieerde oostindische komp:e ter presidiale kamer Amsterdam Weledele Hoogachtbaare Heeren! Het Paketboot De Nancij, het welk van Bombai naar Engeland gaat, en hier aangegierd is, om zijne water vaten te vullen, geeft ons geleegenheid, deeze wei„ „nige regels daarmede afte zenden, om uw weledele Hoogachtbaare in eerbied te berichten, dat hier en op het nabuurige Ceilon Godlof alles wel is. De tijding van eene wapenschorsing tusschen ons en England en van een preliminarien vreede tusschen de ovrige oorlogende Mogendheeden is hier reets in Iulij ontvangen, van een formeelen vreede hebben wij noch geene zeekere berichten, doch wij hoopen, dat de„ „zelve, tot genoegen van de Republiek en kompanie, zal zijn tot stand gekoomen. — Den 3=e Aug:s Jongstl: zijn de vier ten oorlog toegeruste Schepen, De Ganges, De Zeeuw, Holland en voorburg, te Punto Tale met het Regiment van Luxenburg aan„ „gelandt, hebbende op de reize van de kaap naar Ceilon maar elf Dooden en weinig zieken gehad, ook is daar den 5:e van die maand het kaizerlijke schip De Dolfijn met 1783. -
English
arrived with equipment and provision goods. From Batavia the ships Willem Frederik, Overduin, Mars and Ceres were dispatched early to Ceilon with rice and merchandise, of which Overduin arrived at Trinkonemale on the 24th of June; The Ceres and Mars have since also been seen off Kolombo, but have likewise sailed from there to the aforementioned Bay; The ship Willem Frederik has not been heard from and it was presumed at kolombo that, having encountered heavy and unfavorable weather outside the straits and north of the line, it was thereby forced to put in at Malakka. We did not need, as we feared last spring, to sell the pepper to cover our expenses, and shall therefore in the coming month be able to ship thirteen, or, if Trevankoor keeps its word, fourteen hundred thousand pounds for Europe, if Ceilon sends us the two ships requested for that purpose. The English at Bombai made a very disadvantageous peace with the Marattas last spring, because they were forced to return all the conquered lands, except the Island of salset, in place of which they had to cede to them the region of Brootsia, which they had previously won from a separate Nabab; so that all the fruits of that war, which exhausted the treasury in Bengale and plunged the Government into more than twelve Million guilders of debt, were lost at one stroke. But because of this they were enabled to use their entire power against the young Nabab, Tipoe sultan, in the kingdom of kanara, where they then also conquered first Bitnoer, and afterwards Mangaloor, as was already communicated to the war committee at Amsterdam via Portugal, by our respectful letter of the 17th of March and the further separate letter of the 4th of April last from the first undersigned, of which duplicates will follow at a more convenient opportunity. By this expedition, as we already foresaw at that time, a great diversion was created in the military operations on the kormandel coast, for the young sultan was forced, with the largest part of his army and the two French free corps that are in his service, besides another six hundred Frenchmen under the command of Lieutenant Colonel De Cossignij, to come to the aid of his own lands. He also had the good fortune to recapture Bitnoer, and therein to make prisoner of war the English General Mattheus with two staff officers, twenty European captains and a multitude of subaltern officers, as well as about one thousand European soldiers and two thousand sipais, after which he laid siege to Mangaloor, but the onset of the rainy season delayed the progress thereof; and meanwhile the English on the kormandel coast had their hands so freed that they were able to act offensively there. However, nothing further of their military operations there is known to us, other than that on the 13th of June they attacked the French in their entrenchments before koedeloer in vain, in which bloody affair many men were lost on both sides, and that the French Admiral suffreen on the 20th of that month put the entire English fleet to flight before koedeloer after a stubborn fight, notwithstanding that he had three ships of the line fewer than his enemy. Finally, the news of the peace put an end to all military operations, whereupon the Young Nabab also concluded an armistice with the commander of Mangaloor and sent an embassy to Bengale with an English ship, to conclude peace with the high Council there. Breaking off herewith, we commend your Right Honorable Worships to God's protection and remain with all respect and fidelity. Right Honorable Worshipful Sirs! Your Right Honorable Worships' most humble and faithful servants. J G van Angelbeek F wend. Busch Koetsiem the 24th of October 1783. Nro 9 2. RVSearn To the Right Honorable Worshipful Sir Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of the Mallabaar Coast with the Dependencies thereof Right Honorable Worshipful Commander-in-Chief Sir In compliance with your Right Honorable Worshipful highest esteemed orders, we, as specially appointed commissioners, presented ourselves before the ammunition house and there examined the iron cannons brought down from the city's bastions, which will follow under the date of ult. August 1783, of which a report of 21 pieces of cannon was already submitted to the Honorable Governor Adriaan Moens in the year 1778, there being, on his honorable high orders, a cross chiseled as a mark on the chase of each of the cannons found improper in their calibers and other defects. The rest were brought here from Koilang and elsewhere and, as mentioned, in these past years, on account of the unrest of the war, these following cannons were obliged out of necessity to take the place of various calibers on the city's bastions and also always had to remain loaded with shot, so the defects were clearly discovered during several moves or shootings and such are therefore unserviceable.
Dutch transcription
met Equipasie-en provisie-goederen gearriveerd. van Batavia zijn de schepen, willem Frederik, over„ „duin, Mars en Ceres reets vroeg naar Ceilon met rijs en koopmanschappen afgevaardigd, waarvan Overduin den 24:e Junij te Trinkonemale is aangekoomen; De Ceres en Mars zijn zeder ook voor Kolombo gezien, doch van daar mede naar de evengemelde Bai ver„ „zeild; Het schip Willem Frederik is niet vernoomen en men presumeerde te kolombo, dat hetzelve buiten de straat en benoorden de linie zwaar en ongunstig weer ontmoet hebbende, daar door genoodzaakt geweest was, Malakka op te zoeken. — wij hebben niet noodig gehad, zoo als wij voorleeden voor„ „jaar vreesden, de peper te verkoopen, om onze uitgaven goed te maaken, en zullen dus in d' aanstaande maand dertien, of, indien Trevankoor woord houdt, veertienmaalhonderd duizend ponden voor Europa kunnen afschepen, als Ceilon ons de daar toe gevraagde twee scheepen zendt. De Engelschen te Bombai hebben in het voorleeden voor„ „jaar een zeer onvoordeeligen vreede met de Maratten ge„ „maakt, door dien ze genoodzaakt geweest zijn, alle de veroverde landen ^ te rug te geeven, buiten het Eiland salset, in wiens plaats zij het landschap Brootsia, het welk zij voor heen van een afzonderlijken Nabab gewonnen hadden, aan de zelven hebben moeten afstaan; zoo dat alle de vruchten van dien oorlog, die de schatkist in Bengale uitgeput en het Goevernement in ruim twaalf Millioenen guldens schulden gedompeld heeft, daarbij eens klaps zijn verlooren gegaan. Doch hierdoor zijn ze in staat geraakt, om hunne heele macht tegen den jongen Nabab, Tipoe sultan, in het rijk van kanara te gebruiken, waar in zij dan ook eerst Bitnoer, en daarna Mangaloor veroverd hebben, zoo als zulx reets aan het oorlogs-Committé te Amsterdam over Portugal bedeeld is, bij onze eerbiedige letteren van den 17:e Maart en de nadere aparte van den den Eerstgeteekenden van den 4. April Jongstl: waar van de duplikaaten bij een bequamere geleegenheid zullen volgen. Door deeze expedietsie werd, zoo als wij dat toen reets voor„ „zagen, eene groote afwending gemaakt in de oorlogs be„ „drijven op de kust kormandel, want de jonge sultan was genoodzaakt, met het grootst gedeelte van zijn leger en de twee fransche vrij-koors, die in zijn dienst zijn, nevens noch ses honderd Man franschen, onder bevel van den Luitenant Kolonel De Cossignij, zijne eigene landen te hulp te komen. - Hij heeft ook het geluk gehad, Bitnoer te heroveren, en daarin den Engelschen Generaal Mattheus met twee stafs officieren twintig Europeesche kapitains en een meenigte subalterne of„ „ficiers mitsgaders omtrend duizend Europeesche soldaa„ „ten en twee duizend sipais krijgsgevangen te maaken, waarna hij het beleg voor Mangaloor sloeg, doch de invallende regentijd vertraagde den voortgang daar van; en middelerwijle kreegen de Engelschen op de kuste kormandel de handen zoo vrij, dat ze daar offensief kosten ageeren, Echter is ons van hunne oor„ „logs bedrijven aldaar niets verders bekend, dan alleen dat zij den 13:e Junij de franschen in hunne verschan„ „singen voor koedeloer vruchtloos aangetast hebben, bij welke bloedige affaire aan weerskanten veel volk ver„ „looren is, en dat de fransche Admiraal suffreen op den 20:e van die maand de heele Engelsche vloot voor koedeloer na een hartnekkig gevecht op de vlucht ge„ „slaagen heeft, niet tegenstaande hij drie schepen van Linie minder had dan zijn vijand. — Eindelijk heeft de tijding van den vreede een einde van alle oorlogs- bedrijven gemaakt, waarop ook de Jonge Nabab met den kommandant van Mangaloor een wapenstilstand getroffen en met een Engelsch schip eene Ambassade naar Bengale gezonden heeft, om met Over„ en 9 n va met den hoogen Raad aldaar den vreede te sluiten. — Hiermede afbreekende, beveelen wij uwe weledele groot„ „ achtbaare in Gods bescherming en blijven met alle eer„ „bied en trouwen. Weledele Hoogachtbaare Heeren! Uwer weledele Hoog achtb=re zeer onderdaanige en getrouwe Dienaaren. J G van Angelbeek F wend. Busch Koetsiem den 24:e oktober 1783. Nro 9 „ 2. RVSearn Aan den Weledele Groot Achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad extra ordinair van Nederlands Jndien mitsgaders Goeverneur en Dirck, Caar „teur der Kuste Mallabaar met den Resorte van dien Weledele Groot Agtbaare Hoof gebiedende Heer 200 Jn naakoming van uw weledele groot agtb hoogst. ƒ G'eerde ordere hebben wij als Expresse gekommitteerdens in ons vervoegt voor 't ammonitie huis en aldaar van de stads nen bolwerken afgebraagte ijzere kanons die reets onder ult„o 1 Aug„s 1783 volge zal bevonden hebben, waar van reets van 21. p„s kanons in 't Jaar 1778. Rapport Aan den weledele. Heer Goeverneur Adriaan Moens ingedient is, zijnde op desselves weledele hoog ordere op ider van dezelve niet wel in hunne Calibers en andere gebreeken bevonden ka„ „nons Een kruijs tot merkt voor op 't Lange veld inge al „kapt, De overige zijn van Koilang en van Elders alhier aangebragt en er vermelt in Deeze herwaards verstree„ „ken Jaaren weegens de ongerustheid van den Oorlog op de stads bolwerken deeze navolgende kanons uit nood de plaats van welke Caliber hebben moeten vervullen en ook altoos hebbe moeten met scherp gelaaden blijven zoo hebben zig de gebreeken bij 't verscheide maallen of plaas„ „sen duldelijken ondteekt en ook zijnde zulke dierhalve ben onbruijktbaar 1 1c4
English
unusable for their caliber, for which they would otherwise serve, as we shall demonstrate below with most humble respect, namely: No 1. of 18. lb: iron, fires at the front 22½ lb: and at the rear 22. lb; the vent hole burnt out 1. duijm; in the trunnion section and chase uniform. 12. 2. fires at the front 23. lb: and at the rear 24: lb; the vent hole burnt out ½. duijm. 3. fires at the front 29 lb: and at the rear 28. lb: the vent hole burnt out ¾ duijm; flaws in the trunnion and breech sections, and its trunnion broken off. 4. fires at the front 27. lb: and at the rear 20. lb: the vent hole burnt out ½. duijm; the muzzle section entirely shot out. 5. fires at the front 24: ½ lb: and at the rear 20. lb: the vent hole burnt out 1½ duijm, and the chase uniform. 6. fires at the front 22½. lb: and at the rear 20: lb: the vent hole burnt out up to 1½ duijm, and the chase uniform. 7. of 12. lb: fires at the front 16. ½. lb: and at the rear 14. lb: the vent hole burnt out 3¾ duijm, and the breech section entirely burnt out, and the trunnion section uniform. 8. fires at the front 19 lb: and at the rear 13½. lb; the vent hole burnt out up to ½ duijm, and the breech section and muzzle section have flaws. 9. fires at the front 17. lb: and at the rear 13. ½. lb: the vent hole burnt out ½. duijm, and the trunnion and muzzle sections have flaws. 10. fires at the front 16:½. lb: and at the rear 15. ½. lb: the vent hole burnt out up to ½ duijm, and the breech section has two flaws, and the chase uniform. 11. fires at the front 21. lb: and at the rear 16. lb: and the vent hole burnt out up to ¾ duijm, and in the breech section two flaws, and in the chase uniform. No 12. of 12 lb: iron, fires at the front 16½: lb: and at the rear 15 lb: the vent hole burnt out 2 duijm; in the breech section and chase uniform. 13: fires at the front 22. lb: and at the rear 20. lb: the vent hole burnt out up to ½ duijm; in the bottom of the chamber four flaws. 14. fires at the front 21. lb: and at the rear 19. lb: the vent hole burnt out up to 1. duijm; in the breech section two flaws; in the muzzle section uniform. 15. fires at the front 24. lb: and at the rear 14. lb: the vent hole burnt out 4. duijm, and in the breech section two flaws; in the muzzle section uniform. 16. fires at the front 19. lb: and at the rear 19. lb: the vent hole burnt out up to ½: duijm; in the breech section a large groove. 17. fires at the front 18. lb: and at the rear 15. lb: the vent hole burnt out ½. duijm; the muzzle section shot out. 18: fires at the front 23. lb: and at the rear 20. lb: the vent hole burnt out ½. duijm, and two holes in the bottom of the chamber. 19. fires at the front 22: lb: and at the rear 20. lb: the vent hole burnt out up to ½ duijm; in the trunnion section two, and the muzzle section uniform. 20: bronze, fires at the front bored crooked, a groove in the trunnion section, and pitted with small holes on the outside. 21. of 8. lb: iron, fires at the front 19 lb: and at the rear 17. lb: in the breech section and muzzle section with flaws. 22. of 6. lb: iron, fires at the front 9. lb: and at the rear 8: lb: the vent hole burnt out up to 4. duijm; in the breech section uniform. No 23. of 6. lb: iron, fires at the front 8: lb: and at the rear 7: ½. lb: in the breech and muzzle sections uniform. 24. fires at the front 8. lb and at the rear 7:½ lb: in the breech section a deep groove. 25. fires at the front 9. lb: and at the rear 8. lb: the vent hole burnt out up to 1½. duijm; in the breech section with grooves. 26: fires at the front 9. lb: and at the rear 8. lb: the vent hole burnt out up to 2. duijm. 27. fires at the front 7. ¾. lb: and at the rear 6. ¾. lb: and in the muzzle section and chase and breech section uniform. 28. fires at the front 8. lb: and at the rear 6. lb: with small holes in the muzzle and breech section. 29. fires at the front 13. lb: and at the rear 9. lb: covered throughout with rust. 30: fires at the front 13. lb: and at the rear 8:½. lb: covered throughout with rust, and the vent hole burnt out one duijm. 31. of 4. lb: iron, fires at the front 6. lb: and at the rear 5. lb: the vent hole burnt out up to ½. duijm. 32. fires at the front and at the rear 5. lb: the vent hole burnt out ½. duijm. 33. of 3. lb: iron, fires at the front 4:½ lb: and at the rear 3. lb: the vent hole burnt out up to 1/3. duijm. 34. fires at the front 4:½ lb. and at the rear 3. ½: lb: 35. fires at the front 4:½. lb: and at the rear 4. lb: 36. fires at the front 4. ½. lb: and at the rear 3½ lb: 37. fires at the front 4¼. lb: and at the rear 3. lb: 38. fires at the front 4½. lb: and at the rear 3. ½. lb. Wherewith we hope to have duly accomplished our commission; in which confidence we take the honor, with all high esteem, to be, stood below, Right Honorable, Highly Venerable, High-Commanding Lord, your Right Honorable and Highly Venerable humble and very obedient servants, was signed, Roge, J: W: Vogst, and L:s Beijer; in the margin, Koetsiem, the 16. September 1783; lower, in the presence of, was signed, Jakob Klaus. Inspected. Calculation of the weight of the iron cannon that have been surveyed in commission, namely: 6: pieces of 18. lb: caliber, iron pieces weighing each 4200: lb: together 25200 lb. 14. pieces of 12. lb: ditto ditto 3200. lb: together 44800. lb. 1. piece of 8. lb: ditto ditto 2500. lb: together 2500. lb. 9. pieces of 6. lb: ditto ditto 1800. lb: together 16200. lb. 2. pieces of 4. lb: ditto ditto 1100. lb: together 2200. lb. 6. pieces of 3. lb: ditto ditto 900. lb: together 5400. lb. Makes together 96300: lb. Koetsiem, the 16: September 1783. Was signed, Roge, J: W: Vogt, and L: Beijer. Adriaan Pootelist H V Vvendijck Egkluk Agreed.
Dutch transcription
onbruijktbaar voor hunne Calieber, waar voor zij anders diene zouwe gelijk wij hier navolgende met onderdanigste Eerbied aanthoonen zullen als N„o 1. â 18. lb: ijzere schiet van vooren 22½ lb: en van agteren 22. lb t Laas gaat uitgebrand 1. duijm in 't tape stuk en Lange veld Eengaal. 12. „. 2. „ „ „ „ schiet van vooren 23. lb: en van agteren 24: lb 't Laat gaf uitgebrand ½. duijm 3. „ „ „ „ schiet van vooren 29 lb: en van agteren 28. lb: 't Laat gat uitgebrand ¾ duijm galle en 1 tapen en boden stukt en zijn tap afgebrooken „schiet van voore 27. lb: en van agteren 20. lb: 't Laat gaf uitge „brand ½. duijm 't kop stuk geheel uitgesch: „ 5. „ „ „ „ schiet van vooren 24: ½ lb: en van agteren 20. lb: 't Laatgas uitgebrand 1½ duijm en het Lange veld Eengal. „ 6. „ „ „ „ schiet van vooren 22½. rb: en van agteren 20: lb: t laat gas ustgebrand tot 1½ duijm en 't Lange veld Eengal -. „schiet van vooren 16. ½. lb: en van agteren 14. lb: 't Laatgaf uitgebrand 3¾ duijm en 't bodem stukt geheel uitgebrand en 't Tapen stukt Eengaal „ 8 „ „ „ „ schiet van vooren 19 lb: en van agteren 13½. lb. 't laat gaes uitgebrand tot ½ duijm en 't bodem stuk en kop stuk gallen „. 9 „ „ „ „ schiet van vooren 17. lb: en van agteren 13. ½. lb: 't laat gat uitgebrand ½. duijm en 't Tapen en kop stukt gaalen „. 18. „ „ „ „ schiet van vooren 16:½. lb: en van agteren 15. /½. lb: 't Laat gat uitgebrand tot ½ duijm en 't bodem stuks twee gaale en 't Lange veld Eengaal „ 11: „ „ „ „ schiet van vooren 21. lb. en van agteren 16. lb: en 't Laat gat den „ „ 4. „ „ „ „ 7. „ 12. „ .. „ 19 „ „ „ „ gat uitgebrand tot ¾ duijm en 7 bodem stuks twee gaale en in 't Lange veld Eengaal N„o 12. â 12 lb: ijzer schiet van vooren 16½: lb: en van agteren 15 lb: 't Laat gaf uitgebrand 2 duijm in 't bodem stukt en Lange veld. Eengaal „ 13: „ „ „ „ schiet van vooren 22. lb: en van agteren 20. lb: t Laat gat. uitgebrand tot ½ duijm in de sloot bodem vier gaalen „ 14 „ „ „ „ schiet van vooren 21. lb: en van agteren 19. lb: 't Laatgat: uitgebrand tot 1. duijm in 't bodem stukt twee gaale in 't kop stukt Eengaal „ 15. „ „ „ „ schiet van vooren 24. lb: en van agteren 14. lb: 't Laatgas: ken uitgebrand 4. duijm en t bodem stukt twee gaale in 't kop stukt Eengaal penge 16. „ „ „ „ schiet van vooren 19. lb: en van agteren 19. lb: t Laatgat. 1 uitgebrand tot ½: duijm in t bodem stukt een groote groeff „ 17 „ „ „ „ schiet van vooren 18. lb: en van agteren 15. lb: 't Llaasgaf uitgebrand ½. duijm 't kop stuks uitgeschooten „ 18: „ „ „ „ schiet van vooren 23. lb: en van agteren 20. lb: 't Laat: a gat uitgebrand ½. duijm en twee gate in de stoot bodem schiet van vooren 22: lb: en van agteren 20. lb: t laat gat uitgebrand tot ½ duijm in 't Tapen stukt twee en 't kop stuk Eengaal. „ 20: „ metaalschiet van vooren kroom geboort een Groef in 't Tapen stuk en van buiten met gaatjes „ 21. „ 8. lb: ijzer schief van vooren 19 lb: en van agteren 17. lb: in 't bodem stukt en kop stuk met gaale „ 22. „ 6. „ „ schiet van vooren 9. lb: en van agteren 8: lb: 't Laatgat uitgebrand tot 4. duijm in 't bodem stukt Eengaal 100 n tees N„o 23. der 1 ste laat gat ge a1 La 1a4 gat gat 24 gat. len en Laat is 2l ƒ Haar „ 24. „ „ „ N:o 1 23. â 6. lb: ijzer schiet van vooren 8: lb: en van agter en 7: ½. 1b: in t boden en kop stuks Eengaal. „schiet van vooren. 8. lb en van agteren 7:½. in 't bodem stuks Een diepe groef: „ 25. „ „ „ „ schiet van vooren 9. lb: en van agteren 8. lb. 't Laat gat uitgebrand tot 1½. duijm in 't bodem stuk met groeffen 1 „ 26: „ „ „ „ schiet van vooren 9. lb: en van agteren 8. lb: 't Laatgat uitgebrand tot 2. duijm „ 27. „ „ „ „ schiet van vooren 7. ¾. lb: en van agteren 6. ¾. lb: en in 't kop stuks en Lange veld en bodem stukt Eengaal „ 28. „ „ „ „ schiet van vooren 8. lb: en van agteren 6. lb: met gatie in kops bodem stuk „ 29 „ „ „ „ schiet van vooren 13. lb: en van agteren 9. lb: Deurgans met roest bezet. „ 30: „ „ „ „ schiet van vooren 13. 1b: en van agteren 8:½. lb: deurgans met roest bezet en 't Laat gat Een duijm uitgebrand „ 31. „ 4. „ „ schiet van vooren 6. lb: en van agteren 5. lb: t Laat gat uitgebrand tot ½. duijm. „ 32. „ „ „ „ schiet: van vooren en van agteren 5. lb: t' Laat gas uit„ „gebrand ½. duijm „ 33. „ 3. „ „ schiet van vooren 4:½ lb: en van agteren 3. lb: t Laat gat uitgebrand tot 1/3. duijm. „ 34. „ „ „ „ schiet van vooren 4:½ lb. en van agteren 3. ½: lb: „ 35. „ „ „ „ schiet van vooren 4:½. wb: en van agter 4. lb: „ 36 „ „ „ „ schiet van vooren 4. ½. lb: en van agter 3½ lb: „ 37. „ „ „ „ schiet van vooren 4¼. lb: en van agter 3. lb: „ 38 „ „ „ „ schiet van vooren 4½. lb: en van agter 3. ½. lb Waar meede verhoopen onze Commissie naar behooren: te den ƒ Nagezien te hebben volbragt in dat vertrouwe matige wij ons de Eere aan met alle hoog agting te zijn /onderstond/ Weledele Groot Agtbaare Hoog gebiedende Heer, uu wel edele Groot Agtbaere onderdanige en seer gehoorzaame Dienaa„ „ren /was getekend/ Roge, J: W: Vogst en L„s Beijer / in margine/ koetsiem den 16. September 1783. /Lager / Ten overstaan / was getekend/ Jakob Kiaus baar Kalkulatie van 't gewigt der ijzere kanons 200 die in Commissie opgenoomen zijn als 6: p„s van 18. lb: Caliber ijzer stukt weeg ider 4200: lb: te zamen 25200 lb pen 14. „ „ 12. „ d„ _„o rd„ 3200. „ _„o 44800. „ „ 2500. „ n 1. „ „ 8. „ — „. „ „ „ 1800 „. „ 16200. „ 9. „ „ 6. „ „ „ nen „ 1100 - „ „ 2200 „ 2. „ „ 4. „ „ „ 1 „ 900. „ „ 5400. „ 6. „ „ 3 „ „ „ „ 96300: 18 - Maakt te zaamen Koetsiem den 16: September 1783. /was gete„ Ed „kend / Roge, J: W: vogt en L: Beijer a al Adriaan Pootelist H V Vvendijck Egkluk Akkordeerd boden at 8 ans Laat. heeren. 3 d ƒ baar 200 ben en nen 1 1 8 a El 18 N „ 07 7 -
English
Wednesday the 3rd of December 1783. Lastly, the Honorable Governor gave to know that the great expenses of the fortifications and a numerous garrison, the advances on the delivery of rice and pepper, and the daily expenditures had nearly emptied the treasury, and that no more money was to be obtained at interest from private individuals, and that one consequently, now that the ships with merchandise from Batavia did not arrive, would be compelled to accept money into the Company's treasury on bills of exchange on the Netherlands, or else to sell three or four hundred candies of pepper, but that this latter would be a very disadvantageous operation, not only because pepper in the Netherlands promised considerably higher profits, having sold there at the auction in the year 1782 for over a guilder per pound, but also because it would cause the two ships which one intended to send from Ceylon to the Netherlands at the beginning of the year 1784 to depart poorly laden, since the Ministers there had written in their latest missive of the 25th of November that they saw the possibility to send two ships with cinnamon to Europe according to the urgent orders of the Lords Masters, provided that Malabar could supply the entire quantity of fourteen times one hundred thousand pounds of pepper for that purpose; that it would therefore be much better to send all the pepper to the Netherlands and here to accept on bills of exchange to the Netherlands as much money as the sale of three or four hundred candies would yield here, which did not appear to conflict with the prohibition of the High Government by extract resolution of the 30th of August 1781 not to draw any bills of exchange on the Netherlands for the time being, since the funds for the payment of the same were remitted at the same time; whereupon, having deliberated and having particularly noted that the pepper, which one would otherwise have to monetize here, upon sale in the Netherlands will not only yield the necessary money for the payment of those bills of exchange but moreover more than twice as much as those bills amount to, and that consequently the High Government will approve this deviation from the aforesaid order, as serving to an evident benefit, it is, in accordance with the proposal of the Honorable Governor, unanimously resolved and agreed to accept forty or fifty thousand rupees on bills of exchange to the Netherlands into the Company's treasury, and to sell none of the pepper here but to ship everything to Ceylon for the Netherlands. Agreed. Dannichen J: J: A: beerdijck Secretary Extract Resolution taken in Council of Malabar at the City of Cochin Examined List of the Bills of Exchange which, according to the latest orders by missive from the Fatherland of the 3rd of April 1778, have been inspected and issued in duplicate on the Netherlands under the dates to be mentioned here, to the persons to be named, for the capitals counted by the same into the Company's Treasury with its 26/30 agio, that is 13 1/3 percent deduction from the total sum counted into the Treasury, or otherwise the Surat silver Rupees of 30 Indian stivers, calculated at 26 of the same stivers each; namely: Dated: the 9th of December 1783: Amount: 384 19/48 which have been counted into the Company's Treasury by the junior merchant and warehouse keeper Jan Lambertus van Spall, to be paid out again to Mr. Anthonie Hanekamp, commission bookkeeper in Amsterdam, or his authorized agents or heirs, with ƒ 500: –. –. the 9th ditto 1783: Amount: 3076 24/48 which have been counted into the Company's Treasury by the junior merchant and warehouse keeper Jan Lambertus van Spall, to be paid out again to Messrs. Pieter van Spall, secretary of the Chapter of St. Pieter etc. etc. in Utrecht, and Anthonie Hanekamp, commission bookkeeper in Amsterdam, together or each separately, or their authorized agents or heirs, with ƒ 4000: –. –. the 10th ditto 1783: Amount: 461 26/48 which have been counted into the Company's Treasury by the senior merchant and second Reinier van Harn, to be paid out again to the honorable Mr. Johannes van Oosterhout, Doctor of Medicine in Amsterdam, or his authorized agents or heirs, with ƒ 600: –. –. the 15th ditto 1783: Amount: 15384 29/48 which have been counted into the Company's Treasury by the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this coast, to be paid out again to Messrs. Hendrik Jacob Terhorst, Godlieb Silo and Hendrik Brugman Bierbaum, merchants in Amsterdam, together or each separately, or their authorized agents or heirs, with ƒ 20000: –. –. 4 pieces of Bills of Exchange totaling Rupees 19307 20/48 which carry over with ƒ 25100: –. –. Carried over, with ƒ 25100: –. –. 4 Bills of Exchange Rupees 19307 20/48 the 15th of December 1783: 11000: —: which have been counted into the Company's Treasury by the merchant and former First Warehouse Keeper in Bengal Johan Willem Salomon van Haugwitz, to be paid out again to the honorable Mr. Otto Willem Falck, residing in Utrecht, or his authorized agents or heirs, with ƒ 14300: –. –. 5 pieces of Bills of Exchange together – Rupees 30307 20/48 granted as mentioned in the heading of this, with ƒ 39400: –. –. Cochin the 28th of December Anno 1783: R V Harn No 18.
Dutch transcription
Woensdag den 3. December 1783. Laastelijk gaf de Heer Goeverneur te kennen, dat de groo„ „te onkosten van de fortifiklaatsien en een tabrijk garnisoen de verstrekkingen op de leverantsie van rijs en peper, en de dagelijke uitgaven de kas bij na hadden ledig gemaakt, en dat bij partikulieren geen geld meer op intrest te bekoomen was, en dat men derhalven, nu de schepen met koopman„ „schap van Batavia niet opdaagden, genoodzaakt zijn zoude geld in skomp kas op Assignaatsien op Nederland te akcepteeren, dan wel van de peper drie of vier honderd kandijlen te verkoopen, doch dat dit laaste eene zeer na„ „deelige op eraatsie zijn zoude, niet alleen, om dat de peper in Nederland vrij hooger winsten beloofde als hebbende al „daar bij de verkooping in 't Jaar 1782 boven een gulden het pond mogen gelden maar ook, om dat daar door zoude veroorzaakt worden, dat de twee scheepen die men in 't begin van 't Jaar 1784. van Ceilon naar Nederland wilde zenden, wanlaaden zouden moeten vertrekken, door dien de Minis„ „ters aldaar bij hunne Jongste missive van den 25: November geschreeven hadden, slans te zien, om twee scheepen met ka„ „neel, volgens het dringend aanschrijven van de Heeren Mees„ Extrakt Resoluuitsie genoomen in Raade van Mallabaar ter Hteede Koetsiem „ters op Nagezien „ters naar Europa te zenden, bij aldien Malabaar de heele quantiteit van veertien maal honderd duizend ponden pe „per daar toe kost bezorgen, dat derhalven vrij beter zijn zoude alle de peper naar Nederland te zenden en hier zoo veel geld als de verkoop van drie of vier honderd kandijlen hier afwer„ „pen zoude op assignaatsies naar Nederland te akcepteeren waar tegen het verbod van de Hooge Regeering bij Extrakt resoluutsie van den 30 august 1781. om vóor eerst geene wis „sels op Nederland te trekken, niet scheen te strijden, door dien de fondsen tot afbetaaling van dezelven te gelijk wier „den geremitteerd; waar op gedelibereerd en inzonderheid aan „gemerkt zijnde, dat de peper, die men anders hier zoude moe „ten tot geld maaken, bij verkoop in Nederland niet alleen het noodige geld tot afbetaaling van die wissels maar daar en boven noch meer dan eens zoo veel als die wissels bedraagen zal afwerpen en dat derhalven de Hooge Regeering deeze af„ „wijking van de voorsz order zal goedkeuren, als strekkende tot een baarblijklijk voordeel, zoo is, konform de proposietsie van den Heer Goeverneur, met een paarigheid van stemmen goedgevonden en verstaan veertig of vijftig duizend ropijen op wissels naar Nederland in skomps kas te akcepteeren, en van de peper hier niets te verkoopen maar alles naar Ceilon voor Nederland aftescheepen Asekordeerd Dannichen J: J„ A„ beerdijck Lecrets de pe oud heele ijk aan ud aren raagen kende sietsie en 2 en af„ het moe ier te i 16 2 Lijste van d' Assignaties Gedateerd. Groot. den 9:e Xber: 1783: E:a: 44 „ 9:e d=o 1783: „ 1783: „ „ 10: d=o 26 die volgens d' Jongste ordres bij Patriase Missive van den 3:e: April 1778. ingezigt en onder de te meldene datums alhier op Neederland twee-voudig verleend zijn, aan de na te noemene persoonen voor de door dezelve in sComp:s Cassa getelde kapitaalen met dies 25/13: opgeld dat is 13 1/3: percento afkorting van de Geheelijk in Cassa getelde somma, dan wel anders de souratse zilvere Ropias van 30: Jndiase stuijvers, gereekend teegens 26: dito stuijvers ider; te weeten 384 19/18: die in sComp:s Cassa geteld zijn, door den onderkoopman en pakhuijsmeester Jan Lambertus van Spall, om aan den Heer Anthonie Hanekamp, Com= missie boekhouder te Amsterdam, dan wel desselfs gemagtigdens of Erven weeder uijtge= keerd te werden, met. . . . . . . . . . . . . ƒ 500: –. –. 3076 1/48: die in sComp:s Cassa geteld zijn, door den onderkoopman en Pakhuijsmees= „ter Jan Lambertus van spall, om aan de Heeren Pieter van Spale, secretaris des Capitt:s S:t Pieter &:a &:a te Utrecht, en Anthonie Hanekamp kommissia boekhouder te Amsterdam, tezamen ofte ider in't bezonden, dan wel derzelven gemagtigdens of Erven weeder uijtgekeerd te werden, met . - - - - - - - . . . . . . . . . . . „ 4000: –. 461 14/48: die in sComp:s Cassa geteld zijn, door den op= perkoopman en secunde Reinier van Harn„ om aan den welEd: Heer Johannes van Oosterhout, medicine Docter te Amsterdam, dan wel des= „selfs gemagtigdens of Erven weeder uijtgekeerd te werden, met: - - - - - - - - - - - - - - „ 15384 49/48: die in sComp:s Cassa geteld zijn, door den welEd: groot Achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Extra ordinair van Neederlands Jndia, mitsgaders gouverneur en Directeur deezer kuste, om aan de Heeren Hendrik Jacob Terhorst, Godlieb Silo en 4: stux Assignaties Na 19307 79/48: Die Transporteere met. . . . . ƒ 5100: —. 600:-: „ 15. e d=o 1783: „ P„r Transport, met. . . . . . ƒ 5100: –. 34 4. Assignaties Raj: 19337 9/48„ den 15:e xber: 1783:„ 11000: —: die in sComp:s Cassa geteld zijn, door den koopman en geweesene Eerste Pakhuijsmeester in Ben„ „gale Johan willem Salamon van Haug„ „witz, om aan den welEd: Heer Otte willem Falck, woonagtig te utrecht, dan wel des= „selfs gemagtigdens of Erven weeder uijtge= „neerd te werden, met : - - - . - - - . . . . - - „ 14300: –. –. 5: stux Assignaties te zaamen - . Ro/a 30387 74/10. verleend gelijk in den Hoofde deezer ver= meld staat, met. . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 39400: –. –. Cochim den 28:e December Anno 1783: A V Harn en Hendrik Brugman Bierbaum, kooplieden te Amsterdam, tezamen ofte ider in't bezonder, dan wel derzelver gemagtigdens of Erven weeder uijtgekeerd te werden, met - - - - - - - - - - - - - „ 20000: –. – 00: -. - 00: 0:—. —. No 18.
English
Register of the duplicate papers that are now being sent to the Secret Committee in Amsterdam, namely: Letter A. Duplicate letter signed by the Governor and Council, dated today. Letter B. Copy of secret letter to Batavia written on the 3rd of May of this year. Letter C. Copy of letter as before of the 12th of October last, with annexed copy of the armistice between the English and the Nabab Tipoe Saib. Letter D. Copies of secret resolutions dated 24 November, 3, 9, 10, and 12 of this month. Letter E. A packet addressed to the aforementioned Secret Committee. An oblong small box sealed in wax cloth goes separately. Cochin, the 29th of December 1783. Adriaan Poolvliet, sworn clerk. Duplicate Register Duplicate Netherlands To the Right Honorable, Highly Respected Gentlemen Mr. Joan Graafland Pietersz., Mr. Anthonij Huisman, Mr. Gerard Francois Meiners, and Mr. Henrik van Straalen, Directors, Together with The Right Honorable, Severe Gentlemen! Mr. Frederik Willem Boers and Mr. Daniel Abraham Meerman van der Goes, Advocates of the General Dutch East India Company and on behalf of the same Commissioned for Matters of War at the Presidial Chamber Amsterdam. Right Honorable, Highly Respected Gentlemen, and Right Honorable, Severe Gentlemen! Paragraph 1: We hereby offer in a separate, sealed packet the triplicate of our humble reports of the 17th of March last, with all the annexes belonging thereto, which were dispatched in duplicate by the Portuguese private ships Jesus Maria Joze and Nossa Senhora de Conceicao under the address of Mr. Gildemeester, Consul General of the Republic in Lisbon, and the duplicate of the first signatory's further letter of the 4th of April following, of which the original was sent by the Portuguese private ship Dom Alexander under the very same address, and let this further serve to accompany our secret letters dispatched since to the High Indian Government at Batavia on the 3rd of May and the 12th of October of this year, to which we respectfully refer. Paragraph 2: The news communicated in the last-mentioned letter, that Tipu Sultan had broken the armistice before Mangalore and had captured that fortress, has since been found to be untrue; but on the other hand, it is true that the English government at Madras has since dispatched two armies against the said Nabob, one of which, according to the latest reports, is still on the northern borders of his country and is observed by an army of his. Paragraph 3: The other has advanced from the side of Trichinopoly under the command of a colonel in the King's service, named William Fullarton, consisting of over two thousand Europeans and seventeen battalions of sepoys. Paragraph 4: This army made itself master of the Coimbatore country and on the 13th of November last conquered the fortress of Palakkad; whereby the entire Kingdom of the Zamorin stood open to them, for the same is stripped of military forces, and there is no fort of note therein except Calicut, which, however, could also offer no resistance against such a force. Paragraph 5: Because one therefore had to assume as most probable from this expedition and its fortunate successes that the conquerors would make themselves masters of that entire Kingdom of Calicut, especially since the old King Zamorin was in their army, to whom they had already for a long time promised restoration to his kingdom: our attention was naturally directed toward Chetwai and Paponetty, which were wrested from us in the year 1776 by Haidar Ali Khan as possessor of the Zamorin's kingdom, and regarding which we understood that if the English captured that kingdom while the just-mentioned places were still in the Nabob's hands, they would regard and take and hold possession of the same as property of the Nabob, without heeding our representations. Paragraph 6: When the first signatory therefore received firm news that Palakkad had surrendered to the English on the 13th of November, and that the Moorish chief Aidros Kutti, well known from the Malabar papers, who governed the lands of Chetwai and Paponetty on behalf of the Nabob, was preparing to flee to Calicut: he orally instructed the Chief of Cranganore, the Junior Merchant Cellarius, to march out with a company of Malays and a company of Chegos and to take possession of the frequently mentioned places as soon as they were evacuated by the Nabob's troops, which was carried out by him on the 20th and 21st of November last with so much skill that our men entered those places only a few hours after the same had been abandoned by the Nabob's troops. Paragraph 7: Shortly after him, a band of armed Nairs, or Zamorin's militia, appeared before Chetwai to warn the inhabitants, as they said, in the name of the English and the Zamorin, that they should pay no more tribute to the Nabob.
Dutch transcription
L=a A, Duplikaat brief door den Heer Goe„ „verneur en Raad geteekend ged:t heeden. — L=a 6: kopij sekreete brief naar Batavia ƒ geschreeven den 3:e Mai deezes Jaars. L a C. kopij brief als vooren van den 12:e ok„ „tober Jongstl:, annex kopij wa„ „penstilstand tusschen de En„ „gelschen en den Nabab Tipoe saib. L a A. kopijen sekreete resoluutsien de dato 24 November 3. 9. 10 en 12 deezer L=a l een pakket beschreeven aan het Geheim kommitte voor„ „meld. — Een langwerpig kasje in waxdoek verzeegeld, gaat appart. Koetsiem den 29 December 1783. Adriaan Poolvlict „pieren, die thans aan het geheim kommitté te Amster„ „dam worden gezonden, als. Register der Duplikaat pa„ Egklerk. - Duplicaat Register Duplikaat Nederland Aan de Weledele, Groot achtbaare Heeren M:r Ioan Graafland Pietersz: Mr Anthonij Huisman M:r Gerard Francois Meiners en Mr: Henrik van Straalen Bewindhebbers Nevens De Weledele Gestrenge Heeren! M:r Frederik Willem Boers en M:r Daniel Abraham Meerman van der Goes Advokaaten van de Generaale Nederlandsche oostindische kompanie en wegens dezelve tot de zaaken van oorlog Gekommitteerd ter presidiaale kamer Amsterdam Weledele, Grootachtbaare Heeren, en Weledele, Gestrenge Heeren! § 1: wij bieden hier nevens in een apart geslooten pak„ „ket aan, het Triplikaat van onze needrige be„ „richten van den 17:e Maart jongstleeden, met alle daar toe gehoorende bijlagen, die met de Portugeesche - Portugeesche partikuliere schepen Jesus Maria Joze en Nossa Senhora de Conseicao dubbeld on„ „der addresse van den Heer Gildemeester kon„ „sul Generaal van de Republiek te Lissabon zijn afgevaardigd en het duplikaat van des Eerst¬ „geteekenden nadere missive van den 4:e April daar aan volgende, waar van het origineel met het Portugeesche partikuliere schip Dom Alexan„ „der onder de eigenste addresse verzonden is, en laaten deezen verder dienen ten geleide van onze zeder afgevaardigde sekreete brieven aan de Hooge indische Regeering te Batavia van den 3. Mai en 12. ste Oktober deezes Jaars, waar aan wij ons in eerbied gedraagen. § 2 De bij laastgemelde Missive bedeelde tijding, dat Tipoe sultan den wapenstilstand voor Mangaloor gebrooken en die vesting vermeesterd had, is zeder onwaar bevonden, doch daar en tegen is waar, dat d' Engelsche Regeering te Ma„ „dras zeder twee Legers tegen genoemden Nabab heeft afgezonden, waar van het eene volgens de Jongste berichten noch op de noordlijke grensen van zijn land staat, en door een Leger van hem geobserveerd word. Het andere is van den kant van Trietsjenapolij opgerukt, onder bevel van een kolonel in 's konings § 3. 's konings dienst, William Fullarton genaamd be„ „staande uit ruim twee duizend Europeeschen en zeeventien battaljons sipais. § 4. Dit Leger heeft zich van het Landschap koimba„ „toer Meester gemaakt en op den 13:e November Jongstl: de vesting Palikatseeri veroverd; waar door het heele Rijk van den Samorijn voor henl: open stond, want het zelve is van krijgs volk ontbloot en daar in is geen fort van naame buiten kalikut, het welk echter ook tegen zulk eene macht geen tegenstand zoude kunnen bieden. § 5. wijl men derhalven uit deeze expedietsie en haare gelukkige sukcessen naar de hoogste waar„ „schijnlijkheid most vast stellen, dat de over„ „ wiinaars zich van dat heele Rijk van kalikut zouden Meesters maaken, vooral door dien de oude koning Samorijn zich in hun leger be„ „vond, aan wien zij reets voor Jaar en dag de herstel„ „ling in zijn Rijk beloofd hadden: zoo werd onze attentsie natuurlijkerwijze geleidt op settua en Paponettij, die ons in 't Jaar 1776: door Haiden Alichan, als Bezitter van het Samorijnsche Rijk, ontweldigd zijn, en waar=omtrend wij begreepen, dat bij aldien d' Engelschen dat Rijk vermeesterden, terwijl eeven gem: plaatsen noch in 's Nababs han„ „den waaren, zij dezelven als een Eigendom van den. den Nabab aanmerken en in bezit neemen en houden zouden, zonder zich aan onze vertoogen te stooren. § 6. wanneer derhalven de Eerstgeteekende vaste tijding kreeg, dat Palikatseeri op den 13:e November was aan d' Engelschen overgegaan; en dat het bij de Ma„ „labaarsche papieren wel bekende Moorsche Hoofd Aidros Koeti, die van wegen den Nabab de Lan„ „den van settua en Paponettij bestierde, zich gereed maakte, om naar kalikut te vluchten: zoo in„ „strueerde hij het opperhoofd van kranganoor, den onderkoopman Cellarius, mondeling, om met eene Komp: Malaiers en eene komp: sjegos uit te rukken en de meermelde plaatsen, zoo dra die door 's Nababs volk ontruimd wierden, in be„ „zit teneemen, het welk door denzelven op den 20. en 21. November Jongstleeden met zoo veel behendigheid is ter uitvoer gebragt, dat ons volk in die plaatsen trok, pas een paar uuren na dat dezelven van 's Nababs troepen verlaaten waaren. — § 7. kort na hem verscheen voor settua een hoop gewapende Nairos, of Samorijnsche Landmiliet„ „sie, om, zoo ze zeiden, uit naame van d' Engel„ „schen en den samorijn de Jnwooners te waar„ „schuwen, datze geen tribut meer aan den Nabab betaalen 2. 3
English
had to pay, but finding our people and our flag already there, they turned back again. In this manner, we have now once more come into possession of Paponettij and settua, and shall also remain in undisturbed possession thereof, in case the English, or under their supreme authority the samorijn, get the land of kalikut into their power. But if in the event the Nabab, through victory or treaty, should once more come into the peaceful possession of the same, he will certainly attempt to wrest these places from us again. § 9. We shall, if possible, prevent this through amicable negotiation, and have sought to lay the foundation for this by means of a correspondence with his commander at kalikut, which is inserted in our secret Resolutions of 24 November, 3, 9, 10, and 12 December 1783, transmitted herewith in copy, to which we refer in this matter. § 10. Now, in order to give greater weight to these amicable negotiations and in any case also to be in a better position to defend ourselves against force, we have, as appears from the secret resolution of the 9th of this month, requested the Ministers of Ceilon to reinforce us with as many troops as their Government can presently spare, since in both cases the chance of remaining Master of settua will be greater in proportion to the force we shall be able to employ to support our efforts thereto. § 11. We considered this request to the Ceilon Ministers all the more necessary, because a few days after the taking possession of settua we received news that the English Government at Madras had anew concluded a suspension of arms for the period of three months with Tipoe sultan, whereby the further operations of the Army of Colonel Fullarton have accordingly been suspended, and whereby the said sultan has thus obtained free hands to wrest the aforementioned places from us once more. § 12. With this suspension of arms, however, we cannot well reconcile the conduct of the English of Tellitseeri, who, after the armistice was concluded, captured the city of Kananoor, belonging to a Moorish princess who bears the title of Bibi, and whose Husband is known as Co-regent under the title of Adij Rasia. § 13. For since this Bibi and Adi Rasia are allies or rather vassals of Tipoe sultan, it seems that they ought also to have been included under the armistice. § 14. At least we think that Tipoe sultan will regard this step as a breach of the suspension of arms, and we are confirmed in this opinion by the reports which the First Signatory has just now received from the army of Colonel Fullarton himself, that the Nabab is advancing against the same with a heavy Army. § 15. Presumably we shall be able to give further report of this with the second return ship from Ceilon. § 16. Now that we have the pleasure of being able to write with our own ships, and may count the sooner on a safe delivery, because the First Signatory was recently informed from good authority at Bombai that according to letters from London of 4 August peace between the Republic and England has been concluded, we think it no entirely useless work that with this first opportunity we dispatch herewith in a separate small chest the copies of all our letters and their enclosures, which during this war were dispatched by us overland and with Portuguese ships via Lisbon to your Right Honourable and Worshipful Sirs, except the letters of 17 March and 4 April of this Year with their enclosures, which are now transmitted as Triplicate and Duplicate. We resolve upon this the sooner, because from our private domestic letters we must gather that the letters via Portugal have not arrived safely. § 17. Finally, we also present to your Right Honourable and Worshipful Sirs in a separate oblong case two plans of the fortress of Koetsiem, the one under No 1 shows the condition of the same at the time the declaration of war was received here, and No 2 shows the fortifications as they presently are after the improvements made to them, and we trust that a knowledgeable eye will discover in this latter plan the principal reason why this Establishment did not fall prey to the enemies during the war, notwithstanding that for a full Year they stood upon our borders with a great superior force and more than once threatened us with a siege. § 18. We commend your Right Honourable and Worshipful Sirs together with the important interests of the Company to God's safe keeping and remain with all submission, Right Honourable, Respected Sirs, and Worshipful Sirs, Your Right Honourable and Worshipful Sirs' humble and faithful Servants, J G van Angelbeek AVHarn Koetsiem 29 December 1783 J H Darmicheul JSpall A S ernede Duplicate La A. secret Batavia To his Excellency The Most Honourable, Highly Respected and Wide-Ruling Lord Mr Willem Arnold Alting Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General Chartered East India Company and the Worshipful Lords Councillors of the Netherlands Indies, etc. etc. Most Honourable, Highly Respected and Wide-Ruling Lord, Worshipful Sirs, § 1. I respectfully submit this to provide your Excellencies with a report of what has occurred since my last letter of 31 March, which is transmitted simultaneously with this one, with respect to the secret matters treated therein. § 2. On 2 April, there sailed past this fortress
Dutch transcription
betaalen mosten, doch ons volk en onze vlagge daar reets vindende keerdenze wederom terug. op deeze wijze zijn wij thans wederom in het bezit van Paponettij en settua geraakt, en zullen er ook ongestoord in blijven, ingevalle de Engel„ „schen, of onder hun hooger gezag, de samorijn het land van kalikut in hunne macht krijgen. — Doch zoo wanneer de Nabab bij d' uitkomst, door overwinning of verdrag, wederom in het ge„ „ruste bezit van hetzelve mogt geraaken: zoo zal hij zeekerlijk trachten, ons deeze plaatsen andermaal te ontweldigen. § 9. wij zullen dit, des mogelijk, voorkoomen, door een vriendelijke onderhandeling, en hebben ge„ „tracht, daar toe den grond te leggen, door eene briefwisseling met zijnen kommandant te kalikut, die geinsereerd is bij onze hier nevens in kopij overgaande sekreete Resoluutsien van den 24:e November 3:e 9:e 10:e en 12. december 1783. , waar aan wij ons in deezen gedraagen. §10. Om nu aan deeze minzaame onderhandelingen te meerder nadruk te geeven en om in allen gevalle ook beter in staat te zijn, om ons tegen geweld te verdeedigen, hebben wij de Ministers van Ceilon, blijkens sekreete resoluutsie van den 9:e deezer, verzocht, ons zoo veel troepen bij 2. ding 5 8. 1 bij te zetten, als hun Goevernement tegens woor¬ „dig missen kan, vermits in beide gevallen de kans om Meester van settua te blijven, grooter zijn zal, naar maate van de macht, die wij zullen kunnen gebruiken, om onze poogingen daar toe te ondersteunen. §n 11. wij hebben dit verzoek aan de Ceilonsche Mi„ „nisters des te noodzaaklijker geacht, wijl wij weinige dagen na de bezitneeming van settua tijding kreegen, dat de Engelsche Regeering te Madras op het nieuw eene wapenschorsing voor den tijd van drie maanden met Tipoe sultan geslooten had, waar door de verdere operaatsien van het Leger van kollonel Tullarton dan ook gestaakt zijn, en waar door gemelde sultan dus ruime handen gekreegen heeft, om ons de meer„ „melde plaatsen andermaal te ontweldigen. — § 12. Met deeze wapenschorsing kunnen wij echter niet wel over eenbrengen het gedrag der Engel„ „schen van Tellitseeri, die, na dat de wapen„ „ stilstand getroffen, was, de stad Kananoor, toebe„ „hoorende aan eene Moorsche vorsten, die den Eer titel van Bibi voerd, en welker Man onder den titel van Adij Rasia als Medere„ „gent bekend is, vermeesterd hebben. § 13. want wijl deeze Bibi en Adi Rasia geallieerden of geallieerden of liever vas allen van Tipoe sultan zijn, zoo schijnt het, dat zij ook onder den wapen„ „stilstand hadden behooren begreepen teworden. § 14. Altans wij denken, dat Tipoe sultan deezen stap als eene verbreeking van de wapenschorsing zal opneemen, en worden in dit denkbeeld be„ „vestigd door de berichten, die de Eerstgeteekende nu pas uit het leger van kolonel Fullarton zelve ontvangen heeft, dat de Nabab met een zwaare Armé tegen het zelve in aantocht is. § 15. Denklijk zullen wij hier van met het tweede retoer schip van Ceilon, nader bericht kunnen geeven. § 16. Nu wij het genoegen hebben, met onze eigene schepen te kunnen schrijven, en op eene veilige bestelling te eerder mogen reekenen, door dien de Eerstgeteekende deezer dagen van goeder hand van Bombai onderricht is, dat volgens brieven uit London van den 4:e Augustus de vreede tusschen de Republiek en Engeland tot stand gekoomen is meenen wij geen geheel on„ „ nut werk tedoen, dat wij met deeze eerste geleegenheid neevens deezen in een apart kisje afzenden de afschriften van alle onze brieven en derzelver bijlagen, die geduurende deezen oorlog over land en met portugeesche schepen r¬ eerden schepen over Lissabon aan uw weledele Grootachtb: en weledele Gestrengen door ons zijn afgevaar„ „digd uitgezonderd de brieven van den 17:e Maart en 4:e April deezes Jaars met haare bijlagen, die als Triplikaat en Duplikaat thans overgaan. wij besluiten hiertoe te eerder, wijl wij uit onze partikuliere vaderlandsche brieven moeten op„ „maaken, dat de brieven over Portugal niet zijn te recht gekoomen. § 17. Eindelijk bieden wij uw weledele, Groot achtb: en weledele Gestrenge ook noch in een apart langwerpig kasje aan twee plans van de vesting koetsiem, het eene sub N=o 1. wijst de gesteldheid van dezelve aan, ten tijde dat hier de oorlogs verklaaring ontvangen werd, en N=o 2. vertoond de vestingwerken, zoo als ze zich thans, na de daar aan ge„ „maakte verbeeteringen, bevinden, en wij vertrouwen, dat een kundig oog in dit laaste plan de voornaamste reeden ontdekken zal, waarom dit Etablissement in den oorlog geen roof der vijanden geworden is, niet tee„ „genstaande zij een rond Jaar met eene groote overmacht op onze grenzen gestaan en ons meer dan eens met een beleegering ge„ „dreigd hebben. wij § 18. wij beveelen uw weledele, grootachtbaare en weledele Gestrenge neevens de wigtige belangen der Maatschappij in Gods veilige hoede en blijven met alle onderdaanigheid. Weledele, Groot achtbaare Heeren, en Weledele Gestrenge Heeren! Uwer weledele Groot achtb: en weledele, Gestrenge onderdanige en getrouwe Dienaaren J G van Angelbeek AVHarn Koetsiem den 29:e Decemb:r 1783: J H Darmicheul JSpall A S ernede achtb: ze b: ƒ 2v 21 Dupliceet La A. sekreet Batavia Aan zijne Hoogedelheid Den Hoogedelen, Grootachtbaaren wijdgebiedende Heer M:r Willem Arnold Alting wegens den staat der vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde oostindische komp: Goeverneur Generaal en de De Weledele, Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën &: &: Hoogedele Grootachtbaare wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren! § 1. Jk laate deezen in eerbied dienen, om uwen Hoogedelheeden bericht te geeven van 't geen zeder mijnen laasten van den 31:e Maart, die tegelijk met deezen overgaat, met betrek„ „king tot de daarbij verhandelde sekreete zaaken is voorgevallen. § 2. Den 2=de April Zeilde voorbij deeze vesting van ba en
English
from the north to the south the English war fleet, strong with the two advance ships that had already been perceived the day before twenty-eight sails, and among them seventeen ships of the line, the names of which, in my accompanying document, are specified. § 3. These ships were repaired of their defects and newly equipped at Goa and Bombai, for which Admiral Hughes negotiated twenty lak rupees in bills of exchange on the Admiralty of England, paying the rupee at two shillings six pence sterling and thus four stuivers more than that for which the rupee has hitherto been accepted by them. § 4. Of this, fourteen lak was spent on the payment of arrears of ship wages, repairs, outfitting, and victualing of the fleet, and six lak was taken along on board the fleet. § 5. This fleet did not call at Mangeloor and therefore has no land troops on board, so that it is not probable that it will begin its operations with a landing on Ceilon, but much more that it will seek out the French fleet, which in the meantime has been reinforced with three warships of the line, and thus consists of fifteen heavy ships and several strong frigates. § 6. The chance of war at sea is therefore much more uncertain now, since both fleets are sufficiently equally strong, than last year, when the French fleet was considerably more powerful than the English, and upon the outcome of their enterprises the fate of Ceilon seems primarily to depend. § 7. For if the French fleet were beaten and forced to retire, Admiral Hughes, in the present state of the war on land, could easily take on board the necessary number of land troops at Madras, in order now still to carry out his intention which he had forged in the beginning of 1782 after the conquest of Trinkenemale, according to his letter to the Minister of the Admiralty, in which he gives notice of that conquest and adds that he intended to make himself master of Gale, which letter has been inserted in Luzac's French newspaper. § 8. It is therefore very much to be wished that the so long expected relief, which finally set sail from Texel on 9 July 1782, may soon arrive at the French fleet, and enable the same to face the enemies with a certain hope of victory, and to frustrate their dangerous designs. § 9. I spoke just now of the present state of the war on land, of which the Ceilon Ministers can give a more detailed report as far as the coast of Kormandel is concerned, but of which I must, to my regret regarding what has occurred on this side, communicate that Mangeloor has passed to the enemies, and that the enemies have made considerable booty in this fortress as well as in Bideroer, particularly also of rice, of which they had a great shortage. § 10. Since then, the young Sultan Tipoe Saib has indeed arrived in Kanara from Karnatika with a strong army, where he currently besieges Bideroer, but it will not go so easily to drive the English out again, now that they are once masters of two such capital fortresses, and in the meantime Madras, which was pressed hard by the troops of the Sultan, breathes fresh air again, and even has a great chance to drive away from there the remainder of the troops of Tipoe Saib, who under the command of his brother Karim Saib have remained in Karnatika, and the French troops, who are also on the coast of Kormandel, as well as to enable Admiral Hughes, if he should become master of the sea, with the necessary land troops for an expedition on land. § 11. Our joint letters indicate the bad condition of our monetary resources, which is much aggravated now that the merchandise which Ceilon still wanted to send to us in this monsoon with a private small vessel Trajano could not arrive here, and we also found no opportunity to turn our pepper into money for acceptable prices, for which the abundance and the low price of the pepper to the north are to blame. § 12. We have nevertheless sent the last lak rupees that was still to be obtained here to Ceilon, and will try to manage until the month of November; but then we are also at our wits' end if we receive no relief. § 13. It need not be cash money, however; if only spices, sugar, and other trade goods are sent to us, we are helped; and if our entire demand is satisfied, we can also still considerably assist Ceilon; but here it will depend on whether circumstances will allow sending the same hither with the Company's ships. § 14. If this should therefore again encounter difficulty as last year, the only means to help us would consist in employing foreign neutral ships. § 15. With this prospect, I have provisionally agreed with Mr. Pedro Antonio Monneron, brother of the French agent at Kolombo and thus a born Frenchman, but who is naturalized in Portugal and is a Captain-Lieutenant at sea in the service of the Queen, and commands his own ship under Portuguese pass and flag, that he, who intends to go to Batavia, will offer his ship St. Pedro d'Alcantara on freight to your Right Excellencies hitherward. § 16. This ship, sound and strong, a fine sailer, whose papers are in full order, and recently endured the sharpest inspection in the English fleet of Admiral Hughes, could at least load the following merchandise, besides still some goods for use. thousand
Dutch transcription
van de noord naar de Zuid de Engelsche oor„ „logs vloot, sterk met de twee voorloopers die 's daags bevoorens reets vernoomen wierden agt en twintig Zeilen, en daar onder zeeventien schepen van linie, waar van de naamen, bij mijnen nevensgaanden, zijn opgegeeven. § 3. Deeze schepen zijn te Goa en Bombai van hunne gebreeken hersteld en op 't nieuw toege¬ „rust, waar toe de Admiraal Hughes twin¬ „tig Lak ropijen op wissels op de Admiraliteit van Engeland genegootsieerd heeft, de ropij tegen twee schelling ses pences sterling te betaalen en dus vier stuivers meer dan waar voor de ropij tot nu toe bij hen aangenoomen is. § 4. Hier van zijn veertien lak tot afbetaaling van achterstallige scheeps-soldijen, vertimme„ „ring, toetuiging en 't viktaljeeren van de vloot besteedt, en ses lak aan boord van de vloot mede genoomen. § 5. Deeze vloot is te Mangeloor niet aangeweest en heeft dus geene landtroepen aan boord, zoo dat het niet waarschijnlijk is, datze haare operaatsien met eene landing op Ceilon zal beginnen, maar veel meer dat zij de fransche vloot zal opzoeken, die middelerwijle ver„ „sterkt is met drie oorlogs schepen van Linie, en dus uit vijftien zwaare schepen en eenige Duplicaat sterke sterke fregatten bestaat. § 6. De oorlogskans ter zee is dus thans veel onzeekerder, nu beide vlooten genoegzaam eeven sterk zijn, dan voorleeden jaar, toen de fransche vloot vrij machtiger was, dan de Engelsche, en van de uitkomst hunner onder„ „neemingen schijnt het lot van Ceilon voor„ „naamlijk af te hangen. § 7. want indien de fransche vloot geslaagen en genoodzaakt wierd, zich te retireeren: zoo zoude de Admiraal Hughes, in de tegenwoor¬ „dige gesteldheid van den oorlog te lande, ligt het noodige getal landtroepen te Madras kunnen aan boord neemen, om nu noch zijn voorneemen uit te voeren, het welk hij in 't begin van 1782. na de verovering van Trin„ „kenemale gesmeedt had, volgens zijnen brief aan den Minister van de Admiraliteit, waar bij hij van die verovering kennis geeft, en er bij voegd, dat hij voorneemens was zich van Gale Meester te maaken, welke brief in de fransche koerant van Luzac geinsereerd is. § 8. Het is dus zeer te wenschen, dat het zoo lange verwachte ontzet, het welk eindelijk den 9:e Juli 1782. uit Texel onderzeil gegaan is, spoe„ „dig bij de Fransche vloot moge aanlanden, en dezelve in staat stellen, om den vijanden met t met een zeekere hoope van de overwinning het hoofd te bieden, en haare gevaarlijke des„ „seinen te veriedelen. — § 9. Jk repte zoo eeven van de tegenwoordige ge„ „steldheid van den oorlog te lande, waar van de Ceilonsche Ministers omstandiger bericht kunnen geeven, voor zoo verre de kust kor„ „mandel betreft, doch waar van ik tot mijn leetweezen, nopens 't geen aan deeze kant is voorgevallen, moet bedeelen, dat Mangeloor aan de vijanden is overgegaan, en dat de vij„ „anden in deeze vesting zoo wel als in Bide„ „roer, aanmerklijken buitgemaakt hebben inzonderheid ook van Rijs waar aan zij groot gebrek hadden. § 10. Zeder is wel de Jonge sultaan Tipoe saib, met een sterk leger uit karnatika in kanara aangekoomen, daar hij Bideroer thans belee„ „gerd heeft, doch het zal zoo maklijk niet gaan, om de Engelschen, nu ze eens Meester van twee zulke kapitaale vestingen zijn, daaruit wederom te verdrijven, en middelerwijle schept Madras, hetwelk door de troepen van den sul„ „taan benauwd was, op 't nieuw adem, en heeft zelfs groote kans, om het overschot van de troe„ „pen van Tipoe saib, die onder bevel van zijnen Broeder Karim saib in karnatika gebleeven Duplicaat zijn zijn, en de Fransche troepen, die zich meede op de kust kormandel bevinden, van daar te verdrijven, mitsgaders om den Admiraal Hughes, zoo wanneer hij Meester van de Zee mogt worden, met de noodige landtroepen tot eene expedietsie telande in staat te stellen. § 11. Onze gemeene brieven wijzen den slechten toestand onzer geld middelen aan, die veel ver„ „ ergerd is, nu de koopmanschappen, die Ceilon ons noch in deeze mousson met een partikulier scheepje Trajano wilde toezenden, hier niet hebben kunnen koomen, en wij ook geene gelee„ „genheid gevonden hebben, om onze peper voor aanneemlijke prijzen tot geld temaaken. waar aan de meenigte en de laage prijs van de peper om de noord schuld zijn. § 12. wij hebben niet te min het laaste lak no„ „pijen hetwelk hier noch te krijgen was naar Ceilon gezonden, en zullen ons trachten te red„ „den tot de maand November toe; maar dan zijn wij ook te einde raad indien wij geen ont„ „zet krijgen. § 13. kontant geld behoefd het echter niet te zijn; als ons slechts specerijen, suiker en andere handelwaaren gezonden worden, zoo zijn wij geholpen; en als onze heele eisch voldaan word, zoo kunnen wij Ceilon ook noch merklijk baar merklijk bijstaan; doch hier zal het op aan„ „koomen, of de omstandigheeden het willen toe„ „laaten, om dezelven met 's komp:s schepen her= „waards te zenden. § 14. Jndien dit dus wederom zwaarigheid ontmoe„ „ten mogt gelijk voorleeden jaar, zoo zoude het eenigste middel om ons te helpen hierin be„ „staan, dat men zich van vreemde neutraale schepen bediende. § 15. Met dit uitzicht hebbe ik met den Heer Pedro Antonio Monneron, Broeder van den Fran„ „schen Agent te kolombo en dus een gebooren Franschman, doch die in Portugal genatura „liseerd en in der koningin dienst kapitain Luitenant ter zee is, en een eigen schip onder Portugeesche pas en vlagge voerd, provisioneel afgesprooken, dat hij, die voorneemens is naar Batavia te gaan, zijn schip S:t Pedro d' Alcan „tara aan uwe Hoogedelheeden op vracht naar herwaards aan zal bieden. § 16. Dit schip, hecht en sterk, een schoone zeiler, wiens papieren in volle order zijn, en Jongst het scherpste onderzoek in de Engelsche vloot van Admiraal Hughes doorgestaan hebben, zoude op zijn minst de volgende koopmanschap „pen, buiten noch eenige goederen tot gebruik kunnen laaden. Duplicaat duizend
English
one thousand boxes of Japanese copper. one hundred thousand pounds of Tin. eighteen hundred canasters of powder sugar two hundred canasters of candy ditto and half of the demanded spices. Paragraph 17. This cargo would, according to the customary invoice prices, amount to 113070: rupees at cost, and if one assumes the customary selling prices, yield 381890. rupees upon sale. If the company sends these goods hither on its own ships, it calculates for expenses of ship and servants on the aforesaid quantity: Tin and copper 14 percent amounting to rupees: 6665. spices and sugar 24 percent ditto 15704. Total rupees: 22374. Paragraph 18. If this sum were paid double to such a ship for freight, to be received here after delivery, the company would thereby spare its ships and crew, and avoid the risk of the war, and a profit of more than two lakh rupees net, or after deduction of further yield expenses, would still be made here on the cargo. Paragraph 19. If now Mr. van de Graaff at Kolombo, who first made this plan and was negotiating about it with a captain of another three-masted Portuguese ship at Kolombo, might also succeed in his design, Your Excellencies would be able to send with these two private neutral ships all the spices and the largest part of the minerals, together with about two-fifths of the sugar alongside the most necessary household provisions; the remainder could go to Ceilon on the company's ships. Paragraph 20. I could then freight the aforesaid two ships to Ceilon with rice and timber, and from there they could bring the remaining trade merchandise hither, and then be sent back to Ceilon with a second cargo of rice and timber. Paragraph 21. I commend Your Excellencies and the important interests of the Company to the protection of the Almighty and remain with all respect and high esteem. Subscribed: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Right Honorable, Strict Lords! Your Excellencies' obedient and faithful servant. Was signed: J: G: van Angelbeek. In margin: Koetsiem the 3rd of May 1783. Duplicate Duplicate Ely HBaees qualified clerk Agreed Copy Batavia To His Excellency! The Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord! Mr. Willem Arnold Alting! Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its General Chartered East India Company and The Right Honorable, Strict Lords Councillors of the Netherlands Indies! Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord. Right Honorable, Strict Lords! I avail myself of this unexpected opportunity with the English company's ship The Panges to report briefly to Your Excellencies that all is well here, the great haste made by the captain not allowing me to enter into any detail of affairs. On the 30th of September last, under cover from Ceilon, via Tutukorijn, I received the separate dispatch from Your Excellencies of the 20th of May last, and I hereby offer my respectful thanks, both for the favorable congratulations on my promotion to Councillor of the Indies, and for the gracious addition of the title of Governor during my further stay here. Upon receipt thereof, we resolved in Council to send a suitable native vessel, provided with the necessary pass and flag, to Goa and Bombai for the purchase and transport of the demanded wheat; however, the news since received from the north of a general scarcity of rice and the extraordinary high price of wheat caused thereby makes me apprehensive whether we shall succeed in our intention; nevertheless, may Your Excellencies be assured that nothing will be left untried to comply in this matter. We have news here from Bombai and Trankebaar that the preliminaries of peace between France, Spain, and America, and Great Britain have been signed, but between our state and England only an armistice is taking place; and a private ship from Mauritius, which has called here and subsequently sailed to Bombai, has further confirmed that the peace was published in Europe on the 20th of April, though without knowing anything further regarding our Republic. I hope soon to be gladdened with the firm news of an advantageous peace and at the same time to be furnished with the orders of Your Excellencies for the reduction of our troops, and I have provisionally, upon the aforesaid first news, reduced the sepoy companies from one hundred and thirteen to seventy privates and shall, as soon as we obtain any greater certainty, in hope of favorable interpretation, proceed to the reduction of the sheiks and of six companies of sepoys, but retain the remainder until further orders from Your Excellencies, chiefly on account of the uncertainty whether Your Excellencies might wish to employ them in Batavia. Tipoo Sultan recaptured Bideroer in the beginning of May and made the English General Mattheus, with two other staff officers, about twenty European captains, and a multitude of subaltern officers, together with eight or nine hundred Europeans and about three thousand sepoys, prisoners of war; and subsequently laid siege to Mangaloor, wherein Major Campbell lies with nine hundred Europeans and two thousand sepoys; notwithstanding the
Dutch transcription
duizend kistjes Japansch koper. „honderd duizend pond Tin. agttien honderd kanasters poeder suiker twee honderd kanasters kandij d=o en de helfte van de geeischte specerijen. § 17. Deeze laading zoude, naar de gewoone fak„ „tuur-prijzen 113070: ropijen inkoops bedraagen, en als men de gewoone verkoops prijzen aan„ „neemd, 381890. ropijen bij verkoop rendeeren. — wanneer de komp: deeze goederen met eigene schepen herwaards zendt: zoo reekend zij voor ongelden van schip en Dienaaren op de voorsz: quantiteit Tin en koper 14. p:r C=to bedraagen rop: 6665. — specerijen en suiker 24. p:r C=to d=o - - „ 15704. — Somma rop: 22374. — § 18. wanneer deeze som eens dubbeld aan zulk een schip tot vracht betaald werd, om, na de uit„ „leevering hier te ontvangen, zoo zoude de komp: haare schepen en volk spaaren, en de risiko van den oorlog uitwinnen en hier zoude op de laa„ „ding noch ruim twee lak ropijen zuiver of na aftrek van de verdere rendements ongelden geprofiteerd worden. § 19. Jndien nu de Heer van de Graaff te kolombo,ig die dit ontwerp eerst gemaakt heeft, en daar over in onderhandeling was met een kapitain 't van aan baar La. b. van een ander driemastig Portugeesch schip te Kolombo, in zijn voorneemen mede mogt slaa¬ „gen. zoo zouden uwe Hoogedelheeden met deeze twee partikuliere neutraale schepen, alle spe„ „cerijen en het grootst gedeelte van de Mineraalen, mitsgaders omtrend twee vijfde van de suiker kunnen zenden nevens de allernoodzaaklijkste behoeften voor de huishouding, het ovrige zoude met 's komp:s schepen naar Ceilon kunnen gaan. §n 20. Jk zoude dan de voorm: twee schepen naar Ceilon kunnen bevrachten met rijs en hout„ „werk, en van daar kosten zij de ovrige han„ „delwaaren hier na toe brengen, en dan met een tweede laading rijs en houtwerk naar Ceilon terug gezonden worden. § 21. Jk beveele uwe Hoogedelheeden en de wigtige belangen der Maatschappij in de bescherming des Allerhoogsten en blijve met alle eerbied en Hoog achting. /onderstond:/ Hoogedele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer, en weledele Gestrenge Heeren ! uwer Hoogedelheeden gehoorzaame en getrouwe Dienaar /:was ge„ „teekend:/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ Koetsiem den 3=de Mai 1783:—. —. Suplicaat Duplicaat Ely HBaees g: klert Akkordeerd Kopia Batavia Aan zijn Hoogedelheid! Den Hoogedelen, Grootachtbaaren, wijdgebiedenden Heer! M:r Willem Arnold Alting! wegens den staat der vereenigde Nederlanden en haare algemeene geoktroieerde oostindische komp: Goeverneur Generaal ende De Weledele, Gestrenge, Heeren Raaden van Nederlands Jndiën! Hoogedele, Grootachtbaare wijdgebiedende Heer. Weledele, Gestrenge Heeren! Ik neeme deeze onverwachte geleegenheid, met het Engelsche komp:s schip The Panges waar, om uw Hoogedelheeden in 't kort te melden, dat hier alles wel is, vergunnende de groote haast, die door den kapitain gemaakt word, mij niet, om in eenig detail van zaaken te treeden. — Den 30:e September Jongstl: hebbe ik onder koevert van baar de en 4 da.lt van Ceilon, over Tutukorijn de aparte Missive van uwe Hoogedelheeden van den 20:e Mai Jongstl: ontvangen, en ik legge bij deezen mijnen eerbiedi„ „gen dank af, zoo voor de gunstige felicitaatsie wegens mijne bevordering tot Raad van Jndiën, als voor de gracieuse toevoeging van den Goeverneurs titel, geduurende mijn verder verblijf alhier. — Op den ontvangst van dezelve, hebben wij in Raade beslooten, een bequaam inlandsch vaartuig met de noodige pas en vlagge voorzien, naar Goa en Bombai tezenden, tot den inkoop en overbreng van de geeischte tarwe, doch de zeder ontvange„ „ne tijding van de noord van een algemeene schaars „heid aan rijs en de daar door veroorzaakte onge„ „meene duurte van de tarwe, maakt mij be„ „ducht, of wij wel in ons voorneemen slaagen zullen, echter gelieven uwe Hoogedelheeden ver„ „zeekerd te zijn, dat niets onbezocht zal blijven, om in dit stuk te voldoen. wij hebben hier tijding van Bombai en Tranke„ „baar, dat de preliminarien van vreede tusschen Frankrijk, spanjen, en Amerika en tusschen Groot„ „brittannien geteekend zijn, doch tusschen onzen staat en Engeland noch maar een stilstand van wapenen plaats heeft, en een partikulier schip van Mauricius, het welk hier aangeweest en vervolgens naar Bombai gesteevend is, heeft nader verzeekerd verzeekerd, dat de vreede op den 20:e April in Europa gepubliceerd was, doch zonder iets naders aangaan„ baar „de onze Republiek te weeten. — Jk hoope eerlange met de vaste tijding van een voordeeligen vreede verheugd en teffens met de beveelen van uwe Hoogedelheeden tot het ver„ „minderen van onze troepen gemunieerd te wor„ „den, en hebbe bij provisie, op de voormelde eerste tijding, de sipahis-kompaniën van honderd der„ „tien tot zeeventig Gemeenen gereduceerd en zal, zoo dra wij eenige meerdere zeekerheid erlangen, n in hoope van welduiding, tot de reduksie van de sjegos en van ses kompanien sipahis treeden, doch de overigen, tot nadere order van uwe Hoogedel„ „heeden aanhouden, voornaamlijk wegens de on„ „zeekerheid, of uwe Hoogedelheeden van dezelven te Batavia gelieven gediend te zijn. Tipoe sultan heeft Bideroer in 't begin van Mai heroverd, en den Engelschen Generaal Mat„ Mn „theus met noch twee staf=Officieren, omtrend twintig Europeesche kapitains en een meenigte subalterne Officiers, nevens agt of negen honderd Europeeschen en omtrend drie duizend sipahis krijgs=gevangen gemaakt; en vervolgens het beleg voor Mangaloor geslaagen, waar in de Majoor Campbell met negen honderd Europeeschen en twee duizend sipahis legt; Niet tegenstaande den ede
English
the rainy season, the work of the besiegers was so far advanced in June that the breach was practicable and the moat almost filled, yet then an envoy of the Marquis De Bussy and two English deputies from Madras arrived in His Highness's army, bringing the news of peace in Europe and an invitation to participate in it by virtue of the 16th Article of the preliminaries; and at the same time the commanders of the French auxiliary troops in His Highness's army received orders to take no further action against the English. Thereupon, an armistice was concluded on 2 August between Tipu Sultan and the commander of Mangalore, a copy of which I am sending; however, I now hear from Captain Dempster, who is the bearer of this letter, that Tipu Sahib has since broken the armistice and made himself master of Mangalore; and this news is confirmed by natives from the north. This must appear all the more strange because, after concluding the armistice, he sent ambassadors to Bengal for formal peace negotiations, who were accommodated here in our roadstead on the English Company ship Warren Hastings. As far as I can gather from the account of Captain Dempster, the young prince, after concluding the armistice, must have caught wind of a certain letter from the Governor-General and High Council in Bengal to the ministers in Bombay and Madras, instructing them not to make peace with him, but to subjugate him entirely. The said captain adds that he heard at Tellicherry that an English army of fifteen or sixteen thousand men was advancing from Madras to Seringapatam, and a second of about nine thousand men from Trichinopoly to Palghat, and this latter report is confirmed, while writing this, to the extent that several merchants from the last-mentioned place are fleeing here, because an English army had arrived at Dharapuram (a fortress of Muhammad Ali Khan on the borders of Palghat) to besiege this place. If this order from Bengal is literally true, Tipu Sultan's conduct would not be so much to blame, and the French would also have reason to complain about it as a breach of the 16th Article of the preliminaries; for, if the same is to mean anything, it must signify the promise on the part of England that it will make peace on equitable terms with the native allies of France. I therefore also consider it certain that the Marquis De Bussy will object to this, and in any case will assist Tipu Sultan anew; and in doing so, the recently extinguished fire of war between these two nations could easily be rekindled, at least in these regions. These past days the first vessels from Muscat arrived here and brought news that two private ships from Batavia laden with sugar and spices were lying there. We have not needed to sell pepper to bolster our treasury, and we shall therefore have a supply of fully fourteen hundred thousand pounds in the coming month; the Ceylon ministers have been informed of this and requested to have it collected from here. I commend Your Excellencies and the important interests of the Company to God's protection and have the honor to be. (Below stood:) Highly Honorable, Right Worshipful, Far-Ruling Lord and Honorable, Valiant Lords! Your Excellencies' most humble and faithful servant (was signed:) J: G: van Angelbeek (in the margin:) Cochin, 12 October 1783: Agreed Adriaan [illegible] sworn clerk Treaty of armistice between the Lord Nawab Tipu Sultan and the English commander in the fortress of Mangalore, translated from the English. Pursuant to the sixteenth article of the peace treaty made and concluded on 20 January 1783 between the kings of England and France and their subjects, the Nawab Tipu Sultan Bahadur Ali, alongside the English nation in the Indies, is ready and willing to accede to the invitation of the Marquis De Bussy, Captain-General of the land and naval forces and all French possessions on this side of the Cape of Good Hope; as well as of Messrs. Sadlier and Staunton, deputies to this General on behalf of the Secret Committee at Madras, and has agreed with Major Campbell, commanding the English military forces in Mangalore and on the Malabar Coast, to conclude an armistice for the whole of the aforesaid coast on the following conditions. Article 1. Regarding the disposition of the troops. Major Campbell shall remain master, and in possession, of the fortress of Mangalore, and only of the ground which he currently still occupies outside the fort, and the Nawab on his side of the trenches and
Dutch transcription
„8. l — „ den regen tijd, was het werk der belegeraars in Iuni zoo ver gevorderd, dat de breche praktikabel en de gracht bij na gevuld was, toch toen arriveer„ „den een Afgezant van den Heer Markies De Bussij en twee Engelsche gedeputeerden van Madras in zijn Hoogheids leger, met de tijding van den vreede in Europa en met de noodiging, om, uit hoofde van het 16:e Artikel van de prelimi„ „narien, daar aan deel te neemen; en ter zelver tijd ontvingen de kommandanten van de fransche hulp=troepen in zijn Hoogheids leger order, om niet verder tegen d'Engelschen te ageeren. — Hier op is den 2:e Aug:s tusschen Tipoe sultan en den kommandant van Mangaloor een wapen„ „stilstand geslooten, waar van ik een afschrift overzende; Doch thans hoore ik van kapitain Dempster, die de Brenger deezes is, dat Tipoe saib den wapenstilstand zeder verbrooken en zich van Mangaloor Meester gemaakt heeft; en deeze tijding word door Jnlanders van de Noord bevestigd; Dit moet zoo veel vreemder voorkoo„ „men, wijl hij, na het sluiten van den stilstand, Ambassadeurs naar Bengale gezonden heeft, tot de formeele vreede=handelingen, die met het Engelsche komp: schip, waaren Hastings, hier op onze rheede geleegen hebben. zoo veel ik uit de vertelling van kapitain Dempster kan nagaan nagaan, moet de Jonge vorst, na het sluiten van den wapenstilstand, de lucht gekreegen heb„ baar „ben van zeekeren brief van den Goeverneur Ge„ „neraal en Hoogen Raad in Bengale aan de Mi„ „nisters van Bombai en Madras, om geen vreede met hem te maaken, maar hem ten eenemaal te onder tebrengen. Gemelde kapitain voegd daarbij te Tellitseeri gehoord te hebben, dat een En„ „gelsch leger van vijftien of sestien duizend Man van Madras naar Seringapatnam en een tweede van omtrend negen duizend Man van Trietsje„ „napoli naar Palikatseeri, in aantogt was, en dit laatste word, onder het schrijven deezes, in zoo verre gekonfirmeerd, dat verscheidene koop„ „lieden van laast gem: plaats dit heen koomen vluchten, wijl te Darapoer /: eene vesting van Mahomed Alichan op de grenzen van Palikat„ „seeri:/ een Engelsch leger aangekoomen was, om deeze plaats te beleegeren. Jndien deeze order van Bengale letterlijk waar is, zoo zoude het gedrag van Tipoe sultan zoo zeer niet te blameeren zijn, en zoo zouden ook de Franschen reeden hebben, zich daar over, als over een inbreuk van het 16:e Artikel van de preliminarien te bezwaaren, want, indien het zelve iets beteekenen zal, zoo moet het de belofte van de zijde van Engeland beteekenen, ede dat en dat het, op billijke voorwaarden met de Jnlandsche Bondgenooten van Frankrijk zal vreede maaken. Jk stelle derhalven ook als vast, dat de Markies De Bussij daar tegen opkoomen, en in allen gevalle Tipoe sultan op 't nieuw bij staan zal; en zoo doende, zoude het pas gedempte oorlogs vuur tus„ „schen deeze twee Naatsien maklijk op 't nieuw kunnen ontsteeken, ten minsten in deeze gewesten. Deezer dagen zijn de eerste vaartuig van Maskat hier gekoomen en hebben tijding gebragt, dat daar twee partikuliere schepen van Batavia met sui„ „ker en specerijen lagen. — wij hebben niet noodig gehad, tot stijving van onze kas peper te verkoopen, en zullen dus in d' aan„ „staande maand, wel veertienmaalhonderd dui„ „zend ponden in voorraad krijgen; De Ceilonsche Ministers zijn hier van verwittigd en verzocht, dezelve van hier te laaten afhaalen. — Jk beveele uwe Hoogedelheeden en de wigtige be¬ „langen der Maatschappij in Gods bescherming en hebbe de eere te zijn. /:onderstond:/ Hoogedele Groot„ „achtbaare wijdgebiedende Heer en Weledele Gestr: Heeren! uwer Hoogedelheeden onderdaanigste en getrouwe Dienaar /:was geteek:d/ J: G: van Angelbeek /:in margine:/ koetsiem den 12:e oktober 1783: C R. l 4 Akkordeerd Adriaan Boolwlirt Ryklerk &a c. vSbert verdrag van wapenstilstand tusschen den Heer Nabab Tipoe sultan en den Engelschen kom„ „mandant in de vesting Mangaloor uit 't Engelsch vertaald. Jngevolge van het sestiende artikel van het vreede- traktaat gemaakt en geslooten den 20:e Januarij 1783. tusschen de koningen van Engeland en Frankrijk en hunne onderdaanen, is de Nabab Tipoe sultaan Bahader Ali, nevens de Engelsche Naatsie in Jndiën, bereid willig te treeden tot de invitaatsie van den Marquis de Bussij, kapitain Generaal van de landen zeemacht en alle Fransche bezittingen aan deze zijde van de kaap de goede hoop; zoo wel als van de Heeren sadlier en stauton, gedeputeerden aan deezen Generaal van weegens het geheine kommitté ede te Madras, en is met den Majoor Campbell, kom„ „mandeerende de Engelsche krijgsmagt in Man„ „galoor en ter kuste Mallabaar, over eengekoo„ „men, een wapenstilstand voor de geheele voor„ „melde kust te sluiten op de volgende voorwaarden. Art 1. Aangaande de disposietsie van de Troepen De Majoor Campbell zal blijven Meester, en in het bezit van de vesting Mangaloor, en alleen van den grond, dien hij thans buiten het Fort noch okku„ „peerd, en de Nabab aan zijn kant van de loopgraven in en
English
and batteries which he has constructed in front of this Fort, and in which he shall be permitted to keep for their defense the same number of Sepoys as were in them during the siege. He shall also remain in possession of the battery on the Island which he has captured, and be permitted to leave therein the present garrison, which, together with the troops in the trenches, amounts to three thousand Men. As for his army, instead of leaving it here, he intends to march with it to the other side of the mountains as soon as he can; but Major Campbell cannot insist on this departure as if it were an article agreed upon under the stipulated terms of the armistice; the said Major only desires that the same rule shall apply with respect to the reinforcements that might be sent to him, of which further mention shall be made in the article treating specifically thereof. The Nawab shall send into the Fort one hundred of his armed Sepoys, and he may station them therein as he sees fit, to ensure that nothing is done contrary to the articles of the armistice, and he may also have these Sepoys relieved every three days. Major Campbell, on his part, may place in the trenches and batteries erected by the Nawab in front of the Fort an equal or lesser number of his armed Sepoys, and station them there likewise according to his judgment, also having them relieved every three days. The Officers of the Fort may walk outside the same and visit the French Officers who are in the Army of the Nawab; but as for the soldiers of the garrison, they may also walk outside the fort, yet only a few at a time, and no further than 2 kos along the seashore. The said officers and soldiers shall in their walks take every care by all means not to inspect the works of the Nawab. Article 2. Concerning the works. Major Campbell may not repair the breach made in the Fort, nor construct any new works, neither inside nor on the outside of the Fort; and the Nawab likewise can no longer have work done on his trenches, or construct any new works; in short, everything shall remain in its present state, and neither of the two parties shall undertake anything to its particular advantage. Article 3. Concerning the Provisions. The Nawab shall cause a Bazaar to be built near the Fort, where the Garrison can purchase its provisions, and he shall appoint a person to whom they can apply for the necessary beef and mutton; the garrison shall also pay no more for all Provisions than the current price of the country; the Garrison shall also not be obliged to take anything which it considers to be of a bad or unwholesome quality. The Major shall have the liberty to take provisions of all kinds into the Fort for 12 days, but he may not store up a greater quantity thereof for any length of time. The Major shall be permitted to have strong liquors, salted provisions, and other matters which the Country cannot supply brought from other places, and freely bring the same into the Fort, as much as is necessary for one month, and no more. Article 4. Regarding the delivery of letters. The Nawab shall permit the Mail couriers to pass freely and unhindered, without the letters being opened, but not through his Realm on the peninsula; and Major Campbell shall for that purpose send his letters along the Seashore, southward or northward, but he may neither receive nor send any papers by sea. Article 5. Concerning the reinforcements. Major Campbell may no longer receive any reinforcements sent to him, whether by water or by land; he shall even send out orders to stop their advance, so that whoever comes overland shall remain in the place where they currently are; nor shall he be permitted to receive the reinforcement sent to him, or that might be sent, by sea. The officer commanding the same shall have the liberty to remain at the same latitude where he is at present, or to return to Tellicherry or Bombay; and if such a reinforcement should arrive before this Fort after the signing of this armistice, Major Campbell shall send it away immediately, and in any case no one from the ships or vessels that brought the reinforcement shall be permitted to come ashore. Major Campbell may not bring into the Fort any munitions of war of any kind whatsoever, and if any should arrive for him, he shall send them back to Tellicherry. Article 6. Concerning the military discipline between the two Troops. The Sepoys, Pindaris, or any other Persons of the Nawab having any complaints against the soldiers, Sepoys, or any other persons of
Dutch transcription
en batterijen, die hij voor dit Fort gemaakt heeft, en in welken hij ter bewaaring zal mogen houden het zelfde getal Sipahis, als er geduurende de beleegering in geweest zijn. Hij zal ook blijven in het bezit van de batterij op het Eiland, die hij veroverd heeft, en daarin mogen laa„ „ten de tegenwoordige bezetting, die met de troepen in de loopgraven uitmaakt drie duizend Man. wat zijn armee aangaat, zoo is hij voorneemens, in plaats van ze hier te laaten, met dezelve; zoo dra hij kan, aan de andere zijde van het gebergte te marcheeren, maar de Majoor Campbell kan op dit vertrek niet aandringen, als of het een artikel was, over eenkomstig met de bepaalde voorwaarden van den wapenstilstand, hij Majoor begeerd alleen, dat dezelfde regel zal plaats vinden ten opzichte van de versterking, die hem mogte toegezonden zijn, en waar van nader zal gesprooken worden in het arti„ „kel, 'twelk daar van in 't bezonder handeld. De Nabab zal in het Fort zenden honderd van zijne gewapende sipahis, en hij mag dezelven daar in pos„ „teeren, zoo als hij goed vindt, om te letten, dat er niets gedaan word tegen de artikels van den wapenstil„ „stand, en hij kan deeze sipahis ook alle drie dagen laaten aflossen. De Majoor Campbell: aan zijn kant, kan in de loop„ „graven en batterijen, die door den Nabab voor het Fort opgeworpen zijn, plaatzen, een gelijk of minder d. l „ getal getal van zijne gewapende sipahis, en dezelven aldaar meede naar zijn goedvinden posteeren, ook alle drie bar dagen laaten aflossen. De Officiers van 't Fort kunnen buiten hetzelve wandelen, en de Fransche Officieren bezoeken, die in het Leger van den Nabab zijn, maar wat de soldaa„ „ten van het garnisoen betreft, dezelven mogen mede buiten het fort wandelen, toch maar weini„ „gen te gelijk, en niet verder als 2. kos- langs de zee kant. Gemelde officiers en soldaaten zullen in hunne wandeling op alle wijze zich wachten, dat zij de werken van den Nabab niet examineeren. Art: 2. Betreffende de werken. De Majoor Campbell mag de breche, die in het Fort gemaakt is, niet repareeren, noch eenige nieuwe de werken aanleggen, zoo mins binnen, als aan de zijde van het Fort, en de Nabab kan mede niet meer laaten werken aan zijne loopgraven, of eeni„n„ „ge nieuwe werken aanleggen, kort alles zal verblijven in den tegenswoordigen toestand, en geen van beide deelen zal iets tot zijn bezonder voordeel onderneemen. e Art: 3: Aangaande de Levensmiddelen De Nabab zal na bij het Fort een Bazaar laaten bouwen, waar de Bezetting haare provisie kan koo„ „pen en hij zal een persoon aanstellen, aan wien zij 0 zij zich wegens het noodige ossen=en schaapen-vleisch addresseeren kan, dezelve zal ook niet meer betaa„ „len voor alle Levensmiddelen, dan de loopende prijs van het land, de Bezetting zal ook niet verplicht zijn iets teneemen, wat zij denkt, van een slegten, of schaadelijken aart te zijn. De Majoor zal de vrijheid hebben, voor 12. dagen pro„ „visie van alle zoorten in het Fort teneemen, maar hij mag geene grootere quantiteit daarvan voor eeni„ „gen tijd opleggen. De sterke dranken, gezoutene provisien en andere zaaken die het Land niet kan leeveren, zal de Ma„ „Joor mogen van andere plaatsen laaten komen, en dezelven vrijlijk in het Fort brengen, zoo veel als voor een maand noodig is, en niet meer. Art: 4. Nopens de bestelling van brieven. De Nabab zal permitteeren, dat de Briefdragers vrij en onbelemmerd, zonder dat de brieven geopend worden, kunnen passeeren, maar niet door zijn Rijk in het schier-Eiland, en de Majoor Campbell zal ten dien einde zijne brieven verzenden langs Zeestrand, zuidwaarts of noordwaards, maar over zee mag hij geene papieren ontvangen noch ver„ „zenden. Art: 5. Aangaande de versterkingen De Majoor Campbell mag geene versterkingen 8 meer meer ontvangen, die hem toegezonden worden, het zij te water of te lande, hij zal zelfs uitzen„ „den, om den aanmarsch van dezelven te staaken, zoodanig, dat de geene, die overland komt, zal blijven in de plaats, daar zij tegenwoordig is, ook zal hij niet mogen ontvangen de versterking, die hem over zee toegezonden is, of mogte ge„ „zonden worden. De officier, die dezelve kommandeerd, zal de vrij„ dien „heid hebben, op dezelfde breedte te blijven, waar hij thans is, of naar Tallitseeri of Bombaij terug tekeeren, en wanneer eene diergelijke versterking, na het teekenen van dezen wapenstilstand, voor dit Fort mogte aankoomen: zoo zal de Majoor Campbell dezelve aanstonds weder wegzenden, en in alle gevallen zal niemand van de scheepen of vaartuigen, die de versterking gebragt hebben, nl aan land mogen komen. De Majoor Campbell mag in het Fort geene 20 oorlogs= behoeften hoe genaamd brengen, en als er eenigen voor hem mogten aankoomen, zoo zal hij dezelven terug naar Tallitscheeri zenden. ber Art: 6: Betreffende de krijgstugt tusschen de beide Troepen. De Sipahis, Picdars, of eenige andere Persoonen van den Nabab eenige klachten hebbende tegen de soldaaten, sipahis of eenige andere persoonen hun van rs ell
English
of the garrison, shall address themselves to Major Campbell, who shall ensure that they are punished as the laws of war dictate. On the other side, the soldiers, sepoys, or others belonging to the garrison having lawful complaints against the sepoys, Piedars, or other persons of the Nabob, shall address themselves to the commanding officer of the Prince, who shall likewise ensure that they are punished according to their deserts. If anyone from either side takes the law into his own hands, he shall be punished by his own officers. Article 7. Concerning Fort Onoor and all places dependent thereon. All the aforementioned articles, which have been made and established for the Fort and the garrison of Mangalore, shall likewise be observed and respected by the garrison of Onoor and the seaports dependent thereon, with this distinction, however, that for Onoor, being a place of less importance than Mangalore, the Nabob shall leave 900 sepoys or Picdars in the trenches and batteries which his troops have made before this place to guard the same, and shall post within Fort Onoor only 30 sepoys, to see that the articles of the armistice are accurately observed, just as the commanding officer in Onoor may place an equal number, namely 30 sepoys, in the trenches and batteries of the Nabob for the same purpose. Article 8. Concerning the former English garrison of Nagure. Major Campbell requested of the Nabob the release of the garrison of Nagure, General Matthews having surrendered this place by capitulation to the Prince, whereby it was stipulated that he and his garrison should be permitted to retire to one of the English places; but he received in reply that among the articles of capitulation granted to General Matthews, the following two were the principal ones: The general was to retire with his garrison and effects to one of the English possessions, and surrender to the Nabob all persons who had previously belonged to the sercar, as well as all the jewels, effects, and ready money that had been in the Fort; but that General Matthews, after the signing of the articles of capitulation, had plundered all the treasures and warehouses, and had caused the accounts of the Toshakhana and of the Prince to be burned; also that he had not delivered up the persons who had belonged to the serkar, and that he, the Nabob, was therefore justified by the laws of war in keeping the general with the garrison in captivity. Furthermore, the Nabob said that this article had no relation to an armistice, but only to a peace treaty, and Major Campbell agreed that this matter should be settled at the upcoming peace. Article 9. Concerning the possessions of the Nabob on the Malabar Coast. The Nabob made known that he wished to remain master of his old possessions on this coast, and to have the import and export duties as well as the other revenues collected as before; and the Major replied that he was satisfied with this with respect to the lands which the Nabob had conquered for the second time, from the time of his arrival on this coast until this armistice, but not with respect to the lands of which the English had made themselves masters, and which he still regarded as belonging to the English, even though they had left these lands without defense. The Nabob replied that the Major surely did not know that his troops were at this moment dispersed throughout all his old possessions along this coast, and that consequently the places where the English had no military force lawfully belonged to him. Major Campbell thereupon raised the objection to the Nabob regarding this article that, the Raja of Cherikal, the Raja of Nelesir, and the Raja of Komlah being allies of the English, the Nabob could collect no duties in these lands. The Prince answered that, in the first place, his troops had already made themselves masters of all the lands of the Rajas of Nelesir and Komlak, that he had placed Amuldars and other persons there who were currently collecting the revenues, and that everything with respect to both of these had thus already been put in order. In the second place, regarding the lands of the Raja of Cherikal, that his troops had already made themselves masters of a part thereof, and that at this moment there were troops of his there; that the late Nabob Haider Ali Khan, his father, who had conquered that land, had returned the same to the said Raja on the condition that he should pay an annual tribute, and that this land thus belonged to him; and in short, that he could not regard this Raja as an ally of
Dutch transcription
e „ van de Bezetting, zullen zich addresseeren aan den Majoor Campbell, die zorge dragen zal, dat zij ge„ „straft worden, zoo als de krijgs wetten dikteeren, aan de andere zijde, de soldaaten sipahis of an„ „deren behoorende tot de Bezetting rechtmatige klachten hebbende teegen de Sipahis, Piedars of andere persoonen van den Nabab, zullen zich addresseeren aan den kommandeerenden officier van den Prins, die opgelijker wijze zorgen zal, dat dezelven naar verdienst gestraft worden. wanneer iemand van beide zijden met zijne han„ „den zich recht verschaft, zal hij door zijne eigene officiers gestraft worden. Art: 7: Nopens het Fort onoor en alle daar van afhangende plaatsen. Alle de voormelde artikels, die gemaakt en vast ge„ „steld zijn, voor het Fort en de Bezetting van Man„ „galoor, zullen gelijkerwijze geobserveerd en gerespek„ „teerd worden door de Bezetting van onoor, en de daar van afhangende zeehavens, met dit on„ „derscheid echter dat de Nabab voor Onoor, eene plaats van minder belang zijnde dan Manga„ „loor, in de loopgraven en batterijen, die zijne troe„ „pen voor deeze plaats gemaakt hebben, zal laten 900. Sipahis of Picdars, om dezelven te bewaaren, en binnen het Fort onoor posteeren, alleen 30. si „pahis, om te letten, dat de artikels van de wapen wapenstilstand naauwkeurig geobserveerd worden, gelijk de kommandeerende officier in onoor tot het zelfde oogmerk in de loopgraven en batterijen van den Nabab een gelijk getaal namelijk 30. Sipahis kan. plaatsen. Art: 8. Betreffende de voorige Engelsche Bezetting van Nagure. De Majoor Campbell heeft van den Nabab gevraagd die de loslating van de Bezetting van Nagure, heb„ „bende de Generaal Mattheus deeze plaats bij ka„ „pitulaatsie aan den Prins overgegeeven, waar bij bepaald was, dat hij en zijn garnisoen zich naar een van de Engelsche plaatsen zouden mogen re„ „tireeren, maar tot antwoord gekreegen, dat onder de artikels van kapitulaatsie, die den Generaal Mattheus toegestaan zijn, de volgende twee de voornaamsten waaren. De generaal zoude zich met zijn garnisoen en en goederen retireeren, naar een van de Engelsche bezittingen; en aan den Nabab overleeveren alle persoonen, die bevoorens tot den sercar behoord Eer hebben, zoo mede alle de Juweelen, effekten en gereed geld in het Fort geweest zijnde; maar dat de Generaal Mattheus, na de teekening van de ƒ artikels van kapitulaatsie alle de schatten en en pakhuizen geplondert had, en de Reekening van Toskana en van den Prins had laaten verbranden, hun 3. ook den „ „ „ ook dat hij de persoonen, behoord hebbende tot den serkar, niet overgelevert had, en dat hij Nabab desweegen door het recht van oorlog gewettigd was, den generaal met het garnisoen in gevangenschap te houden. voorts zeide de Nabab, dat dit artikel geene betrekking had tot een wapenstilstand, maar alleen tot een vreedes=traktaat, en de Majoor Campbell bewilligde, dat deeze zaak bij de aan„ „staande vreede zoude vereffend worden. Art: 9. Aangaande de bezittingen van den Nabab ter kuste Mallabaar De Nabab gaf te kennen, dat hij Meester wilde blijven van zijne oude bezittingen ter deezer kuste, en de in en uitgaande rechten zoo wel als de verdere inkomsten laaten invorderen, ge¬ „lijk bevoorens, en de Majoor antwoorde, dat hij daarmeede te vreede was, ten opzichte van de Landen, die de Nabab ten tweede maal veroverd had, zeeder deszelfs komst aan deeze kust, tot dezen wapenstilstand, maar niet ten opzichte van de Landen, waar van de Engelschen zich Meester gemaakt hebben, en die hij noch aan„ „merkte, als behoorende aan de Engelschen, schoon zij deeze landen zonder defensie gelaa„ „ten hadden. De Nabab repliceerde, dat hij Majoor zekerlijk niet niet wist dat zijne Troepen in dit moment in alle zijne oude bezettingen langs deeze kust verspreidt ab baar waaren, dat bij gevolg de plaatsen, daar de Engel„ „schen geen krijgsmagt hadden, wettig hem toequamen. Majoor Campbell maakte vervolgens nopens dit 3 artikel den Nabab de tegenwerping, dat de Raja van Cherikal, de Raja van Nelesir, en de Raja van komlah geallieerden van de Engel„ „schen zijnde, de Nabab in deeze Landen geene rechten konde invorderen. De Prins antwoorde, dat in de eerste plaats zijne troepen zich al reets meester gemaakt hadden van alle de landen van de Rajas van Nelesir en komlak, dat hij aldaar Amuldars en andere per„ „soonen geplaatst had, die thans de inkomsten inzamelden, en dat dus alles, ten opzichte van deeze beiden, reets in order gebragt was. Jn de tweede plaats, aangaande de landen van den Raja van Cherikal, dat zijne troepen zich Ee reets Meester gemaakt hadden van een gedeelte daar van, en dat er in dit moment krijgs volk van hem aldaar was; dat de overleedene Nabab Geer Haider Alikan, zijn vader, die dat land had ver„ „overd, hetzelve aan gemelden Raja terug gegeeven had, op de voorwaarde, dat hij een Jaarlijx tri„ „buut zoude betaalen, en dat dus dit land hem toebehoorde, en in 't kort dat hij deezen Raja niet konde aanmerken, als een Geallieerden n van
English
of the English, but would treat him as a subject and servant who had revolted and also taken part in the rebellion of schak Klijas. After the Nabab had made this objection, Major Campbell agreed to the following articles: The Nabab shall remain master of his old domains on this coast which are not in the power of the English troops, but in the power of the Nabab's forces; he shall receive the revenues as before, without being hindered therein by the English or their allies; he shall likewise receive at Mangaloor and elsewhere the import and export duties and other revenues, as before. Art: 10. Concerning the armistice on the coast of Mallabaar. The Nabab will, from this moment on, cease all hostilities against the possessions, troops, and allies of the King of Great Britain and the English East India Company along this coast, and Major Campbell, as Commander and Chief of the English military forces on this coast, shall likewise cause all hostilities to cease against the possessions, troops, and allies of the Nabab; and it is generally understood by this armistice that neither of the two parties on this coast of Mallabaar shall seek to gain any advantage whatsoever at the expense of the other. Art: 11: Concerning the Hostages. The above-mentioned articles shall be observed accurately and in good faith by both parties, and to that end Major Campbell shall give two English officers as hostages to the Nabab, who shall always remain near the Nabab, with one of the French corps, and the Nabab shall likewise send two of his officers to Major Campbell as hostages. Art: 12. The present agreement of an armistice shall be signed and written in quadruplicate in the Marathi and English languages; it shall also be written in quadruplicate in the French language and signed, besides by the Nabab and Major Campbell, also by Mr. Peucon de Morlai, Envoy of France to the Nabab, who on this occasion acted as mediator between the Nabab and Major Campbell and serves as witness to the articles that have been approved and determined. A copy of each shall be given to the Nabab and one to Major Campbell, one in French shall be sent to the Marquis De Bussij, and another shall remain in the hands of Mr. Peucon. Thus resolved and written in quadruplicate in my Durbar before Mangaloor on the 2nd of August 1783. L: S: signed Tipoe sultan Bahader Thus resolved and written in quadruplicate in Fort Mangaloor on the 2nd of August 1783. L: S: signed Johan Campbell, Major of the 42nd Regiment, Commander and Chief. Signed according to the content of the 12th article before Mangaloor on the 2nd of August 1783. L: S: Peucon de Morlai. Duplicate First Clerk Adriaan Pootvliet Agreed Examined Triplicate L:a C. Secret Resolution on Monday the 24th of November 1783. Forenoon, present The Right Honorable Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant, Second, and Head Administrator Reinier van Harn, The Honorable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, The Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Nikolaas Wendelin Beijts, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Paymaster Coenraad George Seijsser, The Honorable Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Junior Merchant Willem van Haesten, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen, taken in the Council of Mallabaar at the city of Koetsiem. In this meeting convened solely for that purpose, the Governor informed the members: that His Honor had these days received confirmed news that the English were advancing with a numerous army to make themselves masters of the Kingdom of Kalikut, and therein to restore to the throne the old King Zamorin, who for that purpose was with their army; and furthermore that on the 13th of this month they had captured the fortress of Palikatseeri, which was to be regarded as the key to that Kingdom; and how on the contrary the few troops of the Nabab Tipoe Sultan were retreating, and had specially also abandoned the territory of Paponettij and the fortress of Settua; That His Honor had therefore judged it necessary to make use of this favorable opportunity to restore the Company to the possession of that territory and fortress which had rightfully belonged to it and had been wrested from it by the Nabab by superior force; wherefore His Honor, on the 19th of this month, had summoned the Chief Cellarius of Kranganoor to him, informed him of this intention, and entrusted the execution thereof to him, with a verbal instruction relating thereto; and that the said Cellarius the following morning had marched out of Kranganoor with a company of Malays, under Ensign Dalinger, and a company of Sepoys, under Ensign Berger, and already by nine o'clock had taken possession of Paponettij, and the next day of Settua, without having encountered any forces of the Nabab or any other hindrance, these places and the entire territory having been evacuated by the previous possessors shortly before; but that he ought not to have arrived half a day later, because the Zamorin's Moors the 24th of November on
Dutch transcription
van de Engelschen, maar hem zoude behandelen, als eenen onderdaan en Dienaar, die zich revol„ „teerde en ook deel nam aan de rebellie van schak Klijas. Na dat de Nabab deeze tegenwerping gemaakt had, bewilligde de Majoor Campbell de vol„ „gende artikels: De Nabab zal Meester blijven van zijne oude Domainen op deeze kust, die niet in de magt van de Engelsche troepen, maar in de magt van de Nababschen zijn, hij zal de inkomsten ontvangen als bevoorens, zonder daar in belet te worden door de Engelschen, of hunne Bondge„ „nooten, hij zal op gelijker wijze te Mangaloor en elders de in=en uit=gaande rechten en andere inkomsten, als bevoorens. Art: 10. Nopens den wapenstilstand ter kuste Mallabaar. De Nabab wil, van dit moment af aan, stakken alle vijandelijkheeden tegen de bezittingen troe„ „pen en Bondgenooten van den koning van groot Brittanje en de Engelsche oostindische komp: langs deeze kust, en de Majoor Campbell, als kommandant en Chef van de Engelsche krijgs macht ter deezer kuste, zal meede alle vijande„ „lijkheeden doen ophouden tegen de bezittingen Troepen en Bondgenooten van den Nabab, en is in in het algemeen bij deezen wapenstilstand ver„ e „staan, dat geen van beide partijen ter dezer kuste Labaar eenig voordeel, hoe genaamd, zal zoeken te behaa„ „len ten kosten van den anderen. Arb: 11: Betreffende de Gijselaars. De bovengemelde artikels zullen door beide partijen nauwkeurig en ter goedertrouwe geobserveerd worden, en ten dien einde zal de Majoor Campbell twee Engelsche Officieren als Gijzelaars aan den Nabab geeven, die altoos na bij den Nabab, bij een van de Fransche koors, zullen blijven, en de Nabab zal gelijker wijze aan den Majoor Campbell als ƒ Gijzelaars twee van zijne officiers zenden. Art: 12. De tegenswoordige overeenkomst van een wa„ „penstilstand zal geteekend en geschreeven wor„ n „den in quadruplo in de Maratsche en Engel„ „sche taalen, zij zal mede geschreeven worden in quadruplo in de Fransche taal en geteekend, he behalven door den Nabab en Majoor Campbell, ook door den Heer Peucon de Morlai, Envoijé van Frankrijk aan den Nabab, die bij deeze geleegenheid als Mediateur ageerde, tusschen den Nabab en den Majoor Campbell en tot getuige diend van de artikels, die goedgevonden en be„ „paald zijn. Een afschrift van ieder zal gegeeven worden aan den 3 Duplicaat den Nabab en een aan den Majoor Campbell, een in 't Fransch zal gezonden worden aan den Marquis De Bussij, en een ander zal blijven in handen van den Heer Peucon. Aldus beslooten en geschreeven in quadruplo in mijn Derbar voor Mangaloor den 2:e aug:s 1783. (L: S:) geteekend/ Tipoe sultan Bahader Aldus beslooten en geschreeven in quadruplo in 't Fort Mangaloor den 2:e aug:s 1783. (L: S:) geteekend/ Johan Campbell Majoor van het 42=ste Regiment kommandant en Chef. geteekend volgens den inhoud van het 12=de arti„ „kel voor Mangaloor den 2:e aug:s 1783. /L: S:/: Peucon de Morlai. Egklerck Adriaan Pootvliht l Akkordeerd Nagezien Trifaald L:a C. - Sekreete Resoluutsie op Maandag den 24„e November 1783. voormiddag, prezent De Weledele groot Achtb Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek De E: Heer opperkoopman sekunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn de E: Heer Majoor en Hoofd der Milietsie Fredrik von den Busch, De E: Koopman Fiskaal en kassier Nikolaas Wendelin Beijts, Do E: onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van Spall, de E: onderkoopman en soldijboekhouder Coenraad George Seijsser, De E: onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion Vernede„ De E: Onderkoopman Willem van Haesten, en de E: onderkoopman en sekretari van poletse Johan Andries Daimichen, Jn deeze daar toe alleen belegde vergadering, gaf de Heer goeverneur aan de Leden te kennen: dat zijn Edele deezer dagen vaste tijding erlangd had, hoe de Engelschen met een talrijk leeger in aantocht waaren om zich van het Rijk van kalikut meester te maaken, en daar in den ouden koning Samorijn, die zich tot dat einde in hun genoomen in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem leeger o in leger bevond, wederom op den troon te brengen, mitsgaders op den 13„e deezer de vesting Palikatseeri, die als de sleutel van dat Rijk aantemerken was, veroverd hadden, en hoe daarin teegen de weinige troepen van den Nabab Sipoe sultan, retireerden, en speciaal ook het land van Paponet„ „tij en de Vesting Settua verlaaten hadden; Dat zijn Ed derhalven geoordeeld had; zich van deeze gunstige geleegenheid te moeten bedienen, om de kompanie wederom te stellen in het bezit van die landstreek en Vesting welke haar wettig had toebehoord, en door den Nabab door overmaek was ontweldigd; weshalven zijn Edele op den 19e deezer het Opperhoofd Cellarius van kranganoor bij zich ontbooden en van dit voorneemen onderricht, mitsgaders de uitvoering daar van opgedraagen had, met een mondelinge instruksie daar toe betreklijk, en dat gemelde Cellarius den volgenden morgen met eene kompanie Malaiers, onder den vaandrig Dalinger, en een komp„e s jeges, onder den vaandrig Berger van kranganoor uitgerukt was, en om neegen uur reets van Paponettij, mitsgaders 'sdaags daar aan van settua bezit genoomen had, zonder eenig volk van den Nabab, of eenig ander hindernis ontmoet te hebben zijnde deeze plaatsen en de heele landstreek, kort bevoorens van de voorige Bezittens, ontruimd, doch dat hij ook geen halven dag laater had moeten koomen, door dien de Samorijnsche Mooren Den 24e November op
English
The 24th of November on the news of the retreat of the Nabob's forces, had already made preparations to cross the river with a multitude of kattoponels and plunder the rural inhabitants; of which event it has been approved and agreed to keep this record; And furthermore, on the proposition made thereto by the Governor, it has been approved and agreed to appoint Lieutenant Frederik Christiaan von Mulder as commandant of Settua, as this could suffer no delay, but for the present to entrust the administration of Paponetty to the Honorable Cellarius, until one, from the further course of the war of the English against Tipu Sultan, can judge with greater certainty whether one will be able to maintain oneself in possession of these places. - Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid:— was signed: J. G. van Angelbeek, R. van Harn, F. von den Busch, N. W. Beijts, J. L. van Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede, W. van Haesten, and J. A. Daimichen Agreed Adriaan Bogaert EBlock Secret Resolution taken in the Council of Malabar in the city of Cochin. Wednesday the 3rd of December 1783. Forenoon present The Right Honorable Extraordinary Councillor of Netherlands India, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honorable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn The Honorable Merchant and Fiscal Mr. Nikolaas Wendelen Beits The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall The Honorable Junior Merchant and Pay-Bookkeeper Coenraad Gorge Seijffer, The Honorable Junior Merchant and Dispenser Abraham Jean Scipion Vernede The Honorable Junior Merchant Willem van Waeften Absent The Honorable Major and Head of the Military Fredrik von den Busch and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Police, Johan Andries Daimichen due to indisposition After the ordinary business contained in today's common resolution, the matter of retaking possession of the lands of Paponetty and Settua, of which report was made in the secret resolution of the 24th of November last, was brought further to the table, and to demonstrate the reasons that had given occasion thereto, it was observed by the Governor: That if this opportunity to put oneself again in possession of those lands had been neglected, and the English had conquered them, the Company would have been deprived of them forever, because the English would have regarded them as places that had last belonged to the Nabob and had been conquered from him, and under that title would have retained them. That in the opposite case, or if Tipu Sultan might remain master at the end of the Zamorin's realm, the Company would also have had no other opportunity to recover what was lost than by the way of arms, which had already been fruitlessly undertaken in the year 1778; but that now, since the Company had put itself in possession, in the first case the English would not have the least right to challenge it on that account, since it had done nothing other than retake what had been unjustly alienated from it, while in the second case, the Nabob would undoubtedly try to bring those places under his control once again, but that this would also have been the case if the enterprise in the year 1778 to recapture Settua by force of arms had had the desired success; and finally that in all cases now that one had come back into possession of the aforementioned places, one would have a better chance of settling the dispute over the same through amicable negotiation with him, the Nabob, than if he had remained master thereof. That he, the Governor, in order to pave the way to this last point, and especially to at least for the present distract the commandant of Calicut and the Nabob himself, immediately after taking possession of Settua, had given notice thereof by a letter to the aforementioned commandant, with the request to inform the Nabob thereof, the Dutch draft of the same reading as follows: Draft letter written by the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of this coast, to the commandant of Calicut, the Lord Assada Beekchan, the 25th of November 1783. When the English army went from the east to Palghattingery, I received word that the forces of the Lord Nabob Tipu Sultan Bahadur had abandoned Paponetty and Settua and that thus the entire country was exposed to the wantonness and violent acts of the Zamorin's peoples. I have therefore taken back into possession those places as belonging of old to the Company; the day thereafter the forces of the Zamorin came to occupy Settua and to plunder and devastate the country, but seeing that our forces were already posted there, and that the
Dutch transcription
Den 24„e November op se tijding van de vetraite van s' Nababs volk reets toestel ge„ „maakt hadden met meenigte kattoponels over de divier te gaan en het landvolk uitteplonderen; van welke gebeurtenis, goedgevonden en verstaan is, deeze aanteekening te houden; En is wijders op de daar toegedaane proposietsie van den Heer goeverneur goedgevonden en verstaan, den Luitenant Frederik Christiaan von Muldersz: tot kommandant van settua aantestellen als kunnende dit geen uitstel lijden, doch de beheering van Paponettij voor eerst aan den E: Cellarius op te draagen, tot dat men, uit het verder beloop van den oorlog der Engelschen, tegen Tipoe sultan met meerderl„ zeekerheid kan oordeelen of men zich in het bezit van deeze plaatsen zal kunnen handhaven. - Aldus Gedaan, Geresolveerd, en Gearres„ „teerd in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem ten daage, maand en Jaare voormeld:— /:was getz: :/ J„ G: van Angelbeek, R: van Harn F: von den Busch, N: W: Beijts, J: L van Spall, C: G. Seijsser, A„ J: s vernede; W: van Haesten, en J: A Daimichen Akkordeerd Adriaan Boowlert EBlock en Sekreete Resoluutsie genoomen in Raade van Malla„ „baar ter steede Koetsiem. Woensdag den 3 December 1783. Voormiddag prezent De weledele Groot achtb: Heer Raad estra ordinair van Nederlands Jndien deverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek. „ E Heer opperkoopman, sekunde en hoofd administrateur Reinier van Hlarn, ge E koopman en Fiskaal M„r Nikolaas Wendelen Beits „ E onderkoopman en Pakhuismeester Jan Lambertus van spall „ E onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad Gorge Seijffer, „ E onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Saipion vernede „ E onderkoopman Willem van Waeften Absent „ E Heer Majoor en hoofd der Milietsie Fredrik von den Busch en „ Eonderk ven Sekeerdris van Poliessie, Iohan Andries Daimichen door indisposietsie Na de ordinaire besoigne bij de gemeene Resoluutsie van heeden vervat, werd de zaak van het wederom in bezit neemen, van de landen van Paponettij en settua waar van bij de sekreete resoluitsie van den 24. No„ „vember Jongstleeden verslag gedaan is, nader ten ta„ „pijte gebragt, en tot betoog van de reedenen die daar toe aanlijding gegeven hadden door den Heer Goever„ „neur aangemerkt. Dat als men deeze kans verwaarloost had, om zich wederom op P. wederom in het bezit van die Landen te stellen, en de Engelschen dezelven vermeesterd hadden; de komp daar van voor altijd zoude verstooken geweest zijn, want dat de Engelschen dezelven als plaatsen, die laast aan den Nabab toebehoord hadden, en op hem veroverd waaren zouden aangemerkt en onder dien titel behouden hebben Dat in het tegen overstaande geval of wanneer Tipor sultan aan 't eind van het samorijnsche Rijk mogt Meester blijven, de komp ook geen andere kans zoude gehad hebben, om het vertoorene weederom te verkrijgen dan den weg van wapenen, die reets in het Jaar 1778. vrugtelbos was ingeslaagen, doch dat thans iit de komp zich in het bezit gesteld had in het eerste geval„ de Engelschen geen het minste recht zouden hebben om haar daar over aante spreeken, door dien zij niets anders gedaan had, dan weederom te neemen, het geen haar onrechtvaardigerwijze ontweedigd was, terwijl in het tweede geval, de Nabab wel ongetwijffeld, zonder trachten, die plaatsen andermaal onder zijn geweld te brengen, doch dat dit ook het geval zoude geweest zijn, zoo wanneer d'onderneeming in het Jaar 1778. om settua gewapenderhand te heroveren een gewensch sukces gehad had, en eindelijk dat men in allen gevallen thans nu men wederom in 't bezid van gem: plaatsen was geraakt, meerdere kans zoude heb„ „ben om het verschil over dezelven door minnelijke onder „handeling met hem Nabab bij te leggen, dan wan„ „neer hij daar van Meester gebleeven waare. Dat Dat hij Goeverneur, om tot dit laaste den weg te baanen, en inzonderheid, om ten minsten voor eerst den kommandant van Kalikus en den Nabab zelve te: amuseeren, straf na de bezitneeming van settua, daar van had kennis gegeeven, bij een brief aan gemelden kommandant, met verzoek om daar van bericht te doen aan den Nabab luidende het nederduitsche op„ „stel van den zelven als volgd Konsept brief door den weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders. Goeverneur en Direkteur deezer kus„ „te gesch aan den kommandant van Kalikut, den Heer Assa„ „dabeekchan den 25. November 1783 soen het Engelsche leeger uit het oosten naar zalkatseerij ging, kreeg ik bericht dat het volk van den Heer Nabab Tipoe sultan Bahadoer Paponesti en Settua verlaaten had en dat dus het heele land voor den moetwil en de geweldenarijen van de Samorijnsche volkeren blood stond- Jk hebbe derhal„ „ven die plaatsen als van ouds aan de komp toebehoorende: weederom in bezit genoomen, sdaags daaraan quam het volk van den samorijn om Pettua te bezetten. en het land uit te planderen en te verwoesten, doch zien, „de dat ons volk daar reets geposteerd was, en dat de. „
English
the Dutch flag having been planted there again, they withdrew again without having accomplished their aim. I request Your Honour to inform His Highness the Lord Nabab Topoe sultan Bahadoer of this, with the assurance that the Dutch Company will always maintain friendship with His Highness and endeavor to cultivate it more and more. If there is anything wherein I may be of service to Your Honour, please write to me. May God preserve Your Honour. Underneath stood: translated as such into Malabar by me, Koetsieen, date as above. Was signed: Be Bles, sworn translator. That His Honour, shortly after the dispatch of this letter, had received two letters from the said Commandant regarding this matter, reading in translation as follows: Translation of an ola written by Ariproboe, soebedaar at Kalikut, to the Right Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaar, received the 26th of November 1783. I am in good health until the 24th of this month, and wish to hear of the well-being of Your Right Honourable. Upon receipt of this, I request that you write to me in detail. I have received word that there are troops remaining at Settua, and that the flag of the Noble Company has been placed there. Because the Nabab and the Noble Company live in great harmony and friendship, and especially between myself and Your Right Honourable no discord has arisen, this being so, Your Right Honourable ought not to send troops and a flag to the fort which has been conquered by the Aramancan. Whether these troops who have now arrived did so by order of Your Right Honourable, or in the name of someone else, cannot be known with certainty. If it is the case that Your Right Honourable has sent troops to a fort that has been conquered by the Aramancan without writing to us, in view of our great friendship, this sending of troops is not fitting. Therefore, for these reasons, please write to me and inform me clearly of everything. For the goods that Your Right Honourable sent me, I have sent the money with Izaak Surjon; let me know whether it has been delivered. To demand such things from Your Right Honourable's troops is not seemly, therefore I have resolved to write to Your Right Honourable, in order to consider according to the answer what [illegible]. Translation of an ola written by Arajadabekoekam to the Right Honourable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Mallabaar, received the 26th of November 1783. In the fort of Sestua, which has been conquered by Aramankan, the Company's flag is flying and some troops are there. We have heard this without being able to know for what reason. The Aramankan and the Noble Company are in good alliance, therefore, without doing any harm to those people, we write to Your Right Honourable. And we cannot believe that those people have been sent from there; therefore I wish to know with certainty whether these people who have been sent there were sent by Your Right Honourable or not, by order of Your Right Honourable, or rather sent by someone else, which I cannot know, in order to bring no harm to the friendship, for it is not good that any misfortune should happen to that friendship. Therefore, if it is the troops that Your Right Honourable has sent, let them return back thither. Whereupon he, the Governor, had caused a letter to be written in reply of the very same contents as the first, with this addition: that when the present troubles have ended, the Company would seek to settle this matter amicably with the Lord Nabab, whereupon further reply is still awaited. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to conform with all of this. Seeing that order must be established regarding the revenues of the aforementioned lands of Settua and Paponettij, which had been leased by the Nabab to the Canarese Naga Kalia and to the well-known Moor Waidroes koeti, for one year, commencing on the 1st of August 1783 and ending on the last of July 1784; it was observed in this regard that these farmers, if they are rejected by the Company, will not fail to complain to the Nabab's Governor at Kalikut and incite him to retake Settua. Consequently, upon the proposal of the Lord Governor, it was approved and agreed to offer the said farmers whether they wish to continue in their leases for the remainder of this year, provided they account for the money to the Company. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar in the city of Koetsiem on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. van Maren, N. H. Beijs, J. L. van Spall, C. G. Suijfer, A. J. S. Verneede, W. van Waesten. Agrees with the original. Adriaan Boolvlerk, First Clerk.
Dutch transcription
„te Hollandsche vlag daar weederom geplant was, zijn „ze onverrichter zaake weederom afgetrokken, Jk ver„ „zoeke uwEd hier van aan zijn Hoogheid den Heer Nabab Topoe sultan Bahadoer bericht te geeven, onder verzee„ „kering, dat de Hollandsche Komparie de vriendschap met zijn Hoogheid steeds zal onderhouden, en meer en meer trachten aan te queeken, hier iets van uwEd: dienst zijnde gelieve mij aanteschrijven God bewaare uw Ed /onderstond/ zoodanig door mij in het mallabaarsch overgezet koetsieen dato als boven /was getekend/ B„e Bles g: Translateur. Dat zijn Edele, kort na het afgaan van deezen brief twee brieven van gemelden Kommandant over dit geval ontvangen had, luidende vertaald als volgt. Translaat ola door Ariproboe. soebedaar te kalikut geschreeven„ aan den weledelen Groot achtb Heer. Johan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Needer„ „landsch Jndia Goeverneur en Direk„ „teur ter kuste Mallabaar ontvan„ „gen den 26. November 1783. Jk ben tot den 24 deezer maand in gezondheid, in wensche naar de welstand van uwelEdele groot agtb te verneemen; op ontvangst deezes verzoeke mij om„ „standig te schrijv en, Jk heb tijding erlangd dat er volkeren zijn en blijven te settua, en dat aldaar gesteld „gesteld is de vlag van de Edele Komparie, wijl de Na„ „bab ende Edele Komp leeven in een groote armonie en vriendschap, voornaamlijk tusschen mij en uwele„ „dele groot achtb, is er geen oneenigheid ontstaan; dit zoo zijnde, behoorde uweledele groot achtb: geen volk en. vlag te zenden, naar het fort het welk door den Ara „mancan is gekonquesteerd, of dit volk het welk nu is gekoomen, op order van uweledele groot achtb: en of onder de naam van iemand anders is kan men met zeekerheid niet weeten, zoo het is, dat uweledele groot achtb volk gezonden heeft, als naar een foot dat gekon„ „questeerd is door den Aramancan zonder aan ons te schrijven; uit hoofde van onze groote vriendschap. schikt die zending van volk niet, dus om die reede„ „nen gelieft mij te schrijven en van alles duidelijk te onderrichten; voor de goederen die uweledele groot achtb mij heeft gezonden, heb ik het geld met Izaak. surjon gezonden, bedeeld mij of het zelve besteld is: van uweledele groot achtb volkeren zulx te vraagen. betaamt niet, daarom heb ik beslooten te schrijven aan uweledele groot achtb: om volgens het antwoord in overweeging te neemen wa Translaat ola door Arajada„ „bekoekam geschreeven aan den t weledelen Groot achtb Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad! extra ordinair van Nederlands Jn„ „dia, Goeverneur en Direkteur ter kuste ld Jn het fort van Sestua het welk gekonquesteerd. is door Aramankan, waaid de Kompanies vlag, en eenige volkeren zijn daar, dit hebben wij gehoord, zonder te kunnen weeten om welke oorzaak de Aramankan en de Edele Komp zijn in goede aliantsie daarom zonder eenig qua aan die menschen te doen, schrijven wij aan uweledele groot achtb: aand wij kunnen met gelooven dat die menschen van daar gezonden zijn derhalven wil ik met zeeke rheid weeten, of deeze menschen die aldaar gezonden zijn, zijn gezonden door uwelEedele groot achtb of niet, den order van uwele „dele Groot achtb:, dan wel gezonden door iemand anders, 't geen ik niet weeten kan, om geen quaad toe te brengen aan de vriendschap, want het is niet goed dat eenig ongeluk ge„ „schiede in die vriendschap, derhalven zoo het volk is dat uweledele groot achtb gezonden heeft, laat het weeder te rug keeren naar derwaart. Waar op hij Goevenneur een brief in antwoord had laaten schrij„ „ven van den eigensten inhoud als d'eerste, onder deeze bijvoeging, dat als de teegenwoordige troubles veindigd zijn zouden de komen „nie deeze zaak met den Heer Nabab zoude zoeken in der minne bij te leggen, waar op het nader antwoord noch verwacht wiord Waar op gedelibereerd zijnde, zoo is goedgevonden en verstaan zich met dit een en ander te konformeeren. Aangezien men op de inkomsten van evengemelde landen van Settua en Paponettij diend order te stellen, die door den kuste Mallabaar, ontvangen den 2.6: November 1783: Nabab. Nabab verpacht geweest zijn, aan den kanarijn Naga Kalia en aan den welbekenden Moor Waidroes koeti, voor een Jaar, aanvang neemende met primo Aug„so 1783, en eindigende ulto Juli 1784. zoo is daar omtrend aangemerkt, dat deeze Dach„ „ters, wanneer ze door de komp: verstooten worden, niet nalaaten zullen, bij 's Nababs Goeverneur te kalikut te doleeren en den„ zelven tot het herneemen van settua aan te hitzen, en is dien„ „volgende op de proposiessie van den Heer Goeverneur goedgevonden ien en verstaan, om gem: Pachters aan te bieden of ze voor het overige van dit Jaar in hunne pachten willen kontinueeren, mits zij het geld aan de komp: verantwoorden. Aldus Gedaan Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem ten daege, maan en Jaare voormeld / was getekend/ J G: van Angelbeik R: van Maren, N: 11: Beijs, J: L: van Spall, C: G: Suijfer, A. J: S: Verne ½, „de, W: van Waesten Akkordeerd Adriaan Boolvlerk Eyklerk 2. &
English
Secret Resolution taken in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem on Tuesday the 9th of December 1783, in the forenoon. Present: The Honorable, Grandly Esteemed Lord Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek, The Honorable Senior Merchant and Chief Administrator Reinier van Harn, The Honorable Merchant, Fiscal and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts, The Honorable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall, The Honorable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer, The Honorable Junior Merchant and Provision Master Abraham Jean Scipion Vernede, The Honorable Junior Merchant Willem van Haeften, and The Honorable Junior Merchant and Secretary of Policy Johan Andries Daimichen. Absent: The Honorable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, due to indisposition. In this meeting, convened expressly for this purpose, the Governor communicated the translation of a letter from the Nabab's commander at Kalikut, dated the 1st of this month, in reply to His Honor's missive of the 27th of November last, which was inserted in the secret resolution of the 2nd, reading as follows: Translation of a letter written by the commander of Kalikut, Assada Eekhan, to the Honorable, Grandly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this coast, received the 8th of December 1783. I have received your Honorable Grandly Esteemed letter and understood its contents, from which I saw that when the English army went from the east to Zalkatseerij, your Honorable Grand Esteemed received report that the people of the Nabab had abandoned the land of Paponettij and Settua, that the Zamorin peoples came there to disturb the land, and that your Honorable Grand Esteemed had reoccupied that place as belonging to the Company from of old. In reply whereto I must say that it is now four years ago that the war between the Nabab and the English began, and in all that time no people were stationed there until recently. Therefore, I cannot understand the reason why this has happened. If the Company wished to send people to the fortresses of the Nabab, it seems to me that it first should have had permission from the Nabab, or should have consulted with me. Thus, it surprises me greatly that this has happened. Where friendship is strongly preserved, such conduct has no place, and if the Nabab should happen to send troops there in the near future and the Company's troops must then retreat from there, it will not be fitting. Therefore, I need not write to your Honorable Grand Esteemed the manners through which friendship between the Company and the Nabab ought to be preserved. If there is anything here at the service of your Honorable Grand Esteemed, please let it be known. Written in the year Koilan 959, the 19th of the month of Brissigam, or in the year 1783, the 1st of December, and signed by the said commander. Below stood: For the translation, Koetsiem, date as above. Was signed: S. van Tongeren. After the reading thereof, the Governor produced a Dutch draft of a letter to the said commander in refutation of the foregoing, reading as follows: Draft letter written by the Honorable, Grandly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of this coast, to the commander of Kalikut, Assada Eekhan, the 9th of December 1783. I received your letter of the 1st of this month late yesterday evening. Your Honor writes therein: that it is now four years ago that the war between the Nabab and the English began, and that in all that time we placed no people in Settua until recently, and that your Honor can therefore not understand the reason why this has happened. To this, the answer serves: that this happened because the Nabab's people had abandoned the fortress, and the people of the Zamorin were ready to take possession of the same again. Your Honor writes further: that if the Company wished to send people to the fortresses of the Nabab, it should have first had permission from the Nabab. To this, the following serves as an answer: The Company has not sent people to a fort of the Nabab, but to a fort that belonged to it; which was usurped from it a few years ago by Sarderchan and was now abandoned by the Nabab's people. When our people arrived at Settua, there was not a single man of the Nabab present in the same; how can your Honor then say that we have taken possession of a fort of the Nabab! Your Honor writes further: that I should have consulted with your Honor about this first. To this, I answer the following: There was no time for that; the fort was abandoned, there was not a single man to defend it, and the Nairs stood ready to take possession of it. Had we waited only a single day longer, we would have arrived too late and the enemies of the Nabab would have already had it. Nevertheless, I wrote to your Honor about it as soon as the matter was carried out, with the request to inform the Nabab of it, in order to take away all bad impressions thereby. If your Honor properly considers this, then your Honor will
Dutch transcription
Sekreete Resoluutsie De Weledele Groot achtb: Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, De E Heer Opperkoopman en Hoofd administrateur Reinier van Harn, De E: Koopman, Fiskaal en kapsier M. r Nikolaas Wendelin Beijts, De E: onderkoopman en pakhuismeester Jan Lambertus van Spall, De E: onder koopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: Onderkoopman en Dispencier Abraham Jean Scipion Vernede, De E: onderkoopman Willem van Haeften en De E: Onder koopman en sekret. s van polietsie Johan Andries Daimichen Absent De E: Heer Majoor en Hoofd der Milietsie Fredrik von den Dusch, dloor in disposietsie In deeze daar toe expres belegde vergadering kom„ „municeerde de Heer Goeverneur de Vertaaling van eenen brief van 's Nababs kommandant te kalikut van den 1. e dezer in antwoord op de Missive van zijn Edele van den 27. November Jongstleeden die bij de sekreete resoluutsie van den 2 e. geinsereerd op Dingsdag den 9. December 1783. voormiddag, present. genoomen in Raade van Malabaar ter steede koetsiem. is 6. is, luidende als volgt. Translaat Brief door den kom„ mandant van Kalikut Assada Eekhan geschreeven aan den wel edelen Groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek, Raad Extra ordinair van Nederlands Jn¬ „dien, Goeverneur en Direkteur dee„ „zer kuste, ontv: den 8. Decemb:r 1783 Uweledele Groot achtb: brief heb ik ontvangen en dies jnhoud verstaan, waar bij ik zag, dat toe het Engelsche leger uit oosten naar Zalkat¬ „seerij ging, uwel ed: Groot achtb: bericht kreeg dat het volk van den Nabab het land van Paponettij en Settua verlaaten had, dat de Samorijnsche volkeren daar quamen om het land te ontrusten, dat uweled: Groot achtb: die plaats wederom in bezet genoomen had als van ouds de komp: toebehoorende, waar op antwoordende moet ik zeggen dat het nu vier Jaaren geleeden is, dat den oorlog begonnen is tusschen den Nabab en de En„ „gelsche en in al dien tijd heeft men geen volk daar gesteld; als nu onlangs, dierhalven kan ik niet begrijpen, de reeden waarom dat zulx Geschied geschied is, wanneer de komp: volk wild zenden naar de fortressen van den Nabab, dunkt mij dat daar toe eerst verlof van den Nabab moeste hebben, of met mij had moeten raad pleegen, dus verwondert het mij zeer dat zulx geschied is, daar de vriendschap Sterk gekonserveert word, wind deeze gedoente geen plaats en wan„ „neer in den aanstaande den Nabab daar volk quam te zenden, en 's komp.s troepen daar van dan moeten retireeren zal het niet wel passen„ dierhalven hoeve ik uweled: Groot achtb: niet te schrijven de manieren waardoor de vriendschap tusschen de komp: en den Nabab dient te konserveeren. Hier iets van uweledele groot achtb: dienst zijnde, gelieve te laaten weeten. Geschr: in het Jaar koilan 959. den 19. van de maand Brissigam ofte a:o 1783. den 1e De¬ cember en geteekend bi gem: kommandant /:onderstond:/ voor de Translaatsie, koetsiem dato als boven. (:was geteekend:/ S. van Tongeren Na welkers lekture de Heer Goeverneur produ¬ „ceerde eén nederduitschen opstel van eenen brief aan gemelden kommandant tot wederlegging 5 van het voorenstaande luidende als volgt. Konsept brief door den welEdelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van - Angelbeek Angelbeek, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien, Goeverneur en Direkteur deezer kuste, geschreeven aan den kommandant van kali„ „kut Assada Eekkai, den 9. e December 1783. Ik hebbe uwen brief van den 1. e deezer gisteren avond laat ontvangen, uw Ed: schrijft daarbij: dat het nu vier Jaar geleeden is, dat de oor„ „log tusschen den Nabab en de Engelschen „ begonnen is, en dat wij in al dien tijd geen volk in settua gesteld hebben als nu onlangs en dat uwEd: dus de reeden niet begrijpen kan, waarom zulx geschied is. hier op diend tot antwoord. dat zulx geschied is, om dat 's Nababs volk de fortres verlaaten had, en het volk van den Samorijn klaar stond om het zelve weder in bezit te neemen. uw Ed: schrijft verder dat wanneer de komp: volk wilde zenden naar de fortressen van den Nabab, daar toe eerst verlof van den Nabab most hebben hier op diend het volgende tot antwoord. De kompanie heeft geen volk gezonden naar een fort van den Nabab, maar naar een een fort het welk aan haar heeft toebehoord; het welk haar voor eenige Jaaren door sar„ „derchan ontweldigt en thans van 's Nababs volk verlaaten was; toen ons volk te settua quam, bevond zich geen een Man van den Nabab in het zelve, hoe kan uwl. dan zeggen, dat wij een fort van den Nabab in bezit genoomen hebben! uw Ed: schrijft verder dat ik met uwEd: daarover eerst had moeten raad pleegen. hier op antwoorde ik het volgende. daar toe was geen tijd, het fort verlaaten, daar was geen enkeld Man om het te vverdeedigen en de Nairos stouden klaar om er bezet van te neemen, hadden wij slechts een enkelden dag langer gewagt, zoo waaren wij te laat gekoomen en de vijanden van den Na„ „bab zouden het al weg gehad hebben. echter heb ik uwEd: daar over geschreeven zoo dra als de zaak ter uitvoer gebragt was, met verzoek om er den Nabab kennis van te geeven, om daardoor alle quaade denkbeelden wegteneemen Als uwEd: dit behoorlijk overweegt, zoo zal uld bben den 2
English
Your Honour will find that this action is not in conflict with the friendship that is so strongly preserved between the Company and the Nabab, and which I desire to cultivate more and more; and I am well assured that the Nabab himself will approve that the Company has once again taken possession of a fort which lawfully belonged to it, and which had been entirely abandoned by His Highness's people, and would have fallen into the hands of his enemies had we not intervened. May God preserve Your Honour. At the bottom stood: Translated as such by me into Malabar. Koetsiem, date as above. Was signed: S. van Tongeren. And after deliberation, it was approved and agreed to fully conform therewith, and, once translated, to dispatch the same as such to the aforementioned Commander. However, since from the very beginning one could naturally imagine nothing other than that the Nabab, as soon as he saw an opportunity, would attempt to regain possession of Settue, and as one was strengthened in that suspicion by the aforementioned letter; and since, furthermore, news had arrived that the English in Madras had concluded a three-month armistice with the Nabab, which armistice had also been announced in the English army near Palikatseeri and Koimbatoer, whereby all further operations thereof were for the present suspended, and the aforementioned Nabab would consequently now have his hands freer and be in a position to attempt a venture against Settua during this armistice; It was now, upon the proposal made thereto by the Governor, approved and agreed to give notice thereof to the Governor and the Secret Council of Ceilon, with the request to send hither as soon as possible as many troops as can be spared there, in order not only to be in a position to repel his attacks, but also at the same time to lend so much more force and weight to the amicable negotiations that one will seek to open with the said Nabab; since naturally, in both cases, the chance of remaining master of Settua will be greater in proportion to the force that one has at hand; and to that end it was further resolved to dispatch the vessel De Vliegende Visch expressly with that letter. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabaar, in the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: J. G. van Angelbeek, R. v. Harn, N. W. Beijts, J. L. van Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. Vernede, W. v. Haeften, and J. A. Daimichem. Adriaan Boot, First Clerk. Agreed. Secret Resolution taken by poll on Wednesday, the 10th of December 1783, all present. According to the secret resolution taken yesterday, the Governor caused the vessel named De Vliegende Visch to be carefully inspected by the Captain-Lieutenant at sea Ian Arnout Voltelen, commanding the Company's ship Ceres, and the Master of Equipment here, Iohannes van Blankenberg, as to whether the same is capable of being safely sent from here to Ceilon at this time of year, whereupon they submitted the following report: To the Right Honourable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Netherlands India, and Governor and Director on the coast of Mallabaar with its dependencies. Right Honourable, wide-ruling Lord! Pursuant to Your Right Honourable's esteemed order, we, the undersigned Commissioners, went aboard the vessel De Vliegende Vis lying here in the river and inspected the same as to whether the voyage to Ceilon could be undertaken safely with it. It is our opinion in this regard that we have the honour to present to Your Right Honourable by this report: That the said vessel, if one were assured of encountering good weather and smooth water off Cape Komorijn, would be capable of that voyage; but that, considering the season of the year, in which the strong northerly winds and the northward-running currents in the fairway from Cape Kommorijn to Ceilon, the current and wind against each other cause a short, choppy sea, we judge this vessel incapable of withstanding it, and therefore we cannot assure Your Right Honourable with confidence regarding the making of that voyage. Herewith we take the liberty to call ourselves with deep respect. At the bottom stood: Right Honourable, wide-ruling Lord, Your Right Honourable's very obedient servants. Was signed: I. A. Voltelen and Is. Vn. Blankenberg. In the margin: Koetsiem, the 10th of December 1783. And as the said Commissioners thereby declare that they cannot assure that the said vessel could make the voyage to Ceilon with confidence in this season of the year, the Governor thereupon caused the following written proposal to be made to the members: Pursuant to our resolution of yesterday, I wished to have De Vliegende Visch made ready for the voyage to Ceilon, but that vessel is not deemed fit for it at this time of year, according to the accompanying report of seafaring experts. Therefore, I propose to Your Honours to take over the private vessel Den Jongen Fredrik, which was chartered by Mr. von Haugwitz at Kolombo for two thousand ropijen, for half of the freight, or one thousand ropijen, and to load it with rice on the Company's account. It can carry about seventy lasts, and thus the freight will cost even less than what we have paid until now; the vessel can depart in two days with a full cargo, and for greater security, I will place a mate from the ship Ceres on it. With which the members fully conformed, it was thereupon approved and
Dutch transcription
uw Ed: bevinden, dat dit gedoente met de vrien schap niet strijdt, die tusschen de komp: en den Nabab zoo sterk gekonserveerd word en die ik begeere meer en meer aan te queeken, en ik ben wel verzeekerd dat de Nabab zelve approbeeren zal, dat de kompt wederom bezit genoomen heeft van een fort het welk haar wettig heeft toebehoord en het welk van het volk van zijn Hoog heid ten eenemaal verlaaten was, en in de handen van zijne vijanden zoude gevallen zijn, indien wij niet tusschen be „den gekoomen waaren. God bewaare uw Ed. /:onderstond:/ zoodanig door mij in het Malabaars overgezet. koetsiem dato als boven /:was getekend/ S. van Tongeren. En werd na deliberaatsie goedgevonden en verstaan, zich daar mede ten vollen te konfor meeren en den zelven overgezet zijnde zoo „danig aan meermelden kommandant te laaten afgaan. Doch vermits men zich reets van den begin af aan natuurlijker wijze niets anders had kunnen voorstellen, dan dat de Nabab, zoo dr hij daartoe kans zag, zoude trachten, Settue wederom wederom in zijn geweld te krijgen, en men door eevengemelden brief in dat vermoeden gesterkt werd, en vermits wijders zeder de tijding was ingeloopen, dat de Engelschen te Madras met den Nabab eene wapenschorsing voor drie maanden hadden geslooten, welke wapenschor„ „sing in het Engelsche Leger bij Palikatseeri en koimbatoer ook was bekend gemaakt, waar door dus alle verdere operaatsien van het zelve voor eerst gestaakt wierden, en meermelde Nabab derhalven de handen thans vrijer zoude krijgen, en in staat koomen, om geduurende dien wapenstelstand eene kans tegen Settua te waagen. zoo werd als nu, op de daartoe gedaane propo„ „sietsie van den Heer Goeverneur, goedgevonden en verstaan, hier van aan den Heer Goeverneur en den Sekreeten Raad van Ceilon kennis te geeven, met verzoek, om ten spoedigsten zoo veel troepen herwaards te zenden, als daar te missen zijn, ten einde niet alleen in staat te zijn, om zijne aanvallen afteweeren, maar ook om teffens aan de minzaame onderhan„ „delingen die men met gemelden Nabab zal trachten te enthameeren, zoo veel meerder kracht en nadruk te verleenen, Alzoo notuur¬ „lijker 10 e „lijker wijze in beide gevallen de kans, om van Pettua Meester te blijven, grooter zijn zal naar maate van de macht, die men aan handen zal hebben, en werd tot dat einde nader beslooten het vaartuig de vliegende visch met dien brief expres af te zenden. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Malabaar ter steede koetsiem, ten daage, maand en Jaere voormeld. /:was geteekend:/ J: G. van Angelbeek, R: v. Harn, N. W. Beijts, J. L. van Spall, C. G. Seijffer, A. J. S. vernede, W. v. Haeften en J. A. Daimichem Adriaan Boothet Egklork Akkordeerd. Gekreete Resoluutsie genoomen bij rondvraage op woensdag den 10=e December 1783. alle present. Volgens sekreet besluit genoomen op gisteren heeft, de Heer Goeverneur door den kapitain Luitenant ter zee Ian Arnout Voltelen kommandeerende s' kompanies schip Ceres en den Equipasie meester hier Iohannes van Blankenberg nauwkeurig laaten visiteeren het vaartuig genaamt de vliegende visch, of het zelve in staat is, in deezen tijd van het jaar met gerustheid, van hier naar Ceilon te kunnen worden gezonden, waarop dezel„ „ven het volgende bericht hebben ingediend. 2 Aan den Weledelen Grootachtbaare E Heer Iohan Gerard van Angelbeek Raad extra ordinair van Nederland India, mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar met den resorte van dien. Weledele Grootachtb:, wijdgebiedende Heere! Ingevolge Uweled. Groot achtb: geeerde order hebben hebben wij ondergeteekenden als Gekommitteerden ons vervoegd op het alhier in de rivier leggende vaartuig de vliegende vis en dezelve g'inspek„ „teerd of met gerustheid de reize daarmeede naar Ceilon te onderneemen was. zoo is ons gevoelen daar omtrend dat wij d'eer hebben, uweledele Grootachtb: door dit bericht voor te draagen. Dat gemelde vaartuig wanneer men verzeekerd was dat onder kaap komorijn goed weer en slegt water zoude treffen, tot die reize in staat te zijn; Dat wij echter 'tjaar getijde inziende, waarin de sterke noorde windene de noordwaards loopende stroomen in het vaarwaater van kaap kommorijn naar Ceild de stroom, en wind tegens elkander een hol kort water veroorzaaken, en dit vaartuig da niet tegen oordeelen bestaanbaar te zijn en dus uweledele Grootachtb: met gerustheid tot het doen dier reize niet kunnen ver„ „zeekeren. Hiermeede gebruiken de vrijheid ons met diep ontzag te noemen /onderstond Weledele Grootachtb: wijdgebiedende Heeren UWeledele Grootachtb: zeer gehoorzaame Dienaar /was getver/ I: A: Voltelen en I:s V:n Blankenberg /in margine/ koetpie den 10=e December 1783. En En wijl gemelde Gekommitteerden daarbij koomen te verklaaren, dat zij niet kunnen verzeekeren, dat gem: vaartuig in dit Iaar getij met gerustheid de reize naar Ceilon zoude kunnen doen, heeft de Heer Goeverneur, daarop de ondervolgende schriftelijke proposietsie aan de Leden laaten doen. Ingevolge ons besluit van gisteren wilde ik de vliegende visch laaten klaar maaken tot de reize naar Ceilon, doch dat vaartuig word en daartoe niet bequaam geoordeeld in deezen tijd van het Jaar, volgens nevensgaande bericht van zee verstandigen. Derhalven proponeere ik UWEd: om het partikuliere vaartuig den Jongen Fredrik, het welk door den Heer von Haugwitz te kolombo voor tweeduizend ropijen gehuurd is, voor de helfte van de vragt of een duizend ropijen overteneemen, en met rijs voor s' komp:s reekening te belaaden, Hetzelve kan omtrend zeeventig last laaden en dus komt de vragt noch meder te staan dan het geen wij tot nu toe betaald hebben, het vaartuig kan in twee daagen met een volle laading vertrekken, en tot meerder gerustheid, zal ik er een stuurman van het schip Cezes op plaatsen. Waarmede de Leeden zich ten vollen gekon„ „formeerd hebbende, is daar op goedgevonden en 70 2
English
and it is agreed to charter the private vessel named den Jongen Fredrik for one thousand ropijen, to load the same with a cargo of rice, and to send it to Ceilon, with the secret letter for the Ministers there, and for greater security to place upon it a mate from the ship Ceres. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar at the city of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: I: P: van Angelbeek, R: v: Harn, F: von den Busch, N: W: Beijts, S: L: van Spall, C: P: Seijffer, A: I: S: Vernede, W: v: Haeften, and I: A: Daimichen. Agreed. Adriaan Bootvliek, First Clerk. Secret Resolution Friday, 12 December 1783, forenoon. Adopted in the Council of Malabaar at the city of Koetsiem. Present: The Right Honourable Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek; The Honourable Senior Merchant, Second, and Chief Administrator Reinier van Harn; The Honourable Merchant, Fiscal, and Cashier Mr. Nikolaas Wendelin Beijts; The Honourable Junior Merchant and Warehouse Master Jan Lambertus van Spall; The Honourable Junior Merchant and Pay Bookkeeper Coenraad George Seijffer; The Honourable Junior Merchant and Purveyor Abraham Jean Scipion Vernede; The Honourable Junior Merchant Willem van Haeften; and The Honourable Junior Merchant and Secretary of Police Johan Andries Daimichen. Absent: The Honourable Major and Head of the Militia Fredrik von den Busch, due to indisposition. It was made known by the Lord Governor to the members that His Honour, when the English army under the command of Colonel Fullarton had undertaken the siege of Palikatseeri, at the urgent request of the King of Koetsiem, whose northern lands border directly upon the province of Palikatseeri, had written a letter to the said Colonel requesting that this Raja might be regarded as a friend and ally of the Company and that his country might therefore be spared by the English troops; and that the said Commander had replied thereto that, out of respect for the Dutch Company, he would strictly comply with that request. That nevertheless, His Honour had received a report yesterday morning from the Commander of Aikotte that an English army of five thousand men had arrived at Paroe, and was being ferried across the river onto the island of Baipien by the people of Trevantoor; and that virtually at the same time, a message was brought to His Honour on behalf of the King of Koetsiem that two battalions of English sepoys had arrived at Paroe and had intended to march to Koetsiem, but that his Sarvadhikariakars and those of the King of Trevantoor would endeavour to persuade the Commander to remain there with his people. That he, the Governor, was informed virtually at the same time by a letter from Colonel Fullarton that an English detachment had been sent to escort his aide-de-camp, who needed to confer with the King of Koetsiem regarding outstanding matters. That he, the Governor, thereupon immediately warned the commander of that detachment by a short letter to respect the territory of the Honourable Company and not to enter it with any armed force; but that yesterday afternoon the entire detachment showed itself on the island of Baipien right across from this fortress, from where at the same time an officer arrived with a letter from the commanding officer, being a Captain of Artillery named John Baillie, stating that he had arrived with two battalions of sepoys by order of Colonel Fullarton to settle the matters with the King of Koetsiem, and requested permission to camp close beneath the city; but that he, the Governor, had thereupon immediately given the following reply: Sir, I have observed with surprise from your letter that your Honour, without asking proper permission to do so, has dared to enter the Company's territory with an armed force. I made this understood to the officer who was sent by your Honour to me, and he thereupon assured that your Honour's intention was in no way to undertake anything to the prejudice of the Dutch Company. I am willing to believe this, but my duty requires me hereby to demand of your Honour that your Honour properly respect the Company's territory, and as a token thereof cause your armed force to withdraw back to Paroe. Whereupon I shall with great pleasure receive your Honour and the other officers whom your Honour pleases to bring with you. I am likewise obliged, Sir, to warn your Honour that no armed force must undertake to cross the river, as I would be forced to prevent such with physical force. I am, Sir, your Honour's obedient servant. Was signed: J. G. van Angelbeek. In the margin: Koetsiem, 11 December 1783. That he, the Governor, although he had been very well assured that these troops would dare undertake nothing hostile against the Company itself, nevertheless out of fear that a party of sepoys might sometimes cross the river and enter Mattancherry,
Dutch transcription
en verstaan het partikulier vaartuig gen=t den Jongen Fredrik te bevrachten voor een duizend ropijen, hetzelve met een lading rijs te belaaden en naar Ceilon te zenden, met den sekreeten brief voor de Ministers daar en tot meerder gerustheid daarop te plaatzen een stuurman van het schip Ceres. Aldus gedaan, Geresolveerd en g'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Koetsiem ten daage maand en Iaare voormeld /was geteekend / I: P: van Angelbeek R: v: Har„ F: von den Busch N: W: Beijts, S: L: van Spall, C: P: Seijffer, A: I: S: vernede, W: v: Noeften en I: A: Daimichen Akkordeerd. Adriaan Bootvliek Egklerk Sekreete Resoluutsie De weledele Groot achtb: Heer Raad Extra ordinair van Nederlands Jndien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek, De E: Heer Opperkoopman, sekunde en Hoofd administr:t Reinier van Harn„ De E: koopman, Fiskaal en kassier M:r Nikolaas Wendelin Beijts, De E: onderkoopman en pakhuismeester Jan Lambertus van spall, De E: onderkoopman en soldij Boekhouder Coenraad George Seijffer, De E: Onder koopman en Dispencier Abraham Jean Scipion vernede, De E: onderkoopman Willem van Haeften en De E: onderkoopman en Sekret. s van polietsie Johan Andries Daimichen. absent. De E: Heer Majoor en Hoofd der Milietsie Fredrik von den Dusch, door in disposietsie. Werd door den Heer Goeverneur aan de Leden te kennen gegeeven, dat zijn Edele toen d' Engel„ „sche Armé onder bevel van den kolonel Tullar„ „ton de beleegering van Palikatseeri onder„ „noomen had op het dringend. verzoek van den koning van koetsiem, wiens. noordelijke landen onmiddelijk aan het Landschap Zalikatseeri Vrijdag den 12. December 1783. voormiddag, present: op genoomen in Raade van Mala„ „baar ter steede Koetsiem paalen paalen; aan gemelden kolonel een brief geschree„ „ven had, met verzoek, dat deeze Rasia als een vriend en Bondgenoot van de kompanie aangemerkt en dus zijn land van de Engelschen troepen verschoont mogt worden, en dat gemelde kommandant daarop geantwoordt had, dat hij uit achting voor de Hollandsche komp: aan dat verzoek stipt zoude voldoen; dat echter zijn Edele gisteren morgen van den kommandant van Aikotte had bericht gekreegen, dat een Engelsch leger van vijf duizend Man te Zaroe aangekomen was, en door het volk van Trevan„ „koor over de rivier op het Eiland Baipien wierd overgezet; en dat genoegzaam ter zel„ „ver tijd uit naam van den koning van koetsien aan zijn Edele was geboodschapt, dat twee Battaljons Engelsche Sipais te Paroe aange¬ „koomen waaren en naar koetsiem hadden willen marcheeren doch dat de Serwadikariaka„ „vens van hem en van den koning van Trevan„ „koor trachten zouden, den kommandant te disponeeren, om met zijn volk daar te blijven. Dat hij Goeverneur genoegzaam ter zelver tijd van den kolonel Tullarton bij een brief verwittigd was, dat een Engelsch detachement gezonden werd tot eskorte van zijnen Aide de Camp, die met met den koning van koetsiem over uitstaande zaa¬ „ken diende te spreeken. Dat hij Goeverneur daarop ten eersten den kom„ „mandant van dat detachement bij een briefje gewaarschuwd had, het grond van d' E: komp: te respekteeren en met geen gewapend volk te betreeden, doch dat gisteren namiddag het heele detachement zich op het Eiland Baipien recht tegen over deeze vesting vertoond had, van waar ter zelver tijd een officier gekoomen was met een brief, van den kommandeerenden officier zijnde een kapitain van d' Artillerij, John. Baillie ge„ „naamd, inhoudende dat hij met twee Battal„ jons sipais op order van kollonel Fullarton aangekoomen was, om de zaaken (:met den ko„ „ning van koetsiem :/: aftedoen, en verlof verzocht, digt onder de stad te mogen kampeeren, doch dat a hij Goeverneur daarop ten eersten het volgende antwoord had geeven. Mijn Heer! Jk hebbe uit uwen brief met verwondering gezien, dat uwEd: zonder daar toe behoorlijk verlof te vraagen, met gewaapend volk skompanies grondgebied heeft durven betreeden: jk hebbe dit aan den Officier, die door uwEd: aan mij gezonden is te verstaan gegeeven, en hij heeft daar daarop verzeekerd, dat uw Ed: intentsie geen„ „sints geweest was om iets te onderneemen tot prejudicie van de Nederlandsche kom„ „panie; Jk wil dit gelooven, doch mijne plicht eischt van mij, om bij deezen op uwEd: te begeeren, dat uwEd: 's kompanies grond „gebied behoorlijk respekteerd en tot een blijk van dien uwe gewaapend volk terug laat trekken tot naar Paroe. Als wan¬ „neer ik uwEd: en de verdere officiers die uwEd: geliefd mede te brengen, met veel vermaak bij mij ontvangen zal Jk ben teffens verplicht Mijn Heer uwEd: te waarschuwen, dat geen gewaapend volk onderneemen moet, om over de rivier te koomen, alzoo ik zulx met feitelijk ge„ „weld zoude moeten beletten. Ik ben (:onderstond:) Mijn Heer ! uw Ed: Dienstwillige Dienaar (:was geteekend:) J. G. van Angelbeek. (:in margine:) Koetsiem den 11 e December 1783. — Dat Hij Goeverneur, of schoon hij zeer wel verzee„ „kerd geweest was, dat die troep niets vijandigs tegen de komp: zelve zoude durven onderneemen, echter uit beduchting, dat somwijlen een partij sipais mogt over de rivier komen en op Mat„ 2