Inventory 10318
Malabar · 620 pages · 118 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Secret Papers One volume. Mallabaar No 1 A set now for Zeeland 1 volume. Register of the Papers which, by order of the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabaar coast, together with the Council at Koetsiem, are sent via Ceilon to the Noble Highly Honorable Lords Directors, at the Assembly of the Seventeen, representing the General East India Company of the United Netherlands, at the Presidial Chamber Amsterdam, as follows: Original missive under today's date written by and to the parties named in the header of this document. Secret Packet addressed to the Same. No Register of the Papers which, by order of the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabaar coast, together with the Council at Koetsiem, are sent via Ceilon to the Noble Highly Honorable Lords Directors, at the Assembly of the Seventeen, representing the General East India Company of the United Netherlands, at the Presidial Chamber Amsterdam, as follows: Original missive under today's date written by and to the parties named in the header of this document. Secret Packet addressed to the Same. No Register of the Papers, No 1. which, by order of the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabaar coast, together with the Council at Koetsiem, are sent via Ceilon to the Noble Highly Honorable Lords Directors, at the Assembly of the Seventeen, representing the General East India Company of the United Netherlands, at the Presidial Chamber Amsterdam, as follows: Original missive under today's date written by and to the parties named in the header of this document. Secret Packet addressed to the Same. No ditto 2. No 3. Warehouse No European merchandise traded here, thus no notice is sent over. Copy of letters to Their High Excellencies the Supreme Government of the Dutch Indies at Batavia, written the 18 April and 20 September 1786. No 4. Copy of the Resolution book, beginning with the 29 April 1785 until the 11 April 1786. No 5. Copy of the Answered Batavian Requisitions for the years 1785 and 1786, dated Batavia the 12 November 1784 and 29 Novem ber 1785. No 6. Extract of Resolution taken in the Council of Malabaar on the 4 Feb 1786, concerning the outstanding debts in the books of 1784/5. No 7. Notice of such European mer chandise as in the past year was sold here in town by private individuals, showing the prices obtained for it. ditto Notice of such merchan dise, provisions, materials, etc., as have been purchased since 1 September 1784 until 31 August 1785, showing their quantity and pri ces. No 8. ditto 10. Return of the merchandise traded in the year 1784/5. Return of such goods as have been purchased and sold on the Company's account since 1 September 1784 until 31 August 1785, dated 31 August 1785. No 9. 11. 13. 14. Statement of Account drawn from the trade books of this Government for the year 1784/5. Memorandum of such pepper as has been collected on this coast since mid-December 1784 until 15 December 1785. Current account of the sold powder sugar in the book-year 1785. Copy of the list showing the quantity and quality of the goods brought in by foreign ships and native vessels, the prices for which they were sold, and which mer chandise was transported away again, dated 31 August 1785. No ditto 12. 16. ditto No 15. Muster roll of the persons who have successively deserted from here, since 1 April 1785 until mid-March 1786. Statement of Account of the Diaconate Poor and the Lep rosy Hospital of the book-year 1784/5, annexed Copy of Report from the commissioners and a small muster roll of the lepers dated 24 February 1786. Current account of the King of Trevankoor, dated 19 April 1785. No 17. 18. Current account of the King of Koetsiem, dated 31 Augus t 1785. No 19. Copy of the contract between the Right Honorable Lord Gover nor and the King of Koetsiem, concerning the new taxation imposed by his Highness on the Christian subjects. Copy of a letter from the Bibi or Regen tess of Kananoor written to the Right Honorable Lord Governor of this Coast, dated 15 September 1785. No 20. 21. No ditto 22. 23. Copy of the answer to that letter, dated 30 September 1785; annexed: A current account of what the Bibi or her late uncle Adi Rasia still owes, and An inventory of what belonged to her ship, which was sold here. Copy of a further letter from the said Bibi written as above, dated 18 October 1785. Specific notice of the state of the treasury of this Govern ment, dated the last of Augus t 1785. ditto 25. No 24. Notice of the general remaining balances according to the trade boo ks as of 31 August 1785, both at Koetsiem and at the subordinate outer offices. Copy of the report from the Commander of the Artillery, Jakob Kraus, concerning the sample gun-carriages made by him for Batavia, annexed Drawing of a cannon Copy of the report of the commissioners who inspected the said sample gun-carriages. A notice of the dimensions of the 26. 27.
Dutch transcription
secreete Papieren Een band. Mallabaar No 1 A stel nu voor Zeeland 1 deel. Register der Papieren, dewelken ter order van den Weledelen groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek. Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar, nevens den Raad te Koetsiem, aan de Edele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen, ter Vergadering van Zeeventienen, representeerende de Generaale Oostindische Maatschappij der Vereenigde Nederlanden, ter Presidiaale Kamer Amsterdam, over Ceilon worden gezonden, als: Origineele missive onder heedigen datum door en aan als in den hoofde deezes geschreeven. Sekreet Pakket aan Hoog dezelven gericht. No Register der Papieren, dewelken ter order van den Weledelen groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek/. Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar, nevens den Raad te hoetsiem, aan de Edele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen, ter Vergadering van Zeeventienen, representeerende de Generaale Oostindische Maatschappij der Vereenigde Nederlanden, ter Presidiaale Kamer Amsterdam, over Ceilon worden gezonden, als: Origineele missive onder heedigen datum door en aan als in den hoofde deezes geschreeven. Sekreet Pakket aan Hoog dezelven gericht. No Register der Papieren, No 1: dewelken ter order van den Weledelen groot achtbaaren Heer Johan Gerard van Angelbeek. Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndien, Goeverneur en Direkteur ter kuste Malabaar, nevens den Raad te hoetsiem, aan de Edele Hoog achtbaare Heeren Bewindhebberen, ter Vergadering van Zeeventienen, representeerende de Generaale Oostindische Maatschappij der Vereenigde Nederlanden, ter Presidiaale Kamer Amsterdam, over Ceilon worden gezonden, als: Origineele missive onder heedigen datum door en aan als in den hoofde deezes geschreeven. Sekreet Pakket aan Hoog dezelven gericht. No d=o 2. N=o 3. Pakhuys Geene Europasche Koopmanschap„ Kopia brieven aan Hunne Hoogedelheede de Hooge Regeering van Neder„ lands Jndien tot Batavia geschreeven den 18: April en 20: September 1786: Kopia Resoluutsie boek, beginnende met den 29: April 1785: tot den 11: April 1786:— Kopij B'antwoorde Bataviasche Eischen voor de Jaaren 1785: en 1786: gedateerd Batavia den 12: November 1784 en 29' Novem ber 1785: Extrakt Resoluutsie genoomen in Raade van Malabaar op den 4:en febr: 1786: Raakende de uitstaande schulden bij de boeken van 178/5:—. Notietsie van zoodanige Europasche koop manschappen als er in Auno „pen hier verhandeld, dus gaat geen„ No noliessie passato. 4. 6. 7. d=o notietsie over. N=o 8. d=o 10. passato hier ter steede door Partikulieren verkocht zijn, met aanthooning der prijzen daar voor behaald: Notietsie van zoodanige koopmanschap„ „pen, Provisien, Materialen enz: als er zeeder primo september 1784: tot ultimo Augustus 1785: ingekocht zijn, met aanthooning van derzelver quantiteit en prij„ zen. Rendement van de verhandelde Negoot„ sie waaren in A:o 178 /5: Rendement van zodanige goederen, als er t'zeeder p=mo september 1784: tot ultimo Augustus 1785. –. S Kompanies weegen ingekocht en verkocht zijn, gedateerd ultimo Augustus 1785: No ƒ 11. 13. 14. Staat Reekening getrokken uit de Negootsie boeken deezes Goevernements van Ao 178: /5: Memorie van zodanige peper als er Zeeder medio December 1784: tot den 15: december 1785 ter deezer kuste inge„ zameld is. Reekening kourant van de verkochte poeder zuiker in het Boekjaar 1785: Kopia lijst waar bij aangetoond word, de quant en qualitei der goederen, welke de vreemde scheepen en inlandse vaartuigen aanbrengen, de prijzen waar voor dezelven ver¬ kocht en welke koop„ manschappen weder vervoerd No do 12. 16. do vervoerd zijn, gedateerd ult„o Augustus 1785:— sukcessivelijk van hier gedeserteerd zijn, zeder primo April 1785: tot medio Maart 1786: N=o 15. Naam Rolle der perzoonen die Staat Reekening van de Diake„ nij Armen en het Le„ „proozenhuis van het boekjaar 178 /5:, Annex Kopia Rapport van — gekommitteerden en Een Naam rolletje der Leproozen gedateerd 24: februari 1786: Reekening kourant van den Koning van Trevankoor ged:t 19: April 1785: No 17. 18 Reekening Kourant van den koning van Koetsiem, de dato ultimo Augus„ tus 1785. Kopy kontrakt tusschen den Weledelen groot achtb: Heer Goever„ neúr en den Koning van Koetsiem, nopens de nieuwe belastinge door zijne Hoogheid op de Christen onderdaanen gelegd. Bibi of Regen„ Kopij Brief van de tesse van Kananoor aan den weledelen groot achtb: Heer Goeverneur deezer Kuste geschreeven ged:t 15: September 1785: No No 8 20. 21. N=o do 32 23 Kopij antwoord op dien brief, gedateerd 30: September 1785: annex. Een reekening Rourant van het geen de Bibi of haaren overleeden Oom Adi Rasia noch schul„ dig is, en Een Jnventaris van het geen aan haar Schip, het welk hier verkocht is, behoord heeft. hopij nadere brief van gem: Bibi aan als vooren geschreeven, ged:t 18:e Oktober 1785: Specifique Notietsie van den staat der Kassa deezes Goeverne„ ments 1 C do 25. N=o 24. Notietsie van de generaale restanten volgens de negootsie boe„ ken onder ult=o Aug=s 1785: zoo te koetsiem als op de onderhoorige buiten komptoiren. Kopij bericht van den Kommandant Ca der Arthillerij Iakob Kraus, nopens de door hem voor Batavia aangemaakte proef affui„ ten, Afteekening van een Kanon N We Kopij rapport van Gekommitteerden die gem: proef affuiten heb„ ben gevisiteerd. Een Notietsie van de maaten van annex „ments ged:t laasten Augus„ tus 1785. de 26. 27.
English
2 28 29 house Cash the cannons to be found here An Extract from a report of Made ironworks in the month of December 1785: show- ing the mountings of one trial gun-carriage, etc.: Requisition of diverse necessities for the Year 1789: List of five pieces of Assignations to the Netherlands. Cochin, the 10th of October 1786: Adriaan Poolvliet Secretary NB: Alongside this duplicate goes another small packet from the Right Honorable Lord Governor van Angelbeek for His Most Serene Highness the Lord Prince of Orange and Nassau, etc., etc. Cochin, the 15th of January 1787: Adriaan Poolvliet Secretary delivered to be. 30. Duplicate Netherlands To the Right Honorable Highly Respected Lords Directors in the Assembly of Seventeen representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. Right Honorable Highly Respected Lords. Section 1: With the safe arrival of the ship the Draak at Tuticorin, we had the honor on the 26th of August last to receive from there Your Right Honorable Highly Respected esteemed missive of the 23rd of November 1785, with the annexes that were listed in the accompanying register dated the 5th of December thereafter, promising that what was recommended therein will be dutifully complied with by us. Section 2: We now have the honor to offer to Your Right Honorable Highly Respected the copies of our latest description of the state of this command under the date of the 18th of April of this Year and of our further letters and papers to the Noble High Government of the Indies, to which we also add the further annual annexes, more fully listed in the accompanying register, to which we respectfully refer. Furthermore, we thank Your Right Honorable Highly Respected for the promise that, regarding our submitted requisition, a portion thereof will be caused to be delivered, and we further respectfully let this be accompanied by our requisition of necessities for the financial year 1788/9, with the request that it may please Your Right Honorable Highly Respected to fulfill the same, consisting of the following. The consumption in the last 5 years averaged and in 2 years 1785/6: 12 1/20, 28 1/10, and in 2 years 1/20, 1/20. The consumption during the course of the latest financial year: Remaining in stock under date of this requisition: New Requisition: Warehouse Necessities 3252. 6517. 11810. 40000. lb. nails for the vessels and consumption in the household, such as: 8500 lb. 5 inches 8000 ditto 6 ditto 7000 thick double 8000 thin single 8000 plate irons 500 wadding nails 1500 pcs. Glass panes, such as: 1000 pcs. of 9 and 11 inches 500 ditto 7 and 9 ditto Writing Materials 40 Reams Large format paper 4 3/8 527 36 3/20, 35 19/40, 50 Reams small format paper 1 Ream Imperial paper 2 1/10. The consumption in the last 5 years averaged The consumption during the course of the latest financial year Remaining in stock under date of this requisition New Requisition in 3 years 1. 38 3 103 1/2, 14 in 4 years, 54 1/2, 60 4 12 Slate pencils 1 Ream Blue waste paper 6 lb. Sealing thread pcs. paint brushes copperas pcs. penknives Cipher Slates Gum 100 Bunches of quill barrels 4 pcs. whetstones 70 lb. Gallnuts 25. 2 lb. Cut lead pencils, red earth Printed Books 24 pcs. Steps of Youth 24 pcs. Arts of Letters 24 pcs. A B C Books 24 pcs. A B C Boards Tubs of Blacking 13 1/4, 36 1/16, 25 lb. Red minium 100 187 Paints 25 lb. Year 1787/8: 13 1 1/16 64 3 18 1/4, 20 9 1/4, 10 in 2 years in 1 year in 2 years in 4 years, 1/4 2 3/4 in 3 years, 15 9 2/1 1/2 10 2 2 6 5 2 8 3/4 12 3 12 3 12 2 2 30 20 10 1 10 49 in 3 years 25 lb. Spanish Green 19, 47 1/2, 193, 500 lb. Yellow ochre red The consumption in the last 5 years averaged The consumption during the course of the latest financial year Remaining in stock under date of this requisition New Requisition Provisions 500 Bottles of Sack wine 10 cases of Genever Brandy 1/2, 2 half Aams of olive oil Linseed oil 3 barrels of Dutch meat 3 ditto bacon 2 ditto Frisian butter For the Armory 50 pcs. Drum skins 50 bunches of Drum cords 16, 25, 36 strings 36 pcs. Ribs 36 hoops 50 pcs. chamois leather 200, 400 pcs. Cutlass and sword hilts 16, 25 lb. iron wire 12 lb. Emery 100 pcs. Lantern horns 116, 175, 125 15, 15 17, 26, 25 36 15 69 98. 105 24 38 76 2, 9 3, 3/5, 4 in 2 pairs, 215, 352 4 5 1/3 2 1/2 1 1/2 2 3 1 1 5 ditto 12 1/3 in 2 years, 2 3/4, 1/8, 1/8 2, 1 in 3 years, 2 1, 3 1 ditto in 4 pcs., 74 11 7 9 7 For the Smithy The consumption in the last 5 years averaged The consumption during the course of the latest financial year 1785/6 Remaining in stock under date of this requisition New Requisition in 3 years, 518 1/2, 254 582 2 in 1 Year in 4 years, 1 in 3 years 22210 1/2, 15757 3/4, 3175, 30000 lb. iron for consumption in the household, such as: 16000 lb. Gun-carriage iron 8000 square 1 inch 6000 ditto 3/4 ditto 600 lb. Sheet copper, of which: 200 lb. red sheet 300 Yellow 100 thin Latten lb. Borax mineral 3 pcs. Cooper's hewing axes ditto Jointer planes 16 7/8, 40 hoeds of smithy coal 6 pcs. handsaws 6 Carpenter's adzes 12 large hand-vices 6 Arm files 6 Cooper's hollow knives 50 Sheets of Tinplate 6 pcs. Frame saws 4 Cooper's bresses 200 lb. iron lock plates. 65, 1000 lb. steel 84 250 5/8 16 329 5/8, 108 50 pcs. 6 16 1/2 in 2 years, 3 in 1 year 2 2 2 in 1 year 319 22 1 335 in 3 years 2 1. 2 3 18 2 3 6 3 12 4.
Dutch transcription
2o 28 29 huys h Cas de kanons die hier te vinden Een Eetrakt uit een rapport van Gemaak„ „te ijzer werken inde maand December 1785: aanwijzen„ „de het beslag van de eene proef affuit, enz: Eisch van diversche benoodigtheeden voor den Jaare 1789: Lijst van vijf stuxe Assignaatsies naar Nederland. Koetsiem den 10 oktober 1786: Adriaan Boolvlick N:B: Neevens dit duplikaat n Sekret:s gaat nog een pakketje van den Weledelen Heer Goeverneur van die Angelbeek voor zijne Doorlugtigste Hoogheid den Heere Prins van Oranje en Nassauw, &=a, &a. Koetsiem den 15: Januari 1787: Adriaan Poolvlich schret:s besorgd n zijn. 30. Rgloe Supplitaat Nederland Aan de Weledele Hoogachtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van Zeeventienen representeerende de Generaale Nederlandsche geoktroieerde oostindische Kompanie ter Presidiale kamer Amsterdam. Weledele Hoog achtbaare Heeren. § 1: Met het behouden arrivement van het schip de Draak te Tutukorijn hebben wij de eere gehad op den 26:e Augustus Jongstleeden van daar te ontvangen uwer weledele Hoog„ „achtbaare geeerde missive van den 23s=te November 1785, met de bijlagen die bekend gestaan hebben, bij het daar nevens geweest zijnde register ged=t 5:e december daar aan, zullende het daar bij aanbevoolen door ons ons schuldplichtig worden, naargekoomen. § 2: Wij hebben thans de eere uw wel edele Hoogachtbaare aante bieden de kopijen van onze Jongste beschrijving van den staat deezes kommandements onder de dagteekening van den 18:e April dezes Jaars en van onze verdere brieven en papieren aan de Edele Hooge Regeering van Jndien, waar bij wij ook voegen de verdere Jaar„ „lijxe bijlaagen, breeder bij het nevens gaande register vermeld, waa aan wij ons in eerbied gedraagen Voorts bedanken wij uw wel edele Hoogachtbaare voor de toezeg „ging, van op onzen gedaanen eisch een gedeelte daar van te zullen laaten bezorgen, en laaten wijders in eerbied deezen verzellen onzen eisch van benoodigdheeden voor het boekjaar 178 8/9. met verzoek dat het uw weledele Hoogacht „baare behaagen moge dezelven te en vertie plaatste Jaaren den an geslagen en 2 Ja 33: En vertier in Den vertier Trestant Nieuwen nlaatste 5:' geduurende onder dato Eisch geeren door den loop van deezes den anderen 't Jongste boekjaar veslagen. en 2 Jare 175 12. 1/20 28. 1/10 en 2 Jaaren — 1/20. Pakhuis Behoeftens 3252. -. 6517. -. 11810- 40000 -. lb: spijkers tot de vaartui„ gen en konsumptie in de huishouding als 8500. lb. 5 d=m 8000 „ 6 d:o 7000. „ dikke dubbelde 8000 „ dunne Enkelde 8000 „ Lasijzers „ 500. „ wissers spijkers — = 1500 —. p=s Glaaze ruiten; als: 1000: p:s van 9. en 11. d=m „ 7. „ 9 d=o 500. „ Schrijftuigen 40. —. Riemen Groot formaat 4 3/8 papier 527 36 3/20 35 19/40 50. -. Riemen kleen formaat papier 1 —. Riemen Jmperiaal papier 2 1/10. te voldoen, bestaande in het volgende. en. en 178/6. 1/20 1/20 Den vertier in de Den vertier Trestand laaste s jaaren geduurende, onder dato Eisch door den anderen den loop van 't deezes Jongst boek. geslaagen in 3 Jaaren 1. 38— 3 103½ 14 „ 4 „ 54½ 60 4 12 _„o Griften 1 Riem Blaauw klad papier 6 lb. Zegelgaaren p=s verfquasten „ koperrood p:s pennemessen „ Ceiffer Lijen „ Gom 100: Bossen penneschagten 4 p:s slijpsteentjes 70 lb. Galnooten 25. 2 - lb. Gesneeden potlooden rood „aarde Nieuwen Jr Gedrukte Boeken p:s Trappen der Jeugd 24 24. - „ Letterkonsten 24 - „ A: B: O. Boekjes 24 „ A: B: C. Bordjes Jonnetjes Zwartsels 13¼ 36 1/1b 25 lb. Roode menij 100 187 Verwen 25. lb Jaar 1787/8: 13 1. 1/16 — —— 64 3 „ „ „ 18¼ 20 „ „ „ 9:¼ 10— „ 2 „ „ 1 „ „ 2 „ „ 4 „ —¼ 2¾ „ 3„ 15 — 9 2/1 ½ 10 2 2 6 5 2 8 ¾ 12 „ 3 12 — 3 12 2 2 „ „ „ 30. — „ „ „ 20 „ „ „ 10 „ 1 „ 10 49:— „ 3 „ door l er 25- lb. spaans Groen den verlierende, Den vertier Trestand laaste 5 Jaaren geduurende onder dato door den anderen den loop van 1 deezes geslaagen. Jongst boek. 1 Jaer 17876. Nieuwen Provisien 500 - Bottels Zekwijn — — 10 — kelders Genever C Brandewijn — ½ 2 - halve Aamen olijven oli Lijn oli 3 vaten vliesch Hollands 3 — _:o spek Booter vriese 2 - d:o Voor de Wapenkamer 50 - p„s Cromvellen 50 - bossen Trom lijnen 16- 25 - 36 v v: snaaven „ Reepen 36 p:s „ hoepels 36 „ zeemleere 50 - „ - 200 - 400 — „ Houwers en degens greepen 16. —. 25 - lb. ijzerdraad 12 –. „ Amaril 100 — p:s Lanthaarn hoorns „ „ 116 175 125 15 - 15 — 17 - 26 - 25 36 — - 15 — 69 98. 105— 24 — 38 76. — 2 „ 9 — 3 „ 3 /5 4 — in 2. p=r 215 — 352. — 4 193 - 500 „ Geelen oker voor 3 rood 19 – 47½ —— Eisch —— 5 1/3 2½ 1½ 2 —3 1 „ 1 5 _o 12 1/3 „ 2 „ 2¾ — 1/8 — 1/8 2„ 1 — „ 3 „ 2 — 1 „ 3 — 1 - _„o — in 4 p:s 74 — „ 11 „ 7 9— 7 Voor de Smitswinke door de geslaagen. „gesld laaste door den anderen den loopvan t deezes in 39 518½ 254 — 582:— 2 „ in 1. J=r „ 4 „ „ 1 „ „ 3„ Den verlierinde Den vertier Trestand Nieuwen Jongst boek Denve laaste 5 Jaaren geduurende, onder dato Eisch 22210½ 15757:¾ 3175-. 30000. –. lb. ijzer tot konsumptsie in huishouding, als 16000 lb. Affuits 8000 „ vierkant 1 d=m _o ¾ d:o 600. —. lb. Plaatkoper, daar van 200 lb. roodplaat 300 „ Geel 100 „ _ dun Latoen lb. Minar Borax p:s Kuipers omhouwers 3 _:o Strijkbanken 16 7/8 40 - hoeden smeekoolen 6 p:s handzaagen 6000: „ 6 „ Jimmermans dissels 12 „ handschroeven groote 6 „ Arm vijlen 6 „ Kuipers holmessen 50 Blaaden Blick 6 - p:s Raamzaagen 4 - „ Kuipersbaarsen 200 – lb. ijzere slootplaaten. 65 - 1000 lb. staal 84 250 5/8 16— 329 5/8 108 50. p Jaar 1785/6 6 16½½ „ 2 „ 3 — „1 „ 2 2 2 „ 1„ 319 22 —— 1 335 „ 3„ 2 — 1. 2 3 18 2 3 6 3 12 - 4 .
English
Consumption in the Consumption Remaining New last 5 Years during under date Demand averaged the course of this struck last book- year 1788/C 50 - pieces files in sorts eye-irons 6 500 lb. sheet lead 12 pieces caulking or carpenters driving hammers pincers bench pliers For the Rigging Yard inches 2 - pieces cables of 11 inches leadlines 16 50 - lines in sort 20 barrels tar ditto pitch 30 rosin, Dutch 20 100 pieces tar brushes 30 - rolls grey canvas, Dutch ditto broad duck ditto 10 20 sailcloth 400 lb. chalk sail twine, Dutch 300 20 pieces wheel hawsers hides buoy leather 13 90 18 - 250 28 — 3 3¼ 26 1/3. 25— 13 23 21 50 18 13 22 — 6 1/16 4 — ditto 15. pieces 25 2 571 1/8 inches 18 1 and 13¼ 15 — 7 1/0 4 3/16 23— 6 3/80 13 — 7¼ — - 71 5½. 517 4 2 2 5 81 18 20 50½ 124. ¾ 8 3/8. 1 3/8 15 50 8 6 averaged lastly by average the course of this in 3 years 6299½ The consumption in the The consumption Remaining New the last book- The 27 last 5 Years during under date Demand Year 1787/6 2 4 4 in 1 tie of 9 inches 1 ditto 7. ditto 1. –. shroud 8 2 10 half-hour glasses 2 - octants 6 old sails 2 - ditto shroud 11 12 — grapnels of 100. to 160. lb 2½ 15 10 hides pump leather 180 200. lb. soot 4 - pieces binnacle compasses screwjacks 5 — 196 For the Cooper's shop 7978 14500: 25000 - lb. hoop iron in sort, as 1/12. 10 15 pieces iron gross sail needles 18 24 — tin hand lanterns 12 full-hour glasses 17 30 sail palms 24 50 200 6. 13000. lb in 24 5½ 3— — — 1 —— 5 3/8. —¼. 2. - ¼ —¾. - 2 —½. — — 5 —: 1 1/8. 3 5/16 4 3 4 2½ 183— 1. 1 — 4 6 — 10 — 50 — — - 3 - 5 1 ditto 7 3 4 1 1½. 1 — 1/16 — — 1 — 1/12 3 —4 3 —¼ 4 2 2 2 1 unconsumed The consumption Remaining New last 5 Years during under date Demand in averaged the course of this. struck the last bookyear 1787/6 13000 - lb. whole leagers ditto 5000. half 4000. whole aams 3000 half ditto For the Ship Carpenter's Yard 10 pieces caulking irons 25 augers For the Timber Yard 2. pieces sliding stones 10. driving chisels in sort 10. driving gouges For the Artillery 12. pieces brass cannon of 24. lb ditto ditto 18 12 ditto 12 12 To serve 12 6 for the defense of 12 3 this city, in case of an unexpected 2400 iron round shot 24 war, 2400 18 2400. - 12 1200. 6 1200 3 4. pieces yarn lb 60 and 00 lb The last by the New Demand. 24. 4. –. pieces brass mortars of 12: inches 8 howitzers 6 800 - 800 1200 12 gauze cloths 2 - brass fuze molds of 1½ feet high and 10. lines diameter ditto rocket molds; as: 1. – piece of 2 lb. pieces punches or hollow pipes, as 8. pieces large 8 medium sort 8 small pieces rocket borers, as 6: pieces of 2. lb. 6 —2 6 1 1 —¼ 1. —½ iron bombs ditto ditto ditto 8 and therefore cannot be spared 4 6 —¼ In demand struck in 4 6 — 4 ditto - 12 4 6 4 1. 1 24 500 — Paragraph 4: With the aforementioned requisition we have again put forward the brass cannon, mortars and howitzers with their iron bombs and cannonballs that were requested by us in the year 1783, and we request that the same may be favorably granted, as they are absolutely necessary and cannot be spared for a proper defense of this city, in case of an unexpected war, because a large portion of our iron ordnance is worn out and honeycombed, and in times of war, owing to the insecurity of the sea, we could not be supplied with others; while to the question of whether one could not suffice with iron cannon, we respectfully observe that one may indeed make do with them if necessary, but that their service requires far more artillerymen and assistants, who are difficult to obtain here; that the iron cannon in a siege become unserviceable rather sooner, as they develop flaws or holes earlier, wear out much sooner, and the touch-hole burns out far more rapidly; that by their weight they ruin carriages and platforms more; that their shots are not so quick, so powerful and so sure; while the higher cost of the brass cannon is doubly compensated for by the longer durability, lighter handling, and better effect. Paragraph 5: We also present herewith to Your Honorable Excellencies a list of five pieces of assignations, amounting together to sixty-five thousand, four hundred and fifty guilders, and request to honor the same with payment, consisting of the following: Rupees 8000: counted into the Company's treasury by the Captain of the Burghery here, Hendrik Dirk, to be paid out again to Messrs. Willem Rusting, wine merchant, and Anthoni Hanekamp, assistant bookkeeper at Amsterdam, jointly or to each in particular, or else their authorized agents or heirs, with - - ƒ10400. –. — Rupees 15384: 9/48. counted into the Company's treasury by the undersigned Governor Iohan Gerard van Angelbeek, to be paid out again to Messrs. Henriek and Jakob Jerhorst, Godlieb Silo and Henriek Brugman Bierbaum, merchants at Amsterdam, jointly or each in particular, or else their authorized agents or heirs, with ƒ 20000. –. – Rupees 13846. 7/48. in the Company's treasury, counted by the aforementioned Governor, to be paid out again to the just-mentioned persons jointly or to each in particular, or else their authorized agents or heirs, with 18000. –. –. Carried forward - - ƒ 48400. —. —
Dutch transcription
vertierin de Den vertier Tresland Nieuwen „aste 5 Jaaren geduurende onder dato Eisch 112 klorden anderen den hoop van deezes geslaagen Jongst boek„ „Jaar 1788/C 50 - p:s vijlen in zoorten oogijzers 6 „ 500 lb. Platlood 12 p:s Calvaat of Timmermans drijfhamers „ Nijptangen „ Burgtangen Voor de Equipagiewerff d=m 2 - ps kabeltouwen van 11dm „ Loodlijnen 16 50 - „ Lijnen in zoort 20 vaten Theer d:o Piek 30 „ harpuis hollands 20 100 p:s Theer Quasten 30 - rollen Grauw doek hollands d=o breed Everdoek _o 10 20 „ Zeildoek 400 lb. kreit „ Zeilgaaren hollands 300 20 p:s wieltrossen huiden Boeileer 13 90 18 - 250 28 — 3 3¼ 26 /3. 25— 13 23 21 50 18 13 22 — 6 1/16 4 — do 15. ps 25 2 571 /8 m 18 1 en n 13¼ 15 — 7 /0 4 3/16 23— 6 3/80 13 — 7¼ — - 71 5½. 517 4 2 2 5 81 18 20 50½ 124. ¾ 8 3/8. 13/8 15 50 8 6 door geslaagen laast door den anderen den loop van deezes „gese in 3j=1 6299½ Den vertier in de Den verlier Trestand Nieuwen 't Jongstboek Ten 27 laaste 5 Jaaren geduurende onder dato Eisch Jaar 17876 2 4 4 in 1 „ Reep van 9 d:m 1 „ d=o „ 7. do 1. –. „ wand „ 8 „ 2 10 „ halve uurglaazen 2 - „ graadstokken 6 „ Oud zeilen 2 - „ d=o souw 11 12 — „ Dreggen van 100. tot 160. lb 2½ 15 10 huiden Pompleer 180 200. lb. Roeth 4 - p:s Nagthuis kompassen „ Domme Kragten 5 — 196 Voor de Kuipers winkel 7978 14500: 25000 - lb. hoepijzer in zoort, als 1/12. 10 15 p:s ijzere Grossen zeilnaalden „ 18 24 — „ Blikke handlanthaarns 12 „ heele uurglaazen 17 30 „ zeilplaaten 24 50 200 „ „ 6. „ 13000. lb in 24 5½ 3— — — 1 —— 5 3/8. —¼. 2. - „ ¼ —¾. - 2 —½. — — 5 —: „ 1 1/8. 3 5/16 „ 4„ „ 3„ „ 4„ 2½ 183— „ „ „ „ „ 1. „ 1 — „ 4„ 6 — 10 — 50 — — - 3 - „ „ „ 5 „ 1 „ _o „ 7 „ 3 4 1 1½. „ 1 „ — 1/16 — — „ 1 „ — 1/12 3 —4„ „ 3 „ —¼ 4 „ 2„ 2 „ 2„ „ 1„ onverlieren Den vertier Trestand Nieuwen laaste 5 Jaa„ geduurende onder dato Eisch in door den den loop van deezes. „deren geslaag 't Jongst boekjaar 178/6 13000 - lb. heele leggers do 5000. „ halve 4000. „ heele aams „3000 „ halve d=o Voor de Scheeps Timmerwerff 10 p=s kalfaat ijzers 25 „ avegaars Voor de Houtthuin 2. p:s schuijfsteenen 10. „ drijfbijtels in zoort 10. „ drijf gulsen Voor d' Arthillerije 12. p. s Metaale kanons van 24. lb do d=o „ 18 „ 12 „ d=o 12 „ „ „ „ 12 „ Om te dienen 12 „ „ „ „ 6 „ tot defensie van 12 „ „ „ „ 3 „ deeze stad, bij een onverwag¬ 2400 „ ijzere rondscherp „ 24 „ „ten oorlog, 2400 „ v a „ 18 „ „ „ 12 „ 2400. - „ „ 1200. „ „ 1200 „ „ „ „ 6 „ 4. p aarn „ „ lb 60 en 00 lb „ „ 3 „ Den va laast door de Nieuwen Eisch. 24. 4. –. p:s Metaale Mortiers van 12: d=m „ 8 „ „ haubitsen „ 6 „ 800 - 800 1200 12 Gaase doeken 2 - „ metaale zundersvormen van 1½ voet hoog en 10. L: dia _:o vuurpijl vormen; als: 1. – p:s van 2 lb. p:s doorslage of holpijpen, als 8. p:s groote 8 „ middelsoort 8 „ kleene p:s peijle booren, als 6: p=s van 2. lb. 6 „ „ —2 „ 6 „ „ 1 „ 1 „ „ —¼„ 1. „ „ —½ „ „ ijzere bommen do „ do do „ 8 „ en dus niet te ontbeer zijn „ 4 „ 6 „ „ —¼„ Bij E „gest in 4 6 — „ 4 „ „ do - „ 12 „ „ „ 4 „ 6 „ „ „ „ „ „ „ „ 4 1. „ „ 1 „ 24 500 — „ „ §4: Bij eevengemelden eisch hebben wij de metale kannons, Mortiers en Haubiet„ „sers met hunne ijzere bommen en koo„ „gels die in 't Jaar 1783: door ons verzocht zijn, andermaal bekend gesteld, en wij verzoeken dat dezelven gunstig: mogen worden voldaan, alzoo zij volstrekt noodzaakelijk en niet te ontbeeren zijn tot eene behoorlijke defensie van deeze stad, bij een onverwagten Oorlog, door dien een groot gedeelte van ons ijzer geschut verloopen en gallig is, en wij in oorlogs tijden, wegen de onvei„ „ligheid der Zee, met anderen niet zou„ „den kunnen geriefd worden, terwijl wij op de vraage, of men met ijzere ka„ „nons niet zoude kunnen volstaan, in eerbied aanmerken, dat men zich daarmede des noods wel kan behel„ „pen, doch dat tot derzelver bediening veel meer Artilleristen en handlan„ „gers vereischt worden, die hier bezwaar„ „lijk te bekoomen zijn, dat de ijzere Kanons ont beer 10. L: die Bij kanons in een beleegering vrij eer on „quaam worden, door dien ze eerder G „len of gaten krijgen, veel eerder verl „pen, en het Sintgat veel schielijker uitbrandt, dat ze door hunne zwaarte affuiten en beddings meer ruineeren, dat hunne schooten zoo gezwind, zo sterk en zoo zeeker niet zijn, terwi de meerdere duurte van het Metaa Kanon dubbeld vergoedt word door de langere geduurzaamheid, ligter behandeling, en beetere werking. §5: Ook bieden wij uw weledele Hoo „achtbaare hiernevens aan een Lijst van vijf stux assignaatsien, te zaa „men bedraagende vijf en sestig d „zend, vierhonderd en vijftig gulden en verzoeken dezelven met betaaling te willen honoreeren, bestaande in d volgenden. Ropias 8000: in 'skomp:s Kassa geteld door den kapita der Burgerije hier Hendrik Dirk om aan de Heeren Willem Rusting wijnkooper Den 2 laast door wijnkooper en Anthoni Hanekamp kommis Boekhouder te Amsterdam te zamen ofte ider in het bijzonder dan wel derzelver Gemachtigden of te erven weder uitgekeerd te worden met - - ƒ10400. –. — ropias 15384: 9/48. inskomp:s kassa geteld door den on„ „dergeteekenden Goeverneur Iohan Gerard van Angelbeek om aan de Heeren Henriek en Jakob Jerhorst, Godlieb Silo en Henriek Brugman Bierbaum kooplieden te Amsterdam, tezamen ofte ider in 't bijzonder dan wel der„ „zelver gemachtigden of te erven weder uitgekeerd te worden met 13846. 7/48. in'skomp:s kassa geteld door ge„ „melden Goeverneur, om aan de zoo even gemelde perzoonen te zamen of ider in 't bijzonder dan wel derzelver gemachtigden of erven weder uitgekeerd teworden met „ 18000. –. –. Transporteere - - ƒ 48400. —. — „ 20000. –. – on d=o
English
ditto Brought forward - - - - ƒ 48400. Rupees 12769: 1/48 counted into the Company's treasury by the well-mentioned Lord Governor, to be paid out again to the same aforementioned Gentlemen or to their authorized agents or heirs in the amount of - - 16600. ditto 346: 19/48 counted into the Company's treasury by the Jewish merchant David Rabbij, to be paid out again to the Gentlemen Abraham and Simon Boas, merchants in The Hague, together or each individually, or to their authorized agents or heirs in the amount of 450. Total - - - ƒ 65450. Section 6: The Chief Surgeon of our hospital, Joseph Dupuits, departs with this vessel, and this with written-off wages, because he has not fully served out his contract term; he has also requested to be given a certificate regarding his conduct, and we hereby declare that he, during the time that he has been stationed here as Chief Surgeon, has conducted himself irreproachably, both in the service and in society; the first-signed Governor does this with all the more latitude, because the mentioned Dupuits was stationed under him at Tuticorin for eleven years, first as Under-Surgeon, and thereafter as Chief Master, and throughout all that time has always given him very great satisfaction, on which account we also make no objection to recommending him most strongly, in case he should in time again seek employment in your Right Honorable Lordships' service, into Your Lordships' favor as a man who deserves the same before many others. Section 7: Furthermore, we have the honor to inform your Right Honorable Lordships that the national warship De Beschermer, commanded by Captain Simon Henrik Frijkenius, and having on board Captain Commander of the national naval force in India Willem Silvester, arrived here on the 18th of this month to refresh its sick, numbering over one hundred hands, all suffering from scurvy. Section 8: We have treated the said Gentlemen according to the instructions received and have shown the crew all possible assistance, after which the ship continued its voyage to Ceylon on the 23rd of that month. Section 9: This ship could never have arrived here at a more opportune time, because the Envoys of the King of Travancore were here at that very moment to treat with the Governor about various matters, and it was clearly noticeable that the appearance of a Dutch warship, by which the rumors previously spread from Madras of the arrival of a Dutch squadron in India were confirmed, made a marked impression on these court grandees. Section 10: The King of Cochin has not only had his first minister solemnly welcome the Lord Commander, but also sent pigs, chickens, and fruit on board for the use of the crew. With which we have the honor to remain with the utmost respect, Right Honorable Highly Esteemed Gentlemen, Your Right Honorable Highly Esteemed Lordships' humble and faithful servants, J G van Angelbeek A Harn G J Gebhardt Cochin the 10th of October 1786 A: W: K Deyt D Spall L Cellarius Adriaan Eenlick J. V. Scheidr Cochin the 10th of October 1786 Netherlands Directors at the Assembly of Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam Right Honorable Highly Esteemed Gentlemen! I have the honor to let this serve to accompany the copy of my separate secret letter to the Honorable High Government at Batavia written under date of 18th April of this year, with the annexes belonging thereto, according to the separate register, and for the rest to remain with the utmost respect, Right Honorable Highly Esteemed Gentlemen, Your Right Honorable Highly Esteemed Lordships' humble and faithful servant, J van Angelbeek To the Right Honorable Highly Esteemed Gentlemen Duplicate: Separate and Secret 1786 Separate and secret. The Governor shall remain Batavia To His High Honor, The High Noble, Great Honorable, Far-Ruling Lord, Master Willem Arnold Alting, Governor General on behalf of the state of the free United Netherlands and its General Chartered East India Company, and The Right Honorable Strict Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Great Honorable, Far-Ruling Lord, and Right Honorable Strict Lords, Section 1. In response to Your High Honors' separate letter of the 31st of March 1785 regarding my discharge from here, I have the honor to serve notice that, however much I might have wished that the same had been granted to me, because my further intention extended, upon arrival there, to request my repatriation to the Netherlands, I nevertheless resign myself to the disposal of my person for the further service of the Company on this coast, in the hope that Your High Honors will favorably grant it to me if I should make a further request for it after the arrival of the ships from the Netherlands. Section 2. I could hereby depart from that letter, were I not indebted to myself and in particular to the second in command of Cochin to explain further a certain proposition in my separate letter of the 2nd of January 1782 concerning the establishment of a secret committee, which has given occasion to interpretations and applications that are entirely contrary to my intention. This proposition entails that, by establishing a secret committee in matters where I needed good advice, I would deprive myself of the opinions of the most capable Members who sat low in the assembly. Section 3.
Dutch transcription
do Pr Transport - - - - ƒ 48400. Ropijen 12769: 1/48 in 'skomp:s kassa geteld door wel„ „melden Heer Goeverneur om aan dezelve hier vooren gem: Heeren dan wel derzelver Gemachtigden of erven weder uitgekeerd teworden met - - „ 16600. d=o 346: 19/48 in 'skomp:s kassa geteld door den Joodskoopman David Rabbij, om aan de Heeren Abraham en Simon Boas, kooplieden te s' Haage tezamen of ider in 't bijzonder dan wel der„ „zelver Gemagtigden of erven weder uitgekeerd teworden met 450. k Somma - - - ƒ 65450. §6: De Opperchirurgijn van ons hospital Joseph Dupuits, gaat met deezen bo „dem over, ende zulx met afgeschreeven gasie, wijl hij zijn verband niet ten vollen uitgediend heeft; Hij heeft o verzocht, hem nopens zijn gedrag ge tuignis te geeven en wij verklaard bij Den la bij deezen, dat hij zich, geduurende den tijd, dat hij hier als opperchirurgijn bescheiden geweest is; zoo wel in den dienst als in de zamenleeving, onberisplijk gedraagen heeft; De eerstgeteekende Goeverneur doed dit met te meerder ruimte, om dat gemelde Dupuits elf Jaar onder hem te Tutukorijn bescheiden geweest is, eerst als Onderchirurgijn, en daar na als oppermeester, en hem geduurende „gegeeven al dien tijd, steets zeer veel genoegen, heeft, weshalven wij ook geene zwaarigheid maa„ „ken, hem, indien hij in der tijd wederom bij uw weledele Hoog achtbaare dienst mogt zoeken, in Hoogst derzelver gunste„ als een Man die dezelve voor veele anderen verdiend, op het krachtigste te rekommandeeren § 7: Wijders hebben wij de eer uw weledele Hoogachtbaare te berichten, dat 'slands Oorlog schip De Beschermer gekomman„ „deerd door den Heer Kapitain Simon Henrik Frijkenius, en aan boord hebbende den Heer Kapitain komman„ dant van 'slands Zeemacht in In¬ „dia 48400. „dia Willem Silvester op den 18:e de „zer hier aangekomen is, om zijne zieken ten getalle van over de honderd koppen alle aan de scheurbuik laboreerende, ververschen. § 8: Wij hebben gemelde Heeren volgens het bekoomen voorschrift behandeld en aan d Equipasie alle mogelijke hulpe beweezen waarna het schip op den 23:e dier maand reize naar Ceilon heeft voortgezet. §: 9: Dit schip had hier noit op een geleegener tijd kunnen koomen, want hier bevonden zich Juist de Afgezanten van den Konin„ van JrevanKoor om met den Goeverneur over deeze en geene zaaken te handelen, en het was klaar te bespeuren, dat de versch „ning van een Hollandsch Oorlogschip waar door de vooraf van Madras versp „de geruchten van de komste van een Holland Eskader in Jndien bevestigd wierden, op deeze Hofsgrooten merklijken indruk maakte. § 10: De koning van Koetsiem heeft niet alleen de zijnen eersten Minister den Heer Kommande plichtig 1786 5 plechtig laaten verwelkommen, maar ook varkens, hoenders en vruchten naar boord gezonden, tot dienst van d' Equipasie. Waarmeede wij ons de eere geeven met de uitterste eerbied te blijven. Weledele Hoog achtbaare Heeren! Uwer weledele Hoog achtbaare Onderdanige en getrouwe Dienaaren JG van Angelbeek AHarn G JGebhardt Koetsiem den 10: Oktober A: W: K Deyt DSpall Let Cellariunr Adrijaan Eoenlick J. V. Scheidr 1 tig 1 Koetsiem den 10:e oktober Nederland Bewindhebberen ter vergadering van zeeventienen, representeerende de Generaale Nederlandsche Geoktroieerde oostindische kompenie ter presidiaale kamer Amsterdam Weledele Hoog achtbaare Heeren! Jk hebbe de eer deezen te laaten dienen ten geleide van de kopij van mijnen aparten se= „kreeten brief aan de Edele Hooge Regeering te Batavia sub dato 18:e April deezes Jaars ge= „schreeven met de daar bij gehoorende bijlagen, volgens apart register, en voor het overige met de uiterste eerbied te blijven. Weledele Hoog achtbaare Heeren: uwer weledele Hoog achtb: onderdaanige en getrouwe Dienaar Jhann Angelbeek Aan de weledele Hoogachtbaare Heeren Dup: Apart en Sekreet 1786 Apart en sekreet. De Goeverneur zal blijven Batavia Aan zijn Hoogedelheid Den Hoogedelen Groot achtbaaren wijdgebiedenden Heer M:r Willem Arnold Alting weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Geoktroceerde Oostindische kompanie Goeverneur Peneraal. ende. De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien. Hoogedele Groot achtbaare wijdgebiedende Heer en Weledele Gestrenge Heeren §1. Op uwer Hoogedelheeden aparte van den 31„e Maart 1785. over mijn ontslag van hier, hebbe ik de eere te dienen, dat hoe zeer ik ook gewenscht had, dat hetzelve mij toe„ „gestaan waare, wijl mijn verder voorneemen strekte opheldering van zeekere plaats bij deen vroeger schrijven vervolg strekte, bij aankomst aldaar mijne verlossing naar Nederland te verzoeken, ik mij echter de beschikking over mijn perzoon tot den verderen dienst der Maatschappij op deeze kuste laat welgevallen, in hoope, dat uw Hoogedelheeden mij hetzelve zullen gunstig toestaan, bij aldien ik na de aankomst der scheepen uit Nederland daarom mogt nader verzoek doen. §o 2:. Ik zoude hiermede van dien brief kunnen afstappen, waare ik niet aan mij zelven en in „zonderheid aan den sekunde van Hario verschul„ „digd, zeekere stelling, bij mijnen aparten brief Januari 1782. nopens de oprich„ van ^ 2 een geheim Committe nader op te 174 kelderen, die geleegenheid gegeeven heeft tot uit„ leggingen en toepassingen, die met mijne mee„ N9 „ning ten eenemaal strijden Deeze stelling behelst dat ik mij door het oprichten van een geheum committe, in zaaken, daar ik goeden raad behoefde, berooven zoude van de advisen der kundigste Leden, die te laagen vergadering zaten § 3.
English
continuation sat, to be favored over others. Section 4. And this proposition or statement was received and interpreted by Your Right Honourables as if the Secunde van Harn was meant by it, and that I had judged others more suitable than him to be a Member of the Secret Committee. Section 5. On this, I believe I may observe in advance that the words just quoted contain nothing why they should be applied to van Harn rather than to other Members following after him, and that therefore my clear statement on his behalf, in my latest separate letter of 18 January 1785, expressed in the most definite and conscientious terms, indeed deserved to be placed and accepted above all uncertain conjectures and arbitrary interpretations, which by such a definitive statement, according to the first rules of sound hermeneutics, were utterly overturned. Section 6. And thereupon I now let follow this open and conscientious statement that I, continuation. continuation with the aforementioned proposition in my letter of 22 January 1782, did not in the least aim at the aforementioned van Harn, but that the true meaning thereof was that I, through the appointment of a Secret Committee, would deprive myself of the advice of Junior Merchant Seiffer, who, ahead of others in various commissions, had had the opportunity to make himself knowledgeable in Malabar affairs, but who, sitting below Fiscal Beids and Storekeeper van Spall, could not well be favored over these, or not without giving offense, and to which I thought all the less appropriate to proceed, since these two Members had given me no reason to pass them by, but on the contrary I held myself fully assured of them, as well as of all others, that they together and each of them in particular would do their best for the defense and preservation of the city, if it should come to a siege, which one had to expect daily at that time. The negotiations with the Nabob Tipu Sultan have had no progress. Section 7. I hope that through this all objections will fall away regarding the testimony which I gave in truth and in good conscience in my secret letter of 18 January 1785 concerning the good qualities of the Secunde van Harn, and which I hereby repeat and confirm. Section 8. And now proceeding to the further separate secret letters of Your Right Honourables of 22 April and 6 October 1785, containing the reply and the remarks upon my previous ones, and furthermore the necessary orders respecting the same, I think I shall do best, regarding the native affairs touching Chetwai and Pappinivattom as well as the commercial treaty with the Nabob Tipu Sultan, solely to observe that His Highness did not arrive at Calicut, and the negotiations concerning this continuation linens. Contracting out of the new fortification works. have since had no further progress and may now be regarded as completely broken off, so that everything is once again on the old footing. Section 9. Regarding the purchase of Surat linens, solely in small parcels for trial, I dutifully submit that this has been entrusted to two Surat merchants who come here annually to trade in linens, and who know our assortments and had promised me to satisfy this still in this monsoon, but up to today have not returned. If they should still appear before the departure of the bearer of this, I shall transmit the goods therewith and report what is necessary regarding it in a further brief letter. Section 10. Under the main heading of Fortifications, in our description now transmitted, Section 131, it has already been communicated that the annual maintenance of the new works has been contracted out for four thousand rupees, and elucidation regarding this. continuation thus for a thousand less than I had estimated, and this notwithstanding that the annual coating of the palisades is also included therein, which I had not counted in it. Section 11. This might give cause to think that I had not properly considered my first proposal and had merely made a guess at it, since a fifth more or less on such a calculation is rather much. Section 12. But I assure Your Right Honourables that I have exercised all attentiveness in that regard, and during the last two book-years have kept a special eye upon it, and furthermore that the costs in both ran to around the aforementioned sum, and that therefore this reduction must be attributed especially to the fact that a contractor of such a contracted work makes it his principal business, goes around daily and inspects everything, and has the slightest defects On the discharging of troops. remedied immediately in the most economical manner, for which he then also uses his own slaves, which cannot possibly happen with so much precision when the repairs are done by the Company's workmen and for its account. Section 13. Under the main heading of Military Affairs, Your Right Honourables recommend the discharge of the three companies of Bijapur, upon which I request permission to declare with frankness: that without explicit order from Your Right Honourables, I dare not take it upon myself to discharge any of our militia, which, according to the accompanying list as of the end of March last, consists of only 1116 heads in all, among whom are 857 privates, namely: 81 Grenadiers 68 Musketeers 40 Europeans at the recruit guard 102 Topasses 165 Easterners 25 2
Dutch transcription
vervolg zaten, om anderen voorgetrokken te worden § 4. En deeze stelling of verklaaring is door uwe Hoogedelheeden opgenoomen en uitgelegd, als of de sekunde van Aarn daarmede bedoeld was, en ik anderen geschikter dan hem geoordeeld had tot een Lid in 't geheim Committé § 5. Hierop vermeene ik vooraf te mogen aanerken, dat de zoo eeven aangehaalde woorden niets behel„ „zen, waarom zij eerder op van Harn dan op andere na hem volgende Leden zouden moe„ „ten toegepast worden, en dat derhalven mijne duidelijke verklaaring ten zijnen behoeve, bij mijne Iongste aparte letteren van den 18„' Januari 1785, in de stelligste en gemoede„ „lijkste bewoordingen uitgedrukt, wel verdiend had gesteld en aangenoomen te worden, bo„ „ven alle onzeekere gissingen en willekeurige uitleggingen, die door zulk eene bestemde verklaaring naar de eerste regelen van een gezondene uitlegkende, volstrekt onvergestoo„ „ten wierden § 6. En hier oplaat ik als nu volgen deeze opentlijke en gemoedelijke verklaaring dat ik vervolg. vervolg ik met meermelde stelling bij mijnen bie van den 22 Januari 1782. geenzints op meer „melde van Harn gedoeld hebbe, maar dat waare meening daar van geweest zij dat ik mij door de benoeming van een ge „heim Committe, berooven zoude van de advisen van den Onderkoopman Seiffer die voor anderen in veelerlij kommisse geleegenheid gehad had, zich in de Mala „baarsche zaaken kundig te maaken doch die beneeden den Fiskaal Beids en den Pakhuismeester van spall zikle „tende, deezen niet wel, of niet zonder aanstoot te geeven, kost voorgetrokken worden, en waartoe ik te minder dacht behooren te treeden, wijl deeze twee Leden mij geene reeden gegeven hadden, om hem voorbij te gaan, maar ik mij in tegendeel van henlieden, zoo wel als van alle ovr „gen volkomen verzeekerd hield, dat zij te zaamen en een ider hunner in 't be „zonder tot verdeediging en behoud van stad, hun best zouden doen, als het tot rabab eene de onderhandelingen met den rabab Tipoe sulthan hebben en voortgang gehad. een beleegering mogt komen, die men toen dagelijk most verwachten Ik hoope dat hier door alle bedenkingen zullen vervallen nopens het getuigenis hetwelk ik bij mijnen sekreete brief van den 18. Januari 1785 van de goede hoedanig „heeden van den sekunde van Aarn naar waarheid en in gemoede gegeeven hebbe, en het welk ik bij deezen herhaale en bekrachtige §. 8. En als nu overgaande tot de verdere aparte sekreete brieven van uwe Hoog„ „edelheeden van den 22„e April en 6. „eo Okto„ „ber 1785. behelzende het antwoord en de aanmerkingen op mijne voorgaanden, en voorts de noodige orders daartoe spektee„ „rende, denke ik best te zullen doen, op de Inlandsche zaaken raakende settua en Paponettij mitsgaders het kommer„ „cie traktaat met den Nabab Tipoe sultan, eenlijk aantemerken, dat zijne Hoogheid niet te kalikut gekoomen is, en de onderhandelingen daar over zeder vervolg §7 lijnevaat aanbesteeding der nieuwe Fortifikaatsie werken zeder geen verderen voortgang gehad he „ben en thans als geheel afgebrooken mi aangemerkt worden zoo dat zich alles wederom op den ouden voet bevindt § 9. Nopens den inkoop van soeratsche Over den inkoop van Sieratsoh Lijnwaaten eenlijk bij kleene partijtje ter preuve, diene ik in eerbied dat ditlu opgedraagen is aan twee Boevatsche Mon die hier Iaarlijx met Lijnwaat ten han „del koomen, en onze sorteeringen kenn en mij beloofd hadden, daar aan noch in deeze mousson te zullen voldoen, doch toe heeden toe niet terug gekoomen zijn, In „dien dezelven noch voor 't vertrek van brenger deezer opdagen, zal ik de goederen daar mede overzenden en het noodige daaromtrend bij een nader briefjen be„ „richten § 10. Onder het hoofd deel van Fortifikaar „sien is bij onze thans overgaande Be „schrijving § 131: reets bedeeld, dat het Iaarlijk onderhoud der nieuwe werken aanbesteedt is voor Vier duizend ropijen en lucidaatsie derwegens. vervolg en dus voor duizend minder van ik gegist had, en zulx niet teegenstaande daar onder ook noch het Iaarlijk aanstrijken van de pallisaaden begreepen is, het welk ik daar toe niet gereekend had. § 11. Dit zoude kunnen aanleiding geeven te denken, dat ik mijn eersten voorstel niet behoorlijk overlegd en er zoo maar een slag in geslaagen had, door dien een vijfde meer of minder op dergelijken kalkulaatsie wat veel is. § 12 Doch ik verzeekere uw Hoogedelheeden, dat ik daaromtrend alle oplettendheid gebruikt, en geduurende de laaste twee boekjaaren daar op inzonderheid het oog gehouden hebbe, mitsgaders dat de kosten in beiden omtrend op de gemelde som geloopen zijn, en dat derhalven deeze minderheid inzonderheid daaraan moet toegeschree„ „ven worden dat een aanneemer van zulk een aanbesteedt werk zijne voornaamste beezigheid maakt, dagelijx rondgaat en alles naziet mitsgaders de geringste ge„ „breeken Over de afdoenking van troepen. „breeken ten eersten op het zuinigste laa verhelpen, waar toe hij dan noch zijne eig slaaven meede gebruikt, het welk onmogelij met zoo veel nauwkeurigheid geschiedent wanneer de reparaatsie door 'skomp„s werke „den en voor haare reekening gedaan word. § 13. Onder het Hoofd-deel van Oorlogh- zaake rekommandeeren uwe Hoogedelheeden afdanking van de drie kompanien Bjego„ waarop ik verlof verzoeke, met vrijmo „digheid te mogen verklaaren: dat ik zon der uitdruklijke order, van uwe Hooge „heeden, niet durve op mij neemen, om ie van onze Milietsie aftedanken, die, bij „kens neevensgaande Lijst onder ultimo Maart Iongstl: noch maar bestaat in 't 1116. - Koppen waar onder 857. gpemee „nen, als 81. Prenadiers 68. Musketiers 40. Europeeschen aan de Rekruten wagt 102. Toepassen 165. Oosterlingen 25 2
English
25. sepoys at Koilang 130. Malabar sepoys, and 246. Rjegos. and which are divided in the following manner: 568. here in garrison 93. at Nikotta 160. at Kranganoor 35. at Koilang, and 1. at Korka, makes 857. as above. Section 14. The reason why I, without express and positive orders from your Right Noblenesses, dare not proceed to any disbandment, consists in this: that although the Nabab Tipoe Sultan continues in his friendly conduct toward us, one cannot trust him enough to further bare the fort of Kranganoor and the post of Nikotta of troops, because in such a case he would not be above making himself master thereof by surprise; and if this were once to happen, the Company could never become master of it again except through a formal war. Section 15. It might be objected against me that the Nabab had sufficient power to take Kranganoor, as it is presently garrisoned, if he were set upon doing so. Section 16. But the difference in both cases is very great; for if Kranganoor were bared of the necessary people, it could be carried off with a coup de main, and the Governor of Kalikut or a minor commander in the vicinity would make it a merit to play the same into his master's hands in such an easy manner, as took place some years ago around Tettua. And one need not doubt at all that this would be very pleasing to him, and that when we wished to complain to him about it, he, just like his father around Settua, would refer us to his Governor and in the meantime keep the fort for good; the more so because the same is the true key to the Trevancore lands from that side. Section 17. But, as long as the same remains properly garrisoned, as it is at present, and a good garrison is kept at Koetsien to be able to assist Kranganoor with men if it should be besieged, it cannot be captured other than by a formal siege, to which no Governor or general will dare to proceed, and to which the Nabab himself will also not easily resolve. Section 18. In part, because he would then have to begin an open war with us, and Section 19. In another part, because he would find considerable resistance, because Kranganoor, when it is properly garrisoned and well commanded, is very strong in itself, and can always receive relief and supplies from the river side. Section 20. The more so because Trevancore, in such a case, by reason of its own interest, would absolutely have to come to our aid, and he, the Nabab, currently finds himself in such a situation, and will likely long find himself, which further does not make it advisable to bring a war upon himself on this side. Section 21. And if, contrary to hope and expectation, he should undertake anything against Kranganoor, as it is presently garrisoned, that fort, in the good state of defense in which it currently finds itself, would offer quite great resistance, and possibly be able to completely frustrate his designs; to which we then, according to the measure of circumstances, would dutifully contribute all that was possible for us. Section 22. But, for this very reason, it would also be very dangerous and, in my view, entirely ill-advised to reduce the garrison of Koetsien for the present; for then we would not be in a position to come to the aid of Kranganoor and Nikotta in case of need. Section 23. And it is for these reasons that I have deemed it necessary to appoint a commander once again to the company of Topasses, as is further reported in our general letter of today, Section 263; trusting that your Right Noblenesses will be convinced with me of the unavoidable necessity that each company ought to have its captain, in order to be able to preserve discipline and proper subordination within the same. Section 24. Holding herewith the secret letters of your Right Noblenesses as answered, I shall follow here with a concise report of such events and transactions as are customary to treat in secret letters. Section 25. Under the main heading of Native Affairs there is little to report that has direct reference to our Company, because the neighboring princes conduct themselves amicably and peacefully toward us. Section 26. The war between Tipoe Sultan and the Marathas, with whom the Nabab of Golkonda is allied, still continues, and seems to be growing more serious. Section 27. The enemies of the Sultan have finally crossed the river Kristna, which forms the northernmost border of his realm, and have conquered several strongholds therein, and the army of the Sultan, after having fought an unfortunate battle, was forced to retreat, on which occasion many of his people deserted to the enemies. Section 28. According to the latest reports, he had since received reinforcements from all sides and placed himself at the head of a formidable army, four or five days' journey north of Seringapatnam, to await the enemies there and give them battle anew. Section 29. Should the same turn out once again to his disadvantage, he runs a great danger of losing all the northern provinces again, in whose conquest the father
Dutch transcription
25. sipahis te koilang 130. Malabaarsche Sijpahis en 246. Rjegos. en die volgenderwijze verdeeld zijn 568. hier in garnisoen 93. te Nikotta 160. te kranganoor. 35. te koilang en 1. le korka komt 857. als boven. § 14. De reeden, waarom ik, zonder uitdruklijk en positief bevel van uwe Hoogedelheeden„ tot geene afdanking durf treeden, bestaat hierin, dat ofschoon de Nabab Tipoe sultan„ in zijn vriendelijk gedrag tegen ons voorvaart men hem echter niet genoeg vertrouwen kan, om het fort kranganoor en de post Nikotta verder van Troepen te ontblooten, door dien hij, in zulk eenval, niet te goed zijn zoude, zich daarvan bij overrompe„ „ling Meester te maaken, en als dit eens geschied waare, zoude de kompanie daar noit anders dan door een formeelen Oorlog we„ vervolg. nader vervolg vervolg. wederom Meester van kunnen worden § 15. Men zoude mij kunnen tegenwerpen dat de Nabab machts genoeg had, om kranganoor, zoo als het thans bezet weg te neemen, indien hij het daar op g „steld had § 16. Doch het onderscheid in beide gevall is zeer groot, want indien kranganoor het noodige volk ontbloot waare, zoo zou het met een koup de main kunnen wegge „noomen worden, en de Beverneur van Ka „kut of een mindere Bevelhebber in de buurt, zoude er zich een verdienst uit „maaken, om hetzelve zijnen Meester zulk een maklijke wijze in de handel te speelen, zoo als dit voor eenige Iaaren omtrend Tettua heeft plaats gehad, En men behoefd gansch niet te twijfelen, of dat hem zulx zeer aangenaam zijn zoud en dat hij, wanneer wij ons daar over bij he wilden beklaagen, even als zijn vader om „trend settua, ons aan zijnen Goeverneur overwijzen en het Fort inmiddels voor goed des: vervolg vervolg behouden zoude, te meer wijl het zelve de waare sleutel van de Trevankoorsche lan„ „den van dien kant is § 17. Doch, zoo lange hetzelve behoorlijk, zoo als thans bezet blijft en men te koetsien een goed garnizoen houdt om kranganoor als het mogt beleegerd worden, met volk te kunnen bijspringen, kan het niet anders van, door eene formeele beleegering bemach„ „tigd worden, waar toe dus geen Goeverneur of veldheer zal durven treeden, en waar toe ook de Nabab zelve niet ligt besluiten zal § 18. Eens deels, om dat hij dan een openbaaren Oorlog met ons beginnen zoude moeten, en § 19 Mnderen deels, om dat hij merklijken tee„ „genstand zoude vinden, door dien kranga„ „noor wanneer het behoorlijk bezet is, en wel gekommandeerd word op zich zelve heel sterk is, en altijd van de rivier kant ontzet en toevoer krijgen kan. § 20: Te meer, wijl Trevankoor ons in zulk een val uit hoofde, van zijn eigen belang ons 769 vervolg. 81 vervolg vervolg vervolg. ons absolut zoude moeten te hulf kom en hij Nabab, zich teegenwoordig in zu eene Tituaatsie bevindt en waarschijnlij noch lange zal bevinden, die het voort niet raadsaam maakt om zich aan deez kant een, Oorlog op den hals te haalen § 21. En bij aldien hij, tegen hoope en verwaer „ting iets tegen kranganoor zoo als het thans bezet is mogt onderneemen zoo zoude dat fort, in den goeden staat van „fensie, waarin het zich teegenwoordig bevindt, al vrij grooten tegenstand bied en mogelijk zijn toeleg geheel veriedele kunnen, waar toe wij als dan, naar maa van de omstandigheeden, al wat ons mog „lijk waare, plichtschuldig zouden „tribueeren § 22. Doch, om even deeze reeden, zoude het ook zeer gevaarlijk en naar mijn inzien volstrekt ongeraaden zijn, het garnisoen koetsiens voor het tegenwoordige te vermi „deren, want als dan zouden wij niet in staat zijn, om Kranganoor en Nikotta, inva van me vervolg. De naburige Vorsten leeven met ons in vriendschap. van nood, te hulpe te komen. § 23. En het is om deeze reedenen, dat ik noodig geoordeeld hebbe, bij de kompanie Toepas wede„ „rom eenen kommandant aante stellen zoo als dit bij onzen gemeenen brief van heeden § 263. nader bericht is vertrouwende, dat uwe Hoogedelheeden, met mij overtuigd zullen zijn van de onvermijdelijke noodzaak„ „lijkheid, dat een eigelijke kompanie haaren kapitain behoord te hebben, ten einde de discipline en behoorlijke subordinaatsie bij dezelve te kunnen konserveeren: § 24. Hiermeede de sekreete brieven van uw Hoogedelheeden voor beantwoordt houdende, zal ik hier laaten volgen een beknopte bericht van zodanige voorvallen en ver„ „ „richtingen als men gewoon is, bij se kreete brieven te verhandelen. § 25- Onder het Hoofd-deel van Inlandsche zaaken valt weinig te berichten, het welk tot onze kompanie direkte betrekking heeft, door dien de nabuurige vorsten zich tegen ons minzaam en vreedig gedraagen. De sulkan en de Maratten vervolg vervolg § 26. De Oorlog, tusschen Tipoe sulten De oorlog tusschen Tijpe en de Maratten, met welken de Nab„ van Tolkonda gekonjungeerd is duurd noch voort, en schijnt ernstiger te worden § 27. De Vijanden des sultans zijn eindelij over de rivier Kristna getrokken, die de noordlijkste grensscheiding van zijn Rij uitmaakt, en hebben verscheidene sterk in hetzelve veroverd, en het Leger van sij sultan is, na een ongelukkigen slag geleverd te hebben, genoodzaakt geweest retireeren, bij welke geleegenheid veel vol van hem tot de vijanden is overgeloopen. § 28. Volgens de Jongste berichten had hij zede van alle kanten versterking gekreegen en zich aan het hoofd van een ontzachlijklig gesteld, vier of vijf dagreizens benoorden sen „gapatnam, om de vijanden daar aftewacht en hun op 't nieuw slag te leeveren. § 29. Mogt dezelve wederom tot zijn nadeel bedenkingen dien aangaande uitvallen, zoo loopt hij groot gevaar van alle de noordlijke provintsien wederom te verliesen, aan welker verovering de Van een San -
English
uprising in the land of the Zamorin. has spent a large part of his life, and all the more so because he, through unheard-of cruelties, has not only embittered against himself the peoples brought under the yoke, but has also alienated his own subjects and many high and low officials from himself, and thus must reasonably expect that upon further adversity the former will shake off the yoke and the latter will defect from him, the beginnings of which are already perceived at present in the Kingdom of Calicut. Section 30. For a dangerous rebellion has been raised there by the Moors and Nairs, joined by many disgruntled persons from the neighbouring countries, and principally from the district of Kottekkad; according to the latest reports from Izaak Surjon, these rebels may indeed have been driven into the mountains by the troops of the Nabob of Calicut, yet one feared nonetheless for evil consequences, since their following grew larger daily, and the entire military force of the Nabob in the low countries under the Governor of Calicut scarcely amounted to sixteen thousand men. Observation regarding the pepper contract with Travancore. Section 31. In these precarious circumstances he may consider it a piece of good fortune that the impending rainy season will suspend the further operations of his enemies for some months and will thus provide him the opportunity to buy off his enemies with a part of his treasures and possibly also with the cession of the provinces wrested from them in former times. Section 32. By virtue of the granted qualification to make further arrangements with the King of Travancore regarding the pepper delivery, I have endeavoured to prepare His Highness for this through the canacaple Rama Swamy, who has been employed on several commissions at that Court, and who was sent this time ostensibly to admonish the King to a more ample fulfillment of the contract, but mainly to suggest the change in prices proposed by me in a suitable, indirect manner, which has been accomplished by him. The commandant of Cranganore acts as the Chief. Section 33. The King, according to his report, seemed to take a liking to that proposal, and declared that he wished to enter into negotiations with me about it when he was to come up to the northern lands of his Kingdom at the end of this monsoon, and His Highness has since had it proposed to me verbally through Ananda Mally to hold a conference at Quilon at the end of this month, to which I have agreed. Section 34. It will therefore be very pleasing to me if I may succeed in this to the satisfaction of your Excellencies and can give further report thereof via Ceylon. Section 35. In our general letter, Section 256, we communicated that Ensign von Mullersz has been appointed commandant of Cranganore, and that he will at the same time perform pro interim the duties otherwise entrusted to a Chief, until your Excellencies decide upon it. Proposal regarding this. Reasons for it. Further observation. Section 36. But hereby I take the liberty of proposing to your Excellencies at least for the present not to appoint any Chief or Resident there, partly because such an official is utterly unnecessary there and serves no other purpose than to needlessly increase the charges and expenses, and partly because such a man, if we were to get into any trouble, would be entirely in the way and harmful. Section 37. For he would, according to style and custom, have to hold the authority without having the least capability for it, for I declare that among the clerks who are here, no one possesses it; and even if he had it, jealousy and discords between such a Civil Chief and the Military Commandant would nevertheless cause much mischief, and things would go not much better with Cranganore than fourteen years ago with Chetwai. Section 38. It might be objected to me that in such a case the Chief or the Resident could be recalled to Cochin and the authority entrusted to the Military Commandant; but against this I submit the consideration whether it could be encouraging for such a commandant that a Bookkeeper, in time of rest and peace, should pocket the profits, however small they may be, and that he, when war came, should reap nothing from it other than danger, trouble, and fatigues. Commandant Mullersz is capable. Section 39. I can make this respectful request to let the said commandant continue to function there as Chief or Resident with all the more confidence, since there is little or nothing to do there in civil matters, and he is a very suitable man to perform not only those, but indeed duties of considerably greater importance, without outside help. Correspondence with Ceylon regarding the National War Fleet. Section 40. In the month of September last we received a separate letter from the Ceylon Ministers, containing that the Captain Commandant van Braam had asked them whether and what further services could be required of the national squadron, which
Dutch transcription
op stand in het land van Samorijn. een groot gedeelte van zijn leeven heeft te koste gelegd, en zulx te eerder wijl hij, door ongehoorde wreedheeden niet alleen de onder het suk gebragte volkeren tegen zich ver„ „bitterd, maar ook zijne eigene onderdaanen en veele hooge en laage Amptenaaren van zich vervreemdt heeft en dus met reeden verwachten moet dat bij verderen tegen„ „spoed de eersten het suk afschudden en de laasten van hem afvallen zullen, waarvan men thans reets de beginzelen bespeurd in het Rijk van kalikut. § 30. Want daar is een gevaarlijke opstand ver„ „wekt door de Mooren en Nairos, waarbij zich veele misnoegden uit de nabuurige lan„ „den en voornaamlijk uit het landschap koteate gevoegd hebben; volgens de Iongste berichten van Izaak Surjon zouden deeze Rebellen door 's Nababs Roepen van Kalikut wel naar het gebergte verjaagd zijn, doch men vreesde niet te min voor quaade gevolgen, door dien hun aanhang dagelijx grooter wierd, en de heele krijgsmacht van den Nabab aanmerking Over het peper kontrakt met Trevankoor. Nabab in de beneeden landen onder den Poeer „neur van kalikut nauwlijk sestien duizend Man bedroeg § 31. In deeze hackelijke omstandigheeden mag hij het voor een gelukachten, dat de ophan „den zijnde reegen tijd de verdere operaatste zijner vijanden voor eenige maanden op sch „ten en hem dus geleegenheid verschaffen zal zijne vijanden met een gedeelte zijner schatten en mogelijk ook wel met den afstand vand hen in vroegere tijden ontweldigde provintie afte koopen § 32. uit hoofde van de verleende qualifikaas„ „sie, om met den koning van Trevankoor. nadere schikkingen omtrend de peper le„ „verantsie te maaken, hebbe ik getracht zyn Hoogheid daartoe voor te bereiden, door den kannekapoela Rama suami, die meerth kommissies bij dat Hof gebruikt is, en ganoor ditmaal gezonden wierd, om quasi den ko„ „ning tot een ruimere voldoening van het kontrakt te vermaanen, doch hoofdzaak„ „lijk, om de door mij voorgeslaagene verand de kome „ring ver de kommandant van kran„ „ganoor neemt de Hoofdij waar „ring in de prijzen op een geschikte wijze als van ter zijde voor te stellen, het geen door hem volbragt is. § 33. De koning scheen, volgens zijn rapport, in dat ontwerp smaak te vinden, en verklaar„ „de daar over met mij in onderhandeling te willen treeden, wanneer hij in t laast van deeze mousson naar de noordelijke landen van zijn Rijk stond op te koomen, en zeder„ heeft zijne Hoogheid mij door Ananda Male mondeling laaten voorslaan, in het laast van deeze maand te koilang een mond gesprek te hooeden, waarin ik bewilligd hebbe. § 34. Het zal mij dus zeer aangenaam zijn als ik hierin, tot genoegen van uwe Hoogedelhee„ „den slaagen en daarvan over Ceilon nader bericht geeven kan § 35. Bij onze gemeene beschrijving § 256. hebben wij bedeeld, dat de vaandrig von ^ van kranganoor Mullersz tot kommandant aangesteld is, en dat hij teffens de bestellingen, die anders aan een Opperhoofd opgedraagen zijn, pro interim zal waarneemen tot dat uwe vervolg. vervolg voordragt dierwegen reeden van dien indere aanmerking. uwe Hoogedelheeden daar over disponeeren. § 36. Doch bij deezen bevrijmoedige ik mij uw Hoogedelheeden voor te daagen, om daar ten minsten voor eerst geen Opperhoofd of Resi„ „dent aan te stellen, een deels, om dat die daar „volstrekt onnoodig is en nergens toe dient dan om den ontslagen de ongelden noodelsos te vermeerderen en anderen deels om dat zulk een Man, als wij eens wat mogten te doen krijgen, volstrekt in den wegt en schaadelijk zijn zoude. §37. Want hij zoude, volgens stijl en gewoonte het gezag moeten hoeren, zonder daar toe de minste bequaamheid te hebben / want dit verklaare ik dat onder de Pennisten, die hier zijn, niemand, dezelve bezit / en al had hij die, zoo zouden salousie en oneenigheeden tusschen zulk een Civiel Hoofd en den Mi„ „litairen kommandant doch veel onheil aanrichten, en het met kranganoor niet veel beter gaan dan voortien Iaar met sette § 38 Men mogt mij tegenwerpen, dat in zulk een val het Hoofd of de Resident Kost de kom naar brief briefwisseling met ceilon over slands Borlogs vloot naar koetsiem opgeroepen en het gezag aan den Militairen kommandant opgedraagen worden doch hier teegen geeve ik en bedenking, of het voor zulk een kommandant aanmoedi„ „gend zijn, kost, dat een Boekhouder, in tijd van rust en vreede de voordeelen, hoe gering ze ook zijn, naar zich streek, en hij als het Oorlog wierd, daarvan niets anders, dan gevaar moeite en fatieques vond in te oegsten. § 39. Ik kan dit eerbiedig verzoek, om gemelden kommandant is bequaam voor Mullertz daar verder als Hoofd of Resi„ „dent te laaten fungeeren, met te meerder gerustheid doen, wijl daar, in Civile zaaken neinig of niets te doen valt, en hij een zeer geschikt Man is, om niet slechts dezelven, maar wel bestellingen van vrij grooter be„ „lang, zonder vreemde hulpe waarteneemen. § 40. In de maand September Iogstleden ont„ „vangen wij een aparten brief van de Ceilonsche Ministers, behelzende, dat de Heer Kapitain kommandant van Braam hen gevraagd had, of en welke verdere diensten van 'slands skader zouden kunnen gerequireerd worden, Wel„
English
why it was not requested here the conclusion. wherefore they requested our opinion, whether the same could also be of use on this Coast § 41. Since we saw, from the copy sent to us of the missive from the well-mentioned Lord Commander, that there was an urgent necessity, and it simultaneously agreed with Your High Honours' intention, that the Squadron should return to Europe still in that autumn: so we have not dared to take it upon ourselves to encourage the said Lord Commander, by our request, to a voyage to this coast, out of apprehension that the return voyage would thereby be delayed, as Your High Honours, if it pleases you, can find described in more detail in our reply of the 13th of September following, of which the copy is transmitted alongside this. § 42. Herewith I commend Your High Honours and the important interests of the Company to God's protection and remain with all respect and fidelity /underneath/ High Noble, Most Honorable, Far-Ruling Lord and Noble Honourable Lords Lords, Your High Honours' humble and faithful servant /was signed/ I. P. van Angelbeek /in the margin/ Cochin the 18th of April 1786. — Adriaan Lootvlis Secretary Agreed. Separate Ceylon To the Noble Lord Willem Jakob van de Graaff Extraordinary Councillor of the Dutch Indies as well as Governor and Director of the Island Ceylon and the Madura Coast together with the Council at Colombo Noble, Firm, Valiant, Wise, Foresighted, Very Discreet Lord and Friends! We have duly received Your Honours' separate letter of the 23rd of August last, with the enclosed copies of the letter from the Lord Captain-Commander van Braam to Your Honours of the 29th of July and of Your Honours' reply of the 13th of August, and thank for its friendly communication. The question posed therewith: whether and what further service of the national Squadron in this region 7 Short Strength of the honorable Militia on the Coast of Malabar as the same is found under today's date, to wit — heads of the Grenadier company, as 1 Captain Toonbauer is to depart for Ceylon 1 Ensign 4 Sergeants 1 Capitaine des armes 5 Corporals 4 Fifers and drummers 81 Privates 88 heads of the company of Captain Gebhard 1 Captain Gebhard is to be placed as Commander 2 Lieutenants Muller and van Mander 1 Ensign Oroese with permission to Colombo 5 Sergeants 1 Capitaine des armes 6 Corporals 4 Fifers and drummers 68 Privates heads of the Recruit Guard 1 Captain-Lieutenant Andrae is placed with the company of Topasses 4 Lieutenants, as 1 Klaasen 1 Rommel 1 Lindser 1 von Mullertsz. Ensigns, as 1 Berger 1 Frischbier 1 Schrader 1 Backer 1 Bisschof 1 Eernink impotent 2 Lieutenants Paradisi and De Lan 6 heads to be transported 110 13. 18. 297 6 heads Carried Forward 1 Freiter at Coulang 1 Trikke at Cranganore 1 Schoeman 1 Milius 1 van der Voort 1 Stelling 27 Sergeants 2 Capitaines des armes 17 Corporals 3 Fifers 3 Drummers 40 Privates 122 heads of the company of Topasses 1 Captain Weinsheimer is to be placed with the Grenadier company 5 Sergeants 1 Capitaine des armes 6 Corporals 3 Ensigns Waller, Beem, and Faber 4 Fifers and drummers and 102 Privates 4 heads Staff Non-Commissioned Officers 1 Ensign and Sub-Adjutant Rose 2 Sub-Adjutants Keiser and Alles, of whom Alles at Cranganore 1 Drum-Major 113 heads of the Eastern company of Bapa Salia 1 European Lieutenant and Commander Kraans 1 Captain Bapa Salia 1 Lieutenant Abdul Fata 8 Sergeants 6 Corporals 2 Fifers and Drummers 90 Privates 536 heads to be transported 3 Ensigns Tomn Omie, Salee, and Soedien, of whom T. Omie impotent 1 European Sergeant as Drillmaster 912. 297. 18. 53 6. 149 Carried Forward 95 heads of the Eastern company of Siedien Kampong at Cranganore 1 European Ensign and Commander Dalinger 1 Captain Siedien Kampong 536 heads 6 Sergeants 7 Corporals 2 Fifers and Drummers 75 Privates 1 Lieutenant Besoep 1 Ensign Kamar 29 heads of Sepoys at Coulang 1 Ensign Detchima Prieapatang 1 Sergeant 2 Corporals 85 Privates heads of the Malabar Sepoys of the company of Barkie Cranganore— 1 European Sub-Adjutant and Commander Coint 1 Captain Barkie Cranganore 1 Lieutenant Tjoerapoela Pakal 1 Ensign Mainuee Gousae 1 European Sergeant ditto Corporal 5 Sergeants 6 Corporals 2 Fifers and Drummer 130 Privates Tkoor sjegos. 103 heads of the company of Chetwai 1 Large Moepa 3 Small ditto 1 European Capitaine des armes as Drillmaster 6 Sergeants 8 Corporals 2 Fifers and Drummer 82 Privates 912 heads to be transported 1 European Capitaine des armes as Drillmaster 149 1 912 heads Carried Forward heads of the company of Paponetty at Cranganore 1 Large Moepa 101. 1 European Corporal as Drillmaster 6 Sergeants 8 Corporals 82 Privates 103 heads of the company of Cranganore at Ayacotta 1 Large Moepa 1 European Sergeant as Drillmaster 6 Sergeants 8 Corporals 2 Fifers and Drummer 3 Small ditto 82 Privates 74 heads of Artillerymen, whereof 42 Europeans, as 1 Captain-Lieutenant Krans 2 Extraordinary Lieutenants Vogt and Beijer 2 Ordinary Fireworkers Pas and Krause, of whom Pas impotent 3 Extraordinary ditto Snel, Pressing, and Elsendorp, of whom 6 Bombardiers 7 Gunners 21 Matrosses Natives, as 1 Gunner 31 Matrosses Cochin the 31st of March 1786. /was signed/ N. Roose! 1190 heads in total 3 Small ditto Snel at Cranganore. The 32. Batavia To His High Honour, The High Noble, Most Honorable, Far-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting! on behalf of the State of the Free United Netherlands and its Chartered General East India Company Governor-General, and The Noble, Honourable Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Most Honorable, Far-Ruling Lord, and Noble, Honourable Lords § 1. We begin our Yearly Description according to the order with the main part of Letters 3 of
Dutch transcription
waarom die hier niet ver„ „zocht is t slot. „weshalven zij ons gevoelen verzochten, of het zelve ook op deeze Rust van nuttigheid kost zijn § 41. Wijl wij uit de ons in kopij toegezondene miss „ve van welgemelden Heer kommandant za „gen, dat er een hooge noodzaaklijkheid plaats had en het teffens met uwer Hoogedelheeden intentsie quadreerde, dat het Eskader noch in dat najaar naar Europa keerde: zoo heb „ben wij niet durven op ons neemen gem Hee kommandant, door ons verzoek tot eene toc naar deeze kust te animeeren, uit beduch „ting, dat daar door de terug reize zoude ver„ „traagd worden, zoo als uwe Hoogedelheeden dit, des gelievende omstandiger kunnen de„ „schreeven vinden, bij ons antwoord van den 13„e September daar aanvolgende, waarvan de kopij nevens deeze overgaat § 42. Hiermede beveele ik uuww Hoogedelheeden en de wigtige belangen der Maatschap„ „pije in Aods bescherming en blijve met alle eerbied en trouwe /onderstond/ Hoogedele Groot achtbaare wijdge„ „biedende Heer en weledele Pe Strey Heeren Heeren, uwer Hoogedelheeden onder„ „daanige en getrouwe dienaar /was gete„ „kend / I. P: van Angelbeek /in margine/ Koetsiem den 18. April 1786. — Adriaan Lootvlisk Sekrets„ Akkordeerd. Apart Ceilon Aan den Edelen Heer Willem Jakob van de Graaff Raad extra ordinair van Nederlands Jndiën mitsgaders Goeverneur en Direkteur van 't Eiland Ccilon en de Kuste Madure benevens den Raad te Kolombo Edele, Erntfeste, Manhafte, wijze voorzienige, zeer Diskreete Heer en vrienden! wij hebben uwer weled:s aparte letteren van den 23:e Aug:s Jongstl: met de bijgevoegde af= „schriften van den brief van den Heer Kapi= „tain kommandant van Braam aan uw weled:s van den 29:e Juli en van uwer weled:e ant= „woord van den 13:e Aug:s wel ontvangen en bedanken voor derzelver vriendelijke mede deeling. De daarbij voorgestelde vraage: of en welke verdere dienst van 's lands Eskader in dit gewest 7 Korte sterkte van de honorable Milietsie ter kuste Mallabaar zoodanig als dezelven onder heedigen dato bevind te weeten — koppen van de Pranadier kompanie als 1 kapitain Toonbauer staat naar Ceilon te vertrekken 1 vaandrig 4 serjants 1 kapitain des aries 5. korporaals 4. fligiters en tamboers 81 Gemeenen 88: koppen van de kompanie van kapitain Gebhard 1 kapitain Gebhard staat als kommandant geplaatst te worden 2. Luitenants Muller en van Mander 1 vaandrigs Oroese met permissie naar kolombo 5. Serjants 1 kapitain des armers 6. korporaals 4. fluiter en tamboers 68. gemeenen koppen van de Rekrute wagt 1 kapitain Luitenant Andrae staat bij de komp: Toepassen geplaatst 4. Luitenants als 1 klaasen 1 Rommel 1 Lindser 1 von Mullertsz. vaandrigs als 1 Berger 1 Frischbier 1 schrader 1 Backer 1 Bisschof 1 Eernink inpotent 2. Luitenants Paradisi en De lan 6. koppen Die Transporteere te worden 110 13. 18. 297 6. koppen P„r Transport 1 Freiter te koilang 1 Trikke te kranganoor 1 schoeman 1 Milius 1 van der voort 1 stelling 27. serjants 2. kapitain des armets 17. korporaals 3. fluiters 3. tamboers 40 gemeenen 122. „ koppen van de kompanie Toepassen 1 kapitain weinsheimer staat bij de komp: granadiers geplaatst teworden 5 Serjants 1 kapitain des armes 6 korporaals 3. vaandrigs waller, Beem en Faber 4. fluiter en lamboers en 102. Gemoenen 4. koppen onderstoff 1 vaandrig en onderadjudant Rose 2. onderadjudants keiser en Alles waar van Alles te krangernoos 1 tamboer Majoor 113. koppen van de oostersche kompanie van Bapa Salia 1 Europees Luitenant en kommandant kramns 1. kapitain Bapa Salia 1 Luitenant Abdul Fata 8 Serjenits 6 korporaals 2. fluiter en Tamboer 90 gemeenen 536. koppen Die Transporteere 3 vaandrigs Tomn omie, salee en soedien waar van F:omie inpotent 1 Europees serjants als Drilmeester 912. 297. 18. 53 6. 149 Pr Transport 95. koppen van de oostersche komp: siedien kampong te krang anoor 1 Europees vaandrig en kommandant Dalinger 1 kapitain siedien kampong 536. koppen 6 Serjants 7. korporaals 2. fluiter en tamboer 75 gemeenen 1 Luitenant besoep 1 vaandrig kamar 29 koppen sipahis t koilang 1 vaandrig Detchima Prieapatang 1 serjants 2 korporaals 85. gemeenen koppen van de Mallad„s sipahis van komp: Barkie kranganoor— 1 Europees onderadjudant en kommandant Coint 1 kapitain Barkie kranganoor 1 Luitenant Tjoerapoela Pakal 1 vaandrig Mainuee Gousae 1 Europees serjant d„o korporaal 5. Serjants 6 korporaals 2 fluiten en tamboer 130 Gemeenen Tkoor sjegos. 103. koppen van de kompanie settua 1 groote Moepa 3 kleene d„o 1 Europees kapitain des armes des Drilmeester 6 Serjants 8 korporaals 2 fluiter en Tamboer 82: Gemeenen 912. koppen Die Transporteere 1 Eeuropees kapitain des armes als drilmeester 149 1 912. koppen P„r Transport koppen van de kompanie Paponettij te kranganoor 1 Groote Moepa 101. 1 Europees korporaal als driemeester 6. Sergants 8. korpordals 82. Pemeenen 103. koppen van de komp: kranganoor te Aikotta 1 Groote Moepa 1 Europees serjantals Drilmeester 6. Serjants 8. korporaals 2. fluiter en tamboer 3 kleene d„o 82 Pemeenen 74. koppen Arthilleristen waar van 42. Europeeschen als 1 kapitain Luitenant krans 2. Extra ordinair Luitenants vogt en Beijer 2. ordinair vuuwerkers Pas en krause, waar van Pas inpot 3. extra ordinair _„o snel Pressing en Elsendorp waar van 6. Bombardiers 7. kannaniers 21. Hand langers Inlanders als 1 kannoviier 31. handlangers Koelsiem den 31=te Maart 1786. /:was geteekend/ N. Roose! 1190. koppen te zaamen 3 kleene d„o : Snel te Kranganoor. De 32. Batavia Aan zijn Hoogedelheid„ Den Hoog edelen, Groot achtbaaren wijdgebiedenden Heer M=r Willem Arnold Alting! van wegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en „haare Algemeene Geoktroceerde Oostindische Kompanie Goeverdicur Generaal, ende De Weledele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën. Hoogedele Groot achtbaare, wijdgebiedende Heer, Weledele Gestrenge Heeren en §. f: Wij beginnen onze Iaarlijxe Beschrij„ „ving volgens d' order met het hoofd deel van Brieven 3 van
English
receipt of letters the Company's garden outside has been sold the flag tower has been repaired letters and papers and report that Your High Excellencies' honored collective letter of 22 April 178[illegible] was received on 23 July following via Colombo and Tuticorin. Section 2: By virtue of the authorization granted therein, the Company's garden outside was ceded in full ownership to the undersigned Governor by deeds of transfer, after the purchase price had been paid into the Company's treasury at 2850 rupees according to the valuation. Section 3: The heavy repair of the Company's flag tower has been completed according to the honored authorization, and before the 2276 rupees granted for it were disbursed, it was inspected by specially appointed commissioners, who, according to the written report entered in the resolution of 8 January last, found that everything proper and good according to requirement thanks of the promoted receipt of letters had been made good. Section 4: The Provisioner van Haafsen, Secretary of Policy Loolvliet, and First Sworn Clerk Lunel express their respectful gratitude for their promotions, promising to make themselves worthy of them by faithfully carrying out the offices entrusted to them; the Junior Merchant Pieter van Spall also expresses his humble gratitude for his certificate. Section 5: On 25 December last we were honored with the duplicate of Your High Excellencies' General Rescript of 6 October prior, brought here by the private snow den Berijaan. Section 6: We respectfully thank Your High Excellencies for the favorable approval of our actions mentioned therein reason for the purchase of saltpeter which has already left regarding the Chinese camphor actions, and shall let the orders, remarks, and instructions given therein serve for our dutiful information and compliance. Section 7: In making the ample purchase of saltpeter in the year 1783/4, we were primarily moved by the soundness and the low price of that commodity, and especially because we could exchange a large portion against cloves. Section 8: The whole consignment, besides what we had sent to Batavia, has since been requested by the Ceylon Ministers for the return ships, so that we have nothing left in stock. Section 9: Regarding the camphor, we can give no further reports other than that the ships from Macau bring large quantities of it annually, which are much lower in price but also poorer in quality than that sent to us by Your High Excellencies. for continuation regarding the Danish muskets Your High Excellencies. Section 10: The first signatory inquired with the Macau traders who passed through here whether camphor was produced in China, and received the answer that they dared not confirm this, though they well knew that much camphor from Japan and the Malay Coast was imported into China, with which the Chinese prepared a sort of inferior camphor, which in large quantities was transported not only to these regions, but also to England; and how far this is well-founded could best be learned from the servants in China. Section 11: In accordance with Your High Excellencies' honored order, after having first sent samples in vain to the rulers of Travancore and Cochin as well as to merchants in Calicut, and having tried other expedients without success, we put the Danish muskets up for public auction, regarding the pepper delivery regarding the account of secret expenditures auctioned them, and sold one thousand twenty-six pieces of them; the highest price was 4½ rupees, but subsequently it fell to 2½ rupees, for which reason we were forced to halt the further auction and first ask the Ministers in Ceylon whether they know of a better outlet for the remainder, according to which we shall then proceed. Section 12: The King of Travancore has been addressed so often by the undersigned concerning the very defective pepper delivery, without the least effect, that we can promise ourselves no improvement from that means; nevertheless, we shall not fail to admonish him toward fairer treatment and urge the fulfillment of the contract whenever advances are made and passes are issued. Section 13: The first-signed Governor, who had flattered himself with the vain hope of coming over this spring and then rendering immediate account to Your High Excellencies of some secret expenditures during the war to correspondents, emissaries, spies, and others, for which he had taken twenty thousand rupees from the Company's treasury on an ordinance and of which only a part was employed for the aforementioned purpose, has, now that he must for the present still remain here and dares not make known in a public account the persons who participated therein, paid the whole sum back into the Company's treasury, and hopes that in the future he will be given the opportunity to show Your High Excellencies in person the secret expenditures made by him, and obtain satisfaction without breaking his given word of honor regarding secrecy. Section 14: The Ceylon Ministers have since
Dutch transcription
ontvangst van brieven skomp:s buiten tuin is verkocht de vlaggetooren is gerepareerd Brieven en Labieren en melden dat uwer Hoogedelheeden geeerde Gemeene van den 22: April 170: op den 23. Iuli daar aan over kolombo en sulukozijn ontvangen is. §. 2: uit krachte van de daar bij verleende qualifikaatsie is 'skomp:s Buiten tiein aan den Ondergeteekenden Goever „neur bij brieven van opdracht in eigen „dam afgestaan, na dat de kooppen „ningen volgens taxaatsee in 's'komp=:s kasse met 2850/: ropijen betaald was „ren §: 3: De zwaare Reparaatsie aan 'skomp=s vlaggetooren is volgens geeerde qua„ „lifikaatsie volbragt en voor dat de daar toe bewelligde 2276: ropijen afgegeeven zijn, door expresse gekom„ „mitteerden bezichtigd, die volgens het ter resoluutsie van den 8: Ianu„ „ari Jongstl: ingeschreeven schrift „lijk rapport bevonden hebben, dat alles volgens vereisch recht en goed dank behuijing van de gevorderd diewaaren ontvangst van brieven goed gemaakt is. §: 4: De Despensier van Htaefsen, se„ „kretaris van Polietsie Loolvliet en Eerste gezwoorene klerk Lunel bes „tuigen hunne eerbiedige dankbaarheid voor hunne bevordering, beloovende zich dezelve door getrouwe waarnee„ „ming der hun opgedraagene ampten te zullen waardig maaken; ook be„ „tuigd de Onderkoopman Pieter van spall zijne nedrige dankbaarheid voor zijne Akte §: 5: Op den 25:e december Jongstl: wierden wij vereerd met het duplikaat van uwer Hoogedelheeden Generaale rescriptsie van den 6: oktober bevoo„ „rens met de partikuliere snauw den Berijaan, hier aangebragt. §: 6: wij bedanken uw Hoogedelheeden eerliedig voor de Gunstige approbaat„ „sie van onze daar bij aangehaalde verrichtingen reeden van den inkoop van salpater die reets weg es over de sineesche kamper verrichtingen, en zullen ons de daar bij gegeevene bevalen, aanmerkingen en onderrichtingen tot schuldige na richt en observantsie laaten dienen §. 7: tob den ruimen in koop van salpeter in t Jaar 1783/4. zijn wij voornaamlijk bewoogen door de duigdzaamheid en den laagen prijs dier waare en voor al door dien wij een groot gedeelte tegen Nagelen kosten inruilen. §: 8: De heele partij, beiten het geen wij naar Batavia gezonden hadden, is zeder door de Ceilonsche Mis nisters gevraagd voor de retoersche„ „pen, zoo dat wij niets meer per res„ „tant hebben. §: 9: Nopens de Kamfer, weeten wij geen „ne nadere berichten te geeven, dan dat de scheepen van Makau daar van Jaarlijx groote partijen aan „brengen die veel laager in prijs maar ook slechter van qualiteit is, dan de geene, die ons door uwe Hoogedelheeden voor vervolg over de Deensche geweeren Hoog edelheeden toegezonden word. §: 10: D' Eerstgeteekende heeft zich bij de Ma„ „Rauwsvaarders die hier Gepasseerdt zijn, erkondigd, of in sira kamfer viel, en tot antwoord bekoomen, datze dit niet durfden verzeekeren, doch zin wel wisten dat veele kamfer van Iapan en die Malijtsche Rust in Sina ingevoerd wierd, waarmede de Sineesen een zoort van slechte kamfer toebezeide den, die in groote meenigte niet slechts naar deeze gewesten, maar ook naar England vervoerd wierd, en hoe verre dit gegrondt zij zoude men best van de Bedienden in Sina kunnen vernee„ „men. §. 11: Ingevolge Uwer Hoog edelheeden geeerd bevel, hebben wij de Deensche geweeren na daarvan eerst aan de vor„ „sten van Trevankoor en Roelsiem mitsgaders aan kooplieden te kali„ kut vruchtloos monsters gezonden en andere uitweegen te vergeefs ingesla„ „gen te hebben, op publieke vendietsie uijtgeveild over de poper laeverantsie over de reekening van geheim uitgaven uitgeveild, en daar van een duizend ses en twintig stux verkocht, de hoogste prijs is 4½: ropij geweest, doch vervolgens daalde dezelve tot 2½: ropij weshalven wij genoodzaakt geweest zijn, de verder vendietsie te staaken en aan de Minis „ters te Ceilon eerst te vraagen, of zij med het restant een beeteren uitweg weeten waarna wij ons als dan gedraagen zul„ „len §: 12: De Koning van Crevankoor is door den ondergeteekenden zoo dikwils over de zoo zeer gebrekkige peper leverantsie onderhouden, zonder de minste uitwer „king, dat wij ons van dat middel geene beterschap beloven kunnen, echter zullen wij niet in gebreeke blijven, den „zelven telkens bij de vooruitverstrek „kingen, en afgave van passen tot bil„ „lijker behandeling te vermaanen, en of de voldoening van het kontrakt aan te dringen §: 13: De eerstgeteekende Goeverneur die zich te vergeefsch met de hoop gevleid had, in in dit voorjaar over te koomen en als dan aan Uwe Hoog edelheeden onmidde„ „lijk reekenschap te doen van eenige ge„ huine uitgaven, geduurende den oorlog aan korrespondenten, Emissarissen, spions en anderen waar toe hij twintig duizend ropijen uit 'skomp:s kasse op een ordonnantsie had genoomen en waar van slechts een gedeelte tot voorschr: einde is, geemploieerd, heeft, nu hij hier voor eerst noch blijven moet en de per„ zoonen, die daar in geparticipeerd heb„ „ben, bij een opentlijke reekening niet durfd bekend stellen, de heele som wederom in skomp:s kas betaald, en hoopt, dat hem in 't vervolg gelegenheid gegeint zal worden van de door hem gedaane geheime uitgaven aan hee Hoog edelheeden in perzoon aanwij„ „zing te doen, in voldoening te erlan„ „gen, zonder zijn gegeeven eerenwoord van geheimhouding te verbreeken. §: 14: De Ceelonsche Ministers hebben ons zeder
English
built. The invoice of the linens has been sent with the Berjaan. The sloop via Ceilon has not been built. requested not to proceed with the construction of a sloop for their government if the work could be ceased without disadvantage; we have therefore disposed of the prepared compass timbers and further timber works without loss, and sent back the carpenters who were sent here for that purpose and had been employed on other work while the materials were being gathered. § 15: We do not understand that yonder no invoice was received with the private snow den Benjaan of the linens that were sent therewith; since such an invoice, upon express order of the first-signed Governor, was submitted by Anta Siltij and clearly cited in § 226 of our General Description of 30 April 1785, as well as made known under No. 64 in the register. Proof thereof. Expressions of thanks from servants. § 16: The Secretary and first sworn clerk, as well as the two commissioners who assisted at the packing of the papers and duly signed the Register before the packing, testify collectively and each in particular to know very well that such an invoice was among the annexes. § 17: This is all the elucidation that we can give regarding this matter. § 18: Military Captain Iohan George Tornbauer, who is proceeding to Ceilon with the bearer of this, thanks Your High Nobilities for his transfer, and Captain Godlieb George Gebhard expresses his humble gratitude for his promotion and appointment as commandant, and has consequently assumed command over the militia, as well as taken his seat in our assembly. § 19: The pensioned and superannuated also express their thanks for the favorable continuation of their pensions. Regarding the dismissal of the military and regarding the sipahis. § 20: Regarding the further dismissal of military personnel, the undersigned Governor will have the honor of addressing Your High Nobilities in his separate letters. § 21: Since all foreign sipahis have been dismissed, it is not possible for us to send over a trained company thereof, unless we were to take them into service and train them in the handling of arms at least half a year before sending them; however, a company of brisk young lads, under the command of a martial captain and other officers who have previously served here and given satisfaction, could easily be recruited here. § 22: If this should therefore be pleasing to Your High Nobilities, we request to be honored with further orders thereto. Receipt of letters. Regarding the cargo with de Both. Continued. § 23: On 3 March last, we had the honor to receive the original of the rescript just answered, and at the same time Your High Nobilities' further letters of 22 November and 2 December previously sent with the ship de Batavier, to which serves in respectful reply that the merchandise from the cargo of the ship De Both was only received here on 6 December, and we therefore were by no means mistaken in our conjecture in the letter of 11 May § 5, that we could not with certainty expect the same before the end of November. § 24: We are very grieved that we are unable to comply with the desire of Your High Nobilities to provide the moneyless Batavia with a considerable quantity of rupees, § 25: all the more so because Koetsiem is now perhaps the only place from which Your High Nobilities might have expected a significant relief, if our demands could have been met in full and in good time. Continued. Continued. § 26: For whereas in other places trade and commerce have come to a standstill due to lack of money, large sums of cash money have now for three consecutive years been brought here, which for the largest part have each time been exported again and spent at Kalikut and further to the north on pepper, cardamom, timber, etc., solely because the Company was provided with no merchandise, and above all with no sugar. § 27: This goes so far that we dare assure that, if circumstances had permitted sending early hither the sugar that went to Maskatte last year with the private ships Neptunus, Berkules, and Konkordia, and this year with Neptunus, alongside the cargoes of de Both and den Batavier, with the spices and further merchandise demanded alongside them, we would not only have achieved considerable profits above the expenses in both financial years, but would also have been in a position to assist the main settlement at present with at least half a million rupees, whereas now we cannot even make good the expenses with the profits. § 28: However, we must accommodate ourselves with Your High Nobilities to the present deficient circumstances and continue to hope for favorable times. Regarding the coir. § 29: Since the bearer of this is conveying a cargo of rice to Ceilon, no coir can be sent therewith; which, however, we would also not have dared to resolve upon, since for some years it has become so expensive that the candy, which previously used to cost fifteen rupees, can at present not be procured for less than twenty-five rupees. Conclusion. § 30: The replying to your esteemed letters having herewith been concluded, we let follow here, according to order, our marginal notes on the extracts from the Motherland. Extract to extract from the dispatch written by the Assembly of the Seventeen to the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated 18 November 1784. Honorable, Valiant, etc. § 1: Our latest letters to you were of 15 May and 6 August 1784, and we trust that the same will have been delivered to you long before the receipt of this.
Dutch transcription
bouwd. de Pakluur van de Lijmwarten met den Berjaan is gezonden de sleep over Ceilon is niet ge„ zeller verzocht met het aanbouwen van een sloep voor hun goevernement niet voorttegaan, in dien het werk zonder nadeel kost gestaakt worden, zo hebben ons derhalven van de in gereedheid gebragte kromhouten en verdere hout„ „werken zonder verlies ontdaan, en de Timmerlieden, die tot dat einde hier gezonden en terwijl de materialen verzameld wierden, tot ander werke gebreeikt waaren, weder terug Gezonden. §: 15: Wij begrijpen niet, dat Ginter met de partikuliere snauw den Ben„ „Jaan, geene Faktuur Ontvangen is, van de lijnwaaten die daar meede ge„ „zonden zijn; wijl zodanige faktuur op expresse order van den Eerstgeteeken „den Goeverneur door Anta Siltij ingeleeverd en bij §:. 226. van onze Gene „rale beschrijving van den 30: April 1785: duidelijk aangehaald mitsgaders bij het register met N=o 64: bekend gesteld is De den klit bewijs daar van dank betuijnigen van Dienaaren §: 16: De sekretaris en eerste Gezwoorene klerk zoo wel als de twee Gekommitteerden, die bij het afpakken der papieren geas„ „sisteerd en het Register behoorlijk voor de afpakking Geteekend hebben, betui„ „gen gezamentlijk en een ieder in 't bezonder zeer wel teweeten, dat zich zulk eene faktuur Onder de bijlagen bevonden heeft §. 17: Dit is alle elucidaatsie die wij hier omtrend geeven kunnen §: 18: De Kapitain Militair Iohan George Tornbauer die met Brenger deezer naar Ceilon overgaat, bedankt Ueer Hoog edelheeden voor zijne verplaat„ „sing ende kapitain Godlieb George Gebhard betuigd zijne ootmoedige dank„ baarheid voor zijne bevordering en aanstelling tot kommandant, en heeft dienvolgende het kommando over de Milietsie geaanvaard, mitsgaders in onze vergadering zit plaats genoomen. §: 19: Ook bedanken de Gegasieerden voor en gepaseerden de over de afdenking, der Militairen en over de sipahis veroog de gunstige kontinuaatsie hunner rustgasie. § 20. Over de verdere afdanking van Mie „tairen zal de Ondergeteekende goever „neur de eere hebben uwe Hoog edel „heeden bij zijne aparte brieven te onderhouden. § 21: wijl alle uitheemsche sipahis afge „dankt zijn: zoo is het ons niet mogelijk daar van eene Gedresseerde kompanie ver over te zenden, of wij zouden ze ten minsten een half Jaar voor de verz „ding in dienst neemen en in den wo „penhandel oefenen moeten, doch een kompanie Ionge fluxe knaapen, on „der het bevel van krijgskundige ka„ „pitain en verdere officieren die hier bevoorens gediend en genoegen gegeeven hebben, zoude hier ligt aan te werven § 22: Indien dit derhalven Uw Hoog edel „heeden welgevalliges: zoo verzoeken wij daar toe met nadere beveelen vo„ „eerd teworden. Den No 11 8„ s bou zijn. entwvangst van brieven over de lading met de Both vervrlg § 23 Den 3. Maart Jongstl:, hadden wij de eere het orgineel van de zoo even beantwoorde rescriptsie en teffens uwer Hoogedelheeden nadere letteren van den 22: November en 2: december bevoorens met het schip de Batavier te ontvangen, waarop in eerbiedig ant„ „woord diend, dat de koopmanschappen uit de laading van het schip De Both hier eerst op den 6: december ontvan„ „gen zijn, en wij ons dus in onze Gis„ „sing bij brief van den 11: Mai §. 5„ dat wij dezelve niet voor 't laast van November met zeekerheid verwach„ „ten kosten, voor al niet bedroogen hebben. §24:e Het Smerk ons, zeer dat wij onvermo„ „gens zijn te voldoen. aan het verlangen van uwe Hoog edelheeden. om het geldlooze Batavia van een aanzienlijke parthij Ropijen te voor„ „zien, §25. je meer wijl Koetsiem thans mo„ „gelijk de eeriegste plaats is, van waar Ud N nen vervolg vervolg uw Hoog edelheeden een naamwaardig ontzet hadden mogen verwachten, in dien onze eischen te rechter tijd en ten vollen hadden kunnen voldaan worden. §: 26: Want daarop andere plaatsen handel en wandel stil staat, door gebrek aan geld: zoo zijn hier, nu drie Jaaren ach„ „ter een Groote somman kontant Geld aangebragt geweest, die voor 't grootst gedeelte telkens wederom uitgevoerd, en te kalikut en verder om de Noord aan peper, Rardamom, hout enz: be„ „steedt zijn, alleen wijl de kompanie van geene Koopmanschappen en voor al van geene suiker voorzien §:o 27: Dit gaat zoo ver, dat wij verzeekeren durven dat, bij aldien de Omstandighet „den toegelaaten hadden, de suiker, die voorleeden Jaar met de partikuliere schepen Neptuinus Berkules en konkordia, en dit Jaar met Neptu„ „nes naar Maskatte gegaan is, neevens de laadingen van de Both en was. er over de Kaier en den Batavier vroeg herwaards tezen„ „den, met de daarnevens geeischte specerijen en verdere koopmanschappen, wij niet alleen in beide boekjaaren aanzienlijke winsten boven de lasten zouden behaald hebben, maar ook en staat geweest zijn de Hoofdplaats, thans ten minsten met een half Millioen ropijen bij te springen, daar wij nu met de winsten de lasten niet eens kunnen Goed maaken. § 28: Dan, wij moeten ons met Uwe Hoogedelheeden in de prezente ge„ „brekkige omstandigheeden schikken en op gunstige tijden blijven hoopen. §29: wijl brenger deezer eene Raading rijst naar Ceilon overvoerd: zoo kan daarmeede geen kaier gezonden voor„ „den waartoe wij echter ook niet zou„ „den hebben durven besluiten, wijl dezelve Ieder eenige Iaaren zoo ver„ „duurd is, dat het kandijl 't welk bevooren vijftien ropijen plag te kos, „ten, thans niet onder vijf en twen tig slot „tig ropijen bezorgd kan worden. §: 30: De beantwoording van Hoogst derzelve geeerde brieven hier meede afgeloopen zijnde, laaten wij hier naar de order volgen onze marginaale aanteeke„ „ningen op de vaderlandsche Ex„ „trakten. Extrakt à Extrakt uit de missive geschreeven door de vergadering van 17=e aan „den Goeverneur Generaal en de Raaden van Indie te Batacia in dato 18e Novem„ ber 1784. Erntfeste Manhafte &=a 5. 1: Onze Jongste brieven aan uE: zijn Geweest van den 15: Mei en 6: Augustus 1784: en wij vertrouwen, dat dezelve lang voor den ontvangst deezes bij UE: zullen aangebragt weezen.
English
Section 2: A large portion of the letters and papers that had to be read and examined this year in the ordinary Hague Besoignes were sent hither from the Cape of Good Hope with the Company's lugger vessel de Zwaluw; but that vessel having put into Cadiz on account of its poor condition, and having had to be sold there as unrepairable, we were forced to have the aforementioned letters and papers brought overland from Spain to Amsterdam. Section 3: Due to the late delivery thereof, the meeting of the Lords Commissioners for conducting the aforementioned besoignes has now again been markedly delayed, which will very probably be the reason once again that this our General Letter to you cannot be dispatched as early as we had wished. Section 4: The affairs of Amboina according to the letter... The fairness and benevolence with which your Right Honourable Lords judge our well-meaning efforts to preserve the establishment entrusted to us serves as our solace and reward, and will encourage us to employ all our abilities faithfully in the further promotion of the Company's interests. Section 320: We also have very good reason to be exceedingly pleased with the management with which the affairs of the Company on the Malabar Coast were handled during the war. And as the good posture of defense in which they placed themselves appears to have been a principal cause that the enemy dared undertake nothing against the Company on this coast, we cannot refrain from expressing our distinct satisfaction in this regard to the Ministers in general, and to the Lord Commander van Angelbeek in particular. The principal and most capable means for this would be an alliance with Tipu Sultan, but for the present there is little prospect of that. The young Nabab Tipu Sultan seems to have inherited the hatred that his father bore toward the English. Section 321: The death of the renowned Nabab Haidar Ali will probably have brought about quite some change in the state of political affairs on this coast, and we therefore expect from the knowledge and experience of Mr. van Angelbeek, as well as from his zeal for the Company's interests, that he will proceed with attending to everything that can serve to support and substantially advance those interests. Section 322: In particular, we trust that he will continue to watch the movements of the English carefully and will employ all suitable means within his power in order to oppose as much as possible the designs of that nation to expand its power more and more on this coast as well. Section 323: The aversion that the deceased Nabab steadfastly showed toward the English was always an obstacle to that nation in achieving their aforementioned aims; but who can assure that the Nabab's successor, Tipu Sultan Bahadur, will constantly be inspired by that same spirit? And because the English know this very well, they will make no attempts to draw him to their side, but rather to embroil him in wars with his neighbors and to stir up his vassals and subjects against him. Evidence of this can already be seen at present, as is further indicated in the separate dispatches from the undersigned Governor to the Supreme Indian Government. At least the English will not fail to try in his regard all those ways by which they are accustomed to draw native powers to themselves and to use their forces to increase their own. When the war between our State and the Crown of England broke out here, and thus mutual interest united the Company and the Nabab Haidar Ali Khan against the common enemy, we managed to bring things so far that he declared us his friends and ordered his governor at Calicut to assist us with men in case of need; however, no firm peace was concluded, much less any contract made. Yet, in our judgment, it would be very desirable for the Company, and almost necessary for the consolidation of its state in the west, if one could arrive at a formal contract with this powerful prince, whereby the disputes over Chetwai and Pappinivattam could also be settled. What has been done from our side to this end, and how little hope one can have for the present of achieving this, can be seen in detail in the separate secret letters exchanged on this matter with the Supreme Indian Government over the last two years. Section 324: Upon the outbreak of the war between England and the Republic, peace with the Nabab Haidar Ali was restored, but the disputes concerning Chetwai and Pappinivattam were left unsettled until a further opportunity; the subsequent reports of the ministers will have to show whether the settlement has since been able to take place.
Dutch transcription
§. 2: Een goed gedeelte van de Brie„ ven en papieren, welke dit Iaar in de gewoone haagsche Besoignes hebben moeten wer„ „den Geleezen, en onderzogt zijn van de Caab de goede Koop herwaards gezonden Geweest niet Compagnies Logger scheepje de Zwaluw, maar dat vaartuig uit hoof„ „de van des zelfs slegte gesteld„ „heid te Radix binnen geloo, „pen zijnde, en aldaar als on„ „herstelbaar hebbende moe„ „ten verkogt worden, zijn wij genoodzaakt geweest, voor¬ „zegde brieven en papieren uit spanje over Land naar Amsterdam te doen koomen. §. 3: Door den laaten aanbreng van dezelve is de bij eenkomst van Heeren Commissarissen weezen. tot tot het waarneemen van voorsz besoignes nu weder merke„ „lijk vertraagd, 't geen zeer waarschijnelijk op nieuws oor „zaak zal zijn, dat ook deeze onze Generaale brief aan UE: niet zoo vroegtijding zal kunnen afgaan, als wij zulks gewenscht hadden. §: 4: de zaaken van Amboinae volgens h=r §: 320: wij hebben meede zeer veel De billijkheid en goedgunstigheid waarmeede Uw weledele Hoog acht„ reeden, om bij uitneemendheid „baare onze aangeevende pogingen voldaan te zijn over het beleid tot behoud van het ons toevertrouwd waarmeede de zaaken van etablissement beoordeelen, strekt ons tot broost en belooning. de maalschappij ter Malla „baarsche kuste geduurende den oorlog zijn behandeld. En daar het goed postuur van teegenweer, waarin men zich gesteld heeft gehad, een voornaame oorzaake Schijnt te zijn geweest, dat de vijand teegen de maatschappij ter deezer en ver en zal ons aanmoedigen om alle onze vermogens tot verdere behortiging van s komp:s belangen getrouwlijke „ besleeden deezer kuste niets heeft durven onderneemen, kunnen wij niet afzijn, de Ministers in 't algemeen, en den Heer, Commandeur van An„ „gelbeek in het bijzondere deswege ons genoegen wel uitdrukkelijke te betuigen. §321: De dood van den beroem den Nabab Naider Ali, zal waarschijnlijk in de gesteld„ „heid der Politecque zaaken ter deezer Ruste vrij wat verandering teweeg gebragt hebben, en wij deervens van de kennis en Ondervinding van den heer van An„ „gelbeek zoo wel als van zijnen iever voor Compag„ „nies belangen verwagten, dat hij voort zal gaan met het behartigen, van alles wat tot ondersteu„ „ning en weezentlijke be„ vordering Het voornaamste en bequaamste middel hier toe zoude een bondgenootschap met Tipoe sultan zijn, doch daar is voor eerst weinig apparentsie toe. de jonge Nabab Sipoe sultan schijnt den haat, dien zijn vader den Engelschen toedroeg, bij erfnis over genoomen te heb „ben. vordering van die belangen kan strekken §: 322: Inzonderheid vertrouwen wij dat hij op de beweegingen der Engelschen zoogvuldig zal blijven letten en alle ge„ „poste middelen die in zijn vermogen zijn, in het werk zal stellen, ten einde zoo veel doenlijk tegen tegaan de in„ „zigten van de natie, om ook te deezer Ruste haar ver„ „moogen, meer en meer uit te brieden. §: 223: De afkeer welke de over„ „leedenen Nabab de Engel„ „schen standvasting heeft be„ „toond, is aan die natie al„ „toos tot een hinderpaal ge„ „weest in de bereiking van voorsz: haare oogmerken, maar wie zal kunnen verzeeke„ „ren, dat 'sNababs opvolger sipoe sultan Bahadoer t Stads van j steeds door dien zelven geest bezield zal worden. Althans zullen de Engel„ en wijl de Engelschen dit zeer wel weeten, zoo zullen zij geene poogingen doen om hem naar „schen niet nalaten om ook zich te trekken, maar wel om hem met zijne Buuren en oorlogen te verwikkelen en zijn vasallen en onderdaanen tegen hem op te stoo„ ten zijnen Opzigte alle die ken. waar van men thans reets blijken ziet, zoo als bij de aparte advisen van den onderwegen te beproeven, langs geteekenden Goeverneur aan de Vooge indische Regeering nader staat aangewel welke zij Gewoon zijn de In„ „landsche moogenheeden naar zich te trekken en der„ „zelver kragten tot vermeer„ „dering van de hunne te ge„ „brueiken. Toen de oorlog tusschen onzen staat ende § 324: bij het ontstaan van den Oor„ kroon van Engeland hier uit en dus het onderling belang de Komp: en den Nabab Haider Alichan log tussen Engeland en de tegen den gemeenen vijand vereenigde: hebben wij het wel zoo vergebragt, dat hij ons voor zijne vrienden verklaarde en zijnen goeverneur Reperbliek, de vreede met te kalikut beval, ons in vol van nood niet volk te assisteeren: doch daar is geen de Nabab Naider Alce vaste vreede geslooten veel min eenig kon„ trakt gemaakt Het waare echter naar ons hersteld, maar de geschillen oordeel voor de Comp: zeer te wenschen, en tot bevestiging van haaren staat om de west, raakende Cettuca en Lapo„ schier noodzaaklijk dat men tot een formeel kontrekt met deezen mochtigen vorst kost nettij tot een nadere gelee„ geraaken, waar bij dan ook de geschillen over seltua en Loponettij kosten beslist worden, gendheid onafgedaan. zijnde wat hier toe van onze zijde gedaan zij, en hoeweinig hoop men voor eerst kan hebben, gelaten, zullen der minis„ om daar toe te geraaken, kan bij de hier over gewesselde aparte schreete brieven met de Hooge indesche Regeering van de twee laaste Heren volgende berichten paaren omstande gezien worden. moeten uitwijzen of de af„ „doening zedert heeft kunnen plaats zen te worden.
English
In this the English have not succeeded thus far, and it is to be wished that they never achieve this objective, for such reasons as the adjacent and following paragraphs set forth. Meanwhile, the subjects of those disputes seem to us to have altered their character considerably, owing to the war that was waged between the English and the Nabob, which, among other things, led to the blowing up of the fort at Chettua. Paragraph 325: We shall also have to await whether the English, as the Ministers anticipated, will immediately have carried out their intention to restore the princes who were previously expelled by the Nabob in the Zamorin and Colastry lands, in order to exercise supreme authority over those lands under the pretext of the aforesaid princes. And as Mr. van Angelbeek has observed that the Zamorin princes are hereditary enemies of the King of Rochiem, one can easily infer from this that, if those princes are allied with the English and supported by them, they could make things very difficult for the said King. Paragraph 326: However, for the preservation of the balance of power on this coast, as you have properly understood, it is absolutely necessary that the King of Kochim remain standing. And because that prince, during the latest war, has given several proofs that he lacks the power rather than the goodwill toward the Company, we therefore trust that the Ministers will take the necessary measures to ensure that this prince retains some prestige among the native powers on this Coast. We do this on every occasion, and although the respect which the princes on this coast had for the Company in earlier days is now much diminished, the King of Koetsien must nevertheless thank it for the fact that he was not already long since overwhelmed by the King of Trevankoor; of which, however, he now has even less to fear since he seems able to rely on the protection of Tipoe Sullan. Paragraph 327: This is all the more necessary as he, out of fear of the superior power of the King of Grevancoor, must fawn upon him more and more. And this latter, according to the latest reports of the Ministers, had openly chosen the side of the English, after his conduct in the war had already long before been very one-sided. When the war with England broke out, the princes on this coast in particular also kept their eyes fixed on the Company, expecting nothing so certain as that our fleets and troops would soon make themselves formidable. Now that the contrary has occurred, what means remain to us to inspire in them the necessary respect? And this will, with respect to Trevancoor, fall away entirely if we further reduce our slight military force on this coast. Paragraph 328: We hope, therefore, that you, as well as the Ministers, will have found yourselves in a position since then to instill the necessary respect for the Company in that prince, and at the same time to make him adhere to its interests as a faithful ally. This is readily agreed to. Paragraph 329: As a vassal of the Nabob Mahmed Ali, he is in that capacity dependent on him, and through this also on the English, who are complete masters of that Nabob. If his mercantile interests now join with this, so that he can sell to that nation the pepper from his lands on more advantageous terms than those on which he must deliver it to the Company, then it is not difficult to trace how, in the whole complex of the Company's affairs on this Coast, the Prince of Trevancoor presents a subject whose management requires very much discernment and at the same time great circumspection, so that we also very particularly recommend the same to the attentiveness and care of Mr. van Angelbeek. We shall attend to this to the best of our ability. Paragraph 330: Since the pepper delivered by that prince at Kalihoilang and Porka, in those open maritime places, was not safe during the war, the Ministers did very well to have His Highness requested by commissioners to deliver that pepper at Rochim during the same. But since it was also stated by the Ministers that one would then be able to ascertain which pepper was delivered from his hereditary lands and which from the acquired provinces, while the price of the latter was fixed at no more than 55 rupees per candyl; and that they, foreseeing that this consideration might make the King hesitate, had caused him to be promised by the aforesaid Commissioners that 65 rupees would be paid for all the pepper without distinction: we have not understood clearly enough how, by means of this direct delivery at Rochim, the aforesaid could be better discovered than if that delivery took place at the customary places, and we shall on that account await a further explanation. At Porka and Kalikoilang, where the pepper is delivered, the King has his magazines, into which it is brought from all sides by the King's own servants and stored; from these magazines it is subsequently transferred into the Company's warehouses. Thus, the Residents cannot ascertain from which districts the pepper has been brought. But if the delivery by the King had to take place here at Koetsiem, where the King has no such magazines, then every parcel, as it arrives from the country, would have to be brought directly into the Company's warehouse, in which case one would indeed get to know from which province each parcel originated.
Dutch transcription
Hier in hebben de Engelschen tot nu toe niet mogen slaogen en het is te wenschen dat zij dit oogmerk nemmer bereiken, om zoodanige reeden als de nevenstaande en daar aanvolgende paragraphen op geeven plaats hebben. zullende inmiddels de voor„ „werpen van die verschillen, naar het ons toeschijnd vrij wat van gedaante zijn ver„ „anderd, door den oorlog welke tusschen de Engelsche en den Nabab gevoerd is en die onder andere tot het springen van het fort te Chettua aanleij„ „ding gegeeven heeft. § 325: wij zullen meede af moeten wagten, of de Engelschen, zoo als de Ministers te gemoed zagen, daadlijk ter uitvoer zullen hebben ge„ „bragt, hun voorneemen om de voor heen door den Na„ „bab verdwveene vorsten in de Samorijnsdie en Kok „lastrische landen te her„ „stellen, om over die landen onder den dekmantel van voor zegde vorsten het hoog „ste „ste gezag tevoeren, En gelijk de heer van An„ „gelbeek heeft aangemerkt dat de Samorijnsche Vorsten erf vijanden zijn van den ko„ „ning van Rochiem, zoo kan men hier uit ligt afneemen, dat die vorsten met de Engel, „schen vereenigd zijnde en door hum ondersteund wordende gemelde Koning het zeer be„ „nauwd zoude kunnen maa„ „ken § 326: ses egter tot bewaringe van wij doen dit bij alle geleegenheid, en of schoon het ontzag het welk de vorsten op deeze kuste het evenwigt ter deezer kuste, in vroeger dagen voor de kompanie hadden thans veel verminderd is: zoo moet de koning zoo als UE: wel hebben begree„ Van koetsien het echter aan haar verdanken dat hij niet reets voorlang door den koning„ pen volstrekt nodig, dat de van Trevankoor overweldigd is; waar voor hij thans echter noch minder te vreezen heeft koning van kochim staande nu hij op de bescherming van Tipoe sullan blijve, En wijl die vorst, geduu„ schijnt staat te kunnen maaken. „rende den Iongsten Oorlog ver„ „scheide blijken heeft gegeeven, dat het denzelven meer aan mogt ontbreekt dan aan goe„ „de wil voor de maatschappij zoo Toen de oorlog met Engeland uitborst, hielden in zonderheid ook de vorsten op deeze kust de zoo vertrouwen wij dat de mi„ nisters de noodige maatregie „len zullen neemen, om dien vorst onder de Inlandsche mi „genheeden ter deezer Kuste eenig aanzien te doen behou„ den. naar § 327. dit is te noodiger „ maate hij door beduchtheid voor de over „macht van den koning van Grevancoor denzelven meer en meer naer de oogen zien moet. En deeze laaste volgens der ministeren Longsters berich„ „ten openlijk de zijde der En„ „gelschen gekrozen had, na dat deszelfs gedrag reeds lang te vooren in den oorlog zeer een „zijdig was geweest: § 328. wij hoopen derhalven, dat UE: zoo roel als de Men:s zich oogen op de komp. e gevestigd, verwachtende niets zoo zeeker als dat zich onze vlooten en troepen zeedert in staat, zullen hebben eerlang zouden ontzachlijk maaken, nu het tegendeel gebeurd is, wat middelen schieten bevonden, om door dien vorsi„ ons nu over om hen het noodige ontzag in te toezien het Dit word gaarne toegestemd boezem en dit zal ten op ziehte van Seevan het noodige ontzag voor de kon geheel in al vervallen als wij onze geronge krijgsmacht op deeze kuste noch verder vermin, maatschappij in te boezemen, denzelven teffens als een ge„ „trouw Bondgenoot haare belangen te doen aankleeven. § 329: Als Leenman van den na„ „bab machined Ali is hij in die betrekking van den„ zelven afhankelijk, en hier door ook van de Engelschen als welke van dien Nabab volkomen meester zijn: Ingeval nu zich hier bij voe„ „gen deszelfs mercantele be„ „langen, zoo dat hij aan die natie de peper uit zijne lan„ „den op een voordeeliger voet kan verkopen, dan die op wel„ „ken hij dezelve aan de maak„ „schappij moet leeveren, dan valt het niet moeijelijk na te gaan, hoe in het zamen„ „stel van Compagnies aan geleegenheeden ter deezer Rus„ te „delen. wij zullen dit naar vermogen behartigen Te Zorka in Kalikoilang waar de pepor gelee„ „verd word, heeft de koning zijne Magazijn, waar in dezelven van alle kanten geleeverd in opgelegd peper is aangebragt eijgene bedienden, de Residenten kunnen te de vorst van Trevancoor een voorwerp uit leevert, welks behandeling zeer veel door„ „zigt en teffens eene groote behoedzaamheid vorderd, zulks wij het zelve dan ook de oplet„ „tendheid en zorgen van den heer van Angelbeek zeer bijzonder aanbeveelen § 330: De peper, welke door dien vorst te Kalihoilang en Porka in stemp: pakhuidzen overgebragt, door Koning geleeverd word, op die opene dus niet nagaan, uit welke distrikten de zeeplaatzen, staande den Cor„ „log niet veilig zijnde, heb„ „ben de ministers zeer wel gedaan met zijne hoogheid door gecommitteerden te doen verzoeken om gedecu„ „rende, denzelven die peeper te Rochim te leeveren. Dan vermits door de Mi„ „nisters teffens is gezegd, dat men als dan zou kunnen nagaan, welke peper uit word, uit deeze Magazijnen wordze vervolgens zijne Doch als de leverantsie door den kooning hier te koetsiem moest geschieden, daar de koning geen zulks, Magazijnen heeft zoo zoude ieder herkomstig was. partij zoo als ze uit het land afkomt, di„ worden, wanneer men dus zoude net te zijne erflanden en welke uit de aangewonnene provin„ „cien geleverd wierd, terwijl de prijs van deeze laaste Op niet meer dan 55: rop=s het kandijl bepaald was. En dat zij voorziende, dat die overweeging den koning zou„ „de kunnen doen aarselen, aan denzelven door voormelden Gekommitteerden hadden doen belooven, dat vooral de pe„ „per zonder onderscheid 65: ho„ „pijen zouden worden betaald, hebben wij niet duidelijk genoeg begreepen, hoe door middeel van deeze direkte leverancie te Rochim het voorenstaande beeter weeten krijgen, uit welke proventsie elk partij ontdekt zou kunnen worden, dan wanneer die leverancie op de gewoone plaatzen geschiede, en wij zul„ „ten uit dien hoofde eene „rekt in skamp:s pakhuis moeten gebragt nadere
English
at the shipment of pepper at Porka and to look forward to a further explanation thereof. § 331: However much the Ministers, in consideration of the fact that further expenses would be incurred on this delivery at Cochin, had offered the prince through the aforementioned commissioners two rupees freight for each candil, he had nevertheless, according to the Ministers' letter to you of 24 November 1781, continued to refuse the delivery at Cochin; and since it was reported in the letter of Mr. van Angelbeek to the gentlemen our Commissioners for the Affairs of War of 18 December that the pepper from Porka and Calicoilang had been transported to Cochin without any costs having fallen thereon—or 500 guilders paid in expenses: 16 stuivers are paid to the Residents for a candil, and for that the Residents have, during the war, brought the pepper hither, which in peacetime went from Calicoilang to the ships, and in this sense the report of the first signatory mentioned in the text must be understood and taken—it will be pleasing to us to obtain more detailed information regarding this as well. § 332: The pepper collected on this coast from mid-December 1780 to mid-December 1781 having amounted to a quantity of 1023825 lb, or 41424 lb less than in the preceding year, and the ministers, in the marginal reply to our dispatch of the year 1780 § 379 inserted in their dispatch to you of 8 January 1782, reporting that after receiving news of the war they had not strongly pressed the prince of Travancore for the delivery, we can, in consideration of the circumstances at the time, rest content with the latter. We expect, however, that the Ministers will leave nothing undone to cause the King of Travancore to fulfill his obligations better in the future. To this end nothing was left undone, but it seems that the king has determined once and for all not to deliver to our Company more than around fifteen hundred candils. § 333: In consequence of the Ministers' resolution of 26 February 1782, the entire stock of pepper, consisting of 869514 lb, having been ceded by them in one mass at the price of 115 rupees per candil to a Portuguese merchant who wished to return to Europe, that price, on account of its low level, attracts considerable attention, especially when one compares it against that of 130 rupees previously fixed for such sales, the candil being calculated at 500 lb. § 334: The Ministers have given as reasons for this their course of action: That the neighboring Government of Ceylon could not use any of that pepper nor have the same fetched. That one would have no storage place for it when the new delivery began. That at Calicut the candil of 600 lb was sold for 130 rupees, and finally that one needed ready money. § 335: If the last of the above-mentioned reasons is to be understood in the sense that the embarrassment for money among the Ministers was so great that, without having recourse to that sale, they would not have been able to save themselves from that embarrassment—we cannot say that our embarrassment for ready money at that time when we sold the pepper was already so great that we could not have saved ourselves for that time without having recourse to that sale, but we also did not pretend this, but only said in the resolution of 26 December 1781 that in the anxious times then prevailing it was better to have ready money in the cash box than trade goods in the warehouses; that the money for this pepper has since come in very handy for us, however, one can easily appreciate, because in that year we received no ship with trade goods from Batavia, and have since been compelled to take up money at interest—then the questions fall away which we would otherwise have to ask: whether it was indeed utterly impossible to obtain one or another suitable place to store the aforesaid pepper there until such time as one could send it to Ceylon, or also sell a portion of the same at better prices—it would not have been utterly impossible to procure one or another storage place by renting private lodgings or whole houses, but apart from the costs that would have been incurred thereby, one would have needed a great many guards at those private houses, and at the same time it would have been subject to much risk of fire and also of leakage, and with all that it would still have been uncertain whether we could have stipulated higher prices afterward, for to send it to Ceylon there was not the least chance, and the prospects for a higher price had already vanished at that time, as it was already late in the season, and to the north the price had fallen to 130 rupees per 600 lb—or whether the prospects of those shipments or higher sales had already been cut off entirely. § 336: When nevertheless the ministers report in their letter of 5 May 1782 that the bid of 115 rupees was made only under the onerous condition that they should accept iron in payment—as our merchants had accepted to take off that iron gradually without loss—
Dutch transcription
bij den afscheep van pepor te Porka en nadere verklaaring daar van te gemoed zien: §: 331: Hoe zeer nu de Ministers uit aanmerking dat op de ze „verancce te Kochim meerde „re ongelden zouden loopen den vorst door meergemelde gekommitteerden hadden da aanbieden twee ropijen vragt voir ieder Kandijl, had dezelve nogtans, blijkens der Mi„ „nisteren letteren aan UE: van den 24: November 1781 de leverancie te Rochim blijven weigeren; En nadien bij den brief van den heer of 500: ed: aan ongelden betaald 1: mp: van Angelbeek aan de Heeren onze Gekommitteerden tot de zaaken van Oorlog van den 18. xber: daar aan berecht is, dat de peper van Porka en Kalikoilang naar Ko„ Chim overgebragt was, zon „der dat hier op eenige kosten zoogd, en in deezen zin moet het bericht van den Eerstgeteekenden in den text ver„ „nield op genwoonen en verstaan worden word aan de Residenten voor een kandijl 16. ste: en daar voor hebben, de Residenten, geduurende den oorlog de peper herwaards be„ Kalikoilang naar de scheepen in vreederstijd gevallen gevallen waaren, zal het ons aangenaam zijn, ook hier om„ „trend een omslandiger bescheid te erlangen. § 332: De peper ter deezer kuste in„ „gezamelt van medio decem„ „ber 1780: tot medio xber: 1781. bedragen hebbende eene hoe veel- „heid van 1023825: ld: of 41424: lb: minder, dan in het voorgaande Jaar. En de ministers bij het margi„ „naal antwoord op onze missi„ ve van den Jaare 1780. §:o 379: ge„ „'insereerd in hunne missive aan UE: van den 8:e Ianuarij 1782: berichtende, dat zij na de bekoomene tijding van den oor„ „log den vorst van Trevancoor tot de leverancie niet sterk hadden aangezet, kunnen wij met dit laaste uit overweeging van de toenmaalige omstan„ „digheid Genoegen neemen. wij 1 leeveren. wij verwagten echter, dat de heft om aan onze komp:s niet meer als om Ministers niets zullen onbe„ „zogt laaten om den Koning van Trevankoor voortaan zij „ne verplichtingen beeter te doen nakoomen. §: 333: Ingevolge der Ministeren resolutie van den 26. februari 1782: de Gantsche voorraad van peeper, bestaande in 869514: lb: door hun in eene massa afgestaan zijnde, teegen den prijs van 115: rop=s het Kandijl aan eenen Portugeen „schen koopman die naar Europa wilde terug keeren, loopt die prijs om deszelfs geringheid niet weinig in het oog, voor al wanneer men den zelven vergelijkt teegen die van 130: rop=s voor dus da „nige verkopen tevooren be„ stemd zijnde, het kandijl daarbij op 500: lb: gereekend. Hhier toe heeft men niets onbezoeht gelaaten, doeh het schijnt dat de koning zich eens voor al bepaald trend vijftien honderd kandijlen te willen De wij kunnen niet zeggen, dat onze verleegenheid om ge„ „reed geld op dien tijd toen wij de peper verzochten reets §. 334: De Menesters hebben tot reeden van deeze hunne handelwijze gegeeven. Dat het nabuuurige Gouverne„ „ment van Ceilon van die peper niets gebruiken noch ook dezel„ „ve konde doen afhaalen. Dat men voor dezelve geene bergplaats zou hebben, wan„ „neer de nieuwe leverantsie begon. Dat men te Kalikoet 't Rand=e van 600: lb: voor 130: ropias. verkogt en eindelijk dat men gereeds penningen, van noode had. §. 335: Indien de laaste van booven zoo groot geweest was, dat wij ons, zonder tot dien ver gem: reedenen zo moet werden koop toevlucht te neemen, voor dien tijd niet zouden voorgewendt maar eenlijk bij resolueitsie van den opgevat, dat de verleegenheid hebben kunnen redden, doch wij hebben, dit ook niet 26:' december 1781. gesegd, dat het in de toenmaalige om geld bij de Ministers zoo zooglijke tijden beter was gereed geld in de kas dan handelwaaren in de pakhuizzen te hebben, dat ons echter het geld voor deeze peper zeder wel te pas gekomen is, kan men lijt nagaan, wijl wij in groot was geweest, dat zonder dat Jaar geen schip uit haandel waaren van Batavia gekreegen hebben, en zeder genoodzaekt tot dien verkoop hun toevlugt geweest zijn, geld op intrest te neemen. teneemen, zij uit die verlee„ „genheid zich niet zouden heb „ben gedaald was wijl onze kooplieden aangenoomen hadden dat ijzer gaande weg zonder verlies „ben kunnen redden, dan ver „vallen de vragen, die wij an„ volstrekt onmogelijk zoude het wel niet „ders zouden moeten doen, df geweest zijn, zich deeze of geene bergplaats te verschaffene, door het inhuuren van partiku, het naamlijk volstrekt om „lieve losies of heele huizen, maar buiten de kosten die daar op zouden gevallen zijn zouden men mogelijk was Geweest, zich een meenig te wechten bij die partikuliere huizen noodig gehad hebben, en teffens aan veel deeze of geene bekwaame risiko van brand en ook van lekkasie onder „worpen geweest zijn, en dat alles zoude het plaatsen te verschaffen, om noch onzeeker geweest zijn, of wij naderhand hooge reprijzen zouden hebben kunnen bedingen want om ze naar Ceilon te zenden, was geen voorsegde peeper aldaar de minste kans, en de uitzichten tot hooger prijs waaren doenmaals reets verdweeren, tot zoo lang tebergen, dat wijl het al laat in den tijd wes, en om de noord de prijs tot op 130: ropijen de 600: lb men dezelve naar Ceilon kon afzenden, of ook een ge „deelte derzelver tot beeter prijzen verkoopen, dan wel of de uitzichten op die ver „zendingen of hooger verkoo„ „pen reets ten eenemaal waa „ren afgesneeden geweest. § 336: Daar nogthans de minis„ „ters bij hunnen brief van den 5:e mei 1782: melden dat het bod van 115: ropijen, niet anders was gedaan, daen onder de bezeaarende voorwaarde dat zij ijzer in betaaling zou„ te „den
English
was executed, we have made no more detailed report thereof. This has happened. to sell, which also by them to the... must take, the Ministers, in order to give us a complete idea of this commercial transaction of theirs, should not have failed to note in their letters how much of the aforesaid pepper was paid for in ready money and how much thereof in iron. Paragraph 337: But however the matter may stand with that sale, and in whatever light one must view it, we have learned from the Ministers' latest advices to us with great pleasure that in 1783 they had at least not made use of such sales, and on the contrary entertained hopes of shipping 1400000 lb to Ceylon for Europe. The Company's merchants here have a great interest in obtaining the market prices of all merchandise and therefore apply themselves to it, and in this way we are also informed from time to time of the prices of pepper there. Secret separate Missive to the High Government of the Indies of 12 April 1773. Paragraph 338: Awaiting the further outcome of this, we meanwhile note in general, with respect to the passive trade of the Company in pepper on this coast, that just as we trust on the one hand that the Ministers will always have taken care to be accurately informed of the prices for which that pepper is sold, both in Calicut and further to the north, so on the other hand it is necessary that it be investigated accurately and in a businesslike manner whether the sale of pepper at this office tends to the real benefit of the Company, it speaking for itself that in such investigation and consideration there ought to be included the This has been demonstrated very clearly and concisely at... pure This question, as it is specifically presented here, we do not wish to answer in the affirmative. On the contrary, we agree with the premise in the text. pure profits which the Company enjoys on that article elsewhere, as well as the merchandise which it disposes of by means of the sale of pepper. Paragraph 339: Regarding this latter point, one ought, in our opinion, especially to consider that the specific question in this matter is whether in the Company's trade on this coast such articles are found which it now sells to buyers with good profits, but with which it would be left stranded, or would sell at lower prices, if the sale of pepper did not take place at the same time. Paragraph 340: Without wishing to anticipate the Ministers' answer to this proposal, can we scarcely presume the aforementioned, because in that supposition it would be implied that there are merchants who come to market at this office solely for the purchase of pepper, and we cannot imagine such a thing, given the abundant opportunities they have for it on this coast. Paragraph 341: But if there then be no other Yet we request at the same time permission to remark upon this, that although we agree that in the Company's trade on this coast no such articles are found which it could not sell at all, or not so profitably, if the sale of pepper did not take place at the same time, one cannot therefore immediately leap to the conclusion that the sale of pepper would thus not be serviceable. We believe that between these two extremes a middle course exists, namely that a moderate sale of pepper, which, after the Ceylon retour ships have been supplied, is very conducive to the expansion of the Company's trade on this coast, because the Bombara merchants, alongside sugar, spices, and other goods, also gladly take some pepper with them, which they then do not need to seek in Calicut or anywhere else; and this is what Mr. Moens meant and clearly pointed out in the aforementioned letter. articles found that are thus alone and of themselves capable of inviting those merchants to Cochin for trade, then one would precisely not need the article of pepper to dispose of other merchandise to those merchants that is less necessary to them, If we only receive trade goods, we hope to satisfy this expectation properly. This observation has not been able to take place, because we have not had enough trade goods to put it to the test. on the occasion of the sale of such articles for which they actually come here. Paragraph 342: But since the assessment of this matter can, and also ought to, take place on certain grounds, we expect that the Ministers, and in particular Mr. van Angelbeek, will apply themselves to forming accurate ideas of the true state of the Company's trade, so as to be able to manage the same to the greatest benefit of the Company. Paragraph 343: We also do not doubt that Your Excellency as well as the Ministers will have observed with redoubled attentiveness what influence upon the Company's trade on the Malabar Coast the stagnation of trade at Surat has had. This subject is, especially in the present circumstances, of the utmost importance, it being now particularly the time to investigate whether the Company's interests absolutely demand the retention of an office at the last-mentioned place; we therefore also trust that the comparative investigation which we have in mind will already have been carried out by Your Excellency before the receipt hereof, and we await the result of the same, as well as the report of the Ministers' observations on this matter. Paragraph 344: Rightly has Your Excellency considered... The price of bar copper has since not...
Dutch transcription
uitvoer gebragt is: zoo hebben wij daar van geen omstandiger verslag gedaan dit is geschied te verkoopen, het geen ook door hen ter den moeten neemen, hadden de Ministers ten einde ons van deeze hunne handel verrichting een volleedig denk„ „beeld te geeven, niet moeten versuimen, bij hunne brie„ ven aanteteekenen hoe veel van voor zegde peeper met gereede penningen en hoe veel daarvan in ijzer vol„ „daan was. § 337: Dan hoedanig het met dien verkoop Geleegen zij, en met welk een oog men dezelve ook moet beschouwen, wij hebben lit der ministeren Jongste advisen aan ons met veel genoegen vernoomen dat men ten minsten in 1783. van zodanige verkoopen zich niet had bediendt en in tee„ gendeel hoop voeddede, om 1400'000: lb: voor Europa naar Ceelon aftescheepen Het 'skomp.:s kooplieden alhier hebben er groot belang bij van de marsels prijzen van alle koop„ te krijgen en leggen zich derhalven daar op toe, en langs deezeen weg worden wij ook van tijd tot tijd van de prijzen der peper aldaar onderricht sekreete aparte Missive aan de Hooje Regeering van Indien van den 12: April 1773. §: 338. Het verder gevolg hier van af„ „wachtende merken, wij in tus„ schen in het algimeent nog aen„ met opzicht tot den passieren handel van de Compagnie in peeper ter deezer kuste, dat gelijk wij aan de eene zijde manschappen om de nond nauwkeurije berichten vertrouwen, dat de Minis„ „ters steeds zullen gezord hebben om in het zeekere te zijn on„ derrecht van de prijzen voor welke die paper, zoo te ka„ „likoet als verder om de noord anderen kant noodzaakelijk is, dat naauwkeurig en op een handelkundige wijze nage„ „gaan worde, of de verkoop van peeper ten deezen kantoore tot weezentlijke voordeel strekt van de maatschappij spree„ „kende het van delfs, dat bij zodanig onderzoek en overwee„ „ging behooren te koomen de dit is zier duidelijk en bondig aangetoond bij verkogt word, zoo ook aen den Zuivere Deeze vraage zoo als ze hier bepaaldelijk word voorgesteld; begeeren wij niet met Ja te beanbevoorden. in tegendeel stemmen wij de onderstelling in den tix= toe zuivere winsten, welke de maat, „schappij op dat artikel elders ge„ „niet, als meede de koop„ „waaren, die zij slijt door middel van den verkoop van peeper. § 339: Omtrend dit laaste behoort men onzes bedunkens enzonder„ „heid in acht teneemen, dat in dat stuk de vraag bepaal„ „delijk is, of er in den handel van de Comp: te deezer kuste zulke artikelen ge„ „vonden worden, die zij nu met Goede winsten aan de man helpt, doch met welk zij zou moeten blijven zitten, of die tot minder prijzen ver„ „koopen, in dien de verkoop van peper niet teffens plaats had. § 340: zonder op der Ministeren beantwoording van dit voor„ „stel tewillen voort uitloopen kunnen kunnen wij het zoo eeven gem nauwlijks onderstellen, de „wijl in die onderstelling Eo leggen opgeslooten, dat er kooplieden zijn die alleen voor den inkoop van peep ten deezen kantoore ter markt koomen, en wij ond zulx niet kunnen verbe „den aangezien de veel vield „ge geleegenheid, die zij daar toe hebben op deeze kust. § 341: Maar zo er dan meer andere Doch verzoeken teffens verlof om hier op aan te merken, dat afschoon wij toe stemmen, dat er artikelen gevonden wordend in den handel van de komp:e te deezer kuste zulke artikelen niet gevonden worden, die zij in 't geheel, niet of zoo voordeelij niet zoude kunnen verzoo alleen en op zich zelven in „pen indien de verkoop van peper niet teffens plaats had men daarom echter niet ter stond kan overslappen tot het besluit, dat de ver„ staat zijn, om die kooplie„ koop van pipor dus niet dienstig zoude zijn wijmeenen dat tusschen dieze twee uittersten, den te kochim ten hander een middelwer plaats vinde, te weeten dat een maatige verkoop van peper, die na dat de Ceilon sche ketoer schepen behoord zijn, zier vorderlijk te nodigen; dan zou men zij tot uitbreeding van skomp: handel ter deezer kuste, wyl de Bombarat nevens de Juijst het Artikel van seiker specerijen en andere waaren ook gaarne wat peper meede neemen, die zij de peper niet behoeven dan niet te kalikeit of ergens elders behoe„ „ven te zoeken, en dit is het geen de Heer om ook andere handel Moens bij voorsz: brief bedoeld en duidelijk wharen voor die koop „lieden minder nood zaar „kelijk aan hen te slijte aangeweezen heft bij Als wij maar koopenanschappen krijgen zoo hoopen wij aan deeze verwachting behoor „lijk te voldoen Deeze waarneeming heeft geen plaats genoeg gehad hebben om 'er de proet van te neemen bij geleegenheid van den ver„ „koop van zulke artikelen om welke zij eigentlijk hier aankoomen § 342: Dan vermits de beoordeeling van deeze zaake op zeekere gronden kan, en ook behoort te geschieden: zoo verwagten wij dat de Ministers en inzonderheid de Heer van Angelbeek zich bevlijti„ „gen zullen, om van de waare geschapenheid van Compag„ niet handel zich Juijste denkbeelden te vormen, om dus denzelven ten. meesten voordeele van de Compag„ „nie te kunnen bestuuren. § 343: wij twijffelen ook niet, of kunnen hebben wijl wij geen handel waaren UE: als meede de Min=s zullen met een verdubbelde op merkt zaamheid hebben waargenoomen, van wat Compagnies han invloed op „del „del ter Mallabaarsche Kust zij geweest de stilsland van den handel te Sieratte. Det onderwerp is voor al in de teegenwoordige omstan „digheeden van de uiterste aangeleegenheid, als zijnde he thans inzonderheid de tijd, om te onderzoeken, of kompag„ „nies belangen de aanhou„ „ding van een kantoor ter laast gem: plaatze vol„ „strekt vorderen; wij vertrou„ „wen daarom ook dat het vergelijkend onderzoek, 't geen wij bevogen, door UE: voor den ontvangst deezes reed s zal zijn werkstellig ge maakt, en wij zien den uit slag van het zelve tegemoet, als meede het bericht van der Ministeren waarnee„ „mingen in dit stuk. § 344. De recht is bij UE. bedenke: De prijs van het staafkoper is zeder „lijkheid niet
English
not counted, but has much rather fallen to 36 rupees per 100 pounds, and there is no prospect of a higher market for the present, wherefore we have requested Their High Nobilities in our latest requisition not to send anything of it hither, if they knew of a better outlet for it elsewhere; for that reason we also send with the ship Middelwijck 30,000 pounds of our remainder to Colombo, where it is expected to be sold with greater profit. Having raised a question about the very acceptable profits obtained on Japanese bar copper, the same having been sold at 61½ rupees per 100 pounds, at a time when the sale of this article took place only at this office and on Ceylon. Having to rely on the ministers' assurances that no higher price could be negotiated for the same, we meanwhile flatter ourselves that, after the restoration of peace, trade in this article will again have gained an unhindered course and that thereby the prices of the same will have increased. Section 345: For the rest, having nothing to remark concerning the trade conducted, The increase in profits depends solely on the satisfaction of our requisitions. Consequently, it has been quite pleasant for us to learn that, through an increase in profits and a decrease in expenses, the state of this office at the closing of the books of the year 1781 was in arrears by a sum of f63587.15.— less than that of the preceding year. However, since the expenses, which recently still amounted to a sum of f350839:18:—, have exceeded the profits and revenues amounting to f254148:4:8 by a sum of f96691:5:8, we wish that the aforesaid account might present a better appearance in the future, toward which must particularly be striven for an increase in profits and revenues. Section 346: Indeed, the repairs and improvements of the fortifications of the Company on this coast will since have caused heavy expenses to it, which expenses one will, however, be able to bear if one has proceeded regarding these improvements with the required knowledge and experience of matters, and we hope that the precaution which the ministers have used for that purpose will have been sufficient. This was certainly an inevitable work to deter the enemies who wanted to attack us. The Extraordinary Councillor van de Graaff had made useful arrangements concerning this and at the same time provided the opportunity to consult on everything with Captain Formbauar, skilled in fortification construction, and the outcome has proven our knowledge of these improvements to be well-founded, and also taken the advice of the Ceylon ministers, who sent us the plans of the Captain Engineer Brohier; since then, we have also found the expertise of this engineer to be fully satisfactory. Section 347: The great importance of the Cochin fortress was especially evident during the last war, Cochin being the only place on the west of India which, as was very well noted by Mr. van Angelbeek as appears from the recorded secret resolution of 11 April 1782, was able to assist the Government of Ceylon in the absence of Bengal and Coromandel rice and paddy, whereas, if Cochin had fallen into the hands of the English, neither Company ships nor those of the French fleet would have been able to obtain any provisions or other necessities anywhere on the entire west of India. This is also very natural. Section 348: The considerable military force which was raised by the ministers on account of the war, and which it was their intention to increase to a number of 3,500 heads; this increased military force will likewise have considerably burdened the following account. Our garrison has been considerably reduced since the peace, and currently consists of: 302 Europeans, 122 Topasses, 208 Easterners, 178 Malabar Sepoys, and 307 Sheiks, besides 42 European and 32 Native Artillerymen, thus 1,191 heads, and cannot well be further reduced for the present. We trust nonetheless that, after the ending of the war, the ministers will have taken thought to make a further regulation for the Cochin garrison in peacetime, and to establish the organization of those troops with respect to the number of superior and non-commissioned officers on the least expensive footing, toward which very good arrangements could have been suggested to them by the government of Ceylon. Section 349: And since such arrangements, which have as their goal a proper proportion between the number of officers and privates consistent with appropriate frugality, are extremely useful for the Company's military service throughout all of the Indies, and absolutely necessary for its finances, we must on this occasion earnestly recommend to you the consideration of this subject, so that the provision which it will be found to require after an expert examination of matters may be effected immediately. Section 350: Furthermore, we would gladly learn from the ministers whether their adopted measures to place European officers with the recruited Sepoys and other native troops have in the long run had the desired effect of bringing the same to military discipline. We are of the opinion, and confirmed therein by experience, that placing capable European officers and non-commissioned officers is the best, if not the only, means properly to discipline native troops.
Dutch transcription
niet gereeken, maar veel meer tot 36 ropijen„lijkheid gemaakt over de niet de 100: ponden gedaald, en daar is geen apparentsel en voor eerst tot een hrogeren markt woeshalven zeer aanneemlijke winsten wij zij onzen Jongsten Eisch aan Hunne Hoog edelheeden verzocht hebben daar van niets. herwaards te zenden, in dien men elders op het Japansch staafkoper El„ daar meede een beeteren uit weg wist, ook zenden wij om die reeden met het „ haald, als zijnde het zelve ver„ schip Middelwijck 30000: rb: van ons restant naar kilombo daar het met meerder voor„kogt teegen 61½ ropijen de 100: ponden zulx op een tijd dat de verkoop van dit Artikel alleen ten deeze kantoore en op Ceilon geschiedde. Ons moetende verlaaten op der Ministeren verzeekerin„ „gen dat voor het zelve geen horger prijs te bedingen is ge„ „weest vlijen wij ons inmid„ „dels, dat na de herstelling der vreede de handel in dit arti„ „kel weeder een onbelemmer „den loop zal hebben gekree„ „gen en hier door de prijzen van het zelve zullen zijn toe genoomen. deel verwant word. §. 345: voor het overigens omtrend den gedreevenen handel niets aantemerken hebbende is de vermeerdering van winsten hangd alleen af van de voldoening onzes bischen gevolg is het ons, nog al aangenaam ge „weest te verneemen dat door een vermeerdering van winsten en eene vermindering van lasten de staat van dit kan „toor bij het slot der Boeken van 't Jaar 178/: een som van ƒ63587. 15:—. minder was ver„ „achterd, dan die van het voorg dewijl echter de lasten, die laast nog hebben bedragen een som van ƒ350839:18:—. de winsten en Inkomsten ten bedragen ƒ254148: 4:8: te boven zijn gegeu met een som van ƒ96691: 5: 8: wenschen wij dat de voorzegde reekening in 't vervolg van een beeter aanzien zijn mogt waartoe in zonderheid betrac zal moeten werden, eene vermeerdering van winsten en inkomsten. §. 346: Jmmers de herstellingen en dit was zeeker een onvermeidelijk verbeeteringen van de vesting werken had den H=r Raad Extra ordinair van de graaff over om de vijanden, die ons aantasten wilden en nutte gemaakt en teffens geleegenheid ge werken der maatschappij ter deezer Kuste, zullen zeedert nog swaare kosten aan haar veroorzaakt hebben, welke kosten men echter zich getroos„ „ten zal kunnen wanneer wij hebben hier omtrend naar beste kennis omtrend die verbeeteringen tewerk is gegaan met de kapitain Formbauar in de vesting bouwkende vereischte kennis en onder alles te road plaeger en d' uitkomst heeft beweezen, vinding van zaaken, en wij hoo„ „pen dat de voorsorg welke de Ministers daar toe ge„ „bruikt hebben, toereikende zal zijn geweest. § 347: het groot aanbelang der ko„ chinsche vesting is inzonder„ „heid bij den laasten Oorlog gebleeken, als zijnde Kochim de eenigste plaats om de west van Jndien die, zoo als door den Heer van Angelbeek 3 blijkens het aangeteekende ter schreete resolutie van gehandeld en ook het advis van de Cailonsche Mi„ nusters ingenoomen die ons de plans van elen kapitain Ingenier Brohier toegezonden hebbeng daar van af te schrikken zeder hebben wij ons de kundigheid van den dot mnede voor denens titekende gewdeest, den dit is meede zeer natuurlijk den 11: April 1782: zeer wel is aangemerkt het Gouvernement van Ceilon in het gemes der Bengaalsche in Chorman„ „delsche rijst en Nilie heeft kunnen tegemoed koomen, terwijl, in dien Rochem in de macht der Engelschen was geraakt nog Compagnies scheepen nog die van de fran„ „sche vloot ergens om de gantsche west van indien eenige lee„ vensmiddelen of andere de„ „hoeften zouden hebben kun „nen bekomen. §348: de aanzienelijke krijgs mogt welke door de ministers om den wille van den Oorlog is op de bein gebragt en die zijn voorneemen zijn geweest te doen klimmen tot een getal van 3500: koppen; die ver„ „meerderde krijgs mogt zal insgelijks de volgende stoot reekening Onze bezettingen is zeder den vreede merk „lijk verminderd, en bestaat thans uit 302: Europeeschen 122: Toepassen 208: Oosterlingen 178: Malabaarsche Sipais en 307. Sjegos nevens 42: Europeesche en 32: Jnlandsche Artilleristen dus 1191: koppen, en kan voor eerst niet wel verder verminderd worden. Wij vertrouwen eeven wel, dat na het eindigen van den oorlog de Ministers zullen zijn bedagt geweest, voor eene nade¬ „re bepalinge temaaken op het Rochimsche garnisoen in vredes tijden, en om de inrich„ „ting van die troepen met betrekking tot het getal der Opper- en onder-officieren op te een voet „ brengen het minst kostbaar, waar toe hun door het gouvernement van Ceelon zeer goede schekkingen zul„ „len hebben kunnen worden aan de hand gegeeven. § 349 En vermits dergelijke inrich„ „tingen, die tot doelwit hebben eene behoorlijke en met een gepaste Kuinigheid bestaare„ „baare eevenreedigheid tus„ „schen het getal van offecieren reekening merkelijk bezwaard hebben. en n wij zijn van gevoelen en daar in door de on„ bequaame Europeesche officiers en onder officiers het beste, zoo niet het eenigste middel is omr inlandsche roepen recht te despiplineeren en Gemeene voor Comp:s meli „tairen dienst door geheel In„ „die ten uitterste nuttig, en voor haare financien vol„ „strekt noodzaaklijk zijn z moeten wij UE: bij deeze ge„ „leegendheid de overweeging van dit onderwerp wel ernstig aan „beveelen, op dat de voor zie„ „ning die het zelve na een kundig onderzoek van zaa„ „ken bevonden zal worden te vereijschen daadlijk mogen geschieden. §350: voorts zullen wij gaarn van dervinding bevestigd dat het plaatsen van de Ministers verneemen, of op den deeur van het ge wenschte gevolg zullen zijn ge weest hunne Genoomene maatregelen om door bij de aangewordene Sipaijers en andere inlandsche troepen Europeesche officieren te plaatzen dezelve tot den krijgs 279 5
English
to make military service more suitable. § 351: We also desire to know whether the simple method of preparing gunpowder by having it pounded in hand blocks after the manner of the natives, of which the tests conducted seem to have satisfied the Ministers particularly well, could also be used fruitfully in more of the Company's other possessions. § 352: We have found proof of sloppy management in the surplus and deficit of goods discovered during the transfer of the artillery by Captain Lieutenant Johannes van Asbeek to the Lieutenant of Artillery Jacob Kraus, of which a detailed report appears in the Ministers' resolution of 22 November 1781. And failing to have such goods produced, for which the said van Asbeek had already received the money, places the conduct of that officer in a very unfavorable light. For which reason we hope that his successor will follow a better course, and also that in this command the collective administrators will steadily be kept to their duty through constant supervision. This is being complied with. § 353: Lastly, we cannot pass over in silence what was written in paragraph 26 of your letter to the Ministers of 17 June 1782, namely that you approved the promotion that the Ministers had made on the assumption that the regulations in that regard would have been observed, such a ground being very strange when one can and ought to proceed not on assumptions, but on certainties. Ships and Vessels The ship Stavonesse and its lading here and at Kalikoilan § 31: The ship Stavonesse arrived here from Kolombo on 21 November 1785. The same took in here: 212404 lb saltpeter 10719 lb pepper 155 lasts rice 100 ditto paddy 3000 lb wheat for the national squadron 8 pieces teak beams 83 ditto planks 3000 lb wax candles, partly for the national squadron 1000 lb raw wax 2400 jugs coconut oil, partly for the national squadron Some medicines And it was sent on 9 December to Kalikoilan, where it loaded a further: 170921 lb pepper 97 corges cowhides and 5140 pieces gunnies and departed for Kolombo on the 16th following. The ship Spaarenrijk, its arrival, lading, and departure. Misses Ceylon, returns here, is assisted, and departs again. § 32: The ship Spaarenrijk arrived here from Gale on 6 December 1785 with the largest part of the cargo of the ship De Both, and with some small goods for Soeratte, and was immediately unloaded and reloaded with: 243077 lb saltpeter 12772 lb tamarind for the national squadron 200 pieces teak planks 6 iron hawsers for the national squadron 2 chests of money to the amount of 30000 rupees 1 chest with 100 lb sample cardamom for the Netherlands with which it sailed to Porka on the 23rd following, and departed for Gale on 1 January of this year, having loaded a further 600000 lb pepper at Porka. § 33: Due to strong easterly winds, the ship fell too far to leeward when crossing from Cape Comorin to Gale, and after struggling for six weeks was forced to put in at this coast again before Porka. § 34: Upon receipt of these fatal tidings, we immediately dispatched the Master of Equipage thither, who provided the same with water and firewood, so that it undertook the voyage to Ceylon once again on the 23rd of that month. The ship Middelwijk, its arrival, lading, and departure § 35: The ship Middelwijk arrived here from Kolombo on 24 January 1786 with 50 canassers of powder and 23 whole leagers of candy sugar from the cargo of the ship De Both, and with some goods for Soeratte. § 36: The same was loaded here with: 50000 lb Japan copper 168 1/8 lasts rice 50 ditto paddy 60 13/15 ditto wheat 2536 lb kapok 30 pieces beams 465 teak planks and A chest with fifty thousand rupees in cash with which it departed for Kolombo on 2 March, taking along the twenty-three whole leagers in which the sugar from Gale had been brought here. The bark De Liefde, its departure and cargo § 37: The bark De Liefde arrived here from Tuticorin on 15 December 1785 to fetch the goods for the national squadron, and departed for Gale on 9 January following, with the following goods: For Ceylon: 20059 lb saltpeter 42½ lasts rice 1000 lb raw wax 23 pieces teak planks For the national squadron: 6 lasts white table rice 44 barrels English meat 24 ditto pork 2100 jugs coconut oil 450 lb mustard seed 10900 lb tamarind 19200 lb dried fish 250 lb soap 2000 lb butter and some poultry. Arrival of the ship De Diamant. Decision to lighten a portion of its cargo. § 38: The ship De Diamant, destined from Batavia to Soeratte, put in here on 4 February, at a time when we found ourselves in the greatest embarrassment with the bombards that were lying here waiting for a ship with Batavian merchandise. § 39: For the merchandise brought from Gale out of the ship De Both had been sold immediately and had
Dutch transcription
krijgs dienst Geschikter te maken. § 351: Ook verlangen wij teweeten of de eenvoudige wijs, om het buskruit te bereiden, door het zelve naar de manier der Jnlanders in hand blokken te doen stampen en waar van de Genomene proeven aan de Ministers bijzonder wel schijnen te hebben voldaen ook op meer andere van Compagnies bezittingen met vrugt zoude kunnen worden gebruikt §352: Een bewijs van slerdige. hushouding hebben wij aange„ „troffen in de over en te kort bevondene goederen bij het transport van de Arthel„ „lerie door den kapitain Lui„ „tenant Iohannes van Asbeek aan den Zuile „nant der artillerie Iacob Kraus hier aan word voldaan Kraus van welke een om„ standig verslag voorkomt, bij der minesteren resolutie van den 22: 9ber 1781: en het niet doen aanmaaken van zulke goederen, voor welke dezelve van Asbeek reeds het geld ontvangen had, stelt het gedrag van den officier in een zeer ongunstig ligt. Waarom wij hoopen, dat deszelfs vervanger een beter spoor zal volgen, mitsga„ „ders dat ook ten deezen Comp „mandeminte de gezament „lijke Administrateurs door een gestadig toezigt tot hunne pligt bestendig zullen worden gehouden. §353. Laastelijk kunnen wij niet met stilswijge voor bij stap„ „pen het geschreevene bij 3. 26. van uwen brief aan de ministers van den 17 Iuni 1782 dat 't schip Stavonesse en dsselfs beleding alhier dat UE: de bevordering welke de Ministers hadden gedaan goed keurden in onderstel„ „ling dat dien aangaande de reglementen zouden weezen in acht genoomen, zijnde dusdanigen grond zeer vreemd, wanneer men niet op onderstellingen, maar op zeekerheeden kan en behoord tewerk tegaan. Scheepen en Vaartuuigen §31: Het schip Stavonesse is den 21: November 1785. van Kolombo hier gekomen. Het zelve heeft hier ingenoomen 212404: lb: Salpeter 10719 „ peper 155 Lasten Rijst 100: d=o nelie 3000: lb: tareve voor slands Eskader 8. p=s tekke balken 83. „ d=o planken 3000: lb wax kaarsen gedeeltelijk voor slands en te kalekoilang 't schip sparenlijk dees aanbreng belanding slands Eskader 1000: lb: ruw wax 2400. kannen kokus olij gedeeltelijk voor slands EsRader Eenige medikamenten een is den 9: december naar Kalikoilan gezonden, alwaar het noch 170921: lb: peper 97. korsies koehuiden en 5140: p=s goenes heeft gelaaden en den 16. daa aan naar Kolombo vertrokken. § 32: Het schip Spaarenrijk is den 6: decemb 1785. van gale hier aangekoomen met he grootst gedeelte van de laading vand schip de Bolh, en met eenige kleen goedertjes voor soeratte en is ten eerste gelost en weder beladen met 243077: lb: salpeter 12772: Jammerinde voor slands Eskader 200: p=s tekke planken 6: ijzer trossen voor slands Eskade 2: kisten met geld ten bedraagen van 30000: ropijen 1: kist met 100: lb: monster kardamon voor en vertrek mist Ceilon komt weer hier word geholpen en vertrekt weder 't schip Middelwijk deszelfs aanbreng voor Nederland, waarmede het zelve den 23: daaraan naar Porka gezeeld is, en den 1: Januari deezes Jaars naar gale vertrok„ „ken hebbende te Zorka noch gelaaden 600000: lb peper § 33: Pet schip is, wegens sterke oostlijke win„ „den, in toversteeken van Raap Ramorijn naar Gale, telaag vervallen en na ses wee„ „ken gesukkeeld te hebben genoodzaakt ge„ „weest deeze Rust wederom aantedoen voor Porka. § 34: wij hebben op den ontvangst van deeze fatale lijding ten eersten den Equipasie, meester naar derwaards gezonden, die het zelve van water en brandhout voor„ zien heeft, zo dat het de reize naar Cei„ „lon op den 23:' dier maand andermaal heeft ondernoomen, §:35: Het schip Middelwijk is den 24=e Januari 1786: van Rolombo hier aangeke„ „men met 50: Ranassers poeder en 23: heele leggers Randij zuiker uit de laas „ding van het schip de Both, en met eenige goederen voor soeratte met het schip s he eerste ader de van belading en vertrek de bark de leefde dus vertrek en laading schip 'T slot ter hooge van Batavia aldaar aangebragt §36. Het zelve is hier belaaden met 50000: lb Iapans koper 168 1/8. Last rijst 50: d=o Nelie 60 13/15 „ Tarwe 2536: lb: kapok 30: p=s balken 465. lekke planken en Een kist met vijftig duizend ropijen kon tanten, waarmeede het zelve den 2: Maart naar Rolombo vertrokken is, medenee „mende de drie en twintig heele leggers, waarmeede de zuiker van Gale hier aangebragt is. §37: De Bark de Liefde is den 15: De„ „cember 1785: van Tulukorijn tot den as„ „haal van de goederen voor slands eska„ „der hier gekoomen en den 9: Januari daar aan naar Gale vertrokken, met de volgende goederen Voor Ceilon 20059 lb salpeter 42½ last aankomst van 't schip de Diamant besluit om een gedeelte van dus laading te legten 42½. last rijst 1000: lb: ruwax 23. p=s tekke planken voor 'slands Eskader 6. lasten witte tafelrijst 44: vaten Engelsch Vleesch d=o Spek 24: d=o 2100: kannen Rokus Olie 450: lb: mosterd zaal 10900: „ Tammerinde 19200: „ karwaat 250: „ Zeep 2000: „ Boter en eenig pluimwee §: 30: Het schip De Diamant van Ba-„ „tavia naar Soeratte gedestineerd quam den 4: februari hier invallen, op een tijd, dat wij ons in de Grootste verleegenheid bevonden, met de Bombaras, die hier op een schip met Bataviasche koop„ „manschap tewachten lagen. §39. want de uit het schip de Both van Gale aangebragte koopmanschap„ pen waaren ten eersten verkocht en hadden
English
continuation continuation continuation continuation had not been half sufficient to accommodate the present Bombaras, wherefore we had also helped first those who had arrived first and comforted the rest with the ship from Batavia. §40: But now one heard that the same would depart in December, and it was impossible to dispose these people, who had already waited so long, to a prolonged stay here. §41: We therefore had to choose between two very unpleasant decisions, namely, to draw upon the cargo that was destined for Soeratte, or to let the Bombaras depart without merchandise. § 42: With respect to the first, we clearly understood that the Soeratte ministers would thereby fall into embarrassment to properly conduct the collection of linen, and therefore be compelled to take up money at interest for that purpose. §43 But the disadvantage that would arise from the departure continuation departure of the Bombaras without merchandise seemed considerably greater to us. § 44: For thereby we would have to reject a significant capital of cash money that was now offered to us, at a time when the embarrassment on that account was great, and one had no hope of making up that deficiency elsewhere, since from the cargo that was expected with our ship from Batavia, one would be able to sell little once these Bombaras had departed. § 45: And this lack of money would chiefly have affected Ceilon, where the embarrassment was so great that, according to the ministers' letter of the 11th of October last, two lakh rupees would not suffice to fulfill the same, wherefore they had requested us to negotiate money at 12 per cento for them, in which we had not been able to succeed further than for fifty thousand rupees. Besides continuation continuation continuation § 46: Besides these temporal disadvantages, we also ran the danger of making the Bombaras annoyed and averse to coming here further for trade, if their hope of finding sugar and spices here, which one had encouraged from year to year by firm assurance of an ample supply, now vanished in smoke for the third time, the disadvantageous consequences of which would be greater, in proportion as the hope was now greater than this, that the sales here, if only the demands were met, would increase yearly, because the influx of traders to this place in the last years had noticeably increased, solely on the hope that they would find their accommodation of sugar and spices here. §47: And because we believed, above all this, that we might determine on the one hand that Soeratte would be better able to extricate itself from the embarrassment by taking up money or negotiating linen on credit than Ceilon, where there was entirely no continuation indication of what was laid down orders regarding that ship no resource for it, and on the other hand, that it would in any case be less harmful for the Company that Soeratte fell into embarrassment than Ceilon. § 48: Thus we resolved on the 4th of February to lighten from the said ship half of the powder sugar, twenty thousand pounds of cloves, and fifty thousand pounds of tin. §49: This was carried out with only this difference, that instead of 20000 lb of cloves, 20020 lb, and instead of 50000 lb of tin, only 39665 lb were brought ashore; the first difference was caused because it worked out thus with the bags, and the latter because one could reach no more tin. § 50: For the rest, we refer to our resolution treating thereof of the 4th of February last, and hope that this transaction may be judged favorably. § 51: From the aforementioned ship de Diamant, there remained here sick: The Under-Merchant Kornelis Adriaan van reinforcement against the pirates van Eijk, who having since recovered, departed for Soeratte with an English ship named Ladij Hughes. 1 Sergeant Andries Hendrik Schacht, who has since recovered and at his request was sent to Ceilon, because his place had been filled by another competent sergeant, and we in our best judgment presumed that two European sergeants would not be suitable at Soeratte. Furthermore: 1 third Surgeon 1 corporal 7 European Sailors 2 Sarangs and 4 Moorish Sailors. And there were placed on it in return: 8 European Sailors to replace the sick. § 52: Because the fairway along the coast was filled with pirates, we have placed on it as further reinforcement the following Easterners: 1 Sergeant 1 Corporal filling of a sub-lieutenant's place 1 Corporal and 23 Privates, alongside 1 Tambour and 1 Fifer for which we have taken all the still remaining Malays from the Portuguese ship stranded here in 1782, who have since entered the Company's service and, according to the order of Your High Excellencies in the esteemed Missive of the 30th of September 1783, had to be sent to Batavia; the others are taken from those who requested discharge. § 53 In place of the ordinary Naval Lieutenant Iohan Christiaan Peger who remained here sick, the Butler's Mate Iohannes Rustige of Amsterdam has been placed on it to serve as provisional Sub-Lieutenant, who, according to the report transmitted herewith in copy from the Naval Captains De Klerk, Bosman, and van Blankenberg, was first examined and found capable thereof, and as his pay account runs at Kolombo
Dutch transcription
vervolg vervolg vervolg vervolg hadden niet half toegereikt, de aanwe „zinde Bombaras te gerieven, weshalven wij de geenen, die eerst gekoomen waar ook eerst geholpen ende ovrigen op het schip van Batavia vertroost hadden §40: Doch nu hoorde min dat hetzelve in december zoude vertrekken, en het was onmogelijk deeze menschen die al zoo lange gewagt hadden, tot een lang verblijf alhier te disponeeren. §41: wij moesten derhalven, tusschen twe zeer onaangenaame besluiten kiezen te weeten, de laading die voor soeratte bestemd was aan te spreeken, of de Bon „baras zonder koopmanschappen te laate vertrekken § 42: Met opzicht tot het eerste begreepen wij klaar, dat de Soeratsche Ministers daar door in verleegenheid zouden gere ken, om den inzaam van Lijnwaat behoorlijk te bedrijven, en derhalven ge „noodzaakt worden, daartoe geld Op intrest teneemen. 543 Doch het nadeel, het welk uit het vertrek vervolg vertrekt der Bombaras zonder koopman„ „schappen ontstaan zoude, scheen ons vrij grooter toe. § /44: want daar door zouden wij een naamwaar„ „dig Kapitaal kontant geld het welk ons nu aangebooden wierd moeten afwijzen, in een tijd, dat de verleegenheid daarom groot was, en men geene hoop had, om dat gebeek elders te vergoeden, alzoo men van de Lading die met ons schip van Bata„ via verwacht wierd, weinig zoude kun„ „nen verkoopen, als deeze Bombaras vertrokken waaren §: 45: En dit gebrek aan geld zoude voor„ „naamlijk Ceilon getroffen hebben, waar de verleegenheid zoo groot was, dat volgens des Ministeren schreete van den 11: oktober Jongstl: twee lak ropijen niet zouden toereiken dezelve te vervullen, weshalven zij ons verzocht hadden, geld tegen 12: p=rC=to voor hen te negootsieeren, waarin wij niet verder als voor vijftig duizend ropijen had„ „den Rennen slaagen Buiten vervolg er vervolg vervolg § 46: Buiten deeze temporeele nadeelen liefen wij ook noch gevaar, de Bombaras ver„ „drietig en afkeerig temaaken om hier ver„ „der ten handel te koomen, als hunne hoop om hier suiker en specerijen tevin„ „den die min van Jaar tot Jaar door vaste verzeekering van een ruimen Aanbreng O aangemoedigd had, nu voor derde keen in rook verdeveen, waarvan de nadeelige gevolgen grooter zijn zouden, naarmaa„ „te de hoope thans grooter dan dit was, dat de verkoop alhier, als de Eischen slegts voldaan wierden, Jaarlijx zoude toeneemen door dien de toevloed van handelaars naar deeze plaats in de laaste Jaaren merk„ „lijk had toegenoomen, alleen op de hoop datze hier hun geriet aan suiker en specerijen zouden vinden. §47: En wijl wij boven dit alles meerden te mogen vast stellen eensdeels dat soeratt zich uit de verleegentheid beeter zoude kunnen redden door het opneemen van geld of het negootsieeren van Lijnwaat op kradit dan Ceilon, daar in 't geheel geene a A 1 vervolg aanwijzing van 't geen gelegt is bestellingen omtrend dat schip geene resourse voor was, en anderen deels, dat het in allen gevallen minder schadelijk voor de komp:e waare dat Soeratte in verleegenheid raakte dan Ceilon. §: 48: zoo beslooten wij op den 4=e februari uit gemelde schip, de helfte van de poeder sueiker twintig duizend pond: Nagelen en vijftig duizend pond thin te ligten §49: Dit heeft gevolg genoomen eenlijk net dit geschil, dat in steede van 20000: lb: nagelen, 20020: lb: en in steede van 50000: ld: thin maar 39665: lb: aan de wal gebragt zijn, het eerste geschil is ver„ „oorzaakt om dat het met de sakken zoo uitquam, en het laaste, om dat men bij geen meer thin kost koomen. § 50: voor 't overige refereeren wij ons aan onze daarvan spreekende resoluutsie van den 4:e februari Jongstl: en hoopen dat deeze verrichting Gunstig moge be„ „oordeeld worden §. 37: van voorm: schip de Diamant zijn hier zieh verbleeven. De Onderkoopman Kornelis Adriaan van versterking tegen de zeerovers van Eijk die zeder hersteld zijnde, niet een Engelsch schip Ladij Hughes genaam naar Soeralte vertrokken is. 1: Serjant Andries Hendrik Schacht die zeder hersteld en op zijn verzoek na Ceilont gezonden is, door dien zijne plaat door een ander bequam serjant vervul was, en wij naar ons beste inzien verw „deden dat twee Europeesche serjante te soeratle niet zouden te pas koomen voorts. 1: derde Chirurgijn 1: korporaal 7: Europeesche Mattroosen 2: Sarangs en 4: Moorsche Mattroosen. En daar op zijn weder geplaatst. 8: Europeesche Mattroosen tot plaatser „ling van de zieken § 52: wijl het vaarwater langs de kuste na zeeroovers vervuld was: zoo hebben wij meerdere versterking daar op de volgen Oosterlingen geplaatst. 1: Serjant 1 Korporaal vervulling van een sous luite nants blaets. 1: Korporaal en 23: Gemeenen neevens 1: Jamboer en C: Feuter waar toe wij genoomen hebben alle de noch overgebleevene Malleiers van het hier in 1782: gestrande portugeesche schip, die zeder in 'skomp:s dienst gegaan zijn en volgens ordre van uwe Hoog edelheeden bij geachte Missive van den 30: September 1783: naar Batavia gezonden moesten worden, de ovrigen zijn genoomen uit de geenen die om verlossing verzocht hebben. § 53 Jn steede van de hier zieh verbleevenen ordinair Loutenant ter zee Iohan Christiaan Peger, is om als p=l sous Luitenant dienst te doen, daar op geplaatst de Botteliersmaat Iohannes Rustige van Amsterdam, die volgens het in kopij overgaande bericht van de kapitains ter zee De Klerk, Bosman en van Blankenberg eerst geexami„ „neerd en daartoe in staat bevonden is, en wijl deszelfs soldij reekening te kolombo loopt v7 ne
English
The Ordinary Lieutenant Jeger enters free trade. Arrival of the Batavier; the repairs to the same. runs: thus the Ceylon Ministers have been requested to close the same on 11 February last and send them to the main place. Paragraph 54: The abovementioned Ordinary Lieutenant Johan Christiaan Ieger has recovered from his illness and, at his request, has been permitted, with suspension of pay, to enter free trade on the vessel of Company merchant Anta Sitti, as appears by our resolution of 28 March last. Paragraph 55: On 3 March last, the ship De Batavier arrived here from Batavia and was measured according to orders, of which the report from our Equipagemaster, together with that received from Batavia, is transmitted among the enclosures to this letter. Paragraph 56: Upon a petition submitted by Captain Jan Janze Louridtz and further report from our Equipagemaster, both inserted into the resolution of the 11th of this month, the ship was calked inside and out, several small matters repaired, and in place of defective ones new ones were made, the sails mended, together with the requirements needed for the provisions given to it, and three months' consumption provided for the native sailors, as also two months' pay or twelve rupees per man to the Chinese crew, for which the captain has receipted and has been debited in the expense account for the further provisions. Paragraph 57: Also, in place of a lost heavy anchor, another was provided to the same here. The sworn declaration thereof is inserted into the abovementioned resolution of the 11th of this month. Paragraph 58: The same has been reloaded here with the following goods: For Batavia: 20000 lb sulfur 12500 lb wax candles 13 pieces gun carriages with axles and wheels fitted underneath Also of an anchor. The cargo. Who from this ship remain here and who have been placed upon it. 1 chest of medicines 3 unserviceable metal mortars of 8 350 unserviceable unfilled bombs 1 chest with dust and refuse of spices and some further unserviceable goods which the bill of lading mentions in more detail. For Ceylon: 1261625½ lb or 420½ lasts of rice and 35 pieces teak planks. Paragraph 59: From this ship the following persons have remained in our hospital with closed pay accounts: Johan Hendrik Brand of Eute, Butler Juriaan Heijfort of Amsterdam, Blacksmith Willem Eppen of Nieuw Jork, Provisional Sailmaker Harmen Hendrik Kramer of Vechte, Sailor Marten Garmes of Norden, ditto Anne Marie of Genua, ditto Fredrek Tol of Hessenkassel, ditto Paragraph 60: And upon it have again been placed with closed pay accounts: Pieter van der Meijer of Vlissingen, Quartermaster's mate in the sailors Jakob Scheffer of Roetsum Martinus Uwel of Brugge Hendrik Janzen of Teunisberg Francois of Pondicherry Jan Wilhelm Mangleus of Hamburg Leendert Wijs of Bommelen Albert Kortenhoff of Vlissingen Paragraph 61: Upon it has also been placed a crew of twenty-one Moorish sailors who have been taken into service here for such pay as is recorded on the attached muster roll, and on condition of serving the Company for one year reckoned from today, for which period alone they were willing to engage themselves. Paragraph 62: Ensign Daniel Ertfman Kool, who arrived with this ship, departs with it again to Ceylon. Paragraph 63: Upon a report of the commissioners regarding the condition of the Company's sailing and rowing vessels, we have decided, pursuant to the resolution of 1 July 1785, to have all the defects found therein remedied, which together amounted to 8618 florins, 16 stuivers, 8 penningen according to the specification transmitted among the enclosures. Paragraph 64: In our humble letter of 30 April 1785, paragraph 41, we reported to Your High Mightinesses that we had sent our small vessel, De Verwachting, thither at the request of the Ceylon Ministers, to be used there during the bad monsoon due to a shortage of sloops. Paragraph 65: This vessel returned from Colombo on 25 December 1785 with very severe defects, as appears in detail from the report received from Colombo by commissioners who inspected the same there, and it was consequently hauled ashore here according to the report, and upon further inspection was also found to be in such condition, as appears more fully from the report received thereof, inserted into our resolution of 4 February last. Paragraph 66: Whereupon we decided to have the repairs upon it completed; according to estimate the same will run to about five thousand rupees, but the experts also assure that it will then still be able to serve for many years, for which reason we preferred this over the construction of a new one, with which at least fifteen thousand rupees would have been spent, while the old one at sale would probably not have yielded more than two thousand. Paragraph 67: At the request of the Ceylon Ministers we have, pursuant to the resolution of 12 August 1785, sent the pattamar boat De Vliegende Visch to Colombo, as the same was no longer of any service here. Paragraph 68: Of the merchandise intended for us with the ship De Both, but unloaded at Galle, the Ceylon Ministers have retained: 87625 lb Japanese copper 5307¼ lb nutmegs 462 lb mace 16800 lb cloves 184596 lb A crew of Moors goes along. Also Ensign Kool to Ceylon. Repair of the sailing and rowing vessels. The small vessel De Verwachting returns from Ceylon; was repaired. The vessel De Vliegende Visch has been ceded to Ceylon. What of the cargo of the ship De Both has been retained at Ceylon. Delivered cargoes.
Dutch transcription
de ordinair Luitenant Jeger gaal tot de vrije vaart over Aankomst van den Batavier de reparantsien aan het zelven loopt: zoo zijn de Ceilonsche Ministers verzocht, dezelve onder den 11: februari Jongstleeden aftesluiten en naar de hoo„ plaats tezenden. § 54: De booven gem: Ordinair Luitenant J „han Christiaan Ieger is Ieder van zijne ziekte hersteld en op zijn verzoek gepermitteerd met stilsland van gasie tot de vrije vaart overtegaan op het va „tuig van 'skomp:s koopman Anta Sitti, zoo als blijkt bij onze resoluutsie van den 28. Maart Jongstleeden §55: Den 3: Maat Jongstleeden is het schip D' Batavier van Batavia hier gear„ vierd en volgens de order gemeeten, waa van het rapport van onzen Equipasieme „ster nevens 't geen van Batavia ont vangen is onder de bijlaagen deezes overgaat. § 56 Op een ingediend verzoekschrift door d kapitain Ian Ianze Louridtz: en nader bericht van onzen Equupasie meester beide geinsereerd ter resoluit „sie van den 11: deezer is het schip va binnen Bie de ook van een anker de belaading binnen en buiten gekalfaat, verscheidene kleenigheedlen gerepareerd, en is steede van onbequaamen nieuwen aangemaakt, de zeilen versteld, mitsgaders de daar bij op de verstrekkingen aen het zelve gegeevene benoodigdheelen en voor drie maanden konsumptie voor de inland„ „sche zeevaarenden verstrekt, gelijk ook aan de ploeg sineesen twee maanden gasie of twaalf ropijen de Man waar voor de kapitain gequileerd heeft en voor de nadere verstrekkingen bij de onkostreekening belast §57 Ook is aan het zelve in steede van een verlooren zwaars anker een ander alhier verstrekt. De beeedigde verklaaring daar van is Geinsereerd bij bovengemelde reso„ „lecutsie van den 11=de deezer § 58. Het zelve is hier wider belaaden met de volgende goederen. voor Batavia 20000: lb: Zwavel 12500: „ Waxkaarsen 13 p=s affenten met assen in wielen door onder een beslagen. kist wie van dit schip hier blyven en wie daar op geplaatst zijn 1: kist met medikamenten 3: onbruikbaare metaale mortieren van 8 350. onbruikbaare ongevielde bommen 1: kist met stof en Grues van specerijen En eenige verdere onbequame goederen het Rognossement breeder vermeldt voor Ceilon 1261625½ lb: ofte 420½. lasten rijst en 35: p=s tekke planken § 59 van dit schip zijn in ons Hospitaal met afgeslootene soldij reekeningen verble „ven de volgende perzoonen Johan Hendrik Brand van Ente Bottelier Iuriaan Heijfort van Amsterdam Smit Willem Eppen van Nieuw Jork p=l Zielmaak Harmen Hendrik Kramer van Velhte Mattroo d=o Marten Garmes van Norden o 2 do Anne Marie van Genua Fredrek Tol van Hessenkassel § 60: En daarop zijn weder met afgeslooten soldij reekeningen geplaatst Pieter van der Meijer van Vlissingen Rolbe „maat in de Mattroosen Iakob Scheffer van Roetsum Martinus - - een ploeg Mooren gaat meede ook de vaandrig kool naar Cuilon reparaatsee der zeil en roer vaartuigen Martinus Uwel van Brugge Hendrik Ianzen van Teunisberg Francois van Londecheerij Ian Wilhelm Mangleus van Hambuerg Leendert Wijs van Bommelen Albert Kortenhoff van Vlissingen §: 61: Daar op is ook Geplaatst een ploeg van een en twintig Meorsche Zeevaarenden die hier indienst Genoomen zijn voor zoo„ „danige Gasie als bij de nevensleggende naamrol bekend staat en of kondietse van de Kompanie ein Iaar van heeden af gereekend te dienen voor welke tijd dezelven zich maar hebben willen verbinden. §: 62: De net dit schip overgekoomen vaandrig Daniel Ertfman Kool vertrekt daar mede weder naar Ceilon § 63: Op een bericht van gekommitteerden no„ „pens de gesteldheid van 'skomp:s zeil - en roeivaartuigen, hebben wij volgens reso„ „luutsie van den 1:e Juli 1785: beslooten alle de daar aangevondene gebreeken te laaten verhelpen die tezaamen bedragen hebben ƒ8618: 16: 8 volgens Bolle het smalschip de verwachting komt van Ceilon terug werd gerepareerd volgens de specifikaatsie onder de bijlagen over „gaande. §64 Bij onzen Onderdanigen van den 30: April 1785: §: 41: hebben wij aan Uwe Hoogeddel„ „heeden bericht gedaan dat wij ons smee „schip, de verwachting op verzoek der Ministers van Ceilon hadden derwaart gezonden, om door geduurende de quaade mausson, mits gebrek aan sloepen ge„ „bruikt teworden § 65: Dit vaartuig is den 25: December 17831: kolombo terug gekomen, met heel zwaar „re gebreeken zoo als omstandig blijkt bij het van Kolombo ontvangen rapport in het van gekommitteerden, die „ dezelve daar hebben gevisiteerd, en is derhalven heer volgens bericht van vestootpe de wal gehaald, en bij nadere visitaatse ook zodanig bevonden, als nader blijkt bij het daar van ingekomen rapport ge„ „insereerd bij onze resoleitsie van der 4: februari Iongstleeden §66: waarop wij beslooten hebben de reparaat „sie daaraan te laaten volbrengen, de zelv zal naar Gessing wel op vijf duizend ropijen het vaartuigde vliegende vesch is aan ceelen afgestaan wat van de laading van 't schip ropijen loopen, doch des kundigen verzeekeren ook, dat het als dan noch lange Jaaren zal kunnen dienen, weshalven wij dit geprefe„ „reerd hebben voor den aanbouw van nieuwe waarmeede ten minsten vijftien duizend ropijen zouden geuroeid geweest zijn, terwijl het oude bij verkoop denklijk niet boven de twee duizend zoude afgeworpen hebben. § 67: Op het verzoek der Ceilonsche Ministers hebben wij, volgens resoluutsie van den 12:e Augustus 1785. , de pattamaar boot de vliegende visch naar Kolombo ge„ „zonden, alzoo dezelve hier van geen dienst meer was. uitgeleeverde Ladingen §: 68: van de met het schip de Both ons toege„ de Both te Cuelon amnpehouden is, „dagte doch te Gale geloste koopmanschap„ „pen hebben de Ceilonsche Ministers aangehouden. 87625: lb: Iapansch koper 5307¼ „ Nooten 462:- „ Foeli 16800: - „ Nagelen 184596. lb
English
delivered cargo of Sparenrijk discovered error 184596: lb: powder sugar: and 9872: ditto candy and we have received thereof from each with the ships Sparenrijk and Middelwijk 100000: lb: Japanese copper 4756¾ nuts 1386: ditto mace 23190 ditto cloves 783342: ditto powder sugar and 55350: ditto candy sugar whereof at the request of the ministers there another 50000: lb: Japanese copper have been returned with the ship Middelwijk. § 69 Upon the finding of the delivered cargo of the ship Sparenrijk we have disposed by resolution of 25 December 1785: and decided to let be written off the 9: broken and 5: leaked bottles of sack, the spoiled Cape fruits and cabbage, the file found unfit, seven catgut strings and four hundred forty flints. § 70: In the Galle invoice of this ship an cargo of Middelwijk delivered cargo of the Batavier an error of five hundred pounds of cloves has been discovered, which were overcharged; we have, upon the report submitted regarding this by the Head Administrator, inserted into our resolution of 4 February, ordered those five hundred pounds to be charged back to Galle and sent a copy of that report to Ceylon, to indicate the discrepancy in the number of bales also discovered therein. § 71: The finding of the cargo of the ship Middelwijk is inserted in our resolution of 4 February, upon which we decided to let the one and a half percent shortage be written off, as being in accordance with the regulations. § 72: Upon the finding of the delivered cargo of the ship the Batavier we have decided in the session of the 17th of this month to charge five reams of small and six reams of large format paper spoiled by seawater, as well as eleven and four-twenty-fifths bundles of rattans and a cooper's adze found short, Purchase for Ceylon to the account of the ship's officers at purchase price. Purchase § 73. Upon the successive requisitions made by Ceylon, both for that Government itself and for the state's squadron, the following goods have been purchased here and sent thither, namely for that Government 3000: lb: wax candles 2400: cans coconut oil 2000: lb: raw wax 1000: ditto sandalwood 38 pieces teak beams 806: ditto ditto planks 7866 lasts rice 150: ditto paddy 60 3/15 ditto wheat 12772: lb: tamarind 2536: ditto kapok for the State's Squadron 8: lasts white table rice 24: barrels English pork 44: barrels continued 875 purchase for this command 44: barrels English beef 2100: cans coconut oil 2000: lb: local butter 1: last wheat 250: lb: soap 450: ditto mustard 19200 ditto karwaat 21: pairs of geese 524 pieces of ducks 10900 lb tamarind 6 pieces iron hawsers § 74. Because among the provisions requested from Ceylon for the state's squadron many items such as pork, beef, olive oil, English beer and Madeira wine were not obtainable here: the undersigned governor requisitioned the same from Bombay, but nothing else was received thereof than 44: barrels of English beef and 24: barrels of English pork, which were sent to Ceylon. § 75. The purchase of necessities in the recently passed financial year is shown in detail in the note now being transmitted. continued continued § 76: Due to necessity, the following equipage goods were purchased for the repair of the vessels and other services, according to the resolution of 2 June 1785. 20: barrels of tar at 35: rupees each 7: ditto pitch ditto 48½ ditto ditto 3: candies dammar at 85: rupees the candy 25: rolls of sailcloth at 42: rupees the roll of 46: ells 5 rolls of broad canvas at 60: rupees the roll of 60 ells 8 ditto grey cloth at 20: rupees the roll of 46 ells 3080 lb: hoop iron assorted at 85: rupees the 500: § 77. Later, due to lack of stock, the following goods were further purchased on order by the Equipage Master Johannes van Blankenberg, on condition that upon arrival of the same they would be refunded to him, namely 2¾ pieces wheel hawser for f 59:5 Carried forward Brought forward continued f 59:5:— 1/24 piece Dutch rigging of 6 inches: 118:15:8. 1/8 ditto ditto 5 inches: 16: 4: 8. 24 ditto sail and bolt-rope needles: 2:—.— ½ ditto lead line: 2:10:— 10 bundles housing: 2:5:— 10 1/8 pieces Dutch lines: 31:13. — 3 1/16 ditto bolt-rope hawsers: 146: 6:8 822 3/8 lb: hoop iron: 158. 7:— together f 537. 6. 8 § 78. But because these goods were not received in order to be returned: we have decided in the session of 25 December 1785: to let the same be entered into the current books under a new account and to let the cost thereof be paid to the said Equipage Overseer. § 79. The Ceylon Ministers had requested us by letter of 25 October 1784 to add some gifts to the letter from Governor Falck sent to us for the Nabob Tipu Sultan; we have therefore to that end, and because upon the arrival of His Highness item Highness at Calicut we would also have to give some gifts, purchased for that purpose from private persons according to the resolution of 29 April 1785: 22¼ ells Dutch silver flowered fabric or peruvienne at 22 1/5 rupees the ell 30½ ditto silver moire at 12 4/5 rupees the ell 39½ ditto fine red velvet at 5 3/6 rupees the ell 38 ditto fine red velvet at 5 3/6 rupees the ell § 80: according to the resolution of 13 September 1785: there were also, due to lack of stock with the Company, purchased from private persons the following goods for making a gift to the King of Travancore 4: rolls of satin for 160: rupees 1: carboy rosewater for 56: ditto 12: lb: cloves: 42: ditto 1: ream large format paper with gilt edges for rupees 12: 38. 1: lb: Dutch sealing wax for rupees 6: 19: 4 bundles quill pens: ditto 3: 32 6: pieces armozine for 99: rupees § 81: we have this time again no purchase of
Dutch transcription
uitgeleeverde lading van spa„ renrijk ontdekt erreur 184596: lb: poeder Suiker: en 9872: „ Kandij _=o en wij hebben daar van Ieder ontvangen me de schepen Sparenrijk en Middelwijk 100000: lb: Japansch koper 4756¾ Nooten 1386: „ Foeli 23190 „ Nagelen 783342: „ Poeder suiker en „55350: „ Kandij suiker waar van op het verzoek der Ministers de „der noch 50000: lb: Japansch koper met het schip Middelwijk terug gezonden zijn. § 69 Op de bevinding van de uitgeleeverde laading van het schip Sparenrijk hebben wij gedisponeerd bij resoluutse van den 25. December 1785: en beslooten laaten afschrijven de 9: gebrookene en 5: u geloopene bottels Zekwijn, de bedorvene kaapsche vruchten en kool, de onbequaam bevondene vijl, zeven transnaaren en vier honderd veertig vuursteenen § 70: Bij de Gaalsche faktuur van det schip is laading van Middelwijk uitgeleeverde laading van den Batavier is een erreur ontdekt van vijfhonderd pon„ „den Nagilen, die teveel aangereekend zijn, wij hebben op het dierwegen door den Hoofdad„ „ministrateur ingediend bericht, geinse„ „eerd in onzer solecutsie van den 4: februari die vijfhonderd ponden naar Gale laaten terug reekenen en een kopij van dat berecht naar Ceilon gezonden, ter aanwijzing van het daar bij noch ontdekte verschil in het getal der baalen §: 71: De bevinding van de laading van het schip Middelwijk, is geinsereerd bij onze reso„ „luutsie van den 4:e februari, waar op wij beslooten hebben, de een en een half percent minderheid, als volgens het reglement zijnde te laaten afschrijven §72: Op de bevinding van de uitgeleeverde laading van het schip de Batavier hebben wij ter sessie van den 17=e deezer beslooten vijf riemen kleen en ses riemen groot formaat papier die door 't zee„ water bedorven zijn, mitsgaders elf en vier vijf in twintigste bos rottings en een Ruipersbaars die temin bevonden zijn Inkoop voor Ceilon zijn, den scheeps overheeden uitkoops op reekening te belasten. InKoop § 73. Op de sukcessive van Ceilon gedaane eische zoo voor dat Goevernement zelve als voor slands es kader, zijn de volgende goede „ren hier ingekocht en derwaards gezon „den, als voor dat Goevernement 3000: lb: waxkaarsen 2400: kannen Rokos olie 2000: lb: reuw wax 1000: „ Sandelhout 38. p=s tekke balken 806: „ d=o planken 7866 lasten Rijst 150: - d=o Nelie 60 3/15. „ Tarive 12772: lb: Tammer inde 2536: „ kapok voor slands Eskader 8: lasten witte tafelrijst 24: vaten Engelsch spek 44: vaten verool 875 inkoop vonr dit komman dement 44: vaten Engelsch vleesch 2100: kannen kokos olie 2000: lb: inlandsche boter 1: last tareve 250: lb: zeep 450: „ Mosterd 19200. „ Karwaat 21: paaren gansen 524. stux Eendvogels 10900 lb Tammerinde 6. p:s ijzer trossen §:o 74. wijl onder de van Ceilon voor slands es Rader Gevraagde provisien veele arti„ „kelen als spek, vleesch, blijven oli En„ „gelsch bier en Mallorawijn hier niet te bekoomen waaren: zoo heeft de onder„ „geteekende goeverneur dezelven van Bombai geeischt, doch daar van is niets anders ontvangen dan 44: vaten Engelsch vleesch en 24: vaten Engelsch spek die naar Ceilon gezonden zijn. § 75. De inkoop van benoodigdheeden in het Jongst gepasseerde boekjaar word om„ „standig aangetoond bij de thans over „gaande E n vervolg vervolg gaande notietsie § 76: wegens noodzaakelijkheid zijn, tot het repareeren der vaartuigen en andere diensten de volgende Equipasie Goederen ingekocht volgens resoluuitsie van den 2=e Juni 1785. 20: vaten theer tegen 35: rop:s eder 7: d=o pik d=o 48½ „ „ 3: kandijben dammers tegen 85: rp: t Kandijl 25: rollen zeildoek tegen 42: ropijen de rol van 46: ellen 5. rollen breed Everdoek tegen 60: rxp=s d rol van 60. ellen 8. d=o graauwdoek tegen 20: ropijen de rol van 46. ellen 3080. lb: hoep ijzer in zoort tegen 85: hop: de 500: § 77. Zeeder zijn noch, niets ontstenten is door den Equipasiemeester Iohannes van Blankenberg op ordre inge „kocht, onder voorwaarde bij aanbreu van de zelven weder aan hem teworde gerestitueerd, de volgende goederen, als 2¾. p:s wieltros voor ƒ 59: Transporteere 5 P=r Transport. vervolg ƒ 59:5:— -„118:15:8. „ 16: 4: 8. - - „ 2:—.— „ 2:10:— - - . „ 2:5:— „ 31:13. — „146: 6:8 -„158. 7:— tezaamen ƒ537. 6. 8 § 78. Doch wijl deeze goederen niet ontvan„ „gen zijn, om te kunnen terug gegeeven worden: zoo hebben wij ter sessie van den 25: December 1785: beslooten, de„ „zelven bij de loopende boeken op nieuwe reekening telaaten inneemen en het kostende daarvan aan gem: Equcipasie op ziender telaaten voldoen. §79. De Ceilonsche Ministers hadden ons bij brief van den 25: Oktober 1784. verzocht bij de ons toegezondene Missive van den Heer Gouverneur Falck, aan de Na„ „bob sipoe sultan eenige geschenken tevoegen, wij hebben derhalven tot dat einde, en wijl wij bij aankomst van zijne — 1/24. p=s hollands want van 6. d=m d=o „ 5. „ — 1/8. „ d o 24: „ zeil en lijknaalden - - ½ „ Coodlijn - 10:- bossen huising - - 10 1/8 p=s hollands lijnen - 3 1/16 „ lijktrossen - 822 3/8 lb: hoepijzer Hoogheid - - . - - - item Hoogheid te Kalikut ook eenige Geschenken zouden moeten doen daar toe volgens resoluut „sie van den 29: April 1785: van partihilie „ren ingekocht 22¼. lb:s Vaderlandsche zilvere Gebloemde stof of percuvianni tegen 22 1/5. rop=s de el 30½ „ Zilvere moor tegen 12 4/5. ropijen de el 39½ „ fijn rood fluweel tegen 5 3/6 ropij de el in 38. –. „ fijn rood fluweel tegen 5 3/6. ropij de el §80: volgens resoluutsie van den 13: september 1785: zijn al mede tot het doen van een geschenk aan den Koning van Trevan „koor, mits ontstentenis bij dE komp:s van Partikulieren ingekocht de volgen de goederen 4: rollen satijn voor 160: ropijen 1: karba roosewaler voor 56: d=o „ 42:„ 12: lb: nogelen 1: riem groot formaat papieren op snee ver „guld voor rop=s 12: 38. 1: lb: vaderlandsch lak voor - - - Rops 6: 19: 4 bossen penneschagten - „ d=o 3: 32 6: p=s armosijnen voor 99: ropijer gen heedenom ingekeekt §81: wij hebben ditmaal weder geen inkoop van -
English
the sample of Malabar cardamom sent to Europe. of cardamom done, because the same remains at all too high prices and is mostly transported to Arabia and Persia, however have obtained one hundred pounds of Malabar Cardamoms and sent them to Ceylon, in order to be sent to the Netherlands with one of the return ships for a sample, this being the sort of which the former Governor Moens made mention in his memorandum, and of which we made mention in our general description of 31 March 1783, paragraph 5, but which was not sent in that year, because the two pikols then delivered were all too poor, we do not believe, however, that this sort will be in demand in Europe, of which also very little is to be had, costing with all charges f 2: 3 1/3, the pound. price current § 82: The price current, according to which the purchase of necessities in this current financial year is made, is inserted in our resolution of 13 September 1785. About the sale of Merchandise § 83: The sale of merchandise would have been profitable again in the past financial year if the cargo of the ship de Both had been brought here in time, and we had moreover received more merchandise, but since only the remaining small cargo of the private vessel St Pedro de Alcantara was sold, the entire sale has gained no more than f 292095: 10. 8. gross, as appears from the gross return appended hereto, which we insert; Return Return of such merchandise as has been sold and turned over, with an indication of its purchase and selling prices, as well as the profits made thereon, namely on the coast of Cochin on the last of August 1785 since 1st September 1784 to the date of this. Fine Spices 934 3/4 lb: Foil or Mace 27188 3/16 lb: Cloves 7118 3/16 lb: Nutmegs Indian Merchandise 440000 lb: Powdered Sugar 249806 1/2 lb: Japanese Copper 42131 1/8 lb: Candy Sugar 61238 lb: Bangka Tin 4813 lb: Satsuma Camphor 24 lb: Javanese Cotton Yarn 51900 lb: Rice Goods outside of trade Diverse paints Equipage Goods Gunpowder and Ammunition goods Diverse Cape Fruits Cannons Weapon Goods Fine spices as above Sum Extended return Was signed: R: v: Harn § 84: We follow this with the usual extended return, according to which the net profits after deduction of all charges and expenses amounted to f 180701: 1: 8. General Return of all such merchandise with an indication of their purchase and selling prices, and the [illegible] advanced thereon calculated to the last of August that the same were sold, and the money [illegible] Ambon and Banda Products 27188 1/16 lb Cloves Charges from Batavia For expenses of ship and servants for the voyage from Banda to Batavia 17 1/2 percent 7 percent risk of the sea 4 1/2 ditto interest on the advanced capital, to wit: 20738 1/16 lb brought to Batavia by the ship Oostcapelle in September 1780 costing at purchase f 8597. 6:— and remained at the headquarters until 29 January 1784 that the same was sent hither by the hired Portuguese ship St Pierre de Alcantara, calculating 3 years and 4 months or 15 percent 6450 lb brought to Galle by the ship Hooijwerff and from there sent hither on 29 January 1785 by the ship Blijenburg costing at purchase f 2673. 17. for percent Administration Charges Charges in this Government For expenses of ship and servants during the voyage from the Indian headquarters to here, to wit: on f 8597: 6. setting 65 percent pro rata instead of 24 percent because the same was brought by a hired Portuguese ship f 41: 14. 8 on f 2673. 17. 24 percent on 7 percent risk of the sea 4 1/2 ditto interest to wit on f 8597. 6. since 29 January 1784 to the last of August 1785 calculating 1 year and 7 months at 7 1/4 percent on f 2673. 17. since 29 January 1785 to the last of August 1785 calculating 7 months or 2 5/8 percent 2 percent Administration Charges is
Dutch transcription
den menster van Malabaarsche kardamom naar Eieropa gezonden. van kardamom gedaan, door dien dezelve op al te hooge prijzen blijft en meest naar Arabien en Persien vervoerd word, echter hebben een hon„ „derd pond Mallabaarsche Rardamons bemachtigd en naar Ceelon gezonden, om met een der retoirscheepen naar Nederland verzonden teworden tot een monster zijnde deeze de soort, waar van de Heer geweezene goeverneur Moens, bij zijne memorie, gewaagd heeft en waarvan wij bij onze generaale beschrijving van den 31 Maart 1783. 5: 5. melding Gedaan hebben doch prijs kacran doch die in dat Jaar niet ge „zonden is, om dat de toen ge „leeverde twee pikols al te slecht waaren, wij gelooven echter niet dat deeze soort in Eu„ ropa getrokken zal wee„ „zen, waar van ook zeer we „nig te krijgen is, kostende 2½ met alle ongelden ƒ 2: 3 1/3. het pind. § 82: De prijs koerant, waar na de inkoop van benoo„ „digdheeden in dit loopende boekJaar gedaan word, is geinsereerd bij onze resoluutsie van den 13:e September 1785. De over den verkoop Koopmanschappen §: 83: zoude in het voorleeden boek„ „Jaar weder voordeelig Geweest zijn indien de lading van het schip de Both bij tijds hier aangebragt was, en wij boven dien noch meer koop„ „manschappen gekreegen had„ „den, doch wijl de overgebleeve„ „ne geringe lading van het partikuliere scheepje S=t Pedro de Alcantara alleen verkocht is, zoo heeft de heele verkoop niet meer dan ƒ292095: 10. 8. rua gewon„ „nen, zoo als blijkt bij het deezen bijgevoegd ruw ren„ „dement het welk wij insereeren; De verkoop vaen Rendement 27188 3/1 Rendement van zodanige koopmanschapen verkocht en omgezet zijn, met aanwijzinge van dies mn Sijne Specerijen 934¾ lb: Foelij of Macis - Garioffel Nagulen „ 7118 3/16 „ Nooten Muschaaten - Indiasche Koopmanschappen 440000. —. lb Suiker Poeder - - - 249806 1½2 Koper Japans - 42131 1/8 Suiker Randij - - „ 6 1238 — Thin Bankas - „ Camphur Satsumase - „ Cattoen gaaren Iavas - Rijst Dianken — goederen buiten den handel verwen Diverse Equipagie Goederen - Buskruit en Ammonietsie goederen Diverse Caabse Vrugten Kanons- wapen Goederen 4813 – „ „ of dier bij gevoegt den inkoopen verkoop zoo mede de weinsten op de Cochim den Laatsten Augustus 170 - 24 — 51900. — -: deezer n verkoops prij zen item de daar op behaalde advancen Namelijk winst de geheele verkoops d' d' geheele inkoops pr Ctos bienselad in gelden quanteleerd 100: lb: d' 100: lb. schappen in wesmeer„ sedert p=mo September Ao 1784: tot dato deezes ter kuste ƒ 50:13:19 ƒ 473: 15. — ƒ 608 — ƒ5608. 10— ƒ 5134.15. — — 1083 1/8. sch=s 913 1/16 r=m 420 — —„114185. 3. 8 „ 102914 — 8. 41. 9:1½ 11271. 3 -„ 360 — — „ 25682. 13. 8 „23903. 3 —. 1343¼ sch=s 24.19. 15½ 1779. 10. 8„ 975 5/8. ren ƒ145476. 7— ƒ131957: 18. 8. Teld - - - - - - ƒ13524.8. 8ƒ 99 5/8 ren ƒ 7. 4. 4 ƒ 31734. 2. — ƒ 14: 8 — ƒ63360 — – ƒ31625:13 –„ 160 1/8. s:s 67. 5. 4½ 68294 — „ 103431. 9 —„ 2517. 3„64597. 15. -„ 28. 16. —„ 12133. 18. 8. „ 6693. 8. —. 123 r=m 12. 18. 4 „ 5440. 10. 8„ 24. 19. 13 „ 15303. 8. 8„ 45. 12. -„ 27924. 10. 8„ 12621. 2—. 82½ s:s „36. 9. 13½ „ 1756. 8 –„ 76. 16 –„ 3696. 6 –„ 1939 18 –„ 110½„ 6: 4. —„ 7¾ —„ 9. 6 - „ 3. 2 - „ 50 — 56 — „ 4. 16. – „ 2491. 4 -„ 674 14 – „ 37 - r=m 3. 10. – „ 1816:10:—„ 41: 14. – „ 9. 12. 8„ 30 — 32 1. 8„ – – „ 332. 8 – „ 108. 18. 8„ 48¾ s=s 222. 9. 8„ 75— „ 93 1 —„ 39. 17. 8. 5338„ „ 375. 14. —„ — „ 1127. 2 – „ 751. 8 – „ 200 815. 7. 8„ — - „ 2446„ 3 -„ 163015. 8. 200 – – 43¾ ren 58. 98„ 17. 16 -. 40. 13: 8„ „ „ 881 8 - 587. 12 –„ 200– 29. 3. 16 —„ — 7. 16 -. 200 — 11. 14. „ 3 10 -„ „ „ 282636. 18 8 ƒ16014312 –„ 130¾ s=s ƒ1224936 8 - 245416: 7 —„ 131951:18 8 975 1/8 rm „ 13524: 88. ine specerijen als booven met - ƒ458.13. 5. 8 ƒ92095. 10. 8. 214¼ sr ƒ136817: 13— Somma „ — geexterdeerd rendement was get:/ R: v: Harn §: 84: Wij laaten hier op volgen het gewoone geextindeer„ de rendement, volgens het welke de Zuivere winsten na avftrck van alle lasten en ongelden bedragen hebben ƒ180701:1:8 generaale „alser „ „ „ „ tee„ - — - — Teld - - Generaale Rendement van alle zodanige koopman aanwijzing van derzelver in en verkoops prijzen, en de daat bij „geschooten zijn gereekend tot ult=o Aug=s dat dezelve verkogt, en het geld Ambon en Bandase Produkten 27188. 1/16 lb Garioffel Nagulen Lasten van Batavia Voor onkosten van schip en Dienaaren voor de Reize van Banda Batavia 17½ percento - - - - 7 - p„r C=to resiko der zee — d 4½ d=o Jntrest op het uitgeschooten Kapitaal, teweeten: 20738 17/18 lb. P=r het schip Oostcapelle in 7ber 1780: te Batavia adnragt kosten inkoops ƒ8597. 6:—. en hebben op de Hoofd plaatsge„ „gen tot den 29: Januari 1784: dat dezelve per het geheede Portugeesch schip S=t Pierre de Alcantara na he „waards gezonden zijn, reekend 3: Jaaren en 4: maanden of 15: p=rC=to 6450 — „ P„o het schip Hooleverff te Gale aangebragt en van daar den Zam 1785: p:r 't schip Blijenburg na herw:s gezenden zijn kosten in korps ƒ 24:17. voor prC=to Administratie Ongelden - - – – – – – – – – Lasten in dit Goevernement voor onkosten van schip en Dienaaren geduurende de reize vane Jndiasche hoofdplaats na herwaards, teweeten: op ƒ8597:6. Stelle 65: prC=to pro rato in steede van 24: prc=to ov dat dezelve per een gehuurde Portugeesche schip aangebrog -„ 88. 5. — 41:148ƒ „ „ 2673. 17. 24: prc=to- — „ „7 — prj=a risiko der Zee - „ 4½ d=o Jntrest teweeten op ƒ 8597. 6. zeedert den 29: Ianuari 1704 tot ultimo 1785: reekend 1. Jaar en 7: maanden ob 7/¼. pC=t „ ƒ2673. 17. zeedert den 29 Januari 1785: tot ultimo aug=o 1785: rekend 7: maanden of 2 5/8 prCento -4 2 p=r C=to Administratie Ongelden - - - - - is - - - - - -