Inventory 10328
Malabar · 500 pages · 92 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
September 1788. Friday the 5th that this person had immediately declared that he had told the Honorable Rosier as many as three times that he had been ordered by the great Arejen Kotje Francisko to go to koilang de Sima. That the Honorable Rosier had then ordered the deponent to inquire where Francisko was staying, and where his ballangs, nets, and other things were; that the deponent had reported to the Honorable Rosier that very same afternoon at half past two that Francisko was in his house, and that his ballangs and nets were within the boundary, and that he sometimes went to sit with his mother-in-law, who lived next to him; that on that day he had also had the lascorijn Antoni summoned by his moekadon to ask him why he had not gone to koetsiem de Sima; that the Honorable Rosier had answered thereto: Kotje Francisko has obtained much power from the Samboerdi, so it is not good to have him apprehended now, as that will cause much commotion and prevent the supply of provisions; let it rest until the evening, then Friday the 5th of September 1788. then we can have him apprehended. That the following day, or the 13th, the deponent, intending to go to the Honorable Rosier, was also summoned to his Honor by a slave boy; that the deponent, arriving there, the Honorable Rosier had asked: Are the nets of Francisko already on the beach? That the deponent had answered that he had been on his way to come and make a report that the ballangs and nets were already there, and that Francisko himself was on the beach, sitting there on an overturned mansjouw; that the Honorable Rosier had replied thereto: Yes, I have a report that he is at home, but it is impossible to apprehend him, for I know that he will not be caught; he also knows that there is an order to the ensign and to you to apprehend him and to send him to koetsiem. That on the morning of the 14th, the deponent, having been summoned again to the Honorable Rosier, had reported to his Honor that Kotje Francisko was sitting at his mother-in-law's house, and that the Honorable Rosier had said thereto: If we September 1788. Friday the 5th if we seize his ballangs and nets, we shall get into a thousand difficulties; first we must have him himself, and he cannot be apprehended except in the evening; in the night my Benedictus, son of Pantjiko and servant of the Honorable Rosier, will come to warn me when Francisco is asleep, then I will let the ensign know, so as to apprehend him and bring him into the fort. That on the 15th the deponent was summoned again to the Honorable Rosier, and that his Honor had then spoken in the same manner as the day before. That on the 17th all the wallekares had come to the deponent and had shown an ola that the Toraakaren had written to them, containing that the Palpenawen walia Arajen of the boundary had complained that people want to apprehend him and lock him up in the fort, that the interpreter and some people are holding themselves ready for this, that the waliarajen had been appointed by the king to collect the dues from the vassals of the boundary, and he thus could not be apprehended; Friday the 5th of September 1788. could not be apprehended; that if something was charged against him, notice of it had to be given to him, the Torrekaren, and that it was therefore not right to arrest him in the fort; that if the interpreter arrests him with their help, they would subsequently feel the king's displeasure on that account. That the deponent, having given notice of this to the Honorable Rosier, his Honor had said: He is an insolent fellow; tomorrow is Monday, let all the wallekares then come to the report; that the following day at seven o'clock in the morning the deponent had gone with the waliakares to the Honorable Rosier, and had then also reported that Kotje Francisko had been within the boundary the day before with a saber in his hand, along with four other Moors with sabers; that the Honorable Rosier had said thereto: I do not believe that; and upon being assured by the deponent that he had seen him himself, answered nothing to it, but had the ensign called, spoke with his Honor, and said to the deponent: Kotje Francisko Friday the 5th of September 1788. Francisko does not exercise his office within the boundary, but outside of it; that the deponent had replied: Yes, he exercises it within the boundary, and collects the dues therein, which he is not allowed to do. Mr. Rosier again: No, interpreter, outside the boundary; and the deponent: Yes, within the boundary, the wallekares themselves can testify to that. That the wallekares, being asked, had likewise declared that Francisko did so within the boundary; that after the wallekares had said that it was time for the nets to come home, the Honorable Rosier ordered that he could go away, and that the deponent, having also asked then if there was anything for his Honor's service, had also received his dismissal and gone away. That on the morning of the 25th the deponent had reported to the Honorable Rosier that he had word that Kotje Francisko had departed for the North, and his Honor had replied: Perhaps he has gone to complain to the Sambardi; I also do not know what great wrong he has done, he has not beaten anyone to death.
Dutch transcription
September 1788. Vrijdag den 5 „de, deeze aanstonds verklaard had, dat hij tot driemaal toe aan den E. Rosier gesegd had„ dat hij door den groot Arejen Kotje Fran„ „cisko gelast was, naar koilang de Sima te gaan. Dat de E. Rosier toen den Attestant gelast had te verneemen, waar Francis Ko zich op hield, en waar zijne ballangs, net„ „ten en andere dingen waaren, dat de At„ „testant dien zelfden namiddag om half drie uur aan den E. Rosier gerapporteerd had, dat Francisko in zijn huis was, en dat zijne ballangs en netten binnen de limiet waaren, en dat hij somtijds bij zijn schoonmoeder, die naast hem woonde, ging zitten, dat hij ook dien dag door zijn moekadon den laskorijn Antoni had laaten roepen, om hem te vragen, waarom hij niet naar koetsiem de Sima„ gegaan was, dat de E. Rosier daar op geant„ „woord had, kotje Francisko heeft van den Samboerdi veel magt verkreegen, het is dus niet goed hem nu te laaten opvatten, alzo zulx veel opschudding maaken zal„ en de afbreng van levensmiddelen belet worden, laat het blijven tot den avond, dan 95 Vrijdag den 5. September 1788. dan kunnen wij hem laaten opvatten. Dat den anderen dag of den 13:e de Attes„ „tant naar den E: Rosier willende gaan, ook door een slaaven Jongen bij zijn E: ge„ „roepen was, dat de Attestant daar ko„ „mende de E. Rosier gevraagd had, zijn de netten van Francisko al aan de Strand= dat de Attestant geandwoord had, dat hij op weg geweest was om rapport te komen doen, dat de ballangs en netten reets, daar waaren, en dat Francisko zelve aan strand was, en daar op een omgekeer„ „de mansjouw zat, dat de E: Rosier daar op gerepliceerd had, ja ik hebbe bericht, dat hij te huis is, doch het is onmogelijk om hem op te vatten, want ik weet, dat hij niet gekreegen werd, hij weet ook dat 'er ordre aan den vaandrig en aan uw is, om hem op te vatten en naar koetsiem te zenden. Dat de attestant den 14=e smorgens, we„ „der bij den E. Rosier geroepen zijnde, hij aan zijn E. gerapporteerd had, dat Kotje Francisko bij zijn schoonmoeder zat, en dat E. Rosier daar op gezegd had, als wij September 1788. 6 Vrijdag den 5 „wij zijne ballangs en netten arresteeren, zul„ „len wij in duizend ongeleegenheeden geraa„ ken, eerst moeten wij hem zelfs hebben, en hij kan niet dan 's avonds opgevat worden, in den nagt zal mijn Benedictus /: zoon van Pantjiko en dienaar van den E. Ro„ „sier :/ mij komen waarschuwen, wanneer Francisco slaapt, dan zal ik den vaandrig laaten weeten, om hem op te vatten en in het fort te brengen. Dat den 15=e de Attestant weder bij den E. Rosier geroepen was, en dat zijn E: toen ook zodanig gezegd had, als 'sdaags bevoorens. Dat den 17=e alle de wallekares bij den attestant gekoomen waaren, en een ola getoond hadden, die de Toraakaren aan hen geschreeven had, behelsende, dat de Palpenawen walia Arajen van de limiet geklaagd had, dat men hem op„ „vatten en in het fort opsluiten wil, dat de Tolk en eenig volk daar toe zich gereed houden, dat de waliarajen van den koning aangesteld was, om de ge„ „rechtigheeden van de vasallen van de liniet in te vorderen, en hij dus niet opgevat Vrijdag den 5. September 1788. opgevat konde worden, dat zoo iets tot zijn laste was, daarom kennis moest gegeeven worden aan hem Torrekaren, dat het dus niet recht was, om hem in het fort te ar„ resteeren, dat indien de Tolk door hun behulp hem arresteerd, zij zulx naderhand van den koning welgevoelen zouden. - Dat de attestant hier van aan den E. Rosier kennis gegeeven hebbende, zijn E: gezegd had, hij is een Htoute Jongen, morgen is het maandag, laaten alle de wallekares dan op het rapport komen; dat de attestant s anderen daags smorgens te zeven uur met de waliakares naar den E. Rosier gegaan was, en toen ook rapport gedaan had, dat kotje Francisko sdaags be„ „voorens met een sabel in de hand, en noch vier mooren met sabels bij zich in de limiet geweest is; dat de E. Rosier daar opgezegd had, dat geloof ik niet, en door den attestant verzeekerd zijnde, dat hij hem zelfs gezien had, daar op niets ge„ „antwoord, maar den vaandrig laaten roepen, en met zijn E: gesprooken en aan den attestant gezegd had, kotje Francisko 97. Vrijdag den 5: September 1788. Francisko oefend zijn ampt niet binnen de limiet, maar daar buiten, dat de attes„ „tand gerepliceerd had, Ja hij oefend zulx binnen de limiet, en vorderd de gerechtig„ „heeden daar in, het geen hij niet doen mach. de Heer Rosier weder, neen Tolk, buiten de limiet, en de attestant, Ja, binnen de li„ „miet, de wallekares kunnen dat zelfs getuigen. Dat de wallekares gevraagd zijn „de, mede verklaard hadden, dat Francis„ „ko zulx binnen de limiet deede: dat daar na de wallekares gezegd hebbende, dat het tijd was, dat de netten te huis quamen, de E. Rosier gelast had, dat hij heenen konde gaan, en dat de attestant ook toen gevraagd hebbende, of er iets van zijn E. dienst was, hij ook zijn afscheid gekreegen had, en weggegaan was. Dat de Attestant den 25=e sSmorgens aan den E: Rosier gerapporteerd had, dat hij bericht hadde, dat kotje Francisko naar d' Noord vertrokken was, en zijn E. gerepli„ ceerd had, mogelijk is hij bij den Sambardi gaan klagen, ik weet ook niet, wat hij groot misdaan heeft, hij heeft niemand dood ge„ „slagen
English
Friday the 5th of September 1788. beaten, a murderer will not be sought in such a manner, times are so bad at present, what power does the Company have over the people here, the Trevancore is constantly seeking to become master of this place, does the Lord Governor have no better understanding of this. The deponent further declares that he has heard that the Honorable Rosier met Kotje Francisko twice and spoke with him once, although the Honorable Rosier seeks to deny this, that His Honor also well knew that he had been in the village, that the Honorable Rosier protects the family of Pantjiko to such an extent that he will undertake anything on their behalf, that therefore all affairs at Koilang are also neglected from time to time, for it is not the Honorable Rosier, but the family of Pantjiko that rules there. That since then nothing has occurred: that on the 29th orders having been received that the ensign and the deponent had to come to Koetsien, they both departed on the 30th, and arrived here yesterday. The deponent ending this his given and granted declaration, with the affirmation that the same contains the pure and upright truth, giving as reason of knowledge as in the text; remaining ready accordingly to confirm what is attested, if necessary, further by oath. Thus done and attested within the city of Koetsiem, at the Secretariat of Police, on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Frans Hendrik Schuurman and Carel van Leeuwen, clerks, as witnesses. The minute of this is duly signed; underneath stood: Which certifies; was signed: Arnoldus Lunel, first sworn clerk. Today, the 3rd of September 1788. Appeared before me, Arnoldus Lunel, first sworn clerk here, present the witnesses to be named hereafter, the ensign the Valiant Frederik Treijter, stationed at Koilang, at present in loco, who, for the defense of the truth, and at the honored requisition of the Right Honorable and Respected Lord Iohan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Malabar Coast, acknowledged and declared to be true and truthful: That in the year 1784, several Moequas were summoned from Koilang by the Lord Governor, on account of complaints made by the Moendoekares against them, which were investigated at Koetsien; that among the accused was also a certain Kotje Francisco; that the Honorable Resident Rosier had sent all of them, except the aforementioned Kotje Francisko, pretending that he had gone to the mountains to bring down timber beams, but that the deponent believes that he did not go to the mountains, but hid himself at Koilang; since the deponent, who at that time was also summoned to Koetsiem and was away for fifteen days, having returned, saw him, Kotje Francisco, there, and did not hear that he had brought beams down from above. That this Kotje Francisco was also summoned to Koetsiem in the month of January 1787, and that it was then answered from Koilang that he had gone to Badakentali; that the deponent, together with the Honorable Resident, had signed the letter containing this answer, since he did not know any better at the time; but that the deponent, having discovered on that very same day that Kotje Francisco had not gone to Badakentale, but was hiding himself at Koilang and within the Company's boundaries, went to the Honorable Resident Rosier and said that he, the deponent, had heard that Kotje Francisko was within the boundary: that the Honorable Rosier had answered, that is not so; that the deponent having replied that he was said to be in the church of Moedakal; the Honorable Rosier sent his orderly there, and that the latter, returning, reported that the Father Vicar had said that he had been there, but had gone away again; that this Francisco had then kept himself hidden at the Bishop's; that the deponent believes that the Honorable Rosier must have known this very well, for Francisko then acted as provost at the Bishop's, and at that time seized a servant of Father Fray Eugenius, who had come close to the house of the Bishop, and locked him in the jail, which was known to everyone at that time, and therefore undoubtedly also to the Honorable Rosier. That after some days, some Nairs came to the then Interpreter Rodrigues and asked for Kotje Francisko to bring him to the King; that the Interpreter told those Nairs that Kotje Francisko was not within the boundary; that the deponent gave notice of all this to the Noble Lord Governor by a letter of the 22nd of January 1787, and therein also mentioned that in the month of August or September 1786, when the King of Trevancore had gone to Koetsiem, some Nairs had wanted to seize the aforementioned Kotje Francisco
Dutch transcription
23 Vrijdag den 5:' September 1788. „slagen, een moordenaar zal zo niet gezogt worden, de tijden zijn thans zoo slecht, wat macht heeft de kompenie over het volk al„ „hier, de Trevankoor zoekt telkens meester van deeze plaats te werden, heeft de Heer Goeverneur geen beter begrip daar van Wijders verklaard de attestant dat hij ge„ „hoord heeft, dat DE. Rosier tweemaal Kot„ „je Francisko ontmoet, en eenmaal met hem gesprooken heeft, schoon DE. Rosier dit zoekt te ontkennen, dat zijn E. ook wel geweeten heeft, dat hij in het dorp ge„ „weest is, dat DE. Rosier de familie van Pantjiko zodanig protegeerd, dat hij voor dezelve alles zal onderneemen, dat der„ „halven ook alle zaaken te koilang van tijd tot tijd verwaarloost worden, want dat niet DE. Rosier, maar de familie van Pantjiko aldaar regeerd. Dat zeder niets voorgevallen is: dat den 29:e ordre ontvangen zijnde; dat de vaandrig en de Attestant naar Koetsiens moesten koomen, zij beiden den 30:e ver„ „trokken, en gisteren hier aangekoomen zijn. Eindigende de attestant deeze zijne ge„ „geevene September 1788. Vrijdag den 5. E „geevene en verleende verklaaring, met be„ „tuiging, dezelve te behelzen de zuivere en op„ „rechte waarheid, geevende voor reeden van weetenschap, als in den text; over zulx be„ „reid blijvende het geattesteerde, des noods, nader met Eede te sterken. Aldus gedaan ende geattesteerd. binnen de stad Koetsiem, ter sekretarije van Polietsie, ten daage, maand en Jaare voormeld, in prezenttie van Frans Hen„ „drik Schuurman en Carel van Leeu„ „wen, klerken als getuigen. De minute deezes is behoorlijk geteekend /:onderstond:/ 'T welk getuigd /:was geteekend:/ Ar„ „nold:s Lunel. E. g: klerk. Heeden den 3: September 1788. Kompareerde voor mij Arnoldus Lunel, eerste gezwoorene klerk alhier, prezent de natenoemene getuigen, de vaandrig DE. Manhaften Frederik Treijter, bescheiden te koilang, tans in loco, de„ „welke tot voorstand der waarheid, en ter geëerd requisit van den weledelen Groo achtb: 101 Vrijdag den 5. September 1788. achtb: Heer Iohan Gerard van Angelbeek, Raad Extra ordinair van Nederlands Indien, mitsgaders Goeverneur en Direkteur deezer kuste Malabaar, beken„ „de en verklaarde waar en waarachtig te zijn; Dat in het Jaar 1784. door den Heer Goe„ „verneur, van Koilang verscheidene Moe„ „quas ontbooden waaren, wegens klachten van de Moendoekares over henlieden, die te koetsien onderzocht wierden; dat onder de beschuldigden ook geweest is, eene kotje Francisco, dat het E: opper„ „hoofd Rosier alle dezelven gezonden had, behalven gem: kotje Francisko, voorgee„ „vende, dat hij naar het geberg te gegaan was, om balken aftebrengen, doch, dat de attestant vermeend, dat hij niet naar het gebergte geweest is, maar zich te Koilang schuil gehouden heeft; alzoo de Attestant die te dier tijd, meede naar Koetsiem ontboden, en vijftien dagen uit geweest is, terug gekomen zijnde, hem Kotje Francisco daar gezien, en niet gehoord heeft, dat hij balken van boven aangebragt had. Dat Vrijdag den 5. September 1788. Dat deeze kotje Francisco in de maand Januari 1787. ook naar koetsiem ont „boden was, en dat toen van Koilang ge„ „antwoord was, dat hij naar Badaken„ „tali gegaan was, dat de attestant den brief, die dit antwoord behelsde, met het E. opperhoofd te zaamen geteekend hadden alzoo hij zulx toen niet beter hadde ge„ „weeten; maar dat de attestant dien zelf„ „den dag ontdekt hebbende, dat kotje Francisco niet naar Badakentale ge„ „gaan was, maar zich te koilang en in skomp: limiet schuil hield, bij het E. op„ „perhoofd Rosier gegaan was en gezegd had, dat hij Attestant gehoord had, dat Kotje Francisko in de limiet was: dat DE. Rosier geantwoord had, dat is zoo niet, dat de Attestant gerepliceerd heb„ „bende, dat hij in de kerk van moedakal zoude weezen; HE. Rosier zijn E: ordon „nans daar naar toegezonden had, en dat deeze terug komende, gerapporteerd had„ dat de Pater vigair gezegd hadde, dat hij daar geweest, maar weder weggegaan was, dat deeze Francisco zich toen bij den 103 Vrijdag den 5. September 1788. den Bisschop verschoolen gehouden had, dat de Attestant vermeend, dat de E. Rosier dit zeer wel zal geweeten hebben, want dat Francisko toen bij den Bisschop voor gewel„ „diger geageerd heeft, en te dier tijd een die„ „naar van den Pater Fre Eugenius, die digte bij het huis van den bisschop gekomen was, opgevat, en in de tronk geslooten heeft, het geen toen bij een ider, en dus ook zon„ „der twijfel bij den E. Rosier bekend geweest is. Dat na eenige dagen eenige Nairos bij den toenmaligen Tolk Rodrigues gekoo„ „men waaren, en naar Kotje Francisko gevraagd hadden, om hem naar den Koning te brengen, dat de Tolk aan die Nairos ge„ „zegd had, dat Kotje Francisko in de limiet niet was; dat de Attestant van dit alles aan den Edelen Heer Goeverneur Ken„ „nis gegeeven had, bij een brief van den 22. Januari 1787., en daar bij ook gemeld had, dat in de maand Aug=o of september 1786. , toen de koning van Trevankoor naar Koetsiem gegaan was, eenige Nai„ „ros, voorm: Rotje Francisco hadden willen
English
September 1788. Friday the 5th. wished to apprehend him, but that the Honorable Rosier had then concealed him in one of his Honor's gardens on the beach. That in the month of May 1787, Kotje Francisko having returned from the King of Trevankoor, whither he had gone, the deponent had gone to the Honorable Rosier and said that there was an order from Koetsiem to apprehend Kotje Francisko and send him thither, and that this could be done, because he was within the border again; that the Honorable Rosier had answered: The Noble Lord has not written to send Kotje Francisco to Koetsiem if he comes within the border, those orders have long since been forgotten, it is your meddling, you always agitate over matters that are not asked of you, I do not know what harm the moequas have done you or how they have stood in your way. That in the month of July 1787, by a letter of the 9th of that month, the deponent had received an order from the Lord Governor to apprehend Kotje Francisko and send him to Koetsiem; that the deponent 105. September 1788. Friday the 5th. had immediately thereupon told the interpreter Salvador Rodriques Netto, who had then come from Koetsiem, that whenever Kotje Francisko came to him, he should quietly let the deponent know; that the interpreter had also sent word the following day that Kotje Francisko was on the beach, and that the deponent had then sent out two sipahis without weapons to apprehend him, but had kept the other men ready to assist the two sipahis if it should be necessary; that these two sipahis had indeed apprehended Kotje Fransisco, but at the noise he made, several Nairos with knives, and also some Moequas, had taken him away from the sipahis and brought him across the border. That the deponent would have sent armed men to apprehend him, but had not done so because the Honorable Rosier, who protected this Kotje Francisco and his family in every respect, would then have found out about it and foiled the attempt, besides September 1788. Friday the 5th. the fact that it would have caused too great a commotion, and thereby Kotje Francisco, who well knew that he was being watched, would have run away, without the deponent, however, having been able to imagine that the Nairos and even the moequas would have had the audacity to attack Company sipahis within the border and take Kotje Francisko away from them. That after this incident the deponent had gone to the Honorable Rosier and delivered the letter that was addressed jointly to his Honor and the deponent, which also contained the order to apprehend Kotje Francisco; that the deponent had then also complained about his Honor's poor administration, through which the inhabitants were so bold that they dared to assault Company servants. That the Honorable Rosier had only replied thereto: Had I received the letter earlier, I would have delivered him, I have had no order to apprehend him by force. That in that same month, or on the 23rd, 11 September 1788. Friday the 5th. when the deponent handed over the command to Lieutenant de Paradis, he had said to the latter in the presence of the Honorable Rosier that there was an order, whenever the moequa Kotje Francisco came within the border, to apprehend him and send him to Koetsiem. That upon speaking further about this, the Honorable Rosier had said to the deponent: Yes, even if you had caught Kotje Francisko, what would you have done with him? You would have brought him as far as the river, and then as many as two hundred Nairos would have taken him away from you; what would you have accomplished with your sipahis then? An entire war could have arisen from that, and the Lord Governor would then have asked me why I had not been wiser and had simply permitted such a thing. That Kotje Francisko, while Lieutenant Paradis was commander, had once entered within the border with music, and had thereafter gone north to the Minister of the King of Trevankoor, Sambradi Pulla Friday the 5th of September 1788. Pulle. That in the month of June of this year he had returned from the North under the title of Arajen of the border; that the deponent, having subsequently learned of this, and because it was said that this was with the prior knowledge of the Noble Lord Governor, the deponent had not had him apprehended, but had first given notice thereof to his Honor by a letter of the 3rd of August; that then, by a letter of the 9th of that month, an order had been sent to Koilang to arrest him, Kotje Francisko, and to seize all his property; that the Honorable Rosier, having received this order, had summoned the deponent and the interpreter to him, delivered the letter to the deponent, and said: We have an order to arrest Kotje Francisko, and to seize all his property and gardens; that the deponent had then requested that this order might now be complied with, and Kotje Francisko seized, to which the Honorable Rosier answered
Dutch transcription
September 1788. Vrijdag den 5. willen opvatten, maar dat DE. Rosier hem toen verschoolen had in een van zijn E: tuinen aan de Strand. Dat in de maand Mai 1787. Kotje Francisko, van den Koning van Trevankoor, waar naar toe hij gegaan was, te rug gekoomen weezen„ „de, de Attestant bij den E. Rosier ge„ „gaan was, en gezegd had, dat er een ordre van Koetsiem lag, om Kotje Francisko op te vatten en naar derwaards te zenden, dat zulx geschieden konde, wijl hij weder in de limiet was, dat de E. Rosier geant„ „woord had, de Edele Heer heeft niet geschree „ven om Kotje Francisco als hij in de limiet komt, naar koetsiem te zenden, die orders zijn al lange vergeeten, het is uw bedrijf, uw woeld altoos over zaa„ „ken, die uw niet afgevraagd worden, ik weet niet wat de moequas uw voor quaad gedaan of in den weg gelegd hebben. Dat in de maand Iuli 1787. bij een brief van den 9=e dier maand, de Attestant van den Heer Goeverneur ordre ontvangen had, om Rotje Francisko op te vatten, en naar koetsiem te zenden, dat de at„ „testant 105. September 1788. Vrijdag den 5. O „testant daar op ten eersten aan den Tolk Salvador Rodriques Netto, die toen van koetsiem gekomen was, gezegd had, wan„ „neer Kotje Francisko bij hem quam, zulx den Attestant stil te laaten weeten, dat de Tolk ook den anderen dag bericht ge„ „zonden had, dat kotje Francisko aan de strand was, en dat de Attestant toen twee sipalues zonder wapens uitgezonden had om hem op te vatten, doch het ander volk gereed gehouden had, om de twee Sipahis bij te springen, als het nodig weezen mogte, dat deeze twee sipalis Rotje Fransisco ook hadden ogevat, „dat maar ^ op het gerucht, dat hij maakte, verscheidene Nairos met messen, en ook eenige Moequas hem van de Sipalis af„ „genoomen, en over de limiet gebragt had„ „den; Dat de Attestant gewapende volk zoude gezonden hebben, om hem op te vat„ „ten, maar zulx niet gedaan had, om dat dan de E. Rosier, die deezen Rotje Fran„ „cisco en zijne familie in alle opzichten protegeerde, daar achter gekoomen zoude zijn, en den toeleg veriedeld hebben, be„ „halven September 1788. Vrijdag den 5. „halven, dat het te groote op het gemaakt zoude hebben, en daar door Rotje Fran„ „cisco die wel wist, dat op hem gepast wierd, weggeloopen zoude zijn, zonder dat de Attestant echter had kunnen den „ken, dat de Nairos en zelfs de moequas de assurantsie zouden gehad hebben, om kompenies Sipahis in de limiet aan te lasten, en Kotje Francisko van hen afteneemen. Dat de Attestant na dit geval bij den E. Rosier gegaan was, en den brief overgegeeven had, die aan zijn E: en den Attestant zaamen gericht was en meede ordre behelsde, om Kotje Fran „cisco op te vatten. dat de Attestant toen ook geklaagd had over het slecht bestier van zijn E. , waar door de inwooners zoo assurant waaren, dat zij komp: dienaa„ „ren durfden aantasten. Dat de E. Rosier daar op alleen geantwoord had, hadde ik den brief vroeger gehad, ik zoude hem geleeverd hebben, ik hebbe geene ordre gehad om hem met geweld op te vatten. Dat in die zelve maand of op den 23. 11 September 1788. E Vrijdag den 5:' Vr 23. wanneer de attestant het kommando aan den luitenant de Paradis overgaf, hij aan deeze in prezentsie van den E. Ro„ „sier gezegd had, dat er ordre lag; wan„ „neer de moequa Kotje Francisco in de limiet quam, hem op te vatten en naar koetsiem te zenden. Dat daar over verder gesprooken zijnde, de E. Rosier aan den attestant gezegd had, Ia had uw Kotje Francisko algekregen, wat zoude uw met hem gedaan hebben, uw had hem tot aan de rivier gebragt, en dan hadden wel tweehonderd Nairos hem van uw afgenoomen, wat zoude uw met uwe sipalies dan uitgevoerd hebben, daar door had dan een heelen oorlog kun„ nen ontstaan, en de Heer Goeverneur had mij dan gevraagd, waarom ik niet wij„ „zer geweest was, en zulx zoo maar toe„ gelaaten had: Dat Rotje Francisko Ieder toen de Luitenant Paradis kom„ „mandant was, eens met musiek in de limiet gekoomen, en daarna naar de Noord gegaan was bij den Minister van den Koning van Trevankoor, Sambradi Pulla Vrijdag den 5: September 1788. Pulle. Dat hij in de maand Iuni deezes Jaars van de Noord terug gekomen was met den naame van Arajen van de li„ „miet, dat de Attestant dit naderhand vernoomen hebbende, en wijl daar bij ge„ „zegd wierd, dat zulx met voorkennis van den Edelen Heer Goeverneur was, de At„ „testant hem niet had laaten opvatten, maar eerst bij brief van den 3=e Augustus daar van aan zijn Ed: kennis gegeeven had; dat toen bij brief van den 9=e dier maand naar Koilang ordre gezonden was, om hem kotje Francisko te ar„ „resteeren, en alle zijne goederen in be„ „slag te neemen, dat de E. Rosier deeze ordre ontvangen hebbende, den Attestant en den Tolk bij zich ontbooden, en den brief aan den Attestant overgegeeven en gezegd had, wij hebben ordre om kotje Francisko te arresteeren, en alle zijne goederen en tuinen in beslag te nee„ „men: dat de Attestant toen verzocht had, dat aan die ordre nu mogte voldaan, en Notje Francisko gevoe„ „pen worden, dat de E. Rosier geant„ „woord
English
109 Friday, 5 September 1788. answered, "Suppose I call him, he will not enter the fort"; that the deponent had then asked whether the subjects should not obey the orders given by His Honour as chief; that the Honourable Rosier had answered, "No, he will not come into the fort"; that the deponent had then said, "Have him come into your garden, as if Your Honour needs to speak with him, then he will have no suspicion; I will hold myself ready with armed men to arrest him at once"; that the Honourable Rosier had then answered, "Your Honour will not get him, he will cause a great uproar, the Moequas will then assemble, and then misfortunes will happen." That meanwhile the interpreter having arrived there, the deponent had asked him whether he could not find out where Kotje Francisco slept at night; that the interpreter had answered, "I have no one, the chief has the best opportunity for this, and people who associate with Francisco come to His Honour daily." September 1788. Friday the 5th That the Honourable Rosier had then said that he would send out a man by night to find out in which house he slept; that the deponent had held himself ready the entire night and had left the wicket gate open so that the person sent out by the chief could come to warn him, but that no one had come; that the deponent himself could not well have gone outside without knowing for certain where Kotje Francisco was, as that would have been in vain, since the deponent well knew that he did not always sleep in one and the same house, but now with his mother-in-law, and then with his brother-in-law, and that these houses are all enclosed within one wall; that the next morning the interpreter had related to the deponent that the Honourable Rosier had sent out his servant Benediktus, son of Pantjiko and nephew of Kotje Francisco, and that the latter had come to report that Francisco had gone to church with him in the evening 111. Friday, 5 September 1788. had gone, but that on returning, he had missed him close to the border; that the deponent had then certainly thought that Benediktus was not sent to spy on Francisco, but rather to warn him on behalf of the Honourable Rosier; and that the deponent had thereupon gone to Mr Rosier, who had then said to the deponent, "Kotje Francisco already has word that there is an order to seize him"; that the deponent had then requested that, as he was in hiding, at least the ballangs and fishing nets of Kotje Francisco might be brought into the fort, and his houses and gardens be placed under arrest; that the Honourable Rosier had then answered that he must have the man himself first, and that he would first write about this to the Honourable Governor. That on 18 August, when the deponent was with the Honourable Rosier, His Honour had said that Kotje Francisco, with four other Moors with sabres, had been at the border, further saying, "Whether I 113. September 1788. Friday the 5th. or Your Honour were to meet him, we could do nothing to him; Your Honour cannot carry sepoys along in your pocket, and he will not stand still until your sepoys arrive; even if we had him under arrest, it would cause an uproar, and they would let nothing pass to us through the border until we released him again; they are the King's people, therefore it were better that the Honourable Governor wrote to the King about it." That on that occasion the interpreter had come to the Honourable Rosier with some Wallekares and had made known that the Torrekaren had written an ola to the Wallekares regarding the news that Kotje Francisco was to be seized; that after the interpreter had left, the Honourable Rosier had said to the deponent, "Even if Your Honour wished to bring in the ballangs, how will Your Honour do that; no Wallekaren or other Moequas will want to lay a hand to it." Furthermore 1183. Friday the 5th September 1788. Furthermore the deponent declares that on 25 August last, having gone to the Honourable Rosier to deliver his report, His Honour had said that Kotje Francisco had gone to the north, surely to complain to Samboerdi Pulle, and that this will cause a great uproar at the border; that the deponent had made no answer to this, but that he well knows that the Honourable Rosier holds these and similar discourses also with the people of the King, by which he shows that he is afraid, and whereby every one of the subjects is given the opportunity to bring their complaints directly to the King and bypass the Company. That the Honourable Rosier always calls the inhabitants of the border the King's people; that the deponent had once asked His Honour regarding this statement why they are the King's people, whether it was because the people paid poll tax; that this could be collected at the border itself, without it being necessary that a Nair or anyone else on behalf of the King Friday, 5 September 1788. came into the border for that reason; but that the Honourable Rosier had answered nothing to this. Furthermore, the deponent declares that as long as the Honourable Rosier remains chief, the King's people will always rule at the border, and that the family of Pantjiko always brought their complaints about one person or another to the King, as a result of which fines were constantly demanded; that the day before the deponent's departure, the Honourable Rosier had said to him, "It is a good thing that Your Honour did not go outside armed to seize him, for that would have caused an uproar in the village, and all provisions would have been cut off from us"; that the deponent had answered, "After all, we are not at war, and we are not enemies, and the Honourable Gentleman would not then have given us those orders"; that the Honourable Rosier had then said, "Yes, the King seeks to become master, and the Honourable Gentleman has no comprehension of it." Lastly, the deponent relates that the Honourable Rosier says he did not know that
Dutch transcription
109 Vrijdag den 5. September 1788. „woord had, laat ik hem roepen, hij zal in het fort niet komen, dat de Attestant toen gevraagd had, of de onderdaanen dan niet obedieeren moesten de orders, die zijn E. als opperhoofd gaf, dat de E. Rosier ge„ „antwoord had, neen, hij zal niet in het fort komen, dat de Attestant toen ge„ „zegd had, laat hem in uw tuin komen, eeven of uw Ed: hem spreeken moet, dan heeft hij geen argwaan, ik zal mij met gewapend volk gereed houden, om hem ten eersten te arresteeren, dat de E. Rosier toen geantwoord had, uwE zal hem niet krijgen, hij zal een groot leeven maaken, de Moequas zullen dan bij malkander komen, en dan zullen er ongelukken gebeuren. Dat in„ „tusschen de Tolk daar gekoomen zijn, „de, de Attestant aan hem gevraagd had, of hij niet konde verneemen, waar kotje Francisco snachts sliep, dat de Tolk geantwoord had, ik hebbe niemand, het opperhoofd heeft daar toe de beste gelee„ „genheid, en daar komen dagelijx men„ „schen bij zijn E: die met Francisco ver„ „keeren September 1788. Vrijdag den 5„e „keeren. Dat de E. Rosier toen gezegd had, dat hij een Man bij nacht zoude uit„ „zenden, om te verneemen, in wat huis dat hij sliep, dat de Attestant den ge„ „hielen nacht zich gereed gehouden en het vinket open gelaaten had, op dat de perzoon die het opperhoofd uitgezonden had, hem konde komen waarschuwen. doch dat niemand gekomen was, dat de Attestant zelfs niet wel had kunnen naar buiten gaan, zonder zeeker te wee „ten waar kotje Francisko was, alzo zulx te vergeefsch geweest zoude zijn, wijl de Altestant wel wist, dat hij niet altoos in een en het zelfde huis sliep, maar dan bij zijn schoonmoeder, en dan bij zijn swager, en dat deeze hui„ zen alle binnen een muur ingeslooten zijn: Dat den anderen morgen de Tolk aan den Attestant verhaald had, dat de E. Rosier zijn Dienaar Benediktus /:zoon van Pantjiko en Neef van Kotje Francisko:/ uitgezonden had, en dat deeze was komen rapport doen, dat Fran „cisco met hem 'savonds naar de kerk gegaan 111. Vrijdag den 5. September 1788. gegaan was, maar dat hij in het terug komen, hem digt bij de limiet gemist had, dat de Attestant toen wel gedagt had, dat Benediktus niet gezonden was om Francisko te bespieden, maar wel om hem van wegen den E. Rosier te waarschuwen, en dat de Attestant daar op naar de Heer Rosier gegaan was, die toen aan den Attestant gezegd had, kot„ „je Francisko heeft reets tijding, dat er ordre is om hem op tevatten; dat de Attestant toen verzocht had, dat wijl hij zich schuil hield, ten minsten de ballangs en vischnetten van kotje Francisco mogten in het fort gebragt, en zijne huizen en tuinen gearresteerd worden; dat de E: Rosier toen geant„ „woord had, dat hij eerst hem zelfs moest hebben, en dat hij zulx eerst aan den Ed: Heer Goeverneur Schrijven zoude. Dat op den 18=e Aug:so wanneer de Attes„ „stant bij den E. Rosier was, zijn E: ge„ „zegd had, dat Rotje Francisko met noch vier Mooren met sabels in de limiet geweest was, zeggende voorts of ik 13. September 1788. Vrijdag den 5. ik, of uwE hem al eens te gemoet quam, zouden wij hem niets kunnen doen, uwE kan geene Sipahis meede in de sak dra„ „gen, en hij zal niet staan blijven tot uwe Sipalis komen, al Schoon dat wij hem in arrest hadden, dan zoude het een opvoer geeven, en ze zouden ons niets in de limiet laaten passeeren; tot zo lange wij hem weder largeerden, het is konings volk, daarom was het beter dat de Ed: Heer Goeverneur aan den koning daar over Schreef. Dat bij die geliegenheid de Tolk met eenige wallekares bij den E. Rosier gekomen was, en te kennen gegeeven had, dat de Torrekaren aan de wal„ „lekares een ola geschreeven had, over de tijding, dat Notje Francisko Zou„ „de opgevat worden, dat daarna de Tolk weggegaan zijnde, de E. Rosier aan den Attestant gezegd had, al wilde uwE de ballangs binnen bren„ „gen, hoe zal uwe dat doen , geen wal„ „lekaren of andere Moequas zal er een hand aan willen slaan. wijders 1183. Vrijdag den 5 September 1788. Wijders verklaard de Altestant, dat hij op den 25. Aug.:s J=o leeden bij den E: Rosier op het rapport gegaan zijnde, zijn E. gezegd had, dat kotje Francisko naar de noord was gegaan, om zeeker bij samboerdi„ Pulle te klagen, en dat dit een Groot opvoer in de limiet maaken zal, dat de Attestant daar op niets geantwoord had, maar dat hij wel weet dat de E. Rosier deeze en diergelijke reedenen meer, ook met het volk van den koning voerd, waar door hij toond, dat hij bang is, en waar door een ider der onderdaanen ge„ „liegenheid gegeeven word, om hunne klach„ „ten direkt bij den koning te brengen, en de kompenie voorbij te gaan. Dat de E. Rosier de inwooners van de limiet al„ „toos skonings volk noemd, dat de At„ „testant over dit zeggen aan zijn E. eens gevraagd had, waarom dat het konings volk is; of het was om dat het volk hoofdgeld betaalde; dat dit in de li„ „ niet zelfs konde gevraagd worden, zon„ „der dat het nodig was, dat een Naier of imand anders van wegen den ko„ „ning Vrijdag den 5: September 1788. „ning daarom in de limiet quam, doch dat de E. Rosier daar op niets geantwoord had, Voorts verklaard de Attestant dat zo lange de E. Rosier opperhoofd blijft, sko„ „nings volk altoos in de limiet heerschen zal, en dat de familie van Pantjiko al„ „toos haare klachten over den eenen of den anderen bij den koning brachten, waar door geduurig boetens gevorderd wierd; dat 'sdaags voor des Attestants vertrek de E. Rosier aan hem gezegd had, het is noch goed dat uwE niet gewapend naar buiten gegaan is, om hem opte vatten, want dat zoude een opvoer in het dorp gemaakt hebben, en alle leevensmiddelen zouden on afgesneeden geworden zijn; dat de Attes„ „tant geantwoord had, wij hebben immers geen oorlog, en zijn geen vijanden, en de Edele Heer zoude aan ons dan die orders niet gegeeven hebben, dat de E. Rozier toe gezegd had, Ia de Koning zoekt Meester te worden, en de Edele Heer, heeft 'er geen begrip van. Laastelijk verhaald de Attestant, dat de E. Rosier zegt, niet geweeten te hebben dat
English
113. Friday the 5th of September 1788. that Rotje Francisko was within the boundary, but that the Deponent is assured of the contrary, and that he also heard from the Interpreter that the Honorable Rosier saw him, Kotje Francisko, twice and spoke with him once. That the Honorable Rosier also lets himself be entirely governed by the family of Pantjiko, that therefore that family also does all kinds of evil in Koilang, and that the Honorable Rosier will always do everything in his power to protect that family. The Deponent concluding this his given and granted declaration with the affirmation that it contains the pure and sincere truth, giving as reason for his knowledge as in the text, remaining moreover prepared to confirm what has been deposed, if necessary, further by oath. Thus Done and Deposed within the city of Roetsiem, at the secretariat of police, on the day, month, and Year aforesaid, in the presence of Frans Hendrik Schuurman and Carel van Leeuwen, clerks, September 1788. Friday the 5th. clerks as Witnesses. The original minute hereof is properly signed. Below stood: which is Witnessed. Was signed: Arnoldus Lunel, First sworn clerk. Today, the 4th of September 1788. Appeared before me, Arnoldus Lunel, first sworn clerk here, present the witnesses to be named hereafter, the Honorable Valiant Lieutenant Iean Chastagner de Paradis, who, in support of the truth and at the honored requisition of the Right Honorable Worshipful Lord Iohan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Malabar Coast, acknowledged and declared to be true and truthful. That when the Deponent in the Month of July 1787 took over the command from Ensign Treijter in Koilang, the latter had said to him, the Deponent, that he had an order from the Lord Governor to apprehend a Mukkuva named Rotje Francisko, should he come within the 117 Friday the 5th of September 1788. the boundary, and to send him to Koetsiem. That the Deponent gave notice thereof to the Honorable Chief Rosier and said that Ensign Treijter had shown him a letter from the Honorable Lord Governor containing an order to apprehend the Mukkuva Kotje Fransisko and send him to Koetsiem; that the Honorable Rosier had answered that that order had indeed been given to Ensign Treijter, but that that matter was already settled, and thus that order did not concern the Deponent; that the Honorable Lord Governor was persecuting this Kotje Francisko unjustly, without his having done any wrong; that if the Honorable Lord had given that order directly to him, the Chief, he would certainly have apprehended Kotje Francisko, but because it had been given to the Ensign and he had thus been bypassed, he had also not troubled himself with that order. That once, when the Deponent had been to midday dinner with the Father Vicar, he was brought home by this Father and another Father Friday the 5th of September 1788. home with some native music; that Rotje Francisko, having been with the Father, also went along among the musicians; that passing the house of Teresia, wife of Pantjiko, they heard that the Honorable Rosier was there, and so had gone inside with the music; that on that occasion Rotje Francisco danced there before the Honorable Rosier for fully two hours; that during this dancing the Honorable Rosier, pointing at Rotje Francisko, said to the Deponent, there is the Man who is so unjustly persecuted and ruined by the Honorable Lord Governor, though he has done not the least evil; it pleases me that this Man has shamed the Sepoys who wanted to apprehend him, and also the Ensign; the Deponent further affirming that the Honorable Rosier repeated these expressions multiple times, whenever the Deponent spoke to the Honorable Rosier about the order to apprehend Kotja Fransisco, and that he 119 Friday the 5th of September 1788. he also related this in the same manner to almost everyone who passed Koilang, even to the French gentleman Duprat, who came from Pondicheri and passed Koilang to go to Mahe. That on this occasion Rotje Francisko had procured a manchua for Monsieur Duprat, and had wanted to go with him to Mahie, but hearing that Monsieur Duprat intended to call at Koetsiem, had refrained from doing so; that the Deponent, being then with Mr. Rosier, had heard that His Honor spoke with the Interpreter about providing rowers for that manchua, but that the Deponent had not paid much attention to that, but that the Honorable Rosier had related to the Deponent that the Interpreter had said that he could not provide rowers for a vessel belonging to Rotje Francisko, who was disobedient to the commands of his ruler and had fled from His Honor's territory, but that he would nevertheless do so if the Honorable Rosier would give him an express order to that effect. That September 1788. Friday the 5th. That the Deponent asked the Interpreter Salvador several times whether he also had any order to apprehend Kotje Francisco, but that the latter replied no; that the Deponent replied, there is an order to the previous commander, but the Chief tells me that it does not concern me, I wish I were to receive the order now, I would certainly apprehend and send him; that the Interpreter then replied, if the Chief wants to, he can have him apprehended any day, but he does not want to do it and excuses him; The Deponent concluding this his given and granted declaration with the affirmation that it contains the pure and sincere truth, giving as reason for his knowledge as in the text; remaining moreover prepared to confirm what has been deposed, if necessary, further by oath. Thus Done and Deposed within the city of Koetsiem at the secretariat
Dutch transcription
113. Vrijdag den 5. September 1788. dat Rotje Francisko in de limiet was, maar dat de Attestant van het tegen„ „deel verzeekerd is, en dat hij ook van den Tolk gehoord heeft, dat de E. Rosier hem Kotje Francisko tweemaal gezien, en eens met hem gesprooken heeft. Dat ook de E. Rosier zich door de familie van Pantjiko geheel laat regeeren, dat daarom ook die familie te koilang al„ „les quaads doed, en dat de E. Rosier alles wat in zijn vermogen is, altoos zal doen, om die familie te beschermen. Eindigende de Attestant deeze zijne gegeevene en verleende verklaaring, niet betuiging, dezelve te behelzen de zuivere en oprechte waarheid, geevende voor ree„ „den van weetenschap als in den text, over„ „zulx bereid blijvende het geattesteerde des noods nader met eede te sterken. Aldus Gedaan ende Geattesteerd binnen de stad Roetsiem, ter sekretarije van polietsie, ten dage, maand en Jaare voorm: in prezentsie van Frans Hen„ „drik Schuurman en Carel van Leeuwen klerken September 1788. Vrijdag den 5. klerken als Getuigen. De minute deezes F is behoorlijk geteekend. /:onderstond:/ welk Getuigd. /:was getekend:/ Arnold:s Lunel E. g: klerk. Heden den 4. September 1788. Kompareerde voor mij Arnoldus Lu„ „nel, eerste gezwoorene klerk alhier, pre„ „zent de natenoemene getuigen, de E. Man„ „hafte Luitenant Iean Chastagner de Paradis, dewelke tot voorstand der waarheid en ter geëerd requisit van den weledelen Groot achtb: Heer Iohan Gerard van Angelbeek, Raad extra„ „ordinair van Nederlands Jndien, mits„ „gaders Goeverneur en Direkteur de„ „zer kuste Malabaar, bekende en ver„ „klaarde waar en waarachtig te zijn. Dat toen de Attestant in de Maand Iuli 1787. te koilang het kommando van den vaandrig Treijter overgenoo„ „men heeft, deeze aan hem Attestant gezegd had, dat hij een ordre van den Heer Goeverneur had, om een Moequa Rotje Francisko genaamd, zoo hij in de 117 Vrijdag den 5. September 1788. de limiet koomen mogte, op tevatten en naar koetsiem te zenden. Dat de Attestant daar van aan het E. opperhoofd Rosier kennis gegeeven en ge„ „zegd had, dat de vaandrig Treijter aan hem een brief van den Edelen Heer Goeverneur vertoond had, behelsende ordre, om den Moequa Kotje Fransisko optevatten en naar koetsiem te zenden, dat de E. Rosier geantwoord had, dat die ordre aan den vaandrig Treijter wel gegeeven was, maar dat die zaak al afgedaan was, en dies die ordre den Attestant niet aanging, dat de Edelen Heer Goeverneur deezen Kotje Francisko onrechtvaardig vervolgde, zon„ „der dat hij eenig quaad gedaan had, dat indien de Edele Heer die ordre direkt aan hem opperhoofd gegeeven had, hij kotje Francisko wel zoude opgevat hebben, maar wijl dezelve aan den vaandrig ge„ „geeven was en hij dus voor bij gegaan was zich ook aan die ordre niet gestoord had. Dat eens de Attestant bij den Pater vigair op het middagmaal geweest zijnde, door deezen Pater en noch een anderen Pater naar Vrijdag den 5. September 1788. naar huis gebragt is met eenig inlandsch musiek, dat Rotje Francisko bij den Pater geweest zijnde, ook onder de mu„ „sikanten meede gegaan is, dat zij het huis van Teresia /:vrouw van Pantjiko:/ voor bij gaande gehoord hadden, dat de E. Rosier daar was, en dus met het musiek daar binnen gegaan waaren, dat Rotje F ran„ „cisco bij die geleegenheid daar wel twee uuren lang voor de E. Rosier gedanst heeft; Dat de E. Rosier onder dit dansen op Rotje Francisko wijzende, aan den Attestant gezegd had, daar is de Man, die door den Edelen Heer Goeverneur, zoo onrechtvaardig vervolgd en gerui„ „neerd word, daar hij geen de minste quaad gedaan heeft, het is mij lief dat deeze ^ hebben Man de Sipahes, die hem ^ willen opvat„ „ten, en ook den vaandrig beschaamd ge„ „maakt heefte, betuigende de Attestant verder, dat de E. Rosier deeze uitdruk„ „kingen meermaalen herhaald heeft, telkens als de Attestant de E. Rosier over de ordre, om kotja. Fransisco op te vatten, gesprooken heeft, en dat hij 119 Vrijdag den 5. September 1788. hij dit ook meest aan allen, die koilang pas„ „seerden, op dezelfde wijze verhaald heeft, zelfs aan den Franschen Heer Duprat, die van Pondicheri quam en Koilang pas„ „seerde, om naar Mahe te gaan. Dat bij deeze geleegenheid Rotje Fran„ „cisko een Mansjouw aan den Heer Du„ „prat bezorgd had, en met hem naar Mahie had willen gaan, maar hoorende dat de Heer Duprat Koetsiem aan doen wilde, daar van afzien had; Dat de At„ „testant toen bij den Heer Rosier zijnde gehoord had, dat zijn E. met den Tolk, over het geeven van roeiers op die mans„ Jouw gesprooken heeft, doch dat de At„ „testant daar niet veel opgelet had, maar dat de E. Rosier aan den Attestant verhaald had, dat de Tolk gezegd had, dat hij geen roeiers konde geeven op een vaartuig van Rotje Francisko, die aan de beveelen van zijnen gebieder on„ „gehoorzaam, en uit zijn Edelens gebied geweeken was, maar dat hij het echter doen zoude, zoo de E. Rosier hem daar toe expresse ordre geeven wilde. Dat September 1788. Vrijdag den 5. Dat de Attestant verscheide keeren aan den Tolk Salvador gevraagd had, of hij ook eenige ordre hadde, om kotje Fran„ „cisco op te vatten, doch dat deeze geant„ „woord had van neen, dat de Attestant gerepliceerd had, daar is een ordre aan den voorigen kommandant, maar het opperhoofd zegt mij, dat die mij niet aangaat, ik wilde dat ik nu ordre kreeg„ ik zoude hem wel opvatten en zenden, dat de Tolk toen geantwoord had, als het opperhoofd wil, kan hij hem alle dagen laaten opvatten, maar hij wil het niet doen en verschoond hem; Eindigende de Attestant deeze zijne gegeevene en verleende verklaaring, met betuiging, dezelve te behelsen de zuive„ „re en oprechte waarheid, geevende voor reeden van weetenschap als in den teext; over zulx bereid blijvende, het geattes„ „teerde des noods, nader met eede te sterken. Aldus Gedaan ende Geat„ „testeerd binnen de stad Koetsiem ter sekretarije
English
121 Friday, 5 September 1788. Police Secretariat, on the day, month, and year aforesaid, in the presence of Frans Hendrik Schuurman and Carel van Leeuwen, clerks, as witnesses. The original of this is duly signed. Below stood: Which is witnessed. Was signed: Arnoldus Lunel, First Sworn Clerk. Whereupon the Lord Governor further demonstrated that from all these documents the deliberate disobedience and obstinate rebelliousness of the aforementioned Rosier appeared most clearly; but that he, the Governor, out of consideration for the advanced age and infirm physical condition of him, Rosier, and out of compassion for his weakness, had accommodated it up to now in the most convenient manner, and would also have tolerated it still further now, if the consequences thereof had affected and offended him alone; but that the whole community at Koilang also came to suffer thereby, and even the Company's interests September 1788. Friday the 5th. interests and privileges were sacrificed to it, just as was fully maintained in the testimonies of Ensign Treijter and the Interpreter Salvador just read out, and was otherwise publicly known or notorious, and moreover now also appeared most clearly from the appointment of the aforementioned Rootje Francisko as Ariel of the King over the fishermen; for at the time when the little realm of Koilang was still under a separate prince, who was called the Signattij or Signatter, all inhabitants of Koilang were subjects of the Company, over whom the said Signattij had nothing to say, except only that the Moequas, or fishermen, had to pay him an annual poll tax of one Rasia, or ten Cochin fanums, and each time had to give three fish from each catch, not because they were his subjects, but because they fished not only off the Company's limits, 1 September 1788. Friday the 5th. limits, but throughout the entire bay, which for by far the greatest part bordered on the land of the Signatter, and further along his beaches; besides which also those from the Company's limits who wished to marry in the Roman church at Moedakra, in the land of the Signattij, paid one Rasia or ten fanums for it. That the King of Trevankoor, upon the conquest of that little realm under the favor and permission of the Company, had bound himself to respect the old privileges of the Company there, and consequently in the first years had also desired nothing other than the aforesaid rights, solely with the alteration of the daily right of three fish into an annual net tax of thirty Tjakrons for a large net and fifteen for a small net, which dues were each paid to a servant of the King who bore the title G September 1788 Friday the 5th. title of Ariel, but was required to remain outside the limits and could not exercise the least authority in our village or over the fishermen; rather, when they fell behind with the payment, he made his complaint to the Interpreter and Shore Watchman, who then collected the arrears and accounted for them to him. But that under the many years of administration by the aforementioned Rosier, the officials of the King, who exercised oversight over his lands, inhabitants, and beaches outside the Company's limits, gradually assumed authority over the Company's subjects within the same, and not being opposed therein, extended it further from time to time, and in recent years exercised it almost as indefinitely as over the King's subjects, took the inhabitants by force out of the limits, condemned them to fines, locked them in irons, and mistreated them in many ways; all of which 123 Friday, 5 September 1788. was accommodated and permitted by the said Rosier, partly out of carelessness and lack of the necessary firmness to resist it, but mainly also because the servants of the King, out of gratitude for this indulgence, favored the family of Pantschiko, and on the other hand mistreated and oppressed their opposing party; which had now finally gone so far that the aforementioned Rootje Francisko, in order to maintain himself in his rebelliousness against the Company through the authority and protection of the King of Trevankoor, bought the office of Ariel from his Dallewa, Sambradi Kessa Poele, and exercised the same, under the eyes of the aforementioned Resident, within the village or the so-called limits on behalf of the King, and extended it into an arbitrary domination over the inhabitants. That this last aim had revealed itself most clearly shortly after the last order from him, the Governor, to arrest Rootje Francisko, was received at Koilang, because the Torrekaren of the King of Trevankoor wrote an ola to the fishermen at Sangatjeri, that is Koilang's limits, containing orders to take care that the said Rootje Francisko was not seized, with the threat that they would otherwise feel the consequences thereof; as this appeared further from the translation of that ola, reading as follows: Translation Copy of an ola written by the Torrekaren of the King of Trevankoor at Koilang, by name Madewen Sangaren, to the fishermen at Sangatjeri, in the name of Saviër and several others. Friday, 5 September 1788. Palpanaben
Dutch transcription
121 Vrijdag den 5. September 1788. sekretarij van polietsie, ten dage, maand en Jaare voormeld, in prezentsie van Frans Hendrik Schuurman en Carel van Leeuwen, klerkens, als getuigen. de minute deezes is behoorlijk geteekend. /:onderstond:/ 'T welk getuigd /:was ge„ „teekend:/ Arnold:s Lunel E. g: klerk. Waar op de Heer Goeverneur verder vertoon„ „de, dat uit alle deeze stukken de opzetlijke ongehoorzaamheid, en hartnekkige weder„ „spannigheid van meermelden Rosier ten klaarsten bleek; doch dat hij Goeverneur dezelve tot nu toe, uit inzicht voor de hooge Jaaren, en gebrekkige ligchams ge„ „steldheid van hem Rosier, en uit mede„ „lijden met zijne zwakheid, op de voeglijk„ „ste wijze had ingeschikt, en nu ook noch verder zoude verdraagen hebben, indien de gevolgen daar van hem alleen getrof„ „fen en beleedigt hadden; doch dat de heele gemeente te Koilang daar bij ook quam te lijden, en zelfs 's komp:s belangen volg verv September 1788. Vrijdag den 5. belangen en voorrechten daar aan opge„ „offerd wierden, zoo als dit bij de zoo eeven opgeleezene attestaatsien van den vaandrig Treijter, en den Tolk Salvador, volmondig beweerd werd, en buiten des wereld kun¬ „dig of notoir was, mitsgaders, nu ook ten klaarsten bleek, aan de aanstelling van meermelden Rotje Francisko, tot Ariel van den Koning over de visschers, want dat ten tijde toen het Rijkje van Koilang noch onder een bezonderen vorst stond, die de signattij of signatter ge„ „noemd wierd, alle inwoonders van koi„ „lang onderdaanen van de komp: waaren„ waarover gemelde signattij niets te zeg„ „gen had, als alleen dat de Moequas, of visschers, aan hem een Jaarlijx hoofdgeld van een Rasia, of tien koetsiemsche fa„ „nums betaalen, en telkens van ieder met drie visschen geeven moesten, niet om dat zij zijne onderdaanen waaren, maar om dat zij niet slechts voor 's komp:s limiten 1 September 1788. Vrijdag den 5. limiten, maar de heele bai door, die voor verre het grootste gedeelte aan het land van den signatterpaalde, en verder langs zijne stranden vischten, waar en boven ook de geenen uit skomp:s Limiet, die in„ de Roomsche kerk te Moedakra, in het land van den Signattij, trouwen wilden, daar voor een Rasia of tien fanums be„ „taalden: Dat de koning van Trevankoor bij de verovering van dat Rijkje, onder begunstiging en toelaating van de komp:, zich verbonden had, de oude voorrechten van de komp: aldaar te zullen respek„ „teeren, en dienvolgende ook in de eerste Jaaren niets anders, als de voorschreeve gerechtigheeden begeerd had, eenlijk met de verandering van de dagelijxe gerechtig„ „heid van drie visschen, in een Jaarlijx net„ „te geld van dertig Tjakrons voor een groot, en vijftien voor een kleen net, welke ge„ „rechtigheeden Ieder betaald waaren aan eenen bediende van den koning, die den titel G September 1788 Vrijdag den 5. titel van Ariel voerde, doch zich buiten de Limiet moest ophouden, en geen het min„ „ste gezag in ons dorp, of over de visschers mogtoefenen, maar als zij met de betaa„ „ling ten achteren bleeven, zijn beklag bij den Tolk en Strandwachter deed, die de achterstallen als dan invorderde en aan hem verantwoordede. - Doch dat onder het veeljaarig bestier van meermelden Rosier, de Amptenaren van den Koning, die het opzicht over zijne landen, Jnwoon„ „ners en stranden buiten 's komp:s limiet voerden, zich gaande weg het gezag over 's komp=s onderdaanen binnen dezelve aan„ „gemaatigd, en daar in niet tegen gegaan wordende, van tijd tot tijd verder uitge„ „strekt, en in de laaste Jaaren, bij na eeven zoo onbepaald, als over skonings onderdaa„ „nen geoefend, de Jnwooners met geweld uit de limiet gehaald, en boeten gekondeme„ „neerd, in de boeien geslooten, en op veeler„ „lij wijze mishandeld hadden; al het welk door 123 Vrijdag den 5: September 1788. door gemelden Rosier ingeschikt en toe„ „gelaaten was, gedeeltelijk, uit achteloos„ „heid en gebrek van de noodige fermiteit, om zich daar tegen te verzetten, maar voornaamlijk ook, om dat de Bedien„ „den van den Koning, uit erkentenis voor deeze toegeevendheid, de familie van Pant„ „schiko favoriseerden, en daar en tegen haare tegenpartij mishandelden en on„ „derdrukten, het welk nu eindelijk zoo ver was gegaan, dat de meermelde Rootje Francisko, om zich in zijne weder„ „spannigheid tegen de komp:, door het gezag en de protexie van den koning van Trevankoor, te handhaven, van deszelfs Dallewa, Sambradi Kessa Poele, het ampt van Ariël gekocht, en het zelve, onder het oog van meermeld opperhoofd, binnen het dorp of de zoo ge„ „naamde Limiten van wegen den ko„ „ning geoefend, en tot een wille keu„ „rige overheersching over de Jnwoo„ ners vervolg „ners geextendeerd had. Dat dit laaste oogmerk zich ten klaarsten had geopenbaard, kort, nadat de laaste order van hem Goeverneur, om kootje Francisko te arresteeren, te koilang ont„ „vangen was, door dien de Torrehare van den Koning van Trevankoor, een ola aan de visschers te sangatjeri, /: dat is koilangs limiet:/ geschreeven had, inhoudende order, om zorg te draagen, dat gem: kootje Fran„ „„cisko niet opgevat wierd, met het drei„ „gement, dat zij lieden anders de gevol„ „gen daar van zouden gevoelen: - zoo als dit nader bleek bij 't translaat van die ola, luidende als volgt: Translaat Kopij ola door den Torrekaren van den Koning van Trevankoor te Koilang, in name Madewen Sangaren, geschree„ „ven aan de visschers te sangtat„ Jeri, in naame Saviër en meer anderen. Vrijdag den 5. September 1788. Palpanaben vervolg
English
127. September 1788. Friday the 5th. Palpanaben Balia Arejen, who lives at Singatjeri, has come to me with his grievance that the Interpreter and still some others are seeking to seize him and arrest him in the fort; to treat the said Balia Arezen—who has been appointed there by His Highness to collect the dues from the subjects of His Highness who reside within the boundary—in such a manner is something that is very unjust; for even though there might be many matters charged against him, one ought to address me or write to me, which shall then be settled; but if the said Balia Arezen should now be put under arrest, then it is certain that this was caused by the complaint made by the inhabitants of the boundary to the Interpreter, as you will perceive; therefore, you must now take care that the said Balia Arejen is neither arrested in the fort nor mistreated. All of which having been attentively deliberated: Friday The Secretary Poolvliet appointed being deliberated, it was, upon the proposal made to that end by the Lord Governor, approved and agreed by unanimity of votes to dismiss the Junior Merchant, Iean Rosier, from the office of Resident of Koilang and to have him come hither, in order to be employed here upon a vacancy, at the pleasure of the High Indian Government, and to appoint once again in his place, subject to the honored approval of Their High Excellencies, as Resident of Koilang, the Junior Merchant and Secretary of Police Adriaan Poolvliet, who, on account of his many years of handling Company matters and his proficiency in the Malabar language, was deemed qualified to restore the lapsed privileges of the Company. Whereas the fortress of Koilang and the Rozier is dismissed as Resident of Koilang Friday the 5th of September 1788. buildings 129 September 1788. Friday the 5th. Resolution to have the dilapidated fortress of Koelang inspected standing therein had already for many years been very dilapidated, and were in danger of falling completely into ruin: it was approved and agreed upon the proposal of the Lord Governor to appoint the Lieutenant and Overseer of the Timber Yard Johan Henrik Vogt, and the Overseer of the Smithy, Karel Iulius Sprenger, as commissioners at the handover of the said residency, and at the same time to inspect precisely the fortress and buildings, as well as the quay, and to submit a written report thereof, indicating the defects and the means to repair them at the least expense. Through the appointment of the Junior Merchant Adriaan Poolvliet, the office of Secretary of Police having become vacant; it was approved and agreed upon the proposal made to that end by the Lord The First Clerk Lunel appointed as Secretary of Police September 1788 Eversdijck as First Clerk The Assistant Van der Sloot as Pay Roll Transferer Friday the 5th. Governor to entrust the same to the First Sworn Clerk Arnoldus Lunel; to appoint in his place the Pay Roll Transferer Jakobus Adrianus Eversdijck as First Sworn Clerk of Police and Secretary of Justice; and to appoint the Junior Assistant Abraham Gerrit van der Sloot once again as Pay Roll Transferer; as well as to recommend them favorably on the first occasion to the High Indian Government for favorable confirmation in those posts, and to recommend the first-named favorably for obtaining the corresponding rank of Junior Merchant, and the third for that of Bookkeeper. It was proposed to the assembly by the Lord Governor that in the Court of Justice the office of Sworn Clerk The Pay Roll Transferer Eversdijck 1 Friday the 5th of September 1788. Sergeant Schagt transferred to the civil service and promoted to Sworn Clerk of Justice had already been vacant for a considerable time, and no capable subject was found for it among the clerks, to the great delay and detriment of the work; that among the Colombo Detachment there was a sergeant named Andreas Heinrich Schacht, who possessed the necessary ability for it; wherefore His Honor had requested and obtained him from the Ceylon Government, and had for some time employed him in clerical work at the Secretariat, finding him capable; he therefore proposed to transfer the said sergeant to the civil service, and to appoint him as Sworn Clerk of Justice; in the hope that the High Indian Government will favorably deign to accommodate this deviation from the standing order, on account of absolute necessity; upon which having been deliberated and noted that the office of Sworn September 1788. Friday the 5th. Report of the inspection of the town's outer works Clerk of Justice can no longer be left unfilled without bringing that department into embarrassment and confusion; and that no one among the clerks is found capable for it; it was approved and agreed by unanimity of votes to transfer the aforesaid Sergeant Schacht to the civil service, with his currently earned wage, and to appoint him as Sworn Clerk of Justice; as well as to request Their High Excellencies' honored approval on this. The report having been received which must be submitted monthly, pursuant to the resolution of the 18th of August 1785, concerning the condition of the outer works of this town, it was agreed to insert the same herein: To
Dutch transcription
127. September 1788. Vridag den 5. Palpanaben Balia Arejen, die op signgatjeri woond, is met zijn beswaar„ „nisse bij mij gekoomen, dat de Tolk en noch eenigen hem zoeken op te paken, en in 't fort te arresteeren; wanneer men met gemelden Balia Arezen, die door zijn Hoogheid aldaar aangesteld is, om van de Jnwoonders van zijn Hoogheid, die binnen de limiet woonen, de gerechtig„ „heid in te vorderen, dusdanig wil behan„ „delen, is iets, dat zeer onbillijk is; want schoon daar veele zaaken ten zijnen laste mogte zijn, plachte bij mij te addresseeren, dan wel te schrijven, die als dan zal af„ „gedaan worden; doch zoo thans gemelde Balia Arezen in arrest mogte raaken, dan is het vast, dat zulx door de klachte van de Inwoonders van de limiet aan den Tolk gedaan, veroorzaakt is, ge„ „lijk u lieden zulx ontwaaren zullen; derhalven moeten u lieden nu zorg draagen, dat gem: Balia Arejen in 't fort niet gearresteerd noch mishan„ „deld wierd. Op al het welk aandachtig gedeli„ „bereerd: Vri de Sekretaris poolvliet aangesteld „bereerd zijnde, zoo werd, op de daar toe ge„ „daane proposietsie van den Heer Goever„ „neur, met eenpaarigheid van stemrmen goedgevonden en verstaan, den onder„ Rozier word gedimitteerd „ koopman, Iean Rosier uit het ampt van opperhoofd van koilang te dimit„ „tieren, en herwaards te laaten opkomen; ten einde, met believen van de Hooge Jn„ „diasche Regeering bij vakature alhier geemploieerd te worden, en in deszelfs plaats op de Hooggieerde goedkeuring van Hunne Hoogedelheeden wederom tot als opperhoofd van koilang opperhoofd van Koilang aan te stellen, den onderkoopman en Sekretaris van Polietsie Adriaan Poolvliet, die uit hoofde van zijne veel Jaarige behan„ „deling van skomp=s zaaken, en kundig„ „heid in de Mallabaarsche taal, be„ „quaam geoordeeld werd, om de verval„ „lene voorrechten van de komp: weder„ „ om te herstellen. Wijl de fortresse koilang, en de Vrijdag den 5. September 1788. daar 129 September 1788. Vrijdag den 5. fortresse koelang te laaten bezigtigen als sekretaris van polit„ sie aangesteld besluit om de vervallene daar in staande gebouwen reets zeder veele Jaaren zeer gedevaliseerd waaren, en gevaar liepen ten eenemaal te ver„ „vallen: zoo werd op de proposietsie van den Heer Goeverneur goedgevonden en verstaan, den Luitenant en opziender van de Houttum Johan Henrik Vogt, en den opziender van de Smitswinkel, Karel Iulius Sprenger, te benoemen, tot gekommitteerden bij het transport van gemelde opperhoofdij, en teffens om de fortresse en gebouwen, mitsga„ „ders de kai, exakt op te neemen, en daar van een schriftlijk rapport in te dienen, aanwijzende de gebreeken, en de middelen, om dezelven met de minste kosten te repareeren. Door de aanstelling van den onder„ De Eerste Klerk Lunel„ koopman Adriaan Poolvliet, het ampt van sekretaris van polietsze vakant geworden zijnde; werd op de daar toe gedaane proposietsie van den Heer Gr September 1788 „dijck als Eerste klerk de assistent van der sloot als zoldij overdrager Vrijdag den 5. Heer Goeverneur goedgevonden en ver„ „staan het zelve aan den eersten gezwoo„ „ren klerk Arnoldus Lunel op te dragen, in deszelfs plaats den soldij over „drager Jakobus Adrianus Evers„ de soldij overdrager Evers„ dijck, tot eersten gezwooren klerk van Polietsie, en Sekretaris van Justietsie, en den Jong assistent Abraham Ger„ rit van der sloot, wederom tot sol„ „dij overdraager te benoemen, mitsga„ „ders, dezelven bij eerste geleegenheid aan de Hooge Jndiasche Regeering tot gunstige bevestiging in die bedieningen, mitsgaders den eerstgemelden ter erlan„ „ging van de daar toe staande qualiteit van onderkoopman, en den derden tot die van Boekhouder gunstig voor te dragen. Werd door den Heer Goeverneur ter vergadering voorgesteld, dat bij den Raad van Justietsie reets zeder een gerui „men tijd het ampt van gezwoorenen klerk 1 Gri Vrijdag den 5. September 1788. de Sersant Schagt aan de pen gechangeert en tot bevorderd klerk vakant was, en daar toe onder de Pennisten geen bequaam subjekt gevonden werd, tot groote vertraaging en nadeel van het werk dat zich on„ „der het kolombosche Detachement, een serjant met naame Andreas Heinrich Schacht bevond, die daar toe de noodige bequaamheid bezat; wes„ „halven zijn Edele denzelven van de Cei„ „lonsche Regeering verzocht en verkree„ „gen, mitsgaders zeeder eenigen tijd bij de penne ter sekretarij geemploieerd, en bequaam bevonden had, proponeerde over zulx gemelden serjant tot den pen„ getw: klerk van Justictsie„ nedienst over te schrijven, en tot geze. klerk van Justietsie aan te stellen; in hoope, dat de Hooge Jndische Re„ „geeving deeze afwijking van de bekende order, uit hoofde van volstrekte nood„ „zaaklijkheid gunstig zal gelieven in te schikken, waar op gedelibereerd en aan„ „gemerkt zijnde, dat het ampt van ge„ „zwoorene September 1788. Vrijdag den 5. - Rapport van de visitaatsie „zwoorene klerk van de Justietsie niet langer kan onvervuld gelaaten worden, zonder dat de partement in verleegen„ „heid en verwarring te brengen; en dat daar toe onder de Pennisten niemand bequaam bevonden word; zoo is met een paarigheid van stemmen goedgevon„ „den en verstaan, voornoemden serjant schacht tot den penne dienst, met zijne thans winnende gasie te changee„ „ren, en tot gezw: klerk van Justietsie aan te stellen; mitsgaders hier op de geëerde approbaatsie van Hunne Hoog edelheeden te verzoeken. Jngekoomen zijnde het rapport der stads buiten werken het welk maandelijx, volgens reso„ „luutsie van den 18. Aug:o 1785, moet worden ingediend, nopens de gesteld„ „heid van de buiten werken deezer stad zoo is verstaan het zelve in deezen te insereeren Aan
English
133. Friday the 5th of September 1788. To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast. Right Honorable, Commandable Lord! The undersigned have the honor to report to Your Right Honor that the outer fortification works have been duly inspected, currently working on the outer ditch; for the rest, all outer works are in a good condition. With which we have the honor to be with the greatest respect, was signed: Right Honorable Commandable Lord, Your Right Honor's humble and obedient servants, was signed: G: G: Gebhardt and F: C: Heupner. In margin: Cochin the 1st of September 1788. Friday the 5th of September 1788. The moneys from the auction have duly come in. After reading a report from the Honorable Head Administrator, stating that the moneys from the held Company auctions, in the financial year 1787/8, have been duly transferred into the Company's small cash box, it was approved to incorporate the same here: To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its jurisdiction. Right Honorable, High and Mighty Lord! The auction account at the end of August of the past year having been balanced, and since then some unfit timber, such as from gun carriages and wheels, as well as unfit staves, etc., having been sold by auction on the 8th of April last, and its proceeds of 11 rupees being duly 135. Friday the 5th of September 1788. Report regarding the stamped paper. received into the Company's small money box: thus the humble subscriber takes the liberty to inform Your Right Honor herewith, and to be with all high esteem, was signed: Right Honorable High and Mighty Lord! Your Right Honor's very humble and obedient servant, was signed: R: van Harn. In margin: Cochin the last of August 1788. Upon a submitted report from the Honorable Head Administrator regarding the stamped papers, it was approved to incorporate the same here: To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its jurisdiction. Right Honorable High and Mighty Lord, Pursuant to and in compliance with the resolution September 1788. of this Government of the 13th of August 1772, the undersigned has the honor by this to report very respectfully to Your Right Honor how much was the remainder of the stamped papers, at the recent report made thereof, the end of February of this year, and how much from that time until this date was sold, written off, and remains as a balance, to wit: Per seals remaining as a balance under the end of February, as: 2149. 500 pieces of 6 stuivers, ƒ 120. - . - 530 ditto of 12 ditto, ƒ 254: 8. - 896 ditto of 24 ditto, ƒ 860: 3. - 36 ditto of 1 rix-dollar, ƒ 69: 2. 8. 47 ditto of 2 ditto, ƒ 188. 9. 8. 10 ditto of 3 ditto, ƒ 57: 12: - 32 ditto of 4 ditto, ƒ 245. 15. - 45 ditto of 5 ditto, ƒ 340. 15. 8. 4 ditto of 6 ditto, ƒ 432: - . - 4 ditto of 8 ditto, ƒ 61. 3. 8. 32 ditto of 10 ditto, ƒ 614. 8. - 3 ditto of 12 ditto, ƒ 69. 2. 8. 6 ditto of 15 ditto, ƒ 115. 4. - 4 ditto of 25 ditto, ƒ 192. - . - These to be carried over. Friday the 5th 137. Friday the 5th of September 1788. Carried over: 2149 pieces of seals, ƒ 3390. 15. 3. 680 ditto sold since the 1st of March until the end of this month; as: 340 pieces of 6 stuivers, ƒ 88. 12. - 220 ditto of 12 ditto, ƒ 105. 12. - 100 ditto of 24 ditto, ƒ 96. - . - 4 ditto of 1 rix-dollar, ƒ 7. 13. 8. 10 ditto of 2 ditto, ƒ 38: 8. - 3 ditto of 4 ditto, ƒ 23. - . 8. 3 ditto of 5 ditto, ƒ 28. 16. - Total: ƒ 381. 2. - 11 pieces used for making garden deeds of the sold gardens and lands to the King of Travancore, whereof: 3 pieces of 2 rix-dollars, ƒ 11. 18. - 4 ditto of 6 ditto, ƒ 46. 1. 8. 3 ditto of 12 ditto, ƒ 69. 2. 8. 1 ditto of 12 stuivers, ƒ - . 9. 8. Total: ƒ 127. 3. 8. 1458 pieces remaining under this date; as: 160 pieces of 6 stuivers, ƒ 38. 8. - 309 ditto of 12 ditto, ƒ 148. 6. 8. 796 ditto of 24 ditto, ƒ 764: 3. - 32 ditto of 1 rix-dollar, ƒ 61. 9. - 34 ditto of 2 ditto, ƒ 130. 11. 8. 10 ditto of 3 ditto, ƒ 57. 12. - 29 ditto of 4 ditto, ƒ 222. 14. 8. 42 ditto of 5 ditto, ƒ 403. 4. - 2 ditto of 6 ditto, ƒ 23. 1. - 4 ditto of 8 ditto, ƒ 61. 8. 8. 32 ditto of 10 ditto, 614. 8. - 4 ditto of 15 ditto, ƒ 115. 4. - 4 pieces of 25 ditto, ƒ 192. - . - Total: ƒ 2832. 10. - 2149 pieces of seals amount together to ƒ 3340. 15. 8. September 1788. Decision to throw down 46000 stones under the Commandeur's bastion. Friday the 5th. Who has the honor to be with all respect, was signed: Right Honorable High and Mighty Lord, Your Right Honor's very humble and obedient servant, was signed: R: van Harn. In margin: Cochin the 31st of August 1788. Lower: The aforesaid seal accounts have been compared by us, the undersigned Members of Justice, in the presence of the provisional Fiscal Van Spall, against the balances of the end of February last; as well as against the warrants paid into the treasury for the seals that were sold from the end of February until the end of this month. Was signed: As commissioners, signed: I: A: Scheids and Christian Waller. In margin: In my presence, was signed: I: L: van Spall. Since the ground under the Commandeur's bastion is gradually being washed away by the strong current of the river, whereby the same runs the risk of being completely undermined and collapsing; it was decided, upon the proposal of the Governor, to throw down 46000 stones under the Commandeur's bastion.
Dutch transcription
133. Vrijdag den 5: September 1788. Aan den Weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extraordinair van Neder„ „landsch Jndia, Goeverneur en Direkteur ter kuste mallabaar Weledele Groot achtbaare welgebiedende Heer! De Ondergeteekende hebben de Eere uweled: Groot achtb: te rapporteeren, dat de buiten fortifikatie werken behoorlijk gevisiteert zijn, thans bezig zijnde aan de buiten gragt: voor 't overige bevinden zig alle buiten werken in een goede staat. Waarmeede wij de eere hebben met de grootste Eerbied te zijn /:onderstond:/ wel„ „edele Groot achtb: welgebiedende Heer. uweledele Groot achtb: onderdaanige en gehoorsaame Dienaars /:was getee„ „kend:/ G: G: Gebhardt en F: C: Heup„ „ner /:in margine:/ Koetsiem den 1ste September 1788. Naa Vrijdag den 5. September 1788 de penningen van de ge„ zijn lijk binnen gekoomen Naa genoomene lektura van een bericht houdere venduirkse behoor van den E. Hoofd=administrateur, inhouden „de dat de penningen van de gehoudene komp venduutsien, in het boekjaar 178 7/8, behoor „lijk in skomp=s kleene kas overgebragt zijn is goedgevonden het zelve hier in te lijven: Aan den weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Neder„ „lands India, mitsgaders Goever „neur en Direkteur der Kuste Mallabaar, met den ressorte van dien Weledele Groot achtbaare, Hooggebiedende Heer! De vendu=Reekening onder ult:o Aug:s des vergangen Jaars, effen gestaan hebben „de, en zedert dien eenige onbekwaame houtwerken, als van affuiten en wielen, mitsgaders onbequaame duigen W=a op den 8. April Jongstleeden per vendutie verkogt, en dies provenue van rop:s 11. behoorlijk in 135. Vrijdag den 5. September 1788. bericht, noopens het zegel papier in 'skomp=s kleene geld kassa ontfangen zijnde: zoo gebruikt de needrige teekenaar de vrijheid uweled: Groot achtb: bij dezen kennis te geven, en met alle hoogachting te zijn /:onderstond:/ weledele Groot achtb: Hoog gebiedende Heer! uw weledele Groot achtb: zeer onderdanige en Gehoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ R: van Harn /:in margine:/ Cochim den laatsten Aug:s 1788. Op een ingediend bericht van den E: Hoofd administrateur nopens de Zegel papieren, is goedgevonden het zelve hier in te lijven: Aan den weledelen Groot achtb Heer. Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, mitsgaders Goever„ „neur en Direkteur der kuste Mal„ „labaar, met den resorte van dien. Weledele Groot achtb: Hoog gebiedende Heer„ Ingevolge en tot voldoening van de Reso„ „luutsie September 1788. „liutsie dezer Regeering van den 13. Augus„ „tus 1772. heeft den ondergeteekende door dese d' Eer, uw weledele Groot achtb: zeer eerbiedig te berichten, hoe veel geweest is het Restant van de gestempelde papieren, bij 't Jongst be„ „richt daar van gedaan, ult=o Februari dezes Jaars, en hoe veel van dien tijd af, tot dezes verkogt, afgeschreeven en per Restant blijft, te weeten: P=r Zegels onder ult=o febr: per resto gebleeven, als: 2149. 500. P=s van 6. stuwvers - - ƒ 120. —. — 530. „ „ 12. d=o - - „ 254: 8. — „ 24. _ 896 „ - - „ 860: 3. —. 36 „ „ 1. Rd s - - - - „ 69:2. 8. 47. „ „ 2 _ - - - „ 188. 9. 8. – – –„ 57: 12:– 10. „ „ „ „ 4. 32. „ - - - „ 245. 15. -. 45. „ „ 5. 6928. 4 32. 69. 2. 8. „ - - „ 115. 4. -. 4. „ - - – „ 192. –. ƒ340. 15. 8. „ – – – „ 432: –. – 3. „ „ 12 „ - - 8. „ - - - „ 61. 3. 8. 10 „ - - - „ 614. 8. - „ 15. 4 „ „ 25. „ Die Transporteere 6 „ - - „ Vrijdag den 5. „ 137. Vrijdag den 5. September 1788. - - - - ƒ3390. 15. 3. 2149. Ps Zegels P=r Transport - 680. „ zedert p=mo Maart tot ult=o deser verkogt; als: 340. p:s van 6. stuivers - - - ƒ 88. 12. — 220. „ „ 12. _o — — – „ 105. 12. -. 100 „ „ 24. _ „ 96. —. —. 4 „ „ 1. rijxd=s - - - „ 7. 13. 8. 10 „ „ 2. _o - - - „ 38: 8. —. 3 „ 4. _o - - „ 23. —. 8. – „ 28. 16. — ƒ 381. 2. — - 11. P=s gebruikt tot maken van thuin- brieven van de verkogte thuinen en landerijen, aan den Koning van Trevankoor, hier van 3. P=s van 2. Rijxd=s - - - - - ƒ 11. 18. — 4 „ „ 6. a:o - - - „ 46. 1. 8. 3 „ „ 12. „ - - - - - „ 69. 2. 8„ 1 „ „ 12. Stuivers - - - - „ —. 9. 8 „ 127. 3. 8. 1458. P:s onder dato deezes per restant; als: 160. P:s van 6. Stuivers - - - - ƒ 38. 8 — 309 „ „ 12. _=o - - - „ 148. 6. 8. 796. „ „ 24. _o – – „ 764: 3. —. 32. „ „ 1. Rijxd=s - - - „ 61. 9. — 34. „ „ 2. „ — 10. „ „ 3. „ - - „ 57. 12. — - „ 222. 14. 8. - „ 403. 4. -. „ 5. „ - „ 23. 1. — „ 6. „ - - - - 614. 8. — 32 „ „ 10. „ „ 15. „ - - - - „ 115. 4. -ƒ3340. 15. 8. -- - - „ 130. 11. 8. 29 „ „ 4. „ 4 „ „ 8. „ - - - - „ 61. 8. 8. 4. „ „ 25. „ - - - - „192. -. - „ 2832. 10. - 3 „ „ 5. _ 42. „ 2. „ 2149. P:r zegels bedraagen te saamen - Hij 4 „ - September 1788. besluuit om 46000: Rapok, deurtpunt te laaten nier Gy vrijdag den 5. Wij heeft d' Eere met alle agting te zijn /:on„ „derstond:/ Weledele Groot achtb: Hooggebie„ „dende Heer: uw weledele Groot achtb: zeer onderdaanige en Gehoorzaame Die„ „naar /:was getekend:/ R: van Harn /:in margine:/ Cochim den 31. Aug=s 1788 /:lager:/ de voorsz: zegel Reekening zijn door ons ondergeteekende Justietsie leden„ ten overstaan van den p=l fiskaal van spall, gekonfronteerd tegens de Restan„ „ten van ult=o febr: Jongstleeden; mitsga„ „ders, tegens de in kassa betaalde ordon„ „nanties van de Zegels, die van ult:o febr: tot ult=o dezer zijn verkogt /:onderstond:/ als gekommitteerdens /:geteekend:/ I: A: Scheids en Christ=n Waller /:in margine:/ Ten mijnen overstaan /:was getekend:/ I: L: van Spall. Vermits de voorgrond onder de komman„ steenen onder de komman deurs punt, door de sterke Stroom van de rivier gaan de weg weggespoeld word, waar door dezelve gevaar loopt, van geheel on„ „dermijnd te worden, en in te storten; is op de proposietsie van den Heer Goeverneur, om smijten
English
19 Friday the 5th of September 1788. to have inspected, in order to prevent further washing away, it is approved and understood, provisionally, to have the forty-six thousand kapok stones, which the Equipage Master has in stock, dumped before the same, in the presence of commissioners: just as was done this past year under the Stroomburg point. The servants at Koilang having communicated by their letter of the 1st of this month that the repairs to the ola dwelling of the resident at Groot Nuwika, and the barracks standing thereby, for which authorization was granted by resolution of the 29th of July last, would come to about one hundred rupees: so it is approved and understood, to have the same inspected by the Extra-ordinary fireworker Iohan Hendrik Vogt, and the overseer of the Smithy Karel Iulius Springer, who, being commissioned for the transport of the chief station of Koilang, must pass thereby, and regarding the most economical repair thereof also those of Porka Friday the 5th of September 1788. to have an estimate submitted. The Resident of Porka, Iohannes Bos, having made a request by letter of the 2nd of this month to be allowed to repair some defects in the buildings there; it is approved and understood, to likewise have the same inspected by the aforementioned commissioners, who must pass Porka, and to require from them a calculation of the costs. Thus Done, Resolved, and Decreed, in Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month, and year aforementioned /:was signed:/ I: G: van Angelbeek, B: van Harn; G: G: Gebhardt; I: L: van Spall; I: A: Cellarius; W: van Haeften; and I: A: Scheidz: Thursday 141. Thursday the 11th of September 1788. The oath having been taken into the hands of the Honorable Governor by the newly appointed Secretary Arnoldus Lunel, as a Member of this meeting, and by the new first clerk, Iacobus Adrianus Eversdijck, the oath belonging to that office, and a seat in this meeting having been assigned to the first-mentioned: so it is approved and understood to keep a record thereof. Owing to the departure of the Junior Merchant Pieter van Spall, a member in the college of orphan masters, and owing to the appointment of the aforementioned Eversdijck as Secretary of Justice, a member in the college of Marital and Petty Legal Affairs being lacking, it is approved to appoint the city master Henrik Iakob Verduin as a member to the former, and the pay transferrer Abraham Gerrit van der Sloot Thursday the 11th of September 1788 to the latter college. As by the transfer of the frequently mentioned Eversdijck, the secretaryship of both just-mentioned colleges has become vacant, it is also approved and understood to appoint as Secretary of the orphan masters the aforementioned pay transferrer Abraham Gerret van der Sloot, and as secretary of Marital and Petty Legal Affairs the sworn clerk Willem Russel. There was examined a price current submitted by the Honorable Head Administrator Reinier van Harn, according to which the Administrators have agreed to provide the necessities in their administration for the current book year; and it is approved and understood to hereby approve the same, and to insert it here: Price Current, for which the administrators agree to provide the necessities in their administration for the book year 1788/9. Namely: 143. Thursday the 11th of September 1788. From the Trade Warehouse. 1 piece Malabar linen, to be paid in rupees: 2 rupees, f 2. 8. Former prices: 2 rupees, f 2. 8. 1 piece wax cloth: 5. 24, f 6. 12. Former prices: 5. 22, f 6. 12. 1 corge large mats: 1, f 1. 4. Former prices: 1, f 1. 4. 1 corge small mats, to be paid in fanams: 36, f 18. Former prices: 36, f 18. The Dispensary. 100 lb wax candles: 70, f 84. Former prices: 70, f 84. 100 lb raw wax: 62, f 74. 8. Former prices: 62, f 74. 8. 100 cans coconut oil: 26, f 31. 4. Former prices: 26, f 31. 4. 100 cans native vinegar: 16, f 19. 4. Former prices: 16, f 19. 4. 100 lb tamarind: 5, f 6. Former prices: 5, f 6. 100 lb carwaat: 8, f 9. 12. Former prices: 8, f 9. 12. 100 lb native butter: 19 fanams, f 9. 8. Former prices: 19 fanams, f 9. 8. 1 sarra cadjang, to be paid in rupees: 2 rupees, f 2. 8. Former prices: 2 rupees, f 2. 8. 1/2 sarra salt: 9 fanams, f 4. 8. Former prices: 9 fanams, f 4. 8. The Armory. 1 piece native drum rope: 32 fanams, f 16. Former prices: 32 fanams, f 16. 1 skin upper leather: 1. 4, f 1. 6. Former prices: 1. 4, f 1. 6. 1 skin sole leather, to be paid in rupees: 1. 16, f 1. 12. Former prices: 1. 16, f 1. 12. 1 skin white leather: 1. 12, f 1. 10. Former prices: 1. 12, f 1. 10. 1 drum cord: 24 fanams, f 12. Former prices: 24 fanams, f 12. 1 bundle drum snares: 24 fanams, f 12. Former prices: 24 fanams, f 12. The Smithy. 1 choppin marotti oil: 2 rupees, f 2. 8. Former prices: 2 rupees, f 2. 8. 1 corge small cloths kottats: 24. 24, f 29. 8. Former prices: 24. 24, f 29. 8.
Dutch transcription
19 Vrijdag den 5: September 1788. tiserka te laaten opneemen„ om het verder wegspoelen voor te koomen, goedgevonden en verstaan, bij provisie de ses en vertig duizend kapok steenen, die de Equipasiemeester in voorraad heeft, voor de„ „zelve te laaten neersmijten, ten overstaan van gekommitteerden: zoo als dit voorleeden Jaar geschied is onder de punt stroomburg. De bedienden te koilang bij hunnen brief besluit, om gebouwen op groot van den 1e deezer bedeeld hebbende, dat de reparaatsien aan de ola wooning van den posthouder te Groot Nuwika, en de daar bij staande barak, waar toe bij resoluuitsie van den 29. Juli Jongstl, qualifikaatsie verleend is, wel een honderd ropijen te staan zoude koomen: zoo is goedgevonden en verstaan, dezelven door de Extra ordinair vuurwerker Iohan Hendrik Vogt, en den opziender van de Smitswinkel Karel Iulius Springer, die tot het Transport van de opperhoofdij koilang gekommitteerd zijnde, daar passeeren moeten, te laaten opneemen, en nopens derzelver ook die van Porka Vrij idag den 5. September 1788. derzelver zuinigste reparaatsie een opga„ „ve te laaten indienen. De Resident van Porka, Iohannes Bos, bij brief van den 2=e deezer, verzoek gedaan hebbende, om eenige gebreeken aan de gebouwen aldaar te mogen repareeren; is goedgevonden en verstaan, dezelven meede door voormelde gekommitteerden, die Porka passeeren moeten, te laaten op„ „neemen, en een kalkulaatsie van hen te vorderen van de kosten. Aldus Gedaan, Geresol „ „veerd en Gearresteerd, in Raade van Mallabaar, ter steede Koet„ „siem, ten daage, maand en Jaare voormeld /:was getekend:/ I: G: van Angelbeek, B: van Harn; G: G: Gebhardt; I: L: van Spall; I: A: Cellarius; W: van Haeften; en I: A: Scheidz: Donderdag 141. Donderdag den 11. September 1788. De sekretaris Lunel en Eerste ed. aanstelling van Verduin van weesmeester en en Civic„ heer Raad Door den nieuw aangestelden Sekretaris klerk Everselijck doen den Arnoldus Lunel, de eed als Lid van dee„ „ze vergadering, en door den nieuwen eersten klerk, Iacobus Adrianus Eversdijck, de eed op dien dienst staande, in handen van den Heer Goeverneur afgelegd, mits„ „gaders, aan den eerstgemelden, zitplaats in deeze vergadering aangeweezen zijnde: zoo is goedgevonden en verstaan, daar van aanteekening te houden. Door het vertrek van den Onderkoopman Pieter van Spall, een lid in het kollesie van weesmeesteren, en door de aanstelling van voormelden Eversdijck, als sekre„ en van der sloot, als seedentaris van Iustietsie, een lid in het kollesie van Huwelijxe en kleene gerechtszaaken mankeerende, is goedgevonden den stads„ „meester Henrik Iakob Verduin, als lid bij het eerste, en den soldij over„ „drager Abraham Gerrit van der Prezent alle. sloot Donderdag den 11. September 1784 Russel als sekretarissen in die Rolletien. resumtie van de Jaarlijxe prijs Rourant sloot bij het laaste kollesie te benoemen. Mits de verplaatsing van meermelden Eversdijck, het sekretariaat van de beide evengemelde kollesien opengevallen zijnde, is almeede goedgevonden en verstaan; als en van van eer sloot en Sekretaris van weesmeesteren aan te stellen, voorm: soldij overdrager Abraham Ger¬ „ret van der Sloot, en als sekretarijs van Huwelijxe en kleene gerechts-zaaken den gezwoornen klerk Willem Russel. Is geëxamineerd een door den E. Hoofd ad„ ministrateur Reinier van Harn inge „diende prijs Koerant, waar na de Admi„ „nistrateurs aangenoomen hebben, de benood„ „digdheeden in hunne administraatsie voor het loopende boekjaar te bezorgen; en is goedgevonden en verstaan, dezelve bij dee„ „zen te approbeeren, en hier te insereeren: Prijs Courant, waar voor de administrateurs aan„ „neemen d'benoodigtheeden in hunne 143. September 1788. Donderdag den 11 Prezente Prijsen om aan rop betaald te werden uijt 'T Negootsie Pakhuijs. om in rop: betaald 3%o% 2 - ƒ 2. 8 rop 2 - ƒ 2. 8. — 1. –. p:s Mallabaars linnen te worden 5. 24. „ 6. 12 „ 5. 22. „ 6. 12. — „ waxdoek - 1 - „ 14 „ 1 - „ 1. 4. Corgie matten groote „ Com in fanums d=o kleene betaald te werden. — 36 –„ — 18 –„ — 86 — — 18 — „ De Disperis. 70 ƒ 84 – –„ 70 „ 84 – 100lb. waxkaarsen - „ 74. 8 –„ 62. – „ 74. 8. 62 – „„ wafruw. kannen kokus oli - - - - - - „ 26 - - „ 31. 4 „ 26 - „ 31. 4. Azijn inlands - - - - - „ 16 - „ 194: „ 16: - „ 19:4:— 0— 5. – „ 6 — 100 - lb. Tammerinde - - - - - „ 5 - „ 6 - - „ 8 — -„ 9. 12 -„ 8 - - „ 9. 12. Carwaat „ „ 100 — — 19 „ — 9 8 „ — 19 „ — 9 8. booter inlands- „ „ 2. 8 – „ 2 – „ 2: 8. — Sarra Cadjang, om aan rop: bet:d te werden „ — 9 „ — 4. 8„ — 9 —„ — 4 8. 1 2„ zout - De wapenkamer. 1. - p:s Trom Lijn inlands - - - - v: vel a=: — „ overleer - - 1. „ Zoolleer 1 „ witteer - Trom reep -. - 1– „ 1 bos d=o snaar _ De Smits winkel. 1. Chiode marot olij - - 1 korgie kleedjes kottats - - „ 14 „ 1 . 1. 1 – – – „ – 32. „ — 16 –„ — 32. „ — 16 14 - „ 1. 6. „ 1. 4. „ 1. 6. om aan (betaald te worden.„ 1. 16 „ 1. 12. - „ 1. 16. „ 1. 12. 1. 12. „ 1. 10 „ 1. 12. „ 1. 10. 24 - „ — 12 -„ — 24 „ — 12. — „ — 24 „ — 11 — „ — 24 „ — 12.— 2. — „ 2. 8 „ 2. –. „ 2. 8. — „ 24. 24. „ 29 8. „ 24. 24. „ 29: 8. — voorJaarige rijsen hunne administraatsie voor 't boekjaar 178 6/9. te sorgen Name„ lijk De 1 - -- - -- ƒ -
English
Thursday the 11th of September 1788. The Artillery. Former Prices. Present Prices. . 33 : 26: 2 ƒ 3. 16 r:s 6 4 . 8.:16. 100 bundles of coir rope - - 2. – „ 2. 8: - „ 2 – „ 2. 8. pieces of Malabar Linen - - - - „ — 24 „ — 10 —„ — 24 „ — 12. 1 - lb: Cartridge thread domestic - - - - „ 1 - „ 1. 4. - „ 1. —„ 1. 4. Sewing thread The Equipment Wharf. 500 - lb. Coir thread - - 20. — „ 24 — – „ 20 — „ 24 100 — lb: Bombay Linen - - 7. 16. - „ 6. 24 „ 7. 16. - „ 6. 24„ 7½ cans of fish oil - - 2. 2 -„ 1. 36„ 2. 2 -„ 1. 36„ 100 ditto coconut oil - 31. 4. - „ 26. —„ 31. 4. - „ 26. —„ 100 - lb. Domestic sail thread - 40. 16. „ 34 — „ 40. 16: „ 34 — 100. – bundles of dekollas - - - 5 —„ 6 - „ 5 —„ 6 - 100 - pieces of oarlocks - - - 3. 12 -„ 3 - „ 3. 12. „ 3 - 100 pieces of oar blades - 8. 24 „ 10. 4. - „ 8. 24 „ 10. 4 4 Corge mats, large - 1-„ 1. 4 „ 1 — „ 1. 4. 4 ditto small - — 36„ — 18 —–„ — 36„ — 18 100 pieces of Laterite stones at- - 1. 36„ 2. 2 -„ 1. 36 „ 2. 2. 100 pieces of Malabar Linen — „ 2 – „ 2. 8. — „ 2 — „ 2. 8. 100 ballast baskets „ 2. 24 „ 3. – – „ 2. 24„ 3 — 100 ditto earth baskets - - - — „ — 19„ — 98 „ — 19 „ — 98. 1 lb. Sewing thread - - „ 1. – „ 1. 4. — „. 1. — „ 1. 4. 100 pieces of sawn carrying poles instead of bamboos - – – – „ 75 –„ 90: ––„ 75 - „ 90 — 100 sawn oar poles ditto - - „ 50 -„ 60 - -„ 50 -„ 60 — The Timber Yard. 100 Earth baskets - „ — 19„ — 98„ — 19„ — 98 1 candy masonry lime - — 34„ — 17 —„ — 34„ — 17. 1000 pieces of wide roof tiles - - - - „ 2. 24„ 3 - -„ 2. 24„ 3 - 1000 ditto masonry bricks - - „ 6. 12„ 7. 10 —„ 6. 12„ 7. 10. 1000 pieces of ridge tiles – „ 26. — „ 38. 4. — „ 26 — „ 31. 4. — 1000 gutter tiles - – – „ 5 – 6 – „ 5 – „ 6 – – 100 pieces of laterite stone at ¾ Cobidos -. - „ 20 –„ 14 - - „ 20 – „ 24 - . 100 ditto of 22 inches „ 1. 36 „ 2. 2. - „ 1. 36 „ 2. 2.— 1 candy masonry lime - - - - - „ — 34„ — 17 -„ — 34 „ 17. —.— 100 floor tiles - – –„ 60 – 72 – –„ 60 –„ 72 - 1000 oyster shells „ 4. 24 ƒ 50 2/s 4 24 ƒ 5. 8. — 100 small floor tiles of 7 inches 4. 24„ 5. 8 —„ 4. 24 „ 5. 8. — 100 Cobidos coconut trees - 1. 36„ 2. 2 -„ 1. 36„ 2. 2. - 500 feet of areca wood 6. 12„ 7. 10. „ 6. 12. „ 7. 10. — 100 bundles of dekollas 2. 38„ 3. 7 -„ 2. 38„ 3. 7.— 100 pieces of laterite stones of 27 inches - 6 „ 7. 4 -„ 6. - „ 7. 4. 100 ballast baskets „ — 34„ — 17 - „ — 34 „ — 17. — 500 lb Coir thread „ 5 –„ 6 – –„ 5 –„ 6 — 100 cans of coconut oil - —„ 6. 12. „ 7. 10 — „ 6 12. „ 7. 10.— 100 bundles of dekollas - „ 5. –. 6 – –„ 5 – „ 6 —— 500 lb. Coir thread „ 8 –„ 9 12. „ 8 - „ 9 12. — 500 lb. sulfur - - -„ 2. 24„ 3 — „ 2. 24„ 3 —. — The Ship Carpenter's Yard. 100 cans of fish oil - - - - – – „ 20 — „ 24 - - „ 20 — „ 24. —. — Cochin the First of September 1788. was signed: R: van Harn. Thursday the 11th of September 1788. Decision on a report of surpluses and deficits. A report of surpluses and deficits on goods brought from here to the outer offices, from there to here, back and forth, from the first of March to the end of August of this year, having been submitted by the Honorable Chief Administrator; it has been approved and agreed to write off the usual percentages, and to reimburse the conveyors for whatever excess was delivered according to that; to write off from the books the lost grenadier rifle and two bayonets, and to insert the said report here. To the Honorable, Highly Esteemed Lord Johan Gerard van Angelbeek Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Malabar Coast, with its jurisdiction. Honorable, Highly Esteemed, High-Ruling Lord! The undersigned Chief Administrator has the honor to provide Your Honorable and Highly Esteemed Lordship hereby with a report that during the last six months of this fiscal year, or from the first of March past to the date of this, both upon arrival and transit from and to the outer offices, the following underweight was discovered, on which Your Honorable and Highly Esteemed Lordship's esteemed decision is requested: Surplus. Deficit. Upon arrival from Cranganore. Pepper. Brought from there by the soldier Philip Steevens . - lb. 12230. And delivered here - - - „ — lb. 47. —. 12183 4/16. The permitted write-off according to the regulation of the 15th of August 1764 is 1 percent, or 122 3/10 lb., thus after deducting 47 lb. underweight, 75 9/10 lb. must be reimbursed to him. Upon transit from here to Porca. Coconut oil. Received here by the marakkar Andre Fernando - - cans 192. — And delivered there – – – „ 192 12/16 – „ — –. – The permitted write-off is 4 percent, or 7 2/5 cans, which should be credited to him. Wax candles. Received here by the aforementioned marakkar . . . lb. 54. And delivered there – – – „ 54 lb — lb — The permitted write-off of 1½ percent is — 4/5 lb., which should be credited to him. Arrack Api. Received here by the said marakkar - cans 24. And delivered there - - cans 24 ½ — 1 — The permitted write-off is 14 cans per leaguer, thus — 1/8 cans should be reimbursed to him. Upon transit from here to Cranganore, namely: Paddy. Received here by the sailor Christiaan Queljo - - - - Paras 1100. And delivered there - - Paras 1100 pieces - Paras - The permitted write-off of 1½ percent is 16½ paras, which should be credited to him. By the sailor Anthoni de
Dutch transcription
Donderdag den 11 De Arthillerij. . 33 : 26: 2 ƒ 3. 16 r:s 6 4 . 8.:16. 100 bossen kairlond. - 2. – „ 2. 8: - „ 2 – „ 2. 8. ps Mallabaars Linne - - - - „ — 24 „ — 10 —„ — 24 „ — 12. 1 - lb: Cardoes gaaren inlands - - - - „ Nai gaaren 1. 4. De Equipasie warf. 500 - lb. Cairdraat - 100 — l: Bombaras Linne - - 7½ kannen vistraan - - 100 _=o kokus oli - 100 - lb. Zeilgaaren inlands - 100. – bossen de kolas - - - 100 - p:s roeijdollen - - - „ Rien blaaden - 100 Corgie matten groote - 4 „ kleene 100 p:s Capaksteenen a- - mallabaars Linnen — 100 ballastman den 100 „ aardmandjes - - - 1 lb. Naijgaaren - - 100 pb:s gezaagde draag stokken in steede van bamboesen - – – – – „ 75 –„ 90: ––„ 75 - „ 90 — 100 gezaagde riemstokken adidem - - „ 50 -„ 60 - -„ 50 -„ 60 — De Houtthuijn. 9 p 100 Aardmandjes - „ — 19„ — 98„ — 19„ kandijl metzelkalk - — 34„ — 17 —„ — 34„ — 17. 1000: p:s breede daktiggels - - - - „ 2. 24„ 3 - -„ 2. 24„ 1000 „ warapelse moppen - - „ 612„ 7. 10 —„ 6. 12„ 1 - „ 1. 4. - „ 1. —„ van 1 20. — „ 24 — – „ 20 — „ 24 7. 16. - „ 6. 24 „ 7. 1 24„ 2. 2 -„ 1. 36„ 2 4. - „ 26. —„ 31 40. 16. „ 34 — „ 40. 16: 5 —„ 6 3. 12 -„ 3 - „ 3. 12. 8. 24 „ 10. 4. - „ 8. 24 „ 10. 4 1-„ 1. 4 „ 1 — „ 1. 4. — 36„ — 18 —–„ — 36„ — 18 1. 36„ 2. 2 -„ 1. 36 „ 2. 2. „ 2 – „ 2. 8. — „ 2 — „ 2. 8. „ 2. 24 „ 3. – – „ 2. 24„ 3 — — „ — 19„ — 9 8 „ — 19 „ — 98. „ 1. – „ 1. 4. — „. 1. — „ 1. 4. September 1788. Prezente voorjaarige Prijzen. Prijzen 1000 „ — -- 14. Donderdag den 11. September 1788. disposiatsie op eens bericht van meer „ minderheeden. voorJaarige Prezente. Prijzen Prijzen 1000 p:s beerpannen Goodpannen- 100 -„ kapoksteen à ¾. Cobidos 100 _o van 22. d=m „ vloersteinen - 100 1000 „ oestersschulpen 100 - vloersteene kleene van 7. d=m 100 Cobidos klapperboomen - 500 voeten arreeks _: 100 bossen de kolas 100 p=s kapoksteenen van 27. d=m - 100 ballastmandjes „ 500 lb Cairdraat 100 kannen kokus oli - 100 bossen de kolas- 500 - lb. Cairdraat 500 lb. swavel - - De Scheeps Timmerwerf. Chiode vistraan - - - - 100 Cochim den Eersten September. 1788. /:was getekend:/ R: van Harn. Door den E: Hoofd administrateur ingediend zijnde een bericht van meer en minderhee„ „den op goederen, van hier naar de buiten kantooren, van daar naar herwaards, over en „ 26. — „ 38. 4. — „ 26 — „ 31. 4. — – – „ 5 – 6 – „ 5 – „ 6 – – -. - „ 20 –„ 14 - - „ 20 – „ 24 - . „ 1. 36 „ 2. 2. - „ 1. 36 „ 2. 2.— 1 - kandijl metzelkalk - - - - - „ —34„ — 17 -„ — 34 „ 17. —.— – –„ 60 – 72 – –„ 60 –„ 72 - „ 4. 24 ƒ 50 2/s 4 24 ƒ 5. 8. — 4. 24„ 5. 8 —„ 4. 24 „ 5. 8. — 1. 36„ 2. 2 -„ 1. 36„ 2. 2. - 6. 12„ 7. 10. „ 6. 12. „ 7. 10. — 2. 38„ 3. 7 -„ 2. 38„ 3. 7.— 6 „ 7. 4 -„ 6. - „ 7. 4. „ — 34„ — 17 - „ — 34 „ — 17. — „ 5 –„ 6 – –„ 5 –„ 6 — —„ 6. 12. „ 7. 10 — „ 6 12. „ 7. 10.— „ 5. –. 6 – –„ 5 – „ 6 —— „ 8 –„ 9 12. „ 8 - „ 9 12. — -„ 2. 24„ 3 — „ 2. 24„ 3 —. — – – „ 20 — „ 24 - - „ 20 — „ 24. —. — aangebragt Hops „ - — - onderdag den 11:' September 1788. aangebragt, zeeder primo maart, tot ult=o Aug=o dezes Jaars; zoo is goed gevonden en verstaan, de gewoone percentos afteschrijven, en wat volgens dien meerder uitgeleeverd is, aan de overbrengers te laten voldoen; de verlooren geraakte granadier geweer, en twee bajonetten, bij de boeken te laaten afschrijven, en gem: bericht hier te insereeren Aan den Weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndia, Goeverneur en Di„ „rekteur der kuste Mallabaar. met den resorte van dien Weledele Groot achtb: Hooggebiedende Heer! Den ondergeteekende Hoofdadministra „teur heeft de Eere, uwel edele Groot achtb: bij deezen van bericht te dienen, dat in de laatste ses maanden deezes boekjaars, of zeedert p=mo Maart J=o leeden, tot dato deezes 141 Cu Donderdag den 11 September 1788. lb 47. —. deezes, zoo bij aanbreng, als vervoer, van en na de buiten komptoiren, de volgende min„ „wigt ontdekt zijn, waar op uwer weledele Groot achtb: g'eerde dispositie verzoekt te weeten. Bij Aanbreng van Kranganoor. Peeper. Door den soldaat Philip Steevens van daar aangebragt. . - lb. 12230. En alhier uitgeleevert - - - „ — 12183 4.— De Gepermitt:s afsch: volgens 't reglemt. van den 15. aug:s 1764. , is 1. p=r C=to ofte 122. 3/10. lb. , dus na aftrek van 47. lb. minwigt, moet aan hem vergoed worden 75 9/10. lb. Bij overbreng van hier na Roilang. Rokus oli. Door den marka Andre Fernando alhier ontfangen. - - - Nann: 192. — En aldaar uitgelevert – – – „ 192 12: – „ — –. – De Gepermitteerde afschrij„ „ving is 4. p=r C=to of 7 2/5: kan„ „nen, die aan hem dient goed„ „gedaan te werden. Meerde Mindr. waxkaarsen aar Waxkaarsen. Door voormelde marka alhier . . . lb. 54. ontfangen. En aldaar uitgeleevert – – – „ 54 lb — lb — De permitteerde afschrijven van C=to is — 1/5. lb die aan hen, dient 1½. pr goed gedaan te werden. Arak Api. Door gemelde marka alhier - kann: 24. ontfangen En aldaar uitgelevert - - a: 24. ½: — 1 — De gepermitteerde afsch: is 14. kan„ „nen p=r legger, dus dient aan hem vergoed te werden — 1/8. kannen. Bij overbreng van hier na kranganoor. als: Neli. Door den mattroos Christiaan queljo alhier ontfangen - - - - Parras 1100. En aldaar uitgeleevert - - r= 1100: p=s - Par - De gepermitteerde afsch: van 1½. p=rC=too is 16½ parras, die aan hem dient goed gedaan te werden. Door den mattroos Anthoni Meerdr: Miindr. Donderdag den 11:' September 1788. de
English
Thursday the 11th of September 1788. Surplus. Deficit. de Costa received here. . . Paras 1100. And delivered there - - as above 1093: 88: — Paras . -- The permitted wastage of 1½ percent is 16. ½ paras, so after deduction of 7. paras shortage in weight, there must be reimbursed to him 9½ paras. Upon transport from here to Aikotta. coconut oil. By the sailor Bastiaan fernando received here - - - - - cans 96. — And delivered there - - - as above 96. — „ —. can — The permitted wastage of 4. percent is 3 9/5. cans, which should be credited to him. By the sailor Christiaan queljo received here - - - - cans 48. And delivered there - - as above 48 — „— The permitted wastage of 4:– percent is 1 3/10. cans, which should be reimbursed to him. By the sailor Anthoni de Costa received here. . . . cans 96. And delivered there as above 96. 1 — 1. –. – The permitted wastage of 4: percent is 3 2/5. cans, which should be credited to him. Upon 129 Thursday the 11th of September 1788. Appointment of commissioners for the examination of the conveyance certificates for slaves. Upon desertion of a common Mohammedan Sepoy, of the company of Captain Fakkier mamoet katje, taken along: 1. piece flintlock musket grenadiers, with its iron ramrod and bayonet. By the company of Easterners of Bapa sal Jo, lost on their march from here to Aikotta: 1. „ Bayonet He has the honor to be with all high esteem it was written below: Right Honourable, Highly Commanding Lord! Your Right Honourable's humble and obedient servant it was signed: R: van Harn in the margin: Cochim the last of August 1788. Pursuant to the resolution of this Council of the 16th of September 1772, it has been approved and understood to commission the members Willem van Haeften and Iohan Andries Scheidz to examine and compare the notes against the issued conveyance certificates for slaves, in the recently concluded financial year. Thus slaves. 184 Thursday the 11th of September 1788. Opening of two Batavian packets Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. it was signed: I: G: van Angelbeek, R: van Harn, G: G: Gebhardt; I: L: v: Spall; I: A: Cellarius W: v: Haeften; I: A: Scheidz; Arnoldus Lunel: Tuesday the 16th of September 1788: Present: all. Having received from Ceylon via the Tuticorin overland route two packets, brought there from Batavia by the ship the Batavier and by the country's frigate the Ceres, the same were opened in this meeting, and found therein were two registers, with the papers mentioned therein, dated the 9th and 30th of June of this year, among which also two small packets from the Gentlemen Tuesday the 16th of September 1788: Gentlemen Seventeen, brought to Batavia for this government by the ships Eijk en Linde and Leiden, also containing the original and duplicate register, dated the 20th of July 1787, with the papers belonging thereto, of which a reading having been taken; it has been approved and understood to keep a record thereof herewith. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar, at the city of Cochin, on the day, month, and year aforesaid. it was signed: I: G: van Angelbeek; R: van Harn, G: G: Gebhardt; I: L: van Spall: I: A: Cellarius; Willem van Haeften and J: A: Scheidz. and As Lunel. Resolution Resolution taken Report of the inspection of the muster rolls in the Council of Malabar, at the city of Cochin. Friday the 26th of September 1788. All Present. The Right Honourable Ordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director Johan Gerard van Angelbeek. The Honourable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Reinier van Harn. The Honourable Captain and Head of the Military Gottlieb George Gebhardt. The provisional Fiscal and Cashier Ian Lambertus van Spall. The Honourable Junior Merchant and Warehouse Keeper Iohan Adam Cellarius. The Honourable Junior Merchant, Shopkeeper, and Purveyor Willem van Haeften. The provisional Pay Bookkeeper Iohan Andries Scheidz and The Honourable provisional Secretary of Policy Arnoldus Lunel. After the conclusion of the secret business mentioned in today's resolution, the report of two Judicial Members was examined, who, according to the resolution of the 13th of August 1772, in the presence of the Fiscal, compared the muster rolls against the pay books, and found them to be in agreement, and it was approved to insert the same below. To Friday the 26th of September 1788. To the Right Honourable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar with the dependencies thereof. Right Honourable, Highly Commanding Lord. Pursuant to the resolution in the Council of Malabar, dated the 13th of August 1772, we, the undersigned Judicial Members, in the presence of the fiscal of this government, have compared the General Muster Roll of this year with the necessary attention against the pay books, and found the same to be in agreement. We have furthermore the honor to sign ourselves with due respect, it was written below: Right Honourable, Highly Commanding Lord, Your Right Honourable's
Dutch transcription
Donderdag den 11.: September 1788. Meerder Mindr. de Costa alhier ontfagen. . . Par:s 1100. En aldaar uitgeleevert - - a=o 1093: 88: — Pan=o . -- De gepermitt=s afsch: van 1½ p=rC=tos is 16. ½ parras, dus na aftrek van 7. par„ „ras minwigt, moet aan hem vergoed werden 9½ parras. Bij overbreng van hier na Aikotta. kokus oli. Door den malt=s Bastiaan fernando alhier ontfangen - - - - - kann: 96. — En aldaar uitgeleevert - - - v:o 96. — „ —. k — De gepermitteerde afsch: van 4. p=r C=tos is 3 9/5. kannen, die aan hem dient goed gedaan te werden. Door den mattroos Christiaan queljo alhier ontfangen - - - - kann: 48. En aldaar uitgeleevert - - r„ 48 — „— De gepermitt: afsch: van 4:– prc=tos is 1 3/10. kannen, die aan hem diend vergoed te werden. Door den mattroos Anthoni de Costa alhier ontfangen. . . . kann: 96. En aldaar uitgelevert r=o 96. 1 — 1. –. – De gepermitt: afsch: van 4: p=rC=tos is 3 2/5. kan„ „nen, die aan hem dient goed gedaan te werden. Bij 129 Donderdag den 11: September 1788. benoeming van gekomenit„ der vervoerbrieven vaer Bij desertsie van Een gemeen machomethaan „se Sippais, van de komp:e van Kapitain Fakkier mamoet katje meede genoomen. 1. p:s snaphaan granadiers, met dies ijzere stamp en bajonet. Door de komp: oosterlingen van Bapa sal „ Jo op hun mansch van hier na Aikotta ver„ „looven geraakt. 1. „ Bajonet Hij heeft de Eere met alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ Weledele Groot achtb:r Hoog gebiedende Heer! uwer weledele Groot Achtb ootmoedige en gehoorzaame die„ „naar /:was getekend:/ R: van Harn /:in margine:/ Cochim den Laatsten Aug=s 1788. Ingevolge resoluuttie van deezen Raade teerden/ tot de Examenaatse van 16. September 1772. is goedgevonden en verstaan, de leden Willem van Haeften, en Iohan Andries Scheidz te kommit„ „teeren, tot het examineeren en konfrontee„ „ren der aanteekeningen tegen de verleende vervoer brieven van slaaven, in het Jongst afgeloopen boekJaar. Aldus slaaven. 184 Donderdag den 11: September 1788. sche pakketten Aldus gedaan, Geresolveerd en Gear„ „resteerd in Raade van Mallabaar, ter stee„ „de koetsiem, ten daage, maand en Iaare voormeld /:was geteekend:/ I: G: van Angelbeek, R: van Harn, G: G: Gebhardt; I: L: v: Spall; I: A: Cellarius W: v: Haeften; I: A: Scheidz; Arnold=s W Lunel: Dingsdag den 16. September 1788: Prezent alle. Van Ceilon over den Tutu korijnschen land pening van twee Batavia, weg, ontvangen zijnde twee pakketten, met het schip de Batavier, en met slands fre„ „gat de Ceves, van Batavia aldaar aange„ „bragt, zoo zijn dezelven in deeze verga„ „dering geopend, en daar in gevonden twee registers, met de daar bij vermelde pa„ „pieren, gedateerd 9 en 30. Juni, deezes Jaars. waar onder ook twee pakketjes van de Heeren ade Dingsdag den 16: September 1788: Heeren Zeeventienen met de schepen Eijk en Linde, en Leijden te Batavia voor dit goevernement aangebragt, meede inhouden „de origineel en duplikaat register, geda„ „teerd den 20. Juli 1787, met de daar bij gehoorende papieren, waar van lektura genomen zijnde; is goedgevonden en ver„ „staan daar van bij deezen aantekening te houden. Aldus Pedaan, ge „resolveerd en Gearresteerd in Raade van Mallabaar, ter steede Roetsiem, ten daage, maand en Jaare voormeld /:was getee„ „kend:/ I: G: van Angelbeek; R: van Harn, G: G: Geb„ „bhardt; I: L: van Spall: I: A: Cellarius; willem van Haeften en J: A: Scheidz. en A=s Lunel. Resoluutsie Wte Resoluutsie genoomen Rapport van de visitaatsie der monsterzollen Vrijdag den 26. September 1788. Alle Prezent. De weledele Groot achtbaare Heer Raad ordinair van Nederlands Indien Goeverneur en Direkteur Johan Gerard van Angelbeek. De E. Heer opperkoopman, sekunde en Hoofdadministrateur Reinier van Harn. De E. kapitain en Hoofd der Milietsie Podlieb George Pebhardt. De 6. p=e Fiskaal en kassier Ian Lambertus van Spall. De E. Onderkoopman en pakhuismeester Iohan Adam Cellarius. De E. Onder Koopman, winkelier en Dispencier Willem van Haeften. 6. p:s soldij boekhouder Iohan Andries Scheidz en De E. p:l Sekretaris van Polietsie Arnoldus Lunel. Na het afloopen van de sekreete besoigne bij resoluuitsie van heeden vermeld, werd ge„ „examineerd het rapport van twee Justietsi„ „eele Leden, die volgens besluit van den 13:e Aug:s 1772. , ten bijweezen van den Fiskaal, de Monstervollen tegen de soldij boeken gekonfronteerd, en akkordeerende bevonden in Raade van Mallabaar, ter steede Koetsiem. hebben op September 1788. Vrijdag den 26:' hebben, en werd goedgevonden het zelve hier onder te insereeren. Aan den weledelen Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Neder„ „lands Jndien, Goeverneur en Di„ „rekteur ter kuste Mallabaar met den resorte van dien Weledele Groot achtbaare Hoog gebiedende Heer. Ingevolg het geresolveerde in Raade van Mallabaar, de dato 13. aug=s 1772, hebben wij ondergeteekende Justietsiekle Leeden, ten overstaan van den fiskaal deezes goever„ nements, de Generaale Monster rolle van deezen Jaare, met de noodige attentie gekonfronteerd teegens de soldij boeken, en dezelven akkordeerende bevonden. Wij hebben Overigens de eere met ver„ „schuldigden ontzag ons te onderteekenen /:onderstond:/ Weledele Groot achtb: Hoog gebiedende Heer uweledele Groot
English
188 Friday the 26th of September 1788. Summary of the transfer of Koilang. Right Honorable, humble and obedient servants, was signed, I. G. Muller and Iohannes Wolff; in the margin, Koetsiem, the 20th of September 1788; lower, in my presence, was signed, I. L. v. Spall. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar at the town of Koetsiem, on the day, month, and year aforesaid, was signed, J. G. van Angelbeek, R. v. Harn, G. G. Gebhardt, I. L. v. Spall, I. Nicellarius, W. v. Haeften, I. A. Scheidz, and A. Lunel. Thursday the 16th of October 1788. In the forenoon at ten o'clock, all present. There was brought to the table the written deed of transfer of the residency of Koilang, by the outgoing resident, Iean Rosier, to his replacement, Adriaan Poolvliet, whereby it appeared that in the treasury there was found a shortfall of one thousand Thursday the 16th of October 1788. Found 1267 rupees short in the treasury, of which he still retains a part in chakrams, which the new resident will accept at the exchange rate. two hundred sixty-seven rupees; concerning which the Governor communicated that His Honour, during his presence at Koilang, had questioned Rosier about this shortfall and had received no other reply than merely that he had received another lot of chakrams from the farmer, which first had to be exchanged for rupees, and that he could give no reason for the remaining shortfall, though he had some outstanding money which he would collect and hand over to Resident Poolvliet toward further reduction; and that His Honour had ordered thereupon that Resident Poolvliet should accept those chakrams into the Company's treasury at the ordinary rate of exchange, and disburse them again at the same rate. Whereupon, deliberation having been held, it was approved and resolved to conform with the order for receiving the chakrams, and to write to Koilang 163 Thursday the 16th of October 1788. Resolution to have the transfer of Koilang collated. Complaint of the farmer at Koilang regarding the payment of rupees on account of the lease dues, to the servants that as soon as Resident Rosier shall have handed over those chakrams and any other moneys to Resident Poolvliet, they shall report the amount thereof hither; while it is further resolved to have the aforesaid transfer collated here against the trade ledgers, and to charge the wage account of Rosier, who has several years' salary in advance, for whatever amount shall then be found actually missing. The Governor further made known that the farmer of Koilang Bay had on this occasion complained that, receiving the lease dues there in chakrams, he was obliged by old custom first to exchange them into rupees and then count them into the Company's treasury, for which there was seldom opportunity at Koilang itself, and request to be permitted to do this in chakrams henceforth. Resolution to grant his request. Thursday the 16th of October 1788. wherefore he had to send the said chakrams first to Koetsiem and exchange them there at loss and inconvenience, because the chakrams were not current here; whereas, on the contrary, the rupees which were paid by him into the Company's treasury at Koilang had first to be exchanged back into chakrams by the resident, because salaries, board allowances, and all further daily expenses there were paid out in that coin; requesting therefore to be permitted henceforth to satisfy the payments in chakrams; whereupon, deliberation having been held, it was approved and resolved, on the proposal of the Governor, to establish as a fixed rule that the lease dues shall henceforth be received there in chakrams, calculated at the ordinary rate of exchange, and disbursed again at that same value. There was read the written report of 189 Thursday the 16th of October 1788. Report of the inspection of the defects of the fort at Koilang. the Extraordinary Lieutenant of Artillery, Johan Henrik Vogt, and the Overseer of the Armory, Karel Iulius Sprenger, who, pursuant to the resolution of the 5th of September last, were commissioned to survey the defects of the fort and the buildings standing therein at Koilang, reading as follows: To the Right Honorable Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Malabar Coast. Right Honorable and High-Commanding Lord! Pursuant to Your Right Honor's highly esteemed command, contained in written instructions dated the 5th of this month, we have carefully surveyed the defects to be found in the Fort of Koilang and the buildings standing therein, and have the honor hereby to submit our report: No. 1.
Dutch transcription
188 Vrijdag den 26. September 1788. Resumptie van het transport van Koilang Groot achtb: onderdaanige en gehoor„ „zaame Dienaaren /:was getekend:/ I: G: Muller en Iohannes Wolff /:in mar„ „gine:/ Roetsiem den 20. September 1788. /:lager: / Ten mijnen overstaan /:was gete„ „kend:/ I: L: v: Spall. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd, in Raade van Mallabaar ter steede koetsiem ten daage, maand en Jaare voormeld /:was getekend:/ J: G: van Angelbeek R: v: Harn; G: G: Gebhardt; I: L: v: spall; I: Nicellarius; w: v: Haeften, I: A: Scheidz en A=s Lunel. Donderdag den 16. Oktober 1788. 's voormiddags te tien uur, Alle Prezent. Werd ter tafel gebragt het schriftlijk transport van de Opperhoofdij Koilang, door het afgegaan opperhoofd, Iean Rosier aan zijnen vervanger, Adriaan Pool„ „vliet, waar bij bliek, dat bij de Geld nasse aldaar minder bevonden was, een dui„ zend Donderdag den 16:' Oktober 1788. Bomt 1267: ropijeer op de Kat te kort waar van hij nog een ge„ deelte aan tjakarons onder zich heeft teegen de wissel koert zal aksepteeren Het afgaande opperhoofd „ zend twee honderd zeven en sestig ro„ „pijen, waar omtrend de Heer Goeverneur bedeelde; dat zijn Edele zeder bij zijn aan„ „weezen te Koilang, Rosier over deeze te kortkooming onderhouden, en geen ander bescheid bekoomen had, dan alleen, dat hij noch eene partij tjakkerons van den Pachter ontvangen had, die eerst in ropijen moesten verwisseld worden, en van de ver„ „dere te kortkoming geen reeden wist te geven, doch dat hij eenig geld had uitstaan„ 'twelk hij inpalmen, en tot verdere vermin„ „dering aan het opperhoofd Poolvliet afgeeven zoude, en dat zijn Edele daar die het nieuwe opperhoofd op ordre gesteld had, dat het opperhoofd Poolvliet die tjakarons tegen den or„ „dinairen wisselkoers in 's komp:s kas akcepteeren, en daar voor weder uitgee¬ „ven zoude, waar op gedelibereerd zijn„ „de, is goedgevonden en verstaan, zich met de order tot het ontvangen van tjaka„ „vons te konformeeren, en naar Koilang aan 163 Donderdag den 16. Oktober 1788. van Koilang te laaten kon„ tronteeren. Klagte van den pachter te Koilang over de betaaling, van Ropijen weegens pachtschat. aan te schrijven, dat de Bedienden, zoo dra het opperhoofd Rosier, die tjakkerons, en eenige andere penningen aan 't opper„ „hoofd Poolvliet zal overgegeeven hebben, het bedraagen daar van herwaards zul„ besluit om het transport „ len bedeelen, terwijl wijders verstaan is, het voorsz: transport tegen de negoot„ „sie boeken alhier te laaten konfron„ „teeren, en voor 't geen als dan bevonden zal worden, werklijk te kort te koo„ „men, de soldijreekening van Rosier, die eenige Jaaren gasie te vooren staat, te laaten belasten. De Heer Goeverneur gaf wijders te kennen, dat de pachter van koilangs bai, bij deeze geleegenheid geklaagt had, dat hij de pachtpenningen aldaar in tjak„ „kerons ontvangende, volgens oud ge„ „bruik genoodzaakt was, dezelven eerst tot ropijen te verwisselen, en dan in 's komp: kas te tellen, waar toe te koilang zelve zelden geleegenheid was, en verzoek om dit voortaan in Takarons te mogen doen. besluit zijn verzoek toe te staan. Donderdag den 16. Oktober 1788. was, weshalven hij gem: takkerons eerst naar koetsiem zenden, en daar tot schaa„ „de en ongerief verwisselen moest, door dien d'tjakkerons hier niet gangbaar waaren; dat daar en tegen de ropijen, die te koilang door hem in 'skomp=s kas be„ „taald wierden, door het opperhoofd eerst weer tot tjakkerons moesten verwisseld worden, wijl de soldijen, kostgelden, en al„ „le verdere dagelijxe uitgaven, daar in die munt uitbetaald wierden: verzoekende overzulx, voortaan met de betaaling in tjakkerons te mogen volstaan; waar op gedelibereerd zijnde, is, op de proposiet„ „sie van den Heer Gouverneur, goedgevon„ „den en verstaan, tot een vasten regel te bepaalen, dat de pachtpenningen voor„ „taan in 'tjakkerons, gereekend naar den ordinairen wisselkoers, aldaar zullen ontvangen, en voor dien zelfden prijs weder uitgegeeven worden. Is geresumeerd het schriftelijk rapport van 189 Donderdag den 16. Oktober 1788. Rapport van de bezigtiging der gebreeken van het Fort le: Koilang. van den Extra ordinair Luitenant der Ar„ thillerij, Johan Henrik vogt, en den op „ziender der wapenkamer, karel Iulius sprenger, die volgens resoluutsie van den 5. September laastleeden, gekommitteerd geweest zijn, tot den opneemder gebreeken aan het fort, en de daar in staande gebou„ „wen te koilang: luidende aldus; Aan den Weledele Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Nederlands India mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar Weledele Groot achtbaare Hoog Gebiedende Heer! Ingevolge uwel edele Groot achtb. veel g'eerde bevel, vervat bij schriftelijke Instruksie, de dato 5. deezer, hebben wij de gebreeken, die aan het Fort hoilang, en aan de daar in staan„ „de gebouwen te vinden zijn, nauwkeurig opge„ „nomen, en hebben d'eere door deezen van Rapport te dienen. No 1.
English
No 1. The Quay in front of the Gate. The sea has deeply undermined an area over a length of 300. feet due to the heavy surf, and worked out many stones from it, and if this is not promptly prevented, it is to be feared that the undermining will gain the upper hand and wash away the foreland, which is about 24. feet wide, and thereby the berm that stands upon it, which is still intact, will collapse and continue its action up to the main rampart wall and cause it to collapse: In another place somewhat further south, a section over a length of 180. feet has been undermined; a part has already collapsed, and the remainder is heavily cracked throughout; this section of 180. feet in length must be demolished entirely, and subsequently rebuilt anew from the foundation; as no other remedy can be found against it, and the sooner the better, because at the place where the berm collapsed, the sea at high tide already washes up to the middle of the foreland; for this the following will be required, namely: 16900 pieces Large kapok stones of 27. inches at 6 rop: per 100. Rop.s 1014. 230 Mansjouws of clay amount to . . . 115. 360 kandijlen of lime at 9. fan:s - - - - 162. 760. Bricklayers at 6. fan:s - - - - 228. 2640. coolies, namely: 160. for excavating the foundation. 2480. for bringing the materials to the bricklayers 2640 coolies at 2. fan:s 264 Total together Rap:l 1783. Thursday the 16. October 1788. No. 2. 161. Thursday the 16. October 1788. No 2. The south side of the Fort. Has virtually completely collapsed along with the point Waterpas, together with the curtain wall from there to the western corner, or the point Dordrecht, over a length of 44. roeden. Next to the curtain wall of the southern corner inside the Fort stands the house of the Surgeon under one roof with the Hospital, and is in such danger that if another piece of the loose rock standing directly in front of it collapses, it will drag down the hanging curtain wall and that building with it at the same time: we know of no other remedy to enclose the Fort on that side than to have the house of the surgeon with the Hospital demolished, and then to construct, from the guardhouse kitchen to the point Dordrecht, a line of palisades 6 by 6. inches thick, firmly secured at the top with rails, whereby a foreland of 12. to 15. roeden will still remain. And if in time it is noticed that the sea also comes to approach those palisades, they can be drawn back further inwards again, without the Honourable Company losing anything, and whatever comes off the Hospital and the surgeon's house, such as the tiles and roof battens, can be used very effectively to repair the Pepper Warehouse, which is to be spoken of hereafter, and the demolished walls chopped into large pieces that are transportable Thursday the 16: October 1788. and placed before the berm in front of the Gate to shut out the Sea; as well as using the ribs and beams for other things that might be necessary, primarily for sawing roof battens, as those from the Hospital and surgeon's house will not be sufficient; whereas, on the contrary, if that building is swept away by the sea, not the least bit of it can be salvaged. For a Hospital and surgeon's house, the guardhouse on top of the rampart, which is not used since church services are no longer held, could be very well suited. For this there would be required 30. days' wages of bricklayers, for taking off the tiles etc: at 6. fan:s each comes to Rop:s 9. 80. days' wages of Carpenters, for taking down the timber framing at 6 fan:s each - - 40. —. 700. days' wages of Coolies, to demolish the walls, tiles and battens, item transporting the tiles and woodwork to the Warehouse, as well as transferring the demolished walls in front of the Quay at 2. fan:s - - - 70. 450. pieces of palisades of 6 inches by 6 inches thick, and 8 feet long - - 675. 552. feet of rails of 6 inches wide, and 2 inches thick, at rop:s 6 per 100. feet - 33. — 45. days' wages of Carpenters, for fastening the rails, at 6. fan:s each - - - 13 1/2 62. days' wages of coolies, for planting the palisades, at 2. fan:s each — 6 1/8 Sum - . Rop:s 846: 13/10 No 3. 163. Thursday the 16 October 1788. No 3. The point Mallabaar, or the so-called flag point. There a piece of the main wall over a length of five roeden has collapsed, and is also cracked adjacent on both sides; for closing off the Fort on that side there is likewise no other remedy than by a palisade in the manner of a triangle, since in the event of further collapse the palisades can each time be drawn back inwards without loss to the Honourable Company as was stated hereinbefore concerning the point Waterpas; for this one will require: 125. pieces of palisades of 6 inches by 6 inches and 8 feet long at 1 1/2 Ro: each 187: 1/2 300. feet of rails of 2 inches thick, and 6 inches wide - - - 18. — 15. days' wages of Carpenters, to fasten the rails to the palisades - - - - 4. 1/2 25. days' wages of coolies for planting the palisades 2 1/2 Total - - - - - Rop 212 1/2 No 4. The berm below this point Mallabaar. At the mouth of the moat, to prevent the sea from communicating with the moat; as thereby the main rampart wall adjacent to the moat could run great risk of collapsing; the said berm, 10. Roeden long, has broken through in the middle over a length of 5. roeden, and it is necessary that the collapsed 5. roeden be raised up again. For this is required: 1500. kapok stones at 6 Rop:s per 100. - - - - Rop:s 90. —. 45: kandijlen of masonry lime at 9. fan:s - - - - - 20 1/4. 60. days' wages of bricklayers at 6. fan:s - - - - 18. —. 180. days' wages of coolies at 2. fan:s - - - - - 18. — Total - - - - Rop 146 1/4. No. 5 3
Dutch transcription
N=o 1. De Kaaij voor de Poort. De zee heeft op een plaats ter legte van 300. voeten, door de sterke branding, diep ondermeint, en, veel steenen daar uijtgewerkt, en indien dit niet schielijk word voor gekomen, daar staat te vree„ „zen, dat de ondermeining d' overhand neemen, en de voorgrond, die omtrent 24. voeten breed is wegneemen zal, en daar door de berm, die daar op staat, en noch heel is nederstorten, en deszelfs werking vervolgen zal, tot aan de kapitaale walmuur, en dezelve doen nederstor„ „ten: Op een andere plaats wat zuijdelijker, is een stuk ter lengte van 180. voeten ondermeint, een stuk is reeds nedergestort, en de rest door „gaans zwaar gescheurd; dit stuk van 180. voeten lang moet in het geheel afgebrooken, en vervolgens uijt het fundament nieuw weder opgebouwd worden; wijl geen ander mid¬ „del daar tegen uijt te vinden is, en dat hoe schie„ „lijker hoe beeter, om dat ter plaatse daar de berm neergestord is, de zee bij hoogwater tot aan het midden van de voorgrond reets aanspoeld, hier toe zal benoodigt zijn, het volgende, als; 16900 –. p=s Groote kapok steenen van 27. d=m â 6 rop: d' 100. Rop. s 1014. 230 —. — Mansjouws Klij bedragen. . . . „ 115. 360 - — kandijlen kalk â 9. fan:s - - - - „ 162. 760. - Metselaars â 6. fan:s - - - - „ 228. 2640. — koelies, als: 160. tot het uijtgraven van het fundament. 2480. „ „ aanbrengen der materiaalen bij de metzelaars 2640 noelis à 2. Jan 264 „ Teld te samen Rap:l 1783. Donderdag den 16. oktober 1788. No. 2. 161. Donderdag den 16. Oktober 1788. N:o 2. De zuijdelijke zijde van het Fort. Is genoegsaam ten eenemaale nedergestort met de punt water pas, nevens de koertine van daar tot aan de westelijke hoek, of de punt Dordrecht, ter leng„ „te van 44. roeden. Naast aan de Koertine van de zuidelijke hoek binnen het Fort, staat de wooning van den Chirur„ „gijn met het Hospitaal onder een dak, en is in een zodanig gevaar, dat wanneer nog een stuk van de daar naast voorstaande losse klip, komt neder te storten, de hangende koertiene, en dat gebouw tegelijk meede sleepen zal: wij weeten geen an„ „der middel om het Fort aan die kant in te sluiten, dan dat min de wooning van den chirurgijn met het Hospitaal laat afbreeken, en vervolgens van de kombuijs van de wagt af, tot aan de punt dor„ „drecht, een linie van pallisaden van 6 en 6. duim dik, van boven vel met regels vast ge„ „maakt, aantemaaken, wanneer dan een voor„ „grond van 12. tot 15. roeden noch zal overblijven. en zoo men in den tijd komt te ontwaaren, dat dezee tot aan die pallisaden ook komt te na„ „deren, dezelven weder verder binnen waards kunnen intrekken, zonder dat DE. Komp: iets verliest, en wat van het Hospitaal en de chi„ „rurgijns wooning afvalt, als de pannen en dak„ „latten, zeer nuttig zullen kunnen worden gebruikt, tot het repareeren van het Peper Pakhuis, waar van hier na staat gesproken te worden, en d' afgbroo„ „kene muuren tot groote stukken, die vervoer„ baar Donderdag den 16: Oktober 1788. „baar zijn, gehapt, en voor de berm voor de Poort ge„ „legt, ter afsluijting van de Zee; mitsgaders de ribben en balken tot andere dingen, die noodig mogten zijn te gebruiken, voornamentlijk, tot zaagen van daklatten, alzoo die van het Hospitaal en chirurgijns wooning niet toerijkende zullen zijn; waar en tegen, wanneer dat gebouw van de zee word weg gesleept, niets het alderminste daar van zal kunnen geborgen worden. Tot een Hospitaal en chirurgijns wooning, zoude zeer wel kunnen worden geschikt, de wagt boven op de wal, die niet gebruikt word, wijl doch geen kerk meer word gehouden. Hier toe zoude noodig zijn 30. dagloonen van metselaars, tot 't afneemen der pannen enz: à 6. fanl= ider komt 80. dagloonen van Timmerlieden, tot 't afnee„ „men van het span werk â 6 fan:s ider - - „ 40. —. 700. - dagloonen van Koelies, om de muur en afte„ „breeken, pannen en latten, Item af„ „brengen van de pannen en houtwerken naar het Pakhuis, mitsgaders overbren„ „gen van d'afgebrokene muuren voor de Kaaij â 2. Jan: - 450. stuks palisaden van 6 d=m en 6 d=m dik, en lang 8 voeten - 552. voeten regels van 6 d=m breet, en 2 d=m dik, â „. 33. rop:s 6 de 100. voeten - — 45. –. dagloonen van Timmerlieden, tot het vast maaken der regels, â 6. fan=s ider - - - „ 13/ 62. dagloonen van koelies, tot het planten der 6 /8 palisaden, â 2. fan:s ider — Somma - . Rop=s 846: 13/10 - - - - Rop:e 9. –- „ 675. - -- . N:o 3. -- – - - - „ 70 163. Donderdag den 16 Oktober 1788. N=o 3. De punt Mallabaar, of de zoo genaamde vlagge punt. Aldaar is een stuk van de kapitaale muur ter lengte van vijf roeden nedergestort, en is aan beide kanten naast aan, ook gescheurt; tot afsneiding van het Fort aan die kant, is ook geen ander mid„ „del, dan door een palisadeering, bij wijse van een drie hoek, alzo bij verdere instorting telkens de pa„ „lisaden binnen waards kunnen ingetrokken worden, zonder schade van DE. komp:e zoo als hier vooren. van de punt waterpas gezegt is, hier toe zal men noodig hebben. 125. stuks palisaden van 6 d=m en 6 d=m en 8 voet=n lang 1½ Ro/a 187:½ 300. voeten regels van 2 d=m dik, en 6 d=m breet - - - „ 18. — 15. dagloonen van Timmerliden, om de regels aan de palisaden vast te maaken - - - - „ 4.½ 25. dagloonen van koelies tot 't planten der palisaden „ 2½ Teld - - - - - Rop 212½ N=o 4. De berm onder deze punt Mallabaar. Aan de mond van de gragt, ter belzetting, dat de zee met de gragt niet korrespondeert; alzo daar door de kapitaale wal muur naast de gragt groot gevaar van instorten zoude kunnen loopen, gem: berm lang 10. Roeden, is in het midden door gebroo„ „ken ter lengte van 5. roeden, en dient noodzakelijk de afgebrookene 5. roeden weder opgehaald te worden. hier toe vereischen: 1500. kapok steenen â 6 Rop:s de 100. - - - - Rops=s 90. —. 45: kandijlen metselkalk â 9. fan:s - - - - - „ 20¼. 60. dagl: van metselaars â 6. fan=s - - - - „ 18. —. 180. dagl: van koelies â 2. fan:s - - - - - „ 18. — Teld - - - - Rop 146¼. No. 5 3
English
Thursday the 16th of October 1788. No 5. The counterscarp, the berm of the moat, and the main rampart wall on the north side, are very densely overgrown with brushwood and other wild trees, for the cleaning of which is required: 850. daily wages of coolies at 2. fanams - - - - - - - Rops 85. For filling the holes in the berm, and also in the main rampart wall, which will be caused by the chopping down of the wild trees, is required: 1200. pieces broken stones at 6. Rops per 100. — 501. candies masonry lime at 9. fanams each - - - 225 5/10 376. daily wage of masons at 6. fanams - - - - 112 3/5. 1128. The gate of the counterscarp, which is completely unfit, can be restored from the timberwork of the hospital and surgeon's dwelling, and the remainder will come to consist of: 10. daily wages of carpenters at 6 fanams - - - - 3. — 2. masons at 6 fanams - - - 3/5. 6. coolies at 2 fanams - - - 3/5. mukadams as overseers over the aforementioned coolies for all works at 4. fanams - - - 34 /6 Counts together Rops 646 /2 No 6. The moat, which is 155. rods long and full of mud, and to deepen the same will cost at least 7000. Rops to obtain the ordinary depth of 6. feet of water, although it seems to us not necessary. 172. - - - 72 coolies at 2. fanams - - - - - - 112 2/5. No 7. 168. Thursday the 16th of October 1788. No 7. The dwelling of the chief. Here are lacking five small window frames with their shutters, which can be obtained from the dwelling of the surgeon and the hospital, only they must be made somewhat smaller, and for this will be needed: 30. daily wage of carpenters at 6. fanams - - Rop. 9. 15. lb. nails — 40. pieces iron bolts unestimated. The roof needs to be retiled, and for this will be needed: 1500. roof tiles - 28. daily wages of masons at 6. fanams - - - 7 /5. 78. coolies at 2. fanams - - - 7 /5. 18. candies masonry lime at 9 fanams - - - 8 1/10 Counts together Rop: 36 /20. No 8. The Pepper Warehouse, with the annexed Paddy Warehouse, and the ammunition house. The roof on the northern side is virtually entirely stripped of laths and tiles, and the wall is soaked through, and this already for three years; although on the walls until now no damage is to be observed. On the Pepper and Paddy Warehouses there is no plank revetment, a part of which, according to the statement of Mr. Jean Rosier, was taken down by Mr. Burnatt, and the rest by him Rosier himself, but according to the testimony of others, taken out from there by Mr. Rosier - - - - - 3¾. alone Thursday the 16th of October 1788. alone: the account drawn up by us thereof, there would have been 8767. square feet of planks of one inch thickness, In the aforementioned two warehouses lie plank floors of 1½ inches thickness, and measure 5240. square feet: yet so damaged by rain and sunshine that well over a fourth part thereof is rotted and cracked: for the repair of the roof of these buildings, is required: 45450. feet roof laths at 9 Rops per 1000. feet Rops 409¼ 596½ lb. lath nails unestimated. 98900. pieces broad roof tiles at 2½ per 1000 pieces 247. ¼ 188. daily wages of carpenters at 6 fanams - - - - 32 7/5. 108. coolies for bringing roof laths, assisting carpenters at 2 pieces - - - 10. 2/5. 94. daily wages of masons for tiling the aforementioned roof at 6 pieces - - - - 28 1/5. 282. daily wages of coolies at 2. fanams - - - - 28 /8 Counts Rupees From this one could deduct that which could be found from the dwelling of the surgeon and the hospital; in case the same are demolished, which we set at 12500. feet roof laths Rops. 112½ 25000. pieces roof tiles 4½ per 175. the lacking 32950. feet of roof laths could be found from the roof trusses of the aforementioned dwellings: to the value of - - - - - - Rop 296½. provided deducting therefrom the daily wages, being - - - - - - - 98 1/10. 1975: 372/5 thus for the roof the repair will cost - - Rop 383½ 756 1/10 No 9 167. Thursday the 16th of October 1788. Counts Rops 26. 9/20. No 9: The Powder Magazine. on which there were four gates, of which the inner gates were provided with copper hinges, locks and keys, and the outer ones with iron, the frames and the doors are entirely rotted, and the hinges, both iron and 2. copper, are not to be found; but since a good powder house is here, it seems to us that the powder magazine is unnecessary: No 10. The officers' dwelling needs to be retiled, for which will be needed 500. pieces ridge tiles - 250. pieces broad roof tiles - - - - 8. daily wages of masons at 6 pieces - - - - 2. /5. 24. coolies 6. iron hinges with their pintles 10. bolts for the windows unestimated. 10. wind hooks - Counts - - - Rupees 7. 7/10. No 11. The Military Main Guard. The roof must be repaired, and for this are needed 500. pieces ridge tiles costing - - - - - - - Rop 2. ¼. 1000. broad roof tiles - - 125. small broken stones for the repair of the rubble wall - - - - 18. daily wages of masons - - - - 5 3/5: 54. 3. pieces window shutters for wood and labor 7. ½. No 12. The Military guard on the Point. needs to be retiled and provided with a door frame with its door and necessary ironwork for that purpose. for this will be needed: 250. pieces ridge tiles - 500. broad roof tiles - - - 1. frame with its door - 10. daily wages of masons at 6 pieces - - - 3. — 30. 1. candy lime - - - ironwork for the frame and door unestimated 6. iron bolts for the windows. 4. candies masonry lime - - - - - - - 1 7/10. Counts Rupees 20 7/20. - - - - Rops 2. ¼. at 2 - - - - coolies - - - - - - - 5 /5. coolies at 2 - - - - - - - 2½. - - - — 3/20. - - 2. — Rop 1 7/20 - - - - — 9/20 of 2 /5. — - - - - - - 12. — — - - 1¼ 7
Dutch transcription
Donderdag den 16 oktober 1788. N=o 5. De Konterscherp, de berm van de Gragt, En de kapitaale wal muur aan de noord kant, zijn zeer digt met boskasie en andere wilde boomen be„ „groeit, tot welker schoon maaking vereischen: 850. dagl: van koelis â 2. fan=s - - - - - - - Rop:s 85. Tot 't opvullen der gaaten in de bevin, en ook aan de kapitaale wal muur, die door 't uitkoppen van de wilde boomen zullen komen te veroorzaken, vereischen. 1200. p:s kapot steenen â 6. Rop:s de 100. — 501. kandijlen metselkalk â 9. fan:s ider - - - „ 225 5/10 376. dagloon van Metselaars â 6. f:s - - - - „ 112 3/5. 1128. De poort van de kontrascherp, die in het geheel onbequaam is, kan weder= „hersteld worden, van de houtwerken van het hospitaal en chirurgijns wooning, en het overige zal komen te bestaan; in: 10. dagloonk van Timmerlieden â 6 f:o - - - „ - 3. — Metselaars „ 6 „ - - „ — 3/5. 2. koelis - - „ 2 „ - - „ — 3/5. 6. „ Moekadans als opzichters over de hier voorengem: koelis tot alle werken â 4. f. s -- -„ 34 /6 ƒ Teld te zaamen Rop:s 646 /2 N:o 6. De Gragt die 155. roeden lang is ^ vol met modder, en om dezelve uijt te diepen, zal ten minsten 7000. Rop:s komen te kosten, om de ordinaire diepte van 6. voeten water te krijgen, hoe wel ons toescheint 't niet nood„ „zaakelijk is. 172. - –-„ 72 „ koelis „ 2. „ - - - - - - „ 112 2/5. N:o 7. 168. Donderdag den 16. Oktober 1788. . N:o 7. De woning van het opperhoofd. Vier mankeeren vijf kleine vensters kosijns met hunne laaden, dewelke uijt de wooning van den chirurgijn en het hospitaal kunnen worden ge„ „vonden, enkeld moetense wat kleinder worden gemaakt, en daar toe zullen benodigen: 30. dagloon van Timmerlieden â 6. fs - - Rop. 9. 15. lb. spijkers — 40. stuks ijzere Grendels } ongeschat. Het dak diend verdekt te worden, en zullen daar toe benodigen: 1500. daktiggels - 28. daglonen van Metselaars â 6. fs - - - „ 7 /5. „ koelies - - „ 2. „ - - - „ 7 /5. 78. 18. kandijlen Metselkalk „ 9 „ - - - „ 8 1/10 Teld te zamen Rop: 36 /20. N=o 8. Het Peper Pakhuis, met het annexe Neli Pakhuis, en het ammonitie huis Is het dak aan de noordelijke zijde, genoegsaam in het geheel van latten en pannen ontbloot, en de muur en door watert, en zulke al zeder drie Jaaren; hoe wel aan de muuren tot nog toe geen letsel te bespeuren is. Aan de Peper en Neli Pakhuijsen is geen plan„ „ke beschoeing, waar van een gedeelte, volgens zeggen van den Heer Iean Rosier, door den Heer Burnatt zoude afgenoomen, en de rest door hem Rosier zelfs, maar volgens getui„ „genisse van anderen, door den Heer Rosier - - - - - „ 3¾. alleen Donderdag den 16. Oktober 1788. alleen daar uitgenoomen: de reekening door ons daar van opgemaakt, zoude aldaar zijn geweest 8767. quadraat voeten planken van een duin dik, Jn gem: twee Pakhuisen leggen planken vloeren van 1½ d=m dik, en meeten 5240. quadraat voeten: doch zodanig door reegen en zonneschijn bescha„ „digt, dat er ruijm een quart gedeelte van verrot„ en gescheurt zijn: tot het herstellen van het dak van deeze gebouwen, vereischen. 45450. – voeten daklatten â 9 rop:s de 1000. voeten Rop:s 409¼ 596½ lb. latspijkers ongeschat. 98900. – stuks breede daktigels â 2½ de 1000 r=m „ 247. ¼ 188. dagloonen van Timmerlieden â 6 f:st - - - - „ 32 7/5. _=o „ koelis tot 't aanbrengen van 108. daklatten, behulp van timmerlei â 2 p:s. . . „ 10. 2/5. 94. - dagloonen van Metselaars tot het dak„ „ken van gem: dak â 6 p:s - - - - „ 28 1/5. 282. dag loonen van koelis â 2. f=t - - - - „ 28 /8 Teld Ropias Hier van zoude men kunnen aftrekken, het geene uit de wooning van den chirur„ „gijn en het hospitaal zoude kunnen wor„ „den gevonden; in geval dezelven worden afgebroken, de welke wij stellen op Rops. 112½ — 12500. voeten daklatten - 25000. Stuks daktigels - —„ — 4½ p 175. -. de mankerende 32950. voeten daklatten zouden kunnen gevonden worden uit het spanwerk van voorm: wooningen: - - - - - - Rop 296½. ter waarde van - mits daar van aftrekkende de dagloonen, zijnde - - - - - - - „ 98 1/10. „ 1975: 372/5 dus aan het dak de reparaatsie kosten zal - - Rop 383½ 756 1/10 N:o 9 167. Donderdag den 16. Oktober 1788. Teld Rop:s 26. 9/20. N=o 9: De Kruit Kelder. waar aan vier poorten zijn geweest, waar van de binnen poorten met koopere hengsels, slooten en sleutels waaren voorzien, en de buijtenste met ijzere, de kozijns ende deuren zijn gantschelijk verrot, ende hengsels zoo wel ijzere als 2. kopere niet te vinden; maar vermits een goet kruit huis hier is, zoo dunkt ons dat de kruijt kelder onnodig is: N=o 10. De officiers wooning diend verdekt te worden, waar toe benodigen zullen 500. - stuks beerpannen- 250 -. p:s breede daktegels - - - - 8. dagloonen van Metselaars â 6 p=s - - - - „ 2. /5. „koelis 24. 6. ijzere hengsels met hunne duimen) 10 _o Grendels voor de vensters Congeschat. 10. _„ winthaaken - Teld - - - Popias 7. 7/10. N:o 11. De Militaire hoofd wagt. Moet het dak gerepareerd worden, en daar toe zijn benodigt 500. stuks bierpannen kosten - - - - - - - Rop 2. ¼. 1000. _ breededaktiggels - - 125. — „ kleine kapoksteenen tot de verhelping van de Rombluis - - - - 18. daglonen van metselaars - - - - „ 5 3/5: 54. 3. p:s vensterladen aan hout en maakloon „ 7. ½. N:o 12. De Militaire wagt op de Pant. diend verdekt en van een deur kozijn met zijn deur en daar toe benodigde ijser werken verzien te worden. daar toe zullen benodigt zijn: 250. stuk beerpannen - 500. „ breede daktiggels - - - „ kosijn met zijn deur- 1. 10. dagloonen van Metselaars â 6 ps. . . . „ 3. — 30. 1. Nandijl kalk - - - - ijzere werken voor de kozijn en deur ongeschat 6. ijzere grendels voor de vensters. 4. kandijlen metselkalk - - - - - - - „ 1 7/10. Teld Ropias 20 7/20. - - - - Rop s 2. ¼. „ 2 „ - - - - „ „ Koelies - – – - – - - „ 5 /5. „ koelis „ 2 „ - - - - - „ - - „ 2½. - - - „ — 3/20. - - „ 2. — -. Rop 1 7/20 - - - - „ — 9/20 van 2 /5. — - - - - - - „ 12. — — - - 1¼ 7
English
Thursday the 16. October 1788. of the surgeon's dwelling, and the hospital, having already been dealt with above under No 2; thus we proceed to a statement of those which absolutely must be remedied first; namely: No 1. the Quay in front of the gate, which according to our exact calculation will cost, as is specified under the aforementioned Number - - - Rop:s 1783. —. No 2. The southern side of the Fort with the point Waterpas, besides the curtain from there to the western corner of the point Dordrecht; item the hospital and surgeon's dwelling will cost - - - - - 846 7/10. No 3. the point Mallabaar or the so-called flag point, is estimated to cost - - 212½. No 4. the berm below the just-mentioned point will come to cost - - - - - 146. ¼. No 5. The Counterscarp, the berm of the Moat and the capital rampart wall on the north side, will come to cost – – – – – 646. 3/28. No 8. The pepper Warehouse with the annexed Neli warehouse, and the ammunition house will cost 383.½ Total Rop:o 4018. 2/5. If we now add hereto the amounts of the repairs that still must be done, but can bear postponement, to wit: No 6 on the dwelling of the chief 36. 7/20. 9 on the officers' dwelling - - - 7. 7/10. 10 on the Military main guard - - - 26 3/20. 11. ditto guard on the point - - - 20 7/20. Counts Ropias 91 7/10. Then the entire repair will come to stand at Rop: 4110. 9/20. except for 169 Thursday the 16. October 1788. except for the ironworks and nails, as well as the expenses for the transport of the palisades, which cannot be made here, as well as of tiles, which are not to be obtained here. The Tools which will be needed are the following: 25. Pieces Enxadas with their handles 12. pcs crowbars 10. pcs pickaxes with their handles 12. pcs chopping axes 10 pcs heading tools, namely: 1. pcs of 12 inches 2 pcs double 2 pcs single 5 pcs for lath nails 6. hammers of various sorts with their handles. 1500. lb. coir rope 2000 pieces ballast baskets 10. pcs water tubs 10. pcs ditto Buckets 4. ladders, namely: 1. of 20. feet long 1 of 15. 2 of 10. wherewith we have the honor with all humility to call ourselves, below stood: Right Honorable, Highly Venerable, High-Commanding Lord: your Right Honorable, Highly Venerable's humble and 38 0 26 29 50 Thursday the 16. October 1788. remark thereon. Continuation. and Obedient Servants, was signed: I: H: Vogt and C: I: Sprenger, in margin: Koilang the 19. September 1788. And regarding the inevitable repairs stated therein, it was remarked by the Lord Governor: That the great dilapidation of the fort towards the Sea side, and the damage that the Sea caused to the Quay and further foreshore from time to time, had been known for many Years; that the same had been surveyed in the Year 1772. by commissioners specially appointed for that purpose, who in their report of the 21st September had proposed a cutting-off of the decayed works, and several other necessary improvements, which had been approved by the High Indian Government by secret letter of the 30. September 1773., with authority to have the same completed gradually; that this cutting-off, however, because of the costs, had since been left postponed; and that in the Year 1785. Captain Fornbauer, as a skilled 174 Thursday the 16: October 1788. Continuation. Continuation skilled Engineer, had surveyed that fortress again, and in a report and calculation had stated that this cutting-off could indeed be made, but would cost upwards of twenty-seven thousand rupees; on top of which another twenty-four thousand rupees would have to be spent to secure the same against the sea; and yet some fifteen thousand for the further repairs stated in that report; wherefore he Governor at that time had not dared to think of such costly improvements, much less make proposals thereto in the meeting, or also in letters to Their Right Excellencies; That he, in order to observe the greatest economy in this matter, had ordered the present commissioners in the most emphatic terms, and had further prescribed to them in the clearest manner by written instruction, to indeed report all defects and the means for the least costly repair, but at the same time to make a further Donderdag den 16. Oktober 1788. Continuation. further statement of those which absolutely had to be remedied first, to prevent a total ruin; That he Governor, after receiving their report, while paying a visit to the king of Trevancore at Mavelikarre, had proceeded from there to the neighboring Koilang, and had personally surveyed the proposed improvement, and could not see otherwise than that the commissioners had kept the greatest economy in mind in all respects; That certainly the cutting-off of single palisades proposed by them was not suitable to replace a collapsed bastion or curtain, but was nonetheless sufficient to prevent running in and out of the fortress, and that he Governor judged that one ought, in these moneyless times, to refrain from all fortifications that were not absolutely necessary, and confine oneself solely to the most indispensable
Dutch transcription
Donderdag den 16. oktober 1788. van de chirurgijns wooning, en het hospitaal, reeds hier boven onder No 2 verhandelt zijnde; zoo gaan wij over tot eene opgave van de zulken, die volstrekt, ten eersten moeten verholpen worden; als: N=o 1. de Kaaij voor de poort, dewelke volgens onze nauw„ „keurige kalkulaatsie kosten zal, zoo als onder voorm: Nummer specifiq: staat - - - Rop:s 1783. —. N:o 2. De zuijdelijke zijde van het Fort met de punt waterpas, nevens de koer„ „tine van daar tot aan de westlijke hoek van de punt Dordrecht; item het hospitaal en chirurgijns wooning zullen kosten- „ N:o 3. de punt Mallabaar of de zoo „genaamde vlaggepunt, staat te kosten - - „ 212½. N=o 4. de bern onder even gem: punt zal koo„ „men te kosten - N=o 5. De Konterscherp, de bevm van de Gragt en de kapitaale wal muur aan de noord kand, zal komen te kosten – – – – – „ 646. 3/28. N:o 8. Het peper Pakhuis met het anexe Neli pakhuis, en 't ammonitiehuis zul„ „len kosten 383.½ „ Somma Rop:o 4018. 2/5. Als wij nu hier bij voegen het be„ „dragen van de reparaatsien, die nog moeten worden gedaan, dog uitstel lijden kunnen, te weeten: 36. 7/20. N=o 6 aan de wooning van het opperhoofd„ 7. 7/10. „ 9 „ „ officiers wooning - - - „ „ 10 „ „ Militaire hoofdwagt - - - „ 26 3/20. _:o wagt op de punt - - - „ 20 7/20. 91 7/10. Teld Ropias Dan zal de gantsche reparaatsie te staan koomen op Rop: 4110. 9/20. „ 11. 846 7/10. - - - - „ 146. ¼. uitgezondert — 169 Donderdag den 16. Oktober 1788. uitgezondert de ijzere werken en spijkers, als ook de onkosten voor het overbrengen van de pali„ „saaden, die hier niet aan te maaken zijn, als ook van pannen, die alhier niet te bekomen zijn. De Gereedschappen, dewelken nodig zullen wee„ „zen, zijn met de volgende: 25. Stuks Jnchiadossen met hunne steelen 12. p:s koevoeten 10. „ pikhansen met hunne steelen 12. „ kapbijlen 10 „ boon ijzers, als: 1. p:s van 12 d=m 2 „ dubbelde 2 „ enkelde 5 „ tot latspijkers 6. hamers in soort met hunne steelen. 1500. lb. kaierdraat 2000 stuks ballast mantjes 10. p:s water baaljes 10. „ _:o Emmers 4. ladders, als: 1. van 20. voet lang 1 „ 15. 2 „ 10. waar meede de eere ons met alle oot„ „moed te noemen /:onderstond:/ weledele Groot Achtb: Hoog gebiedende Heer: uw weledele Groot Achtb: onderdanige en 38 0 26 29 „ 5o Donderdag den 16. oktober 1788. aanmerking daar over„ Vervolg. en Gehoorzaame Dienaaren (:was getekend:/ I: H: Vogt en C: I: Sprenger /:in margine:/ Koilang den 19. September 1788. En werd nopens de daar bij opgegeevene onver„ „mijdelijke reparaatsien door den Heer Goever„ „neur aangemerkt. Dat de groote bouwval. „ligheid van het fort naar de Zeekant, en de schaade, die de Zee aan de Kai en verdere voor„ „grond van tijd tot tijd veroorzaakte, zeder veele Jaaren bekend was; dat dezelven in 't Jaar 1772. door expresse gekommitteerden op genoomen waaren, die bij hun bericht van den 21te Sep„ „tember eene afsnijding van de vervallene werken, en meer andere noodige verbeete„ „ringen, voorgeslaagen hadden, die van de Hooge Jndische Regeering bij sekreete mis„ „sive van den 30. September 1773. goedgekeurd waaren, met qualifikaatsie, om dezelven gaandeweg te laaten voltoien; dat die af„ „snijding echter, om de wille van de kosten zeder was uitgesteld gelaaten; en dat in 't Jaar 1785. de kapitain Fornbauer als een kundig 174 Donderdag den 16: oktober 1788. Vervolg. Vervolg kundig Jngenieur, die vesting weder opgenoo„ „men, en bij een bericht en kalkulaatsie op„ „gegeeven had, dat die afsnijding wel kost ge„ „maakt worden, doch ruim zeeven en twin„ „tig duizend ropijen kosten zoude; waar en boven noch vier en twintig duizend ropij„ „en zouden moeten besteed worden, om de„ „zelve tegen de zee te beveiligen; en noch wel vijftien duizend tot de verdere bij dat be„ „richt opgegeevene reparaatsien; weshalven hij Goeverneur te dier tijd aan zulke kost„ „baare verbeeteringen niet had durven den„ „ken, veel minder daar toe in vergadering, of ook in brieven aan Hunne Hoogedelhee„ „den, voorstellingen doen; Dat hij, om in dit stuk de meeste zuinigheid te betrachten, de teegenwoordige gekommitteerden op 't nadruklijkst gelast, en op het duidelijkst bij schriftlijke instruksie nader voorge„ „schreeven had, om wel alle gebreeken, en de middelen tot de minst kostbaare re„ „paraatsie op te geeven, doch tevens een na„ „dere Donderdag den 16. Oktober 1788. Vervolg. „dere opgave te doen van de zulken, die vol„ „strekt ten eersten moesten verholpen wor„ „den, tot voorkoming van een totaale ruine; Dat hij Goeverneur, na het bekomen van hun rapport, een bezoek bij den koning van Tre„ „vankoor te Mavelikarre afleggende, zich van daar naar het nabuurige hoilang be„ „geeven, en de voorgeslaagene verbeetering in perzoon opgenoomen had, en niet anders had kunnen zien, of gekommitteerden hadden in alle opzichten de mees te zuinig„ „heid in 't oog gehouden; Dat zeeker de van henlieden voorgeslaagene afsnijding van enkelde pallissaden niet geschikt was, om een ingestort bastion of gordijn te remplaceeren, doch niet te min toereiken„ „de was, om het in- en uitloopen van de vesting te beletten, en dat hij Goeverneur oordeelde, dat men, in deeze geldlooze tijden, behoorde van alle fortifikaatsien, die niet volstrekt noodig waaren, afte zien, en zich alleen tot het allernoodzaaklijkste te
English
17 Thursday the 16th of October 1788. decides to have the repairs mentioned in the report carried out as absolutely necessary. to determine, which could be done all the more easily in the present case, since by this palisade the construction of the projected cut-off would not be obstructed, and the same could always be carried out, should the High Government deem it necessary in due course. Whereupon, having deliberated, it was approved and agreed to have all the repairs specified in that report, which apart from the ironwork and tools are calculated at four thousand one hundred and ten ropijen, carried out at once, and furthermore to record here that the King of Trevankoor has promised the Lord Governor to have all required materials for those repairs, which must come from his country, delivered against payment. Regarding the four copper hinges indicated in the aforesaid report and Thursday the 16th of October 1788. four copper hinges and planks were taken from the powder magazine by the Chief Rosier. Insertion of seven statements regarding this to his debit. indicated four copper hinges of the powder magazine, and the planks with which the warehouse was revetted, and which were taken from there by the retired Chief Rosier, the Lord Governor produced seven statements, namely: one from the Lascarin Pedro Antoni, one from a servant of the aforesaid Chief Rosier, named Silvester, one from the discharged Bombardier, Harmen Henrik Walthoorn, one from the Interpreter of Kalikoilang, Francisco Rodriguez, one from the Interpreter of Koilang, Salvadoor Rodriquez Netto, one from the soldier, Pasquel de Rosairo, and one from the soldier, Domingo de Abreo. Which, being read aloud, were found to contain the following: Translation of Malabar Attestation 175 Thursday the 16th of October 1788. Attestation, executed by the Lascarin in the Company's service, named Pedro Antonio, dated the 14th of September 1788. The copper hinges and locks of the old powder house, which stands on the point Ceilon in the fort Koilang, I have seen in the tower of the dwelling of the Lord Chief, and of the same, I and his Honour's servant named Silvester stored two hinges in his Honour's room, and Silvester told me that he had wrapped those two hinges in bedding and taken them outside. This is the pure truth, and I confirm this with my signature and in the presence of the witnesses. Below was signed: a cross, and around it written in Portuguese: this is the mark of the Lascarin Pedro Antoni. In the margin stood some Malabar characters and a cross, being the marks of the Christians Ioan de Motta and Sebastiaan Fernandes Marece. Below stood: for the translation Thursday the 16th of October 1788. Translation Hoetsiem the 22nd of September 1788. Was signed: I: M: Truijens, Sworn Translator. Translation of Portuguese Attestation made by Silvester, servant of the Lord Jean Rosier, by order of the Lord Adriaan Poolvliet, Junior Merchant and Chief at Koilan, concerning some copper fittings of the powder magazine, standing on the point Ceilon. I, the undersigned, certify, at the request of the aforementioned Hon. Poolvliet, concerning the copper fittings of the powder magazine, that after I served the Hon. Iean Rosier, his Honour ordered me several times to go to the tower that stands above his Honour's dwelling and fetch young pigeons; sometimes I went alone, and at times with the soldier Pascoal de Rozairo, and then I saw in the aforementioned tower four hinges and three locks, all of copper; some time thereafter, Pantjiko wrapped one of the mentioned four hinges in a mat, 177. Thursday the 16th of October 1788. tied it and took it outside, and the rest remained in the aforesaid tower, of which, when I went to the tower on a certain day with the aforementioned Pascoal de Rosairo to look for young pigeons, I found one hinge and one lock missing; Pascoal de Rosairo immediately reported this to the aforementioned Hon. Chief, but his Honour paid little heed to it. It is now more or less three months ago that his Honour ordered me to go and ask for the keys to the aforementioned tower from the aforesaid Pascoal, and when I brought the key to his Honour, he gave it to Benediktus, son of Pantjiko, and said that he, Benediktus, had to go to the tower, and his Honour also ordered that I and the Lascarin Pedro Antoni had to go along with him, and when we arrived there, he, Benediktus, said that we should bring the hinges to the Hon. Chief, as we did; thereupon his Honour ordered that we should store the same in the small room next to the writing office, where we then also stored them; Thursday the 16th of October 1788. a while thereafter Benediktus went outside the fort, and came back to the aforesaid Chief in the afternoon, and having called me, he said that I had to tie the aforesaid hinges in a mat; I replied that I had none; the aforementioned Benediktus brought a mat there to pack the aforementioned hinges; he and I packed the same in the presence of the Chief, and his Honour came with us and had that parcel stored in one of the rooms, as we kept it according to orders; the aforementioned Benediktus immediately went into that same room, and tied that parcel with hinges in bedding, and left it right there. As the aforementioned parcel was too large, and no other boys could carry it away, he immediately went outside and fetched a boy of the aforementioned Hon. Chief, named Kaffir Manuel, and after he arrived there, the aforementioned Hon. Chief ordered his Benediktus and the aforesaid Kaffir boy that they had to take that parcel with hinges outside, as the aforementioned Kaffir boy and Benediktus
Dutch transcription
17 Donderdag den 16. Oktober 1788. besluit de bij het rapport gemelde reparaatsie als absolut noodig te laaten geschieden. te bepaalen, het welk men nur in het tegen„ „woordig geval te ligter kost doen, wijl door deeze pallissadeering aan het exstrueeren van de geprojekteerde afsnijding geen hin„ „dernis toegebragt wierd, en dezelve altoos. kost ter uitvoer gelegt worden, indien de Hooge Regeering dezelve in der tijd mogt. noodig oordeelen. Waar op gedelibereerd zijnde, zoo is goed„ „gevonden en verstaan, alle de bij dat rap„ „port opgegeevene reparaatsien, die buiten het ijzerwerk en gereetschap, op vier dui„ „zend een honderd en tien ropijen, gekal„ „kuleerd zijn, ten eersten te laaten geschie„ „den, en voorts noch hier aanteteekenen, dat de koning van Trevankoor aan den Heer Goeverneur beloofd heeft, alle be„ „noodigde materiaalen tot die repa„ „raatsien, die uit zijn land koomen moe„ „ten, te zullen laaten tegen betaaling bezorgen Nopens de bij voorsch: berigt aange„ „weezene Donderdag den 16. Oktober 1788. vier kopere hengsels en plan„ „ken zijn door het opperhoofd Rosier uit de Kruitkelder genoomen. Insertsie van zeeven verklaarin„ „gen daar over ten zijnen lasten. „weezene vier kopere hengzels van de kruitkelder, en de planken, waarmeede het pakhuis beschoeid is geweest, en die door het afgegaane opperhoofd Rosier, daar uit genoomen zijn, produceerde de Heer Goeverneur Zeven verklaaringen, als: eene van den Laskorijn Pedro Anthoni„ eene van een Dienaar van voormelde op„ „perhoofd Rosier, genaamd Silvester. eene van den Gegasieerden Bombardier, Harmen Henrik Walthoorn. eene van den Tolk van Kalikoilang, Fran„ „cisco Rodriguez. eene van den Tolk van Koilang, Salvadoor Rodriquez Netto eene van den soldaat, Pasquel de Ro„ „sairo, en eene van den soldaat, Domingo de Abreo. Dewelke opgeleezen zijnde, van den volgenden inhoud bevonden wierden: Translaat Malabaarsche Altestaatsie 175 Donderdag den 16. Oktober 1788. Attestaatsie, gepasseerd door den Laskorijn in 'skompanies dienst, gen=t. Pedro Antonio, ged.:t 14. September 1788. De kopere hengzels en slooten van 't oude kruithuis, dat op de punt Ceilon in 't fort koilang staat, heb ik in de toorn van de wooning van den Heer 't opperhoofd ge„ „zien, en van dezelve heb ik en zijn E: die„ „naar gen:t Silvester, twee hengsels in zijn E kamer bewaard, en silverster heeft mij gezegd, dat hij die twee hengzels in bed„ „degoed gewikkeld en naar buiten had ge„ „bragt. Dit is de zuivere waarheid, en be„ „kragtige deeze met mijne handteken en prezentsie van de getuigen /:onderstond was geteekend:/ een kruisje en daarom„ „me in 't Portugeesch geschreeven, dit is 't teeken van den laskorijn Pedro An„ „toni /:in margine /: stond eenige Mala„ „baarsche karakters en een kruisje, zijn„ „de de handteekenen van de Christenen Ioan de Motta, en Sebastiaan Fer„ „nandes Marece /:onderstond:/ voor de Translaatsie Donderdag den 16. Oktober 1788. Translaatsie Hoetsiem den 22. Sept: 1788. /:was getekend:/ I: M: Truijens G: Transt: Translaat Portugeesche Attes„ „taatsie gedaan door Silvester, dienaar van den Heer Jean Ro„ „sier, ter order van den Heer Adriaan Poolvliet, onder„ „koopman en opperhoofd te koi„ „lan, wegens eenig koper beslag van de kruitkelder, staande op de punt Ceilon. Certificeere ik ondergeteekende, op de vraag van gem: E. Poolvliet, wegens 't koper beslag van de kruitkelder, Dat na dat ik den E. Iean Rosier gediend heb, zijn E. mij ver„ „schijde maalen belast heeft, om op de toorn„ die boven zijn E: wooning staat, te gaan, en Jonge duifjes te haalen; zomtijds ging ik alleen, en zomvijlen met den soldaat Pascoal de Rozairo, toen zag ik in gem: toorn vier hengzels en drie slooten, alles van koper, eenig tijd daar na, heeft Pantjiko een van de gemelde vier hengzels in een matje 177. Donderdag den 16. Oktober 1788. matje gewikkeld, gebonden en naar buiten. gebragt, en d'overige bleeven op de toorn voorm van dewelke, heb ik, toen ik op een zeker dag met gem: Pascoal de Rosairo na de toorn ging om Jonge duifjes te zoeken, een hengzel en een slot minder gevonden; Pas„ „coal de Rosairo gaf ten eersten daar ken„ „nisse van aan gem: E: opperhoofd, maar zijn E. gaf wijnig gehoor daar aan; Het is nu min of meer drie maanden geleeden, dat zijn E. mij gelast heeft, om de sleutels van gem: toorn van voormelden Pascoal te„ gaan vraagen, en toen ik de sleutel bij zijn E. bragte, gaf hij dezelve aan Benediktus„ zoon van Pantjiko, en zijde, dat hij Bene„ „diktus na de toorn moest gaan, en zijn E. belaste teffens, dat ik en de laskorijn Pedro Antoni met hem moesten meede gaan, en toen we daar quaamen, zijde hij Benediktus, dat wij de hengzels bij den E. opperhoofd zouden brengen, ge„ „lijk we zulx deeden; daar op gelasten zijn E. , dat wij dezelven zouden bewaa„ „ren in 't kamertje dat naast het schrijf„ kantoor staat, waar wij dan ook ge„ „borgen Donderdag den 16: Oktober 1788. „borgen hebben; een poos daarna ging Be„ „nediktus naar buiten 't fort, en quam 'sachtermiddag alweder bij 't opperhoofd voorm:, en mij geroepen hebbende, zijde hij, dat ik voorm: hengzels in een matje inves„ „te binden, ik antwoorde dat ik geene had„ gem: Benediktus bragte daar een matje om gem: hengzels aftepakken; hij en ik hebben dezelven in prezentsie van 't op„ „perhoofd ingepakt, en zijn E. quam met ons meede, en heeft die pak in een van de vertrekken laaten bergen, gelijk wij vol„ „gens order dezelve bewaard hebben: gem: Benediktus ging ter stond binnen 't zelve ver„ „trek, en heeft die pak met hengzels in een bedde goed gebonden, en daar zelfs gelaaten. wijl gem: pak te groot was, en geen andere Jongens die kosten wegdraagen, ging hij ten eersten naar buiten, en haalde een Jongen van gem: E. opperhoofd, gen:t Kapfer Ma„ „nuel, en na dat hij daar quam, ordonneer „de gem: E. opperhoofd aan zijn Benedik„ „tus en voorm: kaffers Jongen, dat ze die pak met hengzels naar buiten moesten brengen, gelijk gem: Kaffers Jongen en Benediktus
English
Thursday the 16th of October 1788. Benediktus brought the package outside several times: And because such is the truth, I requested the Interpreter Salvador Rodriguez Netto, here, to draw this up for me and alongside me with other witnesses who were present, at the execution of this attestation, as they have signed at my request, being all residents within the limits of the Honorable Company, Koilan the 16th of September 1788. was signed in Tamil the name of the aforesaid Silvester in the margin was signed S: R: Netto lower down stood some Tamil characters and a cross, being from the witnesses, by name Jgnacio de Sousa, and Battij Marakan below stood for the Translation Koetsiem the 22nd of September 1788. was signed I: M: Truijens G: translator. I, the undersigned, acknowledge and declare that in the Year 1764, in the Month of November, when the Honorable Chief Daniel Burnat departed from Koilan to Kolombo, inside the Pepper Warehouse, to my Thursday the 16th of October 1788. my sight and observation, none of the woodwork was missing, both at the bottom and at the sides of the Walls; In witness of the truth I have confirmed this with my own hand, and if necessary can declare it under Oath was signed Harmen Hend=k Walthoorn discharged Bombardier in the margin Coilan the 13th of December 1788. Translation of a Portuguese Attestation made by Francisko Rodriquez, current interpreter of Kalikoilan, by order of Mr. Adriaan Poolvliet, junior merchant and chief at Koilan, concerning the Company's Warehouse of the aforementioned Fortress. I certify that the aforementioned Honorable Adriaan Poolvliet asked me whether the Warehouse that is currently found ruined was handed over in such condition to Mr. Jean Rosier, to which I replied that the aforementioned Honorable Rosier had taken over the said Warehouse 180 Thursday the 16th of October 1788. taken over from Mr. Daniel Bournat, which was completely lined with planks as high as the wall was; this is what I saw; and I sometimes went into the aforementioned Warehouse, where the kapok bales of Mr. Ezechiel Rabbi were lying, and after the departure of the aforementioned Honorable Bournat, those packages were left under the supervision of the Honorable Rosier until they were delivered to the merchants, and I went now and then by order of the aforementioned Honorable Rosier to deliver those packages, and saw that the planks that were lined from the floor up to the top of the wall began to diminish, and when I was in the house of the secretary Carolus Wijns on a certain day, the soldier Pascoal de Rasavia came, with a thin plank sent by the aforementioned Honorable Rosier to the Honorable Wijns, and after the departure of the aforementioned Pascoal, I asked the said Wijns what this plank was for, he replied to that, that he had requested it from the Honorable Rosier to have a lace-pillow made for his daughter, I said Thursday the 16th of October 1788. said thereupon to the aforementioned Wijns, who knows whether in time Your Honor will not also be accountable to the owner of those goods; if the Honorable Rosier now says that the Honorable Bournat had also taken planks to make a dovecote out of them, this would not hold, for I know very well that the Honorable Bournat bought some hundred Teak planks from Batavia from the Honorable van Koolen at 16 Rupees per 100 pieces, and sold most of those planks to the Major of Anjenga for 20 Rupees per 100 pieces, and for those planks Mr. Bournat gave 80 Rupees to me for my trouble. All that is written above happened in truth, and in confirmation thereof, this is signed, remaining prepared, if required, to confirm under Oath upon the Holy Gospel. Koilan the 13th of September 1788. was signed F=co Rodriquez below stood For the Translation Koetsiem the 22nd of September 1788. was signed I: M: Truijens G: translator Translation 183. Thursday the 16th of October 1788. Translation of a Portuguese Attestation made by the Interpreter Salvador Rodrigues Netto, by order of Mr. Adriaan Poolvliet, junior merchant and chief at Koilang, concerning the Company's Warehouse of this fortress. I certify, upon the question of the aforementioned Honorable Poolvliet, whether when Mr. Rosier took over the warehouse mentioned above from Mr. Daniel Bournat, it was in such a ruined state as it is now. That when the Honorable Rosier took over the same from the aforementioned Honorable Bournat in the Year 1764, it was indeed without defect, and that all walls were lined with planks from top to bottom; since then I have been there several times in His Honor's service, and then also saw some kapok bales of Senior Ezechiel Rahbij lying therein; the aforementioned warehouse was in that same condition until the Year 1765 in the month of July, but on the 8th of the aforementioned month I departed as Interpreter to Kalikoilan; what happened since then Thursday the 16th of October 1788. since then I cannot state with certainty, but I have heard by rumor that the ribs and planks of the aforementioned Warehouse were gradually removed and used for the houses in the gardens and for chairs, etc.; Regarding the dovecote that the aforementioned Honorable Bournat had made, it is of the planks that His Honor bought from Mr. van Koolen; the remaining planks the aforementioned Honorable Bournat gave into the custody of the Honorable Rozier upon his departure, to be delivered to the aforementioned Bournat upon his written request; these planks were still in the possession of the aforementioned Honorable Rozier until my departure to Kalikoilan. This is the pure truth of all that has happened, and I confirm this with my signature, and shall if necessary confirm the same under Oath signed by the aforementioned Interpreter below stood for the translation. Koetsiem the 22nd of September 1788. was signed J: M: Truijens. G: translator Translation of a Portuguese Attestation
Dutch transcription
Donderdag den 16. Oktober 1788. Benediktus meerm: pak naar buiten ge„ „bragt hebben: Enwijl zulx de waarheid is, heb ik den Tolk Salvador Rodriguez Netto, alhier, verzocht voor mij dit op te„ maaken en neffens mij met meer ande„ „re getuigen die prezent waaren, bij het passeeren van deeze attestaatsie, gelijk ze op mijn verzoek, onderteekend hebben, zijnde alle ingezeetenen van de limiet van DE: komp:, Koilan den 16:' September 1788. /:was getekend:/ in 't Tamoelsch den naam van voorm: Silvester /:in margi„ „ne was geteekend:/ S: R: Netto (lager:/ stonden eenige Tamoelsche karakters en een kruisje, zijnde van de getuigen, in naa„ „nie Jgnacio de Sousa, en Battij Ma„ „rakan /:onderstond:/ voor de Translaatsie Koetsiem den 22. September 1788. /:was getekend:/ I: M: Truijens G: stransl: Ik ondergetekend bekenne en verklare, dat jn 't Jaar 1764. in de Maart 9br: toen 't Heer opperhoofd Daniel Burnat, van Koilan na Kolombo vertrokken is, als dat binnen in 't Pepeper Pakhuis na mijn Donderdag den 16. Oktober 1788. mijn sien en opmerkentheid, niets van het Plankwerk gemankeert heeft, zo wel van onderen, als van de zijden der Muu„ „ren; Tot teeken der waarheid hebbe ik de„ „zen met mijn eigen hand bekragtigt, en ter noot met een Eed te kunnen verklaren /:was getekend:/ Harmen Hend=k Walt„ „hoorn gegasieerde Bombardier /:in mar„ „gine:/ Coilan den 13. Zber: 1788. ,. Translaat Portugeesche Attestaatsie gedaan door Fran„ „cisko Rodriquez, tegenwoordige tolk van Kalikoilan, ter order van den Heer Adriaan Pool„ „vliet, onderkoopman en opper„ „hoofd te Koilan, wegens 's kompa„ nies Pakhuis van gem: Fortresse. Certificeere ik, dat gem: E. Adriaan Poolvliet mij gevraagd heeft, of het Pak„ „huis dat thans geruineerd bevonden word„ zoodanig is overgegeeven aan den Heer Je„ „an Rosier, waar op ik geantwoord heb„ dat gemelde E. Rosier ged: Pakhuis over„ „genoomen 180 Donderdag den 16. Oktober 1788. „genoomen had van den Heer Daniel Bour„ „nat, 't welk ten eenemaal beschooten was met planken, zoo hoog als de muur was, dit is 't geen dat ik gezien heb; en ik ging zomwijlen in het Pakhuis voormeld, daar de kapok„ „balen van den Heer Ezechiel Rabbi lagen, en naar 't vertrek van gemelden E. Bounat, zijn die pakken onder toezigt van den E. Rosier gelaaten, tot dat ze aan de kooplieden afgezet wierden, en ik ging nu en dan ter order van gem: E. Ro„ sier, om die pakken aftegeeven, en zag dat de planken die van de vloer af tot booven aan de muur toe beschooten waaren, begonden te verminderen, en toen ik op een zekeren dag bij den sekretaris Carolus wijns in huis was, quam de soldaat Pas„ „coal de Rasavia, met een dunne plank door gem: E. Rosier aan den E. wijns gezonden, en naar 't weggaan van gemel„ „den Pascoal vroeg ik aan ged: wijns, waar toe deeze plank diende, hij antwoorde daar op, dat hij die versocht had aan den E. Rosier, om een kante kussen te laaten maaken voor zijn dochter, Ik zijde Donderdag den 16: Oktober 1788. zijde daar op aan gemelden wijns, wie weet of uwE in der tijd niet ook verantwoordelijk zijn zult aan den eigenaar van dat goeds„ indien de E. Rosier thans zegt, dat de E. Bournat ook planken afgenoomen had„ om er een duivehok van temaaken, zoo zoude niet gelden, want ik weet zeer wel, dat de E. Bournat van den E. van Koolen eenige honderd Tekke planken van Batavia, tegens 16. Ropijen de 100„ p:s gekocht heeft, en heeft meest van die planken verkocht aan den Heer Majoor van Anjenga, voor 20. rop:s d' 100 ps, en voor die planken heeft de Heer Bour„ „nat voor mijn moeite aan mij gegeeven 80. ropijen. Alle het geene voorschreeven staat is in waarheid gepasseerd, en tot bevestiging van dien, onderteekend is deezen, blijvende be„ „rijd des gevergd werdende, bij het H: Evan „geliuwd met Eede te bekrachtigen. Koilan den 13:e September 1788. /:was getekend:/ F=le Rodriquez /:onderstond:/ Voor de Translaatsie Koetsiem den 22.:' Septemb: 1788. /:was getxk:/ I: M: Truijens G: transl: Translaat 183. Donderdag den 16. Oktober 1788. Translaat Portugeesche Attes „taatsie gedaan door den Tolk sal. „vador Rodrigues Netto, ter order van den Heer Adriaan Poolvliet, onderkoopman en opperhoofd ter Hoilang, wegens 's komp:s Pakhuis ter deezer fortresse. Certificeere ik, op de vraag van gemelden E. Poolvliet, of toen de Heer Rosier 't pak„ „huis boven gem: van den Heer Daniel Bournat overwam, in zoo een geruineerde staat was, als thans. Dat toen de E. Rosier in 't Jaar 1764. van gemelden E. Bounat 't zelve overnam, wel was zonder gebrek, en dat alle muuren van boven tot beneeden met planken beschooten waaren, zeder dien ben ik noch verscheide maalen in zijn E. dienst daar geweest, en heb toen ook daarin eeni„ „ge kapokbalen van S=r Ezechiel Rahbij zien leggen, gem: pakhuis was tot 't Jaar 1765. in de maand Juli: in die zelfden staat geweest, maar den 8:e van voorm: maand vertrok ik als Tolk naar Kalikoilan, wat zeder dien a Donderdag den 16: Oktober 1788. dien gepasseerd is, kan ik niet met zeekerheid opgeeven, maar ik heb bij gerucht gehoord, dat de ribben en planken van voormelde Pak„ „huis gaande weg afgenoomen, en tot de huizen in de tuinen en tot stoelen &=a verbruikt zijn; Aangaande het duivehok, dat gem: E. Bournat had laaten maaken, is van de planken, die zijn E. van den Heer van Koo„ „len heeft gekocht, de overige planken gaf gem: E. Bournat bij zijn vertrek aan den E. Rozier in bewaaring, om op zijn schrijven aan gemelden Bournat bezorgd te worden; deeze planken waaren tot mijn vertrek naar Kalikoilan, noch onder berusting van gemelden E. Rozier. Dit is de zuivere waarheid van al het geen dat gepasseerd is, en bekrachtige deeze met mijne handteeken, en zal bij noodzaaklijkheid dezelve met Eede be„ „vestigen geteekend door gem: Tolk /:on„ „derstond:/ voor de translaatsie. Roetsiem den 22. ' September 1788. /:was getekend:) J: M: Truijens. G: transl:t Translaat Portugeesche Attestaat, „sie
English
185. Thursday, 16 October 1788. Attestation executed by the soldier Pascoal de Rosairo, by order of Mr. Adriaan Poolvliet, junior merchant and head of Koilan, concerning the Company's warehouse at this fortress, and also regarding the ironwork and fittings of the powder magazine. I, the undersigned, certify that, in response to the inquiry made by the said Honorable Poolvliet regarding the warehouse, etc., I answered: That after the departure of Mr. Daniel Bournat, who was head here at Koilan and left for Kolombo, I was in the service of the Honorable Rosier, which is now about 25 years ago, more or less; and that I have been several times in the pepper as well as the rice and paddy warehouses, and have seen with my own eyes that the said warehouse was lined with planks on all walls from bottom to top; however, after the passage of some years, precisely how many I do not know, the Honorable Rosier began to remove the planks, sometimes Thursday, 16 October 1788. sometimes by me, and sometimes by Mimmi or Domingo de Abreo, sending them outside the fort to Pantjiko, who sent them further wherever he wished, and a portion was used at the house of the said Honorable Rosier in the fort, and thus all the planks were removed. Regarding the aforementioned fittings, I saw that in the tower of the house of the Honorable Rosier there were four hinges, 3 locks, and 3 keys, all of copper, which the said Honorable Rosier sent to the house of Pantjiko; as for one hinge and one lock, where they went I do not know, and now only the two locks are on the said tower; and the said Honorable Rosier also sent the nails and screws from the said doors to Pantsiko; and because this happened in truth, I requested the interpreter Salvador Rodrigos Netto to draw this up for me and to sign it with me in the presence of the witnesses who heard when I executed this, who upon my request have also signed, 165 Thursday, 16 October 1788. signed, being two sepoys of this fort. At the bottom was written: Koilan, 14 September 1788. Was signed: P. de Rosairo. For the drafting, was signed: S. R. Netto. Signed as witnesses: Sangaam Kalikoilan Andirade and Ioac de Croes. At the bottom was written: For the translation, Koetsiem, 22 September 1788. Was signed: J. M. Truijens, sworn translator. Translation of a Portuguese attestation executed by the soldier Domingo de Abreo, by order of Mr. Adriaan Poolvliet, junior merchant and head of Koilan, concerning the Company's warehouse at this fortress, as well as some fittings of the powder magazine. I, the undersigned, certify that, in response to the question put to me by the Honorable Poolvliet regarding the Company's warehouse, etc., I answered that after the assumption of authority by Mr. Jean Rosier from his predecessor, Thursday, 16 October 1788. Mr. Daniel Bournat, a year thereafter, more or less, some soldiers were dismissed from the service from here at Koetsiem on account of a committed offense, among whom I was one; and after the passage of a year and a month, more or less, I was again taken into the service as a soldier in place of a certain Ignacio Gonsalves, but I did not perform my military service, being employed instead in the private service of the head; and what I can testify regarding the pepper warehouse is that I saw that some planks from it were carried outside; and after the passage of some years, the Head ordered me to go and remove the planks from the warehouses where rice and paddy were kept; and when I arrived there, I found that the planks were all still there without anything having been removed; and I executed the order as the Head instructed me, and was occupied for some days in loosening the planks and sending 189 Thursday, 16 October 1788. sending them outside to the house of Pantjiko, as the order of the head dictated; furthermore, the head ordered me to remove the rafters that remained in the warehouse; finally, I removed some rafters according to the order of the said Head, which were also sent outside like the others; as regards the fittings of the powder magazine, I must say that on a certain day, when I climbed up the tower in the house of the head to retile it, I saw in the tower four hinges, three locks, six nails, and some screws, all of copper, which had remained there for some time, as I saw them there repeatedly; but I cannot give accurate information about this, though the soldier Pascoal de Rosario will be able to testify better, as he is the one who handled the keys of the tower and the other rooms, etc. Furthermore, I can speak of an iron hinge that I removed from the door of the powder magazine, which fell down, and was sent outside, and subsequently some ironwork made
Dutch transcription
185. Donderdag den 16. Oktober 1788. „sie gepasseerd door den soldaat Pascoal de Rosairo, ter order van den Heer Adriaan Pool„ „vliet, onderkoopman en opper„ „hoofd van Koilan, wegens 's komp=s Pakhuis ter deezer fortresse, en ook nopens het beslag van de kruitkelder. Certificeere ik ondergeteekende, dat ik op de vraag van gemelden E. Poolvliet, wegens het Pakhuis &:r geantwoord heb; Dat naar het vertrek van den Heer Daniel Bour„ „nat, die hier op koilan opperhoofd geweest. en naar kolombo vertrokken is, ik in dienst van den E. Rosier geweest ben, dat nu 25. Jaaren, min of meer, geleeden is, en ben verschijde keeren, zoo in de Peper als rijst en Neli Pakhuis geweest, en heb„ „be met mijne oogen gezien, dat gem: Pak„ „huis beschooten was met planken, alle muuren van onderen tot booven, doch naar verloop van eenige Jaaren, die ik niet recht weet hoeveel het zijn, begon de E. Rosier de planken afteneemen, Zomwijlen Donderdag den 16: Oktober 1788. zomwijlen door mij, en zontijds door Mim„ mi of Domingo de Abreo, zendende de„ „zelve buiten 't fort bij Pantjiko, die de„ „zelven verder zond, waar heen hij wilde, en een gedeelte ten huize van gemelden E. Ro„ „sier in het fort verbruikt, en dus zijn alle de planken afgenoomen geworden. Belangende het beslag hier vooren gemeld, heb ik gezien, dat daar geweest zijn in de toorn van het huis van den E. Rosier, vier hengzels, 3. slooten en 3. sleutels, alles van koper, dewelke heeft gem: E. Rosier naar het huis van Pantjiko gezonden; een hengzel en een slot, waar ze na toe zijn weet ik niet, en nu zijn de twee slooten alleen aan gem toorn, en ook heeft gem: E. Rosier de Speikers en schroeven van gem: deuren naar Pantsiko gezonden, en om dat zulx in waarheid gepasseerd: is, heb ik aan den Tolk Salvador Ro„ „drigos Netto verzocht, dit voor mij op te maaken, en met mij te teekenen, in prezentsie van de getuigen, die gehoord hadden toen ik dit gepasseerd hebbe, de„ welke op mijn verzoek meede ondertee„ „kend 165 Donderdag den 16. Oktober 1788. „kend hebben, zijnde twee sipahis van dit fort /:onderstond:/ Koilan den 14. ' Septem„ „ber 1788. /:was geteekend:/ P: de Rosairo voor 't opmaaken was getekend S: R: Netto als getuigen geteek Sangaam Kalikoi„ „lan Andirade en Ioac de Croes /:on„ „derstond:/ Voor de Translaatsie, Koetsiem den 22:' September 1788 /:was getee„ „kend:/ J: M: Truijens G transl:t Translaat Portugeesche Attestaatsie gepasseerd door den soldaat Do„ „mingo de Abreo, ter order van den Heer Adriaan Pool„ „vliet, onderkoopman en opper„ „hoofd van Koilan, wegens skomp: pakhuis ter deezer fortresse, als ook van eenige beslag van de Kruitkelder. Certificeere ik onderget: dat op de vraag van den E: Poolvliet aan mij gedaan, we„ „gens skomps pakhuis &:r Jk geantwoord heb dat na het overneemen van het gezag door den Heer Jean Rosier, van zijn voorsaat den Donderdag den 16. Oktober 1788. den heer Daniel Bournat, een Jaar daar na min of meer, zijn eenige soldaaten van hier op koetsiem uit den dienst gesteld, over begaane misdaad, waar onder ik een ben geweest, en naar verloop van een Jaar en een maand min of meer, ben ik wederom in den dienst aangenoomen geworden als soldaat, in steede van een zeker Ig„ nacio Gonsalves, doch ik heb mijn mi„ „litair dienst niet gepresteerd, maar wierd gebruikt in partikuliere dienst van 't opperhoofd; en wat ik van wegens 't pe„ „per pakhuis getuigen kan, is, dat ik ge„ „zien heb, dat eenige planken daar van naar buiten gedraagen wierden, en na ver„ „loop van eenige Jaaren, ordonneerde mij de Heer Opperhoofd, dat ik zoude gaan de planken afneemen van de pakhuisen, daar rijst en neli bewaard wierd, en toen ik daar quam, vond dat de planken altemaal daar noch waaren, zonder dat er iets is afge„ noomen, en ik heb de order volbragt, zoo als mij de Heer opperhoofd belaste, en ben eenige dagen doende geweest, om de planken los te krijgen, en te zen„ „den 189 Donderdag den 16. Oktober 1788. „den naar buiten naar het huis van pant„ „jiko, zoo als de order van 't opperhoofd luid; noch ordonneerde mij 't opperhoofd, om de ribben, die per restant in het pakhuis waaren afteneemen; eindelijk heb ik eenige ribben afgenoomen volgens order van gem: Heer op„ „perhoofd, dewelke ook naar buiten verzon„ „den zijn, zoo als de anderen; wat belangt het beslag van de kruitkelder, moet ik zeggen, dat op een zeekeren dag, toen ik de toorn in 't huis van 't opperhoofd op klom, om dezelve te verdekken, zag ik in de toorn vier hengzels, drie slooten, ses speikers, en eenige schroeven, alle van koper, dewelke daar eenige tijd gestaan hadden, alzoo ik de„ „zelven telkens daar zag; dog ik kan daar van geen rechte informaatsie geeven, maar de soldaat Pascoal de Rosario zal beeter konnen getuigen, wijl hij de geene is, die met de sleutels van de toorn, en de andere kamers omging W:r Noch weet ik te zeggen, van een ijzer hengzel, die ik afgenoomen heb van de deur van de kruit„ „kelder, die neder viel, en gezonden is naar buiten, en vervolgens eenige ijzer werk gemaakt
English
Two hinges have been returned by him. Thursday the 16th of October 1788 in front of the house of the son of Pantjiko named Benediktus. And because this took place in truth, I have requested the interpreter residing here, Salvador Rodriques Netto, to draw this up for me and to sign it with me, in the presence of the witnesses who were present when I granted this attestation, who have also signed at my request, all being soldiers of this fort, Koilan the 15th of September 1788. Signed Domingo de Abreo. For the drawing up, signed S. R. Netto, Interpreter of Koilan. As witnesses, signed Michel Cardozo and Domingo de Maseda, Sepoy. Below stood: for the translation, Cochin the 22nd of September 1788. Signed I. M. Truijens, Sworn Translator. Whereupon the Governor simultaneously made known that the outgoing resident Rosier had returned two pieces of the four copper hinges which he had caused to be broken out of the gunpowder magazine, which together weighed twenty-nine pounds; and it was approved and resolved to have the purchase value of twenty-nine pounds of copper for the two hinges still missing reimbursed to the Company by the aforementioned Rosier; while regarding the missing planks amounting to 8767 feet it was noted that they had lain for over thirty years, and thus naturally through age had been well over half worn out; and therefore, upon the proposal of the Governor, it was approved and resolved to have half of the purchase value, which according to the price current amounted to 679½ rupees, reimbursed by the Honorable Rosier in the amount of 339¼ rupees. A letter was read from the outgoing resident of Koilang, Jean Rosier, whereby he requests to be permitted to remain at Koilang on account of his sickly physical condition, reading as follows: To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Kanara and Wingurla. Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord! This serves solely to inform Your Right Honorable, Highly Esteemed, that the undersigned has been suffering for three years from three ailments, namely an epiplocele, which has caused me diabetes and fistulas, which waste away my body so severely, through the continuous urinating, that I must continually get on and off the commode, and in addition a daily ague, such that if it continues any longer, I cannot possibly hold out long. For that reason, the undersigned very humbly requests to be permitted to end the short time that might still remain to me at Koilang, toward the improvement of his health, as it is impossible to be transported anywhere with these ailments. Requesting to grant compassion and indulgence in this regard. I remain with much respect, Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord! Your Right Honorable, Highly Esteemed's humble and obedient servant, signed J. Rosier. In the margin: Koilang, the 10th of September 1788. Concerning which the Governor made known that he had indeed found the said Rosier in such a poor condition as had been stated in this letter, and thus unfit to be transported from there; wherefore, upon the proposal made thereto by His Honor, it was approved and resolved to let the said Rosier remain at Koilang for as long as his physical condition shall permit him to proceed hither. A request having also been made by the aforementioned Rosier in a letter that the Company's garden at Koilang, which according to his statement he had improved and planted with more trees, as well as enlarged the house standing therein at his own expense, might be left to him for his use: it was noted thereupon that the said garden is destined for the service of the acting resident, and it would thus be hard and unjust to deprive the present resident Poolvliet thereof, and that the improvements which the Honorable Rosier says he made thereto give him not the least right to this request, since he enjoyed the use thereof during his administration; and consequently it was approved and resolved to reject that request. A report was read from the aforementioned commissioners Vogt and Springer, who, pursuant to the resolution of the 5th of September last, surveyed the Company's buildings at Porka; reading as follows: Thursday the 16th of October 1788. To the Right Honorable, Highly Esteemed Johan Gerard van Angelbeek, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, with the jurisdiction thereof. Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord. According to Your Right Honorable, Highly Esteemed's highly honored order by written instruction, dated the 5th of this month, we have surveyed the defects of the Company's buildings in the Residency at Porka and found: That the roof of the dwelling house of the Resident, the battens thereof are for the greatest part rotten and unserviceable, and likewise all the nails of the entire house have perished due to the strong sea air, and the entire roof thus needs to be provided with new nails, for which will be required: 8500.
Dutch transcription
twee hengzels zijn door hem weder bezorgt. Donderdag den 16:' Oktober 1788 voor 't huis van de zoon van Pantjiko gen=t Benediktus. En om dat zulx in waarheid gepasseerd is, heb ik aan den alhier zijnde tolk salva„ „dor Rodriques Netto verzocht, mij dit op te maaken, en met mij te teekenen, in prezentsie van de getuigen, die prezent waaren toen ik deeze attestaatsie verleend heb, die ook op mijn verzoek hebben onder„ „teekend, zijnde alle militairen van dit fort„ Koilan den 15. September 1788. (:was geteekend:/ Domingo de abreo, voor 't opmaaken /:was geteekend:/ S: R: Netto Tolk van Koilan als getuigen (:was getee„ „kend:/ Michel Cardozo en Domingo de Maseda Sipaij /:onderstond:/ voor de Translaatsie Koetsiens den 22. September 1788. /:was getzkt / I: M: Truijens g: Transt: Waar op de Heer Goeverneur teffens te kennen gaf, dat het afgaande opperhoofd Rosier, van de vier kopere hengzels, die hij uit het kruithuis had laaten uitbreeken, twee stu weder bezorgd had, die te zaamen negen en twintig pond wogen; en is goed gevonde en 191. Donderdag den 16. Oktober 1788. twee andere besluit om door hem te laaten vergoeden. verzoek van gem: kosier om mits deszelfs ziekliken toestand op ker„ en verstaan, de uitkoops waarde van negen en twintig ponden koper, voor de noch man„ „keerende twee hengzels; door voormelde Rosier aan DE. komp:e te laaten vergoe„ „den, terwijl nopens de mankeerende plan„ „ken ten bedraagen van 8767. voet aange„ „merkt werd, dat dezelven over de dertig Jaar geleegen hebben, en dus natuurlijker wijze door ouderdom ruim half versleeten geweest zijn; en over zulx op de proposietsie van den heer Goeverneur goedgevonden en verstaan, de helfte van de inkoopswaarde, die volgens de prijs Roerant 679½ ropijen bedraagen heeft, door den E. Rosier met 339¼. rop: te laaten vergoeden. Js geleezen een brief van het afgaand opper„ „lang te moogen blijven woonen „ hoofd van hoilang Jean Rosier, waar bij hij verzoek doed, om wegens zijne zie„ „kelijke lichaams gesteldheid te Koilang te mogen blijven, luidende als volgd: Aan den weled Gestr: Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Donderdag den 16„' Oktober 1788. Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Goeverneur en Direkteur der Kuste mallabaar, kanara en wingurla. Weledele Gestrenge Grootachtbaare welgebiedende Heer! Deze dient eenlijk uweledele Gestr: Groot achtb: in kennisse te brengen, dat den onder „geteekende het zedert drie Jaaren aan drie ongemakken laboreert, naamlijk, een Epi„ „plocelle, die mij veroorzaakt heeft een diabi„ „tes en fistules, die mij zoodanig het lighaam uitteeren, door het geduurig wateren, dat ik continueel op en af de stoel moet gaan, en daar bij een dagelijks koude koorse, dat in„ „dien het langer Continueert, kan ik on„ „mogelijk niet lang uithouden, om die ree„ „den verzoekt den ondergeteekende zeer on„ „derdaaniglijk, de korte tijd, die mij noch zoude kunnen overblijven, op Koilang te mogen eindigen, tot verbetering van zijn gezondheid, alzo 't onmogelijk is, zich met dien ongemakken nergens te laten transporteeren. beslit Verzoekende 193. Donderdag den 16. Oktober 1788. k te akkordeeren. besluit dot Verzoeken de medoogentheid en indulgentie dies aangaande te willen vergunnen. Blijve met veel respect /:onderstond:/ wel„ „edele Gestrenge Groot achtb: welgebieden„ „de Heere! uweledele Gestr: Groot achtb: onderdaanigen en Gehoorzaamen Dienaar /:was getekend:/ I: Rozier /:in mar„ „gine:/ Koilang, den 10.:' September 1788. Waaromtrend de Heer Goeverneur te kennen gaf dat hij gemelden Rosier werk. „lijk in zulx een slechten toestand had ge„ „worden, als bij deezen brief was opgegee„ „ven, en dus buiten staat, om van daar ge„ „transporteerd te worden; weshalven op de daar toe gedaane proposietsie van zijn Ede„ „le goed gevonden en verstaan is, gemel„ „den Rosier zoo lange te koilang te laaten blijven, tot dat zijne lichaams gesteldheid toelaaten zal, zich herwaards te begeeven. Door voorm: Rosier almeede bij een brief verzoek gedaan zijnde, dat 'skomp s tuin nader verzoek van hem om skomp: thuin tot zijn verblijf te mogen hebben. word afgeslaagen. bericht van skComp: gebouwen te Zorka tuin te koilang, die hij volgens zijne opga„ ve verbeeterd, en met meerder boomen be„ plant, mitsgaders het daar in staande huis op zijne kosten vergroot had, aan hem tot zijn gebruik mogte gelaaten worden: zoo is daar op aangemerkt; dat gemelde tuin ten dienste van het fungeerend op„ „perhoofd gedestineerd is, en het dus hardt en onbillijk zijn zoude, het prezente op„ „perhoofd Poolvliet daar van te ontzetten en dat de verbeeteringen, die de E: Rosier daar aan zegt gedaan te hebben, hem tot dit verzoek geen het minste recht gee„ „ven, alzoo hij daar van, geduurende zijn bestier het genot gehad heeft, en is dien„ volgende goedgevonden en verstaan, dat verzoek van de hand te wijzen. Is geleezen een bericht van voormelde gekom. „mitteerden Vogt en Springer, die volgens resoluutsie van den 5. September Jongstl: skomp:s gebouwen te Porka opgenoomen heb„ „ben; luidende als volgt: Donderdag den 16: Oktober 1788. Aan 195. Donderdag den 16. Oktober 1788. Aan den weledele Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Goeverneur en Direkteur ter kuste Mallabaar, met den resorte van dien Weledele Groot achtb: Hooggebiedende Heer. Volgens uw Edele Groot achtb: hooggeëerde order bij schriftelijke Jnstruksie, de dato 5=e deezer, hebben wij de gebreeken van skomp=s gebouwen in de Residentie te Porka opgenoomen en bevonden: Dat het dak van het woonhuis van de Resident, de latten daar van voor het grootste gedeelte verrot en onbekwaam zijn, zoo meede alle de spijkers van het gantsche huis, door de sterke zee-lugt vergaan zijn, en diend dus het gantsche dak, met nieuwe spijkers te worden voorzien, waar toe zullen benodigen: 8500.
English
Thursday the 16th of October 1788. plates and clamps- 8500 feet of roof battens at 9 rop:s the 100 feet: Rop 76½ 230 lb. of nails unestimated. - 65 day wages of carpenters at 6 st each - - - „ 19:½ 65 ditto coolies with the carp: at 2 f:s - - - - „ 6:½ 55 ditto masons at 6 f.s each - - - „ 16:½ 165 ditto coolies with the mas: at 2 f.s each - - „ 16½ 6500 pieces of broad roof tiles at 3½ the 1000 pieces „ as they must be conveyed from Warapel to Porka - - „ 22¾ 40 candies of masonry lime at 11 p.s each candy - - - Rop:s 158.–¼ At the front door a joist is missing, as also in the window frame, being decayed through age; for this there will be required in woodwork and wages - „ 16.—. In the back room there are required three double window frames with their shutters, as also a door frame with its door, which with wood and labor will come to „ 42 The ironwork required for this can be found on the unfit door and window; further, the Resident showed us some repairs done by him, which could brook no delay and thus necessarily had to be made, and which we on inspection found to have been necessary and very properly executed, such as the plastering of a pantry in some places on the outside, as well as the making of a cornice under the roof and the ramming of earth „ 16.–. For a new door frame with its door „ 12.–. For four new locks with their keys „ 16.–. „ 44 Carried forward: Rop 272¾ - - - 197. Thursday the 16th of October 1788. Brought forward - - - Rop 272¾. At the privy the plank floor is completely rotten, as are also two small beams beneath the said floor; the repair thereof will cost in wood and labor - „ 15.— At the Pepper Warehouse, the battens on the framing are for the most part rotten, and all the nails destroyed by the strong sea air, so all the tiles and battens must be removed, and those that are fit nailed on afresh, and in place of the unfit ones there will be required: 12000 feet of roof battens at 9 rop: the 1000 - - - „ 108.— 301 lb. of nails for the entire roof - - „ 52.— 6500 pieces of broad roof tiles at 3½ rop: the 1000 „ 22¾. 80 day wages of carpenters at 6 f:o each - - - „ 24.— 80 ditto coolies at 2 ditto ditto - - - „ 8.—. 70 ditto masons at 6 ditto ditto - - - „ 21.— 410 ditto coolies to serve the masons and carry the roof tiles which are brought, at 2 f=o each - - - - - - - „ 41.— At the guardhouse the roof is somewhat bent inward and needs to be supported with a stringer and three brackets; for this there will be required: 22 feet of ribs at 8 inches 51 ditto at 4 inches Thus this work in wood and labor will come to - „ 3½ Total: Rop 564.½. The necessary tools will consist of: 200 pieces of ballast baskets 50 lb. of coir yarn 2 enxadas 1 water tub 1 ditto bucket Thursday the 16th of October 1788. Resolution to have the repair carried out. We have herewith the honor to call ourselves with all humility, (below was written) Right Honorable, Highly Commanded Lord! Your Right Honorable humble and obedient servants, (was signed) I: H: Vogt and C: S: Sprenger, (in margin) Porka, the 8th of September 1788. And after deliberation it was approved and agreed to have the defects found thereon repaired for the stated sum of five hundred sixty-four and one-half rupees. Likewise was examined the report of the just-mentioned commissioners regarding the survey of the mud house of the Postholder at Great Aiwike, and of an ola lascar barracks there, reading as follows: To the Right Honorable Lord Johan Gerard van Angelbeek, Ordinary Counselor of the Dutch Indies, Governor and Director of the Coast of Malabar, with its dependencies. Right Honorable, Highly Commanded Lord! Pursuant 199 Thursday the 16th of October 1788. Pursuant to your Right Honorable highly respected order, contained in written instructions of the 5th of September, we inspected the buildings and the postholder's dwelling at Great Aiwika, consisting of a mud house and an ola barracks of the lascars, and found that because of age the walls of the house are cracked throughout, yet the roof is for the most part still usable; the aforesaid house could be restored as it is with clay earth at an expense of 100 rupees, yet it could stand for at most the period of five years; thus the undersigned think it better that another house be built, the foundation raised with laterite stones to the height of 2 feet above the ground, with its protruding so-called buttress, and subsequently with wooden supports up to under the roof, and interwoven with areca wood in between, and filled up with laterite earth both outside and inside, which can stand for 30 years; for this there will be required: 1000
Dutch transcription
Donderdag den 16:' oktober 1788. plaaten en krammen- 8500. voeten daklatten â 9. rop:s de 100. voeten Rop 76½ 230. lb: lot spijkers ongeschat. - 65. dagl: van Timmerlieden â 6 st ider - - - „ 19:½ 6:½ 65. _o „ Coelis bij de Tim: â 2. f:s - - - - „ 55. —„ „ metselaars â 6. f.s ider - - - „ 16:½ 165. „ Roelis bij de mets: â 2. f. s ider - - „ 16 6500. stuks breede daktiggels â 3½ de 1000. stuks„ wijl van warapel na Porka moeten over„ „gebragt werden - - „ Rop:s 158. –¼ 40. kandijlen metselkalk â 11. p. s ider hand Aan de voor deur manqueerd een legger„ „balkjes alzoo ook in 't venster kozijn, als zijnde door ouderdom vergaan, hier toe zullen benodigen aan houtwerk en loon-„ Jn de agter kamer vereischen drie dub„ „belde venster koesijns met hunne laaden als ook een deur kozijn met zijn deur„ dewelke met hout en werkloon zullen te staan komen op De daar toe benodigde ijzer werken zijn te vinden aan de onbekwaame deur en venster, voorts heeft de Resident aan ons vertoond eenige reparaatsie, die door hem zijn gedaan, geen uitstel hebben kunnen veelen, en dus noodsaakelijk hadde moe„ „ten geschieden, en welken wij hebben naar sien bevonden, dat dezelven noodzaakelijke waaren, en zeer nieuw opgebragt zijn, als tot het plijsteren van een dispens, op zommige„ plaatzen aan de buitenkant, zo meede tot het maken van een vernies onder het dak, rop 16. —. en 't stampen van grond Tot een nieuw deur kozijn met zijn deur „ 12. —. Tot vier nieuwe slooten met dies sleutel 16. –. „ 44 „ „ 42 Transporteere Rop 272— - - - 197. Donderdag den 16. oktober 1788. Pr Transport - - - Rop 272¾. Aan het privaat is de planke vloer gehee„ „lijk verrot, als ook onder gem: vloer twee balkjes; de reparaatsie daar toe zal komen te kosten aan hout en werkloon- T Peper Pakhuis de latten aan het span„ „werk zijn voor het meeste gedeelte ver„ „rot, en alle de spijkers door de sterke zee lugt vergaan, dus moeten alle de pannen en latten afgenoomen, en die be„ „quaam zijn, weder op nieuw aangespij„ „kert worden, en in plaats van de onbe„ „quaame zullen benoodigt zijn 12000: voeten daklatten â 9 rop: de 1000. - - - „ 108. — 301. lb. spijkers tot 't geheele dak - - 6500. stuks breede daktiggels â 3½ rop: de 1000. „ 22¾. 80. dagl: van Timmerl: â 6 f:o ieder - - - „ 24. — 80. _o „ Roelies „ 2. „ „ - - - „. 8. —. 10 _o 410. _ o „ koelies tot dienste der metselaars en dragen der daktiggels, dewelke aan„ „gebragt worden â 2. f=o ieder - - - - - - - „ 41.— Aan de wagt is het dak eenigzints ingebogen, en diend met een kordon en drie korweels ondersteund te worden, hier toe zullen benoodigen: 22. voeten ribben â 8 d=m _o „ 4 „ Dus dit werk aan hout en werkloon zal koomen te kosten - „ metselaars „ 6 „ „ - - - „ 21. — 51. Somma Rop 564. ½. De benoodige Gereedschappen zullen bestaan, in: 200 stuks ballastmandjes 50. lb. Cairdraat 2. Inchiadossen 1. waater balie 1. _o Emmer Wij - -„ 52. — 15. — „ _„o Donderdag den 16:' Oktober 1788. besluit de reparatie te laten doen. Wij hebben hier meede de eere, ons met alle oot„ „moet te noemen /:onderstond:/ weled: Groot achtb: Hooggebiedende Heer! uw weledele Groot achtb: onderdaanige en Gehoorzaame G Dienaaren /:was gete:/ I: H: vogt en C: S: Spren„ C „ger /:in margine:/ Porka den 8. September 1788. En is na deliberaatsie goedgevonden en verstaan„ de daar aan bevondene gebreeken, voor de daar bij opgegeevene som van vijfhonderd vier en sestig en een halve ropij, te laaten repareeren. Ook is geëxamineerd het bericht van eeven ge„ „melde gekommitteerden, nopens den opneem van het aarde huisje van den Posthouder te groot aiwike, en van een olasse las„ „korijns barak aldaar, luidende als volgd: Aan den weledele Groot achtb: Heer Johan Gerard van Angelbeek Raad ordinair van Nederlands Jndia„ Goeverneur en Direkteur ter Kus„ „te Mallabaar, met den ressor„ „te van dien. Weledele Groot achtb Hooggebiedende Heer! Ingevolge 199 Donderdag den 16. oktober 1788. Ingevolge uw weledele Groot achtb: hoog ge„ eerde order, vervat bij schriftelijke Jnstruktie van den 5:e September, hebben wij „ gebouwen en posthouders wooning te groot aiwika, be„ „staande in een aarde huisje, en een olase barak van de Laskorijns bezigtigd, en bevon„ „den, dat het huis door lange tijd over al door„ „gaans de muur gescheurd zijn, dog het dak nog meest gedeelte bruikbaar is, voor„ „meld huis zal met de guastus van 100. Ropias, weder kunnen indier voegen zoo als het ins, hersteld worden, met kleij aarde, egter ten hoogsten voor den tijd van vijf Jaaren te kunnen staan; zoo denken de ondergeteekendens beter te zijn, dat er een anderhuis, de fundament van kapoksteenen tot op de hoogte van 2. voeten boven de grond gehaald, met zijn vooruit„ „staande sogenaamde beer, en vervolgens met houte stutten tot onder het dak, en daar tusschen areeks houtten gevlogten, en met kapok aarde, zo wel van buiten als van binnen opgevuld word, het welk 30. Jaar staan kan, hier toe zal benodigt zijn: 1000