Inventory 10409
Surat · 470 pages · 65 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
we have obtained such a solemn consent from Your Honors; as far as we are concerned, gentlemen, do not take it amiss that we must freely declare that such a manner of proceeding exceeds our understanding and that we have no comprehension of it whatsoever, for whereas we must testify not to know what we should ask the Lord City Governor, Your Honors say not to doubt that His Excellency will give us a clear answer. In order to avoid all unpleasantness here, we shall not express ourselves further regarding this, but rather briefly reply to Your Honors' highly esteemed first letter cited above, dated the 3rd of October, that we are very unjustly accused by Your Honors as if we had exceeded the established stipulation and had thereby broken good faith; this can never be proven by Your Honors. We requested dwellings for Council members and rooms for clerks; we did not begin to make the dwellings in any other way than of wooden supports or posts, with a small wall between both, under a single tiled roof with a wooden loft and without gessen, and in that manner they were granted to us by Your Honors, so that the city is by no means alarmed about these dwellings, but on the contrary may well be surprised at the halting of a permission once given, and this can also never serve as any well-founded reason for obstruction. For which and other reasons we still find ourselves obliged to repeat hereby our previous requests and protests, particularly those in our missive of the 21st of September last, and consequently requesting Your Honors, gentlemen, in the most urgent and emphatic manner, to finally allow us to enjoy once again the permission so solemnly granted by Your Honors, and duly to withdraw the suspension placed thereon, so Your Honors please not take it amiss that, in the unexpected absence thereof, we see ourselves compelled hereby once again to protest in the most vigorous manner against all losses and damages which the Noble Dutch Company has ever suffered and will suffer due to this suspension, as well as against all consequences that may in time arise therefrom, leaving all the same to Your Honors' account and responsibility. We have the honor to be with great esteem. was below: Right Honorable Sir and Sirs Lower: Your Honors' most humble and obedient servants, was signed: M: Jn Bosman, Am Js Sluijsken, Rn vn Harn, Cs Heijdemant, Dk Spierijee, N: Holmberg, Fn Bk Zimmerman, Cs Vn Citters Aarntzoon in the margin: Souratta the 31st of October anno 1769 No. 6 Missive from the Director and Council to the English Ministry under date of 26 July 1769. Right Honorable Sir and Sirs. The entirely bad and miserable dwellings in which we must manage here to such an extent that some of our council members even have been able to obtain nothing other than a single room of planks and bamboos for their residence, and in which dwellings one was not even covered against the inclemencies of the weather or protected from vermin, as we dare fully appeal to Your Honors' knowledge in respect of both these matters, have caused the first-undersigned Director, being the one from whom the execution of the necessary carpentry and the making of requests thereto has always been demanded by our high superiors, to resolve to make a written request on the 5th of April last past to the Right Honorable Mr. Price in his capacity as Governor of the Castle, for obtaining permission for the carpentry on the wharf of 3 to 4 dwellings for the council members, 6 to 7 rooms with Copy 37 Translation of the English missive from Mr. Price and Council under date of 7 August 1769. the building of these dwellings could never have had any other purpose than to cover ourselves better through the same against the inclemencies of the weather and thereby make our stay in these regions more bearable and pleasant. And wherefore we then, now after we have in vain hoped and reasonably expected for 21 days that Your Honors would have withdrawn this obstruction of the permission once granted, and would have let us proceed with the work begun in peace, find ourselves compelled to request and demand of Your Honors that Your Honors please withdraw the prohibition issued and thereby allow us to proceed with the work begun, pursuant to and in fulfillment of the permission granted to us, as required. With which, etc. Sir and Sirs, Your Honors' letter of the 26th last past has been duly received, as well as another addressed to our Chief by Your Honors' Director, to which two we shall now reply. Regarding the
Dutch transcription
we zoo een plegtig consent van uwelEd: verkreegen hebben; wat ons betreft mijne heeren, men neeme ons niet qualijk dat wij vrijelijk moeten verklaaren dat eene diergelijke handel wijze ons kennisse te te boven gaat en dat wij daarvan in t geheel geene bevattinge hebben, want daar wij moeten betuijgen niet te weeten wat we den Heere Stads Gouverneur vraagen zonden, zeggen uwel Ed:s niet te twijffelen of zijn Excellentie zal ons een klaar antwoord geeven. — Wij zullen ons, tot vermijding van alle hatelijkheeden hier, omtrend niet verder uijt laa„ „ten, maar liever op uwel Ed:s seer g'eerde hier voren aangehalde eerste schrijvens van den 3e october kortelijk rescribeeren dat we door uwer „ Ed:s zeer te onregt beschuldigd worden als waaren we de gemaakte bepaling te buijten gegaan en daardoor de goede trouw verbrooken hadden, zulks zal door uwel Ed:s nooit kunnen worden beweesen, wij hebben wooningen voor Raadsleeden en kamers voor Pennisten gevragd, wij hebben de wooningen niet anders beginnen te maken dan van houte stutten of standers, met een muurtjen tussen beiden onder een enkeld panne dak met een houte 3 89 houte solder en zonder gessen, en in diervoegen zijn ze ons van uwe EEd:s toegestaan, zulx de stad in geenen deele over deeze wooningen g'allar¬ „meerd, maar in tegendeel over de gedaane sta„ „tering van een eens gegeevene permissie wel„ verwonderd zijn kan, en dit kan, ook nooit tot eenige gegronde Reeden van verhindering verstrekken. — Om welke andere reedenen meer wij ons als nog verpligt vinden onse voorige gedaane verzoeken en protestatien voornamentlijk die bij onse missive van den 21„e September laatst„ „leeden bij deesen te herhaalen en uwel Ed:s mijne heeren dienvolgens op het allerinstantelijk¬ „ste en nadrukkelijkste verzoekende, ons van de door uwel Ed:s zoo plegtig verleende permis„ „sie eendelijk een weder te doen jouisseeren en de daaraan, toegebragte stateering in te trekken na behooren zoo gelieven uwel Ed:s ons verders niet kwalijk te neemen dat wij ons in de nood„ „zakelijkheid gebragt zien om bij onverhoopte ontstentenis van dien bij deezen nogmaals op de alderkragtigste wijze te protesteeren, teegens alle schaden en nadeelen welke de Edele Nederlandsche Compe door deese stateering immermeer immermeer te Lijden heeft en lijden zal, mits¬ „gaders tegen alle gevolgen welke daaruijt in der tijd voortkomen kunnen, alle dezelve voor uwel Ed:s reekening en verantwoording over„ „laatende. - Wij hebben de eer met groote agting te zijn. /:onderstond:/ WelEd: Agtb: Heer en Heeren /:Lager uwel Edelens Gantsch ootmoedig en gehoorzaame dienaren /:was geteekend:/ M: J:n Bosman, A=m J:s Sluijsken, R:n v:n Harn, C:s Heijdemant, D:k Spierijee, N: Holmberg, F:n B:k Zimmerman, C:s V:n Citters Aarntzoon /:in margine:/ Souratta den 31„e October a:o 1769 No. 6 missive van Directeur en Raed aen het Ingelse ministe tie sub dato 26. Wel Edele Agtbaare Heer & Heeren. Julij 1769 De allezints slegte en miserable Woningen waar in wij ons alhier zoo danig moeten behelpen dat sommige selfs onser raadslieden niet anders dan een Enkel Vertrek van Planken en Bamboesen tot haar verblijf hebben kunnen verkrij„ gen, en in— welke woningen, men dan nog niet voor de Jnjurien van de Lugt bedekt of voor het ongedierrte beschermt was, zoo als wij ons ten opsigte van dit een en ander volkomen op uEd: agtb: en uEd: kennis beroepen durven, hebben den Eerst ondergeteekenden Directeur als aan dewelke het doen van de nodige timmeragien en de versoeken daar to te doen steeds door onse hooge superieu„ „ren gedemandeert is, doen besluijten Om op den 5e april Jongst verweken aan den wel Ed: agtb: Heer Price in qualiteijt als Gouverneur van het Casteel, Schriftelijk versoek te doen, ter obtenue van Permissie tot 't Timmeren op de werf van 3 a 4 woningen voor de raadsleeden 6 @ 7. kamers met Copia 37 een. Translaet Engelse missive van Mr. sub dato 7 Augs. 1769 het bouwen deser woningen nooit iets b'oogen kunnen, als ons door deselve voor de Jnjurien des Lugts beter te dekken en ons verblijf in deeze gewesten daar door te dragelijker en aangenamer te maken. ee En waaromme uij ons dan, als nu na dat nij 21. dagen te vergeefs hebben gehoopt en billijk verwagt dat uEd: agtb: en uw Ee deese stremming der eens verleende permis„ sie, weder soude ingetrokken hebben, en ons met het begonnen werk gerust laten Voortgaan, genooddrengen vinden van uw Ed: agtb: en uw Ede te versoeken en te vorderen, dat uw Ed: agtb: en uw Ed:t het gedaane verbodt gelieven in te trekken en ons daar door met het begonne werk agtervolgens en ter nakominge, van de aan ons verleende Permissie te laaten Voortvaaren na behoeven Waar mede &a Rice en raed SB. Heer en Heeren du Wel Ed: Brief van den 26en Laast¬ „leden is behoorlijk Ontfangen, soo wee als eene andre aan ons opperhooft door uw Ed: directeur g'addresseerd, op welke twee wij thans sullen antwoorden — Uto het:
English
Your Honor's deputies, on the occasion that they spoke with our chief regarding the obstruction caused to the buildings which Your Honor was having erected on the wharf, and requesting permission to proceed therewith, were informed that these hindrances arose from orders of the Honorable President and Council at Bombay, and that permission to proceed therewith could not be granted before their Honors' further orders should be received. Thus, we merely have to inform Your Honor that Your Honor's representations have been forwarded to the headquarters, and upon receipt of their Honors' answer, we shall communicate the same to Your Honor. Your Honor has our free permission for the replacement of the pier which was washed away by the drainage. And with regard to what the Director mentioned in his letter concerning the customary manner of addresses whenever Your Honor wished to make any repairs, alterations, or buildings on the wharf, we inform Your Honor that the methods which should henceforth be used on such occasions, and indicated by the Chief to Mr. Holmberg, are in accordance with the orders of our superiors at Bombay. However, since the Director declares that he is invested with full power to make such addresses, and that this properly and solely belongs to his office, we have notified the Honorable Governor and Council thereof. We are with respect, etc. Letter from the Director and Council to Mr. Gambier and the other members of the English Council, dated 21 September 1769. Gentlemen, When we, by our letter of 27 July last, found ourselves obliged to request and demand of Your Honor that Your Honor would be pleased to withdraw the obstruction imposed upon us on 5 July prior in the building of the houses and rooms mentioned in the said letter, and to allow us to proceed therewith accordingly, and in fulfillment of the permission so dutifully granted to us, as is proper, we had no other thought than that Your Honor would not delay a single moment longer in fulfilling your given word and permission, and in allowing this carpentry work to proceed further without hindrance. However, we learned to our regret from Your Honor's letter, which we had the honor to receive on 9 August, that Your Honor could grant no permission to proceed with these carpentry works before receiving further orders from the Honorable President and Council at Bombay; that to that end our representations had been forwarded to the headquarters, and that Your Honor, upon receipt of an answer, would communicate the same to us. We would therefore have had every right, Gentlemen, to persuade Your Honor immediately by new urgings to fulfill your given permission. But we considered ourselves so assured of the equity of the Governor and Council at Bombay that we imagined nothing else than that we would be allowed to enjoy the granted permission again as soon as possible, and that the obstruction imposed thereon would thus have been withdrawn. This having caused us to decide to suspend matters for a short time, we received on the 7th of this month Your Honor's letter of the 6th prior, which we shall have the honor... To grant, we have done everything herein that the law and constant custom could ever demand of us, so much so that the aforementioned Chief at that time and Your Honor made no difficulty in granting us this request, and indeed after they themselves had beforehand sent two commissioners to inspect the place on our wharf where we wished to construct these buildings, to whom the required demonstration was made in person by our Director. Since it is therefore a proven fact, and beyond the slightest dispute, that this permission was requested by us in the usual place and in due form, and was also granted in proper form by Your Honor after having informed yourselves thereof through your commissioners, it is equally true that Your Honor, according to all right and equity, is obliged to let us enjoy this given permission without causing us any hindrance or obstruction therein. And since not the slightest doubt could ever have arisen among us in this regard, immediately after we obtained Your Honor's consent, which was also immediately followed by the permission of the town governor, we set to work. We had already caused an old and dilapidated dwelling house, occupied by the Fiscal and two bookkeepers, and adjoining which was also a merchant office, to be torn down, and had caused all the necessary materials for these buildings to be purchased. We had already progressed so far with the work that one of the houses for the council members is almost completed, and the foundations of a second house are laid, when, to our great surprise, we were stopped in the midst of this work. Thus, we have now not only been deprived of three dwellings and a place for storing our merchant books, but the Honorable Company, through this delay of now two and a half months, has also not been able to avoid great damage to the purchased materials, which have been exposed to the rain and the bad season, and through which even the newly erected walls have already cracked apart. And all this, Gentlemen, bringing us under the necessity of sending this once more to Your Honor, we likewise expect that Your Honor, following the...
Dutch transcription
3 Uo Ed: Geputeerde ter gelegentheijt dat sij ons opperhooft hebben gesprooken aan¬ „gaande de verhindering die de gebouwen dewelke uw Ed: op de werf lieten maken toegebragt was, en verlof begerende, om daar mede voort te varen, is aangesegt, dat die beletzelen voort kwamen uijt - beveelen van den wel Ed: Heer Praesident en Raad te Bombaij, en dat de toestem„ „ming om daar meede voort te vaaren niet konde verleendt werden, voor haar Edelens nadre beveelens zoude Ontfangen wesen, dus wij alleenlijk uw Ed: te mee¬ „den hebben, dat uw hd: vertoogen over¬ „gesonden sijn, naar de hooft plaatsen & op den Ontfangst van hun Ed: ant¬ woordt, sullen wij uw het: het selve meer¬ „dedeelen; uw het: hebben ons vrij verlof tot 't herplaatsen van 't Hooft 't welke bij de afwateringe is weggespoelt, 60 En met opsigt tot het geen den directeur in sijne brief gemeld heeft, van de gebruij¬ kelijke mannier der addressen, wanneer uw Ed: eenig te verhelpingen, verkanderinge gen of gebouwen op de werf wilden maaken, zoo bedeelen wij uw Ed: dat de methaden die voortaan bij dier¬ gelijke gelegentheden, Souden moeten gebruijkt worden en door 't opperhooft aan d' Heer Holmberg aangewesen, overeenkomstig is, met de beveeden van onse oppergebiederen te Bombaij; dog alsoo den Directeur verklaardt, met Volkomen Magt bekleet te sijn, tot het Missive van Directeur en raed aan Mr. Gambier en de verdere Laden van den Engelsen raed sub dato 21e Septemb: 1769 het doen Van diergelijke addressen, en dat zulx Eijgentlijk en alleenig aan sijnen dienst behoort, soo hebben wij daar van kennisse gegeven aan wel Ed: heer Gouverneur & Raadt Wij sijn met agting &a Wanneer wij bij onse missive van den 27:=en Julij. Jongsleden ons genoodzaakt ven„ „den om van uw Ed: te versoeken en te vorderen dat uw Ed: de aan ons op den 5 Julij daar bevoorens, toegebragte stebma¬ „ming in het bouwen der bij opgedag„ „te missive vermelde huijsen, en Kamers zouden gelieven in te trekken, en ons daar mede agtervolgens van. en in voldoening aan de ons zoo Pligtig verleen„ „de permissie laaten Voortvaren, na behooren, hadden wij althans geene andre gedagten, of uw Ed: zouden geen ogenblik meer traineren met ons deszelfs gegeven woordt en Permissie te Praesteren, en dese timmeragie Verder onverhindert Laten geschieden, egter ondervonden wij, tot ons leedwesen uijt uw Ed: missive, welke wij de Eer Mijne Heeren. had: 3. 31 hadden op den 9=en Aug:s te Ontfangen dat uw het: geene toestemming tot het voort¬ „varen met dese Timmeragien konden ver„ „leenen, voor alvorens nadere bevelens van den wel Ed: Heer Praesident en Raad te Bombaij, ontfangen hadden, dat ten dien eijnde onse verthoogen na de hooft¬ Plaatsen waren overgesonden, en dat uw tot: bij het Ontfangst van antwoordt, ons de selve zoude mededeelen. Wij hadden dus mijne Heeren wel aanstonds regt gehadt, om bij nieuwe instantien uw Ed tot het praesteren van desselfs gegeven permissie te persua„ „deren, dog wij oordeelden— ons zeeven zodanig versekert van de aquiteijt van den Heere Gouverneur en Raad te bombaij, dat wij ons niet anders Voor stelden, of men zoude ons wederom zoo ras mogelijk van de verleende permissie hebben doen jouisseren, en dus de daar aan toe¬ gebragte Statering hebben ingetrok¬ „ken, het geen ons hebbende doen besluijten, om een weijnig tijd te Supersedeeren, ontfingen wij op den 7e dezes uw Ed: missive van den 6=en daar bevorens, welke wij de Eer zullen hebben. Verleenen, zoo hebben wij hier in alles gedaan wat de wet en Constante gewoonte immer¬ meer van ons vorderen konde, zodanig dat opgemelde toen maligen Cheff en uw Ee ook geene zwarigheijt gemaakt heb¬ ben, ons dit. Versoek te accorderen, en wel na dat zij zelfs voor af twee Gecommitteerdens ter besigtiging der Plaatze alwaar wij dese gebouwen wilden temmeren op onze werf hadden afgesonden, en die door onsen Directeur de VerEijschte aanwijsing in persoon gedaan was. Is het dus een bewesene zaak, en buijten eenige deminste tegenspraak dat deze permissie door ons ter gewoone „lijker plaatze, en na behooren versogt en ook door uhet: zelfs na dat sij zig daar op door hare Gecommitteer¬ dens, hadden doen informeren, in forma Verleent is, zoo is het ook even waar¬ „agtig dat uw Ed: volgens alle regt en billijkheijt verpligt zijn, ens van deze gegevene permissie te laten souis„ „seren, zonder ons daar in enige ver„ hindering of belet toe te brengen. 6l Ende hier omtrent ook nooit eenige de minste twijffeling bij ons hebbende kunnen op komen, hebben wij aanstonds na dat wij uw Ed: Consent hadden ge. 381 geobtineerd, dat ook door de permissie van den stads Gouverneur inmediaat gevolgt is, handen aan het werk geslagen, en wij hadden— bereeds een oud en vervallen woonhuijs door den Fiscaal en twee Boekhouders bewoond en waar bij nog een Comptoir van negotie was, doen weg breeken, mitsgaders alle de nodige matterialen tot dese gebouwen in koopen doen en waren bereets met het werk zoo verre gevorderd dat een der huijsen Voor de Raadsleden bij na voltoijt is, en de fundamenten van een tweede huijs ge¬ „legt sijn, wanneer we tot onse groote Surprice midden in desen arbeijt be¬¬ „let wierden. Dus zijn we thans gedestitueert ge„ raakt van drie woningen en een plaats tot berging onzer boeken van Negotie niet alleen, maar de Ed: uede: Compe heeft door dit tardement, van nu twee en een halve maand ook niet buijten groote Schaade aan de ingekogte mate¬ „rialen die voor den regen, en het kwaad Saisoen bloot gelegen hebben, en waar door zelfs de nieuw gezette muuren bereets van een gescheurd zijn ver„ blijven- kunnen ee En dit alles mijne Heeren ons in de noodzakelijkheijt brengende, desen nog maals aan UEd: af te zenden zoo Verwagten wij ook, dat Uw Ed: agtervolgens. den.
English
equity, and the given word, will no longer hesitate for a moment in this regard, whereas otherwise, and in the unexpected absence thereof, we shall be forced, however much it may grieve us to see ourselves pressed to this extreme, to protest in the most emphatic and powerful manner against all damages and losses which the Honorable Netherlands Company has ever suffered and will suffer through this obstruction, not only, but also against all consequences which might in time arise therefrom, leaving all the same for Your Honor's account and responsibility. And herewith departing for this time from this captious matter, which appears to us as something that never ought to have occurred among friends whose mutual high Sovereigns have already been bound together so long and closely by the faith of treaties, we have the honor, in reply to Your Honor's last of the 6th of this month, to answer that the undersigned Director, following ancient custom, will make the requests for obtaining permission for any carpentry work to be done to Your Honor's chief here, and that henceforth according to Your Honor's request in writing. And that we thank Your Honor for the communication given to us regarding the changes that have occurred in the management of the affairs of the Honorable English Company at this place, according to which we shall govern ourselves. Wherewith, with respect, etc. Translation of English letter written to the Right Honorable Martinus Joan Bosman, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, together with the Council, by the English Councilors presently managing the affairs of the Honorable English East India Company in Suratta, dated 3 October Ao 1769, and received here on the 5th following. Sir and Gentlemen. We have duly received Your Honors' letter of the 21st of the past month, and would have answered the same sooner if an earlier reply had required it, and if other business had not kept us therefrom. Since it has always been our intention and practice to do everything within our power and consistent with our duty regarding our masters to oblige Your Honors, Gentlemen, and to maintain the understanding between the two factories, we cannot fail to be surprised at Your Honors' accusation, as if we had an intention of retarding Your Honors' affairs; Since it would have been our pleasure to inform Your Honors of that which might have been agreeable to them, if it had been in our power to make anything of that nature known to them regarding their buildings, and in that case we would not have remained silent; but the truth of the case is thus, however much you try to represent it amiss, that the received prohibition from our superiors against the progress of Your Honors' buildings has not been altered up to the present date, nor have we to date received their Honors' decisive answer regarding it. Your Honors have only obtained permission from our Meeting to make some apartments with wooden supports, which were to be filled with their walls, and everything to be made in such a simple manner as could be done. We have rested completely upon the good faith of which you make mention so often in your letters, namely that they would have proceeded most strictly according to the permission and would not in the least have deviated from the stipulations made therewith; and if Your Honors, Gentlemen, had followed this most strictly, neither would the city have been alarmed by Your Honors' buildings, nor would Your Honors possibly have encountered any hindrance in that regard. Thus the blame in that respect is not in the least to be imputed to us. We have no reason to add anything more to this unpleasant subject, save for one remark which we regret having to make, consisting therein, that we cannot think their last letter was written with that friendly and respectful politeness which the one factory can rightly expect from the other. We are with high esteem, etc. Translation of English letter written by Mr. James Ryley, Esq., English Chief, and the Council here, to the Right Honorable Martinus Johan Bosman, Director and Commander-in-Chief of the Suratte Directorate, and the Council, dated Souratta 22 October 1769, and received here on the 23rd of the same month. Sir and Gentlemen. In fulfillment of our promise to communicate to Your Honors as soon as we should have received the final decision of our superiors concerning your buildings on the wharf, we now request permission to inform Your Honors that the Right Honorable President and Council of Bombay, judging these buildings to have as much relation in general to the city as to the Castle, have deemed it expedient to refer the decision thereof to the Nawab as Governor of the city, who, we do not doubt, will, upon Your Honors' application to him, give Your Honors a clear answer, which we hope will be satisfactory. We have the honor to be with respect, etc. To the Right Honorable James Ryley, Chief of the Honorable English East India Company and Governor of His Mogul's Castle and fleet, together with the Council at Souratta. Dated 31 October a:o 1769.
Dutch transcription
de billijkheijd, en het gegeven woordt, hier Omtrent nu geen Oogenblik meerder haesiteeren zullen, terwijl wij anderzints, en bij overho„ „pentlijke ontstentenis van dien zullen genoodzaakt sijn, om hoe zeer het ons ook Smerten moge ons tot dit= uijterste geperst te Sien, op de allernadrukkelijkste en kragtigste wijse te Protesteren, tegens alle schaaden en nadeelen, welke de Ed: Nede Compe: door dese Statering immermeer te lijden heeft, en leijden Sal niet alleen maar ook tegens alle gevolgen welke daar uijt in der tijd zouden voors komen kunnen alle deselve voor uw Ed: rekening en verantwoording overlatende. En hier mede voor dit maal van dese Cat¬ „cheuse zaak, als dewelke ons voorkomt, dat nooijt onder Vrienden, welkers wederzeijdsche hoge Souverainen door de trouwe der Tractaten reeds zoo lang en naauw aan een verbonden geweest sijn, zouden hebben kunnen voorvallen afstappende, hebben wij de Eer in reschriptie op uEd: Laaste van den 6: deses maands 't antwoorden dat den Ondergeteekenden Directeur agtervolgens de oude gewoonte de versoe¬ „ken ter erlanging van permissie tot eenige te doene timmeragien, aan uw Eds opperhooft alhier doen zal, en dat wel voortaan volgens uw Ed:s versoek in ge„ „schrifte, En dat wij uw Ed:s dank zeggen voor. 383 Communicatie omtrent de Voor de aan ons gegevene Voorgevallene veranderingen in het bestier der Zaken van de Ed: Engelsche Compagnie ter deser Plaatse, waar na wij ons zullen re„ „guleeren. Waar mede met agtinge &a Translaat Engelse missive geschreven aan den wel Ed: agtb: Heer Martinus Joan Bosman Directeur en hooft gebieder deser directie, benevens den Raad door de Engelsche Raads= lieden Jans waarnemende de zaken der Ed: Engelsche Oost „Jndische Compagnie in Suratta gedatteerd den 3en October Ao 1769. en alhier Ontfangen den Se. ie daar aanvolgende. n A: Heer en Heeren. Uu Edele missive van den 21: der verwekene maand, hebben uij behoorlijk Ontfangen, en souden den selven bevorens hebben beantwoordt, indien eene Vroegere reschriptie het verEijscht hadde, en indien andere bezigheden ons daar van niet hadden afgehouden. Nadien het altoos onse meeninge en Practeijk geweest is, om alles te doen, wat in onse vermogen, en bestaanbaar sijn kan, met onse pligt, ten opsigte onser betaalt heeren Om u Ed: mijne heeren te verpligten, en de Verstand houding tusschen de beijde Factorijen op te houden, soo kunnen wij niet af sijn ver Verwondert te weesen, over UwEd: beschuldiging als of wij een voornemen hadden van uw Ed: zaken te veragteren; Nademaal het ons vermaak zoude geweest sijn, om uwEd: te onderregten, van het geen hun aangenaam zoude hebben mogen geweest Indien het in ons vermogen geweest ware van haar iets van die natuur aangaande hunne gebouwen bekend te maken, en indien gevalle zouden wij niet stille hebben geweest, dog het waare van het geval is dus, hoe zeer uhet ook zulx tragten qualik te verthoonen dat het Ontfangene verbod van onse Superieunen tegens den voortgang uw Eot: gebouwen tot nog toe niet is verandert nog hebben wij tot dato deses haar Eds beslissent antwoordt dien aangaande Ontfangen UE Ed:s hebben eenlijk van onse Vergadering permissie bekomen, om eenige appartementen te maken, met houte Stutten, die gevult stonden te werden met hunne muuren, en alles op sodanige eene eenvoudige weijse te werden gemaakt, als konde geschieden Wij hebben volkomentlijk gerust op de goede trouw, waar van uw het zoo dikwils in hunne brieven melding maken, namentlijk dat sij ten naauwkeurigsten souden hebben te werk gegaan, ingevolge de per¬ missie en geensints afgeweken van de daar bij gemaakte bepalinge, en soo U hd: dit mijne heeren, ten naauwkeurigsten hadden - opgevolgt, zoude nog de stad van uw Ed=s gebouwen geallarmeerdt heb - hebben geweest, nog souden UEd:s mogelijk dien aangaande eenige verhinderinge hebben Ontmoedt. Dus de blama daar Omtrent geensints aan Ons te wijten is. Wij hebben geene reden iets meer bij te voegen aan dese Onaangename stoffe alleenig eene aanmerking, die het ons leed¬ doet te moeten maken, daar in bestaan¬ „de, dat wij niet kunnen - denken— laaste brief met die vriendelijke hunne en Eer biedige beleeftheijdt geschreven is, dewelke de Eene factorij met regt van de andere Verwagten kan 383 3 Wij Sijn met hoogagting. &a Translaat Engelse Missive geschreven door den Hr James. vS Rijleij Schildknaap Eng:s Opperhooft & den Raad alhier, aan den Wel Ed: Agtb: Heer Martinus Johan Bosman Directeur & Hooftgebieder der Surattsche directie en den Raad gedatteerd Souratta den 22en October 1769. — en alhier Ontfangen den 23en van deselve maand n Heer & Heeren. In voldoening Van Onse belofte om aan uwEd: te bedeelen soo draa als uij 't finaal besluijt van onse superieuren, Souden Ontfangen hebben, betreffende uwe gebouwen op de werf versoekende wij ni permissie om uwho: kennis te geven, dat den wel Ed: Heer Praesident & Raad van Bombaij Oordeelen dese gebouwen soo veel betrek„ king te hebben in 't Generaal tot de Stad als tot 't Casteel sij dienstig geagt hebben om de uijtspraak daar Van op te dragen aan den Nawab als Gouverneur van de Stad, dewelke uij niet en twijffelen, of Sal op uw Eds vervoeging bij hem uEd: een klaar antwoordt geven 't welk hij hoopen dat voldoende zal wesen. Wij hebben de Eer met agting te sijn &a Aan den Wel Ed: Agtbaaren Heer James Rijleij. - Opperhooft der Ed: Engelsche OostIndische Compagnie en Gouverneur van S Mogols Casteel & vloot, benevens den Raad te Souratta. dato 31=en october a:o 1769. — wel.
English
Right Honourable Sir and Gentlemen, Your Honours' esteemed letters dated 3 and 22 October last having been duly received by us, we shall now have the honour to answer them, and consequently, making a beginning with the last mentioned, as it contains the answer so long awaited by Your Honours from your superiors at Bombaij, we could never have imagined that we would receive such an answer from Your Honours after having impeded and hindered us, since 5 July last and thus for the duration of 16 weeks, from proceeding with the begun carpentry of the dwellings and rooms mentioned in detail in our request of 5 April as well as our letters of 27 July and 21 September, all of this year, notwithstanding that Your Honours had granted us such a solemn permission to do so. On the contrary, gentlemen, we have continuously flattered ourselves that Your Honours would have let us enjoy the granted permission, and that all hindrances in that regard would have been removed, whereby Your Honours would have fulfilled your once given word and given proof of your justice to the entire world. Yet since Your Honours, in your aforementioned latest missive, please to inform us that you communicate to us a final resolution supposedly taken by Your Honours' superiors concerning the buildings, consisting in this: that the Right Honourable Lord President and Council of Bombaij judge these buildings to relate as much to the city in general as to the Castle, and that they deemed it expedient to refer the decision thereof to the Nawab as Governor of the city, we shall hereby take the liberty, while maintaining all that has been advanced by us in our letters of 27 July and 21 September aforementioned, to remark in that regard that we, with due reservation of the respect that we profess to have for the Right Honourable Lord President and Council of Bombaij, judge that it cannot be said, in this present case concerning us, that we depend on the pleasure of Their Right Honours, at least not until we come to complain to Their Right Honours; that therefore the judgment of the said Lord President and Council can serve in no prejudice to the permission once obtained from Your Honours; that it must not be knowingly committed to be an injustice to us; and that we can by no means be referred to the City Governor, nor address ourselves thither, in support of which we shall further advance: 1st. That permission for the erection of new buildings, the execution of carpenter works, and repairs at our wharf, as situated along the river side, has always had to be requested from the Castle Governor. 2nd. That the Lord President and Council of Bombaij themselves informed us in their missive of 25 January 1766 that they had an indisputable right to expect from us that such requests be made to Your Honours' Chief here in the capacity of Governor of the Castle. 3rd. That there are also no examples of such requests having ever been made by us to the President and Council of Bombaij, at least never in the first instance, as this side, when Your Honours thought fit to refuse us the repair of a collapsed powder magazine in the year 1764, only applied thither by letter of 25 July of the said year, which was followed by the aforementioned letter of the President and Council of 23 January 1765 cited here above; and that the request for the construction of the new dwellings and rooms, in the progress of which we are now hindered, was duly made in writing under the date of 5 April 1769 to Mr. Price, as Your Honours' then Chief in the capacity of Governor of the Mogol's Castle, and that the same was also granted to us in form by His Honour and Council, as Your Honours yourselves acknowledged in your missive of the 3rd of this month. 4th. As it is thus settled that we must ask permission for doing carpenter works from Your Honours' Chief here in the capacity of Governor of the Mogol's Castle, that we duly requested the same and obtained it in form from Your Honours, it is as clear as day that we cannot now with any appearance of justice be judged in this case to depend on the pleasure of the Lord President and Council of Bombaij, in such a manner that we should be obliged to comply with their referral. On the contrary, gentlemen, Your Honours are undeniably bound to let us enjoy the permission once so solemnly granted, or otherwise to compensate us for all the damages that the Honourable Dutch Company has already suffered and will yet suffer through this, even were it the case—though we must declare never to have heard anything of the sort—that Your Honours were in any way limited by your superiors in granting permission, since we, addressing ourselves according to order and custom to Your Honours or to your Chief, Your Honours must know best how far your authority to give consent extends; and thus it appears extremely strange and hard to us that we are first hindered for the space of 16 weeks in a work for which we obtained Your Honours' solemn word and consent, and that we are thereafter referred to the City Governor to pronounce judgment upon an obstruction that was brought upon us not by His Excellency, but by Your Honours yourselves. We gladly leave it to the judgment of
Dutch transcription
387 Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren. Uwel Ed:s zeer gesherde Letteren de datis 3 & 22. ' october Jongsleden bij ons behoorlijk ont„ „fangen zijnde, zullen wij thans de Eer hebben dezelve te beantwoorden, en dienvolgens &e dan met de laast gem: als dewelke het door uwwelhd: van haare Superieuren op Bombaij zoo Lang verwagte antwoord, behelst een aanvang makende, zoo hadden wij nimmermeer kunnen denken, dat we van uwe het: een diergelijk antwoordt ontfan¬ gen zoude na Ons sedert den 5=e Julij. Jongsleden en dus den tijd van 16:= weken het voorsgaan met de aange¬ vangene Timmeragien der wooningen en kamers bij ons Versoek van den 5=e a p=le mitsgaders onse brieven van den 27=en Julij en 21=en September alle deses Jaars in het breede vermeld te hebben belet en verhindert niet tegen staande uw het: ons daar toe zoo een plegtige permis„ sie hebben verleendt, in tegen deel mijne heeren hebben wij ons steeds gevleijt dat uw Ed: ons van de verleende permissie Zouden hebben doen Jouisseren, en alle Verhinderingen dien aangaande weg ge¬ „nomen sijn, als waar door uwelhet: aan desselfs eens gegeven woordt voldaan en de geheele Waareld blijken Van haare regtvaardigheijt zouden gegeven hebben Dan Vermits uwEd: bij derselver opge„ melde Laaste missive ons gelieven te melden dat zij ons bedeelen een Finaal besluijt zoo door uu Nett:s superieuren de gebouwen betreffende Soude Sijn genomen daar in bestaande: dat den Wel Ed: agtb: heer President en Raad Van Bombaij oordeelen dese gebouwen zoo veel betrekking te hebben in 't generaal tot de Stad als tot het Casteel zij dienstig geagt hebben om de uijtspraak daar van op te dragen aan den Nawab als Gouverneur. van de stad, zoo zullen wij bij desen de Vrijheijt nemen onder inhasie Van alle het door ons g'avanceerde, bij onse Letteren van den 27=en Julij en 21en September voornoemdt, daar omtrent te remarqueeren, dat wij (:voor behoudens den Eerbiet welke wij ge¬ tuijgen, voor den wel Ed: agtb: heer Praesident en Raad van Bombaij te hebben :/oordeelen niet te kunnen werden gesegt, in dit onderhavige geval ten onsen opsigte van haar Wel Ed: Agtb: goedvinden te depende ren immers niet, tot soo lange luij bij 389 bij haar Wel Edelen Agtbaaren komen klagen, dat ons dierhalven het oordeel van gemelden Heere President en Raad tot geene praejudutie, in de Eens van u wel Ed: verkregene permissie verstrekken kan dat die ons, wie men voorwetens geene On¬ regt vaardigheijt begaan geworden moedt en dat Uij daar om geensints aan den Stads Gouver¬ neur kunnen werden gerenvoijeerd, nog ons aldaar addresseren kunnen tot adstructie van welke we alverders zullen avancceeren. le Dat de Permissie tot het opregten van nieú¬ we gebouwen het doen van Timmeragien en reparatien op onsen werf, als aan de revier kant gelegen altoos van den Casteels Gouverneur heeft moeten worden versogt le U Dat den Heer Pressident en Raad Van Bom¬ baij ons zelfs bij hunne missive van den 25. een Januarij 1766. hebben gemeldt dat sij een onbetwisbaar regt hadden om van Ons te verwagten dat dier gelijke versoeken aan Uwel Ed:n opperhooft alhier in qualiteijd als Gouverneur f Van 't Casteel. gedaan wierden. #II Dat er ook geene voorbeelden zijn dat diergelijke Versoeken ont aan President en Raad van immers Bombaij door ons zijn gedaan nooijt ter Eerster instantie, als hebbende men van dese seijde, wanneer uwel Ed konden Goedvinden ons in Ao 1764. het repareeren van een ingestorte kruijdkelder te weijgeren, sig alleen derwaarts ver¬ des Julij voegt bij brief van den 25en gem: gemelden Jaars, en waar op het hier voren aangehaalde schrijven van President en Raad van den 23. Januarij 1765. voormeldt gevolgd is. En dat men het versoek tot Constructie der nieuwe woningen en kamers in welkers voort¬ gang wij thans verhindert worden, behoorlijk en in geschrifte sub dato 5 Apli. 1769. aan den heere Price, als uwel Edts toenmalig opperhooft in qualiteijt van Gouverneur Van 's Mogols Casteel gedaan heeft en dat ons het zelve ook door zijn — Wel Ed: agtb: en Raad in forma toegestaan is, soo als uwel Ed dit bij hunne missive van den 3 deeses zelfs erken den. IV. Os het dus gedecideert dat wij de permissie tot het doen van timmeragien van u welEd: opperhooft alhier in de qualiteijt Van Gouverneur van 'T Mogols Casteel vragen moeten, dat uwe deselve— behoorlijk gevraagt en van uwel Eds in forma geobtineert hebben zoo blijkt het somme klaar dat we thans in dit geval met geenen Schijn van regt kunnen worden geoordeelt van het. goedwinden van den heere Pressident en Raad van Bombaij te dependeren sodanig dat wij verpigt zouden sijn ons. 391 ons na haar rentoy te schikken in tegen¬ deel mijne heeren zijn uwel Ed=s integen¬ seglijk gehouden, ons van de Eens soo plegtig verleende permissie te doen pouisseren of andersints ons alle de scrhaaden welke de Ed: Nederland¬ sche Compagnie hier door bereets geleden heeft en nog verder leijden Sal te vergoeden, al waare het zelfs waar van we egter moeten verkla¬ ren, nooijt iets te hebben gehoord, dat uwel Eds: door der selver Superieu¬ ren in 't verleenen van permissie — eenigsints waren geboineert, alsoo wij ordre en gewoonte ons volgens de bij u wel Ed: of wel der selver Oper hooft addresserende, uwel Ed: best ƒ weten kunnen in hoe verre haare authoriteijt tot het geven van Consent zig uijtstrekt, en dus komt het ons ten uijtersten Vreemt en hart voor dat we Eerst ten tijd van 16 weken in een werk worden belet, waar toe we uwel Ede. plegtig woord en toestemming g'obtineerd hebben, en dat men ons daar na renvoijeert aan den Stads Gouverneur en uijtspraak te doen over eene Statering welken ons niet door sijn Excellentie 0 maar door u wel Ed=s zelfs toegebragt is. we willen het gaarn aan het oordeel van.
English
To leave it to the entire impartial world to decide how the City Governor could ever pronounce judgment on a matter in which His Excellency has never caused us any hindrance, and for which he has even granted us a solemn permission, and how one can see fit to refer us thither, since we have obtained such a solemn consent from Your Honours. As for us, gentlemen, do not take it amiss that we must freely declare that such a manner of proceeding is beyond our comprehension and that we have no grasp of it at all. For while we must testify to not knowing what we should ask the Lord City Governor, Your Honours say you do not doubt that His Excellency will give us a clear answer. To avoid all unpleasantries we shall not express ourselves further regarding this, but rather briefly reply to Your Honours' highly esteemed first letter of 3 October, cited herebefore, that we are very unjustly accused by Your Honours of having exceeded the stipulated terms and thereby having breached good faith. Such will never be able to be proven by Your Honours. We requested dwellings for Council members and rooms for clerks; we began to make the dwellings of nothing other than wooden posts or uprights with a small wall between both under a single tiled roof with a wooden ceiling and without plaster, and in that manner they were granted to us by Your Honours. Thus the city is in no way alarmed by these dwellings, but on the contrary may well be astonished by the obstruction placed upon a permission once given, and this can also never serve as any well-founded reason for hindrance. For these and other reasons we still find ourselves obliged hereby to repeat our previous requests and protests, particularly those in our missive of 21 September last, and accordingly requesting Your Honours, gentlemen, in the most urgent and emphatic manner to finally allow us once again to enjoy the permission so solemnly granted by Your Honours, and properly to withdraw the obstruction placed thereon. Thus may Your Honours furthermore not take it amiss that we see ourselves forced, in the unexpected absence thereof, hereby once again in the most powerful manner to protest against all damages and losses which the Noble Dutch Company has ever suffered and shall suffer through this obstruction, as well as against all consequences which may arise therefrom in the course of time, leaving all of the same to Your Honours' account and responsibility. We have the honour etc. Translation of English Missive written by the Right Honourable Mr. James Ryley, English Chief, together with the Council, to the Right Honourable Mr. Martinus Joan Bosman, Director and Commander of the Surat Directorate, together with the Council, dated Surat, 3 December 1769, and received here on 7 December 1769. Right Honourable Sir and Gentlemen, We have received Your Honours' letter of 26 October, which requires no particular answer, as our letter of 3 October contains a full defense of our conduct regarding Your Honours' buildings. We shall therefore for the present only request leave to remark that Your Honours' application to the Nawab for permission to continue your buildings, after Your Honours had obtained permission from the Governor of the Castle, fully shows that Your Honours yourselves thought that the buildings in question related as much to the city as to the Castle, and that the permission of both Governors was simultaneously necessary. Whatever Your Honours may ever think, gentlemen, we have good reasons to believe that the Nawab has received a multitude of complaints with respect to Your Honours' buildings, and is as dissatisfied with the same as the Honourable Governor and Council of Bombay; and we dare say that if Your Honours applied to him, he would give Your Honours very satisfactory reasons why he interfered therewith. Regarding Your Honours' protests against us with respect to damages, which, if they are real, have arisen solely from Your Honours' own mismanagement in the manifest deviation from the permission which we granted Your Honours, the same are very absurd and must appear ridiculous to the world. We have nothing further to add hereto than that the letter with which Your Honours last favoured us will be forwarded to our superiors at Bombay, having the honour to be with respect etc. Agrees, E. N. Weardi First Clerk No 7
Dutch transcription
Van de geheele onpartijdige Weereld oerlaten om te desideeren op welke Wijse den Stads Gouverneur nimmermeer uijtspraak souden kunnen doen over een zaak waar in Sijn Excellentie ons nooijt eenige hin¬ demis toegebragt, en waar toe hij ons zelfs mede eene - plegtige permissie verleend heeft, en op welken wijse men kan goedvinden ons derwaarts te renvoijeeren, daar we zoo een Plegtig Consent van uwelEd: verkregen hebben wat ons betrefft mijne heeren, men neme ons niet qualit dat wij vrijelijk moeten verklaa¬ ren, dat eene diergelijke handel wijse onse kennisse te boven gaad en dat mij daar van in 't geheel geene bevattinge hebben want daar wij moeten getuijgen niet te weten wat weden Heere Stads Gouverneur vragen zou¬ den, zeggen uwel Eds: niet te twijffe „len of sijn Excellentie zal ons een klaar antwoordt geven. Wij zullen ons tot vermijding van alle hadtelijkheden hier omtrent niet Verder uijtlaten maar liever op uwel„ Ed=s seer g'Eerde hier voren aangehaal„ de eerste Schrijvens Van den 3 october kortelijk rescribeeren, dat we door uwel Ed: zeer te onregt beschhuldigt worden, als waaren we de gemaakte bepaling te buijten gegaan en daar door. ine 393 door de goede trouw verbrooken hadden zulx zal door uwel Ed=s nooijt kunnen worden beweesen, wij hebben wooningen Voor Raadslieden, en kamers voor Pennisten gevraagt, wij hebben de woningen niet anders beginnen te maken dan van houte stutten of standers met een muurtjen tusschen beijden onder een enkel pannen dak met een houte solder en sonder gessen en in dier voegen zijn ze ons van uEd:s toegestaan, zulx de stad in geenen deele over dese woningen g'allarmeerdt, maar in tegendeel over de gedaane Statering van een eens gegevene permissie wel ver„ wondert sijn kan, en dit kan ook nooijt tot eenige gegronde reden van verhindering verstrekken In welke en andere redenen meer uij ons als nog verpligt vinden onse vorige gedaane versoeken en protesta¬ tien, voornamentlijk die bij onse missive van den 21. September laast„ „leden bij desen te herhaalen, en uwwel Ed=s mijnen heeren dien volgens op het aller instantelijkste en nadruk¬ kelijkste versoekende ons van de door uwel: 01 uwel het: zoo plegtig verleende permissie eijn„ delijk eens weder te doen jouisseren, en de daar aan toegebragte Statering in te trekken na berhooren zoo gelieven uwel Ed=s ons verders niet qualik te nemen dat we ons in de noodsaaklijk¬ heijt gebragt Sien om bij onverhoopte ontstentenis van dien bij dezen nog maals op de allerkragtigste wijse te Protesteren tegens alle Scrhaaden en nadeelen, welke de Edele Neder„ Landsche Compagnie door dese state¬ ring immermeer te Lijden heert en Leijden Sal mitsgaders tegen alle gevolgen welke daar uijt in der Tijd voorkomen kunnen, alle deselve voor uwel Ed=s rekening en verantwoor¬ ding overlatende Wij hebben de Eer &a 5 Translaat Engelse Missive geschreven door den Wel Ed agtb: Heer Jamers Rijleij, Engelsch opper„ hooft benevens den Raad, aan den Wel Ed: agtb: Heer Martinus Joan Bosman directeur en hooft e gebieder der Saradsche directie benevens den raad, gedatteert e Souratta den 3 december 1769. & alhier ontfangen den 7 dec: 1769. R=t Heer en Heeren. — Wij hebben uw Ed: brief van den 26: october, ontfangen welke geene bijsondere beantwoording verEijscht, alsoo onsen brief van den 3. october, een volle verdediging van ons gedrag inhout, aangaande uwEd: gebouwen, en sullen dierhalven voor 't tegenwoordige alleen Verlof versoeken om aan te merken dat uw Eets vervoeging bij de Nawab om Permissie tot „ voortsetting uwer gebouwen, na dat Uw Ed=s 9d Permissie had verkregen van de Gouverneur van 't Casteel ten vollen aantoond/ dat uw het zelfs gedagt hebben, dat de gebouwen in questie soo veel betrekking tot de stad als tot 't Casteel hadden, en dat de Permissie van beijde Gouverneurs te gelijk Noodtsaaklijk waaren, wat dat uw Eds ook ooijt mogen denken mijne heeren, wij E hebben goede redenen om te gelooven dat de Na: Nawab een meenigte van klagten ten opsigte van uw Ed: gerbouwen Ontfangen heeft, en is met deselve soo wel envoldaan, als den wel Ed: Heer Gouverneur en Raad van Bombaij, en wij durven zeggen, dat indien uw Edt: zig bij hem Vervoegden, zoude hij Uw tot: seer voldoende reedenen geven; warom sig daar mede bemoeijde, aangaande uw Ed=s Protesten tegen ons, „ ten opsigte van schaden, dewelke soo ze reeel zijn alleen zijn voorgekomen door uw Ed: eijgen kwaad belijt in de klaarblijkelijke afwijking van de Permissie die uij Uw Ed: verleend hebben deselve zijn zeer Ongereijmt, en moeten de Waareld belackelijk voorkomen. Wij hebben niets verders, hier bij te voegen dan dat de brief, waar mede uw Eedt: ons laast Vertert hebben aan onse superieuren te Bombaij sal worden overgesonden, hebbende de Eer van met agting te Sijn &a. Accordeerd E„: N„ Weardi E g Clercq: No 7 ƒ Br