VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10418

Surat · 438 pages · 67 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10418_0003 view scan ↗

English

Zeeland Letters and Papers from Surat Prins Willem de Vijfde 77 The register signed 27 December 1777. 2 to 4 original Letter from the Director van de Graaff and the Council to the Meeting of Seventeen dated 28 December 1777 with Prince 7 to 35 Copy Separate Letter from the Director van de Graaff to Governor-General and Council dated 5 April 1777 with P. P. 42 to 43 Copy separate letter from the Director van de Graaff to Governor-General and Council dated 25 April 1777. 45 to 60. ditto ditto dated 27 December 1777. 72 to 73 ditto ditto dated 30 December 1777 from the Director and Council 237 to 286 Copy letter of the same dated 5 April 1777. 287 to 288 ditto ditto dated 25 April 1777. 290 to 353. ditto ditto dated 27 December 1777. 1 in the box sewn in idem on this Register No. 1. An original letter addressed to the Most Noble and Right Honorable Directors sewn in deputed to the Meeting of Seventeen, dated today. idem 2. A sealed packet containing secret advices and appendices from Director van de Graaff sent to Their High Excellencies. 3. Copy of Resolutions from 17 January up to and including 23 November of this year. 4. Copy of general letters of 5 April and today's date sent by the Director and Council to Their High Excellencies 5. being an incoming and outgoing English letter with its translations. 6: An account of the powdered sugar sold in the financial year 1776/7. Register of the Papers being sent today on the Company's ship Stavenisse for further transmission to the Netherlands, via Galle, namely; idem ƒ No. sewn in idem idem idem 8. A report of the current debtors idem and creditors on the books with the resolutions thereof noted in the margin. 9. A true return of trade in the financial year 1776/7. 10. A rough return of the merchandise sold that idem was recently brought by the ships Stavenisse and De Jonge Lieve. 11. An answered home country requisition of the year 177 12: An extract invoice of the goods shipped for the Netherlands on the ship Stavenisse. Surat, 27 December 1777. A brief statement of the condition of this office as of the end of August last C: N: Wiardi etc. 7 3 5 Patria To the Most Noble and Right Honorable Directors deputed to the Meeting of Seventeen representing the General Dutch Chartered East India Company in the Presidial Chamber. Zeeland Most Noble and Right Honorable Gentlemen! The ships Stavenisse and De Jonge Lieve, which departed from Batavia on 16 August and arrived safely here on 31 October, are now returning together Original to 2 to Batavia, Stavenisse via Ceylon, laden with such return goods as specified in the accompanying extract invoice to the amount of ƒ142,396:18:8, and De Jonge Lieve directly with the Indian return goods. We hope that the return goods for the Netherlands may be delivered to Ceylon in time for the ships of the second consignment, and that the goods themselves may be found satisfactory to Your Most Noble and Right Honorable Sirs. With the aforementioned ships we have also received via Batavia the extract from the requisition of return goods for the Netherlands for the year 1778. We shall seek to negotiate the contracting thereof as closely as possible, and apply ourselves to ensuring that what is demanded therein is supplied in sound goods. Regarding the good state of this office, we request permission to refer to our general and separate letters to the Noble High Indian Government, Government, more fully mentioned in the accompanying register, and of which the transcripts are enclosed herewith. From time to time fairly large parcels of cowries are brought here from the African coast, which are generally very cheap in comparison with the cowries that come from the Maldive Islands. They are almost of the same size as the Maldive cowries generally are, yet they are completely white. Here they are frequently sold for 20 to 22 rupees per candy of 690 lb., though they sometimes go as high as 30 rupees; nevertheless, the price still differs very greatly from that of the Maldive Islands, and the Director has therefore thought that he would do no wrong on this occasion by sending a few candies to Ceylon, with a request to the officials there to send samples thereof with the return ships to Your Most Noble and Right Honorable Sirs, in case Your Excellencies might find that this could be an article for Europe, all the more Surat 28 December 1777 N. Wolfer examined all the more as they can be delivered from here to Ceylon without any freight charges by the ship that conveys the yearly returns thither. Wherewith we have the honor to remain with due respect and true fidelity, Most Noble and Right Honorable Gentlemen! Your Most Noble and Right Honorable Sirs' humble and obedient servants, W. van de Graaff Z: J. Huysken A: G: De Suyser Corn. van Litters Bantzen C. Heydeman R:ts C: de Wast Wm W. L. Sontag C2 C: A: Wiardi Pieter van Toulon P: S E 9 A. 3 Postscript: In the hope of a favorable interpretation, we make on this occasion no requisition for European goods other than from Batavia, because, in the first place, our household needs are very small, and secondly, when goods are sent to us on the ships departing for Ceylon, it is only by casual opportunity that they can be forwarded to us from there. Furthermore, this cannot take place except on foreign vessels and thus at great expense; it is also to be feared that they would reach us mostly too late to avoid causing us embarrassment. No. 1. — Copies of separate Surat letters written to Their High Excellencies the High Indian Government with the appendices No. 1. No. 2.

Dutch transcription

Zeeland Brieven & Papieren van Souratie Pr. Willem de Vijfde 77 't reg=r geteekend 27 decemb: 1777. 2 a 4 orig: Miss=e van den Direct=r van d Graaff en den raad aan de verg: van 17=e in dato 28 Decb=r 1777 met P=r 7„ 35 Copy Aparte Miss=e van den Directr van d' Graaf aan Gen: & Baden in dato 5 April 1777 met P. P. 42 „ 43 Copy aparte miss=e van den Direct=r van de Graaff aan Gen: & Raden in dato 25 April 1777. 45„ 60. dito dito in dato 27 December 1777. 72 „ 73 dito dito in dato 30 december 1777 „den Directeur & Raad 237 „ 286 Copy brief van „ dato in dato 5 April 1777. 287 „ 288 dito dito in dato 25 April 1777. 290 „ 353. dito dito in dato 27 December 1777. 1 in de kas ingenaaijt idem„ op Dit Register N:o 1„ Een origineele missieve gerigt aan de wel Edele Hoog Agtbare Heeren Bewinthebberen Ingenaaijt gedeputeerd ter Vergaadering van Seeventienen gedateerd op heeden. idem „ 2„ Een gesloote Pakket houdende sekreete Advysen en Bylagen van den Direkteur van de Graaff aan hunne Hoog Ed:s afgezonden. 3 „ Kopia Resoluutsien van den 17„e Januarij tot en met den 23e November dezes Jaars. 4 Kopia gemeene missives van den 5„e April en hedi„ „gen Datum door den Direkteur en Raad aan Hunne Hoog Edel„ „heedens afgezonden 5 zynde een Aankomende en afgaande Engelsche brief met dier Translaaten. 6: Een reekening van de verkogte poeder zuijker in het Boekjaar 1776/7. Register der Papieren die op heeden met het komp=s schip Stave„ „nisse ter verdere voortschik¬ „king na Nederland, na Gale worden afgezonden, als; idem ƒ No: ingenaaijt idem idem„ idem „ 8„ Een Berigt der bij de Boeken voortloopende Debiteuren idem en krediteuren met de besluyten daar van in margine genoteerd. 9. Een waar Rendement van den Handel in het Boekjaar 1776/7. 10„ Een Ruuw Rendement van de verkogte koopman„ idem „schappen die met de Scheepen Stavenisse en de Ionge Lieve jongst aangebragt zyn. 11 Een Beantwoorde Patriase Eijsch van het Jaar 177 12: Een Extract Factuur van de goederen die voor neder„ „land in het schip Stavenisse. zijn afgescheept. Suratte den 27„e December 1777. Een korte vertooning van den staat deezes komptoirs onder ult=o Augustus Jongstleeden C: N: Wiardie ec. 7 3 5 Patria Aan de WelEdele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd ter Vergadering van Seeventienen representeerende de Generaale Nederlandsche G'octroijeerde Oost Indische Compagnie ter Praesidiale Kamer. Zeeland WelEdele Hoog Agtbaare Heeren! De Scheepen Stavenisse en De Jonge Lieve, die den 16:e Augustus van Batavia ver- trokken en den 31:e October hier behouden g'arri= =veert zijn, gaan thans te zaamen wederom terug Origineel na 2 na Batavia, Stavenisse over Ceijlon, belaaden met zodanige retouren, als op het hiernevens gaande Extract: factuur gespecificeerd staan ten bedraage van ƒ142396:18:8:, en De Jonge Lieve met de Indiasche retouren direct: Wij hoopen dat de retouren voor Neederland tijdig genoeg op Ceijlon zullen moogen werden aangebragt voor de scheepen van de tweede be= =zending, en dat de goederen zelve ten genoegen E van uw Wel Edele Hoog Agtbaare moo= gen bevonden worden. Met de voorsz: Scheepen hebben we¬ tevens over Batavia ontfangen het Extract uijt den Eijsch van Retouren voor Neederland voor den jaare 1778. Wij zullen de aanbesteeding daarvan zoo naauw mogelijk zoeken te bedingen, en ons bevlijtigen dat het daarbij g'eijschte in deugdzaam goed werd voldaan. Noopens den goeden Staat van dit Comp¬ =toir verzoeken we verlof ons te moogen ge= =draagen aan onse gemeene en apparte brie„ ven aan de Edele Hooge Indiasche Regeering Regeering, bij het hiernevens leggende Regis„ „ter breeder vermelt, en waarvan de afschriften hiernevens gaan. Zomtijds worden hier van de Afrikaanse Kust aangebragt vrij groote partijen Kauwries die doorgaans zeer goed koop zijn in vergelijk der Rauw„ =ries die van de Maldivische Eijlanden komen. ze zijn bijna van de zelfde groote als merendeels zijn de Maldivische Kauwries, dog ze zijn ge¬ =heelwit. Hier worden ze veeltijds verkogt voor 20 tot 22 Rops. het Candijl van 690 lb. dog ze loopen ook wel eens tot 30 Ropijen, niet te min scheelt de preijs dan nog altoos zeer veel met die van de Maldivische Eijlanden, en de Directeur heeft daarom gedagt, niet te zullen misdoen van ter deeser Gelegentheid eenige wijnige Kairdijlen te zenden na Ceijlon, met verzoek aan de ministers aldaar om daarvan tee de Monsters met de Retourscheepen te stuuren- aan Uw WelEdele Hoog Agtbaarheedens, of Hoogst Dezelve zomtijds mogten bevinden dat dit een Artikel voor Europa zijn Kan, te meer Souratta den 28:e December ixxx 1777 N. Wolfer nagezien meer ze buijten eenige lasten van hier na Ceijlon kunnen worden besorgt met het schip dat de jaar= =lijkse Retouren na derwaarts overbrengt. Waarmeede de Eer hebben met verschuldigde Eerbied en waare trouwe te zijn. Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren! Uw wel Edele Hoog agtbaarheedens Zsez onderdanige en Gehoorsaame Dienaaren W. vande graaff Z:J. Huijsken A: G: De Suijser Corn Van Litters Bantzen C Heijdeman R:ts C: de Wast„ Wm W L Sontag. C2 C: A: Wiardi Pieter van Toulon P: S E 9 A. 3 S: Wij doen in hoope van gunstige Welduijding, ter deezer Gelegentheid geen Eijsch van Europase Goederen anders dan van Batavia om dat voor Eerst onse benodigtheeden inde Huijshouding heelwijnig zijn, en dat ten anderen als ons de Goederen met de scheepen die voor Ceijlon uijtgaan ge„ =zonden worden het alleen bij een toevallige Gelegentheijd is, datze ons van daar Kunnen worden bezorgd. Bovendien kan dat niet geschieden dan met vreemde scheepen en dus met veel kosten, ook is het te vreesen dat Ze ons meerendeels te laat zouden aan handen Komen om daar door niet in verlegentheijd te raeken No. 1. — Copijen apparte suratse brieven geschreeven aan Hunne Hoog Edelheeden de Hooge Jndiase Regeering met de bijlaagen N:o 1. No. 2.

NL-HaNA_1.04.02_10418_0023 view scan ↗

English

Separate Batavia To his High Excellency The High Noble, Right Honourable, Highly Respected, Widely Commanding Lord Jeremias van Riemsdijk Governor General on behalf of the state of the free United Netherlands and its general East India Company, and The Right Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Right Honourable, Highly Respected Widely Commanding Lord Right Noble Lords My latest respectful letter of 25 December last, of which the duplicate is enclosed herewith, I hope has been duly received by Your High Excellencies with the ship Venus. Since then I have had the good fortune to receive with the ship Ouwerkerk the the original of Your High Excellencies' separate letter of 10 August 1776 written to the former Director Bosman, who defected to the English, and to me, the duplicate of which I found upon my arrival here. In my aforesaid respectful letter I have already taken the liberty to observe that the Surat establishment is too extensive in proportion to what there is to do here for the Company. Strictly speaking, two or three people assisted by some minor servants could do the business here, but Surat lies somewhat out of the way, and it is therefore not inadvisable for the interest of the Company to prevent the inconveniences that may arise through deaths or otherwise by retaining some more qualified servants succeeding one another in rank. Furthermore, both the Natives and the English government are accustomed to the title of a Director and Council. A total change in that respect could easily cause them to respect us even less than now. I I think therefore that the establishment, so far as the civil servants are concerned, could be fixed in the following manner, namely: 1 Director 1 Senior Merchant, Head Administrator, and Second 1 Merchant 2 Junior Merchants 1 Bookkeeper and sworn clerk to the Director, who can at the same time perform the work of sworn clerk at the secretariat 1 Bookkeeper as transferrer of trade 6 Clerks at the offices, namely: 2 at the secretariat, 3 at the trade office, and 1 for the pay office work. Often work must be done in several warehouses at the same time, and it is therefore hardly possible for one person alone to manage everything. If Your High Excellencies approve, then, whenever some rearrangement among the servants is necessary, the merchant could be made first and one of the junior merchants second warehouse master. The merchant could enjoy two-thirds and the junior merchant one-third of the emoluments. Both these servants could then at the same time administer the few dispense goods that are here. The The senior merchant could perform the duties of pay bookkeeper and petty cashier, and the duties of fiscal and secretary could be given to the second junior merchant. According to this arrangement, there would be 2 junior merchants, 1 first clerk, 1 sworn clerk at the secretariat, 1 bookkeeper and dispenser, 2 bookkeepers as second and third in the warehouses, and 3 youths at the offices fewer than at present. The garrison ought to remain fixed at one officer, some non-commissioned officers, and 24 privates, in order not to be entirely helpless in inconvenient times, especially during fires and similar emergencies. The remaining servants likewise remaining at the establishment as they are at present, the salaries, board allowances, and emoluments of all the permanent servants would amount each year to about - - - - rop:s 20,000: -- Added to this for the other expenses, such as: The vessels, including the maintenance of the crews serving on them: 5,200. -- The daily repairs to warehouses and dwellings: 2,500. -- The annual medicines and expenses for the hospital: 850. -- The remaining small expenses that are written off to ordinary expenses, together still estimated at: 3,000. -- Carried forward: rd:s 31,550. -- Brought forward: rop:s 31,550. -- The customary annual gifts at Surat: 6,000. -- The extraordinary expenses and other petty items in uncommon cases: 450. -- Concerning the Native servants, one is to some extent obliged to follow the customs of the country, and this burden cannot well be avoided. In order to save on the paperwork, excluding the servants of the lodge, an annual allowance could be allocated for this of: 2,500. -- Excluding the expenses of ships, because this depends on the fewer or more ships that Your High Excellencies will see fit to employ for the Surat trade, and likewise excluding the expenses of the lodge, of which I shall speak hereafter, the annual expenses of Surat one year with another would amount more or less to - - - - rop:s 40,500. -- At Broach there is at present nothing else to do than to request permission upon the receipt and dispatch of the linens. A single bookkeeper as Resident can manage very well there, and consequently a junior merchant and some other small expenses could also be saved there. Concerning

Dutch transcription

Appart Batavia Aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gest:r Groot agtb: Wijd gebiedende Heere Riemsdijk Jeremias van Gouverneur Generaal van weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene oost- Jndische Comp:, en De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gest=re Groot agtb: Wijd gebiedende Heer WelEdele Heeren Mijn jongst eerbiedige van den 25. decemb: laatsleeden waarvan het duplikaet hiernems gaat, hoop ik dat Uw Hoog Edelheeden met het schip Venus wel zal zijn geworden. zeedert heb ik het geluk gehad te ontfangen met het schip Ouwerkerk het het origineel van UW Hoog Edelheeden aparte brief van den 10. August 1776. geschreeven aan den tot de Bosman Engelsen overgegaane geweezen Direkteur en mij, waarvan ik het duplikaet met mijn komst hier gevonden heb. Bij voorsz: mijn eerbiedige heb ik reeds de vrijheid gebruijkt van aan te merken dat de suratse Huishouding te uijtgebreijd is naar maate van het geen hier voor de Comp: te doen valt. Strikt gesprooken zouden twee of drie luijden geassisteert met eenige mindere bediendens de zaaken hier doen kunnen, dog Suratte legt wat verre van de hand en het is mits dien voor het intrest van de Comp: niet ongeraaden om door het aanhouden van eenige meerdere gequa„ lificeerde en malkanderen in rang volgende die naeren, te voorkoomen de ongeleegentheeden die door sterfgevallen als anderzins kunnen ontstaan Bovendien zijn bijde de Jnlandzen en de Engelse Regeering gewent aan de naam van een Dirck Een geheele verandering op leur en Raad. ligtelijk voortbrengen dat men dat stuk konde ons nog minder dan nu zoude ontzien Jk vSiteln D Jk denke daarom dat de Huishouding zo veel de Civiele bediendens aangaat konde werden bepaalt op de volgende wijze, te weeten 1. Direkteur 1. Opperkoopman Hoofdadministrateur en sekunde 1. koopman 2. onderkooplieden boekhouder en gezwoore Clerk bij de Direkteur, die tevens het werk van gesw: Clerk op de secretarij waarneemen kan 1: boekhouder als Negotie overdrager 6. pennisten op de Comptoiren, als: 2. op de secretarij. 3 „ het Negotie Comptoia, en 1. voor het zoldij werk on Dikwils moet 'er in verscheijde Pakhuijsen te gelijk gewerkt worden en het is dus niet wel moogelijk dat een Mens alleen alles beheeren kan. Jndien Uw Hoog Edelheeden het goetvonden, dan konde bij geleegentheid dat 'er eenige verschikking onder de Dienaeren noodig is de koopman eerste en een der onderkooplieden tweede Pakhuijsmeester gemaakt worden. De koopman zoude twee derde en de onderkoopman een derde van de voordeelen kunnen genieten. Deeze bijde bediendens konden dan ook tevens de wijnige Dispens goederen die hier zijn administreren De 1. konde de diensten van zoldij De opperkoopman boekhouder en kleen Cassier waarneemen, en de diensten van fiskaal en secretaris konden gegeven worden aan de tweede onderkoopman. Na deeze schikking zouden 'er 2. onderkooplieden, 1. eerste Clerk 1. geswoore Clerk op de secretary, 1. boek „houder en Dispencier, 2. boekhouders als tweede en derde en de Pakhuijsen en 3. borsten op de Comptoire minder zijn dan thans. Het Guarnisoen diend wel bepaalt te blijven op een officier, eenige onder officiers en 24. gemeene om in ongeleegene tijden in zonderheid van baand en diergelijke nooden, niet geheel hulpeloos te zijn. De overige be diendens insgelijks blijvende op de bepaaling zo als ze thans zijn, zouden de gagien, kostgelden en emolumenten van alle de vaste dienaeren elk jaer beloopen omtrent - - - - rop=s 20'000: Hierbij gereekent voor de overige ongelden, als: De vaartuijgen daaronder gereekent het onderhout van het daarop vaarend volk „ 5200 De dagelijkse reparatien aan Pak en woonhuijsen „ 2500. De jaarlijkse medicijnen en ongelden voor 850. „ De overige klijne ongelden die op onkosten ordinair worden afgeschreeven te zaamen - „ 3000. nog gereekent op - het Hospitaal - - - - - - Transporteeren rd:s 31550. — De gewoone jaarlijkse schenkagien te Suratte „ 6000. -. De extra ordinaire ongelden en andere klee„ „nigheeden in buijten gewoone gevallen . - . . „ 450. — Omtrent de Jnlandse dienaeren is men eeniger maaten verpligt de gebruijken van het land te volgen en kan daarom deeze last niet wel ontgaan worden. Om het schrijfwerk uijt te winnen zoude, onge„ reekent de bediendens van de Loge, daarvoor eens 'sjaars kunnen worden toegelegt. . . . „ 2500. — Buijten de onkosten van scheepen om dat dit afhangt van de minderen of meerdere scheepen die Uw Hoog Edelheeden zullen goed„ „vinden tot den suratten handel te emploij„ „eeren, en insgelijks buijten de ongelden der Loge, waarvan ik hierna spreeken zal, zouden de jaarlijkse ongelden van Suratten het eene jaar door het ander min of meer beloopen- - — — Transport - - - . . rop:s 31550. - - rop=s 40500. –. de Brootchia valt thans niets anders te doen. dan verlof te vraagen bij ontfangst en verzending der lijwaaten. Een enkelde boek„ houder als Resident kan het daar heel wel af en zoude dienvolgens ook daar een onder koopman en eenige andere klijne ongelden kunnen worden bespaart. Over

NL-HaNA_1.04.02_10418_0028 view scan ↗

English

On the article of Trade, I request permission to converse somewhat in detail with Your High Noblenesses. Since the English have gained mastery here, Suratte is certainly no longer what it previously was. Trade in general, however well-situated this place may be for it, has noticeably fallen into decline since that time; which naturally must also have had a detrimental influence on the trade of the Company. Moreover, we repeatedly have difficulties with the Government, particularly the English, which make our residence here unpleasant and frequently troublesome, and the only way to avoid these as much as possible is to prudently shun everything that can give offense to the Government, and that we apply ourselves solely to Trade. If the Company's trade could therefore be transferred from Suratte to Cochim, this would without hesitation be the best course. The considerable expenses that the Company has incurred since it possessed this yard, and even quite recently in order to put it into proper condition, should not even be a reason to advise against it. It was 1 „ 10 better to resign oneself to a loss already sustained than to be burdened any longer with a useless liability. Yet I think that this holds many difficulties within it. In all probability, the spice trade would suffer very greatly from it, and the profits that the Company has hitherto had on the linens would for the greater part be lost. It is quite probable that if the Company withdrew from Suratte, one would sell more spices at Cochim than one can do at present, but how great this increase would be cannot well be determined. The example of Persien seems to make this even more uncertain. Kareek previously sold quite a moderate quantity of spices, and the same argument was then made for the improvement of the spice trade at Suratte when Kareek was abandoned. Meanwhile, it has been seen that Suratte has not therefore been able to sell more spices than before. From such articles that are not of prime necessity, a people easily weans itself from the use if they become too expensive through too frequent changes of of masters, or if the acquisition thereof becomes too difficult for other reasons. The cinnamon, of which the Company previously sold quite a moderate quantity at Suratte, is a vivid example of this. Hitherto we enjoy the privilege of paying no more than half toll, and no one disputes it with us. It is, however, not beyond suspicion that the English, as soon as the Company should have withdrawn from here, will among other things from time to time levy heavier tolls on the spices that are sold on this side and for the greater part must pass through places where they are master. They might also be able to do this on the sugar that is not imported on English ships, just as it is said that they have already done with the copper that the French and other private merchants bring to Bombaij from Europe. As regards the linens, of which the Company enjoys the profits purely without bearing any additional burdens for them, since they are dispatched from here with the returning ships, and those that go for Europe pass via Ceijlon with the ships that the Company otherwise needs for the sake of the cinnamon; I say, as regards the linens, in order to negotiate them at reasonable prices, one must contract for them and advance the money partly in advance, and so far as that is done with prudence, this cannot be reckoned to be detrimental to the Company, because one dispatches these linens as timely as one could otherwise do with the cash spent for them. I therefore do not believe that much would come of it if one had to purchase them at Cochim. The demand for Suratte goods is too great for that, and during the sailing season they can always be sold for cash money at higher prices than the Company can have them for by contracting, provided that the Company is served honestly. So long, therefore, as Suratte remains in its present state with respect to the Company, it appears to me that Your Noblenesses would do ill to abandon this factory for the present. Cochim certainly has great advantages over this place, but it is not certain 12 that changes of times may not have a detrimental influence there as well. In any case, this avenue always remains open if the circumstances of Suratte no longer allow our stay. Insofar as the Company in the Suratte trade restricts itself principally to spices, Japanese copper, and tin, and that the sugar is considered only as an article to fill the remaining empty cargo space, the same can be carried out with a single ship. But then everything must also be ventured on this one ship; and if an accident befalls it, not only are these valuable goods lost, but the Company also incurs a loss of profit of several hundred thousand rupees. If the Company, therefore, from a larger trade can also merely recover the expenses of the multiple ships that it employs for that purpose, this alone should be a reason to advise Your Noblenesses to do so, and when the Company, by enlarging its trade in this manner, can moreover gain a good stuiver, 17. then 7

Dutch transcription

Over het artikel van den Handel verzoek ik verlof Uw Hoog Edelheeden eenigzins omstandig te moogen onderhouden. zeedert dat de Engelse hier het Meesterschap gekreegen hebben, is Suratte zeekerlijk niet meer het geen het bevoorens was. De Negotie is over het algemeen hoe zeer ook deeze plaats daartoe wel geleegen is, na die tijd merkelijk in verval gekoomen; het geen natuurlijk ook van een nadeelige invloet heeft moeten zijn op den Handel van de Comp: Met het Gouvernement in zonderheid het Engelsche hebben we bovendien te meermaalen moejelijkheeden die onze inwooning hier onaangenaam en veel tijds lastig maaken, en de eenigste weg om die zoo veel moogelijk te voorkoomen is om voorzigtig te meijden alles wat het Gouvernement aanstoot geeven kan, en dat we ons alleen toeleggen op den Handel kon men daarom sComp=s Handel van Su„ „ratte na Cochim verleggen was dit zonder De Considerable kosten bedenking het beste. die de Comp: zeedert dat ze deeze werf bezit en zelfs nu nog onlangs gedaan heeft om ze in staat te stellen, zoude zelfs geen reeden moogen zijn om het te ontraaden. Beeter was 1 „ 10 was het zig een reeds geleeden verlies te getroosten dan langer met een onnutte lastpost te zijn beswaart. Dog ik denk dat dit veele zwaa„ „righeeden in zig heeft. De specerij Handel zoude na de hoogste waarschijnlijkheid 'er zeer veel door lijden en de winsten die de Comp: tot nog toe op de lijwaaten gehad heeft, zouden voor het grootere gedeelte verlooren gaan. Het is heel probabel dat indien de Comp: van Suratte opbrak men te Cochim meer specerijen verkoopen zoude dan men thans doen kan, dog hoe groot deeze meerderheid zijn zoude is niet wel te be „paalen. Het voorbeeld van Persien schijnt dit nog te onzeekerder te maaken. Kareek verkogt voorheen nog al een maatige quantiteijd specerijen en het zelfde argument was 'er toen voor de verbeetering van den specerij Handel te Suratte als Kareek opgebrooken wierd. Onder„ tusschen heeft men gezien dat Suratte daar„ „om niet meer specerijen dan voorheen heeft kun„ „nen verkoopen. Diergelijke artikelen die niet van de eerste noodzaakelijkheid zijn, daarvan ontwend zig een volk ligtelijk het gebruijk als te door het al te dikwils veranderen van van meester te duur worden of dat het verkrijgen daarvan om andere reedenen te moejelijk valt De Canneel, waarvan de Comp: voorheen nog al een maatige quantiteijd te Suratte verkogt is daarvan een leevendig voorbeeld. We jouisseeren tot nog toe van het voorregt om niet meer dan halve thol te betaalen en niemand betwist het ons. Het is egter niet buijten vermoeden dat de Engelsen zo dra de Comp: van hier zoude zijn opgebrooken, onder anderen de specerijen die aan deeze kant verkogt worden en voor het grootere gedeelte passeeren moeten plaatzen daar te meester zijn, van tijd tot tijd met swaarder thollen belasten zullen. te zouden dit ook kunnen doen op de zuijker die niet met En„ „gelse scheepen aangebragt word, gelijk men zegt dat ze reeds gedaan hebben met het kooper dat de fransen en andere partikuliere kooplieden te Bombaij aanbrengen uijt Europa. wat de lijwaaten aangaat, waarvan de Comp: de winsten zuiver geniet zonder dat ze 'er eenige meerdere lasten om draagt, wijl ze van hier met de terug„ keerende scheepen verzonden worden, en dat die voor Europa gaan over Ceijlon met de scheepen die de Comp: om de wille van de Canneel buijten dien „ dien noodig heeft, jk zegge wat de lijwaaten aangaat om die teegens reedelijke prijsen te bedingen moet men ze aanbesteeden en het geld gedeeltelijk daarop vooruijt verschieten, en voor zoo verre dat met voorzigtigheid geschied kan dit niet gereekent worden aan de Comp: schaa„ delijk te zijn om dat men deeze lijwaaten zo tijdig verzend als men anderzins de kontanten die daarvoor besteed worden zoude kunnen doen Jk geloof daarom niet dat 'er veel van koomen zoude als men die op Cochim zoude moeten inkoopen. Den aftrek van suratse goederen is daartoe te groot en te kunnen in de vaarbaare tijd altoos voor kontant geld worden verkogt teegens hoogere prijzen dan de Comp: die bij aanbestee„ „ding hebben kan, verondersteld dat de Comp: eerlijk word gedient. zoo lang dus Suratte met betrekking tot de Comp: blijft in de tegenwoordige plooij komt het mij voor dat Haar E: quaalijk zouden doen dit Comptoir voor als nog te verlaaten Cochim heeft zeekerlijk groote voordeelen boven deeze plaats, dog het is niet zeeker dat 12 dat ook verandering van tijden daar niet van een schaadelijken invloed kunnen zijn. Jn allen gevalle staat deeze weg altoos open indien de omstandigheeden van Suratte ons verblijf niet langer geheugen Jn zoo verre de Comp: zig in den suratsen handel voornamentlijk bepaalt aan de specerijen Japans kooper en thin en dat de zuijker alleen gekonsidereert word als een artiklel om de overige leedige scheeps ruijmte te vullen, kan dezelve met een enkeld schip gedaan worden. Dog dan moet ook alles op dit eene schip worden gewaagt. en zoo dat een ongeluk overkomt, zijn niet alleen deeze kostbaare waaren verlooren maar de Comp: krijgt ook een winst derving van eenige hondert duijzend ropijen Jndien dus de Comp: uijt een grooter Handel ook alleen vinden kan de onkosten der meerdere scheepen die ze daartoe gebruijkt, zoude dit alleen een reeden moogen zijn om Haar Ed: dit aan te raaden, en wanneer de Comp: met op deeze wijze haaren handel te vergrooten bovendien nog een goede stuijver winnen kan 17. dan 7

NL-HaNA_1.04.02_10418_0033 view scan ↗

English

then no objection seems to remain against it. The sugar trade must be the basis of this. Other articles that yield no greater or at least equal profit can be omitted. To navigate this region with complete peace of mind, the ships should not be hampered in their defense by their cargo. For this reason, the cargoes for Suratte could be fixed at nine thousand pikols, which each of the ships can easily stow in the hold if large and small canassers are used mixed together, as fits best, and if the spices and metals are distributed among them, or should a little thereof remain, it can always be stowed here or there in such a manner that it does not hinder at all. The Company can always count on fifteen rupees selling price in net cash. If one makes the calculation on this basis, it can easily be demonstrated that after deducting the interest, risk, and administrative expenses, and likewise after deducting all the expenses and the risk of the ships, the Company can still make a profit of 15 percent on it. The late Extraordinary Councillor Senff has already proved this with great clarity and conciseness in his observations on the Surat sugar trade, written on 1 March 1766. The said Mr. Senff states in his aforementioned observations, section 28, that 4 ships are required for the entire Surat trade; however, Suratte cannot currently dispose of as many goods as this determination assumes. I therefore think that for the present it can well be managed with three ships, and in my view, these can also be employed for that purpose with great advantage. With these three ships, besides the spices, the metals, and other small items that this trading post requires, 8000 canassers of powder sugar and 6 to 700 canassers of candy sugar can be brought, which is sufficient for Suratte for the time being. One cannot engage in trade across the sea without some risk, but it is naturally less with three ships in the aforementioned manner than the risk the Company must in any case run on the spices, the metals, and the return goods when trading with only one ship. The voyages are made at a time when, so to speak, one has no sea perils to fear, and three ships not encumbered by their cargo, and consequently able to defend themselves, have nothing to fear from the Marathas and other pirates either. Moreover, the voyages would turn out shorter and could be completed in 5 to 6 months, which is also a principal point. The ships could then, sailing in company, safely and without any fear sail up and down the Coast instead of having to round west of the Laccadives, which makes for very long and uncertain voyages and which no one else besides us does. Even two ships can do this if they are unencumbered by their cargo in this manner. The security is nonetheless greater if there are three, and since the ships can be employed to advantage for this purpose, it naturally follows that it is preferable to employ three rather than two ships for it, all the more because it is good, even for the security of the Company's state, always to maintain a moderate number of ships in the Indies. Up to Cochim the ships have nothing to fear from the pirates. It is true, the Marathas were once as far as Anjingo, but that is a single instance on which one cannot reckon and which in all probability will not happen again. This is too far out of the way for them, and they can employ their pirate fleets closer to home with more advantage and less danger. Now, if one pays no regard to the impediment that a cargo greater than 9000 pikols causes to the defense of the ships, their space easily permits loading more or less 2000 pikols outside the hold in addition to the aforementioned 9000 pikols. The quantities that the ships carry as they currently sail, when one counts the Company's and private goods together, amount to this space and are therefore an undeniable proof thereof. Now, if the ships were to depart so timely from Batavia that they could be in Cochim by the end of October or at the latest by the beginning of November, these 2000 pikols could then be unloaded there. From this could be found what would have to be paid to the ship officers for their allowances, should Your High Excellencies agree to my humble proposal regarding this, made by missive of 25 December of last year; or else this space could be left to the ship officers to fill for their own account instead of their permitted allowances. At Batavia, the sugar for this purpose could be supplied to them from the Company's warehouses at, for example, 8 rupees the pikol, which is slightly more than the Company's price in order to cover the administration and other expenses from it. The government of Cochim could then buy this sugar back from them for the account of the Company at 12 rupees the pikol without burdening them with any tolls or charges, which the Company at Cochim can always pay for it, and then a small profit still remains. This would make a fairly good bonus for the ship officers. For the amount of the sugar, a bill of exchange on Suratte could be given to them, conditioned, so far as the profits are concerned, on the safe arrival of the ship, and to that extent as a bottomry loan. The self-interest of the crew would thereby be bound to the preservation of the ships; well-intentioned people do not need such an incentive to do well, but there are also those who think otherwise, and against that it is good to provide. At Cochim this sugar can be unloaded in 5 to 6 days, and in the meantime the ships could refresh themselves a little and reprovision with water and whatever else they might need. They can then still be in Suratte timely enough for all three to arrive together in the end of December

Dutch transcription

dan schijnt daar teegen geen bedenking over te blijven. De zuijker handel moet hiervan de basis zijn. Andere artikelen die geen meer of ten minsten egaale must geeven, kan men nalaaten Om met volkoomene gerustheid deeze kant te bevaaren dienen de scheepen door haar laa „ding niet te zijn belemmert in de deffensie Hierom konden de laadingen voor Suratte worden bepaalt op neegen duijzend pikels, die elk der scheepen gemakkelijk laaden kan in het ruijm als men groote en klijne kannassers, zoo als dat best vlijt, door malkanderen ge „bruijkt en dat de specerijen en de metaalen over dezelve verdeelt worden, of schiet ook daarvan een wijnig over, dan is dat altoos hier of daar te bergen op eene wijze, dat het geheel met kinderen kan Op vijftien ropijn verkoops zuiver geld, kan de Comp Als men hierop altoos staat maaken de reekening maakt laat het zig gemak kelijk betoogen dat de Comp: naar aftrek van 13 van de Jntressen, risiko en administratie ongelden en insgelijks na aftrek van alle de ongelden en de risiko der scheepen, daarop nog 15. p„rC=t aan winst hebben kan. wijlen den Heer Raad extra ordinair Senff heeft dit reeds met groote duijdelijkheid en bondigheid beweezen bij desselfs bedenkingen over den suratsen zuijker handel 69 geschreeven den 1. Maert 1766. Gem: Heer Seuff steld bij vorsz: zijne bedenkingen §. 28. dat er voor den geheelen suratsen Handel 4. scheepen noodig zijn, dog Suratten kan thans zo veel goederen niet slijten als dieze bepaaling ten grondslag heeft. Jk denk daarom dat het voor het teegenwoordige met drie scheepen wel te stellen zij, en die kunnen ook na mijn inzien met groot voor „deel daartoe gebruijkt worden. Met deeze drie scheepen kunnen behalven de specerijen de metaalen en andere kleenigheeden, die dit Comptoir noodig heeft 8000. kannassers poeder en 6. â 700. kannassers kandij zuijker worden aangebragt dat voor eerst genoeg is voor Suratte Men ƒ 7 2 Men kan geen handel doen over zee zonder eenige risiko, dog ze is natuurlijk minder met drie scheepen op de voorsz: wijze, dan de risiko die de Comp: als te maer met een schip handelt, in allen gevalle loopen moet op de specerijen de metaalen en de retouren. De rijsen worden gedaan in een tijd dat men om zoo te spreeken voor geen zee nooden te dugten heeft, en drie scheepen door haar laading niet belemmert en dienvolgens in staat om zig te deffendeeren, hebben ook voor de Maaratters en andere zee „roovers niets te vreezen. De rijzen zouden bovendien korter vallen en in 5. à 6. maanden kunnen worden gedaan, dat meede een voornaam artikel is. De scheepen konden dan te zaamen gekonjungeert de Cust vijlig en zonder eenige vreezen op en af zeijlen insteede van bewesten de lakke divos te moeten omloopen dat heele lange en onzeekere rijzen maakt en buijten ons ook niemand doet. Dit kunnen zelfs twee scheepen doen als ze op deeze wijze door haar laading onbelemmert zijn. De zeekerheed is 14 is niet te min grooter als 'er drie zijn en wijl de scheepen met voordeel daartoe kunnen gebruijkt worden, volgt van zelfs dat het verkieslijker is daartoe liever drie dan twee scheepen te emploijeeren, te meer het zelfs voor de zeekerheid van sComp=s staat goed is om altoos een maatig getal scheepen in Jndien te houden Tot Cochim toe hebben de scheepen niets te vreezen voor de Roovers. Het is waar de Marratteas zijn eens tot Anjingo geweest, dog het is een enkeld geval waarop men niet reeken kan en dat na de hoogste waarschijnlijkheid niet meer gebeuren zal. Dit is voor hun te verre van de hand en te kunnen hunne roofvlooten met meer voordeel en minder gevaar digter bij Huis gebruijken. Wanneer men nu op de belemmering die een grooter laading dan 9000 pikels in de deffensie der scheepen maakt geen agt geeft, dan laat de ruijmte daarvan gemakkelijk toe om boven en behalven de voorsz: 9000. pikels nog min of meer 2000: pikels buij„ De kwantiteijten „ten het ruijm te laaden. die de scheepen zo als te nu vaaren, vervoeren, als men 7. 99 2 men 'sComp=s en partikulier goed zaamen reekent, bedraagen dit ruijm en zijn mits dien daarvan een onwederspreekelijk bewijs. Ba Jndien nu de scheepen zo tijdig van „tavia gingen dat ze met het laatst van oktob: of uijterlijk met het begin van novemb: kunnen te Cochim zijn, dan konden deeze 2000. pikels daar worden gelost. Hieruijt konde werden gevonden het geen aan de scheepsvrinden voor hunne lasten zoude moeten werden betaelt indien Uw Hoog Edelheeden mogten agreëeren mijn nedrig voorstel derweegens gedaan bij Missive van den 25. decemb: j=o leeden of anders konde deeze ruijmte aan de scheepsvrinden worden gelaaten om die voor haare reekening te vullen insteede van haare gepermitteerde lasten. Te Batavia konde de zuijker daartoe uijt 'sComp=s Maguazijnen aan hun worden verstrekt teegens bij voorbeeld 8. rop=s de pikel, dat iets meer is dan 'sComp=s prijs om daaruijt de administratie en andere ongelden te kunnen vinden. De Regeering van Cochim konde hun deeze zuijker wederom afkoopen 75 afkoopen voor reekening van de Comp: teegens 12. rop=s de pikel zonder haar met eenige thollen of ongelden te beswaaren, dat de Comp te Cochim 'er altijd voor geeven kan, en dan schiet 'er nog een klijn advans over. Dit zoude een taamelijk goed douceur voor de scheeps„ Voor het bedraagen van de „vrinden maaken zuijker konde aan dezelve een wissel gegeven worden op Suratte, gevestigt voor zo veel de winsten aangaan op het behouden vaare van het schip en in zo verre als een bodemarij. Het eijgen belang der scheepelingen zoude daardoor worden verbonden aan het behoud der scheepen welmeenende luijden hebben zulk een prikkel om wel te doen niet noodig, dog daar zijn ook die anders denken, en daar teegen is het goed te voorzien. Te Cochim kan deeze zuijker in 5 â 6. daagen worden gelost, en in die tusschen tijd konden de scheepen zig wat verversen en zig op nieuw van watca en wat ze verders noodig mogten hebben, voorzien. te kunnen dan nog tijdig genoeg te Suratte weezen om in het laatst van decemb: alle drie te gelijk

NL-HaNA_1.04.02_10418_0039 view scan ↗

English

immediately to return with the cash and returns for Europe and the Indies. Suratte would in this manner have an annual vent of more or less 8000. canassers of powder sugar. Cochim can also sell 7. to 8000. canassers of powder sugar annually, not counting the candy sugar, and Batavia would consequently through this alone be able to have an outlet of 15. to 16000. canassers of powder sugar annually. If the Jacatra sugar mills could rely on that and on a fixed price, they would perhaps be quite as well off as now, if the measures proposed by the late repeatedly mentioned Councillor Extraordinary Seuff were put into effect for the improvement of the sugar trade, included in his aforementioned reflections from §. 32. to §. 42. The Company would then be the sole master of the sugar trade, and thereby be able, so to speak, to establish the purchase prices thereof. At Suratte, I think that in such a case 12½. rupees for the 100. pounds will always be obtainable, especially when care is taken at the same time to receive nothing but good and sound sugar, for that makes a very great difference in the sale, and complaints are often made about that by the merchants. From the aforementioned three ships for Suratte, the Company could derive yet another advantage. The Macau traders who arrive every year at Cochim generally take a good quantity of kapok with them to China, preferring the kapok of Suratte above the kapok of Porbandar and Cutch, which the Bombars generally bring, and if Tellicherry has Suratte kapok, which they immediately inquire about, this often engages them to make the voyage thither. Usually they pay there for the Suratte kapok 110. to 120. rupees per Suratte candy of 690. lb., and it never drops below 100. rupees. The price of kapok here is generally, if one makes purchases thereof in time, 75., 80. to 85. rupees, and when therefore some hundreds of candies thereof were sent to Cochim with the ships returning from here, a moderate profit could still be made thereon, which is easily taken along. Even for Batavia, kapok could perhaps become an article to be sent thither from there with the Chinese vessels, which always have much empty hold space. The English transport annually from here and Bombay many thousands of candies thereof to China; for the greater part this is done with ships expressly fitted out for that purpose. These ships must almost entirely meet their expenses from the profits of the kapok and from the sugar which they bring in return from China, and because sugar in China itself is very expensive, the profits thereon are not very large, and the kapok must therefore be sold quite high if anything is to be left over. The Company, on the other hand, would have almost no charges thereon. From the net profits of 15. percent on the sugar that could be brought with three ships in the aforementioned manner, the expenses of this Directorship can be amply made good, according to the demonstration I have given thereof above. The Company would thereby retain, pure and without any deduction, the profits on the spices, the metals, and on the textiles, without these goods needing to bear the ship charges. For further proof of this, I have drawn up an account of a ship's cargo of 9000. piculs of sugar, which I take the liberty to send herewith, and in which I have calculated all the charges which, according to my humble opinion, actually exist. I do this all the more because it appears to me, subject to correction, that in the model of a sugar account recently received from Batavia, the charges are taken somewhat high here and there, in case it might at some time please Your Excellencies to have alterations made therein. It is somewhat contrary to the purpose of a paper meant to assess this trade to show the charges greater than they actually are. Firstly, ƒ 3: 12:—. per 100. lb., even in Indies money, is somewhat too high for freight charges, and now that it is Netherlands money, as the sugar account states for it, it differs proportionately. On 9000. piculs, which a ship can easily load, this alone would amount to ƒ40500:—. or rupees 33750.—., and thus 9750. rupees more than a ship at 3000. rupees a month for 8. months, on which the Suratte voyages are commonly calculated, actually costs. Secondly, as far as the risk is concerned. The number of ships that the Company has had the misfortune to lose on the Suratte voyages, in comparison with the full number of ships that have been used for this trade, seems the most certain basis to calculate it. I have therefore added to the sugar account drawn up by me a list of all the ships that were sent from Batavia to Suratte from the year 1756. to the year 1775. inclusive. From this it appears that the number of wrecked ships stands against the full number of sent ships as 100 against almost 4 2/7, if one also counts the ship Walcheren, or otherwise, and if one leaves this ship out of the account

Dutch transcription

27 gelijk terug te keeren met de kontanten en retouren voor Europa en Jndien Suratte zoude op deeze wijze een jaarlijks debit hebben van min of meer 8000. kannassers poeder zuijker- Cochim kan ook jaarlijks 7. â 8000. kannassers poeder zuijkler ongereekent de kandij zuijker verkoopen, en Batavia, zoude mits dien hierdoor alleen een vertier kunnen hebben van 15. à 16000: kannassers poeder zuijker jaarlijks. Als de Jacataate zuijker moolens daarop en op een vaste paijs konden staat maaken zouden ze 'er misschien ruijm zo goed bij staen dan nu, indien te werk gesteld wierden de middelen door wijlen meerm: Heer Raad extra ordinair Seuff voorgesteld ter verbeetering van den zuijker handel bij voorsz: zijne bedenkingen van §. 32. tot S. 42. ingeslooten. De Comp: zoude dan alleen meester zijn van den zuijker Handel, en daardoor de uijtkoops prijsen daarvan om zoo te spreeken, kunnen vast stellen. Te Suratte denk ik dat daarvoor in zulk een geval altoos 12½. rop=s voor de 100. ponden zal te 16 te bedingen zijn, in zonderheid wanneer en te gelijk gezorgt word om niet dan goede en deugdzaame zuijker te ontfangen, want dat scheelt heel veel op den verkoop en daar over word dikwils door de kooplieden geklaagt. van de voorsz: drie scheepen voor Suratte zoude de Comp: nog een ander voordeel kunnen hebben De Makaus vaarders die alle Jaaren te Cochim aankoomen neemen doorgaans een goede partij te prafereeren China kapok meede na de kapok van Suratte boven de kapok van Porbandaar en katjoe, die de Bombarassen gewoonlijk aanbrengen, en als Tallichierij suratte kapok heeft, waarna ze zig aanstonds informee„ „ren, en gageert haar dit dikwils tot de rijze na derwaerts. Gewoonlijk betaalen ze aldaar voor de suratte kapok 110. tot 120. rop=s het surats kandijl van 690: lb: en nooijt loopt te onder de 100. rop=s. De prijs van de kapok is hier doorgaans als men in tijds daarvan inkoop doet 75. 80. â 85. rox=s en wanneer dus met de van hier terugkeerende scheepen eenige honderde kandijlen daarvan na Cochim gezonden wierden 29 wierden, zoude daarop nog al een maatige winst, die ligt meede te neemen is, te behaalen zijn. Voor Batavia zelfs zoude de kapok misschien een artikel kunnen worden om ze van daar met de Chinase scheepen, die altoos veel leedige ruijmte hebben, te verzenden na derwaerts. De Engelsen vervoeren jaarlijks van hier en Bombaij veele duijzende kandijlen daarvan na China voor het grootere gedeelte geschied dit met scheepen die expres daartoe werden aangelegt Deeze scheepen moeten bijna alleen hunne onkosten vinden uijt de winsten van de kapok en uijt de zuijker die ze van China in retour aanbrengen, en wijl de zuijker in China zelfs heel duur is zijn de winsten daarop niet heel groot, en de kapok moet daarom vrij hoog verkogt worden als 'er iets overschieten zal De Comp: zoude daar en teegen daarvan bijna geene ongelden hebben . winsten uijt de zuiveren ^ van 15. p:rC=to op de zuijker die met drie scheepen op de voorsz: wijze konde werden aangebragt, kan ruijm worden goedgemaakt de ongelden van deeze Direktie volgens volgens de aantooning, die ik daarvan hier boven gedaan heb. De Comp: zoude daardoor zuiver en zonder eenige korting overhouden de winsten op de specerijen de metaalen en op de lijwaaten zonder dat deeze goederen in de scheeps lasten behoeven te draagen. Tot nader bewijs hiervan heb ik opgemaakt een reekening van een scheeps laading van 9000. pikels zuijker die ik de vrijmoedigheid neem hiernevens te zenden, en waarbij ik bereekent heb alle de lasten, die na mijn nedrig inzien werkelijk bestaen Jk doe dit te meer om dat het mij onder ver„ beetering toeschijnt dat bij het onlangs van Batavia ontfangene moddel van een zuijker reekening de lasten hier en daar wat hoog genoo„ „nen zijn, of het Uw Hoog Edelheeden zomtijds behaagen mogt daarin verandering te doen maaken Het staijd eeniger maaten teegen het oogmerk van een papier dat geschikt is om deezen Handel te beoordeelen, de lasten grooter te ver toonen dan ze werkelijk zijn Voor eerst is ƒ 3: 12:—. op de 100. lb: zelfs aan Jndias geld wat te hoog voor scheeps vragt t en 17 31 en nu het Nederlands geld is, zo als de zuijker reekening daarvoor steld, verschilt het na maa„ Op 9000. pikels die een „te van dien. schip gemakkelijk laaden kan zoude dit alleen bedraagen ƒ40500:—. of rop=s 33750. —. en dus 9750. rop=s meer dan een schip à 3000. rox=s 'smaands voor 8. maanden, waarop gemeenlijk de suratse rijzen gereekent worden, werkelijk kost. Ten tweeden wat de risiko aangaat. Het getal der scheepen die de Comp: het ongeluk gehad heeft te verliesen op de suratte togten in vergelijk van het volle getal der scheepen die tot deezen handel zijn gebruijkt, schijnt de zeekerste grond om die te bereekenen. heb daarom agter de door mij opgemaakte zuij„ „ker reekening gevoegt een lijst van alle de scheepen die van Batavia na Suratte gezonden zijn van het jaer 1756. tot het jaar 1775. ingeslooten Hieruijt blijkt dat het getal der verongelukte scheepen staat teegens het volle getal der gezon„ „dene scheepen als 100 teegens bijna 4 2/7 als men het schip Walcheren meede reekent of anderzins en dat men dit schip uijt de reekening laat

NL-HaNA_1.04.02_10418_0044 view scan ↗

English

leaves out of consideration that it was lost in a manner which for many reasons can be considered not to belong among ordinary cases, as 100 against 3. In the sugar account, 5 per cent is set down for the risk of the ships, and because it is an uncertain matter and the aforesaid list of the ships also speaks only of the outward voyage, it is not to make any objection against this stipulation that I make mention of this, only I believe that the goods cannot be considered to run a greater risk than the ships with which they are sent. For the ships, the Batavian sugar account sets down no risk on return; the 5 per cent risk entered for them must therefore be calculated for the outward and return voyage, and on these grounds the risk of the goods for the outward voyage is no more than 2½ per cent and not 5 per cent as the sugar account sets down for it. For the remittances, the risk cannot well be taken higher than amounts to the capital that was paid at purchase for the goods for which the remittances take place. This alone is ventured, and not the profits that are obtained on the goods. If one does it otherwise and first calculates 5 per cent on the advanced capital and then again 5 per cent on the money for which the goods were sold, and thus also on the profits, as was done in the aforesaid sugar account, then this calculates to 14¾ per cent on the actually advanced capital of ƒ47720: 11:—, which alone is ventured. I have therefore, in my sugar account, taken the risk of 5 per cent only on the purchase cost of the sugar. Thirdly, upon shipment, the rupees incur no other expenses than the chests in which they are kept, which is a trifle in comparison to ƒ1851:15:—, which was deducted for it in the repeatedly mentioned sugar account. I have therefore also left this entry out of the account. Finally, fourthly, it appears to me that even if the Company actually had to bear 2 per cent in charges on the rupees and one continues to calculate the risk as was done in the repeatedly mentioned sugar account, then at least these charges on the rupees to the amount of ƒ1851:15: and likewise also the charges of 2 per cent on the sugar upon receiving and delivering it again, to the sum of ƒ954:8:, must be considered to have been paid out of the money that was realized for the goods. The risk is consequently only to be calculated on that which cleanly remains thereof, and not, as the sugar account does, on the full sum, which cannot be shipped. I have personally been to see the Company's buildings. The warehouses and the dwellings for the servants on the wharf are all reasonably good, and on them nothing other than small daily repairs need to be made, as Your High Honours will see more broadly and in greater detail in the report of the inspection of the buildings entered in the general conveyance that goes over with the general letter. The new hospital outside the wharf is less well-conditioned. It is a weak building that in the course of time will cost much in maintenance. The actual sick room is, moreover, more suitable for a warehouse than for the use for which it was made. In case Your High Honours might see fit, according to my proposal, to reduce the number of servants, this building can be sold. The head surgeon can then live on the wharf, where the necessary rooms can also be cleared for the sick. They will then, instead of being together, have to lie divided into rooms, but even this is perhaps better than to lie all together in one room, however somewhat large. The air in such halls becomes so corrupted by natural exhalations that one infects the other. Of the Lodge in the inner city, which the Company holds in rent, it has already been pointed out repeatedly in earlier papers that it is completely dilapidated, and the bad condition thereof will become more apparent to Your High Honours in the aforesaid report of the inspection of the buildings. A good part thereof has already collapsed from time to time. The use for which this Lodge currently still serves us does not indeed demand that such capital repairs be made to it as are mentioned in the resolution of 25 September 1764, and which at that time, according to a calculation entered into the same resolution, were estimated at upwards of 113,000 rupees. That part, meanwhile, where we must store our return goods, cannot be spared, and this is now so dilapidated and bad that one has to expect accidents from it every day. To repair that alone, a good sum will be necessary, and this must nevertheless be done in order to be able to preserve the return goods therein without a visible danger of spoilage. To avoid this, the Company could rent another Lodge, but then one runs the danger of falling into difficulties with the owners of the old Lodge, since the Company, upon taking the same in rent, charged itself with the maintenance thereof, and the owners will undoubtedly demand that this Lodge be handed over to them again in that state in which the Company took it. This is in any case a troublesome matter that the Company, even if it wished to leave Surat immediately, cannot avoid, and which in

Dutch transcription

18 laat uijt aanmerking dat het verongelukt is op eene wijze die om veele reedenen geagt kan worden niet onder de gewoone gevallen te behooren als 100. teegens 3. Bij de zuijker reekening is voor de risiko der scheepen 5. p=r C=t gesteld en wijl het eene wisselvallige zaak is en de voorsz: lijst der scheepen ook alleen van de heer rijze spreekt, is het niet om teegens deeze bepaaling eenige aanmerking te maaken, dat ik hiervan melding doen, alleen meen ik dat de goederen niet geagt kunnen worden grooter risiko te loopen dan de scheepen waarmeede te verzon„ „den worden. Voor de scheepen van steld de bataviase zuijker reekening geen risiko bij retour de 5. p:r C=to risiko daarvoor opgebragt moeten dus gereekent worden voor de heen en weeder rijze, en naar deeze gronden is de risiko der goederen voor de heen rijze niet meer dan 2½. p:r C=to en niet 5. p:r C=to gelijk de zuijker reekening daarvoor steld. Voor de remisen kan de risiko niet wel hooger genoomen worden dan beloopt het kapitaal dat bij inkoop be „taelt is voor de goederen daar de remisen voor Dit is alleen gewaagt en niet geschieden. de 3 33 de winsten die op de goederen zijn behaalt. Doet men het anders en reekent eerst 5. p:r C=t op het uijtgeschooten kapitaal en dan wederom 5. p:r C=to op het geld, waarvoor de goederen zijn verkogt, en dus ook op de winsten, gelijk bij de voorsz: zuijker reekening is gedaan, dan bereekent dit op het werkelijk uijtgeschooten kapitaal van ƒ47720: 11:— dat alleen gewaagt is, 14¾ p:r C=to Jk heb daarom bij mijn zuijker reekening de risiko van 5. p=r C=to alleen genoomen op het in„ „koops kostende van de zuijker Ten derden bij verzending geeven de ropijen geene andere onkosten dan de kisten, waarin te geborgen worden dat een kleenigheid is in ver „gelijk van ƒ1851:15:— die bij de meerm: zuijkler reekening daarvoor uijtgetrokken zijn. Jk heb ook daarom deeze post uijt de reekening gelaaten Eijndelijk ten vierden komt het mij voor dat zo ook de Comp: werkelijk 2. p:r C=to aan ongelden op de ropijen draagen moest en dat men de risiko blijft bereekenen zo als bij de meerm: zuijker reekening is gedaen, dat dan ten minsten deeze ongelden op de ropijen ten bedraage van ƒ1851:15: en insgelijks ook de ongelden 19 ongelden van 2. p:r C=t op de zuijker bij het ont„ feengen en weeder afgeeven ter somma van ƒ954:8: moeten geagt worden te zijn betaelt uijt het geld dat voor de goederen is geproflueerd. De risiko is mits dien alleen te reekenen op het geene daarvan zuiver overblijft en niet zo als de zuijker reekening doet, op de volle som, dien niet kan verzonden worden 's Comp=s gebouwen heb ik zelfs weezen zien. De Pakhuijsen en de wooningen voor de Dienaeren op de werf zijn alle reedelijk goed en daaraan behoeven niet dan klijne daagelijkse reparatien te worden gedaen zo als Uw Hoog Edelheeden dat breeder en omstandiger zien zullen bij het rap„ „port van den opneem der gebouwen ingeschreven bij het generaal transport dat bij de ge „meene brief overgaat. Het nieuwe Hospi „taal buijten de werf is minder welgesteld Het is een zwak gebouw dat met den tijd veel van onderhout kosten zal. . Het eijgent„ lijk zieken vertrek is bovendien meer geschikt tot een Pakhuijs dan tot het gebruijk waartoe het gemaakt is. Jn gevalle Uw Hoog Edelheeden mogten goetvinden om naar mijn voorstel het getal 33 te verminderen kan dit gebouw getal der dienaeren De oppermeester kan dan op worden verkogt. de werf woonen, daar ook voor de zieken inge„ ruijmt kunnen worden de noodige vertrekken. Ze zullen dan insteede van bij malkanderen te weezen in kamers moeten verdeelt leggen, dog ook dit zelfs is misschien beeter dan om te alle te zaamen in een vertrek te leggen, hoe zeer ook wat groot. De lugt word in zulke zaalen door de natuurlijke uijtwasening zo bedorven, dat den een den anderen aansteekt. van de Loge in de binnen stad, die de Comp: in huur heeft is reeds bij vroegere papieren te meermaalen aangeweezen dat ze ten eenemaal bouwvallig is, en de slegte gesteltheid daarvan zal Uw Hoog Edelheeden naader blijken bij het voorsz: rapport van den opneem der gebouwen Een gord gedeelte daarvan is bereeds van tijd tot tijd ingestort. Het gebruijk waartoe deeze Loge ons thans nog dient vordert wel niet om daaraan te doen zulke kapitaale reparatien als vermelt zijn bij resolutie van den 25. septemb: 1764. en welke 20 welke in dien tijd volgens een ter zelver Resolu„ „tie ingeschreevene Calculatie begroot zijn op ruijm rop=s 113'000:. Dat gedeelte ondertus„ „schen daar we onze retouren moeten bergen is niet te missen, en dit is nu zoodanig bouw„ vallig en slegt, dat men 'er alle daagen onge lukken van te wagten heeft. Om dat alleen te repareeren zal een goede som noodig zijn, en dit moet nogtans geschieden om de retouren zonder een zigtbaar gevaar van bederf daarin te kunnen bewaeren. De Comp: zoude om dit te ontgaan een andere Logt kunnen huuren dog dan loopt men gevaar van in moejelijkheid te vallen met de eijgenaers van de oude Loge wijl de Comp: bij het in huur neemen derzelve zig met het onderhout daarvan heeft belast, en de Eijgenaers zullen ongetwijffelt eijsschen dat deeze Loge wederom aan haar werd overgegeven in die staat als de Comp: ze genoomen heeft Dit is in allen gevalle een lastpost die de Comp: al wilde ze ook aanstonds van Su ratte opbreeken niet ontgaan kan en die in „

NL-HaNA_1.04.02_10418_0049 view scan ↗

English

in time, with a government such as exists here, give rise to very high demands. Meanwhile, there is no middle way, and one or the other must happen as long as we have no permission to receive the linens and the further returns at our wharf. Upon my arrival here, I therefore already had the Nabab sounded out as to whether there would be a possibility of this. This would provide much convenience in the administration and, moreover, relieve the Company of a perpetual expense item of more or less 3500: rop=s per year, which is roughly the rent of the Lodge, the annual relaying of the roof tiles, the maintenance of the linen tent, and the expenses that must be incurred to bring the linens first from the Lodge to the linen tent and from there to the customs office, including the servants that the Company must keep to guard the Lodge. But the Nabab immediately spoke of so much that I had to abandon it at that time. Some time thereafter, he sent me one of his principal servants to request of me an advance payment on the customs duties, and after several refusals, I consented to this only to see if, by doing the Nabab this courtesy, I might advance the aforementioned objective. I consequently brought the matter up again and showed this servant that it is neither advantageous nor disadvantageous to the revenues of the Nabab his master whether the Company receives the linens in the Lodge or at the wharf. The difficulties he raised against it consisted principally of this, that our wharf is situated in the outer town and that, by shipping the linens out through our own water gates, the Nabab would be less certain than now that the customs duties were not being defrauded. This pretext was easy to refute. In the first place, we receive nothing, nor do we ship anything out, without having permission from the Nabab, who also keeps his guards at our gates, who record what arrives or is dispatched. Moreover, the value of the linens that are dispatched is far less than the value of the arriving goods, such as the spices, the metals, and the sugar, which are handled at the wharf. I pointed this out to him, and that the Nabab was very well convinced that not the slightest injury was done to his customs duties in this matter. He was outspoken about this and said that, although he would not dispute this, it was not the custom of any Native Government to grant such favors, no matter how harmless to them, without receiving a recognition for it. I then sought to know more specifically what it would ultimately amount to, and he declared to me that he thought the Company could obtain the permission to receive and again ship out the linens at the wharf for more or less 30'000: rox=s. Regarding paying customs and stamping there, he did not think the Nabab would consent, and he also thought that this would meet with great opposition from the English, whose customs officers also assist in stamping the goods. Concerning the Lodge, he said the Company would have to come to an agreement with the owners thereof, who had already complained several times to his master that we were letting it fall so completely into ruin. He thought, however, that the Nabab would be willing to exert himself for the Company to the extent of helping it get rid of it in a reasonable manner. Had I held authorization from Your High Nobles, I would have pursued the matter further, and perhaps, through the mediation of the English Governor, Mr. Boddam, I might also have obtained the right to stamp at our wharf, but now I did not dare to do it. Meanwhile, it appears to me that, even if the Company had to spend something for it, this is preferable to repairing the old Lodge or renting a new one, even if one could satisfy the owners of the old Lodge with a modest sum. In both of these cases, the Company remains burdened with the aforementioned annual expense. I therefore very respectfully request Your High Nobles to strengthen me in this regard with Your High Nobles' most respected order. The newly made piling on the northeast side of the wharf, mentioned in my aforementioned respectful letter, I have since inspected more closely. For the greater part, it lies underground, but as much as is visible externally, it appears to me to be reasonably well ordered and likewise well executed. Only, the piles might have been somewhat thicker and the work itself somewhat more closed, in order to prevent the constant sliding away of the earth. That this work has cost a great deal is beyond doubt, but in order to calculate it to some extent, it would have to be dug up, which can only happen with much effort and expense, and not even without damaging the work more or less. I am therefore even somewhat of the opinion that sending an Engineer to examine it, as Your High Nobles have contemplated, would not fully serve the purpose

Dutch transcription

in der tijd bij een Gouvernement als men hier heeft, aanlijding geeven kan tot zeer hooge eijsschen. Daar is ondertusschen geen middelweg en het een of het ander moet geschieden zoo lang wij geen verlof hebben om de lijwaaten en de verdere retouren op onze werf te moogen ontfangen. Jk heb daarom met mijn komst hier de Nabab bereeds doen ondertasten of hiertoe moogelijkheid zijn zoude. Dit zoude veel gemak in de Huishouding geeven en bovendie„ de Comp: ontslaan van een perpetueele last post van min of meer 3500: rop=s sjaars, dat ongevaar beloopt de huur der Loge, het jaar„ „lijks verleggen der pannen, het onderhouden van de lijwaat tent en de ongelden die gedaan moeten worden om de lijwaaten eerst uijt de Loge naar de lijwaats tent en van daar na de thol plaats te brengen als men daarbij reekent de bediendens die de Comp: houden moet om Dog de Nabab de Loge te bewaaren sprak aanstonds van zo veel, dat ik doen daarvan heb moeten afzien. Eenige tijd daarna zoud hij mij een zijner eerste bediendens om 21 om mij te verzoeken een vooruijt verstrekking op te thollen en ik heb na verscheijde wijge„ „ringen daarin alleen gekonsenteerd om te zien of ik door de Nabab deeze gerieflijkheid te doen voorsz: oogmerk zoude kunnen bevorderen. JK bragt hetzelve dienvolgens wederom ter baan en deed deeze bediende zien dat het de Nabab zijn Meester in zijne inkomsten nog voor nog nadeelig is of de Comp: in de Loge of op de werf de lijwaaten ontfangt. De zwarigheeden die Hij 'er teegen maakte, bestonden voorna„ mentlijk hierin dat onze werf in de buijten stad legt en dat we den afscheep der lijwaaten door onze eijgen water poorten doende, de Nabab minder verzeekert zoude zijn dan thans, dat de thollen niet wierden gefraudeert. Deeze uijtvlugt was gemakkelijk te ontleggen. voor eerst ontfangen wij niets nog we scheepen ook niets af zonder daartoe verlof van de Nabab te hebben, die ook zijne wagters aan onze poorten houd, welke aanteekenen wat 'er aankomt of verzonden word. Bovendien is de waarde der lijwaaten die verzonden worden ongelijk ongelijk minder dan de waarde der aankoo„ „mende goederen als zijn de specerijen, de me „taalen en de zuijker, die op de werf behandelt worden. Dit toonde ik hem en dat de Nabab zeer wel overtuijgt was dat hem daarin geen de minste benaadeeling in zijne thollen gedaan wierd. Hij kwam hierop ronduijt, en zeijde dat schoon wij dit niet wilde tegen„ „spreeken, het de gewoonte niet was van eenige Jnlandse Regeering om diergelyke gunstbewij „zingen te doen hoe zeer ook voor hun onschaa„ delijk zonder daarvoor een erkentenis te ontfangen Jk zogt doen wat naader te weeten waarop het eijndelijk uijtkoomen zoude en Hij ver klaarde mij dat hij dagt dat de Comp: voor min of meer 30'000: rox=s zoude kunnen verkrijgen het verlof om de lijwaaten op de werf te moogen ontfangen en weeder afscheepen het vertollen en chappen daarin dagt wij niet dat de Nabab zoude bewilligen, en Hij meende ook dat dit groote tegenstand bij de Engelsen vinden zoude, wiens thol luijden bij het chappen der goederen ook assisteeren. Over de Loge 22 Loge zeijde Hij zoude de Comp: zig met de Eijgenaars daarvan moeten verdraagen die zig reeds te meermaalen bij zijn Meester hadden beswaart dat we dezelve zo geheel lieten vervallen. Hij meende egter dat de Nabab zig wel zo verre voor de Comp: zoude willen emploijeeren, om dezelve daarvan op een reede„ lijke wijze af te helpen Jndien ik qualificatie van Uw Hoog Edelheede gehad had zoude ik de zaak verder vervolgt hebben en misschien had ik er ook door bemid„ deling van de Engelse Gouverneur de Heer Boddam bij kunnen verkrijgen het regt om dog nu dorst op onze weaf te kunnen chappen, ik het niet doen. Ondertusschen komt het mij voor dat zo 'er ook de Comp: wat voor besteeden moest dit verkieslijker is dan het repareeren der oude Loge of het in huur neemen van een nieuwe al kon men ook de Eijgenaers van de oude Loge met een maatige som te vreede stellen. De Comp: blijft in beijde deeze gevallen met de voorsz: jaar „lijkse last beswaart. Jk verzoek Uw „ Hoog hellede „ 41 „ HoogEdelheeden dienvolgens zeer eerbiedig om mij hier omtrent met Hoogst Derzelver zeer g'eerde ordre te willen sterken Het nieuw gemaakte paalwerk aan de Noord oost zijde van de weaf vermelt bij voorsz: mijn eerbiedige heb ik zeedert naader bezigtigt voor het grootere gedeelte legd het onder de aarde, dog zo veel daarvan uijterlijk blijkt komt het mij voor reedelijk wel te zijn geor„ „donneert, en dat het insgelijks wel uijtgevoert is Alleen hadden de paalen wel wat dikker en het werk zelve wat meer geslooten moogen zijn ter voorkooming van het gestaadig uijtschieten der aarde. Dat dit werk veel gekost heeft is buijten twijffel, dog om het eeniger maaten te kunnen bereekenen zoude het moeten worden opgegraaven dat niet dan met veel moeijte en ongelden geschieden kan en zelfs niet zonder het werk min of meer te beschaadigen. Jk ben daarom zelfs eeniger maaten van begrip dat het zenden van een Jngenieur om het te exami„ neeren, gelijk uw Hoog Edelheeden in gedagten geno„ „men hebben, niet al te volkoomen aan het oog„

NL-HaNA_1.04.02_10418_0054 view scan ↗

English

will be able to fulfill the purpose. In the meantime, in order to elucidate Your High Noblenesses concerning this as far as is possible for me, I have examined somewhat more closely the specifications that have been submitted regarding it, and have inquired into various entries appearing therein which, in my view, are suspicious with good reason. In the heading of the specification of the cash expenditures to the sum of 32486 rupees, it is stated, for example, that a Jamadar and 55 Sepoys of the Lord City Governor stood guard for 61 days behind or beyond Ombra. These served, the specification says, to cover and secure the diggers and laborers against the violence and harassment of a pandit and 50 Horsemen of the Marathas, who attempted to absolutely prevent the gathering of earth by force of arms. Had it been true that the Marathas tried to prevent this with 50 Horsemen, then 55 Sepoys were certainly not capable of resisting them. This needs no proof. All that I have been able to learn concerning this is that some inhabitants under the Maratha Government were somewhat dissatisfied with the removal of the earth, and that a Native Headman of this city named Liddie Jaffer, specifically charged with maintaining public security, upon the request made to him for that purpose, sent two or three peons to prevent all difficulties. These peons received a quarter rupee or something like that per day. For this entry, the specification lists for wages and board 1769.- rupees and for a gift 180.- rupees, or together 1949.- rupees. Furthermore, in the heading of this specification, mention was made of the construction of a new small house for a Desai, and for that the specification lists in materials 616:18 rupees and in cash 134:15 rupees, or together 750:33 rupees. No such small house was built for the Desai; only, as they say, a small gift was given to this man as compensation for a small Native House that stood in the way of the completion of the palisade and therefore had to be demolished. The number of listed workmen is very large, but the excesses that may have been committed therein cannot now be determined. On the other hand, it seems very apparent that a considerable fraud exists in the charges listed for the horries and proas with which the clay and earth were brought to fill up the work. This clay and earth were fetched from the other side of the river, partly within sight of the shipyard and partly opposite the village of Ombra, which lies less than half an hour from the city. The trips were therefore very short, and according to all information I have been able to obtain, for the largest horries used in this work, both for the hire of the horries and for the loading and unloading of the earth, thus in total, no more was paid than six rupees for each trip, and for the smaller horries and proas proportionally. I rely all the more on these reports because one can have this work done for that rate at any moment. In the aforesaid specification of the cash expenditures, an amount of 7006:- rupees is listed for the loading and unloading of the same, and in the specification of the materials one finds this same number of horries and proas listed again for hire with an amount of 5386:24 rupees. According to the extension of these two specifications, when one adds up the entries listed therein, the Company bore for the large horries of 30 lasts 18 rupees, for those of 20 lasts 13½ rupees, and for the lesser vessels in proportion. In listing these materials, they also took rather heavy-handed liberties. The Company's Modi, a man very well known from earlier papers, generally had the supply of them, especially of the beams used for the palisade, and beyond that, he says, nothing went into it other than a trifle that was a remnant from the construction of vessels, as I understand. This entry is the principal one and can serve as an example of the others. According to the aforesaid Modi's notes, a total of 778 beams were delivered by him, which together measured 1430 gasses, namely 1422 3/40 gas of damani timber at 6 rupees per gas, and 7 1/40 gas of dendoegera timber at 4 5/8 rupees per gas, amounting together in money to 8568 1/64 rupees. In the specification of the materials, on the contrary, 2118 gasses of damani timber at 8 rupees per gas and 49 gasses of dendoegeran timber at 5½ rupees per gas were written off for it, amounting in money to 17217:24 rupees. All this moved me to confer with the Members of the council of that time about it, especially concerning the two first-mentioned entries, namely the Company's sepoys of the Nawab and the construction of a house for the Desai, both matters consisting of facts and consequently capable of being best known to everyone. They declared themselves to be ignorant of the truth of this, and the Second in Command, Sluijsken, whom I addressed in particular on this matter, submitted in his exoneration that here it has hitherto not been customary for such specifications to be examined first by the Chief Administrator, and

Dutch transcription

23 oogmerk zal kunnen voldoen. Om UW Hoog Edelheeden ondertusschen zo veel mij dat moogelijk is derweegens te kunnen elucideeren heb ik de specificatien die daarvan ingekoomen zijn wat naader nagegaen en mij geinformeert na deeze en geene posten die daarbij voorkoomen en na mijn inzien met veel gronds te verdenken zijn Jn het Hoofd der specificatie van het uijtgegevene in kontant ter somma van rop=s 32486: staat bij voorbeeld, dat een Jama „daer en 55. Sipaijen van den Heer stads Gouver „neur 61. daagen de wagt gehad hebben agter of voorbij Ombra Deeze hebben gedient, 7 zigt de specificatie, tot dekking en bevij liging der graavers en arbeijders teegens het geweld en overlast van een pandet en 50. Ruij „ters der Maaratters, die gewapender hand het haalen van aarde absoluut hebben willen . Jndien het waar was geweest dat beletten de Maaratters dit met 50. Ruijters hebben getragt te beletten, dan waaren 55. sipaijen zee „kerlijk niet in staat om hen te wederstaen Dit behoeft geen bewijs. Alles wat ik derwee„ „ 43 derweegens heb kunnen te weeten krijgen is, dat eenige inwoonders staande onder de Marrattase Regeering over het weghaalen der aarde wat te onvreeden zijn geweest en dat een Jnlands Hoofd deezer stad genaamt Liddie Jaffer in het bezonder gechargeert om de publike vijligheid te maintineeren, op het verzoek daar„ „toe aan hem gedaan twee of drie pions gezon„ „den heeft om alle moeijelijkheeden te voorkoomen Deeze pions hebben een quart ropij of zo iets sdaags genooten. Voor deeze post is bij de specificatie opgebragt voor gagie en kostgeld rop:s 1769. —. en voor een geschenk rop:s 180: of te zaamen rop:s 1949: Nog werd in het Hoofd van deeze specificatie melding gedaan van het opbouwen van een nieuw Huisje van eenen Dessaij, en daarvoor is bij de specificatie op„ gebragt aan materiaalen rop:s 616:18: en aan kontant rop:s 134: 15: of te zaamen rop:s 750: 33: zulk een Muisje voor de Dessaij is 'er niet gebouwt, alleen is er, zo men zegt, aan deeze Man een klijn geschenkje gedaan tot een dedomagement van een klijn Jnlands Wuisje dat 24 dat ter voltooijing van het paalwerk in de weg stond en mits dien heeft moeten werden weggebrooken Het getal der opgebragte werkslieden is heel groot, dog de excessen, die daarin kunnen zijn Daar en begaan, zijn nu niet te bepaalen teegen schijnt het heel blijkbaer dat 'er een aanmerkelijk abuijs sterkt in het opgebragte voor de Horries en praauwen, waarmeede de Klij en aarde tot opvulling van het werk aangebragt is Deeze klij en aarde is gehaalt aan de over„ „zijde van de rivier gedeeltelijk in het ge zigt van de werf en gedeeltelijk teegen over het doop Ombra dat geen half uur van de stad af legt. De togten zijn dus heel kort geweest en naar alle informatien, die ik heb kunnen bekoomen is voor de grootste Horries bij dit werk gebruijkt, beide voor de huur der Horries en voor het inlaaden en weder ontlossen der aarde en dus in alles niet meer betaelt dan ses ropijen voor elke togt, en voor de klij„ „nere Horries en praauwen naar advenant. k maak te meer staat op deeze berigten om dat men 43 men alle oogenblikken dit werk daarvoor gedaan krijgen kan. Bij de voorsz: speci„ „ficatie van het uijtgegevene in kontant is voor het laaden en lossen derzelve opgebragt een bedraagen van rop:s 7006:—. en bij de specifica„ „tie van de materiaalen vind men wederom dit zelfde getal van Horries en praauwen voor huur opgebragt met een bedraagen van rop:s 5386: 24: volgens de extensie deezer twee specificatien als men de daarbij opgebragte posten te zamen trekt is bij de Comp: gedraagen voor de groote Horries van 30. lasten 18. ropijen, voor die van 20. lasten 13½. rop:s en voor de mindere vaartuijgen na maate van dien Jn het opbrengen die materiaalen is meede wat grof toegetast. 'S Comp=s Moedie een Man bij vroegere papieren zeer bekent, heeft over het algemeen de leverantie daarvan gehad, speciaal van de balken die tot het 9 ƒ paalwerk zijn verbruijkt, en buijten dien zegt Hij is daartoe niets anders gegaan dan een kleenigheid dat een overschot geweest is van den aanbouw van vaartuijgen zoo ik meen. Deze post is de voornaamste en kan ten voorbeeld van 25 van de andere dienen. volgens de voorsz: Moc„ zijn door hem in het die zijne aanteekeningen geheel gelevert 778. balken, die te zaamen gemeeten hebben 1430. gessen, te weeten 1422 3/40. ges damani hout à 6. rdp=s de ges, en 7 1/40. ges dendoegera hout â 4 5/8. rop=s de ges bedraagende te zaamen aan geld rop=s 8568 1/64. Bij de specificatie der materiaalen zijn daar en teegen daarvoor afge„ „schreeven 2118. gessen damani hout à 8. rop:s de 49. gessen dendoegeran hout à 5½. rop: de ges en ges uijtmaakende in geld rop:s 17217: 24. Dit alles heeft mij bewoogen om de Leeden van de vergadering van die tijd daarover te onder houden, in zonderheid over de twee eerstgem: posten namentlijk de Comp: sipaijen van de Nabab en het opbouwen van een Huis voor de Dessaij, bijde dingen die in feijten bestaan en dienvolgens bij een elk best kunnen geweeten worden .Dezelve hebben verklaart te ignoreeren wat hiervan zij, en de sluijsken die ik daarover in het bezon„ sekunde „der heb aangesprooken heeft ter zijner decharge ingebragt, dat het hier tot nog toe buijten ge „bruijk geweest is dat diergelijke specificatien door den Hoofdadministrateur eerst worden gexamineert, en

NL-HaNA_1.04.02_10418_0059 view scan ↗

English

and that when these specifications were presented in the council, we inadvertently did not pay attention to what I have pointed out above from them. In my previous respectful letter, I took the liberty of informing Your High Excellencies of the reasons why the 35000: rox=s for this work had not been deposited; but since the excesses have since become so clear to me, and as it is primarily the duty of the department of the Chief Administrator to guard against this, I have not dared to take it upon myself, in accordance with what was recorded in the Resolution of 17. March last, to leave Your High Excellencies' order on this matter, so far as it concerns the second, without execution. For although these specifications were not first given to him for examination, it was nonetheless his duty to pay attention to them when they were presented in the council. I have therefore ordered the said second to pay his share of the aforesaid sum of 35000: rop=s in dutiful compliance with Your High Excellencies' most esteemed order, which, according to the allocation made in the same Resolution, amounts to a sum of 5912. rop:s, which I shall have collected in reduction of the account that stands debited for this. Regarding the remaining Members, I have made no change in the decision of 13. December last, in case it might perhaps please Your High Excellencies first to request a report on this from the former Equipment Supervisor van der Wegge, who signed the specifications, for which especially the secretary Wiarde, who is a co-participant in this assessment, made a request according to what was recorded in the aforesaid Resolution. These Members are certainly as little to be fully exonerated as the Chief Administrator for having voted so thoughtlessly in all these matters; yet what is not caused by the example of such a predecessor as the former Director Bosman was to them all. According to the general testimony of those who knew him here, he not only encouraged people to carelessness, to say nothing worse, but he even boasted among his inferiors and whoever cared to listen whenever he had found an opportunity to shortchange the Company here or there. Several examples of his perverse and improper conduct will appear to Your High Excellencies in a Memorial presented by the second to the council on 17. March, which is transmitted among the enclosures of the general letter. The said second appeals therein to the testimony of all the Members who held a seat in the council at that time and are still present here; and Your High Excellencies will see from the notes kept on that day that all the aforesaid Members acknowledged the truth of the points regarding which the second appeals in the same Memorial to their knowledge and information. Among others, two cases appear therein: the first, namely, that the Nabab had already obtained permission from the Government of Bombay to seize the Company's shipyard on account of the private debts of the former Director Bosman, and that he would indeed have done so had the second not exerted himself with so much zeal and goodwill among the English Regents both here and in Bombay to prevent this and to satisfy the creditors; the other, regarding the violence which the said former Director Bosman had resolved to use in order to force him, the second, to deliver various merchandise, notwithstanding that it was known that he intended to use the proceeds thereof for the payment of his own private debts. The Company's affairs in general seem to have been managed by the former Director Bosman with the utmost wildness and without any reflection, and had he not now and then been restrained and to some extent set right from his errors, it is very plausible that this Office would have run great risk under his management of being entirely ruined. As has been related to me, and I have very good reason to believe it, the malice and unfaithfulness of the repeatedly mentioned former Director Bosman against the Company now goes so far that, not content with having served Your Honors so ill and having abandoned his office in a scandalous manner, he spews out all kinds of slanders in Bombay, where he still resides to this day. From the Company's letters and other papers, of which he has taken copies, he seeks to make everyone who has the patience to listen to him see that he is being treated unfairly and unlawfully, and he furthermore divulges everything he still remembers of the Company's affairs. He even lets it be known in public that he will demonstrate to the English Government that, by having our ships fly a top flag in the Roadstead, we are arrogating a right that does not belong to us, and that he will bring about, through the Governor and Council in Bombay, the revocation of a permission which I obtained from Mr. Boddam to have a piece of land situated next to our shipyard prepared as a stable, which under the

Dutch transcription

47 en dat wij toen deeze specificatien in de verga„ „dering gedient hebben bij inadvertentie niet uijt heeft gelet op het geene ik hier boven dezelve aangeweezen heb. Bij mijn voorgaande eerbiedige heb ik de vrijheid gebruijkt Uw Hoog Edelheeden te melden de reedenen waarom de rox=s 35000: voor dit werk niet waaren genamptiseert, dan wijl de excessen mij zeedert zo duijdelijk gebleeken zijn en dat het voornamentlijk van het departement van de Hoofdadministrateur is om daar teegen te waaken, heb ik volgens het aangeteekende ter Resolu„ „tie van den 17. Maert jongstl: niet op mij dur„ „ven neemen om Uw Hoog Edelheeden ordre op dit stuk, zo verre te de sekunde betreft, te laaten buijten exckuntsie, want ofschoon deeze spe „cificatien hem net eerst ter examinatie zijn overgegeven is het niet te min van zijn pligt geweest om daarop te letten toen te in de ver„ „gadering hebben gedient. Jk heb daarom gem: sekunde gelast om in schuldige voldoening aan UW Hoog Edelheeden zeer g'eerde ordre zijn aandeel in de voorsz som van rop=s 35000: —. te betaalen het 26 het welk volgens de ter zelver Resolutie gedaane aanwijsing bedraagt eene somma van rop:s 5912. die ik in mindering van de reekening die hier voor debet loopt, zal doen inneemen. Omtrent de overige Leeden heb ik in het besluijt van den 13. decemb: jongstl: geen verandering gemaakt, of het Uw Hoog Edelheeden zomtijds konde behaagen om eerst van den geweezen Equipagie Opzigter van der Wegge die de specificaties heeft geteekent hierover berigt te vraagen, waartoe in het bezonder de secretaris wiarde die een meede deelgenoot in deeze belasting is, volgens het aangeteekende ter voorm: Resolutie heeft verzoek gedaan. Deeze Leeden zijn zeekerlijk zo min dan de Hoofd„ administrateur geheel vrij te spreeken dat te zo onbedagtzaam in alle deeze dingen hebben ge „stemt, dog wat doed niet het exempel van zulk een voorganger als de geweezen Direkteur Bos„ man voor hen allen geweest is. Volgens het algemeen getuijgenis der geene die hem hier gekent hebben moedigde hij niet alleen de luijden aan tot zorgeloosheid om niets ergers te zeggen, maar wij droeg 'er zelfs bij zijne minder en 9 9 en die het maar hooren wilden, roem op, als wij geleegentheid gehad had de Comp: hier of daar in te verkorten. Verscheijde staaltjes van zijn verkeerd en wanschikkelijk gedrag zullen uw Hoog „ Edelheeden voorkoomen bij een Memorie door de sekun„ „de den 17. Maert in de vergadering overgegeven, wil„ „ken onder de bijlaagen van de gemeene brief, over„ „gaat. Gem: sekunde beroept zig in dezelve op het getuijgenis van alle de Leeden die ter dier tijd sessie in vergadering gehad hebben en hier nog aanweezig zijn en Uw Hoog Edelheeden zullen uijt de aanteekeningen ten dien daage gehouden, zien dat alle de voorsz: Leeden de waarheid hebben er „kent van de pointen, waaromtrent wij sekunde zig bij dezelve Memorie op haar kennis en weetenschap beroept, onder anderen van twee daarbij voorkoomende gevallen, het eerste nament„ „lijk, dat de Nabab reeds verlof gehad heeft van de Regeering van Bombaij tot het doen bezetten van sComp=s werf om de willen der partikuliere schulden van den geweezen Direkteur Bosman en dat hij het ook met der daad zoude zoude hebben gedaan, indien zig de sekunde niet met zo veel eiver en welmeenentheid had geem„ „ploijeert bij de Engelse Regenten zo hier als te Bombaij om dit te voorkoomen en de schuld Eijsscheren te vreede te stellen; het andere van het geweld dat gem: geweezen Direkteur Bosman voorgenoomen had te gebruijken om hem sekunden te dwingen tot het laaten verstrekken van diverse Negotie goederen, niet teegenstaande dat het be„ „kent was dat wij het provenu daarvan wilde zijner bezondere doen dienen ter afbetaaling schulden. SComp=s zaaken schijnen over het algemeen door de geweezen Direkteur Bosman met de uijterste woestheid en zonder eenig na „denken te zijn bestiert, en zo wij met nu en dan was wederhouden en van zijne dwaalingen eeniger maaten te regt gebragt is het zeer geloof„ „baer dat dit Comptoir onder zijn bestier - veel gevaar zoude geloopen hebben om ten eenemaal verlooren te gaen. zoo men mij heeft verhaalt en ik heb zeer veel gronds om het te gelooven, gaat de boosheid en ontrouw van meerm: 27 meerm: geweezen Direkteur Bosman teegens de Comp: nu nog zoo verre, dat hij niet ver„ „genoegt van Waar Ed: dus quaalyk te hebben gedient en zijn ampt op een schandelijke wijze te hebben verlaaten te Bombaij daar wij zig tot nog toe ophoud, allerhande lasteringen uijt„ „braakt. Uijt sComp=s brieven en andere papieren waarvan hij de Copijn heeft genoomen, zoekt Hij een elk die het gedult wil hebben van hem aan te hooren, te doen zien, dat men hem onbillijk en onregtmaatig behandelt en Hij divulgeert voorts alles wat hem van sComp=s zaaken nog voorstaat. Wij laat zig zelfs in het publik verluijden dat wij het En„ „gels Gouvernement wil aantoonen dat wij met onze scheepen een top vlag op de Rheede te laaten voeren ons een regt arogeeren dat ons niet toekomt, en dat hij bij de Gouverneur en Raad te Bombaij zal doen intrekken een verlof dat ik van de Heer Boddam gekreegen heb om tot een stal te laaten vervaardigen een stuk grond naast onze werf geleegen, het geen onder het

NL-HaNA_1.04.02_10418_0064 view scan ↗

English

the administration of Bosman himself was purchased for the Company and has remained out of any use until now. This is in itself a lot of idle chatter, yet it clearly shows what one would have to expect from him if he truly knew how to do the Company a disservice. The list of the imported cargoes both here and in Bombay since my recent respectful letter accompanies this, from which I take the liberty merely to remark that I suspect that the spices brought to Bombay with the English Company ship mentioned in this list were bought from the Company in Cochim, as this ship departed from here in December last and went no further than Anjingo. I have nevertheless given orders to investigate this, and likewise to make as much inquiry as possible into how the ship of the Persian merchant Hierje Reddi Monin obtained the 39 chests of cloves brought with it. Recently speaking about this with the brokers, to urge them that they should spare no effort to learn how private individuals come by the spices that are sometimes brought here and to Bombay, in order to be able to make provisions against this, I accidentally discovered that these brokers themselves, some three or four years ago, bought 5754 pounds of cloves, which were brought in casks with one of our Batavia ships, and of which it is said that the former Director Bosman had knowledge, which is also very probable, as one cannot think that any of the Company's subordinates would otherwise dare to sell such a considerable quantity of spices to the Company's brokers themselves. It seems it was not even the only voyage that this occurred. Of the private letters brought for the former Director Bosman with the ship Ouwerkerk, four or five were delivered to me, which I let lie for a while without delivering them. The First Clerk having since reported to me that he had a commission from the said former Director Bosman to be allowed to open his letters if this were deemed necessary, I had this performed in my presence, and a judicial record thereof was kept by the said First Clerk. Among the said letters one was found from the Junior Merchant Hendrik Brugman, in which was an account current according to which the said former Director is still ahead of this Brugman by rds: 640: 21: an authentic copy of this account goes enclosed herewith. The remaining letters contained nothing that concerns the Company. Concerning the expenses incurred in 1775 on the smalschip de Mosselshulp to fit it for the voyage to Batavia, the master of the equipage Boelen submitted a report that was inserted into the Resolution of 17 January last, and I take the liberty, with regard to this item, to refer to the aforementioned Resolution and the general letter departing today, in which the same is treated. The smalschip de Mosselschulp fetched rops: 533: 46 less upon sale than the amount expended both to the Marathas and to put it back in order, if one deducts from the Memorial inserted into the Surat Resolution of 13 June 1772, of which the full amount was charged to this vessel, the expenses that were incurred to obtain the passes, as was indicated in the dispatch of 30 April 1776. I therefore take the liberty to request Your High Noblenesses' further orders on this matter, whether it might please Your High Noblenesses to pass this out of consideration that, in reclaiming the Mosselschulp, it could not have been so closely foreseen what the expenses thereto would amount to and what the vessel for which they were incurred was worth. The manner in which the accounts of the Moorish seafarers who are taken into service here for Batavia are kept gives very much work to the pay bookkeeper because of their great multitude, and since the extent of the work itself may easily give cause for some errors, I hope that it may not displease Your High Noblenesses that I am somewhat detailed about this, to indicate how this work, according to my humble opinion, could be shortened and put on a more suitable footing. These Moorish seafarers are procured by people long used for this purpose, who are commonly called soul sellers. They make a list thereof, in which they put at their discretion as many names as they have delivered common sailors, and with these names each of the sailors gets an account in the pay books. In the meantime none of them knows the same, of which one can take a test at any moment by having them called by their names. For this reason also, the muster that is conducted over them here when they are on board takes place solely by the count, as far as the common sailors are concerned, and if there are dead or absent ones, as many of the names provided by the soul sellers are indifferently removed from the

Dutch transcription

28 het bewind van hem Bosman zelve voor de Comp: is ingekogt en tot nog toe buijten eenig gebruijk gebleeven is. Dit is wel op zig zelven een partij ijdel geklap, dog het toond klaarlijk aan wat men van hem te wagten zoude hebben indien hij de Comp: werkelijk ondienst wist te doen De lijst van de aangebragte laadingen zoo hier als te Bombaij zeedert mijn jongst eerbie „dige gaat hiernevens, waaruijt ik de vrijheid gebruijk alleen aan te merken dat ik vermoede dat te Cochim van de Comp: gekogt zijn de specerijen die te Bombaij zijn aangebragt met het Engels komp=s schip bij deeze lijst vermelt wijl dit schip in decemb: jongstl: van hier vertrokken en niet verder geweest is dan tot Anjingo. Jk heb egter last gegeven om dit te onderzoeken en insgelijks zoo veel moogelijk naspooringen te doen waar het schip van den Persis Koopman Hierje Reddi Monin ge¬ koomen is aan de daarmeede aangebragte 39. kisten nagelen. Onlangs hierover met de Makelaers spreekende 1 3 33 spreekende om hen aan te spooren dat te geen moeijte mogten ontzien om te ervaaren hoe de partikulieren koomen aan de specerijen, die zom„ tijds hier en te Bombaij worden aangebragt ten eijnde daar teegen te kunnen worden voorzien ontdekten ik toevallig dat deeze Makelaars zelve nu een jaar of drie vier geleeden gekogt hebben 5754. ponden garioffel nagelen, die met een onzer bataviase scheepen in vaaten aan „gebragt zijn, en waarvan te zeggen dat de geweezen Direkteur Bosman heeft kennis gehad, het geen ook zeer probabel is, wijl men niet denken kan dat iemand van 'sComp=s onderhoorige het anders waagen zoude, zulk een aanmerkelijke quantiteijd specerijen aan 'sComp=s Makelaers zelve te verkoopen. Het scheijnd zelfs met de eenigste reijs te weezen dat dit is gebeurt. Van de partikuliere brieven voor de geweezen Direkteur Bosman met het schip Ouwerkerk aangebragt zijn er vier of vijf bij mij bestelt, die ik een wijl tijd heb laaten leggen zonder ze af te geeven. De eerste Clerk mij zeedert 29 zeedert berigt hebbende dat hij van gem: ge weezen Direkteur Bosman kommissie had om zijne brieven te moogen openen indien dit noodig geoordeelt wierd, heb ik zulks in mijne teegen „woordigheid laaten verrigten en is door gem: eerste clerk daarvan gehouden een geregtelijke aantie „kening: Onder gem: brieven is 'er een gevonden van den onderkoopman Hendrik Brugman, waar„ „in was een reekening kourant, volgens de welke gem: geweezen Direkteur bij deeze Brug„ man nog te vooren staat rd:s 640: 21: van deeze reekening gaat een kopij autentik hieringeslooten; De overige brieven hebben niets ingehouden dat de Comp: interresseert. Nopens de ongelden in 1775. gedaan aan het smalschip de Mosselshulp om het tot de rijze na Batavia in staat te stellen heeft den Equipagie opziender Boelen ingedient een be „richt dat geinserveert is ter Resolutie van hen en ik gebruijk de vrijheid 17. Jann: laatsleeden mij met betrekking tot deeze post te gedraagen aan de voorsz: Resolutie en de heeden afgaande gemeene brief, waarbij dezelve verhandelt word tel 59 5 Het smalschip de Mosselschulp heeft bij verkoop rop=s 533: 46: minder gedaan dan beloopt het uijtgegevene zo aan de Marratters als om het wederom in staat te brengen, als men van de Memorie geinserveert bij de suaatse Reso„ lutie van den 13. Junij 1772. waarvan het vollen bedraagen ten laste van dit vaartuijg gebragt is, aftrekt, de ongelden die gedaan zijn tot het verkrijgen der passen, zo als dat aan„ „geweezen is bij Missive van den 30. April 1776. Jk gebruijk dierhalven de vrijheid UW Hoog Edelheeden nadere ordre op dit stuk te verzoeken of het Hoogst Dezelve zomtijds behaagen mogt dit uijt consideratie dat bij het terug„ te passeeren vraagen van de Mosselschulp het zo naauw niet heeft kunnen worden voorzien wat de ongel„ den daartoe beloopen zoude en wat het vaartuijg waartoe ze gedaan wierden, waard was. De wijze, op welke gehouden word de reeke„ „ning der Moorse zeevaarende, die hier in dienst genoomen worden voor Batavia geeft zeer veel bezigheid aan de zoldij boekhouder door der„ 30 derzelver groote meenigte en nadien de uijtgebreijd„ „heid van het werk zelve ligtelijk oorzaak geeve„ kan tot eenige abuijsen hoop ik dat het uw „ Hoog Edelheeden niet ongevallig zijn mag dat ik daarover wat omstandig ben. ter aanwijzing hoe dit werk naar mijn nedrig inzien verkort en op een geschikter voet kon werden gebragt Deeze Moorse zeevaarende worden bezorgt luijden van ouds daartoe gebruijkt die in door de wandeling ziele verkoopers genoemt worden. De zelve maaken daarvan een lijst, waarbij te na goetvinden zoo veele naamen zetten als ze gemeen geleevert hebben en met deeze naamen krijgt een elk der Mattroosen een reekening bij de zoldij boeken. Niemand van hun weet ondertusschen de zelve, waarvan men alle oogenblikken een proef neemen kan met ze bij hunne naamen te doen oproepen. Ook geschied daarom de monstering die hier over dezelve gedaan word als ze aan boord zijn, alleen bij den tel, zo veel de gemeene mat„ „troosen aangaat, en zo 'er dooden of absenten zijn worden daarvoor onverschillig weg zo veele der door de zieleverkoopers opgegevene naamen uijt den

NL-HaNA_1.04.02_10418_0069 view scan ↗

English

purchased, which are then not included in the pay books. It is therefore a very superfluous task that has no utility whatsoever to keep an account for each of these common Moorish seafarers, and if Your High Excellencies could approve that, instead of this, only a single account be given to each gang in the trade books, this would shorten the work infinitely and, as I think, give less cause for discrepancies, which after all usually turn out to the disadvantage of the Company. The handling of recruitment, dismissal, and the making of settlements could otherwise be left to the pay bookkeeper. To such an account of an entire gang could be charged in a single sum the 5 months of wages given here to the Sarangs, tandels, and common men when they go on board, and likewise the 2 months of wages issued to the families after they have been at sea for a year. With this, one could let the matter rest and do nothing more to this account until the crew returns again to Suratte, in order to settle and close with them then; or if Your High Excellencies find it better to have the charges made to it each year, this can also be done, for which it is only necessary to communicate annually from Batavia what has been issued to such a gang. The gangs could to some extent be determined according to the number of ships with which these Moorish seafarers are dispatched. If a ship takes roughly 100 men along, then one could divide them into two gangs; otherwise, and if the number thereof does not exceed 50 to 60, one could make a single gang of them. And because such large gangs would sometimes have to be divided, and especially when they are employed on the ships, a gang of 50 men and above, in order that the crew always remains serving under their own officers, could be placed under a sarang, a sarang's mate, a tandel, and a tandel's mate, which roughly corresponds to the number of officers 6 59 officers who, according to the present footing, are placed with these men when they depart from here. Upon departure from here to Batavia, a separate muster roll could be sent for each gang, on which the officers could be recorded by name and the common men solely by number. These muster rolls could be preserved in Batavia as a master register of such a gang. After their arrival in Batavia, the crew could be mustered immediately, and further from month to month. Those who were found at each mustering to have died or to be absent could be noted on the aforesaid original muster roll, and a copy of this original roll with the notes kept thereon could, with the pleasure of Your High Excellencies, be sent to Suratte when such a gang returns after the expiration of their contracted time, in order to be able to calculate thereafter what they have earned from time to time. On 32 On the monthly muster rolls the payment warrants could be granted, and since the provisions to the Moorish seafarers are currently determined by Your High Excellencies at 8 months in the year, they could be given each month 1/3 part of the wages they earn, whether they ask for it or not, in order always to maintain a level account with them. If at the monthly mustering men are found to be lying in the hospital, this could be indicated on these rolls, and on the payment warrant that could be written at the foot of this muster roll, it would only need to be noted how much thereof must go to the hospital, to be withheld by the Cashier and paid by him to the Hospitalier. In the latest pay books there have continued to run 46 Sarangs, 51 tandels, and 921 sailors, divided into 53 gangs. This same number of men, if one enlarged the gangs, could be divided into 18 gangs under 72 officers, and with keeping the accounts of each of these 18 gangs one would have little 61 little more work than one now has with keeping the account of a single man. In the hospital, according to this arrangement, the Moors could hardly pay more than half their wages, and the Company would have to bear the remainder; yet this small expense would, I surmise, be amply compensated by other advantages. If the crew is paid regularly on such a footing, and care is taken to send them back after the expiration of their contracted time, I hope in time to be able to provide Your High Excellencies with better men, and more suitable for seafaring, than has been possible hitherto. This latter point, namely the timely return of the crew, could be greatly facilitated if Your High Excellencies pleased to approve that none of these Moorish seafarers be stationed at the outer offices, and that the crew serving on the ships always be taken from the most recently arrived gangs, so that the oldest gangs remain at hand in Batavia, in order that, when their contracted time is up, with

Dutch transcription

den koop genoomen, die dan bij de zoldij boeken niet ingenoomen worden Het is dus een zeer overtollig werk dat geheel geen nuttigheid heeft dat men van elk deezer gemeene Moorte zeevaarende een reekening houd en zo Uw Hoog Edelheeden konden goetvinden om insteede van dien aan elke ploeg niet meer dan een enkelde reekening te doen geeven bij de Ne„ „gotien boeken zoude dit 't werk oneindig verkorten en naar ik denk minder aanlijding geeven tot verschillen, die tog doorgaans ten nadeele van de Comp: uijtkoomen. De behandeling met het aanneemen afdanken en het doen der afreekeningen konde voor het overige aan de Zoldij boekhouder gelaaten worden Op zulk een reekening van een geheele ploeg konden in eene somma belast worden de 5. maanden gagen, die men hier aan de Sarangs, tandels en de gemeenen geeft als ze na boord gaan en insgelijks de 2. maanden gagie die aan de familles worden uijtgereijkt na dat ze een Jaar zijn in zee geweest. Wierbij konde men het laaten berusten niets meer doen berusten en aan deeze reekening tot dat het volk te Suaatte wederom terug komt, om dan met hun af te reekenen en te sluij„ 31 „ten, of vinden Uw Hoog Edelheeden beeter de belas„ „tingen daarop elk jaer te laaten doen, kan dit ook geschieden, daartoe behoeft alleen jaarlijks van Batavia te worden bedeelt wat aan zulk een plocq verstrekt is. De ploegen zouden eeniger maaten kunnen worden bepaalt naar het getal der scheepen, waarmeede deeze Moorte zeevaarende; verzonden worden Neemt een schip min of meer 100. Man meede dan konde men dezelve in twee ploegen verdeelen anderzins en dat het getal daarvan niet boven de 50. tot 60. beloopt, konde men 'en een enkelde ploeg van maaken. En om dat zulke groote ploegen zomtijds zouden moeten worden verdielt en zonderheid als ze op de scheepen gebruijkt wor„ den konden een ploeg van 50. Man en daar booven op dat het volk steeds onder haare eijgene officier blijft dienst doen, gestelt worden onder een sarang een sarangs maat, een tandel en een tandels maat, dat ten naasten bij uijtkomt met het getal der officieren 6 59 officieren die na den teegenswoordigen voet bij dit volk geplaatst worden als ze van hier gaan Bij vertrek van hier na Batavia konde er van elke ploeg een aparte monster rol ge „zonden worden, waarbij de officieren bij naamen en de gemeenen alleen byj het getal konden bekent staan. Deeze monster rollen konden te Batavia tot een grondlijst van zulk een ploeg worden bewaert. Na de aankomst daarvan te Batavia konde het volk daadelijk worden gemonstert en voorts van maand tot maand. Die bij elke monstering bevonden wierden overleeden of absent te zijn, daar„ „ van konde bij de voorsz: oorspronkelijke monster rol aanteekening gedaan worden en een kopij van deeze oorspronkelijke rol met de daarop ge„ houdene aanteekeningen zoude met believen van Uw Hoog Edelheeden kunnen worden gezonden na Curatte„ als zulk een ploeg na expiratie van hun ver „bonden tijd teruggaat, ten eijnde daarna te kunnen bereekenen wat dezelve van tijd tot tijd heeft te goed gemaakt. Op 32 Op de maandelijkse monster rollen konde de ordonnantie van betaaling worden verleent en wijl de verstrekkingen aan de Moorte Zeevaa „rende thans door Uw Hoog Edelheeden op 8. maende in het Jaar bepaalt zijn, konde hun elke maand /3. gedeelte van de gage die te verdienen, werden gegeven, het zij dat ze daarom vraagen of niet ten eijnde altoos een egaale reekening met hen te hebben zo 'er bij de maandelijkse monstering bevon„ den word volk in het Hospitaal te leggen konden dit bij deeze rollen worden aangeweezen, en bij de ordor nantie van betaaling, die aan de voet van deeze monster rol konde werden geschreeven, zoude alleen behoeven te worden genoteert hoe veel daarvan aan het Hospitaal gaan moet, om door de Cassier ingehouden en door hem aan de Hospitalier te werden betaelt. Bij de jongste zoldij boekken zijn blijven voortloopen 46. Sarangs, 51. tandels en 921. mattroosen verdeelt in 53. ploegen. Dit zelfde getal van volk als men de ploegen ver „grootte zoude kunnen verdeelt zijn in 18. ploegen onder 72. officieren en men zoude met het hou„ „den der reekeningen van elk deezer 18. ploegen wijnig 61 wijnig meer werk hebben dan men nu heeft met het houden der reekening van een enkeld Man. Jn het hospitaal zouden de Mooren na deeze schikking niet wel meer kun„ „nen betaalen dan haare halve gage en de Comp: zoude het overige dienen te draagen, dog deeze klijne last zoude naar ik gis door andere voordeelen ruijm vergoed worden Jndien het volk op zulk een voet regulier betaalt word en dat daarbij word gezorgt om ze na het eijndagen van hun verbonden tijd, terug te zenden, hoop ik met der tijd in staat te zullen zijn Uw Hoog Edelheeden beeter en tot de zeevaart geschikter volk te zullen kunnen bezorgen dan tot nog toe heeft kunnen geschieden. Dit laatste namentlijk het tijdig terug zenden van het volk zoude zeer kunnen worden gefaciliteerd, indien Uw Hoog Edelheeden geliefden goet te vinden dat 'er op de buijten Comptoiren geene van deeze Moorte Zeevaa „rende werden geplaatst en dat het volk dat op de scheepen dienst doet altoos genoomen word uijt de jongste aangekoomene ploegen, op dat de oudste ploegen te Batavia bij de hand blij„ ven ten eijnde als haar verbonden tijd uijt is met

NL-HaNA_1.04.02_10418_0074 view scan ↗

English

to be able to return with the ships coming hither. It discourages good and experienced sailors from serving with the Company when they hear that those of them who go to Batavia sometimes serve out their contracted time two and even three times over. With the crew of Sadek Sakoer, it is now entering the eleventh year that they are in service. Perhaps among these Moorish seafarers some may occasionally be found who do not even desire to return, but regarding such men it would be proper that they first be sent back to Suratte to settle their accounts. If they subsequently wish to go to Batavia again with the intention of remaining there, they could then be engaged on terms that leave them henceforth with nothing in common with Suratte. Regarding the two crews currently crossing over on the ship Ouwerkerk, the pay bookkeeper has acted according to custom because I considered myself unqualified to make any alteration therein without Your High Nobilities' special order; I have only instructed the pay bookkeeper to make two separate muster rolls of them, which are enclosed among the annexes hereof, so that use may be made of them should Your High Nobilities agree to my aforesaid humble proposal. The necessary changes in the Suratte books can in such a case always be made. The Company's brokers have told me that they can dispose of an amount of 35,000 rupees at Batavia, held under Messrs. Jacob van Heemskerk, merchant and first administrator at the Water Gate, Hendrik Lucas van der Krap, junior merchant and first transfer clerk at the Garrison Office, and Abraham Walhaat, former junior merchant there; and upon my notification they have given orders that this money shall be offered to the Company at Batavia. I consequently very respectfully request Your High Nobilities to issue orders for the receipt thereof, and that the same may subsequently be credited to this office, to serve in reduction of the brokers' old debt to the Company. Now I have one more matter to present to Your High Nobilities, and I request permission to speak plainly in this regard. Suratte is a very expensive place, and from the income that a Director here enjoys from the Company, it is not possible for him to subsist if he lives in any way decently. He must therefore add to it from his own means; or if he does not do this, he must open other avenues for himself to indemnify him. I therefore take the liberty very respectfully to request Your High Nobilities to grant me 4 percent on the sale of goods and 1 percent to the second-in-command, exactly as was granted by Your High Nobilities to the Extraordinary Councillor and Governor of Cochim, Moens, and myself at the time I was second-in-command there; and likewise on the linens the gratuity that is accorded to the servants on the Madurese Coast if the linens yield a certain fixed profit upon sale. I shall then, as is done at Cochim, clear myself each year with an oath that I have sold the Company's goods to the best of my knowledge and at the highest prices that I have been able to negotiate; that I have credited and accounted for the net sales prices thereof to Your Nobilities without any deduction, even on those goods that otherwise have fixed prices; and that neither I nor mine have received, directly or indirectly, from the merchants to whom they were sold, nor from anyone whom I know could have the least relation to the same, any presents nor any promises thereof, and will not take them either; and finally that I have not engaged, under whatever name it might be, in trade in such goods or merchandise as the Company sells here. Likewise I shall clear myself each year with an oath that I have contracted for the linens and other returns that the Company requires from this place according to my best knowledge and at the lowest prices possible for me; that I have actually paid for them the prices that I have charged the Company for them; and that likewise neither I nor mine have received from the merchants who supplied them, nor from anyone who, as far as I know, could have any relation to the same, any presents nor any promises thereof, and will not take them either. I clearly foresee that it will appear somewhat strange to Your High Nobilities that I make this request: firstly because none of my predecessors in this Directorship have hitherto complained about the income in this manner; secondly because, whereas I began this letter by indicating wherein the expenses could be reduced, I end by presenting Your High Nobilities with an item of expense for the Company that must absorb all that. As for the first point, I request permission to suffice by declaring that I have presented the matter as it is and according to the truth; and as for the second, I hope that in time it will become evident that I am not requesting a harmful novelty. I commend Your High Nobilities to God's gracious keeping, and have the honor to be with all respect and true fidelity, was undersigned: High Noble, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Noble Sirs, lower: Your High Nobilities' humble and very obedient servant, was signed: W. C. van de Graaff, in the margin: Suratte, the 5th of April 1777. lower: P.S. Perhaps the sum that the brokers can dispose of at Batavia will turn out to be larger than 35,000 rupees; they request accordingly that the Company may accept whatever additional amount is offered on their account beyond this. Agrees, W. van de Graaff

Dutch transcription

33 met de scheepen die herwaerts koomen te kunnen terug gaan. Goede en bevaarene Mattroosen schrikt het af om bij de Comp: te dienen als te hooren dat die van hun na Batavia gaan zomtijds twee en zelfs drie maalen hun verbonden tijd uijtdienen. Met de ploeg van Sadek Sa„ „koer loopt het nu in het elfde jaer dat te in dienst is. Misschien wel dat 'er onder deeze Moorse zeevaarende nu en dan gevonden worden die zelfs niet verlangen om terug te gaen, dog van zulke was het goed dat te eerst na Suratte wierden terug gezonden om haare reekening af willen ze naderhand weer na Ba te maaken. tavia gaan met voorneemen om 'er te blijven dan konden ze op een voet werden geengageert die haar voorts niets gemeens doet hebben met Suratte Omtrent de twee ploegen die thans met het schip Ouwerkerk overgaan is door de zoldij boekhouder naar gewoonte gehandelt om dat ik mij ongequalificeerd agte om buijten Uw Hoog Edelheeden speciaal bevel daarin eenige veran„ dering te maaken, alleen heb ik de zoldij boek„ „houder gelast om daarvan te maaken twee aparte „ 63 63 aparte monster rollen, die onder de bijlaagen deezes overgaan, ten eijnde daarvan gebruijk te kunnen worden gemaakt indien uw Hoog Edelheeden voorm: mijn nedrig voorstel mogte agreeeren De noodige veranderingen bij de suratte boeken kunnen in zulk een geval altoos gedaan worden sComp=s Makelaers hebben mij gezegt dat ze op Batavia disponeeren kunnen over een bedraagen van 35000: rdp=s staande onder de Heeren Jacob van Heemskerk koopman en eerste Ad„ „ministrateur in de Waterpoort, Hendrik Lu„ „cas van der krap onderkoopman en eerste over„ „draager op het Guarnisoen Comptoir en Abraham walhaat oud onderkoopman aldaar en zij hebben op mijn aankondiging last gegeven dat dit geld te Batavia de Comp: zal worden aange 34 „ booden. Jk verzoek Uw Hoog Edelheeden dienvolgens zeer eerbiedig ordre te willen stellen tot den ontfangst daarvan en dat het zelve vervolgens dit Comptoir mag werden aange „reekent, om te dienen in mindering van der Makelaars oude schuld bij de Comp: Nu heb ik nog eene zaak aan Uw Hoog„ „Edelheeden Edelheeden voor te draagen en ik verzoek verlof om hierin regt uijt te moogen spreeken. su „ratte is een zeer duure plaats en van het inkoomen dat een Diretteur hier van de Comp geniet is het niet moogelijk dat wij be„ „staan kan als Hij eeniger maaten ordentelijk leeft. Hij moet dus van het zijne daarbij toezetten, of doed hij dit niet; dan moet wij zig andere weegen openen die hem schaadeloos stellen. Jk neem dierhalven de vrijheid Uw „ Hoog Edelheeden zeer eerbiedig te verzoeken om mij op den verkoop der goederen te willen toeleggen 4. p:r C=t en aan de sekunde 1. p:r C=t even en zoodanig als dat door Uw Hoog Edelheeden aan den Heer Raad extra ordinair en Gouverneur van Cochim Moens en mij ten tijde ik daar sekunde ben geweest is toegestaan en insgelijks op de lijwaaten het douceur dat aan de bediendens op de Madureesche Cust is geaccor„ „deert indien de lijwaaten bij verkoop een bepaald Jk zal mij dan advans koomen af te werpen . zo als dat te Cochim geschied elk jaer zuiveren met een eed dat ik de goederen van de Comp: naer mijn beste kennis en teegens de hoogste prijsen die „ 55 die ik heb kunnen bedingen heb verkogt, dat ik de zuivere verkoops prijsen daarvan zonder eenige korting aan Haar Ed: heb goedgedaan en verreekent zelfs op die goederen die anderzins bepaalde prijsen hebben en dat ik nog de mijne van de kooplieden aan wien ze verkogt zijn nog ook van niemand die ik weet dat tot dezelve de minste relatie hebben kan direkt nog indirekt geene presenten nog ook geene beloften daartoe ontfangen heb en die ook niet neemen zal en eijndelijk dat ik onder wat naam het ook zoude moogen zijn geen Handel gedreeven heb in zooda„ „nige goederen of handelwaaren als de Comp: hier doet verkoopen Jnsgelijks zal ik mij elk jaer met een Eedl zuiveren dat ik de lijwaaten en andere retouren die de Comp: van deeze plaats komt te eijsschen na mijn beste kennis en teegens de minste prijsen mij moogelijk bedongen heb, dat ik daarvoor wer„ kelijk heb betaelt de prijsen die ik de Comp daarvoor heb in reekening gebragt en dat insgelijks ik nog de mijne van de kooplieden die ze gelee„ „vert hebben nog ook van niemand die tot dezelve zoo zoo veel ik weet eenige relatie hebben kan geene presenten nog ook geene beloften daartoe ontfangen heb en die ook niet neemen zal Jk voorzien klaarlijk dat het uw Hoog Edellheeden eeniger maaten vreemd voorkoomen zal dat ik dit verzoek doe voor eerst om dat geene mijner voor„ „zaaten in deeze Direktie zig tot nog toe over het inkoomen op deeze wijze hebben beklaagt, ten anderen dat daar ik deeze brief begonnen heb„ niet aan te wijzen waarin de lasten kunnen minder zijn, ik eindige met Uw Hoog Edelheeden een lastpost voor de Comp: voor te draagen, die dat alles absorbeeren moet. Wat het eerste aangaat ik verzoek te moogen volstaan net te verklaaren dat ik de zaak zo als ze is en na waarheid voorgedraagen heb, en wat het tweede betreft daarvan hoop ik dat in der tijd blijken zal dat ik geen schaadelijke nieuwigheid verzoek. Jk beveele Uw Hoog Edelheeden in Gods genadige bewaaring en heb de eere van met alle eerbied en waare trouwe te zijn /:onderstond :/ Hoog Edele Gest=r Groot agtb: wijd gebiedende Heer en WelEdele Heeren /:laager:/ UW Hoog Edelheeden onderdaanige en en zeer gehoorzaame Dienaer (:was geteekent:/ W: C: van de Graaff (in margine Suratte den 5. April 1777. /:laager:/ P:S: Misschien zal de som, waarover de Makelaers te Batavia disponeeren kunnen grooter vallen dan rop=s 35000: te verzoeken dienvolgens dat bij de Comp: mag worden geac„ „cepteerd nog zo veel meer als Haar Ed: boven „dien voor haare reekening aangebooden word. akkordeer W vandegraalf

NL-HaNA_1.04.02_10418_0084 view scan ↗

English

Account of a ship's cargo of powdered sugar, wherein are indicated all the charges which according to the humble opinion of the undersigned Director may be brought thereto, namely Upon purchase at f 8: 18 1/5 per picul and calculated thereon 2 per cent Batavian charges, then cost piculs 90, rxs 8161 1/2. For freight of a ship for 8 months at 3000 rsxs per month calculated on 9000 piculs comes to each 100 lb: f 2: 11 1/5 . . . . . 24000. 2 years interest on the purchase cost of rops 68161 1/2 at 4 1/2 per cent sjacas . . . . . 6014 1/4. 5 per cent risk or insurance of said capital . . . . . 3341 1/4. 5 per cent insurance of the value of a ship of 150 feet calculated at f 100,000:- . . . . . 4166 3/4. 2 per cent Surat charges on receiving and again delivering the sold parcel calculated on rops 68161 1/2 . . . . . 1363 1/4. In profit . . . . . 16785 1/2. Sum piculs 9000. rps 3832 1/2. On the sold at 15 rops per picul . . . . . 25 1/2 rps 32 1/2 The validated shortfalls . . . . . 532 2/5 - On 2 1/2 per cent toll . . . . . 211 7/10 - Sum piculs 90: rds 32 1/2 Surat the 5th of April Anno 1777. W van de Graaff List of the Ships which from the year 1756 to the year 1775 included were dispatched from Batavia to Surat, namely: 1756. Vlietlust Middelburg Barbara Theodora Barbara Theodora Lappienenburg Kievitsheuvel Toorenvliet Amerongen Amerongen Tulpenburg 1757. Het Huis te boede Het Huis te boede Ruiteveld Vlissingen Rhoon De vrouwe Rebecca Jacoba De vrouwe Rebecca Jacoba De vrouwe Rebecca Jacoba Amstelveen 1758. 1759. Amelisweerd Amerongen Het Hof d'Uno Waaksaamheid 1760. Cattendijk Lekkerland Duijnenburg 1761. Lpienenburg Voorenvliet Borsselen Noordbeveland 1762. slootendijk De getrouwigheid, shipwrecked off Goa 1763. Blijswijk Kroonenburg De vrouwe Rebecca Jacoba Amelisweerd, missing Renswoude Lijmuijden 1764. Blijs Ouwer 1765. velsen Renswoude Lekkerland Comps welvaaren Amerongen 1766. De Barbara Theodora Borsselen Kievitsheuvel 1767. De vrouwe Geertruijda ouder Amstel Aschat Landskroon 1768. 'T Veldhoen De Jonge Lieve Het Huis ter Meije Het Huis om Het Huis ter Meije 1769. De Jonge Lieve Alkemade 1770. Asia De Jonge Thomas Alkemade Het veldhoen Comps welvaaren 1771. Comps welvaaren Walckeren Westerveld 1772. 1773. Beemster welvaaren walcheren, grounded on the banks of Donius 1774. De Vrouwe Geertruijda Ouwerkerk 1775. Overhout 70 ships together standing against the shipwrecked as 100 against 4 2/7, or if one does not count Walckeren as an extraordinary case, as 100 against 3. Surat the 5th of April Anno 1777. W van de Graaff Memorandum of such ships and vessels as according to report of the Honorable Company's Brokers since the 21st of December of the previous year until the 25th of December have arrived both at Bombay and here, with indication of the quantities and types of goods brought by the same, namely: There have arrived at Bombay the following, to wit: 1777 Two ships from China, as The 15th of January With Per the Feijs Alem 5000 small Canasters of Powdered Sugar with 625000 lb. net Candy sugar 87500 lb. 50 chests of silk with 6250 lb. 37500 lb. quicksilver Alum 125000 lb. 40 Chests of Porcelain Per De Seris 750000 lb. Powdered sugar in 6000 small canasters 75000 lb. Candy Sugar 6250 lb. silk in 50 Chests 37500 lb. Quicksilver 25 Chests of Porcelain 62500 lb. Alum Tin 125000 lb. The 29th of the same month. A ship freighted by the Parsi Merchant Hiergie Reddie Monnu residing at Bombay, also from China: 375000 lb. Powdered sugar in 3000 small canasters 37500 lb. Candy sugar 25000 lb. [illegible] 75000 1/2 lb. [illegible] 39 Chests of Nails The 5th of February Per the Isslam Bool from Batavia: 1465 Canasters of Powdered sugar 557 Candy Sugar 35 [illegible] 50 leagers of Arrack 2000 Bundles of Binding Rattans The following have arrived here at Surat, as: 1777 The 14th of January Per the Feijs Alem from China Powdered Sugar in small canasters up to 3500 pieces, small: 437500 lb. Candy Sugar: 3125 lb. Quicksilver: 37500 lb. Alum: 31500 lb. Silk in 300 Chests: 125000 lb. The 20th of March Per The Berum Gdor also from China: 750000 lb. Powdered sugar in 6000 small Canasters Candy Sugar: 37500 lb. Alum: 125000 lb. Silk in 200 chests: 25000 lb. Chests of Porcelain: 50 Quicksilver: 37500 lb. The 1st of March Per The Hunter also from China: 500000 lb. Powdered Sugar in 4000 small Canasters Alum: 75000 lb. Silk in 50 Chests: 6250 lb. Quicksilver: 50000 lb. Silk in 100 small boxes: 12500 lb. Alum: [illegible]

Dutch transcription

Bij inkoop à ƒ 8: 18 1/5. de pikel en daarop gerekent 2. p:r C=to bataviate ongelden, dan kosten . . . p:ik:s 90. rxs 8161½. voor vragt van een schip voor 8. maenden à 3000. rsx=s smaands gereekent op 9000. pikels komt voor „ 2. Jaeren intrest van het inkoops kostende van rop=s 68161½. a 4½. p:r C=to sjacas - - - - - - - - - „ 6014¼. 5. p=r C=to risiko of assurantie van gem: kapitael - - - - - „ 3341¼. „ 5. „ „ assurantie van de waarde van een schip van 150. voet gereekent op ƒ 100'000:-. . . . . . „ 4166¾. „ „ 2. p:r C=t suratse ongelden bij het ontfangen en weeder afgeeven van de verkogte partij be„ „reekent op rop:s 68161½ - - - - - - aan winst. elke 100. lb: ƒ 2: 11 1/5. . . . . . . . . . . . . . . „24000. alle de lasten die na het nedrig gevoelen daartoe kunnen worden gebragt, te weeten Reekening van een scheeps laading Poeur an -- - „ 1363¼. „16785½ Somma pik:s 9000. rp:s 3832½. in l ld Suratte den 5: „ - - - - - - - - - - - - 9 2 — Poedr zuijker, waarbij zijn aangeweezen van den ondergeteekende Direkteur over het verkogte à 15. rop:s de pikkel - - p r„ 25/½ :s 32 ½ De gevallideerde minderheeden - - - - - „ 532 2/5. „— over 2½. p:r C=to thol „ 211 7/10. „ Somma pik:s 90: rd„s 32½ April A„o 1777. W vande graaff : - —„— m 71 1756. 1757. 1758. Vlietlust Het Huis te boede Middelburg Het Huis te boede Barbara Theodora Ruiteveld Barbara Theodora Vlissingen Lappienenburg Rhoon Kievitsheuvel De vrouwe Rebecca Jacoba Toorenvliet De vrouwe Rebecca Jacoba - Amerongen. Amerongen De vrouwe Rebecca Jacoba Tulpenburg Amstelveen 1759. Amelisweerd Amerongen Het Hof de Uno Waaksaamheid 1760. Cattendijk Lekkerland Duijnenburg 1761. Lpienenburg. Voorenvliet Borsselen Noordbeveland. 1762. slootendijk De getrouwigheid, voor Goa verongelukt Lijst der Scheepen die van het jaer tot het jaer 1775. ingeslooten van Batavia na Suratte verzonden zijn, te weeten: 1756 Blijs 1763. Blijswijk Kroonenburg De vrouwe Rebecca Jacoba Amelisweerd, vermist Renswoude Lijmuijden. 1765. . . . velsen. Renswoude Lekkerland Comp:s welvaaren Amerongen De Barbara Theodora Borsselen Kievitsheuvel De vrouwe Geertruijda ouder Amstel. Aschat Landskroon T Veldhoen De Jonge Lieve Hef Huis ter Meije Het Huis om Het Huis ter Meije 1769. De Jonge Lieve 1770. Alkemade. Asia De Jonge Thomas Alkemade Het veldhoen Comp:s welvaaren Comp:s welvaaren. Walckeren Westerveld. 1773. Beemster welvaaren walcheren, op de banken van Donius gestaand 1774. De Vrouwe Geertruijda 1772. 1771. 1768 1767. 1766. 1764 Ouwer - 7 4 3 1775. 70. scheepen te zaamen staande teegens de verongetukte als 100. teegens 4 2/7. of als men walckeren als een buijten gewoon geval niet meede reekent als 100 teegens 3. fee Suratte den 5. April A„o 1777. DDvande graaff ouwerkerk Overhout „ 7 Memorie van zodanige scheepen en vaar„ „tuijgen als volgens op gaave van sE Comps„ Makelaurs Tseedert den 21en. December Ao. Pr. tot den 25 decteb: Zoo te Bombay als alhier aangekoomen zijn, met aanwijsing van de quantitijten, en soorten van goederen als door denselven aangebragt zijn Namint„ „lijk zyn te Bombaij aangekoomen. Teweeten De volgende 1777 Twee schuepen van China, als den 15„en Januarij met Per de Feijs Alem Cannassers Poeder Suijker met 625000:- 1b. Netto 5000: Klpnen Candij suijker 87500: 4 50: kisten zijde. met 6250: —. 4. - 37500: l. quik zilver - Alluin 125000: 40: Kisten Porcelain P„r De Seris 750000: 4 Poeder suijker in 6000: -. bannatters. klyne 75000:„ Candij Suijker 7 6250: „ zijde in 50 Kitten- 37500:- „ Quik zilver - 25: Kisten Porcelain 62500:- lb. Alluijn „ Thin 125000:-: Den 29„e gemeld Eer. Een. schip bevragt door den te Bombaij woonagtig Zyn de Perties Koopman Hiergie Reddie Monnu. almeede van China Poeder suijker in 3000: -. bannasters - klyne 375000. „ verte 37500: - 4 Candij suijker 25000: 75000½- „ 39: — Kistoen Nagulen - Den 5„e Februarij P„r the Isslam Bool. van Batavia 1465: Cannattors Poeder suyker 557 Candij Suijker. 35:—„ 50: —. leggers Aracq. Bind Rottings 2000: Book De volgende zijn alhier te Souratta aangekoomen als 1777 den 14e Januarij Per the Feijs Alem van China 1771. Poeder Suijker in klyne b annastirs tot 3500: -: stu klyne Landij Suijker Ruik Zilver Alluijn 7. zijde in 300: Kisten. Den 20en Maart P„r The Berum. Gdor. almeede van China 750000: lb. Poeder suijker in 6. 000: -. Cannaters klyne Landij Suyker.- 37500:—„ Alluijn. 125000:-„ 25000= „ zijde in 200: kisten- Kisten Porcelain 50: „ 37½ 37500:- „ Quik Zilver Den 1:e Maart Pr The Hunter almado van China 500000:: lb. Poeder Suijker in 4000: - Cannassers klyne Alluyn 75000: zijde in 50. Kisten 6250:„ 37500. 31500:—: 125000: 50000: 437500: : „ 3125:—„ Quik Zilver zijde in 100: kisjes - Alluijn Den 12500: „ „ „ „ . „

NL-HaNA_1.04.02_10418_0093 view scan ↗

English

47 7 900000. 1400000. 303250.- 100000. March 11th. By an English private ship commanded by Captain Richardson from China. Powdered sugar in 7250 small canassers Alum 75000 6250 silk in 50 chests 600 large canassers of powdered sugar, which will be transported to Bombay. March 10th. By an English European ship via the Malabar 720000 lb. black pepper 210000 coconuts 22 baskets of cloves and nutmegs 50 canassers of powdered sugar 1 sack of mace Various successive from Bengal By Powdered sugar in 4000 sacks 560000 lb. Rice in 10000 sacks Surat, March 25th, Anno 1777. 1 pipe For the translation according to the statement of: Honorable Company Brokers: Manscherijer and Gouwenram W V Smit Summary of the preceding and above: 5849250 lb. powdered sugar, thereof 662500 lb. alum 115 chests of porcelain 4897500 lb. in the aforementioned 90 small canassers 951750 represents 2115 large canassers 125000 lb. tin 720000 lb. black pepper 4 candy of sugar, namely 210000 coconuts 287500 lb. in the aforementioned small canassers 140000 rice 5755 15750 represents 35 large canassers 39 baskets of cloves 22 baskets of cloves with nutmegs lb. silk 1 sack of mace 50 leagers of arrack Quicksilver 2000 bundles of binding rattans turn over 140625 of such ships and vessels that have arrived since December 21st, Anno 1776, until March 25th, Anno 1777, both at Bombay and at Surat. Memorandum separate 42 Batavia To His High Nobility The High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord Jeremias van Riemsdijk Governor-General on behalf of the state of the Free United Netherlands and its General East India Company, and The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord and Right Honorable Lords My humble letter of the 5th of this month dispatched with the ship Ouwerkerk, I hope that your High Nobilities will have duly received. I shall send a duplicate thereof on another occasion. Recently a French warship was here and a second at Bombay. It is said that another one or two besides these have been seen along this coast. One of them lay for some days in the roads at Gheriah and another another has gone to Chaul, a place of the Marathas eight or ten hours south of Bombay where a small river empties. Here, it is said, with the consent of the Maratha government, they have erected a flagpole, and shortly thereafter some French envoys departed from there to the Court of Poona, who, it is said, were escorted by a Maratha escort with great courtesy; it is also said that the Marathas have sent the French at Chaul some men for their security. Of the true purpose of this embassy I have heard nothing. Only it is said that the French have offered the Marathas a good number of European auxiliary troops, which, if it is true, may have weighty consequences. From Bombay a Council member was recently sent to Poona to reside there on behalf of the English Company. As they say, that gentleman was received at Poona less graciously 43 than was expected, and many believe 31 believe that the Marathas among other things are somewhat dissatisfied because Ragonath Rao, the former pretender to the Maratha throne, is being detained at Bombay, which is considered to conflict with the peace articles. Everything meanwhile is quiet in these parts, and if anything should arise, it is not really believable that it will begin from this side. Because it is nevertheless very apparent that this coast will soon be navigated more frequently than before by English and French ships, this is perhaps one reason more that all our ships for the Surat trade make the round trip in conjunction. I hope that Your High Nobilities will agree to my humble proposal to use three ships for this, which can return together and with which our entire demand can be satisfied. I commend Your High Nobilities to God's gracious protection, and have the honor to be with with deep respect and true fidelity was below High Noble, Right Honorable and Widely Commanding Lord and Right Honorable Lords Your High Nobilities' very humble and obedient servant was signed W. J. van de Graaff in the margin Surat, April 25th, 1777. Agrees W van de Graaff Copy of separate Surat letter the enclosures written to Their High Nobilities, the High Indian Government with No. 2. separate 45 Batavia To His High Nobility The High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord Jeremias van Riemsdijk Governor-General on behalf of the state of the Free United Netherlands and its General East India Company, and The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord, and Right Honorable Lords Your High Nobilities' highly esteemed separate letter of August 15th last I have had the honor to receive in original and duplicate. It causes me great sorrow to see therefrom the displeasure that my humble letter of April 5th last has aroused with Your High Nobilities. Under the previous administration

Dutch transcription

47 7 900000: „. 1400'000. „ 303250:— 100000: Den 11„e Maart. Perlon Engelsch Particulier schip gecommandeert door Captain Richardson van China. Poeder Suijker in 7250: —. Canns. klyne Allugn. 75000:„ 6250:—: „ zijde in 50: Kosten 600: —: groote Canns Porder. Suyker, welke na Bombay zullen gevoerd werden. Den 10„e Maart. Aerlen Engelsen Europas schip over de Mullabaar 720'000: . lb. Paeper swarte Kookes Nooten. 210000:-. „ 22: —. Kitten Nagulen en Nooten- 50: —. Canns Poeder Suijker- 1:– Zoekel Foelij Diverse Successive van Bengaalen Per Poeder suijker in 4000: - zacken. 56'0'000:— l Rijst in 10'000: -. Zacken. Souratta den 25„e 1pyp Maart A„o 1777. voorde vertaling volgens op gaave van:) HE Comp Makkel: Manscherijer en gouwenram WV Smit Samen trecking van het voor en Bovenstaande, als 5849250: lb: Poeder Suijker, daar van 662500. lb. Alluin 115 kosten Potalain 4897500:—. lb. in vooren: 90: - klijne Cannastirs 951750:„ stelle voor 2115. groote bannt 125000: lb thin 720000: 11. Peaeper Swarte - 4 Candy suijker te weeten 210000: „. Kookes Nooten 287500: - lb: in voormn gem: Klyne Canns: 140000: „ Rijst 5755 15750:—„ Stelle voor 35. groote Cannasters 39 „ Kitten garrioffel Nagulen 2 2 _o Nagilen mes Noten lb: zijde 1: zoekel Foelij 50: liggers Arncg Quik Zilver 2000: Botten Bind Rottings verte 140625: van zodanige scheepen en vaar„ „tuijgen. als tseedert den 21„e December A„o. 1776. tot den 25 Maart. A„o 1777. zoo te Bomtaij als te souratta aangekoomen zijn Memorie appart 42 Batavia Aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gest: Groot agtb: wijd gebiedende Heere Jeremias van Riemsdijk G Gouverneur Generaal van weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene oost= Jndische Comp:, en De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gest=r Groot agtb: wijd gebiedende Heer en Wel Edele Heeren Mijn eerbiedige van den 5. deezer met het schip Ouwerkerk afgevaardigt, hoop ik dat uw Hoog „ Edelheeden wel zal zijn geworden. Jk zal het dubbel daarvan bij een andere geleegentheid zender„ Enlangs is hier een frans oorlogschip aangeweest en een tweede te Bombaij. Men zegt dat 'er nog een over twee buijten dien langs deeze cust gezien zijn. Een derzelve heeft eenige daagen geleegen op de Reede te Geria in een ander ander is gegaan na Chaoul een plaats van de Marratters agt of thien uuren bezuijden Bombaij daar een klijn reviertje uijtloopt. Hier hebben ze naar men zegt met konsent van de Marrattase Regeering een vlaggestok opge „rigt, en kort daaraan zijn van daar na het Hof van Poena vertrokken eenige franse Afge „zanten, die men wil dat door een Maaratta te PPcorte met veel hoffelijkheid zijn opgehaalt ook zegt men dat de Maaratters de fransen te Chaoul eenig volk gezonden hebben tot hunne bevijliging Van het waare oogmerk van deeze bezen„ „ding heb ik niets gehoort. Alleen zegt men dat de fransen de Marratters een goede partij Europeesen tot hulp troupen hebben aangebooden het geen zoo het waar is van gewigtige gevolgen zijn kan van Bombaij is onlangs een Raadslid gezonden na Poena om aldaer van weegens de ƒ Engelse Comp: te resideeren. zoo men zegt is dien Heer te Poena minder gracieus ont„ 43 „ fangen dan men het had gedagt, en veele meenen - 31 meenen dat de Marratters onder anderen wat te onvreeden zijn daarom, dat Rangabooij de voorige Pretendent tot de Maarattate throon, te Bombaij word aangehouden het geen te houden te schrijden met de vreedens artikelen Alles is ondertusschen hier om streeks in rust en zo 'er ook wat te doen komt is het juist niet geloofbaer dat hiet van deeze kant beginnen zal. Wijl het niet te min zeer apparent is dat deeze cust eerlang meer frequent dan voorheen door de Engelte en fraute zal bevaaren worden, is dit mitschien scheepen een reede te meer dat alle onze scheepen voor den suratten Handel de heer en weeder rijzze gekon„ jungeert doen. Jk hoop dat uw Hoog Edel„ „heeden zullen agreeeren mijn nedrig voorstel om 'er drie scheepen toe te gebruijken, die te gelijk weer kunnen terug gaan en waar meede onzen geheelen Eijsch kan worden voldaan Jk beveele UW Hoog Edelheeden in Gods genadige bescherming, en heb de eere van met „ met diepe eerbied en waare trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gest: Groot agtb: en wijd gebiedende Heer en WelEdele Heeren UW Hoog Edelheeden zeer onderdanige en gehoorzaame Dienaer /:was geteekent :/ W: J: van de Graaff /:in margine:/ Suratte den 25: 1777. Akkorden W andegraaff April - Copij apparte suratse brief de bijlaagen geschreeven aan Hunne Hoog Edelheeden, de Hooge Jndiase Regeering met No 2. p appart 45 Batavia Aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gest=r Groot agtb: Wijd gebiedende Heere Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal van weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene Oost= Jndische Comp:, en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gest=r Groot agtb: wijd gebiedende Heer, en Wel Edele Heeren UW Hoog Edelheeden hoog geagte apparte brief van den 15. August jongstl: heb ik de eere gehad in origineel en duplo te ontfangen. Het doed mij heel leed daarbij te zien het ongenoegen dat mijn eerbiedige van den 5. April laatsl: bij uw HoogEdelheeden heeft verwekt. Onder het voorgaande bestier

NL-HaNA_1.04.02_10418_0108 view scan ↗

English

administration, events occurred from time to time that were more or less capable of presenting the Company's situation in this Directorate in a more disadvantageous light than actually corresponds to the reality of the matter, and my intention has solely been to demonstrate that matters here have not yet deteriorated so far that this Trading Post, concerning which varied opinions have already been held for many years, cannot, under the influence of God's blessing, continue to remain a very good establishment for the Company. I confess, however, very willingly that in order to show this, my zeal has led me to matters which, however much they arose from the subject, nevertheless have no necessary connection with it, and I most humbly beg Your High Excellencies for forgiveness in this regard. In my actions, I hope not to have erred. If, however, Your High Excellencies should have found anything therein that ought to have been done differently, I hope that the Same will favorably be pleased to take into consideration that upon my arrival here I found myself in circumstances of worrisome consequences, which, although I have not been able to distribute everything, have caused me much trouble and out of which I have had to extricate myself according to my best knowledge. Everything was unfamiliar to me, and the difficulties steadily increased, and if I have dared to take somewhat more upon myself than I would have been permitted to do under ordinary circumstances, it happened because I thought that by doing so I was fulfilling more of my duty and the trust that Your High Excellencies have placed in me, rather than simply managing matters in such a way that I could merely justify myself. Since my arrival, the Brokers have paid 106840 rupees in reduction of their old debt, which, together with the 35000 rupees that Your High Excellencies have been so good as to permit to be received at Batavia, amounts to 141840 rupees. Of this, 121840 rupees serve as a deduction from the 155 to 160000 rupees mentioned in my respectful letter of 25 December of the past year, and the remaining 20000 rupees are what they have paid since the end of April until the end of August at five thousand rupees a month according to their promise. The amount lacking toward the aforementioned full sum of 160000 rupees, to the amount of 38160 rupees, that will also go well. The Brokers have given good indications for this, and it is indeed through no fault of theirs that this money has not yet come in, as I had hoped; yet whether they will be able to keep it up for long to pay off 5000 rupees a month in reduction of their old account, I cannot assure. Your High Excellencies may nevertheless fully rely upon it that I shall employ everything possible to keep them to it continuously, and I think I may even add that the Brokers, as far as I can ascertain, are doing their best in good faith to that end; yet they suffered much under the previous administration and are now completely ruined. In my time, I hope to take care that they do not fall into arrears. It is meanwhile a worrisome matter for me to have to continue trading with these people, as this cannot be done without trusting them more or less, if I do not wish to hinder the progress of Trade. I also cannot propose to Your High Excellencies to take others in their place, for besides the fact that their old debt to the Company would then immediately become hopeless, I also doubt whether the Company would again obtain such good merchants as it has, in particular, in the first Broker Mantchergie. He is a clever and enterprising man who thoroughly understands Trade, and from whom the Company can still derive much service once he is somewhat extricated from his bad affairs. I shall make it my business to be able to report to Your High Excellencies on a subsequent occasion what may finally be relied upon as still incoming from them. I see no other chance than to promote it through amicable means. Their houses and other properties are all encumbered, perhaps for more than they are worth, and the movable goods of the Natives that are of any value consist of jewels and things of small volume that are easily hidden. Moreover, although we are justified by virtue of our farmans to do ourselves justice against those who stand under our Protection, the form of Government here has changed to such a degree from time to time that the helm thereof, so to speak, is entirely entirely in the hands of the English Government, and we could easily encounter opposition herein that one does not expect, and become entangled in difficulties of shameful consequences without gaining anything by it. The Surat Resolution of 17 December 1772 provides an example of this, and the outcome of the case was that in the February following, the Nawab had the peons of the Company who were employed on this occasion led through the same city with tied hands, and thereby had the reasons proclaimed why it happened. Perhaps the times will change, and until then, I think for myself that it is best not to exercise such rights too much, so that they remain at least as they are, preserved in their entirety. By acting otherwise, we might have to witness with our own eyes that great infringements were made upon them. The sale of the goods takes place in the presence of all the Council members. The Brokers were called into the meeting on 23 November last concerning their accounts, both for the goods received by them and for the amounts paid off by them.

Dutch transcription

bestier waaren nu en dan gebeurtenissen voorgevallen min of meer bequaam om 'sComp:s toestand in deeze Direktie in een nadeeliger dagligt te doen voorkoomen dan het met de zaak werkelijk bestaat, en mijn voorneemen is alleen geweest om aan te wijzen dat de dingen hier nog niet zoo verloopen zijn of dit Comptoir, waarover reeds veele Jaaren onderschijdentlijk gedagt is, kan onder den invloed van Gods zeegen bij voortgang nog een heel goed Ehablissement voor de Comp: blijven. Jk beken ondertussen heel gaarne dat om dit te toonen, mijn eiver mij heeft gebragt tot zaaken, die hoe zeer uijt het onderwerp voortgevloeijt niet te min daar„ „meede geen noodzaakelijk verband hebben, en ik verzoek Uw Hoog Edelheeden derweegens zeer nedrig om verschooning. Jn mijne verrigtingen hoop ik niet te hebben gedwaalt. Jndien Uw Hoog Edelheeden ondertussen daarin iets mogten hebben bevonden dat anders had behooren te geschieden, hoop ik dat Hoogst Dezelve gunstig zullen gelieven in aanmer„ king te neemen, dat ik mij met mijn komst 46 hier bevonden heb in omstandigheeden van zorgelijke gevolgen 4 8 gevolgen, die mij, schoon ik niet alles heb kunnen bedeelen, veel moeijte gegeven hebben en waaruijt ik mij na mijn beste kennis heb moeten redden. Alles was mij vreemd en de moejelijkheeden naamen onder de hand toe, en zoo ik ook wat meer over mij heb durven neemen dan ik in een ordinaire geleegent„ heid zouden hebben moogen doen, is het geschied om dat ik dagt, daardoor meer aan mijn pligt en het vertrouwen dat uw Hoog Edelheeden in mij gestelt hebben, te voldoen, dan om de dingen eenvoudig zoo te bestieren dat ik mij slegts verantwoorden kon De Makelaars hebben zeedert mijn komst in mindering van haar oude schuld betaelt rep:s 106840. zijnde met de rop:s 35000: die Uw Hoog Eelheeden zoo goet zijn geweest van toe te staen dat ze te Batavia moogen werden ontfangen rep:s 141840. Hier van dienen rop:s 121840. in afkorting der rop:s 155. â 160'000: bij mijn eerbiedige van den 25. decemb: A:o pass=o vermelt en de overige rop:s 20'000. zijn het geen ze zeedert ult=o April tot ult=o August a vijf duijzend rop:s smaends volgens hun belofte hebben betaelt: Het ontbreekende tot de voorsz: volle som van rep:s 160'000. ten bedraage van rep:s 38160. dat 47 dat zal ook wel gaen. De Makelaers hebben hiervoor goede aanwijzing gedaen en het is net der daad buijten haar schuld dat dit geld nog niet ingekoomen is, zo als ik had gehoopt, dog of ze het nog lang zullen kunnen gaande houden om 'smaands rop=s 5000. in mindering van haar oude reekening af te leggen, kan ik niet verzeekeren Hierop kunnen Uw Hoog Edelheeden niet te min volkomen staat maaken dat ik alles wat mij moogelijk is zal aanwenden om hun bij voortgang daartoe te houden en ik denke 'er zelfs te moogen bijvoegen dat de Makelaers, zoo veel ik het kan nagaen, daartoe ter goeder trouwe hun best doen, dog ze hebben onder het voorgaande bestier veel geleeden en zijn nu geheel geruineert. Jn mijn tijd hoop ik 'er zorge voor te draagen dat ze niet ten agteren koomen Het is ondertussen voor mij een zorgelijke zaak, om met deeze Menschen te moeten blijven voorthandelen, wijl dit niet geschieden kan zonder ze min of meer te fieeren wil ik den voortgang van den Handel niet stremmen. Jk kan Uw Hoog Edlheeden ook niet voorslaan om andere in hun plaats te neemen, want behalven dat dan hun oude schuld bij de Comp: dadelijk 89 daadelijk hoopeloos word, zo twijffele ik ook of de Comp: zoo goede kooplieden zoude weeder krijgen als ze in zonderheid aan den eersten Makelaer Mant„ chergie heeft. Hij is een slim en onderneemend Man die den Handel in de grond verstaat, en waar van de Comp: nog veel dienst hebben kan als Hij wat uijt zijne kwaade zaaken zal zijn gered. Jk zal 'er mijn werk van maaken uw Hoog Edelheeden bij een volgende geleegentheid te kunnen melden waarop eijndelijk staat te maaken is dat nog van hun inkoomen kan. Jk zie geen andere kans dan het door minnelijke weegen te bevorderen. Hun„ „ne Huijzen en andere goederen zijn alle beswaart misschien hooger dan te waard zijn, en de losse goederen der Jnlanderen die van eenige waarde zijn, bestaan in klijnodien en dingen van klijne volumen die ligtelijk zijn te verbergen. Bovendien schoon wij uijt hoofde van onze firmans ge„ wettigt zijn om ons zelven regt te doen teegens zulke die onder onze Protektie staen, zoo is de Regeerings form hier van tijd tot tijd dermaaten verandert dat de klein daarvan om zoo te spreeken geheel 48 geheel is in handen van het Engels Gouvernement en wij zouden ligtelijk hierin tegenstand vinden die men niet en verwagt en zig inwikkelen in moeje lijkheeden van smaadelijke gevolgen zonder 'er iets door te verkrijgen. De suratse Resolutie van den 17. decemb: 1772. geeft daarvan een voorbeeld, en den uijtslag van het geval is geweest, dat in februarij daaraan de Nabab de Pions van de Comp: in deeze geleegentheid gebruijkt, met gebonde handen op dezels de stad heeft doen doorbrengen en daarbij laaten uijtroepen de reedenen waarom het geschiedde. Misschien veranderen de tijden en tot zoo lange denk ik voor mij, dat het best is om diergelijke regten niet te veel te exerceeren, te blijven dan ten minsten zo als ze zijn, in haar geheel bewaert. Met an„ „ders te handelen zouden we misschien met goede oogen moeten aanzien dat 'er groote inbreuken op wierden gedaen De verkooping der goederen geschied in de tegen„ woordigheid van alle de Raadsleeden. De Ma„ kelaers zijn den 23: Novemb: jongstl: in de vergadering geroepen om hunne reekeningen zoo wel wegens de bij hun ontfangene goederen als de door hun af„ „betaalde

NL-HaNA_1.04.02_10418_0113 view scan ↗

English

to confront paid funds against the Trade books, the Cash accounts, and the Reports of weighings, which was done in the presence of all the Members, and with which they were found to agree. I shall do this annually and hope that your High Excellencies will find this sufficient in compliance with the order given regarding this matter, to prevent such frauds as were committed by the former Director Bosman. If, however, your High Excellencies prefer it otherwise, and that your High Excellencies' honored order on this point be executed literally, then for my part I have no reason in the world not to do so with the fullest willingness, though it will be somewhat difficult and will now and then somewhat delay the work if resolutions must be passed each time concerning everything regarding the delivery of goods and the receipt of money, matters that, so to speak, occur every day. Notwithstanding all efforts made, I have not been able to discover how the suppliers came by the goods mentioned in the ordinary list of cargoes brought to Bombaij and here, of which certain items are further specified in your High Excellencies' aforesaid separate Missives. Regarding the 5754. pounds of cloves mentioned in my respectful letter of the 5th of April, I did not neglect already at that time to interrogate the Brokers regarding everything that could shed more light on the case, without having been able to obtain any further elucidation. I have done so again this time for the sake of thoroughness, but they maintain that they can give no further information about it, and if others should also know anything of it, it is easy to imagine that, at least as far as the Company's servants are concerned, they feign ignorance of a case where mere knowledge of it, without reporting it, is a crime. That I added that it does not even seem to be the only time that this has occurred does not rest on any satisfactory proof that has come before me. I deduced it solely from the tales of various Natives, and since it is a matter of the utmost importance, I thought it my duty to share even my suspicions on this matter with your High Excellencies. Regarding the goods that the ship's comrades bring in privately, I shall strictly conform to the instructions of your High Excellencies and allow them to retain all possible freedom therein. I shall furthermore literally obey your High Excellencies' honored order to keep myself out of the disputes that might arise from the ship's comrades' sales to the English, but I request permission to ask this one question concerning that: how shall I conduct myself if it happens that an Englishman complains about any of our ship's comrades, whether on account of non-fulfillment of the purchase conditions or otherwise? If I say that I cannot meddle with it, it is certain that the complainant will address himself to his own Government or the Native Government and demand justice there. Under the item of 20,000 rupees, which in my respectful letter of the 5th of April last I tentatively estimated for all allowances to the permanent servants, are included their emoluments which are written off to ordinary expenses, and it is only the remaining charges, likewise borne on this account, which I think can be made good annually with more or less 3000 rupees. This account and the expenses of sloops and lesser vessels have decreased this year, during nine months of which I have held the administration, by 5914:7:8 guilders compared to the preceding year; but to bring both accounts to 9840.-.- guilders, being 14705:10:8 guilders less than in the year 1723/6, that is not possible. I hope that your High Excellencies will find that nothing is spent except what is necessary. With the English Government, and in particular with the English Chief, Mr. Boddam, I stand, as far as I know, on good terms, and I seek to treat them courteously and politely at all meetings. With the Native Government it is likewise going well, and so far nothing has been refused me of what I have needed to ask of them, but in order to remain on good terms with those People in the long run, one must, so to speak, constantly have one's hand in one's pocket. The said English Chief, Mr. Boddam, asked me shortly after my arrival here whether I would not have an opportunity to have 25,000 rupees paid for him at Cochim. I declined this in the most friendly manner, and it was left at that for the time being, but a while later he spoke about it to someone, seemingly with the intention that it should be told to me again, and when I was informed of it, I also let this pass in silence without committing myself, just as if I did not understand that the message came from him; but paying me a visit recently, Mr. Boddam brought this up again and spoke to me about it in a very friendly manner, which nevertheless made me think to some extent that he did not expect a refusal from me. I

Dutch transcription

betaalde gelden te konfronteeren teegens de Negotie boeken, de Cassa reekeningen en de Rapporten van uijtweegingen, het geen ten bijweezen van alle de Leeden is geschied, en waarmeede te accoord bevonden zijn Jk zal dit jaarlijks doen en hoope dat uw Hoog „ Edelheeden dit toerijkende zullen vinden in voldoe ning van de derweegens gegevene ordre, ter voorko„ ming van zoodanige fraudes als door de geweezen Direkteur Bosman zijn gepleegt. Gelieven uw „ Hoog Edelheeden het egter anders en dat letterlijk uijt„ „gevoert zal worden UW Hoog Edelheeden g'eerde ordre op dit stuk, zoo heb ik voor mij geen reeden ter wereld om dat niet met de volkomentste bereijd„ willigheid te doen, dog het zal wat moijelijk zijn en het werk nu en dan wat vertraagen, als over alles wat de afleeveringen der goederen betreft en het ontfangen van geld, dingen die om zoo te spreeken alle daagen voorvallen, telkens besluijten moeten werden genoomen Jk heb niet tegenstaande alle genomene moeijte niet kunnen ontdekken hoe de aan brengers gekoomen zijn aan de goederen vermelt bij bij de gewoone lijst der laadingen die te Bombaij en hier zijn aangebragt, en waarvan zommige arti„ kelen naader zijn gespecificeerd bij voorsz: Uw Hoog Edelheeden aparte Missiven. Over de 5754. ponden nagelen bij mijn eerbiedige van den 5. April vermelt heb ik niet verzuimt reeds te dier tijd de Make„ „laers te ondervraagen nopens alles wat meer ligt aan het geval geeven kon, zonder eenige verdere op heldering te hebben kunnen bekoomen. Jk heb het ten overvloede ditmaal nader gedaen, dog te blijven er bij dat ze 'er geen nadere aanwijzing van doen kunnen, en zoo ook andere daarvan iets wee „ten mogten is het ligt te denken, datze, immers zoo veel 'sComp=s bediendens aangaat, ignorantie pretendeeren van een geval, waarvan alleen het draagen van kennis, zonder het aan te geeven, een misdaad is. . Dat ik 'er heb bijgevoegt dat het zelfs niet de eenigste rijs schijnt te weezen dat het is geschied, steund niet op eenig voldoend bewijs dat mij daarvan is voorgekoomen JK heb het alleen opgemaekt uijt vertelselen van deeze en geene Jnlanderen en wijl het een zaak is van 23 49 van de uijterste aangeleegentheid, dagt ik het mijn pligt te zijn om Uw Hoog Eelheeden zelfs mijn vermoeden op dat stuk te moeten bedeelen Omtrent de goederen die de scheeps vrinden partikulier aanbrengen zal ik mij stiptelijk gedraagen na het voorschrift van Uw Hoog Edelheeden en hun daarin alle morgelijke vrijheid laaten behouden. Jk zal voorts letterlijk opvolgen UW Hoog Edelheeden g'eerde ordre om mij te houden buijten de disputen die uijt de verkoopingen der scheepsvrinden aan Engelsen zouden kunnen ontstaen, dog ik verzoek verlof om derweegens deeze eene vraage te moogen doen: hoe zal ik mij gedraagen, zoo het ge beurt dat een Engelsman, het zij uijt hoofde van het niet nakoomen van de koop konditien of anderzins zig over eenige onzer scheeps vrin den beklaagt? zeg ik dat ik mij daarmeede niet moeijen kan dan is het zeeker dat de klaager zig bij zijn eijgen Regeering of het Jnlands Gouvernement zal addresseeren en daar regt vorderen Onder Onder de post van rop:s 20'000: die ik bij mijn eerbiedige van den 5. April jongstl: Cal „culatiev bepaalde voor alle de verstrekkingen aan de vaste dienaeren, zijn begreepen de emolumenten aan dezelve die op onkosten ordinair worden afge„ schreeven, en het zijn alleen de overigen ongelden die insgelijks op deeze reekening worden gedraagen, die ik meene dat jaarlijks met min of meer 3000. rox=s zijn goed te maaken. Deeze reekening en de on„ kosten van Chialoupen en mindere vaartuijgen is in dit Jaer, waarvan ik negen maanden het bestier gehad heb, in vergelijk van het voorgaande Jaer vermindert ƒ 5914:7:8: dog om beide de reekeningen te brengen op ƒ9840. —. zijnde ƒ14705: 10: 8: minder dan in A:o 17 23/6. dat is niet moogelijk. Dit hoop ik dat Uw Hoog Edelheeden zullen bevinden dat 'er niets dan het geen noodzakelijk is uijtgegeven word. Met de Engelse Regeering en in zonderheid met de Engelte Chif de Heer Boddam staa ik, zoo veel ik niet beeter weet, in goede termen en ik zoeke dezelve bij alle ontmoetingen heus en met beleeftheid te behandelen. Met de Jnlandze glnge Cato 50 Jnlandse Regeering gaat het insgelijks wel en mij is tot nog toe niets gewijgert van het geen ik nodig gehad heb bij haar te laaten vraagen, dog om met die Menschen op den duur wel te staan, moet men om zoo te spreeken gestaadig met de hand in de zak zitten Gem: Engelse Chef de Heer Boddam vroeg mij kort na mijn komst hier of ik geen geleegent„ „heid hebben zoude om rop:s 25000: voor hem te doen betaalen op Cochim. Jk ontleijde dat op de vriendelijkste wijze, en daarbij bleef het voor dien tijd, dog een wijl daarna sprak wij er over met iemand, zo het schijnt met oogmerk dat het mij wederom zoude gezegt worden, en doen men mij daar„ „ van kennis gaf liet ik dit ook stilzwijgende doorgaan zonder 'er mij op te verklaeren even als of ik niet begreep dat de boodschap van hem kwam, maer mij onderdaags een visite doende haalde de Heer Boddam dit weeder op en sprak 'er mij over op eene zeer vriendelijke wijze dog die mij niet te min eeniger maaten deed denken dat wij geen wijgerend antwoord van mij verwagte. JK

NL-HaNA_1.04.02_10418_0118 view scan ↗

English

I clearly understand that it is no proper way of management to receive money here on assignment, since we ourselves must send money, and if I had been able to make it good out of my own means I would have kept this item outside of the Company's expenses; but this being impossible for me, I hope that Your High Nobilities will favorably indulge me that, to prove that we on our part are not disinclined to show some friendliness as well, I have consented to receive the aforementioned 25000 rupees here into the Company's treasury from His Honour, for repayment at Cochim, for which I have given His Honour an assignment on the Ministers there. To make the favor more substantial and to prevent that, out of modesty, it might no longer be requested, I granted the assignment without agio. I would not have consented to this without the knowledge of the Council, but in order to make them resolve to do so, I had to lay open to them all the motives I had for it, and I thought it best to keep those things out of the public papers. Upon the receipt of Your High Nobilities' letter, I had a further request made to the Nabab to have the linens transferred to our wharf. I have no certain promise from him on that matter, and he cannot give it to me either without the consent of the English Government. He is, as I am informed, busy persuading the English Government to that effect, for which purpose he is especially working in Bombaij with Governor Hornbij, with whom he, as they say, stands on very good terms. With Mr. Boddam himself I have once spoken about it in private, and he has also, at my request, already written about it to Bombaij to Governor Hornbij, but no answer has been received to that yet. To write to Bombaij about it myself, I have postponed until now, in order first to see whether it can be obtained otherwise and without placing us unnecessarily under an obligation. I have not yet been able to introduce my intention to have the linens inspected at separate tables, because the only place in the old Lodge that is still usable for this, and where this work is currently done, is too small for it; and in the hope that the Company may be relieved of the Lodge by obtaining permission to receive the linens at the wharf, I considered that all expenses should be avoided which would be necessary to arrange the place somewhat accordingly. When I arrived here, cotton was actually at 80 rupees the candy of 690 lbs. Since then it has risen again far above 100 rupees, but upon some incoming news, particularly from Bengale, it subsequently fell all of a sudden. This autumn it stood rather high again, but that lasted no longer than until the ships that were otherwise bound for China had their cargo. In Suratte everything that was good has since been sold, but having heard that there is still some lying at Bounager, I have, in satisfaction of the requisition, given a commission for a parcel if it can be delivered on the Surat Roads for 91 to 92 rupees the candy, which is currently the price there. If Your High Nobilities are pleased to be continuously supplied with it, I ought to have the authorization for its purchase somewhat early, in order to be able to profit from the market, and then I request that it be written to me in a separate letter so that it does not become known too soon. Meanwhile, in order to be able to inform Your High Nobilities with more certainty concerning this item, I have had the cotton merchants give me from their books the prices for which cotton has been sold here over the last 20 years. Your High Nobilities will see from this that the market for it is very fluctuating, but that when one purchases it in due time, it can mostly be obtained for more or less the prices that I took the liberty to communicate to Your High Nobilities. Regarding the sheet piling, the report of Engineer Loewe is enclosed herewith, along with the drawings belonging thereto. In the investigation, as far as I know, he has used all possible diligence and attentiveness, and I think that Your High Nobilities can rely on his indications. He could only make his calculation on 42501: 11 rupees, because the remaining expenses consist of things that cannot now be verified, and on this alone, according to his findings, 25737: 18 rupees more was entered than the work ought in fact to have cost. A further estimate of this I could not make; only, Your High Nobilities will find in the general letter that with regard to this subject several considerable notes were made at the Resolutions of 3 and 23 November last. In the general letter it was indicated that there are currently no more remaining than six clerks who actually perform duty, and one who has already been laid flat in bed for a long time; and concerning the five bookkeepers recalled by Your High Nobilities, whom I indicated in my respectful letter of 5 April last could be spared here, I take the liberty to remark that this indication of mine was based on my humble proposal regarding some rearrangements among the employees. Until such time, the Dispenser, who is included therein, cannot be spared, and likewise not the second and third

Dutch transcription

Jk begrijp klaarlijk dat het geen stijl van huis houden is om hier geld op assignatie te ontfangen daar we zelfs geld moeten verzenden, en zoo ik het uijt mijn eijgen vermoogen had kunnen goetmaeken zoude ik deeze post gehouden hebben buijten lasten van de Comp:, dog dit mij ondoenlijk zijnde hoop ik dat Uw Hoog Edelheeden het mij gunstig inschikken zullen dat ik te bewijze, dat we van onze zijde niet ongeneegen zijn om ook eenige vriendelijkheid te betoonen, heb gekonsenteerd om de voorsz: rop:s 25'000: hier van zijn Ed: in komp:s cas te ontfangen ter weeder uijtkeering te Cochim waarvoor ik aan zijn Ed: heb gegeven een assignatie op de Ministers aldaer. Om de dienst te wee „zentlijker te maaken en ter voorkooming dat men uijt beschijdentheid het niet meer komt te vergen, heb ik de assignatie verleend zonder agio Jk zoude hierin niet hebben bewilligt buijten kennis van Raaden dog ik moest om hen hier „toe te doen besluijten, hen open leggen alle de motiven die ik daarvoor had, en ik heb best gedagt om die dingen te houden buijten de publike papieren Op Op den ontfangst van Uw Hoog Edelheeden brief heb ik bij de Nabab naader aanzoek laaten doen om de lijwaaten op onze werf te laaten overbrengen. zeekere toezegging op dat stuk heb ik van hem niet en wij kan mij die ook 51 niet geeven buijten konsent van de Engelse Re„ „geering. Hij is zo ik geinformeert ben beezig om het Engelse Gouvernement daartoe over te haalen, waartoe hij in zonderheid te Bombaij dat werken bij de Heer Gouverneur Hornbij met wien Wij„ zoo men zegt, in heele goede termen staat. Met de Heer Boddam zelve heb ik er eens in het partikulier over gesprooken, en die heeft ook op mijn verzoek reeds daarover na Bombaij geschreeven aan de Heer Gouverneur Hoanbij, dog daarop is nog geen antwoord ontfangen. Om 'er zelfs over na Bombaij te schrijven, dat heb ik tot nog toe uijtgestelt om eerst eens te zien of het buijten dien en zonder ons buijten noodzakelijk„ „heid onder verpligting te brengen, te verkrijgen is. Jk heb tot nog toe mijn voorneemen om de lijwaaten aan aparte tafels te doen bezigtigen, niet kunnen kunnen invoeren, om dat de eenigste plaats die hiertoe in de oude Loge nog bruijkbaer is en waer dit werk tans geschied, daartoe te klijn is; en in de hoope dat de Comp: van de Loge mag af„ „raaken door het verlof om de lijwaaten op de werf te moogen ontfangen, heb ik gemeent alle kosten te moeten meijden die 'er noodig zouden zijn om de plaats daarna eeniger maaten te schikken Toen ik hier kwam was de kapok werkelijk op 80. rop:s het kandijl van 690. lb: zeedert is ze wederom gesteegen verre over de 100. rop:s dog op eenige ingekoomene tijdingen in zonderheid uijt Bengale, viel ze naderhand weeder eens klaps Jn dit najaer stond ze wederom taamelijk hoog dog dat duurde niet langer dan tot de scheepen die buijten dien na China moesten hunne laading hadden. Jn Suratte is zeedert alles wat goed was verkogt, dog gehoort hebbende dat 'er te Bounager nog wat legt, heb ik ter voldoening van den Eijsch kommissie gegeven tot een partij zo ze voor 91. â 92. rop:s het kandijl het geen tans daar de prijs is, op de Suratse Rheede kan worden gelevert. Jndien Uw Hoog Eelheeden bij voort„ — voortgang daarvan gelieven gedient te zijn diende ik wel de qualificatie tot dies inkoop wat vroeg te hebben, om van de maakt te kunnen profiteeren en dan verzoek ik het mij bij de 52 aparte brief te schrijven op dat het niet te tijdig rugtbaer word. Om UW Hoog Edelheeden ƒ. ondertussen nopens dit artikel met meer zeekerheid te kunnen informeeren heb ik mij door de kapok handelaers uijt haare boeken doen opgeeven de prijsen waarvoor de kapok hier zeedert 20. Jaeren verkogt is. UW Hoog Edelheeden zullen daaruijt zien dat de maakt daarvan zeer verschillende is, dog dat wanneer men daarvan op zijn tijd inkoop doet, ze meerendeels te krijgen is voor min of meer de prijsen die ik de vrijheid gebruijkt heb uw Hoog „ Edelheeden te bedeelen Noopens het Paalwerk gaat het bericht van den Jngenieur Loewe hiernevens over met de teekeningen die daartoe behooren. Jn het onder „zoek, zo veel mij bekent is, heeft wij alle mooge„ „lijke vlijt en oplettentheid gebruijkt en ik denke dat Uw Hoog Edelheeden op zijne aanwijzingen staat maaken kunnen. Hij heeft zijn bereekening maer maer kunnen doen over rop:s 42501: 11: wijl de overige uijtgavens bestaan in dingen die nu niet kunnen worden nagegaan, en hierop alleen is volgens zijn bevinding rop=s 25737: 18: meer opgebragt dan het werk met der daad had behooren te kosten. Een nadere begrooting zoude ik daarvan niet kunnen doen, alleen zullen Uw Hoog Edelheeden bij de gemeene brief vinden dat met betrekking tot dit onderwerp verscheijde nadenkelijke aanteekeningen gedaan zijn bij de Resolutien van den 3. en 23. Novemb: jongstl: Bij de gemeene brief is aangewezen dat er thans niet meer blijven dan ses pennisten die werkelijk dienst doen, en één die reeds zeedert lange plat te bed ligt, en omtrent de door Uw„ „ Hoog Edelheeden opgeroepene vijf boekhouders, die ik bij mijn eerbiedige van den 5. April jongstl: aan„ „wees dat hier zoude te missen zijn, gebruijk ik de vrijmoedigheid van aan te merken, dat deeze mijne aanwijzing steund op mijn nedrig voorstel noopens eenige verschikkingen onder de bediendens. Tot zoo lange is de Dispencien, die daaronder begreepen is, niet te missen en insgelijks niet de tweede en derde

NL-HaNA_1.04.02_10418_0123 view scan ↗

English

53. third at the Warehouses. One can also manage without the first Clerk now, only that the present one is occasionally useful to me because of the English language, and without him I would often be at a loss. Moreover, I am somewhat uncertain regarding him, as Your High Nobilities have postponed Your Highest resolutions concerning the qualified servants, among whom the first Clerk here has always been understood to belong. I would have sent the sworn Clerk of the secretariat, but that man has been very ill for a long time and remains so far without much hope of recovery. With reference to my aforesaid respectful indication, I further take the liberty to remark here that since it has been found that keeping the accounts of the Moorish mariners cannot proceed according to my humble proposal, the post of pay bookkeeper, which I had otherwise thought could have been attended to by the Chief Administrator, ought to remain in existence because of the much work that is attached to it. In the beginning of August I had an incident here that seemed likely to produce much trouble. At daybreak a Persian was found dead here on our wharf, and the rumor immediately went around that this man had been seen healthy and well the evening before, and that he therefore must have been killed by one of the Dutchmen. Some even stated that they would produce witnesses that there had been a great commotion on the wharf here at night, and that they had heard this man calling for help in distress, and all these rumors spread immediately among the Native Regents. The Parsis, who immediately gathered there and made a great outcry, would not allow the corpse to be examined in any manner, and I was thus in great uncertainty as to what the case might be. I immediately gave notice of this to the Nabab and meanwhile did my best to calm the people down as much as possible through the Broker Mantchergie, who is a Parsi and whom I had summoned to me, and in case the worst might sometimes be true, 103 I gave him orders to be allowed to fill the hands of the friends of the deceased a little, so that we might not again get into the same difficulties that arose over a similar case in 1757. Mantchergie did great service on this 54 occasion, and he soon brought it so far that the people kept quiet, and that they even went to the Nabab to declare that they had been misinformed, and that the deceased, who had always indulged very much in drink, had probably died of the excessive consumption thereof. All this would still not have helped had not the Baksie /: Commander of the Nabab's troops :/, a man who has seemed very well-disposed toward me since my arrival, I know not why, interfered in the matter and caused the Nabab to resolve to grant permission to bury the corpse. The case is described very circumstantially in the secret Resolution of 7 August, which lies among the enclosures to this, and to which I take the liberty to refer. In order to satisfy the Parsis, Mantchergie had to spend 625: ropijen, but of this circumstance I gave no notice in the meeting, because I was afraid that it might transpire, which would have gotten me into new difficulties, and I hereby request Your High Nobilities authorization to be allowed to write off this money. What the truth of this case actually is, I have never been able properly to discover, yet I almost believe that some wantonness gave rise to it, and because even this cannot be sufficiently prevented in a country such as we are in here, the fiscal was ordered to investigate it in silence, but he has not been able to find it out, as appears from the secret Resolution of 3 November, which likewise passes over among the enclosures. Regarding the state of this Office, I hope that Your High Nobilities will find reasons for satisfaction. The profits on the spices and other merchandise amount in the latest financial year to ƒ504194:13: being, after deduction of ƒ67227:—. which were carried to the ordinary expense accounts, 65 ƒ436967:13: I purposely calculate only these profits and charges here, in order to be able to compare them more easily against the indications which the Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies Schreuder and Senff have made thereof over a series of years at the back of the Memoirs left behind here by Their Honors. The profit realized on the goods sold this time in the bulk, brought by the ships Stavenisse and the Jonge Lieve, of which detailed report is made in the general letter, amounts to ƒ53853:2: giving 215¼ per cent, or actually, if one pays attention to the fact that the ropijen after which the sale is calculated reduce less than do the ducatons according to whose value the calculation in Batavia is made, 225 per cent. This profit on average the Company has enjoyed here only very rarely, even in those times that are to be considered the best, unless in years when the profit from the spices has been extraordinarily disproportionate against the consumption of other goods, as in the years 1768 and 69.

Dutch transcription

53. derde bij de Pakhuijsen. Buijten de eerste Clerk kan het ook nu gestelt worden, alleen komt mij de tegenswoordige nu en dan te pas om de wille van de Engelse taal en ik zoude zonder hem veel tijds verleegen zijn, bovendien ben ik noopens dezelve wat onzeeker wijl uw Hoog Edelheeden Hoogst Derzelver besluijten omtrent de gequali „ficeerde bediendens, waaronder de eerste Clerk hier altoos begreepen is te behooren, nog hebben uijtge „steld. De gezwore Clerk op de secretarij zoude ik gezonden hebben dog die Man is zeedert lange heel ziek en blijft tot nog toe zonder veel hoop van herstelling. Met betrekking tot voorsz: mijn eerbiedige aanwijszing ben ik voorts zo vrij hier nog aan te merken, dat wijl bevonden is dat het houden der reekeningen van de Moorte zeevaarende naar mijn nedrig voorstel niet kan aangaan, de post van zoldij boekhouder, die ik anderzins had gemeent dat bij de Hoofdadminis„ „trateur zoude kunnen zijn waargenoomen, diend in weezen te blijven om het veele werk dat daaraan vast is. Jn het begin van August had ik hier een voor . voorval dat geschaapen stond veele moeijte te zullen voortbrengen. Met het aanbreeken van den dag wierd hier een Persien op onze werf dood ge vonden en het gerucht ging aanstonds dat deeze Man 's avonds te vooren nog gezond en wel gezien was, en dat Hij dus door een van de Hollanders moest zijn omgebragt. zommige zelfs lieten zig uijt dat ze getuijgens zouden brengen dat hier snagts op de werf een groot gerucht geweest was en dat ze deeze Man in nood zijnde om hulp hadde hooren roepen, en alle deeze geruchten verspreijden zig ten eersten bij de Jnlandse Regenten: De Persis die zig aanstonds daarbij verzamelden en een groot geschreeuw maakten wilden niet toestaen dat het Lijk op eenigen hande wijze wierd gevisi„ „teerd, en ik was dus in groote onzeekerheid wat van het geval zijn mogt Jk liet hiervan daadelijk kennis geeven aan de Nabab en deed ondertussen mijn best om door de Makelaer Mant„ „chergie, die een Persi is en ik bij mij ontbooden had, het volk zo veel moogelijk ter neder te zetten, en of zomtijds het ergste mogt waer weezen 103 weezen, gaf ik hem last om de vrinden van den overleedene wat de handen te moogen vullen op dat we niet wederom mogten koomen in de zelfde moijelijkheeden die over een diergelijk geval in 1757. zijn ontstaen. Mantchergie heeft in deeze 54 geleegentheid veel dienst gedaan en Hij bragt het eerlang zo verre dat het volk zig te vreeden hield, en dat ze zelfs na de Nabab gingen om te verklaaren, dat ze kwaalijk waaren onderrigt geweest, en dat den overleedene, die zig altoos zeer misgaan had, in de drank, waarschijnlijk door het overmaatig gebruijck daarvan gestorven was. Dit zoude nog alles niet geholpen hebben zo niet de Baksie /: Overste van ' Na„ „babs troupen:/ een Man die mij zeedert mijn komst, ik weet niet waarom, zeer toegedaan schijnt, zig daarmeede had gemoeijt, en de Nabab doen besluijten tot het geeven van verlof om het lijk te begraaven. Het geval is zeer omstandig beschreeven bij de sekreete Resolutie van den 7. August die onder de bijlaagen deezes legt, en waaraan ik de vrijheid neem mij te gedragen Om Om de Persis te vreede te stellen heeft Mant chergie 625: ropijen moeten besteeden, dog van deeze omstandigheid heb ik in de vergadering geen kennis gegeven, om dat ik bang was dat het mogt transpireeren, dat mij aan nieuwe moe„ gelijkheeden zoude hebben geholpen, en ik verzoek Uw Hoog Edelheeden mits deezen qualificatie om dit geld te moogen laaten afschrijven Wat eijgentlijk van dit geval is, heb ik nooijt regt kunnen te weeten koomen, dog ik geloove haast dat 'er wat baldadigheid aanlijding toe gegeven heeft, en om dat ook dit in een land als we hier zijn, niet genoeg kan worden geweert is de fiskaal gelast om 'er in stilte onderzoek op te doen, dog wij heeft het niet kunnen uijtvinden blijkens secreete Resolutie van den 3. Novemb: die insgelijks onder de bijlaagen overgaat. Over den staat van dit Comptoir hoop ik dat Uw Hoog Edelheeden reedenen van voldoening vinden De winsten op de specerijen en andere zullen. koopmanschappen bedraagen in het jongste boekjaer ƒ504194:13: zijnde na aftrek van ƒ67227:—. die op „ 7 65 op de gewoonen last reekeningen gedraagen zijn ƒ436967:13: 71 reeken hier met voordagt al„ „leen deeze winsten en lasten, om ze te gemakke„ „lijker te kunnen vergelijken teegens de aanwij „zingen die de Heeren Raaden van Nederlands Jndien Schreuder en Seuff geduurende een reeks van Jaaren daarvan gedaan hebben agter de bij hun Ed=s hier nagelaatene Memorien Het geproflueerde op de ditmaal in de massa 55 verkogte goederen aangebragt met de scheepen sta„ „venisse en de Jonge Lieve, waarvan bij de gemeene brief omstandig verslag gedaan word bedraagt ƒ53853:2: geevende p:r C=o 215¼. of werkelijk als men agt geeft op het geen de ropijen waarna de verkoop bereekent. is, minder reduceeren dan doen de ducatons na welkers waarde de aanreekening te Batavia is gedaan p:r C=os 225: Deeze winst door malkanderen heeft „de Comp: zelfs in die tijden die voor de beste te houden zijn, hier niet dan zeer zeldzaam genooten ten zij in Jaaren dat het geproflueerde uijt de spe cerijen buijten gewoon ongelijk heeft gestaan teegens den verticr van andere goederen gelijk in A:o 1768 en 69.

NL-HaNA_1.04.02_10418_0128 view scan ↗

English

17 27/16. In the 18 years of which the aforementioned Honorable Councillor Extraordinary Senff gives an indication at the end of his Memorial, profits averaged 250 5/8 percent only once, namely in the year 17 12/3, and in all the remaining 17 years it falls far below 200 percent, and in most below 150 percent. With the aforementioned sale and the spices that were sold in this financial year and before entering into the latest purchase contract, together with the sugar that still remained as a balance at the end of August, the profits of this year will surpass those of the closed financial year. It would be an extravagant imprudence to present these profits as fixed sums that the Company can achieve here annually, but I do not see why, barring adversities to which all human affairs are subject, it should differ so very much, and even why it could not exceed it, if Your Right Noblenesses are so good as to continuously provide this trading post, as in this year, with good parcels of merchandise. The sugar can often be sold higher and the copper as well. I request permission to briefly compare earlier times against this. According to the indication that the late Honorable Councillor Ordinary Schreuder gives at the end of the Memorial left behind by His Honor here, the profits of 80 years up to the end of his administration, after deduction of what is charged to the ordinary expense accounts each year, when averaging all the years together, amounted to no more than f359253: 16: 14 Indies or f287403: 5: Netherlands, and under the administration of His Honor himself, which is usually still counted as a good period, no more than f280345:18: 9 Indies or f224277: 6: 9 Netherlands. In the subsequent 18 years up to the end of the administration of the late Honorable Councillor Extraordinary Seuff, the profits notably increased through a much larger sale of goods; however, after deduction of the aforementioned expenses each year, when averaging these 18 years together according to the indication given by the said Honorable Seuff at the end of his left Memorial, they amounted to no more than f509643. —. Indies or f407:714:8: 8 Netherlands. The profits that the Company can still enjoy here, after deduction of expenses, thus far surpass the advances achieved up to the year 1750, averaging good and bad years together, and can still stand well equal with the remaining profits in the aforementioned 18 years. Suratte is therefore not only still reasonably good, but can even in many respects still be quite as advantageous for the Company as formerly, especially when one considers in addition that the profits previously were achieved with a great multitude of ships compared to those the Company now uses for the trade of Suratte. Your Right Noblenesses are so good as to say that Your Highest's trust that the interests of the Company under my administration in this Directorate will be faithfully observed and looked after with the setting aside of all impermissible greed, constituted the principal reason for my appointment as Director. This serves to my greatest honor. I have always made it my business to know my duties and, in performing them, to seek to fulfill the oath by which I am bound to the Company; but through the refusal of the gratuity for which I respectfully petitioned Your Right Noblenesses, I find myself in very difficult circumstances. The fortune I have made until now is very limited, which is easy to imagine from the various offices I have held for a good 20 years that I have the honor of serving the Company, and it is thus impossible for me to subsist for long out of my own means, for with the income I have here I absolutely cannot make ends meet, no matter how I might arrange it. The same amounts in total, with salary and emoluments and what I enjoy from the customs, together with the 1/4 percent cashier money paid by the merchants, at the very highest estimate, to not five thousand rupees, and beyond that I have nothing. As the head of a trading post, no matter how modestly I conduct myself, I cannot avoid living in a somewhat decent manner. The stable and the Company's garden—and this latter cannot be dispensed with because our vessels must lie there during the rainy season—are entirely at my expense. Daily people trouble me for this or that thing, for the natives always need something. Sometimes it amounts to quite a bit, and although it mostly consists of small matters that cannot decently be charged to the Company's account, by their multiplicity they constitute a considerable expense for the Director. This is meanwhile an ancient custom that one cannot omit without causing great hindrance to the progress of business, in a country such as we are in here, where one must keep on friendly terms not only with the Regents but even with the lowest customs officials and all others with whom one has to deal in any manner. Without that, one would constantly have to lodge complaints about all kinds of trifles, and then usually accomplish little else by it than dragging things out indefinitely. This is the pure and naked truth of the situation in which I find myself, and I hope that Your Right Noblenesses, in favorable consideration thereof, will please infer from it whether it is feasible for any man on such a footing, that one regarding his private affairs

Dutch transcription

17 27/16. Jn de 18. Jaaren, waarvan welgem: Heer en 17 Raad extra ordinair Senff agter zijn Memorie aanwijzing doet is 'er maer eens, namentlijk 17 12/3. door malkanderen geprofiteerd 250 5/8. in het Jaer 17 p:r C=os en in alle de overige 17. Jaaren loopt het verre beneeden de 200: p:r C=os en in de meeste beneeden de 150. p. r C=os Met voorsz: verkoop en de specerijen die in dit boekjaer en voor het aangaan van het jongste koop kontrakt zijn verkogt, mitsgaders de zuijker die onder ult=o August nog is bij restant gebleeven zullen de winsten van dit jaer die van het afge legde boekjaer nog overtreffen. Het zoude een buijten spoorige onbedagtzaamheid zijn om deeze winsten aan te geeven voor vaste sommas die de Comp: hier jaarlijks behaalen kan, dog ik zie„ niet waarom het buijten tegenspoeden, waar aan alle menschelijke bestellingen onderworpen zijn, zoo heel veel zoude moeten scheelen, en zelfs het niet nog zoude kunnen te boven gaan als Uw Hoog Edel„ „heeden zoo goet zijn dit komptoir bij aanhoudentheid gelijk in dit jaer, met goede partijen aan koopman „schappen te voorzien. De zuijker kan veel„ „tijds hooger verkogt worden en het kooper ook Jk verzoek verlof om hier teegens de vroegere tijden kortelijk te moogen vergelijken. Vol„ „gens de aanwijzing die wijlen den Heer Raad ordinaia Schreuder agter de bij zijn Ed: hier nagelaatene Memorie doet hebben de misten van 80. Jaaren tot het eijnde van desselfs bestier, na aftrek van het geene op de gewoone last reekeningen gedraagen word 56 elk jaer, als men alle de Jaaren door malkanderen reekent, niet meer bedraagen dan ƒ359253: 16: 14. Ja„ „dias of ƒ287403: 5: nederlands en onder het bestier van zijn Ed: zelve dat gewoonlijk nog voor een goede tijd gereekent word niet meer dan ƒ280345:18: 9: indias of ƒ 224277: 6: 9. nederlands. Jn de daaraan gevolgde 18. Jaaren tot het eijnde van het bestier van wijlen de Heer Raad extra ordinair Seuff zijn de winsten merkelijk toegenoomen door een veel grooter verkoop van goederen, egter hebben dezelve na aftrek van de voorsz: lasten elk jaer, als men deeze 18. Jaaren door een reekent, volgens de aanwijzing die gem: Heer Seuff agter zijn nage laatene Memorie doet, niet meer bedraagen dan ƒ509643. —. Jndias of ƒ407:714:8: 8: nederlands. De winsten die de Comp: hier nog genieten kan kan na aftrek van de lasten overtreffen dus verre de advancen tot het Jaer 1750. behaalt, als men goede en kwaade Jaeren door een reekent, en kunnen 19 nog ruijm egaal staen met de over behoudene winsten in de voorsz: 18. Jaeren e Suratte is dus niet alleen nog tamelijk goed maer kan zelfs in veele opzigte, nog ruijm zo voor„ „deelig zijn voor de Comp: als eertijds, in zonderheid als men daarbij bedenkt dat de winsten voorheen be haalt zijn met een groote meenigte van scheepen in vergelijk van de geene die de Comp: nu tot den suaatsen handel gebruijkt. Uw Hoog Edelheeden zijn zo goet van te zeggen dat Hoogst Derzelver vertrouwen dat de belangen der Maatschappij onder mijn bestier in deeze Di„ „aektie, getrouw waargenoomen en met ter zijden stelling van alle ongepermitteerde hebzugt behar„ tigt zullen worden, de voornaamste reeden heeft uijtgemaakt van mijn aanstelling tot Direktem Dit strekt mij tot de grootste eeren. Jk heb en altijd mijn werk van gemaakt om mijne plig„ ten te kennen en met die te doen zoeken te vervullen den eed waarmeede ik aan de Comp: verbonden ben„ dog 69 6 dog door de ontzegging van het douceur, waarom ik uw Hoog Edelheeden eerbiedig heb verzogt, vinde ik mij in zeer moejelijke omstanden. Het fortuij dat ik tot nog toe heb gemaekt is zeer bepaalt het geen uijt de verschijdene ampten die ik be 57„ kleed heb zeedert groote 20 Jaaren dat ik de eere heb de Comp: te dienen, ligt te bedenken valt, en het is mij dus onmogelijk om uijt mijn eijgen vermoogen lange te kunnen bestaen, want met het inkoomen dat ik hier heb kan ik volstrekt niet rondschieten hoe ik het ook zoude willen aanleggen Het zelve bedraagt in het geheel met gagie en emolumenten en het geen ik uijt de thollen geniet mitsgaders het ¼. p=r C=to kassiers geld dat de kooplieden betaalen, op zijn hoogst gereekent geen vijf duijzend ropijen, en buijten dien heb ik niets. Als het Hoofd van een komptoir kan ik 'er niet om heen hoe borgerlijk ik het ook maak, om eeniger maaten ordentelijk te leeven. De stal en komp. thuijn en deeze laatste is niet te missen om dat en onze vaartuijgen in de regen tijd moeten leggen staan geheel tot mijn lasten. Dagelijks valt men mij lastig dan om deeze dan om geene dingen, want want de Jnlanderen hebben altijd wat noodig. zom„ „tijds bedraagt het nog al wat en schoon het ook voor het grootere gedeelte bestaat in klijnigheeden die met fatzoen de Comp: niet in reekening te brengen zijn, maekt het door de meenigvuldigheid een merkelijke last post uijt voor de Direkteur Dit is ondertussen een aloude gewoonte die men zonder grooten hinder toe te brengen aan de voort„ „gang van het werk, niet nalaaten kan, in een land als wij hier zijn daar men niet alleen de Regenten maar zelfs de minste thol bedienden en alle an„ „dere met wien men op eeniger handen wijze te doen heeft, moet te vriend houden. zonder dat zoude men gestaadig over aller hande klijnig „heeden moeten doen klaagen en dan regt men daarmeede doorgaans nog niet veel anders uijt dan dat men de dingen brengt op de lange baan. Dit is de zuivere en naakte waarheid van het geval waarin ik mij bevinden en ik hoope dat UW Hoog Edelheeden in gunstige consideratie van hetzelve, daaruijt zullen gelieven af te neemen of het voor eenig Mens uijtvoerlijk is om op zulk een voet /. dat men omtrent zijne bezondere zaaken.

NL-HaNA_1.04.02_10418_0133 view scan ↗

English

must live in constant worry: I do not say to manage with the necessary desire and zeal, but even with the necessary capability, a Directorate as full of care as this one, where both the active and passive trade of the Company is so considerable and amounts to many tons of treasure, for which one stands accountable. Upon my appointment as Director, Your High Noblenesses were so good as to give me the praise that I have served well thus far, and I hope not only to continue to carry away this favorable testimony in the future, but it also instills in me the most complete confidence that Your High Noblenesses, beyond all other considerations, also moved me hither from Cochin with a good intention for myself. I know that being faithful is my duty and that I earn nothing by it, and it is also solely the deep trust that I have in Your High Noblenesses' goodness, that I dare take the liberty through this to repeat once again my humble application for myself and the second-in-command, who likewise cannot subsist without it, to be permitted—provided I take the oath that I have offered—to enjoy the aforementioned gratuity on the footing as it was favorably granted by Your High Noblenesses to the two first Ministers at Cochin. The same good reasons that exist for it there exist here as well, and even in a much higher degree, because the Company solely resides in this place, and thus there is nothing whatsoever that could in any way accommodate whoever exercises authority here on behalf of the Company. Since the granting of this gratuity in 1773, trade at Cochin has improved so noticeably, both with regard to a larger turnover and in sales prices, that this expense to the Company has been richly compensated, and I hope that I shall also be able to bring Your High Noblenesses here the same satisfaction they derive from it, and that Your High Noblenesses will be most favorably pleased to regard what I have accomplished in the short time that I have been here as a preliminary proof thereof. The market is currently lower than usual; meanwhile, the prices of the goods differ, compared to earlier times according to the indication given thereof in the general letter, still noticeably to the advantage, especially on sugar. The Company will therefore suffer no harm by granting its servants a legitimate income. Other advantages can richly compensate for this. A greater turnover in spices, among other things, can also contribute much thereto, and I also hope that this will be promoted by it. There have certainly been single years in which more thereof was sold than could take place this time, but if one calculates the last 20 years, up to the year 1776 inclusive on average, the annual turnover thereof amounts to no more than 44048 lb of cloves and 21597 lb of nutmeg. I flatter myself that the Honorable Highly Esteemed Lords Masters, upon Your High Noblenesses' favorable proposal, recognizing the reasonableness of the request, will not disapprove of it. Should Your High Noblenesses nevertheless deem it advisable, then until Your High Noblenesses' further orders I will not receive more of the gratuity than what I absolutely cannot do without for my use. Regarding the gratuity requested for me and the other servants on the linens, which Your High Noblenesses are so good as to say must be obtained from the Honorable Highly Esteemed Lords Masters, I very humbly request Your High Noblenesses to be pleased to present my application regarding this to Their High Esteems in the most favorable manner. The reduction of the prices for which the linens have been negotiated this time will, I hope, already serve as a sort of recommendation for that purpose, and whatever further I shall find possible to do for the better therein, Your High Noblenesses may be assured in the most complete manner that I will put it into practice with all cordiality and faithfulness. With the beginning of the sailing season, a ship under the Roman Imperial flag named Joseph Therezia arrived here, belonging to a certain Mr. Bolts, a man who formerly was in English service and had much dissatisfaction therein. The ship arrived here from Rio da Lagoa, where it is said that the aforementioned Bolts has established a kind of refreshment station; it is also rumored that several of his ships are to follow. Coming here, trade was at first absolutely denied to him and afterwards it was indeed granted to him, but on condition that he should pay 20 per cent duty; and because he would not do this, he departed with his ship for Goga, which place belongs to the Marathas. He brought some goods ashore there, but the selling seems to proceed very hesitantly. French private ships have not arrived here from Europe thus far. However, on the other hand, two Portuguese private merchant vessels have, for the largest part laden with copper and iron and for the rest with West Indian goods which they took in at Brazil where they called. The list of the cargoes brought here and to Bombay accompanies this as usual. I have made every effort to be able to give Your High Noblenesses some further clarification regarding some items appearing therein, especially concerning the cloves that were brought to Bombay, but I have not been able to learn anything about it with sufficient certainty to be able to rely upon it. I commend Your High Noblenesses to God's gracious keeping, and have the honor to be with all respect and true faithfulness, High Noble, Right Honorable, Widely Commanding Lord and Well-Born Gentlemen, Your High Noblenesses' very humble and obedient Servant, was signed: W. J. van de Graaff Surat, the 27th of December 1777. Agreed, W. van de Graaff

Dutch transcription

in een gestaadige bekommering leeven moet:/ ik 58 zeggen niet met de nodige lust en ijver, maer zelfs met de nodige bequaamheid te bestieren eene zo zorgelijke Direktie als deeze, daar beijde den ac„ „tiven en passiven handel van de Comp: zo conside rabel is en veele tonnen schats bedraagt, waarvoor men verantwoordelijk staat. Bij mijn aanstelling tot Direkteur zijn Uw Hoog Edelheeden zoo goet geweest van mij den lof te geeven dat ik tot hier toe wel gedient heb, en ik hoop niet alleen bij voortgang dit gunstig getuijge „nis te zullen moogen wegdraagen, maar het boesemt mij ook in een aller volkomenst vertrouwen dat uw„ Hoog Edelheeden buijten alle andere consideratien, ook met een goed oogmerk voor mij zelve mij na her„ „waarts verplaatst hebben van Cochim. Jk weet dat getrouw te zijn mijn pligt is en dat ik daar„ „door niets verdienen en het is ook alleen het diep vertrouwen dat ik ueE in Uw Hoog Edelheeden goethoid, dat ik door deezen de vrijmoedigheid durf neemen om andermaal te herhaalen mijne nedrige sollicitatie voor mij en de sekunde, die ook buijten dien niet bestaan kan, om mits doende den eed die 5 59 die ik aangebooden heb, te moogen genieten het voorsz: douceur op den voet als hetzelve door Uw Hoog Hel„ heeden gunstig is geakkordeert aan de twee eerste Ministers op Cochim. De zelfde goede reedenen die 'er daarvoor zijn, bestaan ook hier en zelfs in een veel hoogeren graad, wijl de Comp: ter deezer plaats alleen inwoond, en er dus niets is hoe genaamt dat den geenen die hier van weegens de Comp: het gezag voert, eeniger maaten zoude kunnen te ge moed koomen. zeedert het toeleggen van dit douceur in 1773. is den Handel op Cochim zo in opzigt van een gavoter debit als in de verkoops prij„ „zen zoo merkelijk verbeeterd, dat deeze uijtgave aan de Comp: rijkelijk is vergoed, en ik hoop dat ik Uw Hoog Edelheeden het zelfde genoegen dat ze daardoor bevinden, ook hier zal kunnen toebrengen, en dat Uw Hoog Edelheeden het geene ik in de korte tijd dat ik hier ben heb verrigt, hoogst gunstig als een voorloopend bewijs daarvan zullen gelieven aan te zien. De markt staat thans laager dan na gewoonte, ondertussen verschillen de prijsen der goederen met de vroegere tijden volgens de aanwij„ aanwijzing die daarvan bij de gemeene brief gedaan word, nog merkelijck ten voordeele in zonderheid op de zuijker. De Comp: zal dus geen schaade hebben met aan haare dienaeren een gewettigt inkoomen toe te staan. Andere voordeelen kunnen dit rijkelijk vergoeden. wat een grooter debit in specerijen kan onder anderen ook veel daarbij toedraagen, en dit hoop ik ook dat daardoor zal worden bevordert. Daar zijn zeekerlijk enkelde Jaaren geweest dat daarvan meer is verkogt dan ditmaal heeft kunnen geschieden, dog als men de jongste 20 Jaaren 1727/6 ingeslooten door malkanderen tot het Jaer 17 /76. reekent, bedraagt het jaarlijks dedit daarvan niet meer dan 44048: lb: nagelen en 21597: lb: nooten. Jk vleije mij dat de Edele Hoog Agtb: Heeren Meesteren op Uw Hoog Edelheeden gunstige voordragt de reedelijkheid van het verzoek inzien „den hetzelve niet zullen afkeuren. Vinden Uw Hoog Edelheeden het nogtans geraaden dan zal ik van het douceur tot Uw Hoog Edelheeden nadere ordre niet meer ontfangen dan ik volstrekt tot mijn gebruijk gebruijk niet ontbeeren kan Noopens het voor mij en de overige dienaeren verzogte douceur op de lijwaaten, het geen uw Hoog Edelheeden zoo goet zijn te zeggen, dat het van de Edele Hooge Agtb: Heeren Meesteren moet worden geobtineerd, verzoek ik Uw Hoog Edelheeden zeer nedrig om mijne sollicitatie derweegens aan Hoogst Dezelve op het gunstigst te willen voordraagen. De ver„ mindering der prijsen waarvoor ditmaal de lijwaaten bedongen zijn hoop ik dat daartoe reeds een zoort van rekommandatie zijn zal, en wat ik verder moogelijk zal vinden om daarin nog ten goede te doen, daarvan kunnen Uw Hoog Edelheeden op de volkomenste wijze verzeekert zijn dat ik het met alle hartelijkheid en trouwe zal te werk stellen Met het begin van de vaarbaare tijd is hier gekoomen een schip onder Rooms Keijzerlijke vlag genaamt Ioseph Therezia, toebe 60 „ hoorende aan zeekere Mijn Heer Bolts, een Man die eertijds in Engelse dienst geweest is en daar in veel mis noegen geliad heeft. Het schip is gl 2 112 3 is hier gekoomen van Rio da Lagoa, daar men zegt dat gem: Bolts een zoort van ververs plaats heeft aangelegd, ook wil men dat 'er nog eenige scheepen van hem staan te volgen. Hier koomende wierd hem eerst den Handel volstrekt ontzigt en naderhand is ze hem wel toegestaan, dog onder konditie dat Mij 20. p:r C=t thol betaalen zoude; en wijl Wij dit niet doen wilde, is wij met sijn schip vertrokken na Goga, welke plaats aan de Marratters behoort. Hij heeft daar eenige goederen aan de wal gebragt, dog de verkooping schijnt zeer schoorvoetende te gaan Franse partikuliere scheepen zijn tot . nog toe hier niet aangekoomen uijt Europa Nog daar en teegen twee Portugeesche parti muliere koopvaarders, voor het grooten gedeelte belaaden met kooper en ijser en voor het overige met West= Jndische goederen die ze op Brasilen daar ze aan geweest zijn hebben ingenoomen De lijst van de laadingen hier en te Bombaij aangebragt gaat naer gewoonte hier hierneevens. Jk heb alle moeijte gedaan om uw Hoog Edelheeden noopens eenige daarbij voorkoomende artikelen, in zonderheid wat betreft de nagelen die te Bombaij zijn aangebragt, eenige meerderen opheldering te moogen geeven, dog ik heb daar omtrent niets kunnen ervaaren met genoegzaame zeekerheid om daarop staat te kunnen maaken 7. Jk beveele Uw Hoog Edelheeden in Gods gena„ dige bewaaring, en heb de eere van met alle eerbied en waare trouwe te zijn /:Onderstond:/ Hoog Edele Gest: Groot agtb: wijd gebiedende Heer en welEdele Heeren, UW Hoog Eel„ heeden zeer onderdanige en gehoorzaame Dienaer /:was geteekent:/ W: J: van de Graaff (:in margine:/ Suratte den 27. december 1777. akkordeer W. van de graaff -

next →