VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10418

Surat · 438 pages · 67 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10418_0139 view scan ↗

English

7 1 Surat, the 27th of December 1777. D.D. van de Graaff Note of the prices of Surat kapok over the last 20 years, as the merchants in kapok have given the same to the Company's brokers, namely: in 1757, the price thereof was, per candy of 640 lb, 20 C:s 88 to rop:s 91. in 1758: ditto 83 to 92 in 1759 ditto 82 to 92 in 1760 ditto 128 in 1761. ditto 122. in 1762 ditto 117. in 1763. ditto 90. in 1764. 80 to 91. in 1765. ditto 73 in 1766. ditto 80 to 92. in 1767. ditto 70. in 1768. ditto 68 to 80. in 1769. ditto 80 to 83 in 1770. ditto 76 to 80. in 1771. ditto 80. in 1772. ditto 82 to 90. in 1773. ditto 70 to 80. in 1774 ditto 80 to 110. in 1775. ditto 73. in 1776. ditto 90. to 100 1777 ditto 71. to 105. ditto 80. to 114 ditto 111: ditto 100 ditto 68 ditto 70: 119 Memorandum of such ships and vessels as, according to the statement of the Company's brokers, have arrived since the 9th of April last until the 27th of this month both at Bombay and here, with an indication of the quantities and types of goods brought by them, namely: The following have arrived at Bombay, to wit: 1777. The 9th of April with an English ship from Madras. 138000 lb iron 10350 red lead 103500 areca 100 candy candy sugar 69000. lb copper The 22nd of April with an English ship from China 37500 lb candy sugar 375000 powder ditto 300 piculs alum 150 ditto Chinese camphor The 7th of May with an English grab from the Malabar Coast 3000 piculs powder sugar 500 candy sugar 200 alum 125 Chinese camphor The 26th of September with an English ship named Sakkes Gellij from Mocha and Jeddah. 55000 pieces Imperial dollars 1000 lb cochineal 5175 lb elephant tusks The 26th of September with a ship belonging to the Governor of Bombay, Mr. Hornby, arrived from Mocha and Jeddah 200000 Rupees in gold specie 150000 pieces Imperial dollars 1000 lb cochineal 500 saffron turn over The 27th of September with a grab belonging to the Parsi merchant Reddemjie residing at Bombay, arrived from Zanzibar 31050 lb elephant tusks 34500 coir The 3rd of October with a grab belonging to a Moorish merchant named Merelie, arrived from Zanzibar. 27600 lb elephant tusks 34500 coir The 14th of October with three English vessels from Cutch Mandvi 276000 lb cowries 207000 lb coir 3450 tortoiseshell The 15th of October with an English ship named Alexander from Jeddah. 52000 pieces Imperial dollars 50 bales almonds 500 lb cochineal 4312 pepper 125 piculs powder sugar The 18th of October with an English ship named Hanton and commanded by Captain Gordon, arrived from Batavia 470 canassers powder sugar 400 ditto candy 12937½ lb cloves 55200 sappanwood 3450 long pepper 103500 alum 1300 piculs benzoin 200 chests tea The 18th of October with a grab belonging to the Regent of Cannanore, Ali Raja 34500 turn over 121 In the months of September and October four English ships from England with 1380000 lb copper, a parcel of iron, lead, woolen cloth and various other goods for the English Company, and for private accounts 690000 lb copper 828000 iron 69000 steel 172500 lead 69000 red lead 5000 cochineal 6000 lb cochineal 172500 sheet copper 276000 iron 2000 red lead 69000 tin 1725 vermilion 3450 quicksilver 500 saffron The 30th of November with a Dutch private ship from Batavia 2400 canassers powder sugar 69000 lb sappanwood 100 piculs alum 10 cubeb pepper The following ships have arrived here at Surat, to wit: In September a ship under the Roman Imperial flag named Joseph Therezia, laden with European goods, and among them much copper, and still lies for the most part with its cargo on board at Gogha. The 27th of October with a Portuguese ship from Lisbon 13000 pieces of iron, weight not known 1013 elephant tusks 31 packs of paper 241500 lb powder sugar of Brazil in 171 chests 103500 copper 2070 cochineal 276 saffron In November and December two European Portuguese ships from Daman with Summary of the foregoing and above: 2415000 lb copper 1242000 iron 13000 pieces of iron 69000 lb steel 172500 lead 68000 tin 3450 quicksilver 1725 vermilion 178500 alum 275 piculs camphor 15578 lb cochineal 81350 red lead 124200 lb sappanwood 50 bales almonds 1300 piculs benzoin 1276 lb saffron 3450 tortoiseshell 310500 lb coir 12937½ lb cloves 200 chests tea 63825 lb elephant tusks 1013 pieces ditto 1007125 lb powder sugar 100000 candy ditto 2871 canassers powder ditto, of which the weight is not known 500 ditto candy ditto 4312 lb pepper 3450 long pepper 10 piculs cubeb ditto 31 packs paper 257000 pieces Imperial dollars 276000 lb cowries 200000 rupees in gold specie 103500 pieces areca Surat, the 27th of December in the year 1777. For the translation according to the statement of the Company's brokers Mantchergie and Gowenram. C. Js. Wickerman.

Dutch transcription

7 1 1758: „ 1759 in 1757. was de prijs daarvan het kandijl van 640: lb: 20 C:s 88. tot rop:s 91. do „„ 83: „ „ 92 do - - „ - - - - - „ 82: „ „ 92 „ „ 128 0o „ „ 122. „ do „ 117. „ „ do 90. „ 4 73 „ „ - - „. - „ 80 92. „ „ 80. „ 1767 „ „ do 70. „. - - - „ 68: „ „ do „ „ 83 „ 1769. „. „ do „ 80. „„ 90. „ 1770. „.„ do - - „ 76 „ „ 80. – „ 1771. „„ d=o „„ 80. — „ 1772. „ „ d:o 82 70 „ „ 1773.„„ d:o „ 1774 „ „ d:o „ 1775. „. . „ do „ 1776. „. . „ do - - „ „ 80 „ 110. „ „ 73. . „ - - „ 90. „ „ 100 -„ - - - - - „ 71. „ „ 105. „ „ 80. „ „ 114 - . „ - - - - - „ 111: „ - - – „ 100 „ - - - - „ 68 - „ – „ 70: –„ 1764. „ 8o— „ 1765. „. „ do „ 1766. „ „ do „ 1768 „ - - - „ - - – „ 91. „ 1760 „ „ do „ „ „„ Suratte den 27: december 1777. DD vinde graalf Notitie der prijsen van de suratse kapok zeedert 20. Jaaren zoodanig als de kooplieden in kapok dezelve hebben opgegeven aan 'sComp: Makelaars, te weeten: „ 1761. „ 1762 „ 1763. „ „ „ „ „ „ 119 Memorie van soodanige scheepen en vaar 138000: b „tuijgen als volgens opgave van 'sComp:s makelaars 't zeedert den 9:e april Iongst leeden tot den 27: deezer zoo te Bombaij als alhier aangekomen zijn met aanwijsing van de quantiteijten en zoorten van goederen als door dezelve zijn aangebragt, namentlijk De volgende zijn te Bombaij aangekomen teweeten 1777. den 9. April met een Engels schip van Madras. — ijzer „ roode menij 10350. 103500. „ arreek 100. kann:s Mandij zuijker 69000. lb kooper Den 22„e April met een Engels schip van China 37500: lb Randij zuijker 375000. „ poeder d=o 300: pikels alluijn 150. d=o Chineese Campher Den 7. meij met een Engelse Toerap van de Mallabaarse Kust 3000: pikels poeder zuijker 500. „ Kandij „ 200. „ alluijn 125. „ Chineese Campher Den 26: 7ber: met een Engels schip gen:t sakkes gellij van Mocha en Gedda. 55000: stuks Keijzerdaalders 1000. lb Cochinille 5175. - ld Eliphants Tanden saffraan 500. „ Cochenille 1000. „ 150000: stux Kijzerdaalders 200'000: Ropijen aan goude spectien van Bombaij De H:r Hornbij gekoomen van Mocha en Iedda Den 26: 7ber: met een schip toebehoorende aan de Gouverneur verte - 34500. „ Den 27. September met een Goerap toebehoorende aan den perlis Koopman Reddemjie woonagtig te Bombaij gekomen van Sanquebar 31050: lb Eliphants Tanden Caijer Den 3. October met een Goerap toebehorende aan een moors Koopman gen„t Merelie, gekomen van Canquebax. 27600. lb Eliphants Tanden Kaijer Den 14. 8ber: met drie Engelse vaartuijgen van Tomer Cauris Kaijer 34500. „ karret Den 15:e 8ber: met een Engels schip gen:t Alexander van Jedda. 52000: stuks Kijzerdaalders 50. balen amandelen 500. lb Cochenille 3450. „ 276000. 1s 207000: lb Kaijer 4312. „ Peper 125. pikels Poeder zuijker Den 18: 8ber: met een Engels schip gen:t : Hanton en gevoert door Cap: Gordon gekoomen van Batavia 470. Kannassers Poeder zuijker 400. d=o Kandij 12937½. lb Garioffel Nagulen 55200. „ Sappanhout 3450. „ lange Peper 103500. „ alluijn 1300. pikels benjomin 200. kisten Thee Den 18:' 8ber: met een hoerap toebehoorende aan de Regent van Cannanoor Adie Raja 34500: Verte 121 6000: lb Cochenille 172500: „ plaat Koper 276000: „ ijzer 2000: „ menij 69000: „ Thin 1725. „ vermiljoen 3450: „ quikzilver 500. „ saffraan Inde maanden september en October vier Engelse scheepen uijt Engeland met 1380000: lb kooper, een partij ijzer, loot, lakens en verscheijde andere goederen voor de Engelse Comp:, en particulier 690000. lb Koper 828000. „ ijzer 69000 „ staal 172500. „ loot 69000. „ menij 5000. „ Cochenille Den 30. ' November met een Hollands partikulier schip van Batavia 2400. Kannassers Poederzuijker 69000: lb. sappanhout 100: pikels alluijn 10. „ staant Peper De volgende scheepen zijn alhier te sourattes aan= „gekoomen, Teweeten Jn september een schip onder Rooms keijzerlijke vlag genaamt Ioseph Therezia belaaden met Europase goederen, en daar onder veel kooper, en leijd nog voor het grootste gedeelte met zijn laading aan boord te Goga. Den 27:' october met een Portugees schip van Lissabon In gewigt niet 13000. stukken ijzer 1013. „ Eliphants tanden 31. pakken Papier 241500: lb poeder zuijker van Brusilien in 171. kisten 103500: „ koper 2070: „ Cochenille 276. „ saffraan zamentrekking van het voor en bovenstaande. 12937½: lb Parioffel Nagulen 2415000: lb Koper 200. kisten Thee 1242000. „ ijzer 13000. stukken ijzer 63825. lb Eliphants tanden 69000. lb staal 1013. stux _o 172500. „ loot 1007125. lb poeder zuijker 68000. „ Thin 100000: „ Kandij _o 3450. „ Quiksilver 2871. Kannassers poeder _o Wiervan is het 1725. „ vermiljoen 500. _o Kandij _o bekkent 178500: „ alluijn 4312. 15 Peper 275. pikels Campher 3450. „ lange Peper 10. pikels staart do 15578. lb: Cochenille 81350. „ menij 124200: lb sappanhout 31. pakken papier 50. baalen amandelen 257000. stux Keijzerdaalders 276000 lb Cauries 1300. pikels benjemin 200000. ropijen aan goude spetien 1276. lb saffraan 103500. stux arreek 3450 „ Karret 310500. lb Caijer Souratte Den 27: December A„o 1777: voor de vertaaling volgens opgave van 'sComp:s makelaars Mantchergie en Gouwenram. C: J:s Wickerman. In November en December twee Europase Portugeesche scheepen van Damman met

NL-HaNA_1.04.02_10418_0151 view scan ↗

English

125 Previously, the goods of the Dutch ships were stored in the warehouses inside the city, but after that, upon my request, your Excellency granted permission that the spices, as well as the other goods of the ships, may be unloaded in the godowns in Jengie Bander and stored and kept there, with respect to which it is now requested that your Excellency, for confirmation, may kindly sign this with his own handwriting. Below was written: the 5th of the Moorish month Sha'ban in the year 1187, or the 21st of October in the year 1773. At the head of this is written in the Governor's own hand: With peace of mind, your Honour may always and forever unload the spices and other goods of the ships of the Dutch Company into the godowns at Jengie Bander; no one shall hinder you in this, as the same is permitted. Copy Translation also also the seal of the said Governor, printed in black ink with the name Mir Haries Eldhien Emmetchun Bhadur. Below was written: for the translation, was signed: W. Smit. Agrees: E. A. Wiardic, Secretary. The hookum or parwana Pardon Checked from the Governor of this city. No. 3. 129 Secret Copy Tuesday, the 7th of August 1757 Before noon All present The Lord Director communicated to the meeting that on the 3rd of this month, at the break of day, here on the Wharf, at and near the house inhabited by the First Clerk Goverts, the corpse of a Parsi was found. That he immediately gave notice thereof to the Nawab, who, having at first only let it be known that an investigation must be made as to whom this deceased Parsi belonged and who his nearest relatives were, shortly thereafter sent a second message to the Director, stating that it had been reported to him, the Nawab, by the Faujdar of the outer city, Mirza Malidien, that it was said that this man had died a violent death, and that at the same time a staff-bearer and six sepoys had been sent by this Faujdar to watch that the corpse was not removed; which people, however, by order of the Bakshi, commander of the Nawab's troops, as soon as he received notice of this, immediately departed again. That meanwhile, some of the nearest relatives of the deceased had applied regarding this occurrence to the English Chief, Mr. Boddam, who had the kindness to refer them to the Director, saying that they must first bring their complaints there. That these people, accompanied by a party of other Parsis, having thereupon come onto the Wharf with a great clamour, the Director, being uncertain as to what the circumstances of the case were, caused them to sit down and be pacified as much as possible through the broker Mant Chergie, who in the meantime was summoned and was of great service in this matter, in order to prevent, in the unexpected event that someone among the Company's subordinates might have been guilty of this, that the Nawab might be moved by the spreading of complaints about it to cause us trouble, as has occurred repeatedly in similar cases and usually has grave consequences. That these people having been disposed by the aforesaid broker to keep quiet, and the Director in the meantime having obtained information that on the corpse of the Parsi, as far as outward appearances showed, 131 no signs of ill-treatment were found anywhere, he sent once more to the Nawab and caused him to be told that we had investigated the case and even questioned the friends of the deceased, and that there were no signs that this man had died a violent death. That the Nawab thereupon caused it to be said that it was well, but that on account of the differing reports made to him in this regard, he would send people to have the corpse inspected. That these people having arrived, the Director sent with them the courtier Mohamed Aref, and that according to the further report made to him concerning this, no signs of any violence were found on the corpse, only the face seemed to be somewhat blackish. That one of the delegates of the Nawab, having returned to his master, reported this last circumstance in a somewhat aggravated manner, whereby the Nawab seemed to have formed the intention to investigate the matter still further, but that the Bakshi, who on this occasion showed particularly great goodwill towards the Company, being informed thereof by the courtier Mohamed Aref, immediately went to the Nawab and persuaded him not to concern himself further with the matter and not to prevent the corpse from being buried according to the custom of the Parsis. That with this the case ended peaceably, which in unfavourable times, and when people seek to cause us trouble, could have had serious consequences if the people had been in the least instigated to give a detrimental turn to the case, of which, among others, the incident of the year 1757 can serve as an example, described in detail in the general resolution of the 1st of May and the secret resolutions of the 2nd and 3rd of May of the same year. Whereupon, having deliberated and taken into consideration that we are in a country where everything that can in any way give cause to bring us into conflict with the government must be strictly avoided, it was approved and agreed to enjoin the Honourable Fiscal van der Sleijden to investigate quietly whether anything further concerning this case can be discovered that could enable this assembly to provide against such things in the future, and in the meantime to order all the subordinates of the Company residing on the Wharf, most strictly and on pain of severe punishment, not to keep on the Wharf any foreign native people who do not belong to us, or in any way

Dutch transcription

125 Bevoorens wierden de goederen der Hollan„ „sche Scheepen in de Pakhuijzen binnen de stad opgeslagen, dog na dies heeft uw Ex= „cellentie op mijn gedaan verzoek Permissie verleend dat de specerijen, zoo wel als de verdere goederen der scheepen in de latthijs in Jengie Bander mogte gelost warden en aldaar opgeslaagen en bewaard werden, ten opzigte van welke thans verzoeken dat uw Excellentie ter bevestiging zulks gunstiglyk met zijn eijgehandschrift geliefft te onder¬ „teekenen. /:onderstond :/ den 5„e der moorse maant Sabaan A:o 1187 off den 21„e October A„o 1773:— Aan het hooft deezes staat door den Gouverneur eijgenhandig geschreeven met gerustheijd kan uwel Edele steeds en voor altoos, de specerijen en verdere goederen der scheepen van de Hollandsche Comps in de Catthijs op Jengie Bander ontlossen, niemant zal uw hier inne verhin deren alzo het zelve is toegestaan, Copia Vertaaling nog Gouverneur nog het zegul van gemelde met de naam Mier Haries Eldhien. Emmet„ „chun, Bhadur met Swarte Jnkt gedrukt: /onderstond:/ voor de vertaaling /:was get:/ w' Smit Accordeerd E: A: Wiardic sec: De Hec off Perwanna Afwoeff nagezien van den Gouverneur deeser Stad. No: 3. 129 secreet Copia Dingsdag den 7:e Augustus 1757 Voor de middag Alle present De Heer Directeur heeft ter Vergadering gecom„ =municeert dat den 3:e deeser met het aanbreeken van den Dag hier op de Werff aff en aan het Huijs dat door de Eerste Clercq Goverts bewoond word, gevonden is een Lijk van een Persie. Dat Hij daarvan aanstonds heeft doen kennis geeven aan de Nabab, die Eerst alleen hebbende laaten weeten dat men moest doen onderzoeken aan wien deesen over„ =leedenen Persie behoorde en wie zijne naast bestaande waaren, kort daarna aan den Directeur gezonden heeft een tweede Boodschap, houdende, dat hem na= =bab door den Faus daar van de buijten stad Mirsa Malidien was aangedient, dat er gezegd wierd, dat deese Man eene geweldige Dood gestorven was, en dat ook ter zelver tijd door deese Fausdaar afge= sonden zijn een stotkedrager en ses sipaaijen, om Agt te geeven dat het Lijk niet wierd weg genoomen; welk Volk nogthans op Last van de Bak sie Overste van 's nababs troupen :/ zoo dra deese hier van van kennis kreeg, ten eersten weeder is weg gegaan. Dat middelerwijl eenige der naast bestaande van den overleedenen zig weegens dit voorval bij de Engelse Cheff de Heer Boddam hadden vervoegt, die de Vrien„ =delijkheid gehad heeft ze te renvoijeeren aan de Di= „recteur en gezegt dat ze daar eerst hunne klagten moesten voorbrengen. Dat dit Volk verzelt van een partij andere persies hier op met een Groot Gedruis op de Werff gekoomen zijnde, de Directeur in het onzeekere wat van het ge„ =val was, dezelve door de Makelaar Mant Chergie, die intusschen geroepen en in deesen van veel dienst ge„ -weest is, zoo veel moogelijk heeft doen ter needer zetten en te vreede stellen, ter voorkoming, dat indien onverhoopt iemand van 's Comp:s onderhoorige zig hier =aan mogte hebben schuldig gemaakt, de Nabab, door het verbreijden van de klagten daarover, niet bewoogen mogt worden om ons moeijten aan te doen zoo als dat in zoortgelijke gevallen te meermaalen is geschied, en — k gevallen te meermaast en jis geschied on door ransjr zorgelijke doorgaans zargelijke ^ gevolgen heeft. Dat deese Menschen door de voorsz: Makelaar gedisponeert zijnde om zig stil te houden en de Directeur intusschen berigt erlangt hebbende dat aan het Lijk vande Persie zoo veel het uijterlijk Scheen 131 scheen neergens Eenige blijken van mishandeling ge= =vonden waaren Hij andermaal bij de Nabab gesonden heeft, en hem doen zeggen, dat wij het geval ondersogt, en zelfs de Vrienden van den overleedenen onder vraagt had, en dat 'er geene blijken waaren dat deeze man eene geweldige dood gestorven was. Dat de Nabab hier op heeft doen zeggen dat het wel was, dog dat hij om de verschillende berigten hem— derwegens gedaan, volk zenden zoude en het Lijk doen visiteeren. Dat dit Volk gekoomen zijnde de Directeur aan hen heeft meede gegeven de Hofganger Mhamed Aref, en dat volgens het nader berigt hem hiervan gedaan aan het Lijk geene teekenen van eenig Geweld gevonden zijn, alleen scheen het aangezigt wat swartagtig te sijn. Dat een der afgezondene van de Nabab bij zijn Meester terug gekeerd, dit laatste eeniger maten verzwaa„ „rend hebbende opgegeeven, de Nabab hierdoor gescheenen was te koomen inde gedagten om de zaak nog naader te e onderzoeken, dog dat de Baksie, die ter deeser Geleegent. „heid in zonderheid zeer veel welmeenentheid teegens de Comp:e getoond heeft, door de Hofganger mhamet Aref, darvan verwittigt, aanstonds bij de Nababgegaan en hem bewoogen had, zig de zaak niet verder aante trekken, en en niet te willen verhinderen dat het Lijk na de gewoonte der Persies wierd ter aarde besteld. Dat hiermeede dit geval dus vreedzaam afgeloopen is, ƒ. het geen in ongunstige tijden, en wanneer men ons moeijte zoekt aan te doen, van veel gevolg zoude hebben kun„ =nen zijn, indien het volk in het allerminst was g'insti= =geert om aan het geval een nadeelige keer te geeven, waar„ =van onder anderen ten voorbeeld dienen Kan het voorval van het jaar 1757. omstandig, beschreeven bij de gemeene Resolutie van den 1:e Meij en de se Creete Resolutien van den 2 en 3 Meij deszelven Jaars. Gt Waarop gedelibereerd en inagtinge genoomen sijnde dat we zijn in een Land daar zelfs alles wat eenigzints aan¬ =leijding geeven kan om ons met het Gouvernement over ve hoop te helpen, ernstig dient te worden geweerd, is goedge„ =vonden en verstaan den E: Fiscaal van der Sleijden te injungeeren, om in stilte te onderzoeken of van dit Geval wijders iets te ontdekken is, dat deeze Vergadering zoude kunnen in staat stellen om daar teegens voor den aanstaande te voorzien, en intusschen aan alle de onderhoorige van de Comp. die op de Werffwoonen, op het ernstigst en op pane van swaare Straffe te beveelen om geene Vreemde inlandsche menschen die niet tot ons behooren, op de werff te houden, of op eeniger hande

NL-HaNA_1.04.02_10418_0159 view scan ↗

English

in any way give cause for them to remain upon the same after the gates shall have been closed. Thus done, resolved, and decided in the Dutch Office Souratta, on the day, month, and year mentioned. Was signed: Wm. J:s van de Graaff, A:m J:s Cluijsken, J:b van der Hleijden, C:s van Citters Aantzoon, C:n Heijdeman, R:s C:s de Passij, Wm. L:n Sontag, E:t N: Wiardi, and P:s van Toulon. Agrees, C: A: Wiardi, secretary. Monday, the 3rd of November Anno 1777, in the afternoon. All present except the Honorable Fiscal van der Sleijden due to indisposition. Read in the meeting was a report from the merchant and fiscal, the Honorable Jacob van der Sleijden, stating that he, pursuant to and in compliance with the secret resolution of the 7th of August last, examined, has conducted an investigation in order, if possible, to discover whether the unexpected death of the Persian mentioned circumstantially in the aforesaid secret resolution had also occurred through any mistreatment or violence, but that he, through the most accurate inquiries, has been able to learn nothing other than that this man had died a natural death, caused, as is thought, because he, overloaded with strong drink, went to sleep that night in the open air and rain; whereof it is understood to keep this record. Thus done, resolved, and decided in the Dutch Office Souratta, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: Wm. J:b van de Graaff, A:m J:s Cluijsken, E: van Citters, Co. Heijdeman, R:s C:s de Passij, Wm. Lk. Sontag, and E:t Ns. Wiardi. Agrees, E: A: Wiardi, secretary. N. S. Wolff Secret Resolutions of the 7th of August and 3rd of November 1777. No. 4. Copy 77 Batavia. To His High Nobility, The High Noble, Right Honorable, Wide-Commanding Lord, Jeremias van Riemsdijk, Governor-General on behalf of the state of the free United Netherlands and its General East India Company, and The Honorable Gentlemen, Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Commanding Lord, and Honorable Gentlemen, I have delayed until the last moment my respectful report regarding my negotiations with the Nabob about the permission to receive the linens at the wharf, have them cleared of customs, and shipped from there, because I had still always hoped for a good outcome thereof. Since 137 separate, 72, the receiving of Your High Nobilities' very honored order on this subject, I have caused the Nabob to be spoken with repeatedly about it, and especially at the last when the customs clearance was at hand, and I even finally caused my utmost instructions on this matter to be disclosed to him; but when I today, when the final customs clearance had to take place, caused him to be spoken to further and most emphatically about it, with the request to send me a clear decision whether it could be done or not, he sent me the reply that he saw no chance of getting it through with the English government unless I could enable him to even step over something of value; and since the authorization of Your High Nobilities on that matter is limited, I could do nothing further about it this time, and the customs clearance and shipment has consequently taken place as usual. I shall do my best to see if I can obtain it for the following year, but it seems very uncertain to me whether it will succeed, the more so as the Government of Bombay, as they say, is about to pass next year to Mr. Carnak, with whom the Nabob is not on good terms at all. I therefore take the liberty hereby respectfully to request Your High Nobilities for Your most favorable authorization to repair the old lodge in the inner city if I cannot obtain the aforesaid permission, for this building, as Your High Nobilities will see from the general advices, unless substantial repairs are done to it, is no longer fit to receive and handle the linens therein. I have the honor to be, with the deepest respect and true loyalty, Was written underneath: High Noble, Right Honorable, Wide-Commanding Lord, and Honorable Gentlemen, Your High Nobilities' very humble and obedient servant, Was signed: W: J: van de Graaff. In the margin: Suratte, the 30th of December 1777. Agrees, W. van de Graaff No. 2. Surat Advices. 208 Netherlands, being the first set. 237 141 The ship Ouwerkerk. Batavia. To His High Nobility, The High Noble, Right Honorable, Wide-Commanding Lord, Jeremias van Siemsdijk, Governor-General on behalf of the state of the United Netherlands and its General East India Company, Together with The Honorable Gentlemen, Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Commanding Lord, and Honorable Gentlemen, The ship Ouwerkerk arrived in this roadstead on the 24th of February, and we had the honor to receive well with the same Your High Nobilities' original missive of the 10th of August of the past year, as well as a further letter of the 23rd of September following thereupon. To the first, we have already dispatched our respectful reply with the ship Venus, under date of the 25th of December last, the duplicate of which accompanies this. The 1000 lb of Carmanian wool for the fatherland further demanded in the second letter has not been obtainable up to now; we have given commission for it anew. The aforesaid ship was forced in passing to call at Cochin to be provided with necessary drinking water and to be repaired of some defects, as was done, and according to the expense account sent to us, the charges thereof amount to 238 ƒ412. 15: 8. It remained there for more than a month, and since Cochin lacked necessary trade wares, the ministers caused to be unloaded from it: 750

Dutch transcription

133 133 eeniger hande wijze aanleijding te geeven datze op de„ zelve blijven nadat de poorten zullen geslooten zijn. Aldus Gedaan Gerezolveert en gearres¬ teerd in het nederlands Comptoir souratta, ten Daage, Maanden Jaare vermeld. /:was getee= m p. J3 =kend :/ W=m J:s van de Graaff A=m J:s Cluijsken, P J:b van der Hleijden, C:s van Citters Aantzoon C=n Wm Heijdeman, R:s C:s de Passij, W=m L=n Sontag, e E:t N: Wiardi en P:s van Toulon. Accordeert vt C: A: Wiardi sec: Maandag Den 3e: November A:o 1777. Alle present uijtgezonderd den 's agtermiddags E: fiscael van der Sleijden door indispositie Is ter Vergadering geleezen een Rapport van den Koopman en fiscaal D' E: Iacob van der Sleijden houdende, Dat Hij ingevolge en ter voldoeninge aan het secreet besluijt van den 7:e Aug:s Jongstleeden— heeft te ƒ Nagezien heeft onderzoek gedaan, om was het mogelijk te ontdekken of de onverwagte Dood van de Persie komstandig bij voorsz: sekzeet besluijt vermeld :/ ook door eenige Mishandeling of Gerveld was toegekomen, Dog dat Hij door de aller naauwkeurigste informatien niets anders heeft kunnen verneemen als dat dien Man d zoo Zijn natuurlijke dood gesturven was, veroorsaakt zoo als men denkt, door dien hij overlaaden met sterk en Drank, dien Nagt in de open Lugt en reegen is gaan slaapen; Waarvan verstaan is deese Aanteekening te houden. Aldus Gedaan Geresolveert en Gear= =resteerd in 't Ned=s Comptoir souratta, ten Daage„ Maand en Jaare voormeld /:was Geteekend./ W=m J=b van de Graaff, A=m J:s Cluijsken E: van Citters, Co Lk Sontag, en Heijdeman, R:s C:s de Passij, W=m E.:t Ns Wiardi. Accordeert. E: A: Wiardipr Jec: N„ S„ Wolff ƒ Secreete Resolutien Wan den 7e: augustus, en „ 3:e november 1777 N:o: 4. Copia 77 Batavia Aan zijne Hoog Edlheid Den Hoog Edelen Gest=re Groot agtb: wijd gebiedende Heere Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal van weegens den staat der vrije vereenigde Nederlanden en haare algemeene oost= Jndische Comp:, en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gestr Groot agtb: Wijd gebiedende Heer, en Wel Edele Heeren Ik heb tot het laatste toe uijtgestelt mijn eerbiedig berigt noopens mijne onderhandelingen met de Nabab over het verlof om de lijwaaten op de werf te moogen ontfangen, doen vertollen en van daar afscheepen, om dat ik nog altoos op een goeden uijtslag daarvan had gehoopt. zedert 137 appart. 72 het het ontfangen van Uw Hoog Edelheeden zeer g'eerde ordre op dit onderwerp, heb ik de Nabab daar„ over te meermaalen doen onderhouden, en zon„ „derheid op het laatst dat de vertolling op handen was, en ik heb hem zelfs eijndelijk mijn uijterste last op dit stuk doen openen, dog doen ik heeden dat de laatste vertolling geschieden moest, hem naader op het nadrukkelijkst daarover deed spreeken, met verzoek, om mij duijdelijk bescheijd te willen zenden of het geschieden kon of niet heeft wij mij laaten antwoorden, dat wij geen kans zag om het bij het Engels Gouvernement door te krijgen ten zij ik hem in staat konde stellen om zelfs over iets dat van waarde was te kunnen heen stappen, en wijl de qualificatie van UW Hoog „ Etelheeden op dat stuk bepaelt is, heb ik daaraan ditmaal niets verders kunnen doen, en de vertolling en afscheep is dienvolgens geschied naer gewoonte. Jk zal mijn best doen of ik het voor het volgende Jaer verkrijgen kan, dog het schijnt mij zeer onzeeker of het zal kunnen lukken, te meer het Gouvernement van Bombaij, zoo men zigt, aanstaande Jaer staat over te gaen op ƒ 23 op de Heer Carnak, met wien de Nabab gants niet breed staat. Jk gebruijk dierhalven door deezen de vrijmoedigheid UW Hoog Edelheeden eer „biedig te verzoeken om Hoogst Derzelver guns„ tige qualificatie tot het repareeren van de oude Loge in de binnen stad, zoo ik voorsz: verlop niet bekoomen kan, want dit gebouw zoo als UW Hoog Edelheeden uijt de gemeene advisen zullen zien, zonder ^ daaraan merkelijke reparatien gedaan worden, niet langer bequaam is om de lijwaaten daarin te ontfangen en te behandelen Jk heb de eere van met de diepste eerbied en waare trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Gest: Grootagtb: Wijd gebiedende Heer en welEdele Heeren Uw Hoog Edelheeden zeer onderdanige en gehoorsaame Dienaer /:was geteekent:/ W: J: van de Graaff, /:in margine:/ Suratte den 30. decemb: - 1777. Akkordeert. Wr van de Graaff H=o 2. Souratse Adwijsen 208 Neederland Synde het eerste Stel 237 141 het schip Ouwerkerk. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijd gebiedenden Heer Jeremias van Siemsdijk Gouverneur Generaal van wegens den staat der vereenigde Nederlanden en waare algemeene oost- „Jndische Comp: Benevens De Wel Edele Heeren Baaden van Nederlands Jndiaa Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere En Wel Edele Heeren. Het schip ouwerkerk is den 24:' februarij ter deezer rheede g'arriveerd, en we hebben de Eer gehad met met het zelve wel te ontfangen uw Hoog Edelheed origineele missive van den 10:e aug:s des voorleeden Jaars, benevens een nadere brief van den 23:e 7ber daar aan volgende. op de Eerste hebben we bereeds met het schip Venus afgevaardigd ons Eerbied antwoord onder dato 25:e xber: laatstleeden, welkers dupp: deezen verzeld= De bij de tweede brief nader gevorderde 1000: lb Carmenische wol voor het vaderland is tot nog, toe niet te krijgen geweest. we hebben op nieuw daartoe kommissie gegeeven. voorsz: schip is genoodsaakt geweest en passant gp Cochim aan te doen om van benodigd drinkwater voorsien en van eenige gebreeken verholpen te worden, zoo als er gedaan, en blijkens de ons toegesondene on „kost Rekening beloopen de ongelden daar van 238 ƒ412. 15: 8: Het zelve heeft aldaar ruijm een maand vertoeft, en wijl Cochim gebrek aan be= „nodigde Handel wharen had, hebben de minis„ „tert daaruijt doen ligten. 750:

NL-HaNA_1.04.02_10418_0173 view scan ↗

English

750 canassers of powdered sugar, of which 50 canassers have served to satisfy a Ceylon requisition. 50 canassers of candy sugar 50 chests of cloves 30 chests of nutmegs. This ship had 10 deaths on the voyage from Batavia to here, and during the lay days 5 persons deserted from it. From the original circular letter received on this occasion, written by Your Right Honourables on the 29th of December 1775, we have seen with great sorrow that it has pleased Heaven to dispose of the life of the late His Right Honourable the Right Honourable Governor General Petrus Albertus van der Parra, whose soul may rest in peace. His Right Honourable the Right Honourable Lord Jeremias van Riemsdijk having been elected once again to this eminent dignity, we take the liberty hereby to congratulate the well-mentioned His Right Honourable therewith in the most respectful and most sincere manner. We pray to God Almighty for His blessing upon His Most Esteemed person and weighty governance. Pursuant to the Resolution of the 17th of March, upon the requisition made by the skipper Stavorinus, the following ordinary necessities were granted for the service of this vessel, namely: Caulkers to caulk the ship Half a barrel of pitch Half a barrel of warp tallow The necessary oakum, due to a lack of old ropes 30 coolies for unloading and loading The repairing and tinning of the galley ware The repairing of the binnacle and steward's lamps Chinese planks and firewood for dunnage Mats and nails for matting the hold A heavy spare rope to be returned upon departure Good conduct pay for the ship's crew. The stipulated provisions and refreshment money, and for 10 European seafarers who were dispatched from Batavia with that vessel beyond the number for which provisions were supplied, calculated at 9 months for the outward and return voyage. Two months and 6 days of provisions for the Moors who also crossed over from Batavia, since they were only supplied for three months and this period expired on the 27th of December last. The aforementioned skipper Stavorinus also requested the repair of the ship's boat, provided the expenses for it should not run too high. According to the reports of the Master of Equippage Boelen and of the Fiscal and Members of Justice who examined the condition of this craft, it was found to be in such a poor state that it is not worth incurring the expenses that are unavoidable to make it somewhat serviceable again. We therefore decided on the 17th and 23rd of March to sell this craft if possible, or otherwise to have it broken up, the more so because the skipper Stavorinus declared in his aforesaid request to have no hesitation in departing for Batavia without a boat. This resolution has since been carried out, and that craft yielded 84 rupees at public auction. Pursuant to the aforementioned resolution of the 23rd of March, at the request of the chief surgeon, the following medicines were further supplied, in consideration of the fact that this vessel was supplied at Batavia for only 100 heads, yet 130 sailed over, and that in addition 110 Moors are now returning, namely: [illegible] The logbook of the voyage hither has been properly examined by the Fiscal and the Master of Equippage of this place and is forwarded among the annexes, together with the report of the examination. That of the ship Venus has already been dispatched with that vessel. The draught of the bearer of this letter was not examined upon arrival at this roadstead, because some goods were discharged from it at Cochin, and the report received from Batavia concerning this is returned among the annexes. With this we proceed to the usual annual report of this Directorship, and begin with The vessels belonging here In the latest general description of the 30th of April 1776, the necessity was demonstrated to Your Right Honourables to keep the crew in service for the smalschip De Jonge Petrus, and to keep that vessel itself under its equipment. The same reasons continued until the 5th of June following, when, pursuant to the Resolution of that day, the sailors were discharged and the vessel was dismantled. Shortly after the execution of that resolution, between the 10th and 11th of June, a heavy and at that time very unusual freshet arose very unexpectedly; a large number of vessels, among which a three-masted ship, were set adrift on that occasion and were wrecked or suffered severe damage. And one of these, being a two-masted native vessel, came drifting before the bow of the aforementioned smalschip with such violence that the forward or shore ropes parted, and it too being set adrift thereby, remained grounded just beside the Company's Garden on a sloping height, with great danger of overturning at the slightest fall of the water. This freshet also washed away a large part of the earth with which the palisade work on the northeast side of the wharf was filled, and a palisade of laths standing from the northeast creek to the river to enclose the wharf was completely broken by the drifting vessels, of which we report here at the same time because both of these cases are treated in the same papers and are more or less connected with each other. According to

Dutch transcription

143 750: Cann:s Poedet suijker waarvan 50. Cann: hebbben gestrekt ter voldoening van een Ceijlonse Eijsch. 50: Cann: Candij suijker 50: kisten Nagulen Nooten. 30: „ Dit schip heeft op de reijse van Batavia na hier 10: dooden gehad, en geduurende de legdaagen zijn daar van gedesteerd 5. persoonen. Bij de ter deezer geleegentheijd ontfangene ori „neele Circulaire missive geschreeven door uw Hoog Edelheedens den 29:' December 175: Hebben we met veel leedweesen gesien dat het den Hemel behaagt heeft te disponeeren over het leeven van wijlen zijn Hoog Edelheid den Hoog Edelen Heere Gouverneur Generaal Petrus Albertus van der Parra /: 9. 9. / Tot deeze Eminente waardigheijd wederom verkooren zijnde zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Heere Jeremias van Riemsdijk, gebruijken wij de vrijmoedigheijd welgemelde zijne Hoog Edelheijd daar mede op de allereerbiedigste en welmeenenste 239 welmeenens te wijze door deezen te vergelukken. We bedelen God Almagtig om zijnen zeegen over Hoogst Desselfs perzoon en swaarwigtig bestier. Volgens Resolutie van den 17:e maart is op den gedanen Eijsch van den schipper Havorinus ten dienste aan deezen bodem g'akkordeert de on „dervolgende ordinaire benodigtheeden, te weeten: Kalfaters om het schip te Kalfaten Een half vat pik Een half vat Warpuijs Het benodigde werk mits gebrek aan oude Touwen 30: sjouwers tot het Lossen en Laaden het repareeren en vertinnen van 't kombuijs goed Het repareeren van de nagthuijs en botteliers lampen Chineese planken en brandhout tot Guarneering Matten en spijkers tot het afmatten van 't ruijm Een swaar touw ter waarlo om bij vertrek gerestitueerd te worden Goede maanden voor 't scheeps volk. - De bepaalde provisien en verversing, penning, en voor 10. Europeesen zeevaarende die met dien bodem meerder van Batavia versonden 145 verzonden zijn, dan waar voor geproviandeert is, voor de heet en weeder rijze gerekent op 9. maanden. Twee maanden en 6. dagen provisie voor de mooren die van Batavia meede overgekemen zijn, alzoo voor dezelve maar drie maanden verstrekking gedaan, en deeze tijd op den 27:e xber: Jongstleeden g'expireert geweest is. voormelde schipper stavorinus heeft meede versogt het repareeren van de scheeps boot in dien de ongelden daartoe niet te Hoog mogten loopen. volgens de Rapporten van den Equipagie opsiender Boelen en van de fiskaal en Leeden der Justitie welke de gesteldheijd van dit vaartuijg g'examineerd ƒ hebben is het zelve in zodanigen slegten staat bevonden, dat het zelve niet waardie, is, dat daaraen gedaan wierden de ongelden die onvermijdelijk zijn om het zelve weeder eeniger maten bruijkbaar te maaken. We hebben derhalven op den 17:e en 23:e maart beslooten dit vaartuijg des mogelijk te 240. verkoopen of anders te laaten vernietigen, te meer om dat den sepper Stavorinus bij bij voorsz: zijn Request heeft verklaart geene zwar „righeijd te maaken om sonder boot na Batavia te vertrekken. Aan dit besluijt is zeederd volken en dat vaartuijg, heeft bij vendutie gerendeert rop:s 84 volgens voorm: besluijt van den 23:e maart zijn op het versoek van den oppermeester nog verstrekt de ondervolgende medicamenten uijt aanmerking dat deezen bodem te Batavi maar voor 100: koppen verstrekt is en er egter gevaaren 130: mede overgaande zijn, mitsgaders dat er thans boven dien 110: stuks mooren meerder te rug gaan, Teweeten F: J Het Journaal van de reijse na herwaarts is behoorlijk door den fiskaal en Equipagie m:r deeser g'examineert en gaat onder de bijlaagen over met en benevens het rapport van de examinatie. Dat van het schip Venus is bereeds met dien bodem verzonden De Dieptreeding van den brenger deezes is bij aan „komst ter deezer rheede niet g'examineert, om dat te 147 te Cochim eenige goederen uijt het zelve geligt zijn, en het desweegens van Batavia ontfangene rapport gaat onder de Bijlaagen weeder te rug. Hier meede gaan we over tot het gewoone Jaarlijkse verslag van deeze Direktie en beginnen met De vaartuijgen hier te Huijs hoorende Bij de Jongste generaale beschrijving van den 241 30: April 1776: is aan uw Hoog Edelheedens ver„ „toond de noodzakelijkheijd om het volk voor het smalschip De Jonge Petrus in dienst, en dat vaartuijg zelve onder zijne Equipagie te moeten houden. Dezelfde redenen hebben gecontinueert tot den 5:' Junij daaraan volgende wanneer volg:s Resolutie van dien dag de mattroosen afgedankt zijn, en het vaartuijg ontuijgt is. — kort na de executie van dat besluijt tusschen den 10: en 11:' Junij ontstont zeer onverhoeds een zwaar en in dien tijd zeer ongewoone afwate— „ring een groot getal vaartuijgen, waar onder een een drie mast schip raakten, bij die geleegentheijd driftig, en verongelukten of kreegen swaare gebreeken en een deezer zijnde een twee maste Jnlands vaartuijg kwam voorm: smalschip met zodanige geweld voor de boegdrijven dat de voor of land Touwen kwamen te springen en het zelve daar door mede driftig rakende, bleef het even bezijden de Comp:s Thuijn op een afhellende Hoogte vast zitten met groot ge= „vaar om bijde minste valling van het water te zullen omkenteren. Deeze afwatering heeft meede doen verspoelen een goed gedeelte der aarde waarmeede opgevult is het Paalwerk aan de N: O: kant van de werff en een stakietsel van Latten dat van de N: O: beek tot aan de revier staat om de werff te vrijden, is door de afdrijvende vaartuijgen ten eenemaal gebrooken, waar van we hier te gelijk verslag doen om dat beijde deeze gevallen bij dezelfde 242 papieren verhandelt en daar daar min of meer met malkanderen verbonden zijn. — volgens

NL-HaNA_1.04.02_10418_0179 view scan ↗

English

149 According to the Resolution of 12 June, two members from the assembly were appointed to examine what was broken and lost, and following their report, it was resolved on the 25th following to have the broken and damaged items repaired, and to have other equipment provided in place of the unserviceable and missing equipment goods. The missing anchor and grapnels have all been fished up again, with the exception of one grapnel of 762 lb which, according to the resolution of 11 December past, has been written off in the books, after the declaration submitted concerning it and all the other missing equipment goods was sworn according to the order. The specification of the cost of the aforementioned repairs and provisions amounts in cash to 1155. 25 rupees and from stock to 946: 5 rupees, or together 2071: 30 rupees; the same was examined and approved in the assembly on 17 January of this year. 243. In accordance with the ordinary annual repairs and provisions deemed necessary by the appointed commissioners for the service of all the vessels, the same were agreed to at the meeting of 31 August, and the specification thereof, amounting in cash to 1600: 26 rupees and from stock to 1029: 38 rupees, or together 2630: 16 rupees, was approved on 11 December past. This is 1813. 7 rupees less than in the previous year, which reduction is amply equal to what the sold narrow-ship De Mosselschulp used to bear in these expenses. However, to prevent errors, since the indistinct manner in which these accounts are drawn up does not allow for a sufficient basis to judge them, it was resolved on the same day to have the accounts arranged henceforth in such a way that the expense for each vessel is specified separately, in order to be able to compare the same with the submitted requisitions of the master of equipment and the customary annual reports. 131 Regarding the statement and elucidation requested by Your Right Excellencies concerning the narrow-ship De Mosselschulp, the master of equipment was ordered by resolution of 4 November to provide a report. This report was entered into the resolution of 17 January, from which and from the aforesaid resolution we take the liberty to remark: 1st. That although the inspection report of that vessel was only submitted on 19 December 1774, the repairs etcetera deemed necessary on it were nevertheless already begun the day before, on the orders of the former Director Bolman, who presumably already had knowledge of its findings by then. 244 2nd. That although on the 25th following the former master of equipment Van der Wegge had some pieces cut out of the solid hull, the work was nonetheless continued on the orders of the former Director Bolman and brought so far that this vessel had already been brought back into the water when the commissioned council members came to inspect it. 3rd. That consequently, upon this second commission, the aforesaid vessel had to be hauled out and scraped once more, and that having been rejected by this commission for the voyage to Batavia, it had to be greased again and launched into the water, all of which was only completed on 5 January following. 4th. That it certainly could soon have been established whether the said master of equipment Van der Wegge was in the right in his further statement, but that without further examination the work could nevertheless not be suspended, as there was no time to lose if the vessel, despite the opinion of Van der Wegge, were to be found fit for the voyage to Batavia by the commission appointed by the resolution of 26 December 1774; that this resolution 153 245. should certainly have been put into execution immediately, but that the failure to carry it out can only be imputed to the former Director Bolman. 5th. That as regards in particular the master of equipment Boelen, who undertakes to confirm with an oath his declaration that the amounts listed in his specification entered into the resolution of 4 April 1775 were indeed expended and consumed by him in the service of the aforesaid vessel, the same cannot in our humble opinion be held responsible in this matter, because the continuation of the work took place on the express orders of the former Director Bolman; and as the latter consequently would also be solely answerable for this order had he remained, we take the liberty very respectfully to request Your Right Excellencies for authorization to write off the expenses incurred on this occasion to the amount of 930: 3 rupees. We have had entered into the books the goods that were prepared for the service of the aforesaid narrow-ship De Mosselschulp for the voyage to Batavia and have since remained in the custody of the master of equipment, in order to be used as occasion arises for whatever they are most suitable; they consist of the following, namely: 1 topmast 1 topsail ahaa of doti 1 topsail 1 crossjack 1 outer jib 1 large stay sail of Dutch canvas 1 stay foresail 1 inner jib 3 pieces of bunting, namely: 1 red 1 blue and 1 white According to the resolution of 31 August, the ordinary seamen for the vessels were taken into service on the first of October following. The costs of the same consisted of the following, namely: On 24 October the horry De Meeuw was 246 to

Dutch transcription

149 volgens Resolutie van den 12:e Junij zijn twee leeden uijt de vergadering benoemd om te waminee„ „ren het geen gebrooken en verlooren was, en op derzelver berigt is op den 25:' daaraan beslooten om het gebrokene en beschaadigde te laaten herstellen, en in steede van de onbeq: en absent geraakte Equipagie goederen andere te doen 1 verstrekken. De vermiste anker en dreggen zijn alle wederom opgevist, uijtgesonderd een dreg van 762: lb die volgens besluijt van den 11:e xber: passato bij de Berken is afgeschreeven, na dat de daar van en van alle de andere absent ge „raakte Equipagie goederen, ingediende verklaa„ „ring na de ordre was b'eedigt De specificatie van het kostende van de voorenstaande reparatien en verstrekkingen bedraagt in Kontant rop:s 1155. 25. en uijt voorraad rop:s 946: 5: of te zamen Rop:s 2071: 30: dezelve is den 17:e Januarij deezes Jaars in ver= „gadering G'examineert en goed gekeurt, overeenkomstig 243. overeenkomstig de door expresse Gecommitteerdens noodig geoordeelde ordinaire Jaarlijkse reparatien en verstrekkinge ten dienste van alle de vaar„ „tuijgen, zijn dezelve ter vergadering van den 31:' aug:s geaccordeert, en de specificatie daar van groot jen kontant Rop: 1600: 26: en uijt voorraad Rop:s 1029: 38: ofte zamen rop:s 2630: 16: is den 11. xber: j=oleeden geapprobeerd. zo is rop:s 1813. 7. minder dan in het voorgaande Jaar, welke vermindering ruijm bedraagt het geen het verkogte smalschip De Mosselschulp in deeze Lasten pleegd te draagen. Ter voorkoming egter van abuijsen, wijl de indistincte wijze op dewelke deze reekq: zijn opgemaakt niet toe„ „laat om daar over met genoegzame grond te kunnen oordeelen, is ten selven daage beslooten om de reekq: voortaan indiervoegen te laaten inrigten, dat het bekostigde aan ider vaartuijg apart gespecificeerd word ten eijnde dezelve te kunnen vergelijken met de ingediende Eijsschen van den Equipagie opsiender en de gewoone Jaarlijkse Rapporten. - Nopens 131 Nopens de door uw Hoog Edelheedens Gerequi „reerde opgave en elucidatie weegens het smal schip De Mosselschulp is den Equipagie opziender bij besluijt van den 4: 9ber: gelast om te dienen van Berigt. Dit Berigt is ter resolutie van den 17:' Januarij ingeschreeven, waaruijt en uijt de voorsz: resolutie we de vrijheijd gebruijken van aan te merken. 1:e Dat schoon wel het rapport der bezigtiging van dat vaartuijg eerst den 19. xber: 1774: is ingekomen niet te min met de daaraan nodig geoordeelde re „paratie etc=ra reeds 'sdaags te vooren begonnen is, op Last van den gew: Diackteur Bolman die vermoedelijk toen reeds van dies bevinding heeft kennisse gehad. — 244 2: Dat wel op den 25:' daaraan den voormalige, Equipagie opziender van der wegge eenige stukken uijt de vaste huijd heeft doen kappen, dog dat des onvermind het werk op Last van den gew: Direkteur Bolman is voortgezet en in zoo verre averbragt dat dat dit vaartuijg reeds weeder in het waater was gebragt, doen de Gecommitteerde raads leeden het zelve zijn komen bezigtigen. — 3:e Dat mits dien voorsz: vaartuijg bij deeze tweede kommissie andermaal heeft moeten worden op de wat gehaalt en afgeschraapt, en dat het zelve bij deeze kommissie tot de reijze na Batavia aff= „gekeurd zijnde, wederom heeft moeten worden gesmeert en te water gebragt, al het welke eerst den 5. Jann: daaraan is klaar gekomen. 4: Dat het zeekerlijk spoedig was te ervaaren geweest of den gem: Equipagie opziender van der Wegge in zijne nadere opgave het gelijk aan zijne zijde hadde, dog dat zonder nader ondersoek nogthans het werk niet konde worden gestaakt, wijler geen tijd te verliesen was, zoo het vaartuijg, niet tegenstaande het gevoelen van van der Wegge tot de reijze na Batavia mogt zijn in staat bevonden door de kommissie vast gesteld ter resolutie van den 26:e xber: 1774: dat dit besluijt 153 245. besluijt zeekerlijk ten eersten had moeten worden ter executie gelegd, dog dat het niet doen uijtvoeken daarvan alleen aan den gew: Direkteur Bolman kan worden g'imputeerd. — 5:' Dat wat in het bijzonder aangaat den Equippagie opziender Boelen, die aanneemt met Eede te be „vestigen zijn verklaaring, dat het opgebragte bij zijn specificatie ingeschreeven bij resolutie van den 4:e april 1775. door hem werkelijk ten dienste van het voorsz: vaartuijg is uijtgegeeven en verbruijkt, dezelve naar ons nedrig oordeel in deezen niet kan worden gehouden verantwoordelijk te zijn om dat het voortzellen van den arbeijd is geschied op expresse Last van den gew: Direkteur Bosman, en wijl dezelve mits dien ook alleenig voor deeze ordre aanspreekelijk soude zijn, indien hij gebleeven was, nemen wij de vrijheijd uw Hoog Edelheed:s zeer Eerbiedig te verzoeken om qualificatie tot het afschrijven van het in deese Gelegentheijd besestigde ten Comma van Rop:s 930:3: Wij Wij hebben bij de boeken laaten inneemen de goederen die ten dienste van het voorsz: smalschip De Mosselschulp tot de reijze na Batavia aange „maakt en zeederd onder berustinge van den Equipa„ „gie opziender verbleeven zijn, om bij geleegentheijd te worden verbruijkt, waartoe ze meest dienelijk zijn, ze bestaan in het volgende, Teweeten. 1. Steng 1. top zeijl ahaa van dotij 1. top zeijl 1. breefok 1. buijten kluijver 1. groote Hag zeijl van Hollands Zeijldoek 1. stag fok 1. binnen kluijver) 3. stukken vlagge doek, teweeten 1. rood 1: blauw en 1. wit volgens besluijt van den 31:e aug:s zijnde gewone zeevarende voor de vaartuijgen op primo 8ber: De Jogten daaraan in dienst genomen. derzelve hebben bestaan in de volgende, als Op den 24:' 8bed: is de Horrij De Meuwe 246 ter

NL-HaNA_1.04.02_10418_0185 view scan ↗

English

155 to collect returns to Jambusar, and a hired houri departed for Broach convoyed by the smalschip De Jonge Petrus. This hiring was decided upon in order not to be destitute of a capable vessel to collect the most precious goods upon the arrival of the Company's ship or ships, and for which reason the houri Dordrecht had to be kept back. On 25 November, the houri De Merwe departed once again for Broach under convoy of De Jonge Petrus for the aforementioned purpose, and with the smalschip, on 9 January of this year, the annual gift goods were carried thither, as well as steering thither again on 23 March to collect some returns. The vessels presently belonging here at home consist of: A smalschip De Jonge Petrus, built in [illegible] and is long stem to stern 80½ and wide at its waterline 22 feet, carries 24 pieces of cannon of which 12 pieces of 3 lb and 2 pieces of 4 lb, besides 10 pieces of swivel guns of 1 lb balls. A houri De Dordrecht, which was built in the year 1713, is long stem to stern 66 and wide at its waterline 21 feet, carries 16 small pieces of cannon of which 10 pieces of 2 lb and 6 pieces of 1 lb ball. The houri De Merwe, built in the year 1769, is long stem to stern 54 and wide at its waterline 17 feet, carries 6 pieces of 1 lb small guns. And a country boat that was purchased for the Company in the year 1772. According to the submitted report of the special commissioners of 23 January, who examined all the buildings and the vessels of the Honorable Company here, and which report is registered with the General Transfer of this Directorate, these vessels are in general in a good condition. 157 248 The write-ins and write-offs. On 31 August, disposition was made regarding the shortages found upon verification in the armory on the occasion when this administration was transferred to Sergeant Carel Christiaan Seeke. Regarding the small discrepancies and some goods found unserviceable, we take the liberty to refer to the resolution taken thereon, and only note from it that, according to the same, there were written off as found missing in the books: 10 lb copper wire, 400 pieces of fixed cartridges, and 375 pieces of musket balls, which presumably were issued in the garrison and which the previous administrator neglected to report; furthermore, 14 half-pikes and 400 pistol balls that were likewise found missing in the military guard; and finally, some unserviceable goods found missing, consisting of 1 piece musket, 2 pistols, 6 broadswords with iron grips, and 1 iron scraper. On 4 November, disposition was made on a submitted report of the secunde, formed from the memorandum of the warehouse master concerning the merchandise weighed out successively over a full year from the parcels of 1771/2, 1772/3, 1773/4, 1774/5, and 1775/6, showing their surpluses and deficits and the remaining balances under the ultimate of August. Of the parcels mentioned therein that were not yet cleared at the time, it was understood only to write off 166¼ lb dust and heads of cloves, besides 497½ lb maced nuts that have already been dispatched to Batavia in a sealed sack with the ship Venus. And because on that occasion it was neglected to dispose upon the 19½ pounds of elephants' teeth mentioned in the warehouse master's aforementioned memorandum, which were found short on the weighed parcel of 3839¼ pounds, amounting to ½ percent, such was since done by 249 resolution of 17 January last past, according to 159 which they were still written off under the ultimate of August. According to the aforementioned resolution of 4 November, there were also written off 164 5/6 pounds of vermilion found short upon re-weighing in the warehouses, on the grounds that of the casks in which this vermilion was enclosed, 8 pieces were found to be entirely eaten through by white ants, through which this deficit arose. On 11 December, disposition was made upon a further report of the secunde and the warehouse master's memorandum belonging thereto concerning various shortages found on the collected merchandise brought in 1772/3, 1773/4, and 1774/5, and of which the parcels are entirely cleared. According to the same, there were found short on the spices mentioned therein: 310 lb or 13 3/8 percent on the mace brought in the year 1772/3 with Beemsters Welvaaren, 2630¾ lb or 6 5/8 percent on the cloves, and 1382 7/8 lb or 4 5/8 percent on the nutmegs that were brought in 1773/4 with Beemsters Welvaaren and Westerveld. These shortages are, we willingly admit, exceedingly large; however, we had to resolve to write them off after the members of 250 the Council of Justice who were present at the successive weighings had sworn their reports, as was done according to what was recorded in the resolution of 17 January following, in consideration of the fact that the spices are stored in a separate room, the keys of which are kept with the Chief Administrator, and which moreover always remains sealed with the seal of the Court of Justice; that the delivery of the same also constantly takes place in the presence of two judicial members before the fiscal, who to that end repeatedly have the spice room unsealed and unlocked in their presence, and in the same manner have it locked and sealed again, so that the spices issued

Dutch transcription

155 ter afhaal van Betouren na Jamboeser en een ingehuurde worrij na Bretelira vertrokken ge „convoijeerd door het smalschip De Jonge Petrus. — Tot deeze inhuuring is beslooten om bij aankomst van 'sComp:s schip of scheepen niet verstooken te zijn, van een bequaam vaartuijg ter afhaal der precieuste goederen, en waartoe dierhalven de Horrij Dordrecht moest worden aangehouden. Op den 25:' 9ber: is de Hourij De Merwe onder Konvoij van De Jonge Petrus ten eijnde voorsz: ander„ „maal na Brootchia vertrokken, en met liet smalschip zijn op den 9:e Januarij deses Jaars na derwaarts weggebragt de Jaarlijkse Geschenk goederen, mitsgaders Op den 23:e Maart weder na derwaarts gestevend ter afhaal van eenige retouren. De thans hier te Huijs horende vaartuijgen bestaan in Petrus Een smalschip De Jonge is aangebouwd in re: wrr0: en is lang oversteeven 80½ 80½. en wijd op zijn uijtwatering 22: voeten voerd 247 24. stukken kannon waarvan 12. p:s van 3: en. 2. p:s van 4. lb benevens 10. p:s draaij bassen van 1. 5. bals. Een Horrij De Dordrecht die aangebouwd is in A:o 1713 is lang oversteeven 66: en wijt op zijn uijtwakering 21. voeten, voerd 16. stukjes kannon waarvan 10. p:s van 2. lb en 6. p:s van 1. lb ball. — De Hourij De Merwe aangetimmerd in A:o 1769: is lang over steeven 54. en wijd op zijen uijtwatering 17: voeten voerd 6. p:s 1. ld=dens stukjes. - En Een Land schuijt die in het Jaar 1772. voor de Comp: is ingekogt volgens het ingediende Rapport der expresse gecommitteerdens van den 23:e Januarij die alle de gebouwen en de Vaartuijgen der: E: Comp: alhier hebben g'examineerd en welk rapport ingesch: is bij het Generaal Transport deezer Direktie zijne, deeze bozemtenl in het Generaal Transport deezer Dinkse zijn, deeze bodemtjes in het Generaal in een goede staat. . 157 248 De in en afschrijvingen. Den 31:e aug:s is gedisponeert op de bij konfrontatie bevon„ „dene minderheeden in de wapenkamer ter Gelegentheijd dat deeze administratie is overgegaan aan den sergeant Carel Christiaan Seeke. Nopens de klijne verschillen en eenige onbeq: bevonden goederen, nemen wij de vrijheijd ons aen de daarop genomen resolutie te gedraagen en merken daaruijt alleenig aan dat volgens dezelve bij de boeken als te min bevonden afgeschreeven zijn 10: lb koper draat, 400: stuks vaste pat= „troonen en 375. stuks snaphaan kogels die vermoedelijk in het Guarnisoen verstrekt en bij den voorigen administrateur verzuijmt zijn op te geeven. voorts nog 14. halve pieken en 400. pistool kogels die insgelijks te min bevonden zijn in de militaire wagt, en eijndelijk eenig te min bevondene onbequaame goederen bestaande in 1. p:s snaphaan, 2. pistoolen, 6. Wouwers met eijsere greepen en 1. eijzere kratser. Den d e Den 4. November is gedisponeert op een„ ingediende Berigt van den secunde geformeert uijt de memorie van den Pakhuijsm:r nopens de in een rond Jaar uijt de parthijen van 177½ 177 2/3 177 3/4 17 1/5 en 17 7/6. successive uijtgewogene Koopman „schappen met aantoninge van dies over en onderwijf en de onder ult:o aug:s verblevene restantens. Van de daarbij vermelde parthij die doen nog niet afgeloopen waaren, is verstaan alleen te doen afschrijven 166. 4. lb stoff en kroontjes van Nagulen be- „nevens 497½. lb vermijserde Nooten die in een verzeguld zak met het schip Venus reeds na Batavia verzonden zijn. - En wijl ter dien Gelegentheijd versuijmt is, te disponeeren op de bij voorsz: memorie van den Pakhuijsm:r vermelde 19½. ponden Eliphants Tanden die op de uijtgewogen parthij van 3839¼. ponden te min bevonden zijn, uijt „makende —½. p:r C:o s:t is zulks zedert gedaan bij 249 resolutie van den 17:' Januarij Jongst Leeden volgens 159 volgens dewelke ze nog onder ult:o aug:s afgeschreeven zijn. - Volgens voorm: resolutie van den 4:' 9ber: zijn nog afgeschreeven 164. 5/6. ponden Vermilloen die bij zijn, naweging in de pakhuijsen te min bevonden op fundament dat van de vaaten waarin deeze ver„ „milloen beslooten was 8. stuks zijn bevonden door de witle mieren ten eenemaal te weezen doorvreeten waar door deeze minderheijd is ontstaan. Den 11:e December is gedisponeert op een nader Berigt van den secunde en de daar toe gehoorende memorie van den pakhuijsmeester nopens di= „verse bevondene minderheeden op de afgehaalde Koopmansz: in 1772/3n, 177/4 en 17 4/5 aangebragt, en waarvan de partijen ten eenemale afgeloopen zijn. Volgens dezelve zijn op de daar bij vermelde specerijen te kort bevonden 310: lb of 13 3/8. p:r C:o op de in A:o 177 2/3. met Beemsters Welvaaren aangebragter foelij of maeis, 2630¾4. lb of 6 5/8. prC=o op de Negulen en 1382 7/8. r of 4.5/8. p:r C:o op de Nooten nooten die in 177¾. met Beemsters Welvaaren en westerveld zijn aangebragt. Deeze te kort ko „mingen zijn, wij bekennen het geern boven de maat groot, egter hebben we tot de afschrijving daarvan moeten besluijten na dat de Leeden van 250 den raad van Iustitie welke bij de successive uijtwegingen zijn tegenwoordig geweest, hunne Rapporten zouden hebben b'eedigd zo als geschiet is volgens het aangetekende ter resolutie van den 17:e Januarij daaraan, uijt aanmerking dat de specerijen in een apart vertrek zijn opgeslaagen, waar van de sleutels bij den Hoofd Administrateur worden bewaard, en het welk boven dien met het zegul van de Justitie altoos verzeguld blijft dat ook het afgeven derzelve steeds geschied ten bijweezen van twee Justitieele Leeden ten overstaan van den fiskaal die het specerij Hok ten dien eijnde in hunne tegenwoordigheijd telkens doen ontsegulen en ontsluijten, en in zelvervoegen wederom doen sluijten en versegulen, zoo daa de specerijen uijtgegeeven

NL-HaNA_1.04.02_10418_0191 view scan ↗

English

have been issued and that consequently the Warehouse Master in this matter is beyond accountability. We have nevertheless, in order to prevent such large shortages of the spices in the future, instructed the Fiscal and Members of Justice not only to exercise all possible vigilance during the weighing out of the spices so that the Company is not prejudiced therein through negligence or infidelity, but also to give notice thereof immediately to the Director whenever, upon weighing out, a shortage of more than 1 per cent is found. Furthermore, according to the aforesaid resolution of 17 December, ½ per cent or 21 pounds of vermilion found short upon delivery has been validated to the Warehouse Master on that which was brought in with the consignments of the year 177¾ by the ships Westerveld and Beemsters Welvaaren. Concerning the 926 /8 pounds of Japanese copper also mentioned in this resolution which were found to be in surplus upon weighing out, we have already had the honor to inform Your High Nobilities in our latest latest respectful letter. Regarding taxes and discharges, we had the honor in our last respectful letter of 25 December to inform Your High Nobilities of what had taken place in that regard up to that date; in this one we shall deal with what has occurred since that time. In the aforesaid missive of 25 December we informed Your High Nobilities that the Junior Merchant and Cashier Contag was called to account in the meeting of 13 December as surety for the former Director Bosman to an amount of Rop:s 16000:—. He subsequently submitted on 23 January a petition, containing a request to be acquitted of this payment. This request was mainly based on these two reasons: firstly, that in the meeting of 31 August he requested to be released from this suretyship, and and secondly, that in this suretyship he reserved to himself the power to release himself therefrom at all times, wherefore he considered himself released and consequently no longer liable. From the resolution of 31 August to which the Cashier appeals in this matter, it has been found that he was not released by the Council as surety, but that a note was made of his request, and the second point of his defense clearly refers only to that part of the suretyship whereby the Junior Merchant Contag also bound himself to remain surety for four more years after the said Director Bosman should have transferred the Directorate. Said Cashier was therefore regarded in the aforesaid meeting of 23 January as an actual surety and held liable for the amount of the sum mentioned in the suretyship, and since he declared himself unable to make the payment, we had his goods legally inventoried and sold for the benefit benefit of the Company. According to what was recorded on 8 February, these yielded a sum of Rop:s 529 /14, for which proceeds the account of the former Director Bosman in the trade books, of which further mention is to be made below, has been credited, and the Cashier Contag was debited on his pay account for the deficiency, likewise for the benefit of the account of said former Director. The aforesaid Cashier has since, on 23 March, in a second report further asserted that his request made on 30 August to be released from this suretyship was granted to him by the entire Council. In proof thereof he appeals to the notes kept in the minute book and the first extension of the draft resolution of that day. Upon examination hereof it was found that the note in the minute book and the first extension of the resolution, which although struck through, is nevertheless still legible, are such as the Junior Merchant Contag states. However, Secretary Wiardi, upon the oath taken by him when assuming his office, declared that in the haste of keeping the minutes in the meeting he confounded this entry with the immediately preceding entry in which the Fiscal van der Cleijden was released from his suretyship for the former Equipage Overseer Kuijl, and that this mistake subsequently gave rise to the incorrect extension in the resolution; that he, the Secretary, having afterward recalled the matter better to mind, and having especially remembered that the former Director Bosman had merely agreed to the oral request of the Cashier that he would provide other sureties, without having otherwise put this request to the vote, and that consequently no decision could have been taken thereon, struck through this first extension and made the note thereof precisely and in such manner as it is entered in the original resolution; and that all this occurred before and prior to his presenting the draft of the resolution to the former Director Bosman for approval. All the members of the meeting of that time have likewise unanimously and each one individually declared upon the oath taken by them that the Secretary's advance statement is the truth, namely that the request of the Junior Merchant Pontag was not put to the vote, that consequently no decision could have been taken thereon, and that the Secretary's note is genuinely such as the case transpired in the meeting. This assurance of all the Members of the Council, we trust, will be found by Your High Nobilities sufficient in proof that this is an innocent mistake. The titular Junior Merchant Zimmerman passed away on 1 February, and since he for his share in the reimbursement of the illumination funds still on his pay

Dutch transcription

161 251 uijtgegeeven zijn en dat dienvolgens den Pakhuijs „meester in deezen buijten verantwoording is. We hebben niet te min om zoo groote te kort kominge op de specerijen in de aanstaande te voorkoomen, de fiskaal en Leeden van Justitie gelast om bij het uijtweeging der specerijen niet alleen alle mogelijke oplettendheijdt te gebruijken op dat de Komp: door magtzaamheijd of ontrouwe daar bij niet word verstont maar ook om winneer er bij uijtweeging, meer dat 1. p:r C:o te kort bevonden word, daar van aan den Direkteur aanstonds kenniss te geeven. Aan den pakhuijsm:s zijn voorts volgens voorsz: resolutie van den 17:e December gevalideerd – ½. p„r C:o of 21. ponden vermilloen bij uijtleevering te kort bevonden op die in de partijen der A:o 177¾. met de scheepen Westerveld: en Beemsters welvaaren zijn aangebragt. Over de bij dit besluijt nog vermelde 926 /8. ponden koper Japans die bij uijtweeging, over bevonden zijn, hebben we reeds de Eere gehad uw Hoog Edelheed:s bij onze Jongste Jongste Eerbiedige te onderhouden. Belastingen en ontheffingen aan „gaande, hebben we bij onze Laatste Eerbiedige van den 25. xber: de Eere gehad uw Hoog Edelheed:s te bedeelen wat daar omtrend tot dien datum heeft plaats gehad, bij deeze zullen we verhandelen het geen zeedert dien tijd voorgevallen is. — Bij voorsz: missive van den 25:e December hebben we uw Hoog Edelheedens bedeeld dat den onderkoopman en Kassier Contag ter vergadering van den 13:e xber: is aangesprooken als borge voor den gew: Direkteur Bosman tot een be= „draagen van Rop:s 16000:—. Hij heeft ver„ „volgens op den 23:e Januarij overgegeeven een Request, houdende versoek om van deeze betaa= „ling te mogen worden vrijgekent. Dit versoek 252. heefd Hoofdzakelijk ten grondslag deeze twee reedenen. sen eersten dat hij in vergadering van den 31:' aug:s heeft versogt van deeze Borgtogt ontslaagen te zijn en 163 en ten Tweeden dat hij zig bi deeze Borgtogt heeft voorbehouden de magt om zig daarvan ten allen tijden te kunnen ontslaan, en waarom hij oordeelde ontslaagen en dies volgens niet aanspreekelijk meer te zijn. Bij het besluijt van den 31:' aug:s waas op den kassier zig in deezen beroept, is bevonden dat hij niet door den Raad als borge ontslaagen, maar van zijn versoek aantekening is gehouden, en het tweede point zijner defensie heeft duijdelijk alleen zijn betrekking tot dat gedeelte der Borgtogt waarbij den onderkoopman Contag zig meede verbind nog vier Jaaren Borge te zullen blijven na dat den geld: Direkteur Bosman Transport van de Directie zoude hebben gedaan, gemelde kassier is derhalven in voorsz: vergadering van den 23:e Januarij als een wezentlijke borge aangemerkt en voor het be„ „loop der somma bij de Borgtogt vermeld aansprekelijk gehouden, en wijl hij verklaart heeft tot de betaaling onvermogens te zijn, hebben we zijne Goederen geregtiglijk laten Jnventarisen en ten behoeve behoeve van de Komp: verkoopen dezelve hebben volgens het aangeteekende op den 8:e Februarij gerendeert een somma van Rop:s 529 /14. voor welk provenue de Rekening van den gew: Direkteur Bosman bij de Negotie Boeken waar van hier onder nadet staat gesprooken te worden is gekre„ „diteert en den Kassier Contag is voor het manquee„ „rende op zijne zoldij Rekening, belast insgelijks ten behoeve der rekening van gem: gen: Direkteur. Voorsz: kassier heeft zedert op den 23. e maart bij een tweede Berigt nader beweerd dat hem zijn op den 30: aug:s gedaan versoek om van deeze borgtogt ont „slaagen te zijn door den gantschen Raad is geaccordeert geworden. Wij beroept zig ten bewijze daarvan op de gehoudene aantekeningen in het Notul boek en de Eerste extensie van de minut resolutie van dien dag. Bij het nazien hier van is bevonden dat bij de aantekening bij het Notul boek en de eerste extensie der Resolutie die schoon dooregehaalt, 253 egter 165 egter nog leesbaar is, zodanig zijn als den onderkoopman Contag opgeeft dog de sekretaris Wiardi heeft op den Eed door hem bij het aanvaarden van zijn functie gedaan, verklaard, dat hij door haast in het houden der notulen in de vergadering deeze post heeft geconfondeert met de onmiddelijk voorgaande post waarbij de fiskaal van der Cleijden van zijn Borgtogt voor den gew: Equipagie opziender Kuijl is ontslaagen, en dat dit abuijs vervolgens aanlijding, heeft gegeeven tot de verkeerde extensie bij de Resolutie dat hij 254. secretaris zig naderhand de zaak beeter te binnen gebragt, en zig inzonderheijd herinnerd hebbende, dat den gew: Direkteur Bosman op het mondeling versoek van den Kassier alleen had aangenomen an„ „dere borgen te zullen stellen, zonder voor het overige dit versoek in omvraage te hebben gelegt, en dat daarop derhalven geen besluijt genomen had kunnen worden deeze eerste extensie heeft door gehaalt- en de aanteekening daarvan gedaan even, en zodanig alszo bij de Org:s besolutie ingeschreeven is, en dat dito dit een en ander is geschied voor en al eer hij de minut van de resolutie ter approbatie heeft gepresenteert aan den gew: Direkteur Bosman. Alle de leeden der vergadering van dien tijd hebben insegelijk eenparig en een ieder in het bijzonder verklaart op den Eed door hun gedaan, dat het geavanceerde van den secretaris de waarheijd is dat namentlijk het versoek van den onderkoopman Pontag niet in omvrage gelege is, dat daarop bij gevolg geen besluijt heeft kunnen genomen worden, en dat de aantekening van den secretaris wezentlijk zodanig is, als het geval zig in de vergadering heeft toegedraa „gen. Deeze verseekering van alle de Leeden van den raad, vertrouwen wij dat bij uw Hoog Edelheed:s toerijkende zullen worden bevonden ten bewijse 255. dat dit een onschuldig abuijs is. — Den Fitt:r onderkoopman Zimmerman is op den 1: februarij overleeden, en wijl hij voor zijn aandeel in de vergoeding der Jlluminatie gelden noe, op zijn zoldij

NL-HaNA_1.04.02_10418_0197 view scan ↗

English

pay account was in deficit, and he is also liable for many other assessments, the estate left by him was seized and subsequently sold at public auction. According to the record of the Resolution of 17 February, the same amounted to rop:s 1245: -. From these moneys, there shall be paid into the treasury for the benefit of the Company as much as the aforementioned Zimmerman still owes on his pay account on account of the illumination moneys, and the remainder shall be kept in sequestration until Your Right Honorables shall have further disposed of the further assessment items in which this Zimmerman has a share. By the resolution of 17 March, two Statements of Charges were entered, drawn up from the Batavia Invoices of 28 September and 9 November 1776, with the decisions set down in the margins thereof. Pursuant thereto, in execution of the Resolution of 4 November last, the pay accounts of the Members who must share in the ordered compensation for the stranded ship Walcheren have been duly debited, which together amounts to ƒ 198963: 7: -, and furthermore, for a further charged amount of ƒ 1556: 10: -, being the share that the said Members were ordered to pay toward the deficit in the estate of the deceased captain Thomassen on account of his share in this assessment, for 5/6 portion. For the amount that the former Director Bosman must bear in this charge, to an equal sum of ƒ 198963: 7: - according to the first Statement and of ƒ 1556: 10: - according to the second Statement, his account that he has in the books has been debited. The Members of the Council who have the misfortune of having to share in this compensation for the ship Walcheren have, according to the record of the aforementioned resolution, requested that the motives upon which they already, in their petition sent with the Venus, believed they might request Your Right Honorables to be relieved from this assessment, might be presented further and most forcefully to Your Right Honorables, and that it be especially shown to the Same that not only was no resolution ever taken to detain the ship Walcheren here after 18 April, but that the departure or detention of this ship was never even discussed in the meeting after the difficulties raised by the Nawab made its dispatch impossible, and that since the execution of the orders concerns the Director in particular, they hope that if it is found that the aforementioned Director was negligent in this, this may not be imputed to them. Furthermore, that Your Right Honorables will likewise favorably please to exempt them from the portion that Captain Thomassen, on account of neglect of duty found by Your Right Honorables, was ordered to pay—likewise a matter entirely beyond their fault—and which has now been further charged to them insofar as it could not be recovered from the estate of the aforementioned Thomassen. The Director takes the liberty of presenting both matters to Your Right Honorables in the most favorable manner and of supporting the same with his humble request. The second, Sluijsken, has in particular requested that it be presented most respectfully on his behalf to Your Right Honorables that he could never have consented to the detention of the ship Walcheren after 13 April, since he departed from here on 13 January and only returned from his commission to Bombay on 19 April, and that it is solely attributable to his zeal and care that the English Council here was ordered by the Bombay administration to compel the Nawab to cease all further hindrances regarding the dispatch of the ship Walcheren, with the result that that ruler gave permission on 23 April to take the necessary Moorish sailors into service and to dispatch them with the provisions. He requests, moreover, that it may be taken into consideration that it falls very oppressive and hard upon him to have to bear 5/6 for the loss of a ship for whose speedy dispatch he did everything in his power on his part. He furthermore submitted to us at the meeting of 17 March a memorandum addressed to Your Right Honorables, containing a demonstration of his conduct in the performance of his office during the administration of the former Director Bosman, with a request to send it to Your Right Honorables; the same is enclosed among the annexes. According to the aforementioned marginal decisions, the returned 12 Tholas of attar of roses have been delivered to the agents of the former head surgeon Van der Spaenkel, and the amount thereof, to ƒ 544: 13: 8, has been written off against the moneys that the aforementioned Van der Spaenkel deposited here. In the invoice of 9 November, among other things, an amount of ƒ 48: 8: - was charged to this place on account of the higher cost of the 4 pairs of spectacles with silver springs and temples. According to the decision adopted, these spectacles were also charged here; but as the same were charged in the invoice of the ship Venus at ƒ 18: 10: -, and the invoice states that the same were received from the Netherlands with the ship 't Huijs de Vrijweg on 1 September 1776, we think that there is an error in this, and this being so, we request Your Right Honorables for authorization to reverse one of these two charges. Regarding the further charges and credits that were dealt with according to order, we request to be allowed to refer to the aforementioned marginal decisions. On 17 February, the second, Sluijsken, submitted a petition to the meeting addressed to Your Right Honorables, containing his defense regarding

Dutch transcription

167 zoldij Rekening te kwaad stond, en hij meede aan „spreekelijk is, in veele andere belastingen, zijnde bij hem nagelatene goederen in beslag genomen, en vervolgens bij publicque vendutie verkogt. Volgens het aangetekende bij Resolutie van den 17:e februarij hebben dezelve bedraagen rop:s 1245: -. van deeze penningen zal ten behoeve der komp: in kas geteld worden zoo veel gem: Zimmerman wegens de Jlluminatie gelden op zijn zoldij Rekening nog ten agteren staat en het overige zal in se „questratie gehouden worden tot dat uw Hoog Edelheedens nader zullen hebben gedisponeert over de verdere posten van Belasting waar in deezen Zimmerman deel heeft Bij de resolutie van den 17:e Maart zijn ingeschreeven twee Berigten van Aanrekeningen. # geformeerd uijt de Bataviasche Factuuren van den 28:' 7ber: en 9:e 9ber: 1776: met de daarop in mar= Ingevolge van dien „gene gestelde besluijten; zijn ter uijtvoering van de Resolutie van den 4: . 4: November J: leeden behoorlijk belast de zoldij de keningen der Leeden die in de geordonneerde vergoeding van het gestrande schip Walcheren deelen moetet, het geen 256 met den anderen bedraagt ƒ198, 63: 7. —. en dan nog, voor een nader aangerekent bedraagen van ƒ 1556: 10:— zijnde het aandeel dat dezelve Leeden opgelegd is te betaalen in het geen de boedel van den overleeden schipper Thomassen te kort is gekomen weegens zijn aandeel in deeze belasting voor — 76. portie. — Voor het geen der gew: direkteur Bosman in deeze aanrekening dragen moet tot een gelijke sommas van ƒ196963:7:— volgens het Eerste en van ƒ1556:10. —. volgens het tweede Berigt, is zijne rekening die hij bij de boeken heeft gedebiteerd. — De Leeden van den Raad welke het ongeluk hebben in deeze vergoeding van het schip Walcheren te moeten deelen hebben volgens het aangeteekende ter voorm: resolutie versogt, dat de motiven, waar op ze reeds bij derzelver adres dat met de denus versonden 169 verzonden is, gemeent hebben uw Hoog Edelheed:s te moogen versoeken om van deeze belasting te moogen werden Gereleveert, nader en op het kragtigste aan uw Hoog Edelheed:s mogten voordraagen en Hoogst Dezelve insonderheijd werden vertoond, dat er niet alleen nooijt geen besluijt genoomen, is om het schip Walcheren na den 18:e april hier aan te houden, maar dat 'er zelfs over het vertrek of aanhouden van dit schip nimmer in de vergadering ge „sprooken is, dato na dat de moeijelijkheeden door de Nabab verwekt het verzenden daarvan onmogelijk maakte, en dat wijl de uijtvoering 257 der ordres de Directeur in het bijzonder aangaat. ze verhoopen dat zo bevonden word, dat gem: Direkteur hierin nalaatig geweest is, hen dit niet mag worden geimputeert. Voorts dat uw Hoog Edelheed„s hen insgelijks gunstiglijk ge„ „lieven te ontheffen van de portie die de schipper Thomesson door uw Hoog Edelheedens uijt Hoofde van bevondene pligtversuijme /:insgelijks een zaak geheel buijten hun hun schuld is opgelegd en hun nu nog nader ten Laste gebragt is voor zoo verre ze uijt de nalaatenschap van gem: Thomassen niet heeft kunnen werden gevonden. De Direkteur neemt de vrijheijd uw Hoog Edelheed:s het een en ander op het gunstigst voor te draagen en het zelve met zijn nedrig versoek te ondersteunen. De secunde sluijsken heeft in het bijzonder ver„ „sogt om uw Hoog Edelheed:s zijnent weegen op het berbie„ „digste voor te draagen dat hij nimmer heeft kunnen konsenteeren in de aanhouding, van het schip Walcheren na den 13:' April, wijl hij den 13: e Januarij van hier vertrokken en Eerst den 19. april uijt zijn Kommissie van Bombaij te rug gekomen is, en dat het eenige zwa„ „ten aan zijn iever en borg is toeteschrijven dat den Engelsen Raad alhier door het ministerie van Bombaij gelast is, om den Nabab te varpligten tot het staa„ „ken van alle verdere verhinderingen betrekkelijk 258 de depeche van het schip Walcheren, met dit gevolg dat dien regent op den 23:e April permissie heeft gegeeven om de nodige moorse mattroosen in 17 in dienst te neemen, en die met de provdn te mogen afzenden. Hij versoekt boven dien dat in Ronsideratie mag worden genomen, dat het voor hem zeer drukkeend. en hart valt voor 5/6. te moeten draagen in het verlies van een schip tot welkers spoedige depeche hij van zijne zijde alles in het werk gestelt heeft. Wij heeft voorts ter vergadering van den 17:e maart nog aan ons overgegeeven een memorie aan uw Hoog Edelheed:s gezigt, houdende een aantoo= „ning van desselfs Conduites in het waarneemen van zijn ampt geduurende het bestier van den gew: Direkteur Bosman met versoek om ze aan uw Hoog Edelheed:s te zenden, dezelve gaat onder de Bijlaagen over. — Volgens de voorsz: marginale dispositien zijn de te rug gezondene 12: Tholas Etter van roosen aan de gemagtigdens van den gew: opper „chirurgijn van der spaenkel overgegeeven, en het bedraagen daarvan tot ƒ544: 13. 8. is afge= „schreeven van de penningen die gem: van der Sweenkel alhier 73 alhier genamptiseert heeft. Bij de factuur van den 9. 9ber: is onder meer na herwaarts aangereekent een bedraagen van ƒ 48. 8. -. 259 wegens het meerder kostende van de 4. brillen met daar silvere veeren en beugels. volgens het opgenome besluijt zijn deeze brillen daar mede alhier belast dan wijl dezelve bij de factuur van het schip venus aangereekent zijn met ƒ18. 10. - en bij de factuur staat dat dezelve met het schip 'T Huijs de Vrijweg, uijt Nederland ontfangen zijn, den 1:' 7ber: 172 denken, we dat hier in een abuijs is, en dit zoo zijnde versoeken we uw Hoo g Edelheed:s om qualificatie tot de te ruc rekening van een van beijde deezer aanreekeningen. Nopens de verdere aanreekeningen en te goede brengingen, die na de ordre verhandeld zijn, versoeken we ons te mogen defereeren aan de voorsz: marginale besluijten. — op den 17:e Februarij heeft de secunde sluijkken ter vergadering overgegeeven een request gerigt aan uw Hoog Edelheed:s houdende, zijne verdiging over

NL-HaNA_1.04.02_10418_0203 view scan ↗

English

4 72 ƒ 13 concerning the debts of the brokers for which he has been declared liable according to what was recorded in the resolution of 13 December, we have the honor to transmit that request with its enclosures in original alongside this. Concerning the Purchase or Acquisition of Returns, that of the Year 1775 had its complete settlement at the meeting of 17 February according to an accounting inserted into that resolution, the Suppliers having received from the treasury for that contract 1698 rupees 12 more than the Goods delivered, which have been refunded by them. The Contract on the Requisition for the Year 1776 will likewise be settled as soon as possible, as soon as the chintzes have arrived that must still be supplied for this Requisition, and which for the greater part are already on the bleaching field. The Contract for the Year 1777 has not yet been able to take place, because it is still too early in the season to enter into any firm contracts with the Suppliers; however, this will be done as soon as possible. Regarding the Sale of the goods that were brought by the ship Venus, we had the honor to inform Your Right Noblenesses in our last respectful letter of 25 December, and as appears from the resolution of 17 March, the merchandise brought with Ouwerkerk has been ceded to the brokers for the same prices, conditions, and obligations for which the first-mentioned from the ship Venus were sold. As shown by the following Gross Yield drawn up from this sale, on an imported amount of 54550 florins 19 stivers 8 penningen, there was a profit of 111822 florins 5 stivers 8 penningen, or 205 percent. And as appears from the following true Yield of the merchandise collected in the financial year 1774/75, on a Purchase amount of 70107 florins 2 stivers, a net profit was made of 328276 florins 1 stiver 8 penningen, or 468 1/4 percent. The General Yield prepared according to the model is transmitted as usual among the Enclosures accompanying this. We have already dispatched our Requisition of merchandise with the ship Venus, a duplicate of which is included among the enclosures to this. In the same, we requested 85000 lb of cloves should the ship Ouwerkerk not arrive, otherwise 65000 lb. We noted above that the Cochin ministers removed 6070 lb of cloves from the cargo of the aforesaid ship, wherefore we request that 15000 lb may be sent to us instead, and thus together 80000 lb of cloves. Furthermore, we request that there may also be sent to us: 40000 lb of Red Lead instead of the requested 25000 lb; we think that it will be saleable at 18 to 20 rupees per picul. 20000 lb of Satsuma Camphor, if it can be sold for 65 to 70 rupees per 100 lb. It is currently beginning to rise somewhat, and perhaps more can be made from it. On the other hand, we request that of the Goods requested in the aforesaid Requisition, the following may be excused: 6 of the 12 requested penknives 30 sheets of cardboard 2 weights of 10 lb each 2 weights of 5 lb each 2 weights of 4 lb each 2 weights of 3 lb each 2 weights of 2 lb each 2 weights of 1 lb each 2 weights of 1/2 lb each 2 weights of 1/4 lb each 2 weights of 1/8 lb each 20 Ambon Beams 15 Tanjang Beams 12 pieces of capstan bars 150 pieces of sawn ribs 200 pieces of tile laths, and 1 piece of nut warp. Furthermore, we let follow here in due order a List of the merchandise remaining in the warehouses as of 31 March, all of which we hope will be collected before the arrival of the upcoming ships. Regarding Repair and Carpentry, the following specifications concerning the ordinary annual works were approved at the meeting of 4 November, namely: One for the annual relaying of the roof tiles in and around the Lodge in the inner city, amounting to 369 rupees, or 100 rupees 44 less than in the previous year. And one for repairs carried out on and the relaying of the tiles of all the dwellings, guardhouses, and warehouses at the Wharf etc., amounting in cash to 1029 rupees 4 and from stock 193 rupees 47, or together 1223 rupees 44. This is in general 159 rupees 38 less than in the previous year. At the said meeting, 145 rupees were also agreed upon instead of the stated 165 1/4 rupees for some Repairs to the Lodge in Ahmedabad. The extraordinary works were likewise approved in the aforesaid meeting of 4 November, and have consisted of the following, namely: A specification for the making of two state flags, for which a resolution was already taken on 7 March 1771. These cost 278 rupees 36, or 75 rupees less than what two similar ones amounted to in the year 1763. In that same specification were also charged 363 rupees 3 for the making of some copper works according to the resolution of 17 March 1774 on the Report of the unsuitable goods. A specification for the painting of the dwelling of the Director, as well as the fronts of the Houses occupied by the Members of the Council, item the Bellhouse and the street lanterns at the Wharf, amounting in Cash to 217 rupees 9 and from stock 168 rupees 23, or together 385 rupees 42. One for required Office necessities for the Trade Office, amounting to 36 rupees 36. And one for what was made for the service of the secretariat of police, amounting to 107 rupees. The ordinary Annual Gifts at the Surat Office consisted of a Project that was recorded by resolution of 8 June, to the amount of 5941 florins 6 stivers 8 penningen at purchase price and 7463 florins 5 stivers 0 penningen at selling price, being 81 florins 9 stivers less at purchase and 531 florins 5 stivers less at selling than in the previous year. At the meeting of 4 November was approved a proposal submitted by the former Director Bolman

Dutch transcription

4 72 ƒ 13 over de schulden der makelaars voor dewelke hij volgens het aangeteekende bij resolutie van den 13: xber: aansprekelijk verklaard is, we hebben de Eer dat request met dies bijlaagen nevens deeze in origineel over te zenden Den Jnkoop off Insacam van Retouren betreffende, daar van heeft die van A:o 1775: ter vergadering van den 17:e februarij zijn volkomen verevenen gehad volgens een bij dat besluijt ge„ „insereerde aanwijsing hebbende Leveranciers 260 op die aanbesteeding meer uyjt kassa ontfangen dan aan Goederen geleeverd voor Rop:s 1698: 12. en welke weeder door haar gerestitueerd zijn. De Aanbesteeding op den Eijsch voor het Jaar 1776: zal meede ten spoedigsten verevend worden zoo drae zullen ingekomen zijn de Chitzen die op deezen Eijsch nog moeten worden voldaan, en voor het grooter gedeelte reeds op de bleek zijn. — De Aanbesteeding voor A:o 177: heeft nog niet Bunnen kunnen geschieden, om dat het nog te vroeg in de tijd is om met de Leveranciers eenige vaste kon„ „tracten te kunnen aangaan, zulks zal egter zoo dra mogelijk geschieden. De Verkoop van de goederen die met het schip Venus aangebragt d zijn hebben we de Eer gehad uw Hoog Edelheed:s te bedeelen, bij onze Laatste Eerbiedige Letteren van den 25:e xber: en blijkens besluijt van den 17:e maart zijn de koopmansz: met ou- „werkerk aangebragt aan de makelaars afgestaan voor dezelve prijsen, Conditien en verbintenissen waar voor de Eerst gemelde van het schip Venus zijn verkogt; uijtwijsers het van deezen verkoop Geformeerde ondervol„ „gende Buuw Rendement is op een aangebragt bedragen van ƒ54550: 19. 8. gewonnen ƒ111822: 5. 8. off p:r C:o 205: s:s F: J: En 175 26 1 En blijkens het ondervolgende waare Rendement des in het boekjaar 177 6/75. afgehaalde koopmansz: zijn er op een Jnkoops bedraagen van ƒ70107. 2. suijver gewonnen ƒ328276:1. 8. off 468/4. p:r C:o s. s F: J: Het na het model geinformeerde Generaale Ren„ „dement gaat bezijden deezes na gewoonte onder de Bijlaagen over onzer Eijsch van koopmanschappen hebben wij reeds met het schip Venus versonden, waarvan een dubbeld onder de bijlaagen deezes gaato. Bij dezelve hebben wij versogt om 85000: lb Nagulen zo het schip ouwerkerk niet komen mogt, andersints om 65000: –. lb. We hebben hier boven genoteert dat de Cochimse ministers uijt de Lading van voorsz: schip geligt hebben 6070: lb Nagulen, waarvoor wij versoeken dat ons 15000: lb in de plaats mogen werden gesonden en dus te zamen 80000: lb. Nagulen. Voorts versoeken we dat ons nog mogen werden werden gesonden 40'000: —. lb Roode Menij in steede van de gevraagde 25000: lb we denken datze teegens 18. â 20. rop:s de pikol zal verkoop„ „baar zijn 20'000. lb Camphur satsumase Zoze voor 65. â 70. rop:s de 100: lb kan worden verkogt. ze begint thans wat te reijzen en misschien zal er meer van kunnen worden gemaekt. Daar en teegen versoeken we dat van de bij voorsz: 262 Eijsch gevraagde Goederen mogen werden geexcuseert. 6. J van de 12. gevraagde pennemessen 30. blaaden bord papier, 2. gewigten van 10. lb ijder 2. 2. 2. 2. — —½ „ „ —¼. „ 20. Balken Ambons „ 1/8. „ „ 4. „ „ 3. „ „ 15. 2. - - _ v 2. — —. - _o 0 _o 2. „ 1. „ „ 2. „ „ „ „ „ 5. „ —„ 2. 77 15. Balken Tanjang 12. p:s wind boomen 150. „ gezaagde hibben 200: „ panne Latten en 1. „ nooten warp. Voorts laaten we hier nog na de ordre volgen Een Lijst der op dato 31:' maart in de pakhuijsen per restant Leggende koopmansz: die we Hoopen dat alle voor de komst der aanstaande scheepen zullen zijn afgehaalt. Reparatie Timmeragie en daarvan zijn betrekkelijk De ordinaire Jaarlijkse ter vergadering van den 4:' 9ber: Geapprobeert de volgende specificatien, Teweeten; Een weegens het Jaarlijks verleggen der pannen in en omstreeks de Logie in de binnen stad groot rep:s 369:- off minder als in het voorgaande Jaar rop:s 100: 44: I: J: en En Een van gedaane reparatien aan en het verleg„ 263 „gen der pannen van alle de wooningen wagt en groot pakhuijsen op de Werff ac=a in Kontant rop:s 1029: 4. en uijt voorraad Rop:s 193: 47. of te zamen rop:s 1223: 44. Dezelve is over het generaale minder als in het voorgaande Jaar ro/os 159: 38: Ter gemelde vergadering zijn meede g'akkordeert rop:s 145:- in steede van de opgebragte rop:s 165¼. voor eenige Reparatien aan de Logie te Amed-Abaad. —. De Extra-ordinaire zijn meede in voorsz: verga„ „dering, van den 4:e November g'approbeert, en hebben bestaan in de volgende, Teweeten Een specificatie wegens het aanmaken van twee staatie vlaggen waartoe al op den 7. maart 1771: besluijt genomen is. Dezelve hebben gekost zop:s 278: 36: off rop:s 75. –. minder als twee soort gelijke in het Jaar 1763. bedraagen hebben. — Bij die zelfde specificatie zijn meede opgebragkt rep:s 363. 3. wegens het aanmaaken van eenige koperwerken volgens besluijt van den 17:' maart 1724. op 70 264 op het Berigt der onbeq: goederen. — Een specificatie wegens het schilderen van de wooning, van den Direkteur, zo mede van de fronten der Huijsen die door de Leeden van den Raad bewoond worden, item het klok Huijs en de Paal lant „haarns op de Werff groot in Kontant rop:s 217: 9. en uijt voorraad rop:s 168: 23: ofte zamen rop:s 385. 42. Een wegens vereijschte Comptoir behoeftens voor het Negotie Comptoir groot rop:s 36: 36: En Een voor het aangemaakte ten dienste van de secretarije van politie groot rop:s 107. De ordinaire Jaarlijkse Geschenken hebben ten Comptoir souratta bestaan in een Project dat bij resolutie van den 8 Junij ingeschreeven is, ten bedraage van ƒ5941: 6. 8. In- en ƒ7463. 5. 0. verkoops de voorgaande zijnde minder als in het Jaar ƒ 81. 9. —. en ƒ 531: 5. —. uijtkoops. — Ter vergadering van den 4:e November is g'approbeert een door den gew: Direkteur Bolman ingediende

NL-HaNA_1.04.02_10418_0210 view scan ↗

English

submitted account of such Pomadys as were gifted by him on various occasions in the financial years 1765 and 1766: in the first-mentioned year these amounted to rop:s 1030: —. which were written off against prior years' expenses and charges, and in the second year rop:s 570. —. At Brootchia, likewise, no other gifts took place than the ordinary annual ones, of which the plan is inserted by resolution of the 10th January 1766, and the same amounted to ƒ552. 14. —. 3r. - and ƒ1894: 16. –. sales, which is more than the previous year's ƒ. 5. 1. 8. and ƒ 75. 2. sales. — According to annual custom, a Pomady to the value of rop:s 25. — was also delivered there to the brokers on the Heathen New Year. Pay Books: the same have been inspected according to the order by two members of the political council pursuant to the decision of the 4th November and found correct. Two sets of these have already been dispatched with the ship Venus, and the third is now being sent over. Regarding the Moorish Seafarers, the Pay Bookkeeper De Vassij has informed us that the agents of the Moorish seafarers, their guarantors, and families have repeatedly and finally most strongly insisted upon a formal settlement of accounts for some crews whom they claim no longer exist, and are more fully mentioned in that report, and which crews are also no longer found in the latest Report on the Moors from the Commander and Master Attendant at Batavia and the received specifications of payment. The Pay Bookkeeper has further reported that, upon verifying this, he at the same time confronted the aforesaid papers with the pay books and found that in almost all the remaining crews, especially those sent before the year 1773, many people are still running on the books who are found neither in the aforesaid Report of the Commander nor in the specifications of payment, and therefore are according to the highest probability either dead or absent. Upon this, by resolution of the 17th February last, we authorized the Pay Bookkeeper, with respect to all these Moorish seafarers found absent up to the year 1773 inclusive, to settle the accounts with the crimps and the guarantors and to make payment, if possible, at one-eighth less than they stand credited for, out of consideration that it cannot be other than harmful to the Company to let such Moorish seafarers, of whom there can be little doubt that they are already dead or absent, continue to run longer on the books, because they daily accrue more and more wages, of which these crimps and guarantors also keep books, and why it afterwards takes much trouble to make them see reason on this matter, even if one is otherwise certain that they have long been dead or absent. The aforesaid Crimps, along with the guarantors and the families of the Moorish seafarers whose term has already expired, request that those people who have served out their time may be sent back; specifically, they have requested this for the sarang Sadek Sakoer and his subordinate crew, dispatched in 1766 with the ship Borselen. — In compliance with your High Excellencies' order contained in the Extract Minutes of the 29th October 1776, the Moorish seafarers shall henceforth be engaged under this condition, that at Batavia no more than 8 months' wages per year will be disbursed to them. Those who are going over with this vessel have been engaged on that condition and consist of a number of 110 heads, as appears from the accompanying Name List. Trade Books: upon the Report of the Debtors and Creditors running therein, we took measures at the meeting of the 17th February, and the decisions stand noted in the margin thereof. — We note principally from this that on the Trade Books, under the Account of Secret Negotiation, there still runs an entry of Rop:s 21000: —, which was drawn from the main treasury by the former Director Bolman upon an order of payment dated the 2nd March 1774, as will appear among others from the marginal dispositions on the ordinary Report of the Debtors inserted by resolution of the 11th April 1775, which was dispatched on the 25th December following with the ship Ouwerkerk to Batavia. None of the Council Members of that time knows for what purpose these funds were taken, or what they served for, and the Director has not been able to discover anything about it in any papers. We therefore request your High Excellencies to be pleased to send us your Highest dispositions on how this account must be handled. That the former Director Bosman enjoyed this money appears from the receipted order of payment, but however legal this proof is, it would be in vain to call him to account for it at Bombay, since they have hitherto refused to admit his creditors in lawsuits against him insofar as what they claim against him was contracted before he took English protection; in case any use might meanwhile be made of it, we send an authentic copy of the order of payment herewith. The Account that the former Director Bosman has on the Books, according to the decision of the 13th December last, is debited and credited in the following manner: According to the Decision of the 11th December, it is debited for some goods which he enjoyed from stock on account of payment, which, with the advance calculated thereon, amounts to rop:s 144:—. According to the resolution of the 13th December, for: Carried forward

Dutch transcription

ingediende rekening van zodanige Pomerijs als door hem bij diverse Geleegentheijden verschonken zijn, in de boekjaaren 176/5. en 17 5/6: in het Eerst gemelde Jaar hebben dezelve bedraagen rep:s 1030: —. die op Beetig van voorjaarige Lasten en ongelden afgeboekt zijn, en in het tweede Jaar rop:s 570. -. Te Brootchia hebben mede geen andere geschenken plaats gehad dan de ordinaire Jaarlijkse, waar van het project geinsereerd is bij resolutie van den 10:' Januarij 176. en het zelve is groot geweest ƒ552. 14. —. 3r. - en ƒ1894: 16. –. verkoops dan wel meerder als 's Jaars 265 bevorens ƒ. 5. 1. 8. Imen ƒ 75. 2. verkoops. — Volgens Jaar- meede „lijkse gewoonte is aldaar aan de makelaars op het Heijdens nieuwe Jaar afgegeeven een Pomerij ter waarde van rop:s 25. —. Soldij Boeken dezelve) zijn volg:s besluijt van den 4. e 9beed: na de ordre gevisiteert door twee Leeden uijt den politicquen raad en wel bevonden. Met het schip Venus zijn hier van reeds twee stellen, verzonde en het derde gaat thans over Nopens s 10 181 Nopens de Moorse Zeevarende heeft den zoldij Boekhouder De Vassij aan ons Berigt dat de zaakbezorgers der moorse zeevarende, derzelver, borgen en families te meermalen en eijndelijk op het sterkst hebben aangedrongen om een formeele afrekening van eenige ploeijen dieze beweeren niet meer in weezen te zijn, en bij dat berigt breeder zijn vermeld, en welke ploegen ook niet meer gevonden worden bij het Jongste Berigt der mooren van den Kommandeur en Opper Equipagiem:r te Batavia en de ontfangene specificaties van betaaling. Nog heeft de zoldij Boekhouder berigt dat hij dit naziende tevens de voorsz: papieren heeft Gekonfronteert tegens de zoldij boeken, en bevonden dat in meest alle de overie„ ploegen inzonderheijd der geene die voor het Jaar 1773: verzonden zijn, veel volk bij de boeken nog voortloopen, die nog bij het 266 voorsz: Berigt van den kommandeur nog nog bij de specificaties van betaaling gevonden worden, en mits dien na de hoogste waarschijlijk „heijd of dood of absent zijn, we hebben hierop de Zoldij Boekhouder ter resolutie van den 17:e feb: J:o leeden gequalificeert om nopens alle deeze abzent bevondene moorse zeevarende tot het Jaar 1773: in zijlverkopers en de borgen af te „geslooten met de reekenenen de betaling te doen des mogelijk met een agtste minder dan ze te vooren staan uijt Konsideratie dat het voor de Komp: niet dan schadelijk zijn kan„ zulke der moorse zeevarende die men bij na niet twijffelen kan dat reeds doot of absent zijn, langer bij de boeken te laaten voortloopen, wijl ze dagelijk, meer en meer gagie te goed maken, waarvan ook deeze zielverkoopers en Borgen boekhouden, en waarom het naderhand veel moeijte in heeft om hen op dit stuk reede te doen verstaan, al is men ook andersints verzeekert datze reeds lange dood of absent zijn. De voorsz: Cielverkopers nevens de borgen 183 267 borgen en de families van de moorse zeevarende, waar van de tijd reeds geexpireert is, versoeken dat datze menschen die haar tijd uijtgediend hebben mogen worden te rug gezonden, speciaal hebben ze dit verzogt van den sarang sadek sakoer en zijn onderhebbend ploec, versonden in 1766: met het Schip Borselen. - Jn observantie aan uw Hoog Edelheed. s ordre vervat bij Extract Notul van den 29:' 8ber: 1776: zullen de moorse zeevarende voortaan aangenomen worden onder deeze kon „ditie dat aan hen te Batavia niet meer dan 8. maanden Gagie in het Jaar zal worden verstrekt. Die welk met deezen bodem overgaan zijn op die konditie aangenomen, en bestaan in een getal van 110: koppen, blijkens de meede overgaande Naam Lijst. Boeken Negotie op het Berigt der daarbij voortlopende Debiteuren Debiteuren en Krediteuren, hebben we ter vergadering van den 17:e feb: gedisponeert, en de besluijten staan in margine van het zelve genoteerd. — We merken daar uijt hoofdzakelijk aan dat er bij de Negotie Boeken op Rekening van Geheijme onderkandeling nog voortloopt een post van Rop:s 21000: —. die door den gew: Direkteur Bolman op ordonnantie van den 2:' Maart 1774: uijt de groote Kas geligt zijn, zoo zal onder anderen blijkt bij de marginale dispositien op het gewone Berigt der Debiteurs geinsereerd bij resolutie van den 11:' april 1775. 268 die den 25:' xber: daaraan met het schip Ou„ „werkerk na Batavia versonden is. weet tot Niemand der Raads Leeden van dien tijd, wat eijnde deeze gelden genomen zijn, of waartoe ze ge- „diend hebben, en den Direkteur heeft bij genige papieren daarvan iets kunnen ontdekken. we „versoeken uw Hoog Edelheed„s derhalven ons te willen doen toekomen Hoogst Derzelver dispositien hoedanig met deeze rekeg: moet wrden gehandelt. Dat 82 183 1 Dat de gew: direkteur Bosman dit geld genooten heeft blijft uijt de gequiteerde ordonnantie, dan hoe wettig ook dit bewijs is, zoude het te vergeefs zijn om hem daar over te Bombaij te doen aanspreeken, daar men tot nog toe wijgert zijne schuldenaaren teegens hem in Regten te ontfangen voor zoo verre het geen ze tot zijn Lasten hebben Gecontracteerd is voor dat hij Engels Protektie genomen heeft, of er ondertusschen eenig gebruijk van konde wor„ „den gemaakt, zenden we een kopij autentik van de ordonnantie hier nevens. De Reekening die den gew: Direkteur Bosman volgens het besluijt van den 13. December 7:o leeden bij de Boeken heeft, is in volgender maniere belast en ontheeven. Volgens Bes: van den 11: December is ze belast 269 voor eenige goederen die hij uijt voorraad op Reekening betaling genoten heeft, het geen met de van daarop berekende avan een bedrangt. - - . ro/as. 144:—: Volgens res: van den 13:e December voor Die Transporteere

NL-HaNA_1.04.02_10418_0216 view scan ↗

English

Brought forward . . Ro Cas 144. —. for what he still arrears on his salary account: 2040. 14. according to the just mentioned resolution for half of Rops 30000:— on account of secret expenses: 15000. — And according to the resolution of 17 March for what this account must be debited on account of the share in the compensation of the amount of the ship Walcheren: 17633. 10. The amount charged to the account totals Ro/as 35111: 24. according to the resolution of 8 February, the proceeds from the sale of his goods are credited: Roa/as 366: 12: According to the aforementioned resolution for the amount of the sum of the surety for which the junior merchant Contag, after deducting what was produced from the sale of his goods, is charged to his salary account: 16000: —. And Carried forward Rops 1636:12. 87 187 Brought forward Ro/a 1636:12:6: 7/ 5017: 24: 2: according to the resolution of 17 February for the amount of the emoluments not enjoyed by him, Bosman, from 1 September to the last of November: 366:40: The credited amount totals: 16733. 4. therefore this account is still in arrears Rops 18384: 20: we shall leave the same to run on in the books in this manner until Your High Honours' orders thereon shall have been obtained. According to the aforesaid Report of the Debtors, the Nabob on the last of August was still indebted Rops 8628: 17. Against this have already been settled and deducted the 1/2 shares of the customs duties on the goods brought in by the ship Venus to the amount of Rops 5400: — more or less, and with the customs duties to be deducted from this vessel that account will be fully settled. The Nabob has asked for a new advance, and 270 and on 17 January, solely at his strong and repeated instances, and especially because the Director on this occasion had particular reasons to indulge the Nabob somewhat, we resolved upon a new advance of 15000: —: Rops on the customs duties; however, in case anything human should happen to the Nabob, so as to have no trouble with his successor on that account, it was also agreed to notify the English Chief, Mr. Boddan, that this advance has been received by the Nabob from the Government, and that for this purpose the aforesaid shares of his and of the Marathas are to be retained until full settlement shall have occurred. The accounts of the brokers, according to the aforesaid Report on the last of August, were in arrears Rops 172561: 39: by letter of 25 December of the current year, Your High Honours were informed that this debt since that time up to 9 December had increased to an amount 271 189 of Rops 292103:42: Against this, since the aforementioned date, besides what they fetched in various voyages, there was paid up to the date of 17 February: Rops 50840: 45: And after that time up to this day brought into the treasury: 18000: — 68840: 45: so that their actual debit on the date of this still amounts to: Rs 223262: 45: on the last of August the Company, on account of money raised at interest, was still indebted Rops 115000: — as appears from the marginal notes of the aforesaid Report of the Debtors and Creditors, there was paid on this on 13 October and 24 November Rops 65000: — and on 9 January Rops 50000: — with the interest thereof, and thus this item has its full settlement. Regarding all other items of minor importance, we request to be allowed to refer to the aforesaid resolution. According to the report that was submitted to the meeting of 17 February, the trade books have been properly 272 examined by two members of the council and found correct; the closing balances in the books of the year 1774/75 were collated by the Director with the Head Administrator against the opening balances of 1775/76 and agree with them. In the aforementioned meeting of 17 February, the statement of accounts compiled from the books of the year 1775/76 was also submitted; thereby is shown: 1. That the true profits in the latest financial year have amounted to: f 294707. 19. 8 And in the preceding only: 274027. 10. 8. Thus now gained more: f 20680: 9: —. The expenses on the other hand have amounted to: f 77340: 8. 8. And in the preceding book year: 77562: 6. 8. thus at present less: 221. 18. —. which lesser expenses added to the greater profits, this office has advanced: f 20902: 7: — And taken in itself, or when one deducts the incurred expenses: 77340: 8. 8. from the attained profits of: f 294707. 19. 8. this Office has essentially advanced: f 217367. 11: — 191 II. That the profits according to the provisions in the memorandum of retrenchment have been less by f 398892: - 8. and which was caused by a lesser import and sale of merchandise than was estimated for it in the said memorandum, but that on the other hand the expenses, in comparison with the provisions in the memorandum of retrenchment, have been less by f 18259:11:8. III. Special comparison of the expenses of the latest against the preceding financial year, showing the reasons for the increase and decrease. IV. That the gross profits have amounted to: f 334788. 4. — the losses and write-offs on the other hand: 40080. 4. 8. And that thus in net profits there remains: f 294707. 19: 8: V. That the account of previous years' expenses and charges has remained in arrears: f 1977. 17. —. VI. That in a full year there was imported by two ships for an amount of: f 175249: 7. —. That with the same was dispatched for: 353612. —. — And that thus more was dispatched than was imported: f 178362. 13. — VII.

Dutch transcription

P:r Transport . . Ro Cas 144. —. voor het geen hij nog op zijn zoldij reekq: „ 2040. 14. ten agteren staeft volgens even gem: resolutie voor de helft in rop:s 30000:-wegens secreete uijtgifter - - - - „ 15000. — En volg:s resolutie van den 17:e maart voor het geen deeze, brekq: moet ten Laste oge„ „bragt worden wegens het aandeel in de vergoeding van het bedraegen van het schip Walcheren - - - - - . - „ 176,33. 10. Het opRekening gestelde bedraagt r o/as 35111: 24. volgens resolutie van den 8:e feb: komt ten goede het geproflueerde bij verkoop van zijn Goederen - - - - - - - roa/as 366: 12: Volgens voorm: resolutie voor het beloop der som van de Borgtogt waar voor den onderkoopman Contag na aftrek van het geen uijt den verkoop van zijn goederen Geproclueerd op zijn zoldij rekg: is belast . . . . . . . „ 16000: —. En Transporteere rep:s 1636:12. 87 187 P:r Transporteere ro/a„ 1636:12:6: 7/„ 5017: 24: 2: volgens resolutie van den 17. feb: voor het bedraegen der door hem Bosman niet genotene Emo „tumenten van p=mo zbed: tot ult:o November - - - - - - - - - - „ 366:40: Het ten goede gebragte bedraagt - - - - 16733. 4. over zulx is deeze Boekig: nog ten agteren Rop:s 18384: 20: we zullen dezelve in diervoegen bij de boeken laaten voortloopen tot dat uw Hoog Edelheed„s dispositien daar over zal weezen erlangt. Blijkens het voorsz: Berigt der Debiteuren is den Nabab onder ultimo aug:s nog De bet ge= „weest Rop:s 8628: 17. Hier op zijn reeds verrekent en ingehoude de /. gedeeltens der Thollen van de goederen die met het schip Venus aangebragt zijn ten bedraage van rop„s 5400: —. min of meer en met de intehoudene Thollen van deezen bodem C zal die Reekening ten vollen verevent zijn. De Nabab„ heeft om een nieuwe vooruijtverstrekking, gevraagt, en 270 en we hebben op den 17:e Januarij alleen op zijn sterke en herhaalde instantien en inzonderheijd om dat de Direkteur ditmaal bezondere reeden had de Nabab wat te vieren, beslooten tot een nieuwe vooruijt verstrekking van 15000: —: rop:s op de thollen om egter indien den Nabab iets men„ „schelijks mogte overkomen, met zijn opvolger des„ „weegens geen moeijte te hebben, is tevens ver „staan om het Engels opperhoofd D' W:r Boddan kennis te geven, dat deeze vooruijtverstrekking door den Nabab is ontfangen op het Gouverne„ „ment, en dat daar voor de voorsz: portien van hem en de Marrettas staan te worden in „gehouden tot de volle dereevening zal geschied zijn De rekeningen der makelaars stonden volgens voorsz: Berigt onder ult:o aug:s ten agteren Rop:s 172561: 39: bij brief van den 25:' xber: J:r C: is uw Hoog Edelheed:s ter kennisse ge „bragt dat deeze schuld zedert dien tijd tot den 9:e December daar aan was vermeerdert tot een bedraagen 271 189 Rop:s 292103:42: Hier op is zedert voor: haad buijten het geen ze in diverse reijsen hebben afgehaald tot dato 17:e feb: betaald- - - - - Rop:s 5840: 45: En na die tijd tot heeden nog in kassa gebragt _ _ _ - - - - „ 18000: — „ 68840: 45: zulx haaren werkelijken debet op dato deezes nog bedraagt - - - - - - - - - - - - - R87„ 23352: 45: onder ultimo aug:s was de komp: wegens op Jnterest geligte Gelden nog De bet rop:s 115000: — blijkens het genoteerde in margine van voorsz: Berigt der Debiteuren en Krediteuren zijn daar op betaald den 13:' 8ber: en 24. 9bed: rop:s 65000: - en den 9:e Januarij rop:s 50'000. —. met den Jnterest van dien, en heeft dus deeze post zijn volle verevening. — Omtrent alle overige posten van minder belang versoeken wij ons te mogen gedraagen aan de voorsz: resolutie. Volgens het rapport dat ter vergadering van den 272 17. feb: ingediend is, zijn de negotie boeken behoorlijk bedraagen van - - - - - - - - - - - - door 6 —. 1 door twee leeden van den raad geexamineert en wel bevonden, de na restanten bij de boeken van A=o 177 4/15. zijn tegens de voor restanten van 177 5/6. door den met den hoofd-administrateur direkteur gekonfronteert en accordeeren met dezelven. Jn voormelde vergadering van den 17. februarij is meede ingediend de staat Reekening geformeert uijt de Boeken van A:o 1776/3. daar bij word aan „getoond. 1. Dat de waare Winsten in het jongste boekjaar beloopen ƒ294707. 19. 8 hebben - - - - - - - - - „ 274027. 10. 8. En in het voorgaande maar----. — ƒ20680: 9:—. Dus nu meerder gewonnen De Lasten hebben daar en tegen, beloopen ƒ 173:16: 8. 8. En in ad:o p:o Bacle „ 77562:6. 8 over zulx thans minder - - - - - - - „. 221. 18. —. Lasten bij de meerdere welke mindere ^ winsten g'addeerd, is dit komptoir ƒ20902:7:— te vooren geraakt - – - - - – - - - -- van En op zig zelfs genoomen of als men /de behaalde winsten tot - - - - - - - - - - - - - - ƒ294707. 89. 88 de gevallene Lasten aftrekt - - - - - - - - „ 77349: 8. 8 is dit Comptoir weesenblijk te vooren geraakt –. . ƒ27367. 11:— 11„ 191 11. Dat de Winsten volgens het bepaalde bij de memorie van menage minder zijn geweest ƒ398892: -8. en het welke veroorsaakt is, door een minderen aanbreng en verthier van koopmanszh: dan bij gem: memorie daarvoor gesteld is, Dog dat daar en teegen de Lasten 273 in vergelijking van het bepaalde bij de memorie van menage minder zijn geweest ƒ18259:11:8. 111. speciaale vergelijking der Lasten van het Jongste teegens het voorgaande Boekjaar met aanthooning der reedenen van het meerdere en mindere. 11. Dat de Ruuwe Winsten hebben gemonteer. ƒ 2518. 14. — de verliesen en afsch: daaren teegen. - . - „ 400810. 4. 8. En dat dus aan zuijvere winsten overblijft ƒ29„4707. 19: 8: V Dat de Rekening van voorjaarige Lasten, en ongelden ten agteren is gebleeven - - - - - - - - - ƒ1977. 17. —. 17. Dat in een rond Jaar met twe scheepen aangebragt is voor een bedraagen van - - - - - - - - - ƒ175249: 7. -. Dat met dezelve verzonden is voor - - - „ 353612. — En dat dus meerder verzonden als aangebragt is - - - - ƒ178362. 13. — VII.

NL-HaNA_1.04.02_10418_0222 view scan ↗

English

VII. That the total sale yielded ƒ398383. 3. 8. and that against the purchase amount of ƒ70107. 2. a profit was thus made of ƒ328276. 1. 8. or 468 7/8 per cent. VIII. That the balance of the cash on 4 September amounted as follows: At Brootchia: ƒ2061. 9. 8. At Souratta: ƒ33515. 8. 8. Or together: ƒ35576. 18. – IX. That the good debtors and outstanding accounts amounted to ƒ529897. 18. – And the creditors: ƒ139663. 2. – Thus the debtors exceed the creditors by: ƒ390234. 16. – X. That the actual balances amounted to: At Souratta: ƒ257295. 16. 8. And at Brootchia: ƒ37. 7. – Or together: ƒ257333. 3. 8. We furthermore let the complete statement of accounts follow below in order. The incoming and outgoing private tolls, the Lord's dues, the agio on land and sea wages, item the small seal, have together yielded ƒ6449. 2. – in the past financial year. The senders of the linens that crossed over with the ship Ouwerkerk offered to pay the tolls according to old custom, but since we took the liberty in our respectful letter of 25 December last to inform Your High Noblenesses about a dispute that occurred regarding this upon the departure of the ship Venus, we only received the toll of the Nabab from here. We therefore request Your High Noblenesses that, in case the Same please to allow the custom formerly held here to remain in effect, the owner of the linens currently crossing over may also be ordered to pay this beneficial portion of the tolls in Batavia, to be credited back here. The Council of Policy presently consists, besides the Director, of nine members, when the Brootchia chief is present. The Council of Justice consists of the President and seven members, having been reduced by two through the death of the titular Junior Merchant Zimmerman and the Ensign Schnetter. The sentence passed by this Council against some deserters is transmitted herewith in originali among the appendices with all the documents pertaining thereto. The Subordinate Offices Of these, the expenses at Brootchia in the latest financial year amounted to ƒ4157. 16. 8. In view of all unnecessary fuss there, we resolved on 17 February and subsequently ordered the factors to keep no more trade booklets, as has been customary until now, but instead to send us every three months a distinct specification of everything received and disbursed, as well as what remains in cash, to be handled thereafter in the books here. We also recalled from there as unnecessary the pound weights and some other useless effects specified at large in the aforementioned resolution of 17 February. The letters exchanged with the factors are transmitted among the appendices in two separate bundles. At Amed-Abaadt the Company has no salaried servants except only one gatekeeper and two peons to guard the lodge; the general expenses there in the latest financial year amounted to ƒ350. 8. –. The Director has already given commission to sell this lodge, but no one wants to offer anything for it; if it cannot succeed otherwise, we shall have it handed over to the old Company broker of Amedabaad to have the use of it, provided it otherwise remains free of expenses to the Company. Domestic Matters. The general muster was completed according to order by ultimo June last, and the muster rolls drawn up from it have already been dispatched with the ship Venus. On 31 August, the Dispenser and Equipment Overseer submitted a price current of such goods as are ordinarily supplied by them to the Company upon need. The annual assessment of the instrument seals used in the financial year 1775/6 and remaining as balance under ultimo August is inserted in the resolution of 4 November; according to what is noted in that resolution, the monies of the used seals amounting to 76 rupees were counted into cash, and the remainder remained to the accountability of the Chief Administrator. In the aforementioned resolution of 4 November is also inscribed the report of the usual annual calibration of the weights in use against the standard or test weights, as well as the examination of the scales. The 17 pieces of fifty-pound weights reported therein as found too light are sent sealed with this vessel, and others have been provided in their stead. By the aforementioned meeting was approved a submitted account of paid extra cachet wages in the latest financial year amounting to 333 rupees 36, being 98 rupees 12 less than in the preceding year. On the said day, an advance of 4000 rupees each was granted to the Storekeeper and the Pay Bookkeeper, in order from that to

Dutch transcription

VI1 Dat den gantschen verkoop gerendeert heeft ƒ398383. 3. 8. en dat op het Jnkoops bedraagen van ƒ70107. 2. . dus gewonnen is ƒ 328276:1. 8. off p:r C:o 468 7/8. s„s. 1741. Dat het restant der kasse op 4: ma 7bed: bedraagen heeft als En Te Brootchia _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 2061. 9. 8. Te Souratta _ _ _ _ _ _ - - _ - - ƒ 33515. 8. 8. off te zaamen - . - ƒ35„76:18. – IX. Dat de deugdzaame Debiteuren en openstaande reekening gemonteert hebben - - - - - - ƒ529897. 18. — „ 139663: 2. – En de Krediteuren - - - - - - - - Dus de Debiteuren de Crediteuren surpasseeren - - _ - - - - - - - - - ƒ390234.26. – X. Dat de Reeele Restanten hebben bedraagen Te souratta _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 25:1295. 16. 8. 37. 7. —. En Te Baartchia - - - - - -- - „ F off te zaamen. . . ƒ257333. 3. 8. We Laten voorts de geheele staat reekening 274. hier onder na de ordre volgen. — F: J: De De Jnkomende en uijtgaande particuliere Thollen, 's Heeren Geregtigheijd, Het opgeld op Land en zee zoldijen, item het kleijn zegul, hebben in het afgelopene boekjaar met den anderen opgebragt ƒ6449: 2:—. De versenders der Lijwaaten die met het schip ouwerkerk overgegaan, hebben aangebooden te betaalen de Thollen naar oude gewoonte, dan wijl we bij onse Eerbiedige Letteren van den 25:e December J:t Leeden de vrijheijd genomen hebbe Edelheed:s te onderhouden over een uw Hoog verschil der weegen voorgevallen bij vertrek van het schip Venus, hebben we van hier alleen we daen ontfangen de Thol van de Nabab: versoeken uw Hoog Edelheed:s dierhalven, dat ingevalle Hoofft Dezelve gelieven goed te vinden de van ouds hier plaats gehad hebbende gewoonte te laten stand houden, dat dan ook de eijgenaar der Lijwaaten die thans overgaan mogen gelast worden dit in voordeel zijnde gedeelte der 2 93 der thollen te Batavia te betaalen om na herwaarts te worden aangerekent De Vergadering van Politie bestaat thans behalven de Direkteur uijt neegen Leeden, wanneer het Brootchiase opperhoofd presentig De Vergadering van Justitie En E bestaat uijt den President (en / seeven Leeden als zijnde door het overlijden van den Titt:r 275 onderkoopman Zimmerman en den vaandrig schnetter met twee verminderd. De door deezen raade geslagene sententie teegens eenige Deserteurs gaat bij deezen met alle de stukken daar toe gehoorende onder de Bijlaagen in originali over. - De Subalterne Komptoiren daarvan hebben te Brootchia de Lasten in het Jongste Boekjaar beloopen ƒ4157: 16:8: Ten 195 Ten aansien van allen onnodigen omslag aldaar, hebben we op den 17: feb: beslooten en de factoors vervolgens gelast om geen Negotie boekjes meer te houden, gelijk tot nog toe gebruijkelijk is geweest, maar ons in dies steede alle drie maanden toe te zenden een distincte specifi„ „catie van alles wat ontfangen en uijtgegeeven, mitsgaders wat er per restant in Kas is, om daarna bij de boeken alhier te worden verhandeld. ook hebben we van daar als onnodig opgeeischt de pond gewigten en eenige andere nutteloose effecten in het breede gespecificeerd bij voorsz: besluijt van den 17:e Februarij. — De met de factoors gewisselde brieven gaan in twee onderscheijdene bondels bij de bijlaagen over Te Amed-Abaadt heeft de Komp: geen Loontrek„ „kende dienaaren als eenelijk een portier en twee pions ter bewaking der Logie; De Generaale Lasten hebben in het Jongste boekjaar aldaar gemonteert ƒ350: 8. —. 276 sen 3 6 Tot het verkoopen deezer Logie heeft de Direkteur reeds kommissie gegeeven, dog niemand wil en vóor iets bieden, zoo het niet anders lukken kan„ zullen weze aan de oude komp:s makelaar van Ameda baad doen overgeeven om er het gebruijk van te mogen hebben, mits ze voor het overige blijft buijten Lasten van de Komp: Huijsselijke Saaken. De Generaale monstering is onder ult:o Junij laatstleeden na de ordre volbragt, en de daar van opgemaakte Rollen zijn reeds met het schip Venus verzonden. Op den 31:e Aug:s hebben den Dispencier en Equipagie opziender ingediend een prijs Kourant van zodanige goederen als door haar ordinair bij benodigtheijd aan de komp: geleverd worden. — De Jaarlijkse Bevinding der in het Boekjaar 1775/6: verbruijkte en onder ult:o aug:s p:r restant verblevene Jnstrument zeguls is Geinsereerd bij resolutie van den 4:e November volgens het bij 4 197 7 3 bij dat besluijt aangetekende zijn de Gelden der verbruijkte zeguls met rop:s 76: in kas geteld, en de resteerende zijn verbleeven ter verantwoording van den Hoofd administrateur. Bij voormelde 277. resolutie van den 4: 9ber: is meede ingeschreeven het Rapport van de gewoone Jaarlijkse Eijking der ingebruijk zijnde gewigten, tegen de stand of proeff„ „gewigten, mitsgaders van het examineeren der balancen. De daar bij opgegeevene te ligt bevondene 17. p:s vijftig ponden gewigten worden ƒ verseguld met deesen bodem verzonden en in dies steede zijn andere verstrekt. Per voorsz: vergadering is g'approbeert een ingediende Rekening van betaalde Extra cachets Loonen in het Jongste boekjaar groot rop:s 333. 36: zijnde minder als in het voorgaande Jaar rop:s 98: 12. Aan den Pakhuijsmeester en zoldij Boekhouder zijn ten gemelde daage ieder g'accordeert een voor uijtverstrekking van rop:s 4000: —: om daar uijt te -

NL-HaNA_1.04.02_10418_0228 view scan ↗

English

to pay the incidental expenses during the unloading and loading of the ships, as well as whatever is advanced to the Moorish seafarers who are taken into service; upon the submission of the accounts, these funds are withheld again. On 11:e December we decided that henceforth, according to the order, all destructions of unmerchantable goods shall be carried out by two members from the Council of Justice in the presence of the fiscal, instead of two ordinary commissioners as has previously taken place here. According to the record in the resolution of 17:e January, the reports of the general annual inventory as of ult:o aug:s have been sworn under oath before the Council of Justice, according to the order. The report of the confrontation of these reports against the trade books was recorded in the resolution of 17:e February; in it, none of the ordinary items are mentioned, wherefore we request to refer to the resolution itself. The unmerchantable goods made known therein, as well as all those that have continued to run in the books as unmerchantable, have been partly destroyed, and the remainder is sent over herewith. Furthermore, we have the honor to present to your High Noblenesses among the appendices hereof, properly signed, the General Transfer of the Directorate. According to the record in the resolution of 30: March, the goods and effects mentioned therein have been taken over according to the reports of ult:o aug:s last year, and the cash balances of both the money chests according to the express counts made thereof, except that upon signing it the Director repeated regarding the debts of the brokers what he had already caused to be recorded on that account in the resolution of 13. xber: last year, namely that he does not bind himself for them any further than to do his best toward the settlement thereof, as much as that shall be possible. The correspondences with the Western trading posts have been properly maintained, and the letters exchanged with the respective ministers are sent over herewith in two separate bundles. Foreign Nations. In the General Description of 30: April 1776, mention was made of the dispute that occurred with the English Government at Brootchia over the toll increase of 3½ P:r C:o demanded at Jamboeser on all the goods produced there for our company. According to the note in the resolution of 13:e May following, the English officials at Jamboeser pressed further on this demand, and even wanted to force our officials there to payment by violence; on that matter, one addressed the government at Brootchia again by letter of the mentioned date, and according to their reply, which was entered in the decision of 25:e June, they referred the decision of this matter to the Governor and Council of Bombay, but this decision has not arrived to date, and at Jamboeser no further demands were made at the collection of the goods in the month of October last year. We also do not think that we will have further trouble over this. From the French, four private ships have been here during the navigable monsoon. What was brought by them consisted for the most part of European products such as iron, copper, cloths, wines, and other such goods, and in return they transported away from here all kinds of linens. The translations of the letters exchanged with the foreign nations are sent herewith in a separate bundle, in which the letters received from and dispatched to the natives are likewise bound. Servants. On 5e June, in place of the deserted Sergeant George Lourens, Corporal Carel Christiaan Seeke was promoted again to sergeant with the pay of 20: Guilders, who, as we have no officer, also has the administration of the armory. The Assistant Nicolaas Fredrik Wolff, at the meeting of 31: aug:s, was increased in pay from ƒ 20. to ƒ 24: per month on account of the expiration of his term. And on 17: February, the provisional assistant Coenraad Sebastiaan Wikkerman of ƒ 9. was likewise promoted, on account of the expiration of his term, to effective assistant with the pay of 20. Guild:s per month. Concerning the further advancements, which are of little importance, we refer to the accompanying copy book of deeds. At the meeting of 11: March, the request of the comforter of the sick stationed here, Leendert de Mooi, was granted, to sail over to Batavia on this vessel with retention of his earned pay and to perform his service on board. The Bookkeeper Willem Smit submitted at the meeting of 17:e March a petition addressed to your High Noblenesses, stating that his eyesight is beginning to weaken more and more, and that if this increases further he will before long be unable to serve any longer, with the request therefore that, if his eyesight should not improve in the meantime, he may be permitted to repatriate via Ceylon in upcoming xber:. We take the liberty to support this request with our humble recommendation and to send over the aforesaid petition in original among the appendices. At the meeting of 30: March, on their request made to that end, the Bookkeepers Josua Hen and Willem Jacob van Loon were permitted to sail over to Batavia on this vessel, the first with retention of pay and the second, whose term has not expired, with written-off pay. We hope that your High Noblenesses will favorably approve this, the more so because we have no work for them here. The servants present in this Directorate consist of the following, and in the column behind is indicated the surplus and deficit in comparison with the regulation in the memorandum of retrenchment, as:

Dutch transcription

te betaalen de ongelden bij het Lossen en Laaden der scheepen, zoo meede het geen aan de moorse zeevarende die in dienst aangenomen worden word vooruijt verstrekt bij het indienen der rekeningen worden deeze gelden weder ingehouden op den 11:e December hebben we beslooten om alle vernietigingen van onbeq: goederen voortaan na de ordre te laten geschieden door twee Leeden uijt den raad van Justitie ten overstaan van den foskaal, in steede van twee ordinaire Ge= „committeerdens zoo als hier voorheen plaats ge= „had heeft. Volgens het aangetekende bij resolutie 278 van den 17:e Januarij zijn de rapporten van den generaalen Jaarlijksen opneem onder ult:o aug:s na de ordre voor den raad van Justitie b'eedigd. Het Berigt van de konfrontatie deezer Rapporten tegens de Negotie Boeken is in- „geschreeven bij resolutie van den 17:e Februarij, daarbij — 9 daarbij, staan geen der ordinaire posten verm: waas„ „om we versoeken om aan de resolutie zelve te mogen gedraagen. De daar bij bekend gestelde onbeq: goederen zoo wel als alle die geene welke bij de boeken als onbeq: voortlopen hebben zijn gedeeltelijk vernietigt en de overige gaan nevens deezen over. — Voorts hebben we de Eer uw Hoog Edelheed:s onder de Bijlaagen deezes behoorlijk getekend aan te bieden het Generaale Transport der Direktie, volgens het aangetekende bij resolutie van den 30:' maart zijn de Goederen en effecten daar bij vermeld overgenoomen volg:s de rapporten van ult:o aug:s J:o leeden en de kontanten van beijde de Geld kassen volg:s de Expresse opneemen daar van gedaan, alleen heeft den Direkteur bij het ondertekenen daar van nopens de schulden der makelaars herhaald het geen hij derweegens reeds heeft doen aanteekenen ter resolutie van den 13. xber: J:o leeden, namentlijk dat hij zig daar voor niet verder verbind dan om zijn best te zullen doen ter 279 E ter verevening derzelver zoo veel dat zal mo= „gelijk zijn. — Korrespondentien De met de Westerse komptoiren zijn nabehooren on „derhouden, en de met de resp: ministers gewis- „selde brieven gaan nevens deezen in twee aparte bondels over, Vreemde Natien. Bij de Generaale Beschrijving van den 30:' april 1776. is gewaag gemaakt van het geschil dat met de Engelsche Regeering te Brootchia is voorgevallen over de te Jamboesch gepretendeerde thot verhoging van 3½. P:r C:o op alle de goederen die aldaar voor onse komp: worden aangemaakt. Volgens het genoteerde bij resolutie van den 13:e maij daaraan hebben de Engelsche bediendens te Jamboeser op deeze pretensie nader aangedrongen, en zelfs onze bediendens aldaar met 22 met geweld tot de betaling willen noodsaaken, men heeft zig aldaar over bij brief van gemelde datum weeder aan de regeering te Brootchia g'addresseert, en volgens haar antwoord dat in „geschreeven is bij besluijt van den 25:e Junij hebben zij de dedisie deezer affaire gerenvoijeert aan den Heer Gouverneur en raad van Bombaij, dog deeze decisie is tot nog toe niet gekoomen, en te Jamboeser zijn geen verdere pretensien gefor„ „meert bij den afhaal der goederen in de malend 8 bed: J: leeden. We denken ook niet dat we daar over verder moeiten hebben zullen. van de Fransen zijn geduurende de vaar= 289 „ baare mousson hier geweest vier particuliere scheepen. Wet door dezelve aangebragte heeft gro„ „tendeels bestaan in Europase producten als ijzer, koper, Lakenen, wijnen en andere diergelij„ „ke goederen, en ze hebben daar en teegen weder van hier vervoert allerhande soorten van Lijwaaten De Translaaten der met de vreemde natien gewisselde gewisselde brieven gaan bij deezen in een aparte bondel over, waarbij tevens ingebonden zijn de ontfangene en afgegane brieven aan de Jnlanders. Dienaaren op den 5e Junij is in steede van den gedeserteerden sergeant George Lourens; wederom tot sergeant bevordert met de gagie van 20: Guldens den Korporaal Carel Christiaan Seeke, die mits we geen officier hebben ook de administratie van de wapenkamer heeft Den Assistent Nicolaas Fredrik Wolff is ter vergadering van den 31:' aug:s mits tijds expiratie in gagie verhoogt van ƒ 20. tot ƒ 24: ter maand. — En op den 17: februarij is den p:l assistent Coenraad Sebastiaan Wikkerman van ƒ 9. meede mits tijds Expiratie bevorderd tot effective assistent met de Gagie van 20. Guld:s ter maand. — omtrend 203 omtrent de verdere verbeteringen die van wijnig aanbelang zijn, gedraagen we ons aan 281 het overgaande kopia acte boek. — Ter vergadering van den 11:' maart is g'accordeert het versoek van den alhier bescheijdenen krankbezoeker Leendert de Mooi om met deezen bodem na Batavia over te vaaren met behoud zijner winnende gagie en om aan boord zijn dienst te doen. Den Boekhouder Willem Smit heeft ter vergaedering van den 17:e maart ingediend een Request gerigt aan uw Hoog Edelheed:s, houdende dat zijn gezigt meer en meer begint te verswakken, en dat zoo dit verder toeneemt hij eerlang buijten staat zal zijn langer te kunnen dienen, met versoek derhalven dat zoo zijn gezigt intusschen niet mogt beteren, hem mag worden toegestaen in xber: aanstaande te mogen repatrieeren over Ceijlon. We gebruijken de vrijheijd dit - dit versoek met onze nederige voordragt te onder „steuren en het voorsz: request onder de Bijlaagen in originali over te zenden. — Aan de Boekhouders Josua Hen en Willem Jacob van Loon is ter vergadering van den 30: Maart op hun daartoe gedaan versoek toe „gestaan met deezen bodem na Batavia over te vaaren, de Eerste met behoud avan Gagie en de tweede wiens tijd niet g'expireert is met afgeschreeven gagie. We Hoopen dat uw Hoog Edelheed„s dit gunstig approbeeren zullen te meer om dat we hier geen werk voor haar hebben. 282 De in deeze Direktie aanwoezig zijnde Dienaaren bestaan in de volgende, en in de agterstaan„ „de Molom is aangetoond het meerder en minder getal in vergelijking van de bepaling bij de memorie van menage, als: van

NL-HaNA_1.04.02_10418_0235 view scan ↗

English

Of the Administration and Commerce, according to the memorandum, in existence, of household more, less. 1. Director 1. Senior Merchant and Second 2. Merchants, of which 1 effective as Fiscal and 1 pro interim as Warehouse Master 5. Junior Merchants effective, of which 1 Pay Bookkeeper, 1 Cashier, 1 Chief at Brootchia, 2 out of actual employment, and 1 pro interim being Secretary of Administration 6. Bookkeepers who do not serve at the writing offices, of which 1 Dispenser, 1 Second at Brootchia, 1 First Clerk, 1 Translator in the Moorish languages, 1 Second at the Warehouses, 1 Third at ditto 10. Bookkeepers and Assistants who serve at the offices, of which: 1. Clerk to the Director 4. At the Secretariat of Administration, among which is also counted 1 Sworn Clerk 4. At the Trade Office 1. At the Pay ditto 26. Persons carried forward. According to the memorandum, in existence, of household more, less. 26. Persons brought forward. Of the Navy: 1. Chief Mate and Equipment Overseer 1. Boatswain's Mate, being Boatswain of the shipyard 1. Ditto and inland skipper 1. Quartermaster on the Horrij Of the Military: Skipper 20. Sailors Handyman 22. Common craftsmen: Smith Trumpeter Gunner Ensign 1. Sergeant 3. Corporals Drummer 1. Cooper Of Surgery: 1. Chief Surgeon Junior Surgeon 1. Third Surgeon Ecclesiastical Servants: Sick Visitor Sexton Servant of Justice: 1. Provost 60. Persons in total. Having herewith rendered a report on the state of this Directorship, we shall below briefly mention that which relates to the bearer of this. The findings of the unloaded cargo were examined at the meeting of 30 March, together with the justification submitted thereon by the skipper Stavorinus. The decisions taken thereupon are noted in the margin and inserted into the aforesaid resolution, of which, moreover, a copy is transmitted under the annexes. Regarding the permitted write-offs, we request to be allowed to refer thereto, and note only from this that we have, according to the order, had the ship's officers compensate: 1294 lb or 8 5/8 percent native peas 27 kott. ls 5 2/5 red wine 24 cans or 6 2/3 Dutch vinegar 53 lb wax candles 25 lb chalk 69 lb or 27 1/5 percent musket balls 23 cans or 25 1/2 linseed oil 1 piece of Dutch mast timber of 16 1/2 palms. Regarding the aforesaid shortfall in unloaded peas, the skipper Stavorinus stated that this was caused by their having been received and shipped in single sacks, although we do not recall that they were previously brought here in double sacks. The 25 pounds of chalk and the mast timber, the skipper says he did not receive at Batavia, and regarding the deficit of 23 cans of linseed oil, he submitted a ship's declaration under oath to show that this was caused by leakage of the vat. This declaration is also transmitted in copy under the annexes. With this vessel we are again sending 100,000 Rupees to be delivered at Cochim if circumstances permit, and the skipper has consequently been ordered by instruction to call at the Cochim roads in such a case. The Cochim ministers requested 100 sepoys from us, and they had already been recruited to be sent with the bearer of this, but as the skipper Stavorinus declared that he would be all too encumbered thereby in case he frequently might not have the opportunity to call at Cochim, we refrained from it, the more so as it goes against the bad monsoon and that, if they are still needed hereafter, we can send them in next December; as according to the demonstration of the aforesaid skipper the supply of firewood for the service of his vessel was consumed down to one fathom, and he was manned with at least 30 heads more than he was provisioned for at Batavia, an additional 4 fathoms for the ordinary crew and 8 fathoms for 100 Moors were furnished to him here; the necessary indication thereof has been made in the expense account. Furthermore, with this vessel we have granted passage to the Capital to 23 Macassarese pilgrims together with two of their wives, provided they remain free of expense to the Company. They did indeed, as they say, come to this side on English ships, but since the Company is customary to grant this sort of people that convenience when it can be done without hindrance to the ships, we hope that your High Excellencies will approve the same. The cargo of the bearer of this consists of the following, namely: Wherewith we have the honor to be with deep respect and true loyalty, High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord and Well-Noble Lords. Your High Excellencies' very humble and obedient servants. Signed: W. J. van de Graaff, N. J. Sluijkken, J. van der Sleijden, C. van Citters, C. Heijdeman, H. C. de Vassij, J. G. Bocquet, E. M. Mardi, and Pieter van Toulon. In the margin: Souratta, 8 April Anno 1777. Agreed. Batavia

Dutch transcription

265 Van de Politie en Kommersio van menaga meer minder volg=s de memorie 3. in weezen 1. Direkteur - - - - 1. opperkoopman en sekunde - 2. Kooplieden - - - - - waarvan 1. Effectif als fiskaal en 1. Pitt:s als Pakhuijsm:r 5. onder kooplieden effectiev- waarvan 1. Zoldij Boekhoude a 1. Kassier 1. opperhoofd Te Brootchia 2:' buijten actueet emploij en 1: Pitt:s zijnde sect: van Politie 6. Boekhouders die niet op de schrijf= „Comptoiren dienst doen - -- - -- daarvan 1. Dispencier 1. Tweede Je Brootchia 1 Eerste klerk 1. Translateur in de moorse Taalen 1. Tweede bij de Pakhuijsen 1. Derde „ „ _o 10. Boekhouders en assistenten die op de komptoiren dienst doen, daarvan - - 10. 283 1. klerk bij den Direkteur 4. op de secretarij van politie, waaronder mede geteld 1. gesw: klerk 4. op de Negotie Komptoir 1. „ „ zoldij _=o /26: persoonen die Transporteere 2. 1. 1. —. —. —. —. . . 5. —. —. -. —. — volg:s de memorie in weezen 26: persoonen P:r Transport van de Marine 1. opperstuurman en Equipagie opziender- 1. schieman zijnde Bootsman van de werff. . . . . 1. _o en smalschipper - - - - - - - - - 1: quartiermeester op de Horrij - - - - - - - - 41. —. van de Militie Schipper - - - - - - - - - - - - - —. mattroossen - - - - - - - - - - - - - - - - 20. —. – Handlanger - - - - - - - - - - - - - 22. gemeene Ambagts Lieden Smit — Trampetter - - - - - - - - - - - - —. Kannonier - - - - - - - - - - —. valindrig - - - - - - - - - - - - - 1. sergeant - - - - - - - - . . . . . . 3. Korporaals - - - - - - - - - - - - - — Tamboer - - - - - - - - - - - - 1. kuijper - - - - - - - - - - - - - - - - van de Chirurgie 1. oppermeester - - - - - - - - - - - - — onderchirurgijn - - - - - - - - - - 1. derdemeester - - - Merkelijke Bebiendens — krankbezoeker - - - - - - - - - - - -Koster - - - - - - Bediende van de Justitie 284 1. Geweldiger 9. 60: Persoonen Te zamen. 1. 1. — -. 2. 1. —. 1. 1. 1. 1. 1. —. 1. —. 1. 1. —. 1. - 3. 6. —. 1. —. 1. 1. 3. 4. —. 1. —. 1. 1. —. 20. -. 1. —. 1. 1. —. 2. 1. 3. —. van menage meer minder Aiea . . -. 2. 3. . - . —— „ ƒ 6 -. 1. —. —. —. 22 Hier meede verslag gedaan hebbende van den staat dere Direktie, zullen we hier onder nog kortelijk melden het geen betrekking heeft tot den brenger deezes. — De Bevinding der uijtgeleverde Lading heeft gediend ter vergadering van den 30: maart met de daarop gestelde verantwoording van den schipper Stavorinus. De daarop ge „nomene dispositien zijn in margine genoteert, en Geinsereerd bij vooriszz: resolutie, waar van onder de Bijlaagen boven dien kopia overgaat. We ver„ „soeken ons nopens de Gepermitteerde afschrij= „vingen daaraan te mogen gedraagen, en merken daar uijt eenlijk aan dat we door de scheeps overheeden na de ordre hebben doen vergoeden. 1294: ld of 8 5/8. P:r C:o Warpuijs Jnlands 27. kott„ ls 5 2/5. „ Roode Wijn 24. kann: „ 6 2/3 „ azijn Hollands 53. lb waxkaarsen 25. „ Kuijt 69. „ of 27 1/5. p:r C:o snaphaan Kogels 23. kann: „ 25½. „ „ Lijn olijen 1. p:s masthout Holland van 16½. palen Nopens Nopens de voorsz: te min uijtgeleverde warpeijs heeft den schipper Stavorinus verklaart dat zulks veroorsaakt is door dien dezelve in Enkelde zakken is ontfangen en afgescheept, schoon ont niet voorstaat dat ze alhier bevorens in dubbelde zakken aangebragt is. De 25. ponden krijt en het masthout zegt de schipper te Batavia niet ontfangen te hebben, en nopens de minderheijd van 23. Kann: Lijn olij heeft hij overgelegd een scheeps verklaaring onder Eede ter aantoning dat zulks ik veroorsaakt door Lekragie van het wat. deeze verklaaring gaat en Kopia onder de Bijlaagen meede over. We zenden met deezen bodem wederom 100000: Ropijen om op Cochim te worden afgegeeven zoo het de Gelegentheijd toelaat, en is derhalven de schipper bij Jnstructie gelast om in zulk een geval de Cochimse rheede te moeten aandoen„ De Cochimse ministers hebben van ons ge= „vraagd 100: sipaijs en ze waaren reeds ook aan„ „geworven om met brenger deezes te worden verzonden, 285. dog 39 dog wijl den schipper Havorinus verklaarde daarmede al te zeer te zullen zijn belemmert, ingevalle hij dikwerff geen Gelegentheijd mogte hebben Cochim te kunnen aandoen, hebben daarvan afgezien te meer het teegen. de kwaade mousson gaat en dat zoo ze in het vervolg nog nodig zijn weze in december naastkomende zenden kunnen; wijl volgens aantoning van voorsz: schipper de voorraad van 28.6 brandhout ten dienste van zijnen bodem was gekonsumeert tot op een vadem na, en hij wel met 30. koppen meer is bemand geweest dan waar voor hij te Batavia geproviandeert was, zijn hem hier nog 4. vadem voor de ordinaire Equipagie en 8. vadem voor 100: Mooren ver„ „strekt bij de onkost Rekening is daar van de noodige aanwijzing gedaan. — voorts hebben we met deezen bedem transport na de Hoofdplaats verleend aan 23: Maccassaarse bedevaarders nevens twee hunner vrouwen mits blijvende blijvende buijten Lasten van de Komp: Dezelve zijn wel zoo ze zeggen met Engelse scheepen na deeze kant gekomen, dan wijl de 'Komp: gewoon is deeze zoorte van menschen die gerief. „lijkheid te bewijzen, als het buijten belemme, „ring der scheepen geschieden kan, Hoopen we „dat uw Hoog Edelheed:s het zelve zullen approbeeren. — De Lading van den brenger deezes be= „staat in het volgende, teweeten F: S: Waarmede wr de Eer hebben met diepe Eerbied en waare Trouwe te zijn /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer en Wel Edele Heeren. /:lager:/ uw Hoog Edelheed:s zeer onderdanige en Ge= „hoorsame Dienaaren /:was getekend:/ W. J. van de Graaff, N. J. Sluijkken, J. van der Sleijden, C. van Citters, C. Heijdeman, H. C. de Vassij, - - - - J. g. Bocquet, E. . M. Mardi en Pieter van Toulon: /:in margine:/ Souratta den 8. april A„o 1777: Akkordeert. 2 Batavia

NL-HaNA_1.04.02_10418_0241 view scan ↗

English

211 287 Batavia To the same as before This goes via Bombaij, to be sent from there directly to Batavia if an opportunity arises, otherwise via Mallatka. The duplicate of our respectful letter of the 5th of this month, dispatched with the ship Ouwerkerk, is enclosed herewith. We have contracted this morning in our meeting the goods required on the respective demands for the year 1777 for Patria and India at the same prices as were paid for them under the administration of the late Extraordinary Councillor Mr. Senff, that is from 1764 up to and including 1769, and thus with a general reduction of 10 percent compared to the last preceding year. The suppliers have undertaken to fulfill both demands for Europe and the Indies in good and sound linens so timely 288 examined so timely that they can be dispatched before the end of next December, and we hope to be able to ensure that this is fulfilled, in order to be able to send back all the expected ships at the same time. We have the honour to be with deep respect and true loyalty. Underneath stood: Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Governing Lord and Most Noble Lords. Lower: Your Right Honours' humble and obedient servants. Was signed: Wm Jb van de Graaff, Am f: Cluijsken, Jb van der Sleijden, Cs van Citters Aarntz, Cn Heijdeman, Cs Cs de Vassij, Wm Ln Sontag, Et Hs Wiardi, and Pieter van Toulon. In the margin: Souratta the 23rd of April Ao. 1777. Govtert 0. Boeff 1 „ 4. Copy Surat instructions Patria For o Being the oldest document. 290 215 Batavia Copy To His Right Honour The Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Governing Lord Jeremias van Riemsdijk Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company The Most Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Governing Lord and Most Noble Lords. The ships Starenisse and De Jonge Lieve arrived in this roadstead on the 31st of October, with which we have had the honour to receive along with receive Your Right Honours' highly revered letters of the 15th of August last; Among the annexes belonging thereto we have also received Your Right Honours' circular missive of the 12th of June of this year. In accordance with and in fulfillment of what was ordered therein, on the 10th of this month His Right Honour, the Right Honourable Lord Jeremias van Riemsdijk was publicly introduced to all the subordinates of the Netherlands Company here in the high dignity of Governor-General, and the prescribed oath of loyalty and obedience was taken by everyone; we have the honour to send the resolution recorded of this separately among the annexes; We take the liberty to congratulate His Right Honour, mentioned above, both well-meaningly and respectfully upon the confirmation in this 291 very important and distinguished dignity, and we pray to the Almighty that He will graciously pour out His precious blessing over His Honour's 217 His Honour's person and government; we also congratulate the Noble Lord Director-General Reijnier de Klerk in the most cordial manner upon the obtained confirmation in this very weighty post, wishing the Lord's blessing upon his Most Noble person and actions. Finally, we also perform this well-meaning duty toward the Most Noble Lords Johannes Vos, Jacob Pelgrom, Hendrik van Stokkum, and Jan Hendrik Doock, upon Their Most Nobles' elevation to Ordinary and Extraordinary Councillors of the Netherlands Indies; At the opening of the business concerning Your Right Honours' aforesaid missive, which was held on the 3rd of November, the Director seriously reproached the members who signed the letter to Your Right Honours of the 30th of April 1776 for the improper expressions that occur in the aforesaid letter, and recommended to them for the future not to lose sight of not to lose sight of the respect due to Your Right Honours, whereupon the same members unanimously declared, as they further do by these presents, that they are very sorry for the displeasure conceived by Your Right Honours in this matter, but that none of them had any bad intention with the aforesaid offensive wording, which crept into the letter solely by inadvertence, for which they nevertheless respectfully ask for forgiveness; Before replying to Your Right Honours' aforesaid missive, we very humbly thank Your Right Honours for Your favourable approvals of almost all our actions, and we further prefix here, according to custom, the extract of the General Missive from Patria of the 30th of October 1776, answered in the margin:- Had 219 "If we had reason in the past year to express our displeasure concerning the directorship and management that took place at the Company's factory in Souratta, no less cause is given thereto in the letters and papers received since from that factory, as showing several costly commissions, important repairs, and large expenditures, accompanied by a considerable decrease in profits; The measures which you have taken in that matter are extremely emphatic, yet if we combine therewith what you wrote in 1773 and 1774 with regard to this establishment, we must have no small doubt whether the same will be effective enough to bring about the necessary improvement in both respects, and whether consequently the political body in

Dutch transcription

211 287 Batavia Aan als Vooren Deese gaat over Bombaij, om van daar te worden versonden direct na Batavia zoo er een Geleegentheid is, anders over Mallatka. Het dubbel van onsen Eerbiedigen van den 5:e deeses met het schip Ouwerkerk gevaardigt gaat hiernevens. We hebben heeden morgen in onse bij Eenkomst aanbesteed de Goederen die op de respective Eijsschen ƒ voor den Iaare 1777. pro Patria en India gevordert zijn teegens deselfde prijzen, die daarvoor zijn besteed onder het bewind van wijlen den Extra Ordinair Raad de Heer Senff, dat is van 1764 tot 1769. ingeslooten, PCto en dus met een Generaale Vermindering van 10 p=rCt in Vergelijking van het jongst voorgaande Iaar, De Leveranciers hebben aangenoomen om beijde 3 de Eijsschen voor Europa en Jndien te zullen voldoen, in goede en deugtzaame Lijwaaten zoo tijdig 288 nagezien tijdig, datze voor ult=mo December naastkoomender keen =nen worden verzonden, en we hoopen te zullen kunnen zorgen, dat hier aan word voldaan, ten Eijnde de Ver= =wagt wordende scheepen alle te gelijk te kunnen te rug¬ senden. We hebben d' Eere met diepe Eerbied en waare Trouwe te zijn. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd. gebiedende Heere en WelEdele Heeren /:laager:/ uuw= Hoog Edelheeden onderdanige en Gehoorsaame dienaaren /was geteekend:/ W=m J=b van de Graaff, A=m f: Cluijsken Jb van der Sleijden, C:s van Citters Aarntz C=n Heijdeman Rs: C C:s C:s de Vassij, W=m L=n, Sontag, E:t H:s Wiardi, en Pieter Ao. 1777 van Toulon /:in Margine :/ Souratta den 23:e April A:o 1717. Govtert 0. Boeff 1 „ 4. Copia Juratze Hdwijzen Patric Vor o Zijnde het Odste Gel. 290 215 Batavia Copia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijd gebiedenden Heere Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal van Wegens den staat der verEenigde Nederlanden en Haare Algemeene Oost-Indische Compagnie De welEdele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Hleen En WelEdele Heeren. De Scheepen Starenisse en De Jonge Lieve Zijn den 31e: october ter deezer Rheede gear¬ „riveert, waar meede we de Eer gehad hebben te Benevens ontfangen ontfangen uw Hoog Edelheedens zeer gerenereerde Brieven van den 15: Augustus Jongstleeden; Onder de daar bij gehoorende Bijlaagen heb¬ „ben ne mede ontfangen uw Hoog Edelheedens Circulaire missive van den 12e: Junij deezes Jaars, Ingevolge en ter voldoeninge aan het daar bij „op den 10=' deeses geordonneerde is, zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Heere. Jeremias van Riemsdijk in de Hooge waardigheid van Gouverneur Generaal, alhier alle de onderhoori¬ „gen van de Nederlandsche Kompagnie publicq voorgesteld, en is den beraamden Eed van trouwe en gehoorzaamheid door een ieder vol¬ „bragt; De Resolutsie die hier van gehouden is, hebben we de Eer onder de Bijlaagen apart over te zenden; We gebruijken de vrijmoedigheid Hoog gem: zijne Hoog Edelheid in de bevestiging van deeze 291 zeer gewigtige en aanzienelijke waardigheid zoo welmenend als eerbiedig te vergelukken, en we bidden Den allerhoogsten, dat Hij over zijn Edelheids 217 Edelheids Perzoon en Regeering, genadiglijk wil uijtstorten zijnen dierbaaren zeegen; ook vergelukken we den Edelen Heer Direkteur Generaal Reijnier de Klerk op de harte„ „lijkste wijze met de erlangde bevestiging van deeze zeer Zwaarwigtige post, onder toewensching van 's Heeren Zeegen over zijn welEd: perzoon en verrigtingen Eijndelijk volbrengen wij ook deezen wel menenden pligt aan de welEd: Heeren Johannes Vos, Jacob Pelters, Hendrik van Stokkum, en Jan Hendrik Doock, met Haar wel Ed:s verheffing tot Raaden or„ „dinair en Extra ordinair van Nederlands India; Bij de opening der Bescigne over uw Hoog Edelheedens voorsz: Missive, die gehou„ „den is op den 3e: November, heeft den Direkteur de Leeden die getekend hebben de Brief aan uw Hoog Edelheedens van den 30:e April 1776. ern„ „stig gereprocheert over de ongeroegelijke uijtdruk¬ „kingen die bij voorsz: brief voorkomen, en heeft hun voor den aanstaande gerekommandeert het het verschuldigt ontzag voor uw Hoog Edelhee¬ „dens niet uijt het cog te verliezen, waar op dezelve leeden eenparig hebben verklaard zoo als ze naa¬ „der doen door deezen dat hun zeer leed doed het ongenoegen hier over bij uw Hoog Edelheedens opgevat, dog dat niemant van hun eenig kraad opzet gehad heeft, met de voorsz: aanstotelijke be„ „woordingen, die alleen bij in advertentie bij de brief zijn ingesloopen, waar over ze niet te min Eerbiedig om verschoning vraagen; Alvorens te beantwoorden voorsz: uw Hoog Edelheedens missive, bedanken we Hoogst Dezelve 292 zeer nedrig voor Hoogst Derzelve gunstige goedkeu„ „ringen van meest alle onse verrigtingen, en wij laaten hier wijders na gewoonte voor af volgen het in margine beantwoorde Patrias Ex¬ „tract Generale missive van den 30:e october 1776:- Hadden 219 „Hadden wij in den voorleden Jaare reeden „om ons misnoegen te betuijgen over de Directie „en huijshouding welke op 's Comp:s Comptoir te „souratta plaats rond, geen minder stoff word „daar toe gegeeven in de brieven en papieren die „zeedert van dat Comptoir zijn ontfangen als „opleeverende verscheide kostbaare kommissien, „importante reparatien en Groone spendatien, verseld van een aanzienelijke vermindering „der winsten; De dispositien, die uE ter dier zaaken heb„ „ben genomen zijn ten uijtersten nadrukke„ lijk, dog zo wij bij den anderen voegen het geen „ul in 1773; en 1774: met betrekking tot dit etablissement hebben geschreeven, dan moe¬ „ten wij niet wijnig bedenking dragen off dezel„ „re Efficatieus genoeg zullen zijn om in het een „en ander de nodige verbetering te weeg te bren„ „gen, en off mits dien het politicque Lichaem in

NL-HaNA_1.04.02_10418_0260 view scan ↗

English

Coming directly to the matter, it appears to us with great astonishment how, according to the postscript of the Ministers' letter to you of 2 January 1775, the narrowship De Mosselschulp had unexpectedly become unfit to undertake the voyage to Batavia, although a few days prior it had been found in a fit condition for the aforesaid voyage following an inspection by delegated naval and shipbuilding experts. From this we must deduce either that the said inspection was carried out entirely negligently, or that the report of the delegates was not so positive that the Ministers could and should have resolved with peace of mind to dispatch the aforementioned vessel. However, regarding this alternative hypothesis, it is impossible for us to judge with certainty because the resolutions received here for the year 1774 were not recorded up to 20 December, when, upon the aforementioned report, the decision for the dispatch was taken. Meanwhile, it cannot sound other than extremely suspicious that the former equipage master van der Hegge, who was also a party to the aforesaid report, came of his own accord four to five days after the taking of the said resolution to inform the Ministers that, upon a closer inspection, it had appeared to him that the outer planking of that keel was so gnawed through by worms that, in his opinion, making so distant a voyage as to Batavia would be dangerous for that vessel; while this finding was further confirmed by the four senior members of the Council of Policy, who, assisted by expert carpenters, had inspected that vessel once again upon the Ministers' authorization. The aforementioned narrowship De Mosselschulp was sold last year at public auction for 8425:—: rupees. The expenses incurred in recovering this vessel, as well as the repairs and supplies made to it, have, on the other hand, amounted to 8950:46 rupees, according to the statement provided in a letter written by the former Ministry to Their High Noble Excellencies on 30 April 1776. The difference, amounting to the sum of 533:46 rupees, was favorably passed by Their High Noble Excellencies by missive of 15 August 1777. We further request, regarding the contradictory reports about the fitness or unfitness of this narrowship for the voyage to Batavia, to be permitted to refer to our respectful letter written to the Noble High Indies Government on 5 April last, and we only take the liberty to remark here that out of the total of the specification, amounting to 1105:1 rupees, inserted into the Resolution in this Directorate of 11 April 1775 for expenses incurred on that occasion, 509 3/40 rupees will be charged to the account of the defected Director Bosman in accordance with Their High Noble Excellencies' order by letters of 10 August 1776 and 15 August 1777; that included under the remainder, to the sum of 565 1/12 rupees, is the amount of some sails and a flag which are still in stock and are to be brought onto the present books at their cost; and that Their High Noble Excellencies have favorably permitted that the remainder, being the amount of some small supplies from stock, may be written off. The excessive sums that have been charged both for the release of the aforementioned narrowship from the hands of the Marathas and for refitting the same, together with the extraordinary issuance of equipage goods after its return from Bombay in place of those that had been delivered to that vessel shortly before its departure thither, and set against this the insignificance of the actual utility that the Company has had from that bottom since its restitution—all this provides striking proofs of inattention and carelessness regarding the Company's interests, and shows in retrospect how little reliance is to be placed on the Surat reports. For, whereas the Ministers gave assurances by letter of 21 December 1772 that the costs incurred for the repair of that bottom were not calculated too high, and that the aforesaid narrowship was, through those repairs, again in a condition to perform the required services for a good twelve years or more, one now finds that after the lapse of barely two years it is already in such poor condition that the Ministers deem it most advisable to sell the said vessel for what it will fetch. This having been proposed by them to you, we must await your disposition thereon. We cannot refrain, however, from further remarking in this connection that if one can accept what the Ministers state, namely that the aforementioned narrowship could still serve for a long time in this Directorate with the benefit of the usual annual repairs, we cannot find that urgent necessity for detaining here the second narrowship, De Jonge Petrus, since your order was not restricted nominally to the return of the Mosselschulp, but to one of those two vessels. The delivery of this present to the Marathas was made no more than once, and ceased after the incident with the ship the Vrouwe Geertruijda. Since that time, our incoming and outgoing ships have had no further hostile encounters with these people. The obtaining of dastaks from the Court of Pune for the escort of the Company's ships for an annual present of 6000:—: rupees, or rather over 1000: rupees more than your utmost authorization extended to, having been passed by you, we shall likewise await your decisions thereon.

Dutch transcription

Hier meede ter materie tre¬ Het hier nevens vermelde smal¬ „schip de Mosselschulp is voorleede Jaar„ dende komt ons met zeer veel be„ verkogt bij publike rendutie voor rep:s 8425:—: de ongelden besteed tot het te „vreemding te vooren de onbequaem„ rug krijgen van dit vaartuijg mitsga„ heijd naar in volgens het Oost„ „ders de daar aan gedaane reparatien en verstrekkingen hebben daar en tee „ schriptum der Ministers missi„ „gen bedraagen rop:s 8950: 46: volgens de aanwijzing die daar van gedaan „ve aan uE van 2:e Januarij 1775: is bij een brief geschreeven door het voor „ het Smalschip De Mosselschulp „ge Ministerie aan Hunne Hoog Edel„ op het onvernagts was geraakt om „heeden den 30:e April 1776. het verschil„ ter somma van rep:s 533:46: is door de reijs naar Batavia te kun¬ Hunne Hoog Edelheeden bij Missive van den 15:e Aug:s 1777: gunstig gepas„„ nen onderneemen, hoe zeer het „seert. we verzoeken voorts nopens de zelve weijnige daagen bevoorens strijdige berigten over de bequaam„ door Gecommitteerde Zee en „heijd of onbequaamheid van dit Smalschip tot de reijse na Batavia scheeps bouwkundigen, na ge¬ ons te moogen gedraagen aan on„ „zen Eerbiedigen brief geschreeven aan„daane visitatie tot het doen der de Edele Hooge Indiasche Regeering den 5:e April Jongstl: en neemen de wij„ voorsz: reijse in staat was bevonden, „heid hier alleen aan te merken, dat wij moeten hier uijt opma¬ van het beloop der specificatie groot rop:s 1105:1: geinsereert ter Resolutie „ ken of dat gemelde visitatie „in deeze Directie zodanig geconstitueerd kan „blijven, als het zelve tegenwoordig schijnt „te zijn; van gantsch 221 van den 11:' April 1775. wegens ongelden gantsch onagtzaem is verrigt, te dier geleegentheid gedaan volgens op dat het Rapport der ge„ Hunne Hoog Edelheeden ordre bij brie„ „ren van den 10:e Aug:s 1776. en 15:e Aug:s „committeerdens niet zo posi„ 1777. rop:s 509 3/40. gestelt zullen wor„ „tief is geweest, dat de minis„ „den op de reekening van den overge„ „loopene Directeur Bosman, dat on„ters daar op met gerustheijd „der het resteerende ter Somma van hebben kunnen en behooren rop:s 565 1/12. begreepen is het beloop van eenige zijlen en een vlag die nog in te besluijten tot de verzending voorraad zijn en met haar kostende van het voorn: vaartuijg; bij de tegenswoordige boeken staan te worden ingenomen, en dat Haar Dan over deeze alternati¬ Hoog Edelheeden gunstig hebben toe„ re onderstelling is het ons on¬ „gestaan, dat het overige ter somma zijnde het bedraagen mogelijk met zekerheid te oordee„ vanstep:s van eenige klijne verstrekkingen uijt„ len om dat de alhier ontfange„ voorraad mag werden afgeschreeven; „ne resolutien van den Jaare „1774: niet zijn bijgeschreeven tot den 20:e Decem„ „ber, wanneer op het evengemeld rapport het „besluijt tot de verzending genomen is; Het kan intusschen niet anders dan „ten uijterste suspect luijden dat den gew: Equipagie „opziender van der Hegge die het voorsz: rapport „meede heeft gedaan, vier a vijff. daegen na het neemen „neemen van gemelde besluijt, als uijt zig zelve de „Ministers is komen kennis geeven, dat hem bij „exacte visitatie was gebleeken, dat de vastehuid „van dien kiel der maate van de wormen was „doorknaagt, dat na zijne gedagten het doen „van een zo verre reijse als naar Batavia voor „dien bodem gevaarlijk zou zijn: Terwijl deese berin¬ „ding nader bevestigd is, door de vier oudste leeden „van den raad van Politie dewelke geassisteerd met des kundige timmerlieden op der Minis„ „ters qualificatie dat vaartuijg andermaal „hadden bezigtigd; 294 De Excessive Sommas, die zo tot Largatie smal „van het voorm: schip uijt de handen van de Ma„ „rattas, als tot het weder in staad stellen van „het zelve zijn inrekening gebragt, mitsgaders „de buijten gewoone verstrekking van Equipagie „goederen, na diet te rug komst van Bombaij „in plaats van de geenen, dewelke kort voor het „vertrek derwaarts aan dat vaartuijg waren afgegeeven 42 „afgegeven, en daar en tegen overgesteld de ge¬ „ringheid van het wezendlijke nut dat de „Maatschappije van dien bodem zedert de te „rug gave heeft gehad, dit alles leverd op door„ „slaande bewijsen van in attentie en zorge„ „loosheijd omtrent 's Comp:s belangens, en toont van agteren hoe wijnig er op de souratsche be¬ „rigten staat is te maaken, want, daar de Ministers, bij brieff van den 21e: December 1772 versekering hebben gegeeven, dat de kosten „tot herstel van dien bodem gemaakt niet „te hoog bereekend waaren: dat voorsz: smal„ „schip door die reparatie weeder in staat was, „om nog wel twaalff Jaaren, en meerder de „vereijschte diensten te kunnen doen, onder¬ vind men nu dat het zelve na verloop van „pas twee Jaaren reeds zo slegt is gesteld, „dat de Ministers het raadsaamst oordeelen „gemelde vaartuijg, voor het geldende te ver„ „koopen 't welk door hun aan uE. voorgedra„ „gen zijnde, moeten wij uE. dispositie daar op 23 wij kunnen egter niet nalaten hier bij ver¬ „der te remarqueeren, dat zo men kan aanneemen, „het geen de Ministers poseren, dat voorm: smal„ schip onder genot der gewoone Jaarlijksche re¬ 295 „paratien nog langen tijd in deezen Directie „konde dienst doen, wij dan die hooge noodzake„ „lijkheijd niet kunnen vinden, om het tweede Smalschip De Jonge Petrus alhier aantehou¬ „den, dewijl uE ordre zig niet bepaalde nomina„ „tim tot de te rug zending van de Mosselschulp„ „maar tot een dier bij de vaartuijgen; De afgave van dit geschenk aan Het verkrijgen van Tassen de Marratters is niet meer dan eens van het Doenasche Hoff ten ge¬ gedaan, en heeft opgehouden zedert het voorral met het schip de vrouwe „leijde van 's Comp:s scheepen voor Geertruijda. Na dien tijd hebben onze gaande en koomende scheepen een Jaarlijks present van 6000:—: geene verdere vijandelijke ontmoe„ rop:s off wel ruijm 1000: rop:s meer, „tingen met dit volk gehad; „als daar toe uwe uitterste qualificatie strekte„ „door uE: gepasseert zijnde, zullen wij ons zulx „op afwagten; mede

NL-HaNA_1.04.02_10418_0265 view scan ↗

English

also accept; However, the encounter mentioned in Your Honour's letter of 11 May 1775 shows only too clearly how little certainty one can have regarding those passes; For the reasons given, we approve the writing off of a very considerable quantity of powder and candy sugar delivered short on the cargoes of the ships Westerveld and Beemsters Welvaaren above the permitted allowances for underweight; The amount of the shortfall actually found in Japanese copper, mentioned here adjacent, was charged by Their High Mightinesses for compensation to the titular merchant and storehouse master Van Citters, who was debited for it on his salary account; last year he already addressed the aforementioned Their High Mightinesses to be released from this debit, and he has requested permission to pursue this matter further now; Yet the causes of the short-delivered quantity of Japanese bar copper have not been found sufficiently clear to exempt the commanders of the aforementioned ships from its compensation, just as also could not be done regarding the 40 pieces of silk Patolas and two pieces of bunting delivered short at Batavia by the crew of the last-mentioned vessel, besides the linens that arrived wet and damaged; And we doubt whether any reason for granting those exemptions will have appeared to Your Honour since receiving the report which Your Honour demanded from the Ministers and which they sent to Your Honour; In the most recent fiscal year, the net profits after deduction of charges were a large f421,700:14:8, whereby this office, compared to the immediately preceding fiscal year, has come ahead by f198,673:--:8 in increased profits and decreased charges. In this fiscal year, we hope, according to the estimate made of the sale of goods in the Resolution of 23 November last, that we shall add a good sum above that; The apprehension we expressed in the letter of 29 September 1775 regarding the meager outcome of trade during the fiscal year 1772/3, we see was only too well founded, as the profits of that year amounted to a sum of f214,082:--:-- less than those of the previous one; Yet, since Your Honour has already made the necessary remarks on the state of that year, we shall acquiesce in it, in the hope that that of the following fiscal year will make a better showing; We must further remark, with regard to the sale of the copper brought by the Vrouwe Geertruijda in 1774 at a profit of 180 percent, that if the Ministers in the two previous years, when it yielded only 140 and 139¾ percent, had been under the same obligation as recently to part with that metal at no less an advance than 100 percent, they in all likelihood would have been able to induce the brokers to take the copper at the same price as was stipulated with them for the parcel received most recently; We request permission only to remark in this regard that the diversity of such goods as are mostly consumed here, without however daring to limit it to a few sorts, generally more or less promotes trade. For which goods there will be the greatest demand in a following year cannot always be foreseen when drawing up the requisitions, and if it happens that there are less sought-after goods among them, they do not sell as easily as the more sought-after ones. It having been repeatedly asserted by the Ministers that a large supply of sugar on the Company's behalf also contributes to a broad vent of spices, in order thereby to induce Your Honour to send more than one ship to this Directorate, we find that reason repeated again in their letter to Your Honour of 2 January 1775, while a little earlier in that same letter it is stated that from September until 31 December, 2,592¼ lb of cloves and 14,548½ lb of nutmegs were fetched, and thus, as the Ministers add, far more than in the entire previous fiscal year; But precisely in that last-mentioned fiscal year of 1774, this office received two shiploads of sugar and in contrast only one in the following year, when nevertheless much more nutmegs and cloves were delivered; we do not see how these advices and reports match one another, and this latter appears to us to be proof of the groundlessness of the former; Regarding the debt of the brokers, we request permission to refer to our Resolutions of 3 and 23 November, taken on the usual annual reports of the debtors. With pleasure we have learned from the Ministers' letters that the debt of the brokers had decreased to 147,766 rupees, and that it was soon to fall to 120,000 rupees. It will be pleasant to us to see confirmed by the outcome the assurance given that the Company has nothing to fear from those people, as one will then not be brought into the unpleasant necessity

Dutch transcription

6 115 „mede laten welgevallen; „ De ontmoeting egter, waar van uE missive „van 11: Maij 1775. gewaagddoet, maar alte klaar „zien hoe wijnig zekerheijd men van die passen kan „hebben; „Wij passeeren om de daar van gegevene „redenen de afschrijving van een wij aanziene„ „lijke quantiteit Poeder en handij Suijker op de „ladingen van de scheepen westerveld en deem„ sters welvaaren boven de gepermitteerde onder¬ „wigten te min uijtgeleverd; Sul hebben nogthans de Het bedraagen van het werkelijk te kort bevondene Japans kooper hier ne„ oorzaken der te min uijtgele¬ „vens vermeld, is door Hunne Hoog en saekhuursmeester Edelheeden aan den titul: koopman ^ van Citters ter vergoeding opgelegt, die daar verde quantiteijt Japans staaf voor op zijn zoldij reekening belast is; kooper niet liquide genoeg ge¬ voorleede Jaar heeft hij zig reeds dermee„ „gens g'addresseert aan welgem: Hunne „ vonden, om de overheden van Hoog Edelheeden, ten eijnde van deese voormelde Scheepen van dies belasting te moogen werden ontslaagen, en hij heeft verzogt dit tans naader te vergoeding te ontheffen gelijk moogen doen; meede S 296 „meede niet heeft kunnen geschieden nopens de „op Batavia door die van laast gem: bodem te „min aangebragte 40: p:s zijde Patholen en twee „p:s vlaggedoeken, behalven nog de nat en bescha„ „digt geraakte Lijwaten; „En wij twijffelen off tot het doen van „die ontheffingen aan UE. zeedert eenige reeden zal „zijn voorgekomen bij het berigt, 't geen uE van „de Ministers gevordert, en zij aan uE toegezon¬ „den hebben; De bedugting, die wij bij In het Jongste boekjaar zijn de Zuijvere winsten naar aftrek van de missive van 29e September 1775. te Lasten groot geweest ƒ421700: 14:8: waar door dit Comptoir in vergelijk kennen garen over den Soberen van het onmiddelijk voorgaande boekjaar aan meerdere winsten en uijtslag van den handel geduu¬ mindere Lasten is te vooren ge¬ „rende het boekjaar 1772/3 zien wij „raakt ƒ198673:—:8: In dit boek„ „Jaar hoopen wij volgens de aan„ dat maar al te zeer gegrond is „wijzing die van de verkooping der goederen gedaan is, ter Resolutie van geweest, alzo de winsten van dat den 23:e November Jongstl: dat we nog Jaar een som van ƒ214082:—:—: een goede som boven dien zullen minder, dan die van het voorige opleggen; hebben 227 „hebben beloopen; Dog door uE op den staat van dat Jaar „reeds het nodige geremarqueerd zijnde, zullen „wij daar in berusten, in hoop dat die van het „volgende boekjaar een betere vertoning zal „maken; „Wij moeten voorts remarqueeren ten „aanzien van den verkoop van het kooper „met de vrouwe Geertruijda in 1774: aange„ „bragt tot een winst van 180: p:r C:o dat ze de „ Ministers in de twee vorige Jaaren, toen het zelve „maar 140: en 139¾ p:r C:o heeft gerendeert, onder „ een gelijke verpligting hadden geweest, als „laast om dat metaal met geen minder ad„ „rans dan van 100: p:r C: aftestaan, zij als dan na „alle waarscheijnlijkheijd de Makelaars wel „zouden hebben weeten te beweegen, om het koo„ „per tot dezelve prijs aanteneemen, als voor de „Jongst ontfangene partij van hun is bedongen; Meermaalen Wij verzoeken verlof om hier Meermalen door de Minis¬ omtrent alleen te moogen aan¬ „merken dat de diversiteijd van zul„ ters zijnde beweerd dat tot een „ke goederen die hier meest gesleeten ruijmen vertier van Specerijen worden zonder 't nogtans aan enkel¬ „de zoorten te durren bepalen den meede werkt een grootenaarder Handel doorgaans min of meer bevordert. Naar welke goederen ' van Suijker 's Comp:s weegen, ten in een volgend Jaar de meeste vrae„ eijnde uE. daar door te beweegen „gen zijn zal is bij het instellen der Eijsschen niet altoos te voorzien, en tot het zenden van meer dan een gebeurt het dan dat er minder ge„ „wilde goederen onder zijn dan gaan schip naar deese Directie, vin„ die niet de meer gewilde te gemak„ „den wij die reeden weder herhaald „kelijker van de hand. „bij hunne Missive aan uE: van 2:e Januarij 1775: „terwijl een weijnig te vooren in die zelfde mis„ „sire word gezegd, dat zedert September tot „den 31: December zijn afgehaald 2592¼ lb: Nage„ „len en 14548½ lb: Nooten, en dus gelijk de Mi„ „nisters er bijvoegen, wij meer als in het voerige „geheele boekjaar; „Maar Juist in dat Laast gemelde „beekJaar van 1774: heeft men ten deesen romp„ „toire ontfangen twee scheeps ladingen suij„ „ker 229 „lijkse berigten der Debiteuren. ker en daar tegen maar een in het volgende „Jaar, toen erevenwel veel meer Nooten en Na„ „gulen zijn afgeleverd; „wij zien niet hoe dese advisen en be„ „rigten op Elkandere passen, en dit laatste „schijnt ons toe een bewijs te weesen der onge„ „grondheijd van het Eerste; Met genoegen hebben wij Nopens de Schuld der Makelaars verzoeken wij ons te moogen gedraagen uijt der Ministers Letteren ont¬ aan onze Resolutien van den 3:e en den „waard dat de Schuld der Makelaars was vermindert „tot rop:s 147766:-: en dat die eerlang stond „te daalen op rop:s 120'000:—: 23:e Novemb:r genoomen op de gewoone Jaar„ Het zal ons aangenaam zijn door de „uijtkomst te zien bevestigd de gedaane verze„ „kering dat de Comp:e bij die luijden niets te „dugten heeft, zullende men als dan niet gebragt „worden in de onaangenaame noodzakelijk„ „heijd

NL-HaNA_1.04.02_10418_0270 view scan ↗

English

the arrival of the present Director a part had been paid; this capital, of which already before was soon thereafter completely cleared off. 298 This will be observed, but the present Director hopes to arrange matters so that no money negotiations need take place; opportunity to recover that loss from the Ministers; Meanwhile the Company has remained burdened with a part if not the entire amount of the sum of rop:s 115000:-: negotiated here in 1773:, and this as well against your expectation as that which we had that those borrowed funds would already have been cleared off from the debit of the brokers: the Ministers having furthermore in 1774 drawn on you a considerable amount of rop:s 71062:-:-: in assignments, without it appearing to us from their reports whether that drawing was done on the firmly regulated footing, which we must nevertheless trust, because otherwise this would not have been passed by you without remark, yet we recommend the Ministers in future to express clearly in their letters on what basis the assignments were drawn and the funds accepted in cash; Under the heading of The Director, in his separate letter of the 5th April last, has communicated his thoughts on this work in detail to Their High Excellencies by Their most special command, as far as he can judge such things. Since then, the Engineer Willem Loewe has arrived here from Ceylon, who has further inspected this work and whose reports are now being sent over to Batavia; for the rest, we request regarding this work to be permitted to refer to our Resolutions of the 3rd and the 23rd November last, in which various notable matters regarding this work and diverse other entries appear, of which the Noble High Indian Government is given notice in the letter departing today. carpentry and repairs we have not been able to regard without astonishment the exorbitant expenses spent on the repair of the Stone Stairs; We had not expected that those expenses, which we already saw exceeding the calculation by a notable sum last year, would still have increased so considerably that they now amount to an exorbitant sum of rop:s 68702:—:—: This sum, added to the 196515: rop:s spent on the 231 299 15000: have been placed to the account of the former Director according to the Resolution of the 13th December 1776: and General letter of the 5th April last; new buildings on that wharf, increases not a little our concern, which we have frequently shown regarding the great operational expense which the Company has at a far-distant trading post: where it is practically subject to the arbitrary conduct of jealous competitors, and exposed to the vexations and chicaneries of native governors, and where it cannot conduct trade except with great encumbrance for the articles of its commerce, through the maintenance of small vessels, the payment of tolls, and the spending of large sums of money to obtain any privilege, just as we encounter a new proof of this latter in the disbursement of 36000: rop:s without which it is said one could not have obtained the free unloading for the future of spices For the expenditure toward this privilege, rop:s 30000: was entered by the former administration, but Their High Excellencies have allowed only rop:s 15000: for it. The remaining rop:s 923 we have the honor to send over a duplicate of the same herewith; spices and further goods from the ships at the wharf, at a trading post therefore where the Company, in case of forced or voluntary abandonment, would lose a considerable capital of which it might have had little or no benefit; We shall not expand further upon both matters in this letter, but await your decisions both on the expenses incurred for the Stone Stairs and regarding the expenditure to obtain the firman whereby, according to the Director's separate letter of 2nd January 1775, the above-mentioned permission was confirmed, expecting a translation of the aforementioned firman at the first opportunity; of very much speculation to us, from the Ministers' letter of 10th April 1774:, was what occurred with regard to the Junior Merchant Heijdeman; This 235 This man having departed for Brootchia in the month of January 1774: to settle his private interests, and after the lapse of 7 to 8 months during which intervening time he was still able to conduct quite some private business having been recalled back to Surat by the Ministers, was hindered in carrying out that order by the English chief at Brootchia, on the grounds that he, Heijdeman, at the time of the conquest of the last-named city, had allegedly obtained under his custody various goods of one of the wives of the former Nabob, which were reclaimed at that juncture by the proprietress; How far that accusation had any basis in truth would be difficult for us to investigate, and we must therefore rest content with the report given on this matter by the Warehouse Keeper

Dutch transcription

de komst van de tegenswoordige Direkteur een gedeelte betaeld was; 298 Dit zal worden in agtgenomen, dog de presente Direkteur hooft de zaaken zo te beschikken dat er geene geld Ne„ „gotiatien behoeven plaats te hebben; heijd om dien schade aan de Ministers te doen „verhaalen; Intusschen is de Maatschap„ Dit kapitaal waar van reeds voor „pije belast gebleven met een ge„ is kort daar aan geheel afgelegt. „ deelte zo niet het geheel bedraa„ „gen der som van rop:s 115000:-: in 1773: alhier genegotieerd, en Sulx zo wel tegen uwe als de „verwagting die wij hadden dat dien opgenome „gelden reeds uijt den Debet der Makelaars zou„ „den zijn afgelegd: hebbende de Ministers boven „dien in 1774. op uE getrokken een aanzienelijk „bedragen van rop:s 71062:-:-: aan adsignatien, „zonder dat ons uijt derselver berigten blijkt off „die trekking is gedaan op den vast gereguleerden „voet, 't geen wij nogtans moeten vertrouwen, om „dat zulks anders door uE niet zonder remarque zoude zijn gepasseerd, dan wij re¬ „commandeeren de Ministers in 't vervolg bij hunne brieven duijde¬ „lijke „lijk uijttedrukken op wat met de assignatien „getrokken en de penningen in cas geaccepteerd „zijn; Onder het Hoofdeel van De Direkteur heeft bij zijne apparte brief van den 5e: April Jongstl: aan Hunne Simmeratien en reparatien Hoog Edelheeden op Hoogst Derzelver speciaal bevel zijne gedagten over dit hebben wij niet zonder verbaa¬ werk zoo veel hij diergelijke dingen be„ „oordeelen kan, omstandig bedeelt. Zee„ sing kunnen beschouwen de „dert is van Ceijlon alhier aangekomen den Ingenieur Willem Loewe die dit exorbitante kosten besteed tot werk nader bezigtigt heeft en wiens berigten tans overgaan na Batavia, herstel van de Steene Trap; wij verzoeken ons voor het overige omtrend dit werk te moogen gedraagen aan onze Wij hadden niet gewagt Resolutien van den 3:e en den 23:e Novem„ „ber Jongstl:, waar bij verscheijde naden, dat die kosten welke wij reeds „kelijke dingen nopens dit werk en di„ „verse andere posten voorkomen waar in het voorleeden Jaar de Cal„ van de Edele Hooge Indiase Regeering „culatie met een naamwaardi„ bij de heeden afgaande brief word ken„ „nis gegeven. ge Som Sagen Excederen, noch zoo merkelijk „zouden zijn toegenomen, dat dezelve thans beloopen een excorbitant bedragen van repl: „68702:—:—: Deze som geroegd bij de 196515: rop:s voor de doen 231 299 15000: zijn gesteld op de reekening van „solutie van den 13:e xber: 1776: en Gene„ „de nieuwe Gebouren op die werff besteed, vermeer„ „deren niet weijnig onse bekommering, die wij meer„ „malen hebben betoond over den grooten omslag „welke de Maatschappij heeft op een verafgele„ „gen Comptoir: alwaar zij genoegsaam onderwer¬ „pen is aan de willekeurige handelwijze van „Jaloersche meede dingers, en bloot gesteld aan „de rexatien en knerelarijen van Inlandsche Gouverneurs, en alwaar zij geen Handel kan „drijven als met groot bezwaar voor de articulen harer commercie, door het aanhouden van „klijne vaartuijgen, het betalen van thollen, en het spendeeren van groote Sommas van pennin¬ gen ter verkrijging van eenig voorregt, zo als wij van dit Laatste een nieu¬ Voor het gespendeerde tot dit privi„ „legie is door het voorig Ministerie rop:s „we blijk ontmoeten in de afga„ 30'000: opgebragt, maar Hunne Hoog Edelheeden hebben daar voor maar rop:s 15000: toegestaan. De overige rop:s „ ve van 36000: rop:s zonder walke den geweezen Direkteur blijkens Re„ men zegt niet te hebben kun¬ raals brief van den 5e: April Jongstl:, nan obtineeren de vrije ontlos¬ „sing voor het vervolg van specerijen 923 wij hebben de Eere het zelve bij deesen Dubbeld over te zenden; specerijen en verdere goederen uijt de Scheepen „op de werff, op een Comptoir derhalven alwaer „de maatschappij in Cas van gedwonge off wrij„ „willige opbrake zoude verliesen een aanziene„ „lijk kapitaal waar van zij mogelijk weijnig of geen „ genot zou hebben gehad; „Wij zullen over het een en ander bij dee„ „ze niet breeder uijtreijden, maar afwagten uwe „besluijten zo op de gemaakte kosten aan de steene „Trap, als nopens de spendagie ter verkrijging „van het firman waar bij volgens des Direkteurs „aparte brieff van 2:' Januarij 1775. de boven gem: „permissie is bevestigt, zullende wij bij eerste „gelegentheijd een Translaat van voorsz: firman verwagten, van zeer veel speculatie is ons bij der „Ministers brief van 10:e April 1774: te voren „gekomen het gepasseerde met betrekking „tot den onderkoopman Heijdeman; Deeze 235 Deese ter rerezening zijner particulier¬ „re belangens in de maand Januarij 1774: naar Brootchia vertrokken en na verloop „van 7: a. 8. maenden /:in welken tusschen tijd „hij nog al wat eijgen zaaken heeft kunnen 300. „ verrigten :/ door de Ministers na souratta te „rug ontbooden zijnde, wierd in het opvolgen „dier order belet door het Engelsche opperhoofd „te Brootchia, op fundament dat hij Heijde„ „man ten tijde der verovering van laast gem: „stad, onder zijne bewaaring zoude hebben ge„ kregen verscheijde goederen van een der mou¬ „nen van den gew: Nabab, welke op dat pas „door de Eijgenaresse wierden gereclameerd; Hee ter die beschuldiging in waarheijd „heeft bestaan, zou voor ons moeijelijk zijn te on„ „dersoeken, en wij moeten over zulx berusten „in het deswege gegeve rapport van den Pak„ „huijsmeester

NL-HaNA_1.04.02_10418_0275 view scan ↗

English

Warehouse master Holmberg, who was sent to Brootchia by the Ministers to investigate that accusation as well as to secure the release of the accused; In the first part of his commission Holmberg seems to have been rather more successful than in the latter, since, although having spent 22 days to accomplish that mission, he was nevertheless unable to bring about the release of the aforesaid Heijdeman. The same was however subsequently effected by the second factor at Brootchia, Meijer, by a public address made to the English chief upon the Ministers' authorization. The aforesaid Heijdeman having appeared in Souratta a few days after the granting of that authorization; Yet it surprises us that the Ministers did not have recourse to this latter measure sooner, all the more so since even before Holmberg was dispatched, they did not seem averse to a good outcome of a public complaint; However, perhaps with the dispatching of the warehouse master Holmberg they intended to achieve some other objective, and for this supposition the Ministers' Resolution of 16 October 1773 gives no small cause, since it appears therefrom that the said Holmberg was also charged with ascertaining, if possible, a change in the toll that, as the Ministers state, was demanded contrary to previous custom from some private individuals belonging to the Dutch Nation, which negotiation, however, appears to us not to have gone as smoothly for the said Holmberg as he was allegedly successful, according to the Ministers' letter of 10 April, in arranging the baling and shipping of the Company's linens on the old footing, although it has nowhere appeared to us that any new obstacles had been introduced therein since the conclusion of a convention in that regard with the Bombay Ministry; Under the article of the Servants, it has greatly annoyed us that the Ministers have been able to bring themselves not only to retain and permit to remain here an Assistant who arrived in this Directorate from Mallabaar for the restoration of his health, but moreover to take a gunner's mate from the ship Beemsterwelvaaren, to place him in one of the writing offices with an allowance for Assistant's board money, and to propose him to you for obtaining the effective rank and salary of Assistant, all at a time when the Ministers, in order to relieve themselves of redundant servants, have transferred one of the bookkeepers stationed here to Batavia; We had therefore also expected that Your Honor, pursuant to your previous threat on a similar occasion regarding such a reckless violation of your orders, would have made the Ministers feel a justifiable resentment; at least we could not have thought that we would also have to be offended from your side by seeing Your Honor, against the intention of your own orders and established regulations, approve and grant the decision taken in this matter by the Director and Council and their insolent proposal; And since we can no longer nor will tolerate that the Company is continually burdened with salaries that result from the arbitrary conduct of subordinate Ministers, we therefore desire that the monthly wages that were paid out to the above-mentioned gunner's mate promoted to Assistant, over and above what he would have earned in the latter-mentioned capacity, shall be refunded to the Company by the one whose responsibility it is, just as we further desire that Your Honor shall order the Ministers to immediately reduce the number of clerks stationed here, which under the date of 10 April 1774 still consisted of 19 persons in both Bookkeepers and Assistants, and thus 5 persons above the regulation, and bring it to 14. The service that the Company derives from those clerks cannot be great if one is to judge their competence from the manner in which the letters and papers for the Netherlands have been copied, as some of those letters are written so defectively, sloppily, indeed almost illegibly, that in many places we have had difficulty discerning the true sense and meaning. clerk at the secretariat, a man who has already been very sickly for a long time and can not yet come to any recovery, there are no more than 7 clerks, namely 3 at the secretariat, 3 at the trade office, and 1 at the pay office; The number of clerks is already below this regulation, besides a sworn clerk with the Director and a sworn The total of the specification amounting to rupees 2071: 30 inserted in the Resolution of 17 January last was not included in the comparison of the ordinary annual expenses on the vessels, because the running aground of the small barge and the expenses that had to be incurred to return it into the water is not only an extraordinary occurrence involving many particulars that have no relation to the annual repairs, but also that fully more than a third part of the amount of this specification was spent on repairing the main pier, replenishing the dams beside the northeast jetty, and making a new gate on the river side instead of the one washed away, all of which are things that do not appear in the specification against which the comparison was made; The three bales of Baftas and one bale of Aiquaniasses

Dutch transcription

25 „huijsmeester Holmberg, die door de Minis„ ters ter na vorsing dier beschuldiging zo wel „als tot Largatie van den beschuldigden „naar Brootchia is gezonden; „ In het eerste gedeelte van zijnen last „schijnt Holmberg vrij beter geslaagd te „weesen, dan in het laasten, nadien hij off schoon 22: dagen tot het volbrengen dier kom¬ „missie hebbende besteed, echter niet heeft kun„ „nen bewerken het ontslag van voorn: Heijdeman, Het zelve is egter naderhand geeffec„ „tueerd door den tweden Cactoor te Brootchia „Meijer bij een publick adves op der Ministers „qualificatie aan het Engelsch opperhoofd gedaan. zijnde voorn: Heijdeman weijnige „dagen na het verleenen dier qualificatie „te Souratta verscheenen; Dan 239 Dan het verwondert ons dat de Minis¬ „ters tot dit laatste middel niet eerder recours hebben genomen, te meer daar zij zelfs voor dat „Holmberg wierd afgezonden niet neemd schee„ „den „nen van ^ goeden uijtslag eener publique klagte; „Maar mogelijk heeft men met de afvaardiging „van den pakhuijsmeester Holmberg eenig ander „oogmerk willen berijken, En om dit te onderstel„ „len geeft der Ministers Resolutie van den 16:e „ober: 1773 geen geringe aanleijding dewijl daar „uijt consteerd dat gedagten Holmberg ook is „belast geweest, om was het mogelijk een veran„ „dering te vernemen, in den thol; die zo als de „Ministers zeggen Contrarie de voorige gewoonte „van eenige onder de Hollandsche Natie gehoo„ „rende particulieren gevordert wierd, dog welke „Negotiatie ons voorkomt aan gemelde Holmberg „niet zo gevlot te weezen, als het hem volgens der „Ministers brieff van 10:e April gelukt zou zijn 301 29 3 „'t sappen en afscheepen van 's Comp:s Lijwaden „op den ouden voet te bewerken, schoon ons ner¬ „gens is gebleeken dat daar in zedert het sluij„ ten eener conventie des weegens met het Dom¬ „baijs Ministerie nieuwe beletselen waren toege„ „bragt; „Onder het articul der Dienaaren heeft „ons zeer g'ergerd dat de Ministers van zich hebben „kunnen verkrijgen, om niet slegts een van de „Mallabaar ter herstelling zijner gesondheijd „naar deese Directie overgekomen Assistent aante¬ „houden, en alhier te laten verblijven, maar be¬ ren dien van het Schip Beemsterwelvaaren „te ligten een Constabelsmaat, denselven onder „toelegging van het Adsistent kostgeld te plaat„ „sen op een der schrijff Comptoiren, en aan uE. „voor te dragen ter erlanging van de effective qua¬ „liteijt en Gagie van Assistent, alles op een tijd „dat de Ministers om zig van overtollige Dienaa„ ren te ontlasten een der alhier bescheijde Boek¬ „houder „houders naar Batavia hebben laten overgaan; Wij hadden dan ook gewagt, dat uE ingevolge derzelver voorige bedrijging bij een soort gelijken „uijtstap, wegens het zo ligtraardig overtreeden „uwer beveelen, de Ministers een billijk ressente¬ ment zouden hebben doen gevoelen, althans wij „hadden niet kunnen denken ook van uwen kant „te zullen moeten ontstigt worden, door uE in meer wil van derzelver eijge ordres en gemaak¬ „te bepaling te zien goedkeuren en inwilligen „het door den Directeur en raad in deeze genome „besluijt, en hunne onbeschaamde voordragt; „ En nadien wij niet langer kunnen nog wil„ „len gedogen, dat de Maatschappij telkens belast „worde met gagien, die voortvloeijen uijt het eijgen„ „dunkelijk gedrag van Subalterne Ministers, Zoo begeeven wij dat de maandgelden, welke aan „den hier boven gemelde tot Adsistent bevorderden „konstabelsmaat meer zijn uijtgekeerd, als hij in laast 302 230 „clerk op secretarij een Man die reeds lange heel ziekelijk is en nog tot geen herstel koomen kan, zijn er niet meer dan 7: pennisten, te weeten 3. op secre„ „tarij, 3. op het Negotie komptoir en 1: op het Zoldij komptoir; „laast gem: qualiteijt zoude hebben gewonnen, „door dien het incumbeert aan de Comp: zullen worden vergoed, gelijk wij al Het getal der pennisten is bereeds be„ „needen deeze bepaaling, Buijten een verder begeeren dat uE de Mi¬ gezw: Clercq bij de Direkteur en een gezw: „nisters zullen gelasten het ge„ „tal der alhier bescheijdene schribenten, 't geen onder den „datum van 10:e April 1774: zoo aan Boek„ „houders en Adsistenten nog bestond in „een getal van 19: en dus 5. persoonen boven de bepa„ „ling dadelijk te reduceeren en te brengen op 14: „De dienst welke de Comp:e van die schrif„ „benten heeft, kan niet groot zijn zoo men der„ „selver bekwaamheijd moet afneemen van de „manier, waar op de brieven en papieren voor „ Nederland zijn gecopieerd, wijl sommige dier „brieven zoo gebrekkig, slordig, Ja bij na onlees¬ „baar geschreeven zijn, dat wij op veele plaatsen „moeijte hebben gehad den waare zin en mee„ „nig ; volge nt mil 304 Slet bedraagen der specifikaatsie groot 2op:s 2071: 30: geinsereerd bij Resolutie van den 17:en Januarij J: l: is niet gebragt in het vergelijk van de ordinai„ „re Jaarlijkse ongelden aan de vaartuijgen, om dat het op de wal slaan van het smalschip en de ongelden die er hebben moeten worden gedaan om het weeder in het waater te brengen, niet al¬ „leen een buijten gewoon geval is, waar in veele bijzonderheeden voorkomen, die geen betrekking hebben tot de Jaarlijkse reparaatsien, maar dat ook ruijm een derde gedeelte van het bedraagen dee¬ „zer specifikaatsie besteed is, tot het repareeren van het groote Hoofd, het aanvullen der Dam„ „men bezijden de N: O: Beer, en het maken van een nieuw Hek aan de revier kant in Steede van het weggespoelde, al het welke dingen zijn, die bij de specifikaatsie waar tegens het vergelijke ge¬ „schiede niet voorkomen; De drie pakken Baftas en een pak Aiqua¬ „niassen

NL-HaNA_1.04.02_10418_0281 view scan ↗

English

nias which have been received back from the ship Ouwerkerk have, according to what was noted in the Resolution of 25 April last, been opened, dried, and repacked, and they are now being transferred alongside the other Indian Goods on the ship De Jonge Liere; To your High Noble Honours' order regarding the confrontation of the Moorish seafarers, compliance has been recommended to the Pay Bookkeeper, and he will make a start on it as soon as the ships currently on hand have departed, because according to his report mentioned in the Resolution of 23 November, he is currently too overburdened with other activities. Furthermore, regarding in particular the treatment maintained up to now with these seafarers, in so far as it relates to their engagement, and especially regarding the matter of remittances to their friends, we testify very humbly in that regard to see no chance of being able to make any change; The proposals of the Director were only aimed at an abbreviation in keeping their accounts in the Pay Books, and because these were found to be impracticable, this work must, with your High Noble Honours' pleasure, remain on the old footing. In the meantime, we thank your High Noble Honours very humbly for the issued order to send back the Moors upon the expiration of their contract, the execution of which will contribute very much to obtaining good and experienced people; Likewise, we thank your High Noble Honours for having been so good as to have accepted the payment of monies in Batavia for the account of the Brokers. Their old account will be credited here for that amount according to your High Noble Honours' orders, as soon as the debit note for it has been received; The reduction of 10 percent which took place at the latest contracting of returns was negotiated not without much difficulty, but as the matter was settled, we made no quotation of it. Concerning the contracts of 1775 and 1776, the suppliers were conferred with, who testified that they agreed with the previous Ministry according to the prices determined in the contracts of procurement. We will continuously do our best to ensure that the linens, both for the Netherlands and India, are contracted as tightly as possible and that the deliveries take place in sound goods, but we find ourselves obliged to report to your High Noble Honours that it is not possible to have everything received before the end of December; we will meanwhile use all diligence to have the deliveries made as quickly as possible; Concerning the rop: 15000:-: for permission to repair the Stone Staircase and rop: 6000: for a gift presented to the Maratha Court, the trade clerks have been ordered to verify whether the same have not already been written off, and to serve a report in that regard. The armory goods that were found to be deficient upon the death of Ensign Snetter, we would have had paid according to the order, but because the said officer died insolvent and he had no guarantors, just as his predecessors here never had, we proceeded to the writing off thereof, and we humbly request your High Noble Honours on that account that these deficiencies may be favorably passed; however, in order to indemnify the Company in the future for similar deficits, the recently arrived officer Stroewe has been ordered to provide guarantors for the administration of the armory up to a sum of rop:s 800: being about half the amount of this administration; The Director would very gladly content himself with the rop:s 384: 58: allocated to him by your High Noble Honours for his journey from Cochim to this place, besides the present of silver made by him to the commander of the ship De Revenge, and he would not trouble your High Noble Honours further with this, although his travel expenses and the transport of his goods actually cost him over 600 rop:s; however, the said commander of the Revenge returned the aforementioned present to the Director shortly after he had arrived back in Bombay, with a very scathing letter, stating among other things that he did not find the same sufficient for the purpose for which it was given, adding that if the Director believed himself to be on an equal footing with Gentlemen of the same rank in the service of the English Company, he could inform himself with the same as to what was customary to give. - Upon this, having been requested by the Director to explain himself and to please specify in specie the present that he believed was due to him, he only answered that he had already pointed out how to know this; that if the Director had traveled for his private interests he would demand nothing, but having gone to a factory to assume the chief direction, it would be foolishness on his part as commander to neglect that which custom entails on such occasions, because the public never considers itself indebted to a private individual: The Director has thus been compelled, if he did not want to expose himself to a second incivility, if

Dutch transcription

243 305. „niassen die van het schip ouwerkerk te rug ont„ „fangen zijn, zijn, volgens het genoteerde bij Reso„ „lutsie van den 25:e April Jongst leeden, geopend, gedragd en weeder afgepakt, en ze gaan thans nevens de andere Indiasche Goederen met het Schip De Jonge Liere over; an uw Hoog Edelheedens ondre om¬ „trend de konfrontaatsie der Moorse Zevarende is den Zoldij Boekhouder de obserrantsie aanbe¬ „veelen, en Hij zal daar meede een aanrang ma„ „ken zo dra de aan handen zijnde scheepen zul„ „len zijn vertrokken, wijl hij volgens zijn berigt vermeld ter Resolutsie van den 23e: Nober, thans te veel overlaaden is, met andere bezigheeden. wat voorts in het bijzonder aangaat de tot hier toe ge„ „houdene behandeling met deeze Zeevarende, voor zoo veel ze betrekking heeft tot het aanneemen, en inzonderheid aangaande het stuk der ver¬ „makinge aan hunne vrienden, daaromtrend betuijgen wij zeer nedrig geen kans te zien, eeni¬ „ge 24 „ge verandering te kunnen maken; De voorstel¬ len van den Direkteur hebben alleen op het oog gehad eene verkorting in het houden hunner re¬ „keningen bij de zoldij Boeken, en wijl dezelve om„ „uijtroerlijk bevonden zijn, zal dit werk met belie„ „ren van uw Hoog Edelheedens dienen te blijven, op den ouden voet. we bedanken uw Hoog Edel„ heedens intusschen zeer nedrig voor de gestelde ordre om de mooren met het eijndigen van hun ver¬ „band te rug te zenden, waar van de uijtroering zeel veel zal toebrengen tot het bezorgen van goed en bevaaren volk; Insgelijks bedanken we uw Hoog Edel„ heedens van zoo goed te zijn geweest om te heb¬ „ben geaccepteert de betaling van gelden te Ba„ taria voor Rekening van de Makelaars Haar oude Rekening zal voor dat bedraagen volgens uw Hoog Edelheedens ordres hier gekrediteert worden, zoodra de aanrekening daar van zal 24 zal zijn ontfangen; De vermindering van 10: D: Cento die bij de Jongste Aanbesteeding van Retouren heeft plaats gehad, is niet zonder veel moeijte bedongen, dan wijl de zaak zijn bezlag had, hebben we daar van geen aanhaling gedaan. omtrend de Aanbestee„ „digen van 1775. en 1776. zijn de Leveranciers on„ „derhouden, welke hebbe betuijgt, datze met het vorige Ministerie zijn overgekomen volgens de prijsen bij de kontracten van Aanbesteeding bepaald. we zullen bij aanhoudentheijd ons best doen dat de Lijwaaten beide voor Neder„ „land en Indien zoo naauw mogelijk bedon„ gen worden en dat de Leverantien geschieden in deugdzaam goed, dog ne vinden ons gehou¬ „den uw Hoog Edelheedens te moeten berich„ „ten dat het niet mogelijk is om alles te kun„ „nen binnen krijgen voor het laatst van De„ „cember, we zullen intusschen alle rlijd aan wenden 306 wenden om de leverantien soo spoedig te laaten doen als mogelijk is; Omtrend de rep: 15000:-: voor verlof tot het herstellen van de Steene Trap en rop: 6000: voor een geschenk aan het Marhettase Hoff afgegeeven, zijn de Negootsie bediendens gelast na te zien of dezelve niet reeds afgeschreeven zijn, en der¬ „wegens te dienen van Berigt. De wapen goederen die bij het overlijden vaan den vaandrig snetter zijn te min bevonden, zou¬ „den we na de ordre hebben laaten betaalen, maar wijl gedagte officier insolvent overleeden is, en Hij geene Borgen gehad heeft, zoo als zijne woor¬ „zaaten hier nooit gehad hebben zijn we tot de afschrij„ „vinge daar van overgegaan, en we verzoeken uw Hoog Edelheedens uijt dien hoofde ootmoedig dat dee„ „ze te kort komingen gunstig mogen worden gepas„ „seerd, om egter de komp:e in het vervolg wegens dier„ „gelijke minderheeden schadeloos te stellen, is den den thans aangekomen officier Stroewe gelast voor de Administraatsie van de wapenkamer Borge te stellen tot een somma van rop:s 800: zijnde om„ „trent de helfte van het beloop deezer Admini„ „straatsien; De Direkteur zoude zig zeer gaarne te mee¬ „den houden met de door uw Hoog Edelheedens aan hem toegelegde rop:s 384: 58: voor zijne rijze van Cochim na herwaarts buijten het present van Zilver door Hem aan den kommandant van het Schip De Rerenge gedaan, en Hij zoude uw Hoog Edelheedens hier mede niet verder vermoeijelij„ „ken, Schoon hem Zijne Reijs-ongelden en het Transport zijner goederen werkelijk over de 600: rep:s kost, dog gemelde kommandant van de Dierenge heeft het voorsz: present, kort na dat hij weeder te Bombaij gekomen was, aan den Direkteur te rug gezonden, met een zeer scham¬ „pere brief, houdende onder anderen, dat Hij het en er van 307 24 4 het zelve niet toerijkende rond tot het oogmerk waar toe het gegeeven was, met bijvoeging, dat zoo de Direkteur meende egaal te Staan met Heeren van dezelfde rang in dienst van de Engelsche komp:e, Hij Zig bij dezelve informeeren konde wat gewonelijk ge¬ „geeren wierd. - Hier op door den Direkteur ver„ „zogt zijnde om zig te verklaaren, en het present dat hij meende Hem toe te komen te willen bepaa¬ „len in speetsie, antwoorde Hij alleen, dat hij reeds had aangeweezen hoe dit te weeten was; dat zoo de Direkteur had gereijst voor zijne bijzondere belan¬ „gens Hij niets vorderen zoude, dog gegaan zijnde na een komptoir om er het Hoofd bestier te roe¬ „ren, het van hem kommandeur een Zottigheijd zijn zoude om te verwaarloozen het geen de gewoonte in diergelijke gelegentheeden mede brengtwijl het pu¬ „blicq zig nooit aan een bijzonder perzoon verpligt agt: De Direkteur is dus genoodzaakt geweest, wildet hij zig niet blootstellen aan een tweede onbeleefdheid, indien

← previousnext →