Inventory 10421
Surat · 540 pages · 85 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Letters & Papers From ƒ Surat via the ship Huijs Om. the register signed 31 December 1779. 2 to 6 Missive from the Director & Council to the Meeting of the Seventeen dated 31 December 1779. 8 to 30 — from the Director alone to the Governor General & Council dated as above 44 to 144 — from the Council to and dated as above this alone Surat Sewn in idem idem first single to be collected ƒ 11: 0: to know sewn in 16 in the original costs. No. 10 A statement of the debtors and creditors as of the last of August 1778 with the decisions entered in the margin. 11 A true return of the trade in the aforementioned fiscal year 12 Answered Home Requisition for the year 1779 13 Extract invoice of the goods that were loaded in this vessel for the Netherlands sewn in 14 Copy of the sentence by the Council of Justice against the former Director Bosman for desertion 15 Bundle of papers according to a separate register concerning the present dispute with the English Government regarding the duty-free export of goods. Copy of general advices to Their High Excellencies of 30 April and 25 December 1776 in a separate packet addressed to the Zeeland Chamber, with and alongside an accompanying note enclosed therein. Surat the 31st of December 1779: E: A: Wiardiser D 82 52: Patria To the Noble and Right Honorable Gentlemen Directors Deputed to the Assembly of Seventeen representing the General Dutch Chartered East India Company at the presidial Chamber Amsterdam Noble and Right Honorable Gentlemen With the arrival of the ships Europa and Honkoop we had the honor on the 22nd of November to receive Your Noble and Right Honorable esteemed missive of the 9th of October 1778 accompanying the extracts from Their High Honors' General Missive of the 25th of September and 9th of October of last year. To the same, our humble answers have been placed in the margin and inserted into the letter that departs today for Batavia, which accompanies this in copy among the annexes. Among the annexes that accompanied the aforementioned missive, we have also received two extracts from the memorandum of remarks and considerations rendered on the payroll books, one of the 15th of April, and the other of the 31st of December 1778, which were answered in the margin by the payroll bookkeeper and are forwarded to Batavia as such. Furthermore, among the aforementioned annexes was received an extract from Your Noble and Right Honorable esteemed resolution of the 5th of October 1778 concerning the poor condition of the linens from most Western Offices. We hope that this does not refer to the Surat linens, yet we shall nevertheless constantly maintain all possible supervision in that regard, and to that end the required orders have been renewed. The copies of the letters sent to Their High Excellencies on the 30th of April and 25th of December 1776 are, in accordance with what was communicated in our respectful letter of the 29th of December 1778, transmitted herewith, addressed to the Zeeland Chamber. In fulfillment of Your Noble and Right Honorable esteemed requisitions of the 11th of November 1776 and 16th of October 1777, there are now departing with the ship Europa to Ceylon, for further transshipment to the Netherlands, all such goods as are listed in the accompanying extract invoice, amounting altogether to the sum of ƒ151366:2. The white Berampaats, 24 ells long and 1½ ells wide, were ordered last year at 88½ rupees per corge, but because Your Noble and Right Honorable Gentlemen were pleased in the requisition of the past year to set the length thereof at 25 ells, we had the same manufactured accordingly, and on account of this one ell of additional length, there was paid for them 92 1/8 rupees per corge. Furthermore, we accompany this with our copy of the resolutions from the 2nd to the 28th of December 1778 and from the 7th of January up to and including the 29th of November of this year, alongside a sealed packet with separate letters and annexes, and further such other papers as are listed on the attached register. From the copies of the general and separate letters of last year, and those that depart today to Their High Excellencies, Your Noble and Right Honorable Gentlemen will see that the English Government, since the beginning of the most recent preceding monsoon, has in fact prevented us from exercising an ancient and well-established right that the Company has held and exercised at Surat almost from its very first arrival, namely to be permitted subsequently to export the goods that have paid duties upon import without having to pay toll for them a second time. Concerning this, we first exchanged several letters with the English Chief and Council at Surat. The latter, after having kept us waiting for a considerable time for their answer to our complaints, finally asked us on the 12th of February to show them the firmans demonstrating the right that we claimed. We thereupon answered them by letter of the 22nd of February that we were willing to do this. We named to them the firmans that were to be sent, and proposed to them to arrange a mutual meeting for the display thereof, and as they had also asked us for copies of our firmans, we sent them transcripts thereof in the original language. We even inserted into our aforementioned letter the translation of these firmans, in so far as the content thereof primarily pertains to this dispute. Thereupon the English Chief and Council at Surat altered their demand and extended it, in their letter of the 28th of February, to all of our firmans. They said that they had to see all of them together in order to properly judge our right, and what is more, they demanded that we them
Dutch transcription
Brieven & Papieren Van ƒ Souratte per 't Huijs Om. 't regr Geteek:d 31 december 1779. 2 â 6 Misse van den Directeur & Raad aan de Vergad: van xvij. e in dato 31 Decemb: 1779. 8 „ 30 — van den Directeur alleen aan Gen:t & Rad in d:o als boven 44 „ 144 — _ „ Den Raad aan en in dato als boven @ dit alleen V sourat Ingenayt idem idem „ pmeer enkelvoudig te binnen v:ƒ 11: 0: kennen ingenaayt 16 jn de origineele kos. N„o 10 Een berigt der debiteuren en Crediteuren onder ult=o Aug=s 177 8/3 met de besluijten daarop in margi„ „ne gesteld. „ 11 Een waare Rendement van den Handel in het voorsz Boekjaar beantwoorde Patriasche Eijsch voor A=o 1779 12 „ 13: „ Extract Factuur van de Goederen die in deesen Bodem voor neederland zijn afgelaaden ingenaaijt„ 14: „ Copia vonnis door den Raad van justitie teegens den „geweesen Directeur Bosman over Defertie 15 „ Bondel met Papieren volgens een apparte Register over de teegenwoordige Questie met het Engelsch Gouvernement over den tolvrijen uijtvoer der goederen. —. Copia gemeene advijsen aan Hunne HoogEdelheedens van den 30e: April en 25e: Decem¬ „ber 1776: in een appart pacquet aan de kaamer Zeeland gead¬ „dresseert, met en beneevens een gelijde briefje daarbij in¬ „geslooten. Souratta den 31:e December 1774: E: A: Wiardiser D 82 52: Patria Aan de Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd ter Vergadering van Seeventienen reprensenteerende de Generaale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost- Indische Kompagnie ter praesidiale Kamer Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren Met de komst van de scheepen Europa en Honkoop hebben we op den 22=e Novbr: de eere gehad te ontfangen U Wel Edele Hoog agtbaare zeer geerde Missive van den 9. e October 1778 ten gelijde van de Extracten uijt Hoog Ed Der„ „zelver Generale Missive van den 25. e Septembr. en 9=e October des Voorleeden Iaars. Amsterdam Op de Op dezelve zijn onse nedrige antwoorden in marg „ne gesteld en geinsereerd bij de brief die heeden na Batavia afgaat, en die in Copia onder de bijlagen deeze verzeld. Onder de bijlagen die voortz: missive hebben verzeld, hebben we ook ontfangen twee Extracten uijt de memorie van remarques en Consideratien gevallen op de zoldij Boeken, het eene van den Vb=e April, en het andere van den 31. December 1778. die door den zoldij Boekhouder in margine beantwoord zijn en zodanig na Batavia overgaan. Nog is onder de Voorsz: Bijlagen ont„ „fangen Een Extract uijt UWel Edele Hoog Ags„ „baarheeders g'eerde Resolutie van den 5=e Octob 1778 nopens de slegte gesteltheid der lijwaten van de meeste Westersche Comptoiren. We hoopen niet dat dit tot de surasse lijwaten betrekking heeft, dog toe zullen niet te min bij aanhoudentheid alle mogelijke toezigt daar omtrent houden, en zijn ten dien eijnde de vereijschte ordres hernieuwt. De Afschriften der brieven aan Hun Hoog Edelheedens op den 30=e April en 25. Decembr: 1776 afgezonden, gaan ingevolge het bedeelde bij onse eerbiedige van den 29=e Decembr: 1778 neevens deesen over, geaddresseert aan de Kamer Zeeland. Jn voldoening van UWelEdele Hoog„ Agtbaarheedens zelp=e Eijschen van den 11:e November 1776. & 16: Octobr 1737. gaan thans met het J D. het schip Europa na Ceijlon, ter verderen Ver„ zending Over alle zodanige goederen, als bij de nevensgaande Extract factuur be„ „kend staan, het een en ander ten bedragen van ƒ151366:2. –. De Berampaats witte lang 24. en breed 1½ fellen zijn in het voorleede Jaar aangemaakt tegens rop=s 88½ het korsje, dog om dat U WelEdele Hoog Agtbaarheedens bij den Eijsch van Anno passato de lengte daar van hebben gelieven te bepalen op 25. Ellen, hebben we dezelve zoda„ „nig laaten aanmaaken, en uijt hoofde van deeze Een El meerdere lengte is daar voor betaalt rop=s 92 1/8 't. Corgie. Wijders doen we deeze verzellen van onse Kopia Resolutien van den 2. tot 28„e December 1778 en van den 7=e Januarij lat en met den 29=e November deeses Jaars, neevens een geslote Pakket met a parte brieven en Bijlaagen, en wijders van zodanige verdere papieren als op het bijgevoegde Register bekent staan. Bij de Kopij gemeene en apparte brieven van voorleede Iaar, en die heeden aan Hunne Hoog Edelheeden afgaan, zullen UWelEdele Hoog Agtbaarheedens zien, dat de Engelse Regeering zeedert het begin van de jongst voorgaande mousson, ons met der daad heeft belet de exercitie van een oud en welher bragte regt, dat de Comp: van van bijna haare eerste komst af te Suratte gehad en geoeffent heeft, om namentlijk de goederen die bij invoer vertolt zijn, vervolgens te mogen uijtvoeren zonder dat daar voor andermaal thol word betaelt. Wij hebben daarover eerst verscheijde brieven gewisselt met de Engelse Chef en Raad te Laratte. Deeze na dat ze ons vrij wat na hun antwoord op onse klagten, hadden doen wagten, vroeger ons eijndelijk den 12:' februarij om aan hun te doen vertoonen de firmans aan„ „wijzende het regt dat we rekla meerden. We hebben hun daarop bij brief van den 22e: februarij geantwoord, dat we dit doen wilden. We noemde hun de firmans die te zenden zouden, en stelden hun voor om tot het vertoonen daarvan een weder„ „zijdsche bij eenkomst te beleggen, en wijl ze ons ook hadden gevraagt kopijer onser firmans, zonden we hun afschriften daarvan in de oor„ „spronkelijke taal. We inserreerden zelfs in voorsz: onse brief de vertaaling deeser firmans, voor zo verre den inhoud daarvan tot deese questie voor namentlijk behoort. Hierop ver„ „anderde de Engelse Chef en Raad te suratte, hunne Eijsch en en strekten die bij hunne brief van den 28:' februarij uijt tot alle onse firmans. zij zijden dat ze die allen te zaamen moesten zien, om van ons regt behoorlijk te kunnen oor„ „deelen, en ze wilden wat meer is, dat we hun die
English
would send them, in order that they themselves could have copies made of them. These demands were completely unlawful. We showed them this and pointed out that we could not nor were allowed to consent to it, and upon this we received a very confused reply on 20 March. The failure to send the firmans in accordance with their demand was represented by the English as if we had thereby deprived ourselves of the effect of these proofs on this occasion, and they said that they had therefore judged the matter on other grounds. The guarantee of our privileges which the English Company took upon itself in the year 1759, and further confirmed in the year 1765, they limited solely to those privileges of which we had been in actual possession at the time the English Company took possession of the Surat Castle; and they argued that because they had found that we did not at that time possess the privilege which we now claimed, they could therefore not grant it to us at present on that account. We have therefore had to bring the complaint concerning this before the Governor and Council of Bombay. To them we pointed out in our letter of 30 April how incorrectly their Chief and Council at Surat had framed their resolution. We demonstrated to them therewith that it runs completely contrary to the contents of the guarantee that the English Company took upon itself upon taking possession of the Surat Castle, to limit the same, as the Surat Council had done, solely to such privileges of which we were at that time in actual possession, and that it consequently did not matter whether we actually enjoyed the privilege in question at that time or not, but that we nevertheless, had we been asked about it, could have provided their Surat Council, among other things, with a very decisive proof that must be found in their own archives, and which could have rectified their notions on that matter, since the same would have shown them that this right in the year 1762, and thus several years after the capture of the castle, was not only exercised by us, but that it was also at that time clearly recognized by themselves and by the Nabob. The Governor and Council of Bombay thereupon gave orders to the Surat Council to be content with our offer, and consequently to have the original firmans collated in a mutual meeting against the copies that we had already sent to them in proof of this right. This has since taken place on 26 August, and as the contents of these firmans, in so far as they principally pertain to this dispute, were already known to the Bombay Council from the translations inserted in our aforesaid letter of 22 February, we thought we had reason to trust that they would have acquiesced in these proofs when they found that the original firmans agree with our aforesaid translations; and that they do so, one seems not to be permitted to doubt, because they ought otherwise to have pointed out to us the differences therein, as we have shown in two letters written by us to Bombay since then, dated 6 October and 27 November. Yet the outcome has shown that however clearly the Governor and Council of Bombay see our right so as not to dare deny it to us, they are nevertheless unfair enough to prevent us from it for the present and for as long as it is in their power. In a letter of the 18th of this month, which was delivered to us on the 25th, they say, after first having acknowledged the receipt of our letters, that they have fully considered every paper relating to the privilege that we claim, and that it appears indisputably that we have repeatedly paid the tolls now in dispute, and further that it is also in no way proven to their satisfaction that our firmans grant us any right of exemption. That they therefore, and because the granting of this right would be very prejudicial to the tolls, have not been able to take it upon themselves to decide a matter of so much weight, and that for that reason they had referred the decision thereof to the Gentlemen Directors of the English Company. We have considered it our duty to inform Your Right Honorable very humbly of this hereby, and we send herewith, in case it might occasionally be of service, authenticated copies of all the papers and proofs relative to this. From what it has appeared to the Bombay Council that we have repeatedly paid the tolls now in dispute, they do not say. We shall ask them further about this, noting that this is a matter unknown to us, but that even if this might have happened, we still do not see what conclusion can be drawn from that to the detriment of the right in question. We shall further ask them wherein consists the defect in the firmans, that they would not prove the right that we claim, and if it might still help somewhat to make them change their decision, we shall, besides what we of the exercise and the recognition of
Dutch transcription
9 die zouden toezenden, ten eijnde ze zelve daar van kopijen konden doen maaken. Deese Vorderin„ „gen waeren ten eenemaal onregtmaatig. We toonden hun dit en weezen aan, dat we daarin niet konden nog mogten bewilligen, en hierop ontfiengen wij den 20:e maart een zeer ver„ „ward antwoord. Het niet zenden der firmans over eenkomstig hunnen Eijsch deeden de Engelsen doorgaen, als hadden we ons zelve daardoor berooft van het effekt deeser bewijzen in deese geleegertheid, en zij zijden, dat ze daarom de questie uijt andere gronden hadden beoordeelt. De guarantie onzer Voorregten die de Engelse Camp: in het Iaar 1759 op zig genoomen heeft, en in het Iaar 1765 naader heeft bekragtigt, beperkten zij tot alleen die voorregten, waarvan we geweest waeren in de daadelijke possessie, ten tijde de Engelse komp: bezit genoomen heeft van het surats Kasteel; en zij Leijden, dat wyl ze bevonden hadden, dat we ter dier tijd niet bezeeten hadden het voorregt dat we nu rekla„ „meerden, zo het ons ook uijt dien hoofde thans niet kond en toe staan We hebben daarom de klagte daarover moeten brengen voor de Gouverneur en Raad van Bombaij Aan deese hebben we bij onze brief van den 30. April aangeweezen, hoe verkeerd hunne Chef en Raad te Luratte hun beslugjt hadden opgemaakt. We hebben hun daarbij vertoond, dat het ten eenemaal teegens de inhoud van de 4. de guarantie, die de Engelse Komp: bij het in bezit neemen van het surass Kasteel op zig genoomen heeft, aanloopt, om dezelve gelijk de Luratse Raad dat gedaen hadde, te pepaalen alleen aan zulke voorregten, waar aan we ter dier tijd waeren in de daadelijke possessie, en dat het dien volgens niets ter zaake deede, of we het voorregt in questie toen daadelijk genooten hadden of niet, dog dat we niet te min hunnen Sieratsen Raad, GG zoo we daar na waeren gevraagt, onder anderen een heel beslisserd bewijs zoude hebben kunnen aan de hand geeven; dat in hunne eijgene arehoten moest te vinden zijn, en o hunne begrippen op dat stuk zoude hebben kunnen rectificeeren, wijl het zelve hun zoude hebben getoond, dat dit regt in het Jaar 1762 en dus verscheijde Jaaren na het inneemen van het kasteel, bij ons niet alleen is geoeffent, maar dat het ook ter dier tijd, door hun zelve en door de Nabab daij de „lijk is erkent De Gouverneur en Raad van Bombagj gaaven daarop beveel aan de Luratse Raad, om zig met onse aanbieding te vreede te houden, en om dien volgens in een weder zijdse bij een¬ „komst te doen kollationeeren de oorspronkelijke firmans, teegens de Kopijen, die we hun ten bewijze van dit regt bereeds hadden toegezon„ „den. Dit is zeedert op den 26:e augustus geschied, en wijl de inhoud deezer firmans voor zo verre ze tot deeze questie voornamentlijk behoort 115. behoort, aan den Bombaijzen Raad reeds bekent was uijt de vertaalingen geinsereerd in voorsz: onse brief van den 22. februarij, meerder we te moeten vertrouwen, dat ze in deeze be„ „wijzen zouden hebben berust wanneer ze bevonden dat de oorspronkelijke firmans met voorsz: onse vertaalingen over een stemmen, en dat ze dit doen, daaran schijnt men niet te moogen twyffelen om dat se ons anders, de verschillen daar van hadden behooren aan te wijzen, zo als woe dat in twee brieven, die zeedert door ons na Bombaij geschreeden zijn, in datis den 6. e Octobr: en 27. Noobr: hebben getoord. Dog bij de Uijtkomst is gebleeken, dat hoe zeer ook de Gouverneur en Raad van Bombag ons regt te duijdelijk zien, om het ons te durven afspreeken, ze niet te min onbillijk genoeg zijn om het ons voor eerst en so lange het in hun vermoogen is, te beletten. Bij een brief van den 18. deezer, die aan ons op den 25 e is besteld, zeggen ze, na eerst te hebben bekent den Ontfangst onser brieven, dat se ter vollen overwoogen hebben ieder papier, betrekkelijk tot het privilegie dat we reklameeren, en dat het onweeder spreekelijk blijkt dat we bij herhaaling betaelt hebben de thollen thans in dispuut, voorts dat het ook in geenen deele tot hunne voldoening beweesen is, dat onse firmans ons eenig regt van uijt zorde„ uijtzordering toebrengen. Dat ze daarom en om dat de inwilliging van dit regt aan de tollen heel schaadelijk zoude zijn, het niet op zig hebben kunnen neemen, om te decideeren in een zaak van zoo veel gewigt, en dat ze om die reeden de bellessing daar van hadden gerenvoijeerd aan de Heeren Bewindhebberen van de Engelse komp: We hebben het van onse pligt geagt om UWel Edele Hoog Agtbaare hier van door deezen op het nedrigst kennis te geeven, en we zenden hierneevens of het zomtijds konde van dienst zijn, geautentiseerde kopijen van alle de hiertoe relative papieren- en bewijzen. Waaruijt het de Bombaijze Raad gebleeken is dat we bij herhaaling betaelt heb„ „ben de tollen tans in dispieut, zeggen ze niet. We zullen hun dit naader vraagen onder aanmerking dat dit een saak is ons onbekent, dog dat zo dit ook mogte zijn geschied, we ook dan nog niet in zien wat gevolg daaruijt ten naa„ „deele van het regt in questie te trekken is. we zullen hun verder vraagen waarin bestaat het deffekt in de firmans, dat die niet zouden bewijzen het regt dat we reklameeren, en of het nog wat helpen mogt, om hun van be„ „sluijt te doen veranderen, zullen we buijten het geen we van de oeffening en de erkentenis van
English
73 of this right in the year 1762 as stated above, furthermore point out to them how this right has since been exercised by us from time to time, especially under the administration of the present and previous Director. We shall show them how we believe we have many reasons to be allowed to complain that, after first having disturbed us in the actual possession of this right, now that we have already been deprived of the use thereof for two full seasons, they are furthermore going to delay the settlement thereof in this manner. Finally, we shall show them that, if notwithstanding our representations against it they should persist in their opinion to refer this matter to the Gentlemen Directors, the question must then first be brought into a proper state in order to be able to judge it, and that for that purpose it is particularly necessary to inform us whether the translations which they have had made of the copy firmans agree with the translations which we sent them thereof, and that if this should not be the case, contrary to our supposition, a further mutual meeting should then be arranged in order to examine the differences, if any exist. And since the matter, in case the English Government persists in referring it to Europe, is disposed not to be settled as quickly as we had thought, we shall in this case propose to them a provisional arrangement to prevent all future uncertainties regarding the damage the Company suffers through the suspension of this right. We shall propose to them, until the matter shall be finally settled, to have an account kept of the outgoing duties on the goods that we wish to dispatch from time to time, or even, if they prefer, to consign the amount thereof immediately, and if they will not agree to this, this will be further proof that they cannot be brought to any fairness at all. We have the honour to be very respectfully, Right Honourable and Worshipful Gentlemen, Your Right Honourable and Worshipfuls' humble and obedient servants, W: V: van de Graaff A: J: Kuipken P D Sleijten Corns. Van Citters G: Aarnt zoon C Heijdeman E: A: Wiardi W H G J van Bijland Surat, the 21st of December 1779. 17 Copy of a separate missive written to Their High Mightinesses on the 31st of December 1779, No. 1. Copy translation of a permit letter granted by the Nawab and the English Chief, Mr Boddam, for the duty-free export of some merchandise, No. 2. 1. Memorandum of the cargo landed here and at Bombay, No. 3. Surat, the 31st of December Anno 1779. C: J: Wickerman Register Sworn Clerk 19 Batavia To His High Mightiness, The Right Honourable, Strict, Highly Worshipful, and High-Commanding Gentleman, Reinier de Klerk, Governor-General on behalf of the State of the Free United Netherlands and its General East India Company, and The Right Honourable Gentlemen Council of the Dutch Indies. Right Honourable, Strict, Highly Worshipful, and High-Commanding Sir, and Right Honourable Gentlemen, The separate letter which Your High Mightinesses did me the honour of writing on the 14th of August last, I have received, and I gladly accept that Your High Mightinesses have seen fit to suspend for the present Your highest decision regarding the time when the allowance which Your High Mightinesses have granted to me and the Second may commence, in the hope that Your High Mightinesses, when You shall see fit to take this point into further consideration, will favourably recognise the reasonableness of my request, namely that it may be enjoyed since the time that I assumed the administration of this Directorship, just and in the same manner as was granted only a few years ago in a similar case to the Extraordinary Councillor Mr Moens. In the meantime, I thank Your High Mightinesses very humbly that You have been so good as to permit that the customary gift which the brokers usually give to the Director and the Second at the Divali festival may be treated according to custom. I gave notice thereof at the meeting of the 14th instant, and on the same occasion it was resolved that, notwithstanding this permission, this gift shall be reported annually by the Director and Second for as long as the allowance continues, with an indication of what it consisted of, and that this shall be recorded in the resolution, in order to prevent any misuse ever being made thereof. Regarding both the pilings and the stone staircase situated between them, report is made in the general letter, but because Your High Mightinesses might sometimes find that the reasons which prompted me to carry out such a major repair to them this time do not correspond all too well with the description which I provided last year in my separate
Dutch transcription
73 van dit regt in het Jaar 1762 hier boven gezegt hebben, hun nog aanwijzen, hoe dit regt zeedert door ons van tijd tot tijd is geoeffent, speciaal nog onder het Bewind van den present en voort Direkteur. We zullen hun doen zien, hoe dat we meenen veel reedenen te hebben om ons te mogen beklaagen, dat zij na ons eerst ge„ „stoort te hebben in de daadelijke possessie van dit regt, nu, dat we reeds twee goede moallons van het gebruijk daarvan verstooken zijn, nog de afdoening daar van op deese wijze Eindelijk zullen we hun gaen verwijlen. ^soo vertoonen, dat ^ ze ook niet teegenstaende onse vertoogen daar teegen, mogten blijven bij hun gevoelen om deese zaak te renvoijeeren aan de Heeren Bewindhebberen, dat als dan de questie eerst diend te worden gebragt in een behoorlijke staat, om die te kunnen beoordeelen, en dat het ten dien eijnde in zonder heid roo„ „dig is, om ons te bedeelen of de vertaalingen die ze van de Kopij firmans hebben laaten maaken, over een stemmen met de verhaalingen die we hun daar van gezonden hebben, en dat zo dit teegens ons vermoeden, niet mogte zijn, er als dan een nadere weder tijdse bij een„ „komst diende te worden belegt, om de ver„ „schillen, zo er zijn, te onder zoeken. En dewijl de zaak ingevalle de Ergelse Regeering persisteert bij het ranvoijeeren daar van na 6. Suratte den 21. December 1779. na Europa, gedisponeert is om niet zo spoedig als we gedagt hadden, te worden afge„ „daan, zullen we hun in dit geval voorstel¬ „len een provisioneel arangement, ter voor„ „kooming van alle onzeekerheeden in den aanstaende noopens de schaade die de Maat„ „schappij lijd door de stremming van dit regt. We zullen hun voorslaan om tot zoo lange dat de zaak finaal zal zijn afgedaan, te doen houden een reekening van de uijtgaande bollen der goederen, die we van tijd tot tijd willen verzenden, of zelfs, zo ze dat verkie„ „sen om het bedraagen daar van daadelijk te konsigneeren, en zo ze daartoe niet willen verstaan; zal dit een naader bewijs zijn, dat ze geheel tot geen billijkheid te brengen zijn. Wij hebben de eere zeer eerbiedig te zijn. Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren UWelEd: Hoog Agtb: Onderdanig en gehoorzaame Dienaeren. W:V: van de Graaff A:J: Kuipken 8 P D Sleijten Corns. Van Citters G Aarnt zoon C Heijdeman E: A: Wiardi WH GJ van Bijland 9ƒ . ƒ 17 Copia apparte Missive geschreeven aan Hunne Hoog Edelheeden den 31: december 1779: N:o 1 — Copij translaat verlop briefjen door de Nabab en de Engelse Chif de Heer Boddam verleent tot den „ thol vrijen uijtver van eenige koopmanschappen. N:o 2. „ 1. Notitie van de hier en te Bombaij aangebragte laadinge N:o 3. — Suratte den 31. december A=o 1779. C: J. Wickerman Register gezw: Clerk 19 8. Batavia Aan Zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gest: Groo agtb: Wijd gebiedende Heere Reinier de Klerk Gouverneur Generaal van weegens den Staat der Vrije ver eenigde Nederlanden en haare algemeene oost- Indische Maatschappij. en De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands. Jndien Hoog Edele Gest=r Groot agtb: G Wijd gebiedende Heer, en Wel Edele Heeren De apparte brief die UW Hoog Edelheeden mij den 14„e August. jongstleeden de eere aangedaan hebben te schrijven, heb ik ontfangen, en ik laate mij Appart gaarn gaarn welgevallen, dat UW Hoog Edelheeden goed gevonden hebben, om voor eerst nog op te schorten Hoogst derzelver besluijt noopens den tijd, wanneer zal moogen ingaan het douceur dat UW Hoog Edelheeden aan mij en de sekeende hebben toe gelegt, in hoope dat UW Hoog Edelheeden wanneer Hoogst Dezelve zullen goetvinden dit point naader in overweeging te neemen, gunstig zullen in zien de reedelijkheid van mijn verzoek, dat het namentlijk mag genooten worden zeedert den tijd dat ik het bewind over deeze Directie heb aanvaard even en zoodanig als dat aan den Heer Raad extra ordinair Moens maar wijnige jaaren geleeden in een gelijk geval is toegestaan. Jntusschen bedank ik Uw Hoog Edelheeden zeer nedrig, dat Hoogst dezelve zo goet zijn geweest toe te staan„ dat met het zigt gift dat de Makelaers gewoon zijn op het Divalie feest te doen aan den Directeur en de sekende, naar het gebruijk mag worden ge„ „handelt. Jk heb daarvan ter Vergaadering van den 14„e deezer kennis gegeeven, en is ter zelver geleegentheid beslooten, dat niet teegenstaande deeze Vergunning, dit geschenk jaarlijks zoo lange het Douceur stand houd, door de Directeur en sekunde zal worden opgegeeven, met aanwijzing waarin het heeft bestaan, en dat dit ter Resolutie zal worden aangeteekend, ter voorkoming dat daarvan nimmer eenig misbruijk kan worden gemaakt Noopens de bijde paalwerken en de daar tussen in geleegene steere trap, word bij de gemeene brief verslag gedaan, dog om dat UW Hoog Edelheeden zomtijds zouden kunnen bevinden dat de reedenen die mij bewoogen hebben om daaraan ditmaal zoo een Capitaale reparatie te doen, niet al te goed strokken met de beschrijving, die ik voorleede Jaar bij mijn apparte
English
separate letter I gave regarding these works, I take the liberty to observe further here regarding the same that, after the departure of the ships, I went in person to inspect the condition thereof, and that I then found that not only the revetment of both palisades, but also the outermost side piles themselves were already so heavily affected by the worms that it was necessary to take measures. Any further neglect thereof would necessarily make the precautions against it more expensive and more difficult, and could perhaps hereafter not have been done with as much effect as now. I therefore thought that, howsoever much I am of the opinion that even if the entire outermost row of piles were to fall over, no such great danger is to be expected therefrom for the present, it was nonetheless best, as long as these costly works can be maintained in their present state with moderate expenses, to risk nothing unnecessarily upon the always somewhat uncertain outcome of the effects of so strongly flowing a river as one has here, especially at high water, and I therefore hope that Your High Excellencies will favorably approve the repairs that have been done to it this time. Hereby I think that the work can once again remain in its present state for several years without significant expenses, and that if one divides the sum spent on it this time over that period, the amount for each year will not be very large; I also imagine that by doing something good to it all at once, more will have been accomplished than one would have done by spending this money at various times on small repairs. In the description of this work that I gave last year in my very humble separate letter, I see upon rereading my letter that a clerical error has crept in. It states there that the revetment is nailed from the outside against the piles. This is not so; the same is nailed against them from the inside. It has succeeded for me to have the Company released from the old Lodge without it costing anything, which I hope and trust will be agreeable to Your High Excellencies. The Company is thereby relieved of the troublesome prospects that many of my predecessors and I myself have had concerning it; and certainly in turbulent times, and whenever one might have wished to cause the Company harm, this could have become a subject of many disputes and harmful consequences under a government such as here, where one is accustomed to give things a turn as one pleases, and with or without right to assert the claims that one sees fit to base upon it. Concerning the new Lodge which I have rented in its stead, a report is made in the general letter, and I flatter myself that the conditions under which it has been rented will be acceptable to Your High Excellencies. The condition that this Lodge will have to be returned whenever the owner himself requires it seems indeed at first glance somewhat inconvenient and even very onerous, because the Company has been obliged to have a new warehouse built therein, but I do not think that the execution thereof is to be feared for the present, and taken at the worst, the Company gains annually so much by abandoning the old Lodge and the arrangements that have been made on the same occasion that the expense of the new warehouse can thereby be paid off in more or less 10 years, not to mention that if one had had to remain in the old Lodge, very heavy and costly repairs would now necessarily have had to be done to it merely to keep the said old and dilapidated building in a somewhat usable condition. The 28000 rop.s mentioned in my respectful separate letter of last year, and regarding which Your High Excellencies remark that my description concerning the purpose for which the same will actually serve appeared obscure to Your High Excellencies, will only need to be paid if the Company can obtain permission to receive the returns at the shipyard and to ship them from there, under which I have also always made the Nabab understand, as goes without saying, the payment of customs duty thereon at our shipyard. The same therefore have not the slightest relation either to abandoning the old Lodge or to renting the new one, except only insofar as this negotiation gave me occasion to get rid of the old Lodge more easily. Now that this is settled and the Company has a good and convenient Lodge in its place, I almost think that it is not worth the trouble to make any more effort for the present concerning the aforesaid permission regarding the returns, and in particular I think that even if it might be obtainable hereafter, it is worth no more to the Company than the aforesaid 28000 rop.s. Therefore, as soon as I noticed that I could get rid of the old Lodge without it, I also decided to make no broader offers, and accordingly to make no use of Your High Excellencies' authorization in their respected letter of 8 August 1778, which, as it appears to me, has now also been revoked again by Your High Excellencies, since Your High Excellencies write concerning this matter to persist in Your High Excellencies' letter of 15 August 1777. To the [illegible] ordered of me by Your High Excellencies
Dutch transcription
21 apparte brief, van deeze werken gedaan heb, neem ik de Vrijheid omtrent dezelve hier nog aan te merken, dat ik na het vertrek der scheepen, de gesteltheid daarvan in perzoon ben weezen opneemen, en dat ik doen beoon„ „den heb, dat niet alleen de beschoeijing der bijde paalwerken, maar ook de bugterste zeij paalen zelve reeds zo sterk van de wormen waeren aangetast, dat daarin noodzakelijk diende te worden voorzien. Het verder verzuim daar van moeste de voorzorgen daar teegen noodwendig kostbaarder en moeijelijker maaken, en zoude misschien na deezen met niet zo veel effekt dan nu, hebben kunnen geschieden. Jk heb daa „rom gemeend dat hoe zeer ik ook van begrip ben dat zoo ook de geheele buijtenste reij. paalen omviel„ daarvan voor eerst zulk een heel groot gevaar niet te wagten is, het niet te min best was, zoo lange deeze kostbaare werken, met maatige ongelden in den tegenwoordigen stand te bewaaren zijn, om buijten nood zakelijkheid niets te waagen aan eene altoos eeniger maate onzeekere uijtkomst der uijtwerkselen van een zoo sterk stroomende revier, als men hier heeft, in zonderheid bij hoog waater, en ik hoope daarom dat UW Hoog Edelheeden gunstig approbeeren zullen de reparatie die daaran dit„ „maal zijn gedaan. Hiermeede denk ik dat het werk wederom verschijde Iaaren zonder merkelijke ongelden in den teegenwoordigen stard blijven kan„ en dat als men de ditmaal daaran besteede som daarover verdeelt, het bedraagen voor elk jaar niet heel groot zijn zak, ook verbeelde ik mij dat met daar aan op eenmaal iets goeds te doen, meer zal zijn uijtgeregt, dan men gedaan zoude hebben met dit geld in verscheijde tijden aan klejne reparatien uijt te geeven. Bij de beschrijving, die ik voorleede jaer bij mijn apparte zeer nedrige van dit werk gedaan heb, zie ik bij naleezing van mijn brief, dat er een schrijffout ingesloopen is. Daer staat dat de beschoeijing van buijten teegens de de paalen aangespijkert is. Dit is niet zoo, de zelve is van de binnen kant daer teegens aan gespijkert. Het is mij gelukt om de Comp: te doen ontslaan van de oude Loge, zonder dat het iets gekost heeft, het geen ik hoope en vertrouwe dat UW Hoog Edel. „heeden zal aangenaam zijn. De Comp:e is daardoor onsheeven van de zorgelijke uijtligten; die veele mijner voorzaaten en ik zelve daaromtrent gehad hebben; en zeekerlijk in woelige tijden en wanneer men de Comp: iets kwaads hadde willen berokkenen, zoude dit een voorwerp hebben kunnen worden van veele twisten en schaadelijke gevolgen onder een Gouvernement als hier, daar men gewoon is. aan de dingen een draaij te geeven zoo als men wil, en met of zonder regt te doen gelden de eysschen die men goedvind daarop te gronden Van de nieuwe Loge die ik in steede van de„ „zelve heb in huur genoomen, word bij de gemeene brief verslag gedaan, en ik vlije wij, dat de Condi„ „tien, waarop ze ingehuurt is, UW Hoog Edelheeden zullen welgevallig zijn. De voorwaarde, dat deeze Loge zal moeten worden teruggegeeven wanneer de Eijgenaer ze zelfs behoeft, schijnt wel in den eersten opslag wat ongemakkelijk en zelfs zeer onereus, om dat de Comp: genoodzaakt geweest is, daarin een nieuw Pakhuijs te laaten bouwen, dog ik denke niet dat de uijtvoering daarvan voor eerst te vreezen is, en ten ergsten genoomen, wind de Comp: jaarlijks door het verlaaten van de oude Loge en de schikkingen die ter zelver geleegentheid gemaekt zijn zoo veel uijt, dat het bekostigde aan het nieuwe Pakhuijs daar„ „door in min of meer 10. Jaaren kan zijn betaelt, ongereekent dat zo men in de oude Loge had moeten blijven, nu daaraan noodwerdig heele zwaare en Kostbaare reparatien zouden moeten zijn gedaan, om dito oud 23 oud en vervallen gebouw alleen maer in een eeniger„ maaten bruijkbaare staat te houden De 28000: r0 p. s vermelt bij mijn apparte eerbiedige van voorleede Jaer, en waaromtrent UW Hoog Edelheeden aanmerken, dat mijne beschrijving noopens het eijnde waartoe Dezelve eijgentlijk zullen dienen, aan Hoogst Dezelve dugster is voorgekoomen, zullen alleen dan behoeven te worden betaelt, wanneer de Comp: het verlof kan kraegen om de retouren op de werf te ontfangen en van daer af te scheepen, waaronder ik bij de Nabab ook altijd heb doen begrijpen, zoo als dat van zelve spreekt, het vertollen daarvan op onze werf. De zelve hebben mitsdien geen de minste betrekking nog tot het verlaaten van de oude Loge, nog tot het in huur neemen van de nieuwe, dan alleen voor zo verre deeze onderhandeling mij aanlijding gegeeven heeft om te gemakkelijker van de oude Loge af te koomen, Nue dit is afgedaan en dat de Comp:s een goede en gemakkelijke Loge in de plaats heeft, denk ik haast dat het de moeijte niet vaardig is om over het voorsz: verlof noopens de retouren voor eerst meer moeijte te doen, en in zonderheid denkik dat zoo het ook na deesen mogte te verkrijgen zijn, het de Comp: niet meer dan de voorsz: 28000. rop. s waardig is. jk heb daarom ook zoo dra ik bemerkte dat ik van de oude Loge buijten dien kon afkoomen, beslooten om geene breedere aanbiedingen te doen, en dien volgens geen gebruijk te maaken van UW Hoog Edelheeden qualificatie bij der zelver gerespecteerde brief van den 8. August 1778. die zoo het mij voorkomt ook nu door UW Hoog Edelheeden wederom ingetrokken is, wijl UW Hoog Edelheeden schrijven noopens deeze zaak te persisteeren bij Hoogst Derzelver brief van den 15 August 1777. Op de door UW Hoog Edelheeden van mij geoorderde 10.
English
requested elucidation concerning the use that has been made of the right possessed by the Company to export duty-free all such goods as have had duty paid upon import at Surat, and on the question arising therefrom whether, in case the Brokers have, as it appears, exercised this right in the name of the Company in order thereby to remain exempt from paying duty upon export, the demands of the English Government are then so unreasonable or contrary to the privileges granted by the Mughal kings to the Dutch Company, I take the liberty to observe that this right, upon the dispatch of goods to Ahmedabad, Broach, and other places, was exercised directly by the Company so long as Their Excellencies saw fit to vend at these places a portion of the goods brought to Surat, because these goods were always sent thither duty-free, and that the Company, in my humble opinion, must be considered to have always exercised this right directly on the goods sold here locally, in so far as they were exported again by the buyers, for by transferring these goods to the buyers with this right, as has occurred, they were able to pay that much more for them as the export duties would amount to on those portions thereof which they intended to send abroad, and since this ultimately amounts to the very same thing both for the Company and for the Government, I therefore think that the demands of the English are very unreasonable and directly contrary to the aforementioned privilege. I think this all the more because the late Ordinary Councillor Schreuder, who must rightly be regarded as having been one of the best connoisseurs of the Company's state and affairs at Surat, in the third chapter of his Memoir left behind here, wherein this right is circumstantially described, states concerning it that His Excellency caused this right, which before his arrival had somewhat fallen into decay, to be restored again to its full force, wherefore not only the merchandise of the Company, but even that of private individuals and free merchants (which is certainly to be understood as those who belong under the Company's protection), once they have duly paid duty, may be sent unhindered to all places, without the least bit more being demanded or given on account of it. The English act herein so much the more unreasonably, and the abuse they make of their superior power is the greater, because the English Company possesses no more than an equal right in this matter with us, grounded on the very same royal firmans as were formerly granted to us for that purpose, and that they, solely by virtue thereof (for the capacity of Governor of the Castle has legally no relation to this), have always, both before and after they became possessors of the Castle, and thus down to the present day, exercised and caused to be exercised this right in all its extent. That I have not presented this matter in the assembly in the manner recounted above did not occur because I believe the Company would not have complete freedom to exercise this right in both aforesaid manners, but I was restrained therefrom only by a settlement of this point in the year 1762. Among several complaints which the Nawab stirred up against us at that time, and which, as one cannot doubt, were put into his mouth by the English, he said with regard to this right of the Company that the Brokers abused it for their own benefit. From our side a somewhat intricate answer was given to this, and the English, in the capacity of mediators, thereupon proposed that, because of the great trouble that would be attached thereto, one should not investigate the past, and that for the future the Nawab and all others who have an interest in the customs would have to acquiesce in our promise, namely that care would be taken that our Brokers did not do this anymore, in which proposal both sides have since acquiesced. And although this settlement, which was, so to speak, extorted from us with a knife to our throat, could not with much reason be urged against us, I nevertheless thought it best not to give any occasion myself for the arguments that one might at times wish to derive from it, and I therefore related the matter at the assembly as if the Company had in fact always exercised this privilege directly, because matters that appear in the public Resolutions are nevertheless generally soon known to whoever wishes to know, and for the same reasons I even had it noted in the Resolutions of several sales that the Company reserved the right to retain for itself as much of the sold goods as it would need for dispatch abroad, in case the dispute with the English Government over the duty-free export of goods should be settled before such goods were collected, so that it might not be objected against us that we usually [illegible] all our
Dutch transcription
gevorderde elucidatie noopens het gebruijk dat er gemaakt is van het regt, dat de Comp: heeft om thol vrij te moogen uijtvoeren alle zulke goederen als te- suratie bij invoer vertolt zijn, en op de daaruijt voortgevloeijde vraage of ingevalle de Makelaers, gelijk het schijnt, dit regts geoeffent hebben op de naam van de Comp: om daardoor van het betaalen van thol bij de uijtvoer, bevreijd te blijven, de vorderingen van het Engels Gouverne„ ment dan zoo orbillijk of strijdig is teegens de privilegien, door de Mogolse koningen aan de Nederlandse Maatschappij verleend, gebruijk ik de vrijheid van aan te merken, dat dit regt bij verzen„ ding van goederen na Amedabad, Brooschiae en andere plaatzen, door de Comp: ommiddelijk geoeffent is, zoo lange Haar Ed: goedgevonden heeft op deeze plaatzen, een gedeelte der te suratte aangebragte goederen, te doen slijten, doordien deeze goederen althoos thol vrij na derwaerts gezonden zijn, en dat de Comp: naer mijn nedrig inzien, moet geagt worden dit regt altoos ommid„ delijk geoeffent te hebben, op de goederen die hier ter plaatze zelve verkogt zijn, voor zoo verre die door de koopers wederom zijn ugjtgevoert, waat met aan de koopers deeze goederen af te staan, met dit regt, gelijk geschied is, hebben deeze daarvoor zoo veel meer kunnen betaalen als de uijtgaande regten op die gedeeltens daarvan, die ze voorneemens waaren naar buijten te verzenden, zijn koomen te bedraagen, en wijl dit in de gevolgen bijde voor de Comp:e en voor het Gouvernement, op het zelfde reijt komt, denke ik daarom, dat de vorderingen der Engelsen zeer onbillijk zijn, en regtdraads strijden teegens voorsz: provilegie: Jk denke dit te meer om dat wijlen de Heer Raad ordinair schreieder, die met regt moet geagt worden te zijn geweest. 23 11. geweest een der beste kenneren van 's Comp:s staat en aangeleegentheeden te suratte, in het derde Capittel van zijn hier nagelaatene Memorie, waarbij dit regt omstandig beschreeven is, daarvan zegt, dat zijn Ed: dit regt, dat voor zijn komst wat in verval geweest was, wederom in zijn volle kragt heeft doen herstellen, waarom niet alleen de Koopmanschappen van de Comp: maer ook zelfs die van partikulieren en vrije kooplieden:/ dat zeekerlijk te verstaen is van zulke die onder 's Comp. s protektie behooren:/ wanneer ze eens behoorlijk vertolt zijn; ongehendert naer alle plaatzen verzonden moogen worden, zonder dat daarvan het minste meer geoor„ „dert of gegeeven word. De Engelsen handelen hierin zo veel te onbillijker en het misbraijk dat ze maaken van hunne overmagt, is te grooter om dat de Engelse Comp:e niet meer dan een gelijk regt in deezen met ons bezit, gegrond op even zulke koniglijke firmans, als aan ons daartoe eertijds zijn verleend, en dat ze alleen uijt hoofde van dierC: want de qualitijd van 's Casteels Gouverneur heeft hiertoe van regtsweegen geen relaatsie: / altoos zoo voor als na dat ze bezitters zijn geworden van het Casteel, en dus tot heeden toe, dit regt, in alle zijne uijtgestrektheid hebben geoeffent en doen oeffenen. Dat ik nu deeze zaak op de booven derhaalde wijze in de vergadering niet voorgedraagen heb, is niet geschied om dat ik meene dat de Comp: geen volkoomen vrijheid zoude hebben om dit regt op de beijde voorsz: wijze te moogen oeffenen, alleen ben ik daarvan wederhouden door een afdoening over dit point in het jaar 1762. . Onder verscheijde klagten die de Nabab te dier tijd teegens ons op schommelde, en die hem gelijk 1 men men daaran niet twijffelen kan, door de Engelsen in de mond gelegt waeren, zeijde Hij ten aanzien van dit regt van de Comp: dat de Makelaers dat tot hun eijgen voordeel misbruijkten. Van onse zijde wierd hierop wat ingewikkelt geantwoord, en de Engelsen in qualiteijd als mediateurs, stelden daarop voor, dat om de veele moeijte die daar aan vast zoude zijn, men het voorleedene niet zoude onder zoeken, en dat voor het toekoomen„ „de de Nabab en alle andere die bij de tollen belang hebben, in onse belofte zouden moeten berusten, dat men namentlijk zoude zorgen dat onze Makelaars, dit niet meer deeden, in welk voorstel zeedert van bijde zijden is berust. En hoewel deeze afdoening die ons om zoo te spreeken met het mes op de veel afgedrongen is, teegens ons met niet veel reeden zoude kunnen worden aangedrongen, heb ik niet te min best. gedagt, om tot de argumenten die men daaruijt zomtijds zoude hebben willen ontleenen, zelve geen aanlijding te moeten geeven, en ik heb daarom de zaak ter vergaadering zoo verhaalt, als of de Comp: dit voorregt met der daad alstoos ommiddelijk geoeffent hadde, om dat de dingen die in de publike Resolutien voor koomen, dog doorgaans spoedig bekent worden bij die geene die te weeten wil, en om gelijke reedenen heb ik zelfs van verscheijde verkoopingen bij de Resolutien doen aanteekenen, dat de Comp:s zig voorbehield het regt om van de verkogte goederen zo veel voor haar te behouden als ze zoude noodig hebben ter verzending na buijten, ingevalle de queestie met het Engels Gou„ „vernement over den thol vrijen uijtvoer der goederen, mogte worden afgedaan voor dat zulke goederen zoude zijn afgehaalt, op dat men niet teegens ons mogte in werden, dat wij gewoonlijk alle onze
English
sell our goods simultaneously to the brokers, and that we therefore cannot be considered to have goods to send on account to the Company. Meanwhile, I beg Your High Excellencies' forgiveness that last year, while describing this matter, it slipped my mind to inform Your High Excellencies of these particulars, as I admit I ought to have done; and I further most humbly request that Your High Excellencies, by virtue of what has been alleged here before, may be pleased to grant me the favor, as shown by the record in the secret Resolution of 22 November last, that I had the entry dealing with this matter removed from the general letter, in order to prevent anything leaking out through malice or imprudence that might give rise to incorrect interpretations. For that reason, I have also strictly ordered the members of the Council the Council to keep it strictly secret. I must now add a few words about how the exercise of this right has proceeded, especially since the year 1762. Notwithstanding the aforesaid settlement in the year 1762, during the brief subsequent administration of the late Extraordinary Councillor Mr. Senff, it was continued on the old footing, as one finds several examples thereof in His Honour's memoir left behind here; and throughout all that time it met with no other opposition here than that the then English Chief, Mr. Hodges, and subsequently, upon his instigations, also the Nawab, desired that the petitions for the duty-free export of goods should be signed by the Director himself instead of by the brokers. However, Mr. Senff, according to the account His Honour gives of it in his aforesaid Memoir, folio 54, refused this at the time, and and with that the matter rested for that time. Under the administration of Director Bosman, this right was also exercised from time to time in the aforesaid manner by the brokers, until he once sent a small vessel to Mocha, where it is said something occurred that made the exercise thereof more difficult, and even caused it to cease entirely until the arrival of the present English Chief, Mr. Boddam. Shortly before I arrived here, the latter had a parcel of sugar purchased twice from the Company or from the brokers in the name of an English freeman named Williams; and, finding it convenient to make use of this privilege of ours for his own benefit, he granted permission for its duty-free export under his own signature because it had encountered some difficulty with the Nawab, I know not why; and that I did not take particular notice of this case happened because I feared thereby thereby to cause too great an acrimony. It is nevertheless sufficiently well known to the English government, and was even once, I believe, a point of deliberation in their meeting; but how Mr. Boddam arranged that, I cannot say. Upon my arrival here, the goods were sold to the brokers with permission that they could exercise this right on the goods of the Company as usual, so far as they might see fit to have them exported; and they have also done this twice, yet more upon my advice because I wanted to make this right active again, than for the profit they derived from it, for I considered it advisable, upon re-establishing it, not to let permission be requested for anything other than small parcels. However, I would not have done this if I had been as fully informed of this matter at that time as I am now, and if I had not seen from the Memoir of Mr. Senff that it used to be done here in this manner. From the public letter, Your High Excellencies will see why the complaint about this matter had to be transferred to Bombay. Now, after the English Council at Surat had written us the letter of 20 March last, which is transcribed almost verbatim into our letter to Bombay of 30 April following, I no longer had any reason to remain silent about the aforesaid settlement of the year 1762, because the English Chief and Council declare in this letter that, upon investigation, they had found that the right we claim was not granted to us at the time the English took possession of the Castle. From this it follows as a necessary consequence that it could not have been apparent to them that we have exercised this privilege since; and if this was not apparent to them, then it was even less apparent to them that it was abused by our brokers or anyone else. Consequently, they have thereby deprived themselves of the arguments they might perhaps have been able to derive against us from the fact that our brokers, contrary to our promise, have exercised this right since the year 1762 on goods which, although purchased from us, were, at the time they were exported, not
Dutch transcription
27 12. onze goederen te gelijk aan de Makelaers verkoopen, en dat we dus niet geagt keen„ „nen worden goederen te hebben om die voor reekening aan de Comp: te verzenden. Jk verzoek UW Hoog Edelheeden intusschen om Verschooning, dat het my voorleede jaar onder het beschrijven deezer zaak, ontdagt is om UW Hoog„ „Edelheeden, gelijk ik bekenne dat ik had behooren te doen, van deeze bezonder¬ „heeden te onderrigten, en ik verzoek voorts zeer needrig dat UW Hoog„ „Edelheeden uijt hoofde van het hier voorwaards geallegeerde, het mij gua„ „stig gelieven inte schikken, dat ik blijkens het aangeteekende ter sekreete Resolutie van den 22. Novbr: jongstl:„ uijt de gemeene brief heb doen ligten de post, die over deese zaak handelt, ter voorkooming dat daarvan door kwaadwilligheid of onvoorzigtigheid niets mogte uijt lekken, dat aanlijding geeder konde tot verkeerde interpretatien. Ook heb ik darom de Leeden van den Raad Raad het geheim houden daar van op het aller strikst aan bevoolen Ik diene nu nog met een paar woorden te zeggen, hoe het met de oeffe„ „ring van dit regt speciaal zeedert het jaar 1762 is toe gegaan. Niet tegen „staande de voorsz: afdoening in het jaar 1762 is geduurende het kort daaraan ge„ „volgde bestier van wijlen den Heer Raad extra ordinair Senff, daar meede voortgevaaren op den ouden voet, zoo als men daarvan verscheijde voorbeelden vind bij zijn Ed=s hier nagelaatene Memorie, en dit heeft hier in al dien tijd, geen ander teegenstand gevonden dan dat de doen maalige Engelse Chef de Heer Hodges, en naderhand op deeze zijne kwellingen, ook de Nabab, hebben begeerd, dat de verzoek schriften tot het vrij uijtvoeren der goederen, in steede van door de Makelaers, door den Direkteur zelve zouden worden geteekend, dog de Heer Serff heeft dat volgens het Verhaal dat zijn Ed: daarvan doet bij voorsz: zijn Memorie 1. 54 doenmaals ontlegt en 29 en daar bij is de zaak voor die tijd gebleeven. Onder het bestier van den Direkteur Bosman is dit regt ook na en dan op de voorsz: wijze door de Makelaers geoeffens, tot dat Hij eens een scheepje heeft gezonden na Mocha„ waar bij men zegt, dat 'er iets voorgevallen is, dat de oeffening daar van heeft moege„ „lyker gemaakt, en zelfs geheel heeft doen ophouden tot de komtt van den presente Engelse Chef de Heer Boddam. Deese deed kort voor dat ik hier kwaam in twee heeren een partij zuijker van de Comp of van de Makelaers koopen op de naam van een Engelse Vrijman genaamt Williams en goetvindende van dit ons voorregt, tot zijn eijgen behoef gebruijk te maaken, verleende Hij het verlof tot den thol vrijen uytvoer daarvan onder zijn eijgen hand teekening, om dat het bij de Nabab, ik wels niet waarom, eenige zwaarigheid had ontmoet, en dat ik dit geval niet speciaal heb te baal genoomen, is geschied, om dat ik vreesde daardoor daardoor een al te groote Verbittering te zullen maaken. Het is niet te min bij Engelse Regeering genoeg bekent, en is zelfs eens in haar vergaadering zoo ik meen een point van deliberatie geweest, dog Hoe de Heer Boddam dat geploogjt heeft, kan ik niet zeggen. Bij mijn komst hier is aan de Makelaers het goed verkogt met toelaating, dat ze dit regt op de goe„ „deren van de Comp:e voor zo verre ze wog„ „ten goedvinden om die te doen uijtvoeren, naer gewoonte zouden kunnen oeffenen, en te hebben dit ook twee keeren gedaan, meer nogtans op mijn aanraading om dat ik dit regt weeder laverdig wilde maaken, dan om het voordeel dat ze daar „van gehad hebben, want ik het raadzaamtt agtede, om bij weeder in t zijn brengen daar van niet dan voor klijne partijen verlof te laaten vraagen. Jk zoude dit egter niet gedaan hebben, zo ik in die tijd zo volkoomen als nu van deeze zaak was geinformeert geweest, en zo ik bij de Memorie van de Heer Serff niet gezien hadde dat het op deese wijze hier pleeg te geschieden. regt 31 Uijt de publieke brief zullen UW Hoog„ „Edelheeden zien waarom de klagte over deese zaak na Bombag heeft moeten worden over„ „gebragt. Jk hadde nu na dat de Ergelse Raad te Lieratte ons geschreeven had de brief van den 20. Maert jongstl: die in onse brief na Bombaij van den 30 April daaraan bijna woordelijk is ingeschreeven, geen reeden meer, om van de voorsz: afdoening van het jaar 1762. te zwijgen, om dat de Ergelse Cheff en Raad bij deese brief verklaaren, dat ze bij onderzoek hadden bevonden dat het regt dat we reklameeren, aan ons niet is toegestaan geweest ten tijde de Engelsen bezit genoomen hebben, van het Casteel, waar„ „uijt bij noodzaakelijk gevolg voortvloeijt, dat het hun dan ook niet kan gebleeken zijn dat we dit voorregt zeedert hebben gexerceert, en is het hun dit niet gebleeken, dan is het hun nog minder gebleeken, dat het door onse Makelaers of iemand anders is mis„ „bruijkt te hebben mits dien zig hier meede zelve uijt de handen genoomen de argae„ „menten, die te mischien te egens ons zouden hebben kunnen aflijden daaruijt, dat onse Makelaers zeedert het jaar 1762 tee„ „gens onze belofte dit regt geoeffent hebben op goederen die schoon ze van ons gekogt hadden, ten tijde dat ze vervoert zijn, niet
English
no longer belonged to the Company, for to come forward with that now, after they had declared in the aforementioned letter that they had carried out all necessary investigation in this matter, would sound far too bad. I therefore found no difficulty in calling upon this settlement in our aforementioned letter to Bombaij, and in deriving from it not only proof against the ground upon which the English Surat Council has denied us this right, but also in demonstrating from it that both the English Government and the Nabob publicly recognized this right in the year 1762. Notwithstanding this, the Government of Bombaij decided to refer the matter to the Directors of the English Company, as is notified in the general letter. There is not a single member of the English Government who is not in his own heart convinced of the clarity of our right, only they seek to dispute it with us as long as it is in their power, because they themselves see their mistake in having made themselves so publicly a party in this, and they fear that when this right is now confirmed anew, we shall be able to make a much better and more ample use of it than before, for however lawfully it belongs to us, it nevertheless appears that especially in the most recent times it had to be exercised with some discretion. If this matter is settled to the satisfaction of the Company, these reasons will no longer exist, and then it will soon become apparent that this privilege is worth a good sum annually to the Company. From the cloves that were brought to Bombaij last year by the English private merchants, I had a small quantity purchased, a sample of which is enclosed herewith, in compliance with Your High Nobilities' esteemed order in Your High Nobilities' separate letter of 8 August 1778. On this subject, I hope meanwhile that Your High Nobilities will not attribute it to a lack of attentiveness in tracing the ways along which the English merchants obtain the spices that I have been unable to forward good reports thereof to Your High Nobilities until today. It is easy to imagine that these things are not easily discovered, because these merchants keep that as quiet as possible, even from their own countrymen for the sake of competition, and still much more when they have any suspicion that an investigation is being made into it on the part of the Company. This year I have heard nothing of spices having been brought to Bombaij or here. In order to properly deliberate on what was written by the Noble Right Honorable Masters and Your High Nobilities regarding the sugar brought by the ship's officers under their permitted allowances, both captains were ordered immediately and before they were yet ashore not to sell their imported sugar before they had spoken further about it. This was done solely because it was whispered that the English intended to seize the sugar this time, and consequently to prevent the crew members from putting it out of their power to yield it to the Company. As soon as the captains came ashore, I explained this reason to both of them together, and I told them that I had no intention in the world of hindering them in the least in this trade of theirs. I only requested of them that they would inform me in time and before they sold their imported sugar what was offered to them for it, and what the absolute lowest was for which they could surrender it, with the promise that I would then tell them immediately whether it suited the Company to take it or not. In the meantime, I considered this matter a little more closely, particularly the manner in which the powder sugar of the ship's officers could be taken over for the Company, so that they are given no reason to complain about it, and so that the Company, whose main concern here is indeed to remain master of the whole lot, can do so without loss. The crew cannot get nor demand the price for which the Company's sugar is sold, because they must have ready cash immediately, and the Company's sugar is only paid for in installments as it is collected. Last year, at the same time that the Company's sugar was sold for 11 1/2 rop=s per 100 pounds, the ship's officers received no more for their powder sugar than 13 1/16 rop=s per pikul or 11 7/20 rop=s per 100 pounds, and Your High Nobilities may entirely rely on the fact that the ship's officers were nevertheless not shortchanged by these prices. When I, after everything was settled, thanked the captain of Landskroon, van der Kuijl, for the friendly regard that he and Captain van Es had shown for my recommendation by surrendering their imported sugar by preference to the Company's brokers, van
Dutch transcription
14. niet meer aan de Comps behoorden, want om na, na dat ze bij de voorsz: brief verklaart hebben dat ze al het noodzaakelijk onder zoek in deesen hebben gedaan, daar meede voor den dag te koomen, zoude al te kwaalyk luijden. Jk hebbe daarom geen zwaarigheid geoorden om bij voorsz: onze brief na Bombagj deese afdoening aan te roepen, en daar uyt of te leijden niet alleen een bewijs teegens de grond, waarop de Engelse suratse Raad ons des regt heeft afge„ „sproaken, maar ook om daaruijt aan te toonen dat bijde de Engelse Regeering en de Nabab in het jaar 1762 dit regt publiek hebben erkent. Des onaangezien heeft de Regeering van Bombag beslooten om de zaak te renvoijeeren aan de Direk„ „teuren van de Engelse Komp:s, gelijk daar van bij de gemeene brief word kennis gegeven. Daar is geen een Lid van de Engelse Regeering die niet in zig zelven overtrijgt is van de duijdelijkheid van ons regt, alleen zoeken ze het ons te bekwisten zo lange dat in hun vermogen is, wart ze nie zelve hunne fout in zien met zig in deesen zo publiek tot partij te hebben gesteld, en ze vreesen dat wan„ neer dit regt nu op nieuws word bevestigt, we daarvan een veel beeter en ruijmer gebruijk zullen kunnen maaken dan voor heen, want hoe wettig het ons ook toe komt, schijnt het nogt ons dat het in zon „derheid in de jongste tijd en wat met discretie heeft moeten worden geoeffent. zoo deese zaak ten genoegen van de komp:e word afgedaan, zullen deese reedenen niet meer bestaan, en dan zal het spoedig blijken dat dit voorregt de komp: jaarlijks een goede somma waard is. van 3 3 15. Van de nagelen die door de Engelse partikalieren voorleede Iaar te Bombaij aangebragt zijn, heb ik een klijnigheid doen inkoopen, waarvan een Monster hier neevens gaat, ter voldoening aan UW Hoog Edelheede g'eerde ordre bij Hooght: der zelver apparte brief van den 8. August 1778. Op dit onderwerp, hoop ik intussen dat UW Hoog Edelheeden het niet toeschrijven aan gebrek van oplettertheid in het naspeuren der weegen„ langs dewelke de Engelse handelaeren koomen aan de specerijen, dat ik buijt en staat ben geweest UW Hoog Edel„ heeden tot heeden toe goede berigten daarvan te laaten toekoo„ „men: Het is ligt te denken dat die dingen niet gemakkelijk te ontdekken zijn, doordien deese handelaaren dat zoo veel moogelijk stil houden, zelfs voor hunne land genooten om der Concurrentie wille, en nog veel meer wanneer ze eenig vermoeden hebben dat daar na van de zijde van de Comp:e word onder zoek gedaan. Dit jaer heb ik „nies gehoort dat er te Bombaij of hier specerijen zijn aangebragt. Ten eijnde mij behoorlijk te kunnen beraaden op het aangeschreevene door de Edele Hoog Agtb: Heeren Meesteren en UW Hoog Edelheeden noopens de zuijker die door de scheeps vrienden onder hunne gepermitteer „de lasten word- aangebragt, zijn de bide schippers daade„ „lijk en voor dat ze nog aan de wal waeren gelast, om hunne meede gebragte zuijker niet te verkoopen, voor datze daarover naader zouden gesprooken zijn, Dit is alleen geschied, om dat er gemompelt wierde, dat de Engelse E hef reekening maakte om de zuijker dittmaal aan te slaan, en mits dien ter voorkooming, dat de scheepelingen het niet buijt en hun vermogen brengen mogten, om ze aan de komp: te kunnen verlaaten. zoo dra de schippers aan de wal gekoomen zijn, heb ik aan hun bijde te zaamen deeze reeden verklaert en ik heb hun gezegt, dat ik geen oogmerk ter weereld hadde, om hun in deesen hunnen handel, op het 16. het allerminst te belemmeren: Ik heb alleen op hun be„ „geerd, dat ze mij in tijds en voor dat ze hunne meede gebragte zugker verkogten, wilden berigten wat hun daarvoor geboo„ den wierd, en waarvoor zij ze uijterlijk zouden kunnen afstaan met toe zegging dat ik het hun dan daadelijk zeggen zoude, of het de Komp s konvenierde om die te neemen of niet. Midde„ „lerwijl heb ik deese zaak wat naader overdagt, in zonderheid de wijze hoe dat de poeder zuijker van de scheeps Vrienden: voor de komp: zoude kunnen worden overgenoomen, zoo dat aan deselve geen reeden gegeeven word, om zig daarover te beklaagen, en dat ook de komp:e die het hier dog voornaament„ „lijk te doen is, om van de geheele partij meester te blijven, daaruijt kan zonder schaade. De prijs waaroor de zuijker van de Comp word verkogt, kunnen de scheepe„ lingen, daar voor niet maaken nog vorderen, om dat te daade„ lijk geld moeten hebben, en dat de zuijker van de Comp alleen bij partijen word betaelt na maate dat Dezelve word afgehaalt. Voorleede jaar hebben de scheeps Vrienden ter zelver tijd dat de Komp. s zuijker is verkogt voor 11½ rop=s de 100 ponden vóor hunne poeder zuijker niet meer gehad dan 13 1/16 rop=s voor de pikel of 11 7/20 rop=s voor de rooponden, en dat de scheeps Vrienden egter met deese prijsen niet verkort zyn, daarop kunnen UW Hoog Edelheeden volkoomen aangaan. Doen ik de schipper van Landskroon, van der Kuijl, na dat alles was afgedaan, bedankte, voor de vriendelijke in zigten die Hij en schipper van Es voor mijne recommendatie hadden getoond, met hunne meede gebragte zaijker bij voorkeur aan S. V. omp=s Maakelaers af te staan, gaf mij Van
English
van der Kuijl answered unasked that he had done this with all the more pleasure because no other merchants had offered him as high prices for it as the Company's brokers had paid for it, and skipper van Es has now also told me the very same thing regarding the sugar brought along by him in the past year. Your Right Excellencies could, if deemed proper, for Your higher reassurance, have this inquired of them further. From single cases that are rare and often depend on special circumstances, one cannot draw conclusions as to what happens generally, but on the whole I think that if one were to verify what the ship's crew have received for their sugar at Suratte over a series of consecutive years, one would find that the lot price thereof does not differ much from the price of 13 1/16 rop. s. Out of these 13 15/16 rop. s more or less, at which I think the lot prices may turn out, the ship's crew must pay for the unloading, the carrying up, and the warehouse expenses, and all this counted together, they hardly keep 13 rop. s net per pikkel. At Kochim, the Company has for some years been paying for powdered sugar 12 rop. s net money per pikkel, and moreover bears all the burdens and expenses thereon, and the crew members, who are reasonable, will not refuse to admit that they are now incomparably better off in this respect than before. One could also try it here in this manner. If here 13 rop. s were paid to the crew members per pikkel of powdered sugar, provided that it is as good as that of the Company, and that the Company moreover bore the expenses of unloading, carrying up, and handling in the warehouses, then I do not think that the crew members would have any reason to complain, and the Company would, I think, also come out well, and gain thereby that the sugar remains in one hand. On this I shall await Your Right Excellencies' honored order. Of the candy sugar I have said nothing special in this matter, because that which is imported thereof is not of very great importance, and in any case it can be regulated on the same grounds. Having herewith completed my humble answer to Your Right Excellencies' aforementioned very honored separate missive, I let follow here some further items which, although they do not otherwise all belong to the separate letters, I nevertheless thought best to treat here, because of various particulars that occur therein. The first clerk Jacob Goverts had repeatedly given me reason for much dissatisfaction, but because he on the other hand has reasonably good abilities when he wishes to employ them for good, I overlooked it each time with a mild reprimand, all the more so because here, for the sake of the foreigners, who would otherwise know how to make much of it because they are not informed of the circumstances, one must turn a blind eye to the conduct of subordinate servants somewhat more than at other offices; but now he made it so gross that I had to have him placed under arrest. I had employed him to speak with a captain of a small ship belonging to Mr. Willem Bolts, which was about to depart for Rio Lagoa, concerning the dispatch of the blue goods, for which skipper Ten soender had made a request; and because I thought that he, in dealing with foreigners, might sometimes be of service to Ten sonder, I wanted to send him along himself. In the beginning he seemed to have nothing against this, but when it came to a departure he, as became apparent to me afterward, changed his mind, and he sought therefore to make the dispatch fail. The arrest that I gave him for that, in order thereby to deprive him of the means to cause me further trouble in this matter, offended him very greatly, and I had no sooner had him released than it was reported to me that he was ready to desert to the English. I sent for him to come to me, but he had already left the shipyard, and from the answer that I received since, I could not doubt that one had told me the truth about him. In another case I would have concerned myself less with this matter, because being rid of him is no great loss, but because he understands English, he was employed in almost all transactions with the English government, and he had thereby and through his service as first clerk learned many things, of which he might perhaps have been able to make a malicious use. In order to restrain him somewhat in this, if possible, considering that he must burden himself with double shame if he did anything of the kind, at least in public, while he still had in some measure to be considered to be in the service of the Dutch Company, I had him informed of what I had heard about him, and at the same time pointed out that if he also thought he could make his fortune better with others, it was more honorable for him to request his discharge in an orderly manner, and that although I could not give him that here, I would nevertheless favorably propose it to Your Right Excellencies, and that in the meantime, if he requested it, I would grant him leave for the period of two years with suspension of salary. He was, as it seemed, quite pleased with this and followed this advice; nor have I heard up to now that he has behaved improperly toward the Company in anything; nevertheless, he thereupon immediately entered into English service, in which he is now an officer, but I thought it best to let the impropriety of this pass unnoticed. I hope that Your Right Excellencies will favorably approve my course of action in this matter, out of consideration that, even if in this unusual case something was done that otherwise should not have occurred, I have only deviated from the usual path in this to
Dutch transcription
31 35 van der Kuijl ongevergt ten antwoord, dat Hij dit met te meer plaisier hadde gedaan, om dat hem door geene andere kooplieden daarvoor gebooden waeren, zoo hooge prijzen als 's Komp=s Makelaers daar voor betaelt hadden, en schipper van Es heeft mij nu ook, weegens de zuijker door hem in het voorleeden jaer meede gebragt, dit zelfde gezegt. UW:„ Hoog Edelheeden zouden des goetvindende, tot Hoogst Derzelver meerder gerustheid, hun zelve dit naader kunnen doen afvraagen. Uijt enkelde gevallen die zeldzaam zijn en dikwils van bezondere omstandigheeden afhangen, kan men tot het geen doorgaens gebeurt, niet besluijten dog over het alge„ „meen denk ik dat zoo het was na te gaan, wat de scheeps vrienden in een reeks van agter een volgende jaaren voor hunne zuijker te 7 suratte gehad hebben, men zoude bevinden dat de kavel prijs daarvan, met de prijs van 13 1/16 rop. s niet veel verschilt. Uijt deeze 13. 15/16. rop. s min of meer, waarop ik denk dat de kavel prijzen kunnen uijtkoomen, moeten de scheeps Vrienden goed maaken het lossen opdraagen en de Pakhuijs on„ „gelden, en dit alles zaamen gereekent, houden ze kwalijk 13. rop. s zugver voor de pikkel Te Kochim betaelt de Komp: pikkel over-. zeedert eenige Jaeren voor de poeder zuijker 12. rop. s Zuiver geld voor de pikkel, en draagt boven dien daarop alle de lasten en ongelden, en de scheepelingen, die reedelijk zyn, zullen niet wijgeren te bekennen, dat ze daarbij nu ongelijk veel beeter staan dan voor heen Men zoude het hier op deeze wijza ook eens kunnen probeeren. Jndien hier aan de scheepelingen 13. rop.s voor de pikkel poeder zuijker wierd betaelt, mits dat ze zoo goed is als die van de komp:, en dat de Komp: daar en booven droeg de ongelden van het lossen opdraagen en het behandelen in de Pak„ „huijsen, dan denk ik niet dat de scheepe„ „lingen eenige reeden van klaage zouden hebben, en de komp:e zoude er na ik denk ook meede uijtkoomen, en er dit bij winnen„ dat de zuijker in een hand blijft. Ik zal hier op UW Hoog Edelheedens GeErde Van de kandij ordre blijven afwagten. zuijker heb ik in deezen niets speciaals ge„ „zegt, om dat het geen daarvan word aangebragt niet is van heel veel belang, en dat het in allen gevalle daarmeede uijt de zelfde gronden kan worden gereguleert. Hier meede afgedaan hebbende mijn nedrig 37 nedrig antwoord op voorsz: UW Hoog Edelheeden zeer g'eerde apparte Missive laat ik hier nog eenige posten volgen die schoon ze anderzins niet alle tot de apparte brieven behooren, ik nogtans best gedagt heb hier te behandelen, om deeze en geene bezonder heeden die daar„ bij voorkoomen. De eerste klerk Jacob Goverts had mij te meer maalen reeden gegeven tot veel misnoegen, dan wijl Hij daar en teegen reedelijke goede vermogens heeft als Hij ze ten goede aanwen„ „den wil, heb ik dat telkens met een zagte bestraffing gepasseert, te meer men hier, om de wille der vremden, die ander zins daarop veel te zeggen weeten om dat ze van de omstandigheeden niet onderrigt zijn, in het gedrag der ondergeschikte Dienaeren al eens wat meer door de vingeren zien moet dan op andere komptoiren, dog nu maakte Hij het zo grof dat ik hem moeste in arrest doen zetten. Jk had hem gebruijkt om met een kaptain van een scheepje toe behoerende aan de Heer Willem Bolts dat na Rio Lagoa stond te vertrekken, te spreeken over het verzenden der blauwe goederen, waartoe schipper Ten soender had verzoek gedaan, en om dat ik dags dat Hij, in den ommegang met 18. met vreemden Ten sonder zomtijds van dienst konde weezen, wilde ik hem zelve meede zenden Jn den beginne scheen Hij daer niets teegen te hebben, dog doen het op een vertrekken gieng veranderde Hij, zo het mij naderhand gebleeken is, van gedagten, en Hij zogt de Verzending daarom te doen mislukken. Het arrest dat ik hem daarover gaf, om hem daardoor te benee„ „men de middelen om mij hierin verder moeijte te maaken, belyde hem heel zeer, en ik had hem zoo drae niet doen ontslaan, of mij wierd gerapporteerd, dat Hij gereed stond om tot de Engelsen over te loopen. Jk liet hem bij mij roepen, dog Hij was toen van de werf, en uijt het antwoord dat ik zeedert kreeg, konde ik niet twijffelen of men hadde mij de waarheid van hem gezegt. Ik zoude mij in een ander geval aan deeze zaak wijniger hebben doen geleegen leggen, om dat aan hem kwijs te zijn rits gemist word, dog Hij was, doordien Hij het Engels verstaat, in meest alle de hande„ „lingen met het Engels Gouvernement gebruijkt, en Hij was daardoor en door zijn dienst van eerste Clerk, agter veele dingen gekoomen, waar van Hij misschien een kwaadaardig gebruijk zoude hebben kunnen maaken Om hem hier in des moogelijk eeniger maate te 39 te beteugelen, gemerkt Hij zig met dubbelde schande moeste belaaden, indien Hij iets dier„ „gelijks ten minste in het publik deed, terwijl Hij nog eenigermaaten moeste geagt worden te staan in den dienst van de Nederlandse Comp:e liet ik hem zeggen, wat ik van hem gehoort hadde, en teevens vertoonen dat indien Hij ook meende zijn fortuijn bij andere beeter te kunnen maaken, het voor hem eerlijker was, om op een ordentelijke wijze zijn ontslag te vraagen, en dat schoon ik hem dat hier niet geeven, konde, ik het UW Hoog Edelheeden nogtans gunstig wilde voordraa„ „gen, en dat ik hem intusschen, indien Hij daarom verzogte, verlof zoude geeven voor den tijd van twee Jaaren met stilstand van gage. Hij was hier meede, zoo het gescheenen heeft, wel in zijn schik en volgde deeze raad, ook heb ik tot nog toe niet gehoort, dat Hij zig ergens in onbehoor„ „lijk teegen de Comp: heeft gedraagen, nietemin is hij daarop daadelijk gegaan in Engelse Dienst waarin Hij tans officier is, dog ik heb gemeend het ongevoeglijke hiervan ongemerkt te moeten passeeren. Ik hoope dat UW Hoog Edelheeden mijne handelwijze in deezen gunstig zullen approbeeren, uijt aanmerking, dat zoo ook in deeze ongewoone zaak iets gedaan is, dat anders niet had moogen geschieden, ik hierin van de gewoone weg alleen ben afgeweeken om
English
because I think that at a place such as this, the true interest of the Company requires that, as long as it can be done with any convenience, everything should be avoided from which any trouble could arise for the Company in any way. Keep him I could no longer, once he had left the yard, and through this treatment I believe I prevented him from allowing himself to be used against the interests of the Company, if he might otherwise have been dishonest enough to do so, which I would not, however, dare to assert to his disadvantage. Your High Excellencies might still postpone somewhat the disposition of his request, but this will perhaps only give rise to restless thoughts on his part, and I think therefore, if I may state my opinion, that it would be best to grant him his discharge from the Service, either by placing him in burgher freedom or rather by granting him his final discharge, as a servant who was engaged here in this country in the Service of the Company. From the collective Resolution of 18 February last, Your High Excellencies will find recorded that first by Ali Nawaschan, who upon my arrival here was the second or Naib, and afterwards by the Nabab himself, in addition to the usual yearly gift, an extraordinary gift of 700 rupees was demanded upon the customs clearance of the linens. In the year 1774 there were, as I have been informed, some linens that had been salvaged from a ship that had run aground not far from the Roadstead. For these linens the export duties had been paid at the initial shipment, and it seemed reasonable therefore that they should not be subjected to customs duties a second time; nevertheless this gave rise to some trouble. The value of the linens was not so great, however, that a second customs duty thereon would have amounted to 700 rupees, and I guess therefore that there were other additional reasons, but what those may have consisted of has not come to my knowledge. Be that as it may, on this occasion that gift was given for the first time, and Ali Nawaschan asserted that at the same time it was also promised to him for the future, and that on that account he also enjoyed it in the year 1775. Whether this be so, I cannot say with certainty, because in this negotiation a son of the Nabab's customs writer, who has since died, was employed. In the year 1776 Ali Nawaschan demanded this extraordinary gift of 700 rupees from me as well, on the occasion when I informed him that the goods that were due to depart with the ship Venus were ready to be cleared through customs. I had the brokers speak to him about this, and point out to him the absurdity thereof, but he asserted boldly and stubbornly that it was due to him. The broker Mantchergie, who was otherwise a very good friend of his, brought to his attention during the discussion about this, as if of his own accord, that it was to be feared that if he would not listen to any reasonable proposals, I would lodge a complaint about it with the English, but he did not allow himself to be swayed by that. He said that one might just do that; he had already caused the English Chief, Mr. Boddam, to be spoken to about it, and the latter had let him know that he might take this extraordinary gift since it had previously been given to him, or otherwise he should just hold up the work of the customs clearance. That the present had been given once, if not more times, I could not call into doubt, and I had therefore to assume, although not the slightest particulars hereof were known to me at that time, that there had formerly been some reasons for it. My predecessor in the administration was gone, and no one else seemed able to give me any information about it, and to initiate a complaint about it without knowing on what grounds seemed to me ill-advised; nor could the ship be held up for it. I therefore had Ali Nawaschan requested to be willing to carry out the customs clearance, and that I would speak further with him regarding this dispute, and do what was right. He allowed himself to be persuaded to this with great difficulty, and thereupon carried out the customs clearance. I have since made every effort to unravel the matter, but I have not been able to obtain any other report on which I could rely than that which I have already related above. I subsequently caused Ali Nawaschan to be told that I did not see the ground on which he made this demand; that it might well be that he had enjoyed this gift once and perhaps twice, but that an act of friendship such as this could constitute no obligation for the future, and that I was therefore not inclined to pay the same. I had meanwhile sent to the principal city Regents, according to the rank of each, a small present to make acquaintance with them, and now that I thought the aforementioned dispute concerning this extraordinary gift had been settled, I also sent a gift to Ali Nawaschan for the maintenance of friendship, with the protestation, however, that I did not do so on account of any obligation or previous customs, but solely as a token of my friendship and esteem for a Man who on many occasions had shown himself to be a friend of the Dutch Company and of the Dutch. Ali Nawaschan had meanwhile replied little to this message, and I cannot say whether he would have let the matter rest here had he continued to live, but he passed away in the month of June following thereafter. The Nabab now took the office of Naib for himself, or rather it was given to him by Bombay, and it was not long before he also began to speak of this gift. At first he did so only by way of inquiry, with a request to be informed how matters stood with it, and
Dutch transcription
19. om dat ik denke, dat op een plaats als deeze het waare belang van de Comp: vordert om zoo lange het eenigzins gevoeglijk geschieden kan, alles te meijden, waaruijt op eeniger hand wijze moeite voor de komp:e ontstaan kan. Houden konde ik hem dog niet meer, toen Hij eens van de werf was, en ik heb door deeze behandeling denk ik voorgekoomen dat Hij zig teegens de intresten van de Comp s niet heeft laaten gebruij¬ „ken, zo Hy dartoe anders oneerlijk genoeg mogte zijn geweest, het geen ik egter tot zijn nadeel niet zoude durven verzeekeren. UW Hoog Edelheeden zouden de Dispositie op zijn verzoek nog wel wat kunnen uijtstellen, dog dit zal hem misschien maar tot onruste gedagten aanlijding geeven, en ik denken daarom indien ik mijn gevoelen zeggen mag dat het best was om hem zijn ontslag uijt den Dienst toe te staan, het zij met hem te stellen in burger vrijheid of liever met hem finaal zijn ontslag te geeven, als een Dienaer die hier te lande in den Dienst van de Maatschappij aangenoomen is. Bij de gemeene Resolutie van den 18 feb jongstl: zullen UW Hoog Edelheeden aangeteekend vinden, dat eerst door Ali Nawatchan, die bij mijn komst hier tweede of Naib was, en naderhand door de Nabab zelve, boven het gewoone 41 gewoone jaarlijks geschenk nog gevordert is een buijten gewoon geschenk van 700 - rop. s bij het vertollen der lijwaaten. In het jaer 1774 waeren er zo men mij heeft berigt, eenige lijwaaten die geborgen waeren uijt een schip dat niet verre van de Reede was gestrand. voor deeze lijwaaten waeren bij den eersten afscheep de uijtgaende regten betaelt, en het scheen dis reedelijk dat ze niet ten tweede maale wierden vertolt, niet te min gaf dit aanlijding tot wat moeijten. Het bedraagen der lijwaaten was egter zoo groot niet dat een tweede vertolling daarvan rop=s 700. zoude hebben bedraagen, en ik gis daarom dat er nog andere bij reedenen geweest zijn, dog waaren die kunnen hebben bestaan, is niet tot mijn kennis gekoo„ men. Hoe het zij, ter deezer geleegertheid is dat geschenk de eerste maal gegeeven, en Ali Nawaschan heeft beweerd, dat het hem ter zelver tijd ook is toegezegt voor het vervolg, en dat Hij het uijt dien hoofde ook genooten heeft in het jaar 1775. Op dit zo zij kan ik niet geen zeekerheid zeggen, om dat in deeze onderhandeling is gebruijkt een zoon van 's Nababs thol schrijver, die zeedert overleeden is. In het jaer 1776 vorderde Ali Nawaschan dit buijten gewoon gescherk 20. geschenk van rop. s 700: ook van mij, ter geleegen „heid ik hem liet weeten dat de goederen die met het schip Venus stonden af te gaen, gereed waaren om te worden vertolk. Jk deed hem door de Makelaers daarover spree¬ „ken, en hem de ongerijmtheid daarvan voor„ „houden, dog Hij beweerde stout en stijf dat het hem toekwam. De Makelaer Mantchergie die anders een heel goed vriend van hem was, voerde hem onder het spreeken daarover, als uijt zig zelve, te gemoed, dat het te vreezen was, dat zoo Hij na geen reedelijke derkooger liusteren wilde, ik daarover bij de Engelse zoude doen klaagen, dog Hij liet zig daar„ Hij Zijde men ma „door niet verzetten. mogt dat maer doen, Hij had bereeds daarover doen spreeken met de Engelse Chef de Heer Boddam, en deeze had hem laaten weezen, Hij mogt dit buiten gewoon geschenk neemen wijl het hem bevoorens gegeeven was, of anders had Hij het werk der vertolling maer op te houden. Dat het present een zoo niet te meermaalen gegeeven was, kon ik niet in twijffel trekken, en ik moeste dies veronder „stellen, schoon mij doen nog geene de minste bezonderheeden hiervan bekent waeren, dat 43 dat daarvoor-eertijds, eenige reedenen geweest waeren. Mijn voorzaat in het bestier was weg, en niemand anders scheen mij daarvan eenig bericht te kunnen geeven, en om een klagte daarover aan te vangen zonder te weeten met wat grond, dat scheen mij ongeraaden, ook kon het schip daar niet na worden opgehouden; Ik liet Ali Nawas.„ „chan daarom verzoeken om de vertolling te willen doen, en dat ik roopens deeze questie naader met hem spreeken wilde, en doen wat regt was. Hij liet zig hiertoe met veel moeijte bepraaken en deed daarop de ver¬ „tolling. Jk heb mij zeedert alle moeijte gegeeven om de zaak uijt te pluisen, dog ik heb daarvan geen ander bericht kunnen krijgen, waarop ik staat maaken konde, dan het geen ik hier boven reeds heb verhaalt, Aan Ali Nawaschan liet ik vervolgens zeggen, dat ik niet in zag de grond, waarop Hij deeze vordering deed, dat het wel konde zijn, dat Hij dit geschenk eens en misschien tweemaal genooten had, dog dat een daad van vriendschap als deeze geen verpligting konde uijtmaaken voor het vervolg, en dat ik daarom niet gezind was het zelve te betaalen. Jk hadde intussen aan 21 aan de voornaamste stads Regenten na maate van elks stand, een klijn, present gezonden om kennis met hen te maaken, en nu ik het voorsz: verschil over dit buijten gewoon geschenk dagt afgedaen te zijn, zond ik ook aan Ali Nawaschan ter onderhouding van Vriendschap een geschenk, onder protestatie nogtans, dat ik het niet en deed uijt hoofde van eenige verpligting of voorgaande gebruijken, maer alleen tot een blijk van mijn vriendschap en agtinge voor een Man, die in veele geleegentheeden had getoond te weezen een vriend van de Hollandse Komp: en de Hollanderen. Ali Nawaschan had. ondertusschen op deeze boodschap wijnig geantwoord, en ik kan niet zeggen of Hij het hierbij zoude hebben laaten berusten zoo Hij was blijven voortleeven, dog Hij overleed in de maand van Juni daaran volgende. De Nabab naem nu het amph van Naib voor zig zelve, of liever van Bombaij wierd het hem gegeeven, en het duurde niet lang of Hij begon ook van dit geschenk te spreeken. Eerst deed Hij het alleen vraagender wijze, met verzoek om hem te willen berigten hoe het daar meede stond, en
English
and upon the answer that I sent him, I thought that he had let himself be convinced of the injustice of this matter. The clearance of customs for the linens occurred in Decembr: 1777 without any resistance, but the ships of that time were only just gone, or he emphatically had this present demanded of me, and whatever representations were also made against it, it always came down to the same thing again: Ali Nawas Chan had enjoyed it in his time, and he now had to have it as well. This remained at talk until such time as the return cargoes that were about to depart with the ships Landskroon and Stavenisse had to be cleared through customs; then he refused outright to allow this to be done, unless the present of 700. rop=s was first given to him, and he at the same time gave orders to the servants of the Mierbaar, who otherwise, for a small present that is given to them annually, let these and other small matters pass, not to permit anything whatsoever to be shipped from the wharf. Nothing else now stood open to me than to complain to the English about this, but besides the fact that in my judgment the making of complaints about the Nabab to the English government must be omitted as long as it can in any way be avoided, I was, especially regarding what I already knew through Ali Nawaschan on this matter from Mr. Boeldam, also not too sure how they would have understood it there. Furthermore, I could not hope that they would wish to settle this as quickly as we pleased, as was necessary in order to dispatch the ships in time, and this nevertheless had to be done. I therefore knew of no other counsel than to accommodate the Nabab for this time, and I consequently sent him the 700. rop=s with the announcement that I did this solely because the work of the customs clearance could brook no further delay, and that as soon as the ships had departed I would have him spoken with further about it. All representations made by me against it since then have been of no avail, and after the sending of a multitude of fruitless messages I have thus finally had to come to giving the Nabab a present of rop=s 3000 to buy off this claim. For now, after I had once sent him the 700. rop=s, which he naturally would have used as an argument against me, to lodge a complaint about it with the English government would in all probability have served for nothing else than to uselessly put the Nabab into armor against the Company. In a country and under a government such as here in Suratte, one sometimes does best to endure a small injustice, if it can occur in silence, in order to escape greater injustices, and I hope that Your High Nobilities will on that account favorably approve my conduct maintained in this matter. In the general resolution, in order that this buying-off might not become apparent, I had the matter represented as if the Nabab had been persuaded of the unreasonableness of his demands, and on that account had not only renounced them, but had also given me the written proof thereof that is inserted into the aforesaid resolution. The gift itself I have provisionally paid out of my own money, in order not to violate Your High Nobilities' prohibition in Your very own separate letter of 10. August 1776 not to make any presents whatsoever without Your qualifications; nevertheless, I hope that Your High Nobilities will not leave me burdened with this, and that You will favorably perceive that the circumstances in which I found myself regarding this necessarily required coming to a decision, and that my resisting this demand of the Nabab too strongly, however extremely unjust it may be, would in all probability have been the cause of the ships not being able to depart at the proper time, which I have not dared to take upon myself. It gives me great pleasure that Your High Nobilities have decided henceforth to have the accounts of the Surat Moorish seafarers kept by entire crews. This will make that work much easier, and bring about that many abuses can be prevented which hitherto seem to have been attached to it due to the constant alteration of names. Through the uncertainty resulting therefrom in the making of charges, it is only possible to understand how long this people have been able to stand credited in the pay-books for such large sums as have now and then had to be paid to the same; and however visibly that has occurred, it nevertheless frequently happens that the people returning from Batavia are still not satisfied with it, and that often causes very great ruzie and trouble, when those people
Dutch transcription
95 en op het antwoord dat ik hem zond dagt ik dat Hij zig van de onbillijkheid deezer zaake had laaten overtuijgen. De Vertol„ „ling der lijwaaten geschiede in Decembr: 1777. zonder eenige teegenstand, dog de scheepen van dien tijd waeren maer pas weg, of Hij liet mij met nadruk dit present afeyschen, en wat vertoogen ook daar teegen gedaen zijn, kwam het altoos wederom daarop uijt, Ali Nawas Chan had het in zijn tijd genooten, en Hij moets het nu ook hebben. Dit bleef bij praaten tot zoo lange dat de retouren die met de scheepen Landskroon en stavenisse stond en af te gaan, moesten worden vertolt; Doen wij geede Hij volstrekt dit te laaten doen, ten zij hem eerst het present van 700. rop=s gegeeven wierd, en Hij gaf te gelijk ordre aan de bediendens van de Mierbaar, die anders om een klijn present dat hun jaar„ „lijks gegeven word, deeze en geene klijnigheeden nog al laaten passeeren, om niet te permitteeren dat er iets hoe genaamt van de werf wierd afgescheept. Mij stond nu niets anders open dan om aan de Engelsen daarover te klaagen, dog behalven dat naer mijn oordeel het doen van klagte over de Nabab bij de Engelse Regeering, moet werden nagelaaten, Zo 22. zo lange het eenigzins te ontwijken is, was ik in zonderheid over het geen ik reeds door Ali Nawaschan op dit stuk van de Heer Boeldam wist, ook niet al te zeeker hoe men het daer zoude hebben begreepen. Jk konde bovendien niet hoopen dat men ter onzer believen dit zoo spoedig zoude willen afdoen, als noodig was, om de scheepen in tijds te depecheeren en dit moeste nogtans geschieden. Jk wist dus geenen anderen raad dan om de Nabab te wille te zijn voor dit maal, en ik zond hem dierhalven de 700. rop=s onder aankondiging dat ik dit alleen deed om dat het werk der Vertolling geen verder uijt stel veelen konde, en dat ik zo dra als de scheepen vertrokken waeren daarover met hem naader Alle vertoogen door zoude doen spreeken. mij zeder daar teegen gedaen, hebben niets kunnen baten, en ik heb er dus na het zenden van een meenigte vrugteloose bood„ „schappen, endelijk toe moeten koomen, om de Nabab ter afkooping van deeze pretentie te geeven een present van rop=s 3000. want om nu na dat ik hem eens de 700. rop=s gezonden had, die Hij natuurlijk tot een argament teegens mij zoude hebben doen gelden, daar„ „over klagte te doen bij het Engels Gouverne„ „mert, zoude na de hoogste waarschijnlijkheid tot 47 tot niets gedient hebben dan om nutteloos de Nabab teegens de komp: in het harnas te helpen. In een land en onder een Regeering als hier te suratte, doet men zomtijds best een klijn ongelijk, als het in stilte geschieden kan, te verdraagen om grootere ongelijken te ontgaen, en ik hoope dat UW Hoog Edelheeden uijt dien hoofde mijne gehoudene behandeling in deezen gunstig zullen goedkeuren. Bij de gemeene Resolutie heb ik, op dat dit afkoopen niet blijken mogt, de zaak zoo doen bekent stellen, als of de Nabab van de onreedelijkheid zijner vorderingen was overreed geworden, en uijt dien hoofde daarvan niet alleen had afgezien maer mij ook daar van gegeven had het schrifte„ „lijk bewijs, dat bij de voorsz: Resolutie is geinsereert. Het gescherk zelve heb ik bij voorraad uijt mijn eijgen geld betaelt, om niet te overtreeden UW Hoog Edelheeden verbod bij Hoogst Derzelver apparte brief van den 10. August 1776 om geene geschenken te doen hoe genaamt, buijten Hoogst Derzel„ „ver qualificatie, egter hoop ik dat Uw: Hoog Edelheeden mij daar meede niet zullen belast laaten, en dat Hoogst Dezelve gunstig zullen inzien, dat de omstandig„ „heeden heeden waarin ik mij hier omtrent bevonden heb, noodwendig vorderden om tot een besluijt te koomen, en dat ik met mij al te sterk teegens deezen Eijsch van de Nabab, hoe zeer ze ook ten uijtersten onbillijk is, te verzetten, na de hoogste waarschijnlijkheid oorzaak zoude gegeven hebben dat de scheepen niet ter behoorlijker tijd hadden kunnen vertrekken, het geen ik niet heb durven over mij neemen. Het doet mij veel genoegen dat UW Hoog„ „Edelheeden beslooten hebben om de suratse Moorse zeevaarende hunne reekeningen, voortaan te doen houden bij geheele ploegen. Dit zal dat werk veel gemakkelijker maaken, en voortbrengen dat zullen kunnen worden voorkoomen veele abuijzen die daarmeede tot hier toe, mits de gestaadige verwisseling der naamen, schijnen te zijn verbonden geweest. door de daaruijt voortgeoloeijde onzeeker„ „heid in het doen der belastingen, is het alleen mogelijk te begrijpen hoe veel tijds dit volk zo groote sommen bij de zoldij boeken hebben kunnen te vooren staan als nu en dan aan de zelve hebben moeten worden betaelt, en hoe zienbaar dat ook is gebeurt het rit te min dikwils, dat het volk dat van Batavia terug keert, nog niet eens daar meede te vreede is, en dat geeft dik„ wils heele groote riesie en moeijte, als die menschen 23.
English
people are discharged here, because they dare to maintain in an insolent manner that so little of their earned wages was paid to them in Batavia, that they still have much more to claim than what they may receive according to the books. Last year in particular, and again this time, this caused very great trouble, notwithstanding all the representations of the pay bookkeeper to show them the unreasonableness of these claims. The agents of these people have also known how to take great advantage of the confusion in which this matter is mired. Seeing that frequently those names that were given to them one year as dead or absent appear again in subsequent reports, they have claimed from this that people were seeking to deceive them, and that there are more people in existence in Batavia than those for whom the two months' allotments are paid out annually. And this has sometimes proceeded quite turbulently before it could be settled. In the latest year, this ran as high as ever. To force these unreasonable claims through, a party of men and women came to the wharf, loudly pretending to be the next of kin of such Moorish seafarers as have not yet returned. They complained with much uproar that they had now already waited in vain for a considerable time for the 2 months' allotments that were to be paid out here for the account of their next of kin, and when I made this wild crowd, who all shouted equally loudly, leave with much reluctance, announcing that they should come to make their complaints in an orderly manner, they marched to the Native Government and shouted that the Nabab would do them justice. Here they are always ready to meddle in these things, and following this I received several messages from the Nabab, with the request that I would give orders that these people received what was theirs. I then summoned the agents of these people to me, but there was no way to bring them to reason, until I finally told them that I saw clearly that they themselves were the cause of all these commotions, and that, if they continued refusing entirely to listen to reason, I would then send the money that could be paid for these two months' allotments according to the books to the Nabab with a list of the people to whose families it belonged, with the request to have it properly distributed to those who should be found to be entitled to it. This made them change their attitude somewhat, and they finally contentedly accepted the statement of the pay bookkeeper; nevertheless, matters dragged on until the month of May, whereas otherwise this payment is generally made shortly after the departure of the ships. In order to make these things proceed somewhat more orderly in the future, I made, especially regarding the matter of the two months' allotments, a rather close investigation into how matters actually stood with these so-called families, and I was informed that this money is indeed paid out to the families of the Moorish seafarers who are residents of Suratte or belong close to this region, but that of the greatest part, the families are either no longer alive, or live so far from here that they do not concern themselves with it, and that the money for all of these is pocketed by the agents. This prompted me to also inquire how things had gone with the two payments that, according to the Resolution of 12 November 1778, were made for a party of Moorish seafarers who for a long time prior to that had not appeared in any specifications or commander's reports, and I found after much investigation that a very gross abuse had been made of that as well, and that notwithstanding that this payment was made with 1/4 less than used to be paid for it previously, they had nevertheless retained a good sum of it for themselves. When I had progressed far enough with this, I placed the matter into the hands of Senior Merchant Sluijsken and Merchant Van der Sleijden, and, as appears from the secret Resolution of 15 November, they brought it so far that the agents of these people have undertaken to repay 10000 rop=s to the Company, on the condition, however, that this settlement should be kept secret, and this I have promised them; this was also necessary because it was to be feared that the Nabab, seeing that they could return such substantial pieces, would not have let this pass unnoticed. By this means, I now hope to have curbed them to such an extent that I think there will be no difficulty in writing back again the wages that, upon a report of the pay bookkeeper according to the Resolution of 4 December 1778, were newly credited to the Moorish seafarers to whose families, according to the Resolution of 12 February 1778, 3/9 of their outstanding wages was paid, as people who were presumably dead or absent. I even think that it will be quite possible to make them acquiesce in this payment without the Company having to spend anything more for it. I shall settle this first as soon as the ships have departed, and I shall subsequently have myself furnished with a list of all the people who are still carried on the books, which I shall have confronted against the specification of payments and the report of the commander. All those who do not appear therein, I shall have written off the books in the best possible manner. I shall furthermore
Dutch transcription
49 menschen hier worden afgedankt, om dat ze op een ombeschaamde wijze durven staande houden, dat hun te Batavia zo wijnig van hunne oer„ „diende gagie is verstrekt, dat ze nog veel meer te vorderen hebben dan het geen ze, volgens de boeken moogen genieten. Voorleede jaer in zon„ „derheid en ook wederom ditmaal heef dat zeer groote moeijte gemaakt niet tegenstaande alle de vertogen van den zoldij boekhouder om heen de onreedelijkheid deezer vorderingen te doen zien. De zaak bezorgers van dit volk hebben ook de Confusie waarin dit werk steekt, zig zeer ten nutte weeten te maaken. ziende dat veeltijds die naamen die het eene Jaar aan hun opgegeven zijn voor dood of absent, bij vervolg van tijd wederom bij andere berigten voorkoomen, hebben ze daaruijt beweerd, dat men hen zagt te bedriegen, en dat er meer Volk dan waar voor jaarlijks de twee maend en worden uijtgereijkt, te Batavia in weezen zijn. En dit is zomtijds al even onstugmig in zijn werk gegaan, eer het heeft kunnen worden afgedaan. Jn het Jongste Jaer is dit zo hoog geloopen als ooijt. Om deeze orbillijke vorderingen te doen doorgaan, kwaamen er een partij mans en vrouwen op de werf, met veel misbaer zig uijtgeevende voor naast bestaende van zulke stoorze zeevaarende als nog niet terug gekoomen zijn. te klaagden met veel gedruis dat ze nu al een geruijmen tijd te vergeefs gewagt hadden na de 2. maenden vermaakingen die hier voor reekening van hunne 24 hunne naast bestaande moesten worden uijtgereijkt en doen ik deezen woesten hoop, die alle even hard schreeuwden, met af teegen dank deed vertrek„ „ken met aankondiging dat ze hunne klagte ordentelijk zouden komen doen, trokken ze naer het Jnlands Gouvernement en riepen de Nabab zoude hun regt doen. Hier is men altoos gereed om zig in die dingen te mengen en ik kreeg hierop verscheijde boodschappen van de Nabab, met verzoek dat ik ordre wilde stellen dat deeze Menschen het hunne kreegen: Jk liet doen de Be„ „zorgers van dit volk bij mij koomen, dog daar was geen middel om ze tot reeden te brengen, tot dat ik hun eijndelijk zijde, dat ik wel zag dat zij zelve de oorzaak van alle deeze woelingen waeren, en dat, zo ze voortgingen van ten eene maal na geen reeden te willen luijseren, ik dan het geld dat voor deeze twee maanden vermaakingen volgens de boeken konde worden betaelt, zoude zenden aan de Nabab met een lijst van het volk, aan wiens familles het be„ „hoorde, met verzoek om het te doen regtdeelen, aan die geene die bevonden zouden worden daartoe geregtigt te zijn. Dit deed hen wat veranderen en ze hebben zig eijndelijk met de opgave van de zoldij Boekhouder te vreede gehouden, niet te min is het daarmeede aangeloopen tot in de maand van Meij, insteede dat anders deeze afbetaaling doorgaens gedaen word kort na het vertrek der scheepen. Om deeze dingen in den aanstaande wat ordentelijker 57 ordentelijker te doen gaan, deed ik, in zonderheid omtrent het stuk der twee maenden vermaakingen wat een naaukeurig onder zoek hoe het met deeze zo genaamde familles eijgentlijk geleegen was, en men berigte wij dat aan de familles van de Moorse zeevaarende, die inwoonderen van suratte zijn of kort hier om streeks 'tuijs hooren, dit geld met der daad word uijtgekeert, dog dat van het grootste gedeelte, de familles of niet meer in weezen zijn, of zoo verre van hier woonen dat ze zig des niet bekommeren, en dat het geld van alle deeze door de zaak bezorgers ge„ streeken word. Dit gaf mij aanlijding om wij ook eens te informeeren hoe het gegaan was met de twee afbetaalingen die volgens Resol: van den 12 Novbr: 1778. gedaen zijn voor een partij Moorze zeevaarende, die doen al zeedert lange te vooren bij geen specificatien of Commandeurs berigt en waeren voorgekoomen, en ik bevond na veel onderzoek dat ook daarvan een heel grof misbruijk was gemaekt, en dat niet tegen„ „staande deese afbetaaling gedaen is met ¼. minder dan daarvoor eer tijds pleeg te worden voldaan ze niet te min daarvan een goede som hadden voor sig behouden. Doen ik daarmeede verre genoeg gevordert was, stelde ik de zaak in handen van den Opperkoopman sluijsken en den koopman van der sleijden, en deese hebben het blijkers sekreete Resolutie van den 15. Novembr: zo verre gebragt, dat de zaak 25. zaakbezorgers van dit volk hebben aangenoomen om 10000. rop=s aan de Komp: terug te betaalen. onder Conditie nogtans, dat deeze afdoening zoude worden geheim gehouden en dit heb ik hen belooft, ook was dit noodig om dat het te vreezen was dat het de Nabab ziende dat ze zo goede brokken konden terug geven dit niet ongemerkt zoude hebben laaten door gaen Hierdoor hoop ik nu hun zo verre te zullen beteugelt, dat ik denke dat het geen zwaa„ hebben righeid hebben zal om wederom te laaten terueg„ „schrijven de gagie die op een berigt van de zoldij boekhouder volgens Resol: van den 4=e Decbr: 1778 op nieuw is ten goede gebragt aan de Moorse zeevaarende, aan welkers familles volgens Resol: van den 12e febr: 1778. 3/9 van hunne te vooren staande gagie is betaelt, als luijden die vermoedelijk dood of absent waeren. Jk derke zelfs dat het wel gaan zal om hun in deese afbetaaling te doen berusten zonder dat de komp: daarvoor iets meer zal behoeven uijt te geeven. Dit zal ik zo dra de scheepen weg zijn eerst afdoen, en ik zal wij ver„ „volgens doen geeven een lijst van al het volk dat nog bij de boeken voort loopt, die ik zal doen Confronteeren teegens de specificatie van betaalingen en het berigt van den Com„ „mandeur. Alle de geene die daarbij niet voorkoomen zal ik op de best moogelijke wijze Ik zal by de boeken doen afschrijven. voorts
English
ƒ 3 33 26. furthermore, in order to prevent all disputes in the future, have the caretakers of these people provide proper proof that all the accounts of those who are removed from those books in the aforesaid manner have been properly settled by the Company and to their satisfaction, and I shall at the same time have them execute a document certifying that they acknowledge that there are no more people currently in Batavia than those who shall be found upon confrontation to be actually still continuing there. Herewith, I hope, this mess will finally come to an end, and when matters have progressed that far, I shall also have all the remaining ongoing accounts of the Moorish seafarers removed from the books in order to have that matter handled separately henceforth. How the bookkeeping of each crew should be done in order to keep that work clear of new confusion, I have not yet been able to think through sufficiently, but I shall issue the necessary orders in due time to be followed until Your High Nobilities yourselves shall have made further provision in this regard. The pay office work will henceforth, through this arrangement, easily be capable of being settled at the Trade Office by merely allocating one more person to it, and the office of pay bookkeeper can consequently be abolished as soon as possible. In In the month of April last, the chauth collector of the Poona Court informed me that he was about to depart from here, and that he would still gladly pay a visit first. I sent word to him that I did not mind, and when he arrived, he gave me many assurances of the goodwill in which, he said, he well knew the Maratha Court stood with regard to our Company. I answered this in the customary manner, and at his recommendation and almost at his request, I also gave him for delivery a letter to the young Prince as well as some letters for various court dignitaries to whom letters used to be written from time to time, and among them one to the first regent of the realm, Nana Fadnavis. To this, I received a reply several months later, and the letters, especially from the young Prince and the first regent of the realm, were, according to the Persian writer, composed in a friendlier manner than usual. They were brought to me by a Brahmin and two express couriers; however, since I had been informed that my aforesaid letter to Poona, of which someone from there had informed General Goddard, had already aroused some suspicion among the English, 1 25 27. I had, in order to give as little offense as possible, the aforesaid Brahmin told merely to deliver the letters to a servant whom I sent to him for that purpose, and as a parting gift I sent him a pommerie and to each of the couriers 10 rupees. However, a few days later the Brahmin had me asked whether I had any reply letters to give him in return, and upon my answer that I would send them on another occasion, I received a second message from him on behalf of an envoy from the Poona Court to General Goddard named Lala Nihalchand. This man had me asked whether I would allow him to come and see me. Under other circumstances, that would not have caused any objection, but because of the hostilities between the English and the Marathas, I thought it best first to take the advice of the council, whom I had also already informed, for the same reasons, of the aforesaid dispatched and received letters, as evidenced by what was recorded in the Resolution of 2 November last; and since the council, according to the secret Resolution of 15 November, was of the same opinion as myself, that the hostilities between the Marathas and the English were no reason why one should refuse such visits when a request to that effect is made, I informed the said envoy that I would receive him whenever and in such a manner as he himself preferred. He arrived, according to what was recorded in the secret Resolution of 18 November last, on the evening of 17 November at my house, dressed in plain attire without any retinue, bringing with him only two other persons who had been assigned to him in his mission to General Goddard, and who, I have since heard, are named Laxman Rao and Ramba. He began by saying that he had orders from the first regent of the realm, Nana Fadnavis, to visit me before his departure from Surat, and that he did so now because he expected to return to Poona as soon as General Goddard should have returned from Bombay. He then expounded at great length upon the great friendship that the Maratha Court bore toward the Dutch Company, and it was now clearly seen, he said, that the Dutch were the only ones among all the Europeans with whom the natives could enter into alliances without having to fear the consequences. Up to this point I have had the conference recorded in the Resolution, but not the following, because nothing could be decided upon that without Your High Nobilities' orders, and because I moreover
Dutch transcription
ƒ 3 33 26. voorts ter voorkooming van alle disputen in in den aanstaande de bezorgers van dit volk doen geeven, een behoorlijk bewijs dat alle de reekeningen van die geen die op voorsz: wijze uijt die boeken genoomen worden, door de Comp: behoorlijk en ten haaren genoegen zijn afge„ maekt, en ik zal hen teffens doen passeeren een bewijs dat ze bekennen, dat er niet meer volk tans nog te Batavia is dan het geen bij Confrontatie zal bevonden worden dat nog werkelijk aldaar voortloopt. Hier meede hoop ik zal deeze morspot eens een eijnde neemen, en als het zo verre is zal ik ook alle de overige reekeningen der Moorse zeevaarende die voortloopen, uijt de boeken doen neemen om dat werk voordan afgezondert te doen behandelen. Hoe het houden der reekening van elke ploeg diend te geschieden om dat werk buijten nieuwe verwarring te houden heb ik nog niet genoeg kunnen doordenken, dog ik zal daarop in tijds de noodige Ordre stellen om te worden agtervolgd tot dat UW Hoog Edelheeden zelve daarin nader zullen hebben voorzien. Het zoldij werk zal voortaen door deeze schikking gemakkelijk kunnen afgedaen worden op het Negotie Comptoir, door daeraan alleen, een borst meer toe te staan, en het ampt van zoldij boekhouder kan mits dien hoe eer zoo beeter worden afgeschaft In In de maend van April jongstl: liet mij de quart in vorderaar van het Poenale Hof weeten, dat Hij stond van hier te vertrekken, en dat Hij ng gaarn eerst een bezoek wilde doen. Ik. liet hem zeggen dat ik het wel lijden mogt, en doen Hij kwam deed Hij mij veele verzeekeringen van de goede gevoelens. waarin Hij zyde wel te weeten dat het Ma„ „ratse Hof was ten aanzien van onse Comp:s Jk beantwoorde dit na gewoonte en op zijn aanraading en bijna op zijn verzoek gaf ik hem in bestelling meede een briefje aan de jonge Vorst als meede eenige briefjes voor verschijde Hofs grooten waaraan nu en dan pleeg geschreeven te worden, en onder dezelve een aan den eersten Rijks bestierder Nanna Parnawies. Hierop ontfing ik eenige maenden daarna antwoord, en de brieven in zonderheid van de Jonge Vorst en den eerste Rijks be„ „stierder, waeren na het zeggen van den Per„ „siaanse schrijver vriendelijker dan na ge„ „woonte ingestelt. te wierden mij gebragt door een Braman en twee expresse brief„ dragers, dan wijl ik was onderrigt, dat voorsz: mijn schrijven na Poena waarvan iemand van daer, aan de Generaal Goddard had kennis gegeven, reeds wat argwaall bij de Engelse hadde 1 25 27. hadde verwekt, liet ik om zoo wij nig aanstoot te geeven, als moogelijk is, de voorsz: Braman zeggen om de brieven maer af te geeven aan een bediende die ik hem daartoe zond, en tot afscheijd zond ik aan hem een pommerie en aan elk der briefdragers 10. ropgh: Dog wijnige daagen daarna liet mij de Braman vraagen of ik hem geen brieven terug meede te geeven had, en op mijn antwoord dat ik die bij een andere geleegentheid zoude zenden, kreeg ik een tweede boodschap van hem uijt naam van een Afgezant van het Poenase Hof aan de Heer Generaal Goddard genaamt Zalla Nehaaltjan. Deeze liet mij vraagen, of ik hem wilde toe staan dat Hij mij kram zien. Jn andere geleegentheeden konde dat geen bedenking geeven, dog om de onlusten tussen de Engelsen en de Marratters heb ik best gedagt, daarop eerst in te neemen het advies van de vergadering, die ik ook reeds om de zelfde reedenen had kennis gegeven van de voorsz: afgegaane en ontfangene brieven blijkens het aangeteekende ter Resolutie van den 2=e Novbr: jongstl: en wijl deeze volgens sekreete Resolutie van den 15e. Novembr. met mij van begrip was, dat de onlusten tussen de Marratters en de Engelse geen reeden waeren; waarom men zulke bezoeken wanneer wanneer daartoe verzoek gedaan word zoude moeten afwijzen, liet ik gem: Afgezant weeten, dat ik hem ontfangen zoude wanneer en op zulk een wijze als Hij dat zelfs verkoop„ Hij Kwam volgens het aangeteekende ter sekreete Resol: van den 18: Novbr: jongstl: op den 17=e Novbr: 's avonds bij mij gekleed in slegt gewaad zonder eenig gevolg, alleen bragt Hij met zig nog twee perzoonen, die hem in zijn Commissie aan de Heer Goddard zijn toegevoegt en ik zeedert gehoort heb dat genoemt zijn Letsman Rouw, en Ramba, Hij begon met te zeggen dat Hy last hadde van den eerste Rijks bestierder Nanna Parnawies om voor zijn vertrek van suratte te moeten bij mij gaen, en dat Hij dit nu deed om dat Hij reekening maekte om terug te keeren na Poera zo dra de Heer Goddard van Bon¬ „baij zoude zijn wederom gekoomen. Ver„ „volgens wijde Hij heel breet uijt over de groote vriendschap, die het Marrats Hof de Neder„ „landse komp: toedroeg, en men zag nu klaarlijk, zijde Hij, dat de Nederlanders onder alle de Europeers de eenigste waeren met wien de Jnlanderen verbintenissen hebben konden, zonder de gevolgen te moeten vreesen. Tot hier toe heb ik de Conferentie bij de Reso„ „lutie doen aanteekenen dog niet het volgende, om dat daarop buijten UW Hoog Edelheeden ordre dog niets konde beslooten worden, en dat ik boven dien
English
ƒ 28. that he was apprehensive that something of it might occasionally leak out. Now the main purpose of the visit came to light. I knew, said the envoy, how unjustly the English, without any proper reason, had once again broken the peace with them. They had been fortunate thus far, nor did they lack manpower to further resist the English in their destructive designs, and this they also intended to do with all their might; only a great service would be rendered to them if one could accommodate them with the necessary munitions of war. I acted somewhat surprised at this, on account of their alliance with the French, but the envoy told me that the French had indeed offered their help in this matter as well, but that the French had shown so early on that if the Marathas were to rid themselves of the nuisance of the English with their help, they would thereby impose a new yoke upon themselves, and that this made them wary of entangling themselves too deeply with this nation. Then, answering him on the matter itself, I said that besides the Company having only a small supply of ammunition here, the present circumstances of this place also did not permit accommodating his Court with it. He He said he had anticipated this answer, but that he believed these reasons were limited only to Surat, and need not prevent rendering them this service at other trading posts of the Company. Without answering this directly, I asked him what the Company would have to expect in return. First he spoke of the Surat Castle. Of this he said he could assure me on good grounds that the Maratha Court would gladly see that in the hands of the Dutch Company, and that it was ready to lend us a hand to that end in due course, if matters were so arranged. I could answer little to this, both because I did not know how far I could trust him himself, and especially because he had two other people with him; and when he saw that I did not wish to express myself on that, he spoke of Bassein with what belongs under it. He knew that the Company had once sounded out the then ruler about this in the time of Mr. Senff, and although he did not say he was properly instructed on this matter, he nevertheless spoke of it as a matter which he believed could now be obtained according to the objective of the Company. What reliance can be placed on these things, I dare not assure Your High Nobles. The Marathas are somewhat fickle and 59 29 and they even have the reputation of being very treacherous, and consequently not much more reliance seems to be placed on their assurances than insofar as their own interest is bound up with it. It is nevertheless probable that they see that their interests entail having an alliance with a European power, and I believe in good faith that in this they would prefer us above all other nations. A contract such as Mr. Senff proposes in his Memoir would bind the Company to nothing other than solely supplying munitions of war, and is consequently offensive to no one. Meanwhile, to pay a sum of money for Bassein according to the draft contract of Mr. Senff, that I would not dare to advise; but if the Company could obtain Bassein with what belongs under it, with such an annual payment to the Marathas that, for example, 3 lakh rupees could remain net for the Company, this would be sufficient to cover, besides the household expenses, the maintenance of a couple of battalions of sepoys, each of 1000 men. Bassein has a very good harbor and has just as good opportunities as Bombay for trade in the Deccan. The Company would be free from all burdens and tolls, and it is very much to be expected that once we were settled there and had made our head office on this side there, this place, where there is already a fair amount of trade at present, would soon become one of the best trading places in the Indies. One could easily sound out the matter a little further. The opportunity even seems too favorable not to do so, and I therefore told the envoy that I would inform Your High Nobles of his proposal. If Your High Nobles should see fit to try this, then as soon as I have received the necessary authority to that end, I shall, under one pretext or another, send the Company's first court-goer, Mamed Arif, to Poona, to treat thereof with the first Minister of the Realm, Nanna Farnavis, himself. This is a very good man for such things, both because of his good discretion and because one can rely on his fidelity. He has previously been to the Maratha Court several times, and on that occasion he gained personal acquaintance with the present first ruler of the realm, Nanna Farnavis. Moreover, he has gained the friendship of several other grandees, who still write to him occasionally, and the
Dutch transcription
ƒ 28. dien bedugt was dat daar van zomtijds iets uijt„ „lekken konde. Nu kwam het hoofd oogmerk van de Visite voor den Dag. Jk wiste, zijde de Afgezant, hoe onbillijk de Engelsen zonder eenige betaamelijke reeden, op nieuw de vreede met hun verbrooken hadden. te waeren tot hier toe gelukkig geweest, ook ontbrak het hun niet aan volk om de Engelsen in hunne verderfe„ „lijke oogmerken verder te keer te gaan, en dit waaren ze ook voorneemens te doen met al hun vermoogen, alleen zoude hun groote dienst geschieden indien men hun met de nodige oorlogs behoeftens konde gerieven. Ik hield mij wat verzet hierover, om de Wille hunner verbintenisse met de fransen, dog de Afgezant zeijde mij, dat deeze wel hunne hulp, ook op dit stuk hadden aangebooden, dog dat de fransen zo tijdig hadden doen zien, dat zo de Marratters zig met hunne hulp van de overlast der Engelsen onsdeeder, ze zig daardoor niet den en nieuwe jak, zouden opleggen, en dat hun dit zorgelijk maakte om zig te diep met deeze Natie in te wikke„ len. Hem vervolgens op de zaak zelve antwoordende, zeijde ik, dat behalven dat de Comp: hier niet dan een klijne voorraad van ammonitie heeft, ook de tegenswordige geleegentheid deezer plaats niet toe liet om zyn Hof daar meede te kunnen gerieven. Hij Hij zeijde dit antwoord te hebben voor zien, dog dat Hij meende dat deeze reeden zig alleen tot suratte bepaalden, en niet behoefde te beletten van hun deeze dienst op andere komptoi¬ „ren van de komp: te kunnen doen. zonder dit regtstreeks te beantwoorden, vroeg ik hem wat de komp: hier voor zoude te wagten hebben. Eerst sprak Hij van het Lurats Kasteel. Hiervan zeijde Hij myj op goede gronden te kunnen verzee„ „keren dat het marrats Hof dat gaarn in de harden der Nederlandse Comp: zoude willen zien, en dat het gereed was ons daartoe indien de zaaken zig daarna schikten in der tijd de hand te leenen. Jk konde hierop wijnig antwoorden, zoo om dat ik niet wiste, hoe verre ik hem zelve vertrouwen konde, als in zonderheid om dat Hij nog twee luiden bij hem had, en doen Hij zag, dat ik mij daarover niet wilde uijt laaten sprak Hij van Bassijn met het geen daar onder behoort. Hij wiste dat de komp: hierover ten tijde van de Heer Senff den doenmaligen Vorst eens hadde doen pollen, en schoon Hij niet zijde op dit stuk behoorlijk te zijn ge¬ „last, sprak Hij niet te min daarover als een zaak die Hij meende dat thans, naer het oogmerk van de Komp: zoude te verkrijgen Wat staat er op die dingen te maaken zijn. is, durf ik UW Hoog Edelheeden niet verzee„ „keren. De Marratters zijn wat ongestaadig en 59 29 en ze hebben zelfs de naam van heel trouweloos te weezen, en op hunne verzeekeringen schijnt dien volgens niet veel meer te moeten worden gereekent, dan voor zo verre hun eijgen intrest daarmeede verbonden is. Het is egter vermoede„ „lijk dat ze inzien dat het hunne belangens meede brengen, om een alliantie te hebben met een Europeese Mogentheid, en ik geloove ter goeder trouw, dat ze ons in deezen boven alle andere Natien zouden prefereeren. Een kontrakt zo als de Heer Senff dat bij zijn Memorie voorsteld, zoude de komp: tot niets verbinden dan alleen tot het leeveren van oorlogs behoeftens, en is dienvolgens voor „niemand offensief. Om ondertussen voor Bassijn volgens het Concept Cortrakt van de Heer serfff. , eene somma gelds te betaalen, dat. 7 zoude ik niet durven aanraaden, dog zoo de komp:e Bassijn met het geen daaronder gehoort, verkrijgen konde met zulk een jaar„ „lijkse uijtkeering aan de Marratters, dat daar van bij voorbeeld 3. lak ropijen zuiver door de komp:s over schiet en konde, zoude dit toerijkende zijn, om daar rijs behalven de onkosten van de Huis houding te kunnen goedmaaken het onderhout van een paar battaillons sepaijs elk van 1000. Man. Bassijn heeft een zeer goede Haven en heeft ever zo goede geleegentheeden als Bombaij„ tal tot den handel in het Dekanse. De Komp: zoude van alle lasten en tollen vrij zijn en het is zeer te vermoeden dat wanneer we daar eens gezeeten waeren en er ons hoofd kantoor aan deese kant van gemaakt hadden, deeze plaats alwaer thans reeds reedelijk veel handen is, spoedig tot een der beste handel plaatsen van Jndien worden zoude. Men konde ligte„ „lijk de zaak eens wat naader ondertasten. De geleegertheid schijnt zelfs te gunstig om dat niet te doen, en ik heb daarom de afgezart gezegt, dat ik UW Hoog Edelheeden van zijn voorslag zoude kennis geeven. zoo U W Hoog „Edelheed en mogten goedvinden dit eens te probeeren, dan zal ik zo dra ik daar toe de nodige qualificatie zal hebben ontfangen onder het een af het ander voorwendsel sComp=s eerste Hofganger Mamed Arf, na Poena zenden, om daarover met de eerste Rijks Minister Nanna Parnawies zelve te handelen Dit is een heel goed Man tot zulke dingen, zoo om zijn goed beleid als om dat men op zijn trouw staat maaken kan. Hij is eertijds verscheijde maalen aan het Marrats Hof ge„ „weest en heeft bij die geleegentheid aan den tegens woordige eerste Rijks bestierder Nanna Parna wis personneele kennis gekreegen. Bovendien heeft Hij verworven de vriendschap van verscheijde andere Grooten die nog zomtijds aan hem schrijven, en de
English
61 30. Prince Maderauw himself was so very pleased with him that, after having first sought to take him into his service, he granted him an annual stipend of 500. rop. s, and had a written proof thereof given to him, which is still in his possession. These 500. rop=s have also been paid to him twice, but the disturbances that have since arisen at the Maratha Court have deprived him of the further enjoyment thereof. Bassein indeed formerly belonged to the Portuguese, but so did Salsette, which the English now possess, and one does not see that the Portuguese make much fuss about their old claim to it; moreover, this matter is already so long past that this right may well be considered void. The Surat Castle, which otherwise might well suit the Company, all the more so as we are already established here, seems to be a point that is perhaps subject to more difficulties, even if the English should lose it this time by the chance of war. During the conversation, the Envoy told me that the Marathas have concluded an alliance with the Nawab of Golconda, Nizam Ali, and with Haidar Ali against the English, and that the Court of Poona, in order to enable Haidar Ali all the more, has permitted him for the present to withhold the annual tribute of 40. lakh rupees that he was obliged to pay. Concerning the actual exercise of the right to export goods duty-free, a very good proof fell into my hands a few days ago. Some time ago, the broker of Ahmedabad requested me to procure permission for him to export duty-free 50. canassers of powder sugar and 2. bags of cloves which he had purchased from the brokers; and because at that same time he had taken the Lodge of Ahmedabad into his care without expense to the Company, and thereby had to forgo the small profit he had enjoyed until then, I did him this favor. I let it appear as though I needed some money in Ahmedabad for goods that I had to have manufactured there, and the permission for the duty-free export was immediately sent to me. The courtier Mamed Arf found means to obtain from the customs office the original permit slip on which these goods were exported duty-free. I immediately had an accurate copy made of it, which I send herewith, because I did not dare to make it known among the public papers so as not to compromise the servant of the 63 customs house who procured it. I also had to return the original immediately. I send the counterpart thereof with the copy of this letter to the Right Honourable Lords Masters. This is an excellent proof because, besides by the Nawab, it is also signed both by the English Chief and the customs officer Mr. Morley. It is registered in the customs books, and I hope that through this same channel by which I obtained this, I shall also obtain several other such permit letters, and I truly do not see how the English can evade the force of these proofs. I commend Your High Honours to God's gracious keeping, and have the honour to be with deep respect, Below stood: High Noble, Right Honourable, Lord of Wide Authority, and Right Honourable Gentlemen, Your High Honours' very humble and obedient servant, was signed: W: J. Van de Graaff. In the margin: Surat, the 31st of December 1779. Agrees, W. J. van de Graaff No: 1. 63 Translation of a Persian petition or Arzi, presented by Company's brokers Mancherji and Govindram Pandol to the City Governor Mir Hafiz-ud-din Ahmad Khan Bahadur. The duty on the Company's merchandise has been paid; some of it is being sent to Ahmedabad; therefore we request Nawab's favor for the export according to custom, and his orders to the customs officers and Mirbahr to let it pass. Below stood: fifty canassers of powder sugar, two bags of cloves. Next to it: a Persian character signifying the conclusion of the petition. Lower down: petition of Mancherji and Govindram Pandol. Above the arzi stood the Nawab's own order: officers of the customs and Mirbahr, let these goods pass freely in accordance with the request. Next to it: R: H: Boddam. and J. Morley. On the back: on the 26th of the month of Muharram 1192 this was entered into the journal of the Mirbahr; that is, according to our reckoning, the 25th of February 1778. For the translation from the Persian according to the statement of the Company's Persian writer and by order of the Right Honourable, Respected Sir, Director Willem Jacob Van de Graaff. B: D: Heijden. C. Heijseman The above translation we, the undersigned, after the usual compliments, both members of the Council of Policy at the Dutch Factory in Surat, declare to have made according to the statement of the Company's Persian writer, who made known to us the contents in the Moorish language, from which we have translated the same into Dutch, and the authenticity of which we can at all times, if required, confirm by oath, as we both are so far advanced in that language that we converse in the same with the native. This at the requisition of the Right Honourable, Respected Sir, Director Willem Jacob Van de Graaff. Surat, the 30th of December, Anno 1779. G: V: D: Sluijs. and C: Heijdeman No 2.
Dutch transcription
61 30. de Vorst Maderauw zelve was zo zeer over hem voldaan dat Hij, na dat Hij eerst gezogt hadde om hem in zijn dienst te doen overgaen, heme toe„ „leijde een Jaar geld van 500. rop. s, en hem daarvan 'E liet geeven een schriftelijk bewijs, dat nog onder hem is. Oak zijn hem deeze 500. rop=s twee maal betaalt, dog de zeedert opgekoomene onlusten aan het Marrats Hof hebben hem van het verder genoot daarvan verstooken. Bassyn heeft wel eertijds aan de Portugeesen gehoort, dog dat heeft sal sette, dat de Engelsen nu hebben, ook gedaen, en men ziet niet dat de Portugeesen van hunne oude pretentie daarop veel weezen maaken, ook is deeze zaak reeds zoo large geleeden, dat dit regt wel kan worden gehouden voor vernietigh: Het Larats Kasteel dat anderzins de Comp: ook wel lijkenen zoude te meer we hier reeds gezeeten zijn, schijnt een poirt dat misschien aan meer zwaarigheeden onder„ „worpen is, zoo ook de Engelsen het ditmaal door de kans des oorlogs mogt en verliesen. Onder het praasen zijde mij de Afgezant, dat de Marratten een verbond geslooten hebben met de Nabab van Golkonda Nisam Ali, en met Huider Ali teegens de Engelsen en dat aan Haider Ali om hem te meer in staat te stellen, door het Hof van Poena is is toegestaan om het jaarlijks tribut van 40. lak ropijen dat Hij betaalen moest, voor eerst te moogen inhouden. Mij is noopens de daadelijke oeffening van het regt om de goederen thol vrij uijt te voeren, voor een paar daagen een heel goed bewijs in handen gevallen. De Makelaer van Ame-dabad verzogte mij een tijd lang ge„ „leeden dat ik hem voor 50. Kanass= poeder zieij „ker en 2. zakken nagelen die Hij van de Makelaers gekogt hadde verlof wilde bezorgen om die thol vrij te moogen uijtvoeren, en om dat Hij ter zelver tijd de Loge van Ameda¬ „bad buijten lasten van de Comp: onder zijn bewaaring genoomen had, en mits dien nu missen moeste, het klijn voordeelje dat Hij tot nu toehadde genooten, deed ik hem deeze gevalligheid. Ik liet het doorgaen als had ik eenig geld noodig te Amedabad voor goede„ „ren die ik daar moeste doen aanmaaken, en het Verlof tot den thol vrijen uijtvoer wierd mij daadelijk gezonden. De Hofganger Mamed Arf heeft middel gevonden om van de thol kamer te krijgen het oorspronkelijk verlof briefje, waarop deeze goederen thol vrij zijn uijtgevoert. Ik heb daarvan aanstonds doen maaken een bondig afschrift dat ik hiernevens zende, om dat ik het bij de publie„ „ke papieren niet heb durven bekend stellen, om niet te Comprometeeren den bediende van het 63 het thol Huijs die het heeft bezorgt. Ook heb ik het oorspronkelijke daadelijk moeten teruggeeven. De weder gade daarvan zend ik met de kopij deezes aan de Edele Hoog Agtb: Heeren Meesteren. Dit is een voortreffelijk bewijs om dat het behalven door de Nabab ook geteekend is bijde door de Engelse bhef Engelse en de holman de Heer Marlij. Hes is bij de thol boeken geregistreert en ik heb hoop dat ik door dit zelfde bannaal dat ik dit gekree„ „gen heb, ook krijgen zal nog verschijde andere diergelijke verlof brieven, en ik zie in der daad niet hoe de Engelsen de kragt van deeze bewijzen kunnen ontgaen. Ik beveele UW Hoog Edelheeden in Gods gehadige bewaaring, en heb de eere van met diepe eerbied te zijn. /:Onderstond:/ Hoog Edele Gest=r Groot agtb: Wijd gebiedende Heer, en Wel Edele Heeren, UW Hoog Edelheeden zeer onderdanige en gehoorzaame Die naer /:was geteekend:/ W: I. Van de Graaff /:in margine:/ Suratte den 31=e December: 1779. / Accordeert Drvan de Graaff No: 1. 63 Translaat Persiaans Verzoek schrift of Arzie, gepresenteerd door Comp=s makelaers Mansjergie en Goven= zaam pandool aan den Stads= Gouverneur Mier Havis Eldien Emmedlhan Bhadure. De thol van Comp=s Koopmanschappen is betaald, daar van werden er naar Ahmet-Abaad gezonden, daarom verzoeken wij nawabs gienst tot den uijtvoer na den gewoonten, en desselfs Ordres op de thol„ „bediendens en Mierbaar om die te laaten passeeren. /:onderstond:/ vijftig Cannassers Poeder zeijker. twee zakken Nagulen. /:daar neevens:/ een persiaans Carracter beteekenende het slot van het Ver„ „zoekschrift; /:lager:/ verzoek schrift van Man„ „chergie en Govenraam pandool. /: boven de aerzie stond Nawabs Eijgenhandige ordre/ be„ „dierdens van den thol en Mierbaar laat ingevolge Verzoek deese goederen vrij passeeren. /:daar neevens:/ R: H: Bodeam. en I. Morleij. . . . . . . . . . /:in dorso :/ den 26=e van de maand Mhoram 1192. is deeze in het Journaal van den Mierbaar ingeschreeven: dat is na onse reekening den 25:' februarij 1778. Voor de translatie uijt het persiaans volgens opgave van Comp=s perziaans schrijver en ter ordre van den WelEdele Agtb: Gestrenge Heer Directeur Willem Jacob Van de ft Graaff. Hee B:D: Heijden. C„s Heijseman d Bovenstaande translatie verklaren wij Ondergeteekende Na gewoon Compliment Con p C beijden beijden Leeden uijt den Raad van Politie op het Neederlands Comptoir te suratte gedaan te hebben na de opgave van Comp=s persiaans schrijver, die ons den inhoud in de moorse taal heeft te kennen gegeeven, uegt dewelke wij de zelve in het neederduijtsch hebben Overgezet, en welkers Egtheid wij altoos des begeerd werdende, met Eede kunnen sterken. al zo wij beijden in die taal zo verre ge„ „vordert zijn, dat wij met den Inlander in dezelve Converseeren. - Dit ter requi„ sitie van den Wel Edele Agtb: Gestr: Heer Directeur Willem Jacob Van de Graaff. Suratte den 30=e Degember A„o 1779., ƒ f G:V: D: Sluijten. En : Heijdeman ƒ No 2.
English
69 35000: 32000: Memorandum of such ships and vessels as, according to the statement of the Company's brokers, have arrived both at Bombay and here from 26 December of the past year until the 28th of this month, with an indication of the quantities and types of goods brought by them, namely: The following arrived at Bombay, to wit: 26 December 1778, with an English Company sloop from Bengal, commanded by Captain Been: 60 bales of linen 20 gunny sacks 60 bags of rice. 27 December, with an English private sloop from Bengal: 80 bales of silk 708 bags of rice 25 bales of mangadoeties 671 gunny sacks 1200 lb cochineal 12 bags of long pepper. 31 December, arrived from Bassora an English Company vessel named the Succes, bringing letters for Bombay. 12 January 1779, with a grab from the Malabar Coast belonging to a native merchant in Bombay: lb areca copperas 100000 pieces of coconuts. 14 January 1779, with a grab from Bengal belonging to a Moorish merchant, Mamed Sofie: 14 bales of linen 700 bags of rice 25000 lb areca. Turn over No. 3. — 8 175000: 430000: 6 February, with two English Company ships from Europe, to wit: For the Company: 400 bales of fine cloth 160 coarse ditto 300000 lb iron steel lead copper. And private: Cochineal Saffron Iron Lead Steel Red lead White lead. 25 February, with a private ship from China belonging to the Turkish merchant Sellebie: 140000 lb resin 545 canisters of Malacca powdered sugar 180 ditto Chinese candy sugar 60000 lb alum 100 chests of raw silk and a parcel of porcelain. 25 February, with a private ship from China belonging to the Parsi merchant Hirjie Reddie Monie: 90 canisters of powdered sugar 175 chests of benzoin 1200 picols of candy sugar 50 ditto camphor ditto china root, a native medicine lb spelter alum Various silk fabrics and porcelain 25 chests of silk. 210000: 70000: 4000: 350000: 73000: 26000: 16000: Turn over 525000: 515: 15000: 90: 71 70000 lb iron. 17 March, with a private sloop from Bengal commanded by Captain Philips: 50 bales of linen 10 ditto silk 60 bags of pipli-mul, a native medicine 700 ditto rice 35 bales of gunny. 28 March, a ship from China named Berangoor belonging to the Parsi merchant Mantcher Reddie Monie, with: 1200 bags of powdered sugar 1000 canisters ditto 75 picols of camphor 75 chests of silk 1300 picols of candy sugar 122000 lb alum spelter 245000 lb 1500 lb cochineal Various porcelain. 21 April, an English private ship from China, with: 70000 lb resin 70000 lb alum 25 picols of camphor 400 ditto candy sugar Various porcelain. 25 April, a grab from Bengal of the Moorish merchant in Bombay, Mamed Sofie, with: 1400 bags of rice 12 bales of linen 35000 lb areca 35000 lb pepper 50000 pieces of coconuts 28000 lb copperas 10 bales of gunny 9 chests with 9 cloves, as far as could be determined purchased in Cochin. 16 March, a French ship that was captured by the English on the Coromandel Coast was brought here, with: Turn over 100 bales of silk 100 ditto linen 96 leagers of arrack 10 bales of gunny 5000 bags of rice ditto pipli-mul, a native medicine. 28 April, a ship named Alexander commanded by Captain Hadison from Bengal, with: 140000 lb areca 10 bales of linen 147000 lb iron 10 bales of mangadoeties 1100 lb elephant tusks 700 bales of gunny A parcel of pitch and resin 140000 lb copper 420000 lb iron. 13 May, a private ship from the Malabar Coast named Katier belonging to the Parsi merchant Hierjie Reddie Monie, with: 52000 lb pepper 70000 lb sandalwood. 13 May, a grab named Jattelaij from Bengal belonging to the Parsi merchant Densiera, with: 2500 bags of rice 150 ditto long pepper 100 ditto pipli-mul, a native medicine 10 bales of silk 10 ditto linen 30 ditto gunny. 35000 lb sandalwood 35000 lb areca 7000 lb tin 7000 lb steel pepper. 22 May, a ship named Kanken commanded by Captain James from Madras, with: [illegible] 2 May, a Danish ship from Europe, with: 26 April, a private English ship named Nansie from Bengal, with: Turn over 50: 1 17000: 7 June, with a ship that formerly belonged to the French, from Batavia: 1500 canisters of powdered sugar 300 ditto candy ditto 300 leagers of arrack. 18 June, with an English Company ship from Bengal: 100 bales of linen 80 ditto silk 3000 bags of rice 500 ditto long pepper 40 bales of mangadoeties 50 leagers of arrack 11000 lb saltpetre 420000 lb iron. 4 August, with a private Dutch ship from Batavia: 2200 canisters of powdered sugar 300 ditto candy ditto 200 leagers of arrack 70000 lb sappanwood 11 picols of cubeb pepper A parcel of teak planks. 21 August, with an English sloop named Brittania from Suez: 2 lakh rupees in Spanish dollars 3 ditto in gold coin 200 chests of false coral. 1 September, with an English private ship named the Hunter from Batavia: 1500 canisters of powdered sugar 175 ditto candy ditto 500 chests of benzoin 250 leagers of arrack. 7 September, with a ship from Jedda belonging to the Turkish merchant Abram Sillebie: 2½ lakh rupees in gold coin 3½ ditto in Spanish dollars 3500 lb elephant tusks 25 bales of akarkara, a native medicine 1400 lb cochineal 350 lb saffron. Turn over 1
Dutch transcription
69 35000: 32000: Memorie van zodanige Scheepen en vaartuijgen als volgens opgave van 's Comp„s Mackelaars zeedert den 26 decemb„r A„o Passato tot den 28: deezer, zoo te Bombaij als alhier aangekomen zijn, met aanwijsing van de Quantiteij= ten en zoorten van Goederen als door deselve zijn aangebragt Namentlijk. De volgende zijn te Bombaij aangekomen te weeten. den 26 decemb: 1778. met een Engels Comph: Chaloup van Bengale gevoert door Kaptain Been. 60. pakken Lijwaaten dag goenij. 20. 60. Zakken Rijst. den 27 decemb: met een Engelse Particuliere Chaloup van Bengale. 80. pakken zijde. 708. Zakken Rijst. 25. pakken mangadoetes Goen ij d 671. lb: Kochenille. 1200. 12. Sakken lange Peeper. den 31 Decemb: arriveerde van Bassora een Engels Comp:s vaartuijg genaemt de succes mede brengende Brieven voor Bombaij. den 12 Jann: 1779. met een Goerab van de Mallabaarse Cust toebehoorende aan een Jnlands Koopman te Bombaij. lb: Arreek. Kopperas 100000: stux Koeusnoten den 14 Jann: 1779 met een Goerab van Bengale toebehoorend aan een Moores Coopman Mamed Sofie 14: Pakken Lijweten 700: sakken Rijst. 25: 000: lb: Arreek. Vorte N:o: 3. — 8 175000: 430'000: den 6 februarij met twee Engelse Comp„s scheepen uijt Europa, te weeten. voor de Comp. 400: pakken sijn Laaken. den — grof do 160: 300'000: ijser. lb: „ staal. „ Loot. kooper „en Particulier. Cochenille Patsraan. ijsser Loot. staat. Roode Menij. witloodt. den 25 februarij met een Particulier schip van China toebehoorende aan den Turks Coopman Sellebie.— F 140000: lb: harpuis. 545: kann„t poeder zuijker malaks. d=o 180: Kandij _„o Chinas. 60'000: lb: alluijn. 100: kisten ruwe zijde. en Parthij porceleijnen. den 25 februarij met een Particulier Schip van China, toebehoorende aan den persis Coopman Hirjie Reddie Monie. 90: kannass=s poeder zuijker. 175: kisten Benzoin. 1200: picols kandij zuijker do 50: Camp her d=o Kolijen wortel /: Een Jnlandse medicijn:/ lb: Spiauter. alluijn. „ Diverse zijde stoffen en Porceleijne kisten zijde. 25: 210'000: 70000: 4000: 350'000: 73000: 26000: 16000: Verte 525000: 515: „ „ „ „ „ 15000: „ 90: 71 70000: lb: ijser. den 17 Maart met een Particulier Chaloup van Bengale gevoert door Captain Philips. 50: Pakken Lijwaaten. 10: do zijde. 60: sakken pijpelie moel /: een Inlandse medieijn/ 700: _ Rijst 35: pakken Goenij. den 28 Maart een schip van China genaamt Berangoor toebehoorende aan den Persis Coopman Mantcher Reddie Monie met 1200: Sakken poeder zuijker. 1000: kannafs„e _o 75: picol Campher. 75: kisten zijde. 1300: picols kandij zuijker. 122000: lb: Alluijn. - „ Spiauter 245000: 1500: „ Cochenille. Diverse porceleijnen den 21 April een Engels Particulier-schip van China met. 70'000: lb: harpuir „ 70'000: alluijn. 25: picols Campher. 400: d=o Kandij Zuijker. Diverse Porceleijnen. den 25 April een Goerab van Bengale van den Moors Coopman te Bombaij Mamed Sofie met 1400: Sakken rijst: 12: pakken Lijwaten. 35000: lb: Arreek. 35000: „ Peeper. 50'000: stux kocus Noten. 28000: lb: Koperas 10: pakken goenij. 9: kisten met 9 prioffel nagulen, zo veel men heeft kunnen nagaan te Cochim ingekogt den 16 Maart, is een Frans Schip, dat op de Cust van Cormandel door de Engelsen genoomen is, hier gebragt met Verte 100: Pakken zijde 100: d=o Lijwaaten. 96: Leggers Arrak. 10: pakken Goenij 5000: Sakken Rijst d=o pipelie moel /:Een Jnlandse medicijn:/ den 28 April een schip genaamt Alexander gevoert door Captein Hadison van Bengale met 140'000: lb: Arreek. 10: pakken Lijwaaten. 147: 000: lb: ijser 10: pakken mangadoetis. d 1100 lb: Eliphants tanden 700: Pakken goenij 140000: 420000: Een parthij Pik en harpuijs. „ lb: Koper. ijser. den 13 Meij Een Particulier schip van de Malla= baarse Cust genaamt Katier toebehoorende aan den Persis Koopman Hierjie Reddie Monie met. 52000: lb: peeper. 70'000: „: Sandelhout. den 13 Meij een Goerab genaamt Jattelaij. van Bengale toebehoorende aan den Perjis Koopman Densiera met. 2500: Takken rijst do 150: lange Peeper d=o 100: pipelee moël /:een Jnlandse medicijn:/ 10: pakken zijde. _„o Lijnwaat 10: d=o 30: Goenij. 35000: 35000: 7000: 7000: den 22 Meij een Schip genaamt Kanken ge¬ voert door Captain James van Madras met ƒ lb: Sandelhout. „ Arreek. „ thin. Staal. Pieper. den 2 Meij een Deensch schip uijt Europa met den 26 April een Particulier Engels schip genaamt Nansie van Bengale met ver 50: 1 „ „ 17000: den 7 Junij met een schip dat Eertijds aan + de Fransen gehoort heeft, van Batavia. 1500: kannass=rs poeder zuijker. do do 300: d Kandij 300: leggers arrak. den 18 Junij met Een Engels Comp:s schip van Bengale 100: Pakken Lijwaaten 80: d=o zijde 3000: zakken Rijst 500: d=o lange Peeper 40: pakken Mangadoetis. 50: Leggers Arrak. 11000: lb: Salpeeter. 420000: ijser. den 4 August: met een Particulier Hollands Schip van Batavia. 2200: kannes o„os poeder suijker do _o 300: Kandij 200: Leggers Arrak. 70'000: lb: Sappanhout. 11: Picols Staartpeper. Een Parthij Kiate Planken. den 21 August: met een Engelse Chaloup ge= naamt Brittania van Suez. 2: lak Ropijen aan Spaense Matten. do d=o 3: 1 goude spetien. 200: kisten valse Coralen den 1 Septemb: met een Engels particulier Schip genaamt the Hunter van Batavia 1500: kannass=r poeder suijker. 175: d=o kandij d=o 500: kisten Benzo in. 250: Leggers Arrak. den 7 Septemb: met een Schip van Jedda toebehoorende aan den Turks Coopman Abram Sillebie 2½. Lak zopijen Aan goude Spetien. d=o _o „ spaanse matten 3½: 3500: lb: Eliphants- Tanden. 25: baalen akel karouw /: een Jnlandse medicijn:/ 1400: lb: Cochenille. 350: Saffraan verte 1
English
The following ships have arrived here in Suratte, namely: On 7 September: with another ship from Gedda belonging to the Turkish merchant Abram Sellebie: 4 lakh rupees in gold specie. 3 lakh rupees in Spanish reals. 1900 lb cochineal. 625 lb saffron. 4300 lb elephant tusks. 80 bales of almonds. 35000 lb iron. 14000 lb elephant tusks. 50 leagers of arrack. On 11 September: with a ghurab belonging to the Persian merchant Edel Mana, from Jedda: 40000 rupees in ducats. 68000 rupees in Spanish reals. 25 bales of almonds. 700 lb cochineal. 5 bales of akelkaraw /: a native medicine :/ 140 lb saffron. On 12 September: with a ghurab from Jedda belonging to the Persian merchant Densiesa: 55000 rupees in gold specie. 65000 rupees in Spanish reals. 30 bales of almonds. 770 lb cochineal. 140 lb saffron. On 12 September: with a ghurab from Sedda belonging to the Banyan merchant Gorden Jiewen: 45000 rupees in gold specie. 35000 rupees in Spanish reals. 23 bales of senna leaves. 18 bales of almonds. 500 lb cochineal. 150 lb saffron. On 12 September: with a ghurab from Jedda belonging to the Banyan merchant Laalkassen: 20000 rupees in gold specie. 25000 rupees in Spanish reals. 14 bales of almonds. 350 lb cochineal. 210 lb saffron. On 14 September: with a ship from Mocha belonging to the Turkish merchant Salie Sillebie: 1 lakh rupees in gold specie. half a lakh rupees in Spanish reals. 6 bales of tortoiseshell. 10 bales of senna leaves. 6 bales of almonds. On 17 September: with a ship belonging to the Turkish merchant Sale Sellebie named Ses Allem, coming from Madras: 356 packs of linens. 280 packs of silk. 14060 bags of rice. 872 packs of gunny. 75 packs of mangadoetis. 265 chests with silk. 400 packs of fine cloth. 160 packs of coarse cloth. 104000 lb round pepper. 11 piculs of tailed pepper. 662 bags of long pepper. 175000 lb sandalwood. 270000 lb areca. 71900 lb elephant tusks. 60000 lb copperas. 11000 lb saltpeter. 150000 pieces of coconuts. 946 leagers of arrack. 200 chests of false corals. 183 bales of almonds. 53 bales of senna leaves. 25 piculs of calumba root. 30 bales of akelkaraw (the native medicine). 210 bags of sipeli moel. 9 chests with cloves, which, as far as could be traced, were purchased in Cochin. Together with anchors, grapnels, cordage, pitch, resin, teak planks, Chinese fabrics, porcelains, etc. 6835 canassers, 1200 bags, 155 chests of powdered sugar. 955 canassers, 2900 piculs of candy sugar. 675 chests of benzoin. 150 piculs of camphor. On 21 September: with a ship from Mocha belonging to the Turkish merchant Salee Tellebie: 1 lakh rupees in gold specie. 3 lakh rupees in Spanish reals. 10 bales of tortoiseshell. 20 bales of senna leaves. 10 bales of almonds. On 11 October: with a Portuguese ship from Europe: 1000 lb cochineal. 21000 lb lead. 56000 lb copper. 490000 lb iron. 140000 lb steel. 14000 lb elephant tusks. 180 casks of wine. 200 reams of paper. 45000 lb copper. 21000 lb steel. 2000 lb cochineal. 800 lb vermilion. 20 casks of nails. 400 casks of wine. 450 chests of wine. 3500 lb white lead. 100 rolls of sailcloth. 510000 lb iron. 215000 lb lead. 200 lb saffron. 5165 reams of paper. 35000 lb elephant tusks. 155 chests of powdered sugar from Brazil. A lot of anchors and grapnels. On 21 October: with another Portuguese ship from Europe: [illegible] Summary of the preceding and above: 13 7/10 lakh rupees in gold specie. 15 1/2 lakh rupees in Spanish reals. 3057000 lb iron. 369000 lb steel. 580 casks of wine. 450 chests of wine. 739000 lb lead. 766000 lb copper. 455000 lb spelter. 7000 lb tin. 5365 reams of paper. 20 casks of nails. 100 rolls of sailcloth. 18500 lb white lead. 800 lb vermilion. 210000 lb alum. 16000 lb red lead. 5815 lb saffron. 322000 lb resin. 11835 lb cochineal. 16 bales of tortoiseshell. Suratte, 30 December Anno 1779. For the translation according to the statement of the Company's brokers Mantchergie and Gouenram, C. J. Wickerman, translator. Monday, 15 November 1779. All present, together with the Brootchia chief, the junior merchant Sontag. After the conclusion of regular business, the Director informed the meeting that his Honour had matters to present that demanded strict confidentiality, and that his Honour therefore beforehand most strictly recommended this to each of the members. The first of these points consists of this: That the Brahmin under whose charge the replies from the Court of Poena were delivered to the Director, as appears from what was noted in the resolution of the 2nd of this month, has since sent to ask his Honour when it would please him, the Director, to provide a reply in return to the aforesaid letters; that his Honour thereupon informed this Brahmin that he wished to send the reply on another occasion; that the said Brahmin thereafter once again sent a servant in the afternoon to the Director with a message stating that the ambassador who was dispatched on behalf of the Maratha Court to General Goddard (commander of the troops who have crossed from Bengal to Suratte) to consult with him regarding the disputes that presently subsist, had been instructed by his Court to speak with the Director about matters of importance, and that he therefore requested that an audience be granted to him; and that his Honour, observing that all public or private negotiations with persons who have an immediate relation to the Maratha Empire could often cause offense and misgivings on the part of the English gentlemen, but that his Honour, on the other hand, also being unable to know what matters of importance this ambassador might have to present in relation to the Honourable Dutch Company, had thought it best, before answering the aforesaid message positively, to consult with the meeting regarding this matter. Whereupon, having been deliberated and taken into consideration
Dutch transcription
sellebie— 4: Lak Ropijen aangoude spetien. do 3: „ spaanse matten. do & 1900: lb: Cochenille. 625: saffraan. 4300: „ Eliphants - tanden 80: Baalen Amandelen lb: ijser. 35000: 14000: 1 Eliphants=tanden. 50: leggers Arrak. den 11 Oktob: met een Portugees schip uijt Europa. lb: Cochenillen 1000: 21000: Lood. 56000: Kooper. 490000: ijser. 140000: „ staat. 14000: „ Eliphants-tanden 180: vaten wijn. 200: riemen papier. „ 45000: lb: Koper. 21000: Staat. „ 2000: Cochenille. „ 800: vermiljoen. „ 20: vaten spijkkers. 400: d=o wwijn d.o — 450: Kisten 3500: lb: witloodt. 100: Rollen Zeijldoek. 510'000: lb: ijser 215000: „ LLoot. 200: „ Saffraan 5165: riemen Papier. 350. 00: lb: Eliphants-tanden. kisten Poeder zuijker van Brasilie, Een parthij ankers en dregigen den 21 Oktob: met nog een Portugees schip uyt Europa den 17 Septemb: met een Schip toebehoorende aan den Turks Coopman Sale Sellebie genaamt Ses allem, komende van Madras. den 7 Septemb: met nog een schip van Gedda toebehoorende aan den Turks Coopman Abram Verte „ 1 „ 155: 75 suratte aangekomen, te weeten. De volgende Scheepen zijn Alhier te den 11 Septemb: met een Goeral toebehoorende aan den Persis Coopman Edel Mana, van Jedda. 40'000: Ropijen aan Ducaten. 68000: d=o „ spaanse Matten. 25: Baalen amandelen. 700: lb: Cochenille. 5: baalen akel karouw /: Een Inlandse medicijn:/ 140: lb: Saffraan. den 12 Septemb: met een Goerab van Jedda toebehoorende aan den Persis Koopman Densiesa. 55000: Ropijen aan goude spetien. do 65000: spaanse matten. „ 30: Baalen Amandelen. lb: Cochenille. 770: „ Saffraan. 140: den 12 Septemb: met een Goerab van Sedda toebehoorende aan den Benjaans Coopman Gorden Jiewen. 45000: Ropijen aan goude speteen. spaanse matten. 35:000: A=o 23: baalen Peneblaaden Amandelen. 6 18: lb: Cochenille. 500: „ Saffraan 150: den 12 Septemb: met een Goerab van Jedda toebehoorende aan den Benjaans Coopman l Laal kassen. 20'000: Ropijen aan goude Spetien. 25000: „ Spaense Matten. do 14: Baalen Amandelen. 350: Cochenille lb: „ Satsraan. 210: den 14 Septemb: met een schip van Mocha toe= ƒ „behoorende aan den Turks Coopman Salie Sillebie 1: Lak. Ropijen aan goude spetien. d=o d=o „ Spaanse matten. ½: 6: Baalen Carret. d:o seneblaaden. 10: d=o Amandelen. 6: Verte 5815: 1: Lak ropijen aan goude spetien. „ spaanse Matten 3: d:o 10: Baalen Carret. 20: d=o seneblaaden. 10: d=o Amandelen. 356: pakken Lijwaaten. 280: d„o zijde 14060: sakken rijst. 872: pakken Goenij. 75: d=o Mangadoetis. 265: Kisten met Zijde. 400: pakken fijn Laaken. 160: d Grof Laaken 104000: lb: Ronde Peeper. 11: picols staartpeeper. 662: Sakken Lange do 175000: lb: sandelhout. 270'000: lb Arreet. 71900: „ Eliphants tanden. 60000: Koperas. 11000: „ Salpeeter. 150000: Stux Klappers. 946: leggers Arrak. lb: ijser. 3057000: 369'000: Staal. 580: vaaten wijn. 739000: Loot. do 450: Kisten 16: Baalen Carret. 766000: Kooper. „ 455000: 200: kisten valse Coraalen. „ Spiauten. 7000: „ thin. 5365: Riemen papier. vaaten spijkers 20: 100: Rollen Zeijldoek. 18500: lb: witloodt. 183: Baalen Amandelen. „ vermiljoen. 800: 53: d=o seneblaaden. „ alluijn „ Roode menij. 16000: 25: picols Kolijen wortel inland= „ saffraen. 30: Baalen Akelkarauw (de me= dic ijn. harpuis. 210: sakken Sipelie Moel 9: Kisten met garioffel nagel 11835: lb: Cochenille. die zo veel men heeft kunnen nagaan te Cochim zijn ingekogt. 322000: Mitsgaders Ankers, dreggen, touwerk, pik, harpuis, Kiate Planken, Chinase stoffen, Porceleijnen etc=a 6835: Kannass 1200: sakken poeder zuijker 155: Kisten 955: kannasss d=o Kandij 2900: picols 675: kisten Benjoin. 150: picols Campher. 13 /10: Lak Ropijen aan goude spetie 15½: d=o d=o „ Spaans: matten 30. december Anno 1779. Suratte den voor de Vertaeling volgens op¬ gave van 's Comps Mackelaars Mantchergie en Gouenram C: J:b Wickerman taansl: E zamentrekking van het voor en Bovenstaande den 21 Septemb: met een Schip van Mocha toebehoorende aan den Turks Coopman Salee Tellebie. ƒ 210'000: „ 7 7 Alle present nevens het Brootchias op„ „perhoofd den onderkoopman sontag Maandag den 15: November 1779. Na het afloopen der gemeene zaaken gaf den Heer Directeur aan de vergadering te kennen dat zijn Ed: zaaken had voor te stellen die een strikte geheimhouding vorderden, en dat zijn Ed: dierhalven een elk der Leeden zulks woraf op het secuuste rekommandeerde. Het eerste deezer pointen bestaat hierin 7 Dat den Braman onder wiens bestelling de antwoorden van het Hof van Poena aan den Heer Directeur zijn overgebragt blijkens het aangetee„ „kende ter Resolutie van den 2: deezer, zeedert aan zijn B. heeft laaten vraagen wanneer het hem Heer Directeur zoude welgevallen om op de voorsz: brieven weeder antwoord meede te geeven; Dat zijn Ed: hierop deezen Braman heeft doen weeten dat wij het antwoord bij een andere geleegentheid zenden wilde; Dat den gezegden Braman daarna andermaal, een bediende bij 's agtermiddags den land¬ den Heer Directeur heeft gezonden met een boodschap houdende, dat den Ambassadeur die van weegens het Marratse Hof aan den Heer Generaal Goddard (:Commandant van de troupes die van Bengale na Suratte zijn overgekoomen :/ is afgezonden om met den zelven te raadpleegen over de geschillen die thans subsisteeren, van zijn Hof was gelast om met den Heer Directeur over zaaken van gewigt te spreeken, en dat wij dierhalven liet verzoeken van aan denzelven audientie te willen verleenen; En dat zijn Ed: aanmerkende dat alle publieke of par„ „tikuliere onderhandelingen met perzoonen welke daadelijk betrekking hebben tot het Marratse Rijk, veelmaals aanstoot en bedenking aan de zijde der Heeren Engelsen zoude kunnen te weege brengen, dog dat zijn Ed. aan de andere kant ook niet kunnende weeten welke zaaken van gewigt deezen Ambassadeur met relatie tot de Ed: Nederlandse Comp: konde hebben voor te draagen, best gedagt hadde, om alvorens op de voorsz: boodschap positief te antwoorden, met de vergadering derwegens te raadpleegen Waarop gedelibereerd en in agtinge genomen zijnde
English
it being considered that it cannot well give rise to any objections or offense among the English gentlemen to receive an envoy with whose prince the Company, according to the treaties, lives in peace and friendship; that it may very well be possible that the aforesaid envoy is charged with something that relates to the interests of the Company; and that in any case, if this should not be so, one can very politely make it known that it is not the custom of the Company to meddle in matters other than their Honors' own affairs, it is consequently approved and agreed to receive the aforementioned envoy and to hear his message. Furthermore, it is agreed that although on such visits the Director usually has two members of the Council with him, this ceremony will be omitted for this occasion, since the usual distrust of the natives does not allow them to reveal their secrets to more than one person at a time. And with regard to the second matter: That the Director has learned through various channels that, with respect to the 23601: 7: rupees which, pursuant to the resolution of 17 February 1778, were paid to the former pay-bookkeeper de Vassij and by him in turn to the crimps of the Moorish seafarers on behalf of the families of such Moors as were found on the books to be continuing in service rather than in actual existence, a notable breach of trust was committed by the aforesaid crimps; that his Honor, as a matter of importance, had demanded the investigation thereof from the two first members of the assembly, the honorable Secunde Sluijsken and the honorable Fiscal van der Sleijden, who, on account of this commission of theirs, have submitted the following report: To the Right Honorable, Worshipful, and Stern Sir, Willem Jacob van de Graaff, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies and Director of Suratte. Right Honorable, Worshipful, and Stern Sir, Pursuant to and in compliance with your Right Honorable and Stern Sir’s written order of 10 October, we summoned before us the business agents of the Moorish seafarers, commonly called crimps. To them, we presented item by item the payments made to them in two installments, pursuant to the Suratte resolutions of 17 February, by the retired pay-bookkeeper, the junior merchant de Vassij, totaling a sum of 23601: 7: rupees. And they declared to us that they received these monies for the account of the families of the Moorish seafarers who are known on the accounts submitted by the said junior merchant de Vassij and handed over to us in copy. We further presented to them in the most emphatic manner the accusation brought against them, namely that they kept a good sum of the aforesaid 23601: 7: rupees for themselves, because a large portion of the families of the Moorish seafarers known on the aforesaid lists were no longer in existence due to the passage of time when the payment was made; with the further announcement that if they would not show themselves willing to reach an amicable settlement, your Right Honorable and Stern Sir intended to address the native government in this regard, with a request to have an investigation carried out by them among the families having a share in these monies. This last matter brought them to reflection, and they finally agreed that, if your Right Honorable and Stern Sir would be pleased to let the matter rest therewith, and provided that it is kept from the knowledge of the native government, they will return, out of the aforesaid received 23601: 7: rupees, a sum of 10,000 rupees, namely 3,000 rupees immediately, 2,000 rupees in the month of March next, and the remaining 5,000 rupees at the latest before the end of December 1780, and that they will give proper security for the last-mentioned 7,000 rupees. We hope hereby to have fulfilled our commission, and we have the honor to call ourselves most obediently, Below stood: Right Honorable, Worshipful, and Stern Sir, your Right Honorable and Stern Sir’s humble servants. Was signed: A: J: Sluijsken, and J: v: d: Sleijden. In the margin: Suratte, 15 November 1779. Whereupon, on the proposal of the Director, it was approved and agreed to acquiesce in the aforesaid offer, namely to receive back into the Company's treasury the 10,000 rupees aforesaid in the manner proposed therein, and that this settlement will be kept secret in order to prevent the native government from taking any occasion therefrom to vex the crimps about this in any way. Thus done, resolved, and decreed in the Dutch factory at Suratte on the day, month, and year aforementioned. Was signed: W: J: van de Graaff, A: J: Sluijsken, J: v: d: Sleijden, Corn:s van Citters, son of Aann:t......., W:m L: Soutag, E: N: Wiardi, W: H: G: van Bijland. Agrees: E: N: Wiardi, Secretary. In the afternoon. There was read and approved in the assembly the secret resolution of the 15th of this month, of which it was agreed to keep this record. The Director communicated to the assembly that, pursuant to the secret resolution of the 15th of this month, he informed the envoy of the Maratha Court, by the name of Lalla, that he would await his visit either in public or in such other manner as he himself should deem fit; that the envoy chose to do it after dark and without being accompanied by any retinue, and that in this manner he arrived yesterday evening around 8 o'clock in the company of two others who are attached to him in his embassy, one of whom is named Dasie, the name of the third being unknown to him, the Director. That the envoy, after the usual compliments, began by saying that he was commissioned by the first minister of the realm, by the name of Nana All present. Thursday, 18 November 1779. Par...
Dutch transcription
zijnde, dat het niet wel eenige bedenkingen of aanstoot bij de Heeren Engelsen kan verwekken om te ontfangen een Afgezant met welkers vorst de Comp: volgens de verbonden in vreede en vrindschap leeft, dat het zeer wel mogelijk kan zijn, dat den voorsz: Afgezant is belast met iets het geen tot de belangens der Maatschappij be „trekking heeft, en dat in allen gevalle dit zoo niet zijnde, men zeer beleeft kan te kennen geeven dat het de gewoonte van de Comp: niet is, om zig met andere dan Haar Ed:s eijgene zaaken te bemoeijen, js dienvolgens goedgevonden en verstaan om den meerm: Afzendeling te ontfangen en zijnen boodschap aan te hooren. Voorts is verstaan om schoon bij diergelijke bezoeken de Heer Directiur gemeenlijk twee Leeden van den Raad bij zig heeft, die Ceremonie voor deeze reijzen na te laaten, wijl de gewoonelijke wantrouw der Jnlanders niet toelaat om hunne gekeunen teegens meer dan een perzoon te gelijk te openbaaren En met opzigt tot de tweede zaak Dat den Heer Directeur door verscheijde weegen heeft vernoomen dat met betrekking tot de 3 de Rop=s 23601: 7:, die ingevolge Resolutie van den 17. februarij 1778. aan den geweezen zoldij boekhouder de vassij en door deezen wederom aan de zielever „koopers der Moorse zeevaarende zijn betaelt ten behoeve van de familles van zoodanige Mooren als meerder bevonden wierden bij de boeken voort te loopen dan in weeten te zijn, door voorsz: ziele„ verkoopers een merkelijke ontrouw was gepleegt; Dat zijn Ed: als een zaak van gewigt het onderzoek daarvan had gedemandeert aan de twee eerste Leeden der vergadering den E: sekunde sluijsken, en den E: fiscaal van der Sleijden, die weegens deeze hunne Commissie hebben overgegeven het hier onder volgende Rapport: Aan Den WelEdelen Agtbaren Gestr: Heer Willem Jacob van de Graaff Raad extra ordinair van Nederlands Jndien en Direkteur van Suratte Wel Edele Agtbare Gestrenge Heer Wij hebben ingevolgen en ter voldoeninge aan uweldd: Agtb: Gest=d schriftelijke ordre van den 10. oktober voor ons ontbooden de zaakbezorgers der Moorte zeevaarende gemeenlijk zieleverkoopers genaamt, aan dezelve hebben we van post tot post voor gehouden 81 gehouden de ingevolge suratse Resolutien van den 17. februarij in twee reijsen aan hun afgedaane betaalingen door de afgegaane zoldij boekhouder den onderkoopman de vassij, te zaamen bedraa „gende eene somma van rox=s 23601: 7: en ze hebben aan ons verklaard, dat ze deeze gelden hebben ontfangen voor reekening der familles van de Moorse Zeevaarende, die bij de door gem: onder„ „koopman de Vassij daarvan overgegevene en ons in kopij ter hand gestelde afreekeningen bekendt staan. Wij hebben hun voorts op het nadrukkelijkst voorgehouden de teegens hun ingebragte beschuldiging, dat ze namentlijk van de voorsz: rop=s 23601: 7: eene goede som hebben voor zig gehouden, doordien een groot gedeelte der familles van de moorse zeevaarende bij voorsz: lijsten bekent, door verloop van tijd, toen de betaaling geschied is, niet meer in weezen waeren met aankondiging wijders dat zo ze zig niet in het goeden willen laaten vinden, uwel Edele Agtb:r Geth=r voorneemens was zig deswegens te addresseeren aan het Jnlands Gouvernement, met verzoek aan het zelve om bij de deel hebbende familles in deeze gelden hierop onder„ „zoek te willen laaten doen, dit laatste heeft hun tot nadenken gebragt, en te hebben eijndelijk aan„ „genoomen, om indien UwelEdele Agtb: Gest:e de zaak daarbij gelieft te laaten berusten, en dat mits dien dezelve word gehouden buijten kennis van van het Jnlands Gouvernement, zo van de voorsz: ontfangene rop=s 23601: 7: zullen teruggeeven eene somma van rox=s 10'000: te weeten 3000. rop:s aanstond 2000. rop:s in de maand van Maart naastkoomende en de overige 5000. rop=s uijterlijk voor ult=o decemb: 1780. in dat ze voor de laatstgem: 7000. rop=s behoor„ „lijke zeekerheid geeven zullen wij hoopen hiermeede aan onze Commissie te hebben voldaan, en hebben de eere ons gehoorzaamst te noemen /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Gestrenge Heer, Uwel Edele Agtbare Gest=e onderdanige Dienaeren /:was geteekent:/ A: J: Sluijsken, en J=s v: d: Sleijden /:in margine:/ Suratte den 15. novemb: 1779 Waarop op de propositie van den Heer Directeur is goedgevonden en verstaan om in de voorsz: aanbie „ding te berusten, met namentlijk op de daarbij voorgestelde wijze in sComp:s Cas terug te ontfangen de 10'000. rop=s voornoemt, en dat deeze afdoening zal worden geheim gehouden ter voorkooming dat het Jnlands Gouvernement daar uijt geene aanlijding neeme om de zieleverkopers daarover op eeniger hande wijze te rexeeren Aldus gedaen, geresolveerd, en gearresteerd in het Nederlands Comptoir Suratte ten 83 ten daage maand en Jaare voormeld /:was geteekend :/ W: J: van de Graaff, A: J: sluijsken, J=b v: d: Sleijden, Corn:s van Citters aann:ts zoon. . . . . . . . . , W:m L: Soutag Ot E=k N: Wardi, W: H: G: van Bijland Accordeerd E: N: Wiardi Se. ge 85 sagtermiddags Is ter vergadering geleezen en geapprobeert ƒ de secreeten Resolutie van den 15: deezer, waarvan verstaan is deeze aanteekening te houden De Heer Directeur heeft ter vergadering gekommuniceert, dat Wij ingevolge sekreete Beso„ lutie van den 15. deezer de Afgezant van het Marrats Hof in naame Lalla heeft doen weeten, dat wij zijn bezoek zoude afwagten het zij in het publiek of op zoodanige andere wijze als Wij dat zelfs zoude goedvinden; dat Wij Gezant verkoosen heeft om liet te doen bij den donkere en zonder van eenig gevolg te zijn verzelt, en dat hij op deeze wijze gisteren avond omtrent 8. uuren is gekoomen in gezelschap van nog twee andere; die hem in zijn Gezandschap zijn toegevoegt, waarvan de eene genoemt is Dasie zijnde des derdens naam hem Heer Directeur onbekent) Dat Wij gezant na de gewoone pligtpleegingen, is be„ „gonnen niet te zeggen, dat Wij last hadde van den eersten Rijks bestierder in naame Nauna Alle present Donderdag den 18. November 1779. Par„ „
English
Parnawies, to go to the Director before his departure from Surat in order to assure him of the good sentiments of the Maratha Court and of him, Nana Parnawies, in particular, toward the Dutch Company and the Netherlanders, whom they saw in the end to be the only nations among the Europeans with whom the native rulers could deal with peace of mind and confidence, without having to fear the consequences thereof; and that, since the Envoy was on the verge of his departure and was only waiting for the return of Mr. Goddard, he had therefore requested an audience to carry out this charge. That the Envoy had subsequently elaborated very expansively on this subject, and as it appeared to the Director, would indeed have wished to be somewhat more specific if occasion had been given to him for it; but that the Director for the present had deemed it best not to enter into any particulars, and that he had therefore only answered in general terms that the Dutch Company, having no other intentions than to conduct its trade peacefully and undisturbed, was therefore always more than willing to live in friendship and good understanding with everyone, and among them in particular with the Maratha Court; and that insofar as the Maratha Court at an opportune time might be so inclined as the Envoy assured, the Company would perhaps indeed be inclined to establish, expand, and enlarge its trade in the Maratha States more closely; finally adding in conclusion to this that he, the Director, requested the Ambassador to convey this in the most favorable manner to his Court and to Mr. Nana Parnawies, which he had undertaken to do; and that he further had requested that the Director would communicate in a short letter to the aforesaid Nana Parnawies that the Envoy had been with him and, according to his commission, had assured him of the good sentiments of the Maratha Court toward the Dutch Company; that the Director promised to do this, after which the Director presented the aforesaid Envoy and the two who accompanied him each with a pomerin, which together cost rop:s 94. Whereupon, having deliberated, it was approved and resolved to accept the aforesaid action of the Director and to conform therewith, and it was further resolved to have the amount of the aforementioned three pomerins, in the sum of rop:s 94, paid out of the Company's treasury. Agreed, C: N: Wiardi Copy Letter To Their High Excellencies of 31 December 1779. Batavia To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Reijnier de Klerk, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, Together with The Honorable Gentlemen, Councilors of the Dutch Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord And Honorable Gentlemen! The ships Europa and Honkoop arrived at this roadstead on 21 November, with which, on the following day, we had the honor to receive Your High Excellencies' much respected letter of 14 August last. We have furthermore received therewith Your High Excellencies' circular missive of 25 June, and pursuant to and in fulfillment of what was ordained therein, on the 9th of this month His High Excellency, the High Noble Lord Reijnier de Klerk, was publicly presented here to all the subordinates of the Honorable Dutch Company in the high dignity of Governor-General, and the prescribed oath of loyalty and obedience was taken by everyone, as appears from the Resolution held concerning this, which is forwarded separately under the enclosures of this letter. We take the liberty to congratulate the aforementioned His High Excellency on his confirmation in this very distinguished and important dignity in the most respectful and well-meaning manner, and we pray to God Almighty that He will graciously pour out the best of His blessings over His High Excellency's person and government. We likewise congratulate the Honorable Director-General Mr. Willem Arnold Alting in the most cordial manner upon the confirmation obtained in this very weighty post, wishing Heaven's blessing upon His Honor's person and endeavors. Finally, we also fulfill this well-meaning duty to the Honorable Gentlemen Mr. Thomas Schippers and Johannes Robbert van der Burgh upon Their Honors' elevation to Ordinary and Extraordinary Councilors of the Dutch Indies. We hereby proceed to answering Your High Excellencies' aforesaid honored missive. Pursuant to Your High Excellencies' repeated orders, we shall henceforth request from Batavia the new boats that are needed here, and the Master of Equipage has therefore, by Resolution of 22 November, been instructed to inform us in good time whenever one of these vessels begins to become unserviceable. The displeasure that was aroused in Your High Excellencies by the return of the long pepper and the two pounds of gold thread grieves us very much. As regards the pepper, we have already indicated last year that it was returned because it was completely unsellable here for anywhere near the prices that it fetches in the Netherlands. And since the difference was so great that it could have been transported to Europe with good profit if it had been sold for the price that was offered to us for it, and at the very most only
Dutch transcription
Parnawies, om voor zijn vertrek van Suratte te gaan bij den Heer Directeur om hem te verzeekeren van de goede gevoelens van het Marrats Hof en 7 hem Nanna Parnawies in het bezonder, voor de Nederlandse Comp: en de Nederlanders, die ze bij uijtkomst zaagen de eenigste volkeren onder de Europeers te zijn, waarmeede de Jnlandze vorsten met gerustheid en vertrouwen handelen konden, zonder voor de gevolgen daarvan te moeten vreezen, en dat wijl Wij Gestant op zijn vertrek stond en wij alleen wagteden na de terugkomst van den Heer God „dard, Hij daarom gehoor had doen vraagen om aan deeze last te voldoen. Dat Wij Gezant vervol „gens heel breed over dit onderweap was uijtgewijd en zoo het de Heer Directeur torscheen, wel wat speciaaler zouden hebben willen zijn zoo hem daartoe aanlijding gegeven was, dog dat Wij Heer Directeur voor het tegenswoordige had vermand om in geene bezonderheeden te moeten treeden en dat hij daarom alleen in algemeene woorden had geantwoord, dat de Nederlandse Comp: geene andere inzigten hebbende dan om haaren Handel vreedig en ongestoord te 87 87 te doen, ze daarom altoos overboodig geneegen was om met een elk en daaronder in zonderheid met het Marrats Hof in vrundschap en goede verstand, „houding te leeven, en dat voor zoo verre het Murrats Hof ter geleegener tijd daartoe zoodanig mogte gezind zijn gelijk wij Heer Gezant ver„ „zeekerde, de Comp: misschien wel zoude geneegen zijn derzelver handel in de Marratse Staaten naader te vestigen, uijt te breijden en te vergrooten voegende eijndelijk tot slot hierbij dat wij hem Heer Ambassadeur verzogt om dit op het gunstigst aan zijn Hof en de Heer Nanna Parnanies te willen overbrengen, het geen wij had aangenoomen te doen, en dat hij voorts had verzogt dat de Heer Directeur bij een briefje aan voorsz: Nanna Parnawies wilde bedeelen, dat Hij Afgezant was bij hem geweest en hem volgens zijn last van de goede gevoelens van het Marrats Hof tegens de Nederlandse Comp: had verzeekert, dat hij Heer Directeur dit heeft belooft te zullen doen, waarna Wij voorsz: Heer Afgezant en de twee die hem verzelden elk heeft beschonken met een pommerien, die te zaamen gekost hebben rop=s 94: Waarop Waarop gedelibereerd zijnde is goedgevonden en verstaan, om in voorsz: handeling van den Heer Directeur genoegen te neemen, en zig daarmeede te conformeeren, en is wijders verstaan om het bedragen van de voornoemde drie pommeries ter somma van rop:s 94: uijt 'sComp:s Cas te laaten betaalen Accordeerd C: N: WiardiCer ed 2½ Copia Missive Aan Hunne Hoog Edelhedens van den 31e. December 1779. 91 44. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijdgebieden den Heere Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal van weegens den staat der Vereenigde Neederlanden en Haare algemeene Oost-Indische Compagnie Beneevens De WelEdele Heeren Raaden van Neederlands India. Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heere En WelEdele Heeren! De scheepen Edropa en Honkoop, zijn den 21„e November ter deeser Rheede aan„ „gekoomen, waarmeede we's daags daaraan, de. de Eere hebben gehad te ontfangen uw Hoog Edelhee„ „den zeer gerespecteerde Brieff van den 14„e Au„ „gustus jongstleeden. Nog hebben we daarmee„ „de ontfangen Uw Hoog Edelheeden Circulaire Missive van den 25„e Junij, en is ingevol„ „ge en ter voldoeninge van het daarbij ge„ „ordonneerde op den 9„e deeses, zijn Hoog Edel„ „heijd den Hoog Edelen Heere Reijnier de klerk in de Hooge waardigheijd van Gouverneur Generaal, alhier aan alle de onder„ „hoorigen van de Ed: Neederlandsche Comp„e publicq voorgesteld en den beraamden Eed van trouwe en gehoorzaamheijd door een ieder gedaan, blijkens de Resolutie die hier van gehouden is en onder de Bijlaa„ „gen deeses appart overgaat. wij gebruijken de vrijmoedigheijd Hoog gemelde zijn Hoog Edelheijd met de bevestiging in deese zeer aanzienelijke en gewigtige waardigheijd, op de aller eerbiedigste 93 45. eerbiedigste en welmeenste wijse te vergelukken, en wij bidden God Almagtig, dat Hij overzijn Hoog Edeheijds perzoon en Regeering, genaadig„ „lijk wil uijtstorten de beste zijner zeegeningen. Wij vergelukken insgelijks den WelEdelen Heer Di„ „recteur Generaal M=r Willem Arnola Alting, op de hartelijkste wijse met de erlangde beves„ „tiging in deese zeer zwaarwigtige post, onder toewensching van 's Heemels zeegen over zijn WelEd=s perzoon en verrigtingen. Eijndelijk volbrengen we ook deesen welmee„ „nenden pligt, aan de WelEdele Heeren M„r Thomas Schippers en Iohannes Robbert van der Burgh, met Hun welEd„e verhef„ „fing tot Raaden Ordinair en Extra Ordi„ „nair van Neederlands Indien. We gaan hier meede over tot de be„ „antwoording van voorsz: uw Hoog Edelhee„ „den g'eerde missive. Jngevolge uw„ Hoog Hoog Edelheeden herhaalde ordre zullen wede nieuwe schuijten die hier noodig zijn voor¬ „taan van Batavia verzoeken, en de Equipa„ „gie opzigter is daarom, bij Resolutie van den 22„e November gelast, wanneer een deeser vaartuijgen onbruijkbaar begind te wor„ „den, ons dat tijdig te berigten. Het ongenoegen dat bij uw Hoog Edel„ „heeden verwekt is, door het terugzenden van de lange Peper en de twee ponden gouddraad, doet ons heel leed. Wat de Peper aangaat, daarvan hebben we reeds voorleeden jaar aangeweesen, datze is terug gezonden om dat ze hier ten eenemaal onverkoopbaar was voor min of meer de prij„ „sen, die ze in Neederland doet. En wijl dit zoo veel scheelde, dat ze met goed voordeel na Europa konde zijn vervoerd, zoo ze Ver„ „kogt was voor den prijs die ons daarvoor gebooden is, en ten aller hoogsten maar ge
English
having been 4 stuivers Netherlands per pound, we therefore believed that we would have acted against the intention and recommendation of Your Right Noblenesses if we had relinquished them for that amount. In the warehouses, as far as we know, proper supervision is maintained at the receipt of goods, and we shall, according to Your Right Noblenesses' further recommendation, continuously ensure this is monitored; we only request to be permitted to remark with respect to the gold wire that this is an article that we require here every year to give the customary gift to the city regents, and being deprived of it has therefore caused us more or less inconvenience, from which it follows that we could have had no intention of justifying its return through pretexts if it could be helped. We returned it because it appeared to us from the reports received thereof that it was not good, and we believe we must place faith in these papers when they are properly signed, and that those who delivered the goods, as in this case, present no evidence to the contrary. Pursuant to Your Right Noblenesses' very esteemed order, we shall always govern ourselves by the demands in supplying the goods requested from here. We have also done so up to now, for we believe, under favorable correction, that we cannot be considered to have made any change in meeting the demand of the Noble Right Honorable Lords Masters by the transaction that we had the honor to report to Your Right Noblenesses last year. The demand for chintz on ponnebegesjes, which, being explained, is chintz on linen 1½ ges wide, was met by us with the very same goods as have been sent for a great series of years and long before the arrival of the present Director in satisfaction of the goods requested under this name, namely in chintz painted on dorogesjes, that is on linen 1½ ges wide. Since no remarks have ever been made about this, we believed, as we had the honor to write last year, that we should make no change in this now either without first inquiring, considering that, notwithstanding this incorrect naming, the Noble Right Honorable Lords Masters, according to the highest presumption, also mean by it such goods as have hitherto been received under that name in the Netherlands. We nevertheless thought we would not do amiss to inform the said Lords Masters of the true naming of these goods, and solely for greater clarity regarding the actual difference between them, and to see whether Their Noble Right Honorables might indeed wish to be served with chintz painted on ponnebegesjies, we sent a single corge of this as a sample. The barrel of meat, from which remained the 430 lb that were sold at auction according to our respectful letter of the 28th December last year, had to be opened in the early part of the year 1777, according to the entry in the Resolution of the 27th April 1778, to make a provision from it for the ship Ouwerkerk, and we consider this the immediate reason why this meat began to spoil. As for the 79½ jugs of olive oil, which were likewise sold at auction, we can give no other reason than that it frequently happens that such provisions, as in this case, begin to spoil in the warehouses through no fault of the administrators. Regarding the sale of the goods that were dispatched hither last year, Your Right Noblenesses observe that you had hoped they would have met a considerably more favorable market than the goods sold in the immediately preceding year. In our most respectful letter of the 27th December 1777, we demonstrated in detail and item by item that the sale of goods in that year had already differed very noticeably for the better from the parcel prices of the 20 preceding years, and especially from the prices the Company had received for them under the immediately preceding administration; and as regards the sales prices of all such goods in the year 1778 as were not on hand in the preceding year, we believe, in the hope that Your Right Noblenesses will kindly take this candid remark in good part, that these may also be quite acceptable. The cubeb, which in the Netherlands is usually sold for 9¾ to 9½ stuivers per pound, was sold here for rupees 71 net per 100 pounds, which amounts to more than 17 stuivers Netherlands per pound, and the sappanwood for rupees 7 2/5 per 100 pounds or ƒ9:3.16/6. This price is indeed somewhat below the customary sale price in the Netherlands, which generally cannot be otherwise in a trade from the Indies to the Indies, but it is nonetheless far above the prices for which the sappanwood was formerly sold here. The red lead, which in many earlier years was sold here no higher than at 15 rupees per 100 pounds, we sold for more than 20½ rupees, and the elephant tusks for 143¼ rupees per 100 pounds, whereas in many earlier years they fetched at most 124 1/16 rupees. Finally, the alum, which was usually sold here for 5¾ rupees, was sold that time for 7 rupees per 100 pounds. On these grounds we had hoped, be it said in deep respect, that Your Right Noblenesses would have found more reason for satisfaction in that, at a time when the country all around was troubled by wars and rumors of wars, as it still is, for all these goods.
Dutch transcription
95 46. geweest is 4 stuijvers Neederlands het pond, hebben we daarom gemeend, dat we teegens het oogmerk en de recommandatie van Uw Hoog Edelheeden zouden gehandeld hebben zoo we ze daarvoor hadden afgestaan. In de Pakhuijsen word zoo veel het ons bekend is, behoorlijk toezigt gehouden bij het ontfangen der goederen, en we zul¬ „len volgens Uw Hoog Edelheeden nade„ „re aanbeveeling daarop bij voortduuring doen letten, alleen verzoeken we nog met betrekking tot het Gouddraad te moogen aanmerken, dat dit een articel is dat we hier alle jaaren behoeven tot het doen van het gewoone Geschenk aan de stads Regenten, en waarvan het gemis ons mits dien min of meer heeft moeten ontrieven, waaruijt volgd dat we geen Oogmerk kunnen gehad hebben om het terug te zenden daarvan door schijnree„ „denen „denen des doenelijk te wettigen. We hebben het terug gezonden om dat ons uijt de Rapporten die daarvan ingekoomen zijn, bleek dat het niet goed was, en we meenen aan deese Papieren te moeten geloof geeven wanneer ze behoorlijk geteekend zijn, en dat de geene die de goede„ „ren uijtgeleeverd hebben, gelijk in dit geval, daarteegens geene aanwijsing doen. Wij zullen ingevolge Uw Hoog Edelhee„ „den zeer gpeerde ordre, ons in het voldoen der goederen die van hier gevraagd worden„ We hebben altoos richten na de Eijsschen. dat ook tot nog toe gedaan, want we, onder gunstige verbeetering, vermeenen, niet te kun„ „nen geagt worden eenige verandering te heb„ „ben gemaakt, in de voldoening van den Eijsch der Edele Hoog Agtbaare Heeren Meeste „ren, door de behandeling die we de Eere hebben gehad Uw Hoog Edelheeden voorlee„ Den Eijsch „den jaar te bedeelen. van 47. 97 37 van Chitsen op ponnebegesjes, het geen verduijket zijnde, is Chitsen op Lijwaaten breed 1½. ges, is door ons voldaan in eeven zulk goed, als in een groote reeks van jaaren en lange voor de komst van den Presenten Directeur, gezon„ „den is in voldoening van het goed, dat on„ „der deese naam is gevraagd, naamentlijk in Chitsen geschilderd op Dorogesjes, dat is op Lijwaat van 1½. ges breed. Om dat nu daarover nimmer eenige aanmerkin„ „gen gemaakt zijn, hebben wij gemeend, zoo als we dat voorleeden jaar de Eere had„ „den te schrijven, dat we ook nu daaringeen verandering maaken moesten, zonder het eerst te vraagen, in gedagten, dat niet teegenstaan„ „de deese onregte benaaming, de Edele Hoog Agtbaare Heeren Meesteren, na het hoogste vermoeden, daar meede meenen, zulke goederen, als tot nog toe onder die naam in Neederland ontfangen zijn. We hebben niet niet te min gedagt, niet kwalijk te doen, om wel gemelde Heeren Meesteren van de weesentlijke benaaming deeser goederen te onderrigten, en we hebben alleen ter meerdere duijdelijk, „heijd van het werkelijk onderscheijd daar van, en of Hunne Edele Hoog Agtbaare zomtijds met der daad zouden willen ge„ „diend zijn van Chitsen geschilderd op ponne„ „begesjies, hier van een enkeld corge ter preuve gezonden. Het vat Vlees, waarvan overgeschoo„ „ten zijn de 430: lb:, die volgens onsen Eerbiedi„ „gen van den 28„e December voorleeden Jaar bij Vendutie verkogt zijn, heeft volgens het aangeteekende ter Resolutie van den 27=e April 1778. in het vroegjaar 1777. moeten wor„ „den geopend, om daaruijt te doen eene ver„ „strekking aan het schip Ouwerkerk, en we houden dit voor de naaste reeden waar door dit Vleesch is aan het bederven geraakt. wat. 48 99 Wat de 79½. kannen Olijven Olij aangaat, die insgelijks bij vendutie zijn verkogt, we weeten daarvan geen andere reeden te geeven, dan dat het te meermaalen gebeurd, dat diergelijke provisien, gelijk in dit geval, in de Pakhuij„ „sen, buijten Schuld van de Administra„ „teurs, aan het bederven raaken. Noopens den Verkoop der goederen die voorleeden jaar naar herwaards afge„ „zonden zijn, merken Uw Hoog Edelheeden aan, dat Hoogst Dezelve verhoopt hadden dat die een vrij favorabelder markt zouden hebben aangetroffen, dan de goederen die ver„ „kogt zijn in het onmiddelijk daar aan voor gegaane jaar. Bij onsen zeer eerbiedi„ „gen Brieff van den 27„e December 1777: heb„ „ben we omstandig en van stuk tot stuk aangeweesen, dat den Verkoop der goederen „ten goede in dat jaar, reeds zeer merkelijk verschild heeft met de kawel prijsen der 20: voorgaan„ „de. „de jaaren, en inzonderheijd met de prijsen die de Comp„e daarvoor gehad heeft in het on„ „middelijk voorgaande Bestier, en wat aan„ „gaat de Verkoops prijsen van alle zulke goe„ „deren in het jaar 1778. als in het daaraan voorgegaane jaar niet aan handen ge„ „weest zijn, meenen we, in hoope dat Uw Hoog Edelheeden ons deese vrijmoedige aan„ „merking in het goede zullen gelieven af te neemen, dat die ook wel kunnen aangaan. De Staartpeper die in Neederland door„ „gaans verkogt word voor 9¾. â 9½. stuij„ „ver het pond, is hier verkogt voor rop„s 71: zuijver de 100: ponden, dat ruijm 17: stuijvers Neederlands het pond uijtmaakt, en het sappan„ 16 „hout voor Kop„s 7 2/5. de 100: ponden of ƒ9:3. —. 6 Deese prijs staat wel wat beneeden de ge„ „woone uijtkoops prijs in Neederland, het geen ook doorgaans wel niet anders zijn kan van een handel van Jndien op Jndien, dog ze. 49 101 ze staat des niet te min verre booven de prij„ „sen, waarvoor het Sappanhout hier eertijds De Menij die hier in veele is verkogt. vroegere Jaaren niet hooger is verkogt dan teegens 15: Rop:s de 100: ponden, hebben we verkogt voor ruijm 20½. rop„s en de Eliphants Tanden voor 143: ¼. Kop„s de 100: ponden, daar ze in veele vroegere Jaaren maar gedaan hebben ten hoog„ ps Eijndelijk is de „sten 124 1/16. Rop„s. Alluijn die hier doorgaans verkogt is voor 5¾. rop„s datmaal verkogt voor 7: Kop„s de 100: Op deese Gronden hadden we ponden. gehoopt, het zij in diepe eerbied gezegd, dat uw Hoog Edelheeden meerder reeden van voldoening zouden hebben gevonden daarin, dat we in een tijd dat het Land van rondsomme door oorloogen en ge¬ „rugten van Oorloogen beroerd was, gelijk het nog is, voor alle deese goede„ „ren.
English
were still able to negotiate such good prices, and also now still dare to trust with composure that Your Right Noblenesses, in view of what has been alleged here before, will not deny the Director and the Members of the Council the right to rest assured that all of us together have done our duty in this, as befits good and faithful servants. The Secretary requests Your Right Noblenesses, in consideration of the fact that it is generally quite very busy here towards the departure time of the ships, to favorably overlook the error committed by him in entering Rops 57 12/4 for the 100 pounds of Japanese copper instead of rops 6 1/8, as it should have been according to what was broadly noted in the Resolution of the 7th of January last, whereby it was also indicated how this mistake arose. We thank Your Right Noblenesses very humbly that Your Noble Selves have been so good as to favorably overlook the advance of Kops 3580: 1/16 made by us for carrying out the necessary repairs to the dwelling house in the Company's Garden Sorgorij, of which the first one-tenth part was repaid into the Company's treasury by the Director as of ultimo August last. We readily admit that Your Right Noblenesses have great reason to be displeased about the large deficits of 4½ per Cto on 20031 lb of Cloves, and the 4 per Co found short on 15004 pounds of Nutmegs would certainly also be excessively large in an ordinary case; but this arose for the greater part because, as shown by the Resolution of the 25th of August 1777, one was forced to separate the Cloves therefrom and thus keep them laid in lime for some time. Regarding the deficit on the Cloves, we had the honor to point out in our respectful letter of the 28th of December 1778 that the deficit on what was weighed out of the aforesaid Cloves during the administration of the present Director has amounted to only 1 2/5 per Cent, and although we readily admit that even this is somewhat large, we can assure Your Right Noblenesses in all conscience that we have all possible supervision maintained in the handling of the Spices. We furthermore request permission, regarding the deficit on what was weighed out of these Cloves before the Director's time, which amounted to 5¾ per Cto, to refer to what we wrote about such large deficits in our respectful letter of the 5th of April 1777, and since we have not received to date the disposition postponed thereon by Your Right Noblenesses, we hope that Your Right Noblenesses will this time favorably overlook that, for the same reasons as narrated broadly therein, we proceeded to the write-off thereof. In the same letter we described in detail how the receiving and delivering of Spices always takes place in the presence of the Fiscal and Members of the Judiciary, and since no evidence whatsoever of any infidelity committed in this has come before us, we hope that Your Right Noblenesses will hold us excused regarding the further investigation that Your Noble Selves ordered concerning this, that we do not see what further investigation is to be done thereon for the present. We shall nevertheless do this, in dutiful compliance with Your Right Noblenesses' order, if the slightest evidence of committed mistrust or bad treatment should appear to us in the future. Through the close supervision that is currently maintained, we trust that no further displeasure will be given to Your Right Noblenesses regarding such large deficits, but if, contrary to hope, extraordinary large deficits should again be found hereafter, we shall, in accordance with Your Right Noblenesses' esteemed order, suspend the oath concerning this until Your Noble Selves' pleasure thereon shall have been received. The Head Administrator has been ordered to provide a report regarding the f36:3:— that were charged to Batavia in Ao 1777 to the debit of the former Warehouse Keeper Holmberg in excess of what stood before on the Trade Books there, and thereby particularly to point out how the f7:7:8 in dispute out of this sum ought to be balanced here; and we shall have this entry handled according to Your Right Noblenesses' esteemed order as soon as that report shall have come in. The Rops 4332: 16 that were delivered in two installments into the Company's Treasury by the Purveyor Moute pursuant to the Resolution of the 7th of June 1777, we shall have collected for the benefit of the Members who, according to the Resolution of the 2nd of November 1778, were charged for what the Executors of the late Senior Merchant Bangeman remained indebted to the Brokers; and regarding the portion thereof that was charged to the debit of the deceased Junior Merchant Zimmerman, we ordered the Fiscal Van der Sleijden by Resolution of the 22nd of November to attend ex officio to the right that the late said Zimmerman, along with the other charged Members, holds against the Executors of Bangeman's estate. The Pay Bookkeeper has been ordered by Resolution of the 22nd of November to point out by report wherefrom it arose that the accounts of 4 Europeans and 44 Moorish Seafarers, mentioned in the Report of the Confrontation on the Pay Books of 12 July last, have fallen in arrears, and we shall report further on this below. Since
Dutch transcription
50. „ren nog zulke goede prijsen hebben kunnen bedingen, en ook nu nog durven met gerust„ „heijd vertrouwen, dat uw Hoog Edelheedens uijt hoofde van het hier voorwaards geal„ „legeerde, aan den Directeur en de Leeden van den Raad, het regt niet zullen wijgeren van zig verzeekerd te houden, dat wij alle te zaamen hier in gedaan hebben onsen pligt, zoo als dat goede en getrouwe Dienaa„ „ren betaamd. De Secretaris Verzoekt Uw Hoog Edel„ „heeden om hem, uijt aanmerking dat het hier teegens den Vertrek tijd der Schee¬ „pen, doorgaans wat heel druk is, gunstig te willen inschikken het abuijs, bij hem be¬ „gaan, met voor de 100: ponden Japans kooper in te vullen Rop„s 57 12/4. in steede van rop„s 6 1/8. gelijk dat had moeten zijn, volgens het in het breede aangeteekende bij Resolutie van den 7„e Januarij Jongstleeden, waarbij teevens is. 103 is aangeweesen hoe deese vergissing is ontstaan. Wij bedanken uW Hoog Edelheeden zeer needrig, dat Hoogst Dezelve zoo goed zijn geweest gunstig in te schikken, de door ons gedaane vooruijtverstrekking van Kop„s 3580: 1/16. tot het doen der noodige re„ „paratien aan het woonhuijs in 's Comp„s Thuijn Zorgorij, waarvan het Eerste een tiende gedeelte, door de Directeur onder Ul„ „timo Augustus jongstleeden in 's Comp„s cas is terug betaald. Wij bekennen het gaarne dat uww Hoog Edelheeden groote reeden hebben om te onvreede te zijn over de groote te kort„ „koomingen van 4½. p„r C=to op 20031: lb: Na„ „gelen, en de 4: p:r C:o die te kort bevonden zijn op 15004: ponden Nooten, zoude zee„ „kerlijk ook booven de maat veel zijn, in een ordinair geval; dog deese is voor het grootere gedeelte ontstaan daar door, dat men. 8. 51. men blijkens Resolutie van den 25„e Augus„ „tus 1777: genoodzaakt is geweest de Nage„ „len daar van af te zonderen, en ze zoo een tijd lang in kalk gelegd te bewaaren. Wat aangaat de te kortkooming op de Nagelen„ daaromtrend hebben we bij onsen eerbiedi„ „gen van den 28„e December 1778: de Eere gehad aan te wijsen, dat de te kortkoo„ „ming op het geen van de voorsz: Na„ „gelen, geduurende het bewind van den presenten Directeur, uijtgewoogen is, maar heeft bedraagen 1 2/5. p„r Cent en schoon we gaarne bekennen, dat ook dit zelfs wat veel is, kunnen we uw Hoog Edelheeden in gemoede verzeekeren, dat we in het behandelen der Specerijen alle moogelijke toezigt doen houden. Wij Verzoeken voorts Verloff om ons noo„ „opens de te kortkooming op het geen van ƒ deese Nagelen, voor des Directeurs tijd, uijt 105 t uijtgewoogen is, en beloopen heeft 5¾. p„r C=to te moogen gedraagen aan het geen we over diergelijke groote te kort koomingen, geschreeven hebben bij onsen Eerbiedigen van den 5e. April 17777. , en wijl We tot nog toe niet ontfangen hebben de door UW Hoog„ „Edelheeden daarop uijtgestelde Dispositie hoopen we dat uw Hoog Edelheeden het ons ditmaal Gunstig inschikken zullen, dat we om dezelve Motiven als daarbij in het breede verhaald zijn, tot de afschrij¬ „ving daarvan zijn overgegaan. Bij de zelve Brieff hebben we omstandig beschree„ „ven hoe het ontfangen en afgeeven van Specerijen, steeds geschied in presentie van Fiscaal en Leeden van de Iustitie, en wijl ons geene blijken ter wereld van eenige begaane ontrouw in deesen zijn voorgekoomen, hoopen we dat Uw Hoog„ „Edelheeden noopens het naader onderzoek„ dat. ƒ 52 dat Hoogst Dezelve derweegens bevoolen hebben, het ons zullen ten goede houden dat we niet inzien wat onderzoek daarop voor het teegenwoordige verder te doen is. we zullen dit egter, in Schuldpligtige opvolging van uw Hoog Edelheeden ordre, doen, zoo ons in den aanstaande de min„ „ste blijken mogten voorkoomen, van begaa„ „ne wantrouw of quaade behandeling. Door het naauwe toezigt dat er thans gehouden word, vertrouwen we dat Uw Hoog Edelhee„ „den weegens zoo groote te kootkoomingen geen verder ongenoegen zal gegeeven worden, dog zoo er onverhoopt na deesen weederom buijten gewoone groote te kort koomingen mogten worden bevonden, zul„ „len we overeenkomstig Uw Hoog Edelheeden g'eerde ordre, den Eed derweegens uijtge„ „steld laaten, tot dat Hoogst Derzelver goed„ „vinden daarop zal zijn ontfangen. De; 107 53. De Hoofdadministrateur is gelast om noopens de ƒ36:3:—. die in A„o 1777: ten lasten van den geweesen Pakhuijsmeester Holmberg, meerder na Batavia aangereekend zijn, dan tij bij de Negotie Boeken aldaar te vooren stond, te dienen van Berigt, en daarbij inzon„ „derheijd aan te wijsen hoe de uijt deese som in verschil zijnde ƒ7:7:8. hier behooren te worden vereevend; en we zullen deese post volgens Uw Hoog Edelheeden geerde ordre doen behandelen, zoo dra als dat berigt zal ingekoomen zijn. De Rop:s 4332: 16: die door den Dis„ „pencier Moute, ingevolge Resolutie van den 7„e Junij 1777: in twee keeren in 's Comp„s Cas overgebragt zijn, zullen we doen inneemen ten behoeve van de Leeden die volgens Re„ „solutie van den 2„e November 1778: belast zijn, voor het geen de Executeurs van wij¬ „len den Opperkoopman Bangeman schuldig 9 ƒ schuldig zijn gebleeven aan de Maakelaars, en noopens de portie die die daarvan ge„ „bragt is ten laste van den overleeden onder„ „koopman Zimmerman, hebben we de Fiscaal Van der sleijden, bij Resolutie van den 22„e November gelast, om Ex: Off: waar te neemen het regt dat wijlen gemelde Zimmerman, neevens de overige belaste Leeden, op de Executeurs van Bangemans nalaatenschap toekomt. De Zoldij Boekhouder is bij Re„ „solutie van den 22„e November gelast, om bij Berigt aan te wijsen waaruijt het Voortgekoomen is, dat de Reekeningen van 4: Europeesen en 44: Moorse Zeevaa„ „rende bij het Bericht van de Confron„ „tatie op de Zoldij Boeken van 12. ' Fulr. J: E: vermeld, zijn ten agteren geraakt, en we zullen daarvan hier onder naader ver„ „slag doen. Wijl