Inventory 10422
Surat · 364 pages · 59 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
List of papers for Surat, duly signed 31 December 1780, received from Amsterdam. Letters and papers for Surat, duly signed 31 December 1780, received from Amsterdam. Sewn into the chest: No. 1. An original missive to the Right Honorable Gentlemen Mayors, dated today. No. 2. A packet with separate letters from the Director sent to Their High Mightinesses. No. 3. Copy of the general missive to the Honorable High Indian Government, dated today. No. 4. Copy of general resolutions from 5 January up to and including 1 December 1780. No. 5. Resolutions from 5 January up to and including 11 December of this year. No. 6. A bundle with received copy letters from foreign nations in the year 1780. No. 7. A bundle with copy letters dispatched to the same from 1780. No. 8. Sugar account of powdered sugar sold in 1779/80. No. 9. Financial balance account of 1779/80. No. 10. Statement of debtors and creditors as of the last of August 1780, with the marginal decisions. Register of such papers as are dispatched today with the ship De Vrijheid to Ceylon for further transmission to the Netherlands, namely: No. 11. A true return of the trade in 1779/80. No. 12. Answered requisition from the Homeland for 1780. No. 13. Extract invoice of the goods shipped for the Netherlands. No. 14. Copy report of 4 Council members regarding the extension of the resolution of 31 August 1776. No. 15. Ditto ditto of 3 Council members regarding the construction of the new hospital. No. 16. Copy of secret resolution of 5 October of this year. No. 17. Requisition of European necessities of 1782/3. Surat, 31 December 1780. Note: No. 6 was not received with this packet. And on the Amsterdam register it states that No. 13 was sent only in single copy. C. N. Wiardi, Secretary. To the Homeland. To the Right Honorable Gentlemen Directors, Deputies to the Assembly of the Seventeen of the General Dutch Chartered East India Company at the presiding chamber of Amsterdam. Right Honorable Gentlemen. On 10 November last, the ships De Vrijheid and 't Huijs te Spijk arrived here from Batavia. Among the papers that were sent to us with them by Their High Mightinesses, we also received the extracts from your Right Honorable Worships' venerated missive of 7 October 1779. Our humble replies are set down in the margins thereof and are entered into the letter that departs today to Their High Mightinesses, of which duplicate copies are respectfully sent to your Right Honorable Worships alongside this one. Furthermore, solely with the aforementioned ships, as no papers have yet arrived via Ceylon, we have received a packet from your Right Honorable Worships addressed to us, in which were found the extracts from Your High Worships' resolution and letter of the 20th and 23rd of April 1779. The orders contained in the first-mentioned extract, not to employ the person of Hendrik Wouws in any capacity higher than that of second mate without further qualification, will be dutifully carried out whenever he might arrive here with any ship. And regarding the extension of the orders specified in the second extract against the boarding of stowaways, publication shall be made at each muster of the ships. With the ship De Vrijheid, there are transported via Ceylon for the Netherlands such textiles as are listed in the margins of the answered respective Homeland requisitions accompanying this. All of the same amount, according to the accompanying extract invoice, to a sum of ƒ151,849:3:8. Among the enclosures to this letter, we respectfully offer your Right Honorable Worships our copy resolutions from 9 December 1779 up to 11 December of this year. Further, a packet with separate letters from the Director, and finally such further papers as are recorded on the register annexed hereto. Following up on what was mentioned in our respectful letter to your Right Honorable Worships of 31 December 1779 regarding the issue with the English gentlemen concerning the duty-free export of Company goods for which ordinary customs duty had already been paid upon import, we have the honor to add here that, in reply to the letter we sent on 26 February as stated in our aforementioned respectful letter to your Right Honorable Worships, we dispatched the letter that accompanies this in copy, together with a list demonstrating that, not to mention earlier times, the Company has continuously exercised the right of duty-free export since the year 1750. We waited in vain until 26 September for the reply we expected hereto, whereupon we wrote further regarding this to Bombay. The same letter is likewise enclosed among the attachments to this, as well as the reply received thereto on 27 November, in which the Bombay Government abides by the referral made to, and the verdict of, their superiors. We have therefore had to let this matter rest for the time being. In compliance with your Right Honorable Worships' honored order and the resolution of Their High Mightinesses of 20 August 1779, there goes today
Dutch transcription
Arie van & Papieren waer Souratie 't Regt. geteekd 31 December 1780. van Amsterdam ontfangen) Brieven '& Papieren vaer Souratie 't Regt. geteek:t 31 December 1780. van Amsterdam ontfangen In Ing do in de Kas 11. ong ingent do. 2 „ Een Ingenaaijt in de kas 11: ontf: d. o „ 10 orgineele Missive aan de WelEdele Hoogt Agtbaaren Heeren Majo„ „res Gedateerd op heeden. Pacquet met aparte brieven van den Heer Direc„ „teur aan Hunne Hoog Edelhee„ „den afgezonden. Copia gemeene Missive aan de Edele Hooge India„ sche Regeering gedateerd op heeden Copia: Gemeene Resolutien van den 5:' Januarij tot en met den 1 December, 1787: - - - Resolutien van den 5. Januarij tot en met den December deezes Iaars. „ Een Bondel met ontfangen Copia brieven van de vreem de Natien in het Jaar 1780. ƒ met Copia afgegaane brieven aan dezel¬ ve van 1780. zuijker Rekening van verkogte Poeder Zuijker in 1779/ 80. staat Reekening van 177/80 Berigt der Dibiteuren en krediteuren onder ulto augustus 1780, met de margina„ „le besluijten ingent 4 d=o „ Register van zodanige Papieren als op heeden met het schip De vri„ „heid na Ceijlon ter verdere bestel„ „ling na Nederland worden af„ „gezonden als. No: 11. e „ 2 d=o„ 3 6 7 „ 8 „ _o d. o „ 9 9 „ „ _o Een waar Rendement van den Handel in 1779 /80 ingeneutst Beantwoorde Patriasche Eijsch voor 1780 d=o 12 Extraact Factuur van de voor Nederland afgescheept. goederen. kopia berigt van 4 Raadsleeden wegens de exsin„ 14 „ ingenaaijt sie van de Resolutie van den 31:e Augustus 1776 0:o O:o van 8 Raadsleeden wegens den aan„ 15 „ d. o „ „leg van het Nieuwe Hospitaal Copia secreet. Resolutie van den 5. ' october deezes Iaars. Eijsch van Europase Benedigtheeden van 1782/3 Souratta den 31:e December 1780. 16. „ NB. N: 6 is by dit Pakket niet ontfangen staat dat No: 13 maar enkel voudig is gezonden. en op 't Amsterdamsch Register C: N: WiardiCes. 4 N: 0 „ 13 „ d. o „ do „ 17 „ aan taal 5 Patria Aan De Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen Gedeputeerde ter vergadering van seventhienen de Generaale Nederlandsche Geoctroijeerde Oost Indische Compagnie ter prasidiale kamer Amsterdam Wel Edele Hoog Agtbaare Heeren. Op den 10:e November Jongstleeden zijn hier van Batavia aangekomen de scheepen De vrijheid en 'T Huijs Te spijk. onder onder de Papieren die ons door Hunne Hooc„ Edelheeden daar mede sijn toegesonden hebben we ook ontfangen de Extracten uijt uw wel Ed: Hoog Agtbaarheedens gevenereerde Missive van den 7:' October 1779. - Onse nedrige antwoorden zijn in margine van dezelve ter needer gesteld, en staan ingeschreeven in de brief die op heeden aan Hunne Hoog Edelheeden afgaat, en waarvan de dub- „belde afschriften nevens deezen aan uw wel Edele Hoog Agtbaarheeden, eerbie „dig worden toegesonden. Nog hebben we alleen met de voorsz: scheepen wijl over Ceijlon nog geen papieren zijn aen „gekomen ontfangen een Pacquet van uw wel Edele Hoog, Agtbaarheedens aan ons geaddresseert, waarin bevonden zijn de Extracten uijt Hoogst Derselver Resolutie en brief van den 20:e de 23:e April 1779. De De ordres vervat bij het eerstgemelde Extract om de persoon van Hendrik Wouws in geen hoger kwaliteit dan die van onderstuurman te emploijeeren, buijten nadere kwalificatie, zal, wanneer wij met eenig schip hier mogte komen, pligtschuldig worden agtervolgt; En van de ampliatie der ordres gespecificeerd bij het tweede Extract, tegens het aan boord komen van versteekelingen, zal telkens bij de monstering, der scheepen publicatie worden gedaan. Met het schip De Vrijheid gaan voor Nederland na Ceijlon over zodanige Lijwaaten als vermeld staan in margine van de deese versellende beantwoorde respective Patriasche Eijsschen. Alle deselve bedraagen volgens de mede over „gaande Extract Factuur een somma van ƒ151849:3:8: onder 7 Onder de Bijlaagen deezes bieden we uw wel Edele Hoog Agtbaarheeden eerbiedig aan onse Kopia Resolutien van den 9:e December 1779. tot den 11:e December deeses Jaars. Voorts een Pacquet met aparte brieven van den Direkteur, en eijndelijk zodanige verdere papieren als op het hier bijgevoegde Register bekent staan. 99 Ten vervolge van het gemelde bij onsen eerbiedigen aan uw wel Edele Hoog Agtbaarheeden van den 31=e December 1779. nopens de kwestie met de Heeren Engelschen over den Tholvrijen uijtvoer van 'sComp:s goederen, waarvan bij in voer de gewoone Thol betaalt is, hebben we d' eer hier nog bij te voegen, dat we in antwoord op de brief die we blijkens voorsz: onze eerbiedigen aan uw wel Edele Hoog Agtbaarheeden Agtbaarheeden, op den 26:' februarij hebben afge „sonden de brief die in kopij hier nevens gaat, met en benevens een Lijst ter aantoning, dat om van geen vroegere tijden te gewaagen, de Comp: zeedert het Iaar 1750. steeds het regt van Tolvaijen uijtvoer geoeffent heeft. Na het antwoord dat we hier op te gemoed zaagen hebben we vrugteloos gewagt tot den 26:e September, als wanneer we hier over nader na Bombaij hebben geschreeven. Dezelve brief gaat insgelijks onder de Bijlaagen deeses over„ zowel als het antwoord dat daar op den 27:e November ontfangen is, en waarbij de Bombaijse Regeering hun gedraagt aan de gedane overwijsing aan, en de uijtspraak van derselver superieuren- We hebben dus deese kwestie hierbij voereerst moeten laten berusten In voldoening van uw wel Edele Hoog Agtbaarheedens op eerde ordre en de resolutie van hunne Hoog: Edelheeden van den 20:e Aug: 179. gaat heeden
English
Under the annexes is a requisition of European provisions for household use for the year 178 2/3. We have not requested any trade goods with it, because the market for European goods at Souratta is too uncertain to dare doing so that long in advance, and we have therefore requested permission from Their High Mightinesses that we may, concerning the European goods serving for trade, adhere to the custom of requesting them annually from Batavia, in proportion to the prospects that exist for being able to sell them with reasonable profits. Regarding the fulfillment of our aforementioned requisition, we very humbly request that it may be sent to us via Batavia, because it is very difficult to have goods brought from Ceijlon to this place if they are at all voluminous. We Souratta The 31st of December Anno 1780. We have the honor to be, Right Honorable Highly Esteemed Sirs, Your Right Honorable High Mightinesses' humble and obedient servants, W:r van de Graa D: Saupken No. 6 J: V: Slijdem Corn:s Van Citters H: Harnhooy Meijdeman W:l:f van Bijland J:s G: C: Wiardi Checked Ms: Isaaks No. 1 Separate Batavia To His High Nobility, The High Noble, Severe, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Reinier de Klerk, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, and The Right Honorable Gentlemen Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Severe, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Right Honorable Gentlemen, I have received the separate letter which Your High Mightinesses did me the honor of writing on the 17th of August last, and I shall dutifully observe what is ordered therein. With regard to the outlook concerning the handling of the return cargoes on the wharf, it recently occurred to me that the English might have an interest in the piece of land that was formerly ceded to us under the Moorish Government close to the castle, where the Company's linen is aired annually, whether this is solely to keep the terrain in front of the castle more clear, or that they might intend to extend the glacis in front of the castle somewhat in that direction, and this can, if such is the case, naturally pave the way to achieve the aforementioned objective in an easy manner. For the favorable authorization to be allowed to write off the 3000 ropijen expended to resolve the dispute with the Nabab over the extraordinary gift, I thank Your High Mightinesses very humbly. I cannot see otherwise than that the matter is thereby to be considered completely settled, the more so as it has never been such a right that could have been demanded from us on any equitable grounds. Regarding what was written by Your High Mightinesses concerning the question of the duty-free export of goods for which duty was paid upon import, I request permission only to be allowed to remark that the question of whether the brokers have used this privilege in the Company's name rightly or without right, has actually formed no point of dispute with the English. The latter, who now contest the right of the Company itself to this, have left that untouched, and what I had the honor to write to Your High Mightinesses about this in my separate respectful letter of 31 December of the past year was solely to inform Your High Mightinesses how I, in my humble view, thought about the matter. That it was continued for at least some time, so that those who belong under us, and among these chiefly the brokers as merchants of Company goods, also profited from this right of the Company, is evident from the earlier papers; nevertheless it is certain that after the year 1762 it could no longer lawfully take place, and it is also for this reason, as I had the honor to point out last year, that I did not speak of this case until after I thought that it would now no longer be convenient on the English side to bring this question between the two parties. Apart from the letter that was dispatched concerning this matter on 26 February, another was written about it on 26 September, chiefly with the aim of further attempting whether the Government there could have been moved to a provisional arrangement; but this having also been fruitless, as appears from a Bombay letter of the 18th of November last, which as usual is transmitted among the copies, I shall do nothing further in this matter pending Your High Mightinesses' further orders. Your High Mightinesses' remarks regarding the receiving of the visit from the Marratte Vakel I shall dutifully take for my instruction. Besides the fact that I did not know what he might have to say to me, the circumstances of that time also seemed to be of a somewhat uncertain outcome, and certainly, if things might take a different turn at any time, it can be very useful to stand on a good understanding with these peoples. What the aforementioned Vakel had to propose to me could, in my humble view, be heard without offending anyone's interests, but as regards the manner of his coming, I was somewhat surprised at that myself, particularly because he had chosen no more convenient hour for it. I had company at my house at that time and was not expecting him at all, but since he was now there, I could not send him away again without giving great offense. And although it is in itself already very clear that we are here under circumstances in which we can cause neither good nor harm to anyone's interests, and that this alone seems sufficient for reasonable people to judge all the chatter about it, I have
Dutch transcription
gaat onder de Bijlaageer ovor een Eijsch van Europase Benodigtheeden tot de huishouding voor het Jaar 178 2/3. We hebben daarbij geene negotie goederen gevraagt, om dat de markt der Europase goederen te souratta te onzee „ker is, om dat zoo lange vooruit te durven doen„ en we hebben daarom Hunne Hoog Edelheeden verlof versogt, dat we omtrend de Europase goederen, dienende tot den handel, mogen blijven bij de gewoonte om die Jaarlijks van Batavia te vraagen, na mate van de voor- „uijtsigten die er zijn om deselve met rede „lijke advancen te kunnen vietieren. De voldoening van onzen voorsz: Eijsch, ver= „soeken we zeer nedrig dat ons over Batavia mag worden gesonden, want het zeer moeij„ „lik is om goederen, zoo ze maar eenig sints volumineus zijn, van Ceijlon na herwaerts te laaten komen. Wij 1 Souratta Den 31:e December Anno 1780. Wij heben de een eer er bedigt zijn. Wel Edele Hoog Agtbaare Weeren uw wel Edele Hoog Agtbaarens onderdanige '& Gehoorsame Dienaaren. Wr van de Graa D Saupken No: 6 J: V: Slijdem Corns. Van Citters HHarnhooy Meijdeman Welf van Bijland Js G C: Wiardi ƒ gen van via als Nagezien Ms: Isaaks No: 1 e appart 1 Batavia Aan zijne Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Gest:e Groot agtb: wijd gebiedende Heere Reinier de Klerk Gouverneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Nederlanden en haare algemeene oost=Jndische Maatschappij, en De WelEdele Heeren Raaden van Nederlands Jndien Hoog Edele Gest=r Groot agtb: wijd gebiedende Heer en Wel Edele Heeren Jk heb ontfangen de apparten brief, die UW Hoog Edelheeden mij den 17 Augustus jongstleeden de eere aangedaen hebben te schrijven, en zal het daarbij bevoolene schuldpligtig observeeren Met betrekking tot tut uijtzigt omtrent de behandeling der retouren op de wiaf, is mij onlangh voorgekoomen, dat den Engelsen zin„ zouden 13 zouden hebben in het stuk grond dat ons onder de Moorse Regeering eertijds is afgestaan digte bij het kasteel, alwaer jaarlijks 'sComp:s lijwaat lent word gezet, liet zij dat dit alleen is om het ter „rijn voor het kasteel meer vrij te hebben of dat ze voorneemens mogten zijn om de glaci voor het kasteel na die kant wat te verlengen, en dit kan zoo het zoo is, van zelve de weg baanen om het voorsz: oogmerk op een gemak kelijke wijzen te bereijken Voor de gunstige qualificatie om te moogen afschrijven de 3000. ropijen gespendeert tot het uijt den weg ruijmen van het verschil met de Nabab over liet buijten gewoon geschenk be „dank ik Uw Hoog Edelheeden zeer needrig. Jk kan niet anders zien of de zaak is daarmeede te houden voor ten eenemaal afgedaan, te meer het nooijt een zulk regt geweest is dat op eenige billijke gronden van ons heeft kunnen worden gevordert. Op het door UWw Hoog Eelhieeden geschreevend noopens de kiestie over den tol vrijen uijtvoer der 15 13 der goederen, waarvan bij invoer tol betaelt is verzoek ik verlof alleen te moogen aanmerken, dat de vraagen of de Makelaers net of zonder regt van dit privilegie op 'sComp=s naam gebruijk gemaekt hebben, eijgentlijk geen point van kwestie met de Engelsen heeft uijtgemaekt. Deeze die het regt van de Comp: zelve, daartoe tans wederspreeken, hebben dat onaangeroerd ge„ „laaten, en het geen ik de eere gehad heb Uw Hoog Edelheeden daarover bij mijn apparte eerbie „dige van den 31. decemb: A:o pass=o te schrijven is alleen geweest om Uw Hoog Edelheeden te bedeelen hoe ik, na mijn nedrig inzien, over de zaak dagte. Dat het ten minsten eenige tijd is doorgegaen, dat de geene die onder ons looren en onder deeze voornamentlijk de Makelaers als koopluijden van komp=s goederen, ook van dit regt van de Comp: profiteerden, is uijt de vroegere papieren blijkbaer, niet te min is het zeeker, dat het na het jaer 1762. niet meer wettig heeft kunnen geschieden, en het is gemak ge unnen is ook om deeze reeden, zoo als ik voorleede jaar de eere heb gehad aan te wijzen, dat ik van dit geval niet gesprooken heb dan na dat ik dagte dat het nu van de Engelse zijden geen schik meer hebben zoude, om deeze kwestie tussen bijden te brengen. Behalven de 7 brief die den 26. februarij over deeze zaak is af„ gegaen, is daarover nog eens geschreeven den 26. September, voornamentlijk met oogmerk om naader te beproeven op het Gouvernement aldaer zoude te beweegen zijn geweest tot een provi „sioneele schikking, dog dit ook vrugteloos geweest zijnde blijkens een Bombaijse brief van den 18. novemb: jongstl: die na gewoonte onder de kopijen overgaat, zal ik in deeze zaak tot Uw Hoog Edelheeden nadere ordre niets meer doen UW Hoog Edelheeden aanmerkingen over het ontfangen van het bezoek van de Marratte Vakel zal ik mij pligtschuldig tot narigt doen strekkken Behalven dat ik niet wiste wat Hij mij konde te zeggen hebben, scheenen ook de omstan„ 17 omstandigheeden van dien tijd te weezen van # wat een onzeekere uijtkomst, en zeekerlijk zoo de dingen ter eeniger tijd een andere keer mogten neemen, kan het zeer zijn nuttigheid hebben om met deeze volkeren in een goed verstand te staan. Het geen de voorsz: ne„ „kiel mij hadde voor te stellen, konde, na mijn nedrig inzien worden aangehoort zonder iemands belangen te beleedigen, dog wat de wijzen van zijn komst aangaat, daarover was ik zelve wat verzet, in zonderheid om dat hij daartoe geen geleegener uur had uijtgekoosen. JK hadden te dier tijd gezelschap ten mijnen 't en was hem geheel niet verwagtende, dog toen Mij 'er nu was konde ik hem zonder groote aanstoot te geeven niet weer weg zenden En schoon het nu wel uijt zig zelve reeds zeer duijdelijk is dat we hier in omstandig heeden zijn, dat we aan niemands belangens goed nog kwaad kunnen teebrengen, en dat dit alleen voor reedelijke luijden genoeg schijnt om alle tot geklap daarover, te beoordeelen, heb
English
I have nevertheless, as a matter of precaution, had an account of this conference given to me by the courtier who served me as an interpreter in this matter, drawn up by him in his own language, which was entered into the resolution of the 23. septemb: last and sworn to by him. Concerning the request appearing therein, that which I remarked in my separate respectful [dispatch] of last year, regarding the delivery of ammunition goods on the contract as proposed in the draft contract of the late Mr. Senff, was not with the thought that this could take place during the disputes of the English with the Marathas. This contract itself clearly excludes that in case of war with a European Nation, and I merely thought, as I said a little further down, that one might meanwhile investigate the matter further; for apart from the reasons that presently conflict with it, the delivery of ammunition, especially by the English, encounters so little difficulty that they do that, so to speak, to everyone. It is always more or less disagreeable to see friendship maintained with peoples with whom one has disputes, however innocent the subjects might otherwise be. In order to put an end to the estrangement in which the English have kept themselves for some time in private intercourse with us, I therefore recently paid a visit to the English Chief, Mr. Boddam, on the occasion of Christmas, which he also immediately returned to me in an obliging manner. Indirectly, I had received more or less occasion to do so, and he also seemed very inclined to make these unpleasantnesses cease, and that will now wear off by itself without further correspondence on the matter being necessary. Whether the English meanwhile actually based upon the fact that the aforesaid Vakil was admitted to an audience with us the démarche of which Your High Excellencies are informed in the public letter, does not seem entirely certain. At the same time that the letter was dispatched to Bombay on this subject, which was inserted into the resolution of the 23. Septemb: last and by which the aforesaid visit was deliberately insinuated to the English indirectly, I also wrote about it privately to Governor Hornby, and from his reply, a copy of which is attached hereto, one would almost think that these things are to be attributed to entirely different causes. After having said beforehand that in his opinion I had no right to ask about the reasons for the orders they saw fit to give regarding their servants, he adds thereto: perhaps it might have been produced by their own indiscretion, and to prevent such in the future we might have deemed it necessary to give these orders. It would, he continues further, be very ill-becoming of me to do that to Your Honour in a similar case, unless I was convinced that I had been the cause thereof, which was not the case with You. Regarding what Mr. Hornby says therein, that perhaps the indiscretion of their own servants might have produced this, I have been informed from a letter written by him to an English gentleman here, by someone who has read this letter himself, that Brigadier General Goddard, who is generally held to be the prime mover of this affair, already before the aforesaid case, last year when he was in Bombay, addressed Governor Hornby with much vehemence about what he called the all too close intercourse of certain Englishmen with some of ours, which he claimed to be detrimental to their interests, and in which he desired that measures should be taken. What incited Mr. Goddard to this, I cannot say. Perhaps time will reveal something of it, for that he should in good faith have believed this pretext of his to be well-founded, for that I consider him too sensible. Meanwhile, I believe I can assure Your High Excellencies of this, that Mr. Hornby was brought to the aforesaid step as if against his will, and I give all the more credit to what I have been told on this matter because I could in no way perceive the slightest inclination in him to give this démarche any further influence, in whatever case it might be. Mr. Hornby is a man from whom foreigners have little friendship to expect, yet he has the reputation of being very just and very averse to all public embroilments. With the Nabob I had a small dispute over a parcel of gunpowder that he had asked of me shortly after the departure of the ships, under the pretext that the Marathas, of whom some raiding parties were seen now and then, were daily to be expected before the city, and that his own supply of gunpowder was not large enough. The request seemed somewhat suspicious to me, and I therefore had the Nabob told that if Mr. Boddam sent me a message to that effect, I would then assist him with a little gunpowder according to our supply.
Dutch transcription
heb ik niet te min voorzigtigheids halven mij van deeze konferentie een relaas laaten geeven van de Hofganger, die mij in deezen als tolk gedient heeft, door hem in zijne eijgene taal opgemaekt, het welk ter resolutie van den 23. septemb: jongstl: is ingeschreeven en door hem is b'eedigt. Noopens het daarbij voorkoomende verzoek, is het geen ik bij mijn apparte eerbiedige voorleede Jaer heb aangemerkt, omtrent het leeveren van ammonitie goederen op den wet zoo als dat is voorgestelt bij het koncept kon „trakt van wijlen de Haear Seuff, niet geweest in die gedagten dat dit geduurende de verschillen der Engelten met de Marratters zoude kunnen geschieden. Dit kontrakt zelve zondert dat niet onduijster uijt in gevalle van oorlog met een Europeese Natie, en ik heb alleen ge„ zoo als ik wat meend dat men de zaak laager zeijde, ondertusschen wel eens naader zoude kunnen ondertasten, want buijten de reedenen die voor het tegenwoordigen daar teegen strijden, ont„ moet het leeveren van ammonitie, in zonderheid bij de Engelsen zo wijnig zwarigheid, dat ze dat 19 dat om zoo te spreeken aan en elk doen Het is altoos min of meer onaangenaam vrin„ schap te zien onderhouden met volkeren, waar „meede men verschillen heeft, awe onschuldig ook anders de onderwerpen moogen zijn. Jk heb daarom om een eijnde te maaken van de verwijdering, waarin de Engelsen zig een tijdlang in den partikulieren omgang met ons gehouden hebben, onlangs ter geleegentheid van het kersfaest de Engelse Chef de Heer Boddam een visite gedaen, die hij mij ook op een obligeante wijze aanstonds heeft betaelt. Van ter zijden had ik daartoe min of meer aanlijding gekreegen, ook scheen bij mij zelve zeer te inklineeren om die aanstoote „lijkheeden te doen ophouden, en dat zal nu van zelve wel slijten zonder dat daar over verder schrijven zal noodig zijn. Of nu de Engelsen ondertussen met der daad daarop, dat de voorsz: Vakil bij ons ter verhoor toegelaaten is, ge „grond hebben de demarchen, waarvan Uw Hoog „Edelheeden bij de publieke brief word kennis gegeven, schijnt niet al te zeeken. Ter Zelver 3 zelver tijd dat na Bombaij op dit onderwerp is afgegaan de brief, die ter resolutie van den 23. Septemb: jongstl: is geinserreert en waarbij het voorssz: bezoek de Engelsen met voordagt van ter zijden is geinsinueert, schreef ik 'er ook partikulier over aan de Gouverneur Hornbij en uijt zijn antwoord dat in kopij hiernevens gaat, zoude men haast denken dat deeze dingen aan geheele andere oorzaaken toe te schrijven zijn. Nan vooraf gezegt te hebben dat ik naer zijn opinie geen regt hadde om te vraagen na de reedenen der orders die ze goedvonden om te geeven betreffende hunne die naeren, voegt wij daarbij, misschien zoude het weezen voortgebragt door hunne eijgene kunnen indiskretie, en om zulks in het vervolg voor te koomen zouden we hebben kunnen noodig oordeelen om deeze orders te geeven. Het zoude mij, ver volgt hij verder, zeer kwaalijk voegen om bij uwEd: in een gelijk geval dat te doen, ten zij ik overtuijgt was dat ik was geweest de het welk niet is geweest het oorzaak daarvan geval met Uw: Noopens het geen de Heer Hornbij 21 Hornbij daarbij zegt dat misschien de indiskretie hunner eijgene dienaeren dit konde hebben voortgebragt, ben ik uijt een brief door hem aan een Engels Heer hier geschreeven, geinformeert door iemand die deeze brief zelve geleezen heeft dat de Brigadier Generaal Goddard die in het gemeen gehouden word voor de daijfveer van dit werk, reeds voor het masz: geval, voorleeden jaer toen Aij te Bombaij was, de Gouverneur Wornbij met veel rehementie heeft onderhouden over de zoo hij zeijde al te naauwe omgang van zommigen Engelsen met eenige van ons, die Hij beweerde aan hunne belangens schaadelijk te zijn, en waarin wij begeerde dat zoude worden voorzien. wat de Heer Goddard daartoe aan „gezet heeft kan ik niet zeggen. Misschien dat de tijd daarvan wel iets ontdekken zal want dat Hij ter goeder taouw dit zijn voorgeeven zoude hebben meenen gegrond te weezen, daartoe houde ik hem voor te ver „standig, ondertusschen meer ik Uw Hoog Edelheeden hiervan te kunnen verzeekeren, dat de Heer Hornbij tot de vorsz: stap als teegens zijn Zi zin is gebragt, en ik slaa te meer geloof aan het geene men mij derweegens heeft gezegt om dat ik in geenen opzigte heb kunnen bespeuren de allerminste geneigtheid in hem om deeze demarche voorts van eenige invloed te doen zijn in wat geval het ook weezen mag. De Heer Hornbij is een Man waarvan vreemden wijnig vrundschap te wagten hebben, dog hij heeft de reputatie van heel regtmaatig te zijn en zeer afkeerig te weezen van alle publieke broullerien Met de Nabab heb ik een klijn ver schil gehad over een partij kruijt dat wij kort na het vertrek der scheepen van mij liet vraagen, onder voorwindsel dat de Marratters waarvan nu en dan eenige stroopende partijen gezien wierden daagelijks voor de stad te wagten waeren, en dat zijn eijge voorraad van kruijt niet groot genoeg was. Het verzoek kwam mij wat verdagt voor en ik liet daarom de Nabab zeggen dat indien de Heer Boddam mij daartoe een boodschap zond, ik hem dan met een wijnig kruijt na maate van onzen voorraad helpen
English
23 would help, and I even had the Chief Administrator speak about it to Mr. Boddam, but as he acted as if he deemed it improper to meddle in the matter, things remained that way for some time until I wished to have the gunpowder, which I had ordered stored in the Jonge Petrus while the powder magazine was being repaired, brought back ashore. The Nabab then refused to give permission for this, and consequently, as appears from the resolution of 4 April last, a couple of letters had to be written to the English on the matter, which are forwarded as usual with the replies among the copies. Finally I had to decide to let the Nabab be delivered 25 barrels of powder, each of 50 lb, at the purchase cost, but since I have not yet been able to recover the money, although it has already been paid by the Company, I have left the powder that I had requested for him in the Demand in the ships, and consequently it is sent back again, which I hope Your High Excellencies will favorably accommodate. Pursuant to Your High Excellencies' order, I gave the officers of the ships de Vrijheid and het Huis ter Speijk upon their departure the sealed secret signals sent to me for that purpose by Your High Excellencies, in order that they might make the necessary use thereof upon touching at Ceylon or Malabar. I commend Your High Excellencies to God's merciful keeping, and have the honor to be with deep respect, underneath: High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord and Honorable Lords, lower: Your High Excellencies' humble and very obedient servant, was signed: W. J. van de Graaff. In the margin: Surat, 31 December 1780. W. J. van de Graaff Agreed. 25 The 4th instant I was honored with Your Honor's letter of the 26th ultimo, in which Your Honor says you were in hopes of receiving a letter from our Board, in answer to one from yours, desiring to know the reasons why we were induced to forbid our servants at Surat all correspondence with the servants of the Dutch Company. As that and your last letter have been laid before the Board, they will shortly reply thereto. But in my opinion it is what Your Honor has no kind of right to, or what orders we may think proper to give regarding our own servants. Perhaps it may have been occasioned by their own indiscretion, and to prevent the like in future we have thought proper to give these orders. However, whatever may have been the occasion and what the reasons were, it is not necessary to make Your Honor acquainted with them. Sir The 4th Instant I was honored your Letter of the 26th ultimo, in which you say you were in hopes of receiving a Letter from our Board, in answer to one from yours, desiring to know the reasons why we were induced to forbid our servants at Surat all Correspondence with the servants of the Dutch Company as that and your last Letter has been laid before the Board they will shortly reply there to But in my opinion it is what you have no kind of right to or what orders we may think proper to Issue regarding our own servants. perhaps it may have been occasioned from their own indiscretion, and to prevent the like in future we have thought proper to give them. However whatever may have been the occasion, it is not necessary to William Jacob van de Graaff Esqr. Copy of an English Letter written by the Governor of Bombay, Mr. William Hornby, to the Extraordinary Councillor of the Dutch Indies and Director at Surat, Willem Jacob van de Graaff. It would not become me to enquire of you, should Your Honor think proper to give any orders to your own servants, as I should suppose you had sufficient reasons for what you did, unless I was convinced that I had been the cause thereof, which has not been the case with Your Honor. I have the honor to be, underneath: Sir, your most obedient and very humble servant, was signed: Wm Hornby. In the margin: Bombay, the 15th October 1780. Agreed with the original letter, C. C. Wickerman sworn Clerk No. 2. 29 Batavia To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Reijnier de Klerk, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and the True General East India Company, Together with The Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Honorable Lords. The ships de Vrijheid and het Huis ter Speijk arrived in these roads on 9 November, with which we have had the honor to receive Your High Excellencies' most respected letter of 17 August last, together with the enclosures according to the register. And 1st.
Dutch transcription
23 helpen zouden, zelfs deed ik 'er de Heer Boddam door de Hoofdadministrateur over spreeken dog wijl deeze zig hield als agte Hij het ongevorglijk om zig daarover in te laaten, bleef dat zoo eenige tijd tot dat ik het kruijt dat ik in de Jonge Petrus had doen bergen geduurende dat de kruijtkelder is gerepareert, weeder aan de wal wilde doen brengen. De Nabab wijgerde toen daartoe permissie te geeven, en hebben dienvolgens blijkens resolutie van den 4. April jongstl: daarover een paar brieven aan de Engelsen moeten geschreeven worden, die met de antwoorden onder de kopijen naer gewoonte overgaan. Eijndelijk heb ik 'er toe moeten besluijten om de Nabab 25. vaatjes kruijt elk van 50. lb: te laaten afgeeven teegens het uijtkoops kostende, dan dewijl ik het geld schoon het reeds bij de Comp: betaelt is, tot nog toe niet wederom heb kunnen krijgen, heb ik het kruijt dat ik bij den Eijsch voor hem hadde verzogt in de scheepen gelaaten, en gaat dienvolgens het hetzelve weeder terug, het geen ik hoop dat Uw Hoog Edelheeden gunstig inschikken zullen Volgens UW Hoog Edelheeden ordre heb ik aan de overheeden van de scheepen de vrijheid en het Hins ter speijk bij hun vertrek gegeven de geslootene sekreete seinen mij door Uw Hoog Edel „heeden ten dien eijnde gezonden om daarva bij het aandoen van Cijlon of Mallabaer 7 het noodige gebruijk te kunnen maaken Ik beveele Uw Hoog Edelheeden in Gods genadige bewaaring, en heb de eere met diepe eerbied te zijn /:onderstond :/ Hoog Edele Gest=r Groot agtb: wijd gebiedende Heer en wlEdele Heeren /:laager:/ UW Hoog Edelheeden onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaer /:was geteekent:/ W: J: van de Graaff /:in margine :/ Suratte den 31: december 1780: W. V. van de Graaff — Akkordeert 25 Den 4. deezer was ik vereert met UwEdelens brief van den 26. laast in dewelke uw Edele zegt in hoope te zijn om een Missive van onze vergade„ „ring te ontfangen in antwoord op een van UWEdele verzoekende om te weeten de reedenen bij dewelke wij geinduceert zijn om onze Dienaeren te suratten alle Corres„ „pondentien met de Dienaeren van de Hollandse Compagnie te verbieden alzo dezelve als meede Uwe laatste brief voor de vergadering is gebragt zullen die daarop kortelijk antwoorden Dog in mijn opinie is het iets waar „toe uwEdele geener hande regt heeft, of welke orders wij goed oordeelen om te geeven betreffende onze eijgen dienaeren, mitschien zoude het kunnen weezen voortgebragt door haar eijgen indiscretien, en om zulks in het vervolg te voor „koomen zouden we hebben kunnen noodig oordeelen om deeze orders te geeven, maer hoe het ook zij en wat de reedenen zijn geweest is het niet noodzaakelijk om uw Edelen daarvan kennis te geeven Mijn Heer Sir The 4=te Instant I was honored your Lore of the 26th ultimo, in which you say you were in hopes of receiving a Lre from our Board, in answet to one from yours, desiring to know the reasons why we were induced to forbid our servants at surat all Correspondence with the servants of the Dutch Company as that and your last Lre has been laid before the Board they will shortly reply there to But in my opinion it is what you have no kind of right to or what orders we may think proper to Issue regarding our own servants. perkaps it may have been occasionned from Heir own indiscretion, and to present the like in future we have thought proper to give them. However whatever may have been the occasion, it is not necessary soo William Jacob van de Graaff Esqr. Kopij van een Engelse Missive door de Gouverneur van Bombaij de Heer William Hornbijf geschreeven aan den Heer Raad extra ordinair van Nederlands Jndien en Direkteur te Suratten Willem Jacob van de Graaff Het to Het zouden mij zeer kwaalijk wegen to make you acquainted with om bij uwEdele onderzoek te doen them. It woud not become ingevallen uwEdele goedvond om eenige me to enquire of you, shoud orders te geeven aan uwe eijgene you think proper to give any Dienaeren, alzo ik altoos zoude orders to your owrs servants onderstellen, dat uwEdele genoegzaame reedenen had voor het geene deed as I shoud suppose you had ten zij ik overtuijgt was, dat ik sufficeint reasons for what was geweest de oorzaak daarvan you did, unless I was Convinced het welk niet is geweest het that I had been the Cause of geval met uwEdele At which has not been the Ik heb de eere te zijn case with you. I have the honor to be /:onderstond:/ sir, your most obedt and very hible ser: (: was geteekend:/ W:m Hornby /:in margine :/ Bomnbay the 15.=te october 1780. Akkordeert met de origineele brief C: C: Wickerman gezw: Clerk — No 2. 29 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaare Wijd gebiedenden Heere Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal van weegens den Staat der vereenigde Neederlanden en waare algemee¬ „ne Oost-Indische Compagnie Beneevens De Wel Edele Heeren Raaden van Neederlands India Hoog Edele Groot Agtbaare Wijdgebiedende Heer WelEdele Heeren. De Scheepen de Vrijheid en het Huijs ter Speijk zijn den 9=e Novembr: ter deezer Rheede aangekoomen, waar meede toe de eere gehad heb¬ „ben te ontfangen UW Hoog Edelheeden zeer gerespecteerde brief van den 17e Augustus jongst¬ „leeden met de bijlaagen volgens het register. En 1de.
English
We shall let our respectful answer follow thereupon, after first, in compliance with Your High Nobles' most respected order, having entered below the extracts received from the Dispatch of the Noble, Highly Honorable Gentlemen Masters of 7 October 1779, along with our humble answers thereto. Having herewith arrived at the matter of Souratte, and speaking in the first place of the article of ships and vessels, we report, in continuation of what was dealt with in § 287 of our General Dispatch of the past year concerning the provisions and expenditures made for the service of the now sold smalschip de Mosselschulp: That, as it appears to us from the ministers' reports, the entry of rop.s 595 mentioned in that dispatch mostly consisted of equipage goods manufactured for the service of the aforementioned smalschip, but not delivered because its voyage to Batavia did not proceed, and of which goods the specification is inserted in the ministers' resolution of 15 January 1777. In so far now as the aforementioned sum was included under the rop.s 930 whose write-off was requested by the ministers; You have with reason expressed your astonishment over that request, since that write-off was not appropriate regarding goods which the ministers themselves had reported had remained under the equipage supervisor since the aforementioned manufacture, and were now taken into the books. The filling in of rop.s 930 instead of rop.s 509 94/16 is an error of the secretariat clerks, as we took the liberty to point out in our respectful letter to Their High Nobles of 27 December 1777. The entire specification written off to the debit of de Mosselschulp amounted to rop.s 1105. 1; and under this sum the goods, which by resolution of 17 January 1777 it was agreed to have taken into the books, amounting to rop.s 595 ½, including some equipage and material supplies delivered on this occasion. These goods had been taken into the books by the trade clerks without relieving the account of de Mosselschulp for them, and consequently without funds to be accounted for under the unappraised goods; but upon this Their High Nobles, by letter of 15 August 1777, ordered to have the same taken into the trade books with their amounts under the goods with funds, as has occurred, and they have since been accounted for in the service of the Company. The remainder of the aforementioned rop.s 1105: 1, being rop.s 509 3/16, is, according to Their High Nobles' order, charged to the account of the former Director Bosman. The remaining entry of 334 rupees, which is included under the aforementioned sum of 930 rop.s and consists of the amount entered in the specification regarding the hire of a horrie and daily wages of workmen who worked on the aforementioned smalschip de Mosselschulp, having been charged by You to the account of the former Director Bosman, we must remark in that regard that it seems quite questionable to us whether that charge is consistent with the conception that You Yourself appear to have regarding the nature of that entry. For by letters of 15 August, it was made quite clear by You that you still had difficulty in believing that the amount entered to the aforementioned sum of rop.s 334, both for the hire of the aforementioned horrie and for 1170 daily wages earned on de Mosselschulp during the period of four days, had truly been expended in the service of the Company, since according to your calculation 293 heads would then have worked on that vessel at the same time. If, therefore, a fraudulent statement had taken place in this regard, it was certain that even if the compensation that ought to be made to the Company in that respect incumbent partly upon the aforementioned Bosman, several others nonetheless must have participated in the fraud committed, who were therefore also liable. We do see that the reason given for placing the aforementioned entry solely on the account of the frequently mentioned Bosman is the request made in that regard by the ministers in their letter of 5 April 1777. But that request rested on the ground that the amount entered in the specification was actually expended and consumed in the service of the aforementioned vessel, so that, in the opinion of the ministers, the aforementioned charge did not properly look to the excess amount charged on account of the aforementioned expenditures, but to the fact that, notwithstanding that the former Equipage Supervisor van der Hegge had judged the smalschip unfit for the voyage to Batavia, the work on the same was nevertheless continued; and that, since this was done on the express order of the former Director Bosman, he consequently alone had to be held responsible for it. We have entered into these particulars once again—however much we otherwise wished to be able to leave such kind of internal matters untouched in our letters—because, as will appear more clearly from the sequel, we have had to wonder more than once under this subject whether in your letters some misunderstanding has not sometimes taken place concerning various matters presented to You by the ministers, and which we therefore, in order to prevent further confusion and obscurities, could not pass by unnoticed. Wherefore, to stay with the case of which we just now
Dutch transcription
We zullen ons eerbiedig antwoord daarop laaten volgen na eerst in voldoening van UW Hoog Ed„ „delheeden zeer g. eerde ordre hieronder te hebben ingeschreeven de ontfangene Extrakten uijt de Missive van de Edele Hoog Agtb: Heeren Meeste¬ „ren van den 7: Okobr: 1779. met onze needrige antwoorden daarop. Hier meede genadert zijnde tot de Materie van Souratte: En in de eerste plaats zullende spreeken van het Artikel van Scheepen en vaartuigen, melden wij ten vervolge van het geen bij onse generaale missive van den voor„ „leeden Jaare §. 287: is verhandeld weegens de gedaane verstrekkin¬ gen en uijtgaaven ten dienste van het thans verkogte Smeel schip de MosselSchulp. Dat naar het ons uijt der Mi„ „nisters berigten voorkomt de bij die Missive vermelde polt van Rop„s 595. meestendeels bestaan heeft uijt Equep: goederen ten dienste van het voorm: Smal Schip § 325. aange 31 aangemaakt, dog niet verstrekt om dat desselfs reijs naar Batavia geen voortgang had genoomen, en van welke goederen de specifi¬ „catien is geinsereerd in der ministers resol: van den 15: Jan: 1777. In zo ver nu de voorsz: Som De invulling van rop„s 930: in steede van was begreepen onder de rop„s 930. rop:s 509 94/16:is een abuijs van de sekretarij bediendens, zo als we de Vrijheid gebruijkt welker afschrijving door de Mi¬ hebben dat aan te wijzen bij onzen eerbiedi „nisters versogt is; hebben UE: over „gen brief aan Hunne Hoog Edelheeden van dat verzoek met reeden haare den 27=e decembr: 1777. De geheele specifi„ verwondering te kennen gegeeven „catie ten laste van de Morsel schul po. afgeschreeven, heeft bedraagen rop„s 1105. 1: al zo die afschrijving niet te en onder deeze som beloopen de goederen pas kwam omtrent goederen, wel„ waarvan bij Resolutie van den 17=e Jann: „ ke de Ministers zelven hadden 1777. is verstaan om ze bij de Boeken gemeld dat zeedert de voorsz: aan„ te laaten inneemen, daarbij gereekent „maaking onder den Equipagie eenige Equipagie en materiaal behoef„ op zigter gebleeven, en thans bij „ters die ter deezer geleegentheid zijn de boeken ingenoomen waren. verstrekt, ro p„s 595. ½. Deeze goederen waaren door de Ne¬ „gatie bediendens bij de boeken ingenoo„ „men zonder de reekening van de Mossel„ De overige post van 334 ropijen „schulp daarvoor te ontlasten, en dien vol„ „gens zonder geld om onder de onge„ die onder de voorsz: som van 930. rop„s „taxeerde goederen te worden verant„ begreepen is en bestaat in het op„ „woord, dog hierop hebben Hunne Hoog„ „gebragte bij de specificatie wee„ „Edelheeden bij brief van den 15:' Augusts gens huur van een Horrie en 1777. bevoolen om de zelve met hun be„ dagloonen van werklieden die „draagen bij de Negotie boeken te doen aan het voorsz: smalschip de inneemen onder de goederen met geld, Mosselschulp hebben gearbeid, door. §. 326. Zo UE. UE. gebragt zijnde ten lasten der zo als geschied is, en ze zijn zeedert reekening van den geweezen Di¬ in den dienst van de Comp:e verantwoord. „rekteur Bosman moeten wij Hes Restant van de voorsz: rop„s 105:1: dien aangaande remarqueeren, zijnde rop„s 509 3/18. is volgens Hunne Hoog Edelheeden ordre op de reeke„ dat ons vrij bedenkelijk voorkomt „ning van den geweezen Direkteur of die belasting geschikt is naar Bosman beswaerte. het begrip. 't geen UE. Zelven omtrent den aart van die post Schijnen te hebben. Immers is door UE. bij letteren van den 15. Augustus vrij duide¬ „lijk te kennen gegeeven dat de„ „zelve als nog zwaarigheid maakten te accrediteeren, dat het opgebragte ten voorm: bedraagen van rop„s 334: zoo voor huur van voorsz: horrij, als voor 1170: dagloo¬ nen aan de Mossel schulp geduu¬ rende den tijd van Vier daagen verdiend waarlijk ten dienste van de Comp:s was uitgegeeven, dewijl als dan naar uwe bereekening 293. koppen te gelijk aan dat Vaar„ „tuig zouden hebben gewerkt. zo derhalven hier omtrent eene Frauduleule opgaave plaats had gehad, was het zeeker dat indien al de Vergoeding welke aan de Maatscha pij desweege behoorde te geschieden voorsz: Bosman 23 33 Bosman gedeeltelijk in Cumbeerde, meer anderen nogtans in het ge¬ „pleegt bedrog hadden moeten trampeeren welke derhalven meede aansprakelijk waren. Wij zien wel dat tot het stellen van voorsz: post op Ree¬ „kening alleen van meer gemelde Bolman aanleiding word gegee¬ ren door het deswege gedaan versoek der Ministers bij hunne letteren van 5e. April 1777. Dog dat verzoek ruste op dien grond, dat het opgebragte bij de specifi¬ „catie werkelijk ten Dienste van het voorm: vaartuig was uijtge„ „geeven en verbruijkt, zo dat naar der Minissers gevoelen voorsz: belasting eigentlijk niet zag op het te veel in reekening gebragte weegens voorsz: uijtgaren¬ maar daar op dat niet tegen¬ staande de geweezen Equipagie Opzigter van der Hegge het Smalschip voor de reis naar Batavia had onbekwaam geoordeelt de arbiid aan het zelve nogtans vortgezet was, en. en dat vermits men zulks had gedaan op expresse last van den geweezen Direbteur Bosman, hij mitsdien alleen daar voor verantwoordelijk moest gehouden worden. Wij zijn in deeze bijzonder „heeden alweder getreeden hoe zeer wij anders wensch ten zulk slag van huishoudentlijke onderwerpen bij onse brieven onaangeroerd te kunnen laaten, om dat zo als uit het Vervolg nader zal blijken, wij onder deeze materie meer dan eens bedenking hebben moe¬ „ten dragen of in uwe brieven niet somtijds eenige misverstand heeft plaats gevonden omtrent deeze en geene zaken die door de Ministers UE. voorgedragen zijn en die wij over zulks tot voorkominge van verdere Confu¬ „sien en duisterheeden niet op„ „gemerkt hebben mogen voor bij gaan Wart om bij het geval te blijven waar van wij zo aan¬ 1. 327. stonds.
English
35 spoke immediately, from the aforementioned letter of the Ministers Your Honor could have seen that, according to their report, the aforementioned daily wages ran over a much longer period of time than was assumed in your aforementioned letter, since according to that report work was continuously done on the aforementioned narrow boat from the 18th of December 1774 until the 5th of January, whereby that which was brought up in the frequently mentioned specification presents itself in an entirely different light. Your Honor made not the slightest remarks on that report, much less contradicted it. And nevertheless we find that Your Honor persists in your assumption that the aforementioned work lasted no longer than four days, so that we are left in uncertainty whether and to what extent that report was taken into consideration by Your Honor. Section 328. We must likewise mention in a word that Your Honor Your Honor wished that the frequently mentioned sum of 334 rupees should be charged to the account of the former Director Bosman, or perhaps some of it if, as Your Honor added, something might still come from it, while in the same letter just before a sum of 533 rupees was passed for write-off, being the amount that the aforementioned narrow boat, having been sold for a sum of 8425 rupees, had yielded less than the additional expenses amounted to, spent both on refloating that vessel and on account of repairs and provisions to the same, and Your Honor declared to do so on the grounds that nothing could be recovered from the aforementioned Bosman, he being the cause of this damage. Section 329. We note as well done that Your Honor ordered the Skipper Gerrit ten Sunder to account for the much deeper draft of the ship Venus upon its arrival 37 We also expect that Your Honor will have considered the alteration proposed by the Ministers regarding the Instruction that must serve for the information of the ship's officers during their stay here at the roads, since, if one can rely on the report of the Equipping Overseer Boelen, the previous Instruction does not seem to have been drawn up with the requisite knowledge of matters. The alteration proposed by us regarding the Instruction for the ship's officers was favorably approved by Their High Noble Lordships by letter of the 8th of August 1778, and this Instruction was consequently altered thereafter. Section 331. The manner in which the accounts of the Moorish seafarers who are taken into service at Surat for Batavia are kept, being very cumbersome and, as it appears to us from what was dealt with regarding this in the separate letter from the Director upon arrival at the Surat roads than at the departure from the main place, and we look forward to the outcome thereof. Section 330. Director van de Graaff of the 5th of April 1777, being capable of giving occasion to confusion and very likely also to improper practices, we saw with pleasure that the mentioned gentleman had devised means to shorten this work and to put it on a more suitable footing: Yet since it was judged by the head of the General Pay Office Wannemaker that some of the propositions of the mentioned Director would be difficult to carry out, we would have wished to be informed of the grounds upon which that judgment rested: However, not having received the marginal answer of the mentioned head to the aforementioned separate letter from Mr. van de Graaff, to which reference is made in your resolution of the 5th of April 1777, we must, as we cannot do otherwise, acquiesce in the disposition that was taken by Your Honor concerning this matter, in the hope that all useless complications are avoided and the handling of 39 of this work will further be arranged on a good footing. Section 332. The Ministers seem, however, in their letters of the 27th of December 1777, to indicate not unclearly that the method that is now prescribed cannot be put into effect in all respects either, and we do not doubt, therefore, that if further experience shows that this work still requires a better arrangement, Your Honor will then take the requisite measures for this. We expect in particular that the established order to send the Moors back from the main place upon the expiration of their engagement will be carried out precisely, since the provision of good and experienced sailors depends very much upon it. Section 333. With respect to the delivered cargoes, our attention was caught among other things by the deficiency in weight on the resin brought by the ships Ouwerkerk, de Jonge Lieve, and Stavenisse to this Direction; and which especially with regard to the two last-mentioned was excessively large, having amounted to 25 and 27 percent respectively. The reason given by the officers of the mentioned ships for those deficiencies in weight being that the resin was received in single bags, and had moreover been very crumbly; we expect that Your Honor will have caused the requisite investigation to be carried out regarding this, which is all the more necessary because according to the writing of the Ministers they could not recall that the aforementioned resin was previously shipped in double bags. Whether or not the officers, according to the order, for those shortages on their pay
Dutch transcription
35 F stonds spraaken, uit voorn: mis„ „sive der Ministers heeft dan UE. kunnen blijken, dat volgens hun bericht de voorn: dagloonen over een veel langer tijd bestek heb¬ „ben geloopen dan bij voorn: uwe missive ondersteld is naar¬ „dien er volgens dat berigt aan het voorn: Smalschip reeds van den 18e. december 1774 tot den 5e Jan¬ „nuarij successivelijk gewerkt is, waardoor dan het op gebragte bij meergemelde Specificatie zig in een gantsch ander licht vertoond. UE. hebben op dat berigt geene de minste aanmerkingen gemaakt veel min het zelve tegen gesproken. En nogtans vinden wij dat UE. bij derzelver onderstelling blij¬ „ven dat het voorsz: werk niet langer dan Vier dagen geduurd heeft, zo dat wij in het onzeker gelaaten zijn of en in hoe ver dat bericht bij UE. in aanmer„ „king is gekoomen. §. 328. Wij moeten insgelijks nog met een woord aanhaalen dat UE. UE. gewild hebben, dat meergem: Som van rop„s 334. zou worden ge„ stelt op reekening van den gewee„ „zen Directeur Bosman of Som„ tijds daar van zo als UE. er heb¬ „ben bij gevoegd nog iets mogt koomen, terwijl in den Zelfden brief even te vooren ter afschrijving gepasseerd is een som van 533. rop„s of het bedraagen van het geen voorsz: Smalschip als voor een Somma van rop„s 8425: verkogt zijn¬ „de minder had gerendeerd dan de omgelden monteeren, besteed zo tot het te rieg krijgen van dat vaartuig als wegens reparatien en verstrekkingen aan het Zelve, en UE zig verklaard hebben zulks te doen op fundament, dat van voorsz: Bosman als Zijnde van deese schaade de oorsaak tog niets was te haalen. §. 329. Wij merken als welgedaan Aan dat UE. den Schipper Gerrit ten Sunder hebben g'eordonneerd zig te verantwoorden over het veel die per treeden van het Schip Venús bij deszelfs aan komst 37 Wij verwagten meede dat UE. De door ons voorgestelde veran„ zullen hebben overwogen de ver¬ „dering omtrent de Jnstructie voor de scheeps Overheeden hebben Hunne „ andering die door de Mins zijn Hoog Edelheeden bij brief van den geproponeerd omtrent de In„ 8=e Augustus 1778: gunstig geappro„„structie, die tot naricht moet „beert, en is deeze Jnstruksie inge„dienen der scheeps overheeden „volge van dien daarna verandert. geduurende der zelver verblijf hier ter Rheede, dewijl, wanneer men op het berigt van den Equi„ „pagie opziender Boelen kan¬ Staat maaken de voorige In¬ „structie niet met de vereischte Kennis van Zaaken Schijnt ge¬ „formeerd te weezen. §. 331. De wijze waar op de reekenin¬ gen der Moorsche Zeevaarende die men op Suratta voor Batavia in dienst neemt, gehouden worden van veel omslag zijnde en naar het ons toeschijnt uijt het geen deswege verhandelt is bij de aparte Missive van den heer komst ter Sourassche rheede, dan bij vertrek van de hoofd plaats, blijvende wij daar van den uijtslag te gemoed Zien. §. 330. Directeur Directeur van de Graaff van den 5=e April 1777. tot verwarring en veel ligt ook wel tot verkeerde praktijken gelegentheid kunnende geeven zagen wij met genoegen dat gem: heer op middelen bedagt was geweest, om dit werk te verkorten en op een geschikter voet te brengen: Dan vermits door het opper¬ „hooft van het Generaal soldij Comptoir Wannemaker geoordeeld is, dat sommige der propositien van gem: Directeur bezwaarlijk ter uitvoer te brengen zouden zijn, hadden wij wel gewenscht van de gronden geinformeerd te worden, waar op dat oordeel beruste: Dog niet ontfangen hebbende het marginaal antwoord van 't. gemelde opperhoofd op voor¬ „schreeve aparte missive van den Heer van de Graaff waar toe bij uwe resolutie van den 5e. April 1777. word gerefereerd, moeten wij als niet anders kun¬ „nende berusten in de dispositie die door UE. omtrent het een en ander genoomen is, in hoo¬ „pe dat alle nutteloose om¬ „slag vermeid, en de behandeling van. 39 van dit werk verder op een goe¬ „den voet zal ingerigt weezen. 1. 332. De Ministers Schijnen egter . bij hunne letteren van den 27=e December 1777. niet onduidelijk te kennen te geeven, dat de me„ thode, die kar tans is voorge¬ „schreeven, meede niet in alles ter uijtvoer gebragt zal kun¬ nen worden, en wij twijfelen derhalven niet, of zoo een na¬ „dere ondervinding doed zien, dat dit werk als nog een betere schikking vordert, UE. hiertoe als dan de vereischte maat rege¬ „len zúllen neemen. Wij verwagten in zonder¬ heid dat men de gestelde Or¬ der om de Mooren met het eindigen van hun verband van de Hoofdplaats te rug te zen¬ „den, nauwkeurig ter uitvoer zal brengen, dewijl de bezorging van goed en bevaaren Volk daar¬ „van zeer veel afhangt. 1. 333. Met opzigt tot de uijt. geleverde Laadingen is ons onder 3 onder andere in het oog gelopen het onderwigt op de Harpuis met de scheepen Ouwerkerk, de Jonge Lieve, en Stavenisse en deeze Directie aangebragt; en 't geen voor al ten aanzien van de twee laast gem: exces¬ sief groot geweest is, als re„ „spectivelijk 25. en 27. p=r Cent bedraagen hebbende. Door de overheeden van gemelde Scheepen tot reeden van die onderwigten gegeeven zijnde, dat de Harpuis in en¬ „kelde zakken ontfangen, en daar en boven zeer gruisig wal geweest; verwagten wij, dat UE. hier omtrent het ver¬ „eischte onderzoek zullen hebben doen in 't werkstel¬ „len 't geen te noodzakelijker is, om dat volgens het Schrijven der Ministers hun niet voor„ „stond, dat voorschreeve Harpuis te vooren in dubbelde Zakken is afgescheept. Wart of wel de Overhee„ „den volgens de ordre, voor die te kort komingen op haare zoldij.
English
pay accounts have provisionally been debited by the ministers, it nevertheless goes without saying that the aforementioned short weights are far too unusual not to investigate whether they are to be attributed to some mistake or other causes that may have occurred at Batavia during shipment. 1. 334. We trust that a similar investigation will likewise have been conducted regarding the 3125 lb of powder sugar brought by the ship de Jonge Lieve, and 3506 lb of that same sugar brought by the ship Stavenisse respectively, which, however, the ministers deemed unacceptable on account of its brownness; the ship's officers having been debited on their account for the aforementioned quantities, and credited in return for what the said sugar fetched at sale, which was 8 3/16 ropias per 100 lb. We will therefore await your considerations whether in this regard any suspicion of unfaithful conduct regarding the said ship's officers can have a place, or rather whether the delivery of sugar of which the quality was found to be so bad is to be imputed to those who performed the delivery and shipment at the main station; as well as to the carelessness of the ship's officers upon receiving the said sugar, while you will no doubt remember that Surat is not the only trading post where complaints have been made about the quality of the sugar that was supposed to serve for the Company's trade. Section 335. Under the article of write-ins and write-offs, some remarks were already made in the past year in our general missive section 278 concerning the discovered deficits in spices upon weighing them out. We have perceived from the ministers' letters that those short weights have once again been excessive, and we must therefore reiterate what was written in the aforementioned missive to demonstrate the necessity of investigating the true causes of those deficits. The ministers seem to have no ground to suspect anyone at this trading post of illicit trade in this regard. Those short weights, however, run far too high to be able to attribute them solely to desiccation or similar innocent causes. And the reflection appearing in our aforementioned general missive, that nothing of the kind had been discovered at other trading posts, has now lapsed because of what the Ceylon ministers have reported to you and of which mention was made here before at folio 2641. This now, added to the supply of spices that is brought to Surat from time to time by foreign nations, as appears from what will occur further on here, and that it is moreover believed that use has been made now and then of the Company's ships to conduct contraband trade with that merchandise, must without doubt give great food for thought whether all this does not have some mutual connection, so that it may very easily be said that the one affects the other. Wherefore we recommend this matter to your attention in the most serious manner. Meanwhile, it meets with our approval that the ministers have ordered the fiscal and members of the Court of Justice to exercise all possible vigilance during the weighing out of the spices so that the Company is not shortchanged through carelessness or infidelity; as well as to immediately give notice thereof to the Director whenever a shortage of more than one percent is found upon weighing out. Very strange it seemed to us upon first reading what was written by the ministers in their letter of 27 December 1777, that they would have the trade assistants check whether the sum of 21000 ropias mentioned therein, on account of expenditures both for obtained permission to repair the stone staircase and a gift presented to the Maratha Court, had not already been written off. This report of theirs, being an answer to the authorization granted in your missive of 15 August for the writing off of the aforementioned sum, and having been disposed of by you in that manner following the request made earlier to you by the ministers in their letter of 5 April to be specifically informed how that entry should be handled, it appeared very questionable to us that they should not have known already at the time of that request whether or not the same had been written off with the previous ones. Then, comparing the last-mentioned letter of the ministers with your answer to the same, it has occurred to us that they must have had an entirely different matter in mind than you seem to have imagined. For we find set down in the ministers' letter in so many words that there was an entry running in the trade books on the account of secret negotiations of 21000 ropias, which had been drawn from the main treasury by Director Bosman on a warrant of 2 March 1774, as well as that none of the Council members of that time knew what these funds had served for, while the Director had also found nothing thereof in any papers. Now we do not understand how you could have ordered the ministers regarding this entry to write the same off, under
Dutch transcription
41 zoldij reekeningen door de Ministers provisionel zijn belast, spreekt het nogtans van zelfs dat voorschreeve onderwigten al te buiten ge¬ „woon zijn, om niet te doen nagaan of de zelve aan ee„ „nig abuis of andere oorsaa¬ „ken die te Batavia bij den afscheep mogten plaats ge„ had hebben, zijn toe te Schrij¬ ven. 1. 334. Een dergelijke ondersoek vertrouwen wij dat insgelijks verrigt zal zijn omtrent de 3125. lb poeder zuijker met het Schip de Jonge Lieve, en 3506: lb van die zelfde Zuijker met het Schip Sta¬ „venisse respectivelijk aan„ „gebragt, dog die de Minis¬ ters weegens desselfs bruin¬ heid in acceptabel hebben geoordeelt; zijnde de scheeps overheeden op der Zelver reekening voor gemelde — quantiteiten gedebiteert; en daar teegen weeder gecre¬ diteerd. diteerd voor het geen gemelde zuijker bij renditie gerendeerd heeft, zijnde geweest rop„s 8 3/16. de 100. lb. Wij zullen mitsdien uwe Consideratien te gemoed zien, of ten dien reguarde eenig ver¬ „moeden van ontrouwe behan¬ „deling omtrent gemelde scheeps. Overheeden kan plaats heb¬ „ben dan wel af de aanbreng van zuiker welker qualiteit zo slegt bevonden is, te impu¬ „teeren zij aan de geenen die ten hoofdplaats daar van de afleevering en afscheep gedaan hebben; mitsgaders aan de achteloosheid der Scheeps-overheeden bij den ontfangst van gemelde Zuijker, terwijl UE zig buijten twijfel herinneren zullen dat Souratte niet het eenige Comptoir is, alwaar men over de qualiteit der suijker die voor 's. Comp„s handel had moeten dienen geklaagd heeft. §. 335. Onder het Artikel der in en 13 73 en afschrijvingen. Zijn in den voorleeden Jaare bij onse generaale missive 5. 278. reeds eenige aanmerkin„ „gen gemaakt over de ontdekte minderheeden op de Specerij¬ „en bij uitweeging van dezelve Wij hebben uijt der Mi„ „risters brieven bespuurd dat die onderwigten ander¬ „maal excessief zijn ge„ „weest en moeten derhalven herhaalen het geschreevene bij bovengem: missive, ten betoogen van de noodsakelijk¬ „heid, om naar de waare oorsaaken van die minderhee¬ „den onderzoek te doen. De Ministers Schijnen geen grond te hebben, om ten deesen Comptoire iemand van Schlink¬ schen Handel in dit opzigt te verdenken. Die onderwigten loopen egter veel te hoog om deselve alleen aan indrooging of dergelijke onschuldige oorsaaken te kunnen. Kunnen toe Schrijven; En de reflexie bij meer¬ „gemelde onze Generaale mis¬ „sive, voorkomende, dat men op andere Comptoiren niets dergelijks ontdekt had. is thans vervallen door het geen de Ceilonsche Ministers aan UE: berigt hebben en waar van hier voor f. 2641. is gesprooken. Dit nu gevoegd bij den aanvoer van Specerijen die door de vremde Natien op Suratte van tijd tot tijd word gedaan blijkens het geen hier regter naader zal voorkoomen en dat men boven dien nog meent, dat nú en dan van Comps. Scheepen gebruijk is ge¬ „maakt, om met die waar sluijkhandel te pleegen, moet buijten twijffel groot naden¬ „ken geeven of dit alles niet onderling eenige betrekking heeft, zo dat veel ligt het een gesegd kan worden op het. 45 het ander te werken. Weshal „ven wij deese zaak aan uwe attentie op het Serieuste recom„ „mandeeren. Het is inmiddels van onse goedkeuring, dat de Ministers den fiscaal en Leeden van Justitie gelast hebben om bij uijtweeging der Specerij en alle moogelijke oplettertheid te gebruijken, dat de Comp: door Achteloosheid of ontrouw niet verkort worde; mitsgaders om wanneer bij uijtweeging meer dan een p=r Ct te kort bevonden is, als dan aan den Directeur daar van terstond Kennis te geeven. zeer vreemd is ons op de eerste lectuur voorgekoomen het geschreevene door de Ministers bij húnne letteren van 27. Decem¬ „ber 1777. dat zij door de Negotie bediendens zouden doen nasien, 1. 337. ƒ. 336. of. of de daar bij vermelde Som van 21000: ropias wegens uijt„ „gaaven, zo voor bekomen verlof tot herstelling van de Steenen trap als een gedaan geschenk aan het Maratsche Hof, niet reeds was afgeschreeven. Dit hun Berigt een antwoord zijnde op de qualificatie bij uwe Missive van den 15. augus„ „tus tot het afschreijven van voormelde Som verleend en door UE. weder in diervoegen gedispo„ neerd weezende ingevolge het versoek te vooren door de Mi¬ „nisters bij hunne letteren van den 5e. april aan UE. gedaan om bepaaldelijk te moogen. weeten, hoedaanig met die Post zou moeten gehandelt worden kwam het ons zeer bedenkelijk voor, dat zij niet reeds ten tijde van dat verzoek souden hebben geweeten of dezelve al off. niet bij de vzoeken afgeschree„ „ven was. Dan vergeleekende laatst gemelden 47 gemelden brief der min=s met Uw: antwoord op den zelven, is het ons voorgekoomen dat door hem op een gansch andere zaak gezien moet zijn, dan UE. zig schijnen voorbeeld te hebben. Wij vinden tog in der min:s brief met zoo veel woorden ter neer gesteld, dat er bij de Negolie boeken op reekening. van geheime onderhandelingen een post voortliep van Rop„s 21000. , die door den Directeur Bosman op ordonnantie van den 2: Maart 1774 uijt de groote Kas geligt waaren, als meede dat niemand der Raadsleeden van dien tijd wist, waartoe dee¬ „ze gelden gediend hadden; terwijl ook de Directeur bij gee„ „ne Papieren daar van iets gevonden had. — Nú vatten wij niet hoe UE omtrent deeze Post aan de Min:s zouden hebben kunnen gelasten dezelve afte Schrijven, onder
English
among other things by virtue of an authorization already granted for that purpose in 1773, unless one were to suppose that no attention was paid to the time when the aforementioned entry appeared, which, according to what was just mentioned, was only in March 1774, which supposition would conflict too greatly with the attentiveness with which we trust the affairs of this office are also handled. We therefore look forward to the necessary elucidation regarding this matter and expect, on the aforementioned subject in the meantime, to receive further information from the report that we requested from you in our general dispatch of the year 1777, § 461. We request permission to be allowed, concerning this entry, to refer to our respectful answer to the extract from your Right Honourable general dispatch of 5 October 1777, No. 461, which is inserted into our letter to their High Mightinesses of 28 December 1778. § 338. Under the main section of Taxes and Exemptions, we have seen from your aforementioned dispatch of 15 August that by you was denied the request of the members of the Political Council to be exempted from the damages charged to them on account of the loss of the ship Walcheren. Yet, as it has not appeared to us on what grounds that denial was decided upon, we must as yet await the considerations that we requested from you in our general dispatch of the past year, § 285. We desire specifically to be informed of the reasons that prevented consideration from being given to the representations of the Ministers, that no decision was ever taken, and consequently they could not be said to have given their consent to detain the aforementioned ship here after 10 April. § 339. On account of the expenses for the renovation of the stone staircase and the placement of a new piling, for which someone dared to charge the Company an unheard-of sum, your final disposition being as yet deferred, and the provisional compensation imposed on that account having meanwhile been maintained, we observe that it appears to us that several entries of the specification submitted for those expenses were of such a nature that if only the slightest attention had been applied during the examination of that specification, they could not have remained unnoticed. The pretext that the aforementioned entries were passed by inadvertence and that one relied in good faith on the assurances of the then Director Bosman, that they had been compared with the notes kept by him and found to agree therewith; this pretext certainly provides no sufficient ground for excuse, since on that footing it would even have been unnecessary to submit the aforementioned specification to the meeting, and the verbal statement of Director Bosman could then have served instead of that submission; but just as that production took place in order to give the members of the Council the opportunity, according to their oath and duty, to examine the entries stated in the specification and to see whether they could be validated, this pretext was especially unfitting for the Secunde and Chief Administrator Sluijskens, who so often appealed to his aversion to the conduct and way of thinking of the former Director Bosman, who was therefore not unaware that not the slightest reliance could be placed on his statements, and who thus in this case could and should have set an example to the other members of the Council of supervision, so that neither through the carelessness nor through the unfaithful practices of a person so well known to him would any damage be caused to the Company. § 340. According to the indications of the Engineer Loewe, on an amount of rop.s 42501:11 alone, rop.s 25737:18 more was charged than the work actually ought to have cost; from which it is easy to infer how matters must have stood with the remaining statements consisting of things that could no longer be verified through the passage of time. § 341. Awaiting the further outcome of this matter, it meets with our approval that you have ordered the present equipage master at Gale, Abraham van der Heggen, who as former equipage master at Souratta signed the specification, to account for himself in this regard. And since the letter written by the aforementioned van der Hegge to the junior merchant Pontag, in which the first-mentioned indicates, among other things, that more than one person was involved in the frauds committed regarding the costs charged, is of too grave a content not to conduct a further investigation on that account, we do not doubt that you will have required the aforementioned van der Hegge to explain himself further regarding what he wrote. § 342. We also expect that by a serious handling of this matter, you will attempt to place yourselves in a position to judge with valid reasons the assurances given by the members of the Council.
Dutch transcription
onder andere uijt kragte eener qualificatie daar toe reeds in 1773. verleend ten waare men onderstelde dat niet gelet was op den tijd, wanneer voorsz: post te voorschijn was gekoomen, als zijnde volgens het zo even¬ gemelde eerst geweest in Maart 1774. , dan welke onderstelling te zeer zoude strijden met atten¬ „tie waar meede wij vertrouwen dat ook de zaaken van dit. Comptoir behandeld zijn. Wij Zien deshalven hier We verzoeken verlof om ons nopens. omtrent de noodige Elucidatie deeze post te moogen gedraagen aan ons eerbiedig antwoord op het Exsiakt uijt te gemoed, en verwagten op het voorsz: sujet inmiddels nadere UWel Edele Hoog Agtb: generaale Missive van den 5e. octobr: 1777. N. 461. informatien te zullen ontfan„ dat in onse brief aan Hunne HoogE„ „gen uit 't berigt, 't geen wij van „delheeden van den 28=e decembr: 1778 UE. hebben gevorderd bij onze is geinsereert. generaale missive van den Jaare 1777. 8. 461. ƒ. 338. Onder het hoofd deel van Belastingen en ontheffingen hebben wij uijt uwe meer gemelde missive van den 15e. Augustus gezien, dat door UE. ontzegd is. 1 99 9 is het verzoek der Zeeelen van den Politiken Raad, om te worden ontheeven van de hen ten laste gebragte schade wegens het verlies van het Schip Walche¬ res. Dan aan ons niet zijnde ge„ „bleeken op welke gronden tot die ontzegging is beslooten, moeten wij als nog afwagten de Conside„ „ratien, die wij van UE. hebben gere„ „quireerd bij onze Generaale mis„ „sive van den voorleeden Jaare 1. 285. — Wij verlangen speciaal ge¬ „informeerd te worden van de reedenen die belet hebben reflexie te slaan op der Ministers Ver„ „toogen, dat nimmer eenig besluit genoomen was, en zijn mitsdien niet gezegd konden worden hun„ „ne toestemming te hebben gegee„ „ven om het gem: Schip na den 10=e April hier aan te houden. 1. 339. Weegens het bekostigde tot de vernieuwing van de steene trap, en het zetten van een nieuw paalwerk, waar voor men de Maatschappij een ongehoorde Som som in reekening heeft durven brengen, uwe finaale dispositie als nog uitgesteld zijnde, en de desweege provisioneel opgelegde vergoedinge inmiddels hebbende stand gehouden, merken wij aan, dat naar het ons voorkomt ver„ „schijde posten der specificatie die van dat bekostigde is inge„ „diend, van dien aart zijn geweest, dat wanneer men slegts bij het examen van die Specificatie de allergeringste attentie aan„ „gewend had, de zelve niet zoúden hebben kunnen ongeremarqueert blijven. Het voorgeeven, dat men voorsz: posten bij in advertentie gepasseerd, en ter goeder trouwe berust had in de betuijgingen van den toenmaligen Directeur Bosman, Dat de zelve teegens de bij hem gehoúdene aantee¬ „keningen geconfronteert, en daar meede overeenkomstig bevonden waaren; dit voorgee„ „ven leevert zeekerlijk geen vol„ „doende grond úijt van verschoo¬ „ning dewijl op dien voet zelfs 7 onnodig zou zijn geweest de voorsz: voorsz: Specificatie ter vergade„ ring in te leveren, en de mon„ „delinge verklaaringe van den Directeur Bosman, in plaats van die inleevering als dan had kunnen dienen; dog gelijk die productie geschiede, ten eijnde de Leeden van den Raad geleegentheid te geeven, om volgens hunne eedt en pligt, de posten bij de Speci„ „ficatie gesteld op te neemen en te zien, of de zelve konden gevalideerd worden. zo voegde inzonderheid dit voorgeeven niet aan den Secúnde en hoofd administrateur Sluijskens, die zoo merigmaalen Zig beroepen heeft op zijnen afkeer van de gedragingen en denkenswijze van den geweezen Directeur Bosman, die derhalven niet onkundig was, dat er op des„ „selfs verklaaringen geen den minsten staat was te maaken, en die over zulks in dit geval aan de overige Leeden van den Raad een voorbeeld had kun¬ „nen en had moeten geeven, van 31 van toezigt, ten eijnde nog door de Achteloosheid, nog door de on¬ „trouwe praktijken van een Per¬ „soon bij hem zoo wel bekend, aan de Maatschappij eenig na„ „deel wierd veroorsaakt. §. 340. Volgens de aanwijzingen van den Ingenieur Loewe Zou¬ „den er alleen op een montant. van r0 p„s 42501: 11. rop„s 25737. 18. meer opgebragt zijn, dan het werk met 'er daad had behooren te kos„ „ten; waar uijt ligt op te maaken is, hoedaanig het met de overige opgaven in dingen bestaande die door verloop van tijd niet meer hadden kunnen nagegaan worden, gelegen zal zijn geweest. S. 341. Den verderen uijtslag deezer zaak te gemoed ziende is het inmiddels van onze goedkeuring dat UE. den teegenwoordigen Equipagie op zigter te Gale Abraham van der Heggen, die als voormalige Equipagie opzigter te Souratta de Speci¬ „ficatie 53 „ficatie heeft geteekend, geor„ „donneert hebben zig daar op te verantwoorden - En vermits de brief, die door voorsz: van der Hegge aan den onderkoopman Pontag is geschreeven, en waar bij de eerst„ gem: onder anderen te kennen geeft, dat in de fraudes die omtrend de in reekening ge„ „bragte kosten gepleegd zijn, meer dan een Perzoon getram¬ peerd heeft, van een al te nadenkelijken inhoud is, om desweegen geen nader onder„ „zoek te doen, twijffelen wij niet of UE. zullen voorn: van der Hegge hebben doen in fungeeren, zig nopens het door hem ge„ „schreevene nader te verklaaren. 1. 342. Wij verwagten teffens dat UE. door een ernstige behan¬ „deling deezer zaak zig zullen tragten in Staat te Stellen, om met grond te beoordeelen de verzeekeringen die door de Leeden van den Raad Hoofd.
English
have been done individually, on account of their innocence regarding the aforesaid and further committed infidelities mentioned in the aforementioned missive. §. 343. The aforementioned van der Hegge is accused by the Assistant Isaaks, who for some time performed the clerical work for him at Souratte, of having been accustomed to burden the expenditures he made for the Company by a third, and sometimes even more; in proof of which accusation, according to what was recorded in the Souratta resolution of 23. November 1777, several documents have been produced by the aforementioned Assistant Isaaks. These concurrent circumstances will perhaps open a way to now uncover the secret of various dealings that occurred under the previous Directorate, §. 344. and which, as they could not bear the light of day, have until now been diligently kept concealed; while your zeal and care for the Company's interests give us confidence that nothing that may serve to achieve this end will be left unexamined by you. Furthermore, we shall also await how the construction itself of the aforesaid work shall have been found by the aforementioned Engineer Loewe, while from what is said thereof by the Director, Mr. van de Graaff, in his separate missive of 5. April 1777, no small suspicion must arise that it suffers from no minor defects, and thus from that quarter as well the Company has been considerably disadvantaged. §. 346. On this occasion we must mention in a word N. 345. the report that has come before us regarding the weak condition of the new Hospital outside the wharf, such that in time it would cost much in maintenance, and we have therefore granted you authorization to sell that building in the most profitable manner whenever it might be dispensed with. This Hospital, however, cost the Company a very considerable sum of money only a few years ago, and we fear that if an exact survey were also made of the buildings on the wharf, their condition would be found little better, however much, not many years ago, no difficulty was made in asserting that they were then built so solid and strong that they could endure for ages. Moreover, according to the description provided, the actual sick ward would be more suitable for a Warehouse than for the use for which it properly should have served. And it would therefore not be strange to suppose that the purchase and construction of the aforesaid building was primarily, if not solely, done to let it serve for private use. It is therefore extremely necessary that further investigation be made into this matter, so that it may be known whether the faulty design and poor condition of the aforesaid new Hospital is to be attributed solely to ignorance and negligence. One can, however, hardly suspect this, since the difference between a Warehouse and a building that must be appropriated for the accommodation of the Sick is too great to allow for a mistake in that regard. We therefore expect that you will order the still remaining Members of the Ministry of that time to account for themselves regarding this as well, and send us your considerations on the aforesaid subject. In our Missive of 8=e October 1777 §. 145 we postponed our decision regarding the increase granted to the Suppliers in 1775 of 15 per cent on the Souratta and 18 per cent on the Brootchia linens, until we should have received your report of the investigation conducted as to whether the Ministers were in absolute necessity to grant such a large price increase. We now see from the Ministers' letters of 27. December 1777 that it was affirmed by the Suppliers regarding the contracts of 1775 and 1776 that they had agreed with the previous Ministry §. 347. at such prices as were stipulated in the contracts of tender; but as previously in your Missive of 15e August 1777 it was rightly noted that the general reduction of fully 10 per cent effected so quickly by the Director, Mr. van de Graaff, caused no small doubt as to whether the Company had not been charged more for the goods contracted for in the last two preceding years than should actually have been paid to the Suppliers, we doubt whether you will have been able to content yourselves with the aforesaid report of the Ministers, and leave without further inquiry and pursuit a matter that thus far appears quite suspect. Awaiting the outcome hereof, we meanwhile very gladly express our particular pleasure regarding that reduction. No less agreeable will it be to us This is currently being done according to our respectful letter to Their High Nobilities of 31=e December 1779. to see the intention of the Director to have the linens inspected by the Members of the Council, at separate tables, two by two, promptly put into execution upon a suitable occasion, as we believe that this can be of great utility for obtaining goods of sound quality. §. 349. We have regarded as a token of the Ministers' zeal to be of service to the Company's interests the sending hither of some samples of Cowries, which are brought from the African Coast to Souratta, and according to their report are generally cheaper than those of the Maldive Islands. §. 348. We thank Your Right Honorable and Worshipful Nobilities very humbly for having judged the good intention we had in this matter in such a favorable manner. However, those cowries are judged in this country to be of no value.
Dutch transcription
Hoofd voor hoofd gedaan zijn, weegens hunne onschúld aan de voorsz: en de verdere gepleeg¬ „de ontrouwigheeden waar van voorm: missive gewag maakt. §. 343. Voornoemde van der Hegge word door den Assistent Isaaks, die voor hem te souratte het schrijfwerk eenigen tijd heeft waargenoomen beschuldigd, gewoon te zijn geweest, de uijtgave die hij voor de Comp: deed, met een derde, en somtijds zelfs met meer te beswaaren, ten bewijze van welke beschuldiging den voorn: Assistent Isaaks, blijkens het aangeteekende ter Souratsche resolutie van den 23. November 1777. eenige stukken geprodu„ ceerd. zijn. Deeze Samen loopende om¬ „standigheeden zúllen misschien een weg openen, om thans agter het geheim te koomen van ver¬ „scheide bedrijven onder de voorige Directie voorgevallen, §. 344. en 35 en die men, als het ligt niet hebbende kunnen voelen, tot hier toe zorgvuldig getragt heeft verborgen te houden; ter¬ „wijl uw eiver en Zorg voor Comp„s belangen, ons doen vertroúwen, dat niets 't geen ter berijking van dit einde zal kunnen strekken door UE. zal worden onbezogt gelaaten. Voorts zullen wij meede afwagten, hoedaanig de Exstrac¬ „tie zelve van het voors: werk, door voorm: Ingenieur Loewe bevonden zal zijn, terwijl uijt het geen door den Heer Direc¬ teur van de Graaff daar van bij zijne aparte missive van den 5. April 1777. gezegd word. niet wijnig vermoeden moet rijsen, dat het zelve aan geen geringe Defecten laboreert, en men dús ook van dien kant de maatschappij niet wijnig benadeeld heeft: S. 346. Bij deeze geleegentheid moeten wij met een woord aan. N. 345. haalen haalen, het Berigt het geen ons is voorgekoomen noopens de Zwakke gesteldheid van het nieuwe Hospitaal buiten de werff zodanig dat het zelve door den tijd veel van onderhoud zoú Kosten en UE. daarom qualificatie ver„ leend hebben om wanneer het zelve te missen mogt zijn, dat gebouw als dan op de voor¬ „deelijkste wijze te verkoopen. Dit Hospitaal heeft egter aan de Maatschappij maar wijnig Jaaren geleeden, een zeer importante somme gelds gekost, en wij dugten, dat zoo van de gebouwen op de werf meede een exacte opneem geschiede, de gesteldheid der zelve wij¬ nig beter bevonden zoú worden. hoe zeer men niet veele Jaaren geleeden geene zwaarigheid gemaakt heeft te verzeekeren, dat de zelve als toen zo hegt en Sterk gemaakt waaren, dat ze te Eeuwen zouden kunnen verduuren. Boven dien zou naar de 57 de gedaane beschrijving het eigentlijke zieken vertrek meer geschikt zijn tot een Pakhuis, dan voor het gebruik waar toe het zelve eigentlijk had moeten dienen. En het zou mitsdien niet vreemd zijn te onderstellen dat de in koop en exstructie van het voors: geboúw voornaamlijk, zoo niet eeniglijk gedaan was, om het zelve tot particuliere gebruijken te laaten dienen. Het is derhalven ten uiterste nodig dat hier omtrent nader ondersoek gedaan worden op dat men weete of de ver„ keerde aanleg en slegte ge„ „steldheid van het voorsz: nieuwe Hospitaal alleen aan onkien„ „de en Achteloosheid zij toe te schrijven. Men kan zulks egter naaus„ „lijks vermoeden, dewijl het on„ „derscheid tusschen een Pak„ „huijs en een gebouw dat tot berging der Zieken geappro¬ prieert moet worden, te groot is, om daar omtrent te kun„ „nen mistasten. Wij Wij verwagten mitsdien dat UE. de nog aanwezige Leeden van het Ministerie van dien tijd zullen gelasten zig hier over meede te verant„ „woorden, en uwe Consideratien op het voors: Lujet ons doen toekoomen. Bij onse Missive van den 8=e October 1777. 8. H45. hebben wij onse dispositie over de in 1775 aan de Leveranciers toege¬ „staane verhooging van 15 prC=to op de Souralse en 18. prCto op de Broos Chiasche Lijwaten uitge„ steld tot dat wij zouden hebben ontvangen uw berigt, van het gedaane ondersoek, of de Minis„ „ters in een volstrekte nood sa¬ kelijkheid zijn geweest tot het geeven van een zodanigen groo¬ „ten Opslag van prijs. Wij zien als nu uit der Ministers Letteren van 27. De¬ cember 1777, dat door de Lievera „ciers omtrent de aanbesteedin„ gen van 1775 en 1776. was betuijg dat zij met het voorige Minister ƒ. 347. over 59 over een gekoomen waaren tot zodanige prijsen als bij de Contracten van aanbesteeding stonden bepaald; dog daar te vooren bij uwe Missive van 15e Aug„s 1777. te regt was aange„ „merkt, dat de door den Heer Directeur van de Graaff Zoo spoedig bewerkte Genelraale vermindering van wel 10. pr C=to geen geringe bedenking veroor„ „saakte, of de Maatschappij voor de goederen in de twee Jongst voorgaande Jaaren aan„ „besteed niet meer in reekeninge gebragt was, dan werkelijk— aan de Leveranciers betaald had moeten worden, twijffelen wij of U E. met het voorsch: be„ „rigt der Ministers zullen heb„ „ben kunnen genoegen neemen, en buijten verdere naarsaag en vervolg laaten een zaak die tot nog toe vrij wat suspect voorkomt. Hier van den uijtslag te gemoed ziende betuijgen wij im¬ „midders zeer gaarne over die Vermindering ons bij zonder Ge„ noegen. Niet. 3 Niet minder zal het ons Dit word thans gedaan blijkens aangenaam zijn het voorneemen onsen eerbiedigen brief aan Hun „ne Hoog Edelheeden van der van den Heer Directeur, om de Lijwaaten door de Leeden van den 31=e December 1779. . . — Raad, aan aparte tafels, twee aan twee te doen bezigtigen, bij bequaame geleegentheid da„ „delijk ter uijt voer gebragt te zien al zo wij meenen dat zulks van veel niet kan zijn ter bekooming van deugdsaa„ „me goederen. §. 349. Wij hebben als een blijk We bedanken uWel Edele van der Ministeren eiver, om Hoog Agtb: zeer nedrig van het aan Comp„s belangen van dienst goede oogmerk dat we in deezen ge„ te weesen aangemerkt, de her„ „had hebben, op zo een gunstige „waards Zending van eenige wijze te hebben beoordeelt. monsters van Kauris, die van de Afrikaansche Kust op Sowat¬ „ta aangebragt word, en volgens hun berigt doorgaans beeter koop is, dan die der Maldioi„ „sche Eilanden Dog die kauris hier te Lande van geen waarde ge¬ §. 348. oordeelt.
English
having been judged, we cannot make use of their proposal to have a certain quantity of the same sent to us annually. Paragraph 350. The proposal made by the Director to also purchase annually at these offices some parcels of kapok, in order to send the same among others to Cochin for sale there, having been declined by Your Excellencies for the reason that not much reliance could be placed on the stated purchase price of 75, 80 to 85 rupees per candy of 690 lb, and moreover that all possible economy had to be observed in the employment of the ships. The application of this latter point has appeared questionable to us, because, as it seems to us, the aim of the Director's proposal went no further than in so far as the otherwise remaining empty space in the ships would permit the execution of that proposal, while the quotation of the current kapok prices given by him to Your Excellencies since then will already show Your Excellencies that, if one observes the right time for that purchase, one would then not need to spend more than the stated prices. However, with these reflections we by no means intend a recommendation of the aforesaid trade in kapok between Surat and the Malabar. For this purpose we would need to be further informed whether and to what extent it is judged that the importation and sale of this article on the Company's behalf at Cochin could be a means to direct the trade that is carried on along the Malabar Coast more and more toward the said place, and thereby increase the sale of such articles that yield fine profits, such as spices and Japanese bar copper. On the other hand, we ought to be instructed whether, since the kapok of Surat is far preferred over that which the Bombaras sell on the Malabar, and the Company has great need of these merchants, whether, we say, so much prejudice could be brought to the navigation and trade of the latter on that coast by the importation of Surat kapok, that the trade carried on by the Company with the aforesaid Bombaras would suffer any detriment thereby. Yet, however much we think that these and similar considerations ought to take place before one proceeds to such measures that tend to immediately establish a new branch of trade, one can nevertheless best judge their validity through experience, and such might perhaps have provided a reason to put the proposal made to the test. Paragraph 351. The Director having also suggested whether the kapok could be of service for the trade that is carried on from Batavia, Your Excellencies have declined this in your secret letter of the 15th of August on the consideration that this article was sold the last time in Bengal at a loss, and in China with a profit of only 10 per cent; but it has not been possible for us to trace with what intention Your Excellencies then, alongside your general letter, made a demand for kapok, it being requested in the separate letter from the Director dated 27 December that, if Your Excellencies continued to wish to be served therewith, the authorization might in that case reach him somewhat early and in a secret letter, in order to be able to profit from the market before it became noticeable. The prices of kapok vary in China from one year to another, sometimes very noticeably. In recent years, according to statements of several merchants who trade in China, the same has been sold there for 8½ to 12 tael per picul. If one now deducts from a candy of 690 lb 65 lb, being fully 9 per cent for spillage and other charges, there remains net for sale 625 lb, or 5 piculs. A tael is reckoned here to amount to 3 1/16 rupees, but if one takes only 3 rupees for it, this lowest selling price in China of 8½ tael for 5 piculs makes 127½ rupees, which amounts to fully 41 per cent on the purchase cost of 90 rupees, if, to be safer, one also sets the lot prices at that, and it is easy to see that if the kapok could not yield this profit at the very least, the Bombay and Surat merchants, who send several thousand candies thereof to China every year, would not be able to trade in it, considering the high ship freights they must pay for such voluminous goods. There is therefore in our view a discrepancy between that demand and your separate advices, which we do not know how to reconcile at present, and regarding which we accordingly await Your Excellencies' elucidation. Paragraph 352. Having extensively discussed the article of the importation and sale of sugar at these offices on previous occasions, we cannot at present enter anew into a discussion of the grounds upon which Mr. van de Graaff has calculated the advantage that, according to his thoughts, lies for the Company in that trade; we consequently adhere to what was written to Your Excellencies in our General Letter of last year, paragraphs 273 and 347. It is very honorable to the Director that what he took the liberty to observe concerning this was not displeasing to Your Right Honorable Excellencies, and he hopes that the selling prices of sugar on this coast may serve more and more as proof that the Company can trade therein with profit. We have nevertheless read with pleasure the address of the Director on the subject of the aforesaid trade; it being especially to our approval that occasion is thereby given to examine that trade in its entire context, and thus, while considering the profits that in his opinion are to be gained with the aforesaid trade at these offices, to observe at the same time the advantages that may be enjoyed therefrom elsewhere at the same time. Paragraph 353.
Dutch transcription
61 „oordeelt zijnde, kunnen wij van hun Voorstel om van de zelve ons Jaarlijks een bepaalde quantiteid te doen toekoomen, geen gebruijk maaken. §. 350. De propositie die door den Directeur is gedaan om meede Jaarlijksch ten deezen Comptoi„ „ren eenige partijen kapok in te koopen, om dezelve onder andere naar Kochim te zenden ter verkoop aldaar, door UE. gedeclineerd zijnde, om rede¬ „nen dat op de opgegeevene inkoops prijs van 75. 80. a 85. rop„s het Kandijl van 690. lb niet veel staat was te maaken, en boven dien in het emploi der Scheepen alle moogelijke me¬ „nage moest worden betragt. Is de applicatie van dit laatste ons bedenkelijk voorgekoomen, om dat naar het ons toeschijnt het oog¬ „merk van des Directeurs voorstel niet verder gierg, dan dan in zo ver de anders overblij¬ „rende leedige ruijmte in de Schee„ „pen de uijtvoering van dat voorstel zou toelaaten, terwijl de seedert door hem aan UE gedaane opgave van den Cours der Kapak prijzen, UE. reeds zal doen zien, dat wanneer men den regten tijd, voor dien in koop waarneemt, men als dan geen hooger dan de opgegeevene prij¬ „zen zou behoeven te besteeden. Wij bedoelen egter met deeze reflexien geensints een aanprijsing van voors: Handel in kapok, tússchen souratta en de Mallabaar. Hiertoe zouden wij naader moeten zijn geinformeerd, of en hoe ver men oordeelt dat de aanbreng en verkoop van dit Articul Comp„s= weege te Cochim een middel zou kunnen zijn, g om den Handel die ter Malla„ „baarsche kuste worde gedree„ „ven naar gemelde plaats meer en meer te Leiden, en hierdoor het vertier van zulke articuelen, die 63 die fraaije winsten geeven als daar zijnde specerijen en het Japansch staafkoper te doen toeneemen. Aan den anderen kant zouden wij dienen onderricht te weezen of, naardien de Kapak van Souratta ver geprefereerd word, boven dien de Bombaras¬ „sen op de Mallabaar verkoo„ „pen, en de Maatschappij dee„ „ze handelaaren heel zeer noodig heeft, of zeggen wij aan de vaart en Handel van laastgem: op die kust, door den aanvoer van Souratsche Kapak, zo veel prejuditie zou kunnen toegebragt worden dat de Handel, welke door de Maatschappij met voorn: Bam„ „barassen word gedreeven, daar¬ „door eenig nadeel Leed. Dog hoe zeer wij meenen, dat deeze en portgelijke over„ „weegingen plaats behooren te hebben, alvoorens men tot zulke zulke maatregulen overgaat, die strekken om een nieuwen tak van handel daadelijk aan„ „te leggen; kan men egter over de gegrondheid der zelve door de ondervinding het best oordee„ „len, en Zúlks had misschien een reeden mogen uitleeveren, om van het gedaane voorstel een proef te neemen 8. 351. Door den Directeur teffens De prijzen van de kapak ver„ Geoppeerd zijnde of de kapak „schillen in China van het eene 7 van dienst zou kunnen zijn, voor Jaar tot het andere zomtijds heel merkelijk. Jn de jongste Jaaren den Handel, die van Batavia is de zelve volgens opgave van word gedreeven, hebben UE. Zulks verscheijde kooplieden die op China bij der zelver secreete letteren handelen, aldaer verkogt voor 8½ tot 12. tail de pikkel. Wanneer men nu van den 15=e Aug„s gedeclineerd van een Kandijl van 690. lb aftrekt uijt aanmerking, dat dit 65. lb zijnde ruijm 9. p=r C=to voor spillage en andere ongelden, blijven er zuiver Articul de laatste maal in ter verkoop over 625. lb: of 5. pikkels. Bengaalen met verlies, en in Een tail word hier gereekent te bedraa¬ China met een Winst van slegts. „gen 3: 1/16. rop=s, dog als men daar voor alleen 3. rop„s neemt, maakt deeze 10. p=r C=to verkogt was; dog het laagste uijtkoops prijs in China van is ons niet moogelijk geweest 8½ tail, voor 5. pikkels rop=s 127½. het na te spooren, met wat insigt geen ruijm 41: prCto bedraagt: op het UE. als dan nevens derzelver in koops. gemeenen. ƒ 63 gemeenen brief een Eisch van inkoops kostende van 90. rop„s, zo men Kapak gedaan hebben, wordende ook om zeekerder te gaan de kavel prijzen daarop steld en het is ligt te bij den leparten van den Di„ derken dat zo de kapak deeze winst „recteur de dato 27. December niet ten allerminsten afwerpen kon, de bombaijze en suratse kooplieden versogt dat zo UE. bij voortgang die daarvan alle Jaaren verschijde duij daar van geliefden gediend „zende Kandeelen na China Zenden, te zijn de qualificatie hem daarin niet zouden kunnen hardelen in dat geval wat vroeg en bij gemerkt de hooge scheeps vragter die een secreet schrijvens mogt ze voor zulke volumineuse goederen moeten betaalen. toekoomen, om eer het zugt„ „baar wierd van de markt te kunnen profiteeren. Daar is derhalven in ons oog tusschen dien Eisch en uwe aparte advisen een ongelijkheid, die wij thans niet weeten hoe te vereffenen, en waar omtrent wij over zulks Uwe elucidatie te gemoed zien. 1. 352. Het Artikul van den aanvoer en verkoop van Suiker ten deezen Comptoire bij voo¬ „rige geleegen heeden omstandig verhandeld hebbende, Kunnen wij thans niet op nieuw treeden in in een discusie der gronden, waarop de Heer van de Graaff het voordeel bereekend heeft, 't. geen naar zijne gedagten voor de Maatschappij in dien Handel is geleegen, wij inheereeren mits„ „dien het geen UE. is aange„ „schreeven bij onzen Generale brief van den voorleeden Jaare §. 273. en 347. — Wij hebben niet te min Het strekt de Direkteur zeer ter het Vertoog van den Directeur Eere dat het geene Hij de Vrijheid ge„ op het Sujet van voorsch: Han¬ „bruijkt heeft hierover aantemerken, UWel Edele Hoog Agtb: niet onge„del met genoegen geleezen; „vallig geweest is, en Hij hoopt- zijnde het in zonderheid van dat de verkoops prijzen van de onse goedkeuring, dat door zuijker op deeze kust meer en meer het zelve aanleiding word zullen moogen dienen ten bewijze gegeeven om dien Handel in dat de komp: daarin met voordeel desselfs geheelen saamen„ handelen kam. hang na te gaan, en dus ter¬ „wijl men de Winsten beschouwt die naar zijne gedagten met voorsz: handel ten deezen Comptoi ren te behaalen zijn, teffens in agt te neemen de voordeelen, die men daar van ter Zelfder d tijd, elders genieten. §. 353.
English
67 paragraph 353. In our General Letter of last year paragraph 277 we have already made the reflection that the ministers in their requisition had risked several articles which had previously been sold with little or no profit, indeed even at a loss; without their having demonstrated on what ground they believed they would currently find a better market for those articles; and it is therefore in conformity with our expectation that your Honour has not seen fit to fulfill that requisition. Regarding the sale of merchandise brought into this Directorate by the ships Stavenisse and the Jonge Lieve, we regard as not unpleasant the profit of 215 3/4 percent which they have generally 68 paragraph 354. yielded. We would nevertheless have wished that higher prices could have been stipulated for the sugar, and particularly the Japanese bar copper, that of the last-mentioned article being already the regulation. Meanwhile we must consider it a very good thing that payment would take place so expeditiously that 100,000 rupees could be sent with each of the aforesaid two ships upon their return, just as in the spring a like amount had accompanied the ship Ouwerkerk. The cloth requisitions in the two most recent preceding years having been larger than customary, we were able in December 1778 to dispatch no more than one lakh of rupees to Ceylon. To Cochin in December 1779 one lakh of rupees was sent, which we had to negotiate according to our respectful letter to Their High Nobilities of 31 December 1779, which has now again been discharged out of the received monies from trade. And since it appears that one will be able under the present administration to rely annually upon that and perhaps an even larger sum, we submit to your Honour for consideration whether it will not be useful to devise a fixed basis 69 to find for those monies on each occasion a prompt and advantageous employment. paragraph 356. The remainder of the so-called single cloves having already been sold out in August, we regard it as a sign of good deliberation that the ministers, in order not to bring the sale of that spice to a standstill, took recourse to the cloves that were packed with the nutmegs. And we reiterate what we have said above in more than one place and lastly in paragraph 303 regarding the necessity of always keeping a good parcel of cloves in stock. paragraph 357. Yet it has furnished us with considerable cause for concern to find noted on the manifests of the cargoes brought by foreign ships and vessels 70 a substantial quantity of spices and in particular cloves, it being not without reason suspected regarding some parcels that they were obtained at the capital by means of contraband trade carried out. Abiding by what we have already set down on this subject previously in paragraph 335, we must once again earnestly recommend to your Honour to exercise more than ordinary supervision in a matter of such great importance, and to trace as much as possible where the contraband trade carried out actually originates. It would then, as it appears to us, easily happen that even if the contraband trade carried out were not sufficiently proven in law, the 71 concurring circumstances nevertheless gave enough certainty to employ more efficacious means for the prevention thereof than hitherto seems to have been possible. paragraph 358. To this belongs, in our opinion, in particular the inquiry into whether the foreign ships that come from Batavia and bring spices were at the roadstead there simultaneously with Company ships which conveyed the nutmegs and cloves from the Eastern Provinces, and on whose cargoes one currently discovers so often more than ordinary deficiencies in weight. Thus, to allege an example of this, it will have been useful that your Honour caused an investigation to be made whether, and what presumption there may be, that the 12,937 lb of garyophyllon cloves 72 brought to Bombay on 18 October 1777 with the English ship Hanton were traded through the indicated channel. Furthermore, we do not doubt that your Honour will continually cause all possible inquiries to be made by the ministers in general and the Director Mr. van de Graaff in particular regarding what relates to similar arrivals, while it will always afford us particular pleasure whenever even the slightest suspicion that arises in this regard among the ministers is brought to your knowledge in a suitable manner. paragraph 359. We hope at least that we shall not again be given any reason to fear that spices are brought secretly to this coast with the Company's own ships, 73 as was indicated by the brokers to have occurred previously. And however much we in every way approve that your Honour caused an attempt to be made to see if anything could currently still be discovered regarding that trade carried out, it was nevertheless easy to foresee that this inquiry would prove fruitless; since it had to be deemed safest to pretend ignorance regarding a case of which the mere possession of knowledge, without reporting the same, was a crime. paragraph 360. We hold as proof of prudence and good care regarding the Company's interest the order given so that by the Director and the Second in paragraph 361. the.
Dutch transcription
Co 67 1. 353. Bij onse Generaale Mis¬ „sive van voorleeden Jaare 8. 277. hebben wij reeds reflexie ge„ „maakt dat de Ministers bij hunnen Eisch verscheide arti¬ „kulen gewaagd hadden, die te vooren met wijnig of geen voor¬ „deel, Ia zelfs met Verlies ver„ „kogt waaren; zonder dat door hun was aangetoond, op wat grond zij meenden tegenwoordig voor die Artikelen een beeter markt te zullen aantreffen; En 't is derhalven Conform onse verwagting dat UE. niet hebben goedgevonden dien Eisch te voldoen Belangende den Verkoop van Handel waaren met de Scheepen Stavenisse en de Jonge Lieve in deeze Direc„ „tie aangebragt, beschouwen wij als niet onaangenaam de Winst van 215 /4. p„r C=to , die de zelve over het algemeen 8. 354. hebben Ondertusschen moeten wij De lijwaat Eijschen in de als een zeer goede zaak aan mer„ twee jongst voorgaande Jaaren groo„ „ter geweest zijnde dan na gewoon„ hen, dat de betaling, zo vroeg„ „te hebben we in decembr: 1778. niet „tijdig zou geschieden, dat met meer dan één lak ropijen na Ceijlon elk der voorm: twee Scheepen bij kunnen bezorgen. Na Cochim hun retour 100'000. Ropijen konden is in Decembr: 1779. één lak ropijen versonden worden, zo als zulk gezonden, dat we hebben moeten in het voorjaar met het Schip negotieeren volgens onsen eerbie„ „digen brief aan Hunne Hoog Edel „ Ouwerkerk tot een gelijk bedra„ „heeden van den 31. ' Decembr: 1779. het „gen meede gegaan was. — welk uijt de ingekoomene penn: van En vermits het zig laat den Handel, nu wederom is afge„ aanzien dat men op die en veel ligt nog grooter som Jaar„ „lijks onder het teegenwoordig bestuur zal kunnen staat maa¬ „ken, geeven wij UE. in beden„ „king, of niet dienstig zal zijn een vallen voet te beraamen, „legte. §. 355. hebben gerendeerd. Wij hadden egter wel ge„ „wenscht, dat voor de Suijker, en in zonderheid het Japansch staafkooper hooger prijzen waaren te bedingen geweest, zijnde die van laatsgemelde Artikel bereeden de bepaling. om 69 om die penningen telkens een spoedig en voordeelig emploi te doen vinden. §. 356. Het restant van de Zoo genaamde enkelde Nagulen reeds in Augustus uit verkogt geweest zijnde, beschouwen wij als een blijk van goed overleg; dat de Ministers, om het debiel van die specerij niet te doen stil¬ „staan, tot de Nagulen hebben recours genoomen, die met de Nooten waaren afgepakt. En wij houden voor her¬ „haald 't geen wij hier boven op meer dan eene plaats en laatst §: 303. gezegd hebben over de noodsaakelijkheid, om altoos een goede parthij Nagu „len te doen in Voorraad blijven. 1. 357. Dan het heeft ons vrij wat stof van bedenkelijkheid verschaft, op de Leijsten van de Ladingen met de vremde Scheepen en Vaartuigen aangebragt aangebragt een aanzienlijke quantiteit van Specerijen en in zonderheid Nagelen, geno„ teerd te vinden, zijnde om„ „trent sommige parthijen niet sonder grond te vermoeden, dat men de zelve door Middel van gepleegden Sluikhandel aan de Hoofd plaats bekoomen heeft. Ons gedraagende aan het geen wij op dit Lujet reeds hier voor 8. 335. hebben ter needer gesteld moeten wij nogmaals UE. op het ernstige recomman„ deeren op een zaak van zo Groot belang een meer dan gewoone toezigt te doen ge„ „brúijken, en zoo veel moogelijk na te spooren waar de ge„ „pleegde sluijkhandel eigent„ „lijk 't huijs hoort. Het zoude als dan naar het ons voorkomt ligt gebeu„ ren, dat schoon al de gepleeg¬ „de Sluijkhandel niet ten regten genoeg beweezen wierd, de 7 de zamen loopende omstan„ „digheeden egter zeekerheid geroeg gaven om tot weering van den zelven efficacieuser middelen te gebruijken, dan tot nog toe schijnt te hebben kunnen geschieden. §: 358: Hier toe behoort onses- bedunkens in zonderheid het onderzoek, of de vreemde schee„ „pen die van Batavia koomen en specerijen aanbrengen daar ter Rheede zijn geweest, ge„ „lijktijdig met Comp„s Scheepen, die uijt de oostersche Provinci„ „en de Noten en Nagulen overvoeren, en op welker ladingen men thans - zoo dikwils meer dan gewoone onderwigten ontdekt Dus zal het om hier toe een Voorbeeld te allegeeren dien¬ „stig zijn geweest, dat U. E. heb„ „ben doen onder zoeken of, en welke presumtie er kan weezen, dat de 12937: lb Garioffel Nagulen op op den 18. . October 1777. , met het Engelsch Schip Hanton te Bom„ „baij aangebragt langs het aan„ „geweesene Canaal in gehandeld zijn. Voorts twijffelen wij niet, of U. E. Zullen door de Ministers in 't algemeen en den Heer Directeur van de Graaff in 't bij¬ „zonder steeds alle moogelijke informatien doen neemen, nopens het geen betrekking heeft tot zoort gelijke aanbrengen ter¬ „wijl het ons altoos een bij zon¬ „der genoegen zal verschaffen, wanneer zelfs het geringste ver¬ „moeden, 't geen desweege bij de Ministers plaats heeft op een Convenabele wijze ter uwer Ken¬ „nisse gebragt wordt. ƒ. 3. 60 Wij hoopen althans dat ons niet weeder eenige reeden zal worden gegeeven, om te vreezen, dat met Comp„s eijgen ƒ: 359. Scheepen. 73 Scheepen de Specerijen op dee¬ „ze kust ter sluik aangevoerd worden, zo als door de Make¬ „laars te kennen is gegeeven voor„ heen geschied te zijn. En hoe zeer wij alzints ap¬ „probeeren dat UE. hebben doen beproeven, of omtrent dien— gepleegden Handel, thans nog iets te ontdekken zoude zijn, was het egter ligt te voorsien, dat dit onder zoek vrúgteloos zoú afloopen; de¬ „wijl als 't veijligste geoor„ „deeld moest worden ignorantie te pretendeeren nopens een geval waar van alleen het draagen van kennis, zonder het zelve aan te geeven een mis¬ „daad was. Wij houden voor een bewijs van voorzigtigheid en goede Sorg omtrent Comp: belang de ge„ „stelde ordre, ten einde door den Directeur en Secunde in ƒ 3. 61 het.
English
in future with the Brokers, no dealings take place without the knowledge of the other Council members, nor separate accounts be kept with them; yet since Your Honours were moved to this by the experience of the arbitrary conduct, so prejudicial to the Company, that took place in this regard under the previous administration, it would have been far more agreeable to us if, by more timely provision, the loss and detriment to which the Company has now been exposed had been prevented. And since Director Van de Graaff has proposed to Your Honours how this intention of yours could best be fulfilled without any notable delay of the work, we shall await your disposition on this matter. The sales continue to take place as usual in the meeting, and from time to time we confront the accounts, both of the goods collected and of the monies received, with the Brokers, likewise in the meeting; and Their High Nobilities, whom we have informed of this, have been so good as to acquiesce therein. Paragraph 362. Section 362. reduction of their old debt. With reason Your Honours wrote to the Director that in the delivery of merchandise on credit to the Brokers, not too much circumspection can be used, as he had great doubts whether the old debts of the Brokers would indeed ever be recovered in full. Paragraph 363. Meanwhile we wish that one may continually keep the said Brokers to this: that a sum of 5000 rupees be paid by them monthly in reduction of their old account. The Brokers did not comply with the promised payment of 5000 rupees a month for long, only until the end of August 1777, for it then became clearly apparent that to fulfill this promise further, they would have to resort to the monies produced from the new goods. They have nevertheless paid off some money from time to time since then. Presently, instead of the 10000 rupees that they had undertaken to pay according to our humble answer to the extract from Your Right Honourable Generosity's General Letter of 25 September 1778, Section 284, they have granted a bill of exchange of 12000 rupees on the Authority of Padang, Van Heemskerken, to serve in reduction of their old debt. Section 364. The aforementioned debts having still been large under the date of 25 December 1776, as appears from what was noted in our letter of the past year, folio 284, and amounting to 292193 rupees, it will be agreeable to us if the same have genuinely been reduced to the sum of 148620 rupees, at which that reduction is stated in the ministers' letter of 27 December 1777. The adjacent mentioned 35000 rupees are paid to the Company at Batavia. We say that this will be agreeable to us because we have found included among the entries for that reduction a sum of 35000 rupees that was to be received at Batavia for the Brokers' account, and it has not appeared to us whether the ministers had sufficient grounds of certainty that this expectation of theirs would be met. In any case, we conform with the reflection made by you that the said debts under the date of the end of August 1775 amounted to only a sum of 119105 rupees, not doubting that the ministers will let that reflection serve for their guidance. Folio 365. Section 365. These 15000 rupees have since been withheld from the tolls. That the Nabob's debt still outstanding under the end of August 1776 on account of the advance issued on the toll account had since been settled, we saw with pleasure. And we pass over that, for the particular reasons that one had to indulge the Nabob a little, a new advance of 15000 rupees was made to him, expecting that this debt too will already have been settled in account. Paragraph 367. Furthermore, we have learned to our particular satisfaction that the negotiated monies chargeable to the Company mentioned in our General Letter of the past year, Section 283, were now completely paid off. Number 366. Paragraph 368. Section 368. With respect to the statement of accounts for the financial year 1775/76, we can express our satisfaction with Your Honours that, since the profits in the said financial year amounted to a sum of 294707:19:8 guilders and the expenses against them to an amount of 77340:8:8 guilders, this office of the Company has consequently advanced on its own by a sum of 217367:11:- guilders, and in comparison with the previous financial year by an amount of 20902:7:- guilders. The presentation made by the statement of accounts for the following financial year of 1776/77 is even more advantageous, as the profits therein are stated at a sum of 488927:14:8 guilders and the expenses at an amount of 67227:-:- guilders, so that the former exceed the latter by an amount of 421700:14:8 guilders. Paragraph 369. These goods are included in the adjacent mentioned profits. However, in order to accurately determine the true state of this office of the Company
Dutch transcription
het vervolg met de Makelaars, niet sonder kennis van de overi¬ „ge Raadsleeden gehandeld dan wel aparte reekeningen met dezelve gehouden worden, dog wijl UE. hier toe zijn bewoo¬ „gen door de ondervinding van het willekeurig en voor de Maatschappij, zoo praejiediciabel gedrag 't geen ten dien opsig ten onder het voorig bestuur heeft plaats gehad, zou het ons. vrij aangenaamer zijn geweest, in dien door een tijdiger voorsie¬ ning, de Schade en 't nadeel ver¬ 4 „hoed was, waar aan de Comp: als nu is bloot gesteld geworden. En vermits door den De verkoopingen geschieden steeds na gewoonte in de vergade„ Heer Directeur van de Graaff „ring en van tijd tot tijd kon fronteeren aan UE. is voorgesteld, hoe¬ we de reekeningen zo wel van de „daanig zonder een merkelijke afgehaalde Goederen als van de ontfangene gelden met de Make „ vertraging van het Werk aan 2 „laars, insgelijks in de Vergadering; deeze uwe intentie het best en Hunne Hoog Edelheeden, aan wien „ zoú kunnen voldaan worden, we hiervan hebben kennis gegeeven, 7 zijn zoo goet geweest van daarin te zullen wij uwe dispositie hier omtrent afwagten. berusten: §. 362. 72 1. 362. „ring van hunne oude schuld. Het reeden hebben UE. den Directeur aangeschreeven, dat in de afgave van Koopman„ schappen op Credit aan de Makelaars niet te veel om„ „standigheid gebruijkt kan wor¬ „den, alzoo bij den zelven veel bedenking wierd gedragen of de oude Schulden van de Makelaars wel immers geheel 73 zouden inkoomen. §. 363. Inmiddels wenschen wij, Aan de beloofde betaaling van 5000. rop. s 's maands hebben de Makelaers niet lange vol„ dat men gemelde Makelaars daar „daan dan tot ult„o Augustus 1777. want doen bleek het klaarlijk dat ze om deeze belofte toe steeds zal kunnen hoúden. verder te vervullen, toevlugt zouden hebben moeten neemen tot de gelden geproctueerd dat door hen maandelijks in uijt de nieuwe goederen. Ze hebben niet te min zeedert van tijd tot tijd eenig geld afge„mindering van derzelver oude „legt. Thans hebben ze insteede van de reekening een som van Rop„s 5000. 10000. rop. s die ze volgens ons nedrig antwoord op het Extraks uijt uWel Edele Hoog Agtb: geafgelegt te werden. „neraale Missive van den 25. Septembr: 1778. 8. 1. 364. 284 hadden aangenoomen te betaalen, verleend een Wissel van 12000. rops. op de Gezaghebber van Padang van Heemskerken om te dienen in minde Voorn: Schulden onder den Datum van 25: December 1776. nog groot zijnde geweest, blijkens het genoteerde bij onze letteren van den voorleeden Jaare f. 284. en De hierneevens vermelde aan de komp. betaalt. en montant van rop s 292193;- zal het ons aangenaam zijn indien de zelve rieel vermin¬ „dert zijn, tot de som van rop„s 148620, waar op bij der min„s letteren van 27: December 1777 die Vermindering gesteld is. Wij zeggen dat ons zulks rop„s 35000. zijn te Batavia aangenaam zal weezen, om dat wij onder de posten voor die vermindering gebragt hebben gevonden een som van rop„s 35000. die te Batavia voor der Makelaars reekening zou in¬ „koomen, en ons niet gebleeken, is, of de Ministers genoegsaa¬ me grond van seekerheid ge„ had hebben, dat aan deeze hunne verwagting voldaan zoú worden. In alle geval Conformeeren wij ons met de door UW. gemaakte reflexie, dat gem: schulden on„ „der den datum van Ult„o Augst. 1775. maar hebben beloopen een somma van 119105. Ropijen niet twijffelende of de Mins 7 zullen die reflexie tot na„ „rigt laaten strekken. f. 365. 47 1. 365. Deeze 15000. rop=s zijn zeedert op de tollen ingehouden. Dat 'I: Nalabs onder ult„o Aug:s 1776 nog open gestaan hebbende schuld weegens het voor uijt verstrekte op reeke„ „ning der Thollen zeedert ver¬ effent was, zagen wij met genoegen. En passeeren dat om de bij zondere reeden die men gehad heeft om den Nabab wat te vieren, aan den zelve een nieuwe voor uit verstrekking van 15000. rop„s gedaan is; verwag¬ „tende dat ook die schuld be„ „reijds verreekend zal zijn. §. 367. Voorts hebben wij tot onse bijzondere voldoening vernoo¬ „men, dat de genegotieerde pen„ „ningen ten lasten van de Maat„ „schappij vermeld bij onse ge„ „neraale Missive van den voor„ „leeden Jaare §. 283. thans vol„ „koomen afbetaald waaren N 366. §. 368. 7 1. 368. Met opzigt tot de Staat reekening over het Boekjaar 177 5/16 kunnen wij met UE: ons genoegen betuigen, dat vermits de Winsten in het gemelde Boekjaar een somma van ƒ294707:19:8: en de Lasten daar teegen een montant van ƒ 77340: 8: 8: bedraagen hebben; over„ „zulks dit Comp=s op zig zelve te vooren geraakt is een som van ƒ. 217367: 11:-: en in verge¬ „lijking van het voorige Boek„ „jaar een Montant van ƒ20902:7:—: De Vertoning, welke de Staat reekening over het volgende B3. oekjaar van 1776/4. maakt, is nog al voordeeliger alzoo de winsten daar bij zijn opgegee¬ ven met een som van ƒ 488927:14: 8: en de Lasten met een montant van ƒ. 67227:-:-: zulks de eerste de laaste te boven gaan met een bedraagen van ƒ 421700:14: 8: §: 369. deeze goederen zijn onder Om egter over den waren de hierneevens vermelde winsten staat van dit Comps met Juistheid begreepen. te
English
to obey dutifully. To judge this matter, it is necessary to investigate whether and how far the return on such merchandise is also included in the shown profits, which at that time had not been collected by the brokers, let alone paid, as the reality of the aforementioned profits greatly depends on this. And we do not doubt that you will always remain mindful of this. We request permission, however, to make the following remarks very humbly on this matter. Sales are generally made on the condition that the goods will be collected and paid for by the ultimo of next August. Nevertheless, both here and in Cochim, where the trading season is equal to that of suratte, the sale is counted upon in the first 2 or 3 months after the ultimo of August until the new goods arrive. As far as possible, the merchants are meanwhile held to fulfill the aforementioned condition; however, in so far as it is found that they have done their best and that it was not feasible for them to fulfill it completely without great loss, this leniency is practiced with them here and in Cochim: they are given a reasonable term to realize the remainders which they could not sell by the ultimo of August, as several examples in evidence thereof appear in the Cochim letters to Their High Excellencies. And meanwhile, in order to deal in each financial year with the goods that were imported in the same, these uncollected remainders are written off at the purchase cost. The only difference between this course of trade here and in Cochim therefore consists in this: that in Cochim the merchants are given an account in the books for the amount of these remainders, and that here the goods themselves are debited for it, because, considering the greater danger that lies in granting credit in suratte, they are not handed over to the merchants, but are kept in the warehouses until such time as they can be sold. However, as Their High Excellencies have forbidden this manner of proceeding this year, we shall Paragraph 370. Furthermore, you will have already been able to note from our General Letter of last year, paragraph 280, that the timely receipt of the balance sheet for the year 1776/7 was pleasing to us, while we consider this as a sign of the greater attention and zeal that is currently applied regarding the performance of the commercial work in comparison with earlier days. The disposition concerning the plan formed by Mr. van de Graaff for the reduction of the expenditure within this Directorate having been deferred by you until you should be informed of our decision regarding the considerations previously formulated on the same subject on your part. And having made our intention on that matter known to you by the General Letter of last year, paragraph 293, we shall now await your final resolution regarding both matters, while upon the presentation by Mr. van de Graaff it has been understood by us to leave the rank of the Chief Director at these offices on the present footing. Meanwhile, we expect that all unnecessary expenses will be avoided, and that the charges will be reduced still further by an appreciable sum. Paragraph 373. However broadly the extent of this matter has already had to run, we nevertheless cannot pass over in silence the demonstration of the items from which, both in your secret letter of 15 August 1777 and in the separate letter of Director van de Graaff of 5 April 1777, the amount of the charges is drawn up which would annually have to be borne at the main office after the reduction made. The costs of vessels as well as the expenses of the lodge not being included therein. In the writing of the Director, the charges are estimated, on average from one year to another, at Rops 40500, and in the aforementioned your advices at f 48600:-:-, being f 4630:14:8 below the calculation of the Director. Now, in order to bring those charges to the last-mentioned sum of f 48600:-, it was remarked by you that it would only be necessary to reduce the ordinary expenses and those of vessels, which in 1775/6 had amounted together to f 24545:10:8, to an amount of f 9840:-, being the sum of Ropp 8200:- set down for it, as you say, in the project of the Director. We have taken the trouble to compare that project with your calculation, but it appears to us, indeed we might well say, we firmly establish that you have made a notable error in your calculation. According to your supposition, the Director would have included under the item of Ropt 8200, besides the expenses of vessels, also the amount of all such expenses as appear in the balance sheet under the general head of Ordinary Expenses, whereas it is most clearly evident from the specification of his project that he only considered a small part of the aforementioned general head. This latter will be beyond all doubt as soon as one notes that in that specification an item appears of Rops 5200 for the expenses of the vessels, as well as one which
Dutch transcription
79 „aan schúldpligtig gehoorzaamen. begreepen, dog we verzoeken verlaf, om te oordeelen, is het noodzake„ hieromtrent het ondervolgende zeer nee„„lijk te onderzoeken; of en hoe „drig te moogen aanmerken. ver onder de vertoonde Win„ De Verkoopingen geschieden doorgans sten ook het rendement be„ onder voorwaarde dat de goederen onder ult„o Augs: naastkoomende, zullen worden afgehaalt en „greepen is, van zulke koop„ betaalt, niet te min wood zo wel hier als „manschappen, de welke op te Cochim, daar den Handel tijd egaal is met suratte, gereekent op den vertier dien tijd door de Makelaars in de eerste 2. of 3. maenden na Ult=o Hu„ „gustus tot dat de nieuwe goederen worden niet afgehaald, min nog betaald 7 aangebragt. zoo veel het moogelijk zijn, al zoo de realiteit van is worden de kooplieden ondertussen daartoe gehouden dat ze aan de voorsz: voors: winsten hier van groo„ voorwaarde voldoen, dog voor zoo verre bevonden word, dat ze hun best„telijks afhangt. gedaan hebben en dat het hun zonder En wij twijffelen niet of groote schaade niet doenlijk geweest is die kompleet te vervullen, word bij de hier en te UE: zullen hier op steeds verdagt Cochim deeze inschikkelijkheid met hun ge„ „bruijkt, dat aan hun gegeeven word een ree„ „delijk termijn om de restanten ten gelde te maaken die ze onder ult=o Augustus niet hebben kunnen verkoopen, gelijk daar van bij de Cochimse brieven aan Hunne HoogEdeheeden verscheijde Voorbeelden ten bewijze voorkoomen, en worden intussen ten einde in elk Boek„ jaar te behandelen de goederen die in het„ „zelve zijn aangebragt, deeze onafgehaalde restanten met het uijtkoops kostende afge„ „schreeven. Het eenigste anderscheid tussen deeze handelwijze hier en te Cochim bestaat mitsdien daarin, dat te Cochim aan de koop„ „lieden voor het bedraagen deezer restanten een reekening gegeeven word, bij de boeken, en dat hier de goederen zelve daarvoor zijn debet gemaekt, om dat ze, gemerkt het meerder gevaer dat er te suratte in het borgen sterkt, niet aan de kooplieden worden afgegeeven, maar tot zoo lange dat ze kunnen worden verkogt in de Pakhúisen gehoúden worden. Wijl Hunne Hoog Edelheeden egter dit Jaar, deeze manier van doen verbooden hebben, zúllen we daar¬ 8. 370. weezen. 3 1. 370. Wijders zullen UE: uijt on„ „ze generaale Missive van den voor„ „leeden Jaare §. 280. reeds hebben kunnen opmerken, dat de tijdige ontfangst der staat reekening over den Jaare 1776/7. ons wel ge„ „vallig is geweest, terwijl wij zulks aanmerken als een blijk van de meerdere attentie en ijver, die thans omtrent de verrigting van het negotie werk in vergelijking, van vroeger daagen aange„ „wend word. De Dispositie over het plan 't geen door den Heer van de Graaff is geformeerd voor de re„ „ductie van den ontslag binnen deeze directie door UE. uijtge„ „steld zijnde gelaaten, tot dat dezelve zouden zijn geinfor„ „meerd van ons besluijt nopens de Consideratien te vooren op het zelfde Sujet van uw entweege gefoumeerd. En bij de Generaale mis„ sive van den voorleeden Jaare 1. 371. §. 293. 81 §. 293. onze intentie op dat stuk UE. te kennen hebbende gegeeven, 7: zullen wij als nu uwe finaale resolutie omtrent het een en ander te gemoed zien, terwijl op het vertoonde door den Heer van de Graaff bij ons verstaan is de qualiteit van den Hoofd bestuurder ten deezen Comptoi¬ „zen op den presenten voet te Laaten. Immiddels verwagten, wij dat alle onnodige omgelden vermijd, en de Lasten nog verder met een naamwaardige som vermindert zúllen worden. §. 373. Dan hoe breed de extensie van deeze Materie reeds heeft moeten úitloopen, kunnen wij egter niet met stil swijgen passee„ „ren, het vertog der posten uijt welke zo bij UE. Secreete missive van den 15e. August 1777. als bij de aparte brief van den Directeur van de Graaff van den 5. April 1. 372. 1777. 1777. het Montant der Lasten word opgemaakt, die ten hoofd Compt. na de gemaakte reductie Jaarlijks zouden moeten worden gedraagen. De kosten van Schee¬ „pen mitsg=s de ongelden der loge daar onder niet zijnde begreepen. Bij het Schrijven van den Directeur worden de lasten be„ „groot, het eene Iaar door het an„ „der op Rop„s 40500. en in voorm: e uwe advisen op ƒ 48600:-: zijnde ƒ 4630: 14: 8: beneeden de Calculatie van den Directeur. Om nu die Lasten tot laast¬ gem: som van ƒ 48600:- te brengen, is door UE. geremarqueert dat alleen nodig zoude weezen de onkosten ordinair, en die van vaartuijgen, welke in 177 5/6 te saamen hadden beloopen — ƒ 24545:10:8. te verminderen, tot een bedraagen van ƒ 9840: zijnde de Som van Ropp„ 8200:- daar voor zo als UE. Zeggen bij het project van den Directeur gesteld. Wij hebben ons de Moeijte getrookt 83 getroost, om dat project met uwe bereekening te vergelijken dog het komt ons voor sa wij zouden wel moogen zeggen, wij stellen vast dat UE. in derselver bereekening zig merkelijk vergist hebben. Volgens uwe veronderstel¬ „ling zou door den Directeur on„ „der de Post van Rop„t 8200. begree„ „pen zijn beneevens de Ongelden van Vaartuijgen, ook het bedraa¬ gen van alle zodanige onkos¬ „ten als bij de staat reekening onder het generaal respect van Onkosten ordinair voorkoomen, daar het uit de specificatie van zijn project ten duijde„ „lijkste blijkt, dat alleer op een klijn gedeelte van het voors: generaal respect door hem gezien is. Dit laaste zal buiten allen twijffel zijn zo dra men agt geeft dat bij die specifi„ „catie een post voorkomt van Rop„s 5200. voor de omgelden der vaartuijgen, mitsgaaders een welke.
English
which the Director calls other small incidental charges that are written off to ordinary expenses, calculated together at Rops 3000, and which two entries constitute the aforementioned sum of Rop 8200, while in addition he has given an entry of rops 20000 for all the provisions to the permanent servants, expressly including therein the emoluments of the same, which, as you know, are written off to ordinary expenses. You will therefore, upon a closer comparison of your calculation with that of the said Director, probably not have been surprised that he, in his separate letter of 27 December 1777, found difficulty in reducing the accounts of ordinary expenses and vessel expenses all at once by a sum of f 14705, since certainly his plan, as can be gathered from what has just been deduced, did not include such a reduction. Paragraph 374. The lodge that is used on lease by the Company at this office, because of its bad condition, and to prevent difficulties with the owners, requiring very heavy expenses, it was to be wished that one could rid oneself of a burdensome item which, moreover, amounts to a sum of rops 3500 annually. Number 375. One will, however, not be able to proceed with this as long as the Company has no permission to receive the linens and further return goods at the Company's yard. We must therefore wait and see whether, by means of an expenditure of 30000 to 35000 Rops, for which you have granted qualification to the Director, a written permission can be obtained, both for receiving the return goods at the yard, paying toll, stamping, and shipping them there, as well as being at the same time released from the old lodge. The old lodge was vacated last year, in place of which a new one was leased, as appears from our respectful letter to Their High Excellencies of 31 December 1779. We request permission to be allowed to refer regarding this entry to the Director's separate letter written to Their High Excellencies on 28 December 1778. The Director has, however, according to his latest letter of 30 December 1777, made this quite uncertain, and the influences of the Government at Bombay regarding this do not seem to be very favorable. We hope, therefore, that Director van de Graaff, through good relations with that Government, will be able to effect that his efforts to obtain the said privilege will not be thwarted from that side. Paragraph 376. The order that was instituted on his proposal, not to send any goods, whether belonging to the Company or to private individuals, from the yard without permission from the Director, to whom a proper notification of those goods must previously be made by a written note, this order appears to us to be a measure that may contribute to preventing the Moorish Government from being shortchanged in the collection of tolls, and is consequently very suitable for facilitating the negotiations with that Government toward the above-mentioned end. Paragraph 377. The lodge at Brootchia, which according to the description of the ministers cannot be dispensed with as long as the Company is there, also necessarily requiring repair, and the ministers having proposed regarding that of Amedabaad, as being unsellable, to abandon the same entirely in order to be freed from all expenses of guarding and maintenance, we shall await your decision regarding all this. The Brootchia lodge has been repaired pursuant to the qualification of Their High Excellencies by letter of 14 August 1779, and we request permission to be allowed to refer regarding this to the report that is currently made of it to Their High Excellencies. The Amedabaad lodge is currently free of expenses to the Company; it has, as appears from our resolution of 12 February 1778, been handed over until further notice to the broker of Amedabaad for his use, provided that he maintains it at his own expense. Paragraph 378. Regarding the neighboring establishments, we have observed that, a request having been made by the Malabar Government for a number of 100 Sepoys, the ministers at this office indeed had the same recruited to be sent to the said coast with the ship Ouwerkerk, but that upon the statement of Captain Stavorinus that he would be too much encumbered with this personnel if he should not have the opportunity to call at Cochin, it was decided by the ministers to abandon that dispatch, and if the aforementioned Sepoys were still needed in the future, to transfer them to the Malabar then in December following. Number 380. The ship Ouwerkerk could not depart from here before 10 April, and since the season consequently could easily not have permitted calling at the roadstead of Cochin, which sometimes already becomes dangerous early in May, we feared that the ship, on which moreover 100 Moors were already placed for Batavia, might sometimes be encumbered by this additional personnel. Since then, the Cochin ministers have not asked for any more Sepoys. Yet, since the state of affairs on the said coast could not be unknown to them, and that a prompt delivery of those troops must have been very useful there, the difficulty raised by the aforementioned Captain Stavorinus ought not to have held them back from carrying out their intention. Paragraph 381. The present that was delivered to the English Commander Moore for the transport.
Dutch transcription
welke de Directeur noemt overige klijne omgelden welke op onkos„ „ten ord=r worden afgeschreeven, te saamen gereekent op Rop„s 3000, en welke bijde posten de hier vooren gem: Som van Rop„ 8200. uitmaaken, terwijl hij daar en boven een post van rops 20000: heeft opgegeeven voor alle de verstrekkingen aan de vaste Dienaren daar onder uijtdruk¬ „kelijk begrijpende, de Emolie„ „menten van dezelve, die zoo als UE. weeten op Onkosten ord= worden afgeschreeven. UE. Zullen derhalven bij een nadere Vergelijking van derzelver bereekening met die van gem: Directeur zig waar„ „schijnelijk niet verwondert. hebben, dat de zelve bij zijne eeparte Missive van den 27e. December 1777. swaarigheid heeft gevonden, om de reeke„ „ningen van onkosten ord=r en onkosten van Vaartuijgen in eens met en Som van f 14705:- te 83 We verzoeken verlof om ons „ven aan Hunne Hoog Edelheeden den 28„e december 1778. De Logie die bij de Comp: De oude Loge is voorleede Jaar ten deezen Compe in huur ge¬ verlaaten insteede van dewelke een „bruijkt word, mits desselfs nieuwe is ingehuurt blijkens onze eerbiedige brief aan Hunne Hoog„ slegte Gesteldheid, en om moeije„ „ Edelheeden van den 31. Decemb: 179. lijkheeden met de Eigenaars voor te koomen zeer Zwaare kosten zullende vereischen, was het te wenschen, dat men zig ontdoen konden van een Last post, welke buijten dien Jaarlijksch een Som van rop„s 3500. beloopt—. N. 375. Hier toe zal men egter noopens deeze post te moogen gedraagen niet kunnen overgaan zoo lang aan des Directeurs apparte brief geschie„de Maatschappij geen Verlof zal hebben om de Lijwaaten en verdere retouren op Comp„s werf te moogen ontfangen. Wij moeten derhalven te verminderen, daar zeeker„ „lijk zijn ontwerp, zoo als uit het zoo even gededuceerde is af te neemen, zodanige Vermindering niet in sloot: §. 374. afwagter. afwagten, of door middel eener spendatie van 30000. a 35000. Rop„s waar toe UE. aan den Directeur qualificatie hebben verleend, een schriftelijke per„ „missie te bekoomen zal zijn, zoo tot het ontfangen van de retouren op de werff, de zelve aldaar te vertollen Sjappen en afScheepen als om 'teffens van de oude Logie te worden ontslaagen. De Directeur heeft egter, blijkens zijn Jongste Schrijvens van 30. December 1777. zulks vrij onzee„ ker gesteld, en de invloeden van het Gouvernement te Bom¬ „baij schijnen dien aangaande niet zeer gunstig te weezen. Wij hoopen derhalven dat de Heer Directeur van de Graaff door een goede Verstand, „houding met dat Gouvernement zal kunnen effectueeren dat van dien kant zijne pogingen ter verkrijging van het gemelde §. 376. Voorregt. 87 De Brooschiase Loge is ingevolge Voorregt niet worden gedwars¬ „boomd. De Order welke op zijn propositie is gesteld, om geene goederen, het zij van de Comp: of van Particuliere van de Werff te verzenden zonder Verlof van den Directeur aan wien al voorens een behoorlijke opgaave van die goederen bij een schriftelijke notitie moet ge„ „schieden, die order komt ons voor een middel te zijn, 't geen meede kan werken, om te verhoe„ „den, dat de Moorsche Regeering in het heffen der tollen niet ver„ „kort worde, en mitsdien zeer geschikt is, om de Onderhande„ „lingen met die Regeering ten bovengemelde eijnde te facili„ „teeren. ƒ. 378. De Logie te Brootchia Hunne Hoog Edelheeden qualificatie welke volgens der Ministers bij brief van den 14e aug:s 1729. gezepa¬ beschrijving, zo lang de Comp: §. 377. reert. aldaar. aldaar is niet gemist kan zeert, en we verzoeken verlof om ons dien aangaande te moogen gedraagen worden, meede noodzaakelijk aan het verslag dat daarvan tans gedaan word aan Hunne Hoog Edel, reparatie vorderende en de „heeden. De Amedabadze Loge is, Ministers nopens die van Amed tans buijten lasten van de Komp:. ze is blijkens onse Resol: van den 12: febr: 1778. baal als onverkoopbaar zijn„ tot kennelijk weeder zeggens toe over„ de geproponeerd hebbende, „gegeeven aan de Makelaar van Ameda, om de zelve geheel te verlaaten, „baad om die te moogen gebruijken ten einde van alle lasten wee¬ mits dat Hij ze tot zijn lasten „gers bewaaking en onderhoud onderhoud. bevrijel te weezen, zullen wij uwe Dispositie omtrent dit een en ander te gemoet zien. 8. 379. Belangende de naburige etablissementen, hebben wij geremarqueerd dat door de Mallabaarsche Regeering Ver¬ „zoek zijnde gedaan, om een aantal van r00. Cipais; de Ministers ten deesen Comptoire dezelve wel hebben doen aan„ „werven om met het schip Ou„ „werkerk naar gemelde kust verzonden te werden, dog dat op het te kennen geeven van den Schipper Stavorinus, dat. 89 dat met dit volk al te zeer be„ „lemmerd zou weezen, in dien hij geen geleegertheid mogt hebben om Cochim aan te doen; bij de Ministers is beslooten van die versending af te zien en zo voorm: Sipais in 't vervolg nog nodig waaren, de zelve als dan in December daar aan naar de Mallabaar te doen overgaan. N. 350. Dan vermits aan hen niet Hee schip Ouwerkerk heeft niet voor onbekend kon zijn de gesteld in den 10. April van hier kunnen vertrekken en wijl mitsdien het saison ligtelijk niet hadde kunnen toelaaten om de Rheede van Cochim heid van Zaaken ter gemelde die al vroeg in Maij zomtijds reeds gevaar, kuste, en dat een prompte be„ ƒ „lijk word, aan te doen, hebben we gevreest „zorging van die Manschappen, dat het schip, waarop buijten dien reeds aldaar zeer te staade moest r00. Mooren voor Batavia geplaatst waaren door dit meerdere volk zom „ koomen, hadt de gemaakte „tijds in belemmering mogte koomen-. Zwaarigheid van voorm: Schip¬ zeedert hebben de Cochimse Ministers per Stavorinus hen in 't be„ om geen sipaijen meer gevraagt. werkstelligen van hun Voornee¬ „men niet behooren te rug te houden 1. 381 Het present 't geen aan den Engelschen Commandeur Moore, is afgegeeven voor het Transportt. ƒ
English
We pass over the conveyance of the Director Van de Graaff from Malabar to this trading post, because it appears to us that the same, although running very high, could not have been avoided. But in order to spare such expenditure in future, which, as occurred in the present case, may sometimes be accompanied by unpleasantries with foreign nations, it will be necessary, as far as the opportunity should in any way permit, to make use of Company ships for such conveyances. § 382. The Director and the Secunde thank your Right Honourable Worships very humbly that your Worships have been pleased to view in such a favourable manner the reasonableness of the request to be allowed a legitimate means of subsistence. Their High Excellencies have also been so good as to be most inclined to provide therein by their very esteemed letter of the 8th of August. The reasons which the Director presented in his separate missive of the 20th of December, in order that a better means of subsistence might be granted to him, and to let the Secunde also share therein, have appeared to us to deserve consideration. We shall nevertheless, before expressing ourselves further thereon, await the disposition which shall have been taken by you upon the further request made by the said Director, and we suggest in the meantime for your consideration whether, in so far as it might be thought fit to allow the Director and Secunde some percentage from the sales made at Surat for the Company's account, that gratuity could not be regulated in such a way that the said servants would gain a particular interest in securing for the Company, above all, a high and ample sale of such articles whose turnover is of very great importance to it, either because of the large profits obtained upon them, or because of the abundance one has of them, or indeed for both reasons together. 1. 383. 1778. § 383. The lower court at Bombay, where the former Director Bosman still appears to reside according to the reports of the Council, refusing to accept any claims regarding matters contracted before the aforesaid Bosman enjoyed English protection, this course of action appears to us to be neither reasonable nor fair, and we do not doubt that the Council will attempt, through the intervention of the higher authority, to obtain redress herein, so that the aforesaid Bosman might in this way be held accountable for that which the Company has charged to him. The Dispenser Monte at first, when it was still thought that something might be recovered from the former Director Bosman, both on account of the funds of Bangeman over which he was also an authorized agent and which Bosman retained in his possession, as well as on account of other claims outstanding against him, tried all ways and means at Bombay in vain to see if it were possible to prosecute him there in law. We therefore, and because we think we can assure your Right Honourable Worships on good grounds that even if the courts of justice at Bombay were open against Bosman, he is nevertheless unable to pay anything, deemed it best to spare all fruitless trouble and expenses, which run quite high at Bombay, the more so because it seemed very uncertain to us whether and to what extent they would have regarded the debits charged against Bosman at Bombay as lawful debts against him without entering into an investigation thereof. At present there is another similar case with the former skipper of the ship Europa, Adriaan van Es, who on account of bottomry funds owes a large sum to several inhabitants of Batavia, and if no satisfaction follows upon the claim that Their High Excellencies have now made regarding him, we shall do everything possible to try whether the Government of Bombay can be moved to let proper justice be done to the creditors of Van Es, on account of the fraudulent bankruptcy that Van Es committed, and because all fraud committed regarding bottomry funds is taken very seriously by the English. 1. 384. 75. We have postponed until the end of this subject discussing the assessment which has been placed to the account of the Junior Merchant Willem Lodewijk Sontag to the sum of Rupees 16000, being the amount of the surety entered into by him on behalf of the Director Bosman, because several circumstances which appear both in the Council's resolutions and letters regarding the requests made by the said Sontag to be relieved of the aforesaid assessment have drawn our particular attention, and we therefore felt obliged to treat those circumstances in greater detail. According to what was recorded in the Resolution of the Surat Council dated 23 March 1777, it appears that the repeatedly mentioned Sontag then based his petition for relief on the ground that his on the 31 August 1776. The report that Their High Excellencies requested in that regard from the members then present who are still here is now being sent to your High Worships and is also included in copy below. § 384.
Dutch transcription
Transport van den Directeur van de Graaff van de Mallabaar naar dit komptoir, passeeren wij, om dat men naar het ons toeschijnt het zelve of schoon zeer hoogloo¬ „pende niet heeft kunnen ontgaan. Dog om dergelijke uijtgave die, gelijk in het teegenwoordige geval heeft plaats gehad Som¬ „tijds van onvriendelijkheeden met de vremde Natien verzeld kunnen gaan, in het vervolg te menageeren, zal het nodig zijn, om zoo veel de geleegentheid zulks maar eenigsints toelaate tot dergelijke transporten zig van Comp„s Scheepen te bedienen. §. 382. De reedenen, welke de De Directeur en de sekunde Directeur bij zijne aparte Mis¬ bedanken uWel Edele Hoog Agtb: zeer sive van den 20. December heeft needrig dat Hooght De zelve op zoo voorgedraagen, ten eijnde aan een gunstige wijze hebben gelieven in te zien de reedelijkheid van het den zelven een beeter middel Verzoek om te moogen hebben een van bestaan mogt worden toe¬ gewettigt middel van bestaan „gevoegd, en om hier in den Hunne Hoog Edelheeden zijn ook secunde meede te doen deelen, zoo goet geweest om daarin hoogst zijn ons voorgekoomen reflexie te verdienen. geneegen Wij 91 geneegen te voorzien bij derzelver Zeer g'eerde brief van den 8. August. Wij zullen nogtans, alvoo¬ „rens ons daar over nader te ver„ „klaaren, afwagten de dispo„ „sitie welke door UE. op het naader gedaan verzoek van gemelde Directeur genoomen zal zijn, en geeven UE. in mid¬ „dels in bedenking, of, in zo ver goedgevonden mogt worden aan den Directeur en Secunde eenige pr Centos toe te staan van de Verkoop, die te souratta voor Comp„s reekening geschied dat douceur niet zodanig ge„ „regeld zoú kúnnen worden, dat gem: Dienaren een bijzonder belang kreegen, om voor al aan de Maatschappij te bezorgen een hoog en ruijm debiet van zulke artikelen, welker vertier of door de groote winsten, welke men op de zelve behaalt of door den overvloed, die men daar van heeft, dan wel om bijde de reedenen te saamen, voor haar van zeer groote aangeleegentheid is. 1. 383. 1778. § 383: De Dispencier Monte heeft in den Het lager geregt te Bombaij beginne doen nog gemeent wierd dat er van alwaar de geweezen Directeur den geweezen Direkteur Bosman iets te haalen zoude zijn, zoo uijt hoofde van de Bosman zig nog schijnt op te gelden van Bangeman, waarover Hij meede houden volgens der Ministers gemagtigde geweest is, en welke Rosman heeft onder zig gehouden, als uijt hoofde berigten eenige pretentien weige„ van nog andere vorderingen, die Hij ten rende aan te neemen over dingen zijnen laste heeft, te Bombaij alle mid„ delen en weegen vrugteloos beproeft die gecontracteert zijn voor dat om te zien of het moogelijk was te maaken, voor: Bosman de Engelsche pro„ hem daar in regten te vervolgen. We hebben daarom en om dat we denken uwee„ tektee heeft genooten, komt ons „Edele Hoog Agtb: op goede gronden te kunnen die handelwijze nog reedelijk verzeekeren, dat al stonden ook de Regtban„ „ken te Bombaij teegens Bosman open Hij tognog billijk voor en wij twijffelen niet in staat is om iets te betaalen, gemeend ook niet, of de Ministers zullen best te doen om alle vrugtelooze moeijte en kosten die te Bombaij al vrij wat hoog loopen ragten door tusschen komst van te spaaren, te meer om dat het ons zeer on het hooger gezegt, hier in aedres te „zeeker heeft gescheenen, of en in hoe verre men te Bombaij de belastingen die Bos, erlangen, ten einde voorm: Bosman „man opgeleijd zijn, als wettige schulden ons langs dien weg over het geen teegens hem zoude hebben aangemerkt, zon¬ „der daarover in een onderzoek te treeden de Comp: ten zijnen laste heeft, Thans is er een ander diergelijk geval met de ge„ zou kunnen worden aangesprooken. „weezene schipper van het schip Europa Adriaan van Es, die uijt hoofde van bodemarij gelden een groote som aan verscheijde Jngezeetenen van Batavia schuldig is, en zoo op de re„ „klame die Hunne Hoog Edelheeden tans zelve noopens hem hebben gedaan, geen Vol„ „doening volgt, zullen we al het moogelijke doen om te beproeven of de Regeering van Bombaij uijt hoofde van het frauduleus ban„ „keroet dat van Es gemaakt heeft, en om dat alle bedrog omtrent bodemarij gelden gepleegd, bij de Engelsen zeer hoog genoomen word, te beweegen is om aan de Crediteuren van van Es behoorlijke Justitie te laaten weedervaeren. 1. 384: 75 Het Berigt dat Hunne Hoog Wij hebben tot het Slot „Edelheeden dien aangaande van van deeze materie uijtgestelt te de nog aanweezende Leeden van spreeken van de belasting, die op dien tijd gevordert hebben, word reekening van den Onderkoopman tans aan Hooght Dezelven ge„ Willem Lodewijk Sontag is ge¬ „zonden en gaat ook in kopij hier„ „steldt ter Somma van Rop=s. 16000. „needens. zijnde het bedraagen van de door hem ten behoeven van den Direc¬ „teur Bosman geposseerden Borg¬ „togt, om dat verscheide omstandig„ „heeden die zo in der Ministers resolutien als Brieven voorkoomen, met opzigt tot de versoeken door den zelven Sontag gedaan, ten eijnde van de voors: belasting te worden ortheeven, onze bijzondere op¬ merking naar zig getrokken, en wij over sulks ons verpligt geoordeeld hebben, die omstandigheeden nader te verhandelen. Volgens het genotuleerde ter Resolutie van het Souratsche Ministerie de dato 23: Maart 1777. blijkt het dat meergem: Sortag deszelfs instantie om ontheffing als toen daar op heeft gefun„ „deerd, dat zijn op den 31: Aug:s 3 84. 1776.
English
request made in 1776 in order to be discharged as surety for the former Director Bosman was granted to him by the entire Council; and that this would appear both from the minute book of the meeting and the draft Resolution of that day, the same having also indeed been found to be such. The Original Resolution of the mentioned Date, however, contains nothing other than that it was decided to keep a record of the aforementioned request, and this original resolution was afterwards signed by the named Sontag himself. In order that this might not tend to his disadvantage, he alleged that he made that signature through inadvertence and over-haste, and in the trust that it agreed with what had been resolved. Although it has now already previously appeared to us from the Ministers' resolution of 13 December 1776, to our very great annoyance, that on that day all the resolutions of the then current Year had still remained unsigned, and from this it may be presumed with no small reason that the signing of the same done since, because of the multitude of those resolutions, will not have been performed with the requisite accuracy, that Allegation can nevertheless be of little service to the mentioned Sontag; because even if the weight of the Company's interest had not weighed heavily enough with him to use the necessary circumspection in making the mentioned signatures, his own Interest ought to have prompted him to greater vigilance. Yet without dwelling at length on this, we cannot leave unnoticed that the more-mentioned allegation was first brought forward by the named Sontag on 23 March, whereas he had already on 23 January at the Meeting of Policy requested to remain free from the fulfillment of the mentioned Suretyship, and he did not at that time appeal to a discharge that had already actually been granted in August previously, but to the fact that he, Sontag, had requested on the 31st of the last-mentioned Month to be discharged from the mentioned Suretyship, and that since he had reserved to himself therein the power to be able to discharge himself therefrom at all times, he had consequently judged, after this request made, that he was no longer liable on account of that Suretyship. This latter circumstance indeed was so strange that the mentioned Sontag could very easily have realized that the discharge actually granted would have provided a much better ground for his application made on 23 January; and if at that time he already carried the awareness of that granted discharge within himself, then we cannot fathom the reason why he only availed himself of the same on 23 March. Meanwhile, we have found the wording of the deed of the mentioned Suretyship, as it was executed on 21 November 1772, to be essentially arranged in such a manner that it could be deduced therefrom as if the aforementioned Sontag had reserved to himself the freedom to be able to withdraw himself from that Suretyship again at all times. The opinion of the Ministers, however, that the relevant Clause inserted in that deed relates only to that part of the Suretyship whereby the more-mentioned Sontag bound himself still to remain surety for four Years after the former Director Bosman should have transferred the Directorship, is not unacceptable; And in any case, it appears that the Stipulation that one could withdraw oneself from the mentioned Suretyship again ought only to be regarded as a mutual Convention entered into between Director Bosman and the more-mentioned Sontag, and which did not concern the Company in any way as long as it had not actually granted the discharge. We trust nonetheless that reflection will have fallen upon the wording of the aforementioned deed of Suretyship with you as well as with us, and that you will either already have ensured, or will still ensure, that the respective deeds of Suretyship are arranged on such a footing as is necessary to prevent pretexts and so that the Company is not frustrated of the effect of those Suretyships. On the other hand, we cannot conceal from you that when we pay heed to the long time that elapsed between the Date of 31 August, when the aforementioned Sontag requested to be discharged as surety, and the actual signing of the original Resolution of the mentioned date, whereby merely a record of that request was kept; when we observe the accountability to which the Members of the Council would have made themselves subject if the more-mentioned Sontag had been discharged as Surety for Director Bosman and it had not simultaneously been ensured that another Surety was provided by him in place of the mentioned Sontag; and when we further Consider that both in the Minute Book and in the first draft of the Ministers' resolution of that day, although crossed out, it nevertheless stood written that the request for discharge
Dutch transcription
1776 gedaan verzoek ten eijnde als borg voor den geweezen Di¬ „recteur Bosman te worden ont„ „slaagen, door den gansschen Raad aan hem toegestaan was; En dat zulks zo uijt het notul boek der vergadering als de minút Resolutie van dien t Dag zouden blijken, zijnde het zelve ook dusdaanig daadelijk bevonden. De Origineele Resolutie egter van gem: Datum behelst — niet anders, dan dat beslooten was van het voorm: verzoek aan„ „teekening te houden, en deeze origineele resolutie is door gen: sontag naderhand zelve ondertee„ „kend. Hij heeft ten eijnde zulks tot zijn nadeel niet mogt strekken, geallegeert, die onderteekening bij in advertentie en over haas„ „ting te hebben gedaan, en in vertrouwen, dat de zelve met het geresolveerde over een Hoewel. komt. 95 Hoewel ons nu reeds te vooren uijt der Ministers resol: van den 13=e December 1776 tot zeer groote ergernis is gebleeken dat ten dien daage alle de resolutien van het als toen lopende Jaar nog waaren ongeteekend geblee„ „ven, en hier uit met niet weinig grond te presumeeren is, dat de seedert gedaane onderteekening van de zelve om de veelheid dier resolutien met de vereischte nauwkeurigheid niet verrigt zal weesen kan egter die Alle¬ „gatie voor gem: Sontag van weinig Dienst zijn, om dat zo al het gewigt van Comp:s belang bij hem niet zwaar genoeg had gewoogen, om in het doen van gem: onderteekeningen de nodige omsigtigheid te gebruijken, zijn eigen Intrest hem tot meerder waarsaamheid had behooren op te wekken Dog zonder hier bij large still te staan, kunnen wij niet ongemerkt laaten, dat meer„ „gem: allegatie door gen: sontag eerst. - eerst op den 23: Maart te berde is gebragt, daar hij reeds op den 23. Jann: ter Vergad: van Politie verzogt had om van de voldoe¬ „ning van gem: Borgtogt be„ vrijdt te blijven en hij zig als toen niet beroepen heeft op een in Augs te vooren reeds werkelijk verleend ontslag, maar daar op dat hij sortag verzogt had op den 31e van laast gem: Maand van gem: Borgtogt ontslaagen te weezen, en dat vermits hij zig bij dezelve had voorbehouden de magt om zig daar van ten allen tijden te kunnen ontslaan, hij mits-dien had geoordeelt, na dit gedaan verzoek weegens die Borgtogt niet meer aan spree„ „kelijk te zijn. Dit laatste immers was zoo vreemd, dat gem: sontag zeer ligt had kunnen beseffen, dat het daadelijk verleend ontslag een veel beeter grond voor zijn op den 23. Januarij gedaane instantie uijt leeverde, en zoo hij op dien tijd 97 31 tijd de bewustheid van dat ver¬ „leert ontslag reeds bij zig droeg„ dan kunnen wij de reeden niet bevroeden, waarom hij van het zelve eerst op den 23. Maart 7 zig bediend heeft. Inmiddels hebben wij de extersie der acte van gem: Borg¬ togt zo als die op den 21. No¬ vember 1772. is gepasseert, wee¬ „zertlijk zodaanig ingerigt gevonden, dat daar uijt gee„ „licieerd zou kunnen worden, als of voorm: sortag de vrijheid aan zig behouden had, om zig van die Borgtogt ten allen tijde weeder te kunnen ontrekken. Het gevoelen egter der Mi„ „nisters dat de hier toe relative Clausul in die acte geinsereert alleen betrekkelijk is tot dat gedeelte der Borg togt, waarbij meergem: sontag zig verbonden heeft, nog var vier Jaaren borge te zullen blijven, na dat de geweezene Directeur Bosman Transport van de Directie Zou hebben gedaan is niet onaan. neemelijk neemelijk; En in allen geval Schijnt men de Stipulatie, dat men zig aan gem: Borgtogt weder zou kunnen ontrekken, alleen te moeten aanmerken als een mutueele Conventie tusschen den Directeur Bosman en meergenoemde Sortag aange„ „gaan en die de Comp: zoo lang de zelve het ontslag niet daadelijk verleend had geenlins Concerneerden. Wij vertrouwen niet te min„ We zullen dit bij het opmaaken van de actens van Borgtogsen voortaan behoor„ dat op de extensie van voorn: „lijk doen in agt neemen, en we zullen acte van Borgtogt bij UE. zoo tot meerder zeekerheid alle Aktens van wel als bij ons reflectie ge„ Borg togten die nog voortloopen op dit stuk doen nazien, ten eijnde de zelve te doen verbeeteren, indien daarbij dierge vallen zal zijn, en dat de zelve „lijke voorbedingen die aanlijding tat of reeds gesorgt zullen hebben of nog zúllen zorgen de respec¬ uijtvlugten geeven kunnen gevonden worden. „tioe actens van Borgtogt op zodanige voet ingerigt worden als noodig is tot voorkoming van Captien en ten einde de Maatschappij van het effect dier Borgtogten niet gefrus„ „treerd worde. Aan den andere Kant kunnen. 33 kunnen wij voor UE. niet ver¬ „bergen dat als wij agt geeven op den langen tijd welke er ver„ „loopen is tusschen den Datum van 31=' Aug=s toen voorm: Sortag heeft versogt als borg te worden ontslaagen en de daadelijke onderteekening der origineele Resolutie van gemelde datum waar bij van dat versoek alleen aanteekening is gehouden; als wij letten op de verantwoording waar aan de Leeden des Raads zig zouden subject gemaakt heb„ „ben indien meer gem: Sortag als Borg van den Directeur Bosman ontslaagen, en teevens niet ge¬ „zorgt was dat door den zelven weeder een ander Borg in plaats van gem: sortag gesteld wierd, en als wij verder Considereeren dat zoo wel in het Notulen Boek als in de eerste exten„ „sie der Ministeren resolutie van dien dag of Schoon door gehaald nogtars gestaan heeft, dat het versoek om ontslag
English
discharge as guarantor to Junior Merchant Sontag had been granted, then we would have to harbor considerable misgivings about the entire course of this matter and at least be uncertain as to whose word we ought to give the most credit, whether to that of the aforementioned Sontag, or rather to what was alleged by Secretary Wiardi, namely that due to haste in keeping the minutes he confused this item with the immediately preceding one, but upon discovering the mistake committed, he subsequently redressed it. But taking into consideration that not only did the aforementioned Secretary Wiardi make that statement under the oath taken by him upon assuming his office, but that likewise all the members of the Council of that time have assured in the same solemn manner that what was brought forward by the aforementioned Secretary was in accordance with the truth, we would have to acquiesce in this, were it not that we have furthermore made this observation: that we have nowhere found any mention of the resumption having taken place of the above-mentioned resolution of 31 August 1776, nor how, regarding the subject of the request of the aforementioned Sontag, that resolution was found to have been drafted at that time. For although in the resolution of 13 December of the last-mentioned year the failure to sign the resolutions is attributed solely to the slovenliness with which Director Bosman had always handled all matters, we cannot, however, assume that the practice followed in all orderly assemblies, to resume the resolutions of the previous session at the following one and then finalize them, would have been neglected at this office. And if, unexpectedly, this neglect should have taken place, the other members of the Council could certainly not excuse themselves in that regard with the slightest semblance of reason by an allegation such as the one just mentioned. Before finally declaring ourselves on this matter, therefore, the aforementioned members of the Council will have to report, on the oath taken at the commencement of their service, whether and when the frequently mentioned resolution of 31 August was resumed in their meeting, and also whether they already found it drafted at that time in such a manner as Secretary Wiardi has declared to have been the intention of the meeting. Proceeding herewith to the answering of Your High Nobilities' highly esteemed letter, we first of all thank Your High Nobilities most humbly for the favorable approval of most all our proceedings, and we shall consider ourselves very fortunate if our actions in the course of this year may also in due time be crowned therewith. Regarding our humble reply to the extract from the letter of the Noble, Highly Honorable Lords Masters of 25 September 1778, § 278, we take the liberty to observe that with respect to the underweight of 11½ percent on the parcel of cloves that expired in the year 1777/78, we had the honor to point out in our respectful letter of 28 December of this same year that the underweight on that part of this parcel weighed out before 9 December 1776 amounted to 5¾ percent, and that on what was weighed out after 9 December only 1 4/5 percent was found short. The accounting which Your High Nobilities demanded from the members of the former Administration still present here regarding the construction of the new hospital, as well as the report demanded of them by Your High Nobilities regarding the resolution of 31 August 1776 taken upon the request of Junior Merchant Sontag to be discharged as guarantor of the former Director Bosman, were handed over by the aforementioned members in our meeting on the 24th of this month, and are enclosed herewith. Ships and Vessels We most humbly beg Your High Nobilities for forgiveness that there was a failure to make proper report concerning the Horrie de Merwe, which was sold pursuant to our resolution of 1 June 1778. The same fetched, at public auction on 16 January 1779, 1250:—: rupees, for which it was bid by Herribaij Libedajis, as appears from the vendue roll of which a copy is enclosed herewith. No repairs have been made to this vessel since the year 1777, as appears from our resolution of 23 January 1779, in which the specification of the Master of the Equippage regarding the repairs made by him to the vessels is inserted. We readily acknowledge that, due to the failure of our objective, the voyage of the small ship De Jonge Petrus to Ceylon cannot be considered a profitable trip. The surplus of 19: 34:— rupees is only shown to indicate the balance of the account as it is entered in our books, and we request that Your High Nobilities may be favorably pleased to consider herein our good intention rather than its unsuccessful outcome. In dutiful compliance with Your High Nobilities' order, we shall request from Batavia the arrack that we might deem necessary for trade. The areca nut from Ceylon was sent to us unrequested by the Ministers there, surely with the good intention, since there were no areca nuts, not to send the small ship back empty. The gratuity of 5 percent was not enjoyed on the sale of the goods brought with it. The freight of 25 percent on the purchase cost of the blue baftas sent to Captain Ten Sonde is certainly very high, but besides that
Dutch transcription
ontslag als Borg aan den Onder„ „koopman Sontag was geaccordeert dan zouden wij over de gantschen toedragt deezer zaak al vrij wat bedenking moeten draagen en althans onseeker zijn aan wiens zeggen wij het meeste geloof zou„ „den behooren te geeven, het zij aan dat van gem: sontag, dan wel aan het geallegúeerde van den Secretaris Wiardi dat hij door haast in het houden der Notulen deeze post met een ommiddelijk voorgaande ge„ „confuerdeerd, dog bij ontdekking van het begaan abuijs het zelve naderhand geredresseerd heeft. Dan in aanmerking neemende dat niet alleen gem: Secretaris Wiardi die verklaaring heeft af„ gelegt op den Eed door hem bij het aanvaarden zijner functie gedaan maar dat insgelijks alle de Leeden der Verqd. van dien tijd op deselve plegtige wijze hebben verzeekerd, dat het geavanceerde van gemelde secretaris was Conform de Waarheid, zouden wij hier in moeten. 101 moeten berusten was bij ons niet als nog gevallen deeze remarque dat wij -nergens eenige melding hebben gevonden der gedaane resumptie van bovengemelde resol. van den 31e. Augs. 1776. min nog hoedanig op het Sujet van het versoek van gemelde sortag die Resolutie als toen geextendeerd bevonden is, want of wel bij die van den 13. Decembr dec: laatst gem: Jaars het niet teekenen der Resolutien eenig„ „lijk toegeschreeven word aan de slordigheid met welke de Di„ „recteur Bosman steeds alle Zaa¬ „ken had behandeld kunnen wij egter niet onderstellen dat het geen bij alle ordentelijke ver¬ „gaderingen plaats heeft om de resolutien van vorige bij de volgende sersien te resumee„ „ren en als dan finaal te ar„ „resteeren, ten deezen Comptoire der zuijmt zou zijn geworden en zoo onverhooptelijk dit. versuijm mogt hebben plaats yn gehad zouden voor seeker de. de overige Leeden van den Raad zig desweegen met geen den minssen schijn van reeden ver¬ schoonen kunnen door een der gelijke als de zoo evengemelde allegatien. Alvoorens ons derhalven over deeze zaak finaal te verklaaren, zullen voormelde Leeden van den Raad, op den Eed bij den aanvang hunner bediening gedaan, berigten moeten of en wanneer meerge¬ „melde Resolutie van den 31: Augustus in hunne Vergade¬ ring is geresumeerd, mitsgaders of zij dezelve als toen reeds „ zodaanig geextendeert bevonden hebben als de Secretaris Wian verklaard heeft, de intentie da vergadering te zijn geweest Hiermeede overgaande ter beantwoord van welgem: UW Hoog Edelheeden zeer g'eerde Missive bedanken we UW Hoog Edelheeden vooraf zeer needrig, voor de gunstige goedkeurin van. 103 van meest alle onze verrigtingen, en we zul¬ „len ons zeer gelukkig agten indien onze handelingen in den loop van dit Jaar, ook in der tijd daarmeede mogen worden bekroonden Betreffende ons nedrig antwoord. op het Extrakt uijt de Missive der Edele Hoog Agtb: Heeren Meesteren van den 25e Septemb: 1778. §. 278. gebruijken we de vrijheid van aan te merken, dat we noopens het Min¬ „wigt van 11½. p:r C=t op de partij nagelen die in A„o 17 27/78 afgeloopen is, bij onzen eerbiedigen brief van den 28. decembr: dit zelven Jaars, de eere hebben gehad van aan te wijzten, dat het Minwigt op het geen van deeze partij voor den 9. Decembr: 1776. is uijt gewoogen, heeft be„ „draagen 5¾ p r C=to s„s en dat op het uijtge „woogene na den 9: December maar 1. 4/5. pp:r C:to r=m is te kort bevonden. De Verantwoording die UW Hoog¬ „Edelheeden gevordert hebben van de hier nog aanweezige Leeden van het voorige Ministerie noopens den aanleg van het nieuwe Hospitael, als meede het door UW„ „Hoog Edelheeden van hun gevorderde bericht noopens de Resolutie van den 31. 31. Augustus 1776 genoomen op het Verzoek van den Onderkoopman Sontag om als Borg van den geweezen Direkteur Bosman te worden ontslaagen, hebben de voorsz: Leeden den 24:e deezer in onze vergadering overgegeeven, en gaan hierneevens. Scheepen en Vaartuijgen We verzoeken UW Hoog Edelheeden zeer needrig om verschooning dat er verzuimt is behoorlijk verslag te doen noopens de Horrie de Merwe, die volgens onze Resolutie van den 1. Junij 1778 is verkogt. De zelve heeft den 16:e Januarij 1779. bij vendietie gedaan rop„s 1250:—: waarvoor ze bij Herribaij Libedajis gemeijnt, blijkens de vendú rol die in kopij hier neevens gaat. Reparatien zijn aan dit Vaertuijg niet gedaan zeedert het jaer 1777. zoo als dat blijkt uijt onze Resol: van den 23. Jann: 1779. waarbij de specificatie van den Equipagiem: nopens de door hem gedaa¬ ne reparatien aan de Vaartuijgen is geinsereert We bekennen gaarne dat door het mislukken 105 misliekken van ons oogmerk, de reijze van het Smalschip de Jonge Petrus na Ceijlon niet kan gereekent worden voor een voor¬ „deelige togt. Het overschot van rop.:s 19: 34:— is alleen vertoond om aan te wijzen het Llat van de reekening, zoo als ze bij onze boeken ingeschreeven is, en we verzoeken dat UW„ Hoog Edelheeden in deeze meer ons goed oogmerk dan den mislukten uijtslag daar„ „van, goed gunstig gelieven in te zien—. In schuldige opvolging van UW Hoog Edel„ „heeden ordre zullen we de arrak die we tot den Handel mogten noodig oordeelen van Batavia verzoeken. De arreek van Ceijlon is ons door de Ministers van daar ongevraagt gezonden, zeekerlijk met een goed oogmerk om het smalschip, wijl er geen arreeks, nooter waaren, niet leedig terug te zenden. Het douceur van 5. p„r C„s is op den verkoop der daarmeede aangebragte goederen niet genooten. De Vragt van 25. ten hondert op het in koops kostende van de blauwe baftas die aan schipper Ten sonder gezonden zijn is seekerlijk zeer hoog, dog behalven dat mem.
English
one cannot lay down the law to foreigners, we request that Your High Excellencies please consider that from this side to Rio Lagoa mostly nothing else is brought than coarse linens, which there, as it is said, are bartered with very great profit against elephant tusks, and that consequently the merchants thither can use the cargo space for their own account with much advantage. We have duly caused the letters of Your High Excellencies for the English Ministry at Bombay and at Surat to be delivered. To that for Bombay we have, pursuant and in compliance with the Resolution of Your High Excellencies of 21 March 1750, attached the letter, a copy of which is enclosed herewith, whereby the extradition of van Esnaader is urged. We very humbly request that Your High Excellencies please interpret what we took the liberty to write last year concerning the returned gold thread favorably, in no other sense than that we merely sought thereby to indicate the grounds of our decision of 21 December 1778. For the rest, we shall dutifully follow what has been ordered by Your High Excellencies regarding the goods that are brought in cases or chests. The Director and all of us very respectfully thank Your High Excellencies for Your most favorable assurance that the remark made by Your High Excellencies regarding the sale of goods in December 1778 implied no suspicion, much less an accusation, that in that respect everything had not been done that our duty required of us. The Director in particular cannot conceal that, much as the highly favorable testimony of Your High Excellencies—namely that the Company's interests under his administration have been properly looked after—now serves as a special honor to him, so much did the aforesaid remark of last year distress him, because it occurred just upon the sale held immediately after Your High Excellencies had shown the favor to him and the Secunde of legitimizing an honest livelihood for them. Regarding the sale of the Japan copper in January 1779, we hope that Your High Excellencies will please take into favorable consideration that we were moved thereto because at that time we had no other means to provide the linen suppliers with money, or else we would have had to resolve upon a loan, which probably would have absorbed the rop.s 4763 39/18 that it brought less than 180 per cent. Our humble indication regarding the amount of the copper boxes and the Batavia expenses had only the objective to show Your High Excellencies that in this matter everything had been done by us that was utterly possible for us, and the calculation of the advances in the trade books and the returns was nevertheless made as usual on the actual sum received for it. In the memorandum of the cargoes that the Director had the honor to send annually with his separate letter, the quantities of the European goods are also made known. In order now not to make a separate document of the prices and quantities of the European goods, we send, in compliance with Your High Excellencies' highly esteemed order, the aforesaid usual list herewith, in which following the European goods the selling prices are indicated as far as they have come to our knowledge. The douceur of 5 per cent mentioned in our humble letter of 31 December 1779 was, according to our Resolution of 2 November 1779, paid only on the sale of goods during the financial year 1778/79. That the same has hitherto not been satisfied in the same financial year for which it is drawn occurred because our supply of money at the closing of the books did not permit it. In the year 1778/79 the balance of the main treasury was rop.s 26513. In the year 1779/80 rop.s 2710, and in the year 1780/81 rop.s 13364. We shall henceforth, in compliance with Your High Excellencies' esteemed order, cause a separate account to be kept of the aforesaid douceur, to the charge of the goods for which it is enjoyed, and also cause the amount thereof to be shown and deducted in the returns and the sugar account. Under ultimo August of each financial year we shall have the douceur paid if the supply of money permits it; if not, we shall let the account that is credited therewith run on for that long. That the 9 lb. of cinnamon at f 46:16:— recorded in the return inserted with our respectful letter of 31 December 1779 is not recorded in the return drawn up according to the model for the trade of the year 1778/79, in which all the charges are calculated, arose because cinnamon is not an article of trade here, and only serves for the making of gifts, except for some small quantities thereof sold to the servants for household use. To the skippers and all other ship...
Dutch transcription
men vreemdelingen de wet niet stellen kan verzoeken we dat UW: Hoog Edelheeden ge „lieven te overweegen dat van deeze kant na Rio Lagoa meerendeels niets anders ge¬ „bragt worden, dan groove lijwaaten, die aldaer zoo men zegt, met heele groote wins worden verzuijlt teegens Eliphants tanden, en dat mitsdien de Handelaaren, na derwaerts, de scheeps ruijmte voor hunne eijge reekening met veel voordeel gebruijken kunnen. De brieven van UW Hoog Edelheeden voor het Engels Ministerie te Bombaij en te Suratte hebben we behoorlijk doen bestellen Bij die van Bombaij hebben we in gevolge en ter voldoening aan de Resolutie van Uss. Hoog Edelheeden van den 21: Maart 1750: de brief gevoegt, die in kopij hierneevens gaat, waa bij op de uijtleevering van van Esnaader aangedrongen. We verzoeken zeer nedrig dat UH Hoog Edelheeden het geene we voorleede Jaar ƒ de Vrijheid gebruijkt hebben van te Schrijven noopens het teruggezondene gouddraat, goed Uijtgeleverde Ladinge gunstig ƒ 107 gunstig gelieven te verstaan in geenen anderen r zin, dan dat we daar meede alleen hebben zoeken aan te wijzen de gronden van ons besluijt van den 21e. December 1778. Wij zullen voor het ove¬ „rige het door UW Hoog Edelheeden geordonneerde betreffende de goederen die in kassen of Kislen worden aangebragt schúldpligtig doen op¬ volgen. Di Direkteur en Wij alle bedanken UW Hoog Edelheeden zeer eerbiedig voor Hoogst Derzelver zeer gunstige verzeekering dat UW. Hoog Edelheeden aanmerking noopens den Verkoop der goederen in December 1778 gedaan, geene verdenking veel min eene beschuldiging heeft ingeslooten, dat daar omtrent niet alles was gedaen, was onzen pligt van ons vorderte De Direkteur in zonderheid kan het niet ontvein„ „zen dat zoo zeer hem tans tot bezondere eere verstrekt het hoog gunstig getuijgenis van UW Hoog Edelheeden, dat naamentlijk 's Comp=s belangens onder zijn bestier behoorlijk zijn behartigt. Z.o zeer heeft hem de voorsz: aan„ Verkoop. merking. merking voorleede Jaar bedroeft, om dat ze geschiedde just op den verkoop gedaen om¬ „middelijk na dat UW Hoog Edelheeden aan hem en de sekunde de gunst hadden bewee¬ „zen van aan de zelve een eerlijk middel van bestaen te wettigen. Loopens den Verkoop van het Japars Kooper in Janr: 1779. hoopen we dat UW Hoog¬ „Edelheeden in gunstige konsideratie zullen gelieven te neemen, dat we daartoe zijn bewoogen om dat we ter dier tijd geen ander middel hadden om de lijwaat Leveranciers aan geld te helpen, of we zouden tot een lee¬ „ning hebben moeten besluijten, die waar„ „schijnlijk de rop s 4763 39/18. die het minder ge„ „daen heeft dan 180. p:r C=to ruijm zouden hebben geabsorbeert. Onze nedrige aanwijzing omtrent het bedraagen der koopere Kisjes en de batavi„ ase ongelden, heeft alleen ten oogmerk gehad om UW Hoog Edelheeden te doen zien dat in deezen door ons alles gedaen was, wat ons uijterlijk moogelijk geweest is, en is de bereekening der advancen zij de Negotie boeken en de rendementen des niet te min gedaen naar gewoonte op de werkelijke daar voor 109 daar voor ingekoomene Som Bij de Memorie van de laadingen die de Direkteur de eere heeft gehad jaar„ „lijks bij zijn apparte brief te zenden, zijn de quantiteijten der Europase goederen meede bekent gestelt. Om nu van de prijzen en quantiteijten der Europase goederen geen appart papier te maaken, zenden we ter voldoening aan UW Hoog Edelheeden zeer g'eerde ordre de voorsz: gewoone lijst hier¬ „nevens, waarbij agter de Europase goederen aangeweezen zijn de Verkoops prijzen voor zo verre die tot onze kennis gekoomen zijn. Het Douceur van 5. prCto bij onse nedrige van den 31. december 1779. vermelt is volgens onse Resolutie van den 2: Novembr: 1779 alleen betaalt op den verkoop der goederen gedieu„ „rende het boekjaar 17 27/19. Dat het zelve tot hier toe niet is voldaen, in het zelfde Boekjaar, waar voor het gerooten is, is ge„ „schied, om dat onze voorraad van geld bij het sluijten der boeken dat niet heeft toegelaaten. Jn het Jaar 17 27/79. is het restant van de groo„ „te kas geweest rop„s 26513. In het Jaar 17 27/799. rop„s 2710: en in het Jaar 17 23/0 rop.s 13364.- 88e Zúllen. zullen voortaan, ter voldoening aan U W: Hoog „Edelheeden g'eerde ordre van het voorsz: douceur een apparte reekening doen houden, ten laste van de goederen waar voor het ge„ „nooten word, en het bedraagen daar van ook doen aanwijzen en aftrekken by de rendementen en de zuijker reekening. Onder ult„o Augustus van elk boekjaar zullen we het Douceur laaten betaalen zo de Voorraad van geld het toelaat, zoo niet zullen we de reekening die daarmeede be¬ „voordeelt word, zoo lang laaten voorsloopen. Dat de 9. lb. Canneel met ƒ 46:16:— bekent bij het rendement geinsereert bij onzen eerbiedigen van den 31=e Decbr: 1779. niet bekent zijn bij het naer het model geformeerd rende„ „ment van den Handel van A„o 17. 27/9. waarbij alle de lasten bereekent worden, is voortge¬ „koomen om dat de Canneel hier geen artikel van Negotie is, en alleen dient tot het doen van Geschenken, uijtgezondert eenige kleenen „heeden die daarvan aan de bediendens tot huijs gebruijk worden verkogt. Aan de Schippers en alle verdere scheeps.
English
Last year, just as in all preceding years, shipboard friends were granted every possible liberty in the sale of the sugar and other goods they brought with them, concerning which we dare freely appeal to their own testimony. In the proposal to take over the sugar from them at 13 rops per pikkel, the Director took into account the lot prices as he, according to his thoughts, believed that both the Company and they themselves, calculated on an average from one year to the next, would be able to break even. This time they would have suffered a loss, and for that reason, and because it does not suit the Company to buy the sugar so high that no profit at all can remain on it, we thought it best to let them sell it as they pleased. The Director merely requested the captains to give preference to the Company's brokers, who then purchased it. Thereby the objective was achieved, namely to ensure that these goods remain in one hand together with the Company's goods, in order to prevent the merchants from spoiling the market for one another. Money Matters The one lakh of rupees that we sent to Kochim last year was negotiated by us at ¾ per cent per month. This is the customary interest here; nevertheless, we most humbly ask for pardon that last year we neglected to inform Your High Excellencies thereof. Carpentry and Repair Senior Merchant and Second Sluijsken has, pursuant to and in fulfillment of Your High Excellencies' order, paid the 4000 rops imposed upon him. In accordance with Your High Excellencies' order, the same are now charged to Batavia, and we shall now again relieve the pay account of the said Head Administrator of the 5912. - rops charged thereon. Regarding the repairs carried out on both palisades last year, it gives us much satisfaction that Your High Excellencies have been so good as to rest assured that it was necessary to provide promptly against their further decay in the best possible manner. The backfilling that we indicated in our respectful letter of last year, which still had to be done to the smallest palisade, has since been completed, together with what was deemed further necessary to it and to the stone staircase situated in between, without expense to the Company. And although there has been a very prolonged runoff of water this year, it has caused no other damage than that a little earth was washed away from the surface of the largest bulwark, which was restored with little effort. Yet because Your High Excellencies specifically require of the Director to inform Your Honors how matters stand with these palisades, and what precautions in this matter may be useful and necessary, it respectfully serves to report that experience has already shown that the rammed earth against the old and deeply corroded woodwork causes the worms inside to die. Insofar as the old front piles and the old revetment, which is now also properly repaired, remain protected from the further gnawing of the worms, the Director can see nothing other than that one may hope with good reason that, barring accidents beyond human power, both the aforesaid palisades can stand for a great series of years. In the meantime, it is certain that the precautions taken to that end do not extend further than until the new revetment, which in its turn is now exposed to the gnawing of the worms, becomes too gnawed through to hold back the filling between it and the old revetment, the time of which can be calculated approximately according to the time that the old revetment held out. The Director has therefore already given thought to providing against this as best as possible. He thinks that this objective cannot be achieved more suitably than by placing a short row of piles in front of the new revetment, at a distance of 1½ to 2 feet, placed as close together as possible, in order to be able to lay a narrow dam between it and the new revetment at the height of average low tide, as has already been done with very good effect in front of the stone staircase that lies between both palisades, and which will presumably not require any further repair for very many years now. One will then be able to walk around the work and keep it better under observation. And if one calculates that the old revetment held out for 5 years, one can deduce from this approximately how long a row of piles of more or less one foot square will be able to protect the new revetment and the new front piles from the worms, for above average low tide they do little damage. The Director therefore hopes, as he thinks with good reason, that actual experience will completely assure Your High Excellencies that his precautions in this matter.
Dutch transcription
111 Scheeps-Vrienden is Voorleede Jaar Zo wel als in alle de voorgaande Jaeren, alle mooge „lijke vrijheid gelaaten in den verkoop van de door hun meede gebragte zuijker en andere goederen waar omtrent we ons vrijelijk op hun eijgen getuijgenis durven beroepen. Jn het voorstel om de Zuijker van hun teegens 13. rops de pikkel over te neemen, heeft de Direkteur in agt genoomen de Kavel prijzen zo als Hij, naer zijne gedagten, meende dat bijde de Comp: en zij zelve het eene Jaar door het andere gereekent daar meede zouden kunnen uijtkoomen. Ditmaal zouden ze er bij hebben verlooren, en we hebben daarom, en om dat het de Comp: niet lijkent de zuijker zoo hoog te koopen dat daarop geheel niets overschieten kan, best ge¬ „dagt, om hun dezelve naar welgevallen te laa„ „ten verkoopen, alleen heeft de Direkteur de Schippers verzogt om de voorkeur daar¬ „van te geeven aan 's. Comp„s Makelaars die dezelve dan ook hebben gekogt, en is hiermeede mits dien berijkt het oogmerk om naamentlijk te bezorgen dat deeze goederen met 's. Comp„s goederen blijven in eene hand ter voorkooming dat niet de Kooplieden malkanderen de Markt bederven Het. Geld Saaken Het één Lak ropijen dat we voorleede Jaar na Kochim gezonden hebben, is door ons genegotieerd teegens ¾ p„r C=t s. Maands. Dit is hier de gewoone Intrest, nitte min ver„ „zoeken we zeer needrig om verschooning, dat we voorleede jaar verzuijmt hebben datr aan UW: Hoog Edelheeden te bedeelen. Timmeragie en Reparatie Den Opperkoopman en Sekunde Sluijsken heeft ingevolge en ter voldoening aan UW Hoog Edelheeden ordre de aan hem opgelegde rop„s 4000. betaalt. De zelve worden. tans ingevolge UW Hoog Edelheeden ordre na Batavia aangereekent, en we zullen de zol dij reekening van gem: Hooft Adminis¬ „trateur nu wederom doen ontheffen van de daarop belaste rop„s 5912. —. Omtrent de reparatien voorleede Iaar aan de bijde paalwerken gedaan, strekt het ons tot veel voldoening dat UW. Hoog Edelheeden zoo goet zijn geweest om zig verzeekert te houden dat het noodig geweest. 113 geweest is om teegen het verder verval daar¬ van, op de best moogelijke wijze spoedig te voorzien. Het opvullen dat we bij onzen eerbiedigen van voorleede Jaar heb¬ „ben aangeweezen, dat aan het klijnste paalwerk nog moeste werden gedaan, is zeedert met het geen daar aan en aan de daar tusschen ingeleegene steene trap, ver¬ „der noodig g'oordeelt is, buijten lasten van de Komp: volbragt, en schoon er dit Jaar heel langduurige afwaatering ge„ weest is, heeft dat geen andere schaade gedaan, dan dat alleen van de opper¬ „vlakte van het grootste bolwerk een wij¬ „nig aarde is weggeschuurt, het geen met klijne moeijte is herstelt. Dan wijl UW Hoog Edelheede van de Direkteur in het bezonder vorderen, om Hoogst De zelve te informeeren, hoe het met deeze paalwerken geleegen zij, en welke priecaatien in deezen nuttig en nood zaakelijk kunnen zijn, diend daa„ „rop in eerbied, dat de bevinding bereeds heeft getoond dat de aangestampte aarde teegens het oude en diep ingevreetene hout werk. werk de daarin zijnde wormen doet sterven. Voor zoo verre mitsdien de oude voorpaalen en de oude beschoeijing die nu ook behoorlijk gerepareert is, voor het verder in vreeten der wormen blijven bevijligt, kan de Direkteur niet anders zien, of men mag op goede gron„ „den hoopen dat bijde de voorsz: paalwer„ „ken buijten ongelukken welke zijn booven„ het menschlijk vermoogen nog een groote reeks van Jaaren kunnen staan. Het is ondertusschen zeeker dat de Voor¬ „zorgen ten dien eijnde genoomen, niet verder toerijkende zijn, dan tot dat de nieuwe beschoeijing, die nu op zijn beurt aan het invreeten der Wormen bloot staat, te veel zal zijn door knaagt om de vullings tus¬ sen dezelve en de oude beschoeijing teegen te houden, waarvan men de tijd, ten naas¬ „ten bij bereekenen kan naar de tijd, die het oude beschoeijing heeft uijtgehouden, en de Direkteur is daarom bereeds be„ „dagt geweest om ook daar teegen best moogelijk te voorzien. Hij denkt dat dit oogmerk niet bequaamer te berijken is, dan door een korte reij paalen doen zetten voor. 115 voor de nieuwe beschoeijing, op een afstand van 1½ a 2: voeten, zoo digt aan malkanderen geslooten als moogelijk is, ten eijnde tus¬ „sen dezelve en de nieuwe beschoeijing te kunnen leggen een Smalle Dam ter hoogte van de gemiddelde eb, zoo als dat reeds met zeer goed effect gedaan is voor de steene trap, die tussen de bijde paalwerken in legt, en vermoedelijk nu in zeer veele „ Jaaren geene verdere reparatie zal noodig hebben. Men zal dan het werk van rondsom„ „me kunnen begaan, en het beeter onder het oog houden, en als men reekent dat de oude beschoeijing het 5. Jaaren heeft uijt¬ „gehouden, kan men hieruijt ten naasten bij afleijden hoe lange een zeij paulen van min of meer één voet in het vierkant, de nieuwe beschoeijing en de nieuwe voorpaa„ „len zal kunnen bevrijden; voor de Wormen want boven de gemiddelde eb doen dezelve wijnig schaade. De Direkteur hoopt dien „volgens, zoo Hij denkt met veel gronds, dat een daadelijke ondervinding uW. Hoog Edelheeden op het volkoomenlt zal verzeekeren, dat zijne voorzorgen in deezen.
English
of this not only were done with the good intention to preserve the Company from great loss as much as was possible for him, but also that the same were done with good deliberation, and that the money spent on this as an expense has been well and usefully employed. Taxes and Compensations. The 15 pieces of Niguaniassen that were found short in the spring of 1779 at Malacca and the 3 pieces of Flagcloth that were found short at Batavia upon opening in the small Shop, have pursuant to Your High Excellencies' order been imposed for reimbursement on the unpackers and suppliers by Resolution of the 1st of this month, but if we may do so without taking too much liberty, we very humbly suggest to Your High Excellencies' consideration whether it would not be good for the removal of all complaints if Your High Excellencies were pleased to order that when upon the opening of a pack, after it has first been weighed gross, shortages are found, that then the unpacked goods together with the packaging must once more be placed on the scale, in order to test whether these together agree with the gross weight first found. The Master of Equipage Boelen has requested us to thank Your High Excellencies that You have been so good as to allow him to suffice with paying the purchase cost of the short-found round and long ammunition, and we thank Your High Excellencies for the favorable views that You have been pleased to have in this matter upon our humble proposal. The pack of Chitsen Cherongse was by mistake loaded onto the ship Honkoop instead of onto the ship Europa, notwithstanding our repeated recommendation to ensure that goods are brought and received onto the ships for which they are destined. The Trade Books. The report of the examination of the Trade Books only arrived at the end of December of last year, and was inserted in the Resolution of the 9th of December which is currently being sent over. The full amount of work in the last days did not permit having the aforesaid Resolution or the report itself copied at that time, and we request Your High Excellencies therefore to view this favorably, and to further make allowances, since this report can generally only be submitted at the end of the year. In the distribution of the comparison of the opening balances of the Books that were sent last year against the closing balances of the Books immediately preceding them, the secretariat clerks in our respectful letter of the 31st of December 1779 erroneously filled in 17 23/14 and 17 27/18 instead of 17 27/16 and 17 27/9, of which book years we had the honor to distribute the comparison of opening and closing balances to Your High Excellencies in our respectful letter of the 28th of December 1778. The aforesaid clerks very humbly request pardon on that account. The Pay Books. What we have said above regarding the reasons that prevented the copying of the resolution in which the Report of the Inspection of the Trade Books was inserted, has also caused the Resolution on the Report of the examination of the pay books of last year not to have been able to be sent over. Moorish Seafarers. The humble request that we made to Your High Excellencies in our respectful letter of the 28th of December 1778, namely that only 6 months of wages per year might be disbursed to the Moorish seafarers, was grounded in the reasons given to us for that by the pay bookkeeper in his report of the 23rd before that, which we had the honor to send to Your High Excellencies in copy, stating among other things that the accounts of these people, through higher advances, fell so little ahead that upon their return it caused endless trouble. That the outcome nevertheless often shows otherwise, of that it seems to us that the most plausible reason must be sought, as Your High Excellencies themselves note, in the uncertainty of properly charging each for his companion, which arises from the mix-up of the names of the sailors. We find that in our respectful letter of last year we did not express ourselves clearly enough regarding the 8896 1/8 rupees that the Moorish Seafarers returned with the ships Europa and Honkoop were found to be in advance. Our intention in our Resolution of the 9th of December taken on that matter was not to have these people questioned about what they were owed according to the pay books, but simply to show them that, considering that at Batavia they received 2/3 part of their wages monthly, as we believed, besides another 2 months that are issued annually here to their debit, they according to this calculation, when one adds to it the 5 months that are disbursed to them in advance here, cannot earn more than 5 or 6 months in the first 3 years after their arrival in Batavia, and thereafter another 2 months each year. As regards the description that the pay bookkeeper gives in his report that was inserted in the Resolution of the 9th of December concerning the general condition of the Moorish Seafarers who are annually provided to the Company, those are particulars of which we have no knowledge. In general we know, and that is all too well known, that they are for the most part people who are gathered together from the country around here. We have therefore also not known how to conduct any further investigation into it, and for that reason the Director has also not seen what use could be made of the proposals of the Pay Bookkeeper, which seem to be based on the aforesaid description of these people, namely to let the books die out or else to strike an agreement once and for all for
Dutch transcription
deezer niet alleen zijn gedaan met dis goede oogmerk om de Maatschappij zoo veel het hem moogelijk was, voor groote schaade te hoeden, maar dat ook de zelve gedaan zijn met goed overleg, en dat het daaraan ten kosten gelegde geld wel en nuttig is besteed. Belastingen en Vergoedingen. De 15. Stúkken Niguaniassen die in het voorjaar 1779. te Malakka en de 3. stuk„ „ken Vlaggedoeken die te Batavia bij opening in de klijne Winkel zijn te kort bevonden, zijn ingevolge UW Hoog Edelheeden ordre de afpakkers en Leveranciers bij Resolutie opgelegt van den 1e. deezer ter vergaeding, dog zoo we het zonder te veel vrijheid te gebruijken moo¬ „gen doen, geeven we UW Hoog Edelheeden zeer nedrig in bedenking, of het ter weg„ „neeming van alle klagten niet goed zoude zijn, indien UW Hoog Edelheeden geliefden te beveelen dat wanneer bij opening van een pak na dat het eerst brutto gewoogen is, minderheeden bevonden worden, dat als. 117 als dan de ontpakte goederen met de em¬ ballagie te zaamen, nog eens moeten worden op de Schaal gelegt, om te beproeven of deeze met malkander met het eerst bevondene brietle gewigt accordeeren. De Equipagie meester Boelen heeft ons verzogt UW Hoog Edelheeden te bedanken dat Hoogst De zelve zoo goet zijn geweest hem te laaten volstaan met het betaalen van het inkoops Kostende van het te min bevondene, rond en lang scherp, en we bedanken UW Hoog Edelheeden voor de gunstige inzigten die Hoogst Dezelve in deezen op onze reedrige voordragt wel hebben willen hebben. Het Pak Chitsen Cherongse is bij vergissing in het schip Honkoop gelaaden, in„ „steede van in het schip Europa, niet teegen„ „staande onze herhaalde rekommendatie om te zorgen dat de goederen worden gebragt en ontfangen op de Scheepen, waarvoor ze gedelti¬ „neert zijn. De Negotie Boeken Het Berigt van het examineeren der der Negotie Boeken is eerst in het laatst van December des voorleeden Jaars te binnen gekoomen, en is geinsereert bij de Resolutie van den 9:e December die tans overgaat. Het volhandig werk in het laatst der Daagen heeft niet toegelaaten om de voorsz Resolutie of het berigt zelve toen ter tijd te kunnen laa¬ „ten afschrijven, en we verzoeken UW Hoog„ „Edelheeden dit dus gunstig in te schikken, en dat verders te willen inschikken, wijl dit be¬ „rigt doorgaans eerst in het laatst van het Jaar kan worden ingedient. Bij de bedeeling van het konfrontee„ „ren der voorrestanten van de Boeken die voorleede Jaar gezonden zijn, teegens de na„ restanten van de daaraan ommiddelijk voor„ „gegaane Boeken, zijn door de Sekretarij be„ „dienden bij onzen eerbiedigen van den 31:' De„ cember 1779. insteede van 17 27/16. en 17 27/9. bij ver„ „gissing ingevult 17 23/14. en 17 27/18. , van welke boek jaaren we de eere gehad hebben UWW Hoog Edel¬ „heeden de konfrontatie der voor en narestanten te bedeelen, bij onze eerbiedige van den 28 e Decemb 1778. De voorsz: bedienden verzoeken dier „weegens zeer needrig om verschooning. De 119 De Zoldij Boeken Het geen we hier boven gezegt heb„ ben noopens de reedenen die belet hebben het doen afschrijven van de resolutie waarbij het Berigt van de Visitatie der Negotie boeken is geinsereert, heeft ook voortgebragt, dat de Resolutie op het Berigt van de examinatie der zoldij boeken voorleeden jaer niet heeft kun¬ „nen overgaan. Moorse Zeevaarende Het needrig verzoek dat we UW. „Hoog Edelheeden bij onsen eerbiedigen van den 28. decembr: 1778. hebben gedaan, dat naa„ „mentlijk aan de shoorse zeevaarende maar 6. maenden gagie in het jaer mogten worden verstrekt, is gegrond geweest in de motiven, die de zoldij boekhouder daar toe aan ons heeft opgegeeven bij zijn berigt van den 23. daer te vooren, het geen we de eere ge¬ „had hebben UW Hoog Edelheeden in Kopij toe te zenden, houdende onder anderen, dat de reekeningen deezer luijden door hoogere ver. Verstrekkingen, zoo wijnig te vooren raakten dat met hunne terugkomst oneijndig veel moeij¬ „te had. Dat de uijtkomst dit des niet te min dikwils anders toond, daar van Schijnt het ons, dat de draagelijkste reeden moet worden gezogt, zoo als UW Hoog Edelheeden dat zelve aanmerken in de onzeekerheid in het behoorlijk belasten van een elk voor zijn genoot, die uijt de Verwisseling der naamen van de Mattroosen, voortkomt. We bevinden dat we ons in onzen eerbiediger van voorleede Jaer, niet duijdelijk genoeg hebben uijtgedrukt noopens de rop„s 8896. 1/8 die de met de scheepen Europa en Honkoop teruggekoomene shoorle Zeevaaren¬ de zijn bevonden te vooren te staan. Ons oog¬ „merk bij onze Resolutie den 9:e December daar over genoomen, is niet geweest om deeze luijden te doen onderhouden over het geen ze volgens de zoldij boeken te goed hadden, maar om hun een¬ „voudig te doen zien, dat gemerkt ze te Batavia maandelijks 2/3 gedeelte van hunne gagie, ge¬ „lijk we meenden, genooten, behalven nog 2. maenden die hier jaarlijks ten hunnen laste worden uijtge¬ „rijkt, ze na deeze reekening; als men daarbij teld. 121 teld de 5. Maerden die hun hier op hand, worden verstrekt, in de eerste 3. Jaeren na hun aankomst te Batavia niet meer te goed kunnen maaken, dan 5. of 6. maenden, en voorts nog 2. maerden elk jaar. Wat aangaat de beschrijving die de zoldij boekhouder doet bij zijn berigt dat ter Resolutie van den 9e December is gein„ „sereert noopens de gesteltheid in het ge„ „meen, van de Moorse Zeevaarende die Jaar„ „lijks aan de Comp: zijn bezorgt, dat zijn bezonderheeden waarvan we geen kennis draagen. In het algemeen weeten we, en dat is te over bekent, dat het meerendeels luijden zijn die hier om streeks uijt het land worden zaamen gezogt. We hebben ook daa¬ „rom daarop geen verder onder zoek weeten te doen, en de Direkteur heeft uijt dien hoofde ook niet gezien, wat gebruijk er te maaken zoude zijn van de Voorstellen van de Zoldij boekhouder, die in de voorsz: beschrijving van dit volk schijnen te weezen gegrond, om naamentlijk de boeken te laaten uijtsterven of wel eens vooral een akkoord te treffen voor