VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10424

Surat · 700 pages · 115 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10424_0001 view scan ↗

English

A volume. Souratte No. 1 A: Packet No. for Zeeland Register of such papers as are dispatched via the ship De Geregtigheid to Ceijlon for further forwarding to the Netherlands; namely: Per the ship De Geregtigheid. An original general letter to the Most Noble and Honorable Gentlemen Majores dated today. Copy of a general letter to Their High Excellencies dated 20 April 1786. Copy of a general letter to the same dated today. A sealed packet containing the secret letter from the Director to Their High Excellencies. Copy of general resolutions from and including the 19th up to and including the last of December 1785. Copy of general resolutions from the first of January to the last of December 1786. A bundle of outgoing letters to the foreign nations in 1786. A bundle of incoming letters from the same in 1786. A bundle of papers relating to the bill of exchange of Bhaijser. A bundle of copies of exchanged English letters concerning the reclamation of Brootchia. [illegible] Register of such papers as are dispatched via the ship De Geregtigheid to Ceijlon for further forwarding to the Netherlands; namely: Per the ship De Geregtigheid. An original general letter to the Most Noble and Honorable Gentlemen Majores dated today. Copy of a general letter to Their High Excellencies dated 20 April 1786. Copy of a general letter to the same dated today. A sealed packet containing the secret letter from the Director to Their High Excellencies. Copy of general resolutions from and including the 19th up to and including the last of December 1785. Copy of general resolutions from the first of January to the last of December 1786. A bundle of outgoing letters to the foreign nations in 1786. A bundle of incoming letters from the same in 1786. A bundle of papers relating to the bill of exchange of Bhaijser. A bundle of copies of exchanged English letters concerning the reclamation of Brootchia. [illegible] Souratta Register of such papers as are dispatched via the ship De Geregtigheid to Ceijlon for further forwarding to the Netherlands; namely: Per the ship De Geregtigheid. No. 1. An original general letter to the Most Noble and Honorable Gentlemen Majores dated today. 2. Copy of a general letter to Their High Excellencies dated 20 April 1786. 3. Copy of a general letter to the same dated today. 4. A sealed packet containing the secret letter from the Director to Their High Excellencies. 5. Copy of general resolutions from and including the 19th up to and including the last of December 1785. 6. Copy of general resolutions from the first of January to the last of December 1786. 7. A bundle of outgoing letters to the foreign nations in 1786. 8. A bundle of incoming letters from the same in 1786. 9. A bundle of papers relating to the bill of exchange of Bhaijser. 10. A bundle of copies of exchanged English letters concerning the reclamation of Brootchia. [illegible] Anno 1787. Warehouse Business 12. An answered extract requisition for the homeland for 1787. 13. The true yield of the trade in the financial year 178 5/6. 14. The gross yield of the sale of the merchandise brought by De Geregtigheid. 15. A statement of account drawn up on the closed Surat trade books of 178 5/6. 16. A memorandum or report of the remaining debtors and creditors at the closing of the Surat trade books on the last of August 1786, and the dispositions noted in the margin thereof. 17. Extract invoice of what was loaded for the homeland on the Company ship De Geregtigheid. annex Memorandum of the gross weights. Souratta, 5 January Anno 1787. Note: No. 12 and 17 are sent in single copy. P. V. van Polanen No. 11: A bundle of copies of exchanged English letters concerning the toll affair. Per 1 No. 1. To the Most Noble and Honorable Gentlemen Directors Deputed to the Assembly of Seventeen Representing the General Dutch East India Company at the Presidial Chamber of Amsterdam. Most Noble and Honorable Gentlemen! The ship De Geregtigheid, which arrived here from the principal place on 25 October last and is now departing thither again by way of Ceijlon, we have loaded on board the same, for transfer to Punto Gale, such linens and cotton yarns as are listed in the enclosed extract invoice to an amount of f 153424: 5: -, which we hope will arrive safely with your Most Noble and Honorable Lordships; while, according to the order, we also accompany this with the copies of the general letters dispatched by us to Their High Excellencies dated 20 April of this year and today, with the resolutions pertaining thereto, and likewise with the copies of the separate letters from the Director, as they are all listed on the attached register. Pursuant to Their High Excellencies' orders contained in Their honored letter of 23 August 1785, having pressed the English in the strongest terms for the return of the factory at Brootchia, we take the liberty to add hereto also the authentic copies, both of the letters exchanged in this affair and of the latest letter from the Bombaij ministry dated 18 September last, by which they informed us that the Honorable Governor General and Council of Calcutta would refer our reclamation to the Gentlemen Directors in Europe, and of our reply to the same dated 5 October following, in which we protested in the strongest manner against this delay or refusal. We also have the honor to enclose herewith a packet containing the letters exchanged by us with the English ministry here and the Honorable Governor and Council of Bombaij, with all the documents relating thereto, concerning the question of a certain granted bill of exchange which, upon their taking over the Direction, was unlawfully deprived of its effect by them

Dutch transcription

e Een band. Souratte N: 1 A: Stal ne voor Zeeland Register van zodaenige Papieren als er per het schip De Geregtigheid na Ceijlon ter verdere bestelling na Nederland worden afgesonden; als P:r het Schip De Geregtigheid. Een origineel gemeene missive aan de welEdele Hoog agtbaare Heeren Majores gedateerd op heeden. Copia gemeene missive aan Haar Hoog Edelheeden gedateerd 20=e April 1786: Copia gemeene missive aan als even gedateerd op heden En geslooten paquet houdende de secreete missive van den Heer Directeur aan Haar Hoog Edel„ „heeden Copia gemeene resolutien van en met den 19=' tot den ultimo December 1785: opia gemeene resoluten van primo Januarij tot ultimo December 1786. n bondel afgaane brieven aan de vreemde Natien in 1786. n bondel aankomende van deselve in 1786: n bondel met papieren betrekkelijk tot de wissel van Bhaijser een bondel met Copia gewisselde Engelsche brieven betref„ „fende de reclame van Brootchia Verk Register van zodaenige Papieren als er per het schip De Geregtigheid na Ceijlon ter verdere bestelling na Nederland worden afgesonden; als P:r het Schip De Geregtigheid. Een origineel gemeene missive aan de welEdele Hoog agtbaare Heeren Majores gedateerd op heeden. Copia gemeene missive aan Haar Hoog Edelheeden gedateerd 20=e April 1786: Copia gemeene missive aan als even gedateerd op heden Een geslooten paquet houdende de secreete missive van den Heer Directeur aan Haar Hoog Edel„ „heeden Copia gemeene resolutien van en met den 19=' tot den ultimo December 1785: Copia gemeene resoluten van primo Januarij tot ultimo December 1786. Een bondel afgaane brieven aan de vreemde Natien in 1786. en bondel aankomende van deselve in 1786: en bondel met papieren betrekkelijk tot de wissel van Bhaijser een bondel met Copia gewisselde Engelsche brieven betref„ „fende de reclame van Brootchia Verk Souratta Register van zodaenige Papieren als er per het schip De Geregtigheid na Ceijlon ter verdere bestelling na Nederland worden afgesonden; als P:r het Schip De Geregtigheid. N:o 1. Een origineel gemeene missive aan de wel Edele Hoog agtbaare Heeren Majores gedakeerd op heeden. 2: Copia gemeene missive aan Haar Hoog Edelheeden gedateerd 20=e April 1786: 3: Copia gemeene missive aan als even gedateerd op heden. 4: Een geslooten paquet houdende de secreete missive van den Heer Directeur aan Haar Hoog Edel„ „heeden Copia gemeene resolutien van en met den 19=' tot den 5: ultimo December 1785: „ 6: Copia gemeene resoluten van primo Januarij tot ultimo December 1786. „ 7: Een bondel afgaane brieven aan de vreemde Natien in 1786. „ 8: Een bondel aankomende van deselve in 1786: „ 9. Een bondel met papieren betrekkelijk tot de wissel van Bhaijser „ 10: Een bondel met Copia gewisselde Engelsche brieven betref„ „fende de reclame van Brootchia Vert A o 1787. „ „ Pakhuijs Zak heid 12: Een beantwoorde Extract Eijsch propatria voor 1787. „ 13: 't waare rendement van den handel in 't boekjaar 178 5/6. „ 14. 't ruuw rendement van den verkoop der met de gereg„ „tigheid aangebragte Coopman„ „schappen „ 15: Een staatreekening geformeerd op de geslooten souratse Negotie boeken van 178 5/6. „ 16: Een Memorie of Berigt van de verbleevene debiteuren en Crediteuren met het sluijten der souratse Negotie boeken onder ult. o Augustus 1786. ende daarop in mar„ gine gestelde dispositien 17. Extract factuur van het Pro Patria in het Comp:s schip de Geregtigheid afgeladene annex Memorie der Bruto gewigten Souratta den 5. ' Januarij A:o 1787: NB: N:o 12: en 17: gaan enkelvoudig G P: V: dan Polanen de bevent N:o 11: Een boudel Copier gewisselde Engelsche brieven betreffende de Thol affaire Pr 1 N No. 1. Aan de Wel Edele Hoog Agtbaere Heeren Bewindhebberen Gedeputeerd ter vergaderinge van XV71:=en Representeerende de Generaale Nederlandse Oost Indische Companij ter presidiale Kamer Amsterdam WelEdele Hoog Agtbaare Heeren! Het Schip de Geregtigheid soo den 25. October laetstleeden alhier van de Hoofdplaets aengekomen is, thans wederom over Ceijlon derwaerts vertrek„ „kende, hebben wij aen boord van hetselve ter overbreng nae Punto Gale afgeladen sodae„ „ne Lijwaeten en katoene garens als bij de in„ „leggende Extract factuur bekend staen tot een bedraegen van ƒ 153424: 5: —. die wij hopen dat gelukkig bij uwel Edele Hoog Agtbaare sullen aenkomen, terwijl wij deesen nae de ordre mede doen verseld gaen van de Copien der door ons aen Haar Hoog Edelheeden afgevaardigde ge„ „meene brieven van den 20. April deses Jaers, en van heden, met de Resolutien daar toe behoo„ rende, en so mede van de Copien der aparte brieven Eno 3 van den Directeur So als alle op het bijgevoegde Register vermeld staen¬ Ingevolge. 5 Jngevolge Haar Hoog Edelheeden bevelen ver„ „vat bij Hoogst derselver gevenereerde missive van den 23. Augustus 1785. door ons bij de Engel„ „schen ten sterksten aengedrongen sijnde, op de terug gaeve van het Comptoir te Brootchia, neemen wij de vrijheid, deesen almede bij te voegen de Authentique Copien, so wel van de in deese af„ „faire gewisselde brieven als van de laetste mis„ „sive van het Bombaijse ministerie in dato 18e September Jongstleeden bij dewelke ons hebben kennis gegeven, dat den Heer Gouverneur Ge„ „neraal en Raad van Calcutta, onse reclame aen de Heeren Directeurs in Europa referee„ „ren souden, en van ons andwoord op deselve gedagtekend den 5den. October daar den volgende, waar bij wij ten kragtigsten tegen deese ver„ „wijling of weigering geprotesteerd hebben. Nog hebben wij d' Eer hier bij te voegen Een paquet vervattende de door ons met het En„ „gelsche ministerie alhier en den Heer Gou„ verneur en Raad van Bombaij gewisselde brieven met alle de stukken welke daar toe betrekking hebben, in de questie over sekere verleende wissel die door haar bij het neemen der Directie wederregtelik van desselfs effect beroofd

NL-HaNA_1.04.02_10424_0017 view scan ↗

English

has been deprived of. And notwithstanding that this affair will appear very circumstantially to Your Right Honorable Noble Worships, not only from the aforementioned papers but also from our respectful writings to Their High Nobilities of 16 January 1785, paragraph 238, as well as 20 April last, paragraph 37, and the resolutions cited therein, we have nevertheless believed that it will not be displeasing to Your Right Honorable Noble Worships that we briefly repeat this matter here in its context. When the news of the war between the Republic and England became known in Souratta, the Company held a capital of one hundred thousand ropijen at interest from the house of Bhaijsa; we therefore decided, foreseeing that even if this place might be left neutral, as one had to flatter oneself, we would have no opportunity to ship the prepared linens to Europe, to grant to the aforementioned house of Bhaijsa the bill of exchange in the packet under the letter A, which was delivered to the said heirs by the secretary of our meeting, see his sworn statement letter B, for an equal amount with interest upon the linen suppliers Berampje Souraabje and Harmootje Rettingie, which latter we ordered to pay the amount of the aforementioned bill of exchange from the goods and funds of the Company which they had in their possession, as appears from that order under letter C; all this took place on 9 June 1781, five days before we were made prisoners of war. The said linen suppliers had no sooner received this order than they made arrangements for payment, to which end, having no cash, they handed over to the heirs of Bhaijsa in payment or as a pledge a considerable quantity of linens to the value of upward of 50000 ropijen, delivering the keys of the warehouse in which the same were stored; but before they were able to satisfy the remainder, the Directorship was seized by the English. The warehouse in which the linens were stored was, against the protests of the repeatedly mentioned heirs of Bhaijsa and their constant refusal to surrender the keys of the same, forced open by violence, the linens taken out from it, and these, as well as all those that the suppliers had undertaken to deliver and for which they had received money in advance, were carried away for the benefit of the English Company, as this has been circumstantially described in the letter from the present Governor of Ceylon, Mr. van de Graaff, as former Director of this Directorship, to Their High Nobilities, dated Colombo, 30 May 1782, number 1; while his Noble Generosity, in the statement of debtors and creditors thus annexed behind the general inventory of Company effects delivered to the English, made circumstantial mention of this, as appears not only from extract number 2, but he even wrote on that occasion, as well as upon his Honor's departure from Souratta, to the English government about it, as appears from those letters themselves and the report on the Great Cash Treasury of 31 December 1781 made by the well-mentioned Mr. van de Graaff and the first undersigned as the then Chief Administrator to Their High Nobilities, likewise annexed hereto in the packet under numbers 3, 4, and 5. In this manner this affair remained until the restoration of the Directorship, when the aforementioned heirs of Bhaijsa addressed us on 5 December 1784, requesting that we satisfy the bonds they held at the charge of the Company for moneys lent to the same on 21 March 1781 to the amount of 100000 ropijen with interest, since the aforementioned bill of exchange had remained unpaid through the conduct of the English set forth hereinbefore, who had taken away by force the goods from which the payment was to be made, and had refused them satisfaction. We gave due notice of this representation to Their High Nobilities in our letter of 16 January 1785, paragraph 238 et seq., mentioned hereinbefore, with a respectful proposal that we might be authorized to satisfy these people, who in this case have served the Company as much as was in their power. And Their High Nobilities having been pleased, in their venerated reply of 23 August 1785, to authorize us to satisfy the house of Bhaijsa in the best possible manner, with the recommendation to press further with the English that the amount of their bill of exchange be credited to the Company, we accordingly demanded this from the English ministry here by letter of 24 February 1786, number 6. However, the said ministry having thought fit to reject and refuse the aforementioned demand and instance by letter of 7 March following, on the grounds that the aforementioned bill of exchange was supposedly granted at a time when we no longer had any right to do so, as it was supposedly in the highest degree improbable that this bill of exchange had been granted before hostilities between England and Holland

Dutch transcription

beroofd geworden is. — En niet tegenstaande deese affaire UwelEdele Hoog Agtbaarheeden seer omstandig sal te vooren komen, niet alleen bij de voorschrevene papieren maar tevens bij onse Eerbiedig schrijvens aen Haar Hoog Edelheedens van den 16e Januarij 1785. §. 238. So meede 20. April laastleeden 5. 37. en de aldaar aengehaalde resolutien, so hebben wij egter vermeend dat het uwel Edele Hoog Agt„ baarheedens niet ongevallig sijn sal, dat wij deese saak alhier kortelijk in haeren Saemen¬ „hang repeteeren. Toen de tijding van den oorlog tusschen de republicq en Engeland te souratta bekend wierd, had de Compagnie op interest van het huis van Bhaijsa een Capitaal van Een maal hondert duisend ropijen; wij beslooten daerom terwijl wij voorsaagen, dat schoon deese plaets, al onsijdig gelaten mogte worden, so als men sig vleijen moeste, wij geen geleegentheid souden hebben om de in gereedheid gebragte Lijwaeten na Europa te versenden, om aen het voorschre¬ ven huis van Bhaijsa te verleenen, de wissel¬ in het paquet onder de Letter A:, welke aen deselve Erfgenaemen door den secretaris onser vergadering vergadering wierd ter hand gesteld vide sijne Ede„ „lijke verklaringe Litt: B. tot een gelijk bedraegen met de interesse op de Lijwaet Leveranciers Be„ „rampje Souraabje en Harmootje Rettingie, welke laaste wij gelasten om het montant van voorschreeven wissel te voldoen, uit de goederen en gelden die van de maatschappije onder sig hadden, blijkens die order onder Lit=a C; dit alles geschiede op den 9:e Junij 1781: vijff daegen bevoorens wij krijgsgevangenen wierden gemaakt, de gedagte Lijwaet Leveranciers hadden soo dra deese Ordre niet ontfangen of sij maakten schikkingen ter voldoening, ten welken einde sij als geen Contant geld hebbende, in handen van de Erfgenaemen van Bhaijsa overgeeven en betaaling of ten onderpand Eene aensienlijke quantiteid Lij„ „waeten ter waarde van ruim 50'000: –. rop„ met ter handstelling van de sleutels van het Pakhuijs waar in deselve geborgen waa„ ren, dog eer sij in staet waaren om het reste„ „rende te voldoen, wierd de Directie door de Engelschen genomen, het Pakhuis waar in de Lijwaaten opgeslaagen waaren wierd teegen de de protestatien van meergemelde Erfgenaemen van Bhaijsa en haare Constante weigering om de Sleu¬ „tels van het selve over te geeven, met geweld open „gebrooken, de Lijwaaten daar uit gehaald, en die soo wel als alle de geene die de Leveranciers had„ „den aengenomen te leveren en waar voor sij geld hadden voor uit ontfangen, vervoerd, ten voor„ „deele van de Engelsche Compagnie, invoegen dit een en ander omstandig beschreeven is, bij de missive van den tegenswoordige Heere Ceilons Gouverneur van de Graaff als geweesen Directeur deeser Directie aen Haar Hoog Edelheeden gedateerd Colombo den 30:e Meij 1782, N. o 1. , terwijl sijn welEdele Ge„ „strenge bij de memorie der Debiteuren en Crediteuren soo gevoegd is geweest, agter den Generaalen Inventaris, die aen de Engelschen van Compagnies effecten overgegeven is, hier, van omstandig melding gemaekt heeft, blijkens het Extract N„o 2. niet alleen, maar ook selfs daar over ter dier geleegentheid, soo wel als bij sijn Edelens vertrek van sourat„ „ta aen de Engelsche regeering heeft geschree¬ „ven, blijkens die brieven selven en het door welgemelden Heere van de Graaff en den 3ee e 1 den Eerst ondergeteekenden als toemalige Hoofd„ Administrateur aen Haar Hoog Edelheeden gedaane verslag van de Groote geld Cassa van den 31:e December 1781. , hier mede bij gevoegd, onder in het paquet N: s 3. 4: en 5. – In deeser voegen bleeff deese affaire tot op de Herstellinge der Directie wanneer sig de meergenoemde Erfgenaemen van Bhaijsa op den 5. e December 1784. bij ons addresseerden, met versoek, dat wij hun de obligatien die sij ten laste van de maatschappije hadden, weegens aen deselve op den 21e: Maart 1781. geleende gelden, ten bedraage van 100000: ropijen met de interessen, voldoen wilden, alsoo voor„ „schreeven Wissel onbetaeld gebleeven was, door het hier vooren ter neder gestelde ge„ „drag der Engelschen, die de goederen waar uit de betaeling geschieden moest, viaforca had„ „den weg genomen en haar de voldoening ge„ „weigerd. Wij gaeren van deese instantie de verschul¬ „digde kennisse aen Haar Hoog Edelheeden bij onsen brief van den 16:e Januarij 1785,, §. 238 et segg, hier vooren gewaagd, met eerbie„ dige dige voorslag, dat wij mogten worden gequalifi„ „ceerd, om deese menschen, welke in dit geval de Compagnie soo veel gediend hebben, als in haar vermogen was, te voldoen. En gemelde Haar Hoog Edelheedens ons daar op bij derselver gevenereerd andwoord van den 23. Augustus 1785. hebbende gelieven te qualificeeren, om het huis van Bhaijsa op de best mogelijkste wijse te Contenteeren, onder recommandatie om bij de Engelschen nader aantedringen, dat aen de Compagnie„ het bedraegen derselver wissel te goed ge„ „daan worde, soo hebben wij sulx van het Engelsche ministerie alhier bij brief van den 24:e februarij 1786. No 6. gevorderd. Dog gemelde ministerie hebbende kunnen goedvinden om de voorschreven voordering en instantie bij Missive van den 7e. Maart daer aen van de hand te wijsen, en te weigeren op fundament dat de voorschreeven Wissel soude sijn verleend, op een tijd dat wij daar toe geen meerder regt hadden, alsoo het in den hoogsten graad onwaarschijnelijk soude sijn dat deese wissel verleend was bevoorens, de vijandelijkheeden tusschen Engeland en 1 Holland é

NL-HaNA_1.04.02_10424_0022 view scan ↗

English

Holland had commenced here etc., as appears from the dispatch itself No. 7. We showed them by our letter of the 16th of the same month No. 8 the groundlessness of this contention and suspicion, and furthermore sent their Honors a copy of the bill of exchange itself, with the sworn statement of the secretary, and of the order on the suppliers, all mentioned above under letters A, B, and E, to prove that the bill of exchange was handed over to the heirs of Bhaijsa immediately on the morning of 10 June 1781, and thus five days before the Directie was taken, and that the order for its discharge was issued. However, this having had no other effect than that in their reply of the 21st of the aforesaid month No. 9 they took refuge in another pretext even weaker than the above-mentioned, namely: that the bill of exchange in question drawn on the linen suppliers was allegedly granted to the said heirs of Bhaijsa after the war between the Republic and England had supposedly been declared at Bombay, and we had knowledge thereof. We indeed demonstrated to their Honors by dispatch of 26 March No. 10 the ridiculousness of this contention, but seeing that nothing further was to be obtained from this administration, we addressed ourselves by letter of 9 May No. 11 to the Governor and Council of Bombay with the request that their Honors would be pleased to give the necessary orders, or otherwise make arrangements, that the Noble Dutch Company be indemnified for the amount of the bill of exchange in question with interest. However, this administration, as well as the Surat Council, declined our application by dispatch of 31 May under No. 12, though upon an entirely different and in some respects contradictory ground; for whereas this refusal had previously been based primarily on a contention that we had no further right to grant the bill of exchange in question at the time that this took place, they have in this last letter taken refuge in the pretense that before the goods were taken, the claim of the heirs of Bhaijsa upon the same was traced and investigated, and that it had allegedly appeared from the voluntary declaration of the aforesaid heirs that they could produce neither acceptance nor payment of the bill of exchange etc. This pretext having been refuted by us by letter of 24 June 1786 No. 13 with the sworn declaration of the former secretary Wiardi, enclosed herewith under letter B, who delivered it in person, and by the delivery of the keys to the warehouse in which the goods that were handed over by the suppliers to the heirs of Bhaijsa for the payment of the bill of exchange, we were thereby simultaneously obliged, since no further means of prosecution are left to us here, to resolve to protest in the strongest terms against all losses and damages which the Noble Dutch Company will suffer through this refusal, while we would bring the same to the high notice of Your Right Honorable Nobles, as we have the honor to do hereby, whereas the letter of the said Governor and Council of 8 July last under No. 14 shows that the aforesaid protest was received. Finally, we take the liberty to inform Your Right Honorable Nobles, in continuation of what we had the honor to report in our humble dispatch of 31 December 1780 concerning the dispute with the English gentlemen over the duty-free export of the Company's goods, for which the regular duty was paid upon import, that having insisted by letter of 15 July last to the Governor and Council of Bombay upon the withdrawal and removal of the hindrances which are continually imposed upon us in the duty-free export of the goods etc., their Honors replied to us by their rescript of 27 August following that, pursuant to their promise by letter of 18 December 1779, they had sent over to their superiors in England in the following April all papers relating to this affair, but that up to now they have received no orders for their direction thereon, which they will inquire about further at the first opportunity; so that this affair still remains in the state in which it was when we had the honor to dispatch our aforesaid letter of 31 December 1780 to Your Right Honorable Nobles, while we have the honor to offer Your Right Honorable Nobles the copies of the aforesaid letters hereby as well. Finally, we take the liberty to inform Your Right Honorable Nobles that, pursuant to the esteemed authorization of their High Nobles by dispatch of 23 August of the past year, and on account of our great shortage of money, we have negotiated here in the months of June and July last past, from the chief surgeon of this Directie, Daniel Teperhoven, a sum of 17814 3/16 ropias, to be repaid in the Netherlands, the ropij calculated at 27 stuivers, amounting to ƒ24050: —:— and

Dutch transcription

„Holland alhier waaren aengevangen enz: „ blijkens de missive selve No. 7. soo hebben wij haar bij onsen brief van den 16. e van dieselve maend N=o 8. de ongegrondheid van deese sustenue en verdenking aengetoond, en haar Edelen ten overvloede toegesonden Copie van de wissel selven, met de beëdigde verklaa¬ „ring van den secretaris, en van de ordre op de Leveranciers, alle hier boven gewaegd onder Litt„s A: B. en E. , ten bewijse dat de wissel dadelyk des morgens van den 10. Junij 1781. en dus vijff daagen voor de Directie genoomen wierd aen de Erfgenaemen van Bhaijsa overhandigd, en de ordre tot dies voldoening afgegeven is. Dog dit ook van geen andere uitwerking sijnde geweest, als dat sij bij haer andwoord van den 21e: van meergeseide maend No 9. tot een andere schijn reeden nog Swakker als de bovengemelde, haar toevlugt hebben genoomen namentlijk. „ Dat de wissel in quaestie op de Lijwaet Leveranciers aen de gedagte Erfgenaemen van Bhaijsa soude sijn verleend, na dat den Oorlog tusschen de republicq en Engeland te Bombaij soude zoude sijn gedeclareerd geweest, en wij daar van Kennisse gehad hebben. - soo hebben wij haar Edelens bij missive van den 26e: Maart No. 10. de belaggelijkheid deeser sustenue wel voorgehouden, dog vermits wij saagen dat er bij dit ministerie niets verders te verkrijgen was, hebben wij ons bij brief van den 9:e meij, N„o 11: vervoegd aen den Heer Gouverneur en Raad van Bombaij met versoek, dat Haar welEdelen de nodige be„ veden gelieven te geeven, ofte andersints ordre stellen, dat de Edele Nederlandsche Compagnie voor het bedragen van de Wissel in questie met de interessen schadeloos gesteld wierd. Dog dit ministerie heeft, soo wel, als den Souratsen Raad onse instantie gedeclineerd bij missive van den 31e. Meij onder No 12. , egter op een geheel ander en in sommige opsigte strijdig fundament, want daar men bevoorens deese weigering had gegrondet, voornamentlijk op eene sustenue, dat wij tot de verleening van de wissel in quaestie geen meerder regt hadden, ten tijde dat sulx 11 sulx is geschied, soo heeft men bij deese laatste brief sijn toevlugd genomen, tot het voorgeeven, „dat alvoorens de goederen genoomen wierden, „de vordering van de Erfgenaamen van Bhaij„ „sa op deselve nagespeurt en ondersogt is, en dat „ het door de vrijwillige verklaaring van voor„ „„schreven Erfgenaamen soude gebleeken sijn, „ dat sij niet konden produceeren nog acceptatie „ nog betalinge van de wissel enz. „ Dan deese uitvlugt door ons bij brief van den 24:e Junij 1786. No 13. wederlegd sijnde, met de Edelijke verklaring van den geweesen secretaris Wi¬ „ardi hier bij Litt=a B. welke se in persoon overhandigd heeft en door de ter handstelling van de sleutels van het Pakhuijs waar in de goederen die tot betaling der wissel door de Leveranciers aen de Erfgenaemen van Bhaijsa overgegeeven is, soo hebben wij daar bij teevens, alsoo ons hier geen verdere middelen ter prosecutie overgelaaten sijn, moeten besluiten om ten kragtigsten te protesteeren teegen alle schaaden en nadeelen, welke de Edele Nederlandsche Compagnie door deese weigering weigering lijden sal, immiddels dat wij deselve ter hooge kennisse van UwelEdele Hoog Agtbaare brengen souden, soo als wij d' eer hebben te doen door deesen terwijl de brief van gedagte Heer Gouverneur en Raad van den 8:e Julij laastleeden onder N„o. 14. aantoond dat het voornoemde Protest ontfangen is. Eindelik neemen wij nog de vrijheid Uwel Edel Hoog Agtbaarheeden ter kennisse te brengen, ten vervolge van het geen wij d' Eer hadden te melden bij onse nedrige missive van den 31:e December 1780. noopens het verschil met de Heeren Engelschen over den Thol vrijen uitvoer van 'tCompagnies goederen, waar van bij invoer de gewoone thol betaald is, dat wij bij brief van den 15. Julij laastleeden bij den Heer Gouverneur en Raad van Bombaij hebbende geinsteerd op de intrekking en ontheffing der verhinderingen, welke ons in den Thol vrijen uitvoer der goederen bij aanhoudendheid worden toegebragt en z:, Haar Edelen ons bij derselver rescriptie van den 27:e Augustus daar den hebben g'andwoord, dat sij ingevolge van haar belofte bij brief van den 18:e 13 18:e December 1779 in April daar aan volgende alle papieren tot deese affaire betreklijk hebben overgesonden aan Haare superieuren en Engeland, dog dat sij daar op tot nog toe geene orders tot haere Directie hebben ontfangen, welke sij bij eerste geleegentheid nader vragen sullen sulx deese affaire als nog verblijft in den Staet waar in sij was, toen wij de Eer hadden onsen voorgemelte brief van den 31e December 1780; aen uwel Edel Hoog Agtbaarheeden te laeten afgaen, terwijl wij de Eer hebben uwel Edel Hoog Agt„ baarheedens de Copien der voorschreven brie„ „ven ook bij deesen aan te bieden Eindelik neemen wij de vrijheid uwel Edele Hoog Agtbaare kennis te geven, dat wij inge„ „volge g'eerde Qualificatie van Haar Hoog Edel„ „heeden bij Missive van den 23:e Augustus des voorledenen Jaers, en uit Hoofde van ons groote geld gebrek, alhier hebben genegotieerd in de maanden Junij en Iúlij Jongstleden, van den Oppermeester deser Directie Daniel Teperhoven Eene summa van ropias 17814. 3/16. om in Nederland wederom te worden betaeld, de ropij op 27: stuivers gerekend met ƒ24050: —:—: en

NL-HaNA_1.04.02_10424_0027 view scan ↗

English

and that we have granted to him, for that amount, three different drafts upon Your Right Honorable Noble Worships, to wit, one amounting to 13500:—:-. guilders to the order of the said Peperhoven and Mr. Kier van der Piet, notary in Amsterdam, payable after the spring sale of 1789, calculated with one year of interest at 3 per cent. The second, amounting to 4050:-:-. guilders, to be paid to the aforementioned Mr. Kier van der Piet or his order, after the autumn sale of 1787. And the third, amounting to 6500 guilders, likewise to the order of Daniel Peperhoven and the aforementioned Kier van der Piet, payable after the autumn sale of 1788, with interest calculated for one year at three per cent. Whereas we have furthermore accepted into the treasury from the authorized agent of the former Chief Surgeon of this Directorate, Pieter van der Sprenkel, a sum of 927 1/3 Surat rupees to be repaid in the Netherlands to the said Van der Sprenkel or his order, with 356 2/3 ducatoons of 70 stuivers each, amounting to 1248 guilders 6 2/3 stuivers, for which we have likewise granted a draft upon Your Right Honorable Noble Worships. With the humble request that Your Right Honorable Noble Worships may be pleased to honor both the one and the other with payment. Wherewith we have the honor to remain, with the greatest respect and due loyalty, Right Honorable Noble Worships, Your Right Honorable Noble Worships' most humble and obedient servants. D: J: Schippen M Montel JsH C: A: Wiardi BP: Van Polanen de Bevere A Meijer G:t Kiper Corns: Hd: van Eyk Loeff Surat, the 5th of January 1787. Copy Letter to Their High Noble Worships of the 20th of April 1786: — No. 2. To His High Noble Worship The High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting On behalf of the State of the United Netherlands and the General East India Company, Governor-General, Together with The Right Honorable, Valiant Lords Councillors of the Dutch East Indies. High Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord, Right Honorable, Valiant Lords. Section 1. After our respectful last letter of the 9th of January of this year, a duplicate of which we accompany herewith, was dispatched to Your High Noble Worships via the private ship The Lady Hughes via Ceylon, we were not honored until the 7th of February following with your letters of the 26th of July and 23rd of August of the past year, and of which latter we have also received the duplicate with the Junior Merchant Kiper, who arrived here on the 15th of March last. Since then, or on the 22nd of the said month of March, we were so fortunate, with the arrival of the ship De Diamant, as to receive Your High Noble Worships' highly respected letter of the 15th of November, likewise of the preceding year. And now proceeding to the humble reply to the said letters, as well as to rendering the dutiful account of our proceedings since the dispatch of our above-mentioned last letter, we make a beginning with: Ships and Vessels. Section 2. The bearer of this had no extraordinary occurrences during its voyage, though indeed 12 deaths, and arrived here with 10 sick, one having furthermore passed away in our hospital during its stay. Section 3. The Junior Merchant Van Eijk, who had departed with it for this place, remained at Cochin on account of illness, where also remained the regular Sea Lieutenant Johan Christiaen Sjeger, the sergeant, third surgeon, corporal, seven European sailors, two sarangs, and three Moorish sailors. Section 5. In place of the aforementioned Sea Lieutenant, the ministers at Cochin placed upon the ship the steward's mate Johannes Rustige of Amsterdam, in order to serve there as provisional second lieutenant, after he, following prior examination of which the report of the Sea Captains De Klerk, Bosman, and Van Blankenberg is transmitted among the enclosures, was found capable of doing so; furthermore, there were also placed thereon a sergeant, 8 European sailors, along with 25 Orientals, consisting of a sergeant, a corporal, and 23 privates fully armed, as well as a drummer and fifer, in order to proceed therewith to the headquarters, according to the roll also among the enclosures. Section 7. Whereas we have retained here from the said keel, along with the sergeant who was placed upon this vessel at Cochin, a corporal and two privates sent therewith for this Directorate in order to serve here, the first with the sepoys and the latter two as orderly attendants to the Director, and also the gunner's mate Jacobus van Utrecht, in order, after his recovery, to be employed as boatswain at the wharf or as master of one of the vessels. Section 8. On the other hand, we have again placed upon the aforementioned keel a sailor who was engaged here in the service of the Company. Section 9. Of the cargo sent hither with the same by Your High Noble Worships, the administration at Cochin discharged 451323 lbs. of powdered sugar in one thousand canassers, 20020 lbs. of cloves in 308 bags, and 39665 lbs. of tin in 600 ingots; the remainder was brought hither and properly delivered, as shown by the findings thereof, regarding which, as served in our meeting of the 16th of this month, we shall take the liberty to await Your High Noble Worships hereafter under the main section of debits and reimbursements. Section 10. For the service of the frequently mentioned ship De Diamant, upon the request made by Captain Bosman commanding thereon, as appears from our resolution of the 24th of March last, we granted the following necessities as unavoidable, to wit: 40 laborers to unload and load the ship; 30 caulkers to fit out the same inside and outside; the repair of the boat which had become unserviceable

Dutch transcription

15 3 en dat wij aan denselven voor dat bedraagen heb„ „ben, verleend drie differente Assignatien op Uwel Edele Hoog Agtbaare te weeten, Eene groot ƒ13500:—:-. aen de orders van denselven Peperhoven en de Heer Kier van der Piet, notaris te Amsterdam, te betaelen, nae de voorjaars verkopinge van 1789. met een Jaer interesse tegen 3. van het honderd gerekend. De andere groot ƒ 4050:-:-. te voldoen aan den Heer kier van der Piet voormeld ofte sijne Ordres, nae de Najaars verkoping van 1787. en de derde groot 6500. Guldens mede aen de Ordre van Daniel Peperhoven en Kier van der Piet meergedagt, te betaelen nae de nae Jaars verkoping van 1788. met den Interesse voor een Jaar tegen drie procento berekend. Terwijl dan nog in Cassa hebben g'accepteerd van de Gemagtigde van den geweesen Oppermeester deser Directie Pieter van der Sprenkel een summa van 927. 1/3. souratse ropij om in Neder„ „land aen geseide van der Sprenkel of sijn ordres weder voldaen te worden, met 356. 2/3. Ducatons van 70. stuivers jeder makende, 1248. guldens 6. 2/3. stuivers, waar voor wij insgelijks Eene Assignatie hebben verleend. Met ootmoedige versoek dat uwelEdele Hoog Agtbaare d'eene en andere met voldoeninge gelieven te honnoreeren. Waermede d' Eer hebben met de meeste Eerbied en verschuldigde trouwe te zijn Wel Edele Hoog Agtbaere Heeren UWel Ed:e Hoog Agtbaarheeden seer onderdanige & Gehoorsaeme Dienaeren. D:J: Schippen M Montel JsH C: A: Wiardi BP: Van Polanen de bevere A Meijer G:t Liper Corns: Hd: van Eyk Loeff Souratta den 5e Januarij assignatie op Uwel Edele Hoog Agtbaare 1787. 2 Missive Copia Aan Haar Hoog Edelheeden van den 20. e April 1786: — No 2. 17 Aan sijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Grot Agberen Wis gebiedende Heer Mr Willem Arnolo Alling Van wegens den staet der vereenigde Nederlanden en de algemeene— Oost= Indische Compagnie Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raeden van Neerlands Indien Hoog Edele Groot Agtbare Wijdgebiedende Heer WelEdele Gestrenge Heeren. En S. 1. Nae dat onse Eerbiedige laetste van den 9=e Januarij deeses Jaers, welkers Duplicact wij deesen doen versellen, per het particuliere Schip De Ceylon, aen Uw HoogEdel- De Ladij Hughes over „heeden hadden afgevaerdigd, sijn wij niet voor den 7. februarij daer aen volgende gehonnoreerd geworden met hoogst derselver Letteren van den 26. Julij en 23 Augustus des gepasseerden Jaers en van welke laetste wij mede het Duplicaet hebben ontfangen met den Onderkoopman Kiper so hier den 15 Maert laetstleeden aengekomen is. sederd ofte op den 22: der geseide maend maert sijn wij soo gelukkig geweest met het Arrivement van het Schip de Diamant te ontfangen Uwer Hoog Edelheeden seer g'eerbiedig de Missive van den 15. November mede des voor „gaende Jaers. En thans treedende ter nedrige beandwordin¬ van welgemelde Missives soo mede tot het doen van het verschuldigde verslaeg onser verrigtingen, sederd het afgaen van onse boven gemelde laetste brieff maeken wij een aenvang met 54. Scheepen en Vaertuigen, soo heeft den 3. 2. brenger §: 3. 1 brenger deeses geduirende sijne reise geene buiten gewoone ontmoetingen dog wel 12. dooden gehad en is hier aengekomen met 10. sieken sijnde er geduirende sijn verblijff nog hen in ons hospitael overleden. De daer mede nae herwaerts vertrokkene Cs A C. Onderkoopman van Eijk is vermits onpasse¬ likheid op Cochim verbleeven, alwaer mede verbleeven sijn den ordinair Lieutenant ter Zee Johan Christiaen Sjeger, den sergeant, derde Chirurgijn, korporael, seven Europeese Matroosen, twee Sarangs en drie Moorse Matroosen. In Steede van voormelde Lieutenant ter Zee is door de Cochimse Ministers op het schip geplaest den Botteliers maath Johan= nes Rustige van Amsterdam, om daer of, nae dat, nae voorgaende examinatie van welke het Berigt van de Caphains ter Zee de Klerk, Bos¬ „man, en van Blankenberg, onder de bijlaegen overgaet in staet bevonden is al p=l sous- Lieutenant 15: 8. 6 Lieutenant dienst te doen voorts sijn daer op mede geplaetst Een sergeant 8. Europeese matroosen, benevens 25. Oosterlingen, bestaende in Een sergeant, Een korporael en 23. Gemeene met volle wapens, ge= „lijk ook een Tamboer en fluiter, om daer mede nae de Hoofdplaets over te gaen, volgens de naem lijst mede onder de bijlaegen. S: 7: Terwijl wij van de gedagte kiel alhier hebben gehouden met den sergeant welke te Cochim op deesen bodem is geplaetst de daer mede voor dese Directie gesondene Een korporael en twee gemeenen ten einde alhier dienst te doen, de eerste bij de sipaeijs en de twee laetste als oppassers bij den Directeur en dan nog den Constapels maatt Jacobus van Utrecht om na sijne herstellinge te kunnen worden g'emploijeerd als Bootsman op de Werff of als Gesaghebber van een der vaertuigen. 5. 8. Daer en tegen hebben wij wederom op voor= melde kiel geplaetst Een Matroos soo alhier in dienst der Maetschappije geengageert is. S. 9. 21 S. 9: Van de met denselven door Uw Hoog Edel¬ „heeden nae herwaerts gesondene lading is door het Ministerie te Cochim gelegt 451323. lb poeder suijker in Een duijsend Canassers, 20020 lb. nagulen in 308. sakken en 39665 lb Tin aen 600. Schuiten het overige is alhier aengebragt en nae behooren uitgeleveerd, blijkens de bevin¬ „dinge daer van omtrend welke als in onse bijeen= „komst van den 16. deeses gediend hebbende wij de vrijheid sullen neemen UHoogEdelheeden hier nae onder het Hoofd-deel van belastinge en vergoedinge op te wagten. 5. 10. Wij hebben ten dienste van meer gedagte Schip de Diamant, op het gedaene versoek van den daer op Commandeerenden Capitain Bosman, blijkens onse resolutie van den 24. Maert jongstleden toegestaen de volgende benodigdheeden als onvermijdelik te weeten 40. sjouwers om het schip te lossen en laeden 30. Calfaters om hetselve van binnen en buiten te voorsien het repareeren van de schuijt welke onbruikbaer geworden

NL-HaNA_1.04.02_10424_0040 view scan ↗

English

had become. Eight carpenters to do the necessary work on board, as it had not been provided with any carpenter. The tinning of the galley utensils, binnacle, and steward's lamps. Chinese planks or firewood for dunnage. Mats and nails for lining the hold, one hundred lb of grease, and one hundred nails of various kinds. A new main topgallant mast and yard, and good monthly wages for the ship's crew. Paragraph 11: However, the Chief Surgeon's request for the supply of medicines we had already rejected in our meeting of the 7th of this month, on the basis of Your High Excellencies' instructions in the venerated missive of 21 September 1781; but when he further demonstrated to us, by a petition registered with our resolution of the 16th of this month, that these medicines must serve for 27 persons who were placed on this keel at Cochim, we thereupon granted his request. Paragraph 12: Furthermore, as appears from the aforesaid resolution, we have granted for the service of the prescribed keel as many rations as have been issued to 30 Moors during 4½ months in excess of what was received for them for 3 months, with rations for 3 months for 27 Malays who were placed on board at Cochim, and additionally one month's ration of dried fish instead of bacon and meat. Paragraph 13: Also, in view of the approaching bad monsoon, following the example of the English, we have placed on the ship two native pilots who know the fairway and are able to bring the ship to safety at Goga in case of heavy storms, with orders not to leave it until it sets sail and departs the roadstead. Paragraph 14: Having had no opportunity to have the journal examined here, the same is thus forwarded among the enclosures; and while the inspection regarding the deep draft of this keel by the fiscal and commissioners had become unnecessary, now that so much had already been unloaded from it, we have, immediately after its arrival, made every effort to dispatch it again speedily, and we are fortunate enough to send it back today, after a stay of only 30 days, directly to the headquarters. Paragraph 15: Pursuant to Your High Excellencies' favorable authorization, we shall now, as being absolutely necessary and indispensable, make a beginning with the construction of a small vessel and a covered horrij, for which we request that there may be sent to us at the earliest opportunity the ordnance, artillery goods, and necessities specified in the separate petition which we take the liberty of presenting to Your High Excellencies alongside our formal requisition for the year 1786/7. Paragraph 16: Likewise, our satisfaction rose to the highest degree when we noticed upon receipt of Your High Excellencies' letter of 26 July 1783 that our conduct in dispatching a considerable return cargo for the Netherlands corresponded so well with Your High Excellencies' pleasure and the orders given, and thus, with respect to the goods for the fatherland, respectfully referring to our missive of 9 January of this year from paragraphs 4 to 9. Paragraph 17: So are we also, now that Your High Excellencies have sent a ship hither, fortunate that our arrangements made to secure a return cargo for the Indies, mentioned in our resolution of 17 May 1785 as well as 4 March of this year for the same prices as were paid the year before, fully answered the purpose and enable us to send to Your High Excellencies by the bearer of this a considerable cargo for the Indies to the amount of ƒ167,318: 14: 8, and thereby to satisfy almost the entire requisition. Paragraph 18: Except for the fine and ordinary broad tapechindos, as well as the ordinary broad chintzes of 12 wicsa, all of which it has been impossible for us to have manufactured, as these, just like the chintzes for the Netherlands, must always be contracted out a year in advance, and which we shall therefore fulfill with the requisition for 1786/7. Paragraph 19: On the other hand, however, there is being sent a very considerable quantity of silk patolas, with the collection of which we continued in fulfillment of the petition for 1784/85—which it was impossible for us to fulfill with the Trompenburg—according to what we had the honor to report to Your High Excellencies in our letter of 16 January 1785, paragraph 193, and which are now ready; the now received requisition of those silk cloths, as well as the goods requested for Cape of Good Hope, will be fulfilled next December, the latter via Ceylon, which it was impossible for us to do at present for reasons stated in our resolution of 4 March last. Paragraph 20: It is true that a quantity of silk patolas was transported from here with the Trompenburg at the very time that we could send no patolas, but we beg Your High Excellencies to attribute this solely to the difference in qualities. These sent by private individuals are poor goods that are made for the home country, whereas those of the Company are not only durable and much heavier, but also differ greatly in their types; for where the patolas of 6 asta as sent by private individuals are only 4 cubits long and 1 2/24 cubits wide, those of the Company are a full 4½ cubits long and 1 3/8 wide, and for these reasons they must be contracted out a year in advance. Paragraph 21: Finally, we take the liberty, for the elucidation of what was stated in our missive of 16 January 1785, paragraph 57, regarding the privileges of Broach and the calculated one and a half percent invoice charges that were granted to the suppliers in the contract of procurement, to remark. Paragraph 22:

Dutch transcription

geworden was. Agt Timmerlieden om het nodige werk aen boord te doen, also van geen timmerman voorsien geweest is. het vertinnen van het kombuis goed Nagthuis en botteliers Lampen. Chineese planken of brandhout tot Guarnee= ring. Matten en spijkers tot afmatting van het ruijm honderd lb smeer en honderd Nagels in soort Een Nieuw Groote Bramsteng en Raa en goede maenden voor het scheeps volk. §: 11: Dog het versoek van den Oppermeester om verstrekking van Medicijnen hebben wij in onse ver= gadering van den 7. deses reets afgeslaegen op funda- „ment van UW Hoog Edelheeden aenschrijven bij geve¬ „nereerde missive van den 21. September 1781. toen hij ons nader bij request dat ingeschreeven is bij ons besluit van den 16. deses vertoond heeft dat deese medicijnen moeten dienen voor 27. koppen welke te Cochim op deese kiel geplaetst sijn, en waerop wij desselfs versoek hebben toegestaen. 3. 12. Nog hebben wij blijkens voorseide resolutie ten 23 ten dienste van voorschreeven kiel toegestaen soo veel randsoen als aen 30. stux mooren gedui= „rende 4½. maend meerder verstrekt sijn dan voor 3. Maenden voor deselve ontfangen is, met rand= „soen voor 3. maenden voor 27. stuks Maleiers soo op Cochim aen boord geplaetst sijn, en dan nog voor Een maend randsoen van gedroogde Visch in Steede van Spek en Vlees. 3. 13. Ook hebben wij uit aenschoúw van de naderen¬ „de kwaede Mousson nae het voorbeeld der En¬ „gelschen op het schip geplaetst twee Jnlandse lootsen die het vaerwater kundig en in staet sijn om het schip in cas van swaere stormen nae Goga in veiligheid te brengen met last om hetselve niet te verlaten voor dat onder seil gaet en de rheede verlack 5. 14: Geene gelegenheid hebbende gehad om het Journael alhier te doen examineren gaet hetselve aldus onder de bijlaegen over en terwijl de vi- sitatie omtrend het diep treden van deesen kiel door fiscael en Gecommitteerden onnodig was geworden, nu reets so veel daer uit geligt was was, hebben wij voort nae sijne denkomst alle vlijl in het werk gesteld om hem weder spoe= „dig te depecheren, en wij sijn soo gelukkig om hem heden, nae een verblijff van slegts 30. daegen weder te rug te senden, direct nae de Hoofdplaets. Ingevolge Uw Hoog Edelheeden gunstige Qualificatie, sullen wij alsnu, als absolut benodigd en niet te missen sijnde een aenvang maeken met de timmering van een Smalschip en een overdekte hortij waer toe wij versoeken dat ons met de eerste gelegentheid mag worden gesonden, het geschut, Arthillerije goederen en benodigdheden bij de aparte petitie welke wij de vrijheid neemen U Hoog Edelheeden nevens onsen formelen Eisch voor de Jaere 1786/7. aen te bieden gespecificeerd Insaem, soo is onse vergenoegen ten sop= „punt gereesen wanneer wij bij den Ontfangs 3. 16. 3. 15. van 25 van Uw Hoog Edelheeden brieff van den 26 Julij 1783. ontwaerden dat ons gehouden gedrag in de versending van een aensienlijk retour voor Ne= derland, soo vel met hoogst derselver welbehaegen en de gegevene beveelen over een kwaem, en ons dus ten aensien van de Vaderlandse goederen eerbiedig refererende aen onse missive van den 9. Januarij deeses Jaers van P. 4. tot 9. § 17: soo sijn rij mede, nu UHoog Edelheeden Een schip herwaerts gesonden hebben soo gelukkig dat onse gemaekte schikkingen ter bemagtiging van Een retser voor Indien, vermeld bij onse resolutie van den 17. Meij 1785. mitsgaeders 4. Maert deses Jaers voor deselve prijsen, als het Jaer bevorens betaeld sijn, volkomen aen het oogmerk beandwoorden en ons in staet stellen om UHoog Edelheeden per den brenger deses toe te senden een aensienlijk Cargasoen voor Jndien ten bedraege van ƒ167:318: 14: 8: en om daer door genoegsaem den geheelen Eisch te voldoen 3. 18. Uitgesonderd de Tape kankenia breede fijne en ordinaire mitsgaeders de Chitsen breede Ordinaire ordinaire van 12. Wicsa welke het ons ondoen= „lik is geweest alle te laeten vervaerdigen also die steeds, soo wel als de Chitsen voor Nederland een Jaer bevorens moeten worden aenbesteed, en welke wij daerom met den Eisch voor 178 6/7. voldoen sullen. S. 19. Dog daer en tegen, gaen 'er over een seer aensienlijke quantiteit sijde patoolaes met welkers Insaem wij in voldoening aen de petitie voor 178 14/15. die het ons ondoenlik was met Rompenburg te voldoen sijn blijven voortvaeren volgens het geen wij de eer hadden UW Hoog Edelheeden te melden bij onse brieff van den 16. Januarij 1785 §. 193. en die nu in gereedheid geraekt sijn, sullende den nu ontfangenen Eisch van die sijde kleeden, so mede de gevraagde goederen voor Kabo de goede Hoop in December aenstaende de laetste over Ceijlon worden vol= „daen, het geen ons thans om redenen bij ons besluit van den 4. Maert laetstleeden te doen, onmogelik geweest is. 5: 20. Het is Sekerlik dat en met Trompen- burg 27 „burg eene Quantiteit sijde patolaes van hier is vervoerd ter selver tijd dat wij geen patolaes kanden senden, dog wij bedden U Hoog Edelheeden om sulx alleen te attribueeren aen het verschil in de quali= tsteiten deese door particuliere gesondene is slegt goed die te patriaworden aenge¬ maekt, daer die van de maetschappije niet alleen dengdsaem en veel swaerder sijn, maer ook veel in de soorten verschillen, want daer de Jatolaes van 6. Asta so als door particulieren worden versonden slegts lang sijn 4. en breed 1 2/24. Elle daer sijn de kompag¬ ellen „nies vel lang 4½. en 13. breet, en om deese redenen moeten deselve een Jaer bevorens aenbesteed worden. 5. 21. Eindelik neemen rij de vrijheid tot elucidatie van het bij onse missive van den 16. Januarij 1785. §. 57 ter nedergestelde omtrend de voorregten van Brooschia en de berekende ander halff procento factuirs lasten, die bij het Contract van aenbestading aen de Leveranciers togestaen sijn, te remar= „queeren. §. 22.

NL-HaNA_1.04.02_10424_0046 view scan ↗

English

That the 1½ percent invoice charges, which have been granted in making the contracts to the linen suppliers for fully 40 years since the Marathas became so powerful, and which appear in the invoice under the name of Brootchia charges, have nothing in common with those privileges which the Company enjoyed at Brootchia before the war, as the latter consist in the duty-free export of all merchandise and furthermore in all those privileges to which the Company here in Souratta is entitled, whereas the first-mentioned 1½ percent is granted to the suppliers on those goods which are brought overland from Brodera, Amed Abaath, Cambait, and the lands situated around Brootchia to the last-mentioned place before they can be transported from there by water to Souratta, and this in compensation for those charges which the suppliers must bear for transport, such as safe-conduct, etc., known among the natives by the name of Rhaderijen. Expressing our very respectful thanks to Your High Nobilities for your permission to enjoy the gratuity on the sale of linens in the Netherlands for 1779 and 1780, we take the liberty of offering Your High Nobilities among the enclosures hereto a memorandum of distribution thereof, drawn up and calculated in our resolution entered on the 4th of March last according to the regulation concerning the means of an honest subsistence for the servants of this Directorate, approved by Your High Nobilities by letter of the 19th of August 1746, in order to make the distribution thereafter and to act according to what was written in Your High Nobilities' revered missive of the 23rd of August 1785, if the same may be fortunate enough to be crowned with Your High Nobilities' approval. Wherewith having approached the sale, we were obliged, as appears from our resolution of the 27th of March last shortly after the arrival of De Diamant, to decide to proceed thereto, both because the monsoon was already so far advanced that no more than two cafilas or consignments could be made to the North, and also because we were entirely devoid of money, which was absolutely necessary if we wished to send this keel back with a proper return cargo. And we therefore agreed on the aforementioned day with the merchants and also brokers Paalla Sier Naraan and Taratjent Nagerdas, as having made the highest bid, that they shall pay immediately after the sale one hundred thousand rupees on account of the merchandise to be received, that they must receive and fetch the goods before the ultimate of October next, and that they shall pay under those conditions: For the spices the fixed prices, and for the Japanese copper the previous year's prices of 59 rupees per 100 lb, making 73¾ rupees per picul and thus only slightly below the regulation; for the powdered sugar 17 23/100 rupees per picul, and for the tin per picul 52 2/48 rupees, etc., all net prices and after three percent rebate and one and a half percent brokerage have been deducted from them according to custom, in such manner as Your High Nobilities will please to observe from the contract of sale itself, which is entered in our resolution of the 27th of March aforementioned. The yield following below will show Your High Nobilities how, on a modest cargo of only ƒ105490:4:-, fully ƒ272669:17:8, or 258½ percent overall, and fully 135 percent on the coarse merchandise was gained, which we flatter ourselves will be pleasing to Your High Nobilities, as the tin yielded fully 101 7/8, the lead 72 1/8, the red lead 109 3/8, and the powdered sugar 125 5/8 percent profit. Rough Yield of such merchandise as was brought in this book-year 1785/86 with the Honorable Company's ship De Diamant, and sold on the 27th of this month in the Council of Policy, showing their purchase and selling prices and the profits gained thereon; namely: Purchase burdened with 2 percent Batavia charges; per 100 pounds / The entire parcel. Sale net after deduction of 3 percent rebate and 1½ percent brokerage; per 100 pounds / The entire parcel / Profit in money and percent. Spices: 38175 lb Cloves: ƒ31:5:11 / ƒ13079:19:- / ƒ120:-:- / ƒ46035:-:- / ƒ32955:1:- / 251¾ percent. 145 lb Fine Ceylon Cinnamon: ƒ29:9:1 / ƒ42:14:- / ƒ520:-:- / ƒ754:-:- / ƒ711:6:- / 1665¾ percent. Add C.F.: Total Spices ƒ13122:13:- / ƒ46789:-:- / ƒ33666:7:- / 256½ percent. Sundry Merchandise: 159000 lb Japanese Copper in bars: ƒ27:5:5 / ƒ43450:15:- / ƒ70:16:- / ƒ112665:-:- / ƒ69215:-:- / 159 5/16 percent. 58500 lb Banka Tin: ƒ24:19:13 / ƒ14619:3:- / ƒ50:9:- / ƒ29513:5:- / ƒ14894:2:- / 101 7/8 percent. 9800 lb Sheet Lead: ƒ9:19:11½ / ƒ979:8:- / ƒ17:4:- / ƒ1685:12:- / ƒ706:4:- / 72 1/8 percent. 5050 lb Red Lead: ƒ10:19:- / ƒ552:18:- / ƒ22:18:8 / ƒ1157:14:- / ƒ604:16:- / 109 3/8 percent. 391500 lb Powdered Sugar: ƒ7:10:8½ / ƒ29416:17:- / ƒ16:19:8 / ƒ66412:2:8 / ƒ36996:5:8 / 125 5/8 percent. 24800 lb Candy Sugar: ƒ13:14:9 / ƒ3404:10:- / ƒ22:18:8 / ƒ5685:8:- / ƒ2280:18:- / 67 percent. Total Sundry Merchandise: ƒ92367:13:- / ƒ217073:1:8 / ƒ124706:1:8 / 135 percent. Summary of the Above, as: The sale of the Fine Spices is: ƒ13122:13:- / ƒ46789:-:- / ƒ33666:7:- / 256½ percent. The sale of the Sundry Merchandise amounts to: ƒ92367:13:- / ƒ217073:1:8 / ƒ124706:1:8 / 135 percent. Total: ƒ105490:6:- / ƒ263862:1:8 / ƒ158372:8:8 / profit [illegible] In the Netherlands Office, Souratta, the 29th of March 1786. / was signed /

Dutch transcription

Dat de 1½. preCento Factuirs lasten, so bij het doen der aenbestedingen aen de Lijwaet Leveranciers sederd wel 40. Jaeren dat de Marettaes soo magtig geworden sijn, sijn toegestaen en bij de factuir onder de benaming van Brootchiase ongelden voortkomen, niets gemeens hebben met die voorregten welke de Compagnie te Broos¬ „chia voor den Oorlog genoten heeft, alsoo het laetste bestaet in den tolvrijen Uitvoer van alle koopmanschappen en voorts in alle die voorregten tot welke de Compagnie alhier te souratta geregtigd is, daer de eerst¬ „gemelde 1½. procento aen de Leveranciers sijn toegestaen op die goederen welke van Brodera Amed Abaath, Cambait en de landen ronds om Brootchia gelegen, nae laestgemelde plaets over land gebragt werden alvorens se van daer te water na souratta kunnen worden vervoerd, ende sulx tot goedmaking van die on= gelden, welke de Leveranciers moeten 3. 22. draegen. 29 draegen voor het transport per Als vrijgeleide ensz: onder den Inlander bekend bij benaeming van Rhaderijen. U Hoog Edelheeden seer eerbiedig dank seggende voor hoogst derselver toestemming om het Douceur op den verkoop der Lijvaeten in Nederland voor 1779 en 1780. te mogen genieten, neemen wij de vrijheid hoogst deselve onder de bijlaegen deeses aen te bieden Eene Memorie van verdelinge van deselve gesteld en berekend in onse re= solutie van den 4. Maert laetstleeden inge¬ schreeven nae het reglement aengaende het middel van een eerlijk bestaen voor de Dienaeren deeser Directie door U Hoog¬ „Edelheeden bij brieff van den 19. Augustus 1746 goedgekeurd om daer nae de verdeeling te doen en te handelen volgens het aenge= schreevene bij U Hoog Edelheeden gevenereerde Missive van den 23. Augustus 1785. wanneer de= „selve so gelukkig is om met U Hoog Edelheeden goedkeuringe te worde bekroond. Waermeede 5. 23. 23 Waermeede geniderd synde tot den. §: 24: Verkoop, soo hebben wij blijkens onse resolutie van den 27. Maert jongstleeden voor nae de aen= komst van De Diamant moeten besluiten om daer toe over te gaen, soo wel om dat de Mousson reets soo ver verloopen was, dat er niet meer „der als twee Caffilaes of versendingen na de Noord geschieden konden, als wel meede om dat we geheel ontbloot vaeren van geld, hetwelke er absolut nodig was, wilden wij deesen kiel met een behoorlijk retour te rug senden. 5. 25: En sijn rij daerom ter voorschreeven dage met de Kooplieden en meede Makelaers Paalla Sier Naraan en Taratjent Nagerdas als het hoogste bod gedaen hebbende over een gekomen dat sij voort nae den verkoop sullen voldoen een mael hon¬ derd duijsend ropijen in mindering der te ont= „fangene koopmanschappen dat sij de goederen voor Ult=mo October eerstkomende sullen moeten ontfangen en afhaelen en dat sij onder die Conditien betaelen sullen 3. 26. 31 Voor de specerijen de gefexeerde en voor het Japans koper de voorjaerige prijsen van 59. ropijen de 100. lb: makende 73:¾: ropipen de picol en dus maer even beneeden de be= paling voor de poeder suijker 17. 23/10. lopij de picol en voor het thin de picol 52 2/48. lopeij ensz alle Suijvere prijsen en nae dat van de¬ selve sijn gedecorteerd drie procento rabak en een en een halff procento makelaerdij nae de gewoonte invoegen U Hoog Edelheeden sullen gelieven te beogen uit het Contract van ver= „koop selven, dat ter onse resolutie van den 27. Maert voormeld ingeschreeven is. 5. 27. Het hier onder volgende rendement sal U Hoog Edelheeden vertoonen hoe dat op een gerin= gen Aenbreng van Slegts ƒ105490. 4:-. wel ƒ 272669: 17: 8. dan wel 258. ½. procento over het geheel en wel 135: —:-: procento op de grove Koop= manschappen gewonnen is, het geen wij ons vleijen dat U Hoog Edelheeden aengenaem sijn sal, also het thin wel 101. 7/8. het loot 72. 1/8. de Menij 109 3/8. en de poeder suijker 125. 5/3 procento voordeel heeft afgeworpen. 5. 26. Ruuw Rendement van zodanige Koopmans Schip D' Diamant, zijn aangebragt en op den van derselver In en verkoopl Prijsen en de daar Zijne Specerijen 38175: lb: Garioffel Nagulen - - - - - - - - - Kanneel Fijne Ceijlonce. . . . . . . . . . 145: „ Addeert. C:F Diverse Koopmansz: 159000. - lb Koper Iapans aan Haaven - - - - - - - - - 391500:- 58500: — „ Thin Bancas - - - - . . - - . . . . . . . . 9800:— „ Looth Ziets. . . . . . . . . . . . . . . 5050:- „ Menij Roode - - - - - - - - - - - - - - - „ 24800:- Suijker Kandij. - - - - - - - - - - - ---- „ Suijker Poeder - - - - - - - - - - - - - - - - Sommarium op het Bovenstaande, als Den verkoop der Fijne Specerijen, is Den verkoop der Diverse Koopmansz beloopt Teld . . . . /:Onderstond:/: In 't N„s Comptoir „ „ .„ „ „ . fmanschappen als er in dit Boekjaar 17 3/6 met'sE Comps den 27„e Deeser in Raade van Politie verkogt met aanthooning daar op Behaalde Advancen; Namentlijk Inkoop Verkoop Beswart met 2: pr Cento Zuijver na Korting van 3 p=r rabat„ in Cento en 1½. pr C=to Makelaardij Bataviase ongelden d' 100. ponden De geheele Parthij 50: 100 pondende gehete Birtij Geloen en P„r Cento .. ƒ 31: 5: 47. ƒ 13079. 19. — ƒ 120. —. —. ƒ 16035: —: —ƒ 117255:1:— 125 ¾. r„m - - - . „ 29: 9: 1: s„s 42:14:—„ 520:—:—. 751: –: –„ 711. 6. – 1665. ¾. „ . - - - - - - - ƒ 13122: 13. —. . . . . . . ƒ61089. —: — ƒ17966: 7: — 127:½. r=m - - - ƒ 27: 5: 5 s: ƒ 350. 15. —ƒ 70. 16 —ƒ12512: —: — ƒ69215. —: 159. 5 1/0 . . . „ 24. 19.13. „ „ 14619. 3. — „ 50. 9. — 29513: 5:—„ 148942:— 10: 1/8. „ „ 9.19:111½„ 979: 8:—„ 17:4:—: 1685:12:—„ 706: 1: —: 72: 1/8. =s . „ 10: 19. — s„s„ 552:18:—„ 22:18:8. 1157:14:–:„ 604:16:— 109 1/8: d„ . . . . „ 7. 10. 8.5= 2916:17:—„ 16:19:8. 66157: 2: 8„ 36996: 5. 8. 125 3/8 s=s „ . . „ 13:11:9 3:s 3404:10:—„ 22:18:8: 5685: 8:—„ 2280:18:—: 67. —. s=s . . - - - - - - - ƒ92367:13:—: -. . . . . . ƒ 217071:1:8 ƒ124703:10:8: 135: — r=m Souratta Adij 29:' Maart 1786. /was geteekent/ ƒ 13122: 13: -. . . . . ƒ61089:–—: ƒ196:1– 127:½ 2/ „ 92367:1:—: . 7071. 1: 8 2703: 128. 135: —: „ Somma ƒ105490:1: - - -ƒ570160 1 ƒ 269: 10: 8: :8 winst Me Monte .

NL-HaNA_1.04.02_10424_0052 view scan ↗

English

We cannot, however, depart from this main section without offering Your High Excellencies our humble thanks for the dispatch of the aforementioned merchandise; never did goods arrive more opportunely, and what we shall have to state hereafter under the main section of financial matters will show Your High Excellencies how the water was up to our lips and how the Company had already lost its unlimited credit in this place. While we at the same time beseech Your High Excellencies that we may be favored this year as early as possible with a considerable quantity of trade goods, now that the merchants, after the hoisting of the state flag has become known to them, are returning hither again, and all trade here seems likely to revive with fresh vigor, such that we flatter ourselves that we shall one day see Suratta again in that flourishing state in which it still was 20 years ago, when it yielded between 5 to 6 tons of gold in profits. Regarding the revenues, referring to our humble letter of 9 January last, section 14, as we likewise do with respect to arrears, section 15, we take the liberty, in continuation of this latter main section, upon the urgent request made thereto by the first-signing Director in our meeting of 9 February last, to repeat to Your High Excellencies the request submitted by him in our letter of 27 February 1785, sections 3 to 9, for obtaining such sum of 4605. 12/12 rupees as he refunded in excess at the settlement of such 110183. 41 rupees which he received here before the war in order to deposit them at some office of the Company and thereby bring them into security. Besides what has already been presented to Your High Excellencies in our aforesaid letter, the Director has requested, in reply to the report of the Chinese servants in their letter of 26 January 1785, further to note that the 30885 taels which were handed over or deposited by his supercargoes in China by no means passed through their hands, nor, as the Canton servants very erroneously advance in their aforementioned letter, were counted in specie into the treasury, but that the same, on the contrary, were settled by the aforementioned servants with the brokers or merchants of the Company there, to whom the remainder of the cargo, which was recovered and received back from the English pirate Mr. Plarij, had been sold; and that this consequently must be no obstacle to calculating the Chinese tael for him at Your High Excellencies' own valuation of 72 2/5 stuivers, when he must pay back the sum which he received here, calculating the rupee according to the same valuation at 21 stuivers, since Your High Excellencies, in the regulation on the valuation of coin species of 8 January 1768, expressly ordered that the same should take effect and be followed throughout the Indies. Moreover, the Director requests that Your High Excellencies may be pleased to cast a favorable regard on this request of his, as well from the consideration that at the same time he paid this excess sum to the Company, he lost all his own property, and that he now again must lose a considerable sum through the return of a bill of exchange on the former Authority at Padang, van Hemskerk, which was granted by him in the year 1780 to the Company's former brokers and endorsed by them for the benefit of the Company, which we, with the papers relating thereto, had the honor to receive alongside Your High Excellencies' letter of 23 August 1785. Meanwhile, the more often mentioned Director, furthermore in our meeting of the aforementioned 9 February, requested to offer Your High Excellencies his well-meaning as well as respectful thanks for his discharge from the old debts of the now deceased brokers Mandchergie and Gowenram, for which he had been declared liable, under the assurance that all of us together, and the Director in the first place, will leave nothing unattempted that can serve to recover those debts. Financial matters, regarding which, in continuation of what was set down in our letter of 9 January of this year, section 19, we take the liberty to report that, because the shipments sent during the book year 1784/5 to the Fatherland, Batavia, Ceylon, and Cochin, amounting to 277202. 16 florins, greatly exceeded the amount received in cash from the profits to 226573. 4. 8 florins, after deduction of the charges of 16315. 13. 8 florins, leaving 180227. 11 florins, to which being added the 236123. 19 florins sent on 9 January last to Ceylon for the Fatherland and that government to a considerable amount of 96975. 5 florins, and secondly that which now goes over to Your High Excellencies with this keel amounting indeed to 167318. 14. 8 florins, we had to contract a debt here of 500417. 18. 8 florins, besides the 100000 rupees with the interest of 5 years to 45000 rupees, making 174000 florins, making together 674417. 18. 8 florins. In reduction of which sum as now so far to

Dutch transcription

Wij kunnen egter van dit Hoofd=s deel niet scheijden, sonder U Hoog Edelheeden nedrig dank te seggen voor de toesending der voorschreeven koopmanschappen nooit Kraem iets meer van pas, en het geen wij hier ag= „ter onder het Hoofd-deel van geldsacken sullen moeten seggen, sal U Hoog Edelheeden doen sien hoe ons het water aen de lippen was en de maetschappije Credit ter deser plaetse reets verloren haer onbepaeld had. Terwijl wij U Hoog Edelheeden tevens smeeken dat wij deesen Jaere so vroeg mogelik met een naemwaerdig quantiteit handelwhaeren mogen worden geliefd nu de kooplieden nae dat haer het heischen van de vlag van den staet is bekend geworden: weder herwaerts komen, en den helen handel met versche kragten alhier schijnd te sullen herleeven, sodanig dat wij ons vleijen suratta eens weder te sullen sien in dien bloeijende stact waer in het selve nog was 20. Jaeren geleeden, toe het selve tusschen de 5. à 6. ton schats aen winsten gaff 5. 30. Omtrend, de Inkomsten ons gedragende aen onse nedri„ „ge brieff van den 9 Januarij laetstleeden 3. 14 gelijk wij mede doen ten aensien van Agterstallen 3. 15. neemen wij de vrijheid ter vervolg van dit laetste Hoofd-deel op de daer toe gedaene instantie van den Eerst getee §. 29. „kenden §. 28. 35 „kenden Directeur in onse bij Eenkomst van den 9: februarij laetstleeden, bij U Hoog Edelheeden te herhaelen het door ons voorgedragene versoek van denselven bij onse Missive van den 27. februarij 1785. van 3. 3: tot 9. ter verkrijging van sodaene Summa van Cop=s 4605. 12/12. als te veel gerestitueerd heeft bij de voldoe= ning van sodaene rop=s 110183: 41. die hij voor den Oorlog alhier heeft ontfangen om ofr eenig Comptoir van de Maetschape= „pije te afteleggen en daer door in sekerheid gebragt. 3. 31. Buiten het geene U Hoog Edelheeden bij voorseide onse brieff bereets is voorgedraegen heeft den Directeur versogt in Androod op het Berigh der Chinase bedienden bij hun= „nen brieff van den 26. Januarij 1785. nog te noteere dat de 30885. tailen, welke door sijne Cargaes in China sijn overgegeeven of afgelegd geensints door haere handen sijn gegaen, of soo als de Cantonse bedienden seer abusive bij voorschreven hunnen brieff avanceeren in specie in Kassa geteld sijn maer dat deselve in tegendeel door voorschreven bediende vereekend sijn met de makelaers of kooplieden van de Compagc=e aldaer, aen dewelke het restant der ladinge dat van den Engelschen Rovers M=r Plarij is gerecourreert en te rug ont= fangen, verkoft was, en dat sulx dien volgens geen obstacul mag sijn, dat hem de Chineese tail berekend word tegen de evalucatie van U Hoog Edelheeden selve van 72. 2/5. stuivers, wanneer hij de somme welke hij hier h den ije en cha hier ontfangen heeft weder moet uitkeeren de ropy gereekend nae dieselve evaluatie op 21: stuivers, alsoo U Hoog Edelhee¬ „den bij het reglement op de evaluatie der geld specien van den 8. Januarij 1768. expresselik hebben bevolen dat de¬ selve over Indien soude stand grijpen en gevolgd worden. 5. 32. Daer en boven versoekt den Directeur dat U Hoog= „Edelheeden een gunstig regard gelieven te slaen op deese sijne instantie soo wel uit aenschouw dat hij op deselve tijd, dat hij deese summa aen de Compagnie meerder heeft betaeld, al het sijne verloren heeft, en dat hij nu nog weder een aensienlijke somma verliesen moet door de te rug sending van de, door hem in den Jaere 1780. aen 's Compagnies voorige makelaers verleende Een, door deese ten behoeve van de Compagnie, geendosseerde wissel op den geweesen Gesaghebber te Padang van Hemskerk welke wij met de papieren daer toe betrekkelijk d' eer hebben gehad te ontfangen nevens U Hoog Edelheeden brieff van den 23. Augustus 1785. 5. 33. het ink Immiddels heeft meergedagten Directeur al verders in onse vergadering van voormelde 9. februarij versogt om U Hoog= „ Edselheeden hiede sijne soo welmenende als respectieuse danksegging aen te bieden voor sijne ontheffing van de Oude schulden der nu over¬ „ledene Makelaers Mandchergie en Gowenram voor dewelke hij aensprekelijk verklaerd onder versekering dat wij alle te saemen en den Directeur in de Eerste plaets niet sullen onbesogt laeten wat tot inpalning dier schulden strekken kan 5. 34. Geldsaeken waeromtrend wij ten vervolge 37 236123. 19:— vervolge van het ter nedergestelde bij onse mis= sive van den 9. Januarij deses Jaers §. 19. de vryheid neemen te melden, dat wij, also het versondene geduirende het boekjaer 1784/5. nae het Vaderland, Batavia, Ceijlon en Cochim ƒ277202: 16. het in kassa ontfangene voor de winsten tot ƒ226573. 4. 8. Nae aftrek van de lasten ƒ 16315. 13. 8. „ 180227: 11— Wel te boven ging 96975: 5: Waer bij geaddeert sijnde sm het op den 9. Januarij laetstleeden nae Ceylon versondene voor het Vaderland en dat Gouvernement tot een aensienlijk bedraegen van en ten tweeden het geen nu met desen kiel nae UHoog Edelhee= „den overgaet bedraegende wel - ƒ 167318: 14. 8. alhier eene schuld hebben contractee= „ren moeten van- - - - - - - ƒ500417: 18: 8. buiten de 100000: lopijen met de Interessen van 5. Jaeren tot 45000 Exp ƒ 174000: —:—: makende te samen - - - ƒ 674417: 18: 8: §. 35. In mindering van welke summa als nu so Verre tot - - .--

NL-HaNA_1.04.02_10424_0056 view scan ↗

English

can extend as far as may be needed, the brought cargo of the Diamant amounting to ƒ378:160:1:8 roughly will have to serve, after there shall have been deducted from it beforehand the amount paid for the repairs made and the ordinary charges of the Directorate, so that thereafter we shall still remain indebted for a very considerable sum of circa ƒ400000:—:—, besides one lakh of rupees which we will necessarily have to advance again for preparing the return cargoes for the fatherland and India, and for which we hope to be able to find the necessary funds by selling bonds. Section 36. While our resolutions of 9 February, as also 4 and 16 March, will show Your High Excellencies how impossible it is here to negotiate funds on bills of exchange on the Netherlands, indeed not even with compensation of interest from the day the money is paid until the day the bill of exchange is sent off, as we have offered according to our resolution of 24 March last, since the English, through private merchants via China and through their Company, can get the rupee paid in England calculated at 29 Dutch stuivers. Section 37. We shall not fail, pursuant to Your High Excellencies' qualification, to satisfy the house of Bhaijsa as soon as we are in a position to do so. In the meantime, by letter of 24 February last, inserted in our resolution of 4 March, we addressed the English ministry here and demanded from the same to credit the Company with the amount of the bill of exchange granted to the heirs of Mhaijsa, which through their unlawful conduct was deprived of its effect by the violent breaking open of their warehouse and the taking away of the piece goods upon which this bill of exchange had been realized by an assignment from the suppliers. Section 38. And whereas the said ministry, by their letter of 7 March following, entered in our resolution of the 16th of that same month, refused this so lawful request on the grounds that the prescribed bill of exchange was allegedly granted at a time when we no longer had any right thereto, as it would be improbable to the highest degree that this bill of exchange would have been granted before hostilities between England and Holland had commenced here, etc. Section 39. We have therefore, by our letter of that same 16 March, likewise inserted in the aforesaid resolution, proven the groundlessness of this suspicion, and furthermore, through the bill of exchange itself, the order on the suppliers to satisfy it, both dated 9 June 1781, and the sworn statement of the warehouse master as secretary of that time, shown that the bill of exchange was actually granted and handed over by the aforesaid secretary to the heirs of Bhaijsa five days before the hostilities commenced and the Directorate was taken, and thus at a time when we had an indisputable right to dispose of the property and goods of the Company. Section 40. However, since the repeatedly mentioned English Chief and Council, by their missive of 21 March, entered in our resolution of the 24th following, persisted in their refusal on a new pretext of no more validity than the first, namely, that the bill of exchange in question on the piece-goods suppliers to the said heirs of Bohaijsa had allegedly been granted after the war between the Republic and England had been declared at Bombay and we had knowledge thereof, we therefore showed them, by letter of 26 March inserted in our resolution of the 27th ditto, the ridiculousness and groundlessness of such a strange proposition, according to which all dispositions that anyone might make of his property from the time that war was declared on his sovereign until the moment that the fortune of war made him a prisoner would have to be null and of no value. Section 41. And as we can achieve nothing further here now, we resolved on the aforesaid 27 March to dispatch, as soon as time shall permit, a detailed missive to the Governor and Council of Bombay and thereby insist on indemnification of the Company. Section 42. Carpentry and repair: we thank Your High Excellencies as well for your most favorable consent to the payment of what was spent by the first signatory on care and the southwest corner of the wharf, to the amounts of 579 and 881:35 rupees respectively, at the time we were still prisoners of war, as for the granted qualification to carry out the necessary improvements in the most economical manner. Section 43. And as we take the liberty to refer very respectfully, with regard to this main point, to our repeatedly mentioned letter of 9 January of this year, Section 20 et seq., wherein we rendered Your High Excellencies the due report, Section 44. we therefore hope that the reasons which were set forth more closely in the aforesaid missive, Section 44 and 45, as also in our resolution of 24 March 1785, will be sufficient to obtain Your High Excellencies' pardon for our resolution to proceed with the rebuilding works without prior qualification; the more so as we may assure Your High Excellencies that if all of these had had to remain undone for another year, they would have had to cost infinitely more, and that if we once withdraw and stop the work before everything is done, we shall not be able to begin again with the same afterwards without prior new permission from the English government as Castle Governor.

Dutch transcription

veere strekken kan sal moeten dienen de aen¬ gebragte Ladinge van de Diamant tot ƒ378:160:1:8: ruuw nae dat daer van alvorens sullen afge¬ trokken sijn, het betaelde voor de gedaene re= paratien en de ordinaire Lasten van de Directie sulx wij daer nae nog een seer aensienlijke summa van Circum Circa ƒ 400000:—:—: sullen schuldig blijven, buiten Een lak rapijen dat wij tot het in gereedheid brengen der retouren voor het vaderland en Jndien weder noodwendig sullen voor uit verstrekken moeten en waer toe wij verkoopen de nodige gelden nog af Obligatie te sullen kunnen vinden S. 36. Terwijl onse resolutien van den 9. februarij item 4. en 16. Maert U Hoog Edelheeden sullen doen sien, hoe onmogelik het hier is om gelden te negotieeren op wissels voor Nederland ja selfs niet met te goed doening van den Interess van de dag dat het geld betaeld tot den dag dat de Wissel versonden word, so als wij hebben aengeboden blijkens onse resolutie van den 24. Maert laetstleeden daer de En„ „gelschen bij particuliere kooplieden over China 3 39 China, en bij haer Compagnie de ropij in Engeland betaeld kunnen kreijgen gerekend tegen 29. Nederlandse stuivers §. 37. Wij sullen niet naelasten om ingevolge U Hoog Edelheeden Qualificatie het Huis van Bhaijsa te voldoen, so ras daer toe in staet sijn, intusschen hebben wij ons bij brieff van den 24. februarij jongstleeden g'insereerd bij onse resolutie van den 4: Maert aen het Engelsche Ministerie alhier geaddresseert en van het selve gevorderd om aen de Com¬ pagnie te goed te doen het bedraegen der aen de Erfgenamen van Mhaijsa ver= leende wissel welke door haer wederregtelijk gedrag van sijn Effect beroofd geworden is, door het geweldig openbreeken van hen Pakhuijs en het weghaelen der Lijwaeten waer op door eene Assignatie der Leveranciers deese wissel gerealiseert geworden was. §. 38. En vermits gedagte Ministerie ons bij haere brieff van den 7. Maert daer aen, in= „geschreeven „schreeven bij ons: besluit van den 16. van die- selfde maend dit soo regtmatig versoek wei¬ „gerde op fundament dat de voorschreeven wissel soude sijn verleent, op een tijd dat wij daer toe „geen meerder regt hadden, also het tot den hoog= 4. sten graed onwaerschijnlik soude sijn dat „deese wissel soude sijn verleend bevorens de „vijandelikheeden tusschen Engeland en Hol- „„land alhier waeren aengevangen entz:„ 3. 39. So hebben wij haer bij onsen brieff van dien selven 16. Maert, bij voorschreven besluit mede geinsereert, de ongegrondheid van dit vermoeden beweesen en daer benevens, door de Wissel selven, de Order op de Leveranciers¬ om die te voldoen beide gedateerd den 9. Junij 1781. en de Edelijke verklaeringe van den Pak huijsmeester als secretaris van dien tijd aen „getoond, dat de wissel dadelik verleend en door voorseide secretaris den de Erfgenamen van Bhaijsa overhandigd is vijff daegen voor de Vijandelikheeden aengevangen sijn en de Directie genomen is, en dus op een tijd dat wij een onwedersprekelik regt hadden om 41 om over de Eigendommen en goederen van de Maetschappije te beschikken. 3. 40: Dan vermits meergemelden Engelschen Cheff en Raed bij haere missive van den 21. Maert ingeschreeven bij ons besluit van den 24. daer aen bij haere weigering persisteer= „den op een nieuw voorwendsel van geen meer- der kragt, als het eerste, namentlik, dat de Wessel in questie op de Lijwaet Leveran¬ ciers aen de gedagte Erfgenamen van Bohaijsa „ soude sijn verleend, nae dat den Oorlog „tusschen de Republijcq en Engeland „ te Bombaij soude sijn gedeclareerd „geweest en wij daer van kennisse gehad „ hebben„ soo hebben wij haer bij brieff van den 26 Maert geinsereert in onse resolutie van den 27. dito, de belaggelijkheiden ongegroncheid van sulk eene vreemde stellinge, volgens welke alle beschikkingen die jemand over sijne Eigendommen maeken mogte van de tijd dat den Oorlog aen sijnen souverain verklaerd S. 4. 1 was was, tot het ogenblik dat het lot des Oorlogs hem een Gevangene maekte nul en van geene waerde souden moeten sijn, aengetoond, en daer wij nu hier niet verders uitrigten kunnen, so hebben wij op voormelden 27. maert besloten, om soo ras de tijd sulx toelaeten sal, eene gedetailleerde missive aen den Heer Gouverneur en Raed van Bombaij afte vaerdigen en daer bij op schadeloos stelling van de maetschappije aendringen. Timmeragie en Reparatie, so bedanken wij UW Hoog Edelheeden soo wel voor hoogst derselver gunstige toestemming ter af= „betaling van het door den Eerstgeteekenden bekostigde aen zorgrrij en de Zuid west heer van de werff tot Rop=s 579. en 881: 35: respective ten tijde wij nog Krijgs Gevange waeren als voor de verleende Qualificatie tot het doen der nodige verbeteringen op de menageuste wijse S. 43. En daer wij de vrijheid neemen ons S. 42. ten ten aensien van dit Hoofd-deel verder seer eerbiedig te gedraegen aen onse meer genoemde brieff van den 9. Januarij deses Jaers §. 20. et segg. alwaer wij Uw Hoog Edelheeden het verschul= „digd verslag hebben gedaen. S. 44: soo verhopen wij dat de reden welke bij voorseide missive §. 44. en 45. so mede bij onse resolutie van den 24. Maert 1785. sijn ter naeder gesteld voldoende sullen sijn om U Hoog= „Edelheeden vergiffenis te verwerven voor ons besluit om met de vertimmeringen voorte gaen, sonder voor afgaende Qualifi= „catie te meer wij U Hoog Edelheeden versekeren mogen dat soo alle deselve nog een Jaer ongedaen hadden moeten blijven, so oneindig meerder souden moeten hebben kosten en dat soo we eens met het werk aftreeken en uitscheiden alvorens alles gedaen is wij met hetselve daer nae niet weder sullen kunnen aenvangen sonder een voorgaende nieuwe permissie van de Engelsche regering als Casteels Gouverneur

NL-HaNA_1.04.02_10424_0062 view scan ↗

English

Governor. We now take the liberty to present to Your High Noble Excellencies in the appendices a specific account of all the renewals and extraordinary repairs which have been carried out at the Company's Shipyard etc. as absolutely unavoidable for its restoration, conservation, and preservation, as drawn up by our Head Administrator and submitted at our Assembly of 4 March last. Section 46. According to the same, all these extraordinary repairs and renewals amount to Rupees 24,521: 35. And to this will still have to be added, for which we have already requested Your High Noble Excellencies' favorable qualification in our letter of 9 January last, sections 52 and 53: the rebuilding and sufficient renewal of the house of the Head Administrator, the meeting hall of Justice, all the outbuildings, slave quarters, warehouse, 43 warehouse, item the prison cells etc. which were very heavily damaged in the storm of April 1782, and which we think will now, being all made of mortar and stone with the walls masonry-built to the thickness of one foot, cost a little more than was paid solely for the meeting hall and outbuildings made of bamboo filled with earth and plastered with mortar, as appears from the resolution of 19 August 1766, being 8,172 Rupees. Section 47. Likewise the construction of a perimeter wall around the shipyard on the East side, starting from the gate Eastward up to the corner of the house of the Equippage Overseer, being a length of 420 feet, in the same manner as the perimeter wall on the South-West side was made, if the same can only be carried out. A work that the Modi would undertake for 8,000 Rupees, and which, when it must be made of wooden planks to the thickness of 3 inches and heavy beams, as it was previously, will likely cost well over half. Section 48. There are no other major repairs, and after some repairs to the residence of the Ensign, to the rooms of the Artisans' Quarters, the masonry of a wall in the bedroom of the house of the Director which was also blown down in the storm of 1782, and some repairs to the room on the Beer, which already in 1779 was uninhabitable and shored up with props, all of which together will not cost much, the shipyard will be virtually newly and perfectly restored, such that nothing extraordinary will need to be done to it for many years. And although everything that has been done and still must be done amounts to a considerable and in these days very burdensome 47 sum, Your High Noble Excellencies will nevertheless find that when one deducts from it the amount paid for that which was made entirely new, and that which was indispensable and could suffer no further delay, such as the new pile-work on the South-West side along the Beer which has cost Rupees 2,725:—: a completely new flag mast with all its rigging at 2,470: 5; two new piers 3,050: 20; a new bell tower 321: 45; and a perimeter wall around the entire shipyard to the thickness of two and height of 13 feet excluding the foundation; a work of such importance that 20 years ago permission for it could not have been obtained for any sack of rupees, to an amount of circa 15,000 Rupees, or together Rupees 22,594. And for the repairs and improvements, which are now all made of stone and mortar instead of bamboo filled with earth and mats, nothing more remains than what the ordinary expenses of carpentry and repair would have amounted to during the more than three years that the Directorship was in the hands of the English. Section 51. Thus hoping that Your High Noble Excellencies will be pleased to be persuaded that we have in everything observed frugality and kept good supervision, we flatter ourselves with Your highest approval and qualification to be permitted to write off the aforementioned expenses, which we very humbly request hereby. Having had no postings or write-offs since our last respectful letter of 9 January of this year, often mentioned, we continue with the main section of Taxes and Reimbursements, and we take the liberty in advance, with respectful reference to that which we have already brought to the knowledge of Your High Noble Excellencies in our previous section 58, to present to Your High Noble Excellencies, in humble reply to their Venerated letter of 23 August 1785, among the appendices hereto, the Report that our Head Administrator submitted at our Assembly of 4 March last, demonstrating that the pretense of the Officers of the ship Trompenburg, as if they had remained debited for such 140 Rupees as ought to have been credited to them according to our resolution of 31 December 1784 on account of withheld freight charges paid into the Treasury, is completely mistaken. Section 53. Upon a Report of Account of the Trade Bookkeeper Matthijs Monté inserted into our resolution of 4 March last concerning three invoices of account dated Batavia Ultimo

Dutch transcription

Gouverneur. Thans neemen wij de vrijheid U Hoog Edelhee= „den onder de bijlaegen aen te bieden eene spe= „cificque rekening van alle de vernieuwingen en buiten gewoone reparatien die aen 's Com= „pagnies Werff ensz. als absolut onvermijdelik tot derselver herstelling, conservatie en bewaering gedaen sijn, sodanig als die door onsen Hoofd Administrateur geformeerd en in onse Bij henkomst van den 4. Maert laetstleeden ingediend is. S. 46. Volgens deselve bedragen alle deese buiten gewoone reparatien en vernieuwingen Cap=s 24521: 35. en hier bij sal nog moeten komen als waer toe wij U Hoog Edelheeden gunstige Qualificatie bereets bij onsen brieff van den 9. Januarij laetstleeden §: 52. en 53. hebben ver= „sogh. de weder optimmering en genoogsaeme vernieuwing van het huijs van den Hoofd- Administrateur de vergadersael van Justitie alle de Bij Geboúwen, Slave Vertrekken, S: 45: Pakhuijs 43 Pakhuijs, item de Boeijen etb=a soo in den storm van April 1782. seer swaer bescha¬ „digd sijn en het geen rij denken dat nu alle van kalk en steen de Muuren ter dikte van Een voet gemetseld worden een weinig meerder sal kosten dan alleen voor de verga¬ „dersael en Bygebouven gemaekt van Bam- „boesen met Aerde gevult en met kalk beplei= „sterd, blijkens resolutie van den 19. Augustus 1766. betaeld is sijnde 8172. Copijen §. 47: so mede het maeken van een ring Muur rond de werff aen de Oost sijde beginnende van de poort Oostwaerts tot aen de hoek van het huijs van de Equipagie Opsiender sijnde een lengte van 420. Voeten, in selver voegen als de ring Muir aen de Zuijd West sijde gemaekt is (soo hetselve maer uit te voeren is/ Een werk dat de moedij voor 8000 ropijen soude aenneemen, en dat wanneer van houte planken ter dikte van 3. duijmen en swaere balken moet vorden gemaekt, gemaekt, soo als bevorens is geweest, denkelyk ruim de helfte kosten sal. S. 48. Andere kapitaele verhelpingen sijn er niet meer, en nae eenige reparatien aen de Woning van den Vaendrig aen de kamers van het Ambagts Quartier het metselen van een Muur in de slaepkamer van het huijs van den Directeur die in de Storm van 1782 mede omgewaait is en eenige verhelpinge aen het vertrek op de Beer, dat al in 1779. onbewoonbaer en met stutten onder= schraegt geweest is, welke alle te samen niet veel kosten sullen sal de werff ge¬ „noegsaem nieuw en volmaekt hersteld sijn sodanig dat daer aen in veele Jaeren niets buiten gewoons sal behoeven te worde gedaen. En of schoon dat alles wat er gedaen is en nog gedaen worden moeh een aen „sienlyk en in deese daegen seer lastige S. 49. Summa 47 summa bedraegt, soo sullen UHoog Edelhee¬ „den egter bevinden dat wanneer men daer van aftrekt het betaelde voor het geen ab= „solut nieuw gemaekt is, en het geen o ont= „brekelik was en geen langer uitstel lijden konde als daer is het nieuwe saelwerk aen de Zuijd West sijde langs de Beer dat gekost heeft rop=s 2725:—: een geheele nieuwe vlagge math met all sijn toebehoren tot 2470. 5. twee nieuwe Hoofden 3050: 20. Een nieuwe klotkenhuijs 321. 45. en Een ringmuir ronds om de geheele werff ter dikte van twee en hoogte van 13. voeten buiten het fundament; een werk van die aengelegentheid dat 20. Jaeren geleden de permissie daer toe voor geen zak ropyn soude sijn te krijgen geweest tot een be„ draegen. van Circa 15000. lopijen of te samen Cop: 22594. Er voor de reparatien en verbeteringen, die nu alle van steen en kalk in steede §. 50. van 17 van bamboesen met darde gevuld en matten sijn gemaekt niet meer overblyff als de ordi¬ „naire uitgaven van timmerage en repara= „tie souden hebben bedragen geduirende de drie Jaeren ruijm dat de Directie in de handen der Engelschen is geweesh. §. 51: Dus verhopende dat U Hoog Edelhee¬ „den sullen gelieven gepersiadeert te sijn dat rij in alles de suijnigheid) behertigd en een goed toesigt gehouden hebben, soo vleijen wij ons met hoogst derselver goedkeuringe en qualificatie om de voorschreeven ongelden te mogen afschrij „ven, de welke wij bij deesen seer nedrig versoeken. Sederd onse laetste Eerbiedige van den 9. Januarij deses Jaers meergedagt, geen in of afschryvingen gehad hebbende, vervolgen wij met het Hoofd-deel van 3. 52. Belastingen 9 Belastingen en Vergoedingen en neemen wij voor aff de vrijheid onder Eerbiedige referte aen„ het geen bij onse voorige 3. 58. reets ter kennisse van u Hoog Edelheeden hebben gebragt hoogst de selve in needrig Andword op derselver Gere= „nereerde van den 23. August=s 1785. onder de bijlaegen deeses aen te bieden het Berigt, dat onsen Hoofd Administrateur ter onser Bij hen komst 6 6. van den 4. Maert laetstleeden ingediend heeft ten betooge dat het voorgeeven van de Overhe= „den van het schip Trompenburg, als waeren sij belast gebleeven voor sodaene 140. Copijen, als haer volgens onse resolutie van den 31. December 1784 behoorden te sijn te goed ge¬ daen wegens ingehoudene en in Cassa getelde vragtloonen, ten eenen maele abusive is. §. 53. Op een Berigt van Aenrekening van den Negotie boekhouder Matthijs Monté g'insereert bij onse resolutie van den 4. Maert laetstleeden op drie stux factuiren van Aenrekening gedagtekend Batavia Ult=mo 5

NL-HaNA_1.04.02_10424_0068 view scan ↗

English

On the last day of February, and 23 August, as well as Cochin 14 December, all in 1785, we resolved to have the amount charged on account of payments made to the three Malays Hadje Momed, Noer Hadje Aloe Casum, and Hadje Hamed settled on the General Account; to debit the account that the late Under-Merchant Heydeman has in the books for the seal money and dispatch charges for his appointment as Chief of Brootchia, and to have Ensign Best pay his share into the treasury; to settle on the General Account the ƒ30000:-:— which was paid out of the treasury in Batavia to Lady Anna Cornelia Wigmans, formerly widow of the Extraordinary Councillor and Director of Surat Senff; and finally, to have the money that was advanced from the treasury in Cochin as travel allowance to the bookkeeper Grasiaen and Assistant van Hien, who arrived here, repaid by them into the treasury here. § 54. On the 24th of the said month of March, we instructed the aforementioned Trade Bookkeeper to apportion the 25 rupees or ƒ 30:—:—, which was charged by a memorandum dated 4 January 1786 from Cochin for paid freight for transporting hither a case of textiles, a small case of oils, and a small parcel of Nankeen linen, over the aforementioned goods. § 55. While finally, on a report from the repeatedly mentioned Trade Bookkeeper regarding an invoice of charges dated Batavia the last of August 1785, inserted into our resolution of the 7th of this month, we decided to place the charged 8800 rupees—which were not received from the bill of exchange drawn in the year 1780 on the deceased Chief of Padang, van Heemskerk—to the account of the deceased brokers Mandchergie and Gowenram, as they endorsed the bill of exchange to the Company, until such time as this amount shall be received; and to write back the 3200 rupees which, according to our previous humble Section 69, having been credited to this Directorate as received on the aforementioned bill of exchange, had provisionally been booked to the account of Assessment and Relief; furthermore, to write off the share of the former Warehouse Master Holmberg in the shipwrecked vessel Walcheren against previous years' profits and losses; and then to handle according to orders some other small entries, with which we will not trouble Your High Excellencies' attention. § 56. Finally, upon the report submitted by the Trade Bookkeeper of the delivered cargo from the ship De Diamant, along with the defense made thereto by the Sea Captain Bosman, we resolved in our meeting of the 16th of this month: To transfer the 28 lb. of black and tasteless cinnamon, which according to the submitted statement was found to have become wet through leakage during the breaking out of the cargo at Cochin, to damaged spices, and to send it to the Headquarters accordingly, with the write-off of its amount. § 58. On the other hand, however, according to the regulations, to charge the ship's officers at the redemption price: first, for 1376 ¾ lb. of Japan bar copper, which they delivered short even after deduction of the allowed validation; and secondly, for 15 ½ jugs of linseed oil, which were also found to be deficient against the invoiced quantity, even after deduction of the allowed allowance. § 59. While we have validated for the ship's officers all the allowances granted to them under the Regulation regarding the writing off of underweight and deficiencies of 15 August 1752, with the alterations and amplifications of 15 August 1764, as Your High Excellencies will please be favorably informed from our marginal disposition on the aforementioned findings, which is entered into our resolution of the aforementioned 16th of this month and is forwarded in original among the appendices. § 60. And from which it will further appear to Your High Excellencies that we are charging back to Batavia the amount of 4 pieces of planks 4 inches thick, as well as one pair of half-pikes and one halberd, because these were neither received at Cochin, nor on board the Diamant, nor here, but must either have been detained at Ceylon or not delivered there by the officers of the ship Het Slot ter Hooge, who signed for their receipt at Batavia; and that we shall have the damaged weaponry goods received here repaired, as they were handed over to Captain Bosman at Cochin unopened in cases. § 61. We take the liberty to petition Your High Excellencies to cast a favorable reflection on the defense of the said Captain Bosman, entered in the margin of these findings, and the request for relief made therewith, especially with regard to the Japan copper, as it is beyond doubt that this shortage must be attributed to the numerous thefts committed here on the native rented open cargo boats, which cannot be prevented as long as we have no closed vessels with which the merchandise can be collected. Trade Books, with humble expressions of gratitude, § 62.

Dutch transcription

Ult=mo februarij, en 23. Augustus, mitsgaders Cochim 14. Decembr. alle 1785. hebben wij be¬ „sloten, om het aengerekende wegens betaelde den drie Maleijers Hadje Momed, Noer Hadje Aloe Casum en Hadje Hamed op het Gene¬ „rael te laeten verëvenen, om de rekening die den overledenen Onderkoopman Heydeman bij de boeken heeft te debiteeren voor het Zegul voor en Expeditie geld van Sijn Berijs¬ als Opperhoofd van Brootchia en den Vaendrig Best het sijne in Kassa te doen tellen om de ƒ30000:-:—: welke te Ba„ „tavia uit kassa sijn betaeld aen vrouwe Anna Cornelia Wigmans voormaels wedu¬ „we van den Heer Raed Extra Ordinair en Sourats Directeur Senff: op het Gen „rael te doen verevenen, en eindelik om het geen te Cochim aen de herwaerts gekomene boekhouder Grasiaen en Assi„ „stent van Hien tot Reisgeld uit Kassa verschoten is door hun alhier in kassa te doen te rug geeven. §. 54. 3. 54: Den 24. der geseide maend Maert hebben wij voorschreeven Negotie boekhouder gelast om sodaene rop:s 25. of ƒ 30:—:—: als bij een memo= „rie gedateerd 4. Januarij 1786. van Cochim aengerekend sijn, wegens betaelde vragt voor het nae herwaerts transporteeren van Een Kas met manufactuiren een Kasje met Oliteiten en een pakjen Nankings Linnen over de voor= „schreven goederen te verdeelen _ 3. 55. Terwijl rij eindelik nog op een Berigh van meergemelde Negotie boekhouder op Eene factuir van Aenrekening gedagtekend te Batavia ultmo Augustus 1785. g'insereert bij onse resolutie van den 7=e deeses hebben verstaen om de aengerekende 8800 rop=s welke van de op het geresen Padans Opperhoofd van Heemskerk in A=o 1780 verleende wissel niet sijn ontfangen te stellen op re= „kening van de overledene makelaers mand- „chergie en Gowenram als de wissel op de Compagcie 51 Compagnie geendosseert hebbende tot er tijd het „selve bedraegen sal worden ontfangen en om de 3200. ropias die volgens onse voorige nedrige S. 69. als deese Directie ten goede gebragt sijnde wegens ontfangene op de voorschreven Wissel bij voorraed op rekening van Belasting en onthef¬ „fing sijn geboekt geweest nu weder te rug te schrijven, voorts om de portie van den geweesen Pakhuijsmeester Holmberg in het gestrande schip Walcheren op voorjaerige winsten en Ver„ „liesen te doen afschrijven en dan nog om eenige andere kleine posten met dewelke wij UW Hoog Edelheeden attentie niet vermoeijeliken sullen nae de ordre te behandelen §. 56. Eindelik hebben wij nog op het door den Negotie boekhouder ingediende Berigt der uitgeleverde Ladinge van het Schip De Diamant met de daer op door den ka¬ „pitain ter Zee Bosman gestelde verand=„ „wording in onse Byhenkomst van den 16. deeses. 2 deeses beslooten: Om de 28. lb. swarte en Smakeloose Canneel welke volgens de Overgelegde verklaering bij het opbreekende der lading te Cochim is be„ vonden nat te sijn geworden door Lekkagie op bedurwene specerijen te laeten overschrijven en daer mede nae de Hoofdplaets te senden met afschryvinge van dies bedraegen. 3. 58. Dog om de Scheeps Overheeden daer en tegen nae de order Uijtkoops prijs te belasten Eerstelik voor 1376. ¾: lb. Iapans staeff koper, welke sij nae aftrek van de toegestaene validatie nog te min hebben uitgeleverd, en ten tweeden voor 15. /½. kannen lijn Olij die op de aengeschrevene Quantiteit mede nae aftrek der toegestaene Minderheid, te weinig bevonden sijn. §: 59: Terwijl wij aen de Scheeps Overheeden hebben 3. 57: hebben gedaen valideeren alle de haer bij het Reglement nopens de afschrijvinge van onder Wigten en minderheeden van den 15. Augusts 1752. met de alteratien en Ampliatien van den 15. August=s 1764 toegestaene minderheeden soo als U Hoog Edelheeden uit onse marginale dispositie op de voorschreven Bevinding, die ter onse resolutie van opgem: 16. deses inge= „schreeven is en in originali onder de bijlaege¬ overgaet gunstig sullen gelieven te verneemen. S. 60. En waer uit hoogst deselve verder geblijken sal dat wij het bedraegen van 4. pees swal„ „pen van 4: duijmen dik benevens Een p=l Esponton en Een helmbaard, Batavia te rug rekenen om dat deselve te Cochim nog aen boord van de Diamant nog hier ontfangen sijn maer off te Ceijlon moeten aengehouden of aldaer door de Overheeden van het schip het slot ter Hooge die voor den ontfangst te Batavia getekend hebben niet sijn uitgeleverd, En dat wij de 33 de onbekraem ontfangene Wapen goederen alhier sullen doen repareeren, alsoo se den Capitain Bosman te Cochim in Kassen ongeopend toegerogen sijn. 5. 61. Wij neemen de vrijheid om U Hoog Edel¬ „heeden te solliciteeren om op de verandwor= „ding van den selven Capitain Bosman gesteld in margine van deese Bevendinge en het daer bij gedaene versoek ter ontheffing eene gunstige reflectie te slaen, bysonder ten aensien van het Japans koper, also het ontvijffelbaer is of dies minderheid moet toegeschreeven worden aen de menig¬ vuldige dieverijen die alhier op de Jnlandse gehuurde opene horrijs gepleegd worden en niet te beletten sijn soo lang wij geen geslotene vaertuijgen hebben waer mede de koopmanschappen kunnen worden afge¬ haelde Negotie Boeken onder nedrige dank §: 62. betuijging

NL-HaNA_1.04.02_10424_0074 view scan ↗

English

acknowledgment for those sent for the year 1787, we take the liberty, also in continuation of what we brought to Your Right Noblenesses' attention concerning this main part in our letter of 9 January of this year, section 72, to offer to Your Right Noblenesses under the enclosures of this letter the books themselves for the year 1784/5, with the Memorandum of the Debtors and Creditors that were continuing therein under ultimate August of the recently passed year, with humble request that, since no special entries appear therein, we may here refer to the dispositions made in the margin thereof. Section 63. Concerning the pay books, having only to mention that, according to our resolution of 16 March last, we have caused the accounts of the Bookkeeper Gratiaen and acting Assistant van Hien to be charged for such Rupees 500 and 330 respectively as were provided to them by the Gentlemen Ministers of Cochin for the continuation of their journey hither, until such time as we shall be honored with Your Right Noblenesses' disposition on their request appearing hereafter under the domestic affairs, we have approached the Moorish seafarers, regarding whom we decided in our meeting of 9 February last to put into dutiful execution Your Right Noblenesses' order contained in the venerated missive of 21 September 1781, in which Your Right Noblenesses pleased to persist by the last letter of 23 August 1785, as far as will now be possible, since the reasons that hindered us therein upon the arrival of Trompenburg and are described in our secret resolution of 16 November and 14 December 1784, insofar as they concern the surrender of the Directorship, etc., now cease. And we have consequently, by resolution of that day, ordered the pay bookkeeper strictly to comply with Your Right Noblenesses' aforementioned orders of 21 September 1781, by henceforth handling the pay of the Moorish seafarers as is customary in Bengal, according to the model pay books received. Section 66. And, in the presence of two special Commissioners, to confront and check the accounts of the Moors continuing in the Surat pay books of 178 against the two specific lists received with the ship Trompenburg from the First Pay Examiner Radder, both dated 9 July 1781: the one of those Moorish seafarers who, under ultimate June of the same year, were found to be alive at Batavia or stationed elsewhere, and the second of those Moors who, since 1 July 1780 to ultimate July 1781, have died and gone missing or deserted. Section 67. To cause all other accounts that shall still be found to stand open after this confrontation and closing of the books to be written back from wages to the day when they had the last receipt or incurred hospital debts, and finally to close all absentees with confiscation of their credit balances for the benefit of the Company. Section 68. From the report of the pay bookkeeper that is entered in our resolution of 4 March, it will favorably appear to Your Right Noblenesses that the said official has strictly complied with the order given by Your Right Noblenesses, and that thus the ordained confrontation has taken place, by which it appeared: 1st, that the Moors who, under ultimate August 1781, according to the aforementioned specific lists, were alive at Batavia or stationed elsewhere, were in credit f 43522:-:- and in debt f 294:12:-; 2nd, that the absentees and deserters whose wages have been confiscated for the benefit of the Company are in credit f 1024:2:8 and in debt f 313:16:-; 3rd, that those deceased since the last confrontation of 1780 are in credit f 1953:11:8 and in debt f 1284:5:-; and 4thly, that there are then still a number of 181 heads known in the pay books who are not to be found at all in the aforementioned lists of the First Examiner Radder mentioned above, with a credit sum of f 5508 7/48. Section 70. Thus we decided on the same day regarding the first, since we are unaware of how it pleased Your Right Noblenesses to decide, upon formalizing these Moors, concerning their wages which stood in credit under ultimate August 1782 when they were formalized, as Your Right Noblenesses' resolution of 13 September of the said year by which such was done has not been received here, the same being alive

Dutch transcription

haar visitatie g'einse„ „tie van den 8„' Febr: betuijging voor de toegesondene de A=o 1787. neemen wij de vrijheid, almede ten vervolge van het geen wij omtrend dit Hoofd-deel ter UW Hoog Edelhee= „den kennisse gebragt hebben bij onse brieff van den 9. Januarij deeses Jaers §: 72: U Hoog Edelheeden t het rapport van onder de bij laegen deeses aen te bieden de boeken „reerd in onse Resolue elve de A=o 1784/5. met Memorie der Debiteuren l:l: en dan nogde en Crediteuren welke daer bij onder Ult=mo Augs„ Jongst verweken voortliepen, met ootmoedig ver= „soek dat wij, also daer bij geene bijsondere posten voortkomen, ons alhier mogen gedraegen aen de daer of in margine gestelde dispositien. §. 63. Omtrend de Soldij boeken eeniglik te bedelen hebbende, dat wij bij deselve volgens onse reso¬ „lutie van den 16. Maert laetstleeden de reke„ ningen van den Boekhouder Gratiaen en pl Assistent van Hien hebben gedaen belaasten voor sodaene Rops 500. en 330. resp=n als haer door de Heeren Cochimse Ministers sijn verstrekt ter voortsettinge van haere reise na herwaerts, tot er tijd wij met W Hoog Edelheeden 37 1 U Hoog Edelheeden dispositie op haerlieden hier nae onder de huijselike sacken voorkomend ver= „soek, sullen sijn verëerd, sijn rij genaderd tot de„ 364 Moorse Zeevarende, waeromtrend wij in onse Byhenkomst van den 9. februarij laetst leeden beslooten hebben om u Hoog Edelheeden bevel vervat bij gevenereerde missive van den 21. September 1781. bij hetwelke hoogst deselve bij de laetste brieff van den 23. Augs¬ 1785. gelieven te persisteeren, als nu so verre maer mogelik sal te maeken sijn schuld plig= tig ter Excutie te leggen aengesien de re„ denen welke ons daer in bij de aenkomst van Trompenburg verhinderden en beschreeven sijn bij onse secreete resolutie van den 16. November en 14e December 1784. so verre de overgaeve der Directie Mc. betrefd als nu cesseeren En hebben wij dienvolgens bij besluit van dien dag den soldij boekhouder gelast om den U Hoog Edelheeden voorschreeven Ordres van den 3. 65. 21. 21. September 1781. stiph te voldoen, door de soldija„ der Moorse zeevaerende voortaen te behandelen so als in Bengalen gebruikelik is, naevol= gens het ontfangene model soldij boeken. 5. 66. En om ter overstaen van twee Expresse Ge¬ „committeerden de rekeningen der bij de Souratse soldij boeken van 178. voortlopende Mooren te confronteeren en te puncteeren tegen de met het schip Trompenburg ontfan= „gene twee specifique Lijsten van den Eersten visitateur der soldijen Radder beide geda= teerd den 9. Julij 1781: de eene van die Moorse Zeevaerende die onder Ultmo Junij desselven Jaers te Batavia in weesen bevon= „den of elders bescheiden sijn geweest en de tweede van die Mooren welke sederd 1mo. Julij 1780. tot ult=mo Julij 1781. overleden en ab= sent geraekt of gedeserteerd sijn. 5: 67: Om alle overige rekeningen die nae deese Con¬ frontatie en afsluiting der Boeken nog sullen worden 59 worden bevonden open te staen te laeten te rug schrijven van Gage tot den dag wan= neer het laetste genot gehad of Hospitaels schulden gemaekt hebben en om eindelik alle absenten afte sluiten met confiscatie hunner batige saldoos ten voordeele van de Kompagnie. Bij het Berigt van den soldij boekhouden dat bij onse resolutie van den 4. Maert daer den ingeschreeven is, sal U Hoog Edel= „heeden gúnstig geblijken; dat gemelde bedien¬ de aen het gegevene bevel van hoogst deselve stipt voldaen heeft, en dat dus de geordon= „neerde confrontatie geschied is, bij dewelke gebleeken sijnde. 1e Dat de mooren die Ultmo Augustus 1781. volgens de voormelde specificque Lijsten te Batavia in leeven of elders bescheijden waeren te vooren stonden ƒ43522:—:— en te kwaed waeren ƒ294: 12:—. 2=den dat de absenten S. 69. 3. 68. en Con¬ sullen en gedeserteerden welkers Gagie ten behoeve van de Compagnie geconfisqueerd sijn te vooren staen ƒ1024: 2: 8: en te kraed sijn ƒ313:16:—: 3=den dat de overledene sederd de laetste Confrontatie van 1780. te vooren staen ƒ 1953:11:8. En ƒ 1284:5:—. te kraed sijn en ten 4den dat er dan nog een getal van 181: koppen bij de soldije boeken bekend staen, welke bij de voorschreeven Lijsten van den Eersten visitateur Radder hier vooren gemeld in het geheel niet te vinden sijn met een te goed hebbende summa van ƒ 5508 7/48. 8. 70 soo hebben wij ten selven daege beslooten omtrend het eerste, aengesien wij onkundig sijn hoedanig het UW Hoog Edelheeden behaegd heeft om, bij het formeel maeken deeser Moo= „ren te besluiten over derselver Gagien welke te vooren stonden onder Ult=mo Aug=s 1782. toen formeel gemaekt sijn, also het besluit van UW Hoog Edelheeden van den 13. September des genoemden Jaers waer bij sulx is geschiet alhier niet ontfangen is, deselve in weesen sijnde

NL-HaNA_1.04.02_10424_0079 view scan ↗

English

being Muslims, to propose them first on a list for 178 1/2 with what is due to them, and to debit them therewith for what they received and consumed at Batavia or elsewhere before they were formally entered, whereby those accounts will be brought into the state in which they were when the formal entry was made in the books of the ship West-Friesland by Your High Right Honourables on 13 September 1782. With regard to the third, since the second entry requires no decision as the order has thereby been complied with, to have the wages of the deceased Muslims, which are listed above, handed over and paid here according to the received lists whenever the heirs or entitled parties shall request them, with instructions to the pay bookkeeper to see whether there will be any difficulty in persuading the agents of these Muslims to allow to be deducted from this sum what other fellow deceased Muslims remained in debt, in order thereby to prevent the Company from having to bear this loss. Section 72. And finally, with regard to the fourth, to let the matter rest concerning those Muslims who are known in the books and of whom not the least mention is made in the aforementioned lists of the first examiner Radder of 9 June 1781, and Section 71. to report the same as absent or deserted whenever the agents of these seafarers shall ask after them. With our humble letter of 9 January last, we took the liberty to send Your High Right Honourables a provisional requisition of merchandise; now we accompany this with our formal requisition for the year 178 6/7, as it was established in our meeting of the 16th of this month. Section 74. We have the honour to insert the same below and request Your High Right Honourables very humbly and urgently that it may be sent to us; now that peace is restored, the merchants from the inland regions are returning hither and trade seems to be recovering with renewed strength; moreover, this is the only means to pay off again the heavy debts we have had to incur here, to restore the credit of the Company, and to assist the Company from here with cash whenever Your High Right Honourables shall require it; in addition to this, there is great hope of seeing Surat in time restored to the state in which it was twenty years ago, when it yielded between 5 to 6 tons of gold in profit annually. Section 73. Merchandise 50,000 pounds Cloves 15,000 pounds Nutmegs: of these two articles we request to have at least something, even if it were only such a small quantity. 18 Sukels Mace 2 Bales Cinnamon 200,000 pounds Tin, Bangka, Siamese, or Malaccan 350,000 pounds Copper, Japanese, in bars 10,000 pounds Camphor, Japanese or Tatsumase 5,000 pounds Red Lead 20 Piculs Caret or Tortoiseshell 25,000 pounds Elephant Teeth Unground Vermilion: Excused 5,000 Canasters Powdered Sugar 200 Canasters Sugar Candy Flat Iron in bars White Chinese Alum: Excused 100,000 pounds Lead, Dutch, or English Lead in pigs Quicksilver: Excused Extraordinary White Benzoin: Excused Gift Goods 6 Ounces Clove Oil 6 Ounces Cinnamon Oil 6 Ounces Nutmeg Oil 6 Ounces Mace Oil 12 Ounces Peppermint Oil 2 pounds Gold thread 2 pounds Silver thread For the Military 1 Piece European Green Velvet 1 Piece Carmine Red Wagenprijse 1 Piece Sea-Green Wagenprijse 3 Pieces Blue Cloth 1 Piece Scarlet Cloth: for gifts Yellow Cloth: Excused Nankeen Linens: Excused Haberdashery Broad Lamphuer Crape Gauze: Excused Narrow Lamphuer Crape Gauze: Excused Spectacles with Caret or Ivory Rims: Excused 6 Pieces Fine Penknives with silver-inlaid handles and their cases 2 Fine Spectacles with springs and their cases Beverages and Provisions 10 Leagers Arrack Api: 5, because of the delivery of 150 leagers of Ceylon arrack at Bombay, and here one cannot demand more 4 Cases Dutch distilled waters 4 Cases Domestic distilled waters 2 Cases Double Dutch Aniseed 1 Half Leager Dutch Vinegar 1 Half Aam Tarragon Vinegar 1/2 Last Cape Rye 24 Bottles Hopped Beer 600 pounds White wax candles Olive Oil: Excused Section 75. With regard to the domestic appointments, we have in our meeting granted a seat to Egidius Meijer, appointed by Your High Right Honourables as fiscal and pay bookkeeper, and to Gerrit Piper, junior merchant and cashier, who was sent hither. Section 76. In the Court of Justice, Head Administrator Monté has assumed the presidency, and we have likewise granted a seat therein to the aforementioned Cashier Piper. Section 77. On 30 January we were obliged to decide on the purchase of paper for the use of the writing offices, the large format at 20 and the small format at 10 rupees per ream; and we have enjoined the executors of the deceased equipage master Lotsz to pay into the treasury the sum of 1,000 rijksdaalders or 1,600 rupees instead of a security for such accountings as might be brought against him over the course of four years on account of his past administration. Section 78. Pursuant to the order of Your High Right Honourables, there are sent this year with the bearer hereof two pieces of Banyar double gunny sacks, such as are used here at the warehouses, and which cost approximately 1 1/4 rupees apiece, according to the report of the warehouse master inserted in our resolution of 16 March last. Section 79. While we render very humble thanks to Your High Right Honourables for your most favourable approval of the brokers appointed by us, these people are to us in the present

Dutch transcription

61 sijnde mooren voor eerst bij een lijst voor 178½. voor te dragen met haer te goed hebbende en haer daer bij te debiteeren voor het geen te Batavia of elders ontfangen en verteerd hebben eerse for„ meel gemackt sijn, waer door die reekeningen sullen worden ge¬ „bragt in den staet waer in waeren toen de formeel making bij de boeken van het schip West-Friesland door U Hoog= „Edelheeden den 13. September 1782. is geschiet. Ten aensien van het Derde also de treede post geen dispositie vereischt als sijnde daer door aen de Ordre vol= „daen, om de Gagien die van overleedene Mooren te vooren staet alhier te laeten afgeeven en betaelen, volgens de ontfangene Lijsten wanneer de Erfgenaemen of Geregtige¬ „dens daerom sullen versoeken, met last aen de soldij- Boekhouder om te sien of er moeijelikheid sal weesen om de saekbesorgers deeser Mooren te persuadeeren dat sij van deese summa laeten decorteeren het geen andere mede overleedene Mooren te kwaed gebleeven sijn ten einde daer door te voorkomen dat de Compagnie dit nadeel niet behoeft te draegen. 5. 72. En ten einde reguarde van het vierde om die mooren welke bij de boeken bekend staen en van welke bij de meergedagse Lijsten van den eersten Visitateur Radder van den 9. Junij 1781. geen het minste gewag gemaekt word also te laeten berusten en §. 71. en deselve wanneer de saekbesorgers deeser Zeevaerende nae haer vraegen sullen als absent of gedeserteerd op te geeven. Bij onse nedrige Missive van den 9. Januarij laetst: leeden, naemen wij de vrijheid U Hoog Edelheeden toe te sen„ „den eene provisioneele Petitie van Koopmanschappen, than, doen wij deesen verseld gaen van onse formeela Eisch voor den Jaere 178 6/7. sodanig als die in onse vergaede= „ring van den 16. deeses is g'arresteerd. §. 74. Wij hebben, d eer deselve hier onder te insereeren en versoeken U Hoog Edelheeden seer ootmoedig en instan„ „tig dat ons die mag worden toegesonden, nu de vreede hersteld is, komen de kooplieden uit de binnen lan„ „den wederom herwaerts en den handel schijnd met ver= „nieurde kragten te sullen herheelen, daer beneevens is dit het eenige middel om de swaere Schúlden die wij hier hebben moeten maeken, wederom afte leggen, het Credit der Maetschappije te herstellen en de Compaghe¬ wanneer U Hoog Edelheeden sulx requireeren sullen, van hier met kontanten bij te staen, daer en boven is er veel hoop, om souratta door de tijd wederom te sien in dien staet, daer het in was twintig Jacre geleeden toen het 's Jaers tusschen de 5. â 6. tonnen den winst gegeeven heeft. 573. Koopmanschappen 50000: ponden Garioffel Nagulen 15000: ponden Nooten Muschaaten van deese twee Articuls versoeken wij ten min„ 18 Soukels Fouli - - - - - - - - zoo geringe quantiteijt. 2. Baalen Canneel. 200000: ponden Thin Bankas, Siams off Mallax 350000: ponden kooper Iapans aan saaren. 10000: ponden Camphur Japance off Tatsumase. 5000: ponden Meenij Roode. 20: Piccols Carret off Schildpadshoorn 25000. ponden Eliphants Tanden. Vermillioen Ongemaalen Excuseeren 5000: Cannassers Suijker Poeder. 200. Cannassers suijker Candij. Iser Plat in Hlaaven Alluijn witte Chineese - - T Excuseeren 100000: ponden Looth Hollands off Liets Looth in Zeugen Quikzilver. . . . . . . . . . . . . Excuseeren Bensuin Extra Ordinaire Witte s Geschenk Goederen 6: Oncen Nagul. Olij 6: Oncen Canneel Olij 6: Oncen Nooten Olij 6. Oncen Foulij Olij 12: Oncen Olij Menthij 2: ponden Gouddraat. 2: ponden zilver draat. sten iets te moogen hebben al is het ook nog voor de Militaire 1: Stuk Fluweel Groen Europaas 1: stuk Waagen Prijse Carmozijn Rood 1: Stuk Waagen Prijpe Zee=Groen 3: stukken Lakenen Blauwe 1: stuk Lakenen Schairrood Ten tot Geschenk Laakanen Geele Nankings Linnen 's Excuseeren Kramerijen Floers Crips Lamphuer Breede - - - Floers Crips Lamphie smalle - - . (Excuseeren Brillen met Carette off Yroore Randens 6: pees Pennemessen Fijne met zilver Ingelegde hegten en dies kokortjes 2: Fijne Brillen met veeren en dies Huijsjes Dranken en Provisien 5 vermits den aanbreng van 150: —: leggers Ceijlonse aracq op 10: Leggers Aracq Apij Bombaij en hier kan men niet meer Eyschen A: Kelders gedisteleerde waateren Hollands 4: kelders gedisteleerde waateren Inlands 2: kelders Dubbelde Hollandse Annijs 1. Halve Legger Azijn Hollands 1. Halff aam Dragon Azijn —½. Last Rogge Caabse 24: Bottels Hoopen Bier 600: ponden witte wasch kaarsen Olij van Olijven Excuseeren. S. 75. Ten aensien van de Huijselike Bestellingen hebben, wij in onse vergadering Cessie gegeeven aen den door U Hoog„ Edelheeden tot fiscael en soldij-boekhouder aengestelden Egidius Meijer en aen den nae herwaerts gesondene Onder¬ Koopman en Cassier Gerrit Piper. §. 76. 63 Jn het Collegie van Justitie heeft den Hoofd- Admi¬ „nistrateur Monté het Presidie overgenomen en hebben wij daer in mede aen voormelden Cassier Peser Cessie gegeeven. Den 30. Januarij hebben wij moeten besluiten tot het inkoopen van Papier ten dienste der Schrijff Comptoiren het groot formaet tegen 20: en het kleine formaet tegen 10. lopijen de riem, en hebben wij aen de Executeurs van den Overledenen Equipagie Opsiender Lotsz geinjungeert om in Cassa te tellen de somma van 1000. riyxdaelders off 1600. lopijen in steede van een Borgtogt voor sodaene verandwoordin= „gen als geduirende vier Jaeren ten sijnen laeste souden mogen worden gebragt wegens sijne gehad hebbende Ad¬ „ministratie. 3. 78. Jngevolge het door UW Hoog Edelheeden geordonneerde Jaer met den brenger deeses over twee pees Benjaarse dubbelde Goenij sacken sodanig als hier bij de Pak¬ „huijsen worden gebruikt, en die p:t 1¼. ropeij het stuk kosten, volgens het Berigt van den Pakhuijs„ „meester g'insereert bij ons besluit van den 16. Maert laetstleeden. §. 79. Terwijl wij U Hoog Edelheeden seer nedrig dank seggen, voor hoogst derselver gunstige Approbatie der door ons aen„ gestelde Makelaers, deese menschen sijn ons in de tegens §. 76. woordige 3. 77: op

NL-HaNA_1.04.02_10424_0084 view scan ↗

English

present circumstances and the great shortage of money were of much service and have noticeably supported us. Section 80. The bookkeeper Gratiaen and provisional Assistant van Hien, who were sent to us from Ceylon to perform their service here as being much needed, have in our Meeting of the 16th of March last requested by petitions that they might respectively be credited and thereby be released from repayment of such 500 and 330:—:— rupees as were disbursed to them by the Gentlemen Ministers at Cochin from the Company's Treasury for making and defraying the expenses of their journey with an English ship from Cochin via Goa to Bombay and from there to this place. And as we find ourselves unauthorized to decide upon such applications, we take the liberty humbly to present to Your High Noble Lordships the aforementioned petitions among the appendices of this letter, with the prayer to cast a most gracious regard upon them, since we may freely assure Your High Noble Lordships that the journey from Cochin via Goa to Bombay and the long Section 81. unavoidable stay there cost these persons, and the first named indeed with a family, considerably more; meanwhile, as stated herebefore, we have caused their salary accounts to be debited for the monies received until such time as we shall be honored with Your High Noble Lordships' commands. Section 82. While we further take the liberty also to present to Your High Noble Lordships among the appendices of this letter a petition from the Junior Merchant and Cashier Gerrit Piper, requesting for the reasons cited therein that Your High Noble Lordships may be most graciously pleased to credit him for such disbursements and costs, as well as freights paid by him, as he unavoidably had to bear and incur on his journey from the Capital to Cochin and from there to this place, all with private and foreign vessels. We take the liberty very humbly to solicit Your High Noble Lordships also to cast a favorable reflection upon this, as it is known that a journey from Batavia to this place, particularly when one has to make the same with various ships and via different places, proves to be very costly. Having at present nothing to communicate concerning the Correspondence, we have arrived at Domestic affairs, regarding which likewise having nothing further to report, beyond that which we had the honor to bring to Your High Noble Lordships' knowledge in our respectful last letter of the 9th of January of this year, Section 123 et sequentes, except only that in our Meeting of the 4th of March we resolved to send a small present to the Governor of Amed Abaeth, because he allows the Company and its subordinates to enjoy their ancient privileges without the slightest gainsaying. Section 84. Thus we proceed with the Principal part concerning Foreign Nations, and that in the first Section 83. place the English, with whom we had only omitted to make further representations regarding the restitution of Brootchia until we should be strengthened in that respect by Your High Noble Lordships' order, in consideration that the Bombay administration by their letter of the 3rd of November 1784 gave us to understand that they were unable to effect its restitution, and that we, by our letter of the 22nd of January 1785, had provisionally protested against any local exception. Yet now, being strengthened with Your High Noble Lordships' order, we have further pressed the said administration for the immediate restitution of the said factory by missive of the 21st of February, inserted in our resolution of the 4th of March, and to which we have received the answer dated the 23rd of the same month and registered in our resolution of the 7th of this month, containing in substance "that they, being unable to give us any other answer than that which is contained in their above-mentioned letter of the 3rd of November 1784, have resolved to send copies of our letters on this subject to the Supreme Council of Calcutta, and that they will inform us of their answer." We shall therefore now have to temporize again for some time before we can carry into execution Your High Noble Lordships' orders for making a formal protest. Section 86. In answer to our request made to them repeatedly, and still lately by letter of the 21st of February registered in our resolution of the 4th of March, for the restitution of the three books or memoirs which remained behind upon the return of the Directorship, the English Surat administration by missives of the 28th of the aforementioned month and the 4th of this month, both inserted in our resolution of the 7th, sent to us three books, which were found to be the answer of the Honorable Director Schreuder to the General Letter from the Gentlemen XVII of various dates concerning the Surat office, the left Memoir of the Noble Lord Senff, and the Ceylon Advices or outgoing letters to the Gentlemen Majors and Your High Noble Lordships from the year 1781. And since among them the Secret letters from Your High Noble Lordships to the Noble Lord van de Graaff and from the latter to Your High Noble Lordships from the year 1776 to the year 1781 are not found, as we presumed and had expected, the same must have been lost. Section 87. It would fatigue Your High Noble Lordships' attention if we wished to detain the same with an account of many trifles that occur here daily in the service between this Nation and us; we therefore take the liberty here in this respect to refer to the letters exchanged with them, with the assurance that we shall see to it that the Company's Privileges are not

Dutch transcription

„woordige omstandigheeden en het groote geld gebrek van veele dienste geweest en hebben ons merkelijk ondersteund. 5. 80. Den boekhouder Gratiaen en p=l Assistent van Hien soo ons van Ceylon gesonden sijn om hier als seer benodigd haeren dienst te presteeren, hebben in Onse Bij Eenkomst van den 16. Maert laetstleeden bij requesten versogh dat haer respective mogte te goed gedaen en sij dies van de te rug gaere gelibereerd worden sodaene rop=s 500. en 330:—:—: als haer door de Heeren Ministers te Cochim uit S. Compagnies Kassa verstrekt geworden sijn tot het doen en goed= maeken van haere reise met een Engelsch schip van Cochim over Goa nae Bombaijen van daer nae herwaerts: En daer wij ons ongequalificeerd vinden om op sulke instantien te besluiten neemen wij de vrijheid U Hoog Edelheeden voorseide re= „questen onder de bijlaegen deeses ootmoedig aen„ te bieden, met beede om daer op een groot= „junstig regard te slaen, aengesien wij U Hoog Edel heeden vrijmoedig mogen versekeren, dat de reise van Cochim over Goa nae Bombaij en het lange 5. 81. noodsakelike 67 noodsakelike verblijff aldaer aen deese Menschen en de eerste wel met een famillie vrij meer gekost heeft; intusschen hebben rij, so als hier vooren gesegd haere soldije reekeningen voor de ontfangene gelden belasten doen tot er tijd wij met U Hoog Edel= „heeden beveelen sullen vereerd sijn 3. 82. Terwijl wij al verder de vrijheid neemen U Hoog Edelheeden mede onder de bijlaegen deeses aen te bieden, Een request van den Onderkoop= „man en Kaspier Gerrit Piper, versoekende om de daer bij aengehaelde redenen, dat U Hoog= „Edelheeden hem grootgunstig gelieven te goed te doen, sodaene Ongelden en kosten mitsgaders door hem betaelde vragten als hij op sijne reise van de Hoofdplaets nae Cochim en van daer nae herwaerts alle met particuliere en vreemde vaertuijgen, onvermijdelik heeft moeten draegen en doen, wij neemen seer nedrig de vrijheid U Hoog Edelheeden te solliciteeren daer op mede een gunstig reflectie te slaen also het bekend is dat een reise van Batavia nae herwaerts voornaementlijk als men deselve 4 deselve met verscheidene scheepen en over onder¬ scheiden plaetsen doen moet, seer Kostbaer valt. Omtrend de Correspondentie thans niet te bedelen hebbende, sijn wij gekomen tot de Inlandse saeken, waeromtrend al mede niets verders te melden hebbende, buiten het geene wij de eer hadden tot U HoogEdel= „heeden kennisse te brengen bij onse Eerbiedi= „ge laetste van den 9: ' Januarij deeses Jaers §. 123. et segg als eeniglik dat wij in onse Bij Een= komst van den 4. Maert hebben besloten om den Gouverneur van Amed Abaeth een klein Geschenkjen te senden, om dat hij de Compagnie en haere onderhoorigen sonder het minste tegen seggen van haere Oude voorregten laet Douisseeren. 5. 84. Soo vervolgen wij met het Hoofd-deel van vreemde Natien en wel in de eerste S. 83. plaets 2 9 plaets de Engelschen bij dewelke wij alleen hadden nagelaten nadere instantien te doen tot de restitutie van Brootchia, tot dat wij dien aengaende met UHoog Edelheeden bevel souden gesterkt sijn uit aensien het Bombaijse ministerie bij haeren brieff van den 3. Novem¬ „ber 1784. ons te kennen gaff tot dies restitutie onvermogens te sijn, en dat wij bij onsen brieff van den 22. Januarij 1785. bij voorraed hadden geprotesteerd tegen alle plaetselijke uitson= „dering Dog nu met U Hoog Edelheeden ordre gesterkt sijnde hebben wij nader bij het selve ministerie op de dadelike restitutie van gedagte factorij aengedrongen bij missive van den 21. februarij g'insereert bij onse resolutie van den 4: Maert en waer op ont= fangen hebben het androord gedagtekend den 23. desselven maends en ingeschreven bij ons besluit van den 7. deeses, behelsende in sub= stantie „ dat sij buiten staet sijnde ons eenig „ander andwoord te geeven dan het geen vervat S. 85. is der- r „is bij haer boven gemelde brieff van den 3. Novem„ „ber 1784. beslooten hebben om Copijen van onse „brieven over dit onderwerf te senden aen den „ Hoogen Raed van Calcutta, en dat sij ons „ onderregten sullen van haer andwoord„ wij sullen dus nu weder eenigen tijd semporisee= „ren moeten wen van U Hoog Edelheeden bevelen tot het doen van een formeel protest kun= „nen ter uitvoer brengen. 3. 86. Jn Andwoord op ons te meermaelen en nog laesselik bij brieff van den 21. februarij ingeschreeven bij onse resolutie van den 4. Maert daer aen gedaen versoek ter restitutie van de drie boeken of memorien welke bij de wedergave der Directie agter gebleven sijn, heeft het Engelsche souratse ministerie ons bij missives van den 28 der voorseide Maend en 4en deeses Maends beide geinsereert bij ons besluit van den 7en daer aen toege¬ „sonden drie boeken welke bevonden sijn het andwoord van den Heere Directeur Schreefder¬ of op het Generael Schrijven van Heeren 17=en van diverse datums, omtrend het Comp= toir suratte, de nagelatene Memorie van den Edelen Heer Senff en de Ceijlonse Advi¬ „sen of afgegaene brieven aen de Heere Ma¬ „jores en U Hoog Edelheeden van den Jaere 1781. en vermits daer onder de Secreete brieven van U Hoog Edelheeden aen den Edelen Heer van de Graaff en van deese aen U Hoog Edel¬ heeden van den Jaere 1776. tot den Jaere 1781. niet gevonden worden soo als wij vermeenden en verwagh hadden moeten deselve sijn ver¬ looven geraekt. 5: 87: Het soude uW Hoog Edelheeden attentie vermoeije= „liken wanneer wij deselve wilden ophouden met een verslag van veele kleinigheeden, die hier dageliks in den dienst tusschen deese Natie en ons voorvallen, wij neemen daerom hier de vrijheid ons ten desen opsigte te gedraegen aen de met haer gewisselde brieven, met versekering dat wij sullen sorgen dat 's Compagnies Privilegien niet 3. Novem. se risee= bevelen kun¬ rie eert der„

NL-HaNA_1.04.02_10424_0090 view scan ↗

English

not be violated, much less diminished. Among the Servants, the first-undersigned Director, together with the Chief Administrator Monte, the Fiscal Meijer, Cashier Piper, and Trade Transferrer and Auditor Roeff, take the liberty to thank Your High Mightinesses as respectfully as well-meaningly, the first-undersigned for the title and rank granted to him, and the others for their respective promotions, assuring that they will seek to make themselves worthy of these favors through zealous and faithful conduct in the Master's service. In like manner, the Dispensier de Sille has requested to offer his respectful thanks to Your High Mightinesses for the favor shown to him, and since the translator is prevented from enjoying Your High Mightinesses' kindness, we thank the same most highly for the sending hither of a sergeant, a corporal, and two orderlies. In place of Meijer, who was promoted to fiscal, we have appointed the Trade Transferrer Roeff as Bazaar Commissioner, and whereas we had hitherto postponed, subject to Your High Mightinesses' favorable approval, the appointment of a First Sworn Clerk in place of Coenraed Sebastiaen Wikkerman, who departed with the Honorable Mr. van de Graaff for Ceylon, for lack of a competent candidate, we resolved on 9 February last to appoint as First Sworn Clerk of Police and Secretary of Justice, as well as sworn clerk to the Director, the Bookkeeper Abraham Leopoldus Gratiaen, who was sent hither from Ceylon at the request of the first-undersigned and possesses the requisite competence for it, with the humble request that Your High Mightinesses favorably deign to agree to this appointment with Your highest approval. While we take the liberty to offer Your High Mightinesses among the enclosures a petition addressed to Your High Mightinesses by the Junior Merchant and Secretary van Polanen de Bevere, containing a request, for the reasons cited therein, that he may be permitted by the same to repatriate in the coming month of December, should his affairs make this highly necessary, via Ceylon or the Main Place, and that we in such a case, should he make request thereto, may grant him this, a plea upon which we, in view of the state of his affairs, request Your High Mightinesses to cast a favorable regard. Finally, we take the liberty to present to Your High Mightinesses at the same time the request of the Trade Transferrer and Auditor Roeff to be favored with that service in the event that the Secretary should depart, and then also the application of our Chief Surgeon contained in his petition, which likewise goes over among the enclosures, to the end that Your High Mightinesses may favorably deign to permit him to go over to the Main Place with one of the ships arriving hither in the autumn in order to repatriate from there, and to be placed and serve as Chief Surgeon on the ship that conveys him, a request which we make so bold as to accompany with our recommendation, as he has always performed his service here with great zeal. The separate letters of the Honorable Extraordinary Councillor and Governor of Ceylon van de Graaff, which the first-undersigned previously took the liberty to request Your High Mightinesses might be sent to him, and which application he very respectfully repeats herewith, are those dispatched by his Right Honorable to Your High Mightinesses since the year 1776, when he undertook the administration of this Directorate, until the year 1780 inclusive, with Your High Mightinesses' rescripts thereto; those received with Trompenburg consist of the separate outgoing and incoming letters solely of 1781, or since the War. Furthermore, we have the honor to subjoin below the number of servants presently assigned in this Directorate, compared against the expenditure memo and the arrangements made since. There are presently: Of the Police and Commerce 1 Director; according to which there must be 1; Less: —; More: — 1 titular Merchant and Chief Administrator; according to which there must be 1; Less: —; More: — 1 titular Junior Merchant and Fiscal; according to which there must be 1; Less: —; More: — 3 Junior Merchants, of whom one Warehouse Master, one Secretary of Police, and one Cashier; according to which there must be 2; Less: —; More: 1 3 Bookkeepers in employment: one Trade Transferrer and Auditor, one Dispensier, one acting First Sworn Clerk; according to which there must be 3; Less: —; More: — 2 subordinates at the Warehouses: one Bookkeeper and one Young Assistant; according to which there must be 2; Less: —; More: — 6 clerks: 4 for the secretariat, the Bookkeepers Wolff and Moses and 2 Young Assistants, and 2 for the Trade Office, a Young Assistant and a soldier at the pen; according to which there must be 6; Less: —; More: — 1 Clerk at the Pay Office; according to which there must be 1; Less: —; More: — Of the Military 1 Ensign; according to which there must be 1; Less: —; More: — 1 Sergeant; according to which there must be 1; Less: —; More: — 2 Corporals; according to which there must be 3; Less: 1; More: — 2 Orderlies: 1 in the cloth tent, 1 in the garden Sorgvrij; according to which there must be 2; Less: —; More: — 2 Drummers and pipers; according to which there must be 1; Less: —; More: 1 2 Jemadars; according to which there must be 2; Less: —; More: — 40 Native Military; according to which there must be 40; Less: —; More: —

Dutch transcription

niet gekrenkt veel min verminderd worden Onder de Dienaeren soo neemen den eerst¬ geteekenden Directeur, benevens den Hoofd Ad= ministrabeur monte den fiscael Meijer, Kassier Piper, en Negotie Overdrager en Na- rekenaer Roeff de vrijheid UW Hoog Edelhee¬ „den soo respectueuse als welmenend te bedanken den Eerstgeteekenden voor de hem verleende situl en rang en de andere voor Haere respective bevorderingen, onder versekering dat sij deese gun= „sten haer selven sullen soeken waerdig te maeken door een ijverig en getrouw gedrag in 's. Meesters dienst: Jngelijker voegen heeft den Dispencier de sille versogt om uw Hoog Edelheeden sijne Eer¬ biedige danksegging aen te bieden. voor de hem bewesene gunste, en daer den translateur belet is van Uw Hoog Edelheeden goedheid te jouisseeren, bedanken wij hoogst deselve voor de herwaerts sending van Een sergeant, Een Korporael en S. 89. twee 3. 88. 5. 90. twee Oppassers Jn steede van den tot fiscael bevorderden Meijer hebben wij tot Bazaers Gecommitteerde benoemd den Negotie Overdrager Roeff, en vermits vij tot nog toe hadden uitgesteld om, op U Hoog= Edelheeden gunstige Approbatie eenen Eerste Gesworen Klerk aen te stellen in steede van de met den Edelen Heere van de Graaff nae Ceijlon vertrokkenen Coenraed Sebasteaen Wikkerman bij gebrek van een bekwaem voor= „werse, soo hebben wij op den 9. februarij laest: leeden besloten om tot Eerste Geswooren Clercq van Politie en secretaris van Justitie mitsgaeders geswooren Clercq bij den Directeur te benoemen den Boekhouder Abraham Leopoldus Gratiaen soo van Ceijlon op het versoek van den eerstgetekenden nae her= waerts gesonden is en daer toe de vereischte bekwaemheid besit, met nedrig versoek dat U Hoog Edelheeden deese aenstelling met Hoogst derselver goedkeuring gunstig gelie„ ren 3 „ven te aggreëren. Terwijl wij de vrijheid neemen U HoogEdel¬ heeden onder de bijlaegen aen te bieden Een request door den Onderkoopman en Secretaris van Polanen de Bevere aen UW Hoog Edelheeden g'addresseert, houdende versoek om de daer bij aengehaelde redenen dat aen hem door Hoogsh deselve mag worden toegestaen om in de maend December aenstaende, soo sijne sake sulx hoog nodig maeken mogten, over Ceijlon of de Hoofdplaets te repatrieeren en dat wij in sulk een val wanneer hij daer toe versoek soude doen hem sulx mogen accor¬ „deeren, Eene beede waer op wij aengesien den toestand sijner saeken, U Hoog Edelhee= den versoeken en gunstig reguard te slaen. Eindelik neemen wij de vrijheid U Hoog¬ Edelheeden tevens voor te draegen het ver= soek van den Negotie Overdrager en 3. 92. 5. 91: Narekenaer. 9 Narckenaer Roeff om ingevalle de Secretaris mogte vertrekken met die dienst begunstigd te worden, En dan nog de instantie van onsen Oppermeester vervat in sijn request dat mede onder de bijlaegen overgaet, ten einde U HoogEdel¬ „heeden hem gunstig gelieven toe te staen om met een der hier in het najaer her= waerts komende scheepen na de Hoofdplaets te mogen overgaen om van daer te repatrieeren en om op het schip dat hem overvoerd als Oppermeester te worden geplaetst en dienst te doen, Een versoek dat wij soo vrij sijn met onse voorschrijving te vergesellen alsoo hij alhier sijnen dienst steeds met veel ijver waergenomen heeft. §. 93. De aparte brieven van den Heere Raed Extra ordinair En Gouverneur van Ceijlon van de Graaff welke den eerstgeteekenden bevorens de vrijheid heeft genomen U Hoog Edelheeden te versoeken dat hem mogten worden gesonden, en welke instantie hij bij deesen seer eerbiedig herhaeld, sijn die welke door door sijn Wel Edele Gestrenge aen U Hoog Edelhee= „den sijn afgevaerdigd, sederd den Jaere 1776. dat het Bestier van deese Directie aenvaerd heeft, tot den Jaere 1780. inclusive, met U Hoog Edel= „heeden rescriptien op deselve de geene welke met Trompenburg sijn ontfangen, bestaen in de aparte afgaende en aenkomende brieven eeniglik van 1781. of sederd den Oorlog„ S. 91. Voorts hebben wij nog d' Eer hier onder te laeten volgens het getal der thans in deese Directie bescheidene Dienaeren, vergeleken tegen de memorie van menage en de sederd gemaekte schikkingen Er sijn thans Van de Politie en Commercie 1 Directeur 1. tit. Koopman en Hoofd Admini= strateur.- - - - - - . . . . . - - - . - - 1 tit: Onderkoopman en Fiscael - -- 3. Onderkooplieden waer van Een 1: — Pakhuijsmeester Volgens dewelke moeten er sijn Minder Meer .. - 1: — — 1: — 22 —— volgens dewelke Er sijn thans Pakhuijsmeester, Een Secretaris van Poli„ tie en Een kassier 3. Boekhouders in Emploij Een Negotie Overdraager en Narckenaar, Een Dis„ Spencier, een p„l Eerste gesrooren Clerg- 2: Supposten bij de Pakhuijsen Een boekhouder en Een Jong Assistent - 6: pennisten 4. voor het secretarij de boekhouders Wolff en Moses en 2. Jong Assistenten, en 2. voor het Ne„ gotie Comptoir Een Jong Assissent en Een soldaat aan de penne - . . . . . 1. Pennist bij het soldij Comptoir — Van de Militie 2. korporaal - 2. Oppassers -- in de Lijwaat tent- _o in de tuijn sorgrrij-- 40: Jnlandse Militairen - - - - 40: — — 2. tamboer en pijper - - - - - R. Sammadaars - - - - - - - - - 1. Vaandrig - - - - - - 1. sergeant - - - - - - - - - - - - - - - 1. moeten er Sijn. Minder Meer .. . . . . . . . 2. — 3. — 2. — 6: 1. —. — — 1. — — 1: — — 3: 1: — 2: — — 1: — — 1: — — 2. — — 2. — — . -- .. . . . .- -. : - 1 1

NL-HaNA_1.04.02_10424_0096 view scan ↗

English

There are at present: Of the Navy: 1 third mate as Equipment Overseer, should be 1, 1 fewer 1 Boatswain of the Yard, 1, 1 fewer Boatswain's Mate as Small-craft Skipper Boatswain as Ditto, 1, 1 fewer 1 cooper, 1 fewer Smith, 1, 1 fewer Artisans Church Officers: There are at present: comforter of the sick, 1, 1 fewer sexton, 1, 1 fewer Of Surgery: 1 third mate in place of an Under-Surgeon, 1, 1 fewer 1 Chief Surgeon, 1 fewer Officer of Justice: 1 Provost, 1 fewer Section 95. Deserters: we must report with regret that those from the Diamant consisted of three persons, as appears from our resolution of the 7th of April, it having not been possible for us to recover them from the English, notwithstanding that we claimed them through a public Commission, and thereupon represented to the English Chief that he, as Governor of the castle, was obliged to make this restitution, as our firmans expressly dictate that the rulers shall be bound to apprehend those who run away or desert from the Dutch, and return them to their Captain or Chief. Section 96. Finally, we take the liberty to subjoin here below the Statement of the cargo laden in this vessel, consisting of: 51 packs of Various cotton cloths for Banda: f 14679.5.- 12 ditto Various cotton cloths for Amboina: 3496.16.- 1 ditto Chintz with small flowers for Timor: 173.15.- 3 ditto Various cotton cloths for Mackassar: 1701.19.- 18 ditto Various cotton cloths for Ternaaten: 9281.14.8 44 ditto Various cotton cloths for Padang: 10651.3.- 21 ditto Various cotton cloths for Poulo Chinko: 4841.3.- 4 ditto Baftas, black, narrow whole, for Adjerhadje: 885.18.8 16 ditto Quilts, cotton, assorted, for Samarang: 2964.7.- For Batavia: f 53412.2.8 196 packs of Various cotton cloths: 37956.11.8 5 ditto Silk Patolas: 7254.-.- 2 small cases of Gold and silver fabrics: 1234.18.-, total f 105857.12.- 1 small case of Baftas with Gold Heads: 1833.-.- 60 cases of Various goods for the Sugar Warehouse: 3391.1.- 2 cases, 30 bales of Various goods for the Small Shop: 2169.3.- 1 box, 5 cases, 3 bales, 1 jar of Various goods for the Medicinal Shop: 483.12.- 4 tubes of Gilt paper: 5032.16.- 2 Horses: 21.-.- 1 Calibrated 50-lb weight: 353.8.8 Firewood for dunnage: 30026.12.8 On Account: 149168.5.- Total: f 197844.6.- Souratta, the 20th of April, Anno 1786. Was signed: M. Monte. Section 97. With the two aforementioned horses we have also sent hay for six months and grains and masala or medicines for one year, as we think that they can then be fed, up to the place of their destination, with the fodder to which they are accustomed, without being forced to break them of the habit all at once, while the three grooms have been engaged to accompany the horses to the place whither Your High Nobilities may be pleased to send them. Wherewith we have the honor to remain, with the deepest respect and obedience. Underneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, and Sovereign Lord and Most Honorable and Severe Sirs. Lower: Your High Nobilities' most humble and dutiful servants. Was signed: A. I. Sluijsken, Mr. Monte, E. N. Wiardi, J. J. van Polanen de Bevere, E. Meijer, G. Piper, and G. C. Roeff. In the margin: In the Dutch Factory at Souratta, the 20th of April, 1786. Agrees with the original: Van Polanen de Bevere, Secretary. No. 2 Copy of the General Letter to Their High Nobilities, dated 5 January 1787. Arrival of the ship De Geregtigheid; letter received therewith. To His High Nobility, the Right Honorable, Highly Esteemed, and Sovereign Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, together with the Most Honorable and Severe Sirs, the Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Sovereign Lord and Most Honorable, Severe Sirs. Section 1. The ship De Geregtigheid having arrived in the Surat Roads on the 25th of October last, we were so fortunate as to receive therewith Your High Nobilities' respected Letter of the 4th of August prior, together with the annexes belonging thereto according to the Register. Section 2. Yet before proceeding to the humble reply to the same, as well as to rendering the dutiful account of our actions, we take the liberty to transcribe here the received Extract from the letter of the Honorable and Highly Esteemed Lords and Masters to Your High Nobilities of the 5th of November 1785, with our respectful answer thereto. Respectful answer to the Home Country Extract: The letters exchanged between you and the former Director at Souratta, the Extraordinary Councillor Mr. van de Graaff, as well as your advices to us of the 31st of December 1783, in which mention is made of that correspondence, having yielded a few points which we deem necessary to address, and there occurring in the first place the ordered reimbursement of the Rps. 3254.½, which, on account of the douceur of 5 per cent on sales granted to the Governor and Second as a means of subsistence, had been enjoyed by them on a principal of Rps. 65093:23, for which the account of the Brokers had still been in arrears upon the books on the 14th of June. Section 413. Must

Dutch transcription

Er sijn thans Van de Marine 1: p„l derde waak als Equip=s Opsiender„ 1. Bootsman van de Werff — 1: — . . . . . Schieman als Smaalschipper - - - . . . . Bootsman als Dito. . . . . . . . 1. 1. — 1. kuijper . . . Smitt - - - - - - - - - - - - - 1: 1: — kerkelijke Bedienden Er sijn thans . . . . krankbesoeker - - - - - - - - - - . . . . koster - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - — 1: 1: — Van de Chirurgie 1. derde in steede van Een Ondermeester — Bediende van de Justitie 1. Geveldige 1: Oppermeester - - - - - - - - - - §. 95. Deserteurs, soo moeten wij met leedweesen melde dat die van de Diamant hebben bestaan in drie stuks, blijkens onse resolutie van den 7e April Er moeten Minder Meer 1: 1: — Volgens dewelke moeten er sijn Minder Meer Ambagts lieden sijnde - ... .. . . . .- 1: — — 1: 1: — 1: — — 1. — — 1: — 1: — — vlland sijnde het ons niet mogelik geweest, deselve van de Engelschen te rug te krijgen niet tegenstaande wijse bij een publicque Commissie gereclameert hebben, en daar bij aan den Engelsen Cheff doen voorstellen, dat hij als Gouverneur van het kasteel tot dese te rug gaare verpligt was, also onse firmans expres dicteeren, dat de regenten sullen gehouden sijn, om de geene welke van de Hollanders komen weg te loopen of te deserteeren op te vatten en aan haar Capitain of Opperhoofd te rug te geeven. 5. 96. Eindelik neemen wij nog de vrijheid hier onder te laaten volgen de Memorie van het geladene in deesen kiel bestaande in 51: - pack Diverse Cattoene kleeden voor Banda - ƒ14679. 5. — 12. — d=o Diverse Cattoene kleeden voor Amboina - „ 3496: 16:— 1:–: d=o Chitsen met kleine bloemen voor Timor - - - „ 173:15: 3. —: d=o Diverse Cattoene kleeden voor Mackassar – „ 1701:19. — 18: —. d=o Diverse Cattoene kleeden voor Ternaaten - „ 9281:14:8. 44: - d=o Diverse Cattoene kleeden voor Padang - - „10651:3:— 21: –: _=o Diverse Cattoene kleeden voor Poulo Chinko „ 4841:3. — 4: d=o Bastas swarte, smalle Heele voor Adjerhadje - „ 885:18:8: 16: — _„o Dekens Gecatteneerde in smnt voor Samarang - „ 2964:7: — voor. der Meer Mecr Voor Batavia ƒ53412:2:8. 196:—: Pack. Diverse kattoene kleeden 5:—: _=o zijde Pathoolas - -.- „ 37956:11: 8. 2: –: kassjes Goude en zilvere stoffen - - „ 7254:—: 1:–: kasje Baftas met Goude Hoofden „ 1234:18:— ƒ105857:12:—: 60: –: kassen Diverse voor 't zuijker Pakhuijs. - - - „ 1833: —:—. 2:–: kassen 30:—: Baalen Diverse voor de Kleine winkel - - - - „ 3391: 1:—: 1. —: Doos 5:—: kassen 3. —. Baalen Diverse voor de Medicinaale Winkel „ 2169: 3:—. 1. –: Pot. 4:–: kokers verguld Papier - - - - - - - „ 483: 12:— 2:-: Paarden - - - - - - - - - - - „ 5032:16:—. 1:–: G' Eijkt 50: lb=den gewigt – - - - - . „ 21: —:—. Brandhout tot guarneering - - - - - - „ 353: 8: 8: In Aanrekening. . . . . . . . . . . . . „ 30026:12:8:149168: 5:— Somma - - - - - ƒ197844: 6:—: O Souratta den 20: April A=o 1786. /:was— geteekend:/ M Monté 597. Met de twee voormelde paarden hebben wij me„ de gesonden voor ses maanden hooij en voor Een Jaar Graanen en Massala of Medicijnen, also wij denke dat ze dan tot de plaats haarer destinatie kunnen worden gevoed met het voeder Nagesien voeder waaraan sij gewend sijn sonder dat men genoodsaakt is haar daar van eens klaps te ontwennen, terwijl de drie paarde knegts sijn geëngageert om met de paarden te gaan tot de plaats alwaar UHoog Edelheeden deselve gelieven te senden. Waarmede wij de Eer hebben met de diepste eerbied en Gehoorsaamheid te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot-Agtbaare, wijd-Gebie= „dende Heer en WelEdele Gestrenge Heeren /:Lager:/ Uwer Hoog Edelheeden aller nedrigste en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ A: I Sluijsken, M=r Monté, E: N: Wiardi„ J: J: van Polanen de bevere, E: Meijer, G. Piper en G C: Roeff /:in margine:/ In het Needer= „lands Comptoir Souratta den 20: April 1786. Accordeert Van Polanen de bevere 6 Jun Seer 191 61 30 3 N 2 Copia Gemeene Misive aan Haar Hoog Edelheedens gedt 5 January 1787 de Wil 83 Arrive van het Schip de Geregtigheid. ontfangen Missive daar meede. Aan sijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren Wijd Gebiedenden Heer Mr. Willem Arnold Alting Van wegens den Staet der Vereenigde Nederlan¬ „den en Haare Algemeene Oost- Indische Companij Gouverneur Generael benevens De WelEdele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indien Hoog Edelen, Groot Agtbaeren; Wijd Gebiedenden Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren. Het Schip De Geregtigheid op den 25. October laetstleeden, ter Souratse Rheede sijnde aengeland, sijn wij, soo gelukkig geweest daar mede te ontfan„ „gen Uwer Hoog Edelheeden g'eerbiedigde Mis„ „sive van den 4:e Augustus bevorens, met de bij„ laegen tot deselve behorende volgens het Re¬ „gister 3. 2. Dan alvorens ter nedrige beandwoording van deselve, mitsgaders tot het doen van het ver„ „schuldigde 3. 1. Eerbiedig antwoord op 't Patriasch Extract. schuldigde verslag onser verrigtingen over te gaen, neemen wij de vrijheid alhier in te schrijven het ontfangene Extract uit de missive van de Edele Hoog Agtbaare Heeren en Meesteren aen Uw Hoog Edelheeden van den 5e November 1785. met ons Eerbiedig andwoord op hetselve. De brieven tusschen UE. en den voor „malige Directeur te Souratta den Heer Raad Extra Or„ =dinair van de Graaff gewisseld, mitsgaders Uwe adviesen aan ons van den 31e December 1783 bij dewelke van die briefwisseling word gewag gemaakt eenige wijnige Poincten hebbende uijtgeleverd, welken verhan¬ „deling wij noodsakelijk oordeelen, en daar bij in de eerste plaats voor„ „komende de geordonneerde teruggaven van de Rop„s 3254.½. dewelke wegens het den Gouverneur en Secunde als een middel van bestaan toege¬ „legd Douceur van 5. p„r C=to op den verkoop door hun genooten waaren van een Capitaal van rop„s 65093: 23. voor het welk de reekening der Makelaars bij de boeken den 14e: Junij nog ten agteren had gestaan. 3. 413. Moeten

NL-HaNA_1.04.02_10424_0109 view scan ↗

English

83 This item of rop.s 7600: -. was by order immediately refunded. The English, convinced that it had truly been given by the brokers to the Government, credited them for it and settled it in account against what they still owed the Company on the day the Directorate was taken. The interest mentioned in the text was also paid by the English Government. Regarding the mentioned sum of 32542 rupees for the gratuity enjoyed, we must remark that the enjoyment of the aforesaid gratuity, when the proceeds of the sale to which it pertained had not yet actually come in, is entirely contrary to its purpose; whereas that gratuity on such a footing could give rise to great abuses. We therefore expect that pursuant to what was written by Mr. Extraordinary Councillor van de Graaff in his letter of 14 September 1783, these funds will have already been reimbursed to the Company upon the receipt hereof. Paragraph 414. The reasons which held you back from validating against the aforesaid 65093: 23 rupees the annual gift of 7600 rupees paid by the brokers in advance to the Native Government have seemed well-founded to us; and since Mr. van de Graaff in his aforesaid letter has not written further on the matter, this leads us to conclude that he was likewise convinced of the validity of those reasons, so that this item, if found to be truly lawful, will have to be settled against the old debts of the brokers. We have likewise considered as appropriate your remark that, since the brokers had never credited any interest to the Company on the last-mentioned debts nor on payments made later than contracted, it would therefore also not be reasonable to pay them anything on account of an earlier payment stated by Mr. van de Graaff. Paragraph 415. With respect to the restitution which you ordered Senior Merchant Sluijsken to make of the gratuity enjoyed by him on the sale on account of the financial year 1780/1781 to the amount of rd.s 6230: 4: 1, we shall await whether you have judged it necessary to take into consideration the further explanation presented by the said Director, namely that although the ship de Jonge Susanna, had the war not intervened, could have returned to Surat from Batavia in the year 1781, this nevertheless would at the earliest have taken place at the end of September or beginning of October, so that the trade carried on with the cargo of that vessel could have had no influence on that of the Company during the aforesaid financial year, while the ship sent to China, de Hoop, of which mention is also made in your advices to us of 31 December, could not have returned before the month of December 1781 or January 1782. Paragraph 416. It appears to us, meanwhile, very questionable whether it would satisfy the purpose for which you granted the aforesaid gratuity to the Director and Secunde on the sale of trade goods in the year 1778, if they were simultaneously permitted to conduct private trade, and then merely for that year in which that trade was conducted to waive the enjoyment of the aforesaid gratuity, only to resume it immediately as soon as one found oneself able to prove that no trade had been carried on in the financial year for which one claimed it anew. For the rest, we refer to what was said regarding the aforesaid means of subsistence in the General Letter of 7 October 1779, section 382, further repeated in that of 6 November 1780, section 415. This vindication was very respectfully presented by the present Director to Their High Excellencies in his letter of 15 October 1783. Paragraph 417. Concerning now the accusation made against the said Senior Merchant Sluijsken, as if the last-mentioned vessel had been sold by him in the year 1782 to an English subject residing in Bombay, we must suspend our judgment until we have seen what shall be brought forward by the aforesaid Sluijsken, who had undertaken to answer to you for that matter. And we do not doubt in the least that you will have examined the aforesaid defense with the seriousness required by the importance of the matter. Paragraph 418. We still await your final decision on the request, referred to you by our letter of 7 October 1779, on behalf of the aforesaid Sluijsken for exemption from the levy imposed on him on account of the brokers' debt, as mentioned in more detail in that letter. This application was rejected by the Bombay administration. Paragraph 419. And we must likewise leave to the outcome whether the said Senior Merchant Sluijsken, pursuant to your letter to Mr. van de Graaff, will have found an opportunity to persuade the Government of Bombay to pay out the gratuity assigned to the Director and the Chief Administrator on the sale of Surat piece goods in the Netherlands, while it would certainly be a very agreeable matter for the Company if the English were willing to agree to this. Paragraph 420. With pleasure we have read the remarks of Extraordinary Councillor van de Graaff concerning the arrangements that

Dutch transcription

83 De tegen gemelde Summa van 32542. ropij wegens genoten douceur is Deese post van rop„s 7600: -. is door Moeten wij dien aangaande opmerken, dat het genieten van het voorsz: dou¬ ceur, en dat de penningen van den ver„ koop tot den welke het behoorde dade„ „lijk waren ingekomen ten eenenmael strijdig is met het oogmerk van het selve; terwijl dat douceur op dien voet tot groote misbruijken aanlijding sou kunnen geeven: wij verwagten mitsdien dat ingevolgen van het geschreevene door den Heer agtervolgens Haar Hoog Edelheden Raad Extra ordinair van de Graaff bij Sijne Missive van den 14e: September 1783. die penningen op den ontfangst deeses aan de Maatschappij reeds weeder vergoed sullen sijn. S. 414. De redenen welke UE. weerhouden hebben om op voorm: rop:n 65093: 23. ook nog te valideeren het door de Makelaers bij voorraad aen de Inlandsche Regee„ „ring betaalde Jaarlijks geschenk van rop„s 7600: -. sijn ons gegrond voorge„ koomen: en vermits De Heer van de Graaff bij voormelde sijne letteren daar over niet verder geschreeven heeft doed ons sulks besluijten dat hij van de gegrondheid dier rede„ nen meede is overtuijgd geweest, sullen¬ „de derhalven die post, zo men deselve bevel datelik te rug gekeert. daadlijk de betaald. de Engelschen uit overtuiging dat waar„ daadlijk wettig bevind op de oude schul„ „lik door de makelaars aen de Regeering den der Makelaars vereffend moeten verschonken was, aen deselve goed gedaen 0 en in Reekening van het geen nog aen de worden Companije betaelen moesten ten daege de Directie genomen wierd, geleden. De in den text gewaegde Interessen sijn ook door de Engelsche Regeering Wij hebben meede als gepast beschouwt Uwe aanmerking, dat vermids de ma¬ „kelaars zoo min op laastgem: schulden, als op de laatere gedaane betalingen, dan sulks gecontracteerd was nooijt eenig interest aen de Compagnie had¬ „de goed gedaan, het mids dien ook niet redelijk zou sijn aen deselve wegens eene door den Heer van de Graaff opgegeevene vroegere betaaling iets te voldoen. Met opsigt tot de terug gave welke UE. aen den opperkoopman Sluijsken hebben geordonneerd van het douceur door hem op den verkoop genooten voor rekening van het boekjaar 178 8/7. ten bedraegen van rd:s 6230: 4:1. sullen wij afwagten of UE. geoordeeld hebben in overweging te moeten nee„ „men het nader vertoonde door gemel„ de Heer Directeur dat Schoon wel het schip de Jonge Susanna soo den oorlog niet tusschen bijde gekoo„ „men waren in het Jaer 1781. te S. 416. S. 415. souratta 6 Souratta van Batavia soude hebbe Kunne terug sijn, dit nogtans op sijn vroegst eerst plaats gehad sou hebben aen het eijnde van september of in het begin van October so dat de ge„ „dreeve handel met de Lading van dien bodem van geen invloed soude heb„ „ben kunne weesen op dien van de Compagnie geduirende het voorm: Boekjaer terwijl het na China gesondene Schip, de Hoop van 't wel¬ ke meede bij uwe advisen aen ons van 31:e December gewag word ge„ maakt, niet voor in de maand December 1781. of Januarij 1782. soude hebben kunnen terugkeeren, Het komt ons intusschen seer bedenke¬ „lijk voor of het aan 't oogmerk waer toe UE. aen den Directeur en Secunde op den verkoop der handel whaaren in den Jaere 1778. t voorseijde dou„ „ceur hebben toegelegd voldoen soude, indien het deselve tevens vrij sou staan, een particulieren handel te drijven en als dan slegts voor dat Jaar, waar in die handel ge„ „dreeven was, van 't genot van het voorsijde douceur af te sien, om het selve daadlijk weeder te aen¬ „vaarden S. 417. Deese verandwoording is door den pre„ „senten Directeur Haar Hoog Edelheeden seer Eerbiedig: aengeboden bij sijnen brief „vaarden, soo dra men sig in staat bevond om te bewijsen, dat in het Boekjaar voor 't welke men het selve op nieuw vroeg, geen handel was gedreeven, — wij gedraagen ons voor 't overige aen het geen rakende het voorseijde mid¬ „del van bestaan gesegd is bij den Generaale brief van den 7:e October 1779. 3. 382 nader herhaald bij die van 6e: November 1780. 5. 415. S. 418. Over de beschuldiging nu ten lasten van gemelde opperkoopman Sluijsker als of door den selven in den Jaaren 1782. aen een te Bombaij woonende onderdaan der Engelschen laastge„ melde Bodem verkogt sou sijn, moe „ten wij ons oordeel opschorten tot dat wij gesien sullen hebben wat des wegen door voorm: Sluijsken die aengenoomen had sig over die saak bij UE. te verandwoorden ingebragt sal weesen - En wij twijffelen geensints of UE. Sullen de voorsz: verandwoording met dien ernst hebben ondersogt als het gewigt der saake vorderde. S. 419. Uwe finaale dispositie op het by onse Missive van 7:e October 1779. van den 15. October 1783. aen 7 Deese instantie is bij het Bombaijse ministerie afgeslaegen. aen UE. gerenvoijeerd versoek ten be„ „hoeven van voorm: sluijsken om ontheffing van de hem opgelegde be„ „lasting weegens de schuld der Make„ „laars bij die Missive breeder vermeld sien wij als nog te gemoed. S. 420. En moeten insgelijks aen den uit¬ „komst bevoolen laaten of gem: Opper„ Koopman Sluijsken ingevolge van UW aen den Heer van de Graaff gedaan aenschrijven geleegendheid sal hebben gevonden om het Gouverne„ „ment van Bombaij te beweegen tot de uitkeering van het douceur aan den Directeur en den Hoofd Administrateur toegelegd op den verkoop der souratsche Lijwaaten in Nederland terwijl het seeker„ lijk een voor de Comp:e zeer aan¬ „genaeme zaak sou weesen, indien de Engelsche hier toe verstaan ƒ wilde. Met genoegen hebben wij geleesen de aanmerkingen van den Heer Raad Extra ordinair van de Graaff over de Schikkingen, die S. 421. naar

NL-HaNA_1.04.02_10424_0114 view scan ↗

English

in his opinion ought to be made in order that, upon the re-establishment of the Company's Factory at Souratta, the Company may have unhindered enjoyment of its privileges obtained from the Moorish government and be less exposed to the vexations of the English, who have hitherto made great misuse of their influence over that Government to the detriment of the other European Nations that also trade at Souratta. However much circumstances, both at the conclusion of peace and since, have not permitted making use of those remarks, it would nevertheless be most desirable to find an opportunity, in case the Company should maintain its residence at Souratta in the long run, to see such or similar arrangements brought about. And just as we trust that Your Honours, as well as those who after the restored peace shall have the governance of affairs and offices in this Direction, will neglect no opportunity that may present itself for this purpose, we on our part shall also gladly cooperate therein as soon as any hope presents itself to us of being able to labour thereon with success. Paragraph 422. In the Memoir and Reflections on the State of this Direction, which the Director takes the liberty to offer to Your Right Honours by his separate Letter of today's date, he has indicated from paragraph 15 to 28 that the relocation of the trade, according to his humble view, would be disadvantageous to the Company, while from paragraph 154 to paragraph 165 he argues that trade during the last 18 years before and 2 years after the war was carried on more profitably than during the course of a Century prior. Nevertheless, we consider repeated here what we have further stated here before under the Subject of the Mallabaar, paragraph 404, concerning the relocation of the Company's trade from Souratta to the aforementioned office. Wherewith passing over to Ships and vessels, the bearer of this during his voyage had no remarkable encounters, though he did have Eight dead. The Journal kept thereon, which has been examined according to the Order and found in order, goes over to Your Right Honours alongside the report, while we at the same time have the Honour to offer to the same herewith the report of the draft of this keel submitted by special Commissioners upon its appearance at the Sourat roads, together with the Report sent hither from the Head Office. Upon the request made thereto by Captain Christiaansz in our meeting of 30 October last, we granted to the same the following necessities as being indispensable, namely: 30 dock-labourers to help load and discharge the ship; repairing and tinning of the galley utensils; repairing of the binnacle and steward's lamps; firewood for dunnage; mats and nails for matting the hold; caulking of the ship inside and out; clinch nails for the hoops of the casks; a half barrel of pitch or tar; a new after-pump instead of the burst one; and good months for the crew. Paragraph 5. Furthermore, we have taken the Boatswain's Mate from the aforementioned Ship here to serve as Commander on the Harrij de Charlotta, and instead of the Second Surgeon Jan Carel Muller, who likewise remained here because of his sickly condition, we placed back upon it the Third Surgeon Jan Fredrik Wezel, who had been stationed here, whom we have promoted to provisional Second Surgeon. Just as we also, upon the proposal and request of Captain Christiaanz by resolution of 12 December last, made the following promotions on that vessel, namely: the Boatswain's Mate Barend van Hoven of Amsterdam to Boatswain in place of the above-mentioned one who remained here; the Quartermaster Hendrik Elias of Saxe-Gotha to Boatswain's Mate; further the sailors Johan Andriessen of Norway to Boatswain's Mate and Jacobus Wagener of Indersbag to cooper, with humble request that Your Right Honours may be pleased favourably to approve these promotions and grant them the wages standing for the aforesaid qualities. Finally, we engaged here in the service of the Company and placed on the aforesaid vessel three sailors, against which

Dutch transcription

naar sijn oordeel soude behooren ge„ „maakt te worden ten eijnde bij de herstelling van Comp„s Factorie te souratta de Maatschappij een onbe„ „lemmerd genot te doen hebben van haare bij de moorsche regeering verkreege voorregten en deselve minder te doen blootstaan aen de Kwellinge der Engelschen als van haar vermogen op die Regeering tot hier toe een groot misbruijk gemaakt hebbende ten nadeel van de de overige Europeesche Natien sive die meede te souratta handel drijven hij van „leggen Hoe seer de omstandigheeden van voor terwij wijl wijl saeken soo bij het sluijten der vree„ hand andel den als seedert niet hebben toege¬ en 2. „laeten van die aenmerkinge ge„ gedreeven Eeuw „bruijk te maeken, zou het egter aller wenschelijkst sijn geleegend¬ „heijd te kunne vinden om in geval de maatschappij op den duur te souratta haar verblijf hield, als dan sodanige als de voorgemelde of diergelijke Schik„ „kingen te kunnen sien tot stand brengen en gelijk wij vertrouwen dat UE. soo min als de geen welke nae de herstelde vreede in deese Directie het bestuur van saeken het 82 6 het g'examineerde Journael saeken en Kanden sal hebben geene geleegentheid die sig hier toe soude mogen opdoen zullen versuijmen zúllen wij ook van onse kant daar toe gaerne meedewerken zoo dra er zich voor ons eenige hoop sal opdoen van daer aen met vrugt te kunnen arbeijden. S. 422. Bij de Memorie en Bedenkingen over den Staet Niet te min houden wij hier deser Directie welke den Directeur de vrijheid voor herhaeld het geen wij hier neemt Haar Hoog Ed=n bij sijne aparte Mis= „sive van heedigen datum aen te bieden heeft voor onder de Materie van de hij van 5. 15. tot 28. aengeweesen dat het ver„ Mallabaar S. 404. nader gesegt „leggen van den handel nae sijn gering begrip voor de Maatschappije nadeelig sijn soude, hebben over het verleggen van terwijl hij van 5. 154. tot S. 165. betoogd, dat den ee„ handel geduirende de laatste 18. Jaaren voor Compagnies handel van Sou¬ en 2. Jaeren nae den oorlog voordeeliger ratta naar 't gemelde kantoor: gedreeven is dan geduirende den loop van eene Eeuw bevorens. Waar mede overgaande tot Scheepen en vaartuigen soo heeft den brenger deeses geduiren„ „de sijne reise geene merkwaardige ontmaetingen dog wel Agt dooden gehad, het daer op gehoudene Journaal dat nae de Ordre g'examineert en wel bevonden is gaet nevens het raport tot U Hoog¬ „Edelheeden over terwijl wij tevens de Eer hebben hoogst Deselve hier nevens aen te bieden, het door ven en 3. 3. 3 t Rapport van 't dieptreeden sonden. Den Capitain zijn de versogte benoodigtheeden toegestaan Den Schieman is van het schip geligt. door expresse Gecommitteerden van het dicptreden van het schip word overge„van deesen kiel bij sijn verschijn ter souratse rheede ingediende met en benevens het van de Hoofdplaets herwaerts gesondene Raport Wij hebben op het daar toe gedaene versoek van den Capitain Christiaansz: in onse bij Een„ komst van den 30:e October laetstleeden aen densel„ „ven de volgende benodigtheeden, als niet te mis= sen sijnde toegestaen namentlijk 30: sjouwers om het schip te helpen laden en lossen repareeren en vertinnen van het kombuis goed: repareeren van het Nagthuis en botteliers lampen Brandhout tot Guarneering Matten en spijkers tot afmatten van het ruijm Calfaten van het schip binnen en buiten. Klink nagels tot de hoepels van het vaeswerk Een half vat pik of teer Een nieuwe agter pomp in Stede van de geborstene En goede Maenden voor het volk. §: 5. Voorts hebben wij den Schieman van voor¬ gemelde Schip alhier geligt om als Gesaghebber S. 4: op en den ondermeester alhier verbleeven Den alhier zijnde derdemeester onder bevordering weeder daer op geplaest. en eenige verbeteringen op dien bodem gedaen op de Harrij de Charlotta dienst te doen en in steede van den Ondermeester Jan Carel Muller welke vermits sijn siekelijke staet mede alhier ver„ „bleeven is hebben wij daarop weder geplaest den hier bescheiden geweest sijnde derde meester Jan fredrik Wezel, welke wij tot provisionele onder meester bevorderd hebben, so als wij mede op de voordragt en het versoek van den Capitain Chri¬ „stiaanz bij resolutie van den 12: December laest„ „leeden, de volgende verbeteringen op dien bodem hebben gedaen namentlik den Bootsmans maath Barend van Hoven van Amsterdam, tot Schieman in steede van den bovengemelden hier verblevenen¬ den Quartiermeester Hendrik Elias van Saxen Gotha tot Schiemans Maath voorts de matroo„ „sen Johan Andriessen van Noorwegen tot Boots „mansmaat en Iacobus Wagener van Indersbag tot kuiper met ootmoedig versoek dat U Hoog Edel„ „heeden deese bevorderingen gunstig gelieven te approbeeren en aen hun de tot de voorschreven qualiteiten staande gagien te verleenen. Eindelik hebben wij hier in dienst der maat„ „schappije geengageert en op voorschreeven bodem geplaetst drie stuks Matroosen waer en tegen en sel„ „ m 1 wer werk tene voor¬ ag ben 5. 6. er

NL-HaNA_1.04.02_10424_0118 view scan ↗

English

granted to the Capital. The smalschip the Batavier and ready, and according to report made firm and strong. an equal number having deserted, while, in the hope of Your Right Noblenesses' approval, we granted passage with the same to the capital, free of expense to the Company, to four Malay inhabitants of Batavia named Abdul Matum, Abdul Robbouw, Abdul Ragman, and Mahomet Agip, who departed from there on a Dutch vessel in 1781 and have now returned from their pilgrimage. The cargo sent hither by Your Right Noblenesses with the same has been duly delivered here, as appears from the findings thereof recorded in our Resolution of the 12th of December, concerning which we shall later, under the main heading of Charges and Reimbursements, take the liberty of awaiting Your Right Noblenesses' pleasure. Section 8. With regard to the vessels belonging to this place, since here it is impossible to do without a smalschip and a covered horrij unless one wishes to be constantly exposed to heavy thefts during the loading and unloading of ships and frequently run the risk of the Company's linens being plundered by the coolies, we began their construction immediately after the departure of the Diamant; and the horrij the Charlotta was already in a condition for service by the beginning of October, and the smalschip the Batavier by the beginning of November. The said vessels, which we caused to be inspected by a special commission of the Captain and two members of our assembly, were found, according to the report recorded in our resolution of the 12th of December last, to be made very firm and strong; the Batavier is 78 feet long from stem to stern, 25 5/6 feet wide at its waterline, and 13 feet deep in the hold; and the Charlotta is 66 feet long, 22½ feet wide, and 11 feet 10½ inches deep, both being equal to the Jonge Petrus and the Dordrecht, which were captured by the English. The accounts for the same have not yet been submitted because we lacked the money for payment. Section 9. Meanwhile, the horrij has served for the unloading and reloading of the ship, and the smalschip has been employed for the protection and convoying of the vessels that fetched the linens from the North, after we had armed it and placed it in a state of defense by borrowing some pieces of artillery and ammunition from the Geregtigheid. And whereas we have been obliged to return these pieces of artillery to the aforementioned ship, we pray Your Right Noblenesses that the necessary artillery and ammunition, etc., for these two vessels may be sent to us in accordance with the requisition sent with the Diamant. Collection or Purchase: Thus, in our meeting of the 9th of May last, we duly closed the account with the linen suppliers for the goods sent with the Lady Hughes and the Diamant; and for the amount delivered in excess of what had been paid, amounting to 37282:38:- rupees, we were obliged to give them an account on the books, with the promise to credit them with the customary interest until settlement, since the poor state of our treasury did not permit us to make immediate payment. As appears from our Resolution of the 28th of the said month of May, we again entered into negotiations with the aforementioned linen suppliers concerning the delivery of a cargo of linens, cotton fabrics, and yarns for the Netherlands similar to that sent per the Lady Hughes, as well as in fulfillment of the requested petition for the Cape and that which might be received for the Indies; and we were obliged to grant them the previous year's prices once again, as being the lowest for which it can be obtained, as is shown by the contract of tender itself, which is recorded in our said resolution. And by which, on account of the great lack of money and the slight prospect of being able to deliver the goods brought by the Diamant, and particularly the spices, all at once, since all transport was hindered by the bad monsoon, we had to promise them the crediting of interest in the event that we might be unable to make them the agreed advances at the appointed times; we also had to undertake to indemnify them in case the Governor of Broach should no longer permit the Company to enjoy its privileges there with respect to the free export of goods and they should be compelled to pay the toll equally with all other merchants. We hope that Your Right Noblenesses will be pleased to approve this contract made by us, since otherwise we would have remained unable to send off the return cargo for the Netherlands to an amount of 153424:5:- guilders, as is now done with the bearer of this, and to fulfill the petition for the Cape at a cost of 52201:12:8 guilders; concerning the first of which we take the liberty to remark further that, as appears from our resolution of the 30th of October last,

Dutch transcription

de Hoofdplaets verleend. Het Smalschip de Batavier en gereed, en volgens Rapport hegt en sterk gemaekt. er een gelijk getal gedeserteerd sijn, terwijl wij in hoo„ „pe van U Hoog Edelheeden goedkeuring met densel„ vier Maleijers passage na „ven passage nae de hoofdplaets buiten kosten van de Maetschappije hebben verleend den vier maleitse Inwoonders van Batavia in naeme abdul Matum„ Abdul Robbouw, Abdul Ragman en Mahomet Agip soo in 1781. met een hollands Schip van daar vertrocken en thans van haeren Bedevaart te rug gekomen sijn. . De door Uw Hoog Edelheeden met denselven nae herwaerts gesondene Lading is hier nae behoo„ „ren uitgeleverd blijkens de Bevindinge daer van die bij onse Resolutie van den 12. December in„ „geschreeven is, en omtrend dewelke wij hier nae onder het hoofddeel van Belastingen en ver„ „goedingen nog de vrijheid sullen moeten neemen Uw Hoog Edelheeden op te wagten. 3. 8. Ten aensien van de Vaertuigen alhier te huis de Horij de Charlotta zijn gehoorende, hebben wij, vermits het hier buiten Een Smalschip en een overdekte horrij niet te stellen is wil men niet telkens bij het lossen en laden 3. 7. der De door ge voldoen dient. rech 93 De reekeningen derselve zijn door gebrek aen geld tot de dient. der scheepen aen swaere dieverijen bloot gesteld sijn en dikwerff het gevaer loopen dat de Compagnies Lij„ „waaten door de koelijs worden weg geroofd, dade„ „lik nae het vertrek van de Diamant met dies aentimmering een begin gemaekt en is de Horrij de Charlotta bereets met den aenvang van October en het smalschip de Batavier met het begin van November in staet geweest om dienst te doen gemelde vaartuigen welke wij door een Expresse Commissie van den Capitain en twee Leden onser vergaderinge hebben gedaen visiteeren sijn vol„ „gens het Raport dat bij ons besluit van den 12:e December laetstleeden ingeschreeven is, seer hegt en sterk gemaekt bevonden, de Batavier is lang over steeven 78: breed op sijn uitwatering 25 5/6. en hol en diep 13: /t. voeten, en de Charlotta is lang 66. breed 22½ en diep 11: voeten 10½. duij„ „men mitsgaders beide gelijk aen de Ionge Petrus en de Dordrecht die door de Engelschen genomen sijn de reekeningen van deselve sijn voldoening nog niet inge„ nog niet ingediend om dat het ons aen geld ter voldoening ontbrooken heeft. §. 9: Intusschen heeft de Horrij gediend tot den ontlos en in hoo„ densel„ 1 m. tse en Versoek om de nodige voor deselve. het meerder geleverde dan de boeken gegeeven. en weder belading van het Schip en het Smalschip is g'emploijeert geweest ter dekking en Convoijering van de vaertuigen die de Lijwaeten van de Noord hebben gehaeld nae dat wij hetselve door leening van eenige stukken Geschut en Ammunitie van de Geregtigheid gearmeert en in Staet van defen¬ „sie hadden gebragt En terwijl wij genoodsaekt sijn En voo geweest deese stukken geschut aen voorschreeven, ten ding schip te rugge te geeven, bidden wij U Hoog Edel„ „heeden dat ons de nodige Artillerije en Ammunitie Artillerij en Ammunitie enz: voor deese twee vaertuigen volgens de met de Diamant gesondene Eisch, mogen worden toe„ „gesonden. Insaam of Inkoop soo hebben wij in onse Bij Eenkomst van den 9: Meij laetstleeden, met de De Leveranciers zijn voor Lijwaet Leveranciers de rekening der met de Ladij betaelde een rekening bij Hughes en de Diamant versondene goederen be„ hoorlik gesloten, en wij hebben haer voor het meer„ der geleverde dan betaelde tot rop„s 37282: 38:—. Eene rekening bij de boeken moeten geeven, met toesegging om haer daer van den gewonen Interest 3. 10. tot 95 En voor de voorjaarige prij¬ ven ten een Nieuwe aenbestee„ „ding van Lywaeten gedaen Op de Nevenstaende gecon„ tracteerde Conditien. tot de voldoening te sullen te goed doen, vermits de slegte staet onser Cassa ons de dadelike betaeling niet toeliet Blijkens onse Resolutie van den 38 van ge¬ „dagte Maend Meij, sijn wij met voorschrevene Lijwaat Leveranciers weder in onderhandeling getree¬ „den over de leverancie van Een kargasoen Lijwaaten Cattoene kleeden en Garens voor Nederland gelijk aen het versondene per de Ladij Hughes soo meede in voldoening van de gevraegde Petitie voor de kaeb en die, welke voor Jndien souden mogen worden ontfangen, en wij hebben haer daer voor wederom de voorjaerige prijsen, als de laegste waer voor het te krijgen is, toestaen moeten soo als het Contract van aenbesteding selve dat bij gemelde onse besluit ingeschreeven is aentoond. En bij het welke wij uit hoofde van het groo¬ te geld gebrek en het geringe vooruitsigt om de per de Diamant aengebragte goederen en S: 11: voornamentlik schip ring van defen„ sijn Interest 1 5. 12. voornamentlik de specerijen op een maal te kunnen afleveren also allen vervoer door de kwaade Mous„ „son belet wierd, aen haer hebben moeten beloven „land de te goeddoening van Interessen ingevalle wij onvermogens sijn mogte haer de veraccordeerde met voor uit verstrekking en op de bepaelde tijden scho word te doen, ook hebben wij moeten op ons neemen om haer schadeloos te stellen ingevalle den Broot„ „chiasen Gouverneur de Compagnie niet langer wilde laeten Jouisseeren van haere privilegien aldaar ten opsigte van den vrijen uitvoer der goederen en dat sij gedwongen wierden den thol gelijk met alle andere Cooplieden te betalen rd Wij hoopen dat U Hoog Edelheden dit ons gemaakt Contract sullen gelieven te aggreeren doenlijk also wij buiten dat onvermogens souden sijn geblee„ „ven om gelijk thans met den brenger deses het retour voor Nederland tot een bedraegen van ƒ153424: 5:—. afte senden en om de petitie voor de kaeb tot een kostende van ƒ52201: 12: 8. te voldoen, omtrend het eerste van dewelke wij de vrijheid neemen nog aen te merken dat wij blijkens onse resolutie van den 30:e October laetst 3. 13. Eisch leeden Door de

NL-HaNA_1.04.02_10424_0123 view scan ↗

English

97 Draft demand for the Netherlands for 1787. With the cotton yarns, although not found thereon. Due to the great lack of money, fulfilling the demand with the bearer of this was impossible. We have arranged the collection and fulfillment of the cloths etcetera according to the draft demand for the Netherlands for 1787 received by us, or rather according to the indication of the quantities and types that the Gentlemen Masters most desire, and we have added the cotton yarns, although they were not found on the aforementioned draft demand, considering that we imagine this must be an omission, since the yarns sent with Trompenburg, taken on average one sort with another, yielded an excess profit of 144 percent upon sale in the Netherlands. However, fortunate though we were to secure the goods for the Netherlands and the Cape by means of the aforementioned contract, it nevertheless remained impossible for us to collect those for the Indies early enough to be dispatched with the bearer of this, and this because of the lack of money in which we have continually found ourselves since the restoration of the Directorate, and the impossibility of negotiating any funds at a time when the discount had risen to as much as 8 1/4 percent, as we shall have the honor to mention further below under the main heading of Money Matters, nor did we wish to burden the Noble Company therewith beyond the usual interest. Section 15. Yet, being at least to some extent relieved for the present by the arrival of the bearer of this, we shall exert all our powers to obtain the now received petitions for the Indies, in the event that it might have pleased Your High Nobilities, as we heartily desire, to send yet a second ship hither, so that we might send them with a second ship, as we wish, while we have further shipped in the bearer of this, in compliance with Your High Nobilities' order: 91 lasts of the best Surat wheat. Section 16. In order the better to succeed in the aforementioned collection and to obtain the return shipments for the Fatherland, we entered into negotiations with the brokers and other merchants regarding the sale of its cargo immediately after the arrival of the ship de Geregtigheid, but we found to our regret that the very same money negotiation of the English, which prevented us from negotiating money, had a very detrimental influence on trade, because the buyers, who would have had to pay us at least one hundred and fifty thousand rupees during the months of November and December, whether they collected the goods or not, also had to reckon with the loss of such an extraordinary discount of 8 1/4 percent. It is true we might perhaps have been able to obtain somewhat more than we contracted for the sugar and the tin, had we been able to resolve to sell the same separately, but then the cloves would have had to remain for the time being, considering that the 40000 lb brought by the Diamant, although delivered from the warehouses before the ultimate of August last, have for the most part not yet been transported outside the city and consumed, due to the intervening bad monsoon, and a considerable parcel was brought to Bombay during the rainy season by a Portuguese ship belonging to a certain Cantoffer, while we would have had to hold the copper until all that which the English sold here on the 31st of May last at public auction for ready money to obtain cash, for 58 1/2 rupees per picul, and which is currently sold on the bazaar for 18 1/2 rupees the maund, making not even 54 rupees the 100 pounds, has been cleared. And thus having had to resolve in our meeting of the 2nd of November, for the aforementioned and other reasons detailed in the resolution of that day, upon an undivided sale of the entire cargo, we closed the purchase on the 11th of the said month and sold the goods brought by de Geregtigheid through the Company's brokers to the merchant Laaldas Herridas, namely the spices for the fixed prices of rupees 350 for the cloves, 400 for the nutmegs, and 600 for the mace, furthermore the powdered sugar for 12 1/21 rupees, the tin for rupees 38, the Japanese copper for 57 1/2 rupees, the red minium for 16 2/3, and the elephants' tusks...

Dutch transcription

97 project Eisch voor Neder„ „land voor 1787. met de Cattoene gaerens en schoon daer op niet gevonden worden. Door het groote geld gebrek is Eisch met brenger deses on„ doenlijk geweest „leeden den Insaem en voldoening der kleeden ensz: heb¬ en volgens den ontfangen, ben geschikt nae den bij ons ontfangenen Project Eisch voor Nederland voor 1787. of liever nae de aenwijsing van de quantiteiten en soorten die de Heeren Meesters het meeste verlangen en dat wij de Cattoene Garens, Schoon op den voorschreeven project Eisch, niet gevon„ „den wierden, daar bij gevoegd hebben, uit aensien wij ons verbeelden sulx eene Omissie te moeten sijn, daer de met Trompenburg versondene garens bij ver„ „koop in Nederland eene overwinst van 144. procento de eene soort door de andere gerekend hebben gege¬ „ven. Dan hoe seer wij ook gelukkig genoeg geweest sijn de voldoening den Indischen om door het voorverhaelde Contract de Goederen voor Nederland en de Kaep te bemagtigen, soo is het ons egter ondoenlik gebleven om die voor Jndien in te samelen soo vroeg tijdig dat met den brenger deeses kunnen worden versonden, ende sulx uit oorsaek van het gebrek aen geld waer in wij ons steeds sederd de Restoratie der Directie gevonden hebben en de onmogelikheid om eenige gelden te Negotieeren, in een tijd dat het Rabat geklom„ „men was tot wel 8 /4. procento soo als wij de Eer S. 14. sullen nen Mous„ m ns ren blee, den Dog sullen alle vermoogens „tigen. om soo wij wenschen met een De 97: Lasten tarwe gaen nu sullen hebben hier nae onder het hoofddeel van Geldsaeken naeder te vermelden, wilden wij de Edele Compagnie ook niet daer mede, boven den ge„ „woonen Interesse beswaeren. 5. 15 Dog door het arrivement van den brenger deeses, ten minsten eenigermaeten voor het tegenswoordige inspannen deselve te bemag„ gereddert sijnde, sullen wij alle onse vermogens in spannen ter bemagtiging der nu ontfangene petitien voor Jndien, of het mogelik Uw Hoog Edelheden behaegd hadde, soo als wij hertelik verlangen, om tweede schip te kunnen senden, nog een tweede Schip herwaerts te Senden, intusschen dat wij in den brenger deses in voldoening aen Uw Hoog Edelheden bevel nog hebben afgescheept -91: Lasten beste souratse Tarwe 5. 16. Om in welken voorschreven Insaem te beter te slaegen en de Vaderlandse Rethouren te bekomen, wij dan ook voort nae het Arrivement van het Den verkoop van de Lading schip de Geregtigheid over den verkoop van des„ van 't schip de Geregtigheid. selfs lading met de Makelaars en andere Cooplie„ „den in onderhandeling getreeden sijnde, soo vonden wij tot ons leedweesen, dat even deselve Geld ne„ „gotiatie der Engelschen, welke ons het negotieeren van 99 is om nevenstaende redenen onverdeelt. van geld belette, eenen seer nadeligen invloed hadde op den handel, also de koopers die ons, geduirende de Maenden November en December ten minsten Een maal honderd en vijfftig duijsend ropijen souden moeten betaelen, het sij dat sij de goe„ „deren afhaelden ofte niet, mede op het verlies van sulk een extra ordinair rabat van 8 7/41. pro„ Cento rekenen moesten, Het is waer wij souden mogelik voor de suijker en het Tin iets meerder als we gecontracteerd sijn hebben kunnen krijgen, hadden wij hunnen besluiten om hetselve afsonderlik te verkopen, maer dan souden de Nagulen nog voor eerst hebben moeten blijven leggen, aengesien de per de Dia„ „mant aengebragte 40000: lb, schoon wel voor Ult=mo Augustus, laetstleeden uit de pakhuisen afgeleverd sijn door de tusschen beiden gekome„ „ne kwaede Mousson voor het meeste deel nog niet buiten de stad vervoert en geconsumeert sijn, en er te Bombaij door een Portugeesch schip van sekeren Cantoffer een aensienlike 5. 17. partij n es heept te ter ne„ eeren. en voor de tegenstaende prijsen verkogt. partij in de Regentijd aengebragt is, terwijl wij het koper so lang souden hebben moeten hou¬ „den tot al het geen de Engelschen hier den 31: Meij laetstleeden ter verkrijging van geld, bij openbaere vendutie voor Contant geld heb„ „ben verkogt voor 58½. ropij per picol en dat thans op de Bazaer verkogt word voor 18½ ropij En den de Maon maekende nog geen 54: ropijen de 100: pligt ponden gedebiteerd is, Ende dus in onse BijEenkomst van den 2. Novem¬ „ber om de voorschrevene en andere redenen bij het besluit van dien dag omstandig vermeld hebbende moeten besluiten tot een onverdeelden verkoop van de geheele lading, soo hebben wij op den 11: der geseide maend, den koop geslooten en de met de Geregtigheid aengebragte goederen verkogt door 's Compagnies makelaers aen den Coopman Laal¬ „das Herridas, en wel de specerijen voor de gefixeer„ „de prijsen van rop„s 350: de Nagelen 400: de Nooten en 600: de foelij, voorts de poeder suijker voor 12: 1/21. ropij: het Tin voor rop„s 38. , het Japans koper voor 57½. rop:s de roode Menij voor 16 2/3. en de Elephants 3. 18. eenmaal kanden Raba deree onder I van

NL-HaNA_1.04.02_10424_0127 view scan ↗

English

101 And the buyer in the contract obliged to advance immediately to the Company one hundred thousand rupees at two percent without any further batta or rabat of the sale. of the 133 1/3 rupee every 100 pounds and after deducting therefrom 3 percent rabas and 1 1/2 percent brokerage, net prices according to the contract of sale itself, which was inserted into our resolution of the aforementioned 11 November, will show to Your High Excellencies Where the same will furthermore appear that we have obliged the buyer to collect all the merchandises before the ultimate of August next coming and to settle their amounts each time upon receipt, and also, which is indeed the principal point, to advance immediately to the Company one hundred and fifty thousand rupees at the rate of two percent, and without any further batta or rabat, though against which we have had to engage ourselves not to sell the goods which might be brought with a second ship earlier than the 1st of March upcoming. Section 20: Insertion of the yield of this sale. We take the liberty to let follow below the yield of this sale, demonstrating that on an import of 135753 guilders 1 stiver 0 penningen there was gained 271916 guilders 12 stivers 8 penningen, making ample 200 percent. Gross rupee 100: 5. 19. 3250: —. — Gross Yield of such merchandises as were recently brought with the Honorable Company's ship De Geregtigheid and sold on the 11th of this month in the Council of Policy, demonstrating their purchase and sale prices and the advances obtained thereon: namely Fine Spices Purchase Cloves: 28950 lb. at 36 guilders 5 stivers 11 penningen ample per 100 lb., the entire lot 10504 guilders 7 stivers — penningen. Nutmegs: 3250 lb. at 20 guilders 8 stivers 13 penningen per 100 lb., the entire lot 664 guilders 6 stivers 8 penningen. Mace: 890 lb. at 50 guilders 9 stivers 13 8/16 penningen per 100 lb., the entire lot 449 guilders 7 stivers — penningen. Tolls: 11618 guilders — stivers 8 penningen. Sale burdened with 2 percent Batavian charges Cloves: 420 guilders — stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 121590 guilders — stivers — penningen. Nutmegs: 480 guilders — stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 15600 guilders — stivers — penningen. Mace: 720 guilders — stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 6408 guilders — stivers — penningen. Sum: 143598 guilders — stivers — penningen. Net after deduction of 3 percent rabat and 1 1/2 percent brokerage Cloves: 111085 guilders 13 stivers — penningen, money and percent 1057 1/2 ample. Nutmegs: 14935 guilders 13 stivers 8 penningen, money and percent 2248 1/4 ample. Mace: 5958 guilders 13 stivers — penningen, money and percent 1326 — ample. Sum: 131979 guilders 19 stivers 8 penningen, money and percent 1136 — ample. Diverse Merchandises Purchase Japanese copper in bars: 911000 lb. at 8 guilders 1 stiver 9 penningen gross per 100 lb., the entire lot 13591 guilders 15 stivers — penningen. Banca tin: 145750 lb. at 25 guilders 11 stivers 2 penningen ditto per 100 lb., the entire lot 37466 guilders 18 stivers — penningen. Sugar powder: 48590 lb. at 24 guilders 19 stivers 13 penningen per 100 lb., the entire lot 12142 guilders 18 stivers — penningen. Elephant tusks: 2500 lb. at 10 guilders 17 stivers 8 penningen per 100 lb., the entire lot 271 guilders 17 stivers — penningen. Red lead: 630 lb. at 105 guilders — stivers 6 penningen per 100 lb., the entire lot 661 guilders 12 stivers 8 penningen. Adds up to: 124135 guilders — stivers 8 penningen. Sale burdened with 2 percent Batavian charges Japanese copper in bars: 15 guilders 7 stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 139838 guilders 10 stivers — penningen. Banca tin: 69 guilders — stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 100567 guilders 10 stivers — penningen. Sugar powder: 45 guilders 12 stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 22157 guilders 1 stiver — penningen. Elephant tusks: 20 guilders — stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 500 guilders — stivers — penningen. Red lead: 160 guilders 2 stivers — penningen per 100 lb., the entire lot 1008 guilders 12 stivers 8 penningen. Sum: 264071 guilders 13 stivers 8 penningen. Net after deduction of 3 percent rabat and 1 1/2 percent brokerage Japanese copper in bars: 6216 guilders 15 stivers — penningen, profit 90 — ample. Banca tin: 63100 guilders 12 stivers — penningen, profit 168 3/8. Sugar powder: 10014 guilders 3 stivers — penningen, profit 82 1/2 ditto. Elephant tusks: 228 guilders 3 stivers — penningen, profit 83 7/16 ample. Red lead: 347 guilders — stivers — penningen, profit 52 1/2 ditto. Total net: 139936 guilders 13 stivers — penningen, profit 112 9/16 ditto. Summary of the Above, namely: The sale of fine spices is: purchase 11618 guilders — stivers 8 penningen, sale 143598 guilders — stivers —, net 131979 guilders 19 stivers 8 penningen, 1136 — ditto. The sale of diverse merchandises amounts to: purchase 124135 guilders — stivers 8 penningen, sale 264071 guilders 13 stivers 8 penningen, net 139936 guilders 13 stivers —, 112 7/16 ditto. Total: purchase 135753 guilders 1 stiver —, sale 407669 guilders 13 stivers 8 penningen, profit 271916 guilders 12 stivers 8 penningen, 200 1/16 ample. Was signed below in the notes: Factory Surat, 11 November Anno 1786. Was signed: M. Montee Section 21. Hope of satisfaction. Japanese copper will decrease even more in price if the English again dispose of it in such a manner. We flatter ourselves that this sale will not be displeasing to Your High Excellencies, since we have still profited 112 3/4 percent on the coarse trade goods alone, while the prices of the sugar and the tin, although below those obtained on the 27th of March last, yet that of the former is now even higher than ever before the war, and that of the latter, or the tin, at 45 guilders 12 stivers — penningen exceeds the home country price, although we have been unable to sell the Japanese copper for the fixed price, as such has not been possible here anymore for many years; indeed, we consider ourselves fortunate that, in view of the path the English have taken to monetize theirs, we still found opportunity to dispose of ours for the very same price that was obtained for it in 1780, or the last before the war, while we must not conceal from Your High Excellencies that if the English should again take their refuge in such a sale of their copper, the Japanese copper must drop even further in price. Section 22. The areca brought per De Diamant sold for 115 rupees the leaguer. Finally reporting with respect that we have sold the thirty leaguers of the areca brought per De Diamant on the 5th of October last to the Parsi Edeltie Bouwmandje for one hundred and fifteen rupees the leaguer, yielding a surplus profit of 51 1/2 percent. Section 23. The amount of the Lord's Dues is accounted for. And that the revenues consisting of the Lord's Dues and the small stamp in the past book year amounted to, the former 1655 rupees and the latter 173 7/24 rupees, and that these sums, as appears from the notes in our resolutions of the 10th of June and 21st of September, are properly accounted for. Section 24. Thus, since we presently have nothing to say concerning the main section of Arrears, we have arrived at the main section Section 25. The great scarcity of cash. Of Money Matters, so we have, almost since the departure of De Diamant until the arrival of De Geregtigheid, in a very

Dutch transcription

101 En den kooper bij 't Contract ver„ Eenmaal honderd Duijsend rop=n der eenige verdere Batta of Rabar voor te schieten. van den verkoop. vanden 133 1/3. ropeij alle de 100: ponden en nae dat daer van afgetrokken is 3. procento Rabas en 1½. procento Makelaardij suijvere prijsen invoegen het Contract van verkoop selven dat bij onse Resolutie van voor¬ „melde 11: November voormeld geinsereert is aen u Hoog Edelheden vertoonen sal Alwaer hoogst deselve al verders sal voorkomen pligt om dadelik aen de Comp„e dat wij den kooper hebben verpligt om alle de koopman onder genieting van 2. prc=o son„ schappen afte haelen voor Ult=mo Augustus eerst ko„ „mende en om derselver bedraegen telkens bij den ontfangst te voldoen, en tevens het geen wel het voornaemste is om dadelik aen de Compagnie voor te schieten Een maal honderd en vijfftig duijsend ropijen, onder de genieting van twee procento, en sonder eenige verdere batta of Rabat dog waer en tegens wij ons hebben moeten engageeren om de goederen welke met Een tweede schip souden mo„ „gen werden aengebragt niet eerder te verkopen als den 1e: Maart aenstaende §. 20: Wij neemen de vrijheid hier onder te laeten volgen Insertie van het rendement het Rendement van deesen verkoop ten geblijke dat op een aenbreng van ƒ135753: 1:-. gewonnen is ƒ271916:12:8. maekende 200. procento ruim. Ruuw pij 100: 5. 19. 3250: —. —„ Ruuw Rendement van zodaanige ƒ De Geregtigheid zijn aengebragt en op den 11:e derselver In- en Verkoops Prijsen en de daarop behaal Fijne Specerijen Garioffel Nagulen. . . . . . . . . . . . . . Nooten Muschaaten - - - - - - - - - - - - 890: —. „ Foulij off Macis - - - - - - - - - - - Diverse Koopmansz: 145750:—. Kooper Japans aen staven - - - - - - - - 48590: —. Thin Bancas. - - - - - - „ 2500:–. „ „ 911000:—: lb Suijker Poeder - - - - - - - - - - -- Eliphants Tanden. . . . . . . . . Meenij Roode. . . . . . . . . . . Sommarium op het Bovenstaande: als Den verkoop der fijne specerijen is. . . . - - Den verkoop der Diverse Coopmansz beloopt. /:onderstond:/ Int Nots. Comptoir Souratta 011 Adde 28950: -. lb. 630. –. -. . . . . . . 1 103 nige Koopmanschappen als er Jongst met 's. E. Compagnies schip den 11:e deeser in Raede van Politie verkogt met aenthooning van p behaalde Advancen: Namentlik Verkoop Beswaart met 2 prCento zuijver nakorting van 3 p„r C=to Bataviase ongelden rabat en 1½ p„r C=o Makelaardij de 100: ponden De geheele parthij de 100: lb de geheele Parthij Gelde en Pr Centos - -- ƒ 36: 5: 11: r=m ƒ 10504: 7:—: ƒ420:—:—. ƒ121590:—:— ƒ111085:13:—: 1057:½. r=m - - - - - - „ 20: 8. 13: „ „ 664: 6: 8:„ 480:—:—. „ 15600:—:—. „ 14935:13:8 2248: 4. s„s „ — „ 50: 9. 13:8:s „ 449: 7:—. „ 720:—:—„ 6408:—:—. „ 5958:13:—. 1326:—: r=m Teld - - - - - - ƒ11618:—:8: - - - - ƒ143598:—:—: ƒ131979:19:8: 1136:—. s„s Inkoop - - - - ƒ 8: 1:9:r: ƒ 13591:15: —. ƒ 15: 7. — ƒ139838: 10: — ƒ6216. 15. —. - - - - „ 25: 11: 2. d„ „ 37466:18:—„ 69: —:—. „100567:10:—„ 63100: 12. —. . - - - „ 24: 19. 13. „ „ 12142:18:—. „ 45:12:—. „ 22157:1:— „ 10014:3 –. 7. - - „ 10: 17: 8. „ „ 271:17:—. „ 20: —:—„ 500:—:—„ 228:3. — „ — „ 105: —: 6: „„ 661:12:8. „ 160: 2:–. „ 1008. 12: 8. „ 347:—:—. Addeert - - - - - - - - ƒ124135: —: 8: ƒ264071: 13: 8: ƒ139936:13:—: als ƒ143598: —: — ƒ32979:19. 8. 1136: — d„s „ 264071:13: 8„ 139936: 13. —. 112. 7/1. d„s Somma ƒ135753: 1:— ƒ40664: 13: ƒ7196: 12: 8 20: 1/1: r=m Souratta den 11„e November A„o 1786. /was geteekend:/ M= Montee - - - - - „ 124135:—: 8: - - - - - - - - ƒ 11618:—: 8. 90: —: r=m 168: 3/8. „ 82:½: d„s 83 7/6: r=m 52½. d„s 112. 9/1. d„s Winst Wij . §. 21. hoope van welgevallen. 't Japans kopen zal nog meer in prijsdaelen soo de Engel„ schen 't weder soo van de hand setten. Wij vleijen ons dat deesen verkoop uw Hoog Edel„ „heden niet ongevallig sijn sal daer wij nog 112 3/4. pro„ Cento op de grove handelwhaeren alleen geprofiteerd hebben, terwijl de prijsen van de suijker en het Tin schoon beneden de behaelde op den 27. Maart jongst leeden egter die van de eerste nu nog hoger is dan immer bevorens den oorlog, en die van de laetste of het Tin tot ƒ 45: 12:-. de vaderlandse prijs excedeert schoon onvermogens geweest sijn ook het Japans ko„ „per voor de bepaelde prijs te verkopen also sulx al in veele Jaeren hier niet meer mogelik ge„ „weest is ja wij rekenen ons gelukkig dat wij aengesien den weg die de Engelschen hebben in„ „geslaegen om het haere te gelde te maeken, nog gelegentheid gevonden hebben om het onse van de hand te setten voor die selve prijs welke daer voor in 1780. of het laeste voor den oorlog behaeld is, terwijl wij voor U Hoog Edelheden niet mogen verbergen, dat soo de Engelschen weder haer toevlugt tot sulk een verkoop van haer ko¬ „per nemen mogten het Iapanse koper nog meer„ „der in prijs daelen moet. 3. 22. Eindelik nog in Eerbied meldende dat wij van. 'tbe Ger De Cont oo 105 De Arecq per De Diamant aen„ Leggen verkogt. 't bedraegen van 's Heeren Geregtigheid is verandwoord Contanten. van de per de Diamant aengebragte Arccq Apij gebragt is voor 115. rop„ de dertig Leggers op den 5e: October laetstleeden hebben verkogt aen den Persie Edeltie Bouwmandje voor Een honderd en vijftien ropijen de legger gevende eene Overwinst van 51½. procento. 3. 23. En dat de Inkomsten bestaende in 's Heeren Geregtigheid en het klein zegul in het afgelo„ „pen boekjaer bedraegen hebben het Eerste ropias 1655 en het laetste 173 7/24. ropijen en dat die summen blijkens het aengeteekende bij onse Resolutien van den 10. Junij en 21. September behoorlik verandwoord sijn. Soo sijn wij, vermits wij omtrend het Hoofddeel van Agterstallen thans niets te seggen hebben sijn genaderd tot het Hoofddeel 3. 25. Van Geldsaeken, soo hebben wij ons ge„ De groote schaarheijd van „ noegsaem sederd het vertrek van de Diamant tot de aenkomst van de Geregtigheid in eene 3. 24. seer

next →