Inventory 10424
Surat · 700 pages · 115 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the bamboo dwellings and is surrounded by a stone wall changed into stone, for the very cramped dwellings which Mr. Serff, as appears from his memorandum Chapter 8 §125 and 126, when his Honour transferred the main establishment from the Lodge to the wharf, had to have erected in haste and in the best possible manner from beams, rafters, and other woodwork, with walls of double bamboo, filled with earth on the inside and plastered with lime on the outside, in order not to arouse the jealousy and suspicion of the regents, have now been transformed into dwellings in which every servant, according to his rank, finds proper and very satisfactory accommodation, all of stone, the outer walls 1 to 1½ feet and the inner walls ½ to 1 foot, and are now brought into such a state that for years nothing beyond the ordinary daily small maintenance needs to be done to them, the warehouses also being fully sufficient and all in the best condition, though three of them as well as the equipment and ammunition warehouse are properly built with a stone foot and bamboo walls above, with mats inside and outside, which I have left as they were, both because they are in very good condition and can remain so for several years, and to avoid heavy expenses. 136 137 Furthermore, the wharf is now, along the entire land side, from the southwest side to the northeast side of the river, for a length of 1344 feet, enclosed by a stone wall of a height of 9 and 13 feet and a thickness of 1½ feet. 138 A work that, in view of the danger of fire to which one has always been exposed, and of which I have seen the most imminent danger twice during my presence, as noted in the resolutions of 7 March 1771 and 24 April 1750, as well as to be protected against an attack of the base rabble in cases of riot or an unforeseen raiding party of the Marathas, has been deemed of such great importance from the very beginning of our possession of the wharf, that the Honourable Mr. Schreuder, in order to carry it out, as his Right Honourable also spared no effort to that end, as appears from resolutions of 13 February 1748 and 4 March 1750, but also expressly in his Memorandum Chapter 8 page 234 and Chapter 3 page 95 names among the privileges obtained in writing from the regents the right to erect around the lands owned by the Honourable Company a perimeter wall of 2 to 3 men's height. § 139 Yet neither his Right Honourable nor any of his successors was able to carry this into execution, the Honourable Mr. Taillefert, according to his memorandum Main Section on the Company's Rights and Prerogatives §47 and 48 page 133, having been unable to bring it further than that his Honour in the year 1759, during the troubles between the Sidi and the English, was able to have made, virtually by force and by our own soldiers, a small guardhouse for the military, with an enclosure of beams and planks from the powder house up to the East Gate, only for a length of between 4 to 500 feet, which had since also fallen completely into ruin. § 140 And whereby, being then not only much better protected against the dangers of fire, but also in a position, if it pleases Their High Mightinesses, according to the proposal which I have taken the liberty to make in my respectful secret missive of 16 January of this year, to provide us once again with ordnance and ammunition to resist an unexpected attack of raiding Marathas or a rebellious rabble, I must also add here that, although the building and bringing into good order of this wharf since the Honourable Mr. Serff transferred the establishment from the old Lodge as said hereinbefore § 136 has cost considerable sums, these expenses nevertheless bear no comparison to what a new and cramped Lodge in the city would have had to cost, as appears from the Memorandum of the Honourable Mr. Schreuder Chapter 8 page 201, and that the Company, in building such a structure, would have had to spend a larger sum at once than it has now disbursed in twenty years, while, particularly as regards the perimeter wall now made, which together with an armory and house for the officer cost 15197 rupees, the mere permission for its construction could not have been obtained from the government twenty years ago for 50000 rupees. 141 Besides this now perfected wharf, the Company still owns two pieces of land here, both in the inner city close to the Castle, one situated next to the Chhap Gate, on which stood a lathi that served as a warehouse for private goods before the goods were unloaded at the wharf, but which was burned down while the Company's possessions were in the power of the English, and the other next to the roadway, and is used to place the tents thereon in which the return cargoes are stored and sheltered until the time of their duty clearance and shipment.
Dutch transcription
de bamborse woningen en is vans met een stee ne meur omrangd hun in steen Verandert want de seer bekroopen woningen welke den Heer Serff blykens syne memorie Capittel 8 §125 en 126 toen syn Edele de grootste omme= slag van de Logie na de werf overbragt, in der haast en op de wyse het beste moogelyk moest laaten opslaan van balken sparren en ander houtwerk met muuren van dubbelde bamboesen, van binnen met aarde gevuld, en van buyten met kalk bepleysterd, ten eynde de Jalousie en de agterdogt der regenten niet wak ker te maaken sijn thans verandert in woonin¬ gen waar in yder Dienaar na syne range een behoorlijke, en seer voldoende huysvesting vind, alle van steen de buyte muuren van voet 1 a 1½ en de binnen muuren van ½ a 1 vaet, en syn nu in sulk een staat gebragt, dat daar aan in Jaaren niets buyten de gewoone dagelyxe klyne voorsieningen behoeft te worden gedaan, synde de pakhuysen meede volkoomen toerykende, en ook alle in de beste staat, egter drie derselver soo wel als het Equipagie en Ammonitie pak¬ huis van ordere met een steene vaet en van boven met bamboese muuren met matten van binnen en buijten, het geen ik soo gelaaten heb¬ be, soo wel om dat in seer goede staat sijn, en nog wel also eenige Jaaren kunnen blyven als om swaare uytgiften te menageeren N136 1137 213 4 3 Rect. aangelegentheid 137 Daar en boven is, de werf thans, langs de geheele landkant, van de zuyd westkant tot de noord oost syde, van de rivier, ter lengte van 1344 vaeten, om„ cingeld met een steene muur ter hoogte van 9 en 13 vaeten en dikte van 1½ voeten 1138 Een werk dat uijt aansien van het gevaar van brand, waar aan men steeds is bloodgesteld geweest, en van het welke ik geduurende min aanweesen het eminenste gevaar twee maalen gesien hebben, mitsgaders bij resolutien van den 7 Maart 1771 en den 24 April 1750 aangeteekend is soo wel als om teevens voor een aanval van het waeste gemeen in gevallen van oproer of van een onvoorsiene strooppartij der Marettas gedekt te syn, al van den aanvang dat wy de werf beseeten hebben, van sulk een groote aangeleegenthid g'oordeelt is, dat den Edele Heer Schreuder bereets ¶om het selve ter uitvoer te brengen, so als sijn welEdele Gestrenge, daar toe ook de geene moey te onbesogt gelaaten heeft ^ blykens resolutien van den 13 february 1748 en 4e maart 1750 maar het ook wel expresselyk by syne Memorie Capittel 8 pagina 234 en Capittel. 3 pagina 95 onder de schrif¬ telyk van de regenten verkreegene voorregten noemd, Het regt om rondsom de eygene Landen van de Ed. Compagnie een ring muur van 2 a 3 mans hoogte op= te haalen. § 139 Dog dat nog syn welEdele gestrenge, nog iemand syner 281 syner opvolgeren heeft kunnen ter executie leggen, hebbende den Edele Heer Taillecert volgens syne memorie Hoofddeel van d' Compagnies regten en Praerogativen 847 en 48 pagina 133, het niet verder kunnen brengen, als dat Syn Edele in den jaare 1759 geduurende de Troubles tusschen, de siedie en de Engelschen genoegsaam met geweld en door onse eygene soldaaten heeft kunnen laaten maaken een wagthuysje voor de militairen, met een be= schutting van balken en planken van het kruyt= huys af, tot aan de L: Oostpoort, alleen ter leng¬ te van tusschen de 4 a 500 voeten, hetselve dat na meede geheel vervallen was.. § 140 En waar door dan niet alleen veel beter gedekt syn¬ de teegen de gevaaren van brand; maar ook in staat om soo het Haar Hoog Edelheeden behaagt, om volgens den voorslag welke ik de vryhyd hebbe ge¬ noomen te doen by myne Eerbiedige secreete missive van den 16e Jannuary deses Jaars, ons wederom van geschut en ammonitie te voorsien, eene onverwagte aanval van stroopende Marettas af oproerig ge¬ meen te weederstaan, soo moet ik hier nog by voegen, dat schoon het timmeren en in staat bren¬ gen van deese werf, seedert den Edele Heer Serff soo als hier vooren & 136 is gesegd den ommeslag uyt de oude Logie overbragt, aansienlyke sommen tien d en kostende daar van dat owy 2 stukken ponds. in de binnen Stad. egter sommen gekost heeft, deese ongelde nog in geen zer= gelyking koomen, by het geen een nieuwe en bekrom„ =pene Logie in de stad soude hebben moete kosten, blykens de Memorie van de Edele Heer Schreuder Capittel 8 pagina 201, en dat de Plaatschappen by de Timmering van sulk een gebouw een groot tere somma op een maal soude moeten hebben spen„ deezen, dat sy nu in twintig jaaren te kasten gelegd heeft, terwyl wat in het bysonder de nu gemaakte ringmuur die met een wapenka =mer en huys voor den officier tesamen rop:s 15197 gekost heeft, de Enkelde permissie tot dies Con= structie van de regeering twintig jaar geleeden niet soude syn te krygen geweest voor 50000: ropyen-. 1161 de maatschappy besis bint Buyten deese nu volmaakte werf heeft de maat schappye hier nog twee stukken gronds in eygendom beyde in de binnen Had digte by het Casteel 0 besit „ leggende het eene naast de Chiap Poort waar op een Latty gestaan heeft die bevoorens de goederen op de werf wierden ontscheept tot een pak„ huys voor het particuliere goed heeft gediend, dog geduurende s' Compagnies besittingen in de magt der Engelschen syn geweest afgebrand is, en het andere naast de ryweg en word gebruykt om daar op de Tenten te plaatsen waar in de retouren worden opgeslagen en geborgen, tot de tyd van haar vertalling en afscheep hun
English
283 besides the burial ground and a garden, where situated. The lodge rented in 1779 was retaken by the owner during the war, and rented to the English. We were therefore compelled after the war to rent the old Lodge again on the adjoining conditions. shipping, both are circumstantially described in the appendix Letter F behind the memorial of the Honorable Mr. Schreuder Article 72 8, where Article 10 the burial place for the European servants is also mentioned at large. Paragraph 142 Other permanent properties the Company does not possess in Souratta; her garden Sorgvry lies about half an hour from there in the village of Attuwa, while the Company has been relieved of the so notorious Old Lodge that cost so much trouble and care, as appears from the resolution of 11 February 1779. The Honorable Mr. van de Graaff had at that time, because one must absolutely have a place in the city for storing, examining, and packing the linens, rented another good Lodge or house from the Baksie, but as soon as the wharf was taken by the English and the said owner no longer received rent, he retook the same for himself and rented it to the English secretary Robberts, so that when the English government prohibited us from unloading at the wharf, as appears from resolutions of 16 November 1784 and 9 May 1785, we were compelled to rent the warehouses of the old Lodge again by the month, and all this in the name of the Brokers, and under the express condition that we shall never be obliged to make even the least repairs thereto. Paragraph 143 from which expenses the Company would be relieved It would be of great advantage to the Company if one could obtain the right to receive the linens at the wharf. Apprehension against that. Necessity to keep two vessels. relieved, if there were a possibility of ever obtaining permission and the right to receive the linens at the wharf, to examine, pack, and pay duty on them, as well as to ship them from there. But to this end, mainly by the Honorable Mr. van de Graaff, who was even provided by Their High Noble Excellencies with authorization to spend 50,000 rupees, so much effort has already been made that I fear there will for the present not be an opportunity for it, at least not without great expense, all the less since the Marathas, who by the latest peace with the English were restored to all their former possessions, and among them also to their share in the Sourat toll, will also have to give their consent to the aforementioned privilege. Paragraph 144 The Honorable Mr. Senff having circumstantially demonstrated in his memorial Chapter 7 Paragraph 119 the necessity that exists to keep some of our own vessels here, I shall abide by that as a matter that can be contradicted by no one, only adding thereto that it cannot be done with fewer than the two now built, consisting of one smalschip and one covered horry with a smalschip rig, and herewith I consider the status of the Directorate concluded, although there still remains that which falls under its jurisdiction. Paragraph 145 285 Paragraph 145 Situation of Brootchia. Considered of much utility and importance. Except by Mr. Senff. Their High Noble Excellencies required considerations about it. Brootchia, in which city the Honorable Company has also had a trading post since the year 1617, lies about twenty miles from Souratta, is very favorably situated for the gathering of linens, as everything that must be made further inland must pass there, as the Honorable Mr. Schreuder has more fully mentioned in his memorial Chapter 2 Page 37, for which reasons the same was also continually maintained, and was always considered by the said Mr. Schreuder, as well as all his successors, as of much utility and importance, as among others the Honorable Mr. Taillefert proved in his left memorial under the title of Brootchia 12 and title of Purchase Paragraph 13. Paragraph 146 Except that Mr. Senff, having been pleased in this respect to differ from all his predecessors in his memorial Chapter 1 Number 11, when His Honor advanced there that this Brootchia was an unnecessary burden, Their High Noble Excellencies, by secret resolution of 2 May 1769, were pleased to require the considerations of the ministers regarding it, and we have, by our respectful answer or considerations upon the aforementioned resolution dated 14 April 1770, as I flatter myself, demonstrated the necessity of Brootchia as clear as the sun at midday. Paragraph 147 Their High Noble Excellencies having the aforementioned reasons
Dutch transcription
283 benevens de begraaf En een thoin waar geleegen. de in 1779 gehuurde loge heeft den eigenaar, in den oorlog na sig genomen, huurd. wy syn dat om genoodsaakt geweest na den oorlog, de ou de Loge wederom intchuy ren op nevenstaande kon. ditien. afscheep, beyde syn omstandig beschreeven by de bylaage L:ra F agter de memorie van de Edele Heer Schreu plaats der Zurpeasen der Articul 72 8, alwaar articul 10 de begraafplaats vaar de Europeeschen dienaaren meede in het breede vermeld § 142 Andere vastigheeden heeft de Compagnie in souratta niet, haar tuyn sorgvry legt omtrend een half uur. van daar in het doop Attuwa, terwyl haar Edele van de soo berugte Oude Logie die soo veel moei= te en sorge heeft gekost ontslaagen is, blykens reso¬ lutie van den 11 february 1779, den Edele Heer n aan de Eengelschen ver van de Graaff heeft toenmaals, om dat men tog absolut een plaats in de stad moet hebben, tot berging bazaaren en afpakken der Lywaaten, wel een andere goede Lagie of huys van de Baksie ingehuurd ge¬ had, dog soo ras de werf door de Engelschen genoomen was en geseyde eygenaar geen Huur meer ontfing heeft hy deselve weederom na sig genoomen, en aan de En= gelschen secretaris Robberts verhuurd, sulx wy toen de Engelsche Regeering ons vertindende om om aan de werf te ontlossen blykens resolutie van den 16 november 1784, en 9 Mey 1785, genoodsaakt syn geweest om de pakhuysen van de buae Logie weederom by de maand in te huuren, en al sulx op de naam der Makelaars, en onder Expresse Conditie, dat wy nimmer tot het daer van selfs de minste reparatien sullen genoodsaakt syn §143 van welke ongelden de Maatschappije soude ont¬ slaagen „ Het sonde de maatschappey min het regt om de Lywaten konde erlangen. apprehensie daar tegen noorsakelykheid om 2 Voar tuigen aantehoude slaagen raaken, soo er moogelykhyd was, om te eeniger van verl voordeel zyn, indien tyd te erlangen de permissie en het regt, om de Ly= op de korf te ontfangen W: waaten op de werf te ontfangen, bazaaren, aftepakken en te vertallen, mitsgaders van daar af te scheepen dog hier om is voornamentlyk door de Edele Heer van de Graaff welke selfs van Haar Hoog Edelheeden is voorsien geweest, met een qualificatie tot het spen¬ deeren van 50000 lopyen bereets soo veele moeyte aangewend dat ik vrees dat daar toe voor eerst im¬ mers niet sonder groote spendatie geleegenthyd weesen sal, te minder na de marettas die by de laaste vreede met de Engelschen in alle haare voo= rige besittingen, en daar onder meede in haar aan¬ deel in de Souratse thol, hersteld syn, haare toestemming tot het vooren gesegde privelegie meede sullen moete geeven. 1144 De Edele Heer senff by syne memorie Capittel 7 §119 omstandig betoogd hebbende, de noodsakelykhyd die er is om alhier eenige eygene vaartuygen aan te houden, sal ik my daar aan gedraagen, als een saak die door niemand kan worden teegen gesprooken, alleen dan twee daar by voegende, dat het met niet minder als de nu aan getimmerde, bestaande in Een smalschip, en een overdekte Horry met een smal schips tuyg, te stellen is, en hier meede aen staat van de Directie voor afgehandelt houden al, schiet er nog over het onder deselve sorteerende 1145 v 285 1145 gelegenthyd van Brootkhia genthyd geagt den Heer Serff Hoog Edelheeden ge vordert Brootchia in welke stad de Edele Compagnie ook al seedert No. 1617 en comptoir gehad heeft, legt ongevaar twintig mylen van Souratta is seer geleegen tot den insaam van Lywaaten, also alles wat verder landwaarts in moet gemaakt worden, aldaar passeeren moet, soo als de Edele Heer Schreuder breedvoeriger gemeld heeft by syne memorie tapittel 2 pagina 37 om welke redenen dan ook hetselve steeds aangehouden, en by gemel= de Heer Schreuder, mitsgaders alle syne successeuren is altoos van veel als van veele nut en aangeleegerthijd geconsidereert niet en aangelee geworden is, soo als onder anderen den Edele Heer Tailletert by syne nagelatene memorie onder den titul van Brootchia 12 en titul van Inkoop §13 beweesen heeft. 1146 Dan der Heere Jerff by syne memorie Capittel 1 N 11 Uytgenoome van in deesen opsigte hebbende gelieven te verschillen, met alle syne antecesseuren, wanneer syn Edele aldaar avanceerd, Dat dit Brootchia een onnutte lastpost soude syn, hebben Haar Hoog Edelheeden by secreete resolutie van den 2 may 1769, daar omtrend hebben Consideratien daargelieven te vorderen de Consideratien van de ministers omtrent door haar en hebben wy by ons eerbiedig antwoord of Consideratien op voormelde besluyt gedateerd den 14 April 1770 soo ik my vlye soo klaar als de sonne op den middag de noodsakelykhyd van Brootchia betoogd 1147 Hebbende Haar Hoog Edelheeden de voorschreeven redenen el n twee
English
ordered on the same to leave everything on the old footing regarding this trading post to Bombay, and also judged reasons of such weight, that Their High Mightinesses, by their honored rescription of the 3rd of August 1770, declared to waive all change, with authorization to let everything remain there on that footing as it had been for some years, and I cannot fail to testify very sincerely that an experience of 18 years, since I became Chief Administrator, has fully convinced me of the necessity to maintain Brootchia. And these were the principal motives which moved Director Bosman and Council, when the English, after they had made themselves masters of the aforesaid city by force of arms, demanded of us by letter of the 22nd of December 1772 to break up the trading post and intended to dislodge us, to prevent this with all their power, even by sending myself in a public deputation to the Governor and Council of Bombay, as appears from the secret resolution of the 6th of January 1773, with this fortunate result, that we were left by the said government in the peaceful and full possession of our factory, with all the prerogatives and privileges attached thereto, as appears from their letter of the 31st of March 1773, as well as the resolution of the 26th of April following, and the official report and account of my commission cited therein, just as we have also enjoyed the same undisturbed. Until the trading post, after the outbreak of the war between Great Britain and the State in the month of June 1781, was indeed taken just as unlawfully and contrary to the law of nations as Souratta itself, and the Second Factor Meyer was made a prisoner of war, after which the city of Brootchia with everything belonging under the same was handed over by the said English to the Maratha prince Madajee Rauw Scindia Bhadur as a gift and reward for the services which the said prince was said to have rendered to the English Company in making peace with the Marathas. Indeed, when we, by our letter to the Governor and Council of Bombay of the 26th of October 1784, pursuant to the orders received from Their High Mightinesses, demanded the restitution of the Directorate and of the trading post of Brootchia in accordance with the preliminary peace conditions made on the 2nd of September 1783, Their Honors answered us by letter of the 3rd of November of the aforesaid 1784, that they gave us public notice that by the last treaty the Honorable Company had ceded and surrendered the city and the district of Brootchia to Madajee Sandia Bhadur, who found himself in the full sovereignty thereof. And when the said Governor and Council by their letter of the 6th of January 1785 reinstated us in the possession of the Directorate as far as local circumstances would permit, we provisionally protested against this exception by our letter of the 22nd of the said month, and subsequently by letter of the 21st of February 1786 repeatedly demanded the restitution of the aforementioned trading post of Brootchia with all the prerogatives and privileges which the Company had there before the war, but in response received only by letter of the 23rd of March of the said year in reply, that they had decided to send the tenor of our letters on this subject immediately to the Governor General and Council in Bengal and to ask their direction in order subsequently to communicate the same to us, as has since happened. And since I, out of apprehension that it will be impossible for the English to restore us to the possession of the trading post at Brootchia, deemed it necessary to seek the friendship of its present possessor Madajee Rauw Scindia Bhadur, one of the most powerful princes of the Marathas, who is not only the sovereign of Malwa, one of the richest provinces of Hindostan, but who has managed to make himself master of the person of the Mughal Emperor, to have himself elevated to vizier of the empire, and under that name to put himself in possession of Delhy, Agra, and of everything that still remained to the successors and descendants of the great Timurlan in the peninsula of India.
Dutch transcription
op deselve gelast om alles op de oude voet te laaten omtrent dit Comp: toir na Bombay reederen ook van dat gewigt geoordeelt, dat Hooghd deselve by haare gevereerde rescriptie van den ne 3 Augustus 1770 hebben verklaard, van alle veran¬ =dering aftesien met qualificatie om alles aldaar te laaten blyven op dien vaet als het selve seedert eenige jaaren geweest was en ik kan niet nalaten om seer opregtelyk te betuigen, dat eene onderwinding van 18 jaaren herwaards dat ik Hoofd Administrateur wierd my volkoomen overtuygd heeft van de noodsaa =kelykhyd om Brootchia aan te houden— 1148 En dit waaren de voornaame beweegrederen, welke den Heer Directeur Bosman en Raad bewoogen, om, toen de Engelschen (:na dat sij sig van voorsz: Deputatie in 1773 stad door geweld van wapenen meester hadde gemaakt) van ons by brief van den 22e december 1772 vorderde, om het Comptoir op te breeken en ons dagten te delogeeren, sulx met alle vermogen te voorkomen, selfs door het senden van my selven in een public =que deputatie aan den Heere Gouverneur en Raad van Bombay, blykens secreete resolutie van den 6e Jannuary 1773, met dit gelukkig gevolg, dat wy door gedagte regeering in het geruste en volle besit van onse Factorie, met alle de daar aan verbondene voorregten en Privilegien gelaaten Syn, blykens haare brief van den 31e. maart 1773, mitsgaders de resolutie van den 26e April daar aan, en het aldaar aange= haalde verbaal en rapport myner Commissie, soo als wy deselve ook ongestoord hebben genooten— 1149 Tot dat het Comptoir na het uyt barsten van den oorlog tusschen. 8. 287 meede genoomen het selve is in 1780 sandia Bhadur overgegeeven blieq schryven aan tusschen Groot Brittanien en der Staat in de maand Juny 1781 immers alsoo onwederregtelyk en strydig met het regt der volkeren als souratta selve, ge¬ nomen, en den tweede Factoor Meyer krygsgevangen gemaakt wierd, waar na de stad van Brootchia met alles wat onder deselve gehoord door gemelde en door de Engelsche ritten is overgegeeven aan de Marettas vorst aan Madajee rauw Madajee Rauwd Scindia Bhadur als een geschenk en vergelding, voor de dienste die gemelde vorst aan de Engelsche Compagnie in het maaken der vreede met de marettas beweesen soude hebben 1150 Immers toen wy by onsen brief aan den Heer Gouverneur en Raad van Bombas van den 26e october 1784, vol¬ gens de van Haar Hoog Haar Hoog Edelheeden ontfangene last, de restitutie van de Directie en van het Comptoir Brootchia overeenkomstig met de gemaakte vreedes Praeleminaire vreedes voorwaar¬ de van den 2e september 1783 gevordert hebben, heb¬ ben Haar Edele by missive van den 3 november des voorsz: 1784 ons geantwoord „ dat sy ons publicq volgens haar par kennisse gaven dat by het laaste Tractaat de Hono= rable Compagnie de stad en het District van „ Brootchia, hadde gecedeerd en overgegeeven aan „ Madajee Sandia Bhadur welke sig in de „volle souverainitijd daar van bevond„ N 551 En wanneer gemelde Gouverneur en Raad by hare brief van den 6 Jannuary 1785 ons weder in de besitting stelde van de Directie „ soo verre als „plaatselyke ons teruggave der Direc= tegen de neevenstaan= Brootchia by her= haling gevordert ontvangen met brief wisseling gesogt plaatselyke omstandigheeden wilde gedoogen, hebben de exeptie by de wy by onse missive van de 22e van geseyde maand tie is by voorraad teegen deese uytsondering by voorraad geprotesteerd, geprotesteerd en vervolgens by brief van den 21e february 1786, de en de restitutie van restituitie van het voormelde Comptoir Brootchia met alle de voorregten en Privilegien welke de Compagnie aldaar voor den Oorlog heeft gehad, bij herhaaling gevorderd, dog daar op alleen by missive Antwoord daar op van den 23 maart des geseyde Jaars, in Antwoord ontvangen „ dat sy beslooten hadde om dadelyk de ten onser brieven over dit onderwerp te senden aan den Heer Gouverneur Generaal en Raad in Bengalen en haare directie te vragen om ons deselve ver= volgens te Communiceeren soo als seedert geschied is N152 Ik hebbe de vriend an vermits ik, uyt Apprehensie dat het de Engel„ schap des besitters=schen ondaenlyk sal syn, om ons in de passessie van het Comptoir te Brootchia te herstellen, noo= „dig oordeelde, om de vriendschap van dies tegens woor= „dige besitter Madaghee Ron scindia Bhadur eene der meest vermogendste vorsten der marettas, die niet alleen de souverain is, van de Malwa„ eene der Rykste provincien van Hindostan, maar die sig selve heeft weeten meester te maaken van der Persoon des mogalschen kysers, sig te doen verheffen tot visier des ryks, en sig onder dien naam in het besit te stellen van Delhy, Agra en van en nakomelingen alles wat aan de opvalgers ^ van den groote Timur¬ =lan in het schier Eyland van Indien nog overgebleven was 10
English
289 yet because with him nothing was to be done except by substantial presents, I let it rest, in order to seek whether outside of presents and expenses there would be an opportunity to get Brootchia back from His Highness. To that end, after I had written twice to the aforementioned prince without receiving an answer, I sent the letter which is entered under the resolution of 9 May 1785, and having received the answer thereto inserted in the resolution of 18 June, I again dispatched the letter entered therewith, and receiving in turn upon that His Highness's missive to be found in the resolution of 16 November of the said year, we were obliged to decide, since here too with this Maratha prince nothing seemed possible without substantial presents, to let the matter rest until the venerated orders of Their High Excellencies shall have been received. §156 While the successive resolutions taken at this factory on this subject can demonstrate that until now, through the dispatch of some presents (less, however, than what was given to the Nawab or the English Government at the time we were in full possession of the trading post), I have been so fortunate as to conserve and preserve for the Company the privilege of duty-free export, which otherwise would cause the linens coming from and via Brootchia to rise between 3 to 4 percent in price. No. 155 On trade. Having thereby arrived at the main section, Trade, that main artery of the Company, it would be superfluous if I were to expatiate on the origin, necessity, and usefulness of the same in general; such is all too well known, and abler pens than mine have long since made the world understand the preeminence that belongs to a mercantile State. I shall therefore confine myself solely to that trade which the Noble Netherlands Company conducts in, or rather through, this Directorate in particular. 1156 And I find myself initially obliged, in answer to the question whether the profits obtained here through trade are still of such value that this Directorate is of actual importance to the Company, to declare frankly that, notwithstanding that one may rightfully complain of a general decline in trade, and also many of my predecessors in particular have sung Jeremiah's laments over the decline of trade at Surat, this Directorate with regard to the profits obtained here through trade is not less important than a century ago; yea, 291 nay, on the contrary, that it currently yields greater profits than ever before, while the expenses are much lower. I say deliberately "obtained here through trade," because if the returns to the Netherlands and the Indies are not as substantial as a century ago, and indeed that not as many profits are now obtained thereon, this is by no means the fault of Surat, as the same would still be obtainable, but it is caused because some goods are fetched from other Western trading posts; that the Company now has others, and among them also the principal article of Indigo, in its own lands, and that trade is more general. I also add greater profits, for I can by no means deny that Surat produced greater profits in former times when 10 and 11 ships arrived annually, as at the end of the previous century and still [illegible] as from 176 3/4 to 176 8/9, than in the last 10 years, when only two arrived per year, and in 1784/5 and 1785/6 when in both years only one and two-thirds of a ship's cargo was brought; but this is also beyond the fault of this Directorate, as no one can trade more than what he has on hand. 1157 1158 Yet perhaps this assertion of mine will not seem very orthodox to many, while the Lords Majors themselves, be it said with respect, no longer seem to attach such a value to this Directorate as previously, and therefore necessity compels me to demonstrate my opinion with undeniable proofs, to which purpose it appears §159 Firstly, from a comparison of the profits of this Directorate from the year 1662/3 to the year 1762/3, being a century, in which time they amounted, as is shown hereafter in the appendix under Lit. C, to heavy money ƒ 435095:- 8 each year, taken on average, being a profit of 141 1/8 percent on the entire import, and 69 1/2 percent on the bulk trade goods, excluding the spices, compared to those of the following 18 years before the war or from the year 1763/4 to 1781, when on average they amounted to ƒ 451883. 2, being 184 7/48 percent on the entire import, and 88 7/24 percent on the bulk trade goods alone; showing that the profits of the last 18 years exceeded the preceding century each year by ƒ 16788:1:8 in money, together with 43 7/48 and 18 3/4 percent in higher profits. 1160
Dutch transcription
289 dog alsoo by hem, niets dan door aansienlyke ten berusten Een solvryen uyt= veert geworden was, te soeken ten eynde te beproeven af er buijten ge¬ schenken en ongelden geleegenthyd soude weesen, om Brootchia van syne Hooghyd terug te kry= gen. Hebbe ik ten dien eynde, naa dat aan voormelde vorst tot tweemaalen toe geschreeven had, sonder ant= geschenken te doen woord te ontfangen, gesonden de brief die ter re= was, heb ik het la=solutie van den 9 Mey 1785 ingeschreeven is en waar op ontfangen hebbende, het antwoord g'in¬ sereerd by besluyt van den 18 Juny, liet ik weeder afgaan de daar meede ingeschreeven brief, en daar op weeder ontfangende Syn Hoogheyds mis¬ sive te vinden in de resolutie van den 16 november des geseyde Jaars, hebben wy moeten besluyten om, daar er tog ook, by deese Marettas vorst niet te doen scheen, sonder aansienlyke geschenken, de saak te laaten krusten, tot Haar Hoog Edel= heeden gevenereerde beveelen sullen ontfangen sin §156 Terwyl de successive over dit onderwerp deeser Factorije daer is egter geconsergenoomene resolutien kunnen aantoonen, dat ik tot nog toe door de afsending van eenige geschenken /: minder egter als aan de Nabab of de Engelsche Regeering is gedaan ten tyde wy in de volle be¬ sitting waaren van het Comptoir:/ soo gelukkig ben geweest om de maatschappye het voorregt van den Tolvrijen uijtvoer te Conserveeren en te bewaren N153 het en van meer bleven van en van die in vraage of de voordeele leegenthyd maakt der dan een Eeun geleeden het geen anders de Lywaaten van en over Brootehi koomen tusschen de 3 à 4 procente in prys Soude doen rysen. N. 155 van den handel Hier meede genadert synde tot het Hoofddeel van den Handel die Hert-ader van de maatschappen soo soude het overtollig syn, wanneer ik wilde uytweyden over den oirsprong, noodsakelykhyd en nuttighyd van deselve in het algemeen, sulx is al te wel bekend, en bekwamer pennen dan de mynen heb ben seedert lange aan de waareld leere kennen, den voorrang welke aan een mercantiele Staat toebehoord ik sal my dus alleen bepaalen aan dien Handel Directie in t' bijsonde welke de Edele Nederlandse Compagnie in of eygentlyk door deese Directie drijft. 1156 En verde ik my aanvankelyk verpligt om in derselve deese Di=andwoord op de vraage, af de voordeele welke rectie van aangehier door den handel worden behaald, als nog van die waarde Syn, dat deese directie van dadelyke aangeleegenthyd voor de Maatschappye is, rond¬ borstig verklaaren, dat niet tegenstaande men met regt over een generaal verval in den handel klagen mag, en ook veele myner predecesseuren al in het bisonder over het verval in den handel op Souratte Jerimias klaagliederen gesongen hebben, deese Directie ten aansien van de voordeele welke deselve syn neet min hier door den Handel worden behaald niet minder¬ van aangeleegenthyd is dan een Eeuw geleeden, Ja 291 en de laster lager g'extendeerde aan= de winsten syn grooter Ja ter Contrarie dat deselve tans grootere win¬ sten geeft, dan ooyt bevoorens terwyl de lasten veel lager syn Ik segge voorbedagtelijk die hier door den han¬ wysing daar omtrent del worden behaald, om dat soo de retouren na Nederland en Indien soo aansienlyk al niet syn als een Eeun geleeden, immers dat daar op soo vee¬ le voordeele nu niet behaald worden, sulx geen= sints de schuld van Souratta is, alsoo deselve nog te krygen syn soude, maar veroorsaakt word om dat sommige goederen van andere westersche Comptoiren worden gehaald; dat de maatschappije andere, en waar onder meede het voornaame articul van de Indigo, thans in haare eygene Landen heeft, en dat den handel algemeener is, ook vaege ik er by grotere winsten want ik kan geensints tegenspreeken, dat Souratten meerdere win¬ heeft afgeworpen, in vorige tyden toen er jaarlyx 10 en 11 scheepen als in het laast van de vorige Eeuw en nog 1 als van 176 ¾ tot 176 8/9 aankwamen als in de 10 laaste jaaren, wanneer er s Jaars maar twee, en in 1784/5 en 178 /6 toen er in byde jaaren maar Een en twee derde scheeps lading aangebragt is, dog sulx is ook al buyten schuld van deese Directie, alsoo niemand meer kan vernegotieeren dan hy aan handen heeft 1157 1158 geblykende uyt wonster 1158 Dag mogelyk sal deese myne adsertie, aan veele niet seer orthodox te vooren koomen, terwyl de Heeren Majores selfs, het sy in Eerbied gesegt sulk eene waarde niet meer in deese Directie schynen te stellen, als wel bevoorens, en daarom dwingt my de noodsakelykhyd om uit myn gevoelen met onweederspreekbaore bewysen te betoogen, waar toe diend dat het geblykt §159 mo uyt eene vergelyking van de winsten deeser eene vergelyking der Directie van den Jaare 166/3 Agt den jare 1767/3 synde Een leun, in welke tyd deselve hebben be= dragen, soo als hier agter by de bylage onder La C word aangetoond, swaargeld ƒ 435095:- 8 ider jaar het een door het ander gereekend, synde een winst van 141 1/8 pC:o: op den geheele aanbreng, en 69½ pCto: op de groove handelwaaren, buyten de speceryen, tegen die van de daar op volgende 18 jaaren voor den oorlog ofte van den Jaare 1763/4 tot 178 /, wan= neer deselve door den andere geslaegen bedraegen ƒ451883. 2 dan wel 184 7/48 PCto op den geheele aanbreng, en 88. 7/24 PrCto op de groone handelwaa¬ ren alleen, dat de voordeelen van de laaste 18 Jaaren de voorgaande Eeun syn te boven gegaan ider Jaar ƒ 16788:1:8 in gelden, mitsgaders 43 7/48, en 18¾: pC:to en hoogere winsten 1160 hee
English
293 1160 and the burdens. Part for the Company. Anticipated objection. And secondly: And thus it appears from a similar comparison of the burdens of the years 167/ to the year 176 2/3, when on average they amounted to ƒ 128433:3: - per year, against the last 18 years before the war, or from 176/¾ to 178/, when they were only ƒ 83622:19 each year, that the burdens in the second epoch were less than in the first by ƒ 44810:4: - see annex letter D. And when one now adds the aforementioned reduced burdens to the increased profits of ƒ 16788:1:8, it is clear that when this directorship was taken by the English, it was, in the aforementioned last 18 years, each year of ƒ 61598:5:8 greater benefit to the Company than it had produced per year in an entire century before, and which benefits would now after the war have been much greater still, had there been an opportunity to be supplied with 2 to 3 shiploads of merchandise, as has already been shown in the beginning of this § 13, there being no example of such considerable advances having ever been achieved as in the preceding and this year, when 135 percent was gained on the coarse merchandise alone and 258½ percent on the entire import. Was in the last 18 years before the war of greater benefit than an entire century before. 1161 Refuted. But perhaps I will encounter this objection, that the Company, especially at the end of the previous century, received more substantial returns from here, whereby the general profits of the Company increased far more than at present, and such seems at first glance to be the case indeed, yet the same soon disappears when one also observes in this regard that trade with Surat at that time was conducted with between 7 and 11 ships per year, and that, whilst for the import at that time no more were required than 3 or at most 4 ships, the charges of the remainder had to be found solely out of the profits of the returns, for the retrieval of which they served, whereby those must have become considerably less. 1762 And to show that the Company even at that time did not obtain greater benefits than at present, indeed that the present state of this Directorship is by far to be preferred, I have appended here below under letter C a comparison of those years that the Noble Company traded most heavily here, being the years 169 2/5, 9 7/6, 9 6/7, 9 7/8, and 9/9, against the five last years before the war, or from the years 177 6/7, 7 7/8, 7 8/9, 79/80, and 178/, which clearly shows that the Company in the first-mentioned epoch of 5 years, in which 47 ships were here for trade, imported each year, calculated on average, merchandise to the amount of ƒ 385819:16:, that it gained thereby ƒ 602521:6: - while the burdens amounted to ƒ 168089:11:8, further that the sales yielded ƒ 988341:2:8 and the purchases or the dispatched returns yielded ƒ 721647:13, whereby the share that Her Nobleness had in the Surat trade consisted of ƒ 1709988:15. 1163 195 No. 163 Amounts of the profits and burdens. And that, on the other hand, in the last-mentioned period (which I have chosen because it is closest to the present time, and we had the fewest ships in it), 10 ships were here for trade, of which one was partially unloaded at Cochin, which, calculated on average each year, imported for ƒ 254973:18 in merchandise, upon which was gained ƒ 436495:9, while the burdens amounted to ƒ 65323:3, the sales having yielded ƒ 732360:15 and the purchases or dispatched returns ƒ 553056:5, and thus the Company participated in the general trade here with ƒ 1285415: annually. Which table shows that the Company, when one calculates the years of the aforementioned periods, respectively, on average, brought in the first-mentioned, or from 169 1/5 to 169 8/9, with a trade of 9 2/5 ships, only ƒ 130945:18:8 more to market, than it did with merely two ships in the last-named, and gained only ƒ 166025:17 more, and that if from these so trifling greater benefits one subtracts the greater burdens of the old, in comparison with those of the present time, at ƒ 102766:8:8, being the difference between the two periods, there remains only ƒ 63259:8:8, an unmentionable sum when one observes the considerable charges which the Company at that time had to bear for 9 2/5 ships instead of 2 ships, in so far as the greater dispatched returns 1164 consequence.
Dutch transcription
293 1160 ende der Lasten deel voor de Compe: gewaarde tegen werping En 2de: En alsoo geblykt het, uyt eene gelyke vergelyking van de Lasten van de jaaren 167 / tot den jaare 176 2/3 toen se bedragen hebben het eene Jaar door het andere ƒ 128433:3: - sjaars, meede tegen de laaste 18 jaaren voor den Oorlog of van 176/¾ tot 178 / wanneer se ider jaar maar syn geweest ƒ 83622:19, dat de Lasten in de tweede Epoque minder syn geweest, dan in de eerste ƒ 44810:4:- vide bylage L:a D. en wanneer nen de voorsz: mindere lasten, nu addeert tot de meerdere winsten ad ƒ16788:1:8, soo is het klaar, dat deese directie toen se door de Engelschen genoomen Is in de laaste 18 wierd, in de voorssz: laaste 18 Jaaren ider jaar ƒ 61598:5:8 jaaren voor den Oor: van meerder voordeel voor de maatschappye geweest is, dan se in een geheele Eeun bevoorens s' jaars ge¬ geweest aan een ge-daan heeft, en welke voordeelen nu na den oorlog nog heele leun bevoorens veel meerder soude geweest syn, was er mogelykhyd geweest om met 2 a 3 scheeps ladingen aan handel waaren te worden voorsien, soo als in den aanvang deeses S 13 bereets is getoond, synde er geen voorbeeld dat er ommer sulke considerable advancen behaald syn als in het voorgaande en dit Jaar, wanneer er 135 pC:to alleen op de groove handelwaaren en 258½ Procento op den geheele aanbreng gewornen is 1161 Maar misschien ontmoet ik deese tegenwerping, dat de Compagnie voor al, in het laast van de vorige Eeun, aansienelyker retouren van hier kreeg, waar door de generaale winsten van de maatschappyje veel meer, als tans geaccresseerd wierden, en sulx schynd in den eerste opslag ook alsoo te sin, dog deselve ver¬ =log van meerder voor= =dwynt wederlegd dwynt spoedig, wanneer men ook hier omtrent aanmerk in dat den handel op dien tyd op souratta gedreeven wierd met tusschen de 7 en 11 scheepen s Jaars, en dat, terwyl er tot den aanbreng toenmaals ook geen meerder vereysch wierden als 3 of uyterlyk 4e scheepen, de ongelden van de overige alleen uyt de winsten van de retouren, tot welkers afhaalse dienden moesten gevonden worden waar door die aanmerkelyk minder sullen geworden weesen. 1762 En om te doen sien dat de maalschappy selfs toen ter tyd geen meerdere voordeele heeft behaald, als tang Ja dat de tegenswoordigen staat deeser Directie verre de voorrang toekomt, heb ik hier agter onder La: C gevaegd, eene vergelyking van die Jaaren dat dat de Edele Compagnie alhier het Sterkste heeft ge¬ negotieert, sinde Ao 169 2/59 7/69 6/7 9 7/8 en 9 /9 tegen de vyf laaste Jaaren voor den oorlog of van Ao: 177 6/7 7 7/8 7 8/9 79/80 en 178/, welke duydelyk aantoond) dat de Maatschappye in de eerst gemelde Epogue van 5 Jaaren, in welke hier 47 Scheepen ter hanael ider Jaar, syn geweest, heeft aangebragt ^ het eene jaar door het andere gereekend, aan Coopmanschappen voor ƒ 385819:16: dat sy daar meede heeft gewonne, ƒ 602521:6: - terwyl de lasten hebben bedraagen ƒ 168089:11:8 voorts dat den verkoop ƒ 988341:2:8 en aen inkoop of de versondene retouren ƒ 721647:13 hebben gerendeert, waar door het deel dat haar Edele in de Souratse handel had, heeft bestaan in ƒ1709988:15 1163 195 N 163 bedraagen der win= sten en lasten En dat daar en teegen in het laast gemelde tydperk (: het geen ik gekoosen heb om dat tot de presente tyd het naaste is, en wy daar in de minste scheepen gehad heb¬ ben :/ hier ten hanael syn geweest 10 scheepen van welke de eene op Cochim een wynig ontlaaden was het een jaar door het andere gereekend ider Jaar die ^ aangebragt hebben voor ƒ 254973:18 aan handel waaren, waar op gewonnen is ƒ 436495:9, terwyl de lasten bedroegen ƒ 65323:3 hebbende den verkoop ƒ 732360:15 en den Inkoop of versonde Rethouren ƒ553056:5 gerendeert, en dus de maatschappy in den gemeene handel alhier geparticipeert met ƒ 1285 415: Jaarlyx welk Tafereel aantoond, dat de Maatschappye, wanneer men de Jaaren van voorengemelde tydperken, respective, het eene Jaar door het andere reekend, in het eerst gemel= de of van 169 1/5 tot 169 8/9 met een handel van 9 2/5 schip, maar ƒ 130945:18: 8 meer ter markte gebragt en, ^dan sy met eeniglyk twee scheepen, in het laastgenoemde gedaan heeft, slegts ƒ 166025. 17 meerder gewonnen heeft, en dat als men van deese soo geringe meerdere voordeelen de meerdere Lasten van de Oude, in vergelyking van die van de tegenswoordige tyd eens aftrekt, met ƒ 102766:8:8 synde het verschil tusschen de beyde tyden, so schiet er alleen maar over ƒ 63259:8:8, eene niet noemens waardige somme wanneer men aanmerkt de aansien lyke ongelde, die de Compagnie toenmaals heeft moeten draagen van 9 /5 schip in Steede van 2 scheepen voor soo verre de meerder versondere re= 1164 touren gevolg
English
trade here The sale of spices in 30 years totaled only ƒ 168593:7:8, which could not counterbalance the expenses. Section 165 Having thus demonstrated that the trade of the Noble Company in Souratta during the last 18 years before, and the two elapsed years after, the war, has been carried on more profitably than in an equal period before, order now requires that I point out which are the articles in which the Company can negotiate here with the greatest profit; and these consist of Cloves, Nutmegs, Mace, Powder Sugar, Japanese Bar Copper, Tin, Lead, Elephants' Teeth, and Tortoiseshell. Number 166 Regarding the Spices, the average annual sale before the War over 30 years was 47000 lb of Cloves, 20000 lb of Nutmegs, along with 6 to 8 Socquols of Mace; and whereas on the one hand I cannot think that there is any decrease to be feared in these, with the exception of Nutmegs, of which the consumption is not so great, provided the prices are not increased very much, for in that case the sale will drop considerably, and if they are not imported by private ships, as sometimes happens when they purchase the same at Batavia or other factories of the Company, as took place with the Portuguese merchant Ribeyro, so I also cannot imagine that a price reduction would increase the consumption, because also of the Sugar because, since they are only used by the wealthy native in his dishes and by the Marathas with their betel, a slight price reduction can by no means make the common man a large consumer of the same. Powder Sugar has been sold here over 18 years, namely from 1751/2 to 1776/7, on average one year with another, for well over 5500 Canasters (during the last 5 years there has seldom been so much on hand), and that quantity can be sold here for a reasonable price, provided that, as I have said hereinbefore in section 14, no excessively large quantities are imported from China and Bengal. I would, however, act in bad faith if I did not add here that the Company can seldom expect such a price as that obtained by the Diamant in March last, as this was an extraordinary case without precedent, mainly to be attributed to the great scarcity caused by the bad crop in Bengal and China as well as at Bassein, at which last-mentioned place sugar is cultivated that equals the Batavian in whiteness, yet has this defect, that it causes milk to curdle or separate when boiled therein, and serves as a major substitute when sugar is extraordinarily expensive, as has been said hereinbefore in sections 21 and 22. Number 167 Number 168 Number 168 Of what benefit this branch of trade now is to the Company, I must respectfully leave to the more enlightened judgment of my High Superiors; I only pray that I may be permitted to offer for humble consideration whether, assuming that the Company, after deducting everything that a merchant could possibly calculate for charges of freight, interest, insurance, douceurs, etc., can still gain 15 to 20 percent according to the model sugar account of 1777—being 27 5/8 percent gained on the cargo of Trompenburg according to the accompanying copy account Letter F—it is not advisable, also for the best and to the benefit of the Batavian Colony, to lift it up again from its languishing state and to expand it, since, as the Gentlemen Majores themselves were pleased to state in their missive to Their High Mightinesses of 10 October 1764, it is necessary in this matter that the prosperity of this Colony goes hand in hand with that of the Company. Number 169 The sale of Japanese copper yearly Of Japanese bar copper, 300,000 lb can be sold here annually if it pleases Their High Mightinesses that one may follow the market therewith. The fixed price has already been unobtainable for 10 years; in the last years before the War, one could not sell it higher than 57½ rupees per 100 lb, with a discount of 2 percent, and although in the last two years it was indeed disposed of for 59 rupees per 100 lb, or 73 3/4 rupees per picol, being almost the fixed price, such is no longer possible now that the English, having cast their copper into small bars just like the Japanese, which they import in considerable quantities, sold it here on 31 May of this year out of great scarcity of money at public auction for 16¼ rupees per maund, making 58 rupees per picol, and thereby shamefully spoiled the market; and although it is quite conceivable that it will recover again as soon as the supply is not so large and the lack of money is no longer so pressing, it is nevertheless, in my humble view, unavoidable that the Company will be forced now and then to adapt itself more to the market, or otherwise be obliged to let the same lie unsold. Of Tin Number 170 Souratta can consume 120,000 lb of Tin annually, provided the English do not sometimes bring in large amounts from Bencoolen; and although one cannot flatter oneself with such high prices as were stipulated for it in March of this year, I nevertheless think that it will always be able to fetch between 45 and 50 rupees per picol, which exceeds the price in Europe. Number 171
Dutch transcription
handel alhier Den vertier van speceryen in 30 jaaren tot touren slegts ƒ 168593:7:8 die ongelde niet konde op weegen. § 165 Dus dan hebbende betoogd, dat den handel van de Edele Compagnie te Souratta, in de laaste 18 jaaren voor, en de twee vervloten jaaren na, den oorlog, voor- deeliger gedreeven is, dan in een leun bevoorens, soo vordert de ordre, dat ik thans aanwise, welke de articulen syn, waar in de maatschappye hier met de Articulen van den meeste winsten negotieeren kan, en deese bestaan in de Garioffel Nagulen, nooten Muscaaten, Foely suyker Paeder, Japars Staaf koper, Thin, Looth, Elephants tanden en Carret af Schildpadshoorn. 1166 Aangaande de Specerijen soo is den vertier voor den Oorlog in 30 jaaren door een geslaagen geweest, van de Nagulen 47000 lb, Nooten Muscaaten 20000 ed met 6 a 8 Soekels Foely, en daar ik aan den eene kant niet denken kan, dat men daar in buiten de Nooten, waar van de Consumtie niet soo veel is, een vermindering te vreesen heeft, soo de prysen niet seer vergroot worden want in dat geval sal den vertier aanmerkelyk daalen, en als niet door Particuliere scheepen worden aangevaerd, soo als somtids geschiet, wanneer die deselve op Batavia of andere Comptoiren van de Compagnie koopen en plaats gehad heeft met den Portugees koopman Ribeyro, soo kan ik my ook niet voorstellen, dat een prys vermindering den sleet vermeeraeren soude want 297 meede van de Suy= want terwyl alleen gebruykt worden, by den Ryken Inlander in syne spysen en door de marettas by haare beetel, soo kan een geringe prys vermindering den gemeene man tog geensints tot een veelgenoot van deselve maaken suyker Poeder is hier geduurende 18 Jaaren, te weeten van 175/2 tot 177 6/7 het eene jaar door het andere ver¬ kogt ruym 5500 Cannassers(de laaste 5 jaaren is er selden soo veel aan handen geweest:/ en die gaan¬ „titeyd kan hier voor een raisonnable prys gedebiteerd worden, mits er soo als ik hier vooren 814 hebbe gesegd geene al te groote quantiteijten uijt China en Bengalen worden aangebragt, ik soude egter ter kwaader trouwe handelen, wanneer ik hier niet byvoege, dat de maatschappy sulk eene prys als die van de Diamant in maart laastleden gehaald heeft, selden verwagten kan, als Synde sulks een buyten gewoon geval waar van geen voorbeeld is, en voornamentlyk toe te schriven aan de groote schaarsheid, veroorsaakt door het sleg¬ te gewas in Bengalen en China soo wel als op Bassyn, op welke laast gemelde plaats, Suyker, gecultiveert word die in withijd de Bataviase evenaard, dog dit gebrek heeft, dat se de melk wanneer daar in gekookt word kaasen of schiften doet, en tot een groote vervulling strekt wanneer de suyker Extra ordinair, duur is, soo als hier vooren & 21 en 22 is gesegd 1167. N 168 ter bo 1168 van welk voordeel nu dien tak van Negotie voor de Maatschappye is, moet ik Eerbiedig aan het verligter oordeel myner Hooge superieuren ge¬ refereert laaten ik bedde eeniglyk dat het my toegestaan sy in nedrige Consideratie te geeven, of het ondersteld, dat de Compagnie daar by na af¬ trek van alles wat een koopman met mogelykhyd voor ongelde van vragt Interest Assurantie douceur etz: bereekenen kan, volgens het model suyker Rekening van 1777 nog 15 a 20 procento gewinnen kan, synde op aen aanbreng van Trompenburg val= gers de bygaande kopie rekening Lra F 27 5/8 pC:to gewonnen, niet te raaden is, om deselve, mede ten beste en tot voordeel van de Bataviase Colonie„ weeder uyt haare kwynende staat op te beuren en uyt te breyden, terwyl het soo als de Heeren Majores by haare missive aan Haar Hoog Edel heeden, van den 10 october 1764, selfs gelieven te seggen, noodig is, dat in deesen den welvaard deeser Colonie met die van de Maatschappye gepaard gaat N 169 den sleet van het Japans Staafkooper kan hier Jaarlyx gesleeten Japans kooper Jaar: worden 300'000 ld wanneer het Haar Hoog Edelheden behaagt, dat men daar meede de markt volgen mag, de bepaalde prys is, daar voor seedert to Jaaren al niet meerder te krygen geweest, in de laaste Jaaren voor den Oorlog heeft men het selve lyx 299 van het Thin selve niet hooger kunne verkoopen als 57½ ropyen de 100 lb onder kortinge van 2 pCto en schoon in de twee laaste jaaren wel van de hand geset is voor 59 rop:s de 100 ed, of 73 3/¾ rop:s de pical synde byna de bepaalde prys, soo is sulx thans niet meer mogelyk, nu de Engelschen haar koper even als het Japanse aan Staafjes gegaoten, dat in aansienlyke quantiteijten uytbrengen op den 31e mey deeses Jaars uyt groot geld gebrek alhier by openbaare vendutie voor 16¼ ropyen de maon makende 58 8 ropyen de picol verkogt, en daar door de markt schandelyk bedorven hebben, en schoon het wel te denken is, dat de selve sig weeder herstellen sal, soo ras den aanbreng niet soo groot en het gebrek aan geld niet meer soo pressende is soo is het egter, na myn gering insien onvermydelyk of de Compagnie sal genood¬ saakt syn, nu en dan sig meerder na de markt te schikken of anders het selve onverkogte te moeten laate leggen 1170 Tin kan souratta jaarlijx verteeren 120000 ed soo de Engelschen niet somtyds van Benevelen veel aanbrengen, en schoon men sig ook al met sulke hooge prijsen als daar voor in Maart deses jaars bedongen is, niet vlyen kan, soo derke ik egter dat hetselve steeds tusschen de 45 en 50 ropyen de picol sal haalen kunnen dat de prys in Europa te booven gaat 1171
English
For the other branches of trade, such as lead, elephants' teeth, and carret, I cannot determine the prices so well, because the first two mentioned are not especially traded by the Company, and the last mentioned is more rarely to be had. I cannot, however, depart from this subject without noting that the foregoing estimates have been drawn up according to the ordinary course of trade and an ordinary market, and that, notwithstanding I have made them in the best of faith and after an exact investigation, they will nevertheless be more in some years and less in others, as there is beyond all dispute no office of the Company in the Indies that is so much subject to daily and completely unexpected, indeed unforeseeable, falls and rises of the market, not only because of the sometimes heavy arrivals from all nations, which is very natural, but even without that, because of the large money transactions of the English. For no sooner do a number of bills of exchange arrive from Bengal than the batta or discount on money rises to 4 to 5 percent. This immediately has a corresponding influence on the trade, because the money becomes 4 to 5 percent dearer. We currently have the unfortunate experience of this, for the English administration in Bengal sent over here in August last, for the payment of the arrears of their troops who threatened to plunder Bombay, an amount of 1,400,000 or 14 lakh rupees in bills of exchange drawn on the Surat bankers, who were able to settle them at 85 rupees for 100, or a 15 percent discount. This has caused such a scarcity of money that the discount has risen to as much as 8 1/4 percent, so that anyone wishing to negotiate money receives no more than 91 3/4 for the hundred, and consequently this must cause all merchandise, at least that which must be paid for immediately, to fall in price by the aforementioned 8 1/4 percent for that period or upon collection. Now, as regards the profits and charges, I have already cited above in paragraph 163 how much they amounted to during the last 5 years before the war, taking one year with another on 2 shiploads, namely the profits ƒ 436,495:9 and the charges ƒ 65,323:3; in the last two years yielding profits on one and two-thirds shiploads, one year with another, of ƒ 255,128:8:8, and the charges each year ƒ 50,490:15:-, so that if this Directorate could have been accommodated with only two shiploads, the benefits of these years would have far exceeded those of the previous ones. And concerning the internal administration that relates to trade, I shall, with respectful reference to the Memoirs of the Noble Gentlemen Schreuder, Taillefert, and Senff, who have all described the same in detail, limit myself solely to the procurement and sale. Regarding the first, or the procurement and purchase, it is necessary that the contracts for the return goods, or properly speaking of the textiles, printed cloths, and cotton yarns, be concluded in the early part of the year and no later than the month of May, so that the contractors have the opportunity to conclude their contracts at Ahmedabad, Baroda, Broach, and Jambusar, where most assortments are manufactured, or to send their requisitions before the rainy season. It being a matter that suffers no contradiction that the textiles manufactured during that period are worth 10 percent more than those made in the fair monsoon, when the drought is so severe that it causes the yarns to break; and all printed cloths, such as the fine chintzes, tape chindes, and cotton patolas, must be contracted for a year in advance, because they must be printed in the cold season and thereafter lie in the bleachfields for fully a month and a half, which must also be done with the silk patolas if one wishes to procure a good quantity of them. The contracting must take place undivided, to the same contractors. This has already been demonstrated by the Noble Gentleman Schreuder in his Memoir, chapter on Commerce, page 169, and in the Memoir of the Noble Gentleman Senff from pages 96 to 102 proven with great force of argument, which is corroborated by experience. Yet from this, the doubt will perhaps arise whether it is then not better to abandon Broach, seeing that the charges borne by the Company there, amounting to ƒ 3,827:8:8 annually, will be as much as the higher price of the textiles coming from there would amount to in case one were subject to paying the tolls. But regarding this, I take the liberty to say that the Noble Company ought not to abandon Broach, if it can otherwise be regained, indeed not even if the charges already compensated for the tolls, as it is the only check upon the suppliers, who will always be more pliable when one is in a position to conclude the contracting at Broach as well. The collection of the textiles begins in September, and usually the first inspection or bazaar of the same takes place on the Hindu festival of Ceres, around the middle of October, when the vessels also go to the north for the first time to fetch the goods.
Dutch transcription
de overige tekken van de overige takken van den Handel als het van den handel Looth de Elephants tanden en de Carret kan ik de prysen soo wel niet bepaalen, alsoo de twee eerst gemelde niet soo bysonder van de Maatschappy en de Laast gemelde selder te krygen is. 1172 Ik kan egter van dit onderwerp niet schyden, sonder aan te merken dat de voorenstaande begrootinge volgens de gewoone loop van den handel en een ordinaire markt gesteld syn, en dat, niet teegen= staande ik deselve met de beste trouwe en na een exaet ondersoek hebbe gemaakt, se egter in som¬ mige jaaren meerder en in andere minder weesen sullen, alsoo er buyten alle tegenspraak geen Comp¬ toir van de maatschappyje in Indien is, dat soo veel aan dagelyxe en volstrekt onverwagte, ja niet te voorsiene daalinge en rysinge van de markt, onderheevig is, niet alleen door den somtyds sterken aanbreng door alle natien, het geen seer natuurlyk is, maar selfs, sonder dat door de groote geld nego= =tiatien der Engelschen, want soo ras koomen er geen aan tal wissels uyt bengalen, of de batta of Rabat van het geld ryst tot 4 a 5 pCt: dit heeft immediaat een gelykstandige in vlaed op den - handel, om dat het geld 4 a 5 pcto duurder word, wy hebben hier van thans de ongelukkige ondervinding want het Engelsche ministerie en bengaalen in Augustus Laastleeden weeder na herwaarts tot § 171 of betaling 301 De voordelen deeser ge kunnen geriefd ven gegaan had men afbetaalinge der agterstallen van haare troupes die Bombay dreygde te plunaeren, hebbende overgesonden een bedraagen van 1400000 of 14 Lak ropyen aan wissels op de somatse ban= =quiers welke die kunne voldaen met 85 ropjen voor de 100 of 15 procento discompt, heeft sulx sulkse een duurte in het geld gemaakt dat het Rabat gereesen is, tot wel 8¼ procento, sodanig dat iemand welke geld negotiëren wil, niet meer= der als 913/¾ voor de hondert ontvangt, en dit moet by gevolge alle Coopmanschappen, ten minste die dadelyk moeten worden betaald, voorsz: 8¼ procento voor dien tyd of by den afhaal en prys doen dalen 1173 wat ni betreft de winsten en lasten, soo hebbe ik jaaren soude de hier vooren S 163 reets aangehaald hoe veel deselve voorige syn te bo= hebben bedraagen geduurende de 5 laaste jaaren met 2 scheepsladen voor den oorlog het eene jaar door het andere op 2 scheepsladinge te weeten de winsten ƒ 436495: 9 en de lasten ƒ 65323:3 - in de twee laaste jaaren rendeerende winsten op een en twee derde Scheeps¬ Lading het eene jaar voor het andere ƒ 255128:8:8: en de lasten yder jaar ƒ 50490:15:-. sulx dat wanneer deese Directie met slegts twee scheepsladingen had kunne worden geriefd, de voordeelen van deese Jaaren die van de vorige verre soude sijn te bovengegaan § 176 En belangende de huyshoudelyke verrigtingen - worden rigtinge die haar Inkoop De Lywaaten in verscheelen 10 pCo. in waarde boven de an= wel Huyshoudelyke ver die tot den handel haare betrekking hebben, soo sal ik (:onder Eerbiedige referte aan de Memorien handel hebben en van de Edele Heeren Schreuder Taillecert en serff die alle deselve omstandig beschreeven hebben:/ mij alleen bepaalen tot den Insaam en aen verkoop betrekking tot den N175 tot den Insaam en Omtrend de Eerste af den Insaam en Inkoop, soo is het noodig dat de aanbesteedingen der retouren of eygentlyk der Lywaaten, gedrukte kleeden en kattoene gaarens geschied, in het vraeg jaar en niet later als de maand van mey, op dat de aan- neemers geleegenthyd hebben om haare Contracten te Amed Maath, Brodera Brootchia en Tamboeser, alwaar de meeste sorteeringe worden vervaardigt, te kunnen sluyten afte wel haare petitien te senden voor den regentyd § 176 Als synde het eene saak die geen tegenspraak de regen tyd gemaaktlyd, dat de Lywaaten die gedurende die tyd worden geweesen 10 pco meerder waardig syn, als die welke in de goede mousson, wanneer de droogte soo sterk is dat het de gaarens breeken doed, worden vervaardigt, en moeten alle gedrukte kleeden als de fyne Chitsen, Tape kankenia, en ka= toene patoolaas een jaar bevoorens worden aan besteed, om dat in de koude tyd gedrukt, en daar na wel anderhalve maand ter bleeke, leggen moeten, het geen ook moet geschieden omtrent de syde Patoolaas, wil men daar van een goede quantiteyd insaamelen deren 403 1177 De aanbesteeding schieden De Insaam in sep= tember De Aanbesteeding moet geschieden onverdeelt, aan de moet onverdeelt ge=selve aanneemers, dit is bereets aangetoond door den Edelen Heer Schreuder by syne memorie Capittel van den koophandel pagina 169 en by de memorie van den Edelen Heer Serff van D 96 tot 102 met veel kragt van reedenen beweesen, die door de ondervinding gestaafd worden, dog hier uyt sal moo= gelyk deese twyffeling ontstaan of het dan niet be¬ ter is Brootchia maar te laaten vaaren, aangesien de lasten die de Maatschappy aldaar draagd tot ƒ 3827:8: 8 Jaarlyx soo veel sullen bedraagen als de meerdere prys der Lywaaten die van daar koomen, sullen daen, ingevalle men aan de thal te betaalen onderworpen was, dan hier omtrend neem ik de vry= heyd om te seggen, dat de Edele Compagnie Broot¬ „chia niet behoord te Abandonneeren, kan het an= ders terug gekreegen worden, Ja selfs dan niet wan¬ neer de lasten de thollen al Compenseerde, alsoo het den eenige breydel is voor de Leveranciers, die altoos rekkelyker weesen sullen, wanneer men in staat is de aanbesteeding ook te Brootchia te doen § 178 De onsameling der Lywaaten begint in september, en gewoonlyk is de Eerste besigtiging af bazaar derselve op het Heydersfeest van Ceres omtrend het midde van octoober, wanneer ook de vaartuij= „gen voor de eerstemaal om de noord ter afhaal van het —
English
that which is already in readiness be sent, which voyage must thereafter be repeated 2 to 3 more times. The Bazaar takes place in the warehouses or the old lodge in the city, by the Director and Council. They inspect every piece. Those pieces which, being deficient, do not conform to the samples are rejected and locked away in a separate room, in order to prevent them from being mixed again with the accepted goods by deceitful hands. The pieces of linen which are accepted with respect to their quality and virtue, for which the Director and Council are responsible, are thereafter, and before they are packed according to orders, measured by the bazaar commissioners and inspected for whether they also contain holes and darns at times, in which case all pieces found to be so are confiscated to the benefit of the aforementioned commissioners, who, alongside the suppliers, are accountable for everything found deficient in the packs, the former for one fourth and the latter for three fourth parts. And finally, the printed cloths are similarly bazaared or inspected twice in the same manner: first, when the raw linen comes from the loom, at which time the accepted pieces, stamped with the Company's seal, are delivered to the printers; and for the second time when it is printed, when one only inspects whether they are well printed and in accordance with the samples. Of the remaining return goods, the medicinalia, the gums, and the drugs are delivered by the Chief Surgeon, and the kapok, wheat, putchuk, and cutch by the lowest bidder based upon chosen samples, and are accepted by the Director together with the Head Administrator. Concerning the second matter, or the sale, this takes place in the full meeting after the members have informed themselves precisely regarding the market prices and the Director has spoken with various merchants, and indeed to the brokers if they offer the highest bid, or otherwise to particular merchants, but always in the name of the brokers, who are accountable for the payment of the agreed prices and receive their brokerage for this. The sale also consistently takes place, if not of the entire supply brought in, at least of an entire shipload undivided, and these customs are exceedingly necessary. For the persons of the brokers are, as said herebefore in §57, item 127 and 128, sacred according to the firmans and custom. None of the Regents may attack them either in their persons or their goods, and having to be considered as Netherlanders, they are also solely accountable and answerable to and for us. Thus, one can always trust these people better and more safely than individuals who are under the protection of the Nawab or of the English, especially the latter, against whom one could obtain no justice in the case of meum and tuum except before the Court of Justice at Bombay. Indeed, even if there were equal certainty in the matter of security for the money or it were just as secure, and even if a foreign merchant wished to pay in advance, the resolutions of the years 1772 and 1773 contain all too many precedents showing how dangerous it is when one sells to foreign merchants without the intervention of the brokers. The cavils which were raised at that time by the banyan Deanaat Raamnaat, who belonged under English protection, to whom for over one hundred thousand rupees in merchandise had been ceded because one could obtain no money from the brokers, and the manner in which these were supported and even driven with force by the English government of Bombay and Surat, notwithstanding that the same Deanaat had expressly renounced all foreign protections at the conclusion of the purchase, must restrain everyone from such a step, which was nevertheless done for the best. Meanwhile, the sale by portions or small lots to various merchants is very detrimental, especially with respect to those articles which the Company brings and trades in exclusively or for the greatest part. For of the large number of buyers, many will be induced, especially upon the arrival of new trade goods or the unexpected arrival of one ship or another, out of fear of a sudden drop in the market or various other motives, to cede their stock for low prices; others will have to follow this example or remain stuck with theirs, and one will be able to sell nothing until all the rest has been disposed of. The English experience the truth of this proposition in its full extent, for the need for money having caused them to resolve to dispose of their copper by public auction, they finally received no more for it than 58 1/8 rupees per picol. Finally, after the sale has been held, the merchandise is from time to time, as it is delivered, weighed out to the brokers upon a written order from the Director to the Head Administrator, and by the latter to the warehouse master; and the weighing takes place in the presence of the two warehouse commissioners. At the beginning of every month, the brokers confront with the Head Administrator the sums which the
Dutch transcription
De bazaars gecom„ „mitteerden en Leveremaers voor de minderhyd der „Lywaaten De gedrukte kleeden bozaort het geen bereets in gereethyd is, gesonden worden, welke togt na dies nog 2 a 3 maal moet herhaald worden. en geschied door den De Bazaar geschied in de pakhuysen of oude Lo¬ Directeur en Raad=gie in de stad, door den Directeur en Raad, deeze sien yder stuk na, die stukken welke als onvol= and doen aan de monsters worden uijtgeschooten, wor¬ den in een apart vertrek weggeslooten, ten eijnde te beletten dat die door bedriegelyke handen niet wee= der met het geaccepteerde goed worden vermengd, en de stukken Lywaaten die geaccepteerd syn, ten aan¬ sien van haare qualiteyd en deugd, voor het welke den Directeur en Raad verantwoordelijk sin, wor¬ den daarna en alvoorens na de ordre worden af¬ gepakt, door de Bazaars gecommitteerdens ge¬ meeten en doorsien af ook somtids met gaaten en syn stoppen in welk val alle stukken alsoo gevonden, geconfisqueert worden, ten voordeele van voorsz: Gecommitteerdens die neevens de Leveranciers aan- sijn verant woordelijk spreekelyk Syn voor alles wet in de pakken te min bevonden word de Eerste voor een vierde en de laaste voor drie vierde gedeelten N 180 En eyndelyk worden de gedrukte kleeden in selver worden 2 maal ge-voegen gebasaard of nagesien tweemaal, eerst wanneer het ruuwe Lywaat van het weef getouw komt als wanneer de geaccepteerde Stukken § 179 met 3 De Medicinalia wor En de kapak poetjaek mende geleeverd Den verkoop van Coop¬ manschappen geschied in volle vergadering aan of door de makelaars den aanspreekelyk syn kelaars syn heylig en met s' Compagnies s'jap gemerkt aan de drukkers worden afgegeeven, en ten tweede maalen als het gedrukt is, wanneer men alleen nasiet of deselve goed en overeenkomstig de monsters gedrukt sin 1181 van de overige retouren worden de Medicinalia den door den opperrees- de Gommen, en Droogen door den Oppermeester en de kapak, Tarwe, Poetjoek, kaatchouw door de door de minst aanneminst aanneemende op gekoosene monsters geleverd en door den Directeur beneevens de Hoofd Administra= teur geaccepteerd Omtrend het tweede of den verkoop deese geschied in vergadering na dat de Leeden sig naaukeurig na de marks prysen hebben g'informeerd, en den Direc= teur met onderscheyde kooplieden gesprooken heeft, en wel aan de Hakelaars, soo sy het Hoogste bie= den, of anders aan bysondere kooplieden, dog altoos op de naam der Makelaars, welke voor de betaling der bedongene prysen aanspreekelik syn, en daar voor waar voor makelaardy haare makelaards genieten, ook geschied den verkoop geneeten en voor de gel: steeds soo al niet van den geheele aanbreng, ten min= sten van eene geh### scheepslading onverdeelt, en deese gewoonten syn ten hoogsten noodsakelyk D 182 1183 De persoone der Moa Want de persoonen der Makelaars, sijn soo als hier voorens §57 item 127 en 128 gesegd, volgens de firmans aan ons alleen verant: en de gewoonte heylig, niemand der Regenten mag haar nog in haare persoon nog goederen af= geconsidereert tacqueeren, en als Hollanders moetende worden, sin ter 8 6 woordelyk Het is gevaarlyk aan verkoopen Syn sy ook alleen voor en aan ons aanspreekelyk en verantwoording schuldig, en dus kan men deese menschen steeds beeter en veyliger vertrouwen, als lieden die onder de bescherming syn van de Nabab af van de Engelschen, voornamentlyk als de laastgemelde tegen welke men in Cas van meumet tuum geen regt krijgen kon, als voor het geregts Hoff te Bom¬ bay N 184 Ja al was het ook in Cas van sekerheid voor de gelden vreemde koopliede gelykstandigheyt of even seeker, en al wilde een Coopmanschappen te vreemde ook voor uyt betaalen, soo draagen de resolue¬ tien van de Jaaren 1772 en 1773 maar al te veel preci¬ ves, hoe gevaarlyk het is, wanneer men aan vreemde kooplieden, sonder de bemaeyenisse der makelaars verkoopt, en de Capties welke toenmaals door den voorbeeld daar van onder de Engelsche protexie gehoorende, Benjaan Deanaat Raamnaat aan dewelke voor ruym Een maal hondert duysend ropyen aan Coopman schappen waaren afgestaan; om dat men van de makelaars geen geld kom magtig worden, gemaakte en de wyse op welke die door de Engelsche regeering van Bombay en Souratta ondersteund en selfs met geweld gedreeven wierden, niet tegenstaande denselve Deanaat by het sluyten van de koop van alle vreemde protexien expresselyk gerenuntieerd hadden, sal een yder van een diergelyke stap, die egter ten besten gedaan wierd: te rugge moeten houden 1185 Terwyl het verkooper by gedeelten of klyne perceelen aan der 307 verkoop by gedeeltens is nadeelig manier van uytwegen aan onderschyde Cooplieden, seer nadeelig is, voor= namentlyk ten aansien van die articulen welke de Maatschappye alleen, of voor het grootste gedeel te aanbrengt en dryft, want van het groote aantal koopers sullen er veele sig voonamentlyk by den aanbreng van nieuwe handelwaaren, of de onverwag te aankomst van een af ander schip uyt vrees voor een schielyke daaling der markt of andere onder= =scheyde drifveeren, laaten beweegen om haare voor= raad voor laage prysen afte staan, andere sullen dit voorbeeld moeten volgen, of met de hare sitten blyven, en men sal niets verkoopen kunnen, voor dat alle het overige gesleeten is, de Engelschen onder¬ vinden de waarhyd van deese Stellinge in haare valle uyt gestrekthyd, want de nood om geld haar hebbende doen besluyten om haar kooper by oopen. baare vendutie van de hand te setter hebben sy eyn¬ delyk daar voor niet meer gekreegen als 58 1/8 ropyen per Picol N186 Eyndelyk worden na de gehouden verkoop de koopman¬ der Coopmanschapp Schappen van tijd tot tijd na dat deselve afgeleeverd worden, aan de Makelaars uytgewoogen op een schriftelyke ordonnantie van den Directeur op den Hoofd Administrateur, en door deese op den pakhuys= meester, en de uytweeging geschied ten overstaan van de twee pakhuys gecommitteerdens, by den aan¬ vang van ijder maand Confonteeren de Makelaars met den Hoofd Administrateur de sommen welke de
English
unsettled matters with the English concerning the hindrances to the duty-free export of the Company's merchandise brought into cash the previous month, and with the warehouse master the goods received during the same period; the warehouse master and the commissioner subsequently submit a memorandum of these weighed-out merchandise, after which the account of the brokers is debited for the amount in money, and that of the goods is cleared for the quantities; while each year, during the confrontation at the end of August, the general account of what was received and paid is confronted with the brokers in full assembly. N187 Having to depart from this important principal part of trade, in order not to be too extensive, it only remains for me to make mention here: first, of the matters still unsettled with the English government, being the dispute over the duty-free export of which I spoke briefly above, and the claim against the English Company on account of a bill of exchange granted on the house of Bhaysa and robbed of its effect by them; and second, of the debts of the deceased brokers Mandchergie Gorseedjen and Gouwenram Roedenram. f 188 As far as the one dispute with the English government is concerned, the same originates from the hindrance they have caused us in the duty-free export of the Company's merchandise after we neighboring correspondence held last indecisive answer of the English had already paid the duty on import once; the same is very extensively described in the resolutions and the letters inserted therein to and from the aforesaid Ministry of 3 October 1778, 23 March, 18 August, 8 February, 25 October, and 30 December 1779, as well as 25 February and 23 September 1780. And whereas the aforementioned Government, by missive of 18 December 1779, had declared to us that they could not take upon themselves the decision of a matter of so much consequence, and therefore had decided to send the entire subject to the Gentlemen their Directors and ask for their guidance, without any further answer having been received in that regard since then, we, by letter of 15 July of this year, inserted in the resolution of the 18th of the same month, further insisted on an answer and at the same time repeated the proposal for a provisional accommodation, previously made in our letter of 25 February 1780: that in the meantime, and until this question shall be finally decided, a separate account be kept of the merchandise we shall export, or otherwise that we consign the amount thereof in specie. 1169 29 Importance of that privilege Yet by their answer of 17 August last, recorded in the resolution of the 26th thereafter, the said Governor and Council answered that, pursuant to their promise by letter of 18 December 1779, they had forwarded all papers relating to this affair in the following April, but that, as they had not yet received any orders on it, they would ask for them further at the first opportunity, while they rejected our proposal for a provisional accommodation. And thus we must remain deprived of the exercise of a privilege that is of very great consequence, while the same right enables the English to sell the merchandise brought in by their private merchants as well as by the Company at 3, 4, and often 5 percent higher than we, because their buyers, even at the second and third hand, have the privilege of exporting the same goods free of all duties for an entire year, whereas a Banian, when he buys our goods, must pay fully 5 percent for the export duty. And these reasons make me fear that we shall never obtain a decision here to our satisfaction, unless Their Right Honorable and Most Respected Lordships the Gentlemen Directors might find an opportunity to effect this in England. 8190 5 31 claim of the company on the English, the bill of exchange of rops 100000 to the house of Baysa granted before the war which was violently robbed of this effect its payment is absolutely refused we have formally protested against it Concerning the other dispute, the same consists of a claim that the Company has against the English Company for one hundred thousand rupees with interest, arising from the most unlawful conduct held by the ministers at Surat at the time the Directorate was taken, when they deprived of its effect a certain bill of exchange which on 9 June 1781, five days before hostilities were commenced here by them, was granted by us to the house of the Banian merchant Bhaysa in settlement of an equal sum, drawn on the Company's linen suppliers Beraampje Souraabje and Harmootje Rettingie, with orders to the latter to satisfy the amount of the said bill of exchange out of the goods of the Company they had in their possession, by taking away by force the goods that had been given by the aforesaid suppliers as a pledge to the said house of Bhaysa in reduction or payment, after they had broken open by force the warehouse in which the aforesaid goods were stored. The mutual letters exchanged on this matter on 24 February, 7, 16, 21, and 26 March, item 9 and 31 May, 24 June, and 8 July, all of this year, are recorded in the resolutions. And whereas by that of 31 May, the payment of the aforesaid sum was absolutely refused by the Right Honorable the Governor and Council of Bombay, and we have no further recourse in this country, we, by letter of 24 June thereafter, formally protested against the same refusal and declared to them that we to our 4 9
Dutch transcription
onafgedaane saten met de Engelschen over de verhinderingen in den thol vryen uitvoer van s1 Comps de voorige maand in Cassa hebben gebragt, en met de pakhuysmeester de goederen die ontfangen hebben, geduurende de selve tyd, de pakhuysmeester en gecommitteerde geeven vervolgens van deese uytge¬ woogene koopmanschappen eene Memorie over waarna de Rekening der makelaars voor het mon= „tomt in gelden gedebiteert, en die der goederen voor de quantiteyten ontheft word; terwyl alle jaaren en der Confrontatie onder Ult:o Augustus de generaale rekening, van het onder ult=o Augustus ontfangene en betaalde met de makelaars in volle vergadering word geconfronteerd —. N187 Hier meede van dit aangeleegene Hooftdeel van den Handel moetende afscheyden, ten eynde niet al te uyt gebreyd te syn, schiet mij nog maar enkeld over om hier melding te maaken s:ms van de nog onafge= daane saaken met de Engelsche regeering (:synde het verschil over den tolvryen uytvoer waar van ik hier vooren S 1l met een woord hebbe gesprooken/ en de vorde¬ ring op de Engelsche Compagnie weegens een wissel op het huys van Bhaysa verleend en door haar van desselfs effect beroofd En 2deo van de schulden van de overleedene Makelaars Mandchergie Gorseedjen en Gouwenram Roedenram ƒ 188 Wat het eene verschil met de Engelsche Regeering aan¬ gaat, het selve is oirspronkelyk uyt de verhindering koopmanschappen die deselve ons heeft toegebragt in de Salvryen uyt= voer van s' Compagnies Coopmanschappen na dat wy L neevenstaande brief wisseling gehoude Laast onbeslissend ant= woord der Engelschen wyder Tal by den invaer eens hebben betaald, het„ selve is seer omstandig beschreeven by de resolutien brieven en de aldaar geinsereerde eltien aan en van voorsz 8 februarij Ministerie van den 3 october 1778 23e maart 18e Augs: 25 october en 30 december 1779, mitsgaders 25 february en 23 september 1780 En vermits voornoemde Regering by missive van den 18 December 1779 ons hadde ge= declareerd„ Dat de decisie van een saak van so veel „ aan geleegenthijd niet konde op sig neemen, en daar= „om beslooten hadde, het geheele onderwerp aan de Heeren Haare Directeuren over te senden, en haare bestiering „te vraagen„ sonder dat dien aangaande na dies ee= nig verder antwoord ontfangen is, hebben wy by brief van den 15 July deeses Jaars g'Insereert ter resolutie van den 18e desselve maands nader op een antwoord g'insisteerd en tevens herhaald den voorslag tot een provisioneel accornodement, bevoorens gedaan by onse brief van den 25 february 1780 „Dat inmiddels en tot deese questie finaal sal syn gedecideert van de koopmanschappen die wy uyt= voeren sullen worde, gehouden een aparte rekening of anders dat wij het bedraagen derselve in specie Consigneeren —. 1169 Dog by haar antwoord van den 17e. Augustus Laast leeden, by resolutie van den 26 daar aan inge= schreeven, is door geseyde Gouverneur en Raadg'ande woord 29 Aangeleegenthyd van dat privilegie woord, dat sy ingevolge van haare belaste by brief van den 18 December 1779 in April daar aan vol¬ gende alle papieren tot deese affaire betrekkelyk hebben overgesonden, dog dat sy, alsoo daar op nog geen ordres ontfangen hebben, die by eerste geleegent hyd nader vraagen sullen, terwyl sy onsen voorslag tot een provisioneel accomodoment hebben van de hand geweesen, en dus moeten wy verstooken blyven van de oeffening van een Privelegie, dat van seer groo¬ te aangeleegenthyd is, terwyl hetselve regt de En¬ gelschen in staat stelt om de Coopmanschappen welke haare particuliere negotianten Soo wel, als de Compagnie aanbrengen 3, 4 en veeltyds 5 pCento duurder te verkoopen, dan wy alsoo haare koopers selfs in de tweede en derde hand, het voorregt heb¬ ben om deselve goederen, geduurende een geheel jaar vry van alle tollen uyt te voeren, daar een Benjaan, wanneer hy onse goederen koopt wel 5 Pr Cento voor den uytvaers tol betaalen moet, en deese redenen doer my vreesen, dat wy hier nimmer eene beslissing ten onsen genoegen verkrijgen, Sal len ten waen Haar wel Edel Hoog Agtbaar heeden de Huren bewindhebberen geleegenthyd mogte virden sulx in Engeland te effectueeren 8190 Belangende het andere different hetselve bestaat in eene vordering die de maatschappy heeft op de 5 31 gelschen, der wissel van huys van Baysa voor den oorlog verleend vordering der maat= beroofd is solut geweygert de Engelsche Compagnie van Een maal honderd duy= schappy op de Ensend ropyen met den Interest voortsprytende uyt het rops 100000 aan het gedrag dat de ministers op souratta ten tyde de Directie genoomen wierd, aller weederregtelyks heb¬ ben gehouden, wanneer sij seekere wissel welke aen 9 Juny 1781 vyf daagen bevoorens de Hastiliteyten alhier door hen wierden aangevangen door ons aan het Huys van den Berjaans Coopman Bhaysa in voldoening van een gelyke somma was verleend; op S' Compagnies Liwaat Leveranciers Beraampje souraabje en Harmootje Rettingie met last aan deese laaste, om het montent van gedagte wissel te welke door haar gevoldaen uyt de goederen welke van de maatschappye =weld van dees effect onder sig hadden, van haar effect hebben beroofd, door de goederen welke door voorsz: Leveranciers aan het geseyde huys van Bhaysa, in mindering af betaling ten onderpand gegeeven waaren, met geweld weg te neemen na dat sy het pakhuys waar in voorsz: goederen gebor¬ gen waaren met geweld hadden open gebrooken, de hier over gewisselde wedersydse brieven van den 24 february 7, 16, 21 en 26 maart, item 9 en 31 mey, 24 Juny en 8 july alle deeses jaars Syn by de resolutien in geschreeven dies betaaling is ab en vermits by die van 31 mey, absolut de betaling van voorsz: somme door den Heere Gouverneuren Raad van Bombay geweygerd is, en wy hier te landen geen verder secours hebben, hebben wy by brief van wy hebben daar tegen den 24 Juny daar aan teegen deselve weygering formeel geprotesteerd formeel geprosteerd en haar gedeclareerd, dat wij aan onse 4 9
English
would inform our high superiors of this, as is also respectfully to take place in next coming December, by a detailed letter with the transmission of all related papers in a separate packet, to which, as well as to the report that will be made in this regard to Their High Nobilities at the same time, I refer here. Number 191. And now with regard to the debts of the deceased brokers of the Company, Mandchergie Gorsedjen and Gouweram Roederam, I have spared no effort for the service of my Highly Esteemed Lords Masters, in order to discover when the same actually began, but I find myself compelled to declare that I could find no trace whatsoever of it. Number 192. And I must, in exculpation of so many worthy men as have been my predecessors since 46 years, sincerely testify that, if one wishes to conduct trade here in Souratta with the greatest advantages for the Company and to the attainment of one's own honor, it has at all times been unavoidable to give the brokers, to whom or in whose name it was shown previously in section 182 that the sale of merchandise must take place, sometimes an extended credit. Everything that is traded by other merchants here in the city is sold on a credit of 3 months; the English Company follows this custom and thereafter allows 3 1/4 per cent to be discounted each month for earlier payment. The Noble Lord Taillefert has already described this matter in detail in His Honor's memorial under the heading of sales, and section 214 and following made no difficulty in acknowledging that, in order to keep trade moving, he was often compelled to trust the brokers with two tons of gold and more. This proves that these debts did not arise from negligence or the bad management of this or that person, but solely from necessity and a desire to serve the Company. And it is therefore, now that it has pleased Their High Nobilities to declare the Director liable for the debts of the brokers, no small difficulty at all for the one who is honored with the command. His first care ought to be that he has brokers who are wealthy people, but to be assured of this with confidence is practically impossible in Souratta. Section 194. Herewith I pray Their High Nobilities to be assured that I shall not fail to do everything possible that may serve the welfare of this Directorship, as well as the increase of profits and the reduction of burdens, in order thereby to answer to the favorable trust that They Most High are pleased to place in me, which alone was the motive that moved me to the composition of this writing. I hereby end this, in the hope that it may be viewed with a favorable eye by my high superiors, while I beseech Heaven for its blessing upon the interests of the Company. Souratta, 1 October Anno 1786. Was signed: A. I. Sluijsken. Agrees: D. V. Van Polanen Number L. G. True Return of such merchandise sold by resolution taken and during the course of the trade books, their purchase and sale prices, and the profit achieved thereon. Fine Spices: 28292 3/4 lb Cloves 860 lb Nutmegs 384 lb Mace 99 1/2 lb Cinnamon Diverse Merchandise: 32427 1/2 lb Iron flat in bars 3757 lb Red minium 799 1/2 lb Elephant tusks 1607 1/2 lb White Chinese alum 144659 1/2 lb Japanese copper in bars 4464 3/8 lb Japanese or Satsuma camphor 869265 3/4 lb Powdered sugar 20650 3/4 lb Candy sugar Summary on the above, as: The sale of the Fine Spices amounts to: The Sale of the Diverse Merchandise: Sum: Underneath stood: In the Netherlands Office Souratta at the last of [illegible]
Dutch transcription
en sullen het selve onse hooge superieen ren bedeelen schulden der overlee= dog niet gevonden del al somtyds een uyt gestrekt Credit geeven onse hooge superieuren van het een en ander soude kenniss geeven, soo als dan ook in december eerst ko¬ mende eerbiedig staat te geschieden, by eene gedetail leerde missive met toesending van alle de daar toe betrekking hebbende papieren in een apart pa= quet, en aan dewelke soo wel als aan het verslag dat desweegens aan Haar Hoog Edelheedens ter selver hee tid sal gedaan worden ik mij alhier gedraagen N 191 ter ontdeekking van En ten aansien nu van de schulden der overleedene de aanvangst van de makelaars van de Compagnie Mandchergie Gor= der maakelaars het seedjen en Gouweram Roederam, soo heb ik ik geen moeyte gespaord voor den dienst van myne Hoogwaarde, betaals Heren geene moeyte gespaard, ten eynde te ontwaaren, wanneer deselve eygentlyk aengevangen hebben, dog ik vinde my genoodsaakt te verklaaren, dat ik daar toe geene voetspoor altoos vinden kom¬ 1192 men moet tot het En ik moet ter ontschuldiging van soo veel braaven vryven van den han mannen als seedert 46 Jaaren myne praedecesseuren geweest syn opregtelyk betuygen, dat het, wil men den Handel met de meeste voordeelen voor de maat¬ schoppye en ter behaaling van eygene Eer hier te Souratta dryven van alle tyden onvermydelyk is geweest, om de makelaars aan dewelke of ap welkers naam hier vooren 182 beweesen is, dat den verkoop der handel waaren geschieden moet, somtyds een uyt gestrekt Credit te geeven, alles wat door andere 13 31 heeft orkend niet door versuym, maar syn voortgekoomen sorgen dat de make¬ laars gegoede lieden verseekering van alles deese Directie in het werk te stellen andere kooplieden hier in de stad vernegotieerd word, word op een Credit van 3 maanden verkogt, de Engelsche Compagnie volgd deese gewoonte en laat daar na 3¼ pCt ider maand decorteeren voor de vroegere betaaling Het welk den Edele Den Edele Heer Taillefert heeft bereets dit stuk by syn Heer Taillefertselfs Edeles memorie titul van den verkoop omstandig beschreeven en D 214 et segg geene swaarighyd gemaakt om te erkennen, dat ter eynde den Handel te laten rond staan, dikwils genoodsaakt is geweest, aan de Makelaars twee Tonnen schats en meerder te fieren, soo dat die schulden ten blyke dat deselve Schulden niet Sijn voortgekomen uyt een Jugt om de door de sorgelooshyd of het kwaade bestier van deese of maatschap py te dienen geeve maar alleen door de nood en sugt om de maat„ schappyje te dienen, en het is das, nu het Haar Hoog Edelheeden heeft behaagd, om den Directeur voor de schulden der maakelaars aanspreekelijk te verklaaren gants geene geringe swarighyd voor den geene, die met het gebied vereerd is, en syn eerste sorge behoord Den Directeur moet te syn, dat hy makelaars heeft welke gegoede Lieden syn, dog om eeven door van met vertrouwen verseekerd te syn, is in souratta genoegsaam onmoogelyk. §194 Hier meede bidde ik Haar Hoog Edelheeden om ver= tot de welvaard van = seekerd te syn, dat ik niet sal in gebreeke blyven, om alles in t' werk te stellen, wet tot de welvaert van deese directie, mitsgaders tot vermeerdering der winsten, en vermindering der lasten strekken kan, ter eynde daar ek door te beantwoorden aan het §193 genstig l syn 5 gunstig vertrouwen dat Hoogst deselve in my ge¬ lieven te stellen, het welk alleen de dryfneer ge¬ weest is, die my bewoogen heeft tot de te saamen stelling van dit schriftuur, het geen ik hier meede eyndige, in hoope dat het selve by myne hooge superieuren met een gunstig oog mag worden beschoi terwyl ik den Heemel smeeken om syne Teegen over de belangen van de Maetschappye Souratta den 1e October Ao 1786 /was geteekend/ A: I: Sluijsken sar Accordeert D: V: Van Polanen de bevers slot N: L. G Waare Rendement van soedanige Coopmanschappen genomene besluyt verkogt en gedurende den Cours der handelboes derselver In en verkoops prysen en de daar op behaalde adfance Syne Speceryjen „28292.¾4 lb Garioffel Nagulen 860 — „ Nooten Muschaten. - . . - 384 - „ Foely of Macis 99½ „ Canneel - - 99 Diverse Coopmanschappen 32427½ „ Yzer Plat in staaven - - - - - 3757= „ Meny Roode - - - -- 799½„ Eliphants Tanden. 1607½ „ Aluyn Witte Chineese - 144659½ „ koper Iapans aan staaven - - - - - - - - - - - - 4464 3/8„ Camphur Iapanse of Satsumase - - - - - -- 869265¾ „ Suyker Poeder - - - - - - - - - - - - - - - 20650 ¾ „ Suyker Candy - - - - - - - - - - - - Sommarium op het bovenstaande als De verkoop der Fyne Speceryen beloopt. . . . .. De Verkoop der Diverse Coopmanschappen. . . . Somm /:onderstond:/ In t Ned:s Comptoir Souratta Adlij attimo A 3 16 6 - — - -- „ .. . . .
English
goods as they have been successively delivered pursuant to the resolution taken in the Council of Policy on 27 November 1784, 1784. account books of the year 1784/5, showing the advances; Namely Sale Purchase burdened with 2 percent net after deduction of 3 percent Batavian charges rebate, 1½ percent brokerage and 5 percent gratuity the entire parcel. Money and percentages the entire parcel. per 100 per 100 lb 39. —. ƒ122688. 1. 8 ƒ103579. 9. 8 1062. ¾ ƒ 34. 6. 5 ƒ 9708:12. — - - 16. 6. 8 144. 16. — 263. –. – 1960. 16. – 1816. 2. — 1255. 1/8 s:s - 50. 9.12. 193. 17. 8. 493. 19.15 1896. 19. — 1703. 1. 8 878. 1½ 29. 8. 15 29. 6. — 493. 19: 6 491. 10. 8 462. 4. 8 1577. ½ ƒ157237. 7. – ƒ107.160. 17. 8 1063.½. S: -- 10. 3. 8 ƒ 2383. 13. 8 ƒ 13. 13. 10. ƒ 3204. 18. — ƒ 821. 4. 8 36.½ -. . 11. 15. 6 442. 4. – 17. 2. – 642. 8. 8 200:4. 8 45. ½ - - -. 55. 2. 15 440. 18. - 165. 6. r s 1321. 11. 8 880. 13. 8 199 ¾ 9. 13. 13 155. 15. 8 20. 3. — 14. 7/8 - -. . 8. 8. 12 135. 12. 8 67. 5. 8 97321. 4. - 59762 15. 8 159 1/8 -. - -. . 25. 19. r 37558. 8. 8 -. - - - 36. 14. 15 1640. 9. 8 74. 2. - 3308. 2. 8 1667. 13. - 101 5/8 r:m . . -. . . 7. 5. 1 63038. 4. 8 14. 16. 6 128825. 3. 8 65786. 19. —. 106. 7/8 s:s - . . . . . 12. 8. 1. 2666. 12. 8 19. 2. 11. 3953. 1. 8 1286. 9. — 48. ¼ ƒ238732. 5. — ƒ 130426. 2. — 120. 3/8. r=m ƒ117237. 7. — ƒ107160. 17. 8 1063. ½ 238732. 5. — 13026. 2. — 120: 3/8 r:m Counted: - - - - ƒ10076. 9. 8 - - - - - - ƒ10076. 9. 8 -. - - - - - 108306. 3. — Added. . . . . . . ƒ108306. 3. — Total - - - . ƒ18382.12. 8 Agreed. ƒ355969:12— ƒ237586:19. 8. 200. ¾. s:s last of August Anno 1785 /:was signed:/ M: Monte Profit — in 36 7 9 Trade Official AV: Loeff A: L: G: B Gross Return of such merchandise as was brought in this financial year 1785/6 with the Honourable Company ship De Diamant and sold on the 27th of this month in the Council of Policy, showing their purchase and sale prices and the advances obtained thereon Namely Fine Spices Profit 38175:-. lb: Cloves - - - - - - - - - - 145: - Cinnamon fine Ceylon - - - - - - - - - Diverse Merchandise 159000. -. lb: Copper Japanese in bars. . . . - 58500: — 391500: - Powder Sugar - - - - - 24800: - Candy. . . 9800: - Lead Sheets - - - - - - - - - - - - 5050: — Red lead - - - - - - - - - - - - - - Tin Bangka - - - - - - - - - - - - Counted. Summary of the above, as The sale of fine spices is. . . . The sale of Diverse merchandise amounts to Total In The Dutch Office Coura Added. .. .. . . . . . 319 258 ¼. s:s Purchase Sale Burdened with 2: Percent Batavian charges net after deduction of 3: Percent rebate and 1½ percent brokerage per 100: pounds, the entire parcel per 100: lb: , The entire Parcel, Money and Percentages - - ƒ 34:5:4:7= ƒ 13079:19:— ƒ 420:—. — ƒ 160335:—: — ƒ147255:1:– ƒ 1125¾. r=m --. . 29: 9:1: 42:14:— 520:–. – 754:—. – 711:6:- 1665¾. . . . . . . . . ƒ 13122:13: —. . . . . ƒ161889:—:— ƒ14796:7:— 1127:½: . - ƒ 27:5:51: ƒ 43350:15:— ƒ 70:16:— ƒ112572:—. —. ƒ 69221:5:— 159 5/6. 101 7/8: . . 24:19:13: 14619: 3:— 50:4:— 29513:5:— 14894:2:- 9:19:14:rm 979:8:— 17:4:— 1685:12:— 706: 4:—: 72 5/8. s:s 3/8: r=m 604: 16:—: 109 22:18:8: 1157: 14:— . 10: 19: —s 552:18:— 16:19:8: 66457:2:8: 36996:5:8: 125 5/6. s:s 7:10:8: r 29460:17:— 22:18:8: 5685:8:— 2280:18:—. 67: 13: 14:9s 3404:10:— . -ƒ 92367:11:-. . . . ƒ 217071:1:8: ƒ124703:10:8: 1127:½. r=m . .ƒ 13122:13:-. . . . . . ƒ161089:—. — ƒ147966:7:— . . . . . 92367:11:-. . . . . . 217071:1:8 124703:10:8: -- ƒ105490:4: –. - - - . . ƒ378165:8. ƒ27269. 17. 8. 135: –. Surat this 29th March Anno 1786. /:was signed:/ Mr Monte. Agreed 135: — r=m in Profit Sale Purchase J: Locht Head Trade Officer - .. - a- . . A: L: G A: L: G From Anno 1670 to 1679/80. Anno 1680/1 to 1689/90 - - - - Anno 1691 to 1699/1700 - - Anno 1700/1 to 1709/10 - - - - Anno 1710/1 to 1719/20 - - - - Anno 1720/1 to 1729/30 Anno 1730/1 to 1739/40 - - - Anno 1740/1 to 1749/50 - - Anno 1750/1 to 1752/3 1754 to 1755/6 — - 1756/7 to 1759/60 - - 1760/1 to 1762/3 - - - Statement of the General and special Charges from Anno 1763/4 to 1767/8 Being the administration of Mr. Senff light money or heavy money- 1768/9 to 1775/6 being the administration of Mr. Bosman 1776/7 to 1782/3 — being the administration of Mr. van de Graaff - comes for each year on average The charges of 101 Years taken on average amount per Year the last 18 Years also on average. . . - thus it appears that the charges in the last 18 Years have been less or rather on average for each Year of the 9 makes heavy money. - - - than each And comes for the last 13 Years And comes for each of the aforesaid 80 Years Counts and comes for the second 40 Years on average Counts and comes for the First 40 Years - Statement of the General and special Charges 2 -- - — - — -- – – – —— - — - - — - 1 3 — — = -- 1 — - - – – – – – - — — —
Dutch transcription
hapen als er Conform het op den 27 november 1784 in Raade van Politie 1784. dboeken d' A=o 17 38/5 successive afgeleeverd sijn, met aanthooning van ancen; Namentlyk Verkoop Inkoop beswaart met 2 pCto: suyver na korting van 3p Bataviasche ongelden Rabat 51½ pC makelaardy en 5 p C„to Douceur de geheele party. Gelden & P:r Centos de gehele party. de 100' ee de 100 lb 39. —. ƒ122688. 1. 8 ƒ103579. 9. 8 „ 1062. ¾ ƒ 34. 6. 5 ƒ 9708:12. — - - „ 16. 6. 8 „ 144. 16. — „ 263. –. – „ 1960. 16. – „ 1816. 2. — 1255. 1/8 s:s -„ 50. 9.12. „ 193. 17. 8. „ 493. 19.15„ 1896. 19. — „ 1703. 1. 8 878. 1½ 29. 8. 15„ 29. 6. —„ 493. 19: 6 „ 491. 10. 8„ 462. 4. 8 1577. ½ ƒ157237. 7. – ƒ107.160. 17. 8 1063.½. „ S: -- „ 10. 3. 8 ƒ 2383. 13. 8 ƒ 13. 13. 10. ƒ 3204. 18. — ƒ 821. 4. 8 36.½ -. . „ 11. 15. 6„ 442. 4. – „ 17. 2. – „ 642. 8. 8„ 200:4. 8 45. ½ -„ - -. „ 55. 2. 15„ „ 440. 18. - „ 165. 6. r„s 1321. 11. 8„ 880. 13. 8 199 ¾ 9. 13. 13 „ 155. 15. 8„ 20. 3. — 14. 7/8 - -. . „ 8. 8. 12„ 135. 12. 8„ 67. 5. 8„ 97321. 4. - „ 59762 15. 8 159 1/8 -. - -. . „ 25. 19. r„ 37558. 8. 8„ -. - - - „ 36. 14. 15 „ 1640. 9. 8„ 74. 2. - „ 3308. 2. 8„ 1667. 13. - 101 5/8 r:m . . -. . . „ 7. 5. 1„ 63038. 4. 8 „ 14. 16. 6„ 128825. 3. 8„ 65786. 19. —. 106. 7/8 s:s - . . . . . „ 12. 8. 1. „ 2666. 12. 8 „ 19. 2. 11. „ 3953. 1. 8 „ 1286. 9. — 48. ¼ ƒ238732. 5. — ƒ 130426. 2. — 120. 3/6. r=m ƒ117237. 7. — ƒ107160. 17. 8 1063. ½ „238732. 5. —„ 13026. 2. — 120: 3/8 r:m Teld: - - - - ƒ10076. 9. 8 - - - - - - ƒ10'076. 9. 8 -. - - - - - „ 108306. 3. — Addeert. . . . . . . ƒ108306. 3. — omma - - - . ƒ18382.12. 8 Accordeert. ƒ355969:12— ƒ237586:19. 8. 200. /¾. s:s ultimo Augustus Ao: 1785 /:was geteekend:/ M: Monte Winst — „ in 36 7 9 Neg. off. AV: Loeff A: L: G: B Ruuw Rendement van sodaenige Koopn Diamant zijn aangebragt en op den 27=e deeser in verkoops prijsen en de daar op behaalde advancen Fijne Specerijen 38175:-. lb: Garioffel Nagulen - - - - - - - - - - i 145: - „ Kanneel fijne Ceilonse - - - - - - - - - Diverse Koopmanschappen 159000. -. lb: Kooper Japans aan staaven. . . . - 58500: — 391500: - „ Suiker Poeder - - - - - 24800: - „ _„o Kandij. . . 9800: - „ Looth Liets - - - - - - - - - - - - 5050: — „ Roode menij - - - - - - - - - - - - - - „ Thin Bancas - - - - - - - - - - - - Teld. Sommarium op het bovenstaande, als Den verkoop van fijne specerijen is. . . . Den verkoop van Diverse koopmanschappen beloopt Somma In Het Nederlands Comptoir Coura Addeert. .. .. . . . . . 319 258 ¼. s:s manschappen als er in dit Boekjaar 178 5/6. met 'sE: Comp:s schip De rade van Politie verkogt, met aanthooning van derselver in en Namentlijk PrCo Beswaart met 2: P:r C:o Ba„ suiver na korting van 3: P:r C:o rabat en 1½. p:r C:o makelaardij taviase ongelden de 100: ponden, de geheele parthij 2: 100: lb: , De geheele Panthij, Gelden en Procentos - - ƒ 34:5:4:7= ƒ 13079:19:—ƒ 420:—. — ƒ 160335:—: — ƒ147255:1:–ƒ 1125¾. r=m --. . „ 29: 9:1:„„ 42:14:—„ 520:–. –„ 754:—. –„ 711:6:- 1665¾. „ . . . . . . . . ƒ 13122:13: —. . . . . ƒ161889:—:— ƒ14796:7:— 1127:½: „ . - ƒ 27:5:51: ƒ 43350:15:—ƒ 70:16:— ƒ112572:—. —. ƒ 69221:5:— 159 5/6.„ 101 7/8: . . „ 24:19:13:„„ 14619: 3:—„ 50:4:—„ 29513:5:—„14894:2:- „ 9:19:14:rm 979:8:—„ 17:4:—„ 1685:12:—„ 706: 4:—: 72 5/8. s:s 3/6: r=m 604: 16:—: 109 22:18:8: „ 1157: 14:—„ . „ 10: 19: —„s 552:18:—„ 16:19:8:„ 66457:2:8:„ 36996:5:8: 125 5/6. s:s „ 7:10:8: r„ 29460:17:—„ 22:18:8:„ 5685:8:—„ 2280:18:—. 67: „ 13: 14:9s„ 3404:10:—„ . -ƒ 92367:11:-. . . . ƒ 217071:1:8: ƒ124703:10:8: 1127:½. r=m . .ƒ 13122:13:-. . . . . . ƒ161089:—. — ƒ147966:7:— . . . . . „ 92367:11:-. . . . . . „217071:1:8„124703:10:8: -- ƒ105490:4: –. - - - . . ƒ378165:8. ƒ27269. 17. 8. 135: –. „ Souratta Adij 29=e Maart A:o 1786. /:was getekend:/ M:r Monte. Accordeert 135: — r=m in Winst Verkoop Inkoop J: Locht Oof Mej Offr - .. - a- . . A: L: G A: L: G„ Van Anno 1670 tot 167 9/80. „ „ 168 /1 „ 168 1/90 - - - - „ „ 1691 „ 169 7/1700 - - „ „ 170 /1 „ 170 9/10 - - - - „ „ 171 /1 „ 175 /20 - - - - 172 /1 „ 172 2/30 „ „ 173 /1 „ 173/40 - - - 176 % „ 1747 50 - - „ „ 175 /3 „ 175 2/3 1754 „ 1753 3/6 — - 17597 „ 175 9/60 - - 176 /1 „ 576 2/3 - - - Aanwysing van de Generaale en bysondere Lasten van Anno 1763/4 tot 176 7/8 Synde het bestier van de Heer Senff ligtgeld of swaar geld- 176 8/9 „ 177 5/6 synde het bestier van de heer Bosman 1776/7 „ 178 3/3 — „ „ „ „ van de heer van de Graaff - komt voor yder Jaar door elkanderen De lasten van 101 Jaaren door elkanderen genoomen bedraagt s' Jaare „ de laaste 18 Jaaren meede door elkander. . . - „ soo blykt dat de lasten in de laaste 18 Iaaren minder syn geweest of wel door den anderen voor yder Jaar der 9 maakt swaargeld. - - - dan „ ider En komt voor der laaste 13 Jaaren En komt voor yder van de voorsz: 80 Mar Telten komt voor de tweede 40 Jaaren door Telt en komt voor de Eerste 40 Jaareno - Aanwijsing van de Generaale en bijsondere Laste 2 „ „ „ „ „ „ „ „ „ -- - — - — -- – – – —— - — - - — - 1 3 — —„ = -- 1 — - - – – – – – - — — — „ „ „ „
English
2 7 on average . . . - Counts Counts 9 Years Light Money Charges of this Directorate in 93 Years to wit Every Year - - - - - ƒ 1096528. 3. 11 ƒ 109652. 16. 6 „ 1375249. 51. 60 „ 137524. 19. 2 -- „ 1728798. 10. 9 „ 172879. 17. 1 --- „ 1535669. 8. - „ 15356. 60. 18. 10 -- - „ 1171556. 5. — ƒ 337155. 12. 8 „ 1049681. 9. 8 „ 104968. 2. 15 „ 1568534. 13. - „ 116853. 9. 5 - - „ 1320698. 3. - „ 132069. 16. 6 on average - - - - - - - - - ƒ 471047. 1. - „„ 117511. 15. - ƒ 573602. 11. 3 ƒ 143400. 13. - Together - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 260912. 8. - „ 384229. 19. – ƒ 128076. 13. - „ 760502. 2. 8 „ 253500. 14. „ 996912. 2. - „ 249228. -. 8 - „ 395104. 11. 8 „ 131701. 10. 8 ƒ 762506. 18. - „ 190626. 14: 8. ƒ 321082. 18. 8 ƒ 160541. 9 —. - - „ 128433. 3. -. was written below: Thus extracted from the posthumous memorandum of the Noble Mister Schreuder and from the trade books was signed: G: C: Roeff trade transferrer charges of this Directorate of 18 Years or from the Year 176 3/1 to 178 /1; being ƒ 130656. 4. —:— --- ƒ 559102. 15. — ƒ 113820. 51. — ƒ 447282. 4. - ƒ 89456. 8 „ 768713. 19. - „ 96089. 5. 8 „ 326615. 16. 8 „ 65323. 3. — ƒ 1542611. 19. 8 ƒ 250868. 16. 8 -- ƒ 83622:19. — ƒ 128433. 3. —. - „ 83622. 19. —. - - - ƒ 64810. 6. — Agrees was written below: Thus extracted and drawn up by me was signed: G: C: Roeff trade transferrer the Year J: Loeff Right hand ditto — -- --- -- — - - - — - - - - — , - - - — — --- - ƒ - - - - - - - — - Years - - - - - - - Counts -- Year --- - — -- - - -- - — - - - — ƒ - -- - R 2G 325 A L: G: Comparison of the Trade which was carried on in the Surat Directorate by the Noble Company in the Financial Years 169 7/5, 169 5/16, 169 8/7, 169 7/8, and 169 8/9 against that which was carried on there by the Same in the Years 177 5/1, 1778/9, 1777/80, and 178/5, being the 5 last before the War Years ships. Importation 10 ƒ 1296 169 7/5 11 „ 4099 169 5/6 993 1695/ 11 „ 6580 7 „ 66097 169 7/8 8 169 2/3 55270 47 ƒ 241137 5 Light Money „ Heavy Money - - „ 1929 - - – – - – „ 385 For each Year - 7767 1¾ ƒ 1714 177 6/7 77 2 „ 289: 177 5/6 177 8/9 2 „ 279 „ 177 3/80 2 „ 230 178 /5 304 2 „ 9¾ ƒ 12748 5 Heavy Money 1. - - - - „ 2549 For each Year ——. The above-mentioned 5 Years from 169 4/15 to 169 8/9 .. ƒ 192949 47. 5 . . . . . .. have amounted to . - 9¾ „ 12748 5 The below-mentioned 5 Years from 177 6/7 to 178/1 yield 97 which being deducted, the difference appears to be that 37¼ ƒ 6542 the first-mentioned are more than the last-named during 5 Years . „ 130 Or for each Year. Letter C fra -. . - Purchase Profits. Charges Sales Returns Entire Trade 62. –. – ƒ 573079. 14. - ƒ 143497. 11. 12 ƒ 702751. 14. - ƒ 696621. 14. 8 ƒ 1399373: 8. 8. 995. 9.: 8 „ 797282:2:— „ 272679: 17:12 „ 1207277. 11. 8 „ 113479. 19. 6 „ 1320757: 10. 14. 208511: 14 „ 3 „ 1616550. 7. 8 „ 2322133. 7. 7 „ 3938683: 14. 15 958520. 1. 8 „ 893465. 13. 8 „ 217285. 15. - „ 1554439. 1. - „ 633. 131. 16. 1 „ 2187570: 17. 1 543410. 10. 8 „ 208584:18: 3 „ 1096113. 7. - „ 744930. 17. 8 „ 1845044: 4. 8 ƒ 3765758. 1. 8 ƒ 1050559. 16. 4. ƒ 6177132. 1. - ƒ 4510297. 14. 16 ƒ 10687429. 15. 14. 3012606. 9 - „ 840447.17. - „ 4941705. 13. - „ 3608238. 4. - „ 8549943. 16.- 602521. 6. - „ 168069:1:8 „ 721647. 13. - „ 1709988. 15. – 98834. 2. 8 „ 479450. 10. 8. 64014. 3. 8 ƒ 800720. 17. 8 ƒ 451253. 14. - ƒ 1251974. 11: 8 514736: 5. - „ 1365033. 2. — 850296. 17. - „ 524716. 10. - „ 62706. 2. - „ 421041. 5. - „ 1049519. 1. 8 57170. 15. - „ 628477. 16. 8 „ 348988.1. — 64706. 9. - „ 382875. 16. 8 „ 630369. 7. 8 „ 572692. 6. - „ 1203061. 13. 8 446453. 18. 8 „ 78018. 7. – „ 751938. 16. - „ 805547. 16. - „ 1557486. 12. - 74869. 11. —. ƒ 2182477. 6. 8 ƒ 326615. 16. 8. ƒ 3661803. 14. 8 ƒ 2765275. 6. - ƒ 6427075. -. 8 973. 18. - „ 436495. 9. - „ 65323. 3. - „ 732360. -. - „ 553056. 5. - „ 1285415. -. -. 1373. 19. 8 ƒ 9099. 3:8 „ 2702. 16. 8 „ 973. 7. 8 „ 9499. 3 8 „ 3012 606. 9. - ƒ 8404.47. 17. — ƒ 4941705. 13. - ƒ ƒ 3608238. 4. — ƒ 8549943. 16. — 4869. 11. — „ 2182477 6. 8 „ 326615. 16. 8 „ 3661803. 16. 8 „ 2765271. 6. - „ 6427075. -. 8 54229. 12. 8. 830129. 2. 8. ƒ 513832. —. 8. 1279901. 18. 8. ƒ 842966. 18. — ƒ 2122868. 15: 8 166025. 16. 8 „ 102766. 8. - „ 255980. 8. - „ 168593. 7. 8 „ 424573. 13. - was written below: Thus extracted from Various Papers and the Trade Books by me was signed: CG:C. Roeff trade transferrer Agrees 945. 18. 8 „ A: Lock Trade ditto. 3/ ¾ 99 030. 6. — „ 549. 16. 8 „ 491. 11. 8 ƒ 9 06. 9. — „ 3.8: 8 „ „ 94. 9. — „ 483. 13. — „ 325 Account of the Cargo of Powder Sugar imported in wherein are shown all the Charges of the Dutch East Indies Willem Jacob van de Graaf His Honour under date 5th April 1777 designed Model Debit Sugar At Purchase with the 2 percent calculated thereon 145300 Batavian expenses ƒ 9: 1: 4 192000 the Piccol is for Exact 1608:1/35. ƒ 69610:10:8: for freight of a ship for 8 months calculated at rupees 3000:-: per month at 9000:—: Piculs comes to ƒ 2:11 1/5 for Every 100:—: lbs, and thus for 7680 1 1/25 Piculs or 960005:—: Pounds - - - - - - - - „ 24576: 2: 8: for Two Years Interest on the Purchase cost amounting to ƒ 69618: 10:8 at 4½ per Year is - - - - - -. „ 6265:13: 8: for 5 percent Insurance or Risk of said for 5 percent Insurance of the value of a ship of 150 feet calculated at ƒ 100000:—: 19200v comes for 225000 ship - - - - - - - - „ 4266:14:—: for 2 percent Surat expenses upon the receiving and delivering back of the sold Parcel calculated on ƒ 69618:10:8 is - - for 5 percent Gratuity of the Lord Governor on ƒ 135605:9:— or the sales amount To profit 27 5/8 percent Total or - - - „ 19224:17:—: Total piculs 768:1/25 ƒ 135605:9: was written below: In the Dutch Surat Office comes to - - - - - - - - - - - „ 6780: 5:8: -- -. „ 1392: 7: 8: Capital - - - - - - - - - - - - „ 3480: 18: 8: Ac PC - -
Dutch transcription
2 7 door elkander. . . - Telt Telt 9 Jaaren Ligt Geld Lasten Deeser Directie in 93 Jaaren te weeten Alle Jaaren - - - - - ƒ1096528. 3. 11 ƒ 109652„ 16. 6 „ 1375249. 51. 60 „ 137524. 19. 2 --„1728798. 10. 9„ 172879. 17. 1 ---„1535669. 8. -„ 15356. 60. 18. 10 -- - „ 1171556. 5. — ƒ337155. 12. 8 „ 1049681. 9. 8„ 104968. 2. 15 „1568534. 13. - „ 116853. 9. 5 - - „ 1320698. 3. - „ 132069. 16. 6 door elkander - - - - - - - - - ƒ471047. 1. -„„117511. 15. - ƒ573602. 11. 3 ƒ 143400. 13. - Te saamen - - - - - - - - - - - - - - - ƒ260912. 8. -„ 384229. 19. – ƒ128076. 13. - „ 760502. 2. 8 „ 253500. 14. „ 996912. 2. - „ 249228. -. 8 -„ 395104. 11. 8 „ 131701. 10. 8 ƒ762506. 18. - „190626. 14: 8. ƒ321082. 18. 8 ƒ160541. 9 —. - -„ 128433. 3. -. /:onderstond:/ Aldus g'extaheert uyt de nagelatene memorie van den Edele Heer Schreuder en uyt de negotie boeken /:was geteekent:/ G: C: Roeff negotie overdrager sten deeser Directie van 18 Jaaren of van A:o 176 3/1 tot 178 /1; als ƒ130656„ 4. —:— ---ƒ559102. 15. — ƒ113820. 51. — ƒ447282. 4. - ƒ 89456. 8 „ 768713. 19. -„ 96089. 5. 8 „ 326615. 16. 8 „ 65323. 3. — ƒ1542611. 19. 8 ƒ250868. 16. 8 --ƒ 83622:19. — ƒ128433. 3. —. -„ 83622. 19. —. - - -ƒ 64810. 6. — Accordeerd /:onderstond:/ Aldus g'expaheert en opgemaakt by my /:was geteekend:/ G: C: Roeff negotie overdrager de Jaar J: Loeff Regt f do. — -- --- -- — - - - — - - - - — , - - - — — --- - ƒ - - - - - - - — - Maren - - - - - - - Telt -- Jaar --- - — -- - - -- - — - - - — ƒ - -- - R 2G 325 A L: G: Vergelyking van den Handel welke in de gedreeven is in de Boekjaaren 169 7/5. 169 5/16 169 8/7 169 =de Iaaren 177 5/1. 1778/9. 1777/80 en 178/5 Jaaren scheepen. Aanb 10 ƒ 1296 169 7/5 11 „ 4099 169 5/6 993 1695/ 11 „ 6580 7 „ 66097 169 7/8 8 169 2/3 55270 47 ƒ 241137 5 Ligt Geld „ Swaargeld - - „ 1929 - - – – - – „ 385 Voor yder Jaar - 7767 1¾ ƒ 1714 177 6/7 77 2 „ 289: 177 5/6 177 8/9 2 „ 279 „177 3/80 2 „ 230 178 /5 304 2 „ 9¾ ƒ 12748 5 Swaar Geld 1. - - - - „ 2549 Voor yder Jaar ——. De bovenstaande 5 Jaaren van 169 4/15 tot 169 8/9 .. ƒ 192949 47. 5 . . . . . .. hebben bedraagen . - 9¾ „ 12748 5 De onderstaande 5 Iaaren van 177 6/7 tot 178/1 rendeeren 97 welke gedetraheert soo geblykt het verschil te zyn dat 37¼ ƒ 6542 de Eerstgemelde meerder syn als de laastgenoemde gedurende 5 Jaare . „ 130 Ofte yder Iaar. L=ra C fra -. . - ouratsche Directie door de Edele Compagnie 169 7/8. en 169 8/9 tegen die welke door Haar Edele aldaar is gedreeven in Synde de 5 laaste voor den Oorlog Inkoop Winsten. Lasten Verkoop Retouren Geheelen Handel 62. –. – ƒ 573079. 14. - ƒ 143497. 11. 12 ƒ 702751. 14. - ƒ 696621. 14. 8 ƒ1399373: 8. 8. 995. 9.: 8 „ 797282:2:—„ 272679: 17:12 „ 1207277. 11. 8„ 113479. 19. 6„ 1320757: 10. 14. 208511: 14„ 3„1616550. 7. 8 „ 2322133. 7. 7„ 3938683: 14. 15 958520. 1. 8„ 893465. 13. 8 „ 217285. 15. -„1554439. 1. -„ 633. 131. 16. 1„ 2187570: 17. 1 543410. 10. 8„ 208584:18: 3„ 1096113. 7. -„ 744930. 17. 8„ 1845044: 4. 8 ƒ3765758. 1. 8 ƒ 1050559. 16. 4. ƒ 6177132. 1. - ƒ 4510297. 14. 16 ƒ 10687429. 15. 14. 3012606. 9 -„ 840447.17. -„ 4941705. 13. -„ 3608238. 4. -„ 8549943. 16.- 602521. 6. -„ 168069:1:8„ 721647. 13. -„ 1709988. 15. – 98834. 2. 8„ 479450. 10. 8. 64014. 3. 8 ƒ 800720. 17. 8 ƒ 451253. 14. - ƒ 1251974. 11: 8 514736: 5. - „ 1365033. 2. — 850296. 17. -„ 524716. 10. -„ 62706. 2. -„ 421041. 5. - „ 1049519. 1. 8 57170. 15. -„ 628477. 16. 8 „ 348988.1. — 64706. 9. -„ 382875. 16. 8„ 630369. 7. 8„ 572692. 6. -„ 1203061. 13. 8 446453. 18. 8 „ 78018. 7. –„ 751938. 16. -„ 805547. 16. - „ 1557486. 12. - 74869. 11. —. ƒ 2182477. 6. 8 ƒ 326615. 16. 8. ƒ 3661803. 14. 8 ƒ 2765275. 6. -ƒ 6427075. -. 8 973. 18. - „ 436495. 9. -„ 65323. 3. - „ 732360. -. - „ 553056. 5. -„ 1285415. -. -. 1373. 19. 8 ƒ 9099. 3:8„ 2702. 16. 8„ 973. 7. 8„ 9499. 3 8„ 3012 606. 9. - ƒ 8404.47. 17. — ƒ4941705. 13. - ƒ ƒ3608238. 4. — ƒ 8549943. 16. — 4869. 11. — „ 2182477 6. 8 „ 326615. 16. 8„ 3661803. 16. 8„ 2765271. 6. -„ 6427075. -. 8 54229. 12. 8. 830129. 2. 8. ƒ 513832. —. 8. 1279901. 18. 8. ƒ 842966. 18. — ƒ 2122868. 15: 8 166025. 16. 8„ 102766. 8. -„ 255980. 8. -„ 168593. 7. 8„ 424573. 13. - /:onderstond:/ Aldus g'extraheert uyt Diverse Papieren en de Negotie Boeken by my /:was geteekend:/ CG:C. Roeff negotie overdrager Accordeerd 945. 18. 8„ A: Lock Negs. ofr do. 3/ ¾ 99 030. 6. —„ 549. 16. 8„ 491. 11. 8 ƒ 9 06. 9. —„ 3.8: 8„ „94. 9. —„ 483. 13. —„ 325 Reekening van de Lading Poeder Suijker in aangebragt waar bij zijn aangeweesen alle de Lasten van Neederlands India Willem Jacob van de Graaf Gestrenges in dato 5„e April 1777. ontworpene Model Debet Suijker Bij Inkoop met de daar op Bereekende 2: p„r C=to 145300 Bataviasche ongelden ƒ 9: 1: 4 192000 de Piccol is voor Pirec :t 1608:1/35. ƒ69610:10:8: voor vragt van een schip voor 8: maanden teegens rop: 3000:-: 'smaands gereekent op 9000:—: Picc: komt voor Elke 100:—: lb ƒ 2:11 1/5. en dus voor 7680 1½25. Picl off 9'60'005:-: Ponden - - - - - - - - „ 24576: 2: 8: voor Twee Jaaren Interrest op het Inkoops kosten„ „de tot ƒ 69618: 10:8: â 4½ 's Jaars is - - - - - -. „ 6265:13: 8: voor 5. p„r C„to Assurantie off Risico van gemelde voor 5. p„r C=to Assurantie van de waarde van een schip van 150. voeten gereekent op ƒ 100000:—: 19200v komt voor 225000. schip - - - - - - - - „ 4266:14:—: voor 2: p„r Cento souratse ongelden bij het ontvan„ „gen en weeder afgeeven van de verkogte Parthij gereekent op ƒ 69618:10:8: is - - voor 5: p„r Cento Douceur van den Heer Gebieder op ƒ 135605:9:—: off het verkoops bedra„ Aan winst 27 5/8 p:r C„to tS„o off - - - „ 19224:17:—: Somma pico 768:1/25 ƒ 135605:9: /:onderstont:/ In 't N„s Comptoir Souratta „gen komt - - - - - - - - - - - „ 6780: 5:8: -- -. „ 1392: 7: 8: Capitaal - - - - - - - - - - - - „ 3480: 18: 8: Ac PC - -
English
1527 in the Book Year 1784/5 per the ship Trompenburg in Souratta which, according to the opinion of the Right Honorable Council Graaff, former Director of this Directorate, could be brought to his model for that purpose; as Powder Credit for what was sold at ƒ 19: 9: 4 3/6 per Picol - - Pieces 6967 1/50 ƒ 135605:9:—:: 657 the validated deficits - - - - 454 19/10 —:—:—: 3½ percent toll surrendered - - - 258:1/1000 —: —:—: Total Picols 7680 1/25 ƒ 135605:9:—: Souratta the last day of August Anno 1785. signed: Wa onte Agrees. JRDoeff F: 8: 01 593924 Copy. Outgoing English Letters From Anno 1780. No. No. To the Honorable Andries Ramsaij Esquire Chief for all affairs of the British Nation etc. etc. etc. Honorable Sir! We had the honor to receive Your Honor's letter of today, and satisfying Your Honor's desires with pleasure, we have, in accordance with Your Honor's request, written to the Governor and Council of Ceylon and to the Governor and Council at Cochim. We accompany this with the requested bill of exchange in duplicate drawn on the Governor and Council at Ceylon to the amount of Rupees 20000:-. to be paid at 8 days' sight to the order of Captain William Williams, and of Rupees 30½ to settle the freight of the goods of the Honorable Dutch East India Company being sent by us with the ship the Lady Hugh amounting to Rupees 14785, and of the 3 percent insurance premium on a sum of 174855:—. from this roadstead to Punto Gale amounting to Rupees 5245½, making together Rupees 20030½, with the request that Your Honor please send us formal receipts for this and the letters of insurance. We have the honor to be underneath: Honorable Sir lower: Your Honor's humble and obedient servants signed: A: J: Sluijske, E:t N: Wiardi, M:s Monte, J: J: van Polanen de Bevere and G: C: Roeff: in the margin: Souratte the 10th of January Anno 1786: To the Right Honorable Rawson Hart Boddam Esquire President for all affairs of the British Nation, as well as Governor of His Majesty's Castle at Bombaij, together with the Council Right Honorable Sir and Gentlemen In reply to our letter of the 26th of October 1784, by which we demanded from Your Honors the restitution of all the possessions and privileges that the Dutch Company had before the war, Your Honors were pleased to write back to us by your honored letter of the 3rd of November 1784 that the Honorable English Company, in its last treaty, had ceded and handed over the city and Pargana of Brootchia to Madajie Scindia Bhadur, who was now in full possession of its sovereignty, and when Your Honors subsequently, by your letter of the 6th of January 1785, informed us that you had decided, regarding the restitution of the Directorate, to follow the example of Bengal so far as local circumstances would allow, we, by our reply of the 22nd of the said month, requested from Your Honors an explanation of these reservations, while already protesting against them in advance. To this last letter of ours we have never seen ourselves honored with any reply, nor have Your Honors, so far as has come to our knowledge, taken the slightest step to restore to us the factory of Brootchia with its privileges etc., to which the Honorable English Company is nevertheless indisputably obliged, by virtue of the 5th Article of the peace concluded between His Majesty the King of Great Britain and the Republic of the United Netherlands on the 20th of May 1784, by which His aforementioned Majesty expressly bound himself to return Trinconomale as well as all other cities, forts, harbors, and possessions that during the war were taken by the arms of His Majesty or those of the English Company, in whatever part of the world it may be, without Your Honors' pretext—that Brootchia has been ceded and transferred to Madaje Scindia Bhadur—being of any avail to the English Company, since it had no power to give away anything, by way of gift, sale, or under whatever name it might be, which had not yet been ceded to it by any treaty. We therefore find ourselves entitled, and according to the express further instructions of our superiors obliged, hereby to reclaim from Your Honors, gentlemen, repeatedly, the factory at Brootchia taken from us by Your Honors, with all the prerogatives and privileges that the Dutch Company had and possessed there before the war, not doubting in the least that Your Honors will still, in accordance with good faith and in compliance with the concluded peace treaty, promptly satisfy this lawful requisition of ours. Wherewith we have the honor to be with respect underneath: Right Honorable Sir and Gentlemen lower: Your Honors' very humble and obedient servants signed: A: I: Sluijsken, M: Monte, E: N: Wiardi, I: J: van Polanen de Bevere, E: Meijer and G: C: Roeff in the margin: Souratta the 21st of February Anno 1786: — To the Honorable Andries Ramsaij Esquire Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mogul's Castle and Fleet, together with the Council. Souratta. Gentlemen! When the Commissioners of the British Nation returned to us on the 15th of January 1785
Dutch transcription
1527 in het Boekjaar 17 8/5 P„r Het schip Trompenburg in Souratta sten die na het gevoelen van den welEdelen Gestrengen Heer Raad Graaff voormaaligen Directeur deeser Directie bij zijn wel Edele Model daar toe kunnen werden Gebragt; als Poeder Credit over het verkogte a ƒ 19: 9: 4 3/ /6 d Picol - - Piec„s 69671/50 ƒ 135605:9:—:: 657 „ de gevalideerde Minderheeden - - - - „ 454 19/10 „ —:—:—: „ 3½ pp„r C„to afgegeevene Thol - - - „ 258:1/1000„ —: —:—: Somma Pico„s 7680 1/25 ƒ 135605:9:—: ratta Adij ult„o Augustus A„o 1785. /:was geteekend:/ Wa onte Accordeert. JRDoeff F: 8: 01 593924 Copia. Afgaande Engelsche Brieven Van A„o 1780. No. No. Aan den Agtbaeren Heer Andries Ramsaij Schildknaap Cheff voor alle saeken van de Britsche Natie &:a &:a &:a Agtbaere Heer! Wij hebben d' Eer gehad te ontfangen uwel Ed: mis„ sive van heden, En met vermaak aan uwelEd: verlan„ gens voldoende hebben wij overeenkomstig uwel Ed: ver„ soek geschreeven aan den Heere Gouverneur en Raed van Ceijlon en aan den Heere Gouverneur en Raed te Cochim. wij laeten deese verseld gaen van de gevraeg„ de wissel in Duplo op den Heer Gouverneur en Raed te Ceijlon ten bedraege van Rop:s 20000:-. om op 8: dagen sigt voldaen te worden aen de ordre van Cap=n william williams en van Rop:s 30½. ter voldoe„ ning van de vragt der met het schip de Ladij Hugh door ons versonden wordende goederen van de Edele nederlandsche oost-Indische kompagnie tot Rop:s 14785. en van de 3. procento premie van assuran„ tie van een somma van 174855:—. van deese Rheede na punto Gale tot Rop: 5245. ½. maeken„ de tesaemen Rop:s 20030½. met versoek dat uwel Ed: ons daar van gelieve tesenden quitancies in forma en de brieven van assurantie. Wij hebben d' Eer te sijn /:onderstont:/ Agtbaere Heer /:lager:/ uwel Edele Agtbaeres onderdanige en 329 en ootmoedige Dienaaren /:was getekend. /. A: J: Sluijskea E:t N: wiardi, M:s Monte, J: J: van Polanen de Bevere en G: C: Roeff: /:in margine:/ souratte den 10=e Januarij A:o 1786: Aan den welEdelen Groot Agtbaeren Heer Rawson Hard Boddam schuldkn. President voor alle saken van de Britsche Natie, mitsgaders Gouver„ neur van zijn majesteits Casteel te Bombaij benevens Wel Edele Groot Agtbaeren Heer en Heeren In antwoord op onse missive van den 26=e october 1784, bij dewelke wij van uwel Ed: hebben gevorderd de restitutie van alle de besittingen en voorregten die de Nederlandsche Compagnie voor den oorlog gehad heeft, hebben uwel Ed: ons bij derselver g'Eerde missi„ ve van den 3:e November 1784. gelieven te rescribee„ ren, Dat de Edele Engelse Compagnie bij haar laetste Tractaat de stad en Pergunna van Brootchia had„ afgestaan en overgedaan aan Madajie Scindia Bha„ dur welke tans in de volle Besittingen was van dies souverainiteid, en toen uwel Ed: vervolgens bij der„ Den Raad selver 22 selver brieff van den 6=e Januarij 1785: ons bedeelden dat besloo„ ten hadden en de restitutie der Directie het voorbeeld van Bengalen te volgen so verre plaetselijke omstandigheid wilde gedogen, hebben wij bij ons andwoord van den 22: van ge„ melde maand van uwel Edele versogt eene Explicatie van deese reserven, terwijl daer tegen al bij voorraed protesteerden Op deese onse laetste brief hebben wij ons nimmer vereerd ge„ „sien met eenig antwoord, nog hebben uwelEd: voor so verre ons tevoren gekomen is, de minste stap gedaan om ons het Comp„ „toir Brootchia met desselvs voorregten etc: te restitueeren, waer toe egter de Edele Engelse Companie onweedersprekelijk ver„ „pligt is, uit hoofde van het 5„en Art: van de tusschen zijne Majesteit de koning van groot Brittanien en de Republicq der verEnigde Nederlanden op den 20=e Maij 1784: geslootene vreede, bij het welke Hooggemelde sijne Majesteit sig uit„ „drukkelijk verbonden heeft, om Trinconomale so wel als alle andere steeden, forten, Haven en Besittingen die ge„ duurende den oorlog door de wapenen sijner Majesteit of die van de Engelschen Compagnie zijn genomen, in welke gedeelte van de wereld het zij mag terug te geeven, sonder dat uwelEd: voorwendsel, dat Brootchia aan Ma„ „daje saindia Bhadur is afgestaen en overgedaan, aen de Engelse Companie te stade komen kan, also die geen vermogen had om iets weg te geeven, bij wijse van ge„ „schenk, verkoop of onder welke benaming het zijn mog„ het welk haar nog bij geenig Tractaet afgestaen was. Wij vinden ons dus geregtigd en volgens den Expressen naderen last van onse superieuren verpligt om van uwel Ed: ken en 2 uwel Ed: mijne Heeren bij deese, bij herhaeling terug te vorde„ „ven, het door uwel Ed: ons ontnomen Comptoir te Brootchie met alle de voorregten en Privilegien welke de Nederlandse companie aldaar voor den oorlog gehad en beseeten heeft, geensints twijffelende of uwel Ed:s sullen als nog volgens de goede trouwe, en ter naarkominge van het gemaakte vreedens Tractaat aen deese onse regtmatige requisitie als nu ten eersten voldoen. Waer meede d' Eer hebben met respect te zijn /:onder„ „stond:/ welEdele Groot Agtbaeren Heer en Heeren (:lager:) uwel Edele Groot Agtbaeres seer onderdanige en ootmoe„ 82: „dige Dienaeren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M: Monte„ E: N: Wiardi, I: J: van Polanen de bevere, E: Meijer en G: C: Roeff /: in margine :/ souratta den 21=en Fe„ „bruarij A:o 1786: — Aan den wel Edelen Heer Andries Ramsaij schildknaap Cheff voor alle saeken van de Britsche Natie en Gouverneur van s Mogols Kas„ veel en vloot, Mijne Heeren! Toen de Heeren kommissarissen van de Britsche Natie aen ons op den 15=e Januarij 1785: hebben terug gege Benevens Den Raad. ge Souratta ven
English
together with the Factory, Warehouses, garden, etc., the papers that had been sealed at the taking of the Directorate, they did not return to us three Books or Memoranda which were kept outside the chests and taken away by the Gentlemen Commissioners for the capture; in the receipt which we granted for the restitution, we made mention of this, and the Gentlemen Commissioners aforesaid undertook to return them as soon as possible; since then, application has been made by us several times for their restitution, without our ever having been honored with any reply on this subject, wherefore we are now under the necessity of repeatedly requesting Your Honor to cause the aforementioned three Books or memoranda to be returned to us at the earliest: We furthermore take the liberty to enclose herein a missive for the Gentleman Governor and Council at Bombay, with the request that you may be pleased to grant the same a favorable forwarding. With which we have the Honor to be, [was written below] [lower down] Your Honors' humble Gentlemen! and obedient Servants [was signed] A: J: Sluijsken, M: Monte, E: N: Wiardi, J: J: van Polanen de Bevere, E: Meijer, and G: C: Roeff. [in the margin] Surat the 21st of February anno 1786: To To the Right Honorable Gentleman Andries Ramsaij Esquire Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mughal Castle and fleet. Together with The Council at Surat Gentlemen. Some time before this Directorate was taken by Your Honor on the 14th of June 1781, yea, before the war between Great Britain and the state of the United Netherlands was declared at Surat, and thus at a time when we had an undeniable right to dispose of the interests and properties of the Dutch Company, we had granted to the Heirs of the Bania merchant Bhaijsa a bill of exchange of One hundred thousand rupees with the Interest thereon since the 21st of March 1781 at 3/4 percent per month on certain merchants in Surat, Beramtje Souraalje and Harmootje Rettingie, linen Suppliers of the Dutch Company, and this in satisfaction of a like sum which we had negotiated from them on the 21st of March 1781 for the Honorable Company on two bonds in the names of Saa Gosaaltjent Kapoertjent and Saa Kapoertjent Singa; and the said Suppliers, to whom the satisfaction of this bill of exchange was ordered by us, did, as soon as the same was presented to them for payment, to the said Heirs of Bhaijsa, as they had no ready cash on hand at that time, immediately transfer or place in pawn, in payment or reduction of the said 100,000 rupees, a parcel of Linens that were stored in a warehouse, to the value of 50,000 rupees, and moreover undertook to satisfy the remaining sum out of the goods that were further remaining in their possession, to which end they immediately delivered the keys of the aforementioned warehouse where the goods were stored to the aforesaid Heirs of Bhaijsa, whereby the aforesaid bill of exchange having thus been realized, we could never have suspected that Your Honor, at the taking of the Directorate, contrary to all laws, would have deprived the same of its effect. Yet this has nevertheless been done by Your Honor, when, notwithstanding all the representations and protests made against it by the repeatedly mentioned Heirs of Bhaijsa that these goods had already become their property by the aforesaid transaction, you proceeded to have this Warehouse, after the keys thereof were refused by the aforesaid Heirs, broken open by force and the goods taken out of it, while all the remaining goods which the said Suppliers were further to give in the payment of this bill of exchange were likewise taken away by Your Honor. Your Honor was repeatedly remonstrated with concerning this unlawful conduct at the time we were your prisoners of war by the then Gentleman Director, the Gentleman van de Graaff, and that most recently after His Honor's exchange and upon his departure from Surat by missive of the 28th of January 1782. And it is now that we, by express order of our High superiors, request Your Honor and expect from your equity, to credit the Honorable Dutch Company with the amount of the aforesaid bill of exchange which by Your Honor's conduct was deprived of its effect, with the Interest. With which we have the Honor to be [was written below] [lower down] Your Honors' humble and Gentlemen obedient Servants [was signed] as before [in the margin] Surat the 24th of February 1786: To Gentlemen. To the Right Honorable Gentleman Andries Ramsaij Esquire Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mughal Castle and fleet Together with The Council at Surat We have had the Honor to receive Your Honors' missives of the 23rd of February and the 7th instant; It is with particular regret that we have had to learn from the latter that Your Honor is pleased to deem fit to refuse us thereby our lawful claim contained in our letter of the 24th of February prior, namely to credit the Honorable Dutch Company with the amount of the bill of exchange granted to the Heirs of the Bania merchant Baijsa, which by Your Honor was deprived of its Effect, with the Interest, and which regret is yet considerably increased when we further perceive from Your Honor's aforesaid letter that Your Honor now wishes to base this refusal on the supposition that it would be in the highest degree improbable that this bill of exchange in question should have been made before the hostilities
Dutch transcription
223 2 ven benevens de Factorij, Pakhuijsen, tuijn enz:, de papieren die bij het nemen der Directie versegeld geweest waeren, hebben zij ons niet terug gegeven drie Boeken of Memo„ rien welke door de Heeren kommissarissen tot de cap¬ ture buijten de kassen gehouden en mede genomen sijn, bij de quitantie welke wij van de wedergaeve ver„ leend hebben, hebben wij hier van gewag gemaakt en de Heeren kommissarissen voorm: hebben aan„ genomen die zo ras mogelijk mede te sullen te rug geven, sederd is door ons verscheijdene maa„ len om dies restitutie aangehouden, sonder dat wij immer met eenig andwoord op dit onderwerp zijn vereerd, waerom wij thans in de noodsakelikheijd sijn om uwelEd: bij herhaeling te versoeken om ons de voorschreeven drie Boeken of memorien ten eersten te rug te doen geeven: Wij neemen verders de vrijheid om hier in te sluijten eene missive voor den Heere Gouverneur en Raad te Bombaij met versoek om deselve eene gunstige addresse te willen verleenen. Waarmede d' Eer hebben te sijn, /:onderstont:/ /:lager:/ uwel Edelens onderdanige Mijne Heeren! Dienaaren /:was getekent:/ en gehoorsaame A: J: Sluijsken, M: Monte, E: N: wiardi, J: J: van Polanen de bevere, E: Meijer, en G: C: Roeff. /:in margine:/ souratta den 21=e februarij a:o 1786: Aan Aan den wel Edelen Heer Andries Ramsaij schildknaap cheff voor alle saeken van de Britsche Natie en Gouverneur van het mogols kasteel en vloot. Benevens Den Raad te souratta Mijne Heeren. Eenigen tijd bevorens deese Directie door uwel Ed: op den 14=e Junij 1721. genomen wierd, Ja bevo„ vens den oorlog tusschen Groot Brittanien en de staet der vereenigde Nederlanden te suratta gede¬ clareerd was en dus op een tijd dat wij een ontegen„ spreekelik regt hadden om over de belangens en eijgendommen van de Hollandsche kompagnie te beschikken, hadden wij aan des Erfgenamen van den Benjaans koopman Bhaijsa verleend eene wissel van Een mael honderd duijsend ropijen met den Interest daarop sederd den 21e maert 1781. tegen ¾. procento smaands op sekere kooplieden in souratte Beramtje Souraalje en Harmootje Rettingie lijwaat Leveranciers van de nederland„ se komp: ende sulx in voldoening van een gelij„ ke somma, welke wij van hun op den 21e maert 1781. voor de Edele kompanie hadden genegotieerd op twee obligatien op de naemen van Saa Gosaalt„ jent kapoertjent en saa kapoertjent singa en gemelde Leveranciers, welke de voldoeninge deser wissel door ons geordonneerd was, hebben zoo ras deselve aan haar ter betaeling gepresen„ teerd - 229 26 teerd werd, aan de gedagte Erfgenamen van Bhaijsa ter„ wijl se op dien tijd geene kontanten aan handen had„ den, datelik in betaling of mindering van gem: 100'000. rop:s overgegeven of in pand gelegd eene partij Lijd waeten die in een pakhuijs geborgen waaren, ter waer„ de van 50000. rop:s en daer en boven aengenomen om de overige somma uit de goederen die verder onder haar berustende waeren te sullen voldoen, ten welken eijnde sij de sleutels van het voorm: pakhuijs daer de goederen waeren opgeslaegen, datelik hebben ter hand gesteld aan de voormelde Erfgenamen van Bhaijsa, waar door dan de voorsz: wissel gerealiseert sijnde, hadden wij nimmer kunnen vermoeden dat uwelEd: deselve bij het neemen der Directie strijdig met alle regten van zijn effect souden hebben be„ voofd. Dan dit egter is door uwelEd: geschied, wanneer deselve niet tegenstaande alle door de meergedagte Erf„ genamen van Bhaijsa daer tegen gedane voordrag„ ten en protestatien, dat deese goederen door de voorschre„ ven transactie bereets haeren eijgendom geworden waeren, daer toe zijn overgegaan om dit Pakhuijs, na dat de sleutels daarvan door voorsz: Erfgenamen geweigerd waeren met geweld te laeten openbreeken en de goederen daer uit wegteneemen, terwijl alle de overige goederen die gedagte Leveranciers in de betalinge deser wissel verder geeven moeten mede door uwelEd: sijn weg genomen. uwelEd: sijn over dit onwettig gedrag ten tijde wij uwe krijgs gevangenen waeren, temeer maelen onder„ houden, door den toenmaaligen Heere Directeur den Heere van de Graaff en wel laetstelik na zijn Ed: uitwisseling uijtwisseling en bij zijn vertrek van souratta bij mis„ sive van den 28=e Januarij 1782. En het is thans dat wij op expresse last onser Hoo„ ge superieuren uwelEd: versoeken en van derselver aquiteit verwagten, om aan de Edele nederlandse kompagnie te goed tedoen het bedragen der voorsz: wissel die door uwelEd: gedrag van zijn effect beroofd is met den Interes. waarmede d' Eer hebben te sijn /:onderstont:/ /: lager:/ uwelEd: onderdanige en Mijne Heeren k /:was getekend: /. als vooren gehoorsaame Dienaaren ^ /:in margine:/ souratta den 24. februarij 1786: Aan 9 235 257 Mine Heeren. Aan den wel Edelen Heer Andries Ramsaij schildknaap Chiff voor alle saeken van de Brit¬ se Natie en Gouverneur van 'smogols kasteel en vloot Benevens Den Raad te Suratta Wij hebben de Eer gehad te ontfangen uw wel Ed:s mis„ sives van den 23=e Februarij en den 7=e deeser; Het is met bijsondere leedweesen dat wij uit de laatste hebben moeten verneemen, dat uwel Ed: gelieven goedtevinden, ons daar bij te weigeren onse regtmatige vordering vervat bij onsen brief van den 24=e februarij bevoo„ rens, om namentlijk aan de Edele Nederlandse Comp: te goed te doen, het bedragen der aen de Erfgena„ men van den Benjaans koopman Baijsa verleende wissel die door uwelEd: van haar Effect beroofd geworden is met de Interest en welk leedweesen nog merkelijk vermeerdert, wanneer wij alverder uit uwel Edele voorsijden brief ontwaeren, dat uwel Edele deese weigering thans willen gronden op de veronderstelling „ dat „het tot den hoogsten graad onwaarschijnelijk zouden zijn, „dat deese wissel in questi souden sijn gemaakt, bevorens de vijandelijkheeden
English
hostilities had commenced here in that sense alone can the word rupture of which Your Honour is pleased to make use in your letter be applicable here between England and Holland, because this assertion demonstrates what little value Your Honour places on our integrity and our dutifully given word, whereas it is abundantly well known to all the members of Your Honour's council from that unfortunate time, that even if we had truly held the principles which Your Honour is now pleased to attribute to us in order to cover your own unlawful conduct, it would have been impossible for us to write the smallest piece of paper or to have any communication, let alone to draw any bills of exchange, after this Directorship had been taken by the arms of the Honourable English Company. This is such a well-known matter that it needs no proof; likewise, far from wishing to dredge up past matters, we desire to heal the breach and now that peace has been restored between the two nations, to revive, so far as in us lies, that good correspondence and harmony which previously so happily prevailed, and we shall therefore confine ourselves herewith solely to demonstrating to Your Honour, to your superiors and to the entire impartial world, firstly, that the bill of exchange or assignment in question was granted not after the hostilities against the Dutch had commenced here, but on the contrary at a time when we had an indisputable right to do so, and secondly, that Your Honour's council from that time paid no regard to the same bill of exchange or assignment, but put yourselves by force of arms into the possession of those goods which had been pledged in payment of the aforementioned bill of exchange and had immediately become the property of the heirs of Baijsa, without paying any heed to all the representations and protests made by the aforementioned heirs, yes, disregarding their steadfast refusal to deliver into Your Honour's hands the keys to the warehouses in which these goods were stored. Regarding the first point, it cannot be contradicted by any impartial person nor by Your Honours yourselves that we, as ministers of the Honourable Dutch Company at this place, had the right to dispose of and manage the goods, merchandise and possessions of the same Company, up to the moment that our factory was taken by Your Honour's arms, even to such an extent that we would have been able to destroy them without being indebted for an accounting or explanation in that regard to anyone other than our superiors, yes, even without Your Honour being able to blame us on that account; and according to this rule we were therefore also permitted to resell these linens, which we had ordered to be manufactured for the Company, or to dispose of them in another manner as we pleased. It is true, gentlemen, that we have always been in the firm confidence that in the event of a rupture of the peace between Great Britain and Holland, the possessions and property of the Dutch Company at this place were safe and secure, both because Souratta until the moment of the last war was always considered a neutral place, but principally because we are established here under and upon the trust of the Firmans and privileges of the Sovereign which were granted to ensure complete safety and protection, and which have been expressly and repeatedly most solemnly guaranteed by Your Honours yourselves, for and on behalf of the Honourable English Company, as governor of the Mogol's Castle; and we could in no way expect what has happened here. Nevertheless, an apprehension could arise among us that in the event of a rupture of the peace, of which people in the city were then beginning to murmur, it would be very difficult for us to ship the Company's linens from Souratta, and that it was therefore better to dispose of them and to pay off the borrowed funds, in order thereby to be freed from the payment of interest; nothing is more natural than this, and nothing less could our superiors expect from ministers who have their interests at heart, however strange and improbable Your Honours may be pleased to call it. And to this end, on the 9th of June 1781, five days before the Directorship was taken by Your Honour's troops, we resolved to restore to the heirs of Baijsa the sum of one hundred thousand rupees which they had lent to the Company on the preceding 21st of March, and to do so out of those funds and goods which our linen suppliers owed and had in their possession. We therefore granted on that same day to the aforementioned heirs the assignment or bill of exchange drawn on the linen suppliers of the Honourable Dutch Company, Beraamjie Soeraabjie and Hormojie Rettewie, where
Dutch transcription
„vijandelijkleden alhier „ /:in dien sin alleen kan het woord Rupture waar van uwel Edele in haare brief gebruik gelieven te maken alhier van Aplicatie sijn :/ „tusschen En„ „geland en Holland waeren aengevangen„ om dat deese assentie aantoond welke eene waarde uwel Edele stellen op onse integriteid en een pligtig gegeeven woord, daar het alle de leeden van uwel Edele vergadering van dien ongelukkigen tijd overvloedig genoeg bekend is, dat al hadden wij waarlijk de grondbeginselen gehad welke uwel Edele ons nu ter dekking van derselver onwettig ge„ „drag gelieven toeteschrijven het ons onmoogelijk zoude geweest zijn, om het minste papiertje te schrijven of Communica„ tie te hebben, wij geswijgen eenige wissels te maken, na dat deese Directie door de wapenen van de Edele Engelse Comp: genoomen was. Dit is sulk een bekende saak, datse geen bewijs nodig heeft, ook wenschen wij wel verre van gepasseerde saken weeder op tehaalen, de breuke te heelen en nu de vreede tusschen de twee natien hersteld is, weeder tedoen herleeven, so veel in ons is, die goede Correspondentie en Harmonie, welke bevorens zo gelukkig heeft stand gegreepen en wij zullen ons daerom bij deesen alleen bepaalen om uwelEde„ „le, derselver supperieuren en de geheele onpartijdige wereld te betoogen eerstelijk dat de wissel of Assignatie in questi verleend is niet nae dat de vijandelijkheden tegen de Hol„ landers alhier waeren aengevangen, maer in tegendeel op een tijd dat wij daar toe een ontegensprekelik regt had„ „den en ten tweeden, dat uwel Edele vergadering van die tijd op deselve wissel of Assignatie geen regart heeft gesla„ „gen 2 339 „gen, maar zig met geweld van wapenen heeft gesteld in de possessie van die goederen, welke in betaeling der voorschreeve wissel in pand gegeeven en daadelijk den eijgendom van die erfgenamen van Baijsa geworden waaren, sonder eenige agt te slaan op alle de voordragten en protestatien door voor„ seijde erfgenamen gedaen, Ja ongerekent derselver stantvas„ tige wijgering om uwel Edele de sleutels der Pakhuijsen, alwaar deese goederen geborgen waaren, ter hand te stellen. Omtrend het eerste poinct kan het van geen onpartijdi„ „ge nog van uwelEdelen selfs worden tegengesproken dat wij als ministers van de Edele Hollandse Companie ter deeser plaetse, het regt hadden, om over de goederen, koopmanschap„ pen en besittingen van deselve Companie te disponeeren en te beschikken, tot op het ogenblik dat onse factorije door uwel Edele wapenen genoomen wierd, in soo verre selfs dat wij ze souden hebben kunnen vernietigen, sonder desweegens aen iemand als aan onse supperieuren, rekenschap of ver„ andwoording verschuldigt te sijn, Ja selfs zonder dat uwel Edele ons deswegens souden hebben kunnen blameeren en vol„ gens deesen reegel mogten wij dan ook deese Lijwaeten, wel„ ke wij voor de Companie hadden doen aenmaken, weeder verkoopen of op een andere wijse ons kwijd maken na wel„ gevallen. Het is waar mijne Heeren, wij zijn altoos geweest in het vaste vertrouwen, dat bij een vreede breuk tusschen Groot Brik„ „tanien en Holland, de besittingen en eigendommen van de Hol„ „landse Companie ter deeser plaetse vijlig en verseekerd wa„ =ren, so wel uit hoofde dat souratta tot het ogenblik van den laatsten oorlog altoos is geconsidereert als een Neutraele plaets, maar voornamentlik, om dat wij hier geseeten sijn onder en op op het vertrouwen der Firmans en voorregten van den sou„ „verain die gegeven zijn tot verseekering van een volkomen vijligheid en bescherming en die door uwel Edelen selven voor en van wegens de Edele Engelse Companie als gouverneur van 's Mogols Casteel seer expres en op het plegtigste bij her hae„ „ling zijn geguarandeert en wij konden ous geensints verwag„ „ten het geen hier gebeurd is dog des niet temin konde er bij ons opkoomen een apprehensie dat het ingeval van een vreede breuk waar van men toenmaels in de stad begon te mompelen voor ons seer beswaarlijk soude sijn, 'skommp: lijwaten van souratta te versenden en dat het dus beeker was om sig van deselve te ontdoen en de genegotieerde gelden wederom afteleggen ten eijnde daar door van de betaling van interest bevrijd te weesen niets is natuur. „lijker als dit en niets minder, konden onse supperieuren verwagten van Ministers welke haar belang ter harte gaat hoe wonderlik en onwaarschijnelijk uwel Edelen het„ selve gelieven te noemen en ten deesen einde resolveerden wij op den 9=e Junij 1781:, vijf dagen bevorens de Directie door uwel Edele troepen genomen wierd om de erfgenamen van Baijsa de som van Een mael Honderd Duijsendro„ pijen die ze den 21. e Maart bevorens aen de Comp: geleend hadden te restitueeren en om sulx te doen uit die gelden en goederen welke onse Lijwaat severanciers schuldig wae„ „ren en onder sig hadden. wij verleenden dus ten dien een„ „daage aen de voorschreeve Erfgenamen de Assignatie of wil „sel op de Lijwaat Leveranciers van de Edele Nederlandse Comp:s Beraamjie soeraabjie en Hormojie Rettewie waer
English
2 341 of which we have the honor to enclose a copy under No 1: And on the aforesaid 9th of June we ordered the said suppliers to pay this assignment or bill of exchange out of the sum they held belonging to the Honorable Dutch Company, as appears from the order also enclosed herewith in copy under No 2: which was immediately delivered to them, while the bill of exchange itself, the following day being Sunday the 10th of June, early in the morning, was handed over in person by the then secretary of our meeting Egbert Nicolaes Wiardi to the aforementioned heirs of Baijsa and accepted by them, as appears from his sworn statement. Whereupon the aforementioned suppliers immediately proceeded, in fulfillment of the aforesaid order, to deliver to the heirs of Baijsa the keys of a warehouse in which a considerable quantity of goods was stored, and thus to hand over or transfer the same goods to them in deduction of the bill of exchange accepted by them for payment, as it did not suit them to pay in cash so quickly. The first point, namely that we disposed of the Company's property at a time when we had an indisputable right to do so, having been proven, we appeal, with regard to the second point, to the personal knowledge and cognizance of the Honorable Gentleman your Honor's Chief and Council of that time, holding ourselves assured that their piety and uprightness will not permit them to deny that the heirs of Baijsa showed the aforesaid assignment or bill of exchange, which is still in their possession today, immediately No: 3: after the yard was taken and while we were still confined in it, and insisted that the goods be left untouched as their property or pledge, and that when the keys to the warehouse were demanded from them by the Gentleman Chief Etc., they steadfastly refused the same, without Your Honor being pleased to pay any regard thereto, but instead proceeded, in order to get to the goods, to have the doors broken open by force. It is therefore of no consequence how the contracts for tenders for the European market are made here; it is enough that we have proven that the ownership of the goods was transferred in payment to the heirs of Baijsa, and that they were not Dutch property at the time the directorship was taken by British arms. And we may rightly remark upon Your Honor's allegation "that if any assignment had taken place, the heirs of Baijsa would have had some proof thereof to show that the goods had been given as security for the money that their father had lent to the Dutch Company," that the aforesaid heirs could never produce a more certain proof that the goods had been given to them in payment or security than the keys themselves, through the handing over of which they were placed completely into their hands. Your Honor 343 To Your Honor, Gentlemen, must from all this be convinced that their assumption—as if it were in the highest degree improbable that this bill of exchange should have been made before the hostilities here against us had commenced—was entirely without foundation, and we therefore expect that Your Honor will no longer delay to amend your conduct grounded thereon, and in consequence thereof to credit the Honorable Dutch Company with the amount of the aforementioned bill of exchange, which has been deprived of its effect by Your Honor's conduct, with the interest which, as an indubitable right, we find ourselves compelled repeatedly to reclaim and demand. With which we have the honor to be, /:subscribed:/ Gentlemen, /:lower:/ Your Honor's very humble and obedient Servants, /:was signed:/ A: I: Sluijsken, M: Monte, E: N: Wiardi, J: J: van Polanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper and G: C: Roeff /:in the margin:/ Souratta, 10th of March A:o 1786. To the Right Honorable Gentleman Andries Hamsaij, Esquire Chief for all affairs of the British Nation as well as Governor of the Mogul's Castle and fleet, Together with The Council Souratta The widow of the deceased junior merchant in the service of the Honorable Dutch Company Heijdeman, about three months ago for her health, went to live with her daughter, the wife of one Toulon, who for some years has been residing with Mr. Goverts, formerly in the Dutch service but now an officer in the service of the Honorable English Company, taking with her the entire inheritance of her aforementioned deceased husband, under the pretext of a last will and testament which was supposedly made by the latter. And whereas the children and natural heirs of the same Heijdeman now demand the aforesaid inheritance before our Honorable Court of Justice, alleging the nullity, invalidity, and falsehood of the said will, the aforesaid Court yesterday sent its sworn messenger to the aforementioned widow Heijdeman with a summons to appear on next Thursday before
Dutch transcription
2 341 waar van wij d' Eer hebben eene Copij deesen bij tevoegen onder N:o 1: En wij gelasten op voorsijde 9=en Junij de gedagte Leve„ „ranciers om uit het bedragen dat ze van de Edele Neder„ „landse Comp: onder zig hadden, deese Assignatie of wissel te voldoen blijkens de ordre hier meede bijgevoegd in kopij onder„ N:o 2: die dadelijk aen haer is ter hand gesteld, terwijl de wissel selve, den volgenden dag zijnde sondagh den 10=en Juni des morgens vroeg door den toenmaligen sekretaris onser vergadering Egbert Nicolaes wiardi aen meer ged: erfgenamen van Baijsa in persoon is overhandigt en door deese aengenomen, blijkens sijn Edelijke verklaring Waar na de meerged: Leveranciers, dadelijk zijn over„ „gegaen ter voldoening aan voorsz: ordre, door aen de erfgenamen van Baijsa ter hand testellen, de sleutels van een pakhuijs, waer in een aansienelijk quantiteit goederen geborgen waeren, en dus deselve goederen in haad te geeven of te transporteeren in mindering van de bij haar ter voldoening geaccepteerde wissel, als so het haer niet ge¬ „legen kwam so spoedig in kontant te betalen, Het eerste poinct dat wij namentlik beschikt hebben over 'sComp:s eigendommen, op een tijd, dat wij daer toe een indispitabel regt hadden, beweesen zijnde, so beroepen wij ons ten opsigte van het tweede poinct, op de eigene ken„ nisse en meede weeten van den Edelen Heer uw Ed: Cheff en Raed van die tijd, ons versekert houdende dat derselver vroom en opregtheid, haar niet sal toelaten, om te ontken„ „nen dat de erfgenamen van Baijsa de voorsz: Assignatie of wissel die nog heden ten daage in haar besitting is, dade„ „lijk No: 3: „lijk na dat de werf genomen en wij nog in deselve geconfi„ neerd waaren hebben vertoond, en geinsteerd daer op dat de goederen als kunnen eigendom of onderpandonaengevoerd ge„ „laten wierden en dat zij toen haer de sleutels van het Pak„ „huijs door den Heer Cheff Etc=a wierden afgeeischt deselve stand„ „vastelijk hebben gewijgert sonder dat uwel Edele daarop eenig regart hebben gelieven te slaen, maar daertoe sijn over„ gegaen om ten einde bij de goederen te komen de deuren met geweld te doen openbreeken. Het doet dus niets ter saak hoedanig de Contracten van aanbesteeding voor de Europeese markt alhier worden ge„ „maakt genoeg is het dat wij beweesen hebben, dat den eigen „dom van de goederen is overgegaen tot betaling van de erfgenamen van Baijsa, en dat se geen Hollandse eigen„ ten tijde de directie door de Brikse wan „dom waaren „penen genomen wierd en wij mogen met regt op uwel„ Ed: allegatie „ dat so er eenige assignatie plaats gehad hadde, de erfgenamen van Baijsa daar van eenig be„ „wijs souden gehad hebben, om te toonen dat de goederen „gegeven waaren, als in sekerheid voor het geld, dat haar „vader aan de Hollandse Comp: geleend had „ aanmerken„ dat de voorsijde erfgenamen nimmer een serker bewijs dat de goederen haar waren gegeven in betaling of sen „kerheid produceeren konden, als de sleutels selve, door wel „kers overgave, se volkomen in haare handen waren gesteld. uwelEd: 343 Aan uwelEd: mijne Heeren moeten uit desen allen overtuigd sijn, dat derselver onderstelling als was het in den hoogsten graad onwaarschijnelik dat deese wissel soude sijn gemaekt bevorens de vijandelijkheeden alhier tegen ons waeren aen„ „gevangen ten eenenmaale vaar de sonder grond geweest is, en wij verwagten daarom dat uwEd: niet langer sullen uijtstellen om derselver daarop gegronde gedrag te beteren en ingevolge van dien aan de Edele Nederlandse Com„ „panij te goed doen, het bedragen der meergedagte wissel, die door uwel Ed:s gedrag van zijn effekt beroofd is, met den interest het welke als een ontwijffelbaar regt wij ons genoodsaakt vinden bij herhaling te reclameeren en te vorderen Waarmeede de eer hebben te sijn /:onderstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ uwelEd:s seer ootmoedige en onderdanige Dienaaren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M: Monte„ E: N: Wiardi, J: J: van Polanen de Bevere, E: Meijer G: Piper en G: C: Roeff /:in margine:/ souratta A:o 1786: den 10=e Maart Aan den welEdelen Heer Andries Hamsaij schildknaap Chiff voor alle saken van de Britsche Natie mitsgaders Gouverneur van 'sMo„ „gols Casteel en vloot Benevens Den Raad Souratta De weduwe van den overledenen onderkoopman in dienst der Ed: Nederlandse Companij Heijdeman is voor om„ „trend drie maenden geleeden voor haare gesondheid gaan woonen bij haar Dogter de vrouw van Eenen Toulon welke sedert eenige Jaaren habiteerd met mr. Goverts bevorens in den Hollandse dienst maar nu een officier in dienst der Ed: Engelse Companij meede neemende de geheele erffenisse van haar voorn: overledene Man, onder voorwendsel van een uitterste wille welke bij de laetste soude gemaakt zijn En also de kinderen en natuurlijke Erfgenamen van den selfden Heijdeman nu voor onse Agtb: Raad van Justitie de voorseijde Erffenisse Eisschen onder voorgeeven der nietigheid kragteloosheid en valscheid van de gesegde wille, heeft voorschreeve Raad gisteren haeren geswooren „nen boode aen de voorn: weduwe Heijdeman gesonden met een dagvaarding om op aanstaande Donderdag voor te
English
to appear before her, in order to answer to the aforementioned claim. However, when this messenger arrived at the house and requested to see and speak with Miss Heijdeman in order to carry out his order, he encountered the aforementioned Mr Goverts, who, after being informed of the reason for his coming there, not only prevented him from going to or seeing the aforementioned Miss Heijdeman, but even went so far as, while adding many terms of abuse, to threaten to kick him down the stairs with blows in such a manner that the aforementioned messenger was obliged to secure his own safety by flight, without having been able to execute the summons upon the aforementioned Miss Heijdeman, as Your Honour will be pleased to see from his report annexed hereto in copy. We do not wish for the present to inquire into what moves Mr Goverts to such conduct, but it is clear that he has done a grievous insult to our Council by treating its sworn messenger in such a manner, and that he has obstructed the course of justice by preventing him from coming to Miss Heydeman, who until this moment is a subject of the Republic. Therefore, we take the liberty of requesting Your Honour that it may please Your Honour to order the aforementioned Mr Goverts, firstly, to permit the aforementioned messenger to go to Miss Heijdeman in order to execute the order given to him, or to cause the aforementioned Miss Heijdeman to leave his house and no longer hide her nor give her any further protection, and secondly, to give such satisfaction to our Court of Justice as Your Honour shall judge equitable for the insult done to it. We have the honour to be, My Lords, Your Honours' humble and obedient servants, was signed, A: J: Sluijsken, Ms Monte, E: N: Wardinaar, C: J: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P: Piper and P: C: Roeff. In the margin: Souratta the 19th March Anno 1786. To the Honourable Mr Andries Ramsay, Esquire, Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mogul's Castle and Fleet, etc., at Souratta. Sir! I have had the honour this moment to receive Your Honour's letter of the day before yesterday; with regard to the pretended complaint made by Lieutenant Goverts to Your Honour concerning Mr Roosemeijer, mentioned in Your Honour's aforementioned letter, I request to be allowed to refer to the letter of our assembly which was delivered to Your Honour this morning by a commission; I merely request permission to add thereto that Lieutenant Goverts, who was formerly in the service of the Dutch Company and left the same, is far too well acquainted with the Dutch laws not to know that it is contrary to the same to arrest anyone over claims in cas of meum et tuum, and that the aforementioned Roosemeijer could not have come for that purpose; also, the house to which he came appears not to belong to Mr Goverts, but to the former wife of Toulon, with whom His Honour resides, at least it is certain that His Honour, after his arrival from Bombay, took up his lodging there with her. I have the honour to be, Sir, Your Honour's very obedient and humble servant, was signed, A: I: Sluijsken. In the margin: Souratta the 21st March Anno 1786. To the Honourable Mr Andries Ramsay, Esquire, Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mogul's Castle and Fleet, together with the Council, at Souratta. Gentlemen! We have had the honour to receive Your Honours' letter of the 21st of this month. The new argument which Your Honours are pleased to give therein for your refusal to indemnify the Honourable Dutch Company for the amount of the bills of exchange with the interest which were granted to the heirs of Bohaijsa, but which were deprived of their effect by Your Honours, namely that the aforementioned bills of exchange or assignments were allegedly granted by us after the declaration of war between Great Britain and the States General had been published at Bombay, and that we supposedly had knowledge thereof, is of no more validity than that which Your Honours were pleased to cite in your letter of the 7th of March, and which we refuted as clearly as extensively in our letter of the 16th following; for if that argument held, then all dispositions which any subject might make regarding his property from the time that war was declared on his sovereign until the moment that the fortune of war made him a prisoner would be null and void, a strange proposition that has possibly never before been advanced, and is contradicted by daily experience, since all sovereigns have constantly respected that which was done prior to the formal conquest, or at least the investment, of a place; in addition, we demonstrated in our preceding letter of the 16th of this month that we could never expect to be attacked and overcome in a neutral place such as this has previously been, where our safety and privileges were even guaranteed; and now we, namely those of us who were here at the time the Direction was taken, declare in the most solemn and formal manner, moreover, that we were ignorant of any declarations of war whatsoever at the time we granted the bill of exchange. However, since we observe to our regret that Your Honours, under all manner of pretexts, are disinclined to comply with our requisition by letter of the 24th of February last, Your Honours will be pleased to excuse us if we betake ourselves to the place where we may hope to obtain satisfaction. At
Dutch transcription
343 voor haar te verschynen, ten eijnde op voorsz: Eisch te andwoorden. Dog wanneer dese bode aan het huijs kwam en versogt om Juffrouw Heijdeman te zien en te spreeken ten eijnde Sijne Last te vol¬ brengen heeft hij den voornoemden Mr Po¬ „verts aangetroffen, die na van de reden komst aldaar onderrigt was, hem niet zijner alleen belet heeft, om bij voorn: Júffroúw Heijdeman te gaan of haar te Sien maer selfs zo verre gegaan is om hem onder toevoeging van veele scheldwoorden met slaagen van de trappen te Sullen Schop¬ pen te dreijgen op so een wijse dat de voorn: bode verpligt is geweest sig selve met de vlugt in veijligheijd te stellen zonder in staet te zijn geweest de dagvaarding aan voorn: Juffrouw Heijdeman ter uijtvoer te brengen so als UwelEd:e sullen gelieven te sien uijt syn relaes hier bij in copie annex Wij willen voor het tegenswoordige niet ondersoeken wat m:r Goverts tot sulk een gedrag beweegd, maer het is duijdelijk dat . dat hij aan onsen raad Eene gevoelige hoon heeft aangedaan, met haaren geswoorenen bodde dus„ „daanig te behandelen en dat hij heeft gestuijt den loop van het geregt door hem te beletten, van bij Juffrouw Heydeman welke tot dit ogen¬ blik een onderdaane van de Republicq is te Koomen: Daarom gebruijke wij de vrijheijd uwelEd: te versoeken dat het UwelEd=e behaage voorsegde m. r Goverts te gelasten, Eerstelijk van voorn: Boode te permitteeren bij Juffrouw Heijdeman te gaan, ten eijnde zyn gegeven Last te volbrengen of te maaken dat voorn: Juff„ vrouw Heijdeman zijn huijs verlaat en haar niet verbergt nog haar eenige bescher„ „ming meer geeft, en ten tweede, om sulk een satiffactie te geeven, aan onse Raad van Justitie als Uwel Ed:e zult oordeelen billijk voor de haar gedaane hoon Wy hebben d' Eer te syn /:onderstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ UwelEd: Onderdaanige en Dienaeren /: was getekend/ Gehoorsaame A: J: Sluijsken, Ms Monte, E: N: Wardi„ Polaanen de Bevere, E: Meijer, C: J: van P: Piper en P: C: Roeff /:in margine:/ souratta den 19:' Maart A:o 1786. —. Aan 347 Aan den WelEdelen Heer Andries Ramsay Schildknaap Cheff voor alle Saaken van de Brit¬ se Natie en Gouverneur van 's Mogols Kasteel en vloot &a Te Souratta Mijn Heer! Ik heb de eer gehad dit oogenblik te ontfangen uwelEd: missive van voorgisteren, ten aansien van de voorgewende klagte door den Luijtenant Goverts aan Uwel Ed:e gedaan over M:r Roosemeijer bij de voorsz: UwelEd:e brieff vermeld, versoek ik my te moogen gedraagen aan de missive van onse vergaadering welke uwel Ed:e deesen morgen door eene commissie is overgegeven, eeniglijk versoek ik verlof om daar bij te voegen dat de Luijtenant Goverts die bevoorens in den dienst van de Hollandse Companije geweest is en deselve verlaaten heeft, al te seer bekend is met de Hollandse wetten om niet te weeten dat het met deselve strijdig is om iemand over pretentien in cas van neuw et tuum te arresteeren en dat de voorsz: Roosemeijer ten dien eijnde niet komen konde ook Schijnd het huijs alwaar hij gekoomen gekoomen is niet van Mr. Goverts te Sijn, maar van de voormaelige vrouw van Toulon waar mede sijn E: habiteerd, ten minsten het is zeker dat sijn E: na zijn komst van Bombaij syn intrek aldaar bij haar genoomen heeft Jk heb de Eer te sijn /:onderstond:/ Mijn Heer /:lager:/ UwelEd:e zeer gehoorsaame en ootmoedige Dienaer /:was getekend:/ A: I: Sluijsken /: in margine:/ Souratta den 21: Maart A„o 1786. —. Aan den welEdelen Heer Andries Ramsaij Schildknaap Cheff voor alle Saaken van de Britse Natie en Gouverneur van s' Mogols Casteel en vloot Benevens Den Raad Te Souratta Mijne Heeren! Wy hebben d'eer gehad te ontfangen Uwel Ed=e missive van den 21. ' deses maands. De Nieuwe drang reden welke Uwel Ed=e bij deselve gelieve te geeven, voor haare Weijge„ „ving, om de Edele Nederlandsche Companij Schadeloos 249 schadeloos te stellen voor het bedraagen der wissels met de Interesse welke aan de Erfge¬ „naamen van Bohaijsa verleend dog door Uwel Ed: van haar effect beroofd geworden zijn, dat na„ „mentlijk de voorsz: wissels of Assignatien door ons soude sijn verleend na dat de decla„ „ratie van Oorlog tusschen Groot Brittanien en de Stoeten Generael te Bombay gepu„ bliceerd was, en wy daar van kennisse souden hebben gehad is van niet meer kragt als die Uwel Ede: hebben gelieven aan te hae„ „len bij haeren brieff van den 7:' maart, en welke wij bij onse missive van den 16„' daar aan volgende soo klaar als uijtge„ breijd wederlegd hebben, want so die drang¬ reeden aanging dan souden alle beschik„ kingen welke eenig onderdaan over sijne Eijgendommen maeken mogte van den tijd dat den oorlog aen sijnen Souverain ver„ „klaard verklaerd was tot het oogenblik dat het Lot des oorlogs hem eene gevangene maekte, nue en van geener waerde sijn, eene vreemde stellinge die mogelijk nin„ „mer bevoorens g'avanceerd is, en door de dagelijxe ondervinding wedergesprooken word, also 3 alsoo alle souverainen steeds gerespecteerd heb „ben het geen gedaan was bevoorens de dorde„ „lijke verdvering ten minsten berenning van een plaats; daar bi hebben wij bij onse voorgaen„ de brieff van den 16„e' deses betoogd dat wij nimmer konden verwagten om in eene Neutrale plaats als deese bevoorens geweest is alwaar onse veijligheijd en Privilegien bij selfs geguarandeert hebben te worden aangevallen en vermeesterd, en nu verklae¬ ren wij namentlijk die geene van ons welke hier sijn geweest ten tyde de Di„ rectie genoomen wierd ten aller plegtigsten en solemneelsten daer en boven dat wij van alle verklaaringen van oorlog, waer ook onkundig sijn geweest, ten tijde wy de wissel hebben verleend, Dan vermits wij tot ons Leedweesen ont„ „waeren dat UwelEd: onder allerleij uijt„ vlugten ongeneegen syn aan onse requi¬ sitie bij brieff van den 24:e februarij laest¬ leeden te voldoen, so sullen UwelEd=e ons ten besten gelieven te houden dat wij ons vervoegen ter plaetse alwaer wij verhoopen moogen voldoening te sullen erlangen Ten
English
2 331 With regard to the complaints made to Your Honour in our missive of the 19th of this month concerning Lieutenant Goverts, we need only repeat what our Lord Director brought to the knowledge of Your Honour the Chief through a deputation, namely, that we had hoped that the return of a sworn officer would have been sufficient to show Your Honour the ill-treatment inflicted upon him, and that it is beyond our power to cause a subject of the Republic to appear before any other court or commission than that of his fellow subjects, unless Your Honour would be pleased to agree to have the matter in question investigated by a combined commission composed of two members of your Council and two members from our assembly, with which we have the honour to be, below, Gentlemen, lower, Your Honour's most humble and obedient servants, was signed, A: I: Sluijsken, M:s Monté, E: N: Waarde, J: J: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper, and P: C: Roeff, in the margin, Souratta the 26th March Anno 1786. To Sir! From the French Captain Lambert. I was very much surprised when the captain of the Dutch ship that arrived in the roadstead yesterday reported to me that, when he saluted the roadstead with 15 cannon shots, Your Honour received the salute and answered with 11 shots, which obliges me to request Your Honour's permission to inform Your Honour that the ships of our Dutch Company sailing in the Indies are regarded as ships of the Sovereign, and not as merchant vessels, and that in consequence thereof they have the right to expect that their salute will be answered with an equal number of shots; so that, if the salute had been intended for Your Honour, I would have had the right to request reparation, but since the salute was for the roadstead, I have merely taken the liberty to inform Your Honour thereof. I have the honour to be, below, Sir, lower, Your Honour's humble servant, was signed, A: S: Sluijsker, in the margin, Souratta the 20th March Anno 1786. To To the Right Honourable Rawson Hart Boddam, Esquire, President for all affairs of the British Nation, as well as Governor of His Majesty's Castle at Bombay, Together with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen. On the 24th of February of this year, we addressed ourselves by missive to Your Honour's Chief and Council at this place with a request to indemnify the Noble Dutch Company for the amount of a bill of exchange in the sum of one hundred thousand rupees, with interest, which we granted on the 10th of June 1781 to the heirs of the Bania merchant Bhaijsa drawn on certain merchants in Souratta, Beraamtjie Souraabje and Harmootje Rettingjie, cloth suppliers to the Company, in settlement of an equal sum that we had negotiated from the said heirs on the 21st of March of the same year in the names of Sja Gosaaltjent Kapoertjent and Tja Kapoertjent Singa; but which, when the Directorate was taken by British arms on the 14th of June 1781, was deprived of its effect by Your Honour's aforementioned Chief and Council through the violent breaking open of the warehouse and the removal therefrom of the goods that had been given in pledge or payment, or mortgaged therefor, by the aforementioned merchants Beraamtje and Harmootje after they had accepted the aforementioned bill of exchange, as Your Honours will be pleased to learn from the copy of this our letter enclosed herewith under letter H. However much we had reason to expect, in all equity, that Your Honour's Surat ministers would immediately have complied with this requisition, we perceived to the contrary, from the missive with which their Honours favoured us on the 7th of March last, that they did not see fit to admit this claim, mainly on the grounds that it would be in the highest degree improbable that the bill of exchange, assignment, or transfer in question had been made before the hostilities between England 25 323 and Holland had commenced here, or that an order had been given for the disposal of goods in Souratta that were clearly intended for exportation, etc. And since we deemed it necessary to assume from the tenor of the aforesaid letter, a copy of which is enclosed herewith under letter B, that all difficulties would be removed if it were in our power to demonstrate that the bill of exchange or assignment in question was granted not after the hostilities against the Dutch had commenced here, but on the contrary at a time when we had an indisputable right to do so, we wrote to the repeatedly mentioned Chief and Council here the missive dated the 16th of the aforementioned month of March, of which we have the honour to enclose a copy herewith under letter C, in which we stated this, as well as that the bill of exchange was deprived of its effect by their Honours' conduct when the warehouses were violently
Dutch transcription
2 331 Ten aansien van de klagten aan uwel Ed=e gedaan bij onse missive van den 19„e deeses over den alleen Luijtenant Goverts moeten wy ege her„ haelen het geen onsen Heer Directeur aan UwelEd=e Heere Cheff door eene commissie heeft gedaan ter kennisse brengen, nament„ „lik, dat wij verhoopt hadden dat het reloas van een beëdigd persoon in office genoegsaam soude geweest sijn om Uwel Ed=e te doen sien de mishandeling hem aangedaan, en dat het buijten ons vermoogen is om een onderdaan van de Republicq te doen verschijnen voor een andere regtbank of commistie dan die van sijne mede onderdaanen ten waere uwel Ed=e gelievde goed te vinden om de saek in questi te doen ondersoeken door een ge„ Combineerde Commissie van twee Leden hares Raads met twee Leaden uijt onse vergaade¬ „ving, waer mede d'Eer hebben te sijn /:on„ „derstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ UwelEd=e seer onderdaanige & Gehoorsaame Dienaaren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M:s Monté, E: N: waarde, J: J: van Polaanen de Bevere, E: Meijer, G: Piper, en P: C: Roeff, /:in margine:/ souratta den 26„' Maart A„o 1786. —. Aan Mijn Heer! aVan den Frans Cap:n Lambert. Ik ben zeer verwondert geweest, toen den Capitain van het op gisteren ter rheede gekoomen Holland schip mij gerapporteerd heeft, dat als hij de thee¬ „de met 15: Canon schoten gesalueerd heeft Uwel Ed=e het salut opgenoomen, en met 11. Schooten beandwoord heb, het welk mij verpligt Uwel Ed:e verlof te versoeken om Uwel Ed=e te on¬ derrigten dat de scheepen van onse Holland se Companie in de Indien vaarende aan„ gemerkt worden als Scheepen van den Pou¬ verain, en niet als koopmans Scheepen, en dat zij in agtervolging daar van, het regt hebben te verwagten, dat haare Sa„ „lut met gelijke schooten zullen beandwoord worden, zo dat als het salut voor UwE: ge„ weest was ik regt soude hebben, om repa„ „ratie te versoeken, maar vermits het salut door de Rheede is geweest, heb ik eenlijk de vrijheijd gebruijkt uwE: daar van te onderregten, ik heb de Eer te sijn /:onderstond:/ Mijn Heer /:lager:/ Uwel Ed:e onder„ „daanige Dienaar /: was getek:/ A: S: Sluijsker /:in margine:/ Souratta den 20„' Maart A„o 1786—. Aan e Aan den WelEdelen Groot Agtbaaren Heer! Rawson Hard Boddam Schildk: President voor alle saaken van de Britse Natie mitsgaders Gouverneur van sijn Majesteijts ƒ Kasteel te Bombaij Benevens Den Raad WelEdele Groot Agtbaare Heer en Heeren. Op den 24„e februarij deses Jaars hebben wij ons bij missive vervoegd gehad bij uwel Ed=e Cheff en Raed ter deeser Plaatse met versoek om de Edele Nederlandsche kompanije schadelooste stellen voor het bedraagen eener wissel groot Een maal hondert duijsend ropijen met de Jnteresse, soo wij op den 10:' Junij 1781„ heb„ „ben verleend gehad aan de Erfgenaamen van den Benjaans koopman Bhaijsa op seekere kooplieden in Souratta Beraamtjie Souraabje en Harmootje Rettingjie Lijwaet Leveranciers van de Kompanije in voldoening van een gelijke somma die wij van geseijde Erfgenaamen op den 21„e maart desselven Jaars hadden genegotieerd op de Naamen van Sja Gosaaltjent Kapoertjent en Tja kapoertjent Singa, dog die door Uwel Edele voorgemelde Cheff voorgemelde Theff en Raed toen de Directie den 14: Junij 1781. door de Brisse waapenen genoomen wierd van haar effect beroofd geworden is, door het geweldaadig openbreeken van het Pakhuis en het daer uijt weg neemen der goederen welke door voormelde kooplieden Beraamtje en Harmootje nae dat de voorm: wissel hadden g'accepteerd in pand of betaeling derselve gegeven of daar voor ten onderpande gesteld waeren invoegen Uwel Ed=e sullen ge„ lieven te verneemen Uijt de kopije van deesen onsen brieff hier bij onder Litt=s H: Hoe seer wij volgens de billikheijd ook moesten verwagten dat Uwel Ed=e souratse ministeris immediaet aan dese requisitie souden hebben voldaan, soo ontwaarden wij ter contrarie uijt de missive waar mede haar welEdelen ons den 7„e maart laastleeden vereerden, dat deselve deesen Eisch niet geliefden te ad„ hoofdsakelijk op Fundament dat „mitteeren het in den hoogsten graad onwaarschijnelijk soude syn, dat de wissel Assignatie of overwijsing in quasti soude sijn gemaekt, bevoorens de vyandelijkheeden tusschen Enge¬ „land 25 323 Engeland en Holland alhier waeren aange„ „vangen, of dat er een order soude syn ge„ „geven ter beschikking over Goederen in souratta welke blijkbaar waeren geschikt ter vervoering en z: En vermits wij uijt den teneur van voorsz brieff welkers Kopie hier bij gaat onder B: vermeenden te moeten onderstellen, L=o dat alle swaarigheeden souden sijn weg„ „genoomen, soo vas het in onse vermoogen was om dan te toonen, Dat de wissel off assignatie in quaesti is verleend met nae dat de vijandelijkheeden teegen de Hollanders alhier waeren aangevangen maar in tegendeel op een tijd dat wij daer toe een onweederspreekelijk regt hadden schreeven wij hier toe aan meergedagten uwel Ed=e Cheff en Raed alhier de missive ge„ den 16e. van de voorm: maand Maert „dateerd van welke wij d'Eer hebben een kopie deesen bij te voegen onder L=a C: by dewel„ ke wij dit, so wel als dat de wissel door Haar Edelen Gedrag van haar effect beroofd ge„ „worden is wanneer de Pakhuijsen met ge„ „ Weld
English
have forcibly broken open and taken away the goods which had been given in satisfaction or pledge thereof, have demonstrated clearer than the midday sun, not only but by which we have also transmitted to their Honors, as an indisputable proof, authentic copies: first, of the bill of exchange itself, as it was granted on the merchants and linen suppliers of the Honorable Dutch Company, Beraamtje Souraabje and Harmostje Rettingie, to the heirs of the Banyan merchant Bhaijsa, and which remains in their possession up to this moment, dated the 9th of June 1781; second, of the order to the aforesaid suppliers to satisfy the aforesaid bill of exchange to the said heirs out of that which they held belonging to the said Honorable Dutch Company; and third, of the sworn statement of the then Secretary of our assembly, Egbert Nicolaas Wiardi, that he had delivered the aforesaid bill of exchange to the heirs of Bhaijsa at their own residence, and that it was accepted by them on the morning of the 10th of June 1781, and thus five days before any hostilities between Great Britain and the Republic of Holland had been heard of; which three documents were appended to the aforementioned dispatch under numbers 1, 2, and 3, as they are also enclosed herewith. We could therefore not but be highly astonished when, instead of a prompt consent in accordance with equity, their Honors, in their letters of the 21st of March aforementioned, enclosed herewith under Letter D, thought fit to throw another obstacle in the way, and to persist in their refusal under the pretext that the assignment or transfer had taken place pursuant to and after the Declaration of War had been published at Bombay. A proposition which sounded so strange to our ears, Right Honorable Sir and Sirs, when we considered what consequences it would have if all dispositions that any subject might make regarding his property from the time that war was declared on his Sovereign until the moment that the fate of war made him a prisoner of war were to be null and void, and which showed us clearly that their Honors intended to persist in their refusal under whatever weak and futile pretexts it might be; wherefore we were then obliged to reply to the said Chief and Council by our letter of the 26th of the frequently mentioned month of March, presenting the aforementioned facts and a solemn declaration that at the time the bill of exchange was granted we were ignorant of any declarations of war, that we would address ourselves in this regard to that place where we may hope to obtain satisfaction, as Your Right Honors will be pleased to learn from the dispatch itself, annexed hereto under Letter E. And it is as a consequence of this necessity that we take the liberty of addressing this to Your Right Honors, with the urgent request that Your Right Honors may be pleased to give the necessary orders, or otherwise make arrangements, that the Honorable Dutch Company be indemnified for the amount of the aforementioned bill of exchange or assignment to the sum of one hundred thousand rupees with interest, which, as aforesaid, was deprived of its effect by Your Honor's Chief and Council here. Although we also do not in the least doubt that Your Right Honors will be abundantly convinced from the enclosed correspondence between their ministry here and us of the validity of the right of the Honorable Dutch Company to the requested compensation, we nevertheless hope that Your Honors will forgive us if we briefly repeat herein: That we granted this bill of exchange at a time when we had a most indisputable right to dispose of the properties and possessions of our masters, without the arguments brought against it by the Surat Chief and Council having any validity or application. For the lack of custom in the Indies, or at the place where they are manufactured, to make arrangements and dispose of goods that have been prepared to be transported, takes nothing away from the right that everyone has to dispose of the goods again or to surrender them for debts at the very place where they were produced; and no one of sound mind will maintain that someone is not permitted to dispose of his goods as long as he has not been deprived of his natural liberty; besides which, the disposition made by us over the goods of the Honorable Dutch Company is very proper and natural, indeed could never be otherwise, for although we could not possibly imagine anything other than that we were safe and secure against everything in the goods of the Company at Surat, there was also no rupture between England and Holland in Europe, of which, it is true, there were murmurs, although with much uncertainty.
Dutch transcription
geweld open gebrooken en de goederen weg genoo„ „men hebben welke in voldoening of onderpand van deselve gegeven waeren, sona meridiana clarius hebben aangetoond, niet alleen maar bij dewelke wij haar Edelens ook nog tot een onweeder spreekelijk bewijs hebben doen toekoomen Authentique Copien v=mo uijt de wissel selve sodaanig als die op de Kooplieden en Lijwaet Leveranciers van de Edele Nederlandse Compagnie Beraamtje Souraabje en Harmostje Rettingie aan de Erfgenaamen van den Benjaans Koopman Bhaijsa verleend en tot dit oogenblik in hunne besittingen is gedateerd den 9e Iunij 1781: 2„o uijt de order op de voorsz: Leveranciers om de voorsz: wissel aen gedagte Erfgenaamen te voldoen uijt het gee¬ „ne sij onder sig hadden van de geseijde Edele Nederlandse Componije En 3te uijt de Ede„ „like verklaaringe van den ter dier tijd sijn„ „de Secretaris onser vergaadering Egbert Nicolaas Wiardi dat de voorsz: wissel aen de Erfgenaamen van Bhaijsa aen haar eij„ gen wooning hadde overhandigd en bij deselve aangenoomen 337 aangenoomen was, des morgens van den 10„e Junij 1781. en dus vijf daagens bevorens men van eenige vijandelijkheeden tusschen Groot Brittanien en de Republicq van Holland vernoomen had welke drie stukken gevoegd sijn geweest bij voormelde missive onder de nummers 1. 2. 8 3. so als ook mede hier nevens gaan. Wy konden dus niet anders als ons ten hoogsten verwonderen, wanneer in steede van eene vaar„ „dige toestemming overeenkomstig de billijk„ „heijd, haar Edelen bij derselver letteren van den 21„e Maart voormeld hier bij gevoegd onder Litt=a D: gelievden goed te vinden om een andere hinderpaal in den weg te werpen, en onder voorgeeven dat de Assignatie of overwij„ sing soude geschied sijn ingevolge en na dat de Declaratie van Oorlog te Bombaij ge„ „publiceerd was, bij haare weijgering te vol„ herden. Eene stellinge die ons uwel Edele Groot Agtbaare Heer & Heeren soo vreemd in de Ooren klonk wanneer wij in aanschouw naamen van welke gevolgen deselve syn soude soo alle beschikkingen welke eenig onderdaan over sijne Eijgendommen maeken mogte van van de tijd dat de oorlog aen sijnen Souverain verklaerd was tot het oogenblik dat het Lot des oorlogs hem tot eene krijgsgevangen maek„ „te nietig en van geene waarde zijn moesten, en die ons klaar deed sien dat haar Ede„ len voorneemens waeren by haere weijge¬ „ring te persisteeren onder welke swakke en nietige voorwendsels sulx ook sijn mogte, alwaaromme wy dan genoodsaekt wierden gemelden Heere Cheff en Raed bij onse brieff van den 26„' van veelmaelen genoemde maand maart onder verthooning van het voorengemelde en Plegtige verklaaringe dat wy ten tijde de wissel verleend is onkundig sijn geweest van alle verklaaringen van oorlogte rescribeeren dat wy ons hier omtrend souden ver„ voegen ter Plaatse alwaer wij verhoopen moo„ „gen voldoeninge te sullen erlangen, invoegen Uwel Ed=e Groot Agtbaare sullen gelieven te verneemen uijt de missive selve hier annex onder Lett=a E. En het is een gevolg van deese noodsake„ „lijkheijd dat wij de vrijheijd neemen deesen Aan Uwel Ed=e groot Agtbaare te rigten met instantig versoek dat uwel Ed=e Groot Agtbaare 25 339 Agtbaare de noodige beveelen gelieven te geeven ofte andersints ordre stellen Dat de Edele Nederlandse Companije worde Schadeloos ge„ steld voor het bedraagen der meergedag¬ te wissel of Assignatie tot eene Summa van een maal hondert Duijsend ropijen met den Interesse welke door uwel Ed„e Cheff en Raed alhier als voorseijd van haar effect beroofd geworden is, off Schoon wij ook geensints twijffelen of Uwel Ed=e Groot Agtbaare sullen uijt desen bijgevoegde Correspondentie tusschen dersel„ „ver ministerie alhier en ons overvloedig overtuijgd worden van de gegrondheijd van het regt van de Edele Nederlandse Comp: tot de gevraagde vergoeding soo hoopen wij dat uweEd=e ons sullen vergeeven wanneer wy kortelijk in deesen repeteeren. Dat wy deese wissel hebben verleend op een tijd dat wij een aller onweederspree¬ kelikst regt hadden, om over de Eijgen„ „dommen en de besettingen onser meeste„ ren te beschikken, sonder dat de daar teegen ingebragte reedenen van den Heere Souratsen Cheff en Raad van eenig ver„ e „moogen vermoogen of applicatie sijn kunnen. want de ongewoonheijd om in Jndien of wel op de plaats daarse gemaakt sijn schikkingen te maaken en sig te ontdoen van goederen die om vervoerd te worden in gereedheijd syn gebragt beneemt niets van het regt dat een Jeder heeft om de goederen wederom van de hand te Setten of voor Schulden af te staan ter selver Plaatse daar die aangemaakt sijn en niemand van gesonde Sinnen Tal staande houden dat het iemand niet toege¬ laten staan is over Sijne goederen te disponee¬ „ren so lange hem sijne natuurlijke vrij¬ „heijd niet benoomen is buijten dat de door onse gemaakte dispositie over de goede„ „ren van de Edele Nederlandse compa„ „nije seer eijgen en natuurlijk is ja nimmer anders sijn konde, want Schoon wy met geene moogelijkheijd ons iets anders konden voorstellen als dat wij in de goe¬ „deren van de Maatschappije te Souratta veijlig en teegen alles gedekt waeren de was er ook geene ruptuure tusschen Enge¬ „land en Holland in Europa, waar van men het is waar schoon met veel onseekerheijd mompelde
English
3 301 murmured, both on account of the former known neutrality of this place, and especially because Your Honours, in the capacity of Governor of the castle, took it upon yourselves and have expressly and solemnly bound yourselves to guarantee and preserve to us the prerogatives and privileges which we have obtained here from the Mogols, among which certainly that of complete security is the first and foremost, yet it is neither absurd nor unnatural that we took into consideration the difficulty that there must be in sending the goods thither in case of a capture in Europe, and consequently resolved to satisfy what we owed to the house of Bhaijsa by a bill of exchange on the suppliers, so as to be paid by them out of those goods and monies which they had under them from the Company, as indeed happened long before the Dutch possessions at Souratta were taken by British arms, and it was thought fit to take away by force those very goods which had already been given in pledge and satisfaction of the bill of exchange in question, and to that end, with force and against the repeated protests of the aforesaid heirs of Bhaijsa, into whose possession the prescribed goods had already been placed, to cause the warehouse to be broken open, with which we have the honour to be with respect, Honourable High and Mighty Sir and Sirs, Your Honour's High and Mighty's very humble and obedient servants, was signed: A. F. Sluijsken, M.s Monte, L. N. Wiardi, J. J. van Polanen de Bere, E. Meijer, P. Piper, C. A. van Eik, and P. E. Roesf. In margin: Souratta, 9 May 1786. To the Honourable Mr Andries Ramsaij, Esquire, Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mogol's Castle and Fleet etc. Together with The Council. Gentlemen! Whereas 23 23 Whereas the manifold inconveniences arising from the desertion of both European soldiers and sailors from the military service and from the ships, and the prejudice that the service must suffer thereby when a common soldier or sailor, even a sepoy, after having deserved some punishment through bad conduct etc., can free himself from the same by deserting, not to mention the embarrassment in which ships can be placed by the desertion of the sailors, we therefore take the liberty of proposing to Your Honour, entirely amicably, the entering into and concluding of a cartel between our mutual nations at this place, by which we, on behalf of the Honourable Dutch Company, will gladly engage ourselves in the future to give no service nor grant protection to any deserters whatsoever, whether soldiers, seamen, or sepoys, much less to house or conceal them, but on the contrary to surrender them immediately, provided Your Honour will be pleased to bind yourselves to a similar conduct. We take the liberty of enclosing herein the copy of a cartel previously made between the Governor-General and the Supreme Council of Fort William in Bengal and the Director and Council of Chinsura, to serve as a model if you please, and have the honour to be, Gentlemen, Your Honour's humble and obedient servants, was signed: A. F. Sluijsken, M.s Monté, L. N. Wiardi, J. J. van Polanen de Bevere, E. Meijer, P. Piper, C. A. van Eijk, and P. C. Roeff. In margin: Souratta, 18 May 1786. 365 To the Honourable Mr Andries Ramsaij, Esquire, Chief for all affairs of the British Nation and Governor of the Mogol's Castle and Fleet, Together with The Council At Souratta. Gentlemen, The Nabab has seen fit yesterday to prevent and hinder the entry into the city of these goods and merchandise which were bought from the Honourable Dutch East India Company and were being transported by the merchants into the city to their warehouses; as soon as the Director was informed of such an unpleasant action, he sent to the Nabab to be informed of the reasons which had moved His Excellency to this violence, whereupon he received the answer that the aforesaid goods would not be permitted into the city as long as he, the Nabab, had not received a certain present, the value of which is unknown to us, which was said to be due to him for the Director's promotion to head of this Directorship; and as this answer sounded so strange and extraordinary, there having never been any custom of that nature, the Director caused the Nabab to be requested once more to desist from this demand, having His Excellency informed at the same time that since the giving of presents has at all times been considered a voluntary act, His Honour could not resolve to give the same unless it were convenient and agreeable to himself, without being able to be forced thereto in any respect, so much the less since he must give this present out of his own pocket, the usual annual present of the Honourable Company in June 1785 having even
Dutch transcription
3 301 mompelde, uijt hoofde soo wel van de voor¬ maalige bekende Neutraliteijt van deese plaets, als wel voornamentlijk om dat Uwel Edelen in de qualiteid van Gouver „neur van het casteel op sig genoomen en sig wel Expresselijk en plegtig verbon¬ „den hebben om ons bij de voorregten en Privilegien die wij alhier van de moools hebben verkreegen en waar onder sekerlik dat van eene volkoomene veijligheijd wel de Eerste en de voornaamste is te guaran„ deeren en te bewaeren so is 't egter niet onge¬ rijmd nogonnatuurlijk dat wij in overweeging naamen de swaarigheijd die er sijn moeste om in cas van een cuptuure in Europa de goederen derwaerds te senden en vervolgens beslooten, om het geene wij aan het huijs van door Bhoijsa schuldig waeren te voldoen # een Wissel op de Leveranciers om bij deese uijt die goederen en gelden welke van de Maatschappije onder sig hadden worden te aabdn betaeld, so als ook geschied is lang bevoorens de hollandse besittingen te souratta door de Britse waapenen genoomen wierden en men goedvond om dieselve dieselve goederen welke reeds in pand en voldoening van de wissel in questisge¬ „geeven waeren met geweld weg te neemen en om daer toe met Force en tegen de herhaelde Protestatien van de voorseijde Erfgenaamen van Bhaijsa in welkers besittinge de voorschreeven goederen be¬ reets gesteld waeren, het Pakhuijs te doen oopen te breeken, waer meede wy de Eer hebben met res¬ „pect te sijn /:onderstond:/ Wel Edele Groot Agtbaare Heer en Heeren /:lager:/ Uwel Ed: Groot Agtbaares seer ootmoedige en onderdaa „nige Dienaaren /:was getekend:/ A: F: Sluijsken, M:s Monte, L. N. Wiardi, J: J: van Poloonen de Bere, E. Meijer P. Piper, C: A: van Eik en P: E: Roesf. /:in margine/ Souratta den 9=e Meij 1786. — Aan den welEdelen Heer Andries Ramsaij Schildk: Cheff voor alle Saaken van de Bortsche Natie en Gouverneur van 's Mogols Kasteel en vloot etca Benevens Den Raad Mijne Heeren! Aangesien 23 23 Aangesien de veelvuldige ongerieflykheeden die voortkoomen uijt de Desertie van beide Europeese soldaaten en mattroosen uijt den militairen dienst en van de scheepen en het nadeel dat den dienst er door lijden moet wanneer een gemeen soldaet of mattroos Ja selfs een Sipaij, nae dat hij door een kwaed gedrag etc=a eenige straffe verdiend heeft sig van deselve door het deserteeren bevrijden kan, ongerekend dan nog de vergelegentheijd waer in Scheepen door de Desectie der mattroosen Kunnen worden gebragt so neemen wy de vrij „heijd Uwel Ed=e bij deesen gantsch vrien„ „delijk voor te slaan het aangaan en sluijten van een Cartel tusschen onse wedersydse Natien ter deeser Plaetse, bij het welke wij ons van wegens de Edele Nederlandse maatschappye gaern sullen engageeren om in het toekoomende geen dienst te geeven nog bescherming te verleenen aan eenige Deserteurs hoe genaamd, het sij militairen, Zeelieden off ff off Sipaijs veel minder nog deselve te huis„ „vesten of te verbergen maar om deselve ter contrarie datelik weder uijt te leveren mits Uwel Ed=e sig tot een gelijk gedrag gelieven te verbinden. Wij neemen de vrijheijd deesen in te sluijters de Kopy van een Cartel tusschen den Heere Gouverneur Generael en den Hoogen raed van het fort william in Bengaalen en den Directeur en Raad Chinsura bevoorens gemaakt om van des gelievende te dienen als een model en hebben d' Eer te sijn /:onderstond:/ Mijne Heeren /:lager:/ UwelEd:s onder„ „daanige en Schoorsaame Dienaeren /:was getekend:/ A: I: Sluijsken, M:s Monté, E: N: Wiardi, J: J. van Polaanen de Bevere, E: Meijer, P: Piper, C: A: van Eijk en P: C: Roeff = /:in margine:/ sourat ta den 18„e Meij 1786. —. Van 365 Aan den Wel Edelen Heer Andries Ramsaij Schildknags Chaff voor alle saaken van de Britse Natie en Gou„ „verneur van 'S Mogols Kasteel en Vloot Benevens Den Raad Te Souratta Mijne Heeren. De Nabab heeft kunnen goedvinden om op gisteren het inkoomen in de Stad te verhinde¬ „ren en te beletten dan deese goederen en Koopmanschappen, welke van de Edele Ne¬ „derlandsche oost Indische Compagnie gekogt sijn en door de kooplieden in de Stad na haare Pakhuijsen vervoerd wierden; To ras den Directeur onderrigt was, van sulk een onaangenaam bedrijff, sond hi bij den Nabab, om onderrigt te worden van de reede¬ nen, welke sijn Exellentie tot deese violen tie bewoogen had, wanneer hij tot andwoord ontfing dat de voorsz: goederen niet in de stad souden worden toegelaaten, so lange hij hij Nabab met ontfangen had een seker Present /:de waarde van het welke ons onbekend is:/ het welke hem soude toekoomen voor des Directeurs bevordering tot hoofd van deese Directie en terwijl dit andwoord soo vreemd en buijten gewoon luijden; also er nimmel eenige gewoonte van die natuure geweest is; zo liet den Directeur Den Nabab an„ dermaal versoeken, om van deese vordering aftesien, zyn Exellentie ter selver tyd doende informeeren dat daar het doen van geschenken ten allen tijde is geconside¬ reerd geweest als eene vrijwillige daad, zijn Edele tot het doen van deselve niet soude kunnen besluijten anders en dan wanneer sulx aan hem selfs Convenient en aangenaam was, sonder daer toe in eenigen opsigte te Kunnen worden gedwon¬ „gen, so veel te minder nog daar dit geschenk uijt syn eijgen sak doen moet sijnde het gewoone Jaarlijxse present van de Edele Compagnie in Junij 1785. selfs