VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10424

Surat · 700 pages · 115 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10424_0216 view scan ↗

English

Having had the honor to receive the assignment returned by Your Noble Highnesses concerning the debt of the deceased brokers, I shall let no opportunity pass to recover as much from the same as possible. Praying Your Noble Highnesses to accept my humble and sincere thanks for the title and rank of Director conferred upon me by the same, and for the 5 percent gratuity on sales granted to myself and the Chief Administrator, I also take the liberty to petition Your Noble Highnesses that I may be granted the one percent which the Chief Administrator enjoys for the past financial year, or rather the cargo brought in with Trompenburg, as I have performed the duties of Chief Administrator alongside my own and was solely responsible for the funds, etc. Wherewith I have the honor to be with due respect, below was written: Right Honorable, Great and Respected, Widely Commanding Lord, and Honorable Noble Valiant Lords, lower: Your Noble Highnesses' very humble and faithful servant, was signed: A. J. Sluijsken in the margin: Surat, 20 April 1786. Agrees D. J. Kuijsken sworn clerk. N 1 Secret 189 Batavia To His Noble Highness, The Right Honorable, Great and Respected, Widely Commanding Lord, Mr. Willem Arnold Alling, Governor-General on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company, Together with The Honorable Noble Valiant Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honorable, Great and Respected, Widely Commanding Lord, Honorable Noble Valiant Lords. In my respectful last letter of 20 April of this year, I took the liberty of presenting to Your Noble Highnesses the predicament in which I found myself due to the demands of the agents of the Moorish seafarers, or to speak more accurately, copy, through those native regents behind their backs, for settlement and payment of the wages or monthly pay of such 324 heads of Moorish seafarers, being 1 Sarang, 8 Tandels, and 315 Sailors, as are according to their books still in Batavia or are said to have passed away in the service of the Company since December 1780. While I also very respectfully submitted to Your Noble Highnesses how, although one could not give full credence in all respects to the statements and pretenses of these agents, it had nevertheless been found upon comparison of our pay books that under the ultimate of August 1781, there were already 181 heads, being 1 Sarang, 2 Tandels, and 178 privates, fewer on the Batavian lists than were known in the aforementioned books, who at that time were owed a sum of f 55087. 9. 11. And which number, according to the report of the Pay Bookkeeper Meijer that was entered by resolution of 21 September upon comparison of the name lists of the Moors who, according to Your Noble Highnesses' order of 21 September 1782, were formally entered in Batavia under the ultimate of August of that year in the books of the ship Westfriesland, against our balanced pay books of that date, being further increased by two sarangs, four tandels, and 96 sailors who stand to receive f 21004. 9. 8. Thus in truth, between the same lists of the formally entered Moors and the Surat pay books, there is a difference of 3 Sarangs, 6 Tandels, and 274 privates, or together 283 heads, who stand to receive f 76091. 19. -. And as I was not able at that time to conceal my apprehension that the government would not be satisfied 191 with our mere declaration that between August 1780 and August 1782, and thus in 2 years, such a considerable number of Moors as shown on the said lists would have deserted, not counting those who were taken in 1783 with the ship De Vrijheid, and that on that account their wages were to be confiscated according to order, but that they would demand that settlement and payment be made to them for the same or otherwise easily resort to using violent means to force us into payment, the outcome has indeed shown that my fear was not unfounded. For the agents of these Moors thought fit, according to the elaborate detailed report of our pay bookkeeper that was inserted into the resolution of 29 May last, to refuse outright the receipt of such sums as he was authorized to pay them by resolution of the preceding 18th according to the lists received from Batavia, and at the same time to demand payment of the wages and monthly pay of 1 Sarang, 8 Tandels, and 315 Sailors who, according to their books at the last comparison with the pay bookkeeper Van Bijland in December 1780, were in service and allegedly still are, etc. And having to make a decision upon this report, we judged the matter, for reasons described in detail in the aforementioned resolution, to be of such dangerous prospect that we ordered the pay bookkeeper to enter into further negotiations with the crimps and to sound them out as to in what manner they would provisionally remain content until the arrival of

Dutch transcription

De Eer gehad hebbende om te ontfangen de door uw Hoog Edelheeden terug gesondene assignatie van de schuld Her overleedene Makelaars, sal ik geen geleegentheid laten voor bij gaan om van deselve soo veel te recoureeren als mogelijk sijn uw Hoog Edelheeden biddende om te willen ontfangen mij„ „ne so nedrige als welmeenende danksegging voor de door hoogst deselve aan mij toegevoegde Titul en rang van Directeur en voor de aan mij selven en den Hoofd-Administrateur g'accor„ „deerde 5. p=r C=to Douceur op den verkoop, neem ik nog de vrijheid uw Hoog Edelheeden te solliciteeren dat mij het een procento het geen den Hoofd Administrateur geniet, mag worden toegestaan van het afgelopen boekjaar of eigentlijk den aanbreng met Trompenburg alsoo ik den dienst van Hoofd- Administra „teur bij de mijne tevens waargenomen hebbende, ook alleen voor de penningen etz: aansprekelijk geweest ben. waarmeede d' Eer hebbe met schuldige Eerbied te sijn. /:onder„ stond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare, wijd Gebiedende Heer en wel Edele Gestaenge Heeren /:lager:/ uwer Hoog Edelheeden seer nedrige en Trouwschuldige Dienaar /:was geteekend :/ A: J: Sluijsken /:in margine:/ Souratta den 20:e April 1786. Akkordeert DJ Kuijsken sal. N 1 secreet 189 Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren, wijd Gebiedenden Heer. M:r Willem Arnold Alling Gouverneur Generaal van weegens den staat der vereenigde Nederlanden en haare algemeene Oost-Indische Compagnie Benevens. De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands Indiën. Hoog Edele Groot Agtbaare wijd Gebiedende Heer. Wel Edele Gestrenge Heeren. Bij mijne Eerbiedige laatste van den 20:e April deses Jaars nam ik de vrijheid uw Hoog Edelheeden te vertoonen de verlegentheid in dewelke ik mij bevond door de vorderinge van de saakbesorgens der moorse Zeevaerende, of om beter te seggen Kopie En. door door die den Inlandse Regenten agter haar scheam, om af ree„ kening en betaaling van de gagien of maandgelden van sodaene 324 koppen moorse zeevaerende, sijnde 1. Sarang, 8. Tandels en 315. Matroosen, als sig volgens haare boeken nog te Batavia bevinden ofte sederd December 1780. in den dienst der maat„ schappije overleeden sijn souden, terwijl ik uw Hoog Edel„ heeden tevens seer Eerbiedig voordroeg hoe dat schoon men ook aan het seggen en voorgeeven deser saakbesorgers in allen delen geen geloof defereeren konde het egter bij Confrontatie van onse soldij boeken bevonden was, dat er onder ultimo Augustus 1781. bij de Bataviase Lijsten reets 181. koppen sijnde 1. Sarang, 2. Ian„ „dels en 178. gemeenen minder dan bij de voorschreeven Boeken bekend stonden, welke toenmaals te goed hadden een somma van ƒ55087. 9. 11. en welk getal volgens het berigt van den soldij Boekhouder Meijer dat ingeschreeven is, bij resolutie van den 21:e September bij Confrontatie van de naamlijsten der mooren die volgens uw Hoog Edelheeden bevel van den 21:e Septem„ „ber 1782. onder ultimo Augustus van dat Jaar te Batavia bij de boeken van het schip West friesland formeel gemaakt sijn, teegen onse effen gestelde soldij boeken van dien datum nog vermeerderd sijnde met twee sarangs, vier tandels en 96: Matroo„ „sen die te vooren staan ƒ 21004. 9. 8. , soo is er in waarheid tus„ „schen deselve Lijsten der formeel gemaakte mooren en de sou„ „ratse soldij boeken een verschil van 3. Sarangs, 6. handels en 274. gemeenen of te saamen 283. koppen welk te vooren staan ƒ76091. 19. -. En gelijk ik toenmaals mijne bedugting niet hebbe vermoo„ gen te verbergen dat de Regeering niet soude te vreerden te stellen 191 stellen sijn met onse Enkelde verklaaring dat er sederd Augustus 1780. tot Augustus 1782. en dus in 2. Jaaren sulk een aan sien lijk getal mooren als de gedagte Lijsten aantoonen, souden sijn gedeser„ teerd, ongereekend de geene welke in 1783. met het schip De vaij„ „heid genoomen sijn, en dat uit dien hoofde haare gagien volgens de ordre geconfisqueerd moesten worden, maar dat sij souden vor„ deren dat haar van deselve afrekeningen betaling gedaan wierd of anders ligtelijk tot het gebruiken van violante middelen, om ons tot de betaling te dwingen overgaan, soo heeft de uitkomst ook geleerd dat mijne vreese niet ongegrond geweest is. Want De saak besorgers deeser mooren vonden goed volgens het uit„ voerig gedetailleerd berigt van onsen soldij boekhouder dat ter resolutie van den 29:' Meij laastleeden g'ensereerd is, om den ontfangst volstrekt te weigeren van sodaane sommen als hij bij resolutie van den 18:e bevoorens, volgens de ontfangene Lijs„ „ten van Batavia was gequalificeerd aan haar te voldoen, en om tevens te vorderen de betaaling der gagien en maandgelden van 1. Tarang, 8. Tandels en 315. Matroosen, welke volgens haare boeken, bij de laatste Confrontatie met den soldij boekhouder van Bijland in December 1780;, in dienst geweest sijn en als nog sijn souden enz: En op welk Berigt dan moetende besluiten, oordeelden wij de saak om reedenen bij vooren gedagte resolutie omstandig beschreeven van sulk een gevaalijken uitsigt, dat wij den soldij boekhouder gelasten om met de sielverkopers in nadere onderhandelinge te treeden en te ondertasten, op welk eene wijse sij sig bij provisie souden te vreeden houden tot de komst van o„ te

NL-HaNA_1.04.02_10424_0222 view scan ↗

English

some color could be given to a matter, which in this case would not be lacking, and on the other hand, that by complying with the unreasonable demand of the crimps, which had now risen to 4000: rupees solely for two months' remittance for these missing 324. heads, and if granted could again be extended to 6000:, nothing would be gained, as the main matter, namely the earned wages of these deserted or missing people, which according to their calculation up to August 1785. would amount to nearly two hundred thousand guilders, would not be settled but would remain the very same, without us being placed in a position, pursuant to the order of Your High Excellencies, to bring the Moors onto the Bengal footing, and even less to send any Moors from here. And consequently resolved, although I could not be honored and provided with any reply or orders from Your High Excellencies before the month of October, immediately and before this matter and the demand of the common people became further known to the English, to enter into negotiations with the government itself and to see in what manner I could remove that entire claim once and for all and clear up the matter of these Moors, a step to which I never would have proceeded had the most pressing necessity not been present, and might I not flatter myself that Your High Excellencies, to whom the rapacity and extortion of the government is well known, and who know how often the Company has been the victim thereof when it is not prevented in time and everything that can give cause thereto is cleared away, will attach the seal of their approval to my conduct. And concerning which, having then caused discussions to be held with the Baksie, on whom the affair of the Moors is after all mainly dependent, he claimed to be entitled to the wages of 324. heads of Moorish seafarers of whom no news was ever received, up to the present day, which amounted to fully 150000. guilders. And when I had him answered that such a demand was far too ridiculous and excessive to negotiate upon, that in the first place the number of the missing was by far not so great as he, the Baksie, alleged, and that these having deserted from the service of the Company already in 1781., the Company possessed the right to confiscate their wages, as indeed had also been done by Your High Excellencies, he objected to me that, although he was willing to admit that some might have run away, it was nevertheless entirely improbable that out of a number of 600: heads, who in December 1780:, according to the confrontation held with the pay bookkeeper Van Bijland, were partly already in service and partly dispatched at that time, more than half should have deserted in the space of a year without any record ever having been kept of the time and place where this desertion had occurred, indeed without a single one having ever returned to Souratta, and that even if some might have deserted, the Company was obliged to pay the wages both of them and of the missing up to the day that they had deserted or gone missing, and that an accounting of this had to be made, as had always been customary previously and was in accordance with the contract under which the Honorable Mr. Schreuder had been permitted to engage Moorish seafarers for the service of the Company. share in the aforementioned 30000: guilders be debited, the excess outstanding wages of the same up to ƒ46091: be confiscated and written off according to the previous order of Your High Excellencies, after which I flatter myself that, now that the matter has been brought to a conclusion, there will possibly be an opportunity, if not through the present agents, whom one can now let go far away, then through others, to procure Moorish seafarers who will be treated according to the custom in Bengal, solely with this concession, that each year two months' remittance be paid to their families here. The hope that Your High Excellencies, now that this Directorship has been restored to all its prerogatives and privileges which it possessed here before the war, will be pleased when circumstantially informed of its state, causes me to take the liberty to humbly offer to the same herewith the Memorandum and Reflections prepared by me for that purpose, with which I have the honor to remain very humbly, beneath was written, High Honorable, Most Worshipful, Far-Ruling Lord and Right Honorable, Strict Sirs, Your High Excellencies' most humble and faithful servant, was signed, A: J: Sluijsken, in the margin, Souratta the 5th of January Anno 1787. Agrees C Saapnen No 2 Translation of a General Receipt from the agents of the Moorish seafarers, granted before the Nabob of this city, Mier Havis Eldhien Emmetchan Bhadur, and confirmed by His Excellency's Great Seal, concerning all the Moorish seafarers who were sent to Batavia before the war and have since died or gone missing. At the top was the Great Seal of the Nabob, placed by His Excellency himself: We, the undersigned agents of the Moorish seafarers of the Honorable Dutch Company, hereby declare that we have been satisfied and paid by the courtier of the said Company, Mhamet Areff, on behalf of the Right Honorable, Worshipful Director Abraham Josias Sluijsken, for all those wages and monthly moneys which the Moorish seafarers, who before the war or before the shipyard was taken by the English, were procured by us for the Company and sent from here with the Dutch ships, and who, whether at Batavia, Malacca or any other place, have died.

Dutch transcription

eenigen kouleur aan een saak kan worden gegeeven, het geen in dit geval niet ontbrekken soude, en aan den anderen kant kant, dat met het involgen van de onaedelijke vordering der sielverkopers die nu geklommen was tot 4000: ropijen alleen voor twee maanden vermaking van deese vermitte 324. koppen en toegestaan sijnde, weder tot 6000: konde worden uitgestrekt, niet gewonnen wierd, alsoo de groote saak namentlijk de ver„ diende gagien deser gedeserteerde of vermiste menschen die volgens haare rekening tot aug:s 1785. bij na Twee maal honderd duisent guldens bedraagen soude, niet werd afgedaan maar even het selfde bleeff, sonder dat wij in staat geraakten om agtervolgens het bevel van uw Hoog Edelheeden de mooren te brengen op den Bengaalschen voet en nog minder om van hier eenige mooren te versenden. En besloot dien volgens, om /: of schoon ik ook met geene recriptie ofte bevelen van uw Hoog Edelheeden konde gehonnoreerd en voor„ sien worden voor de maand october:/ dadelijk en eerder deese saak en de vordering van het gemeen verder aan de Engelschen bekend wierd met de regeering selfs in onderhandelinge te treeden en te sien op welk eene wijse ik die geheele pretensie op eenmaal uit de waereld krijgen en de saak deser mooren uit de weg maaken konde, een stap waar toe ik nimmer soude hebben overgegaan was de daingenste nood niet daar geweest, en mogt ik mij miet vlijen dat uw Hoog Edelheeden, die de regeering ropen en schraaptugt welbekend is en weeten hoe menigmaalen de maatschappije daar van het slagt offer is geweest, wanneer die niet in tijds voorkomen en alles wat daar toe aanleiding gee ven kan, uit de weg geruimd word, het zegel haeren goed keuwen aan 19 En waar omtrend dan met de Baksie van wien de affaire der mooren tog voornamentlijk afhankelijk is, hebbende laaten spreeken beweer„ „den die tot de gagie van 324. koppen moorse zeevaerende van welke nimmer eenige tijding ontfangen is, geregtigd te sijn tot den dag van heeden, het geen wel 150000. guldens bedroeg, en toen ik hem hier op andwoorden liet, dat sulk een vordering al te redicul en te buiten sporig was, om daar op te negotieren, dat voor eerst het ge„ tal der vermitte op verra na soo groot niet was als hij Baksie voorgaff en dat deese al uit den dienst der maatschappije gede„ serteerd waaren geweest in 1781. , de Compagnie het regt betat haere gagien te Confisqueeren, soo als ook werkelijk door uw Hoog Edelheeden was geschied, voerden hij mij te gemoet, dat schoon hij wel wilde toegeeven, dat er eenige konden weg gelopen sijn het egter gantsch niet waarschijnelijk was, dat er van een aantal van 600: koppen, die in December 1780:, volgens de gehoudene Con„ „taontatie met de soldij Boekhouder van Bijland, gedeeltelijk reets in dienst waaren en gedeeltelijk toenmaals versonden sijn, in de tijd van een Jaar meer als de helft souden sijn gedeserteerd sonder dat er ooit eenige aantekening soude sijn gehouden van de tijd en plaats waar deese desertie voorgevallen was, Ia sonder dat er ovit een enkelde te souratta was terug gekoomen en dat soo er al eenige mogten gedeserteerd sijn, de maatschappije verpigt was, daar van soo wel als van de vermiste de gagien te voldoen tot den dag dat geserteerd of vermist waaren, en dat hier van rekening geschieden moeste, soo als bevoorens altoos gebrui„ „kelijk was geweest en overeenkomstig was met het Contract waar op het de Edele Heer Schreuder was toegestaan geweest om moorse zeevaerende voor den dienst van de Compagnie te engageren, aan mijn gedaag hegten sullen en 5 aandeel in voorschreeven 30000: - guldens worden gedebiteerd de meerder te vooren staande gagien van deselve tot ƒ46091: volgens uw Hoog Edelheeden voorig bevel geconfisqueerd en afgeschreeven worden, waar na ik mij vleije, dat er nu de saak ten einde gebragt is, mogelijk wel gelegentheid sal welen om soo niet door de presente saak besorgers, die men nu vere kan laaten loopen, door anderen, moorse zeevaerende te be magtigen, die volgens het gebruik in Bengaelen behand worden, eeniglijk met deese inschikking dat er ider Jaa twee maanden vermaking aan haare familien hier word betaa De hoop dat het uw Hoog Edelheeden nu deese Directie alle haare voorregten en Privilegien hersteld is, welke se hier voor den oorlog heeft gehad, welgevallig sijn sal, wanneer van derselver staat omstandig worden g'informeert, doed mij nedr de vrijheid neemen hoogst deselve hier nevens aan te bieden, b door mij, ten dien einde vervaardigde Memorie en Bedenkinge waarmeede de Eer heb seer nedrig te verblijven /:onderstond Hoog Edele Groot Agtbaare wijd gebiedende Heer En wel Edele gestrenge Heeren, uwer Hoog Edelheede seer ootmoedigen en Trouw schuldigen Dienaar /:was ge „teekend:/ A: J: Sluijsken /:in margine :/ souratt den 5:' Januarij A:o 1787. Accordeert C Saapnen „ No 2 39 Translaat van eene Generale Quitancie van de saakbesorgers der Moorse Zeevae„ „rende, verleend voor den Nabab deser stad Mier Havis Eldhien Em¬ „metchan Bhadur en door sijn Excellenties Groot Zegul bekragtigd van alle de Moorse Zeevaerende welke voor den Oorlog na Batavia versonden en seederd overleeden of ver„ „mist zijn. /: Boven aen stond het Groot zegul van de Nabab door sijn Excellentie selfs geset:/ Wij ondergeteekende saekbesorgers der Moorse Zeevaerende van de Edele Nederlandsche Compagnie verklaren hier meede, dat wij door den Hofganger van geseide Compagnie Mhamet Areff van wegens den Wel Edelen Agtbaeren Heer Directeur Abraham Josias Sluijsken sijn te vreeden gesteld en vol¬ daan, voor alle die gagien en maendgelden, welke de Moorse zeevaerende die voor den Oorlog, ofte dat de Werff door de Engelschen genomen is, door ons aen de Compagnie besorgd en van hier met de Hollandsche Scheepen versonden sijn en die het sij op Batavia, Malacca of eenige andere plaets overleeden 1 2:S:

NL-HaNA_1.04.02_10424_0228 view scan ↗

English

have died, gone missing, and deserted, namely those who are gone and are no longer found in the papers, and that we have received everything for them and have been fully satisfied in everything regarding this, promising never to make any action or claim against the same Company in this regard. Souratta the 14th of June 1786. was signed: Nettoe Rettingie the broker of the sailors, Kelliaen Gowinjee the broker of the sailors, Bietjoe Baaijdas the broker of the sailors. The Moorish sailors who were sent to Batavia before the war; the claims of these people, their wages and money, have been fully and completely paid in my presence to the brokers or administrators. I acknowledge that concerning that matter they have nothing more to claim from the Dutch Company. beneath stood: The Seal of the Darogha or secretary of the Nawab and Writer of the Moorish sailors Resietchan. beneath stood and signed: Mhamet Areff Wachiel as witness Lower stood: Agrees J. Van Polanen the secretary . N 3 Souratta Memoir and Considerations on the State of the Directorship of Souratta reasons for the preparation of this paper Memoir and Considerations on the State of the Directorship of Souratta drawn up by the undersigned Titular Director and respectfully presented to Their High Nobilities the High Noble, Right Honourable, wide-ruling Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General, together with the Right Noble, severe Lords Councillors of the Indies. § 1 The hope that it will perhaps be agreeable to Their High Nobilities as well as to the Lords Majors, when their most high persons, now that this Directorship after the concluded peace has been returned and restored to all its ancient prerogatives and privileges, are circumstantially informed of its true present state and condition. § 2 In which having been all the more strengthened, on the one hand by the consideration that twenty years have already elapsed in which no memoirs have been handed over of this Directorship, as otherwise according to the order one ruler is obliged to leave to the other, his successor, for instruction, the Right Noble, severe Lord Councillor of the Indies and present Governor of Ceylon, my predecessor, having been prevented therein by the war and His Noble's captivity as a prisoner of war. And on the other hand that the Surat matters since the year 1750, when the Noble Lord, the late Councillor of the Indies and Surat Director Schreuder wrote his memoir, have changed very much, in such a manner that those times compared to the present ones, with regard to the state of the city, its government, trade, and navigation, differ very much, § 6 has made me resolve to compose this memoir or considerations on the state of the directorship and to offer it to Their High Nobilities in this flattering hope that my conduct will find the highest approval of the same. § 5 In the compilation of which, besides an experience of 20 years during which I have had the honour to serve the Company here, and which I... that has enabled me to acquire a reasonable local knowledge, I have made use of the Memoir of the Noble Lord Schreuder for his successor Mr. Pecock, dated 30 September 1750, a paper that is still of the highest value for someone to whom the administration is entrusted, although a lapse of 36 years, change of times, and especially of the Surat Government, have caused very many alterations therein, while I have also called to aid the memoirs of the Noble Lord Taillefert for his successor Mr. Drabbe, dated 15 March 1760, and of the Noble Lord Senff for his successor Mr. Bosman, dated 31 December 1768. § 6 For the rest, I have recorded the present condition of the Directorship with everything belonging thereto, together with the City and its Government, and especially also of the trade of the Company there, uprightly and in the best faith, and taken the liberty to express my opinion candidly about matters and events which my predecessors have viewed differently, of the Directorship in General and regarding which experience has taught me that Their Honours were misled, in the hope that this will be favourably forgiven me, as the same occurs only to place in a clearer light the matters wherein Their Honours were mistaken, and to serve my High Esteemed Paymasters according to obligation. § 7 Wherewith then proceeding to the memoir itself, I make a beginning with the description of The Directorship in General. § 8 Which name it appears to me to have derived solely from its own nature and character, as the first founders and establishers of the greatness of the Noble Dutch East India Company provided their offices in Persia, Bengal, and here with the name of Directorships, because they were seated and established in the land of a foreign sovereign, and with his permission, solely for the trade which is directed and governed. § 9 Wherefore also those who have had the honour here

Dutch transcription

overleeden vermist en gedeserteerd sijn, immers die weg sijn, en niet meer bij de papieren worden gevonden en dat wij daar voor alles hebben ontfangen en daa meede van alles voldaen sijn, beloovende om des wer „gens geenige Actie ofte vorderinge op deselve Compag„ immermeer te sullen maken. Souratta den 14:e Junij 1786. /was geteekend:/ Nettoe Rettingie de makelaar van de Mattroosen Kelliaen Gowinjee de makelaer van de mattroosen Bietjoe Baaijdas de makelaer van mattroosen De moorse mattroosen die voor den Oorlog na B tavia sijn gesonden; de voorderingen van deese mensch haer gagie en geld sijn in presentie van mij aan de makelaars of saekbesorgers alles en alles vol„ „daen. Ik bekenne dat over die saek van de Hol= „landsche Compagnie niet meer te vorderen hebben /:onderstond:/ Het Zegul van den Drogha of secretaris van den Nabab en Schrijver der moorse mattroosen Resietchan. /:onderstond en geteekend:/ Mhamet Areff Wachiel als getuige /:Lager stond:/ Accorbeert J. Van Polanen de byy Leir . N 3 Souratta Memorie en Bedenkingen over den Staet der Directie van voor het vaderland Memorie en Bedenkinge vervaardigen van dit schrifticur over den Staat der Directie van Souratte door den ondergetekende Directeur Titulair opgesteld en in Eerbied gepresenteerd aan haar Hoog Edelheeden den Hoog Edelen Groot Agtbaaren wydgebieden den Heer M:r Willem Arnold Alting Gouveneur Generaal benevens de WelEdele gestrenge Heeren Raade van Indien 51 De hoope dat het mogelyk haar Hoog Edelheeden reedenen tot het soo wel als de Heeren Majores weegevallig sal syn wanneer hoogst deselve, nu deese Directie naa de geslootene vreede terug gegeeven, en in alle haare oude voorregten en Privelegien hersteld geworden is, omstandig worden g'informeert van derselver waare tegenswoordige staat en toestand § 2 In welke nog te meerder sijnde versterkt geworden aan de eene syde uyt de overweeging dat er nu al twintig Jaaren syn verloopen in welke er geene memorien, soo als anders volgens d' ordre den eene gebieder verpligt is aan den anderen sijnen op volger ter instructie naa te laaten, van deese 201 deese Directie overgegeeven sin, sinde den wel¬ =Edelen gestrengen Heere Raad van Indien en presenten Gouverneur van Ceylon, myne anteces¬ seur daar in door den oorlog en syn Edeles kryge gevangenisse verhinderd geworden En aan de anderen kant dat egter de Souratse saaken seedert den Jaaren 1750 dat den Edelen Heer overleden Raad van Indien en sourats Directeur Schreuder Syne memorie schreef seer veel veranderd syn, sodanig dat die tyden met de tegenswoordige, met betrekking tot den staat der Stad, haare Regeering, handel en scheepvaart, seer veel verschillen 16 heeft my doen besluyten om deese memorie of be¬ van denkingen over den staat der directie te saemen te stellen en Haar Hoog Edelheeden aan te bied in deese streelende hoope dat myn gedrag Hoogst derselver goedkeuringe vinden Sal 15 In welkers te saamen stellinge ik mij buijten een ondervindinge van 20 Jaaren, dat ik de Eershe de Maatschappy alhier te dienen, en die ik my Ho 13 dat 203 dat my een redelyke Locale kennis heeft verkrygen doen, bediend hebbe van de Memorie van den Edele Heer Schreuder voor syne vervanger den Heer Pecock gedagteekend den 30 September 1750 een schrifteur, dat als nog van de hoogste waarde is, voor iemand welke het bestier word toevertrouwt of Schoon ook een verloop van 36 Jaaren veran¬ dering van tijden en voor al van de Souratse Regeeringe, daar in seer veele Alteratien heb¬ ben gemaakt, terwyl ik de memorien van de Edele Heer Taillefert, voor syne vervanger de Heer Drabbe gedateerd den 15 maart 1760 en van den Edele Heer Serff voor syne vervanger den Heer Bosman gedateerd den 31 December 1768 mede te hulpe genoomen heb 16 voor het overige heb ik den tegenswoordige toestand van de Directie met alles wat daar toe gehoord mitsgaders van de Stad en haare Regeering en voornamentlyk meede van den handel van de maet schappeye aldaar opregtelik en met de beste trou= we te boek gesteld, en de vryhyd genoomen om myn gevaelen rondborstig te seggen over saaken en ge= beurtenissen welke mijne predecesseuren anders hebben van de Directie in t Algemeen beschouwd hebben, en waar omtrend my de ondervinding heeft geleend dat Haar Edelen misleyd geweest syn in hoope dat my sulx gunstig vergeeven worden sal. alsoo hetselve alleen geschied om de de saaken waar in Haar Edel g'abuseerd geweest sin in een klaarder dagligt te stellen myne Hooge waarde Betaals Heeren na gehoudenis= se te dienen 17 waar meede dan overgaande tot de memorie selve soo maakt ik een aanvang met de beschryving van De Directie in het Generaal 1 8 welke benaaming het my toeschynd alleen te syn voorts gekoomen uit haare eygene aarden eygenschap, als heb¬ bende de eerste sligters en Grondleggers van de Groothyd van de Edele Nederlandsche Oostindische Compagnie haare Comptoiren in Persien, Bengaalen en hier met de benaaming van Directien voorsien, om dat ge= seeten en opgerigt waaren in het Land van een vreend souverain, en met syne toelating, alleen tot den han del welke gedirigeert en bestierd word. 19 Weshalven dan ook die geenen die d'Eer hebben gehad hier

NL-HaNA_1.04.02_10424_0241 view scan ↗

English

205 The designation of being charged with this, always from the beginning the title of Director was given, ranking next to the Governors. A title and designation which here, be it said with respect, The title Director is necessary. is necessary because in these regions all customs acquire the force of a law, and everything is regulated or governed according to these customs or costumados. Consequently, the native rulers as well as the common people are accustomed to this designation; they can form no idea of any other title, and especially not of that of Gezaghebber, and would presume either that the Company has altered the Directorate in itself, or that the person who bears that title is deprived of the confidence of his high superiors and stripped of the authority that his predecessors possessed; whence would flow as well a discredit and distrust of the Company as a contempt for the person who finds himself placed at the head of affairs. No. 11 Moreover, it would cause the latter to lose equality of standing with the city governor and the English Chief, which until now has been granted to them and which is highly necessary for the maintenance of the Company's privileges. The military and other public honors which he enjoys equally with the city and castle governors would be disputed with him, as has already occurred on the part of the English government after the restoration of the Directorate with regard to the full military honors, as appears from our resolutions of 5 and 27 August as well as 5 September 1785. And he would ultimately be considered not as the minister of a sovereign power in India, but equally with the French and Portuguese Chiefs, as the agent of a society of merchants; indeed, possibly even these would before long dispute precedence with him. And this would cause the power and influence which the Honorable Company, notwithstanding all oppositions of the English, has hitherto preserved for itself, entirely to vanish, whereas it is necessary that it continue to maintain the same, in order to be able to make use of it again should the British ever leave the castle and, as they have done with Broach, might surrender it to another sovereign. Then, beyond dispute, this very same power will bring it more, indeed infinitely more advantage than the small salary to a Director can amount to over many years. 207 Usefulness of this Directorate. Seeing that the usefulness of this Directorate to the Honorable Company cannot be gainsaid, when one takes into consideration: A: That the profits in the last 18 years, through the war, during the Directorates of the Gentlemen Senff, Bosman, and Van de Graaff, have amounted, in the 5 years of the first, each year to ƒ 530,707:16:8 in the 8 ditto of the second, ditto ditto to ƒ 388,446: 1:— in the 5 ditto of the last, ditto ditto to ƒ 436,495: 9:— ƒ 1,355,649: 6:8 And that the expenses, on the other hand, have been large during the administration of Mr. Senff, each year ƒ 89,456: 8:— of Mr. Bosman, ditto ƒ 96,089: 5:8 and of Mr. Van de Graaff ƒ 65,323: 3:— ƒ 250,868:16:8 and there remains as net profits ƒ 1,104,780:10:— making for each year ƒ 368,260: 3:— B: That when to this are added the profits on the returns, which are annually dispatched from Surat to the Netherlands, Batavia, and the Cape, to an amount of ƒ 300,000:—:—, calculated one year with another before the war at 60 per cent on average, yielding the home country more to an amount of ƒ 180,000:—:—, this Directorate in 18 years has brought the Company annually a benefit of ƒ 548,260: 3:—. Profits since the war. C: And that the profits since the war would have far exceeded these, had we been able to be supplied with merchandise, in view of the higher prices. For in the book-year 1782/1783 the profits on ƒ 118,382:12:8 were 200 ¾ per cent, or barely ƒ 237,586:19:8, while after deduction of the expenses amounting to ƒ 46,345:13:8 there still remained in net benefits ƒ 191,241: 6:— on a single shipload; and in the book-year 1785/1786 there was on the amount of circa two-thirds of a shipload, to a small sum of ƒ 105,490: 4:—, gained 258 ½ per cent or ƒ 272,669:17:8; and after payment of the expenses amounting to ƒ 54,635:16:8, there remained purely in profits ƒ 218,034: 1:—, in such manner as this clearly appears from the returns under the appendices Letters A and B. The same will probably not decrease. While in my view there appears to be no apprehension that the Surat trade will diminish, provided only the importation of sugar, etc., by private individuals from China and from Bengal is not too great, for that alone is what causes us very great disadvantage here.

Dutch transcription

205 De benaming van hier meede gechargeert te sin, steeds van den aanvangt den Titul van Directeur gegeeven is, met rang naast de Gouverneurs Een Titul en benaming die alhier /: het sy in Eerbied Directeur is noodig gesegd:/ noodsakelijk is om dat in deese gewesten alle gewoonten de kragt van een wet verkrijgen en dat alles na deese gewoonten of Costumados geregeld of bestierd word bygevolge syn de Inlandse Regenten soo wel als het gemeen aan deese benaaming gewend, sy kunnen sig van geen anderen titul en voor al niet van die van gesaghebber eenig ideé formeeren, en onderstellen of dat de Compagnie de Directie op 1:8 sig selve verandert heeft, of dat den geenen wel ken dien titul draagd versteeken is van het vertrouw wen sijner hooge superieuren en ontbloot van het gesag dat sine voorsaaten hadden waar uijt 6:8 soo wel een discredit en wantrouwen van de Compagnie als een minagting voor den geene welke sig aan het hoofd van saaken gesteld vind voortvloeyjt N 11 Bovendien soo soude het deese laasten doen ver¬ liesen de gelykstandighyd met den stads gouverneur en den Engelschen Cheff, welke hen tog nog toe is toegestaan en die hoognoodig is tot het maintien 1 10 van te van S' Compagnies voorregten de Militaire en ander publycque Eerbewysen die hy gelyk met de stads en kasteels gouverneur geniet soude hem betwist wa den, soo als door de Engelsche regeering bereets na de herstelling der Directie geschied is ten aansu van het volle militaire honneur blykens onse resolutien van den 5 en 27 Augustus mitsgaders 5 september 1785 en hy soude op het laast worden geconsidereerd niet als de minister van eene sou¬ veraine Mogendhyjd in Indien maar gelijk met de Fransche en Portugeesche Opperhoofden al den Agent van een genoodschap van Cooplieden sa mogelijk soude ook deese hem den voorrang eerlang betwisten En dit soude het vermogen en den invloed die de Ed Compagnie niet tegenstaande alle tegenkantingen der Engelschen, sig tot nog toe geconserveert heeft ten een maale verdwijnen doen, door het nodig is dat sij he selve bewaaren blijft, omme daar van weeder gebruyk te kunnen maaken, soo de Britten het kasteel eens verlaaten en, soo als Sij Brootchia gedaan hebben, aan een ander souverain overgeeven mogte dan sal haar buyten tegenspraak dit selve vermog meerder ja oneyndig meerder voordeels toebrengen 112 als 207 nuttigheyd deeser Directie als de weijnige Gage aan een Directeur in veele Jaaren bedraagen kan Aangesien de nuttighyd van deese Directie voor de Edele Compagnie niet kan worden tegen gesprooken wanneer men in aanschouw neemt, A: Dat de winsten hebben bedragen in de 18 laaste Jaaren door den Oorlog gedurende de Directien van de Heeren Senff, Bosman en van de Graaff in de 5 Jaaren van de eerste ieder jaar ƒ 530707:16:8 „ 8 do van de tweede do. d o „388446: 1:— „ 5 d. o van de Laaste d. . d „436495: 9: ƒ135619:6:8 En dat de Lasten daar en tegen groot syn geweest gedurende het bestier van de Heer Serff jeder Jaar. ƒ 89456:8 „ Heer Bosman o. „ 96089:5:8 En van de Heer van de Graaf „ 65323:3:- „ 250868:16:8 en voor suyvere winsten overschiet ƒ 104780:10: Makende voor Ieder Jaar ƒ 368260:3:- B, dat wanneer hier by worden gead¬ =deert de winsten op de retouren, welke Jaarliks van Souratta na Nederland Batavia en de kaeb versonden worden tot een bedraagen va 300000:-: - het eene Iaar door het andere geslaagen gecaleu= § 13 leert voor den Oorlog winsten seedert den Oorlog denkelyk niet ver= minderen P:r Transport. . . ƒ368260: 3: — =leert tegen 60 prCto door een, geevende de Vaderlandsche meerder tot een montant van „ 180000:-:- winsten in 18 jaaren Deese Directie de Compagnie Jaarlyx heeft aangebragt een voordeel van. ƒ 548260: 3:— CEn dat de winsten seedert den Oorlog, deese verre souder¬ hebben te boven gegaan, hadden wy met koopmanschap pen kunnen worden voorsien, aangesien de hoogere pryse want in het Boekjaar 178 2/5 Syn de winsten op— ƒ 118382:12:8 geweest 200 ¾ pC:to schaars of ƒ 237586:19:8 terwyl er naar aftrek der Lasten tot ƒ 46345:13: 8 nog aan suyvere voordeelen overschoot ƒ 191241:6: - op een Enkelde scheepslaading en in het Boekjaar 178 5/6 is er on het bedragen van C: C: twee derde deelen van een scheeps lading tot een montantjen van ƒ105490:4:—. gewonnen 258½ PC:to of ƒ272'669:17:8. en er is na afbetaaling der Lasten tot ƒ 54635:16:8: aan winsten Suyver overge¬ schooten ƒ 218034. -4-: in voegen dit een en ander by de Rendementen onder de bylaagen Lettrs: Aen B klaarder geblykt deselve sullen. Terwyl er na myn insien geen apprehensie schynd te syn dat de souratsen handel verminderen sal, soo maar den aanbreng van suyker etz: door particulieren van China en uyt Bengaalen niet al te groot is, want dat alleen is het geen ons hier seer veel naadeel 114 doed 2

NL-HaNA_1.04.02_10424_0245 view scan ↗

English

Malabar does, so much, and I shall hereafter, when I speak of trade in itself, see there how it might be conducted. Paragraph 15. Question whether upon closure, it would yield greater profit than is paid here. Thus there remains only the question, so important to the Noble Company, whether in case the Hon. Company should resolve upon the closure of the Surat Directorship, Malabar would be able to dispose of as much more merchandise as Surat consumes, with profits proportioned to the distance of Cochin from the capital, and at the same time supply the Company from there with Surat linens in such a manner that it would lose nothing by the closure of this Directorship. Sentiment thereupon. And on which question my humble thoughts, with submissive deference to better judgment, must be stated with that sincerity which the interest of my paying masters and the trust which Their High Nobilities have been pleased to place in me require of me, the local knowledge which a twenty-year residence has caused me to obtain of Surat induces me to fear that the Company, with the closure of Surat, would lose, without recovering anywhere, those profits which the Hon. Company presently obtains there, at least on coarse merchandise, for spices would have to be purchased from the Company in one place or another, though likely not in such a quantity. Paragraph 16. Reasons for the same. And which fear, besides what the Noble Lord Taillefert advanced in his Memoir cited above under the title of the Directorship in General &c., page 12 et seq. to 31, is, in my modest judgment, grounded on the following evident truths: A. That there being no, or rather no noteworthy direct trade between Surat and Malabar, or properly Cochin, since the few products which either place may still receive from the other are brought and carried by vessels that happen to call there, it would be necessary to send express vessels thither for the collection of the Company's merchandise, and which vessels would thus have to recover all their expenses and charges, not to mention their profits, solely from the aforesaid merchandise. B. That when one considers that the charter of a vessel that can carry fully 2,000 canassers or 7,000 picols costs 3,700 rupees per month with wages, bounties, provisions, etc., which amounts to 14,800 rupees for 4 months, and that if to this is added 4 percent interest, 4 percent insurance, 5 for toll at Surat, and 3 for leakage, horry money, porterage, and warehouse rent, making fully 16 percent, the difference in prices between Cochin and Surat must be at least 3 rupees on a picol, making nearly 33 percent on the prime cost, in order to be able to gain anything on it. C. And that in order to obtain this profit, the merchandise at Cochin would have to be sold for that much less in price, or rise that much higher in value at Surat. Two unavoidable alternatives which are both equally detrimental to the Company in their consequence and outcome. Because if the merchandise is sold for that much less at Cochin, this will indeed cause a larger quantity of merchandise to be vented there than at present, but will never yield a proportionate profit. And that if, on the contrary, the same merchandise must rise that much higher in price at Surat, the entire vent of the Company's ordinary merchandise will cease completely. For besides so much copper, lead, and tin being brought to Bombay that the price of ours must already suffer noticeably thereby, it would at least certainly find no merchant for such increased prices, and the Company would thereby have to seek another outlet, while the use of all Batavia sugar here would be abolished entirely. The rich would use Chinese and Bengali sugar, and the common man would make do with sugar that is grown and made here in the country, and especially around Bassein, which is very white and has only this defect, that it causes milk to curdle or separate when boiled with it. Paragraph 17. A truth that is corroborated by the experience which teaches me and everyone who knows this place that Surat vents 10,000 canassers of powdered sugar sooner when it is at 15 rupees and below, than it consumes 5,000 such canassers when the price has risen to 17 rupees the picol. Paragraph 18. Caused by the fact that the same sugar and many other goods of trade, when they are at the first-mentioned or a moderate price, are transported from here to Bhavnagar, brought from there to Sindh, carried up the Indus, exchanged there for puchuck, cow-tails, and very fine wool, brought to Tibet, and consumed in the territory of the Great Lama, and that this far-distant vent no longer takes place when the prices are unusually high. Paragraph 19. Cannot be supplied with Surat linens from Cochin and must be gathered here by commission agents. Now, just as well-founded as my fear is that by abandoning Surat the Company would lose all profits which are obtained here on all merchandise outside of spices, and which in 1782/3 and 1785/6 amounted to fully f 127,564:16:- with a single ship, so unquestionable, indeed quite certain does it appear that to supply the Hon. Company from Cochin with Surat linens would on the contrary, if upon the closure of the Directorship the Company wished to continue trading therein, compel it to have the same gathered here through commission agents.

Dutch transcription

209 de Mallabaar, soo veel doed, sullende ik hier na, wanneer ik van den handel op sig selven spreeken sal, daer sien hoedanig die soude kunne worden gedreeven §15 questie of by opbreke soo blyft en nog maar over de voor de Edele Compagnie meerder voordeel sou soo aangeleegene kwestie, of in val haar Edele geeven als hier betaald tot de opbraak van de souratse Directie besloot men op de Mallabaar soo veel meerder Coop= =manschappen als souratta vertierd met na de afstand van Cochim van de Hoofdplaats geproper¬ =tioneerde winsten, soude kunnen van de hand setten en de Compagnie tevens van daar met souratse Lywaten worden voorsien soodaanig dat deselve by de opbraak deeser Directie niets verliesen soude gevaelen daar omtrend En omtrend welke kwestie dan min gedagte met nedrige onderwerping aan beter oordeel moetende verklaaren, met die opregthyd, welke het belang myner betaals heeren en het vertrouwen dat Haar Hoog Edelheeden in my hebben gelieven te stel= len, van my vordert, soo induceert my de Locale kennisse, welke een twintig jaarig verblijf mij van Souratta heeft doen verkrygen om te vreesen dat de Compagnie met de opbraake van Souratta verliesen soude, sonder ergens te recouvreeren die voordeelen, welke haar Edele er thans behaald ten minsten op de groove handelwaaren, want ae speceryen souae op de een of andere plaats schoon denkelyk niet in sulk een quantiteyd van de Compagnie moeten worden gekogt. 817 En welke vreese buyten het geen den Edelen §16 Heer word. redenen voor het selve Heer Taillefert in syne Memorie hier vooren aan gehaald Tit: van de Directie in het Generaal & heeft g'avanceert. tot 31 pag: 12 et Texa ^ na myn gering oordeel ge grondet is, op de volgende evidente waarheeden Af Dat er geene immers geene naamwaardige Directe vaart tusschen Souratta en de Mallaba of eygentlyk Cochim sinde, daar de wynige producten, welke de een van de andere plaats nog ontfangen mag door vaartuygen die by geval aldaar aangieren worden aangebragt en vervoer het nodig soude syn om expresse vaartuygen ta den afhaal van s' Compagnies handelwaaren de waarts te senden, en welke vaartuijgen alle haare Lasten en Ongelden om niet te spreeken van haare voordeelen, dus alleen uyt de voorsz: Handelwaaren soude moeten vinden B Dat wanneer nen Considereerd dat de huur van een vaartuyg dat ruym 2000 Cannassers of 7000 picols laaden kan s' maands met Gagies premien, provisien. ebz: kost 3700 ropyen en het het geen voor 1 maanden bedraagd 14800 ropyen en dat soo hier by komt t procento interesse prcto Assurantie 5 voor Thol te Souratta en l Door spillagie Horry gelden, opdragen, pakhuys huur soude ruym 16 procento, het verschil in de prysen tusschen Cochim en souratta ten minsten 3 roppen op een picol makende byna 33 procento op aen inkoop syn moet, om er iets op te kunnen gewen nen. CC En dat om deese winst te behaalen de Coopman =schappen te Cochim soo veel minder in pris sou= de moeten worden verkogt of soo veel hooger in waarde te Souratta rijsen moeten. twee onvermydelyke alternativen die by den in haar gevolg gevolg en uytkomst eeven nadeelig voor de maat¬ schappyje syn Om dat soo de Coopmanschappen te Cochim soo veel minder verkogt worden sulks aldaar wel een grooter quantiteyd handelwaaren als thans sal doen slyten, dog nimmer een gepro= portioneerde voordeel aanbrengen 819 En dat soo deselve handelwaaren daar en tegen te souratta soo veel te hooger in prys steijgeren moeten, den geheelen vertier van s' Compagnies gewoone Coopmanschappen geheel op houden Sal. want buyten dat er soo veel kooper Lood en Thin na Bombaij gebragt word dat de prijs van het onse daar door nu al merkelyk lyden moet, so soude hetselve althans seeker, geenen Coopman voor sulke verhoogde prijsen vinden en Soude Maatschappye daar meede een andere uytweg soeken moeten terwil men hier het gebruyk van alle Bataviase Suyker ten eenemale af¬ schaffen soude, den Ryken soude Chinase en Bengaalse Suyker gebruyken en den ge¬ meenen man sig behelpen met suyker die hier in het land en voornamentlyk omtrend Bassyn groeid en gemaakt word, die heel wit is en ee„ niglyk dit gebrek heeft, dat sy de melk, wan¬ neer daarmeede gekookt word, kaassen of schif¬ ten doed. N21 Eene waarhyd die gestaafd is door de ondervin¬ „dinge welke my en een ider die deese plaatse § 18 kend § 20 21 met geen souratse Lywaten worden voorsien, en moeten worden in gesaamelt kend leerd, dat souratta eerder 10000 Cannassers Poeder suyker vertierd dan wanneer se op 15 ropyen en daer beneeden is als se 5000 gelyke Cannassers Consee¬ =meert wanneer de prys gereesen is tot 17 ropyen de picol §22 veroorsaakt door dat deselve suyker en veele andere handelwhaaren, wanneer se op de eerstgemelde af eene gematigde prys syn, van hier worden ver¬ vaerd na Bouwnager van daar gebragt na Chind der Indus opgevaer aldaar teegen Poetjoek koestaarten en seer fyne wolle verruyld na de Thebet gebragt en in het gebied van den Grooten Lama geconsumeert en dat dit verre afgelegen debit, geen plaats meer vind, als de prysen buy¬ ten gewoon hoog syn. 123 Menhan van Cochim Alsoo gegrond nu als myne vreese is dat met souratta te abandonneeren de Maatschappy verliesen soude, alle voordeelen welke hier op alle han aelwaaren buyten de speceryen behaald worden en die in 1782/5 en 178 5/6 wel ƒ 127564:16- met een Enkeld schip bedraagen hebben alsoo ongetwijffeld, Ja genoegsaam ordaenlyk scheynd het om Haar Edele van Cochim met Souratse Lywaaten te voorsien in teegendeel sou de Compagnie soo by opbraake van de Directie daar in wilde soude alhier door blyven negotieeren gedwongen syn deselve Commissianten alhier door Commissianten te doen in= =saamelen

NL-HaNA_1.04.02_10424_0249 view scan ↗

English

213 for reasons In order to be convinced of which it should also be known that no one, whoever he may be, even if he were to live on nearby Bombay, nay, even if he lived in the city itself, is able to obtain any linens, even for daily use in an extensive household, other than by contracting; one will frequently not be able to get a single corge of chintz in Souratta, and this being the reason that out of a contract of three lakhs of rupees, sometimes single bales, nay, single corges must remain unfulfilled. 125 A defect that is irreparable, because it flows from the political and religious institutions of this country. The Hindoos or Hindoostanners, the first and original inhabitants of India, are divided into 84 castes or occupations, all with the same religious sentiments. A shoemaker may make boots, and claims that his ancestors have made the best shoes for thousands of years, and that his descendants will make them until the end of the world, it being impossible for them to start or undertake anything else, because § 24 that: to get in stock are with whoever abandons his caste is accepted nowhere, and in this manner are the cotton-carders, spinners, weavers, printers, etc. But this same system having introduced no wholesale buyers or traders in linens—by which I mean those who have linens made for stock in order thereafter to sell them by parcels to their advantage—one can also obtain them in no other way than by contracting. § 26 never linens here Thus, as has been said, after the breaking up of the Directorate, it would be necessary for the Company to keep agents here for making the contracts and collecting, if it wished to be provided with good linens; for it having been proven hereinbefore that they are otherwise not to be had, experience would teach that the supposition that the Sourat or other merchants would send or bring linens to Cochim for sale to the Company is devoid of all foundation. No Sourat supplier is willing to do so to nearby Bombay on an uncommitted basis and without their having been contracted for beforehand and inspected and accepted here; nay, not without his having already received three-fourths parts with his for would Agents must collected 25 must on freight and indeed the specified herewith come higher Ct. parts of the amount thereof in advance. It is a fixed custom in Souratta that no one, from the smallest to the largest merchant or workman, delivers or works on anything before the amount thereof has been virtually paid to him. § 27 the same would And these aforesaid agents, having collected the linens, would be sent would have to send them on freight to Cochim or Ceylon, which latter place might then still be preferred; which manner of trading, assuming that the price of the linens was equal in assortments and quality to the present ones—with which one must however not flatter oneself—would increase by the following 30¾ percent, to wit: higher 30¾ percent For commission to the said agents, as the collection is a very difficult task: 5 percent. During the collection one must daily be in advance of funds in proportion as the goods come in; these moneys would have to be sent beforehand from Batavia or Ceylon, for which there is no opportunity by bills of exchange, and it is not too much if one Carried forward Brought forward: 5 percent. sets for the freight hither one, the risk three, and the interest for seven months 5½, or together at: 9¼ percent. When the Company no longer has an office here and fulfills its obligation, its privileges would cease and it would thus, alongside other merchants, have to pay at least equally with the most privileged for tolls on the export from Brodera, Tamboeser, Brootchia, etc.: 3 percent. Import into Souratta: 3 percent. Which 6 percent, calculated on half of the contracts made in this place, comes across the whole to: 3 percent. Export from Souratta: 5 percent. From which deducted what is currently paid on export: 2½ percent: 2½ percent. Freight to Ceylon at least: 8 percent. And insurance thither being: 3 percent. Total: 30¾ percent. If one now calculates this 30¾ percent on a delivery of returns of ƒ 300,000:-, the same amounts to no less than ƒ 92,250; and if one adds this sum to the profits on the coarse trade goods brought here, apart from the spices, which were in 1781/85 128 30¾ percent 2½ percent from with are for . 3 8 217 the right to have an office here has been described by Mr. Schreuder from the cargo of only one ship ƒ 130,426:2:-, and in 1785/86 on only 2/3 parts of the cargo of also only one ship ƒ 124,703:10:8, the Company would, at Souratta, even when sailed with only one ship as in the last two years, still miss over two lakhs of rupees in profits, apart from the profits on the spices, for those, although in lesser quantities, would have to be bought up to other places of the Company; so that there is no reason whatsoever for a breaking up of this office. On the contrary, it will appear hereinafter, where I shall speak of the trade, of what importance the same has always been and still is. And herewith concluding this question, I shall proceed to The Right of Residence and Trade which the Company has at Souratta, together with its Prerogatives and Privileges there § 30 As regards the first, or the right to have an office here and to carry on trade, together with being entitled to the protection of the § 29 the

Dutch transcription

213 om redenen Om waar van ook al overtuygd te weesen geweeten diend dat niemand hy sy aan wie hy sy, het sy dat hy ook op het naby geleegene Bombay ja dat hy selfs in de stad woonen in staad is eenige lywaaten selfs niet voor dagelyx gebruyk in een uytgestrekte huyshouding te bemag¬ tigen anders als door aanbesteeding, men sal dikwerf in Souratta geen korsjen Chitsen krygen kunnen en dit synde reeden dat van een aanbesteeding van drie Lakken ropyen Somtyds enkelde pakken ja enkelde korsjes moeten onvoldaan blyven. 125 Een gebrek dat onherstelbaar is, om dat het voortsloeyd uyt de Politique en godsdienstige insettinge van dit land. De Hindoos of Hin Oostanners de eerste en Oirspronkelyke In¬ woonders van Indien syn in 84 Casten af beesigheeden verdeelt, alle met deselve godsdienstiege gevoelens, Een schoenma= ker mag boots en dat syne voorouders duy¬ sende van jaaren de beste schaenen hebben gemaakt en dat Syne nakomelinge die tot het eynde der wareld maaken sullen, als synde het haar niet mogelyk iets anders te beginnen of by den hand te neemen om § 24 dat: in voorraaste krygen syn Me de geene die syn Caste verlaat nergens aan genoomen word en op deese wyse sijn de Capok klappers, spondens, weevers, drukkers enz: dog dit selve Sistema geene voorkoopen of Handelaars in Lywaaten waar door ik de sulke versta, welke Lywaten in voorraad laaten maken om na dies ten haaren voor¬ deele by partijen te verkoopen, hebbende ingevoerd kan men se ook niet anders als door aanbesteeding magtig worden. §. 26 hier nooyt Lywaten Het soude dus soo als gesegd is na de ap¬ braak van de Directie nodig syn, dat de Maatschappye hier tot het daen der aan bee¬ steedingen en Insaam Commissianten hield wilde Sy van goede Lywaten voorsien worden want hier vooren beweesen Synde dat en ander geen te krygen syn, soo soude de ondervin¬ ding leeren dat de onderstelling als af de souratse of andere Cooplieden Lywaaten soo de senden of brengen na Cochim ter verkoop aan de Compagnie van alle fundament ontblootet is, geen sourats leverancier wil sulx na het by geleegene Bombay doen op een losse voet en sonder dat se hun voor af aan¬ besteed alhier nagesien en geaccepteerd sijn, ja niet sonder dat hy bereets drie vierde gedeelten met zyn voor soude Comm moete gesaa¬ 25 op vragt moete en wel de hier nevens gespecifi¬ hooger komen Ct. gedeelten van dies bedragen voor uyt genooten heeft, het is een vaste gewoonte in Souratta dat niemand, van de klynste tot aen grootste Coopman af werkman iets leverd af werkt, voor dat hem dies bedragen genoegsaam betaald is 827 deselve soude En deese voorseyde Commissianten de versonden worden Lywaaten in gesaameld hebbende, Soude se op vragt na Cochim of Ceylon moete senden welke laaste plaats dan mogelyk nog te praefereeren was welke wijse van negotieeren de prijs der Liwaten ondersteld dat se in sortementen en deugd aan de tegenswoordige gelyk waaren waar meede men sig egter niet vlyen moet soude verhoo¬ keerde 30¾ prC=to gen met de volgende 30¾ procento te weeten. voor provisie aan de geseyde Commissian¬ ten also den insaam een seer moeyelyk werk is. geduurende den insaam moet mer„ dagelijx in het verschat Sijn, na mate dat de goederen te binne koomen deese gelde soude bevoorens van Batavia of Ceylon moeten gesonden worden waar toe op wissels geene geleegent¬ hijd is en het is niet te veel wanneer men 5 PrCto Die voortdragen „ Pr Overdragt 5 pC: men voor de vragt na herwaarts Een, de risiko drie En de interesse voor seeve maanden 5½ of te samen steld op. . . . . . 9¼„ Wanneer de Compagnie hier geen Comp¬ toir meer heeft en aan haar verpligting voldaet soude haare voorregten op= houden en sy soude dus, neevens andere Cooplieden ten minste gelyk met de het meest gepriviligeerde be„ taalen moeten voor tallen by den uyt= voer van Brodera Tamboeser Broot¬ chia enz: 3 pCto Invoor te Souratta. 3 „ welke 6 prCto gereekend op de helfte der aanbesteedinge die in deese plaat= se aangemaakt word komt over het geheel 3 „ Uytvaer van Souratta. 5 PrCto. waar van afgetrokken het geen tans by den uytvoer word betaald vragt na Ceylon ten minsten En assurantie na derwaarts synde. . . . . . . . 2½ Bereekend man nu deese 30¾ pCto op een Leveran¬ cie van retouren van ƒ 300000:- bedraagd deselve wel ƒ 92250 en voegd men deese Somma by de voordeelen op de aangebragte grove han aelwaren buyten de speceryen welke geweest sijn in 178 1/5 128 30¾ pCt 2½ „ van met zyn voor . 3 8 217 het regt om hier een is door den Heer van de laading van maar een schip ƒ 130426:2: en in 17876 slegts op 2/3 gedeelte der Laading meer de maar van een schip ƒ 124703:10: 8 soo soude de maatschappije by Souratta Selfs dan wan= neer maar soo als in de twee laaste jaaren met een schip bevaaren is, nog ruijm twee Lak =ken ropyen aan voordeelen missen, buyten de winsten op de specerijen want die souden schoon in mindere quantiteyten tot op andere plaat- moeten sen van de maetschappije worden agekogt, sulx er geene reedenen altoos is voor een opbraake van dit Comptoir, integendeel sal hier agter, alwaar ik van den handel spreeken sal geblyken, van welk een aangeleegenthyd het selve Steeds ge¬ weest en als nog is Ende hiermeede deese questie besluytende, sal ik overgaan tot Het Regt van Seete en Handel dat de Maatschappye te Sou= ratta heeft, mitsgaders tot haare Voorregten en Privelegien aldaar § 30 wat het eerste betreft, of het regt om alhier een Comptoir te hebben Comptoir te hebben en handel te dryven, mits= schreuder beschreven gaders geregtigd te Sijn tot de Protextie van § 29 den

NL-HaNA_1.04.02_10424_0254 view scan ↗

English

Chapter 3, page 65, where they are all specified, just as the translations of the same are kept here in a separate book alongside the originals in the secret cash treasury, and consist mainly of this: That we may carry on trade here in Souratta and throughout the entire Mogolse Empire, without anyone causing us any hindrance in the import or transport, or being allowed to set any price on the goods, or doing any harm to the merchants who trade with us; that we may mint in the King's mint, and upon the import of merchandise are not forced to bring it into the common Custom House; that we may employ such Brokers as we see fit; That we shall pay 2½ prCto customs duty on the imported and exported goods, but owe no duty on clothing, daily necessities, manufactured gold, silver, and copper works, item jewels and all kinds of provisions and foodstuffs; that of everything that has once been paid in Souratten, no further duty may thereafter be taken, but only once in Souratta; that none of the regents may interfere with the mutual disputes of the Hollanders; that the Deserters must be returned and no one forced to the Mahometan faith; that the regents may not protect anyone who is indebted to the Company, while we are free from all the country's taxes; that the Company's Brokers may not be attacked or placed under arrest; that we may send our goods to Gamron and other places with our own ships; and finally that we may purchase a piece of land in the outer city of Souratta and make a place there for dwellings and storage of merchandise. And adding merely thereto, that all customs, called Costumados, acquire the force of a law or privilege in this country, and that by demonstrating that one has been in the free exercise of this or that prerogative for some years, one can achieve almost as much with the Native as with the letters of privilege themselves, and that one therefore in all cases where one can prove them does very well, indeed must never neglect to make use of those customs and to appeal to the same. Thus it is necessary to make mention here that all the prerogatives and Privileges to which the Company is entitled in this City, whether they are founded on the royal Firmans themselves, or whether they have their origin in ancient customs or Costumados, were solemnly guaranteed to us by the English nation when, in the year 1759, they placed themselves in possession of the Castle by force of arms and with that Fortress commanded the city or properly its Governor, and such: Firstly by the missive from Mr. Spencer and his Council dated 18 February 1759, before the Castle was taken, in these words: "We faithfully assure Your Honors that the execution of the measures taken shall in no manner interfere with or tend to the diminution of the privileges in Trade or otherwise, to which the Noble Netherlands Company or Your Honors yourselves are entitled in Souratta." And secondly by a letter from the Governor and Council at Bombay dated 25 January 1765, by which the aforementioned guarantee is confirmed in the following words: "It was by our express order that Mr. Spencer gave Your Honors the assurance which you quote in your letter, and to which we have always strictly adhered, it having been our constant endeavor to preserve inviolate the privileges of the European nations settled in Souratta." Both of which documents are kept bound together alongside the original Fermans. And that after the signing of the Preliminaries of Peace between Great Britain and the State on 2 September 1783, and the peace following thereupon, upon the restoration of the Directorate on 16 January 1785, the Company was restored to all its lawful freedoms and privileges which it had enjoyed before the War, in accordance with the treaty of peace itself. I would, however, have to accuse myself greatly of negligence if, speaking of the firmans, I made no mention of these privileges, the enjoyment of which is hindered to us, or which are not very clear and therefore require the greatest circumspection in their use. The first is the privilege to export the Company's merchandise again without paying any customs or duties, after they have paid the customary toll upon their import at Souratta. This Privilege is founded on the firmans of the years 1631, 1633, 1638, 1643, 1657, 1662, 1709, and 1712, and the last-mentioned speaks of it most clearly in these words: "It has been represented to the King that the Hollanders brought Cloth and other goods from some Sea places with their ships into Hindoustan, and traded in Indigo, Linens, saltpetre, and other wares both in Agra and other places, and transported them to Souratta; so they also lived in hope that the King's order might be given that after the taken toll, which in Souratta has been fixed from Old times at 2½ p=to, no one shall be permitted according to those customs to trouble them in Souratta and Brootchia for anything more, but that they shall remain licensed to sell their goods to whatever merchant they desire and to transport them to whatever places they are inclined, item to purchase goods from whomsoever they wish, etc. These requests have all been favorably granted by His Majesty; therefore the King commands that no one shall trouble them in the above-"

Dutch transcription

Capittel 3 pagina 65 alwaar se alle soo als de Translaten van deselve alhier in een apar boek neevens de origineelen in de secreete Cassa worden bewaard, gespecificeert sin en bestaan hoofd sakelyk daar in„ Dat wij hier in Souratta en door het geheele Mogolse Ryk handel mogen drijven, sonder dat ons iemand in den aanbreng „of verdoer eenige hinder toebrengen ofte op de „goederen eenige prys stellen mag, ofte de kooplieden welke met ons handelen eenig leed doen, dat „wy in s' konings munt mogen munten, en by „den aanbreng van Coopmanschappen niet ge= „dwongen syn die in t' gemeene Tolhuys te bren= gen, dat wij soodanige Makelaars mogen gebrui ken als wy goedvinden, Dat wy van de aanbren¬ gende en versonden wordende goederen 2½ prCto Tol betaalen sullen, dog van kleeding Consumptie =lifbehoeftens, gemaakt, goud, silver en koper =werken item Juweelen en alle soorten van pro= =visien en Levensmiddelen geen Tol schuldig sijn, dat van alles wat te Souratten eens vertald „is, daar na geen weerder toe mag genoomen wor= den, als alleen eens in Souratta, dat sig niemand „der regenten met de orderlinge verschillender Hollanders bemoeyen mag, dat de Deserteurs „sullen moeten worden terug gegeeven en niemand „tot het Mahometaansch geloof gedwongen, dat de n 2 221 men moet van de ge= bruyk maken „dat de regenten geene die aan de Compagnie schuldig syn beschermen mogen, terwyl wy van alle s'lands schattinge vry sin, dat s' Compagnies Makelaars niet mogen g'attacqueert „of in arrest geset worden, dat wij onse goederen „na Gamron en andere plaatsen met ons eygen scheepen sender mogen en eyndelyk dat wy „in de buyten stad van Souratta een stuk grond „mogen koopen en daar op een plaats maaken „tot woningen en berging der Coopmanschapen 835 En, daar by alleen voegende, dat alle gewoonten /: Costumados genaamt :/ in dit land de kragt van een wet of voorregt verkrijgen, en dat men met te betoogen, dat men Seedert eenige jaaren in de vrye exercitie van deese of geene praeroga= tiven is geweest, by den Inlander genaegsaam soo veel kan uitwerken als met de voorregts brieven selven en dat men dus in allen gevalle woontens voor al ge alwaar men die bewysen kan, seer wel doet, Ja nimmer nalaaten moet daar van ge= =bruyk te maaken en sig op deselve te beroe= =pen. N 36 soo is het nodig alhier melding te maaken Dat alle de voorregten en Privilegien waar toe de Compagnie in deese Stad gewettigd is, het si dat dat Sy gegrond vest Syn op de koninglyke Firmanus selve, of dat sy haare oorsprong hebben uyt de oude gewoonten of Costumados aan ons plegtig syn geguarandeert door de Engelsche natie toen, Te sig in den Jaaren 1759 met de wapenen in de besitting van het Casteel hebben gesteld en met die Fortres je de stad of eygentlyk dies Gouverneur gebiede ende sulx Eerstelyk by de missive van den Heere Spencer en syne Raad gedateerd den 18 february 1759 be¬ voorens het Casteel genoomen was in deese bewoon „dingen, wy verseekeren UwelEd:n getrouwelyk dat „de uijtvoering der genomen maatregulen in geende „ly wysen sal bemoeyenisse hebben of tot verminde „ring strekken van de voorregten in den Handel „of andersints, waar toe de Edele Nederlandse „Compagnie of UwelEd:n selve in souratta geregtig „zyn. §. 38 En ten tweede by een brief van den Heere Gouverna en Raad te Bombay gedateerd den 25 Jannuary 1765 waar by de voormelde guarantie bevestig word in volgende bewoording, het is door onse uijt drukkelyke last geweest dat Hr. Speneer UwelEd: de verseekering gegeeven heeft dewelke sy in har „brief aanhalen en dewelke wy altoos stiptelyk Ton 137 hebben 6 223 den Oorlog in alle haare voorregten her steld klaar en welkens vereyschen Coopmanschappen „hebben aangekleefd, synde het onse bestendige „poging geweest om de voorregten der Europeesche „natien in sourutta geseeten onschendbaar te „bewaaren„ by de welke stukken te samen inge= „bonden neevens de origineele Fermans worden be¬ waard. De Compagnie is na En dat de maatschappije na het tekenen der vree des Praeliminairen tusschen Groot Brittanien en den staat op den 2e September 1783 en de daar op gevolgde vreede by de restoratie der Directie op den 16 Jannuary 1785 in alle haare regtmaatige vryheeden en voorregten welke sy voor den Oorlog genooten had hersteld geworden is overeenkomstig met het verdrag van vreede selve Eenige syn hier om 'k soude my selve egter seer van agteloosheyd te oefening omsigtighyd beschuldigen hebben so ik van de firmans spreekende geen gewag maakte van deese voor regten, welkers genat ons verhindert word, of die niet seer klaar syn en daarom in derselver gebruyk de grootste omsigtighyd vereyschen 141 Als den uijtdaer van Het eerste ik het voorregt om s' Compagnies sonder belaling van tal Coopmanschappen na dat Sij bij haare invoer 140 139 te te souratta den gewoone tol hebben betaald van wederom uyt te voeren sonder betaling eenige tollen of geregtigheeden dit Privelegie is ge= grond op de firmans van den Jaaren 1631. 1633 1638, 1643, 1657, 1662. 1709 en 1712 en de laast gemelde spreekt daar van het klaarste in dee¬ se bewoordingen„ Is den koning voorgedraagen dat de Hollanders Laken en andere goederen „van eenige Zeeplaatsen met haare scheepen „in Hindoustan aanbragten en wederom In= „digo, Lywaten, salpeter en andere whaaren soo in Agra als andere plaatsen negotieeren „ en na souratta vervaeren soo leefde sy meede „ in hoope dat s' konings ordre mogte worden „gegeeven dat na den genoomen tol die in sou„ „=ratta tot 2½ p=to van Oude tyden is vast gesteld niemand navolgens die gewoonten haar „ te Souratta en Brootchia om iets meer „=der sal vermoogen lastig te vallen, maar „gelicentieerd blyven om haare goederen te mogen verkoopen aan wat koopman dat begeeren „en te vervaeren na wat plaatsen dat geneegen „syn, item goederen mogen inkoopen van wie dat willen enz: Deese versoeken syn alle door „syn Majesteijt gunstig toegestaan derhalven „ordonneerd der koning dat niemand haar in boven

NL-HaNA_1.04.02_10424_0259 view scan ↗

English

225 seemed to have been enjoyed in an extensive sense shall be able to hinder the abovementioned matters, and to which can further be added the firman of the year 1709 granted by King Shah Alam, reading as follows: It is requested that all governors and further officials up to the District of Hooghly may be ordered that they shall not be permitted to demand tolls double or twice, but according to custom, as in Surat, continue to take 2½ percent toll. This was granted by the king. which was never in the extensive sense. Yet however indisputable it is that no other interpretation can well be given to the aforesaid phrasing than that the goods which have once paid toll upon import here are thereafter toll-free upon export, I may nevertheless, as good faith demands of everyone that he pays homage to the truth and records matters as they actually are and not as one might wish them to be, not conceal that it appears to me that the Company, and much less its subordinates, have never enjoyed the true and extensive enjoyment of these privileges, except only the first-mentioned in the event that the Honourable Company has dispatched merchandise from the Head Office of Surat to the subordinate offices belonging thereto, such as Ahmedabad, Broach, etc. Reasons for this sentiment. I base this sentiment of mine on the memoir of the Honourable Mr. Schreuder, where His Honour, in Chapter 3 on the right that the Company has to this Directorship, page 94, states as follows: 1. The privileges granted in writing by the Regents are these, as, and thereupon then lets follow in section 3: The toll-free export of goods that have once been cleared of toll, resolutions of 25 March 1746, 13 February, and 30 March 1748. Which resolutions I have found to contain: the first, of 26 March 1746, an answer given by the Naib or deputy of Governor Safdar Khan on a roqqa or petition of Mr. Schreuder of the following wording: Pursuant to superior orders, the tolls on the merchandise of Dutch private individuals, just like those of their Company, must henceforth be taken, and each time a dakhila, or customs certificate, of the shipped goods, both to Bengal and elsewhere, must be delivered in such manner as is customary among the other merchants. 227 The second, of 13 February 1748, a petition presented by the well-mentioned Mr. Schreuder to Governor Safdar Khan on 12 August 1747, reading in article 5: Annually the king's tolls are paid by us once, but the goods which remain unsaleable here in Surat must necessarily be sent to some other places, and in order to transport the same, I request that the customs officials may each time issue the dakhila thereof according to the custom among the other merchants, which shall serve to increase the trade and the king's revenues. Whereupon the following answer was given by the aforesaid Governor: The customs officials must issue the dakhila according to the custom of other merchants and in no way cause hindrance on that account. And the third resolution, of 30 March 1748, contains some draft proposal points presented by the frequently mentioned Mr. Schreuder to Governor Mir Muin-ud-din Khan, commonly called Mia Achchan, on 23 March 1748, of which the 2nd article says: Thus in particular the tolls of the Dutch shall now not be taken and calculated otherwise than the same have been taken and calculated since the last two years. And on which the Governor has written in the margin: The tolls on the goods of the Dutch, as demanded in the past year, shall now likewise be taken in the same manner. Indeed everyone will see from this that the privilege of toll-free export before the time of Mr. Schreuder was not enjoyed extensively and unconditionally, since His Honour lists it among these privileges that were granted in writing by the regents during his administration, which could not be done if the Company had ever been in undisputed possession thereof. While the acquisition by Mr. Schreuder in itself is drafted in very obscure terms that even allow a contradictory interpretation, as it in fact contains nothing other than that to the Dutch, upon the export of their goods, a dakhila shall be given as to other merchants, and which dakhila is a customs certificate or declaration that the tolls on the goods being dispatched have been paid at the place of their shipment and may not be demanded again at the place of their arrival, just as the English grant to all who, upon dispatch of goods to Bombay, pay the tolls here to them and are exempted in Bombay by the presentation of that dakhila. The brokers have nevertheless done it now and then, but in 1762 the Nabob complained about it, and it was at that time permitted again. Notwithstanding, it is probable that the brokers have now and then sent goods outside without immediately paying the toll for export, but it is likewise true that thereafter, when the account began to run too high, they were compelled to pay. In the vexatious affair of 1762, it constituted one of the complaints of the Nabob, and although it was reconciled at that time without

Dutch transcription

225 uytgestrekte sinschynd genooten te syn „boven gemelde saaken sal vermogen te ver= „„moeyelyken, en waar by nog kan gevoegd worden de firman van het jaer 1709 door Ten koning Thja Alum verleend Luyden de aldus „ Is versogt dat alle gouverneurs en ver¬ dere bedienden tot het District van Hougly toe, mogen werden geordonneerd worden, dat „sy geen tollen dubbeld of tweemaal sullen vermoogen te vorderen, maar volgens de „gewoonte als in Souratta 2½ pCto. thol „blyven neemen. Dit is door den koning toe= „gestaan. het welk nooyt in de Dan hoe seer het ook buyten teegenspraak is dat aan voorschreeve bewoordingen niet wel een andere uijtlegging kan worden gegeeven als dat de goederen die by den invaer alhier eens tol betaald hebben daar na by den ver¬ vaer toe vry syn, soo mag ik egter alsoo de goede trouwe van een ieder vorderd dat hy de waarhyd hulde dae en de Saken Soo als se dadelyk syn maer niet soo als men weesen deselve wel soude wenschen te sin te boek steld niet ontveynsen dat het my voorkomt dat de maatschappye en veel minder nog haare onderhoorige nimmer het regte en uyt¬ §62 =gestrekte =voelen gestrekte genot van deese voorregten hebb genooten, als alleen de eerstgemelde in he geval dat Haar Edele Coopmanschappen van het Hoofd Comptoir Souratta na de daaro der gehoorende Comptoiren als Amed Abaa Brootchia enz: versonden heeft 143 redenen voor dit geDit min gevoelen vestige ik op de memorie van den Edele Heer Schreuder wanneer sin Edele Capittel 3 van het regt dat de Compagnie tot deese Directie heeft pag: 94 aldus segt 1: De voorregten bij geschriften door de Regen te toegestaan syn deese als en daar op dan pa §: 3 volgen laat de Thol vreye uytvoer van goe deren die eens vertold syn resolutien van den 25e Maart 1746. 13 february en 30 Maart 1748 164 welke resolutien ik gevonden hebbe te behelsen de eerste van den 26e maart 1746 een antwoord door den Naib of tweede van den Gouverneur shee beekchan gesteld op een rocka of versoek schrift van den Heer Schreuder van de volgende be= woording „ navolgens hooge Last moeten door „de bediendens van de Alfardigo /: of Zee tot „plaats:/ de tolle van de coopmanschappen der 227 „der Hollandse particulieren even als die van „haare Compagnie voortaan genoomen zonden „telkens een daggela /:of dertal Ceel :/ der af= gescheepte goederen soo na Bengalen als el= „=ders in dier voegen gelyk by de verdere Cooplie= den gebruyklyk is afgelangd worden § 45 De tweede van den 13 february 1748 Een versoek schrift door wel melde Heer Schreuder aan den Gouverneur Caafferchan den 12 Augustus 1767 overgegeeven luydende articul 5„ Jaarlyx „worden s' konings tollen eenmaal door ons be= „„taald, dog de goederen die alhier in souratta „ onverkoopbaar blyven moeten noodsakelyk na „ eenige andere plaatse versonden worden, En om deselve te vervoeren verwaek ik dat door de tol „bediendens de daggela daar van telkens na volgens de gewoonten by de andere Cooplieden „mag afgegeeven worden het geen strekken sal „tot vermeerdering der negotie in s' konings „inkomsten, waar op door den voorsz: Gouverneur het volgende Antwoord is gesteld„ de tol bedien¬ „=dens moeten de daggela volgens de gewoonte „ van andere Cooplieden afgeeven en geensints „diens wegen verhindering en brengen P L. C 846 En de derde resolutie van den 30e maart 1748 be¬ helsd eenige Consept voordragts pointen door meer gemelde Heer Schreuder aan den Gouverneur Mier mayn uddien chan /: Vulgo mia Alsjen den 23 maart 1748 overgegeeven waar van het 2e artikul segd, dus sullen insonderhyd de „tollen van de Hollanders nu niet anders genoo„ „men en gereekend worden als deselve seederd de „jongste twee jaaren genoomen en gereekend syn„ en op dewelke den gouverneur in margine ge= steld heeft „ De tollen van de goederen der hol landers soo als in Anno passato gevorderd is Sal „nu in selver voegen meede genoomen worden 147 Immers een ider sal hier uytsien dat het voorregt van toldregen uijtvoer voor de tyd van der Heer Schreuder niet uytgestrekt en onbepaald ge= nooten is alsoo sin Edele het opnoemt onder deese voorregten die gedurende syn bestier by geschriften door de regenten toegestaan syn het geen niet konde daen, soo de Compagni immer in dies ongestoorde possessie was ge weest 148 Terwyl de verkryging van de Heer Schreuder op b 2 229 ben het egter nu en dan gedaan dogir 1762 heeft den nabab er over geklaagd, en wierd toenmaals wel weer toegelaten op sig selven in seer duystere bewoordingen die selfs een strydige uijtlegging toelaten vervat= =ted is, alsoo inderdaad niets anders behelst, dan dat aan de Hollanders by het verdaerha¬ rer goederen een Daggela als aan andere Coop lieden sal gegeeven worden en welke daggela Een tol Ceel of verklaaring is, dat de tollen van de goederen die versonden worden ter plaat¬ sen van haaren afscheep betaald sin en ter plaats sen van haaren aanbreng niet weeder gevor¬ dert worden mogen even als de Engelschen ver leenen aan alle die by versendinge van gae= deren na Bombay de tollen alhier aan haar betaalen en door de vertooning van die dag= gela op Bombay bevryd syn 149 De makelaars heb Niet tegenstaande is het waarschynelyk dat de makelaars nu en dan goederen na buyten hebben gesonden, sonder dat den tol voor den uyt¬ voer immediaat betaalden dog het is tevens waar dat se na dies wanneer de rekening te hoog begon te loopen tot de voldoening ge= noodsaakt syn, in de facheuse affaire van 1762 maakte het een der klagten uyt van de nabab en schoon toenmaals wierd bygelegd sonder er

NL-HaNA_1.04.02_10424_0264 view scan ↗

English

Yet Mandchergie had to give up 27000 ropyen in satisfaction in 1770. Under the administration of the Honorable Bosman, attempts were made to establish this privilege. Without an explicit sum having been stipulated for it, this nevertheless lasted no longer than until the year 1770, when the nabob who from time to time, upon granting this permission, had borrowed a claimed 27000 ropyen from the broker Mandchergie demanded the payment of the tolls for the goods exported by them over the course of twelve years, and only with great difficulty, and after the aforesaid loss of 27000 ropyen on the part of Mandchergie, could he be brought to grant a receipt stating that all the tolls of the Company from the year 1759 to 1770 had been satisfied, as appears from the secret resolution of 19 November 1770, where the receipt itself, with its translation, is recorded, preserved in the chest of the Firmans in cylinder Letter A under no 9. After this, under the administration of Mr Bosman, we attempted to establish this privilege and turn it into custom by means of the English, namely by persuading the brokers to cede sugar and spices to him in small quantities at the same prices they paid to the Company when exported duty-free in the name of the Dutch, in order to make it customary in this manner so that it could ultimately no longer be disputed. But as these people also finally had their eyes opened, the duty-free export of merchandise was once again obstructed in the year 1778, the circumstances of which I shall discuss hereafter among the unfinished matters. The right to grant protection to natives and inhabitants of Souratta or subjects of the sovereign himself is what I indicated in section 40 as not being very clear and having to be used with great caution. For while the right to give protection is found in none of the Firmans, except only so far as it concerns the persons of the Company's brokers and suppliers, and may be applied to those who are directly in the service and pay of the Company, it is certain that the right to grant protection to natives and subjects of the Mogol or inhabitants of Souratta can only be found in those privileges which were granted in writing by the regents and mentioned in the memoir of the Honorable Mr Schreuder, page 95, already cited above in section 42, in these words: "the granting of protection to native merchants and subjects of the Great Mogol, Resolutions of 30 March and 17 July 1748." However, finding recorded in the aforesaid cited resolutions only that the Governor Mia Alsjent, on the 13th article of the proposed points of Mr Schreuder of 23 March 1748 mentioned above in section 46, which reads: "none of the city regents shall in the future be permitted to arrest, extort money from, or use any violence against any servant, broker, or merchant or subordinate of the Company, for whatever matter it may be, but whenever anyone has anything against such persons, this shall be made known to the Director, who shall then be obligated to examine the matter closely and do proper justice," noted in the margin: "according to the Fermans it shall be observed." While in the last-mentioned of 17 July 1748 it is only found that protection was granted to two merchants by name Lala Sieuw Sinker Boulanaat and Mandchergie Corseedjen, this seems to me too weak a foundation upon which to maintain the right to grant protection even against the government itself. Indeed, not even if one were to add the ancient customs in these lands, according to which defenceless Banyan merchants were accustomed, in order to be protected against the violent acts and extortions of a Governor, to place themselves under the protection of one of his highest and most powerful officers or Cammadaars, who was then obligated for a contracted sum of money to step into the breach for him in case of need, since the granting of such protection was based not on right, but on power. And for these reasons, to which may well be added the improbability that the sovereign of these lands would have granted to the subjects of another ruler coming to trade in his territory the right to protect his subjects against himself and withdraw them from the laws or his own power, as this would be an Imperium in Imperio, the Honorable Company ought never to grant any special protection to merchants and inhabitants of Souretta, for this can never bring it any advantage, but often causes entanglements with the government which are always harmful. Yet he who has the honor of being placed at the head of affairs must, on the other hand, never fail to protect with all his might those who are in actual service and pay of the Company, and most particularly the brokers and the suppliers, as well against the Castle Governor as against the City Governor, for this rests upon

Dutch transcription

Dog heeft Mandchergie in 1770 in voldoening van van 27000 rop:s moeten opgeeven Bosman heeft men dit te vestigen sonder dat er juyst een aparte Somma voor gesti¬ puleert wierd soo heeft dit egter niet langer geduurt als tot den Jaaren 1770 wanneer de na¬ bab (: die van tyd tot tyd onder het verleenen deeser permissie van de makelaar Mandchergie deselve een pretensie 27000 ropyjen geleend had:/ de voldaening der tollen der geduurende twaalf jaaren door haar na buijten gevoerde goederen vorderde en niet dan met seer veel moeyte en na gedagte me het verlies van voorsz: 27000 ropyen van de side van Mandchergie te brengen is geweest tot het verleene van eene quitancie dat van alle de tollen van de Compagnie van den jaare 1759 tot 174 lb voldaan was, soo als geblykt bi de secreete resolutie van den 19 november 1770, alwaar de quitancie selven de met syn translaat in de kist der Firmans in de kooker Lettr A onder no 9 bewaard word ingeschreeven is 150 In het bester van dHH. Na deese hebben wy onder het Bestier van de voorregt wel getragt Heer Bosman wel gehagt dit voorregt te vestige en in de gewoonte te brengen door middel van den Engelschen (hef selven met namentlyk de makelaars te persuadeeren om d 231 stremd van Protexie aan In= =landers is ook seer duyster om hem de suyker en speceryen by kzyne quan= titeyten af te staan voor deselve prysen welke sij lieden daar voor aan de Compagnie betaal de wanneer die op naam van de Hollanders tolvrie wierden uytgevoerd, om het langs dien weg soodanig in de gewoonten te brengen, dat het eyndelyk niet meerder soude kunne worden tegen gesprooken dog deese ook eyndelyk de oogen openende, soo is den tolvryen uyt= voer der Coopmanschappen weder in den jare dog is seedert weer ge 1778 gestremd geworden, waar van ik de omstan¬ =digheeden hier agter onder de onafgedaane saaken verhandelen sal. §51 Het regt tot verleenen Het tweede af het voorregt om protexie te verleenen aan Inlanders en inwoonders van ^souratta of onderdanen van der Souverain selven is het geen ik §40 be= daeld hebben dat als niet seer klaar Synde met veel omsigtighed moet gebruykt worden N 52 want terwijl het regt van Protexie te geven by geene der Firmans gevonden word, als al= leen soo verre de persoonen van s' Compagnies makelaars en Leveranciers betreft mitsgaders toepasselyk mag worden gemaakt tot die geene welke waar en op wat wyse beschreeven welke dadelyk in dienst en betaling van de Compagnie sijn; soo is het seeker dat het regt tot het verleene van protexie aan Inlanders en onderdanen van de mogal of inwoonders van souratta alleen moet te vinden syn in die voorregten welke by geschriften door de regenten toegestaan syn en by de memorie van de Edele Heer Schreuder pagina 95 hier vooren & 42 bereets aangehaald vermeld met deese bewoording „ het verleenen van protexie aan Inlandse Cooplieden en onderdanen van der grooten Mogal Resolutien van den 30 Maart en 17 July 1748 153 Dan bij de voorsz: aangehaalde resolutien allee aangeteekend vindende en wel by de eerst ge¬ melde dat den gouverneur Mia Alsjent op het 13e articul der voordragts pointen van de heer schreuder van den 23e Maart 1748 hier vooren S 4 6 vermeld, welke aldus Luiden¬ „niemand van de stads regenten sal in den „aanstaande vermoogen eenige dienaar, Ma: „kelaar, of koopman of onderhorige van de Compagnie op te vatten geld af te perssen „ of eenig geweld aan te doen als was het ook over 923 23 over wat saak het wil maar wanneer imand iets tegens diergelyke menschen heeft, sal sulx aan den Directeur bekend gemaakt worden, die als dan verpligt Sal sijn de saak naauwken¬ rig te ondersoeken en goed regt te doen„ in margine gesteld heeft„ volgens de Fermans sal het nagekoomen worden §56 Terwyl by de laastgenoemde van den 17 July 1748 eniglyk gevonden word dat aan twee Coop¬ lieden in naame Lala Sieuw Sinker Boulanaat en Handchergie Gorseedjen Protexie is verleend, soo dunkt mij dit al te swak een fundament om daar op het regt tot het ver= leenen van protexie tegen de regeering selfs te kunnen maintineeren 155 Ja selfs niet al voegde men daar ook by de oude gewoonten in deese landen, volgens welke de weerloose Benjaanse kooplieden de gewoonte hadden, om sig, ten eynde beschermt te worden tegen de geweldenarien en afpersinge van een Gouverneur, te begeeven onder de protexie van een van desselfs Eerste en vermogendste officieren of Cammadaars, die dan voor een gecontracteerde somma gelds verpligt was in Cas van nood, voor hem van dit pridelegie die dadelyk in dienst syn beschermen hem in de bresse te springen, alsoo het verleenen van diergelyke protexie niet het regt maar het vermoo„ gen ten grondslag had 156 onwaarschynelykhyd En om deese redenen /: waar by nog wel mag worden gevoegt de onwaarschynelykheid welke er is, dat den souverain deeser landen aan de onderdaane van een ander opperheer, welke in syn gebied ter handel koomen, het regt soude hebben verleend om syne onderdanen tegen hem selve te protegeer en aan de wetten of syn eygen vermogen te onttrekken alsoo sulx een Imperium in Imperio syn souden :/ behoord de Edele Compagnie nooi eenige bijsondere protexie aan Cooplieden en inwoonders van souretta te verleenen, want sulx kan haar nimmer voordeel aanbrengen maar dikmaals— Brouilleryen met de regering die altoos schadelyk syn veroorsaaken 157 sen moet de Inlanders Dog den geene die d' Eer heeft aan het hoofd van met alle vermogen saaken geplaats te syn moet daar en tegen¬ nooyt nalaten om die geene welke in dadelijke dienst en betaling van de Compagnie syn en meest bisonders de makelaars en de Leveranciers met alle vermogen te beschermen soo wel tegen de kasteels als stads Gouverneur want sulx steur op

NL-HaNA_1.04.02_10424_0269 view scan ↗

English

925 235 Privileges obtained after the year 1770 been misled on the farmans, particularly on those of the years 1618, 1627, 1683, 1645, 1662, and 1712, and it could have been of far too evil consequences if the slightest indulgence were used in this case, while the trust that one must chiefly place in the brokers and suppliers, with the entrusting of goods and money, would necessarily have to cease if the rulers had it in their power to attack them just like other merchants whenever the desire seized them. No. 58 Having thus discussed those privileges which the Company had at Souratta before the year 1770, I must add here those which Her Honour obtained after that, and this is in the first place the valuable privilege to unload and store at the wharf the spices as well as all brought-in merchandise, nothing excluded, from private persons as well as from the Company, for otherwise the entire wharf was worth nothing. Paragraph 59 The Honourable Mr. Senff, The Honourable Mr. Senff understanding this, immediately after His Honour had constructed the greatest establishment on the same in houses whose walls were composed of a double row of bamboos and spars filled with earth from the inside and plastered with lime from the outside, went to work to obtain this privilege, as appears from his memorandum from 145 to paragraph 50. His Honour also left nothing unattempted to that end, spent even 25000:- rupees, and after believing he had fully obtained the privilege, found himself terribly misled by the Rulers, who had indeed permitted that the spices were unloaded at the wharf and had even granted a permission in writing thereto, which afterwards appeared to be temporary, as containing only an order from the Governor to the First Tollman to let them be unloaded there for that year; and besides that, all the private goods were still unloaded in the city until the year 1773. Paragraph 60 Mr. Bosman obtained the privilege to unload the spices at the wharf. When the then Director, Mr. Bosman, obtained from the city Governor Mier Havis Eldhier Emmetchan Bhadur, with the prior knowledge and permission of the English Chief, the actual privilege in these words: With peace of mind Your Honour may steadily and forever unload the spices and further goods of the ships of the Dutch Company in the Pattys on Jengie Bander; no one shall hinder you in this as the same is permitted, as appears from the Destec or the firman itself, which is kept in original with its translation in the chest of the farmans in the tube Letter A under No. 1. The same, it is true, according to the separate letter of the said Director to Their High Honours of 30 December 1776, cost indeed a present of 30000:- rupees, whereof however only the half was credited to His Honour, because he had not at the same time obtained the right to unpack the linens on the wharf into the bazaar and to ship them off from there after custom payment, as appears from the resolution of 13 December 1776 and the secret missives mentioned therein; yet it is at the same time certain that we have since practiced this privilege undisturbed and in its full extent, and were also immediately restored therein upon the restoration of the Directorate, so that currently nothing outside the wharf is unloaded or stored. 237 through the city Paragraph 61 The burying of corpses was first done in 1783. As long as the government of the city was in the hands of the Moors, the Europeans were obliged to bring the deceased to the earth and to the graveyard around the entire city through remote and dirty places and roads, because the government did not want to permit that they carried the same through the city. The English, as soon as they became masters of the castle, abolished this so humiliating custom with respect to themselves, but the same continued to persist with regard to us until the year 1783, when I had the fortune to also get it abolished, and our corpses are now, just like those of the English, carried through the city. Paragraph 62 The custom at Souratte has also for many years been that the Dutch and English Chiefs mutually, equally as with the Moorish Governors, gave each other the full military honour, that is the salute with spontoon and banner to the beating of the march; however, the same was possibly for some time before the war not observed in all respects, and after the Directorate was restored, it was also completely neglected, but was finally, after a short pen-fight mentioned in the resolutions of 5 and 27 August and 5 September 1785, restored as before. Paragraph 63 In what manner all of the same are to be maintained. And having herewith drawn up the privileges, the question naturally arises in what manner they, in case of violation or contempt, are best to be defended; and answering to this, that while their maintenance can now no longer take place through power or the implementation of violent means, as happened many times in the days of the Honourable Mr. Schreuder and by the Honourable Mr.

Dutch transcription

925 235 voorregten na den jare 1770 verkreegen lyd geweest op de firmans, bysonderlyk op die van den jaaren 1618, 1627, 1683, 1645, 1662, en 1712 en het souden van al te slegte gevolgen syn kunnen, wanneer in dit geval de minste toegeeflykhyd wierd gebruykt, terwil het vertrouwen dat men voornamentlijk in de makelaars en Leveranciers hebben moet, met het Cieren van goederen en gel der noodwendig soude moeten ophouden, wanneer de regenten het in haar vermoogen hadden om deselve even als andere kooplieden op het Lijf te vallen, telkens als haar daar toe de lust bekroop N 58 Dus dan verhandelt hebbende, die voorregten welke de maatschappij voor den jaaren 1770 te souratta gehad heeft moet ik hier by voegen die geene welke haar Edele daar na verkree= gen heeft, en dit is in de eerste plaats het valuable privelegie om de speceryen so wel als alle aangebragt wordende Coopmanschappen niets uijt gesondert soo wel van particulieren als van de Compagnie aan de werf te ontlossen en op te slaan want buijten dat was de gehele werf niets waardig §59 D' Edele Heer Senff de Edele Heer Seriff dit begrijpende ging date is schrikkelyk mis=lyk na dat syn Edele der grootsten omslag op deselve in huijsen welkers muuren waaren te het privilegie om de specerien aan de werf te saamen gesteld van een dubbelde rey bambaesen en sparren die van binne met aarde gevield en van buijten met kalk bepleysterd waaren aan het werk ter verkryging van dit voorregt blykens syne memorie van 145 tot §50 zyn Ed Liet daar toe ook niets onbesogt spendeerde selfs 25000:- ropien en vond sig na dat vermeende het privelegie volkoomen te hebben g'obtineerd verschrikkelijk mislyd door de Regeneten die wel hadden toe¬ geraaten dat de Specerijen aan de werf gelost waaren en selfs daar toe in geschriften hadden verleend, eene toestemming welke na dies ge„ bleek Temporeel te Sijn, als vervattende alleen een order van den Gouverneur op den Eerste Tolman om se voor dat jaar aldaar te laaten ontlassen en buijten dat Soo wierd al het particuliere goed nog in de Stad ge¬ lost tot den jaaren 1773 160 De Heer Bosman heeftwanneer den toenmalige Directeur den Heer Bosman van den stads Gouverneur Mier Havis te ontlossen verkree: Eldhier Emmetchan Bhadur met voorken: nisse en toelating van den Engelschen Cheff het eygentlyke voorregt verkreegen heeft in deese bewoordinge „ met gerusthyd kan Uw Ed: steeds „en voor altoos de speceryen en verdere goederen der Scheepen van de Hollandse Compagnie 1 d in „gen 237 door de stad „ in de Pattys op Jengie Bander ontlossen, niemand „sal uw hier in verhinderen alsoo het selve is toegestaan blykens het Destec of de firmanselde, welke in ori= =gineel met dies vertaaling in de kist der firmans in de kooker Lett:ra A onder N:o 1 bewaard word hetselve heeft het is waar volgens de Aparte brief van geseyde Directeur aan Haar Hoog Edelheeden van den 30e December 1776 wel een present van 30000:- ropijen gekost waar van eg¬ ter aan syn Edele de helfte maar te goed ge= daan is, om dat tevens niet hadde verkreegen het regt om de Lijwaten (op de werf te bazaa¬ ren afte pakken en van daar na vertalling af te scheepen blykens resolutie van den 13 De¬ „cember 1776 en de daar gemelde secreete mis= sives, dog het is tevens seeker, dat we dit voorregt seedert ongestoord en in Sijn volle uijt¬ gestrekthid g'oeffend hebben, en ook daar in datelyk by de restoratie der Directie hersteld geworden syn sodanig dat er thans niets buy¬ ten de werf ontlost of bewaard word 161 het begraven der lyzen so lang het Gouvernement der stad in handen van de mooren is geweest, waaren de Europeeschen verpligt om de overleedenen ter aarde en na de begraafplaats te brengen rond de geheele stad door afgelegene en vuyle plaatsen en wegen om dat de regering niet wilde toestaan dat „schied op welke eene wyse =tineeren syn dat sy deselve door de stad voerden, de Engelschen soo ras si meester van het kasteel wierden, schaften deese soo verneederende gewoonte ten haare eijgenen op sigten wel af, dog deselve heeft ten onsen aansien blyven voort: is in 1783 het eerstge=duuren tot het jaar 1783, wanneer ik het geluk gehad hebben die meede afgeschaft te krygen en worden on= =se lyken tans even als die der Engelschen door de stad gevoerd 1 62 Het gebruyk te souratte is meede seedert veele jaaren geweest, dat de Hollandse en Engelse Cheft, malkan¬ der over en weder gelyk met de moorse Gouverneurs, hebben gegeeven, het volle Militaire honeur dat is het salut met sponton en vaandel onder het slaan van de Marsch, dog het selve was mogelyk eenige tyd bevoorens de Oorlog niet in alle opsigten geobserveert en na dat de Directie hersteld was, wierd het ook geheel verwaarloosd, dog is eyndelyk na een korte pennestryd vermeld bij de resolutien van den 5 en 27 Augustus en 5 September 1785 als bevoorens hersteld 163 Ende hiermeede de voorregten opgesteld hebbende alle deselve te main valt natuurlyk de vraag op welke eene wyse desel ve, ingevalle van verbreeking of veragting het best te verdeedigen sijn. en hier op antwoordende, dat ter¬ wyl derselver maintien, thans niet meer geschieden kan, door vermogen of in het werk stellen van gewel dige middelen, als ten tijden van den Edele Heer schreuder veel malen is geschiet en door den Edel Heer

NL-HaNA_1.04.02_10424_0273 view scan ↗

English

239 Mr. Senff, in his memorandum of § 55 to 62, presented these matters with such clarity, for whatever one may claim about it and however much pleasure one might take in playing Don Quixote at times, it is beyond all dispute that we here can currently employ no other weapons than those of representations and protests. 164 It appears to me, as experience has also taught me, that one promotes the interest of the Company and one's own peace of mind by maintaining a good and permissible intercourse with the English, who after all alone hold power here; this intercourse produces a kind of trust and reciprocal goodwill, at least in matters that are otherwise indifferent, and thereby one remains free—indeed, I have so far remained free through it—from a thousand chicaneries, hindrances, and vexations which I have seen inflicted upon some of my predecessors, and which were initiated and arranged solely behind the screen of the nabob. 165 Without my ever wishing to recommend what the Honorable Mr. Senff says in his aforementioned memorandum § 72, etc., concerning the means of bribery; for apart from the fact that Their High Excellencies prohibited the same by secret resolution of 2 May 1769, one understands human passions very little when one assumes, as His Honour does ibidem, that such brings them under our control. On the contrary, experience teaches that such incites a greedy and avaricious man all the more to extortion, while it will often cause another, who accepts a gift out of necessity, to conceive an aversion to us as soon as he comes to the calm reflection that we have tested and corrupted his virtue. 166 On the contrary, as soon as the aforementioned maintenance can no longer be effected by means of friendliness, and one sees that the government is aiming to curtail one or another of our privileges or that they are causing us some obstruction therein, one must have recourse to concise representations written in the manner of our ancestors in plain Dutch, albeit in polite terms, in proof of our good right and of custom. And if these cannot help either, nothing further remains than to summon the English government to fulfill the solemn obligation which they, as appears from § 36 et seqq., have undertaken in the capacity of Governor of the Castle, and consequently to guarantee all of the Company's well-acquired privileges and ancient customs; and upon refusal, to protest against them formally in the strongest manner, and, resting thereon, to await the further pursuit of matters by the Lords Majors. § 67 And it would be desirable if times and affairs might then afford Their Honorable High Mightinesses the opportunity to provide us with the proper redress through their complaints, as the only means to remain free from all injustices. Indeed, it is of the very highest importance that provision be made for the neutrality of Souratta, and that the English can never again break their word and obligation in such a shameful manner as occurred in 1781, when they robbed all of the Company's effects and made us prisoners of war, whereas as Governors of the Castle they were obliged to protect us here locally against all foreign and domestic enemies and to preserve us in our privileges and customs. 168 Obligation of the Company towards the Sovereign of the Country. Hereinbefore in § 31 I have shown how our trade at Souratta is founded upon a kind of contract or agreement with the Sovereign of the Country. I have subsequently shown what privileges and immunities that sovereign granted to us on his part; it naturally follows therefrom that I proceed to that to which the Company is obliged on its part, being: 1st, the conduct of a considerable trade; 2nd, the payment of certain tolls; and 3rd, the making of certain annual presents. 169 Upon abandoning this Directorship, all obligations would cease. Concerning the first, this question arises: whether the Company, if it pleased Their Honours to abandon the Directorship and to keep one or two native or European commissioners at Souratta for the gathering of goods, would lose its privileges. And I think one must conclude in the affirmative, because, the obligations being assumed to be reciprocal, the same may cease on the one side as soon as they are not fulfilled from the other side. 170 The toll of 2½ percent is paid without fraud. As regards the second, the tolls on both imported and exported goods are paid without the slightest fraud, being 2½ percent, namely: 171 On imported goods, in kind by the Warehouse Master, after he has first presented a memorandum of the amount thereof to the Director, to be subsequently entered into the books.

Dutch transcription

239 Heer Serff by syne memorie van s 55 a 62 met sulk een sienlykhyd syn voorgesteld, want wat men daar ook van opgeeft en hoedanig men ook het Ver= maak ook hebben mag om somtyds den Don Quichot te speelen, het is buyten alle tegenspraak dat wy hier thans geen andere wapenen besegen kunnen als die van vertoogen en protestatien-. 164 Het my voorkomt, soo als my de ondervindinge ook geleerd heeft, dat men het interest van de maat= schappye en syn eygen rust bevordert, door het on= derhouden van een goede en gepermitteerde omme „gang met de Engelschen, die hier het vermogen tog alleen in handen hebben, den ommegang brengt een soort van vertrouwen en wederkeerende goedwil¬ =lighyd Voort, ten minsten in anders onderschillige saaken en hier door blyft men bevryd, immers ik ben er tot nog toe door bevryd gebleeven van duysend Chicanes, traverses en verdrietelijkheeden die ik sommige myner predecesseuren hebbe sien aandoen, en die alleen wierden aangevangen en geschikt agter het scherm van de nabab- 165 sonder dat ik immermeer soude aanraden het geen den Edele Heer Jeuff by syne meergem: memorie & 72 enz: segd omtrend het middel van omkoping, want onge= reekend dat Haar Hoog Edelheeden het selve by secreete resolutie van den 2e May 1769 hebben ver¬ boden boden, soo kerd men s' menschen driften seer wynig wanneer men, soo als syn Edele sibidem doed, on= dersteld dat sulx haar onder ons bedwang brengd, in tegendeel de ondervinding leerd, dat sulx een gierigaart en Schraapsugtige te meer tot afpersin= gen aanset, terwyl het een andere die uyt nood een geschenk aanneemt, dikwerf een afkeer van ons sal verkrygen doen, soo ras hy tot een bedaarde overweging komt, dat wy syne deugd op de proef gebragt en verkragt hebben 166 Integendeel moet men Soo ras het voorsz: maintien door den weg van vriendelykhyd niet langer te effectueeren is, en dat men siet dat de regering het daar op toeleyd, om de een of ander van onse voorregten te besnoeijen of datse ons daar in eenige stremminge toebrengd, syne toevlugt neemen tot bondige vertoogen /: geschreeven na den trant on¬ ser voorvaderen in Rond Hollands Schoon in be¬ leefde termen:/ ten bewysen van ons goed regt en van de gewoonte, en kunne deese almeede niet helpen, soo schiet er niets meerder overig als om de Engelsche Regeering te sommeeren ter voldoening aan de plegtige verbintenis, welke Sij blikens S 36 et segg in de qualiteijd van Gouverneur van het Casteel op sig genoome hebben, en by gevolgen ter guarandeering van alle S' Compagnies wel de 241 des Lands wel verkreegen voorregten en oude gewoonten, en by wey= gering tegen deselve op de kragtigste wyse formeel protesteeren, en daar by berustende de verdere poursuite der saaken van de heeren Majores blyven afwagten § 67 En wenschelyk sal het sin soo tyden, en saaken Haar wel Edele Groot Agtbaare als dan geleegenthyd mogen geeven, om door haare klagten ons het be hoorlyk redres te verschaffen, als het eenige middel om voor alle verongelykinge bevryd te blyven, immers is het van de allerhoogste aangeleegenthyd dat er gesorgt word, voor de Neutraliteyd van Souratta en dat de Engelschen nimmermeer haar woord en verpligtinge op sulk een Schandelijke wijse kunnen breeken, als in 1781 is geschiet, toen se alle s' Compagnies effecten geroofd en ons tot krygsgevangenen gemaakt hebben, daar se als Gouverneurs van t' Casteel verpligt waaren ons hier ter plaatsen te beschermen tegen alle In- en Buytelandse Vyanden en ons te bewaaren by onse voorregten en gewoonten.. 168 verpligting van de Hier vooren e 31 heb ik doen sien, hoe onsen seete maatschappyje ten er Handel te souratta, gegrond vest is, op een opsigten van den Heer soort van Contract ofte overeenkomst, met den Heer des Lands, ik heb vervolgens getoond, welke voorregten en privilegien dien souver aen aan ons van syne syde toegestaan heeft van selfs volgd het 6 By het abandonneren alle verbintenissen ophouden betaald het daarom dat ik overgaa tot dat geene waartoe de maatschappye van haar Syde verpligt is synde 1mo Het dryven van een aansienlyke handel 2de: het betalen van seekere Tollen en 3te Het doen van eenige Jaarlyxe geschenken 169 Omtrent het eerste, soo doet sig deese questie op„ deser Directie soude of de Compagnie, wanneer haar Edele goedvond de Directie te abandonneeren en te souratte Een of twee het sy Inlandse af Curapeesche Commissianten te houden, tot het daen van den Insaam haare voorregten verliesen souden, en ik denke voor de affirmative te moeten besluyten om dat de verbintenissen wordende ondersteld weder= tyds te syn deselve van de Eene syde mag op= houden, soo ras die van de andere kant niet word nagekoomen. 1 70 De Thol van 2½ pCt Vat het tweede aangaat, soo wordende tollen word sonder fraude byde der aangebragte en versonden wordende goederen sonder de minste fraude betaald syn de 2½ pCto en wel 171 van de aangebragte goederen in natura door den Pakhuysmeester, na dat hy eerst eene memorie van het bedragen derselve, aan den Directeur gepresenteerd heeft om daar na by de boeken te worden

NL-HaNA_1.04.02_10424_0277 view scan ↗

English

24 43 3 Yet for the goods dispatched, after valuation, they are written off to the customs officers against the issuing of proper receipts from the respective claimants, which are kept in the secret treasury, and in the same manner takes place the payment of customs on all permitted freight and goods brought in by private individuals, from whom the warehouse master collects the customs and pays them out again to the claimants. 172 An arrangement that was exceedingly good and, in the year 1770, as appears from the secret resolution of 19 November of that year, was reintroduced in order to prevent customs fraud by the brokers and the resulting disputes with the government. And for the goods being dispatched, the customs had to be paid according to the firmans of 1643, 1709, and 1712 after valuation, whereby the goods collected in Agra and elsewhere had to be valued at 12 ropyen against 10 ropyen purchase price, and those coming from Amed Abaath at 10½ ropyen against 10 ropyen purchase price, but those from Brootchia and souratta nothing more than the actual invoice costs. Such a manner of paying customs was most unpleasant and difficult, for either one constantly had to take up arms with every shipment, or one had to tolerate that the greed Section 73 customs taken under realization of the natives valued the goods as high as they themselves wished and then pay the customs accordingly. However since 1772 also in natura To prevent this, after much trouble and correspondence in the time of Mr. Bosman, as appears from resolutions of 13 February and 15 and 24 April 1772, and the letter from the English Chief and Council of 1 February and 15 April of the same year recorded therein, an agreement was finally contracted with the government to henceforth also pay the customs on dispatched goods in natura, and because the rulers did not know what to do with the different assortments of linens that the Company dispatches, to realize what was thus handed over in natura by having the same taken back by their suppliers for the prices that the Company pays them and which they must declare, and in case of discrepancy regarding the aforementioned declared prices, to have the goods valued by two impartial merchants. Section 75 resolution regarding the customs And this arrangement had the desired effect until the year 1777, when the natives began to make bad use of it by declaring the goods presented for customs so low that a very exorbitant valuation followed upon them, which, having increased from year to year, caused the goods to be valued up to 35 percent above the declaration. Consequently, on 9 May 1786 in council it was decided, in order to prevent all fraudulent declarations, first, to have all linens unpacked only in the presence of an officer of the fiscal; second, to ensure as far as possible through the court messenger that the true prices are declared by the respective suppliers; third, to have every private individual hand over a sample of the goods with that declaration in order to be able to have the same appraised separately in case of suspicion; and fourth, to have all those who attempt to defraud prosecuted by the fiscal. Section 76 To whom the customs belong The customs of souratta belong to the Nabab, the English as Governor of the Castle, and to the Marettas, each for a one-third share, with that of the Marettas being divided again into two parts, between the Pissouha, being the government of Poena, and the Ghaay Guaar, being the government of Brodera. However, we have no dealings with anyone except the city customs officers, who are directed by a member of the English Council, who is First Customs Master. The warehouse master pays them the incoming customs and the brokers pay the outgoing customs against proper receipts. Section 77 Manner of paying customs on imported merchandise The manner of paying customs on imported merchandise is as follows. As soon as ships are in the roads, an arsie is presented to the Nabab in the name of the brokers for permission to unload. As soon as the goods arrive at the wharf with the vessels, officers of all the customs claimants appear, as well as clerks of the Nabab and of the English. The Company's goods are then carried up, those of the Company immediately to the Sattijs, where in the presence of the aforementioned clerks, each of whom writes down the weight, they are weighed and stored away, and likewise the permitted freight of the ship's crew, which is stored in a separate warehouse; but the clothing chests and other small volumes of chests or boxes are placed under the flagstaff where they are then inspected by the customs officers. 178 When the cargo of a ship has been weighed and stored, the Nabab sends his Duwan accompanied by all the customs officers to the warehouses, where they draw up the account of the customs; they are then [illegible] to betel and rosewater

Dutch transcription

24 43 3 Dog van de versondene na taxatie worden afgeschreeven aan de tol bedienden, onder het passeeren van behoorlyke quitancien der res= pective geregtigden die in de secreete Cassa worden bewaart, en in selver voegen geschiet de vertallin= ge van alle gepermitteerde lasten en goederen door particulieren aangebragt wordende, van welke de pakhuysmeester de tallen invorderd en aan de gereg= tigdens weeder uytkeert.. 172 Eene schikkinge die uytermaaten goed en in den jaaren 1770 blykens secreete resolutie van den 19 november van dat Jaar weeder ingevoerd geworden is, ten eynde het fraudeeren der tollen, door de makelaars en de daar uyt voortspruijtende Brouillerijen met de regering te voorkoomen. En van de versonden wordende goederen, moest de tol navolgens de firmans van 1643, 1709 en 1712 betaald ƒ worden na taijatie, waar by de goederen die te Agra en elders waaren ingesameld, moesten ge= tegen waardeert worden de 10 ropyjen inkoop s 12 ropyen en die van Amed Abaath kwamer, de 10 ropyen inkoops tegen 10½ ropyen dog die van Brootchia en souratta niets meer als wesentlyk volgens de Factuur kosten sulk eene manier van vertallen was ten hoogsten onaangenaam en moeyelyk, want of men moeste telkens by alle versendinge of in het Harnas staan af men moest gedoogen dat de hebsugt § 73 der onder realisatie vertallen genoomen der inlanders de goederen soo hoogwaardeerden als sij selfs wilden en daar na dan den toe val¬ =doen. egter seedert 1772 Om dit te voorkomen, soo is eyndelyk na veele moeijte meede in natura en schryvens ten tide van den Heer Bosman en 24e blykens resolutien van den 13e. february, tem 15 April 1772, en de missive van den Engelsche Cheff en Raad van den 1 february en 15 April des selve jaars daar by ingeschreeven, met de regeering gecontrac= teerd, om voortaan van de versondene goederen den tol meede te betaalen in Natura, en om daar de regenten geen uytweg weeten, met de differente sorteeringe van Liwaaten die de Compagnie versend het alsoo in natura afgegeevene te realiseeren, met het selve te doen te rug neemen door derselver Leveranciers voor die prysen welke de Compagnie haar betaald, en die sy moeten opgeeven, mitsgaders om in Cas van discrepantie over de voorsz: alsoo opgegeevene prisen, de goederen door twee onpartidige Cooplieden te doen waardeeren. § 75 besluyt omtrend het En welke schikkinge dan ook van het gewensch= te effect geweest is, tot den Jaaren 1777, wanneer de Inlanders aanvingen, van deselve een kwaat gebruyk te maaken, door de goederen welke ter §74 vertalling be 245 behooren vertolling gepresenteerd wierden soo laag bekend te stellen dat daar op een seer exorbitante taxatie volgde, het geen van Jaar tot Jaar toegenoomen syn de te weege bragt, dat de goederen tot 35 procento boven de opgave getaxeerd wierden, soo is daar op den 9 may 1786 in vergadering beslooten, ten eyn= „den alle frauduleuse opgaven voor te komen, om 1:mo alle Lywaten niet anders te laten af= pakken, als ten overstaan van een bediende van de fiscaal, 2do om door den Hofganger soo veel mogelyk te doen sorgen dat de waare pryjsen door de respective Leveranciers worden opgegee¬ ven 3=to om ider particulier by die opgave te het selve laten overgeeven een monster der goederen on in Cas van suspicie afsonderlyk te kunnen laaten priseeren en 4:t: om alle de geene wel= ke onderneemen te fraudeeren door den fiscaal te doen actioneeren. §76 Aan wie de tollen De Tollen van souratta behooren aan de Nabab, de Engelschen als Gouverneur van het Casteel en aan de Marettas, ider voor een derde deel wordende dat van de Marettas wederom in tween gedeelt, tusschen de Pissouha, synde de regee= ring van Poena en de Ghaay Guaar synde de regeering van Brodera, egter hebben wy met niemand eenige bemoeyenisse, als met de stadsje toe bedienden, die door een led uyt den Engelse Raad, welke Eerste Talman is, bestierd worden, De De Pakhuysmeester betaald haar de aankomende en de makelaars de afgaande Tallen onder be¬ hoorlijke quitancien § 77 Manier van vertal De wyse van vertalling der aangebragte koopman len der aangebragte Schappen is deese soo als er scheepen ter reede syn, word een arsie op de naam der makelaars aan de nabab gepresen¬ =teerd om permissie tot den ontlos, soo ias de goe= deren met de vaartuygen aan de werf koomen verschynen er bedienden van alle de geregtigdens in de tol, mitsgaders schryvens van de Nabab en van de Engelschen, de Compagnies goederen wor¬ den als dan opgedraagen die van de maatschap pije dadelijk na de Sattijs, alwaar ten overstaan van voorsz: schryvers, die ieder van haar het ge¬ wigt opschrijven, worden gewoogen en weggeborge en soo meede de gepermitteerde Lasten der scheep vrienden die in een bysonder pakhuys geborgen worden, dog de kleere kisten en andere klyne Vo= =lumes van kisten of kasten worden onder de slagg mast geset alwaar dan door de Tollenaars geve siteerd worden. 178 wanneer na de Lading van een schip ingewooger en geborgen is, send der Nabab sine Duwan in geselschap van alle de Tol bedienden in de Pakhuysen, alwaar de rekening der Tollen op maaken, sy worden als dan op betel en roose water

NL-HaNA_1.04.02_10424_0281 view scan ↗

English

247 merchandise suitable for shipment entertained with water and, according to an old custom, receive a chest of cloves as a present, which they divide among themselves, after which none of the regents has any further concern with the merchandise; it must never be permitted that customs clerks or copyists are present at the weighing out, which they have often sought to introduce, for if such once became a custom, one would thereafter no longer be master to weigh out whenever one wished, but would frequently be obliged to wait days for such a clerk. 179 as also those for shipment Whereas, as soon as the ships are to be loaded again, one is obliged to have all the goods that are suitable for shipment, both those of private individuals on freight and those of the Company, specified and submitted to the Durbar by the court-attendant of the brokers, with the true prices of their costs; this list is signed by the Nabab before shipment and brought to the English Customs Officer, who then, on a day determined by his Honour, presents himself together with or at the head of the native customs clerks at the Chiap gate, where the bales of linens etcetera are brought before them, from which they select as many as they think fit; these are opened, counted, and examined against the submitted list, duty-free but of the bag of wheat one must not give the Marathas any light concerning the amount of the tolls whereafter, in case of dispute over their prices, the goods being appraised by two merchants, they are subsequently stamped and shipped. 180 Provisions etc. are duty-free Finally mentioning that among the provisions, drinks, clothing, etcetera, which according to the farmans, see the memorandum of the Honourable Mr. Schreuder, page 67 et seqq., are duty-free, the wheat that is exported is not included, but that for each bag of 5 mauns of the same, one rupee is paid for export duties, making for the last fully 17 rupees; previously the custom was held, I know not why, to add the aforesaid duty to that which was paid for the wheat and then to announce that price, but from the beginning of my administration I have preferred to announce both as they are paid. 181 So one must take good care never to allow oneself to be persuaded to state to the Marathas how much the tolls amount to yearly that we pay to the government; the numerous requests made to me to that effect, both from the Poona Court and from Fattessin, strengthen me in the opinion that the Marathas harbour suspicions that they are being short-changed in their share by the Nabab and 249 beyond that no yearly present the English, but they must never receive any information from us concerning this; such could have far too great consequences, for which reason I have also politely declined all applications to that end, making the Marathas believe that such was impossible for me, as the Company's tolls were intermingled with those of the ship's freighters and of private merchants, which never even came to my knowledge. 182 And now as regards the third matter to which the Company has obligated itself, the presents which are yearly determined in the Council of Policy on a proposal submitted by the Chief Administrator consist of the value of six thousand seven hundred guilders purchase price and 7500 guilders selling price, and sometimes slightly less; these are delivered to the brokers and distributed by them among all the regents, without a Director concerning himself any further with it, and beyond that no presents are given except on special occasions. 183 Being able to find inserted under the resolution of 18 February 1779, a certificate granted and signed by the Nabab in proof that a certain present which the Naeb or Customs Officer is said to have demanded and received yearly, has been abolished for the future. 184 The Nabab demands a yearly extraordinary present While the resolution of 7 July 1786 will show what trouble I had to make the Nabab desist from a demand, which his Excellency pretended was based on the custom and the example of my predecessor, the Honourable Mr. van de Graaf, namely to give him first a present on the occasion of my promotion and appointment as Director, and thereafter still to send him yearly the present mentioned in the aforesaid resolution. 185 Description of the city of Surat, its inhabitants, and government Having thus described the right to the Directorship, or rather to the seat and trade, I proceed to the description of the city where this Directorship is established, together with its inhabitants and government. 186 Situation of Surat As regards the first, the city of Surat is situated at 21 degrees and 10 minutes north latitude, and is the principal sea city of the Province of Gujarat, of which Ahmedabad is the capital, yet not very old, having first been founded, or rather begun to be built, in the 15th century, and then

Dutch transcription

247 sending geschikte Coopmanschappen water onthaald en krygen volgens een oud ge= bruyk een kist met nagulen present, die sy onder haar verdeelen, waar na geene der regen¬ =ten eenige bemoeyenisse meer met de Coop= =manschappen heeft, moetende het nimmer toe= gelaaten worden dat er tol bedienden afschry= vers present syn by de uijtweeging, het geen sy menigmalen hebben gesogt in te voeren, want soo sulx eens een gewoonte was, soude men daar na geen meester meer syn om uyt te wegen wanneer men wilde, maar dikwerf genoodsaakt syn, na soo een schryver dagen te wagten. 179 soo meede de ter ver=Terwyl men, soo ras de scheepen weeder sullen belade worden gehouden is, alle de goederen die ter versending geschikt sijn, soo wel van parti¬ culieren op vragt als die van de Compagnie door den hofganger der makelaars aan den Derbhaar specificq te laten opgeeven, met de waare prysen van derselver kostende, deese lyst word door der nabab voor den afscheep geteekend en by den Engelschen Tolman gebragt, welke sig dan op een door syn Edele bepaalde dag benevens of aan het hoofd van Inlandse Tal bedienden vinder laat by de Chiap poort, alwaar de pakke Lywaten etz: voor hun worden gebragt, uyt dewelke sy er soo veele uytkiesen als hun goed dunkt, deese worden geopent geteld en g'examineert tegen de opge„ tolvry dog van de sak tanwde geeven Men moet aan de eenig ligt omtrend het bedragen der Thollen geeven opgegeevene lyst, waar na dan de goederen in Cas van verschil over dies prijsen door twee Cooplieden getaxeert Synde vervolgens getjapt en afgescheept worden 1 80 Provisien etz sijn Eyndelik nog meldende dat onder de provisien dran¬ ken kleederen enz: welke volgens de firmans vide memorie van de Edele Heer Schreuder pagina 67 et segg, tol vry syn, de tarwe die uyt= gevaerd word niet begreepen is, maer dat van ider moet men Een ropij sak van 5 maan van deselve voor uitvoers rege ten word betaald een ropi maakende van het last ruym 17 ropyen, bevoorens heeft men de ge¬ woonten gehad, ik weet niet waarom, om de voorsz: tol te voegen by het geen voor de tarwe betaald wierd en dan die prys bekend te stellen, dog ik heb met den aanvang van myn bestier liefst ver= koosen, om het een en ander bekend te stellen soo als het betaald word. 181 soo moet men wel sorge draagen, dat men sig nimmer marettas nimmer laat persuadeeren om aan de Marettas op te geeven hoe veel de Tullen Jaarlyk bedragen, die wy aan het gouvernement voldaen, de menigvuldige versoeken welke mi daar toe soo wel van het Poenaasche Hof als van Fattessin syn gedaan, versterken my in het gevoelen dat de Marettas verdenkinge vol¬ den dat sy in haar gedeelte door den Nabab en de 249 buyten dien geen de Engelschen worden te kort gedaan, dog sy moeten hier omtrent door ons nimmer eenige onderrigting ontfangen sulx soude van al te veel gevolgen syn kunnen, waarom ik alle instantien daar toe ook heusselyk heb van de hand geweesen, met de Marreitas diets te maaken, dat my sulx onmogelyk was alsoo s' Compagnies tollen vermengd waaren met die der scheeps vrinden en van Particulieren kooplieden die selfs nootst tot myn kennisse kwaamen Iaarlyx geschenk En wat nu het derde waar toe de maatschap= hy sig verpligt heeft betreft soo bestaan de geschenken welke jaarlyx op een door den Hooft Administrateur overgegeeven Project in Rade van Politie worden vast gesteld in de waardge van ses duysend seven hondert Guldens inkoops en ƒ7500:— verkoops, en somtyds iets minder, deese worden aan de makelaars afgegeeven, en door haar onder alle de regenten verdeelt, sonder dat een Directeur Sig daar meede verder bemoeyd en worden er buyten dien, dan ook geen geschenken gedaan als by bysondere geleegentheeden 183 kunnende men by resolutie van den 18 february 1779 g'insereerd vinden, Een bewys door den Nabab verleend en geteekend ten blyke „ dat 1 82 seeker heept Den nabab vordert een ondergeteekende Inwoonders en regering Souratta „seeker geschenk welke den Naeb of Talman word gesegd jaarlijx te hebbe gevorderd en ont¬ fangen, voor den aanstaande afgeschaft is § 84 Terwyl de resolutie van den 7 July 1786, sal, jaarlyx extra ordinadri en sien welke moeite ik gehad hebben, om den geschent van den Nabab te doen afsien van eene vordering, soo syn Exelentie voor gaf gevestigd op de gewoonte en het voorbeeld van mynen Predecesseur de Edel Heer van de Graaf, om hem namentlyk eerst een geschenk te geeven ter geleegenthyd van myn bevordering en aanstelling tot Directeur, en om hem daar na nog jaarlyx te senden het ge¬ =schenk by voorsz: resolutie vermeld. 185 beschryving der stad Dus dan beschreeven hebbende het regt tot de Directie of eygentlyk tot den seete en handel gaa ik over ter beschryving van de stad alwaar deese Directie g'etablisseert is mitsgaders van desselfs inwoonders en Regeering 186 geleegenthyd van wat de eerste betreft soo is de stad souratta geleegen op 21 graaden en 10 minuten noorder breedte, en de voornaamste zee stad van de Provincie van Gousoeratta, van welke Amed Abaath de hooft stad is, dog niet seer oud, synde eerst in de 15 Eeum gestigd of eygentlyk aangevangen te bouwen en toen

NL-HaNA_1.04.02_10424_0285 view scan ↗

English

rapid rise and itself Inhabitants of the same when the Portuguese and subsequently the English and Dutch came here to trade, increased in wealth and greatness in an astonishingly rapid manner 187 rapid decline of the same Yet as rapid as its growth has been, just as quickly has it been brought back to its present mediocre state by the adjacent Island of Bombay, the policy of the English has, from the moment they became masters of the Castle and consequently of this city, been applied to divert and transfer the trade of the same to the aforementioned Island, and wherein they have succeeded even beyond expectation, through the friendly and convenient treatment which every foreign ship and merchant meets at Bombay at the very time that he is tormented and plagued in every way at Souratta, which is the cause that presently few ships in comparison with former times show themselves at these places anymore, 188 The Noble Lord Schreuder has given us a complete account of the Inhabitants of these Lands in his memoir the second Chapter of the Lands in which the Directorate is conducted and I may therefore safely refer to it here, The Inhabitants who are born here government the power of a maratha prince are, such as the Mogolders, Casimieren, Moors Booraas, Persies, Benjaanen and Ketteries are still the same and so are the foreigners namely, The French, Portuguese, Armenians, Turks Arabs, and Chindies and their manner of trading has undergone no change although the trade itself has also decreased. 189 Their origin And since their Religious sentiments can expect no place in a treatise such as this I have only to speak of their government, which bears no resemblance anymore to what it was at the time Lord Schreuder wrote his aforementioned memoir. 190 The Mogul is under For although the authority of the original sovereign was even at that time already declining and was very slight in Souratta, it is presently wholly destroyed the present Great Mogul, after his treasures were altogether exhausted by the invasion of Thamas Kouly Chan, and the usurpations of the Marathas, has taken his refuge at one time to the English in Bengal, at another time to his First Vizier Sya Dolla, and in 1785 fell entirely under the power of the Maratha prince Sindia Madajee now named Maha Rajat government of Souratta Rayat Subadar Madhoo Rouw Sindia Bhadur, natural son of the founder of the Maratha greatness Balladje Rauw who also made himself master of Dilly and Agra yet the name of Mogul remains preserved, while the aforementioned Scindia whom I shall describe hereafter in greater detail, has caused himself to be appointed Vizier of the Empire under which name and in that of the Great Mogul, he presently governs these Lands, which still of the vast India, had remained subject to the house of Timur, and the said Scindia has in this manner by an order demanded from the English Government, those tributes which the Castle and the City used to pay annually into the Mogul's treasury and that since the Year 1759. Present government In this Year the Sourat Castle having been conquered by English arms, the Government presently consists of that of the City Governor Lord Havis uldhien Emmetchan Bhadur son of Mia Atsjent who has been placed in authority by the English, and the Government of the Castle by the aforementioned Britons. 192 Concerning now the First-mentioned, he is, notwithstanding that he is in fact nothing other 191 than power of the Nabab outward appearance of power of the English than a screen behind which the English play their role and commit every act for which they do not wish to be known themselves, indeed that he is forced to execute and obey even the slightest orders of the English Chief, left for the outward appearance the dignity and also still enjoys the same tokens of honor, all orders in the city take place through him, and all disputes in the Adalat and all differences among the inhabitants, who do not belong under English Protection, are decided by him and he enjoys from this the chauth, being the fourth part of the debt claim which the claimant must consign in advance. 193 Yet with respect to all other Europeans the aforementioned Nabab is in reality nothing other than an Indigenous Oracle that speaks through an English Politique, while the said Britons always carefully take care never to appear upon the scene themselves, as long as they are not dragged thither by the Europeans when these demand their guarantee or protection; all matters of importance between the merchants the Chief of that nation takes to his own decision, and many, which have been decided by the Nabab, are corrected by him, and sometimes even wholly annulled while his Excellency to that which was requested of him

Dutch transcription

231 spoedige opkomst en selve Inwoonders derselve toen de Portugeeschen en vervolgens de Engelschen en Hollanders alhier ten handel gekoomen syn, op eene verbasende spoedige wyse in vermoogen en groothyd toegenoomen 187 Dog soo spoedig als haare aanwas is geweest, soo snel speedig verval van de is sy weederom tot haare tegenwoordige mediceren staat gebragt door het bygeleegene Eyland Bombay, de staat kunde der Engelschen heeft sig van den aanvang dat sij meesters van het Casteel en by gevolg van deese stad geweest syn daar op toegelegd, om de handel van desel¬ =ve na voormelde Eyland te deverteeren en over te brengen en waar in sy selfs boven verwagting syn geslaagt, door de vriendelyke en gemakkely= ke behandeling welke ieder vreemd schip en koopman te Bombay ontmoet ter selver tyd, dat hy te Souratta op alle wijsen gekweld en geplaagd word, het welke de oorsaak is dat er sig thans wynig scheepen in vergelyking van voo= rige tyden meer ter deeser plaatsen sien laaten, 188 De Edele Heer Schreuder heeft ons van de In¬ woonders deeser Landen een volleedig berigt gegee= ven by syne memorie het tweede Capittel van de Landen waar in de Directie gevaerd word en ik mag my over sulx daar aan veylig alhier gedraagen, De Inwoorders welke hier gebooren syn regeering het vermoogen van een marettas vorst syn, als de Mogolders, Casimieren, mooren Booraas, Persies, Benjaanen en ketteries Syn nog deselve en soo syn de vreemde namentlik, De Franschen, Portugeeschen, armeenders, Turken Arabieren, en Chindies en haare wyse van handelen heeft geene verandering ondergaan schoon ook den handel selve vermindert is.. 189 Haare oirspronkelyk En daar haar Religieuse gevaelens geen plaats verwagten kunnen in eene verhandeling als deese heb ik alleen te spreeken van haare regeering, welke geene gelykenisse meerder heeft met het geen se was ten tyde de Heer Schreuder Syne voorgedagte memorie schreeff. 1 90 Den Mogal is onder Want Schoon het gesag van den oirspronkelyke souverain ook toen ter tyd al aan het daalen en in souratta seer gering was, soo is hetselve tans geheel vernietigd de tegenswoordige Groote Mogal, nadat syne schatten door de invasie van Thamas Kouly Chan, en de overweldiginge der Marettas ten eenemaale waaren uijt geput¬ heeft syne toevlugd dan eens genoomen tot de En¬ gelschen in Bengaalen, dan eens tot Syn Eerste visier Sya Dolla, en is in 1785 ik t geheel geraakt onder het vermogen van de marettas vorst sindia Madajee nu genaamt Maha Rajat 253 =ring van Souratta Rayat Subadar Madhoo Rouw Sindia Bhadur, natuurlyke soon van den grond legger der marattase groothyd Balladje Rauw wel= ke sig ook de meester van Dilly en Agra ge¬ maakt heeft egter blyft de naam van Mogol geconserveert, terwijl voormelde scindia die ik hier na omstandiger sal beschryven, sig heeft doen benoemen tot visier des Rijks onder welke naam en op die van den groote mogal, hy tans bestierd deese Landen, welke nog van het uijt= =gestrekte India, aan het huys van Timor on= =derworpen gebleeven waaren, en heeft gemelde scindia op deese wyse by een bevel schrift van de Engelsche Regeering gevordert, die Schattinge welke het kasteel en de Stad Jaarlijx in des Mogals schatkist te betaalen pleegde ende sulx seedert het Jaar 1759. Tegenswoordige regee In dit Jaar het souratse Casteel door de En= gelsche wapenen veroverd Sijnde, bestaat de Regeering thans in die van den Stads Gouverneur Heer Havis uldhien Emmetchan Bhadur soon van Mia Atsjent welke door de En¬ gelschen in het gesag geplaats is, en het Gou= vernement van het Casteel door voormelde Britten. 192 Betreffende nu de Eerst gemelde, soo word hem niet tegenstaande hy in derdaad niets anders is 191 als sie vermogen van de nabab =gelschen uyterlyke schypn van als een scherm waar agter de Engelschen haar rolle speelen en jeder daad bedryven voor dewelke sy niet selve wille bekend sijn, Ja dat hy gedwongen is om selfs de minste beveelen van den Engelschen Cheff te executeeren en op tevolgen, voor het uyterlyke de waardighyd gelaaten en geniet ook nog deselve Een bewyjsen, alle beveelen in de stad geschieden door hem„ en alle deschilder in de Aar gasaria en alle verschillen aan zaar hem en alle ver##en onder de ingesee¬ tenen, welke niet onder de Engelsche Protextie ge hooren, worden door hem beslist en geniet hy daar van het tjot, synde het vierde gedeelte der schul vordering welke de vorderaar voor af Consigneeren moet. § 93 Dog ten opsigten van alle andere Europeeschen is voorschreeven Nabab in realiteyd niets anders als een Inlandsche Oracul dat door een Engelsch Politieque spreekt, terwyl gesyde Britten sig steeds sorgvuldig wagten om immer selfs ten Soo: neele te koomen, so lange sy niet door de Europes wanneer die haar guarantie of bescherming vor¬ deren, worden derwaarts gesleept; alle saaken van aangeleegenthyd tusschen de kooplieden neemt den Cheff dier natie aan syn eygen decisie, vermogen van de En= en veele, welke door den Nabab beslist syn, wor den door hem gecorrigeert, en somtyds wel geheel ^ het geen vernietigd terwyl syn Exelentie op ^ hem versogt

NL-HaNA_1.04.02_10424_0289 view scan ↗

English

is in reality only English that our Directorate has thereby much of its power or is ordered, dares not open his mouth without prior instruction. §. 94 The government is in fact and thus the government of Souratta is in fact truth only English, under the title of the Mughal Governor; everything depends on them and is managed by them, and the little power that the Nawab still seemed to have had when Mr. Senff wrote his memoir has also entirely vanished; no remonstrances nor requests from him find the least acceptance, no particular militia is permitted to him any longer, and he is frequently forced to take regard, in the management even of important affairs, of the recommendations of the English Council members. From this depiction everyone will imagine that this Directorate, through the mastery of the British, and prestige lost. has also lost much of its power and prestige, as well as its importance; and as to what concerns the first point, it is indeed undeniable that the Company no longer has that influence in the government of the city which it had before the English were the masters of the Castle; yet the second point, that the value of the Directorate is said to have diminished, is entirely unproven. § 95 § 96 500: better than before Castle themselves and in the shoes of the Reasons why One is now more at ease here and, besides the profits that on trade are obtained, as well as the turnover of trade goods even in these years being rather greater and the expenses besides being much less than before the year 1759, as will be demonstrated hereafter under Trade, so no one who is not possessed by a national hatred can deny that we sit here at present infinitely more quietly than before, when one was exposed to all kinds of vexations from the indigenous Governors, nay, even from their lowest servants, as the resolutions of the years 1745 to 1759 are full thereof, though I may not conceal that isolated vexations still occasionally occur. Even better than if we were to And that if we are only preserved in our privileges, the Company in Souratta needs nothing more, stand in the English nay, is far better off than if it had the Castle itself in its possession, and, so to speak, stood in the shoes of the English; and this latter point will appear so strange to no one who takes into consideration: 1 98 1st. That the Castle of Sourat, which is maintained by the English principally because one regards this city as the breadbasket of Bombay, has been a direct burden from the beginning when the British captured the same, having been in the year 1765 196 being 257 a great burden Mr. Senff being Chief and thereafter Governor of Bombay, Mr. Hodges was greatly praised by his superiors that he had already brought the expenses, being greater than the revenues, to one hundred and twelve thousand rupees. It would be an even greater burden for us. And 2nd: That the same would be an even greater burden for the Dutch Company, because their Honors, given the great distance from Batavia and the growing power of the Marathas, would be under the necessity to maintain a far larger garrison in service here than the English usually have (notwithstanding they nevertheless keep the troops in service on account of the proximity of Bombay). N 100 Defense of Mr. Since everyone is obliged to pay homage to the truth Taillefert against Mr. and to clear the memory of the deceased from Senff. all blame, I find myself placed under the necessity to defend on this occasion also the memory of the Honorable Mr. Louis Taillefert, former Director and deceased Ordinary Councilor of the Indies, against the very unfounded accusations which appear in the posthumous memoir of the Honorable Mr. Senff, also former Director and deceased Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, Chapter 2027, and the more so as their High Noble Honors already by secret resolution of 2 May 1769 § 99 1769 have been so good as to clear the man's memory from all blame. N 101 It pleases Mr. Senff, at the aforementioned cited passage in his mentioned memoir, after he has dealt with the capture of the Castle by the English, to express himself in these terms: "I say with intent that Mr. Spencer has known how to persuade Mr. Taillefert to sit still, and that this must have taken place in fact, whether through great promises or through other means, is not only the unanimous opinion of the Honorable Company's brokers and all indigenous persons of standing, but the truth thereof also seems to appear so clearly even from the public papers of that time, that one does not even need to pay heed to private reports in this respect; for were this not so, what would have moved Mr. Spencer before the undertaking of the expedition, and when he already stood at the head of the troops, out of his own free will, by letter of 18 February 1759, in the most forceful manner to guarantee all privileges, both of the Company and of private persons, if one remained neutral; nay, what would have moved Mr. Taillefert in his general and separate reply of the 20th of that same month, not only to give repeated assurances of friendship and neutrality, but also with explicit

Dutch transcription

5 5 233 daad alleen Engelsch sig onse Directie heef daar door veel hare vermogen of geboodschapt word, syne mond niet durft openen sonder voorgaande Last. §. 94 de regeering is in der En dus is de regeering van souratta in der daaden waarhid alleen Engelsch, onder de benaming van mogals Gouverneur, alles hangd van haar af en word door haar besteerd, en het wynige vermogen dat de Nabab nog schynd te hebben gehad toen de Heer Senff Syne memorie schreef is ook geheel verdweeren, geene remonstrantien nog versoeken van hem vinden de minste plaats, geene by= sondere militia is hem meer toegestaan en hy is veel maalen gedwongen om ik het beschikken van selfs aangeleegene Saaken op de aanprijsin¬ ge van de Engelsche Raadsleeden reguard te slaan uyt deese schilderye sal sig een eygelyk voorstellen) dat deese Directie door het meesterschap der Brit= en aansien verlooren= ten ook veel van haar vermogen en aanzien, mits¬ gaders van hare waarde verlooren heeft, en wat het eerste aangaat, soo is het ook in derdaad on¬ tegenspreekelijk dat de Compagnie die invloed in de regeering der stad niet meerder heeft welke sy had eer de Engelschen de meesters van het Casteel waaren, dog het tweede dat de waardie der Directie soude verminderd syn is gansch niet beweesen § 95 § 96 500: =ter als bevoorens 'Casteel selve hadden en in de schoene der redenen waarom Men is nu hier gernsd ant buyten dat de voordeeler die op den handel worden behaald, soo wel als den vertier van handel waaren selfs in deese Jaaren eer meerder en de Lasten daar beneevens veel minder syn als bevoorens het jaar 1759 soo als hier na onder den Handel sal worden betoogd, soo kan niemand, die niet beseeten is met een nationaale haat, ontkennen, dat wij hier tans oreyndig geruster geseeten syn als bevoorens, toen men aan allerly vexatien van de Inlandse Gouvers =neurs, ja selfs van haare minste Dinaaren was bloot gesteld soo als de resolutien van den Jaaren 1745 tot 1759 daar van val syn, schoon ik ook niet mag versuygen, dat enkelde vexatien nog wal eens plaatspinden Ja beter dan wy het En dat soo wy maar by onse voorregten worden bewaard, de maatschappye te souratta niets meer benodigt Engelschen stonder heeft, Ja vry beter is dan wanneer sy het Casteel selfs in haare besittinge had, en om soo te spreeken in de schoenen der Engelschen stond, en dit laaste sal niemand soo verworderlyk te vooren koomen als in overweeging neemt 1 98 5:mo Dat het souratse Casteel het geen by de En= gelschen voornamentlyk word aangehouden om dat men deese stad als de Broodkamer, van Bombay aanmerkt, van den aanvang dat de Brit =ten hetselve bemagtigd hebben, een dadelyke Last post geweest is, Synde den in Ao. 1765 geweest 196 synde 257 groote lastpost syn Heer Tenff synde Cheff en na dies Gouverneur van Bombay De Heer Hodges by syne superieuren seer geloveert geworden dat hy de meerdere Lasten dan voordeelen bereeden de Een maal Hondert en twaalf duysend ropyen gebragt had. het soude voor ons een En 2:e: Dat hetselve voor de nederlandsche Compagnie nog grooter Last post syn soude, alsoo haar Edele aangesien de verre afgeleegenthyd van Batavia, en de toeneemende magt der Marrettas, in de noodsakelykhyd soude syn, om hier een vry grooter Guarnisoen in dienst te houden, dan de Engel= scher gewoonlyk hebben (: niet tegenstaande sy de militairen tog in Dienst houden uyt hoofde van de nabyhyd van Bombay N 100 verdediging van d H Daar een yder dan verpligt is, de waarhyd hulde Taillefert tegen den te doen en de nagedagtenisse van overleedenen te suyveren van alle blaam, vind ik my in de nood= sakelykhyd gebragt, om ook by deese geleegent¬ hid de nagedagtenisse van den Edele Heer Louis Taillefert geweesen Directeur en overleden Raad ordinair van Indien te verdeedigen, tegen de seer ongegronde beschuldiginge, welke by de nagelate¬ ne memorie van den Edele Heer Serff, meede geweesen Directeur en overleeden Raad Extra ordinair van nederlands Indien, Cappittel 2027 voorkoomen, en sulx te meer Haar Hoog Edelheden bereets bij secreete resolutie van den 2 Mai 1769 ns § 99 1769 soo goed geweest syn s' mans nagedagtenis van allen blaam te suyveren. N101 Het behaagd den Heer Senff by voorschreeven aan gehaalde plaats in syn gemelde memorie, na dat het veroveren van het Casteel door de Engelschen verhandelt heeft, sig uit te drukken in deeser vae gen„ Ik seg met voordagt dat Hr Spencer Den „ Heer Taillefert heeft weeten te persuadeeren „ om stil te sitten in dat dit onderdaad geschiet „moet syn, het sy door groote beloften af door an= „=dere middelen, is niet alleen het Eenparig ge= voelen van s'E Compagnies makelaars en alle Inlanders van aansien, maar de waarhyd daar van schynd ook soo klaar te blyken selfs uijt de „publicque papieren van dien tyd, dat men appar¬ ticulieren berigten ten dien opsigten met eens agt behoeft te slaan, want was dit niet wat soude „tog M:r: Spencer bewoogen hebben voor het aan= gaan der Expeditie en wanneer hy bereets aan het Hoofd der troeper stond, uyt vrye wille by brief van den 18 february 1759 op het kragtigste „te Guarandeeren alle voorregten, soo van de Compagnie als van particulieren soo men sig onsydig hield, Ja wat soude den Hr. Taillefert bewoogen hebben by syn gemeene en apart Ant¬ ==woort van den 20e van dien selve maand niet alleen herhaalde verseekeringe van vriendschap en onsydighyd te geeven, maar ook met uytgedrukt =te

NL-HaNA_1.04.02_10424_0293 view scan ↗

English

to declare in words that he had already long ago issued orders that none of his subordinates should give the English cause for offense, much less act hostilely against them, as well as that he had already several days prior gone to the wharf with most of the Company's servants in order to be better assured that the Castle Governor or anyone else would not be able to make use of the Company's territory and artillery. Nor can one otherwise form any conception of why Mr. Taillefert so positively rejected the repeated offers made by the Castle Governor, first privately by word of mouth, but afterwards publicly in writing, to place the Castle into the hands of the Dutch Company to the spite of the English. For the reasons that His Honour gives for that refusal in a secret letter of 10 March 1759, and which mainly consist of apprehensions that the Castle Governor surely had no authorization from his master for that negotiation, and that if one took over the Castle now, the English would then at least demand compensation for the incurred war expenses, or upon refusal thereof would act against us and force us to abandon it with disgrace, can in no way compare compare against the opposing fundamental rule that in matters of the utmost importance one must also venture the utmost in order not to fall under the power of our competitors. And thus, according to my understanding, it remains an established truth that in this case a notorious error must have taken place, since it is otherwise impossible to believe that Mr. Taillefert, having been informed so long beforehand of the intention of the English, would have made not the least opposition, the more so because at that time he had at hand a strong garrison of courageous soldiers, embittered against the English, along with a good number of European seafarers. No. 102 The Honourable Mr. Senff bases one of the most grievous accusations that can be laid to the charge of a man of honour, namely of having neglected or sold out his loyalty to his Sovereign and superiors, on the following three reasons: first, the testimony given by the Company's brokers and all native persons of respect; secondly, on the public papers of that time; and thirdly, on the offer of the Castle Governor to surrender the Castle to us. No. 103 No. 103 Concerning the first reason, besides that the same is very unproven, native persons are not only insufficient judges in this matter, but experience also teaches all too well how even Europeans often wrongly flatter themselves with that which they wish to happen or be done, than that one can rely on their opinions in such a delicate matter, even less so since experience has taught that Mr. Taillefert completely kept in view the interest and safety of the Company. Indeed, His Honour could, just as I am presently informed, be aware of the meager revenues of the Castle and of the burden it would be for the Company, and for that reason judge it to be better never to think of its possession, and at the same time have reason not to make such matters public. No. 104 As for the second reason, I have examined with all attention all the papers of that time, especially the secret and ordinary resolutions from 1 January 1758 until after 4 March 1759 when the Castle was taken, and the same show precisely the opposite of what was advanced by Mr. Senff, namely that Mr. Taillefert took all proper and possible care to keep the Company's the Company's servants, goods, and effects in safety and, by observing a strict neutrality, to protect the Company from great detriments. Indeed, that this latter was always His Honour's great objective is shown by all the decisions of that time without distinction. No. 105 It is therefore incomprehensible how the Honourable Mr. Senff cites these same papers as a foundation and supports them by a most weak conclusion drawn from the letters of Mr. Spencer of 18 February 1759 and the answer sent thereto on the 20th following. For was it not very natural, indeed even unavoidably necessary, that Mr. Spencer, when he stood ready to attack the Castle according to the orders of his superiors and had to pass our wharf beforehand, wrote this letter as the only means to deprive us of all reasons to take part in the dispute and to compel us to maintain a strict neutrality? After all, we could never demand more than the guarantee of all our privileges. Moreover, it was not the Dutch alone to whom was written; the letters written on that occasion by the same English Chief Spencer to the Town Governor, to the Sayyid or Head of the clergy, and to the First Merchants, among whom were Saleh and Mahomet

Dutch transcription

259 te woorden te verklaaren dat hij bereets voor lange ordre gesteld hadde, dat niemand syner onderhoo= rige de Engelschen reeden van affensie geeven veel min daar teegen vyandelyk ageeren soude soo meede dat hy all voor eenige dagen met de meeste van s1 Compagnies bediendens sig naa de werf hadde begeeven om te beeter verseekert te syn dat de Casteels gouverneur of imand anders van s' Compagnies Terretoir en geschiet geen gebruyk soude kunne maaken, ook kan men anders geen denkbeeld formeeren, waarom De Heer Taillefert soo positief van de hand heeft geweesen de herhaalde aanbiedinge die den Casteels Gouverneur deed eerst in het parti¬ „culier mondeling dog naderhand in het openbaar schriftelyk van het Casteel tot spyt van de Engelschen in handen van de Hollandsche Com¬ pagnie te willen stellen, want de reeden die syn Edele by secreete brief van den 10 maart 1759 van die wygering geeft, en die voornamentlyk bestaan in bedugtigingen dat de Casteels Gou= verneur seekerlyk van syne meester geen quali. ficatie hadde tot die negotiatie en dat als men het Casteel nu overnam de Engelschen dan ten minsten de vergoeding der gedaane oorlogs kosten eyschen, of by weygering van dien teegen ons ageeren sonde en ons dwingen soude, het met schande te verlaaten, konnen geensints ophaalen ophaalen tegens de daar tegens overstaande grond regul dat men in saaken van de uyterste aan„ geleegenthyd ook het uyterste waagen moet om niet onder de magt onser Competiteuren te geraaken en dus blift het volgens mij begrip eene vaste waarheijd dat in dit geval een notoir abuis plaats gehad moet hebben, dewyl het anders onmogelyk is te gelooven dat de Heer Tail= lefert soo langen voor af van het voorneemen der Engelschen verwittigd Sijnde geen de minste tegenkanting soude hebben gedaan te meer om dat hy in die tyd een sterk Guarnisaen van moedige en tegen de Engelschen verbitterde Soldaaten met een goed aantal Europeesche Seevarende aan hande hadde N 102 De Edele Heer Serff grond eene van de grieven ste beschuldiginge, welke een man van Eer kunnen worden te lasten gelegd, namentlyk van de trouwe aan Sijn Souverain en supe¬ rieuren te hebben verwaarloost of verkogt, op de drie volgende redenen, Eerstelijk het ge¬ tuijgenis af gevaelen van s' Compagnies ma¬ kelaars en alle Inlanders van aansien, ten tweede op de publicque papieren van dien tijd en ten derde op de aanbieding van de Casteels Gouverneur om het Casteel aan ons over te geeven S 103 261 N 103 Aangaande de Eerste redenen, buyten dat deselve seer onbeweesen is Soo Sijnde Inlanders geen voldoende regters in deese Saak niet alleen maar de ondervinding leerd al te veel hoe dat selfs de Europeesen Sig dikwert te onregtvlijen met dat geene het welke Sij wenschen dat ge¬ =schiet of gedaan word, dan dat men op dersel= ver gevaelen in sulk een teedere saak staat maaken kan, te minder nog daar de ondervin„ dinge heeft geleert, dat de Heer Pailletert volkomen het interest en de veylighyd van de maatschappye heeft in het oog gehouden, Ja syn Edele konde, soo wel als ik thans ben¬ onderrigt, syn, van de geringe inkomsten van het Casteel en van de Last welke het voor de Compagnie syn soude en daar om oordeelen het beeter te Syn om dies besitting nooyt te denken en ter selver tyd reeden hebben sulx niet publicq te maaken 5104 wat de tweede reden betreft soo heb ik met alle attentie nagesien alle de papieren van dien tyd voor= =namentlyk de secreete en gemeene resolutien van den 1 Jannuary 1758 tot na den 4 maart 1759 dat het Cas= teel genoomen is en deselve toonen Juyst het tegen= deel van het door den Heer Terft g'avanceerde namentlyk dat de Heer Taillefert alle behoor¬ =lyke en mogelyke sorgen gedragen heeft om s'Compagnies s' Compagnies Dinaaren goederen en effecten in see kerhyd te houden en om door het observeeren van een strikte neutraliteid de maatschappye voor groote nadeele te behoeden, Ja dat dit laaste steeds het groote ookmerk van syn Edele geweest is toonen alle de besluijten van dien tid sonder onder =scheit. S 105 Het is derhalve niet te begrypen hoe de Edele Heer serff deese selvde papieren tot een grondslag aan: voerd en deselve ondersteurd, door een allerswakste gevolg trekkinge genoomen uyt de brieven van den Heer Spencer van den 18 february 1759 en het daar op gesonden antwoort van den 20e daaraan, want was het niet seer natuurlyk Ja selfs onvermydelyk nood sakelyk dat de Heer Spencer toen hy gereed stond om volgens de orders syner superieuren het Casteel te attacqueeren en hy onse werf alvoorens passeeren moest deese brief schreef als het eenig¬ ste middel om ons alle redenen te beneemen van in het verschil deel te neemen en ons te noodsaken tot het houden van een strikte neutraliteyd immers konde wy nooyt meer vorderen als de qua= rantie van alle onse voorregten, bovendien soo waaren het niet de Hollanders niet alleen welke geschreeven wierd, de brieven welke by die ge= leegenthyd door denselve Engelschen Cheff spencer geschreeven syn aan den stads Gouverneur aan den Sayet of het Hoofd der geestelyke en aan de Eerste Cooplieden waar onder Sale en Mha¬ met

NL-HaNA_1.04.02_10424_0297 view scan ↗

English

263 with Tjellebie can be found in the Daily Register of the month of february 1759, and how indeed could Mr. Taillefert have answered otherwise than he did by his letter of the 20th of february aforesaid, wherein he gives Mr. Spencer, as had also been done to the Castle Governor, assurance of maintaining the strictest neutrality, and adds thereto some expressions of politeness and courtesy; such is not unusual in affairs of state and even between persons of distinction, and leads to not the slightest consequence. No. 106 These two proofs being then devoid of all foundation, it primarily comes down to the third, and the question of whether Mr. Taillefert ought to have made use of the offer made to His Honour and taken possession of the Castle must be answered by me in the negative. 1107 Not counting, for it being possible that the offer to cede the Castle to us in spite of the English, in case we wished to take possession thereof, was made solely by a servant of the Governor, who is called Lieutenant Governor, without any shown order from his master, who without doubt would have demanded this fortress back as soon as the danger had passed, Mr. Taillefert, at the time that offer was made, no longer had any right to accept the same, nor did His Honour have any noteworthy force at hand, in case one had indeed wished to do so, to defend the same without exposing all the Company's goods and merchandise to the most eminent danger, and himself to a great responsibility. Two truths which were fully demonstrated by Mr. Taillefert in his secret missive to Their High Honours of the 10th of march 1759, and will moreover be confirmed still further when one notes that the offer itself was not made earlier than the morning of the 4th of march 1759 to Commissioners Sweers de Landas and Kroonenburg, who had been sent to the aforesaid Lieutenant Governor, when the dockyard of the Siedie had already been captured three days prior by the English, the city gates already stood open, and the entire Castle was blockaded by water as well as by land; yea, the very morning of that same day that it was surrendered in the evening, and that it was thus not permitted to take possession thereof without breaking neutrality and placing oneself in danger of an attack, just as little as it is free to one power to bring any ammunition, provisions, or whatever may serve as assistance into a city that is besieged by another power. § 109 And that even in case of taking possession, one would not have had the capacity No. 108 not 205 to defend oneself with the slightest hope of success, in case the English had continued their siege; for the strong garrison of brave soldiers, embittered against the English, as the Honourable Mr. Senff is pleased to call them, consisted of 150 Europeans and between 3 to 400 hastily recruited natives, who were far from sufficient to defend the Company's Lodge and dockyard in case of a rupture against the force of the English, which consisted of 700 European soldiers, besides the seamen of a warship and three Company ships, and 1500 disciplined native Sepoys, well provided with cannon and mortars. 1110 Resuming herewith the thread of my memorandum, I have arrived at the Marattas, who, although they have no direct share in the domestic administration of the city, nevertheless have much influence therein, and enjoy a third part of all the city's tolls and revenues. These peoples, who are also called Southerners after the location of their land of origin, Sheewashe after their first founder, and Ganim or Robbers after their original profession, currently possess all the southern parts of Hindostan proper, and the largest parts of Deccan, Malwa, Berar, Orissa, Candeisch, and Visiapour, together with of Daulatabad, half of the province of Gousouratta, and finally Delhij, Agra, and Allahabad, an expanse of over 300 Dutch miles in length and 250 in breadth, stretching through the broadest part of the peninsula of India from the borders of Agra northward to the river Kistna, which forms the division between their lands and those of the successor of the renowned Heyder Aly Chan, Tippoo Sahib. The Marattas, who they are and their government They are divided into chiefs Government of Poena § 111 They are divided into a number of chiefs or princes, whose obedience to the Paishwa or supreme head is very similar to that of the German princes to the Emperor, and exists virtually in name alone; yea, sometimes a war arises not only between the members of the Empire, but even between them and the Head, and they are very seldom united except in case of a common defence. No. 112 The Paishwa or Head (of whom I only speak because the lesser chiefs are situated too far away and we have nothing to do with them) resides at Poena, situated about 30 hours to the southwest of Bombay. The present prince is named Madurauw, born the 29th of April 1774, a son of Narainrauw, who was murdered by his grand-uncle Ragoenaat Raud or Ragoe Baay, the puppet of the English. His lands, which with those of his immediate vassals, among whom Fattesing or the Ghaayquaar is also

Dutch transcription

263 met Tjellebie syn te vinden in het Dagregister van de maand february 1759 en hoe kon tog de Heer Taillefert anders antwoorden als hy deed by syne brief van den 20e february voormeld wanneer hy de Heer Spencer soo als meede aan den Casteels gouverneur geschiet was versekering geeft van de Trinste neutraliteid te Sullen houden en daar by eenige betuijgingen van beleeftyd en Haflykhyd vaegd, sulks is in staad saaken en selfs tusschen persoonen van Distinctie niet buijten gewoon en trekt tot geen het aller minste gevolg N 106 Deese twee bewysen dan van alle fundament ontbloot synde soo komt het voornamentlyk aan op het derde en de vraag of de Heer Taille= „fert hadde moeten gebruyk maaken van de aan= =bieding syn Edele gedaan en het Casteel en besit= ting neemen, moet ik in de negative beantwoorden. 1107 ongereekend want mogelyk dat de aanbiedinge om het Casteel ten spit van de Engelschen aan ons in te ruymen by aldien wy daar van possessie neemen wilde ge= schied is alleen door een bediende van den Gouver¬ neur die Luytenant Gouverneur genaamt word sonder eenige vertoonde last van syn meester die buyten twyffel deese Forteresse wel soude hebben terug gevraagd, soo ras het gevaar over was geweest, soo had den Heer Taillefert toen die aanbieding geschieden geen regt meer om deselve te aanvaarde nog had sijn Edele eenige naam= naamwaardige magt aan handen om ingevalle sulx al wilde gedaan hebben het selve te desen¬ deeren sonder alle s' Compagnies goederen en Coop¬ manschappen aan het eminenste gevaar en sig selve aan eene groote verantwoording bloot te stellen. Twee waarheeden die door den Heer TailleCent by syne secreete missive aan Haar Hoog Edelheeden van den 10e maart 1759 volkoomen betoogd syn, en daar en booven nog nader bevestigt sulle worden, wan= neer men aanmerkt dat de aanbieding selve niet eerder is geschiet als des morgens van den 4 maart 1759, aan gecommitteerdens sweers de Landas en kroonen= burg die voorschreeven Luytenant Gouverneur waaren toegesonden, wanneer de werf van de Siedie reets drie dagen bevoorens door de Engelschen veroverd. was, de stads poorten al open stonden en het ge= heele Casteel soo wel te water als te Landen ge¬ blocqueert was, Ja den eijgenste morgen van dien selfde dag dat het des avonds wierd overgegeeven, en dat het dus niet toegelaten was om daar van besit te neemen, sonder de onsydighyd te breeken, en seg selfs in gevaar van een attacque te brengen even so min als het den eene mogendhyd vry staad, om eenige Ammunitie provisie af wat tot assistentie strekken kan, te brengen in eene stad die door eene andere mogendhyd berend is. §109 En dat selfs in Cas van besitneeming men het vermogen N108 niet 205 De Marettas wie sy niet soude hebben gehad sig selve met de geringste hoop van succes te verdedigen ingevalle de Engalsche haare beleegering voortgeset hadde want het sterke Guarnisoen van moedige en tegende Engelschen verbitterde Soldaten, soo als de Edele Heer Serff se gelieft te noemen bestond in 150 Curapeeschen en tusschen de 3 a 400 in de haast gewordene In= landers, die op verre na niet genoegsaam waaren om s' Compagnies Logie en werff in Cas van een rupture te verdedigen tegen de magt den En¬ gelschen welke bestaan heeft in 700 Europeesen soldaaten, buijten de Seevaarende van een Oor¬ logschip en drie Compagnies scheepen en in 1500 Indlandse gedisciplineerde Sipayes, wel woor= =sien van kanon en mortieren. 1110 Hier meede den draad van myne memorie weeder syn en haare regee-apvattende, soo ben ik genaderd tot de Marettas welke schoon se geen dadelijk deel hebbe in de huyshoudelyke bestiering der stad, daar in egter veele invlaed hebben, en een derde gedeelte van alle de Stads Tallen en Inkomsten genieten, deese vol¬ keren, welke meede genaamt worden Zuydlanders, na de Legging van het land hares oirsprong schee¬ wasche na haaren eester stigter en Gouims of Rovers na haare oirspronkelyke professie, besitten thans alle de Suydelyke gedeeltens van het eygent¬ lyke Hindostar, en de grootste deelen van Deccan Malwa, Berar, orissa, Candeisch en Visia pour mitsgaders van Dan latabad de helfte van de pro= vincie ring syn verdeelt in hoof¬ „den Regeering van Paena vincie van Gousouratta en eyndelyk Delhij, Agra en Allatrabad een uytgestrekthyd van over de 300 Hollandse mylen lengte en 250 breedte strekkende door het breedste deel van het half Eyland van Indien van de grenssen van Agra noordwaarts tot aan de rivier kistna, die schydinge maakt tusschen haare Landen en die van den opvalger van den vermaande Heyder Aly Chan, Tippoo Schip. § 111 Syn syn verdeelt in een Aantal van hoofden af Princen welkers gehoorsaamhyd aan den Taishwa of het opperhoofd seer gelyk is aan dat van de Duytsche vorsten aan den keyser, en genoegsaam alleen in naame bestaat, Ja somtids onstaat er een Oorlog niet alleen tusschen de Leeden des Ryk maar selfs tusschen deesen en het Hoofd, en Te syn seer Selden vereenigde als in geval van een gemeene verdeediging. N 112 De Paiskwa of het Hoofd (:van welke ik maar alleen spreek om dat de mindere hoofden te verre afgelegen syn en wy daar meede niets uytstaande hebben:/ resideerd te Poena leggende omtrend 30 uuren ter Suydwesten van Bombay de tegenswoordige vorst is genaamd Madurauw gebooren den 29 Apri 1774 een soon van Nannenrauw die door syn oud oom Ragoenaat Rand af Ragoe Baay de speel pop der Engelschen vermoord geworden is, syne landen die met die van syne immediate Vas alle waar onder Fattesing of de Ghaay quaar meede

NL-HaNA_1.04.02_10424_0301 view scan ↗

English

they enjoy the third part of the revenues. Their power has become great since the last war with the English. they extend along the coast from Goa to Cambait, having to the south the borders of Tippoo, to the east the Rajaa of Bezar, and to the north the lands of Scindia, who possesses the largest and richest part of the subahship of Malwa, together with the city and territory of Brootchia. Beyond these so widely extended lands, they currently enjoy a third part of all the revenues of those places where they do not rule themselves, and which have still remained either under the so-called governance of the Moorish Governors, such as Souratta and Cambait, or under the power of the original heathen Raad Jaas. The famous Orang seep first granted them a fourth part in order to be rid of their continuous raids, but after the plundering of Delhy by Thamas Couly Chan and the declining power of the Mogalders, they receive a third of the small part that is not entirely in their power. A power that would before long subject all of India to itself, were it not divided among themselves and did it not have such a powerful neighbor as Tippoo Saib. Paragraph 114 Notwithstanding this, everyone will easily understand that its influence cannot be small, and it is now, after the last war with the English, greater than ever before. They have known their heavy swords, they know the strength of their enemies, and have now become accustomed to going to battle against Europeans, whom they formerly feared, and looking them in the eyes. And the last peace of the 17th of May 1782, of which a copy is to be found among the latest secret enclosures, by which they received back everything they had had to cede in a previous peace treaty with Colonel Upton, and they stand very proudly, Salsette excepted, has made them arrogant. And it is in general to be wished, for all Europeans, indeed for everyone who bears the name of merchant, that their power does not increase further. Paragraph 115 have no inclination for trade For, being a people brought up for war and, as it were, created in armor, they have no conception of trade, nor of the benefits brought thereby to a state, and far less do they have any inclination for it. Moreover, the nature of their government and the manner in which their tolls and revenues are collected are such that they oppress and drive away all trade. And with their money they buy what they require for the conveniences of life as well as for their defense, for the necessary subsistence they cultivate themselves. Paragraph 116 one must never establish a trading post in their territory, even on their finest promises For which reasons I would always advise against establishing any trading posts in their territory, even under the finest promises, because upon that, as experience has repeatedly taught, not the least reliance can be placed. It is also known through experience of earlier years that all proposals that may ever have been made to that end never originated from the prince himself, but were made either out of a hunt for novelty or in the hope of personal gain. Just as the proposal of which Mr. Senff makes mention in his honor's memorandum, the first chapter paragraph 15 et seq., was also indisputably of this latter kind, as it appeared from the outcome that this certain Southerner Ranassor Sinai was nothing other than a native English clerk or Purvo who, on account of many villainous deeds, had fled from Bombay to the Mahrattas, and who had initiated this negotiation to extract some money from the honorable Mr. Senff, just as he subsequently tried to do, and possibly did, with Mr. Bosman. Paragraph 117 Present state of this Directorship and of Brootchia Wherewith passing on to the present state of this Directorship and of the subordinate trading post Brootchia, the former has been restored again after the concluded peace with the English, with all those prerogatives and privileges which the Company enjoyed before the war, as appears from the missive of the Governor and Council of Bombay of the 5th of November 1784 and 6th of January 1785, according to which the Directorship was returned to us on the 16th of the same month, and the flag of the State was hoisted again on the 26th of March following. Paragraph 118 European servants, military, and seafarers The European servants, military, and seafarers in the same presently consist of: A Director A Chief Administrator, who holds the title of Merchant A Warehouse Keeper, being a Junior Merchant A Secretary of Policy, ditto A Fiscal, who is also Pay Bookkeeper, being a Titular Junior Merchant A Cashier, Junior Merchant A Junior Merchant without employment, being Warehouse Commissioner, and A Trade Transferrer, Invoice Keeper, and Re-reckoner, as well as Commissioner at the Linen Bazaar, being a Bookkeeper, who constitute the Council of Policy. Furthermore, of an Ensign, a Chief Surgeon, a Dispenser, who is a Bookkeeper, an Equipment Overseer, being a Naval Lieutenant, and a First Sworn Clerk, Secretary of Justice, and Secret Clerk to the Director, also being a Bookkeeper. These last four are junior qualified persons here, of whom the senior in his service holds the first rank. Number 119 Number 120

Dutch transcription

267 genieten het aerde deel der inkomste Haar vermogen is seedert den laaste oorlog met de Engelse groot geworden neede hoord, strekken sig uyt langs de kust van Goa tot Cambait, hebben ten suyden de grenssen van Pippoo ten oosten de Rajaa van Bezar en ten noorden de Landen van scindia die het grootste en Rykste deel van het soubaschap van de Malwa beneevens de stad en het Ter= ritoir van Brootchia besit. Buyten deese soo wyd uytgestrekte Landen genieten sy thans een derde deel van alle de Inkomsten van die plaatsen alwaar sy niet selfs regeeren, en die nog gebleeven sin af in de sooge- „naamde bestiering der Moorse Gouverneurs als daar is souratta en Cambait, af onder het vermogen der origineele Heydense Raad Jaas de beroemde Orang seep heeft aan haar eerst om van haare geduurige stroperyen bevryd te raaken een vierde deel toegestaan dog na het plunderen van Delhy door Thamas Couly Chan en het afneemende vermoogen der Mogalders ontfangen sy een derde van het geringe dat niet geheel in haar magt is Een vermogen dat sig eerlang geheel Indien onderwerpen soude was het niet onder sig selven verdeelt en had het selve sulk een magtige nabuur niet als Tippoo Schip § 114 Dit niet tegenstaande Sal een ider ligt beseffen dat desselfs invlaad niet gering kan syn, ook is sy nu na den laaste Oorlog met de Engelschen grooter als ooyt bevoorens si hebben haar swaar¬ § 113 den hebben geen lust tot den handel =losten een Comptoir bied den geweeten sy kennen de sterkte haarer vyanden en syn nu gewent geworden om tegen Europeeschen, die sy wel eer vreesden ten Stryde te gaan en deselve onder de oogen te sien en de laaste vreede van aen 17e may 1782 waar van een afschrift onder de jongste secreete bylaagen te vinden is by dewelke sy alles hebben terug gekreegen wat sy by een vorig vreedes Tractaat met Collonel Upton hadde moeten af= en sy seer hoegmoedig staan, sal set uytgenoomen heeft haar Hoogmoedig gemaakt en het is in het algemeen voor alle Europeeschen Ja voor alles wat de naam van Coopman draagd te wenschen dat haar vermogen niet verder toeneemd. 8115 want een volk sijnde dat ten oorlog word opgevaet en als in het Harnasch geschapen, hebben sy geen beset van den handel nog van de voordeelen die daar door aan een staat worden toegebragt, en veel minder hebben sy daartoe eenige lust boven dien is den aard van haar gouvernement en de wyse waar op haare Tollen en inkomsten worden ge¬ collecteerd soodanig dat se allen handel verdruk ken en verdryven en sy koopen met bhaar geld het geen sy benodigd hebben, tot de gemaklykheeden des Leevens mitsgaders tot haare verdediging, want het nodige onderhoud sultineeren sy selfs. 8 116 kan moet nommer op om welke reeden ik het altoos afraden soude om hare schoonste beeenige Comptoiren in haar gebied op terigten, selfs opregten in haar geniet onder de schoorste beloften, want daar op is, soo 269 van Brootchia soo als de ondervindinge ten meermalen heeft geleerd geen de minste staad te maaken, ook is het door ondervinding van vroegere jaaren bekend dat alle voorslagen die daar toe ooijt moogen sijn gedaan: nimmer van de vorst selve voortgekoomen, maar na. gedaan syn, af uyt eene Jagt za nieuwighyd af op hoope van eygen voordeel soo als de voorslag voorbeeld daar van waar van de Heer Jerff by syn welEdeles memorie het eerste Capittel &15 et segg melding maakt ook buyten tegenspraak van dit laaste slag geweest is, als Synde het by de uytkomst gebleeken dat dien seekeren Zuydlander Ranassor Sinai niet anders geweest is als een Inlandsche En= gelsche schryver of Purwo die om veel schelm stukken van Bombay na de marettas gevlugd was, en welke deese onderhandeling had aange¬ vangen om wat geld van de Edele Heer Serff te trekken soo als hy na dies van de Heer Bosman heeft getragt te doen en mogelyk wel gedaan heeft, 8117 Tegenswoordige Staa waar meede overgaande tot de tegenswoordige deeser Directie en Staat van deese Directie en van het onderhorige Comptoir Brootchia soo is de eerste na de gemaakte vreede met de Engelschen wederom hersteld, met alle die voorregten en Privilegien welke de maatschappye bevoorens den oorlog ^ van den gouverneuren Raad van Bombag genooten heeft blykens de missive ^ van den 5 novbr 1784 en 6e Jannuary 1785 volgens dewelke de Directie ren enz: Directie aan ons op den 16 desselve maands terug gegeeven en de vlag van aen staat daar van wederom op den 26 maart daar aan volgende geheesen is § 118 Europeese Dinaan De Europeesche Dinaaren, Militairen en zeevarende in deselve bestaan tegenswoordig in Een Directeur Een Hoofd Administrateur die tit: Coopman is Een Pakhuysmeester synde onderkoopman Een secretaris van Politie dito Een Fiscaal die tevens soldy boekhouder is syn de onderkoop =man Titulair Een Cassier onderkoopman Een Onderkoopman buyten Emplooy synde Pakhuys gecommitteerde en Een Negotie overdrager Factuurhouder en nareekenan mitsgaaders gecommitteerde op de Lywaat bazaar sinde Boekhouder, welke den raad van Politie uytmaaken voorts in een vaandrig, Een oppermeester Een Dispen¬ „cier, die boekhouder is, Een Equipagie opsiender synde Luytenant ter Zee en een Eerste geswoo¬ ren klerk, secretaris van Justitie en geheyme klerk van den Directeur synde meede boekhouder, deese vier laaste, syn hier mindere gequalificeerdens van welke de Oudste in syne bediening de Eerste rang heeft N 119 N 120

NL-HaNA_1.04.02_10424_0305 view scan ↗

English

furthermore in two servants at the warehouses, of which the one is a bookkeeper and the other an assistant; five clerks at the secretariat, of which two are bookkeepers and one also a sworn clerk and at the same time commissioner at the bazaar and at the warehouses, and the remaining three assistants; two clerks at the trade office, both assistants, and one at the pay office, being a bookkeeper; as well as in an assistant surgeon, a sergeant, a corporal, four soldiers of which two are orderly messengers, an orderly in the Lodge and one in the tent, a boatswain at the wharf, a cooper, a small-craft skipper, a sailor, and a provost. And as for the Boards, such as the Court of Justice, the Commissioners of Orphans, Commissioners of Matrimonial Affairs, and Fire Wardens, these have been filled according to the Order. It would be a wasted effort were I to describe here the duties of these Boards and of their respective members; moreover, one ought to assume that people being introduced to the same are not entirely ignorant in the service. Concerning the duties of what each person must account for and perform in his service, I refer to the memorandums or instructions appended here, which I have compiled and followed after those annexed to the memorandums of the Honorable Gentlemen Schreuder and Taillefert, insofar as no absolute change had to be made therein through the lapse of time and primarily the changes in the administration itself, as well as the domestic state of the Directorship. The native servants consist of the following: The Brokers, of which there are currently three, who divide among the three of them the brokerage allotted to them by the Company; the reasons for this arrangement can be found in the resolution of 12 November 1784. Their conduct must be learned through experience, for it is a known fact that a native servant adapts the same to that of his master and his disposition; I will therefore only say that their duty entails that they make all requests in the Durbar that are necessary in daily domestic affairs, such as requests for the unloading and reloading of the ships, the chops, etc., by an arzee signed by them, while all representations must be made by a writing signed by the Director himself, which is called a roqqa. Furthermore, they must provide the merchants, are obliged to ensure that the Company gets the highest market price, and that the money is paid promptly; I must add hereto that the present brokers have served the Company very well thus far and have been of much use to me in this penniless time. The Suppliers: these are very honest people whose family has served the Company for 70 years and has always given satisfaction; not only that, but in these two years when we were unprovided with money, they have also applied their utmost ability to nevertheless supply the Company with good return shipments. Three Court-goers, of which, although they cannot be dispensed with, the Company pays only one; the first is a very capable person who has made himself indispensable through his skill with the native government and his knowledge of the Company's privileges and the old customs. Furthermore, there are a Modi, who is very necessary in supplies and carpentry works, a money-changer, and a Munshi or native writer. Finally, I mention here that the garrison currently consists of 46 natives. All these servants being in the direct service and pay of the Company, a Director is obliged to protect them against the persecutions and oppression of the native government, under which I include both the Governor of the Castle and the Governor of the City, and to ensure that no one molests them or their goods, or does them harm. Yet above all, whoever finds himself placed as the actual head of affairs is bound to ensure that the persons of the brokers and of the suppliers are regarded as nothing other than actual Netherlanders, who with their goods and effects are beyond the power of the regents, as the Company has the utmost interest in this, it being utterly impossible to derive the required benefit from these people when they stand under the coercion of the regents and must fear their hatred and persecution; for such will make them afraid to speak frankly and to carry out the commission that is frequently given to the brokers; not only that, but the influence of those regents, who are at the same time merchants and our competitors, would often prevent them from offering the highest prices for the merchandise. Moreover, it would be far too dangerous to give them credit, and sometimes to entrust and advance much to them, which one is not infrequently obliged to do with the brokers for the continuation of trade, and which in regard to the suppliers is unavoidable, if they were subjected to the greed

Dutch transcription

241 1 120 Collegien plyten derselve verders in twee bediende by de pakhuysen, van wel= ke de Een boekhouder en de andere assistent is 5 schribenten op de secretarie van welke twee boekhouders en een meede geswooren klerk en tevens gecommitteerde apde. bazaar en by de pakhuy¬ sen is en de drie overige assistenten, twee scribenten op het negotie Comptoir byde assistenten en Een by het soldy Comptoir synde boekhouder mitsgaders in een ondermeester, Een sergeant, Een korporaal vier soldaten waar van twee raport „gangers, Een oppasser in de Logie en een in de tent len Bootsman op de werf, Een kuyper, Een smal schipper, Een Matroos en Een geweldiger, En F 121 wat de Collegien als daar sijn de raad van Justitiee de Commissarissen der weesen, Commissarissen van Huwelyxe saaken en brandmeesteren betreft, deese syn na de Ordre vervuld: 1 122 Het soude een vergeefse moeijte weesen, wilde ik hier de pligten van deese Collegien, en van dersel¬ ver respective leeden beschryven, ook behoord men te onderstellen, dat lieden tot deselve g'introduceerd wordende, niet soo ten eenenmalen onkundig in den dienst syn Omtrend de pligten van het geen een ieder in synen dienst verantwoorden en verrigten moet, gedraage ik my aan de hier agterleggende memorien of N123 Instructien rende waar te vinden Inlandse bedien= dens Instructien die ik te saamen gesteld en gevolgd hebbe, na de geene welke agter de memorien van de Edele Heer Schreuder en Taillefert gevaegd syn, voor soo verre daar in door verloop van tijd en voornamentlyk de veranderinge in de Admi¬ nistratien selve, soo wel als de huys houdelyke staat van de Directie geene absolute veranderin moeste worde gemaakt. § 124 De Inlandse bedienders bestaan in de volgende De Makelaars van welke er thans drie sijn die de haar bij de Compagnie toegelegde maakelaar =deg onder haar drien verdeelen de redenen tot deese schikkinge syn te vinden by de resolutie van den 12 november 1784, haar gedrag moet door de onderdending geleerd worden, want het is een bekende saak dat een Inlands bediende het selve na dat van syn meester en desselfs gesteldhyd schikt, ik sal dus maar alleen seggen, dat haare bediening meede brenge dat alle versoeken in de Derbhaar welke in het dagelyxe huyshoudelyke werk nodig syn, als daar syn de versoeken tot den ontlos en het weeder belaaden der Scheepen, 's Jappen enz: by een arsie door haar geteekend doen, terwyl alle voordragten by Een geschrift door den Directeur selfs geteekend en dat een Rocka genaamd word moeten worden gedaan, voorts moeten sy de kooplieden besorgen, syn verpligt te maaken, dat de Compagnie de hoogste markt krygt en dat het geld prompt betaald 73 27 betaald word, moetende ik hier by vregen dat de presente makelaars de Compagnie tot nog toe seer wel gediend hebben en mi van veele nuttig= hyd in deese geldeloose tyd geweest syn. § 125 De Leveranciers deese syn seer braave menschen, welkers familie de Compagnie seedert 70 jaaren gediend en steeds genoegen gegeeven hebben, niet alleen, maar sy hebben ook in deese twee jaaren dat wij van geld onvoorsien waaren, haar uijterste vermoogen aangewend om niet te min de maatschap= pije van goede Rhethouren te voorsien, Drie Hofgangers van welke Schoon se niet te missen syn de Compagnie er maar een betaald, de Eerste is een seer bekwaam mensch, die sig selve heeft noodsakelyk gemaakt door syne habiliteyt by de Inlandse regeering, en syne kundighyd in s' Compagnies voorregten en de Oude gewoonten Voorts syn er Een Moedy welke seer noodsake= =lyk is in Leverancien en Timmeragien, Een wisse= laar en Een moensie af Inlandse schryver, Eyndelyk melde ik hier nog dat het guarni= soen thans bestaat in 46 Inlanders § 126 Alle deese bedienden als in directe dienst en betaalinge van de Compagnie Sijnde, is een Directeur verpligt tegen de persecutien en onderdrukkinge van de Inlandse regeering waar onder ik soo wel der kasteels als stads Gouverneur de makelaars en Leveran„ Hollanders aan gemerkt worden Gouverneur begrype te beschermen en te sorgen dat niemand haar nog haare goederen aanzand¬ of kwaad doe. § 127. Dog boven alle is den geene welke segaan het tiers, moeten als dadelyke Hoofd van saaken gesteld vind, gehouden te sor= gen dat de persoonen der maakelaars en der Le¬ veranciers niet anders worden aangemerkt als dadelyke hollanders, dewelke met haare goederen en effecten buyten het vermoogen der regenten syn, alsoo de maatschappye hier aan ten uyterste geleegen legt, synde het valstrekt onmogelyk om van deese menschen het vereyschte nut te hebben, wanneer se onder het bedwang der regenten staan en haare haat en vervolging vreesen moeten, want sulx sal haar bevreest maaken om uyt de borst te spreeken en den last te volbrengen die de makelaars veel malen gegeeven word, niet alleen maar der invloed van die regenten welke teevens negotianten en onse kompetiteuren syn, soude haar dikwerf verhinderen om voor de Coopmanschappen de hoogste prysen te bieden, daar en boven soude het al te gevaarlyk syn, om haar te borgen, en somtijds veel te vertrou= wen en voor uijt te schieten, het geen men niet selden tot voortselting van den handel met de makelaars is verpligt te doen, en ten aansien van de Leveranciers ondermydelijk is, soo sy aan de Schraapsugt

NL-HaNA_1.04.02_10424_0309 view scan ↗

English

subject to extortion, and were subordinated to the power of the regents, in the manner already demonstrated hereinbefore. Section 128 The example that the memorandum of the Honorable Mr. Senff, Chapter 3, page 50, provides in the conduct His Honor maintained with the person of the broker Mancherji may serve every Director for emulation. To this I may well add that he must also take care that the brokers never meddle with the native regents or matters of governance, nor become involved therein, for that provides the greatest occasion to fall upon them. Nor must they ever be permitted to go to the Durbar or to the English Chief without the prior knowledge and consent of the commander. In short, a broker must conduct himself and be considered as if he were not a native, but a born Dutch subject. Section 129 And as this last point may also well be made applicable to the persons of the linen suppliers, I must further, in a word, answer in the negative the naturally arising question of whether the Honorable Company could manage at this factory with a lesser number of servants and employees, and conduct its trade and work. Section 130 For while I by no means wish to contradict that during the bad monsoon, and even in the time when no ships are present, one could well manage at the secretariat with two clerks fewer, I hope it will be forgiven me when I think in good faith that such is impossible during the time the ships are here and when they must be dispatched, if one does not wish to run the risk of letting the ships wait for the papers; for at a factory like this, one does not always find people whom one can call upon for help in case of need. Section 131 And when one now takes into consideration that the salary and board money for each assistant amounts to 335 14/48 per year, making for two 671 rupees, this seems no significant object for which to run the danger of not dispatching a ship at the proper time. And besides the present clerks finding their hands quite full, there are of the five who serve at the secretariat two who attend to the commission at the bazaar and in the warehouses, for which one would otherwise have had to employ special persons. Section 132 Of the remaining Europeans it will be unnecessary to speak. Two warehouse servants or assistants are indeed necessary when during the shipping season one receives or weighs in goods in one warehouse at the very same moment that one weighs out in another, while linen bales are being laid in the city, so that three scales are in operation at the same time. And thus, in the same manner, two scribes are needed at the trade office and one with the pay bookkeeper. Section 133 The only thing that Their High Nobilities, if pleased, could do in case of a vacancy would consist in recombining the duties of cashier, invoice-keeper, and auditor, assigning the office of trade ledger-keeper once again to the purveyor, as it was formerly; for the purveyor has a decent living and little work, at least outside the shipping season, whereas by contrast the auditor and cashier, when their offices are separated, each do not have dry bread. Section 134 Yet the number of native servants here is far too small, and since a Director is nevertheless obliged according to the nature and custom of the country to have them, he must pay them out of his own pocket to his great expense. Thus, besides the two court-attendants mentioned hereinbefore in Section 125, he also pays two chobdars and 20 common sepoys above the 9 that may be charged to the Company's account; and this cannot be otherwise, for even an English Council Member is accompanied by more than that number. Section 135 Concerning now the Company's possessions and establishment, we occupy the wharf according to a farman of the Great Mughal of the year 1729, in the translation page 107, whereby the Director of the Dutch factory in Surat is permitted to buy land for his own money in Jungi Bandar within the outer city walls of Surat on the riverbank, and to make a place there for the storage of merchandise without anyone being allowed to trouble him on that account. And although the government in earlier times always prevented us from enjoying the effect of this farman and contested the right on the miserable and far-fetched pretext that the permission to buy land for the storage of merchandise was granted not to the Company, but to the sole Director Phoonsen for his own money, we are nevertheless at present in full exercise and possession of the same. Section 136

Dutch transcription

273 Heer Sentf met de Make ter navolging strekken Vrage, of de Comp„e het met geen mindare Dienaren soude kunnen stellen schraapsugt onderworpen, en onder de magt van de regenten gesubordineert waaren invoegen hier vooren 157 bereets betoogd is § 128 het gedrag van de Edele Het voorbeeld dat de memorie van de Edele Heer laar Mandchergje magen Capittel 3 D. 50 aan de hand geeft, in het gedrag dat syn Edele gehouden heeft met de persoon van den Makelaar Mandchergie, mag ider Direc„ teur ter opvolging strekken, waar by ik nog wel voegen mag dat denselve meede sorgen draagen moet dat de makelaars sig nimmermeer be= moeijen met de Inlandse regenten afsaaken van Regeering nog daar in betrokken worden want dat geeft de meeste aanleyding, om haar op het lyf te vallen, ook moet haar nimmer worden toe= gestaan om in den Derbhaar af by de Engel¬ schen Cheff te gaan, Sonder voorgaande kennisse en toestemming van den gebieder, en sin, een Makelaar moet sig gedraagen en geconsidereert worden of hy geen Inlander maar een gebooren Hollands onderdaan was § 129 En dit laaste meede wel betrekkelyk mogende worden gemaakt, op de persoonen van de Lywaat Leveranciers, soo moet ik nog met een woord de notuurlike onstaande vraage, of de Edele Compagnie het ten deesen Comptoir met geen minder de Negoties gesterkt door nevens gaen de redenen des schiyver gewelen om minder getal dienaaren en bedienden stellen en haar handel en werk verrigten kan: in de nega¬ „tive beantwoorden N 130 want daar ik geensints wie tegenspreeken dat men het in de kwaade mousson, en selfs in de tijd dat er geene scheepen aanweesig sijn wel met twee pennisten minder op het secretarye stellen kan, soo hoop ik dat het mij sal vergeeven worden wanneer ik ter goeder trouwe denke¬ dat sulx in de tyd de scheepen hier syn, en van neer die moeten gedepecheert worden ondaenlyk is, wil men geen gevaar loopen om de scheepen na de papieren te laaten wagten, want men vind op een Comptoir als dit, niet alloos menschen die men in Cas van nood te hulpe roepen kan, § 131 en wanneer men nu in aanschouw neemt dat de gagie en kostgeld voor ieder assistent bedraagt in het Jaar 3354/ makende voor twee 671 14 /48 ropyj soo schynd dit geen naamwaardig ob yeet om daar voor in gevaar te raaken van een schip niet ter behoorlyker tyd te depecheeren en buyten dat de tegenswoordige pennisten, haare besig¬ heeden wel vinden, soo syn er van de vyf die op het secretarije dienst doen, twee die de Commis¬ sie by de bazaar en in Pakhuysen waarneemen waar toe men anders weeder bysondere persoonen soude hebben moeten hitg 4 — 274 Welke diensten souden kun het getal der Jnlandse van de overige Eurapeesen sal het onnoodig syn te spreeken 2 pakhuys bedienden of suppoos¬ =ten syn er wel noodig, wanneer men in de scheepen tijd hetselve ogenblik in een pakhuys de goederen ontfangt af inweegd, en in een ander uijtweegt, mitsgaders dat er Lywaat pakken in de stad worden gelegd, en er dus ter selver tijd drie schaalen aan de gang sijn, en soo syn er inselver vaegen wee benoodigt twee scribenten op het negotie Comptoir en een by den Zoldy boekhouder § 133 1132 Het eenige dat Haar Hoog Edelheedens des ge= nen te samen gevoegd vor. lievende in Cas van Facature soude kunnen doen, soude bestaan in het weeder te saamen voegen van de diensten van Cassier Factuurhou der en narekenaar, dragende den dienst van Negotie overdrager wederom op aan den Dispen¬ cier soo als bevoorens geweest is, went den Dispen¬ cier heeft een behoorlyk bestaan, en wynig werk ten minsten buyten de scheepen tyd, en daar en teegen hebben de Nareekenaar en Cassier wan¬ neer haare diensten gescheyden syn ieder geen droog brood- Dog het getal der Inlandse Dienaaren is hier veel Dienaren is te gering te gering, en terwyl een Directeur tog egter na den aard en het gewoonten van het Land verpligt is om se te hebben moet hy se tot syn groot 1134 beswaar g mis= n en Borregten aanwysing van ons regt tot de Werff beswaar uyt syn sak betaalen, soo als hy buyten de twee Hofgangers hier vooren 8125 gewaagd, ook nog betaald twee sjobdaars en 20 gemeene sipais boven de 9 die opgebragt mogen worden, en dit kan niet anders, want slegts een Engels Raads Lid word van meerder als dat getal ver¬ =seld. 1 135 van 's Comp Bescingen Belangende nu s' Compagnies besittingen en ommeslag soo besetten wij de werf volgens Een firman van den Groote Mogal van den Jaaren 1729 in de translate pagina 107, waar by den Directeur van het Hollandse Comptoir in Souratte gepermitteerd word, in Jengie bander binnen de buyten stads muuren van Souratta aan de Rivier kant voor syn eygen geld grond te koo¬ pen, en aldaar tot berging der Coopmanschappen een plaats te maaken Sonder dat iemand hem daar onne vermoeyelyken mag „ en schoon de regeeringe in vroegere tijden ons het effect van deese firman altoos verhindert, en het regt betwist heeft, op het miserabele en verre ge¬ sogte uijtvlugt, dat de toestemmingh om grond te koopen tot berging der Coopmanschappen niet aan de Compagnie maar aan den eenige Directeer Phoonsen voor syn eygen geld toegestaan was; soo sijn wij tog tegenswoordig in de volle Oext fening en besitting van het selve §136

← previousnext →