Inventory 10661
Cape · 708 pages · 81 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
6 May 23 August— 6 September 1785. 24 October 9 December 23 December Cape. 26 23 6 24 2 Cape Cape. 26 May 23 August— 6 September 1785. 24 October 9 December 23 December Sewn in A: C: 2. Sewn in. Register of the letters and papers which, under today's date, are dispatched from here to the Right Honorable Lords Directors Commissioners and Representatives at the Assembly of the Seventeen, as well as to the Honorable Lords Directors of the respective individual Chambers, per the Dutch private ship De Vrouwe Wijnanda Luberta, namely: No. 1 Original dispatch addressed by the Honorable Governor Cornelis Jacob van de Graaff and the Council of this place to the highly mentioned Lords Seventeen— No. 2 By the same as above mentioned to the Honorable Lords Directors of the individual Chambers indicated in the margin= No. 3 Authentic copy of petitions of the burghers Johannes Hendricus Redelinghuijs and Johannes Roos, requesting to depart for the Netherlands— v=te 2: - Z: — N. O. A: C: Sewn in two similar packets have been dispatched. No. 4 Original short invoice of the cargo loaded at Batavia into the aforementioned ship De Vrouwe Wijnanda Luberta— No. 5 Muster rolls of the outbound ship Sparenrijk and the above mentioned Dutch private ship De Vrouwe Wijnanda Luberta No. 6 of the senior and non-commissioned officers, as well as the common soldiers of the Luxembourg detachment, departed from here to Ceylon per the ship Huisduinen— No. 7: List of the persons who are crossing over from here to the Netherlands with the frequently mentioned ship De Vrouwe Wijnanda Luberta, now about to depart— No. 8: A sealed packet addressed to the Honorable Lords Directors at the Chamber of Amsterdam, containing some private letters In the Castle of Good Hope, 26 May 1785 Note: to the skipper Sijbrand Berk has also been handed a sealed packet containing a copy of the memorandum from [illegible] the State's Deep of Texel by the order of Eg. Clercq L: A: Z: C: c superscribed — from departed with [illegible] 4 Per the Dutch private ship De Vrouwe Wijnanda Luberta High Read at the Chamber of Zeeland, 10 September 1785. Homeland. — To the Right Honorable Lords Directors Commissioned to the Illustrious Assembly of Seventeen, representing the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber At Middelburg Right Honorable, Most Stern, Highly Esteemed, Most Wise, Provident and Most Generous Lords, Commanding Lords, The return ships Doggersbank, De Triton, Alphen, Hoorn, and Berkhout having safely put out to sea from this roadstead on the 16th of this current month of May, and the outbound vessel Avenhorn having departed on the same day for Batavia, the Dutch private ship De Vrouwe Wijnanda Luberta, mentioned in the heading of this letter, chartered by the Honorable Company and fully laden at Batavia, is now also about to proceed on its voyage from False Bay to the Netherlands, wherefore we take the liberty to present to Your Right Honorable the short invoice of the cargo in that vessel together with this, and furthermore dutifully to advise you by this that, since we were requested by the persons of Johannes Henricus Redelinghuijs and Johannes Roos, respective burghers and inhabitants here at the Cape and at Drakenstein, by their petitions accompanying this in copy, to be permitted to cross over to the fatherland to attend to their affairs, taking with them their wives and the four children of the said Roos, we, subject to the honored favorable interpretation of Your Right Honorable, have permitted them to depart for the Netherlands, which they accordingly now do per the bearer of this, the frequently mentioned ship De Wijnanda Luberta, while the passage and board money has been paid by the aforementioned persons to the skipper of this vessel, Sijbrand Berk, as was also done at Batavia by Sub-Lieutenant Pieter Laurens Ploeg, who was placed thereon. The outbound ships Java and Sparenrijk having received their dispatches today and consequently lying ready to sail, in order to depart with the first favorable wind, the former for Batavia and the latter for Ceylon, the State's frigate De Phoenix set sail on the 23rd of this month for the said island, while by us, on the said vessel, in accordance with what was written to us by the Lords of the High Government of the Indies, the quantity of 30,000 lb of biscuit was dispatched for the benefit of the State's Squadron under the Lord Commodore van Braam. — We furthermore take the liberty to inform Your Right Honorable, as in duty bound, that on the 21st of this month the Senior Merchant and Independent Fiscal, Master Jan Jacob Serrurier, passed away very suddenly, wherefore we shall not fail to make the required arrangements for the provisional administration of the fiscal office. — Just as the Reverend Meent Borgers, sent out by Your Right Honorable per the ship 't Meeuwtje for the service of this Government, has been stationed as third permanent minister with this Cape congregation in place of the late Reverend Johannes Fredericus Boode, further necessary arrangements have been made by us regarding the performance of ministerial duties with the congregation at Stellenbosch and in the Swartland, until such time as the vacant ministers' posts there will likewise be filled. — And furthermore, after this had been written down to this point, we received report from False Bay that on the 23rd of this month the outbound ship 't Zeepaard had arrived there, and that in a very good condition, having suffered only 6 deaths out of its crew of 350 souls during the voyage, just as its sick also consist of only 26 persons. And since there are now again two Dutch [illegible]
Dutch transcription
6 Maij 23 Augustus— 6 September 1785. 24 8ber _:o 9 December. _o. 23 December o Caab. 26 23 6 24 2 Ca Caab. 26 Maij 23 Augustus— 6 September 1785. 24 8ber _„:o 9 December _o. 23 December _o Ingenaait A: C: —„ 2. Ingenaait. Register der brieven en papieren, dewelke sub dato deeses van hier werden af„ „gesonden aan haar Wel Edele hoog Agtb: de heere gecommitteerde bewind heb„ „beren en gevolmagtigdens ter vergadering van zee„ „venthienen als meede aan d' Edele Heeren Be„ windhebberen der respne particuliere Cameren, pr het hollands part: schip de Vrouwe Wijnan¬ „da Luberta namentlijk. N=o 1 Origineele Missive door den Edelen heer gouverneur Cornelis Jacob van de graaff en den Raad deeser plaatse aan hoogst ged: heeren Zeeventhienen gerigt- door als evengem: aan d' Edele hee„ „ren bewindhebberen der in margine beteekende particuliere Cameren= „ 3. Copia Authenticq Requesten der burgers Johanns Hendri„ „cus Redelinghuijs en Johanns Roos verzoeken, „de naar nederland te vertrecken- v=te 2: - Z: — N. O. A:C: Ingenaait twee diergelijke pacquetten sijn afgegaan. N=o 4 Origineele korte factuur van het geladene tot Batavia in het voorengem: schip de Vrouwe Wijnanda Luberta- „ 5 Monsterrollen van 't Uijtkoomend schip Sparenrijk en het hier vooren gem: hollands particulier schip de vrou„ „we Wijnanda Luberta _o van d' opper en on„ der officieren mitsga„ „ders gemeene militairen van het detachement van Luxemburg, p„r het schip Huijsduijnen van hier naar Ceilon vertroc„ „tien- „7: Lijst der perzoonen, dewelke met het meerm: thans te vertrecken staande schip de Vrouwe wijnanda Luberta van hier naar nederland Overvaaren- „ 8: Een gesloten pacquet geaddresseerd aan d'Edele Heeren bewind„ hebberen ter Camer Amsterdam waar in eenige part: brieven In 't Casteel de Goede Hoop den 26 maij 1785 Nota aan den schipper Sijbrand Berk is mede nog ter hand gesteld een geslooten pacquetje waar in een afschrift der memorie van MLorak 's lands diep van Texel na d'ordre Eg Clercq L: A: Z: C: c gesuperscribeerd — van troc„ met vligeltrs 4 P=r t hollands part: Schip Hoog gelezen ter kamper Zee land den 10 September 1183. Patria. — Aan de wel Edele Hoog Agtb: heeren Bewind hebberen gecommitteerd ter Illustre vergadering van zeeven thienen repraesenteerende de generaale neederlandsche g'octroijeer, de Oost=Jndische Compagnie ter praesidiale Camer Tot Middelburg Wel Edele Erntfes„ „te Hoog Agtb: Hoog wijse voorzienige en seer Tenereuse Heeren Gebiedende Heeren de vrouwe wijnanda Liberta De Retourscheepen Doggers„ „bank, de Triton, Aralen Hoorn en Berkhout, den 16 deeser Loo, ponde maand Maij geluckig van deese Rheede in zee geraakt, en den uijtkomenden Bodem Avenhorn ten e2 tenselven dage naar Batavia vertrocken zijnde staat het in den hoofde deezer gem: bij d' E Comp„e inge huurd en te Batavia afgeladene Hollands particulier schip de vrouwe Wijnanda Luberta desselfs rheijse thans meede uijt de Baaij F als naar Neederland te vervorderen, des wij de vrijheid nee„ men de korte Factuur van het geladene in dien Bodem uwe wel Edele Hoog Agtb: neevens deesen aan te bieden, en deselve wijders bij deesen pligtschuldig t'adviseeren, dat ons door de persoonen van Johannes Henricus Redelinghuijs en Johannes Johannes Roostesp: Buregers en Jngeseetenen hier aan de Caal en tot Drakenstein, bij derselver deesen in Copia vervellende reques¬ ten versoek gedaan zijnde, om ter verrigting hunner zaaken naar 't vaderland te mogen overvaren, met meede neeming hunner vrouwen en 2 vier kinderen van ged„e Roos, wij hier op onder de geEerde welduijding uwer wel Edele Hoog Agtb: aan deselve hebben toegestaan naer Neederland te vertrecken, het geen zij dien Conform thans p„s 11 brenger deezes het meermelde schip de wijnanda Luberta, komen te doen ra 5 ƒ doen, terwijl het Transport en kost„ geld door voorschreeve persoonen aan den schipper deeses Bodems Pij„ brand Berk is voldaan, gelijk sulx op Batavia door den daar op geplaatst geweest sijnden Sous Lieutenan Pieter Laurens ploeg meede is geschied. - D'úijtkomende Scheepen Da¬ „va en Parenrijk op heeden haare depeches erlangd hebbende, en dienvol„ „gens zeijlrheen komende, te leggen, om met d' eerste dienstige wind, het eerstge„ „melde na Batavia, en laatst gemelde naar Ceylon te vertrecken, is het Lands fregual de Phanix den 23: deeser. - deeser naar hezevengemelde Eiland t' zeilgegaan, Terwijl door ons met gemelde Bodem, ingevolge het aange schreevene door de Heeren der hoge Jndiase Regeering de quantiteit van 30'000 lb Biscuit ten behoeve van 's Lands Esquader onder den Heer Commandeur van Braan is afgesonden. — Wij neemen wijders de vrijheijd uwe wel Edele Hoog Agtb: naar verschuldigtheid te berigten, dat op den 21: deeser Seer subiek is Ko„ men t' overlijden den oppercoopman en Jn depondent fiscaal m„r Jan Iacob Serruvier, des wij niet in gebreeken sul„ V len. t an „len blijven, tot de provisioneele, waar „neeming van het fiscalaat de vereischten ordres te stellen. — Gelijk den door uwe wel Edele Hooog Agtb: p:r het schip 'te Meuw je ten dienste deeses Gouvernement uijtgesondene Predicant Meent Borgers, in steede van wijlen D' Io„ hannes Fredericus Boode als derde Permanenten Leeraar bij deese Caabse gemeinten geplaatst sijnde door ons wijders de nodige schickin„ ge sijn gemaakt, omtrend het ver„ „rigten van den predikdienst bij den gemeinte aan stellenbosch en in't Swartland, ter tijd toe de aldaar meede meede vaceerende Leenaars plaet„ „sen insgelijxs sullen weesen ver„ vuld. — En hebben wij verders na dat dee„ sen tot hier toe was afgeschreeven uijt de Baaij fals berigt bekoomen dat aldaar op den 23: deeser was gearriveerd het uijtkomend schip 'T Zeepaard ende sulx in een seer gae de Constitutie, als hebbende van desselfs Equipagie van 350 Coppen geduurende de rueise eenelik 6: dooden bekomen: gelijk desselfs Jmpotenten ook maar in 26 per„ „sonen komen te bestaan En nadien er thans weederom Twee Holland sche ar ment ments
English
ships have appeared in sight of the aforementioned bay, we hope that the ship de Paarl will also be found among them, with respect to which vessel it has been reported to us by the captain of the National frigate de Themis, Captain Kuvel, that having lain at St Jago from the 3rd to the 7th of February last, he had encountered the said ship de Paarl there, which, by being boarded by a ship, had suffered the misfortune that its foremast and bowsprit had broken, on which account two spars were supplied to it by the said Captain Kuvel, whereby the aforementioned ship ship de Paarl would be able to head hither from St Jago eight to ten days after the National frigate. Concluding herewith, after having commended your Right Honorable Noble, highly respected Persons and the Company's important business to Jehovah's sole safe protection, we remain with deep and dutiful respect. Right Honorable, Valiant, Right Worshipful, Most Wise, Prudent, Most Generous, and High Commanding Lords. Your In the Castle of Good Hope, the 26th of May 1785. Your Right Honorable Noble's Most Humble, Faithful and Obedient Servants PS: Yesterday, the 27th of this month of May, the above-mentioned ship de Paarl arrived safely in False Bay; which vessel having lost its foremast and bowsprit at the latitude of Madeira in a heavy storm (and thus not, as advised herein, by being boarded by another ship), was therefore forced, as noted hereinbefore, to call at the island of St Jago in order to repair the damage sustained there, from where it set course hither again on the 3rd of March; the said ship de Paarl will have to be provided here with a new foremast and bowsprit. R: S: Gordon. C: J: van de Graaff Walke N: V: Schoon J: le Sueur No 1 Copy To the Right Honorable Valiant Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director of the Cape of Good Hope etc. etc. etc., together with the Honorable Worshipful Council of Policy. Right Honorable Valiant Lord! and Honorable Worshipful Lords. Respectfully shows Johannes Roos, free Burgher and Resident at Drakenstein. How the petitioner, in order to settle and conclude certain family and other affairs which remained unaccomplished during his last presence in the Netherlands, would now gladly wish to make a voyage thither again! Wherefore he takes the humble liberty to turn to Your Right Honorable Valiant and Honorable Worships with humble and earnest request that Your Right Honorable Valiant and Honorable Worships may please to grant him, together with his wife, and four to five children successively from three months to seven years of age, and a female slave, gracious passage on one of the return ships ships which are scheduled to depart from here in the middle or end of the coming month of April. And this with the permitted chests and baggage of a free Burgher, according to the regulations of Batavia. The petitioner being prepared to pay here at the treasury of the Honorable Company the fixed passage and board money for lodging and board in the cabin. While he furthermore, in order to be able to prepare himself and be ready in time to make that voyage, as well as to be able to leave his estate and effects, along with his children remaining here, under the secure administration of his surviving relatives and authorized agents, therefore reverently implores on this humble petition for a speedy and favorable apostil. undersigned: Which doing etc. was signed: Johannes Roos in the margin: Cape of Good Hope, the 7th of March 1785 Agrees: Egbertus le Clercq Ahlers [illegible] No Copy To the Right Honorable Valiant Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director of the Cape of Good Hope etc. etc. etc. together with the Honorable Worshipful Council of Policy. Right Honorable Valiant Lord. and Honorable Worshipful Lords Shows with all respect, Johannes Henricus Redelinghuys, free Burgher and Resident here. That he would very gladly wish to make a quick trip to the Netherlands on account of some family and other affairs which require his personal presence, and in which his profit and loss are greatly interested and involved. Wherefore the petitioner takes the liberty most humbly to turn to Your Right Honorable Valiant and Honorable Worships, humbly requesting to grant him, together with his wife, gracious passage on one of the ships of the Honorable Company, or with any other private ship, scheduled to depart from here in the middle or end of the coming month of April. And this with the permitted chests and baggage, allowed to a free burgher, according to the regulations of Batavia. Being prepared to pay here at the treasury of the Honorable Company the fixed passage and board money for lodging and board in the cabin. While the petitioner furthermore, in order to be able beforehand to bring his estate and affairs here into proper order, urgently requests on this petition a favorable and speedy apostil. undersigned: Which doing etc. was signed: J: H: Redelinghuys in the margin: Cape of Good Hope, the 1st of March 1785. Agrees Egbertus le Clercq Ahlers No. 3.
Dutch transcription
sche scheepen in't gesigt der even„ gemelde Baaij sijn verscheenen, hopen wij dat zig onder deselve meeden sal komen te bevinden 't schip de Paarl, en opsigte van welken bodem ons door den Capn van 's Lands frequal de Thienisc, de Heer Kuvel is gerap„ porteerd dat hij van den 3 tot den 7: febr: pass:o te S=t Jago hebbende geleegen 't ged: schip de paarl aldaar hadde aan getroffen hebbende, door 't hem aan boord komen van een schip 't ongeluk gehad dat desselfs fockemast en boegepriet waren komen te breeken, weshalven aan 't selve„ door ged: Cap:n Kuvel Twee Rondhouten waaren bijgeset, waardoor 't meerm: Schip schip de Paarl in staat soude Syn om agta Thien dagen naar 's Lands „f requat meede van S„r Jago ditheen te steevenen. Waarmeede deesen fineerende, sul¬ en wij na uwe wel Edele Hoog Agtb: seer geagte Personen en 's Compagnies gewigtigen ommeslag 6 in jehovas alleen vijligen hoede te hebben bevoolen met diepschuldig respect blijven. - Wel Edele, Erntfeste Hoog Agtb: Hoogwijse, Voorsienige seer Genereu se en Hoog Gebie„ „dende Heeren. — uwe „ In't Casteel de goed Hoop Uwe wel Edele hoog Agtb: Seer den 126: Maij 1785: Ootmoedige getrouwe en gehoorsame dienaren PS: op gisteren den 27:e dezer maand maij is behouden in de baaij fals aangeland het hier vorengem: Schip de Paarl; welken bodem op de Hoogte van Madera in een swaren storm /:en dus niet gelyk in deezen is geadviseerd, door het aanboord geraken van een ander schip :/ deszelfs Focke mast en boegspriet hebbende Verlooren, dierhalven genoodzaakt is geweest, gelijk hier bevoorens is genoteerd, het Eyland S:t Iago te moeten aandoen, om aldaar van die be„ „komene schade te repareeren, van waar den 3e. maart wederom herwaards is gesteevend; zullende het ged:te Schip de Paarl alhier van een nieuwe Focke mast en boegspriet moeten werden voorzien. — R: S: Gordon. — C: D: Vande Graaff Walke 2 N: V: Schoon ƒ J: R Sueur . No 1 Copia 6 Aan den Wel Edele Geste Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop &a &a. &a., beneevens der E Agtb Raade van Politee.- Wel Edele Gestr: Heere! en E Agtb: Heeren. Eerbiediglijk vertoond Johannes Roos, vrij Burger en Ingezeeten te Drakensteijn. - Hoe dat den suppl=t wel gaarne, ter in ordre brenginge, en afdoeningen van seekere bij zyn laatste aanweezen in Neederland onaf„ gedaan gebleevene Familie, en andere zaken, nu weederom eene reijze derwaards wenschte te doen! Weshalven hij dan de needrige Vrijheijd neemd, zig te keeren tot Uwe wel Edele Gestr: en E Agtb: met ootmoedige, en Instantige verzoeke, Uwe wel Edele Gestr: en E Agtb: gelieve hem daartoe, neevens zijne huijsvrouwe, en Vier a vijf kinde¬ ren Successivelyk van drie maanden tot zeeven Iaaren oud, en een slavin gratieuse Transport te verleenen, met eene der retour scheepen scheepen, welke in de helft of het laatste der aanstaande maand appril van hier staan te vertrecken. — En zulx met de gepermitteerde kisten en bagagie van een vrije Burger, volgens re„ glement van Batavia. — synde den suppl=t bereijd, de daartoe staande Transport en kostpenn:, voor Logies en Tractement in de Cajuyt, alhier in Cassa der E Comp=e te betalen.— Terwijl hij overigens, om zig bij tijds tot het doen dier reyze te kunnen versor„ gen, en in staat stellen, mitsg=s om zynen boedel en Effecten, neevens zijne hier blyvende kinde„ ren, onder de veylige administratie zynen nabestaande vrienden, en gemagtigdens te kunnen laten, overzulx op deezen needri„ „gen requeste, reverentelyk is imploreerende om spoedige en gunstige apostille. — /:onderstond:/ 'T welk doende &=a /:was geteekt:/ I:s Roos /:in marginen:/ Caap der goede Hoop de 7 Maart 178:/ Accordeerd: Eg Clercq Ahlbrak 8 de n dri ed rende Roos 78 No Copia Aan den wel Edelen gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop & & & beneevens den E: Agtb Raad van Polckien.ƒ Wel Edele Gestr Heer. en E E Agtb: Heeren Geeft met alle Eerbied te kennen, Iohan„ nes Henricus Beedelinghuijs, vrij Bur„ „ger en Inwoonder alhier. — Dat hij Ieer Gaarne om eenige Famelie en anderen affaires, welke zyne perzoonlyke presentie verEysschen, en waarmeede zyn voordeel en schade grootelijx geinteresseerd en vermengd is, een spring togt naar Needer„ land wenschte te doen. — Weshalven den Suppl=t de vrijheijd neemd zig needrigst te keeren, tot Uwe wel Edele gestr: en EE Agtb: ootmoedig verzoekende, hem daartoe neevens zyne huysvrouwe te willen verleenen, gracieuse passagie, met eenen der in de helften ofte het laatste van ƒ van de aanstaande maand April van hier ratour te vertrecken staande scheepen der E Compie ofte met eenig ander particulier schip. — Ende zulx met de gepermitteerde kisten en Bagagia, toegestaan aan een vrij burger, volgens de reglementen van Batavia. — Bereijd zijnde, om de daartoe staande Transport en Costgelden voor Logis en Tractement in de Cajuyt, alhier in Cassa der E Comp=ie te voldoen. — Terwijl den suppl=t overigen om zyn boe„ del en affaires alhier, vooraf in behoorlyke ordre te kunnen brengen, op deezen re„ quosten instantig is versoekende, graccende en spoedige appostellen: — /: onderstond:/ 'T welk doende &=a /:was geteekend:/ I: H: Beedelinghuis /:in margine:/ Cabo den goede Hoop p=m Maart 1785. — AAccordeerd Egllercq torak A 1 No. 3. 6 1
English
Dirk de Boekhorst List of such persons as are repatriating per the ship De Vrouwe Wynanda Luberta for the Chamber of Enkhuizen from this Government, with an indication of which of them enjoy full or no gratuity. The persons listed below may, upon arriving in the Fatherland, enjoy the gratuity as promised in the regulation of the year 1742. f. 13 Adam Sommer Copenhagen Sailor 13 Laurens Holm Kristiansand ditto 15 Nelis Claasse Hadersleben ditto 14 Siebert Bastiaansz Tangermünde ditto From the wrecked ship Bredenrode, who pursuant to the resolution of the Council of Policy dated the 21st of this month have again been declared employable and accepted into the service of the Honorable Company: f. 48 Joseph de Koning Weesp Chief Carpenter f. 17 Jan Limbern Stockholm Boatswain's Mate, to perform his service as Quartermaster with retention of wages, the matter of the premium being deferred to the discretion of the Right Honorable the Lords Directors. Dirk de Boekhorst of Heemstede Chief Surgeon, with written-off wages as a passenger without paying passage money, for which the Captain of this vessel, Sybrand Berk, has bound himself in writing. 6 Passengers 1 1 without receiving any premium or gratuity u/ 20. Willem Hendrik Zeel of Coevorden, Clerk of the Artisans' Quarter, together with his wife Gerritje Goosen and their infant daughter named Johanna Everhardina, in order to cross free of transport charges pursuant to the resolution of the Council of Policy dated 19 April last, on account of his impoverished condition and inability to pay. In the Castle of Good Hope, the 26th of May 1785. J: V: Echter Copy To the Right Honorable and Respected Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope, etc., etc., etc., together with the Honorable and Respected Council of Policy. Right Honorable and Respected Sir! and Honorable and Respected Sirs! Johannes Henricus Redelinghuijs, free burgher and resident here, respectfully makes known: That, on account of certain family and other affairs which require his personal presence and in which his profit and loss are greatly concerned and involved, he very much wishes to make a short voyage to the Netherlands. Wherefore the Petitioner takes the humble liberty to turn to Your Right Honorable and Respected Sirs, humbly requesting to grant him, together with his wife, gracious passage on one of the return ships of the Honorable Company due to depart from here in the middle or end of the coming month of April, or on any other private ship. And this with the permitted chests and luggage granted to a free burgher according to the Regulation of Batavia. Being prepared to pay the passage and board money due for accommodation and meals in the cabin, here into the treasury of the Honorable Company. While the Petitioner furthermore, in order to properly arrange his estate and affairs here beforehand, urgently requests a gracious and speedy apostille on this petition. Underneath stood: Which doing, etc. Was signed: J: H: Redelinghuijs. In the margin: Cape of Good Hope, 1 March 1785. Agreed. C: de Klerk H: L: Smuts No. 3 Copy To the Right Honorable and Respected Sir, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope, etc., etc., etc., together with the Honorable and Respected Council of Policy. Right Honorable and Respected Sir and Honorable and Respected Sirs. Johannes Roos, free Burgher and Inhabitant of Drakenstein, respectfully demonstrates: That the petitioner, in order to settle and conclude certain family and other matters left unsettled during his last stay in the Netherlands, would now very much like to make a voyage thither again. Wherefore he takes the humble liberty to turn to Your Right Honorable and Respected Sirs, with humble and earnest request that Your Right Honorable and Respected Sirs may be pleased to grant him, together with his wife, and four to five children, successively from three months to seven years of age, and a female slave, gracious passage on one of the return ships which are to depart from here in the middle or the end of the coming month of April. And this with the permitted chests and luggage of a free Burgher, according to the regulation of Batavia. The petitioner being prepared to pay the transport and board fees for lodging and meals in the cabin, here into the treasury of the Honorable Company. While he furthermore, in order to be able to make preparations and enable himself to undertake the voyage in time, as well as to leave his estate and effects, along with his children remaining here, under the safe administration of his surviving friends and attorneys, most reverently implores a speedy and favorable apostille on this humble petition. Underneath stood: Which doing, etc. Was signed: J: Roos. In the margin: Cape of Good Hope, the 7th of March 1785. Agreed: H: L: Smuts C: de Klerk No. 3 List of such persons as are repatriating per the ship De Vrouwe Wynanda Luberta for the Chamber of Enkhuizen from this Government, with an indication of which of them enjoy full or no gratuity. The persons listed below may, upon arriving in the Fatherland, enjoy the gratuity as promised in the regulation of the year 1742: f. 13 Adam Sommer Copenhagen Sailor 13 Laurens Holm Kristiansand ditto 15 Nelis Claasz Hadersleben ditto 14 Siebert Bastiaansz Tangermünde ditto From the wrecked ship Bredenrode, who pursuant to the resolution of the Council of Policy dated the 21st of this month have again been declared employable and accepted into the service of the Honorable Company: f. 48 Joseph de Koning Weesp Chief Carpenter f. 17 Jan Limberg Stockholm Boatswain's Mate, to perform his service as Quartermaster with retention of wages, the matter of the premium being deferred to the discretion of the Right Honorable the Lords Directors. Dirk de Boekhorst of Heemstede Chief Surgeon, with written-off wages as a passenger without paying passage money, for which the Captain of this vessel, Sybrand Berk, has bound himself in writing. f. 13 Adam Sommer 13 Lourens Holm 15 Nelis Claasz 14 Siebert Bastiaansz
Dutch transcription
Dirk de Boekhorst Leijst van soodanige persoonen als Er p:r 't schip De V„r Enchuijzen Wynanda Luberta voor de Camer An Janam uit dit Gouverne„ „ment repatrieeren met aanwijsing wie van hun heele dan wel geen Douceur Genieten De Onderstaande Persoonen kunnen in 't Vader„ „land komende gaudeeren van 't Douceur als bij 't reglement van den Jaare 1742 belooft Coppenhage Matts of 13 Adam Sommer „Christsand . Laurens Holm adersleben 15 Nelis Claasse 14 Siebert Bastiaansz Tangeme Van 't verongelukte schip bredenrode dewel„ „ke ingevolge politicq raadsbesluijt sub dato 21„e dezer wederom Emploijabel zijn verclaart en in dienst der EComp: aangenomen „f. 48 Joseph de Koning W Ian Limbern Weesp Oppertimm: Stokholm bootsmasm„t om sijn dienst als quartiermeester te presteeren met behoud van gagie werdende om„ „trent de premie aan 't goede vinden van hun wel E Groot Achtbaare „de heeren Majores gedefereert gelaten =heemstede Oppermeester met afge„ „schreve gagie als passagier sonder trans„ portgeld te voldoen waar voor den Capit=n van deesen boodem Sybrand Berk sig schriftelijk heeft verbonden d 6 g do sonder Genieting van Eenige premie ofte douceur u/ 20. Willem hend„k Zeel Coeverden Schryver van 't ambagts quartier nevens desselfs huysvrouw Gerritje Goosen en hun lieden dogterje genaamt Johanna Everhardina omme ingevolge politicq Raads besluijt sub dato 19 april Iongstleeden uijt hoofden van sijn armoedige toestand en onvermoogen, transport vrij over te vaaren Jn 't Casteel de Goede Hoop den 26. Meij 1785 J: VEchter Passagiers 1 „ „ C 1 Copia Aan den Wel Edelen Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop & & & beneevens den E Agtb: Raad van Politie. Wel Edele Gestr Heer! en EE Agtb: Heeren! Geeft met alle Eerbied te kennen Iohannes Henricus Reedelinghuijs Vrij burger en Inwoonder alhier. — Dat hij zeer gaarne om eenige Familie en andere affaires, welke zijne perzoonlyke presentie verEysschen, en waar meede zijn voor„ deel en schade grootelix geinteresseerd, en ver„ mengd is, een springtogt naar Neederland wenschte te doen. - Weshalven dan Suppl=t de vrijheijd neemd, zig needrigst te keeren tot Uwel Edele Gestren E Agtb: ootmoedig verzoekende, hem daartoe neevens zijne huysvrouwe te willen verleenen gracceude passagie, met eene der in de helfte ofte het laatste van de aanstaande maand appril van van hier te vertrecken staande Retourschaappen der E Comp=ie ofte met eenig ander Particulier Schip. Ende zulx met de gepermitteerde kisten en Bagagie toegestaan, aan een vryburger volgens de Reglement van Batavia. — Bereijd zynde, om de daartoe staande Transport en kostgelden voor Logis en Tractement in de Cajuyt, alhier in Cassa der E Comp=e te voldoen. — Terwijl den Supplt. overigens, om zyn Boedel en affaire alhier, vooraf in behoorlyke ordre te kunnen brengen, op deezen requeste, instantig is versoekende, gra¬ cieusen en spoedige appostelle. — /:onder=stond:/ 'T welk doende &=a /:was geteekend:/ J: M: Redelinghuijs. - /:in margine:/ Cabo de goede Hoop p=mo Maart 1785. — Accordeerd. Ca llever NLorak en No 3 Copie Aan den Wel Edelen Gestr Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop & & & beneevens den E Agtb Raade van Politie. — Wel Edele Gestr Heer en E Agtb: Heeren. 2 Eerbiediglijk vertoond Johannes Roos, vrij Burger en Ingezeeten te Drakensteyn. Hoe den suppl=t wel gaarne ter in order brenginge en afdoeninge, van zeekere bij zyn laatste aanweezen in Neederland onafgedaan gebleevene Familie en an„ dere zaaken, nu weederom eene reyze derwaards wenschte te doen. — Weshalven hij dan de needrige vrijheijd neamd zig te keeren tot Uwe wel Edele Gestr: en EAgtb: met ootmoedige en Instantige verzoeke Uwe Wel Edele Gestr. en E Agtb: Gelieve hem, daartoe neevens zyne huysvrouwe, en vier a vyf kin„ deren, successivelyk van drie maanden, tot Zeeven Iaaren oud, en een slavin gracieuse Transport Transport te verloenen, met eene der retour scheepen, welke in de helft of het laatste der aanstaande maand april van hier staan te vertrecken En zulx met de gepermitteerde kisten en bagagie van een vrije Burger, volgens regle ment van Batavia. — synde den suppl=t bereijd, de daartoe staande Transport, en kostpenn:, voor Logies en Trac„ tement in de Cajuijt, alhier in Cassa der EComp=s te betalen. — Terwijl hij overigens, om zig bij tyds tot het doen der reyzen te kunnen verzorgen en in staat stellen, mitsg=s om zynen boedel en Effecte, neevens zyne hier blyvende kinderen onder de veylige administratie zyner na„ bestaande vrienden en gemagtigdens te kunnen laten, over zulx op deezen needrige requesten, reverentelyk is imploreerende om spoedige, en gunstige apostille. — /:onderstond:/ Twelk doende &=a /:was geteekend:/ I: Roos /:in margine :/ Caap der goede Hoop den 7 Maart 1785. Accordeerd:— Aazorak Ey Clereg O epen, ourst 1785. No 3 Leijst van sodanige persoonen als er p:r 't schip de O. Enchuijzen Wijnanda Luberta voor de Camer Rensterzan uijt dit Gouvernement Repatrieeren met aanwijsing Wie van hun heele dan wel geen douceur genieten de onderstaande persoonen kunnen in 't Ouder land komende gandeeren van 't douceur als bij 't reglement van den Jaare 1742: beloofft 1 Coppendag motd: „ Christlandd d. „ aderstan d „Tangense do Van 't Verongelukte schip Bredenrode dewelke ingevolge Politecq Raads: besluijt sub„ dato 21 deser. Wederom. Employa bel zijn verklaart en in dienst der E Comp aangenoomen w 142 Joseph: de koning „ Weesp ofpctem „ 17 Jan Lemberg Slokh: bootsmansn om zijn dienst als quartiermeester te Presteeren met behoud van gagie werdende omtrent de Priemie aan 't goed vinden van hun wel Ed. Groot Agtbaare de heere massorts gedeforeert gelaten Dirk de Boekhorst v: heemsted= offf: met met afge schreve gag als passagiers Sonder Trans: port geld te Voldoen: Waar voor den Capit: van desen bodem Sybrand Birksig schriftelijk heeft verbond. of 13: Adam Sommer. „ 13 Lourens Holm 15 Nelis Claasz „ 14 Fiebert Bastiaan 13:
English
Without enjoying any bounty or gratuity: Number 20: Willem Hendrik Teel van Coeverden, writer of the Artisan Quarter, together with his wife Gerritje Goosen and their little daughter named Johanna Everhardena, in order to cross over free of transport costs pursuant to the Council of Policy resolution dated 19 April last, by reason of his impoverished condition and inability to pay. In the Castle of Good Hope, the 26th of May 1785. WVEchter Passengers: 3. No 7 NB Letters and Papers from the Cape, 23 August. Dated 26 May 1785. Six four. Per the ship De Vrouwe Wijnanda Luberta, arrived 1786. Hereafter is also added: Letters and papers from the Cape dated 23 August 1785 per Les Quatre Freres. Original missive from the Ministers to the Seventeen, dated 13 August 1785, folio 76 to 126. Register of the letters and papers which, under the date hereof, are dispatched from here to the Most Noble and Right Honourable the Gentleman Commissioners, Directors, and Plenipotentiaries at the Assembly of Seventeen, as well as to the Noble Gentlemen Directors of the respective private Chambers, per the Prussian private ship Les Quatre Freres, namely: Number 1. Sewn in. Original missive addressed by the Noble Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaff and the Council of this place to the said Most Noble Gentlemen Seventeen. Ditto. Sewn in. Ditto by the aforementioned to the Noble Gentlemen Directors of the private Chambers noted in the margin. Number 2. Duplicate with some enclosures according to the attached register, which departed last under date of 26 May past to the said Most Noble Gentlemen Seventeen with the ship De Vrouwe Wijnanda Luberta. Number 4. Sewn in. Enclosed documents concerning the accusations and complaints against the captain of the Zeepaard, Hendrik Swart, consisting of: An account from the Commander of the military stationed on that vessel, Johan Jacob Willem Baxman. Eight depositions from several crew members of the aforementioned ship the Zeepaard. A declaration from the Junior Merchant A. P. W. C. van Idderinge, who arrived on that vessel. A ditto from the Land Surveyor E. P. J. van Hasselt. Number 5. Sewn in. Authentic copy of the report of the Master of Equippage of this government, Justinus van Gennep, and the Junior Merchant and Postholder at False Bay, Christoffel Brand, who were commissioned regarding the transfer of command of the ship the Zeepaard to the Master Christiaan Stuur, concerning what occurred on that occasion. Number 6. Sewn in. Letter written by Captain Hendrik Swart, who commanded the aforementioned ship the Zeepaard, to the Lord Governor and Council here. Number 7. Sewn in. Authentic copy of the declaration given and signed by the petty officers and some of the common crew of the Zeepaard at the requisition of the aforementioned Captain Swart. Number 8. Sewn in. Orders and Instructions given to the captains of the ships the Meermin and the Meeuwtje on their expedition to search for the Company's missing ships. Number 9. Sewn in. Reports from the Fiscal pro interim, Gabriël Beker, regarding the investigation conducted into the shipwreck of the China return ship Brederode. Number 10. Written advice from the Master of Equippage of this government, Justinus van Gennep, together with the sea captains commissioned with him relative thereto. Number 11. Sworn account of the salvaged master and mates of the aforementioned shipwrecked ship Brederode, concerning the disaster that befell that vessel. Number 12. Pay Office. Duplicate muster roll of the outbound ship Sparenrijk. Number 13. Sewn in. Authentic copy of the declaration given by the officers of the ship De Paarl concerning the cleaning and keeping clean of that keel. Number 14. Pay Office. Account of what was supplied to the aforementioned Dutch private ship De Vrouwe Wijnanda Luberta. Number 15. Merchandise. One original and one copy of the short invoice of the cargo laden at Batavia, both in the bearer of this, the Prussian private ship Les Quatre Freres named in the heading, and in the Dutch private ship De Vrijheid following next. Number 16. Sewn in. Original petitions of the Junior Merchant Olof Godlieb de Wet and the Bookkeepers Hendrik Lodewijk Bletterman and Egbertus Berg, wherein the first mentioned requests the rank and pay of Merchant, and the two last mentioned those of Junior Merchants. Number 17. Sewn in. List of foreign ships that have appeared at this government since 16 May past. Number 18. Account of what was supplied here locally to the bearer of this, the aforementioned ship Les Quatre Freres. In the Castle of Good Hope, the 23rd of August 1785. 23 August 1785. Missive from the Cape Ministers dated 23 August 1785. Folio 76 to 126. Read in the Chamber of Zeeland, 20 February 1786. Our last respectful letter with De Vrouwe Wijnanda Luberta is attached hereto in duplicate. To the Noble and Right Honourable Gentlemen Directors commissioned to the Illustrious Assembly of Seventeen, representing the General Chartered East India Company of the Netherlands, at the Presidial Chamber of Middelburg. Per the Prussian private ship Les Quatre Freres. High and Mighty Lords, Noble, Valiant, Right Honourable, Highly Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen. Departure of the outbound ships Java to Batavia and Sparenrijk to Ceylon. With the private ship De Vrouwe Wijnanda Luberta, chartered by the Noble Company, which put to sea from False Bay on the 7th of last June, we hope that, following its prosperous voyage, our respectful letter of 26 May past has already long before the arrival of this one been delivered to your Noble and Right Honourable Lordships, of which we take the liberty to have the duplicate accompany this letter; the ship Java having also departed on the 31st of the aforementioned month of May for Batavia, and the ship Sparenrijk on the 29th of the same month before that for Ceylon; since then, having arrived on the 2nd of this month in the roadstead here, the
Dutch transcription
Sonder genieting van Eenige Priemie ofte douceur af 20: Willem Hend:k Teel v: verCoeverd„ schrijver van 't Ambog quartier Neevens deselfs huijsvrouw Gerritje Goosen en hun lieden Dogtertje gen Johanna Everhardena omme in gevolge Politiqraad besluijt sub dato 19 April Jongst uijt hoofde van sijn armoedige testand en omvermogen Transport vrij over te Vaaren In 't Casteel de Goede Hoop den 26. Meij 1785 WVEchter Passagiers 3 „ No 7 NB Brieven en Papieren van de Caab 23 Augs: Dato 26 Meij 1785. Zes quatres Per 't Schip De Vrouwe Wijnanda Luberta Freres overgekomen 1786. Hier agter is nog Gevoogd: Brieven en Papieren Van de Caab dato 23 August: 1785 p:r. Leb & Freres. orig: miss: van de mins aan de 17e. in d:o 13 aug:s. 1785. Ro. 76 a 126 Register der brieven N 1. Ingenaait. Zet Idem. en papieren, dewelke sub dato deezes van hier werden afgezonden, aan haar wel Edele Hoog Agtb: de Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen en gevolmagtigdens ter Vergade„ ring van Seeventhienen, als meede aan d'Edele Heeren ve Bewindhebberen der respe. part=ae Cameren p 't pruijssich part„ schip les Quatra Fréres Namentlijk. - Origineele Missive door de Edelen Peer Gouverneur Cornelis Jacob van de Graaff en den Raad deezer plaatze aan hoogst ged. Heeren 17=nen gerigt. - door als evengem: „ aan d'Edele Heeren bewindhebberen der in margine beteekende part=re Cameren- _o met eenige bijlagen volgens byleggend Register laatst onder den 26 maij pass=o aan hoogst ged heeren 17nen met 't schip de Vrouwe wijnanda Luberia afgegaan. Duplicaat P ƒ 2 2 A - Ingenaait Jngenaait Jngenaait N:o 4 Documenten betreffende dinleggende beschuldiging en klagten jee„ gens den Capn van't Zeepaard Hendrik Swart bestaandeen Een Relaas van den op dien bodem be schyden Commandeur der militairen Johan Jacob Willem Baxman Acht Verclaringen van eenige scheeps lingen van't opgem: schip 't zeepaard Een Declaratoir van den met dien bodem uijtgekomen ondercoopman A p: W: C: Van Idderinge Een dito van den Landmeeter E: P: J: van Hasselt. N:o 5. Copia Authenticq bericht van den Equipa„ „giemeester deses gouvernements Justinus van Lennep, en den ondercoopman en Posthouder inde Baaij Fals Christoffel Brand dewelke zijn gecom„ „mitteerd geweest tot overgane Van't Commando van't schip T Zeepaard aanden gezaghebber Christiaan Stuur betreffende het geene bij die geleegendheijd is voorgevallen. Brief door den op voorm: schip 'T Zeepaard ge„ „commandeerd hebbende Cap:n Hend=k Swart aan denselven heer gouverneur en raad alhier geschreeven. 2 § 6 Ingenaait. Ingenaait: Ingenaait. Ingenaait Ingenaait: onder deks officieren en eenige van't gemeene scheeps volk van 't Zeepaard op requisitie van voorm: Cap=n Swart gegeeven en geteekend. — n:o 7 Copia authenticq Verklaring door de Ordres en Jnstruc„ „tiën aan de Cap=n der scheepen de Meermin en't Meeuwtje op hun L: Expeditie te oprspeu„ „ring van 'sComp. vermiste scheepen meede gegeeven— berichten van den pro interim Fiscaal Gabriël Beter betreffende het gedaan onderzoek nopens het ver„ ongelukken van't Chinas betourschip Breedero de Schriftelijk advijs van den Equipagiemeester deese gouvernements Justinus van Gennep beneevens hem ge„ committeerd geweest zijnde, zee Cap=ns daartoe telatie beëedigd Relaas van de gesalveerde schipper en Stuurlieden van 't opgem: Verongelukte schip breedero de beteffende het ongevaldien bodem overgekomen 12 Duplicaat Monsterrol van't uijtkomend schip Sparenrij 13 Copia Authenticq Verklaring door d'overhee„ den Van't Schip de Paarl Ingenaait soldij Comptoir nopens 8 5 10„ 5 2 soldij Comptoir Koopmanschap pen: Ingenaait. Ingenaait 14 Reecq: van't geene aan't hiervoren gem: Boll: part:s schip de Vrouwe Wynanda Luberta is Verstrekt 15 Een Origineele en Een Copia korte factuur Van't geladene tot Batavia zo in brenger deeser het in den hoofde gem: pruijssich part„ Schip les Quatre Freres, al ii't te volgenstaande. Poll: part: / schip de Vrijheijd 16 Origineele Requesten van den onder„ coopman, Olof Godlieb de Wet ende Boekhouder Hendrik Lodewijk Bletterman en Egbertus Bergs, waarbij eerstgem: versoekt den quali„ „teit en gagie van Koopman ende & Twee laatstgem: die van ondercooplieden. — Eijst der Vreemde Naties scheepen die zeedert den 16 maij pass=o aan dit gouvernement zijn Verscheenen - 18 Reecq: van't geene hier ter plaatze aanbrenger deezes het opgem: schip les quatr Ireres is Verstrekt geworden In't Casteel de Goede Hoop den 23 aug:s 1785— nopens het rijnigen en schoon houden dier kiel verleend. - oc s 69llerg ƒ & E e ƒ 23 Aug:s 1785. Missive van de Caabsche Ministers dato 1 we in es de heijd drik a bij ie pass=o 170 a 76 Gelezen ter Kamer Z. 20 Febr: 1786. Dawia ons laatst Eerbiedig schrij„ „vens met de Vrouwe wij„ „nanda Luberta gaat hier nevens in duplicaat Gecommitteerd ter Illustre Vergadering van seeventhienen Repraesenteerende de generale Neederl: g'octroijeerde Tot Aan de wel Edele Hoog agtb: Heeren Bewindhebberen Oost Indische Compagnie ter praesidiale Camer P=r 't pruijsises part: Celle Les Quatre Freres. Hoog Gebiedende Heeren Met het bij d'E Comp: in gesuuverd particulier schip de Trouwe Wijnanda Luberta hetwelk op den 7 der laatst voorleedene Wel Edele Erntfeste, Hoog Agtb: Hoog Wejze voorsienige en zeer Genereuse Heeren Middelburg Maand 61 Vertrek de uijtkomende scheepen Iavana batavia en Sparenrijk na Ceilon Maand Iunij uijt de Baaij Fals; in zee is gestoken, hopen wij; dat nadies gelukkig volbragte rhijze reeds lange voor d' aankomst beek sch 2 deezes Uwe Wel Edele Hoog Agtb moge zijn toegebragt, ons Eerbiedi schrijvens van den 26 Maij be„ „vorens, waarvan de Vrijsijd neeme het Duplicaat deezen te doen Versellen, zijnde meede het Schip Java op den 31 der evengemelde Maand Maij naar Batavia en het schip Sparenrijk den 29 dito bevorens naar Ceilon vertrokken: zeedert op den 2 deezer hier ter rheede aangekoomen zijnde het in
English
Arrival of the bearer of this letter, the Honourable Company's chartered ship Les Quatre Frères, and of the private vessel De Vrijheijd from Batavia. Mentioned in the heading of this letter, the Prussian private ship Les Quatre Frères, chartered by the Company and loaded at Batavia, which, having repaired the loss of its rudder sustained in a violent storm on the 19th of the past month of July, and the topmast struck down by the storm, now lies ready to proceed on the voyage to the Netherlands at the first suitable opportunity, and to be closely followed by the ship Vrijheijd, likewise chartered by the Company and laden at Batavia; When the ships De Paarl and 't Zeepaard departed thither. The Vrijheijd, having departed from there on the aforementioned 17th of May, arrived here in the roads on the 17th of this month. The ships De Paarl and 't Zeepaard, after the first was provided with a new foremast and bowsprit, and the second, having been laden mostly with goods for this Government, the discharging of which in False Bay due to the shortage of required vessels there, as well as in order to provide the ship again with the necessary ballast stones in place of the unloaded cargo, which were also very difficult to obtain in the said bay, required a considerable amount of time, despite all possible haste applied thereto; not having been able to be dispatched from False Bay any earlier, the first proceeded on its voyage from there to Batavia on the 25th and the other on the 28th of the frequently mentioned last past month of July. Complaints and accusations that arose against the Captain on the aforementioned ship 't Zeepaard, Hendrik Swart. And we find ourselves obliged to bring to Your Right Honourable Excellencies' knowledge that various complaints and accusations have been lodged against Captain Hendrik Swart, commanding that vessel 't Zeepaard, concerning his conduct and mistreatment of the common ship's crew. Whereupon the necessary inquiries were immediately made, and to that end the required statements were gathered from some of the crew members; Wherein the same mainly consisted. From which inquiries it became apparent that the accusations against their Captain consisted in this: that he had not only in general exercised a far too excessive severity in punishing the crew, but particularly, and which served principally as a charge against him, that he had of his own accord subjected a certain sailor stationed on the ship named Marten Axel to such severe and excessive punishment For which reasons it was necessary to resolve to remove the said Captain Swart from duty and to place him on the ship De Paarl. that this sailor came to pass away a few days thereafter. But since it was not feasible to conclude this matter by formal proceedings before the Court of Justice here without holding the ship 't Zeepaard here for that purpose for a considerable time longer, we therefore judged it most advisable, and consequently had to decide in the best service of the Company, in order to maintain good order and peace on that vessel, To transmit all the collected inquiries relating to that matter to the High Government of the Indies. to transfer the said Captain Hendrik Swart from the same to the ship De Paarl, in order to sail therewith out of service to Batavia. While we, with the former vessel in original and with 't Zeepaard in copy, have conveyed to the Gentlemen of the High Government of the Indies the aforementioned judicial inquiries gathered here, as well as two depositions submitted to the undersigned Governor by the Junior Merchant Master Anne Willem Carolinus van Iddekinge and the Land Surveyor Jacob Gerard Johan van Hasselt, who both came over on the previously mentioned ship 't Zeepaard, regarding the aforementioned unruly conduct of Captain Swart. As well as to entrust the command of 't Zeepaard to the Master of the ship 't Huijs te Spijk, Christiaan Stuur. The command of the said ship 't Zeepaard being assigned to the Captain-Lieutenant and Master of the ship 't Huijs te Spijk, Christiaan Stuur, as being known as a capable and experienced seaman. In order to hand over to him the frequently mentioned ship 't Zeepaard with its inventory and appurtenances according to the orders of the Honourable Company, and to transfer Captain Swart to De Paarl, there were specifically commissioned the Sea Captain and Master of Equipage Justinus van Gennep, and the Junior Merchant and Post Holder in False Bay, Christoffel Brand. What occurred, however, with the Captain Swart, officers, and the common crew upon the execution of these arrangements. Having hoped and expected that this provisionally devised arrangement would have been sufficient for the purpose intended thereby, we had to learn with great surprise from the report of the said Commissioners: That the Commissioners, in execution of what was requested of them, having summoned the aforementioned Captain of 't Zeepaard, Hendrik Swart, ashore, disclosed to him the contents of the aforementioned commission and read it to him, notifying him that since the order contained therein was to be executed the following day, and in consequence thereof the command of 't Zeepaard was to be assigned to Master Christiaan Stuur, he, Captain Swart, should therefore for that time
Dutch transcription
77 arrivement van brenger deezes het voor d' E Comp:e schip zes quatze Preres en van het Poll: part: schip de vrijheijd van Batavia in den hoofde deezes gem: meede„ 's Comp: weegen afgehuurd en te Batavia bevragt Pruijssises beladene Druijs isestpart: schip les Duatre Freres, het welk na van het op den 19„e der laatstgepasseerde Maand Iulij in eenen heerigen Storm bekomen. verlies van desselfs Roer, en het door onweer weggeslagene Steng te zijn hersteld, thans gereed legt om met de eerste bequame geleegend„ „heijd de rijze naar Neederland te vervorderen; en nader gevolgd te worden, door het meede 's Comp:s weegen ingehuurd mitsgaders te Batavia afgeladen schip Vrijheijd wanneer de Scheepen de Paart en't zeepaard na derwaards zijn vertrok„ „ken. Vrijheijd het welk den 17=e Maij voormeld van daar Vertrokken weezende op den 17de deezer hier ter Rheede is g'arriveerd De Scheepen de Paarl en't Zeepaard na dat het eerste van een Nieuwe Fokke-Mast en boegspriet was voorsien, en het Tweede als meerendeels met goederen voor dit Gouvernement beladen geweest zijnde, welkers ontlossing in de Baaij-Fals mits het gebrek aan de benodigde Vaartuijgen aldaar, zo wel als om 78 om in steede der ontscheepte Lading het schip weederom met de nodige Ballast steenen, te voorzien, die in geciteerde Baaij meede zeer moeijelijk zijnde te bekomen, eenen geruijmen tijd heeft ko„ men te Vereijsschen, ongeagt alle daartoe aangewenden mogelijken spoed, niet eerder uijt de Baaij Fals hebbende kunnen werden gedepecheerd, heeft het eerste op den 25:' en het ander op den 28:e der meermelde Iongstvoor„ „leedene Maand Iulij de rhijze van daar na Batavia komen te vervorderen. En Voorgekomene klagten en beschuldigingen Jeegens den Cap=n op evengem: schip En vinden wij ons verpligt 'S Zeepaard Send=k swart. Uwe Wel Edele Hoog Agtb: ter kennisse te moeten brengen dat teegens den op dien bodem T Zeepaard Commandeeren„ „den Capitain Hendrik Swart ingebragt zijn diverse klagten en beschuldigingen betreffende desselfs gehouden gedrag en kwaade behandeling van het gemeene Scheeps-volk waarop direct desweegens zijn genomen, de nodige informatiën, en ten dien eijnde ingewonnen de Vereijschte Verklaaringen van eenige der Scheepelingen, uijt waarin dezelve hoofd, zakelijk hebben bestaan uijt welke Enquesten dan zijnde komen te blijken, dat de beschuldigingen Jeegens hun Capitain hier inne bestonden, dat denselven niet alleen in 't generaal eene zeer te Verre gaande gestrengheijd in't straffen van het volk had ge„ „oeffend, maar wel in't bijzonder„ en het geen principaal ten sijnen laste strekte, dat hij op eijgen privé zeekeren op 't Schip beschijden geweest zijnde mattroos gen: Marten Axel eene diergelijke strenge en buijtenspoorige straffe had doen 79 om welke reedenen men heeft moeten besluijten; ged: Cap=n Swart te stel„ len buyten dienst en te. plaatzen op 't schip de Iaars doen ondergaan, waardoor dien Mattroos wijnige dagen daaraan was komen toverlij„ „den: dan vermits het niet doenlijk was, deeze zaak bij formeele Procedures voor den Raad van Iustitie deezer te plaatze te termineeren, zonder het schip 'T Zeepaard ten dien eijnde nog een geruijmen tijd hier te moeten aanhouden, heb„ ben wij dierhalven raadzaamst g'oordeelt, en dienvolgens ten meesten dienste der Maatschappij moeten besluijten, om tot Conservo„ „tie van goede ordre en rust op dien Bodem in alle d'ingewonne Enques„ „ten tot die zaak betrekkelijk Indias De Regeering over te zenden 80 Bodem den gezegden Capitijn Hendrik Swart van hetzelve te verplaatsen op 't schip de Paars om daar meede buijten dienst naar Batavia over te vaaren; Terwijl wij met dien aan de heeren der Hoge Bodem in Originali, en met 'T Zeepaard in Copia, aan de Heeren der Poge Indiasche Regeering hebben doen toekomen de voorsz: alhier ingewonne Ius¬ „titieele Enquesten zo wel als Twee declaratoiren door den ondercoopman M:r Anne Willem Carolinus van Iddekinge en den Landmeeter Iacob Gerard Johan zer mitsg:s het Commando op 'T Zeepaard op te dragen aan den Gezag „hebber van't schipe huijs te spijk Christ=s Stuur Iohan van Hasselt dewelke leide met het voorwaards gem: schip 'T zeepaard zijn overgekoomen, nopens het voorsz ongereegeld gedrag van den Cap=n Swart aan den ondergeteekende Gou„ „verneur overgegeeven: zynde het Commando op 't zelve schip 'T Zeepaard opgedragen, aan den Cap=n Lieut= en Gezaghebber van't schip 'T Sluijs te Spijk, Christ=in Stuur als voor een bequaam en ervaren Zeeman bekend zijnde; om aan welken, het dikwerf„ gem: schip 'Tzeepaard met dies ap=l en dependentie navolgens d'ordre deeser schikkingen met den „ Cap=n swart en eenige zijner volk is voopgevallen. d'ordre der E Comp=e over te geeven, en den Cap:n Swart op de Paarl te doen overgaan, dan ook expresse gecommitteerd zijn geworden den Cap:n ter Zee, en Equipagiemeester Justinus van Pennep, en den ondercoopman en Posthouder in de Baaij Fals Christoffel Brand. wat egter bij s bewerkstellige, deeze provisioneel beraamde officieren en't gemeen scheepschikkingen gehoopt en Verwagt hebbende dat voldoende zoude zijn geweest, tot het daarmeede bedoeld eijnde, moesten wij met veel be„ „vreemding bij Rapport van de gem: Gecommitteerdens verneemen. dat 81 dat zij Gecommitteerdens in opvolginge van het aan hun ge„ „demandeerde, voorsz: Cap: van't Zeepaard Hendrik Swart aan Land hebbende doen komen, aan denselven hadden opengelegd den insoude de voorsz Commissie en gegeeven lectuure daarvan, met aanzegging, dat nadien de ordre daarin vervat, daags daar aan stond te werden geexecuteerd en ingevolge vandien, het Com mando van't zeepaard, aan den Gezaghebber Christiaan Stuur opgedragen, hij Cap=n Swart zig dierhalven voor die tijd zoude
English
could keep himself retired, but which had been answered by him by saying that, regardless of this, he would be present at the execution of the said Commission. That they, the Commissioners, hereupon, having gone aboard the Ship 'T Zeepaard the following day, had read the Commission aloud both to the officers and the entire crew of that vessel, and at the same time communicated that they, the Commissioners, had come on board expressly in order, pursuant to the contents of the Commission, to hand over the command to Commander Christiaan Stuur, who was also present there, and to introduce him as such, with a serious recommendation in the name and on behalf of the undersigned Governor to acknowledge, respect, and obey the said Commander Stuur in the command entrusted to him. That Captain Hendrik Swart, who until then had kept himself retired, nevertheless having come forward contrary to the announcement so clearly made to him, had substantially called out to the crew: Men, have I ever mistreated you! Have I not given you everything that is due to you, and do you furthermore know of anything to say against me? — to which questions it had been answered with a confused shouting by the crew, no. In addition to which it was further called out by the other deck officers, among whom principally the Boatswain and Boatswain's Mate, and the common crew: we do not want to sail without our Captain. Some of the same having declared not to be willing to sail with the ship without their Captain. That they, the Commissioners, in order to get out of this confused shouting and yelling, went into the cabin and, having summoned to them there the Captain Lieutenant, the First Lieutenant, as well as the Two Sub-Lieutenants of the ship 'T Zeepaard, had put to those officers and firmly asked whether they were inclined and prepared to acknowledge Commander Christiaan Stuur, who was now placed in command of the ship, therein and to show him the respect due. To which, amongst other things, it was answered by the said officers that they shall and must comply with the orders of the Noble Lord Governor and the Council, though with regret, and signed and delivered a writing thereof. That they, the Commissioners, hereupon had also summoned to them the principal petty officers, among whom especially the Boatswain, Gunner, and Boatswain's Mate, and having put to them the same question, whether they were inclined and prepared to obey the orders of Commander Stuur who was placed in command, this was answered by the said petty officers with No, and they requested to be allowed to leave the ship along with their Captain. While, alongside the mentioned Lieutenant van den Bogaard, he principally also came in opposition to our aforesaid arrangement. That subsequently a paper was handed to them, the Commissioners, by the Boatswain, signed first by himself and subsequently by all the other petty officers and some of the common crew, adding that the intention of the ship's crew could be seen from that paper. That after all this was finished, the Lieutenant of the ship 'T Zeepaard, Paulus van den Bogaard, had approached them, the Commissioners, with a rather brusque demeanor, which however seemed to arise from a little drunkenness, asking whether the Captain Lieutenants of the ship were not deemed capable enough to exercise the command of that vessel instead of Commander Stuur who was placed therein, being lower in rank: with the further addition that he, Lieutenant van den Bogaard, could not remain an officer, because no reflection was made upon the declarations which he as well as the other officers of the ship had given upon requisition and to the advantage of the Captain, and that they must therefore certainly be regarded as perjurers, over and besides more other expressions, the literal content of which had already escaped the memory of the Commissioners. — Which Report was accompanied by the declarations mentioned in the same, being by the Boatswain, the Boatswain's Mate, most of the other deck officers and some common crew together to the number of 49 persons, but for the greatest part signed with a cross mark; all of which having been taken into further consideration at our meeting of the 17th of the last-passed month of July, we have found that the conduct of the same Swart conflicts entirely with the obedience he owed to our established orders, which conduct of Captain Swart is particularly in this matter considered as contrary to the owed obedience under his orders, as having attempted to mislead the ship's crew and to inspire into the same a beginning of mutiny, and that moreover the calling out to the ship's crew in order, as it were, to have his conduct justified by them according to the tenor of the Report, as well as having a declaration signed by a part of the crew, were matters that not only showed to what outrages he was inclined to mislead the ship's crew, but that also, thereby indeed, a beginning of mutiny had been inspired into the same, and to forge a following among the same, not only very presumably by the preparation of minds previously made to that end upon the calling out during the execution of the Commission whether they had anything to bring against him, the Captain, upon that question, but also
Dutch transcription
82 zoude kunnen geresireerd houden, dog hetwelk door hem was be„ „antwoord met te zeggen, dat hij des ongeagt bij het uijtvoeren der ged: Commissie zoude praesentd zijn. dat zij Gecommitteerdens hier op, zig des anderen daags naar Boord van't Schip 'T Zeepaard hebbende begeeven, de Commissie zo aan d'officiers als de geheele Equipagie van dien Bodem, had, „den voorgeleesen, en teffens daar bij gecommuniceerd dat zij Ge„ „committeerdens expres aan boord waren gekomen, ten eijnde ingevol„ „ge hebbende eenige van deselven gedeclareerd zonder hunnen Cap=l met het schip niet te „ge den inhoude der Commissie, het Commando aan den meede aldaar praesent zijnden Gezag „hebber Christiaan Stuur over te geeven, en denzelven als zodanig voor te stellen, met ernstige recommandatie uijt Naar ende van weegens den ondergeteek Gouverneur Ged: Gezaghebber Stuur in het hem opgedragen Commando terkennen, respecteeren, ende te gehoorzamen. dat den Cap=n Hend=k Swart, willen meede Jaren. die zig tot dus lange hadde gere„ „tireerd gehouden, egter als toen teegens de hem zo duijdelijk ge„ „dane 83 „dane aankondiging, te voorscehijn gekomen zijnde, het volk substan„ „tieelijk had toegeroepen Mannen heb ik UE Ooijt mishandelt! heb ik UE: niet alles gegeeven en weet dat uw toekomt. Gijlieden ook verders iets op mij te zeggen: — op welke vragen, met een verward geroep door 't volk was geantwoord, neen. boven hetwelk nog door de Verdere deks-officieren /:waar onder principaal den Bootsman en Schieman, en 't gemeene Volk was uijtgeroepen, wij willen niet varen zonder onze Capitain. dat dat zij Gecommitteerdens, om uijt dit verward geroep en Geschreeue Captn. E te geraken, zig in de Camer begeeven en aldaar bij hun hebbende ontbo„ „den, den Cap=n Leeut: den Eersten Lieut;, beneevens de Twee Sous Lieut=s van 't schip 'T Zeepaard aan die officieren hadden voor„ „gehouden en stellig afgevraagd, of zijl geneegen en bereid waren den Gezaghebber Christiaan Stuur die thans in Commando op 't schip was gesteld daarin terkennen, en denselven het verschuldigt Respect te bewijsen. op welk een en ander door Ged: Officieren en daarvan een geschrift geteekend en overgeleeverd. 84 officieren was geantwoord de ordres van den Edelen Heer Gouverneur en den Raad te zul„ „len en ook te moeten naarkomen Schoon met leetweesen dat zij Gecommitteerdens hierop de voornaamste onder deks-officieren waar onder bij„ „zonder den Bootsman, Consta„ „pel en Bootsmansmaat, meede bij zig hadden ontboden en aan hunl: dezelfde Vrage, of geneegen en bereid waren, d'ordres van den in Commando gestelden Tezagheb¬ „ber Stuur t'obedieeren voorge„ steld zijnde, zulx door Ged: onder officieren terwijl neevens gem: Lieub: van den Bogaard wel principaal mede teegens arrangement in oppositie is gekomen. officieren was beantwoord met Neer en Verzogt neevens hunnen Capitijn van't schip te mogen afgaan. dat vervolgens door den 6oors„ „man aan hun Gecommitteerdens was ter hand gesteld een Papier„ door hem selven eerst, en Vervol„ „gens door alle d' andere onder dff„ „ficieren en eenige van't gemeen volk geteekend, met bijvoeging dat deuijt dat Papier, konde werden gezien d'intentie van't Scheepsvolk. dat na dat dit alles was af„ onze voorsz gemaakt gelopen den Lieut: van 't schip TZeepaard Paulus van den Bogaard 85 Bogaard zig bij hun Gecommitt=s had vervoegd met eene Vrij brus„ „que Zouding, het geen egter scheen uijt een wijnig dronkenschap voort te komen, vragende of de Cap=n. Lieut:s van't Schip niet voor bequaam genoeg wierde g'oordeelt om't Commando van dien bodem in plaatze vande daar in ge„ stelden Gezaghebber Stuur als minder inrang zijnde, te roeren: met verdere bijvoeging dat hij Lieut: van den Bogaard geen officier konde blijven, ver¬ „mits geene reflexien wierden ge „slagen op de Verklaringen die hij zo welk gedrag van den Cap=n Swart bijzonder in deesen is geconsidereerd als strijdig ge hoorzaameijd onder s fordres zo wel als d'andere officieren van't Schip ter requisitie en ten voordeele van den Capitain hadden gegeeven, en dat zijl dus zeeker moesten werden aangemerkt als mijnbedigers, boven en be„ halven meer andere expressiën welkers woordelijken inhoud hun gedommitteerdens reeds uijt het gezeugen was gegaan. - Welk Rapport verseld was, teegens de verschuldigde van de bij hetzelve vermelde ver„ „klaringen, zijnde door den Boots„ „man, den Schieman de meeste tra der verdere deks officieren en eenig gemeenen tezamen ten getalen van 86 als hebbende het scheepsvolk tragten te vervoeren en aan „ hetzelve een beginzel van van 49 Perzonen dog voor 't grootste gedeelte met een kruijs „merk geteekend; al het welk bij onze vergadering van den 17. der Jongst gepasseerde Maand Iulij nader in dverweeging genomen zijnde, hebben wij bevonden, het gedrag van denselven Swart, volkomen aan te lopen teegens de gehoorzaamheijd die hij aan onze gestelde ordres verschuldigt was, en dat bovensdien het toeroe„ „pen aan het scheepsvolk om sijn gedrag als het ware door hetzelve mutinatie ins te boesemen, te doen Iustificeeren na den teneur van't Rapport zo wel als het doen ste ste aansang onder hetzelve te Smeeden. doen teekenen eener Verklaring door een gedeelte der Equipagie zaken waren die niet alleen aan„ „toonden, tot welke buijtensporig„ „heeden denselven wel inclineerde het Scheepsvolk te vervoeren, maar dat ook, daar door inder daad, een beginzel van mutinatie aan hetzelve was ingeboezemd„ door niet alleen zeer vermoedelijk met de ten dien eijnde voorafge en zig daar door eenen gane preparatie der gemoederen lij het uijtroepen onder de uijtvol „ring der Commissie of zijl: iets teegens hem Capitain in te bre„ „gen hadden, op die afvrage maar ook
English
were above him, in a letter addressed to us, complained in a rather brusque manner about our adopted measures, which, however, without the least diminution of justice, were solely intended to restore good order and peace on the ship; also subsequently, by causing the declaration itself to be signed, as if putting it into the mouths of the crew that they would not sail with the ship without the command of him, Swart; and by which actions he, Swart, had thus sought to forge an opposing faction among the crew; just as also further to be regarded as an effect of the passion to which he had abandoned himself is the above-mentioned letter addressed to this Government, containing a brusque reproach as though one, without his being heard, had already condemned him, whereas the measures taken by the undersigned showed precisely the contrary; because on the one hand, to prevent a hasty trial of the said Swart through the lack of many necessary pieces of information concerning the charges brought against him, for the gathering of which the Company's vessel inevitably would have had to be detained here for a considerable time, and on the other hand, because of the consequences which one had to fear from the conduct of him, Swart, on a vessel where, so far as the said information showed, he had committed the most improper excesses in punishing; whereupon we were also obliged to take further measures, by which we merely, with the least diminution of justice and to restore good order on the ship de Paarl, transferred him out of the service. We therefore found ourselves compelled by this and other matters to take such further measures as soon as possible as could serve to mitigate the further dreaded consequences that might arise from such deliberate conduct to the detriment of the Company; and pursuant thereto, the Postholder in Baaij-Fals was also immediately written to and ordered to summon the aforesaid Captain Swart from aboard to him, and in our name, under the officer of the detachment of military personnel there, to keep him in close arrest until the moment that the ship de Paarl prepared to depart, and pursuant thereto to keep Captain Swart under arrest on land until the departure of the ship de Iaars and then place him upon the same, and then, under escort of the officer, to have him transferred to that vessel, in order, according to the previously taken decision, to sail across with it, out of the service; as well as that he, the Postholder, should likewise summon from aboard to him the Lieutenant on the said ship 'Tzeepaard, Paulus van den Bogaard, and on account of his conduct in the above-mentioned case, have him transferred to 'T Huijs te Spijk until further orders, in similar arrest, likewise placing Lieutenant van den Bogaard under arrest on the ship 'T Hueijs te Spijk, in order thereby to cut off further harmful communications between him, the Lieutenant, as well as the Captain and the crew; just as also our order was furthermore to have the Boatswain, Gerrit van Os, and the Boatswain's Mate, Hendrik Loggel, as having on the aforesaid occasion been the leaders, spokesmen, and first signers of the declaration, put in irons and likewise transported to the aforesaid vessel 'T Huijs te Spijk, as well as to have the boatswain and boatswain's mate transported to that vessel as the chief leaders and signers of the declaration; after which the Postholder, together with the Equipment Master, were to proceed on board the said ship 'T Zeepaard, and cause the signers of the declaration, framed in threatening terms, to come on deck, and to ask them whether they had well understood the content of the said declaration signed by them, in order to seriously reprimand their conduct and punish the other signers of the document, so that if there should be any among them who obstinately persisted in refusing to sail with that ship without the command of Captain Swart, to have such persons also transported, by the military personnel present at Baaij-Fals, from that ship on board 'T Huijs te Spijk until further orders; all of which was also executed with good success; but that upon their showing remorse, they should all be severely reprimanded for that conduct, and in the presence of Commander Stuur admonished to their duty and obedience. All of which having been executed by the aforesaid Commissioners in Baaij-Fals in such manner with happy success, the transfer of Captain Hendrik Swart to the ship de Paarl, as well as that of Lieutenant Paulus van den Bogaard, Boatswain Gerrit van Os, and Boatswain's Mate Hendrik Loggel, to 'T Huijs te Spijk, took place accordingly; what was testified by the signers of the aforesaid declaration in their excuse in this matter; and in their stead, Commander Christoffel Stuur, together with the Lieutenant of the aforesaid ship 'T Huijs te Spijk, Jan Hendrik Dekkerik, along with another Boatswain and Boatswain's Mate, were placed on the aforesaid ship 'T Zeepaard; on which occasion, by the other petty officers and common crew who, besides
Dutch transcription
waaren boven denselven bij eene Missive aan ons gerigt zig op eene Vrij brusque wyze heeft be„ klaagd over onze geno„ mene maatreegulen ook vervolgens door het doen teeke„ „nen der Verklaring zelve, even als in den mond van 't scheepsvolk te leggen, dat zij met het schip niet wilden meede varen, zonder Commando van hem Swart; En door dewelke bedrijven hij Swart dus eenen oppositen aan„ „hang onder 't volk had zoeken te Smeeden; zo als ook nog nader voor een uijtwerksel des passie waaraan hij zig overgegeeven had, te houden is, de bovengem: aan deeze Regeering gerigte Brieff behelzende een brusq verwijk als of men hem zonder verhoord te werden 87 ge die egter zonder de minste Verkortinge der Justitie alleen waren strekkende tot redres der goede ordre en rust op 't Schip werden reeds veroordeelt had, daar evenwel, de maatreegulen die bij d'ondergeteekendens genomen waren, juijst het teegendeel aan„ toonden; alzo men aan d' eene zijde om een overhaaste te regt stelling van denselven Swart diviteeren door mancquement van veele dienstige informatiën, ten belange der teegens hem in„ „gebragte beschuldigingen tot ruel„ „kers inwinning onvermijdelijk 'S Comp:s Bodem nog een geruij„ men tijd alhier zoude hebben moeten werden aangehouden, en aan de andere kant om de gevolgen die men Waaromme wij dan ook genoodzaakt zyn geweest nadere mesures te moeten neemen. die men uijt het gedrag van hem Swart te vreesen had op eenen Bodem alwaar, hij voor zo verre de ged: informatiën meede bragten, de onbestamelijkste excessien in het straffen had ge„ pleegd, denselven slegts, tot de minste verkorting der Iustitie en om de goede ordre te redresseeren op 't schip de Paarl hebben doen overgaan buijten den dienst„ wij vonden ons dierhalven door dit een en ander genecessiteerd ten spoedigsten zodanige naderen mesures te neemen als dienen konden tot versoeding van de verdere 88 en volgens dezelve den Cap=n Swart aan Land in arrest te houden tot op vertrek van't schip de Iaars en hem als dan op hetzelve te plaatzen verdere gedugt werdende gevolgen die uijt een zodanig opzettelijk ge„ „drag ten nadeele de maatschappij zouden kunnen ontstaan: en is overeenkomstig dezelve, ook dadelijk den Posthouder in de Baaij- Fals aangeschreeven en gelast voorsz: Cap=n Swart van Boord bij zig t'ontbieden en van onzent weegen onder den officier van het detachement Militairen aldaar te houden in naauw arrest tot op het ogen „blik dat het schip de Paarl zig gereedmaakte om te vertrek„ „ken, en als dan onder geleide van den mitsg:s den Lieut: van den Bogaard ins„ gelijx in arrest op 't schip ' hueijs te spijk te stellen 89 den officier te laten overbrengen op dien Bademt, ten eijnde vol„ „gens bevorens genomen besluijt, daarmeede over te varen, buijten den dienst, als meede dat hij Posthouder Vervolgens den Lieut: op 't ged schip 'Tzeepaard Paulus van den Bogaard insgelijx van Boord bij zig zoude hebben te doen requireeren en ter zake van sijne gevoerde Conduite in het hiervoren gem: geval tot nadere ordre op 5 Puijs te Spijk laten overbrengen, in diergelijks arest, ten eijnde daar door af te Snijden de Verdere nadeelige als meede den bootsman en Schieman als d' eerste aanvoerders en Teekenaars meede op dien bodem te doen Transporteeren nadeelige Communicatien zoo wel tusschen hem Lieut: als den Capitain en het Scheepsvolk: zo als ook nog daarneevens onze der Verklaring en de boeien ordre was, om den Bootsman ƒ Gerrit van Os, en den Schieman van Hendrik Loggel, als bij voorsz stra geleegendheijd geweest zijnde de Hoofden, woordvoerders en eerste teekenaars der Verklaring, inde Boeiën gesloten als meede te doen transporteeren op voorm: Bodem 'T Huijs te Sijk na 't welk den Posthouder zig neevens den Equipagiemeester te begeeven hadden, aan Boord van't en d' overige Teekenaars van't geschrift over hun straffen. — van op ged: schip 'T Zeepaard ende Teekenaars des, in bedrij¬ „gende termen gestelde Verklaring te doen komen op het dek, mitsg=s deselve afte vragen, of zij wel begreepen hadden, den gedrag ernstig te doen be, inhoude van gezegde door hun onderteekende Verklaring, ten eijnde bij aldien zig onder hun mogten bevinden, die hardnekkig bleeven persisteeren, om niet met dat schip te willen mede varen zonder Commando van den Capitain Swart, de zulken door de in de Baaij Fals aan han„ „den zijnde Militairen tot nader ordre al hetwelk dan ook met goed succes g'Executeerd geworden is ordre van dat schip al meede te doen transporteeren aan boor„ van 'T Huijs te Spijk, maar dat bij het besonen van berouw deselve alle over dat gedoente wel ernstig zouden moeten wer„ den bestraft, en in praesentie van den Gezaghebber Stuur tot derselver pligt en gehoor„ „zaamheijd vermaand. welk een en ander door voorsz Secommitt:s in de Baaij- Fale in diervoegen met een gelukkig sulces g'executeerd zijnde, is dien„ „volgens de Verplaatzing van den Capitain Hendrik Swart op't wat door de Teekenaars der voorm: Verklaringe, tot hun C: verschoninge in deezen is betuijgd ge„ worden. op 't schip de Paarl, mitsg:s die van den Leeut Paulus van den Bogaard, den Bootsman Gerrit van Os, en den Schieman Hendrik Soggel, op 'T Huijs te spijk geschied, en daarteen, „gens den Gezaghebber Christ=r Stuur beneevens den Lieut van't voorsz: schip 'THuijs te Spijk Jan Hendrik Dekkerik, nee„ „vens een andere Bootsman en Schieman op 't voorm: schip 'T Zeepaard geplaatst. zijnde bij die geleegendheijd ook door de verdere onderofficieren en't gemeene scheeps-volk die, behalven an
English
except for the aforementioned Boatswain van Os and Boatswain's Mate Poggel, who signed the aforementioned declaration, it was testified to the Commissioners according to a verbal report that when the said declaration was presented to them for signature, nothing else was read to them from it except the testimony concerning the conduct of Captain Swart, and that they consequently, as far as this matter was concerned, could not have refused the signature, but that they had been left unaware concerning the further addition, of not wishing to sail with the ship except under the command of Captain Swart, which they had testified never to have intended, much less to have signed for, so that an offense was committed by them therein out of ignorance. Consequently, the said signatories, after having been severely reprimanded by the aforementioned Commissioners pursuant to our order for this offense committed by them, were, under promise of all due obedience in the future and a peaceful conduct, retained in their respective duties on the frequently mentioned ship 't Zeepaard; whereby, as far as was trusted, peace and good order on that ship was completely restored. And we therefore hope that all our planned arrangements cited here above may receive the honored approval of Your Right Honorable Nobles, while we offer to the same for further elucidation copies of all the inquests obtained here to the charge of the frequently mentioned Captain Hendrik Swart, and such other papers besides as are relevant to that affair and to which we most respectfully refer. We take the liberty to add here furthermore, that since the Commander of the soldiers, Iohan Jacob Willem Baksman, stationed on the above-mentioned ship 't Zeepaard, is compromised in the affair of the said Captain Swart, and also concerning him the exact same reason as in relation to Captain Swart has impeded the determination here of that which militates against him, we have had to resolve to let that Commander sail over to Batavia on the same vessel Zeepaard, though likewise out of service. Pursuant to what was advised in our humble letter of the 12th of the aforementioned preceding month of May, the vessel 't Huijs te Spijk, having transferred the goods and provisions from here to False Bay for the ships to arrive there, that ship set sail from there to Batavia on the 12th of this month with a cargo of wines and some other goods. In our respectful letter of the 12th of May last, Your Right Honorable Nobles having among other things been dutifully and provisionally given notice of our resolution to employ the frigate De Meermin belonging to this Government alongside the outbound ship 't Meeuwtje for the search of the Company's lagging return ships Overduijn and De Harmonie alongside the provision ship Zeeduijn, we shall now have the honor to bring further to the knowledge of Your Right Honorable Nobles regarding this that the said ships De Meermin and 't Meeuwtje, having since been made ready for that expedition, departed from this roadstead on the 9th of the past month of June. The Captains commanding them, Francois du Menij and Huijbert den Breem, having been ordered by a written instruction handed to them to steer directly from here to Rio de la Goa, in order to seek out the aforementioned missing vessels there first. That in case all three of the aforesaid missing ships should be found there, they must immediately attempt to rescue the same from their distress, and enable them to proceed hither. To which end there have been left in the ship 't Meeuwtje nearly all the equipment goods that were loaded therein for Batavia, while the crew of that small ship has been brought to 95 heads, of which conveniently 50 to 60 heads can be added to the ship or ships in need thereof, and in addition thereto a number of 15 to 20 heads can also be added from the crew of De Meermin without weakening the same too much, whereby one will then be fully capable of properly providing the aforementioned ships with crewmen, in which it is presumed their shortage will principally consist. That when all three of the ships shall have been found at Rio de la Goa and enabled to steer hither, 't Meeuwtje must return at once in order to report thereof; but De Meermin, being under such occurring circumstances destined for the slave trade, must pursue the voyage via Madagascar to Mozambique for the carrying on of that trade. However, in the event that not all three of the ships, but only one or two of the same, shall have been found at Rio de la Goa, they, after having enabled the same to depart hither, must then sail with both ships that were sent out for the discovery from Rio de la Goa to the Bay of Saint Augustin, in order to obtain report there whether the missing ship or ships might be there.
Dutch transcription
behalven opgem: Bootsman van Os, en Schieman, Poggel de hier„ „vorengem: Verklaring hebben onderteekend, aan de Gecommitt:s ingevolge mondelinge Rapport betuijgd geworden, dat ged: Verkla„ „ring aan hun ter teekening voor„ „gehouden weezende hun daar uijt niets anders was voorgeleesen als het getuijgenis omtrend het gedrag van den Cap=n Swart en en dat zijt derhalven voor zoo verre dit stuk betrof d'ondertee„ „kening niet hadden kunnen wijgeren, maar dat men Een onbewuest had gelaten aangaand es rand het des deselve onder recom„ randatie en belofte van en gehoorzaamen Vree„ zig gedrag in't vervolg zijn gelaten in derselver zeepaard. — 92 het verder bijgevoegde, van niet anders met het schip te wil„ „len meede vaaren, dan onder Commando van den Capitain Swart, het geen zij hadden betuijgd nimmer gedagt, veel minder daarvoor te hebben ge„ „teekend, zo dat door hun daar in onweetend was misdaan geworden: des ged: Teekenaars na dat over dit hunl: gepleegd res=re diensten op 't schip misdrijff door de hiervoren gemelde Gecommitteerdens ingevolge onze ordre Scherpe, „lijk waren bestraft geworden, onder belofte van alle anderen Verschuldigde gaande alle de Documenten deeze affaire betreffende hier neevens in Copia over. Verschuldigde gehoorzaamheid in het vervolg, en een vreed„ „zaam gedrag, zijn gelaten in derselver respective dien„ „sten, op het meermelde schip 'T Zeepaard; waarmeede zo veel men vertrouwde de rust en goede ordre op dat schip Volkoomen was hersteld; en hopen dus dat alle onze de om hiervoren aangehaalde be„ dien „raamde Schikkingen uwer Wel Edele Hoog Agtb: geëerde approbatie zullen mogen wegdragen: Terwijl wij Hoogst dezelve tot na„ doen gem: „ders hebbende men den Commandeur der soldaten van't Zeepaard gem: buijten dienst met dien Bodem naar Batavia doen Overvaren. — 93 „dere Elucidatie aanbieden, Copijen van alle de Lier ingewonne Enquesten, ten lasten van meermelden Capitain Hendrik Swart, en zodanige andere Papieren meer, als tot die affaire be„ „trekkelijk zijn en waaraan ons Eerbiedigst refereeren Wij neemen de Vrijseijd om reedenen als bezijden hier nog bij te voegen, dat aangezien den Commandeur der Zoldaten Iohan Jacob Willem Baksman op het bovengemeld schip 'T zee „paard beschijden in der zaak Vertrek van't Huys te spijk na derwaards met een Lading wijnen en andere goederen. - zaak van gedagte Capitain Swart is gecompromitteerd, en ook omtrend hem even die zelfde reeden als met relatie tot den Cap=n Swart g'impedieert, heeft, de termenatie alhier van't geen teegens hem militeerd, wij hebben moeten besluijten dien Comman„ „deur op denselven Bodem zeepaard, dog meede buijten dienst te laten overvaren. Ingevolge het gepraadriseerde bij onze onderdanige van den 12=e der opgem: voorl: Maand Maij den Bodem 'T Huijs te Wanneer de scheepen de Meermin en 't Neeuwtje neevens gem: vermiste scheepen van hier zijn ver„ „tropken. te spijk, de goederen en provisien van hier naar de Baaij Fals voor de aldaar aan te komene scheepen hebbende overgebragt, is dat schip met een Lading wij„ „nen en nog eenige andere goederen op den 12=e deeser vandaar naar Batavia onder zeil gegaan. — Bij onze Eerbiedige Let„ ter opspeuring van 's Comp„ teren van den 12„e Maij Iongstl: Uwe Wel Edele Hoog Agtb: onder anderen pligtschuldig voor„ „lopig kennis zijnde gegeeven van ons besluijt, omme tot het opspeu„ „ren van 's Comp: agterblijvende retourscheepen Overduijn en 94 de an de Harmonie neevens het provisie schip Zeeduijn tem„ „ploijeeren het bij dit Gouverne, ment gehoorend Freguat de Meermin neevens het uijtkomend schip 'T Meeuwtje, zullen wij thans d'Eere hebben uwe wel Edele Hoog Agtb dienaan„ „gaande nader ter kennisse te brengen, dat ged: scheepen de Meermin en't Meeuwtje zeedert tot die expeditie in gereedheijd zijnde gebragt daar op den 9=de der gepasseerde Maand Iunij van deeze Rheede zijn Vertrokken, zijnde de daarop Commandeerende Capitains wat aande daarop Com„ mandeerende Cap=n bij 95 Capitains Francois du Menij Instructie is gelast geworden en Huijbert den Breem bij eene aan hun ter handen ge„ stelde schriftelijke Instructie gelast, om van hier direct na Rio de la Poa te Steevenen, om gem: vermiste Kielen aldaar het eerst op te zoeken. — dat ingevalle alle drie de voorsz: Vermiste scheepen aldaar mog„ „ten werden gevondent zijf als dan dadelijk dezelve zullen moeten tragten uijt hare onge„ „leegendheijd te redden, en in staat te stellen om herwaards te kunnen opkomen, en ten welken eijnde in't dert 9 'T Meeuwtje zijn ge„ in't schip „laten meest alle d' Equipagie goe„ „deren, dewelke daarin voor Batavia zijn geladen, Terwijl d'Equipagie van dat Scheepje is gebragt op 95 Coppen, waarvan dan gevoeglijk 50 a 60 Coppen aan het des benodigd zijnde schip, of Scheepen, zullen kunnen bijgezet, en daarbij ook vande Equipagie van de Meermin zonder deselve te zeer te Verswak „ken, een aantal van 15 â 20 Coppen gevoegd worden, waardoor men dan volkomen in staat sal zijn meerm: Scheepen behoor„ „lijk „lijk te kunnen voorsien van Manschappen, waarin ver„ ondersteld werd, dat derselver gebrek wel ten principaalsten sal bestaan. dat wanneer alle drie de Scheepen te Rio dela Poa zullen gevonden, en in staat gebragt, herwaards te kunnen Steevenen het Meeuwtje, ten eersten sal moeten terug keeren, omdaar 17 van berigt te doen, dog de Meer, min als bij dusdanige voorkoo„ „mende omstandigheeden tot den slaven Pandel gedestineerd zijnde tot het drijven van dien handel den 96 de rhijze over Madagascar na Mosambicque moeten ver„ vorderen dan bij aldien te Rio de la Goa niet alle drie de scheepen maar slegts, een a Twee derselve zullen zijn gevonden, zijl na dezelve in staat te hebben ge„ „steld om herwaards te vertrecken als dan met beide de Scheepen die ter ontdekking uijtgezonden zijn, van Rio de la Goa zullen moeten zeijlen, naar de Baaij Van P=o Augustijn, ten eijnde aldaar berigt t' erlangen, of zig het imanqueerend schip of Scheepen aldaar
English
there, or might find itself in one of the adjacent bays, and finding the same there, the Meeuwtje shall have to provide those ships with the necessary assistance, either to come hither or to await further relief, and thereupon return Capewards as speedily as possible, but the Meermin to continue its projected voyage via Madagascar to Mozambique; that in the event it should unhoped-for happen, however, that the missing ship or ships were not found in the Bay of S:t Augustijn, the Meeuwtje in such case shall then have to head Capewards as speedily as possible in order to bring report of what shall have been discovered at Rio de la Goa, and the Meermin shall have to depart from Fort Dauphin to the East Coast of Madagascar, in order to proceed to Mozambique having provided itself there with the necessary rice for the slaves to be traded; that since it might also well be that one or two of the missing ships were found at Rio de la Goa, but might happen to be in such a bad condition that, notwithstanding the help to be brought to them, they would be unable to put to sea, the same in such case will have to be placed in a condition to await here with ease of mind for the further needed relief, and the Meermin and the Meeuwtje shall have to proceed from Rio de la Goa to Fort Dauphin in order to seek out the missing ship there; that when one of the missing ships, having been found somewhere on the East Coast of Madagascar by the Meermin, can be placed in a condition to come over hither, the said frigate may then continue the voyage to Mozambique, but in the contrary case, to wit, that the found ship would not be able to go to sea again, the Meermin, after having supplied all necessaries to that vessel to await further relief from here, shall then have to return back hither, in order to inform us of its discovery; that considering the dispatch of the aforementioned ships, the Meermin and the Meeuwtje, is of such a nature that three ships must be sought out at the same time and that in various places, it is moreover uncertain in what condition the same will happen to find themselves, and further matters might occur which could not have been foreseen here, and therefore also could not have been prescribed to the officers of the aforesaid two ships how to behave in such case, the said officers are therefore instructed, upon encountering circumstances of which no special mention could have been made in their aforesaid instruction, to act according to the exigency of the matter, in such manner as they shall judge to be most to the service of the Honorable Company and the preservation of the missing ships; which then, as well as all other matters of importance, will have to be treated in a broad council, for which the persons who will have to compose that council from both those ships have been expressly appointed by us in the instruction; that furthermore, it must always be kept in view that the principal object of this dispatch is the seeking out and bringing of assistance to the often-mentioned missing ships, and the slave trade to be conducted with the Meermin shall have no place except insofar as the same, as has been said herebefore, can take place without causing any hindrance or prejudice to the main purpose; and whereas, through the staying behind of the aforesaid victual ship Zeeduijn, people here, among other things, have also gotten into great embarrassment regarding the so highly necessary rice, and thus none of it could be given along to the frigate the Meermin for the service of the slaves to be traded, the captain of the same frigate, François du Menij, is qualified, upon meeting the said ship Zeeduijn, to take in as much of the rice laden therein for this government as he will need for the aforesaid slaves to be bartered, as well as in case the aforesaid Captain du Minij should also happen to require some pepper for the slave trade, then to take the quantity of 12 to 1500 pounds thereof from the ships the Harmonie and Overduijn, for the delivery of which things the order for the officers of the aforesaid three ships has been inserted in the instruction; that further, which God forbid, should it happen that nothing shall have been heard of the missing ships either at Rio de la Goa or in the Bay of S:t Augustijn, and the speedy return of the Meeuwtje should not be so much required as otherwise, the said vessel alongside the Meermin shall then have to proceed to the East Coast of Madagascar, in order to trade a cargo of rice either at Fort Dauphin, S:t Marie, or in the Bay of Foulpointe for the benefit of this Government, and to return back hither with it, to which end the sum of 4000 Mexicans has been handed to Captain den Breem; that since it is fully known to Captain du Minij at which place or places on the East Coast of Madagascar the rice can most conveniently be obtained, it is therefore left to him what place or places to choose for that purpose, and which the officers of the Meeuwtje are ordered to follow.
Dutch transcription
97 aldaar, of in een der naastgelee „gene Baaijen zoude mogen bevinden, en deselve aldaar vin„ „dende, het Meeuwtje aan die schee„ „pen de nodige adsistentie 't zij om herwaards te komen, of nader secours af te wagten, sal moeten bezorgen, en daarop ten spoedigste Gaabwaards keeren, dog de Meer, „min zijne geprojecteerde Rchijze over Madagascar naar Mo„ „sambicque voort te zetten dat ingevalle het egter onver„ „hooptelijk mogte gebeuren, dat het manqueerend schip of Scheepen in de Baaij van S:t Augustijn niet niet wierde gevonden, 'T Meeuwtje in zulken geval, als dan ten spoedigsten Caabwaards sal moeten steevenen, om van't geene te Rio dela Poa sal weesen ontdekt berigt te brengen, ende Meermin van Fort Dauphin moeten vertrekken, na de Oost- Cust van Madagascar, om zig aldaar van de benodigde rijst voor de in te handelene slaaven voorsien hebbende na Mosam, „bicque voort te Steevenen dat nadien het ook wel zoude kunnen zijn, dat van de Ver„ „miste Scheepen wel een of Twee derselve 98 derselve te Rio de la Gda weerden aangetroffen, dog zig in dusdani„ „gen slagten staat mogten komen te bevinden, dat zij ongeagt de aan haar toe te brengene hulpe onvermogens zouden zijn, zig in zee te begeeven, deselve in zulken geval, in staat zullen moeten werden gesteld, om met verder nodig zijnde secours, van hier met gerustheijd af te wagten, ende Heermin en 't Meeuwtje van Rio dela Poanaar Fort Dauphin om het manquee„ „rend schip aldaar op te zoeken moeten voort steevenen. — dat dat wanneer een der vermist werdende Scheepen, ergens aan d'oost Cust van Madagascar door de Meermin gevonden zijn„ „de, in staat sal kunnen werden gesteld, herwaards over te komen het ged: Freguat als dan de rijke naar Mosambicque sal mogen Vervorderen, dog in Contrarie ge„ „val, te weeten, dat het gevonden schip niet weederom in zee zoude kunnen gaan, de Meermin na aan dien Bodem al het nodige te hebben bij gezet om verder secouw van hier af te wagten, als dan na herwaards sal moeten te rug keeren keeren, om ons van desselfs ont„ „dekking t' informeeren dat geconsidereerd het met d'afzending der voorm: scheepen, de Meermin en 'T Meeuwtje, in diervoegen is geleegen, dat ter gelijke tijd, drie Scheepen ende zulx op onderschijdene plaatzen moetende werden opgezogt, het daarbij onzeeker is, in welke toestand dezelve zig zullen ko„ „men te bevinden, en verdus zaken zouden kunnen voorkomen, de¬ „welke men alhier niet heeft kunnen voorzien, en daarom ook niet aan d' overheeden der voorsz: Twee scheepen scheepen hebben kunnen werden voorgeschreeven, hoedanig zig in sulken gevalle te gedragen, zij overheeden derhalven zijn gere„ „commandeerd, bij ontmoeting van omstandigheeden waarvan in derselver voorsz Instructie geen speciaal gewag heeft kunnen werden gemaakt, naar omstan „digheijd van zaken te moeten handelen, zodanig als zijl zulx ten meesten dienste der E Comp ende behoudenisse der vermist Scheepen zullen oordeelen te behore het geen dan, zo wel als alle ander zaken van belang sal moeten werden 100 werden verhandelt, in een breeden Raad waartoe de Perzoonen dewelke dien Raad zullen moeten uijtmaken van beide die scheepe„ door ons in d' Instructie expres„ „selijk zijn benoemd dat wijders, altoos sal moe„ „ten werden in't ooge gehouden het principaal object deezer afzending te zijn, het opzoeken en toebrengen van adsistentie aan de dikwerfgem: vermist werdende Scheepen, ende met de Meermin te drijvene Slaaven handel, geen plaats sal mogen hebben, dan bij zo verre, deselve gelijk gelijk zulx hierbevorens is ge„ „zegd sal kunnen geschieden, zon„ „der eenigen Tinder of nadeel aan het voornaamste oogmerk toe te brengen En dewijl men door het agter„ „blijven van't voorsz: provisie schip Zeeduijn, alhier onder ar„ „deren, ook in groote Verleegend, „heijd aan de zo hoog benoodigde zijnde Rijst is geraakt, en dus niets daarvan aan het Freguat de Meermin ten dienste van de inte handelene slaven, heeft kunnen werden meede gegeeven, zo is den Capn. van hetzelve Fregat François François du Menij gequali„ „ficeerd, om bij ontmoeting van't ged: schip Zeeduijn, zo veel van de daarin voor dit Gouwer, „nement afgeladene Rijst in te neemen, als hij voor de voorsz in te ruijlene slaven sal nodig hebben, zo meede ingevalle voorsz Capitain die Minij ook eenige Peeper voor den Slaven Sandel sal komen te requireeren, als dan daarvan de Quantiteit van 12 a 1500 Ponden uijt de Scheepen de Parmonie en Overduijn te ligten, tot d' afgave van welk een en ander, d'ordre voor d' oversee„ „den 101. „den der voorwaards gem: Drie Scheepen in d' Instructie is ge„ „insereerd. - dat voorts /. het geen IEd ver„ hoede:/ mogte gebeuren, dat 'er 'tzij te Rio dela Poa of in de Baaij van S:t Augustijn, niets van de vermiste Scheepen sal zijn vernomen, en de spoedige te rug komst: van't Meeuwtje, niet zoo zeer als anders wel zoude werden VerEijscht, hetzelve scheepje zig als dan neevens de Meermin naa d' Oost Cust van Madagascar sal moeten begeeven, om 'te zij te Fort Dauphin, S:t Marie of in de 102 de Baaij van Boule Pointe een Lading Rijst ten behoeve deeses Gouvernements in te handelen, en daarmeede dit heen te rug te kee„ „ren, ten welken eijnde, dan, aan den Cap=n den Breem de Somma van 4000 Mexicanen zijn ter hand gesteld. dat nadien het aan den Cap=n du Minij ten vollen bekend is, op welke plaats ofte plaatsen, aan d'oost Cust van Madagascar, de Rijst bequaamlijkst kan werden bekomen; is dierhalven aan hem over„ „gelaten, wat plaats ofte plaatsen daartoe te Verkiesen, en waarna d' overheeden van't Meeuwtje zijn gelast
English
ordered to conduct themselves accordingly, the Meermin then setting course for Mosambicque, and 't Meeuwtje returning hither with the traded rice. That finally, during the time that the Meermin and 't Meeuwtje are together, Captain du Miny, as pennant bearer over both ships, will exercise command, for which reason the necessary journals and charts have also been delivered to him, as well as to the officers of 't Meeuwtje, with orders that in case, after their departure from here, they should become separated from one another by fog, storm, or other mishaps, they must then wait for each other at Rio delasba. and of which an authenticated copy is transmitted herewith. 103. As Your Right Honorable Worships may be pleased to see further from the aforementioned Instructions drawn up for the officers of the above-mentioned ships, the Meermin and 't Meeuwtje, and which we take the liberty to present to Your Right Honorable Worships in authenticated copy alongside this. Whereby we now hope that this expedition may be attended by good success, and that since unfortunately, up to this day, the return ship Breedenhoff has also been looked for in vain, without having learned anything else of the same since its departure from Batavia than that, according to the statement of Skipper Thierens, who sailed out of the Sunda Strait on February 2 of this year with the already repatriated ship Hoorn, it was to follow from there the day thereafter, in the event that this vessel might find itself in one of the difficulties presumed regarding the other three ships, this same expedition may also serve to the benefit of that ship; which measures taken by us in this regard we trust may obtain the esteemed approval of Your Right Honorable Worships. the frigate the Meermin being destined, according to arising circumstances, for Mosambicque, to trade slaves there. 104 As we have already had the honor to mention hereinbefore, our intention with respect to the frigate the Meermin has been, according to the circumstances of affairs in which the aforesaid lagging ships or any one of them should find themselves, in the same manner as took place with the dispatch of the frigate yacht Rust in the year 1779 to search for the ship the Venus, and Captain du Miny being left the freedom to touch at such places as he shall judge best. to let it proceed from Rio de la Poa or Madagascar to Mosambicque for the trading of slaves; we have, relying on the experience of the Captain of the aforementioned frigate the Meermin, Francois du Miny, left him the freedom, by the separate Instructions drawn up on that account—which we likewise have the honor to present to Your Right Honorable Worships in copy alongside this—to touch at such places for that purpose as he should judge best for it, 105 and to make use of the arrangement made in this respect on his previous voyage with the Portuguese Governors at Mosambicque, to proceed directly thither, and to direct the trade either at that place itself, or else from there elsewhere on the coast of Africa where the best sort of slaves are to be obtained. While, besides various goods in demand there, there has also been given to the aforementioned Captain du Miny an amount of all possible efforts will be made toward their speedy departure from here for the reasons mentioned alongside. Arrival in the aforementioned False Bay of the Company ship of that nation The Pigot. all possible efforts will be made to dispose the same to a speedy departure, on account of the continuous high cost of provisions, and also because the arrival of the National Squadron from the Indies was expected. On July 9 last, the English Company ship The Pigot having also appeared in the aforementioned False Bay, we find ourselves obliged to report duly to Your Right Honorable Worships regarding that vessel. That that the same has lain on these coasts in the so-called Kromme River Bay according to the statement of the Commander on board, Captain Morgan, having departed from Madras on February 2 of this year and being destined for England, on account of a shortage of drinking water and the numerous sick among both the crew and the invalids placed on the said vessel, had found itself compelled to put in at these coasts. That thereupon, on the date of May 7, they had anchored before an inlet where a certain river, called the Kromme River, discharges into the sea, 107 and consequently called in this country the Kromme River Bay, this inlet being situated more than 160 hours' travel from here, and known on the charts under the name of St. Francis Bay. That they, after having spoken with one of our inhabitants living there, having sent their sick ashore, to the number of more than one hundred individuals, though not without danger to life because of the heavy swells, had lingered there until the 30th of the aforementioned month of May, and from which ship the alongside-mentioned Colonel Dalrymple and his family came up hither overland. 108 and in the meantime had been abundantly provided with all provisions, whereby their aforementioned sick had also returned on board fully recovered. That furthermore, on the mentioned ship, there was a certain English Colonel in the King's service, named Dalrymple, who, as he has stated, partly from a desire to see the country, and partly on account of a misunderstanding that had arisen between him and the Captain, had resolved to come up hither overland, as
Dutch transcription
gelast zig dan ook te zullen moete„ gedragen, zullende de Meermin hierop den steeven naar Mosambig wenden, en 'S Meeuwtje met de in „gehandelde reijst dishean te rug keeren. dat eijndelijk geduurende den tijd dat de Meermin en't Meeuwtje zijn, bij malkanderen zullen den Cap:n d Mbiny als Wimpelvoerder over de beide scheepen, het bevel sal voeren, des dan ook aan denselven, zo wel als aan d' overheeden van 't Meeuwtje¬ de nodige Journalen en Caarten zijn afgegeeven, met ordre, om inge valle na hun vertrek van hier, door mist, storm, of andere ongevallen, van en waarvan Copia authen„ „ticq in deesen overgaat- 103. van den anderen mogten geraken, elkanderen als dan, te Rio delasba te moeten inwagten. - Gelijk uwe Wel Edele Hoog agtb dit alles bij geliefte nader zullen kun nen beoogen, uijt de voorn: Instructie voor d' overleeden der voorwaards gem: Scheepen de Meermin en 'te Meeuwtje geformeerd, en die wij de Vrijheijd neemen uwe wel Edele Hoog agtb bezeijden deesen in Copia Authenticq„ aan te bieden Invoegen wij nu hopen dat deese Expeditie van een goed succes sal mogen werden agtervolgd, en dat dewijl men ongelukkiglijk, tot heeden meede te te vergeefs na't Retourschip Bree„ „denhoff heeft uijtgezien, zonder van hetselve zeedert dies vertrek van Batavia, iets anders vernomen te hebben, als dat volgens opgaaf van den Schipper Thierens, die met het reeds gerepatrieerd schip Hoom den 2 Februarij deezes Iaars uijt Straat Lunda is gezeild, 's daags daaraan van daar stond te volgen, bij aldien dien bodem in een de omtrend de drie andere scheepen gesupponeerde ongeleegendheeden zigt vinden mogt, deselve Expeditie, ook to nub van dat schip sal mogen sthekken welke onze voorsz: hieromtrend genomen zynde het Freguat de Meermin / na voorko„ mende omstandigheeden naar Mosambicque be„ „stemd, om aldaar slaven in te handelen. 104 genomene maatreegulen Vertrou„ „wen, dat de g'eerde approbatie van uwe wel Edele Hoog Agtb: erlan„ „gen mogen Gelijk nu, zo als wij d' Eere hebben gehad, hiervoren reeds aan te haalen, onze Intentie met relatie tot het Fregat de Meer„ „min is geweest, om hetzelve na omstandigeheeden der zaken waar in zig de voorsz agterblijvende scheepen of een derselve zoude bevinden, even en in Selvervoegen als bij d'afzending van het Fre„ „quat Iagt. Rust inden jaaren 1779 ter opspeuring van't schip de Venus van et en en aan den Cap:n du Minij de Vrijsijd gelaten daar toe zodanige plaatzen aan te doen als hij best sal oordeelen. — Venus heeft plaats gehtad, als dan van Rio de la Poa of Madagas„ „car ter inhandeling van slaven, naar Mosambicque te laten voortsteevenen; hebben wij ons Verlatende op d'ervarendheijd van den Cap=n van't meerm: Freguat de Meermin, Francois due Hini, aan denselven bij de desweegens geformeerde aparte Instructie, die wy d Eere hebben uwe Wel Edele Hoog Agtb: insgelijx neevens dee„ „sen in Copia aan te bieden :/ de vryseijd gelaten ten dien eijnde zodanige plaatzen aan te doen„ als hij daartoe best zoude oor„ „deelen 105 deelen, en gebruijk te maaken, van't arrangement ten deezen opzigte op sijn vorige togt met de Portugeesche Gouverneurs te Mosambicque genomen, om zig direct derwaards te begee„ „ven, enden handel 't zij op die plaats zelf, dan wel van daar Elders op de Kust van Africa alwaar het beste zoort van Sla„ „ven te bekomen zijn, te deri„ „geeren. Terwijl behalven diverse ginder gewilde goederen, aan Voor„ melde Capitain die Minij nog zijn meede gegeeven, een montant van - zullende alle mogelijke pogingen werden aan„ gewend tot derselver spoedig vertrek van hier om reeden als nevens gemeld. arrivement in voormelde Baaij fals van 's Comp:s schip dier Natie The Plgot. alle mogelyke Pogingen zullen werden aangewend, om mits de aanhoudende duurte der Leevens, middelen, en dat ook de komste van 's Lands Esquader uit Jndiën werd te gemoed gezien, dezelve tot een spoedig vertrek te dis„ „poneeren Op den 9„e Iulij Jongstl: meed in voorszz: Baaij Tals verschei„ „nen zijnde het Engels Comp: schip The Pigot, vinden wij ons ver„ „pligt, uwe Wel Edele Hoog agtb ten opzigte van dien Bodem naar verschuldigdheijd te berigten. dat :: dat eenige op deeze Custen in de zogen=de Kromme dat hetzelve volgens d'opgane van den daarop Commandeerenden Capn Morgan, den 2 Februarij deezes Iaars van Madras Vertrokken, en naar Engeland gedestineerd zynde, mits gebrek aan drinkwater, en de menigvuldi, ge zieken zo onder d'Equipagie als de op ged: Bodem geplaatste Jnvalides bekomen, zig genood¬ zaakt hadden gevonden, deeze Custen te moeten aandoen. dat zij hierop in dato 7=e Maij „riviers-baaij heeft geleegen voor een inham, alwaar zig zeekere Rivier, de Kromme Rivier genaamd, in zee ontlost, en n 107 en oversulks hier te Lande de Kromme Riviers Baaij genaamd waren ten anker gegaan, zijnde deezen Insam ruijm 160 uuren gaans van hier geleegen, en bij de Caarten onder de Naam van S:t Franciscus Baaij bekend. dat zij, na met een onzer aldaar wonende Ingezeetenen, gesproken te hebben, hunne zieken ten getale van ruijm Pon„ dert stuks, egter niet zonder Lee„ „vens gevaar ter oorzake der zware deijningen aan Land gezonden hebbende, aldaar tot den 30 der voorsz: maand Maij hadden en van welk schip den nee„ vensgem: Coll/dalrijmple Land van daar herwaarde zijn opgekomen. — 108 hadden vertoefd, en inmiddels van alle Leevensmiddelen abun „dantelijk, waren voorsien ge„ worden, waardoor hunne voorsz: zieken dan ook ten vollen hersteld waren 't' scheep gekomen. dat zig wijders, op 't gemen„ neevens sijne familie over„tioneerde schip heeft bevonden, zeeke„ „re Engelsche Collonel in 's konings dienst, genaamd Dalrijmple, die, gelijk hij heeft voorgegeeven, ten deele uijt begeerte om het land te bezien, endeels mits een geree„ „sen misverstand tusschen hem en den Cap=n, te rade was geworden, over Land herwaards op te komen, gelijk 2 den
English
as he then also arrived here together with his family and domestic servants, using wagons rented from some of our aforesaid residents living there, the said Colonel Dalrymple being related by marriage to the person who, through his discoveries made and maps published of the Indian seas and coasts, has made himself generally very renowned, but who will probably also not be unknown there through other enterprises in the Indies. However much already for many years past, stones with the Company's mark have been erected there, in token of our possession, in Mossel Bay situated far from here, as well as in the bay of Algoa situated yet 40 miles further eastward, and that one has not neglected to take the same into observance during the recently made survey of the Plettenberg Bay situated between both, known on the old maps by the name of Bay Content; we have nonetheless considered it of the very utmost weight, especially in the present juncture, Reasons why it was deemed of the very utmost weight to place military detachments beside the mentioned bays. noticing the short time that the Fiscal position is to remain vacant, and in order to proceed in this regard with the least complication, have therefore taken the resolution in our meeting of the 17th of June last, in the same manner and on the same footing as occurred in the year 1766 upon the advancement of the then Independent Fiscal, Jan Willem Cloppenburg, as Secunde here, to have the Fiscal position served pro interim by the bookkeeper and Adjunct Fiscal Gabriel Exter. And for which reasons the under-merchant Olof Godlieb de Wet was appointed as adjunct to the undersigned Secretary O. M. Bergh in his aforementioned service. We further take the liberty to inform your Right Honorable Worships that the advancing years and the infirm condition in which the undersigned Merchant and Secretary, as well as member of our Meeting, Olof Marthini Bergh, has already found himself for a considerable time, having brought about the unavoidable necessity to add to him a capable assistant in his weighty office, in consideration of his forty-eight years of faithful service to the Honorable Company; we therefore, who is also appointed as a member of our Meeting. upon the proposal of the frequently signed Governor, under your Right Honorable Worships' favorable approval, have appointed the under-merchant and Storekeeper, Olof Godlieb de Wet, provisionally to serve as assistant to the said Bergh in the service as Secretary to this Council, and in due time upon the vacating of that office by the said Bergh, or otherwise falling vacant, effectively to occupy the same, just as the said De Wet, under the same high favor, was also chosen thereby as a member of our Meeting. Dismissal of the Shopkeeper Van Oudshoorn from that office, and appointment of the Assistant Bergh as Shopkeeper. And whereas also, upon the request made by the under-merchant and Shopkeeper, Barend Hendrik van Rheede van Oudshoorn, his dismissal from the service of the Honorable Company was granted to him, in order to repatriate from here at the beginning of the coming year, retaining rank and salary, there has been appointed in his place as Shopkeeper with the rank of Bookkeeper, with an increase in salary to ƒ 30 per month and the rank of under-merchant, the Assistant Egbertus Bergh, who has served at the Political Secretariat, as well as of the bookkeeper Bletterman as Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein Ryneveld. Likewise, through the decease of the under-merchant Daniel van Ryneveld, his office of Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein having fallen vacant, we have invested therewith, in place of the deceased, the Bookkeeper and Sworn Clerk at the Judicial Secretariat, Hendrik Lodewijk Bletterman, also with the rank of under-merchant, hoping that these appointments may also meet with your Right Honorable Worships' approval. Transmitted requests of the aforesaid under-merchant De Wet, Bergh, and Bletterman, wherein the first-named requests the rank and salary of Merchant, and the other two that of under-merchant. And since permission was requested from us by the said Olof Godlieb de Wet, Egbertus Bergh, and Hendrik Lodewijk Bletterman to present their annexed requests to your Right Honorable Worships, whereby they are most humbly requesting to be appointed and favored through the favorable goodness of your Right Honorable Worships, the first, following the example of his predecessors who during the administration of Storekeeper were also members of this Meeting, to whereupon your Right Honorable Worships are most respectfully requested to deign to cast favorable reflection. the rank and salary of Merchant, and both the others, likewise as their predecessors in office, to the rank and salary of under-merchant, we have not only granted this to them, but moreover take the liberty to request in the most respectful manner that it may please your Right Honorable Worships to cast favorable reflection upon their requests, and this in consideration of the faithfulness and zeal with which the said De Wet has served the Honorable Company for many consecutive years in the offices respectively served by him.
Dutch transcription
gelijk hij dan ook neevens sijne Reed vant familie en Domesticquen, met van eenige van onze voorsz: aldaar wonende Ingezeetenen gehuurde wagens alhier is g'arriveerd: zijnde ged: Collonel Dalrijmple, na vermaagschapt aan den geenen die door desselfs gedane ontdek¬ „kingen en uijtgegeevene Caarten der Indische zeën en Custen zig in't algemeen zeer berugt gemaakt, dog waarschijnlijk ook door andere onderneemingen in Indiën aldaar niet onbekend sal zijn m Hoe zeer nu bereids zeedert Veele ƒ Reedenen waarom men Van't alleruijtterste gewigt heeft g'oordeelt in de bezyden gem: Raaijen militaire detacsementen te leggen. — 109 veele Iaaren herwaards, in de wijd van hier geleegene Mossel- Baaij, mitsg: inde nog 40 mijlen verder Oostwaards leggende baaij ala Poa, ten teeken onzer possessie, aldaar sijn opgeregt, steenen met 's Comp: merk, en dat men niet heeft versuijmd, hetzelve meede te doen in acht neemen bij de onlangs gedane opneeming der tusschen beijden leggende Plettenberg s. Baaij bij d' oude Caarten met de Naam van Baaij Content bekend; hebben wij egter van't aller uijt„ „terste gewigt, voor al in de praesente Conjunetiure „merkt, den korten tijd, dat het inde Fiscalaat staat Vacant te blijve Ber zien onder en omme daaromtrend met den minsten omslag te werk te gaan, derhalven in onze Verga „dering van den 17„e Iunij Iongst het besluijt hebben genomen, in„ „selvervoegen, en op gelijken voet„ als sulx in den Iaare 1766 bij op heedinge van den doenmaligen Jndependent Fiscaal, Jan Willem Cloppenburg, als Secunde alhier is geschied, het Fiscalaat pro interim te laten bedienen, door den boekhouder en Nojunet fiscaal Gabriel Exter. - de n om welke reedenen den ondergeteek: Secretaris Gv Bergs in sijn evengem: dienst is g'adjungeerd den ondercoopman Olof Bodlieb de Mer. 111 Wij neemen al verder de Vrijheijd, uwe wel Edele Hoog e Agtb te berig„ „ten, dat de toeneemende Iaaren en den zwakken toestand, waar inne den ondergeteek: Coopman en Secretaris, mitsg:s meede Lidt onzer Vergadering, Olof Marthini Bergs, zig reeds zeedert eenen geruijmen tijd heeft komen te be„ „vinden, de onvermijdelijke nood„ „zakelijkheijd meede gebragt hebbende, om denselven in sijn zwaarwigtig Ampb, ter Consideratie van sijne Agt en Veertig Iaarigen trouwe dienst bij d'E Comp:e een bequame hulpe toe te voegen, wij dierhalven op die teffens als meede Lidt onzer Vergadering is aan, gesteld op de 'Voordragte vanden meer geteekende Gouverneur, onder uwer wel Edele Hoog Agtb: ge „stige approbatie, den ondercoop en Pakhuijsmeester, Olof Pddli de Wet, hebben aangesteld, om provisioneel tot hulpe van ge„ Bergh inden dienst als Sed „taris bij deezen Raade te fungeeren, en inder tijd bij het ver „ten van dat Amps, door denselven Bergs, ofte anderzints openval „lende, hetzelve effective te bekleed gelijk gem: de Wet, onder deselve hoge welduijding ook daarbij t meede Liat onzer Vergadering Verkoren ontslag van den Winkelier van oudshoorn van die bediening. — en aanstelling van den Adsistent Bergs tot Winkelier. — Verkozen is. En dewijl meede op gedaan vier„ „soek van den ondercoopman en Winkelier, Barend Hendrik van Rheede van Oudshoorn, desselfs ontslag uijt den dienst der E Comp:e, aan hem is g'accordeerd, ten eijnde in't begin des aanstaan„ „den Iaars, behoudens Qualiteit en Gagie van hier te repatrieeren, is in diens plaatze weederom tot Winkelier met de Qualiteit van Boekhouder, onder versoging van gagie â ƒ 30 p:s maand, en den rang van ondercoopman aangesteld, den ter Politicque Secretarije lven 112 mitsg=s van den boekhouder Bletterman tot Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein Ryneveld. secretarije dienst gedaan hebbende Adsistent Egbertus Bergh, Insgelijks door het overlyden van den ondercoopman Daniel van Rijneveld desselfs Ampt van Landdrost van Stellenbosch en Drakensteijn, zijnde komen opper te vallen, hebben wij daarmeede instede van den overleeden bekleed, den Boekhouder en Gezee „ren Clercq ter Iustitieele Secretarij Hendrik Lodewijk Bletterman meede met den rang van onder„ „coopman, hopende dat ook deeze aanstellingen uwer wel Edele Hoog Agtb: goedkeuring wegdragen mogen.— En overgaande Requesten van voorm: ondercoopman de Bergs en Bletterman. de qualiteit en gagie van Coopman, en de twee an„ lieden En nadien door gem: Olof Poelliel wet, en die van evengem: de Wet, Egbertus Bergh, en Hendrik Lodewijk Bletterman, aan ons permissie is verzogt, om derselver neevens gevoegde Requesten aan uwe Wel Edele Hoog Agtb: te mogen praesentee„ „ren, waarbij onderdanigst zijn verzoekende, door de gunstige goedheijd Uwer Wel Edele Hoog Agtb te mogen werden aange „steld, en Gefavoriseerd, den eersten op 't voorbeeld van desselfs Praede„ waarbij eerstgem: versoekt, Cesseurs, die bij de bediening van dere die van onderhooplan Pakhuijsmeester teffens Leeden deezer Vergadering zijn geweest, tot waarop Uwe Wel Edele Hoog Agtb: Eerbiedigst„ werden versogt gunstig refexie te willen slaan tot de Qualiteit en Gagie van Coop „man, en de beide anderen, meede gelijk derselver Ampts voorgan„ „gers tot de qualiteit en Gagie van ondercoopman, hebben wij sulx niet alleen aan dezelve g'accordeert maar neemen daaren boven de Vrijheijd, op 't Eerbiedigst te versoe„ „ken, dat het uwe wel Edele Hoog Agtb behagen moge op derselver Requesten gunstige Reflectie te slaan, ende zulx ter Consideratie van de trouwe en ijver, waarmeede gem: de Wet, veele Iaaren agter een, inde bij hem respectivelijk bediende Emploijen d'E Comp: heeft gediend 113
English
what one takes the further liberty of proposing regarding the aforesaid request of the Landdrost Bletterman. — served, and that the other two, alongside him, are also giving great satisfaction in their present function. But since we deemed it necessary to present the Request of the Landdrost Bletterman in the exact terms it contains, we merely take the liberty humbly to request that Your Right Honourable Worships, in deciding upon the ranking of the burgher officers, paying regard to the Considerations submitted to the same on that matter in our Respectful letter of the 30th of June of the aforesaid Year, will also be pleased to dispose as favourably regarding the Capacity of him, the Landdrost, Notification regarding our decision to accept some Cadets into service for the artillery and engineers. 114 as according to their High wisdom they shall deem proper. The Undersigned Governor having brought to consideration in our Meeting of the 13th of the more aforesaid last past Month of July that Your Right Honourable Worships, dated the 3rd of May of the past Year 1784, had among other things resolved upon the following point, Namely: that it had repeatedly appeared that there was a lack in the Indies of People properly experienced in the work of the Engineers; that an equal and possibly even greater lack existed there regarding the artillery service, and that experience showed how difficult it was to provide for those deficiencies when the people for the Engineers and artillery had to be sent directly from Europe; that regarding the aforesaid point, it would be better satisfied if arrangements were made at the Cape to gradually have some People receive the necessary instruction in the Required sciences under the direction of the director of fortifications and chief of the artillery Gilquin, and further to train the same for the work of the engineers and artillery in order to be Employed in the Indies; 115 that furthermore it was approved by Your Right Honourable Worships in that regard to charge him, the Governor, by the aforesaid resolution, upon having arrived here at the Cape of Good Hope, to examine and consider what arrangements ought to be made there to achieve the purpose in this matter, and to serve the same with Advice thereon; that he, the Governor, in order to comply with the aforesaid highly esteemed order and beneficial purpose in this regard, immediately after his arrival here spoke with the director of fortifications Gilquin regarding the same point, and made consultation with him toward a draft or plan whereby, in the view of his Honour and the aforementioned director Gilquin, the pleasure of Your Right Honourable Worships could best be and of the militia here met, so that they would then have the honour of presenting that plan to the same as soon as possible; furthermore that the aforesaid resolution had likewise been communicated by him, the Governor, to the Head of the militia of this government, Colonel Gordon, and his thoughts on the matter having been taken, he, the Governor, deemed it necessary, in order to lay a provisional foundation for the aforesaid plan, to propose to us whether—since with the national Troops of the Honourable Company here in this Country 116 there was currently no basis to educate and cultivate Young People of good Family in the first principles of the military service—one might not see fit to adopt a resolution to engage in the service of the Honourable Company, both in the Corps of the also-undersigned Colonel Gordon, above the fixed number of Men of the same, Two to three Cadets per Company, and in the Artillery Corps provisionally in total Four to Six Cadets when the opportunity thereto should arise, whose pay, for the reasons mentioned alongside, has been fixed at 20 florins per month. engage them; but because it would be impossible for the same to find a decent living from the pay of a Soldier, and also to be able to fulfill the aforementioned purpose, he, the Governor, then also proposed to fix the pay of the said Cadets at 20 guilders per month; that seeing as one could well expect to find among those Young People some who will make a request to be trained for the service of the Artillery and Engineers, 117 this arrangement would thus provide a nursery for that purpose, the better to satisfy the abovementioned objective of Your Right Honourable Worships, to the end that not only competent officers for both the frequently mentioned military sciences, but also, through the education that ought to be given to all of these, very competent officers for the Infantry would be obtained therefrom for the Company's service; Whereupon, having taken into consideration alongside all that has been said, on the one hand the necessity of arousing a proper emulation among the officers, and on the other hand that such a number of Cadets in the cited departments would in the future remove the circumstance in which one has otherwise found oneself, of being confined to the non-commissioned officers when appointing officers, we have, in the hope that it may carry the approval of Your Right Honourable Worships, resolved to engage the proposed number of Cadets, in the manner as is stated above, at the first occurring
Dutch transcription
wat, men ten belange van't voorsz versoek van den Land-drost Bletterman verder de Vrijheijd neemd voor te draagen. — gediend, en dat ook de beide anderen, neevens hem, in derselver Jeegens woor¬ „dige funitie veel genoegen zijn geevende„ Dan dewijl wij hebben gemeend, het Request van den Landdrost Blesterman, zodanig te moeten Voordragen als dezelve is Vervattende, neemen wij alleen de Vrijheid daarbij onderdanigst te versoeken dat uwe Wel Edele Hoog Agtb: inde dispositie op de rang schikking der burger offi„ „cieren, reguard nemende, op de Conside„ „ratien, daaromtrend bij onze Eerbiedige Van dato 30 Junij des voorz: Iaars aan hoogst dezelve gesuppediteerd; ook ten opzigte der Qualiteit van hem Landdroot zodanig kennis geevinge nopens ons besluijt om eenige Ca„ „dets bij d'arthillerie en genie 114 zodanig favorabel gelieven te dispone „ren als na derselver Hoge wijsheijd Vermeenen zullen te behooren Den Onderget: Gouverneur in onze Vergadering van den 13„e dert meerm: laatst „voorleedene Maand Iulij ter overwee„ ging gebragt hebbende, dat bij ruwe wel Edele Hoog Agtb: in dato 3 Maij des ge„ „passeerden Iaars 1784 onder anderen opt navolgend: poinct resolutie was genomen Namentlijk dat te meermalen gebleeken was, het gebrek dat men in Indien had, aan Lieden in't werk van de Genie behoorlijk ervaren dat een gelijk en mogelijk nog grotes gebrek gebrek aldaar plaats had, omhend hele sittul„ „lerie weesen, en dat d'ondervinding, toonde, hoe moeijelijk het was, in die gebreeken te Voorsien, wanneer de lieden voor de Genie en arthillerie direct uijt Europa moesten gezonden worden dat omtrend het voorsz pinck beeter zou„ „de werden voldaan, wanneer aan de Caas schikkingen gemaakt wierden, om successive eenige Lieden inde Vereischte weetenschappen onder de directie van den directeur der fortificatien en blef van d'arshillij Gilquin 't nodig onderwijs te doen erlangen en dezelve Voorts tot 't werk der genie en arthillerie aan te brengen, om ind' Indiën te kunnen werden g'Emploijeerd was 115 dat al verder door uwewel Edele Hoog Agtb: ten dien opzrigte goedgevonden was, hem Heere Pou„ verneur bij voorsz: resolutie te gelasten, om alhier aan de Caab de Goede hoop g'arriveerd zijnde, na te gaan en toverweegen, welke schikkinge aldaar zouden behoren te werden gemaakt, ter bereiking van 't oog„ „merk in deezen en hoogst dezelve daaromtrend te dienen van Advijs dat hij Gouverneur, om aan 't voorsz hoog ge„ „eerd bevel, en heilzaam oogmerk ten dezen te vol„ „doen, dadelijk naar desselfs aankomst alhier, omtrend hetzelve poinct, met den directeur der fortificatien Pil„ „quin gesproken, en met denselven overleg tad gemaakt, tot een ontwerp of plan, waardoor na't inzien van sijn Eaele enged: directursulqun, best aan't goedvinden van uwe Wel Edele Hoog Agtb: zoude kunnen in dienst te neemen. kunnen werden voldaan, zo als zij dan d'eere zouden hebben dat plan zo dra mogelijk aan hoogst dezelve over te leggen: mitsg:s leij der militie alhier dat het voorsz: geresolveerde door hem Gouverneur insgelijks aan't Hoofd der miliie deeses gouvernements, den Collonel Gordon gecommuniceerd, en Sijne gedagten daaromtrend ingenomen zijnde, hij Gouverneur vermeinde om provisioneele een grondslag tot het voorsz: plan te leggen, aan ons te moeten voordragen, om door dien 'er bij de nationale Troupes van d' E Comp:e hier te Lande 116 Lande thans geen voet was, om Jong Lieden van goeden Luize tot de eerste princippes vanden militai „rendienst op te lijden, en aan te queeken, of men niet zoude kunnen goedvinden, een besluijt te neemen, om zo welleij het Corps vande meede ondergeteek: Coll: Pordon boven het gefixeerd getal van Manschappen van't zelve Twee a drie Cadets per Compagnie en bij het Corps Arthillerie pr „visioneel in't geheel Vier a Ses Cadets wanneer zig daartoe geleegendheijd zoude voordoen in den dienst der E Compe te daer en gageeren welkers zoldijen om reedenen als neevensgem: geworden. engageeren, dog dewijl het onmo, op ƒ 20 p:s maand is bepaald, gelijk zoude weesen dat dezelve uijt de soldije vanden Soldaat, en ook om aan het hiervorengem oogmerk te kunnen voldoen, een ordentelijk bestaan konden vinden, hij Gouverneur dan ook quam voor te slaan, om de soldije van gezegde Cadets op 20 guldens peer maand te bepalen dat gemerkt men zeer Ver„ „wagten konde, onder die Ionge Lieden te zullen aantreffen, eeni„ „ge, die om tot den dienst der Arthillerie en Genie te mogen worden opgeleid verzoek doen zullen 117 zullen; deeze schikking dus daartoe een pepiniere opleeveren zoude, om aan het bovengem: dog„ „merk van uwe Wel Edele Hoog Agtb: des te beeter te kunnen vol„ doen, ten eijnde niet alleen bequa „me officieren, voor beide de meer „gem: krijgskundige weetenschappen, maar door het onderwijs dat aan alle deeze zoude behoren te wer„ den gegeeven, daaruijt ook zeer bequame officieren bij d' Jnfanterie voor's Comp: dienst bekomen werden zoude Waarop neevens al het gezegde in overweeging genomen zijnde, aan aan den eenen kant de noodzake„ „lijkheid om een behoorlijke emulatie onder d'officieren te verwekken, en aan d' andere zijde dat een zoo¬ „danig getal Cadets bij de aange„ haalde departementen in't vervolg zoude ontruijmen d'omstandigheid waarin men anderzints heeft geverseerd, om, in het benoemen van officieren zig te bepalen tot d'onderofficiers, hebben wij, in hope dat hetzelve uwer wel Edele Hoog Agtb: approbatie sal mo„ „gen wegdragen, besloten het gepropo„ „neerde getal Cadets, indiervoegen als hierboven is gezegd beij eerst voorkomende
English
Appointment of some officers to the Artillery Corps. Opportunity arising to appoint, and to instruct the same young people in military sciences for the formation of capable subjects. Having been indispensably compelled by the existing necessity, which the undersigned Governor has brought to our attention, both for directing in course of time the further construction of highly necessary fortifications and the maintenance of those which must remain in existence here, as well as for manning the batteries, to add and appoint yet two officers to the Engineers, and an augmentation of one hundred men alongside two officers and the necessary non-commissioned officers to the Artillery, we have, as in the present critical circumstances time would not permit awaiting Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships' orders in that regard, been obliged to proceed with appointing: As Lieutenant Engineer with a monthly wage of ƒ 50, Lieutenant Louis Michel Thiebauld, serving under the Swiss Regiment of Meuron, who, upon the request of him, the Governor, was discharged from the regiment by Colonel Meuron solely for the greater benefit of the Honorable Company, accompanied by testimony of praiseworthy conduct; As Extraordinary Engineer, with an increase in wages to ƒ 40 a month, the Gunner Dominicus Michael Barbier; which two officers, besides the service of directing the fortifications, can also be employed for the benefit of the above-mentioned Military Cadet School; Further, as Extraordinary Fireworkers at ƒ 30 per month, the Land Surveyor Jacob Gerard Johan van Hasselt, who remained behind here from the ship 't Zeepaard due to indisposition, and the Gunner Christiaan Kumpfer; having also resolved to effect the said augmentation of one hundred men along with the non-commissioned officers to be promoted thereto in the Artillery Corps successively from the convalescents in the hospital, with the reasons why this was done, subject to your approval. On which occasion also the Extraordinary Engineer Pieter Eldete, in view of the approaching expiration of his contract term and having performed his service to satisfaction, was promoted to Lieutenant Engineer at ƒ 50 a month. We flatter ourselves that Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships will be pleased to take into consideration that, however much one seeks to save all unnecessary costs for the Honorable Company, the preservation of this possession nevertheless demands the above-mentioned promotion and augmentation along with the measures previously reported as having been taken; and that on these grounds, Your Worships will also be pleased to grant a favorable approval; the more so since the two officers appointed to the Engineers, as mentioned above, have been placed under the obligation to provide the necessary instruction to the cadets in the Military Cadet School; moreover, if, notwithstanding the pressing motives for this, it should please Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships to reduce such an increase in the garrison here again in due time, a useful deployment could then be made by Your Worships, both of the said officers and of the common artillerymen being trained in the meantime, for the headquarters in the Indies or Ceylon, according to the plan drawn up for that purpose. Further report concerning the inquiry conducted regarding the wrecking of the China return ship Bredenrode. In our above-mentioned preceding respectful communication of 12 May of this year, having also dutifully brought to Your Right Honorable and Highly Esteemed Worships' knowledge that the Senior Merchant and Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serruliet was instructed to conduct a thorough inquiry into whether and to what extent any misconduct or neglect of duty might have taken place among the ship's officers regarding the wrecking of the ship Bredenrode, it has since appeared, from the sworn statement given by the skipper and mates of that vessel concerning the accident that befell the said vessel, that none of the saved non-commissioned officers and common seamen were charged with any failure of duty or disobedience in the service, the non-commissioned officers and common seamen having been re-employed in the Company's service, nor were the slightest complaints brought forward in that regard; wherefore the same saved non-commissioned officers and commoners have been declared employable again and taken into the service of the Honorable Company, for such wages as they had previously earned. And since no action could be initiated in this matter by the pro-interim Fiscal against the skipper and mates, the pro-interim Fiscal—by whom, due to the intervening death of the Independent Fiscal, the inquiry requested of that office regarding the conduct of the ship's officers was carried out—has subsequently, concerning the accident that befell the said ship Bredenrode, gathered for that purpose the advice and remarks of the maritime experts commissioned thereto by us, namely Captain at Sea and Equipage Master Justinus van Gennep, and fellow Captains Jan Siereveld and Christiaan van Veerden; whose written opinion in the end entails that, taking all the circumstances given by the ship's officers in their sworn statement together, they unanimously maintain
Dutch transcription
118 aanstellinge van eenige officieren bij het Corps d'AArthillerie. Voorkomende geleegendheijd aan te stellen, en dezelve Jongelieden in de militaire weetenschappen op te leiden tot het formeeren van bequame Subjecten. — Door de existeerende noodzake„ „lijkheijd die den ondergeteekende Gouverneur ons heeft doen opmerken indispensabel gedrongen geworden zijnde, om zo tot het dirigeerende bij vervolg van tijd nog aan te leggene, hoogst nodige Vestingwer„ 1 „ken en het onderhouden van de geene die alhier in weesen blijven moeten als tot het bezetten der Batterijen nog (:nog twee officieren bij de Penie, en een augmentatie van Een Hondert Man meede nevens twee officieren ende nodige onder officieren bij d' Arthillerie te voegen en aan te stellen, hebben wij daar in de teegenswoordige Priticque omstandigheeden de tijd niet heeft willen permitteeren alvoo„ rens Uwe wel Edele Hoog Agtb: ordre ten dien opzigte af te wagten moeten overgaan om aan te stellen Tot Lieub: Ingenieur met een maandelijxe gagie van ƒ 50:, den onder het Zwitsersche Regiment van 119 Van Meuron dienende Lieut: Louis Michel Thiebauld, die op aanzoek van hem Gouverneur door den Colonel Meuron alleen om het meerdere nut voor d' E Comp:e, daartoe onder het getuijgenis van een prijswaardig gedrag uijt het Regiment is ontslagen. Tot Extra ordinair Ingenieur met vermeerdering van gagien tot ƒ 40 's maands, den Constapel Dominicus Michael Barbier en welke Twee officieren ook behalven den dienst by het dirigee„ „ren de Vestingwerken ten nutte van't van't bovengem: Militaire kweek „school zullen kunnen werden g'Emploijeerd Voorts tot Extra ordinair Vuurwerkers met ƒ 30 p:s maand den van't schip 'T Zeepaard bij indispositie alhier overgebleevene Landmeeter Iacob Gerard Johan van Hasselt en den Constapel Christiaan Kumpfer mitsgaders besloten om de gezegde augmentatie van Een Hondert Man neevens de daar toe t'avanceerene onder- officieren bij het Corps Arthillerie successivelijk uijt de reconvalescenten ten Pospitale te 120 met de reedenen waarop zulx onder uwer wel Edele geschied. te doen geschieden. - Bij welke geleegendheijd me den Extra ordinair Ingenieu„ Pieter Eldete mits de op hande zynde Expiratie van sijn Verbon tijd, en dat den dienst tot genoegen waargenomen heeft, bevordert is tot Lieut: Jngenieur met ƒ50's maand Wij Vleijen ons dat Uwe Hoog Agtb: approbatie is Wel Edele: Hoog Agtb: in aan„ merkinge zullen gelieven te neem„ dat hoe zeer men ook alle onnodig kosten voor de E Comp:e tragt te besparen, de conservatie van deel possessie evenwel getgem: promotie en augmentatie neevens de bevoren reeds reeds opgegeevene genoomene Mesures komt te vorderen; en dat hoogst dezelve uijt dien hoofden hierop wel meede eene gunstige approbatie zullen gelieven te verlee„ „nen: te meer dewijl de twee bij de genie aangestelde officieren als boven, onder de Verpligting zijnde gebragt om de nodige Instructiën aan de Eaders in de militaire kweek „school te geeven, daaren boven wanneer onaangezien de hiertoe dringende motiven het uwe wel Edele Hoog Agtb: mogt behagen eene zodanige vermeerderinge van het Suarnisoen alhier in der tijd weeder 121 nader berigt betreffende het gedaan onderzoek nopens het verongelukken rant Chinas Retourschip redenrode. weeder te doen besparen, bij hoogst dezelve als dan zo wel van de gemelde officieren als intussesen gedresseerd werdende gemeene ar„ „thilleristen, een nuttig gebruijk zou„ „de kunnen werden gemaakt voor de Indiasche Hoofdplaats of Ceilon, volgens het daars een strek„ kend plan Bij onze bovengem: voor¬ „gaande Eerbiedige van den 12=de Maij deezes Iaars uwe wel Edele Hoog Agtb: al meede pligt schuldig ter kennisse gebragt hebbende dat aan den oppercoopman en Indepen¬ „dent Fiscaal M: Jan Jacob Serruliet was zijnde d'onderofficieren en gemeene scheepelingen aangenomen. was gedemandeerd geworden, naauwkeurig onderzoek te doen. of en in hoeverre omtrend het verongelukken van het schip Bredenrode eenig wandevoir of pligtversuijm bij de scheeps over„ „heeden mogt hebben plaats gehad is zeedert uijt het door den schipper weederom in 's Comp:s dienst en Stuurlieden van dien Bodem gegeeven beëedigt Relaas, betref„ „fende het ongeval denselven bodem overgekomen gebleeken, dat geene der gesalveerde onder officieren en gemeene Scheepelingen eenig mancquement aan pligt of onge„ hoorzaamheijd inden dienst wierd g'impeiteerd 122 en nadien door den pro interim Fiscaay geene actie desweegens jeegens den schipper en stuurlieden heeft kunnen werden g'entameerd.— g'imputeerd, nog ook desweegens eenige de minste klagten zijn Voort gebragt, waaromme dan ook de„ „zelve gesalveerde onder officieren en gemeenen weederom Emploiabel Verklaard en in dienst der E Comp aangenomen zijn, voor zodanige gagie als zijl bevorens gewonnen hebben, gehad. En heeft ook vervolgens den pro interim Fiscaal, door wien, mits het tusschen beiden g'exseerd overleiden van den Independent Fiscaal te werk is gesteld, het gem: aan dat officie gedemandeert onder„ „zoek omtrend het gedrag der Scheeps overheeden overheeden belangende het ongeval hetzelve Schip Bredenrode overgekomen, ten dien eijnde ingewonnen het Advijsen remarquen van de daartoe door ons gecom„ „mitteerd geweest zijnde zeekundigen den Cap=n ter Zee, en Equipagie meester Justinus van Pennep en de meede Cap=ns Jan Siereveld en Christiaan van Veerden; welkers in geschrifte ingebragt gevoelen in het eijnde is behelzende dat zij alle de door de scheeps over„ heeden bij derselver beëedigt relaas opgegeevene omstandigheeden tzamen genomen eenparig susteneeren
English
maintain, or that the ship, by the strong drift of the currents in the night, must have been set closer to the shore than could be estimated, or that, if one wishes to follow the given bearing, the southernmost shoal of Caab Inquillas, or the rock situated there upon which the ship struck and was wrecked, must lie more easterly and southerly than is indicated on the chart: to which concurrent circumstances the said commissioners therefore also believe that the wrecking of that ship can be attributed; and the Fiscal pro interim, in his report submitted concerning this matter, declared it his opinion that, since he could perceive not the slightest signs of a lack of employed seamanship, and even less of any misconduct or neglect of duty on the part of the ship's officers, he therefore could not, with the least semblance of justification, initiate any action ex officio against the said officers: wherefore we, in accordance with the orders prescribed to us by the Supreme Government of the Indies under date of 30 November 1782 for such cases, resolved to dispatch the said ship's officers, consisting of the skipper Godlieb Muller, the chief mate Thijs Simonse Koek, the second mate Hendrik Anthon Stoete, and the third mates Hermanus Barbier and Hendrik van Raijen, to the Netherlands, without earning wages, at the disposal of Your Right Honourable Worships: permission having been granted to the first three named, upon their request made to that end, to proceed thither on the Prussian ship Les Quatres Freres mentioned in the heading, and upon their making known their destitute condition, a sum of 40 rixdollars each was issued from the Company's treasury here for board money for the voyage: while the other two third mates are to follow on a later shipping opportunity. Meanwhile taking the liberty to refer to the sworn deposition given by the ship's officers, the written report of the aforesaid commissioned nautical experts, and the two reports submitted in this matter by the Fiscal pro interim, all of which are annexed in copy hereto for Your Right Honourable Worships' further elucidation. On the 14th of this month, there also arrived in False Bay the French King's ship La Resolution, commanded by Captain Recastau, which departed from Brest on 13 May of this year with 54 pieces of cannon and 350 hands, and is to resume its voyage from the said bay to the island of Mauritius within a few days; the captain communicated to us that, after a short stay at that island, his destination is first to Ceylon and further to other East Indian regions. Wherewith concluding this, we commend Your Right Honourable Worships' most esteemed persons and the Company's important interests to the protection of the Almighty, remaining with due respect, Right Honourable, Valiant, Most Noble, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and Commanding Lords, In the Castle of Good Hope, 23 August 1785. Your Right Honourable Worships' very humble, faithful, and obedient servants, C. J. van de Graaff R. J. Gordon W. V. Schoor Sacre J. V. Le Sieur C. J. Versel No. 1 Patria Received 20 February 1786 Per the Prussian private ship Les Quatre Freres. To the Right Honourable Lords Directors of the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber, Middelburg. Right Honourable, Valiant, Most Noble, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and Commanding Lords, Having had the honour, by the return ship the Triton, which departed from here for the Netherlands on the 16th of May of this year, to address to Your Right Honourable Worships our most recent respectful letters of the 12th of the same month preceding, we shall, in the hope of their safe delivery prior to the arrival of this letter, take the liberty of referring to their contents, and now report again to Your Right Honourable Worships as in duty bound, that since then, on the 27th of the aforesaid month of May, the ship De Paarl, equipped by Your Right Honourable Worships, arrived safely in False Bay with 5 deceased and 17 invalids; which vessel, having lost its foremast and bowsprit in a heavy storm after its departure from the Netherlands, was for those reasons compelled to put into the island of St. Jago on the 30th of January, where it obtained the necessary assistance of two other spars from the National frigate Phoenix, which was also lying at the said island, and after being repaired from the damage sustained, set sail from there hither on the 3rd of March following; so that the aforesaid ship De Paarl had to be provided here with a new foremast and bowsprit, with which a considerable time elapsed, wherefore that vessel, notwithstanding all possible haste applied thereto, could not be readied earlier than
Dutch transcription
123 sustineeren, of dat het schip door de sterke verleiding der Stomen in den Nagt, nader dan men konde gifsen na de wal moet zijn gezet geweest, of dat wanneer men de opgegeevene pijling wil volgen als dan de Luijdelijkste droogte van Caab Inquillas ofte de aldaar zijnde klip waarop het Schip heeft gestoten en Veronge, „lukt is, meer Oostelijker en zuijdelij„ „ker moet zijn geleegen, dan die in de baart werd aangeweesen: aan welke tzamen lopende zaken dezelve Gecommitteerdens, dan ook vermeenen dat het verongelukken van van dat Schip kan werden toe, „geschreeven; en heeft den pro interim Fiscaal bij desselfs ten dien belange ingediend berigt, ge„ „declareerd te vermeenen, mits dien geene de minste teekenen van gebrek aan gebruijkte zee„ „manschap, en nog minder van eenig wandevoir ofte pligt versuijm van de kant der scheeps overheeden te hebben kunnen ontwaren; en daarom ook met geen de minste Schijn van Cundament eene Actie teegens dezelve over„ heeden nomine, officie te mogen entameeren: weshalven wij in opvolginge staan den schipper= opper en onderstuijflieden buijten brenger deeses naar Nee„ „derland te vertrekken opvolginge der door de Hoog winning Pangagie per Indiasche Regeering ons sut dato 30. November 1782 en zoda „nige gevallen voorgeschreevene ordre besloten dezelve Scheeps overheeden, bestaande inden Schippr Podlieb Muller, den opperstuur„ „man Thij Simonse koek, den onderstuurman Hend=k Anthon„ Stoete, en de Derdewaaks, Har„ „manus Barbier en Hendrik Van Raijen ter dispositie van uwe Wel Edele Hoog Agtb: buijten winninge van gagie na Neederland af te schikken: zijnde aan de drie eerstgemelden op 124 ende andere Twee derde¬ waaks bij nadere scheeps= op derselver ten dien eijnde gedaan Versoek toegestaan, met het in den hoofde genoemde Pruijssisch schip les Quatres Freres derwaards te mogen doervaren, en op het te kennen geeven van hunne behoefti, gen toestand tot kostgeld voor de Rhijse ieder eene Somma van Rd:s 40 uijt 'sComp:s Cassa alhier afgegeeven: Terwijl ook de geleegendheijd mede te volgen Twee Derdewaaks bij nadere ge„ „leegendheijd staan te volgen intusschen de Vrijheid neemende ons te refereeren aan het door het Scheeps overheeden gegeeven en beëedigde Relaas, het schriftelijk Rapport ik Terwijl de Papieren tot het vorengem: onderzoek bewakkelijk deeze Copiee„ „lijk zijn bijgevoegtd. — Verschijning inde Baaij Fals van't Frans Konings Rapport der voorne. Gecommitteerde zeekundigen, en de Twee berigten door den pro interim Fiscaal te dien belange ingediend;, dewelke alle tot uwer wel Edele Hoog Agtb: nadere Elucidatie deezen Copieelijk zijn bijgevoegd. 4 Op den 14 deezer meede in de schip la Resolution Baaij- Fals Verscheenen zijnde het Fransch Konings Schip la Resolution gecommandeerd door den Capitain Recastau, hetwelk den 13 Maij deezes Iaars met 54 stukken Canon en 350 kop„ „pen uijt Brest is vertrokken en en 125 9 d en binnen wijnige dagen de rijze uijt de gem: Baaij na 't Eijland Mauritius Staat voort te zetten, heeft den Cap=n ons ge„ communiceerd na een kort verblijf op dat Eijland, de destinatie eerst te hebben na Ceilon en voorts na andere Indische geweesten. — Waarmeede desen eijndigende beveelen wij rewen Wel Edele Hoog Agtb: zeer g'agte perzonen en 's Comp: importante belangen inde bescherming des aller hoogsten blijvende met verschuldig e Eerbied. Wel Edele Erntfeste, Hoog Agtb: Boog wijze voorsienige zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren UWt Int Casteel de Goede Doop den 23 augustus 1735. Uwe Wel Edele Hoog Agtb: 2e ootmoedigen getrouwen en gehoorzz: dienar C: J: Vande Graaf R: J: Gordon. W: V: Schoor Sacte. S:V: Se Sieur C:J: Verler 126 126 C: J: Versel In't Casteel de Goede Hoop den 23 augustus 1785. Uwe Wel Edele Hoog Agtb: zeer ootmoedige getrouwen en gehoorz: dienaren C: D: Vande Graag ƒ R: J: Gordon. N: V: Schoor Sacre J: V: Se Sieur No 1 1 Patria - gelaten 20. Februarij 1786 Aan de Wel Edele heeren Bewindhebberen van de Generale Nederlandsche g'octroyeerde Oost Indische Compe ter praesidiale Camer P:r het Pruyssisch part: schip les quatre Freres. @ Middelburg Wel Edele Erntfeste, Groot Agtb: Wel Wijse, Voorsienige en zeer Genereuse Heeren, Gebiedende Heeren. P het Retourschip de Tri¬ „ton, dat den 16:e May deses Jaars van hier naar Nederland is vertrocken, d'Eere gehad hebben. „de aan uwe Wel Edele Groot Agtb: te rigten, onse jongste Eerbiedi„ ge Letteren van den 12e. dito bevorens C.1 bevorens, sullen wy, in hope van dies goede bestellinge voor de ver¬ schyninge deeser, de vryheyd neemen ons aan dies Inhoude te gedragen, en uwe Wel Edele Groot Agtb: thans wederom na verschuldigtheyd berigten, dat seedert op den 27:e der voorm: maand May behouden in de Baaij Fals is aangeland, het by uwe Wel Edele Groot Agtb: g'Equi„ „peerd schip de Paarl, met 5 overleedene, 17 impotenten; welken Bodem na desselfs vertrek uyt Nederland, in een swaaren storm, desselfs Focke mast en Boeg¬ „spriet hebbende verloren, om die reedenen op den 30e Jann het het Eyland St. Jago heeft moeten aandoen, alwaar van 's Lands Fregat Phanix, dat mede ten gem: Eylande heeft. geleegen, de benodigde adsistentie van twee andere Rondhouten heeft bekomen, en na dat van de beko¬ „mene schade was hersteld, den 3„e Maart daaraan van daar her„ „waards is gesteevend; des het voorm. schip de Paarl alhier van een nieuwe focke mast en Boegspriet hebbende moe„ tot „ten werden voorsien, waarmede een geruymen tyd is verlopen dien Bodem oversulx, ongeagt allen mogelyken spoed, die daar¬ „toe is aangewend, niet eerder dan„ op roos md
English
could be brought into a state of departure on the 19th of the past month of July, and subsequently on the 25th of the same continued the voyage to Batavia. There furthermore having been delivered to us by the aforementioned ship de Paarl, Your Honorable and Right Honorable Lordships' honored missive of the 6th of December of the past year, in answer to which we express our most humble thanks to Your Honorable and Right Honorable Lordships for the communication provided regarding the wreck of the ship Breslau; the packet received alongside it for the government of Ceylon having been forwarded thither with the outbound ship Sparenryk, which was ready to sail at that time. And we further take the liberty to send to Your Honorable and Right Honorable Lordships, enclosed herewith, the duplicate muster roll of the aforementioned ship Sparenryk, along with copies of the declarations issued by the officers of the earlier-mentioned ship de Paarl regarding the cleaning and keeping clean of that keel; referring ourselves to all of which, we shall, after having commended Your Honorable and Right Honorable Lordships' respected persons and the weighty affairs of the Honorable Company to God's protection, remain with due respect, Honorable, Steadfast, Right Honorable, Right Wise, Prudent, very Generous, and Governing Gentlemen, Your In the Castle of Good Hope, the 23rd of August 1785. Postscript. Enclosed herewith are also transmitted the duplicates of the expense accounts for what was furnished to the Dutch private ship the Vrouwe Wynanda Luberta, which recently departed from here for the Netherlands; which vessel having returned for the Chamber of Enkhuysen, the first set of these accounts was dispatched with it to the said Chamber. O: M: Bergh R: J: Gordon Your Honorable and Right Honorable Lordships' very humble and obedient servants, C. J. van de Graaff ... D. van Schoor S. S. Le Sueur C. C. beres ... No 2 and complaints against the Captain of the Zeepaard Hendrik Swart. Documents concerning the accusation No 4 Relatio given before the undersigned commissioners from the Honorable and Worshipful Court of Justice of this Government, and upon the requisition of the pro interim fiscal Monsr. Gabriel Peter, by and on behalf of Johan Jacob Willem Baksman, Commander of the soldiers stationed on the Honorable Company's vessel the Zeepaard, anchored in the roadstead of False Bay, being of competent age, reading as follows: That the Relator, having put to sea from Texel with his designated vessel on the 12th of December of the past year, both in the beginning and throughout the entire voyage indeed experienced that the Captain of the vessel, named Hendrik Swart, turned out to be of a very stubborn, sullen, and insolent nature, aside from the fact that he excessively punished minor and trivial faults in the severest manner, as proof of which it may serve that a sailor died within nine days after receiving punishment, concerning which mistreatments in general everyone, except the ship's doctor, continuously complained. That furthermore, on the 30th of the recently elapsed month of April, a soldier named Jan Roodhart being busy in the forecastle washing some articles of clothing, a sailor named Bukman had struck the aforementioned soldier in the face with a mop; the aforementioned soldier Roodhart having requested the sailor to desist from doing so, the latter struck him once more before and in the face with the mop, which resulted in the two coming to blows, and the aforementioned sailor coming away from it covered in blood; which bleeding was not caused by the striking of the aforementioned Roodhart, but rather that the same sailor, having fought between decks with another a few days before, had received a wound on the head from it, on which wound a scab had grown, and which scab was knocked off by the aforementioned soldier without knowledge or intent when he came to blows with the said sailor, and thereby caused the bleeding of that man's head, as those who cut the sailor's hair to examine the wound, as well as others who were present, shall and must testify. That both of the aforementioned persons, Roodhart and Bikman, were summoned to the deck by the Captain a short time thereafter, together with two other sailors, the latter of whom were to give testimony concerning what had occurred; of which two last-mentioned the one sailor named Jan van der Meulen also testified that in case the aforementioned soldier Roodhart no longer wished to be beaten, he found himself quite compelled to defend himself; which was confirmed by the Carpenter Jacob, upon which testimonies
Dutch transcription
op den 19 e der jongstl: maand Julij in staat van vertrek heeft kun¬ nen werden gebragt, en vervol= gens op den 25e. dito daaraan de reyse naar Batavia heeft voortgeset. — Synde ons voorts met het voorm: schip de Paarl toege¬ „bragt, uwer Wel Edele Groot Agtb: g'Eerde Missive, van den 6e: Decbr: des voorl: Iaars; in beantwoor„ „dinge van welke, wy uwe Wel Edele Groot Agtb: needrigst dank betuygen voor de gegeevene Com¬ „municatie, betreffende het ver„ ongelucken van 't schip Breslau¬ zynde het daar nevens ontfange. ne Pacquet, voor 't Ceylons gou¬ vernement „vernement, met het dies tyds zeyl„ „rée leggend uytkomend schip Sparenryk, derwaards voortgesonden. En neemen wy verder de Vry„ „heijd, uwe Wel Edele Groot Agtb: red in deesen gesloten te laten toe= „komen, de Duplicaat monster rolle van't evengem: schip Spa„ Rop „renryk, nevens d' afschriften er der Verklaringen, door d' Over„ heeden van 't voorwaards gem: schip de Paarl, nopens het reynigen en schoonhouden dier kiel verleend; aan alle welke ons refereerende, sullen wij, na Uwer Wel Edele Groot Agtb: C. 1 Agtb: geagte Persoonen en den gewigtigen Omme „slag der E: Comp„e, in Godes bescherminge te hebben bevolen, met ver schuldigd Respect bly¬ ven Wel Edele, Erntfest Groot Agtb, Wel Wijse, Voorsienige, zeer Genereuse en Gebie dende Heeren uwer In 't Casteel de Goede hoop den 23 Aug.s 1785- P. S. In deesen gesloten gaat nog over, de Duplicaaten der Onkost reecqn van 't verstrekte aan 't onlangs van hier naar Nederland vertrocken Hol= lands part: schip de Vrouwe Wynanda Luberta, welken bodem voor de kamer Enchuy„ sen geretourneerd synde, het eerste stel dier reecq. aan ged=e Camer daarmede is afgesonden. — O: M: Bergh R: I: Gordon. Uwer Wel Edele Groot Agtb: zeer onderdanige en gehoorz: dienaren. CTsimel Graaff Staete 7 D: V: Schoor S:S: Se Sueur C:C:beres :1 N No 2 en klagten jegens den Capitein van 't Zeepaard Hendrik Swart. Documenten betreffende de beschuldiging No 4 tro PP Celaas gegeeven ten Overstaan van de Ondergeteeken¬ de gecommitteerdens uyt den E Agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements en de ter requisitie van den pro Jn. „terim fiscaal S:r Gabriel Peter door ende van weegens Johan Jacob Willem Baksman Commandeur der Soldaaten bescheijden op 't te rheede van Baaij Fals geankert Leggende S, E„ Comp s Bodem 't Zeepaard, van Competenten Ouderdom Luydende het zelve als Volgd. Dat den Relt. met zijn bescheijden bodem ƒ op den 12 Decemb: des gepasseerden Iaars uijt Tex„ „el naar zee gesteevend zijnde, zo in den beginne als geduurende de geheele rheijze wel heeft onder„ vonden dat den Capteijn van den Bodem met naame Hendrik Swart zeer Stuurs, nors en brutaal van aart quam te zijn, behalven dat denzelven buijten maate, geringe en ligte fouten ten stangsten heeft doen straffen, waar van tot een bewijs kan dienen, dat een Mattroos binnen neegen dagen tyd na ontvangene straffen overleeden is, over welke mishande„ lingen in 't generaal een ieder, except den scheeps doctor, zig bij Continuatie heeft be„ klaagd.- Dat voorts op den 30 der even afgeweekene maand April een soldaat met name Jan Hoodhart voor de Bak bezig geweest zijnde eenige kleeding stucken te wasschen een Mattroos genaamd genaamd Bukman, denzelven voorsz: Sol¬ daat met een swabber in't aangezigt had ge„ „slaagen, voorsz: soldaat Roodhart den mattroos hebbende verzogt zulx te willen na„ laten, heeft denzelven hem andermaal met den Swabber voor en in 't gezigt geslaagen, het welk van dat gevolg is geweest, dat dezelve bij de handgemeen geworden zynde, de voorsz: mattroos bebloed daar afgekoomen is; welk bloeden niet door 't slaan van voorn: Rood„ hard is veroorzaakt, maar wel dat dezelve mattroos eenige dagen bevoorens met een ander zig tusschen deks hebbende geslagen daar van eene wonde aan het hoofd had be„ koomen, en op welke wonde een roof gegroeyd dezelve door voorsz soldaat zonder Weeten of opzet, wanneer met gem: Mattrooshand gemeen was, afgestooten en daar door 't bloe¬ den van dies mans hoofd is veroorzaakt zo als hier van zullen kunnen en moeten getuijgen die dien Mattroos 't hair hebben afgesneeden, om de wonde te visiteeren als andere die daar bij praesent geweest zijn. Dat dezelve bijde voorm perzoonen Rood¬ hart en Bikman weinige tyd daar na door den Capteijn op t dek zijnde Ontbooden neevens twee andere Mattroosen welk Laatste ter sake van 't voorgevallene getuijgenis zoude geeven van welk beijde laatstgent: dan ook getuijgd heeft, de eene Mattroos genaamd Jan van der Meulen, dat ingeval de soldaat voorm: Roodhart, niet langer wilde geslaagen zijn hij zig wel genoodzaakt vond, te moeten de„ „fendeeren; 't welk bewaarheyd is geworden door den Timmerman Jacob, op welke getuijgenissen
English
testimonies, the deponent having gone to the Captain and requested of him that he would please inform himself of the circumstances and the true nature of the matter before he proceeded to punishment: the Captain had answered the deponent that it was his business and not the deponent's; for the deponent happened to be only a Sergeant. That the Captain then immediately, having had the aforementioned soldier Roodhart stripped down to a linen jacket and shirt, had him given sixty-six lashes thereupon by two Corporals with a piece of rope, under the threat that in case they did not strike hard enough, he would have them punished by two Quartermasters. That the soldier being no longer able to stand, the deponent had asked the Captain whether he would not now also have the Sailor punished, since the deponent, judging the soldier to be sufficiently innocent, thought that he had been punished enough; to which the Captain having told the deponent to be silent, the deponent had ordered the Corporals to beat no more; whereupon two Quartermasters were called by the Captain, who had to tie the aforementioned soldier Roodhart up. That the said Roodhart thus being tied up, and the aforementioned two Quartermasters being placed behind both Corporals in order, in case they did not strike to the satisfaction of the Captain, to beat them then, the Captain had ordered the deponent to go under arrest and had the aforesaid Roodhart given another two hundred and forty-four lashes, and thus in all, three hundred and ten lashes with a piece of rope; while the deponent had remained sitting in arrest in his cabin. That the said Roodhart, not only being unable to walk or stand due to the numerous lashes, being both dragged and led by four Soldiers from the Deck down into the waist under the half-deck, it had been said by the boatswain in a most merciless manner, there comes that Beast that ought to have been beaten to death. That having opened a vein of that soldier twice after the lashes received, apparently out of fear of consequences, no blood had flowed from it, however, but he has continued incessantly to complain of severe Pain in the chest, while the Sailor Bukman has remained unpunished. That the day after, or on the first of May, a ship's council being held and the deponent being summoned into the same, the deponent had been condemned by a Resolution taken there to remain under arrest until he should have arrived at this Roadstead or place. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as in the Text, being prepared to confirm the same further. Thus done at the Cape of Good Hope the 21. June 1785, before the Honorable Lodewijk Christoph Warnick and Solomon van Egten, Members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the Deponent and me, the sworn Clerk. underneath was: Which I Witness. was signed: H: S Bletterman, sworn Clerk. Agrees. MtFrak E Egllere b Moderstrom Coll. de dan icht N Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the chief surgeon appointed to the Ship 'T Zeepaard, Bernardus Johannes Engelbert van Linge, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal Pro Interim St. Gabriel Exter, declared it to be true: That when the appearer's assigned vessel 'T Zeepaard was on the voyage hither, the Assistant Surgeon of the appearer's vessel had reported to the appearer on the 30. April in the afternoon between one and two o'clock, that a Sailor by name of Willem Bokman had been inflicted with a wound to the head by a soldier, which wound was then also dressed in the presence of the appearer by the assistant surgeon, having been a heavily bleeding wound, such that the blood streamed over the face of that Sailor; that in the same afternoon around the stroke of three o'clock, that soldier who was said to have inflicted the aforesaid wound on the said Sailor was punished by order of the Captain aft by two Corporals, and thus was beaten with pieces of rope, without knowing how many lashes he received, as the appearer was then busy with the dressing, and thus did not hear what occurred at that time, except only by hearsay; that the aforesaid punished soldier having gone below, the appearer immediately followed him and, having examined him, had ordered his assistant surgeon to bleed that soldier pro Justitie
Dutch transcription
getuygenissen den Relt. zig hebbende vervoegd, bij den Captein en aan dezelven verzogt, dat hij tog na de Omstandigheeden en den waaren toe„ dragt der zaak zig wilde informeeren, afvoorens hij overging tot Straffen: den Ca„ „pitain den Rel:t geantwoord had, dat het zijne, en niet des rel:ts zake was; want den Relt: maar Sergeant quam te zijn. — Dat den Capitain dan opstonds, den voorn: soldaat Roodhart tot op een Linnen baaijtje en hembd hebbende doen ontkleeden, denzelven daar op sesensestig slaagen, door twee Corporaals met Endentouw had laten geeven, onder bedrijging, dat ingeval zij niet toeslaan wilde, hij hun door twee Quartiermeesters zou doen Straffen Dat den soldaat niet meer kunnende staan, de Relt. den Capitain gevraagd had, of hij nu niet den Mattroos meede zoulaa„ ten afstraffen, alzo den Rett. Oordeelende de sold„t genoegzaam onschuldig vermeende dat denzelven genoeg was gestraft, op het welk den Capitaen den Relt: gezegt hebbende dat stil swijgen zoude had den Rel:t de Corporaals geordonneerd, niet meer te slaan waar op door den Capitain twee Quartier„ meesters zijn geroepen geworden, dewelke de meerm: soldaat Roodhart hebben moeten Vastbinden. - Dat dezelve Roodhart dus vastge¬ „bonden zynde, en agter de beyde Corporaals de voorn: twee Quartiermeesters gesteld zijnde omme ingeval zij niet nagenoegen van den Capitain sloegen, als dan hun te kloppen, had den Cap:n den Relt geordonneerd, om in arrest te gaan en den voorsz: Roodhart nog twee honderd Vier en Veertig slagen, en dies in allen, drie honderd en Thien slagen met een Endje doen geeven; terwijn den Relt: in zijn hier in arrest was blij¬ ven zitten. Dat gem Roodhart door de Veelvul¬ „dige slaagen niet alleen kunnende gaan of staan, door Vier Soldaaten van 't Dek na beneeden inde kuijl onder het halverdek zo gesleept, als geleijd zijnde, door den boods¬ man op een aller medogenste wijze gezegt was geworden, daar komt dat Beest aan dat had moeten dood geslagen worden. - Dat men dien soldaat na ontfan„ „gene slaagen apparentelijk uijt vreese van gevolgen tot twee reijzen een ader hebbende „geopend, daar uijt egter geen bloed was ge„ „vloeijd, maar is denzelven bij Continuatie over heevige Pijn inde borst blijven klagen terwijl den Mattroos Bukman onge„ straft gebleeven is. Dat daags daar aan ofte op den Eersten maij eene scheepsraad gehouden en den Rel„t in dezelve geroepen zijnde, was den rel„t bij eene daar ingenoomene Resolutie gecondemneerd omme in arrest te blijven zitten tot dat ter deze Rheede of plaatse zou zijn gearriveerd Niets meer verclaarende geeft den relt: voor reedenen van weetenschap als in den Text, be„ reijd zynde 't zelve nader gestand te doen. Aldus gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 21. Junij 1785, voor d E E: Lode¬ wijk Christoph Warniik en Solomon van 6 Egten Egten Leeden uit den E Agtb: Raad van Jus„ „fitie voorm:e die de minuute deezes beneevens den Ret„t ende mij getwen Clercq meede be„ hoorlijk hebben onderteekend /:onderstond:/ T welk ik Getuijge. /:was geteekend:/ H: S Bletterman, gem Clercq. Accordeerd.- MtFrak E Egllere b Moderstrom Coll. de dan icht N Compareerde voor ons ondergeteek: gecomm: uyt den E Agtb: Raad van Justitie deezes gouverne ments, de op 't Schip 'T Zeepaard bescheydene oppermeester Bernardus Johannes Engel bert van Linge, van Competen ten ouderdom dewelke ter requisitie van den Pro Interim Fiscaal St. Gabriel Exter; verclaarde hoe waar is. Dat wanneer des Comps bescheyde bodem 'T Zeepaard off de reyze na herwaards zig bevond den Ondermeester van des Compts. bodem op den 30. april des namiddags tussen een en twee uuren aan den Compt had rapport gedaan, dat een Mattroos in name Willem Bokman door een soldaat eene worde in t hoofd toegebragt had, welke wonde dan ook in praesentie van den Comp=t door den ondermeester was verbonden, zynde geweest een sterk bloedende wonde, zodanig dat het bloed dien Mattroos over 't aangezicht Stroomde - dat in denzelfde namiddag de klokke om streets diie uuren, dien soldaat die de voorsz soude hebben wonde aan gem: Mattroos ^ had toegebragt, ter ordre van den Capitain agter op door twee Cor¬ poraals afgestroft; en dus met Endjes was ge„ slagen, zonder te weeten hoe veel slagen den zelven bekoomen heeft, alzoo den Compt. toen met het verband was bezig geweest, en dus niet heeft gehoord, wat als doen voorgevallen is, als alleen van hooren zeggen — dat voorsz: afgestrafte soldaat na beneeden gegaan zynde, den Compt denzelven op stond gevolgden hem gevisiteerd hebbende aan zyne ondermeester had gelast, die soldaat bloe pro Justitie te
English
to bleed, which had then also been done, it being well possible that the assistant surgeon, having obtained no blood, performed a second bloodletting, the appearer having ordered the said assistant surgeon that this soldier had to use temperantia daily, and furthermore had to be rubbed every day with spiritus vini camphorati to promote the resolution, having directly ordered that soldier to perform his duties; that when the appearer's assigned vessel had departed from England and had been at sea for a few days, their keel was overtaken by a heavy storm, after which event a sailor by the name of Marten Axel, by order of him, the captain, being bound to a cannon, was punished, as the appearer had understood, for negligence in his duty, having been approximately forty years of age by estimation, and of a bad, scorbutic constitution, on which person, by order of him, the appearer, a bloodletting was performed by the assistant surgeon and at the same time proper remedies were employed for his recovery, both internally and externally; the appearer subsequently, on the sixth day after the punishment, in order to promote separation, was advised to make a small incision or scarification, after which that sailor came to pass away on the seventh day, due to several concurrent complications. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus Thus transacted, reviewed, and sworn at the Cape of Good Hope on 21 June 1785, before the Honorable Lodewyk Christoffh Warneek and Salomon van Echten, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the sworn clerk. Beneath stood: Which I witness, (was signed:) H:L Bletterman, sworn clerk. Agrees Medrak Sworn clerk Compared. mollentrom Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the ship's assistant carpenter Jacob Sonderike of Canton, stationed on the outgoing ship 't Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal J. Gabriee Baater, declared it to be true: That when, as the appearer now believes, about two months ago, without being able to determine the time or day, his assigned vessel 't Zeepaard was on the voyage hither, on a certain afternoon he, the appearer, was on the forecastle, where he found a soldier named Roodhardt, who, being a messmate, thus belonged there, and was busy drawing water from the sea with a bucket for the cook's mate who was also on the forecastle, while a sailor named Biekman, who was also on the forecastle, had been busy scrubbing his berth; that the appearer, without knowing for what reasons that sailor did so, had seen that this sailor struck the aforementioned soldier Roodhart up to three times in the face with the scrubber he held in his hands, and that he further seized the aforementioned soldier by the chest, and they thus came to blows with one another; that while they lay on the forecastle, and indeed the soldier underneath, it happened that Compared. mollentrom Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the ship's assistant carpenter Jacob Sonderike of Canton, stationed on the outgoing ship 't Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal J. Gabriee Baater, declared it to be true: That when, as the appearer now believes, about two months ago, without being able to determine the time or day, his assigned vessel 't Zeepaard was on the voyage hither, on a certain afternoon he, the appearer, was on the forecastle, where he found a soldier named Roodhardt, who, being a messmate, thus belonged there, and was busy drawing water from the sea with a bucket for the cook's mate who was also on the forecastle, while a sailor named Biekman, who was also on the forecastle, had been busy scrubbing his berth; that the appearer, without knowing for what reasons that sailor did so, had seen that this sailor struck the aforementioned soldier Roodhart up to three times in the face with the scrubber he held in his hands, and that he further seized the aforementioned soldier by the chest, and they thus came to blows with one another; that while they lay on the forecastle, and indeed the soldier underneath, it happened that
Dutch transcription
te laaten, het geen dan ook geschied was, kunnen de het wel zyn, dat die ondermeester geen bloed gekreegen hebbende eene tweede lating heeft ge¬ daar, hebbende den Compt aan gem: ondermeester gelast, dat dien soldaat dagelyks temparentia moes¬ te gebruyken, en wijders alle dagen moest werden gelinieert met spiritus vini Complorati, om de Resolutie te bevorderen, dien soldaat direct g'or„ donneerd hebbende om zyn dienst te presteeren dat wanneer des Compts beschyden Bodem uyt Engeland vertrokken, en eenige weynige de gen in zee geweest was, hun kiel met een swaaren storm was overvallen, na welken Eijnde een Mat¬ broos in naame Marten Axel ter ordre van hem Capitain op een Canon gebonden zynde was afge straft, zo den Comp had verstaan overnegligan =tie in zyn dienst, zynde omtrend geweest veer tig Jaaren na gissing oud, en van een quaad zaf„ i zig gestel, aan welken persoon ter ordre van hem Compt door den Ondermeester eene aderlating was gedaan en teffens behoorlijke middelen ter genee„ zing g'Employeert zyn geworden, zo wel interne als Externa; den Compt. vervolgens op den sesden dag na de afshrafing om de separatie te bevorde„ ren, te rade geworden was eene kleyne insectie ofte scarrificatie te doen, waar na dien Mat¬ troos op den zevenden dag was komen t' over lyden, door verscheydene daar bij gekomene toevallen— Niets meer verclaarende geeft den Compt voor redenen van wetenschap als in den tex en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woorden, zowaarlyk help mij God Almagtig Aldus Aldus Gepasseerd, Gerecolleerd en bele„ digd aan Capo de goede Hoop den 21 Junij 1785. voor d EE Lodewyk Christoffh Warneek en Salomon van Echten, Leeden uyt den E Agtb=r Raad van Justitie voorm: die de mi„ nute dezes benevens den Compt. ende mij geswr: Clercq mede behoorlyk hebben onderteekend /:onderstond./ T welk ik Getuijge (:was geteekent:) H:L Bletterman gesw Clercq Accordeert Medrak Egllercqe Coll. mollentrom Compareerde voor de Ondergeteek„ gecommitteerdens uyt den E Agtb. Raad van Justitie deezes Gouvernement, den op 't uijtkoo„ mend schip 't Zeepaard bescheijden scheeps Onder Timmerman Iacob Sonderike van Canton zeeric van Competenten ouderdom, dewelke te requisitie van den pro Intrem Fiscaal J. Ga„ briee bater verklaarde hoe waar is. Dat wanneer zo den Comp: nu vermind bij kans twee maanden voort: zonder den tijd of dag te kunnen bepaalen, zijn bescheijden bodem 't Zeepaard op de Rheijze na herwaards was, op een zeekeren na de middag hij Compt: op de bak was, alwaar zij bevond een soldaat, in nomen Roodhardt, die een baksgast zijnde dus op dezelve behoorde, en bezig was, voor de op de bak meede zijnde koksmaat water uyt zee met een puts te slaan, inmiddels dat een meede op de bak zijnde mattroos in name Biekman doende was geweest zijn kooij te schrobben. dat der Compt: zonder te weeten om welke reedenen, die mattroos zulks heeft gedaan had gezien, dat die mattroos voorsz: soldaat Roodhart met zijne in handen hebbende Schrobber tot drie maalen toe in het aange¬ zigt had geslaagen, en dat denzelven voorts voorsz: soldaat voor aan de Borst had gevat, en dezelve dis met malkanderen handgemeen geworden waaren Dat intusschen dat dezelve, op de bak lagen en wel den soldaat onder, het was gebeurd, dat. Coll. mollentrom Compareerde voor de Ondergeteek„ gecommitteerdens uyt den E Agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernement, den op 't uijtkoo„ mend schip 't Zeepaard bescheyden scheeps Onder Timmerman Iacob Sonderike van Canton zeerie van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Intrem Fiscaal J. Ga: briee bater verklaarde hoe waar is. Dat wanneer zo den Comp: nu vermijnd bij kans twee maanden voort: zonder den tijd of dag te kunnen bepaalen, zijn bescheijden bodem 't Zeepaard op de Rheijze na herwaards was, op een zeekeren na de middag hij Compt: op de bak was, alwaar zij bevond een soldaat, in nomen Roodhardt, die een baksgast zijnde dus op dezelve behoorde, en bezig was, voor de op de bak meede zijnde koksmaat water uyt zee met een puts te slaan, inmiddels dat een meede op de bak zijnde mattroos in name Biekman doende was geweest zijn kooij te schrobben. dat den Comp: zonder te weeten om welke reedenen, die mattroos zulks heeft gedaan had gezien, dat die mattroos voorsz: soldaat Roodhart met zijne in handen hebbende Schrobber tot drie maalen toe in het aange¬ zigt had geslaagen, en dat denzelven voorts voorsz: soldaat voor aan de Borst had gevat, en dezelve dis met malkanderen handgemeen geworden waaren Dat intusschen dat dezelve, op de bak lagen en wel den soldaat onder, het was gebeurd, dat
English
that the soldier, in order to get on top, had thrown one arm over the sailor's head, that this sailor had pulled his head out from under the soldier's arm, whereupon the head of the aforementioned sailor Bickman had begun to bleed, which the deponent knew at the time (as he was however subsequently told that this sailor had had a wound on his head) to have caused that bleeding, as the aforementioned Roodhart had not inflicted any blow nor anything else upon the aforementioned Bickman, and they had thereupon let each other go. That the deponent, having given notice of that incident to Corporal Oberlijtvver who was keeping watch in the waist, in the meantime the boatswain had arrived, who had ordered the sailor Bukman, who had not wished to complain about it, to go to the quarterdeck to complain about the soldier, using the rough expression that beastly rabble must be punished, so that this sailor had been obliged to obey that order. That thereupon, in the afternoon or towards the evening, the aforementioned soldier and sailor having been called to the quarterdeck, the soldier was given over one hundred lashes by two corporals by order of the captain, when the deponent heard the commander of the soldiers order the corporals to cease beating, which those corporals also did, notwithstanding that behind each corporal a quartermaster had been placed by the captain, in order, whenever the corporals did not beat hard enough, to then beat the corporals. That the captain thereupon having gone into the captain's cabin together with the captain lieutenant and the commander of the soldiers, a short while thereafter the commander came out of that cabin alone and went below under arrest, whereupon furthermore the captain and the captain lieutenant also came onto the deck again, and ordered the soldier Roodhart to be tied to a taut rope called the chamber pot, which having been done by the quartermasters, the captain ordered the corporals to beat that soldier again, which having been done for a considerable while, the captain ordered the soldier to be untied, brought to the surgeons, to grease him and bleed him, which also happened, and a bloodletting was performed by the surgeons on each arm, without this having the slightest success, as no blood came from the veins. That the captain of their vessel during the voyage had lived very poorly with the crew, and did not treat them according to his duty at all, both with regard to the provisions, and with continuous cursing and swearing, having among other things always reviled them as beastly rabble and canine rabble. That after their ship had departed from England about five days and they had had a storm, after the storm ended, by order of the captain, a certain sailor who, as was said, had not run above during the storm, was tied to a cannon and had to be beaten by two quartermasters; the captain having said to the quartermasters: strike, and if you do not strike hard enough, I will have you struck, so that this sailor was beaten very piteously, and indeed to such a degree that six days thereafter he came to die from the blows received, the chief ship's surgeon of their vessel, when the sailor could not keep still due to severe pain, having furthermore barbarously said to that sailor: go on, beastly rabble, keep still or I will cut you so that you go to the devil, and that sailor was unable to lie in any other way than on his belly until his death. Declaring nothing more, the deponent gives for reasons of knowledge as in the text, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. underneath stood: Thus transacted, verified, and sworn at the Cape of Good Hope on 20 June 1785 before the Honorable Lodewijk Christoph Warneck and Gerret Hendrik Cruijwagen, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who, together with the deponent and me, the sworn clerk, have duly signed the minute hereof. lower down: Which I witness signed H. L. Bletterman sworn clerk. Agrees A. Blonk Copy Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the military corporal Johan Jacob Kramp, stationed on the ship 't Zeepaard, from Hessen Darmstadt, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal Senior Gabriel Exter, declared how true it is: That the captain of the deponent's assigned vessel 'T Zeepaard, during the entire voyage from the fatherland to this place, was very surly, stubborn, and angry towards the ship's crew without distinction, constantly reviling them as beasts and canine rabble, and caused the crew to be unreasonably beaten, a certain sailor whose name the deponent does not know even having been beaten in such an unchristian and barbarous manner by order of the captain that he came to die six days thereafter. Declaring nothing more, the deponent gives for reasons of knowledge as in the text, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So help me God Almighty. underneath stood: Thus transacted, verified, and sworn at the Cape of Good Hope on 24 June 1725 before the Honorable Lodewijk Christof Warneck and Gerrit Hendrik Cruijwagen, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who, together with the deponent and me, the sworn clerk, have duly subscribed the minute hereof. lower down: Which I witness signed W. L. Bletterman sworn clerk. A. Lorak Clerk Agrees
Dutch transcription
dat den soldaat om boven op te koomen zijn een arm had geslagen over het hoofd heen van den mattroos, dien mattroos zijn hoofd van onder den arm des soldaats had uijtgetrokken, als wanneer het Hoofd van gem. Mattroos Bickman had begonnen te bloeden, zoude dat den Compt: toen wist, (zo als hem egter vervolgens was gezegd, dat die mattroos. een wonde op het hoofd had gehad:) waar door dat bloeden was veroorzaakt, alsoo voorsz. Roodhart aan gem: Bickman geen slag nog iets anders toegebragt had, en hadden zyl: malkanderen voorts Los gelaaten. Dat den Compt: van dat voorval aan den in de kuijl de wagt hebbende Corporaal Oberlijtvver kennisse gegeeven hebbende was intusschen den Boodsman gekoomen, die den mattroos Bukman, dewelke daar over niet had willen klaagen, had g'ordonneerd, om over den soldaat agter op te gaan klagen, onder de ruuwe uytdrukking, dat beeste goed moet afgestraff worden, zulks die mattroos die ordre had moeten opvolgen. Dat daar op in den namiddag, of teegens den avond voorsz: soldaat, en mattroos agter op geroepen zijnde, den soldaat door twee Cor¬ poraals ter ordre van den Capitain over de hon„ dert slagen waaren gegeeven, wanneer den Comp: den Commandeur der soldaaten, aan de Corpor raals had hooren gelasten, met slaan uyt te scheijden, 't geen die Corporaals ook hadden ge„ daan, niet tegenstaande agter yder Corporaal, een quartiermeester door den Capitain was geplaats Om zo wanneer de Corporaals niet hard genoeg sloegen, als dan op de Corporaals te slaan Dat den Captijn daar op met de Capitain Lieutenant, en den Commandeur der soldaaten te zamen in de Capitains kamer gegaan zynde een poosje daar op den Commandeur, alleen uijt die Camer gekoomen, en na beneeden in arrest gegaan was, wanneer voorts den Capitain en et Capitain Lieutenant meede wederom op dek waren gekoomen, en gelast hadden der soldaat Roodhart aan een gespannen touw de pispot genaamd vast te maaken, 't gunt door de quartiermeesters gedaan zijnde, den Capitain aan de Corporaals had gelast, om die zoldaat weeder te slaan 't geent een geheele poos gedaan zijnde, had den Capitain gelast den soldaat los te maaken, bij de meesters te brengen, hem te smeeren en ader te laaten, dat ook geschied was, en door de meesters aan ijder arm een aderlating was gedaan, zonder dat zulx van de minste succes was geweest, alzo geen bloed uyt de aderen was gekoomen Dat den Captijn hunner kiel op de reijze, met het volk heel slegt had geleefd, en dezelven gantsch niet volgens zijn pligt behandeld heeft, zo wel ten aanzien van 't Randzoen, als met geduurig schelden en vloeken, dezelve onder anderen, altoos voer beeste goed en houden goed gescholden hebbende Dat na dat heen schip, een dag of vyff E van uyt Engeland vertrocken geweest was, en zyl: Storm gehad hadden, na geyndigde storm ter ordre van den Capitain zeekeren mattroos, die zo als was gezegd, in den storm niet laats niet na boven geloopen was, op een Canon vast was gebonden, en door twee Quartiermeesters had moeten worden geslagen; hebbende den Ca„ pitair tot de quartiermeesters gezegd, 1 slaad, en zo gij niet hard genoeg slaas. zal ik joi raaken laaten, zulx dien mattroos zeer deerlijk was geslaagen en wel dermaaten, dat denzelven, zes dagen daar na aan de bekoomene slagen was koomen t' overlyden, hebbende den scheepsopper¬ meester van hun kiel, wanneer den mattroos door sware pijnen niet stil houden konde die mattroos nog barbaars genoeg toegevoegd toe beeste goed, houd stil, of ik snijdse dat gij des duijvels word en had dien mat¬ troos, niet anders als op zijn buyk, tot zijn overlijden toe kunnen leggen. Niets meer verklaarende, geeft. de Comp: voor reedenen van weetenschap als in den Text, en sprak dierhalven te bevestiging der waarheijd van dien, de solemneele woorden zo waarlijk help mij God Almagtig. - /:onderstond:/ Aldus gepasseerd, Gerecolleerd, en beeedigt aan Cabo de goede Hoop den 20 Junij 1785. voor d' EE Lodewijk Christoph Warniek en Gerret Hendrik Cruijwagen, Leeden uit den E Agtb: Raad, van Justitie voorm:, die de minuute deezes beneevens den Comp: ende mij geswoore Clercq meede behoor¬ lijk hebben onderteekend, /: lager. / Twelk ik getuijgen /was get:) H L. Blettermen get Clerq. Accordeeren AkBlonk belleveg Copie Compareerde voor Ons Ondergeteek: gecommitt=s uijt den E: agtb: Raad van Justitie deeses gouvernements, den op 't schip 't Zeepaard bescheyden Corporaal militair Johan Jacob Kramp, uijt hessen Darmstad, van Competenten Ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Jnterim Fiscaal S' Gabriel Exter verklaarde hoe waar is - Dat den Capitain van des Compts bescheijden Bodem 'T Zeepaard, de geheele reijse van 't vaderland na herwaards teegen het scheeps volk zonder Onderscheid, zeer nors stutrs en kwaad geweest is, dezelve gestadig scheldende voor beesten en konde goet„ en het volk onreedelijk heeft laaten slaan, zijnde zelfs ter Ordre van den Capitain, zeekere mattroos wiens naam den Comp=t niet weet, dermaten onchristelijk in barbaarsch was ge„ slagen geworden, dat deselve ses dagen daar na is koomen te overleijden - Niets meer verklaarende geeft den Compt voor reedenen van Weetenschap als in den Text, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woorden, zoo waarlijk help mij God Almagtig- /:onderstond:/ Aldus gepasseerd, gerecolleerd en en b'Eedigt aan Cabo de Goede Hoop den 24: Junij 1725 voor d' E: E: Lodewijk Christof Warneck en gerrit Hendrik Cruijwagen, leeden Uijt den E: agtb: Raad van Justitie voormeld die de minuten deeses beneevens den Comp=t ende mij Gesw: Clercq mede behoorlijk hebben gesub„ scribeerd - /:lager./ 'T welk ik getuijge /:geteekend:/ W: L: Bletterman gesw: Clercq- ALorak Cllercq Accordeerd Cotl. motterstrom
English
Copy Appeared before the undersigned commissioned members from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the one stationed as vice-corporal on the ship 't Zeepaard, Christiaan Oberleijtner of Holtzapfel, of competent age, who at the requisition of the interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That when the appearer's assigned vessel 't Zeepaard had been on the voyage hither, now about six weeks ago by estimation, and the appearer had the watch inboard as vice-corporal on a certain afternoon, at that time one of the soldiers stationed on that vessel, by name of Roodhart, had been forward on the forecastle, and stationed there to perform his duty as a messmate, it had then happened that, as was told to the appearer while in the waist by the fellow soldier Slot and carpenter Jacob, that soldier had drawn and hauled up water with a bucket, while a sailor who was also on the forecastle, whose name the appearer does not know, according to the aforesaid account, was said to have struck the aforesaid soldier Roodhart three times in the face with a swab, and also that the said soldier and sailor having come to blows over this, the soldier had lain underneath and the sailor on top of him, on which occasion it had happened that an old wound which the sailor had had on his head, having reopened, had bled profusely. That the appearer having received a report thereof from the soldiers Fredrik and Slot as well as the carpenter Jacob, as the vice-corporal having the watch, the appearer had made a report thereof to the commander of the soldiers, just as the surgeon had also gone aft and likewise brought a report to the second lieutenant Bogaard who had the watch. That the captain of their vessel, having then been asleep, the same subsequently, when he had gotten up at about four o'clock in the afternoon, had the aforesaid soldier Roodhart and the sailor who had been in combat with him called aft, whereupon two more corporals were ordered above by the captain, as well as two quartermasters, the appearer being one of the corporals who was called aft, because he still had the watch at that time: That the soldier Roodhart, then being on the quarterdeck, having been brought forward, the captain ordered him, the appearer, and his fellow corporal to beat that soldier Roodhart with rope ends, at the same time having ordered the two quartermasters to stand behind the corporals and, in case the corporals did not strike hard enough, then to beat the corporals. That the appearer and the other corporals having struck for a considerable while, the commander of the soldiers had then said to the appearer and the other corporal: Corporals, stop beating, I will not have my people beaten to ruin; whereupon they had stopped beating; and the captain thereupon called his captain-lieutenant above, with whom he and the commander went into the captain's cabin. That a little while thereafter, the commander having come out of the cabin alone, the same had gone below and had gone into arrest, whereupon the captain and the captain-lieutenant having also come back out of the cabin, the captain had ordered that both quartermasters had to tie the aforesaid soldier Roodhart to the so-called piss-pot on the quarterdeck, which having been done, the captain had ordered their corporals to beat that soldier again, which they having had to do for a whole short while, that soldier was subsequently untied again and was brought to the surgeons to be dressed and bled, which was then also done again. That the captain of their vessel had been very surly and harsh towards the crew throughout the whole voyage, but especially towards the soldiers, and having constantly cursed them as beasts and dog's rabble, just as the captain also had a certain sailor beaten so excessively that the same sailor came to die from those blows on the sixth day thereafter: Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus passed and sworn at the Cape of Good Hope on the 20th of June 1785, before the Honorable Lodewyk Christoph Warnecke and Gerrit Hendrik Cruywagen, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the sworn clerk. Lower stood: Which I witness Was signed: H: L: Bletterman, sworn clerk Agrees.
Dutch transcription
Copie Compareerde voor de Onderget=de GeCommd Leeden uit den E Agtb: Raad van Justitie deeses Gouvernements, den als viee Corporaal op 't Schip 't Zeepaard bescheydene Christiaan ober Leijtner van Holtzapfel, van Competen¬ ten ouderdom, dewelke ter requisitie, van den pro Interim Fiscaal S=r Pabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat wanneer des Compt=s bescheydene bodem 't Zeepaard nu wel na gissing ses weeken voorleeden op de reyse na herwaerds was geweest, en den Comp=t op een zeekere nademiddag de wagt als vice Corpo¬ raal binnen boord gehad hadde, als doen een der op dien boodem meede bescheydene sol„ daat in naame Roodhart voor op de bak was geweest, en daar geplaast om zyn dienst als een baksgast te doen, het als doen was gebeurt dat, zoo als den Compt in de kuyl zynde door den meede soldaat slot, en Timmer„ man Iacob, was gezegd, dien soldaat water met een puts had geslaagen en opgehaald, ter wijl een op de bak meede zig bevonden heb„ bende mateors, wiens naam den Comp=t niet de weet, volgens 't voorsz verhaal, voorm: sch„ daat Roodhart met een scheobber drie maal in 't aangezegt zoude hebben ge„ slagen, als meede dat gem: soldaat en Matroos daar over handgemeen geraakt zynde, den soldaat onder en den Matroos 99 booven op hem geleegen hadde, by wel„ ke geleegendheid het was gebeurt, dat eene eene ouder wonde die den matroos op zyn hoofd had gehad, open geraakt zynde 't zelve sterk gebloed had. — Dat den Compt daar van door de soldaaten F Fredrik mitsg=s den Timmerman Jacob slot en als wagt hebbende vice Corporaal rapport be„ koomen hebbende, den Compt daar van aan den Commandeur der soldaaten had rapport ge„ daan, gelyk dan den meester meede agter op gegaan en aan de wagthebbende tweede Lieutenant Bogaard insgelyks rapport gebragt had. — Dat den Capitain hunner kiel als doen ge slopen hebbende, denselven vervolgens, wanneer wel vier uuren in de nademiddag opgestaan was, voorsz: soldaat Roodhart inden met hem handgemeen geweest zynde Matroos laten agter op roepen, waar op nog twee Corporaals door den Capn. zynde gedaan booven roepen en ook twee Quartiermeesters, zynde den Comp=t een der Corporaals die agter opgeroepen is ge weest, dewyl als toen nog de wagt had: Dat als doen den op 't halfdek zynde soldaat Roodhart voorwaards gebragt zinde, Een Cap=n aan hem Compt. en zynen meede Corporaal had gelast om dien soldaat Roodhart met endjes te slaan, teffens aan de twee quar„ tiermeesters gelast hebbende, om agter de Corporaals te gaan staan, en, ingevalle de Corporaals niet haid genoeg sloegen, als dan op de Corporaals te slaan. Dat den Compt. ende andere Corporaals een den Com„ geheele poos geslagen hebbende, mandeur mandeur der soldaaten als doen tot den Compt. en den anderen Corporaal gezegd had; Cor¬ poraals scheyd uit met slaan, ik wel min volk niet te schanden geslagen hebben; als wanneer zyl: niet te slaan uitgescheyden hadden; en had den Capn daar op zynen Capn. Lieut: boven geroepen, met denwelken hy en den Commandeur hun in de Capitains. kamer begeeven hadden. Dat een poosje daar op den Commandeur alleen uit de kamer gekoomen zynde, denselven zig naar beneeden begeeven had, en in arrest ge gaan was, waar op den Capitain en den Cap=n Lieutenant meede uit de kamer te rug ge koomen zynde, den Cap=n had g'ordonneert, dat de beide quartiermeesters voorm: soldaat Rood hart aan de zoogenaamde pispot op 't half verdek moesten vastbinden, 't geen gedaan zynde had den Capn. aan henl: Corporaals ge¬ last, om dien soldaat weeder te slaan, 't geen zyl: een geheel porsje hebbende moeten doen dien soldaat vervolgens weeder los gemaakt en na de meesters was gebragt, om gesmeerden adergelaten te worden, 't geen dan ook weed= gedaan was. Dat den Cap=n hunner kiel op de geheele reysen teegens 't volk dog wel voornamentlyk teegens de soldaaten, zeer nors en stuurs geweest was en deselve gestadig voor beester en honde goed gescholden hebbende, gelyk dan den Capitain ook zeekere matroos, dermaten overdaadig heeft laten slaan, dat denselven matroos den den sesden dag daar aan aan die slagen is koomen te sterven: Niets meer verklaarende geeft den Comp=t voor reedenen van weetenschap als en den Text en sprak dierhalven ter bevestiging der waar„ heyd van dien de solemneele woorden zoo waarlyk help my Godt Almagtigh. /:onderstond:/ Aldus Gepasseert en B' Eedigt aan Cabo de Goede Hoop den 20 Iuny 1785, voor d' EE=s Lo„ dewyk Christoph Warnecke, en Gerrit Hen drik Cruywagen, Leeden uit den E: agtb: Raad van Iustitie voorm: die de minute deeses beneevens den Comp=t ende my geswoore Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. /:lager T welk ik Getuige /:was geteekend:/ H: L: Bletterman gesw: Clercq Accordeerd. NNora k Eg Clerer moltentrond cott:
English
Copy Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the soldier Johan Erdman Friedrich of Anholt Zerbst, assigned to the ship 't Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That, as the deponent guesses, about two months ago now, without being able to determine the exact time, when his assigned vessel 't Zeepaard was sailing on the voyage hither, on a certain afternoon, a certain soldier assigned on board named Roodhorst had found himself on the forecastle as a messmate, having been busy drawing and hauling up water with a bucket to assist the cook's mate, while a sailor by the name of Pokman was busy scrubbing a berth. That said sailor, as this soldier Roodhard hauled up the water, turned around and struck the same Roodhard three times around the ears with the scrubber, while said Roodhard had meanwhile said that this sailor should cease doing so; but because the said sailor then seized the soldier and went against him, the aforesaid soldier, wishing to ward off the sailor, held out his arm, and on that occasion his arm went over the head of that sailor, whereupon the said sailor, jerking his head out from under the arm of the soldier, thereby stripped off the plaster that this sailor had lying on a wound on his head, whereupon that wound began to bleed; of which incident the deponent having informed Corporal Oberleytner, who had the watch in the waist, the latter proceeded to the forecastle and, having inquired into that incident, the boatswain subsequently brought the said sailor aft, after which the aforesaid Roodhard, toward evening, received beatings on two occasions by order of the Captain. That throughout the entire voyage the Captain treated the ship's crew very brutally and always terribly, and among other things reviled them as beasts and dogs, the Captain having had a certain sailor beaten so terribly that the same died six days thereafter. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for his knowledge those stated in the text, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God almighty. Thus enacted, re-examined, and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 20th of June 1785, before the Honorable Lodewyk Christoff Warneck and Gerhardus Hendrik Cruywagen, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this along with the deponent and me, the sworn clerk. Beneath stood: Which I witness. Was signed: H: L: Bletterman, sworn clerk. Agrees. M. Horak, sworn clerk. Collated. Mollerström Copy Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the soldier Casper Hauck from Mainz, assigned to 't Zeepaard, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That, as the deponent believes, about two months ago now, without knowing the precise time, day, or date, when the deponent's assigned vessel 't Zeepaard was on the voyage hither, on a morning there had come to the deponent, who was accustomed to shave people on board, a certain sailor by the name of Pokman, who had requested of the deponent to shave the hair from around a wound sustained on his head by his brother, who is also a sailor on that vessel, which the deponent also did. That the deponent, seeing the wound, said substantially to the sailor who had made the request of him, "that is a large wound, how did he get that?" to which that sailor answered: "my brother was playing, and falling down struck against something"; whereupon the deponent shaved the hair around the wound, and the said sailor further placed a plaster upon the wound of his brother himself, believing that this was about eight days before the incident occurred with that sailor and a soldier on the forecastle. That on the entire voyage the Captain of the ship was very surly, harsh, and malicious toward the crew, treated them poorly, and constantly reviled them as beasts, dogs, and the like, and that most officers thus followed the Captain in this; one of the sailors having even been so terribly beaten by order of the Captain that that sailor died of those beatings six days thereafter, during which time the sailor could lie in no other way than upon his belly. Declaring nothing further, the deponent gives as reasons for his knowledge those stated in the text; and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God almighty. Thus enacted, re-examined, and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 20th of June 1785, before the Honorable Lodewijk Christoph Warneck and Gerhardus Hendrik Cruijwagen, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this along with the deponent and me, the sworn clerk. Beneath stood: Which I witness. Was signed: H: L: Bletterman, sworn clerk. Agrees. M. Horak, sworn clerk. Collated. Mollerström
Dutch transcription
Copia Compareerde voor de ondergeteek gecomm uit den E agtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements, den op 't schip 'T Zeepaard bescheydene soldaat Johan Erdman Friedrich van Anholt Lerbst, van com„ petenten ouderdom, dewelke ter requi„ plitie van den pro Interim fiscaal S' Ga„ briel Exter, verklaarde hoe waar is: Dat zo den Compt gist, nu wel omtrend twee Maanden voorleeden, zonder den Regten tijd te kunnen bepaalen, wan¬ neer zyn bescheyden bodem 'Tzeepaard op de Reyse na herwaards stevende, op een zekeren nademiddag zekeren binnen boord bescheydenen zoldaat Roodhorst zig als baksgast op de bak bevonden had, bezig geweest zynde om met een puts, ter adsistentie van den Roksmaat, water te slaan en op te haalen, terwyl een Mattroos in name Pokman doende was, een kooy te schrobben -- Dat gem: Mattroos, zoals dien sol„ daat Roodhard 't water ophaalde, zig om¬ gekeert, en denzelven Roodhard met de schrobber drie maal om de ooren geslagen had, zynde inmiddel door gem: Lood„ hard gezegd geworden, dat dien Mattroos zulx nalaten moest, dan dewyl meerm Mattroos als doen den soldaat aange„ vat, en tegens denzelven te keer gegaan had; had voorsz soldaat dien Mattroos van zig afweezen willende, zyn arm voorge„ houden, en was bij die gelegendheid zyn am over 't hoofd van dien Mattroos geraakt, als wanneer meerm: Mattroos zyn hoofd onder den arm des soldaats uytructende, daar door 't pleyster, dat dier Mattroos op eene opt hoofd hebben hebbende wonde had leggen gehad, afgestroopen zynde, als doen die wonde had teginnen te bloeden, van welk voorval den Compt der in de kuyl de wagt hebbende Corporaal Ober„ leytner kennis gegeven hebbende, denzel„ ven zig na de bak begeeven, en na dat voorval gevraagd hebbende, had voorts den Bootsman gem: Mattroos agter op ge„ bragt, waar na voorsz: Rood hard tegens den avond, tot twee maalen toe op ordre van den Capitain slagen bekomen had= Dat den Capitain de geheele Reyze over 't scheepvolk zeer brutaal behandeld en altoos gruwelyk, en onder anderen voor beesten en honde goed gescholden had, hebbende den Capitain sekeren Mat troos dermaten gruwelyk doen slaan, dat denzelven den zesden dag daar aan is overleden — Niets meer verklarende geeft den Compt voor redenen van wetenschap als in den Text, en sprak dierhalven ter be„ vestging der waarheid van dien, de so„ lemneele woorden, zo waarlyk helft mij God almagtig Aldus Gepasseert gerecolleert en beeedigd aan Cabo de goede Loop den 20 Junij 1785 voor d' E E: Lodewyk Christoff Warneek en Gerhardus Hendrik Cruywager, leeden uyt den E agtb: Raade van Justitie voorm. die de minute dezes benevens den Comp ende ende mij gesw: Clercq mede behoorlyk hebben onderteekend- /onderstond:/ T welk ik getuyge /was geteekend/ H: L: Bletterman gesw: Clercq Accordeerd AHborek Eg llivc Coll. Molterström Copij Compareerde voor de onderget: gecomm: uijt den E: agtb: raad van Justitie dezes gouverne„ „ments, den op 't zeepaard bescheijden zoldaat Casper Hauck uijt mentz, van Competenten Ouder„ „dom, dewelke ter requisitie van den pro Jnterim Fiscaal S:r Gabriel Exter verclaarde, hoe waar is. — Dat Zoo den Compt: vermeijnd, nu wel twee maan¬ „den voorleeden, zonder den netten tijd, dag of datum te weeten, wanneer des Compts: bescheijden bodem 't Zeepaard van herwaards op rheijze was geweest, bij den Comp: die binnen boord wel plag te schee¬ ren op een voordemiddag bij den Compt: was gekomen, zeekeren mattroos in name Pokman, dewelke aan den Compt: had versogt om zijnen broeder, die mede een mattroos op dien bodem is, 't hair rondsom eene op zijn hooft bekomene wonde te willen afschee¬ „ren, den Compt: zulx ook gedaan had. — Dat den Comp: de wonde ziende tot den bij hem aansoek gedaan hebbende mattroos had gezegt, substantieelijk, dat is een groote wonde, hoe komt hij daar aan, dien mattroos daar op geantwoord had: mijn broeder heeft gespeelt, en is vallende ergens tegens aan geslagen, des den Compt. het hair ronds om de wonde afgeschooren¬ en meerm: mattroos voorts zelfs een plijster op op de wonde van zijnen broeder gelegt had, ver¬ meijnende, dat zulx wel agt dagen geweest was, eer en bevorens 't voorval met dien mat¬ „troos en eenen zoldaat op de bak voorgevallen is. — Dat den Capitain van 't schip op de ge¬ „heele reijze tegens 't volk zeer nors, stuurs, en quaadaardig is geweest, dezelve slegt behandeld, en se gestadig voor beesten, honde goed, en wes meer gescholden had, en dat dus de meeste of¬ „ficieren den Capitain daarin nagevolgt waren zijnde zelfs een der matroosen op ordre des Capi¬ „tains dermaten gruwelijk geslagen geworden, dat dien mattroos ses dagen daarna, dan die slagen was overleeden, geduurende welken tijd den mattroos niet anders als op zijnen buijk had kunnen leggen. Niets meer verklarende, geeft den Compt voor redenen van wetenschap, als in den Text; En sprak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van dien, de solemneele woorden, soo waarlijk help mij God almagtig. — Aldus Gepasseerd, Gerecolleerd en en b'Eedigt aan Cabo de goede hoop, den 20 Iunij 1785. voor d' E: E: Lodewijk Christoph Warneck en Gerhardus Hendrik Cruijwagen, Leeden uijt den E: agtb: raad van Justitie voorm:, die de minute deezes, beneevens den Compt: ende mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben onderteekent. — /:onderstond:/ T Welk ik Getuijge. /:was geteekend:/ H: L: Bletterman gesw: Clercq. — Accordeerd. - M Horak b9 Clereq Coll. motterstrom