Inventory 10668
Cape · 342 pages · 54 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
30 November Cape. One volume. 1786. No. 3. Sewn in. A: J: D: H: D A. Same. N. Register of the Letters and papers, dispatched under today's date from here; both to the Right Honorable and Highly Esteemed Gentlemen Committee Directors and Deputies to the Assembly of Seventeen, as well as to the Honorable Gentlemen Directors of the below-mentioned individual Chambers, per the Dutch private Ship the Vrouwe Jacoba Maria and Lucia Theresia, namely A: No 1 Original letter from the Honorable Mr. Cornelis Jacob van de Graaff, Governor, and the Council of this place, addressed to the Highly Esteemed Gentlemen of the Seventeen by as above mentioned addressed to the Honorable Gentlemen Directors of the individual Chambers marked in the margin under the 3rd of October last 3 Duplicate per the Dutch private ship Oudenaarde from here to the aforementioned Illustrious Assembly of Seventeen dispatched, with the accompanying annexes according to Register. No. 2: Same No. 3 No. 4 Three sealed Packets from the Company's ministers at Colombo, Galle and Cochin addressed to the often-mentioned Gentlemen Masters, brought here per the Danish private ship Constantia. — No. 5 Authentic copy of a letter by the aforesaid Galle ministers addressed to the Government here, under date 30th May last No. 6 Report of the skipper Jacob Veer, concerning the mutiny that occurred on his vessel the Jonge Franc. No. 7 of the pieces and Documents, belonging to the criminal procedures against the six persons who pirated the French vessel la Rozetta — No. 8 letter from the ministry at Isle de France regarding the cargo of the French private Ship le Fabius together with invoice of the same. — No. 9 Authentic copy of a letter and enclosed official report regarding the coffee beans that remained from the Ship the Morgenster at Mauritius and were reloaded there into the ship the Zeenimph. No. 10 Report, submitted by the pro interim Fiscal and further Commissioners with regard to the sick of the ship Rozenburg, with the ship's Resolutions belonging thereto. — No. 11 declaration of the upper- and deck officers of the Ship the Triton regarding the cleansing and keeping clean of that keel No. 12 Muster Roll of the Swiss Regiment de Meuron since 1st January to 1st July of this Year No. 13 Authentic copy of the declaration of the upper and deck officers of the above-mentioned vessel Rozenburg, regarding the bad conduct of the First Lieutenant Fredrik Andriessen No. 14 Original Short Invoice of the cargo of the bearer of this. — No. 15 List of the ships of foreign Nations, that have appeared at this Government since the 2nd of May last In the Castle of Good Hope the 18th Novbr 1786 — V Diemel sworn Clerk H: Witter Patria. Per the Dutch private ship the Vrouwe Jacoba Maria and Lucia Theresia. — our last respectful letter was dispatched with the ship Oudenaarde. To the Right Honorable and Highly Esteemed Gentlemen Directors, deputies to the Illustrious Assembly of Seventeen, representing the general Dutch Chartered East India Company, at the presiding Chamber At Amsterdam. Right Honorable, Steadfast, Highly Esteemed, Highly Wise, Provident and very Generous Gentlemen, High Ruling Gentlemen. Under the 3rd of the departed month of October we last had the honor to write to your Right Honorable and Highly Esteemed Sirs, with the Dutch private ship Oudenaarde of which at present the duplicate is forwarded in this. — which just-mentioned vessel having departed on the 7th thereafter for the Netherlands, and the Company's outbound ships Jagtrust, and Rosenburg having successively on the 10th and 24th of the same month continued the voyage to Batavia, on the contrary on the dates below from Patria here in the Roads appeared the following ships, namely 6 October the Pijl the country's Brigantine the Amphitrite the country's Frigate Hoorn the country's Frigate Linx the country's Frigate 23 the Jonge Franc Dutch private ship 8 Novbr. 't Loo Company's ship with 6 dead 10 sick Doggersbank Company's ship with 3 dead 34 sick the Triton Company's ship with 2 dead 8 sick Just as also on the aforesaid 6 October safely arrived here the ship the Resolutie from Batavia dispatched by the Gentlemen of the High Indian Government
Dutch transcription
30 November Caab. Een band. 1786. No. 3. Ingenaait. A: J: D: H:D A. Jdem. N. Register der Brieven en papieren, sub dato deeses van hier werdende affgezonden; in zo aan de welEdele Hoog agtb Heeren Gecommitteerde Be „windhebberen en gevolmagtig„ „dens ter vergadering van See„ „venthienen, als aan d' Edele Heeren Eer Bewind hebberen der ondergem= particulieren kameren, p=r het Hollandsch particulier Schip de vrouwe Jacoba Maria en Lucia Theresia, namentlijk t: N=o 1 Origineele missive door den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur, en den Raad deeser plaat„ „se aan Hoog gem: Heeren Leeven„ „thienen geregt door als bovengemeld aan d' Edele Heeren Bewindhebberene der in margine beteekende parti„ „culiere kameren geaddresseerd _o onder den 3=e october Jongst leeden 3 Suplicaat p=r 't hollands particulier schip oude= =waarde van hier aann op gem: Illus„ tre - 2: 2 ƒ E „ „ No. 3. Ingenaait. A: J: D: H„D H. Idem Register der Brieven en papieren, sub dato deeses van hier werdende affgezonden; n zo aan de welEdele Hoog agtb Heeren Gecommitteerde Be „windhebberen en gevolmagtig „dens ter vergadering van See „venthienen, als aan d: Ede le Hteeren Bewind hebberen der ondergem particulieren kameren, p=r het 60 Hollandsch particulier Schip de vrouwe Jacoba Maria en Lucia Theresia, namentlijk Eer A: N=o 1 Origineele missive door den Edelen Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur, en den Raad deeser plaat„ „se aan Hoog Gem: Heeren Leeven„ „thienen geregt door als bovengemeld aan d' Edele Heeren Bewindhebberen der in margine beteekende parti„ „culiere kameren geaddresseerd _o onder den 3=e october Jongst leeden Suplicaat p=r't hollands particulier schip oude= waarde van hier aann op gem: Illus„ =tre - 2: N. 3 A: „ 5 Ingenaait. A: Z„ C Idem. A: 7 Ingenaait. 5 A: D: 8 5 A: Z N=o 4 Drie gesloten Pacquetten van 's Comps ministers te colombo, Gale en Cochimaan 't addres van meergem: Heeren meesteren, p=r het Deensch par= „ticuliere schip Constantia al= „hier aangebragt. — Copia Authenticq missive door voorsz Gaalsche ministers aan de Regeering al= „hier geaddresseerd, sub dato 30=e maij Iongst leeden = Relaas van den schipper Iacob veer, belangende de revolte op desselfs onderhebbende Bodem de Ionge Franc voorgevallen. der stucken en Documenten, behoorende tot de crimineele pra¬ „cedures Jeegens de ses personen die het Fransch scheepje la Ro= „zetta hebben afgeloopen— missive van het ministerium tot Isse de France weegens d' Lading van het Fransch particul„ „tre vergadering van zeeventhie= „nen afgegaan, met de daar toe gehorende bijlagen volgens Re= „gister- Idem Schip - _o A: N: 9 Ingenaait. Copia A:„ 10 3:„ „ 2: e„ 12 N. schip le Fabius neevens Fac„ „tuur derselve. — Copia Authenticq missive en bijgevoegd n proces verbaal weegens de Coffij Boonen die uijt het Schip de Mot =genster tot Mauritius verbleeven en aldaar wederom geladen zijn in 't schip de Leenimph. _o Rapport, door den prointerim Fis= caal en verdere Gecommitteerdens ingeleeverd ten aanzien der zie„ „ken van 't schip Rozenburg, met de daar toe gehoorende scheeps Resolutien. — verklaring van diopperendeks officieren van 't Schip de Triton nopens het reynigen en Schoon= „houden dier Kial Monster Rolle van het SwitIersch Regi =ment de Meuron zeedert p=o Januarij tot P=mo Iubij deeses Jaars D: 13 Copia Authenticq verklaring van d' opper= en deks officieren van boven gem Bodem Bozenburg, nopens het slegt gedrag van d' Eerste Lieutenant Fredrik Andriessen NC F ie er N. sche No. „ N. s t Cul: ip um _o N. Ingenaait. A: — N=o 14 Origineele Korte Factuur der lading van brenger deeses.— A: — „ 15 Lijst der scheepen van vreemde Natiën, zeedert den 2=e Maij Iongstlee= „den aan dit Gouvernement verscheenen zijnde In't Casteel de Goeder Hoop den 18:' Novbr 1736 — V Diemel gezweClerq 1 2. — en rn. Mkene Wideck ng 86 H: Witter 1 Dir3 Patria. P=r 't holl: part: schip de vrouwe Jacoba Maria en Lucia Theresia. — ons laast Eerbiedig schrijvens is met het schip oudenaarde afgegaan. gecommitteerd ter Illustre vergadering van zee„ „venthienen, representeerende de generale Nederlandsche geotroijeerde oost Jndische Comp, ter presidiale Camer Aan de Wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen, wel Edele, Erntfeste, Hoog Agtb: Hoog wijze, voorsienige en zeer Genereuse Heeren, Hoog Gebiedende Heeren. Onder den 3=e der afgeweekene maand October hadden wij 't laatst d' Eere aan uwe wel Edele Tot Amsterdam. Hoog S vertrek van dien Bodem naar Nederland, en van Iagt Rust en Rozenburg naar Batavia. — Hoog Agtb=rens te schrijven, met het Hollands particu„ „lier schip Oudenaarde waar van thans het duplicaat in deesen over= „gaat. — welken even gemelden Bo= „dem den 7=e daar aan naar Nederland vertrocken zijnde, en 's Comp=s uitkomende schee„ „pen Iagtrust, en Rosen= „burg Successive op den 10=e en 24: derselve maand de Reijze naar Batavia hebbende voort zyn geset, daar en tegen op de onderstaande datums uit hot scheepen uijtt Patria. - 23=e _o 8 Novbr. en van het schip de Resolu„ „tie van Batavia arrivement der onderstaande het Patria hier ter Rheede in„ verscheenen de volgende ee scheepen, namentlijk 6: october de Pijl 'slands Brigantijn d'amphitride slands Fregatten Hoorn Linx „ de Ionge Franc holl: part:„ schip Comp=s schip met 6 doden 10 zieken 't Loo Doggersbank _ _o „ 3 _o 34 _o 1g„ _o „ 2 _o 8. _o de Triton - die den onsekeren particulier schip Gelijk meede op voorsz 6 october behouden alhier is aangeland het door de Heeren der Hoge Indiasche; ers, Eer Begeeringe 24 _ it Cers
English
receipt of your Right Honorable revered letter of 6 April of this year Government at Batavia with rice laden and dispatched hither, the ship de Resolutie, which departed from the said main capital on 15 July last. Having had the honor to receive your Right Honorable respected instructions of 6 April of this year with the aforementioned arrived ships Floo and Doggersbank, we shall not fail, as soon as we shall be in a position to satisfy fully the requisitions ordered and demanded therein, to transmit our humble answer to the same to your Right Honorable per next opportunity. enclosed packets addressed to the same, together with a copy of a Gale letter containing the news received from there regarding the ship de Factor. The Danish private ship Constantia, which, returning from Bengal, passed Punto Gale on 1 June last, sailed hither from the island of Mauritius on 5 August thereafter, and arrived here in the roads on 8 October last, having brought along three packets from the Honorable Company's ministers at Colombo, Gale, and Cochim, consigned to your Right Honorable; we take the liberty to forward these packets herewith, and additionally to present to the same an authentic copy of a missive from the Gale ministers, written to us and dated 30 May last, containing among other things also the report that the Dutch private ship de Factor (of whose dispatch from here to Ceilon dutiful notice was given in our humble letter of 9 December 1785), having arrived there on 8 March thereafter, and having already departed from there again on the 24th of that month with a return cargo for the fatherland, the skipper or commander of that vessel had declared his intention not to call at this corner unless under the highest necessity, and that the aforementioned skipper was consequently advised in writing that, although letters for this place were given to him, he would nevertheless be free to sail past it if he should deem such necessary and expedient. And since the aforementioned vessel de Factor has in the meantime not yet appeared at this Government, one must firmly conclude from this that it will have already passed this corner and continued its voyage directly to the Netherlands. On the aforementioned private Revolt on the ship de Jonge Frank begun by some Luxembourg recruits on board, but fortunately quelled. private ship de Jonge Franc, there being a detachment of recruits for the Luxembourg Regiment in Ceilon, a portion of those recruits formed a conspiracy among themselves with the intention of killing the entire crew and making themselves masters of the ship, to which end the revolt was indeed started by them between 16 and 17 July, but in which atrocious enterprise they were timely and fortunately quelled by the resolution and vigilance of the skipper and officers, with the assistance of the remaining crew, how many of those mutineers were killed in that uprising; executed on board the ship and brought here in custody who refused to take part in the revolt, with the result that from the said conspiracy 7 mutineers were killed in the uprising, 11 were thereafter executed on board the said ship de Jonge Franc, and 7 were taken into custody; which last-mentioned prisoners, having subsequently come upon the aforementioned national ships under whose convoy they then completed the further voyage hither, having been handed over by the authorities of that vessel to the Captain Commandant of the same, the same prisoners upon the arrival here of the said national squadron were, upon demand made, delivered over to this Government by the aforementioned Commander, the Honorable and Valiant Mr. Wieze, in accordance with the regulations concerning the jurisdiction of the officers of the national ships; wherefore the same prisoners have been placed in the hands of the Fiscal pro interim, in order that, after proper further examinations and inquiries in accordance with the documents drawn up against them by the ship's council of the repeatedly mentioned ship de Jonge Franc, enclosed copy of the narrative of the skipper regarding this incident in this. they may be brought to trial before the Council of Justice here. While we take the liberty to attach to this preliminary account the report of skipper Jacob Veer relating to that incident, we shall furthermore not fail to transmit also to your Right Honorable all other papers and documents further relating thereto per the next shipping opportunity. Just as we now have the honor to present herewith to your Right Honorable in authentic copy as well as of the criminal proceedings against the mutineers of the French vessel La Rosette. what sentence was passed upon them by the Council of Justice here the pieces and documents belonging to the criminal proceedings held here against the six persons who took over the French vessel La Rozette, and of which incident notice was given to your Right Honorable in our humble letter of 11 September last; which six persons, namely Etienne and Antoine Taijaaco, two brothers, Jean Missieux, surnamed Leonnois, Francois Ros, surnamed Bielke, Augustinus Scheir, William Thoma, the first-named
Dutch transcription
ontfangst uwer wel Edele Hoog Agtb=r gevenereerde letteren van 6 April dee„ „zes Iaars Regeeringe te Batavia met rijsz beladen na herwaards afgezonden schip de Resolutie, het welk den 15=e Iulij bevosens van gem: Hoofd- plaats is vertrokken. — Met de voorm: gearriveerde scheepen Floo en Doggersbank d' Eere hebbende gehad 't ontfangen uwer wel Edele Hoog Agtb=rens ge= „agt aanschrijvens van den 6 April deeses Jaars, zullen wij niet inge= „breeken blijven, sodra in staat zullen zijn, om aan de daar bij opge„ „geerene en gevorderde Requisitien vol„ „ledig te kunnen voldoen, uwe wel Edele Hoog Agtb= ons nedrig antwoord op de selve als dan p=r naasten te doen toekomen. Wt overgaande Pacquetten aan hoogst deselve gead= „dresseerd, nevens Copia eener gaalsche missive welke tijding men van daar heeft bekomen betreff= fende het schip de Factor. Hel deensch part: schip Constan„ „tia, dat uit Bengalen retournee„ „rende, den 1=e Junij pass=o van Punto Gale, en den 5e Aug=s. daar aan van 't Eyland Mauritius her„ „waards gezeyld, en op den 8=' october Iongstl: hier ter Rheede is gear„ „riveerd, aangebragt hebbende drie pacquetten van 's EComp=s ministers te Colombo, Gale en Cochim, aan uwe nelEdele Hoog Agtb=s geconsig„ „neerd; nemen wij de vrijhijd dee pacquetten hier neevens te doen overgaan, en daar bij hoogst deselve nog aantebieden Copie authenticq eener missive der Gaalsche Ministers, Aan aan ons geschreeven en gedateerd 30=e Meij Passato, houdende onder anderen meede berigt, dat het holl: part: schip de Factor /:van wel„ „kers afsending van hier naar Ceilon bij onse onderdanige vanden 9= decor 1785; pligtschuldig advis is gegeven:/ den 8' Maart daar aan aldaar aan„ „gekoomen, en den 24=e dier maand met een lading in Retour voor 't vaderband, bereijds wederom van daar sijnde vertrocken, den schipper off gezaghebber van dien Bodem had ge„ „declareerd, voorneemens te zijn son„ „der de hoogste noodsakelijkheid deesen uithoek niet aan te doen, en dats dat derhalven voorm: schipper schrif„ „telijk was geadverteerd, dat, ofschoon hem brieven voor deese plaats wierden meede gegeven, het egter aan hem vrij soude staan, deselve te kun„ „nen voorbij zeilen, in dien hij zula ar 172 naedig en dienstig mogte oordeelen. — en nadien het voorm: scheepje de Factor, intusschen tot nog toe aan dit Gouvernement niet is ver„ scheenen, moet men daar uit vast stellen, dat het zelve bereeds dee„ „sen uithoek zal weesen gepasseerd en de reijse direct naar Neder„ „land hebben voortgezet Op het hier voren gementioneerde part= Cbr daar ad n en Revolte op het schip de Jonge frank door eenige daar op zijnde Luxemburgsche recruten begonnen, dog ge= „lukkig gestuijt.— part= schip de Ionge Franc zig komende te bevinden een detache„ „ment Recruten voor het Luxem„ „burgerse Regiment te Ceilon, heeft een gedeelte van die recruzen onder hun een Complot geformeerd, met voorneemen om de gantsche Eqelipa¬ „gie om 't leven te brengen, en zig der meester van het schip te maken, waar toe dan ook door hun tusschen den 16=e. en 17=e Julij werkelijk de Bevolte was begonnen, dog in welke gruwelijks onderneeming zijlieden door de Cordaatheijd en vigilantie van den Schipper en officieren, met behulp der overige manschappen, die hoe veel dier mugtelingen bij dien opstand gesneuveld; aan boord van het schip g'Exe= „cuteerd en in hegten is alhier aangebragt zijn die geen deel in de Ravolte hebben willen neemen, nog eventijdig en gelukkig zijn gestuit geworden, met dat gevolg, dat van het gezegde Comp tot 7 muijtelingen in de op„ „stand gesneuveld, 11 daar na aan boord van het ged=e schip de Jonge Franc geëxcuteerd, en 7 in hegten is genoomen sijn; welke laastgemelde gevangene door d'overheeden, van dien Bodem, wanneer nakerhand waaren gekomen bij de vorengem: Lands scheepen, onder welkers Con„ „vooij zij als doen de verdere rijse herwaards hebben volbragt, aan den Heer Capitain Commandant van zig der t ipo„ dus hen tie met pen, van deselve overgegeeven geworden zijnde, zijn deselve gevangens bij arrivement alhier van het ged=e Lands Edquader, door op gem: Heer Commandant, den welEdelen Gestr: Heer Wieze, op gedane reclame, in „gevolge het gereguleerde omtrent de Judicatuure van de officieren der 's lands scheepen aan dit Gou„ „vernament overgeleeverd, des deselve gevangens zijn gesteld in handen van den pro interim Fiscaal, ten eende na behoorlijke verdere infor„ „matiën en Examinatien, naar aan „leiding der stukken bij den scheepe„ „raad van het meerm: schip de Ionge Franc gaande Copia van hoerelaas van den schipper nopens dit geval, in desen over. Franc tegens deselve ingenomen, voor den raad van Justitie alhier te werden te regt gesteld ƒ Terwijl wij de vrijheid neemen bij dit precalabel verhaal te voegen het relaas van den schipper Iacob veer, tot dat geval betrekkelijk, en zullen voorts niet af zijn alle de andere papieren en documenten daar toe nog verder celatieff, uwe wel Edele Hoog Agtb„ p=r nadere scheeps geleegendheid meede te doen toekomen. - selijk wij thans d' Eere hebben uwe wel Edele Hoog Agtb:e nevens deesen cheeps, Jange als meede van de Crimineele procedures Jeegens de muij= „telingen van het fransch „ Scheepje la Rosette. — welk vonnis over deselve bij den Raad van Iustitie alhier is geveld geworden deesen in Copia authenticq aante„ „bieden de stucken en documenten behorende tot de Crimineelen proce¬ „dures alhier gehouden Iegens de ses personen, die het Feransch scheep„ „je La Rozette hebben afgeloopen, en van welk geval bij onse onderda„ „nige van den 11=e Septbr: pass:o aan uwe wel Edele Hoog Agtb=s advis is gegeven— welke ses persoonen, met na„ „men Etienne en Antoine Taijaa„ „co, twee gebroeders, Jean Missieux, bij „genaamd Leonnois, Francois Ros, bij genaamd Bielke, Augustinus Scheir, William Thoma, d' Eerst= genoemde
English
the said three having served as sailors, the fourth as carpenter, the fifth as cook, and the last-mentioned also as sailor, together on the aforesaid French brig; after they, pursuant to the request of the agent of His Most Christian Majesty residing here, were brought to trial before the Council of Justice, and upon their own confessions were fully convicted of the atrocious and most cruel murders, accompanied by robbery, committed by them, were thereupon sentenced by the aforesaid Council of Justice; being accordingly the four first mentioned broken alive on the wheel at the place of execution, their right hands and heads chopped off, and placed opposite the bodies on spikes, and the fifth punished with the rope at the gallows until death, and furthermore the dead bodies of all five aforesaid delinquents brought to the beach on the sea dunes, near the so-called Moalje, where that of the four first mentioned were laid upon the wheels expressly erected there, and the heads and hands placed on spikes, and the body of the fifth hanged again on a gallows already standing in that place, in order thus to remain as a sign, example and deterrent for other seafaring persons and evildoers inclined to such atrocious acts, until they shall be consumed by the air and the birds of the heavens: while the sixth delinquent, William Thoma, was condemned to a severe flogging and perpetual banishment from this country and its jurisdictions: Account of a gruesome murder, committed here by a certain native exile who had served as a caffer. However disagreeable the accounts of such unfortunate and sorrowful events may be, we nevertheless find ourselves obliged to inform your Right Honorable regarding a most hideous scene of murder that occurred here recently, committed by one of the so-called Caffers, or properly Eastern servants of justice, for which service, with the exception of a small number of Europeans, one has until now had to make do with the exiles coming hither from Batavia; and which murderous incident occurred in the following manner: On Monday the 25th of the past month of September, when commissioners from the Council of Justice, together with the Fiscal pro interim, had been occupied until the evening with examining the aforementioned mutineers of the small French ship la Rozette, and those criminal prisoners having been brought back to their place of detention, the First Provost Marshal gave orders to secure them as usual in irons for the upcoming night, for which the Caffer mentioned hereinbefore was ordered in his turn by that provost marshal; it happened that this Caffer or exile, showing himself entirely disobedient and obstinate against the said command, and being about to be corrected on that account by the said provost marshal, displayed such a murderous rage as has never been heard of or witnessed here in its dreadful consequences as long as this Colony has existed; the said Caffer or servant, as appeared afterwards, having kept hidden on his person to carry out his execrable intention a wavy-bladed Indian poignard with short curves, such as is rarely seen here, together with a very sharply ground kris and a short and thick-bladed knife, fully sharpened on the upper edge and sharpened to halfway on the lower edge, provided with a curved grip or hilt fitting the hand, pulled one of those murder instruments at the moment that the provost marshal raised his cane to strike him a blow with it, and completely by surprise dealt him two stabs in the lower abdomen, whereby the latter fell to the ground, immediately thereafter also disabling, by inflicting a dangerous wound, the slave boy present who wished to rush to the aid of his master, and furthermore on going out of the room, the Second Provost Marshal who immediately entered at the noise, each being rendered unable to seize or overpower him, whereupon the said raving monster proceeded along the public streets, and in the dark struck out unexpectedly and with force at all those he happened to meet in his way; proceeding furthermore to the street behind the house of the undersigned Governor in the Company's Garden, where the sentry on his post was unexpectedly wounded by him and at the same time robbed of the bayonet from his musket, and he posted himself, with the musket likewise wrested from another sentry in this manner, at the door of the said house leading out there, so that, when the wounded and disarmed sentry had retreated inside the Garden, and a surgeon was sent for by the undersigned Governor to dress his wounds, he, upon the opening of the door, aimed with the said musket at the slave boy who was to go out there to fetch the surgeon; but this boy, being provided with a drawn cutlass and well on his guard, grabbed at the musket with one hand and at the same time struck so hard at that dehumanized aggressor that the latter, both because of that and apparently also out of fear of an armed soldier who was with the boy, let the musket be taken from him again and took flight; whereupon, because of the dreadful rage by
Dutch transcription
genoemde drie als Mattroosen, de vierde als Timmerman, de vyfde als kok, en laatstgemelde meede als mattroos, te samen op voorsz: franschen Brik bescheijden geweest; na dat deselve, ingevolge het versoek van den hier zynde agent sijner aller Christelijkste Majesteit, voor den Raad van Iustitie te regt gesteld, en op derselver eige„ „ne Confessien ten vollen zijn overtuijgd geworden van de door hun gepleegde gruwelijken en aller„ „vreedste moorden, met spolie ver„ zeld, hier op door voorsz: raad van Justitie zijn gevonnist geworden; zijnde nte ten da„ is na„ zijnde dien overeenkomstig de vier eerst gemelde op de geregtplaats be„ „vendig geledebraakt de Regter= „handen en hoofden afgekapt, en tegens over de Lichamen op penni gesteld, mitsg=s de vijfde met de koorde aan de galg tot 'er dood ge„ ƒ „strafd, en voorts de dode Lichamen van alle vijff voorsz: delinquanten gebragt na het strand op de Zee„ „duijnen; omtrend de zogenaamden Moalje, alwaar dat van de vier aerst =gem: op de aldaar expres opgeregte raderen gelegd, en de hoofden en handen op pennen gesteld, mitsg=s het Lichaam van de vijfde aan een daar ƒ daar ter plaatse reeds staande gaeg ne„ „derom opgehangen geworden zijn, om alle indiervoegen tot een teken, Exempel en afschrik voor andere zeevarende en tot diergelijke gru¬ „wel streeken geneegene boosdoen„ „ders te verblijven, tot dat door de lugt en vogelen des Hemels zullen wesen verteerd: Terwijl de sesde delinquant, William Thoma tot een Strenge geesseling en Eeuwig bannissement uit deesen Lande en dies Ressorte n is gecondemneerd geworden: — Hoe onaangenaam nu de ver„ „handelings „ men verhaal eener gruwelijke „ moord, alhier gepleegdl door zeekeren als kaffer dienst gedaan hebbende Inlandsche Balling. „handelingen van diergelijke onge „lukkige en droevige gebeurten isse ook moge zijn, vinden wij ons egter verpligt uwe welEdele Hoog Agtb=s nog kennisse te moeten ge„ „ven, van een alhier onlangs gebeurd aller afgrijselijkst toneel van moord, gepleegd door een der zo genaamde Caffers, off eijgentlijk oostersche Die „naren der Iustitie, tot welken dienst, met uitzondering van een klijn getal Europeesen, men tot nog toe zig heeft moeten behelpen, met de van Batavia herwaards overkomen „de Bannelingen; en welk moordadig geval zig op de volgende wijse wijze heeft toegedragen: — Op Maandag den 25=e der gepas„ „seerde maand September, wanneer gecommitt=s uit den Raad van Iu„ „stitie, nevens den pro Jnterim Fiscaal tot op den avond met het Examineeren der voorengem: muij „telingen van het frans scheepje la Rozette, zig hadden bezig gehouden, en die Crimineelen gevangens weder na hunne bewaarplaats overgebragt sijnde, den Eersten S Heeren geweldiger, ordre stelde om deselve voor de toen„ aanstaande nagt naar gewoonte inde Boeijes nog. omen e Boeijen te benaken, waar toe den hier voren gerepten Caffer op zijn tourbeurt door dien geweldiger wierd gecommandeerd;s het gebeurd, dat dien Casfer off Banmeling zig teegens de gem: Commando ge¬ „heel dis obedient en obstinaat be „toonende, en deswegens door gemelde geweldiger gecorrigeerd werden zul „lende, eene zodanige woede tot moord openbaarde, als men in haare afgrijselijke gevolgen, zo lang deese Colonie Exteerd, nimmer alhier heeft gehoord of bijgewoond; gemelde 0 Caffer off dienaar, gelijk van agteren gebleeken is, tot het uitvoeren van zijn excerabel voorneemen bij zig verborgen verborgen gehad hebbende, een met korte bogten geslingerd Indiaansch poignard, hoedanige men alhier zelden te zien krijgt, mitsgaders nog een zeer scherp gesleepen kris„ en een aan de boven kant geheel, en aan de onderzijde tot op de helfte wel gescherpt, kort en diklemmig mes, voorsien van een geboogen en inde hand sluitende greep off hegt, trok op het ogenblik dat den geweediger zijn handrotting op„ „ligte, om hem daar meede een slag m toe te brengen, een dier moord Instru„ „menten, en bragt denselven gantsch onverhoeds twee steeken in het onderbijff onderlijff toe, waar door deesen ter aan„ „de viel, stellende zonder tusschen „posing daar op ook den tegen= =woordig zijnde, en tot hulp van zijn meester toeschieten willende slaven Jongen, en voorts in het uitgaan van het vertrek, den ogenblikkelijk op het gerugt daar binnen treckende Tweeden s Heeren geweldiger, ieder door het toebrengen van een gevaa„ =lijke wonde, buiten het vermogen om hem te grijpen of te overmeeste „ren, waar op het gem: vroedend mon„ „ster zig Langs S' Heeren Stra„ „ten begaf, en in het donkere op alle die hem in den weg knamen te ontmoete onverheeds onverhoeds en met Corce toestak; begeevende zig voorts na de straat agter het Huis van den onderge„ „teekenden Gouverneur in s Comp=s Thuin, alwaar den Schildnagt op zijn post door hem onvoorsiens gewond en te gelijk van het Bajo„ „net van sijn geweer beroofd wierd, en posteerde hij zich met het een an„ „der schildragt meede in diervoegen ontweldigd geweer, aan de aldaar uitkomende deur van het gem: Huis, zo dat, wanneer den gewonden en ontwapenden schildwagt binnen de Thuin geretireerd, en om hum te verbinden, door den ondergeteek gouverneur aa„ gen te tra„ oet t ds ƒ Gouverneur om een Chirurgijn gezon„ „den wierd, hij bij het openen vande deur met het gem: geweer aanleide op den slaven Jongen, die na den Chirurgijn aldaar uitgaan zoude dog deese van een ontbloote Zabel voorsien en wel op zijn hoede zijnde, greep met de eene hand na het ge =weer en hieuw te gelijk zo sterk op dien ontmensten agresseur toe, dat den „selven, zo daar door, als apparentelijk meede uit vrees voor een gewa„ „pend militair, die zig bij den Ion„ „gen bevond, zig het geweer weder liet ontneemen en de vlugt nam; werdende daar op om de afgprijsselijken woeden door
English
Which villain, however, through an offered reward and further precautions, was yet fortunately captured. In order further to curb the fury of this villain, well-armed patrols, both of the military and burghers, were kept on foot the entire night, while also immediately in the morning by public proclamation a reward of 100 Rds was offered for whoever should deliver him dead or alive into the hands of Justice, and at the same time through the dispatch of various military detachments all further precautions were taken to prevent him from returning inside the settlement, which said reward also had the fortunate effect that a free person, with the assistance of six privates from the Regiment de Meuron, while the aforementioned inhumane murderer was coming down again towards the Cape from the mountain whither he had retired, and still with much fury and a murderous firearm in each hand was challenging them, first by inflicting a load of buckshot, and subsequently by throwing a large stone at his head, in the afternoon following, not without four of his captors sustaining some light wounds, overpowered him and delivered him to Justice. Since now And was thereupon immediately sentenced to capital punishment and executed in the manner as noted alongside. now the blow of the stone had fractured his skull, and there was thus danger in delay, that very evening the death sentence was pronounced upon him by the Council of Justice; and the same was also immediately carried into execution; he being broken on the wheel, the right hand and the head severed, the torso quartered and the quarters dragged through the streets the following day, as well as hanged outside the Cape at four different places as prey: while through the murderous wounds of that Through which murder the seven persons noted alongside unfortunately lost their lives. that inhumane villain immediately perished: the assistant Barend Hendrik Harders the assistant Cornelis Jan Bode the clerk of the French agent Mr. Percheron, named Bené a soldier from the corps of Colonel Gordon a private artilleryman, and a slave boy of the burgher Johs Henricus Redelinghuis as well as the following day a slave of great value, belonging to the burgher-lieutenant Ant. Jenssen, And nine others were dangerously wounded. succumbed to the wounds. And furthermore dangerously wounded: the assistant Johannes Daniel Karnspek the first and second town bailiffs a burgher a fortification worker a sergeant of the Regiment de Meuron two soldiers of the same regiment, and two slave boys. Since one now, through the aforementioned case and a similar one, though of lesser The High Government of the Indies having been requested to exempt this government henceforth from all Eastern exiles. consequences, perpetrated here last year by such a servant of Justice, comes to feel most clearly to how much danger the colony is exposed through the employment of such or Eastern exiles as servants of Justice, as to whom one cannot avoid putting a firearm in their hands, which they can always readily use as soon as the lust for murder, which very easily creeps upon them, arises in one of them, and these exiles, moreover, are nevertheless always the scum of that that nation, who in themselves are already known to be very murderous, we have taken into further consideration the frightful devastations and murders to which one always and continually finds oneself exposed here through them, and for that reason found ourselves compelled most urgently to request their Excellencies the Lords of the High Government of the Indies at Batavia that, whereas out of a lack of servants for Justice we had previously requested that this government might successively be provided with some exiles for that purpose, no regard be paid to the same request, but that their Excellencies might on the contrary graciously be pleased to exempt this government in the future from all Eastern exiles, the more so because the number of convicts on Robben Island has already grown so greatly that it would be nothing but utterly dangerous to place them there as well without a heavier garrison, and we find ourselves necessitated to consider for the service of Justice such men as one And to recall to elsewhere those who are still left here; can best employ for that in the future. Whereby it was further represented to their Excellencies that it would be fortunate for this government and this colony if their Excellencies, looking upon the sad events arising from time to time from the stay of those Eastern exiles at this place, might graciously be pleased to recall such of them as are still left here, or to cause them to be transferred elsewhere: As well as to renew again the prohibition against bringing Eastern slaves hither. Report of the stranding of the hooker Catwijk aan Rhijn in False Bay. While on that occasion it was simultaneously requested that the prohibition of 28 September 1767 against bringing Eastern male slaves hither from the Indies might be renewed. The hooker Catwijk aan Rhijn, which arrived here from Ceylon in the year 1785, and which, owing to its numerous defects, was sent to Saldanha Bay and having subsequently been repaired there, has since that time been retained by this government, was now recently in the month of June sent to False Bay
Dutch transcription
wosken boosnigt egter door eene gestelde praemie en verdere precautien nog de gelukkig gevangen. — woede van deesen Booswigt verder te sluiten, welgewappende Patrouil, „les, zo van de Militairen als Bur„ „gers, de gantsche Nagt op de Been gehouden, mitsg=s Smorgens dadalijk bij publicatie eene priemie van Rd=s 100 gesteld voor den geenen die denselven dood off leevend in han„ „den der Iustitie zoude komen overte„ „leeveren, en te gelijk door het uit„ senden van verscheide militaire detachementen alle verdere pre„ „cautien gebruikt om hem te beletten weder binnen het vlek te komen, welke gem: praemier ook die ge„ „lukkige uitwerkinga heeft gehad dat een zon„ ke sebij aen vrij persoon met adsistentie van ses gemeenen uit het Regi„ „ment van Meuron, tewijl meergemel„ „de ontmenschten moorder van het gebergte, werwaards geretireerd was, weder na de Caab afkwam, en nog met een veel verwoedheid en een moord geweer in ieder hand, hun was uitdagende, eerst door het toebren„ „gen van een schoot hagel, en ver „volgens met een grote stoen na zijn hoofd te werpen, in de namiddag daarop, niet zonder dat vier van ^opvangers deselve eenige ligte quetsuren be„ „quamen, overmeesterd en de Iusti„ „tie overgeleeverd wierd. Daar nu - en daar op immediaat tot de dood strafse verweesen en in maniere als nevens gemeld g' Executeerd is ge= „worden. nu de slag van den steen hem het Harsenpan verbroken had, en 'er dus periculem in mora was, zo is nog dienzelven avond door den Raad van Iustitie het doodvonnis over hem uitgesproken; en hetselve ook aanstonds ter Executie ge„ „steld geworden; zijnde hij gele„ „debraakt, de regterhand en het Hoofd afgehouden, het romp gevie„ „rendeeld en de quartier en 'Sande„ „rendaags door de Straten ge„ „sleept, mitsg=s buiten de Caas op vier differente plaatsen ten proije opge„ „hangen geworden: Temijl door de moordadige quetsuren van dien was door welke moord de neevens= gem: Leeven menschen onge= slukkig om het leven gla= =koomen. dien ontmenschten Booswigt da„ „delijk zijn omgekomen: den adsistent Barend Hendrik Harders den adsistent Cornelis Jan Bode¬ den schrijver van den Heer franschen agent Percheron, in name Bené Een soldaat uit het Corps van den heer Collonel Gordon. Een gemeen Arthillerest, en Een slaven Jongen van den Burger Johs Henricus Redelinghuis mitsg=s daags daar aan een Haaf van veel waarde, toebehoorende aan den burger Lieutenant Ant Ienssin„ aan En Neegen anderen gevaar= „lijk gequest zijn. — - aan de wonden overleeden. En voorts gevaarlijk gequast den Adsistend Iohannes Daniel Kamspek den Eersten en Tweeden 's Heeren ge „meldigers Een Burger Een Fortificatiewerker Een sergeant van het Regiment: de Meuron Twee Soldaten van het selve Regiment en Twee Stave Jongens. — Daar men nu door het voor¬ „schreeven geval, en eene, diergelijk, hoewel van min„ „dier da„ drik me den zijnde de Hooge Indiasche Regeeringe versogt, dit gou„ „vernement voortaan van alle oostersche Ballingen te Excuseeren. — „der gevolgen, door een zodanig die „naar der Iustitie in het voor„ „leeden Jaar alhier geperpetreerd, ten duidelijksten komt te gevoelen, aan hoe veel gevaar de Colonie bloot gesteld word, door het emploijeeren van zoort gelijke off oostersche bannelingen tot Dienaren der Ius„ „titie, als aan dewelke men niet nalaten kan, het geweer in hande te stellen, waar van zij zig altoos geredelijk bedienen kunnen, zodra de hun zeer ligtelijk bekruipende Cust tot moord bij een van hun ap„ komt, en deese bannelingen daar en boven, dog altoos zijn het schuim dier dier Natie, dewelke in zig zelfs reeds voor zeer moordadig bekend staan, hebben wij nader in over„ „weeging genomen, de ijsselijke ver„ „woestingen en moorden, waar aan men zig door deselve altoos en ge„ „durig alhier bloot gesteld vind, en ons uit dien hoofde gedrongen gevonden, haar welEdele groot agtb: de Heeren der Hoge Indiasche Re„ „geering tot Batavia zeer instantig te versoeken, dat, aangesien wij uit gebrek aan bediendens bij de Su„ stitie, wel te voren hadden versogt dat dit Gouvernement Successive„ „lijk van eenige Bannelingen daar toe die m toe mogt werden voorsien, op het„ „selve versoek geen reguard geslagen maar dat 't haar Hoog Edelens ƒ in tegendeel goed gunstig mogte be„ ƒ „hagen, dit gouvernement in het vervolg van alle oostersche Ban„ „nelingen te Excuseeren, te meer nog, dewil het getal der Bande„ „ten op het Robben Eiland reeds zo sterk is aangegroeid, dat het niet als ten uittersten gevaarlijk zoude zijn, deselve zonder een zwaarder besetting ook aldaar te plaatsen, en wij ons genecessiteerd vinden, tot het bedienen der Iustitie be„ „dagt te zijn op zodanige Menschen, als men En die hier nog zijn overe =gebleeven naar Elder te rappelleeren; men daar toe in het toekomende best zal kunnen emploijeeren. waarbij nog verders aan haar Hoog Edelens is voorgedragen ge„ „worden, dat het gelukkig voor dit gouvernement en deese Colonie Zou„ „de weesen, zo wanneer hoogst deselve op de droevige gebeurtenissen uit het verblijff dier oostersche banne„ „lingen aan deese plaats, van tijd: tot tijd onstaan, aanschouw nee„ „mende, gracieuselijk gelieven mog„ „ten de zoodanige van hun, die - hier nog zijn overgebleeven, te rap„ „pelleeren, off na elders te doen verplaatsen:— Terwijl de als mitsg=s het verbod teegens de herwaards overbrenging van oostersche slaren wederom te renoveeren berigt van het stranden van den hoeker Catwijk aan Rhijn in de Baaij als. — Terwijl bij die geleegendheid tef„ „fens is versogt, dat het verbod van den 28 Septbr 1767, tegens het her„ „waards overbrengen van ooster= „sche mansslaren uit Indiën, mogten werden gerenoveerd. — Den in den Iaare 1785 van Cei„ „lon alhier gearriveerden hoeker Catwijk aan Rhijn, die mits de me„ „nigvuldige gebreeken na de saldan„ „habaaij afgesonden geweest en aldaar vervolgens gerepareerd zijnde, zedaat„ dien tijd bij dit gouvernement is aangehouden, nu onlangs in de maand Iunij naar de Baaij Fals afgesonden
English
Having been dispatched for the transport of the necessities for the Company's ships during the past winter season there, and subsequently to convey hither the cargoes brought there by the outward-bound and return ships; having on the 2nd of this month already lain in readiness to come up from there hither with the cargo aboard, the said hooker ship Catwijk aan Rhijn met with the misfortune that on the 7th following, the south-east wind, accompanied by very high seas, such as the Resident in False Bay declared in his report to have never before witnessed there, breaking through, that hooker was struck from her anchors twice and driven onto the rocks. The crew and the cargo already on board having been salvaged for the Honorable Company. Notice having subsequently been given by the aforesaid Resident in a letter dated the 9th following, that the day before, due to the heavy and high seas, the mainmast with all its rigging had fallen overboard, taking a part of the ship's side with it, and that the mizzenmast was likewise cracked in two places. That immediately, due to the striking of the middle part of the hooker upon a rock, having four feet of water at the pumps, the sea water subsequently rose to the tween-decks and with the ebb and flow washed in and out of the ship, whereby the laden pine beams, planks, and empty leaguers rose up to such an extent that the entire deck was lifted by them, and also the sides of the vessel were forced apart. That, the entire crew having been saved, he, the Resident, saw no difficulty, when the weather should permit, in also being able to unload and salvage the Company's goods from it, as they have proceeded therewith with all possible speed, and two ordinary commissioners were immediately dispatched thither to supervise the said goods, of which accident, and the findings upon the investigation as to whether any neglect of duty accompanied it, we shall not fail to give Your Right Honorable further notice. Further notice concerning that which was written by the ministry regarding the cargo of wheat and rice per the ship Le Fabius. Our above-mentioned humble dispatch of the 3rd of October last, likewise containing a preliminary notice of the fortunate relief which was obtained for this Government in this Colony from Isle de France by the arrival of the ships Le Fabius and Le Consolateur, both laden with wheat and rice for this place, we now find ourselves in a position, as in duty bound, to further inform Your Right Honorable that concerning the cargo of the first-mentioned ship Le Fabius, it has appeared from the letter addressed to this Government by the Ministry at Isle de France dated 27 July of the current year, that the cargo of that vessel was charged to this Government just and in such manner as the said grains had cost there, so that the cargo, amounting to 400000 lb of wheat and 8486 lb of rice, with the charges accounted for in the invoice, amounts to a sum of 82257 livres 15 sols, and that we were to deliver the aforesaid amount to the aforementioned Agent Mr. Percheron in bills of exchange on the Honorable Company payable three months after sight. Which quantity was found thereon, both spoiled and short, but which was passed over for the reasons stated beside. And subsequently after the unloading of that ship, it being noted from a memorial presented to the meeting of the 17th of this month by the undersigned Head Administrator Pieter Hacker, and the attached statement of the commissioners, that of the aforesaid 400000 lb of Bengal wheat, in 340 gunny bags, 23004 lb were found dirty and spoiled, as well as 5548 lb delivered short, and also that of the 8486 lb of rice laden, 242 lb were separated as dirty and unusable. In which regard we, under Your Right Honorable's favorable interpretation, have found and considered that such a quantity of the dirty, unusable part of the wheat must chiefly be attributed to its poor and impure condition, without one being able to attribute this to anyone's fault, and that it was consequently also not a matter upon which one could make any claim against the ministry at Isle de France, on account of whose activity and friendly vigilance in our case one had, on the contrary, every reason to be extremely content; it being sufficient that one was thereby so fortunately saved from a distressing scarcity, the absolute worst of which one would otherwise certainly have had to experience by now; furthermore, that the short weight on the wheat, amounting to slightly more than 1 3/8 per cent, differs little from that which is ordinarily allowed on the Company's behalf to ship officers on such cargoes; while the quantity of rice delivered short was not a matter of any importance; believing therefore in this patient case, in which there was no purpose of commerce, but only a requested assistance
Dutch transcription
afgesonden zijnde tot Transport 1 der benodigdheeden voor s Comps schee„ „pen geduurende het verlopen win„ „ter Saisoen aldaar, en om vervol„ „gens na herwaards overtevoeren de Ladingen, met de uitkomende en retourscheepen aldaar aange„ „bragt; op den 2=e deeser maand be„ „reeds in gereedheid geleegen hebben„ „de, om met de inhebbende lading van daar herwaards op te komen, heeft het ged=e Hoeker schip Cat„ „wijk aan Rhijn het ongebuk getroffen dat op den 7: daar aan de Z: O=te wind, verseld van zeer hoge zeën, zo als den Resident in de Baaij Fals bij Coi„ dan daat en zijnde d' Equipagie ende berijds in gehad hebbende „ Lading voor d' E Comp=e ge= „borgen. — by zijn Rapport verklaarde aldaar nog nimmer te hebben bijgewoond, doorbreekende, dien hoeker tot Twae malen toe van zyne ankers geslagen en op de klippen is gedreeven. — synde vervolgens door voorm: Resident bij missive van den 9e daar aan berigt gegeeven, dat daags be „voorens door de Zwaare in hoge zien de grote mast met al het daar aan zijnde tuijg overboord was ge„ „vallen, en een gedeelte van het boord meede genomen had, dat de Bezaans mast insgelijks op twe plaatsen was gekraakt. — Dat men aanstonds door het Stoten stooten van het middelste gedeelte der Hoeker op een klip, vier vaelen water, bij de pompen gehad hebbende, het zeewaaten vervolgens tot tusschen deks was geklommen en met den Eb= en vloed, het schip in= en rutspoel„ „de, door het welke de ingeladene greenen balken, planken en Eedige Leggers zodanig naaren opgereesen, N. . dat het geheele dek door deselve nas opgeligt, en ook de zijden van het vaartuijg uit malkanderen wa„ „ren gewerkt. — Dat de geheele Equipagie gered zijnde, hij Resident geene zwarigheid maakte, om wanneer het twee het weer zulx zoude willen permitteeren ook sComp=s goederen daar uit te zullen kunnen lossen en bergen, zoo als men daar meede met allen mo= „gelijken spoed te werk is gegaan, en tot het toezigt houden over de „selver goederen direct twee ordinair gecommitteerdens dewwaards zijn afgesonden geworden, van welk on„ „geval, en de berindinge op het onder„ „soeken, off ook eenig pligtversuim daar meede gepaard heeft gegaan, wij niet ingebreeken zullen blrijven uwe wel Edele Hoog Agtb=r na„ „der kennisse te geeven. — Onse bovengem: onderdanige van den nadere kennisgeevinge no„ „pens het aangeschreevene door het ministerium tot de lasting Sarwa en rijst p=r 't schip le Fabius den 3:e October laastl: insgelijks Isle de france, belangende vervat hebbende een pricalabel advijs van het gelukkig ontzet het welk voor dit Gouvernement in deese Colonie van Isle de France er„ „langt is geworden, door de aankomst der scheepen Le Fabius en Le Consola= „teur, beide met Tarw en Rijst na Eer= „waards beladen; venden wij ons in staat uwe wel Edele Hoog Agtb=s thans na verschuldigheid nader te berigten, dat belangende de Lading van het eerstgem: schip Le Fabius, uit de door het Minesterium te Isle de France aan dit Gou= „vernement gerigte brieff van dato 27e Julij n van 27=e Iulij a: C:, gebleeken zijnde, dat het Carguasoen van dien bodem dit Gouvernement even en in dier¬ „voegen wierd aangereekend, als de gezegde graanen aldaar waren komen te staan, zo dat de lading uitmakende 400'000 lb Tarwe en 8486 lb Reijst, met de ongelden bij de Factuur aangereekend, importeerd eene Somma van 82257 Listres 15 Jon seus, en dat wij het Evengemelde montant aan den voorm: Heer Agent Percheron hadden aftegeeven in wisselbrieven op d' EComp=e betaal baar drie maanden nazigt. — mitsgaders vervolgens na de ont= =lossing welke quantiteit daar op, zo bedorven als te min, is bevonden dog 't welk men om bezij„ „den gemelde reedenen heeft gepasseerd. „lossing van dat schip uit eene door de ondergeteekende Hoofd administra „teur Pieter Hacker ter vergade= „ringe vanden 17=e deeser maand, overgeleeverde memorie en bij ge „voegde verklaring van gecommitte ontwaard zijnde, dat vande voorsz: 400'000 lb Tarw Bengaalse, in 340 P=r gonnijzakken, zo wel 23004 lb vuil en bedorven waaren bevonden, als 5548 lb te min uytgeleeverd als meede dat van de ingeladene 8486 lb Reijst; meede 242 lb als vuil en onbruikbaar waren afgesondert. ten welken belange wij onder uwe wel Edele Hoog Agtb= gounstige welduijding hebben bevonden en gecon de, eerd 15 15 Jon taa geconsidereerd, dat een zodanige quantiteijt van het Vuil onbruik, „baar gedeelte der Tarwe, wel voor namentlyk aan haare slegte en onsuivere gesteldheid moest wer„ „den toegeschreeven, zonder dat men zulks aan iemands toedoen attri„ bueeren konde, en dat het mits= „dien ook geen zaak was waar over men op het minesterium te Isle de France eenige proetensie wa„ „ken konde, als wegens welkers acti= =viteit en vriendelijke vigilantie in ons geval, men in tegendeel alle redenen had ten uitersten Content te zijn; genoeg wezende, dat men daar door Zo zo gelukkig gered is geworden, uit een kommerlijk gebrek, van welke men het alleruitterste andersints als nu gewisselijk zoude hebben moe= „ten beproeven; mitsg=s dat het min„ „wigt op de Tarwe, uitkomende op iets meer als 1 3/8 prC„to weijnig desser „reerd van het geene sComp wegen ordinair aan de scheeps overleeden op diergelijke Ladingen werd ge= „passeerd; terwijl de te min uitge= „leeverde quantiteit rijst geen zaak van eenig belang was uitmakende „menende dus bij dit Leedzaam geval, waar in geen but van koop„ „handel, maar alleen een versogte adsistentie alle te door
English
being, both for the amount of that cargo and on account of the freight charges, the drafts issued alongside the aforementioned. assistance had resided in a distressful shortage, to have to pass one and the other, for which reason it was resolved to write off in the Company's books both the foul, spoiled and unusable, as well as the short-delivered wheat and rice; thus we have taken the liberty, on account of the aforementioned cargo of wheat and rice from that vessel, to issue to the repeatedly mentioned agent Percheron here, according to the above-mentioned letter from the Ministry at Isle de France, under date of the 10th of this month, a draft in triplicate on Your Right Honourable Worships, payable three months after sight, amounting to the above-mentioned sum of eighty-two thousand two hundred eighty-seven livres and 15 sols tournois, as well as to the captain of the same ship, Bidard de la Noé, in accordance with the agreement entered into in writing with him, of which we have taken the liberty to transmit a copy, along with our humble letter of the 1st of July of this year, with the ships 'T Slot ter Hoge and D' Africaan to Your Right Honourable Worships, for the freight charges of 204 3/10 tons of wheat and rice at 75 guilders Dutch per ton, making 15,322 guilders and 11 stuivers Dutch currency, under the aforementioned date also to hand over the following drafts on Your Right Honourable Worships, payable six months after sight, to wit: to the order of Mr. Arnous des Sausaix, merchant at Lorient, a draft amounting to 5,000 guilders Dutch currency, another draft also amounting to 5,000 guilders; and to the order of the aforementioned Captain Bidard de la Noé, a draft amounting to 4,402 guilders and 10 stuivers Dutch currency, and one ditto amounting to 920 guilders; totalling as above 15,322 guilders and 10 stuivers Dutch currency; which drafts we therefore most humbly request may be graciously honoured by Your Right Honourable Worships with acceptance and payment. Which motives have prompted us to the purchase of the cargo of rice and wheat from the ship Le Consolateur. And whereas the repeatedly mentioned Ministry at Isle de France, by the aforementioned letter of the 27th of July of this year, has further testified that Their Honours, in order to effect everything that was possible so as to bring some relief and succour as swiftly as possible to the friendly request made to them in our letter dated the 14th of May of this year and the unfortunate position in which we found ourselves, had, upon the first news thereof, encouraged Mr. Oury, a respectable citizen and shipowner of the above-mentioned ship Le Consolateur, to bring the first assistance to this Government by that vessel, as being already laden with wheat, and that Their Honours, knowing the disinterestedness of the said Oury, assured that at the price at which wheat was found there, he, Oury, would have felt no inclination to send that cargo hither, had it not been through praiseworthy motives, free from any intentions of profit; but that for the accompanying reasons one would not observe equity therein if his, Oury's, interest were compromised by setting the cargo of that ship equal in price to that of the Fabius; putting all the same into consideration in order to negotiate with the captain of the repeatedly mentioned ship Le Consolateur for the purchase of its cargo. Whereby it being taken into consideration that by the arrival of the ship Le Fabius, nor by the 200 lasts of rice received with the vessel De Resolutie from Batavia, one has by no means arrived at such a measure of provisions as to be, until the delivery of the upcoming harvest, without the necessity of being in extreme need also of the aforementioned cargo of the ship Le Consolateur, all the less so since the time has already long expired at which, pursuant to the agreement entered into with the North American, one had hoped for supplies from there; we have thus further had to resolve: At what prices and on what conditions this has taken place. to resolve likewise to purchase the aforementioned cargo of the ship Le Consolateur, consisting of 300,000 lb of rice and 115 to 120,000 lb of wheat, at six Spanish dollars per 100 lb, both rice and wheat, payable with 12,000 Spanish dollars in specie, and for the remainder in drafts on the Honourable Company; as the utmost for which the captain of the said ship declared to be able to relinquish that cargo, because of the high costs running on it; and which cargo one is actually busy unloading and receiving here. Drafts will consequently also be issued for a part of its amount in due course. Being consequently necessitated to issue in due course likewise the aforementioned stipulated drafts for whatever that cargo shall amount to above the aforementioned 12,000 Spanish dollars. We hope therefore that our course of action in this matter, to which we have been compelled by very pressing circumstances, may meet with Your Right Honourable Worships' approval, being able meanwhile to advise Your High Worships with very great pleasure that thus far, through Heaven's blessing, one may flatter oneself with an upcoming abundant grain harvest in this Colony. Transmitting original short invoice of the carrier of this letter. The Dutch private ship De Vrouwe Jacoba Maria en Lucia Theresia, mentioned in the heading, now becoming ready to sail in order to continue the voyage to the Netherlands, we have the honour to offer Your Right Honourable Worships enclosed herewith the original short invoice of the lading of that vessel; while to this are furthermore appended:
Dutch transcription
zijnde, zo voor't montant dier lading, als wegens de vragtpenningen, de be„ zyden gemelde assignatien afgegeeven. — adsistentie in een noodlijdend gebrek had geresideerd, het een en ander te moeten passeeren, waar omme vo beslooten wierd, zo wel de ruil, bedor„ „vene en onbruikbare, als te min uitgeleeverde Tarwe en rijst, bij sComp=s: boeken te doen afschrijven zo hebben wij de vrijheid ge =nomen, wegens voorsz lading Tar= op uwe wel Edele Hoog agtb: „ rwe en Rijst uit dien bodem aan meergem: Heer agent Percheron alhier, volgens het bovengem: schrijve van het Ministerium te Isle de Ferance, onder dato 10 deeser afte- „geeven een assignatie in triplo op uwe wel Edele Hoog Agtb=rens ter ter betalinge drie maanden na Ligt, groot boven gem somma van Twee en Tagtig Duijzend, Twee Hon= „derd seeven en Tagtig Lirres en 15 s=t tournois, mitsgaders aan den Capi= „tain van het seeve schip, Bidand de la Noé, overeenkomstig het met denzelven schriftelijk aange= „gaan accoord, waar van wij de vzije „heid genomen hebben Copia, nevens onse onderdanige van den 1: Iulij dee„ „ses Iaars met de scheepen 'T slot ter Hoge en d' Africaan aan Uwe wel Edele Hoog Agtb=rens overte= „zenden, voor de vragtpenn: van 204 3/10 Tonnen Tarwe en rijst a ƒ 75 holl af 15 holl: perton makende ƒ 15322. 11 &x holl: Court, onder voorsz dato meede ter hand te stellen de volgende ver assignatien op uwe wel Edele Hoog Agtb=rens, betaalbaar ses maanden nazigt, te weeten aan de ordre van de Heer Arnous des Sausaix Negotert a Lorient een assignatie groot holl Court. ƒ. 5000.- _ meede groot „ 5000: — en aan de ordre van voorm: Capn Bidard de la Noé Een assignatie groot holl: Court „ 4402. 10 920. — Sommeert als boven ƒ 15322: 10 Een do welke motiven ons hebben ge= „noopt tot den Inkoop der lading le Consolateur en welke assignatien wij dierhalven zeer onderdanigst versoeken, dat door uwe welEdele Hoog Agtbrins goedgunstig met de acceptatie en betalinge mogen werden gehonoreerd: En nadien het meergem Minis= Rijst en Tarwe van het schip „terium te Isle de France bij voorsz brieff van 27 Julij deeses Jaars verders is komen te betuijgen, dat hun Ed om alles te Effectueeren, het geen mogelijk was, ten einde op het vriendelijk versoek daar toe bij onse brieff in dato 14 Maij deeses Jaars aan deselve gedaan, en de facheuse positie, waar in wij ons bevonden, ten spoedigsten eenig 1 Hoog en Heer ortari 5000. — 5000. — 2. 10 20. N 10 eenig ontzet en secours toe te brengen, op de eerste tijding daar van, de Heer Ourij, een respectabee burger en Ree= „der van het bovengem: schip le Consolateur, hadden geanimeert, om door dien Bodem, als reeds met Tarwe beladen zijnde, den eersten bijstand aan dit Gouvernement toetebrengen, en dat hun Ed„, in kennisse van de ongeinteresseerd „heijd van gem: Ourij, verzeker= „den dat tot de prijs, op welke de Tarw zig aldaar bevond, hij Ourij geen nijging zoude gevonden hebben die lading herwaards overtezenden, indien zulks niet was geweest door door door prijswaardige moteven, vrij zijnde van alle bedoelingen tot winst; dog dat om de bijgevoegde reedenen men geene gelijkmatig= „heijd daar inne zoude betragten, wanneer den Interest van hem ou„ „zij wierde gecompromitteerd, door de Lading van dat schip in prijs eguaal te stellen met die van de Fabius; al het selve in Consideratie geevenden om met den Capitain van het meergem: schip Le Consola„ „teur tot den inkoop van dies La„ „ding te Handelen. — waar bij in aanmerkingen genomen zynde, dat men door den aanbreng aanbreng van 't schip Le Fabius, nog ook door de 200 lasten rijst, met den Bodem de Resolutie van Ba „tavia ontfangen, geensints is ge= „komen tot die mate van voorraad, om tot de opleevering der aanstaande recolte buiten de noodsakelijkheid te zijn van niet ook de voorsz: la„ „ding van 't schip le Consolateur ten uitersten benodigt te hebben, te minder nog, doar de tijd reeds verre verstreeken is, op welke men ingevolge het met den Noord Ame „rik aan aangegaan accoord, op den toevoer van daar gehoopt had; zo hebben wij verders moeten besluijten tot wat prijsen en op welke conditien zulks is geschied. — besluijten, de voorsz: lading van t schip le Consolateur, bestaande in 300000 lb Rijst en 115 â 120000 lb Tarn, insgelijks in te kopen, teegens ses spaanse matken die 100 lb, zo rijst als Tarw, betaalbaar met 12000 - sp: matten in specie, en voor het resteerende inAssignatien op d' E Comp=e; als het uitterste waar voor den Capn van 't geme schip gedeclareerd heeft, die lading, om de daar op loopende hooge kos= „ten; te kunnen afstaan; en welke lading men werkelijk besig is te ontlossen en alhier te ontfangen. — zullende s met zullende wegens een gedeelte van dies mon= tant bij vervolg insgelijx Assignatien werden ge Expedieerd. —. zullende ons mits dien genecessi„ „teerd vinden, van het geene die La „ding boven de voorsz: 12000 sp: makten zal komen te importeeren, bij ver= =volg ins gelijks de voorsz: gestipuleer „den assignatiën te Expediteeren. — wij hopen dus dat onse handel wijze in deesen, tot dewelke door zeer nooddrukkende omstandig „heeden zijn gedrongen geworden, n uwer wel Edele Hoog Agtb=ren goed „keuringe zal mogen wegdragen, aan Hoogst deselve intusschen met zeer veel genoegen kunnende adviseeren, dat men zig tot hier toe door 's Hemels Zeegen in deese Colonie overgaande origineele korte factura van bren, „ger derses. — Colonie nader met eenen aan= „staanden ruijmen graanoogst vleijen kan. — Het in den hoofde gemelde Holt particulier Schip d' vrouwe Ja„ „coba Maria en Lucia Theresia, thans zeijeraardig komende te leggen, ten einde de reijse naar Neederland voort te zetten; hebben wij d' Eer uwe wel= Edele Hoog Agtb=s deesen g'incloseerd aan te bieden d'ore= „gineelen korte Factuur der in =lading vandien Bodem; Ter= wijl deesen voorts nog bijgevoegd zijn ee goed gen deese
English
as well as copies of letters and the official report concerning the coffee beans loaded at Mauritius into the ship the Zeenimph; being authentic copies of the letters mentioned in our respectful letter of the 3rd of October last per the ship Oudenaarden, both from the French ministry at the aforementioned Island of Mauritius, and from Captain Johannes Noordhoek, together with the enclosed official report received here, regarding the coffee beans that remained behind from the return ship the Morgenster at Mauritius aforesaid, and were transshipped there into the ship the Zeenimph. Ending herewith, we commend the most respected persons of Your Right Honorable Worships and the weighty concerns of the Honorable Company to the protection of the Almighty, remaining with profound respect. Right Honorable, Stern, Highly Respected, Most Wise, Provident, Most Generous and High Commanding Gentlemen! Your Right Honorable Worships' most humble, faithful and obedient servants. P.S. The bearer of this still lingering here provides us with the opportunity to advise Your Right Honorable Worships, as in duty bound, that on this day, the 16th of November, there have also been dispatched from here the outward-bound ships 't Loo, Doggersbank, and the Triton. And at the same time, the Dutch private ship the Wijnanda Luberta has appeared before this Government. Hacker M. Chenius R. S. Gordon J. V. Le Sueur Bennenkam In the Castle of Good Hope, the 10th of November 1786. A. van Graaff No. 1. Per the Dutch coaster ship the Vrouwe Jacoba Maria en Lucia Theresia. Read at the Assembly on the 22nd of February 1787. Patria. To the Right Honorable Gentlemen Directors of the General Chartered Dutch East India Company, at the Chamber of Middelburg. Right Honorable, Stern, Highly Respected, Most Wise, Provident, and Most Generous Gentlemen, Commanding Gentlemen. Referring in all respect to the contents of our last humble letter, which we took the liberty of consigning to Your Right Honorable Worships under date of the 3rd of October last with the Dutch private ship Oudenaarde that sailed from these roads on the 7th of the same month, we shall now dutifully inform Your Right Honors that the following ships sent out by Your Right Honorable Worships have arrived safely here on the undermentioned dates, namely: 24 October the Triton, Company ship, with 2 dead and 8 sick, having departed in company with the ship Veere on the 4th of August last from the Island of Santa Cruz on Tenerife. 28 October the Jonge Franc, hired ship, with 21 deceased and 107 disabled. 8 November the Onzekeren, hired ship. Which hulls otherwise being in good condition, we must nevertheless inform Your Right Honorable Worships with regret that a part of the detachment for the Luxembourg Regiment at Ceylon present aboard the ship the Jonge Frank had formed a conspiracy during the voyage, with the intention of putting the entire crew of the ship to death and thus making themselves masters of the vessel; to which end the revolt was indeed started by them between the 16th and 17th of July, but in which atrocious enterprise they were still timely and happily stopped by the resoluteness and vigilance of the captain and the officers, with the help of the rest of the crew who did not wish to take part in the revolt, with the result that 8 of the said conspiracy fell in the uprising, 11 were executed thereafter aboard the said ship the Jonge Frank, and 7 were taken into custody; which latter prisoners, when the authorities of that vessel subsequently joined the National Squadron under whose convoy they then completed the remainder of the voyage hither, were handed over to the Captain-Commandant of the said Squadron. The said prisoners, upon the arrival here of that Squadron, were delivered over to this government by the aforementioned Commandant, the Right Honorable and Valiant Mr. Wiertz, upon reclamation made in accordance with the regulations regarding the jurisdiction of the officers of the National ships; thus the said prisoners have been placed in the hands of the Fiscal pro interim, in order that, after proper further information and examinations following the documents obtained against them by the ship's council of the aforementioned ship the Jonge Franc, they may be brought to trial before the Court of Justice here. While we take the liberty of adding to this preliminary account the report of Captain Jacob Veer relating to that case, we shall furthermore not fail to transmit all the other papers and documents further relating thereto to Your Right Honorable Worships by the next shipping opportunity. Having also found ourselves honored upon the arrival of the aforementioned ships the Triton and the Jonge Franc with Your Right Honorable Worships' highly revered missives dated the 11th of May and the 8th of June of this year, we shall not fail to let that which is set down therein serve for our guidance and dutiful observance, meanwhile taking the liberty to present enclosed to Your Right Honors the declaration given by the chief and deck officers of the said vessel the Triton regarding the proper cleansing and keeping clean of that hull. We commend Your Right Honorable Worships' most respected persons and the weighty interests of the company to God's safe keeping, and remain with due respect. Right Honorable, Stern, Highly Respected, Most Wise, Provident, Most Generous and Commanding Gentlemen.
Dutch transcription
als meede Copias brieven en proces verbaal wegens de Coffij boonen, tot Mauri„ „tius in het Schip de Zeenimph geladen; zijn Copias Authenticq der bij onse Eerbiedige letteren van den 3= october pass=o p=r het schip oudenaarden vermelde brieven, zo van het fransche Ministeri =lim ten voorsz Eijlande Mauri „tius, als van den Capitain Iohan „nes Noordhoek, en het daarne„ vens gevoegd geweest proces ver „baal, alhier ontfangen, wee„ „gens de Coffij boonen, die van het retourschip de Morgenster tot Mauritius voormeld, verbleeven, en aldaar in t schip de Zeenimph zijn overgescheept— Hier Hier meede eijndigende beveelen wij uwe welEdele Hoog Agtb=rens zeer gerespec„ „teerde persoonen ende gewigtigen ommeslag der E Comp=e, in de bescherming des allerhoogsten, blijvende met diepschuldig res= pect. Wel Edele Erntfeste Hoog Agtb: Hoog wijze, voorsienige zeer Gene= „reuse en Hoog= gebiedende Heeren! en Tinne n 2 — uwe welEdele Hoog agtb: zeer ootmoe „dige, getr: en gehoorzame Dienaren P: S: brenger deeses voor als nog hhier blijvende ver„ „toeven geeft om zulks gelie„ „gentheijd, uwe wel Edele Hoog agtb=s nog na verschuldigdheid t adviseeren, dat op heeden den 16=e November meede van hier zijn gedepecheerd, de uitkomende scheepen, 't Loo, Doggersbank en de Triton En is te gelyker tijdaan dit Gouvernement verscheenen het hollands particulier schip de wijnanda Luberta. — Hacker M Chenius R: S: Gordon J: V: Se Sueur Bennenkam In't Casteel de goede hoop den 10=e November 1786 A:imot Graaff: :J: mae en . No 1. P 't hollandsch Caust: schip de vrouwe Iacoba Maria en Lucia Pheresia Geleese ter Verg den 22 feb. 1787 787 Satria. Aan de Wel Edele Heeren Bewindhebberen van de Generale Nederlandsche Foetroyeer de Oost Indische Compagnie, ter Camer Wel Edele Erntfeste, Groot Agtb: wel wijse„ voorsienige en zeer Generellse Heeren: Gebiedende Heeren. Ons in allen Eerbied refereerende aan den inhoud van onze laatste onderdanige letteren, der vij in dato 3 October Middelburg. Jongstleeden - Jongstleeden de vryheid hebben genomen met het op den 7' dito daaraan van deeze Rheede gezeilde hollandsch part: schip Oudenaarde aan uwe wel Edele groot agtb: te Consigneeren, zullen wij hoog Ed dezelve thans pligtschuldig ter kennisse brengen, dat op de onder genoteerde datun behouden alhier zyn komen aan te landen de volgende bij uwe wel Edele groot agtb uitgezondene scheepen als- 24 October de Triton Comp: schip met 2 doden 8 zieken, zijn de in gezelschap van het schip Veerem bat 4 aug:s pass=o van t Eyland S:t Crvise op Generitte vertrocken. - ingehuurd schip _o de Jonge franc met 21 overleedenen en 107 Impotenten „8 November den Onzeekeren ingehuurd schip Welke Welke kielen wyders op zig zelve wel gesteld zynde, moeten wij uwe wel Edele groot Agtb: egter tot leedweezen berigten, dat een gedeelte van het op 'tschip de Ionge frank zig bevindende delachement voor het Luxemburgsche Regiment te Ceylon, op de reyze een Complot heeft geformeerd gehad, met voorneemen om de gantsche Equipagie van het schip om het leeven te brengen, en zig dus meester van het schip te maken; waar toe dan ook door hun tusschen den 16en 17' Iulij werkelyk de revolte was begonnen, dog in welke gruuwelyke onderneeming, Zylieden door de Cordaatheyd en ergilantie van den schipper en d'officieren, met behulp 92 agt ten behulp der overige manschappen, die geen deel in de Revolte hebben willen neemen, nog even tydig en gelukkig zijn gestuit geworden, met dat gevolg, dat van het gezegde Complot smuyke„ „lingen in den opstand gesneuveld, 11 daar na aan boord van het ged: schip de Ionge frank g'Executeerd, en 7in hegtenis genomen zin; welke laastulgen gevangenen door d' overheeden van dien bodem, wanneer naderhand waren gekomen by 's Lands Esquader, onder welkers Convoy zij als toen de verderen reijze herwaards hebben volbragt, aan den Heer Capitain Commandant van hetzelve Esquader overgegeeven geworden geworden zynde, zynde dezelve ge„ vangens bij arrivement alhier van dat Esquader, door opgem: Commandant den wel Edelen Gestr, Heer Wiers, op gedane reclame, ingevolge het ge„ reguleerde omtrent de Iudicature van de officieren der Lands scheepen, aan dit gouvernement overgeleeverd; des dezelve gevangens zyn gesteld in handen van den pro Interim fiscaal ten eynde na behoorlyke verdere infor„ matien en Examinatien naar aanleiding der stukken bij den scheeps Raad van het meerm: schip de Ionge franc Lee„ gens dezelve ingewonnen, voor den Raad va Justiten alhier te werden te regt gesteld. — Terwyl 5 ren Terwijl wij de vrijheid neemende bij dit Prealabel verhaal te voegen het Relaas van den schipper Iacob Veer tot dat geval betrekkelijk, voorts niet afsijn zullen alle de andere papieren en Documenten daartoe nog verder relatief, uwe wel Edele groot agtb: p:r nadere scheeps ge„ leegentheyd meede te doen toekomen. - Ins bij het arrivement van bovengem: Scheepen de Triton en de Ionge franc verEerd gevonden hebbende met uwer wel Edele Groot Agtb: zeer gevenereerd aanschrijven aanschryvens de datis 11 Maij en 8 Junij deezes Iaars; zullen wi niet in gebreken blyven het daarby ter needer ge¬ stelde ons ter narigt en pligt schuldige observance te laten strekken, onder„ tusschen nog de vryheid neemende hoogst dezelve deezen geincloseerd aan te bieden de door de opper= en deks officieren van gezegde bodem de Triton gegeevene verklaring weegens het behoorlyk reynigen t weynigen en Schoonhouden dier Kiel Wij beveelen uwe wel Edele Groot Agtb: zeer gerespecteerde personen in de gewigtige belangens der maatschappije, en Godes veylige hoede, en blijven met verschuldigde Eerbied. - Wel Edele Erntfeste, Groot agtb: wel wijzo, voorzienige zeer Genereuse en Gebiedende Heeren: WB3e -
English
In the Castle of Good Hope, the 18th of November 1786. The bearer of this still remaining here for the time being, the above-mentioned ship the Triton was also dispatched from here on the 16th of November in the meantime. Chenius, R: S: Gordon, J: N: Le Sueur, C: J: Wolter, Ab Bönnenkam. Your Noble Grand Respected's very humble and obedient Servants, C: D: Vanden Graaff, D Hacker. Number 2. Cape of Good Hope. To the Right Honorable and Respected Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director over the Company's trade and affairs, together with the Council. Right Honorable, Respected, Firm, Valiant, Wise, Provident, Discrete Sir. The small ship the Factor, having arrived here on the 8th of March last, departed again for the Netherlands on the 24th of the said month, after having taken in here 148307 lb gross saltpetre for dunnage, 340000 lb Malabar pepper, as well as 500 lb Malabar cardamom, of which we have given your Right Honorable notice in our letter sent therewith of the 22nd of the aforesaid month of March. But since the commander of the aforesaid small ship did not intend to touch at the Cape of Good Hope except in the case of the utmost necessity, in which event he was instructed by us to deliver upon his arrival in the Netherlands the letters and papers received here, both for your Right Honorable and for the Honorable High Indian Government at Batavia, to the Right Honorable and Respected Lords Directors, and so this letter will possibly reach the hands of your Right Honorable sooner than our aforementioned letter, we therefore attach the duplicate thereof hereto. The Danish ship mentioned alongside, having arrived here from Bengal in the month of January last with heavy leaks, and having now been put in a condition again to be able to continue its journey to Europe through the assistance and facilities provided to it on behalf of the Company both here and at Tuticorin, departs tomorrow from our bay. The captain of the said ship, Hans Kroyer, has assured us that he will touch at the Cape of Good Hope or at least False Bay, and we therefore send enclosed herewith a packet of letters from the Government of Ceylon addressed to the Right Honorable and Respected Lords Directors of the Presidial Chamber of Amsterdam, which we request you will be pleased to forward to the Netherlands at the first presenting opportunity. We have the honor to be with all high esteem, underneath stood: Right Honorable, Respected, Firm, Valiant, Wise, Provident, very Discrete Sir, Your Right Honorable's very humble Servants, was signed: C: de Kraijenhoff, M: V: de Spar, L de Sille, M: L: Martheze, J: F Gratiaan, C: F: W: de Ranitz. In the margin: Galle, the 30th of May 1786. Postscript: We further enclose herewith two letter packets from the gentlemen Ministers on the Malabar Coast, and a small packet of letters from us, of which two, namely one from the said Ministers addressed to the Right Honorable and Respected Lords Directors of the Presidial Chamber of Amsterdam, and one from us addressed to the Right Honorable and Respected Lords Directors of the Chamber of Zeeland, and the other is addressed to your Right Honorable; which first two, being duplicates of the letters sent with the aforesaid small ship the Factor, we also request to forward to the Netherlands at the first opportunity. Agrees, [illegible] sworn Clerk. On Sunday the 16th of July 1786 in the morning at half past eight, two mutineers, named Wilhelm Dietrich van Weyke and Francois Gravin de Valbonne, came aft with a large troop of soldiers and sailors and wished to speak to the Captain. Whereupon I, the Captain, came to them and asked them what their desire was. Whereupon Francois Gravin de Valbonne, as the ringleader, said: we must have your instructions, and see how much water is in the ship. I asked them what they had to do with that; whereupon one of the other rebels seized me by the chest and said in French, with curses and threats: that they must have it or they would teach me something else. Whereupon I gave them the instruction book, since I was then overpowered and they were all on the quarterdeck, and we were unarmed and thus gave it only to obtain quiet. Whereupon they then appointed one who read their instructions to them in Dutch and translated them into French. After the reading of the instructions, I asked them what more their desire was; whereupon the rebel replied that they must have sugar and tamarind from the time that we had sailed to sea from Vlissingen. I said that there were only 1250 pounds of tamarind on board, and that could provide for 272 head only for a good four months, and that we had only just been at sea for four weeks, and that... Documents concerning the revolt of the East India Company ship the Jonge Franke.
Dutch transcription
In 't Casteel de Goede Hoop den 18=' November 1786 P: brenger deezes voor als nog hier blijvende vertoeven is middeler„ „wijl meede op den 16 November van hier gedepecheerd het bovengem: schip de Triton. - „Chenius R: S: Gordon J: N: Se Sueur C: J: W Der Ab Bönnenkam Uwe wel Edele groot agtb: zeer onderdanige en gehoorz: Dienaren C: D: Vanden Graaff D Hacker & d 5 No. 2 „ Kaap der Goede Koop Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Cornelis Jacob Van De Graaff Gouverneur en Direkteur over 'sCompagnies handel en om slag. Nevens den Raad Wel Edele Gestr: Ernfeste Manhafte wijse voorsienige Heer discreete Heer Het Scheepje de Factor, den 8 Maart Jongstl: alhier aangekoomen, is den 24 van gem: Maand weder van Nederland vertrokken na alhier ingenomen te hebben 148307 lb bruto salpeter tot onderlaagen 340000 lb Mallabaarsche Peper mitsgaders soo lb Mallabaarsche Kardamom waar van wij uwel Edele Gestrenge kennis gegeven hebben bij onse daar meede afgezondene Brief van den 22: van voorsz: Maend Maart, dog dewijl de gezaghebber van Voorsz: Scheepje niet voornemens was, zonder de hoogste nood„ zakelijkheijd de Kaap de Goede Hoop aan te doen, in welk geval hij door ons gewaar„ schoud is geworden om de alhier ontvangene Brieven en Papieren zo voor uwel Edele gestrenge als voor de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia, bij zyn Copy en bij zijne aankomst, in nederland over te „geeven aan de Wel Edele Hoog Agtb: Heeren Bewindhebberen en dus mogelijk deeze eerder als voorm: onze brief u wel Edele Gestr: zal ter hand komen, zo voegen wij het duplikaat daar van bij deesen Het hier bezijden gem: deensch schip in de Maend Januarij J=o Leeden, van Ben„ „gaale met swaare Lekkagies alhier aan„ gekomen, en door de adsistentie en gerief„ lykheeden, van weegende komp: zo hier als te Tutukorijn, aan het zelve toegebragt nu weeder in staat geraakt, zynde om zijne reijse na Europa te konnen voort„ „zetten, vertrekt morgen uijt onse Baij De kapitain van gem: schip Hans Kroijer, heeft ons verzeekerd de kaap de goede Hoop of te minsten de baaij fals te zullen aandoen, en wij zonden derhalven hier ingeslooten een brief Paket van de Eijlonsche Regeering aan de wel Edele Hoog Agtb Heeren bewindhebberen ter Praesidiale kamer Amsterdam gerigt het welk wij verzoeken bij de eerste voorkomende gelegentheijd na Nederland te willen voortzenden Wij hebben de Eer met alle hoogagting te zijn /:onderstond:/ Wel Edele, gestr: Ernfeste, Manhafte, Wijse voorzienige, zeer diskreete Heer uwe de Uwer Wel Edele gestr: zeer ootmoedige Dienaaren /:was getekend :/ C: d: Kraijenhoff n M: V: d: Spar, L de Sille, M: L: Martheze, J: F Gratiaan, C: F: W: de Ranitz /: in margine /: Gale den 38 Maij 1786 — PS: Wij sluijten nog hier in twee brief Paquet„ ten van de Heeren Ministers ter kuste Malla„ „bar, een brief Taketje van ons, waar van twee„ als een van gem: Ministers aan de Wel Edele Hoog te Presidiale # agtb: Heeren Bewindhebberen ter Camer„ amsterdam, en een van ons aan de welEdele hoog agtb: heeren bevndrell: ter Camper„ Zeeland gerigt zyn en het ander aan Uwe Wel Edele gestr: beschreven is, welke Twee Eerste, zijnde duplicaaten van de met het voorsz: Scheep¬ „je de factor afgezondene brieven wij verzoeke meede bij Eerste gelegentheijd na nederland voort te schikken — Accordeert Gisremel gezaen Clercq te Heeren en aan„ ief ier biag g oort De ijer de alven de Edele eerste land z en Op Zondag den 16:' Iulij 1786 des morgens ten er half neegen kwaamen twee muijtemaakers, gen=t van Wilhelm Dietrich van Weijke en francois Grav„n de Valbonne met een groot trop sol„ daaten en matroosen agter op, en wilden den m Capitain spreeken, Waarop ik Capt=n bij haar kwam en haar vraagde wat haar begeerte was, ge Waarop franc„ grav=e d' valbonne als opperhoofd Leijden wij moeten uwe Jnstructies hebben, en zien tes water in 't schip is? ik vraagde haar wat ze daarmeede doen moesten; waar op een van de an„ dere Rebelle mijn aan de borstvatte en met vloeken en dreigementen, op zijn fransh zeijde: dat zy het hebben moeste ofte ze zouden mijn wat anders Leeren, waar op ik haar het Instructie -Boek gegeven hebt; vermits ik als doen overmand was en zy alle op het halfver„ dek waaren, en wi onbewapent en dus maar ge„ geven om rust te krijgen Waarop zij als doen een stelden, die haar Instruc ties in 't hollands voorleesde, en in 't fansh overtaalde, Na het Leesen der Instructies, vraagde ik aan haar wat haar begeerte nog meer wass, waar op de Rebellant antwoorde, dat ze Zuijker en tamerinde moesten hebben, van die tijd af als wij van vlissinge in zee geseild waaren Ik zeijde„ dat er maar 1250. Ponden Tamerinde aan boord was en dat is voor 272 koppen maar voor eene groote vier maanden verstrekken konde en dat wij maar- eerst vier weeken in zee geweest waaren en dat te I Een Stukken der Revolte van het Partur OJ: Compagnie schip de Jonge franke ook en „ —
English
had also drunk beer during that time, and that we had now only just arrived at the place where the tamarind was destined for, which was most necessary here under the equator, and that around this time of year one could easily cruise for two to three months, and that we had crossed the equinoctial line, but all these sayings could not help with them. They merely replied that they had to have it, and also one-third more gin than they had had from the time they had been at sea, and that each man had had 12 mutsjes per day during our entire voyage while they drank small beer, and on the feast days each man had had his mutsje of wine at midday. They also said they had to have plums. Since I was at that time overpowered and had no reliable men under arms, we were forced to grant their demand. We gave them everything they demanded in order to prevent the disasters that we could foresee in the rebellion, for they saw that if we refused anything no good would come of it. We also saw at the same time that the demand for gin was made on no good grounds, as later also became evident from depositions against them, for when the gin was distributed, d'Valbonne said, "Look here, the gin is only to make the German peasants drunk," namely the German soldiers. Likewise, shortly after the gin had been distributed, many became intoxicated, and this was the aim of the mutineers, the better to carry out their plot. After everything they had demanded had been given, one of the principal ringleaders of the mutineers, Joh:n Dutrich Wm van Weyke, came aft again in the afternoon at 5 o'clock and asked for a half ration of water for the entire crew, which I had the steward give him. I saw that everything they demanded was done to win the men over to their side and to incite the good men against us. At six o'clock in the evening, I, the Captain, received a report from Commander Coenraad Busche, a passenger on board together with his wife and five children, who reported to me that the person Charles Disier Ladroite, Vice-Corporal of the Luxembourgers, had made known to him that he had heard and seen how a plot had been formed to overrun the ship and make themselves masters of it, and that they also wanted to kill the Captain of the ship and all the officers and throw them overboard, along with the passengers and all those who did not agree with them. The aforesaid Ladroit also reported this same matter to the Chief Mate Pr. Pieterse. And once the rebels were masters of the ship, they would then sail with it to Spain or Portugal to sell everything there, and they would begin when they were at the table in the evening in the cabin to eat, in order to murder us at table. And thus with little time remaining to put everything in order for defense of ship, cargo, and life, we immediately ordered all the ship's sailors to the quarterdeck, and Commander Lempe his trusted soldiers and corporals. And we saw to it that we quietly got all our small arms into the cabin, which were stored in the chests on the quarterdeck; we passed them around the outside through the galleries into the cabin, and brought the cartridges into the cabin as well. We then had 70 muskets, 4 blunderbusses, and 150 cutlasses in the cabin. We posted 6 men in the forward cabin and 6 men, being sailors, before the gunner's room with cutlasses in the cabin to load the arms and hand them up onto the deck, and to bring down again those that had been fired. The Second Mate Herm Coen, Charles Disier Ladroite, the man who uncovered the treason, the Company's boatswain Jacobus Schellemans, the ship's gunner, and Commander Busche remained below. I, the Captain, was on the quarterdeck with Commander Lempe, Chief Mate Pr. Pieterse, the boatswain, and the boatswain's mate, and with 28 to 30 men who were stationed before the break of the quarterdeck and aft near the roundhouse, everything in good order. I, the Captain, went below to have more powder and cartridges brought up from the gunner's room. We sent the Second Mate Coen through the helm port or near the rudder head and over the tiller to the gunner's room, since we could no longer trust going from the tween decks to open the room. While the powder and balls were being handed up, Corporal Gommerluig came into the cabin to help load the weapons and to fetch loaded ones. Commander Buske handed a loaded blunderbuss to the said Corporal, and as soon as he had it in his hand and had set it up and down alongside his body, it went off, whereof the bullet
Dutch transcription
ook in die tijd Bier gedronken hadden, en dat wy nu eerst aan de Plaats kwaamen, daar de Tamerinde voor gedisterneert de het nodigste waaren hier onder de lienie en dat men om deese tyd van het Jaar wel een 2, a 3 maanden kon kruijsen en wij de Even Nagtlijn gesneeden had den maar alle geseijdens konde bij haar niet helpe Zy antwoorden maar zij moesten het hebben, en daar ook nog een derde genever meer, als zij gehad hadden en van dien tijd aan, als ze in zee geweest waaren, en ze hebben de man yder 12 missen p=r dag gehad, op onse gantsche Reijs„ terwijl Lijbier dronken en de Isak jes dagen hebben ieder man haar misje wyn des middags gehad — ook moesten ze Pruijme= hebben zeide zo vermits ik als doen overmant was en geen vertrouwd volk nog in de wapen hadden zoo waaren wygenoodsaakt haar eijsch te geeven Gaaven ook al het geen, wat ze eyschten, om de onheylen die wij in de Rebella zien konden voor te komen, want rij zaagen dat zo wij iets revuceerden geen goeds zoude uijtspri¬ ten zagen ook teffens dat de eijsch van geneven op geen goede goond geëischt wierde gelyk ook namaals gebleeken is bij verklaarings tegen haar Liede want doen de genever uijtgege¬ ven was, zoo zeide d'valbonne zie zoo,a genever is maar om de duits te boerendronk te maaken, namentlijk de duijtsche solda gelijk er ook kort daar na als de genever uijtge deelt waare veele beschonken wierden, en dit was het oogmerk van de muijtemaakers, om d te Beter haaren aanslag ten uijt voer te brenge Na dat nu alles gegeven was wat zij geeijst haaren, zo kwaamen na de middag om 5 uuren weeder 2 en 3 weeder een van de voornaamste opperhoofden der den muijlemaaker Joh=n dutrich Wm van weyke agter op en vraagde voor de geheele Equipagie een n half Randsoen waater het welk ik door den Bottelier Liet geeven ik zag dat al dit wat ze eijsten daarom was, om het volk op haar zeijde te krijgen, en het goede volk op te ruyden tegen ons Om zes uuren des Avonds kreeg ik Capitain Rap„ port van den Commandeur Coenraad Busche — Passagier aan boord zijnde, benevens zijn vrouw m en vijf kinderen, de welken mij rapporteerde, als dat den Persoon Charles disser Ladroite, Vice Cor„ Boraal van de Luxenbuurger hem te kennen heeft gegeven als dat hij gehoort en gesien, hoe dat er een Complot was geformeert om het schip tes aff te loopen, en zich meester van het selve t maaken, en dat ze ook den Capitain van het schip en alle officieren wilden om het Leeven brenger, en over boord werpen, benevens de Passagiers en alle de geene die met haar niet eens waare, dit zelfde sen heeft de sogenoemde Ladroit ook aan de opper„ Stuurman Pr. Pieterse gerapporteerd, en als de Rebellen- en als de rebellen aan meester van het schip zouden zijn, zij als dan met het selve na Spanien of Portugal zouden gaar om daar alles te verkoopen, en dat zij zouder beginne als hi des avonds aan de tafel zouden zijn in de Cajuyt om te eeten om ons tafel te vermoorden, en dus weynig tyd meer overig zinde, om alles in order te stellen tot Divensi voor schip goed en Leeven„ Wij Lieten ten facto alle de Scheepsmatroozen agter boomen en de Commandeur Lemper zijne ver„ trouwde Soldaaten en Corporaals, en wij zagen in stilte alle dat aarde g deese kon n had helpe en ls zij ze in yder agen Rei e apers haar „ Rebella 9 ge v bri¬ dat at tegen gege¬ zooa dronk solda uijtge dit omd brenge geeijst ren weeder t alle ons hand geweer in die bajuijt te krygen het welke op hethalverdek in de kisten ge„ borgen was; manden deselve buijten om door de galderijer in de Cajuijt, en bragten de Patroonen ook in die baquijt hadden doen 70 snaphaanen 4 donderbossen en 150 houwers in de Cajoijt Posteerden 6 man in de voorcajuijt en 6 man zijnde matroosen voor de Constaepels kwamer met houwers in de Cajuijt om het gewees te- laaden en op het dek op te geeven en de afgeschoowa het „ne weeder om laag te brengen den onderstuit „man Herm Coen, Charles disier La droite maa laag die het verraad ondekt heeft, de bootsman van de Compagnie Jacobus Schellemans, de Scheep Constapel en de Commandeur Busche Jk Capt=n op het halverdek met den Commandeur Lempe opperstuurman, opperstuurman P=r Pieterse Bootsman en Bootsmans maat en met 2 8„ a 30 man, de welke geposteerd stond en voorde boog en agter by de hut alles in een goeden order ik Captain gong om Laag om meerder krijt en Patroonen uijt de Constapels kamer op te laaten Laalen zonden den onderstuurman boen door het henne gat ofte by de kop van het roer en over de roerpen heen na de Consti„ pels kaamer, vermits vij van tusschen deks niet meer vertrouwen konde om de kamer te openen. onder het opgeeven van kruijten kogels, kwam de Corperaal Gommerluig en de Cajuijt om de geweeren te helpen Laaden, en om gelade „ve 'te haalen De Commandeur Buske overrijk te een gelaaden donderbogh aan den zogenoem den Corporaal, en zoo dra als hij dezelve in zyn land hadde en op en neer lang zyn zijde geset hadde zo gong de zelve af waar van de Kogel „
English
a warning not to approach too closely and that a bullet passed through the second beam into the cabin from the front passage, which caused a great consternation in the cabin, for the light was extinguished all at once. At the same time we received a light from the fore-cabin. The blunderbuss had gone off due to the reason that Commander Busche had cocked it and not told the Corporal. This occurred just past eleven o'clock, and as soon as the rebels heard the shot, they cried hurrah between decks, ran up to the deck, and shouted fall on the quarterdeck for naught, upon which they, the rebels, attacked the stairs of the quarterdeck at the gangways, and rushed from below to the quarterdeck with a five-pronged fish spear, which fish spear had previously been with the boatswain to shoot fish with. And they struck Corporal Lodeuijknamtoe with the fish spear, which went through the right side of the nose and close by the eye out again, and on the left side went through the nose and through the lip. As soon as the fish spear was stuck fast, the rebels in the waist called to pull, since they had a line fastened to the shaft of the fish spear, intending thus to have hauled him into the waist, and subsequently more people in such a manner. But the Corporal, having his musket in hand and aiming at the leader of the rebels, when he was struck, fell backwards from the pulling of the rebels and struck with his hand upon the railing of the quarterdeck, bending the shaft of the fish spear, whereby the same broke into pieces, fortunately being a brittle piece of wood. And thus the line and the Corporal came loose, and he came into the cabin holding the fish spear in his face, which was a wonder to behold. Whereupon we then opened fire from the quarterdeck on the rebels, with which in the first volley one of the chief rebels, named Johan dietruh willem van weijke, a native of Emke, who had still come aft in the evening to fetch water, approached the gangway and intended to force his way onto the quarterdeck, was shot dead against the fire from the muskets there. Behind him was a sailor named Joseph Chriskole, native of Neapels, who was severely wounded with a cutlass on the temple of his head on the right side, whereby he lost his knife, certainly when he was wounded. At the same time the same man nevertheless pushed through and came into the cabin. But how he reached the cabin through all the posts is unknown to me; but as soon as he rushed into the cabin with such speed and covered in blood, screaming, he intended to make himself master of the arms, since the cabin was full of flintlocks, bayonets, and sabres, and we were busy loading the small arms for the quarterdeck. We seized him and threw him overboard through the cabin windows, so that he would not murder us and also not hinder us from bringing the loaded arms to the quarterdeck against the rebels who were pressing on, whereby some remained dead and some were wounded. On our side Corporal gommerlurg lost a part of his left hand due to the bursting of a blunderbuss which he fired, and the ship's steward Hend=k Adam Visbak was severely wounded in his right leg by the bursting of the same blunderbuss, since the steward stood on top of the hencoop to cover the orlop deck and to fire upon the rebels who would come along the orlop deck; the Corporal stood beside them somewhat lower. And after having fought for a quarter of an hour, the rebels took flight between decks and crawled everywhere away and behind the casks wherever they could find shelter. But the first chief, named franc=s Grav=n de Valbonné, had fled into the foretop and called for quarter. As soon as the rebels had fled from the deck, we took possession of the waist again and manned the hatches with double guards so that no one could come up from below. Monday the 17th, we inspected the waist and found 5 dead and six wounded, threw the dead overboard, and had the wounded dressed. We also found that the rebels had cut the lanyards of the forward guns to point them against us, for all our guns were loaded with ball, except the forward ones were not, having loaded them before we reached the Canary Islands because Turkish pirates sometimes cruise there and attack ships. But to all appearances, the fire from the quarterdeck was too heavy for them to get the guns along the ship to use them against us. It was also known to us that they had axes, but it was not known how they had obtained them. And after we were masters of the waist and had placed good guards everywhere, the patrol went to search for the rebels and take them prisoner. The first we took prisoner was de Valbonné, who had fled into the foretop and who at first refused to come down. And while one [illegible]
Dutch transcription
hoe waarschouwing van te naave zig zig om stux te naderen en dat zo 5 Een Kogel door de tweede balk in de carjuijt van de voor„ den kant doorgang het welk in de Cajuijt een groote Conseratie gaf want het Ligt was met eensuit teffens kreeg wij met een Ligt uijt de voorcajuijt de donderbos was afgegaan door reede, want de Commandeur Busche hadden den Laan gespant aal en niet aan den Corporaal geseijt dit is geschied: Off Effen over Elf uure, en zoo arad„e de rebellen het ter schot hoorden, riepen zij hoera tusschen deks, en Liepen boven na het dek en riepen vel Aan het halfden om niet waar op zy rebellen aanvalden op de trappen m van't halfdek aan de boopplanken en schooten laag zoude begeeven met een vyjftantigen Elger na het halverdek„ welke Elger voore by de bootsman was geweest, om visse daar meede te schieten en zij Schooten met den Elger den Corporaal Lodeuijknamtoe„ de welke aan de regte zijde door de nuuis en digt bij het oog weder uijt en aan de Linken zijde door de neus en door de Lip gong zoo draa als de Elger vast was, riepen de rebelle in de Kuijl om te haalen, vermits zij een lijn op de stok van de Elger vast hadden, meende hem alsoo in de kuijl gehaalt te hebben, en vervolgens meerder volk op zulke manier maar de Corporaal zijn geweer in de hand hebbende en op de rebelle aanleijder, doen hij ges nooten wierde viel agterwaards door het haalen van de rebellen en sloeg met de hand op de Leuning van de boog op 't halfdek en boog de stok van de Elger, waar door den zelven aanstukken braak zijnde tot geluk een bras stuk hout en dus kwam de Lijn en de Corporaal Las¬ en hij kwam in die Cajeijt met de Elger in zyn gesigt vasthoudende welks een vonder was om aan te zien — waar op wij doen vuur van het Halfder 70 de ge me e van Scheep e Capt=n Lempe i t kniet en, it ad rijt genoem in zijde ande Kogjel 20 op de Rebellen gaafen waarmeede in de Eerste Chargie een van de opperste rebellen genaamt Johan dietruh willem van weijke gebortigean Emke die des avonds nog agterop gekoomen was om water zich op het bondes genadert en op het halverdek meende in te aringen teegens het geweer aldaar door schooten wierden agter de selve was een matroos genaamd Joseph Chriskole geboortig van Neapels dewelke zwaar gekwest wierde met een houwer op 't slagt van zyn hooft aan de regter zijde waardoor hij zijn meskwijt geworden, zeekerlyk doen hij is gekwest worden- teffens is de zelve dog door¬ gedronger en kwamen die Cajuijt, maar hoe hij door alle Posten heen in de Cajuijt gekoomen is mij onbekent maar zo dra als hi met zo een vaart en bebloed in de Cajuit kwam in loopende alschreeuwende meende zijh meester van het geweer te maaken vermits de Cayjuijt met snaphaans, bajonetten, en sebel voll zyde, en wij doende waaren om 't hand ge¬„ weer te Laaden voor het halverdek - kreegen lem en gooijden hem overboord door de Cajuijt Glaasen, om dat hy ons niet vermoorden zoude en ons ook niet te verhinderen om het gelaeden geweeze na het halverdek op de Rebeller die aandrongen, waar door eenige dood bleeven en zonnige gekwest wierden Aan onze Zijde verloor den Corporaal gommerlurg door het springen van een donderbas die hij afschot een gedeelte van zijn Linkerhand, ende scheepsbotte„ „Lier Hend=k Aaam Visbak wierd. swaar gekwest door het springen derzelver donderbos aan zijnen regterbeer, vermits de bottelier boven op zet hoender Lyk stond, om de koebrug te dekken en te vuuren op de rebel ken op de rebellen die Langs de koebrug soude komen de Corporaal stond op zijde van hun watlager En na een quartier uurs gedewisteerd te hebben naamen de rebellen de vlugt na tusschen deks en kroopen overal heen en agter de vaaten waar ze maar schuijl konden vinden; maar het eers„ te opperhoofd was in de voormars gevlugt genaamt ter franc=s Grav=n de Valbonné, en riep om quartier Zoo draa de rebellen van dek gevlugt waaren, naa„ m men wij Possessie weeder van de kuijl en besetten de Luijken met dubbelde wagter dat niemand van laag konde opkoomen Maandag den 17=e vispiteerden de kuijl en vonden 5 dooden en zes geblesseerden, gooijden de avo„ „der overboord en Lieten de gekweste verbinden— bevonden ook dat de rebellen de Tabies van der 10 voorste stukken hadden afgesneeden om ze tegen ons te fundeeren, want alle onse stukken waaren osen met scherp gelaaden uijtgenomen de voorst niet in hadden dezelve gelaaden eer wij aan de benaarige„ „sche Eylanden kwaamen, om dat er daar somwijle nsch wel een turkse roever kruijze en scheepen aan ette „doen - maar na alle apperentie is het vuur van't „o in halfdek voor haar te geweest om de stukken Langs Scheeps te krijgen, om ze tegen ons te gebruijken, het was ons ook bekend dat ze r bijlen hadden maar men wiste niet hoe zij er aangekomen waaren En na dat men meester van de Kuijl waaren en over„ al goeden wagten gesteld hadden, zo gingende Pa„ troiblie om de rebellen te zoeken en gevangen te neemen De eerste die vij gevangen kreegen, was de valbonne die in de voormagt gevlugt was en die in 't Eerste niet wilde afkoomen - en terwijl men door te 2 aar r door a bel a o leden eeven uijt urg door te„ door den op de rebel e h een
English
could not see due to the darkness whether there were indeed more with him, so we could not risk any crew in the dark to fetch him out of the top, but he called for pardon and said that he would come down if we would give him quarter, whereupon he came from the top into the rigging where we aimed at him with the muskets, and then sent crew into the rigging who took him prisoner, brought him to the quarterdeck, bound him hand and foot, and laid him alongside on the quarterdeck. Subsequently, they brought up from between decks, who had hidden themselves everywhere, up to 15 persons, and bound them hand and foot and laid them alongside, but it was unknown to us how strong the entire plot was, though the principal ones were known to us through Charlas diseer La droite who revealed the treason to us. Five of the principal rebels we received on board from the prison of Vlissingen; who had already wanted to undertake the same affair in the depot, and these rebels had already secretly from the beginning been inclined to do such a thing. As soon as it was daylight, we posted even stronger guards everywhere and put all the sailors and trusted soldiers under arms on the quarterdeck, and inspected the waist once more and found in it two sharp axes and a carpenter's adze, which the rebels had thrown against the side when they had to take flight. Then it was discovered that Noel Outers, a house carpenter of the Company, had stolen the same axes from the ship's carpenters' chest and given them to the rebels to massacre us with. They had taken 4 axes on Sunday the 16th of this month at noon when the carpenters were at their meal, and had laid the same axes under the scaffold until the evening when it was dark, when he fetched the same in silence with Van Weijke, one of the ringleaders, from there, to attack us with them and to make themselves master of the ship, as he afterwards confessed in the ship's council when he was interrogated. Thus there is one axe missing that we have not found (thinking that Van Voelren had it in his hand when he was shot on the landing and that the axe then flew overboard). Further, when all posts were well manned and good guards were everywhere, as well in the waist by the hatches, before the gunner's room between decks, on the quarterdeck, as in the cabin and before the cabin, we mustered the crew and called the rolls to see who were missing and had fallen in the tumult, and found that five soldiers and one sailor were missing: 1. Joha dietr Wm van weijke, native of Eemke 2. Charles Watjer, Rijsel 3. Niclaas du Crock, Die ten hove 4. Anthonij Loillet, Damertki 5. Pieter Boehmer, Richl 6. Joseph Chriskole, sailor, Neapels After the muster, we convened the broad ship's council to interrogate the rebels who were already imprisoned, being in North latitude 12° 30' and Longitude 353° 10'. The Members of the Ship's Council: 1. Captain Jacob Veer, President 2. Chief Mate P=r Pieterse 3. Second Mate Herm Coen 4. Boatswain Lourens Claaze 5. Commander Casimr Lempers 6. Commander Coenraad Busche 7. Corporal Lod=k Namtal 8. Sergeant Commandant Ribere de Moras 9. Corporal Louis Roij 10. Ditto Charles dis=r Laaroit, and Joh: Mathias Sekler as writer. Because there were two kinds of military personnel, there also had to be two kinds of officers in the council, and since the matter was so very criminal, I chose 10 members, six from the military because the rebels were soldiers. Agreed. Wv: Diemel Sworn Clerk No. 6 Inventory of documents drawn up and handed over to the Honorable Venerable Council of Justice of this government by and on behalf of the interim fiscal officer here, Gabriel Exter, acting official plaintiff in a criminal case on the one part, against: 1. Etienne Tailjasco of St. Remo 2. Antoine Tailjasco of the same 3. François Ros, called Bieltze, of Ghent 4. Jean Missieux of Nantes 5. Augustinus Scheir of Savelot, and 6. William Thomas of Boston, the 1st, 2nd, 4th, and 6th defendants having been stationed as sailors, the 3rd as carpenter, and the 5th prisoner as cook on the captured French merchant vessel La Rozette, now the Lord's prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other part. Inventory marked with Letter A. Criminal indictment and claim formulated by the acting official plaintiff against the defendants, and marked on the back with B. Official report drawn up on the French vessel La Rozette, marked Letter C 1. Articles answered by the 1st defendant Etienne Tailjasco, marked Letter C 2. Further ditto answered by the same 1st defendant, C 3. Re-examined deed of confession of the said 1st defendant, C 4. Articles on which the 2nd defendant Antoine Tailjasco was heard, with the responses, C 5. Further ditto, C 6. Articles answered by the 3rd defendant François Ros, called Bieltze, C 7. Further ditto, C 8. Articles presented to the 4th defendant Jean Missieux, with his responses given thereto, C 9. Further ditto, C 10. Claim exhibited by the acting official plaintiff against the 3rd and 4th prisoners for torture, C 11. Copy of minutes dated 21 September 1786, C 12. Interrogatories answered by the 4th defendant in the torture chamber, C 13. Further ditto answered by the same 4th prisoner as before, C 14. Re-examined.
Dutch transcription
door de donkerheijd niet zien konde, of er wel nog meer bij hem waaren, zoo konden wij daar„ aan geen volk resqueeren in 't donkere hem uijt de marste haalen maar hij riep om Pardon en vij dat hij maar zoude afkoomen dat wij hem wel quartier zoude geeven waarop hij uit de mars in 't rokke want kwam naar wij punder„ „den op hem met de snaphaanen, en zonden als doen volk in 't want die hem gevangen namen bragten hem op 't Halfveraeken bonden hem Landen en voeten vast, en Leijden hem Lang boord op 't halfdek — Vervolgens haalden van tusschen Deks, dewelke haar zelver overal verborgen hadden tot 15 stuks, en bonden dezelve aan handen en voe„ ten vast en Leijden haar Langsboord, maer het was ons onbekent hoe sterk het geheele Complot waare dog de Principaalsten waren ons bekent door den Charlas diseer La droite die ons het veraad onaekt heeft Vyf van de Principaalsten rebellen hebben wij uijt het gevanger huijs van vlissingen aan boord gekreegen; dewelke het zelve geval in de depot al hebben willen ondernemen- en deeze rebellen hebben al in stilte van het begin af daar toe geneegend geweest om zulx te doen Zo draa als het dag was, stelden wij overal nog sterkere wagten en zetten alle de matroozen en vertrouwde soldaaten in die wapenen op het halfverdek, en vissiteerden nogmaals de kuijl en vonden daar in twee scherpen bijlen en een Timmermans dessel, die de rebellen doen ze de vlugt moesten Neemen tegens boord aangegooijd hadden Doen ondekte men dat noel 9 k en noel outers een huijstimmerman van de Comp den deselve bijlen uijt de scheeps tinnen Lieden Laar kist gestoolen hadde en aan de rebellen gegeven om ons daar meede te massa kreeren dezelve hadden 4 bijlen sondags den 16 deeser 'smiddags wanneer de timmerdie„ „der aan het eeten waaren, en had deselve bijlen gelegt onder het schavosje tot des avonds dat het donker was, doen hy deselve in stilte, met van weijke een der hoof op„ voerders van daan gehaald, om ons daarmede mo te overvallen en om zich meester van het Schip te maaken, zoo als hy namaals in den scheepsraad bekend heeft doen hij in verre hooring was dus iser een bijlweg die wij- niet gevonden hebben /denken dat van voeiren es het zelve in de hand gehad heeft) doen hij op 't bordes geschooten worden en dat het bijl doen overboord gevloogen is - Voorts doen alle Pasten wel besetwaaren en over¬ al goeden wagter zoo wel in de kuijl bij de luijken, voor de Constapels kamer tusshen deks, op het halverdek als in de Caruijt en voor cajjuijl, zo monsterdenwij het volk en Liesch ten de Rolleeren, om te zien wie er manqueerende tte en gesneuveld waaren in 't tormuijt en bevonden, in dat er vijf soldaaten en een matroos manqueerden 4 Joha dietr Wm van weijke geboorten van Eemke Rijsel 2 Charles Watjer — -:. Die ten hove 3 Niclaas du Crock Damertki 4 Anthonij Loillet 5 Pieter Boehmer „ Richl- 6 Joseph Chriskole matroos„ &eapels „ de der¬ als boord welke 2 r te die en z d ze „ „ „ „ Na de monstering belijden wij scheeps breeden= Raad om de rebellen te overnooren die reets ge„ =vangen waare zijnde Noorder breed te 12„' 30 Lengte 353„ 10= De Leeden Van den Scheeps-Raad 1 Capitain Jacob Veer President 2 opperstuurm P=r Pieterse, 3 onder stuurm Herm Coen 4 Bootsman Loureus Claaze 3' Commandeur Pasimr Lempers 6 Commandeur Coenraad Busche, 7 Corporaal Lod=k Namtal 8 Sergeant Command=t. Ribere de Moras 9 Corporl Louis Roij 10 d=to Charles dis=r Laaroit en Joh: Mathias Sekler als schrijven =om dat er twee soorten van militaire waaren, maesten er ook twe zoorten van Officiers in den Raad zijn, en vermits het stuk al te Cre„ mineel was verkoos ik 10 Leede zes uit het militair vermits de Rebellen militairs waaren. — Accordeerd Wv: Diemel geroit Clerq eden- 10= sekler hrijver aren in den tavis ken N6 Inventaris van stukken gedaan maaken en aan den welEdelen Achtb. Rade van Justitie deezes gouvernements overgegeeven door ende van wegens de prointerim fiscaal alhier Gabriel Exter rak: off: Eipscher in cas crimineel ter eenre op ende Jegens „ Etienne Tailjaoeo van S„t remo 2/ Antoine Tailjasco. „ 3/ François Ros bijgent„ bieltze van gent 4/ Jean Missieux van nantes 5/ Augustinus Scheir van Savelor en 61 William Thoma van Coston de 1: 2: 4 en 6. ged: als matrosen de 3 als timmerman en den 5 gev: als kok bescheijden ge„ „weest op het afgeloopen - fransch- koopvaarde scheepje La Rozette thans 's heeren gev: en ged„e in voorsz cas ter andere zijde Inventaris gequoteerd met L: A: Crimineelen lip en Conclusie door den r: O: Eipscher op ende jee„ „gens de ged: en ged: geformeerd en in dorso gequoteerd met „ B. Proces verbal gehouden in het fransch scheepje La rosette geg„t La C. 1. Articulen door den 1=e gec Etienne. Pailjaoco beantwoord gegt„ L: Nadere _„o door denselven 1:de ged: beantwoord gerecolleerde acte van Confessie van gem 1st gee- C. 4 Articulen waarop den 2 ged Antoine Tailjasco is gehoord, met de respon nadere _„ _„o „siven - - - „ C: 5 Articulen door den 3 ged: Fran„ „cois Ros bygent, beeltze beantw: C. 7. nadere _„o Articulen aan den 4 ged: Jean Missieux voor gehouden met zine daarop gegeevene respon„ C: 9. „siven - nadere _„o Eijsch door den r: O: Eysscher op ende Jeegens de 3 en 4 gev„ ad torturam geexhibeerd C. 11. Copia notul de dato 21 September „ C. 12. 1786. Jnterrogatoria door den 4 ged: in de pynkamer beantw: - - „ C: B nadere _„o door denselven 4 gev: als voren beantwoord C: 14. C: 10: _„o _„o _„o 6 8. C 3 Gerecolleerd - _„o - - _„o _„o _„o _„o - C C. 2
English
Re-examined statement by Pierre Outrio, marked under letter C: 15. Articles answered by the 5th prisoner Augustinus Scheir, marked C. 16. Further ditto ditto: marked C 17. Articles with the response of the 6th prisoner William Thoma – – marked C: 18. Further ditto ditto ditto marked C 19. Inventory of the gold boxes, watches, and further trinkets found upon the arrest of the prisoners and defendants - marked f 20. Ditto of the goods discovered in the west corner of that False Bay upon the indication of the 6th prisoner - C: 21. Serving to justify the facts charged against the prisoners and defendants in the aforementioned Criminal Demand by the Officer of Justice, Claimant, and therefore to verify No 1 to 78 inclusive. The remaining articles of the same Demand are introductory, known in law, and confessed, and therefore require no more specific proof. Legal brief /: if necessary :/ to be drawn up and then noted with the Letter D. /:was signed:/ G: Exter /:in the margin was written:/ Exhibited in Court the October 1786. Agrees. Riet. Clerk. Letter A Appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Fiscal Officer pro interim here, Gabriel Exter, Officer of Justice, Claimant in a Criminal case, on the one hand, Against 1: Etienne Tailjasco of St. Remo 2: Antoine Pailjasco of the same 3: François Ros, nicknamed Bietste, of Ghent 4: Iean Miessieux of Nantes 5: Augustinus Scheir of Saveloe and 6: William Thoma of Boston, the 1st, 2nd, 4th, and 6th prisoners as sailors, the 3rd as carpenter, and the 5th as cook, having been stationed on the captured French merchant vessel La Rolette, now prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other hand. No 1: And these say 2: that the named persons and defendants mentioned in the heading of this document were stationed in their aforementioned capacities on the French vessel La Rozette, 3: that this vessel, 4: manned with twelve persons, having sailed from Bordeaux in mid-May last, 5: the 1st prisoner and defendant, after the ship had hardly been fourteen days at sea, received a kick with the foot from the boatswain, 6: and having been angered thereby, 7: had spoken to his brother, the 2nd prisoner named herein, and said to him in substance: If we were men, we would be able to avenge ourselves, 8: that, this having been answered by the 2nd prisoner by saying: why, are we not men, 9: they thus together made the agreement for the heinous murder committed on that vessel, 10: with the added agreement to keep this quiet for the present until they should get sight of land, 11: just as this has been stated by the 1st prisoner in his free and unconstrained confession; 12: that, notwithstanding the fact that they often conferred about this among themselves, 13: the executed project nevertheless seems not to have been fully formed until shortly before the actual execution, or when they got sight of the coast of Cabo das Agulhas, which was the 13th of the past month of August; 14: when the first five prisoners and defendants, having warned one another that it was now time, 15: established their conspiracy in the same night and forged the so terrible project 16: to murder all persons on the ship and make themselves masters of the same. 17: that when after midnight the boatswain had taken over the watch from the Captain, who in the meantime had gone to sleep, 18: and the other officers, except for the mate's boy, who was forward on the ship, 19: had likewise laid down to sleep, 20: it then happened that the 4th prisoner went to the helm to relieve the 2nd prisoner and send him to the carpenter, or the 3rd prisoner; 21: while the 3rd prisoner thereupon opened his chest and from it provided some axes and a hammer to the 1st, 2nd, and 5th prisoners, 22: immediately thereafter it was determined among the first 5 prisoners and defendants that the 1st, 3rd, and 5th prisoners would go to the cabin of the Captain and the First Mate, 23: and the 2nd prisoner would go up onto the deck, in order to execute the planned design immediately against the persons located in those two places; 24: that the prisoners and defendants also adhered to this punctually, in such a manner 25: that the First Mate was immediately deprived of life by the 3rd prisoner with several axe blows, 26: while the Captain, who, after having received a blow to the head in his cabin, fled their rage there and came onto the deck, but was pursued thither, 27: was felled by the 2nd prisoner, who was on the deck, 28: and was done away with by the help of his brother, the 1st prisoner and defendant; all this having occurred after the 2nd prisoner had already struck down the boatswain standing watch on the deck; 29: that upon this noise the boatswain's mate, having also gotten up, despite his persistent praying and begging, had to undergo the same fate and was directly attacked and deprived of life by the 3rd prisoner and defendant with the help of the 4th prisoner; 30: that furthermore the 6th prisoner and defendant, who had gotten up from his sleep at that commotion, together with the mate's boy, having approached the aforementioned mutineers trembling and begged for the preservation of their lives, brought it so far for that time that they were nevertheless spared their lives under the promise that they would participate in everything; 31: however, that a certain young boy, Jerome Bernard, commonly called Paris, having at first refused to appear out of fear, but having gone upstairs afterward upon the promise that no harm would come to him, 32: upon the outcry that that boy should not remain alive
Dutch transcription
Gerecolleerde verklaring door Pierre Outrio verl: L C: 15. Articulen door den 5 ged:e Augus„ „tinus Scheir beantwoord gegt „ C. 16 Nadere _„o _„o3: Articulen met de responsive van den 6 ged: William Thoma – – „ C: 18 nadere _„o _„o _„o Jnventaris van de bij het arresteeren der gev:e en ged„e gevondene goude doosen horologies en verdere kleinodie -„ ƒ 20 _„o van de op het aanwyzen van den 6 ged: in de westhoek dier baaijfals ontdekte goederen - - C: 21. Dienende tot Justificatie van de faiten aan de ged: en ged:e bij den voorsz: Crimineelen Eisch door den rat: off Eijscher ten lasten gelegd en mitsdien tot „rificatie van N„o 1 tot 78 inclusive _„o _„o _„o De overige articulen van denzel„ „ven Eysch zijn introductie, notoir Juris en in confesso en hebben mit„ „dien geen speciaalder bewijs nodig Memorie van rechten /: is 't nood/ te formeeren en als dan te quoteren D met de Letter - /:was getekend:/ G: Exter /:in margine stond:/ Ex„ „hibitum in Judicio den October 1786. accordeert. C 19 C. 7 Riet gemClercq „ ri e L:A Compareerde voor den E Achtb¬ Rade van Iustitie deezes gou„ vernements de pro interim fiscaal alhier gabriel Exter r: O: Eijscher in cas Crimineel ter eenre op ende Jeegens 1: Etienne Tailjasco van s„t remo L: Antoine Pailjasco „ „ _o 3: François Ros, bijgen„t bietste van gent 4/ Iean Miessieux van nantes 5 Augustinus Scheir van Saveloe en 6 William Thoma van Coston de 1„e 2: 4: en 6 gev: als matrosen de 3. als timmerman en den 5 als kok beschijdens geweest op het af „geloopen fransch koopvaardij scheep La Rolette thans Jd Heeren gen: en ged„e in voorsz: Cas ter andere zijde. N„o 1: Ende deese zeggen L: dat de gen: en ged„te in den hoofde deezes gemeld in hunne voorsz: qualiteiten beschijden zijn gewees op het frannch scheepje La Rozette, 3, dat dit Scheepje 4 bemand met twaalf persoonen in medio maij laate van bourdeaux uijtgezeild zijnde 5, den 1: gev: en ged, na dat het schip nauwlijks veert dragen in zee was, vanden bootsman een trap met de voet had gekreegen 6. en daar over gebelgd zijnde geweest C A„o 7/ zijnen broeder den 2. gen in deezen hadde aan„ „gesprooken en in substantie teegens denselven gezegd: Indien wij mannen waren zoude wij ons 8 kunnen wreeken 9 Dat dit door den 2: gev: beantwoord zynde met te zeggen: waarom, zijn wij geen naannen 10/ zijlieden dus te zamen de afspraak tot de op dat scheepje gepleegde gruwelijke moord, hadden genoomen. 11. met daar bij gevoegde overeenkomst van dit vooreerst stil te zullen houden tot dat zij land in 't gezigt zouden krijgen 12, gelijk zulx door den 1: gew: bij zijn libere en ongedwongene Confessie zodanig is opgegeeven 13 Dat, niet teegenstaande 'er dikwils onder hunl: daarover is geaboucheerd geworden 14/ het geexecuteerde project egter net een volkomen schijnt geformeerd te zijn als kort, voor de dadelijke uijtvoeringe ofte toen zijl: de kaaboche wal in 't gezigt hebben gekreegen, zijnde geweest den 13 der voorE: maand augustus 15 / wanneer de vijf eerste gen: en ged: elkanderen gewaarshouwd hebbende dat het nu tijd waare 16, in dezelve nacht hunne Conspirate vastgesteld en het zo verschrikkelijke projert gesmeed hebben 17/ om alle personen op het schip te vermoorden en zig meester van hetzelve te maalen 18 0 ƒ N„o 10 dat wanneer na middernacht de bootsman vanden Capitain, die intusschen was gaan leggen slaapen, de wacht had overgenomen 19. en de andere officiers, behalven den Stuurman boij, die zig vooruijt op het schip bevond 20: hun meede te slaapen needergelegt hadden 21/ het als toen gebeurd is dat den 4 gen naar het roer gegaan is om den 2: gev: af te lossen en naar den timmerman ofte den 3 gev, te zenden 22/: terwijl den 3: gen: vervolgens zijn kist geoopend en daaruyt aanden J: 2: en 5 gev: eenige bijlen en een hamer bezorgd hebbende 23, terstond daarop onder de 5 eerste gen en ged: bepaald is, dat den 1: 3: en 5: gen: zig naar de kamere van den Capitain en Seconde 24 en den 2 gev: zig naar booven op het dek zouden. begeeven, om het geprojecteerde aande zig op die bijde plaatsen bevindende persoonen daadelijk ter uijtvoer te brengen 25/ dat de gen: en ged„e dit dan ook punctueelijk hebben naargekoomen, zodanig 26 dat terstond den Seconde door den 3: gen, met verschijdene kappen van het leeven is beroofd 27/. terwijl den Capitain, die, na in zijn kamer een slag op het hoofd ontfangen te hebben, hunne roede aldaar ontvlugt en op het dek gekomen edog derwaards achtervolgd, zynde vt „ selven eld N„o 28, door den L: gen:, die zig op het dik bevond ter needer geveld 29/ en met behulp van zijnen broeder den 1:e gen: en ged=e van kant geholpen is: Zynde dit alles geschied, na dat den 2 gen: den wagt hebbenden bootsman op het dek reeds had ter needer geslaagen 30, dat op dit gerugt den bootsmans maat meede opgestaan zynde, niet teegenstaande zyn aanhoudend bidden en Sweeken het zelfde tot heeft moeten ondergaan en direct door den 3 gen en ged met behulp van den 4: gen is aangetast en van het leeven beroofd 31/ dat voorts den 6 gen: en ged /. die op dat geraas van zijn slaap was opgestaan:/ beneevens den Stuurman boij de voorsz: muitelingen beevende genadert en om het behoudt van hun leeven gesmeekt hebbende, het dan ook voor dien tyjd zo verre hebben gebracht dat zij toch onder belofte van alles te zullen meede doen, in het leeven zijn gelaaten 32/ dan, dat zeekeren klijne Jongen Ierome bernard in de wandeling Paris genaamd in 't eerstuijt vreeze niet hebbende willen te voorschijn komen, dog daar na op belofte dat hem geen quaad zoude geschieden, naar boven gegaan zynde 33 op het geroep, dat dien Jongen niet in leeven moeste
English
had to remain. 34, by the said Mate Boij, possibly to inspire more confidence, was likewise killed with several blows of an axe; 35 that the first 5 named and detained persons thereupon placed the 6th prisoner at the helm; 36 and further having beaten the bodies in which they could still perceive any life until they were completely dead; 37 they first went to the cabin and further into the hold; 38 in order to seek out the most valuable goods and make themselves master thereof; 39 that they, the first four named and detained persons, then also at the direction of the said Mate Boij, took away and divided among themselves whatever they found in cash or of any value from the chests and cupboards forced open by violence; 40 that they, the prisoners and detained persons, having accomplished that plundering; 41 went up on deck; 42 bound the corpses lying there together in a sail to an anchor; 43 and thus threw them overboard; 44 while subsequently the named and detained persons having gotten greater suspicion of the aforesaid Mate Boeij; 45 who during the plundering of the chests had secretly tucked some papers about his person; 46; 47 he, Boij, after first having dodged a blow dealt to him by the 4th named person with an axe; 48 nevertheless, notwithstanding his continual praying and pleading; 49 by the said 4th named person, who had called the 1st and 6th named persons to his assistance for that purpose; 50 was thrown overboard alive; 51 That, after committing these atrocious crimes, the named and detained persons then finally resolved; 52 to go ashore as quickly as possible; 53 and to sink the ship beforehand, if it were feasible; 54 to which end a hole having been cut in the bottom of the ship by the 3rd prisoner and detained person; 55 they, the named and detained persons, after subsequently putting the boat overboard; 56 and having boarded it with the stolen goods; 57 then finally came ashore in the western corner of False Bay; 58 where they, the prisoners and detained persons, spent that night; 59 and having subsequently seen that the ship, contrary to their expectation, was aground on the beach; 60 they, leaving behind the goods brought along; 61 which they had hidden there under the bushes and of which they only kept about their persons a few that they could easily carry with them; 63 then divided into two parties and set off towards the Cape; 64 That the named and detained persons having arrived at the Cape the following day; 65 the 4th, 5th, and 6th named and detained persons were arrested that very evening, but having pretended to be stragglers from another ship; 66 were then merely kept in provisional custody; 67 while the 1st, 2nd, and 3rd named and detained persons managed to stay in hiding together for several days; 68 until shortly thereafter they made their way on board the ship Josephus the Second; 69 and were discovered by the captain of that vessel; and report having been made thereof; 70 were subsequently taken off board by the officers of justice and thus also brought into custody; 70½ as also, both the watches, gold boxes, and other small items found upon the arrest of the aforesaid persons, as well as the goods and effects discovered in the western corner of False Bay at the direction of the 6th prisoner by a commission expressly appointed by your Honorable Worships, as appears from the inventories submitted under Letter C: numbers 20: 21:, were handed over to the agent of His Most Christian Majesty, Mr. Percheron, in order to do and act with the same in such manner as would be most consistent with the interests of both the owners of the aforesaid vessel and the true owners thereof; 71 that subsequently the prisoners and detained persons were handed over to the judiciary of this government by the said agent of His Most Christian Majesty residing here; 72 and the Public Prosecutor having been ordered ex officio by the Right Honorable Governor and Honorable Council of Policy here, by resolution of August 28 last, to proceed against the prisoners and detained persons; 73 he, the Public Prosecutor, has therefore not neglected for a single moment to examine the named and detained persons repeatedly on that account before commissioners from this Honorable Council on such articles; 74 as were framed by him each time and put to the named and detained persons; 75 that the 1st, 2nd, 3rd, 5th, and 6th named and detained persons at their examination also fully confessed their committed acts; 76 and the 1st named and detained person moreover and superfluously, of his own free will, gave the confession cited hereinbefore; 77 while the 4th named and detained person, after first being subjected to examination under torture, also confessed his crime and subsequently persisted therein without pain or bonds; 78 as becomes more fully and clearly apparent from the replies of the named and detained persons; 79 wherefore the Public Prosecutor, taking the liberty to refer thereto, will beforehand further observe concerning the crime; 80 that the same does not merely consist in the terrible murder of six persons; 81 but that they, the named and detained persons, moreover killed in an utterly inhuman manner those who had been placed over them as lawful rulers and superiors; 82 and that they have thus violated and infringed
Dutch transcription
moeste blyven. A=o 34, door gem Stuurman boij /:mogelijk om meer vertrouwen te verwekken / met eenige slaagen van een bijl insgelijks is Omge „bracht 35 / dat de 5 eerste gen: en ged„e den 6: gev: daar op aan't roer geplaatst 36 en voorts de Lichgaamen in welken wen nog eenig leeven konde bespeuren g „slaagen hebbende tot dat ze volkomen dood waaren 37/ hun eerst naar de Cajuijt en voorts in 't ruim hebben begeeven 38, ten einde de kostbaarste goederen op te zoeken en zich daar van meester te maaken 39/, dat zij vier eerste gen: en ged„t dan ook op 't aanwijzen van gem: Stuurman boij uit de met geweld geopende kisten en kassen, 't geen zy aan Contanten of van eenige waardije vonden, weggenoomen en onder hun verdeelt hebben 410 Dat zij gev:, en ged. t die perlundering vol„ „bracht hebbende 41/ hun naar booven hebben begeeven 42/ de aldaar leggende Lijken in een zeijl te zamen aan een anker gebonden n N„o 43 en dusdanig over boord geworden 44) terwijl vervolgens de gaa en ged„e op voorm: Stuurman boeij 45, die bij het plunderen der kisten eenige papier in stilte bij zig gestooken had 46: meerder achterdogt gekreegen hebbende 47/ hij Boij vervolgens, na eerst een slag, die hem door den 4: gen: met een bijl toegebracht wierd, ontweeken te hebben 48) echter, niet teegenstaande zijn gedurig bidden en Smeeken 49 door gem: 4: gen:, die daartoe den 1: en 6: gen: tot hulp geroepen had 50 leevendig is over boord geworpen 51/ Dat, nae het pleegen van deeze afgryzelijke misdaaden de gen: en ged„e dan eindelijk beslooten hebben 52 om zig zo spoedig moogelijk naar den wal te begeeven 53/ en het schip, zo het doenlijk waare, alvorens te doen zinken 54, ten welken einde dan door den 3 gev: en ged: een gat onder in het schip gekapt zijnde 55 / zij gen: en ged„e, na vervolgens de schuijt buiten boord gebracht 36 en hun met de geroofde goederen in dezelve begeeven te hebben 53 8. N=o 57) dan eerdelijk in de westhoek der baaij fale aan Land gekomen zyn 50/ alwaar zij gew: en ged„e dien nacht doorgebracht 59, en vervolgens gezien hebbende, dat het schip, buiten hunne verwachting op 't Strand zat 60, Zig, met achterlaating vande meede genomene goederen 619 die zij onder de bosschen aldaar verborgen be: en van welken zij slegts eenige die zij ligtelijk konden meede voeren, bij zig gestooken hebben 63, als toen in twee partyen verdeelt en Caabwaart hebben begeeven 64. Dat de gen: en ged„e 's' anderen daags aan de kaap gearriveerd zijnde 65, de 4: 5 en 6 gen, en gedr noch dienzelven avond gearresteerd, edoch zig voorachteruijtgebleevene van een ander schip uijtgegeeven hebbende 66. - als toen enkel bij provisie in verzeekeringe zijn gehouden geworden 67/ terwijl den 1: 2: en 3. gen: en ged: zig bij elkander nog eenige daagen hebben weeten Schuijl te houden 68 / tot dat zij kort daar na geraakt zijn aan boord van het schip Iosephus de tweede 69 en door den Capitain vandien bodem ontdekt 2 lb mt a pier acht b 5 1 mitsgd„s daar van rapport gedaan zijnde Aoo 70: vervolgens door de dienaren der Justitie van boord gehaald en dus meede in hegtenis overgebracht geworden zijn „ 70½ gelijk dan teffens, zo wel de bij het arresteeren der gen„e gevondene Horologies, goude doosen en verdere kleinsdien als de bij eene van UwelEd Achtb: expres gedecerneerde Commissie in de west„ „hoek der baaij fale op 't aanwijzen van den 6: gev: ontdekte goederen en effecten blijkens daar van onder L„a C: n: 20: 21: overgelegde Inven„ „tarissen aanden agent van zijne allerchristelijkste majesteit den heere Percheron zijn overgegeeven, ten einde met dezelve zodanig te kunnen doen en handelen als meest met de belangens zo van de reeders van voorm: bodem als de waare eigenaren derzelve overeenkomstig zoude zijn 71 dat vervolgens de gev: en ged:t door gem: alhier, resideerende agent van zijne allerchristelykste majesteit aande Iudicature van dit gouver„ „ement overgegeeven 72/ en den r: O: Eijsscher door den WelEdelen Gestr: Heere gouverneur en E Achtb: politicque raad: alhier bij resolutie van den 28 augustus Iongstl: geordonneerd zijnde omme er orficio teegens de gev: en ged„e te moeten ageeren 73/ hij r: O: Eijsscher dan ook geen ogenblik heeft verzuimd om de gen: en ged:t bij herhaalinge dies diesweegens voor heeren gecommitts uijt deesen Edelen Achtb: raade te hooren op zodanige articulen A„o 74 / als door hem telkens zijn geformeerd: en aan de gen: en ged„e voorgehouden geworden 75/ dat de 1: 2: 3: 5 en 6 gen: en ged bij hunne examen dan ook derzelver gepleegde faiten volmondig hebben belieden 76, en den 1: gen: en ged: daar en boven ten overvloede uijt vrije gemoeds beweeging die hier voren aan„ gehaalde Confessie heeft gegeeven 77 terwijl den 4 gen: en ged. na eerst ter scherpper examen gebracht te zijn, zijn misdaad meede heeft bekend en daar bij naderhand buijten pijn en banden is blijven persisteeren 79: / gelijk zulx uit der gen en ged: e responsiven breed„ „voeriger en duidelijk komt te blijken 79, waarom de r: O: Eysscher de vrijheid neemende zig daar aan te refereeren, nog vooraf omtrend het delict zal aanmerken 80/ dat hetzelve niet alleen bestaat in 't verschrik„ „kelijk vermoorden van zes persoonen 81, maar dat zij: gen: en ged„t ook daar ven bij vn eene alleronmenschelijke wijze hebben om hetleeven gebracht die geene die als wet„ „tige bestierders en hoofden over hun waren gesteld 82, en dat zij dus hebben gevioleerd en geschonden te boord
English
the Flag of a Sovereign king and an empire under whose protection the aforementioned vessel was dispatched by its shipowners; that they, the prisoner and defendant, committed this deed No 83. with premeditation and ripe deliberation, in such manner that they could beforehand hold themselves assured of the desired effect; 84. and that all this occurred on board a ship, which, being at sea, could not afford the unfortunate victims of their fury the least means of escape; 85. and what is more, a deed so gruesomely committed purely and solely out of sheer thirst for revenge and the desire to enrich themselves, and with which intention they, the prisoner and defendant, were already pregnant for a considerable time beforehand, 86. without a single one of them being able to bring to light the least well-founded reason for grievance or probable causes in this regard, 87. the 2nd prisoner and defendant moreover stating at the 17th article of his interrogation: that he did not have the slightest reason to take part in this deed, 88. and the 6th prisoner, on article 17: that he had no reason to be discontented and could not wish to be better treated on a ship. That the Public Prosecutor, before and prior to proceeding to the determination of the punishment which each of the prisoners and defendants would have deserved, 90. will first deduce what was committed personally by each of the prisoners and defendants, and what, according to the humble understanding of the Public Prosecutor with respect to each of them, should principally come into consideration, 91. in order thereby to be able to establish all the more easily how and in what manner each of them, 92. according to the measure of the more or less aggravating circumstances that accompanied their particular facts, 93. ought to be punished. Concerning then the 1st prisoner and defendant Etienne Tailjasco, it is evident both from his own answers and the previously cited confession: 95. 1st, that he, the first prisoner and defendant, must be regarded as the primary cause of those terrible murders: as having not only wanted to take revenge upon the ship's authorities for the dispute with the boatswain and the subsequent official report, but also, in addition, when the ship was barely 14 days at sea, having forged the first plan for a riot on board with his brother, the 2nd prisoner in this matter; No 96. 2nd, that he laid his hands upon the Captain and, with the help of his brother, the 2nd prisoner, deprived him of life on the half-deck; 97. 3rd, that he also helped to beat to death those in whom some signs of life were still perceived, and that besides the plundering and stealing of the most and most valuable goods, he, the 1st prisoner, finally, 4th, threw Lieutenant Boij overboard on the order of the 4th prisoner and with the help of the 6th prisoner. That furthermore the 2nd prisoner and defendant Antonio Tailjasco is no less deserving of punishment than the first prisoner: as having in the first place not only known of the plan long beforehand, but also, upon the statement of the 1st prisoner that he wished to take revenge for being in irons, answered: are we not men; and subsequently, when the deed was carried into execution, incited his brother thereto and said: that it was now time because they had land in sight, and that when his brother did not proceed quickly enough, he further encouraged him by asking: whether he had now become a child; Article 99. 2nd, that the prisoner must furthermore be considered as having brought this plan of the 1st prisoner to full maturity; that he subsequently laid his hands upon the Captain, who, insofar as the prisoner was still under his command, had to be regarded as his lawful authority and commander, whom he nevertheless, with the help of his brother, the 1st prisoner, did away with in such a barbarous manner; 100. 3rd, that he, the prisoner, having beaten the boatswain dead, further laid his hands upon those who were not yet completely dead in order to do away with them; and finally, 4th, that he, the prisoner, was also not the least among them to break open all chests and boxes and richly provide himself with everything. That furthermore the 3rd prisoner and defendant Francois Ros, 101. in the first place himself admits to having been of the same sentiment as the other prisoners fully 4 to 5 weeks before that murder was committed; and that he was thus already inspired with that dreadful intention so long beforehand; 102. 2nd, that on the same night when the premeditated plan was carried into execution, he deliberated and consulted on that deed with the 1st, 2nd, and 4th prisoners, and that he retrieved the necessary instruments, consisting mostly of carpenter's tools, from his chest and handed them to everyone; 103. 3rd, that at that moment he was the first attacker and ambushed the first Lieutenant of the aforementioned vessel in his cabin, which ought also to be regarded as a safe haven, and deprived him of life by several cuts with an axe; 104. 4th, that he, the prisoner, helped to beat the boatswain's mate to death, and that he, the prisoner, also made it his business to plunder and rob all the most valuable items found in that vessel; 105. and finally, 5th, that he furthermore in his own person chopped a hole in the ship to make the same sink. 106. Coming now to the charges of the 4th prisoner and defendant
Dutch transcription
de Vlag van een Souverain koning en een rijk onder wiene protectie voorm: bodem door deszelvs reeders was afgevaerdigt dat zij gev: en ged=e deeze daad hebben gepleegd No 83. met voorbedachten raade en rijp overleg zo danig, dat zij zich te voren reeds van het gewenschte effect konden verzeekerd houden 84/ en dat dit alles is geschied aan boord van een schip, dat in zee zynde aande ongeluk„ „kige slagtoffers van hunne woede geen het minste middel tot ontkominge konde verschaffen 85 Pa dat meer is, één daad! enkel en alleen uit bloote wraaklust en begeerte om zig te seke verrijken zo gruwelijk ge„ „pleegd en met welk voorneemen zy gen en ged„e al een geruimen tijd bevoorens hebben zwanger gegaan 86 /zonder dat een eenige van hun de minste gegronde reeden van misnoegen of waartchij„ „nelijke oorzaken hier omtrend kan aan den dag leggen 87/ zeggende den 21: gev:t en ged: nog daar en boven bij het 17 art„l van zijn verhoor: dat hij geen de geringste reeden heeft gehad aan deeze daad deel te neemen 80, en den 6 gen, op ar. l 17: dat hij geen reeden gehad A:o 89 gehad heeft om misnoegd te zijn en niet kan wenschen om beeter op een schip be„ handeld te worden. Dat de Z: O: Pijsscher voor en aleer hij tot de bepaling der straffe welke een ieder van de gev: en ged„te zoude hebben gemeriteerd, over „gaat 90. nog vooraf zal deduceeren het geene door een iegelijk der gev: in ged: personeel is gepleegd, en wat, naar het gering begrip vanden r: O: Eijscher met betrekking tot elk van hun wel voornamentlijk dient te komen in Consideratie 91. , om daar op dan des te facielden te kunnen vaat stellen hoe en op welke wijze een ieder van hun 92 naar maate vande meer of mindere aggraveerende omstandigheeden, dewelke hunne bijzondere faiten hebben verzeld 93: zoude behoren te worden gestraft Betreffende dan den 1: gev: en ged E tienne 94 Tailjasco is 't zo wel uyt zijne eigene antwoorden, als de vooren aangehaalde Confessie evident 95 /. t„o dat hij eerste gen, en ged: voorde eerste oorzaak van die verschrikkelijke moorden moet worden aangemerkz: als hebbende zig niet alleen over het disput met den bootsman en daar op gevolgde proces ver„ baal gd h k konde had „baal aan de scheeps overheeden willen vreeken maar ook daar en boven, wanneer het schip nauwlijke 14 daagen in zee was bij zijnen broeder den 2: gen: in deesen tot een tumulk aan boord het eerste project gesmeed N„o 96, 2: dat hij zijne handen aan den Capitain ge„ „slaagen en denzelven met behulp van zijn broeder den 2: gen: op het half dek van het leeven beroofd heeft 97, 3: dat hij meede heeft geholpen den geenen dood te slaan in welke nog eenige teekenen van leeven bespeurd wierden, en dat behalven het plunderen en ontrooven vande meeste en kostbaarste goederen, hij 1„e gew: nog eindelijk ten 4„en den Lieutenant boij op ordre van den 4 gev: en met behulp van den 6. gen: heeft over boord geworpen Dat vervolgens den 2: gen: en ged Antonio 98 Tailjaco niet minder strafwaardig is als den Eersten gen: als hebbende in de eerste plaatse meede niet alleen van het project lange te vooren geweeten, maar ook op het te kennen geeven van den 1: gev: van zig weegens het inde boeijen zitten wel te willen wreeken, geantwoord, zijn wij geen mannen en vervolgens, wanneer het fait is ter uijtvoer gebracht, zijnen broeder daar toe heeft opgewekt en gezegd: dat het nu tijd was wijl wijl zij land in 't gezigt hadden, en dat hij zijnen broeder, wanneer die niet te spoedig voortvoer nog heeft aangemoedigt wet te vraagen:) of hij nu een kind was ge„ „worden Arb 99: L: dat den gew: voorts moet geconsidereerd worden als dit project van den 1:e gen: verder tot volkomen maturiteit te hebben ge„ „bracht; dat hij vervolgene zyne handen geslaagen heeft aan den Capitain, die, voor zo verre hij gew: nog onder zijn bestuur was, moest aangemerkt worden als zijn wettige overhijd en bewelhebber, welke hij egter met behulp van zyn broeder den 7: gen: op zo een barbaarsche wijze heeft van kant geholpen „ 100 3:e dat hij gen: den bootsman Roodgeslaagen hebbende, zijne handen voorts geleggd heeft aande geenen welke nog niet volkomen dood waren om die van kant te helpen; en eindelijk ten 4„e dat hij gen: meede niet vande minute ge„ „weest is om alle kisten en karen open te breeken en zig van alles rikelijk te voorzien Dat voorts den 3. gen en ged: Francois „ 101/ Ros in de eerste plaatse zelve Legd wel 4 a 5 weeken voor dat die moord gepleegd is van hetzelve Sentiment als de andere va eeken gev„s geweest te zijn; en dat hij dus reeds zo lange bevoorens met dat ijsselijk voorneemen is bezield geweest A.:o 102 & dat hij dezelvde nagt wanneer het gepro„ „mediteerd plan is ter uijtvoer gebracht met den 1: 2: en 4: gew:e die daad heeft beraad„ slaagd en overlegd, en dat hij de daar toe benodigde instrumenten, bestaande meest in timmermans gereedschap heeft uijt zijn kist gehaald en aan een ieder ten hand gesteld. „ 103. 3 dat hij op dat tijdstip de eerste aanvallen is geweest en den eersten L„t van voorm: bodem in zijn hut, dewelke meede als een uijlige schuilplaats behoord aangemerkt te worden/ heeft overrompeld en door ver„ „schijdene kappen met een bijl heeft van het leeven beroofd; — „ 104„ . 4: dat hij gen: den bootsmansmaat heeft helpen doodslaan en dat hij gen: meede zijn5 werk heeft gemaakt met het plunderen en brooven van al het kostbaarste dat zig in dien bodem heeft bevonden 105. -. en eindelijk ten 5 dat hij voorts in eigener per„ „zoon een gat in het schip gehakt heeft om het zelve te doen Linken. — nog 106. Komende nusten lasten van den 4: ger en ged ƒ
English
accused: Iean Thiessieux, particularly taking into consideration No 107/ 1st that he, the 4th prisoner, also had knowledge of the proposed plan 108 2nd that he furthermore did his utmost with raging and going on a rampage on the aforementioned vessel, having 3rdly after inflicting a wound upon the boy, thrown the same boy overboard alive with the help of the 1st and 6th mentioned 109. . . That the 5th mentioned and accused Augustinus Scheir, besides the fact that he certainly knew of that agreement beforehand, nevertheless claims not to have been aware of it on that evening when it was carried into execution; he, the mentioned and accused, nevertheless 110 / in the first place did not hesitate, when the tumult was underway, to go with the 1st and 3rd mentioned to the Captain's cabin and the second mate's cabin in order to do away with both the Captain and the second mate there 111 /. 2 that he, mentioned, also actually struck the Captain a blow on the head with a hammer, from which he, however, did not fall to the ground 112/ 3rd that he, the 5th mentioned, also struck the little boy Paris, who had indeed been knocked down by the boy but was not yet killed, a blow with an axe and thus did away with him No 113/ And finally, with regard to the 6th mentioned, it is taken into consideration 114, 1st that he, the 6th mentioned, although it is true that he knew nothing of the entire scheme and agreement and only arrived after the perpetrated murders, nevertheless did not hesitate to help throw the boy overboard as well 115/ 2nd: that upon reaching the shore and being at liberty, he not only concealed that deed and did not report it, but that he also 3rd: kept his stolen plunder in his possession and did not produce and surrender it until his apprehension. — That furthermore, with regard to the author or the primary cause that this inhuman act was determined upon and carried out on that night, it does not clearly appear who could be held responsible for it 117/ the 3rd and 4th prisoner and accused saying that the Italians were the primary causes of it; and these in turn that the 3rd and 4th mentioned must be regarded as the ringleaders Anno 118 Anno 118) And although this latter by no means appears to be devoid of truth 119 because just before the fact was carried into execution, the agreement was made at the bunk of the 3rd mentioned 120, and he, the 4th prisoner, relieved the 2nd prisoner at the helm in order to go to the bunk of the 3rd mentioned 121/ and the tools were distributed to each person by the 3rd prisoner and accused. 122 / so it is on the other hand beyond all contradiction 123, that the dispute which the 1st mentioned and accused had with the boatswain and the official report added thereto seems to have given him, the 1st mentioned and accused, the very first inducement to that intention 124/ just as he, the first prisoner and accused, also states in his unconstrained confession: that he considers himself the primary cause, and because he already in the beginning of the voyage said to his brother, the 2nd prisoner and accused: if we were men we could avenge ourselves, taking the blame upon himself 126 / and however much this was also contradicted by the 2nd prisoner and accused, and he, the second prisoner and accused, still persists that he had first of all been addressed by the 3rd and 4th prisoner and accused about such a plan and that these were the authors of it No 127, just as this was also corroborated by the statement of the 5th accused, who testifies to have also heard the plan first from the carpenter or the 3rd prisoner 128 the Public Prosecutor, following the confessions made by the mentioned and accused, /:subject to correction:/ believes he must conclude 129 /that while the discontent of the Italian who had been in irons, or the 1st mentioned, gave the very first occasion for this plan 130 / both the 3rd and 4th prisoner and accused nevertheless participated therein 131/ and primarily carried the same into execution 132 whereby the Public Prosecutor, having taken everything into close consideration, has formed the opinion 133 / that the first four mentioned and accused, as equal accomplices 134/ in an accumulation of such heinous crimes 135 / which are so very abominable in themselves 136 that one hardly dares to believe 137, that they would arise in the heart of a rational being, let alone be committed in deed 138 Anno 138/ are therefore also equally guilty and subject to one and the same punishment 139 without there being able to come into consideration, on behalf of the first four mentioned and accused, those legal grounds by which the punishment is proportioned and sought according to the nature of the case due to accompanying mitigating circumstances 140 /but that on the contrary the first four mentioned and accused, according to the unanimous opinion of the most moderate jurists, ought to be punished with a quite rigorous penalty 141 / see among others Menochius: de arbitrariis iudicum quaestionibus Book II Century 3 Case 266: page 525 and Damhouder: Praxis Rerum Criminalium Chapter 63. — 142/ Against which, with regard to the 5th mentioned and accused, it also ought to be taken into consideration 143 / that, however much he on the one hand was an accomplice to that mutiny on board 144/ taking also a hammer from the 3rd mentioned during the distribution of the weapons 145 first struck at the Captain with it and the boy Paris after
Dutch transcription
ged: Iean Thiessieux voornamentlijk in aan „merkinge N:o 107/ 1e dat hij 4: gev: meede van het voorgenomen project heeft kennie gehad 100 „ 2: dat hij voorts zijn uitterste best gedaan heeft met het woeden en te keergaan op voorm: bodem: hebbende ten 3: na het toebrengen van een wonde aan den L„a boij denzelven L:ra boy met behulp van den 1: en 6 gen: leevendig over boord gesmeeten 109. . . Dat den 5: gen: en ged Augustinus Scheir behalven dat hij zeekerlijk wel van die afspraak bevoorens geweeten heeft, echter op dien avond wanneer het ter uitvoer gebracht is, voorgeeft daar van niet bewust geweest te zijn, hij gen en gede evenwel 110 / inde eerste plaats zig niet heeft ontzien, om wanneer het tumult aande gang was met den 1: en 3 gen: zig te begeeven naar de Capitains kamer en secundes hut om zo wel den Ca„ „pitain als Secunde aldaar van kant te helpen 111 /. 2 dat hij gen: ook werkelijk dan Capitain met een haamer een slag op het hoofd heeft toegebracht waar van hij echter niet is ter aarde gevallen 112/ 3: dat hij 5 gen, nog den klijnen Jongen paris die door den L„re boij wel was ter needer dan noch niet dood geslaagen ver en 116 een kap met een bijl toegebracht en zo van kant gehoepen heeft N:o 113/ En eindelijk komt dan nog ten opzigte van den 6 gen: in aanmerkinge 112, 1„e dat hij E gen wel is waar van den geheele toeleg en afspraak niets geweeten heeft en na de geperpetreerde moorden daar eerst bij gekomen is, zig echter wet ontzien heeft om den L„e boij meede over boord te helpen gooijen 115/ L: dat hij die daad, aan den wal en op vrije voeten geraakende, niet alleen heeft verzuuegen en niet aangegeeven, waar dat hij ook 3:e zijn geroofde buijt heeft onder zig behouden en die niet als bij zijne gevangen neeminge heeft vertoond en overgegeeven. — Dat voorts ten opzichte van den auteur of de eerste oorzaak dat dit ontmenscht bestaan op dien nacht is bepaald en ter uijtvoer gebracht, niet wel blijkt wie daar voor soude kunnen gehouden worden 117/ zeggende den 3: en 4: gew: en ged: dat de Italian de eerste oorzaaken daar van geweest zyn; en deesen weederom dat den 3 en 4 gen: voor de eerste belhamels moeten aangemerkt worden A=o 118 118 A=o 110) En hoe wel dit laatste ook geenzints schijnt van waarheid ontbloot te zijn 119 wijl even voor dat het faik is ter ritwor executie gebracht de afspraak gemaakt is bij de kooij van den 3 gen. . 120, en hij 4: gev: den 2: gew: van het roer heeft af„ gelost om zig bij de kooij van den 3 gen: te vervoegen 121/ mitsgd„s door den 3: gew: en ged: aan een iegelijk de gereedschappen zijn uijtgedeelt. 122 / zo is't dan ook aan den anderen kant buyten alle teegenspraak 123, dat de oneenigheid die den 1: gen: en ged: met den bootsman gehad heeft en het daar op gevoegde proces verbaal hem 1: gen: en ged: tot dat voorneemen het allereerst schijnt aanlijding te hebben gegeeven 124/ gelijk hij eerste gew: en ged: dan ook bij zijne ongedwongene Confessie zegd: zig voor de eerste oorzaak te houden en om dat hij reeds in 't begin der rhijze aan zynen broeder den 2: gev: en ged: gezegd heeft: indien wij mannen waaren zouden wij ons kunnen wreeken, de schuld op zig te neemen 126 / en hoe zeer dit ook door den 2: gew: en ged is teegengesprooken en hij tweede gew: en ged: nog blijft persisteeren dat hij 't al„ „lereerst door den 3 en 4: gev: en gede over la ƒ o ƒ 8 de n 1 een diergelijk project was onderhouden en dat deeze bij den deauteuren daar van zijn N„o 127, gelijk zulx ook werd gecorroboreerd door het zeggen van den 5. ged:, die betuigd het project meede van den timmerman of den 3: gew: het eerst gehoord te hebben 128 vermeend de r: O: Eijsscher naar de gedaane - Confessien dergen: en ged, /:onder verbeeteringe:/ te moeten besluijten 129 /dat wel de te onvreedenheid van den geboeijd geweest zijnden Italiaan of den 1:e gen: de allereerste geleegendheid tot dit project gegeeven heeft 130 / zij bijde 3. en 4: gew: en ged: egter daar in geparti„ „cipeerd 131/ en 't zelve wel voornamentlijk ter executie gebracht hebben 132 waardoor dan de r: O: Eysscher, alles in nauwe overweeging genoomen hebbende is gevallen in 't begrip 133 / dat de vier eerste gen. en ged„e als gelijke Com„ „plices 134/ eener Cumulatie van zodanige hoog gaande misdaaden 135 / die zo zeer in zig zelven afschuwelijk zyn 136 dat men nauwlijks durft gelooven 137, dat ze in het Harte van een reedelijk weezen opkomen, ik laatstaan met er daadt ge„ „pleegd worden 130 A=o 138/ derhalven ook op gelijke wijze schuldig en aan een en dezelvde straffe onderheevig zijn 139 zonder dat ten belange van de vier eerste gen: en ged, e zouden kunnen in aanmerkinge koomen die gronden van rechten als waar door de straffe om daar bij koomende miti„ „geerende omstandigheeden naar den aart der zaake worden geproportioneerd en verzogt 140 /maar dat in teegendeel de vier eerste gen: en ged„t volgens het eenparig gevoelen der ge„ „modereerdste I: S: met een vrij rgourende stradfe behoren te worden gepunieerd 141 / vide onder anderen Menoch: de arbitr: Jnd: quest Lib 11 Cent 3 Cas 266: P: m 525 en Damh: p„r Crim: Cap IXIII. — 142/ Waar en teegen dan ook met betrekking tot den 5: gen: en ged: behoord te worden in overweeging genoomen 143 / dat, hoe zeer hij ook aan den eenen kant aan die oproer binnen boord is meede pligtig geweest 144/ bij 't uijtdeelen der waapenen van den 3: gen: ook een hamer genomen 145 eerst daar meede naar den Capitain ge„ „slaagen en den Iongen Paris na verte ge
English
that he, who was already wounded, was struck a blow No 146 however in his favor ought to be taken into consideration 147/ that he, being a youth of 17: years and the 3rd named and imprisoned, as a fellow countryman, having always exercised over him a certain power or mastery 148/ did indeed belong to the conspirators, yet, as he testifies, knew or did nothing except that which, under threats to keep the matter hidden, was told to him by the 3rd prisoner and defendant 149 which is also confirmed by the fact 150 that he, the 5: named and imprisoned, had to keep watch during the plundering alongside the Englishman or 6th named 151, and the 3rd prisoner, having taken the share of the 5. named for himself, handed over to him whatever he saw fit. — 152/ Circumstances, Honorable Worshipful Gentlemen, which could certainly cooperate toward the mitigation of the punishment of the named in comparison with the first four named 153. but which can never cause him to escape the ordinary punishment of death No 154 as can be seen in more detail in Mr S: van Leeuwen in his Roman-Dutch Law 1st book XXXIII section 91 155 / and Huber Contemporary Jurisprudence 4th book Chapter 15: where he says under no 3: that knowledge and concealment alone of this crime must be restrained with the death penalty. That now the crime of the 6: or last named, since he did not report these atrocious offenses upon his arrival at the Cape, strictly speaking according to the Law, would indeed seem to have merited a death penalty; see among others the previously cited Huber's Contemporary Jurisprudence 4th book Chapter 15 no 3 157 / yet much nevertheless pleads in favor of the 6: named 158) that he, the 6: named and imprisoned, never previously heard or knew anything of this unfortunate project 159 that he was not present at the actual execution thereof 160/ and although he, the 6th named, lent a hand in throwing the mate Coij overboard Ao 161 / yet, besides having done this on the orders of the 4th prisoner, he nevertheless did not wish to advance his death: 162 while he absolutely refused a pistol that was offered to him by the 4th named for that purpose 163 / to which is further added that all the aforementioned criminals unanimously acquit him, the 6: named and imprisoned, and declare him completely innocent. 164: he, the 6: prisoner and defendant, having to thank Providence alone that he, whose life and death was long deliberated and who thereby has already passed through a terrible and pitiful crisis of mortal anguish, which certainly ought not to pass unnoticed in mitigating his punishment still deserved at present, did not see himself sacrificed to the barbarity of the other prisoners and defendants 165/ yet, since the said 6th prisoner not only neglected to bring so flagrant a case to the knowledge of the judge 166 / but also moreover kept himself in hiding and likewise did not bring to light or surrender his obtained loot until he was already apprehended and delivered into the hands of Justice Ao 167 / so this also admits of not the slightest contestation 168, that the 6th named and imprisoned ought to be punished extraordinarily according to the discretion of the judge For which and other reasons and arguments to be deduced in due course (: if necessary) in more detail, the Officer Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Honorable Worships the prisoners and defendants mentioned in the heading of this document shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed and there delivered to the executioner, the first four named, in name Etienne Pailjasco, Antoine Pailjasco, François Ros, and Jean Miessieux, each being bound upon a cross, shall be broken on the wheel alive from the bottom up at intervals, and further their right hands and heads being chopped off shall be placed on spikes; that no less the 5th named, Augustinus Scheir, shall be punished with the rope at the gallows in such a manner that death follows thereupon, and that finally the executed bodies of the aforementioned prisoners and defendants shall be transported to the beach on the sea dunes behind the so-called mouille, there to have the 4: first named woven onto wheels expressly erected for that purpose, their heads and right hands placed on spikes, and the 5th named to be hanged again on the gallows standing there, in order in such manner to remain there as an example and deterrent for other seafaring persons until they shall be consumed by the air and the birds of heaven; That further the 6. named prisoner William Thoma, after having been exposed to public view under the gallows with a rope around his neck, being tied to a post and severely whipped with rods on his bare back and thereupon branded, shall be riveted in chains to remain banished therein for the duration of his life on Robben Island, with condemnation of all the named and defendants to the costs and expenses of Justice, or to such other purpose as Your Honorable Worships shall judge to be fitting according to the proportionality of their committed deeds /:was signed/ G: Exter /:in the margin:/ exhibited in Judicio the October 1786. Agrees [illegible] J: B.
Dutch transcription
dat die reeds gequetst was, een slag toe„ „gebracht heeft N„o 146 jechter ten zijnen faveure dient in aanmer/ „king te koomen 147/ dat Hij, een Iongeling van 17: Iaaren zijnde en den 3 gen: en ged: als ondere Landsman altoos over hem een zeekere magt of heer„ „schappij geoefend hebbende 148/ wel tot de geconspireerdens behoord, egter gelijk hij betuigd niets geweeten of gedaan heeft als het geene hem onder drijgementen om zulx verborgen te houden daar van door den 3 gev: en ged: is gezegd 149 't geen ook daar door bekrachtigd word 150 dat hij 5: gen: en ged: bij 't plunderen nog bij den Engelschman of 6 gen: de wagt heeft moeten houden 151, en den 3 gev: zijn 5. gen„e portie na zig ge „noomen hebbende aan hem afgegeeven heeft het geen hem goeddachtte. — 152/ Omstandigheeden Edele Achtb Heeren. die zeekerlijk wel tot mitigatie vandes gens„ strafe in vergelyking met de vier eerste gen: zouden kunnen Coopereeren 153. maar die hem nimmer de ordinaire straffe des 2 156 des doods kunnen doen ontruijken N„o 154 gelijk zulks met meerderen te zien is bij mr S: van Leeuwen in zijn E: h recht 1 boek XXXIII do 91 155 / en Hubere Hedend: Rechtsgel: it boet Cap 15: alwaar hij sub no 3 zegd: dat kennis en verzuijgen alleen van deeze misdaad met de doodstraffe moet beteugeld worden. Dat nu de miodaad van den 6: of laatsten gen, alzo hij die gruwelijke delicten bij zijn komst aan de kaap niet heeft aange„ „geeven, stritto Jure genomen, wel zoude schijnen eene doodstraffe te hebben ge „meriteerd; vide onder anderen de voren aange„ haalde Hubers hedend Rechtsgel: & booe Cap 15 no 3 157 / zo pleyd tog evenwel veel ten voordeele van den E: gen 156) dat hij E. gen. en ged: van dit ongelukkig project bevorens nooijt iets gehoud of geweeten heeft 159 dat hij bij de dadelijke uytvoeringe daar van niet is teegenwoordig geweest 160/ en hoewel hij 6 gen: de hand geleend heeft aan het overboord werpen vanden stuur„ „man Coij toe„ A=o 161 / zo heeft hij, behalven dat hij dit gedaan hebbe op ordre vanden 4 ge., egter deszelve dood niet willen bevorderen: 162 terwijl hij een pistool dat hem door den 4 gen„ daar toe aangeboden wierd, volstrekt, gemijlger„ heeft 163 / waar bij nog komt dat alle voorm: misdadi„ „gers hem 6: gen: in ged: eenparig vrijspreeken en voor volkomen onschuldig declareeren. 164: hebbende hij 6: gev: en ged: het de voorzienigheid alleen te danken dat hij, wiens leeven en dood lange in beraad genoomen is en die daardoor reeds in eene verschrikkelijke en deerniswaardige Crisie van doodelijke angst geverseerd heeft dewelke zeekerlijk niet ongemerkt behoord te worden gepasseerd in 't mitigeeren van zijne thans nog verdiende straffe, zig niet aan de barbaarsheid vande de andere ged en ged„e heeft opgeoferd gezien 165/ dan, daar gem: E gev: niet alleen verzuimd hebbende een zo erlatant geval ter kennisse vanden rechter te brengen 166 / maar zig ook daar en booven 't schuijl heeft gehouden mitsgd„s zijn behaalde buijt niet eerder heeft aanden dach gebracht of over„ gegeeven als toen hij reeds was geasprekende en en in handen van Puatite overgeleeverd A„o 167 / zo leyd dit ook geene de minste Contestatie 168, dat den 6 gen: en ged: na 't arbitrium van den rechter extraordinaire behoord te worden gepunieerd Mitswelke en andere reedenen en middelen in tijd en wijlen (: is 't nood) nader te deduceeren den r: O: Eijscher Eijsch doende Concludeerde, dat bij definitive vonnisse van UwelEd: Achtb: de ged en ged„e in den hoofde deezes gemeld zullen worden ge„ „Condemneerd, omme gebracht te worden ter plaatse alwaar men gewoon is Crimineele sententien te executeeren en aldaar aan den scherprechter overgeleevert de vier eerste gen„d in name Etienne Pailjasco, Antoine Pailjasco, François Ros en Jean Miessieux ijder op een kruis gebonden zijnde van onder op bij tusschen posingen leevendig vete. zelvs gen mijGe¬ : zullen worden geleede braakt en voorts hunne regter handen en hoofden afgehouwen wee„ „zende op pennen gestooken zullen worden; dat niet minder den 5 gen, Augustinus Scheir met de koorde aan de gale zodanig gestraft zal worden dat er de dood na voegd en dat eindelijk de geexecuteerde Lugchaamen vande voorm: gew: en ged: naar het strand op de zee duinen achter de zogenaamde moelie zullen worden getransporteerd om aldaar de 4: eerste gen„de op expresse daartoe opgerechte raaderen gevlogten, derzelver hoofden en rechter handen op pennen gesteld en den 5 ge„ aan de aldaar staande galge wederom opgehangen te worden omme in diervoegen ten exempel en afschrit voor andere zee varende perzoonen aldaar zo lange te verblijven tot dat door de Lucht en voogelen des heemels zullen zijn ver„ teerd; Dat voorts den 6. gen gev: William Thoma na met een strop om den hals onder de galg te pronk gesteld te zin aan een paal gebonden en met roeden op de bloote rugge strenge„ „lijk gegeesveld en daar op gebrandmerkt zijnde in de ketting zal geklonken worden om daar in den tijd zijn's Leevene ten robben Eilande gebannen te blijven met Condemnatie van alle de gen: en ged„e in de kosten en misen van Justitie ofte tot zodanigen anderen fine als Uwed Achtb, na even„ reedigheid hunner gepleegde faiten zullen oordeelen te behooren /:was geteekend/ G: Exter /:in margine:/ exhibituur en Judicio den october 1786. Accordeert H iek gemeleri el J: B.
English
We, the captain, petty officers, and mariners of the ship La Rosette, certify and attest that today, June 1, 1786, at two o'clock in the afternoon, the named Etienne Taliasco, an Italian by nation and a sailor aboard the said ship, having left the helm to go work at making spun yarn according to the repeated orders of the boatswain; that the aforesaid sailor, complaining of having been placed today on a water ration at the rate of two bottles per day per man, to which the captain, petty officers, and mariners had been subjected at the same moment, would not set to work without uttering many insults and repeating them often to the boatswain in the presence of the Sieur Huolohan, complaining to him as the second officer on board and the officer of the watch at that moment. The latter, pushed by the words and threats made by the sailor to the boatswain, his superior, who had not touched him in any way, told the boatswain to take a piece of rope and, with a few blows, bring him back to his duty. The sailor, without having been struck nonetheless, having no sooner heard these words than he defended himself, making threats bold enough to dare to attack the Sieur Huolohan. The Sieur Huolohan, finding him insolent, first made a gesture toward the sailor, who, mocking it and speaking further insolence, caused him to strike him a single blow. The sailor immediately struck the officer of the watch a blow with his fist in the face, and having subsequently armed himself with a marlinspike with which he lunged a blow that landed on the arm of the boatswain, which he would have repeated had the captain, the Sieur Boij, an officer on board, and the boatswain not seized him. The captain then immediately caused the said rebel to be seized and placed in irons by both feet, and at the same time signed the present official report along with the petty officers and mariners in whose presence this event occurred, so that it may serve as is proper in due time and place for the Sieur Huolohan to claim and obtain justice from whomsoever it may concern. Aboard the said ship, June 1, 1786. Signed: J. Labou Raini Maillard, boatswain's mate Bernard Boyemart Francies Bielse, carpenter Jeromme Agrees insofar as it could be verified, and since a portion was torn away from the edge, some lines could not be fully made known. W. D. D. Riek Articles drawn up and submitted to the commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, to hear the prisoner Stephano /:Etienne:/ Taljasco of San Remo upon the requisition of the interim fiscal Gabriel Exter, with his answers to be properly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the sailor Stephano /Etienne/ Taljasco, who gave such answers to the adjacent interrogatories as are noted alongside them. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth. States Stephano /:Etienne:/ Taljasco of San Remo, 21 years of age. Article 2. With what ship, in what capacity, and when did he, the prisoner, arrive here? States with the French ship La Rozette, which was wrecked here near the mountains; in the capacity of sailor; says he cannot specify the day when he arrived here, though he knows well that it was the first or second day of the week. Article 3. With how many crew members was the said ship manned, when did it set sail, and from where? States with 12 men, namely: the captain captain-lieutenant lieutenant boatswain boatswain's mate carpenter cook and 5 common sailors; sailed from Bordeaux, having had, by his estimate, a voyage of 3 months. Article 4. Whether during the voyage any disputes and unpleasantries did not occur, and whether the prisoner himself did not have any such. States that upon being called by the boatswain while he was below, and not understanding French, he did not come immediately, whereupon the boatswain struck him, and the chief mate, having come upon them, said: "What is that fellow arguing about? Put him in irons," which was done. The next morning the captain, seeing him, asked why he was there, and further ordered that he be released again. For the rest, as he does not command the French language, he does not know what was spoken on the ship; he only knows well that the captain often used the abusive words "bougre" and "jean-foutre" against the boatswain and others; furthermore, he states that he saw the Englishman have a quarrel with the boatswain and that they came to blows with each other. Article 5. Whether one or more of their members were placed in irons, by whom, and by whom released again. States no one besides himself; not knowing whether this was ordered by the captain, but indeed that the chief mate had it done, and that, as stated before, he was released.
Dutch transcription
Nous Capitaines officiers, majors, et mariniers du Navire la Rosette, Certifions et attestons guanjourd hin 1„e Juin 1786. â deux heures aprés midi, le nommé Etienne Taliasco Italien de nation watelot â bord an dit nre auroit quitter la barre pour allermi travailler à faire du bitor, suivant les ordres reiterés du maitre d' Equipage que le susdit matelot de plaigrant de Ce quion l'auroit mis ce pourd' hui à la rasion de Leau â raison de deux bonteille par jours à Chaque homme a quoi le Capitaine officiers majors, et mariniers aurocent eté soumis au memé moment n'auroit pas voulu le mettre au travail sans aire beaucoup d'injare et souven repetées an maitre d'Equipage en prese au Lieur huoluhan ui le plaignant second au bond et cofficier de quart dans ce moment Celui Ci pousjé pare propos et les menages, de le matelo„ faitez an maitre d'Equipage son superieur qui ne bauroit touche en au maniere auroit dit au maitre de pre in bont de forde et par quelque Coups de ramene à son devoir, le matelot Lans ête neammoins frappe n'auroit par entendu Ces parolles qu'il le seroi defenser faisant des menaces Servir assez temeraires pour over t Le St. huolahan acoas Le trou „té auroit d'abord fait une Leme matelot, qui sen mocquant enc „ment prononcer auroit ob à lui donner un Coup seub de Le matelot anssi tot aurost acons officiers de quart & Coup de poing vans la figura et Le Servis arme de Suite d'un exissoir dontie lui auroit en fore lance en Coup qui auroit ête porte dans le bras au maitre et qu'il auroit reitere Lile Capitaine le Sieur Boij officier à bord et le maitre d'equifage nesen fussent pas Saissir, le Capitain alons auroit fait saisir de suite le dit rebellen et l'auroit fait mettre aux feres par Les deux pieds, et auroit Ligné en même temps le praesent proces verbae avec les officiers majors, et wariniers en praesence de quels be fait s'est passé, pour quil serve Comme de raison en tems et Lieux au Lieur huolohan afin gevil reclame et obtienne la Iustile de gusie il appartierdra à bord au dit navire de 1 Juiy 1786. /:was geteekend:/ 96 J. Labou Raini Maillard ame Marke de quipage Bernard Bopemart francies bielse Scharpentier Jeromme Accordeert voor zo verre men heeft kunnen nagaan, en vermits er van de kant een gedeelte was afgemeurt, zo heeft men zommige reguls niet ten vollen kunnen bekend stellen WDDRiek gemtlern gedeelte reguls L. S Articulen gedaan ma„ Compareerde voor ons ondergete„ „kende gecommitt„s uit den E ken en aan Haren ge„ achtb: raad van Justitie deezes committ„s uit den E: achtb: gouvernements den mattroos Raad van Justitie deezes Stephano /Etienne/ Taljasco gouvernements overgegeeven dewelke op de nevenstaande vraagpoincten zodanig ant om daarop ter requisitie „woord gegeeven heeft als be„ van den prointerim fiscaal zijden dezelve aangetekend Gabriel Exter gehoord te wor„ staan. „den Stephans /:Etienne:/ Taljasco van Stremo zull¬ „lende deszelvs te gevene res„ „ponsive in margine dezer behoorlyk worden bekend ge„ „steld. Art: 1. des gev„s naam ouderdom zegt Stephano /:Etienne/ Tal„ en geboorte plaats „jasco van St Kemo. oud 21 Jaaren zegt met het Fransch schip Met wat schip en wat La rozette dat hier bij 't qualiteijt en wanneer hij gebergte vergaan is. — in qua„ gev: alhier is aangeland/ „liteijt als mattroos; zeijn den dag niet te kunnen bepaa„ „len; wanneer hij hier is aangeland, echter wel te weeten dat het de 1dte of 2e dag in de week was. zegt met 12 man nament, met hoe veel volks gem: schip „lyk. der is C E de capteijn Captn. Luijtenant Luijtenant Bootsman Bootsmansmaat Timmerman kok en 5 gemeenen uitgezeijld van Bourdeaux, na zijn gissing 3 maanden reijs te hebben gehad. Art 4. off geduurende de reijse niet zigt dat hij door den Boots„ „man geroepen zijnde ge„ eenige geschillen en oonaan „worden, terwijl hij onder „genaamheden zijn voorgeval„ was, en geen fransch ver„ „staande, terstond niet is ge„len, en of hij ged: niet zelve „komen waar over de Boots„ diergelijke gehad heeft. man hem heeft geslagen, en de opperstuurman daarbij zijnde gekoomen gezegd heeft, wat redineert die kerel: slut. hem in de yzers, het geen geschied, 's anderen daags achtends de captn hem ziende, gevraagd had waarom hij daar was, voorts geor„ „donneert dat hij weder moest los gelaaten worden, - overigen alzoo hij de fransche taal onmachtig is, weet hij niet wat er op het schip gesprooken is, alleen weet hij wel dat de capt„n dik„ „werf tegen den bootsman en anderen de scheldwoorden, Bough en Jean foutre gebeezigd heeft, voorts zegt hy gezien te hebben dat den Engelsman met den bookman rusie heeft gehad en dat zij met elkander handgemeen zin geweest. zogt, buijten hem niemand; den capt„n geordonneert is, maar wel dat de opperstuur„ „man het heeft laten doen, en dat hij gelijk vooren gezegd of niet of meerder van hun niet wetende of zulks door „leeden zijn geboeijd geworden wie, en door wien wederom bevrijd: een is bemant geweest en wan „neer uytgezeyld en van waar is Arte
English
released. was the next day, by order of the captain, again Article 6. On what day did they get sight of the lee shore? He states that he cannot specify the exact day, but that in the evening the Englishman had said that the shore was in sight, but that this was contradicted by the others, saying that it was fog, but that the next day the land was fully visible. Article 7. Who among the persons of the crew agreed to run away with the ship and make themselves master of it? He states that he knows nothing of any agreement or plan, but that the others were busy with killing the officers, and he, the accused, having been asked whether he did not want to join in, joined them. Article 8. Whether they did not carry this out on that same evening by murdering the captain, the second mate, and the mate, two petty officers, and a boy? He states that they murdered all the aforementioned persons, except for the mate, whom they threw overboard alive. Article 9. What instrument or weapon did the accused use for this purpose, and upon whom did he lay his hands? He states to have used the axe with which the wood was chopped in the galley; that he attacked the captain in his cabin, pursued him above, and gave him a blow without knowing whether he died from it. Because it was at night, he is unable to state what instruments the others used; he only knows for certain that he, together with the carpenter and the cook, went to the captain's cabin alone, without being able to say with certainty what occurred above on deck. Article 10. Who among them gave the instigation to this, and with how many persons did they accomplish this? He states that he had a headache that evening, and had not even eaten, and that the carpenter had said to him and his brother, "We shall strike them dead before they kill us." That all of them, except for the Englishman, had helped from the beginning, the latter having joined only at the end; who also laid his hands on the lieutenant. Article 11. Whether they did not further throw the dead bodies overboard, and who assisted therein? He says yes. That all of them, and even the then still living lieutenant, helped with that; they having fastened the corpses in a sail and thrown them overboard with an anchor. Article 12. Whether the accused, then, with his mates, did not open some chests and take away the money and other valuables contained therein, and throw the same onto the beach in bags? He states that they took as much as they found that they believed would mainly serve for their use, namely about 30 Spanish dollars, 6 to 7 watches, 2 pairs of buckles, 2 pairs of silk stockings; saying further that the rest of the goods are not all known to him. Article 13. What did the accused take for his own person, and what did the others take for themselves? He states to have had for his share: a watch, 2 pairs of silk stockings, and 2 shirts, his brother having kept the money, while he, the accused, also had a watch chain and some other gold jewelry. Article 14. Whether they, having done that, did not lower the boat and sail therewith to the shore? He says yes. To which they all helped, except for the one who stood at the helm, and the carpenter, who was busy chopping a hole in the ship. Article 15. At what time and at what place did they come ashore? He states around midnight at a sandy place. Article 16. Whether they remained together, or separated immediately? He states that they stayed together until the next morning, when they divided themselves into two parties, and he, the accused, went with his brother and the carpenter, which carpenter left them that same evening and remained behind. Article 17. What could have moved the accused to so undesirable an action and heinous a deed? He states that because he, as well as the others, had been mistreated, he thought to kill them before they killed him, the others being of the same mind with him. Underneath stood: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 2 September 1786 before the Honorable Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smits, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have properly signed the minute of this along with the accused, the interpreter C. Höhne, and me, the Secretary. Lower: To which I testify. Signed: C. van Aerssen, Secretary. Verification. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned person of Stephano (Etienne) Taljasco, to whom these preceding points of inquiry, with his responses given thereto, having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared that he persisted therein, however on the 7th article he says to have spoken aside from the truth, confessing now to have been himself the first cause of everything, as appears more fully from an act of confession passed expressly for that purpose by him, the appearer; with the desire that nothing further shall be added to or taken from this. Underneath stood: Thus done and verified at the Cape of Good Hope on 25 September 1786. Below that: a cross around which was written: this mark was made by the hand of Stephano Taljasco. Lower: for the interpretation, signed: C. Höhne. Below that: in my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin stood: as commissioners, signed: W. F. van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smits. Agrees.
Dutch transcription
losgelaaten. is 's anderen daags op ordre van den capt:n wederom is zegt: dat hij den eigentlijken op wat dag zylieden de dag niet kan bepaalen, doch caatsche wal in 't gezicht heb„ dat 's avonds de Engelsman gezegd had, dat de wal in 't ben gekregen! gezigt was, maar dat zulx door de anderen wierd tegengesprooken met te zeggen dat het mist was, doch dat des anderendaags netland volkomen te zien was. hij ged:e niet meerdere OH zegt, dat hij van geen afspraak hi of voornemen iets weet, maar perzoonen van 't volk is dat de anderen bezig geweest zijnde met het ombrengen der eens geworden het schip officieren en hem gede gevraagd af te loopen en zig meester zijnde of hij niet wilde mede doen, zig daar bij gevoegd had. daar van te maaken. off zijlieden zulx niet op de„ zegt dat zij de nevensgenoemde „zelve avondt uitgevoerd hebben persoonen alle vermoord heb„ „ben, behalven den stuurman met het vermoorden van dewelke zij levendig overboord den captn, secunde en stuur„ geworpen hebben. „man twee onderofficiers en„ een Jongen wat instrument of geweer zegt te hebben gebruijkt den bijl daar het hout in de com„ hij ged: daartoe heeft geëm„ „buijs mede- wierd gehakt; dat „ploijeert en aan wien hij hij den capiteijn in zijn ka„ „mer geattacqueerd, naar boven zijne hand gelegt heeft 2 vervolgd, en een slag gegeeven heeft zonder te weeten of hij Art: 6. daar wie was n den niet a ve n r en g Arte 9. 8. 7. gezet is. daarvan gestorven is. kunnende hij, wyl het in de nacht geweest is, niet aangeeven welke instrumenten, de anderen ge¬ bruykt hebben alleenig weet hij wel te zeggen, dat hij beneeven den timmerman en de kok alleenig na de capiteyns kamer is gegaan; zonder positie te kunnen zeggen, wat boven op het dek is voorgevallen. zegt: dat hij dien avond hoofd, wie van hunlieden hier toe „pijn gehad, en zelvs niet ge„ heeft aantijding gegeeven, in „geeten had, en dat den tim„ met hoe veele perzoonen zij „merman tegens hem en zijn broeder gezegd had, wij zullen, dit verrigt hebben: ze doodslaan eer ze ons om„ brengen. dat zij alle behalven den Engelsman van 't begin af geholpen hadden, zijnde deeze op het eijnde eerst er bij gekoo„ „men; die zijne handen mede aan den luytn=t geslagen heeft zigt Ja1. dat ze alle en zelvs of zylieden niet voorts de de toen nog levende Duijtent. daar aan geholpen hebben doode lichaamen overboord hebbende zylieden de lijken hebben gegooijd, en wie daar in een zeijl vastgemaakt, bij behulpzaam is geweest. en met een anker overboord zegt: dat ze, zoo veel zij gevon„ Off hij ged: dan niet met „den hebben, dat ze geloofde zijne maats eenige kisten voornamentlijk tot hun ge„ heeft geopend; en het daarin „bruijk te dienen hebben me„ „de genomen te weeten omtrend zijnde geld en andere kost, 30 spaanse matten, 6 à 7 hor„ „logies 2 p„s gespen. 2 p„s zijde baarhedens weggenomen koussen zeggende voorts dat hem het overige goed niet alle bekend en het zelve aanstrand in zaken Art: 10. Art: 13 gegooijd. 2. 11. Art: 13. gehad, Een Horlogie, 2 p„s zij. „ zoon heeft genomen en wat „de kousen, en 2 hemden, heb„ „bende zijn broeder het geld ge de overige hebben naa zich „houden, terwijl hij ged: nog een getrokken. horlogie ketting, en eenige ande„ „re goude Cieraden heeft gehad. zegt voor zijn aandeel te hebben wat hij ged:e voor zijn per„ off zijlieden dat gedaan heb„ zegt Ja. waartoe zij alle gehol„ „pen, hebben, behalven sion bende, de schuit niet uitgezet „nais die aan 't voer stond, en hebben, en daarmede na de den timmerman, die bezig was was gevaren zijn. om een gat in 't schip te kapaen een zandige plaats. zegt omtrend middernacht op off zijlieden te samen zegt: dat zij tot des anderen „daags morgens bij elkanderen zijn gebleeven, of zig dadelijk zin gesleeven, wanneer zij gesepareerd hebben? zich, in twee partijen verdeeld hebben, en hij gev:e met zijn broeder en den timmerman is gegaan, dewelke timmerman dezelve avond van hun afgegaan en achter uit gebleeven is zegt: om dat hij zo wel als de wat hem gev: tot een zo anderen kwalijk was getrac„ onwenschelijk bestaan en „teerd geworden, heeft hij gedagt om hun om te brengen, eer ze gruwelijke daat heeft hem ombragten, zijnde daar in 16. Hoe laat en aan wat plaats zijlieden aan land zijn gekomen: 15. de kunnen acht en ge¬ e het 0„ 14. 17. geweest. kunnen beweegen de andere met hem conform /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan cabo de goede Hoop den 2 Septb:r 1786 voor d' EE„ Willem Ferdinand van Rhede van Oudtshoon en Johannes Smits lee„ „den uit den E achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den gev:e den vertoeker C: Höhne en mij Secretaris behoor„ „lijk hebben onderteekend /:lager:/ 'T welk ik getuijge /:was getekend:/ C. van Aerssen Secret Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende ge¬ „committ„s uit den E achtb: Raade van Justi „tie deezes gouvernement, de voorn: per„ „soon van Stephano (.Etienne.) Taljasco, denwelken deeze voorenstaande vraagpoinc„ „ten, met zijne daarop gegeevene responsiva van woorde tot woorde klaar en duijdelik zijn de voorgeleezen, betuigde daarbij te blijven persisteeren, edoch op het 7de articul zegt be„ zyden de waarheijd te hebben gesproken, thans belydende zelve de eerste oorsaak van alles te zijn geweest, gelijk nader komt te consteeren, uit eene acte van confessie daar toe expres door hem Compt gepasseerd; met begeerte dat hier verders niet meer bij bij ofte van gedaan worden zal. /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Septb:r 1786. /:daaronder:/ een kruijs waarom omschreeven dit merk stelt eigenhandig stephano Taljasco /:dager:/ voor de vertolking /:geteekend:/ C: Holne /: daar onder:/ mij present /:getk:d:/ C: van Aarssen secret„s /:in margine sting:/ als gecommitt„s /:geteekend:/ W: J: V: Reede van Oudtshoorn en Joh„s Smits. Accordeert. Riets . gemsteren aan maer bij F
English
Further articles drawn up and delivered to the Honorable Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order to examine thereon, at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, the aforesaid person Etienne Taljasco, whose answers to be given here shall be duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Etienne Taljasco, who answered the adjacent questions as noted beside each of them. Article 1. When the respondent arrived with his brother at the Cape, how long and with whom he stayed there. Says that in the afternoon, after they had come ashore the previous night, they arrived at a small house in the mountains, and after they had eaten and drunk a little there, because they did not trust those people, they went from there to a small wood where they slept that night, and subsequently came from there towards here on the second day, to a house which the prisoner cannot rightly indicate, where they, also after having eaten and drunk a little, went to an inn where a Spaniard lives, where they then also remained for four days, this house having been pointed out to them by a boy who spoke Portuguese. Article 2. For what reason the carpenter lagged behind them, whether and when he joined the respondent again. Says he does not know the reason why the carpenter remained behind them, as they had left the carpenter in the wood where they had slept; and the carpenter had come to them here the day after their arrival, where he had found them in the attic, and told the prisoner and his brother not to be afraid, that he would surely procure a ship for them to be able to get away from here. Article 3. Whom the respondent gave himself out to be in this inn, and whether he was not asked where the respondent came from, and in what manner he had come by the goods brought along. Says that on the first evening he was not asked by that man who they were, nor where they came from, but indeed on the second day, when the respondent also answered that he was from a French ship that was stranded behind the False Bay, and had salvaged and taken the goods from that ship. Article 4. In what manner and through whose help the respondent came aboard the private ship Josephus the Second, and what the prisoner paid for it. Says that the servant of the Spanish innkeeper had procured that ship for the respondent, and the respondent had paid that man, as well as another sailor, four Spanish mats each, the prisoner further saying that that sailor was named Simon by the innkeeper's wife. Article 5. Whether the respondent did not, and why, give his goods to the chief mate into custody, and whether he also did not sell or barter similar items. Says he gave into the custody of the mate of that ship some money, without knowing how much, as well as a gold watch and other gold jewelry, and this out of fear that it would be stolen, because he had no proper storage place, the respondent saying that he has bartered or sold nothing, but indeed his brother, who also brought on board some goods that he had bought ashore. Article 6. Why the respondent, upon being taken off the aforesaid vessel, only spoke of four persons who had saved themselves by swimming, whereas the six of them nevertheless came ashore in the boat. Says that when they had parted from one another in the mountains, the Frenchman Lionnais had said to them, if one of us should now be caught, then we must not say that there are more, and therefore he had said that there were only the four of them. Article 7. Whether the prisoner did not on several occasions on the ship show himself to be discontented and wrathful with cursing and swearing, and whether he was not admonished by his brother Anthoine to be quiet. Says he cannot deny that he was frequently discontented and had cursed his life over the singular and harsh treatment on board that ship, and his brother had frequently admonished him to be quiet; this also being his first voyage on a French ship, to whose way of life he had never been accustomed. Article 8. Whether the respondent himself, when he received a blow from the chief mate, did not strike the same back with the chicken coop. Says that the lieutenant did indeed strike him, but that the prisoner did not strike the lieutenant, the prisoner having been of the intention to give that man a blow, but that he was prevented because the others had rushed to his aid and held the respondent, the prisoner having had not a chicken coop, but indeed a large nail in his hands, which was taken from him by his brother.
Dutch transcription
Nadere articulen gedaan Compareerde voor ons onder„ getekende gecommitt. s Uyt den maken, en aan Heeren ge E Agtb: Raad van Justitie deo„ committeerdens uyt den E. „ses gouvernements den per„ achtb: raad van Justitie deeses „soon van Etienne Taljasco gouvernement overgegeeven dewelke op de nevenstaande omme daarop ter requisitie vrage zodanig g'antwoord heeft van den projnterim fiscaal als bezeijden een ijder aange„ gabriel Exter gehoord te wor„ teekend staat. „den Etienne Taljasco ged:e alhier zullende deszelfs te gee¬ „vene/ responsiven in margine deeser behoorlijk worden be„ „kend gesteld. Art: 1. „zegt dien middag zoo als zij 's nagt wanneer hij ged:t met zijn broe„ te vooren aan land kwamen „der aan de caab is gekomen, in 't gebergte aan een kleijn hoe lang en bij wien hij zig huijsje aangekoomen te zijn en na dat zijl: aldaar een weij, aldaar heeft opgehoudene „nig gegeeten en gedronken had„ „den van daar, dewijl zijl: die menschen niet vertrouwde gegaan zijn na een kleijn bosje al„ waar zijl: dien nagt geslapen hadden, en vervolgens van daar na herwaards den tweeden dag gekomen te zijn, in een huijs, die den gev: niet ten regten weet aan te duijden alwaar zijl: meede na een weijnig gegeeten en gedronken te hebben zijn ge„ „gaan na een herberg waar een spanjaard in woond waar zijl: dan ook vier dagen in gebleeven zijn, zijnde dit huijs hun aangeweezen door een Jongen die portugaesch sprak zegt de reeden niet te weten, waar „ Uijt wat hoofde aan Timmer„ „om den timmerman van hun „man agter uit is gebleven gebleeven is, als hebbende zijl: of en wanneer hij wederom die timmerman gelaaten in 't bij hem ged: gekoomen is = 2 t Bosch: alwaar zijl: geslaapen hadden; en was dien timmerman des anderen daags na hun arrivement alhier bij hen gekoomen, alwaar hij henl: op den zolder gevonden had, en den gev:e enz broeder gezegt niet bevreest te moeten zijn dat hij hun wel een zeg schip zoude bezorgen om van hier te kunnen koomen voor wien hij ged:e zig in deesen zegt dat den eersten avond door die man niet was gevraagd herberg: heeft uytgegeeven en o geworden wie zijl waaren, en hij niet is gevraagd geworden, va waar zijl: van daan kwa„ waar hij ged: komt, en op hoede „men, maar wel den tweeden dag wanneer de ged:e ook g'anknige wijze hij aan de mede ge woord had van een fransch schip bragte goederen is gekoomen dat agter de braijfals gestrand is, te zijn, en de goederen gebor„ gen en mede genomen te hebben van dat schip „zegt dat de knegt van den op wat wijze en door wiens spaanschen herbergier hem hulpe hij ged: aan boord van ged:e dat schip hadde geprocu„ 't particulier schip Josephus de „reert, en had hij ged: dien man zo wel als een ander tweede is gekoomen en wat hy mattroos ieder betaald vier gev: daarvoor heeft betaald2 spaanse matten, zeggende den gev: verder dat die mattroos genaamd is geworden door de vrouw van den herbergier Simon zogt aan die stuurman van of hij ged:e, niet en waarom zi dat schip in bewaring ge„ne goederen aan den opperstuu „geeven te hebben, eenig geld „man heeft in bewaring gegee„ zonder te weten hoe veel, als ven, en of hij ook niet dierge mede een goude horlogie en an„ „dere goude sieraden, ende zulx „lijke verkogt ofte verruijld uijt vrees dat het zoude gestoolen heeft. worden, om dat hij geen behoor„ lijke bergplaats had, zeggende hij ged: dat hij niets vervuijld ofte verkogt heeft Art: 3. maan 4. 5. maar wel zijn, broeder die eenige goederen mede aanboord gebragt die hij aan de wal gekogt had. Art: 6 waarom hij ged: van voorsz: bo„ eleen zegt dat toen zijl: van den ande„ „ren gegaan waren, in 't geberg„ dem afgehaald zijnde alleenig „te den fransman Lionnais aan van vier persoonen heeft ge„ hun had gezegt indien er nu van ons Een mogte gevat worden sprooken, die zig met swemmen zoo moeten wij niet zeggen gered hadden terwijl zijl: dog met dat er meer, en waarn daor hun 6 in de boot aan wal #an zijn, en daarom ### gezegd zijn gekoomen. te hebben dat zijl. maar met hun vieren waaren! off hij gev:e niet tot meerder zegt zulx niet te kunnen ont„ „kennen dat hij menigmaal reijsen op 't schip zig onte„ onte vreden is geweest en zijn le„ „vreeden en gramstorig heeft „ven verwenscht had, over de sin „guliere en harde behandelingen getoond met vloeken en swee aan boord van dat schip, en „ren en van zijn broeder an¬ had zijn broeder hem menig„ „maal vermaand stil te zijn; „thoine niet vermaand is ge= zynde dit ook zyne Eerste reipe worden stil te zijn geweest op een fransch schip en wiens levenswijs hij nimmer gewend was geweest. of hij ged:e niet zelve toen hy zegt dat de luijtenand hem wel geslagen had maar dat hij een klap van den opperstuur„ gev:n dien luijtenand niet ge„man heeft gekregen denzelven „slagen heeft zijnde hij gev:e, wel een slag met de hoenderbak van mening geweest dien man een slag te geeven maar dat wederom heeft gegeeven hij was verhindert geworden door dien de andere ter hulpe waren toegeschoten en hem ged: gehouden had, hebbende hij gev:e geen hoenderbak maar wel een grote spijker in zyne handen gehad, die hem door zijn broeder was afgenomen geworden man omen, en z deesen 0 va de ge iens vat de ti door dor zi ui „ 8. 7.
English
whether the defendant, after having been in irons for that reason, did not clearly make it known that he would desert at the Cape and take revenge on the captain and officers; says that his brother had indeed asked the captain for an excuse on his behalf, but that he had said to no one other than his brother that as soon as he arrived at the Cape, he would lodge a complaint with the Commissioner about the unreasonable manner of treatment by the captain. 10. whether the defendant, hearing that the captain had decided to sail past the Cape, was not afraid of being handed over to justice at Isle de France; says that about three weeks before they sighted the coast of the Cape, the captain had told him, the defendant, to behave properly, or else he would be punished at the very first place where they made landfall; that the prisoner, having communicated this to his brother, had been told by him: just do your work and do not be afraid, and that he was not further afraid about it, as his brother had comforted him, the prisoner. whether the prisoner did not, for that reason, draw up the plan to prevent this and rather kill the captain along with all the officers, and whom he first consulted about this; says that the cook was the first to tell and disclose to him, the prisoner, what was intended, and later the carpenter did as well, saying that this was about a week before the murder was committed, when the cook told him, the prisoner, while they were on watch together, Article 9: saying he, the defendant, that the lieutenant had held the chicken coop in his hands to strike him, the prisoner. 11. that the carpenter and the others intended to strike everyone dead, and since the prisoner could not properly understand the cook, the latter showed him how this was to be executed. The cook, entering, says that this is the truth, and that he, the cook, had shown the prisoners by making movements how this was to be carried out; while he had heard this from the carpenter, and that later it had been spoken of on several occasions, and he, the cook, had been threatened to remain silent or else he would be killed; supposing, therefore, that both brothers knew about it. The prisoner persists that he knew nothing of it beforehand, and that he, the defendant, could not yet understand then how they would carry this out, the prisoner declaring further that he, the defendant, had for that reason said that this would not end well, to which the prisoner was replied, without knowing by whom, that they were five of them and had nothing to risk, whereupon he, the defendant, also said that there would still be seven persons against the five of them, and against that it was answered that this could not matter to him as long as it was carried out. Article 12: whether this did not principally happen when the prisoner's brother came off the helm after midnight, between the two of them and the carpenter, and when they had sighted the coast, each warned the other, without ever having been together, that now the time had come to carry out the prepared plan; says that this had already happened beforehand, and that when his, the defendant's, brother had come off the helm, he, the defendant, was called by one of the conspiracy to get up, which having done, he, the defendant, found his brother, the carpenter, and the cook together, and they had all together said to him, the defendant, now we shall go at it, where the carpenter, having given him, the prisoner, an axe, had further added, you must go to the captain and strike hard. Article 13: whether the prisoner also spoke about this with Lionnais before the same went to replace his, the prisoner's, brother; says no, that he had not spoken with Pionnais beforehand, because he had sat up in one of the masts nearly the entire day to see if he could spot land, and that when he came below that evening he had gone straight to his place to sleep, saying further that after the cook had, as mentioned above, related and made known to him that the affair would proceed, the carpenter came to him, the defendant, to give him courage by saying that Lionnais had formed the plan for it, and finally that Pionnais had also spoken to him, the defendant, about it. 14. whether someone did not say at that moment: leave that be, it will not go well, we will rather complain to the justice, and whether his prisoner brother did not admonish him to keep quiet; says that in that final moment no one had spoken of that, but indeed that his brother had made this known beforehand. 15. whether the defendant did not state what everyone should do, and threatened the carpenter to strike him dead as well if he were unwilling, and who distributed the instruments; says that the carpenter distributed the instruments to commit the deed, and the carpenter had told everyone what each should do, and that he, the defendant, will not conceal the truth regarding this.
Dutch transcription
off hij gede, na daarover in zegt dat zijn broeder wel bij den capiteijn voor hem om excuus de boeijen geweest te zijn, niet had verzogt, maar dat hij te duijdelijk heeft te kennen gegee„ „gens niemand als zyn broeder ven, dat aan de caab zoude had gezegd dat zo wanneer drossen en zig aan de capitein hij aan de caab kwam hij en officieren wraken " over de onredelijke manier van behandeling wegens den capiteijn bij de Commissaris zoude klagtig vallen: 10. of hij ged:, hoorende dat den zegt dat de capitein omtrend drie weeken, voor dat zijl Capiteijn beslooten had de Caab de caatsche wal in 't gezicht voorbij te zeijlen niet bevreesd gekreegen hadden, tot hem is geweest op Isle de France ged: gezegt had van behoor¬ „lijk op te passen, of dat hij aan de Iustitie overgegeeven anders op de Eerste plaats al, te worden: „waar zyl aanlande, zoude worden gestraft, dat de gev:, zulx aan zijn broeder gecommu„ „niceerd hebbende, tot hem gev: gezegd had, doet gij uw werk maar en weest niet bevreest, en dat hij niet verder bevreest, was en dat hij niet verder beest daarover geweest (als hebbende zijn broeder hem gev:, vertroost. Off hij gev: niet uyt dien zegt dat de kok aan hem gev: 't eerst gezegd en ontdekt had hoofde 't project heeft gemaakt, wat men van meening was, van dit voor te komen, en de en naderhand den timmerman capitain met alle officieren, liever ook, zeggende dat dit omtrend om te brengen, met wien hij Een week voor de begaane moord is geweest toen hem gev: ten eersten daarover ge„ de kok gesegd heeft, dat terwijs raadpleegd heeft! zijl: te zamen de wagt hadden, Art: 9 geworden, zeggende hij gede, dat de Lieutenand de hoenderbak in handen gehad had, om hem: gev:e te slaan. dat 11. dat de timmerman en de andere van mening waren, om alles dood te slaan, en vermits de gev:e de kok niet regt verstaan kon, zoo heeft denselven hem geweesen hoe of zulx zoude worden Uytgevoert. de kok binnen treedende zegt dat zulx de waarheid is, en dat hij kok de gev:n zulx door mouvementen te maken aangewesen had, hoe of zulx ter uytvoer zoude worden gebragt; terwijl hij zulx van de timmerman gehoord had, en dat naderhand tot verscheij= „dene reijsen daarover was gesprooken en was hij kok bedreijgd geworden stil te swijgen of dat hij anders zoude wordens om 't le„ „ven gebragt; supponeerende hij dus dat de beijde broederen daarvan geweeten hebben den gev: persisteerd van te vooren niets daarvan geweeten: te hebben, en dat hij ged„e toen nog niet heeft kunnen begrij„ „pen hoe of men zulx zoude ter uitvoer brengen declareerende hij gev: verders dat hij ged:e uyt dien hoofde gezegd hadde dat zulx niet wel zoude afloopen, hem gev: daarop was gerepliceert, zonder te weeten door wien dat zijl met hun vijf waren en niets te resiqueeren hadden, waarop hij ged:e meede seijde, dat er nog seeven persoonen dan tegens hun vijfen zoude zin en daaren tegen is g'antwoord geworden dat zulx hem niet konde scheelen als 't maar ter uijtvoer wierd, gebragt: Art: 12. zegt dat zulx reeds van te vooren off dit niet voornamentlijk is geschied en toen zijl: de laat is geschied wanneer zijn in 't gezicht hadden gekregen heeft de een de andere zonder gev„s broeder na midden nagt ooijt bij elkanderen geweest te van 't voer is afgekoomen zijn gewaarschouwd dat nu de tusschen hun beijde en de tim„ tyd daar was, om 't gemaakt merman project ter Uytvoer te brengen en dat wanneer zijn ged: broe¬ „der van 't voer afgekoomen was, hij ged: door een van 't com„ „plot was geroepen geworden om op te staan het geen gedaan hebbende hij ged:e zijn broeder den timmerman en kok bij elkan„ „deren gevonden had, en hadden zijl te zamen als toen tegens hem ged:e gezegt nu zullen wij daaraangaan, waarbij den timmerman a n 6 mu„ de aakt, timmerman van hem gev: een byl gegeeven te hebben nog ge„ „voegd had, gij moet na den capiteijn gaan en slaan hard„ Art: B. off hij gev:, ook niet met zegt neen! dat hij met Pion„ „nais niet te vooren gesproo„ Lionnais daarvan heeft gespro¬ „ken heeft want dat hij ge„ „ken bevoorens denzelven is „noegsaam den geheelen dag bo„ „ven in een der masten had gegaan, zijn des gev=s broeder geseten om te zien of hij geen te vervangen. land ontdekte, en dat hij wan„ „neer die avond onder gekoomen was direct na zijn plaats was gegaan om te slaapen, zeggende nog, dat na dat de kok gelijk voorm:e, verhaald had, hem had te kennen gegeeven, dat het geval zijn voortgang hebben zoude, den Timmerman bij hem ged:e was gekoomen om hem moed te geeven met te zeggen dat Lionnais de plan daar van geformeerd had, en eijndelijk dat Pionnais hem ged:; ook daar over gesprooken had off niet ijmand daarbij gezegd zegt dat in dat laatste mo„ heeft laat, dat staan 't zal „ment niemand daar van gesprooken had maar wel niet goed gaan, wij zullen dat zijn broeder te vooren dit liever bij de Justitie klagen had te kennen gegeeven en of zijn gev:, broeder hem niet heeft vermaand om zig stil te houden. 15. zegt dat de timmerman de Off hij ged:e, niet heeft opge„ Jnstrumenten heeft uijtge„ geeven wat een ijder doen „deelt om 't fait te verrigten en had den timmerman zoude, en den timmerman aan een yder gezegd; wat gedreijgd denzelven mede dood yder doen zoude en dat hij te slaan indien onwillig wa ged:e, hier omtrend de waar„ n wie de Jnstrumenten heijd niet zal verbergen 14. wijl heeft 1