VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10668

Cape · 342 pages · 54 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10668_0149 view scan ↗

English

because he knows that he must die has declared, and through a free confession sought to expect grace from God, that he, the defendant, thinks that Pionnais was the first and principal author of this murder, for the reason that Lionnais had said more than two months beforehand, we shall make them, pointing to the officers, dance the Spanish dance, without the prisoner having known at the time what that meant. Article 16. Whether the prisoner after the captain did not also murder the boatswain's mate. Says that he, the defendant, indeed struck the captain, but not the boatswain's mate, who was murdered by Dionnais and the carpenter, Lionnais having also given Lieutenant Boij a blow to the head with an axe and thrown him overboard, the defendant saying further that he, the defendant, saw that Lieutenant Boij had begged the aforementioned Lionnais to please spare his life, but the aforementioned Lionnais had said, no, we must kill that rascal, because he would betray us at the cape, just as the aforementioned Boij had begged the prisoner, the Englishman, and his brother to please intercede for him with Pionnais, yet that availed nothing, the prisoner saying further that Lionnais would have struck Lieutenant Boij dead if the aforementioned Boij had not seized him by the hand on the first blow, where his thumb was sore, because of which the axe fell from Lionnais, whereupon Lionnais called for help. Article 17. Whether the prisoner did not order the boy to be struck dead and said to the Englishman: all Frenchmen must die, and you yourself at the end. Says that he did not order such a thing, and that when everything was done, it was asked where is that boy, and upon the boy being called above by the mate, the mate himself struck him dead, the defendant indeed stating that the Englishman had been completely dazed and had asked what this meant, whereupon he, the defendant, had answered that he could well see what was going on, the Englishman having thereupon begged him to please do him no harm, he, the defendant, had said to that Englishman that he need not be afraid. The defendant saying further that when they lay down in an outhouse on the road from the bay to this place, the carpenter had still said to him, the defendant, if we can catch the cook and the Englishman, we must still strike them dead, because the cook is too young and cannot yet keep silent enough, and the Englishman we cannot well trust because he did not take part. The cook, appearing, says that the defendant said to him, the cook, that he would strike the boy dead. The defendant says if it is true, it must have happened in a fit of passion. Article 18. Whether the defendant gave the mate Boij a blow with the axe and further helped to throw him overboard, after he, having been forced thereto, pointed out the best goods. Says as before, and that Lieutenant Boij had pointed out to him where the best goods were located, not knowing, however, whether he was forced thereto or not. Article 19. Whether the defendant did not command the carpenter to make a hole in the ship in order to make it sink. Says to have had no thoughts of that, and that Pionnais and the carpenter had regulated and ordered everything on the ship as to what had to be done, the carpenter having often said, you must just let us proceed, I shall care for your honors on land, for I at capital. Article 20. Whether the defendant will not confess to being the author and principal perpetrator, and to having, with premeditated intent, made himself guilty and utterly punishable of the heinous murder, the robbery of the ship, and its destruction. Says that he indeed gave the captain a blow, but that he did not die from it, and that he was persuaded thereto by that assurance of the carpenter, and that insofar as he helped, he is guilty and has deserved punishment! Article 21. Whether and with what the defendant will still be able to excuse himself. Says that he had been forced by the carpenter and the cook, and had come to it through fear, and believes to have been forsaken by God at that moment, for never before had such a thing entered his mind. Underneath was written: Thus questioned and answered at Cape of Good Hope, September 20, 1786, before the Honorable William Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smits, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this together with the said persons and me, sworn clerk. Lower: To which I testify. Was signed: R: J: V: D: Riet, Sworn Clerk. Review. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government the aforementioned persons of Stephano Elienne Taljasco, to whom the above articles with his responses given thereto having been read aloud word for word clearly and distinctly; declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, only referring himself to his given act of confession. Underneath was written: Thus done and reviewed at Cape of Good Hope, September 25, 1786. Thereunder a cross, next to which was written: this mark was made by Stephano Paljasco's own hand. Lower: for the translation. Was witnessed: C: Hohne. Under that: In my presence. Signed: O: van Aarsen. In the margin stood: as commissioners. Signed: W: J: V: Rheede van Oudtshoorn, and Johannes Smits. Agrees, Sworn Clerk. Letter C No. 3.

Dutch transcription

wijl hij wiet dat hij sterven moet heeft aangegeeven. en door een vrije bekentenis gra„ „tie bij God verwachte zogt dat hij ged:e, denkt dat Pionnais de Eerste en voornaamste van deese moord is geweest, om redenen dat Lionnais meer dan twee maanden, te vooren gezegd had, wij zullen hun / wipende op de officieren :/ de spaanse dans doen dansen, zonder dat hij gev: toen geweeten had wat zulx Art: 16. beduijdde off hij gev:e na de Capiteijn zegt, dat hij ged„e wel den capi„ „teijn geslagen heeft maar niet niet ook de bootsmansmaat de boetsmansmaat die door Dien„ heeft vermoord: „nais en den timmerman is vermoord geworden hebbende Lionnais meede de luijtenant Boij een kap in 't hoofd gegeeven en overboord geworpen, zeggende de ged:e verder dat hij ged:e gezien heeft dat den luijtenand Boij de gem:e Lionnais had gebeden om hem dog bij 't leven te laaten, maar had gem:e Lionnais gezegd, neen die canailje moeten wij om 't leven brengen, want hij zoude ons aan de caat verraden, als meede heeft de gem:e Boij den gev:e den Engelsman en zijn broer gebeeden om dog voor hem bij Pionnais te intercedeeren Edog heeft zulx niet geholpen, zeggende de gev:e, nog dat Lionnais de Luut„ Boij zoude doodgeslagen hebben, in dien gem:e Boij hem niet op de eerste slag bij de hand gevat had, daar zijn duijm zeer aan was, waar door de Bijl hem Lionnais ontvallen was, hebbende de Lionnais als toen hulp geroepen zogt, dat hij zulx niet g'ordonneert off hij gev:e niet heeft g'or„ heeft en dat toen alles geschied „donneert den Jongen dood was, is gevraagd geworden te slaan en tegens den En„ waar is die jongens en daarop door den stuurman den Jon, „gelsman gezegd: alle fran„ „gen boven zijnde geroepen „schen moeten sterven, en heeft de Stuurman dezelve zelfs gij ge¬ „ de de„ d ge„ 17 zelfs dood geslagen uitende hij ged:e wel dat de Engelsman heel bedwelmd was geweest en gevraagd had wat dit beduijde„ waarop hij ged:t g'antwoord had dat hij wel zien konde wat er gaande was, die Engelsman daarop gebeden had van hem doch niets te doen, had hij ged:, aan die Engelsman gezegd dat hij niet bevreesd behoefde te zijn. zeggende den ged:e, nog dat de timmerman toen zijl. op de weg uyt Baijf als na her „waards in een Oosch zig nedergelegd hadden nog aan hem ged: gezegd had, wij moesten nog indien wij de kok en de Engelschman krijgen, hun dood slaan, want de kok is te jong en kan nog niet genoeg swijgen, en de Engelsman kunnen wij niet wel vertrouwen want die heeft niet meede gedaan de kok Compareerende segt dat de ged:e gezegd heeft aan hem kok dat hij de Jongen zoude dood slaan de ged:e zegt indien 't waar is, zoo moet in drift voorgevallen gij agteraan2. zegt als vooren en dat den Luijten„ Boij hem hadde. aangeweesen waar de beste goederen zig bevonden egter gedwongen is dan wel niet of hij ged: niet de Timmer„ zegt daartoe geene gedagten gehad te hebben, en dat man gecommandeert heeft Pionnais en den timmer, een gat in 't schip te maken „man alles op 't schip ge„ om zulx te doen zinken „reguleerd hadden en g'or„ donneerd, wat of er moeste gedaan worden hebbende den timmerman dikwils gezegd gij moet wij maar laten begaan, ik zal voor uwE: aan Off hij ged:e de stuurman Boij met een kap met de bijl heeft gegeeven en voorts helpen over daar toe genoodsaakt zijnde de beste goederen heeft aan„ gegeeven: niet te weten of hij daartoe boord gooijen, naa dat hij Art: 18. Land Lijn. 19. 6 land sorgen want ik ten aoptaal Art: 20 zegt dat hij de captn wel een off hij ged:e niet bekennen slag gegeeven heeft, maar, zal den autneur en voornaam„ dat hij daar van niet doot „ste uijtvoerder te zijn en zig gebleven is, en dat hij door met voorbedagten op zet aan die versekering van de timmerman daartoe was den afschuwelyke moord de overgehaald geworden en dat hij berooving van 't schip en in zoo verre als hij geholpen desselvs ondergang te hebben heeft schuldig is en straffe schuldig en ten uijtersten verdient te hebben! strafwaardig gemaakte Of en waarmede hij ged e zegt dat hij gedwongen was geworden door de timmer„ zig nog zal kunnen verschoo„ „man en de kok en door vrees daar toe gekoomen „nen te zijn en geloofd op dat ogenblik van god verlaten te zijn geweest, want nooijt te voren zulx in zijn gedagten te zijn geweest.— /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 20 Septb„r 1786; voor d' E E:o William Ferdinand van rheede van oudtshoorn en Joh„s Smits leeden uijt den E achtb: raad van Justitie voorm die de minute deeses beneevens de gez:e ende mij geswoore Clercq mede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ P= duijde„ n over mer en 21. R: J: V: D: Riet gesw Clercq Recollement. Compareerde voor de ondergete gecommitteerd uit den E achtb: Raade van Justitie deezes . gouvernements de voorm:e persoonen van Stephano / Elienne / Taljasco, dewelken de voorenstaande articulen met zijne daarop gegeevene responsiva van woorde tot woorde klaar en duydelijk voorgeleezen zijnde; betuijg„ „de daar bij te blijven persisteeren, met begeert dat daar niets meer bij ofte van gedaan worden zal, zich alleen refereerende aan zyne gegeevene acte van confessie /:onderstond:/. Aldus gedaan en gerecolleerd aan cabo de goede Hoop den 25 Septb„r 1786: /: daar onder / een kruijs, waar bij geschreven sting. dit merk stelt eigenhandig. Stephano Paljasco /:laager:/ voor de vertolking /:was getw: C: Hohne /:daar onder:/ Mij present /:geteekend/ O: van Aarsen: /:in margine stond:/ als gecom„ „mitteerdens /:getekend:/ W: J: V: R hede van Oudts„ „hoorn, en Joh„s Smits. Accordeert Riek O 4 gemcler r no L„r C :3

NL-HaNA_1.04.02_10668_0155 view scan ↗

English

Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Council of Justice of this Government the person of Stephano Taljasco of St. Remo, aged over 21 years, who, upon the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Eter, voluntarily confessed to be true and truthful: That, according to the confessant's estimation, about fourteen days after his departure from Bourdeaux on the small vessel La Rozette, he, the confessant, having received a kick from the boatswain and having been indignant about this, had spoken to his brother Anthonio Taljasco and had substantially said to the same: if we were men we could avenge ourselves; his said brother having answered him the confessant thereupon: why are we not men; they therefore together between the two of them made the agreement to the gruesome murder committed on the aforesaid small vessel, with the added agreement to keep this quiet for the time being until they should sight land; that he, the confessant, subsequently spoke several times thereafter with his brother aforesaid about this their intention, but with no one else; he, the confessant, further testifying not to know how his brother arranged this further, while he, the confessant, further declares that on the evening when the deed was executed, his brother came to him and said, it is now time since they had sighted land, that he then said to his brother aforesaid that he was sick, but upon the urging of his brother, and his asking: whether he had now become a child; thereupon, following the orders of his brother, he helped execute the gruesome deed. Acknowledging furthermore that he, the confessant, with his brother during their detention had agreed to accuse the cook before the Judge as the first instigator of the deed, but that this consequently was falsely stated by them; he, the confessant, testifying to have the heartfelt repentance and sorrow over this false accusation with which he burdened the cook, hereby revoking the same, just as he, the confessant, also testifies to revoke his statement: that namely the Lionois was said to have been the first in the deed, for which he, the confessant, takes the blame upon himself; adding thereto that the Lionois indeed on several occasions said, we shall make them—pointing to the officers—dance the Spanish dance; he also saying that no one actually led the direction, but that in the murdering each went to work according to his own pleasure. Thus confessed at the Cape of Good Hope, the 25th of September 1786, before Messrs. William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannis Smuts, Members from the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the confessant, the interpreter C. Holmer, and me, Secretary. Lower: To which I testify. Was signed: C. V. Aersen, Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned delegates from the Honorable Council of Justice of this Government, the person of Etienne Taljasco: who, having had this confession of his read aloud word for word from his given answers to the interrogatories made, testified to persist completely thereby, desiring not that anything more shall be added or removed, except only that he, the prisoner, not only spoke to his brother of the project made, but also to all the conspirators except the Englishman, testifying for the rest to have spoken the pure truth. Thus re-examined at the Cape of Good Hope the 26th of September 1786, upon interpretation by the assistant C. Holmer. Lower: a cross, and thereunder written: this the prisoner made with his own hand. Still lower: In my presence. Was signed: R. S. J. V. d. Rieth, Sworn Clerk. In the margin: As delegates, and signed: W. F. V. R. V. Oudshoorn and Johannis Smuts. Underneath: Agrees. H. Kliet, Sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned delegates from the Honorable Council of Justice of this government, the sailor Anthoni Taljasco, who gave such answers to the opposite question points as are recorded beside them. Articles drawn up and handed over to the Gentlemen Delegates from the Honorable Council of Justice, in order to examine thereon, upon the requisition of the pro interim Fiscal G. Eiter: Anthonij Taljasco of St. Remo, aged 28 years, prisoner here, the responses to be given by him to be duly noted in the margin hereof. Article 1. As to the prisoner's name, birthplace, and age. Says: Anthonij Taliasco of St. Remo, 28 years old. Article 2. With what ship and in what capacity and when he, the prisoner, arrived here. Says: with the French brig La Rosette in the capacity of sailor, arrived here about 18 days ago. Article 3. With how many men said ship was manned and when and from where it set sail. Says it was manned with 12 men, being: the Captain la Borde, the second officer, whose name he does not remember, the lieutenant du Roy, the boatswain, the boatswain's mate, whose function was carried out by a sailor, the carpenter, and six common sailors; set sail, according to his estimation, the 15th of May last from Bourdeaux.

Dutch transcription

Compareerde voor de Ondergeteekende ge„ „committ: uit den E Achtb: Raad van Iustitie deezes Gouvernemets de persoon van Stephano Taljasco van S„t Remo Oud ruijm 21 Iaaren deweke ter re„ „quisitie van den pro interum Tiescaal alhier O: E: Confesseerde Gabriel Eter vrijwillig Carpente waar en waarach¬ tig te zijn. Dat, naar des Confessants gissing, Omtrend veertien daagen naar zijn vertrek van bourdeaux met het scheepje La Rozette, hij Confess„t van den bootsman een trap met de voet hebbende gekreegen en daar over gebelgd zijnde geweest zynen broeder Anthonio Tabjasco hadde aangesprooken en in substantie te„ „gens denzelven gezegd hadde: indien wij mannen waren zoude wij ons kunnen wreekent gem: zijnen broeder hun Confess„t daarop geantwoord hebbende: waarom zijn wij geen Mannen: zijlieden dus te zamen onder hun beyden de afspraak tot de gruwelijke op voorm: scheepje gepleegde moord hadden genomen, met daarbij gevoegde overeenkomst, van dit voor eerst stille te zullen houden, tot dat zylieden land in't gezigt zouden krijgen; dat hij Confiss„t vervolgens verscheidene rijsen daarna met zijnen broeder voorm: over dit hun voorneemen hadden gesprooken, doch met niemand, anders; betuijgende hij Confiss„t widers niet te weeten hoe zijn Broeder zulx verder heeft aangelegd terwijl hij Confiss„t voorts declareert, dat de avond wanneer het fijt ten uijtvoer is gebracht, zijn broeder bij hem is gekoomen en gezegd, het is nu tijd alzo zyl: het Land in 't gezigd hadden, dat dat hij toen tegen zijnen broeder voorm: gezegd hadden dat hij ziek was doch op het aandringen van zijnen broeder, en zijn gevraagde: of hij nu een kind was geworden; daar op volgens de Ordres van zijnen broe„ „der het gruwelstuk heeft helpen ten uijtvoer „brengen. — Bekennende Bekennende al wijders dat hij Confiss„t met zijnen broeder bij hunne ditentie hadde afgesprooken, om bij den Regter den kok te sullen beschuldigen als de eerste aanvoerder van 't feijt, doch dat dit gevolglijk door hun valsch is aangegeeven; betuij„ „gende hij Confiss„t het hartelykste berouw en leedweesen te hebben over deese valsche accusutie waar meede hij den kok beswaart heeft, deselve herroepende mits deesen gelijk hij Confiss„t, al meede revoceeren betuijgt te revoren zijn gesegde: dat namentlik de Lionois de eerste van 't feijt zoude zijn geweest, waarvan hij Confiss„t de schuld op zig zelve neemt; daar bij voegende, dat de Lionois wel bij ettelijke geleegendheeden gesegd heeft, wij zullen hun /wij„ „sende op de officieren / de spaansche dans. doen dansen; zeggende hij nog dat niemand eigentlijk de directie heeft gevoert, maar dat bij het moor„ „den een ijder naar zijn welgevallen is te werk gegaan. — Aldus geconfesseerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Sepbr 1786 voor de Heeren William ferdinand van Rheede van Oudshoorn e Iohannis Smuts, Leeden Uijt den E: Agtb: Raad van Justitie voorm: die de minuten deeser benevens den Confiss„t den vertolker CHolmer ende mij Se„ „cretaris meede behoorlijk hebben onderteekend. — /Laager / T welk ik getuijgen /was getekend/ C: V: Aersen Secretaris Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende /Onderstond./ ge gecommitteerdens Uijt den E Achtb: Raad van Su„ „stitie deeses gouvernements den persoon van ttienne Tabjasco: dewelke deeze zijne Confessie gegeeven op 't voor„ „leezen van zijne gegeevene antwoorden op de gedaa„ „ne Responsive van woonde tot woorde voorgehouden ht zijnde betuijgde daar bij volkoomen te blyven per„ sisteeren niet begeerende dat er iets meer bygevoegd ofte van gedaan werden zal, als alleenlijk dat hij gev: niet alleen aan zijn Broeder van 't gemaakt„ „project gesprooken heeft maar ook aan alle de gecomplotteerdens except den Engelschman betuijgen„ „de voor 't overige de suyvere waarheijd gesprooken te hebben Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 26 September 1786. bij vertolking van de adsistent C: Hone /Laager/ kruijs / en daar onbeschreefen dit heeft de ge„e eygenhandig gesteld /nog Laager/ Mij present / was getekend/ R:S: J: V: d: Rieth geswoire Clercq /(in margine/ als gecommitt: en getekend W: F: V: R: V Oudshoorn en Johannis Smuts. — /Onderstond/ Accordeert HKliet gem Cleren weest, oor„ werk d vens n nd. a 4 de den V ge de Compareerde voor ons ondergeteek Arrticulen gedaan maken Gecommitt:s uit den E: Agtb: Raad Van Iustitie dezes gouvernem=t aan Heeren Gecommitteerden den Mattroos Anthoni Taljasco uit den E Agtb: Rade van Justike overgegeeven, omme ter Requisitie dewelke op de neevenstaande Vraag poincten zodanig antwoord Van den pro Interim Fiscaal gegeven heeft als bezeiden 9 Eiter daarop gehoord te worden dezelve aangeteekend Staan. Anthonij Taljasco van S: Remo, oud 28 Jaren gevan„ „genen alhier zullende derselver te geevene responsiven in margine dezer behoorlijk worden genoteerd. — Remo 28. Jaar oud. zegt met defransche brik met wat schip en wat qualiteijd La Rosette in qualiteijd en wanneer hij geven alhier is als mattroos, omtrend aangeland 18. dagen geleeden hier aangeland. zegd bemand te zyn geweest met hoe veel volk gemelde schip bemand is geweest en met 12. man als wanneer uijtgezeijld en de Capitain la Borde van waar de 2 _ wiens naam hij zig niet herinnend. de D. du Roy de bootsman. de bootsmans maat welkers funitie door een mattroos wierd waargenomen de timmerman en ses gemeenen uijtgezeijld na zijn gissing de 15 maij st: uijt Bourdeaux Art: 1. en ouderdom zegt anthonij Taliasco van st: Aes gev: Naam geboorte plaats ƒ 3.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0160 view scan ↗

English

M: 4: Whether during the voyage any disputes and unpleasantries did not occur, and whether he, the prisoner, did not himself have such. Says that the Captain was what one calls fantastical, that is to say obstinate, and that he mistreated the crew; that his brother Etienne Paliasco was once crying below in the ship because he did not have enough of that which belonged to his maintenance; that the Captain had reproached them for this and said that he should go to his work; that the boatswain had continuously given him blows for that purpose, and that the chief mate, having jumped in, had done likewise; that his brother was furthermore put on trial and put in irons, in which he had remained until the next day. Says further that the Englishman also had a dispute with the boatswain, which however was of little importance, whereby the Captain had ordered the boatswain to strike when such matters occurred again, just as the Captain then also punished the boatswain with some blows because he struck too little, declaring that he had no dispute on board. Whether one or more of them were not put in irons, who, and by whom freed again. Says no one except his aforementioned brother, who was put in irons by the carpenter on the order of the Captain, and the next day on the aforesaid order was released again by the said carpenter at the prisoner's request, whereupon the Captain only told him that he might admonish his brother to behave quietly, as he then also did. On what day and time did you get the Cape coast in sight? Says that he cannot determine the exact day, but that it was in an afternoon. M: V. Whether he, the prisoner, did not then agree with several persons of the crew to run off with the ship and make themselves master of it. Says that Lionnois had made known some time before that if the Captain continued to mistreat them in such manner, he was inclined to bash his head in if he were on shore; says further that there had always been dissatisfaction over the small portion of water, which had increased when they had the coast in sight; that then, on Monday evening, he, the prisoner, being forward, the carpenter had come to him and said to him: come, let us bash all their heads in. Whether they did not also carry this out on the same evening by murdering the Captain, second, and Mate, two petty officers, and a boy. Says that they thereupon called each other together and killed the said persons, except for the mate and a boy who was thrown overboard alive, while he, the prisoner, was forward and was not present there. What instrument or weapon did he employ for this, and on whom did he lay his hand? Says that he, the prisoner, used an axe, the others having also used such instruments; that he, the prisoner, killed the boatswain, while the carpenter with the cook and the prisoner's brother killed the Captain, not knowing by whom the boatswain's mate lost his life, saying further that Lionnois, having left the helm, came to his, the prisoner's, aid, the boy having been murdered by the little boy. No: 10 Who of them gave cause for this, and with how many persons did they accomplish this? Says that Lionnois first spoke of it, and that the carpenter, the cook, and the prisoner's brother made the first beginning, whereupon the others all joined in, and the six of them, now prisoners, helped each other and accomplished this. Whether they did not furthermore throw the dead bodies overboard, and who was helpful therein? Says that they tied all the bodies together, except that of the little boy who was only afterwards thrown overboard alive, fastened them to an anchor, and thus threw them overboard, all of them having been helpful therein. Whether he, the prisoner, did not with his mates open some chests and take away the money and other valuables found therein? Says that the little boy pointed out to them where the gold watches were, adding that the same would be a good means of subsistence for them, of which they then found 4 or 5, which they, with some money that he did not know where found and how much it was, divided among themselves, so that the one had a watch and the other money; that they had also taken along some small pieces of batjens, trousers, and shirts in a bag and left them in a bag not far from the beach in the bushes, he, the prisoner, believing that the silk stockings remained on board; says further that they also hid silk stockings on the beach in the bushes.

Dutch transcription

M: 4: off geduurende de reijze niet segt dat de Capteijn dat geene eenige verschillen en en aange wat men fantasci noemd geweest is, dat is te zeggen naamheedens zijn voorgevallen en of hij geve, niet zelve dier eijgenzinnig en dat hij gelijke gehad heeft het volk gemaetracteerd heeft, dat zijn broeder 6 tienne Paliasco eens onder in't Schip weenende was, geweest, om dat hij niet genoeg had dat geene dat tot zijn onderhoud behoorde — dat hun de Capitain daarover gereprocheerd had, en gezegd dat hij aan zijn werk zougaan dat de bootsmans hem daartoe aanhoudend zelfs had slagen gegeeven, en dat de opperstuurman daarbij gesprongen zijnde zulx meede had gedaan, dat zijn broeder voorts zyn proces was gemaakt, en hij in de boeijen gezet geworden waarin hij tot den anderen dag gebleenen was. — zegt voorts dat de Engelschman nog twist met de bootsma„ heeft gehad, dat echter van weijnig aanbelang is geweest waarbij de Capitain aan den bootsman gelast had, er op te slaan wanneer diergelijke zaaken weder voorvielen gelijk dan ook den Capteijn den bootsman met eenige klappen gestraft heeft, dat hy te min sloeg, betuygende hij geen verschil aan boord gehad te hebben Off niet een of meerdere van zegt niemand als zyn broeder hunt: zijn geboeijd geworden voorm: dewelke door den wie, en door wien wederom timmerman op ordre van den Capteijn is ge„ bevreijd boeijd geworden en des anderen daags wederop ordre voorsz: door de gem: timmerman wederom is los gelaten op des gev, verzoek waarop de Capteijn hem alleen gezegt heeft dat hij zijn broeder vermanen mogt om zig stil te gedragen gelijk hij aan ook gedaan heeft. zegt dat hi de eijgentlyke dag op wat dag en tid zyt aan de Caabsche wal in't gezicht hebben niet bepalen kan dog vat het op een agtermiddag is gekreegen geweest. 6. 2 M: V. zegt dat Lionnois eenige tyd off hy geve, toen niet met te vooren heeft te kennen meerdere perzoonen van't gegeene dat wanneer de volk is eens geworden t Capitain voortging om hun indiervoegen te mis schip af te loopen en zig meester daarvan te maken handelen, hij geneegen was, om hem de kop in te slaan, indien hij aan de wal was; zegt wijders dat 'er altoos en tevreedenheijd geweest was, over de geringe portie van water dewelke zig vermeerdert had, toe zij de wal in't gezicht hadden dat toen /swaandags avond / hij gene, vooruijt zijnde de timmerman bij hem gekoomen was, en hem gezegd had, kom laat ons ze alle voor de kop slaan. zegt dat zy daarop elkanderen op zyt: zulx ook niet op de te zaamen geroepen hebben zelve avond uijtgevoerd hebben ende gem: perzoonen om met 't vermoorden vande het leven gebragt uytge Capitain se conde en Stuurman noomen de stuurman twee onder officiers en een Boij dewelke levendig Jonge over boord is geworpen terwijl hij geve, voor en om daar niet bij is geweest. zegt dat hy geven een bijl heeft wat Instrument of geweer gebruijkt, hebbende de hij vaartoe heeft gfemploij„ eerd en aan wien hy zijne andere ook diergelyken Instrumenten gebruijkt hand gelegd heeft t' dat hij geve, de bootsman heeft doodgeslage terwijl de timmerman met de kok en des geve broeder de Capitain om het leeven hebben gebragt, wetende niet door wie den bootsmans maat het leeve verlooren heeft, zeggende nog dat Lionnois van't roer afgegaan zijnde hem geve, ter hulp is gekoomen, zijnde de Ionge door de L„e Boij vermoord geworden. 10 et lle ier dat aarover aan d de otman weer op le gen uygende en en om yn aan de hebben he ar 8. No: 10 wie van hynz hier toe zegt dat Lionnois eerst daarvan gesprooken heeft heeft aanleijding gegeeven en met hoe veel perzoonen en dat oe timmerman, de kok en des geve, broeder zy dit verrigt hebben. het eerste begin gemaakt hebben waarop de andere alle zyn bygekoomen en met hun sessen (thans gevs, / malkandere geholpen en zulx verricht hebben zegt dat zy alle de Lichhamen off zyt: niet voorts de doode behalven dat van den Lighaamen overboord hebben Lt. Boij die naderhand gegooijd en wie daarbij be„ eerst levendig is over hulpzaam is geweest. boord geworpen te zamen gebonden aan een anker vast gemaakt, en dus over boord geworpen hebben, zynde daarbij alle behulpzaam geweest. zegt dat de Pt Boij hun aan off hy geve, aan niet met zyne weijzing heeft gedaan maats eenige kisten heeft waarde goude horologies g'opend. en't daarin bevinde waren met bijvoeging lijk geld en andere kost dat dezelve voor hun een goed middel van bestaan baarheedens weggenoomen ware, waarvan zy dan A. of 5 gevonden hebben die zy met eenig geld dat hij niet wist waargevonden en hoe veel het was onder zig gedeelt hadden, zoo dat de eene een horologie en de andere geld genooten had, dat zyt: nog eenige kleijne stukken van Batjens, broeken en hemden in een zak hadde meede genoomen en in een zak niet verre van't Strand in de bosjes gelaten vermeenende hij geve, dat de zeijde kousen aan boord zyn gebleeven zegt vader dat zij ook zeyde kousen aan strand in de bosjes hebben verborgen 12. A 13 11.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0163 view scan ↗

English

16. Article 13. What he, the prisoner, took for his person, and what the others drew to themselves. Says that he and his brother each had a watch and together 14 to 15 Spanish dollars, without being able to determine what each of the others had for his share. Whether they, having done this, did not put out the boat and thus also went ashore. Says yes, and that they all helped each other, the carpenter having first chopped a hole in the ship. At what time and at what places they came ashore. Says it was about 10 o'clock when they landed at a sandy place. Whether they remained together or separated immediately. Says that they remained together that night, but the following day in the morning separated from one another, such that they divided into two parties, and the carpenter went with him, the prisoner, and his brother, but the carpenter left him that same evening and remained behind. What could have moved him, the prisoner, to such an inhuman act and horrible deed. Says that the captain had threatened them during the voyage with muskets, saying that he would shoot them down, adding that he, the captain, could very well steer the ship alone, whereby they believed their lives were not safe, which brought them to this desperate resolution. Beneath stood: Thus questioned and answered at Cape of Good Hope the 2nd of September 1786 before the gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid; who duly signed the minute of this along with the prisoner and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness, was signed: C. van Aerssen, Secretary. Review. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the person of Anthoine Saljasco, to whom these juxtaposed interrogatories with the answers given thereto having been read clearly and distinctly word for word, declared that he persisted by them, not desiring that anything more should be added thereto or taken therefrom, except only on Article 7: that his, the prisoner's, brother had behaved in this regard, and that Lionnois was the first who had spoken to him, the prisoner, about it, and not his said brother, while showing a sidearm and saying that will be enough to execute the project; and on Article 10: that he did indeed call his brother Etienne without having said anything to him, as his said brother then also got up; he, the prisoner, saying further that he answered truthfully to all the articles, and persisted by all the foregoing. Beneath stood: Thus passed at Cape of Good Hope the 26th of September 1786, through the interpretation of the assistant C. Horne, was signed: Antoni Taljasco. Lower: Present before me, signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, signed: W. F. van Reede van Oudtshoorn; Joh. Smuts. Agrees: G. Biel, sworn clerk. Further articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, in order to be heard at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, Anthoine Taliasco of St. Remo, prisoner here, his responses to be given shall be duly recorded in the margin of this. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, Anthoine Taliasco, who answered the juxtaposed questions as is noted beside each of the same: Article 1. When he, the prisoner, with his brother arrived at the Cape, and at whose place. Says that on the third day after they came ashore, he arrived here at the Cape, firstly in a house where he ate and drank a little, which he, the prisoner, cannot properly indicate, and subsequently in the house of a certain Spaniard that was pointed out to him by a black who spoke Portuguese. Article 2. How long he, the prisoner, stayed there, and whether he also sold, exchanged, or gave into safekeeping any of the goods he brought along. Says from his arrival at the Cape, having been from Wednesday until Monday, he was at the house of that Spaniard, and he, the prisoner, sometimes took a walk around the Cape, and subsequently the goods brought along consisting of a gold

Dutch transcription

16. Al: 13. zegt dat hij en zyn broeder wat hy geve, voor zyn perzoon ieder een horologie heeft heeft genoomen en wat de gehad en te zamen 14. overige hebben na zig getroc â 15 sx. matten zonder kent te kunnen bepaalen wat ijder der anderen voor zyn aandeel heeft gehad t zegt Ja. en dat zy alle elkan„ off zijl: dit gedaan hebbende deren geholpen hebben de schuijt niet uijtgezet hebbende den timmerman en zoo meede nade wal eerst een gat in't schip gegaan zijn v gekapt. Hoe laat en aan wat plaatsen Legt mistreer van 10. uuren te zyn aangeland aan zyt: aanLand zyn gekomen een zandige plaats. zegt dat zy die nagt te zamen off zyt te zaamen zyn gebleeven zyn gebleeven dog sanden ofte zig dadelijk gesepa„ ren daags 'Smorgens reerd hebben zig van den anderen gesepareerd hebben zodanig dat zy zich in twee partheijen verdeelt hebben en de timmerman met hem geve, en zijn broeder gegaan is Edog den timmerman noch denzelve avond van hem afgegaan en agter gebleeven is. — wat hem geve tot een zoo zegt dat recapitain hun ge„ duurende de rheijze had onmenschelijke bestaan en bedreijgd met gemeeren gruwelijke daad heeft dat hy hun zoude ter kunnen bewegen. neder schieten met byvoeging dat hij Capitain het schip alleen wel konde bestuuren waar 14. 1 de zyn ne de was ologie enige ende bleeven d 17. 15 - door zijn vermeenden hun leeve niet zeeker te zijn het geen kun tot deeze disperate resolutie heeft gebragt /:onderstond/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo l de goede hoop den 2: Septbr: 1786 voor de heeren William ferdinand van reede van oudshoorn en Iohannes Smits Leeden uyt den E agtb: raad van Iustitie voorm:; die de minute Secretaris deezes beneevens de geve, ende mij eerren Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:Lager:/ 'T welk ik getuijge /:was getee„ kend :/ C. van Aerssen Secretaris. — Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uit den E. Achtb: raad van Justiti deedes gouvernements den persoon van Anthoine Saljasco, dewelke deeze nevensstaande vraagpoincten met de daarop gegeevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgelee weesende, verclaarde denzelven daarbij te blijven persisteeren niet begeerende dat 'er iets meer bij ofte van gedaan werden zal, als alleenlijk op art: 7. dat zyn geve, broeder hier omtrend zig bedragen had, en dat Lionnois de eerst is geweest, die hem geve, daarvan gesp ken - ken had, en niet zyn geds broeder onder het vertoonen van een zeydgeweer met te zeggen zulx zal genoeg zin tot volvoering van't project en op art: 10. dat hy wel zijn broeder Etienne opgeroepen heeft zonder iets tegens hem gezegd te hebben, gelijk zijn ged, broeder dan ook opgestaan is; zeggende hij geve, voorts op alle de articulen na waarheijd gantwoord te hebben, en bij al het vooren„ staande te blijven persisteeren /:onderstond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de goede hoo„ 6 den 26. Septbr: 1786. bij vertolking vanden adsistend C: Horne /:was geteekend:/ Antoni Taljasco /:Lager:/ mij Praesent. /:geteekend:/ R. J. Vd. Riet gezw: Clercq /:in margine:/ als gecommitt„s /:geteekend:/ WJObeede van oudshoorn; Ioh„ Smuts. Accordeert G Bieh gerCleren a bo n d zig eerst gesp ken LC5 L Compareerde voor ons onder Nadere articulen gedaan maken geteekende gecommit, uijt en aan Heeren gecommitt„s uyt den E: agtb: raad van Justitie den E. achtb: raad van Iustitie deezes gouvernements deezes gouvernements overge„ Anthoine Taliasco dewelke geeven omme ter requisitie op de nevensstaande van den pro Interim fiscaal vragen zodanig glant gabriel Exter gehoord te worden woord heeft als beseijden Anthoine Taliasco van St: een ijder derselve staat Premo geve, alhier zullende aangeteekend — desselvs te geevene responsive in margine deezer behoorlijk worden bekend gesteld. Art: 1. zegt den derden dag nadat wanneer hij geve, met zijn zijt: aan den wal gekomen broeder aan de Caab en bij zijn alhier aan de Caab te zijn wien aangekoomen is g'arriveert, eerstelijk in een huijs alwaar hij een weijnig gegeeten en gedronken heeft, dat hy geve, niet ten regten weet aan te duyden en vervolgens in't huijs van een zeekere Spanjaard aat hem door een Swarte die portugeesch sprak is aangeweesen geworden zegt van zin aankomst hoe lang hij geve, zig aldaar aande Caab zynde ge„ heeft opgehouden, en of hij weest van swoensdags ook het een en ander van tot maandag ten zyn meede gebragte goederen huijze van die span„ verkogt, verruild, of in gaard geweest te zyn bewaring heeft gegeeven. en had hy geve, &zom„ tyds een wandeling rond de Caab gedaan, en vervolgens het meede gebragte goed bestaande in een goud 2.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0168 view scan ↗

English

watch, a ditto ring, and some earrings to the Spaniard, to wit the watch for thirty Spanish dollars, and the other items, both rings and earrings, for 16 lb Mexican, with a silver watch thrown into the bargain as well, the prisoner having paid this Spaniard upon his departure, from the aforementioned money received, for what he had consumed there. 3. Whether the prisoner did not find again the carpenter who had stayed behind from them, and at what place. Says that this carpenter had come into the house of the Spaniard without the prisoner knowing where he came from. Why the prisoner kept himself hidden in the upper attic, and whether he revealed to the innkeeper from what ship and in what manner he had arrived, and whom he pretended to be. Says that the prisoner and his brother were not hiding, but stayed in the upper attic while they lodged there, the prisoner having amused himself there in the attic with his brother playing cards; the Spaniard did not ask on the first day where they were assigned, but did on the second day, whereupon the prisoner answered that he was from a shipwrecked French vessel, and that he had taken the gold watch and other goods with him when he left the ship. In what manner and through whose help he came aboard the private ship Josephus the Second, and what the prisoner promised or gave for that. Says that the servant of the Spaniard had sought that opportunity for them on the ship that lay at anchor here in the roads, for which trouble he paid that man four Spanish dollars; and that opportunity having been procured for them, that man had made them leave from there immediately; and after that man had also provided them with a hammock and some other goods, the prisoner had given that man a pair of earrings for it, and for tobacco that this man sold them, paid some Spanish dollars. 6. On what condition they were taken on, how long they remained on board, and to whom they gave their goods into safekeeping. Says that since the prisoner cannot understand Dutch, the prisoner does not know on what condition they went on board, because that carpenter had spoken for them, this carpenter having said nothing further to the prisoner than, we are now going to Europe and I have said that we are from the lost French ship. Says further to have given to the second mate of that ship some piastres and imperial thalers, a silver watch, a pair of calf buckles, a ditto neck buckle, and some pairs of silk stockings, and the prisoner had done so because the carpenter had advised him to do so, because it could otherwise be stolen, since the prisoner and his brother had no place there to store such things. Why the prisoner, having been taken off board, only confessed that the prisoner had come off board with the four of them, while they nevertheless came into the boat and ashore with the six of them. Says to have done so for no other reason than from fear that this would come to light, and to have had no purpose regarding that. Says that he had already confessed the truth, and what might still be withheld regarding that, he would further admit the truth. What can move the prisoner to still speak against the truth and to hide it. Whether he then will not confess to having refused, together with his brother, the drink that the captain had given at the sight of shore, and to have been dissatisfied and wrathful towards the captain. Says yes, to have refused to drink this, and subsequently another one besides his brother, without the prisoner rightly knowing how to say who this might have been, as having paid no attention to it, and that the prisoner refused while saying, we did not get such during the voyage, we do not want to have it now either; and the prisoner had nothing against the captain nor anyone from the ship, and the captain as far as he knows also had nothing against the prisoner, because the prisoner understood his work. Says further that that night he had indeed spoken with his brother, because his brother was angry and said that he had never been so unfortunate, that on that ship there was nothing but beating and scolding; he had said to his brother, you have not made a voyage yet, you might sometimes experience something else if you were with someone else; but the prisoner had not cursed with his brother, much less been wrathful.

Dutch transcription

horologie een d„o ring en eenige oorelietten aan den Spanjaard verkogt te weeten het horologie voor dertig spaanse matten, en de andere zoo ringe als oorelietten voor 16 lb mexicanen, als nog een silver horologie op de koop toe, hebbende hy geve, aan dien Spanjaard bij zijn vertrek vande voorsz: ontfangene penn: betaald het geen hij daar verteerd had. lC 3. off hij geve, niet de van hun zegt dat die timmerman agteruytgebleevene timmer in't huijs vanden Span man wederom gevonden jaard gekoomen was zonder dat hij geve, heeft heeft en ter wat plaatze geweeten waar hij van daan kwam. waarom hy geve, zig op de zegt dat hy geve, en zijn broeder bovensoeder heeft verborgen zig niet verborgen waar gehouden en of hij aan de hun op de boven solder onthouden te hebben herbergier g'openbaard terwijl zijt: daarlo„ heeft van wat schip en geerden had hy geve, op hoedanige wijze hij met zyn broeder is aangekoomen en voor wil aldaar op de solder hij zig heeft uijtgegeeven met het kaard spele zig g'anniteerd heb bende die Spanjaard den eersten dag niet gevraagd waar zit bescheijden waren, maar wel den tweede dag waarop hy geve g'antwoord had te zin van een verongelukt fransch schip en dat hij de goude horologie en andere goederen meede genomen had toe hij zig van boord begaf. op welke wijze en door wiens zegt dat de knegt van den spanjaard die geleegent hulpe hij aan boord van't particulier schip Josephus heijd op 't schip dat hier ter rheede lag voor de tweede is gekoomen hun . - - 4. 8 hun had gezogt voor welke en wat hy geve, daar voor moeyte hy die man betaald heeft beloofd ofte gegeeven. heeft vier spaansematten en die geleegentheijd hun ge¬ procureerd zynde had dien man hun directelijk van daardoen gaan, en nadat die ma„ hun nog een hangmat en eenige andere goederen bezorgd had had hy geve, aan die man een paar oorelietten daarvoor gegeeven, en voor tobak die dien man hun verkogt betaald eenige spaanse matten. Ab: 6. op wat Conditie zijl: zijn zegt terwyl hy gene, geen aangenoomen geworden hollandsch verstaan kan hoe lang zy aan boord weet hy geve, niet op gebleeven, en aan wien zij wat Conditie zijt: aan boord zijn gegaan ver„ hunne goederen in bewaring mits die timmerman hebben gegeeven dat woord voor hun ge¬ daan had, hebbende dien timmerman hem geve, niets verder gezegd, als wij gaan nu na Europa en ik heb gezegd, dat wij vant' verlooren fransch schip zijn zegt verder aan de secunde van dat schip eenige piesters en Keijsersdaalders, een zilvere horologie, een paar kuijtgespen, eend„o, halsgespen, en eenige paaren zeijde, kousen, gegeeven te hebben, en had hij geve, en zulx gedaan om dat de Timmerman hem zulx ge„ daar „raden had, kruyl het anders zoude kunnen werden terwyl gestoolen,; daar hy geve, en zyn broeder geen plaats had om zulx te bergen zegt zulx uijt geen oorzaak waarom hij geve, van boord gesoven maar uijt vrees afgehaald zijnde alleenig dat zulx uijtkoomen zoude heeft bekend dat hij geve¬ gedagn en daaromtrend geen met hun vier perzonen gehad oogmerk te hebben maar van boord afgekomen gehad. zijn er ze e : 2. zyn terwijl zyt: dog met zeef dat hij de waarheijd reeds bekend had, en hun 6 in de boot en aan wat nog agter gehouden de wal gekoomen zijn. mogte zijn daarom ƒ : b. A trend de waarheyd te zullen wat hem geve, kan beweegen verder zoude advou om nog teegens de waarheijd „eeren te spreeken en dezelve te verbergen off hy dan niet bekennen zal zegt Ia: zulx geweijgert 't zoopje dat den Capitain te hebben te drinken bijt gezigt van de wal en vervolgens nog een heeft gegeeven laten, met buyten zijn broeder zonder dat hij geve„ zijn broeder geweijgerd te ten regten weet te hebben, en en tevreeden en het zeggen wien zulx gramstorig tegens de zoude geweest zijn Capitain geweest te zijn als hebbende daargeen agt op geslagen en dat hij geve, geweijgert heeft onder het zegge wij hebben zulx op de reijs niet gekreegen, wij wille het nu ook niet hebben, en had hij geve, tegens den Capitain en niemand van't schip iets gehad, ende Caritain voor zoo verre hij weet tegens hem geve„ ook niets, vermits hij geven zijn werk verstond. zegt verder, dat hy den nagt wel met zijn broeder gesproken had vermits zijn broeder quaad was, en zeijde dat hij nog zoo ongelukkig niet was geweest dat er op dat schip niet anders als geslagen en gescholden wierd, hij nog zyn broeder gezegd had, gij hebt nog geen reijs gedaan, gij zoud nog somteijds wel iets anders ondervinden, indien gij bij een ander waard, maar had hij geve, niet met zyn broeder gevloekt veel minder gramstorig Vo 9

NL-HaNA_1.04.02_10668_0171 view scan ↗

English

been about that treatment, as he, the prisoner, had struck down his brother. 10. Whether he, the prisoner, did not then hatch the plan with his brother to kill the Captain and the other officers, the said brother having pretended to be sick for that purpose? Answers that on the voyage, long before they sighted the Cape shore, Lionnois had said to him, the prisoner, first to the carpenter and then to him, the prisoner: "I would reveal something to you if I knew that you would not disclose me." To which the prisoner replied: "Well, what is it?" Said Lionnois said: "We must kill the officers." And then, when on Sunday they sighted the shore here, said Lionnois repeated his statements, saying: "Come on, now is the time; we must now carry out our plan." The prisoner replied: "Let us rather leave it and wait until we make an attachment at the Cape." To which Lionnois replied: "There is no Justice at the Cape; we must take Justice into our own hands, for the boatswain is a scoundrel who deserves to live no longer." Then that night, when he, the prisoner, stood at the helm, Lionnois came to him, the prisoner, and said: "Come, go below now, I will remain at the helm in the meantime; go to the carpenter." The prisoner having gone to the carpenter, an agreement was made there as to how the murder would be carried out. The carpenter then opened his toolbox and gave tools from it to the prisoner and the others to carry out the committed murder. Just as the prisoner then went to the half-deck and carried out the murder, in the manner and form as he stated in his first interrogation, only adding that when the Captain came running toward him, he, the prisoner, gave him another blow so that he fell; and also that when all already lay felled, they went around to see who might still be alive, and when they still found someone alive, they gave them as many blows as they thought necessary. The prisoner declares that he saw that Lionnois gave the boatswain's mate a blow, and that the following day Lieutenant Boy embraced him, the prisoner, and begged him to spare his life and to plead for him with Lionnais, since he well knew that this depended on him, Lionnais, as the Chief. 11. Whether he, the prisoner, after being relieved at the helm by Lionnais after midnight, did not go with his brother to the carpenter and the cook to stir them up and persuade them to participate? Answers as before. 12. Whether the carpenter and his brother did not summon the other two, his said brother and the cook, to them? Answers no, but rather that when he, the prisoner, came to the carpenter, he answered him saying: "Friends, let that be; that will never be good." Saying: "Brothers, we shall do that." And then, having deliberated upon it, proceeded to the execution, and that the carpenter was the second, next to Lionnois, as the cause and head of that plot. 13. [Lapsed] 14. Whether, sitting on the chest, they did not further deliberate and firmly decide to kill the officers, and in what manner, and what each person should do? Answers as before, that Lionnais sent him, the prisoner, to the carpenter, and from there also, as aforesaid, the tools were handed out of the carpenter's chest by the carpenter. 15. Whether they, Lionnais being at the helm at that time, were also warned thereof by him, and from where they took the tools? Answers as before. 16. Whether he, the prisoner, furthermore having gone to the half-deck, beyond the watch-holding boatswain, did not also beat to death the Captain who fled thither and the boatswain's mate who came upon them? Answers as before, and that he, the prisoner, did not beat the boatswain's mate to death, and therefore also cannot say who did so, except only that Lionnais dealt a blow to said boatswain's mate. Answers that the mate Boy offered himself, begging that they would spare his life if he pointed out the goods, whereupon they took a candle and he pointed them out, and subsequently went around. 17. Whether he, the prisoner, did not force the mate Boy to point out the best goods in the ship, and whether he, the prisoner, broke open the chests of the chief mate, the principal goods, as he, the prisoner, also opened the chest of the first lieutenant and the other prisoner opened the remaining chests? Answers as recorded on the side. 18. Where the two dozen pairs of silver buckles went, which were in the cabinet containing the side-arms? Answers that when he, the prisoner, along with the other prisoner, found 2 small boxes with watches and the other jewels, they agreed together to leave the other goods as they were, since they had enough and could not carry so much away. Whether he, the said prisoner, will not thus confess to being also one of the principal perpetrators and executors of this murder and of the robbery and destruction of the ship? Answers that, as appears from the answers given at the interrogation, he is nothing but an accessory, and that he indeed opened the chest and took goods out of it, since the deed had already occurred and he could bring about no change therein; and that he was also partly the cause of the destruction of the ship and cargo, but that Lionnois and the carpenter were the first and chief cause of all the aforesaid, and that Lionnois urged and instigated his, the prisoner's, brother to both deeds, since he had been in irons and was discontented over what had occurred; the prisoner supposing that if Lionnais had not been on board, such would never have happened, for his brother is not of a bad disposition.

Dutch transcription

geweest over die behandeling als hebbende hy geve zijn broeder ter neder gesteld. A 10. zegt dat Lionnois op de off hij geve, toen niet met zijn reijse nog lange voor dat broeder 't project gemaakt zijt: de Caabsche wal in't om den Capitain met d' overigen gezigt hadden gekreegen officiers om 't leeven te brengen eerstelyk tot de timmer hebbende des ged: broeder „man en vervolgens aan ten dien eijnde zig als hem geven gezegd had ik zoude uw wel wat ziek aangesteld openbaaren als ik widt dat gij mij niet bekend maakte, den geve, gezegd daarop geantwoord had, wel wat is het aan, gem: Lionnois gezegd had my moeten de officieren om 't leeven brengen, en vervolgens wanneer zyt: des Sondags, de wal alhier int gezigt gekreegen hadden gem: Lionnois nog zyne gezegdens had herhaald met te zegge kom aan nu is 't tijd wy moeten nu ons project ter uijtvoer brengen, de geve, daarop g'antwoord had laten mij liever zulx laten en wagten om aan de Caab ens beslag te doen„ dien Lionnois daarop g'antwoord had. aan de Caab is er geen Iustitie wij moeten de Iustitie zelfs neemen, want de bootsman is een Canailje, die verdiend niet langer in't leeven te blyven, vervolgens nog den nagt wanneer hij geve, bij 't roer stond, by hem geve„ gekoomen was, en gezegt, kom gaa nu maar naa onderen, ik zal zoo lang aan't roer blyven, en gaat maar na de timmerman, den geve, naden Timmerman toegegaan zijnde aldaar was afspraak genoomen hoe of de moord zoude worden ter uyt „voer gebragt, en had den timmerman vervolgens zyn gereedschap kist g'opend, en den geve, en de overige daaruyt de gereedschappen gegeeven, om de gepleegde moord ter uytvoer te brengen, gelyk dan ook den geve, zig op het halve vak heeft le en hid begeeven en ter uytvoer gebragt de moord, zoo en indier voegen als hy by zin eerste verhoor heeft opgegeeven alleenlyk nog byvoegende, dat wanneer den Capitain hem te gemoed vlugtede was gekoomen, hy geve, hem nog een slag gegeeven had, dat hij gevalle was, als meede dat wanneer reeds alle geveld nederlagen, zyt tond gegaan waren, om te zien wie of er nog leeven mogte, en wanneer zi nog iemand leevende vonden als dan nog zoo veel slagen gegeeven hadden, als dagten nodig te hebben, declareerende, de geve, dat hij gezien heeft, dat Lionnois den bootman maat, een slag gegeeven had, en dat de Luytenant Boij des andere daags de gene, omhelst heeft en versogt omdog hem int leeven te laten en Lionais voor hem te bidden dewijl hy wel wist dat zulx van hem Lionnais als de Eerste afhing: zeyt als vooren 12 off niet van den Timmerman zegt neen dat veel meer den en zyn broeder timmerman toen hy geve, aan hem geve ^ is g'antwoord zeg by hem gekoomen was geworden, vrienden last aat de beyde andere zyn ged„e staan dat zal nooijt goed broeder en de kok zy gaan zig geroepen heeft zeggende broeders my zullen dat doen en dan daarover gedelibereerd hebbende tot de uytvoering was overgegaan en dat de timmerman de tweede naast Lionnois de oorzaak en hoofd van dat Complot geweest is Off hy geve, dan niet na middernagt door Lionnais van't voer vervangen zijnde, met zyn broeder na de Timmer man en kok gegaan is om dezelve op te wekken en te perduadeeren om meede te doen M 11. M 13 vervald. off zyt: Lionnais ten dier Regt als vooren dat Lidmais hem geve, na tijd. aan't roer zynde daar den timmerman gesonden ook van hebben gewaar en van daar ook gelijk schouwd, en van waar zyt voorm: de instrumente de Instrumenten hebben uyt de timmermans genoomen kist door de Timmer „man gegeeven geworden te zijn! off hy geve, voorts zig zegt gelyk vooren en dat hy 6 op het halve aek hebbende geve, de bootsmans begeeven buyten den wagt maat niet heeft dood hebbende bootsman niet geslagen dus ook niet ook den daarnatoe vlug zeggen kan wie zulx. tende Capitain en den daarop verrigt heeft als alleen lyk dat Lionnais gem gekoomene bootsmans bootsmans maat een maat, heeft doodgeslagen. slag heeft toegebragt. woord zegt dat de stuurman Boy zig Off hy geve, niet de stuurman zelve heeft g'offereerdende Boy gedwongen heeft de beste het bedde dat zy hem int goederen in't schip aante leeven wilde laten om de weijden en hy gene„de goederen aantetoonen waarop kisten van den opperstuur zyt: een kaars genomen wan heeft Opengebroken en aangeweesen en vervol gens rond gegaan de 15. 14. off zijl: waarop op de kist zittende niet nog verder daar over gedelibereerd en voor vast beslooten hebben de officiers dood te slaan en op welke wyze en wat een ijder doen zoude dier eeven lem ais zulx ƒ mais zij en mmer inde ke man dat goed dat en aa 16 - voornaamste goederen gelijk den gene, ook de kist vanden eersten luytenant en de andere geve, de overige kisten g opend heeft A No: 17. waar de twee dozyn paar zegt dat wanneer hij geve„ zilvere gespen gebleeven beneevens de andere zyn die in de Kast van de gene, 2 kasje met horo„ zeyde geweeren bevindelijk „logies en de overigen waren t kleijnodien hadden gevonden zil: te zamen overeengekoomen waren, de andere goederen maar zoo te laten terwijl zyt: genoeg hadden en zoo veel niet konde weg krijgen off hy gem, dus niet bekennen zeyt dat hy gelyk uyt de antwoorden op 't gedaan zal meede een der P=le au„ verhoor komt te blijken tteurs en uytvoerder van desen niet dan theur is en moord en van de beroving dat hij de kist wel en ondergang van't schip te glopend, en goederen zijn uytgenoomen heeft terwijl het geval reeds daar was, en hy geene verandering daarin konde te weeg brengen, en dat hij ook met de oorzaak is geweest van de onder gang van't schip en Lading, maar dat Lionnois en de timmerman de eerste en hoofdoorzaak van alz voorsz: is geweest en dat Lionnois zijn geve, broeder vermits denselve in de boeyen geseeten had en misnoeyd over het voorgevallene was, tot het een en ander aange zogt en opgestookt, supponeerende de geve, dat indien Lionnais niet aan boord was geweest zulx nimmer zoude voorgevallen zijn want dat zyn broeder geen quaad humeur heeft N 29 18.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0175 view scan ↗

English

states that in so far as he participated both in the one and the other, with premeditation and intent, he confesses here before to be guilty and thus to have made himself deserving of the extreme punishment, and that he cannot express in words the remorse that he, the deponent, feels over it, and would rather have lost both his eyes than to have made himself guilty of that death. Whether, and what he, the deponent, will be able to bring forward in his defense? States that when the proposition was made to him, indeed even when it was about to begin, he would never have thought that such would really be carried into execution, and when the incident began, he believes to have been blinded, for at that moment he does not know what he did, and would not have stretched his hand out to anyone before and until he heard a commotion below, and when it was all already accomplished, as well as now, he still has a heartfelt remorse over what happened, and that he will face the punishment that is to be executed upon him as a righteous punishment, for he understands that no mercy can take place here, but if one wished to show him mercy, he will await such as something to be prayed for. Below was written: Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on the 15 September 1786 before the Messrs. William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute of this together with the deponent and me, the sworn Clerk. Lower: To which I testify. Signed: R. J. v. d. Riet, sworn Clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Anthoni Taliasso, to whom these his juxtaposed interrogatory articles, with the answers given thereto, having been clearly and distinctly read aloud word for word, declared to persist therein, not desiring that anything more should be added thereto or taken therefrom, except only regarding Article 10, that he, the deponent, does not rightly know whether those discourses took place that evening when they got sight of the Cape shore, or indeed on the Coast of Guinea, that he, the deponent, is said to have said, let that be and we will rather make our complaint at the Cape; persisting he, the deponent, further by all that which has been said by him, the deponent, to the charge of Lionnais; and states further that the Englishman knew nothing beforehand of the plan made, and is also innocent of what happened, and further that everything said by him is the pure truth. Below was written: Thus re-examined and answered at Cape of Good Hope on the 26 September 1786, through the interpretation of the assistant C. Gorne. Was signed: Antonio Taljasco. Lower: In my presence. Signed: R. J. v. d. Riet, sworn Clerk. In the margin: As commissioners. Signed: W. F. v. Reede van Oudshoorn, Johannes Smuts. Agrees, Riet, sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Francois Bieltze, who, to the juxtaposed interrogatories, gave such answers as are noted beside each of them. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim, G. Exter, Francois Bieltze of Ghent, prisoner here, the answers to be given by him to be duly noted in the margin hereof. Article 1 The defendant's name, birthplace, and age? States François Bieldze of Ghent, 29 years of age. Article 2 With what ship, in what capacity, and when he, the defendant, landed here? States with the merchant ship La Rozette, belonging to Mr. Renaud, residing at Bordeaux, in the capacity of carpenter and caulker, came ashore in the night between the 14th and 15th of this month. Article 3 With how many crew the said ship was manned, and when sailed, and from where? States was manned with 12 men, namely: the Captain La Borde the Second Auholahan the Mate Boyverte the Boatswain Maillart the Boatswain's Mate, the defendant states the name to be unknown to him and he, the defendant, with 6 common sailors; sailed, to the best of his recollection, in the month of May from Bordeaux. Article 4 Whether during the voyage some disputes and unpleasantnesses did not occur, and whether he, the defendant, did not himself have such? States that, after they had been at sea for about 4 weeks, disputes had already arisen between the Boatswain and Etienne Taljasco; that the Second had joined in, and Etienne Taljasco had threatened the said Second with his hand to strike him; the defendant stating further not to have seen that the said Taljasco picked up a bodkin to stab at the said Second, as has been said, but indeed that further during the entire voyage disputes always arose between this Second, the Boatswain, and said Etienne Taljasco and his brother Anthoine Taljasco; that he himself only once had words with the Captain about the caulking in the ship, and for the rest always lived on good terms with the officers of the ship, as all the ship's crew must testify. Article 5 Whether one or more of them were not put in irons, who, and by whom freed again? States no one but the aforementioned Italian, when he had wanted to strike the Second; that he, the defendant, put him in irons, by order of the Captain, from midday until the next day in the morning.

Dutch transcription

M zegt in zoo verre als hij en zig zoo wel aan't een als t Tmeede gedaan heeft en anderen met goede voorbe hier vooren bekend staat dagt en opzet schuldig en schuldig te zijn en dus ten uytersten Strafwaar Strafte verdiend te dig te hebben gemaakt. hebben en dat hy met geen woorden het berouw kan uijtdrucken dat hy geve, daar over gevoeld en liever zyne beyde oge wilde kwijt zijn als zig aan die dood schuldig gemaakt te hebben. off en wat hy geve, tot zyne Legd dat toe hem de gene„ verschoning zal kunnen de propositie gedaan wierd ja zelfs wanneer bybrengen t het zijn aanvang neemen „zoude nimmer gedagt hadde dat zulx werkelijk zoude werden ten uytvoer gebragt, en toen het geval is begonnen, geloofd verblind geweest te zyn want dat hy op dat ogenblik niet weet wat gedaan heeft, en zyne hand aan niemand zouden uytgestrekt hebben voor en al een hy een gewag onder vernam, en toen 't reeds alles was volbragt zoo wel als nu nog een hartelyk berouw over 't voorgevallene te hebben, en dat hy de straffe die over hem staat uytgevoerd te worden te gemoed zig zal als een regtvaardige Straffe want dat hy begrijpt dat hier geen gratie kan plaats hebben edog indien men hem gratie wilde bewijsen, hy zulx als aan beydelyk zal ver„ wagten. /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de 20. die ƒ 9 goede hoop den 15 Septbr: 1786 voor de Heeren william ferdinand van reede van oudshoorn en Joh„s, Smuts leeden uit den E agtb: raad van Iustitie voorm: die de minute deezes benee„ vens de geven ende mi getud Clercq meede be„ hoorlijk hebben onderteekend. /: Lager:/ 't welk ik getuijge /:geteekend:/ R. J. V. d. Riet gesin. Clercq. Compareerde voor ons onderget: gecommit uyt den E. agtb: raad van Iustitie deezes gouvernements de persoon van Anthoni taliasso dewelke deeze zyne neevensstaa vraag articulen met de daarop gegeevene antwoorden van woorde tot woorden klaar en ruijdelijk voorgeleesen zijnde betuijgde daarby te blyven persisteeren niet begeerende dat 'er iets meer by ofte van gedaan worden zal, als alleen lijk op ark: 10. dat hy geve, niet ten regten weet of die disfourssen voorgeva len zin die avond toen men de Caabsche wal in't gezigt gekreegen heeft aan wel op de Rust van guinée dat hi gene, zoude gezegt hebben, laat zulx staan en my zullen lieven ons beklag aan de Caab doen, persisteerende hy geve, voorts bij al 't geen wat door hen geve, ten lasten van Lionnais is gezegd en zegd voorts dat de Engelschman niets te vooren van't gemaakt project Recollement geweeten heeft, en ook onschuldig aan't voorgevallene te zijn, en voorts al het geen door hem is gezegd de zuijvere waarheijd te zijn. — /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 26. Septbr: 1786. bij vertolking vanden adsistend C: Gorne /:was geteekend:/ Antonio Taljasco /:Lager/ 1 mij praesent /:geteekend:/ R J. V a Riet gesm: Clercq /:in margine:/ als gecommitt„s /:geteekend:/ W: f: V. Reede van oudshoorn Lohs„ Smuts. — Accordeert Riet gem Clereq „ staa hen gd niets L 69 Compareerde voor Articulen gedaan ma ons ondergetekende ken en aan heeren gecom gecommitt uit den mitteerdens uit den E: E: Achtb: Raad van achtb: raade van Justitie Justitie dezes gouver van Justitie overgegeven nements den Perzoon me ter requisitie van van francois Bieltze den Pro interim fiscaal dewelke op de neven G: Exter daarop gehoord staande vraagpoinc o0 te wordenana „ten, zodanige Ant Biltze van Gente gevan ge woorden gegeven heeft als beziden een ijder ne alhier, zullende des derzelver staan aangezelvs te gevene responsiven in margine dezer behoorlijk „tekend worden genoteerd Aerts Zegt François Bield, des ged: naam, geboorte „ze van gent oud 29 Plaats en ouderdom Jaaren met wat Schip, en wat zegt met het koop mansschip La qualiteyt en wanneer Rozette, toebehoo„ hij ged: alhier is aange „rende Mr Renaud land! „woonagtig te Bour„ deaux qualiteit timmer „man en Calfater, aan de wal gekomen in de nacht tusschen den 14 en 15 dezer zegt bemand geweest Met hoe veel volk gem: met 12 man, nament Schip bemant is geweest en wanneer uitgezeild en „lijk. de Captn La Borde van waar de Seconde Auholahan De Stuurman Boy verte de de Bootsman Maillart Ame de Bootsmansmaat zegt de ged: den naam hem onbekend te zin En hij ged: met 6 gemeenen uitgezeild, na zijn best onthouden in de maand Mey van Bourdeaux. Cert 4 zegt dat, na dat zy Cer: of geduurende de reijze ca 4 weeken in Zee niet eenige verschillen en zin geweest, reeds ver onaangenaamhedens zin schillen zin gereezen, voorgevallen en of hij ged tusschen den Boots niet zelve diergelyke ge „man, en Etienne Taljasco, had heeft dat de Seconde zig daarbij had geooigd, en Etieune Paljasco met de hand naar gem: se„ „conde had gedreigd, om denzelven te Slaan: zeggen „de hij gel: voorts niet gezien te hebben, dat gem Palfasco een Priem heeft opgenomen, om naar den zelven Seconde, gelijk gezegd is, te steeken, doch wel dat wijders geduurende de geheele vers altoos tusschen dezen Seconde, den Bootsman, en gem: Etienne Paljasco en zijn broeder Anthoine Taljasco disputen zijn gereezen. dat hij zelve maar eens woorden met den Capitein heeft gehad over het Calfateren in het Schip, en voor het overige altoos wel geleefd heeft met de officieren van het schip gelyk al het Scheepsvolk moet getuigen zegt niemand als voorm: of niet een of meerder Italiaan, toen hij de van hunl: zijn geboeid Seconde had willen geworden, wie, en door wien slaan; dat hij ged: wederom bevrijd hem heeft geboeijd gezet, op ordre van den Capiteijn van 'Smiddags tot 'S anderen daags 'S morgens

NL-HaNA_1.04.02_10668_0181 view scan ↗

English

In the morning, when he released him again on the order of the Captain. States further that the Englishman Thoma, having had a quarrel with the boatswain and being about to be punished for it, the Captain threatened him with the sword and loaded the pistols, saying that he would stab or shoot to death the first person who would oppose him again. States the Sunday before, or the 13th of this month. Article 6. Whether he did not then agree with several persons of the crew to run away with the ship and make themselves masters of it. States that they were not of that intention, but that the boatswain had agreed with them to make a complaint against the Captain to the Fiscal upon arriving at the Cape, which having come to the ears of the Captain, he had resolved to sail past the Cape, all the more because he, the deponent, having previously sailed with the Honorable Company, had said that he would try to sail with them again. Whether they did not carry this out on the very same evening by murdering the Captain, Second, and mate, two petty officers, and a boy. States that Lionnoes came to him in the evening between 10 and 11 o'clock while he was lying in his hammock, and told him that they (the Italians) intended to do it, and that he, the witness, had to get up, just as he did get up. On what day and time they caught sight of the Cape shore. and went to the front, and at that time saw the boatswain in the back and the mate Boij in the front, whereupon, having relieved himself, he went back to his hammock. That thereupon Antoine Saljasce came to him, the deponent, and told him that they intended to beat everyone to death, and that if he, the deponent, together with the cook (who was also lying in the hammock), wanted to save their lives, they had to beat the mate to death. Article 9. What instrument or weapon he, the deponent, employed for this purpose, and upon whom he laid his hand. States: Having used an axe; that the cook had a hammer, and Antoine Saljasco an adze, and the others all axes; that he and the cook went to the first mate's cabin, and as far as he knows beat him, the Second, to death while he was sleeping. Etienne Taljasco having previously struck the Captain a blow with an axe, and thus pursued him standing until he beat him to death on top of the half-deck. While the other, Antoine Paljasco, beat the boatswain to death, and both Italians also killed the boatswain's mate, who came upon them at that moment. States further that Lieutenant Boij, having declared that he would join them, consequently also murdered the boy and threw him overboard, without him, the deponent, knowing with what instrument this was done, the said Lieutenant having called the same boy up and told him that no harm would be done to him. He, the deponent, further declares that Lieutenant Boi was thrown overboard alive the following afternoon by the Englishman Thoma and the Sionnoes, for fear that he might betray them, they having given him, the Lieutenant, time since morning to prepare himself for death. Just as they did not trust him, the deponent, either, he, the deponent, stating that it was a piece of luck for him that he still made it ashore. Upon re-examination, he states further that he did not see whether Etienne actually beat the Captain to death, but that they told him they had done so, as they had to die one way or another anyway, and if he wanted to save his life, he had to join in; states further that all six of them assisted in this. Article 10. Who of them gave cause for this, and with how many persons did they do this. States that the two brothers Etienne and Antoine Saljasco are the ones who did this. Article 11. Whether they did not furthermore throw the dead bodies overboard, and who was helpful therein. States that in the early morning they helped each other to throw all the bodies overboard. Whether he, the deponent, then did not open some chests with his mates, and took from them the money and other valuables found therein. States that he and his mates opened the Captain's chest, and took from it one Louis d'or together with some small change, and about 12 pairs of silk stockings, with his gold watch and silver buckles that he had with him, which they divided among themselves, and he, the deponent, received as his share: 1 pair of buckles and a gold watch; that Antoine Taljasco, having opened the first mate's chest, took from it according to his best recollection: 4 gold watches some ditto chains and jewelry about 60 Spanish dollars taken away at present. 1 gold watch 1 chain and some jewelry 22 to 23 Spanish dollars declaring that he also broke open a small basket of liqueurs and a case of red wine, of which they drank among themselves, and also took some jackets and trousers for their own use together with a dozen or so pairs of silk stockings as mentioned above, and nothing else. Article 13. What he, the deponent, took for his own person, and what the others took for themselves. States as above. Article 14. Whether they, having done this, did not launch the boat and thus go to shore together. States that the two Italians ordered him, the deponent, to chop a hole in the ship to make it sink, and while he was busy doing so, they meanwhile put the boat overboard, and he, seeing that they were ready to push off with the boat, abandoned his work, went up, and dropped himself from the ship into the boat with a jump, which makes him suspect that they intended to let him perish with the ship; upon re-examination, he says he was at least afraid of that.

Dutch transcription

'S morgens, wanneer hy hem weder op ordre van den Capittein heeft losgelaaten. Zegt voorts dat de Engelschman Thoma met den bootsman quaesti hebbende gehad, en daarover zullende gestraft wor den, den Captn hem met den degen gedreigd, en de Pistoolen gelaaden heeft zeggende: dat hij de eers „te die zich weder opponeeren zoude, dood zoude Steeken of Schieten. zegt Zondags te vooren of den 13 dezer zigt datze niet van die of hy gee toen niet met intentie zijn geweest, meerdere Perzoonen van 't maar dat de Boots volk is eens geworden 't man met hunl: had schip afteloopen, en zig afgesproken, om den meester daarvan te maken Capitein aan de Caap komende, aan den fiscaal aanteklagen, 't welk den Captn ter ooren zijnde gekomen, gerezolveerd had om de Caap voorbij te zeilen, te meer, om dat hij ged: bevoorens reeds bi de E: Compe gevaaren heb„ bende, gezegd had, weder te zullen zoeken daarbij te waren. Of zijl: zulx niet op de zegt dat Lionnoes des avonds tusschen zelve avond uitgevoerd 10 en 11 uur by hem hebben met 't vermoorden terwijl hij in zijn hang van den Capt„n Seconde mat lag, was gekomen en hem gezegd had: dat en stuurman twee onder zij (dt Italiaanders) officiers en een Jongen" iek van Zints waren, en dat hij get. opstaan moest, gelijk hij opgestaan Op wat dag en tijd zijlied de Caabse wal in 't gezigt hebben gekregen Art6. 1s nd 1 is, en zich naa voorin begeeven heeft, en als toen den bootsman achteruit en den stuurman Boij vooruit gezien heeft, als wanneer hy zyn nood zakelijkheden verricht hebbende, wederom naar zijn hangmatis gegaan. dat daarop Antoine Saljasce, by hem ged. is gekomen, en hem gezegd heeft, dat zij van zints waren alles dood te slaan, en dat indien hij ged: benevens de kok (die ook in de hangmat lag/ hun leven wilden behouden zij den stuurman moesten dood slaan. Legt: Een bijl te hebben, wat Instrument of geweer gebruikt, dat de kok hij gu: daartoe heeft ge een hamer heeft ge Employeert en aan wien „had, en Antoine sal hy zin hand gelegd heeft „jasco een dissel, en de overige alle bijlen, dat hy met de kok zich heeft begeeven naar den opper stuurmans kamer, en gelyk hy niet beter weet hem Seconde terwil hij sliep heeft doodgeslagen. hebbende van te voren Etienne Taljasco den Captn met een bijl een slag gegeven, en hem dus staande vervolgt, tot dat hij hem, boven op het halfdek heeft. doodgeslagen. terwijl de andere Aentoine Paljasco den bootsman heeft dood geslagen en zy beide Italiaanen/ den bootsmansmaat, die daarop toe is gekomen, ook hebben omgebragt zegt voorts dat de Lt Boijzich gedeclareerd hebbende, om met hun mede te zullen doen, gevolglijk ook den Jongen heeft vermoord, en denzelven over boord geworpen zonder dat hij ged: weet met welk Instrument zulx is geschied, hebbende gem: L denzelven Jongen, naar boven geroepen, en hem gezegd, dat men hem niets zoude doen. declareerende hij ged: wijders, dat de L Boi, des andere middags Art 9 door 6 door den Engelsman Thoma en de Sionnoes levendig was overboord geworpen, uit vreeze dat hij hun verraden mogt, hebbende zijl: hem Luijt van 'Suchtends af tyd gegeven, om zigh tot den dood te bereiden. gelik zij hem ged: ook niet vertrouwd hebben, zeggende hij ged: het een geluk voor hem te zijn dat hij noch aan de wal gekomen regt nader bij Recollement niet te hebben gezien of Etienne den Capit eigentlijk dood geslagen heeft hem zeiden dat zij zulx verrigt hebben ? doen zouden, wyl zy toch op de eene of andere wyze moesten sterven, en by aldien hij zijn leven wilde behouden hij mede moest doen; zegt voorts dat zij alle zes ged: daarbij hebben geadsisteerd. jasco die geene zijn, die hoe veele perzoonen zij dit zegt dat zij in den vroegen morgen elkander gehol pen hadden om de lijken alle over boord te werpen zaam is geweest 't Legt dat hij met zyne maats de kist van den Captn geopend, en „ten, 1 paar gespen en Een goud Horologie, dat An toine Taljasco de kist van den opperstuurman geopend hebbende, daar uit naar zijn best onshouden genomen heeft 4 goude Horologies eenige do kettingen en Cieraden. ben: 60 Spaansche mat heedens weggenomen! of hij ged: dan niet met zijne maats, eenige kisten heeft geopend, en 't daar in bevinde daaruit genoomen heb lijke geld, en andere Kostbaar of zijl: niet voorts de doode ligchaam en overboord hebben gegooit, en wie daarby behulp Esienne en Antoine Sal aanleyding gegeven en met zegt dat de 2 gebroeders Wie van hunt: hier toe heeft Art 1o C„ is. — ƒ 11. 2 Een Louis d'or benevens eenig klein geld, en om trend 12 paaren zyde koussen, met deszelvs by zich hebbende goude horologie en zilvere gespen, het geen zy te zamen onder zig gedeeld hebben, en hy ged: tot zijn aandeel gekregen heeft 1 goude horologie 1 ketting en eenige Curaaden 22 a 23 Spaansche matten declareerende hy leevens, Een mandjen met Cigueus en een kelder met rode wijn opengebroken te heb ben waar van zij onder elkanderen gedronken hebben mitsgs ook eenige baatjes en broeken tot hun eigen gebruik benevens een paar of 12 zijde koussen als bovengem: te hebben mede genomen, verders niets. Legt als voren wat hij ged: voor zijn per zoon heeft genoomen, en wat de overige hebben na zig getrokken Art 13. zigt dat de beide Itali„ of zijl: dit gedaan hebbende „tiaaren hem ged: gelast de Schuit niet uit gezet hebbende, om een gat in het hebben en zo mede naar de schip te kappen, om het wal gegaan zin zelve te doen zinken, en hij daarmede bezig zijnde, zil: de Schuit intusschen buiten boord gezet hebben, en hij gezien hebbende dat zij klaar waren om met de Schuit aftesteeken, hij zyn werk in de steek gelaaten, zich naar boven begeeven, en zich met een Prong van boord in de Schuit heeft laten vallen, het geen hem doet vermoeden dat zij van zints waren Om hem met het schip te laten vergaan: bij Recollement zegt hij ten minsten daar voor bang te zyn geweest. ƒ verte 14

NL-HaNA_1.04.02_10668_0185 view scan ↗

English

Article 15. At what time and at what place they came ashore. States that they went overboard in the night between the 14th and the 15th of this month, the clock being according to his best recollection between 10 and 12 o'clock, and that same night they also reached the shore, and that concerning the place he can say nothing other than that they came ashore on a sandy place directly opposite the ship they had abandoned, which they still saw the following morning. Whether they stayed together or separated immediately. States until the next morning, but that they then separated, whereupon Thomageer and Michiel went to one side and he, the interrogated party, together with the 2 Italians went to another side. That he, the interrogated party, also only stayed with his comrades until the evening, when he went to Hout Bay, and subsequently directly to the Cape. What could have moved the interrogated party to such an inhumane existence and dreadful act. States he had no reason for it, nor ever had it in his mind to perpetrate such a dreadful act, but that as has been said he was forced to do so, and he indeed had to do it, because no other means remained for him to save his own life. Underneath stood: Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 30 August 1786 before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who properly co-signed the minutes hereof together with the interrogated party and me, the Secretary. Lower: which I testify. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned person of François Dieltze, to whom these preceding interrogatories, with his responses given thereto, being clearly and distinctly read aloud word for word, testified to persist therein, only desiring to add further that threats were never made to him that they would murder him too, because from the beginning, that is 4 to 5 weeks before the murder was perpetrated, he was of the same sentiment with the others; not wishing that anything further shall be added to or removed from it. Underneath stood: Thus done and re-examined at Cabo de Goede Hoop on 25 September 1786. Was signed: Francies Ros. Lower: in my presence. And signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners. And signed: W. F. V. Reede van Oudtshoorn and Joh.s Smuts. Agrees. Letter A No. 7. Further articles to be drafted and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter, of Franco Schult named Gent, prisoner here, whose responses to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government aforesaid, Francies Dieltze, who to the further questions put to him answered as stated alongside. Article 1. Whether he, the interrogated party, did not also call himself François Ros and was known under that name among the ship's crew, and which is his real name. States that François Ros is his own name, but that he had to give himself another name in order to be accepted as a non-commissioned officer through that means, because no one is accepted into service who is not known beforehand to have served, and that the Captain himself gave that name to him, the interrogated party, for the reasons aforesaid. Article 2. What reasons moved him, the interrogated party, to give himself another name. States as before. Article 3. Whether he, the interrogated party, has not been here before at the Cape and also in the service of the Honorable Company. States to have been here three times, namely twice with the lugger ship the Swalua and once with the ship Alblasserdam, and to have stayed here in the hospital on account of illness, and subsequently was assigned to the master carpenter of the new hospital, from where he then deserted on the French ship Larchiduc. What could have moved him, the interrogated party, to leave his service and desert from here. States to have had no reason for it. Article 4. When he, the interrogated party, found his two comrades, the Italians, whom he left while going from the beach to the Cape, again, and where. States that the second day he arrived here at the Cape, in the taproom named the Prince, the servant of Claas, commonly called the Spaniard, came to him and said to him that his two comrades were at his home, and he, the interrogated party, then went to his comrades, whom he had found upstairs in the house; but he, the interrogated party, had not dared to stay with them for long as he was afraid that he would be discovered, and he, the interrogated party, subsequently went from there directly back to his lodgings. Whether they did not agree together and he, the interrogated party, being known here, said to both the others. States no, that they never spoke anything about that with each other.

Dutch transcription

Art15. hoe laat en aan wat plaats zegt dat zy in den nacht zijl aan land zin gekomen! van den 14 op den 15 dezer de klokke na zijn best onthouden) tusschen 10 en 12 uuren van boord zyn gegaan, en die zelve nacht ook aan de wal zijn gekomen en dat ten belange van de plaats niets anders kan zeggen, dan dat zij te land zyn geko „men, op eene zandige plaats recht tegen over het door hun verlatene Schip 't welk zij des andere daags uchtends noch gezien hebben. of zijl: te zamen zijn gebleeven zegt tot 's anderen daags rechtends maar dat ofte zich dadelijk gesepareerd zij zich toen gesepareerd hebben! hebben wanneer Thoma„ geer en Michiel naar de eene kant en hy ged benevens de 2 Italiaanders naar een anderen kant zijn gegaan. — dat hij ged: ook maar tot den avond bij zijne makkers is gebleeven, wanneer hij zich naar de houtbaaij, en vervolgens direct naar de Caap heeft begeeven. te hebben om zo een gruwe„ nen beweegen! „lijk feijt te perpeetreeren, maar dat er als gezegd is, toe gedwongen is geworden, en ehy zulx wel heeft moeten doen, wijl hem geen ander middel overschoot, om zyn eigen leven te redden. /:Onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 30 Aug„s gehad, ook nooijt menschelijk bestaan en in zijn gedagte gehad gruwelijke daad heeft kun Ligt: geene reden daartoe wat hem gev: tot een zo on 1786 6. 1 1786 voor de heeren William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn en Johannes Smuts leeden uit den E Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens den ged: en mi Secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend /:lager :/ 't welk ik getuijge /:was getekend:/ C: van Herssen Secretaris Recollement. Compareerde voor ons ondergetekende ge „committeerdens uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes gouvernements de voorn: Perzoon van François Dieltze, den welken deze voorenstaande vraagpoincten, met zijne daarop gegevene responsiva van woorde tot woorde klaar en duidelijk zijnde voorgeleezen, betuigde daar bij te blijven Persisteeren, alleen begerende daar noch bijgevoegd te worden, dat hem nimmer dreigementen zijn gedaan om hem mede te zullen vermoorden, want dat hij van 't begin af, dat is 4 à 5 weeken voor de geperpe treerde moord van 't zelve Sentiment is geweest met de anderen. — niet willende dat er wijders ietwes bij ofte van gedaan worden zal /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 25 Septr 1786 /:was getekend:/ francies Ros /:lager:/ mij Prasent. /:en gete kend C: van Aerssen Secret: /:in margine:/ als gecommitt /: en getekend:/ W: F: V: Reede van Oudtshoorn en Joh„s Smits Accordeert. Rien gem Cleren L„a 7. Compareerde voor e Nadere articulen ge„ ons ondergetekende „d aan maken en aan Hee gecommitt„s uit den ren gecommitteerdens uit E: Achtb: raad van den E: Achtb: raad van Justitie dezes gouverne Justitie des Casteels de ments voorm:t francies goede hoop overgegeven Bieltze dewelke op de omnie daar op ter requisitie nadere aan hem geda van den Pro- interim fis ne vragen zodanig caal Gabriel Exter gehoord geantwoord heeft te worden Franco Bchult als bezijden aangeze van gent gevangene alhier zullende deszelvs kind Staat te gevene responsiven in margine dezer behoorlijk worden bekend gesteld. Art 1. zegt dat françois hij ged: zig ook niet af slos zijn eigen naam françois Ros heeft is maar dat hij zig genoemd en onder dien een ander naam heeft naam by het scheepsvolk gegeven moeten, om door dien weg als onderof bekend is geweest, welke ficier te kunnen werden zijn regte naam is aangenomen wijl nu mand in dienst aangenomen word die niet van te vooren bekend staan gedient te hebben en dat den Capitein die naam hem ged: zelve om redenen voorsz: heeft gegeven Legt als vooren zegt drie maal hier of hy ged: niet meer wat redenen hem ged: ge moveert hebben, om zig een anderen naam te geven geweest hier 3. geweest te zijn als twee hier aan de Caab en ook maal met het Logger in 's E: Comp dienst is scheepje de Swalua geweest! en eens met het schip alblasserdam, en alhier in 't hospitaal mits indispositie verbleeven te zijn en vervolgens bij den baas timmerman van 't nieuw hospitaal bescheiden geraakt waarvan daan hy dan opgedrost is op 't fransch Schip Larckiduc. zegt geen reden daar toe gehad te hebben wanneer hy ged: zijne zegt dat hi de tweede dag alhier aan de Caab ge beijde maats d' Stali¬ koomen is, in de Schag aanen die hij van het gery gent de Prins en Strand naar de Caab dat des anderen daags gaande verlaten, heeft we de knegt van Claas, de Spanjaart in de wande derom gevonden en waar „ling genaamd bij hem ge komen is, en aan hem gezegd dat zijne twee maats by hem te huis waren, en had hy ged als toen zig na zine maats begeven, die hy boven in 't huis gevonden had„ dog had hij ged: zig niet lang bi hun durven ophou „den vermits hij bevreest was dat hij zoude ontdekt worden en had hij ged: vervolgens zig direct van daar weder na zijn logement begeeven, zegt neen dat zijl: nooit of zijl: niet te zamen iets daarover met afgesproken en hij ged. elkanderen gesproken alhier bekend zynde aan de beide andere gezeijd hebben wat hem ged: heeft kun „nen beweegen zijn dienst te verlaaten en van hier weg te drossen. Art 4 heeft zegd de klipe ^meede

NL-HaNA_1.04.02_10668_0189 view scan ↗

English

States, as to article 9, that he, the defendant, had stayed at the inn de Prins, which is inhabited by one Christiaan, and that he had remained there for five days, namely from Wednesday morning until Monday afternoon. To the question how long and with whom he, the defendant, had stayed here. States that he, the defendant, had told that innkeeper that he was from a ship that had been wrecked, and that he had taken those goods he had with him from that ship, and that they had opened the chests and taken those goods out of them. He further states having told that man that they were from the ship that was stuck on the rocks behind the False Bay, and that they had then left that ship, taking along the aforesaid goods. To the question whether he, the defendant, made it known that he was from the wrecked French ship, or for whom he gave himself out to be. Article 9. States that he, the defendant, paid that man for what he had consumed, and subsequently traded with that man a gold watch with a chain for a silver watch, without receiving anything paid out for it, as well as that he, the defendant, had given into safekeeping to that man three gold ear pendants, two ditto rings, one ditto signet, and some ditto charms, his, the defendant's, cash money which he had brought with him having been spent. He further states that he, the defendant, had also presented a pair of gold ear pendants to the wife of that innkeeper. To the question whether he did not give some goods into safekeeping to the said innkeeper, and what such consisted of. Article 10. States that he did not sell or trade anything other than what has been mentioned here before. To the question whether he, the defendant, also sold or traded one thing or another, and what he received for it. Article 11. States that that man asked him, the defendant, about this, and that he answered that innkeeper that he had taken it from the mate's chest, which had been chopped open with an axe. To the question whether he, the defendant, was not asked, or made known, where and in what manner he obtained these goods. Article 13. States that while he, the defendant, had gone to the washing place, that innkeeper, when he, the defendant, came home, told him, the defendant, that he had been to Captain de La of the ship Josephus the Second, and that he would take them along; and when the defendant said that he was afraid of being sent back, that innkeeper told him, the defendant: you need not be afraid, I told him that you are free people and the Captain will take you along if you are not in the service of the Company. To the question whether he, the defendant, did not get aboard the private ship Josephus through the help of the aforesaid innkeeper, he having given them out to be free people who lodged with him and could go wherever they pleased. To the question what he promised or gave to the said innkeeper for his trouble. States: as to article 9. Article 14. States that he, the defendant, was aboard the said ship from Monday to Saturday, and was not engaged under any terms other than that they would perform ship's duty solely for their board. To the question how long they were aboard the said ship and on what condition they were taken on there. Article 16. States: Yes, that he, the defendant, gave his silver watch and the other persons gave their goods to the mate, he, the defendant, having requested that mate to write a letter to the innkeeper to send the goods held in safekeeping on board, which, however, were not sent. To the question whether they gave goods into safekeeping to the first mate, what, and why. Article 18. States having said so out of fear that they would find out about the committed act and thus to conceal the truth, they having agreed upon it together in such manner, and that none of them would say to the others that he, the deponent, had been present. To the question why he, the defendant, having been taken off the ship, only confessed that they had saved themselves with only their four persons, whereas they were nevertheless with six in the boat together until the next day. States that regarding that matter he indeed concealed the truth, yet concerning what he said in the first interrogation, it is the truth, and as concealed as he will be able to answer before God. To the question whether he, the defendant, must not confess to have lied in the rest as well as herein, and to have concealed the truth. Article 18. States that he was good friends with all the persons on the ship, and that he was seldom with the Italians because he, the defendant, stayed forward in the ship and the Italians lodged aft in the ship; states further having been especially good friends with the cook because he was his countryman, and with the Englishman because he had already made a voyage with him from here to Europe, and that the Englishman had done various things for him; declaring further to know nothing of any intention to kill anyone, but rather that the boatswain with the other defendants said that upon their arrival at the Cape they would go complain about the Captain to the fiscal. To the question whether he must not confess, then, to have always been good friends beforehand with the two Italians and the Lionnois, and to have agreed that they would kill all. States that such is untrue, and that Antoine Saljasco having been at the front, he found only Lieutenant Boij before him when he, the defendant, was awakened by Lionnois; that beforehand such also did not happen, and that the Italians may well say so, because they said to each other that if one revealed such they would all have to die together; he, the defendant, assuring that if it were so, he would certainly confess it, since he, the defendant, well knows that he must die anyway; he, the defendant, subsequently knowing nothing else than that they heard that the Captain would not make the Cape.

Dutch transcription

Legt als op artC:k in Hoe lang en bij wien hy de herberg de Prins ged: zig alhier heeft gelogeert te zijn geweest opgehouden die door eene Christiaan bewoond word en aldaar vijf dagen verbleeven te zijn te weeten van woensdag 'S morgens tot maandag middag zegt dat hij ged: gezegd of hij ged: bekend heeft had aan die herbergier gemaakt dat hij van 't dat hij van een Schip verongelukte frans schip was dat verongelukt is was of voor wien hij zig en dat hij die goederen die hij bij zig had van heeft uitgegeven dat Schip had mede ge nomen en dat zijl: de kisten geopend en die goederen daaruit genomen hadden. zegd nader; aan dien man gezegd te hebben dat zyl: van het schip waren dat achter de baaij fals op de klippen vast zat en dat zij als toen van dat schip waren gegaan met meede neeming van voorsz goederen 9 zegt dat hy ged: aan die man betaald heeft of hij niet eenige goede wat hij verteerd had en ren aan Gem Hirbergier vervolgens met die man heeft in bewaring gegeven een goud horologie met en waarin zulke zyn bestaan een ketting tegen een zil ver horologie vervuild heeft zonder iets daarvoor uitgekeerd te krygen als mede had hij ged: aan die man en bewaring ge geven drie goude Orlietten, twee d:o ringen een do Signet en eenige d' berlocken zijnde zijn ged: Con „tante geld, dat hi meede gebragt had verteerd. zegt verder dat hij ged: nog aan de vrouw van die herbergier, een paar goude oorlieffen had praesent gedaan. Art 1. heeft waar en by wien zy zig addresseeren moesten Cent: 10 n „1 Artse zegt dat hy niet ver of hy ged: ook het een kogt of vervuuld of het ander verkogt heeft heeft als het geen hier ofte verruild wat hij daar vooren is gemeld. voor heeft ontvangen! zegt dat die man zulx aan of hij gee. niet is gevraagd, hem get: gevraagd geworden of te kennen heeft heeft en dat hij aan die gegeeven waar en op hoe herbergier daarop ge„ danige wijze hij deze goe antwoord heeft dat „deren is magtig geworden. hij zulx uit de Stuur„ mans kist genomen had die met een bijl open gehakt is geworden 2 of hij ged: niet door sulpe zegt terwijl hij ged: na de was plaats gegaan was van' voorsz: herbergier die herbergier wanneer aan boord van 't parti hij gee thuis kwam culier Schip Josephus tot hem ged: gezeid had dat hij bij de Capitein de La is gekomen hebbende hij van 't schip Josephus hunl: voor vrije lieden uitgegeven dewelke by de tweede geweest was en dat die heul zoude hem logeerden en gaan mede nemen en wanneer kunnen waar zy willen. de ged. gezeid had dat hy bevreest was van te rug te zullen gezonden worden die herbergier aan hem ged: gezegd had gij behoeft niet bang te zijn, ik heb gezegt dat gij vrije lieden zijt en de Capitein zal u mede neemen als gy niet in dienst van de Comp zijt als op artc: 9 wat hij aan gem: herber gier voor zyne moeijte beloofd of gegeven heeft. artl: 14 11 13 Art 14 Legt dat hij ged: van hoe lang zijl: aan boord maandag tot La van gem: schip zijn ge „terdag daar aan boord weest en op welke Con van gem Schip is geweest ditie zij aldaar zyn aan en niet g'engageert te zijn als alleenlijk dat genoomen geworden Ziyl: voor de Kost scheeps dienst zouden doen zegt Ja: dat hij ged: zijn Zilvere horologie en de andere Perzoonen hunne goederen aan de Stuurman gegeven heb „ben hebbende hij ged, die stuurman verzogt om een brief aan de herbergier te schryven om de in bewaring hebbende goederen aan boord te stuuren, die egter dog niet gezonden zijn geworden Ligt zulx gezegt te heb waarom hij ged: van „ben int vrees dat boord afgehaald zijnde men agter het gepleegde alleenig heeft bekend dat feijt zoude komen en dus zijl zig met hun 4 Per„ de waarheid te verborgen hebbende zyl: het dusda zoonen maar gesauveerd „nig te zamen afgespro hadden terwijl zij dog met „ken, en dat geen van hun zes in de booten tot de andere zeggen zoude 's anderen daags te zamen dat hij get. daarbi waren zoude zyn geweest zegt wel daar ontrend de waarheid verhoolen te hebben dog omtrend de waarheid is, e zoo verborgen als hij bij God verantwoor den zal kunnen Of hy gee. niet bekennen moet in 't overige zoo het eerste verpoorge wel als hier in geloogen, zegt te hebben zo als en de waarheid te hebben 16 Of zij met hunne goederen aan den eersten Stuur man hebben in bewaring gegeven wat en waarom. art: 18 /. ƒ ƒ Art: 18. Legt dat hij met alle o hij dan niet bekennen de Perzoonen op 't moet van te voren net Schip goede vrienden is geweest en dat hy wes de beide Italiaanen en nig bij de Italiaanen ge den Lionnois altoos als weest is vermits hij gee goede vrienden te zijn ge voor in 't schip en de weest en afgesroken te Italiaanen agter in't hebben dat alle zoude schip logeerden, zegt doodslaan verder alleenlijk niet de kok goede vrienden geweest te zijn vermits hij zijn landsman was, en met de Engelsman terwijl met die reeds een rers gedaan had, van hier naa Europa, en dat die En gelsman het een en ander voor hem gedaan had, declareerende verder van geen voorneemen iets te weten om iemand dood te slaan, maar wel dat de bootsman met de andere ged: gezegd hebben van de Capitein bij hunne komst aan de Caab bij de fiscaal te zullen gaan verklagen zegt dat zulx onwaar of hy ged: niet by Antoi„ heid is, en dat Antoine „ne Saljasco vooruit in 't Saljasco aan 't voer ge Schip zijnde, gekomen is en weest zijnde hij de luijte nant Boij alleen voor hem toegevoegd heeft komt uit had gevonden toe laat ons ze alle voor de hij ged: door Lionnois Kop slaan! opgewekt was geworden dat van te vooren zulx ook niet gescheid is, en dat de Italiaang zulx wel zeggen kunnen, dewil zij teogen elk anderen gezegd hebben, indien er een zulx uitbragt al te zamen dan sterven moesten verzekerende hij ged: indien 'twas hij 't zeker bekennen zouden vermits hij ged: wel weet dat hij dog sterven moete weezende hij ged: vervolgens niets anders als dat zijl: gehoord hebben dat de Capitein de Caab niet zoude 9

NL-HaNA_1.04.02_10668_0193 view scan ↗

English

would attack them, they had said among themselves, and even the boatswain's mate said, that they were lost or done for. Says that this is also an untruth, and the aforementioned Etienne Taljasco would not dare maintain such to the defendant to his face, he the defendant indeed having been afraid of them on board, but now no longer. To Etienne Taljasco: we shall beat them to death before they kill us. Says he did not dare speak of it, because he, the defendant, was not sure whether such was the truth, and what the matter really was, and had also been afraid of being branded a liar. If not, why the defendant did not warn the captain on watch or afterwards the boatswain that something was going on, instead of going back to the bunk. Explains further that Lionnois only said, the Italians are up to something, and having gone above and having noticed nothing, he, the defendant, had then gone back to his bunk. Says that the witness had gone back to the bunk for that reason, because the witness could not perceive at all what those Italians had in mind, and that no party had been formed, and the defendant had known nothing of the murder beforehand until right at the execution of it. Whether such does not sufficiently prove that he, the defendant, was also of the party, and it was not yet time for the execution when he got up the first time. Article 20. Article 23. [illegible] Article 23. States that he knows nothing more of the cook than that he was woken up at the same time as him, the defendant, as he was lying next to him. Whether besides Lionnois and the two Italians, the cook also had knowledge of it, and who else knew of the project. States that he does not know this, because he, the defendant, had pursued the mate and thus does not know what the cook, whom he did not see again, did, and first found him aft with a hammer in hand. Whether the cook did not also beat the captain to death with a hammer and help to beat him to death, and was one of the perpetrators. Says that Lionnois had seized the mate Boij by the chest, saying that no Frenchman who was an officer should remain on board; after the said Boij had pleaded for his life, saying I have done you no harm, I was also driven forward, thus treated as you were; and subsequently that afternoon the said Boij, out of fear that he would betray the defendant and his accomplices, was thrown overboard, having been assisted therein by Lionnois, the Englishman, as far as he, the defendant, knows, because he did not stand by the throwing overboard. Whether the defendant did not see that Lionnois, after the aforementioned Boij had beaten the boy to death, gave him a blow with the axe, saying that he must also die, because he was just such a rogue as the others. Says he did not see such, and that Lionnois had given a pistol to the Englishman to shoot the mate to death, which was refused by the same. 24. 26. [illegible] Article 27. The defendant states he did not see such, but did hear that he supposedly put letters on him. Whether the defendant then did not see that the mate put some papers on him. 16. 27. Says that he, the defendant, had no intention to murder or to steal, but that afterwards, when the murder had already occurred, he had thought that it would be better to have something in the pocket than nothing, and had therefore stolen. What then was their actual intention and the objective therein, whether it did not consist of being able to seize the most important things and enrich themselves, as they actually made themselves masters thereof. Says that it might indeed have been possible to save the ship and crew if he had been able to reason such and had known beforehand that such things were going to be done, and that he, the defendant, had become so confused that he had no time to think of anything. Whether the defendant must not confess to having been in a position, through the discovery of the plot and the necessary assistance to the captain, to save the crew and the ship. Says now that Etienne and Antoine Taljasco, after the latter was relieved of the helm by Lionnois, had come to him, the defendant, and the cook, and that those two Italians, after they woke them up, had proposed to him, the defendant, and the cook to commit the manslaughter, whereupon he, the defendant, had answered in his French, friends, leave that alone, it will never go well, and finally, after they had sat together on the chest for a good quarter of an hour and consulted about it, subsequently the prisoner, seeing that the Italians insisted upon it and even declared that Lionnois would also take part and the matter would not fail, he, the defendant, had finally also consented to carry out the murder, and that in the following manner: that Etienne would beat the captain to death, he, the defendant, with the cook, the second mate, Antoine the boatswain on watch, and the defendant further presumes that this matter had already been decided beforehand, because Etienne feigned illness in order to attain their goal all the more surely. And thus, with premeditation and intent, has made himself guilty of the most heinous murder, the robbery, and the ruin of the entire ship. 28. 29. Article 30. Says that he, the defendant, is convinced in himself that the deed is far too grave for there to be any excuse for it, and that he is ready to die, even if such were to be done on the spot, and that he can state nothing further than what he has said here before, having been egged on and solicited thereto. Whether and with what the defendant will excuse himself concerning his committed crimes. Thus done at the Cape. Underneath was:

Dutch transcription

zoude aandoen zijl: onder malkanderen en zelve de bootsmansmaot gezegd hadden dat zijl verlooren of foutu waren zigt zulx mede onwaar en tot Etienne Taljasco heid te zin, zullende wij zullen ze dood slaan gem. Etienne Taljasco eer zy ons Ombrengen zulx de ged: niet der „ven in facie staande houden zijnde hij gee. wel aan boord voor hun bevreest geweest, maar nu niet meer zegt zulx niet te hebben zoo neen waarom hij ged: durven uitbrengen dan niet de wagt hebben vermits hij ged: niet „de Capitein ofte naderhand zeker west of zulx de waarheid was, en wat de bootsman gewaarschouwd eijgentlijk de zaak heeft dat er iets voorgaat was, en ook bevreest in steede van weer na de geweest te zijn om als kooij te gaan leugenaar te staan. Legt nader dat Lionnois alleenlyk gezegd heeft de Italiaanen zijn wat van zints en naa boven gegaan zynde niets bemerkt te hebben, was hy ged: als toen weder naa Kooij gegaan zegt dat hij get: daar of zulx niet genoegz aan „om weder na de kooij bewijst dat hy ged: mede gegaan was, om dat van de Parthij en het nog By get: in 't geheel niet niet tid tot de uitvoering Kon bemerken wat die is geweest toen hij de eerste Italiaanen in't zin had reijs was opgestaan „den en dat er geene Par Thij was gemaakt ge worden en had hij ged: niets van de moord te voren geweeten als dadelijk bij de uitvoering Art: 20 Art 23 nen ƒ 0 en is En ad a eten man i 7 t ƒ e „ 22 Cert 23 Legt dat hy van de Kok of buiten den Lionnos niets ouders weet als en de beide Ialiaanen den kok niet ook kennis dat hij te gelijk met hem ged: als naast daarvan heeft gehad, en hem leggende was opge wie nog van 't Project wekt geworden. heeft geweeten Of de kok niet meede den Legt zulx niet te weten Capitein met een hamer vermits hij ged. de stuurman doed geslagen heeft vervolgd en helpen had dus niet weet wat doodslaan bn een van de de kok gedaan heeft die autheurs geweest is. hij niet meer gezien en eerst agter op gevonden heeft met een Kamer in de hand of hy ged: niet gezien heeft zogt dat Lionrois hem L„t Boij naardat dat de Lionnois de Stuur gem: Boij den Jongen man Boij aan de borst heeft had dood geslagen gevat zeggende dat geen frans een slag met de bijl man die officier was aan gegeven had zeggende boord moest blijven! dat hij ook sterven moest, dewijl met zo een schelm was als de andere gem: boij om zin leeven ge beeden had niet te zeggen ik heb u geen quaad ge „daan, ik ben ook vooruit gejaagd das met zo ge handeld als gi en vervolgens dien middag gem Beij uit vrees dat hij den ged: en zijne Complice zoude verraden overboord geworpen, zinde daar in behulpzaam geweest Lionnois, de Engels „man voor zo verre hij ged: weet vermits hij bij het over boord gooijen niet gestaan heeft zigt zulx niet te en dat Lconnois een Pistool aan de Engels man 24 26 6. ƒ niete art 27. Legt hij ged: zulx niet of hij ged dan niet gezien maar wel heeft gezien dat den Huur gehoord heeft dat hij man eenige Papieren brieven bij zig zoud„ heeft bij zig gestooken gestooken hebben. 16 27 zegt dat hy ged van geen wat tog hunne eigentlijke intentie is geweest om intentie en 't doelwit te moorden nog te Htee daarby is geweest oft len, maar dat hij na niet daarin is bestaan derhand doen de noord reeds geschied was gedagt om zig van de voornaam had dat het beter zoude te zaaken te kunnen be zijn iets in de zak te magtigen en verryken gelyk hebben als niets en zil: zig wezendlyk meester daarom gestoolen te daarvan gemaakt hebben hebben zegt dat het wel moge Of hij ged: niet bekennen lijk zoude geweest zijn moet in staat geweest om het Schip en Equi te zijn door de ontdekking pogie te redden indien van 't Complot, en de no„ hij in staat was geweest zulx te beredeneeren en „dige bystond aande Ca vooruit geweesen had Dit een de Equipagie en 't dat diergelijke dingen schip te redden zouden gedaan worden, en dat hij ged: zodanig was vervast geworden, dat hij geen tijd had om aan iets te denken zegt thans dat Etienne en zig dus met voorbe en centoine taljasco, „dagt en opzet heeft 28 man heeft gegeeven, om den Stuurmen dood te Schieten 't geen van den zelven is geweigerd gewor 8 en naa Schuldig he an a n aar 29 naa dat deeze door zig schuldig gemaakt aan onnois van 't voer afge de gruwelykste moorddaad „lost was, by hen ged en de berooving en de onder„ de kok gekomen waren en gang van 't geheele Schip dat die twee Italiaa „nen na dat hunl: opge rekt hebben aan hem ged: en de kok voorgesteld had „den om de doodslag te begaan waarop hij ged: op zijn Fransch geantwoord had, vreenden laat zulx staan 't zal nooijt goed gaan, en eijndelijk na dat zijl: een groot quartier uurs te zamen op de Kist gezeeten en daarover geraadslaagd hadden vervolgens de gev: ziende dat de Italiaanen daarop stonden en zelvs declareerde dat Li „onnois mede doen zoude, en de zaak niet manquee„ „ren zoude hij ged: eindelijk ook had ingewilligd om de moord te volbrengen en wel op de vol„ gende wize, dat Ctienne de Capitein hij ged met de Kok, de Secunde, antoine de wagt hebbende bootsman zoude doorslaan en praesumeerd hy ged. nog dat die zaak al van te voren besloten was, vermits Etienne zig zich heeft gehouden om dus te zekerder tot hun oogmerk te geraaken Art: 30. Of en waarmede den ged zegt dat hij ged: bij zig zelve overtuigd zig omtrend zijne gepleeg is dat de daad veel de misdaader zal ver te zwaar is dat door Schonen eenige verschooning voor zoude zijn en dat hij bereid is om te sterven al zoud zulx op staande voet werden gedaan en dat hij niet verder kan aanbrengen als dat hij hier vooren heeft gezegd, opgeport en daartoe aangezogt te zijn Aldus gepasseerd aan Cabo /:Onderstond:/ 8

NL-HaNA_1.04.02_10668_0197 view scan ↗

English

Good Hope, the 9th September 1786, before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Joh Smits, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who together with the defendant and me, the sworn clerk, have also duly signed the minute hereof. Below: which I witness, was signed: R: C: V: d: Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned person of François Bieltze, to whom these preceding interrogation articles with his responses given thereto having been clearly and distinctly read out word for word, testified that he persisted therewith, desiring that nothing should be removed from them, but only further added and altered on those articles where he says he did not know of any plot, having declared beside the truth, and that he had also helped to beat the boatswain's mate to death, he having also furnished the instruments for the murder. Thus done and re-examined. Underneath stood: At Cape of Good Hope, the 25th September 1786. Was signed: Francois Ros. Below: in my presence, and signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin, as commissioners, and signed: W: C: V: Reede van Oudtshoorn and Johs Smiets. Agrees. Riet, sworn clerk. Articles drafted and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order to examine Jean Michel of Nantes thereon at the requisition of the pro interim fiscal Gabriel Exter, Jean Michel of Nantes, whose responses to be given shall be made known in the margin hereof. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the person of Jean Michel of Nantes, who has answered to the adjacent questions as is recorded beside each of the same. 1. The interrogated person's name, age, and place of birth. States: Jean Michel of Nantes, 26 years of age. 2. With what ship and in what capacity, also when he, the interrogated person, arrived here. States: with the private French ship La Rosette, belonging to a merchant in Bordeaux whose name has slipped the interrogated person's memory; capacity: sailor; states it has slipped his mind what day they came ashore. 3. With how many crew the said ship was manned when it sailed out, and from where. States: it was manned with twelve men, namely: the captain, the second, the mate, the boatswain, the carpenter, five sailors, and a boy; and that it sailed out from Bordeaux, to the best of his recollection, in the month of May, specifically on the 22nd. 4. Whether during the voyage any disputes and unpleasantries occurred, and whether he, the interrogated person, himself had any such. States: that there were some disputes between the boatswain and the Italian Etienne Taliasco, about which the latter was beaten by the chief mate, against which he defended himself, he, the interrogated person, having been asleep and having only gotten up at the end of the dispute. States further that the Englishman Thomas had been chased by the captain with a drawn sword, and that the boatswain had beaten him, the Englishman, which the aforementioned Englishman had fled from; that the captain furthermore had loaded some pistols and guns under the threat that if anyone did anything more, or did not perform his work, he would shoot the same down; he himself had no dispute, except once when the boatswain ordered him to go above, and he, not being able to do so quickly enough because he was sick and had a sore thumb, was struck in the face with a shoe by the captain, which he however did not answer with anything; stating further that the crew was frequently beaten for trifling reasons. 5. Whether or not one or more of them were put in irons, who, and by whom released again. States: one single person, namely Etienne Taliasco, who was put in irons by the carpenter on the order of the captain, and was released again after the passage of one to two days because there was so little crew on board to do the work, and his brother had requested the captain for it. 6. On what day they sighted the Cape coast. States: to have sighted the land the day before they came ashore.

Dutch transcription

de goede Hoop den 9' Septbr 1786 voor de heeren William ferdinand van Reede van Oudtshoorn en Joh Smits leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de minute dee zes benevens de ged: ende mij gesa: Clercq mede behoorlijk hebben on dertekend. /: lager:/ 't welk ik getuige /:was getekend:/ R: C: V: d: Riet gesa Clercq DRecollement Compareerde voor ons onderget: ge„ committ uit den E: Achtb: raade van Justitie dezes gouvernements den voorn: Perzoon van François Bieltze, denwelken deze voorenstaande vraag articulen met zijn daarop gegevene responsioa van woorde tot woorden klaar en duijdelijk voorgeleezen zijnde betuijgde daar bij te blyven Persisteeren met begeerde dat daar niets afzoude gedaan worden, maar alleen noch bijgevoegd, en veranderd op die articu len waar hij zegt van geen Complot te hebben geweeten bezyden de waar heid te hebben gedeclareert, en dat hij den Bootsmansmaat mede heeft helpen doodtslaan, hebbende hy ook, de instrumenten tot de moord gefur„ neerd Aldus gedaan en gerecolleerd /:Onderstond:/ aan had k pleeg d D: C. 8: aan Cabo de goede Hoop den 25 Septb 1786 /:was getekend:/ Francois Ros /: lager:/ mij praesent:/ en getekend C: van Aerssen Secret. /:in margine als gecommitt /:en getekend:/ W: C V: Reede van Oudtshoorn en Johs Smiets Accordeert Ze Riet gem Clery L Articulen gedaan maken Compareerde voor de ondergetek=de gecommitteeijt en aan Heeren gecommitt„s uijt den E. agtb: road van den E: agtb: raad van Iustitie Justitie deeses gouverne deezes gouvernements over ments de perzoon van gegeeven, omme daarop ter Jean Michel van Nanter Requisitie van den pro dewelke op de nevensstaande Interim fiscaal gabriel vragen zodanig gfantwoord Exter gehoord te worden heeft als bezeyden een ijder Jean Michel van Nantes derzelve aangeteekend zullende desselvs te geevene responsiven in mangine deezen worden bekend gesteld Staat.! zegt Iean Richel van Nantes oud 26 Jaren met wat schip en wat qualite zegt met het particulier mitsg„s wanneer hy geve, alhier fransch Schip la rosette is aangekoomen toebehoorende een Koopman te Bourdeaux wiens naam den gene„ ontschooten is qualiteyd mattroos zegt hem te zyn ontschooten wat dag zy aan de wal zyn gekoomen. zegt bemand te zyn geweest met hoe veel volk gem schip met twaalf man en bemand is geweest wanneer zulx uijtgezeijd en van waar t. de Capitain de Seconde de stuurman de bootsman de Timmerman vijf Mattroosen en een Iongen. en te zyn uytgezeild van Bourdeau na zyn best ont„ e houden in de maand maij en wel den 22=e 2. des geve, naam ouderdom en geboorte plaats M. 1. niets Al 4. zegt dat her eenige verschillen Off geduurende de rheize niet zin geweest tusschen de eenige verschillen en onaange den bootsman en den naamheedens zin voorge„ Italiaan Etienne baliaspo vallen en of hij geve„ niet waar over de laatste zelve diergelyke gehad heeft door den opperstuurman was geslagen geworden waar teegen hy zig te weer heeft gesteld hebbende hy geve, geslapen, en zynde hi eerst opgestaan op 't eijnde van't dispuut — zegt wijders dat de Engelschman Thoma, door den Capitain met den blooten deegen nageloopen was geworden, en dat de bootsman hem Engelschman geslagen had; 't welk opgem Engelschman ontvlugt was; dat de Capitain voorts eenigen pistoolen en geweeren had geladen onder de bedreijging dat indien iemand nog iets deede, of zyn werk niet verrigte hi dezelve zoude ter neer schieten hebbende hy zelve geen dispunt gehad, als eens dat de boots„ „man hem ordonneerde om na booven te gaan, en hij zulx niet schielijk genoeg kunnende verrigten om dat hy ziek was en een zeeren duijm had, door de Capitain met een schoen int gezigt was geslagen, dat hy egter met niets beantwoord heeft zeggende voorts dat het volk dikwils wierd geslagen, om geringen reedenen — off niet een of meer van hunk zegt een eenige namentlijk Etienne taliasco dewelke zyn geboeijd geworden, wie door de timmerman en door wien wederom op ordre van den Capitain bevreijd t geboeijd is geworden en na verloop van een à twee dagen weder is bos gelaten, om dat 'er zoo weijn volk aan boord was, om het werk te doen, en zijn broeder den Capt: daarom verzocht had zegt het land in't gezicht te op wat dag zijt de Caabsche wal hebben gekreegen daags in't gezicht hebben gekreegen. voor zij aan de wal zijn gekoomen 6.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0201 view scan ↗

English

Article 7. Whether he, the respondent, did not agree with several persons of the crew to run off with the ship and make themselves masters thereof. Answers that nothing of the kind was spoken of, that they had requested the Captain to put in at the Cape, but that he had refused to do so for the reason that he feared they would lodge a complaint against him or desert from him, and had resolved to sail directly to Isle de France; stating further that he knew nothing of such a plan until the moment when it was carried out. Article 8. Whether they did not carry this out on the same evening by murdering the Captain, the second mate and the chief mate, two petty officers, and a boy; what instrument or weapon he, the respondent, employed for that purpose and upon whom he laid hands. Answers that during the night, two hours after he had relieved the Italian Anthoine Saliasso at the helm and had spoken with the boatswain, he heard a noise down in the cabin; whereupon the boatswain, bending down to see what was going on, was suddenly struck dead from behind by Anthoine Saliasso, who performed the same upon the Captain, who in the meantime fled above, and upon the boatswain's mate, who likewise came above; Lieutenant Boij having brought the boy above and struck him down with an axe, while saying that they must do him no harm, as he wished hereby to show that he was agreed with them; he, the respondent, testifying that the Lieutenant would have been moved to this chiefly because the Captain had struck him a blow a few days before; stating further that he, the respondent, did not lay a hand on any person to murder him; declaring further that out of fear of being betrayed by Lieutenant Boij, they had decided to throw him overboard, and that this was to be a task for him and the Englishman because they had not yet laid hands on anything; but that he, the respondent, had refused this, and the same was carried out by the Englishman and one of the Italians. Article 9. Answers as before. Article 10. Which of them gave cause for this and with how many persons they carried this out. Answers that the two Italians are the cause of everything, who, as he heard, went below to call up the carpenter for that purpose, they being afraid that they would be punished at Isle de France because of the official report drawn up on board; stating further that the above-mentioned Italians, with the carpenter among the surviving persons, are the actual perpetrators, and that he accepted his share in order to give no suspicion that he would inform upon them. Article 11. Whether they did not furthermore throw the dead bodies overboard, and who assisted therein. Answers that this was done by the other 5 persons while he, the respondent, stood at the helm; they having bound the bodies together and further made an anchor fast thereto and thrown them overboard. Article 12. Whether he, the respondent, did not go with his mates to open some chests and take away the money and other valuables contained therein. Answers that he went with his mates to open the Captain's trunk, from which was taken a bag with, as he believes, 80 piastres and the watch and the buckles; from the chest of the second mate 4 watches, a purse containing a louis d'or with some silver money; that they furthermore opened some cases, but what was taken therefrom they left behind in the bushes, except for a case with wine and a basket with anisette, which they drank. Article 13. What he, the respondent, took for his own person, and what the others appropriated to themselves. Answers that he kept nothing but the money consisting of 14 piastres, and that he left the watch and the box behind on the beach. Article 14. Whether, having done this, they did not launch the boat and sail ashore in it. Answers that the two Italians, assisted by the Englishman, put the boat overboard; not knowing whether the cook was also present thereat, while he, the respondent, stood at the helm and the carpenter was busy chopping a hole in the ship. Article 15. At what time and at what place they came ashore. Stating that it was far into the night, and that they landed near a corner of the mountains at a sandy place where the boat remained stuck on a reef. Article 16. Whether they stayed together or separated immediately. Answers that they stayed together to pass the night, but that in the morning they separated from one another, he, the respondent, having gone with the Englishman and the cook, the other three having gone another way together. Article 17. What could have moved him, the respondent, to take part in such an inhuman act and horrible deed. Answers that he, the respondent, had not the slightest reason to take part in this deed, that he knew nothing of it beforehand, and that what he did, he had to do to save his life. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on the 30th of August 1786, before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Iohannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the questioned person and me, the Secretary. Below: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary.

Dutch transcription

H: 7. zegt veen dat daar niets van off hy geve, niet met meerdere is gesprooken geworden perzoonen van't volk is eens dat zij den Capitain ver„ geworden het schip afte zocht hadden om de Caab loopen en zich meester aante doen, doch dat daarvan te maken. hij zulx niet had willen doen om reeden dat hij bevreesd was, dat zy hem aanklagen of van hem deser teeren zouden, en geresolveert had direct na Eslede france te zeilen; zeggende voorts dat hy van zodanig een project niets heeft geweeten tot op het moment wanneer het is uytgevoerd geworden zeyt in de ragt na twee uuren off zyt: zulx niet op dezelve na dat hy de Etatiare avond uytgevoerd hebben anthoine Saliasso aan met het vermoorden van het roer had afgelost den Capitain Seconde en en hy met de bootsman stuurman twee onderoffi„ gesprooken hebbende had ciers en een Eongem: hy een gerucht bereeden in de kamer gehoord, als wanneer de bootsman zig bukkende omte zien wat en te doen was, eensklaps door anthoine Taliasco van agtere wierd doodgeslagen, het geen denzelven aan de Capitain die inmiddens naar booven vlugte de en de bootsmans waat die ook na booven quam, op gelijke wijze verrigte, hebbende de luytenant Boij den sorgen na boven gehaald en denzelven met een byl ter nedergeslagen, onder het zeggen; dat men hem geen quaad moest doen; wijl hy hier door toonen wilde dat hy het met hun eens was, betuijgende hy geve, dat de Luijtent, hier door voornamentlyk zouden zijn bewogen geworden omdat de Capitain hem eenige dagen te vooren een slag had gegeeven zeggend wijders dat hy gene, aan geen wensch de hand had gestooken om hem te vermoorden; verclarende nog dat uijt vreeze vandoor de Luijtenant Boij verraden te heeft ge d „ ulx r ge tunk m weijn 8. te worden, men te raade was geworden om hem over boord get te werpen, en dit een werk voor hem ende Engelschman zoude zyn, om dat zi de hand nog aan niets geslagen hadden dog dat hy geve zulx had gerefuseerd, en hetzelve door de Engelschman en een der Italiaanen was verricht geworden zegt als vooren. wie van hunz: hier toe zeyt dat de twee Italianen de oorzaak van alles heeft aanleyding gegeeven zijn dewelke zoo hij en met hoe veel perzoonen gehoord heeft zy dit verrigt hebben! naar beneeden zyn gegaan om de timmerman daartoe op te roepen, zynde zyt: bevreesd geweest dat zyt door't aan boord opgeregte proces verbaal zouden gestraft worden op Isle de france, zeggende voorts dat boovengem: Italiaanen met den timmerman van de nog existeerende perzoonen de eijgentlijke daders zijn en dat hij zin portie heeft aangenomen om geen schin te geeven, dat hy hunt: zoude ver klikken zegt dat zulx geschied, was off zyl: niet voorts re doode door de andere 5 per„ Lighaamen over boord hebben zoonen terwijl hij geve, gegooijt, en wie daarby be„ aan't roer heeft gestaan hulpzaam is geweest 't hebbende zyt de Lighamen te zaamen gebonden en voorts met een anker daaraan vast gemaakt en over boord geworpen zegt dat met zyne maats off hy geve, niet met zyne gegaan was om het maats eenige kisten heeft. Roffer van den Capitain g'opend en het daarin 12. 80. wat Instrument of gemeen hy geve„ daartoe heeft g'emploijeerd en aan wien hy zyne hand gelegd heeft zijnde . A: ƒ 11. te te openen, waar uijt was zinde geld en andere gehaald geworden een zak kostbaarheedens wegge„ met / zoo hij meent/ noomen 80. Kiasters en het horologie en de gespon, uyt de kist van den se conde 4. horologies, een beurs waarin een Louis dor met eenig zilver geld — dat zy voorts nog eenige kassen g'opend hebben, dog het geen daar uijt genoomen is, hebben, zyt agter in de bosjes gelaten behalve een kas met mijn en een mand met anisette die zij gedronken hebben zeyt dat hy niets als het wat hy geve, voor zyn perzoon geld bestaande in 14. heeft genoomen en wat de piasters heeft gehouden overige hebben na zich getrok„ en dat hij het horologie ken 1. aen t strand en de doos heeft agter gelaten zegt dat de beijde Malianers off zijt: dit gedaan hebbende geholpen door den Engelsch„ de Schuijt niet uijtgezet „man de schuijt buijten hebben, en daar meede naar boord gezet hebben: de wal gevaaren zijn weetende, niet op de kok meede daarbij is priesent geweest terwijl hij gene„ aan't roer heeft gestaan en de timmerman bezig was om een gat in't Schip te kappen - zeggende dat het ver in de nagt hoe laat en aan wat plaats is gezegt en dat zy tegens zyt: aan land zyn gekomen een hoekvant gebergte aan een zandige plaats zyn aangeland daarde Schuijt op een klip is blyven vast zitten A H 13 rd ude de de en - en 1 15. 14. Al 16. zegt dat zy te zamen zijn off zyl: te zamen zyn gebleeven, om de nagt te gebleeven ofte zig dadelik passeeren, dog dat zij gesepareerd hebben smorgens van Elkandere zijnde gegaan hij geve, met de Engelschman en de kok is gegaan, zijnde de overigen drie te zamen een anderen weg heergegaan wat hem gene tot zoo een zegt dat hij gene, niet de onmenschelijk bestaan en geringtete reeden heeft gehad aan deese gruwelijke raad heeft daad deel te neemen kunnen beweegen. dat hy te vooren daar ook niets van geweeten heeft, en dat hy het geen hy gedaan heeft heeft moeten doen tot behoud van zijn leeven. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 30. augustus 1786: voor de heeren William ferdinand van reede van oudshoorn en Iohannes Smuts leeden uijt den E: achtb: raad va„ Iustitie voorm:; die de minute deeses beneevens de gevraagde ende mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend /: Lager:/ 't welk ik getuijgen /: was geteekend:/ C: van Aerssen Secretaris /:onderstond:/ op 17.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0205 view scan ↗

English

Recollement Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Jean Michel van Nantes, who, having had these foregoing interrogatory articles, with the answers given thereto, read aloud clearly and distinctly, word for word, declared that he persists therein, not desiring that anything more shall be added thereto or taken therefrom; testifying that all the foregoing, which had been stated by him aside from the truth with respect to the murders committed, he had further initiated in his subsequent answers given in the torture chamber, whereby he testifies, as being the truth, to abide. Below stood: Thus done and rerecorded at Cape of Good Hope, the 29 Septbr: 1786. Was signed: Ian missieux. Lower: In my presence, signed: RJVd Riet, Ordinary Clerk. In the margin, as commissioners, was signed: WJV Reede van oudshoorn and Johs Smigts. Agrees. Further articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard at the requisition of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, the interrogated Jean Michel van Nantes, the responses to be given by him herein being duly noted in the margin hereof: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Jean Michel van Nantes, who gave such answers to the adjacent interrogatory articles as are recorded in the margin thereof: Article 1. Whether he, the interrogated, will persist in what he answered in his first interrogation. Says that he has spoken the truth and that he cannot say things that are not so. 2. How he, the interrogated, can state that he took nothing from the ship with him and left everything on the beach in a sheet, while neither the watch nor the snuffbox was found therein. Says that the watch and snuffbox remained on the beach in a small bag, and that he cannot say whether those goods were kept together with the others or separately. 3. Where he, the interrogated, first arrived, with whom he stayed, and where his aforementioned goods ended up. Says that he arrived in the mountains at a small house and there ate and drank a little, and arrived here at the Cape in an inn at about eleven o'clock the next day with his mates, from where he was transported to the prison by the innkeeper. 4. Whether, after his separation from his three mates, the Italians and the carpenter, he also heard anything of them or saw or spoke with them. Says that he had not seen or spoken with them anymore, but that while he was confined in the prison hospital due to illness, he had heard there that persons from a French ship had been arrested. Says he further heard that they were persons who had run off with the French ship. 5. Who, and whether he, the interrogated, was not the one who requested the captain to call at the Cape. Says yes: that he aforementioned was the first who asked the captain to come here to the Cape anchorage to buy provisions, to which he was moved because he himself needed something for his sustenance. 6. Whether he, the interrogated, did not expressly say to his mates that he would bash the captain's head in if he were ashore. Says no: not to have said such a thing. Antonie Faliasco, appearing, says to the interrogated to his face that on an occasion while the captain had given the interrogated a blow in the face with a shoe, the interrogated said: striking with a shoe is too harsh, if we were ashore such would not happen. The interrogated says that he used no words to the detriment of the captain, and that he had always been good friends with the captain. 7. Whether he, the interrogated, when upon the sighting of land the crew was treated to a dram by the captain, did not refuse this, which the Italians also did, and why. Says that he drank when a dram was presented to him. The cook, appearing, says to the interrogated to his face that the interrogated, along with the Italians, did not want to drink a dram and directly refused such. The interrogated abides by the negative. 8. Whether he, the interrogated, then did not in the night shortly before the perpetrated murder go to the carpenter, saying: stand up, the Italians intend something. Says that he did say to the carpenter: the Italians are angry and cursing. The carpenter, entering, says to the interrogated to his face that the interrogated came to him before midnight and said: the Italians intend something, or have something in mind to do. The interrogated persists in what he said. 9. What that was, which the Italians intended, and whether he, the interrogated, had spoken about that with the one or both of them. Says that he cannot say anything about that, or has been able to say, because he, the interrogated, heard nothing other than that the Italians were angry and cursing, while he, the interrogated, bandaged his sore thumb and prepared himself to go to the helm.

Dutch transcription

Recollement Compareerde voor ons ondergeteken gecommit„ uyt den E. agtb: raad van Iustitie deedes gouvernements den perzoon van Jean Michel van Nantes dewelke deeze vooren staande vraag articulen met de daarop antwoorden, van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleezen weezend verclaarde denselve daarby te blyven persisteeren, niet begeerende dat 'er iets meer bij ofte van gedaan worden zal: betuygende al het voorenstaande dat door hem ten opzigte der gepleegde moorden bezeijden de waarheijd opge„ geeven is zulx vader te hebben geveni „tieerd bij zijne nadere in de pijnkamer gegeevene antwoorden waarbi betuijgeen als de waarheyd zynde, te blyven berusten /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 29 Septbr: 1786. /:was geteekend./ Ian missieux /:Lager:/ mij praesent /:geteekend:/ RJVd Riet gesid: Clercq. (:in margine als gecommitt„s /:was geteekend:/ WJV Reede van oudshoorn en Johs Smigts Accordeert N JgemCery lik oeten E lyk 9 L: C9 L.C L: zig 2 Zeg Compareerde voor ons Nadere articulen gedaan maken en aan heeren ondergeteekende gecommit gecommitt, uit den E. achtb uyt den E. agtb: raad van raad van Iustitie des Iustitie deezes gouver nements de perzoon van Casteels de goede Hoop Iean Michel van Nautes overgegeeven omme ter dewelke op de nevens. requisitie vanden pro staande vraag articulen Interim fiscaal dE: gab: zoodanige antwoorden Exter gehoord te worden gegeeven heeft als in Jean Michel van Nantes margine van dien zijn geve, alhier zullende desselve bekend gesteld — te geevene responsiven in margine deezer behoorlijk worden bekend gesteld: AC: 1. zegt zal de waarheijd geseyd off hy geve, zal blyven persis te hebben en dat hij geene teeren bij 't geen hy in zijn zaken zegge kan nie eerste verhoor heeft fant¬ zoo niet en zijn woord hoe hy geve, aan zeggen kan zeyt dat het horolagie en dat hy niets van't Schip Snuijfdoos aan strand in een sakje gebleeven heeft meede genoomen en dat hij niet zegge en alles in een Lakaant kan of die goederen strand gelaten terwijl nog bij de andere dan wel horologie, nog Snuijtdoos apart geborgen zijn daarin is gevonden geworden. 3. zegt in het gebergte in een kleijn waarhij geve, eerst is aange huysje aangekoomen te zijn koomen, by wien hy zig heeft en aldaar een weynig opgehouden en waar zijne gegeeten en gedronken voorstaande goederen en alhier aande Caab. in een herberg omtrend beland zijn Elf 2. te Elff uuren des andere daags met zijne maats gekoomen alwaar hij door de herbergier naa 't gevangenhuijs is getransporteerd geworden. M: 4. zegt dat hij hunt: niet meer off hij na zyne separatie van gezien ofte gesprooken zijne drie maats d:' Jtaliaane had, maar dat terwijl en timmerman ook iets van door ziekte in't gevan ƒ hunt: gehoord heeft ofte den huijs hospitaal dezelve gezien ofte gesproo„ gebannen was, aldaar had gehoord dat 'er ken perzoonen van een fransch schip zouden g'arresteerd geworden zijn zegt nader gehoord te hebben dat 't persoonen zoude zijn die het transch schip hebben afgeloopen wie en of hij gevr: het niet zegt Ja: dat hij gesz: de geweest is rie den Canitain eerste geweest is die versogt heeft om de Caab den Capitain gevraagd aante doen heeft om alhier ter Caabsche rheede te koomen om leevens middelen intekoopen waartoe hij aan bewogen is geworden; vermits hy zelfs iets tot zyn onderhoud nodig had. — off hy gene, niet uytdrukkelijk zegd neen zulx niet gezegd tot zijne maats heeft te hebben Antonie Faliasco Cempa„ gezegt, dat hy de Capitain reerende zegd de gevo de kop zoude inslaan indie in facie dat bij gelee„ hy aan de wal wast gentheijd terwil de capitain den geve, een slag met een schoen in't aangezigt gegeeven had, de Ge 2 de geve g'zegd heeft met een schoen te slaan is te sterk als wij aan de wal waren zoude zulx niet geschieden de geve, zegt dat hy geen propos gebruykt heeft tot nadeel van de Capitain, en dat hy altoos goede vrienden met de Capitain geweest was zegt dat hy gedronken heeft off hij geve, bij 't gezigt van toen hem een Soopje was Land d' Equipage door de gepraesenteerd geworden Capitain met een Soopje de kok Compareerde zegt. getracteerd zijnde zulx den geve, in facie dat hy niet gerefuseerd heeft 't geven met de Italiaanen geen d' Italiaanen ook gedaan geen loopje heeft willen drinken en zulx directe hebben en waarom lijk heeft geweijgerd — de geve; blijft bij de negatine off hij geve, dan niet in den zegt dat hy wel tegen de Timmerman gezegd heeft nagt van kort voor den de Staliaanen zyn geraad geperpetreerden moord by en vloeken de timmerman binnen koomend den Timmerman is gekomen zegt den geve, in facie dat zeggende staat op de de geve, voor midder Italiaanen zijn iets van nagt by hem gekomen Sints t had was, en gezegt de Htaliaanen zin iets van sints of hebben iets in't hoofd om te doen. den geve, persisteerd bij zyn geseyde zegt dat hij daarvan wat zulx geweest is dat niets zegge kan ditaliaanen vantints waren of heeft zeggen kunnen en of hy geve, met de een om dat hij geve„ of beijden daarvan niets anders gehoord heeft gesprooken gehad heeft als dat ditaliaanen quaad waren en vloekten terwyl hy gene, zyn zeere duijm verbonden zig klaarmaakte om aan't roer te gaan AC. 7 ƒ 8. p

NL-HaNA_1.04.02_10668_0210 view scan ↗

English

Art: 10. How long and when before the actual deed was it agreed between him, the prisoner, and the Italians? Or whether this did not happen before he, the prisoner, went to the helm, even before Etienne Taliasco pretended to be ill? Says that he, the prisoner, knew nothing beforehand and that neither earlier nor later was anything spoken of it, the prisoner believing, however, that Etienne Taliasco had made himself sick. 11. Whether he, the prisoner, did not come to the aid of Anthoine Taliasco when the latter murdered the boatswain? Says no, he did not do so and did not lay his hand on anyone. Anthoine Taliasco says to the face of the prisoner that he, the prisoner, left the helm and also laid his hand on the boatswain. The prisoner persists in the negative. 12. Whether he, the prisoner, did not subsequently declare that no Englishman, Thomas, says to the face of the prisoner that this is the truth. The prisoner persists in the negative. Says no, and that this is an untruth, that no Frenchman should remain alive as an officer, and also struck the Mate Boij a blow with the axe? 13. Whether he, the prisoner, did not present a pistol to the Englishman in order to shoot the said Boij dead with it? Says indeed that he presented a pistol to Thomas to shoot the mate Boij dead, which, however, the Englishman refused. 14. Whether he, the prisoner, did not notice that the Lieutenant Boij put some papers in his pocket, which he took into safekeeping, for which reason he, the prisoner, seized him by the breast and with the help of the Englishman and Etienne Taljasso threw him overboard? Says that he did not see that the Mate Boij had put papers in his pocket, nor was he, the prisoner, the first who seized the Lieutenant. The Englishman says to the face of the prisoner that the prisoner saw that the Lieutenant Boij had put papers in his pocket and that he had also thrown him overboard, as the question states. The cook also says that this is the truth. The prisoner persists in the negative. 15. Whether he, the prisoner, will thus not confess to also being an author and perpetrator of this deed? Says that he, the prisoner, is no author of the matter and also knew nothing about it, and that he had to help throw the lieutenant overboard in order by that means to stay alive, and that he, the prisoner, at the opening of the chests also had to lend a hand. 15½. How it can be possible that he, the prisoner, was not attacked at the same time when the boatswain was murdered also by those Italians, since he, the prisoner, according to his claim, was not of the party? Says that he, the prisoner, was not of the party at all, and that he, the prisoner, at the moment when the murdering was underway, said do me no harm, I will do just the same as you. 16. Whether he, the prisoner, does not acknowledge having made himself guilty of the deliberate murder of the ship's officers, the robbery of the goods, and the loss of the entire ship? Says as before that he, the prisoner, did in this regard what he had to do to save his life, because the other prisoners would have said to him, the prisoner, if he had not joined in, he will betray us, and we will rather put him out of the way, which certainly would have happened had he not behaved accordingly in this regard. 16½. Whether he, the prisoner, does not further have to confess that he could have saved the Captain, crew, and the ship if he had given notice thereof to the boatswain or Captain at the same time when he spoke with the carpenter? Says that he, the prisoner, coming to the helm, thought no more about the aforementioned dissatisfaction of the Italians; he, the prisoner, if he could have foreseen the consequences, would certainly have revealed it. 17. Why he, the prisoner, did not immediately upon his arrival at the Cape, if he considered himself innocent, make the matter known here or show that such was done? Says that he had intended to do so, but was prevented therein by his arrest. Art: 18. Whether and with what he, the prisoner, will be able to excuse himself regarding these great and manifold crimes? Says that he is certainly guilty, but that he cannot declare himself more guilty than he has done in his answers, and that he would await his fate from the fair judges, to whose compassion he left himself. Beneath was written: Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope, the 14th September 1786, before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudshoorn and Johannes Smits, members from the Honorable Respected Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof together with the prisoner and me, the sworn clerk. Lower was written: To which I testify. Was signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Respected Council of Justice of this government, the person of Jean Michel van Nantes, who, having these foregoing question articles with the answers given thereto read out clearly and distinctly to him, declared to persist therein, not desiring that anything more be added thereto or taken therefrom, testifying all the foregoing to be the truth, but regarding the statement of the murders committed specified herein, to alter it insofar as was specified by him in the torture chamber, by which he, the prisoner, also abides as fully containing the truth. Beneath was written: Thus done and re-examined at the Cape of Good Hope, the 29th September 1786. Was signed: Jean Missieux. Lower: In my presence, signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. In the margin: As commissioners, and signed: W. F. v. Reede van Oudshoorn and Joh.s Smits. Agrees, R. J. v. d. Riet, sworn clerk.

Dutch transcription

AC: 10. zegt dat hy geve, te vooren Hoelang en wanneer voorden niets geweeten heeft eygentlyke aaad zulx tusschen en dat nog vroeger hem geven en de Staliaane of later niets daarvan is afgesprooken geworden. was gesprooken geworden, vermeenend of zulx niet is geschied eer hy geve, aan 't hoer is gegaad hij geve, egter dat al eer zig Etienne Paliasco Etienne Taliasco voorgegeeven had ziek heeft ziek gemaakt— te zijn. zegt neen zulx niet gedaan ff hij geve; Anthoine Ta„ en zyn hand aan Liasco niet is te hulpe niemand geleyd te gekoomen, toen deeze de hebben. bootsman vermoorden Anthoine Taliasco zegd de geve, in facie vat hy geve, het roer verlaten en zijne hand meede aan de bootsman geslagen had de geve, blijft by de negative zegt neen en dat zulx den off hy geve, zig naderhand Onwaarheijd is niet heeft uijtgelaten vat de Engelschman thoma zegd en geen fransman als officier de geve, de waarheijd in't leeven moest blijven en daarvan in facie aan. zoo meede den Stuurman de geve, blijft bij de negative Boij een slag met 't bijl toegebragt Op hy geve, niet een pistool aan zegt zal dat hij een pistool aan thoma gepraesenteerd den Engelschman heeft ge heeft om de &1: boij dood praesenteerd om gem: Boij te schieten het geen daarmeede dood te Schieten! egter de Engelschman gerefuseerd had. 4 11. 12. 13. E Z K 4. off hy geve. niet ontwaart zeyt dat hij zulx niet gezien heeft dat de Luytenant heeft dat dien stuurman Boij papiere, in zijn zak Boij eenige papieren hebben dat zoude gestooken zinde hij heeft geborgen waarom geve, ook niet de eerste hij geve, hem aan de borst gewest die al uytenant gevat gevat, en met hulpe van heeft. den Engelschman en btienne de Engelschmen zegt is facie van Taljasso over boord heeft den geve, dat de geve„ geworpen gezien heeft dat de Luitenant baij papieren in de zak gestoken en hem gelijk de vraag is meede over boord geworpen had. de kok zegt meede dat zulx de waarheyd is. de geve, blijft by de Negative zegt dat hy geve, geen off hy geve, dus niet bekennen ausheur van toezaak is zal meede autheur en ppe„ en ook niets daarvan uijtvoerden van deeze geweeten te hebben, en daat te zijn dat hy de luijtenant had moeten helpen over boord werpen om door dien weg in't leeven te blijven en dat hij geve, bij 't openen, van de kisten ook de hand daarom had moeten lieden. zegt dat hy geve, in't geheel hoe het mogelyk zyn kan niet van de parthij dat hij geve niet terselven geweest is, en dat hij tijd wanneer de bootsman geve, op 't agenblik is vermoord geworden wanneert moorden meede door die Staliane aan de gang was ge„ zegd had doet mij geen is gattarqueerd dewijl hiy leed ik zal net wven geve, volgens zijn voorgeeven gelijk gijlieden. niet vande parthij en was 15½: 15. N 16 A zegt als vooren dat hy gene, off hy geve, zig niet bekend schuldig gemaakt te hebben hier omtrend gedaan heeft dat hy had moeten aan de opzettelyke vermoor doen om zijn Leeven te ding van de scheepsofficieren salveeren, doordien de berooving van de goederen andere ged„ hem geve, en't verlies van't geheele zoude gezegd hebben zoo hij niet meede schip! gedaan had, hy zal ons verraden, en wy zullen hem liever daarom van kant helpen 't geen zeekerlyk zoude geschied zijn had hij zig hier omtrend niet dirs danig gedragen off hy geve, verder niet bekennen zegt dat hij geve aan 't roer moet de Capitain, Equipage koomende daar niet meer om gedagt had en't schip te hebben kunnen aande voorm: ontevree redden, indien hij de bootsman denheijd van de Italiane of Capitain, terzelver tijd hij geve, indien hij de toen hij met de Timmerman gevolgen had kunnen gesprooken heeft daarvan vooruijt zien zulx kennis gegeeven hadt zeekerlijk zoude gtopenbaard hebben. waarom hij geve, niet aan zegt dat hij van sints ge„ stonds bij zyn weest was zulx te doen maar door zijn komst aan de Caab indien hy gevangenneeming daarin zig voor onschuldig hield was verhindert geworden de zaak alhier heeft be„ kend gemaakt, of aante„ toonen dat zulx geschied is. 16½. 8 „ 17. Al: 18 Regt dat hy zekerlyk schul Off en waarmeede hy geve, zig omtrend deese grote „dig is maar dat hy zig niet voor schuldiger en meenigvuldige mis kandeclureeren als daden zal kunnen ver„ hij in zijn antwoorde schoonen 8 gedaan heeft en dat hij zyn tot van de billijke regters zoude blijven afwagten, en op wiens meededogentheijd hij zich overliet /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan t Cabo de goede Hoop den 14. Septbr: 1786: voorde heeren William ferdinand van reede van oudshoorn en Johannes Smits Leeden uijt den E. agtb: raad van Iustitie voorm: die de minute deedes beneevens de geve, ende mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:Lager:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ R. J. vO. Riet gezwd. Clercq. Recollement Compareerden voor ons ondergetekende gecommitt, uyt den E. agtb: raad van Iustitie deezes gouvernements de perzoon van Jean Michel van Nantes dewelke deeze voorenstaand L: C: 10 vraagarticulen met de daarop gegeenen antwoorde klaar en duydelyk voorge¬ Leesen wesende verclaarde dezelve daarbij te blijven persisteeren niet begeerende dat er iets meer by ofte van gedaan werden zal, betuijgende al het voorenstaande de waarheijd te zijn, edog wegens de opgaave der gepleegde moorden hier in opgegeeven zulx in zoo verre te aetereeren, als door hem in de pijnkamer is opgegeeven geworden, waarby hy geve„ ook blijft berusten als de waarheijd volkoomen behelsende /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goedeboor den 29 Septbr: 1746. /:was geteekend:/ Iean Missieux /:Lager:/ mij praesent /:getekend:/ R. J. V. d. Riet gezid Clercq /:in margine:/ als gecommitt / en getee„ kend:/ W. f. V. Reede van oudshoorn en Ioh„s Smits. — Accordeert DD Kiets gem Cleen

NL-HaNA_1.04.02_10668_0215 view scan ↗

English

Appeared before the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim, J. Exter, official plaintiff in criminal matters, on the one hand; Against The ship's carpenter of the French private vessel la Rosette, stranded in the western corner of False Bay, Francois Bieltse of Ghent, and the sailor from the aforementioned vessel, Jean Michel of Nantes, defendants and prisoners in the aforementioned case, on the other hand. Article 1. And he declared: 2. That the aforementioned private ship la Rosette, under the command of Captain la Borde, having departed from Bordeaux for Isle de France around the middle of May, 3. The above-mentioned François Bieltse and Jean Michel, together with the sailors, the brothers Anthoine and Etienne Saljasco, and the cook Augustinus Scheir, already around the Line made the most gruesome plot 4. To kill the Captain together with all the other crew members of the ship, consisting of six other persons, 5. Which plot they managed to conceal, and only carried out immediately when they had the Cape shore in sight. 6. At which point they, having warned each other that it was now time, assembled that night, being the 13th of the past month of August, around midnight at the carpenter's berth, 7. And everyone having been assigned his post and being armed with axes and adzes, in a very short time and without the slightest resistance, they struck dead the Captain and the Second Officer, along with the boatswain and his mate; 8. That then the mate Boy and the sailor Willem Thomas, having come upon this, pleading for their lives and assuring that they would do everything with them and wished to be regarded in the same manner, 9. Both of these persons were as yet spared from death; 10. Furthermore, Lieutenant Boy, in order to gain the trust of the murderers, called to himself a boy who had kept himself hidden, and with a blow of an axe struck him down and killed him, 12. Which nevertheless could not help him, Boy, he having been thrown overboard alive a few hours later; 13. That after the murder was completed, having bound the dead bodies together in a sail and with an anchor attached thereto, they threw them overboard; 14. Furthermore, upon the pointing out by the mate, they opened the cupboards and chests in which there were some valuables, 15. And taking them away, after having chopped a hole in the ship to make it sink, the six of them came ashore in the boat; 16. That the aforementioned persons, having been taken prisoner and delivered to the judge of this place, and having been examined in the presence of the commissioner gentlemen from this Honorable Council, 17. Concerning the perpetrated acts, except for some particulars, they confessed in very close agreement, 18. Except that both persons mentioned in the heading refuse to know anything of a previously made plot, 19. And especially the second defendant and prisoner insists he never laid his hands on anything and did not make himself guilty of anything; 20. It appearing, however, from the conforming confessions of both Italians and the cook that they, the defendants and prisoners, not only knew of it, 21. Whereby according to the clearest indications they themselves are also the principal leaders of the plot, 22. And that no less the second defendant did his best during the execution and did not lag behind, 23. As it is proven beyond contradiction that he had the largest and most valuable goods for his share; 24. Which, considered along with other circumstances, makes it absolutely follow that he, the second defendant and prisoner, was not the least, but was such a person who had some advantage over the others; 25. That both defendants and prisoners answered with the greatest freedom during their interrogations, 26. But becoming aware that the matter had been made better known by the others, and that they, the defendants and prisoners, were more heavily incriminated and would be convicted thereof, 27. From that moment they feigned illness, the second defendant, during the confrontation undertaken with some of the remaining documents, having answered nothing at all and shown himself to be obstinate to the utmost, 28. While the other merely persisted in his previous confession; 29. That thus, there being no doubt regarding the offense, and the same absolutely meriting capital punishments, 30. The official plaintiff also trusts to discern the necessary and strongest indications against the prisoners, 31. And the general doctrine of the Law indicating that a prisoner unwilling to respond may be compelled thereto with threats and furthermore with torture, Bort: Title 9 no. 7, 32. The official plaintiff thus believes, under your Honors' better judgment, 33. That both prisoners and defendants are in the case in which torture especially ought to be applied; By virtue of which and other means and reasons to be further deduced in due time if necessary, the official plaintiff, making his claim, concluded: That both prisoners and defendants mentioned in the heading shall, by interlocutory sentence of your Honors, be condemned to be brought to the severe examination, or to such etc. etc. Was signed: J. Exter Agrees: H. D. Kier Sworn Clerk

Dutch transcription

Compareerde voor de welk achtb: raade van Iustitie des Casteels de goede hoop den pro Interim fiscaal 9. Exter R. O. Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre Ca„ den Scheepstimmerman van't in de westhoek van de baay fals gestrande fransche particulier schip la Rosette Francois Bieltse van gent, en den mattroos van voorm: bodem Jean Michel van nantes geve„ en gede, in voorsz: Caster andere zeijde Art: 1. En deede zeggen 2. dat 't gem: particulier schip la Rosette inde Commando van den Capitain la Borde omtrend Medio Maij van bourdeaux voor Esle de france uytgeloopen zijnde 3. bovengem François Bieltse en Iean Michel met de mattroosen de gebroeders anthoine en Etienne Saljasco en den Kok augustinus Scheir, reeds omtrend de Lincen 't allergruwelijkst project hebben gemaakt. 4. van den Capitain met alle overige manschap „pen van't Schip en nog ses persoonen bestaande omtebrengen 5. welk project zyd hebben geweeten te ver „bergen en eerst dadelijk uijtgevoerd, toen de Caabsche wal int gezigt hadden. 6 8 6. als wanneer zyt: naar zig gewaarschouwd te hebben, dat 't nu teyd was, zig in dien nagt zijnde den 13. der gepasseerde maand dug„ omtrend middernagt bij de timmer man hebben vergadert 7. en een ijder zyn post aangeweesen en met bijl en dissels gewapend zijnde in zeer korten teyd en zonder den gerigsten teegenstand den Capitain en Seconde met den bootsman en desselvs waat hebben dood geslagen dat dan den stuurman Boy ende mattroos willem Thomas daartoe gekoomen zijnde om hun leeven smeekende, en verzeekerende dat zy alles met hunt: doen en op gelyke wijze wilden aangezien worden deeze beijde perzoonen nog van de dood zijn bevreijd gebleeven. 11. voorts de Luytenant Boij om 't vertrouwe van de moordenaar te verkrijgen aen jonge die zig heeft verborgen gehouden tot zig heeft geroepen en met een bijl slag ter neder en dood geslagen 12. 't geen hem Boij egter niets heeft kunnen helpen, zijnde hij eenige uuren daarna Levendig over boord geworpen geworden 13. dat zijt na volbragten moord; de doode Lighamen in een zeijl hebbende te zamen gebonden, en met een daaraanvastgemaakte anker over boord gegooijd. 14. voorts nade aanweyjsing van den stuurman de kassen en kisten, waarin eenige pretioza waren, hebben g'apend. — 15. en met wegneeming derzelve na nog een gat int schip gerapt te hebben om zulx te doen zinken, met hun ses in de schuijt aan wal zijn gekoomen. A 8 10. - AC 16. dat voorsz: perzoonen gevangen genoomen en aan den regter deezer Steede overgegeeven en ten overstaan van Heeren gecommitt„g uijt deezen E: agtb: raade g'examineerd zijnde 17. Omtrend de geperpetreerde feijten behalve eenige particulariteijten zeer overeenkoo„ mende hebben beleeden behalve dat de in 't hoofde gem: beyde per „soonen van geen project te vooren gemaakt iets willen weeten. en bezonders den tweede geven en gede, zyne handen nergens wil aangelegd en met niets zig schuldig gemaakt hebben. blykende dog uyt de Conforme Confessie der beijde Italiaanen en des koks dat zij Geve, en gede„ niet alleenig daarvan hebben geweeten. 21. waar nade duydelykste indicen ook zelve de voornaamste van't Complot zijn. en dat niet minder de tweede geveinde 22. uijtvoering zyn best heeft gedaan en niet agteruijt is gebleeken. gelijk aan zonder tegenspreeken Consteerd: dat hy de meeste en kostbaarste goederen voor zijn portie heeft gehad. dat by andere omstandigheedens geconside „reerd absolute doed volgen, dat hij de 2=d=e geve, en gede„ niet de geringste, maar een zoodanige perzoon, is geweest die voor de andere iets vooruijt gehad heeft dat beijde geven en gede, met de grootste vrij heijd by hunne beijde verhooren hebbende g'antwoord— 26. dag gewaar wordende dat de zaake door 25. 24. 23. 20. 18. de 19. 5 de andere beter bekend gemaakt, en zy geven en gede, meer aangeplaagd waren, en daarvan overtuijgd zouden worden. 27: van die ogenblik zig ziek gehouden hebben eenige hebbende, den 2=de geven bij de overige stucken voorgenoomene Controntatie insgeheel niet g'antwoord en zig ten uytersten haestarrig getoond. 28. terwijl de andere slegts op zyn voorige Confessie is blijven persisteeren dat dus nopens het delict geen twijffel zijnde en't zelve absolute doodstraffen meriteerende 30. de R. O. Eisscher vertrouwd ook de nodigste en sterkste indiria tegens de geve, te ontwaren en de algemeene leere der Od: aanwisende dat een geven niet willende respondeeren met dreijgementen en voorts met de fortuur daartoe kan gedwongen worden Bort: Tit. 9 n„o 7. zoo vermeend den R. O. Eijsscher /onder uwE. 32. agtb: beter oordeel:/ dat beijde geve, en gede, int geval zijn, in welke de fortuur bijzonders zal behooren g'appliceerd te worden 33. 31. 29 Mits welke en andere middelen en reden in tijd en wijlen is 't nood / nader te beduceeren den R. O. Eijsscher Eijsch doende Concludeerden dat beijde int hoofd gem: gen - geve, en gede, bij interlocutoir vonnisse van uwE agtb zullen worden gecondem¬ neerd, omme gebracht te worden tot scherpen Examen, ofte tot alzulken &5; &: /:was geteekend:/ 9. Exter Accordeert HDKier H Gem Clere hoo ren L C H.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0223 view scan ↗

English

Thursday the 21 September 1786. In the forenoon present the Honorable Worshipful Gentlemen Pieter Hacker and Johannis Isaak Rhenius presidents, and all the Members. The pro interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, acting in his official capacity as prosecutor, exhibits a written claim equipped with 12 attachments, tending ad torturam against the ship's carpenter of the French ship La Rozette, stranded on the west corner beach of False Bay, Francois Bieltze, and the sailor of the aforesaid vessel Jean Michel, prisoners and defendants in a criminal case, to hear the claim and conclusion ad torturam. The prisoners and defendants having been brought inside individually one after the other, Bieldze confesses to knowing very well that long before the heinous murder was committed on the said ship La Rozette, it was spoken of; further says that Willeam Thoma is the least guilty of them all, moreover confessing that he, the prisoner, struck the 2nd Captain dead. Michel says he is innocent. The Council condemns the prisoner Jean Michel by interlocutory sentence to be brought to and put to the complete torture, as is customary here; but concerning the fellow prisoner Francois Bieltze, the Council denies the official prosecutor his claim made and conclusion taken upon and against the said Bieltse. At the bottom stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Below: In my presence, was signed, C: V Aerssen, Secretary. Lower: Agrees, was signed, C: V: Aerssen Secretary. Agrees, ADDBiem sworn Clerk Pursuant to the ruling of yesterday's date, on the 22 September 1786, there appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in the irons or torture chamber, the person of Jean Michel, who, both before and while and after he was hauled up on the pulley and let down, answered the following questions as recorded alongside them. Interrogatories submitted to the Honorable Worshipful Gentlemen Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, presidents, together with the gentlemen members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, by and on behalf of the pro interim Fiscal Gabriel Exter, in order that the person of Jean Michel be heard and interrogated upon them at his requisition according to the interlocutory sentence of the 21st of this month of September ad torturam. Article 1. Whether he, the prisoner, will not confess the truth. Persists by his previous statement of having known nothing about it. The cook tells him to his face that he did know about it. Anthonio Taljasso: that he already knew about it off the coast of Guinea, but that he said it would be better to wait until the Cape because there would be a good opportunity there to sell off the goods. Etienne Paljasso maintains the same against him. 2. If so, whether he, the prisoner, did not know about the plan long before the deed. The prisoner persists as before; says he has spoken the truth. 3. Whether he, the prisoner, did not give the Englishman a pistol to shoot Lieutenant Boij dead. Says yes. 4. For what reason or intention he, the prisoner, did so. Says as before. 5. With whom he first and foremost conferred about this. Lapses. 6. Whether he, the prisoner, did not already speak about it and initiate it himself around the Equator. Lapses. 7. Whether he, the prisoner, did not lend a hand to throw the Lieutenant overboard. Says yes, and to have done so to save his life. 8. Where he, the prisoner, left his two watches and gold box. Says now that these were stolen from him in the hospital here. At the bottom stood: Thus questioned and answered in the irons or torture chamber at Cape of Good Hope the 22 September 1786 in the presence of the Honorable Worshipful gentlemen Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, presidents, as well as the gentlemen Salomon van Echten, Johannes Smuts, Johannes Marthinus Horak, Andries van Sittert, William Ferdinand van Reede van Oudshoorn, Johannes Matthias Bletterman, Christiaan Ludolph Neethling, Christiaan Georg Maasdorp, Clement Matthiessen, Gerrit Hendrik Meijer, and Hendrik Justinus de Wet, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid; who duly subscribed the minute hereof together with the interrogatee and me, the Secretary. Lower: was signed: Which I witness, C van Aerssen Secretary. Confirmation. Appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the abovementioned Jean Michel, who, having these foregoing questions with his answers given thereto read out clearly and distinctly from word to word, affirmed that he persists by them, adding these words to have been used toward the Englishman when handing over the pistol: Brulez li la Cervelle, and that he himself had not had the heart to shoot Lieutenant Boij dead. At the bottom stood: Thus confirmed while out of bonds of irons and without the least threat thereof at Cape of Good Hope the 25 September 1786. Was signed: a cross, and around it written: Jean Michel makes this mark with his own hand. Beneath it: in our presence, was signed, P: Hacker, J. I: Rhenius, S. V. Echten, Johs. Smuts, J. M: Horak, A. V: Sittert, W. F. V. Reede van Oudshoorn, J. M. Bletterman, C. L. Neethling, C. G. Maasdorp, C. Matthiessen, G. H. Meijer, H. J. de Wet. Lower: In my presence, signed, C. van Aerssen Secretary. Agrees, [illegible] sworn Clerk

Dutch transcription

Donderdag den 21 September 1786. 'S Voormiddags present de E Achtb: Heeren Pieter Hacker en Johannis Isaak Rhenius praesidenten, en alle de Leeden. — De pro interim fiscaal alhier de J: O: Eysscher exhibeert een d: E' Gabriel Exter nomine Officie schriftelijken Eysch gemunieerd Eisscher. met 12 bylaangen tendeerende ad tor turam de gev„e en ged„t ieder afzon„ den scheeps timmerman van 't „derlijk de een na den anderen aan 't westhoeks strand„ den baaij binnen gebragt zijnde, bekent fals gestrande fransch scheepse Bieldze wel te weeten dat er La Rozette, Francois Bieltze en reeds langen tijd voor dat de den mattroos van voorm: bodem gruwelijke moord op het gem: Iean Michel gev„ en ged„te in Cas schip La Rozette gepleed is, Crimineel Omme te hooren Eijsschen daar van gesprooken is; zegt en Concludeeren ad torturam. — voorts dat Willeam Thoma de minst schuldige van hun allen is wyders Confesseerende dat hij gev„e den 2 Capitain heeft dood geslagen Michel zegd Onschuldig te zijn. De Raad Condemneerd de gev„e Jean Michel bij oomnisse interlocutoir, Omme gebracht te worden tot en aan de volkomene zortuur, zo als dezelve alhier gebruijkelijk is, doch ten belangen van den meede gev„ Francois Bieltze, ontzegt de raad R: O: Eijsscher zijnen op en Teegens gem: bieltse gedanen Eijsch en genomene Conclusie. — Onderstond. Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut 6=a Supra Supra lager mij present /:was geteekend, C: V Aerssen. Secret„ /Lager/ accordeert /was geteekent/ C: V: Aerssen Secretaris. — Accordeert ADDBiem gemClert . R Achtervolgens het geweijsten nterrogatoria overgegeeven aan d' Edele Achtbaare Heeren van gisterige datum is op den 22: Septbr: 1786. voor Pieter Hacker en Iohannes VE. agtb: raad van Iustitie Isaac Phenius praesidenten des Casteels de goede hoop beneevens de heeren leeden in de boeien of pijnkamer van den E. achtb: raade verscheenen de perzoon van Iustitie dooses gou van Jean Michel de„ vernements door ende welke zoo voor als terwijl van wegens den pro en nadat hij aan de Interim Fiscaal gabriel pleije opgehaald en neer Exter omme daarop ter gelaten was, op de onder ziner requisitie volgens staande vragen zodanig interlocutoir vonnis van heeft g'antwoord als daar den 21. deezer maand nevens staat aangetee„ September ad forturam kend. — gehoord en ondervraagd te worden de perzoon van Jean Michel AC: 1. off hy de geven de waarheijd niet bekennen zal. — 2. zoo zal of hij geve„ dan niet persisteerd by zyn voorige lang voor't fait van't project gezegde daarvan niets daartoe heeft geweeten. te hebben geweeten, de kok zegt hem in facie dat hy er wel van geweeten heeft. Anthonio taljasso: dat hij al by de kust van guinee daar van geweeten heeft, dog dat hy gezegd heeft dat 't beter ware om tot aan de Caab te wachten wijl men daar goede geleegentheijd had om de goederen aftezetten. Etienne Paljasso houd hem hetzelve Staande. den geve persisteerd als vooren Legt de waarheyd te hebben gesprooken 5n A zegt als vooren. Vervald. vervald waar hij geve, zijne twee horold zegt thans dat dit hem „gies en goude doos heeft int hospitaal alhier is ontstoolen geworden: gelaten zegt Ia: off hy geve, de hand niet zegt Za:l en zulx gedaan heeft geleend om den Luijkt„ te hebben om zijn Leeven te Lauveeren! over boord te werpen /:onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord in de boeyen of pijnkamer aan Cabo de goede Hoop den 22. September 1786. ten overstaan vande E. achtb: heeren off hij geve, den Engelschman niet een pistool heeft ge= geeven om den Luijtenant Boij dood te Schieten uyt wat reeden of intentie hij geve, zulx gedaan heeft A. met wien hij zulx eerstelijk en voornamentlik overleijd heeft off hy geve, niet omtrend de linie reeds daarvan heeft gesproken en zulx zelve aangesponnen #t ƒ 1 7. 54 6. 5. 4. .. Pieter Hacker, en Johannes Isaac Phhenius praesidenten mitsg„s de heeren Salomon van Echten, Iohannes Smuts, Iohannes Marthinus Florak, Andries van Sittert William Ferdinand van Reede van Oudshoorn, Iohannes Matthias Bletter man, Christiaan Ludolph Heethling, Christiaan georg Maasdorp, Clement Matthiessen, Gerrit Hendrik Meijer en Hendrik Sustinus de wet. Leeden uijt den E. agtb: raad van Iustitie voormeld; die de minute deeses beneevens de den g' interrogeerden, ende mij Secretaris meede behoorlijk hebben gesubscribeerd. — /:Lager:/ /:was geteekend:/ T welk ik getuige C van Aerssen Secretaris. Recollement. Compareerde voor den E. Achtb: raad van Iustitie deezes gouvernements den boven gem: Jean Mechel dewelke deeze vooren staande vragen met zyne daarop gegee ven 3 1 „vene antwoorden, van woorde tot woorden klaar en duidelyk voorgeleesen weesende betuijgde daarbij te blyven persisteeren met bijvoeging van deeze woorden teegen den Engelschman onder het overgeeven van't pistool te hebben gebeesigt Brulez li la Cervelle, en dat hij zelve het hart niet had gehad om den Luitenant Boij dood te Schieten. — /:onderstond:/ Aldus buijten zijn van banden van Eysers dan wel de minste bedreijging van dien gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 25:' Septb: 1786: /:was geteekend:/ kruijs /:en daarom beschreeven dit merk steld eijgenhandig Iean Michel /:daaronder :/ in onze Praesentie /:was getekend/ P: Hacker, I. P: Rhenius, S, V. Echten Johs, Smuts, I. M: Florak, A. V: Sittert, W. f. V. Reede van Oudshoorn, I. M. Bletterman, C. L. Neethling, C 9. Maas„ „dorp, C. Matthiessen, G. H. Meijer P. P. de wet. /:Lager :/ mij praesent /:getee„ kend:/ C. van Aerssen Secretaris.— Accordeert Kiet G Ho gemclery L: G

NL-HaNA_1.04.02_10668_0231 view scan ↗

English

Further interrogatories submitted to the Honorable Pieter Hacker and Johannes Izaac Rhenius, presidents, together with the other gentlemen members of the Honorable Council of Justice of this government, by and on behalf of the pro interim Fiscal Gabriel Ester, in order thereupon at his requisition, pursuant to the interlocutory sentence of the 21st and resolution of the 22nd of this month of September, to hear and examine under closer examination the person of Jean Michiel. Pursuant to the sentence, executory of the 21st and resolution of the 22nd of this month of September, there appeared today, the 25th of September 1786, before the Honorable Council of Justice of this government in the irons or torture chamber the person of Jean Michel, who, without being bound to the rack, answered the questions below as noted alongside. Article 1. Whether he, the prisoner, does not know both watches with their chains, the gold box, and the earrings. Says: Yes. 2. Whether he, the prisoner, did not always carry the same concealed in a cloth under his arm. Says: Yes. 3. Whether he, the prisoner, did not give the said items on last Thursday evening to his fellow prisoner Pierre Outrio for safekeeping, adding these words: that it would be better that he, Outrio, should profit from them rather than the Gentlemen. Says: Yes, but adds to this that he had added these words: that it was better that he, Outrio, profited from them rather than anyone else, because he could pray to God for him. There appeared Outrio, who told him to his face that he used the words: that it would be better that he, Outrio, profited from them rather than the Gentlemen; that it was indeed true that he said: you can pray to God for me. The prisoner persists in what he said. 4. Whether he, the prisoner, did not do this because he feared that during the execution of the torture announced to him, the discovery thereof would be made. Says that he gave the two watches and that box before the torture to the said Outrio. 5. Whether he, the prisoner, will not now confess to have concealed the truth in an obstinate manner. Says: Yes in this respect. 6. And also by his feigned illness to give the conviction that he, the prisoner, is guilty of everything laid to his charge. Says: No; that he is really ill, and that what is laid to his charge that he gets up at night and walks through the room is untrue. 7. Whether he, the prisoner, knew of the plot and when. He says: Yes, long beforehand, and indeed at the time when the official report was drawn up. 8. Since he, the prisoner, knew of the intention of the murder, whether he did not then make himself an accomplice by keeping silent about it and not reporting it. Says: Yes, he consented to it, but had not thought that it would be carried out so cruelly. 9. Whether he, the prisoner, is not the first cause and leader of the committed murder. Says he is as guilty as the others in so far as it concerns the robbery and the shipwrecking of the vessel, but not as regards the murders. Article 10. Who then is the cause thereof, and how did the committing of the murders take place. Says that he holds the Italians to be the first in the plot, and that the official report gave rise to it because Etienne had said that he would willingly throw them into the sea. 11. Whether he, the prisoner, did not murder the boatswain's mate, and if not, who did so. Says that not he, the prisoner, but Antonio struck the boatswain's mate stone dead. Says further that through the darkness he did not see it properly. 12. Whereas he, the prisoner, says that the pistol was given to him, as he, the prisoner, gave the same to the Englishman to shoot the Lieutenant dead: who gave him the pistol or from where did he fetch the pistol. Says that he, the prisoner, took a pistol from two that had lain under the bunk of the Captain, wrapped in a handkerchief and loaded, and that the second pistol had been taken by another. 13. Whether he, the prisoner, did not give the Lieutenant a cut. Says he gave the Lieutenant a cut that missed. Says further that he gave the Lieutenant Boy a cut and dropped the ax because that Lieutenant touched him, the prisoner, on his sore thumb; that he furthermore alongside the others picked up the said Lieutenant to throw him overboard. 14. Whether the said Lieutenant Boy did not beg him, the prisoner, for his life. Says: Yes. Thus questioned and answered in the irons or torture chamber at the Cape of Good Hope on the 25th of September 1786, in the presence of the Honorable Pieter Hacker and Johannes Izaac Rhenius, presidents, together with the Gentlemen Salomon van Echten, Johannes Smuts, Johannes Marthinus Horak, Andries van Sittert, William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn, Johannes Matthias Bletterman, Christiaan Ludolph Neethling, Christiaan Georg Maasdorp, Clement Matthiessen, Gerrit Hendrik Meijer, and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who duly signed the original draft hereof together with the person interrogated and me, the Secretary. Witnessed by me, signed: C. V. Aerssen, Secretary. Re-examination. There appeared before the Honorable Council of Justice of this government the above-mentioned Jean Michel, to whom these preceding interrogatories with his responses given thereto were clearly and distinctly read word for word, declaring that he persisted therein, desiring that nothing be added thereto or taken therefrom. Thus re-examined, free from the pain of bonds of iron or the least threat thereof, at the Cape of Good Hope on the 26th of September 1786. Signed: Jean Michiel. In our presence, signed: P. Hacker, J. I. Rhenius, S. v. Echten, J. Smuts, J. M. Horak, A. v. Sittert, W. F. v. Rheede van Oudshoorn, J. M. Bletterman, C. G. Maasdorp, C. Matthiessen, G. H. Meijer, H. J. de Wet. In my presence, signed: C. V. Aerssen, Secretary. Agrees. H. D. Kriel, sworn clerk. No. 14

Dutch transcription

Legd Ja zegt Ja zegt ja: doch daar bij deeze woorden Agtervolgens het vonnis, inter„ Nadere Interrogatoria Excutoir van den 21 en besluit van overgegeeven aan d' E Achtbare den 22 dezer Maand Septemb: Heeren Pieter Hacker is op heeden den 25 Sept: 1786. voor den E rett: Raad van en Iohannes Izaac Iustitie dezes Gouvernement Rhenius prasidenten in de boeijen of pijnkamer ver, „scheenen de Perzoon van Iean benevens de verdere Heeren Michel, dewelke zonder aan de Leeden van den E Agtb: Rade pleije te zijn vastgemaakt op de onderstaande vragen zo, Van Iustitie dezes Gouvernemt: „danig heeft geantwoord als daar door ende van weegens den pro benevens staat aangeteekend. Jnterim Fiscaal Gabriel Ester omme daarop ter sijne requisitie volgens uiterlacatoir vonnis van den 21. en besluit van den 22 dezer Maand Septemb: bij scherper Examen gehoord om ondervraagd te werden de Perzoon van Jean Michiel Oort: 1. E Off hij gev: de beide Porologies met af kettingen goude doos en Orelietten niet kend. ! off hij gev: dezelve niet altoos in een doek onder sijn arm heeft verborgen gedragen! of hij gev: gem: stukken niet op voorl: Donderdag avond aan sijnen mede gev Pierre Outrio heeft in bewaring ge„ „geeven met bijvoeging van deze woorden: dat het beter ware dat hij Ontrio daarvan profiteerde als de Heeren: te hebben gevoegd, dat het beze ware, dat hij Outrio daarvan profiteerde als iemand anders: wijl hij God voor hem bidden kon. en e enant 1 Compareerde Outrio dew elke hem in facie zegt, dat hij de woorden gebruikt heeft: dat het beeter ware dat hij duthio„ daarvan profiteerde als de Heeren — dat het egte waar was, dat hij gezegt heeft: gij kunt God voor mij bieden de gev: persisteerd bij sijn gezegde zegd dat hij de Twee Oorlogies en die doos voor de pijniging aan gem: batrio heeft gegeeven zeer ja in dit op zigt zegd neen: dat reëël ziek is, en dat het geene hem te laste word gelegt dat hij des nagts opstaat en door de kamer wandelt onwaar is. hij zegd ja lang te voren en wel in die tijd Wanneer het proces verbaal is opgemaakt geworden. — zegd ja. daarin geconsenteerd, doch niet gedacht te hebben dat het zo wreed in zijn werk zoude gaan. — zegd zo schuldig te zijn als de anderen in zyverre het roven aanbelang en het doen veron„ gelukken van 't schip dog niet ten belange van fermoorden. — off hij gev: niet is de eerste oorzaak en aanvoerder der gepleegde moord. - dewijl hij gev: van de intentie van het woorden heeft geweten of hij zig dan niet mede plichtig heeft gemaakt door zulx te verzwijgen en niet aan te geeven! off hij gev: van't Complot heeft geweten en wanneer! en mede door syn aangestelde ziekte de overtuiging te geeve, dat hij gev= schuldig is aan al het geene hem de laste gelegd word. — off hij gev: thans niet bekennen zal de waarheid op een bardnekseig en rijze te hebben verborgen off hij gev: zulx niet heeft gedaan om dat hij gevreesd heeft dat bij Executie de hem aangezegde Fortuur de ontdekking daar Van zoude gemaakt worden ƒ 3 6 7. 8. 4. Zeg Art: 10. zegd dat hij aHalianen voor de eerste vant Complot houd, en dat het proces verbaal daartoe aanleiding heeft gegeeven, om dat Etiennen gezegd had, dat hij ze wel in zee wilde werpen zegd, dat niet hij gev: maas Antonio den Dormansmaat mors dood geslagen heeft, zegd nader, door de duisterheid zulx niet regt gezien te hebben. zegd, dat hij gev: een pistool heeft daar hij gev: zegt, dat hem het pistool is gegeeven, gelijk hij gev genomen van twee die onder de Rooy van de Cap: hadden hetzelve heeft gegeeven aan de gelegen, in een neusdoek ge„ Engelschman om den Lieut: dood „bonden en geladen waren, en te Schieten; — wie hem het dat d Tweede Pistool Pistool gegeeven of van waar hij door een ander was genomen. het Gistool gehaald heeft 13. off hij gev: tte, Lieut: niet een kap heefft gegeeven, off gem: Lieul: Boij hem gev: niet gebeden heeft om syn leeven - — /.onderstond:/ Aldus gevraagd en beantwoord en de Boeijen zegd Ja. zegd den Lieut: een kap gegeeven te hebben die gemigt heeft zegd nader dat hij den Leeub: Bdij een kap heeft gegeeven en den Bijl heeft laten vallen. door dien die Lieut: hem gev: aan Sijn seere duim raakte; dat hij voorts nevens de andere gem: Lieut heeft opgenomen om hem over Boord te werpen, off hij gev: den Dootsmansmaat niet vermoord heeft, en zo neen wie zulx gedaan heeft! wie daarvan dan de oorzaak is, en hoedanig zig het pleegen der moorden heeft toegedragen— of 12. 11. 14 r of pynkamer aan Cabo de goede Hoop den 25 J=bre 1786. ten overstaan van dE Agtb: Heeren Pieter Hacker en Iohannes Izaac Rhenius praesidenten mitsg de Heeren Salomon van Echten, Joh=s Smuts Iohannes Marthinus Aorak Andries van Sittert William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn Iohannes Matthias Bletterman Christiaan Ludolph Neethling Christiaan Georg Maasdorp, Clement Matthiessen Gerrit Hendrik Meijer en Hendrik Justinus de wet, Leeden uit den EE Agtb: Rade van Iustitie voorm: die de minute dezes benevens den g'interrogeerden en mij Secretaris mede behoorlijk hebben gesubscribeerd /:lager :/ 'T welk doerde ik Getuijge /:was getee„ kend:/ C: V: Aerssen Secretaris. — Compareerde voor den E: Agtb rade van Iustitie dezes gouvernements de bovengem: Iean Michel dewelke deze vorenstaande Interrogato ria met syne daarop gegeevene responsiven van woords tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen wezende betuigde daarbij te blyven persisteeren met begeerte dat 'er niet bij ofte van, gedaan worden zal /:onderstond./ Aldus buiten pijn van banden van ijzers dan wel de minste bedrijging van dien Gerecol„ „leerd aan Cabo de goede Hoop den 26 7=bre 1766. /:was get:/ Iean Missieux //:lage:/ in onze praesentie /:get:/ S: Machel, I:s S: Rhenius S: V: Echten, I: Smuts, I: M Aoral A: V: Sittert, W: F v: Rhede van oudshoorn, I: M: B letterman, C: P: Maasdorp, Recollement C: Matthiessen, I: H Meije A: P: de wet, /:daar onder:/ mij praesent /:get:/ C: V: verssen Secretaris F Accordeert. — HD Kiets gemCleren col N 14

NL-HaNA_1.04.02_10668_0239 view scan ↗

English

Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the prisoner Pierre Outrio, born near Paris, of competent age, who, upon the requisition of the interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared the following to be true: That about the middle of the week just passed, and indeed, by estimation, on Thursday evening, the fellow-prisoner Johan Michiel of Nantes gave him, the deponent, since they are imprisoned in one room, two gold watches, one gold box, and two gold chains, saying, "it is better that you have it than the gentlemen," that man having further recounted to him, the deponent, that he had kept the aforementioned goods hidden under his armpits in a handkerchief belonging to the murdered Captain throughout his imprisonment. The deponent testifying that the above-mentioned Johan Michiel continually feigned illness during the day, yet arose at night and walked around in the room and ate and drank whatever he then found; as also that the little Fleming with whom the deponent is presently imprisoned had said to him, the deponent, "that Frenchman may act ever so innocent, yet he is just as guilty as any of the others." Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same further under oath. Underwritten: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 25th of September 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannis Smits, members from the Honorable Worshipful Council aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the sworn clerk. Lower: To which I testify, Was signed: R. J. v. d. Rieth, sworn clerk. Review: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the prisoner Pierre Outrio, who, this his above statement having been read aloud to him word for word clearly and distinctly, testified to persist therein, with the desire that nothing shall be added thereto or taken therefrom; and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke in the French language the solemn words: So help me God Almighty. Underwritten: Thus reviewed and sworn to at the Cape of Good Hope on the 7th of October 1786. Lower: And being illiterate, the deponent has placed this cross with his own hand. Still lower: Was signed: R. J. v. d. Rieth, sworn clerk. In the margin: As commissioners, and signed: W. F. V. R. V. Oudshoorn and Johannis Smits. Agrees: Riet, sworn clerk. 771 Articles drawn up and submitted to the gentleman commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order that Augustinus Scheirs of Savelog, being present here, shall be heard and interrogated thereupon at the requisition of the interim Fiscal here, Gabriel Exter, whose responses to be given shall be duly noted in the margin. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the named Augustinus Scheir of Savelor, who has answered the adjacent questions in such manner as is noted beside each of them. Article 1. The interrogate's name, age, and place of birth! Says Augustinus Scheir of Savelor, aged 17 years. 2. With what ship, in what capacity, and when did the interrogate land here? Says with the French private vessel La Rosette, belonging to a merchant in Bourdeaux whose name is unknown to the interrogate, and who is also himself soon to arrive here with a ship with which he is going to Isle de France; in the capacity of cook, being accepted, however, as an ordinary seaman. Came ashore in the night between the 14th and 15th of August. 3. With how many crew was said ship manned, and when did it set sail and from where? States it was manned with 12 men, consisting of: the Captain, M. La Borde, the Second, Huholahan, the Mate, Boij, the Boatswain, Maellart, the Boatswain's Mate, Bernard, the Carpenter, Francis Ros, along with the interrogate, 4 seamen, and the boy. Sailed, to his recollection, in the beginning of May, as they had a voyage of 12 weeks from Bourdeaux. Article 4. Whether during the voyage any disputes and unpleasantries occurred, and whether he himself had anything of the kind? Says that after they had been at sea for 3 to 4 weeks, the Italian Etienne Baillas had refused to work, and the first mate and the boatswain having ordered him to force him to it with blows, he, being unwilling to comply, gave the said first mate, Etienne Tailasco, a slap with his hand, whereupon Etienne responded by taking up a tub from which the chickens had eaten and striking at the first mate with it. That further, 2 weeks before their arrival here, the Englishman Thomas, having gotten into a dispute with the boatswain, the said boatswain struck him with an eating tub, against which the Englishman defended himself, the mate rushed in, and furthermore the Captain with his drawn sword; that furthermore, when the commotion subsided, two pistols and some muskets were loaded by the Captain, saying that he would shoot dead the first one who was not quiet. Says he himself had no quarrel with anyone. Subsequently, that the boatswain had come to blows with the Captain, and that the Captain also had words with the Lieutenant. 5. Whether one or more of them was placed in irons, who, and by whom, and when released again? Says that no one was in irons except the aforementioned Italian, Etienne Dailrasco, who, for reasons mentioned in Article 4, was locked in irons by the carpenter on the order of the Captain, and was released again the next day in the evening by the same carpenter on the order aforesaid. 6. On what day and time did they get sight of the Cape shore? Says on Saturday afternoon, or the 12th of August, they suspected to

Dutch transcription

Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E Achtbaren Raad van Justitie deezes gouvernements Den gedetineer„ „den Pierre Outrio omtrend Parijs geboortig van Competenten Ouderdom dewelke ter requisitie van prointerim Fiscaal d' E Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat omtrend 't midden der eeven afgeweekene week en wel na Gissing op donderdag Avond den meede gedetineerden Johan Michiel van Nantes aan hem Comp„t vermits Zyl: in eene kamer gevangen zitten, gegeeven had, twee goude sor„ „logies Een goude doos en twee goude kettin„ gen met te zeggen 't is beeter dat gij 't hebt als de Heeren, hebbende die man nog aan hem Comp„t verhaald dat hij de voorm: goederen geduurende zijn Gevangenis onder zijne Ocelen in een Neus„ „doek den vermoorden Capitain toebehoorende ver„ „borgen gehouden had. betuijgende den Comp„t dat bovengem: Johan Michiel Over dag zig geduurig ziek gehouden egter 's nagts opgestaan en in 't ver„ „trek rond gewandelt en 't geen hij dan vond gegeeten en gedronken had, als meede dat den klijn flaminger bij dewelke den Comp„t thans gevangen zit, aan hem Compt gezegt had, die frans„ „man mag zig nog zo onschuldig houden, hij heeft dog zo veel schuld als een der andere. Niets meer verklaarende geeft den Comp„t voor redenen van wetenschap als in den text be„ „rijd zijnde zulx nader met Eede gestand te doen /Onderstond/ Aldus gepasseert aan Cabo de Goede Hoop den 25 September 1786. voor de Heeren Willem „hoorn en Johannis Smits leeden Uijt den E. Achtb: Raad voorm: die de minute deezer nevens den Compt: en mij geswoore Clercq mede behoorlijk hebben onderteekend. / Laager / 'T welk ik getuijgen/ /was getekend/ R: J: V: d: Rieth geswoore Clercq. Willem ferdinand van Rhelde van Ouds¬ Recollement. Compareerde voor ons Ondergetekende gecommitt: Uijt den E. Achtb: raad van Justitie deezes gouverne„ „ments, den gedekineerden Pierre Outrio, dewelke deeze zijne bovenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duydelijk voorgelezen wezende betuijgde daar bij te blijven persisteeren met begeer„ „te dat er niets bij ofte van gedaan worden zal. en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van die in de fransche taal de Solemneele woorden Soo waarlik help mij god Almagtig. Onderstond./ Aldus gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goeder„ en daar onbeschreven dit Hoop den 7 October 1786: (laager/ een kruis heeft de Comp„e eygenhandig gesteld. / nog lager /was getekend R: J: v: d: Rieth: geswore Clercq / in margine / als gecompt en getekend. W: F: V: R: V: Oudshoorn en Johannis Smits. — Accordeert Riek gemClen 771 Compareerde voor ons onderget:: Articulen gedaan maken en aan heere gecommit„ uijt den E Agtb: gecommitt„s uijt den E agtb: raad raad van Iustitie deeses goeverne„ van Iustitie deeses gouvernemets „ments overgegeeven, Omme daar op gem: Augustinus Scheir van ten requisitie van den prointerim Savelor dewelke op de neevens„ Fiscaal alhier gabriel Eter gehoord en „staande vraagen zoodanig g'ant„ ondervraagt te worden augustinus „woord heeft als besijden een ider scheirs van Savelog geven alhier zullende desselfs te gevene responsive in marge„ aangetekend staat. „ne behoorlijk moeten worden bekend gesteld Zegt augustinus Scheir van Jave „ des gevr: naam ouderdom en geboorte plaats! „lor. oud 17 Jaaren. 2 Met wat schip en in wat qualitijd Zegt met het fransch particulier en wanneer hij gevr: alhier is aan„ scheepje La Rosette toebehoorende „geland. een Coopman te bourdeaux wiens naam de gevr: onbekend is en dewelke ook binnen korten hier zelve met een schip staat te koomen waarmeede hij na Isle de france gaat In qualiteijd als kok, zijnde egter aangenoomen als Jong Mattroos. Aan de wal gekoomen in de nagt tusschen den 14 en 15 Augustus. — Legt bemand geweest te zijn met Met hoe veel volk gemelde schip is bemand geweest de wanneer uijt„ 12 Man bestaande uijt. de Capitain M. La Borde „geseijld en van waar de Seconde huholahan. de Stuurman Boij de Bootsman Maellart de Bootsmansmaat Bernard de Timmerman Francis Ros met de gevr: 4 Mattroosen en den Ionge Uijtgesijld na zijn gedagte Art: 1 in't 3 in't begin van Maij alzoo zij een reijse van 12 weeke hebben gehad. van Bourdeaux. Off niet geduurende de ryse eenige zegt dat nadat zij 3 â 4. weeke geschille en onaangenaamheedens in zee waare geweest de stale„ zijn voorgevallen en of hij zelve niet ailpasio „aan btienne baillas het werken diergelijke gehad heeft.. geweyjgerd had en door de opper„ „stuurman en den bootsman g: or„ „donneerd zijnde om hem met slagen daartoe te forceeren, dezelve zulx J: Tailsasco niet willende priesteeren den opperstuurman gem: bhunne beaelers een Tailasio klap gegeeven had met de hand waar op Etienne beantwoord h met een bak daar de hoenders uyt gegeeten hadden opteneeme en met dezelve na de opperstuurman te slaan. dat wyders 2 Weeke voor hun arrivement hier den Engelsman Thoma met den bootsman geschil hebbende gekreegen gem: bootsman dezelve m had een btens bak geslagen waartegen de Engelschman zig te weer hebbende gesteld de Stuurman toegeschooten is, en voorts de Capitain met de bloote deegen, dat voorts wanneer het weder in stelte was, door de Capitai twee pistoolen en eenige geweere zijn geladen geworden onder het zegg van de eerste die niet stil was, dood te sullen schieten, zegt zelve geen kusie met iemant te hebben gehad, vervolgens dat de bootsman met de Capitain handgemeen is geweest en dat de Capitain ook met de Luijtenant-woorden heeft gehad. — Off niet een of meer van hunt. zijn „zegt dat niemand in de boeije geboeijd geworden wie en door wie wel is geweest als voorm: Italiaan Etienne Dailrasco dewelke om „derom bevreijd reedenen in artc: 4 vermeld door de timmerman op ordre van de Capitain in de boeyjen was geslooten en de anderen dag s'avonds door dezelve Timmerman op ordre voorm weederom was Losgelaaten. zegt zaturdags sagtermiddags Op wat dag en teijd zit de Caabsche wal of de 12 Aug„s getwijfeld te hebben in het gezigt hebben gekreegen. Art: 4. te

NL-HaNA_1.04.02_10668_0245 view scan ↗

English

Whether they saw land, but that on the following day, namely Sunday, they had the shore fully in sight; that on that occasion the Captain had ordered a drink to be given to the crew, which had been refused by the two Italians and the Frenchman named Lionoes, as well as by Lieutenant Boij, but that this had been accepted by the rest of the crew. Whether the person questioned had not agreed with several persons of the crew to run off with the ship and make themselves masters of it. Says that nothing was said to him, the person questioned, about this until two o'clock at night while the boatswain had the watch and the Captain, who had handed over the watch to the boatswain, as well as the first mate, had gone to sleep; when he, the person questioned, was called out of his berth by both Italians and was told that they intended to kill the Captain and the mate, to which he had answered that this would not end well, and that he, the person questioned, had laid down again; that furthermore the two Italians had come again to the person questioned, armed with axes, and told him that they wanted to carry out the aforementioned, and that he, the person questioned, with the carpenter, had to kill the first mate. Whether they did not carry this out on the very same evening with the murder of the Captain, second and mate, two petty officers, and a boy. Says yes, and that this had happened in a very short time; that he, the person questioned, had had to take part because he had been threatened by the Italians that he would also be killed if he was unwilling. Says upon re-examination that he was not threatened at that moment. Article 7. What instrument or weapon the person questioned used for this purpose and upon whom he laid his hand. Says to have received a hammer from the Italians; that he nevertheless made no use of it, as the Captain, pursued by the Italians, coming towards him, held him, the person questioned, by the head; the Captain was nevertheless killed by the said Italians on the quarterdeck, while the first mate was killed in his berth by the carpenter, the other Italian named Anthoine Taillasco having, with the help of Lionois, killed the boatswain; the boatswain's mate being murdered on the quarterdeck alongside the Captain by the brother Etienne Taillasco, and the perpetrators having been equipped with axes and adzes. Declaring further that when the boy was called above, he, the person questioned, was ordered by the Italians to kill the said boy; however, Lieutenant Boij had rushed up with an axe, saying that he himself wanted to murder the boy, which he also carried out with several blows; that finally, in the afternoon, Lionois, having seen that Lieutenant Boij had hidden some letters and papers, had taken him by the chest, and the Englishman being called over, they had tried to throw him overboard, but not being able to manage that, the Italian Etienne Taillasco had seized him by the feet and thus thrown him overboard, whereupon the Lieutenant, having grabbed a rope of the ship, the said Italian gave him another chop to the head, after which they still saw him swimming as long as they could see him. Article 8. Which of them gave the initiative for this, and with how many persons they performed this. Says that the Italians Etienne and Anthoine Taillasco had spoken of it first, and that for the reason that one of them, as mentioned above, had been put in irons, and furthermore because they did not receive enough rations, he, the person questioned, having had to distribute the rations and never daring to give enough. Says further that he indeed had a hammer, but that he murdered no one, having nevertheless had to help the others, because otherwise his own life was not safe, just as they had also wanted to murder him, the person questioned, and the carpenter. Declaring further that they had been of the intention to the Englishman Article 10. Also

Dutch transcription

Of zij Land zagen, dog dat zij des anderendaags namentlijk sondags de wal volkomen in't gezigt hadden dat bij die geleegendheijd de Capitain g'ordonneerd had, om het volk een sorpje te geeven het geen door de twee Italiaanen en de fransman genaamd Lionoes was geweijgerd geworden, beneevens door de Luitenant Boij dog dat zulx door het overige volk was g'accepteerd geworden zegt dat hem gevz: daar niets Off hij gevr: niet met meerderen van gezegt was geworden tot persoonen van het volk zin eens s' nagts om twee uuren terwijl geworden, om het schip af te loopen de bootsman de wagt had en en zig meester daarvan te maaken. de Capitain die de wagt aan den bootsman had overgegeeven, beneevens de opperstuurman zig te zlaapen hadden gelegd:— wanneer hij gevz: door de beijde Halianen uijt zijn kooij was geroepen, en aangezegd was dat zij van zints waren, om den Capitain en de stuurman dood te slaan, waarop hij g'andwoord had, dat zulx niet wel zoude afloopen, en dat hij gevr: zig weder had neder gelegd, dat voorts de twee staliaanen ander„ „maal met bylen voorsien bij de gevr: waaren gekoomen en hem gezegd dat zij het voorsz: wilde ter uijtvoer brengen, en dat hij gevz: met den timmerman den opperstuurman moesten dood slaan Off zyl. zulx niet op de zelve zegt Ias en dat zulx in zeer avond uijtgevoerd hebben met het korte tijd geschied was, dat vermoorden van den Capitain, seconde hij gevr: mede had moeten en stuurman twee onderoffecieren doen, om dat hij door de en een Ionge. Italiaanen was bedrygd gewon„ „den ook te zullen dood geslaagen worden indien hij daartoe on„ „willig was. — zegt bij recollement dat hij niet is gedrijgd gewor„ „den op dat ogenblik 3Wat instrument of geweer hij getr: zegt een hamer van de Italiaanen daartoe heeft g'emploijeerd en aan te hebben gekreegen dat hij eg„ „ter van dezelve geen gebruijk wien hij zijn hand gelegd heeft. Art: 7 heeft had. ge niet de wal 8. heeft gemaakt alzoo de Capitan door de Italianen vervolgd hem te ge„ heeft, „moed koomende hem gevr: bij het hoofd ^ vastgehouden zijnde de Capitain egter door de gem: Italiaanen op 't halve dek dood geslaagen geworden, terwijl den opperstuurman door de Timmerman in de kooij was dood geslaagen, hebbende de andere Italiaan met naame Anthoine Faillasco met behulp van Lionois de boitsman doodgeslaagen, zijnde de Bootsmans maat door de broeder ttienne Paillakco beneevens de Capitain op het halve dek vermoord en de daaders voorsien geweest met bilen en dissels - declareerende verders dat de Ionge na booven geroepen zijnde hij gevz: door de staliaane g'ordonneerd was, om gem: Ionge dood te slaan/ egter de Luijtenant Boij bygeschoo„ „ten was met een bijl onder het zeggen dat hij zelve de Ionge wilde vermoorden, het geene hij ook door eenige slagen heeft werkstel„ „lig gemaakt, dat eindelijk 's agtermiddaags Lionois gezien heb„ „bende, dat de Luijtenant Boij eenige brieven en papieren geborgen had, denselve bij de borst had genoomen voorts de Engelschman daarbij geroepen zijnde zij getragt hadden hem buijten boord te gooijen, edog daarmeede niet te regt hebbende kunnen koomen, de sta„ „liaan Etienne Taillascohem bij de voeten had gevat en zoodanig over boord geworpen, wanneer hij Luitenant na een touw van 't schip hebbende gegreepen gem: Italiaan hem nog een kap in't hoofd heefd gegeven, waarop zij hem nog hebbe zien zwemme zoo lang als zij hem konnen zien zegt dat de Staliaanen Eiennestie van hunL: hier toe, aan Leyding en anthoine Taillasc het eerst heeft gegeeven en met hoe veele pen„ daarvan gesprooken hadden „soonen zij dit verrigt hebben. en dat om reedene dat de een als boovengem: in de boeijen was geslooten geworden, en voorts om dat zij geen randzoen genoeg kreegen hebbende hij gevr: het randzoen moe„ „ten uytgeeven, en nooijt genoeg durven geeven, zegt wyders dat hij wel een hamer heeft gehad, dog dat hij niemand heeft ver„ „moord, hebbende hij egter de andere wel moeten helpen, om dat hij anders zijn eijge leeven niet zeeker was, gelijk zij hem gew: en de timmerman ook hadden willen vermoorden declareerende hij verders dat men van sints was geweest om de Engelschman Art: 10. Ook

← previousnext →