VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10668

Cape · 342 pages · 54 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10668_0247 view scan ↗

English

also to do away with him, who had therefore not been called upon to commit the murder, yet was spared his life, as the defendant presumes, because he joined in with the others. Whether they did not furthermore throw the dead bodies overboard, and who assisted therein. Says that in the early morning hour they threw the corpses overboard, wherein they were all helpful to one another, so that all the corpses together, except for the Lieutenant, were tied to an anchor, and they then threw the anchor with these corpses into the sea. Whether the interrogated person then did not open any chests and take away the money and other valuables found therein. Says that he cannot say who opened anything, as the interrogated person stood continuously at the helm, but that he had heard that the chests of the Captain and Chief Mate had been opened, from which they had taken some clothes and goods, which they had all put into a bag, and later upon coming ashore divided among themselves, and hidden a part thereof in the woods near the stranded ship; the defendant declaring at the same time that from the place where he stood at the helm he had seen that in the hold two chests of the Chief Mate were opened, the one packed with firearms and silk stockings, from which they threw the firearms aside, whereas they packed the silk stockings into bags and took them along, which they salvaged on the beach in like manner; that in the largest chest were found gold watches with chains and other gold ornaments; they took a portion of the gold and silverware along with the money and dealt with the remainder as mentioned above; the interrogated person testifying to have received nothing else for his share than a gold watch, a pair of silver buckles, and seven Spanish Dollars, while the others each enjoyed a gold watch with chain and ornaments, and to his best recollection each 15 Spanish Dollars in money; Article 11. Article 12. Lionois having furthermore quietly taken a gold watch and a ditto snuffbox. Whether they, having done this, did not launch the boat and sail with it to the shore. Says as before; says that both Italians with the Englishman launched the boat while the Frenchman was at the helm and the interrogated person was forward in the hold with the carpenter to chop a hole in the ship, testifying that the two Italians themselves were of the intention to leave the carpenter in the ship, the interrogated person having therefore stayed with him to watch out on that account. At what time and in what place they came ashore. Says that they came ashore during the night at about 10 to 11 o'clock next to the Table Mountain against a corner on a sandy spot. Whether they remained together or separated immediately. Says that they remained together until the next day in the morning, having gone only a little further from the beach to await the daylight, when they went off in groups of three, namely the interrogated person with the Frenchman and the Englishman, the carpenter having gone with the two Italians. What he, the recorded person, enjoyed for his own person and what the others appropriated to themselves. Article 13. Article 14. Article 15. Article 16. Article 17. What could have moved the interrogated person to such an inhuman undertaking and atrocious deed. Says that he had no reason for it, but that he had to do so in order to preserve his own life, not having been able to stop the same, and also having had no time to warn the Captain. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope on the 31st of August 1786. Before the Gentlemen William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Iohannis Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforementioned, who duly signed the minutes of this together with the interrogated person and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aersen, Secretary. Review of Testimony. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this government the above-mentioned Augustinus Scheir, to whom these preceding interrogatories, with his responses given thereto, being read aloud word for word clearly and plainly, testified to persist therein, insofar as he did not declare otherwise in his further examination. Underneath was written: Thus done and reviewed at Cape of Good Hope on the 27th of September 1786. Was signed: Augustinus Scheir. Lower: in my presence, was signed: C. V. Aersen, Secretary. In the margin: as Commissioners and signed: W. F. van Reede van Oudtshoorn and J. Smuts. Agrees.

Dutch transcription

ook van kant te helpen, die daarom niet tot het vermoorden geroepen was, egter leeven bleef gelijk de ged„e praesumeerd om dat hij neevens de andere meede heeft gedaan zegt in den vroegen morgen„. Off Zyl: niet voorts de doode Lig„ „stond de lyken over boord geworpen haamen over boord hebben gegooijd te hebben, waar in zij Elkan„ en wie daarbij behulpzaam is ge„ dere alle behulpzaam zijn geweest „ weest. zoo dat zij de lijken alle te zaamen; behalven de Luijtenant aan een anker hebben vast gebonden, en voorts het anker met deezen lijken in zee geworpen hebben. zeg dat hij niet zeggen kan wie Of hij gevr: dan niet eenige kisten iets g'opent heeft terwijl hij gevr: heefd g'opent en 't daarin bevindelijk gestadig aan 't roer heeft gestaan geld en andere kostbaarheedens weg maar dat hij gehoord had, dat genoomen. de Kisten van de Capitain en. opperstuurman waren g'opent geworden, waaruijt zij eenige kleederen en goederen hadden genoomen, dewelke zij alle in een zak gedaan, hadden en naderhand aan de wal koomende, onder elkanderen ge„ „deelt, en een gedeelte daar van in de bosschen bij 't gestrand schip verstooken, declaareereerende hij geden teffens van de plaats daar hij aan't roer gestaan heeft gezien te hebben dat er in 't ruijm 2 kisten van den opperstuurman zijn g'opend de eene gepakt met geweene en zijde kousen, waar van zij de geweere op zeijde gegooijt daarentee„ „gen de zijde Kousen in zakken gepakt en meede genoomen hebben, die zij op gelijke wijze aan strand geborgen hebben, dat in de grootste kist is gevonden geworden goude horologies met kettingen en andere goude Cieraaden: hebben zyl: een gedeelte van 't goud en zilver werk beneevens het geld meede genoomen en met het overige gehandelt als boven gem: betuijgende hij gevr: niets an„ „ders voor zijn aandeel gekreegen te hebben, als, een goud horologie, een paar zilver gespen en seeven spanse Matten, terwijl de andere ieder een goud horologie met ketting en Cieraden hebben genooten, en na zijn best onthouden yder 15 spaanse Matten aan geld, Art: 11. Hebbende. bij mme : 12. hebbende Lionois nog buiten dien in stilte een goud horologie en een d„o Snuyfdoos genoomen, zegt als vooren. off tyl: dit gedaan hebbend de zegt dat de beyde Staliaanen schuijt niet uijtgezet hebben /e daar met de Engelschman de schuijf meede na de wal gevaaren zijn. hebbe uijtgezet terwijl de frans„ „man dat roer stond en hij gevr: bij de timmerman voor uijt in 't ruijm was om een gat in't schip te kappen, betuijgende hij dat de twee Italiaanen zelve van meening waaren om den timmerman in't schip te laaten zynde hij gev„e daarom bij hem gebleeven om des weegens opte„ „passen. — zegt in den nagt omtrend hoe laat en in wat plaatze 10 â 11. uuren aan de wal te Zijl: aan Land zijn gekomen. zijn gekomen naast de taa„ „velberg teegens een hoek op een sandige plek. zegt te zaamen gebleeven te Off zijt. te zaamen zijn gebleeven zijn tot 's anderen daags mor„ ofte zig dadelijk gesepareerd heb„ „gens, hebbende zij maar een „ ben weinig verder van strand zig begeeven om den dag aftewagten, wanneer zij drie aan drie van elkaar zijn gegaan, namentlijk hij gevr: met de fransman en den Engelschman zynde de Timmerman gegaan met de twee Italikanders. — Wat hij gesz: voor zijn perzoon heeft genooten en wat de overige na zig hebben getrokken. Art: 13. Art: 17. 14. ƒ 15. 16. Art: 17. zegt daartoe geen reeden te Wat hem gevr: tot een zoo onmensch„ hebben gehad, maar dat hij „lijk bestaan en gruwelyke daad zulx heeft moeten doen, om zijn heeft kunnen beweegen.. eijgen Leeven te behouden, heb„ „bende hij het zelve niet kunnen teegen houden, ook geen tijd te hebben gehad om den Capitain te waarschouwen. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 31 Augustus 1786. voor de Heeren William Ferdinand van Rhee„ „de van Oudshoorn en Iohannis Smuts leeden Uijt den E Agtb: Raad van Justitie voorm: die minuten deeses beneevens de gevr: ende mij Secretaris meede behoorlijk hebben Ondertekend /Laager / 'T welk ik getuijgen /was geteekend/ C: van Aersen Secretaris. — Recollement. Compareerde voor de ondergt. Gecomm„s uit den E Achtb: Raade van Iustitie deeses gouv„s boven gem: Augustinus Scheir, denwelken deezen vooren staande vraagpoincten, met zijne daar op gegeevene responsiva van woorden tot woorden klaar en dui„ „delijk zijnde voorgeleezen, betuigde daar bij te blijven percisteeren, in zoo verre hij bij zijn nader verhoor niet anders heeft gedeclareerd. /Onderstond/ Aldus gedaan en Gerecollerd aan Cabo de /Onderstond/ goede logie heeft zig e daar aaten p ven van en wel Goede Hoop den 27 September 1786. /was geteekend/ Augustinus Scheir /laager mij present / was getee„ „kend / C: V: Aersen Secretaris /in margine / als gecom„ „mtt: en getekend W: F van Reede van Oudtshoorn en J„b Smuts. Accordeert Riet gemCleren J C. 16

NL-HaNA_1.04.02_10668_0251 view scan ↗

English

Further articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order to examine thereon, at the requisition of the Fiscal pro interim, the questioned Augustinus Schier of Ghent, whose answers to be given here shall be duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Augustinus Scheir, who answered the adjoining questions as is noted beside each of them. Article 1. Question: With whom he, the questioned, first arrived, when and where at the Cape, and how long they stayed there? Answer: States that after he, the mentioned, left the beach, having arrived with the Englishman and the Frenchman in the mountains at a small hut, where they ate and drank a little, having departed from there afterwards, because they had told the man that they wanted to go to the Cape, that man pointed out to them where the right road was, since according to that man's words they were on the wrong road; thereafter they came from there hither, the second day or on Wednesday to the house of a certain French sergeant, where they remained until that evening; subsequently they were transported from there into custody that evening. Article 2. Question: What goods he, the questioned, took with him, and whether and which ones he left on the beach? Answer: States a gold watch, a pair of large silver shoe buckles, and seven Spanish dollars, the Frenchman having kept the aforementioned watch in custody along with four others, as well as a gold snuffbox and some other small items, of which the Frenchman, upon their separation, handed over to the Englishman three watches, among which one belonging to the questioned was included. States to have left on the beach one of the bags that the carpenter had prepared and apportioned for them, there having been in the bag of the questioned some long trousers, shirts, silk and linen stockings. Article 3. Question: Where these goods and those of his mates ended up? Answer: States that he, the questioned, had given his goods into custody on board the Dutch ship to one of the sailors, but they were also delivered upon their collection, like those of the Englishman, and regarding those of the Frenchman he can say nothing, because they were not together. Article 4. Question: How he, the questioned, can say he was at the helm during the opening of the chests, since he has no knowledge thereof, and the Englishman stood at the helm at that time? Answer: States that he, the questioned, sat at the helm with the Englishman to eat a little, and did stand up once and go to the mainmast, yet immediately returned, which the Englishman could testify to, at which time those thefts were committed by the others. Article 5. Question: What reasons could have moved him, the questioned, to state the matters differently from how they occurred, and how the truth is? Answer: States to have told the truth as far as he knows, and in case anything further should occur to him, the questioned, upon further interrogation, he will confess it then. Article 6. Question: Whether he will not confess that when Lionnais came to him, the questioned, and the carpenter around midnight, at that very hour between them and Etienne it was agreed that they would kill the officers, the murder being executed that same night, and that when the agreement was made, he was called from his bed? Answer: States that he, the witness, had heard the two Italians speaking softly with the carpenter while he, the questioned, was still lying in bed, this having been the very night when the murder was carried out, and to join in the murder, and he, the questioned, was then also given a cutlass by the carpenter, while all were already provided with murder weapons, it being agreed at that time that he, the questioned, with the carpenter had to kill whoever should come before them, just as he, the questioned, then also went to the captain and gave him a blow, without this causing the captain to fall to the ground; the questioned further saying that he did not see the Frenchman when the agreement was made, although that Frenchman was the first who proposed to the Italians and the carpenter to begin that murder, without him, the questioned, knowing what was actually said; stating further that he heard from the carpenter that the Frenchman and the Italian had something in mind, and that possibly something would happen, which happened afterwards, this having been long before the deed was carried out, and indeed before they had passed the coast of Guinea opposite the West Indies. Article 7. Question: Why they did not carry this out immediately, and whether the reason for this was not that Antoine Paljasco still had to be spoken to, who was thereupon replaced at the helm by Lionnais? Answer: Lapses.

Dutch transcription

Nadere articulen Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uit den E agtb: Raad van Iustitie deses gouverne„ ments Augustinus Scheir, dewelke op de nevenstaan„ de dragen zodanig ge„ antwoord heeft, als bezy den yder derselver aan„ geteekend staat. . by wien hy gete eerst is zegt, nadat hy gem: van strand is gegaan, met den aangekomene wanneer en waaraan de Caab, en hoe Engelsman en de Franschman lang zyl: hun verblyf aangekomen te zyn, in het ge„ bergte aan een klyn huytje aldaar gehad hebben: alwaar zyl: een wynig gegee¬ ten en gedronken hebben, ver„ volgens daarvan daan gegaan zynde, vermits zyl: aan de man gesegt hadden dat zyl: na de Caab wilde, door dien man henl: is aangeweesen waar de regte weg was, dewijl zil: vol„ gens zeggen van dien man op een verkeerde weg waaren, daar na zyn zyl: van daar na herwaards gekomen, de tweede dag oflop woensdag ten huyse van zekere fransche sergeant alwaar zyl: tot dien avond verbleeven zyn, vervolgens zijn zyl: van daar in hegtenis dien avond getransporteerd geworden zegt een goude horologie, Een paar Wat hy gewr: voor goederen metden silvere grote schoegespen, en zig genomen, en of en welke hy seeve spaanse matten, hebbende aan strand heeft gelaten! Art: 2 Art: 1 gedaan maken en aan Heeren gecommitteerdens uyt den E agtb: Rade van Justitie deses gou„ vernements overgegeeven omme ter requisitie van den pro Jnterim Fussaal 9: Hter daarop gehoord te worden Augustinus. schier van Gent gevr: alhier zullende desselfs te geevene responsiven in margine deser behoor„ lyk worden bekend gesteld. — kend/ gette„ gecom„ oorn ƒ de de den fransman, de bovengemelde horologie met nog vier andere is bewaring gehad, als meede een goude Snuyfdoos, en eenige andere kleinigheeden waarvan de fransman by hunne separatie aan den Engelsman drie horologies waar on„ der een van den gevr: begreepen is heeft afgegeeven. zegt aan strand gelaten te hebben, een van de zakken die den Timmerman voor hen Lieden klaar gemaakt en afgedeelt hadden, zynde in den zak van de gevr: geweest eenige lange broeken hembden, zyde en Linne kouden. zegt dat hy gevr: zyne goederen aan Boord van het Holl: schip in bewaring gegeeven had aan een der mattroosen, dog by hunne afhaling meede waren afgeleverd geworden, gelyk dien van den Engelsman, en omtrent cie van den fransman niets te kunnen zeggen, dewyl zyl: niet te samen geweest zyn. hoe hy gevr: zeggen kan by zegt, dat hy gew: met den Engels„ het openen der kisten aan man aan het roer geseeten het roer geweest te zyn, ter¬ heeft, om een wynig te eeten, en wel eens opgestaan en na wyl hy geen kennis daer de groote mast gegaan te zyn, van heeft, en den Engelsman egter opstonds weder te rug ter dier tyd aan het roer gekeerd was, het geen den gestaan heeft. Engelsman kost getuijgen, als wanneer die diefst allen door die andere gepleegt geworden zyn. wat redenen hem gevr: heeft zegt de waarheyd voor zo verre kunnen moveeren om de zaken hy weet gesegt te hebben, en anders te zeggen, als die zig ingeval hem gev: by het na„ hebben toegedragen en de deze verhoor iets naders mogte te binnen schieten, sulx waarheid is als dan te zullen Confesseeren. 3 art: 4 waar deese goederen en die van zyne maats beland zyn. Art: 3 Art: 6. of hy dan niet bekennen zal, zegt dat hy get: de twee stali„ aane met de timmerman dat toen Lionnais omtrend hadde horen Jagtjes spreeken, middernagt by hem gevr: terwyl hy gew: nog is het bed en de Timmerman gekomen is, ter zelve uur tusschen lag, zynde sulx geweest dien hunlieden en Etienne is eygensten nagt toen de moord ter uytvoer is afgesproken geworden, dat gebragt geworden, en dat de officieren zoude ombrengen toen de afspraak genomen was, is hy getr: uyt zyn bed geroepen, om de moord meede te doen, en was hy gew: als toen meede door de Timmerman een Kamer gegeeven, terwyl reeds alle van moord geweezen voorsien waren, zynde als toen afge„ sproken dat hy gevr: met den Timmerman om het leven brengen moesten die huen zoude voorkomen, gelyk hy gew: dan ook na den Capitain is gegaan en hem een slag gegee„ ven had, zonder dat sulx de Capitain heeft doen ter aarde vallen; zeggende den gew: voorts dat hy de fransman niet gesien heeft toen de afspraak is genomen, hoe wel die fransman de eerste is geweest die aan de Italiaanen en de Timmerman heeft geproponeert om dien moord te beginnen zonder dat hy gew: weet wat er eygentlyk gesegt is geworden. leggende verder dat hy van den Timmerman gehoord heeft dat den franschman en Italiaan iets in zin hadden, en mogelyk dat 'er iets gebeuren zoude, het geen naderhand ge„ schied is zynde sulx geweest lang voor dat het fait is vol„ bragt geworden, en wel voor dat zyl de kust van guinee gepasseert waaren tegen over West Jndien vervalt. Waarom zyl: sulx niet dadelyk uijtgevoerd hebben, en of de reeden daarvan niet is geweest, dat antoine Paljasco nog zoude gesproken worden, die daarop door Lionnais aan het roer is vervangen geworden Art 7 e t langer van t by ter an ver

NL-HaNA_1.04.02_10668_0254 view scan ↗

English

Article 8 States as before. Says as before. Whether, Antoine having been relieved and having come to the Carpenter, he, the questioned, together with Etienne was not called by the Carpenter, and having deliberated, it was determined where each should go and what to do. Article 9 Whether he, the questioned, did not already during the voyage and long beforehand hear speak of such a project or perceive anything. Article 10 Says to have struck the Captain one blow, as has been said here before, yet not to have laid his hands on anyone further, he, the questioned, having lost the hammer when the Captain seized him by the head, the last murder having been committed by the two Italians, the Frenchman, and the Carpenter. How he, the questioned, can say not to have laid his hands on anyone, while he nevertheless struck the said Captain a blow with the hammer and made use of it until the struck-down bodies gave no more signs of life. Article 11 Says to have seen nothing regarding that, but indeed to have heard from Lionnais himself that he had also helped to beat the Boatswain to death, the Boatswain's Mate having received the first blow from the Carpenter, yet he, the questioned, did not see whether that Boatswain's Mate received more blows. Whether he, the questioned, did not see or hear that Lionnais struck the Captain a blow and beat the Boatswain's Mate to death. Article 12 Says that he, the questioned, did not see that a pistol was offered to the Englishman by Lionnais to shoot Lieutenant Boy dead, but indeed that while he, the questioned, was on the foremast to perform some work, the said Lionnais gave the Lieutenant a chop in the head with the axe, the said Lieutenant Boy thereupon having cried for mercy, adding Lionnais my friend. The questioned further states that he heard that Lieutenant Boy continually begged for his life, and that Antoine Taljasco consoled him, Boy, by saying you must only keep quiet, whereas on the contrary Lionnais gave him little ear and said you just work like the others. Whether he, the questioned, did not see that Lionnais gave a pistol to the Englishman to shoot the Mate Boy dead, and that Lionnais gave that Boy a blow with the axe. Article 13 Says no, not to have heard such, but as in the previous article; it will certainly have happened when he was not present. Whether he also heard that, when that mate was begging for his life, Lionnais said, no officer who is a Frenchman must remain alive. Article 14 Says that he, the questioned, supposes that Lionnais and the Italians were the first who, besides the Carpenter, deliberated on the committed murder, the said Lionnais, as has been said here before, having made known to the Italians that as soon as they should get sight of land, the murder would then have to begin, and Lionnais would have no longer delay, as the others then also agreed thereto. Whether he, the questioned, having been present at the deliberation and from the beginning until the end of the execution, will say who the actual author and instigator thereof was. Article 15 Says as before and not to have heard such, but [illegible]. Whether he also did not hear that, when the Englishman was begging for his life, Etienne Taljasco said to Lionnais to please spare him. Article 16 Says that the chest usually stood unlocked, and that the Carpenter gave him, the questioned, the hammer, without being able to say further who distributed the other instruments. Whether then the Carpenter did not open the chest and distribute the instruments from it. Article 17 Says that both Italians, the Frenchman, and the Carpenter were most feared, but that Etienne Taljasco had the most authority among them, they together having decided what was carried out by them. Whether he, the questioned, did not perceive who afterward principally maintained any authority, and why, at their separation, the Carpenter did not prefer to go with him, the questioned, and Lionnais with the Italians. Article 18 Says to be guilty in the extreme and to have done evil. Whether he, the questioned, must not confess to have made himself guilty in the extreme through his consent and participation. Article 19 Says to have deserved punishment and it to be very true that he could have prevented everything, but that he had been too afraid of being punished as well by the Captain or, in the event of an unfavorable outcome, of being killed by the rest. And to be all the more punishable, while it was in his power to give notice to the Captain or the officer on watch, and thus to preserve the entire crew and ship. Article 20 Says to have said that such would never go well, but that the Carpenter had said it will go quite well, and we will be rich and can stay at home, but you must not speak of it or you shall die; further says to beg for mercy, he, the questioned, still adding thereto that it was spoken of shortly before the execution thereof. What he, the questioned, can further add to his defense. Re-examination. Thus Questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 19th of September 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, Members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original draft hereof together with the questioned and me, the said Clerk. Underneath stood: Which I witness. Was signed: R: S: van der Riet, Sworn Clerk.

Dutch transcription

art: 8 Legt als voren. Zegt als voren. of antoine afgelost en by den Timmerman gekomen zynde, hy getr: met Eteenne door den Timmerman niet is geroepen geworden, en gedelibereert zynde is uytgemaakt geworden, waar¬ zig yder zoude begeeven en wat doen. of hy gew: niet al op de reys en lang te voren van een dierge¬ lyke project heeft horen spreeken ofte iets waar genomen. „ 10 hoe hy gevr: zeggen kan zyne zegt de Capitain een slag hand aan niemand gelegt te gegeeven te hebben, zo als hebben, terwyl hy dog den sagt: hier voren is gesegd, egter niet nader zyne handen met de kamer een slag gegeen aan iemand gelegt te hebben, ven, en gebruyk daarvan ge¬ hebbende hy gevr: de hamer maakt, tot dat de nedergesla¬ verlooren, toen den Capitain gene Lighamen geen tekenen hem gevr: by het hoofd had van Leeven meer gegeeven heb„ gevalt, zynde de laatste moord ben. — verrigt geworden door de twee Italiaanen, de franschman en Timmerman zegt daar omtrend niets gesien of hy gew: niet gesien of gehoord maar wel van Lionnais heeft dat Lionhais den Capitain zelfs gehood te hebben, dat hy een slag heeft gegeeven, en dien de Bootsman meede had Bootsmans maat heeft helpen dood slaan, hebbende dood geslagen. den Bootsmansmaat de eerste slag van den Timmerman gekreegen, egter heeft hy „ 11. gem. 4 gew: niet gesien of die Bootsmansmaat meerdere slagen ontfangen had. - Art: 12 of hy get: niet heeft gesien, regt dat hy gevr: niet gesien heeft dat door Lionnais dat Lionnais aan de Engels„ aan den Engelsman een pis man een pistool heeft ge„ toot is g'offereerd gewor, geeven, om de stuurman Boy den, om de L„t Boy dood dood te schielen, en dat Lion„ te schieten, maar wel nais dien Boy een hiel met dat terwyl hy gew: op de d 't Byl heeft gegeeven:) focke mast zig bevond om eenig werk te verrigten, gemelde Lent: Lionnais aan den Lieut, een kap met de Byl in het hoofd gegeven had, gem: Lt. Boy aldoer had geroepen om gratie met byvoeging Lionnais mon ami Leggende den gev: verder dat hy gehoord heeft dat de L„t Boy geduurig gebeiden had om zyn leeven, en dat Antonie Taljasco hem Boy getroost had, met te zeggen gy moet u maar stil houden, daarin tegendeel Sionnais hem wijnig gehoor had gegeeven en gesegt had werkt gy maar Art: 13. els de andere. off hy ook gehoord heeft dat die stuurman om zeeft neen zulx niet gehoord te hebben maar zyn leeve biddende Lionnais heeft gezegd, daar moet t wel als op 't voorige articul. geen officier die een fransman is in't leeven blijven zeker zal gebeurt zyn toen hy niet praesent by is geweest. regt dat hy gevr: supponeert hy gevr: by de deliberatie dat Lionnais en d' Hakaa en van het begin hot aan het eynde van de uytvoering Pre„ de eerste zyn geweest die sent geweest zynde, zal zeggen benevens de Timmerman de gedane moord hebben zegt als voren en sulx niet of hy niet ook heeft gehoord, gehoord te hebben maar dat den Engelsman op zyn Leven biddende Etienne Saljasco aan Sionnais geseyd heeft, denselven dog te willen verschonen. wie zyn w waar de en ge¬ - en la¬ b he ge hoord tain 13 art: 14 beraadslaagt, hebbende, wie de ygentlyke auteur en gem: Lionnaus gelyk hier aangeever daarvan is ge„ voren is gedegd aan d' Jzan Weeths. liaanen te kennen gegeen ven dat zodra zylieden land in het gesigt krygen zoude, als dan de moord te moeten beginnen, en langer wilde hy Lionnais geen uyt„ stel hebben, gelijk de andere dan daarin meede hebben of dan niet de Timmerman zegt dat de kist ordinair„ niet gesloten stond, en de kist heeft geopend en de instrumenten daeruyt„ dat de Timmerman hem gevr: de hamer gegeeven gegeeven!) heeft, zonder verder te kun„ nen zeggen, wie of de andere instrumenten hebben rond„ gedeeld. - of hy getr: niet heeft waar¬ zegt dat de beyde Italiaa„ nen den Hranschman genomen, wie naderhand voor„ namentlyk eenig gesag gehou„ en den Timmerman den, en waarom bij hunne meest gevreest zyn ge¬ weest, dog dat Etcenne separatie, den Timmer¬ Taljasco het meest ont man niet liever met hem sag onder hun gehad had, gevr: en de Lionnais met hebbende zylieden te samen & Italiaanen gegaan is beslaten wat door hun is uytgevoerd geworden. - daan te hebben. dig te zyn en kwaad ge„ moet zig zelve door zyne enwilliging en deelneming ten uyttersten schuldig gemaakt te hebben zegt ten uyttersten schul of hy gew: niet bekennen „ 18 „ 17 Art: 16 gestemt. —. . Art: 19. zegt straffe verdiend te heb, en dies te strafwaardiger te zijn, terwyl het in zyn ben en wel waar te zyn vermogen is geweest, den dat hy alles had kunnen Capitain of wagt hebbende voorkomen, dog dat hy officier kennis te geven, te bevreest was geweest, en dus de geheele Equipa„ om door den Capitain mede gie en schip te behouden. te zullen gestraft worden ofte by een verkeerde uijt. slag door de overige om het leven te zullen werden gebragt. regt gesegt te hebben dat Wat hy get: nog meer tot sulx nooyd zoude goed gaan zyne verschoning kan by bren„ maar dat den Timmerman gen gesegt had het zal wel goed gaan, en wy zullen ryk zyn en kunnen te huys blyven, maar gy moet er niet van spree„ ken of gy zult sterven, zegt voorts gratie te versoeken, voegende hy gew: nog daarby dat dekurls voor de uytvoe„ ring daarvan is gesprooken geworden. ƒ Aldus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 19 september 1786 voor de Heeren Williem Ferdinand van Reede van Oudthoorn en Johannes smiets, Leeden uyt den E agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deses bene„ vens den gevr: ende my gem: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. — /:onderstond/ T welk ik getuyge /:was geteekend R: S: van der Riet gesw: Clercq: — „ 20 Recollement. te uyt bben man n d waar voor gehou„ -

NL-HaNA_1.04.02_10668_0258 view scan ↗

English

Reexamination. Letter C: 17 Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the above-mentioned Augustinus Scheir, who, having had these preceding interrogatory articles, with his responses given thereto, read out to him word for word, clearly and distinctly, testified that he persisted therein, wishing that nothing thereof be removed, but only altered on article 6: that he cannot say that Lionnais was the first in the conspiracy, because the carpenter spoke to him about it first, and most of what he knows he heard from him, the carpenter, who always exercised a kind of command over him; and furthermore that to article 10 it will be added that he gave another chop to the boy, who was not yet quite dead. Thus done and reexamined at the Cape of Good Hope, the 27 September 1786. was signed: Augustinus Scheir lower: in my presence signed: C: van Aerssen, secretary in the margin: as commissioners and signed: W: F: V: Reede van Oudtshoorn and Johannes Smits. Agrees. W. D. Riet, sworn clerk Articles drawn up and submitted to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, to hear the person of William Thomas thereon at the requisition of the Fiscal pro tempore Gabriel Exter; the answers to be given by him will be recorded beside each of them. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of William Thomas, who has answered the adjacent questions as noted beside each of them. 1. To state his name, age, and birthplace. Says William Thomas of Boston, age 28 years. 2. With what ship, in what capacity, and when he, the deponent, arrived here. Says to have arrived with a French brig, the name of which is unknown to him, in the capacity of sailor; next Monday it will be three weeks since he arrived here. 3. With how many crew the said ship was manned, when it sailed, and from where. Says to have been manned with twelve men, namely the captain, captain-lieutenant, lieutenant, boatswain, boatswain's mate, the cook, carpenter, boy, along with four sailors; sailed in the month of May last from the river of Bordeaux. 4. Whether during the voyage any unpleasantnesses and disputes occurred, and whether he himself did not have the like. Says that Etienne Tagliasco having had words with the boatswain, the same Etienne on that account was put in irons, and that because the boatswain had struck him for the reason that he would not perform ship's work, and he, Etienne, had resisted; that the chief mate coming between them, and also having taken up a rope's end to strike the same Etienne, and the said Etienne having resisted again, this Etienne was thus put in irons. Says further that on an occasion when they had one ship ahead and another astern, having been ordered by the boatswain to lower the fore-topsail, and that being done he wanted to go eat, the boatswain had struck him in the face for that, whereupon the captain had come and threatened him with a sword that upon the continuation of such quarrels he would run him through; with which the matter ended and he went to eat, but having come to the wheel again thereafter, the captain had come to him, saying that the first person who started something again would be shot dead by him, for which he had two pistols and two muskets loaded. 5. Whether one or more of them were shackled, who, and by whom freed again. Says as before, no one but Etienne Tagliasco, who was put in irons by the carpenter on the order of the captain, and after having sat therein for one night, was released again by the said carpenter on the order aforesaid. 6. On what day and time they sighted the Cape shore. Says that on the Saturday before their arrival here, being the 12th, they doubted whether they were seeing the African shore, but on Sunday got the land straight in sight, perceiving by the flagstaff of the Lion's Head or Rump that it was the Cape. 7. Whether he, the deponent, did not agree with several persons of the crew to take over the ship and make themselves masters thereof. Says that he has heard no one speak of that. 8. Whether they did not carry this out on the same evening by murdering the captain, second-in-command and mate, two petty officers, and a boy. Says that the adjacent six persons were murdered. That on the night between Sunday and Monday he was sleeping in his hammock under the half-deck, and having then heard a noise and imagined that the ship was running aground, and having come above deck on that account, had seen that the people were already murdered; and having said upon that, well mates, what does this mean?, Etienne had said that they were going to kill all the Frenchmen who were on board and he, the deponent, would have to follow behind; but that he, the deponent, had begged and pleaded with both the Italians that they would please spare his life, because he, like them, was a common sailor and would do them no harm; to which they, the Italians, then actually consented, on the condition that he, the deponent, had to promise and swear that upon coming ashore he would not betray them, which he, the deponent, then also promised.

Dutch transcription

Recollement. Lr C: 17 Compareerde voor d'ondergeteekende gecommitt„s uit den E agtb: Rade van Iustitie deses gouvernements bovengem. Augustinus Scheir, denwelken deese voorenstaande wraagarticulen, met zijne daarop gegeevene responsiva van voorde tot voorde klaar en duydelyk voor„ geleesen zynde, betuygde daarby te bli„ ven persisteeren, met begeerte dat daar van niets zal werden afgedaan, maar alleen nog verandert op art: 6. dat hy niet leggen kan dat Lionnais de eerste van het Complot is, also de Timmerman daarover het eerste met hem gesproken heeft, en het meest dat hy weet van hem Timmerman gehoord heeft; die altoos een soort van Commando over hem g'exceiseert heeft. en voorts dat op art: 10 nog zal bygevoegd worden dat hy den Jongen die nog niet regt dood was nog een kap heeft gegeeven. Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 27 September 1786. /:was getekend:/ Augustinus Scheir /: lager:) my praesent /:getekend:/ C: van Aerssen seert /:in margine:/ als gecommitteer„ dens /:en geteekend:/ W: F: V: Reede van oud hoorn en Johannes Smits. Accordeert. - WD Riet gem Clerin Nrtuulen gedaan maken en aan Heeren gecommitt„ Compareerde voorde uit den E. achtb: raad van ondergeteekende gecommitt Iustitie deezes gouvernements uijt den E. achtb: raad van overgegeeven omme daarop Justitie deezes gouverne ter requisitie van den pro ments de perzoon van William Thomas dewelke interim Fiscaal gabriel Exter Op de nevensstaande gehoord te worden, den persoon vragen zoodanig gank: van William Thomas woord heeft als bezeijden zullende desselvs te geevene een yder derzelve aan antwoorden bezeijden een geteekend staat. Ieder derzelve worden bekend gesteld zegt william Thoma van des geve, naam, ouderdom en Boston oud 28. Iaren! geboorte plaatst zegt met een franshbrik te zin met wat schip in wat quali aangeland, waarvan de teijd en wanneer hy geve, alhier naam hem onbekend is is aangeland. in qualiteijd als mattroos toekomende maandag zal het drie weeken zijn dat hy hier is aangeland; zegt met twaalf man te zijn met hoeveel volk gem: schip bemand geweest nament is bemand geweest, wanneer lijk de Capitain, Capt: uijtgezeijld en van waan. Luytenant, Luytenant & L: bootsman, bootsmans maat, de kok, timmerman, Ionge, beneevens vier mattroosen uytgezeijld in de maand Maij Iongstl: uijt de rivier van Bourdeaux 2. A 1. „ te n de dood 5 AC: 4: off niet geduurende de kheyze eenig„ zegt dat Etienne Taljasco met den bootsman woorden onaangenaamheedens en geschillen hebbende gekreegen, dezelve zyn voorgevallen, en of hy zelve Etienne deswegens in de niet diergelijke gehad heeft" boeijen is gezet geworden en zulx om dat de bootsman hem om reedenen hy geen scheepswerk wilde verrichten geslagen hadde, en hy Eteerme zig daartegens te weer had gesteld dat hier tusschen den opperstuurman gekoomen zijnde, en meede een Ende had opgenoomen om dezelve tienne te slaan en gem: Etienne zig wederom geweerd hebbende zoo is deeze Etienne in de boeijen gezet geworden zegt voorts dat bij geleegentheijd, dat zij een schip vooruyt en een ander achter uyt hadden door den bootsman g'ordonneert zynde geworden om het voormarszijl te strijken en zulx gedaan zijnde hij wilde gaan schaffen, den bootsman hem daarover in't gezicht had geslagen, waarop den Capitain gekoomen was, en hem met een deegen gedreijgd had by Continuatie van diergelijke querellen te zullen doodsteeken; waarmeede de zaak gn eijndigt en hy is gaan schatfen, doch daarop weder aant roergekomen zijnde, was den Capitain bij hem gekoomen, zeggende dat de eerste die weder iets begon door hem zoude worden dood geschooten waartoe hij twee pistoolen en twee snaphanen geladen gehad. off niet een off meer van hunz: zegt als vooren niemand als zijn geboeijd geworden wie en Etienne Tailjasco dewelke door wie wederom bevreijd op ordre van den Capitain door den timmerman in de boeijens is gezet en nadat een nagt daarin gezeeten had, door gem: timmerma op ordre voorsz, weder is loogelaten.! 5. A zegt dat zij saturdags voor hunne komst alhier of den 12. getwijffeld hebben of zij de africaansche wal niet zagen, edoch sondag het land regt in't gezicht gekreegen te hebben, bespeurende aande vlagge, stok van de Leeuwe kop of staart dat het de kaap was. heeft hooren spreeken. zegt dat de nevensstaande zes perzoonen zyn ver„ moord geworden dat in de nacht van Sondag op maandag hij in zijn hangmat lag te slapen. onder het halff dek en als toen gerucht had gehoord, en zich verbeeld had dat het schip op de grond zal, en daarover na boven gekoomen zijnde gezien had, dat de wenschen reeds vermoord waren, en daarop gezegt had wel maats wat is dat te zeggen, wanneer E tienne had gezegt dat zy alle franschen die zich aan boord bevonden zoude ombrengen en hij geve„ agteraan zoude moeten volgen, dog dat hij geven de beijde Mtaliaanen had gebeeden en gesmeekt dat zij hem doch het leeven zouden laten, wijl hij eenen als zij een gemeen mattroos was, en hunt: geen leed zoude doe het welk zy Italianers dan eijgentlijk hebben bewilligd, onder voorwaarden dat hij geve, moest belooven en sweeren, dat hij hun aan alzal koomende niet zoude verklikken het geen hij geve, dan ook beloofd had. aff zyt: zulx niet op dezelve avond uijtgevoerd hebben met het vermoorden van den Capitain Seconde en stuurman twee onderofficieren en een Jongen. perzoonen, van het volk zyn eens geworden om het schip af te loopen en zig meester daarvan te maken. zegt dat hij daarvan niemand off hy geve, niet met meerdere Op wat dag en tid zijt de Caab sche wal in't gezicht hebben gekreegen. ve an hunt: en mmerma 8 7.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0262 view scan ↗

English

Question 10. What instrument or weapon he used to that end, and on whom he laid hands? Answer: States as before that he was not present at the first words, but was forced by his aforesaid promise to help throw the Lieutenant Boij overboard as well, which having thus performed with them, the said Lieutenant Boij was thrown overboard, who, holding on to the foresheet, was struck by Etienne with an axe, whereupon he fell into the sea and swam for a long time still; stating further that before this officer was thrown overboard, the said Etienne and the Frenchman had sworn that no Frenchman should remain alive on board as an officer, and the one had given him a chop to the head and the other one across the arm, the Frenchman having handed over a pistol to him, with orders to shoot that officer dead, but that he refused to do so, saying he would rather they shot him dead himself, as he could not do such a thing; during which event the said Lieutenant constantly begged and prayed. Question: Who of them gave cause to this and with how many persons they carried this out? Answer: States not to know this, as no one had spoken to him about it, and he only got up afterwards, when the two Italians, the Frenchman, and the carpenter were on deck, and so he cannot say who began first; adding thereto that the two Italians had sworn during the voyage to run away when they should arrive at the Caab. Question 11. Whether they did not furthermore throw the dead bodies overboard, and who assisted therein? Answer: States: Yes, that they were all helpful therein, and that he, the deponent, together with the cook, having been called up on deck by Etienne Hillaxco with the addition that if they did not come they would suffer a similar fate, came up and helped to bind the dead bodies together in a sail, furthermore to tie them to a small anchor, and with a piece of rope of 6 to 7 fathoms cast them overboard. Question 12. Whether he, the deponent, did not then open some chests and take away the money and other valuables found therein? Answer: States: Not to have been present at that, but to have stood at the helm during that time. States, however, to know well that before they murdered the Lieutenant Le Rooij, they forced him to show where all the goods were located. Question 13. What he, the deponent, took for his person, and what the others took for themselves? Answer: States: That for his share he received a watch and 15 Spanish dollars, all of which he gave into safekeeping to the Frenchman, because he, the deponent, had no pockets; States further: That he does not know what they took, as he was not present, and furthermore that they brought some bags with goods ashore and hid them in the woods. Question 14. Whether they, having done this, did not launch the boat and sail with it to the shore? Answer: States: That it having blown hard, they sailed with the ship to a sheltered place under the mountains and there agreed together to send the carpenter down into the bottom of the ship to chop a hole in it, and that they meanwhile launched the boat, but left it hanging in the tackles until they had stowed all the plunder into it and the hole had been chopped in the ship, and subsequently sailed to the shore with it, the six of them. Question 15. At what time and at what place they came ashore? Answer: States: According to his guess, to have arrived around eight o'clock in the evening in a small bay, where the boat was lifted over the rocks by them and they found a sandy landing place on the beach, where they landed and subsequently unpacked the goods. Question 16. Whether they remained together or separated immediately? Answer: States: That they remained together until the next morning, after they had only gone a short distance further over the mountain to seek a suitable place to pass the night; but the next day, noticing that the brig approached the shore, instead of sinking as they had imagined, they, leaving behind their goods which they had hidden in the bushes, separated into two parties, each party of three men, out of fear that they might be discovered there as persons belonging to that brig. Question 17. What could have moved him, the prisoner, to such an inhuman act and gruesome deed? Answer: States to have done so in order to save his life; that he otherwise had no reason to be dissatisfied, and could not wish to be better treated on a ship. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 2 September 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the prisoner, the interpreter Hendrik Matthijssen, and me, the Secretary. Which I testify, was signed: C. V. Aerssen, Secretary. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the above-mentioned William Thoma, to whom these preceding interrogatories, with his responses given thereto, having been read aloud word for word, clearly and distinctly.

Dutch transcription

F zegt als vooren dat hy byt wat Instrument of gemeer woorden niet is priesent hij geven daartoe heeft gem geweest doch op zijn ploijeerd en aan wie hij zijne vooraangehaalde belofte hand gelegd heeft.? genoodsaakt is geweest om de S„t Boij meede over boord te helpen gooijen het welk hy dus meede verricht hebbende is gem L„ Boij over boord geworpen dewelke zich aan de Ftokke schoot vasthoudende door btierne is gehouwen met een bijl waarop hij in zee is gevallen en noch langen tid geswomme heeft, zeggende verders dat eer deeze officier over boord geworpen was, gem: Etienne en de franschman geswooren hadden dat 'er geen franschman als officier aan boord moest blijven leeven en de een hem een kap in't hoofd en de andere een over de arm had gegeeven, hebbende de franschman een pistool aan hem overgegeeven, met last om die offecier dood te schieten doch dat hij gene, zulx gerefudeerd heeft, zeggende liever te willen dat men hem zelfs dood schoot, wijl hij zulx niet doen konde, ender welk voorval gem: Luijtenant gestadig heeft gesmeekt en gebeeden zegt zulx niet te weeten wijl geen wensch hem daarvan gesprooken had en hij eerst nader¬ hand op is gestaan wanneer de twee Italianers de franschman ende timmerman op het aek waren, en hij dus niet zeggen kan, wie het eerst begonnen heeft: voegende daarbij dat de L. Italiaaners geduurende de reijs gesworen hadden, om, wanneer zy aan de Caab zoude koomen te zullen opdrossen wie van hunz: hiertoe aan leijding heeft gegeeven en met hoe veel perzoonen zij dit verricht hebben. : W. A 10. A 11. zigt: Ja. dat zij daarbij alle of zijl: niet voorts de doode behulpzaam zijn geweest, Lighamen over boord hebben en dat hij ged: benevens den geworpen, en wie daarbij be= L=a door Etienne Hillaxco hulpzaam is geweest naar boven zijnde geroepen, met bijvoeging dat indien zijl: niet kwamen zij een gelijk tot zouden ondergaan, daar op gekomen zijn, en geholpen hebben om de doode Lighamen in een zeil bij elkanderen te binden, voorts aan een klein an= „ker vast te maken en met een eind touw van 6 â 7 vaam over boord te zetten. —. Of hij ged: dan niet eenige zigt: daar bij niet praesent te kisten heeft geopend en het zijn geweest, maar in dien daar in bevindelijke geld en tijd aan het roer te hebben andere kostbaarheedens weg„ gestaan. — zegl: egter wel te weeten dat zij genomen. voor dat zij den La Rooij hebben vermoord, zij denselven hebben genoodsaakt, om aanwijzing te doen waar alle de goe= „deren zig bevonden. - zegt: dat hij voor zijn aandeel wat hij ged: voor zijn perzoon heeft gekregen een horologie heeft genomen, En wat de ove= en 15 spaansche matten rege na zig hebben getrokken. welk een en ander hij in be„ „waring heeft gegeeven aan den franschman, om dat hij ged: geene zakken had; — zegt voorts: dat hij niet weet wat zij genomen hebben, wijl hij 'er niet bij is geweest en voorts dat zij eenige zakken met goed aan de wal gebragt en in de bosschen verstoken hebben. — „14. zegt: dat het hard gewaaijd of zijl: dit gedaan hebbende de aan e 3. 12. de schuijt niet uijtgezet heb„ hebbende, zij met het schip ben en daar meede naar de zijn gezeild tot op een luwe plaats onder het wal gevaren zijn gebergte en aldaar te zamen afgesproken hebben, om den timmerman onder in het schip te zenden om een gat daar in te kappen, en dat zij intusschen de bood hebben uijtgezet, dog deselve zo lange in de takels laten hangen tot dat zij daar in al het geroofde hadden geborgens en het gat in het schip was gekapt en vervolgens daar meede naar de wal zijn gevaren met hun sessen. — zegt: na zijn gissing omstreeks shoe laat en op wat plaats acht uuren des avonds te zijl: aan land zijn gekomen zijn gekomen in een klijne baaij, alwaar de schuijt over de klippen door hun is geligt en zij aan Strand een Landige plaats gevonden hebben, waar zij zijn aangeland„ en het goed vervolgens hebben uitgepakt. — „ 16. zegt: dat zij tot 's anderen daags Of zijl: te zamen zijn gebleeven ofte zig dadelijk gesepareerd ochtends bij elkaar zijn ge= bleeven, na dat zy alleenig hebben een eindweege verder de berg waren overgegaan om een bequame plaats tot vernagting te soeken, doch 't anderen daags bemerkende dat de brik de wal naderde, in steede van te zierken gelijk zij zich voorgesteld hadden, hebben zij met achterlating van hun goed, dat zij in de bosjes ver= „borgen hadden zich gesepareerd in twee parthijen, ieder partheij drie man, uijt vreese dat zij aldaar, als personen op die brik behorende mochten ontdekt worden — zigt zulks te hebben gedaan wat hem gev: tot een zo on„ M: 15. ons menschelijke om zijn Leeven te redden, dat menschelijk bestaan en gruwe= hyg voorts geen reden gehad, lijken daad heeft kunnen heeft om misnoegd te zijn, beweegen en niet kan wenschen om beter op een schip behandeld te worden. /:onderstond:/ Aldus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 2 September 1786. voor de Heeren Willem Ferdinand van Rheede van Oudshoorn en Iohan= „nes Smuts leeden uijt den E Achtb: Raad van qustitie voorm: die de minute deeser beneevens den gev. den vertolker Hendrik Matthijssen en mij secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend. /Lager:J welk ik getuijgen /:was geteekend:/ C: V. Aerssen Sicret:s Compareerde voor de ondergeteekende gecommitteerdens uijt den E. Agtb: raad van Justitie deezes gouvernements den bovengem: William Thoma, dewelke, dee= ze vorenstaande vraagpoincten met zijne daarop gegeevene responsiva, van woorde tot woorde klaar ende duijdelijk zijnde Recollement voorgeleesen en n2 bleeven e ren ke 770„

NL-HaNA_1.04.02_10668_0266 view scan ↗

English

18 having been read out, declared to persist therein, with the desire that no change shall be made therein, except only regarding article 9, that Etienne Saljasco did not actually give the blow on the head to the lieutenant, but took up the axe with that intention, and that thereupon the said lieutenant let go of the foresheet and fell into the sea. Thus done and recollected At Cape of Good Hope, the 27th September 1786. was signed: Cross, inscribed around it, this mark William Thomas made with his own hand Lower down: for the translation signed: C Fohne still lower: present to me and signed: C. V. Aerssen, Secretary in the margin: as commissioners, signed beneath: W: J. V Rheede van Oudshoorn, Johannes Smits Agrees underneath stood: Kies sworn clerk La 7 Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereupon, at the requisition of the Fiscal pro interim G. exter, William Thomas of Boston, defendant here, such that the responses to be given by him are properly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Willem Thomas, who to the adjacent interrogatories gave such answers as are noted alongside each of them. Art: 1. For what reason they, the defendants, left behind and hid under the bushes the five sacks of goods. Says that they had left those sacks there because he and the other prisoner, the following morning, when they had come ashore the evening before, had seen the ship on the beach, and were thus afraid that they would be betrayed if they took the sacks with them. Whether they then intended to fetch the same or have them fetched when opportunity arose. Says that when they parted from one another, the Frenchman had agreed that when they could obtain a ship to sail away from here, they would then hire a horse to have those goods of theirs fetched by him, the defendant. Notes: 3 known. 2 Art: 23. At whose place he, the prisoner, first arrived, and whether he was always together with his mates. Says to have arrived at a small house in the mountains, where they consumed something, and he, the defendant, had always remained together with his two mates, until he, the defendant, with the cook was provisionally confined on the ship Zeeland and Pionai in the hospital. When they arrived here at the Cape, where they took up their lodging, and for how long. Says to have arrived here on the second day around midday, at and in the inn of a certain Frenchman, and to have remained there until the evening, from where they were brought to the jail. Whether he, the defendant, also heard or learned anything from his other mates after having left them on the beach, and has not heard from them since that time. Says to have departed a little while after from his mates, to have left them on the beach, and not to have heard anything more of them since that time. Where the goods have gone which he, the defendant, brought along with him and to the Cape. Says that the Frenchman had tied around his waist, in a cloth with a gold snuffbox, the six gold watches that they had with them, with which there were also some earrings, rings, and jewelry, whereof that Frenchman had given two gold watches and one to the cook and to him, the defendant, and kept the other for himself with the remaining goods. Whether he, the prisoner, cannot state more precisely who among his fellow prisoners is the first instigator of the running away with the ship, and who his principal mates are. Says that he, the prisoner, cannot state anything with certainty about it, since he, the witness, only arrived there after the death, and he heard nothing other than what he stated at the first interrogation. 4 7 7700 Art: 8. Whether he, the defendant, was not himself one of them, because he was beaten by the boatswain, and was discontented with the captain. Says no, not to have been discontented with the boatswain, and that he had indeed received a blow from the boatswain a long time before, but that he had given a blow back, without however having been angry at the boatswain. Whether he did not help the Lyonnais throw the mate Boij overboard, they having been further assisted by Etienne Taljasco, who seized him by the feet. Says yes, that Etienne Tajasco had also helped. What reason they had for that, to still put to death the mate, who himself did everything along with them and took part. Says that Etienne with the others had said: we must put Peter Boij to death, for no French officer must remain alive on board, for fear that they might then be betrayed, as they then also killed that mate. always n me nen 6 are to - 10

Dutch transcription

: 18 voorgeleezen betuigde daarbij te blijven per„ sisteeren, met begeerte dat daar in geene verandering zal gemaakt worden, als al„ leen op art=l 9. dat Etienne Saljasco niet werkelijk den kop aan den L=de heeft gegeeven, maar den bijl met dat inzicht opgenomen, en dat daarop gem: L„d de fokke schoot heeft los gelaten, en in zee gevallen is. — Aldus Gedaan & gerecolleerd Aan Cabo de goede Hoop den 27: Septb:r 1786: /:was geteekend:/ Kruijs (:daarom beschreeven, dit merk steld eigenhandig William Thoma /:Lager :/ voor de vertolking /:geteekend:/ C Fohne /: nog Lager/ mij praesent /: en ge„ „teekend:/ C. V. Aerssen Secret=s /:in margine:/ als gecommitt=s:/ daar onder geteek:/ W: J. V Rheede van Oudshoorn, Joh=s Smits Accordeert /:onderstond:/ Kies gem Clerr La 7 Compareerde voor ons ondergevadere Articulen Gedaan maken en aan Heeren gecom„ „tekende gecommitt„s uyt den E achtb: Raad van Justitie dezes „mitt„s Uijt den E Achtb: Raad gouvernements den perzoon van Justitie des Casteels de goede van Willem Thomas, dewelke Hoop overgegeeven, omme ter op de nevenstaande vraagpoinc „ten zodanige antwoorden gege„ requsitie van den prointerim „ven heeft als bezijden een Fiscaal G. exter daarop gehoord yder derzelver staan aangete te worden willem Thomas van Boston Ged:e alhier, zul „bende deszelfs te gevene respon „siven in margine deser be„ „hoorlijk worden bekent gesteld. Art: 1. zegt, dat zyl: die zaken daar uyt wat hoofde zij ged:e de gelaten hadden om dat hij en vijf zaken met goederen agter de andere gevangene des ande„ uytgelaten en onder de bosjes ven daags morgens, wanneer zij 's avonds te vooren aan de geborgen hebben: wal gekoomen waren, te schip op strand hadden gezien, dus bevreest waren dat zijl zoude verraden worden, indien zyl: de saken mede namen. of zijl: dan van zints waaren, zegt dat wanneer zyl: van den anderen gegaan zijn, den dezelve bij gelegendheijd af te fransman afgesprooken had, haalen ofte te doen afhaalen dat wanneer zijl: een schip konde krijgen om van hier te varen, zijl: als dan een paard zoude huuren om die goederen van hun byde door hem ged:e af te doen haalen. Nots: 3 „kend. 2 Art: 23. zegt, in 't gebergte aan een kleijn Bij wien hij geve eerst is huijsje aangekoomen te zijn, aangekomen en of hij altoos alwaar zijl: iets genuttigt hebben, en was hij ged: met met zijne maats te zamen zijne twee maats altoos bij el, is geweest. „kanderen gebleeven, tot dat hij ged:t met de kok bij provi„ zie op 't schip Zeeland en Pionai in 't Hospitaal is gebannen zogt, den tweeden dag alhier ge„ wanneer zij aan de caab zijn „komen te zijn Omstreeks den gekomen, waar zij hun ver„ middag, bij en in de Herberg blijf genomen, en hoelang! van zekere fransman, en al„ daar tot den avond gebleeven te zijn, van waar zij na den tronk zijn gebracht geworden, of hij ged:e ook van zijn zegt, Een weijnig na van zijne overige matkers, naar hun l: aan makkers afgegaan te zijn aan strand nog gezien en zedert strand verlaaten te hebben, iet dien tijd niet meer van hun gehoord of vernomen heeft vernomen te hebben. zegt, dat de fransman de zes gou, waar de goederen gebhoven „de horlogies die zijl: bij zig hadden in een doek met een goude snuijp zijn, dewelke hij ged: mede doos om 't lijf gebonden had, waar met zig en aan de Caab ge bij nog waaren eenige orlietten, bracht heeft ringen en sieraaden, waar van twee goude horlogies en een aan de kok had afgegeeven en de dien fransman aan hen ged andere voor zig gehouden met de overige goederen zegt, dat hij gev: daar van niet of hij gev:e niet nader van seeker zeggen kan, vermit aangeeven, wie van zine hij get: eerst na de dood daar mede bij geworden. 4 7 7700 bij is gekoomen, en hij niet mede gevangene d' eerste au„ anders gehoord heeft als wat „theur is, van 't afloopen van hij bij 't eerste verhoor heeft aan„ 't schip, en wie desselvs voor„ gegeeven. „naamste maats zijn! Art: 8. zegt, neen niet te onvreden op of hij ged:e niet zelve een daar den bookman geweest te zijn, en dat hij wel een klap van van geweest is, om dat hij den bookman langen tyd te van de bootsman is geslagen vooren had gekregen, maar geworden, en met den Capt„n dat hij een klap te rug had gegeeven, zonder egter op den ontevreden is geweest: bootman kwaad geweest te zin zegt, Ja dat Etienne/ Tajasco, Of hy niet de Lionnais heeft mede geholp en had. geholpen den stuurman Boij Overboord werpen, zynde zijl: nog door Etienne Taljas„ „co geadsisteerd geworden, die hem aan det voeten heeft aangevat wat rede zijl: daar toe ge„ zegt, dat Etienne met de overige gezegt hadde wij moeten had hebben, den stuurman den P„r Boij om 't deven doen, nog om te brengen, die zelve „gen want geen frans officier alles mede gedaan en part moet aanboord in 't leven genomen heeft. blijven, uyt vrees dat zijl. als dan mogte verraden wor„ „den, gelijk zijl: dien lk dan ook hebben om 't kaar gebracht ltoos n me nen 6 zijn aan - 10„

NL-HaNA_1.04.02_10668_0270 view scan ↗

English

Article 11. Whether he, the defendant, does not confess, by all that he did in this regard, to having made himself guilty to the utmost? Says, yes, namely to having done wrong, but that he was forced to it in order to save his own life, while Etienne and Lionais had said that if he, the defendant, did not put his hand to the line, they would throw him overboard, and so he, the defendant, had to take part in it as well. Why he, the defendant, upon his arrival at the Cape, did not make the whole matter known or reveal it to the authorities? Says, that he, the defendant, had to swear never to make it known, and that this is the reason why he had kept it secret, and also that he himself had been afraid to reveal it. Whether he, the defendant, has anything more to bring forward for his excuse? Says, he knows nothing for his excuse other than to ask for a merciful punishment. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 14 September 1786, before the gentlemen William Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smits, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who signed the minute hereof together with the defendant, the interpreter Hendrik Mattipen, and me, sworn clerk. Which I testify. Signed: R: J: V: D: Riet, sworn clerk. Review of testimony. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the above-mentioned William Thoma, who, having had these preceding interrogatories with his answers given thereto read aloud to him clearly and distinctly word for word, declared that he adhered to and persisted in them, requesting that nothing more be added thereto or taken therefrom. Thus done and reviewed at Cabo de Goede Hoop on 27 September 1786. Signed: A cross around which was written: this mark was made by the own hand of William Thoma. Below: for the translation, signed: C: Höhne. Below that: In my presence, signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: W. F. van Reede van Oudtshoorn, Johannes Smits. Agrees: Riet, sworn clerk. Inventory of such goods and effects as were discovered upon the arrest of the offenders of the run-away French private ship La Rozette and handed over by the undersigned, pursuant to a resolution of the Honorable Worshipful Council of Justice of this government dated the 7th of this current month of September, to the agent of His Most Christian Majesty residing here, Mr. Percheron, consisting of the following: One gold watch chain with 3 plates One ditto, enameled One ditto, together with a key and charms Five pairs of gold earrings, including one set with pearl of love and stones One ditto, broken Two rings, of which one is broken Two gold watches set with stones, one enameled and the other engraved Two gold watches, plain One solid gold signet One ditto with a stone Three charms Two watch keys One snuffbox with a gold ring Two pairs of silver shoe buckles One pair of calf buckles One pair of ditto with stones One neck buckle Two pairs of silk stockings Fifty-three piastres One pair of silver shirt buttons One gold box Two gold watches One ditto chain. Thus inventoried at Cabo de Goede Hoop on 7 September 1786. Signed: C: van Aarsen, Secretary. Agrees: H. D. Baek, sworn clerk. Inventory of such goods as were discovered and properly noted down by the undersigned, on the express order of the Honorable Worshipful Council of Justice, for the investigation of the goods hidden near False Bay by certain persons from the French private ship La Rozette stranded here behind False Bay or on the west corner of that bay, consisting of the following: In the first bag: Fifty-five pairs of white silk stockings Three pairs of white yarn stockings Two pairs of shoes Two white shirts In the second bag: One silver spoon One ditto fork One case with two razors Nine pairs of assorted silk stockings Two pairs of yarn stockings Seven assorted jackets Three trousers Two blue striped shirts Four white ditto Five assorted handkerchiefs One white trousers One roll of black ribbon One pair of shoes In the third bag: One silver spoon One ditto fork Twenty-two pairs of white silk stockings Ten pairs of black silk ditto Six pairs of colored ditto Three pairs of yarn ditto Six assorted long trousers Two jackets One white trousers Two assorted shirts Two handkerchiefs Two pairs of shoes In the fourth bag: One silver sword hilt Six pairs of yarn stockings Two pairs of assorted silk ditto Two razors Four assorted jackets Two blue shirts Eight white ditto One pair of underdrawers Fourteen assorted handkerchiefs In the fifth bag: Six pairs of assorted colored silk stockings Six assorted jackets Thus done and inventoried on the west corner beach of False Bay at Cabo de Goede Hoop on 7 September 1786. Signed: C. van Aarsen and G. Exter. Agrees: H. D. Baek, sworn clerk.

Dutch transcription

Art: 11. Off hij ged:e niet bekennen zegt, Ja, te weten kwaad ge„ „daan te hebben maar daar moet, zig door al 't geen hij toe genoodzaakt geweest te zijn om zijn eijgen leven hier omtrend heeft gedaan. te behouden terwijl Etienne ten uijtersten schuldig te en Lionais gezegt hadden, hebben gemaakt als hij ged: zijn hand niet aan den L„r sloeg zij hem overboord als dan zoude gooijen gelijk hij ged:e Aan ook daain heeft moeten deel nemen. zogt, dat hij ged: heeft moeten waarom hij ged: dan bij zijn komst aan de laab, 't besweeven zulx nooid be„ „kent te maken en dat de geheele geval niet heeft be„ reede te zyn waarom zulx verswegen had mitsgds datkend gemaakt ofte bij de hij voor zijn persoon selfs overigheijd aangetoond. bevreest geweest was zulx te openbaaren. Off hij ged: nog iets tot zegt, niet tot zijne verschoo„ ning te weeten, als aaae zijne verschooning zal bij„ lijk om genadige straffe te „brengen. verzoeken. Aldus gevraagd en Brank„ „woord aan Cabo de Goede Hoop den 14 Septb=r 1786. voor de Heeren William Ferdinand van Reede van Oudthoomn en Jok„s Smits deeden uit den E Achtb: Raad van Justitie voormeld die de menute - /:onderstond:/ B. 12. deezes - deezes nevens den ged:e, den vertolker Hend„k Mattipen en mij gesw: Clercq mede behoorlijk hebben onderteekend. /:lager:/ 'T welk ik ge„ „tuijge /:was getekend:/ R: J: V: D: Kiet gesw Clercq Recollement. Compareerde voor de ondergtk: gecommitt„s uit den E achtb: Raad van Justitie deezes gou„ „vernements den bovengem: William Thoma denwelken deze voorenstaande Jnterrogatoria met zijne daarop gegeevene responsiva van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voor„ „geleezen zijnde, beteugde daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat daar niets meer bij ofte van gedaan worden zal. /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 27 Septb„r 1786. /:was getekend Een kruijs waarom schreeven dit merk steld eigenhandig Welliam Thoma /:lager:/ voor de vertoeking /:geteekend :/ C: Höhne /:daaronder:/ Mij present /:getk:d:/ C: van Aerssen Secret„s /:in margine:/ als gecommitt=:/ getw:d:/ Wof Vreede van oudtshoon, Joh„s Smits. Accordeert Kiet gemClen en ƒ 1 770„ „„ or t 79 19 L: 9 7793 Inventaris van Zodanige goederen en effecten als bij 't arresteeren der delinquenten van 't afgeloopen Transch particulier schip La Rozette ordekt en door den ondergeteekenden ingevolge besluit van den E Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernements in dato 7 deezer loopende maand September aan den alhier resideerende Agent van zijne Allerchristelijkste Majesteit den Heere Percheron overgegeeven zijn bestaande dezelve in als volgt Een Goude horologie ketting met 3 plaats een _ _ _ _o 1 d„o gemailleerd een _ _o _o _o 1 d„o beneeven Een sleutel en berlocquen vijf p=r goude orlietten waar onder een met 9 Paerel d'amour en Steenen bezet een d=o — gebroken twee ringen waar van een gebroken twee goude horologies met steenen bezet, een gemailleerd en d'ander gegraveert Twee gaude, horologies Unis Een Een massif goude Signet Een 19 L a Inventaris van Zodanige goederen en effecten als bij 't arresteeren der delinquenten van 't afgeloopen Transch particulier schip La Rozette ordekt en door den ondergeteekenden ingevolge besluit van den E Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernements in dato 7 deezer loopende maand September aan den alhier resideerende Agent van zijne Allerchristelijkste Majesteit den Heere Percheron overgegeeven zijn bestaande dezelve in als volgt Een Goude horologie ketting met 3 plaate een _o _o _ _o 1 d„o gemailleerd een _ _ _o _o 1 d„o beneeven Een sleutel en berlocquen if p=r goude orlietten waar onder een met vijf H paerel d'amour en Steenen bezet een d=o — gebroken twee ringen waar van een gebroken twee goude horologies met steenen bezet, een gemailleerd en d'ander gegraveert Twee gaude, horologies Unis Een Een massif goude Signet 5 Een ve Een _ _o met een steen drie berlocquen Twee horologie sleutels Een Snuyfdoos met een goude ring twee paar zilvere schoe gespen Een _o _o kuyt geopen Een _ _o _o met steenen Een hals gespen twee paar zijde kouzen drie en vijftig Piasters Een paar zilvere hemd knoopen Een goude doos twee goude Horologies een d=o. ketting /:onderstond/: Aldus Geinventariseerd aan Cabo de Goede Hoop den 7 September 1786 /:was geteekend/ C: van Aarsen secrets Accordeert HDBaek gemeleren 2 ƒ20 Inventaris van zodanige goederen als door de ondergeteeken„ „de op expresse order van den E Achtb: Raad van Justitie tot het onderzoek der door eenige perzoonen van 't alhier agter de Baaij Tals of de west koek =dier Baaij gestrande Fransch particulier Schip La Rozette omtrend omtrent die Baaij verscholene Goederen zyn ondekt en behoorlyk genoteerd bestaade„ de in als volgd In de Eerste Zak vijf en vyftig paren witte zijde kousen drie paar witte gaarne kouzen twee p=r schoenen Twee witte hemden In de Tweede Zak een zilvere Leepel een do. vurk een kooker met Twee scheermessen neegen paar zijde kouzen in zoort twee paar gaarn kouzen zeeven baatjes in zoort drie broeken— twee blauwe gestreepte hemden vier witte ƒ vyf Neusdoeken in zoort Een witte broek E Een Een volletje zwarte lint een paar schoenen In de derde Zak een zilver lepel een do. vurk Twee en twintig paar witte zijde kousen tien paar zwarte Zijde d=o zes _o gecauleurde _o drie _o gaare _o zes lange broeken in zoort Twee baatjes Een witte broek twee hemden in zoort Twee Neusdoeken twee paar schoenen In de vierde zak Een zilvere deegen gevest zes paar gaare kouzen twee _ zesde _ in Zoort twee Scheermessen vier baatjes in zoort twee blauwe hemden e Agt witte Een _o onderbroek veertien neusdoeken in zoort In de vijfde zak Zes paar gecouleurde zyde kousen in zoort Zes zes baatjes _o Aldus Gedaan en Geinventariseerd op het westhoeks Strand der Baaij Tals ten aan Cabo de Goede Hoopden 7 Septem„ „ber 1786 /:was geteekend:/ C v: Aarsen en 9. Exter Accordeert HD Reel gem Clerq 26 Mr /:onderstond/: hier in L 21.

NL-HaNA_1.04.02_10668_0285 view scan ↗

English

Thursday 12 October 1786. In the morning, Extraordinary meeting. Present the Honorable Worshipful Gentlemen Pieter Hacker and Johannes Isaac Rhenius, Presidents, and all the members except Mr. Christiaan Ludolph Neethling on account of indisposition. The Fiscal pro Interim delivers his claim and conclusion pro ut in scriptis, having added thereto 21 annexes marked from letter A to letter C 21, concluding as at the end of the same. The defendants, having heard the claim read, say in answer that they had not thought they would be put on trial here, yet will await whatever is decided concerning them. The Fiscal, Officer for the Prosecution, for replication and the defendants for duplication persisting in their statements, the parties renounce further production, the Fiscal Officer demanding justice. The Fiscal pro Interim here, the Honorable Gabriel Exter, acting as prosecutor in this criminal case on the one side, upon and against Etienne Taljasso of S. Remo, Anthoine Taljasso of the same place, Francois Ros, nicknamed Bieltje, of Ghent, Jean Missieur of Nantes, Augustinus Schein of Savelor, and William Thoma of Boston, the 1st, 2nd, 4th, and 6th as sailors, the 3rd as carpenter, and the 5th prisoner as cook, having been stationed on the captured French merchant vessel La Rosette, now the Lord's prisoners and defendants in the aforementioned case on the other side. The Court, after deliberation of the matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the first, second, third, fourth, fifth, and sixth prisoners to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, and there, being delivered to the executioner, the first, second, third, and fourth prisoners, Etienne Taljasso, Anthoine Taljasso, Francois Ros, and Jean Missieur, each bound to a cross, to be broken alive on the wheel from the bottom up with intervals between the blows, thereafter their right hands and heads being severed, the head placed on a spike above the dead body; furthermore, the 5th prisoner, Augustinus Schein, to be punished with the rope on the gallows until death follows; their dead bodies shall subsequently be taken to the beach on the sand dunes behind the so-called Jetty, where the bodies of the first, second, third, and fourth, placed on wheels expressly erected for that purpose, the head and right arm placed on a spike, and the dead body of the 5th prisoner re-hung on a gallows erected there, and in that manner shall remain there as an example and deterrent to other seafaring persons until consumed by the air and the birds of heaven; furthermore, the sixth prisoner, William Thoma, to be bound to a post and severely flogged with rods on his bare back, and thereafter to remain banished for all eternity from this land and its jurisdiction, as their Honorable Worships banish him by these presents, further condemning all the defendants to the costs and expenses of justice, dismissing the officer's further or other claim regarding the sixth or last prisoner. And Mr. William Ferdinand van Rheede van Oudshoorn requested his vote to be recorded in the following manner: that his Honor was of the opinion to grant the claim of the Fiscal Officer regarding the first five defendants as the sentence dictates, yet regarding the sixth or last prisoner was of the opinion that, after being exposed to public ridicule under the gallows with a noose around his neck, bound to a post, severely flogged with rods on his bare back, he should then be riveted in chains to work therein without wages for the period of ten consecutive years on Robben Island at the Honorable Company's public works, and after the expiration of that period to remain banished for all eternity from this land and its jurisdiction. Underneath stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower stood: In my presence, signed, R. J. v. d. Riet, Sworn Clerk. Agrees. Whereas Stephano Taljasso, aged 21 years, and Antonio Taljasso, aged 28 years, both of St. Remo, sailors; Francois Ros, nicknamed Bieltze, aged 29 years, of Ghent, carpenter; Jean Missieux, aged 26 years, of Nantes, sailor; Augustinus Scheir, aged 17 years, of Savelor, sailor, though having served as cook; and William Thoma, aged 28 years, of Boston, sailor, all stationed on the captured French merchant vessel La Rozette, now the Lord's prisoners, the 3 first-named as well as the two last-named voluntarily, but the 4th defendant upon his interrogation under torture and subsequently reconfirmed without pain or compulsion of irons or the least threat thereof, have confessed to the articles of interrogation, and it appearing to the Honorable Worshipful Court of Justice of this government from the further documents produced in the trial:

Dutch transcription

Donderdag den 12 October 1786. S voordemiddags Extra ordinaire vergadering praesent den E: achtb: Heeren Pieter Hacker en Iohannes Isaac Rhenius Praesidenten en alle de leeden dempto de Heer Christiaan Ludolph Beethling bij indispositie 3 den pro Interim Fiscaal leevert Den pro Interim Fiscaal alhier over zijnen Eijsch en Conclusie dE. gabriel Exter vat op Eijssr pro ut in Scriptis zynde in Cas Crimineel ter eenre daarbij gevoegd 21 bijlagen gequoteerd van La„ A. tot op ende Teegens L a C 21. Concludeerende ut in Etienne Tailpasca van S, Remo fine van denzelve Anthoine Sailjasio „ _o de ged„s, de Eijsch hebbende Francois Ros bygenaamd hooren leesen voor antwoord Bieltje van gent. zeggen niet te hebben gedagt dat zyt alhier zouden Iean Missieur van Aantes werden ter regt gesteld Augustinus Schein van egter te zullen afwagten Savelor en wat over hun beslooten William Thoma van Boston ah de R. O. Eyks, voor replicq en de 1, 2, 4 en 6 als mattroose de ged„e voor duplicq bij de 3, als timmerman en de hun gezegdens blyvende 5 geve, als kok bescheyden persisteeren, renuntieeren geweest op het afgeloopene partheijen van van fransch Coopvaardij scheepje verdere productie verzol La Rosette, thans 's heeren kende den R. O. Eysscher geve„ en gede„ in't voorsz: Cas regt. ter andere zeijde wierd. Den Raad na overweging van zaaken Regt doende uyt Naame ende van C 21. weegens de Hoogmogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nee derlanden Condemneerd de Eerste, tweede derde, vierde, vijfde, en Sesde geve, omme gebracht te worden ter plaatze alwaar men alhier gewoon is, Crimineele Sententien te Executeeren, aldaar den scherpregter overgeleevert zijnde, de Eerste, tweede, derde en vierde geva¬ Etienne Taljasso, Anthoine Taljasco, Francois Ros en Jean Nissieur ieder op een kruijs gebonden van anderen op Leevendig by tusschenposing geleede„ braakt, daarna hunne regterhanden en hoofden, afgehouwen zijnde, 't hoofd tegens op een pen gesteld over 't doode Lighaam voorts den 5 geve, Augustinus Schein met de koorde aan de galg gestraft te worden, dat er de dood na volgt zullende derzelver doode Lighaamen vervolgens werden gebracht naar't Strand op de Zeeduijnen achter de zoogenaamde Moelie alwaar de lighamen vande Eerste, tweede, derde, en vierde op daartoe expresse opgerechte nadere gelegt het hoofd en rechter arm op een pen gezet mitsg„s 't doode Lighaam van den 5=de geven aan een aldaar gesteld gaeg wederopgehangen, en indiervoege tot een Exempel en afschrik voor andere zeevaarende perzoonen aldaar verblijven zullen, tot dat door de Locht en vogelen des heemels zijn verteerd wyders den Sesden geven William Thoma om aan een paal gebonden met roeden op de bloote ruggestren gelijk gegeesseld, en vervolgens ten Eeuwige dage uijt deeze lande en den ressorte van dien gebannen te blyven gelijk hun E. achtb: dezelve zyn bannend by deezen, met Condemnatie wijders van alle de geds, in de kosten en misen van Iustitie ontseggende den raad de verdere of anders gedanen Eijsch van den officier nopens den Sesden of laatsten gere„ En heeft de Heer William Ferdinand van Rheede van oudshoorn verzogt zin vota op de volgende wijze aante teekenen dat zin E. van Sentement was om den Eijsch van den E. O. Eijsscher nopens de vijf Eerste ged te adjudiceeren gelyk het vonnis dicteerd, Edoch nopens de sesde of laatste geven van gevallen te zijn, dat hij na met een strop om de hals onder gesteld de gaeg ten pronk zijnde aan een parl gebonden met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld vervolgens in de ketting geklonken zoude worden omme daarin den tijd van thien agter een volgende Iaaren ten robben Eijlande aan S' E. Comp:s gemeene sch werken zonder Loon te arbeijden en naa Expiratie van dien tijd ten Eeuwigen dage uijt deezen Lande en den ressorte van dien gebannen te blijven /:onderstond:/ Cabo de goede Hloop die et anno ut Supra /:lager mij praesent /:geteekend:/ R. J. V. d Riet gesm: Clercq. WD Kies gem Clen Accordeert V Alzoo Stephano Taljasco oud 21 Jaren, Antho¬ „nio Taljasco oud, 28 Jaren beijde van S„t Remo, Mattroosen, Fran„ „cois Ros / bijgenaamt Bieltze/ Oud 29 Jaaren; van Gent timmerman Jean Missieux, Oud 26 Jaaren van Nantes Mattroos, Augustinus scheir oud 17 Jaren van Savelor „mattroos /doch als kok dienst gedaan heb„ „bende / en william. Thoma Oud 28 Jaaren, van Boston matroos, alle be„ „scheijden geweest op het afgeloopen Fransch koopvaardij scheepje La Rozette thans 's Heeren gevangenens, de 3 eerstgem: benevens de twee laatstgem: vrijwillig doch de 4d„e ged: bij zijne ad torturam beantwoor„ „de en vervolgens buijten pijn of dwang van ijzers dan wel de minste bedreiging van dien gerecolleerde vraagarticulen, beleeden hebben, en het den E Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements uit de verdere ten processe gefourneerde. stukken r

NL-HaNA_1.04.02_10668_0290 view scan ↗

English

C: D documents it has evidently appeared. That when the prisoners, in the middle of the month of May last, with their aforementioned vessel La Rozette, commanded by Captain La Borde, and manned in total with 12 persons, had left the port of Bourdeaux and taken to the sea, in order to head for Isle de France, it happened already in the beginning of that voyage, and indeed, according to their estimation, when they had barely sailed for fourteen days, that the 1st defendant, because he had refused to perform the proper service on board the ship, received a kick with the foot from the boatswain, against which the 1st prisoner immediately resisted, as well as against the chief mate, who at that time had joined the side of the said Boatswain. That this resulted for the 1st defendant in being put in irons by order of the captain, while in the meantime an official report was drawn up against him, the 1st defendant, over this incident by the ship's authorities upon the accusation of the chief mate, in order that the aforementioned chief mate might make use of it at the place where justice could be done to him: — That That he, the 1st defendant, thereupon betook himself to his brother, the 2nd prisoner, and having expressed his desire for revenge regarding this, saying: if we were men, we could avenge ourselves! to which his said brother, the 2nd prisoner, replied to him, the 1st prisoner: why are we not men? so that this had that deplorable effect, that these two brothers then together made an agreement to commit a most atrocious murder on the aforementioned vessel and to capture it, with the additional agreement to keep quiet about this for the time being, and not to carry out this murderous project of theirs before and until they should catch sight of land, which was then also complied with to the extent that this hideous plan only reached its full conclusion shortly before the actual execution thereof, or when they caught sight of the Cape coast, this being on the 13th of the aforementioned month of August, when the first 5 defendants, having warned one another that it was time: they that same night brought their godforsaken conspiracy to its full maturity, and determined their heinous project to murder all persons on the ship who were not part of their plot, and to make themselves masters of it, That, when after midnight the Boatswain had taken over the watch from the captain, who had meanwhile gone to sleep; and the other officers, except for the mate Boij, who was at the front of the ship, had likewise retired to rest; the 4th defendant went to the helm in order to relieve the 2nd defendant there and to send him to the carpenter or 3rd defendant, who then opened his tool chest and, having handed out of it some axes and a hammer to the 1st, 2nd, and 5th defendants, it was immediately determined among the first 3 defendants that the 1st, 3rd, and 5th defendants should go to the cabins of the captain and chief mate, and the 2nd defendant should go up on deck, in order to actually carry out the intended murder on the persons present in those two places. That the first 5 defendants then also effected this in the following manner, that immediately the chief mate was deprived of his life by the 3rd prisoner with several chops, while the captain, after having received a blow to the head in his cabin, fled from the two of them there and came on deck, but, being pursued thither by them, was struck down by the 2nd defendant, who was on deck as aforementioned, and was finished off with the help of his brother, the 1st defendant; while in the meantime the 2nd defendant had already killed the Boatswain on watch on the deck. That upon this noise, the Boatswain's mate, having also gotten up, notwithstanding his persistent praying and begging, had to suffer the same fate, and having been attacked at once by the 3rd defendant with the help of the 4th defendant, had to lose his life in this deplorable manner. That furthermore the mate Boij and the 6th prisoner, which latter had been sleeping in his bunk during this terrible bloodbath and, having been awakened by this commotion, had only then gotten up, approaching the first 5 prisoners all trembling and having begged for the preservation of their lives, succeeded so far for that time that they, under promise of making themselves complicit in the terrible atrocity

Dutch transcription

C: D stukken evidentelijk gebleeken is. Dat wanneer de gevangens in het midden der maand Meij Jongstleden met hunnen voormelden Bodem La Rozette, ge¬ „commandeert door den capiteijn La Borde, en bemand in 't geheel met 12 persoonen, de haven van Bourdeaux verlaaten en zee„ gekoozen hadden, omme naar ple de France te steevenen, het reeds in het begin dier rise, en wel, na hunne gissing, toen zylieden pas. veertien dagen hadden gezeijld is gebeurd, dat de eerste ged:e ter oorzsake dat hij den be„ „hoorlijken dienst binnen scheepsboord niet hadde willen poresteeren, van den bootsman een trap met de voet had gekregen, waar tegens hij 1=ste gev: zich dadelijk hadde te weer gesteld, gelijk mede tegens den opperstuur „man, dewelve zich als toen aan de zyde van geme: Bootsman gevoegd had Dat dit voor hem 1ste ged: ten ge„ „volge gehad heeft, dat hij op order der capi„ „teijn. is geslooten geworden in de boeijen, mid„ „delerwijl dat er door de scheepsoverigheijd te„ „gen hem 1ste: ged:e over dit voorval op de aanklaging der opperstuurman is geformeerd geworden, een proces verbaal, ten einde voorn: opperstuurman daarvan zoude kunnen ge„ bruijk maken; ter plaatze waar hem recht zoude kunnen geschieden: — Dat Dat hij 1ste ged: zich hierop bij zijnen broeder den 2d=e gev: vervoegd en zijn wraak„ „lust deswegens te kennen gegeeven hebbende, onder het zeggen: indien wij mannen waa„ „ren, zouden wij ons kunnen wreeken! door gem: zijnen broeder den 2d„e gev: hem iste gev:e daarop is toegevoegd: welk waarom zijn wij geen mannen ? invoegen dat zulx dan ook van dat Jammerlijk effect is geweest, dat deze twee gebroeders als toen te zamen afspraak genomen hebben tot het pleegen van een allergruwelijkste moord op voorm: scheepje en aflooping van 't zelve, met daarbij gevoegde overeenkomst, om zich hier omtrend vooreerst stelle te houden, en dit hun moorddadig project niet ter uit„ „voer te brengen, voor en aleer zijlieden land in 't gezight zoude krijgen, het welk dan ook in zoo verre is nagekomen geworden, dat dit afgrijselijk plan zijn volle beslag. eerst heeft bekomen, kort voor de dadelijke uitvoe„ „ringe van 't zelve, of toen, wanneer zijlieden de caatsche wal hebben in 't gezigt gekregen, zijnde zulks geweest op den 13„e der voor lde maand augustus, wanneer de 5 eerste ged„e, elkander gewaarschuwd hebbende, dat het tijd waare: zijlieden en die zelve, nacht hunne Godvergetene conspiratie tot derzelver volkomene tuur van D„ volkomene maturiteijt gebracht, en hun zoo doenwaardig project vastgesteld heb„ „ben, om alle de persoonen op het schip, die van hun complot niet waaren, te vermoor„ „den, en zich meester van 't zelve te maken, Dat, wanneer na middernacht de Boot„ „man van den capiteijn, die intusschen was gaan leiggen slapen, de wacht had overgeno„ „men; en de andere officieren, behalven de stuurman Boij, die zich voor uit in 't schip bevond, hun mede ter ruste hadde begeven; de 4de ged:e naar het roer gegaan is, om den 2de ged:e aldaar af te lossen en naar den timmerman of 3„e ged:e te zeerden, dewelke als toen zijn gereedschaps kist geopend, en daar uijt aan den 1„te 2„de en 5„e ged:e ee„ „nige bijlen en een hamer gelangt hebbende, terstond daarop onder de 3 eerste ged: bepaald is geworden, dat de 1s=te 3„e en 3„e ged:e hun naar de kamers van den capiteijn en opper„ „stuurman, en de 2d„e ged:e zich naar boven op 't dek zoude begeeven, ten eijnde de voor„ genomene moord, aan de zich op die beijde plaatsen bevindende persoonen werkelijk ter uitvoer te brengen. Dat de 5 eerste ged„s dit dan ook op de volgende wijze hebben geeffectueerd gehad, dat terstond de opperstuurman door den 3den 3„de gev:e met verscheide kappen is van 't leven beroofd geworden, terwijl de capiteijn, na dat dezelve in zijn kamer een slag op 't hoofd ontvangen had, hunne twoede aldaar ontvlugt; en op 't dek gekomen was, edoch door hun lieden derwaarts agtervolgt zijnde, door den 2„e ged:e die zich, als vooren gezegd is, op 't dek bevond; ter neder geveld, en met behulp van zijnen broeder den pste ged:e afgemaakt is; daar in tusschen de 2de ged:e den wagthebbenden Bootsman op 't dek reeds had om 't leven gebracht. Dat op dit gerugt de Bootsmansmaat„ mede opgestaan zijnde, niet tegenstaande zijn aanhoudend bidden en smeeken, 't zelfde lot heeft moeten ondergaan, en opstonds door den 3d„o ged:e met behulp van den 4„e ged: aan„ getast zijnde op deeze deerniswaardige wijze zijn leven moeten laten. Dat voorts de stuurman Boij en de E„e gev: / welke laatste geduurende dit vreeselijk bloedbad in zijn kooij had liggen slapen, en door dit geraas watker geworden zijnde, toen eerst was opgestaan / de 5 eerste gev„s al bevende genadert zijnde, en om 't be„ houd van hun leeven gesmeekt hebbende, het dan ook, voor dien tyd, zoo verre gebracht hebben, dat zij onder belofte, van zich aan 't verschrikkelijk gruwelstuk te zullen mede pligtig ke en ee ende ld hun opper b ter op had den den 381

NL-HaNA_1.04.02_10668_0294 view scan ↗

English

obliged, kept their precious lives. That, subsequently, a certain boy assigned to the said vessel, commonly called Paris, who at first out of fear had refused to appear, afterwards however, upon the explicit promise and assurance that no harm would come to him, went above deck, and then, amidst the shouting that the said boy must not remain alive, was struck down with several blows of an axe by the mate Boij, probably to gain all the more trust, and subsequently further deprived of life by the 5th prisoner. That thereupon the first 5 prisoners placed the 6th defendant at the helm, and furthermore, having beaten the bodies in which any semblance of life could still be perceived for as long until they gave no further signs of life, betook themselves first to the cabin, and further into the hold, in order to seek out the most valuable goods and provide themselves therewith, as they then also, upon the pointing out of the aforesaid mate Boij, took from the chests and cupboards broken open by force whatever they found in cash and of any value, and divided it among themselves. That That they, the prisoners, having accomplished this robbery, betook themselves above deck, bound together the lifeless corpses lying there in a sail, furthermore fastened them to an anchor, and in that manner threw them overboard, while they, the defendants, having subsequently conceived greater suspicion regarding the aforesaid mate Boij, who during the plundering of the chests had secretly pocketed some papers, also resolved to do away with him, so that he, Boij, after first having dodged a blow with an axe dealt to him by the 4th defendant, which 4th defendant was thereupon forced to drop the axe from his hands, since the mate seized him by his sore thumb, was nevertheless, notwithstanding his repeated and unceasing lamentations, thrown overboard alive by the said 4th prisoner, who had called the 1st and 6th defendant to his aid for that purpose, after this 4th defendant had handed a pistol to the 6th prisoner to shoot the said Boij dead, which was however utterly refused by him, the 6th prisoner. That after committing these abominable crimes, the prisoners, having then finally resolved to make for the shore as quickly as possible and, if possible, to sink the ship beforehand, to which end a hole was chopped in the bottom of the same by the 3rd prisoner, they, the prisoners, after having subsequently lowered the boat overboard and betaken themselves into it with the stolen goods, rowed therewith to the shore, and arrived and landed in the western corner of Baaijfals, where they, the prisoners, spent that night, and having seen in the morning that the ship, contrary to their expectations, instead of having sunk, had drifted onto the beach, leaving behind a portion of the goods taken along, which they hid under the bushes or in the brushwood there, and of which they only pocketed that which they could carry most easily, departed from there, and having then divided themselves into 2 parties, one consisting of the 1st, 2nd, and 3rd defendant and the other of the 3 remaining ones, betook themselves toward the Cape. That the defendants having arrived at the Cape the following day, the 4th, 5th, and 6th defendant were arrested that same evening, but having passed themselves off as stranded seamen who had stayed behind, were at that time merely provisionally held in detention, while the 1st, 2nd, and 3rd prisoners managed to hide themselves for some days, until shortly thereafter they got on board the private ship Josephus the Second then lying at anchor in the roadstead here, and having been discovered by the captain of that vessel, and a report thereof having been made, were subsequently taken off the ship by the officers of Justice, and thus also brought into custody, while the goods taken by the prisoners from on board were partly discovered on their persons upon their arrest, and these consisted, as appears from the inventory drawn up thereof, of: One gold watch chain with 3 plates One ditto ditto with 1 ditto enamelled One ditto ditto with 1 ditto together with a key and berloques Five pieces of gold orlets, among which one set with pearl d'amour and stones One ditto ditto broken Two rings, one of which broken Two gold watches set with stones Two ditto ditto plain One ditto One solid gold signet One ditto with a stone Three ditto berloques Two ditto watch keys One snuffbox One gold ring Two pairs of silver shoe buckles One ditto ditto calf ditto One ditto ditto with stones One neck buckle One gold box ditto and two gold watches One ditto chain Two pairs of silk stockings Fifty-three pieces of Piasters One pair of silver shirt buttons and the remaining goods that were left behind by them on the beach in the western corner of the aforementioned Baaijfals were found upon the indication of the 6th defendant, and these likewise consisted of five bags, in the first bag of which were found: Fifty-five pairs of white silk stockings Three pieces of white thread ditto Two pairs of shoes Two white shirts In the second bag: One silver spoon One ditto fork One case with two razors Nine pairs of silk stockings of various kinds Two pairs of thread ditto Seven jackets of various kinds Three books of various kinds Two blue striped shirts Four white ditto Five handkerchiefs of various kinds One white pair of trousers One small roll of black ribbon One pair of shoes In the third bag: One silver spoon One

Dutch transcription

ƒ pligtig stellen; hun dierbaar leven behielden. Dat, vervolgens zekere op gem: Bodem„ bescheijdene Jongen / door de wandeling Paris genaamd /dewelke in 't eerst uit angst niet hadde willen te voorschijn komen, daarna echter, op uitdrukelijke belofte en verzekering dat hem geen leed zoude weservaren, naar boven gegaan is, en als toen onder het geroep dat gem: Jongen, niet in 't leven moest blij„ „ven, door den stuurman Boij, waarschijnlijk om des te meer vertrouwen te verwerwen, door eenige slagen met een bijl ter neder is geveld, en voort door den 5„e gev:e verder van 't laisen beroofd geworden. Dat daarop de 5 eerste gevn den 6 gedt aan t roer geplaatst en voorts de lichaamen, waar in zig noch eenigen schijn van leven konde be„ „speuren, zoo lange noch geslagen hebbende tot dat dezelve geene tekenen van leven meer gaven, hun eerst, naar de cajuijt, en wijder in 't zuijm hebben begeeven, ten eijnde de kostbaarste goederen op te zoeken, en zich daarvan te voorzien, gelijk zij dan ook op 't aanwijzen van voorm: stuurman Boij Uijt de met geweld opengebrookene kisten en kasten, 't geen zij aan contanten en van eenige waardige vonden, genomen en onder: zich verdeeld hebben. Dat Dat zij gev„ deese roof volbragt hebbende, zich naar boven begeeven, de aldaar leggende ontzielde lijken in een zeijl te zamen gebonden voorts aan een anker vastgemaakt, en in diervoegen. Overboord geworpen hebben, terwijle zij ged„s vervolgens op voorn: stuurman Boij, die bij 't plunderen der kisten eenige papieren in stilte bij zich gestooken had, meerder agterdogt gekreegen hebbende, mede besloten om den zelven van kant te helpen, zoo dat hij Boij, na eerst een klag met een bijl, die hem door de 4d„e ged:t toegebracht wierd, ontweeken te hebben, / welke 4d:e ged: daarop ge„ noodzaakt wierd: om den bijl uijt zijne han„ „den te laten vallen, vermits de stuurman hem bij zijn zeere duijm vatte / echter niet tegenstaande zijn veelvuldig en onophou„ „delijk lamenteeren, door gem: 4d„e gev: dewelke daartoe den 1„dte en 6„e ged:e tot hulp geroepen had, na dat hij 4d„e ged: den 6„e gev: een pis„ „tool had overgegeeven, om denzelven Boij doot te schieten, 't welk echter door hem 6„e gev: vol„ „strekt geweijgerd wierd; devendig is overboord geworpen. Dat na het plegen van deese afschuwe„ „lijk euveldaden, de gev:e dan eijndelijk besloo„ „ten hebbende, om, zich, zoo spoedig mogelijk, naar de wal te begeeven, en het schip, waare het mogelijk, alvorens te doen zinken, ten welken eijnde dan door den 3de gev: een gat den. n en gat onder in het zelve gekapt zijnde, zij gevs„ na vervolgens de schuijt buijten boord gezet, en hun, met de geroofde goederen, in dezelve begee„ „ven te hebben, daarmede na de wal geroeijd, en in de westhoek der Baaijfals aangeland. gekoomen zijn, alwaar zij gev„s dien nagt door„ „gebragt, en des morgens gezien hebbende, dat het schip, tegens hunne verwachting, in stede van te zijn gezonken op strand was gedreven met achterlaating van een gedeelte der mede genomene goederen, dewelke zij onder de bos„ „jes of in de ruijtte aldaar verborgen, en waar van zij slegt dat geene, 't welk zij 't ligtst konden mede voeren, bij zich staken, van daar vertrokken zijn, en zich, als toen in 2 partijen, bestaande de eene in de 1„te 2„e en 3„de ged:t en de andere in de 3 overigen, ver„ „deeld, en caatwaards begeven hebben. sut de ged: 's anderen daags aan de caab gearriveerd zijnde, de 4e 3e: en 6de: ged:t noo dienzelven avond gearresteerd zijn, doch zich voor agteruitgeblevene schepelingen uytgegeeven hebben„ „de, toen ter tyd enkel bij provisie in verzeke„ „ring zijn gehouden geworden, terwijle de jste 3:e en 3de gev„s zich noch eenige dagen hebben weten schuijl te houden, tot dat zij kort daar „na geraakt zijn aanboord van 't als toen hier ter rheede leggend particulier schip Josephus de tweede en door den capiteijn van dien bodem ontdekt mitsgaders daar van rapport gedaan geds gedaan zinde, voorts door de dienaaren der Justitie van boord gehaald, en dus mede in hegtenis overgebracht zijn geworden, terwijl de goederen door de gev„s van boord mede genomen voor een gedeelte onder hun bij de gevangen neeming ontdekt zijn, en hebben dezelve bestaan blykens de daarvan geformeerde Jnventaris in Een goude Horlogie ketting met 3 platen. do Een d„o d„o met 1 d„o geemailleerd Een d„o do d„o met 1 d:o beneevens Een sleutel en Berloequen vijf p„s goude orletten waar onder Een met paarl d'amour en steene bezet Een d„o d„o gebrooken twee Ringen, waarvan een stuk twee goude Htorlogies met steene bezet twee d„o d„o Anie Een d„o Een masief goude signet Een d„o met een steen drie d„o. Berloequen twee d„o Horlogie sleutels Een snuijfdoos Een goude Ring twee p„r zilvere schoe gespen den d„o d„o kuijt d„o Een d„o d„o met steene Een Hals gespe Een goude doos d„o En 0 2 en ede even aar an de d noor „ ke„ en ar hud n twee goude Horlogees Een d„o ketting twee p„s zijde kousen Drie en vijftig p„s Piasters Een p„s zilvere Hemdknopen en de overige goederen die door hun op strand in de westhoek der voormt: Baaijfals zijn agtergelaten, zijn gevonden op aanwijzing van den 6d„e ged:e, en hebben dezelve mede bestaan in vijf zakken waaren zig in d' eerot zak bevonden vijf en vijftig paaren witte zijde kousen drie p„s witte gare d„o twee „ schoene twee witte hemden In de tweede Zak Een zilvere leepel Een d„o vork. Een koker met twee scheermessen Negen p. r zijde kousen in soort twee „ gare do seven baatjes in soort. drie boeken in soort twee blaauwe gestreepte, hemden vier witte d„o vijf Neusdoeken in soort Een witte broek Een Rolletje swart lint. den p„r schoene In de Derde Zak Een zilvere leepel Eens

NL-HaNA_1.04.02_10668_0299 view scan ↗

English

One silver fork twenty-two pairs of white silk stockings ten pairs of black ditto ditto six pairs of ditto colored ditto three pairs of thread ditto six pairs of long trousers of various sorts two handkerchiefs two jackets one pair of white trousers two shirts of various sorts two pairs of shoes In the fourth bag one silver sword hilt six pairs of thread stockings two pairs of silk ditto of various sorts two razors four jackets of various sorts two blue shirts eight white ditto one ditto undergarment fourteen handkerchiefs of various sorts In the fifth bag six pairs of colored silk stockings six jackets of various sorts. Which goods, in accordance with our Council resolution, were delivered to the agent of His Most Christian Majesty, Mr. Percheron, by the Fiscal Pro Interim Gabriel Exter. And whereas the aforementioned 6 prisoners were, in the manner aforesaid, overtaken, captured, and provisionally placed in custody at the disposal of the aforementioned resident agent of His Most Christian Majesty, the said Agent, in the name and on behalf of His aforementioned Majesty, abandoned the aforementioned 6 prisoners and transferred them, together with the preliminary examination conducted, to the government here, in order to be put on trial by the Court of Justice here; whereupon, by resolution of the 28th of August today, the Honorable Governor and the Noble Worshipful Council of Policy placed the aforementioned 6 prisoners into the hands of the Fiscal Pro Interim Gabriel Exter, with orders to proceed against them ex officio and according to the nature of the crimes committed by them, with the added instruction to the Court of Justice to administer proper justice regarding the prisoners based on the documents and proofs of the crime committed by them. So it is that the Noble Worshipful Court of Justice aforesaid, having taken into consideration the deed perpetrated by the prisoners, being a chain of gruesome and most cruel murders accompanied by piracy, of which perhaps no example has ever existed, and which can never be tolerated in a land where right and justice are properly maintained, but must be punished most rigorously as an example and deterrent to all other seafaring villains and those inclined to such atrocities. Therefore, having on the day of the hearing read, summarized, and considered with attention the written criminal claim and conclusion made and taken by the aforementioned Fiscal Pro Interim Gabriel Exter nomine officio upon and against the prisoners, and having also observed the freely given and recollected confessions of the prisoners and other documents, and furthermore everything that pertained to the case and could in any way move their Noble Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned, as their Noble Worships hereby condemn, all 6 prisoners mentioned at the head of this document, to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, and there being delivered to the executioner, the first, second, third, and fourth prisoners, Stephano Taljasco, Anthonio Taljasco, François Ros, and Jean Missieux, surnamed Lionais, each tied to a cross, to be broken on the wheel alive from the bottom up with intervals, subsequently first to have their right hands chopped off, and thereafter their heads, and thus being put to death, their heads to be placed on spikes opposite the bodies; furthermore, the 5th prisoner, Augustinus Scheir, to be punished with the rope on the gallows in such a manner that death follows; the dead bodies of the first five prisoners shall subsequently be taken to the beach on the sea dunes, near the so-called Mole, where the bodies of the first, second, third, and fourth prisoners shall be laid on the wheels erected expressly there, and the heads and hands placed above them on spikes, and the body of the 5th prisoner being hanged on a gallows also present at that place, in that manner to remain there as an example and deterrent for other seafarers until they are consumed by the air and the birds of heaven; furthermore, the 6th prisoner, William Thoma, after having witnessed the aforementioned execution, to be tied to a post there, severely flogged on his bare back with rods, and subsequently to remain banished for all eternity from this country and its jurisdiction, as their Noble Worships hereby banish him, further condemning all 6 prisoners to the costs and expenses of justice; the Court dismissing the further or other claim made by the officer regarding the 6th or last prisoner. Thus done and sentenced At the Cape of Good Hope, the 12th of October, 1786, and pronounced in the Castle of Good Hope, the 14th of the same month of October, and executed on the same day. Signed: P. Hacker, I. Rhenius, S. v. Echten, Joh.s Smuts, J. M. Horak, A. v. Sittert, W. F. v. Rheede van Oudtshoorn, I. M. Bletterman, C. G. Maasdorp, C. Matthiesen, G. H. Meijer, H. Dewet. Lower: In my presence, signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. In the margin was written: Fiat Execution. Signed: C. J. van de Graaff. Agrees.

Dutch transcription

Een zilvere vork twee en twintig p„s witte zide kousen tien p„r swarte d„o d„o ses p„s d:o gecouleurde d„o drie „ gare d„o ses lange broeken in soort twee Neusdoeke twee Baatjes Een witte broek twee hemden in soort twee p„s schoene In de vierde Zak Een zilvere deegen gevest Zes p. s gaare kousen twee „ zijde d„o in soort twee Scheermesse vier Baatjes in Soort twee blaauwe hemden agt witte d:o Een d„o onderbroek veerthien Neusdoeken in soort In de vijfde zak Zes p„s gecouleurde zijde kousen Zes Baatjes in soort. welke goederen ingevolge ons Raads„ „besluijt aan de agent van zijn allerchris„ „telijkste majesteit d' Heer Percheron door den Prointerim Fiscaal gabriel & ter zijn afgegeeven geworden En nadien. de voorm: 6 ged. s in voegen voorsz: agterhaald gevangen genomen en ter and eerste ter dispositie van den voormelden hier resi„ „derenden Heer Agent van zijn allerchriste „lijkste majesteit provisioneel in hegten is gesteld wezende, welgeme: Heer Agent uit naam en de van wegens Hooggemelde zijne majesteit de voorm:t 6 gev„s geabandonneert en nevens de provisioneel gedane examinatie aan het gou„ „vernement alhier overgegeeven, ten eijnde door den Raad van Justitie alhier te werden te regt gesteld: zijnde hier op door den welEdele gestr: Heer gouverneur en den Edelen Achtb: Raad van Politie bij besluijt van den 28 Augus„ „tus Heden de voorm: O: ged„s gesteld in han„ „den van den Prointerim Fiscaal Gabriel Exter met order tegens dezelve exofficio en naar den aart der door hun gepleegde misda „den te procedeeren, met bijgevoegde last aan den Raad van Justitie om over de ged. e op de stuken en preuves aan hunlieder gepleegde misdaat te doen goet recht. zoo is 't dat den E: achtb: Raad van Justitie voormeld in aanschouw genomen hebbende het door de ged„e geperpetreerde Feijt als zijnde een aaneenschakeling van gruwe„ „lijke, en allerwreedste moorden met zeeroof ver„ „zeld, waarvan misschien nooyd eenig voorbeeld is geweest, en die nimmer in een land alwaar regt en geregtigheijd behoorlijk gehandhaaft word kunnen werden geduld, maar ten spiegel en afschrik van alle andere zevaren„ „de en tot diergelyke gruwelstukken genegene booswigten booswigten, ten regoureursten gestrafd werden moeten. overzulx ten dage dienende met opmerk„ - „zaamheijd geleezen, geresumeerd en overworgen hebbende, den schriftelijken crimineelen Eysch en conclusie door voorme Prointerim Fiscaal Gabriel Exter nomino officio op ende jegens de ged. ge„ daan en genomen mitsgd„s gelet op der ged„s vrywillig gegeeven en gerecolleerde confessien en andere stukken, voort op al het geene ter zaake dienende was en hun EE. achtb„ eenig„ „zints konde doen moveeren Recht doende uit naame ende van wegens de Hoogmo„ „gende Heeren Staten generaal der ver„ „enigde Nederlanden alle Ede in den Hoofden dezes gemelde gevangen, hebben gecon„ „demneert zo als hun E achtb. dezelve condem„ „neren bij desen, omme gebracht te werden ter plaatse, alwaar men alhier gewoon is crimi„ „neele sententien te executeeren, aldaar den scherp„ „regter overgeleverd zijnde, den Eersten, twede, derde en vierde gevangenen Stephano Taljasco Anthonio Taljasco, François Ros en Jean Missieux bygenaamd Lionais, ieder op een kruijs gebonden van onderen op le„ „vendig bij tusschen poozinge geledebraakt, ver„ volgens eerst de regterhanden, en daarna de hoofden afgehouwen en dus ter doot zijn de gebracht de hoofden op pennen tegens over de lichaamen gesteld te werden; voorts den 5de ber geve resi di de rouw reerde varen. gene wigtin ged:e Augustinus Scheir zodanig met de koorde aan de galg gestrafd, dat er de Doot na volgt zullende de doode lighaamen van de vijf eerste ged„s vervolgens werden gebracht naar 't strand op de Zeeduijnen, omtrend de zogenaamde Moelje, alwaar de lichaamen van den Eerste, twede, derde en vierde gevangenen op de aldaar expres opgeregte raderen gelegd, d en de hoofden en handen boven dezelve op pennen gesteld, mitsgd„s 't lichaam van den 5:de gev: aan een daar ter plaatse mede zijnde galg opgehangen zijnde, om in diervoe„ „gen tot een exempel en afschrik voor andere zevarende aldaar te verblyjven tot dat dezelve door de lugt en vogelen des Hemels zullen zyn verteerd; wyders den 6„de ged„e william Thoma Omme na de voorm:e executie te hebben aanschouwd aldaar aan een paal gebonden met roede op de bloote rugge strengelijk gegees„ seld en vervolgens ten eeuwigen dage uit deezen lande en den ressorte van dien ge„ bannen te blijven gelijk hun E achtb: den „zelven zijn bannende bij deesen, met condemnatie wijders van alle 6 de gevs„ in de kosten en misen van Justitie; ont„ zeggende den Raad den verderen of andere gedaanen Eysch van den officier nopens den 6 of laatste gevangenen. Aldus t Aldus gedaan en gesententieerd Aan cabo de goede Hoop den 12 October 1786. mitsgd„s gepronuntieerd Jn 't casteel de goede Hoop den 14 derzelver maand october ende Geexecuteerd ten zelven dage /:was getekend:/ P: Hacker, I: Rhenius S: v: Echten, Joh„s Smuts, J: M: Horak„ A: v: Sittert, w: f: v: Rheede van Oudtshoorn, I: M: Bletterman, C: G: Maasdorp, C: Matthiesen, G: H: Meijer, H: Dewet, /:laager:/ mij present /:was getekend:/ R:J: V: D: Kiet gesw Clercq //:in margine stond:/ Fiat Executie /: was getekend:/ C: J: van de Graaff. Accordeert Kie R gemeeven F 8 de de van ze elve : gees¬ n

NL-HaNA_1.04.02_10668_0305 view scan ↗

English

Copy We could not be more sensible to the unfortunate situation in which you find yourselves, and we judge your anxieties by those we experienced at the end of last year under similar circumstances; we hasten accordingly to shorten them as much as lies in our power, and we congratulate ourselves that the efforts we made for ourselves now put us in a position to assist such good neighbors and such interesting allies. We therefore inform you that we have chartered from the Sieur Bidard, who is its captain, the cargo of a vessel arriving here from Bengal pursuant to a treaty we had concluded with the Monnerons for a much more considerable purchase. The object of our shipment will be, as you will receive more particularly by the invoice, 400 thousands of Wheat and 10 thousands of Rice, which we yield to you under the same conditions as our bargain, that is to say the Wheat at 20 the quintal and the Rice at 16, payable in bills of exchange on the Treasurer of the Colonies in Paris. Although the Wheat is not of the first quality, it makes very good bread, though a little brown: it is thus that we consumed it ourselves; however, for the benefit of the sick in our hospitals, we thought it proper to have it washed, and by means of this preparation the bread is of a fine white, but the Wheat suffers a loss in weight. The private vessel Le Consolateur, which will deliver our dispatch to you, was already fitting out for the Cape of Good Hope when we received yours: the Sieur Oury, who is its owner and who is, moreover, a respectable citizen and very zealous in seconding our arrangements, had, at the first announcement made to us of your needs, solicited and obtained our consent to carry you the first relief. He had done the same upon the arrival of his vessel from Bengal to send the major part of its cargo to Batavia, where they are under nearly the same circumstances as at the Cape of Good Hope, if what has been written of it is to be believed. While waiting for the Fabius, which is to set sail from the eighth to the tenth of next month, you will therefore receive by the Consolateur about 300 thousands of Rice and 115 to 120 thousands of Wheat, regarding which you may come to an understanding with the Sieur Fleuriot, who is its captain. You will only observe in this regard that it would not be fair for the prices to be the same as with the cargo of the Fabius. M. Monneron made no expenditure for outfitting; he departed on the King's vessel; nor did he make any advance, the funds for his mission having been delivered to him before his departure. Thus matters are not equal, and these differences authorize us to request that you take this into account, so that the interests of the Sieur Oury may not be compromised, and that he may not become the victim of his zeal; for, given the knowledge we have of his disinterestedness, we can assure you that at the price at which Wheat currently stands here, he could not have been tempted to carry any to you had he not been determined by more laudable motives and detached from all consideration of self-interest. As to the manner in which you may settle with us for the shipment we are making you, nothing is simpler than to remit to M. Percheron bills of exchange on the States of Holland for the appraised value of the articles we shall address to you, which will accompany our shipment. We have the honor to be with the most distinguished consideration, Messieurs, your very humble and very obedient servants, The Comte de Souillac, Cossigny de Palma To the Gentlemen of the Government at the Cape of Good Hope Messieurs At Port Louis, Isle de France, 27 July 1786

Dutch transcription

Copie Dous sommes on ne peut plus sensible a la facheuse posision dans la quelle vous vous trouvez, es nous Jugeons de vos sollicitudes. par Celle que nous avons eprouvés à la fin de l'anné derniere en paralle Cinconssance; nous nous empressons en consequence de les abreger ausant qu'el est en nons, et nous nous felicitons que les Estonts que nous avons faits pour nous memer, nous mettant aujordhui apportée de De couris d'aussi bons voisens, et des alléés aussi interessants, nous vous annon, cons done que vous avez affresé du I: Bidard qui en est le Capitaine, le chargement d'un vaisseau qui nous arrive du Bengale en versu, d'un traisé que nous avions passé cives les monneron pour un achat bee plus Considerable l'objet de notre envoij Pera Comme vous le recevres plus parteculierements par la facture d 400 mliers de Bled et de 10 milliers de Pris que nous vous cedons aux memés Conditions de notre marché c'est a dure le Bled à 2a Le guintal et le Messrs. de la Regenee ln Candebonne Espenance Messieurs Aun Pork Louis Soble de framce 27 Juller 1786„ es Dous sommes on ne peut plus sensible a la facheuse pasision dans la quelle vous vous trouvez, et nous Jugeons de vos sollicitudes. par Celle que nous avons eprouvés à la fin de l'anne derniere en pareille Cin constance; nous nous empressons en consequence de les abreger ausant qu'il est en nous, et neus nous felicitons que les Ettonts que nous avons faits pour nous memes, nous mettant aujordhui apportée de De couris d'aussi bons voisins, et des alléés aussi interessants, nous vous annon¬ cons done que vous avez affresé du D: Bidard qui en est le Capitaine, le chargement d'un veisseau qui nous arrive du Bengale en versu, d'un traisé que nous avions passé cives les monneron pour un achat been plus Considerable l'objet de notre envoij Pera Comme vous le recevres plus parteculierements par la facture d 400 mliers de Bled et de 10 milliers de Pris que nous vous adons aux memés Conditions de notre marché c'est a dire le Bled à 2a Le guintal et le Messrs. de la Regenee lu Candebonne Espenance Messieurs Au Pork Louis Isle def framce 27 Juller 1786 „ „ Copie Vis Res â 16: le sous paijable en lettre de change sur le Tresorier des Calonies a Paris quoique le Bled ne Soit pas de la pre miere qualite, il fais de fort bon pain, mais un pen bis: Oest ainsi que nous vous l'avons Consonné nous même, Exandant en faveur des malades de nos Sopelaux nous avons Cru devoir le faire laver et au moyen de Cette preparasion le pain est d'um beau blanc mais le Bled supporte un deehail. — Le vaussean particulie le Consolateur, qui vous remettra notre depeche etoit deja es armoment, pour le Cap de bonne Esperance lorsque nous avons Deu la votre: Le S: oury qui en est le proprietaire es qui d'ailleurs est un civoyen respectable et tres Lelé à se„ Conder nos dispositions avois a la premier annonces qui nous fut faile de vos besoins soeliaité et obtenu notre agrement pour vous porter les premiers secours, il en avoit usé de meme al'arrivé de son vaisseau de Bengale pour envoyer la Majeure parter de Son chargement a Batavia, oul on est a peu pres dans les memes cn conssa„ „les qu'ou Cap de bonne Esperarce, s'il faus croire le qui en à été ecrit, en attendant le fabius qui doit mettre a la voyle da. ange lapren du huis au dis au Mois Prochain vous recevzer done par le Consolateur emirons 300 milliers de Rus et 115 à 120 milliers de Bleddone vous Pournez vous entendr avec le s: Fleurion qui en est le Capitaine vous observerez seu„ lement a cet egard qu'iline seroit pas juste, que les pris sussent les memes avec le chargement au fabuis m: monneron n'a fait aucune de pence d'armement, el est parti sar le vaisseau du Roij; el n'a fait aucune non plus avence avance les fonds de so mission lui ayant élé livré en avant son de part ainsi les choses ne sont point egales et ces aifferentes nous ausorisent a vous prier d'ij avoir egard, pour que les interets du S=r oury ne Doient point Compromis, et quil ne devenne point la vrclemer de Son Zele, lar vu la Connoissance que nous avons de son des interessement nous pouvons rous assurer, qu'au paix on le Bled est ici Couremment, el ne pouvoir etre senter de vous eu Ponter s'el ni ent ête determiné par des motifs pliolouables et degages de Loutes vue d'Interest. - quand a la maniere doncvous pourre„ Soede avec nous l'envoij que nous vous faisons pas de Plus Simple que de remettie „ mats avons ons beav qui a en ranae S: an m besoins Dour avoit an de par a nt yle d e ry Remettre a M. Percheron de lettres de Change Sur les Esats A. Bollandé pour l'esat apprecié des abjets que nous vous addresserons et qui accompagnera notre envoy„ nous avons l'honneur d'Are avee la Consideratio la plus dessingue /:onderstond:/ Messieurs votre tres humble et tres obeis, Sants Serviteurs, /:was geteekend:/ le C=s de Touillac, Mosair de Barbonn ccordeert GG Dieme gezerslver 9 7 No. 8

NL-HaNA_1.04.02_10668_0313 view scan ↗

English

Copy Miscellany Cape of Good Hope Isle de France One 1786 Port Louis. Cargo on the private ship Le Fabius Commanded by Mr. Bidard Invoice of the goods and provisions loaded by order of Mr. Motais de Narbonne, Intendant of the Isles de France and Bourbon, on the private ship Le Fabius, commanded by Mr. Bidard, to be delivered to the orders of the Governor and the gentlemen of the Council at the Cape of Good Hope, namely: 3407 gunny bags, 400,000 pounds of Bengal wheat at 20 livres per hundred: 80,000 - - - 200 - 8d 4922 ditto of Bengal rice at 16 livres ditto: 787:10:4 4/5 - 2 1/2 1800 vacoa bags for outer sacks at 10 each: 900 - - 81,687:10:4 4/15 - 202 1/2 Supplement to the present invoice: 3564 pounds of Bengal rice at 16 per percent: 570:4:8 - - 1 75 ƒ 82,257:15:- ƒ 7,204 9/10 - The undersigned, General Storekeeper for the King on this island, certifies the present invoice to be true. At Port Louis, Isle de France, the ninth of August, one thousand seven hundred and eighty-six. Signed: Cailland. The undersigned, Captain commanding the private ship Le Fabius, acknowledges having received on board of said ship the goods and provisions entered in the present invoice, which I promise to deliver to the orders of the Governor and the gentlemen of the Council at the Cape of Good Hope, save for the risks, perils, and fortunes of the sea. In witness whereof, I have signed three bills of lading of the same tenor, one of which being accomplished, the others will be void. At Port Louis, Isle de France, the day, month, and year aforesaid. Subject to the wastage and damage that the said grains may suffer both in transit and during unloading at the Cape. Signed: Bidard de Lante Seen by us, Sub-Commissioner of the Colonies in charge of the general storehouse: Signed: Le Suge Seen by us, Comptroller of the Isles de France and Bourbon: Signed: Baillie Seen by us, Commissary General of the Colonies, Civil Administrator of the Isles de France and Bourbon: Signed: Motais de Narbonne Casks 40 ditto ditto 30 gunny bags Assorted from boards and ƒ No. 8 To the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, Governor and Council of the Dutch Colonies at the Cape of Good Hope. Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, We have the honor herewith to report to Your Honors that after many adversities of weather and wind, God be praised, we nevertheless arrived safely here in the Bay of Port Louis on the 8th of this month, where, in compliance with the orders and instructions of Your Honors, we loaded the coffee in question according to the enclosed copy of the official report drawn up regarding it, and have departed from here with it today for Batavia. We trust that we have thereby fully complied with the orders and intentions of Your Honors and hope that this will also meet with the approval of the High Government at Batavia, as we believe we have acted in everything in the best interest of the Honorable Company. Wherewith wishing Your Honors God's blessing and having commended ourselves to Your Honors' precious favor, we have the honor to be with the greatest respect, Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen, Your Honors' Copy humble and obedient servants, was signed: Johs. Noorthoek, Pr. de Keijzer In the margin: Mauritius, Port Louis, 18 May 1786 Examined, collated. Sworn Clerk No. 9 Copy To the Gentlemen of the Council of the Cape of Good Hope At Port Louis, Isle de France, 20 July 1785 Gentlemen, We have received the letter which you did us the honor of writing to us on 18 March last, requesting from us the coffee that had been left here in 1782 by the vessel of the Noble Dutch Company, the Morgenster. In accordance with your wish, this coffee, which was in the King's storehouses, was delivered to the captain of the vessel the Zeenimph, which you dispatched to Batavia in the course of the month of March last; and we do not doubt that the enclosed letter, which the captain of this vessel left here for us, had for its purpose to inform you of the loading he has made of it on board. We have the honor to be with the most distinguished considerations, Gentlemen, your humble and most obedient servants, Collated. Examined. The Viscount de Souillac, Motais de Narbonne Sworn Clerk 2 Copy. Copy. Today, the twelfth of May, one thousand seven hundred and eighty-six, by virtue of the orders of Mr. Motais de Narbonne, Commissary General of the Colonies, Civil Administrator of the Isles de France and Bourbon; we, Sub-Commissioner of the Colonies in charge of the general storehouse, proceeded to a warehouse rented to the King by Mr. Paul Monneron & Co., located on the former establishment of St. Paul Darifat, to ascertain there, in the presence of Mr. Bailly, Comptroller in the said islands, the condition of: weighing together 41,652 pounds of Mocha coffee, 138 bales, 18 bags 102,893 pounds of Java coffee, 406 bales, 53 bags Together: 144,545 pounds The said coffee originating from the deposit made by Captain G. Bergh, commanding the Dutch flyboat Le Morgenster, as is evidenced by the receipt of Mr. Cailleau, General Storekeeper for the King on this island, dated 16 November 1782. Whereupon we proceeded in the presence of my said Sr. Cailleau, and assisted by Mr. Johan Noorthoek, Captain of the vessel of the Dutch Company, the Zeenimph, and by Mr. Paulus de Keiser, Junior Merchant of the said Company, charged with collecting the said coffee. We recognized at first that the loft where the said coffee was deposited was well enclosed, well covered, and in good condition. We then recognized that the said coffee was extremely dry, although more or less damaged and stained with Official Report of Inspection and Delivery of Coffee.

Dutch transcription

Copis Moesdadat Cap de bonne Esperance Isle de france Een 1786 Port Louis Chargement sur le Navire particulier Le Fabius Commande par M„r Bidard Facture des Effets & munitions, embarqués par ordre de M: Motais de Narbonne Intendant aux Isles de France & de bourbon sur le Navire particulier le fabius Commande par Mr Bidard „pouretze remis„ aux ordres de Monsieur le Commandant en de Messieurs de la regence au Cap de bonner Esperance Savoir 3407: Sacq de Gonij 400'000. Livies de bled de Bengale a 20t le Cent 80'000 „ „ „ — 200 - 8d 4922„— id: de eris de Bengule a 16t ld. r 787:10:4 41/5 — 2½ 1800 Sacs de vakoa pour Chemises a 10 Chague, 900 -. — „g 81687: 10: 4 4/15. -. 202½ Supplement ala presente facturen 3564: Liv„ de ris de Bengale a 16 P %o. 570:' 4: 8„o. . „ „ 1 75 out # ƒ 82257:15:— ƒ7:204 9/10 — De Soussigne Garde- Magazin-General, pour Le Roi en Cette Isle, Cer„ „tifie la presente facture veritable. Au port Louis, Isle de france, le neuf Aoat mil sept Cent quatre vingt six /signe / Cailland- Se soussione Capitaine Commandant le navire particulier Le fabuus reconnris avoir le cu a bord dig Cellerr les Effets &x muniteons portes en= La presen te facture, lesquils Je promets remettre aux ordres. de Monsieur Le Commandant et de messieurs de la regence au Cap de bonne Esperance sauf les risques pécils et fortune de la mer„ en foi de quoij Jai signé trois Connoissements de meme teneur, undés quels acquittés les autres seront de nulle valeur. Auport Louis Isle de france, les Jour, mois, & an susdits Sauf les dechér et avarier qui peuvent eprouver les dits grains tant dans le trajet que dans le dechargement au Cap. — /Signe/ Bidard de lante vu par nous sous Commissaire des Colonies prepose au magazin general: Signé) Le Suge vu par nous Controlleur: aux Isles de france et de Bourbon /:Signe:/ Baillie/ VE Parnous Commissaire General des Colonies Ordonnateur aus Isle de france et de bourbon /: Signe:/ Notais de narbonne— Lonneaux - 40. idem. id 30 sacq de Gonnij G Van berten Assorteerd - „ „ — „ „ — — — - en ƒ No. 8 Aan de Hoog Edele gestrenge Heeren gouverneur en Raad van de Nederland„ „sche Colonien a Cabo de goede Hoop. Hoog Edele gestr: Heeren Wij hebben d'Eer UHoog Edelen bij deesen. te berigten dat wij na veel teegenspoeden van weer en wind, God lov. echter geluc„ tig den ste deezer alhier in de Baaij van Porte Louis Gearriveert zijn, alwaar wij in voldaening aan de Ordersen Jn„ structie van Uhoog Edelens, de Coffij in questi volgens bijgaande Copie van het daar van geformeerd Proces Verbaal, hebben inge„ „laden, en heeden daarmeede van hier naar Batavia vertrocken - vertrouwen hiermede aan de Ordres en Jntentie van U Hoog Edelen ten vollen voldaan te hebben en hoope dat zulx ook de approbatie van de Hoge Regee„ „ring te Batavia zal wegvragen, alzo in alles vermeenen ten meeste intrest der Edele Comp=ie gehandelt te hebben—. Waarmede U Hoog Edelens Godes zeeven toewenschen en ons in u Hoog Edelens dierbare gunst aanbevoelen te hebben, wij met de meeste hoogagting d'Eer hebben te zijn — /:Onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Heer, U Hoog Edele Copia Gestrenge Gestr: Onderdanige en Dienstwillige /:was geteek:d/ Joh:s Noorthoek, Pr de Keijzer /:in margine:/ Dienaaren Mauritius Port Louis den 18 Maij 1786 Recordeert Eezume gezwr. Clercq No. 9 Copie M: M=rs de la Regence Au Pot= Louis Isle de France le 20 Juli. 1785 Messieurs. Nous avons recu la lettre que vous nous avel fait l'honneur de nous ecure le 18 mars dernier, pour nous deman„ der les faffés que avoient ete laissés cci en 1782 par le vaisseaie de la Hoble, Compagnie hollandoese le Morgenster. Conformement a votre desu, ces cassés qui Arent dans les magazens die Roi, ont eté remis au Capitaine du vaisseau te seenimph, que vous aver expedié pour Batavia dans le Cours du meis de - Mars demneer et nous ne dout ons point que la lettre ci Jointe, que le Captaines de ce vaisseau nous a laissé ici n'ent eu pour objet de vous informer du Char„ gement, qu'il en a fait a sor bord. Nous avons l'honneur d' Are avec las Considerations les plies distinquéés Messierus. vAietres humlle, et tres obeissant serv, Hteur ksmne: le V=te de Souillac, Motair de narbonné, gecbideert. CVe Dieme gezw. Clveq du Capde bonne Esperance 2„ Copia Copia. Aujourd' hui douze Maij, mil sept cens quatie vrugt six, en vertu des Ordres de Mr. Molair de Narbonne, Commissaire General des Colonie Ordonnateur aux: Isle„ de Fronce & Bourbon; Nous sous Commis¬ saire des Colonies, proposé an magazin general. Nous sommes transportes dans un magazin loué au roi, par mr. Ter Monneron & Co. , situé sur l'an¬ „cier Etablissement du St. Paul Darisat, pour y constater en presence de Mr. Bailly Controlleur aux dites Isles, l'etat de pest. ens: 41652 liv: Cassé de More 138 balles 18 sais _ — 102„ 893 _' Casse de Jacatre 406 balles 53 sals Ens=e 144, 545 Liv. s Les dits Caffés provenant de depot fait par le Capite G. Bergh, commandant la flute hollandoise Le Morgenster, ainsi qu'il est constaté par le reiu de Mr. Cailleau, Garde magazin general pour le Doi en cette Islé, du 16 Nov. 1782. A quoi nous avons procedé en presence de mon dit Sr. Cailleou , & assisté de mr. Johan Noort, holk, Capne du Vaiiseau de la Comp. e d' Hollande, le Zeenimph, et de Mr. Paulus de Keiser, sous marchand de la dite Compe. , chargés de retirer les dite Cassés. Nous aurions reconnu d'abord, que le Grenier, ou etoit depo„ se le dit Casse, etoit bien elos, bien couvert, et en bon etat. Nous avons reconnis ensuite, que les dits Caffes etoient extremement secs quoique plas ou moins avories et taché de Proces Verbal de Visitte et Livraisen de Caffé. — noi O

NL-HaNA_1.04.02_10668_0324 view scan ↗

English

black, that several bales were in very bad condition, burst open, and a large part of the coffee they contained spilled in the said granary, notably the 18 small sacks of Varoa, containing Mocha coffee, and the 53 other small sacks of Varoa, containing Jacatra coffee. That these different coffees spilled in the said Granary, being mixed together, were collected with care and enclosed in 33 gunny sacks. We then proceeded to the weighing of the bales that appeared to us capable of being repaired and transported, and found: 135 bales of Mocha coffee weighing gross 37,666 lbs 401 ditto of ditto of Jacatra 91,508 lbs 33 gunny sacks of mixed coffee 3,092 lbs Together 135,266 lbs from which there results a loss of 9,279 lbs amounting to 6 1/2 percent. We observe that this loss appears to us to arise only from the considerable moisture which the said Coffee had on 16 November 1782, as is recorded by the Official Report of the 15th of the said month, made in the presence of the Sieur G. Bergh, Captain of Morganster, when the said Coffee was unloaded and deposited in the aforesaid warehouse where it has remained until today, 12 May 1786, making a lapse of time of 3 1/2 years, during which it has dried out considerably, and must consequently have lost much of its weight. We further observe that the state of dryness in which this Coffee was found, even that which was the most damaged, led us to judge that it could no longer produce any infection upon loading it onto the vessel the Zeenimph, and the bales and sacks having been repaired as well as it was possible to do, there was no objection to loading the whole onto the said vessel; Consequently it was unanimously decided to load the whole onto the Zeenimph, to be transported to Batavia, for the account and risk of whom it shall concern. In witness whereof we have signed the present Official Report, done in triplicate, at Port Louis, Isle de France, the day and year aforesaid. Signed: Cailleau, Bailly And with the exception of the loss, with which it is in no way our place to meddle according to our Instruction, we attest to the truth of the contents of the present Official Report. Signed: Joh.s Noorthoek, P.s de Keijser Seen by us, Commissioner General of the Colonies, Intendant of the Isles of France and Bourbon. Signed: Motais de Narbonne Agrees: C. v. Diemel, sworn Clerk List of the Foreign Nations' Ships which have appeared before this Government since 2 May 1786 In False Bay 1786: Ships | Commanders | Guns | Crew | Whence | Arrived 1786 | Departed 1786 | Destination Disco, Danish ship | Capt. John Crist. Kohn | 22 | 120 | 2 May from Tranquebar | 25 May | 25 May | August: Mauritius La Claire, French | Benard de Fontenelle | 44 | 40 | 10 February from Bordeaux | 4 June | 10 June | Mauritius Lourwig, Danish | Nelsen | 4 | 50 | 10 February from Tranquebar | 30 June | 20 August | Copenhagen The Hillsborough, English Company | Hardcastle | 26 | 120 | 12 March from England | 10 June | 21 June | Bengal The Dublin, English Company | William Smith | 26 | 120 | 15 March from Bengal | 14 June | 29 June | Europe Princes Frederica, Danish Private Ship | Carel Schak | 16 | 70 | 26 February from Tranquebar via Madras | 15 June | 6 August | Copenhagen The Poulis, English Company | Blackfad | 26 | 250 | 20 February from the Downs | 16 June | 26 June | Bengal Janus, French | de Freme Thomas | 2 | 39 | 2 March from Nantes | 24 June | 18 July | Mauritius La Calypso, French Royal Frigate | the Count de Requarion | 36 | 306 | 24 April from Brest | 26 June | 6 July | Mauritius General Hoth, Danish ship | N: Noord | 2 | 78 | 16 March from Bengal | 10 July | 19 July | Europe The Winterton, English Company Ship | Rijmond Snoue | 26 | 120 | 15 April from England | 13 July | 27 July | Mauritius In Table Bay 1786: Ships | Commanders | Guns | Crew | Whence | Arrived 1786 | Departed 1786 | Destination Le Colon, French Private Ship | Le Moine | - | 40 | 19 February from Lorient | 5 August | 21 September | Bengal Tranquebar, Danish Company Ship | Hans Kruijer | 28 | 55 | 26 March from Cadiz, having departed 24 February of the current year from Bordeaux | 7 August | 20 August | Cadiz Good Intent, Imperial Private Ship | James Cambell | 4 | 53 | 5 May from Copenhagen, and departed 25 June from Texel | 28 August | 28 September | Mauritius Le David, French private | Caset | 1 | 30 | 11 August from Mauritius | 30 August last | 20 October | Mauritius Le Consolateur, French private | Bedard Laine | - | 55 | March from Bengal, having departed 5 December of the past year from Bengal | 8 October | 5 November | Copenhagen Le Fabuis, French | Fletriotte | - | 62 | 1 June from Point de Galle, and 5 August from Mauritius | 22 October | 2 November | Back to Mauritius Constantia, Danish | Hans Johansen Jungen | 20 | 45 | 4 July from Lorient | 29 October | 20 November | Mauritius La Cleomene, French | Sollindu | 4 | 37 | 1 September from Mauritius | 1 November | 21 November | Bengal No 15

Dutch transcription

noir, que plusieurs balles etoient en trés mauvois etat, crevées et une gronde partie du Casfé qu'elles contenoient, re„ pandu dans le dit grenier, notament les 18 petits Sais de Varoa, contenant du Cassé de Mora, et les 53 autres pe tits saes de Varoa, contenant du Cassé de Jacatra. que ces differens Caffes re„ pandu dons le dit Grenier, etant melen ensemble, ils ont eté ramassés avec soin et reufermes dans 33 faes de goni. Nous avons procedé ensuite à la pesée des bales, qui nous ont paru susceptibles d'être reparéés et il transportée, et avons trouve 135 bales de Casté de More pes.t. B3=te 37, 666 liv. e 401 dite de d. o de Jacobra „ „ 91, 508 — 33 sais de Goni du Cassé melangé. „ „ 3, 092 — 2 Ens=e 135266 Liv. s d'en il resulte uw dechet de 9, 279 Liv. s montont a 6/„ p=o Observons, que ce dechét ne nous paroit provenir que de l'humidite considerable qu'avoit le dit Caffé le 16 Novr. 1782, ainsi qu'il est constaté par Proces verbal du 15 du dt. , fait en presence du S: G. Bergh, Cap=ne de Moegonster, lorsque le dit Casté fut debarqué et deposé dans le susdit magozin ou il a sejourné jusqu' aujourd hui 12 May 1786, faist un laps de tems de 3 ons 2, pendant le quel il s'est des, seché considerablemt. , et doit par con sequent avoir perdu beaucoup de son poid. Observons encore, que l'etat. de secheresse ou se trouvoit ce Casse, meme celui qui etoit le plus avorié nous a fait juges qu'il ne pouvoit plus pro„ „duise oucune infection en l'embasquart sur le Ven le Zeenimph, et que les balen bales et sais aijant eté reparés aussi bien qu'il a elé possible de le faire il n'y avoit aucon inconvenient à chorger le tout sur le dit batiment; En consequence il a été deudé unonimement d'em„ „barquer le tout sur le Zeenimph, pour êtse transporté à Batavia; pour compte et risque de qui il appartiendras.— En foi de quoi nous avons signé le present Proces verbal, fait triple, au Cort Louis, Isle de Fronce le jour et an sus dit. /: Signe/ Caillean et A l'exception du dechet, dont te Inge il ne nous appartient en au„ Bailly cune maniere de nous meler suivont notse Instruction nous attestoris la verité du contenu au present Proces Verbal. — /Signé/ Joh. s Noorthoek Ps de Keijser u par nous Commissair General des Colonies, Or„ donnateur aux Jeles de France et le Bourbon. Signe:/ Motair de Narbonne G Accordeert CnDiemel horns. Clecq liv Lid. s able die e de con de mem a e0. art balen 9 t 9 Lijst van de Vreemde Naties ƒ 1 Scheepen de welke Zeedert de 2 May 1786 aan dit Gouvernement zijn verscheenen Scheepen Bevelhebbers Henman Capn John Crist Kohn. . 22 Gisco deensch schip „. La clari Benard de Fontenelle 44 Fransch Lourwig „Nelsen 4 deensch The Milsborough „ Hard Castle 26 Eng Comp The Dublin „ William Smith 26 Princes Frederica Carel Schak 16: deensih Part: Schip Blackfad The Poulis 26 Eng Comp _o Janurge „de Freme Thomas 2 _o francil Le ballipso „le Courte de Requarion 36 fransch Kon: Freguat Generaal Hoth N: Noord 2 Deensch schip The Winterton Rijmond Snoue 26 Eng: Comp Schip ƒ — UEd Hbe : : van penrgen 120: 2 Maij 25: Maij Hangust: 6 — Mumutius 4. en 10 Febr: van Borderurx 40„— „ „ 10 Hb: pat=s en anguebar 50 30 —= 20. suigust Copperkaijen 26 „ 12 Maardt van Engeland 120 10 Iunij 2 Junij Bongelim „ 15 _„ Bengalen 120 14 —' 29 — Curopa 6„ 26 febru: van Tranquebar 70 15 _=' 6 August Capenhaijen over madras overmadra 20. febr: uijt Duijns 250 16 _ 26 Junij Bengalen 26 2 „ 2 _o van Nantes 39 „ —: 18 Iulij Manutiurs 36 „ 24 April van Brest 306 26 — 6 — 78 78 „ sule bedignt Eijentijgn 2 „ 16 Maart van Bengalen 26 15 April „ C Coppen gearieerd vertroken verwaards In de baaij fals 1706 _ 120 P —=o 19 Iulij Europa= Lanman 22 _ Bevelhebbers Hemmen Scheepen E Co Le Moine Le Colon fransch Part: Schip Tranquebar deensch Compt Schip Good Intent kijzerlyjk: Pert Schip Le David fransch part. Le Consolateur fransch part: le Fabuis Constantia deens_ L4 Cleomene fransch „Caset Bedard Laine Hans Kruijer 28 4 1: „ Fletriotte Sollindu „ Hans Jolansen Jungen 20 James Cambell „ 19 febr: van Lorient 40 5 agust 26 maart van Cadia „ 5 Maij aan Coppenhagen promo „ 11 Aug=s: — mouriteus P=m Maart van Bengalen en 557 _ 20 — Kadia „zijnde den 24 febru: a=o C: van bordrang en den 25 Junij uijt Texel vertrokke 53 28 _ 1: „ 30 Aug= Jongstl: van Mauritius „17 en— Zijndeden 5 xb=r a=o p: van Bengalen 55: 8 october. 5 Novemb: Coanhagen _o 1 Iunij van Puntegale — 5 aug: e en mouritius. „ 4 Iulij van Lorcent 62 22 _ „„ 45 29 2 _o Muuitius _o fo na mauritius te rug 4213 _ 27 = Mauritius re 37 1 September 21 7b=r bengalen Mruritius in de Tafelbaaij 1786 Coppen g'arriveed vertrokken Verwaards 1786 Canonnen - 0 _ 20 4 No 15

← previous