Inventory 10677
Cape · 542 pages · 53 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
had paid out the best bower cable until all three anchors were bearing weight, that at night, toward 10 o'clock, the sea began to rage more fiercely, so much so that the ship continually pitched its forecastle under water and almost no man could stand on the forecastle, subsequently at 11 o'clock the sheet cable broke, whereupon the Captain-Lieutenant immediately let go the bower anchor and at once gave orders, also lending a hand to the work, to pay out the best bower further to bear weight equally with the small bower, but before they were in a position to accomplish this, the best bower cable broke, on which the Captain-Lieutenant immediately ordered distress shots to be fired and at the same time attempted as much as possible to make the bower bear weight equally with the small bower, in which they had barely fully succeeded when the stream anchor cable broke, which immediately caused a very great strain on the sternpost. That notwithstanding this, the tempestuous weather also increased in a terrible manner, so that this, combined with the adversities which the appearers had experienced thus far, could make the appearers anticipate nothing other than the sad, fatal fate which the appearers afterward actually suffered, yet they had still continually tried to employ everything they deemed necessary at that moment to save the ship. Wherefore the appearers first secured the rudder as much as possible with a buoy and some woodwork in the helm port, and hauled in the broken sheet cable, in order to make use of the same for a certain unserviceable anchor which they still had on board and of which the palm was loose, though lashed as well as possible, not doubting in the least that this would certainly be able to effect something toward saving the ship. That the appearer had cut off two fathoms from the hauled-in sheet cable, which had broken not far from the anchor, where it was found to be noticeably damaged, and had bent the same as quickly as possible to the aforementioned anchor, while they were at the same time busy serving the bower cable with chafing gear. That just before the aforementioned cable was served, it parted outside the hawsehole, whereupon the ship remained riding only by the small bower, while, because the ship was already so close to the old ship de Paerl, they could not as yet make any use of the aforementioned remaining unserviceable anchor, for fear that it would become foul of the anchors or cables of the aforementioned ship, causing both ships, because of the tremendous seas, to smash against each other to pieces, for which reason the Captain-Lieutenant then thought it best to delay this extreme measure a little longer until a better opportunity. That meanwhile, due to the terrible fury of the weather and wind, with which the appearers received heavy seas shipping over the forecastle into the waist, at around 1 o'clock the small bower cable broke on the bitts, and the ship thereby immediately fouled the bow of the aforementioned ship de Paerl; yet, after the ship's main and mizzen shrouds were broken by the bowsprit of the Paerl, the ship passed clear of the aforementioned vessel de Paerl, wherefore the appearers then let go the aforementioned anchor, but after this the ship fell broadside to the sea, by which the main and mizzenmasts immediately rolled overboard, and the appearers still attempted, as much as could be done, to snub the ship with two turns on the last-mentioned anchor, while at that moment the cable was paid out as much as possible, yet before they had paid it out to its end, it broke, whereupon the Captain-Lieutenant, still wishing to have the foresail loosed to run ashore before the wind, could not accomplish this because, before they could bring the braces and sheets into order, the ship ran aground before the wind, whereupon the ship immediately began to strike so violently that the Captain-Lieutenant also deemed it necessary to cut away the shrouds of the foremast, whereby it also immediately went overboard, just as the rudder was then also completely knocked out of its gudgeons, the ship already sitting high on the beach by half past two o'clock. That the Captain-Lieutenant and the appearers, from that hour onward, were busy floating casks to shore with lead lines in order to save the crew if possible, and this finally succeeded toward daybreak, so that subsequently the crew and the appearers were rescued and saved their lives with the help and assistance of the people present on shore, among whom, notably, was the Master Attendant of this Government. The appearer finally declares that during these distressed circumstances, everything in their power was done by all the crew, high and low on board, to save the ship and its crew, and that the wrecking of the frequently mentioned ship, which was in very good condition, properly provided with everything, and even ready to depart from here with the first favorable wind, which however had continually been contrary, was due to nothing other than the terribly tempestuous weather, the likes of which the appearers have never witnessed.
Dutch transcription
het dags touw had gestooken tot dat de drie ankers alle dragtig waaren, Dat 's nagts teegens 10 Uuren de Zee heeviger hebbende begivenen te woe„ den zoodaanig dat het schip telkens met de bak onder waater stampte en bijkans geen Mensch op de bak is„ staan konde vervolgens om VV Uu„ ren het plegt touw kwam te bree„ ken waar op den Capit=n Luijtenant ter„ stond 't boeganker hebbende Laaten toegaan en dadelijk ordere had gegeeven en meede handen aan het werk geslaagen om 't Daagsen boeg verders met het Tuij „gelijk dragtig te steeken dan dat voor en aleer men in staat was dit te verrigten 't daags touw gebrooken zijnde den Capit=n Luyjtenant hier op terstond noodschooten hadde laaten doen en teffens zoo veel doenlijk gevoogd 't boeg met het tuij gelijk dragtig te maa„ t ken waar in nauwlijks ten vollen gerecesseerd waaren kwam de werpen te breeken het welk Relaas gegeeven ten overstaan dadelijk dadelijks een zeer groote werking aan de agter„ steeving veroorzaakten. — Dat niet tegenstaande ook 't onstuijmig weer op een verschrikkelijke wijse toenam zoodaanig dat dit gevoegd bij de Tegenspoe„ den dewelke de Comparanten tot dus verre gehad hadden de Comp=ten niet anders als het droevig noodlod welke zij Compten daar naa ook werkelyk hebben ondergaan konde doen te gemoed zien, egter steeds nog alles hadden tragten aan te wenden wat zij ter redding van 't schip op dit tijdstik noodegagten Weshalven zij Compten. eerst 't roer zoo veel moogelijk met een Boeij en eenige houd werken in 't henne gat vast gezet 't gebrooke plegt touw hadden binnen gehaalt, om door 't zelve van zeekere onbequaamen anker gebruijk te maa„ ken welke men nog aan boord hadde en waarvan 't blad Los edog zoo goed doenlijk gisjord was geenzints twijffelende of dit zou gewis iets tot reddering van 't schip kun„ nen N. V nen Effectueeren Dat de Compt. van het binnen gehaalde slegt touw 't welk niet verre van 't anker gebrooken was, nog twee vademen alwaar 't zel„ ve merkelijk beschaadigt bevonden wierd, hadde afgekapt, en 't zelve zoo ras doenlijk in't gem. anker hadde gestooken, zijnde men intusschen te gelijk beezig om 't boeg touw met kleeding te voorzien, Dat eeven voor dat gem. Touw bekleed was 't zelve buijten de kluijs afgebrooken zijnde, was het schip als toen alleen voor 't luij blij„ ven leggen, terwijl men vermits 't Schip reeds zoo naabij 't oude schip de Paerl was, als toen van 't voorsz overgebleeven onbekwaa¬ me anker voor als nog geene gebruijk konde maaken uijt vreese dat het zelve aan de ankers of touwen van 't gem. schip vast geraa„ kende daar door bij de scheepen weegens de ontzaggelijke ziën tegens elkanderen te mor„ selen zoude slaan, weshalven de Capitn. Licult. als toen best dagt om met dit uiterste middel Relaas gegeeven ten overstaan nog No: 1 nog een weynig tot een beeter geleegentheid te vertraagen. Dat inmiddels door de verschrikkelijke woede van weer en wind waarmeede zij Compten. zwaare stortens over de bak in de Kuijl be„ kwaamen, om streeks van 1 Uuren 't luij touw op de beeding gebrooken en 't schip daar door direct 't voorm. Schip de Paerl voor de boeg geraakt zijnde, was egter 't Schip naa dat door de boegspriet van de Paerl zelfs groote en bezaans wand was koomen te brae¬ ken, voorsz bodem de Paerl voorbij geraakt, weshalven zij Compt. als toen voorsz. anker hadden laaten vallen, dan dat het schip hier naa dwars zee geraakt zijnde, waar door da„ delijk de groote en bezaansmasten over boord slingerden hadden de Compten. nog ge¬ poogd om zoo veel als konde geschieden voor het Laatstgem: anker met twee bog„ ten op te tornen terwijl het touw op dat tijdstip zoo veel als doenlijk gestoo„ ken wordende, egter eer dat men zelve zelve over zijn End had gestooken gebrooken was, waar op de Capitn. Luytenant nog de Pok willende laaten losmaaken, om voor de wind op strand te koomen, dit egter vermits het schip eer dat men de brassen en Schooten in ordere konde brengen, voorn„ de Wind aan de Grond was geraakt niet is, heeft kunnen volbragt worden, begin„ nende 't schip daar op terstond zoo hee„ vig te schokken dat de Capit=n Luytenant meede noodig oordeelde om 't wand van de Pokke Mast waar door dezelve ook terstond over boord sloeg te kappen ge„ lijk als toen ook het roer ten eenemaal uijt zijne vingerlingen was geslaagen zittende het Schip reeds om halff drie Uuren hoog op het strand. — ten Dat de Capitn. Luytenant en de Compten. hier op om zoo het mogelijk waaren de ƒ ƒ Equipagie tog te behouden, van dat uur beezig geweest waaren om vaat„ werk met lootleijnen naar land Relaas gegeeven ten overstaan ¶de te laaten dreijven dit hun tog eindelijk teegens den dag gelukt was zoo dat ver„ volgens het volk en zij Compten. met behulp en adsistentie van de zig aan land bevindende Menschen waar bij onder anderen de Equipagimeester van dit Gouvernement zijn gered en hun leeven gebauveerd hebben. - Verclaarende de Compt laatstelijk dat geduurende deese hun Noodlyden„ de omstandigheeden door al het volk groot en kleijn binnen boord alles aangewend is wat in deszelfs vermogen gestaan heeft om 't schip en deszelfs Equipagie te redden en dat het verongelukken van 't meergem. schip het welk in een zeer goeden staat van alles behoorlijk voorzien en zelfs gereed was om met de eerste wind, dewelke egter ge„ duurig Contrarie geweest is van hier te vertrekken aan niets anders als aan het verschrikkelijke ont„ stuijmige weer welks gelijken de Compten immer bijgewoond N.
English
must be attributed. Furthermore, the appearer declared having also seen that the gunroom ports were properly closed during the storm. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being ready to substantiate the same by oath if required. Underneath stood: Thus done and passed at the Cape of Good Hope before the gentlemen Salomon van Echten, Jan Coenraad Gie, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who properly signed the original minute hereof together with the appearer and me, the Secretary. Lower stood: Which I witness. Was signed: C: Van Aarsen, Secretary. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, the persons of Hendrik Johannes Linsen, Jan Pieter de Beer, Jan Hendrik Tikke, Christiaan Tiel, who, after this their preceding declaration was clearly and distinctly read aloud to them word for word, declared that they abide by it, persist in it, desiring that nothing more shall be added or removed from it, and therefore spoke, each individually, the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope on the 5th of June 1788. Was signed: H:k I:s Lensen, I: P: de Baer, Jan Hendrik Tieke, Christiaan Thiel. Lower: Present to me. Was signed: W: S: Van Ryneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners: N: I: Van Rheede van Oudshoorn, Gerrit Hendrik Meijer. Agrees. P Eg, Clerk. No. 51. Report given before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government by and on behalf of the manly Jacob Tobiaszoon, Captain-Lieutenant stationed on the ship Avenhorn, of competent age, and at the requisition of the Honorable Gabriel Eester, Fiscal Pro Interim, reading as follows: That the relator, since the Captain of his vessel had gone ashore on the 15th of this month, having then taken command on board, the following day received with the boat some provisions from the shore and at the same time a letter from the Captain, with orders, as the ship lay ready to sail, to arrange everything in readiness to undertake the journey to False Bay with the very first favorable wind, adding that the said boat should be sent back immediately in the afternoon to fetch the said Captain on board. That the appearer had exerted himself to the best of his ability to comply with this order, but was prevented from doing so by a north-northwest wind, which from time to time, accompanied by rain and heavy swells from the sea, became more violent, to such an extent that the relator, although no signal was made from the flagship, nevertheless found himself under the necessity of lowering the topmasts and yards into the hold, the relator not daring, on account of the turbulent sea, to take it upon himself at that time to send the boat to the shore to fetch the Captain. That while the weather increased from hour to hour during the day, the appearer had therefore immediately considered preserving his ship, to which end the relator directly let drop the third, being the sheet anchor, and paid out of it about fifty fathoms with as much of the best bower cable, until the three anchors were all bearing strain. That during the night towards 10 o'clock the sea began to become more violent, so that the ship continually went under water with the forecastle and scarcely any man could stand on the forecastle; subsequently at 11 o'clock the sheet cable parted, whereupon the appearer immediately having let go the bower anchor, directly gave orders, and himself set to work, to pay out the best bower and bower further to bear strain equally with the small bower, but before one was able to accomplish this, the best bower cable having parted, the relator immediately fired distress shots, and at the same time attempted as much as possible to make the bower bear strain equally with the small bower, in which the relator had barely fully succeeded, when the rudder pintle broke, which immediately caused a great strain on the sternpost. That notwithstanding the turbulent weather also increased in a terrible manner, such that this, added to the misfortunes which the relator had suffered thus far, could make the relator expect nothing other than the sad fate which he indeed subsequently underwent, he nevertheless constantly tried to employ everything he considered useful at that moment for the salvation of his ship, for which reason the relator first secured the rudder as much as possible with a buoy and some timbers in the helm port, and having set the relieving tackles taut, had the parted sheet cable hauled in, in order to make use of the same for a certain unsuitable anchor which was still on board, the palm of which was loose but spurred as well as possible, not doubting at all that this would surely provide something.
Dutch transcription
by gewoond hebben moet worden geattribueert. - Wijders verklaarde de Comptn nog gezien te hebben dat de poorten van de Constapels kamer be„ hoorlijk toe zijn geweest geduurende de storm. - Niets meer verklaarde geeft de Compten. voor ree¬ ƒ„ N denen van wetenschap als in den text bereijd zijn„ de 't zelve des gerequireerd wordende met Ede te staaven /:onderstond:/ Aldus gedaan en gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop voor de Heeren Salomon van Echten, Jan Coenraad Gie, leeden uijt den E. Agtb. Raad van Justitie voorm. die de minute deeser be¬ ten neevens de Compten. en mij Secrets. behoorlijk hebben onderteekend. /:laager:/ 'T welk ik ge„ tuijge /:was geteekend:/ C: Van Aarbsen secret.:s RRecollement Compareerde voor ons onderget: Gecommitteerdens uijt den E. Agtb. Raad van Iustitie voorm. Persoonen van Hendrik Johannes Linsen Jan Pieter de Beer„ Relaas gegeeven ten overstaan Jan den Ian Hendrik Tikke „ Christiaan Tiel dewelke deese hunne voorenstaande verklaaring van woor„ de tot woorde klaar en duijdelijk woordelijk voorgeleesen zijnde verklaarden daar bij te 4 blijven kersisteeren begeerende dat er niets meer bij of van gedaan werden zal, en spraaken dierhalven ijder afzonderlijk de Solemneele woorden zoo waarlijk helpe mij God Almagtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd ,n beeedigt aan Cabo de Goede„ Hoop den 5 Iunij 1788: - /:was geteekend:/ H=k I:s Lensen, I: P: de Baer, Ian Hendrik Tieke, Christiaan Thiel, /: laager:/ G Mij present /:Was geteekend:/ W: S: Van Ryneveld gesw. Clercq, /:in margine:/ als gecommitteerdens N: I: Va Rheede van Oudshoorn „ Gerrit Hendrik Meijer, Accordeert Goetr P Eg Clercq N. F Relaas gegeven ten overstaan agtig taen N51. N5t. Relaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende gecommitt=s uijt den E: Agtb Rade van Justitie deses Gou„ vernements door ende van wegens den op het Schip Avenhorn bescheidene Capitn. Luytenant de manh. Jacob Tobias zoon, van Competenten ouderdom, en ter requis„ sitie van den Pro. Interim Fiscaal d' E, Gabriel Eester, luijdend 't zelve als volgt Dat de relt. vermits de Capitn. van zijn bodem zig den 15 „deezer naar de wal had begeeven, als toen 't Commando aan boord gevoerd hebbende, daags daar aan met de Schuijt eenige provisie van de wal en te gelijk van den Capitein eene missive bekoomen had, met ordere om naar„ dien het schip zeilreede lag, alles in gereedheid te schik„ ken, om met de allereerste bekwame wind de rijse naar de Baaij Fals aan te neemen, met bijvoeging, dat gem. Schuijt direct nademiddig zoude moeten te rug gezonden worden om gem. Capit=n aan boord te haalen Dat de Compt. zig na zijn vermogen bevleijtigd heb¬ Eende om aan deeze ordere te voldoen, egter daar in Relaas gegeeven ten overstaan door den door eene noord noord weste wind, dewelke van tijd tot tijd, verzeld van reegen en Zwaare Rollingen van de Zee, hee¬ l viger wierd, is verhindert geworden dermaaten, dat hij a rel=t hoe zeer ook van 't admiraal schip geen zein gedaan wierd, zig nogthans in de noodzakelijkheid bevond de stengen en raas in 't hol te streijken, hebbende de zelte, vermits de onsluymige Zee, als toen niet op zig durven neemen om de schuijt ter afhaaling van den Capitain naar den wal te zenden. Dat terwijl 't weer op den dag van uur tot uur toenam, de Comp:t derhalven dadelijk bedagt geweest was om zijn schip te conserveeren, ten welken eynde hij rel=t direct 't derde, zynde het pligt Anker, hebbende laaten vallen, daar van circa vijftig vademen met zoo veel van 't daags touw had gestooken, tot de drie ankers alle dragtig waaren, Dat s' nagts teegen 10 Uuren de zee heeviger hubben„ de beginnen te werden, zoodanig dat 't schip telkens met de bak onder water en bijkans geen Mensch op de Bakstaan konde, vervolgens om 11 Uuren 't plecht touw kwam te breeken, waar op de Compe. terstont het boeg anker hebbende laaten toegaan, dadelijk ordre had gegeeven, en zelfs handen aan 't werk geslaagen, om 't daags en boeg No. 8 boeg verders met het tuij gelijk dragtig te steeken, dan dat voor en al eer min in staat was dit te verrigten, 't daags touw gebrooken zijnde de rel:t hier op terstond noodschooten gedaan had, en tevens zoo veel doenlijk, ge¬ voogd, het boeg met 't luij gelijk dragtig te maaken, waar in hij rel=t nauwlijks ten vollen gereisseerd zijnde, was hier op de roerpen koomen te breeken, 't welk dadelijk een groote werking aan de agter steeve veroorzaakte. — Dat niet tegenstaande ook 't onsluymige weer op een e verschrikkelijke wijse toenam, zoodanig, dat dit gevoegd bij de teegenspoeden, dewelke de rel:t: tot dus verre gehad had, de rel=t niets anders, als 't droevig noodlot, welke hij daar naa ook werkelijk heeft ondergaan, kon doen te ge„ moed zien, egter steeds noch aller had tragten aan te winden, wat hij ter redding van zijn schip op dat tijd stip nuttig agte, weshalven hij zelt. eerst 't roer, zoo veel mogelyk met een boeij en eenige houtwerken in 't hennegat vast, ende noodtaalies steijfgezet hebbende 't gebrooke plecht touw had doen binnenhaalen, om door 't zelve gebruyk te maaken van zeeker onbequamen anker, 't welk men nog aanboord had, en waar van 't blad los edog, zoo goed, doen„ lijk, gespord was geenzints twijffelende of dit zoude gewis Relaas gegeeven ten overstaan iets den
English
could effect anything toward saving the ship. That the deponent, having had the hauled-in sheet cable—which had parted not far from the anchor—cut off by another two fathoms where it was found to be notably damaged, had it bent to the aforementioned anchor as quickly as possible, while at the same time they were busy serving the bow cable with chafing gear. That just before the said cable was served, it parted outside the hawsehole, whereupon the ship remained riding on the small bower, while, because the ship was already so close to the old ship de Paerl, they could not as yet make use of the aforementioned remaining unserviceable anchor for fear that it would foul the anchors or cables of the said ship, whereby both ships would smash each other to pieces on account of the terrible sea; wherefore the deponent then thought it best to delay this extreme measure a little longer until a better opportunity presented itself. That meanwhile, through the frightful fury of weather and wind, whereby the deponent at that time took heavy seas breaking over the forecastle and the waist, around 1 o'clock the small bower cable parted on the bitts, and the ship was thereby immediately carried across the bow of the aforementioned ship de Paerl; yet the deponent's ship, after the main and mizzen shrouds had been broken by the bowsprit of the Paerl, passed clear of the aforementioned vessel de Paerl, wherefore the deponent immediately let go the aforementioned anchor; but the ship having thereafter fallen into the trough of the sea, whereby the main and mizzen masts immediately rolled overboard, the deponent still attempted, as much as could be done, to heave up with two turns before the last-mentioned anchor, while the cable at that moment was veered as much as possible, yet before it was veered to its end, it parted; whereupon the deponent, still wishing to loose the foresail to run before the wind onto the beach, was nevertheless unable to accomplish this because the ship ran aground before the wind before the braces and sheets could be cleared; whereupon the ship immediately began to pound so heavily that the deponent also deemed it necessary to cut away the shrouds of the foremast (whereby it also immediately went overboard), just as the rudder was then also entirely knocked out of its gudgeons; the ship sitting high upon the beach already at half past two o'clock. That the deponent, having been busy from that hour onward attempting to preserve the crew if possible by floating casks ashore with lead lines, finally succeeded in this toward daybreak, so that subsequently all the crew and the deponent, with the help and assistance of the people ashore, among whom were the Honorable Secunde, the Master Attendant of this Government, and others, were rescued and saved their lives. Lastly, the deponent declares that during this distressed situation, everything in their power was done by all the crew, high and low on board, to save the ship and its crew, and that the loss of the aforementioned ship, which was in a very good state, properly provided with everything, and even ready to depart from here with the first wind, which however was continuously contrary, must be attributed to nothing other than terrible, tempestuous weather, the likes of which the deponent has never witnessed; the deponent adding lastly hereto that he had taken very good care that the gunner's ports were properly secured and lashed, and to that end had sent men below to inspect everything, discovering then that the tiller had broken. Relating nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same further. Beneath stood: Thus done and passed at Cabo de Goede Hoop, the 27th of May 1788, before Messieurs Salomon van Echten and Iohannes Coenraad Gie, members of the Honorable Council of Justice of this Government, who, together with the deponent and myself, the secretary, duly signed the minute hereof. Lower: To which I testify. Was signed: C: van Aarssen, Secretary. Re-examination: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the Valiant Captain-Lieutenant Jacob Tobiaszoon, who, after this his adjoining deposition was read aloud to him word for word, clearly and distinctly, testified to persist therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, and therefore spoke in confirmation of the truth thereof the solemn words: So help me God Almighty. Beneath stood: Thus re-examined and sworn at Cabo de Goede Hoop on the 5th of June 1782. Was signed: J:b Tobiaszoon. Lower: Present to me. Was signed: W: S: V: Rijneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners: W: F: V: Rheede van Oudtshoorn and G: H: Meijer, Boets. Agrees. H b: Clerk. N. 7.
Dutch transcription
iets tot redding van 't schip kunnen effectueeren Dat de reh=t 't binnen gehaalde plegttouw, 't welk niet verre van 't anker gebrooken was, nog twee vademen„ alwaar 't zelve merkelijk beschaadigd bevonden wierd, heb¬ bende laaten afkappen, 't zelve zoo ras doenlijk in 't gem. anker had doen steeken zijnde men intusschen te gelijk beezig om 't boegtouw met kleeding te voorzien Dat eeven voor dat gem: touw bekleed was 't zelve bui¬ ten de kluijs afgebrooken zijnde, was 't Schip als toen voor 't tuij blyven leggen, terwijl men, vermits 't Schip reeds zoo naa bij 't Oude Schip de Paerl was, als toen van het voorsz. overgebleevene onbequaam anker voor als nog geen gebruijk konde maaken uijt vreese¬ dat 't zelve aan de ankers of touwen van 't gem. Schip vast geraakende, daar door bijde schepen, wegens de ontzaggelijke zein tegens elkanderen te morselen zoude slaan, weshalven de rel=t als toen best dagt om met dit uiterste middel nog een weijnig tot een beetere gele„ gentheid, te vertraagen, = Dat inmiddels, door de verschrikkelyke woede van weer en wind, waarmeede de relt. op dien tijd zwaare storten over de bakende Kuijl bekwam, omstreeks van 1 uuren het N: 7. — het tuij louw op de beeting gebrooken en 't schip daar door directs, 't voorm. schip de Paerl voor de boeg geraakt zynde was egter des Eelh=s Schip naa dat door de boegspriet van de Paerl deszelfs groote en bezaans wand was koomen te breeken, voorsz. bodem de Paerl voor bij geraakt, weshalven de rel=e als toen terstond voorsz anker had laaten vallen, dan dat 't Schip hier na dwars zee geraakt zynde waardoor dadelijk de groote en bezaans masten over boord slingerden, had de rel=t nog gepoogd om zoo veel, als konde geschieden voor 't laatst gem anker met twee bogten op te tornen„ terwijl 't touw op dat tijdstip, zoo veel als doenlijk was, gestooken wordende, egter eer dat men 't zelve op zijn End had gestooken, gebrooken was, waar op de zelt. nog de fok willende los maaken om voor de wind op strand te koomen, dit egter, vermits het schip eer dat men de brassen en schooten in ordere konde brengen, voor de wind aan de Grond was geraakt, niet heeft kunnen volbrengen, beginnende 't schip daar op terstond zoo heevig te schikken dat de rel=o meede noodig oordeelde, om 't wand van de Tokke mast (: waar door dezelve ook terstond over boord sloeg ( te kappen:/ gelijk als toen ook 't roer ten eenemaal uijt zijn vingerlingen was geslaagen: zittende 't schip reeds om half drie uuren Relaas gegeeven ten overstaan hoog ¶den gele„ weer storten 1 uuren hoog op het strand. Dat de zelt. hier op, om zoo't mogelijk waare de Expui¬ pagie tog te behouden van dat Uur besig geweest zijnde om om vaatwerk met loodleijnen naar land te laaten drijven, dit hem tog eindelijk tegens den dag gelukt was, zo dat vervolgens al 't volk en hij relt met behulp en adsistentie van de zig aan Land bevindende Menschen, waar bij onder anderen de E Agtb: Heer Secunde, de Equipagiemeester van dit Gouvernement &=a zijn gered geworden en hun leeven gesalveerd hebben Verklaarende de zelt. Laatstelijk, dat gedurende dese zijne noodlijdende omstandigheid, door al 't volk groot en klijn bin„ nen boord alles aangewend is, wat in deszelfs vermogen gestaan heeft om 't schip en deszelfs Equipagie te redden, en dat het verongelukken van 't meergem: Schip 't welk in een zeer goe„ de staat van alles behoorlijk voorzien en zelfs gereed was, om met de eerste wind dewelke egter geduurig Contrarie geweest is, van hier te vertrekken, aan niets anders als aan ver„ schrikkelijke onsluymige weer, welks gelijke de C Compt. nimmer bygewoond heeft, moet worden ge¬ attribueert, voegende de rel=t hier nog laatstelyk bij„ dat hij zeer goede zorge gedraagen had, dat de Con„ stapels poorten behoorlijk voorzien en toegesjord waaren waaren, en ten dien einde nog naar onder gezonden had om dat alles te visiteeren en als toen ontdekt had, dat de roerpen gebrooken was, Niets meer relateerende geeft de rel=t voor reedenen van wetenschap, als in den text, bereid zynde 't zelve nader gestemd te doen /:onderstond:/ Aldus gedaan en gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 27 Maij 1788 voor de Heeren Salomon van Echten, en Iohannes Coenraad, Gie Leeden uijt den E. Agtb. Rade van Iustitie „deses Gouvernements, die de minute deeses, benevens den den rel=t en mij secret=s meede be„ hoorlijk hebben onderteekend. — /:lager:/ 't welk. ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Aarssen Secrets Recollement Compareerde voor ons onderget. Gecommitteerdens uijt den E. Agtb: Raad van Iustitie deeses Gouvernements den Manh Capit=n Luytenant Jacob Tobiaszoon, dewelke dit zijn neevenstaande Relaas gegeeven ten overstaan relaas den Con¬ relaas van woorde tot woorde tot woord klaar en duydelijk woordelyks voorgeleesen zynde, betuijgde daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niet meer bij ofte van gedaan worden zal en sprak dierhalven ter bevesti„ ging der Waarheid van dien de solemneele woorden zo waerlik helpe mij God Almagtige /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beëedigt aan Cabo de Goede Hoop den 5 Iunij 1782 - /:was ge„ tekend:/ I=b Tobiaszoon /:lager:/ mij pre„ sent /:was geteekend:/: W: S: V: Rijneveld, geswore= Clercq /:in margine:/ als gecommitteerdens, W: F: V: Rheede van Oldshoorn. e G: H: Meijer, Boets Accordeert H b: Clercq. N. 7. Relaas gegeven ten overstaan rstaan No Relaas gegeeven ten overstaan verstaan N 7.
English
Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the Naval Captain and provisional Master of Equipage, the valiant Ian Arnold Voltelen, and the Naval Captains, the valiant Christiaan van Veerden, Paulus Kroonen, and Axel Land, who, by Resolution of the Right Honorable Worshipful Lord Governor and Honorable Worshipful Council of Policy dated 20 May last, were qualified and commissioned to provide their expert nautical advice and observations during the investigation to be conducted by the pro interim Fiscal of this Government pursuant to the aforementioned esteemed Resolution concerning the stranding of the provision ship Avenhorn. And the appearers have accordingly declared that, having properly examined both the reports and declarations obtained by the said pro interim Fiscal and the logbook kept on board, they found that by the officers of the aforementioned ship Avenhorn, both before and during the stranding of their vessel, everything was done that, as far as the circumstances in which they found themselves permitted, could possibly have been required of them for the preservation of the ship and the cargo; as they, besides many other precautions appearing in the aforesaid documents, also properly and in good time presented their anchors, and veered out the cables equally as required; so that the stranding of the said ship Avenhorn, as the appearers firmly maintain, could be attributed to nothing other than the terrible, unbridled sea. While furthermore, upon the question put to the first-named Master of Equipage whether the deceased had indeed applied their diligence to have the ship ready to depart from this roadstead before the appointed time of mid-May, he declared that regarding the aforementioned vessel not the slightest thing had been neglected, but on the contrary all possible progress had been made to be ready for departure from here by mid of the said month, and that, although it was true that the Captain had not attended at the appointed time to taste and receive the wines, the work was thereby not in the least delayed, as they had in the meantime proceeded with loading the other goods still belonging in the ship; adding hereto that, even if the said ship had been ready to depart from here by mid-May, it would nevertheless have been just as little able to put to sea as the other ships lying here at the roadstead, Spaaren and De Goede Intentie, which also had to remain here in the roadstead due to contrary winds. And the appearers finally testified that with regard to the foregoing they have conducted themselves to the best of their knowledge, impartially and without respect of persons; being prepared, if required, at all times to confirm the same further. Thus done at Cabo de Goede Hoop, the 5 June 1788, before the Messrs. Willem Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Gerrit Hendrik Meijer, members from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, who, together with the appearers and me, the sworn Clerk, have duly subscribed the minute hereof. Below was written: Which I witness: was signed: W: S: V: Rijneveld sworn Clerk. Agrees H Goetz p Eg Clercq. Thursday the 5th June 1788. Having appeared on this day before the Messrs. Willem Ferdinand van Rheede van Oudshoorn and Gerrit Hendrik Meijer, members from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the Naval Captain and provisional Master of Equipage, the valiant Jan Arnold Volteling, together with the Naval Captains, the valiant Christiaan van Veerden, Paulus Kroon, and Axel Land, in order to provide their expert nautical observations and advice in such investigation as was demanded and assigned to the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Egter, by resolution of the Council of Policy of the 20th May last concerning the stranding of the provision ship Avenhorn: the said naval officers, upon the question put by the aforesaid pro interim Fiscal, submitting both the logbook kept on board and the reports and declarations obtained by him concerning this matter, whether and to what extent they would judge from all this that the aforesaid accident arose through any carelessness or neglect of the ship's officers or anyone of the crew, and whether the said officers could and should have observed any care for the preservation of the ship and cargo that might have been neglected in this regard, Testified that according to their opinion, by the officers of the said ship Avenhorn, both before and during the stranding of their vessel, everything was done that, as far as the circumstances in which they found themselves permitted, could possibly have been required of them for the preservation of the ship and the cargo, as they, besides having used many other precautions appearing in the aforesaid documents, also properly and in good time presented their anchors, and veered out the cables equally as required, so that the
Dutch transcription
Compareerde voor ons ondergetekende gecommitteerde uijt den E: Agtb: Raade van Justitie deeses Gouver„ „nements den Capitain ter Zee en provisioneel Equipa„ „geMeester, de man h: Ian Arnold Voltelen, de Mans. Capitain ter zee Christiaan van Veerden, Paui„ „lus Kroonen Axel Land, als zynde bij Resolutie van den WelEdele Gistr. Heer Gou„ „verneur en E. Agtb Raade van Politie sub dato 20 Maij J: L. gequalificeerd en gecom„ „mitteerd, omme als zeekundige bij 't weegens het stranden van het provisie Schip Avenhorn„ door den pro interim Fiscaal deeses Gouvernements, ingevolge opgem: geEerde Resolutie te doene on„ „dersoek, derselver advijsen en remarques te moe„ „ten suppedieeren, — En hebben de Compten. ingevolge van dien ge¬ „declareerd, dat zij zoo wel de reslaasen in ver„ „klaaringen door gem: pro interim Fiscaal ingewonnen, als 't binnenboord gehouden Jour„ „naal, behoorlijk geëxamineerd hebbende, be„ „vonden hadden, dat door de overheeden van 't voor„ melde Schip Avenhorn zoo voor, als bij het Relaas gegeeven ten overstaan Stranden van hunne bodem, alles is aangewend, wat, voor zoo verre de omstandigheeden, in welke zij 67 zig hebben bevonden, konden permitteeren, met mogelijkheid tot behoud van 't schip en de Laading, van hun zoude hebben kunnen ge„ „vordert worden: als hebbende zij, behalven veel andere in voorsz, documenten voorkoomende pre„ „caulien, leevens ook hunne ankers behoorlijk en op zijn leijd gepresenteerd, en de touwen naar ver„ „eijsch gelijk dragtig gestooken; Jnvoegen 't stran„ „den van 't gem schip Avenhorn (:zoo als zij Comparanten vast stellen:) aan niets anders, als aan de verschrikkelijke onsluijmige zee, zou kunnen worden toegeschreeven. Terwijl nog door de eerstgem. Equipagi meester „ op de vraage„ of dezelve overleeden wel derselver „ vlijt hebben hebben aangewend om voor den daar „ toe bepaalde tijd van medio Maij met het schip in „ gereedheid te zijn om van deese rheede te vertrekken? heeft verklaard dat men noopens voorm. bodem niets 't minste versuijmd, maar in tegendeel alle mogelijke„ voortgang gemaakt had, om met medio van gem: maand„ tot N: 1 tot het vertrek van hier, in gereedheid te zijn, en dat, schoon 't wel waar was, dat den Capitain niet op den bepaalden tijd gevaceerd had om de wijnen te proeven en te ontfangen, 't werk daar door egter in 't minste 5 niet was vertraagd: als zijnde men intusschen met de belaading van de in 't schip nog behoorende andere goe„ „deren voortgevaaren, hier nog bij voegende, dat, schoon 't gem: schip ook van medio Maij in gereedheid was geweest, om zijne reijse van hier daar te neemen, 't zelve egter eeven zoo min als de andere hier zeil thee„ „de geleegen hebbende Scheepen Spaaren en de Goede„ Intentie, dewelke door teegen winden meede alhier ter Rheede hebben moeten vertoeven, zoude hebben kunnen zee kiesen. — En betuygden de Comparanten eindelijk zig om„ Gƒ „trent 't voorenstaande naa hun beste kennisse. onzeijdig en zonder aanzien van persoon te hebben gedraagen: bereid zijnde om 't zelve, des gerequi„ E „reerd wordende altoos naader gestand te doen, — Aldus gedaan aan Cabo de Goede Hoop, den 5 Iunij 1788: voor de Heeren Willem Ferdi„ nand van Rheede van Oudshoorn en Gerrit Relaas gegeeven ten overstaan Hendrik Hendrik Meijer, Leeden uijt den E. Agtb: Raade van Iustitie deeses Gouvernements, die de minute deeses beneevens de Compten. en mij gesw: Clercq meede behoorlijk hebben gesubscri„ „beerd. /:onder stond./ 'T welk ik getuijge /: was geteekend:/ W: S: V: Rijneveld gesw: Clercq. — Accordeert H Goetz N 5. p Eg Clercq. N: 7. Relaas gegeeven ten overstaan No Ritlarmaene an veelvienck Cl No. 7. N: 7 ¶den Donderdag den 5:' Junyj 1788. 15 Op Heeden voor de Heeren Willem Terdinant van Rheede van Ouds„ hooren en Gerrit Hendrik Meijer Lee= en den uijt den E: Achtbaaren rade van Justitie dezes gouvernements verschee„ nen weezende den Capitain ter Zee en provisioneel Equipagie Meester de Marhaf: Jan Arnold Volteling benevens de Capitain ter Zee De Makhaft: Christiaan van veerden, paulus Kroon, en Axel Land, ten Einde in zoodanige onderzoek als m bij politiq raads besluijt van den f 20e: Maij Jongstleeden wegens het stranden van het provisie schip Hoenhorn aan den pro interim fiscaal alhier d: E: Gabriel Egter is gedamondeerd en op gedragen ge¬ worden, derzelver zee kundige re= ges marques en adviesen te moeten suppediteeren: zoo hebben gem:. 1 Zee officieren op de door den voorsz: pro interim fiscaal, onder overlegging zoo wel van het binnen boord gehouden Journaal als de relasen Relaas gegeeven ten overstaan en N. en verklaringen door hem wegens dee¬ te zaak ingewonden gedaane afvra„ ge „ of en in hoe verre zij uijt dit „alles zoude Oordeelen dat het voorsz: „ongevalle door eenige brachtzaamheijd „ofte verzuijm der scheeps Overheeden „ofte iemand der Equipagie zoude zijn ontstaan en of de gem: Over¬ „heeden tot behoud van schip en La= „ding ook Eenige zorgvuldigheijd had„ „den kunnen en moeten betrachten „die in deezen wocht nagebleeven „zijn t. J Betuijgd, dat na hun Sustenue¬ door de Overheden van het gem: Schip Avenhorn zoo, voor als bij het Stranden van hunnen Bodem¬ alles is aangewerd geworden, wat voor zoo verre de onstandigheeden in welke zij zich hebben bevonden, konden permitteeren met mogelijkheijd tot behoud van het Schip en de La= ding, van hun zoude hebben kunnen gevorderd worden, als hebbende zij, be¬ halven veele andere in voorsz: do„ cumenten voorkomende praecautien gebruijkt te hebben tevens ook hunne Ankers behoorlijk en op zijn tijd ge= presenteerd, en de touwen naar ver= eijsch glijkdradig gestooken invoegen het
English
the stranding of the said ship Stoorhoorn—as they maintained—could be attributed to nothing other than the terribly tempestuous sea. While the said provisional Master of the Equippage further declared that regarding the aforementioned vessel, not the least neglect had occurred, but on the contrary all possible progress had been made to be ready for departure from here by mid-May, and that although it was true that the Captain had not presented himself at the appointed time to taste and receive the wine, the work had not thereby been delayed in the least, as they had in the meantime proceeded with the loading of the other goods still belonging in the ship; adding further hereto that, although the said ship had also been ready before mid-May to undertake its voyage from here, it nevertheless, just as little as the other ships lying here in the roads and already mustered, Spaaren and the Goede Intentie, which on account of contrary winds had to remain lying in the roads, would have been able to put to sea. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present to me. Was signed: W. J. van Ryneveld, sworn clerk. Lower stood: Agrees. And was signed: W. J. van Ryneveld, sworn clerk. Agrees. No. 7. J. Goetz, provisional clerk. To the Right Honorable, Severe Sir, the lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., together with the Right Honorable Council of Policy. Right Honorable, Severe Sir, Right Honorable Sirs, and Honorable Sirs. In compliance with your Right Honorable Severe's honored orders, contained in an extract resolution taken in the Council of Policy on Tuesday the 20th of May last, whereby the undersigned pro interim Fiscal was instructed to conduct a proper and accurate inquiry concerning the provisioning ship Stoorhoorn, which in the night between the 16th and 17th of the aforementioned month was driven from its anchors and stranded, whether and to what extent the aforementioned accident arose through any carelessness or neglect of the ship's officers or anyone of the crew, and whether the said officers for the preservation of ship and cargo could and should also have observed any diligence that might have been omitted in this matter, as well as whether the same officers had indeed exerted their diligence to be ready with the ship to depart from this roadstead before the time of mid-May appointed for that purpose; it having also been deemed fit expressly to commission the Sea Captain and pro interim Master of the Equippage, the Chevalier Jan Arnolt Voltelen, in order, alongside such other nautical experts as shall still find themselves ashore or are expected to arrive here in the meantime, and can properly assist in this matter, to be present at the same inquiry to be conducted by the undersigned, and to furnish therein the remarks, considerations, or advices that must serve the matter. The undersigned, holding it as an indispensable duty, could not fail immediately to undertake and perform the said inquiry pursuant to the instruction of your Right Honorable Severe and Right Honorable Sirs, to which end having also obtained the considerations or advices of the aforementioned pro interim Master of the Equippage, assisted by the Sea Captains, the Chevalier Christiaan van Veerden, Paulus Kroon, and Axel [illegible], and has now the honor to submit: That notwithstanding concerning the stranding of the aforementioned ship some circumstances seemed to present themselves which at first glance caused less diligence and care to be suspected, they nevertheless upon examination were found to be contrary and otherwise, as the annexed documents further demonstrate, and the ship's officers of that shipwrecked vessel are fully exonerated before the advices of the nautical experts. The same unanimously declaring that by the said officers, both before and during the stranding, all precautions were taken, and everything was done and employed that could be required according to the circumstances of the time, maintaining that the stranding of the ship could be attributed to nothing other than the terribly tempestuous sea. That the aforementioned pro interim Master of the Equippage also declares that no less the loading of the ship was in no way delayed, but on the contrary all haste and progress was made to be ready for departure from here by mid-May, adding thereto that even if it had been ready before that time, it nevertheless, for lack of serviceable wind, could not have left the roadstead. That the undersigned furthermore trusts that the reasons given by the Captain in his account will justify him regarding his absence on board, as he was in no way intended to remain on shore, which will also apply to the First Lieutenant, who with several other sea officers was forced by the severe weather and sea to spend the night on land; and since the unanimous statements of the officers and each of the crew, both high and low, having exerted their best efforts to do that which could serve for the preservation of the ship and crew; the undersigned believes—subject to higher correction—according to the result of the aforementioned advisers and the further accurate examination, that no signs of carelessness and still less of neglect of duty can be found either on the part of the ship's officers nor
Dutch transcription
het Stranden van het gedag: Schip Stoerhorn /:zoo als zij vast stelden:/ aan niets anders als de verschrikke„ e lijke Onstuijminge zee zou kunnen worden toegeschreeven. Terwijl gem: prov: Equipagiemeester voorts noch Declareerde dat men ropers voorm: Bodem niets het wirste verzuijm maar ingegendeel alles mooge¬ lijke voortgang gemaakt had om met Medio Meij tot het vertrek van hier in= gereedheijd te zijn en dat schoon het wel waare was dat de Capitain niets op den bepaalden tijd gevoceerd had om de Wijn te proeven en te Ont= fangen, het werk daar door egter in het winste niet was vertraagd als zijnde men intusschen met de belading van de in het Schip noch behoorende aadere Goederen voort= gevaaren, Hier noch bijvoegende dat, alhoewel het gem: Schip ook voor Medio Meij klaare geweest was om zijne Reijze van hier aan te neemen, het zelve egter even zoo win als de andere hier ter Rheede geleegen heb= 4 bende en Leeds gemorsterd geweest Eijn„ de Scheepen, Spaaren en de Goede 7 satentie dewelke vermits teegenwinden Relaas gegeeven ten overstaan ter. ter Rheede hebben moeten blijven leggen, zoude hebben kunnen Zee kiezen. /:Onderstond:/ C Aan Cabo de goede Hoop diee et Aano At Supra /lager:/ Mij present: // was geteekend:/ W. I. van Ryneveld gezid Kleerk. / Lager stond:/ Accordeert. / en was geteekend:/ W. I. van Ryneveld gesw=r Clercq: ordeert No. 7. J Goetz p b: Clercq. Aan den Wel Ede: Gestr. Heer d' heer Cornelis Jacob van de Saaff 1 Gouverneur en Directeur van Cabo de Goede Hoop e en de resorte van die & 8. benevens den Wel Ede: agtb: raad van Politie. Wel Edele Gestrenge Heer Wel Eedele Agtbaare Heeren. de en wel Edele aas: Jn voldoening van U wel Ed: Gest:r geoe= 00 nereerde Ordres, vervat in een Extract re= politie Jol: genoomen in den raade van Ciijlon op Dingsdag den 20e Meij Jongsteed: waar bij den Ondergeteekende prointerim fiscaal d is gelast geworden, omtrent 't in de Ragt tussen den 16: en 17: der voorm: Maard van zijne Ankers geslagen en op strand gedree¬ ven provisie schip Sverhoorn, be¬ hoorlijk en nauwkeurig Onderzoek te doen, of en in hoeverre 't voorsz bon„ geval door eenige burachtzaamheijd ofte verzuijm der scheepsoverleedens ofte iemand 1 der Equipagie is ontstaan, en of de geint: overheedens tot behoud van Schip en la„ 4 ding ook eenige sorgvuldigheijd hadden kunnen en moeten betragten, die in deezen mogt nagebleeven zijn mits gaders weede of dezelve Overheedens eze Relaas gegeeven ten overstaan wel in ¶den N. wel derzelven vlijt hebben aangewead, om voor den daartoe bepaalden tijd van Medio Naij met 't Schip en gereedheijd te zijn om van deeze rheede te vertrekken zijn= de mede goedgevonden geworden, den Ca„ pitain ter Zee en pro interim Equipa= gie meester, de Mark: Jan Arnolt voltelen expresselijk te Committeeren om nevens zodanige Andere Zeekun¬ digen, als zich noch aan Harden zullen bevinden of te intusschen alhier staan aan te komen, en ten deezen bekwoawelijk assisteeren kun¬ ren bij 't zelve door den Ondergetee¬ kende te doen onderzoek praezent te zijn, en daarinne de ter zaake dienen moetende remarques Considera¬ tien of te advijzen te suppediteeren. Heeft den Ondergeteekende voor de stelk in dispentable plicht niet kuaren in gebreek blijven, Gend: Onderzoek ingevolge voorschrift van Uwel hdl„ gestr: en wel Achtb: ten eersten voor= te neemen en te doen, ten dien ook Eijnde oo de Consideratien ofte advijzen oon voorsz: pro Jaterim Equi„ pagie weester, geadsisteerd door de Ca„ pitairs ter Zee, de Maah Christiaan van Veerden, Paulus Kroon, en Axel„ winnen, en heeft Laad en te thans Relaas gegeeven ten overstaan thans de Eer te advanceeren. Dat niet tegenstaande omtrent 't stran den van wergem: Schip eenige Om= het standigheeden scheenen zich voor te doen, de welke bij den eersten opslag minder vlijt en achtzaamheijd derden vermoedens, egter bij examinatie zich ter Contrarie en anders hebbend bevonden gelijk zulks de anrexe stukken nader aantoonen, en de scheeps 1 overheeden van dien veronglukten Bo= den voor de Advijzen der Zeekun= digen volkomen vrijgesproken wor¬ den. Declareerende de zelve eenparig, dat van gem: overheedens zoo wel voor als bij 't straaden al¬ le precautien gebruijkt, en alles gedden daan en aangewand is geworden, wat na tijds omstandig heeden kort to gevordert worden, met sustenue 6 dat 't straaden van 't Schip aan niets aaders als de verschrikkelijk onstuijmige zee zou kunnen toege„ schreeven worden. Dat den voorsz: Pro Ueterim Eque¬ pagie meester ook verklaard, dat niet 1 minder de Lading van 't Schip op geen„ derlij wijze was vertraagd, waar in tegendeel alle Spoed en voortgang gemaakt geworden, om met Medio Meij tot N tot 't vertrek van Hier in gereedheijd te zijn, voegende daarbij dat alschoon 't zelve voor dien tijdt gereed was geweest, 't doch wegens gebrek van dienlijke wind de rheede niet had kunnen verlaaten Dat den Ondergeteekende voorts ver= trouwende dat de van den Capitain in zijn relas gegeevene reeden den zelven wegens zijne niet praetentie aan boord zullen legitimeeren als Zijnde op geerderlij wijze geintentioneerd geweest aan de wal te blijven 't geen ook bij den eerste Luijte¬ rant zal plaats binden die met „ andere tee officieren door meer 't Sterke weer en Zee is genood. zaakt geweest aan Land te overnachten en daar de eenstemmige verklaringen der offi„ cieren en ijder der Equipagie, zowel groot als klijn zijn best vermogen aangewend hebbende, om 't doen 't geen tot behoud van 't schip en Equipagie kon strekken; vermeend den Ondergeteekende / Onder Hoogere Correctie:) volgens 't resultat der voorsz adviseurs en de verdere rouwkeurige examinatie. geene tee= kenen van brachtzaamheijd en noch kirder van plichtverzuijm roek aan de kant der Scheeps overheedens roch
English
Report given before nor to be able to perceive anyone of the crew, whereby he might consider himself exempt from an action, with a semblance of reason, to be able or permitted, and the Wherewith the undersigned, hoping to have complied with the very honored orders of Your Right Honorable, Gallant and Worshipful, has the honor to let this serve as a respectful report. Signed: G. Exter. Agreed. No. 7 Report given before P. 1. Report given before the undersigned commissioners from the Honorable and Worshipful Council of Justice of this government, by and on behalf of the Captain commanding the ship Avenhoorn, Aeilt Arend Tobiaszoon, of competent age, and at the requisition of the interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, reading as follows: That the reporter, on the morning of 16 May, the wind being northwest, with good and navigable weather, having had to send the daily provisions such as bread, meat, and vegetables on board with the reporter's large yawl, due to the lack of the ship's boat which had been lost here in the roads, had sent such orders on board with the same that it should return to shore in the afternoon to bring the reporter on board; and since in the morning a heavy mast timber still had to be taken over into the ship's boat, as the reporter could also see from shore had happened, the reporter had proceeded in the morning at about half past nine to the trade office to inquire whether his ship's papers were ready, in order to then be able to sign them. But no one being present at the trade office other than some assistants, and having received as an answer from them that the papers of the ship Avenhorn were not yet ready, at half past eleven the assistant named Hofland arrived at the reporter's lodgings to make an appointment with him, by order of the transferor of trade, to come to the office at four o'clock in the afternoon to sign the papers; that at half past three the said assistant Hofland came again to inform the reporter, in the name of the transferor of trade, not to come to the office that afternoon, but indeed the next morning at ten o'clock to sign the papers, which would then be ready. The reporter, coming from the beach to his lodgings in the evening between light and dark, received a message that the assistant Stanhoffius of the political secretariat had come to say, in the name of the political secretary Mr. de Wet, that the reporter was ordered to draw up an extract from the ship's journal and deliver it to the political secretariat before his departure. Thus, the reporter, for the aforesaid reasons, and the weather having meanwhile become unnavigable, to his painful regret had to remain on shore alongside several other captains, whereafter the dreadful fate befell him to have to see his precious vessel run aground due to God's weather and wind. Relating nothing more, the reporter gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared to further stand by the same. Underneath stood: Thus done and passed at the Cape of Good Hope, the 27th of May 1788, before the Messrs. Salomon van Echten and Jan Coenraad Gie, members of the Honorable and Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute along with the reporter and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Signed: C. van Aerssen, Secretary. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable and Worshipful Council of Justice aforesaid, the person of Aeilt Arend Tobiaszoon, who, having had this preceding report read aloud word for word clearly and distinctly, declared to persist therein, desiring that nothing more shall be added to or taken from it, and therefore spoke in confirmation of the truth thereof the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus verified and sworn at the Cape of Good Hope, the 5th of June 1788. Signed: A. A. Tobiaszoon. Lower: In my presence, signed: W. J. van Ryneveld, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners, and signed: W. F. van Reede van Oudtshoorn, G. H. Meyer. Agreed. Goetz, First Clerk. N V To the Honorable and Gallant Mr. Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., and the Honorable and Worshipful Council of Policy of this government. Right Honorable and Gallant Sir, and Right Honorable and Worshipful Sirs. By the extract of Your Right Honorable, Gallant and Worshipful's very venerated resolution dated the 8th of July last, handed to the undersigned interim Fiscal, together with the communication of the ship's journals kept by the officers on board the stranded ship Avenhorn, he being further ordered, alongside the interim Master of the Equipage and the sea captains who are currently present, to investigate closely whether these, on account of some real differences which are found to exist in the said journals, besides that the one of the captain is filled in by another hand,
Dutch transcription
Relaas gegeeven ten overstaan noch ijmand van de Equipagie te kun„ nen ontwaaren, waardoor den zelven met schijn van grond zich zoude bevrijd houden R:D: eene actie te kunnen of te moogen en het Waarmeede den Ondergeteekende, ver„ hoopende aan de zeer g'eerde Ordres van U wel E: gestr: en wel achtb: te hebben voldaan d' Eere heeft, deeze te laaten dienen voor eerbiedig i des berigt /: was geteekend:/ G. Exter. E en Accordeert. de e h de No. 7 Relaas gegeeven ten overstaan den het ne s d d heef d hef P. 1. Relaas gegeeven ten overstaan van de ondergetk: gecomm: uit den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernements, door en van weegens den op het schip Aven„ hoen Commandeerende Capitn Aeilt arend Tobias zoon van Com„ penten ouderdom, en ter requisi tie van den prointerim fiscaal de E: gabriel Efter luidende het„ zelve als volgt. — Dat den rel„t op den 16 Mei 'smorgens de wind N: W: goed en vaarbaar weer de dage„ lyksche verstrekking als brood, vleesch en groentens, met des rec„ts grote Jol, na boord hebbende moeten zenden, door het gemis van de scheepsschuit die hier ter rheede verongelukt was, met geme: sal zodanige ordres na boord gezonden had, om des nademiddags weederom na land te moeten komen, om den rel„t na boord te moeten brengen, en vermits des morgens, nog een zwaar Masthout in de scheepsboot moeste overgenomen wor den, zo als den rel t ook van land heeft kunnen zien, geschied te zyn zo hadden rel„t zig vervoegd des morgens circa half tien uuren, ten negotie comptoire om te verneemen of deszelfs scheepspa¬ pieren in gereedheid waren, ten einde dezelve als dan te kunnen teekenen, dog niemand op 't Negotie Comptoir present zynde, dan eenige Adsistenten, en van de„ zelven tot antwoord verkreegen hebbend, dat de papieren van 't schip Avenhorn nog niet in gereedheid waren om half twaalf uuren den adsistent in name Hofland aan des rel„ts logement gekomen zyn zynde, om denzelven te apoincteeren, uit Order van den Negotie overdrager om des nademiddags ten vier uuren ten Comptoi„ re te komen, om de papieren te teekenen, dat om half vier uuren gem: Adsistent Hof„ land, den rel„t nader uit naam van den Negotie overdragen zynde komen aanzeggen dies agtermiddag niet ten Comptoire te moeten komen, maar wel des anderen daags„ morgens om tien uuren, om de papieren te teekenen, die als dan zouden in gereedheid zyn, de rec„t des avonds tusschen ligten donker van strandkomende aan deszelfs logement bericht ontfing dat den Adsistent Stanhoffius van de secretarye van politie had komen zeggen, uit naam van den Heer Je¬ cretaris van politie de Wet dat hem relt. gelast wierd een Extract uit scheepsJour„ naal te formeeren en voor zyn vertrek ter secretarise van politie te moeten over¬ leeveren, dus de rec„t om voorgem reedenen en intusschen onvaarbaar weer geworden zynde, tot zyn smertelyk leedweezen neevens meer andere Capitains aan land hebbende moeten verblyven daarop het akelig noodzat van zyn dierbaren bodem door Godsweer en wind te moeten zien stran„ den, is te beurt gevallen. Niets meer relateerende, geeft den relatant voor reede¬ nen van weetenschap als in den text text bereid zynde het zelve nader gestand te doen /:onderstond:/ Aldus gedaan en gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 27: May 1748 voor de Heeren Salomon van Echter en Jan Coen¬ raad Gie leeden uit den E: Achtb Raad van Justitie voorm: die de minute dee¬ den beneevens den Rel„t en my secret„s meede behoorlyk hebben onderteekend. /: lager:/ 't welk ik getuige /:was getk:/ C: van Aerssen secret„s Recollement. Compareerde voor ons ondergeth: gecomm„ uit den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: den persoon van Heilt Arend Tobias zoon dewelke dit voorenstaande Relaas van woor„ de tot woorde klaar en duidelyk woorde„ lyks voorgeleezen weezende verklaarde daar„ bij te blyven persisteeren begeerende dat er niets meer by of van gedaan werden zal en sprak dierhalven ter bevestiging der waar„ heid van dien de solemneele woorden zo waar„ lyk help my Gad almachtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigt aan Cabo de goedehoop den 5 Juny 1788 /:was getk:/ A: A: Tobiaszoon /:lager:/ my present /: getk:/ W: J: v: Ryneveld gezw: Clercq /:in margine:/ als gecomm„ /: en getk:/ W: f: v: reede van Oudtshoorn, G: H: Meyer: Accordeert. Goetz P Eg Clercq tent had den d het he bodem stran„ N V Aan den Wel Edelen Ge¬ Strengen Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Goa„ verneur en Directeur van Cabo de goede Hoop en den resorte van dien & &8 en den Wel Edel Achtbaaren raad van politie deezes gou„ vernements Wel Edele Gestrenge Heer. en Wel Edele Achtbaare Heeren Door 't Extrakt van Uwel Edl: gestreng: en E. Achtbaar: zeer gevenereerde resolutie d. d. 8 Julij nu peri, den ondergeteekende pro Jnterim Fiscaal, met Communicatie der scheep Journaalen, door de Officie= ren ian boord van 't op strand gedreeven schip Avenhorn gehouden, ter handen ge= steld, denzelven neffens den p=l Jnterim Equi„ pagiemeester en de Zee Capitains, dewelke thans aanweezig zijn verders g'ordoneert zijnde, wegens eenige werkelijke differentien dewelke in gemelde Journalen beoon¬ den zijn te resideeren behalven dat dat, van den Capitain met eene Andre Hand ingevald is, raauwkeurig te ondertoeken, of deeze C
English
these journals were in all parts kept in conformity with the established orders regarding this matter and set down truthfully, and likewise in particular whether the Captain was provided on his voyage hither with the orders of the Supreme Indian Government regarding the making of signals upon approaching this coast with ships on which the smallpox had been prevalent, and whether he could reasonably plead any ignorance on that score, in order to act officially as the nature of the matter shall require. The undersigned, in dutiful compliance with these highly esteemed orders, caused both the Captain and the other officers of the aforesaid vessel to appear before them, and having compared and examined the journals against one another, interrogated each of them separately. Whereupon the Captain declared that he had always been accustomed to, and had never neglected, keeping his journal himself, except on this present voyage hither from Batavia, since he had been prevented from doing so both by his sickly physical condition and by the many difficulties that beset him at the beginning and throughout the whole voyage; for which reason he, the Captain, had caused his journal to be kept by one of his officers, and he himself from time to time had added the supplements, which however were of no great consequence and according to the instructions did not strictly belong in the ship's journal, for his own information and protection, whereas he otherwise had the liberty to keep a separate note thereof; it being declared by the other officers that they had, according to custom, copied from the logboard on which what was notable was noted down in each watch, and transferred it into their journals, and that the discrepancies arose from this; that the supplements were not made known to them, and they had only been ordered to record what relates to navigation, and not what can bring no advantage or service to the art thereof; that they furthermore believed these supplements to be so very truthfully stated, that they not only signed for them according to custom, but, being required to do so, could also confirm the journal by oath. That, the Captain being further explicitly questioned by the undersigned whether he had not been provided with the special ordinance and signals which are to be given to returning ships with respect to the smallpox pursuant to the highly esteemed orders of the Supreme Indian Government, the Captain answered that he could declare under oath that he had no knowledge of such orders and also had no special signals regarding them on board, which was so much the less to be doubted since for greater certainty he had checked and inspected his papers, and several ships had already arrived here that in like manner were not provided with any orders regarding this; that he, the Captain, had otherwise considered it his primary duty, before all things, to inform the Master of Equipage upon his coming on board, as he had indeed done, that the smallpox had been prevalent on his vessel, and that he thus could by no means have intended to conceal such or act deceitfully, which the undersigned co-Master of Equipage indeed affirmed to be the truth. Wherefore the undersigned, having also been unable to discover anything in the remaining parts of the journals that would be contrary to the order on the keeping of daily registers or not be in conformity with the same, subject to superior correction, considered that it would suffice to have the journal handed over by the Captain signed for its truth by the two first officers of the ship, in accordance with the instruction; and the undersigned also trust to have fulfilled the purpose of the commission most favorably entrusted to them by Your Honors, and thus to have done their duty, having the honor to let this serve as a respectful report. was signed: A. Vollelen, N: Soker, Jan C=r van Veerden, I. Exter Craaij. fiscal pro interim. secunded Goets J Eg Clercq N. 8. N 7. To the Honorable, Most Worshipful Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and the dependencies thereof, etc. etc., together with the Honorable, Worshipful Council of Policy. Honorable, Most Worshipful Sir, Honorable, Worshipful Sirs. In fulfillment of Your Honors' and Worships' revered orders, contained in an extract of a resolution taken in the Council of Policy on Tuesday the 20th of May last, whereby the undersigned fiscal pro interim was charged to make a proper and accurate investigation regarding the provision ship Avenhoorn, which in the night between the 16th and 17th of the aforesaid month broke from its anchors and was driven ashore, whether and to what extent the aforesaid accident was caused by any carelessness or neglect of the ship's officers or of anyone of the crew
Dutch transcription
deeze Journaalen in allen Deelen Conform de dien aangaande gestatueerde ordres ge„ houden en naar waarheid geposeerd zijn, gelijk meede in 't bijzonder, of den Capitain op zijn herwaards Reijze met voorzien is geweest, van d'ordres der Hooge Indiasche regering omtrent 't doen der seinen bij 't aannaderen deezer kust, met scheepen op wel¬ ke de kinderziekte heeft gegrasseerd, en hij op dat stuk met reeden eenige ignorantie kan pretendeeren, ten einde Amptshalven zodanig te ageeren, als den Aard der Zaaken zal komen te vereijschen . Hebben d' Ondergeteekendens, ter plicht= schuldigen opvolging deezer zeer geerde ordres, zoo wel den Capitain als overige officiers van vorszn bodem doen voor zich koomen, en naar de Journalen tegens malkanderen gehouden en g'exa¬ mineerd te hebben, een ieder Separatim geconstitueerd. Waar dan den Capitain betuijgde, dat hij altoos, gewent was ge= weest en het ook nooijt had onderlaaten, zijn Journaal zelver te voeren, behalven bij deezen zijne heerwards Rigte van Ba„ tavia, terwijl hij zoo, wel door zijne zieke„ lijke Lijfs gesteldheijd, als door de veele moeij¬ lijkheeders, in 't begin en op de geheele Reijze denzelven toegeslooten, daar van was afgehouden geworden; weshalven hij Capitain dan zijn Journaal door een van zijne officieren had doen houden en hij N 7 t2 hij zelve van tijd tot tijd de bijvoegsels, die egter van geen groot belang waren en naar de voorschrift absolute niet in 't scheeps Journaal behoorden tot zijne Na„ richt en dekking bij geschreeven hebbende, re hij anders vrijheijd gehad, een bijzondere is notitie daarvan te houden; zijnde door d'overige officieren verklaard geworden dat zij naar gewoonte van de Leg waar op in ieder wagt 't notable aangeteekend wierd, hadden afgeschreeven, en in der zelver Journalen overgebragt, en dat de differentien daar van kwomen; dat de bijvoegsels niet op deeze zig be„ kend gesteld, en zij Liedt alleenig geor¬ doneerd waaren, 't geen tot de Zee= vaart betrekkelijk is te annoteeren, waar niet 't geen tot de konst van dezelve geen voordeel of dienst kan toe brengen, dat zij vorigens deeze bijvoegsels zoo zeer nade waar„ heijd geposeerd te zijn vermeenden, dat zij Lied niet alleen naar gewoonte daarvoor tekenen, maar ook dies gerequireerd wordende, 't Journaal met Eed bevestigen konden. Dat door d'ondergeteekendens den Capitain voorts ook nadrukkelijk bevraagd zijnde of denzelven niet met de bijzondere Ordonantie en seijnen voorzien geweest de welke de re„ tourneerende Scheepen ten opzigte van de kin= der ziekte ingevolge de Hoog geEerde Ordres der Hooge Jndiasche regeering zullen mede ge„ geeven geeven werden, den Capitain geantwoord heefd, dat hij onder Eede verklaaren konde, van dier„ gelijke ordres geen kennis en ook geene bijton¬ dere Seijnen daaromtrent aan boord gehad te hebben waar aan dies te minder te twijffelen was, dewijl hij tot meerdere Reij„ ter zijne papieren had door en nagezien en reeds meerdere scheepen alhier waaren aangekoomen, die op gelyke wijze niet geene Ordres daar omtrent voorzien zyn geweest, dat hy Capitain ovrigens 't voor zijn Eerste pligt had gehouden, voor alle Dingen den Equipagiemeester bij deszelfs komst aan boord kennis te geeven, ge¬ lijk hij ook had gedaan, dat de kinder„ ziekte op zijn bodem gegrasseerd heeft, en hij dus in geenerlijwijze, zulx te ver„ bergen of bedriegelijk te handelen, van weeninge konde geweest zijn, 't geen den meede ondergetekende Equipagie= meester dan wel betuijgde de waarheijd te zeijn. Weshalven de Ondergeteekendens ook in de overige deelen der Journaalen niets heb= bende kunnen ontwaaren, dat met de or dre op 't houden van Dag registers strijdig of te dezelve niet Conform sijn zoude /: Onder logere verbetering:/ vermeend hebben, te zullen volstaan met No en met het van den Capitain overgegeeven Journaal ingevolge de Instructie door de twee Eerste officieren aan 't schip voor de waarheijd te doen teekenen, en vertrouwen de Ondergeteekendens zoo meede aan 't dael wit der Commissie, van Uwel Ed s achtbaare denzelven hoog gunstig opgedragen, en dus aan den selver plicht te hebben voldaan, hebbende de zelve de Eer, deeze te laaten — dienen voor eerbiedig berigt. (was geteekend:) A. Vollelen, N: Soker, Jan C=r van Veerden, I. Exter Craaij. pro interim fiscaal. decondeert Goets d J Eg Clercq heefd, ier N. 8. N 7. Aan den Wel: Eedl Gest=r Heer de Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur van Cabo de goede Hoop en de re„ ab Porte van die &, & E. benevens den wel Ede agtbaar: raad van Politie. Wel Edele Gest:r Heer. Wel Edele Agtbaare Heeren. Jn voldoening van U wel Eden gest=ren en wel Edel: agtb: geverereer„ de ordres, vervat in een Extract re„ zol: genoomen in den raade van Po= litie op Dingsdag den 20 Meij Jongstleed: waar bij den ondergeteeken¬ de prointerim fiscaal is gelast geworden, omtrent 't in de nagt tus¬ sen den 16e en 17: der voorm: Maand van zijn Ankers geslagen en opstrand gedreeven provisie Schip Avenhoomn behoorlijk en kauwkeurig onderzoek te doen, of er in hoe verre 't voorsz Ongeval door eenige Orrachtzaam heijd ofte verzuijm der Scheepsover„ heedens of te iemand der Equipagie is
English
arose, and whether the aforementioned officers could and should have exercised any diligence for the preservation of the ship and cargo, which in this matter might have been omitted, and likewise whether the said officers applied their diligence to be ready with the ship to depart from this roadstead by the time appointed for that purpose, being mid-May; it having also been approved expressly to commission the Captain at Sea and pro interim Equipage Master, the Honorable Jan Arnold Voltelen, to be present at the said inquiry to be conducted by the undersigned, together with such other nautical experts as shall still be available or are due to arrive here in the meantime and can conveniently assist in this matter, and therein to supply the remarks, considerations, or advices that must serve the case. The undersigned, pursuant to his indisputable duty, could not fail to undertake the said inquiry without delay in accordance with the instructions of Your Honorable, Right Honorable, and Worshipful Sirs, and to that end also to obtain the considerations or advices of the aforesaid pro interim Equipage Master, assisted by the Captains at Sea, the Honorable Christiaan van Veerden, Paulus Kroon, and Axel Laad, and now has the honor to put forward: That, notwithstanding that concerning the stranding of the aforementioned ship some circumstances seemed to present themselves which at first sight suggested less diligence and attentiveness, upon examination the contrary and opposite was found, as the annexed documents further demonstrate, and the ship's officers of that shipwrecked vessel, according to the advices of the nautical experts, are fully exonerated. They unanimously declare that by the aforementioned officers, both before and during the stranding, all precautions were taken and everything was done and attempted that could be required according to the circumstances of the time, maintaining that the stranding of the ship could be attributed to nothing other than the terrible, stormy sea. That the aforesaid pro interim Equipage Master also declares that likewise the loading of the ship was in no way delayed, but on the contrary, all speed and progress was made to be ready for departure from here by mid-May, adding thereto that even if it had been ready before that time, it nevertheless could not have left the roadstead for lack of favorable wind. That the undersigned, further trusting that the reasons given by the Captain in his report will justify him regarding his absence on board, as he was in no way intended to remain on shore, which shall also apply to the first lieutenant, who with several other naval officers was forced by the severe weather and sea to spend the night on land; and according to the unanimous statements of the officers and everyone of the crew, both high and low, having done their utmost ability to do that which could serve for the preservation of the ship and crew; the undersigned maintains, subject to higher correction, according to the findings of the aforesaid advisors and the further thorough examination, that he can discern no signs of carelessness, and still less of neglect of duty, neither on the part of the ship's officers nor anyone of the crew, whereby, with any semblance of grounds, ex officio any action could or should be instituted against them. Wherewith the undersigned, hoping to have complied with the highly revered orders of Your Honorable, Right Honorable, and Worshipful Sirs, has the honor to let this serve as a respectful report. Was signed: G. Exter. Agrees: Goetz First Clerk. No. 7. No. 9. No. 10. Right Honorable and Worshipful Sir Cornelis Jacob van de Graaff Governor and Director of the Cape of Good Hope, together with The further Honorable Worshipful Councilors of Policy Right Honorable and Worshipful Sir And Honorable Worshipful Sirs. With due respect, Your Right Honorable and Worshipful's humble servant Seilt Aend Tobiaszoon, commanding the provisioning ship Avenhorn lying here in the roadstead, makes known, having the honor to express his humblest thanks to Your Right Honorable and Worshipful Sirs for the permission favorably granted on 20 April to be allowed to come ashore; the petitioner, now enjoying this good fortune of being able to address Your Right Honorable and Worshipful Sirs, must with grievous regret make known that on 27 March in the morning, around nine o'clock, there came alongside the port side of the vessel commanded by the petitioner, the Right Honorable Captain Keevel, commanding the State's frigate of war the Valk, together with several other naval officers, as well as the pro interim Equipage Master, Mr. Jan Arnold Voltelen, being with his honor in the boat, which visit had as a consequence, as appears
Dutch transcription
is ontstaan, en of de geins: Overheeden tot behoud van schip en lading ook eenige zorgvuldigheijd hadden kunne en moeten betragten, die in deezen magt nagebleeven zijn, mitsgaders meede op dezelve overheedens wel derzelven vlijt hebben aangewerd, om voor den daar„ toe bepaalden tyd van Wedi Meij met 't schip in gereedheijd te zijn om van deeze rheede te vertrekken, zijnde meede goedgevonden geworden, den Capitain ter Zee en prointerin Equipagie Mee ter, de Maah: Jan Arnolt Vottelen expresselijk te committeeren om neven zodanige andere teekundigen, als zich noch aan handen zullen be¬ vinden of te intussen alhier staan aan te komen, en ten deezen bekwaar lijk adsisseeren kunnen bij 't zelve door den ondergeteekende te doen onderzol¬ ken praetent te zijn, en daarinn de ter zaake dienen moetende rewar„ ques Consideratien of te adwijzen te Suppediteeren. Heeft den Ondergeteekende naar desself in dispectable plicht niet kunnen ingebreek blijven 't gem: Onderzoek ingevolge voorschrift van U wel Eedh Eedl. gest=r en wel acht ten eersten voorte„ neemen, en te doen ten dien eijnde ook de N 7 de Consideratien ofte advijten van voorsz pro Jaterim Equipagie Meester gadsus= teerd door de Capitains ter Zee de Manhi Christiaan van Veerden, Paulus Kroon en Axel Laad, en te winnen, en heeft thans de Eer te advonceeren Dat niet tegenstaande omtrent 't Stranden van Mergem: Schip eenige omstandigheeden scheenen zich voor„ te doen, de welke bij den eersten op= slag minder vlijt en achtzaamheijd deden vermoeden echter bij examina„ tie zich ter Contrairie en anders heb= bend bevonden, gelyk zulks de Arrexe stukken nader aantoonen, en de Scheeps overheeden van dien veronglukten Bodem naar de Adwijzen der Zeekun= digen volkoomen vrijgesprooken wor¬ Deblareerende de zelve een„ den. paarig dat van gem: Overheedens zoo wel voor als bij 't Straaden al„ le praecautien gebruijkt en alles ge„ daan en aangewend is geworden wat na tijd Omstandigheeden kout gevordert worden, met Sustenue datt Stranden van 't Schip aan niets an¬ ders als de verschrikkelijke Oostuij= mige zee zou kunnen toe geschreeven worden. Dat en zoek Eedt Equipagie Vistaal Mees„ Dat den voorsz prointerim ter ook verklaard, dat niet minder de laading van 't Schip op geenderlij wijze was verdraagd, maar integendeel, alle Spoed en voortgang gemaakt geworden, om met medio Meij tot A. vertrek van hier in gereedheijd te zijn, voegende daarbij dat alschoon 't zelve voor dien tijd ge¬ reed was geweest, 't doch wegens gebrek van dienlijke Wiad de rheede niet had kun„ nen verlaaten. Dat den Ondergeteekende voorts ver„ trouwende dat de van den Capitaijn in zijn relaas gegeevene reeden den zelven wegen zijne niet praesentie aan boord zullen legitimeeren als zijnde op geenderlijkijhe geintentioneerd geweest aan de wal te blijven, 't geen ook bij den eerste Luijtenars. zal plaats vinden die met meer andere Zee Officieren door 't Her¬ ke weer en zee is genoodzaakt geweest aan Land te Overnachten en naar de een stemmige verklaringen der Offi„ vieren, en ider der Equipagie, Towel groot als klijn zijn best vermogen aangewend hebbende, om 't doen 't geen tot behoud van 't Schip en Equipagie kon strekken; verweerd den ondergeteekende /:onder hogere Cor. N Correctie:/ volgens 't resultaat der voorsz: adviseurs en de verdere nauw„ keurige examinatie geene teekenen van Onachtzaamheijd en noch minder plichtverzuijm, noch aan de kant der Scheeps overheedens noch qmand, van de Equipagie te kunnen ontwaaren, waardoor den zelven met Schijn van grond zich zoude bevrijd houden, R:O: eene actie te kunnen ofte moogen en Waarmeede den ondergeteekende verhoopende van de zeer gerde or„ dzes van U wel Eede: gestr en wel achtb: te hebben voldaan d' Eere heeft, deeze te laaten dienen voor Eerbiedig berigt. /:was geteekend:/ G. Exter. Accordeert Goetz D Eg Clercq. st o en n r. - N 1 N 7. N. 9. „ No. 10. WelEdelen Gestrenge Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Directeur de Le pea Cabo de goede Hoop beneffens De verdere E Achtbaare raaden van Politie WelEdelen Gestrengen Heer En E. Achbaare Heeren. Met verschuldigde Eerbied geeft te kennen UWel Edele gestrenge en E Achbaare onderdaanige Dienaar Seilt Aend Tobiaszoon, Comman„ derende 't alhier ter rheede leggende provisie schip Avenhorn, welke de Eer heeft uwel Edele Gestrenge en E. Achbaare Needrigsten dank te betuigen, weegens op den 20 April gun„ stig verleende permissie van aan Land te moogen komen; den Suppliant nu dit geluk genietende van zig te kunnen wenden tot Uwel Ede gestr: en E Achb=r, met griefens te Leedweezen moet te kennen geeven, dat op den 27 Maart des morgens Cerca Neegen uuren, aan Bakboord zyde van des subliants Commandeerende Boodem kwam aanleggen Den WelEdelen Gestrengen Heer Capitain Keevel Commandeerende 's Lands fregate van oorlog de Falk beneffens nog eenige lands officieren als meede den pro interim Equipagie„ meester de Heer Jan Arnold Voltelen, by Z. 8 in den schuit zynde, welke visite ten gevolgen hadden blykens - 1 rs
English
as appears from the annexed declaration marked Letter A, that the petitioner finds himself robbed of his honour, reputation, and dignity, so as to be counted among the corps of officers, since the Right Honourable Captain Kivel did not shrink, as appears from the aforesaid annexed declaration marked Letter A, from declaring the petitioner to be a leader of a mutinous ship's crew, an incompetent and incapable fellow, with threats that if he did not hold his tongue, to put him instantly into a sloop and lock him in irons, likely intending to punish him as a criminal, and further declaring an entire crew to be rebels without giving a hearing to any person or receiving any complaints, which resulted in most of the crew seeming to turn malicious and refusing to unload the ship. The petitioner ventures to say that had the Right Honourable Captain Kuvel undertaken such a visit once more, a dangerous uprising would likely have been the consequence. The petitioner assures Your Right Honourable and Worships that he acted according to honour, oath, and duty, as appears from the annexed declaration marked Letter B, which clearly demonstrates that the petitioner, as Captain of the vessel under his command, was obliged to grant the crew's request, and was duty-bound to give notice thereof, as the petitioner did to the interim Equipment Master Mr. Voltelen, as appears from the missive sent to Your Honour on 26 March, which resulted in Your Honour appearing at the vessel of the petitioner, had the crew come to the bows, No. 10. and sought to satisfy them with the promise to procure clothing. The petitioner presumes that, having acted in accordance with the contract and lying here in the roads, he would be deemed strictly blameless by Your Right Honourable and Worships, the more so because regarding the conduct maintained by the entire crew at sea, nothing can be said against them. The petitioner lacks no vigilance, much less the requisite skills, to serve the Honourable Company in his capacity, of which he has given sufficient proof; therefore he turns to Your Right Honourable and Worships, and fears not, nor will he ever complain of whatever his fate may be, if anyone can demonstrate a neglect of duty on the part of the petitioner. Therefore, under the favourable guidance of Your Right Honourable and Worships, the petitioner finds himself obliged to ask Your Right Honourable and Worships whether the Right Honourable Captain Kuvel carried out this step on his own authority, or pursuant to orders given by Your Right Honourable and Worships. Furthermore, that Your Right Honourable and Worships may be pleased to devise a wise arrangement to restore the petitioner to his stolen honour, both in his person and for his entire crew, to restore command and respect, in order to prevent all bad consequences, so that the petitioner, together with all officers both military and naval who have the honour to serve the Honourable East India Company, may be able to serve not by arbitrary will but by a valid order in their assigned and entrusted command as brave and honourable officers. The petitioner requested of Your Right Honourable and Worships a prompt, wise, provident, and satisfactory decision, or, should such not be possible, to grant the petitioner his request that this petition, together with the annexed declarations, may then be dispatched both to the High Indian Government and to the fatherland to the Right Honourable and Highly Respected Lords Directors in the Meeting of Seventeen, which safe course the petitioner is obliged to take in order to be restored to his former honour. Was underwritten: Which doing, was signed: A. A. Tobiaszoon. In the margin: Cape of Good Hope, the 29th of April 1788. Agrees: D. Foetr D. Eg. Clercq. No. 10. No. 10. No. 10. To the Right Honourable Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., together with the Worshipful Council of Policy. Right Honourable Sir, Worshipful Sirs. With deeply owed respect, Your Right Honourable and Worships' humble servant Aalt Arend Thobiaszoon, commanding the provision ship Avenhoorn lying here in the roads, makes known that, whereas Your Right Honourable and Worships have been pleased to see fit to transmit the petitioner's submitted request, dated the 27th of April of the current year, from here to Batavia to Their High Mightinesses, for which the petitioner... No. 10. Copy Letter B. We, the undersigned officers in the service of the Honourable East India Company, all stationed on the ship Avenhorn, lying at anchor in the roads of the Cape of Good Hope. Declare hereby for the pure truth that this morning, being the 26th of March at about 9 o'clock, we senior officers all standing together on the quarterdeck, the deck officers, being the boatswain, boatswain's mate, and gunner, came onto the quarterdeck, addressing the Captain in the following manner: "Mr. Captain, the crew are all in the bows; they will not load the country boat lying alongside, and say they never expected to be treated in such a manner, claiming they are not slaves of the Company; and since the boat is now lying alongside to take the cargo out of the ship, they also demand their complete freedom to be allowed to go ashore, and to provide themselves with what is necessary; one says he has no shoes, the other no..."
Dutch transcription
blykens geannexeerde verklaaring sub Lett: A: als dat den subliant zig ontroeft vind van zyn Eer, Reputatie, en waardigheid, om onder het Coor der officieren meede getelt te kunnen worden, alzoo den welEdelen gestrengen Heer Capitein Kivel zig niet ontzien heeft blykens voormt geannexeerde verclaaring sub lett:r A den Publi„ ant te verclaaren voor een aanvoerder van Een Rebie„ leerend scheepsvolk, voor een Lacicus op incoopadee kerel met dreigementen van zyn Bek niet te houden iprof acto in 22 sloep te neemen en in de Boeyen te zullen sluyten, om waarschein„ lyk als een misdadiger te willen straffen, en als nog een geheel Equipagie te verclaaren voor rebellen zonder aan Eenig Mensch gehoor te geeven nog eenige klagten aenteneemen, het welk ten gevolge had als dat de Meeste Manschap „pen scheen kwaadaardig te worden, en zyden het schip niet te willen lossen, den subliant ver„ stout zig van te zeggen, ingevolge den weleedelen gestr: Heer Capitein Kuvel wel nog een keer zodanige visite had ondernomen, als dan waar„ scheynlyk een gevaarlyke opstand te gevolge kende geworden zyn, den subliant verzekerd zower Edele gestr: en E: Achbaare gehandeld te hebben volgens Eer, Eed, en pligt, blykens geannexeerde Verclaring sub lett: B dewelke duidelyk aan toont dat den subliant als Captn. van zyner Commandeerende Bodem gehouden was het verzoek van het volk te moeten billyken, en verpligt was daar van kennisse te geeven, gelyk den subliant gedaan heeft aan den pro intrim Equipagie meester den Heer Voltelen blykens aan 2. E toe gezondene Missive van den 26 Maart, hetwelke het welk ten gevolge was 2 E: aan desselfs subliantse bodem zig deed verscheinen, het volk voor de boeg liet No. 10. liek komen, haar heeft willen te vreeden stellen met belofte van kleederen te zullen bezorgen, den subli„ ant veronderstelt, in gevolge van Contratr gehandelt en hier ter rheede leggende volstrekt deor Uwel eedele gestr: en E Achtbaaren Condimnabel zoude geweest zijn, te meer wijl op de geheele Equipagie van hun gehouden gedrag en zee, niets te zeggen valt, den subliant mankeert geen vigulantie vcel min de vereyste bekwaamheidens om de Eed maatschappije in desself kwaliteit te kunnen dienens, waar van genoegsaame blyken gegeeven heeft, daarom wend hy zig tot uwel Edelgestre en E. Achbaare, en vreest niet, zal zig nimmer beklaagen wat zyn noodlot zyn zal, als men den Subliant zal kunnen aantoonen van pligt verzuim, dus onder gunstige welderiding Uwel. Edele gestr: en E Agtb:, wend zigden subliant ver plegt, uwel Edl: Gestr: en E Agtbaare af te Capt vraagen op den wel Eede gestr: en Heer Kuree deezen stap uit eigen authoriteit, dan wel door uw WelEdelgestr: en E Agtbaare gegeeven ordres heeft ter uitvoer gebragt, verders uwel. Eedle Gestr: en E Achbaare een wyze Schikking geleeven te beraamen om den Publiant te her„ „stellen in zynn Ontroofde Eer, zoo in zyn perzoon als voor zyne Geheele Equipagie ontnoemen Commando en ontzag, om alle kwaade gevolgen voor te komen, op dat den subliant beneffens alle officieren zoo militaire als zeevaarende die de Eer hebben de Edele Oostindische Maatschappyen te dienen niet door willekeur maar door een geelde ordre in hunne opgedraagen en toe„ vertrouwde Commande als broade en Eerlyken officiers te kunnen dienen den subliant ver zocht uwelEdele gestr: en E. Agtbaaren een Spoedigen o het hap verzoek as toe spoedige wyze voorzienige en voldoenend be„ sluit, dan wel zulks niet kunnende geschieden om den subliant op zyn verzoek te accordeeren dat als dan deze Request beneffens geannexeerd Verklaaringe zoo aan de Hooge indischen re„ geering dan wee naa patria aan de Wel Eedele Hoog Agtbaare Heeren Bewindhebberen ter vergadering van zeeventhienen te moogen afgezonden worden, welke veilige wegden Sup„ pliant verpligt en te slaan, om hersteld te worden en zyne voorige Eer /onderstond:/ Twelk doende /was geteekent/ A. A. Sobi„ „aszoon /:in marigine:/ Cabo de goede Hoop d 29 April 1788. Accordeerd D Foetr ƒ D Eg Clercq. No. 10. 2 „ ren een tr ze ƒ „ a ƒ ent No. 10. No. 10. Ware Varsen Aan den welEdelen Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff, gouverneur endi„ resteur van Cabo de goede Hoop en den ressorte van dien & &a beneevens den EE agtbaaren raad van Politie Wel Edele Gestr: Heer E E agtb Heeren. Met diep schuldige Eerbied geeft teken. nen uwel Edelens gestrenge en Eagtb:„ onderdanige dienaar Aalt Arend Thobiaszoon, Commandeerende 't al; „hier ter rheede leggende Provisie schip avenhoorn, alzo UwelEdelens gestren„ „ge en Eagtbare hebben gelieven ip goed te vinden, den suff=r zijn ge„ presenteerde request gedateerd den te 27. april a: c van hier naa Batavia aan haar Hoog Edelheedens over te zenden, waar voor den Juff=: UwelEdelens Copibs te N. 10 10. 1 1„ Cop Copien Litt. B. Wy ondergeteekende Officieren as„ zijnde in Dienst der Edele Oostindische Compagnie, allemaal bescheiden op het schip Avenhorn, leg¬ gende geankert ter reede Cabo de goede Hoop. Verklaaren bij deezes voor de Zuij= vere waarheijd op heeden morgen Fijn„ de den 26e Maart omtrent 9 Uuren„ wij opper officieren alle maal bij wal„ kander op 't halve Dek staande, kwaa¬ men de dek officieren zijnde Boosman Schieman en Corstapel op 't halve Dek den Capitein aan spreekende op de volgende wijze: Mijn Heer Capitein het volk is allemaal voor de boeg, die lands Bood die op zij legt willen zij niet belaaden, en zeggen nooijt gedagt hebben op zodanige wijze behandelt te worden, voorgevende geen slaaven van de Comp: te zijn, en de wijl de Bood nu op zeij legt om de Lading uijt het schip te neemen, zij ook begeeren hunne vol= koomentlijke vrijheid om aan Land te moogen gaan, En haar van 't noodige te kennen voorzien; den eenen zegt geen schoen te hebben, den anderen geen
English
no trousers, and further necessities of the like, with some sailors pretending that the inspector who was on board three or four days ago traversed the entire ship and in all our presence declared to be able to find no more infection in the ship, and as the cargo is now going ashore they also request to be allowed to go ashore in order to be able to provide themselves with what is necessary, and would then be willing in every respect to unload the ship; having scarcely received this report from the deck officers, all of us senior officers immediately went to the bow where the entire ship's crew stood together, and were addressed by the captain: what reason have you people to refuse Company's service, to which the crew unanimously answered, we do not refuse Company's service, we have already endured so much and lain so many weeks in quarantine and now the goods are to be discharged from the ship, we are poor and naked, and [illegible] (:and all the other aforementioned reasons besides, which most sailors let slip to say, if we had not refrained for the sake of the captain, we would have addressed ourselves long ago to the warship or indeed to the Right Honorable and Valiant Lord Governor, that they were well capable of knowing how to write a letter, many among them also saying, we have often lain in quarantine, but we have never been treated in such a manner, yet finally they allowed themselves to be persuaded by the captain, and began to unload under the promise that he would write regarding their request. All that is mentioned here we, the undersigned, declare to be the pure truth and if required we are at all times ready to confirm it by solemn oath /was signed:/ S: A: Tobiastoor, Captain-Lieutenant; Pieter Malet Junior, Lieutenant; J. Tobias Zoon, Sub-Lieutenant; Wijrand Berendonk, Sub-Lieutenant; Mr. J-s Zinsen, Boatswain; Johan Hendk: Ficke, Boatswain's Mate; Christiaan Thich. /in the margin/ On board the Honorable Company's ship Avenhorn, the 26th of March Anno 1788, lying at anchor in the Roads of Cabo. Agreed Goetz P Eg Clercq. 40 10. N. H0. Copy Letter A. We, the undersigned officers in the service of the Honorable East India Company appointed to the ship Avenhorn, lying at anchor in the roads of Cape of Good Hope, declare for the pure truth at the requisition of our Captain Aeilt Arend Tobiaszoon, this morning being the 27th of March, there came to the port side of our ship the Right Honorable and Valiant Lord Naval Captain Kevel, commanding the naval frigate ship named de Valk, still having in his sloop some naval officers besides the interim Master of the Fleet the Gentleman J:A: Valtelen, having scarcely come alongside our ship asking where is the captain, give the muster roll, let all the crew come on deck, the muster roll having been given to the Right Honorable and Valiant Captain Kuvel, he began to speak to the crew with these words, you people refuse to unload the ship, you people will be regarded as rebels, the entire ship's crew standing on board and near the ship, answering, we are indeed willing to unload the ship, but we do not want to be treated like slaves, but request to be allowed to be treated as free Company's servants, and request that our officers may take us ashore, but to the grief of us all the Right Honorable and Valiant Lord Captain Kevel interrupted all the speaking men with a most vehement attitude and extraordinarily harsh voice, speaking, I do not accept any reason whatsoever, you people shall have to say nothing else than yes, or no, further accompanied by strong threats and warnings, and began to read the muster roll, beginning with the name of the Captain Aeilt Arend Tobiaszoon; do you want to unload, answered, yes, and thus subsequently the other officers who all having had their name read each answered with yes, reading the chief surgeon his name, answered I am chief surgeon, the Right Honorable and Valiant Lord Captain Kuvel speaking, that does not concern me, I do not ask about your capacity, I only ask do you want to unload or not, answered yes, further reading through the muster roll and as before demanding of each, do they want to unload, which was answered by most sailors by not saying, no, yet some young sailors in a fearful manner answered with yes, the Right Honorable and Valiant Lord Captain Kuvel standing in his boat with a raised arm, and occasionally beating his chest and upon his word of honor threatened the crew, your blood will be mixed with it, and pretending here are so many troops at the Cape, there lies my ship and there lie so many more other ships, even if you people were three hundred men strong, we shall easily compel you, the ship's crew wanting to speak in between, yet the Right Honorable and Valiant Lord Captain Kuvel wanting to accept nor hear the least reason, but continually called the crew rebels and turned to our Captain Tobiaszoon with a raised arm and extraordinarily harsh voice speaking, you fellow, you are to blame for it, if you were a real man such a thing would never have happened, our Captain Tobiaszoon hereupon answered the Right Honorable and Valiant Lord Captain Kuvel, am I to blame for it, for what reason can you address me so insultingly, yet the Right Honorable and Valiant Lord Captain Kuvel with far-reaching defamatory threats, ordered our Captain Tobiaszoon to be silent, with these words, shut up fellow, or I will take you directly into my sloop, and further continued to put forth many threats to the crew without intermission.
Dutch transcription
geen broeken, en zoo al verderen nood¬ zaaklijkheedens met zommige Mattroozen voorgeevende dat den visitateur die voor drie vier daagen is aan boord geweest het geheele Schip heeft door gekruijst en in Onter aller presentie bekend heeft geen besmetting in 't schip meer te kennen vin„ den, en als nu de laading naa land gaat zij lieden ook verzoeken naa Land te moogen gaan, om haar van 't noodige te kennen voorzien, en als dan in allen deelen gewillig zijn om het schip te lossen; naulijks dit rapport van de Dek officieren ontfangen het„ bende, begaaven wij opper officieren ons ter stond alle maal na de Boeg alwaar het geheele scheepsvolk bij een stond, door den Capit: aan gesproo„ ken wierden: wat reeden Heb zoo luij¬ om Compagnies Dienst te wijgeren, waar„ op het volk eenpaarig aantwoorde, wij wijgeren geen Comp=s Dienst wij hebben reeds zoo veel uijtgestaan en zoo veel weeken garontein gelegen en nu zullen de goederen uijt het schip ge¬ last worden, wij zijn Arm en naakt, en abla (:en alle de verdere voorgemelde reeden, meer, die meeste mattroozen lie= ten zig ontvallen om te zeggen, als wij het niet lieten om de Capit: wij had„ den 10„ den ons reeds lange aan het Oorlog schip dan wel aan den wel Edele gestr. Heer gouverneur geaddresseert, dat zij lieden wel in staat waaren om een brief te kennen schrijven, noch meede veel onder haar lieden zeggende, wij hebben meermaalen gua„ rantein gelegen, maar nooijt der wij op zodanige wijze behandelt geworden, Dog Eyndelijk haar door den Capit:n ge„ zeggen lieten, en begonnen te lossen¬ onder belofte, om over haar verzoek te sullen schrijven. Alle het hier ge¬ melte wij onderteekende bekennen de zuijvere waarheijd te zijn en indien het vereijscht werd ten allen tijd en be¬ reijd zijn met solemneele Eede te bekragtigen /was geteekend :/ S: A: Tobiastoor, Capit: Luijss. Pieter Malet. Junior. Luijt J. Tobias Zoon, sous Luijt: wijrand Berendonk, sous Luit: Hr. J=s Zinsen, Boosman Johan Hendk: Ficke, Schieman Christiaan Thich. /in margine/ Aan Boord D. E Comp: schip Avenhorn den 26e Maart Ao. 1788 leggende geankert ter Rheede Cabo 3 Accordeerd Goetz P Eg Clercq. en d 4 40 10. N. H0. Copia Lett: A. Wy ondergetk: officieren in dienst der Ed: E: S: Comp„e be„ scheiden op 't schip Aven¬ horn, leggende geankert ter rheede Caap de goede Hoop Verklaren voor de zuivere waarheid ter requisitie van onzen Cap„n. Aeilt Arend Tobiaszoon, heeden morgen zynde den 27 maart kwam aan Bakboord zyde van ons schip den Weled: Gestr: Heer Lands Cap„n Kevel, Commandeerende 's lands fregat schip gent. de Falk, in deszelfs sloep nog by zig hebbende, eeni„ ge lands Officieren beneffens den pro Jutrim Equipagiemeester den Heer J:A: Valtelen, noulyks op zyde van ons schip gekomen zynde vragen de waar is de Cap„n, geeft de Monsterrol, laat het volk allemaal op boord komen, de Monsterral aan den WelEd: Gestr: Capn. Kunel gegeeven zynde, begon teegens het volk te spreeken met deeze woorden, Je luiweigerd het schip te lossen, Jelui zal aangemerkt worden als rebellen, het geheel scheepsvolk boord van het op en by het schip staande, antwoor„ dende, wy willen wel het schip lossen, maar wy willen niet als pla„ ven, maar verzoeken als vrije Comp„e dienaarste moogen behandelt worden, en verzoeken onze officieren na. na Land moogen brengen, maar tot ons aller leet zyn zo viel den welEd: Gestr: Heer Capn. Kerel alle de spreekende Manschappen in de Reeden met een allerdriftigste houding en buiten gemeen vortje Item, spreekende, ik versta hoe genaamd geen reeden, Je. lni zal niet anders hebben te zeggen ja, dan neen, zynde verders verzeld met sterke drygementen en waarschouwingen, en begonde Mon„ sterrol te leezen, beginnende met den naam van den Cap„n Aeilt Arend Tobiaszoon; wil gylossen, antwoord. ja, en zo vervolgens de verdere officie„ ren die allemaal na haar naam ge„ leezen zynde een yder antwoorde met Ja, den oppermeester zyn naam lee„ zende, antwoord ik ben oppermeester, den weled: Gestr: Heer Capn. Kuvel spree kende, dat raakt mij niet, ik vraag niet na Jou kwaliteit, ik vraagmaar wil Ja lossen of niet, antwoord Ja, de Monsterrol verders voortleezende en als voor aan een ieder afvragen¬ de, wil zylossen, hot welk wierd be„ antwoord door de meeste Matrozen niet te zeggen, Neen, dog eenige Jor„ ge Matrozen op een vrees agtige wyze antwoorden met Ja, den WelEd: Gestr: Heer Capn. Kuvel in zyn schuit staan¬ de met een opgeheeven arm, en tus„ scher No. 10. schen beiden op de borstslaande en ap zyn woord van eer het volk dreigde, „jen lnn bloed zal er mee gemengd zyn, en voorgeevende hier is zo veel volk aan de Caat, daar legt myn schip en daar leggen zo veel meer andre schee„ pen, al was je lui drie hondert man„ sterk, wy zullen zou weldwingen, het scheepsvolk tusschen beiden willende spreeken, dog den wel Ed: Gestr Heer Cap„n Kusel geen de minste reeden wil„ lende verstaan nog gehoorgeeven, maar het volk by aanhoudentheid noemde Rebellen en zig omkeerde tot onzen Capn. Tobias zoon met een opgeheeven arm en buitengewone vorste stem spreekende, zykerel, Jy bender de schuld aan, als zy een kerel was zoude zulx nooit gebeurt zyn, onzen Cap„n. Tabias zoon hierop den WelEd: Gestr: Heer Capn. Kuvel antwoorde, ben ik er de Schuld aan, om wat reeden kan u my zo beleedi„ gend aanspreeken dog den wel Ed: Gestr: Heer Cap„n. Kuvel met verre gaande eerrovende arygementen, onze Cap„n Tobias zoon ordineerde te moeten zwygen, met deeze woorden, zwygkerel, of ik neem Jou direct in min sloep, en verders weederom aan 't volk bleef veele arygementen voorhouden zon schen
English
without being willing to give anyone the least hearing, whereby finally a large part of the sailors cried out, Yes, we want to unload, all of the above we, the undersigned, acknowledge to be the pure truth, and if required we are prepared at all times to confirm it by solemn oaths. was signed: Captain Lieutenant Pieter Malet Junior, Lieutenant Jacob Tobiaszoon, Second Lieutenant Wynand Beerendonk, Second Lieutenant Hendrik Jans Linsen, Boatswain Jan Henderik Ficke, Boatswain's Mate Christiaan Thich. in the margin: on the Honourable Company's ship Avenhorn lying anchored in the roads of Cape of Good Hope, the 27th of March anno 1788. We the undersigned officers, being Boatswain and Boatswain's Mate, testify that we shall confirm under oath, as having been forgotten in this declaration, that the Right Honourable Valiant Captain Kuvel, on the abovementioned date, threatened to put in irons our Captain Heilt Arend Tobiaszoon. was signed: Jan Henderik Ficke, Christiaan Thich. Agrees. Examined by D. b: Clercq. No. 10. 2 No. 18. No. 10. Pro-memoria to His Excellency the Governor of the Cape and the Noble Councillors of the Regency. The undersigned Colonel Commandant of the Regiment of Wurtemberg has the honour to place before the eyes of His Excellency that the Ensign d'Oberniz has been proposed and approved for the vacant post of Second Lieutenant, and that the Standard-Bearers Charles and David have arrived, who were counted in the number of four, for whom the Brevets of Ensign had been requested. Furthermore, as a place has not yet been assigned for the field forge of the Regiment, His Excellency and the Regency are entreatied to kindly reimburse the Regiment for the rent that has been disbursed each month for this purpose, amounting from January up to the month of May to the sum of 100 Rixdollars at 20 per month. It is left to the high disposal of the Regency whether it deigns either to have a suitable location assigned for the future or to stipulate a rent to procure it. The repair of arms was too important for any time to have been lost on it. Done at the Cape of Good Hope, the 2nd of June 1788. signed: d'Hugel, Colonel Agrees. Collated. P. bg. Clercq Copy 5 10 10. No. 11. To the Right Honourable Valiant Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope, and the Right Honourable Worshipful Council of Policy. Right Honourable Valiant Sir! and Honourable Worshipful Sirs. Finding myself instructed by resolution of the Council of Policy of the 5th of this month to investigate and report to Your Right Honourable Valiant and Worshipful Honours to what extent a certain request, in which Colonel van Hugel, commanding the Regiment of Wurtemberg garrisoned here, respectfully proposes that the Regiment may be indemnified regarding the rent advanced thus far for a storage place for the field forge of the said Regiment, and that the Honourable Company itself please provide for this in the most convenient manner in the future, is in accordance with the Capitulation of that Regiment, and in what manner with the greatest economy for the Honourable Company Company, that these losses shall be replaced: It will likewise take on its account all repairs which the cannon and everything belonging to it might need, according to the legal notification which will be made to it by the Chief Commanding Officer of the Artillery, who will see to it that the repairs are made with all possible solidity and accuracy, and the Noble Company agrees that the workers of the Artillery Company shall be paid for it, besides their ordinary pay, provided that the pay does not exceed half that of the workers of the place where they are garrisoned. Which words are so clear that they require no further explanation: However, regarding the repairs of the arms of the Infantry, I find nothing determined in the Capitulation from which it could be deduced clearly enough that the same ought to be at the expense of the Honourable Company: it seems rather to appear from the literal meaning thereof that the Honourable Company wished to relieve itself thereof by buyout, by allocating to that end, and for the cleanliness of the men, to each Captain Commandant of an Infantry Company 45 guilders and to the Captains of the three remaining Companies 55 guilders per month, which, if one calculates the Ecus, according to the Capitulation, at 64 Stuivers, will amount for the entire Regiment to an annual sum of 1968 ¾ Rixdollars. The 11th article of the Capitulation states immediately after the determination of the monthly pay of the Infantry: For the maintenance and exact repair of arms, as well as for daily cleanliness, the Noble Company grants: to 8 Captain Commandants of the Infantry Companies, to each per month - - - ƒ45, which makes per year ƒ4320:— Likewise to the Captain Commandant of the Company of Grenadiers . . . 55, makes 660 — Likewise to the Captain Commandant of the Company of Chasseurs . . . 55, makes 660 — For the maintenance and exact repair of the muskets and sabres, as well as for daily cleanliness, there is granted to the Captain Commandant of the Artillery Company - 55, makes 660 — Total sum ƒ6300
Dutch transcription
zonder eenig de minste gehoor aan iemeend te willen verleenen, waardoor eindelyk door een groot gedeelte der Matrozen wierd geroepen, Ja, wy willen lossen, alle dit voorenstaande bekennen wy ondergetk: de zuivere waarheid te zyn, en indien het vereischt word ten allen tyde bereid zyn met solemneele Eeden te bekragtigen. /:was getk:/ Cap„n Luijt: p„r Malet Junior Luijt: J„b Tobiaszoon, sous Luyt: Wynand Beerendonk, sous Luyt: H:k, J: s Linsen, Boosman, Jan Henderik Ficke, schien„ man Christiaan Thich. — /: in margine:/ in Z: E: Comp„s schip Aven„ horn leggende geankert ter rheede Cabo de goede Hoop den 27 Maart A. o 1788. Wy ondergesz: officieren als Boos„ man en schierman getuigen ander Eeden te zullen bevestigen in deeze verklaring als nog vergeeten zynde dat den wel Edelen Ge¬ strengen Heer Capitein Kuvel op bovengemel¬ de datum heeft ge „ dreigd in boeizen te zullen sluiten on 10 onzen Cap„n Heilt Arend Tobias„ zoon. — /:was getk:/ Jan Henderik Sicke Christiaan Shich. Accordeert. Goot D b: Clercq. N 10. 2 N 18. No. 10. romemoire a son Excellence Monsieur Le Gouverneur de Cap et les nobles Conseillers de La Regencee Le Soussigné Colonee Commandant du Re giment de wairtemberg â s' Honneur de mettre sous les jeux de son Excellence, comme quoi Le vahndrich d'oberniz a êté proposé et agréé pour la place vacante de sous Lieute „nant et que les porte- Drapeaux Charles et David sont arrivés, qui êtoient comptés dans le nombre des quatre, pour les quees ou avoit demandé le Brevez de vahndrich. En outre comme on na pas encore assigné une place pour la forge de Compagne du Regiment, on supplie son Excellence et la regence devou„ „loir been restituer au regiment le loger qui a éte deboursé tous les mois pour let effet montant depuis janvier, sus quau mois de mai a la somme de 100 Rixdalers a 20 par mois. on remit a la hauze disposition de la regence, c elle daigne ou faire assigner und emplacement canvenable pour l'avenir ou stipuler im loger pour se le procurer. Le Baccommodement desarmes à cte trop important pour quon ait pu y pendre le moindre temps. fait au cap de bonne Esperancele 2 Junn: 17088 /:signe:/ d' Hugel Colonel Accordeert. ƒ Colct P bg Clercq Copia 5 10 10. No. 11. Aan den WelEd. Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur & en Directeur van Cabo de Goede Hoop„ on den WelEd: Agtb: Rade van Politie Wel Edele Gestrenge Heer! en Edele Agtbaare Heeren. Door Politicq Raadsbesluijt van den 5 deeser mij ge¬ last vindende te ondersoeken, en aan UWelEdele Ge„ strenge en E Agtb: te berigten in hoe verre zeeker versoek, waar bij den Heer Collonel van Hugel commandeerende het alhier garnisoen houdende Regi„ ment van Wurtenberg eerbiedig voorsteld, dat 't Regi„ ment mag gededommageert worden, omtrent de tot dus verre verschootene huur eener berg plaats voor de veld smeede van gem: Regiment, en dat de Edele Compte. in 't vervolg daar zelfs op de Convena¬ belste wijse voor gelieve te zorgen, met de Capitulatie van dat Regiment is overeenkoomende, en op wel„ ke wijse met de maeste oeconomie, voor de Ed. Com„ pagnie „ Compagnie, quie ces pertes seront remplacées: Elle prin„ „dra de même sur son Compte toutes lis reparations, „ dont le canon et tout ce qui ij appartient „ pourroit avoir besoin d' aprés L'indication legale, „ qui lui en sera faite par le Cheff Commandant „ de l'artillerie, le quel veillera a ce que les reparations se fassent avec toute la solidité „ „ et exattilude possible, et la hoble Compagnie con„ „ sent que les ouvriers de la Compagnie d' Artille„ rie en soijent paijés, outre leur solde ordinaire, „ pourvie que la Paije ne surmonte pasla si moitie „ des ouvriers de l'endroit, ou ils se trouvent en gar„ „nison, Welke woorden zoo duydelijk zijn, dat deselve geene verdere uijtlegging noodig hebben: Edog omtrent de reparatien der waapenen van de Infan„ terie, vinde ik niets in de Capituilatie bepaald, waar uijt klaar genoeg zoude konnen geelicieert wer„ den dat deselve ten laste van d' Ed. Comp zoude behooren te geschieden: 't schijnt veel eer uijt den letterlijken zin daar van te blijken, dat de Ed: Com„ pagnie zig bij uijtkoop daar van heeft willen ont„ „lasten „lasten, met ten dien eijnde en voor de properteit van het volk, aan ieder Capit=n Cheff van eene Compagnie Infanterie 45 gls en aan de Capiteins der drie overige Compagnien 55 g=ls 's maands toe te leggen, 't welke bij aldien men de EEc, naar luijt der Capitulatie teegen 64 A. s reekend, voor 't geheele regiment eene Jaarlijkse Somma van 1968 ¾ Ryksd=s zal uijtmaaken. — Het 11e art: der Capitulatie zegt immediaat na de be„ paling der maandelijke soldijen van de Infantrie, „ Jour l'éntretien et l'exact recommodement d'armes, comme „ pair la propreté Journaliere la noble Compagnie accordé „terie 8 Capitains Cheffs des Compagnies d' Infanterie à chacun par mois - - - ƒ45, cequi fait par an ƒ4320:— „ Idem au Capitaine Cheff de „ la Compagnie des Cranadiers. . . „ 55, „ Idem ai Capit=n Cheffde la Compagnie des Chas„ seurs „55. „ Pour l'intretien et Lexact „ racommodement des fissils „ et des sabres, comme pour „. la propreté journalire il „ est accordé au Capitaine cheff „ de la Compagnie d' Artillerie - „ 55. 668 Somme totale ƒ6300 660 — „ 660 – „ „ „
English
Which, as has just been said, yields an annual sum of 1968 ¾ Rds, which would have to serve two different purposes, namely the restoration or repair of the arms, and the daily cleanliness of the Regiment; by this cleanliness is probably meant hair powder, grease, and shoe polish. If one now investigates with some accuracy whether it is indeed possible, by means of this stipulated annual sum, to satisfy both these objects, one will find that for the cleanliness and the repairs of the arms of each man, little more than one Ryksdr could be disbursed annually, and that this sum would not even be sufficient in Europe, where the items required for this are by far not as expensive as in this place. Therefore I believe, under respectful correction, that it will be utterly impossible for the Captains of the Wurtenberg Regiment to satisfy the aforementioned purposes by means of that stipulated sum, so that it is very apparently to be foreseen that if the Honourable Company, on the grounds of the letter of the Capitulation, should conceive that it cannot take the repair of the weapons of the Infantry for its own account, and should come to demand some disbursements from the Captains beyond their exact supervision in that regard, very well-founded grievances and complaints would arise from this; the more so because the high contracting parties express themselves thus in the 19th Article of the Capitulation: Les Officirs, bas officiers et Soldats participeront, au Cab de bonne Esperance, et aux Indes de tous les avantages des autres Troupes de la Compagnie. Since the weapons of the other Troops of this Garrison are repaired at the expense of the Honourable Company, it seems that the Captains of the Regiment of Wurtenberg also have a claim to the same privilege, and that, pending the decision of the High Commanding Lords Majores, one might provisionally assume that the intention of their High Mightinesses was, by allocating the aforementioned modest sum, to encourage and oblige the Captains to provide properly, at their own expense, for the cleanliness of the men under their command, and to keep an exact supervision over the repairs of the arms, because it is more than presumptive that the High Commanding Lords Majores, far from wishing to burden the Captains of this Regiment with an unbearable load, aimed to encourage them in an advantageous manner and to enable them to carry out their duties exactly. Having detailed this questionable point somewhat, and it having appeared therefrom that a further decision of the Lords and Masters is required in order to be able to determine with certainty at whose expense these repairs ought to take place, I shall endeavor to satisfy the intention of Your Right Honourable and Honourable Worships by proposing the manner according to which I believe that the repairs of the weapons of the said Regiment could provisionally be provided for here by the Honourable East India Company with the greatest economy. The scarcity of the necessary military buildings in this Government not permitting a suitable workshop to be designated for both the Artillery and the Infantry of the Wurtenberg Regiment, I believe that the small blacksmith's shop, standing behind the middle section of the New Hospital, and destined before the last war for the forging and fitting of ironwork for this building then in hand, but used since the beginning of that War until the present date for making and repairing the necessary ironwork for the artillery equipment of this Government, could be ceded to the Regiment of Wurtenberg within about a month, or as soon as possible, in order to repair the arms of the Infantry therein, insofar as the cramped nature of the premises allows such; the Wurtenberg Master Gunsmith being able, if Your Right Honourable and Honourable Worships should approve this arrangement, to receive all the instruments and materials required for this work upon a proper receipt, countersigned by his Chief, and visaed by the Colonel Commandant of the Company's Troops, under whose direction the ordinary Armory for the Infantry of this Government stands, either from the administrators themselves, or from the Master of the said Company's Armory. And since no doubt exists concerning the defraying of the repairs of the Artillery of Wurtenberg, I could also charge myself, as long as there is no special workshop available for the Artillery of this Regiment, with having all the repairs that might be required on it executed in the ordinary Artillery shops of this Government, under the supervision of the Officer appointed for that purpose, according to the specifications of the Captain of the Artillery Company of Wurtenberg.
Dutch transcription
Het welke zoo als eeven gezegd is eene jaarlijkse somma van 1968 ¾ Rd=s uijtleeverd, die tot twee differente eijnden zoude moeten dienen, als namentlijk tot de herstelling of reparatie der waapenen, en de dagelijkse propreteit van 't Regiment; door deese „properteit werd waarscheijnlijk verstaan, Hair= =poeder, smeer, en schoenwasch, Jndien men nu met eenige nauwkeurigheid naagaat, of 't wel moge„ F lijk zij, door middel deeser bepaalde Iaarlijkse som„ ma, aan deese beijde objecten te voldoen, zoo zal men bevinden, dat voor de properteid ende repa„ ratien der wapenen, van ijder man wynig meer dan een Ryksd=r. Iaarlijks zoude konnen gedebourseert werden, en dat deese somma in Europa /: daar de zaaken hier toe vereijscht op verre naa zoo duur niet zijn als te deeser plaatse:/ zelfs niet toerijkende zoude weesen: dier halven vermeene, onder Eerbiedige correctie, dat het den Capit=nens van 't Wurtenbergse Regiment volstrekt onmogelijk zal zijn, door middel dier bepaalde Somma, aan meer gem: eijndens te voldoen, zoo dat het seer apparentelijk te voorsien is, dat bij aldien de E.: Compagnie uijt hoofde van den letter der Capithilatie, begreep, 10. begreep, de reparatie der Wapenen van de Infanterie, niet voor haare reekening te kunnen neemen, en eenige debaurces booven de Exacte toesigt daar omtrend van de Capiteinen kwam te vergen, hier uijt zeer gefundeerde doleantien en reclamens, zoude ontstaan; te meer dewijl de hooge Contractan„ ten zig zig in 't 19=e Art=l der Capitulatie aldus uijtdrukken, „Les Officirs, bas officiers et Soldats participeront, au Cab de bonne Esperance, et aux Indes de tous les avantages des autres Troupes de la Compagnie Daar nae de wapenen der overige Troupes van dit Garnisoen, op kosten der Ed: Compagnie gerepa„ reert werden, soo scheijnt het, dat de Heeren Capitains van 't Regiment van Wurtenberg, op 't zelve voorregt meede aanspraak hebben en dat men onder inwagting ders decisie van de Hoog gebiedende Heeren Majores, provisionneel zooden moogen ver„ onderstellen, dat de intentie van hoogst de zelve geweest is, door 't toeleggen der bovenge„ „ melde modigue Somma, de Heeren Capiteinen aan te moedigen en te verpligten, om op hunne eijgene „ eijgene kosten, in de properteit van derselver onderhebbende Manschappen behoorlijk te voorsien, en over de reparatien der waape„ nen, een exact toezigt te houden, dewijle 't meer dan presumptief is, dat de hoog„ gebiedende Heeren Majores, wel verre van de Capiteins van dit Regiment, met eenen ondragelijken last te willen beswaaren, ge„ butteert hebben, hen op eene avantageuse wijse tot het exact naar koomen van hun„ he pligten te animeeren en in staat te stel„ len, — Dit questieuse point eenigsints gedetail„ leerd hebbende, en daar uijt gebleeken zijnde, dat er eene nadere decisie van Heeren en Meesteren vereijscht werd, om met zekerheid te kon„ nen bepaalen, ten wiens kosten deese reparatien behooren te geschieden, zoo zal ik trachten aan te In„ tentie van UWel Ed. Gestr. en Ed: Agtb te voldoen, met de wijse voor te stellen volgens welke ik vermeen, dat met de meeste aconomie in de reparatien der waapenen van 't gem. Regement, door de Ed. Oost. Indische Comp=e pro„ visioneel visioneel alhier zoude kunnen werden voorsien, De Schaarsheid der noodige militaire ge„ bouwen in dit Gouvernement niet toelaatende eene bequaame werkplaats, zoo voor de Artil„ lerie als Infanterie van 't Uurtenbergse Regement te kunnen aanweijsen, zoot vermee„ „ne, dat 't kleyne smits winkeltje, staande agter de middelparteij van 't Nieuwe Hos„ pitaal, en voor den laatsten oorlog tot het smeeden en approprieeren der Eijzerwerken, tot dit onderhanden zijnde gebauw gedestineert, Edog zeedert 't begin van dien Oorlog tot dato deeses gebruijkt, tot 't maaken en repareeren van 't noodige„ iyzerwerk voor den omslag der Artillerie van dit Gouvernement, circa binnen een maand, of zoo ras mogelijk aan 't Ragement van Wurtenberg zoude konnen gecedeert werden, ten eynde daar inne voor zoo verre de bekrompenheid van 't locate zulks toelaat, de waap enen der Infanterie te repareeren, Konnende de Geweermaakers Baas van Wurtenberg, bij aldien UWelEd: Gestr: en Ed. agt„ baaren deese schikking koomen te approbeeren, alle met alle de tot dit werk vereijscht werdende Instrumenten en materialen op behoorlijks recipis, door zynen Cheff meede onderteekend, en gevisimeert door den Heer Collonel Comman„ dant van sCompagn: Troupes, onder wiens directie de ordinaire Waapenkaamer voor de Infaraterie van dit Gouvernement staat bij de Heeren administrateurs zelve, dan wel bij den Baas van gem: Comp:. Wapenkaamer ontfangen, En vermits 't geen twyffel omtrent het bekostigen der reparatien van de Artillerie van Wurtenberg plaats wind ook zoude ik mij konnen Chargeeren, om zoo langer er gee„ ne bijzondere werkplaats, voor de Artil„ lerie van dit Regiment voorhanden is, alle de reparatien, die daaraan mogte ver„ „Eijscht werden, in de ordinaire Artillerie winkels van dit Gouvernement, onder 't op„ zigt van den daar toe gestelden Officier, naar opgaave van den Capit=n der Compagnie Artillerie van Wartenberg, te doen executeeren. 10.
English
The craftsmen required for these various tasks could be taken from the most skilled laborers of the mentioned Regiment, and since the Honorable Company, pursuant to the cited 17th article of the Capitulation, grants to the craftsmen of the Artillery of Wurtenberg, in addition to their ordinary pay, a payment equal to half of the income of the permanent laborers of the Place where the Regiment is garrisoned, the same payment could, pending their Highest approval, be granted to the laborers for the repair of the weapons of the Infantry, on the express condition that all expenses incurred hereon, in case the Honorable Company should unexpectedly disapprove thereof, shall be refunded to it by the Regiment of Wartenberg. The undersigned believes, under respectful correction, that these arrangements would provisionally be the most convenient and least costly for the Honorable Company, and thus to have complied hereby with the contents of Your Right Honorable and Honorable respected Resolution of the 5th of this month. Wherewith I have the honor to call myself with due respect, below stood: Right Honorable Sir, and Honorable Sirs. lower: Your Right Honorable and Honorable, very obedient humble Servant, was signed: P. H. Gilquin. Agrees: A Goetz P. Eg. Clercq No. 10. [illegible] Copy To the Right Honorable Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honorable Political Council here. Right Honorable Sir and Honorable Sirs! In dutiful compliance with Your Right Honorable and Honorable Esteemed resolution of the 24th of June last, regarding the petition presented to their Right Honorable Superior Gentlemen by Hendrik Hermanus Bos, who absconded from here, and the reasons alleged therein which motivated the said Bos to leave this place and flee to the fatherland, the Council of Justice has the honor to state: that when in the year 1780 complaints were brought before the Landdrost of the district of Swellendam, the late Daniel Rijneveld, by some slaves of the farmer Anthony Kaldijer, residing under that district, concerning their said master, regarding the great mistreatment inflicted upon them by him from time to time, with the request that they might be released from the hands of that man; the said Landdrost had allowed those mistreated slaves to remain at the Drostdy at liberty, and had summoned their master to his presence in order to speak with him concerning those complaints: that the said Kaldijer, having arrived at the Drostdy, upon seeing that the slaves had not been put in the stocks, but, so as not to be idle, had done various tasks with the people of the Landdrost, that man, who is of a hasty temper, about that [illegible]
Dutch transcription
De Ambagts lieden tot dit een en ander vereyscht, zouden uijt de bekwaamste arbijders van gem: Re„ gement kunnen werden genoomen, en vermits de Ed. Compagnie, ingevolge 't aangehaalde 17: e articul der Capituilatie, aan de Am„ bagtslieden der Artillerie van Wurtenberg, booven hunne ordinaire Soldijen, toestaat eene betaaling, gelijk aan de helft van het in„ koomen der vaste arbijders van de Plaats, alwaar 't Regiment Guarnis oenhoud, zoo zoude onder inwagting van Hoogst derselver, goedkeuring, deselfde betaaling aan de Arbij„ ders tot de reparatien der waapenen van de Infanterie konnen werden toegelegt, met expresse conditie, dat alle hier op loopende onkosten, ingevalle de Ed. Compagnie zulx teegen vermoeden mogte koomen te Inprobeeren, door 't Regiment van Wartenberg aan haar zullen werden gerstitueert. — De onder geschreeve vermeent (:onder eerbiedige Correctie:/ dat deese Schikkingen provisioneel de gevoegelijks te en minst kost„ baarste baarste voor de Ed. Compagnie zoude weesen en dien volgens hier meede aan den Inhoud van UWelEdele Gestr. en E Agtb: zeer gerespecteerde Resolutie van den 5 deeser te hebben voldaan Waarmeede d' Eer hebbe mij met verschuldigst Respect te noemen /:onderstond:/ WelEdele Gestr: Heer, en Edele Agtb: Heeren. /:lager:/ UWelEd: gestrengens, en Edel agtbaar„ heedens, zeer gehoorz: z onderd: Dienaar /:was getekend:/ P: H: Gilquin Accordeert AGoetz P Eg Clercq No 10. 6 5 S 5 63 ƒ 5 9 5 5 69 3 d A 3 5 3 t P 8 ƒ 3 8 d ƒ 3 3 8 3 9 585 5 35 ik P 9 8 ƒ 3 d x e 5 S 32 ƒ d 5 o d 5 ƒ v 5 e 5 Nots van 68 5 : J 8 3: 5 de 3 8 33 2 in e 198 3 9 N 5 dev ƒ d 3 „ 63 d ƒ 5 5 = ƒ d e e „ 1 2 d 8 7 5 ƒ end sij 3 e No. 58 =„ N 868 97 5 5 8 1 de 5 o .5 13 dde e 5 d e 8 de e d 13 5 6 N 5 d g 3 3 8 fo33 Ma voor Batavia naa heede G 8 on mon seul: vors de os Jsitur N8 Batavia : d sal ƒ ƒ Oorlog 8 58 han ƒ x yae 7. S: ter Moe ƒ 45 e 6 de S 8 8 d 3 iget 8 v d e 3 x ƒ 1 o. S 8 3 3 5 5 ded ƒ e d 5 ƒ 8 ƒ d 8 A9 g de N oedertena har 5 3 e e ler ƒ N water 5 de se E P 5 88 9 1 1 3 8 1 15 d van 5 5 e _o 5 d e 5 5 d ƒ S d ƒ ƒ 8 8 s 8 ƒ ƒ e 5e ƒ ƒ HS ƒ wa is S 5 5 de 8 3 d 5 „ ƒ 7 8 3 5 „ 9 s C d 5 d 8 9 S 5 F 3 ƒ H 5 3 19 ƒ 3 is ƒ ƒ 5 7 ƒ 8 3 ƒ 75 1 6 5 de S C: 2 3 F F 6 ƒ 6 31 SS 8 8 5 8 ƒ 3 d 6 x d e 88 8 e 8 1 1 F d e 5 8 3 ƒ 2 vinden en 7 9 3 de 5 5 5 3n ve 8 „ 113 d Noo 5 d 9 5 8 8 „ — 5 8 e 5 5 - ƒ 6 12 9 5 v d 3 5 ƒ 18 7 73 x F 2 7 5 ƒ ƒ 3 5 En 10 maand E 8 5 ƒ 3 d vo 8 5 een 9 ƒ d 6. 3 5 5 5: 1 3 8 + E d 5 5 3 5 75 3 te 5 3 e 23 6 1 _ F t 1 e Een zelver Ontlos 8 9 5 5 33 3 ƒ ƒ 53 „ 5 3 8 35 6 ƒ 76 ho 8 9 8des 5 d No: 5 & h 1 3 9s 0 de 5 5 dt x 5 5 308 ƒ 5 3 5 x ƒ 3 51 9 2 5 ƒ 3 1 3 d de 5 9 3 3 0 L. W. N: ƒ 3 8 d 1 5 O ƒ 1 e e 5 ƒ 9 t 13 d e ? 78 8 3 8 7 69 S d 5 ƒ 5 8 5 „ 3 9„ s 1ra 57 5 5 1 ƒ 8 3 e 3 58 3 de - A 8 58 8 F 3 5 3 o ene fo 3 ƒ 3 ƒ 8 4 8 8 e F 82: 8 3 15 F 5 3 5 5 5 L. 1 3 g 58 5 e18 2 5 5 tie 9 25 d 3 t 9 5 : v L 3 door den voorzien ven een Steng 5 - „ Nogop o hi et O 0 ƒ d No 7 de 12 2 noda 3 ƒ wod 8 sul e w V 5 7o 3 3 35 8 e W 8 5 N. ƒ 1 e A e d ƒ e ƒ „=o t fo ƒ0„ ges 1 3 9 ende t weer e „ d en de hulp Ee e ƒ 1 e ƒ d egen d 13 Aug 52 d 2 g 1 laa ƒ 3 ge E 78 2 ter 8 ts ƒ ƒ hi So. s 3 e 18 1 F ƒ p 3 es 0 8 45 e tie 88 ƒ d. & 5 F 8 D F 8 3 e x e S 5 om vertimm x bie & 5 5 3 warm E d 8 8 e 5 8 d 5 18 ot ƒ x 5 d d 9 5 8 5 d V 51 8 ƒ ƒ 6 9 3 d d 1 8 ee van 5 „ sen N 1 ƒ F d 5 3 5 ƒ 5 r ie e d 3 3 ƒ ro x 9 59 d 85 p 5 en 9 e B de ad iede N 2 8 de ƒ e ƒ 7 17 9 S 9 d 3 ƒ5 8 de o 8 8 de d 59 5 d ge FF 5 7 8 3 25 & e 3 14 e G 3 Oe x D 15 ƒ5 5 8 33 8 d 8 Maa 6 F d 6 ede D # ƒ8 7 6s d 5 Wlen 1 2 3 G 2 8 ƒ PVD Not e P 8 F3 8 8 27 3 8 8 P 5 9 F 8 N 18 Copia Aan den welEdele gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaff gouverneur van Cabo de goede Hoop enden ressorte vandien Ca C a C„a &:a beneevens den E agtb: Politicquen raade alhier. WelEdele Gestr: Heer en E E Achtb: Heeren! Omme pligtschuldig te voldoen, aan Uwer welEdele gestr, en EE agtb:e G'Eerd besluit van den 24 ' Iunij Jongstl„, no„ pens het door haar welEdele Hoog agtb: de Heere Luperiores, op het door den van hier g'aufugeerden Hendrik Hermanus Bos, aan Haar wel Edele Hoog achtb:s gepresenteerd re quest, en daar bij voorgewende reede „nen, dewelke gem: Bos gepermo„ veert hebben, om deese plaats zever laten, en na het vaderland te vlueg ten, so heeft den raad van Justitie de 8 „101 de Eer, te zeggen; dat wanneer inden Jaare 1780: bij den Landdrost als districts Swellendam, wijlen Da„ niel Rijneveld, door eenige slaven vande onder dat district. sorteeren den Landbouwer in name Anthonij Kaldijer, over denselve hunnen Lif heer klagten ingebragt waaren, over de groote mishandelingen die dezelve van tijd tot tyjd door denselve aange daan wierden, met verzoek dat zij uit de houden vandien man mogte werden verlost; gemelde Landdrast„ die mishandelde slang op de Land= =drassij op vrije voeten had laten ver„ blijven, en hunnen lijfhees bij hem erven ontbieden, ten einde over die klagten met denselve te spreeken: dat gem: Kaldijer ter broostdij gekomen zijnde, op het zien dat de slaven niet in den Pronk waare gezet maar om niet ledig te lopen, het een en ander met het volk van hem Land drost gedaan hadden, die man, die van een haastig humeur is, daar over n 2 voor d 8 Celler 1 e 10 5.
English
seemed to have been somewhat offended, although the same had been done to save expenses, and in order not to torment those mistreated slaves even more by locking them up; that the aforesaid Kaldijer, having subsequently come towards the Cape, is said to have spoken with the named Hendrik Hermanus Bos about that matter, according to the assertion of the said Bos, and asked him for advice; so that the named Bos, when he found himself outside the Council Chamber during the meeting on Thursday, 14 September 1780, in the hearing of several persons present there, speaking about the affair of Kaldeijer to the Burgher Jeremias Auret, who is a relative of the aforesaid Landdrost, had substantially asked the same what he would do in such a case if he were Landdrost; to which the named Auret had substantially replied: "I would perhaps do just the same!" whereupon the often-mentioned Bos had retorted: "Then, saving your presence, God damn me, you would be just as much of a scoundrel as the Landdrost is!" to which statement the named Auret, having reacted: "Are you saying that to me to tell it to him again?" denoting thereby the Landdrost, the frequently mentioned Bos had replied thereto: "Just tell it to him, because my principal Kaldijer has already told him that too!" which last statement by the said Bos, however, was far from all truth; that, all the foregoing having come to the ears of the aforesaid Landdrost Rijneneed, the same, finding himself thereby greatly injured in his office and capacity, addressed himself therefore to us by petition, and, under the annexation of legally sufficient evidence, requested maintenance; that matter was then placed by us into the hands of the then Independent Fiscal, Mr. Willem Cornelis Boers, in order to do and act therein as he should find proper; that the named Mr. Boers, having caused the aforesaid Bos to be summoned before our court, to the end of hearing such claim and conclusion as the plaintiff would make and take against him, to answer thereto, and further to proceed according to law; on the return day, the defendant was granted a copy and a term of four weeks to serve an answer; that the named Bos did so, and the case thus being concluded upon the terms, after renunciation by the parties, judgment was given by us and the named Bos was condemned, after the prior tolling of the bell, in the full court, with open doors in public, to beg forgiveness of God and Justice, as well as to a fine of fifty silver ducatoons for the benefit of the diaconate of this place, and into all the fallen costs of the trial; that the aforesaid Bos having appealed from that judgment of 2 April 1782 to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia, the trial documents, duly authenticated, were sent to Batavia to the aforementioned Council in that same month, with one of the Company's ships and among its papers; but whereas the named Bos, who was obliged, pursuant to the very revered order of the Lords Superiors of 15 July 1718, to show proof within the time of one year that he had prosecuted his appeal to Batavia, failed to do so, and brought forward nothing for his excuse but some futile pretexts, which however, since two years had already elapsed, could effect nothing; the then Fiscal pro interim, Mr. Jan Jacob Serrurier, caused the named Bos to be summoned to show proof regarding the prosecution of that appeal, or otherwise to hear default requested, and in default thereof the frequently mentioned appeal was declared deserted; that the named Fiscal pro interim, having thereupon caused the said Bos to be cited against 22 April 1784 to comply with the sentence pronounced here in the year 1782, the named Bos feigned to be ill, and thus did not appear, promising however to appear on the following court day and to comply with the judgment, without however having appeared upon the new summons issued against 6 May, but had absconded; so that, at the request of the named Fiscal pro interim, the same was summoned by edict to superabundance, and, due to default of appearance, subsequently condemned by public sentence, and thereby banished forever from this government, on pain that if he should at any time happen to fall into the hands of Justice, he will then be punished according to his deserts; that the wife of the named Bos, by name Maria Magdalena Roode, after the flight of her said husband, being constantly harassed by his creditors to obtain their arrears from her, she consequently finding that more debts presented themselves than she was able to pay, addressed herself therefore to the Council of Justice by petition and requested that the Council would be pleased to judicially take charge of her estate as being insolvent, to sell and settle it for the benefit of the interested parties, which having been done, after satisfaction of the preferential debts, the concurrent creditors received no more than 17½ per cent, the parents of that wife having furthermore taken her and her children to themselves
Dutch transcription
over eenigzints gebelgt gescheenen had, of schoon het zelve was gedaan tot menagement van kosten, en om die mishandelde slaven door het vast zetten niet nog meer te quellen. - dat voorsz: Kaldijer voorts Caab„ waards gekomen zijnde, over die zaak, volgens het voorgeeven van gemelde Hendrik Hermanus Bos, met denselven ge„ „sproken en hem om raad gevraagt hebben zal, invoegen gemo Boswanneer. zig op donderdag den 14e September 1780. geduurende de vergadering voor den Raadzaal had bevonden, ten aanhoo„ ren van verscheide daar zijnde perzoo¬ nen, aanden Burger Jeremias Au„ ret, die een nabestaande van voorsz: Landarost is, spreekende over de affaire van Kaldeijer, aan denselven zub„ stantieelijk had gevraagt, wat hij so hij Landdrost was, in zo een geval doen zoude gemelde auret daarop in substantie had g'antwoord: Ik zoude misschien net zo doen! als wanneer meermelde Bos had hervat: dan zoude gij S: V: God verdoem mij net zo een Luisebosch weesen als 1 ten den Landdrost ook is! op welk zeg gen gemelde Auret geregereert hebbende: zegt gij mij dat om het hem denoteerende daarmeede den Landdrost, weeder te zeggen: dik wils gemelde Bos daar op geant„ woord had: zegt het hem maar„ want dat heeft mijn principaal Kaldijer hem ook al gezegt: dog welk laatste gezegde, door gerepte Bos„ bezeijden alle waarheid was Dat voorsz: Landdrost Rijneneed, alle het voorenstaande ter ooren gekomen zijn „de, denselve zig daardoor in zijn officie en qualiteit zeer g'injurieert vinden „de, hem dierhalven p=r request aan ons gaddresseert, en onder bijnde ging vanden regten genoeg doende be wijzen, mainetiën versogt heeft; zijnde die zaak als doen, door ons gesteld in handen van den toenmalige Heere Independent Fiscaal Mr. Willem Cornelis Boers, ten einde daar in te doen en handelen, als zoude vinden e x N18 4 e3 en r r d 8 „ 9 6 5 9 g 3 i4 en 3 Coeller 5 n F ƒ de vinden te behoren. dat Gem: Heere Boers, voorsz: Bos voor onze regtbank hebbende laaten rogvaarden, ten fine te aan„ horen zodanigen Eisch en Conclusie, als den 7:O: Eijscher, op ende Jeegenshem zoude komen te doen en neemen, daar op te antwoorden, en voorts te proce „deeren, als naregten: aan den gedaagde ten dagedienende, is verleend Copia en Termijn van vier weeken, om te dienen van antwoord. Dat gem: Bos sulx Gedaan en die zaak dus bij Termeijnen voldongen zijnde, na renuntiatie van Par. thijen, door ons Gevonnest en gem Bos gecondemneert geworden is, omme na voorgaande klokken ge„ slag, inde volle vierschaar, met oppe„ re deuren in het Publicq, God en de Justitie om vergiffenis te Smee „ken, mitsg=s in een Boete van vijf „tig zilvere ducatonnen, ten behoeve der diaconij deeser Plaatse, en in de gevalle Proces kosten dat alle dat voorsz: bos van dat gemeejs „de sub 2 April 1782: aan den E Achtb: Raade van Justitie des Cas„ teels Batavia g'appelleert heb bende, de Proces stukken, behoor lijk g'Evangeliseert, nog diensel ven maand, met een van 's Comps scheepen, en onder derselver papieren na Batavia aan welgemelde raade gezonden zin; dan nademaal gemelde Bos, die verpligt was, ingevolge de zeer g, Eerde ordre der Heeren Superiores van den 15:e Julij 1718, binnen den tijd van een Jaar, bewuijs te toonen, dat hij zijn appel op Batavia geprosequeert had, daar van in gebreeken bleeft, en ter zijner verons schuldiging niets dan eenig futceele uitvlugten voortbragt, die egter, ve reeds mits toen twee jaaren verloopen waaren, niets opereeren konden, heeft den toenmaals pro Interim Fiscaal M=r Jan Jacob Serrurier, gemelde Bos laatende dagvaarden om m de 3 5 3 d on e 5 2 5 58 5 de we M 23 Maart. ƒ „ 1 5 ere daar ge 678 de 49 de d 10. om wegens de prosecutie van dat appel, bewijs te toonen, of ander„ zints de hooren verzoeke verstek is bij gebreeke vandien het meer melde appel verklaard decent. Dat gem: Pro Interim Fiscaal, gerepten Bos daarop tegens den 22=e April 1784:- hebbende laten Citeeren, om aan het in Anno 1782:- al„ hier gevelde vonnis te voldoen, heeft gem. Bos geveinst ziek te zijn, en is dus niet verscheenen, egter belooft den volgenden regstdag te zullen Compareeren, en aan het geweisde te voldoen, zonder dat egter op de tee„ gens den 6e mai gedaene nieuwe dagwaarding verscheenen is, maar hem Suchteel gesteld heeft; Invoegen denselven ten verzoeke van gem: Pro Interim Fiscaal, bij mandementen van Edecte tot surper abondantie toe, is ingedaagt, en vermits van Compa„ „ritie, vervolgens bij publicque sen„ tentie gecondemneert, en daar bij ten eeuwige dage uit dit gouvernement gebannen - - gebannen, op peene dat zo te eeniger tijd inhanden van Justitie mogten komen te geraaken, als dan na ver„ dienste te zullen werden gestraft vleant dat de Huijsvrouw van gem: Bos, in name Maria Magdalena Roode, nade aufugie van haaren ge meede man, door zijne Crediteuren gestadig lastig gevallen werdende, em hun agterweesen, van haar te bekomen, zij dierhalve ondervindende, dat er me schulden zig op deeden, als zij instaan was te betalen, dierhalve haar aan den raade van Justitie p=r request heeft gaddresseert, en verzogt dat den raad haare Boedel als insolvent zijnde, geregtelijk wilde aanvaarden, adopus zus habentium verkoopen en redderen, 't gunt gedaan zijnde hebben na voldoening der preferentie schulden, de Concurrente Crediteuren, niet meer als 17½ perC=to bekomen hebbende dionders dier Huisvrouw voorts haaren haare kinderen, na hun genomen F de geen 678 beer e 5 men, ƒ 8 8 ed 8 3 83 twee o 4 5 geda 3 x 5 2 „ o F 10 Dal
English
That the frequently mentioned wife of the aforesaid Bos, a considerable time ago now, again addressed the Court of Justice, requesting to be separated from her aforementioned husband, and this for the reasons that she was reliably informed of the bad and luxurious lifestyle of her husband in the fatherland; as well as that the same, although knowing full well that she had nothing, had repeatedly drawn bills of exchange on her, and thus brought her into many difficulties; which request, however, since she could not prove that assertion, was denied to her. And believing hereby to have fulfilled the honored intention of Your Right Honorable, Noble, and Respected Sirs, the Court of Justice takes the liberty to remain with all respect, Underneath stood: Right Honorable, Noble, and Respected Sirs, Your Right Honorable, Noble, and Respected Sirs' very humble servants. Was signed: J: S: Rhenius, T: C: Ronnenkamp, Joh:s Smuts, C: G: Maasdorp, C: Mappa, G: H: Meyer, R: J: v: D: Biet, I: C: Gié, H: I: Dewet. Cape of Good Hope, the 9th of August 1786. In the margin: Agrees. A. Goetz P: b: Clerq. To the Right Honorable Respected Lord President and Court of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Respected Lord and Gentlemen, Pursuant to the highly venerated orders of the Right Honorable and Most Respected Lords Seventeen, by dispatch dated 21 June of the past year sent to the government of the Cape of Good Hope, demanding also the considerations of the Fiscal at the time regarding the request addressed by Daniel Verwy to their High Mightinesses; and the undersigned having recently received verbal orders to this effect from His Right Honorable Respected Lord President of this Court, with communication of the original documents, and having examined the same, now has the honor to observe with due reverence: That it is indeed true that the aforementioned proceedings took their origin from the non-appearance of the petitioner, he having been subpoenaed to give testimony of the truth in a civil case, but that the same should be attributed not so much to the improper execution of the sentence given by the Court of Justice as to the deliberate malice and obstinate disobedience of the petitioner. Everyone who is required to do so in a competent manner is obliged to give testimony, but the petitioner, having been legally summoned for this purpose and not having appeared, being legally condemned to render such, not only refuses to the court messenger, but also adds thereto the impertinent and punishable expressions which can be seen more fully in the report of the messenger. The court messenger is authorized (as there is indeed famously a great difference in practice between superior and inferior courts, which must be learned by practice), and the notification of the sentence and the order before committee members from the council, done according to custom and practice, cannot be recognized as anything other than legal, leaving the petitioner not the slightest excuse. The same does indeed assert that the matter ought to have been handled in another manner, and that after the given sentence the council should not have interfered, but should have let the plaintiff Eksteen proceed by civil imprisonment after summons and renewals made. But who can help it that this Eksteen or his attorney did not know the manner of proceeding as well as the petitioner, who, perhaps from the mouth of his advocate in Holland, is now well able to reason about the case. However weighty this point may seem to be to the petitioner, he nevertheless does not give it as the reason for his non-appearance, but rather a very well-founded fear; the petitioner explicitly saying in the aforementioned reply to the messenger: I will not appear; for nowadays one must be afraid to come down there near the jail, while people are seized there in a violent manner and put into the jail; and declaring such in his request for his excuse, though with the greatest untruth, as the fear that one naturally must have with respect to the Independent Fiscal and his conduct, maintained as then only a short time ago, with respect to free burghers at the Cape, whom one had kept in apprehension over worthless matters, etc., whereas they had made themselves guilty of gross crimes, which with respect to them is abundantly evident from the proceedings, so that the assertion of the petitioner is nothing but a feigned allegation, on which account he remains completely silent about the judicial decree of apprehension, just as he also deceives himself regarding the Independent Fiscal, for that Fiscal was still provisional. The undersigned trusts that, without needing to add a further explanation, the language of the petitioner (which the undersigned, subject to correction, considers to be true slander) will be recognized, and his malice will be fully visible therefrom, as well as from the rest of his conduct, and that it can no less with certainty be concluded therefrom that if the petitioner had also been proceeded against in the aforementioned manner of summons, etc., or in any other possible manner, he, in contempt and disrespect of his lawful and competent judge, and in order to defy him, would not have been willing to appear, and as the future has shown, would not let himself be found either willingly or by force. That
Dutch transcription
Dat meerm. Huijsvrouw van voor„ noemde Bos, naar nu eenen geruimen tijd voorleeden haar weeder aan den raad van Justitie is komen te ad„ dresseeren verzoekende van haar gemelden haaren man te mogen werden gescheiden, ende zulx om reedenen, dat zij in 't zeekere onderregt was, vande slegte en Lupurieuse Levenswijze haares man in 't vaderland; als meede dat denselven, schoon wel wist, dat zij niets had, nog een en andermaal wissels op haar getrocken had, en haar dus in veele moeielijkhee„ den bragt, dag welk verzoek 6 dewijl zij dat zeggen niet bewijzen konde, aan haar ont„ „zelt geworden is. — En hier meede vermeijnende aan de G' Eerde Intentie Hueer wel Edele gestr: e EE agtb=r te hebben voldaan, neemt den raad van Justitie de vrijheid 6 vryheid in alle Eerbied te blijven. /:onderstond WelEdele Gestrenge Heer EE Achtbaare Heeren rure welEdele gestr en EE achtb s zeer ootmoedige dienaaren /:was getekend:/ J: S: Rhenius, T: C: Ronnenkamp Joh„s Smuts, C: Gp Maasdorp, C: Mappa, G: H: Meyer, R: J: v: D: Biet, I: C: Gié, H: I: Dewet. Cabo de Goede hoop den 9 Augustus 1786 /:in margine/ Accordeert. AGoetr P: b: Clerq. er baer e 2 6 5 formen, ½ N 15. 8 17 3 Maart 1 2 ya 18 5 a zin 5 5 vre rgevallen, „ 5 5 ƒ F 85 ƒ 5 5 de vi de 878 5 end 6 158 3 Stormen - ƒ 8 5 58 d e ede rit ang e 8 8 ƒ x 5 8 5 5 8 Ouvo 8 e & 8 ƒ ƒ en no N. M Co Aan den WelEdele Agtb: Heer Pre sident en Raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop WelEdele Achtbaare Heer en Heeren Ingevolge de Hoog gevenereerde Orders van haar WelEdele Groot Agtb: de Heeren Zeventinen. ƒ missive d. d. 21 Iunij ao pst=o aan de regering van Cabo de goede Hoop gegaan, van den fiscaal in der tyd omtrent 't van Daniel Verwy aan haar Hoog Mogende geaddresseerde versoek meede ge„ geëijscht wordende deszelfs consideratien, en den ondergeteekende, door zijn WelE. Agtb de Heer President van deese raade onlang hier toe mondelijkse beviel met communicatien der Orrigineele stukken ont„ fangen en dezelve naagezien hebbende, heeft den zelven thans de Eere met schuldig reverentie te observee„ ren. dat / wel waar is dat de gem: proceduures haar oorsprong genoomen hebben van de non Comparitien des Suppliante gedagvaard zijnde, om getuijgenis der waarheid te geeven in Copij in een Civile zaak, maar dat dezelve niet zoo wel 't niet in ordere ter Executien leggen van 't van den Raad van Iustitie gegeeven vonnis als de opzettelijke boosheid en obstinatien on„ gehoorzaamheid van den Supplianten zal moeten toegeschreeven worden, Een ijder, dies op een competente wijze gerequireerd worden„ de, is verpligt getuijgenis te geeven, maar den Suppliant hier toe lega limodo gedagvaard, en zig niet gegisteert hebbende, naar regten gecon„ demneert zijnde, om zulks afte leggen, refuseert het niet alleenig aan den Geregtsboode, maar voegt er nog de inpertinente en strafbaare Expres„ sien bij, die in 't relaas van den boode breeder te zien zin - den geregtsboode is geauthoriseerd /: ge„ lijk dan bekentlijk een groote verschil in de prac„ lijk bij opper en ondergeregten is, die per usum moet geleerd worden/ en kan de bekentmaking van 't vonnis en 't appoinctement voor gecom„ mitteerde leeden uijt de raade, naar gewoonte en praclijk gedaan, niet anders als Legal er„ kent worden en suppliant niet de geringste verschooning overlaaten, Denzelven advan„ ceerd wel, dat de zaake op een andere wijse had behooren getracteerd te worden, en naar gegeeven vonnis den raad zig er niet had zullen d de 64 5 e e d ormen ee N ƒ 6 Maar g g ƒ ƒ 5 2 llen, — „ 5 ƒ 5 ƒ F d o de zullen meteeren, maar den Eisescher Eksteen naar gedaane sommatien en renovatien bij civiele gijsseling laaten procedeeren, — maar wie kan daar 2: voor, dat dien Eksteen ofte zyn procureur de ma„ niere van procedeeren niet zoo goed heeft geweeten, als den Suppliant, die, misschien uijt den mond van zijn Advocaat in Holland, thans wel van de zaak kan redeneeren. Zoo gewigtig egter dit poinct voor den supplt. scheijnt te zijn, zoo geeft denselven 't dog niet als de reeden van zyne non Compari„ tien op, maar een zeer gegronde vrees; zeggende den suppl=t uijtdrikkelijk in voorm. antwoord aan de Boode; ik zal niet Compareeren; want men moet tegenswoordig bevreest zijn, om daar on„ der bij den tronk te koomen, terwijl de Men„ daa, .. schen, aldaar op een geweldige wijse worden opgevat en in den tronk gezet, en verklaarende zulx in zijn request tot deszelfs verschoning egter met de grootste onwaarheid, als de vrees„ die men natuurlijk moet hebben, met opzigt tot den Independent Fiscaal en deszelfs gedrag, als toen nog wijnig tijds, geleeden gehouden, ten opzigt van vrijburgers aan de Caab! welke men over niets waardige zaaken in apprehensie had gehouden &a gemerkt bij de de deszelve zig aan groove misdrijven hadden schuldig gemaakt, 't geen ten hunne opzigt, bij de proceduuren overboodig blijkt, dus 't voor„ geeven des suppliante niets als eene gefin„ geerde allegatie is weshalven denselven van 't regterlijke de dicreet tot apprehensie ten eenemal stille swijst, gelijk hij zig ook omtrent den Independant Fiscaal bedriegd, want der Fiscaal nog provisioneel was, Den ondergeteekende vertrouwd, dat zonder nodig te hebben, een verdere Explicatie bij te voegen de taal van den Supplianten (dewelke den ondergeteekende. /onder betering /vermeend: waare Lastering te zyn, / zal herkent worden, en deszelf bosheid daar uijt, gelijk uijt zijn overig gehouden gedrag, volkoomen zigtbaar zyn, en dat niet minder met zekerheid daar van zal kunnen opgemaakt worden, dat den supp=t bij aldien ook naar voorsz: wijse van Somma„ tie &=a of op ijder andere mogelijke manier was geprocedeert geworden in despect en vili„ pendie van zijn wettige en competenten regter, en om die te trotseeren, niet heeft willen com„ pareeren, en gelijk de toekomst geleerd heeft, nog goedwillig nog gewongen zig vinden laaten. Dat 5 de ƒ 18 8 e N 6 e8 d men, 8 e a 5 5 Na 3 ƒ
English
All that having been stated beforehand, the undersigned judge believes no less that he was obliged to supply and come to the aid of this matter, both in order to give and administer justice in the case in question, as well as to command respect for himself, and to that end, being neither able nor permitted to act himself, could not have acted better than to place the case into the hands of the provisional Fiscal, Mr. I: J: Serrurier, to act and proceed against the petitioner as he shall find proper. That this feared Fiscal did not immediately make a point of bringing the petitioner to his duty by suitable means in forma juris and causing him to be corrected, is, according to the assertions of the petitioner, very surprising, all the more because, pursuant to both documents annexed hereto and other circumstances, that person had to be known to the Fiscal as very suspect and as a man who deserved very little forbearance, and indeed ought to be dealt with severely as an example, for it will be subject to very little doubt that he has not done his best to help bring about disorder and agitation among the inhabitants, just as one has already been able to observe a great fermentation among a portion of them; but in this instance things were handled quite differently, and this will be the best proof of the falsehood of the petitioner's allegations, and of the patience and indulgence of this Council and of the Fiscal; they have instead pursued amicable means, and wished rather to approve and employ all other means before proceeding to such measures to which, however much they were approved and indicated by the laws, one might nevertheless have attributed an appearance of violence or injustice, which means were then also chosen by the Lord President and approved by the entire Council; and the undersigned believes, subject to correction, that this course of action by the Fiscal and the Council of Justice, arranged according to the circumstances of the times, is fully to be praised, and ought still to have been acknowledged with gratitude by the petitioner, which not being done by him, however, must necessarily increase his disgrace, wherefore the excuses put forward by him do not merit the slightest consideration, and the natural consequence of his insolent conduct had to be a decree for a summons in person, which has yielded the petitioner's second grievance, with all proceedings and the judgment rendered thereon having to be considered as void on account of the invalidity thereof, according to his proposition. 2) The undersigned does not deny that, according to the aforementioned manner of proceeding and the general doctrine of the jurists, the naming of the fact or matter is counted among the requisites of a regular summons, and must also assume, since the summons itself is not found among the documents, that this requisite was missing here; nevertheless, it is no less evident that this rule varies among higher and lower courts, and that citations are not accustomed to take place in a completely uniform manner, as the undersigned has noticed upon consulting the court rolls that this omission, especially in criminal cases, has for a long time been a custom, and that the same was indeed followed by men very experienced in the law, Mr. J: van Hellenberg and Mr. W: C: Boers, so that only the general terms of ratione officii, or in criminal cases, were used, and the undersigned supposes that this manner was adopted and observed in order that, given the vast extent of this country, the complete disclosure of the fact would give no opportunity to stay away or abscond. Moreover, it is in no way this summons upon which the judgment against the petitioner was rendered, and thus one can just as little invoke a nullity thereof. The aforementioned summons is much rather, like the preceding appointments, to be regarded as a means that was used and finally had to be employed to make the petitioner comply with the first summons to give testimony of the truth, and the immediate consequence thereof upon his non-appearance was nothing other than the provisional arrest of his person, the judgment rendered against the petitioner having been preceded by a threefold edictal citation and a fourth citation ex superabundantia, upon none of which this petitioner having appeared, in accordance with the claim, the same was the immediate consequence; and no defect being able to be found in this edictal citation, the undersigned believes, subject to higher correction, that the judgment rendered thereon will be no less sustainable; furthermore, the aforementioned edictal citation containing not only the cause thereof, but a detailed account of the entire matter, not the slightest excuse remains for the petitioner, since freedom was thereby given to him, and the way opened, to appear, answer for himself, and clear himself, and had the petitioner been in good faith, his defense would certainly have found a hearing; but acting in bad faith, and convinced thereof in his own conscience, being unable through his pride to bring himself to abandon his intention to evade and defy justice.
Dutch transcription
Dat alles vooruitgesteld, vermeend den onder„ regter geteekende niet minder, dat den is verpligt geweest, hier bij te suppleeren en te hulpe te koomen, zoo wel om in de quaeste zaake regt te kunnen geeven en doen, alsook zig te doen respectieren, en ten dien eijnde, niet zelve kun„ nende en mogende Ageeren, niet beter heeft kunnen handelen, als de zaake te stellen in handen van de prov=e Fiscaal M=r I: J: Serrurier, om tegens den Suppl=t te doen en te handelen, als zal vinden te behooren. Dat deesen gevreesden Fiscaal nu niet directelijk zijn werk daar van heeft gemaakt, om den supplt door dienelijke middelen in forma Puris tot zijn pligt te brengen, en te doen corrigeeren; is naar 't geadvanceerde van den supp=lt zeer te verwonderen, nog meer om dat den Ficaal die perzoon, ingevolge de bijde pieces deezer annex en andere omstan„ digheedens, seer suspect en als een man moest bekent zijn, die zeer wynig narigt meriteerde, en wel diende tot voorbeeld scherpelijk behan„ delt te worden, want aan zeer wynig twijf„ fel zal onderheevig zijn; dat denselven niet zijn best heeft gedaan, om desordere en bewi„ ging onder de ingezeetene te helpen te weege brengen gelijk men ook reets een groote gisting van gisting onder een gedeelte derselven heeft kunnen waarneemen, maar 't is geheel anders hier bij gehandelt geworden, en dit zal den besten bewijs van de valschheid der voorgeevens van den supp=t zijn, en der gedult en narigt deeses raads en des Fiscaals men heeft he nog de weege der minne ingeslaagen, en liever eer alle andere middele willen approbee„ ren en in 't werk stellen, als tot zodanigen overgaan, aan welke, zoo zeer zij ook door de wetten geapprobeert en aangeweesen waaren, men egter een scheijn van geweldadigheid of te onregt had moogen geeven, welke middelen dan ook van den Heere president verkoosen en van den geheele raad zijn gebillijkt ge„ worden; en vermeend den ondergeteekende /onder verbeteering: / dat deese handelwijse van den Fiscaal en raalde van Iustitie„ naar de tijds omstandigheeden ingerigt volkoomen te prysen is, en van den supp=te nog met dankbaarheid zoude hebbe moeten erkent worden 't geen van den„ zelven egter niet geschiedende noodwendig deszelfs schande vermeerderen moet, wes„ halven dan de van denselven voortgebragte ver d e e d 109 3 58 3 r e G ede 5 Ns „ 8 130 5 ƒ g 2 S oavo ƒ x ma d r on 10 voortgebragte verschooningen niet de geringste reflectien meriteeren, en 't natuurlijk gevolg van zijn brutaal gedrag moest zijn een decreet tot dagvaarding in persoon; dewelke 't tweede gravamend des supplicaat opge„ leeverd, zullende, volgens sijne stelling, weegens nutliteijt denselve alle proceduures en 't daar op geslaagen vonnis als wrel moeten geconsidereert worden. 2) den ondergeteekende ontkent niet, dat, naar de voorgesz: manier te procedeeren en de al„ gemeene leere der Jetorum, de benoeming van 't feijt ofte zaake onder de requisite eener regale dagvaarding gereekend word, en moet ook de dagvaarding zelve zig niet bij de stukken bevindende / veronderstelle, dat dit requisitum alhier heeft gemanqueerd; egter consteerd niet minder, dat deeze bepaling bij hoogere en lagere geregten verschillend, en de Citatien niet op een volkoomen gelijke ma„ nier pleegen te geschieden, dat den ondergetee„ kende bij het naaslaan der rollen is gewaar geworden, dat deese uijtlaating bijzonders in in Crimineele zaaken zeedert lange tyd een gewoonte en gewoonte, en dezelve wel van de in de regten zeer bedreevene mannen M=r J: van Hellenberg, en M=r W: C: Boers, is gevolgd geworden, zoo dat men zig alleenig der Generaale termen van ratione officie, dan wel in cas crimineel, heeft bediend, en supponeerd: den ondergeteekende dat men deese manire heeft aangenoomen en geobserveerd, om bij de groote uijtgestrekt„ heid van dit Land door de volkoomen be„ kentstelling van 't feit geen geleegendheid te geeven, zig absent te houden, ofte zig te absenteeren — Dan is het ook op geenderlijk wijse deese dagvaarding, op welke 't vonnis tegens den supplte. gegeeven is, en kan dus eeven zoo men eene nulliteijd desselven involveeren De Gemt: dagvaarding is veel meer, gelijk de voorgaande appoinctementen meede als een middel aan te zien dat men gebruijkt heeft. en Eyndelyk heeft moeten aanwenden om den suppl=t aan d' eerste dagvaarding, om getuijgenis der waarheid te geeven, te doen voldoen, en is 't immediate, gevolg daar van bij desselvs non Comparitien niets anders 5 de zien 8 ben en F d stormen, d 2 5 i 5 Is. 8 8 F - 53 3 5 5 ƒ x 5 1 3 8 m 3 F 10. anders geweest als provisie van prince de Corps, zynde het vonnis tegens den supp=te geslaagen een drie„ malige Edictale en een vierde Citatie ex super abundantie voor aangegaan, op geen derwelke deese suppl=t verscheenen zijnde, in overeenkomsta met het intendit, 't zelve 't onmiddelbaare gvolg is geweest, En aan deese Edictaale citatie geen defect kunnende gevonden worden, vermeend den ondergeteekende /onder hoogere correctien /dat het daarop geslaagen vonnis niet minder bestandbaar zijn zal, voorts voorm: Edictaale citatie niet alleenig d'oorzaak derselven, maar een omstan„ dig relas en de geheele zaake, in zig houden„ de, blijft den Supp=te niet de geringste ver„ schooning over, als zijnde denselven daar door vrijheid gegeeven, en den weg geopend geworden, te verscheijnen, zig te verantwoorden en te purgeeren, zullende den suppt in bona fide zijnde, deszelfs verantwoording zeker„ lijk gehoor gevonden hebbe; maar in dolo malo verseerende, en, in zijn eijgen Conscientie daar van overtuijgd, van zijn hoogmoed niet hebbende kunnen verkrijgen, om van zijn voorneemen van de Iustitie te declineeren en ver rs de P Bormen, e 3 5 „ 5 V. ƒ 2: 5d 5 t : 8 - ƒ 7 ƒ ƒ d Fr 1 „ 6 r en 1 5 N. 15. „ ƒ11 10„ G
English
Copy To the Right Honorable, Valiant Lord Cornelis Jacob van de Graaff Governor of the Cape of Good Hope and the dependencies thereof etc. etc. together with the Honorable, Respected Political Council of this Govern- ment: Right Honorable, Valiant Lord and Right Honorable Lords In dutiful compliance with the order given by the Extract Resolution of your Right Honorable and Respected Lordships of 11 December last, concerning the report demanded by the Most Honorable Lords Majores, regarding the course of events and the true state of affairs, by reason of which the burgher Daniel Verweij fled from here, and subsequently addressed himself to Their High Mightinesses, the Lords States- General of the United Netherlands; the Council of Justice of this Government has the honor to report in that regard: That that when the current burgher Captain Hen- drik Oostwald Eksteen had lawfully sold a piece of land situated immediately next to Constantia to the Burgher Jacobus Arnoldus van Rheenen for the sum of thirty thousand Guilders, and subsequently over that purchase and sale, a dispute having arisen between them as well as a lawsuit brought before our court, the same was pleaded in the ordinary manner, during the course of those proceedings the said Eksteen caused to be summoned the since-absconded Daniel Verweij, in order in that case to give witness to the truth, and accordingly to answer to such articles as would be presented to him on behalf of the Plaintiff, and of which copies were handed to him at the making of the Citation; that, this Citation having been made by the court messenger on 1 November 1784 in due form, the said Verweij had answered thereto: I will appear, without however having appeared on the appointed court day, which was the 4th of that month, but as was understood, he had seen fit, instead of fulfilling his duty in that respect, to go on the contrary outside to the countryside; so that the Plaintiff, according to the custom of proceeding in the case of giving testimony to the truth, had requested default, and for the benefit thereof, condemnation; which having been granted to him, the court messenger therefore went on the 10th following to the dwell- ing house of the said Verweij, to inquire whether the same had returned to the Cape; and then to ask the members of the council, who were to be present as commissioners at the interrogation, when they would be available for that purpose, the aforesaid Verweij was found at home by him, yet because some people were with him, the messenger had called him alone into another room, and also brought to his notice the aforesaid rendered judgment, whereupon the often- aforesaid Verweij had substantially said: said: it is an old custom that when someone is summoned to give witness to the truth, and does not appear, that judgment is requested by the opposing party; yet I will not appear, for a man must nowadays be afraid to go down by the Prison, because people are seized there in a violent manner and put in the Prison. That the court messenger having said to the often-mentioned: I will ask the Honorable Commissioners when they will sit, and give you notice thereof; the said Verweij had replied thereto: Yes, that is good, and then I will certainly give you a message in return. The court messenger, having thereupon received an order from the Commissioners to appoint the frequently mentioned Verweij against the 12th of the month of November, notified him, Verweij, thereof, according to the ancient custom practiced here, but received in reply thereto: I will not appear, and besides that, I intend to ride out to the country this afternoon or tomorrow morning. That the Commissioners having sat on the appointed day and specified hour, the burgher Jan Smit Jurri- aansz, who was likewise condemned to give witness to the truth, did indeed appear; yet not the said Daniel Verweij, wherefore the commissioned members having made a report in the Council on the 18th of that month of the irreverent and impertinent conduct of the often-mentioned Verweij; it was then, because this tended to the great disrespect and contempt of Justice, thought proper to place the return given by the court messenger of his Services into the hands of the since Independent Fiscal, Master Jan Jacob Serrurier, in order, for the maintenance of the authority against disrespect of Justice, and the injury done to the Council thereby, to do and act in such manner as he should find proper. That the said Lord Fiscal, taking the gentlest course, having caused the aforesaid Verweij to be told by the court messenger on 25 November that he might come to him the following morning; yet the said Verweij had not been at home, so that the court messenger, two days thereafter, went again to the dwelling house of the said Verweij, and finding him at home then, had appointed him in the name of the Lord Fiscal to come to his Honor on Monday the 29th of that month, the frequently mentioned Verweij had said thereto: if I knew that the Lord Fiscal had to speak to me about private matters, I would come; but if the Lord
Dutch transcription
Copij Aan den WelEd. Gestr. Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur van Cabo de Goede Hoop en den resorte van dien &=a &= &o. beneevens den E. Agtb. Politicquen Rade deeses Gouver„ nements: Wel Edele Gestrenge Heer en E E Achtbaare Heeren In pligtschuldige voldoening aan de bij het Exract Resolutie uwer Wel Edele Gestr en E Agtb=s van den 11 December Iongstleeden gegeevene ordere nopens het door haar Wel Edele Hoog agtb=:r de Heeren Majores geEijschte berigt, wegens de toedragt en de waare gesteldheid der zaake, weswegens den burger Daniel Verweij zig van hier vlugtig ge„ steld, en vervolgens g'addresseert heef aan hun„ ne Hoog Mogende de Heeren Staaten gene„ raal der VerEenigde Nederlanden; heeft den raad van Iustitie deeses Gouvernements d' Eer dienaangaande te berigten. Dat dat wanneer den thans burger Capitain Hen„ drik Oostwald Eksteen een stuk land gelee„ gen allernaast Constantie aan den Burger Iacobus Arnoldus van Rheenen voor de somma van dertig duijzend Guld=s wettig verkogt had, en vervolgens over dien koop en verkoop, tusschen hen L. verschil mits„ gaders Proses voor onse regtbank gemoveert zijnde, het zelve ordinaris modo bepleijt geworden is, geduurende den loop dier proceduuren gem. Eksteen heeft doen dagvaar„ ren, den sedert van hier g'arfugeerden Daniel Verweij, ten eijnde in die zaak te te geeven getuijgenis der waarheid, em mits„ dien te antwoorden op sodanige articulen, als hem van weegens den Eijsscher zouden werden voorgehouden, en van dewelke hem bij 't doen der Citatie Copias zijn overgegeeven dat die Citatie door den geregtsboode op den 1 November 1784 in behoorlijken Form gedaan zijnde, gemelde Verwij daar op ge„ antwoord had: ik zal Compareeren, zonder egter ten dage dienende, zijnde geweest den 4 dier verscheenen te zijn, maar zoo men verstond, had ƒ id d 8 5 de ende e 6 en Bormen, S 5 N. 8 —:— e „ 2 8 x be 8 de v er noch had kunnen goedvinden, om in steede van ten dien opzigte zijnen pligt te betragten hem ter Contrarie naar buijten ten platten lande te begeeven; invoegen den Eijsscher volgens stijl van procedeeren, in Cas van, het geeven van getuij„ genis der waarheid, had versogt default, en voor het provijt van dien Condemnatie; het gunt denselven g'accordeert zijnde, den geregtsboode hem dierhalven op den 10 daaraan ten woon„ huijse van gerepten verweij begeeven had, om te verneemen of denselven weder aan de Caab gekoomen was; en om als dan de leeden der raads, die als gecommitteer„ dens bij het interrogeeren moesten tegenswoordig zijn, te vraagen, wan¬ neer deselve daar toe vaceeren konden, voorsz: verweij door hem te huijs was gevonden, dog dewijl eenige men„ schen bij hem geweest waaren, had den boode hem alleen, in een ander vertrek geroepen, mitsgaders ter kennis„ se gebragt, het voorsz. gevelden von„ nis wanneer den Kikwilsge„ melde verweij substantieelijk was geseht: gesegt: het is een oud gebruijk, dat wan„ neer ymand gedagvaard word, om getuijgenis der waarheid te gee„ ven, en niet Compareert, dat door parthij vonnis versogt word: eg¬ ter zal ik niet Compareeren, want een Mensch moet tegenswoordig be„ vreest zijn; om daar onder bij den Tronk te koomen, dewijl de Menschen daar op een geweldadige wijse worden opgevat en in den Tronk geset. Dat den geregtsboode tot meermelde gesegt hebbende, ik zal de E. E, gecommit„ teerdens vraagen, wanneer zij zitten zul„ len, en Uw daar van kennis geeven: ge„ repten Verweij daar op had hervat: Ia dat is goed en dan zal ik jou wel eene boodschap wederom gee„ ven. Den geregtsboode daar op van gecommitteerdens last bekoomen heb„ bende om de dikwilsgem. Verweij, te appointieeren teegens den 12 der maand 5 de e 678 de e 3 sies Bormen, 2 5 ƒ Nos 5 „ no. w e x 2 a 5 woors 5 maand November, heeft denselven zulx, volgens het alhier van oudsplaats ge„ had hebbende gebruijk aan hem ver¬ wij aangesegt, dog daar op ten andwoord bekoomen: Ik zal niet Compareeren, en buijten dien, ben ik van meening, om van deesen naademiddag of mor„ gen ogtend naa buijten te rijden e Dat de gecommitteerdens ten benoemden dage en bepaalde Uure gevaceert heb„ bende, wel den burger Jan Smit Jurri„ aansz:, die meede om getuijgenis der waarheid te geeven, was gecondemneert, verscheenen was; egter niet gerepte Daniel Verweij, weshalven de gecommitteerde leeden op den 18 dier maand, van de irreverente en impertiente handel„ wijsen van meerm verweij in Raade ver„ slag gedaan hebbende; als dan vermits zulx strekte tot groot disrespect en versmading der Justitie, goedgevonden wierd, het door den geregtsboode van zijne Exploicten gegeevene relaas te stel„ len, in handen van den sedert Jndependent Fiscaal gee¬ g Fiscaal M=r Jan Iacob Serrurier, ten eijnde tot maintien van het ontsag en disrespect der Iustitie, en de den raad daar door aangedaane lesie sodanig te doen en handelen als zoude vinden te behooren. Dat gem: Heer Fiscaal den sagsten weg inslaande, voorsz. Verweyj op den 25 November door den geregtsboode hebbende laaten aanseggen, dat hij 's volgende morgens bij hem koomen mogt; gem. verweijt egter niet te huijs geweest was, zulx den geregtsboode hem twee daagen daar naa weeder ten woonhuijse van gem. verwey begeeven en denselven als doen te huijs vinden de, uijt naam van den heere Fiscaal g'appoincteerd had, om op maandag den 29 dier maand bij zijn E. te koomen meergem: verweij daar op gesegt had; wanneer ik wist, dat de Heer Pis„ caal mij over particuliere zaaken te spreeken had, zoude ik wel koomen: maar zoo indien den Heere 5 8 d d ende 8 3 H 8 ƒ s. 1 d ormen, 509 5 P 5 5 men zeen 5
English
If the Lord Fiscal wishes to speak to me about other matters, His Honour must simply have me summoned. Of which answer the aforementioned Lord Fiscal gave notice to the Honourable Respectable Lord President, and His Honour having made a report thereof in Council on Thursday 2 December, and that His Honour, with the approval of all the members, had caused the aforementioned Verwey to be summoned to appear before the Council, but that the same Verwey, after first having answered: It is well, I may perhaps speak with you further; he nevertheless on that same day at half past eight o'clock in the evening sent a handwritten note to the court messenger, verbatim reading as follows: Court messenger A: I: Jurgenssen I have further determined my thoughts upon the summons of the Honourable Respectable Lord President and the Honourable Respectable Council of Justice, and declare accordingly that for scrupulous reasons I cannot appear, so long as the Honourable Respectable Council does not grant me manifest security that I shall not be troubled upon a simple statement of the officer with a bodily apprehension, according to the evidence that I have in my possession, over and above that the content or the purpose of the summons is unknown to me, which I nonetheless ought to know, as well as whether I must appear in person or may send a proxy. That notwithstanding all the aforementioned gentle treatments and amicable ways that had been chosen by the Council to persuade the aforementioned Verwey to his duty had been in vain, the messenger was called into Council, and in the expectation that the said Verwey, perhaps misled by bad influence, might have reconsidered and appeared, he was asked whether the said Verwey was outside the council chamber, to which the answer received was No; whereupon the opinion of the Lord Independent Fiscal was asked, who thereupon requested a decree by virtue of which he could have the said Verwey summoned in person, in order to hear such claim and conclusion or request and requests as he on the day of hearing should deem necessary to make and take against him, to answer thereto, and further to proceed according to law; which having been granted to the Lord Fiscal, he, by virtue of that decree, caused the aforementioned Verwey to be summoned to appear before us on Thursday the 16th of the month of December, to which the said Verwey upon receiving the copy of the summons answered: I shall read through the copy of the summons with attention and give you the answer later; just as he then also on 8 December in the morning around eight o'clock sent a handwritten note to the court messenger of the following verbatim content: This serving as a verbal answer, I do not accept the summons and protest against the costs, whereas I see from the summons that I am summoned criminally by the officer, and the naming of the alleged criminal act is omitted therefrom, which I nonetheless ought to know in order to be able to answer thereto or propose an exception to the incompetence of this summons in a criminal matter. That when that case was brought to the roll on the appointed day and the repeatedly mentioned Daniel Verwey had not appeared, the Lord Independent Fiscal Mr Jan Iacob Perrurier requested a default, and for the benefit thereof, on the basis of the 53rd article of the ordinance on the style of proceeding in criminal cases, a provisional warrant for arrest, which having been granted to him, the repeatedly mentioned Fiscal subsequently on 30 December, after having previously made known that the said Verwey (notwithstanding all efforts made) was not to be apprehended, requested that he might be summoned by public ringing of bells and edictal citation, in order to appear within a certain time to be determined in our Council, and to purge and answer for his perpetrated impertinences, obstinacies and brutalities against his lawful judge, which edictal citations, on account of his non-appearance, were published from 14 to 14 days to superabundance. That the aforementioned Daniel Verwey, not having appeared after the fourth edictal citation, the Lord Fiscal, submitting the muniments in hand, orally served an intendit and took conclusions according to style thereon, whereupon the repeatedly mentioned Verwey, as defaulting and absconding, was by sentence banished for perpetual days from this Government and the jurisdiction thereof; on pain that if he should happen to fall into the hands of Justice, he shall then be punished according to his deserts, with condemnation of the same in all the costs incurred in these proceedings. This detailed account, Right Honourable and Honourable Respectable Lords, drawn both from the documents and criminal rolls, contains the essential cause, circumstance, and whole course of the affairs against the frequently mentioned Daniel Verwey, converted through his own impertinent acts from a civil into a criminal case; seeing that, if he, upon the summons made by Burgher Captain Hendrik Oostwald Eksteen, it being a matter of burghers against burghers, according to his answer given upon the summons, had appeared just as the burgher Jan Smit Jurriaansz who was summoned alongside him had done, everything would have reached its conclusion and end, notwithstanding that from the proceedings exchanged between the said Eksteen and van Rheenen it appears that the said Verwey not only meddled in that matter without authority, and thus has not shrunk
Dutch transcription
Heere Fiscaal mij over andere affairen spreeken wil, moet zijn E: mij maar laaten dagvaarden. Van welk antword meergem: Heer Fiscaal aan den E. Agtb. Heere president kennis gegeeven, en door zyn E: daar¬ van op donderdag den 2 December in raade verslag gedaan zijnde, mitsgaders dat zijn E. onder approbatie der gesament„ lijke leeden voorsz verweyj had laaten ap„ poincteeren, om voor den raade te ver„ scheijnen, dog dat den selven verweij naa eerstelijk g'antwoord te hebben: 't is wel, ik zal uw mogelijk nog wel nader spreeken; hij egter nog ten zelven dage 's avonds om half neegen Uuren een eijgenhandig geschreevene briefje aan den geregtsboode toegesonden had; woordelijks luydende als volgt. Geregtsboode A: I: Jurgenssen Ik hebbe mijne gedagten nader bepaald, fret op het appoinctement van den E Agtb Heere President, en den E Agtb raad van Iustitie, en verklaare dien„ „volgens „volgens om seruipuleuse reedenen niet te kunnen Compareeren, zoo lange den E Agtb: Raad mij geene manifeste securi„ teijt koomen te geeven, dat ik niet zal gequelt worden op een simpel vertoog van den officier met eene apprehensie Corporeel, volgens de be„ wijsen die ik onder mijne berusting heb, booven en behalven dat mij onbekent is, den inhoud of het but van het appoinctement, in het welk ik niet te min behoorde te weeten. als meede of ik persoonlijk moet Compareeren, dan wel een gemag¬ tigde senden. Dat niet teegenstaande al de voorsz. sagte behandelingen en minnelijke wee„ gen die door den Raad gekoosen waaren om voorsz: verweij tot zijnen pligt, als te persuadeeren, te vergeefs geweest waa„ ren, den boode in raade geroepen, en in verwagting, dat gem. Verweijt misschien door quade Inductie misleijd, zig beter bedagd en verscheenen zijn mogt, afge„ vraagd de heer 3 de e d en P d ftormen, 5 # d 23 5 zijn ig 9 5 2 aarbaare er vraagd zijnde af gemelde Verweijt zig voor den raadzaal bevond op de bekoomene andwoord van Neen! als toen het goeddunken van den Heere Independent Fiscaal gevraagt was, dewelke daar op versoegt hebbende de„ creet, uijt kragte van het welke hij gemelde Verweijt konde laaten dagvaarden in persoon, ten eijnde te aanhooren sodanigen Eijsch en Conclusie dan wel versoek en versoeken, als hij ten dage dienende zoude noodig agten teegens hem te doen en neemen, daarop te antwoorden, en voorts te procedeeren als naa regten; het gunt aan de Heer Fiscaal g'accordeert geworden zijnde, denselven uijt Kragte van dat decreet, voosz Verweij had doen Citeeren om op donderdag den 16 der maand December voor ons te verscheijnen, op 't welke gemel„ de verweij bij het ontfangen der Copia Citatie had geantwoord: Ik zal de Copia Citatie met attentie doorleesen en uw nader 't andwoord geeven: gelijk denselven dan ook op den 8 December 's morgens omtrent agt Uuren een eijgenhandig briefje aan den ge„ regtsboode toegesonden had van den volgende woordelijken woordelyken inhoud, Dienende deesen voor mondelijke antwoord, Ik accepteere de Citatie niet en pro„ testeere tegens de kosten, terweijl ik wijt de Citatie zie, dat ik Crimineel van den officier ben gedagvaard, en de benoeming van de gesustineerde Crimens daad daar„ uijt gelaaten, die ik niet te min be„ hoorde te weeten om daarop te kunnen antwoorden of Exceptie pro„ poneeren, van de onbevoegdheid dies dagvaarding in Crimineel, — Dat wanneer die zaak ten bepaalde daage ter rolle gebragt en meermelde Daniel Verweij niet verscheenen was, den Heer Indepencent Fiscaal M=r Jan Iacob Perrurier heeft versogt afault en voor het profijt van dien op fundament van dien op fundament van het 53 arti„ cul der ordonnantie op den stijl van pro„ cedeeren in Cremineele zaaken provisie van prise de Corps, het geent hem verleent zijnde, heeft meerm. Fiscaal vervolgens op den 30 December naa alvoorens te kennen gegeeven die „ de de e Col Bormen, „ ed vs L: 1: 3 5 3 ie 1 1 „ llen 2 x broo d 3 g 5 ƒ en gegeeven te hebben, dat ged verweij (ongeagt alle aangewende moeite, niet zijnde te krij„ gen geweest, versogt dat denselven bij open„ baare klokken geslag, en mandament van Edecte mogte werden ingedaagt, omme binnen zeekeren te bepaalenen tijd in onsen Raade te verscheijnen, en zig weegens zyne geperpe„ treerde inpertinenten, obstinatien en bru„ laliteijten jegens zijn wettigen regter te pur„ geeren en verantwoorden, welke Edictaale Ci„ tatien, vermits zijne non Comparitie van 44 tot 14 daagen tot super abundantie toe ge„ publiceert zijn. — Dat voorm. Daniel Verwer (naa de vierde Citatie bij Edecte niet gecompareert zynde, den Heer Fiscaal onder overlegging der aan handen hebbende munimenten bijmonde gedient van Intendit, en daar bij genoomen Conclusie volgens stijl waarop meerm: Verweij als afaillant en latitant, bij von„ nis ten Eeuwigen daage is gebannen uijt dit Gouvernement, en den resorte van dien; alhier op poene dat zoo wanneer in handen van Justitie mogt koomen te geraaken, als dan naa naa verdienste te zullen werden gestraft, met Condemnatie van denselven in alle de indien processen gevallene kosten. — Dit wijd loopig verhaal WelEd. Gestr: Heer en EE Agtb. Heeren: getrokken zoo uijt de stukken als Crimineele rollen, con„ tineert de wesentlijke oorzaak toedraagt en 't geheel beloop der zaaken, op ende Iegens dikwils gem. Daniel Verwei, door zijne eijgene Impertinente bedreiven uijt eene Civiele, in eene Crimineele zaak gecon„ verteerd; aangesien; zoo wanneer hij op de den gedaane dagvaarding van burger Capitain Hendrik Oostwald Eksteen, als zijnde, eene zaak van burgers tegens burgers, volgens zijne bij dagvaarding gegeevene antwoord, zoo als den neevens hem gedagvaard geweest zijnde burger Ian Smit Iurriaansz: verscheenen was, alles zijn beslag en eijnde gehad hadde niet tegenstaande, uijt de tusschen gem. Eksteen en van Rheenen ge„ wisselde proceduuren, Consteerd, dat gem. Verweij hem in die zaak niet alleen on„ bevoegdelijk gemeleert, en dus geschroomd heeft 5 gen d baare 5 Coelter 5 d ert e 8 Ns G 8 5 ƒ 3 ƒ e 5 5 geen d F
English
has to bear witness to the truth, but rather has seen fit to conduct himself in this matter in a brazen manner. The Council of Justice is therefore very surprised that the said Verweij, although he is convinced in his conscience of the deliberate, evil, and punishable steps taken in disrespect and injury of his lawful judge, nevertheless had the audacity to address himself with a petition, contrary to the truth, to their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands, and thereby to pose sinisterly that the messenger of justice had come to notify him on behalf of the plaintiff Eksteen that he had to appear before commissioners to answer interrogatories, whereas this was actually done on behalf of the commissioned Members of Justice, who were to officiate as such during the interrogation, and thus according to the ancient practice of proceeding introduced in this government, where this custom, because of the vast expanse of this colony in which the inhabitants live so widely scattered and far inland, which no messenger can do in any other way without the ruin of the inhabitants, has also always been followed by every one of the good inhabitants, as well as previously by the said Verweij himself. As to what the frequently mentioned Verweij now further alleges regarding the summons that the Fiscal had served upon him, which is accompanied by this order under Letter D in copy, namely that it did not contain the reason why he was summoned, in that respect the Council must state that this has been a constant custom here for many years and was always in practice even by the two very learned gentlemen Mr Joachim van Plettenberg and Willem Cornelis Boers; thus this pretext by the aforementioned Verweij was certainly alleged by him solely to give a semblance to his deliberate ill will; since, according to our preceding account, he was more than well aware why he was summoned by the Fiscal, who, like us, sought to handle the matter in the gentlest manner, so that through this, all ignorance must also vanish; and of that same nature is his alleged fear. Thereby he fully exposes his entire malicious disposition, appealing in that regard to two unruly inhabitants who, for acts of violence committed—the one because he had on the public road attacked and abused with blows, without the slightest reason, a soldier stationed at this Castle, and the other because he had attacked a European servant of justice, who was stationed on duty during the burgher exercise to prevent all disturbances, and had hindered him in the execution of his duty; for which egregious offenses the Fiscal, having requested and obtained apprehension from us after the production of evidence, those two persons were then also punished according to the findings of the cases. With this, the undersigned believe they have complied with the honored intention of your Right Honorable and Worshipful Honors, while for the rest leaving the insolent conduct of the said Verweij—namely by addressing himself to their High Mightinesses with a deceitful petition, as if a profound injustice had been done to him and he would still be able to justify his insolent behavior—to the judgment of your Right Honorable and Worshipful Honors, taking the liberty to remain with due high esteem. At the bottom: Right Honorable, Worshipful Sirs Lower: Your Right Honorable and Worshipful Honors' humble and obedient servants, Signed: P: I: Rhenius, I: C: Ronnenkamp, I: Smits, C: G: Maasdorp, C: Mappa, G: H: Meijer, R: I: V: D: Riet, I: C: Gie, H: I: Dewet In the margin: Submitted in the Council of Policy on the 8th of July 1788. The Court Messenger Anthon Jacob Jurgensen shall, by virtue of the decree granted by the Worshipful Council of Justice of this Government on the 2nd of this month, proceed to the house or presence of the burgher Daniel Verweij, and duly and lawfully summon the same Daniel Verweij, in the name and on behalf of me, the undersigned Independent Fiscal ex officio, to appear in person before the aforementioned Worshipful Council of Justice on Thursday the 16th of this current month of December at precisely nine o'clock in the morning, and to hear such criminal claim and conclusion, request or requests, as the plaintiff ratione officii shall make and take upon and against him, to answer thereto, and further to proceed as according to law. Serve properly, provide a copy if required at the expense of the defendant, and report your experience in writing. At the bottom: At the Cape of Good Hope, the 6th of December 1784. Signed: I: I: Serrurier Lower: Agrees Signed: W: S: V: Ryneveld, Sworn Clerk Agrees: J Goetz, First Clerk
Dutch transcription
heeft getuijgenis der waarheid te geeven, maar af veel eer goed gevonden heeft, zig op een bru„ taale wijse in die zaak te gedraagen. Den raad van Iustitie is dierhalven zeer verwondert, dat gem. Verweij ofschoon hij in zijn gemoed overtuijgd is van de met opset gedaane quade en strafbaare stappen, ten dis respecte en Lisie van zijnen wettigen regter, egter de arrogantie heeft durven gebruijken, om hem met een teegens de waarhied strijdende klagtschrift te addres„ seeren aan hunne Hoog Mogende de Heeren staaten generaal der VerEenigde Nederlan„ den, en daar bij sinisterlijk te poceeren, dat den boode van Iustitie hem uijt naamt van den Eijsscher Eksteen was koomen aan„ seggen, dat hij voor gecommitteerdens moest Compareeren om op Interrogatorien te and„ woorden, daar het zelve dog is gedaan uijt naame van de gecommitteerde Leeden van Justitie, dewelke bij het Interrogeeren als zodanig moesten vacle„ ren, en dus volgens de aloude proetijcq van procedeeren, in dit gouvernement g'introduceert, g'introduceert, alwaar, dit dat gebruijk om de verre uijtgebrijtheid deeser Colonie daar de Ingeseetenen zoo zeer verspreijd en verre land„ waards in woonen, dat geen boode, het zel„ ve zonder ruine der Ingesetenen op eene andere wijse doen kan dan ook altoos door een ijgelijk der goeden Ingeseetenen, zoo wel als door gem. Verweij zelfs, bevorens is opgevolgt geworden, — 1 'T geen meerm. verweij nu verder komt voor te geeven, noopens de Citatie die den Heer Fiscaal aan hem heeft laaten Exploicteeren, en deesen order L=o D: in Copia verseld, namentlijk dat deselve niet had, ingehouden, de oorsaak waarom gedagwaard wierd, ten dien opsigte moet den raad zeggen, dat het zelve alhier lange Iaaren een Contant gebruijk en zelfs door de twee zeer regtskundige Heeren M=r Joachim van Plettenberg en Willem Cornelis Boers, altoos in practijcq is geweest, dan dit door voorm: verweij gepretexteerde is door hem zekerlijk eenelijk g'allegueert, om zijne opzettelijke quaadwilligheid een scheijn bij te 3 5 678 Col p or 5 ormen, ed 8 8 1 8 . 3 3 5 drover 8 bij te zetten; aangezien hem volgens ons voor„ afgaande verhaal, meer dan te veel bekent was, waarom hij door den fiscaal, die de zaak zoo als wel wij, op de zagtsinnigste wijse heeft poogen te tracteeren, wierd gedagvaard, dus ook daar door alle onkunde verdweijnen moet; en van dat zelve allooij is desselfs voorgeevende vrees; Daar¬ meede legt denselven zijnen geheelen quaadaardigen Imborst volkoomen open, zig ten dien opsigte beroepende op twee baldaadigen Ingeseetenen, die over gepleegde geweldadigheeden, de eene over dat hij op 's Heeren weegen een ten deesen Casteele bescheijdene soldaat, zonder de minste reedenen g'attacqueert en door slaagen mishandelt, en de andere om dat een Europeesen Dienaar der Justitie, die bij de burger Exercitie, tot afweeringe van alle ongeregelthee„ den in functie gesteld was, g'attacqueert, en in te het uijtvoeren zijner last verhindert had; over welke verregaande misdrijven den Fiscaal na producte van bewijsen, van ons versogt en verkreegen hebbende apprehensie, die twee prsoonen dan ook naa bevinding van zaaken gepaniteert geworden zijn.— Met dit een en ander vermeenen de onderge„ teekendens. teekendens aan UWelEd. Gestr. en E. Agtb: g'eerde Inten„ tie te hebben voldaan, terwijl zig voor 't overige 't insolent bestaan van gem. Verweij door zig namentlijk met een leugenagtig versoekschrift te addresseeren, aan hunne Hoog Mogende even als of hem een verregaande ongelijk was aangedaan en hij nog in staat zou zijn, om zijn gehouden brutaal gedrag te kunnen wettigen, aan de beoordeeling van Uwel Edele Gestr: en E Achtb=res overlatende, de vrijheid neemende met werschuldigde Hoogagting te blyven. — /:onderstond:/ WelEdele Gestr: Heer „ EE Agtb: Heeren /lager/ UWelEdele Gestr: en E Agtb=s onderdanige en gehoorzaame dienaaren, /:was geteekend:/ P: I: Rhenius, I: C: Ronnenkamp, I: Smits, C: G: Maasdorp, C: Mappa, G: H: Meijer, R: I: V: D: Riet, I: C: Gie, H: I: Dewet, /:in margine, overgegeeven in raade van Politie den 8 Iulij 1788: — cordeert Goetr by Clercq de er 1 e en 5 di ƒ d e ert en 8 vs 18 d — 3 Costte baare daagen, N. 15. E ƒ E 2 Den Geregtsboode Anthon Jacob Jurgensen zal zig uijt kragte van 't door den E Agtb. Raad van Iris„ titie deeses Gouvernements sub 2 deeser verleend decreet, hebben te vervoege ten huijse, dan wel ter presentie van den burger Daniel Verweij, en denselven Daniel Verweij, uijt naam ende van weegens mij ondergeteekende Independent Tis„ caal ex officia wel en wettig dagvaarden om op Donderdag den 16 deeser loopende maand De„ cember 's morgens de klokke precies neegen Uu„ ren in persoon voor welgemelden E. Achtb: Raade van Iustitie te compareeren en aan te hooren zoodanigen crimineelen Eisch en conclusie verzoekt ofte versoeken, als den Eijsscher ratione officio, op ende jeegens hem zal koomen te doen ende neemen, daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als naa regten Exploicteerd behoorlijk geeft copia, des vereischt wordende ten koste van de Ged:e en relateerd Ui wedervaaren in scriptis. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop den 6 December 1784:-. /:was geteekend:/ I: I: Serrurier /:lager:/ accordeert /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld gesw: Clercq Accordeert JGoetz 6 P Ey Clercq. taal ene„ a 33 1 8 78 of e Col 6 3 39 rmen x e e 8 6. 3 5 ƒ. 1o 1 8 e ƒ ter ot 5 en x onvaar P d 8 5 - noch 2 N. laagen, 2 ter ƒ ƒ0 ed 8. 8 d „ „ : 9 — e 18 v Bormen, Ni „ oeter 5 men no No: 15.
English
Copy Thursday the 24th of February 1785:— In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members, except the Independent Fiscal Mr. Jan Jacob Serrurier, and the Colonel Mr. Robbert Jacob Gordon, and the Merchant and Auctioneer Mr. Olof Marthini Bergh, both on account of business and indisposition, with the addition of the two Burgher Councilors the Honorable Johannes Smuts and Jan Coenraad Gie. The Independent Fiscal Mr. J: J: Serrurier, Official Prosecutor in Criminal Cases, on the one part, upon and against The Burgher Daniel Verweij, defendant in person, on the other part; in order to serve an intent on account of his extreme impertinence, obstinacy, and insolence committed against Justice, as well as the insult and disgrace thereby inflicted upon this Council. — The Council, having attentively heard and considered the intent delivered orally by the Official Prosecutor, while the Honorable Tobias Christiaan Bonnenkamp, acting on behalf of the Official Prosecutor due to his indisposition, presented the intent on his behalf, submitting all the evidentiary documents serving the case along with the expedited, published, and everywhere posted edicts of summons, and requested, on account of the non-appearance of the defendant, that the same by definitive sentence as a defaulter and absconder may be banished forever from this country and the jurisdiction thereof, on pain that whenever he might happen to fall into the hands of Justice at any time, he shall then be punished according to his deserts, with condemnation in the costs. Together with the conclusion taken upon and against the defaulter and absconder Daniel Verweij, and having regard to the documents produced alongside in court, as well as to the contumacy of the defendant, and further to all that pertained to the matter and could move Their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands; banishes the defaulter and absconder Daniel Verwyj forever from this government and the jurisdiction thereof, on pain that whenever he might happen to fall into the hands of Justice here, he shall then be punished according to his deserts, with condemnation of the said defaulter and absconder in all the costs incurred in this matter. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, on the day and year as above. Lower: present with me. Signed: C: L: Neethling, Secretary. Lower: agrees. Signed: U: S: D: Ryneveld, sworn clerk. Agrees. Goetz, sworn clerk. No 5. Copy My Honorable Worshipful Lord Fiscal Serrurier, hereby Your Honor is informed that we presently have three rebels in the country, named Daniel Verweij, Korah; Hermanus van der Scheijf, Dathan; Dirk van der Scheijf, Abiram; rioters of Africa. Take heed of two insolent street boys; they intend to attack the Council. Korah D: Verweij gives counsel to Dathan Hermanus van der Scheijf to stir up the young people. Then they go to the house of Abiram Dirk van der Scheijf; there such wrongdoings are committed. This Abiram Dirk van der Scheijf carries bullets on him; nearly a hundred evildoers are gathered together to start something. At the house of the widow Goedhart is the meeting place of such rebels, and at Dirk van der Scheijf's, who invites all the youth to undertake the evil. See, my Honorable Lord, that is how it goes among such people. Jan Bresler, the writer, the son of the widow Bresler, is also among that folk. Agrees. Goets, sworn clerk. No 15 Copy My dear children, do be a little patient; we shall do our best as much as is in our power to deliver you both. Jan Olkers has also been summoned to come to the meeting this afternoon. And Jan and Bart, whatever you do, do not contradict yourselves, and if it is asked why you both confessed that you are guilty, you must say that it was out of fear and on the other hand that you would be released from prison; even if you both are not asked that, you both must say that of your own accord. Jan, you must say that the soldier struck you first, and stick to that. And Bart must also stick to his word that the officer first laid hands on his cutlass, because the Captain is standing up for it. Do just be patient. Agrees. Goetz, sworn clerk. No 15. No. 10. Commanders: Captain Bligh, the Bounty, English Company's ship Axel Land, Beeverwijk Skipper Eldert Everds, Handellust, Dutch hooker Captain Gebire, No 9 French packet boat Jan Kraaij, Jara, Company's ship William Smith, the Dublin, English ship Michel, La Louis Marie, French ship Postelle, La Garonne, French ship Le Fournier, No 5 French Royal packet Nicolaas Acker, Zoutman, Dutch Company's ship J: L: Kukstein, Casteel van Dansburg, Danish ship G: Masjon, Stralen, Company's ship Cornelis Tromp, Rhynoord, Dutch ship
Dutch transcription
Conij Donderdag den 24 Februarij 1785:— 's voomiddags present den E: Agtb. Heere Pieter Hacker president, en alle de leeden demptis den Heer Inde pendend Fiscaal M=r Ian Iacob Serrurier en den Collonel de Heer Robbert Iacob Gordon en den koopman en Vendumeester de Heer Olof Marthini Bergh, zoo bij occuipatie als indispositie, assumptis de twee Burgerra„ den d E E: Joh=s Smuts en Jan Coenraad Gie. Den Heer Independent Fiscaal M:r I: J: Serrurier, R: O: Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre op ende jeegens Den Burger Daniel Verweij ged=te in persoon, ter andere zijde omme te zien dienen van Jnten„ dit, weegens zijne aan de Justitie gepleegde verregaande Impertinentie, obstinatie en brutaliteijd, mitsga„ ders de deesen raade daar door aangedaane Hoon en: smaat. — Den Raad met opmerkzaamheid gehoord en over„ woogen hebbende, het Intendit door den Heer E: O: Eijsscher bij monde gedaan mits„ d' E. Tobias Christiaan Bonnenkamp, vermits de In„ dispositie van den Heer r: O: Eijs„ scher fungeerende, bij monde van Intendit dienende sijde overteleggen, alle de ter zaake tienende munimenten met de g'Expedieerde gpubliceer„ de en alomme g'affigeerde manda„ menten van Edicte, en versogte, vermits de non Comparitie van den ged=te, dat denselven bij von„ nis diffinitief als defaillant en Latitant mooge werden ge„ bannen ten Eeuwige dage uijt deesen lande en den resorte vandien op pene, dat zoo wanneer ten eenigen tijd in handen der Iustitie mogte koomen te geraaken als dan na verdienste te zullen werden gestraft met Condemnatie in de kosten. „garders gaders de genomene Conclusie, op ende Jegens den defaillant en Latitant Daniel Verweij mitsgaders gelet op de daarneevens in Judi„ co geproduceerde stukken, gelijk ook op de Contimacie van den gede en wijders op alles wat ter materie dienende was en hun E Agt„ baarens konde doen moveeren Regt doende uyt naam ende van weegens de Hoog Mogende Heeren Staaten Generaal der Vorenigde Nederlanden; bant den defaillant en Lati tant Daniel Verwyj ten Eeuwigen dagen uijt dit gouvernement en den resorte van dien op pene, dat wanneer alhier in handen van Iustitie mogte koomen te geraaken, als dan na verdienste te zullen werden gestraft, met Condemnatie van den gede defaillant en latitant in alle de in deesen gevallene Kosten. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop diect anno ut Supra /:lager:/ mij present. /:geteekent:/ C: L: Neethling sicret:s /laager:/ accordeert /: egeteekent U: S: D: Ryneveld: gesw. Clercq Acgordeert Goetz A44 Dba Clercq de 678 1 en Coelter 09 ƒ 5 S e d 3 men, ƒ 8 5 3 ƒ. - o t ti ien. van dan 1 t ene 8 een 1 en Coelle 8 3 rmen. ƒ e e 8 - 5 No. ƒ 5 3 5 ƒ. 5 ƒ 5 oor S „ ^ „ e No 5. Copp Mijn Edele Agtbaren Heer Ticaal Serra„ rier, Hier nevens wert UEd=s bekend gemaakt dat wij voor tegenswoordig drie opstaanders in 't land heeft, Ge„ naamt Daniel Verweij, Chorag: Hermanus van der Scheijf, Dathan, Dirk van der Scheijf, Abiram, Oproermaakers van Afrisa, om twee stoute straat Iongens neemt UE in agt, se benne van Intenzu om den raat aan te doen Chorag D: verweij die geeft den raat aan Dathan Hermanus van der Scheijf om de Jonge lieden op te make, Dan koomen se bij Abiram Dirk van der Scheijf in het huis aldaar worde sulke verkeertheden gepleegt Deese Abiram Dirk van der Scheijf draagt koogels bij hem, bijna hondert kwaatdoenders is bij elkander om iets te be„ ginnen Bij de weduwe Goed hard in huis is de Sa„ menkomste van sulke rubellers, en bij Dirk van der scheijf die nodigt alle Jongelingen om 't „ kwaad aan te vaarde siet mijn agtb: Heer soogaat het onder den sulken. Jan Bresler Den Schrijver den soon van de weduwe Bresler ook mede daar onder bij dat Volk- Accordeert. Goets D Eg Clercq. 2 n 1 678 & ƒ e vet 8 0 „ F 3 formen, 3 d ƒ 8 8 ende 8 8 E 5 te e . e e e d die x 99 678 . 3 3 ƒ — ƒ Sol 8 d 5 . 87 d 3 5 : ƒ 3 5 te Fr 4 op 5 oo de 3 No 15 Copij Mijn lieve Kinderen wees dog nog wat geduldig wij zullen onse best zo veel als in ons vermogen om u bijde te verlossen, ook is Ian Olkers gedaagd om van dese mid„ dag in de vergadering te koomen en Ian en Bart al wat u doet verspreekt u niet en als er gevragd word waarom dat u bijde bekent heeft dat u strafbaar is moet is zeggen dat het uijt vrees is en ten anderen om dat i uijt gevangenis zal ontslaan werden al„ word i bij de dat niet gevraagd zo moet i bijde dat uijt„ u ijgen zeggen, Ian u moet zeggen dat de soldaat u eerst geslagen heeft en blyft daar bij En Bard moet ook bij zijn Woord blijven als dat de Dienaar eerst de handen aan zijn houwer geslagen heeft want de Capit=n komt 'r voor op weest dog maar Geduldig Accordeert Goetz 13 Jbg Clercq: G de 7 5 5 e . 4 S 8 9 20 - e 5 d 5 7 5 8 ƒ 2 5 5 ƒ 9 te ƒ Nt d 5 8 5 do & 678 32 5 5 9 ƒ e 678 gls e . vet Stormen, 20 ƒ 0 6 8 7 Ger 8 5 x ƒ. 1 ƒ 5 ƒ - ƒ 5 „ 8 1 5 6 fr 4 — 2 o 8 5 9 5 d en1 e 5 5 8u0o No 15. No. 10. Bevelhebbers Cum Cap„n Bligh the Bounty En g: Compselijp A: Beeverwijk D„ Axel Land A: Handellust schip„r Eldert Everds holk: hoek: _ N„o 9 frans pacquet boot Cap„n Gebire Comp„n schip „ Jan Kraaij Jara the dublin Eng _ _o „ William, Smith 26 Lalouis Marie fransschip „ Michel _o _o „ Postelle La: Garonne „Le Fournier N„o 5 frans kon: pacgeret „ Nicolaas Acker Zoutman hold: Comp„s schip Casteel van dansburg „ J: L: Kukstein deens schip „ G: Masjon Stralen Comp„e Scheepen Rhynoord holdfl: Schip „ Cornelis Tromp 5 de ge 3 58 g 5 Coeller 65 222 ede ind wee 2 2 ƒ ƒ P d e „ Z 33 ƒ A NH geer 33 20