Inventory 10679
Cape · 806 pages · 72 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Patria: - To the Right Honourable, highly esteemed Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber Middelburg By the Dutch private vessel Werthlust Right Honourable, Resolute, Highly Esteemed, Prudent, Foreseeing, Very Generous Gentlemen, Ruling Gentlemen, Honoured Sirs, We had the honour of addressing our most recent, most humble dispatch to Your Right Honours under date of the 25th of the just departed month of February per the country's frigate of war De Valk, which departed from here on the 3rd of this month together with its convoy, and we now take the liberty of offering Your Right Honours the duplicate thereof, along with the duplicate of the enclosures accompanying that missive. Having in our aforementioned respectful letter dutifully reported to Your Right Honours everything that had occurred here concerning the troops of the Luxembourg regiment, we will only add here that we have decided to appoint a Commission of Physicians to examine whether the remaining convalescents, for whose transport the ship 't Fortuin van Dort was detained, are in a condition to be embarked, in order to accelerate their departure as much as possible. Awaiting the result of that investigation, we will not fail to report dutifully thereon to Your Right Honours at the first opportunity. We commend Your Right Honours, along with the precious interests of the Honourable Company, into God's safe keeping and remain with profound respect, Right Honourable, Resolute, Highly Esteemed, Prudent, Foreseeing, Very Generous, and Ruling Gentlemen, In the Castle of Good Hope, the 9th of March 1789. Your Right Honours' very humble and obedient servants, P. J. van de Graaff J. N. P. van Lijnden P. de Sueur C. G. Corvel Cape, the 9th of April 1789. Patria. To the Right Honourable Gentlemen Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber Middelburg. By the Ceres, the country's frigate of war. Read in the Chamber Zeeland, 20 July 1789. Duplicate. High and Ruling Gentlemen, Right Honourable, Resolute, Highly Esteemed, Prudent, Foreseeing, and Very Generous Gentlemen, Our most recent humble dispatches to Your Right Honours, dated the 9th of March last, we sent to Your Right Honours per the ship Werthlust, which vessel undertook its voyage to the Netherlands on the 12th of that month; hoping therefore that our said respectful letter, as well as the one dated 25 February dispatched per the country's frigate of war De Valk, will have reached Your Right Honours before the receipt of this one, and that Your Right Honours will find yourselves informed of all that has occurred in this Government regarding the Luxembourg troops. In pursuance of our aforementioned respectful letter, we have made every effort to advance the voyage of the ship 't Fortuin, intended for the transport of a portion of the Luxembourg Regiment, and we have succeeded therein so far that the vessel, supplied with everything necessary and mustered today, is in a condition to leave this roadstead upon the first fair wind. We take the liberty of enclosing to Your Right Honours the muster roll of the men embarked in the bearer of this, consisting of 4 officers, a priest, and 120 common soldiers, along with a general list of the men belonging to the Luxembourg regiment who arrived here from Ceylon, both with the transport vessels and with the ship De Gouverneur Valk, with an indication of which vessels they were embarked upon here and how many of them remain in this Government, which will also be dispatched from here at the first opportunity that presents itself. We also take the liberty of presenting to Your Right Honours the account of expenses for what was supplied to the bearer of this in this Government, along with a receipt for 23 entire water leggers unloaded from it, and an account for 120 blankets, 30 mattresses, and 30 pillows issued for the use of the Luxembourg troops. It having been brought to our attention by the undersigned Governor that numerous and continuous representations have been made by Lieutenant-Colonel De Raymon, commanding the Luxembourg regiment, to be assisted again with a certain sum of money on account of what the said regiment will still have to claim from the Honourable Company, in order to accelerate as much as possible the departure of the troops who were to be embarked in the bearer of this; and that his Honour, in order to observe proper measure in this, having conferred with the Pay Bookkeeper of this Government, had made a calculation according to which his Honour found that one could safely hand over a sum of fifteen hundred rix-dollars on account to the said Lieutenant-Colonel De Raymon, with which he had declared he would be satisfied and would waive the request he had made to receive two thousand rix-dollars; we have therefore unanimously resolved, for the urgent reasons alleged, to pay to the aforementioned Lieutenant-Colonel the aforesaid sum of 1500 rix-dollars, and to have it apply in reduction of what that regiment will be entitled to upon its arrival in Europe, on the same terms as those on which we took the liberty of dutifully reporting to Your Right Honours in our respectful letter of the 13th of February last. Captain Le Clerc, arrived here from Batavia, having made a request to us...
Dutch transcription
Patria: - Aan de welEdele groot agtb: Heeren Bewindhebberen der generaale nederl: g'octroyeerde oos, indische Compagnie ter Camer het ingeh: Holl: part: Schip Werthlust Middelburg Wel Edele Erntfeste, Grootagtb: welwijze, Voorzienige, zeer Genereuse Heeren. Gebiedende Heeren Eere Wy hebben de eld gehad ons Jongst onderdanigst schryven aan Uwewel Edele groot agtb:r sub dato 25 der even afgeweekene maand februarij te addresseeren per 's lands caab 9 Maart 1789. Freguar Freguat van Oorlog de Valk 't welk beneevens deszelfs convooi op den 3 deezer van hier is vertrokken, en neemen thans de vryheid un wel Edele groot agtb: het duplicaat daarvan aantebieden, beneevens het dubbeld der dier Missive ver„ zellend hebbende bylaagen. - By evengemeld ons eerbiedig schryvens aan uwe welEdele groot achtb: pligtschuldig verslag gedaan hebbende, van al 't geen omtrent de Troupel van het regiment Suxem„ „burg alhier was gepasseerd, zullen wij alleenlik daar„ by „bij voegen dat wy beslooten hebben eene Commissie van Geneeskundigen te benoemen, om te onderzoe„ „ken of de nog aanweezend convallescenten tot wel„ kers overvoer het schip t Fortuin van Dort is blyven leggen zich niet in staat bevinden om te kunnen weiden ingescheept, ten einde derzelver vertrek zo veel mogelyk te accel„ lereeren. - Den uitslag van dat ever„ onderzoek welk den , caat vens dig van Corspel onderzoek afwagtende, zullen wij niet nalaaten uwe wel Edele groot agtb: daar van by eerste geleegendheid pligt schuldig te berichten. Wy beveelen uwe wel Edele groot agtb: beneevens de ons dierbaare be„ langens der E Comp. e in Godes Vylige hoede en blyve met diepschulieg respect WelEdele Erntfeste Groot Achtb: welwyze voorzie„ „nige zeer Genereuse en Gebiedende Heeren Uwer In 't Casteel de GoedeHoop den 9 Maart 1789 Uwer wel Edele groot achtb zeer onderd: en Gehoorz: Dienaren P: J: Vande Graaff: J: N: P: Van Lijnden/. P: D e Sueur CGorvel n Ccart daab 9 April 1789. Patria. Aan de wel Edele Heeren Bewindhebberen van de generale Nederlandsche, geoctroijeerde oost Indische Compagnie ter Camer Pr. de Cercs 'slands oorlogs fregat Hoog Gebiedende Heeren Inze Jongst onderdanige advisen aan uwe wel Edele Groot Achtb: hebben Wel Edele Erntfeste, Groot achtb: welwijze, Voorzienige en zeer Genereuse Heeren: Micaelburg Gelezen in de kamer Zeeland 20 July 1789 wij Dupl. wij gedateerd den 9 Maart laatsleeden en pr het schip Wirthlust aan Uwel Ed: Groot Achtb. doen afgaan, welke bodem op den 12 dier maand desselvs reisenaar Nederland heeft ondernomen, hopende dierhalven, dat gemelde onse Eerbiedige letteren, zo wel als die sub dato 25. Febr: p:r s' lands oorlogs pregat de Valk afgegaan Uwel Edele Groot Achtb: voor den ontfangst deezer zullen zijn gewon„ den, en uwel Ed Groot Achtb: zich des onderrigt zullen vinden, van al 't geene ten aanzien der Curemburgs Trouppes ten deesen Gouvernemente is voorge„ „vallen. - Ingevolge onze voormelde eerbiedige Letteren Letteren hebben wij alles aangewend wat strekken kontom het schip 't Pon„ „tuin, bestemd tot Transport van een gedeel„ „te van 't Regiment Cusemburg te doen reesvorderen, en hebben wij daarin voor zo verre mogen slaagen dat den Boden van al 't nodige voorsien en op heeden gemonsterd, zich instaat bevind bij eerste goede wind deese rheede te kunnen verlaten. — Wij neemen de vrijheid uur WelEd: groot Achtb: ingesloten aantebieden de Monsterrolle van de Manschappen in brenger deezer geembarqueerd bestaande in 4. officieren, een Priester en 120 gemeenen, benevens eene generale Lijst van de alhier van van belon zo met pee dier Trangortstijngen als met het schip de Gouverneur Valk gearriveerde Mannlappen tot het regum„s Luxemburg gehoorende, met aanwijzing op welke Bodems deselve alhier geëmbar„ „queerd en hoeveel daarvan ten deesen Gouvernemente verblijven, welke meede bij eerste gelegentheid die zich daartoe zal O opdoen van hier zullen werden versonden Nog nemen wij de vrijheid Uwer„ Edele GrooteAchtb: aansebeeden de onkost„ reekening van 't geen aan brenger deezer ten deese Gouvernemente is verstrekt benevens een recipisse van 23. heelen blaeke leggers daaruit geligt eer eene reekening van 120 deekens 30 Matrassen en 30: Hoofdkussens Hoofdkusens tot gebruik den Cusemburg se Troupes afgegeeven. — Door den onderteekende Gouverneur aan ons ter kennisse gebragt zijnde, de menigvuldige en on„ ophoudelijke instantien van den Lieutenant Colonel de Raijmond Commandeerende het regiment „Euxemburg, omme ten einde het vertrek der Troupes die inbrenger deeser stonden ingescheept te worden, zo veel mogelijk te acceleeren, wederom met eene zeekere Somma gelds te worden bijgestaan, in mindering van hetgeen gemelde Regiment noch van de EComp=ie te pretendeeren zal hebben de hebben; en dat zijn Edele om hierin eene gepaste Cinosure te observeeren met overleg van den Soldij Boek„ houder deeses Gouvernements, eene bereekening hadde gemaakt, volgens welke zijn E. had bevonden, dat men nig gerust eene Somma van Vijftien Hondert ryxdaalders ter goeder reekening aan ged=te Lieutenant Colonel de Baijmon zoude kunnen ter hand stellen, waar„ meede hij betuigd had, zig te zullen vergenoegen, en afzien van het ver„ zoek dat hij had gedaan, om Twee Duijzend Reijxdaalders te ontfangen, zo hebben wij een pa„ „rig besloten om de geallegueerde drangreedenen drangreedenen aan meermelde Lieutenant Colonel de voorsz somma van Rind:s 1500: –. te betaalen, en die te doen strekken in minde„ „ring van het geen dat Regiment bij desselvs komst in Europa te goed zal hebben op gelijke voorwaar„ „den als waarvan wij de - vryheid hebben genoomen uwe wel Edele Groot Achtb: bij onse eerbiedige Letteren van den 13 e februarij Jongstl: plichtschuldig verslag hebben gedaan. — Den Capitain Le Clerc van Batavia alhier aangeland aan ons ver„ soek
English
having made a request to be permitted to cross over to the Netherlands with the bearer of this, we have for several reasons thought fit to grant that request, as we have accordingly permitted him to cross over thereon, nevertheless on the condition that, regarding the transport and board, he comport himself according to the charter party concluded between Your Right Honorable Noble Worships and the shipowners of that vessel. We cannot fail to make use of this opportunity dutifully to advise Your Right Honorable Noble Worships that your Chamber's ship de Jonge Frank arrived safely at this roadstead on the 24th of March last, having had 17 deaths during the voyage and bringing 7 sick; otherwise, that vessel is in good condition, and we shall not fail to dispatch the same to Batavia as soon as possible. We commend Your Noble High Mightinesses, together with the important trade of the Honorable Company, to God's protection, and sign ourselves with due respect. Noble, Valiant, Highly Honorable, Most Wise, Prudent, Most Generous, and Commanding Lords. At the Castle of Good Hope, the 9th of April 1789. Your Noble High Worships' most humble and obedient servants, C. J. van de Graaff, C. Rheenius, J. N. S. van Echten, J. Titsingh, E. C. van de Graaff. By the ships de Gouverneur Falck and Generaal Maatzuiker. By the ship de Gouverneur Falck. Register of all such letters and papers as under date hereof are dispatched from here, both to the Noble High Honorable Lords Commissioners of the Illustrious Assembly of the Seventeen, and to the Noble Lords Directors of the particular Chambers named below, by the Honorable Company's return ships de Gouverneur Falck, de Generaal Maatzuiker, and Leiden, namely: 1. Original missive from the Noble Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaff and the Council of this place, consigned to the well-aforesaid Illustrious College of the Lords 17, and from the well-aforesaid Council of this place to the Noble Lords Directors of the particular Chambers noted in the margin. 3. Original secret missive from the Noble Lord Governor and the Secunde to the Lord First Advocate of the Dutch Company, Master Sebastiaan Cornelis Nederburgh, wherein is enclosed a letter to the Lords of the Secret Committee. Delivered separately to the commanders of all three ships. No. 4. Duplicate missive from the frequently mentioned government here, lately dispatched from here on the 9th of this month by the national frigate of war the Ceres, addressed to the frequently mentioned Lords 17. Duplicate secret missive of the same date, consigned as aforesaid, dispatched from here on the first of this month by the frigate de Meermin. 6. Bill of lading and invoice of the loaded wine in the bearer of this, the ship de Gouverneur Falck. 7. Original long invoice of the cargo loaded in Ceylon in the aforesaid ship de Gouverneur Falck. 8. Three, and 9. Five copies of the cargo loaded in the aforesaid vessels. Five short invoices of the cargo loaded in China and Ceylon by the bearers of this, the ships Falck, Generaal Maatzuiker, and Leiden. No. 10. With all three ships. Ceylon, by the Gouverneur Falck and Generaal Maatzuiker. 15. Lists of such persons as are crossing over by the bearer of this. In the Castle of Good Hope, the 25th of April 1789. 14. Account of expenses incurred for what was supplied to the bearer of this during its stay here. Report. 13. Authentic copy of the report of the commissioners who tasted the wine loaded in the aforesaid vessel and found it in good condition. 12. Various muster rolls of the Company's outbound and returning ships, according to a separate register formed thereof by the pay-bookkeeper. 11. Authentic copies of reports concerning the arrival of the bearers of this, both regarding their departure from the Indies and their arrival and return departure from here. Six copies of short invoices of the cargo loaded in China and Ceylon in the ships de Goede Trouw, Blitterswijk, and Batavier. D. E. Clercq. To the Noble High Honorable Lords Directors, Commissioned to the Illustrious Assembly of Seventeen, representing the General Chartered United East India Company at the Presidial Chamber, In Amsterdam. By the Honorable Company's ships Generaal Maatzuiker, Leiden, and Gouverneur Falck. Noble, Valiant, Highly Honorable, Most Wise, Prudent, Most Generous, and Commanding Lords. High Commanding Lords. On the 9th of this current month of April, we took the liberty of addressing our last humble letter to Your Noble High Worships by the national frigate of war the Ceres, of which we dutifully cause the duplicate to accompany this. The said ship of war having undertaken the voyage to Europe on the 11th of this month, together with the private ship 't Fortuin, the three following China return ships have meanwhile arrived safely and without mishap at this roadstead on the dates named herewith: on the 10th of this month, the Generaal Maatzuiker, with 1 dead, no sick; on the 11th of the same, Leiden, with 2 dead, 3 sick; on the 15th of the same, de Goede Trouw, with 3 dead, no sick. Having dutifully reported the arrival of the Company's outbound ships in our successive respectful letters sent to Your Noble High Worships, we may enjoy the pleasure of informing you regarding those vessels that the ships Schoonderloo and Delft on the 14th of this month, and Neerlands Welvaren...
Dutch transcription
versoek gedaan hebbende, om met brenger deeser naar Nederland te mogen overvaren, hebben wij om verscheidene reedenen gemeend dat ver„ soek te kunnen toestaan, zo als wy hem dan ook gepermitteerd hebben daar op te mogen overvaren, nogtans onder voorwaarden om zig aangaande het transport en kostgeld de gedragen naar de Cherte partij tusschen Uwee Edele Groot Achtb: en de rheeders dier keel gesloten. — Wij kunnen niet afzyn van deese gelegentheid gebruik te maken om uwel Ed: groot Achtb: pligtschuldig te adviseeren, dat hoogst derselver kamer schip de Jonge Frank, op den 24. Maart Jorgstl: ten dezer Rheede behouden is gear„ riveerd „riveerd hebbende geduurende de zeise 17: do den gehad en aanbrengende 7. zieken, overigens bevind zich die bodem in goede staat, en zullen wij niet nalaten deselve ten spoedigten naar Batavia te exgpedieerend. Wij bevelen uwe welEdele hrootschte beneven den impontanten handel der E Comp:e en godes bescher„ minge en teekenen ons met verschuldigde eerbied. - Wel Edele Erntfeste Groot Achtb: wel= =wijze voorzienige zeer Genereuse en Gebiedende Heeren Uwer deesen Int Canderl de Goede Hoop den 9 April 1789. Uwe Wel Edele Groote Aoctb. zeer onderdantes en Gehoortame Dienaren C s Vande Wraaff „C:henius J: N: S: Ven ffiedei J Tisuin en e van uteltaan zeer aren n vemeu p:r des & genera A de gou s A: p:r de scheepen de gou verneur zaek en generaal maatzuiker N: Z: D: R: H: „ 2 A: de gouverneur Taek Register van alle zoda nige brieven en Papieren als onder dato deeses van hier werden verzonden zo aan haar WelEdele Hoog Achtb. deheeren gecommitteerdens ter Illustre vergaderinge van zeeventienen als aande Edele heeren Bewindhebberen der onder tenoemenen particu liere kameren, p=r 'sE Comp„s retour scheepen de gouver neur valk, de Generaal Maatzuiker en Leeden, namentlijk. — Origineele Missive van den Edelen Heer gouverneur Cornelis Jacob van de Graaff en raad deeser plaatse aan wel op gem: illustre Collegie der en heeren 17=en geconsigneerd van welgem: raad deeser plaatse aande Edele heeren bewindhebberen der in margine beteekende particuliere Kameren 3 Origineele secreete Missive van den Edelen heer gauier neuren secunde perzoon aan den heer Eerste advocaat van de nederlandsche Compagnie Leiden p:r het schip Mr p r de generaal maatzuiker de gouverneur valk p:r de gouvern aan de opperhoor van alle doie de scheepen apart inhandigd. No 4 Duplicaat Missive van meerm„ deg regeering alhier Laatstonder den 9e deezer van hier afge¬ gaan p:r 'sLands oorlags freguat deceres aan veelm: heeren 17=en gericht Duplicaat secreete_ van en N ƒ aam als geme. geconsig„ neerd, sub primo deezer van hier afgegaan pr. het Freguat de Meermin 6 Cognoscement factura van geladene minen inbrenger deeses het schip de gouverneur Falk p:r de Valk 7 Origineele Lange factuur aan het geladene terCeilon in op gem: schip de gouuverneur nietal Falk schee 8 drie „ 9 vijf Copias — van het gela - dene in opgeme Bodems 5 van het korte „ ƒ geladene te China en Ceilon p„r de inbrenger deses de scheepen Falk raal de gen: Maatzuiker, Leiden § de gouverneur Faek m r Sebastiaan Cornelis all mee Nederburgh waar in be slooten eene brief aande heeren van de seciete Com missie VZe A ƒ N: valk N. N. - No 10 met alle drie de scheepens P r de gouverneur Talk N. p r de gouverneur balk en Leide met alle doee de scheepen Ceilon p=r de Gouverneur pen Talk en de gene„ seiden taal maatzuiker meerm onder H p s Leiden ladene aan in het „ 15 Lysten van zodanige Perzoonen als pr brenger deeses overvaaren In't Casteel de Goede hoop den 25 April 1789. GGoer „ 14 Onkostreek van het geene aanbrenger deezes geduurende derzelve Lejour alhier is verstrekt. ^Berigt 13 Copia authenticq van gecommitts die de in op gem: bodem geladene mijn geproefde wel gecondition reert bevonden hebben A. D. R: H: 12 diverse Monsterrollen van 's Comp=s uitkomende en retournee= rende scheepen, volgens appart register door den soldij Boekhouder daar van geformeerd 1 Copias authenticq rapporten wel gens het diestreeden van bren gers deezes zo van hun ver trek als van India als hun onderkomst e weder de part aan hier ses Copias korte factuuren van het geladene te China en Ceilon in de scheepen de Goede trouw, Blittersmijk ende Batavier DE: Clercq s 0 Ao N ge ags er het ƒ n het verneur ƒ geld te 13 E register e G re Oost 671 Aan de WelEdele Hoog Achtb: Heeren Bewindhebberen. P=r s Comp:s scheeppen de Generaal Maatsuiker Laden en de Gouvenner Fal. Paluia. Gecommitteerd ter Illustre vergadering van Zeventienen representeerende de Generale nederlandsche goctroiëerde Oost Indische Compagnie ter Prasidiale Kamer Tot Amsterdam Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoogwijze, Voorzienige, zeer Genereuse en Gebiedende Heeren Hoog Geliedende Heeren. Op den 9=e deezer loopende Maand April hebben wij de vrij heid 8 heid genomen Uwe wel Edele Hoog Achtb: onze Jongst onderdanige Letteren te addresseeren p=rs Lands Freguat van oorlog de Eeres, waar van wij het duplicaat deeze plichtschuldig doen verge„ zellen. Gemelde schip van oorlog op den 11e deezer, benevens het particulier schip 'T Fortuin de reize naar Europa aanvaard hebbende, zijn intusschen op de daar bij benoemde datums de drie volgende Chinase re tourscheepen ter deezer Rhee„ de behouden en ramporij g'arriveerd g'arriveerd, als op den 10:e deezer de Generaal Maatzuiker met 1 doden geen zieken „ 11 _o Leide. „ 2 „ 3 „ „ 15 _o de Goede Trouw „ 3 „ geen = Bij onze successivelijk afge gaane eerbiedige Letteren aan Uwel Edele Hoog Achtb plicht- „schuldig verslag gedaan hebbende van 't arrivement van 's Comp=s uitkomende scheepen, moogen wij het genoegen genieten hoogst dezelve omtrent die Bodems te berichten, dat de scheepen Schoonderloo en Delft op den 14=e deezer en Neerlands welvaren and Ed9 le
English
Welvaren and Christophorus Colombus left these roads yesterday to continue their journey to the Indies. We also cannot refrain from respectfully informing your Right Honourables that on the 22nd of this month and yesterday, the State brig of war de Pijl and the State ship of war de Beschermer arrived safely in Simons Bay, having departed Batavia on the 24th of February. Of the aforementioned three China return ships, the Generaal Maatzuiker and Leijden having been made ready by us yesterday to continue their voyage, we have added to them the Ceylon return ship de Gouverneur Falk, and have entrusted the command of those three vessels to its captain, Paulus Kroon, which we hope and wish, along with all the other keels departed from here, will arrive safely and without misfortune in the harbours of our beloved Fatherland, as well as the ship de Goede Trouw, which is also to be dispatched thither by us on the 28th of this month. There having been loaded into the aforementioned ship de Gouverneur Falk from this Government 5 leagers of Cape wine, of which we take the liberty of presenting to your Right Honourables the bill of lading and invoice, along with the account of expenses of what has been supplied to this and the two remaining vessels by this Government. These having been made ready thus far, the ship Blitterswijk arrives in the Cape roads with 2 dead and 5 sick, having departed China on the 26th of January and Sunda Strait on the 21st of February; as well as the Ceylon return ship de Batavier, which sailed from Punto Gale on the 3rd of February. The first-mentioned vessel sustained damage to its bowsprit, and the latter to its yard, but are otherwise in good condition, it giving us no small pleasure to be permitted hereby to give dutiful notice of their safe arrival to your Right Honourables. Concluding herewith, we commend your Right Honourables and the Company's precious interests to the safe keeping of the Almighty, and take the liberty of styling ourselves with all due respect, Right Honourable, Respected, Highly Esteemed, Most Wise, Provident, Most Generous, and High-Commanding Lords, In the Castle of Good Hope, the 25th of April 1789. Your Right Honourables' most humble, faithful, and obedient servants, C. J. van de Graaff J. A. P. van Lijnden C. G. d'Ervel de Ede van Oudtshoorn J. Cheneus J. V. Le Sueur Cape, 25 April 1789. Per the Company's return ship Leiden to the Fatherland. To the Right Honourable Lords Directors of the General Chartered United East India Company at the Chamber of Middelburg. Right Honourable, Respected, Highly Esteemed, Most Wise, Provident, and Most Generous Lords, Commanding Lords. We took the liberty of addressing our latest respectful letter, dated the 9th of this month, to your Right Honourables per the State frigate of war the Ceres and the chartered private ship 'T Fortuin, which vessels undertook the voyage to Europe on the following 11th. In the hope and confidence that our said humble letter will be delivered into your Right Honourables' hands before the receipt of this one, we take the liberty of referring thereto, and of letting this further serve for dutiful communication that on the 15th of this month your Right Honourables' Chamber ship de Goede Trouw arrived here safely, with 3 dead, having sailed from China on the 17th of January and from Sunda Strait on the 4th of February. This vessel, along with its precious cargo, being in very good condition, will be dispatched by us to the Netherlands on the 28th of this month after being provided with everything required. We further take the liberty of presenting to your Right Honourables the muster rolls of the ships of your esteemed Chamber, Osterom and de Diamant. We commend your Right Honourables and the Honourable Company's precious interests to the protection of God, and style ourselves with all possible respect, Right Honourable, Respected, Highly Esteemed, Most Wise, Provident, Most Generous, Commanding Lords, In the Castle of Good Hope, the 25th of April 1789. Your Right Honourables' most humble and obedient servants, C. J. van de Graaff Thenius J. N. P. van Lijnden J. R. Le Sueur A. Goerrel Reede van Oudtshoorn To the Right Honourable, Respected Lord, Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope with its dependencies, etc., etc. Right Honourable, Respected Lord, The undersigned sea captains, having been expressly commissioned by your Right Honourable to inspect the draught marks of the Ceylon return ship de Gouverneur Falk, which has arrived here in the roads, have in accordance with those orders executed the same, and upon exact inspection found that the aforesaid vessel, marked forward at 20 feet and aft at 22 feet, currently has a draught aft of 20 1/3 and forward of 17 3/4 feet. Wherewith, considering to have fulfilled your Right Honourable's respected orders, the undersigned let this serve as a humble report. Below was written: Cape of Good Hope, the 1st of April 1789. Was signed: A. Heijenberg J. Swetman Agrees: J. Goetz, Public Clerk.
Dutch transcription
Welvaren en Christophorus Colombus op gisteren deeze Rheede ter voortzetting hun„ ner reize naar Indien hebben verlaaten. Wij kunnen ook niet afzijn UwelEdele: Hoog Achtb: eer biedig ter kennisse te brengen, dat op den 22=e deezer en gisteren behouden in Simons baai zijn g'arriveerd 's Lands Brik van oorlog de Pijl en 's Lands schip van oorlog de Beschermer op den 24 Febru arij van Batavia vertrokken. Van Van voormelde drie Chinase retourscheepen door ons op gisteren ter voortzetting hun ner reize de Generaal Maatzuiker en Leide in gereedheid gebracht zijnde, hebben wij daar bij gevoegd het Ceilons retour Schip de Gouverneur Falk, en aan dies Capi„ tain Paulus Kroon het bevel over die drie Bodems opgedraagen, welke wij hoopen en wenschen, dat beneevens alle de anderen van hier s en n gen nds ken. ƒ 9 hier vertrokken kielen behouden en rampvrij in de Havenen van ons dierbaar Vaderland zullen arriveeren, zo wel als het Schip de Goede Trouw 't welk door ons op den 28=e deezer meede der „waards staat te werden gedepecheerd. - In evengemeld schip de Gouverneur Falk ten deeze Gouvernemente af. gelaaden zijnde 5 Leggers kaapse wijn, waar van wij de 9 de vrijheid neemen Uwel. Edele Hoog Achtb: het Cognoscement Factuur aan te bieden, beneevens de Onkostreekening van het geen aan deeze ende twee overige Bodems ten deeze Gouvernemente is verstrekt. Deeze tot dus verre in gereedheid gebracht zijnde word de Kaapse rheede bezeild van het Schip Blitterswijk met 2 doden 5 zieken, zijnde den 26=e Jannuarij van China-en den en den 21e februarij uit straat Sunda vertrokken, mitsg=s van het Ceilons Ketour schip de Batavier den 3 february van Punto Gale gezeild, Eerstgem: Bodem heeft eene geschade aan desselvs Boeg spriet en laatstgem: aan desselvs Rhae bekomen, doch bevinden zich overigens in goede staat, strekkende het ons tot geen gering genoe„ gen UwelEd: Hoog Achtb: van derzelver behouden aankomst bij deeze de plichtschuldige kennisse te moogen geeven. - Her Hier meede deeze fi„ neerende, beveelen wij Uwel Edele Hoog Achtb: en 's Comp=s dierbaare be langens in de veilige hoede des Allerhoog „sten en neemende vrij„ heid ons met alle ver„ schuldigde Eerbied te noemen. — Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog wijze, Voorzienige, zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heeren. Uwe straat bruary st .— In't Casteel de Goede Hoop den 25:e April 1789. — Uwe welEdele Hoog Achtb: zeer ootm: getr: en gehoort dienaren C: J: van de Graaff= J: A: P: Van Lijnden. CG dervel d : : ede Van budtshoon JCheneus J: V: Le Sueur Ub: zeer aren 17 Caab. 25 April 1789. P=s s Comp=s betourschip Leiden Patria. - Aan de wel Edele Heeren Bewindhebberen van de generaale Nederlandsche g'octwij„ eerde oost Indische Compagnie ter Camer Middelburg. - Wel Edele Erntfeste groot Agtb:, wel wijze, voorzienige, en zeer genereuse Heeren. Gebiedende Heeren. Wij hebben de vrijheyjd genomen, onse Iongste eerbiedige Letteren in dato 9 deeser maand aan Uwe wel Edele groot Agtb: te addresseeren p=r slandsfregat van oorlog de Ceres en het ingehuurd parti= Schip schip 'T Fortuin, welke bodems op den 11' daar aanvolgende de reyse naar Europa hebben ondernomen:- In hoope en vertrouwen dat gem onse onderdanige Letteren aan Uwe wel Edele groot agtb: voor den ont„ fangst deeser zullen zyn inhan„ digt; neemen wij de vryheyd ons daaxaam te refereeren, en dees en verder te laaten dienen ter pligtschuldige Communicatie, dat op den 15:e dee ser alhier behouden is g'arri„ veerd Uwer wel Edele groot agtb kamerschip de goede Trouw, met 3 doden, zynde den 17 Jannuarij van China en den 4 Februarij ry=k Uijt straat Sunda gezeylt. Deese bodem zig benevens desselfs pre„ cieuse lading in zeer goede staat bevindende, zal door ons op den 28 deeser na van alt verEyschte te zijn voorzien, naar Ne„ derland worden gedepe„ cheerd. - Wij neemen verders de vryheyd Uwer wel Edele groot Agtbarens aan te bieden, de Monsterrollen van hoogst derselver kamer Schipper Osterom en de Dia mant. — Ni op den naar „ e8 die 9 Wij beveelen Uwe wel Edele groot agtbarens en 's E Compagnies dierbaare belangen in de bescherming Godes en noemen ons met alle moge„ lyke Eerbied. — Wel Edele Erntfeste groot agtb: wel wijze, voorzienige, zeer genereuse = Gebie„ dende Heeren Uwe Int Casteel de goede Hoop Uwe wel Edele groot agtb: zeer den 25 aprill 1789: — onderdanige en gehoorzaame Dienaren — C J: Vanden Graaff: „Thenius J: N: P: van Lijnden. ƒ 2 J: R EeSuiur AGoerrel Reede Jan Oudteshoorn de ns en 3 9 n ge N M ƒ e - Aan den Wel Ed: gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaff, 18 Gouverneur en Directeur van e Cabo de Goede Hoopt met den a ressorte van dien &a &a H„ Wel Ed: Gestr: Heer se ondergeteek:d Capitains ter zee door Uwel Ed: Gestre expres gecommitteerd zijnde omme de merken van 't alhier ter rheede gearriveerde Ceijlonsche retour schip de Gouverneur Palk, op te neemen, hebben ingevolge die ordres zulx ver„ „rigt en bij Exacte bezigtiging bevonden dat voorz: Bodem gem: kte voor op 20 Voeten en agter op 22 V„t thans is diep gaande agter 20 1/3 en voor 17¾ Voeten Waarmede gedenkende aan Uwel Ede gestrege Eerde ordres te hebben voldaan laaten de ondergeteek„t dee„ „zen dienen voor nedrig rapport- /:onderstond:/ Cabo de goede hoop den 1 April 1789. (/:was geteeken) A: Heijenberg J„s Swetman- Accordeert J Goetz Pb: Clercq. ƒ
English
Copy Right Honorable Sir, The undersigned, having been expressly commissioned by Your Right Honorable to record the watermarks of the Ceylon return ship Gouverneur Falck lying here in the roads ready to sail, have performed this in accordance with those orders, and upon exact inspection found that the aforesaid vessel, marked forward at 20 and aft at 22 feet, is currently drawing 20¾ feet aft and 18¼ feet forward. Wherewith, believing to have complied with Your Right Honorable's honored orders, the undersigned submit this as a respectful report. Below stood: Cape of Good Hope, the 25th of April 1789. Was signed: Arends, S. Holt. Agrees: Goetz P. b. Clercq. To the Right Honorable Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc. P. b. Clercq. Copy To the Right Honorable Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc. Right Honorable Sir, The undersigned, having been expressly commissioned by Your Right Honorable to record the watermarks of the China return ship Leyden lying here in the roads ready to sail, have performed this in accordance with those orders, and upon exact inspection found that the aforesaid vessel, marked forward at 20 and aft at 23 feet, is currently drawing 21 feet aft and 19½ feet forward. Wherewith, believing to have complied with Your Right Honorable's honored orders, the undersigned submit this as a humble report. Below stood: Cape of Good Hope, the 25th of April 1789. Was signed: J. Arends, L. Stoll. Agrees: J. V. Goetz P. b. Clercq. Right Honorable Sir, The undersigned, Sea Captains, having been expressly commissioned by Your Right Honorable to record the watermarks of the China return ship Leyden arrived here, have performed this in accordance with those orders, and upon exact inspection found that the aforesaid vessel, marked forward at 20 and aft at 24 feet, is currently drawing 21 feet aft and 19 feet forward. Wherewith, believing to have complied with Your Right Honorable's honored orders, the undersigned submit this as a humble report. Below stood: Cape of Good Hope, the 11th of April 1789. Was signed: Jacob Veer and F. Smit. Agrees: Goetz To the Right Honorable Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc. P. E. Clercq. 29 C. Honorable Sir, The undersigned have the honor to inform Your Honor that, upon exact inspection, they observed that the ship Leyden, marked forward at 20 and aft at 22 feet, destined from here to the Netherlands, and lying ready to sail in the roads of Whampoa, is drawing 21 feet aft and 19¾ feet forward. Wherewith their commission is completed, and they are prepared, if necessary, to confirm this statement under oath. We remain with all respect, Honorable Sir, below: Your Honor's obedient servants. Was signed: J. Arends and L. Elgenhuizen. In the margin: Canton in China, the 29th of September 1788. Below stood: Agrees: J. Goetz To the Honorable Sir, the gentleman A. G. Hemmingson, First Supercargo of the Direct Navigation and Trade to China. P. b. Clercq. Honorable Sir, The undersigned have the honor to inform Your Honor that, upon exact inspection, they observed that the ship the Generaal Maatsuijker, marked forward at 20 and aft at 22 feet, destined from here to the Netherlands, and lying ready to sail in the roads of Whampoa, is drawing 22 feet aft and 20 feet forward. Wherewith their commission is completed, and they are prepared, if necessary, to confirm this statement under oath. We remain with all respect, Below stood: Honorable Sir, lower: Your Honor's obedient servants. Was signed: J. Arents and J. H. Givels. In the margin: Canton in China, the 29th of December 1788. Agrees: Goetz E. Clercq. To the Honorable Sir, the gentleman A. G. Hemmingson, First Supercargo of the Direct Navigation and Trade to China. Right Honorable Sir, The undersigned, Sea Captains, having been expressly commissioned by Your Right Honorable to record the watermarks of the China return ship the Generaal Maatsuijker arrived here, have performed this in accordance with those orders, and upon exact inspection found that the aforesaid vessel, marked forward at 20 and aft at 22 feet, is currently drawing 21½ feet aft and 18¼ feet forward. Wherewith, believing to have complied with Your Right Honorable's honored orders, the undersigned submit this as a humble report. Below stood: Cape of Good Hope, the 10th of April 1789. Was signed: J. Pietersen and J. Smit. Agrees: Goetz To the Right Honorable Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc. P. b. Clercq. To the Right Honorable Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc. Right Honorable Sir, The undersigned, having been expressly commissioned by Your Right Honorable to record the watermarks of the China return ship the Generaal Maatsuijker lying here in the roads ready to sail, have performed this in accordance with those orders, and upon exact inspection found that the aforesaid vessel, marked forward at 19 and aft at 22 feet, is currently drawing 21¼ feet aft and 18¾ feet forward. Wherewith, believing to have complied with Your Right Honorable's honored orders, the undersigned submit this as a respectful report. Below stood: Cape of Good Hope, the 21st of April 1789. Was signed: J. Arends, S. Stoll. Agrees: J. Goetz P. E. Clercq.
Dutch transcription
Copia WelEdele Gestrenge Heer. De ondergetekendens door uwelEd: Gestr: es„ presse gecommitteerd zynde omme de merken op te neemen van 't alhier ter rheede zeijlree leggende Ceylonsche retourschip de Gouverneur Falk, heb„ ben ingevolge die ordres zulx verrigt en bij exacte bezigtiging bevonden dat voorsz: Bodem gemerkt Voor op 20. en Agter op 22 vaeten, thans is diep„ gaande Egter 20¾ en voor 18¼ Voeten- Waarmeede gedenkende aan uw Ed„ gestrenge geEerde Ordres te hebben voldaan laaten de ondergeteekendens deesen dienen voor eerbiedig rapport /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 25 April 1789- (:was geteekend/ Arends, S: Holt. — Acordeert Goett rte Aan den Wel Edelen Gestrengen Heere Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Di„ „recteur van Cabo de Goede Hoop„ met den ressorte van dien ga sa Sa D b: Clercq. Capo Aan den welEdelen Gestr: Heere Cornelis Jacob van de Graaff gouverneur en directeur van Cabo de goede Hoop met den ressorte van dien &=a &=a d=o WelEdele Gestrenge Heer De ondergeteekendens door uwelEd: Gestr: expres gecommitteerd zynde omme de merken op te neemen van het alhier ter rheede zeylren leggende Chinaas retour schip Leyden hebben ingevolge die ordres zulx verrigt en by exacte beregtiging bevonden dat voorsz: Boodem gemerkt voor op 20 en Agter op 23 voeten, thans is diep aangaande Agter 21 en voor 19½ voeten- Waar meede gedenkende aan UwelEd Gestr: geerde ordres te hebben voldaan laaten de ondergeteekendens deezen dienen voor needrig rapport /:onder stond:/ Cabo de goed Hoop den 25 April 1789 /:was Geteekent:/ I=n Arends, L Stoll Accordeerd JV Goett P b: Clercq. WelEdele Gestrenge Heer De ondergeteekendens Capitains ter Zee„ door UWelEdGest„re expres gecommit„ teerd zijnde omma demerkan van 't alhier gearriveerde Chinaas re„ zour schip Leijdan op te neemen, heb„ ben ingevolge die ordres zulx verrigt en bij dacht bezigtiging bevonden dat Voorsz: Boodem gemerkt Voor op 26: en agter op 24 Vaezen thans is diep gaande Agter 21 in voor 19 voeten Waar meede gedenkende aan uwelEd: Gestr: geEerde Ordras te hebben voldaan laaten de ondergetekendens deesen die„ nen voor needrig rappart sonderstond Cabo de Goede Hoop den 11 AApril 1789 /:was geteek:d) Jacob Veer & F Smit Regeert Goett ba Aan den WelEdelen Gestrengen Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur & Directeur van Cabo de goede Hoop met den ressorte van dien &=a Ha. &a P Eg Clercq. 29 C. WelEdelen Heer de Ondergeteekendens hebben de Eer UwEd= de berigten, dat zij bij op acte bezigtiging Ontwaard hebben, dat het schipLlijden gemerkt voor op 20. en agter op 22 Vaeten, gedestineerd van hier na Neederland, en zeilzee leggende ter rheede Ct ham agter is diepgaande 2Waezen en voor 19¾ Voeten Waarmeede hun last volbragt en zij bereid zijn, deese hunne Opgaave des noods met Eede te bevestigen Blijve met aalle Eerbied WelEdelen Heer /lager:/ UwEd: Gehoorzame Dinaren /:Was getek=t:/ I: Mends en L: Elgenhuizen /I margine:/ Canton en China den 29 7ber 1788. /onderstond: cordeert. GGoet Aan den Wel Edelen Heer den heer A=k G=s Hemmingson Eersten super Carge van den Directen Vaarten Handee op China H Dby Clercq WelEdelen Heer. de ondergeteekendens hebben, de Eer uwe EEd„ te berigten, dat zij bij ox acte bezigtiging Ontwaard hebben dat het schip de Gekert Maarsuijker gemerkt voor op 20 en agter op 22 Voeten gedestineerd van hier na Nee„ derlandt en seilree leggende ter Rheede St Stpam, agter is die pgaande 22 en voor 20 Vaeten Waar meede hun last volbragt, en zij bereid zijn„ de, deese hunne opgaave desnoods met Eede te bevestigen Blijve met alle Eerbied /:onderstond:/ WelEdele Heer /lager:/ u wEd: Gehoorzame Dier„ naaren /was geteek:d/ I=n Arents & I: H: Givels /Smargine Cantoo in China den 29 dec: 1788 coldeert Goetz EClercq nden WelEdelen Heer dan Da Heer W: F Demmings on Eersten SuperCarga van den Derecteur Vaart en Handel op Cria H — M d WelEdele Gestrenge Heer De ondargeteekendens Capitains ter zee door uwelEd Gestr expres gecommitteerd zijn de omme de merken van alhier garriveerd e Chinaas retaur schip de Gener„l Maatsuijker op te neemen, hebben ingevolge die ordres zulx verrigten bij op acte bezigtiging bevond en dat voorsz: Badem gemerkt Voor op 20 en Agter op 22 Voeten, thans is diep gaan„ de Agter 27½ en voor 18¼ voeten Waar meede gedenkende aan uwelEd: Geshr: geEerde ordres te hebben voldaan laaten de ondergeteekendens deezen dienen voor needrig berigt /onderstond:/ Cabo de goede Hoop den 10 April 1789 /was geteekd:/ /: Pietersen en J Smit. Cco boeert. Goetz Aan den WelEdelen Gestrengen Heere Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur & Zaracheus van Cabo de goede Koopmet den ressorte van dien &a C=r ƒ H P bg Clercq. Aan den WelEdelen Ge strengen Heer Cornelis Jacob van de Graaff Gouverneur en Lierecteur van Cabo de Goede Hoop met den ressorte van dien &a: &: &a: WelEdele Gestrenge Heer De ondergeteekendens door UwelEd: Gestr: Expresse gecommitteerd zynde omme de merken van het alhier ter rhee„ de zijlree leggende Chinaas retour schip de Generaal Maatzuiker op te neemen hebben ingevolge die ordres zulx verrigt en bij Exacte bezigtiging bevonden dat voorsz: Bodem gemerkt voor 19 en Agter op 22 voeten thans is diepgaande agter 21¼ in voor 18¾ voeten- Waarmeede gedenkende aan uwelEdele Gestringens geeerde ordres te hebben voldaan laaten de ondergeteekend. De ondergeteekendens deezen dienen voor Eerbiedig Rapport - /onderstond:/ Cabo de Goede Hoop den 21 April 1789 /:was geteekend:/ J=n Drends S: Htoll Accordeerd H J Goetz P E: Clercq.
English
Cape 2 May 1789. A in the lead box Register of all such letters and papers as are dispatched from here this day to the Right Honorable the Gentlemen Directors Delegated to the Illustrious Assembly of the Seventeen, as well as to the Honorable the Gentlemen Directors of the individual Chambers mentioned below, per the China return ship Plitterswijk, namely: No. 1 Original dispatch by the Honorable Governor Cornelis Jacob van de Graaff and the Council of this place, consigned to the aforementioned illustrious Board of the High Noble Gentlemen Seventeen. 2 Secret [dispatch] by the aforementioned Governor and Second Person, to the First Advocate of the General Netherlands Company, Advocate Sebastiaan Cornelis Nederburgh, wherein is enclosed a letter to the Gentlemen of the Secret Committee. Please turn over. A. Separately handed over to the ship's commanders. A: No. 3 Duplicate dispatch by the aforementioned Governor & Council under date 28 April last per the ship De Goede Trouw addressed to the aforementioned Seventeen. 4 Original short invoice of that which was loaded in China onto the bearer hereof. 5 Muster rolls and lists of such persons as are crossing over with this vessel to the Netherlands. 6 Expense account of that which was provided to the aforementioned ship during its stay here. 7 Authentic copy reports concerning the draft of the aforementioned vessel, both at its arrival and departure from here, those at its departure from China not having been received here. In the Castle of Good Hope, 2 May 1789. G. Coets First Clerk. Patria To the Right Honorable the Gentlemen Directors delegated to the Illustrious Assembly of the Seventeen representing the General Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber Amsterdam. Per the Company's return ship Blitterswijk. Right Honorable, Stern, Highly Respected, Most Wise, Prudent, and Most Generous Gentlemen: High Commanding Gentlemen: We accompany this with the duplicate of our respectful letters of the 28th of the past month of April, per the ship De Goede Trouw, and take the liberty of respectfully referring to them, with dutiful communication that that vessel undertook its journey yesterday, together with the return ships De Gouverneur Falk, De Generaal Maatsuiker, and Leiden. We further take the liberty of letting this serve to accompany the return ship Blitterswijk, made ready to sail again by us today, presenting to Your Right Honors the original short invoice of its Chinese cargo, together with the expense account of that which was provided to that vessel in this Government, and a list of the persons who are repatriating from this Government with the same. We also cannot refrain from communicating dutifully to Your Right Honors the safe arrival at this remote corner of the following three naval vessels, namely: On the 22nd of April, the brig De Pijl, the 24th, the ship De Beschermer, [and] the frigate De Lynx, of which the first two are anchored in Simons Bay, and the last mentioned in this Roads. We commend Your Right Honors and the interests of the Noble Company to God's safe keeping, and take the liberty of naming ourselves with all due respect, Right Honorable, Stern, Highly Respected, Most Wise, Prudent, Most Generous, High Commanding Gentlemen: Your In the Castle of Good Hope, the 2nd of May 1789. Your Right Honors' very humble, faithful, obedient servants, C: J: van de Graaff J: N: S: van Lijnden S: v: E: Klerck R: J: Gordon C: Brand Cape 6 May 1789 Cape 6 May 1789 Cape 6 May 1789 Cape Cape 6 May 1789. Register of the letters and papers which are dispatched from here under today's date, both to the Illustrious Board of the High Noble Gentlemen Seventeen, and to the Directors of the individual Chambers indicated in the margin, per the return ship De Batavier, namely: No. 1 Original dispatch by the Honorable Governor Cornelis Jacob van de Graaff and the Council of this place, consigned to the aforementioned Seventeen. 2 [Letters] by the aforementioned addressed to the Honorable the Gentlemen Directors of the Chambers named beside. 3 [Dispatch] by the aforementioned Governor and Second Person Johannes Isaack Rhenius separately addressed to the First Advocate of the Honorable Company, Master Sebastiaan Cornelis Nederburgh, wherein is enclosed a letter to the Gentlemen of the Secret Committee. No. 4 Duplicate dispatches by the Honorable Governor and the Council under date 2 [May] sent to the Seventeen per the ship Blitterswijk and bearer hereof. 5 Authentic copy remonstrance presented in the Council of Policy by the Independent Fiscal in this Government, Johan Nicolaas Steven van Lynden. 6 Diverse documents having served in the case of the sailor Philippus du Bosc. 7 Original long invoice of that which was loaded in Ceylon onto the bearer hereof. 8 Short invoice of the aforementioned cargo. 9 Copy short invoice of that loaded in Batavia onto the packet boat De Maria Louisa. No. 10 Bill of lading invoice for five leagers of ordinary Cape wine shipped in the bearer hereof. 11 Authentic copy report of commissioners who tasted the aforementioned wines and found them in good condition. 12 List of such persons who are repatriating from this Government with the bearer hereof. 13 Diverse muster rolls of the Company's ships, according to separate register. 14 Authentic copy reports regarding the draft of the bearer hereof, both at its arrival and departure from here. 15 Report of commissioners of maritime affairs regarding the defects in the main mast of the bearer hereof. 16 Expense account of that which was provided in this Government to the bearer hereof. Postscript: A small packet of private letters. In the Castle of Good Hope, the 6th of May 1789.
Dutch transcription
Caab 2 Maij 1789. A in de loode doos Register van alle zoda¬ nige brieven en papieren als op heden van hier werden af¬ gezonde aan haar welEdele Hoog Agtb. de Heeren gecommit: bewindhebberen ter ilustre vergadering van zeventhienen als aan de Edele Heeren Bewindhebberen der onder te noemen part Kamers p. r het Chinaas re„ tourschip Plitterswijk namentlijk N t Origineele Missive door den wel Edele Heer gouverneur Cornelis Jacob van de Graaff en de Raad deezer plaatze aan op„ gem: ilustre College der Hoog Edele Heeren XVII geconsigneerd secreet door wel gem: heere Gouverneur en secunde Persoon, aan den Heer Eerste advocaat van de Generaale Neder L: Comp. s Av: Sebastiaan Cornelis Nederbugh, waar in geslooten een brief aan de Heere van de secreete Com¬ missie vrte A. „de scheeps overhee„ den apart inhandigd A: N„ 3 Duplicaat Missive, door evengem. Heere gouverneur & Raad sub 28 april Jongst L: p„r het schip de goede trouw aan wel opgem Seventhienen gericht. „ 4: Origineele korte factuur van het geen te China in brenger deeser is afgeladen „ 5. Brandrollen en Lysten van zo„ danige personen als met deeser bodem naar nederland overvaaren. 6 Onkost reek van het geen aan evengim schip, geduurende desselfs verblijf thier is verstrekt 7 Copia Anthenticq Berigten nopens het diep treeden van opgem: bodem— zo bij desselfs arrive¬ ment — ment als de part van hier zijnde die bij desselfs vertrek van China alhier niet ontfangen In 't Casteel af goede Sloor d2 Maij 1749. G Coets p E Clercq. e ve Patria Aan de wel Edele Hoog Achtb: Heeren Bewindhebberen P„i„ Co Curp: oars Rip Blitterswijk. gecommitteerd ter Illustre vergaderinge van zeeventienen representeerende de generale nederlandsche g'octroieerde oost Indische Compagnie ter Praesideale kamer Amsterdam. WelEdele, Erntfeste Hoog Achtb: Hoogwijze, voorzienige en zeer Genereuse Heeren: Hoog Gebiedende Heeren: Wij laaten deeze vergezellen van het duplicaat onzer eerbiedige Tot Letteren Letteren van den 28=e der Jongst afgelopene maand April; pr het schip de Goede Trouw, en wee„ men de vrijheid ons daar aan eerbiedig te refereeren, onderplicht schuldige Communicatie dat die Bodem op gisteren deszelve reize heeft ondernoomen, te gelijk met de retourscheepen de Gouver neur Falk, de Generaal Maat zuiker en Leiden. Wij neemen verders de vrijheid deezen te laten dienen tot bijge leide van het retourschip Blit terswijk door ons wederom op heeden heeden reisvaardig gemaakt, biedende Uwel Edele Hoog Achtb: aan het Origineel kort factuur van deszelvs China „se Lading, beneevens de onkostreekening van het geen ten deesen Gouvernemente aan die Bodem is verstrekt, en een Lijst der perzoonen die uit dit Gouvernement met dezelve repatrieeren Wij kunnen ook niet afzijn Uwel Edele Hoog Achtb: plichtschuldig te Com municeeren, de behou„ den st heeden den aankomst aan deeze uithoek van de drie volgende Lands scheepen, als Op den 22 April de Brik de Pijl 24 _ het schip de Beschermer „ Freguat de Links waar van de twee eerste in de Li monsbaai, en Laatstgemelde ter deeze Rhee= „de zyn geankerd. - Wi beveelen rwel Uwel Edele Hoog Achtbaarens en de belangen der Edele Maatschap pij aan Godes veilige hoede en neemen de vrij heid ons met alle verschuldigde eerbied te noemen. — Wel Edele Erntfeste, Hoog Achtb; Hoog, wipe, voorzienige, zeer Genereussen Hoog Gebiedende Heeren: Uer In't Casteel de Goede Hoop Uwe wel Edele Hoog Achtb zee den 2 May 1709. ootm: getr: gehoort dienaren C: J: Vande Graaff: J: N: J: van Lijnden S: N: K Sullen Chinius CGoewel 2 caab 6 May 1780 caab 6 May 1784 caab 6 Mai 1789 caab N o 1 Origineele caab 6 Maij 1789. Register der Brieven en Papieren de welke onder huydigen datum van hier werden afgesonden, zo aan t Sllustre College der hoog Edele Heeren Zeventlie„ van, als aan de Bewind„ hebber en der inmargine betekende particuliere 8 Cameren i het ritour schip de Batavier namentlyk. — Missive door de wel Edele Steek gouverneur Cornelis Jacob van de Graaf en den gaad deeser plaatse aan hoogstged: staeken Zeventhienen geconsigneerd. - door als even gem g'addresseerd aan de roe¬ le Heyzen Bewindregeeren der bezijde genoemde Cameren _o bij wel opgem: Heeze gouverneur allen secunda pers van Iohannes Isaack Brenius apart gerigt aan myn Hteerellen dezeste res= a dvtocaar van de EdE Comp= M=r Sebritiaan Cornelis Bederburg waar in beslooken eene N=o 4 duplicatas Missives door voor Edele Heer Gouverneur en den raad subdato 2 aan en zaeken afgegaan &r Eer Schip Busterswijk en brenger dieser 5 Copia authenticq Vertoog door den Inde pendank Fiscaal ten derse gouder nemanke Jo han Nicolaas Steeven van Lynden in vergadering van Politie overgeleeverd diverse stucken gediand hebbende in de Laap van den Matrroos Philippus dn Bose 7 Origineele lang factuur van geen te Ceilon in brenger deeser is af„ gelaaden kort factuar van ^ van gem: Lading Copia Kort factuur van 't eene Missive aan de staed van de Secroete Commissie geladene 15 N=o 10 Cognoscement factuur van vif Laygers ordinaire Caab„ te wyn in branger deeses afgescheept 1 Copia Authenticq Rapport van gecomm die voorsz wynen geproefd en wel Gecontitioneerd bevon„ den hebben „ 12 Lyst van zodanige persoonen als met branger deeses uyt dit gouvernement repatrieeren 4 Copia authontoq rapporten wegens het dieptreeden van brenger deeses, zo bij zyn aankomst als vertrek van hier Rapport van res= gecomp: zeekundigen nopens de gebreeken aan den groote Brae van branger derser „ 13 diverse Monsterrollen van s EComp=s scheepen volgens apart register geladene te Batavia in 't pacquetboot de Maria Louisa vte is gouvernemente aan brenger deeses is ver„ strekt N=o 16 Onkost beecq: van 't geen ten deese PB Een pacquetje particuliere be stelbrieven In 't Casteel de goede Hoop den 6 Maij 1789
English
Patria. Per the Honorable Company return ship de Batavier. To the Right Honorable and Highly Esteemed Gentlemen Directors, deputed to the Illustrious Assembly of Seventeen representing the General Chartered Dutch East India Company at the presiding chamber in Amsterdam Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed, Most Wise, Prudent and Very Generous Gentlemen. High Commanding Gentlemen We have taken the liberty to address our latest humble letters to Your Right Honors dated the 2nd of this month per the China return ship Blitterswijk, and let this be accompanied by its duplicate, dutifully communicating that its bearer has departed on the journey to Europe while this was being written. Pursuant to our aforementioned respectful letter, we have today again enabled the Ceylon return ship de Batavier to proceed on its voyage, and take the liberty of presenting to Your Right Honors the invoices of its cargo, together with a bill of lading invoice for 5 leagers of ordinary Cape wine shipped therein for the account of the chamber of Amsterdam, along with a list of such persons as are repatriating from this Government with that vessel. The aforementioned return ship Blitterswijk being detained in this roadstead by contrary winds, we have availed ourselves of that opportunity to dutifully communicate to Your Right Honors by our humble follow-up letter of the 1st of this month the safe arrival of the Honorable Company packet boat the Maria Louisa, which sailed on the 5th of March from Batavia, on the 10th out of the Sunda Strait, and anchored here on the 3rd of this month; With Your Right Honors' highly esteemed letters of the 16th of May of the past year, we received a petition presented to Your Right Honors by Noel du Bose, on behalf of his son Philippus du Bose, and shall now, in compliance with Your Right Honors' honored order regarding the latter du Bose, respectfully state the following: that after receipt of Your Right Honors' aforementioned honored letters, the undersigned Governor came to discover that Philippus du Bose was on board one of the return ships, and gave notice thereof to our council, communicating that when proceedings were initiated by the fiscal pro interim Gabriel Ester against the person of Marinus Simon van Cruijselbergen under violent suspicion of being the author of certain counterfeit paper currency circulating here at the time, he, du Bose, was also implicated in that matter, and on that occasion, in his defense before delegated members of the Council of Justice, had confessed to having spread the infamous and entirely slanderous tale that His Honor had brought himself to demand from Captain at Sea Francois Duminij, who had just before been appointed Equipment Master, the payment of a considerable sum of money for obtaining the said post; that although the said du Bose was then fully convinced of having spread this calumny without any foundation, and had therefore also begged for forgiveness for his rash and mendacious expressions, His Honor nevertheless, when the Cruijselbergen case had been brought to such a state by the Council of Justice that the said Council requested to settle it politically, thought it best, out of a particular consideration for his young years, not to prosecute the said du Bose further for this, but at the same time no longer to tolerate him in this place, and therefore had caused him to depart from here at the first suitable opportunity in his capacity as a Sailor; that His Honor, then also firmly trusting that anyone who knew His Honor's moral character would remain fully persuaded of the falsehood of that slanderous fiction, considered this matter settled, and could not imagine that it could still have any adverse consequences for His Honor's honor and reputation; that His Honor, however, had some time later to suffer the mortification of learning, from a dispatch from the Right Honorable Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General of the Dutch Indies, that the said du Bose and Cruijselbergen, upon their arrival at Batavia, had persisted in the aforementioned punishable accusation, notwithstanding that the first-mentioned had already made a formal apology before delegated members of the Council of Justice here; that His Honor thereupon had not lost a single moment in having the strict interrogatories relative to that matter drawn up, and then handing them to the Commissioner present at this Government, the Right Honorable Mr. Adriaan Boesses, with the request that the then Equipment Master, Francois Duminij, expressly summoned for that purpose before the council chamber, be called in and questioned upon the same under solemn oath before the entire assembly; which was then also immediately carried out, and the deed executed thereof was further, at His Honor's request, sent in copy to the High Indian Government, and it was urged by us to that Highest Authority that, in view of the then clearly established innocence of the undersigned Governor, and also of the notorious falsehood of the aforementioned imputation, it might please that Highest Authority to view the delicacy of these matters and to punish according to his deserts, for his calumny committed therein against the character of a Governor of this Colony, the one who should be found to be the deviser thereof; that His Honor, to his exceedingly great astonishment and sorrow, among the enclosures of Your Right Honors
Dutch transcription
Datria. - P„r 3 Comp: retoun schip de Batavier. Aan de welEdele hoog agtb: heeren Bewindhebberen, gecommitteerd ter Jllustre vergadering van zeeventienen representeerende de generale nederlandsche geoctroiëerde oost Indische Compagnie ter presediaale kamer te Amsterdam WelEdele, Erntfeste, Hoog Achtb:, Hoogwijze; voorzienige en zeer genereuse Heeren. Hoog gebiedende Heeren Wy hebben de vryheid geno= „men onze Jongst onderdanige Letteren aan UwelEdele hoog achtb: subdato 2 deezer te addres= „seeren per het Chinas retourschip blitterver Blitterswijk, en laaten deeze verge„ „zellen van dies duplicaat, onder plig„ schuldige Communicatie dat deszelfs brenger onder het schrijven deezer de reize naar Europa heeft aanvaard, ingevolge ons evengemeld eerbiedig schrijven hebben wij heeden we= „derom tot 't vervorderen van deszelfs reize in staat gesteld, het Ceilons retour schip de Batavier en neemen de vrijheid UwelEdele hoog Achtb: aan te bieden de factuuren van dieves lading nevens een Cog= noscement- factuur van 5 leggers ordinaire Caapse, wijn daar in voor reekening der kamer Amsterdam Amsterdam afgescheept, mitsg: een lijst van zodanige Perzoonen als uit dit Gouverne= „ment met die bodem repatri= eeren Het voorsz: retour Schip Blit- „terswijk door teegen wind ter deeze rheede opgehouden wee= zende, hebben wij van die geleegende „heid gebruijk gemaakt, om uwel Edele hoog achtb: bij onze onderdanige Nabrief van den ls deezer pligtschuldig te Communi= „ceeren het behoude arivement van 's E Comp:s pacquet Boot de Maria Louisa, zijnde den 5 Maart van verge¬ pligt aard van Batavia den 10 uit straat Sunda gezeilt en den 3 deezer al¬ „hier voor anker gekoomen; - Met uwel Edele hoog achtb: zeer gerenereerde letteren van den 16 Mei des voorl: Iaars, hebben wij mogen ontfangen Een request door Noel du Bose aan UwelEdele Hoog achtb: gepresen teerd, ten behoeve van zijn zoon Philippus du Bose, en zullen thans ter voldoening aan het geEerd bevel uwelEdele hoog Achtb: omtrent laatsgemelde du Bose 't volgende Eerbiedig ter neederstellen, dat den onderteek: gouverneur gouverneur nader ontfangst voorml: uwer UelEdele hoog achtb: ge Eerde letteren zijnde komen te ontwaaren, dat zig Philippus du Bose op een der retour Scheepen bevond, daar van ten onzer ver= gadering heeft kennisse ge= geeven, onder Communicatie dat wanneer door den pro Interum fiscaal Gabriel Ester, teegens den perzoon van Marinus Simon van Cruij= selbergen in Cas van regemen te suspicie van te weezen au= teur van zeekere alhier toen ter tijd zouleerende valsche papiere tr aat e : r papiere Munt, procedures waaren geentameerd, hij de Bose mede in die zaak was betrokken geweest, en bij die geleegendheid in zijn Schoor voor gecommit= „teerde leeden uit den raad van Justitie tad geconsesseerd gespargeerd te hebben, het infaame en allezints Eerro= „vend vertelzel, als of zijn Ed: van zich hadt kunnen verkrij„ gen, om van den Capitain ter Zee Francois Duminij, even te vooren tot Equipage mees„ „ter aangesteld, voor ^ obtenue van gemelde post eene Con= Consider Considerabele somme gelds te doen betaalen; dat hoe zeer gemelde du Bose als toen ook wel geconvinceerd is geworden, deeze Calumnie zonder Eenige grond te hebben uitge„ strooid, en daar om ook om vergiffenis hadde gebeeden we„ „gens zijne onbesonnene en leugenagtige uitdrukkingen zijn Ed: Echter wanneer de zaak van Cruijselbergen door den raad van Justitie tot die termen was gebracht, dat gemelde raad verzogt dezelve politieq afte doen, best had gedagt gemelde du Bose waaren sider: du Bose uit eene bijzondere Consideratie voor zijne Jonge Iaaren daar over niet verder te persicuteeren, maar ook teffens dezelven ter deezer plaat „se niet langer te dulden in overzulx met de eerste bekwaame gelegendheid in zijne qualiteit als Mattroos van hier had doen vertrekken; dat zyn Ed: als toen ook in het vast vertrouwen dat een ieder die zijn Ed moreel Caracter kende zig ten vollen zoude gepersie= 2 „adeerd houden van de onwaar- heid van dat lasterlijk verdichtge deeze Deeze zaak voor afgedaan hield en zich niet konde verbeelden dat dezelve voor zijn Ed: Eer en reputatie nog eenige na= „delige gevolgen zou kunnen hebben; dat zijn Ed: Echter eenige tijd naderhand de mor= tificatie had moeten ondervin „den uit eene Missive van den hoog Edelen Groot Achtb Heere Mr: Willem Arnold Alting Gouverneur generaal van neederlands India te ontwaaren, dat gemelde du Bose en Cruijselbergen bij derzelverkomst te Batavia. bij dere plaat oos zyn aar- ictje bij voorsz: Strafwaardige in sulpatie waaren blijven peesis teeren, niet tegenstaande de eerst „gemelde daar van reeds voor ge Committeerde reeden uit den raad van Iustitie alhier afbeed hadde gedaan; dat zijn Ed: hier op geen ogenblik hadde laaten verlooren gaan om de strieste vraag poincten tot die zaak relatief te doen zamen stellen en deselve als toen aan den ten deeze Gouvernemente aanweesig zijnde Commissaris den wel= Edele groot achtb: Heere Adri= „aan Boesses te overhandigen met met verzoek dat den toemaligen Equipagie Meester Francois Duminij daartoe expresselijk voor de raadkamer geappoine= „teerd binnen geroepen en voor de gantsche vergadering onder solemneele Eeden op dezelven moogt worden ondervraagd 't welk dan ook dadelijk is te werk gesteld en de daar van gepasseerde acte verders meede op zijn Ed: verzoek in Copia aan de hooge Jndiasche regeering overgezonden en bij hoogst dezelve door ons geinsteerd dat uit hoofde der als toen duidelijk Consteerende eerst digen Consteerende onschuld van den onderteekende gouverneur en di meede van de notoire valschheid den voorsz: imputatie het hoogst deselve behagen mogte ƒ de tederheid dier zaaken te zien en den geenen die bevonden zoude worden de Excogiteur daar van te zijn, overzijne Daarinne gepleegde Calumme tegens het Caracter van een gouverneur deeser Colonie naar merite te doen straffen datr dat zijn Ed: tot desselfs over= groote verbasing en leedweezen onder de bijlagen van uwer wel Edele
English
Honorable and Highly Esteemed Sirs, In the aforementioned, very esteemed letter, there ought to have been found the request presented to Your Noble and High Mightinesses by Noel du Bose, father of Philippus du Bose, in which he bitterly complains about the terrible mistreatment inflicted upon his son in this Government, under a foul allegation as if the said words of him, Philippus du Bose, were the motivating cause for imputing him to be an accomplice in the falsification and counterfeiting of paper money; that although His Honor could well demonstrate the falsehood thereof from the answered interrogatories of him, Philippus du Bose, from which it becomes most clearly evident that this confession of that so extreme calumny with respect to him, the Lord Governor, was on the contrary a consequence of the vehement suspicion that lay upon him, Philippus du Bose; yet, by this so slanderous accusation of the elder du Bose and the stubborn perseverance of his aforementioned son, he considered himself to be so defamed and insulted in the eyes of the whole world that His Honor declared he could no longer remain silent on this matter, but on the contrary, for the preservation of his honor and good name, which is dearer to him than life, to push this matter to the utmost, without any further consideration for the young years or thoughtless passion of him, Philippus du Bose, who, by reason of his extreme malice, no longer deserved any management whatsoever; all the more so since His Honor was of the opinion that every inhabitant of this colony, from the highest to the least, must be most highly concerned to know whether someone whom the high-commanding Lords Masters had not hesitated to entrust with a post of so much importance as the government of the Cape of Good Hope, was corruptible or not; that His Honor now hoped to prove the latter to the whole world, and therefore had immediately placed the person of Philippus du Bose into the hands of the Fiscal pro interim, Gabriel Efter, in order to initiate such proceedings against him before the Council of Justice as the delicacy of this matter, which had become so serious through the aforementioned request of the elder du Bose, should come to require; that the said Fiscal pro interim had then also caused him, Philippus du Bose, to be placed under civil arrest, but that, since the Fiscal pro interim, for the substantiation of this matter, would indispensably need to have a view of the request of Noel du Bose, as well as of all such documents as were kept at the Secretariat relative to the aforementioned case of Cruijselbergen and du Bose, His Honor requested that copies of these various items be placed in the hands of the repeatedly mentioned Fiscal pro interim, in order to be able to make the necessary use thereof in due time; Whereupon we only unanimously testified that, however much it pained our very souls that His Honor, who had never given us any reason for such suspicions, but on the contrary in all cases the most striking proofs of his noble-minded disinterestedness, now found himself under the hard and unpleasant necessity of having to make use of those papers, which for a man of honor and probity could not be anything other than repugnant, we nevertheless judged nothing more equitable than that copies of the aforementioned papers be handed over to the repeatedly mentioned Fiscal pro interim, for the delivery of which the Secretary of our assembly has accordingly been qualified. Meanwhile, having arrived in this Government, the undersigned Independent Fiscal, Johan Nicolaas van Lijnden, into whose hands, among other documents concerning the fiscal office, the abovementioned copy of the request and further documents have been handed; and Your Noble and High Mightinesses, if you please, will be able to observe from the representation accompanying this in authentic copy, that he considered it appropriate, before initiating any proceedings against Philippus du Bose, however much sufficient ground was available for doing so, to submit to us such weighty considerations as are set forth at length in that representation, with a further proposal to us whether we, in order to avoid all adverse reflections, both with respect to the Council of Justice, as if it had been capable of the utmost cruelties in the case of Philippus du Bose according to the tenor of his father's request, and with regard to the undersigned Governor, as if His Honor, from a motive of vengefulness, had abused the authority entrusted to him, might not proceed to mete out full measure to the repeatedly mentioned reckless petitioner in all respects, and to condescend to his request made to Your Noble and High Mightinesses, namely to send his son, Philippus du Bose, home to the fatherland; on which representation having been maturely deliberated by us, we have resolved to send the frequently mentioned Philippus du Bose to the Netherlands by one of the return ships, and pursuant to this our resolution have placed him on the bearer of this letter; and we take the liberty of hereby presenting to Your Noble and High Mightinesses the authentic copies of all such documents as were kept relative to the case in question, both at the Secretariat of Policy and that of Justice, from which we hope and trust that the falsehood of the insulting assertions posited in the request of Noel du Bose, and the vile and low nature of his son, will appear as clear as the sun to Your Noble and High Mightinesses; against whom the undersigned Governor has stated, on the aforementioned proposal of the undersigned Independent Fiscal, no
Dutch transcription
welEdele Hoog Achtb: voormd zeer geëerde letteren hadt moeten vinden het request door Noeldu Bose vader van philippus du Bose aan uwel Edele Hoog achtb: geprazenteerd waar in dezelve zich betterlijk beklaagd over de verschrikkelijke mishan= delingen zynen zoon ten deese Gouvernemente aan gedaan onder een vuijlaartig voor= geeven als of dat gez: van hem Philippus de Bose, de Cousa movens zoude zyn geweest dat men hem hadde en dus heid mnie a42 n Eele hadde g'imputeerd meede plichtig te zijn aan de ver= valsching en namaking van papiere geld, dat of schoon zijn Ed: de valschheid daar van wel zoude kunnen aantoonen uit de beandwoorde Inter= „rogatoria van hem Philippus du Bose waar uit ten klaar sten komt te Consteeren dat deese Confessie van die zo outrante calumnie ten op= „zichte van hem heer Gouver= neur integendeel was een gevolg der rehemente suspice welke op hem philippus du Base du Bose lag echter door deeze zo lasive beschuldiging van den ouden du Bose en hardnekkige per severance van zynen gemelden zoon, vermeende voor het oog van de gantsche waereld dermate gefletriseerd en gehoond te zijn dat zijn Ed: declareerde hier op niet lager te kunnen blyven Stilsitten maar in= tegendeel ter Conservatie van zijn Eer en goede naam hem dierlaare dan 't leeven deeze zaak dus ook zonder Eenige verdere Consideratie voor se Voor de Ionge Iaaren of on= bezonnen drift van hem Philippus du Bose dewelke uit hoofde van zijne verre= gaande kwaadaartigheid geene menagementen hoe genaamd meer meriteerde, tot het uit„ terste te moeten pousseeren, te meer daar zijn Ed van ge voelen was, dat ieder in gezee ten deese Colonie van den eerste tot den minstetoe, er ten hoogs„ ten aan geleegen moest zijn omme te weeten of iemand dien de hoog gebiedende hee„ „ren Meesteren niet hadden gedikficulteerd Gedifficulteerd een post van zo veel impostatitie als het gouvernement van Caap de Goede Hoop te Conficeren Corruptibel waaren dan niet; dat zijn Ed: het laatste thans aan de geheele weereld hoopte te prouveeren en over zulx terstond den persoon van Philippus du Bose hadt gesteld in handen van den pro Interim Fiscaal Gabriel Efter omme tegens denselven zodanige procedures voor den raade van welke erre- geena d ze 9 s „ zin mand den van Iustitie te entameeren als de leederheid van deeze door het voorschr: request van den ouden du Bose zo serieus gewordene zaak zou koomen te verEijsschen; Dat dezelve pro Inte- „rim Fiscaal hem Philippuw dus Bose dan ook in Civiel arrest hadde doen brengen dan dat naardien den pro Jnterim fiscaal ter adstrutetie van deeze zaak onontbeerlijk zoude behooren te hebben visie van het Request van Noel du Bose mitsgaders van van alle zodanige stukken als tot de voorm: zaak van Cruijselbergen En du Bose relatief ter Secretarije waaren berustende, zijn Ed: verzogt van dit een en ander Copia te doen stellen in handen van meermelde pro Interim Fiscaal omme daarvanne der tijd het nodig gebruik te kunnen maaken — waar op wij alleen eenparig betuigden, dat hoe zeer het ons ook in onze zielen Smerten dat zyn Ed: die meeren eze ders Die ons immer eenige rede„ nen tot der gelijke suspicien gegeeven maar in teegendeel in alle gevallen de spreekende „te bewijzen van zijn Ededel moedige belangloosheid, zich thans inde harde En onaangenaame noodzaakelijk „heid bevond van die papieren een gebruik te moeten maaken het welk voor een man van Eer en probiteit niet anders als rebutant kon zijn, dat dat wij echter niets billijker oordeelden dan dat van de oorsz: papieren Copien aan: merm: meerm: pro Interim Tel „caal wierden inhandigt tot welkers afgaave dus ook De Secretaris onzer verga dering is Gequalificeerd ge= worden— Intusschen ten deese gou= vernemente aangeland zijn ndee „den onderteekende der In depen dent Feccaal Johan Nicolaas van Lijnden, aan wien onder„ andere stukken het officie„ fiscaal conserneerende boven„ gemeld Copia Request en verdere documenten zijn inhandigt en zullen uwel= Edele n deel nd Bedel maaken van a da er aan m: UwelEdele hoog Achtb: des gelievende uit het deeze in Copia authentiecq verzellend vertoog kunnen beoogen dat de zelve heeft vermeend, alvoren tegens Philippus du Bose eenige procedures te entameer= „ren hoe zeer daar toe genoeg„ zaame grond voorhanden was aan ons zodanige gewick= tige Consideratien voor te draa= „gen, als bij dat vertoog breed voerig zijn ternedergesteld met verdere voordracht aan ons, of wij ter vermijding van alle nadelige reflexien zoo zoo ten opzichte van den raad van Iustitie, als of dezelve in de zaak van Phi¬ „lippus du Bose naar luid van sijns vaders request tot de uitterste weedheeden bekwaam waaren geweest als met betrekking tot den onderteekende Gouver„ neur als of zijn Ed uit een beginzel van wraak zucht de aan hem toebetrouwde autoriteit hadt misbruikt, niet zouden kunnen overgaan aan meermelde temeraire Suppliant in alle deelede maat ¬ noeg ng 0 maat vol te weeten en in zijn aan uwel Edele hoog schst ge= daan verzoek te Condescendeeren om namentlijk zijnen zoon Philippus du Bose op te zenden naar het vaderland over welk vertoog bij ons rypelijk gedelibereerd zijnde hebben wij beslooten dikwils gemelde Philippus du Bose per een der retour scheepen naar neder= „land te verzenden en hem ingevolge dit ons besluit op brenger deezer geplaatst, en neemen wij de vrijheid Uwel= wij Edele hoog achtb hiernevens aantebieden Aan tebieden de authentiecquen afschriften van alle zodanige stukken als tot de zaak in questie relatief zo ter Secretarij van Politie„ als die van Justitie zijn berusten¬ de geweest, en waar uijt wij hoopen en vertrouwen dat aan uwel Edele ^ zal blijken. hoog achtb: zal blijken zonne klaar¬ de valschheid der hoonende beteg- „tingen bij het Request van Woël du Bose geposeerd; en de vile en laage inborst van zijnen zoon tegens welke den onderteekende op Gouverneur vermeld heeft ^ voorsz op voordrachte van den ondertee= kende Independent Fiscaal geene zijn H ge deeren ¬ l ns ieden
English
to press no further pursuits against a person with whom His Honour could ever be placed on a parallel before any court; above all, we hope that by your Right Honourable, Highly Esteemed, fatherly and noble cares, Your Honours will be pleased to maintain in this matter the eminent character with which you have been pleased to invest the undersigned Governor, as well as the trust that Your Right Honourable and Highly Esteemed Honours have hitherto shown for him, for the body of government as a whole, and for the Council of Justice of this Colony; and from which trust the confidence of all inhabitants was born; with the humble request that, should the same be placed by Your Right Honourable and Highly Esteemed Honours into the hands of, as Noel du Bosc expresses it, impartial judges, that then such punishment be enjoined upon Philippus du Bosc, who will always be found guilty before such judges, as Your Right Honourable and Highly Esteemed Honours, in your widely renowned wisdom, shall deem to be proper. Concluding this, we commend Your Right Honourable, Great Esteemed, Illustrious persons and our precious interests of the Noble Company to the safe keeping of the Almighty, and call ourselves with all due respect, Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, Highly Wise, Provident, very Generous and Commanding Lords, Your In the Castle of Good Hope, the 6th of May 1789. Your Right Honourable and Highly Esteemed Honours' very humble, faithful, and obedient servants, C: J: van de Graaff J: N: P: van Lijnden J: V: Sueur G. Vetsen W: F: Red van Oudtshoorn To the Right Honourable Lords Directors of the General Dutch Chartered East India Company at the Chamber of Middelburg. Patria. Per the Ceylon return ship the Batavier. Right Honourable, Stern, Great Esteemed, Highly Wise, Provident and very Generous Lords, Commanding Lords, We took the liberty to address our latest humble letter of the 28th of April last to Your Right Honourable and Great Esteemed Honours per the ship the Goede Trouw, and, under respectful reference thereto, will let this dutifully serve for the dutiful communication that said vessel undertook her voyage to the Netherlands on the 1st of this month; as well as to accompany the muster rolls of the bearer of this letter, the return ship the Batavier. We commend Your Right Honourable and Great Esteemed Honours and the interests of the Noble Company to God's safe keeping, and call ourselves with due respect, Right Honourable, Stern, Great Esteemed, Highly Wise, Provident, very Generous and Commanding Lords, In the Castle of Good Hope, the 6th of May 1789. Your Right Honourable and Great Esteemed Honours' very humble and obedient servants, C: J: van de Graaff I: N: S: van Lijnden J: D: Le Sueur G. G. Vetsen Thenius W: F: van Rheede van Oudtshoorn Copy To the Right Honourable and Valiant Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Right Honourable and Esteemed Council of Policy of this Government. Right Honourable and Valiant Lord and Right Esteemed Lords! It has pleased Your Right Honourable and Valiant and Right Esteemed Honours, by your disposition of the 16th of January of this year, to place the person of Philippus du Bosc into the hands of the then pro interim acting Fiscal, in order to initiate against him such proceedings as the merits of the matter—which was narrated more fully in that disposition and became so serious through a petition presented to the High and Commanding Lords Masters by Noel du Bosc, father of the said Philippus du Bosc—would come to require; as the said pro interim Fiscal did indeed then cause him, Philippus du Bosc, to be taken into civil arrest. And since the substantiation of that case indispensably came to require the inspection of the said petition of Noel du Bosc, as well as of all such documents relating to the aforesaid case as were resting at the Secretariat, Your Right Honourable and Valiant and Right Esteemed Honours further saw fit to have a copy of all this placed into the hands of the aforesaid Pro Interim Fiscal, in order to be able to make the necessary use thereof in due time. The undersigned, having arrived here as the Independent Fiscal of this Government, and having received, among other documents concerning the Fiscal's office, the abovementioned copy of the petition and further documents into his hands, thought, after mature deliberation, before initiating any proceedings against the aforesaid Philippus du Bosc—howsoever he otherwise trusts he has sufficient grounds at hand for this—that he nevertheless ought first to set forth to Your Right Honourable and Valiant and Right Esteemed Honours the considerations which have occurred to the undersigned during the investigation of this matter, and which he believes to be of such a nature that they merit the special attention of Your Right Honourable and Valiant and Right Esteemed Honours. The undersigned, understanding that it will be unnecessary to enter into a formal debate of the facts so improperly and falsely narrated in the abovementioned petition, for which the submitted documents will sufficiently serve, will only remark initially that it is beyond all doubt that the aforesaid Philippus du Bosc will never be able to escape a conviction before any impartial judge, whereby a complete satisfaction would be procured for Your Right Honourable and Valiant Lord, since he, in his responses to the interrogatories put to him at article 20, has unreservedly acknowledged being guilty of the atrocious insult with which he is charged, and it clearly appears from the circumstances that he, Philippus du Bosc, notwithstanding the profession of remorse in the said responses at article 22, has nevertheless continually continued to rely on the generosity of Your Right Honourable and Valiant Lord.
Dutch transcription
geen verdere poursuites te moe pousseeren als een persoon m wien zijn Ed: immer voor Eenig rechtbank parallel kondewerd gesteld; voor al hoopen wij va uwer welEdele hoog Achtb: va „derlijke en Edelmoedige zorgen d hoogst dezelve het aanzienlijk Caracter waarmeede zij den onde teekende Gouverneur hebben ge lieven te bekleeden mitsgaders 't vertrouwen dat Uwel Edele hoog achtb voor hem voor 't Lich dam der regeering in 't geheel en voor den Raad van Justitie deeze Colonie tot nu toe hebben betoond betoond, en 't uit welke ver= trouwen 't vertrouwen van alle ingezeetenen is gebooren, in deeze zaak zullen gelieven te maintineeren; met needrig verzoek dat wanneer dezelve door uwel Edele hoog achtb: mogt worden gesteld in handen van /zoo als Noel du Bose zechtuit- drickt: / onpartijdige rechters als dan aan Philippus du Bose die voor zodanige rechters altoos Schul= „dig zal worden bevonden zodanige straffe te doen injungeeren als uwel Edele hoog achtb: naar derzelver alomgeroemde wyshijd zullen vinden te moe Eenig werde wi tl: va da lij ond vinden te behooren- Deeze eindigende beveelen wij UwelEdel groot achtba illustre perzoonen ende ons dierbaare belangen der Edele maa schappij in de veilige hoede des Aller hoogste en noemen ons met alle verschuldigde Eerbied - WelEdele Erntfeste, Hoog Achtb: Hoogwijze, voorzienige, zeer genereuse en gebiedende Heeren Uwe In't Casteel de goede Hoop. Uuw wel Edele Hoog Achtb: zeer den 6:e Mai 1789. — ootm: getr en gehoorz: dienaren C: J: van den Graafj J: N: P: van ijnden. J: V: Sueuur Gvetsen W: Red Vanduetschoon /8 kiniur Uwel Edel aa alle n e Aan de wel Edele Heeren Bewindhebberen van de Generale nederlandsche g'octroieerde oos Indische Compagnie ter Camer i P=r het Ceilous retair schip de Batavier. — Patria. Middelburg. Wel Edele Erntfeste, Groot Achtb:, welwijze, Voorzienige en zeer Genereuse Heeren. Gebiedende Heeren Wij hebben de vrijheid genomen onze jongste onderdanige Letteren van den 28:e April Jongstl: aan UwelEd: Groot Achtb: te addresseeren p=r het schip de goede goede trouw, en zullen onder eerbiedige referte daaraan, deeze plichtschuldig laaten dien en ter plichtschuldige Com„ „municatie, dat die Bodem op den 1:e deezer deszelvs reize heeft ondernomen naar Nederland; mitsg=s tot bijgeleide der Monsterrollen van brenger deezer het retourschip de Batavier. — Wij beveelen Uwel Edele Groot Achtb: en de belangen der Edele Maatschappij aan Go des veilige hoede, noemen ons met schulden tesijt Wel Edele, Erntfeste, Groot Achtb: welwijze, voorzienige, zeer Genereuse en Gebiedende Heeren: wer ge Uwer welEdele Groot achtb, zeer In't Casteel de Goede Hoop onderd: en gehoorl: Dienaaren. Den 6:e Mai 1789. C J vande Graaff: I: N: S: Van Lijnden. J: D: L Sueun GGVerven Thenius W: J eede van duttehoorn pect n r 2 l Copia Aan den WelEdele Gestr: Heere Cornelis Jacob vande Graaff Gouverneur en directeur van Cabo de Goede Hoop met den resorte van dien & & & benee¬ vens den WelEdele Agtbaaren, raade van Politie deezes Gouvernements WelEdele Gestr: Heer en E E Achtb: Heeren! Het heeft aan uwel Ed: Gestr: en EE: Agtb: bij derzelver dispositie van den 16 Ianuarij deezes Iaars behaagt, in handen van den toen prointerim fungeerende fiscaal te stellen, den persoon van Philippus die Bose, omme teegens denselven zodanige Proceduures te entameeren, als de merites vande, in die dispositie breeder g'enarreerde en door een Request van Noel du Bose, vader van gem: Philippus du Bose, aan de hoog Gebiedende Heeren Meesteren gepraesen„ teerd, zoo serieus gewordene zaak, zouden koomen te vereisschen, gelyk dezelve pro„ Interim Interim Fiscaal hem Philippus du Bose dan ook in civile arrest heeft doen neemen: en naardien, de adstructie dier zaake on„ ontbeerlijk quam te vorderen, visie van het gem: request van Noel du Bose, mitsg ders van alle zodanige stukken, als tot de voorsz zaake relatief, ter secretarije waaren berustende; zoo hebben WelEd: Testr: en EE Agtb: verder goedgevonden van dit een en ander in handen van voorn: Pro interim Fiscaal Copia te doen stellen, omme daar van inder tijd het nodig ge bruijk te kunnen maaken De ondergeteek: als in dependent fiscaal deezes Gouvernements alhier gearriveerd zynde, en onder andere stukken het officie Fiscaal concerneerende, boovengem: Copie re¬ quest en verdere documenten in handen hebbende gekreegen, heeft na rijp overleg vermeent, alvoorens teegens Phillippus die Bose voorn=t eenige Proceduures te intameeren, hoe zeer dezelve anderzints vertrouwt daar toegenoegzaamen grond voor handen te hebben, voor af evenwel aan UwelEd: Gestr: en E Agtb: te moeten exponeeren de Consideratien, wille welke aan den ondergeteek: bij het onder„ zoek dies zaake zijn voorgekoomen, en welke hij van dien aart meint te zyn dat dezelve de byzondere attentie van Uel„ Ed: Gestr: en E Agtb: meriteeren De ondergeteek: begrijpende dat het onnodig zal zijn, in een formeel de bad der in den boovengem: requiste, zoo abusi„ velyk en onwaar geenarreerde facta te te treeden, waartoe de overgelegde stukken genoeg zullen dienen, zal alleen aan vanke„ lijk remarqueeren, dat het buyten allen twyffel is dat voorn: Philippus du Bosc bij ieder onpartijdig regter nooyt zal kunnen Echappeeren eene Comdemnatie, waar door eene volkoomen satisfactie aan uwelEd: Gestr: zou worden geprocureerd, daar hij in zijne responsieven op de aan hem voorge¬ stelde vraagpoincten art: 20 volmondig erkend heeft schuldig te zijn aan de atroie beleediging welke hem ten laste word gelegt, in het uit de omstandighee„ den duydelijk blijkt dat hij Philippus du Bose, niettegenstaande de belooning van berouw in gem: responsiven ad er art: 22 in de Edelmoedigheid van UwelEd: Gestr: egter steeds heeft blijven &„ voeden dan sge e d tellen dig ge rn: caal icie re„ den g s p
English
foster a malicious design to laud the supreme ruler of this place, and with his maliciously devised and falsely fabricated calumnies has deliberately continued to persist. It would therefore not be difficult for the undersigned to obtain for Your Right Honorable by legal means a satisfaction proportionate to the injury, whose atrocity is always measured against the honor and esteem of the injured person, and in this case would certainly not fail to bring pernicious consequences upon the offender. However, the undersigned has observed from the mentioned petition of Noel du Bose that therein they have not only sought to give the Lords Masters the impression that Your Right Honorable had been guilty of cruelty and that he, Phillippus du Bose, was entirely innocent and thus wrongfully exposed to prosecutions, but also that they wished to make the integrity of the Judge not only here locally, but even in the entire East Indies, appear in a very ambiguous light. Accusations, Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, which—if one only takes a fleeting glance at the papers relevant to this matter and the conduct observed therein—not only collapse entirely on their own, but will also by no means escape the highest indignation of the Lords Majores, while it has utterly astonished the undersigned how they dared to presume to interrupt Their High Mightinesses' weighty affairs with this. While, on the one hand, it has nonetheless appeared most clearly to the undersigned, both from the conduct and manifested mindset of Your Right Honorable and from the successive discussions held with Your Right Honorable on the subject in question, that Your Right Honorable, far from being driven by private vengeance in this case, on the contrary, through your noble conduct in setting aside those means by which a striking satisfaction would already have been obtained at the very beginning, has demonstrated in the clearest light that the sole reason for which Philippus du Bose was placed into the hands of the pro interim Fiscal upon his return here, was namely this: to ensure that, by allowing the continuation of the insult likewise to pass with indignation, no reflections might arise which could have resulted in unpleasant and even dangerous consequences, not so much for Your Right Honorable, who is entirely blameless, as for this so important Colony. While the undersigned, on the other hand, remains persuaded that only by setting aside the respect owed to a judge, and with the greatest injustice to the integrity of the Honorable Council of Justice, could anyone pay the slightest heed to this. These are the reasons, Right Honorable Sir and Honorable Gentlemen, that have moved the undersigned, before instituting any prosecutions against Phillippus du Bose by virtue of Your Honors' honored Resolution of 16 January last, to address himself beforehand to Your Right Honorable and Honorable Gentlemen, and to submit for your respectful consideration whether, in order to avoid all detrimental reflections—both with respect to the Council of Justice, as if it were capable of the utmost cruelties in the case of Phillippus du Bose, and with respect to Your Right Honorable, as if you had made an abuse of the authority entrusted to Your Right Honorable out of a principle of vindictiveness—whether, the undersigned says, for these and further considerations legally flowing therefrom, it might not please Your Right Honorable and Honorable Gentlemen, in order to mete out full measure in every respect to this reckless petitioner, to condescend in this matter to the request of Noel du Bose made in the Fatherland: namely, to send the person of Philippus du Bose to the Fatherland on one of the first return ships, and at the same time to forward to the High Ruling Lords Masters all such documents relating to the matter in question as are deposited at the Secretariat of both Policy and Justice, further urgently requesting the said Lords Masters that this matter may be placed by Them into the hands of—as Noel du Bose expresses it—impartial judges, so that, Philippus du Bose being found guilty after mature investigation, such punishment may be enjoined upon him whereby the Lords Masters in their wisdom will deem that Your Right Honorable can be procured that satisfaction which will be found most suitable for the preservation of the distinguished character which Your Right Honorable has the honor to hold, and in the maintenance of which, be it said with respect, both the Lords Masters and every one of the inhabitants of this Colony are most highly interested. The undersigned remains persuaded that this will act in complete accordance with the noble mindset of Your Right Honorable, and furthermore has the honor to submit these his considerations to the further approval and better judgment of Your Right Honorable and Honorable Gentlemen. was signed J: N: S: van Lijnden in the margin Cape of Good Hope, 18 March 1789: Agreed J. Saure sworn clerk Aa
Dutch transcription
voeden een quaadaardig opzet om den Oppergebieder deezer Plaatze te Lodeeren en met zyne quaadaardig uitgedagte en valschelijk verdigte Calumnien expost is blyven voortvaaren. Het zouden derhalven aan den onderge„ trek: niet moeijelijk vallen om door den weg van rechten aan UelEd: Gestr: te bezorgen eene satisfactie, geëvenreedigt aande Jnjurie welker atrociteit altijd getoets word aan de Eer in het aanzien van den beleedigden perzoon, en in dit geval zeekerlyk voor den belediger niet den perinicieuse gevolgen na zig zoude kunnen sleepen. - Dan de ondergeteek: heeft uit 't gemen„ tioneerde request van Noel du Bose ontwaard„ dat men bij 't zelve niet alleen Heeren Mees„ teren heeft tragten in een begrip te brengen als of UwelEd: Gestr: zig aan wreedheid hadde schuldig gemaakt en hij Phillippiss du Bose geheel ontschuldig en dus ten onrechten aan poursuites was bloodgesteld geweest; maar ook dat men de integri„ teit van den Rechter hier ter plaatse niet alleen, maar zelfs in gantsch oost= Indien in een zeer dubbelzinnig aspect heeft heeft willen doen voorkoomen Beschuldigingen WelEdele Gestr: Heer ƒ en EE Agtb Heeren, die zoo was men tot deeze zaak betrekkelijke papieren en de handelwijze in dezelve gehouden, maar alleen fugitivoocule inziet, alle van zelve vervallen, niet alleen, maar die ook de hoogste indignatie der Heeren Majores overzulx in geenen deele zullen kunnen ontgaan, terwijl het den ondergeteek ten uittersten verwonderd heeft, hoe men heeft durven onderneemen Hoogst der„ zelver gewigtige besoignes daarmeede te interrumpeeren. — Daar nochtans van den eenen kant aan den ondergetz: zoo uit 't gedrag en gemani„ festeerde denkenswijze van UWelEd: Gestr: als uit de successive discoursen, met UEd: Gestr: op 't subject in quostie gehouden, ten klaars ten is gebleeken, dat UwelEd: Gestr: wel verre van door particuliere wraakzugt in dit geval gedreeven te worden, inteegendeel door des„ zelfs edelmoedig gedrag, gehouden in 't ter zyde stellen van die middelen door welke reeds in den beginnen eene eckatante vol„ doenig zoude zijn erlangd geworden ten klaar„ sten aan den dag heeft gelegt dat de oorzaak om den de ren nderge den va volgen gemen¬ twaard„ Mees, brengen e pies de rie om welke Philippus du Rose bij zijne terug komst alhier in handen van den prointe„ rim Fescaal is gesteld geworden eeniglijke hier in is geleegen om namelijk, door de Continuatie vande injarie insgelijks met indignatie te passeeren, geene reflectiën te doen gebooren worden waaruit niet zoo zeer voor UwelEd: Gestr: Die ten eenemaale zuyver is, als wel voor deeze zoo importante Colonie onaangenaame Ia zelfs gevaarlijk ke gevolgen zouden hebben kunnen resulteeren Terwijl de ondergeteek: zig van den an„ deren kant gepersuadeerd houdt, dat men niet dan met ter zijde stelling van den eer„ bied, welke men aan een rechter verschuldigt is, en met het hoogste onrecht aan de inte„ griteit van den WelEd: Achtb: raade van Ius„ titie eenige de minste attentie zou kunne toebrengen. - Deeze zijn de Reedenen WelEd: Gestr: Heer en EE Agtb: Heeren, welke den ondergeteek: geperm veert hebben;, om, alvoorens uit kragte van uw Ed Agtb:s geEerde Resolutie van den 16 Januarij I: C: eenige poursuites tegens Phillippus die Boo te intameeren zig vooraf aan UwelEd: Gestr: en EE Agtb=r te addresseeren, en aan dezelven in eerbi dige consideratie te moeten geeven of 't, ter vermijding vermyding van alle nadeelige reflectien, zoo ten opzigte vanden raade van Justitie, als of dezelve in de Zaake van Phillippus du Bose tot de uitterste wreedheiden bekwaam waaren geweest, als met betrekking tot UwelEd: Gestr: als of dezelve uit een beginsel van wraak„ geerigheid een misbruijk hadde gemaakt van de aan UWelEd: Gestr: toebetrouwde auctoriteit; of het, zigt de ondergeteek: om dezze en verdere bij wettig gevolg daar uit voortvloeijen de de consideratien, aan UwelEd: Gestr en E E: Agtb: niet zoude kunnen behaagen, ten einde aan deezen temerairen suppl=t in allen deele de maat vol te meeten, deeze zaak te Condescendeeren in 't verzoek van Noeldu Bose, in 't Vader„ land gedaan om namelijk met een der eerste retour scheepen den perzoon van Philippus di Bose op te zenden naa 't vaderland, en te ge„ lyk aan de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren te doen toekoomen alle zodanige stukken als tot de zaak in quastie relatief ter Secretarije zoo van Politie als Iustitie zijn berustende, met instantig verzoek wijders aan Hoogstgedagte Heeren Meesteren, dat deeze zaak door Hoogst dezelve moge worden gesteld in handen van /:zo als Noel die Bose zig uitdrukt. / onpartydige Rechters, ten einde aan Phillippus du Bose, naa t Mui ae. 171 Ed i Boo ijding na rijp onderzoek schuldig bevonden wordend, zodanige straffe worde geinjungeert, als waar door Heeren Meesteren naar derzelver wijsheid zullen oordeelen aan UwelEd: Gestr: te kunnen worden geprocureerd die satisfactie welke meest geschikt zal worden bevonden ter bewaa„ ring van 't aanzienlijk Character, welk UwelEd: Gestr: de Eere heeft te bekleeden, en bij welks maintencie 't zij met eerbied gezegt zo wel Heeren meesteren als een ygelyk der Ingezeetenen deezer Colonie ten hoogsten zyn geinteresseerd De ondergeteek: houd zig gepersuadeerd dat hier door volkoomen overeenkomstig met de Edelmoedige denkens wijze van UwelEd: Gestr: zal worden gehandeld, en heeft voorts d'Eere zeeze zyne Consideratien aan 't nader goedvin den en beeter oordeel van UwelEd: Gestr: EE Agtb: te onderwerpen /:was geteekend:/ J: N: S: van Lijnden /:in margine/ Cabo de Goede Hoop den 18 Maart 1789: Accordeerd . Saure gezeoclercq Aa
English
Friday, 16 January 1789 The Honorable Governor was pleased to make known to the council how His Honor had come to notice that currently on one of the return ships from India at this roadstead was present a certain Philippus du Bose, who at the time of the proceedings instituted by the interim fiscal here, Gabriel Eeter, against the person of Marinus Simon van Cruisselbergen, in case of vehement suspicion of being the author of certain counterfeit paper currency then circulating here at the time, was also implicated in that matter, and on that occasion in his interrogation before commissioned members from the Court of Justice had confessed to having arranged the infamous, entirely derogatory fable that the aforementioned Governor had allegedly brought himself to make the naval captain Francois Duminij, then recently appointed here as equipment master, pay a considerable sum of money for obtaining the aforementioned post; that however much the said du Bose was then also fully convinced of having spread this calumny without any foundation, and had thereupon also begged for forgiveness on account of his thoughtless and deceitful expressions, it was nevertheless, by the said Governor, out of a special consideration for his youthful years, when the case of Cruisselbergen was brought by the Court of Justice to such a point that the said court requested to settle it politically, deemed best not to persecute the said Bose further for it, but also no longer to tolerate him at this place, and therefore to dispatch him from here with the first suitable shipping opportunity and in his capacity as sailor; That His Honor, then also in the firm confidence that everyone who knew His Honor's moral character would hold himself fully persuaded of the untruth of this slanderous fiction, held this matter for settled, and could not imagine that it could still have any detrimental consequences for His Honor's honor and reputation; That His Honor, however, some time afterwards had to experience the mortification of perceiving from a letter from His Right Honorable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General of the Dutch Indies, that the said du Bose and Cruisselbergen, upon their arrival at Batavia, had continued to persist in the aforesaid punishable inculpation, notwithstanding the first-mentioned had already made a retraction thereof before commissioned members from the Court of Justice here; That hereupon the aforementioned Governor had not let a moment go lost to have the strictest interrogatories relative to that matter drawn up, and to hand the same over to the Right Honorable Lord Commissioner Adriaan Boessen, who was then present at this government, with the request that the said then equipment master Duminij, who was expressly appointed for the council chamber, might be called in and questioned upon the same before the entire meeting under solemn oath, which was also immediately carried into effect, and the act further passed thereof was also, at the request of the aforementioned Governor, sent in copy to the High Indian Government, and by this council urged upon the same that, on account of the then clearly evident innocence of the repeatedly mentioned Governor and thus also of the notorious falsity of the aforesaid imputation, it might please the same to look into the truth of that matter, and to have the one who should be found to be the contriver thereof punished according to merit for his calumny committed therein against the character of a Governor of this colony; Yet that His Honor, to his exceedingly great astonishment and sorrow, had now again had to find among the enclosures of the very esteemed letters directed by the High Commanding Lords Masters under date 16 May 1788 to this government a certain request presented by one Noël du Bose, father of the said Philippus du Bose, to the aforementioned Lords, wherein the same bitterly complains about the terrible mistreatment done to the aforesaid Philippus du Bose in this government, under a foul assertion as if that statement of him, Philippus du Bose, had been the moving cause that one had imputed to him being an accomplice to the aforesaid falsification and counterfeiting of paper money; That although the said Governor could indeed demonstrate the falsity hereof from the answered interrogatories of him, Philippus du Bose, from which it appears in the clearest manner that this confession of that so atrocious calumny with respect to him, the Governor, was on the contrary a consequence of the vehement suspicion which lay upon him, Philippus du Bose, yet through the accusation of the elder Bose and the obstinate perseverance of his aforementioned son, finding himself before the eyes of the whole world so defamed and insulted that His Honor declared he could no longer remain passive upon this, but on the contrary, for the preservation of His Honor's honor and good name, which His Honor testified to be dearer to him than His Honor's life, he would have to push this matter to the utmost without any further consideration for the youthful years or thoughtless passion of him, Philippus du Bose, who, on account of his extreme malice, merited no considerations whatsoever any longer, the more so since his [illegible]
Dutch transcription
Vrijdag den 16 Januarij 1789 Geliefde den Edel Heer Gouverneur den raaden te kennen te geeven, hoe zijn Ed: was komen te ontwaaren, dat zich thans gewalig op een der rretour Schepen uit India ter deeser rheede bevond zeekere Philippus du Bose, dewel ke ten tyde der door den prointe rum fiscaal alhier Gabriel Eeter tegens den perzoon van Marinus Simon van bruisselbergen in Cas van vehemente suspicie van te weezen autheur van zeekeren alhier toen ter tyd rouleerende valrhe papiere munt, geentameerde pro Ceaures mede in die zalk betrok kan was, en by die gelegendheid in zyn verhoor voor gecommitteer„ te Leeven uit den paaide van Justitie hadde geconfesseerd te op Extract: Resolutie genomen in rade van Politie In't Casteel de Goede Hoop hebben Copia aar heid bewaa„ UwelEd. lks zo wel zeetenen eerd dat de tr: oedvin E E de rdend hebben geaxangeerd, het infaamen allezints derroovend ventelzzel als of welopgem heere gouverneur van zich hadde kunnen verkrygen om den als toeneven te voren tot Equipagie meester alhier aange stelden Capitain ter zee Francois Duninij voor de obtenue van gem: post, eene Considerable Lomme gelds te roen betaalen; dat hoe zeer gem du Boze alstoen ook wel geconvriceerd is geworden, deeze solumne zonder eenige grond te hebben uitgestrooyd, en daar op ook om vergiffenis harre gebeden wegens zijne onbezonnen en leu genachtige uitdrukkingen, echten door gem heere gouverneur uitt eene byzondere Consideratie voor zijne Jonge Iaaren, wan neer de zaak van Cruisselbergen door den raad van Iustitie tot die terme was gebracht, dat gem raad verzocht dezelve poli ticg af te roen, best gedagt is gen: Boze daar over niet verder te persecuteeren, maar denselven ook ook te deeser plaatse niet langer te dulden, en oversulx met de eersten bequaame scheeps gelegendheid en op zijne qualiteit dls matroos van hier te verzenden; Dat zijn Ed als toen ook in dei vast vertrouwen, dat een ieder die zijn Ex moreel Caracten kende zich ten vollen zoude gepersuadeerd houden, van de onwaarheid van dit „ Lastenlyk verdigt zel deeze zulk voor afgedaan hield, en zich niet konde verbeelden dat dezelven voor zyn Ed. Eer en reputatie. nog eenige de nadeelige gevolgen zoude kunnen hebben; Dat zin Ed. echter eenigen tyd naderhand de montyficatie hadde moeten ondervinden uit eene Missive van aan hove Edelen Groot Achtb: heere M=r Willem Arnold Alting gouverneur generaal van nevenlands Indian te ontwaren dat gem du Bose en Creussel bergen bij denzelven komst op Batavia bij voorsz strafwaamn dige en ede ten tie e oli onder n dige inculpatie waren blyven persisteeren, niet tegenstaande de eerstgem daar van reeds voor le gecomp=te Leeden uit den raad van Justitie alhier afbeve hadde gedaan Dat hier op welgem keere gouver neur geen ogenblik hadde laaten verlooren gaan, om de stricste vraag poincten tot die zaak relatief, te doen zamenstellen en dezelve aan den als toen ten deesen gouvernementen aanwezien zynde welEdele Groot Achtb: heeren Commissaris Adriaan Boeosen te overhandigen, met versoek dat dezelve toenmalige Equipec giemeester Duminij, die aaln toe expresselijk voor de raad kamer geappoincteerd was, binne geroepen en voor de gantsche vergadering onder solemnele Ede op dezelve mogt worden ondervraagd 't welk aan ook dadelijk is te werk gesteld, en de daar van gepasseerde acte verders, meede op versoek van van welgem heer gouverneur, in Copie aan de hoge Indiasche re geering overgezonden, en by hoogst dezelve door deezen raade geinsteerd, dat uit hoofde der als toen duiden lijk Consteerende onschuld van meerm: heene gouverneur en dus„ mede van de notoire valscheid der voorsz: imputatie, het hoogst dezelven behaagen mogten, de teden heid, dier zake in te zien, en ver geenen die bevonden zoude worden de excogiteur daar van te zijn, over zijne daar inne gepleegde solumnie tegens het Caracter van een gouverneur deezer Colonie na mercte te doen straffen Dan dat zijn Ed: tot desselvs over groote verbazing en leed weezen onder de bijlaagen van de zeer of Eende Letteren door de Hoog Ge biedende heeren Meesteren in dato 16 maij 1788 aan deeze negee ring gericht thans wederom hedden moeten vinden zeeker request door den r an n ezien ne e en oek door eenen Noël du Boze, vader van gem Philippus du Boze, aan hoogst ged=e heeren gepresenteerd waar in dezelve zich bitterlijk beklaagd over de verschrikkelyke mishandelinge voordz Philip pus du koze ten deesen gouver nemente aengedaan, onder een vuilaartig voorgeeven, als of dat gesz: van hem Philippus du Bose de Causa movens zoude zijn geweest, dat men hem hedoen geimputeerd, meede plechtig te zin aan de voorsz: vervalsching en namaking van papiere geld: Dat of schoon gem heere gouverneur aan valschheid hier van wel zoude kunnen aantoonen uit de bean woonde Interregetorie van hem Philippus du Boze, waar uit ten klaarsten komt te consteeren dat deeze Consessie van die zo ontrante Calumnie ten opzichten van hem heere gouverneur, in tegendeel was een gevolg der vehemen suspicee suspicie, welke op hem Philippus du Bose lag, echten door beschuldiging van aan ouderan Boze en hardnekkege derseverank van zynen gem zoon, verminde voor het oog van de gantsche waereld dermaaten gefletasseerd en gehoond te zijn dat zijn Ed reclareerde hier op niet langer te kunnen blyven stil zitten, maar in tegen de deel, ter Conservatie van zijn Ed: Eer en goede naem, dewelke betuigden zijn Ed: dierbaren te zyn dan zijn Ed leven, deeze zaak dus ook zouden eenige verdere Consideratie voor de Jonge Zaeren, of onbezonnen drift van hem Philippus du Boze, dewelke uit hoofde van de zijne verregaande kwaad aan digheid geen menagementen hoe genaamd, meer meriteerde te tot het uitterste te moeten pousseeren te meer daar zijn en an teerd k e en de en aen an en zen he 0 te mn ee
English
His Honour was of the opinion that it must be of the highest and utmost importance to every inhabitant of this Colony, from the first to the least, to know whether someone whom the high governing Lords Masters had not hesitated to entrust with a post of so much importance as the Government of the Cape of Good Hope, was corruptible or not; that His Honour now hoped to prove the latter to the entire world, and for that reason had immediately placed the person of Philippus du Bote into the hands of the provisional Fiscal Gabriel Exter, in order to initiate against him such proceedings before the court of Justice as the nature of this matter, which had become so serious through the aforementioned petition of the old du Bote, shall come to require, just as the same provisional Fiscal had also caused him, Philippus du Bote, to be placed in civil arrest: But whereas His Honour was of the opinion that the said provisional Fiscal, for the substantiation of this, ought indispensably to have inspection of the said petition of Noel du Bote, together with all such documents as are kept at the Secretariat relative to the aforementioned case of Cruiselbergen and du Bote, His Honour requested that copies of both the one and the other be placed into the hands of the aforementioned provisional Fiscal, in order to be able to make the necessary use thereof in due time. Whereupon all the gentlemen Members of this meeting unanimously testified that, however much it pained their Honours in their very souls that the well-mentioned Lord Governor, who had never given their Honours any reasons for such suspicions, but on the contrary had in all cases produced the most striking proofs of His Honour's noble disinterestedness, now found himself under the unpleasant necessity of having to make use of those papers again, an act so repulsive for a man of honour and probity, their Honours nevertheless judged nothing more equitable than that copies of the aforesaid papers should be handed over to the repeatedly mentioned provisional Fiscal, and it was consequently resolved to qualify the Secretary of this Council for the delivery thereof. Agrees: D: Haure Sworn Clerk 65 Extract Resolution taken in the Council of Policy In the Castle of Good Hope on Friday the 20th of March 1789 Subsequently, by the Lord Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, the following memorial was exhibited: Which having been read, and the Lord Governor having declared himself to be extremely sensitive to the very flattering expressions used by the said Lord Independent Fiscal in this memorial with respect to His Honour, that His Honour consequently also had to derive the greatest satisfaction in this case from this document, brought forward with so much generosity by someone of whose integrity and probity everyone is convinced, for which reason His Honour also testified to be completely satisfied, and to desire no further prosecutions against a person with whom His Honour could never place himself on a level before any court of law, and whose vile and base nature would clearly appear to our Lords Masters from what has transpired here concerning him; thus upon these declarations of the well-mentioned Lord Governor it was approved and agreed to conform with the proposition of the said Lord Fiscal, and consequently to send the person of Philippus du Bote with one of the Company's return ships to the fatherland, and at the same time to forward to the high governing Lords Masters all such documents as are kept at the Secretariat of both Policy and Justice relative to the case in question, in order to be able to make such use thereof as their Right Honourable High Mightinesses shall find proper. Agrees: Sworn Clerk D: Haure Copy Extract Resolution taken in the Council of Policy In the Castle of Good Hope on Friday the 9th of February 1787. Likewise, by the Well-mentioned Lord Governor it was laid open to the Meeting that His Honour, having observed from a letter with which he was honoured in private by the High Noble Great Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor-General of the Netherlands Indies, under the date of 5 November last, and of which he came to produce an extract, that to His High Nobility, from the papers concerning the person of Marinus Simon van Cruisselbergen, and either from those which were sent over from here to Batavia or those which were subsequently submitted there by the same Cruisselbergen, there had appeared an imputation to the detriment of him, the Lord Governor, without the same having been investigated or redressed, His Honour found himself in the first place obliged, with regard to this interest, to address the collective Gentlemen Members who, at the time that the case of the repeatedly mentioned Kruisselbergen in.
Dutch transcription
Ed=e van gevoelen was, dat ieder ingezeeten deezen Colonie van den eersten tot den minsten zol en ten hoogsten aangeleegen moest zyn, omme te weeten of iemand dien de hoog gebiedende heeren meesteren, niet hadden gediffi„ culteerd een post van zo veel in portantie als het Gouvernementen van Cabo de Goede hoop te Conficeen 4 Corrup tibel waare van niet dat zijn Ed=e het laatsten thans aln de geheele wereld hoopte te proce veeren, en oversulx terstond aen persoon van Philippus du Doze in handen vanden prointerum fiscaal Gabriel Eater had gesteld omme tegens denzelven zodanige procesures voor hem redeven Justitie te entameeren als de oederheid van deeze, door het voorn request van den ouden du Bose, zo prieus gewordene zaak zaak zal komen te vereisschen gelyk dezelve procuterum Fiscaal hem Philippus du Boze dan ook in Curel arrest hadde doen brengen: Dan naardien zyn Ede van oordeel was dat gem procuterum fis „caal ter adstructie van deeze onontbeerlijk zoude behoren te hebben visie van het gem request van Noel du Boze mitsgs van alle zodanige stukken als tot aevoors zaak van Cruiselbergen en au Bose relatief ter Secretarise berustende zijn, verzocht zijn Ed: van dit een en ander in ham den van voorm proiiterum frocaal Copie te doen stellen omme daar van in der tyd het nodige gebruik te kunnen maaken waar op alle de heeren Leeven deesen vergadering eenpariglijk betuigden, dat hoe zeer het hun EED ook in denzelven ziele smente dat wel opgem heere gouverneur er van toe moest a diffi in enten fillen en d teld ge dien 1 die hun EP. nummer eenige redenen tot dengelyke Luspicien gegeeven maan integendeel in allen gevallen de spreekens te bewyzen van zyn Ed=en edelmoedige belangloosheid opgelee „verd had, zich thans in de onaange naame noodzakelijkheid bevond van die papieren wederom een voor een man van Eer en protecteit, zo rebictaur gebruik te moeten maaken, hun EE.: echter niets billyker oordeelden, den dat van de voorsz Papieren Copien aan meerm: prointerim fiscaal wierden inhandigd en is dienvolgens goedgevonden, den Secretaris deese raads tot de afgaave daar van ten qualificeeren Accordeert D: Haure gezen Clercq 65 n n n l Extract Resolutie Vrijdag den 20 Maart 1789 Vervolgens wierd door den heere Inde pendent fissaal M:r Iohan Nicolaas steven van Lijnden g'exhibeerd het volgende vertoog Het welk geleezen, en door den heere gouverneur gedeclareerd zijnde ten uitterste Lensibel te zijn, aan de zo flat teuse uitdrukkingen door ged=e heer indezen „dent fiscaal in dit vertoden met betrekking tot zijn Ed. e gebeezigd, dat zin Ed=e oversulks ook dit stuk door iemand, van wiensunten griteit en probiteit een ijder overtuigd is, met zo veel Edelmoedigheid uitgebragt in dit geval de grootste Satisfactie moest verschaffen, weshalven zijn Ed e ook betuigden volkomen voldaan te zijn, en geene verdere poursuites te begeeren Jegens een per soon met wien syn Ed=e zig nimmer voor eenige rechtbank parallel konde stellen, in wiens vile en laage omborst bij onze heeren gebiederen wel was uit het geene omtrend hem alhier gepasseerd is, zonne klaar zoude blijken; zo is op deeze declaratien van wel opgem: heere Gouverneur goedge vonden en verstaan, zich te conformeeren genomen in rade van Politie In't Casteel de Goede Hoop op niet ƒ F: J: 1 met de propositie van ged=e heere Fessaa en dienvolgens den perzoon van P lippus du Boze met een van 's Com„ retour Scheepen op te zenden naar he vaderland en te gelyk aan de hoog gebiede heeren Meesteren te doen toekoomen alle zodanige stukken als tot de zaaken questie relatief ter Secretarise zo van politie als van Iustitie zijn berustend omme daar van zodanig gebruik te kunnen maaken als hun wel Edele hoo Achtb zullen vinden te behoren.. GezwClercq Accordeert : Haur Tessal Ph Com he gebiede nen aaken van stend te hoo Copia Extract Resolutie ge„ nomen in Rade van Politie In 't Casteel de goede Hoop op. Vrijdag den 9=e Februarij 1787. Insgelijks wierd door Wel gem: Heere Gouverneur aan de Vergaderinge Open gelegd, dat sijn Edele bij een brief, met welke in het Par: ticulier door den Hoog Edelen Groot agt„ baar Heere Mr: Willem Amnold Alting gouverneur generaal van Nederlands India onder dato 5 November laatst L: vereert geworden was, en waar van een Extract kwam te produceeren, ontwaard hebbende dat aan sijn hoog„ Edelheid uit de Papieren die den Persoon van Marinus Simon van Cruisselbergen Concerneerden en het zij Uit de geene, die van hier na Bata„ via overgezonden dan wel de welke door den selven kruisselbergen aldaar nader ingediend geworden sijn, te vo„ ren gekomen was, eene Imputatie ten nadeele van hem Heere Gouverneur zon„ der dat sulk ondersogt ofte gerepa„ reert geworden was, zijn Edele zig in de eerste plaatse verpligt vonden ten dien belange de gezamentlijk Heeren Leeden, die ten tijde, dat de zaak van meergemelde Kruisselbergen in.
English
taken into consideration, and having been settled politically both out of special consideration and because of the obscurities appearing therein, had been present, to inquire whether, when in the documents of that trial an allegation had come forward as if His Honour had defiled himself by receiving an important sum of money from the Equipagemeester here, Francois du minij, for or on account of his appointment to that office by His Honour, this had been brought to their Honours' attention, and their sentiment and advice had been asked whether he ought not to clear himself of such a vile accusation, and if so, the manner in which this could best be carried out in accordance with His Honour's character, which question having been unanimously acknowledged by the said Members, they testified that, since they were only too well persuaded regarding the manner of thinking of the said Lord Governor, which was completely contrary to and aloof from such acts, and each Member having also maintained that a calumny born of a false assumption, as that imputation entailed, could not be capable of raising an unfavorable opinion against His Honour, much less making a clearance against it necessary, they had consequently believed that this was best treated with indignation and contempt, with a good intention, and had also advised it so much the more because the said imputation consisted solely in an allegation of the person of Philippus du Bos, who had meddled in the case of the said kruisselbergen and had also made an agreement, who during his examination had altered that allegation and given to understand that he had heard this without naming the person who was supposed to have told him so, and whereby the same Bos, who had shown the zeal with which he engaged himself for the interests of Captain Siereveld, had become suspected of having been himself the original deviser of that allegation, so that in the absence of proof to the contrary, of which one could not doubt, the calumny inflicted upon a Chief Commander of this place by that false allegation ought to have burdened him with a punishment, from which, however, the said Lord Governor himself sought to excuse the said Du Bos on account of his youth as well as his ill-considered and misapplied zeal, so that they believed that for those reasons the oath of purgation, which was then to be taken by the aforesaid Equipagemeester, would suffice. And thereupon it was declared by the said Lord Governor that His Honour, in order to prevent all wrong impressions to his detriment, which His Honour perceived with sorrow, that notwithstanding the opinion submitted by the honourable Members, the aforementioned allegation was capable of raising, now found it necessary to clear himself against such a vile imputation, however much it struck the Lord Governor to the very depth of his soul to find himself compelled, without regard to his character which had to be compromised thereby, to do this against the allegation of a person regarding whom, notwithstanding his low and bad conduct, all means of excuse had been employed; that His Honour had therefore caused the strictest points of interrogation relating to that matter to be compiled, which he handed over to the Honourable and Respected Lord Commissioner, with the request that the aforesaid Equipagemeester duminij, who had been expressly summoned for that purpose before the Council Chamber, might be called in and questioned upon the same under solemn oath before the entire assembly. Which request having been complied with, and the aforesaid points of interrogation having been answered by the said Equipagemeester, as well as his answers having been confirmed by solemn oath, as appears from the deed executed thereof, it was further resolved, also at the express request of the said Lord Governor, to send a copy of the same deed to the High Indian Government, and to petition the same most earnestly that, in view of the now clearly established innocence of the said Lord Governor and thus also of the notorious falsehood of the aforesaid imputation, it may please the same to perceive the delicacy of these matters, and to cause the person who shall be found to be the deviser of that imputation to be punished according to merit for his calumny committed therein against the character of a governor of this colony. Agreed. JD: Faure Sworn Clerk Copy Extract from a letter written by His High Honour, the Highly Honourable and Most Respected Lord Governor-General of the Dutch East Indies, Mr. Willem Arnold alting, to the Honourable and Strict Lord Corneles Jacob van de Graaff, Governor here at Cape of Good Hope, dated 5 Nov: 1786. Kruyselbergen having arrived here, has complained very much about harsh and informal treatment, and certainly it is strange that a case begun and handled judicially is subsequently referred to the government. I have read the papers and will readily confess that some dubiousness occurred to me therein, although mixed with much obscurity, which he has resolved as much as possible in an extensive writing that is presently circulating among the government for reading, with a request to be declared cleared and to be reinstated in his capacity, about which a decision will shortly be made, and I think that that man, when his aim to practice here as an attorney before the Courts of Justice is achieved, will be quite satisfied; meanwhile, it occurred to me in those papers
Dutch transcription
in overweeging genomen, en so uit zon„ derlinge Consideratie, als om de daar in voorkomende duisterheeden, politicq af„ gedaan geworden was, zig present had„ den bevonden, af te vragen, of niet, wan¬ neer bij de stukken van Dat proceste vooren gekoomen was, een gezegde als of sijn Edele zig bezoedeld had met het ontfangen eener importante geld somme, van den Equipagiemeester alhier Francois du minij voor ofte ter zake van desselfs aanstellinge tot dat Ampt door sijn Edele aan hun E E=s zulks onder, het oog ge„ bragt, en afgevraagd geworden was der selver Sentiment en raad, of sig van een zodanige snode beschuldiginge niet behoorde te suiveren, en so ja, de wijse, op welke dit over een komstig zijn Edele Caracter best zoude kunnen werden uit gevoerd welke vraag door de gemelde Leeden een parig geadvou¬ eerd weesende, betuigden de selve dat, nadien men maar alte wel gepers„ suadeert was, omtrend eene denkens„ wijse van welgemelde Heere gouverneur, volkomen strijdig en alleen wezende van diergelijke actens, en ook ieder Lid gesustineerd had, dat eene Ca¬ lumnie, uit eene valsche veronder„ stelling, geboren, zo als die imputatie meede bragt, niet in staat zijn konde, om eene nadeelinge opvattinge tee„ gens sijn Edele te verwekken, veel minder. minder eene zuiveringe daar tegens noodsakelijk te maken, men dien vol„ gens gemeend hebbende dat zulks best met indignatie en veragting te behan„ delen was, met een goed oogmerk en ook zoo veel te meer daar toe geraden had, om dat deselve imputatie alleen bestond in een gezegde van den in de saak van ge„ melde kruisselbergen zig gemeleert, en meede verdragt gemaakt hebbende per„ soon, van Philippus du Bos, die bij sij„ ne Examinatie dat gezegde eene veranderinge bij gezet, en te kennen gegeeven had, dat hij dit had gehoord, zonder de geene te noemen, die hem zulk zoude hebben gezegt. en waardoor denselven Bos. die blijken ge„ geeven had, met welke iever hij zig voor de belangen van den Capitain Siereveld importeerde, suspect was geworden, van zelve den Origineelen excogiteur van dat gezegde te zijn geweest, zo dat bij manquement van bewijs voor het tegen¬ deel, aan het welke men niet twijffele konde de Calumnie, door dat valsch gezegde aan een hoofd Gebieden dezen plaatse toegebragt, eene straffe tegens hem zoude hebben moeten oncumbee„ ren van de welke wel op gemelde Heere gouverneur egter selve hem Du Bos, om sijne jonkheid, mitsg=s onbera„ den en qualijk aangewenden iever tragte de te Verschonen zo dat men meende daar tegen om die redenen voldoende te sullen sijn den Eed van door purge die als toen da#r voorn Equipagiemeester stond te geschieden En: zon„ in ticq thad„ wan„ te de als het eld ter ofte aan g n sig ge de in oor vou¬ at ers„ verneur, der utatie konde, tee¬ eel inder. d 9 „ ge af„ En wierd daarop door Welgem: Heere gouverneur gedeclareerd, dat sijn E„ dele om alle verkeerde opvattingen tot desselvs nadeel, die gelijk zijn edele m alle verkenne met leed¬ weesen ontwaarde, dat niet tegen„ staande de bij gebragte sustenuie der heeren Leeden, het voormelde gezegde, in Staat was te verwekken op na te laten thans noodsake„ lijk vond zig teegens zulk eene sno¬ de imputatie te zuiveren: hoe zeer hem Heere Gouverneur tot in het binnenste van sijn siel ook kwam te treffen, zig, zonder aanschouw van sijn Caracten het welk daar door moest werden gecompro¬ mitteerd hier toe gedrongen te vinden, teegens het gezegde van een Persoon omtrent wien men, onaangezien zijn laag en slegt Comportement alle middelen van verschoninge had g'emploi¬ eerd Dat sijn Edele dierhalven had doen samenstellen, de strik¬ ste vraagpoincten, tot die saak hare relatie hebbende, de welke Groot aan den wel Edelen ^ Agtb: Heer Commissaris overhandigde, met versoek dat voorm: Equipagiemees¬ ter dumunij die daar toe expres¬ selijk voor de Raadkamer had doen apoincteeren binnen geroepen en en voor de gansche vergaderinge onder solemneelen Eede op de selve mogt werden ondervraagt. Aan welk versoek voldaan, en door gem: Equipagiemeester, de voorsz: Vraagpoincten beantwoord, mitsg: sijne antwoorden met solemneelen Eede bevestigd geworden sijnde, ge„ lijk zulks bij de daan van gepas„ seerde acte komt te blijken, is ver„ ders, meede op expres versoek van welgemelde Heere Gouverneur ver„ staan Copia van de selve acte aan de Hooge Indische Regee„ ringe over te zenden, en hoogst de selve te insteeren, dat uit hoof¬ de der nu duidelijk Consteeren„ de onschuld van meer gem: H: gou„ verneur en dus meede van de notoire valsheid der voorsz: im„ putatie het hoogst de selve be„ hagen mag, de teederheid deezer saken in tezien, en den geenen die bevonden sal worden, den ex„ cogiteur van die imputatie te sijn over sijne, daar inne gepleeg¬ de, Calumnie tegens het Caracter van een gouverneur deerer colonie, na merite te doen Straffen. Accordeert. - JD: Faune gezee cleren ere , gt s„ epen n Copia Extract uit een Brieff geschreeven door zyn Hoog Edelheid den Hoog Edelen groot Agtbaren Heer Gouverneur Generaal van Neerlands Jndia, Mr. Willem Arnold alting aan den WelEdelen Gestr Heer Corneles Jacob van de Graaff Gouverneur alhier aan Ca „bo de goede Hoop in dato 5 Nov: 1786— Kruyselbergen hier gearriveert zynde, heeft zig zeer beklaagd over harde en informeele behandeling, en zeekerlyk is het vreemd dat een zaak Justitieel begonnen en behandeld zynde vervolgens aande politie word gezen voreert, Ik heb de papieren geleezen en wie wel bekennen dat mij inde¬ zelve eenige bedenkelykheid is voor gekoomen, Schoon ook met veel duyster heid veseld die hy by een ampel schrif „tuur, dat thans by de begeering ten lee „tinse bond gaat zoveel mogelyk op „gelost, met verzoek van Zuyven verclaard en in zyn qualityt hersteed te worden, waarover men eersdaags zal disponeeren en ik denk dat die man wanneer zyn oogmerk bereikst, om hier als procu „reur voor de Colegien van Justitie te postuteeren welze vreede zal zyn, intusschen is my by die papieren voorge koomen -
English
come an imputation to the detriment of the Honorable and Valiant Sir; without such having been investigated or remedied, just as Kruijselbergen undertook to accuse the Master of Equipping of illicit trade. Agrees, as far as the excerpt is concerned, with its original shown to me, Councillor and Secretary of Policy here, by the aforementioned Honorable and Valiant Lord Governor van de Graaff. Was signed: O. G. de Wet, Junior and Secretary seen: Clerk Agrees: D. Saure Interrogatory points Copy: Drawn up for and delivered to the Right Honorable Adriaan Boesses, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies as well as Commissioner over the Government at the Cape of Good Hope, together with the Honorable Council of Policy there, and on behalf of the Governor at the aforementioned Cape, Cornelis Jacob van de Graaff, in order that, regarding and on account of the motives openly set forth by him, Governor, in the Council of Policy, the Sea Captain and Master of Equipping at the repeatedly mentioned Cape, François Duminij, be heard and interrogated under solemn oath; Appeared before the Right Honorable Lord Adriaan Boesses, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies as well as Commissioner over this Government, together with the Honorable Council of Policy, the Sea Captain and Master of Equipping, François Duminij, to whom the accompanying interrogatory points, each as they follow upon one another, having been presented and he having been heard thereon, came to answer as is noted in the margin of the same interrogatory points, namely: François Duminij of Lorient, aged 39 years. His questioned name, birthplace, and age. Says to Article 1. Article 1. Says to Article 2. On the 2nd of April 1781, on the occasion that the sudden news of war between the Republic and England had to be conveyed to Ceylon, I was engaged as skipper in the Honorable Company's service, and dispatched thither with letters of marque on the snow ship De Postiljon. When and on what occasion he, the interrogated, was engaged in the service of the Dutch East India Company. Article 2. Says to Article 3. In the year 1783 in Amsterdam by resolution of their Right Honorable the Lords Seventeen, wherein it is stated that such took place in reward for the good services rendered to the Noble Company during the aforementioned war. When and where he, the interrogated, was appointed as Sea Captain in the aforementioned Company. Article 3. Says to Article 4. With the frigate ship De Meermin I was sent hither from Europe as Commander of seven Company ships sailing out at the same time, and have furthermore made two voyages, namely in the year 1784 a voyage for the purpose of carrying on the slave trade to Mozambique, and the second both to search for the Company's return ships then missing along the coasts of Africa and Madagascar, and to carry on the slave trade to Mozambique. On what ship he, the interrogated, commanded in that capacity, and what voyages he made with it. Article 4. Says to Article 5. I went out to the Indies as a Naval Cadet in the year 1757, and served from 1764 to 1776 in the capacities of Sub-Lieutenant, Lieutenant, and Captain-Lieutenant, the command having been held by me from 1776 to 1781 respectively as Captain on the ships La Belle Arthure, Le Déodat, and Le Cérès, and all this in French service, as appears from the certificates concerning this in my possession. Where, in what capacities, and how long he, the interrogated, served at sea previously, and whether the command on any vessel was held by him. Article 5. Says to Article 6. Besides the island of Mauritius, I have navigated the coasts of Coromandel and Malabar, as well as Ceylon, Bengal, the Strait of Malacca, China, Batavia, the Persian Gulf, the island of Madagascar, Mozambique, and the further coasts of Africa. Which places around the East and West of the Indies were visited by him on his various voyages. Article 6. Says to Article 7. Yes. Whether he, the interrogated, did not in the past year 1786 apply to the aforementioned Governor to be appointed as Master of Equipping here at the Cape. Article 7. Says to Article 8. On the occasion that the former Master of Equipping van Gennep was about to obtain his discharge to the Netherlands, maintaining, along with other Captains, that I was at liberty to do so by virtue of services rendered to the Honorable Company, and I consequently addressed my solicitation to the Lord Governor and the Honorable Council of Policy here. What inducement he, the interrogated, had for this. Article 8. Says to Article 9. No, such was never even thought of by me. Whether he, the interrogated, was ever, either before, during, or after that solicitation, in negotiation with him, the Governor, or made any promise to him, in order, upon obtaining the aforementioned office of Master of Equipping, to give or cause to be given to him any gift or present for it, whether large or small, or however named. Article 9. Says to Article 10. No, no more than to the Honorable and Valiant Lord Governor himself. Whether such a negotiation or promise, before, during, or after the aforementioned solicitation, also took place, or was made by him, the interrogated, with or to anyone whom he, the interrogated, knows to have any relation to him, the Governor, or of whom he could gather that such person might bring it to the knowledge of him, the Governor, or indeed from whom he, the interrogated, was able to infer that
Dutch transcription
„koomen eene imputatie ten nadeele van UwelEd gestr; zonder dat zulx on derzogt of gerepareert is, gelyk Kruy selbergen den Equipagie meester beschuldigt van verboden handel onderstond Accordeert voor zo verre het gextraheerde aangaat met dies orgineel door op gem: Weledele gestr. Heer Gouverneur van de Graaf aan my raad en Secretaris van Politie alhier vertoond /was geteekend/ O G de Wet J=k en Secret gezue Clercq Accordeert D: Saure G deele. Kruy ter erze gaat op Heer raaf taris ertoond Secret n Vraag poincten opia: Compareerde voor den Wel Ed: groot Agtb: Heer Adriaan Boesses raad gedaan maken, en aan den Extraordinair van Needer„ Wel Ed: Groot Agtb: Heer Adri„ „lands India mitsg„s Com„ „aan Boesses, raad Extra „missaris over dit gouverne„ ordinair van Nederlands ment, benevens den E: Agtb: India, mitsg„s Commissaris raad van politie, den Capitain over het Gouvernement aan ter Zee en Equipagiemeester Cabo de Goede Hoop, benee„ François Duminij „vens den Agtb: Raad van Po„ den welken de nevens gestelde litie aldaar overgegeeven, raagpoincten ijder, gelijk door ende van wegens den gouverneur aan de gem: dezelve op elkanderen kaap Cornelis Jacob van de volgen, voorgehouden en Graaff, omme daarop, ter daar op gehoord zijnde, zoda„ zake en uit hoofde van de nig is komen te antwoorden door hem Gouverneur als bij dezelve vraagpoinc„ in Rade van Politie open„ ten in margine is aangeteekt namentlijk - „gelegde motiven, onder Solemneelen Eede ge„ „hoord en ondervraagd te werden, den Capitain ter zee en Equipagiemees„ „ter aan de meergem: kaars Francois Francois Duminij van zijn gevrd„e naam geboor Lorient, oud 39: Iaaren „te plaats en ouderdom Zegt op Artil zegt op Art: 2 verkaming van Op den 2 April 1781, ter gelee„ Wanneer en bij welke gele¬ „gentheid dat de sabieto tijding gendheid hij gedr: in dienst van oorlog tusschen de republiecq en Engeland naar Ceijlon moest der Nederlandsche oost werden overgebragt, ben ik als Indische Comp„e is aangenoo„ schipper in 's E. Comp„s dienst aange„ men - „nomen, en met lettres de marque op't snaauwschip de postillow derwaards gedepecheerd -. zegt op Art: 3. In het Jaar 1783 in amster„ „dam bij resolutie van hun wel Wanneer, en waar hij Ed: Hoog Agtb: de heeren zeventie, gevr: als Capitain ter „nen, waar bij vermeld staat, dat zee bij de gem: Comp„e is zulx geschied is ter belooninge van de goede diensten, geduurende voor „ aangesteld geworden „noemde oorlog aan de Edele mant„ „schappije beweezen François Duminij Art: 1. 2 3 zegt op Art: 4. Met het fregat ' Schip de Meermin Op wat schip hij gevr: ben ik uijt Europa na herwaards als Commandant van zeven te gelijken in die qualiteit gecom„ tijd uijt loopende 's Comp„s scheepen, mandeert, en welke gezonden, en heb voorts tweetogten gedaan namentlijk in den Iaare rijzen hij daarmede 1784. een reijze tot het drijven van gedaan heeft — den slaven handel op mosambigise, ende tweede, zo ter naspeuring van de toen„ „maals vermist werdende Comp„s retour handel op mosambigue Legt op Art: 5. noo¬ Ik ben in 't Jaar 1757. als Cadet de marine naar Indien uijtgegaan en Waarin welke qualiteiten, heb van 1764. tot 1776. in de qualitei, en hoe lange hij gevr: „ten, van Sous Licut„t, Lieut„t, en Capt„n Lieutt„ bevorens ter zee heeft ge„ gediend, zijnde van 1776. tot 1781. door mij 't Commando als Capt„n ris„ „ diend, en het Commando pective gevoerd, op de scheepen labelle op een bodem door hem is ge¬ arture, le Deodat en le Ceres, en dit alles in franschen dienst voerd geworden. blijkens de daarvan onder mij be„ „rustende attestatien scheepen langs de kusten van Africa en madagascar, als tot 't drijven van den Claua„ Art: 4 voor n 5 zegt Art: 8. Legt op Art: 6 Behalven het Eijland Mauri Welke Plaatzen om de „tius, heb ik de kusten van Choro„ „mandel, en Mallabaar, mitsg„s Cost en West van Indien Ceijlon, Bengalen, straat, Mal, door hem op zijne onder„ „lacca, China, Batavia, de scheidene rijzen zijn be„ golf van persien, het Eijland Madagascar; mosambique zogt geworden- en de verdere kusten Africa bevaaren- Zegt Art: 7 Ter geleegentheid dat de geweezene Equipa„ 8 „giemeester van gennep zijn ontslag naar Welke aanleiding hij gevr: Nederland stond te verkrijgen, sustineerende hiertoe heeft gehad benevens andere Capt„n uit hoofde van aan d' E. Comp„e gedane diensten, daartoe vrij„ „heid te hebben, en heb dienvolgens mijne sollicitatie bij den heere gouverneur en Agtb: politiecquen Raad alhier aan„ „gewend-. Art: 7. Off hij gevr: niet in 't gepas„ „seerde Iaar 1786 bij opgem: Gouverneur heeft verzogt om tot Equipagiemeester hier aan de Caat te mogen worden aangesteld.. Art: 6. Ja- Ed Legt op Art: 9. Neen, hier aan is zelfs nimmer Zegt Art: 10- Neen, zo min als aan den Wel Edelen gestr: heer gouverneur zelve door mij gedagt- Off hij gevr: immer, het zij voor„ bij, ofte na die sollicitatie met hem Gouverneur in onderhan¬ „delinge is geweest, ofte aan densel¬ „ven eenige belofte heeft gedaan, om„ het gem: Equipagiemeester ampt obtineerende, daarvoor aan den„ selven eenige gifte ofte geschenk, het zi groot ofte kleijn, ofte hoe ook genaamd, te zullen geeven ofte doen geeven. - Art: 10. - Off eene zodanige onderhande„ linge ofte belofte, voor, bij ofte na de gem: sollicitatie ook heeft plaats gehad, ofte door hem gevr: gedaan is, met ofte aan iemand die hij gevz: weet eenige rela„ „tie tot hem Gouverneur te hebben, ofte die hij konde nagaan, dat zulx ter kennisse van hem Gouverneur zoude kunnen brengen, ofte wel aan wien hij gea: heeft kunnen op maken, Art: 9. dat be as¬ gevr
English
States to Article 11. No, nothing in the least. - States to Article 12. No:— that by making such a promise, any service or pleasure could be done to him, the Governor. Article 11. Whether he, the interrogated party, also in fact made no gift or present in order to obtain the aforesaid office, prior to his appointment to the same, either to the said Governor himself, or to anyone such as is included in the immediately preceding Article - Article 12. Whether he, the interrogated party, after having been appointed as Equipagemeester, made directly or indirectly on that account any gift, present, or also the promise thereof, or else was in negotiations concerning this, either to or with him, the Governor himself, or to or with anyone who stands in any relation, howsoever named, to him, the Governor, or of which he, the interrogated party, could understand that any knowledge would come to him, the Governor, or that thereby service or pleasure would be done - Article 13. Whether he, the interrogated party, also knows that there has been undertaken or done by anyone on his behalf any such negotiation, promise, gift, or present as has been asked of him in the four preceding Articles with respect to himself - States to Article 13. No, as little as this was done by myself, since never any idea arose in me of having to pursue such channels with his Right Honorable, and that this also on my part, if this had had to be the way to attain the Equipagemeesters Office, would always have aroused an aversion to the same - Number 14. Whether copies of the aforesaid interrogatories were not already handed to him, the interrogated party, on the 5th of this Month - States to Article 14. Yes:— Article 15. Whether he, the interrogated party, thus well considered the same interrogatories before answering them. States to Article 15. Yes, my answers to them I can give peacefully in such manner, although I had had no time of deliberation for it. - Article 16. Whether his Answers consequently are also in every way in accordance with the simple truth, without reserving anything therein that could leave any disadvantageous consequence against the abovementioned Governor. - States to Article 16. All my preceding Answers are in accordance with the simple truth - Article 17. And whether he, the interrogated party, is ready and willing, in case one could still elicit one thing or another by consequence therefrom, to explain the same further or to clarify it — States to Article 17. Yes, at all times - Article 18. Whether he, the interrogated party, finds himself ready and willing to confirm his aforesaid given answers with a Solemn Oath - States to Article 18. Yes, with a tranquil mind - The preceding interrogatories having been put to the abovementioned Captain François Duminij, and answered by the same, as well as read out clearly and distinctly, the same attested to persist completely therein, not desiring that anything more shall be added or subtracted, and therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. underneath was written: That this thus passed at the Political Meeting In the Castle of Good Hope, this 9th of February 1787. was signed: L: Duminij / lower: In my presence / signed / P: G: de Wet, member and secretary / in the margin stood: In the presence of us, Commissioner over this Government and Members of the Council / signed: A: Boesses, P: Hacker, J. J. Theuniss, J. J. Le Sueur, F. C: Rönnenkamp. Agrees H D Faure sworn Clerk Copy Honorable Sir. I have the Honor to send enclosed to Your Honor Rds 1668: —: — as f 1600: —: — being the Capital " 128: —: — being the 8 per Cent " 1: 2: — assignation f 1729: 2: — deducting " 1: —: — for the secretarial Copy " 60: —: — collection fee of the gentleman Vermaak remaining f 1668: 2: — With which I have the Honor to be with high esteem, underneath was written: Honorable Sir. / lower: Your Honor's Obedient servant / was signed: M: S: Van Cruijsselbergen in the margin: P: S: Your Honor please do not take it amiss of me that I have remained so long in arrears with the money, but such is Mr. Loos his fault. — Agrees. H D Faure sworn Clerk From prison as I have no seal at hand, please hold this as Exempt. Copy Reverently shows Marinus Simon van Cruijsselbergen, assistant in the service of the Honorable East India Company, stationed at the Political Secretariat here, but currently detained in the Castle. - That he, the petitioner, on the 31st of March of this Year, went to the Fiscal pro Interim of this government, by name Gabriel Exter; That he, the petitioner, handed over to the same six pieces of parchment money, which had been handed to him, the petitioner, by the Bookkeeper Goets on that same day, with the addition that he had received the same from him, the petitioner, and that the said money had been found to be counterfeit; - That he, the petitioner, thereupon requested the said Fiscal pro Interim to make the necessary inquiries regarding this, and was asked by the same whether he did not know from whom he had received the same; That he, the petitioner, answered the said Fiscal pro Interim to this such To the Right Honorable, Venerable Sir Pieter Hacker, President, together with the Honorable Venerable Council of Justice of Cabo de Goede Hoop
Dutch transcription
Zegt op Art: 11. . Neen, niets het allerminst. - Zegt op Art: 12. Neen:— dat met diergelijke belofte te doen, hem Gouverneur eenigen dienst ofte aangenaamheid zoude kun„ „nen geschieden. Art: 11. Off hij gev: ook in der daat, geene gifte of geschenk om het voorsz: ampt te erlangen, voor zijne aan„ stellinge tot het selve heeft gedaan, A het zij aan gem: Gouverneur zel„ „ve, ofte aan iemand der zodanige, als bij het even voorgaande Arti„ „cul begreepen zijn - Off ook hij gevr:, nadat tot Equi„ „pagiemeester aangesteld gewor„ „den is, direct ofte indirect des wee„ „gens eenige gifte, geschenk, ofte ook de belofte daartoe heeft ge„ „daan, dan wel in onderhande„ „linge dien aangaande geweest zij, het zij aan, ofte met hem 12 Gouverneur 1 Ja:— Gouverneur zelve, ofte aan, ofte met iemand, die in eenige betrek„ „king hoe ook genaamd, tot hem Gouverneur is staande, ofte waar van hij gevr: bezeffen konde dat hem gouverneur eenige kennisse toekomen, ofte met hetselve dienst ofte plaisir geschieden zoude- Art: 13 Neen, zo men als dit door mij zelf is ge„ „schied, daar nimmer eenig denkbeeld Off hij gevr: ook weet, dat door ge, in mij opgekomen is van dier gelijke Cana„ iemand van zijnent wegen is on¬ „len bij zijn Wel Edele gestr: te moeten inslaan, en dat zulx ook aan mijne dernomen ofte geschied, eenige zijde, zo wanneer dit de weg had alzulke onderhandelinge belof„ moeten zijn om tot het Equipagiemees„ „te, gifte, ofte geschenk, als hem „ters Ampt te geraaken, altoos een Equi„ afheer van het zelve zoude hebben bij de vier voorgaande Articu„ verwekt- „len met betrekking, tot zig zel„ „ven is afgevraagd geworden - N„ 14 Off hem gevr: niet reeds op den 5 dee„ „zer Maand, Copia van de voorsz: vraag poincten zijn ter hand gesteld geweest - Zegt op Art: 13. Legt op Art: 14. doo doen kun¬ ene osz: aa„ aan Zel„ ti„ Zegt op Art: 15. Zegt op Art: 17. Ia, ten allen tijden- Legt op Art: 18. Ia, met een gerust gemoed- Art: 15. „rustelijk in diervoegen geven alhaer ik Off hij gevr: dus dezelve vraag ook daar toe geen tijd van beraad poincten wel overwogen heeft, al„ gehad. - „voorens die te beantwoorden. Ia mijne antwoorden daarop, kan ik ge„ Zegt op Art: 16. Alle mijne voorstaande Ant„ „woorden zijn met de eenvoudige waarheid overeenkomende- Off zijne Antwoorden mits dien ook allezints met de een„ „voudige waarheid overeenko„ „mende zijn, zonder daar inne iets te reserveeren, het geen eene nadeelige Consequentie tegens opgem: Gouverneur zoude kunnen overlaaten. - En of hij gevr: bereidende genee¬ „gen is, bij aldien men daar uit nog het een of ander bij Conse„ „quentie zoude kunnen elici„ „eeren, hetselve nader te ver„ Claren op te kelderen — 18 Off hij gevr: zig bereidende genegen vind, zijne voorsz: gegeevene antwoor¬ „den, met Solemneelen Eede te bevestigen- 16. 17. 1 De De voorenstaande vraagpoincten aan op gem: Capt„n François Duminij voorgehouden, en door denzelven beantwoord, mitsg„s naderklaar en distinctelijk voorgeleezen zijnde, betuijgde den„ „zelven daar bij volkomen te persisteeren niet begeerende, dat er iets meer bij gevoegd of afgedaan werden zal en sprak dierhalven tot beves„ „tiging der waarheid van dien de solemneele woorden zo waarlijk helpe mij god Almagtig. /:onderstond:/ Dat aldus passeerde ter politique Vergade„ „ringe In 't Casteel de goede hoop dezen 9 febr: 1787. /:was geteek:/ L„ Duminij /:lager Mij present /geteekend/ P: G: de Wet r:t en secret„s /:ter zijde stond:/ In presentie van ons Commissaris over dit Gouvernement en Lee„ „den des raads /:geteek:/ A: Boesses, P: Hacker, I. I. thenis, I. I. Le suear, F. C: Rönnenkamp. Accordeert HD Faure gezen Clercq 49 Ia Copia WelEdele Heer. Ik heb de Eer van Uwel Ede hierinne ge¬ sloten te doen toekomen rd„s 1668: —:— als ro 1600:—:— zynde 't Capitaal ter „ 128:—:— zynde de 8 pC„t 1:2: — assignatie ro 1729: 2: — waaraf„ 1: —:— voor de secretarieele Copy 60:—:— ontfangloon van de heer vermaak„ overspeld en myn resteerd ƒo 1668:2:— Waarmeede de Eer heb met hoogachting te zyn. /:onderstond:/ WelEd„le Heer. /:lager:/uwelEd: Dw dienaar /:was getk:/ M: S: Van Creuifselbergen /:in margine:/ P: S: Uwel Ed„e gelieve my niet kwalyk te neemen, dat zo lange met de penn: agter„ gebleeven ben, maar zulx is de Heer Loos zyn Schuld.— Accordeert. D Faure gpzee Clencq Excarcere vermits geen, zegel by de hand heb. gelieven men deeze voor Exempt te houden. Copia Geeft reverentelyk te kennen Marinus Simon van Cruisselbergen, adsistent en dienst der E: O: Indische Compagnie ter Politicque secretarye alhier bescheyden, dog thans gedetineerd in het Casteel. - Dat hy suppliant zeg op den 31 maart deezes Jaars heeft vervoegt by den pro Interim Fiscaal deezes gouvernements met name Gabriel Exter; Dat hy suppliant aan denselven heeft overgegeeven ses stucken pergamente munt welke door den Boekhouder Goets dienselfden dag aan hem suppliant waren ter hand gesteld, met byvoeging, dezelve van hem suppliant te hebben ontfangen, en dat gem: munt was bevonden valsch te zijn;- Dat hy suppliant gim pro Interim Feseaale daarop heeft verzogt de nodige recherches hier omtrend te doen, en door denselven is gevraagd, of niet wist van wien dezelve te hebben ontfangen hier op heeft Dat Hy Suppliant gen prr zo geantwoord Aan den WelEdelen Achtbaren Heer Pieter Hacker, Praesident, benevens den Edelen Achtbaren Raad van Justitie van Cabo de goede Hoor zulks
English
could not yet say so positively, but had a vehement suspicion, that one nevertheless had to be cautious in such an accusation, but at the same time had deemed it necessary to stop that course in the beginning, and now that he had heard that they were false, he did not want to deceive other people with them as he had been deceived, but that the petitioner would come to speak further with the said Fiscal the following day. That the Petitioner thereupon departed, and the morning thereafter, on 1 April of this year, having been summoned to the Noble Lord Governor by the Messenger of Police Claassen, directly obeyed the said order, and upon his arrival there was ordered by his Right Honourable to place himself under arrest in the Main Guardhouse until further orders, under escort of Officer Mulder, who was then present. That the petitioner that same afternoon, before the Gentlemen Commissioners from your Right Honourable assembly, was interrogated on several articles by the Secretary of Justice, Mr. van Aerssen, upon the requisition and in the presence of the said pro Interim Fiscal G. Exter, and that the Petitioner, after the examination was completed, remained imprisoned until Thursday evening, 6 April; That the petitioner, having been detained there so long to his astonishment, had to experience with the utmost amazement and to his greatest indignation, That the petitioner, although conscious of no wrongdoing, was collected like a criminal by a sergeant, corporal, and eight soldiers provided with loaded weapons, and transported to the Lord's Stone or the Tronck, and searched before the Lord's Provost Matthysen to see if any sharp object was to be found on him. That the petitioner was thereafter taken to a room without any access, and thus criminally, because not only was everything usually denied to the petitioner in such a case, but what is more, he had to resign himself to going to sleep without food. That the petitioner had to spend a most unpleasant time in that prison, so disgraceful for a respectable man, whereby his health surely could have suffered greatly and such certainly would have been the consequence, had he not been transferred again unexpectedly the following Monday by an escort of two non-commissioned officers and six soldiers to the so-called bacon-room in the Castle of Good Hope. That the petitioner has reflected maturely upon this occurrence, and to the petitioner, as one who, he respectfully trusts, is somewhat knowledgeable in the law, this manner of treatment appeared most strange, as contrary to all law, equity, and manner of proceeding. That the Petitioner himself must assume that it was also regarded as such by Your Right Honourables, since the petitioner, by being transported from the aforementioned place to his present arrest, although without access and thus in this case criminally, yet in other respects, such as by the granting of light, pens, paper, and ink, appears again to be detained civilly. That the petitioner, through this granted blessing, sees the possibility afforded to bring his innocence to the attention of Your Right Honourable Lord and Honourable Lords by petition. That the Petitioner knows himself to be completely free of the crime wrongfully imputed to him by the Fiscal's office, and is thus assured of having done not the least thing for which he rightly, be it said with respect, should or could be deprived of his liberty any longer, or his good name remain tarnished thereby; That the petitioner therefore, being also convinced of the equity and fairness of an enlightened court, firmly trusts that the Petitioner, to whom his honour, good name, and reputation are dearer than life and thus is completely defamed by this course of action, will very soon be freed from his detention, which is contrary to all laws, by a discharge. Wherefore the petitioner turns to Your Right Honourable Lord and Honourable Lords, humbly requesting, and doubting not in the least, that Your Right Honourables will see fit and provide, in case Your Right Honourables after mature examination find the petitioner innocent, as he justly trusts, to direct that the petitioner, reserving all other actions, be brought home again in just as triumphant a manner as the petitioner was conveyed hither into this arrest, so grievous to him. Below stood: Which doing, etc. Was signed: M. D:r van Cruisselbergen Accouler Saure Sworn Clerk Geop p kooper Monday, 10 April 1786 Before noon, Extraordinary meeting Present: the Honourable Lord Pieter Hacker, President, and all the members except the burgher councillor, the Honourable Andries van Sittert. No. 4. That the Lord President had made known to the council how His Honour, having discovered with the utmost surprise that the acting Fiscal pro Interim, Gabriel Exter, had seen fit, not only on his own authority but even directly contrary to the resolution decreed by the said council at the meeting last held on the 6th of this month upon the memorial submitted by the said Officer of Justice, to have the assistant Marinus Simon van Cruisselbergen, suspected according to the aforementioned memorial, transferred from the military main guardhouse, where he was under civil arrest, to the hostage room, which is considered here as a prison for criminal offenders; His Honour had summoned the aforesaid Sr. Gabriel Exter to him, in order to demand an account from him for this reckless step, and furthermore, at the request of the said Sr. Exter, had convened this meeting; there was submitted into court by the said pro Interim Fiscal a memorial reading as follows:
Dutch transcription
zulks nog niet positif te kunnen zeggen, dog welvehemente suspecie te hebben, dat men egter in zodanige beschuldiging voorzigtig zyn moest, maar teffens nodig had geoordeelt in den beginne dien loop te moeten stuyten en nu hy gehoord had, dat dezelve valsch waren, geen andere Luyden daar meede wilde bedreegen zo als hy bedrogen was, dog dat sty upplt des anderen daags gem: fiscaal nader zoude komen spreeken. — Dat hy Suppliant daarop is weggegaan en den morgen daaraan den 1 April deezes Jaars door den Bode van Politie Claassen by den Edelen Heer Gouverneur ontboden zynde, direct aan gem: ordre heeft geobedieert, en by zyne komst aldaar door zyn wel Edele gestrenge wierd geordonneert, zig onderge„ leyde van den toen teegenwoordig zijnde officier Mulder tot nadere ordre in de Hoofdwagt en arrest te begeeren. Dat hij suppliant dien gelyden na de „middag ten overstaan van Heeren gecomm uit uwe wel Edele Achtte: vergadering, door den secretaris van Iustitie de Heer van Aerssen ter requisitie en in 't byweezen van geme: pro„ Interem Fiscaal G. Exter op eenige articu„ =len is ondervraagd, en dat hy Supplt na gedane verhoor tot Donderdag avond den 6 april heeft gevangen gezeeten; Dat hy suppliant tot zyne bevreemding aldaar zo lange gedetineerd zynde, met den uiterste verbaastheid en tot zyn grootste verontwaardiging heeft moeten ondervinden, Dat hy suppliant hoewel zig zelfs geen kwaad beweest, ales een crimineel door een sergeant, corporaal, en agt soldaten met scherp geladen geweezen voorzien is afgehaald en getransporteerd na 's Heeren steen of de Pronk, en voor 's heeren geweldiger Matthysen gevisiteerd of ook eenig scherp by hem wes te vinden. Dat hij suppliant daarna op eene kamer is gebragt buiten eenig acces, en dus Criminali„ ter, dewyl hem suppliant alles in zoo een geval gewoonlyk niet alleen is onthouden, maar wat meer is zig heeft moeten getroosten, zonder Eeten te gaan slaapen. - Dat hy Suppliant in die voor een fatioenlyk man zo fletrissante gevangen is eene allermaan, genaamsten tyd heeft moeten doorbrengen, waar doorbrengen, waardoor zeeker zijne gezondheid veel zoude hebben kunnen lyden en zulks ook gewis het gevolg zoude zyn geweest, indien des maandags daaraan Ee Volgende niet wederom op het onverwagts door eene Execrte van twee onderofficieren en zyk soldaten na de zogenaamde spek=kamer in het Casteel de goede Hoor was overgebragt geworden. - Dat hy suppliant over dit voorgevallene rypelyk bij zig zelven heeft gedagt, en hem suppl:t /als den rechter zo hy eerbiedig vertrouwt een weynig kundig/ deeze manier van behandeling alles vreemst is voorgekomen, als strydig teegen alle regt, billykheid en manier van procedeeren. - Dat hy Suppliant zelve moet veronderstellen ook als zodanig by UEd. Achtb: te zyn opgenoomen, dewyl hy supplt door 't transporteeren van voorm: plaats na zyne tee„ „genwordige arrest, hoewel buiten acces en duts in p„ dit geval criminalitei en anderen gevallen egter als door„ het toestaan van ligtpennen papier en inkt, wederom civeli ter schynt te worden gedetineerd. Dat hy suppliant door dit geaccordeerde zegende moogelykheid zietgesteld, zyn onschuld bij requeste onder het oog van uwe welEdele Achtb, Heer en EdeleeAchtb. Heeren te kunnen brengen fte dog men tig deelt ten waren driegen 9 n ier cu¬ ding n Dat Hy Suppliant van den mesdaad door het officie Fiscaal hem ten onrechten geimperteerd, zig volkomen zuider kend, en dus verzeekert is niets het minste gedaan te hebben, waar„ over hy met regt /:het zy met eerbied gezegt :/ van zyne vryheid langer zoude moeten of kunnen verstoken zin, in zyne goede naam hierdoor bevlekt blyven; Dat hij suppliant daarom ook van de Aquiteit en billykheid van eenen verlegte vierschaar overtuigd, zynde vastelyk vertrouwd, dat de Suppl:t wien zyn Eer goede naam en faam dierbaarder is als het leeven en dus door deeze handelwijs gantsch bestekt is, uit zyne teegen alle rechten strydige detensie wel ras door eene bargalie zal werden bevryd- Weshalven den supppl.t zig keurde tot uwewelEdele Achtb Heer en Edele Achtb: Heeren Ootmoediglyk verzoekende en hieraan geeneints twyffelende, dat uwe WelEdele Achtt. zullen goedvinden en voorzien ingevalle UEd Achtb: na ryp Examen hem supplt zoo als hit billyk ver„ trouwd:/ onschuldig vinden, het daar heen te laaten dirigeeren, dat hy suppl.t gereserveert alle andere actie, in even zodanige Preumphante manier weder„ ,om werde na huys gebragt, als hy supplt in 't voor hem grievend in Eoes of arrest herwaards is overge„ voerd. /onderstond:/ T welk doende &=a /:was geteekend:/ M. D:r van Cruisselbergen Accouler Saure gezwe Clercq Geop p kooper Maandag den 10 April 1786 voordemiddags Extra ordinaire vergaedering praesent den E. Agtb: Heer Pieter Hacker praesident en alle de leeden dempto den burger, raad & E. Andries van Sittert N:o 4 dat de Heer Praesident den raade te kennen gegeeven had hoe zijn E: Agtb: met de uiterste surprese ontwaar zynde geworden, dat de het Fiscalaat pro Interim waarneemend, N: Gabriel Exter had kunnen goedvinden, om, niet alleen op zyn eigen auchoriteyd maar zelvs regtstreeks teegens het, ende op den 6 de deezer maand laatst gehoudene vergadering, op gem: des R: O: vertoonders in gediend vertoog door welgem: raade goden creteerd besluyt, den volgens voormt vertoog gesuspecteerde adsistent Marinus Simon van Cruisselbergen, uit de militaire hoofdwagt, alwaar dezelve Civeel g'arresteerd was, in de geyselkamer /:dewelke alhier als een gevangen is voor Crimineele misda„ digers geconsidereerd word:/ te laaten over„ brengen, zijn E: Agtb: de voorsz s: Gahiel Exeter by zig ontbooden had, ten eynde hem reekenschap van deeze termeraire demarche af te vorderen en voorts op verzoek van geme S:r Exter deeze vergadering had doen beleg„ „gen, wierd door denzelven pro Interim fiscaal in Iudicio overgegeeven een vertoog luidende als volgt; erte aal en n der en
English
F. Which having been spoken of and deliberated upon, the following resolution was passed on the same: The Council, before deciding upon the submitted representation of the officer, reprimands him for the step he has taken in deviation from the decree of this Council, and orders him, the Officer as the petitioner, provisionally to restore the Assistant Cruisselbergen to such civil arrest as the decree of this Council dictates, furthermore imposing upon the Officer as petitioner on this account to pay, within twice 24 hours, a fine of one hundred ducatons for the benefit of the diaconate poor of the Reformed congregation of this place. Furthermore, having reflected upon the request inserted in the above-mentioned representation by Cruisselbergen, namely to be provided with certain necessities, it was decided thereupon in this manner: The Council permits giving to the arrestee light, paper, pens, ink, a knife, and a fork for his use. After this resolution was read out to the said Fiscal pro interim, he requested further time for consideration in order to bring forward his interests. Which Which request having been taken into consideration by the well-mentioned Council and it being considered that if the same were granted to the Honorable Officer as petitioner, the aforementioned transfer of Cruisselbergen would thereby be delayed, it was therefore decided thereupon as follows: The Council rejects the request of the officer to have time for consideration for the further bringing forward of his interests. Below stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary Agrees D: D: Faure Sworn Clerk Copy Today, 10 April 1786 By order of the Honorable President, the undersigned made an inquiry among the respective members of the Honorable Council of Justice here as to when Their Honors would choose for the Assistant Marinus Simon van Cruisselbergen to be brought back from the torture chamber to the military main guard, for which the Honorable Governor would provide a guard, in order to subsequently have him transferred from there again by a corporal to the bacon room. Which, by all members jointly, except the burgher councillor Mr. van Sittert who was not found at home by the undersigned, was left to the disposal of the Honorable Governor. Below stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Was signed: C:s van Aerssen, Secretary Agrees P. Faure Sworn Clerk Copy Thursday, 20 April 1786 In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members. Whereupon the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, submitted the following representation: [Text omitted] The contents of which having been deliberated upon, the Council holds this matter under advisement until the documents shall have been circulated and the still unsworn statement has been recollected and sworn. Furthermore, the Honorable President made known that the evening before, on behalf of the arrestee van Cruisselbergen, a letter addressed to His Honor had been delivered to His Honor, after the reading of which, running as follows, His Honor found therein a petition from the said van Cruisselbergen to this Honorable Council, which was of the following content: [Text omitted] Whereupon it was approved to append this petition to the above-cited representation and the further documents of the Fiscal pro interim relating to this case. Below stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower stood: In my presence, was signed: C: van Aerssen, Secretary Agrees. Faure Sworn Clerk Copy Letter M Thursday, 4 May 1786. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members, except Messrs. Neethling and van Sittert, both by indisposition. Finally, there were brought to the table the representations delivered by the Fiscal pro interim with the documents annexed thereto against the detained assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruisselbergen, which having been dealt with, the Council judged this case to be of too great importance to be able to take any decision concerning it as yet, since his innocence as little as his guilt has been proven thus far, and he nonetheless still remains under the same vehement suspicion resting upon him, which since his detention has neither diminished nor aggravated, and whereby in the event of an all too hasty release it is to be feared that the most disadvantageous consequences for this Colony might arise therefrom; on the other hand, the Council also having insufficient ground to find him guilty, it was proposed by the Honorable President whether it would not be best to address by representation the Honorable Governor and the Honorable Council of Policy, and, while submitting the representations lodged and the inquiries obtained by the Fiscal pro interim, to request that His Honor and Their Honors would be pleased to dispose with respect to the person of Cruisselbergen as they shall find appropriate according to the gravity and the nature of the case; in which all the members unanimously agreed. Below stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: C:s van Aerssen, Secretary Agrees P. Faure Sworn Clerk
Dutch transcription
F. Waar over gesprooken en gedelebereerd zynde is op hetzelve gevallen het volgende besluyt De raad alvoorens te disponeeren over het ingediend verloog van den officier repremen„ deert denzelven over de stap, die hy heeft gedaan, in afwyking van het decreet deezes raads en ordonneert hem R:O: vertoonden den Adsistent Cruisselbergen provisioneelek te herstellen, in zodanig Civeel Arrest als het decreet van deezen raade is dietie„ rende, leggende den R: O: versoonder desweegens daarenboven op, om, binnen tweemaal 24 uuren te betaalen eene boete van Eenhondert ducatons ten profyte der diacony armen van de gereformeerde ge„ meente deezer plaatse. - Voorts gereflecteerd zynde op het in boovengem: vertoog g'insereerde verzoek van Cruisselbergen om namentlijk van eenige noodwendigheeden voorzien te worden is daarop in deezer voegen gedeci„ neert. Den raad permitteerd om aan den g'arresteerden te geeven, Ligt, papier, pennen Inkt, een mes en vork, tot zyn gebruik, NNa dat dit besluit den gem: pro Interim fiscaal was voorgeleesen, ver„ zogt dezelve nader tyd van bedenken, om zyn belangens in te brengen Welk Welk verzoek door welgem: Raade in aan„ „merking genoemen zynde en overwogen dat by aldien hetzelve den E: O: vertoonder wierd toegestaan, de voorm: overbrenging van Cruisselbergen daar door zoude geretasdeert worden, is derhalven daarop dus gedecedeert De Raad wyst het verzoek van den officier om tyd van bedenken te hebben tot nader voortbrenging zyner betangens van de hand- /onder Rond:/ Aan Cabo de goedesloop die et anno ut supra /:Lager:/ Mes Praesent /:was geteekent:/ O: van Aerssen Secretaris ƒ Accordeerd D:D: Fture garcleren te Copia Huiden den 10 April 1786 Heeft ter ordonnantie van den E: Agtb: Heer praesident de ondergeteekende by de resp:e Leeden van de E: agtber raad van Justitie alhier in zondvraag gebragt wanneer hun E: Agtb: zoude verkiesen dat de Ad„ settend Marinus Simon van Cruisselbergen, uit de ceyselkamer zoude worden te rug gebragt in de militaire hoofdwagt, waartoe de wel Edele Hestr Heer Gouverneur een wagt zoude geeven, ten eynde denzelven vervolgens van daar weedez door een Corporaal in de spekkamer te doen overbrengen Het welk door de gezamentlyke leeden excepto den burgerraad de Heer van Littert dewelke door de ondergeteekende niet te huys gevonden is, ter dispositie van den WelEdeleGGestr: Heer Gouverneur is gelaaten geworden /:onder Stond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die Aanno utsupren /:was geteekend:/ C:s van Aerssen Secrets ccordeerd . Saur gesae Clercq „ Copia Donderdag den 20 April 1186 'S voordemiddags present de E: Achtb: Heer Pieter Hacker praesident en alle de Leeden. Waar na door den pro interim fis„ caal d'E Gabriel Exter het volgen„ de vertoog wierd in gediend. Tr: I: Over welkers inhoud gedelibereerd zijnde houd de raad deeze saak in advijs, tot dat de stukken rond gelee„ sen sullen sijn ende noch onbeëe„ digde verklaaring gerecolleerd en beeedigd: Wijders gav de E Achtb: Heer prasident te kennen, dat sijn E: agtb: des avonds te voren uijt naam van den gearresteerden van Cruissel„ bergen in handigd was een briev aan zijn E: Agtb: geaddresseert na welkens lectuure, dus luidende zijn Edele Agtb: in de selve vond een Requlst van gem: van Cruisselbergen aan deezen J: S. 2: E Agtb: raade 't welk van de volgen¬ de in houd was. T: S: Waarop is goedgevonden dit re„ quest te voegen bij 't boven aange¬ haalde vertoog en de verdere stuk¬ ken van den prointerim fiscaal tot deese zaak relatif /onderstond/ Cabo de goede Hoop die het annoutsuijp /:Lager stond /: mij present:/ was getekend C: van Aerssen Secretaris Accordeerd. Faure gezen Clercq olgen„ is al out supr tekend Copia Littr. 11 Donderdag den 4 Meij 1786. 'S voordemiddags praesent den E Achtb: Heer Pieter Hacker, praesident en alle de Leeden demptis de Heeren Neethling en van Sittert beide by decuipatie. Laatstelyk wierden ter tafel gebracht de door den pro interim fiscaal overgeleeverde vertoogen met de daarby geannexeerde stukken teegen, den gedetineerden adsistent der E: Comp„e Marinus Simon van Cruisselbergen, waar over gebesoigneerd zynde, heeft de Raad deeze zaak van te veel gewicht geoordeeld om daar„ omtrend noch eenige decisie te kunnen neemen, daar zoo min zyne onschuld als zyne schuld tot dus verze gebleeken is, en hy des niet te min als noch blyft onder dezelve venemente op hem leggende suspicie, dewelke zeedert zymne detentie niet gediminueerd of g'aggrateerd is en waar door bij eene al te zeer gepraecipiteerde dar„ „gatie het te dugten zoude zyn, dat hieruit de allernadeeligste gevolgen voor deeze Colonie zouden kunnen gebooren worden; aande anderen kant de Raad ook geen genoegzaam fanda„ „ment hebbende, om hem schuldig te erkennen, zo wierd door den E: Achtb: Heer praesident geproponeerd of het niet bestwaaren, zich bij ver„ toog aan den welEdelen Gestr: Heere Gouverneur en W:E: Achtb: Raade van Politie te addresseeren, en onder overlegging der ingediende vertoogen, en ingewonne en questen van den prointerim fisiaal, te verzoeken, dat zyn wel Ed Gestre en hun hun wEd: Achtb:e ten opzichten van den perzoon van Cruisselberg zodanig geleeden te daspo„ neeren, als na't gewicht en den aart der zaake zullen vinden te behooren; waar in door alle de Leeden uinaniem is toegestemd: /onderstond:/ Cabo de gorde sloop die etanno ut supra /:Lager/ My praesent /:was geteekent:/ C:s van Aarssen Secret=r Neeoieerd P Siacre Gezubreg zoon dispo„ der en door md 2: 0 erd eg
English
Right Honourable Sir My detention preventing me from presenting this enclosed petition in person, I take the liberty of sending it enclosed to Your Right Honourable, with the request to bring it to the table of the Honourable Court of Justice at its first session and to resolve upon it. While requesting a favourable apostil thereon, he who has the honour to call himself with respect. was signed below: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's humble servant, was signed: M: P: van Cruysselbergen in the margin: In the Bacon Room in the Castle of Good Hope, the 18th of April 1786 D: Faure sworn clerk Agrees Copy Catt: Lit Lit. C. Copy B We the undersigned certify hereby that upon the inspection of a parcel wherein two thousand Rixdollars were sealed and signed kruysselberg, in our presence, the following parchment pieces were found to be counterfeit, namely: 3 pieces of forty Rxds: 120: — 3 pieces of ten Rxds: 30: — Total: ƒ 150: — was signed below: Cabo de goede hoop, the 31st of March 1786 was signed: id J V Gennep, de Ridder Duminy, P: Freter Agrees Faure sworn clerk 69 Copy Lit. R Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of the Castle of Good Hope, Mr. Petrus Victor onder de Wyngaard, currently residing here and about to depart for Batavia, of competent age, who at the requisition of the interim Fiscal here, P. Gabriël Exter, declared it to be the truth: That on the evening of the 19th of March last, having received a sum of sixty-nine Rixdollars from the assistant of the Honourable Company, Marinus Simon van Cruisselberg, he the appearer found that among the said sum in paper currency counted out to him the appearer was a piece of 40 Rixdollars on parchment; that he the appearer having given that piece among other money in payment to the Burgher Councillor, the Honourable Johannes Matthias Bletterman, the said Bletterman notified the appearer last Saturday, the 1st of this month, that a piece, namely of 40 Rds, among the sum paid to him by the appearer was counterfeit; that the appearer having taken back the said piece of 40 Rds, sent that evening to the said Bletterman 2 other pieces of paper money each of 20 Rds, which the appearer himself received from Johannes Gysbertus van Reenen. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, presenting, whenever required, always to confirm this with a solemn oath. Thus passed at Cabo de Goede Hoop on the 4th of April 1786, before the Honourable Messrs Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, both members of the Honourable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute hereof together with the appearer and me, the Secretary. was signed below: Which I witness, was signed: C. van Aerssen, Secretary Agrees Faure sworn clerk Lit. 2 Copy Appeared before the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this government, the sailor Philippus Bos, who to the opposite question points gave such answers as are noted beside each of them. Articles drawn up and submitted to the Messrs commissioners from the Honourable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereon, at the requisition of the interim Fiscal G: Exter, the sailor Philippus Bos stationed on the Line, his answers to be given being duly recorded in the margin hereof. Article 1. Says: Philippus du Bos, born in 's-Hertogenbosch, capacity ordinary seaman. The named person's name, birthplace, age and capacity. Article 2. Says: with the Slot ter Hooge, Captain Siereveld, arrived in the year 1785, and to have attended in the shop at Mr. Siereveld's. With what ship and in what year he arrived here, and what his occupations have been until now. Article 3. Says: to have been placed under arrest by the adjutant, Mr. van Baalen, and to have been at the house of Presilius without knowing the reason why. How and for what reason he finds himself here currently. Article 4. Says: yes. Whether he has not lodged together with the assistant van Cruisselberg at the house of the sea captain, Mr. Siereveld, and in one room. Article 5. Says: to have lived together since their arrival here until about four months ago. How long they have lived together in such a manner. Article 6. Says: in such a way that he took some goods with him and left others there. Whether van Cruisselberg has not left his lodging for some time and stayed at the house of the burgher lieutenant, Sr. Jan van Reenen. Article 7. Says: since four months, and that Kruisselberg previously indeed stayed overnight sometimes at the house of van Reenen, and to have associated with him daily for reasons of good acquaintance. How long ago this is, and whether he did not still associate daily with the said van Cruisselberg, and for what reasons. Article 8. Says: no. Whether he has not thus seen that van Cruisselberg [illegible]
Dutch transcription
WelEdele Achtbare Heer Myne detensie my verhinderende dit inleg„ „gende Request en perzoon te komen aanbieden, neeme ik de vryheid deezen g'ëncloseerd aan Uwel Ed: Achtb: te doen geworden, met verzoek 't zelve by de eerste sessie ter Tafel van den E: A: Raad van Justitie te willen brengen en daarop te resolveeren. — Terwyl eene gunstige Apestille op dezelve is verzoekende die geene, die de Eer heeft zig met Eerbied te noemen. - /:onderstond:/ Wel Edele Achtb:. Heer /:lager/ UwelEd: Achtb: eotm: Dien=r /: was geteekent/ M: P: van Cruasselbergen /:in margine/ op de Spekkamer In 't Casteel de goede Hoop den 18e April 1786 D: Faure gezen Clnen Accordeerd Copia Catt: Lit Lit. C. Coppioa B Wy ondergeteekendens Certificeeren by deezen, dat by naziening van Een pak waarin Twee duizend Rixd„s verzegult, en getekend kruysselberg, ten onzen presentie, is bevonden valsch te zyn de volgende stukken op parcque„ ment, Namentlyk 3 p„s van Veertig Rxds r 120: — 3 „ „ Tien „ 30: — „ ƒ 150: — /:onderstond:/ Cabo de goede hoop den 31„e Maart 1786 /:was getk:/ id J V Gennep, de Ridder Duming, p: /: Freter Accordeerdt Saure gezaa Cleree 69 Copia Litt R Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt:ds dat den E Agtb: raade van Justitie des Casteels de goede Hoop, den alhier remoreerende en op zyn vertrek na Batavia staande M:r Petrus victor onder dewyngaard van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den pro Interim Fiscaal alhier P: Pabriël Exeter verklaarde, hoe waar is. - Dat hy Compt. op den 19e Maart Jongstl: des avonds eene Somma van Negen en zestig Rexedaalders ontfangen hebbende van den adsistent der E: Comp e Marinus Simon van Cruisselberg, bevonden had, dat 'er onder gem: somma in papiere Munt, aan hem Comp:t toegeteld een stuk van 40 Rypod op Pergament was, dat Hy Compt dat stuk onder ander geld en betaling hebbende gegeeven aan den Burgerraad d' E Johannes Matthias Bletterman, gem. Bretterman laatstleeden zaturdag den 1' deeser maand den Comp=t te kennen had gegeeven, dat 'er een stuk namentlijk van 40 rd=s onder de door den Compte aan hem betaalde somma valsch was, dat den Comp=t gem: stuk van 40 Rd. s wederom genomen hebbende, gem: Bletterman des avonds 2 andere stukken papiere geld ieder van 20 Rds gezonden had, dewelke den Comps Celvenc van van Johannes Gysbertus van Reenen ontfangen heeft Niets meer verklaarende geeft den Compt. voor reedenen van wetenschap als in den Text, praesenteerende zulks, wanneer t gerequireerd word altoos met Solemneelen Eede te Haaren Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 4 April 1786: voor d. E: L=r Gerrit Hendrik Cruiwagen en Johannes Smiets zeiden uit den E: Agtb: raad van Justitie voorm: die de minuute deeses benevens den Compt ende mij Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend /:onderstond:/ welk ik Getuigen /:was geteekend) Cvan Aerssen Secret.s Accordeerd Staur gezen Clercq Bos gete uit Cust de staa N ied ken Lit. 2 Copia Compareerde voor de onder Articulent gedaan geteekende gecommitteerdens maken en aan Heeren gecom„ uit den E Agtb: raad van mitteerdens uit den E: Agtb: justitie deeses gouvernements raade van justitie des Cas„ de Matroos Philippus teels de goede Hoop over„ Bos den welken op de nevens „ gegeeven omme ter requisitie staande vraag poinde zoda van den pro interim fiscaal nige antwoorden gegee„ G: Exter daar op gehoord ven heeft als besijde een te worden te worden den op ieder derselver aangetee„ de Linie beschijdene Ma„ kend staan. troos Philippus bos, sullen¬ de desselvs te geevene respon¬ siven in margine deeser behoorlijk worden bekend ge¬ steld. Ml: 1. Zegd Philippus du bos Des gen: naam geboorte geboren van 's hertogen„plaats, ouderom en qualiteit bos qualiteit jongma„ troos zegt, met 't slot ter hooge met wat schip en in wat Capt: Siereveld, aange„jaar hij gen: alhier is aan„ land in 't jaar 1785 gekomen, en wat sijne ver¬ en in de winkel bij de Heer Siereveld opgepaswigtingen tot hier toe sijn geweest. te hebben. segd door den adju„ hoe en uit wat reeden dant de Heer van ba¬ hij gen: sig 't hans hier balen in arrest ge„ bevind. bragt te sijn en te sijn geweest aan het Huis van Presilius sonder te weten de reden waarom 3. 2. A:l 4 zegd ja/ „ 5. hoe lang sij lieden zodanig Legt zeedert hunne aankomst alhier tot voor te samen gewoond hebben. omtrent een maand of Vier samen te hebben gewoond. of van Cruisselberg niet zegd sodanig dat hij sedert eenigen tijd sijn logis eenig goed meede verlaten en sig ten huijse genoomen en andere van den burger Lieutenant daar gelaten heeft. Sr. Jan van Reenen heeft opgehouden. zegt seedert vier Maan „ Hoe lang zulk is geleeden en of hij gen: niet nog da¬ den en dat kruisselberg gelijks met gem: van Cruis„ te voren, wel somtijds s„ felberg is omgegaan en nachts ten huise van van Reenen gebleven op wat reeden te hebben is en dagelijks met hem om reedenen omgegaan van goede be kendschap. zegd heen. Al 8. of Hij gen: dus niet heeft gesien dat van Cruisselberg of hij gen: niet met den ad¬ sistent van Cruisselberg ten huise van den Cap:n ter zee de heer Sievereld te Sa¬ men en op een kamer ge¬ logeerd heeft een. 7.
English
States no. States yes, in the afternoon around half past one o'clock. States to have no knowledge of such. States yes, but to have been called away again immediately. 9. Whether he, the named person, was not present on Friday, the last of the past month of March, in the afternoon at the house of the aforementioned van Reenen, when the bookkeeper Monsieur Goetz arrived there. 10. Whether he did not hear the aforementioned Goets say that in a sum of money received from a certain van van Reenen, one Rijksd: was lacking. 11. Whether van kruisselberg did not immediately reply thereto: I will give it to you. Anno 12. Whether he, the named person, did not thereupon go with van Cruisselberg to his room, and to what end. 13. Whether after a short time van Cruisselberg was not called downstairs. States yes, that he went down with him and departed immediately when Kruisselberg came downstairs. Whether van Cruisselberg did not take as much other money to give in its place, and what was spoken between them on that occasion. States as before, to know nothing thereof. Where van Cruisselberg placed this money, and whether there was more of such coin there. States as before. Whether he, the named person, does not know whether more counterfeit money was delivered by the frequently mentioned van Cruisselberg, and whether he, the named person, did not himself pass such counterfeit money. States not to know whether van Cruisselberg has issued more counterfeit money; that he, the named person, to the best of his recollection, received one piece of paper and one of parchment, passed five, and received them back as counterfeit, which two pieces of counterfeit money must still be lying at the house of Mr. Sierveld; that he, the named person, became so cautious because of this, that the other day he received from Casper Loos and Company on account of Mr. Sierveld Rijksd: 10,000, but would not accept the same unless the mentioned Loos sealed them, as well as a lesser sum from the now deceased messenger of the Orphan Chamber, Walpot. 14. [illegible] had a large sum of counterfeit parchment currency under his control. 15. 16. Anno 17. In what manner they came by it, and whether they are not themselves the authors thereof. States not to know how Cruisselberg came by it, nor to know how he himself came by the above-mentioned two pieces; further to be unaware whether Cruisselberg might be the author of the said counterfeit coin, and declares himself entirely innocent thereof. 18. By what means he, the named person, then came by the large sum of cash which he is said to possess. States to have brought many goods, among others, much gold and silver work, easily to the value of seven hundred Rijksd:, with him from the fatherland, and that he ought to have much more money than he actually has, having spent a great deal. Anno 19. Whether he, the named person, did not himself say that he had f 100,000 ready in order to trade on his own account. States yes, to have been at the house of Evert Stiig, who not being at home, he, the named person, entered into conversation with the wife of the mentioned Heug, who expressed to the named person that it would have compelled her, whereupon the named person answered: no, I would have compelled the trade and have f 10,000 ready for it; the named person professing to have said such in jest, and that one sometimes says rather more than one really means; that he had become angry that Mistress Heug said such of Mr. Sierveld, because he hoped to be helped through these friends by Mr. Siereveld himself. 20. And that he regretted that Duminie had become Equipment Master, who had paid f 70,000 to the Right Honorable Lord Governor, and that if it had been known, Sierveld would easily have given f 100,000. States to have said: that he had heard that the Honorable Duminie had paid f 50,000 to the Right Honorable Lord Governor for the office of Equipment Master, and that if it had been known that it would be sold, Mr. Sievereld would easily have given f 100,000. No 21. Because it could be recovered in such a way within a year. States not to have said such. 22. Whether the named person does not confess to having spoken ill in this manner of the Right Honorable Lord Governor, and what he can advance in his defense. States to confess guilt therein, that it was an indiscretion on his part, and that he requests pardon regarding it. Underneath was written: Questioned and answered thus in the Castle of Good Hope, the 12th of April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid; who, along with the named person and me, the secretary, have also duly signed the minute hereof. Lower, which I witness, was signed C. v: Aerssen, Secretary. Agrees. Copy Further Articles Drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that at the requisition of the interim Fiscal Gab: Exter, the assistant Marinus Simon van Cruijsselberg be heard thereon, his answers to be given to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the assistant Marinus Simon van Cruijselbergh, who to the adjoining points of interrogation has given such answers as are noted beside each of them. Art 1. Whether he, the prisoner, did not in the past month of January also pay a sum of money of Rds 1668 to Mr. Swanevelder. States Yes. 2. Whether such did not occur with the addition of a note on which the sum was calculated and the money contained in a sealed package was specified.
Dutch transcription
zegd. neen. zegd ja des agtermid„ dags omtrend half twee uuren. zegd: zulk niet te weten zegd ja, dog terstond weeder te sijn afge¬ roepen 13 of naar een poosje tijd van segd ja, met hem te sijn afgekomen en terstond Cruisselberg niet is naar vertrokken toen kruis„ beneeden geroepen worden selberg is beneden ge¬ komen. of van kruisselberg met dadelijks daar op heeft geantwoord: die sal ik u geeven. A„o 12. Of hij get voorts niet niet met van Cruisselberg naar desselfs kamer is gegaan, en tot wat einde of hij gem: goets niet heeft hooren seggen dat aan een sekere van van Ree¬ nen ontfangen somma gelds een Rijksd: te min was. 10. of hij gen: dan op Vrijdag den laasten des gepasseerde maand maart 's agtermid„ dags ten huise van voorm: van Reenen niet is praesent geweest toen den boekhou„ der Mons Goetz aldaar is gekomen eene groote somma valsche pergamente munte onder had heeft gehad. en er nig ebben. et gis ant t den „ ruis„ en ben heeft lberg 11 9. niets te weten. segd als voren. zegjd als voren daar van of van Cruisselberg niet so veel ander geld heeft genomen om in de plaats te geeven en wat tusschen hun bij den daar bij is gesproken geworden. Waar van Cruisselberg dit geld heeft geplaats en of er nog meer dier„ gelijke munte aldaar is geweest. 2. zegt niet te weten of Of hij gen: niet weet, of er van Cruisselberg door meergem. van Cruis¬ meer vulsch geld heeft selberg niet meer valsch uitgegeeven, dat hij geld is gedelibereerd gen: na sijn best ont„ geworden en of hij gen: houden een stuk pa„ pier en een pergament met selve diergelijke heeft ontvangen vijf heeft uit gegeeven gegeeven en wederom als valsch te rug ge gekreegen, welke twee stukken valsch geld nog bij de Heer Sierveld aan huis moeten leggen dat hij gem daar door soo voorsig„ tig is geworden dat hij onderdaags van Casper loos en Compe voor reecq: van de Hee sierveld heeft ontvangen rijksd: 10, 000 — dog de selve niet heeft willen accepteeren, ten sij¬ gem: Loos die versegelde, gelijk meede een minder som van de nu overleedene boode van de Weeskamer Walpot. vrte 14 15. 16. Ao 17 Legt niet te weeten hoe Op hoedanige wijse zij lieden Cruisselberg er aan is ge„ daar aan sijn gekomen en komen ook met te weten of zij met selve de authou„ hoe hij selve aan boven ren daar van sijn. gem: twee stukken is ge¬ komen voorts onbewust te sijn of Cruisselberg de autheur der gesegde valsche munt soude sijn, en sig selve daar geheel van vrij te kennen. zegd veele goederen, on„ door wat middelen hij der andere, veel goud gen: dan aan de groote en silver werk, wel te somma van Contante waardije van seven hondert Rijksd: uit het is gekomen de welke vaderland te hebbe me„ hij sal besitten. de gebracht en dat noch veel meer geld moest hebben als hij wesentlijk heeft hebbende hij veel verteerd. zegt ja te sijn geweest of hij gen: met selve ge¬ te huize van Evert Stiigseid heeft ƒ 100000 klaar de welke niet te huis leggen te hebben, om sijnde is hij gen: in ge voor sijne reecq: te sprek geraakt met de kunnen Regotieren Huisvrouw van gem: heug, de welke zich aan de gen: heeft uitgelaten dat het haar soude gedwongen hebben, waar op de gen: ge„ antwoord heeft neen ik soude negotie ge„ dwongen hebben en hebbe daar ƒ10, 000 toe in gereedheid; betuigende de gen: sulk uit Korswijl te hebben gesegd en dat men Somtijds wel iets meer segt als men wel meend, A:o 19 18. dat. niet t aats schen is g s dier„ ar is of er Cruis„ alsch eerd ke gen: ge nog 141 een boode dat hij kwaad geworden was dat jufvr: Heug zulks van de Heer Sier„ veld seide, om dat hij hoopte door deese bevonden van de Heer Siereveld zelve geholpen te zullen worden zegt te hebben gesegd: dat en datt hem spect dat Du¬ hij had gehoord dat d' minie was Equipagiemees„ E: Duminie aan den ter geworden, die ƒ70, 000 WelEd: gestr: Heer, aan den WelEd: Gestr: gouverneur ƒ50000 Heer gouverneur had be„ voor het ampt van taald en dat indien Equipagiemeester met sulk had geweete soude betaald heb„ sierveld wel ƒ 100000. ben en dat indien soude gegeven hebben men had geweten dat het verkogt soude worden de Heer sievereld dan wel f- 100000 soude gegee¬ van hebben. zegt sulk niet te hebben gezegd. zegd daar in schuld of de gen: niet bekend te bekennen dat het op deese wijse kwaad eene onvoorsigtigen gesproken te hebben van van hem is geweest de welEd: Gestr: heer dat hij daarom trent gouverneur en wat verschoning versoek. hij tot sijn veronschul„ diging kan inbrengen 22 No 21 omdat het sodanig in een jaar wederom uit te halen was. 20„ (/: onderstond:/ Gevraagd en beantwoord Aldus In 't Casteel de goede Hoop den 12 April 1786 voor d' E Es Gerrit a Hendrik Cruiwagen en Johannes Smuts Leeden uit den E: Agtb raad van justitie voorm:; die de mi„ nute, deeses benevens den gen: en mij secretaris meede behoorlijk hebben Onderteekend Lager /'t welk ik getuigen /was getekend/ C v: Aerssen secret=rs Accordeert. lake Faeere gezie clercq veld Du mees, 000 be„ ben eer „ in t ƒ Copia Legt Ja Nadere Articulen Compareerde voor ons ondergeteekende gecommit gedaan maaken en aen teerdens uit den E Agtb: Heeren Gecommitteerdens Raad van Iustitie deeser uit den E Agtb: Raade van gouvernements den adsistent Justitie des Casteels de Marinus Simon van Cruijselbergh dewelke Goede Hoop overgegeeven omme ter Requisitie van op de neevens staande vraag Poincten zodanige den pro interim fiscaal: gab: Exter daar op gehoord antwoorde gegeeven heeft als bezijden een ijder derselve te worden den adsistent arinus Simon staan aangeteekend van Cruijsselberg, zullende desselfs te geevene res¬ ponsive in margine deeser behoorlijk worden bekend gesteld of hij gev: in den gepasseer¬ den maand Ianuarij niet ook een somma gelds van Rd=s 1668 aan de Heer Swanevelder betaald heeft Art 1. of zulks niet is geschied met bijvoeging van eene note, waar op de somma bereekend en 't in een ver„ zeegeld pakje onthoudene geld gespecificeerd was met L: 2
English
Signature of the The examinee states: the largest part from Cassper Loos and such the day before, 1600 Rds; while the examinee received the remainder the other day in the morning at half past eleven, and having sent such in the evening to Mr. Zwanenvelder. Whether it was asked of him if he, the examinee, had had this money for a long time in his possession and from whom he had received such. 2 Says no, not being able to distinguish counterfeit money from the genuine, but that he was never addressed about this by Mr. Zwanevelder, although he, the examinee, the next day inquired of His Honor whether he had received the money in good order. Whether it was asked of him if it was not known to him that there was counterfeit money among it, namely 1 piece of RCo 40, 12 of 10, and 1 of 5, together the sum of Rps 165, which were found in that parcel. Says: having done such with no design, and having counted it off from hand. If not, how he can deny having had knowledge thereof, since the aforementioned pieces were expressly distributed piece by piece among the good money, in order to make such less noticeable, and the same was nevertheless counted off by him. Art 6. Says never to have received any pieces back, thus not believing to have passed any pieces at all and gotten them back. Whether he, the examinee, had not already passed some pieces of counterfeit coin before that time and gotten them back again. Says no, but that while he for some time performed the duty of sworn clerk at the Secretariat of Police because of the absence of Mr. Horak, having then at the office received a piece of 10 Rx for a marriage license and other fees, and as he, the examinee, that afternoon had to buy something at Heugh's, he paid with that piece, which he, the examinee, had in his pocket; which was also returned by Heugh because he maintained that it was not a good piece, and which piece he, the examinee, had brought back the next day to the office and asked the other assistants whether they recognized that piece as good or as counterfeit. It was unanimously deemed good by them, except by Diemel, who discovered some alteration in the name of Mr. Le Sueur; the examinee, as he had received that money for the account of Mr. Horak, had also delivered such to His Honor upon his return; the said Mr. Horak had also sent that piece that very day to the Cashier, who had accepted it; thus not thinking that such can be counterfeit; and on another occasion having sent to Heugh 160 Rds, which were also received by him, the said Heugh having sent back 2 Rds on that, which were found to be too much, without any other message; thus he, the examinee, now to his surprise learns that there was supposedly a counterfeit piece among it. Whether such did not happen up to two times in succession at the house of the citizen Evert Heugh. Art 8 Says no, never having bought anything from the wife, but indeed having sold various goods to her. Whether he, the examinee, did not buy some merchandise there and, having paid the wife of the said Heugh, afterwards a piece of ten Rps was found among it by her husband and was returned. Says as to Art 6. Art 9. And whether he, the examinee, did not give other money in its place, saying, it may be that I received it from someone else. Says as before. 10. Whether it was not shot back to him, the examinee, for the second time, paying the same money to the said Heugh with another 10 Rds piece. Says No, and further as Art 6. Art 11 How he, the examinee, can thus still pretend to have no knowledge or awareness of the counterfeit money, since the aforementioned incidents happened to him, which in the most natural way would make anyone cautious and observant. Says: it was through carelessness and not having known whether he had counterfeit money on him. Art 12 And that among the counterfeit money that came out of the examinee's hands, most pieces are very conspicuous and directly catch the eye as such; which, moreover, are not a few, but make up a sum of Rxs 620. Says he maintains that such must serve for the examinee's exoneration, since the quantity does not constitute suspicion; for had he been the maker of it, he would not have signed his name under the envelope, the more so because he, the examinee, knew that such was destined for the Cash of the Honorable Company. Art 13 Art 14 Says: if he, the examinee, had given counterfeit money to Mr. Zwanevelder, it strengthens him the more in his assurance of having received the same from Casper Loos alone, because most of the money counted to Mr. Zwanevelder came from the said Loos, and he then had not yet received any money from Mr. Sandenberg and Van Wieling. Whether it does not fully appear that such counterfeit coin cannot come from the citizens Van Wieligh and Zandenberg, because he, the examinee, had already passed it, as to Messrs. Zwanevelder and Evert Heugh, before he had received money from the said persons? Art 15 Says: to have partly counted out to Mr. Zwanevelder the money that he received from Loos, because he, the examinee, upon his arrival at the house of Mr. Sierveld, where he was lodging at that time, had thrown that money among his other money, and having first recounted it. Whether he, the examinee, must not confess to having paid out to Mr. Zwanevelder the money received from Casper Loos in the month of January, and thus not having received from the said Loos the counterfeit pieces received back from the Honorable Cashier?
Dutch transcription
Onderteekening van des Degd: 't grootste gedeelte off hy gevz: dit geld lange van Cassper Loos en onder zijne berusting heeft zulks daags te vooren rd„s 1600: terwijl hij gew: gehad en van wie hij zulks 't resteerende dien ander ontfangen heeft dag s' Morgens om half twaalf Ontfangen heeft en zulks ' savons na de Heer Zwanenvelder gezonden te hebben. 2 zegt neen 1 valdssche of hem gevr: niet bekend geld uijt het waare niet te is geweest dat er valsch kunnen onderscheijden geld daar onder was, dog dat nimmer door de namentlijk 1 stuk van RC:o 40. 12 van 10 en Heer Zwanevelder daar over is aangesprooken 1 van 5 te zaamen of schoon hij gevn: des anderen daags bij zijn Ed de somma van Rp„s zig geinformeerd heeft of ƒ C 3. die in dat Pakje zijn bevonden geworden. de penn wel had ontfan gen, Zo neen, hoe hij ontken„ Legt: zulks met geen dessein gedaan, en t voor de nen kan, daar van wei tenschap gehad te hebben hand afgeteld te hebbe. daar de voorm: stukken 5 Art Gem. naam met expresselijk Art 6. of hij gevh: niet voor dien zegt nimmer eenige stuk „ „ken te rug te hebbe ont„ tijd al Eenige stukken fangen dus niet te geloo„ valsche Munte heeft ven immers eenige stuk is uitgegeeven en weeder de ken uijt gegeeveen te hebbe rug gekreegen 1 „ of zulks niet tot twee leijt neen maar dat ter„ Reijsen naar malkander wijl hij eenige tijd opt secretarij van Politie gebeurd is ten huijse van t gezwoore Clercq: t ampt: C: d: en Burger Evert Heugh d waargenomen heeft ver Wi „mitsde absentie van de Heer Horoek als toen op t Comptoir voor een trouw ordonn: en andere ongelden een stuk van 10 Ex gekreegen te hebben en dewijl hij gevr: dien Middag iets bij Heugh koopen moest dat stuk, 't welk hij gest. in zijn zak had daar voor betaald heeft; dat door Heng ook is te rug gegeeven vermits hij sustineerde dat 't geen goede stuk was en wtelk welk stuk hij expresselijk stuk voor stuk onder t goed geld verdeeld waaren, om zulke minder gewaar te worden en t zelve dog van hem is af„ geteld geworden gevr des ge heeft zulks de end alsch an en d ken elijk 1 2 gevr: wederom dien anderen dag op t Comptoire had te rug gebragt en aan de anderen adsis¬ tenten gevraagt af zijl dat stuk voor goed ofte voor valsch en erkenden Door hem Een parig voor goed is gekeurd geworden, except door Diemel die eenige verandering in de naam van de Heer Le Fueur ontdekte, de gev: dewijl dat geld voor reecq van de Heer Horaik ontfangen had, zulx ook aan zijn E bij zijn te rug komst had afgegeeven gem Heer Horak dat stuk ook dien eigensten dag aan de Heer Cassier gezonden; die zulkx geaccepteerd had dus niet te vermeenen dat zulks valsch kan zijn- en bij eene andere geleegend „heid aan Heug 160: Rd=s gezonden te heb„ ben, die door hem ook zijn ontfangen gem: Heug Heug nog daar op rd„s 2: had te rug gezonden, die er te veel bevonden zijn zonder Eenig ander boodschap - dus hij gevr: thans tot zijne bevreemding verneemd dat er een valsch stuk onder geweest zoude zijn. — Art8 Legt neen van de vrouw of hem gevr niet aldaar eenige negotie gekogt nooijt iets gekogt maar wel verschijde goederen en aan de Huisvrouw aan haar verkogt te Hebben van 2 „ Legd als op Act „ &: Regt Als vooren van gem: Heugh betaald hebbende naderhand van haar man een stuk van thien rp:s daar onder bevonden, is te rug gegeeven geworden Art 9. en of hij gevr: niet ander geld daar voor in de plaats heeft gegeeven met te zeggen, t' kan zijn dat ik t van een ander heb gekreegen 16. of hem gevr: voor 't tweede Maal aan gem: Heugh Zegt Neen en voorts „zelve geldd betalen te als aparte C: met een ander 10 Rd=s stuk is uitgeschooten geworden Aret 11 s toe hij get: dus nog kan voorwenden geen kennis of weetenschap van ch neemd st ldaar out n van 't valsche geld te hebben daar hem voorm: gevallen zijn overgeko¬ men die op de natuur lijkste wijze een ieder zullen omzigtig en op„ 2 lettend maaken a Art 12 Legt: door Clorsigheid En onder 't uit des gevi: niet te hebben geweesen handen gekoomen valsch of hij valsche geld bij geld de meeste stuk „ken zeer kenbaar zijn zig had en directelijk als, zo da 0 nig in de oogen vallen zegt te sustineeren Welke boven dien niet dat zulks tot zijn gev: eenige wijnige zijn maan verontschuldiging die„ eene somma van Rx=s en moet, vermits de 620 uitmaaken menigte geene suspicil uitmaakt: want was hij er de maaker van zo zoude hij zijn naam onder & Convert niet geteekend hebben te meer dewijl hij gevr: wist dat zulks voor de Cas der EComp„ gedestineert was- — Art 13 Art 14 zegd: zo hij gevr: valden of niet volkomen blijkt geld aan de Heer Zwa dat zulke valsche mun„ nevelder gegeeven had te niet van de burge„ hem t te meer versterkt in zijn verzeekering, 't ren van wieligh in zelve van Casper Loos Zandenberg kan koo„ alleen te hebben ont men om dat hij gevr: fangen, dewijl het meeste er al heeft uijt gege¬ geld aan de Heer twane ven als aan de Heeren velder geteld, van gem: Zwanevelder en Evert Loos quam en toen Heugh, bevorens hij nog geen Penningen van gem: persoonen van de Heer Sandenberg heeft geld ontfangen en van wieling ontfan„ gehad? „gen had. — zegt: gedeeltelijk uitge„ of hy gev: niet bekennen teld te hebben aan de Heer moet, t van Casper Loos Zwanevelder t geld dat hij in de Maand Jannuarij van Loos ontfangen heeft ontfangene geld aan aan vermits hij gevr: bij zijn den Heer Zwanevelder komst ten huijse van de uitbetaald en dus de van Heer Sierveld alwaar hij de E: duminier te rug toen ten tijd Logeerde dat geld onder zijn ander gekreegene valsche stuk geld geworpen had, en ken niet van gem. Loos zulks eerst nageteld ontfangen te hebben? te hebben.. — Art 15 alsch da en niet aa van ert van Comp„s
English
Void. Article 18 He answers that he does not think that whether or not the paper in which the last thousand Rijxdallers were wrapped came from Mr. van Wielingh, and because it was wrapped loosely and he had found the small piece of paper from the fire master Mr. van Wieligh at hand, proves that he also received such money from this van Wielingh. Article 19 He answers: that may well be, that it was placed in such a way, but such can have happened to make up the one hundred dallers, that he the interrogated did it in such a manner that by turn always a heavy coin came to lie among various others of lesser value, and that he the interrogated did not have all such coins known as the counterfeit pieces amount to, mixed among them. Article 16 Article 17 He answers no. Whether such was not done by him the interrogated in order to make these counterfeit pieces pass more easily for good. Article 20 He says he does not know whether those people paid good paper currency to others. How it would be possible to comprehend that he the interrogated would have received so much counterfeit money from the aforesaid persons or from one of the same alone, whereas they paid out money to so many other people. Article 21 And especially Casper Loos, who some time ago sent 10,000 Edallers to Mr. Sierveld without any counterfeit money being found therein. He answers: if one intends to spend counterfeit money, one can indeed do that to children, but not to people who have knowledge of it and who daily spend and receive money, like Mr. Siervelt. Article 22 He answers: Soets said to me that it was unfortunate for society that so much counterfeit money was circulating, to which he answered: it is certainly unfortunate, what reason he the interrogated would then have had to say to the bookkeeper Goets: I certainly wish that it comes out, but I know nothing of it, dammit: I will immediately go to Loos, Zandenberg and van Wielingh, from whom I have received money, and ask them whether they might have given me counterfeit coin species. Article 23 Whether he the interrogated must not admit that the money in question came solely from his hands. Article 22 He answers no: but certainly when Casper Loos said he had not given me the money, that such was a heavy blow for him the interrogated, but that he would gladly suffer the loss if the person who had given it to him the interrogated would only confess it, in order to bring him, if possible, to a concession and in doing so recover his loss. And to the citizen Casper Loos, that he the interrogated would gladly forfeit the money and suffer the loss if someone was alone who said that he had given the counterfeit money to him the interrogated. Article 24 Article 25 He answers: because he the interrogated had already reported such himself and intended, after he came out of the Castle, to make such further known to the fiscal, had he not been prevented from doing so by a civil arrest, by order of the Noble Lord Governor, immediately into the main guardhouse. On what grounds he the interrogated said to the reporter of the shipyard: that if the gentlemen find even more counterfeit money, they should report such to the Fiscal to his masters. Article 26 He answers no: as he has never knowingly spent any counterfeit money, thus he needed to fear no discovery, but for reasons mentioned in article 25 he says no, that if he had spent it, it must otherwise have come out. Whether such was not also done because he the interrogated was convinced in himself of having spent more such coins, which would now surely be discovered, and he the interrogated thereby wished to avoid being spoken to further and to plead guilty? Article 27 Article 28 He answers no: but indeed to have made a present of 89 rdallers to the same, because he declared to the interrogated that he had to pay his house rent and had no money for it. Whether he the interrogated did not also buy some goods from Master Onder de Wijngaard, who passed through here, and paid with 69 rdallers. Article 29 He says he does not know such, because he the interrogated had taken the money that was given to him from the hand. Whether he the interrogated did not give among that a piece of 40 Rixdollars of counterfeit coin. Article 30 He answers no, not to know with which he was suspected that he the interrogated would have had more thereof ready and spent, and in case he himself were the author thereof, he would have rested in the answer of the Lord President Hacker, and would not have tried to push it further, to make such known to the Fiscal, but would have saved himself by flight. Whether he the interrogated must not admit to having a great multitude thereof, and to be the author of these counterfeit coins himself. Article 31 He answers neither to have part in it alone, nor to know who would have part or knowledge of it. Whether he the interrogated is the only one, or whether others participated or had knowledge of it, and who? Article 32 He says and testifies never to have had it in his thoughts in what manner such.
Dutch transcription
Vervald. zegd niet te denken dat of niet 't Papier waar in hij zulks van de Heer de laatste duijzend Rijxd„ van Wielingh, en om dat los ingelegd waaren en hij 't Papiertje van de van den brandmeester Heer van Willingh voor van Wieligh afkomstig is bewijst dat de gem: de Hand has vinden zeggen zulks waar om zulk geld ook van deezen een Paquetje had omge, van Wielingh ontfangen heeft 2 Woeld. Art 18 Dat hij gevr: dusdanig ' egd: dat kan wel L weezen, dat 't zoo ge„ heeft gedaan dat er legd is geworden maar beurtwijze altoos een zulks kan geschied zwaar stuk onder ver„ zijn om de honderd scheijden anderen van dd=s uijt te maaken geringere Waardij tussen in is koomen te liggen en dat hy gev de soorte van geld als de valsche 2 stukken bedraagen daar op niet alle bekend staande diergelijke heeft daar onder gemengde Art: 16 Art 19 „ 1:7 Legd Neen off zulks niet door hem gevz: daar om is geschied om deeze valsche stukken ligter voor goed te doen Passeeren „ 20. zegt niet te weeten of Hoe het zoude mogelijk die Menschen aan andere zijn: te begrijpen dat hij goede Papiere munt betaald gevr: van voorsz: Per„ soonen ofte van een der„ selven alleenig zoo veel valsch geld zoude ont fangen, hebben, waar dezelve aan zo veele andere menschen geld uijtbetaald hebben. hebben. En bijzonder Casper Loos zegd: als men voorne„ mens is valsch geld uijt dewelke voor Eenige tijd te geeven dat men dat wel nog aan de Heer sier Aan baaren doen kan veld 10, 000 Ed=s heeft Art 19 maar toe in tig n gen te e mengde anig t 25 toegezonden zonder dat DMaar niet aan men„ schen die daar kennis en valsch geld daar bij van hebben & die dagelijks is gevonden geworden geld uijtgeeven en ontfange gelijk de Heer Siervelt Zegd: Soets heeft tee„ wat hij gevr: dan voor gen mij gezegd, dat het reedenen zoude gehad ongelukkig voor de za„ hebben teegens den boek menleving was dat er houder Goets te zeggen zo veel valsch geld ik wensch wel dat 't uijt Roulleerde daar hij komt waar ik weet er op geantwoord heeft Verdoemd niets van 't is zeeker ongelukkig Maar daar weet ik niet van: ik zal op stonds naar Loos, zandenberg en van wielingh toe gaan, daar ik geld van ontfangen heb in vragen het hun af, of zij lieden mij misschien geen valsche munt Specien gegeeven hebben. — 23 f hij gem: dus niet bekennen moet dat niet quest. geld alleenig uit zijne handen gekoomen is Art„ 22 Art 22 Zegd neen: maar wel En teegens den Burger toen Casper Loos zijde Casper Loos dat hij mij 't geld niet gegeeven. gevr: gaarn 't geld mis„ te hebben, dat zulks sen en den schaaden een zware Slag voor hem lijden zoude indien ij„ gevr: was maar dat hij gaarne nog de schade wor zijden mand was die alleenig indien die geen die t hem zijde dat hij aan hem gevr gegeeven had zulks gevraagd: het valsche geld had gegeeven?. Maar Wilde Confessee„ t „ren, om hem waare het mogelijk maar tot Con„ „ „cessie te doen koomen en zo doende zijne schade te Decouvreeren„ Legt: om dat hij gev: Uijt wat hoofde hij gevr: zulks zelfs reeds had teegens den Rapport aangegeeven en voornee„ ganger van de werf mens was, na dat uijt het Casteel kwam den fis„ gezeijd heeft: dat in dien caal zulks nader bekend de Heeren nog meer valsch geld tvinden te Maaken waare hij zijl zulks bij den pro„ hier niet in verhindert. Fiscaal geworden, door een Civiel in te him meesters aangeevene Arrest, op ordre van den Edele Heer Gouverneur in de Hoofd wagt, toe stonds Art 25 Art 24 Art 2 dat bij t niet 1 niet men is oor 3 n ragen een - ƒ Art: 26 zegd, neen: dewijl nimmer of zulks niet meede daa„ „rom geschied is om dat met zijn weeten eenig valsch geld heeft uijt hij gevr: bij zig overtuigd gegeeven dus voor geene was meer diergelijke min„ ontdekking behoefde be te uijtgegeeven te hebben vreest te zijn, maar aldus die thans zekerlijk om reeden in art 25 gemelde zoude ontdekt worden zegd neen als dat hy uit„ en hij gev. daar door wil gegeeven had dat zulks de vermijden meer aan buijten dien had moeten gesproken te worden uijtkomen en zig schuldig te gee„ ven? 28 Art 29 zegt zulk niet of hij gev: niet meede te weeten vermits Legd neen: maar wel of hij gevr: niet ook ee„ 89 rd=s aan dezelve prenige goederen van den sent gedaan te hebben alhier gepasseerde m=r door dien aan den gevr: onder de wijngaard heeft declareerde zyn Huis gekogt en met rd=s 69 huur te Moeten betaalen betaald en daar toe geen geld te hebben. hij daar 27. hij getr: t geld dat aen daar onder een stuk van hem gegeeven had voor Rx 40 valsche per„ de hand had weggenomen gamunten munten heeft gegeeven. ƒ Art 30 of hij gemr: das niet be¬ zegd neen, niet te weeten kennen moet eene groote als waar meede hij ver Meenigte daar van te meer gehad te hebben dagt werd dat hij gevr: hebben gereed had, en zelve den autheur van uijtgegeeven zoude hebbe„ en ingeval hij daar zelfs deeze valsche munte te de aetheur van was be zijn. rust zoude hebben in het antwoord van den Heer President Hacker, en 't niet verder zoude getragt hebben te Pousseeren, om zulks de Fiscaal bekend te Maaken, maar zig wel met de vlugt zoude gebragt hebben te Salveeren— zegd nog alleen daar dne of hij gevr: het alleenig aan te hebben, nog ook te is ofte nog andere daar weeten wie daar aan deel aan geparticipeerd ofte Kennis daar van zoude hebben gehad hebben en wie 2 zegd betuigd nimmer in op hoedanige wijze zulxs zijn gedagten gehad te 31 hebben door daa„ dat tui gd min ebben ƒ den wil - gee ee„ den mr heeft 9 de aar 3 32