Inventory 10679
Cape · 806 pages · 72 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
have, much less has it been done by him, the interrogated person, any instruments made or had them made. Art. 33 or which instruments he has employed for that purpose. Where and when he, the interrogated person, obtained such instruments. 34 whether this drawing, on being shown to the said, was made by him, the interrogated person, and whether this parchment is not of the same which was used for the counterfeit currency. 35 says no, for that he never had it in his mind to draw such things. whether not a large part of the currency was drawn or painted solely by him, the interrogated person. 36. whether he, the interrogated person, also knows anything to bring forward for his excuse? Copy says no, where there is no guilt, no excuse takes place, requesting on that account to be promptly released under cautionary oath or otherwise as the Honorable Worshipful Council of Justice shall deem necessary. Below stood: Thus asked and answered at the Cape of Good Hope the 14th of April 1786 by the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute of this, together with the interrogated person and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness, was signed: J. V. D. Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government aforesaid, Cruijselbergen, who, upon this interrogatory being read aloud to him again word for word clearly and distinctly and having been answered by him, declared to persist therein, wishing that nothing more will be added or taken away. Below stood: Thus recollected in the Castle of Good Hope the 19th of April 1786. Was signed: M. S. Cruijselbergen. Lower: In my presence, C. van Aertsen, Secretary, as commissioners: G. H. Cruijwagen and Johannes Smuts. Agrees, Recollection L. Suur, sworn clerk. Copy Articles drawn up and handed over to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard at the requisition of the Ad Interim Fiscal Gabriel Exeter, the Assistant of the Honorable Company, M. S. van Kruijselbergen, his responses given to be duly made known in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Assistant of the Honorable Company, Cruijselbergen, who to the undermentioned questions answered as is noted down beside each of them. Art. 1 Says Marinus Simon van Cruijselbergen of Vlissingen, aged 24 years, Assistant at the Political Secretariat. The interrogated person's name, place of birth, age, and capacity. 2 Says to have been a notary and procurator in the Fatherland. To what the interrogated person has applied himself, and what his occupation has further been. 3 with what ship and in what capacity and year he arrived here, and how long he has been stationed in the aforesaid post. Says he arrived on the ship Slot ter Hooge in the capacity of young sailor according to his best recollection in the middle of April 1785, arrived here and in August was promoted to Assistant of the Honorable Company. 4 whether he, outside his service, also undertook any private commissions. Says he lived with and administered the affairs of the burgher Johannes Gijsbertus van Reenen. 5 Whether he, the interrogated person, did not likewise receive money for the Lieutenant of the burghery Jan van Reenen and pay it out again. Says yes, among others from Mr. Van den Berg and Mr. Wieligh. 6 Whether he, the interrogated person, on Sunday the 30th of the aforesaid month of July, did not count out Rds. 1000 from money received for his aforesaid Jan van Reenen and handed it into his hands. Says yes. 7 whether this was not money that was to be collected by the bookkeeper of the Honorable Company Mr. Goetz and paid to the Equipment Master D'Eminij. Says yes. 8 whether the said bookkeeper Goetz, having received the money on Sunday afternoon, did not come back to Van Reenen to return the same, as there was counterfeit money found among it. says yes, and it was the amount of two hundred and seventy rixdollars on parchment. 9 Whether said Van Reenen did not thereupon have him, the interrogated person, summoned, asking, pointing out, and saying that there was counterfeit money among the aforesaid money counted out to Damini, where that came from. Says yes, whereupon the said person answered not to have received any pence other than from Mr. Jan van den Berg, Arent van Wieligh, and some time before from Casper Laus. 10 Whether he, the interrogated person, did not thereupon answer, taking the money in hand and inspecting it, that there were indeed some counterfeit pieces, but the others were difficult to recognize. Says no, for he testifies to have said that he could not see whether the same were counterfeit. 11 and that because he still had money in the cashbox, he would go and fetch other money. Says yes, which he also subsequently effected. 12
Dutch transcription
hebben veel min daar door hem gevr: is gedaan eenige instrumenten toe geworden en welke Instru¬ vervaardigt of laaten vervaardigen. menten hij daar toe heeft geëmployeerd.— Art. 33 Waar en wanneer hij gevz: zodanige instrumen ten heeft verkreegen. „ 34 of deeze teekening onder vertooning van den ged. . van hem gevr: gemaakt is en of dit pergament niet van t zelve is die tot de valsche mun„ te geadhibeerd is gewor¬ „den 35 zegd neen: want dat of dies niet een groot nimmer in zijn gedagte gedeelte van de munte gehad heeft. zulke Alleenig door hem gevr: dingen te teekenen is geteekend of geschie dert Copia gesz: en. zegt neen daar geen of hij gevr: ook iets tot schuld is heeft geen zijn verschooning weet verschoning plaats te bij te brengen? hebben verzoekende uijt dien hoofde spoedig ontslagen te werden onder Cautie Turatoir of wel andersints als den E Agtb. raad van Iustitie nodig oordeelen zal /:onderstond:/ en Aldus gevraagde en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 14 April 1786 van d E: E: Ger„ hardus Hendrik Cruijwagen en Johannes Smuts, Leeden uit den E Agtb. raad van Justitie voorm: die de minute deeser benevens de gevr: en mij gezworren Clercq meede behoorlijk Hebben onderteekend — /:Lager:/ T welk ik getuige (:was geteekend=) J VD Riet gesw: Clercq 36. dert geworden. Re daan Instru„ der ged.. / aakt ent is un gewor te en gevr: schil Compareerde voor ons ondergetee„ e kende geccomm: uijt de E agtb: raad van Justitie deezes gouver nents voorm: Cruijselberg dewelke bij deeze hem weeder van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleese weesend & door hem beantwoord Interrogatorie. verclaarde te blijve Persisteeden met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd in 't Casteel de Goede Hoop den 19 April 1786 /:was geteekend:/ M: : Cruijselbergen /:Lager:/ mij Present C: van Aertsen. Secretaris, als gecomp: mitteerdens: G: H: Cruijwagen en Iohannes Smuts Accordeert Recollement L. Suur gezen Cleveq 28 O Copia Articulen gedaan Compareerden voor Ons Onderg maken, en aan Acheeren Gecomitt:s uit den E Agtb Gecommitt:s uit den E: raad van Justitie deezes Agtb: raade van Rusts Gouvernements den adsistent diel Comp wie des Casteels de Kruyselbergen, dewelke goede Hoof overge Op de onderstaande vaage, geeven omme tei te qui zodanig g'antwoord reifesitie van den Ad Inte„ als bezyden een Ydem de rim fiscaal Gabriel zelven aangeteekd staat Excter Gehoord te worden de Adsistent den E Comp H: S: van Kruijselbergen zullende desselfs te Gee¬ „ vene responeiven in mar„ „gine deezer behoorlyk worden bekend gesteld. Art1 Legt Marinus Simon van Des Gewr naam Gekoor Cruyselbergen van Vles, „ te plaats ouderdom „singen Oud 24 Jaaren. in qualiteijd Adsistent ter Politicque Secret arija Legt in't Vaderland notaris en procureur de zijn. geweest en welke Vlissin EgmerT Slot ter Hoogen. in qualityd als Iong kattroos na zyn best onthoud maddo Apl 1785 3: met wat schepen in wae qualitiyten Iaan hy als hier is aan ged. en hae lang hij in toorsz. post beschyden is. Waartoe de gava zig g'af „pliceert geeft, en wat zyn beduyt voorts isge weest. e e m den den teel 1786 gen s: en F - 1785. alhier Aangeland en in Augustus tot Adses den E. Comp bevorderd by zeventig gewoond, en zegt hy by de burgerLienst of hy niet buyten zyn Iohannes Gijsb: van Reenen dienst nog eenige parte en de zaake van van reenen voorm: te administreeren culiere Commissien waanneemd Logt Ia, onder andere van de Heer Van den berg en Vr wielingen. Of hij Giva duidanig niet voor de Lieutenant der buegerije Jan van leenen ook geld ont fangen en weederom uit betaald heeft Of hij gevraagde op zonder dog den 30 der voortz maand maant niet res1000 voor zyn voor Gem van Eeenen ontfangen geld afgeteld en in die ^zelfs handen heeft over „gegeeven. of dit niet is geld gewees dat door de boekhouder die E: Comp: Mr: goet zoude afgehaald en aan dEquipagameesterdE Diminij betaald werden Legt Ja. Legt Ja. July op Ardo 6. : zagt Ia en was het mon „tant van Tweehondert Legt Sa: waar op de gem: geantwoord heeft geene penn: ondan ge scheben als van de hier Jan den berg, Arent van wieligh en eenige tyd te vooren van Casper Laus Legt Neenswant betuigd. te hebben dat niet kon zeen of dezelve vaent waaren. Legt Ja. het geen hij ook vervolgens, 1 lb „fectueert heeft. en dat vermits nog geld in Cassa had zoude gaan ander geld haalen; 11. Of hij Geve daarop niet heeft g'andwoort het geld in de hand neemen de en besiende dat er wel eenige valsche stuk „ken waaren, dog de an„ „deren swaarlijk te kennen waarin Olgem van Rheinen hem geva daar op niet heeft Laaten voor 2o:9 koomen hem vragende wyzende leggende dat ter vassch geld onder het voorsz aan Damini afgetelde geld was, waer dat van daan quam. Aat8 of gem: boekhouder Goetz: na't geld zonder na ga Sagtermiddags met ik weederom te koomen om aan van Rhaenen 't zelve weederom te Gee¬ ven als zyn de dae in geld daar Onderbvint zeeventig ryxd op pergament „ zien te hebben ontfangen ƒ ses Carte neemd 9 ant Van ond nit onder der et gem. gen die r gewees houder B aan D. E werden 12
English
Says yes. Says yes. 14. From where or from whom he the respondent received this money, having received money from more persons, from which persons and how much he received from each. Says to have received money from no one other than from the said three persons: twenty hundred rixdollars from Mr. Sandenberg, sixteen hundred from Mr. van Wieligh, among which two hundred in silver money, and seventeen hundred and twenty, or thereabouts, from Casper Loos. Says, regarding the two thousand rixdollars counted into the cash box to Mr. Duminy, that three pieces of forty and three pieces of ten were found to be counterfeit, which was delivered into his hands this morning by the report messenger of the naval shipyard, accompanied by a certificate signed by the outgoing Equipage Master, Mr. van Gennep, the newly arrived Mr. Duminy, and the bookkeeper Pieter, showing that these pieces were counterfeit. 15. Whether he the respondent, besides these two hundred and seventy rixdollars, has not uttered even more counterfeit money or as of this date still has it in his possession. Says yes, with the request that in case the gentlemen should discover more counterfeit money, they will then deliver the same to the Pro Interim Fiscal for the purpose of examination. Whether this money was not the same that he the respondent surrendered yesterday evening into the hands of the Pro Interim Fiscal. Says yes, as before. Article 12. Whether such counterfeit money did not amount to the sum of 270 rixdollars, consisting of three pieces of 60, two of 40, and one of 10 rixdollars, and whether the respondent gave other money in exchange for it. Says yes. Article 16. If not, whether he the respondent did not receive back today 150 rixdollars from the former Equipage Master, the Honorable van Gennep, through the report messenger of the yard, which were also counterfeit and which had been tendered by him the respondent some time ago to the bookkeeper Goetz, and by the latter had been paid over to the former Equipage Master. Whether he the respondent did not add to the report messenger, "It is well, I have found more counterfeit money among my money, I shall give you other money in place of it," which the respondent immediately did. Says yes. Article 19. Whether he the respondent also went to one or the other of the persons from whom he received money in order to have himself indemnified, and what the outcome of that was. Says yes, that he immediately went to the aforementioned Casper Loos, from whom he presumed to have received the same, that the respondent was answered that the aforesaid Loos was not at home, but would be home at 2 o'clock, whereupon the respondent, having gone again to the appointed time and place, was let into the shop room by the said Casper Loos, whom he asked whether he did not recall having handed over a quantity of paper currency some time ago; which being answered with yes, it was subsequently asked whether he could not remember that there had been any counterfeit money among it, to which the said Loos answered, "No." The respondent took a piece of paper currency on parchment of the size of 40 rixdollars out of his pocket and showed it to him, Loos, adding whether he could not call to mind having given this money to him the respondent; which was also answered with "No" by the said Loos, because his wife had the administration of the cash, and could distinguish the counterfeit money from the genuine very well, adding further that as long as paper money had been in circulation, he had only received two pieces of ten rixdollars each from the farmer Krieger, and after having had the same in his hands for some time, found that they were counterfeit, and subsequently tore them to pieces; to which his wife, who was also present, concurred. The respondent subsequently said with tears in his eyes, "I have received money from no one else than from you, Mr. Sandenberg, and van Wieligh, and if I knew who had given it to me, I would gladly let the money go, but if you gave it to me, please say so, then I will gladly bear the loss myself." Whereupon the said Loos replied, "I did not give it to you, but no one would be so foolish, even if he had given it, to admit to such a thing when it is so long ago." Further declaring, that on the statement of the bookkeeper Goetz that the said van Wieligh had not given any parchment currency to the respondent, he also acquiesced in that, and subsequently having betaken himself to Mr. Sandenberg, asked him and his wife, who was also present, whether they could not recall whether any counterfeit money had been among the paper currency counted out to him the respondent some time ago; which also being answered by Mr. Sandenberg with, "I do not know," a piece of paper currency that had been returned to him by the bookkeeper Goetz was subsequently shown by him the respondent to the said Sandenberg, and asked whether this was also money that he the respondent had received from him, Sandenberg; the said piece was closely inspected by him and his wife, and answered, "We did not give this money." The respondent subsequently threw six pieces of counterfeit money on parchment on the table, with the expression, "My God, Madam, that is all counterfeit money that I have received, and must keep for my own account, for I cannot demand that Mr. van Reenen bear that loss; I have received money only from you, Mr. van Wieligh, and Loos."
Dutch transcription
zegt Ia. Legt Ia. 14. waarof van wie hij Geva Legt van niemand penn ontfangen te hebben, als dit geld heeft ontfangen van eenen gem drie per van meerder perzoonen twintig hondert ryxd geld ontfangen hebbende van de Heer Sandiberg van welke perzoonen en zesthien hondert van hoeveel hij van yder heeft gekuregen de heer van Wieligh waar onder twee hon„ dert aan Zelvergeld, en Zeeventhienhondert en Twintig, of daar omtrend van Casper Lvoe - Legt over de Twee Duyzend Ryxd. aan De Heer Duminij in Cassa geteld zig drie stukken van Veerthig drie stukken van Tien valsch hebben bevonden, het geen hem 15. of hy gevr: buyten deeze twee hondert Zeeventig rexd: niet nog meer valsch geld uijtgegeeven op dato nog onder zyn be lusting heeft of dit geld niet hetzelfde was dat hy Gera gestaen avond in handen van den pro Interemtes caal heeft overgegeeven Art 12. of zulk valsen geld niet heeft bedragen de zomme van 270 rix d: bestaande in drie stukken van 60 2 van 40, en Een van 16 lyx, en of gevaneel an der geld daar voor heeft gegeeven. heeden „ heed en morgen door de rapontganger van de Equipagewerp ten geleyde van een Certeficaat van de afgegaane heer Equipage meester van Bennip, de nieuw aangekoomene Heer Duminig en den boekhouder Priter onder, „teekend, den bewijzen dat dezelve stukken val sch waaren is ter hand besteld, Art 16. — zoo neen of hy Gevr: dat niet van den Oud 6 qud „pagemeester dE. van gennip door de rapport ganger van de werff heeden 150 ryxd heeft te rug Ontfangen. - dewelke meede valschen van hem gevr: voor eenige tijd toegebeed aan den boekhouder Goetz en door deezen Aan Oim Equipage meerter zyn toegeteld geworden of hy gevr: de rapportgan „ger niet heeft toegevoegd tis goed ik heb nog meer valsch geld, onder myn geld gevonden, ik zal uw ander geld daar „minatie Aan te geeven voor geeven 't welk hy gevraagde dadelyk ge¬ „daan heeft. — Zege Ja. met verzoek om in gevalle de Heeren meer Valsch Geld mogten Ontdekken als dan het zelve aan den Pro Interemfie „caal den fine van Exa„ Legt Ia. als vooren. niet Zomma aande 60 16 Lan heeft zelfde staen van tes eeven Gevr anger oonen bbende enen den dert woe ze tig Valseh ƒ be den 18 x Art. 19. Of hy geva: ook by de een appan Ant zegte Ia zig illico te hebben der persoonen van dewelke w begeeven bij voorm. Casper hy geld ontfangen heeft wie Loos van wien hepre geweest is, om hem te doen sumeert 't zelve ontfange te hebben, dat de Gevr: dua schadeloos houden, en was Gaa Uw Op is g'antwoord dat daar van t gevolg is ge¬ dez voorsz Loos niet te luijst weest.2. da was, maar te 2 Uuren tehuijs zouden weesen, waar op de gem: zig ander het „maal ten bestemder tyd en plaatse hebbende be La „geeven, door gem: Casper Loos, in de winkelCamer Dee had gelaaten aan wien gevraagd heeft op hem lan niet voorstond, eenige tijd geleeden, een quantiteyt di papieren Munt te hebben afgegeeven: 't welk met Gt ia: beantwoord zynde, vervolgens is gevraagd of zig niet konden rappelleeren, daar eenig valsch Per Geld onder te zijn geweest, door gem: Letaswel Neen. beantwoord is, door de gevr: een stuk de papiere munt bergament het groote van den Dedig Rixdsis uyt de zak gehaald, en aan 270 hem Loos vertoond, met bijnoeging of zig ben niet konden te binnen brengen, dit geldhan een hem Geve. te hebben gegeeven, door gemelde va Loos meeden met Neen. beandwoord wierd door want dat zyn vrouw d' administratie van de Cas had, en al tewel het valsche geld uyt het egter konde anderscheyden met verdere bijvoeging zoo lang als het papiere geld in Zwang hadden gegaan gen v alleen Twee stukken yder van Thientyx „ve van den Landbouwer Krieger te hebben Ontfangen enna dezelve eenige tyd, in han wo wy „den te hebben gehad, bevind dat Ze St valsch waaren, dezelve vervolgens heeft in stukken gescheurd, 't welk zijn drouw „ daar toe meede teegenswoordig, Agrossenden de gevr: vervolgens met Traanen in de n oogen gezegd heeft, ik heb van niemand „he W door gev me Anders en opparen Anders als van uw de Heer Sandenberg, en va„ welke wielingen geld ontfangen, en in dien ik Eerst wie my het zelve had gegeeven ik zouden was gaarnen het geld willen quijt zijn, dog zoo UWE: het my heeft gegeeven, gelieft zulx dag te zeggen, dan wel ik gaarne zelfs de schaden dragen waar op gem: Loos Epliceerde ik heb, het uw niet gegeeven, maar niemand ander zal zoo dwaar weesen, al hat hy het ge¬ be geeven, om zulx te advoueeren, als het zoo Camer lang geleeden is, declareerende verdeele — m regt Our:, dat op het gezegde van de boekhouder met Goetz, dat gemelde van wielingen geene oed Lergamente Munt aan de geva: had afgegeeven valsch daar in ook heeft berust zig vervolgens bij wel de Heer Sandenberg begeeven hebbende aan k denzelve en zijn meede present zijnde uij „vrouw heeft gevraagd, of zig neet houdende Aan binnen brengen, onder de aan hem Gevz:- zig eenige tyd afgetelde Papiere Munt ook eenig daan vaesch geld zig te hebben bevonden het welk meede door de Heer Sandenberg beandwoord zynde met, dat weet ik niet vervolgens door hem gevr: een stuk papiere smunt dat aan hem door den Boekhouder Soedz te rug gegeeven was aan gemelde Sandenberg is vertoond en gevraagd, of dit ook geld was dat hy Gevr tyd van hem Sandenberg had ontfangen, het zel„ „ve stuk door hem en zyn Vrouw nauw Keurig ^n een woerd bezigtigd, en g'antwoord, dit geld hebben wy niet gegeeven, door de geva: vervolgens zes Stucken Valsch geld op Rergament op de Ee sheeft Tafel gegooyt heeft met uytdrukking „ myn God Iuffrouw dat is altemaalvalschgeld u senden, dat ik ontfangen heb, en voor myn Reekening „ moet houden, want ik kan De Heer van Eeenen de „niet vergen dat hy die schade draagd, Ik „heb van UE De Heer van Wielig en Loos alleen and han f doen ge wierd e et an ges ber de Geld
English
received money. Goetz says that Van Wielige declared to him that he gave me no note of forty rixdollars, which also agrees with the little letter in which the money was measured out, on which no pieces of forty rixdollars were noted. Loos, from whom I have just come, also declares that he did not give it to me, because he can distinguish the counterfeit money from the genuine just as well, and you also say that I did not receive it from your honor; thus I alone bear that loss, which is of great importance to me. Thereupon Sandenberg and his wife replied, we also distinguish counterfeit money very well from good money, and if your honor insists upon it, we will gladly clear ourselves under oath. Let Van Wielingen and Loos do that as well, for it appears that he cannot tell counterfeit from genuine money very well, since recently, in a sealed packet that was opened in the presence of a French gentleman whose name was also mentioned to the interrogated person, but which he nevertheless cannot recall, we discovered two pieces of counterfeit money from him and subsequently sent them home to him. After which comforting answer, the interrogated person then departed, and having arrived home and communicated his experience to the aforementioned Van Reenen and his wife, ventured to ask them for advice, adding: could one not demand under oath from Loos that he did not give the counterfeit money shown to him by me, since I can swear that I received it from no one else, apart from some trifles of 10 and 20 reals, than from the three above-mentioned persons, and I would gladly avoid such an important loss; does your honor not think it well that I go speak about it to the fiscal, with the request to assist me in this matter with his honor's advice? To which the aforementioned Van Reenen said: yes, that I would do, but first hear what Mr. Hacker, who after all has been informed of the matter by Goltz, advises you regarding it. The questioned person immediately carried this into execution. The Secunde then not being at home, the questioned person was told by his honor's daughters, who were standing in the front hall: father is not at home, but he will come home in half an hour. Subsequently, having presented himself again to his honor at the fixed time, and the matter and its circumstances having been presented by the questioned person, his honor replied: I can give you no advice in that, you must settle that among yourselves. The questioned person having put to his honor whether it would be wrong to speak to the provisional fiscal about it and to demand an oath from Casper Loos, from whom the questioned person had to presume it since he had received some large pieces of parchment from him, his honor replied: I still cannot advise you in it; he who does not open his eyes must open his purse. Whereupon the questioned person went to the provisional fiscal to make it known to his honor and to hand over the aforementioned counterfeit paper money, because the questioned person did not want to be a distributor of counterfeit currency; and to the fiscal's questions from whom he had received it, answered that he did not know for certain, but that he would come to speak further with the fiscal about it, the interrogated person further declaring his willingness to declare under solemn oath that he was unaware during the distribution of the aforementioned counterfeit currency that it was truly counterfeit. Adds further to Article 19 that he, the questioned person, was mistaken regarding the money that Sandenberg supposedly received from Casper Loos in the presence of the Frenchman, referring himself to the statement given by the said Sandenberg. Beneath stood: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the interrogated person and me, the Secretary. Lower: Which I witness: was signed: C: van Aerssen, Secretary. Agrees. Recollection. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government aforesaid, Marinus Simon van Cruijselbergen, who, these his preceding interrogatories having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, desiring that nothing more be added to or taken from it. Beneath stood: Thus re-examined in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. Was signed: M: S: van Cruyselbergen. Lower: Present before me, and signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin as commissioners, and signed: G: H: Kruywagen, Joh:s Smuts. Agrees. Gaza, Clerk
Dutch transcription
„geld ontfangen goetz zegt dat van wielige aan hem gedeclareert heeft mij geen briefje van „ventig ryxd: te hebben gegeeven, 't welk ook over e eenkomt met het breefse, waar in het geld „is afgepast geweest waar op geen stucken „van veertig rijxds bekend stende, Loos, daar ik zoo eeven van daan koom, declareerd ook „ dat hy het my niet gegeeven heeft, want dat hij alseweel het valsche geld, uyt het waare kan en Uwe zeggen ook dat ik het van UE niet „ontfangen heb, dus sta ik alleen voor die schaad „ twelk voor mij al le Importantis, door gom Sandenberg en zyn Vrouw vervolgens wierd gerepliceerd, wij kennen ook het valsche geld, zeer wel uijt het Goede, en als UwEer op „gesteld zyt, willen wy ons gaarnen onder Eede „purgeren, Laat van wielingen en Loos dat ook doen want het blijkt dat hy niet wel het valschen „uyt het waare geld kant, dewyl wij onlangs nog „ van hem in een verzeeguld Pakje dat my in presentie van Een Fransch Heer wiensnaam „hem Gevr: meede genoemt is, dog welke hy zogthans niet kan recolleeren (hebben ( eopend daar twee stukken valsch geld hebben Ontdekt, en hem vervolgens te huijs gezonden, na welk bekoo mer Andwoord hij geva: vervolgens is vertrocken en te huys gekoomen zijnde aan Gem. van Reenen en desselfs vrouw zyn weedervaaren Gecommuni¬ „ceerd hebbende, aan dezelve raad heeft gewaagd met byvoeging zouder& Loos niet op een Eed t kunnen bergen, dat hy het aan hem door my ver stoonde valsch geld niet heeft gegeeven, dewyl ik zeveeren kan, dat het van niemand Anders h Uytgezondert eenige bagatellen, van 10e 20 reals van de drie boovengemelde perzoonen te hebben ont fangen, en ik gaarnen een zoo Importante slag hebben kan, vind UE niet goed dat ik de heer fiscaal, daar over eens qua spreeken met verzoek om mij in deeze zaak met zyn E. Advijs te bedienen dat daar op gem van leenen heeft gezegd, Ja dat zouden ik doen, maar hoort Eerst wat MijnHteer Hacker, die dog van de Zaak V 4 W door doo Giva de we O ter „ „ E in H 9 o ƒ no 12 v door Zoltz verwittigd is, uw daar Omtrend raad, de qwas zulks terstond ten uitvoer heeft Gebragt, Aan de Heer Secunde als toen niet te huys zynde de gevr: door zyn E: dogters die in't voorshuis stonden wierd gezegt, vader & niet 't Huys, maar hy zal over een half uur't huijs koomen, vervolgens ter gefixeerde tyd zig wee derom by zyn E. hebben kan „de Laaten vinden, door de Gevr: de Zaak en des zelfs toedragt voorgedragen zynde, door zyn E wierd g'andwoord, Ik kan uw daar geen raad ingeeven, dat moet gy onder Elkanderen schilken Hoor de gevr: aan zyn E: is voorgehouden of wel qualyk zoude zyn, de Heer Pro Interim fiscaal daar over te spreeken, en Casper Loos van wien hy gevr: moest presumeeren uyt hoofde dat van hem eenige grootte stucken pergament had ontvangen op een Eed te vergen, door zyn E wierd g'antwoord snog ik kan er uw niet in raaden, die zyn Ogen niet open doet moet zyn zak opendoen waar op hy geva: na de Heer Pro Interim Fiscaal is gegaan om zyn E Zulx bekend te maken, en de voornoemden Valsche papieren munt de overhandigen om dat hy gevr: geen Distributeur van Valsche Munt wilde zyn; en op des Fiscaals vragen van wien„ dekl hy zulx ontfangen had, g'andwoord, zulks niet bekoo poscteef te weeten, maar de Heer Fiscaal daar oeker nader over te zullen komen spreeken declarie, eenen „rende de gevr: wijders, onder Solemneele Eeden te mino willen verclaaren, dat hij de distributie van voorsz aas valsche Munt onbewust is geweest, dat dezelve waar„ E E lyk valsch was. — yver Legt nader op Art: 19 dat hy Gevr: Zig misgist wyl heeft, omtrend het geld dat Sandenberg in presentie ders rejal van de Franschman van Casper Loos ontfangen zou benond de hebben refereerende zich aan de gegeevene verslaaing van gemelde Sandenberg. —. /:onderstond: slag Aldus gevraagd en beandwoord aan Cabo heer de goede Hoop den 1 Aprill 1786, voor d' EE Salomon van Echtenben Iohannes Smuts Leeden uyt den E Agtb: raad van Justitie voorm die de minuute deezes beneevens de gevr: ende my Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend /:Lager 'T welk ik getuijge: /:was geteek: C: van Aerssen Secretaris. opend verzoek ook alschen in naam hy Eede bedienen Accordeert. aan van over eld en aar ook dat k Schaat gom d e erop . Ja a ƒ ƒ ver 8 Recollement. Compareerde voor ons ondergeteek gecommitteerdens uit den E Agtb raad van Justitie deezes gouvernem voorm. Marinus Simon van Cruijsel „bergen, dewelke deeze zyne vooren „staande Interrogatorren van woord totwoord klaar en duydelyk voor „geleezen weesende, verclaarde daar bij te persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan wor¬ „den zal. - /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd int Casteel de goede Hoop, den 19 Aprill 1786 /was geteekent:/ M: S: van Cruyselbergen Laier my present, en geteekent /: C: van Aerssen Secretaris, /:in marginen als gecommitteerdens /:en geteekent G: H: Kruywagen, Joh. s Smuts Accordeert. Gaza Clercq :Saure - „ k b em ysel oren woord voor daar dat nwor¬ eel 6 bergen E: agine kent S 1 1 3 3 L
English
Letter N. Copy Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the quartermaster of the Honorable Company's equipment yard Willem ten Bengevoort, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal here, Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That to the appearer this morning, at the clock of about half past seven, by the master of equipment Justinus van Gennip were handed 3 pieces of 40 and 3 pieces of 10 Rijksdaalders in paper money made of parchment, with orders to hand over those pieces, which his honor said at the same time he had received from the assistant Monsieur Kruisselbergen, together with a small note that had been signed by the aforesaid Honorable van Gennip, the Honorable Duminy, and the bookkeeper Pruter, to the said Kruisselbergen; that the appearer also betook himself to the said Kruisselbergen, and having met him right in front of the door of the burgher lieutenant Sr. Johannes van Reenen, the appearer had, pursuant to his instructions, delivered the aforesaid note into the hands of the aforementioned Kruisselbergen; that after the aforesaid Kruisselbergen had read the note handed to him, the appearer had then handed over the aforesaid pieces of money to Cruisselbergen, whereupon he, Cruisselbergen, after having examined the money and put it in his pocket, substantially answered the appearer, "It is well, I shall give you other money in its place," just as the aforementioned Cruisselbergen then also, having turned his back with the appearer to the house of the aforesaid van Rheenen, betook himself there to the attic, and an instant thereafter had handed over the same sum in other paper currency to the appearer, adding: if the gentlemen find any more counterfeit money, they may please report it to the Fiscal. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering always to confirm the same by solemn oath. Thus passed at the Cape of Good Hope on 1 April 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, who duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the Secretary. Below: To which I testify, was signed C. van Aerssen, Secretary. Confirmation Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned quartermaster Willem ten Bengevoort, who, this his preceding declaration having been read aloud to him clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, wishing that nothing more shall be added thereto or taken therefrom, and thus spoke, in confirmation of the truth in the presence of the aforementioned Cruisselberg, the solemn words: So help me God Almighty. Below: Thus confirmed and sworn in the Castle of Good Hope on 19 April 1786. Was signed: W. Bengevoort. Below: In my presence, signed C. van Aerssen, Secretary. In the margin as commissioner was signed G. H. Cruywagen, Johannes Smuts. Clerk D. Baure Agrees. Copy Letter M. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the burgher firemaster Monsieur Jan Casper Loots, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That in the month of January last, the appearer having paid to the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruyselbergen, a sum of sixteen hundred Rixdaalders, the said Cruyselberg came to the appearer last Friday, 31 March, and asked him, the appearer, if he did not remember having given him, Cruyselberg, a sum of sixteen hundred Rixdaalders some time ago? Whereupon the appearer having answered yes, the said Cruyselberg pulled a piece of paper currency of 60 Rixdaalders from his pocket and asked whether he, the appearer, recognized that piece, and whether he, Cruyselberg, had not received it from the appearer; whereupon the appearer, having taken the said piece of money into his hands and examined it, said that that piece of money was counterfeit, and that he, the appearer, had not given it to him, Cruiselbergen. Upon being asked by the said Cruiselbergen, "Do you recognize counterfeit money well?", the appearer gave him as an answer: that he spent and received a lot of money, but to his knowledge had never given such a piece of money to him, that one must be quite simple-minded not to be able to see that that money was counterfeit. The said Cruyselberg replied, "I wish that someone would just tell me that they had given it to me," whereupon the appearer gave as an answer, "One would be quite foolish if one told you that one had given you that money." The said Cruyselbergen thereupon further said, "I have received money from no one other than from you, from Sandenberg, or from Wielingen," adding thereto again, "I would gladly part with that money, if only someone would tell me that he had given it to me." Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering, whenever it is required, always to confirm the same by solemn oath. Thus passed at the Cape of Good Hope on 3 April 1786 before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the Secretary.
Dutch transcription
L' N. Coper Compareerde voor ons ondergeteken„ de gecommitteerdens uit den E: Agtb: Raad van Justitie des Casteels de goede hoop den quartiermeester van 's E, comp s Equipagie werff Willem ten Bengevoort van Competenten ouder¬ dom de welke ter Requisitie van den pro interim fiscaal alhier Sr. Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat aan den Compt. heeden morgen de klokke omtrent half agt uuren door den Heer Equipagiemeester Justinus van Gennip in handig sijnde 3 stukken van 40 en 3 Stukken van 10 Rijksd: van percament gemaakte papiere geld met ordre omme die stukken die sijn Ed=s tef¬ fens seijde aan den adsistent monsr Kruisselbergen ontvangen te hebben, nevens een klein briefje dat door voorn: E: van Gennip d' E Duminéé en den Boekhouder Pruter geteekend was, aan gen: kruisselbergen over te geeven den Compe. zig daar ook maar gem: kruisselbergen begeeven en den selven junst voor de deur van den burger Lieutenant Sr Johannes van Reenen ontmoet hebbende, had den Compt: 't voorsz briefje ingevolge sijne last aan meerm. kruisselbergen ter handen meerm: gesteld - dat na dat voorsz: Kruis„ selbergen 't aan hem inhandigde briefje geleesen had, den Compt: als toen de voorsz: stukken gelds aan Cruisselbergen hadde overgegeeven op 't welk hij Cruisselberger na 't geld bekeeken en in sijn sak ge¬ stoken te hebben aan den Compt substantieelyk geantwoord had 't is wel ik sal u ander geld in de plaats geeven gelijk meerm: Cruisselbergen dan ook met den Comp:s naar't huis van voorn: van Rheenen de rug gekeerd sig aldaar na den zolder begeeven begeeven in den Comp:s een oogen„ blik daar na deselvde somma aan ander papiere munt overgegee¬ ven hadde, met bijvoeging indien de Heeren noch meer valsch geld vinden gelieven sij 't selve den Heer Fiscaal aan te geeven. Niets meer verklaarende, geeft den Compt voor reedenen van weten¬ schap als in den Test preesenteeren de 't selve altoos met solemneelen Eede te staven. Dat Aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 1 April 1786 voor d' E Es Salomon van Echten en. en Johannes Smuts Leeden uit den E: agtb: raad van justitie deeses gou„ vernements die de minute deeses beneevens den Compt en de mij Secret: meede behoorlijk hebben ondertekend / Lager /T welk ik getuige was geteekend C: van Aeassen secret: Recollement Compareerde voor ons ondergetee„ kend gecommitteerdens uit den E: Agtb: raad van justitie deeses gou¬ vernements voorm: quartiermeester Willem ten Bengeroort de welke deese sijne vorenstaande verklaar¬ ding van woorden tot woorde klaar ende duidelijk voorgelee„ sen weesende verklaarde daar bij te blijven persisteeren met be„ geerte dat er niets meer bij ge„ voegt ofte van gedaan werden sal en sprak dus ter bevestiging der waarheid in praesentie van voorn: Cruisselberg de solemneele woorde so waarlijk helpe mij God Almagtig /onderstond/ Aldus gerecolleerd en beeedigd in't Casteel de goede Hoop den 19 April 1786 /:was getekend: /: I Ben gevoort :/ Lager/ mij praesent getekend C: van Aerssen secrets. in margine als gecommitteerde was getekend G: HCuuwagen Johannes Smuts Clercq D. Baure Accordeert en 1 ge gen„ na gegee¬ dien geld Heer e te ee ƒ en geeft o ab 1 ten en Coper Litt M. Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitteerdens uit den E: agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements den burger brandmeester monsr. Jan Casper Loots van Competenten ouderdom dewelke ter requiseten van den pro Interem fiscaal Sr: Gabriel Egter verklaarde hoe waar is Dat in de maand Ianuarij laatstleeden den Compt. aan den adsistent der E. Compe. Marinus Simon van Cruyselbergen betaald hebbende eene Somme van sesthien Honderd Rixdaalders gem: Cruyselberg voorleeden vrijdag den 31 maart by den Compt. gekomen was, en hem Comparant gevraagd had, of hem niet voorstond voor eenigen tyd eene somma van Sesthien„ hondert ryxdaalders aan hem Crusfellerg te hebben gegeeven ? waarop den Comp:t geant„ „woord hebbende Ia, gem: Cruyselberg een stuk papiere munt van ryxd 60. - uit zijn zak gehaald, en gevraagd had, of hy Compt dat stuk kende, en of hy Cruyselberg 't selve niet van den Comp. t ontfangen had waarop der Comp=t gem: stuk geld in zyne handen genomen, en 't zelve bezigtigd hebbende gesegd had, dat dat stuk geld valsch was, en hy Compt. 't zelve niet aan hem Cruiselbergen gegeeven had, hierop door gem: Cruiselbergen gevraagd synden, kent gij wel valsch geld, den Comp:t hem ten en ten antwoord gegeeven had: dat hy veel geld uitgaf en ontfing dog met zyn weeten nooyt zodanig een stuk geld aan hem Comp: gegeeven had, dat men wel onnozel moest weesen, om niet te kunnen zien, dat dat geld valsch was, gem: Cruyselberg gere„ pliceerd had, ik wensche dat my maar iemand wirde zeggen dat het my gegeeven had, waarop den Compt: ten antwoord gegeeven had, men zoude wel dwaas zijn als men u zeide dat men u dat geld gegeeven had„ gem Cruyselbergen daarop verder gezegd had, ik heb van niemand geld ontfangen als van U, van Sandenberg of van wielingen, daar by weders byvoegende, ik zoude dat geld wel willen missen, als mij maar iemand wilde zeggen, dat hy het mij gegeeven had. Niets meer verklaarend geeft den Comp t voor reedenen van wetenschap als in den Text, praesenteerende sulk, wanneer 't gerequireert word altoos met solemneelen Eede te willen staven. Dat aldus passeerde aan Cabo de goed Hoop den 3 april 1786 voor d' E: E: Gerrit Hendrik Cruywagen en Johannes Smits Leeden uit den E: Agtb: Raad van Iustitie voorm=d die de minuute deezer beneevens den Comp=t ende my Secretaris meede behoorlyk hebben onderteekend- ste
English
Which I witness was signed C: van Aerssen Secretary Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Jan Casper Loots, who, having had this his preceding declaration clearly and distinctly read out to him word for word, declared that he persisted therein, with the desire that nothing more shall be added to or removed from it, and thus, in confirmation of the truth, in the presence of the said Cruisselberg, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Below was written: Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope on the 19th of April 1786 was signed J: C: Loos Lower down: In my presence signed C van Aerssen, Secretary in the margin: as commissioners and signed: P: H. Cruywagen, Joh.s Smuts Agrees D. F. Faure Sworn Clerk Letter L. Copy Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the former burgher fire-master Monsieur Hercules Sandenberg, of competent age, who, at the requisition of the Fiscal pro Interim here, Pieter Gabriel Exter, declared it to be true: That on the 27th of February of this year, by the appearer and his wife, there was counted out to the assistant Cruiselberg, on behalf of the burgher lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, who was in the country and on whose behalf the said Cruijselberg managed affairs here, a sum of 2095 rixdollars in good paper currency, which the appearer testifies he knows very well to have been good, since he the appearer can distinguish the counterfeit from the genuine very well. That on the 30th of March last the said Cruiselberg came again to the house of him, the appearer, and showed to him, the appearer, and his wife a piece of parchment currency of 60 rixdollars, and asked whether he, the appearer, could not remember having given that piece of money to him, Cruijselberg, to which the appearer answered, that piece I have never had in my house, much less spent, whereupon the said Cruijselberg replied with tears in his eyes, then I am ruined by it, and at the same time feeling in his pocket, pulled out several pieces of counterfeit parchment currency of 60, 40, and 10 rixdollars, amounting together to a sum of 270 rixdollars, adding further, I am a ruined man, and then I must have received it from Casper Loos or from Arend van Wieligh, and it will be best that I go to the Honorable Secunde to report this; the said Cruiselberg subsequently having also said in substance to the appearer and his wife, I have been to Casper Loos and he told me that he knows counterfeit paper currency very well, and yet I know no better than that I received it from him; to which the appearer's wife replied in substance, how can Casper Loos say that he knows paper currency; I recently had a Frenchman with me who had some paper currency with him to pay me for delivered goods, and which, according to the statement of that Frenchman, had been received by him from the said Loos; among that coin specie I found three counterfeit paper pieces amounting together to 11 rixdollars; he also accepted it and sent me others in their place. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering, if required, to confirm the same at all times with a solemn oath. Below was written: Thus done at the Cape of Good Hope on the 19th of April 1786 by the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smuts, members from the aforementioned Honorable Council of Justice, who have duly signed the original of this together with the appearer and me, the Secretary. Lower down: Which I witness and signed C: van Aerssen Secretary. Agrees Sworn Clerk Faure Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforementioned Monsieur Hercules Sandenberg, who, having had this his preceding declaration clearly and distinctly read out to him word for word, declared that he persisted therein, with the desire that nothing more shall be added to or removed from it; and thus, in confirmation of the truth, in the presence of Cruisselberg aforementioned, spoke the solemn words: So help me God Almighty. Below was written: Thus reviewed and sworn in the Castle of Good Hope on the 19th of April 1786. Lower down was signed H:k Sandenberg Lower still: In my presence and signed C van Aerssen Secretary In the margin: as commissioners signed: P: H: Cruywagen, Johannes Smuts Agrees D Faure Sworn Clerk
Dutch transcription
/onder stond:/ T welk ik getuige /was geteekent:/ C: van Aerssen Secretaris Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ comm: uit den E agtb: raad van Justitie deezes gouvernements voorsz: Jan Casper Loots dewelke deese zyne voorenstaande verclaaring klaar en duidelyk woordelyks voorgeleesen weesende verklaarde daar by te blyden persi„ Heeren met begeerte dat er niets meer by ofte van gedaan werden zal, en sprak duster bevestiging der waarheid ter praesentie van gem: Cruisselberg de solemneele woorden. zoo waarlyk helpe my God Almachtig- /onder stond:/ Aldus gerecolleerd en beëedigd in't Casteel de goede Hoop den 19. April 1786 /:was geteekend:/ J: O. Loos /:Lager:/ my Prevent /geteekent:/ sccrt C van Aerssen, /:ter zyde:/ als gecommitt=s /en geteekent:/ P: H. Cruywagen, Ioh. s Smuts Accordeert D. Flaure gezee Clercq veel weeten hem Compt. moest dat dit get gegeeven ge m gezegd tangen gende issen dat anneer mneele goed 2st d van ris — te t „ ƒ ƒ d„ geeven a e Lit: L. Copia Compareerde voor ons Onderge Gecommitt; uit den E: Agtb: raad van Iustitie deezes Gouvernements den Oud burger brandmeester Monsieur Hercules Sandenberg van Competen te Ouderdom dewelke ter requisitie van den pro Interim Fiscaal alhier P„r Gabriel Exter, verclaarde hoe waar is, Dat op den 27 Februarij deezes Jaars door den Comp: en zyne Huisvrouw Aan den adsistent Cruiselberg, voor leek van den burger Lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen, dienaar buyten was en voor Uien gemelde Cruijselberg de affaires alhier waarnam was toe geteld geworden eene Somma van rd 2095= in goede papiere munt, die den Comp betuijgd zeer wel te weeten dat ze goed zyn geweest, dewijl hijCom 5 heel wel de valsche van de goede onderschij „de kon. - Dat op den 30 Maart Laastl gemeld, Cruiselberg weeder ten huijse van hem Comp t. gekoomen was, en Aan hem Compt en zyne Huijsvrouw vertoond een stuk pergament Munt van rec 60 mitsgaders gevraagd had, of hy Comp:t zig niet herinneren konde dat stukgeld aan hem Cruijselberg ge¬ „geeven te hebben, door den Comp: be „antwoord was, dat stuk heb ik hoogt in mijn huijs gehad, veel min uitgegeeven, waar op gemelde Cruij¬ „selberg repliceerde met Traanen in de Oogen, dan ben ik 'er ongelukkig Aan en met een in zyn zak tas„ dende daar uithaalde verscheyde stucken Valsch Zergament Munt e van 60, 40, en 10 rd„s te samen bedaa„ dende „gende een montant van Rd 270 met verdere byvoeging, ik beneen Geruii weert Man, en dan moet ik 't Ontfangen hebben van Casper Loos of van Arend van Wieligh en't zal best weezen dat ik na den E: Agtb: Heer Secunde qa„ om zulx Aan te Geeven hebbende gemelde Cruiselberg, vervolgens nog tot den Comp: en zyne Huijsvrouw, Substan tieelijk gezegt ik ben by Casper Loos geweest en die heeft wy Gezegt dat hy heel wel valsche papieren munt kande, en ik weet dog niet beeter of ik heb 't van hem Ontfan„ „gen, door des Comp=ts huijsvrouw daar op was g'antwoord in sub„ „stantie, hoe kan Casper Loos Leg gen, dat hij 't papiere munt kend, Ik heb nog onderdaags een frans„ man by mij gehad, die eenig papie ren munt by zig had, om my voer geleeverde goederen te betaalen en die volgens Leggen van die fransman, door hem van Gemelde Loos ontfangen waaren Ik heb onder die munt Specie drie val„ „sche papieren stucken te zamen bedragende 11 Rd, stucken Gevonden hy heeft 't ook aangenoomen, en mij andere en plaats gezonden Nietsmeer verklaarende geeft den Compte voor reedenen van weetenschap als in den Text. presenteerende zulx des gerequireerd wordende ten allen tijde met solemneele Eede te staaven /:onderstend. Dat aldus passeerde aan Cabo de goede Hoop den 19 April 1786 door door den EE: Gerrit Hendrik Cruiwa„ „gen, en Iohanna Smut Leeden uit den E Agtb: Raad van Justitie voormeld, die de minuute deezes benee „vens de Comp„, ende mij Secretaris, meeden behoorlijk hebben ondertee„ „kent :/: Lager:/ Twelk ik getuijge en geteekend. C: van Aerssen Secret.s Accordeert in zen Clercq Saure Recollement Compareerde voor ons Ondergez: gecomm: uijt den E: Agtb raad van Jus„ „ditie deezes Gouvernements voorm Mons: Hercules Sandenberg, dewelke deeze zijne voorenstaande verclaring van woord tot woord klaar en dry „delijk voorgeleezen weesende ver„ klaarden daar bij te persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofke vae¬ gedaan werden zal; en sprak dus ter bevestiging der waarheid in presentie van Cruisselberg voorm: de Solemneele woorden, zoo waarlijk helpe mi God Almagtig: /onderstond:/ Aldus gerecolleert en beeedigd Int Casteel de goede Hoop den 19 Aprill 1786: /. Lager /. was geteekent H:k Pandenberg :/ nog Lager:/ mij pre„ „sent /:en geteekent E van Aerssen Secre„ In margine:/ als gecommitts / geteekent: P: D: Cruiwagen, Iohannes Smuts Accordeert : DFaur gezin Caercq met Gerrid t er 6 den zulx lde tot den substan per Gezegt pieren niet fan ub„ Leg end rans Papie voor len ie melden heb val nen nden en den den schap de de Eedt b 1786 Lit.
English
Lit. K: Copy Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, Suzanna Reedelinghuys, wife of the citizen Evert Heugh, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That 3 or 4 months ago, the assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Bruygelberg, having come to the house of the appearer to purchase some trade goods from her, the appearer, the said Cruysselberg had paid her, the appearer, in paper money, which the appearer, when the said Cruysselberg had departed from her, had laid down beside her; that the appearer's husband not being at home at that time, the appearer had said to her aforementioned husband: "See, I have received money there, please put it away"; her said husband, having inspected the paper money, had said to the appearer: "There is a counterfeit piece of 10 rds. among it; from whom did you receive that?"; whereupon the appearer, having answered: "I had it from Cruysselberg," the appearer's husband had immediately summoned the said Cruysselberg to him, and having shown him that piece of 10 rds., the aforementioned Cruysselberg had taken the same back, and having immediately given the same sum in other paper money in place thereof, had said: "I may well have received that from someone else, I will give you other money for it." That That some time thereafter the abovementioned Cruysselberg having again come to the house of the appearer, the same, after having bought some goods, had handed over in payment thereof a piece of paper of 10 rds., which, being inspected by her said husband, was recognized by him as counterfeit; whereof her said husband having told the aforementioned Cruysselberg, the same had taken back the aforementioned piece of money and given other money to her said husband in its place. That further on the Friday evening, being the 31st of the past month of March, one Bos having come to the house of the appearer, the appearer had invited the said Bos to stay and eat with her, which the aforementioned Bos having accepted, the conversation at table had turned, among other things, upon the appointment of the Honorable Dumini as Equipagemeester, over which subject the said Bos, showing his dissatisfaction, had said in substance that he was very sorry about it, for the Honorable Dumini had given 70000 Gls. for it to the Honorable Lord Governor, and if that had been known, the Honorable Sieneveld would have been willing to pay two hundred thousand for it; that the appearer having thereupon asked, "Well, is that then such a profitable post?", the said Bos had answered that the Honorable Sierveld could easily make that back in a year, that he, Bos, would then trade solely on his own account, that he had one hundred thousand guilders cash lying ready for that purpose; whereupon the appearer had answered nothing. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for her knowledge as in the text, offering, whenever it is required, always to confirm the same by solemn oath. Underneath stood: That this thus happened at Cabo de Goede Hoop, the 3rd of April 1786, before the Honorable Gerrit Hendrik Cruywagen and Johannes Smits, members from the aforementioned Honorable Council of Justice, who duly subscribed to the original of this, together with the appearer and me, the secretary. Lower stood: Which I witness. Was signed: C: van Aerssen, secretary. Verification. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned Suzanna Reedelinghuys, wife of the citizen Evert Heugh, who, this preceding declaration of hers being clearly and plainly read to her word for word, declared that she remained and persisted by it, with the desire that nothing more shall be added to it or taken from it; and thus spoke in confirmation of the truth the solemn words: "So truly help me God Almighty." Underneath stood: Thus verified and sworn at the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. Was signed: Suzanna Reedelinghuys Lower stood: Present with me, signed: C: van Aerssen, secretary. In the margin: As Commissioners, and signed: G: H: Cruywagen, Joh.s Smits. Agrees: G. de Clercq J: D: Seure Copy Let. I: Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the citizen Everd Heug, of competent age, who, at the requisition of the Pro Interim Fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared it to be true: That now three to four months ago, without being able to determine the positive day or date, the assistant Cruisselbergen having come to the house of the appearer, the same had paid to his, the appearer's, wife for some purchased trade goods several pieces of paper money of different values, all of which his said wife having handed over to him, and from the same had also received back other good money in the place thereof. The appearer testifying, lastly, to have heard several times from various persons that counterfeit money came out of the house of Mr. Sierveld, where the said Cruijselbergen has resided. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, offering, if it is required, always to confirm the same with a solemn oath. Underneath stood: That this thus happened at Cabo de Goede Hoop.
Dutch transcription
Lit. K: Copia Compareerde voor ons ondergesz: Gecomm„s uit den E: achtb: Raad van Justitie deezes Gouver„ nements Suzanna Reedelinghuys huisvrouw van den burger Evert Heugh, van Compe„ tenten ouderdom dewelke ter requisitie van den prointerims fiscaal S„r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat 3 of 4 maanden geleeden de adsis„ tent der E: Comp„e Marinus Simon van te bruygelberg ten huize van de Compte gekomen zynde, om eenige negotie goe„ deren van haar Comp„e te kopen, gem: Cruysselberg haar Comp„te in papiere munt betaald hadde, dewelke de Comp:e wan„ neer gem: Cruysselberg van haar was gegaan, by zig hadde needergelegd, dat te der Comp„e Man toen ten tid niet te huis zynde, de Comp„e teegen voorm: haren Man gezegd had, zie, daar heb ik geld ontfangen, wiet hetzelve bergen, gem: haren Man 't papiere geld bezig„ tigd hebbende, teegen de Comp„te had gezegd: daar is een valsch stuk van 10 rd„s by, van wien hebt gij dat ontfangen waarop de Comp„te ten antwoord gegee„ ren hebbende, ik heb het van Cruyssel„ berg, de Compte. man terstond gem: Cruys¬ jelberg by hem had ontboden, en hem dat stuk van 10. rd„s getoond hebben„ de, voorm: Cruysselberg t zelve weederom had genomen, en ten eersten die zelve som in andere papiere munt daarvoor in de plaats gegeeven hebbende gezegd had ik ken dat wel van een ander ontfangen hebben, ik zal er u ander geld voor geeven. Dat Dat eenigen tijd daarna bovengem: Cruysselberg weederom ten huize van de Comp„te gekomen zynde, denzelve na el„ nige goederen gekogt te hebben, in dies betaling een stuk papiere van 10 rd„s had overhandigt, 't welk door gem: haren man bezigtigd zynde, wierd hetzelve door hem voor valsch oikend, uit welk gem: haren man aen voorm: Cruysselberg ge„ zegd hebbende, had dezelve 't voorm: stuk geld weederom genomen en aan hare gem: man ander geld in de plaats gegeeven. Dat voorts op dE: vrydag avond, zynde den 31 der afgelope maand Maart, ten huize den Comp„te gekomen zynde eene Bos, de Comp„te gem: Bos verzogt had bij haar te blyven eeten, het gunt voorn Bos geaccepteerd hebbende, was onder anderen aan tafel het gesprek gevalle op de aanstelling van de E: dumini tot Equipagiem. r over welk onderwerp gem: Bos zyne ontevreedeheid tonende hoofdzakelyk gezegd dat hem zulx zeer speet, want dat de E: dumini daarvoor, 70000 Gl„s aan de Ed: Heer Gouv.:r had gegeeven, en als men dat hadde geweeten, dat dan de E: sieneveld daar wee Hondert duysend voor zoude heb„ ben willen betalen; dat daarop de Comp¬ gevraagd had, wel is dat dan een zo voor„ deelige bediening gem: Bos geantwoord had, dat de E: sierveld en dat in een Jaar wel uit konde halen, dat hy Bos den al„ leen voor zyne reeek: zoude negotieeren dat hy daartoe hondert duizend guld„ Contant klaar had leggen, waarop de en: de Comp„te niets geantwoord had. Niets meer verklarende, geeft de Comp„e voor reedenen van weetenschap als in den text, presenteerende zulx, wanneer 't gerequireerd word, altoos met solemneelen Eede te wil„ len staven. — /:onderstond:/ Dat aldus Passeerde van Cabo de goedehoop den 3 April 1786, voor de EE„ Gerrit Hendrik Cruywagen en Johan„ nes Smits Leeden uit den E: achtb: ee Raad van Justitie voorm:, die de mi„ nute deezes, beneevens de Compte en my secret„s meede behoorlyk heb„ ben gesubsubscribeerd. /:lager:/ Twelk ik Getuige /:was getk:/ C: van Aerssen secret„s. Recollement. Compareerde voor ons ondergetz: Gecomm„ uit den E: Achtb: Raaden Justitie deezes Gouvernements, voornd: Suzanna Reedelinghuys huisvrouwven de burger Evert Heugh dewelke deeze hare vooren„ staande verklaring klaar en duidelyk woordelyx voorgeleezen weezende verklaarden de daarby te bliven persisteere met be„ geerte dat er niets meer by ofte van gedaan worden zal; en sprak dus ter bevestiging der waarheid de solem„ neele woorden: zo waarlyk helpe my God Amachtig. /:onderstond: Aldus gerecolleerd en beeedigtden 't Casteel de goede hoop den 19. April 1736 /:was getk:/ Suzanna reedeling huys la van de nael¬ es had aren e kgem: P: Stuk gem: d, haart, zogt had voorn der gevall ini erwerp tonende l habde arwee heb„ Comp. voor twoord Jaar den al„ ti waarop de r de /:lager:/ my present /:getk:/ C: van Aerssen secret„s /:in margine:/ als Gecomm„d /: en getk:/ G: 5: Cruywagen Accordeert 2 GedeeClercq J: D Seure Joh„s Smits. — Copeen Let I: Compareerde voor ons Ondergetekende gecomm=s uijt den E: Achtb raad van Justitie deeses gouvernements den burger Everd Heug van Competenten ouderdom, dewel ke ter requisitie van den ProInterum Fiscaal S=r Gabriel Exter verclaarde hoe waar is- Dat voor nu drie a vier maanden gelee den, sonder den positiven dag of datum te kunnen bepaalen ten huize van den Comp s zijnde gekomen, den adrrotend Cruis selbergen, had denzelven voor eenige gekogte negotie goederen aan zijn Comp=s huisvrouw betaald verscheijden stukken papiere geld van differente waarde, al„ welke gem: zijne huijsvrouw aan hem hebbende overgegeeven en van denzelven ook wederom andere goede in de plaats ontfangen. - betuigende den Comp. laatstelijk ver„ scheide maalen van deese en geenen te hebben verstaan dat uijt het huijs van de Heer Sierveld, alwaar gemelde Cruijselbergen is woonagtig geweest valsch geld is gekoomen - Niets meer verklaarende geeft den Comp voor redenen van weetenschap als in den Text, presenteerende zulx, indien 't gerequireerd worde, altoos met Solem„ meeten Eede te willen Staven. - /:onderstond:/ Dat Aldus Passeerde aan Cabo de goede n als wage t.
English
Good Hope the 3 April 1786 before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid who have properly signed the minute of this together with the Appearer and me Secretary. Which I witness was signed C: Van Aerssen Secretary. Examination Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the aforesaid Heugh who having had this his foregoing declaration clearly and distinctly read to him word for word declared to persist therewith with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, and spoke thus to the confirmation of the truth in the presence of the said Cruijselberg the solemn words, so truly help me God Almighty. Understood: Thus examined and sworn In the Castle of Good Hope the 19 April 1786. Lower: was signed E: Heugh. Lower: In my presence E: Van Aerssen Secretary. In the margin: As commissioners and signed G: H: Cruijwagen, J. Smuts. Agrees: P: Faure, sworn Clerk. L: H: Copy Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the Honorable Jan Jacob Zwanefelder, of competent age, who at the requisition of the pro interim fiscal Mons. Gabriel Exter, declared to be true: That in the month of January last the assistant of the Honorable Company Marinus Simon van Cruijselberg having sent to the Appearer a sealed packet, in which according to the note annexed hereto was found rd 1668 and 2 schellingen, which money said Cruijselberg had received as co-attorney along with the Appearer and Willem Versfeld from the repatriating attorney van der Gents for his principal, the Appearer had left the said packet lying sealed with him until after the lapse of about three days, when the aforesaid Cruijselberg having come in person to the Appearer, the Appearer had opened the said sealed packet in the presence of him Cruiselberg, counted the pieces of paper money, and found them in conformity with the accompanying note, without at that time paying further heed whether the said pieces were counterfeit or genuine; that the Appearer further, without yet being under the impression that among this money handed over to him the Appearer by Cruijselberg there were counterfeit pieces, having from time to time taken some money from said packet for this and that expense to the amount of 407 rd and 2 schellingen, on last Monday being the 3 April had the remainder of this money, amounting, as appears from the Appearer's note added next to the note of Cruijselberg, to the sum of 1261 rd, examined by the Cashier of the Honorable Company the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen, who recognized among them as counterfeit 9 pieces on parchment and 5 on paper, amounting together to the sum of 165 rd; whereupon the Appearer also immediately placed the aforesaid counterfeit pieces into the hands of the pro interim fiscal. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons for knowledge as in the text, offering when required always to confirm the same with a solemn oath. Understood: That this thus passed at the Cape of Good Hope the 4 April 1786: before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council aforesaid, who have properly signed the minute of this together with the Appearer and me the secretary. Lower: Which I witness was signed Van Aerssen Secretary. Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the aforesaid Jan Jacob Swanefelder who having had this his given declaration clearly and distinctly read to him word for word: Examination. Declared to persist therewith with the desire that nothing shall be added to or taken from it, except only to add that it has slipped the Appearer's mind whether it was the day following after having received the abovementioned sum or rather 2 to 3 days thereafter that Cruiselberg was with him the Appearer, and spoke further to the confirmation of the truth in the presence of Cruiselberg the solemn words: so truly help me God Almighty. Understood: Thus examined and sworn In the Castle of Good Hope the 19 April 1786 was signed I: I: Swanevelder. Lower: In my presence and signed Van Aerssen Secretary. In the margin: as commissioners signed G: H: Cruijwagen, and Joh=s: Smuts. Agrees. P. Faure sworn Clerk. Copies Lit S: Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the burgher fire warden mons. Arend van Wieligh of competent age who at the requisition of the pro interim fiscal Mons. Gabriel Exter declared to be true: That on the 25 of the past month of March the assistant Cruiselberg having come to the Appearer in order to receive for the account of the burgher lieutenant Johannes Gijsbertus van Reenen a sum of rd=s 1600; the Appearer had paid him this in the following specie, to wit: 5 pieces at rd=s 60 - - - - - rd.s 300 — 13 pieces at rd=s 20 - - rd.s 260 — 57 pieces at rd=s 10 - - - - - rd.s 570 — 6 pieces at rd=s 5 - - - - - rd.s 30 — 28 pieces at rd=s 4 - - - - - rd.s 112 — 29 pieces at rd=s 3 - - - - - rd.s 87 — 35 pieces at rd=s 1 - - - - - rd.s 35 — 3 pieces at rd=s 2 - - - - - rd.s 6 — making Rd 1400, as appears by the list at that same time handed over to him and currently attached hereto; together with also in silver coin a sum of Rd=s 200:— among which money to the Appearer's best knowledge there were no counterfeit pieces, nor also any piece of rd 40, as appears from the aforesaid list.
Dutch transcription
Goede Hoop den 3 April 1786 voor d' EE Gerhardus Hendrik Cruipragen en Iohannes Smuts leeden uit den E. Achtb: raad van Justitie voorm die de minute deses benevens den Comp ende my Secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend. - welk ik Petuige /:was getekend:/ C: Van Aerssen Secretaris Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecom uijt den E Achtb raad van Justitie deeses gouver nements voorm Heugh dewelke deeze zyne voorensteende verclaring klaar en duidelij woordelyks voorgeleesen weesende verslaaarde daarbij te blijven persisteeren met begeer te dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal, en sprak dus ter bevestigen„ der waarheid in presentie van gem Crui„ selberg de solemneele woorden, zo waar lyk help mij God Almachtig //:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en beëëdigt In't Casteel de Goede Hoop den 19 April 1736 2 /:lager:/ re geconm gouwer aande zynen dendelif begeer gt /:was getekend:/ E: Heugh /:lager/ my present E: Van Aerssen Secretaris /:in margine:/ Als gecomm=s /:en getekend:/ F: M Cruuwag J. Smits Accordeert : Faure gezen Clercq April 172 d EE. ge den die Comp rlijk 0: daan tege waar L: H: Copia Compareerde voor ons ondergeteek gecomm: uijt den E. Agtb: raade van Iustitie dezes gouvernements de E: Jan Jacob Zwanefelder, van Competenten Ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal S„r Gabriel Exter, verklaarde hoe waar is. - Dat in de maand Januarij Jongstl: de adsistent der E: Comp„e Marinus Simon van Cruijsel„ „berg aan den Comp„s hebbende toegezonden een verzeegeld pakje, waar in volgens hier geannex„ „eerde Notitie zich bevonden ro 1668 en 2 schal„ „ling welke penn: gem: Cruijselberg als mede gemagtigde benevens den Comp„t vermaak en Willem Versfild van de repatrieerende procureur van der gents had ontfangen voor gem: zijn principaal de Comp„t gen„t pakkje verzegeld bij zig had laaten leggen, tot naa ver„ „loop van een dag of drie wanneer voorn: Crui„ „selberg in persoon bij den Compt: gekomen zijnde, de Comp„e gem:e verzegeld pakje in praesentie van hem Cruiselberg had geopend, de stukken papiere mant nageteld, en Conform bevonden met de bij„ „gaande Notitie, zonder toen ter tijd verders agt te slaan slaan of genoemde stukken vorsch dan wel echt waaren, dat de Compt. voorts zonder nog in het denkbeeld te zijn, dat zig onder deeze door Cruijselberg aan hem Compt. aangestelde penn: valsche stukken zouden bevinden, uijt gem: pak„ „je van tijd tot tijd eenige peuw hebbende ge„ „nomend tot deese en geene uijtgaaver ter mon„ tant van 4078 en 2 schellingen, op laatstle Maandag zijnde den 3 April het overschot deezer penn:, beloopende, blijkens des Compt„s naast de notitie van Cruijselberg gevoegde aan„ „teekening, de Com van 1261 P. door de Cassier der E: Comp„e de E. gerhardus Hendrik Cruijwagen had laten examineeren dewel„ „ke daar onder voor valseherkende 9 stuk„ „ken op pergament en 5 op papier, bedragen„ de te zamen de zomma van 165 r: waarop de Comp„t voorn: valsche stukken ook ter„ „stond in houden van den Heer pro interim fiscaal fiscaal gesteld heeft- Niets meer verklaarende, geeft de Compt: voor reedenen van wetenschap als in den teijt praesen„ „teerende wanneer 't gerequireerd, word, zulx al „toos met solemneelen Eede, te staven- /onderstond:/ Dat Aldus passeerde aan Cabo de goede hoop den 4 April 1786: voor de E. E. gerhardus Hendrik Cruijwagen, en Iohannes Smits leeden uijt den E: Agtb: raad voorm„e die de minute deses benevens den Comp„t ende mij secret„s mede behoorlijk hebben onderteekend- /:lager / T welk ik getuijge /:was geteekend:/ Van Aerssen Secretaris Compareerde voor ons ondergeteek: gecomm„s uijt den E. Agtb: Raad van Justitie dezes gouvernements voorm: Jan Jacob Swanefelder dewelke deeze zijne gegee„ „vene verclaring klaar en duijdelijk woordelijks Recollement. voorgeleezen voorgeleezen weesende verklaard daarbij te blijve persisteeren met begeerte dat 'er niets bij ofte van ge„ „daan werden zal, als alleen bij te voegen dat het den Comp„ts ontschoten is of het den volgenden dag na de bovengem: som ontfangen te hebben dan wel 2 a 3 da„ egen daarna is gewest dat Cruiselberg bij hem Compo„ geweest is, en sprak voorts ter bevestiging der waar„ „heid in praesentie van Cruiselberg de Solemneele woorden: zoo waarlijk helpe mij god Almagtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beEedigt In 't Casteel de goe„ „de Hoop den 19 April 1786 /:was geteekend:/ I: I: Swanevelder /:lager:/ Mij praesent /: en geteekend:/ Ean Aerssen secret„s /in margine:/ als gecomm„s /:geteekend:/ G: H: Creijwagen, en Joh=s: Lemuts. — Accordeert. P. Faure gezien Careq Copien LitS: Compareerde voor ons Ondergetekende gecomm:= uit den E: Achtb raad van Justitie deeses gouvernements den burger brand meester mons Arend van wieligh van Competenten ouderdom dewelke ter requi ditie van den prointerum fiscaal A=r t Gabriel Eater Verklaarde hoewaar is Dat op den 25 der Iongst gepasseerde maand Maart by den Comp zijnde gekoomen den adsistend Cruiselbergen om voor reecq van den burger Lieut=n P Iohannes Lijsbertus Van Reenen te ontfangen eene Somman van rd=s 1600; den Comp: hem die had afbetaald in de volgende Specien te weeken „ „ „ 30 — — 51 „ 6„ 5 p s a rd=s 60 - - - - - rd.s 300 — 28 „ „ 13 „ „ „ 20 - - „ 260 —: 35 „ „ „ „ 5 - - - - „ „ 10 - - - - - „ 570 —. 29 „ „ „ 4. du Rq 1400. blykens het ter zelver tyd aan hem overgegeevene en thans hier bij gevoegde Lijsje mitsgaders nog aan zilvere Munt een Zomma van Rd„s 200:- onder welk geld volgens des Comp:s bestweeten geene val„ „sche stukken zyn geweest, nog ook geen stuk van re40, blijkens voorsz 3— „ 30 — 30 116 - — 8 4 lysje l ur „ „2 - 70 -
English
having a small list, the mentioned Cruijselbergen inspected the received paper currency in the presence of the appearer and checked it against the small list shown upon the passing of this document. That on last Friday the bookkeeper George Fredrik Goetz came to the appearer, requesting that, since the aforementioned van Reenen was not at home, he would take into custody a parcel of paper currency: that the aforementioned parcel having been open, the mentioned Goetz unwrapped the paper wound around it, and then showed to the appearer three pieces of parchment currency, each of Rds 60, two each of 40, and one of 10: which parcel with money the repeatedly mentioned Goetz said he had received from the above-mentioned van Reenen, and since the wrapper of that money had been the same one that the aforementioned Cruijselbergen had wrapped around it upon receiving the aforementioned money at the house of the appearer, and upon which were specifically written the species of the currency just as the same had been received by the appearer from the burgher councillor the Honorable Jan Coenraad Gie, the appearer had seen fit to keep that same paper in his possession. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons of knowledge as presented in the text, offering to confirm the same, if required, with solemn oaths. Below stood: Thus passed at the Cape of Good Hope, the 3rd of April 1786, before the Honorable Gerhardus Hendrik Cruijwagen and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Court of Justice aforementioned, who duly signed the minute of this together with the appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Agrees. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, the aforementioned Arend van Willigh, who, his preceding declaration having been read to him clearly word for word, declared that he persisted by it, desiring that nothing more be added to or taken from it, and in confirmation of the truth, in the presence of Cruiselberg, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Below stood: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19th of April 1786. Lower: and signed: A. van Woeligh. Still lower: In my presence. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin, as commissioners: Was signed: G. H. Cruiwagen, Johannes Smuts. Agrees. Copy. L: F: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice of this government, the bookkeeper of the Honorable Company George Fredrik Goetz, of competent age, who, at the requisition of the pro interim fiscal, Sieur Gabriel Exter, declared to be true: That the appearer, yesterday morning or on Friday the last day of the just-passed month of March, having been called in the morning to the house of the burgher lieutenant Monsieur Johannes Gijsbertus van Reenen to collect some money from there on behalf of the naval captain the Honorable Duminie, the appearer accordingly went there. That the appearer, having arrived at the house of the mentioned van Reenen, found him sitting in the gallery with and beside the assistant Kruiselberg, having two parcels of paper currency, as the appearer presumes, lying on the table beside him; and the repeatedly mentioned van Reenen requested the appearer to take that money, amounting together to two thousand Rds, of which one parcel was sealed and addressed: Jan Casper Loos, while the other parcel was open, to the above-mentioned Honorable Duminie, and to recount upon delivery the open parcel, which, according to the words of the repeatedly mentioned van Reenen, had been counted out by the above-mentioned Kruiselberg. That the appearer, having arrived at the house of the mentioned Honorable Duminie to fulfill the request of the above-mentioned van Reenen, recounted the loose parcel, and then between the small money, found now and then a heavy piece of money, and that to the number of six pieces, together making up a sum of two hundred and seventy Rds, all of parchment. That the appearer, having thereupon returned with the parcel in which the false money was to the house of the repeatedly mentioned van Reenen, it being then in the afternoon, the appearer found the repeatedly mentioned van Reenen sitting in the gallery beside his wife, the frequently mentioned Kruiselberg, one of the Van Onder de Wijngaard family, and Bos; the mentioned van Reenen having asked the appearer whether he had brought the money to Duminie, to which the appearer having answered: Yes, but one Rds is missing from it, as there were only 999 Rds in the loose parcel; whereupon the repeatedly mentioned Kruiselberg had answered: I will give you that one. That the appearer, having subsequently called the repeatedly mentioned van Reenen alone into the room, then said to him substantially: that upon recounting the loose parcel he had found false money in it, and since the appearer had brought the parcel of money back with him as aforementioned, the appearer opened the parcel and laid the false money down on the window sill. That the repeatedly mentioned van Reenen having answered thereto: I did not count it, but Kruiselberg counted it; the mentioned van Reenen called the above-mentioned Kruiselberg; but since the same Kruiselberg in the meantime, according to the words of the wife of the repeatedly mentioned van Reenen, had gone upstairs to his room together with the aforementioned Bos, he was called from there by the above-mentioned Van Onder de Wijngaard. That the mentioned Kruiselberg, having come downstairs and into the room after the lapse of 5 to 6 minutes, the mentioned van Reenen then said to him: Look there, sir! This is false money; whereupon the mentioned Kruiselberg, after looking at the same
Dutch transcription
Eijsje hebbende Gem: Cruijselbergen de ontfangene Papieren Munt, ter presentie van den Comp t. nagezien en gevolt in het by 't Passeeren deezer ver „toonde Lisje. - Dat op laastl: vrijdag by den Comp gekoomen zynde den boekhouder George fredrik Goetz, dewelke verzogt dat vermits voorm. van Reenen niet te huys was, in bewaaring wilden nee„ „men een pakje papiere Munt: dat het voorsz: pakje open geweest zynde gemelde goetz het daar om geslagen papier ontwonden, en toen aan den Comp:s geweesen had, drie p:s perga„ mente munt, yder van Re 60. - twee ider van 40 en een van 10: welk pak se met Geld meerm: goetz gezegd hebbende van bovengemelde van reenen te hebben Ontfangen en ver„ mits den Omslag van dat geld dezelvde was geweest die voorm: Cruijselbergen bij 't ontfangen van voorm geld ten huijse van den Comp daar om gewonden had, en waar op specificque stonden de species der Munt zoo als de eke zelve door den Comp: van den burgerraad d' E: Jan Coenraad Gie had ontfan„ „gen, had den Comp=t goed gevonden dat zelve papier bij zig te houden Niets meer verclaarende geeft den Compt voor reedenen van weetenschap als in den Text presenteerende, zulx indien 't gerequireert mogt werden met solemneele Eeden te staaven /:onderstond./ Dat aldus passeerde aan Cabo de Recollement. Hoop den 3 April 1786 de Pol voor d' EE Gerhardus Hendrik Cruiwagen en Ioh„s Smuts Leeden Uit den E: Agtb: raade van Iustitie voorm:; die de minuute deezer be „neevens de Compe en mi Secretaris meede behoorlyk hebben onderteek /lager:/ T welk ik getuige /was getee „kent:/ C: van Aerssen Secretaris Accordeert Compareerde voor ons Ondergetee„ kende gecommitteerdens uyt den E Agtb: raad van Iustitie deezes Gou„ „vernements voorm Arend van Willigh dewelke onder zyne voorenstaande verclaaring duydelyk woordelyx voorgeleezen wesende verclaarden daar by te persisteeren, met beger te dat er nier meer by ofte van ge„ „daan worden zal, en sprak ter beves „tiging der waarheijd, in presentie van Cruiselberg de solemneele woorden zoo waarlijk helpe mij God Almagtig onderstond erecolleerd en Aldus 9 beëëdigd, In't Casteel de gen ver George dat nee dat ynde lage den ga. tee pak gd ver eld m: n Comp ar ia zelve aad Aan den en den schap zul der aver 4b0 /lager: / en geteekend: A: van Woeligh nog: Lager: mij present /was geteekend E: van Aerssen Secretaris: In margine als gecommitteerdens: /:was geteekent:/ G: H: Cruiwagen. Iohan „nes Smits. — Goede Hoop den 19 Aprill 1786 Accordeert. .Haure anlercq g Copia. L: F: Compareerde voor ons ondergeteek: gecomm„s uit den E. Agtb: Raad van Justitie dezes gouverne„ „ments den boekhouder der E. Comp„se George Fredrik Goetz van Competenten ouderdom, de„ „welke ter requisitie van den pro interim fiscaal S„r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat den Comp„s gisteren morgen ofte op vrijdag den laatsten der even afgeweekene maand Maarts morgens geroepen zijnde ten huijze van den burger Lieut„ Mons„r Johannes Gijsbertus van Reenen om eenig geld van daar af te haalen ten behoeven van den Capt„n ter zee d' E. Daminie, invoegen den Compt zig derwaards begeeven had- Dat den Comp„t ten huise van gem: van reenen gekoomen zijnde, denselven in de gaandere met ende beneevens den adsistent kruiselberg had vinden zitten, hebbende twee pakjes met papiere muent, zoo den Comp„t vermijnt op de tafel nevens han leggen, en had meergem: van reenen den Comp:t ver„ „sogt om dat geld, 't' zamen uijtmakende twee duijzand Ge. waarvan een pakje verseegeld en beschreeven was: Jan Casper Loos terwijl 't andere pakje zig, op en bevond te willen brengen bij bovengem: E: Duminie en het 86 han het op en pakje, 't gunt door bovengem: kruiselberg, volgens het zeggen van meergem: van reenen af„ „gesteld was, bij de overgaave te willen na tellen Dat den Comp„s ten huijze van gem: E: Duminie gekoomen zijnde,„ om aan 't versoek van bovengem: van reenen te voldoen, het losse pakje nageteld en als doen tusschen het klijne geld in, bij beurte een zwaar stukgeld bevonden had en zulx ten getalle van zes p„s t' zamen rendeerende eene somma van twee hondert en Zeventig l. alle van percament- Dat den Compt: zig overzulx met het pakje waar in 't valsch geld was wederom begeeven hebbende ten huize van meergem: van reenen den Compt: zijnde het toen in den nademiddag geweest, meert van reenen nevens zijne huisvrouw, dik wils gem: Kruiselberg, eene van onder de wijngaard en Ros in de gaanderij had vinden zitten; hebbende gem: van reenen aan den Compt: gevraagd of hij het geld bij Duminie had gebragt, op het welk den Compt gesogt hebbende: Ia: maar daar man„ „queert Een r aan als zijnde in het losse pakje maar geweest 999 r:s waarop meergem: kruise berg geantwoord geantwoord had: die zal ik U geeven- Dat den Compt: vervolgens meergem: van Reenen in de kaamer alleen geroepen hebbende als doen tot denselven substantieelijk had gesegd: dat hij bij het natellen van het losse pakje valsch geld onder het zelve gevonden had, en vermits den Compt het pakje geld zo als voorsz: wederom had meede gebragt, had den Compt: het pakje opengemaakt en het valsch geld op het vengster needer gelegd- Dat meergem: van Reenen daarop geantwoord hebbende: Ik het het niet geteld, maar kruisel„ „berg heeft het geteld: had gem: van Reinen bovengem: kruiselberg geroepen: dan vermits derselve Kruiselberg inmiddens volgens het zeggen der huisvrouw van meergem: van Eeenen zig boven na zijn kamer begeeven hadde met ende beneevens voorsz: Bos was denselven door boven„ „gem: van onder de wijngaard van daar geroepen geworden Dat gem: kruiselberg na verloop van 5 à 6 mi„ „nuten na beneeden en in de kamer binnen gekomen zijnde, gem: van reenen als doen tot denselven gesegd hadde: zie daar Mijn Heer! dit is valsch geld; als wanneer gem: Kruiselberg na het zelve elberg -
English
having rectified himself for a moment, counted that money and said: three times sixty is one hundred eighty, and two times forty is eighty, that together is two hundred sixty. Whereupon the Appearer had said: here is another one of ten, that also belongs to it, and thus together two hundred seventy rixdollars, being the yield of those six pieces of the abovementioned caliber. The Appearer testifying that the aforesaid Kruiselberg remained tranquil and unaffected during that occurrence, having put the counterfeit pieces of money into his waistcoat pocket, while saying: Sir, I shall give you other money, even if it were silver money. Just as the said Kruiselberg had also immediately left the room, and having returned, had brought in a hat silver and paper money, of which paper money he had counted out to the Appearer 54 pieces each of 5 Rds. The said Kruiselberg, when the Appearer had come to say to him that this was nevertheless a great loss for him and he therefore ought to consider from whom he had received money, the frequently mentioned Kruiselberg had substantially answered thereto: to have received no money from anyone, except from Van Wieling, Loos, and Zandenberg, adding: I may well hope that it comes right, but I damned well know nothing about it. That the Appearer having then said to the said Kruiselberg that he had been to the Honorable Secunde, but that the same, without having seen the counterfeit money, had said that he had to come back at three o'clock; but that since he, Kruiselberg, now had that money, he could therefore go with it himself to the Honorable Hacker; to which saying the frequently mentioned Kruiselberg had replied that he would first go to the aforesaid Loos and Van Wieling and inquire thereafter, and would thereafter present himself to the well-mentioned Mr. Hacker. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons of knowledge as in the text, offering to stand by the same at all times with a solemn oath. Below stood: Thus happened at the Cape of Good Hope, the 1st of April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smits, members from the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly co-signed the minute hereof together with the Appearer and me, the Secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the bookkeeper of the Honorable Company, Monsieur George Fredrik Goetz, who, this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist and abide by it, with the desire that nothing more be added to or taken from it, except only that Cruiselberge also said: I am a poor devil. Confirmation. Being this having occurred when the Appearer said to Van Cruiselberge that this was a great loss for him, and he therefore spoke in the presence of the said Cruijselbergen the solemn words: So help me God Almighty. Below stood: Thus confirmed and sworn to at the Cape of Good Hope, the 1st of May 1786. Was signed: G. F. Goetz. Lower: In my presence, signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: as commissioners, and signed: S. v. Echten, A. v. Sittert. Agrees. D. D. Faure, First Clerk. Copy. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the Burgher Lieutenant Sr. Johannes Gysbertus van Reenen, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, Sr. Gabriel Exter, declared it to be true: That when the Appearer on last Tuesday, or the 28th of the past month of March, had come to the Cape from the countryside in the evening, the Appearer's wife had informed the Appearer that the Sea Captain, the Honorable Duminie, had sent to ask for the money that the said Duminie still had to claim from the Appearer. That the Appearer, having had drawn up by the assistant Kruyselberg on the following Thursday morning a sum of one thousand rixdollars, the Appearer had kept with him that packet of 1000 Rds. which had remained unsealed, with yet another packet which the Appearer had received sealed the evening before from the Sea Captain the Honorable Zierveld, having waited for the bookkeeper George Frederik Goets, according to his promise, to come, collect that money, and bring it to the said Honorable Duminie; but since the said Goets had not come and the Appearer's wife had not been at home, the Appearer, because the Appearer did not have the key to his desk, had handed over the two packets of money to his brother-in-law, the assistant Honoratus Maynier, in order to keep the same, as in whose house the Appearer just happened to be. So that the same also accepted this and kept it with him that night. That the Appearer having sent for the abovementioned Monsieur Goets the following morning, the Appearer had sent to ask for and also received the aforesaid two packets of paper money from his just mentioned brother-in-law Maynier. Having, when he had received them, placed those two packets of money down beside him on the table and, upon the arrival of the said Monsieur Goets, handed them over without recounting them, in order to bring that money to the abovementioned Honorable Duminie, who had also done so. That the frequently mentioned Goets, having returned to the house of the Appearer in the afternoon, called the Appearer alone into a room and said to him that there was counterfeit money in the loose
Dutch transcription
zelve een poosje berigtigt te hebben, dat geld an„ „delijk geteld en gesegt had: drie maal Zestig is hondert tachtig en twee maal veertig is tachtig, dat is t' zamen twee hondert zestig. Waarop den Comp„ts had gezegt: hier is nog een van thien, dat hoorder ook bij en dus te zamen twee hondert zeventig rijxd„s, zijnde het rendement van die Zes stukken van boven gem: Caliber Getuijgende den Comp„t dat voorsz: kruiselberg bij dat voorval trancquiel en onaangedaan geweest was; hebbende de valsche stukken gelds in zijn Ca„ „misoolzak gestooken, onder het zeggen: Mijn Heer. ik zal u ander geld al was het zilver geld geeven„ gelijk dan gem: Kruiselberg ook opstonds uijt de kamer gegaan was, en weder gekomen zijnde in een hoed zilver en papiere geld gebragt had, van welk papiere geld denselven aan den Comp„t had toege„ „teld 54 stukken ieder van 5 R; hebbende gem. Kruiselberg, wanneer den Compt: tot hem was komen te zeggen: dat zulx egter een groot verlies voor hem was en hij dierhalven moest bedenkend van wien hij geld ontfangen had; meerm:e Krui„ selberg daarop substantieelijk had geantwoord„ van van niemand eenig geld ontfangen te hebben, als van van wieling Loos, en Zandenberg, met bij„ „voeging: ik mach wel lijden dat 't regt komt, maar ik weet er verdoemd niets van - Dat den Comp„t als toen teegen gem: Kruisel„ „berg gezegd hebbende; dat hij bij den E: Agtb: heer secunde was geweest, dog dat denselven zonder het valsche geld gezien te hebben had ge„ „zegd: dat hij om drie Uuren wederkomen moest; dog, dat dewijl hij kruiselberg als na dat geld hadde hij overzulx daarmeede zelfs naa den Wel Edele Agtbaare heere Hacker gaan konde; op welk zeggen dikwils gem: kruiselberg had hervat eerst bij voorsz: Loos en van wieling gaan en daarna verneemen zoude, zullen de zig daarnaa bij welgem Heere Hacker vervoegen- Niets meer verklaarende geeft de Compten voor reedenen van weetenschap, als in text praesenteerende 't zelve al¬ „toos met solemneelen Eede te staanen /:onderstond:/ Dat Aldus passeerde aan Cabo de goede dat berg st welk to oege„ m. n woord: t goede Hoop, den 1 April 1786, voor d' E. E. Salomon van Echten, en Johannee Smits, Leeden uit den E: Agtb: raad van Justitie voorm:, die de minute dezer beneevens den Compo en mij Secretaris mede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ 'T welk ik getuijge /: was geteek:t/ C Van Aerssen secret„s Compareerde voor ons ondergeteek: gecomm„t uijt den E. Agtb: Raad van Iustitie deze gouverne„ „ments den boekhouder der E. Comp„e Monsr George Fredrik Goetz de welke deese zijne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleesen wee¬ „sende verklaarde daar bij te blijven persistee„ „ren met begeerte dat 'er niets meer bij of van gedaan werde, als alleenlijk dat Cruiselberge nog gezegt heeft ik ben, een arme Duijvel, Recollement. zijnde zijnde zulx voorgevallen toe den Compt. gezegt heeft teegens van Cruiselberge dat zulx een groot verlies voor hem was, en sprak dier„ halven ter praesentie van gem: Cruijselbergen de Solemneele woorden soo waarlijk help mij god Almagtig- /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en b'Eedigt aan Cabo de goede Hoop den 1 Maij 1786. /was geteekend:/ G: P. Goetz /:lager:/ Mij present /:geteekend:/ R. I. V. De lietgesw: Clercq /:in margine:/ als gecomm„s /:en geteek:/ S. VEchten, A: V: Sittert. Accordeert. DD. Faure gieder Clencq voo ne„ L: C: Compareerde voor ons ondergetee„ kende gecommitteerdens uijt den E agtb: raad van Iustitie deeses gouvernements den burger Lieutt Sr Johannes Gysbertus van Ree„ nen van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro= Interim fiscaal alhier S=r Gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat wanneer der Compt op laastle dingsdag ofte den 28 der afgewee„ kene, maand maart des avonds van buijten aan de Caab gekomen was des Compts huisvrouw hem Comp„t verwittigt had dat den Cap„n ter zee d' E Oumienie hadden laaten vragen om 't geld dat gem: dumienie van den Comp„t nog had te pretendeeren. — dat den Compt des aanvolgende donderdags morgens door den Kruyselberg adsistent hebbende laten afstellen eene Copia Somma 5 somma van Een duizend Rijks: den Comp„t dat pakje van 1000 Rk het welk onverzegeld gebleeven was met nog een ander pakje het geen den Comp„t, 's avonds bevorens van den Comp„t 's avonds bevorens van den Captn ter Zee d' E Zierveld verzegeld bekoomen had bij zig haade gehouden afgewagt hebbende dat den boek„ houder, George frede„ Goets volgens zijne belofte bekoomen, dat gelt afhaalen en aan gem: E duminie brengen zoude dan vermits derselven Goets niet gekoomen was en den Compt„s huisvrouw niet was te huijs geweest, had den Compt, dewijl hij Comp„s de sleutel van zijn les„ „senaar niet hadde de twee pak„ jes geld overhandigd aan des¬ selfs zwager den adsistent Mo„ „noratus Mainier omme 't zelve te bewaaren als in wien huijs den Comp„t zig just bevond: in invoegen denzelven zuls ook ge= accepteerd en dien nagt bij zig ge¬ houden had. dat den Comp„t 's volgend in morgens om bovengem: mons„r goets ge„ sonden hebbende hij Comp„s de voorsz twee pakjes papiere geld van evengem. zijn 2 wager mai¬ nier had laaten afvragen in ook bekoomen. hebbende die twee pakjes geld, wanneer ze ont„ vangen had nevens zig op de tafel neder gelegd en dezelve bij de komst van gem: monsr goets zonder die na te tellen overhandigt ten einde dat geld aan bovengem: E Duminie te brengen die zulks ook had gedaan, dat meergem: Goets s' nademiddags wederom ten huijze van den Compn. gekoomen zijnde den Comp„t alleen in een kamer geroepen en tot hen gezegd had: dat er valsch geld in het Losse kto ds onds en e v
English
package was found, that the appearer had gone to call the assistant Kruijzelberg, who was renting lodgings from him, and had told him that counterfeit money had been found in the loose package. That the said Kruijselberg, having inspected the money upon this, had substantially said that some of it, as it appeared to him, was counterfeit, but that he could not say so of the others; having simultaneously said to the aforementioned Goets, there is more money lying upstairs, and if it should not be enough, I will give you silver money; having answered to the appearer's question from whom he had received that money, from no one else than from the burgher fire-master Zandenberg, Loots, and Van Wielig; wherefore the appearer had said to the frequently mentioned Kruijselberg that he must go to those people immediately and inquire about it. Declaring nothing more than only that the interrogated Cruijselberg, in passing by when he went to fetch other money, had said to the appearer's brother Sebastiaan van Rheenen, there I get a nice blow; the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, presenting always to confirm the same with a solemn oath. Below stood: Thus occurred at the Cape of Good Hope, the 1 April 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Smuts as commissioners from the Honorable Worshipful Court of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the Secretary. To which I testify. Was signed: C: van Aertsen, Secretary. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government aforesaid, the burgher lieutenant Senior Johannes Gijsbertus van Reenen, who, this his preceding declaration having been read out clearly and distinctly word for word, declared that he persisted by the same, not desiring that anything more shall be added thereto or removed therefrom, except only that he, the appearer, upon handing over the money to Goetz, had offered to count the same, but that Goetz had refused this and said he had no time, that he would do it at home; and spoke in confirmation of the truth in the presence of the said Cruijselberg the solemn words: So truly help me God Almighty. Below stood: Thus re-examined and sworn in the Castle of Good Hope, the 19 April 1786. Was signed: J: G: Vn. Reenen. Lower: In my presence, and signed: C: van Aerssen, Secretary. In the margin signed as commissioners: J: A: Cruywagen and Johannes Smuts. Agrees: Faure, sworn clerk. To the Right Honorable Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle the Good Hope. Right Honorable Worshipful Lord and Lords, With due respect, the undersigned pro interim Fiscal Gab: Exter shows: That following the representation respectfully submitted by the official presenter on the 6th of this month with its inquiries regarding the assistant Marinus Simon van Cruijselbergen, stationed here, and the young sailor Philippus Bos, according to which the said persons have fallen under great suspicion of being the authors of a multitude of counterfeit paper and parchment currency, and the request made in this regard to Your Honorable Worships, as appears from your resolution of the said date, a search of their lodgings and goods having also been granted, such search was not only immediately carried out in the presence of the gentlemen commissioners from this Honorable Worshipful Council, but also the further information tending to investigate this deed has been continued up to the present; That from this information it becomes evident that 1. the corpus delicti, the counterfeit currency, actually exists to the sum of RoC 620; that 2. this sum originates from the hands of the abovementioned Van Cruijselbergen; and that 3. he, Cruijselbergen, can in no way with grounds indicate from whom he received this counterfeit money, as becomes further clearly evident from the annexed documents and particularly from his given responses; which indications are certainly of the greatest weight and gravity, but that the same can be regarded as nothing other than remote indications, and the further proofs and indications being lacking, in that no witnesses declare directly against the accused, and also upon the search or otherwise nothing was found that can prove that he is the author of the counterfeit currency, are not of such nature as to be able, in the absence of his own confession, to proceed extraordinarily against him and to proceed to a sharper examination; That due to the lack of the said direct proofs and indications, the official presenter of this case, under correction, likewise does not deem himself qualified to be admitted into ordinary proceedings, and therefore has judged it best respectfully to deliver into the hands of Your Right Honorable Worships the collected documents and inquiries, of which a declaration of the bookkeeper Goets, on account of illness, and another of the Under-Merchant Onder de Wijngaard, who has in the meantime departed for Batavia, have remained unconfirmed, requesting that it may please Your Right Honorable Worships to decide and ordain in this regard provisionally or otherwise as Your Right Honorable Worships shall deem proper. Doing which, was signed: Gab: Exter. Exhibited in court the 20 April 1786. Agrees: Faure, sworn clerk.
Dutch transcription
pakje gevonden was zulks den Comp„s den bij hem in huur woonen¬ de adsistent kruijzelberg was gaan roepen en aan den zelven gezegd had, dat er valseh geld in het losse pakje gevonden was Dat gem kruijselberg daar op het geld bezigtigd hebbende sub„ stantieelijk had gezegd; dat er zommige zo als 't hem toescheen valsch waaren dog dat hij zulks van de andere, niet zeggen konde teffens tot bovengem goets gezegd hebbende daar legt nog geld boven, en zo het niet genoeg zijn mogt zal ik r zilver geld geeven, hebbende op des Compts„ vrage: van wien hij dat geld ontfangen had geantwoord. van niemand anders als van den burger Brandmeester Zandenberg Loots en van wielig invoegen den den Comp„t tot meergem: kruijsel berg had gezegd dat opstonds naar die menschen gaan en daar van informeeren moest. — Niets meer verklaarende als alleen dat gevr: Cruijselberg in 't voorbij gaan, wanneer hij ander geld ging haalen. aan des Compt Broeder Sebastiaan van Rhee„ nen gezegd had daar krijg ik een mooije klap, geeft de Comp„ voor redenen van wetenschap als in den teijd praesenteerde 't zelve altoos met solemneele Ede te Staaven /:onderstond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo te goede Hoop den 1 April 1786. voor d' E E Salomon van Echten en Johannes Smuts als gecommitteerdens uijt den E: agtb: van Justitie voorm: die de minute deeses beneevens den Comp„t en mij Secretaris meede behoorlijk hebben onderteekend 't welk ik getuige /: was geteekend:/ C: van Aertsen. Secretari Recolle en n en p. Compareerde voor ons ondergetee„ kende gecommitteerdens uijt den E agtb: raade van Justitie deeses gouvernements voorm burger Zieute „nant S:r Johannes gijsbertus van Reenen, dewelke deeze zijne vorenstaande verklaaring klaar ende duijdelijk woordelijks voor gevallen weesende verklaarde den„ selven daar bij te blijven persis„ teeren, niet begeerten dat er niets meer bijgevoegt ofte van gedaan werden zal, als alleen dat hij Compt. bij 't overgeeven van het geldaen Goetz had gepresenteerd om het zelve na te tellen, dog dat Goetz zulks geweigerd had, en gezegd geen tijd te hebben dat hij t huis wel zoude Doen sprak bevestiging der waarheid in presentie van gem: Crusselberg Recollement. de de solemneele woorden, zoo waar lijk helpe mij God Almagtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beedigd in t Casteel de Goede Hoop den 19 April 1786. /:was geteekend:/ P: G: Vn. Reenen. /:lager:/ mij present :en geteekend:/ C: van Aerssen Ceeres in Margine /: als gecommitteerdens geteekend J: A Cruywagen en Iohannes Smits Accordeert Buure gan Clercq tee e r oor d en ts pt h is berg „ Aan den WelEdele agtbr: Heer Resident. en Raade van Iustitie des Casteel & de Goede Hogt Wel Edele agtbaare Heer en Heeren Vertoond met den schuldigen Eerbied den ondergeteekende prointerim Fiscaal Gab: Exter Dat op van den R: O. vertoonder ten opzigte van den alhier bescheijdene Adsistent Marinus Simon van Cruijselbergen en den Jong matroos Philippus Bos onder den 6 deser eerbiedig ingediende vertoog met desselfs enquesten, ingevolge welker gem. per„ „zoonen onder groote suspicie zijn komen te liggen van te zijn autheuren van een Menigte valsche papierene en pergamenten munte, en hier om trent gedaane verzoek van UWlagtb. blijkens welderzelven besluit van gem: dato zijnde mede geaccordeerd geworden visitatie van der zelven Logis en goederen, zulke visitatie niet alleen ten overstaan van Heeren gecom Copia 6 gecommitteerdens uijt dezen Eagtb: Raade dadelijk ter uijtvoer gebragt maar ook de verdere informatien tot onderzoek van dit feit strekken „de tot hier toe, zijn gecontinueerd Dat uijt deeze jnformatien komt te Constreeren dat 1J. t Corpus de licti„ de valsche Munten wezentlijk exis„ teerd ter Somma van RoC 620 dat 2) deze somma uyt handen van den boven gem: van Cruijsel bergen afkomstig is, en dat 3/ hij druijselbergen op: geenderlij wijze met gronde kan aangeeven van wier hij dit valsche geld ontfangen heeft, gelijk zulks nader uijt de geannexeerde documenten en bijzonders uijt desselfs gegeevene responsiven, duijdelijk komt te blijken, welke indicia zekerlijk van 't grootste gewigt en graveerend zijn, dog dat dezelve niet anders als indicia remota kun„ nen aangezien worden, en de nadere bewijzen en indicien ontbreek ende als dat er geen getuigen directelijk tegens den beschuldigde verklaaren en ook bij visitatie ofte andersints. niets is gevonden geworden, dat bewijzen kan dat hij den Autheur van de valsche Munten is niet van dien aard zijn om bij gebrek van eijgene Confessie, extraordinair geworden. . tegens teegens den zelven te kunnen Procedeeren en tot een scherper examén over te gaan Dat wegens gebrek van gesz: direc¬ ten bewijzen en indicien, de R: A: vertoonder deezer zaake /onder Correctie even zo min vermeend gequalificeerd te zijn om in 't ordinaire proces. ontfangen te worden, en dierhalven voor best heeft geoordeeld, de ingewon ne stukken en enquesten. waar van eene verklaring van den boek houder Goets, wegens ziekte, en een andere van den naar Batavia intusschen vertrokkenen UHr onder de Wijngaard, ongerecolleerd zijn gebleeven mits dezer Eerbiedig te leveren in Handen van UWelEagtb behagen moge hier omtrent zodanig bij Provisie of anders te besluijten en te Ordonneeren als UWE agtb: zullen vinden te behooren. 'T welk Doende was geteekend Gab: Exter En hib en Judcie dn 20 April 1786 Accordeer :. Faure gezee cleren ƒ ken en lijk aaren sints. iet ah O
English
commissioners from this Honorable Council immediately executed, but also that the further inquiries aimed at investigating this act have been continued up to this point! That from these inquiries it is established that 1) the corpus delicti, the counterfeit coins, truly exists, to the sum of RoC 620, that 2) this sum originates from the hands of the aforementioned van Cruijselbergen, and that 3) he, Cruijselbergen, can in no way whatever substantiate from whom he received this counterfeit money, as is further clearly evident from the annexed documents and particularly from his given answers, which indications are certainly of the greatest weight and grave; yet that the same can be regarded as nothing other than remote indications, and further proofs and indications being lacking—such as that there are no witnesses testifying directly against the accused, and also upon visitation or otherwise nothing was found that can prove that he is the author of the counterfeit coins—they are not of such a nature as to be able, in the absence of his own confession, to proceed extraordinarily against him and to move to a sharper examination. That due to the lack of the aforesaid direct proofs and indications, the reporting officer of this case, under correction, likewise considers himself unqualified to be admitted into the ordinary process, and therefore has deemed it best to respectfully deliver the obtained documents and inquests—of which one deposition of the bookkeeper Goets due to illness, and another of Vriender onder de Wijngaard, who in the meantime has departed for Batavia, have remained unreconfirmed—into the hands of Your Honors, praying that it may please Your Honors to provisionally or otherwise resolve and order in this regard as Your Honors shall find appropriate! Doing which, was signed: Gab: Exter. Exhibited in court on 20 April 1786. Agrees: J: Faure, sworn clerk. Copy. Honorable and Worshipful Lord and Lords: Shows with due respect the Fiscal pro interim, Gab: Exter, that when on the 6th of this month by the undersigned reporting officer regarding the persons of the assistant Marinus Simon van Cruijselberg and the sailor Philippus Bos, who according to the submitted remonstrance and the inquests attached thereto fall under great suspicion of being authors of a great quantity of counterfeit parchment coins presently circulating, it was respectfully requested of Your Honors, according to the nature and requirement of the case, To the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, likewise respectfully requesting the bodily apprehension of the said persons, and a resolution having indeed been taken thereon that the first-named Mar: Simon van Cruijselberg shall provisionally remain in civil arrest, provided that no one shall have access to him, the request regarding Bos being held under advisement; the reporting officer, in order to execute this highly honored resolution so that the arrestee would remain at the Castle in the military prison with the provost, addressed the Right Honorable Lord Governor to request the necessary orders for this purpose; yet the reporting officer, then considering that this prison is intended only for military personnel in cases of minor offenses and is not equipped to hold several persons separately and without access, and being already occupied by three persons, would not fulfill the intention and objective of the aforementioned venerable resolution, deemed it most advisable to have the arrestee taken to the ordinary prison house, which was also carried out by the reporting officer in that manner; that after having the said van Cruijselberg conveyed to the aforesaid prison by some soldiers with the permission obtained for this purpose from the Right Honorable Lord Governor, he specifically had him placed in such a room where persons arrested civilly are accustomed to be detained. That from the said van Cruijselberg, besides the bed, table, chair, and books permitted to him by the reporting officer, further request has been made to be allowed to have candles, ink, pens, and paper, and as this could not be granted to him by the reporting officer, as being contrary to order, without Your Honors' resolution on the matter, the reporting officer has deemed it proper to present both the one and the other to Your Honors with due respect, with the no less respectful request that it may please Your Honors to most favorably approve what has thus been effected by the reporting officer, and regarding the further request of the detainee van Cruijselberg, to order what Your Honors shall find and judge to be appropriate. Below stood: Doing which, was signed: Gab: Exter. In the margin: Exhibited in court on 20 April 1786. Agrees: J: Faure, sworn clerk. L: B: Thursday, 6 April 1786. In the forenoon, the Honorable Lord President Pieter Hacker and all the Members. There was submitted in court by the acting Fiscal pro interim, Sr. Gabriel Exter, a remonstrance concerning the person of the assistant Marinus Simon van Cruijselbergen, currently held in civil arrest at the Castle, and the soldier Philippus Bos, who, according to the contents of that remonstrance and the inquests attached thereto, fall under great suspicion of being the authors of such counterfeit parchment and paper coins as are presently circulating among the inhabitants here. That remonstrance reading as follows: G: S. About which remonstrance and documents having been spoken and deliberated, the following resolution was taken thereon: The Copy:
Dutch transcription
gecommitteerdens uijt dezen Eagtb: Raade dadelijk ter uijtvoer gebragt maar ook de verdere informatien tot onderzoek van dit feit strekken „de tot hier toe zijn gecontinueerd! Dat uijt deeze jnformatien komt te Constreeren dat 1J t Corpus de licti„ de valsche Munten wezentlijk exis„ „teerd, ter Somma van RoC 620 dat 2) deze somma uyt handen van den boven gem: van Cruijsel bergen afkomstig is, en dat 3/ hij druijselbergen op geenderlij wijle met gronde kan aangeeven van wier hij dit valsche geld ontfangen heeft, gelijk zulks nader uijt de geannexeerde documenten en bijzonders uijt desselfs gegeevene responsiven, duijdelijk komt te blijken, welke indicia zekerlijk van 't grootste gewigt en graveerend zijn, dog dat dezelve niet anders als indicia remota kun„ nen aangezien worden, en de nadere bewijzen en indicien ontbreekende als dat er geen getuigen directelijk tegens den beschuldigde verklaaren en ook bij visitatie ofte andersints niets is gevonden geworden, dat bewijzen kan dat hij den Autheur van de valsche Munten is niet van dien aard zijn om bij gebrek van eijgene Confessie, extraordinair geworden. . tegens teegens den zelven te kunnen Procedeeren en tot een scherper examén over te gaan Dat wegens gebrek van gesz: direc„ ten bewijzen en indicien de R: A: vertoonder deezer zaake /onder Correctie even zo min vermeend gequalificeerd te zijn om in 't ordinaire proces. ontfangen te worden, en dierhalven voor best heeft geoordeeld, de ingewon ne stukken en enquesten. waar van eene verklaring van den boek houder Goets wegens ziekte, en een andere van den naar Batavia intusschen vertrokkenen Vr onder de Wijngaard, ongerecolleerd zijn gebleeven mits dezer Eerbiedig te - leveren in Handen van UWelEagtb behagen moge hier omtrent zodanig bij Provisie of anders te besluijten en te Ordonneeren als UWE agtb: zullen vinden te behooren! 'T welk Doende was geteekend Gab: Exter En hib en Judcie en 20 April 1786 Accordeert J:. Faure gezee Clercq „ 3 ken te ier xeerde selfs gt lij ###aaren sints. r niet naeh. s E ƒ Laa Copia Wel Edele agtbaare Heer en Heeren: Vertoond met den schuldigen Eerbied den Prointerim Fiskaal Gab: Exter dat wanneer onder den 6 dezer door den ondergeteekenden vertoonder. R: R omtrent de Persoonen van den adsis„ „tend, Marinus Simon van Cruijsel „berg en den Matroos Philippus Bos, dewelke volgens ingediende Vertoog en daar nevens gevoegden enquesten onder groote suspicie komen te leggen, van te zijn, au „theuren van een groote menigte valsche tans houteerende Perga„ menten, munte aan UWE agtb: naar de natuur en vereijsch ter zaake Aan den WelEagtbe: Heer President en Raade van Justitie des Casteels de Gode Hoop mede — Va mede Eerbiedig zijnde verzogt gewor den apprehen sie Corporeee van gem Persoonen en daar op welderzelven besluijt gevallen zijnde dat den eerstgem. Mar: Simon van Cruij Selberg bij provisie zal blijven in Cril arrest, mits dat niemand acces tot denzelven hebben zijnde 't verzogte ten opzigte van Bos, in advijs gehouden geworden — den R: O. vertoonder om dit zeer geeerde besluijt in executie te brengen, zodanig dat den gearreteer„ de ten Casteel in de Militaire gevan„ genis bij den Piovoost zoude verblijven zig heeft geaddresseerd, aan den WelEge„ Strenge Heer Gouverneur om de nodi„ ge ordres hier toe te verzoeken, dog dat den R: E vertoonder dan overwegende, dat de gevangenis alleenig voor de militai„ ren, bij geringere fauten bestemd, en niet geappreteerd om meerdere persoonen Separatim en zonder acces te bewaaren en alree met drie Persoonen bezet zijnde aan d'intentie en 't toelwit van voorm vener. besluijt niet zoude voldoen t raadzaamst heeft gehouden den gearrecteerden te laaten brengen naar 't ordinaire gevangenhuijs 't geen door R:O: vertoonder ook op de wijze ter uitvoer is gebragt geworden dat hij naar met de hier toe geobtineerde Per Vatua Permissie van den WelE Gestrengen Heer Gouverneur, gem: van Cruijselberg door eenige Militairen maar voorsz: gevangenis te hebben laaten Convoyee ren, denzelven bijzonders heeft doen plaatsen op zodanige kamer waar Civiliter gearresteerde pleegen te blijven gedetineerd Dat van dien van Cruijselberg buijten de door den R. O: vertoonder hem gepermitteerde Kooij, tafel, stoel en boeken nog verder verzogt zijnde, om kaarsen inkt Pennen en papier te mogen hebben en zulks hem van den R. O. vertoonder als tegens d'ordre strijdende, zonder UW: Eagtb: besluit hier over niet kunnende toegestaan worden den R: G vertoonder heeft geoordeeld, zo wel 't eene alst andere aen UWE agtbr: met schuldigen Eerbied te zullen voordraagen met 't niet minder Eerbiedig t verzoek dat 't uwE agtbr: behagen moge, t. zoda nig van den R: O: vertoonden geeffec tieerde hoog gunstig te Approbeeren En nopens, t verdere verzoek van den gedetineerde van Cruijselberg te ordonneeren, 't geen UWE agtbb: zul„ len vinden en oordeelen te behooren /.onderstond 't welk doende was geteekend / Gab: Extet in Margine Exhibl in Judicie den 20 April 1786: H aeer gezucleree Accordeert gewort gem: lven den i he and advijs oonder executie reteir. van lijven WelEge nodi„ dog de liter„ en oonen en zijnde voorm en en F 1 p de rden tineerde e 6 7 C L: B: Donderdag den 6 April 1786- Svoordemiddags den E Agtb: Heer President Pieter Hacker en alle de Leeden. s door den het Riscalaal pro Interim waar nemenden Sr Gabriel Exker in Iudicio overgelevert een vertoog noo„ „pens de ten Casteele in Civiel Arrest zittenden Persoon van den adsistent Marinus Simon van Cruijsel„ „bergen en den soldaat Philippus Dos dewelke volgens den inhoud van dat vertoog en daar neven gevoegde Enquesten onder groote suspicie leggen van te zijn Autheuren, van zodanige valsche pergamenten en Papieren Munten als thans onder de Ingezetenen alhier Rouleere Luijdende dat vertoog als volgt G: S. over welk vertoog en stucken gesproken en gebesoigneerd zijnde is daar op het volgende besluit gevallen Den Copia:
English
The Council, having read the memorial and documents submitted by the ex officio representer, approves the requested search on account of the contents thereof, leaving the mentioned Cruijselbergen provisionally in civil arrest, provided that no one shall have access to him, keeping the request regarding Philippis Bos in advisement until such time as further instructions concerning that matter shall have been received. At Cabo de Goede Hoop, day and year as above. In my presence, was signed C: van Aerssen Secretary Sworn Clerk D: Faure Agrees. [illegible] Copy Lit: A: Honorable, Most Worshipful Sir and Gentlemen. Shows with due respect the undersigned pro interim fiscal regarding the case: That on last passed Friday, by the burgher lieutenant Jan Gijsbert van Reenen, a sum of R 2000:- was paid out to the bookkeeper of the Honorable Company, Mr George Fredrik Goelz, for the Equipage Master, the Honorable Damenier, consisting of two packets of paper currency, each of R 1000:-, of which one was sealed and the other was loose; among the pieces in the loose packet, R 270:- of false or newly forged or counterfeited parchment money was found; that upon further inquiry, searches conducted, and inquiries obtained before commissioner gentlemen from this Honorable, Worshipful To the Honorable, Most Worshipful sir president and Council of Justice of the Castle de Goede Hoop Council, it appears that not only the aforementioned R 270:- of false parchment money comes from the hands of the assistant at the political secretariat Marinus Simon van Cruijselberg, but that the said van Cruijselberg has, moreover, paid out more counterfeit money to the aforementioned Mr Damenier among other money, still R 150, and to Mr Swanevelder R 165, besides some minor sums to other persons, whereby a not insignificant suspicion arises that the mentioned van Cruijselberg is the maker of this counterfeit money, which suspicion is particularly increased because he cannot positively indicate from whom he had received any false money, in the case of the aforementioned large sum, and has taken back similar false money issued by him and, without any further inquiry, has given other money in its place; that furthermore, there being also some strong presumptions that the aforesaid van Cruijselberg was assisted in this by the soldier Philippus Bos, stationed on the Line, and that the said Bos has made himself equally guilty of this crime, therefore the Representer ex officio finds himself bound by duty of office to proceed in due order of law against the aforementioned persons, and in that respect to conduct all the investigations and obtain the evidence whereby greater certainty can be gained, and to that end to secure the persons of the same, and in the presence of commissioner gentlemen from this Council to search their lodgings as accurately as possible at the earliest opportunity; since Your Honors' Worshipful authorization is required for this, the Representer ex officio turns to the same with a respectful request that it may please Your Honors to grant to the Representer ex officio your warrant, whereby the Representer ex officio is authorized to undertake the aforesaid search as quickly as possible in the houses of the burgher lieutenant Jan Gijsbert van Reenen and the Captain at Sea Sr. Sierveld, where the frequently mentioned van Cruijselberg and Bos have been lodging, and furthermore to have these aforementioned persons apprehended. Doing which, etc. Was signed: G. Exter In the margin: Exhibited in the Council, the 6 April 1786. D. Faure Sworn Clerk Agrees. [illegible]
Dutch transcription
Den Raad hebbende geleesen het door den exofficio vertoonder overgeleevert vertoog en stukken, accordeert uijt hoofde van derzelven Contenue de verzogte visitatie laatende gem: Cruijselbergen voorts bij Provisie blijven in Civtiee ar„ rest, mits dat niemand reces tot den selven hebbe houdende het ten opzigte van Philippis Bos, verzogte in advijs tot tijd en wijle dien aangaande nadere Instructien zullen zijn ingekoomen Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut supren /Lagee mij present was geteekend C: van Aerssen Secrets geden Clereq D: Faure Accordeert t vert ijt zogte na dre sent r E lotie Lit Copia Lit: A: WelE. Agtb: Heer en Heeren. Vertoond met den schuldigen eerbied den ondergetelk:p ro interim fideaal gat: Acten Dat op laatst gepasseerde Vrijdag van den burger luijtt Jan Gijsbert van Reenen eene somma van R 2000:- aan den boek„ „houder der E. Comp„e M„r George Fredrik Goelz voor den Equipagie M„r de E. Dame „nier zijnde uijt betaast gewordene, bestaan „de in twee paque ten papieren munte„ ijder van Ro 1000: - waarvan 't eene verze„ „geld en 't andere los is geweest, onder de stukken in 't loose paquet is bevonden geworden R 270: - vals oh geld ofpergament nieuw gefalviceerd of nagemaakt dat bij verdere navraege, gedaane recherchen en voor heeren gecomms, ugt desen E: Agtb: Aan den Wel Ed: agtb: heer president in rade van Justie des Casteels de goede Hoop raade raade ingewonnene Exquisten blijkt, dat niet alleen de voorgem: R 270:- vat scho pergamente mante uijt hanken van den adsi„ „stent ter politucque secretarije Marinas Simon van Craiselberg komen, maar dat denzelven van Cruiselberg boven dien, meer valschgeld al aan voorm: Heer Daminier onder ander geld nog R 150. en aan d' heer Swanevelder r165. benevens eenige gevinge sommen aan andere perzoonen uijt betaald heeft, waar door eene niet geringe Suspicie ontstaat, dat gem: van Cruijzelberg den auteur van deeze valche munter, dewelke z vor „telijks daar door word vermeerdert, dat denzelve bij de voorm: groote somma nie„ „mand positive kan aangeeven, van dien hij eenig valsch geld had ontfangen, en dier„ „gelijke van hem uijtgegeeven wederom tot zig genoomen, en zonder eenige verdere navraage ander geld daarvoor in de plaats heeft gegeeven; dat er voort ook eenige stor„ „ke presumptien zijnde, dat voorsz: van Cruijselberg door den op de Linie bescheidene soldaat Philippus Bos daarbij geadsi„ „teerd is geworden, en den boszig aan deeze mis dared mede schuldig gemaakt heeft, dus den R. O. vertoonder zig amtshalven in de indespensabelen noodzakelijkhied bevind, tegen voorm: perzoonen in ordi„ „ne Iares te procedeeren, en ten dien opzig „te alle de onderzoekingen te doen en de be„ „wijzen in te winnen, waardoor een meerdere zekerheid kan verkreegen worden, en ten dien Eijnde zig van derzelven perzoo„ „nen te doen verzeekeren en ten overstaan van heeren gecomm:s uijt dezen raade hun ti Lo„ „g is ten eersten op 't nauwkeurigste visiteeren, gem„t dan hiertoe vereijscht word Uw E Agtb: authorisatie; zo is den r. O: vertoonder tot wel dezelven zig keerende met eerbiedig ver„ „zoek dat 't Uw EAgtb: behage moge, aan de Z: O. vertoonden dat 9 ho si„ en no9 165- aan 4 waar taat 1 3voo dat nie„ en dier„ tot e de 10 vertoonder te verleenen, wel derzelven decret„ waardoor den E. O. vertoonder gequalificeerd word, in de Huijzen van den burger luijt„ Jan Gijsbert van Reehnen, en den Capt:n ter Zee S„r Sierveld, waar meergem: van Cruijsel„ „berg en Bos zijn logeerende geweest, Een spoedigsten gesz: visitatie voor te neemen en voorts deze evengem: perzoo„ „nen te doen apprehendeeren T welk doende- was geteekt:/ G Exter /:in margine:/ Exhibl: in Indis den 6 April 1786 — D. Faure Geelven Clarcen Accordeert E ide 200 Indie en