Inventory 10688
Cape · 864 pages · 104 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
and where information regarding this has been demanded from the commissioners of that bay. Included under the wagonmakers' wood is, as far as possible, the timber necessary for the construction of carriages for cannons, howitzers, and mortar beds, etc. Then, in order to inform Your Noble High Mightinesses more fully in this regard, we have placed an extract of this part of Your Noble High Mightinesses' dispatch into the hands of the commissioners over the said Plettenberg Bay, so that they may serve with a report on the matter, which report we shall not fail to present to Your Noble High Mightinesses at the earliest opportunity. We have also, to the same end, delivered an extract of the aforementioned esteemed dispatch to the commissioners who assisted in the salvage of the cargo of the ship the Maria, as having been present there at the time of the unfortunate stranding of the Ceylon return-ship the Maria in the aforementioned Plettenberg Bay. We delivered an extract of the following article appearing in this highly esteemed letter, wherein Your Noble High Mightinesses are pleased to require the accounting of the aforementioned commissioners, to demand how it came to pass that, notwithstanding that a considerable portion of the linens and cotton yarns could be salvaged from the cargo of that vessel, no more than 10 bales of cinnamon were nevertheless saved from it. And we have further resolved, pursuant to the orders of the High Indian Government reiterated in this respected dispatch, now to proceed with a Commission of burghers and farmers of this Colony, both to provide for the distress in which we have found ourselves here, and to conduct a meticulous investigation into the causes of the collection of wheat, which has decreased so greatly for some years, and to submit the means for the revival of that significant article; while, with regard to the complaints that the said High Indian Government is pleased to make concerning the failure to fulfill Your Noble Great Mightinesses' requisitions for that product, we hope to be able to justify ourselves in this regard by the absolute inability in which we have been situated here thus far to fulfill this dutifully, and by the measures of constraint to which we have had to take recourse here in order to enable ourselves to do so, of which we have respectfully rendered an account to Your Noble High Mightinesses as well as to the High Government; wherefore we shall take the liberty to refer thereto, and we heartily wish that this measure, as well as the aforementioned commission to be appointed, may serve to supply the Indian capital with all the necessary grain, toward which end our efforts will at all times be active. Paragraph 61. Concerning the reflections that Your Noble High Mightinesses are pleased to make regarding the long time and enormous costs that are spent on the construction of the Hospital, we shall have the honor to reply in all subservience that we must proceed in this matter according to the costly plan that was approved in former times by Your Noble High Mightinesses in that regard; that building in this country is certainly incomprehensibly costly; and that we have not been able to proceed with it as quickly as we would have wished, since the laborers have had to be employed in these past years on the work of the fortifications, so that we—even in view of the great lack of quarters for the troops, and in order to get the work constructed at possibly less expense—have had to resolve to contract out the further construction of the same annually by parcels at public auction, of which there now remains one parcel that very urgently needs to be completed, but upon which we believe—notwithstanding that this has been judged necessary and inevitable by the Military Commissioners—we must await Your Noble High Mightinesses' orders beforehand. Paragraph 62. And we shall furthermore have the honor, concerning the displeasure that Your Noble High Mightinesses are pleased to show regarding the price of no more than 11000 Cape guilders for which the lot that was destined for the erection of a Military Training School was sold, to take the liberty respectfully to bring to Your Noble High Mightinesses' attention that although this lot was best suited for the aforementioned purpose, it was nevertheless not one of the most handsomely situated, since its front would have turned toward an alley.
Dutch transcription
en daar van berigt gewor„ dert van de gecommitt=s van die baaije. — onder het wagenmakers hout meede begreepen is, zo veel mogelijk het nodige hout„ tot het maken van affuiten voor kanon houtwitzers en morterstoelen &a dan, om uwel Edele Hoog Achtb ten dee„ zen reguarde omstandiger te informeeren; zo hebben wij van dit gedeelte uwer wel edele Hoog Achtb: missive, ex„ tract gesteld in handen van de gecommitteerdens overgez: Pletsenbergsbaai, omme des„ „weegens te dienen van be„ richt, welke bericht wij niet zullen midsg:s extract van meerm: geëerde Missive afgegeeven aan de gecommitts die bij het Lauveeren der La„ „ding van het schip de Ma„ ria hebben geadsisteerd antwoorden. — zullen nalaten uwel Edele Hoog Achtb: bij eerste ge„ leegentheid aan te bieden wij hebben ook ten zee„ ven einde aan ged: Gecon:e om zig des weegens teder, als zich ten tijde van het on„ gelukkig stranden van het Ceilons retour schip de Maria in voorn: Plettenbergsbaaij, ac„ =daar bevonden hebbende, af¬ gegeeven Extract van het vol„ gend articul bij deeze zeer geëerde Letteren voorkomende alwaar UwelEdele Hoog Achtb: de ver„ antwoording van evengemelde gecommitteerdens geleven te vorderen de regel missie regeer - 60 8 besloten hebbende ingevolge de beveelen der Hoge Jndiasche zegelring de nevensgem: Com„ missie te bewerk stelligen.— vorderen, waar het bij toe is gekomen, dat, niet teegen¬ staande van de Lading dier Bodem, een aanzienlijk ge¬ deelte Lijwaaten en Catoene gaaren heeft kunnen ge„ borgen worden, er nogthans niet meer dan 10 balen Caneel uit het zelve zijn gered geworden. — En hebben wij wijders beslooten, ingevolge de bij deeze geëerbiedigde Missive, nader geinhereerde beveelen van de hoge Jndiasche Re„ gering, al nu te doen voort gang vertrouw klagten ringe schen wier gang neemen, eene Commis¬ Sie van Burgers en boeren deezer Colonie, tot voorziening in den nood, waar in wij ons hier hebbende bevonden, zo wel ^ nauwkeuren als tot het doen van een ^ on derzoek der oorzake van de zeedert eenige Jaaren zo zeer verminderende inzaam van tarwe, en het opgeeven der middelen tot weder op beu„ =ring van dat aanzienlijk; articul; terwijle wij, met opzichte tot de klagten die wel op gemelde Hoge In diasche regeering gelieft verant te klagten de 'T gem: Hoge regee„ ring gedaan, omtrent het niet voldoen hunner Eis„ schen van taewe te hebben verantwoord. te doen, over het niet voldoen van hunner wel Edele Groot Achtb: Eisschen van dat pro¬ duct, verhoopen wij ons dies„ weegens te zullen kunnen vertrouwen wij tevens ons op de verantwoorden, door het volstrekt onvermogen waar in wij hier tot dus verre heb„ „ben geverseerd, om hier aan Pligtschuldig te vol„ „doen, en door de middelen van contrainten, tot welke wij hier, om ons daar toe in staat te stellen, hebben moe„ ten recours neemen, en waar van wij Uwel Edele Hoog Achtb midsgaders dat dit een en 5 ander van een gewenscht suc„ Achtb: gelijk meede de hooge Regeering eerbiedig verslag hebben gedaan; weshalven wij de vrijheid zullen ge„ bruiken ons daar aan te refe„ „reeren, en hartelijk wenschen ces mag bevonden worden: dat dit middel, zo wel als de voorsz: te benoemene Com¬ missie, zal mogen verstrek¬ =ken, om Jndaasch Hoofd plaatze van al het nodige koorn te kunnen voorzien waar toe onze pogingen ten alle tijden werkzaam zullen zijn. — § 61 Op de reflectien, die Uwel Edele op de Edele maakt tijd tot i Cub onder ren Edele Hoog Achtb: ge„ maakt over de lange tijd en enoeme kosten die tot den opbouw van het hos„ pitaal worden besteed. hebben wij de Eer in alle ren. — lieve te maaken, over den lange tijd en enorme kosten, die besteed worden tot den opbouw van het Hospitaal, zullen wij de Eere hebben in alle onderdanigheid te antwoorden, dat wij hier in te werk moeten gaan, na onderdanigheid te rescribee, het kostbaar plan, dat door Uwel Edele Hoog Achtb: in vroeger tijden diesweegens is geapprobeerd, dat zeeker het bouwen hier te Lande on„ „begrijpelijk kostbaar is, en dat op de refledie door tweel UwelEdele Hoog Achtb: ge wij tot wij daar meede niet zo veel spoed hebben kunnen maken, als wij wel gewenscht hadden, aangezien het arbeids volk in deeze laaste Jaaren tot het werk der fortificatien heeft moe„ ten geëmploieert worden, zo dat wij zelvs aangezien het groot gebrek tot logeerin„ =ge der troupen - en om het werke mogelijk tot minder kosten opgebouwt te krijgen, heb„ ben moeten besluiten, om dien verderen opbouw van het zelve Jaarlijks bij perceelen, in 't openbaar verk scho aan gelijk waar gelijk meede over de prijs waar voor het Erff dat tot een militair qeeek„ school was ingerigt is verkogt geworden.— aan te besteeden, en waar aan nu noch een perceel overig is, dat zeer nood„ „zakelijk diend afgebouwd te werden, maar waar op wij vermijnen /: niet tegenstaan„ „de zulks door de Heeren Militaire Commissarissen nodig en onvermijdelijk geoordeelt is, alvorens Uwel Edele Hoog Achtb: ordres te moeten af wag„ ten. — §62 En zullen mij voorts noch de Eere hebben, op het ongenoe„ =gen, dat uwel Edele Hoog Achtb moe„ Achtb: gelieve te betoonen, over den prijs, van niet meer dan ƒ 11000 Caabs, waar voor het Erf, dat tot extractie van een Militair kweekschool was gedestineerd, is verkogt gewor„ =den, zullen wij de vrijheid neemen uwel Edele Hoog Achtb: eerbiediglijk onder het oog te brengen, dat of schoon dit Erf tot voorsz: einde het best geschikt was, het zelve echter geen van de fraaijste geleegene was„ alzoo het met het front na een steeg gekeerd zou de
English
the remarks which Your Esteemed Nobilities have been pleased to make in the adjacent paragraphs of the aforementioned honored Dispatch. have been on which standing all the properties have yielded less, to those that border on the canal. § 63. From paragraphs 36, 37, 38, 39, and 40 of Your Esteemed Nobilities' most respected letter of December 3 last, the remarks became evident which Your Esteemed Nobilities were pleased to make regarding the requisition of specie for the year 1788/1789 sent by us in our dispatch of May 22, 1789, along with the attached calculative estimate of receipts and expenditures upon which this requisition is based; wherein Your Esteemed Nobilities were pleased to send a calculation according to which, as of the last of August 1790, there should still have been an amount of ƒ 687053:-- in specie in the treasury, together with a plan according to which Your Esteemed Nobilities desire that we here organize the calculation of the requisition of specie, and always transmit such a prepared calculation alongside it without delay; with the further desire to state specifically at the first opportunity how much paper money has been made in this government since its introduction, what amount thereof has since been exchanged and destroyed, and how much thereof still circulates at present. Thus, we have placed an extract of these 5 paragraphs, together with copies of the documents mentioned therein, into the hands of the undersigned Head Administrator and Cashier, in order to provide us with such elucidations as we shall dutifully be able to furnish to Your Esteemed Nobilities concerning the aforementioned requisition of specie, and henceforth to organize the calculation of those requisitions according to the plan that Your Esteemed Nobilities were pleased to send thereof, as well as to state specifically at the earliest opportunity the quantity of paper money that has been made here since its introduction, what amount thereof has since been exchanged or destroyed, and how much thereof still circulates at present. § 64. As Your Esteemed Nobilities furthermore, in paragraphs 41, 42, 43, 44, 45, 46, and 47 of the aforementioned most honored letter, were pleased to reflect that far more crew members from the outward-bound ships are detained here, to which Your Esteemed Nobilities attribute the deficiency occurring at Batavia and about which the High Government complains greatly; we have placed an extract of these 7 paragraphs into the hands of the pay bookkeeper and chief surgeon of the hospital of this government, in order to provide a report and considerations regarding this matter, and to execute immediately what is prescribed therein for observance, provided no significant obstacles arise therein that could be prejudicial to the Company's service, in which case they are to provide the necessary disclosures in their aforementioned report; which report we take the liberty of offering to Your Esteemed Nobilities in authentic copy. § 65. And since the undersigned Head Administrator, during the resumption of paragraph 18 of these most honored letters, took it upon himself to demonstrate to us in more detail the reasons why the trade business has once again fallen behind this year, we have likewise delivered to him an extract of paragraphs 48, 49, and 50 of this most respected Dispatch, so as to be able at the same time to answer Your Esteemed Nobilities' remarks on this subject. § 66. We shall suspend the execution of the order appearing in § 51, namely to form a regulation containing all articles for which import or export duties must be paid and from which it can be seen how large that duty is on each article, until we have learned Your Esteemed Nobilities' honored pleasure concerning the accompanying memorandum of the undersigned Independent Fiscal. § 67. Regarding Your Esteemed Nobilities' recommendation to watch over the exportation of specie, we have provided an extract thereof to the undersigned Independent Fiscal to serve for his information. § 68. From paragraph 59 of this most honored Dispatch it having become evident to us that Your Esteemed Nobilities have not been pleased to approve the appointment of a second deputy fiscal, the undersigned Independent Fiscal declared in our assembly that the deputy had made known to him that he, in the flattering hope of being favorably confirmed by Your Esteemed Nobilities in his post of Military Auditor,
Dutch transcription
de remarques welke Hoogstde zelve bij de nevensgem: pe„ ragraphen van gem: ge„ Eeerde Missive hebben gelieven te maaken. — de zijn geweest op hoedanige stand, alle de erven minder hebben afgeworpen, aan die gee¬ ne die op de gragt uitkoomen § 63e Uit de 36e. 37e. 38e 39e. en 408 8 van uwel Edele Hoog Achtb zeer geëerbiedigde Let„ teren van den 3 debr 7ongstl zijnde komen te blijken de remarques die Hoogst dezelve gelieve te maaken, op de door ons bij missive van den 22 mai 1789, over gezon¬ dene Eisch van Contanten voor den Jaar 178/9 met de daar bij gevoegde calculative be reekening wor„ er r was was - reekening van ontfangen, uit =gaaf, waar op deezen Eisch is gegrond: waar bij uwel Edele Hoog-achtb gelieven over te zen„ den, een bereekening volgens welke op ultimo augustus 1790 noch in de Cas aan Con „ =tanten een bedragen zoude moeten geweest zijn van ƒ 687053: =- mitsgaders een plan waar na uwel Edele Hoog Achtb: be„ geeren dat wij hier de Calculatie van den Eisch van Contanten zullen inrichten, en zodanige opgemaakte bereekening zonder verzuim nevens denzelven al toos uit van den Hoofdadministra„ teur en Cassier. — toos overzenden met verdere begeerte omme bij eerste ge„ leegendheid specifice op te geeven, hoe veel papiere geld ten deezen gouvernemente, van de Jntroductie of aan„ is gemaakt. wat daar van zeedert is verwisseld en ver„ „nield. !— zo hebben wij van hebben wij gesteld en landen deeze 5 8 8. e gesteld Extract beneevens Capijen van de daar bij gementioneerde Stuk ken, in handen van de onder teekende Hoofdadministrateur en Cassier, ten einde ons te dienen van zodanige e la n 7053: 8 waa aar tie zonder od al welke inte komene eluci pligtschuldig zullen ssuppeditteeren. — lucidatien, als wij aan UwelEdee Hoog Achtb: omtrent de hier vooren gemelde Eisch van Contanten zullen kunnen Suppediteeren - en voorthaan datien, wij uwE Hoog Achtb: de calculatie van die Eisschen in te richten, volgens het plan dat Uwel Edele Hoog Achtb: daar van gelieven over te zenden mitsgaders met den eerste spe„ „cificq op te geeven de quan„ titeit papiere geld die hier van dies introductie af aan is gemaakt, wat daar van zedert verwisseld of vernietigd is, en hoe veel daar van thans van gelijk ex aan - van de bezijden gem: E„ Gin„ gelijks ten fine van berigd extract afgegeeven hebbende aan den soldij boekhouder en oppermeester van het hoopitaal. thans noch rouleert. — § 64 Daar Uwel Edele Hoogeeste„ alwijders bij de 41„ 42„ 43, 44„ 45„ 46„ en 47:e 8 8 aan hoogst dezelve voorm: zeer geeerde: letteren, gelieve te reflecteeren dat alhier veel meer manschap pen, van de uitkomende schee„ pen worden aangehouden waar aan uwel Edele Hoog Achtb: astribueeren, het ge„ brek dat op Batavia plaats heeft, en daar de hoge regeering zich zeer over beklaagt; zoo hebben wij van deeze 7883 gesteld Extract in handen van dee e van netg a laten wij het berigt van hen deweegens ingediend eer„ biedig verzellen.— van den soldijboekhouder en oppermeester des Hospitaals. deezes gouvernements, omme hier omtrent te dienen van bericht en consideratien, en het geene daar bij ten ob„ „servance word voorge¬ schreeven, dadelijk te execu¬ =teeren, zo zich daar in geene merkelijke obstacules op doen, die voor 's meesters dienst praejudicabel zoude kunnen zijn, om daar van in dien gevalle de nodige openingen bij hun voorsz: be„ „ richt te geeven; welk be rieht en Ho op en heeft de ondergeteek: Hoofdadministrateur op zig genomen de nevensgem: richt wij de vrijheid neemen uwelEdele Hoog Achtb: in Copi =a authentiecq aan te bieden. — § 65=e En nadien den onder„ teekende Hoofdadministra„ teur bij de resumptie der 18 van deeze zeer gehono„ =reerde letteren, op zich heeft & te zullen beantwoorden. - genomen, ons nader te zul len aantoonen, de reedenen waarom dit Jaar al wederom het negotie werk achter„ lijk is gebleeven, hebben wij aan hem insgelijks afgegeeven Extract van de 48, 49 en 50 8 8 deezer zeer gerespecteerde Missive taals. mme van van en ob„ cu eene de n ge g be terwijl men de Executie der ordre bij § 51 zal superce„ intentie op de memorie van de ondergeteek: Jnde„ pendent fercaal zal zijn ingekoomen. Missive, ten einde als dan teevens Uwel Edele Hoog Achtba„ aanmerkingen op dit Sujet te kunnen beantwoorden § 66 Wij zullen met de exe¬ cutie de ordre bij §51 voor„ deeren tot dat hoogstdezelve komende, omme nament„ lijk te formeeren een Regle ment vervattende alle arti„ culen waar voor in of uit„ gaande rechten moeten worden betaald, en waar uit kan worden gezien, hoe groot dat recht opie„ der articul zij, zullen wij Suppercedeeren tot dat omtrent deportatie van Contanten is aan den onder fiscaal tot naricht extract afgegeeven. — dat wij uwelEdele Hoog Achtb geeerd goedvinden zullen hebben verstaan, op de deeze ver„ zellende memorie van den onderteekende Jndependent fiscaal. — 67=e Betreffende uwder wel„ geteekende Independent Edele Hoog Achtb: aan bevee„ ling om over de exportatie van contanten te waaken, hebben wij daar van Extract afge„ geeven, aan den onderteekende Independent fiscaal, om te dienen tot zijn narigt Uit de 595 deezer S 68 Zeer exe„ voor Regt ge ti„ uit t aar aa hun Wel Edel Hoogn Achtb: niet hebbende gelieven goed te keuren de aanstelling van een tweede adjunct fis„ caal. — zo hebben wij op de nevens gevoegde declaratie van den ondergeteek: Inde„ pendent d. fiscaal. — zeer geeede Missive aan ons zijnde komen te blijken dat Uwel Edele hoog Achtb niet hebben gelieven goed te keuren de aanstelling van een tweede adjunct fiscaal, heeft den onderteekende Indepen„ dent fiscaal ter onzer ver„ gadering gedeclareert, dat den adjunct Edter aan hem hadde te kennen ge¬ geeven, dat hij in de vlijen de hoop van door Uwe EEdele Hoog Achtb: in zijne bediening van Auditeur Militair gunstiglijk te zullen de Ex ont
English
Exter discharged from his office. — that they would be confirmed, gladly wished to desist from this office of his in favor of the appointed Adjunct Fiscal Truter, and was nevertheless at all times and in all cases prepared to assist the Independent Fiscal with his service where required, and we have therefore discharged the said Exter from his office as adjunct fiscal and reappointed thereto the aforementioned Mr. Johannes Andreas Truter, — and reappointed as such Mr. Johannes Andreas Truter. — Humbly answering Your Right Noble High Mightinesses regarding the board money and emoluments which the repatriated Captain Lieutenant van de Graaff was said not to have enjoyed. — Johannes Andreas Truter, with the rank of junior merchant hitherto held by him, and earned salary of bookkeeper, while it is left to the often-mentioned Independent Fiscal to make such use of the services of the aforementioned Exter, pursuant to his generous offer, as he shall see fit. § 69. Your Right Noble High Mightinesses further pleased to ask our further explanation as to how it comes about that the now repatriated Captain Lieutenant of the artillery Hendrik van de Graaff was not granted the ordinary board money and further emoluments like another, since we stated that he enjoyed no more than the ordinary pay, we shall have the honor humbly to reply to this, that by the designation of ordinary pay we understood salary, board money and emoluments, which the said Captain Lieutenant van de Graaff also actually enjoyed; and since Your Right Noble High Mightinesses have moreover graciously pleased to accord him the ordinary douceur that is enjoyed by the adjutants of the Infantry, while Your Right Noble High Mightinesses desire to know wherein that douceur consists, we have demanded a report in this regard from the pay bookkeeper Matthiessen, which report we take the liberty we also accompany this with a report of what is understood by the ordinary douceur for the adjutants. — was only sent over by Resident Brandt on 22 May: — to present as an authentic copy. — § 70. Further, we shall have the honor, regarding paragraph 61, wherein Your Right Noble High Mightinesses are pleased to make known your greatest surprise that the request of Resident Brand, presented pursuant to the concession granted to him upon the appointment of the undersigned Dispenser, was only sent over to Your Right Noble High Mightinesses by dispatch of 22 May of last year, we take the liberty to reply in all humility that that request of the aforementioned Brand was only submitted to our meeting on 6 March prior to that, and thus sent by the first opportunity, while the Warehouse Keeper van Echten, to whom a similar liberty was left, has hitherto made no use of it; and we shall not fail, pursuant to Your Right Noble High Mightinesses’ and we shall not fail strictly to pursue Your Right Noble High Mightinesses' respected orders regarding the same Brand. — The report of Captain Bijendorp sent hither we have placed in the hands of Resident Brand, respected orders, to benefit the same Brand with the first fitting post falling vacant that gives a seat in our council, and have him take a seat above the undersigned van Reede van Oudtshoorn. — Since, alongside these honored letters, we were able to receive a report from the Captain of the ship De Nephtunes, Bijendorp, wherein he complains about not receiving various refreshments with orders to account for himself in this regard. in this Government, with orders from Your Right Noble High Mightinesses to us to account for ourselves in this regard at the next opportunity, we, considering that that ship was lying in False Bay at the time, have placed a copy of this report in the hands of the Resident of the aforementioned Bay in order to comply with this respected order as quickly as possible, which report we shall not fail to send to Your Right Noble High Mightinesses at the first opportunity. The undersigned Governor having communicated in our meeting the contents of two letters received by him from the undersigned Independent Fiscal and Colonel von Hugel. § 72. Before proceeding to answer Your Right Noble High Mightinesses’ very respected dispatch received on 11 May last, we find ourselves obliged to bring to the knowledge of Your Right Noble High Mightinesses that the undersigned Governor has communicated in our meeting the contents of a dispatch written to him by the undersigned Independent Fiscal, as well as another addressed to him by Colonel von Hugel, Commander of the Regiment of Wurtemberg stationed here in garrison, wherein both, each on their side in their respective capacities, maintained to be entitled to prosecute a certain Sergeant stationed with the aforementioned Regiment of Wurtemberg, who, according to the documents accompanying his aforementioned dispatch by the aforementioned Colonel von Hugel, sufficiently
Dutch transcription
Exter van zijne bediening ontslagen. — zullen worden bevestigd, gaarne in faveure van den aangestelden Adjunct fis„ caal Truter van deeze zijne de adjunct Fispaal G: bediening wilde desisteeren, en des niet te min, ten allen tijden en in allen gevallen bereid was, den Indeponden fiscaal, daar het vereischt wierd, met zijnen dienst bij te staan, en hebben wij der halven gem: Exteh. van zijne bediening als ad, jinet fiscaal ontslagen en daar toe wederom aan gesteld voorsz: Mr. Johannes Andreas n d Edele lee en als zodanig weder aan„ gesteld M=r Johannes Andreas Peutes. — UwelEdele Hoog Achtb: omtrent Eds kostgeld en emolumenten welke den gerepatrieerde lapting tients van de Graaff niet zouden hebben genoten on„ derdaniglijk antwoordende. — Andrias Truter, met den tot dus verre door hem bekleeden rang, van on„ derkoopman, en gewonnen gage van boekhouder ter wijl aan meerm: Jnde„ pendent fiscaal is over„ gelaten, van de diensten van voorsz: Exter in gevolge zijn Genereuse offer te zo„ danig gebruik te maken, als hij zal goedvinden. 69=' u wel Edele Hoog Achtb: alwijders onze nadere explicatie gelieven, de te vragen, waar het bij toekomt toekomt, dat de thans gere„ patrieerden Capitain Luitenant der arthillerie Hendrik van even gelijke de Graaff niet andere is toegelegd het ordi„ nair kostgeld en verdere emolumenten, dewijl wij gezegt hebben dat hij niet meer dan de gewone bezol„ =ding genoot, zullen wij de Eer hebben hier op onderdanig lijk te antwoorden, dat wij onder de benaming van ge„ wone bezolding hebben verstaan gage kostgeld en Emolumenten, die gem: Cap=tn Lieutenan van van bij laten wij tevens deezen verzeld gaan van een berigt wat men door het ordinair doncens voor de adju„ dants verstaa- van de Graaff ook werkelijk heeft genoten, en daar uwel Edele Hoog Achtb daar en boven aan hem wel graieuse lijk hebben gelieven te accor„ deeren, het ordinair douceer dat door de adjudants van de Infanterie genoten wordt, terwijlen UwelEdele Hoog Achtb: verlangen te vermee„ nen, waar in dat douceur bestaat, hebben wij hier om trent bericht afgevordert van den soldijboekhouder Matthiessen welk bericht wij de vrijheid neemen van eer gezo reeden UwelEde van den Resident Brandt eerst op den 22 Maij is over„ gezonden:— copia authenticq aan te bieden. — § 70 Voorts zullen wij de reedenen waarom het request Eere hebben op de 61 3 waar bij uwelEdele hoog Achtb: Hoogst derzelver verwondering gelieven te kennen te geeven, dat het request van den Re„ sident Brand, ingevolge aan hem bij de aanstelling van den onderteekende Dis„ „pencier verleende confessie gepraesenteerd, eerst bij missive van den 22=e maij des voorleedee jaars is over Uwel Edele Hoog achtb in gezonden lik en e ee van ordt g ee„ om t gezonden, neemen wij de vrijheid in alle onderdanig„ heid te rescribeeren, dat dat request van evengem: Brand eerst op den 6e maart daar bevorens in onze vergadering was ingediend, en dus bij eerste geleegendheid verzonden ter wijle den Pakhuismeester van Echten, wien eene gelijke vrijheid was gelaten, daar van tot noch toe geen ge„ bruik heeft gemaakt zul¬ lende wij niet in gebreeken blijven denselven Brand, ingevolge uwel Edele Hoog Achtb: en zullen wij niet in ge„ breeken blijven UWE Hoog Achtb: gerespecteerde beveelen omtrent denzelven Brand stiptelijk de agtervolgen. — het herwaards overgezonden berigt van de Caaitein Bij„ endorp hebben wij gesteld in handen van den Resident Brand. Achtb: gerespecteerde beveele te benificeeren, met de eerste openvallende hem Convenieerende post welke Cessie geeft in onzen raad en hem als den boven den onderteekende van reede van Oudtshoorn doen plaats neemen. — Daar wij neevens deeze geëerde Letteren hebben mogen ontfangen, een bericht van den Capitain van het schip de Nephtunes Bijendorp, waar bij dezelve zig beklaagd weegens het niet ontfangen van verscheide ververschingen ten de ng zonden ter gelijke r d oog met last om zig desweegens te verantwoorden. ten ten deezen Gouvernem te, met Last van weegens Uwel„ Edele Hoog Achtb: aan ons, om ons bij eerstkoomende gelee„ de onze gentheid daar op te verant„ n van der woorden, zo hebben wij in aan„ fis A merking, dat, dat schip des 7e tijds in Baaij fals heeft geleegen, Copia van dit bericht gesteld in handen van den Resident van voorsz: Baai ten einde aan deeze geëerbiedigde last ten spoedigsten te voldoen welk bericht wij niet zullen nalaaten Uwel Edele eer de ondergeteek Gouverneer in onze vergadering gecommu„ niceert hebbende den inhoud, van twee Brieven van den on„ dergeteekende Jndependeus fiscaal en Coldhel van Augel bij hem ontfan„ zer. Edele Hoog Achtb: bij eerste geleegendheid toe te zenden. r 72e. Alvarens over te gaan tot de beantwoording van uwelEdele Hoog Achtb: zeer gerespecteerde pasoomen mis„ sive van den 11e. mai Jangstz. vinden wij ons verpligt, ter kennisse van Uwel Edele Hoog Achtb: te brengen, dat den on„ „desteekende gouverneur in onze vergadering heeft gecommuni„ ceert, den inhoud eenes missive, door den onderteekende Jnde„ pent fiscaal hem geschree„ =ven, gelijk meede van eene andere ant„ aan des andere door den Heer von Hugel Colonel Commandaur van het alhier guarnisoen houdend regiment van Wartemberg, aan hem gericht, waar bij bijde„ ieder van hunne kant, in welderzelver respective qualitei„ =ten Sustineerde geregtigd te zijn, tot het actioneeren van zeekeren bij voorsz: Regiment van Wartemberg bescheidenen Sergeant, dewelke volgens de daar van door evengedagte Heere Colonel von Hugel nevens zijn Ed gemelde missive gevoegde stukken, genoegzaam te
English
Paragraph 73. Deliberation having taken place concerning this matter, it sufficiently appeared that he was guilty of imitating and manufacturing certain cardboard money specie circulating in this Colony. Deliberating upon this with that seriousness which the gravity of the matter demanded, and taking into consideration for that purpose the 22nd article of the capitulation of the aforesaid Regiment of Wartemberg, whereby it is expressly determined that the same Regiment shall have its court-martial over pure military offenses, well understood, and that in all other cases the same shall have to conform to the laws and customs of the Honorable Company, so we have herein also taken into account that Colonel von Hugel, pursuant to his verbal declaration made to the undersigned Governor, interprets this article as if, according to it, the regiment could judge pure military offenses according to the laws of the Land of Wurtemberg, but in all other cases, such as in civil and common offenses, could dispense justice, provided that it takes for a rule the laws and customs of the Honorable Company. Paragraph 74. Thus, we have unanimously judged that we cannot give this interpretation to this article of the Capitulation, for since the Regiment of Luxembourg, and even that of Meuron—which, following all Swiss regiments in foreign service, has its own sovereign military justice—had to regulate itself in all cases according to the laws of the Honorable Company, we could not gather that the intention of the High Contracting Parties, when forming this Capitulation, was that the Regiment of Wurtembergh should be exempted from the obligation to dispense justice in pure military offenses according to the laws of the Honorable Company, but rather that it is only authorized to dispense justice in pure military offenses, provided it conforms to the laws of the Honorable Company, and that in all other cases the regiment must submit to the ordinary judge and administration of justice of the place where it is garrisoned; wherefore one can, in our judgment, assign no other jurisdiction to that regiment than solely over pure military offenses, which then still must be judged according to the laws of the Honorable Company, under which class we cannot place the offense in this case; wherefore we have resolved to bring the explanation given by us in this pressing case to this article of the Capitulation to the knowledge of the Noble Directors of the Chamber of Zeeland, and respectfully to request Their Noble High Mightinesses to be favored with their further approval concerning this, so that in the course of time we may know precisely how we must conduct ourselves in such events. In the meantime, we have instructed and ordered Colonel von Hugel to deliver the aforesaid Sergeant, together with all taken informations and documents concerning it, to the undersigned Independent Fiscal van Lijnden, who has caused the same to be brought before the ordinary civil judge here, for which purpose the documents submitted in our council pertaining to that case have been handed over to his Honor; while furthermore, to prevent all further disputes and misunderstandings that might result over this point as long as no answer has yet arrived in this matter, awaiting these most honored further orders, we have provisionally determined that the aforesaid Regiment shall have no further jurisdiction than solely over pure military offenses, which it must judge according to the article letter or the Regulation of His Serene Highness the Prince of Orange, currently introduced into the army of the State, insofar as the same is actually in use in these lands, which was already understood by us when we ourselves, at our meeting of 19 October 1789, following very ample and reasoned advice from the undersigned Fiscal van Lijnden, decreed a court-martial for the national garrison, wherein the same 22nd article of the Capitulation of Wurtemberg was taken into consideration; and we have therefore delivered copies of the aforesaid advice submitted at the time by the frequently mentioned Independent Fiscal van Lijnden to Colonel von Hugel, in order to make according to it the determination of military or non-military or common offenses; in the meantime, all those belonging to that regiment who happen to make themselves guilty of civil or common offenses shall provisionally be brought before the ordinary civil judge here, of which resolution we have informed Colonel von Hugel, in order to conduct himself accordingly. Paragraph 75. From the last-mentioned very honored letter of Your Noble High Mightinesses addressed to us, in reply to a letter written by the undersigned Fiscal van Lijnden under date 29 August 1789, we have seen the remarks made by Your High Mightinesses regarding an execution that was carried out on two soldiers by the court-martial of the Regiment of Wartemberg, received by us, Your Noble
Dutch transcription
8 §73 waar over als bezijden gede„ libereerd zijnde. — genoegsaam bleek schuldig te zijn, aan het imiteeren en fabriçeeren van eenige in deeze Colonie cours hebbende cartonne geld specie. — Waar over bij ons gede„ libereerd zijnde, met dien ernst, dien het gewigt der zaken kwam te vorderen, en ten dien belange bij ons in overweeging genomen het 22 articul van de ca„ pituilatie van voorsz: Regi„ =ment van wartemberg waar F bij uitdrukkelijk bepaald dant houdend ei 3 te van ent te gel G m word „ Dat het zelve Regiment zal hebben zijnen krijgsraad „ „ over pare militaire delicten wel te verstaan Ea en dat in allen anderen gevallen het zelve zich zal hebben te Con„ „ formeeren naar de wetten en gebruiken van de E Comp=e „ zo hebben wij hier bij „ „teevens in aanmerking ge„ „=noomen dat de Heer „Colonel von Hugel, in gevolge des zelvs mon „delinge declaracie „ en aan aan den onderteekende Gou„ =verneur gedaan, dit arti„ „ „cal interpreteerd, als of, vol„ =gens het zelve, het regiment over puure militaire delie ten volgens de wetten van het Land van wurtemberg zoude konnen oordeelen maar in allen anderen ge¬ „vallen, als in Civiele en gemeene delieten, zouden kunnen recht doen, mits daar in voor een regul houdende de wetten en gebruiken de le E Comp §74 „ raad dez deren ken bij ge¬ r in mon en hebben wij daar op 't nomen. — 74 zo hebben wij eenparig ge„ nevens gem: besluit ge„ oordeelt aan dit articul der Capitalatie deeze uitlegging niet te kunnen geeven, want daar het regiment van Luexemburg ja zelvs dat van meuron, het welk in navolging van alle zwitschersche regimenten in vreemde dienst zijnde zijn eigen Souverain stand recht heeft, zich zelvs in alleens gevallen hebben moeten reguleeren naar de wetten van de E Comp=ie hebben wij overzulks ook niet kunnen opmaken, de meninge der Hoge Contractanten, bij het het formeeren deezer Capi¬ tulatie te zijn geweest, dat het regiment van Uur„ tembergh zoude zijn geexmineerd van de verpligting, om volgens de wetten der E Comp=e in pure militaire delieten recht te doen, maar wel dat het zelve alleen al#e# in pare militaire de lieten bevoegd is recht te doen, mids zig Con¬ formeerende naar de wet„ =ten der E Compe, en dat in allen anderen gevallen het regiment zal moeten ul¬ =mitteeren, aan de ordinaire dagelijksch ge„ der buren in ten ten wij en der rechter, en rechtspleeging ter plaatse, alwaar het zelve garnisoen houde, waaromme men dan ook dat regiment, volgens ons oordeel geene andere rechtoeffening kan toe kennen, als alleen over pure militaire delieten die dan noch volgens de wetten der E Comp=e moeten ge„ jugeerd worden, onder welke Classa wij het delict in Cas subject niet kunnen han„ geeren; weshalven wij be„ sloten hebben de explicatie bij ons in dit pressante geval aan aan dit articul der Capitei„ latie gegeeven aan de Edele Heeren Bewindhebberen ter Camer Zeeland, ter kennisse te brengen, en Hun welEdele Groot Achtb: eerbiediglijk te verzoeken, met hoogst derzelver nader goedvinden daar omtrend vereerd te mo„ =gen worden, ten einde in ver„ volg keg van tijd praecise te kun nen weeten, hoe wij ons bij dergelijke voorvallen zullen hebben te gedragen. - Intus„ „schen hebben wij den Heer von Angel gelast en geordonneert wel eral geordonneert, den voorsz: Sergeant benevens alle de genomene informatien en bescheiden daar van zijnde over te geeven aan den onder„ teekende Independent Fiscaal van Lijnden, die denzelven voor den ordinairen Civielen rechter alhier heeft doen te regt stellen, ten welken eijnde aan zijn Ed zijn ter rand gesteld, de in onze raade overgelegde stukken tot die zaak gehorende, terwijle wijders ter voorkooming van alle verdere disponiten en en misverstanden, welke over dit poinct zoude kunnen resulteeren, zo lange in deeze nog geen antwoord zal 8. weezen ingekomen; - in afwachting deezer zeer geëerde ulterieure beveelen, provisi„ oneel hebben gestatueerd, dat het voorsz: Regiment geene verdere Jurisdictie zal hebben als alleen over pare militaire delieten die het zelve vol„ gens den articul brief, ofte het Reglement van zijne doorluchtige HoogEeed den Heere Prince van orange orange, thans bij den armee van den Staat ingevoerd, voor zo verre dezelve in deeze landen werkelijk in gebruik is, zal moeten bevoordeelen, het welk reeds bij ons is verstaan, wan¬ neer wij zelve ter onzer ver„ gadering van den 19 October 1789 op een zeer ampel en bere¬ =deneerd advijs van den onderteekende fiscaal van Zijnden, voor het nationaal guarnisoen eenen krijgsraad hebben gearresteerd, waar bij als toen het zelve 22 ar ticuel =ticul van de Capitulatie van wurtemberg in aanmer„ king is genoomen, en hebben wij derhalven van voorsch: des. tijds ingediend advijs van meerm: Jndependent fiscaal van Lijnden, afgegeeven Copijen aan den Heere Colonel von Hugel, omme volgens het zelve de bepaling der Militaire of niet militaire of gemeene delieten te maaken, zullende intusschen alle de geenen in dat regiment bescheiden, die zig aan ci„ =viele of commune delicten, komen wa van - het welk wijden Collonce von Hugel hebben ge„ na te gedragen UWe Hoog Achtb: gemaak„ executie die door de krijgsraad van het re„ aan twee soldaaten is uitgeoeffend bij ons ontfangen. — 1 komen schuldig te maaken provisioneel voor den ordi¬ naires Civilen Rechter alhier te recht worden gesteld, van communiceerd om zig daar welk besluit wij den Heer Colonel von Hugel heb¬ ben geinformeert, omme zig daar na te gedraagen 75 uit laastgemelde uwer te remaerques over eene WelEdele Hoog AAchtb: zeer ge„ gamens Wartemberg = eerde Letteren aan ons ge„ richt, in antwoord op eene missive door den onderteeken de fiscaal van Lijnden sub dato 29 Augustus 1789. ge„ =schreeven, hebben wij gezien Uwel Edele
English
Your Right Honourable Lordships' remarks concerning an execution executed here in the month of July of the last-mentioned year by the court-martial of the Regiment of Wartemberg upon two soldiers of that Regiment, by making them undergo the agonies of death, and which sentence, according to the verdict of the said court-martial, was to take full effect through the calling out of the word Pardon after the death sentence had been read out to the delinquents in forma, as the same was then also executed accordingly; from which Your Right Honourable Lordships believed must be deduced that the Colonel Commandant of the aforesaid Regiment, in whose name this calling out of Pardon had occurred, had arrogated to himself an act of sovereignty which by no means belonged to him, and could be exercised by no one other than the Sovereign alone, or by him to whom that right had been delegated; and furthermore containing the explanation which Your Right Honourable Lordships give to the 22nd article of the Capitulation of the aforesaid Regiment of Wurtemberg concerning the Court-Martial of that Regiment, whereby Your Right Honourable Lordships are pleased to declare that the same shall be able to judge solely and exclusively over purely military offences, yet having deliberated upon the aforementioned matters, shall have the power within itself to execute such criminals according to the laws of the country of Wurtemberg. The contents of this most respected dispatch having been deliberated upon by us with all possible attention, and having reviewed herewith the Resolutions respectfully laid before Your Right Honourable Lordships just now, which we were obliged to take in order to explain the 22nd article of the Capitulation of the Regiment of Uurtembergh; we have thereby been able to perceive that our provisional interpretation of the aforesaid 22nd Article differs only in this respect from what Your Right Honourable Lordships have been pleased to determine in this dispatch concerning that matter, namely that, in our opinion, the offences which fall under the jurisdiction of the said Court-Martial must be judged and sentenced according to the laws and customs of the Honourable Company, and that, according to the honoured verdict of Your Right Honourable Lordships, the same may be judged according to the laws and customs of the country of Wurtemberg, which opinion of ours we founded upon what had been agreed upon in the Capitulation of the Regiment of Meuron, namely that the same, although also being a Swiss Regiment and thus exercising its own Sovereign martial law over both civil and military offences, nevertheless had to conform in its administration of justice to the laws and customs of the Honourable Company, from which we therefore believed that the Regiment of Wurtemberg, whose jurisdiction was much more limited, could not be exempt; wherefore we have deemed it necessary to bring once again before the eyes of Your Right Honourable Lordships these grounds upon which our resolution was based, taking the liberty of bringing them once more before Your Right Honourable Lordships with respect to the faculty which Your Right Honourable Lordships have granted to the Regiment of Wartemberg regarding the administration of justice for purely military offences, firmly trusting that the same will be found by Your Right Honourable Lordships to be of such weight as to merit the attention and approval of Your Right Honourable Lordships, the more so when Your Right Honourable Lordships please to take into consideration the possibility that judging according to different laws might come to demand different punishments for one and the same offence committed by two soldiers of different corps, from which considerable sensation among the garrison and even among the citizenry, and thus detrimental consequences for the good order and peace of this Colony, were to be feared. However, since it has now pleased Your Right Honourable Lordships to grant to the Regiment of Wuertembergh the faculty to administer justice over purely military offences according to the laws and customs of the Duchy of Wartemberg, we further find ourselves under the indispensable obligation to bring to the notice of Your Right Honourable Lordships with all due reverence, we find ourselves obliged to bring to your attention with all reverence the aforementioned matter, that according to the unanimous testimony of all the officers of the aforesaid Regiment of Wurtemberg, the form of justice of the respective courts-martial of that country entails: that when a sentence has been passed by the same, it is then presented to the Chief or Commanding Officer of the Regiment, in whose person alone resides that which among the Swiss is called le Conseil Supérieur, and who by virtue thereof possesses the faculty to mitigate such sentence, but not to aggravate it, whereby the same is first brought into effect; while that sentence, according to the Capitulation of the aforesaid Regiment, must lastly be signed by the undersigned Governor and then obtains its sanction; wherefore we also, under respectful correction, believe we must submit in all submissiveness for the consideration of Your Right Honourable Lordships, since this right thus appears to be a consequence of the faculty granted to this Regiment to be able to judge according to the laws and customs of the country of Ueertemberg, whether one then also the Colonel Commandant of that Regiment
Dutch transcription
UwelEdele Hoog Achtb: re„ =marques over eene executie alhier in de maand Iulij des laastgem: Jaars, door den krijgsraad van het regiment van Wartemberg, aan twee soe„ daaten van dat Regiment „geoeffend, door dezelve te doen ondergaan de angsten des doods, en welke Sententie volgens de uit „ spraak van gemelde krijgs¬ =raad, door de uitroeping van het woord Pardon na dat aan de delinquanten het vonnis des doods in forma was ke en was voorgeleesen geworden haar volle beslag moest erlan„ gen, zo als dezelve dan ook dien conform, is ten executie gelegd; waar uit Uwel Edele Hoog achtb gemeend hebben te moeten afleiden, dat de Collonel Commandant van het voorsch: Regiment uit wiens naam deese uitroeping van Pardon was geschied, zig hadde gearrogeert eene acte van souverainiteit die hem geensints compe„ teerde, en door niemand als den Souverain alleen ofte den geenen, aan wien dien die dat regt hadde gedeman „deert konden worden gepleegt- en houdende wijders de explicatie die UwelEdele Hoog Achtb: gee„ ven aan het 22 articul van de Capitulatie van voorsch: Regiment van Wurtemberg handelende over den Krijgsraad van dat Re„ giment, waar bij uwel Edelele Hoog Achtb: gelie„ ven te declareeren, dat dezelve zal kunnen Jugee¬ =ren enkel en alleen over pure militaire delieten edog En daar op de nevens gem: deliberatien gevallen zijnde. — edog de faculteit aan zich uute zal hebben om zodanige misdadi„ gers volgens de wetten van het land van Wurtemberg te doen te recht stellen. — Over den inhoude deezer zeer gerespecteerde Missive bij ons met alle mogelijke attentie gedelibereerd zijn„ de, en hier bij herzien, de zo even aan Uwel Edele Hoog Achtb: eerbiedig opengeleg„ de Resolutien die wij genoodzaakt zijn geweest te neemen om het 22 articul der Capitulatie van Re gement d =giment van Uurtembergh te expliceeren; zo hebben daar uit mogen ontwaaren, dat onze provisioneele uitlegging. van het voorsz: 22=e Articul hier inne alleen differeert van het geen uwel Edele Hoog Achtb: ten dien belange in hebben deeze Missive gelieven te statueeren, dat volgens ons gevoelen de de licten die ter Judicatare van op gem: Krijgsraad staan moeten beoordeelt en ge¬ vonnist worden, volgens de wetten en gebruik der Elompe h E Compe en dat deselve vol¬ =gens de geëerde uitspraak van uwel Edele Hoog Achtb: kunnen gejugeert worden, na de wetten en Costumen van 1t Land van Wurtemberg, welk gevoelen wij hebben gefun„ deert op het geene bij de Capi„ tulatie van het Regiment van Meuron was over een gekomen, dat namentlijk het zelve of schoon ook een Zwitschers Regiment zijnde, en dus zijn eigen Souverain Standrecht zo over Civiele als Militaire heid d te deliete die die wij nogmaals de vrij„ does van UWE Hoog Achtb: te brengen. de lieten oeffende, zich evenwel in deszelvs Rechtspleeging moest Conformeeren naar de wetten en gebruiken der E Comp. e waar van wij dus hebben vermeend; dat het Regiment van wurtemberg welks Ju Fto ƒ dicature veel bepaalde vrs, niet konde weeze geex is „meert; weshalven wij ge¬ heid gebruiken onder het oordeeld hebben, deeze gronden waar op onze resolutie gevestigd was, nogmaals onder 't oog van UwelEdele Hoog Achte: te moeten brengen, als vastelijx 1 pi„ en en vastelijk vertrouwende, dat dezelve bij Hoogst dezelve van dit gewigt zullen wor¬ =den bevonden, omme de atten =tie en goedkeuring van Uwel Edele Hoog Achtb: te meziteeren te meer, wanneer Hoogst dezel, ve in Consideratie gelieve te neemen, de mogelijkheid dat het Jugeeren na onderschei¬ =dene wetten verschillende straffen over een en 't zelve de liet, aan twee militairen van bijzondre Corpsen zoude komen te vorderen waar uit merkelijke Sensatie onder van li ten opzigte van de facul„ teit welke UwelEdele Hoog Achtb aan 't Regiment van Wartemberg om trent de regtspleeging van paere militaire de licten hebben verleend. — onder het guarnisoen en zelvs onder de Burgerije, en dus nadeelige gevolgen voor de goede ordre en rust van deeze Colonie te duchten zouden zijn. — Dan nadien het 876 UwelEdele Hoog Achtb: al nu heeft behaagd, aan het Regiment van wuer¬ tembergh te verleenen de fa„ culteit, om de regtspleegen ge over pure Militaire delicten na de wetten en gebruik van het Hertag¬ =dom van Wartemberg te mogen dat te vinden wij ons verpligt hoogst dezelve met alle reverentie het nevensgem: mogen doen, zo vinden wij ons al voorts in de indis onder 't oog te brengen pensable verpligting aan UwelEdele Hoog achtb met behoorlijke reverentie, onder 't oog te moeten brengen, getuigenis dat naar het eenparig geweese ƒ T van alle de offecieren van het voorsz: Regiment van Wurtemberg, de form van rechtspleeging van de respec„ tive krijgsraaden van dat Land meede brengt: dat wanneer eene sententie bij dezelve geslagen is, die als dan dan word gepraesenteerd, aen den Eef of Commandeerende offecier van het Regiment„ in wiens Persoon alleen resideert, het geen men bij de Zwitschers noemt le Conseie Suferieur en die uit dien hoofde bezit de faculteit om zodanige sententie te metigeeren, maar niet te agraveeren, waar door dezelven stand aan eerst tot Ra## wordt gebragt; terwijle die sen„ titie volgens de Capitalatie van voorsz: Regiment laas„ telijk door den ondergeteeken„ den - de Gouverneur geteekend moet worden, en dan haare Sanctie erlangd, weshalven wij dan ook, onder eerbiedige Correë„ tie vermeenen uwel Edele Hoog„ Achtb: in alle onderdanig„ . moete heid in overweeging te geeven daar dit recht dus schijnt te weesen een gevolg van de aan dit Regiment ver„ =leende Faculteit, omme volgens de wetten en gebrui„ ken van het Land van Uleer temberg te kunnen Jageeren, of men dan ook den Colonel Commandant van dat Regement
English
whether that same Regiment ought not to be allowed to continue to enjoy the same; as also whether one ought not to allow the punishment of undergoing the terrors of death to proceed in the aforementioned Regiment, as being a punishment customary in the Land of Wartembergh, even though it is not known according to our laws, in such manner as the same was imposed and executed upon the two delinquents mentioned hereinbefore; however absurd it must otherwise appear to us, as well as to Your Right Honourable Worships, the reasoning that this execution supposedly consisted in the shouting of the word Pardon, and that this, according to the testimony of the Colonel and the other officers of that Regiment, was not an act of sovereignty, but merely an actual execution of the sentence which had been pronounced to undergo the terrors of death, and which could not be carried into effect without reading out to the delinquents a sentence whereby they were actually condemned to the death penalty, if one did not wish to make this final sentence illusory. While we have given no disclosure of all this to the Regiment of Wiertemberg, we have nonetheless placed an extract of Your Right Honourable Worships' aforementioned esteemed dispatch into the hands of Mr. von Hugel, Colonel Commandant of the same, in so far as pertains to the manner of administering justice prescribed by Your Right Honourable Worships for the said Regiment, in order to conduct himself accordingly; while that which had been determined by us in the manner aforementioned has been altered in accordance with the orders of Your Right Honourable Worships. We have likewise provided a copy of the same dispatch to the undersigned Independent Fiscal van Lijnden, in order to act therewith as shall be advised, and that upon his request, after he had produced in our council the draft of the aforementioned dispatch sent to Your Right Honourable Worships, to demonstrate that Your Worships did not seem to have understood his meaning and intention, since he, the Independent Fiscal, had merely submitted an account of what happened and of the grounds upon which the aforementioned Court Martial, together with the Colonel Commandant, sought to justify and validate their actions; whereas it now appeared from this reply that Your Right Honourable Worships regarded the reasoning of those officers as his own observations, although he was far from adopting or approving the same to any extent. On the same day that the contents of Your Right Honourable Worships' last-mentioned respected dispatch were deliberated in our assembly, we received therein an ample memorial from the said Colonel von Hugel, which we take the liberty of offering to Your Right Honourable Worships in an authentic copy; and since this memorial contains nothing other than complaints about the interpretation that we gave to the 22nd Article of the Capitulation of the Regiment of Wurtemberg, we resolved to have the aforementioned extract serve as an answer thereto, as containing the further orders of Your Right Honourable Worships on the matter concerning the judicial proceedings of that Regiment; and of the same memorial we placed a copy into the hands of the undersigned Independent Fiscal, who thereupon provided us with a report, which report we take the liberty to supply herewith in copy, with respectful notification of the reasons why we have preferred not to refute the particular assertions appearing in the memorial of Mr. von Hugel, in order not to increase thereby the displeasure which the provisional arrangement, which we had to make in the aforementioned case, as we trust, according to our best knowledge and judgment, has already caused to the repeatedly mentioned Regiment of Wurtemberg, but have left the same entirely and in all deference submitted to the judgment and decision of Your Right Honourable Worships. We hope and dare to flatter ourselves that Your Right Honourable Worships will be pleased to honour this our reply with Your Worships' highest approval, assuring Your Right Honourable Worships once again that we shall not fail to supply the documents still missing herein, as soon as they have served in our assembly, with the utmost speed to Your Right Honourable Worships as in duty bound. And herewith concluding this, we highly commend Your Right Honourable Worships' respected persons, together with the Company's weighty concerns, to the safe protection of God, and have the honour to call ourselves with all respect, Right Honourable, Firm, Highly Respected, Most Wise, Provident, Most Generous, and High Governing Lords, Your Right Honourable Worships' most humble, faithful, and obedient servants, In the Castle of Good Hope, the 28th of January 1791. C. J. van de Graaff J. A. J. van Lijnden P. van Reede van Oudtshoorn Duplicate To the Directors
Dutch transcription
Regiment van het zelve niet zoude behooren te laaten blijven Jouisseeren, gelijk meede dan ook of men de Straffe tot het ondergaan van de angsten des doods als zijnde een strap in 't Land van Wartembergh ge„ bruikelijk, of Schoon dezelve volgens onze wetten niet bekend is, bij voorsch: Re¬ giment niet zouden behoren te laten voortgaan, zo en in dier voegen als deselve aan de hier voren gementioneerde twee deliquanten is opge legd =legd en geexcuteert geworden hoe absierd andersints ook aan ons, zo wel als aan Uwel Edele Hoog-Achtb: moet voorkomen, het raisonnement dat deeze executie in de uitroeping van het woord Pardon zoude hebben bestaan, en dat„ dit, volgens het getuigenis van den Colonee en de ove„ rige offecieren van dat Regiment, geene acte van Souverainiteit is, geweest, maar alleen eene dadelijke executie van de Sententie die tot het van mis ondergaan vo terwijl wij alleen het be„ van meerm. geeerde missive aan den Coll: von Hugel. - ondergaan van de angsten des doods is geslagen geworden, „ worden en dewelke niet konden ten uitvoer gebragt, zonder aan de deliquanten voor te leezen een vonnis waar bij dezelve wer¬ kelijk tot de doodstraffe ge„ condemneert wierden, wilde men deeze definitives Sententie niet illusoir maaken. — 77 Wij hebben des niet zijden gem: Extract te min van dit een en an„ der geen opening gegeeven aan het Regiment van Wiertemberg maar alleen van de voorsz: uwer WelEdele Hoog Hoog Achtb: Missive Extract gesteld in handen van den Heer Von Hugel, Colonel Com„ mandant van het zelve, voor zo verre aan belangd de bij Uwel Edele Hoog Achtb voorgeschreevene manier van rechtspleegen voor het ged: Regiment, omme zig daar na te gedraagen; terwijle het geene bij ons invoegen voorsz: is bepaald geworden, conform Uwel Edele Heereg Achtb: beveelen is gealtereert. hebben wij al meede van de selve Missive afgegeevene Copia hebbn mitsg:s Copia van dezel„ ve aan de ondergeteek: Independent fircaal hebben afgegeeven. — Copia aan den ondergeteekende Independent Piscaal van Lijnden„ omme daar meede te handelen, zo als te raaden zal worden en zulx op zijn verzoek, na dat door hem in onzen raade was geproduceert, de minute van de voorgemelde Missive aan uwel Edele Hoog Achtb: afgezon„ =den, ten betooge dat hoogst dezelven zijn meening en intentie niet scheenen be„ greepen te hebben, alzo hij In despendent Fiscaal een vou „dig hadde opgegeeven eene exposé van het gebeurde en en van de gronden, waar zijnde mari op de voorsz: Krijgsraad, benee„ von UWe Achtb. „vens den Colonel Commandant Schit hunne handelingen zogte te wettigen en goed te maa¬ ken, terwijle de al nu uit dit antwoord voortkwam dat UwelEdele Hoog Achtb: het raisonnement van die offe„ cieren, als tot zijne aanmerk ten, daar hij nogthans verre was, om het zelve in eenigen mate te addopteeren, ofte goed te keuren. — daarop § 78 Ten Selven dagen dat daar op bij ons ontfangen zijnde een ampele me„ „morie van gen: Coll: von Slugel, die wij UWe WelEdele Hoog Achtb: bij deesen pligt„ schuldiger aanbieden dat ons den inhoud Uwe Wel Edele Hoog Achtb: laast: gem: geeerbiedigde Missive ter onzer vergadering is ge„ geelibereerd, hebben wij daar in ontfangen een ampele me¬ marie van de Heer Colonel von Hagel, welke wij de vrijheid neemen UwelEdele Hoog Achtb: in Copia an„ „ thenticq aan te bieden; en alzo deeze Memorie niet e anders vervat als klagten over de uitlegging, die wij gegeeven hebben aan het 22e Articul van de Capi tulatie hebben wij besloten het bezijden, gen: Extract tot ant„ laten dienen. tulatie van het Regiment van Wurtemberg, zo hebben woord op dezelve te wij beslooten hier op voor antwoord te doen dienen het voorm: Extract, als be„ vattende de ultirieure bevee„ len van uwelEdele Hoog Achtb op het Stuk, rakende de rechtsplegingen van dat Regiment, en hebben wij van dezelve memorie gesteld Ca¬ or Geelvinck pia in handen van den on¬ ƒ T vSinelnt Independent derteekende Fiscaal die daar op aan ons heeft gedient van be richt, welk bericht wij fis ge 2 e 17 en die berig ze heeden bij die niet eden 8 en Neemen de vrijheid het berigt van den onder„ geteek: Jndependul zelve te supediteeren. met kennis geeving van de heeden waar omme wij de bijzondre poincten en die memoire vervat niet hebben gerefuseerd. 79 al meede de vrijheid, neemen„ diesweegens ingediend deeze in copia te doen verzellen ¾ fiscaal aan hoogde met eerbiedige kennisgeeving dat wij gepraefereerd hebben„ de bijzondre positiven Clneln 1 bij de Memorie van den Heer von Hugel voor komende niet te refuteeren, omme daar door niet te vermeerderen het ongenoe¬ gen het welk de Provisi¬ oneel schikking die wij in het hier vooren gementi„ vSisen =oneerd geval, zo wij ver¬ trouwen na beste kennin en weetenschap hebben mde ten - vSlingelandt ten maaken, aan meermeld Re„ „giment van Wurtemberg reeds heeft veroorzaakt, maar de zelve geheel en al aan de beoordeeling en decisie van UwelEdele Hoog Achtb: in alle onderdanigheid gedefe¬ „ „reert gelaaten. — vSlingelandt Wij hopen en dierven ons vleijen dat Uwel Edele hoog Achtb: deeze onze beantwoording met hoogst derzelver goedkeu„ zullen gelieven te vereeren verzeekerende Uwel Edele Hoog Achtb: noehmaals dat wij niet zullen na„ laaten de daar bij ont„ breekende Stukken, zo dra dezelve in onze ver„ gadering zullen hebben gedient, ten aller spoe¬ digsten aan Uwel Edele Hoog Achtb: pligt schuldig te Suppediteeren En hier meede deeze eindigende beveelen mij Uwee Edele Hoog Achtb: zeer aan Zien eenlyke Per„ soonen benee¬ vens 's Compagnies gewigtige omme¬ =slag in de veilige toeverzigt Godes, en hebben de Eer ons met allen Eerbied te noemen. Wel Edele, Erntfeste, Hoog:achtb: Hoog: wijze, Voorzienige, zeer Geneneuse Ha en Hoog gebiedende Heren WWers 1 - In't Casteel de Goede Hoop Uwer Wel Edele Hoog Achtb: zeer ootm: getz: & gehoorz: dienaaren den 28 Januarij 1791 P: P: Vanden Graaff: J: A: J: Van Lijnden GVerter nd Reede van Oudtshoorn. #Chinius & Rep Verga No 2 Duplicaat Aan Bew land ters ƒ
English
Secret Homeland To the Right Honorable and Most Respected Lords Directors, delegated to the Illustrious Assembly of the Seventeen, Representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber, in Amsterdam. Duplicate Per the Honorable Company's packet boat the Expeditie Right Honorable, Respected, Most Esteemed, Most Wise, Provident, and Highly Generous Lords, High Commanding Lords, Since the gunpowder magazines located at this place have been completely filled up by the delivery of the gunpowder that Your Right Honorable Lordships were favorably pleased to send here pursuant to our submitted petitions, and we find ourselves unauthorized to erect other buildings for its storage, we respectfully submit this letter to request that Your Right Honorable Lordships be pleased to suspend the sending of gunpowder on our submitted requisitions until we make a further respectful request to Your Right Honorable Lordships in this regard. And herewith concluding this letter, we commend Your Right Honorable Lordships' most highly esteemed persons, together with the weighty concerns of the Honorable Company, to the safe keeping of God, and we have the honor to call ourselves with all due respect, Right Honorable, Respected, Most Esteemed, Most Wise, Provident, Highly Generous, and High Commanding Lords, Your Right Honorable Lordships' most humble, faithful, and obedient servants, In the Castle of Good Hope, 28 January 1791. Duplicate C: S: vanden Graaff J: N: J: Van Lijnden A: Chenius G: Verrer W. f. van Reede van Oudtshoorn Examined: J: Horak Secret. Homeland Duplicate Per the Honorable Company's packet boat the Expeditie To the Right Honorable and Most Respected Lords Directors, delegated to the Illustrious Assembly of the Seventeen, representing the General Dutch Chartered East India Company, at the Presidial Chamber, in Amsterdam. Right Honorable, Respected, Most Esteemed, Most Wise, Provident, and Highly Generous Lords! High Commanding Lords, We find ourselves obliged to bring to the knowledge of Your Right Honorable Lordships that one of the burgher members of the Council of Justice, Jan Coenraad Gie, having submitted a petition to us on 2 March of last year requesting to be discharged from this office, we granted this to him and duly gave notice thereof to the Council of Justice of this Government, in order that, pursuant to the orders, they might again nominate a shortlist of two persons from the burgher community for that office and, in accordance with Your Right Honorable Lordships' commands, present that nomination to the undersigned Governor, so that he might again appoint a member of justice from that double number; that this was duly fulfilled by the members of justice, and such a nomination was delivered by them to the undersigned Governor, from which he, the Governor, then also elected on the 22nd of the said month of March the Orphan Master Abraham Fleck, to take a seat in the Council of Justice on behalf of the burghers in place of the aforesaid Gie; that shortly after the election of him, Fleck, the three remaining burgher members of justice, namely Johannes Smuts, Gerrit Hendrik Meijer, and Hendrik Justinus de Wet, delivered a certain petition to the undersigned Governor, of which he informed the other members of the Council of Justice, and subsequently produced the same petition, together with the Secret Minutes held in the Council of Justice concerning the contents of the same and its signatories, at our meeting, just as we take the liberty of respectfully offering it to Your Right Honorable Lordships in authentic copy among the documents; that since very singular propositions appear in the aforesaid writing of the burgher councilors, regarding which, as far as it concerned them, the other members of the Council of Justice have strongly complained and insisted on a satisfaction proportionate to the nature of the matter, the undersigned Governor submitted for our consideration whether this altogether strange conduct of the aforesaid burgher members of the Council of Justice did not require that this writing be placed into the hands of the undersigned Independent Fiscal, in order to examine whether and to what extent he ought to take official action in this matter, and in case he believed that no cause of action lay therein for the fiscal office, then to provide his considerations and advice as to what ought to be done with this petition in order to satisfy the request of the Council of Justice in that regard; which was objected to by the undersigned Secunde, Cashier, and Dispenser, as they were of the opinion that nothing should be done in this matter, but that the aforesaid writing, in accordance with the request of the signatories, should be transmitted to Your Right Honorable Lordships for the purpose of a decision, together with the attached Extract of Secret Minutes of the repeatedly mentioned Council of Justice; against which the undersigned Fiscal was of the opinion that the aforesaid petition was a document that ought not to be accepted at our meeting, but should be immediately returned to the signatories, with a serious recommendation never again to present such petitions to us in the future, and to place an extract of such a resolution into the hands of the President and other members of the Council of Justice to serve for their satisfaction; but since the
Dutch transcription
Secreet Patria Aan de Wel Edele Hoog Achtbaren Heeren Bewindhebberen, gecommitteerd ter Hustre Vergadering van Zeeventhienen, Repraesenteerende de Generaale Needer„ landsche geoctroijeerde Oostind: Compagnie ter Praesidiaale Kamer, Tot en 's E Comp„s Packet boot de Expeditie Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog wijze, voorzienige, en zeer Genereuse Heeren, Hoog Gebiedende Heeren Alzoo de kruijdtmagazijnen, die zig ter deezer plaatse bevinden, door de aanvoer van 't buskruidt, het welk UwEdele Hoog Achtb„s Amsterdam. Dupplicaat op op onze gedaane petitien, gunstig her„ waards hebben gelieve te zenden, ge„ heel opgevuld zijn, en wij ons on„ bevoegd vinden tot dies berging andere gebouwen te extrueeren, laaten wij deezen eerbiedig dienen, om uw Edele Hoog Achtb:s te verzoe„ ken, met afzending van Buskruid op onse gedaane Eisschen, zoo lange te willen supercedeeren, tot dat wij dien aangaande, aan UWel Edele Hoog Achtb„s nader eerbiedig versoek zullen doen. — En hier meede deese besluiten de, beveelen wij uwel Edele Hoog Achtbarens— Achtb: zeer Hoog geachte personen, benevens de gewichtige ommeslag„ der E: Maatschappij, in de veilige Hoede Godes, hebben wij de Eer, ons met allen verschuldigde Eerbied te noemen. — Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb:r Hoog Wijze, voorzienige zeer Genereuse en Hoog Gebiedende Heren Uwer In 't Casteel de GoedeHoop Uwer Wel Edele Hoog Achtb: zeer ootm: getr: en gehoorz: dienaaren den 28: Januarij 1791 Duplicaat C: S: vanden Graaff= J: N: J: Van : Lijnder. AC:henius GVerrer W„ f: der Reede van Oudtshoon. — Nagezien J: Herckhmnaun Aan Ben Ver teer Secreet. Patria Dupplicaat Der SComps Pacquet boot de Expeditie Aan de Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren Bewindhebberen, Gecommitteerd ter Hustre Vergadering van Zeeventhienen, repraesen„ teerende de Generale Neederlandsche G'octroijeerde Oostindische Compagnie, ter Praesidiaale Kaamer, Tot Amsterdam. Wel Edele Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog wijze, Voorzienige, en zeer Genereuse Heeren! Hoog Gebiedende Heeren Wij vinden ons verpligt ter kennisse van Uwel Edele Hoog= Achtbarens eer .— Achtbaarens te brengen, dat een der Leeden in den raad van Justitie van burger weegg, Jan Coenraad Gie, aan ons op den 2 Maart des voorleeden jaars, bij requeste, versoek gedaan heb¬ bende, omme van deeze functie te wor„ den ontslagen, wij aan hem zulks hebben geaccordeert, en daarvan behoorlijk kennis gegeeven aan den raad van Iustitie deese Gou„ vernements, ten einde ingevol¬ ge de ordres, weederom een twee tal twee tal persoonen, uit de Burgerij, tot dat ampt te nomineeren, en die nominatie, volgens uwel Edele Hoog Achtb:s beveelen, te praesentee¬ ren aan den onderteekende Gou„ verneur, omme uit dat dubbeld getal weederom een lid van justitie aante stellen; dat daar van door de leeden van justitie behoorlijk is voldaan, en een zodanige nominatie door hen, aanden onderteekende gouverneur inhandigt, waaruit hij Gouverneur dan dan ook op den 22e der gem: Maand Maart heeft geëligeerd de Wees¬ meester Abraham Fleck, omme ter plaatsvulling van voorsz: Gie, burgersweege, sessie te hebben inden raade van jus¬ titie, dat kort na de Electie van hem Fleck, de drie overige leeden van justitie van burgersweege met naame Iohannes Smuts, Ger, rit Hendrik Meijer, en Hendrik Justinus de Wet, aan den Onder¬ teekende teekende Gouverneur hebben ter hand gesteld, zeeker request, waar van hij aan de overige leeden van den raade van Justitie kennis heeft gegeeven, en naderhand het zelve request benevens de Secreete Notulen in den raade van Justitie over den inhoud van het zelve, en dies teekenaaren gehouden, ter onser vergadering gepoduceert, zodanig als wij de vrijheid neemen uwel Edele Hoog Achtb:s bij de stukken in Copia Authenticq eerbiedig aan aan te bieden; dat nadien in het voorsz: Schriftuur van Burger„ raaden zeer Cinguliere stellingen voorkoomen, waarover, zo verre het hun aanging, door de overige leeden van den raad van Justitie zeer is gedolleerd, en geinsteert 2 op eene naar den aard der zaa¬ ken geevenredigde satisfactie, zoo heeft den ondergeteekende Gouverneur aan ons in Considera¬ tie gegeeven, of niet dit allezints vreemd Gedrag vreemd gedrag van voorsz: Burgers leeden uit den raad van justitie kwam te vorderen, dat dit Schriftuur wierd gesteld inhanden van den ondertee¬ kende Independent Fiscaal, ten einde te examineeren, of en in hoe verre hij in deeze zaak amptshalven werkzaam zoude behooren te zijn, en ingevalle hij vermeende, daarin geene actie voor het officie fiscaal te resideeren, als dan te dienen van zijn Consideratien en advijs, wat 'er met dit request diende gedaan te worden, ten einde aan 't verzoek van den raade raade van justitie daaromtrent te voldoen, waar in door de onderteek: Secunde, Cassier, en Dispensier wierd gedifficulteert, als zijnde deselve van gevoelen dat men in deeze zaak niets behoorde te doen, maar 't voorsz: Schriftuur, inge¬ volge het versoek derteekenaaren, met de daar bij gevoegde Extract Secreete Notulen van meermelde raade van justitie, aan Uwel Ede„ le Hoog Achtb„s ten fine van decisie, over te zenden; waar en tee¬ gen den onderteekende fiscaal van fiscaal van opinie was, dat het voorsz: request een stuk kwam te zijn, dat ter onser vergadering niet behoor„ de aangenoomen, doch ter stond aan de teekenaars, weeder uitgegee„ ven te worden, met serieuse recom„ mandatie, om, in vervolg van tijd nimmermeer dergelijke requesten aan ons te praesenteeren, en van eene zodanige resolutie te stellen Extract inhanden van den Praesident en overige leeden des raads van Justitie, omme tot hunne satisfactie te kunnen dienen, dan naar dien, de
English
the majority of our meeting happened to be of a contrary opinion, he, the Independent Fiscal, reserved the right to submit his considerations thereon in writing; wherefore it was resolved at that meeting to await these considerations of the undersigned Independent Fiscal, and, once they had been received, to humbly supply them, together with and in addition to the aforesaid writing and the annexed extract of secret minutes, to your Noble High Mightinesses, and furthermore to deliver to the Court of Justice a copy of those considerations, and of the proposal of the undersigned Governor, along with an extract of the result; these considerations having been submitted and read aloud by the Independent Fiscal at a subsequent meeting, at which the resolution cited above was resumed, the undersigned Secunde maintained that he was insulted by the conclusion of that advice, and requested an extract thereof, in order to present his interests against it, which request was then kept under advisement, and subsequently the undersigned Governor made it known that the repeatedly mentioned Abraham Fleck made a request for a copy or extract, insofar as it concerned him, of the aforesaid petition submitted by his mentioned three fellow members, in order to be able to answer to it, to which the undersigned Secunde and Cashier objected, in order to prevent all animosities, and the undersigned Independent Fiscal was of the view that this could not be refused, and the undersigned Dispenser requested to explain himself in a further meeting. In a further meeting, it was brought forward by the undersigned Governor that, whereas the undersigned Secunde, Cashier, and Dispenser, at the last-mentioned meeting, upon the resumption of the resolution previously taken, had declared that the point contained in that resolution—namely, to provide the Court of Justice with a copy of the written advice of the undersigned Fiscal against the writing by the three burgher members of Justice, Smuts, Meijer, and de Wet, when that advice should have been received, in addition to the extract of the aforesaid resolution—had escaped them, notwithstanding that those gentlemen could not deny that these resolutions were read aloud very distinctly by the secretary of our council, Mr. Cornelis van Aerssen, and the undersigned Governor and Independent Fiscal had even noted that the mentioned secretary had laid stress on that point, the aforesaid undersigned Secunde, Cashier, and Dispenser testifying that their intention had been not to vote that there should be handed to the Court of Justice an extract from the resolutions with the advice of the undersigned Independent Fiscal, understanding thereby that which the said Independent Fiscal had advised orally and which had been drafted in the resolutions of that day, but by no means the written advice which the Independent Fiscal, on the aforesaid day, had reserved to submit at a later date; the undersigned Governor then submitted to our consideration whether we could not see fit to concur with the opinion of the repeatedly mentioned Independent Fiscal declared at the time, namely, by reason of his advice, to return the petition in question, without a decision, to the aforesaid three burgher members of Justice with such recommendation as is more fully expressed in that part of the resolution, whereupon the Independent Fiscal consequently would withdraw the aforesaid written advice, with which the undersigned Independent Fiscal also declared himself satisfied, and that he would then consider the mentioned document as not having been submitted. However, this not having been consented to by the undersigned Secunde, Cashier, and Dispenser, who continued to persist in their opinion that the aforesaid petition ought not to be returned to the three signers, but sent to the Fatherland, the undersigned Governor made a further proposal to send the repeatedly mentioned written advice of the undersigned Independent Fiscal, together with an extract from the resolution, with a secret letter, to those members of the Court of Justice who had complained about their aforementioned fellow members, with orders and recommendations to keep that document secret among themselves, and to quietly await the decision of your Noble High Mightinesses, to whom we had resolved to send the same, along with the petition in question, for the aforesaid purpose, and this to serve as a sort of satisfaction to the same members of the Court of Justice, which these members of such a notable college, which happens to be the second in rank in this colony, had requested of him, the undersigned Governor; which proposal likewise not having been embraced by the aforesaid three undersigned, they were of the opinion that, when sending the extract from the resolutions, one ought to inform the Court of Justice that all the documents relating to this matter would be sent to your Noble High Mightinesses for the purpose of a decision, and that the same Court of Justice, thus as well as we, would have to await the outcome thereof: Which then also having been agreed to by the undersigned Governor, out of special condescension and compliance, the undersigned Independent Fiscal declared, on that account, that he believed he was fully entitled to persist in a resolution that had passed the resumption, and was thus well and lawfully adopted, but that, nevertheless, out of consideration that it was solely his private advice
Dutch transcription
de meerderheid van onse vergadering van een Contrarie gevoelen kwam te zijn, hield hij Independent fiscaal aan zich gereserveerd, daar omtrent te dienen van zijn Consi¬ deratien, ingeschrifte; weshalven ter dier vergadering besloten is, deeze Consideratie van den ondertee¬ kende Independent fiscaal afte wachten, en deselve ingekoomen zijnde, met en benevens 't voorsz: Schriftuur, ende daar bij gevoegde Extract Secreete Notulen aan uw Edele Hoog Achtb:s eerbiedig te te suppediteeren, en voorts van die Con¬ sideratie Copia, en van de Propositie van den ondergeteekende Gouverneur, mitsgaders van het resultaat, Extract aan den Raade van Justitie te doen toekoomen; deese Consideratien, in eene volgende vergadering, waar bij de voor aan gehaalde resolutie wierd geresumeerd, door den Inde¬ pendent Fiscaal ingedient, en opgeleezen zynde, sustineerde den Onderget: secunde, bij 't Slot van dat advijs beleedigt te zijn, en ver¬ zogt daar van Extract, omdaar tee„ gens te dienen van zijne belangen welk welk versoek als toen is gehouden in advijs, en vervolgens door den onder„ teekende gouverneur te kennen ge¬ geeren, dat meerm: Abraham Fleck versoek kwam te doen, om een Copij of Extract, voor zoo verre hem betrof, van het voorsz: request door zijne gem: drie meede leeden ingediend, omme zich daarop te kunnen verantwoorden, waarin de ondergeteekende secunde en Cassier defficúlteerde, om alle hatelijkheeden voor te komen, en was den onderteekende Independent Fiscaal van begrip dat men zulks niet konde weijgeren, en versogt den den onderteekende dispencier zich in eene nadere vergadering te expliceeren, In eene nadere vergadering wierd door den onderteekende Gou„ verneur voort gebragt, dat, naardien de onderteekende Secunde, Cassier en dispensier, ter laast gem: Vergade„ ring, bij de resumptie der Resolutie, bevorens genoomen, hadden gedecla¬ reerd, dat het Poinct bij die resolutie vervat, omme namentlijk 't schriftelijk advijs van den onderteekende Fiscaal teegens het schriftuur, door de drie p burgerleeden van Iustitie, Smuts Meijer, ende Wet, wanneer dat Advijs zoude zoude weezen ingekoomen, in Copia benevens 't Extract van voorsz: Resolu¬ tie afte geeven aan den Raad van Justitie, hen geëchappeerd was, niet teegenstaande die Heeren niet konde ontkennen, dat deeze Resolutien door den secretaris onzes raads M„r Cornelis Van Aerssen, zeer distinct waaren voorgeleezen, ende onder„ teekende Gouverneur en Indepen¬ dent fiscaal zelfs hadden opgemerkt, dat door gem: Secretaris op dat poinch geappuijeerd was, betuijgende voorsz: onderteekende Secunde, Cassier en Dispencier Dispensier, dat hun intentie, was ge„ weest, niet te roteeren, dat aan den raade van Justitie zoude worden ter hand gesteld Extract uit de Resolu¬ tien, met het advijs van den ondergetee„ kende Independent Fiscaal daar meede te verstaan, het geene ged: Independent fiscaal mondeling hadde geadriseerd, en bij de resolutien vandien dag geextendeert was, edog geenzints het schriftelijk advijes dat den Independent Fiscaal, ten voorsz: dage aan zich gereserveerd had gehouden, nader te zullen in¬ leeveren; hij onderteekende Gou„ verneur verneur als toen aan ons in overwee„ ging gaf, of wij niet konden goed„ vinden, te treeden in't gevoelen van meerm: Independent fiscaal des tijds gedeclareerd, omme, nament„ lijk het request in quaestie uit hoofde van desselvs geadviseerde, zonder dispositie, aan de voorsz: drie burgerleeden van Justitie uit te geeven met zodanige re„ commandatie, als indat gedeelte dier resolutie naader staat uitge„ drukt, als wanneer den Indepen„ dent fiscaal, consequentelijk zou„ de te rug neemen het voorsz: schriftelijk advijs, waarmeede den den onderteekende Independent fiscaal ook verklaarde genoegen te neemen, en het gem: Stúk, als dan te zullen houden, als niet ingedient, Dan hier in, door de onder tee„ kende secunde, Cassier en Dispencien niet zijnde geconsenteerd geworden, blijvende persisteeren bij hun geroe¬ len, dat het voorsch: request niet behoorde te worden te rug gegeeven aan de drie teekenaars, maar na Patria gezonden, deed den onder¬ teekende Gouverneur nader pro„ positie, om 't meerm: schriftelijk advijs van de onderteekende Indepen„ dent fiscaal, dan benevens Extract rut uit de Resolutie, met een secreete brief te zenden, aan die Leeden des Raads van Justitie, die zich over haere voornoemde meedeleeden beklaagd hadden, met Last en re„ commandatie, dat stuk onder haar secreet te houden, en daarop instilte te blijven afwagten, de decisie uwer Wel Edele Hoog Achtb„s aan dewelke wy beslooten hadden, het zelve, benevens het request in quaestie, ten fine voorsz: over te zenden, en zulks om aan de zelve leeden des raads van Justitie te dienen tot een zoort van satisfec tie tie, welke deese leeden van zoo een notabel Collegie, dat het tweede inrang in deeze Colonie komt te zijn, van hem onderteekende Gouverneur hadde versogt, welke propositie almeede door voorsz: drie onderteekendens niet zijnde geemplecteerd geworden, waaren deselve van advijs, dat men den raad van Justitie, bij de oversending van't Extract uit de Resolutien be„ hoorde te informeeren, dat alle de Stukken, tot deeze zaak relatie hebbende, ten fine van decisie aan uwEdele Hoog achtb:s zouden overgezonden worden, en denselven Raad Raad van justitie, dus zo wel als mij den uitslag daar van zouden moeten blijven afwagten: Het geen also dan ook door den onderteekende gouverneur, uit bijzondere condescendence en in schikkelijkheid zijnde toegestemd, declareerde den onderteekende Independent Fiscaal, ten dien belange, dat hij vermeende met groot regt te moogen blijven persisteeren, bij eene Resolutie die de resumptie had gepasseerd, en dus wel en wettig genoomen is, dan, dat hij echter uit Consideratien, dat het alleen zijn particulier adries
English
advice, as well as to demonstrate his moderation and how averse he is to propagating further disputes and discords, he would maintain the conclusion taken by the undersigned Governor, and also out of complaisance and deference for the aforementioned undersigned members of our council, approved the same, however under the condition, firstly, that the members of the Council of Justice who complained about that petition shall simultaneously be notified that he, in his advice, has debated all depositions and grounds appearing in the petition in question, which, coming under the eye of Your Right Honourable for decision, the Council of Justice as well as we would be obliged quietly to await Your Right Honourable's ruling on the one and the other; secondly, that the departing from the aforementioned resolutions, occurring solely out of pure complaisance and deference, could or might never in the future be drawn into any precedent; and thirdly, that this his declaration may simultaneously be attached to the resolution. Whereupon by the aforementioned undersigned Secunde, Cashier, and Dispensier, each separately in this regard, such writings were submitted as we take the liberty to present to Your Right Honourable in authentic copies, and although they at the same time declared by these writings that they could not enter into the proposal of the undersigned Governor made at our meeting, namely, at the request of the frequently mentioned Abraham Fleck, to issue to him copies or an extract in so far as it concerned him of the mentioned petition of his three fellow members, Smuts, Meijer, and de Wet, the undersigned Governor further made known that the mentioned Fleck had on that account reiterated his requests with very great urgency, wherefore he proposed whether one might then not be able to hand over such a copy or extract to the frequently mentioned Fleck, with a serious recommendation to keep it secret and to make no further use of it than merely to justify himself before this Council, and to send this justification along with the other documents to Your Right Honourable; with which proposition the undersigned Independent Fiscal having conformed when the votes were taken, the undersigned Secunde, Cashier, and Dispensier declared that they persisted in their written advices, while the also undersigned Cellar Master deemed that since the aforementioned petition belonged directly before Your Right Honourable, we were thus in no way authorized to issue any extracts or copies thereof, and he moreover maintained that neither the aforementioned Fleck nor anyone else was prejudiced in the same. And subsequently, the undersigned Governor brought to deliberation the request made by the undersigned Secunde at the aforementioned meeting to be allowed an extract from the written advice of the undersigned Independent Fiscal against the frequently mentioned petition of the aforementioned three burgher members of the Council of Justice, in so far as it concerned him; whereupon it was advised by the Independent Fiscal that he gladly agreed thereto, however under the condition that the extract requested by the frequently mentioned Fleck should likewise be issued to him, and not otherwise; because, the decision of Your Right Honourable having to be awaited on the one as well as the other, the request of Fleck in the Council of Justice stood entirely on the same footing as the desire of the undersigned Secunde in our Council, and if we were unauthorized for those reasons to issue an extract to the frequently mentioned Fleck, that same lack of authority also subsisted regarding the undersigned Secunde. The undersigned Cellar Master, having requested to be excused from stating his sentiment thereon because he was not present at the reading of this document, the undersigned Cashier maintained that this turned out to be a completely different matter from that of Fleck, and that the undersigned Secunde could not be refused an extract of an advice submitted in the body of which he was a member, and that he therefore ought to justify himself thereon; the undersigned Dispensier was of the opinion that, since the also undersigned Secunde found himself insulted by the aforementioned document, the requested extract could not be refused to any Secunde of this Government. The undersigned Governor having conformed with the advice of the Independent Fiscal, and the votes thus standing equal on both sides, he concluded that, as he understood that this was one and the same case as that of the frequently mentioned Fleck, it could now also not be acted otherwise therein, but that the requested extract could likewise not be issued to the undersigned Secunde. Pursuant to all that we have taken the liberty to present to Your Right Honourable regarding this matter, we respectfully accompany this with the authentic copies of the documents mentioned therein, with a humble prayer to be honoured with Your Right Honourable's very respected decision in that regard. And herewith concluding this, we commend Your Right Honourable's very distinguished persons, together with the important interests of the Noble Company, into the sole safe keeping of God, and we have the honour to sign with due respect. Honourable, Valiant, Right Honourable, Highly Wise, Prudent, Most Generous, and High-Ruling Lords, Of Your Right Honourable, the very humble, faithful, and obedient servants, In the Castle of Good Hope, the 28th of January 1791. C: J: Vande Graaff: J: N: P: van Lijnden GGVervel Reede Van Oudteshoorn. Van Ommeren J. Thinius
Dutch transcription
advies raakt, mitsgaders om aan den dag te leggen, zijn Moderatie, en hoe aliéëen hij is om verdere disputen en oneenigheeden te pro„ „pageeren, de door den ondertee„ kende Gouverneur genoomene Conclusie zoú blijven aanzien, en meede uit Complaisance en deference voor de voorsch: onder„ teekende leeden onzes raads, deselve geagreëerd, echter onder die mits, eerstelijk dat aan de leeden des raads van justitie, die zich overdat request hebben be„ klaagd, teffens zal worden genotificeerd, dat hij, in zijn ardrijs ƒ advijs alle depositien en gronden in het quastieuse request voorkomende heeft gedebatteerd, welk eenen ande onder het oog van Uwel Edele Hoog Achtb:e ter decisie zullende koomen, de raad van justitie, zoo wel als wij ook verpligt zouden weezen, uwel Edele Hoog Achtb uitspraak op het een en ander instilte afte wachten; ten tweeden dat het afgaan van voorn: Resolutien alleen uit pure Complaisance en deference ge„ schiedende in 't vervolg nim¬ mermeer in eenig consequentie zou kunnen of vermoogen ge„ trokken trokken te worden, en ten derden, dat dit zijn declaratoir teffens bij de Resolutie mooge gevoegd worden. Waarna door voorsz: onder„ teekende Secunde, Cassier en Dispen, fier, ieder afzonderlijk ten deezen belange wierde ingediend, zodanige Schriftuuren als wij de vrijheid ge¬ bruiken uw wel Edele hoog Achtb:r in Copia's Authenticq aante bieden, en of schoon zij by dies Schriftuure teevens kwaame te declareeren, niet te kunnen treeden in't voorstel van den onderteekende Gouverneur ter onser vergadering gedaan, Ome om, namentlijk ten versoeke van dikwils gem: Abraham Fleck aan denselven afte geeven Copijen dan wel Extract voor zoo verre hem betrof het gementioneerd request van zijne drie meede Leeden, Smuts, Meijer, ende Wet, heeft den ondergeteekende Gouverneur noch te kennen gegee¬ ren, dat gem: Feck desweegens met zeer veel aandrang zijne instantien had gereitereerd, wes„ halven hij voorsloeg, of men dan zodanige Copij of Extract aan meermelde Fleek niet zoude kun„ nen nen terhand stellen, met Serieuse recommandatie omzulks Secreet te houden, en daarvan geen verder gebruik te maaken, dan alleen om zich bij deezen Raade te jus¬ tificeeren, en deese Justificatie neevens de overige Stukken aan uw wel Edele Hoog Achtb:rs toete zenden, met welke propositie den onderteekende Independent fiscaal zich bij het opneemen der Stemmen geconformeerd hebbende, betuijgden de onderteekende Secunde, Cassier en Dispensier te blijven persis„ teeren, bij hunne Schriftelijke advyzen advijsen, terwijl den meede onderteekend keldermeester vermijnde dat vermits het voorsz: request direct behoorde bij Uwel Edele Hoog Achtb:s wij dus geenzints bevoegd waren, daarvan eenige Extracten of Copijen afte geeven, en hij daar en boven sustineerde dat voorsz: Fleck, nog iemand anders in't zelve geladeerd was, En is vervolgens door den onderteekende Gouverneur ter deliberatie gebracht het ver¬ zoek door den onderteekende Secunde ter meerm: vergade¬ ring gedaan, om te moogen Extract Extract uit het schriftelijk advijs van den onderteekende Independent fiscaal teegens het dikwijls gem: request van voorsz: drie burgerleeden uit den raad van Justitie, voor zoo verre hetzelve hem Concerneerde; waarop door den Independent fiscaal wierd geadviseerd, dat hij gaarne daartoe instemde, echter onder voorwaarde dat aan meerm: Feck insgelijks het door hem verzogte Extract zou„ de worden afgegeeven, en anders niet; om dat zoo wel op 't een als ander de decisie van Uwel Edele Hoog Achtb„e moetende worden afgewacht, het versoek van Heck inden ende in den raad van justitie, met het begeerde van den ondertekende Secunde in onsen raade volkoo¬ men gelijk stond, en zoo wij tot het afgeeven van Extract aan dikwijls gem: Fleck, om die reede¬ nen onbevoegd was, die zelve onbevoegdheid ook omtrent den onderteekende secunde Subsis¬ teerde. Den onderteekende kelder meester versogt hebbende ge¬ excuseerd te moogen zijn, om zijn Sentiment daar over te zeggen, omdat hij bij de lectuure van dit stuk niet was was teegenwoordig geweest, heeft den onderteekende Cassier geobtineerd, dat dit eene gantsch andere zaak kwam te zijn, als die van Fleck, en dat den onderteekende Secunde geen Extract konde worde geweijgerd, van een advies ingeleverd, in het lichaam daar hij lid van was, en dat hij zich dus daarop behoorde te justificeeren: den onderteekende Dispencier was van gevoelen, dat, dewijl de meede onderteekende Secunde zich bij het Voorsz: stuk beledigd kelder et beledigt rond, men aan geen Secunde van dit Gouvernement het gevraagde Extract konde weijgeren. Den onderteekende Gou„ verneur zich met het advijs van den Independent Fiscaal hebben de geconformeerd, en de Stem„ men dus over en weeder egaal staande, heeft hij geconcludeerd, dat, daar hij begreep, dat dit een een en deselve zaak was, als die van meerm: Fleck, daarinne, al nu nu ook niet anders konde gehandelt worden, maar aan den onderteekende secun„ de insgelijks het verzogt Extract, niet konde worden afgegeeven. Ingevolge al het geene wij de vrij¬ heid genoomen, omtrent deeze zaak aan uwel Edele Hoog Achtb:s voortedra¬ gen, laten wij deeze eerbiedig vergezel„ len, vande authen ticque Copijen der daarbij vermelde stukken; met oot„ moedige beede, dienaangaande met uwEdele Hoog Achtb:s zeer gerespecteerde decisie te mogen worden verEerd. En hier meede deeze eijndi¬ gende, beveelen wij Uw Edele Hoog Hoog Achtb: zeer aanvienlijke per„ zoonen, benevens de importante belangen der Edele Maatschappij inde alleen veilige hoede Godes, hebben wij de Eer met verschuldig Respect te teekenen. — Wel Edele, Erntfeste, Hoog Achtb: Hoog= wijze, Voorzienige, zeer Genereuse en Hoog Ge„ biedende Heeren Uwer Van Coll: In 't Casteel de Goede Hoop Uwer WelEdele Hoog Achtb: zeer den 28:e Januarij 1791 ootm: getr: en gehoorz: dienaaren C: J: Vande Graaff: J: N: P: van Lijnden/. GGVervel Reede Van Oudteshoorn. — Van Ommeren J. Thinius ij Gl, ƒ
English
Copy To the Right Honorable and Stern Sir Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cape of Good Hope and its dependencies etc. etc. together with the Honorable Council of Policy Right Honorable and Stern Sir and Honorable Sirs! With the utmost respect, the undersigned serving Burgher Councilors of this Government make known that when fellow Burgher Councilor Jan Coenraad Gie was granted discharge from that office upon his request, and thus a nomination of two persons was to take place in the Council of Justice, of which the undersigned in this capacity have the honor to be fellow members, the first petitioner, having presented himself to the Right Honorable and Stern Governor a few days before that nomination, observed on that occasion in advance that His Right Honorable and Stern Honor had considered for the post of Burgher Councilor the Orphan Master Abraham Fleck, elected a few days prior, who was only discharged from the Honorable Company's service at the end of the year 1784. That since the aforementioned Noble Governor had frequently consulted with the petitioner confidentially on matters concerning the burghers, he, the petitioner, had therefore also believed he ought not to conceal from His Right Honorable and Stern Honor that the person of the aforementioned Fleck, although nothing could be said against his civil conduct, could not be agreeable to the burghers for the post of Burgher Councilor, just as the petitioner did not fail to make this known to His Right Honorable and Stern Honor sincerely and cordially, and regarding which the first petitioner was conscious of having sufficient grounds, if only because there was so much material available among the burghers of those who, being the most notable in that station, were held in esteem and trust by the burghers on account of their respectable years, sufficient experience and knowledge, as well as years of service, and thus were in a position to be considered for that post far above and before the aforementioned Fleck. That the aforementioned existing trust with which the first petitioner thought himself honored by the Right Honorable and Stern Governor had brought him, the petitioner, and with him both fellow petitioners, into a state of reassurance that His Right Honorable and Stern Honor, in a post of such weight for the burghers, through which their trust not only in the Council of Justice but also in the Government itself is sealed and regarded as well-founded, would take some regard of the aforementioned cordial and sincere representation made to His Right Honorable and Stern Honor by the first petitioner. That when subsequently on Wednesday the 16th of the past month of March, the members of the Council of Justice were notified for the next court day to be prepared at that time for forming the nomination of two persons to fill the vacant post of Burgher Councilor, just as the petitioners also expected the nomination on that court day, the Honorable President nevertheless thought fit not to let the nomination take place at that time, but suspended it, and the day after caused the meeting to be summoned extraordinarily for the said nomination on the following Saturday, the 19th of the said month of March. That on that day the Council accordingly assembled for that purpose, while it consisted of the Honorable President and further members from the Honorable Company's servants, together with only the three undersigned Burgher Councilors, petitioners herein, as the seat of the Burgher Councilor Gie was vacant due to his discharge, Burgher Councilor Maasdorp had not attended the meeting for a long time due to his extremely debilitated physical condition and continuous illness, and found himself unable even to cast his vote in the nomination, and also in place of Burgher Councilor Bletterman, who was discharged long ago, no other has been appointed despite repeated requests made to the Right Honorable and Stern Governor by the undersigned, in order to complete the number of six Burgher Councilors, which the Sovereign Lords and Masters most graciously approved and ordered in the year 1785. That the aforementioned members, so poorly proportioned in number against each other, having then proceeded to form the nomination, the petitioners then also had to experience to their utmost astonishment that the aforementioned Fleck was then nominated for Burgher Councilor with six votes, and that those votes were cast solely by the President and the five remaining members from the Honorable Company's servants, as the three undersigned Burgher Councilors must declare that they did not nominate the aforementioned Fleck, indeed that against the conviction of their conscience they would not even have thought of this, so that by a majority of votes there appeared on the nomination the aforementioned Fleck, and alongside him the former Commissioner of Civil and Matrimonial Affairs Hendrik Pieter Warnek. That
Dutch transcription
Copia Aan Den Wel Edele Gestrenge Heer Cornelis Jacob van de Graaff, Gouverneur en Dikes„ „teur van Cabo de Goede Hoop en den ressorten van dien K &: & beneevens den Ed: Achtbaaren Raad van Politie Wel Edele Gestrenge Heer en Ed: Achtbaare Heeren! Met de uitterste Eerbied geeven te kennen de ondergeteekende thans fungeerende Burger Raaden deezes Gouvernements, dat wanneer aan den meede Burger-Raad Jan Coenraad Gie op zyn gedaan versoek ontslag van dat Ampt was toegestaan, en dus by den Raad van Justitie van welke de onderteekendens in deeze qualiteit d' Eer hebben meede leeden te zyn, een Nominatie Nominatie van Twee Perzoonen geschieden moest, den Eersten Suppliant, eenige wijn „ge dagen voor die Nominatie zig bij de WelEdele Gestrenge Heer Gouverneur ver „voegd hebbende, bij die geleegendhijd voor af heeft genomen, dat Sijn WelEdele Gettr „ge tot de Post van Burger raad reflecte had gemaakt, op den eenige dagen te Vooren g' Eligeerde Weesmeester Abraham Klerk die pas met het uiteinde van den Jaare 1784 uijt 'sE: Compagnies dienst is ontsla„ „gen. Dat aangezien Welgem: Edelen Heer Gouverneur meermaalen over zaaken, die de Burgerije betroffen zoo hij suppl„t zig vlijd vertrouwelijk met hem geraadpleegd had, hij suppl:t, dierhalven ook had gemeent Voor Sijn wel Edele Gestren¬ „ge, niet te moeten verbergen dat den Perzoon van gem: Fleck, of wel op zijne Burgerlyke „ Burgerlijke Conducites niet te zeggen viel, tot de Post van Burger-Raad, aan: de Burgerye niet aangenaam konde zijn, gelijk den supp„te ook niet heeft verzuimt zulks aan syn WelEdele Gestrenge, onge„ „veijnst en sordaat te kennen te geeven, en tot het welke den eersten Supp„te ben„ wrust was, grond genoeg te hebben, al wal het maar alleen, om dat zig zoo deel stof„ „fe onder de Burgerije voor handen be„ „vond van de zulke die als de Notabelste in dien stand zinde, bij de Burgerije uit hoofde van hunne respectable Jaa„ „ken, genoegzaame ervaarendheid en kunde, mitsgaaders lang Jarige diensten„ in achting en vertrouwen stonden, en dus in de termen waaren, van tot dien Poste, verre boven en voor gem: Fleck het aller eerst in aanmerking te kunnen„ Komen Dat ke Dat het gem: plaats grippende vertrouwen Waarmeede den Eerste supp„t vermeende zig door den Wel Edelen Gestrenge Heer Gouver„ „neur vereert te vinden, hem supp„t, en met hem de beide meede supp=lten had gebragt in eene gerustheid, dat zijn Wel Edele Gestr: in een Post van zulk een gewigt voor de Burgerije door dewelke het vertrouwen derzelve niet alleen op den Raad van Justitie maar ook op de Regeering zelve word verzeegeld en als gegrond wel eenig reguard zoude hebben geslaagen, op de gemelde Cordate en Sincere representatie door den Eersten supplt aan sijn WelEdele Gestrenge gedaan Dat Wanneer Vervolgens op Woensdag den 16„en der Jongst voorleedene maand, Maart, teegens den volgenden Regtdag„ de Leeden des Raads van Justitie was aangezegd geworden, om als dan bedagt te moeten zijn, tot het formeeren der Nominatie Nominatie van Twee Perzoonen, tot vervulling van de opengevallene Post van Burger Raad, gelijk de suppl„t op dien Regt dag de Nominatie ook verwagtende zijn geweest, den E: Achtb: Heer President nogtans goed vond de Nominatie als toen niet te Laaten geschieden, maar dezelve opschorte, en is daags daar aan de Ver„ „gadering nader tot dezelve Nominatie, Extraordinair heeft doen indiceeren, tee„ „gens den daar op volgende Saturdag den 19=de der gemelde Maand Maart Dat op dien Dag den Raad zig dan ook tot dat einde heeft bij een vergaadert„ terwijl denzelven bestond uijt den Ed: Achtbaren Heer President, en nog den Leeden van S: E: Comp„s Dienaaren, mits„ „gaaders slegts de drie ondergeteekende Burger Raaden supp=lten in deezen, alzoo de Hoel van den Burger Raad Gie door sijn ontslag vacant was, det Burger Raad g de en WelEedel der tie Raad Maasdoorp door desselfs ten uyter„ ste debile Lichaams omstandigheeden en aanhoudende ziekte, al zeedert lange in de vergadering niet had geadsisteert, en zelfs tot het bijbrengen van sijn stem in de Nominatie zig buiten Staat: be„ vond, en ook in Steede van den Voorlan gen reets ontslaagene Burger Raad Bletterman ongeacht de door de onder„ geteekendens, by den Wel Edelen Gestr: Heer Gouverneur daar toe gereitereerde instantien geen ander is aangesteld ge„ „worden, ten eynde het getal te Complei „teeren van Ses Burger Raaden, welke de Hooggebiedende Heeren Meesteren, hoog gunstig goedgevonden en in 't Jaar 1785 aangeschreeven hebben. Dat de voorm: zoo kwaalijk teegens el„ kander in getal geproportioneerde Leeden, daar op tot het formeeren der Vomi¬ „natie „natie overgegaan zijnde de Supp=ten dan ook tot hunne uijterste verwondering heb„ „ben moeten ondervinden, dat gemelde Fleck als toen met ses stemmen tot Burger Raad wierd genomineerd, en dat die stemmen juist alleen waaren uijtgebragt door den Heer Praesident, en de Vyf overige Leeden van S' E: Comps Dienaaren, alzo de Drie ondergetee„ „kende Burger Raaden, Verklaaren moeten, gem: Flek niet te hebben ge„ „nomineerd ja dat zij zelfs teegens de overtuijging van hun geweeten, hier aan niet zouden hebben gedagt, zoo dat door meerderheid van stemmen op de Nominatie Verscheenen zijn, gem: Aleken neevens hem den oud Commissaris van Civiele en huwelijkse Zaaken Hendrik Pieter War„ „nek Dat E
English
That the Petitioners have thereby had to experience, to their painful regret, that the aforementioned Lord Governor had in no way seen fit to pay any regard to what the First Petitioner had declared and demonstrated to His Right Honorable and Gallant with candor and trust. That the Petitioners, however, have not been able to comprehend by what doing they had to forfeit the trust with His Right Honorable and Gallant, especially in a matter of such weight for the Burgher community, since they consider themselves entirely pure and free of having given His Right Honorable and Gallant even the least justified reason for displeasure, and not only that, but that they, the Petitioners, on the contrary, have always with the utmost zeal made use of the credit and trust which they hold with the Burgher community to that end to which they believe it must serve, namely thereby also to cause the deepest trust thereof to climb higher to Your Right Honorable and Gallant and Honorable Worships and thus always to make fruitful the decisions and measures taken by the same, being for the benefit of the Honorable Company, for the welfare of this Colony, and for the peace and security of the inhabitants of this place, and thus to make the entire body of the Burgher community cooperate and concur toward these ends. That the Petitioners can much less conclude that the blessed change of affairs in the Fatherland, by which His Most Serene Highness has been restored in His Highness's most eminent dignities and returned to the power to restore and conserve that bond of harmony in the great body of the State, could have contributed anything to make His Right Honorable and Gallant adopt any different conduct toward the Cape Burgher community, since the same has never, indeed not even when the divisions in the beloved Fatherland had climbed to the utmost peak, in the least besmirched itself with anything that could cause suspicion to arise, as if they were pleased with, much less took part in, the conduct of those who had stirred up these divisions; however much the Petitioners, to their inner grief, and as they also dare to assure, to a painful feeling for the entire Cape Burgher community, have been informed that they have been made suspicious in an extremely false manner as such to those who were not well enough situated to examine carefully the truth or falsehood hereof. Indeed, the undersigned—for which they respectfully request freedom—dare in this regard to appeal to the testimony of Your Right Honorable and Gallant and Honorable Worships themselves, who know best of all that the conduct of the Cape Burgher community, never more so than even in the most intense period of those unfortunate divisions, could be accorded the name and praise of respectful and obedient toward its authorities, a conduct by which they hope and wish that the precious protection and most favorable fatherly affection of His Most Serene Highness in His Highness's distinguished various relations to our Colony shall continue and increase over it. That since the aforementioned Flek also has in no way, through any distinguished services—at least not those that have come to the knowledge of the Petitioners or the public—made himself preferable above others of the most prominent among the Burgher community for the post of Burgher Councillor, the Petitioners thereby still held hope that perhaps a further step would bring the Right Honorable and Gallant Lord Governor to some other decision, in order to keep in mind and preserve the love and the trust of the Burgher community toward and in His Right Honorable and Gallant. Wherefore the same decided, after the nomination had taken place on the cited Saturday the 19th of March last, since Sunday intervened, to have further representation made most respectfully on the following Monday by means of the Third Petitioner, before His Right Honorable and Gallant should yet proceed to the election, that His Right Honorable and Gallant would please, in order to prevent a great displeasure among the Burgher community, abandon the intention and disposition that there might be to elect the aforementioned Flek from the nominated persons; which having been performed by the Third Petitioner with such persuasive reasons as he believed could serve to that end, with the addition even that it was indifferent to the Petitioners and the Burgher community who out of the great number of those who ought first to come into consideration should be nominated and elected to the office of Burgher Councillor, the Petitioners thereupon had to perceive this result: that His Right Honorable and Gallant, seeking to refute all adduced arguments of the Third Petitioner only in the most friendly terms, made all hope vanish of obtaining any satisfaction in the essential point, and also, in accordance with the qualification conferred upon His Right Honorable and Gallant by the High Ruling Lords Masters in the year 1785, proceeded that very same morning to the election of the aforementioned Flek; regarding which the Petitioners—being unable to ascertain or fathom the reasons and cause hereof—must testify to being utterly astonished. That this election, as soon as it became public, immediately had the consequence which the Petitioners had anticipated therefrom, namely a general, very great displeasure among the Burgher community, of which the Petitioners immediately had to perceive distinct proofs.
Dutch transcription
Dat de Suppten hier door tot hun Smertelyk leetweezen hebben moeten ondervinden, dat wel op gem: Heer Gouverneur geenzints goedgevonden had, eenig reguard te slaan, op het geen den Eersten Supp„t syn Wel Edele Gestrenge met Candeur en fiduci had gedeclareerden vertoonten. Dat de supplten egter niet hebben kun„ „nen bezetten door welk toedoen dezelve het Vertrouwen by syn Wel Edele Gestrenge voor al in een haak van dat gewigt voor de Burgerije hadden moeten verbeuren, daar zi zig geheel zuijvere, en vrykennen van syn wel Edele Gestrenge eenige de minste recht maatige reeden van ongenoegen te hebben gegeeven, niet alleen, maar dat zi Supp=te ter Contraire het Crediet en vertrouwen waar in zyj by de Burgery staan, altoos met de Uyterste iever hebben doen strekken, tot dat einde Waar Waar toe zij meenen dat het zelve strekken moet, om naamentlik daar door ook het diepste Vertrouwe derzelver hooger op te doen klimmen tot Uwe WelEdele Gestrenge en Edele Achtb=r en dus altoos vrugtbaar te doen zyn, de besluijten en maatregulen bij wel dezelve genoo¬ „men, wordende tot voordeel der Edele Maatschappije, tot Welweesen van deeze Colonie, en tot rust en veyligheid der Jngezeetenen van deeze Plaatze, en om het gantsche Lichaam der Bur„ „gerije alzoo tot deeze Eyndens te doen meedewerken en te zaamen stemmen. Dat de Supplten veel minder kunnen op maaken dat de gezeegende Verande¬ „ring der zaaken in het Vaderland, door Welke Sijne Doorlugtigste Hoog 6 „heid in hoogst deszelfs eminente Digni„ „teiten, herstelt en weeder gekeerd is, tot het vermogen, om dien band van eensgezind hyd telyk da e ts n Wel duci kun dezelve 17 van hadden heel t Biergely ƒ a eens gezindhyd in het groote Lichaam van den Staat te herstellen en te Conser„ „veeren iets kan hebben toegebragt, om sin Wel Edele Gestr: eenig ander gedragom „trent de Caabsche Burgerije te doen aanneemen, daar dezelve zig nimmer ja ook zelfs niet toen de verdeeltheeden in het lieve Vaderland, tot het uijterste toppunt geklommen waaren, en het minst heeft bezoedelt, met iets dat de verdenking konde doen op koomen, als off zyj een Welgevallen hadden, heel minder deel of naamen in het gedrag der geenen die deeze verdeeltheeden, hadden verwekt; hoe lten heer de Supp=lte tot hunne innerlyke Smer „te, en zoo als zy ook dursen verzeekeren, tot een smertelijk gevoel voor de gantjche Caabsche Burgery geinformeerd zyn, dat men hun ten uytersten Valjch als zoodaanig heeft gebragt verdagt te maaken by de geene die niet genoeg in de geleegend he Waaren Waaren, om de waarheyd of onwaarhyd hiervan naauwkeurig te onderzoeken Jmmers durven de ondergeteekendens /:Waar toe zig eerbiedig vriheid verzoe„ „ken:/ zig ten deezen aanzien op het ge„ „tuijgenis van UwelEdele Gestrenge en Edele Achtb„s zelve beroepen, die het aldernaast weeten dat het gedrag der Caabsche Burgerije nooit meer, als zelfs in het heevigste tijdstip van die ongelukkige verdeeltheeden, de naam en Lof heeft kunnen werden toegekent, van Eerbiedig en gehoorsaam Jeegens haar overheeden, een gedrag door Welke zij hoopen en Wenschen dat de dierbaa„ „ke Protectie, en hooggunstige Vaderlike affectie van syn Doorluchtigste Hoog „heid in hoogst deszelfs gedistingueerde onderscheydene relatien tot onze Colonie over haar zal blijven Continueeren en toeneemen 29 hij n Dat Dat dewijl meer geciteerde Klek ook geenzints door eenige uijtsteekende diensten„ ten minsten niet die tot kennisse van tten op het Publicq gekoomen zyn, de Supplte 8 ƒ zig booven andere van de aanzieklykste onder de Burgerije, tot de Post van Burger Raad praserabel heeft gemakt„ de suppl=ten hier door nog hoop hadden dat wel ligt een nadere stap den Wel Edelen Gesrengen Heer Gouverneur tot eenig ander besluijt zoude brengen om de Liefde en het Vertrouwen der Burgerije tot, en op syn WelEdele Geshenge in het oog te houden en te bewaaren. Waarom dezelve beslooten, na dat de nominatie op geciteerde Saturdag den 19 Maart jongstleeden was geschied, dewijl er den zondag tussen belde kwam den volgenden Maandag door middel van den derden supp=lt eer zyn Wel Edele Gestrenge Gestrenge nog tot de Verkiesing overging, naader op het eerbiedigst te doen instee„ „ken, dat zijn WelEdele Gestrenge dog, om een groot ongenoegen onder de Burge„ rije Voortekomen, van het voorneemen ende Dispositie die er weezen mogt om gem: Flek uijt de genomineerde Ter„ „zoonen te Eligeeren Wilde afstappen het geen door den Derden Supp„t verrigt zinde, met zoodanige persuasive reede„ tmen als hy meende, tot dat eynde te kunnen dienen, met byvoeging zelfs dat het hun supplte en de Burgerij on= „verschillig was, wie uijt het groot getal der geene, die het eerst in aanmerking diende te komen, tot het Burgerraats ampt genomineerd, en Verkoopen wierd, hebben de supp=lten daar op dit gevolg moeten ontwaaren, dat zin Wel„ Edele Gestrenge alle bijgebragte Argue„ „menten van den derden supp=lt alleen onder 4 onder de Vriendelijkste bewoordingen tragtende te weederleggen, alle hoop d'eed verdwijnen, om in het escentieelen poinck eenig genoegen te Verwerven, en ook volgens de qualificatie door de Hoog gebiedende Heeren Meesteren in het Jaar 1785 aan zyn Wel Edele Gestrenge gedefereerd, dien Zelfden morgen nog tot de verkiesing van gem: Flek is overge „gaan over het welke de supplten /: de heeden en oorzaak hier van niet kunnende na „gaan nog doorgronden:/ betuijgen moeten ten uijtersten verbaast te staan. Dat deeze Verkiesing zo dra dezelve rugtbaar geworden was, dan ook al aan stonds het gevolg heeft gehad, hete welk de supp=lte daar uijt hadden te gemoed- gezien, naamentlijk een algemeen zeer groot ongenoegen onder de Bur„ „gerije, waarvant de supp„te dadelyk on„ „vervrschijden preuve moesten ontwaaren. de
English
The petitioners trust that Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships will be pleased to believe and accept the testimony of the petitioners regarding this matter, which they deliver upon the oath taken by each of them in their office, as they, seeking to quiet and quench that discontent according to their duty, also wish to prevent those disturbances through which that discontent might come to be manifested to Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships other than by means of the petitioners, and this all the more since the petitioners hold themselves assured that, if it should please Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships to favor and agree to the propositions and the request made by the petitioners below, a clear prospect for the citizenry that in the future both the nominating and electing of Burgher Councillors will take place in a manner by which they may hold themselves assured of finding persons chosen from among their midst as fellow judges, in whom they can and must place their trust without hesitation, will also be fully able both to cause the present dissatisfaction of the citizenry to cease, and at the same time to cause the aforementioned Flek to be respected among them in his acquired office of Burgher Councillor. The petitioners take the liberty to bring to the attention of Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships how it has been customary among all nations from the earliest times that, when they enjoy the permission to have representatives on their behalf accede to a certain body in something in which their welfare or interest is involved, they are then also left the freedom to nominate the representatives themselves. Far be it from the petitioners that they should mean in the least anything contrary to that dependence in which they, and with them the entire citizenry, indeed the whole Colony, stand under the authority of the Honorable East India Company. No, Right Honorable Sir and Honorable Esteemed Sirs, they know full well and continually feel with a grateful heart what benefits this Colony has enjoyed under the favorable disposition and protection of the Honorable East India Company, and how much our Lords and Masters, who are placed at the helm of the same Company, watch over and take to heart the prosperity and welfare of this Colony with affectionate and fatherly care. But as the same very Lords and Masters have been graciously pleased to grant to the Cape citizenry that in a matter of the utmost weight and importance for every individual, namely the administration of justice, six Burgher Councillors from among their midst shall make up an equal number of members with those who have a seat in that Council from the Honorable Company's servants, and no nomination of members from the Honorable Company's servants takes place in the Council of Justice, just as in all other Boards consisting of members from the Honorable Company's servants and citizens the nomination of the Honorable Company's servants and citizens does take place, the petitioners believe they may petition on grounds of equity, as they very respectfully do hereby on behalf of the citizenry, that the nomination of the Burgher Councillor who is currently lacking from their established number in the Council of Justice, and those which shall subsequently fall vacant, may henceforth take place through the Burgher Councillors alone, under the presidency of one of the members from the midst of Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships' assembly. Whereby, however, if it might result from this that a mere double number did not leave enough room to make an election from it to satisfaction, in order to avoid such, the Burgher Councillors could be obligated, for every vacant Burgher Councillor seat, instead of merely a double number, to bring out the nomination threefold, fourfold, or manifold. And as furthermore it pleased our Lords and High Rulers, for very wise reasons and with praiseworthy prudence, that at the change which was brought to the Council of Justice here in the year 1786 according to their supreme instruction, the election of the Burgher Councillors who are to be fellow members in that Council was to take place through the Right Honorable Lord Governor, without the participation of the Honorable Esteemed Council of Policy; but the reasons which the petitioners maintain moved them to this order and that instruction no longer apply, and in all lesser Boards the election of new members takes place from their formed nominations by Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships, the petitioners also take the liberty very reverently to request that the same may henceforth take place in the same manner at the election of Burgher Councillors. The grounds of reason and equity upon which both of these requests of the petitioners rest, and the purpose intended thereby, make them hopeful of Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships' favorable apostil upon the same. Yet if, contrary to hope, difficulties should be raised by Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships to condescend thereto, the petitioners take the liberty further very submissively to request that this, their respectful petition, in that case, may be transmitted and submitted to the Right Honorable High Esteemed Lords Seventeen under the favorable support and recommendation of Your Right Honorable and Honorable Esteemed Worships. Which doing, was signed: Joh:s Smuts, G: H: Meijer, H: De Wet. In the margin: delivered at the Cape of Good Hope the 12 April 1790. Beside the head stood: Exhibited the 20 August 1790. Agrees, A Goott First Clerk. duplicate Copy Copy 9
Dutch transcription
De supp=te vertrouwen, dat Uwel Edele Gestrenge en Edele Achtbrens het getuijgenis der Supp=lten hier van het geen zij op den Eed, bij ieder Van hun in zin Amptge¬ „daan, afleggen:/ wel zullen willen geloo„ „ven en aanneemen, alzoo zij, tragtender, dat ongenoegen volgens hun pligt te stillen en te Dempen, ook gaarne die beweeginge willen praevinieeren, door dewelke ander dan door middel van de supp=ten dat ongenoegen aan Uwel Edele Gestr: en Ed: Achtb=rens zouden heb„ „ben, koomen te Manifesteeren, en zulks te meer daar zij supp=lten zig verzeekert houden; dat wanneer het Uwel Edele Gest: en Ed: Achtbrens mogt behagen, de propositien, en het verzoek door C de supplten hier onder gedaan werdende te gouteeren en accordeeren, een door„ b uijtzigt voor de Burgerije, dat in het toekomende zo wel het Nomineeren als als Eligeeren van Burger Raaden ge¬ schieden zal op eene Wijze waar door zij zig verzeekerd moogen houden van Per„ zoonen, uijt het midden hunner als me„ „de Regters verkooren te vinden, op welke zy zonder hesiteeren hun ver„ „trouwen stellen kunnen en moeten ook volkoomen in staat zyn zal zoo om het teegenwoordig misnoegen der Burgerije te doen Cesseeren, als om te gelijk voorm: Flek in zijn verkreegen Burger Raads ampt onder dezelven te doen respecteeren De suppten neemen de Vrijheid, hier toe onder het oog van UwelEdele Gestr: en Ed: Achtb=rens te brengen, hoe bij alle Volke„ „ren, van de Oudste tiden af aan in ge¬ „bruik is geweest, dat wanneer zi de vergunning genieten, om in het een of an„ „der, waar meede hun belang of Jntrest Vermengt is, Representanten van hunnent hunnent weegen tot zeekere Lichaam te moogen doen Accedeeren, aan hun dan ook de vryhyd werd overgelaaten, om de Representanten zelve te benoemen het zy verre van de supplten dat zy hier meede iets het alderminste zouden bedoe„ „len, strydig met die afhankelykhijd, waar in zij, en met hun, het geheele Burger weezen, Ja de gantsche Colonie onder het gebied der Edele Oost Jndische Maat schappije staan, Neen WelEdele Gestr: Heer en Ed: Achtb=re Heeren zij Weeten daar en booren, en gevoelen altoos met een dankbaar hart welke weldaaden deeze Colonie onder de gunstige beschitkinge, en de protectie der Ed: O: J: Maatschap„ „pij genooten heeft, en hoe zeer onze Heeren en Meesteren, die zig aan het bewind van de zelve maatschappyj geplaats vinden, de bloeij en het welweesen van deeze Colonie met een liefderijke en Vader„ „lijke zorgvuldigheid gade slaans en ter harte me„ r e ge¬ harte neemen, maar daar het Hoogst dezelve onze Heeren en Meesteren goed gunstig behaagd heeft, aan de Caabse B „gerije te accordeeren dat in een zaak voo ieder individu van het uijterste gewigt en aanbelang, naamentlijk het admi„ „nistreeren der Justitie; Ses Burger— 68 Raaden uijt het midden hunner een gelyk getal leeden zal uitmaaken, met de geene die uijt S E: Comp„s Die„ „naaken, in dien Raad Cessie hebben„ en er geen nominatie van Leeden uijt S E: Comp„s dienaaren bij den Raad van Justitie geschied, gelijk nogtans bij alle andere Collegien uijt Leeden van S. Comp„s Dienaaren en burgers, be„ „staande, de Nominatie van sE: Comp„s Dienaaren en Burgerplaats heeft zoo meenen de supp=lten op gronden van billijk „heid te mogen suppliceeren gelyk zy van weegens de Burgerije zeer eerbiedig doen by deezen, dat de Nominatie Van Van den Burgerraad die teegenwoordig in derzelver bepaald getal bi den Raad van Justitie ontbreekt, en de geene die bij Ver„ volg openvallen zullen, Voortaan mogen geschieden door Burger Raade alleen onder het Prasidie van een der Leeden uijt het midden van UwelEdele Gestr: en Edele Achtb=rens vergaaderinge, waar bij egter wanneer hier uijt zoude moo„ „gen voortkoomen, dat slegts een Dubbeld getal geen ruijmte genoeg overliet, om als dan daar uijt eene Electie na genoe„ „gen te doen, om zulks te eviteeren, Burger Raaden zouden kunnen wer„ „den geobligeert, om voor ijder vacant vallende Burger Raads plaats, in steede van Slegts een dubbeld getal, de Nominatie drie, Vier of meervoudig uyt te brengen. En daar het al verders, onze Heeren en Hooge Gebiederen, om zeer wijze reede„ „nen, en met een roemwaardige Voorzigtigheid g t 2 Voorzigtigheid gelieft heeft, dat bij de verandering die in 't Jaar 1786 na hoogst derzelver voorschrift, aan den Raad van Justitie alhier is toegebragt: de Verkiesing der Burger Raaden, dewelke meede leeden indien Raad zyn moeten geschie„ „den zoude door den WelEdele Gethenge Heer Gouverneur, zonder deelneeming van den Edelen Achtbaaren Raad van Politie dog de reedenen die de supplten sustineeren dat hoogst dezelve tot deeze ordre en dat aanschrijven hebben gepermoveert gehad, niet meer plaats grijpen en by alle mindere Collegien uijt derzelve geformeerde Nominatien de Verklesing van Nieuwe Leeden geschied door UWel Edele Gestrenge en Edele Achtbaarens, zo neemen de supplten de vryheid meede zeer reverent „lijk te verzoeken, dat zulks op die zelvde wijze by vervolg plaats grijpen mag mag bij de Verkiesing van Burger Raaden De gronden van reedelykheiden billijk „heid, op welke deeze beide der supplten verzoeken rusten, en het oogmerk daar meede bedoeld, doen hun met Uwe wel Edele Gestrenge en Edele Achtb=rens guns„ „tige appostille, op dezelve gevlyt zyn. Dan indien onverhoopt bij Uwe Wel Edele Gestrenge en Edele Achtbrens mogt worden gedifficulteert, daar inne te Condescendeeren, zoo neeme de Suppl=te de Vryhyd verders zeer onder„ „daanig te verzoeken, dat dit hun eerbie„ „dig supplicq in dat geval, aan de Wel Edele Hoog Achtbaare Heeren seeventhienen onder gunstige appuij„ en Voorschrijven van Uwe WelEdele Gestrenge en Edele Achtbaarens t in e ge 29 Coll: N: v: Winkel, Achtbaarens mag werden overge„ zonden en voorgedraagen /onderstond:/ 'T welk doende /was geteekent:/ Joh=s Smuts, G: H: Meijer, H: De Wet /in margine:/ overgegeeven aan Cabo die Goede hoop den 12 April 1790. /bezyden het hoofd stondt/ Exhibitumr den 20 Aug„s 1790 —. Accordeert A Goott E: Clercq. Hb: duplicaat Copie Copie 9
English
Secret for the Right Honorable Stern Gentleman Governor Thursday the 20th of May 1790— In the forenoon, extraordinary meeting Present: the Honorable Lord President and all the Members. When today the Council was expressly assembled to decide several civil as well as criminal matters, the Honorable Lord President was lastly pleased to make known: That the Right Honorable Stern Lord Governor, with the prior knowledge of the Honorable Members of the Honorable Council of Policy, had handed to his Honor a petition, signed by three members of this assembly, being Messrs. Smuts, Mijer, and de Wet, and addressed to the Right Honorable Stern Lord Governor and the Honorable Council of Policy of this government, principally relating to the nomination and election of Mr. Abraham Fleck, who now holds a seat on behalf of the burghers as fellow member of this Council in place of Mr. Jan Coenraad Gie, who recently obtained his discharge: That, because that petition was considered by the aforementioned Lord Governor to be of such a nature Copy that its principal contents directly concern the Court of Justice, his Honor had also deemed that the President and remaining Members of that assembly should not be kept ignorant thereof. Wherefore his Honor, having received that petition, embraced this opportunity to inform the Council of its contents, adding that his Honor had read the often-mentioned petition not without the utmost indignation, because his Honor perceived that not only did they attempt to denigrate the full Court of Justice in the eyes of the government of this place, but it is also most clearly evident from the contents of that petition that the desire and objective of the petitioners is principally to remove the president of the assembly on the occasion of a future nomination, and thus, deeming the remaining Members of the Council unworthy of the exercise of a right granted to this assembly by the High and Mighty Lords Seventeen, to entirely exclude them from it; his Honor further testifying to having to declare frankly that he cannot comprehend how the same Messrs. Smuts, Mijer, and de Wet, without the very least prior knowledge of the Council, nor of his Honor as President, could resolve to make such an address. Hereupon Messrs. Smuts and de Wet advanced that they had had no intention in the aforementioned petition to denigrate nor prejudice anyone, nor to exclude the Honorable Lord President or the other Gentlemen Members of the Council. That they only aimed for the seating of an equal number of members on behalf of the Company and the burghers, in accordance with the order of the Lords Seventeen, and that they had finally also not intended to let someone else preside in their assembly or at the nomination, since in the petition they had spoken, without any exception, of the Members of the Honorable Council of Policy, under whom the Honorable Gentlemen President and Independent Fiscal are thus also included, they being themselves the interpreters of their own words in this regard; requesting their Honors to have what was advanced entered in the minutes for the discharge of the Honorable Lord President. After the same Messrs. Smuts, Mijer, and de Wet had subsequently retired from the assembly at the requisition of the Honorable Lord President, the abovementioned petition was read, in the presence of Mr. Abraham Fleck, who nevertheless also absented himself from the assembly immediately after the reading of the same, and it was found that the indignation which the Honorable Lord President of this Council had already manifested in his preliminary presentation thereof was very well founded; while furthermore the Lord Independent Fiscal remarked thereon that the aforementioned petitionary writing, instead of being called a petition, ought much rather to be stamped with the name of a satire and considered as an address which, because of its hateful content, ought not to be received by any collegiate body that is established in a civilized society and still knows how to preserve its dignity, much less to be inserted into any minutes or resolutions; since, besides the injury which is therein openly inflicted upon the Right Honorable Stern Lord Governor as Chief Ruler of this place, and the accusation that the nomination had not occurred properly and in form being straightforwardly charged against the president and the further Members of this assembly, the signers of the same have moreover acted entirely in bad faith in this matter; inasmuch as the aforementioned Smuts and Mijer first duly ratified the nomination letter to the Right Honorable Stern Lord Governor with their signatures without the least hesitation or protest, and yet, notwithstanding that, afterward formed a cabal with the third petitioner, without the least knowledge of the Council and thus clandestinely, regarding the aforementioned nomination, regarding the election of the oft-mentioned Fleck made by the Noble Lord Governor, and regarding the right granted by the Lords Masters to the Court of
Dutch transcription
Secreet voor den WelEdelen Gestr: Heere Gouverneur Donderdag den 20 Meij 1790— 's voordemiddags Extra ordinaire vergaderinge praesent de E achtb: Heer Praesident en alle de Leeden Wanneer Heeden de Raad expres vergadert was, om eenige zo Civiele als Crimineele stukken te deci„ „deeren, geliefde de E achtb: Heer President Laatste„ „lijk nog te kennen te geeven: Dat de wel Edele gestr: Heer Gouverneur met voor„ „kennis der Heeren Leeden in den E achtb: Raade van Politie, aan zijn E: achtb=r had ter hand gesteld, een Request, door drie Leeden deeser vergadering, zijnde de Heeren Smuts, Mijer en de Wet geteekend, en geaddresseerd aan den wel Edelen gestr: Heere gouverneur en E achtbe Politicquen Raade deeses gouvernements, hoofdzakelijk betrekking hebbende, tot de nominatie en Electie van het, in plaatse van den onlangs desselfs ontslag geobtineerd heb„ „bende Heere Jan Coenraad gie, tans van burger weege sessie hebbend meede Lid deeses raads de Heer Abraham Feck: Dat, dewijl dat request door wel opgem: Heer Gouver„ „neur geconsidereerd wierd van dien aart te zijn, dat Copie ƒ dat de voornaamste inhoud, daarvan den Raade van Justitie direct concerneert, zijn Ed: gestr: dus ook ge„ „meend had, den Praesident en overige Leeden, dier ver„ gadering, daarvan niet onkundig te moeten laaten Invoegen zijn Ed:e achtb: dat request overgenomen hebbende, deese geleegendheid amplecteerde, om den Raad van dies inhoude kennis te geeven, met bijvoe„ „ging dat zijn E: achtb: het meerm: request, niet dan met de uijtterste indignatie had geleesen, dewijl zijn E: achtb:s ontwaarde, dat men niet alleen den vollen Raad van Justitie bij de regeering deeser plaatse trach„ „te te denigreeren, maar het ook uijt den inhoude van„ dat request ten duijdelijksten op te maaken is dat de begeerte en het oogmerk der supplte. voornament¬ „lijk is, om den praesident der vergadering bij ge„ leegendheid eener volgende nominatie te removeeren, en dus met de overige Leeden des Raads tot de Exerci„ „tie van een recht, het welk door de Hoog gebiedende Heeren Zeeventhienen aan deese vergadering gegee„ „ven is, onwaardig achtende, dezelven daarvan ge „heel uijt te sluijten; betuijgende zijn E: Achtb: voorts rond uijt te moeten declareeren, niet te kunnen „begrijpen, hoe dezelve Heeren Smuts, Mijer, en de wet, zonder de allergeringste voorkennisse des Raads, nog ook van zijn E achtb als Praesident, tot het doen van een diergelijke addresse hebben kunnen resolveeren. Hierop advanceerde de Heeren Smuts en de wet, dat zij bij het voorsz: request geene intentie hadden „hadden gehad, om iemand te denigreeren noch „benadeelen, ofte ook den E: achtb=s Heer Praesident „ of de overige Heeren Leeden des Raads uijt te sluijten „Dat zij alleenlijk na de ordre der Heeren Zeventhienen „de sessie van een gelijk getal Leeden van Compagnies „en Burgerweege buteerden, en dat zij ook eindelijk „niet in het oog hadden gehad, om iemand anders in „hunne vergadering of bij de nominatie te laaten „praesideeren, daar zij in het request, zonder eenige „uijtzondering, van de Leeden van den E Achtb: „raade van Politie, waaronder dus de E: achtb Hee„ „ren President en Jndependent Fiscaal meede be„ „grijpen zijn, gesprooken hebben als zijnde zij daar„ „omtrend zelve uijtleggers van hun eige woorden„ versoekende Hun E E van dit voortgebrachte, tot decharge van den E: achtb Heer Praesident, aan„ „teekening in de Notulen n Na dat dezelve Heeren Smuts, Mijer, en de wet¬ op requisit van den E achtb Heer Praesident, Zig„ vervolgens uijt de vergadering hadden geretireerd, Is het bovengem: request nog in tegenwoordigheid van den Heere Abraham Fleck, welke Zig egter dadelijk na de lecture van het zelve, insgelijx uijt de vergadering absenteerde, geleesen en be„ „vonden, dat de indignatie, welke den E achtb: Heer Praesident deeses Raads, bij desselfs praelimi¬ „naire voordragt, daarover reeds heeft doen manifes¬ tie „ „teeren van „teeren zeer gegrond is; Terwijl voorts den Heer Jndepen„ „dent Fiscaal, daarop nog aanmerkte, dat het voorsz: versoekende schrift, in steede van een request genoemd te worden veel eer met de naam van een sative behoord bestempeld, en geconsidereerd te worden, als een addres¬ dat om desselvs hatelijke inhoud bij geen College, het welk in een geciviliceerde societeit gestigt is, en des„ „selfs waardigheid nog weet te conserveeren behoord aangenoomen, veel min in eenige Notulen, of resolu¬ „tien geinsereerd te worden: daar, behalvende Lasie, welke daarin aan den wel Edelen Gestr: Heere gou„ „verneur als Hoofdgebieder deeser plaatse, opentlijk is toegebracht, en de beschuldiging als of de ne„ minatie niet na behoren en in forma was geschied, den praesident en de verdere Leeden deeser verga„ „dering onbewindpeld aangewreeven; de tekenaars van het zelve bovendien, in deesen allezints ter kwader trouwe hebben geageerd; als hebbende voorm: Smuts en Mijer, eerst zonder de minste hasitatie ofte protestatien, de nominatie brief aan den wel Edelen gestr: Heer Gouverneur behoorlijk met hunne handteekening geratificeerd, en egter, des niet tegenstaande, daarna met 3=de suppl=t geformeerd eene Cabale, om zonder de minste kennisse des Raads en dus Clandestine, over de voorsz: nomi„ „natie, over de door den Edelen Heere Gouverneur gedaane verkiezing van dukgem: Fleck, en over het rechts door de Heeren Meesteren aan den Raade van
English
of Justice, to remonstrate; while, furthermore, setting aside one of the foremost duties of a judge, namely confidentiality, they have taken the liberty to make mention in a public document of the specific votes cast for the election of a Burgher Member to the Court of Justice, and thus, in their overall conduct, have not lost sight of bringing about, if possible, an infringement upon the trust that every individual must place in this Council as their competent judge. And the assembly further judged that the specific assertions of the same request, namely that the youth of the said Fleck, the minor services he is alleged to have rendered to the Burgher community, the frivolous objection that the frequently mentioned Fleck left the service of the Honorable Company a few years ago, would make him unworthy of the momentous post of Burgher Member of Justice; all must also find their application in a very evident manner and in particular to the circumstances in which the first and last signatories of that request found themselves upon their very first promotion as Burgher Councillors; so that it is unnecessary to elaborate on this in detail at present. The assembly having only resolved hereupon, in conclusion, to record all the foregoing in a secret minute, and further to request the Honorable President to thank the Right Honorable Lord Governor warmly, on behalf of this assembly, for the communication of the oft-mentioned so-called petition presented by three members from their midst; to inform His Right Honorable at the same time that this Council had not the slightest knowledge of the step taken by the said three members before His Right Honorable was pleased to give them notice thereof; all, however, with the added respectful request that His Right Honorable please take into serious consideration the consequences that the conduct of the aforementioned three members of the Court of Justice could entail, and furthermore, regarding the President and Members of the aforementioned Court of Justice, to take those satisfactory measures which may not only be proportionate to the far-reaching injury inflicted upon them, but also deemed suitable to maintain this assembly in its lawful right, and to protect it from similar insinuations in the future. After which, first the aforementioned Mr. Fleck and subsequently Messrs. Smuts, Mijer, and de Wet having re-entered, the last three mentioned requested to know the outcome; to which request they were answered by the Honorable President that the assembly had deemed it necessary to have the resolution inserted into a secret resolution; however, at the desire of the said three gentlemen, an extract from these minutes, in so far as it concerns what was put forward by them, will be delivered to them. And finally, Mr. Fleck further requested a copy of the same petition for his consideration; but since the aforementioned petition was not addressed to this Council and was taken back by the Honorable President, only that request was recorded. At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W: C: van Rijneveld, Secretary. Lower stood: Agrees with the aforementioned resolution, of which this copy was dispatched pursuant to a decision taken by the Honorable President and Members of the Court of Justice on behalf of the Company on 10 June 1790. Was signed: W: J: V: Rijneveld, Secretary. Agrees. Under stood: G Goedt, First Clerk. vSingelandt Copy The undersigned, having declared in the last ordinary meeting that it was never his opinion to send to the Members of the Court of Justice on the Company's behalf a copy of a written opinion to be submitted by Mr. van Lijnden, which His Honor would exhibit upon the petition in question of the three Burgher Members of the Court of Justice, along with an extract of the resolution; but rather the oral opinion as His Honor had previously expressed it: finds himself obliged not only to persist in the same hereby, but also solemnly to testify that it would have been the greatest incongruity to agree to sending a copy of a written opinion to the Court of Justice that not only did not exist at all, but the contents of which the undersigned did not even know. While the undersigned is furthermore of the opinion that no extract of the aforementioned petition can be delivered to the Member of the Court of Justice A. Fleck, in order to prevent all evil consequences that must arise from it. Requesting, for the rest, that this may be inserted into the resolution for his exoneration. Was signed: J: I: Rhenius. In the margin: Exhibited in the Council of Policy on 15 September 1790. Agrees. J Goetz, First Clerk. Petitioner.
Dutch transcription
van Justitie gegeeven, te remonstreeren; Terwijl zij zig voorts nog met ter zijde stelling van eene der voornaamste pligten eenes rechters, namentlyk de geheimhouding, hebben geëmancipeerd, om in een openbaar geschrift, melding te maeken, van de byzondere advijsen, tot de verkiesing van een burger Lid in den Raad van Justitie uijtgebragt, en dus in haar geheel gehouden gedrag, niet uijt het oog verlooren, om waare het mogelijk eene in„ fractie te weege te brengen op het vertrouwen, het welk ijder in dividee in deesen Raade als desselvs Competenten rechter stellen moet. En heeft de vergadering wijders geoordeeld, dat de bijzondere positiven van het zelve request, als namen„ „lijk dat de Jonkheid van gem: Fleck, de geringe diensten die dezelve voor de Burgerij zoude hebben gepraesteerd, de frivoole objectie, dat veelmaals ge„ „melde Feck voor wijnige Iaaren den dienst der E Comp: heeft gequiteerd, hem den gewichtigen Post van Burger Lid van Justitie zoude onwaardig maa„ „ken; alle op een Zeer evidente wijse haare applicatie ook in het bijsonder moeten vinden op de hoeda„ „nigheeden, waarin den eersten en Laatsten Tee„ kenaar van dat request, bij de aller eerste promotie derzelve als Burgerraaden hebben geverseerd ge¬ „had; zo dat het onnodig zij, thans nog daarover in het particulier uijt te wijden Zijnde bij de vergadering alleenlijk ten besluijte hierop depen¬ ho hierop goedgevonden, al het vooren aangehaalde te brengen in eene secreete Notul, en wijders aan den E achtb: Heer Praesident te versoeken, om den WelEdele gestr: Heere gouverneur uijt naam van deese vergadering, zeer voor de Communicatie van het dukgemelde zogenaamde versoek schrift, door een drietal leeden uijt het midden van Hen ge„ praesenteerd, te bedanken zijn welEdele gestr: teffens te praevenieren, dat deesen raade van den stap„ door gemelde, drie Leeden gedaan, geene de minste kennisse heeft gedraagen voor en al eer het zijn wel Edele gestr: beliefd heeft, dezelve daarvan Cognitie te geeven; alles egter met bijgevoegd reverentelijk versoek, dat zijn wel Edele gestr: tog in serieuse overweeging gelieve te neemen, de gevolgen welke het gedrag van voorm: drie Leeden der vergadering van Justitie, zoude kunnen na zig sleepen, en wijders nopens den praesident en Leeden des Raads van Justitie voormeld, die satisfactoire mesures te neemen, welke niet alleen geevenreedigd kunnen zijn, aan de verregaande Lasie Hen toegebracht, maar ook geschikt geoordeeld, om deeze vergadering bij haar wettig recht te handhaven, en in het vervolg voor diergelijke insimulatien te bevrijden. — Waarna eerst voorm: Heere Fleck en vervolgens de Heeren Smuts, Mijer en de Wet weder binnen ge„ „treeden zijnde, versogten de drie laatstgemelde het resultaat te mogen weeten? op welk versoek Hen door door den E achtb Heer President is geantwoord, dat de vergadering nodig geoordeeld had het besluit in een secreete resolutie te doen insereeren; zullende egter, op de begeerte van gemelde drie Heeren, aan de„ zelven een Extract uijt deese notul, voor zo verre het door Hen geprofereerde betreft, worden afgegeeven. En is laatstelyk door den Heere Fleck nog versogt Copie van het zelve request tot zijn speculatie! maar vermits het voorm: request, niet aan deesen Raade gericht zijnde, door den E achtb=r Heer Prae„ „sident weder is te rug genomen, is alleenlijk dat versoek aangeteekend. Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut supra /:Lager /: Mij Praesent — /:was geteekend:/ W: C: van Rijneveld secret: — /Lagerstond:/ Accordeert: met voorsz: resolutie, waar van deze Copie, ingevolge besluit bij den E Achtb: Heeren Pra„ sident en Leeden des Raads van Justitie, van Comp=ies weegen op den 10 Junij 1790. genomen, is geexpedieerd /:was geteekend:/ W: J: V: Rijneveld secret=s Accordeert /onderstond:/ G Goedt E: Clercq. e ap wel tie k ng g vSingelandt ƒ Copia Den Ondergeteekende in de laastgehoude ordi„ „naire Vergadering, gedeclareert hebbende dat het nimmer zyn gevoelen is geweest om Co„ „pia van een schriftelyk in te levere advijs van den Heer van Lijnden, 't welk zin Ed. op 't bewuste request van de drie Burgerleeden uijt den raad van Justitie zoude exhibeeren aan de Leeden van den Raad van Justitie van Comp: weegen, neevens een Extract resolutie toe te zenden; maar wel 't Mondeling advys zo als zijn E dat te vooren had geuit: vind zig genoodzaakt bij het zelve niet alleen mits deesen te persisteeren, maar teffens plegtig te betuijgen dat het de grootste incongrui„ teijt zoude zyn geweest, toetestemmen dat er Copia van een schriftelijk advijs aan den raad van Justitie wierde gezonden, dat niet alleen geensinsexteerde, maar welkers inhoud den ondergeteekende niet eens wiste. ter„ „wijl den Ondergeteekende al Wyders van Oordeel is dat er geen Extract van voormeld request aan 't Lid van den raad van Justi„ „tie A. Fleck / om alle kwade gevolgen wel„ ke er uijt moeten proclueren /kan werden afgegeeven. verzoekende voor het overige dat dit ter zyner de Charge in de resolutie mag werden g'insereert. /:was geteekend:/ J: I: Rhenius /in margine:/ Exhibitum in raade van Politie den 15 September 1790 Accordeert J Goetz Eg Clercq. Suplicant.
English
When at the meeting of the 20th of August last was brought to the table the petition of the three Burgher Councillors I: Smuts, G: G: Myer, and H: J: de Wet, regarding the nomination and election of fellow Burgher Councillor A: Flek, accompanied by an extract from the secret minutes of the Council of Justice, to which Council the same petition had been communicated by the Right Honorable Governor with the prior knowledge of the members of this Council; while the aforementioned Lord Governor at the same time proposed to place that petition in the hands of the Independent Fiscal, to the end as is further stated in the aforementioned resolution of 20 August last, the undersigned, on the contrary, was of the opinion that the aforementioned petition, with the addition of the consideration of the Council of Justice contained in the aforementioned secret minutes, ought to be transmitted to the High Governing Lords Masters, in order to await from Their Right Honorable High Mightinesses what Their Excellencies shall be pleased to decide thereon, as in the first place the changes requested in the aforementioned petition are not within the competence of this Council, but completely dependent on the will and pleasure of the highest-mentioned Lords Majors; while in the second place the petition itself contains a request for such transmission, which the undersigned believes cannot nor ought to be refused; and that for the rest, regarding the requested satisfaction of the Council of Justice concerning the injury which it maintains has been done to it, from the decision which the aforementioned Lords Masters might see fit to make upon that petition, it would likely also follow at the same time to what extent this claim will be considered by Their Right Honorable High Mightinesses to be well-founded or not. However, since the Right Honorable Governor further proposed at the aforementioned meeting of the 20th of August last to give communication by extract to the aforementioned Council of Justice of the decision taken by this Council on that petition, as well as of the oral advice delivered on that subject at the time by the Independent Fiscal, the undersigned made no difficulty in consenting thereto together with the other members, as he understood that since the opinion of the majority also entailed transmitting the petition in the manner aforesaid to the High Governing Lords Masters, such communication would then also have to serve for information and review before this matter; that one was awaiting the decision upon this matter entirely from the pleasure of the Lords Masters. The undersigned, however, having had to discover at the meeting of the 31st of the aforementioned month of August that the already resumed resolution of the aforesaid 20th of August also contained a joint decision to also place into the hands of the aforementioned Council of Justice a copy of the written advice which the Independent Fiscal had reserved the right to deliver further to the meeting at the same time, he not only then, as well as the Lords Rhenius and van Oudtshoorn, denied having helped to take such a decision, but it also appeared to him during the meeting, upon inspecting the draft of the resolution of that day, that the same resolution written by the Secretary van Aerssen contained this, while nevertheless the very same Secretary van Aerssen acknowledged at the same time that nothing of this appeared in the minutes; whereby the undersigned found himself further strengthened in the conviction that the aforementioned Secretary van Aerssen had erred in this matter. And as the undersigned would have had to consider it very imprudent and ill-advised for himself if he had given his vote to providing a copy of something that was not even in the world yet, and of which content one must therefore be completely ignorant, he, having heard the aforementioned written advice read at the aforesaid meeting of the 31st of August, found himself compelled to make his said denial further evident herewith. The Right Honorable Governor having subsequently been pleased to propose, at the aforementioned meeting of the 31st of August last, upon the oral request made by the Burgher Councillor A: Flek to His Right Honorable, to issue to the same a copy or extract of the aforementioned petition of the three Burgher Councillors, the undersigned was of the opinion that this ought not to be entered into. First, because the undersigned has found nothing in the same petition that could offend the aforementioned Flek in his good name or reputation; Secondly, because the matter concerning the aforementioned petition of the three Burgher Councillors ought to be left intact until the High Governing Lords Majors shall have been pleased to decide upon its contents, which thus makes it necessary to carefully avoid and prevent all steps and proceedings that could conflict with Their Excellencies' intention; and Thirdly, because if a copy or extract of that petition were granted to the said Flek, then a copy of the written advice could also not reasonably be refused to the aforementioned three Burgher Councillors.
Dutch transcription
Wanneer ter vergadering van den sten 20den Augustus Laastleeden ter tafel weerd gebragt het request van de drie Burgerraden I: Smuts, G: G: Myer en H: J: de Wet, met be„ „trekking tot de nominatie en verkiezing van den meede Burgerraad A: Flek, verzeld van een extract uit de secreete notulen des raads Justitie, aan welken raade hetzelve request daar den WelEd: gestr: heer Gouverneur met voorkennisse van de Leeden deezes raads was gecommuncieerd; terwyl welgem: heere teevens Gouverneur tans proponeerde om dat re„ „quest te stellen in handen van de heer Jnde„ pendent Fiscaal, ten fine als bij de voorm: resolutie van den 20 August Jol: nader staat vermeld, is den ondergetekende ter Contrarie van oordeel geweest dat het gem: request, met bijvoeging der bij de voorm: secreete notulen vervatte Consideratie des raads van Justitie, behoorde te worden overgezonden aan den hoog gebiedende heeren Meesteren, ten einde van haar WelEdele Hoog Achtb=e af te wag„ „ten, met geen hoogst dezelve daar op zullen gelieven te disponeeren, als zynde in de eerste plaatse de bij het gem: request verzog„ ten veranderingen niet van de Competentien deezes raads, maar volkomen ofhangende van de wille en het believen der hoogstged= heeren Majozes; terwyl in de tweede plaats ze het request zelve een verzoek tot zodanige overzending overzending behelst het geen den ondergeth: meend dat niet kan nog behoord te werden gewygerd; en dat voor het overige betref„ „fende de verzogte satisfactie des raads van Justitie over de Leesie welke zij susti¬ neerd dat haar zouden weezen aangedaan, uit de dispositie welke meer hoogstgem: heeren Meesteren op dat request mogten goed„ vinden te neemen, wel ligt ook te gelijk volgen zoude, in hoe verre deeze sustenue bij haar wel Ede hoog Achtb: zal werden geconsidereert al ofte niet te zijn gegrond Dan vermits den wel Ede. gestr: heer Gou„ verneur ter gem: vergadering van den 20 August Jongstle: verders geproponeerde om van het besluit bij deezen raade op dat regulst gevallen, en zo meede van het toen op dat su„ „jet mondeling uitgebragt advys van den heer Independent Fiscaal, bij extract Com„ municatie te geeven aan meergem: raade van Iustitie, heeft den ondergetekende geen zwarigheid gemaakt daar inne nevens de andere heeren Leeden toe te stemmen, alzo hij begreep dat vermits het gevoelen der meerderheid meede bracht, om 't request in„ voegen voormeld aan de hoog gebiedende Heeren Meesteren over te Zenden, eene Za¬ danige communicatie dan ook zouden moeten strekken tot informatie en nazigt voordien zaak; dat men de dispositie over deeze zook volkomen van het goedvinden der heeren Meesteren was afwagtende Den ondergeteekende egter ter vergade„ ring ring van den 31=e der gem: maand Augustus hebbende moeten ontwaren dat de reeds ge„ resumeerde resolutie van voorsz: 20' august teevens een gemeen besluit behelde om ook in handen van gem: raad van Justitie te stellen, Copia van het schriftelijk ad¬ vys het welk den heer indepondent Fiscaal zig ter zelver tijd gereserveerd had nader ter vergadering te zullen overleeveren, heeft zij niet alleen als toen, zo wel als de Heeren Rhenicus in van Oudshoorn ontkend een zodanig besluit te hebben helpen meenen, maar is hem te gelik staande de verga¬ dering, bij het inzien van het concept der resolutie van dien dag, gebleeken, dat dezelve door den heer Secretaris van Aerssen geschreeven resolutie zulks behelsde, terwijl egter even gem: heer Secretaris van Aerssen ter zelven tijd advoceerde, dat daar van niets bij de notu¬ len bleek; waar door den ondergetekende zig nader gesterijkt vond in het vertrouwen dat meer¬ gem: heer Secretaris van Aerssen zig hier inne heeft geabuseerd. Engelijk den ondergetekende het voorzig zelfs zien onvoorzigtig en onberaden zoude hebben moeten houden, wanneer zijn vota verleend had tot het afgeeven eener Capia van iets dat nog niet eens in de Weveld was, en van welke inhoude men dierhalven volstrekt onkundig moet zijn, heeft hij zig het gem: schriftelyk advijs ter voorsz vergadering van den 31 august hebbende hoozen Liezen, genoodzaakt genoodzaakt gevonden, van zijne gezegde ontken„ tenis bij deezen nader te doen blyken Den wel Ed:e Gestr: heer Gouverneur ver„ volgens ter gem: vergadering van den 31 au„ „gust Laastleeden hebbende gelieven voor te dragen om op het door den Burgerraad A: Flek bij zijn wel Ed:e gestr: mondeling gedaan verzoek, aan den zelven afte gee¬ ven Copia of wel Extract aan het meergem: request der drie Burgerraaden, & den on„ der get: van advijs geweest dat hier inne niet behoorde te werden getreden. Eerstelijk om dat den ondergetek: niets in hetzelve request heeft ontmoet het geen gem: Flek in zyn goede Naam ofte re„ putatie zoude kunnen beledigen, Ten anderen, om dat de zaak nopens het voorm request van de drie Burgerraden behoord te werden gelaten in zijn geheel tot dat de hoog gebiedende heeren Majo„ res over dies inhoude zullen hebben ge„ lieven te disponeeren, het geen alzo noodzakelyk maakt, om alle stappen en procedures zorgvuldig te vermyden en voor te komen, die met hoogstder„ „zelver intentie zouden kunnen stry„ den en Ten derden, om dat, zo wanneer aan ged=e Flek copia of extract van dat request wierd toegestaan; als dan ook aan de meergem: drie Burgerraden met rede¬ „lykheid meede niet zoude kunnen wer„ den gewygert Capia van het schriftelijk advys
English
yet it must always be recognized to be of too dreadful a consequence for it not to demand a careful vigilance, especially during the interval of time in which one must await the pleasure of the most highly mentioned Lords Major, in order to prevent and hinder the movements that could be caused thereby and that could be detrimental to the preservation of good peace and tranquility in this Colony. The undersigned finds himself compelled by the aforementioned reasons to request that this his written advice may be inserted after the resolution of 31 August last. Below stood: Advice of the Lord Independent Fiscal; at Cabo de Goede Hoop, 15 September 1790. Was signed: C: G: De Wet Agrees. Goetz First Clerk. Examined. Council. I 37192 Duplicate The undersigned, having in the penultimate meeting of 31 August, upon the proposition of the Honorable, Valiant Lord Governor to deliver to the burgher member in the Council of Justice, Abraham Fleck, an extract of such request as was presented and directed by the fellow members of the said Council, Smuts, Meijer, and De Wet, to the Honorable, Highly Esteemed Lords Directors commissioned to the Illustrious Assembly of the Seventeen, undertaken to express his opinion on a further occasion, because the matter came upon him unexpectedly at that time and he was therefore not sufficiently prepared for it, has now the honor to set down thereupon: That he is of the opinion that no extract of the aforesaid request ought to be delivered to the said Fleck, and indeed for the following reasons: Firstly, because it is not apparent to the undersigned that the aforesaid Fleck has been insulted in the same to such an extent that his good name and reputation would be compromised thereby, if he were not to obtain and acquire proper satisfaction for the reparation of his honor. Secondly, that if, by giving an incorrect interpretation to the words, the said Fleck were to view the matter from a wrong point of view, the delivery of these and similar extracts would have no other result than that discord might be born therefrom, and the so highly necessary peace among the inhabitants be disturbed thereby, which altogether can only be extremely detrimental, both to the Honorable Company in the first place, and to the Colony in the second place. Thirdly, since the decision was made by a majority of votes to send the aforesaid request over to the Lords Major in accordance with the request of the said Smuts, Meijer, and De Wet, the undersigned considers it not to be within his competence to give prior inspection thereof to a private person, as the undersigned maintains that Mr. Fleck appears herein, just as little as he, viewing the matters in retrospect, conceives that this delivery ought to have taken place to the members on the Company's behalf having a seat in the frequently mentioned Council of Justice. While the undersigned at this opportunity declares at the same time that it was never his sentiment to place in the hands of the Council of Justice a copy of the written advice of Mr. Van Lynden with respect to the aforesaid request, in addition to the resolution taken by the majority in order to send over the request cited above to the Lords of the Administration, but rather, upon the proposition of the Lord Governor, an extract from the aforesaid decision along with the oral opinions of the majority as well as that of the Lord Fiscal expressed at the same time. And it cannot well be presupposed that a member of the Council would be so foolish as to agree to the delivery of a document that did not exist and therefore could not have been read; just as the Secretary, who minuted the opinion of the undersigned as having been the same as that of the gentlemen Rhenius and De Wet, was also unable to demonstrate such therefrom. Although one might now wish to maintain that with the resumption of the resolution the same has obtained its sanction and the matters relating thereto must be carried out, such cannot be made applicable to something that only appears after the taking and resuming of a decision, as took place with the frequently mentioned written advice of the Lord Fiscal Van Lynden, which was brought into the world not only after the resumption of the resolution taken under date of 20 August, but even after the conclusion of the penultimate meeting held on the 31st following, while one was on the point of leaving the council chamber. The undersigned says for the last that, at the resumption of the resolution, he did not hear read out the words of written advice; he does not mean to imply hereby that the Secretary intentionally omitted them, far from it; but not having understood the same, he testifies thereto on the oath taken upon the assumption of his office, with the request that this his advice and attached declaration may further be inserted into the resolutions of today, in such manner and form as has always been customary. Was signed: W. I. Van Reede van Oudtshoorn In the margin: Exhibited in Council, 15 September 1790. Agrees. Goetz First Clerk. Duplicate Copy of the Council
Dutch transcription
geen dog altoos moet worden ingezien te zijn van al te schroomlijk gevolg, dan dat zulks niet, voor al gedurende den intervaldes tijds dat men het goedvinden van hoogst¬ „ged„e heeren Majares moet afwagten, eene zorgvuldige waarzaamheid vordert, om de bewegingen die daar uit zouden kunnen werden geoccasioneerd en die aan het conserveeren der goede rust en taan quiliteit in deeze Colonie hinderlijk kunnen zijn, voor te koomen en te beletten Den ondergetek=e vind zig door de vo„ ren aangehaalde redenen gedrongen te verzoeken, dat dit zijn schriftelyk ad„ vys agter de resolutie van den 31 august laastl: mag werden geinsereerd. - /:onderstond./ advijs des heer Independent fiscaals; het Cabo de goede hoop den 15 Septb: 1790 /:was geteekend:/ C: G: De Wet Accordeert Goets Eg Clercq. nagezien raden ik 37192 Suplicaat De ondergeteekende in de op een na Laatst gehouden „ne Vergadering van den 31 Aug„ s, op de propositie van den Wel Ed: Gestr: heer Gouverneur, om aan 't Lid van burgerwegen in den Raad van Justitie Abraham Heck afgegeeven Extract van zodanig request, als door de meede Leeden van gem: raad Smuts, Meijer en de Wet, gepresenteert ge„ „rigt was, aan hun WelEd: Hoog Agtb: de heeren Bewind „hebberen gecommitteerd ter Hustre vergadering van zeventhienen, aangenomen hebbende zijne gevoelen, ter„ „wijl de zaak hem te dier tijd onverwagt voorquam en dierhalven daarop niet geprepareerd genoeg was, bij eene nadere geleegentheid te zullen uiten, heeft thans d' Eer daarop ter neder te stellen Dat hij van opinie is, dat geen Extract van voorsz: Request aangem: Pleckbehoord afgegeeven te worden en wel om de volgende reedenen als — Eerstelijk, om dat aan den ondergeteek niet blijkt, dat voorsz: Fleck in 't zelve der maten beeedigt is geworden, dat zijne goede naam en reputatie daarmede zoude zijn gecompromitteert, bij aldien hij geene behoorlijke satisfac„ „tie ter reparatie zyner eer quam te erlangen en te ven„ „kreigen Den tweede, dat zoo wanneer men door eene verkeerde inter praetatie aan de woorden te geven, gem: Bleck de zaak eens uit een verkeerd oogprinct beshouwde, het af„ „geeven van die en zoort gelijke Extracten niet anders ten gevolge zoude hebben, dan dat de tweedragt daaruit zoude kunnen werden gebooren, ende zoo hoog nodige rust onder de Jngezeetenen daar door gestoort, welkeen en ander ƒ ƒ ander niet dan ten alleruitters te schadelijk kan zijn, zoo voor d'E. Compte in de eerste, als voor de Colonie in de tweede plaats Senderden, Daar 't besluit bij meerderheid van stemmen gevallen is, om voorsz: request, ingevolge, verzoek van gem: Smuts, Meijer, en de Wet, aan de heeren Majores over te zenden, acht den ondergeteek: niet van zijne Com„ „petentie te zijn, daarvan vooraf visie te geven aan een part, persoon, zoo als den ondergeteek sustineeri„ dat de Heer Fleck hierin voor komt, even min als hij, de zaken na van agteren in ziende, begrijpt, dat die afgave ook niet had:s behooren te geschieden aande Leden van Comp:es wegen in meer ged: Iustitieelen raade sessie hebbende Terwijl de ondergeteek bij deze gelegentheid tef„ „fens, declareerd, dat het nimmer zijn Sentiment is geweest, op Copije van 't Schriftelijk advijs van den teer van Linden, met betrekking tot 't voorsz: request tot de resolutie bij de meerderheid genomen, ten einden het request hier voorn geciteert aan d' heeren van't Bewind over te zenden, te stellen in handen van den raad van Iustitie maar wee op voordragt van den Heer Gouverneur Extract uit 't voorsz, besluit met de mondelinge advijsen van de meerderheid zoo wel, als die des heer Piscaals gelijktijdig geuit= En is het niet wel te praesupponeeren, dat een zid des raads zoo dwaas zoude zijn, omme teaccordeerende afgave van een Schriftuur, dat niet Existeerende; dier„ „halven niet heeft kunnen geleezen worden; gelijk den Secretaris, die het gevoelen van de ondergeteek:t dat het zelfde Zelfde is geweest, als dat van de heeren Rhenius en de Wet heeft genotuleerd, ook niet in staat is geweest, zulx daaruit te kunnen aantoonen Schoon men nu zou„ de willen sustineeren, dat met het resumeeren der resa„ „lutie dezelve zijne sanctie heeft erlangt en de zaaken daarop betrekking hebbende moeten worden uitgevoerd; kan zulx niet applicabel gemaakt worden tot iets, dat na het nemen en resumeeren van een besluit eerst te voorschijn komt, gelijk plaatzen heeft gevonden met het meerm: schriftelijk advijs des heer Fiscaals van Lijnden, dat eerst in de wareld is gebragt niet alleen de resumptie van de resolutie sub dato 20 Aug„s genomen, maa„ zelfs na het aflopen der op een na Jongst gehoudene Vergo „deringe van den 31 daaraanvolgende, terwil men, op het punc„ stond de raadzaal te verlaten De ondergeteek: zegt voor 't Laatst, bij het resumeeren der resolutie de woorden van schriftelijk advijs niet te hebben hoo „ren oplezen, hij wil hiermede niet te kunnen geven, dat den secretaris die stuctieus heeft overgeslagen gehad, 't zij verre: dan dezelve niet verstaan hebbende gehad, betuigd hij zulx op den Eed, bij d'aanvaarding van zijn ampt ge„ „daan, met verzoek dat dit zijn advijs en bijgevoegd de„ claratoir wijders mag worden g'insereerd in de resolutien van heden, zoo en in diervoegen als zulx altoot gebrui„ kelijk is geweest /was geteekend/ W. I. Van Reede van Oudtshoorn /in margine/ Exhibi„ „tum in Rade den 15 September 1790 Accordeert 9: Goetz La Clercq. Duplicant Copij des ra goa des
English
Copy Secret To the President and the Company's Members of the Council of Justice of this government From the accompanying extract resolution taken in our meeting on the 20th of August last, your honors will learn what we have seen fit to dispose regarding a certain petition presented to us by three of your honors' fellow members on behalf of the burghers, of which notification was made to your honors by the President of your college, and over whose contents your honors requested the said President to insist with us upon a satisfaction proportionate to the nature of the case. However, since your honors, pursuant to the aforementioned extract resolution, would have to await a memorial of considerations from the Independent Fiscal, Mr. van Lijnden, concerning the aforementioned petition, we, upon further deliberation on the aforesaid draft and for reasons moving us thereto, have deemed it necessary not to send your honors the said document of the aforementioned Mr. van Lijnden for the present, but to transmit the same, wherein the positions and grounds appearing in the repeatedly mentioned petition are debated, along with all the documents relative to this case, Good Friends, to our High-Commanding Lords Masters for the purpose of a decision; wherefore your honors, as well as we, must quietly await their most high equitable judgment in that regard. With which, after greetings, I remain, underneath was written Your honors' good friend, lower By order of the Honorable Governor and Council signed C. van der Ssen in the margin In the Castle of Good Hope, the 28th of September 1790. Agrees A. Goetz First Clerk from C. van der Ssen C. v. Biglandt Copy Secret To the Governor and Council of the Cape of Good Hope Right Honorable and Strict Sir, Honorable and Respected Sirs, The undersigned, having reserved the right, during the last-held ordinary meeting of this Council on Friday the 20th of this month on the occasion of the deliberations over the notorious petition of the three persons calling themselves presently acting Burgher Councillors, Joh.s Smuts, G. H. Meyer, and H. I. d. Wet, to submit further in writing the reasons for his advice, in which he was of the opinion that, instead of deliberating on it further, this petition ought immediately to be dismissed, with a serious recommendation to those audacious petitioners carefully to guard in future against troubling the Governor and Council again with similar addresses; And upon a further inquiry by the Governor, that he was of the opinion that an extract of the proceedings on that matter ought to be sent to the Council of Justice, and that in response to the oral message and request made to the Governor in the name and on behalf of the said Council by the President; So he now has the honor to submit that the reasons for this, his advice, are because the request made in this petition appeared to him to be in every respect indecent, unjust, incongruous, and ridiculous, indeed directly violating the respect and deference owed to this Government, and the petition itself filled with hateful insinuations, unfounded, hazardous expressions, unproven and indeed untruthfully concocted assertions, far-fetched conclusions and reasonings bearing not the slightest semblance of truth, and in the highest degree injurious to the Honorable Governor in the first place, to the Council of Justice in the second place, to this Government in the third place, and to the Right Honorable Lords Directors in the fourth place; As well as because some very weighty, troublesome consequences that might flow therefrom occurred to him, standing out as of themselves in a natural line of reasoning. For further clarification and proof of all of which, the undersigned believes that it will be necessary to dissect this petition a little and to comment on it somewhat further, and to that end to lay open: First, the request itself. Second, the positions, means, and grounds upon which this request is founded. Third, the consequences that the petitioners predict if their request is granted. Fourth and lastly, the actual, detrimental, and far-reaching consequences that the undersigned believes are naturally to be foreseen from the presentation of and deliberation over such addresses, with regard to this Government, indeed for the well-being and the tranquility of this colony. As to the First, the petitioners' request is three-fold: 1st. That the nominations of a Burgher Councillor, presently still vacant, and of the positions that might fall vacant in the future, may henceforth be made by Burgher Councillors alone, under the presidency of a Member from the midst of this assembly. 2nd. That the election from those nominations formed by Burgher Councillors may henceforth be made not by the Governor alone, but by your Right Honorable and Honorable Sirs. 3rd. That if, unexpectedly, difficulties should be raised by your Right Honorable and Honorable Sirs in condescending thereto, this petition of theirs may in that case be transmitted and submitted to the Right Honorable Lords Seventeen, under the favorable support and recommendation of this Government. Since now, by letter from our High-Commanding Lords Masters dated 28 July 1785, it was distinctly established for then and for always that each of the six Burgher Councillors who the Council of
Dutch transcription
Copij Secreet Aan den Heer Praesident en de Leeden van sComp=s weegen des raads van Justitie deeses gouvernements uijt de nevensgaande Extract resolutie in onse ver„ gadering op den 20 augustus Jongstl: genomen, zal uEd=s kennelijk worden het geene wij goedgevonden hebben te disponeeren, op zeeker request door drie van uEd=s meedeleeden van burgerwege aan ons geprae„ senteerd, waarvan door den Heere Praesident van uE College aan UE: notificatie is gedaan en over welks inhoude uE: gem: Heer President hebben verzogt bij ons te insteeren op eene naar den aart der Zaake geëvenreedigde satisfactie Dan aangezien UE: ingevolge de voorsz: Extract resolutie zouden moeten verwagten eene memorie van consideratien van den Heer Jndependent Fis„ =caal van Lijnden, over het voorn: request, hebben wij bij nadere deliberatie over het voorsz: ontwerp,om reedenen ons daartoe moveerende, nodig g'oordeelt, ul: het gem: stuk van evenged: Heere van Lijnden voor als noch niet toetezenden, maar het zelve, als daar bij gedebatteerd zijnde de positien en gronden in het meerm: request voorkomende benevens alle de stucken tot deese zaak relatief te Suppediteeren Goede Vrienden. aan C aan onse hoog Gebiedende Heeren Meesteren, ten fine van decisie weshalven uE=s zo wel als wij de bil„ lijke uitspraak van hoogst dezelve daar omtrent in stille zullen moeten blijven afwachten. Waarmede na groete verblijve /onderstond/ UEd: goede vriend : /:Lager:/ Ter ordonnantie van den Edelen Heer gouverneur en den raad /get:/ C: van derssen /:in margine:/ Jn 't Casteel de Goede Hoop den 28 Septb=r 1790 Accordeert AGoetz Eg Clercq. van C: van derssen 0 C vBiglandt Copia Secreet Aan Gouverneur & Maaden van Cabo de Goede Hoop WWel Edele Gestrenge Heer Edele & Achtbare Heeren De ondergetekende, zig, in de laast gehoudene ordinaris vergadering deeser raads, op vrydag den 20e deezer by gelegentheid der Deliberatien over het fameuse Request der drie zig, thans fungerende Burger Raaden, noemende, Perzoonen Joh. s Smuts, G. H. Meyer, en H. I. d. Wet, gereserveerd hebbende, omme nader en scriptis over te geeven de redenen van zyn advys, waar by hy van oordeel was, dat, in steede van verder daar over te delibereren, dit Request dadelyk behoorde te worden uitgegeeven, met Serieuse recommandatie aan die audacieuse requestranten, van zig int vervolg Zorgeuldig zorgvuldig te nagten, Gouverneur en Raaden met zoortgelyke adressen wederom lastig te vallen. - En op eene nadere emvrage van den Heere Pou„ verneur; dat Hlij van gevoelen was, dat extract van het gebesoigneerde over die zaak behoorde gezonden te worden aan den Raade van Justitie, en zulks in andwoord op de mondelinge boodschap en verzoek, uit naam en van wegens welgem: Raad door den Heere Praesident aan hem Heeren gouverneur gedaan, Zo heeft Hij thans de Eere voortedraagen dat de redenen van dit zyn advys, zyn, om dat hem het verzoek, by dit Request gedaan, is toegescheenen te weezen, allezints jndecent injust, incongrue, en redicul, Ja tegens de aan deeze Regeering verschulde Eerbied en ontzag direct aanloopende, en het Request zelve opgevuld met hate„ lyke Jnsemulatien, engefundeerde, gehasar„ deerde Expressien, en beweese Ja onwaaragtig uitgedagte stellingen, vergezogte geen de minste Schyn van waarheid hebbende gevolg trekkingen en raisonnementen en ten uiterste lasef voor den Edelen Heer Gouverneur in de Eerst Eerste, voor den Raad van Justitie inde Tweede, voor deeze Regeering in d. derde, en woord. Hoog Edele Groot achtbare Heeren Bewendhebberen in de vierde plaats. - Mitsgaders om dat Hem eenige zeer gewegtige facheuse gevolgen, die daar uit zouden kunnen proflueren, als van zelve, by een natuurlyk raisonnement in t oogloopende, zyn te vooren gekomen. - Tot nadere opheldering en bewys van all. het welke, de ondergetekende meend dat het nodig zal weezen dit Request een weinig te intleeden en wat nader te commentariëren en ten dien einde open te leggen Ten Eersten het verzoek zelve. Ten Tweeden de pesitien, middelen en gronden waar op dit verzoek is gefundeert. Ten derden de gevolgendie de Supplianten voor„ spellen, wanneer hun verzoek word toegestaan Ten vierden en laastelyk de wezentlyke nadeligen „en verre uitziende „gevolgen die de ondergeteekende meend, dat uit het praesenteren vant, en delibereren overe diergelyke adressen, ten aanzien deezer Re„ gering, Ja voor het welzyn in de rust dezer cotenie natuurlyker wyze zyn te voorzien Paoad Primum zo is der Supplianten verzoek vrieledig 1„o Dat namentlyk de nomenatien van Een Burgerraad, thans nog vacerende, en van de plaatzen, die by vervolg mogten epenvallen, voortaan mogen geschieden, door Burger Raaden alleen, onder Praesidie van een Lid uit het midden deezer vergadering. 2=e Dat deelectie, uit die, door Burger Raaden geformeerde, nominatien, voortaan niet door den Heere Gouverneur alleen, maar door uwel Ed: Gestr: in Edele achtb: mag geschieden 3„e Dat endien onverhoopt by uwel Ed: Gestr: en Ed: Achtb: mogt worden gedifficulteert daar„ inne te condescenderen, dit hun supplieq in dat geval, aan de welEdele Hoog achtb: Heeren 17=en, ondergunstig appui en voorschrij ven van deeze Regoering mag worden overge„ zonden en voorgedraagen Daarnu by aanschryvens onzer Hoog. gebiedende Heeren Meesteren d: d. 28 July 1785 voor destyds en altoos distinct is vastgesteld Dat elk den ses Burger Raaden die den Raad van
English
of Justice would have to help make up, would have to be chosen by the Governor from a nomination of two persons, to be made on the same basis as took place at that time during the election of Burgher Councillors; and that subsequently, after the College of Justice would be established, the filling of the Burgher Councillor seats falling vacant in the same shall also have to take place from a nomination of two persons, which is made by the same College, and from which the election by the Governor shall have to be made. Thus it follows indeed from this of itself: That it involves a formal indecency to make a request directly contrary to these established orders. That it is an absolute injustice to wish to deprive the Lord Governor and Council of Justice of a right and privilege belonging to them by just title as having been conceded to the same by the Lords Masters, and of which they have since been in some lawful exercise. That it contains an obvious incongruity within itself when such a request is made by Petitioners, who can be considered nothing other than private persons; for although they are fellow members of the Council of Justice, chosen from the body of the Burghery, they cannot however usurp that capacity here, since it is only operative when they are in function with and alongside the other Councillors of Justice, as all members of one body, whether in full College, or commissioned from and by the same for one or another duty. Ceasing all their power, qualification, and activity that does not have its origin in the bosom of the said College; from which it must then also follow that the titling of currently serving Burgher Councillors, which the Petitioners so generously ascribe to themselves in the beginning of the Request, is set down there very incorrectly and improperly. And since at the same time a College of Commissioners from the Council of Justice was ordered by the Lords Masters, consisting as well of members of Company servants as of members of the Burghery, to which all matters affecting the Burghery have also been assigned, so these Petitioners will indeed never be able to maintain that a College of Burgher Councillors exists alone or by itself, or that it is proper for them to hold any meetings among themselves, and from these to make any addresses as currently serving Burgher Councillors: Which can therefore be considered nothing other than clandestine gatherings and formal cabals organized against the body to which they belong. And even more so when, as in this case, such addresses are directly contrary and conflicting with the orders of their lawmakers and against the lawful privileges of their Chief Ruler and of the College of which they are members. That it is the height of ridiculousness itself, yea, directly running against the respect and reverence owed to a Government, to make a request to the same for which it does not possess the least power or faculty, or to demand a complete injustice from the same. Indeed, Right Honourable and Valiant Sir and Honourable Respected Gentlemen, this Council has not the least power or faculty to alter the so clearly established orders of the Lords Masters and to act directly contrary to them. And it would be utterly unjust to deprive the Lord Governor and the Council of Justice of their rightful right. Just as it is likewise, both for the Lord Secunde, as appointed by the High Honourable and Most Respected Lords 17 as permanent President of the Council of Justice, and also for their High Mightinesses themselves, entirely ungracious, but on the contrary very offensive, to request of this Government that this nomination might take place under the presidency of a Member from the midst of this assembly, whereas this request, if the Petitioners had hereby meant the Lord Rhenuus, was entirely superfluous and useless. The positions, means, and grounds upon which the Petitioners base this request of theirs are: 1st. That they present themselves for this purpose as Burgher Councillors and, nota bene, in that capacity as Members of the Council of Justice. Whereas to the contrary, as has already been shown herefore, they are members of the Council of Justice chosen from the body of the Burghery, and consequently can only be called Burgher Councillors in that capacity. 2nd. That the First Petitioner, having gone to the Lord Governor a few days before the nomination made, then learned that His Right Honourable and Valiant had, for the post of Burgher Councillor, considered the Orphan Master Abraham Flek, elected a few days prior, who had only been discharged from the Company's service at the end of the year 1784. This First Petitioner, now carefully guarding himself from stating the reason for this visit of his to the Lord Governor, before...
Dutch transcription
van Justitie moeten helpen uitmaaken, door den gouverneur zouden moeten gekoozen worden„ uit eene nominatie van twee perzonen, op denzelven voet te maaken, als doe by de verkiesing van Burgerraaden plaats had; en dat vervolgens na dat het Collegie vn Justitie gevestigd zoude zyn, 1 - de vervulling der in hetzelve openvallende Burger„ Raadsplaatzen, meede zal moeten geschieden uit eene nominatie van twee perzonen, die door hetzelve Collegie gemaakt, en uit de welke. de verkiesing door den gouverneur zal moeten gedaan worden. - Zo volgt hier immers van zelve uit Dat het eene formele indecentie involveert: een tegens deze gestelde ordres direct sluydig verzoek te doen Dat het eene volstrekte onregtvaardigheid is, den Heere Gouverneuren Raad van Justitie te willen berooven van een regt, ende privilegie hun Justotitule toekomende als zynde aan dezelve door Heeren Meesteren geconkedeert, en waar van zy zeedert in eenige wettige Exercitie zyn. Dat het eene duidelyke inconqruiteit in zig bevat, wanneer zodanig een verzoek geschiet door Supplianten, die niet anders geconsidereert en den d en daar. b: chrij g 09 7n geconsidereert kunnen worden, als particulieren Perzoonen, want hoewel zy mede Leeden zyn van den Raad wn Justitie, uit het Ligchaam der Burgerye verkoozen, kunnen zij echter die qualiteit zig hier niet aanmatigen, nademaal die eerst werkraam is, wanneer zy met ende benevens de overige Raaden van Justitie, als alle leeden van een Legehaam het zy in pleno Collegio het zij uit en door hetzelve, tot de eene of andere verrigting gecommitteert, in Funetie zyn. cesseerende alle hunne magt, qualificatie, en actiriteit, die niet uit den boezem van het gemelde Collegie haar en oversprong heeft= waaruit dan ook volgen moet dat de titula tuure van thans fungerende Burger Raaden Welke de Suppl: zig inden beginnen van het Request, zo mildelyk adseribeeren, aldaar zeer verkeert en te onpas is ter neder gesteld. En nademaal te gelyk door Heeren Majous een Collegie van Commissarissen uit den Raad van Justitie is verordineert, bestaande zo wel uit Leeden van Compagns Dienaaren, als uit Leeden van de Burgerye, aan t welk alle zaaken die de Burgerye raakende meede zyn opgedraagen, - zo zo zullen deeze Supplianten immers nooit kunnen sustineren, dat er een Collegie van Burger Raaden alleen of op zig zelve subsisteert, of dat het hun voegt eenige vergaderen onder zig te houden, en daar uit als thansfungerende Burger Raaden, eenige adressen te maaken: Dewelke dus niet anders geconsidereert kunnen worden dan als Clandestene byeen„ komsten, en formele Cabalen, tegens het ligchaam Waartoe zy gehooren, ingerigt- En nog meer wanneer gelyk en Casu zodanige adressen directsteydig zyn strydende teegens de beveelen van hunne wetgevers en tegens de wettige Privilegien van Hunnen Hooftgebeeder en van 't Collegie waar uit zy Leeden zyn Dat het de belaychelykheid zelve is, Ja tegens de Eerbeed en het ontzag aan eene Regering verschuldigt, direct aanlopende, een verzoek aan dezelve te doen, waartoe zij geene de minste magt ofte faculteit bezit, ofte eene volkomene in justitie van dezelve te vergen. Immers Wel Edele Gestrenge Heer en Edelen achtbare Heeren, deeze Raad heeft geene de minste magt ofte faculteit omi de zo zo duidelyk gestelde ordres van Heeren Meesteren te inventeren en regtstrydig daar tegen te handelen. En zoude het ten uiterste onregtvaardig zyn, den Heere Gouverneur en den Raad van Justitie van hun welhebbend regt, te privéren. Gelyk het insgelyks en voor den Heer secunde, als door de Hoog Edele Groot Achtbaare Heeren 17=en tot permanente Praesident van den raad van Justitie benoemd, en ock voor Hoogstde„ zelve, gantsch niet gratieus, maar integendal zeer lasief is, aan deeze Regeering te verzoe„ ken, dat die nominatie onder het Praesidie van een Lid, uit het midden deezer vergadering zoude geschieden mogen, daar dit verzoek, indien de supplt. hier mede den Heer Rhenuus hadden bedoeld, gantsch overbodeg, en insitiel was. De positien, middelen en gronden waar op de supplten. dit hun verzoek funderen, zyn, 1=o Dat zij zig daartoe voordoen als Burger deeze Raaden en NB. in za qualiteit als Leeden van den Raad van Justitie. Terwyle ter Contrarie, gelyk hier vooren reets is aangetoond zy leeden van den Raad van Justitie zyn, gekoozen uit het ligchaam der Burgerye, en gevolchelyk alleen indie qualiteit Burger Raaden kunnen genoemt worden 2=e Dat de Eerste suppl=te korte dagen voor de gedaane nominatie, zig by den Heer gouverneur vervoegt hebbende, als doe heeft vernoomen dat zyn welEd: gestr: tot de Post van Burger Raad, reflectie had gemaakt op den, eenige dagen van te vooren geEligeerd en 9 ƒ weesmeester Abraham Flek, pas met het ueiteinde — van 't Jaar 1784, uit 's Compagnies dienst ontslagen. Deezen Eersten suppl=t nu zig wel zorg„ vuldig wagtende, # z#d, de rede van deeze zyne vervoeging by den Heere Gouverneur, voor Quoad Secundum den ren nuis tiel
English
to state on the day of the nomination, he will not be able to take it amiss that, having to guess at it afterwards, one arrives at the supposition that this could be for no other purpose than, as it were, to sound out His Right Honourable Sir regarding that vacancy, and if possible to force upon him a councillor to his liking and in accordance with an agreement with his associates. Just as it was then also very natural that the Lord Governor, who apparently will have inquired after a competent subject, candidly made known to him his inclination toward it, certainly not expecting that what had occurred in confidence between two persons would afterwards, in an address to the full Council, be imputed to him as a crime. Especially since that inclination was toward a person against whose civic conduct, as the petitioners are themselves forced to admit, not the slightest thing could be said. Toward a person to whom the administration of the poor funds had already long been entrusted, and since a short time, the maintenance of the law and interests of defenseless widows. Toward a person known to everyone here at Cabo as a man of honour and probity. Toward a person, for that reason, also highly esteemed and beloved by everyone, and pre-eminently also among the burghers. Toward a person by no means devoid of natural judgment, and who, having already entered his 33rd year, cannot be considered too young of years, either for the function of Judge or for that of his previous offices. Aside from the fact that it is by no means proven that the oldest judges in Africa are always the wisest, most capable, and most accommodating. And finally toward a person who, quiet and subordinate to his lawful authority, seeks to observe their orders in all respects, bears them the proper respect, and has never meddled in any disputes, complaints, nor the submitting of addresses, whether to the Government, whether to the Directors, and much less to the High Mightinesses. Just as there is also no law or regulation at hand which would dictate that a Company servant discharged from the service for more than four years, and having returned to the burgher class among whom he was born and raised, may not be chosen from that same burgher class as a Councillor of Justice. Since the five-year burghership, annexed by the Lord Masters to the eligibility of a Councillor of Justice, is not said to have to commence from the moment that a native burgher is discharged from the Company's service, and that the previous years, before he transferred to that service, should not also be taken into computation. As this is also most strongly proven from the case of the last signatory, A. I. de Wit. Thirdly, that the first petitioner had believed he should not conceal from the Lord Governor that the person of Abr: Flek for the post of Burgher Councillor might not be agreeable to the burghers. And this because there was such a choice at hand among the burghers of those who, being the most notable in that station, enjoyed esteem and trust among the burghers on account of their respectable years, sufficient experience and knowledge, as well as years of service, and thus were in a position to be considered for that post first and foremost, above and before the aforementioned Flek. How the petitioners now dare to venture to attribute to the burghers here, without the slightest shadow of proof, such a way of thinking with respect to the person of Abr: Flek, the undersigned will leave to their accountability. They certainly would have done better if, without abusing the name of the burghers, they had stoutly and openly admitted that that person was so disagreeable to themselves because his way of thinking did not agree with theirs, and they thus did not have the prospect of finding in him a colleague who would agree with them in holding clandestine meetings, making agreements, and presenting improper addresses or requests, as they might perhaps otherwise have imagined if they could have created a Councillor in their own image and likeness. While for the rest the undersigned will leave to the judgment of those same burghers whether there are indeed so many to be found among them who, for the stated reasons, ought to be considered so far above and before the repeatedly mentioned Flek. As well as whether these three petitioners themselves, on account of their respectable years, sufficient experience and knowledge, as well as years of service, indeed possess so much more trust than he among those same burghers, at least among those who truly know them. Apart from the fact that the trust of the burghers alone, however desirable it may otherwise be, is cited here very erroneously and is entirely insufficient, because making the nomination is not demanded of the burghers, but of the Council itself, which fully satisfies its duty by placing on it such members in whom they conscientiously believe they can place their trust; and also because a so-called Burgher Councillor, having to sit in judgment as well over cases of Company Servants as over those of Burghers
Dutch transcription
den dag der nominatie, op te geeven, zal hij niet kwalyk kunnen neemen, dat men daarna moetende raaden, in de suppositie koomt, dat dit niet anders konde weezen, als om zyn Wel Ed: gestr: over die vervulling als 't waare te poltzen, en zo mogelyk eenen raad na zyn zin en volgens afspraak met zyne Consorten, op te drngen. Gelyk het dan ock zeer natuurlyk was, dat den Heere Gouverneur, die zig apparentelyk, na een bekwaam succt geinformeert zal hebben, zyne inclinatie daartoe openhartig aan hem heeft te kennen gegeeven, zekerlyk niet verwagtende, dat Hem expost in een adres aan den vollen Raad voor een Crimen zoude worden aangerekent, het geene in ver„ trouwen tussen vier oogen was geregt: „gevallen. voor aldaar die inclenatie was op een perzoon„ op wiens Burgerlyke Anduites, gelyk de supplten. gedwengen zin zelve te moeten avoneren, niets het allerminste te zeggen viel t op een Perzoon aan wien reets lange de bezoeging der arme penningen, en zedert korten tyd, di handhading van het regt ende belangens van weeren en Weerlooze weduwe was aanbetrouwt. op en Perzoon by een iegelyk alhier aan Cabo Cabo bekend voor een man van Eere en probiteit op een Perzoon, om die reeden ook by een iegelyk„ en voornamentlyk mede by de Burgerye, zeer geacht en bemind. Op een Perzoon gantsch niet van natuualyk oordeel ontbloot, en die reets in zyn 33 Jaar getreeden zynde, zo men tot defunctie van Rechter als tot die zyner vorige Bedieningen geconsidereert kan werden, te Jong van Jaaren te zijn. Behalven ook dat het geensints beweesen is, dat de oudste Richters altoos de wyste, kundigste en gemoedelykste in Africa zoude zyn. En Eindelyk op Een Perzoon die stil en onder geschikt aan zyne wettige overheid, hunne bevee„ len in allen deelen zoekt in agt te neemen, hun de behoorlyke Eerbied toedraagt, en zig nimmer„ meer met eenige dispuniten, Clagten nogte het doen van adressen; 't zy aan de Regeering, 't zy aan Bewindhebberen; en veel minder aan Heer Hoog Morgende heeft gemelleerd. gehad. - gelyker datr ook geene wet ofte Reglement voor handen is, welke zoude dicteren, dat een Compagnies dienaar voor meer dan vier Iaaren, uit den dienst ontslagen, en na de Burgereje Beragerije, onder dewelke hy geboren en ongeroed is, wedergekeerd zynde, niet tot Raad van Justitie uit diezelve Burgerye zoude mogen verhoren worden. - Overmits het vyffjaarig Burgerschap, door Heeren Meesteren aan de verhiesbaarheid van een Raad van Justitie geannexeert niet gezegd word te moeten beginnen van het moment, dat een gebore Burger uit 's Compagnies dienst ontslagen word, en dat de vorige Jaaren, Eer hy tot dien dienst overging, niet mede in computatie zouden mogen koomen. Zo als zulks ten kragtigste beweezen is mede uit 't geval van den laatstenteekenaar A. I. de wet 3„e Dat de Eerste supplt hadde vermeend voor den Heere Gouverneur niet te moeten verbergen, dat de perzoon van Abr: Flek tot de Post van Burger Raad, aan de Burgerye niet aangenaam konde zyn. En zulks om dat zig zo veel kitje onder de Burgerye voor handen bevond, van de zulke die als de natabelste in dien stand zynde, byj de Burgerye, uit hoofde van hunne respectabele Jaaren, genoegzaame ervarentheid en en kunde, mitsgaders lang jaarige diensten in agting en vertrouwen stonden, en dus in de 2 termen waaren van tot dien Post, verbooven en voor gem: Flek, het allereerst in aanmerking te kunnen koomen. - Hoe nu de supplianten durven hazardeeren. om alhier, zonder de minste schaduwe van bewys„ de Burgerye zodanige manier van denken, ten opzigten van de Perzoon van Abr: Flek toe te kennen, zal den ondergetekende ter hunner verandwoording overlaaten Boter zouden zy zekerlyk gedaan hebben, wan„ neer zy, zonder den naam der Burgerye te misbruiken, cordaat en onbewimpeld hadden gearoveert, dat die perzoon aan hun zelven zo onaangenaam was, om dat zyne manier van denken met de hunne niet overeenkwam, en zy dus dat vooruitzigt niet en hadden van in Hem een amptgenoot te zullen vinden, die in het houden van Clandestine vergaderingen, het maaken van afspraaken en het doen van onbezamelyke Adressen of verzoeken met hun zoude instemmen, als als zy zig mogelijk wel anders hadden voor„ gesteld, indien zy eenen Raad na hunnen beelden heid beelden en gelykenisse hadden kunnen Crëëren Terwyle overigens de ondergetekende aan de :beoordeling van die zelve Burgerye zal overlaten„ ƒ of er wel zo veele onder hun gevonden worden, die, omme de opgestelde redenen, zo verre boven en voor duekgemelde Flek en aanmerking moeten koomen. Gelyk mede of deeze drie Supplianten zelve, wegens hunne respectibele jaaren, genoegzamen „ en kundt ervarentheid; mitsgaders langjarige diensten, wel zo veel meer vertrouwen als Hy, by die zelve Burgerye, immers by de zodanige die dezelve regt kennen, zyn bezittende. ! Behalven dat het vertrouwen van de Burgerge alleen, hoe gewenscht hetzelven anderzints ook weezen mag, hier zeer verkoert geallegeert word, en gantsch niet voldoende en is. om dat het maken der nominatie niet aan de Burgerye is gedemandeert, maar aan den Raad zelve, welke, door zodanige Leeden daar op te brengen, waar inne zy ingemoeden hun vertrouwen vermeenen te kunnen stellen volkomen voldoen: en ook een zoge„ naamde Burger Raad zo wel over zaaken van Comp. s Dienaaren, als over dis van Burgers moetende
English
having to judge, thus the trust of this latter alone is not sufficient for him. 4th That subsequently the petitioners complain that during the drawing up of that nomination only three Burgher Councillors were present against five Company's Servants, besides the President, saying that consequently the members were so poorly proportioned against each other in number. Because the Burgher Councillor Maasdorp, on account of bodily weakness, was unable to bring forward his vote in the nomination, because the seat of the Burgher Councillor Tie was vacant due to his discharge, and also because, instead of the long since discharged Burgher Councillor Bletterman, despite the repeated requests made thereto by the petitioners to the Right Honorable Governor, no other had been appointed. How ever during the drawing up of such a nomination the number of six Burgher Councillors could possibly be complete, the undersigned declares himself unable to calculate. Meanwhile, the petitioners very unjustly make the Governor appear here as the cause that the number has not been completed. Since, after all, the illness of Councillor Maasdorp was not caused by His Honor's doing; another could not replace him as long as he was in the land of the living and did not see fit to request his discharge; and the vacant seat of Tie would now be filled. While the filling of that of Mr. Bletterman cannot occur without a nomination presented to His Honor, and consequently that non-completion should rather be imputed to the Council, and thus also to the petitioners, who repeated their requests thereto in the wrong place. Indeed, it is entirely unknown to the undersigned that the Governor ever hindered or prevented proceeding to a nomination, nor that, once a nomination was handed over to Him, He would have delayed or omitted the election from it. However, it is known to him, which the petitioners conceal here, that during the long vacancy of the post of Independent Fiscal, his seat in the Court of Justice remained open, and thus, besides the President, only five Company's Servants sat, while the members chosen from the citizenry were complete, which in cases where the undersigned must act ex officio, in case of completion of the latter, always takes place. 5th That the petitioners furthermore declare outright that the said Abr: Flek was not nominated by them, but indeed by the President and the five remaining members of the Company's Servants. So that, by majority of votes, the said Flek appeared on the nomination, and alongside him the former Commissioner of Civil and Marriage Affairs, Hendrik Pieter Warneck. From which saying it appeared most clearly that this latter was properly the man whom they intended and wanted to have. That they thus gave their vote to him, and that certainly some of the Company's servants also cast their votes for him, since their three votes alone could not make a majority for this notable, respectable, knowledgeable, experienced Hendrik Pieter Warneck, who had risen so high in esteem and trust due to his long years of service. For the rest, the undersigned will leave it to the petitioners' own decision whether and to what extent they were authorized, after having sworn upon their appointment by solemn oath the secrecy of the matters occurring in the Council, to reveal not only the course of the matter itself, but even beyond that, the particular opinions or voting? Indeed, how conscientiously these petitioners think about the matter of the oath shall soon become further apparent! 6th That the petitioners, to their painful regret, had to experience that the aforementioned Governor had paid no regard to what the first petitioner had declared and presented to His Honor with candor and trust. From this it appears once again how the petitioners were only concerned with persuading and forcing the Governor to choose their favorite, and this failing, their painful regret was born thereof. Although the petitioners fall out rather too prematurely against the Governor with various exclamations in this and some following paragraphs, at least with respect to making the nomination, and before His Honor had proceeded to the election from it. Meanwhile, the Governor certainly demonstrated his complete impartiality by electing the one who had the most votes, as he must naturally conclude therefrom that he had to be regarded as the subject best suited for it. 7th That the petitioners, however, have not been able to comprehend by what doing they had to forfeit the trust of the Governor in a matter of that weight for the citizenry. The petitioners must have very high thoughts of themselves
Dutch transcription
moetende oordeelen, dus het vertrouwen van deeze laatste alleen voor hem niet genoegen is. 4=e dat vervolgens de supplianten hun beklag doen, dat er by het formeren dier nominatie maar drie Burger Raaden, tegens vyff Comp:s Dienaaren, behalven den Praesident, zyn - - tegenswoordig geweest, zeggende dat mitsdien 3 ƒ de Leeden zo kwalyk tegens elkander in getal zyn geproportioneert geweest. Om dat den Burger Raad Maasdorp, wegens ligchaams Swakheid, buiten slaat was, om zyne Item in de nominatie by te brengen, ƒ om dat de stoel van den Burger Raad: Tie, door zyn ontslag, vacant was, en ook om dat, in steede van den voorlang reets ontslagenen Burger Raad Bletterman, ongeagt de door de Supplten. by den Wel Ed: Gestr: Heer Gouverneur, daartoe gereitereerde instantien, geen ander was aangesteld 1 geworden. Hoe nu immermeer by het formeeren van zodanig een nominatie, het getal van ses Burger Raaden met mogelykheid, Compleet kan zyn, betuigt de ondergetekende niet te kunnen bereekenen. ondertusschen van ondertusschen doen de supplianten zeer te onregt den Heere Gouverneur alhier paroisseren„ als de oorzaak, dat het getal niet is gecom„ pleteert geworden. Daar immers de ziekte van den Raad Maasdorp, niet door zyn wel Ed gestre. toedoen is veroorzaakt, een ander zo lange Hy in den lande der levendige was, en niet goedvond zyn ontslag te verzoeken, hem niet konde vervangen, en de vacante plaats van Tie alnu verveelt zoude worden. terwyle het vervullen van die des Heeren Blettermans, zonder eene aan zyn welEd: Gestr: gepraesenteerde nominatie, niet vermag te geschieden, en gevolglyk die net Cmpleteering eerder aan den Raad en dus meede aan de Supplianten, die hunne instantien daartoe op de verkeerde plaats gereitereert hebben, te imputeren zoude zyn. Jmmers is het aan den ondergetekende ge„ heel onbekend, dat de Heer Gouverneur ooit het procederen tot eene nominatie belet of verhindert, nog te dat Hem eene nomina tie was overgegeeven, de electie daar uit gedelaieert ofte agtergelaaten, zoude heb„ ben. Maar wel is hem bekend, het geena de Supplianten Supplianten alhier verzwygen, dat geduurende de lange vacatuure van de Past van Jndependent Fiscaal, deszelfs stoel in den Raad van Justitie is opengebleven, en erdus buiten den Praesi„ dent maar vyff Compagnies Dienaaren hebben gezeeten, ondertussen dat de Leeden uit de Burgerye verkooren Compleet zyn geweest, het geene in zaaken waarinne de ondergetekende amptshalven moet ageren, in Cas van Completie deezer laatste, altoosplaats heeft 5=e Datde supplianten al verder rond uit verklaaren, gemelden Abr: Flek niet door hun, maar wel door den Praesident en de vyff overige Leeden van 's Comps Dienaaren genomineert te zyn. zo dat, door de meerderheid van Stemmen, op de nominatie verscheenen zyn gem: Hek, en nevens hem den oud Commissaris, van Civile en Huwelyks zaaken, Hendrik Pieter warneck. Uit welk gezegde ten klaars te bleken dat deeze laatste eigentlyk de man was, die zij bedoelden en hebben wilden. Dat zy dus hunne Iem aan hem hebben gegeeven, En ren En dat er zekerlyk ook van Compagnies dienare hunne vota daartoe mede hebben uitgebragt aangezien hunne drie stemmen alleen geen meerderheid voor deezen Notabelen, respectabel kundigen, ervarenen en wegens zyne lange jarige diensten, zo hoog in agting en vertrouw gestegen en Hendrik Pieter Warneek konde uitmaken. De ondergetekende zal voor 't overige aan der Supplten eigene decisie overlaaten, of er in hoe verre zy bevoegt zyn geweest, na bij hunne aanstelling de geheimhouding, van de zaaken in den Raad voorvallende, me solemnelen Eede te hebben uitgeswooren, niet alleen den toedragt der zaak zelve maar nog daar en boven, de byzondere advysen of stem gevingen te openbaren? Trouwens hoe gemoedelyk deeze Supplianten op 't sturk van den Eed denken, zal strak nader blyken! E=o Dat de supplianten t han Smertelyk leed. weezen, hebben moeten ondervinden, dat wel opgem: Heere Gouverneur geen regard had geslagen, op 't geene de Eerste suppl=t zyn wel Ed Gestr: met candeur en Fiducie hadde gedeclareerten vortwond. Hier Hier uit blykt alwederom hoe het den supplianten alleen maar is te doen geweest, den Heere Gouverneur overtehaalen en te dwingen, om hunnen lieveling te verkiesen, en det mislukkende, daar door hun smertelyk leedweezen is gebooren geworden. of schoon de supplten wat al te praematuur in deeze en eenige volgende periodes tegens den Heere Gouverneur, immers ten opzigte van het maken der nominatie, en voor dat zyn WelEd: Gestr: tot de Electie daar uit was overgegaan, met verscheidene exclamatien uitvallen. Onderteissen heeft den Heere Gouverneur zekerlyk door het elegeren van den geenen die de meeste stemmen was hebbende, zyne volkomene impartialiteit aan den dag gelegt, als moetende daaruit natuurlyker wyze opmaaken, dat Hy voor het best daartoe geschikt subject, moest worden aangemerkt. 1=e Dat de suppl=n egter niet hebben kunnen bezeffen, door welk toedoen, dezelve het vertrou„ „wen by den Heere Gouverneur, in een zaak van dat gewigt, voor de Burgerije, hadden moeten verbeuren. De supplianten moeten al zeer groote gedagten van ten