VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10713

Cape · 1,062 pages · 148 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10713_0162 view scan ↗

English

the sails and flags of the aforementioned ship Holland to be kept in custody here for so long, that the common ratings under His Honour may remain destined for the said ship of the state. It being understood for the said service of the state, to keep the sails and flags, made known on a list thereof produced by the said Mr. Steffers, in custody in the naval equipment warehouse here, until such time as ships of the state shall arrive which might require them, and consequently to order the Equipagemeester to take them over into the said warehouse under his responsibility against a receipt to be executed for the said Mr. Steffers. Notice shall, upon the arrival here of any of the warships of the state, the Reverend van der Spuij requests satisfaction for the insult done to him by the be given of the four anchors that remained behind at the wreck of the abovementioned shipwrecked vessel Holland. Furthermore, by the aforementioned Governor, there was submitted to the meeting: citizen David Muller, a letter written last to His Honour by the Reverend Emeritus Minister Petrus van der Spuij, dated the 29th of the recently passed month of January, whereby the said Reverend van der Spuij with all urgency comes to request to obtain satisfaction in the matter that occurred between him and the citizen David Muller, mentioned at large in the Resolutions of this Council of for which all possible vain attempts have already been made by the Governor the 27th of March of the preceding year. And thereby, other previous letters on that subject, exchanged between His Honour and the said Reverend van der Spuij, having been successively communicated by the said Governor to the collective members, and it being now also made known what trouble and efforts had been unceasingly applied to find, if possible, the means by which that matter between the aforementioned Reverend van der Spuij and the citizen Muller might be cleared up in such a manner that, through the considerable following which it is well known has mixed itself therein from the Drakenstein congregation out of a severe bitterness against him, Reverend van der Spuij, which offer in that regard was made solely by the said Muller. there might not arise anew from it any consequences which must inevitably have their influence on the peace in the Colony or the actual Congregation; yet that His Honour, despite all those applied troubles and labor, both directly and by means of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, had not been able to bring it further than to obtain from the aforementioned D. Muller an offer to appear before the church council at Stellenbosch and there, in the presence of the said Landdrost, to declare that on Sunday the 26th of the aforesaid month of March he had proceeded from his residence to Stellenbosch to have his child baptized there, without having had the intention whereof notice shall first be given to Reverend van der Spuij to hear the public worship, as little as the congregation. Thus, after serious deliberation on this matter, it was approved and understood, before causing that declaration by him, Muller, to be put into effect, to give communication thereof to the said Reverend van der Spuij, in order to learn whether he would be satisfied therewith and hold that matter to be thereby eliminated, while testifying that we cannot conceal how much it is to be feared that a calm and peace, now enjoyed for only a short time in the churches and in this Colony, would have to be disturbed anew if steps were taken which we, as Regents, because of their and testifying how agreeable it will be if His Reverence will be willing to be satisfied with that offer dreadful consequences, find ourselves obliged to avoid; and that therefore nothing will be more agreeable to us than to be allowed to learn from His Reverence that he, likewise perceiving those consequences, out of a cordial feeling thereof on the one hand, and out of a readiness to forgive on the other hand (so that the unrest and bitterness-provoking proceedings arising from the actions of one or a few alone do not spread over the whole), will also take satisfaction in the aforesaid declaration of the aforementioned Muller, and thereby hold the matter to be settled. And that, whereas for those same reasons one thinks to be allowed to flatter oneself with such an outcome from His Reverence's side, yet that in the contrary case, further deliberations shall be held regarding the measures that must then be taken. our deliberations on the measures which in the contrary case would have to be taken have remained suspended until his decision regarding this shall have been learned. Yet that if it should be that, after a calm consideration of this our proposal, His Reverence could not resolve to be satisfied therewith and to acquiesce, a complete representation of his grievances in the said matter is expected from him, in order, after having examined the same accurately and deliberated thereon further with the required attention, to then take such measures as we shall judge to be in accordance with our solemn obligations.

Dutch transcription

de zeijlen en vlaagen van het voorn. schip Holland zo lange hier in bewaring tehouden dat de gemeenen onder zin Edele, voor het zelve lands schip mogen blyven gedestineerd- Zynde verstaan voor gem: lands dienst, de zeylen en vlaggen op eene daar van door gemelde Heer Sleffers geprodu¬ ceerde lyst bekend gesteld, in Slomps. Equipagie pakhuys alhier in bewaring te houden, tot tyden wyle en s'lands scheepen arriveeren zullen dewelke zulx benodigt mogten zyn, en mitsdien den Equipage„ meester te gelasten, om deselve ter zyner verantwoordinge onder eene aan gede Heer Steffers te passeerene rescriptie in het gemelde Pakhuis over te neemen— zullende by de komst alhier van eenige der s'lands oorlog schepen ken„ ms den predikant van den spunij verzoekt satisfactie over de aan hem aangedane belediging door den mose werden gegeven, van de vier ankers die by het wrak van het bovengemelde verongelukte Bodem Holland zyn agterge¬ bleven Nog wierd door wel opgemelden Heer gouverneur in vergaderinge overgelegd; burge Davide kieller het een brief door den Eerwaarde Emeritus Predikant Pebrus van der Spuij het laabst aan zyn Edele geschreven in dato 29e der Jongst gepasseerde maand Januarij, waar by ged=e predikant van der spuij met alle empressement komt te verzoeken, om Satisfactie te erlangen, in de zaak uit„ schen denzelven in den burger David Muller gepasseerd in het breede vermeld by de Rezolutien dezer Raads van de waartoe door den heere gou„ verneur bereijds alle mogelijke doen vergeefsche pogingen aangewend zijn den 27 Maart des voors Jaars En daarby door welgemelde Heere Gouverneur Successivelyk aan de gezamentlyke Leeden, andere vorige brieven over die materie, tusschen zyn Edele en gede predikant van der Spuij gewisselt, voor heen gecommu„ =nieeerd, en thans mede te kennen gegeven zynde, welke moeyte en pogingen onophoudelyk aan„ gewend had, om ware het moge„ =lyk middel te vinden, door het welke die zaak, tusschen meer„ gemelde predikant van der Spuijenburger Muller, zodanig mogt werden ontruymd, dat door den Considerabelen aanhang. die men wel weet, dat van de drakensteinsche gemeente uit eene hevige verbitteringe te„ gens hem predikant van den Spais &i0b welke presentatie dienaangaande eenelijk door ged. Muller is gedaan geworden. zich daar onder vermengd, uit de zelve niet op nieuw eenige gevol„ „gen onvermydelyk haren invloed op de rust in de Colonie of feikelyke Gemeente hebben moeten, zoude mogen ontstaan, dat dat zyn Edele ongecigt alle die aangewende moeyte en arbeid, zo direct als door middel van den Landdrosdt van Stellenbosch en Draken¬ stein, het niet verder had kun, nen brengen als van meergem. D Muller te verkrygen eene presentatie om zig voor den ker kenraad op stellensbosch te sisteeren en aldaar in presentie van gemelde Landdrosst te verklaren, dat hy op Sondag den 26:e der voorsz: maand Maart van zyn woonplaats zig na stellenbosch had ber„ =geven, om zyn kind aldaar te laten doffen zonder intentie gehad waarvan alvorens aan D. van derspuij kennis zal werden gegeven gehad te hebben, om den openbaren Godsdienst zo min als de gemeente te Hooren — Zoo is, nadat hier over Serieuselyk was gedelibereerd goedgevonden en verstaan alvorens die betuyging door hem Muller tot Effect te doen brengen, daar van aan gede predikant van der Spaij communicatie te geven, ten eynde te vernemen of by den, zelven daar inne genoegen genomen, en die zaak hier mede geleimineert gehouden werden zoude, onder betuiging, dat wij niet verbergen kunnen hoe zeer het te dugten is, dat eene kolmte en rust nu maar wynig tyds in de kerken en in deeze Colonie genoten, op nieuw zoude moeten werden gestoort, zo wan„ neer en stappen wierden gedaan die wij als Regenten om derselver Schot in betuygd hoe aangenaam het zal zyn zo wanneer zyn herw:s zal willen genoegen neemen in die praesentatie Schromelyke gevolgen ons verpligt vinden te vermyden en dat ons dierhalven niets aangenamer zyn zal, dan van zyn Eern: te mogen verslaan, dat den„ zelven insgelyks die gevolgen inziende, uit een hantelijk gevoel daar van aan d'eene, en uit eene bereidvaardigheid tot vergeving aan de andere zijde /:op dat uit de dader van eene ofte sommige alleen de onrust en bitterheden verwekkende procedures zig niet over het geheel verspreyden ook in de voorsz: betuyging van meergem Muller genoegen neemen, en de zaak daar mede voor afgedaan houden zal— En dat, daar men om die zelfde redenen, zig met eenen zodanigen uitslag van zyn Eerwaardens Lyde meend dog dat men in Contrarie geval nader zal delibereeren over de mesures die als dan genomen moeten werden. — meend te mogen vlyen, onze de„ liberatien over de maatregalen; die by het Contrarie van dien zouden moeten werden genomen, opge„ Schort zyn gebleven, tot dat desselfs besluyt hier omtrend zal weezen verstaan — Dan dat zo het wee zen mogt, dat door zyn Eerw. na eene bedaarde overweging van dit ons voorstel niet konde werden besloten, daar inne genoegen te neemen en te berus„ ten, van denzelven verwagt werd een volledige voordragte, van desselfs beswaren in de gem: zaak, ten eynde na dezelve naar keurig ingezien, en daar op met den verEyschter aandagt; nader gedelibereerd te hebben, als dan zodanige mesures te neemen als wy oordeelen zullen met onze duure verpligtingen over Land d

NL-HaNA_1.04.02_10713_0169 view scan ↗

English

Complaints of some farmers and wine growers about the obstruction in the outspan places, which will first be submitted for investigation into the hands of Commissioners from the Council of Justice and Landdrost and Heemraden at Stellenbosch to agree upon. After reading a petition submitted by twenty-five farmers, who mostly call themselves wine growers, containing complaints about the obstructions caused to them by some owners of places situated along the roads, which they must pass to bring their produce here, in the spaces and other requirements needed for outspanning their wagons, with the request that the indicated or other provisions might be made in this regard, it was decided, before disposing thereof, to place a copy of the aforesaid petition into the hands of Commissioners from the Council of Justice here. Instruction for the superintendent in Plettenberg Bay approved. And also into the hands of the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, with orders to the said colleges, insofar as the places appearing in the petition are located within this Cape district or within that of Stellenbosch or Drakenstein, each in their own jurisdiction, to carry out a careful investigation into the grievances brought forward by the petitioners, and subsequently to serve this Council with their reports and considerations regarding this matter, and also concerning the redresses requested by the petitioners. Furthermore, after resumption of the drafted instruction for the superintendent in Plettenberg Bay, it was approved to establish the said Instruction according to the aforesaid draft and to allocate to him 5 percent of the profit on the timber. And only instead of 3 percent on the purchase cost, as the commissioners sent to the said Bay proposed in their report to be granted to the said superintendent, in order to bind him to all the more zeal and attention in receiving and shipping the wood, and thus to look after the master's interest and advantage, and also to accommodate the said superintendent in what might happen to the wood through no fault or act of his own, it was decided to grant to the frequently mentioned superintendent 5 percent of the profit that will remain on the wood after deduction of all expenses, whether upon its sale or when employed for the Company itself, to be drawn up in the latter case. Report and statement from the Master of the Equippage du Miny regarding such goods and species of money as are required for the slave trade according to the modest prices that the said Commissioners calculated for the buy-out in an account produced alongside their report, in order that the said superintendent may find himself encouraged thereby, alongside observing the aforesaid zeal for the Master's Interest, also to make every effort that the timber supplies are accepted at lower prices. By the Captain at Sea and Master of the Equippage Francois du Miny, in compliance with the statement required of him by resolution dated 14 April of the past year regarding all such goods and species of money as can best serve for the slave trade. Regarding this, the following report was delivered to the Governor on 22 December last and in the meantime circulated for reading: To the Right Honourable and Valiant Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc. etc. etc., together with the Honourable Council of Policy. Right Honourable and Valiant Lord and Honourable Gentlemen. Having been handed an extract of the Resolution taken on 19 April of this year in the Honourable Council of Policy and principally dictating: That since your Right Honourable and Valiant and Honourable Gentlemen had, with regard to the slave trade for the Company, among other things considered the necessity of being provided with such species of money and merchandise as would yield the most profit for that trade; Your Right Honourable and Valiant and Honourable Gentlemen had therefore thought fit to require of the undersigned Master of the Equippage, as being experienced in that trade, an accurate statement of all such goods and species of money as will best serve the aforesaid trade; Wherefore the undersigned, pursuant to that requisition, now has the honour to make a statement of such articles of merchandise as are required for each trading place in particular, according to the knowledge and skill that the undersigned has gained from experience in the various slave trade expeditions to those places themselves: In the first place, then, considering as the principal article for the slave trade the cash species, which are nowadays inevitably required everywhere without distinction if one wishes to carry on the trade with hope of success, and for which one cannot employ any other specie than the silver edged Spanish dollars, as this happens to be the universally desired coin of the various trading nations; Further required for that trade are the following merchandises, such as: Gunpowder, Flintlocks, Gunflints, Lead bullets, Linens; such as blue linen, fine white linen, fine flowered doriahs, fine coloured chintzes, lighterman's say, slave iron, iron pots, pewter dishes, knives, mirrors, beads, brandy, and further some wine.

Dutch transcription

klagten van Zommige lande „bouwers en wijngaardeniers over de belemmering inde uitspanplaatsen dewelke al vorens ter onder„ zoek zullen worden gesteld in handen van Commissarissen uit den raad van Justitie en Landdroit en heemraden aan Sellenborh over een te komen Na het welke gelezen synde een verzoekschrift door vyff en twin„ tig Landbouwers, dewelke zig meest wyngaardeniers noemen, ingediend hebbende de klagten over de belem„ meringen die hun door sommige beziders van plaatsen gelegen aan de wegen, die zy tot het opbrengen hunner producten herwaards passeeren moeten werden wegen bragt, in de ruimtens en andere verEyschten tot het uitspannen hunner wagen nodig, met verzoek dat daar omtrend de opgegevene ofte andere voorzieninge mogt wer„ den gedaan zo is verslaan, alvorens daar op te disponeeren, Copia van het voorm: verzoekschrift te Htel„ len in handen van Commissaries uit den Raad van Justitie alhier e Instructie voor den opzigter inde Plettenbergsbaaij gearresteerd. en zo mede in handen van Landdrosd en Heemraden van Stellenbosch en Drakenstein, met last aan dezelve Collegien, voor zo verre de plaatsen by het request voorkomende onder dit Caabse district of onder dat van stellenbosch of drakensten gelegen zyn, ieder in het haare omtrend de beswaren door de Juffr. bygebragt, naawkewrig onderzoek te doen, en vervolgens deezen Rade deswegens, en zo mede op de door de Luppn. verzogte redzes„ sen, te dienen van derzelver berigten en Consideratien Zynde verders na resumptie van het geformeerde Concept, eener instructie voor den opzigter in de Pletten bergsbaaij, goedgevonden dezelve Instructie na het gem. Concept te arresteeren en en aan denselven toegelegd 5 pC=t van de winst op 't hout„ werd en alleen in Reede van 3 pC=o op het inkoopskostende, gelyk de nade gemelde Baay afgezonden geweest zijnde gecommitteerdens by hun berigt komen voor te dragen om aan ged=te opzigter te werden toegelegd, ten eynde denzelven tot zo veel te meer iever en allentie in het ontfangen en afscheppen van het hout, en dus tot het behartigen van s' meesters intrest en voordeel te verbinden, en gem: opzigter ook te gemoed te komen, in het geene buyten zyn schuld ofte toedoen omtrend het hout zoude kunnen ontslaan, besloten aan meergem: opdigter toe te leggen & pbs. van de winst die na aftrek van alle ongel„ den op het hout, het zy by dies verkoop aan wel voor de Comp=e zelve g'Employeerd werdende, overblyven zal, om in het laatste ge berigt en opgave van den Equipagiemeester den Kunij van zodanige goederen en geldspecien als tot den slavenhandel werden verhyscht geval te werden opgemaakt na de modicque pryzen die de gem: Gecommitts by eene nevens hun berigt geproduceerde Rekening op den uitkoop hebben gecalculeerd ten eynde gem: opzigter zig daar door mag aangespoort vinden om te gelyk met het betragten van voorm iever tot Stmeesters Interest, ook zyn devoir aan te wenden dat de hout leverancee tegens mindere pryzen werden aangenomen— Door den Capitain ter zee en Equipagemeester Francois du Miny ter vol„ doeninge aan den van dezelve by besluyt in dato 14 april des gepasseerden Jaacs gerequireert opgave van alle zodanige goederen en geldspecien, als tot den slaven handel best kunnen dienen des deswegens op den 22 december laatste aan den Heere gouverneur overgeleverd, en intusschen ter Rondlezinge geweest zynde het volgende berigt — Aan den WelEdelen Gestr: Heer Cornelis Jacob van de Traaff, gouver„ =neur van Cabode goede Hoop en den Resorte van dien & &=a & benevens den E Agtb: Raad van Politie WelEdele Gestr. Heer en E Agtb: Heeren. Aan den ondergetekende Equipsa„ =gemeester alhier Francois du Minij, ter hand zynde gesteld Extract Resolutie op den 19e. April dezes Jaars Jaars in den E Agtb. Politicquer Raad genomen en voornamentlyk dideerende. Dat nadien by uwe wel Edele gestr: en E agtb: ten objecte van den Slaven handel voor dE Comp:e, onder anderen mede was te vooren gekomen, de noodzakelykheid om voorzien te weezen van zodanige geldspecien en Coopmanschappen als tot dien handel het meeste profet zoude kunnen opleveren: Uwe WelEdele gestr: en E Agtb: derhalven hadden goedge„ vonden van den ondergetekende Equipagemeester als in dien handel ervaren Synde te requireeren een nauwkeurige opgave van alle &o„ danige goederen en gelospecien als tot voorsz handel best zullen kunnen dienen — Soo als den Ondergeteekende ingevolge het zelve requisit thans dhere heb hebben in deesen opgave te doen van Sodanige articulen van koop„ manschappen als voor ieder handel plaats in 't byzonder werden gerequireerd, na de wetenschap en kunde die den ondergetekende heeft getrokken, uit de ondervinding in de differente Expeditien der slavenhandel of die plaatsen zelve: In de eerste plaatse dan, als het principaalste articul tot den Slavenhandel in aanmerking ko¬ „mende de Contante speciën, die daar toe Iegenwoordig op alle plaatsen sonder onderscheid onver„ mydelyk werden gerequireerd, wil men den handel met hoope van succes dryven, en waar toe men nog al geene andere specie dan de silvere gerande Spaanse matten kan employeeren, dewyl dit de al„ ge gemeen begeerde munt der onderscheydene handel dryvende natien komt te weezen — Weid voorts tot dien handel nog verEyscht de volgende Coopman„ schappen als: Bussekruyd Snaphanen v Steenen _o kogels Lywaten; als blauw Linnen, fyn wit Linnen fyne gebloemde doeriassen fyne gecouleurde Chitsen Ligtermans Zaaij slaafyzer yzere Potten Tinne Schotels Messen Spiegels Coralen Brandewyn en voorts eenige wy

NL-HaNA_1.04.02_10713_0177 view scan ↗

English

few other provisions in order, in addition to Spanish reals, to be partly employed at each trading post in particular, namely as follows: For trade on the east coast of Madagascar, where the price for a slave is generally 52 Spanish reals, there is required for payment 2/3 in cash specie and 1/3 in gunpowder, muskets, musket balls, flints, bar iron, iron pots, pewter dishes, knives, mirrors, beads, coarse linens, and brandy. On the west coast of Madagascar, where a slave generally amounts to 35 to 40 Spanish reals, 1/3 in cash specie, 1/3 in muskets and gunpowder, and 1/3 in blue linen, bar iron, iron pots, knives, mirrors, beads, musket flints, and brandy. At Querimbas, at which place a slave is generally paid for at 35 to 40 Spanish reals: half in cash money, 1/4 in blue linen, and 1/4 in gunpowder, muskets, and bar iron, with the addition of some small table provisions, of flour, butter, wine, dried fruits, etc., as presents for the court dignitaries. At Kilwa and Zanzibar, at both of which places the ordinary prices of slaves are 30 Spanish reals: 2/3 in cash money, and 1/3 in assorted linens such as fine linen, durias, and light sayette, as well as bar iron. And the price of slaves at Mozambique varies for the most part from 30 to 50 Spanish reals, depending on whether many or few ships happen to be present together at that place for the purchasing of slaves; however, payment cannot be made otherwise than entirely in cash specie. The undersigned, intending herewith dutifully to have satisfied the honored intention of Your Right Honorable, Worshipful Sirs, let this serve as a humble report. Below was written: Cape of Good Hope, the 22nd of December, 1786. Was signed: F. Duminy. according to which the domestic and Indian requisitions will have to be prepared. The Lord Governor communicates the orders issued by His Honor upon the appearance of the aforementioned Spanish ship La Pepita. Thus it is understood to instruct the respective administrators, each in his department, that in preparing the requisitions from the homeland and the Indies, they keep in view the articles that appear therein in particular outside the ordinary, in order to be available in the future and, for the benefit of the Company, to be employed for the slave trade. It being further communicated by the Lord Governor that when on the 6th instant there appeared here in the roads the Spanish private ship La Pepita, commanded by Captain Nicolaas Bandin, which had departed from Santo Domingo on the 24th of October last and was destined for Mozambique, and the said Captain had thereupon presented himself to him, the Lord Governor, requesting that since his ship required necessary repairs and the crew needed some time for refreshment, permission might be granted to him to remain here for a few days in order to be provided with the one and the other, His Honor, however, had represented to the said Captain that navigation by that nation past this corner was contrary to the treaties existing between the Crown of Spain and the Republic, and that he, the Lord Governor, must therefore notify him that, without lingering here, he would immediately have to depart again; but that since it was thereupon made known by the said Captain to him, the Lord Governor, that it was impossible for him to put to sea again without exposing both ship and crew to the utmost danger, unless at least some respite were granted him to repair the capital defects under which that ship labored, and he were provided with some requisites strictly indispensable for his voyage, His Honor, in order strictly to comply with the circular order recently received from the High Indian Government concerning the prevention of the navigation of the Spaniards, had demanded from the said Captain a specific statement of the said necessities in order to be able to depart again, which that Captain had undertaken to do, and that His Honor deemed it necessary to give orders that, insofar as that petition shall be found unavoidable for his departure, he be accommodated therewith as speedily as possible, in order thereby, while cutting off all private trade that might be attempted here, to deprive him of all pretexts, so as to leave this roadstead as soon as possible. With which sentiment and intention of the aforementioned Lord Governor the members having fully concurred, it was consequently resolved to execute the same. Likewise, it was disclosed by the aforementioned Lord Governor to the meeting The Lord Governor discloses a letter from His High Honor the Governor General Alting at Batavia, in which there appears the imputation made by the person of Cruysselbergen to the prejudice of him, the Governor. that His Honor, by a letter with which he had been honored in private by the High Honorable, Right Worshipful Lord Mr. Willem Arnold Alting, Governor General of the Dutch Indies, under date of the 5th of November last, and of which he proceeded to produce an extract, having perceived that to His High Honor, from the papers concerning the person of Marinus Simon van Cruysselbergen, and whether from those sent from here to Batavia or those subsequently submitted there by the same Cruysselbergen, there had appeared an imputation to the prejudice of him, the Lord Governor, without the same having been investigated or redressed, His Honor found himself in the first place obliged

Dutch transcription

wynige andere mondbehoeftens omme benevens de Spaanse realen gedeeltelyk te werden gEmployeert op ieder handelplaats in 't byzonder indiervoegen namentlyk: Tot den handel op d'oost¬ ƒ Cust van madagascar, al¬ waar de prijs voor een Slaaff, gemeenelijk in 52 sp realen werd tot de betaling verEyscht 2/3. in Contante Specie en 1/3 in bussekruyd snaphanen, snaphaan kogels Vuursteenen staafyzer, yzere Potten, Tinne schotels, messen spiegels, Coralen, grove lywaten en Brandewijn Op de westcust van mada„ gascar, alwaar een slaaf gemeenelyk komt te slaan op 35 a 40 Apmatte 1/3 in Contante specie, B in Snapphanen en buisekruyd en Bin blaauw zij Lywaat, sloafyzer, yzere potten Messen, Spiegels, Coralen, Snap hanen vuursteenen en bran dewijn Op Luerimboter welke plaatse, een staaff, geme„ nelyk tegens 35 à 40 spaansche Realen werd betaald de helft in Contanten gelde, 14 met blauw Lijwaat, en 1¼ en buosekruw Snaphanen en slaafyser, met bijvoeging van eenige klyne Tafelprovisien, van Meel, Boter wyn, gedroogde vrugten etc: tot presenten voor de hof groten Op Luiloa en Lan„ Sibar, op welke beyde plaatsen de ordinaire pryzen der slaven in 30 sx Realen 2/3 in Contanten gelde, en, 1/3 in geoor„ teerde Lywaten als fyn Linnen, doeriwede en en Ligtermans Saay, als mede Staaf ijzer En is de Prys der Slavenop Mosambicque meestendeels van 30 tot 50 spmatten verschil, lende, na mate dat zig veele dan wel wynig schepen, tot inhande„ ling van slaven te gelyk daar ter plaatse komen te bevinden, dog kan de betaling niet anders dan in 't geheel voor Contante specie geschieden — Ten ondergetekende, geden„ kende hier mede aan de geEerde Intentie van uwe welEdele Gestr: en Eagtb: pligtschuldig te hebben voldaan, laaten deezen dienen voor nederig berigt— /:onderstond:/ Cabo de goede hoop den 22 debr: 1786 /was getekent:/ F duminy - ver d - waarna de vaderlandsche en Indiasche Eijsschen zullen moeten werden geformeerd den heere Gouverneur Cenn municeerd d'ordres door zyn Ed. bij verschijning van het nevens gem. Spaans stiplapepita gesteld. Soo i verstaan aan de redpe. administrateurs ieder in het zijne te demanteeren, om in het formeeren der Eysschen uit het palria en Indien, de articuls in het oog te houden, die daar by in het byzonder buyten het Ordinaire voorko„ men, om in het vervolg te kun„ nen aan de hand zyn, en ten voordeele der maalschappij tot den slavenhandel te werden gemployeerd Door den Heere gouver„ neur verder gecommuniceerd zijnde, dat wanneer op den 6=e deesen hier ter Rheede verschenen was, het speransch particulier schip La Tepita gecomman„ =deerd door den Capitain nicolaas Bandin, het welk laatst op den 24 october van S domingo ver vertrokken en naar mosambieque gedestineerd is, en get Capitain zig daarop by hem Heere gouverneur had vervoegd, met verzoek dat vermits zyn schip noodzakelyke reparatien vor„ =derde, en dEquipagie eenigen tyd, tot verveisching nodig had, aan hem mogt werden geper„ mitteerd, om zig ten eynde van het een en ander te werden voor„ zien, eenige dagen alhier te mogen ophouden, zyn Edele egter aan gem. Capitain had voorgehouden, dat de vaart diei natie voor by deesen uithoek strydig was met de tusschen de kroon van Spanje en de repu¬ blieq Subsisteerende Tradaten en dat hy Heere gouverneur hem dierhalven aanzeggen moest, dat sonder zig alhier op te houden, ten eerste weder zoude zoude hebben te vertrekken dan dat vermits door ged: Capi =toin aan hem heere gouverneur daar op te kennen gegeven wierd dat het hem niet mogelyk was weder na zee te gaan, zonder en schip en dEquipagie aan het uitterste gevaa t' Esponeeren, ten ware hem ten minster eenig respyt gegeven wierd, om de Capitale defecten, waa aan dat schip laboreerde, te re„ Pareeren, in hy van eenige tot syne reyze volstrekt on ontbeer lyke verEyschtens zouden wezen voorzien, zyn Edele om aan de Cirentaire ordre, nu onlang van de hoge Indiasche Regeering tot het tegengaan van de vaart der Spanj aan den stiptelyk te voldoen, van gem Capitain had gezordert eene Specificque opgave van de gemelde noodza„ kelykheden, om weder te kunnen ver w zig waarmeede de heeren Leeden zig hebben geconformeerd. verbrekken, het geen dien Capi„ tain aangenomen had te zullen doen, en dat zyn Edele vermeende Ordre te moeten zietten, om voor zo verre die petitie tot zyn ver„ trek onvermydelyk zullen bevon¬ den worden, hem daar mede ten allerspoedigsten te gerieven, ten eynde denzelven dus onder het afsnyden van alle partieu¬ lieren handel die alhier zoude willen tendeeren, alle uitvlugten te beneemen, om deeze Rheede ten Spoedigsten weder te verleten, Met welk gevoelen en intentie van op gem: Heere gouverneur men zig volkomen geconformeerd hebbende, is zulx nitsdien tot de uitvoeringe gearresteerd - Insgelyks wierd door welgemelde Heere gouver„ neur aan de vergaderinge open E den heere Gouverneur legd ope eene missive van zijn hoog Edelheid den heere gouverneur Generaal Alsing te Batavia waarinne voorkomt d'imputatie door den persoon van Chuijsselbergen ten nadeele van hem Gouverneur opengelegd, dat zyn Edele by een brief, met welke in het particulier door den Hoog Edelen groot agtb Heere M=r Willem Arnold alting gouverneur generaal van Neder„ landsch India, onder dato 5 novbr„ laatstl: verheit geworden was, en waar van een Extract kwam te Produceeren, ontwaard hebbende dat aan zyn Hoog Edelheid, uit de papieren die den persoon van Marinus Simon van Cruis Pelbergen Concerneerende, en het zy uit de geene die van hier naar Batavia overgesonden, dan wel dewelke door denzelven Cruys Selbergen aldaar nader ingediend geworden zyn, te voren gekomen was, eene imputatie ten nadeele van hem Heere Gouverneur, zonder dat zulx onderzogt ofte gerepareer geworden was, zyn Edele diet in de eerste plaatse verpligt vond ten als dat geld hebben

NL-HaNA_1.04.02_10713_0185 view scan ↗

English

as if his Honour had received an important sum of money from the Equipagemeester du Minij for that office. For this purpose, to ask the collective gentlemen Members who were present at the time the case of the aforementioned Cruisselbergen was taken into consideration and, both out of special consideration and because of the obscurities appearing therein, had been settled politically, whether or not, when in the documents of that trial there had appeared a saying as if his Honour had defiled himself with the receipt of an important sum of money from the Equipagemeester here, François du miny, for or on account of his appointment to that office, this had been brought to their attention by his Honour, and their Sentiment and Advice had been asked, whether he ought not to clear himself of such a vile accusation, and if so, the manner in which this could best be carried out in accordance with his Honour's character. Which question having been unanimously acknowledged by the aforementioned Members, they testified that since people were but too well persuaded regarding a way of thinking of the well-mentioned Lord Governor completely contrary and alien to such acts, and each Member had also sustained that a calumny born out of a false supposition, as that imputation entailed, could not be capable of raising a prejudicial view against his Honour, much less making a purgation against it necessary, they consequently thought that this was best to be treated with indignation and contempt, and to have the aforementioned Equipagemeester take the oath of purgation thereon with a good purpose, and had also advised thereto all the more because the same imputation consisted only in a saying of the person of Philippus du Bos, who had meddled in the case of the aforementioned Kruysselbergen and had also made himself suspect, who at his Examination had altered that saying and indicated that he had heard this without naming the one who had said this to him, and whereby the same, as had shown proofs with what zeal he involved himself for the interests of Captain Siereveld, had become suspect of having himself been the original deviser of that saying, so that in lack of proof to the contrary, of which one could not doubt, the calumny inflicted by that false saying upon a chief commander of this place should have incurred a punishment against him, from which the well-aforementioned Lord Governor nevertheless himself sought to excuse him, du Bos, because of his youth, together with ill-advised and misapplied zeal, so that people thought for those reasons the oath of purgation which was then to be done by the aforesaid Equipagemeester would suffice against it. And thereupon it was declared by the well-mentioned Governor that his Honour, in order to [avert] all mistaken views to his prejudice, which his Honour noticed with regret that notwithstanding the adduced stance of the Gentlemen Members the aforementioned saying was capable of raising or leaving behind, now found himself obliged to clear himself against such a vile imputation, however much it affected the Lord Governor to the innermost of his soul, to find himself forced to this, without regard to his character which had to be compromised thereby, against the saying of a person regarding whom, despite his low and bad conduct, all means of excuse had been employed. That his Honour therefore had caused to be drawn up the strictest interrogatories having relation to that case, which he handed over to the honourable, highly esteemed Lord Commissioner with the request that the aforesaid Equipagemeester du minij, who for that purpose had been expressly summoned before the Council Chamber, might be called in and interrogated upon the same under solemn oath before the entire assembly. Which request having been complied with and the aforesaid interrogatories answered by the aforementioned Equipagemeester, together with his answers having been confirmed under solemn oath, as appears by the act executed thereof, it was further agreed, also at the express request of the well-mentioned Lord Governor, to send a copy of the same act to the High Indian Government, and to insist to the same, on the grounds of the now clearly established innocence of the repeatedly mentioned Lord Governor and thus also of the notorious falsehood of the aforesaid imputation, that it may please the same to look into the clarity of this matter, and to cause the one who shall be found to be the deviser of the imputation to be punished according to merit for his calumny committed therein against the character of a governor of this Colony. Further being taken into consideration the request made by the soldier under the Regiment of Luxemburg, Charlés la droite, in order that, in consideration that he is also one of those who discovered the conspiracy hatched on the journey hither on the ship de Jonge Frank, with which vessel he arrived here, and on account of which he feared he would have to undergo the persecutions of

Dutch transcription

als off zijn Ed: van den Equi„ „pagiemeester du Minij voor dat ampt eene importante geld somma zoude ontfangen hebben. ten dien belange de gezamentlyke heeren Leeden die ten zyde dat de zaak van meer gem: Cruisselbergen. overweging genomen, en zo uit zon„ derlinge Consideratie als om de daar in voorkomende duyster„ heden, politieq afgedaan gewordn was zig present hadden bevonden, af te vragen of niet, wanneer by de stukken van dat proces te voren gekomen was, een gezegde als of zyn Edele zig bezoedeld had, met het ont„ fangen eener importante geld Somme van den Equipagemeester alhier François du miny voor ofte ter zake van desselfs aanstel¬ linge tot dat ampt, door zyn Edele aan hun EE zulx onder het oog gebragt, en afgevraagd geworden was, derzelver Sentiment en Raad, of zig van een zodanige Snode beschuldiginge niet behoorde te zuyveren, en zo Ja, de wijze op welke Surstenue der heeren Leeden dver die Materie welke dit overeenkomstig zyn Edele larader best zoude kunnen werden uitgevoerd —. Welke vraag door de gem: Leeden een parig geadvoueerd wezende, betuijgden dezelve dat na„ dien men maar al te wel gepersua„ =deert was, omtrend eene den kentwyze van welgemelde heere gouverneur volkomen strydig en alieen wezende van diergelyke Acten, en ook ieder Lid gesusti„ =neerd had, dat eene Calumnie uit eene valsche veronderstelling geboren, zo als die imputatie mede bragt, niet in staat zyn konde om eene nadeelige opvat tinge tegens zin Edele te verwek =ken, veel minder eene zuivering daar tegens noodzakelyk te maken men dienvolgens gemeend hebben en den Eed dat zulx best met indignatie en afle veragting te behandelen was, met legge een d en om gem. Equipagiemeester den Eed van purge daarop te laten afleggen een goed oogmerk en ook zo veel te meer daar toe geraden had, om dat dezelve impulatie alleen bestond in een gezegte van den in de zaak van gem Kruysselbergen zig geme¬ leest; en mede verdagt gemaakt hebbende persoon van Philippus du Bos, die bij zine Examinatie dat gezegde eene veranderinge bygezet en te kennen gegeven had, dat hy dit had gehoord, zonder de geene te noemen die hem zulx zoude hebben gezegd. — en waar door denzelven soos die blyken gegeven had, met welken iever hy zich voor de belangen van den Capitain Siereveld importeerde suspect was geworden, van zelve den Origineelen Excogiteur van dat ge„ zegde te zyn geweest, zo dat by man„ quement van bewys voor het te gendeel, aan het welke men niet twyffelen konde, de Columnie door door dat valsche gezegde aan een Hoofd tebeeder deezer plaatse toege bragt, eene straffe tegens hem zouden hebben moeten incuinbeeren van dewelke wel opgemelde Heere gouver„ =neur egter zelve hem du Bos om zyne Ionkheid, mitsg:s onberaden en kwalyk aangewenden iever bragtede te verschonen, zodat men meende daartegen om die redenen voldoende te zullen zijn, den Eed van Jurge die als toen door voorsz Aquipagemeester stond te geschie„ =den En wierd daar op door welgemelde Gouverneur gedecla„ reerd, dat zyn Edele om alle verkeerde opvattingen tot desselfs nadeel, die gelyk zyn Edele met leedwezen ontwaarde, dat met tegenstaande de bygebragte Sustencie der Heeren Leeden het voormelde gezegde in Staat Staat was te verwekken of na te laten, zig thans genoodzaakt vond tegens zulk eene snoodeam„ putatie te zuijveren, hoe zeer hem Heere gouverneur tot in het binnenste van Syn Ziel ook kwam te treffen, zig zonder aan schouw van zyn Caroeter het welk daar door moest werden gecompro =mitteerd hier toe gedrongen te vinden tegens het gezegde van een persoon omtrend wien men, onaangezien zyn laag en slegt Comportement alle middelen van verschoninge had g'Emploijeerd Dat zyn Edele dierhalven had doen samenstellen, de strikste vraagpointen, tot die zaak hare relatie hebbende, dewelke aan den welEdelen groot agtb: Heer Com„ mitsaris overhandigde met verzoek dat voorsz: Equipagiemeester dieming, die zyn die vraagpoincten door denselven staande verga: dering beantwoord en beeedigd. waarvan Copia aan de heeren der hooge Indiasche regering zal werden overgesonden die daar toe expresselijk voor de Raad„ kamer had doen appointeeren, binnen geroepen, en voor de geintsche verga deringe onder Solemneelen Eede op dezelve mogt werden, onder vraagt — Aan welk verzoek voldaan en door gem Equipagemeeser, de„ voorsz: vraagpointen beantwoord mitsg=s zijne antwoorden met Solemneelen Eede bevestigd geworden zijnde, gelijk zulx bij de daar van gepasseerde Acte komt te blyken, is verders mede op expres verzoek van welgemelden Heere gouverneur verstaan, Copia van dezelve acte aan de hoge Indiasche Regeering over te zenden, en hoogst dezelve te insteeren, uit hoofde der nu duij„ delyk consteerende onschuld van meergemelden Heere gouverneur en dus mede van de notoire onschuld valschheid der voors imputatie, het reg reed Meur Een soldaat van het Seexemb. regem. om de bezyden gem. reedenene onder dat van Meuron geplaatst. het hoogst dezelve behagen mag, de lederheid dezer zake in te zien, en der geenen die bevonden zal worden den lxcogiteur, van de imputatie te zyn, over zijne daar inne gepleegde Calumnie tegens het Cavader van een gouverneur dezer Colonie na merie te doen straffen — Wijders in overweging genomen weezende, het door den soldaat onder het Regiment van Luxemburg Charlés la droite gedaan verzoek omme ter Consi„ deratie dat hy mede een der geene is, die de op het schip de Ionge Frank met welken bodem alhier is aangeland, op de her„ waards reyze gesmeede conspi„ ratie heeft ontdekt en weswegens hy vreeste de vervolgingen te zullen moeten ondergaan van

NL-HaNA_1.04.02_10713_0192 view scan ↗

English

Bonus for the discharged servants who will wish to enter into a new engagement. Of those among the said regiment who will endeavor to avenge the punishment of the mutineers executed here, provided they may be placed under the Regiment de Meuron here, that request has been granted, on the condition, however, that from the last-mentioned regiment another capable soldier be delivered by the Major and Commander in his place for the said Luxembourg Regiment. And, as it is the present usual time for the discharge of the Company's servants who have served their time, it is resolved to proceed regarding them in the same manner as was done in the past and other preceding years, and consequently, from the Company's treasury, to pay a bonus of ten rixdollars to those who will wish to re-engage for one year, and twenty-five rixdollars to those among them who shall be inclined to enter into a new engagement of three years. The curator ad lites qualified to send back to Batavia three slave boys from the estate of the deceased chief surgeon Schreuder. Further, the pay accountant and curator ad lites Clement Matthiessen Junior, upon his submitted request, has been qualified to send over, by one of the first departing ships, to the Curator ad Lites in Batavia, three such slaves belonging to the estate of chief surgeon Arend Schreuder, who died on the return ship De Schelde, as upon investigation have been found to be of the Eastern nation, and who consequently could not be sold here. Appointment of a quartermaster as court messenger in place of the discharged Jurgens. For lack of return cargo, the chartered private ships De Jonge Jacob and Dordrecht to be sent onward to Batavia. Thereafter, upon the recommendation of the Presidents of the Court of Justice, the quartermaster Willem ten Beugevoort was appointed as court messenger with the salary of ƒ20 per month under a five-year contract, and this because the messenger of the said College, Johan Anthon Jurgens, was, upon his submitted request, discharged from that function and permitted to repatriate with one of the return ships. From the charter-parties of the incoming chartered ships hired and laden for this government, De Jonge Jacob and Dordrecht, it having subsequently appeared that this Government is at liberty to cause the said ships to proceed onward from here to Batavia or Ceylon, it was, since there is as yet nothing at hand here with which to freight those ships on a return voyage, and it would not accord with the Masters' interests to let them return in ballast, thought best and resolved to dispatch both the aforementioned ships, after having been unloaded here as speedily as possible, to sail onward to Batavia. Review of the accounts of the five churches situated here in this country. Furthermore, the accounts of the poor funds of the Reformed churches situated here in this country were reviewed, reading as follows: The general amount of the capital of the Cape diaconate poor of the Reformed Church, consisting of the following: In the year 1786 on the 1st of January the capital was ƒ265099: 10: – From which is deducted the following outstanding accounts and creditors, namely: To the library ƒ26: 17: 10 Diverse pupils etc. 3193: 10: – 5967: 5: – 9187: 12: 10 Remains as the actual capital ƒ255911: 17: 2 Accrued in this year: Testamentary and liberal gifts ƒ1865: –: – From grave sites 1212: –: – Alms 8112: 19: – Interest 12997: –: – Judgments 360: –: – Rented pews 880: –: – Poor box 708: –: – 26134: 19: – Summa ƒ282046: 16: 2 Deducted: Expenses of the church ƒ1099: 18: – Expenses of the poor 12050: 19: – 13150: 17: – Remains on the last of December Anno 1786 ƒ268895: 19: 2 Consisting of the following items: Remaining in cash ƒ21437: 16: – Bonds and coastal deeds 201160: –: – Arrears of interest 8192: 4: – Total ƒ230790: –: – From which to deduct what is due to the below-mentioned from the immediately preceding as creditors, namely: The library ƒ26: 17: 10 Diverse pupils etc. for so much of their accounts that are running 5495: 9: – For ornaments of the church 139: –: – To the diaconate poor of the Land van Waveren 23440: –: – Zwartland 21600: –: – Thus done and transferred in the church council at the Cape of Good Hope, in the presence of the undersigned as political commissioner, the 22nd of January 1787. Was signed: J. Hacker. Which, according to custom, shall be sent in copy to the Fatherland, as well as the also reviewed general financial statement of the Lutheran church here on the last of December 1786, and the list of persons who, during the year recently ended, were accepted as members into the last-mentioned church, as well as the children baptized therein; of which said lists of members and baptized children it is likewise resolved to deliver a copy to the Reformed church here. Review of the honored dispatch from the High Government of the Indies dated 20 October 1786. Thereupon having further reviewed the highly honored dispatch of the supreme Indian Government dated 20 October 1786, brought by the ships De Schelde and De Batavier, as well as that of the [illegible]

Dutch transcription

douceur voor de Verboote dienaren die ten nieuw verband zullen willen ingaan van de zodanige onder het ged=e Regiment, die de straffe der alhier g'Executeerde muytelingen tragten zullen te revengeeren, mitsdien onder het Regiment van Meuron alhier te mogen werden geplaatst zo is en dat verzoek gecondescent„ deert, onder die mits nogthans dat uit het laatstgemelde Regiment door de Heer Ma„ for en Commandant, een ander bekwaam soldaat in zyn plaats voor het gem Laxemburgs Regiment werden geleverd - En is vermits de tegen„ woordige gewone tyd der verlos„ sing van 's Comp=s dienaren dewelke hun tyd hebben uitgediend verstaan, omtrend dezelve op ge„ lyke wyze, als in het gepasseerde en andere voorgaande Iaren ge schied is, te werk te gaan, en dien naar slaven boedel den r „lificeerd vol opper den Curator ad Lites gequa= „lificeerd tot terug zenanig naar Batavia van drie slavensongens uit aen boedel van den overledenen oppermeester schreuder volgens aan de geene dewelke sig op nieuw voor een Iaar zullen willen en gageeren, Thien Ryksdaalders, en de geene hun, ner die genegen zal zijn, een nieuw verband van drie Iaren aan te gaan, vyff en twintig Ryksdaalders tot een douceur uit sComp=s Cassa te doen betalen — Zynde voorts den Soldy boekhouder en Curator ad Liter Clement Matthiesse Junior, op desselfs gedaan verzoek gequalificeerd verzoek geworden om met een der eertvertrekkende scheppen aan de Heer Curator ad Lites te Batavia over te zenden drie zodanige slaven, tot de nala„ tenschap van den op het retourschip de schelde overledenen oppermees„ ter Arend Schreuder gehorende als vl aanstelling van aen quartier: tot Bode van Justitie insteede van den ontslagen Iurgens. - mits gebrek aan re boverladingen reparticuliere heepen de Jonge Iacob en Dordrecht naar Batavia voort te zenden als by onderzoek gebreken is te zyn van de oostersche natie, en dewelke mitsdien alhier niet hebben kunnen werden verkogt — Daar na op voordragte meester Willem ten Beugevoort van de Heeren presidenten des Raads van Iustitie tot geregts bode met de gagie van ƒ20 p=s maand, onder een vijff Iarig verband is aangesteld den quartiermees„ ter Willem ten Bengevoort ende zulx ter zake den bode van het gem Collegie Johan Anthon Surgense op zyn gedaan verzoek van die functie ontslagen en toege„ slaan is, om met een der retoursche pen te mogen repatrieern. Uit de Cherte parlhyes der uitkomende en voor dit gou„ vernement beladene ingehuurt schepen, de Ionge Iacob en Resump landt dood Resumptie derreek van de hier te lande zijnde vijff kerken. Dordrecht, vervolgens gebleken weezende, dat het dit Gouverne„ ment vryslaan zal, 4 gemelde schepen van hier te doen voor twylen na Batavia of Ceylon zo is, vermits men voor als nog alhier niets aan handen heeft om dier kopen daar mede in relour te bevragten, en het met s' meesters Interest niet overeenkomen soude dezelve bal„ last scheeps, weder te laten te rug keeren, best gedagt en verstaan beyde de voormelde Schepen na ten spoedigsten alhier te wezen ontlost, verder te doen voortzeijle naar Batavia - Wyders zyn geresu„ meest de Rekeningen der arme penningen, van de hier te lande zynde gerefor¬ meerde kerken, luydende als volgt— de Biblisteecg diverse pupillen & Aan grafsleden - - „almoesen. — Intresten vonnissen verhuurde gestoelten - — „ armbasse diacony Armen van de hervormde Kerk bestaande in 't volgende 'T Generale montant des Capitaal der Caapsche Ao 1786 op 7mo Januarij wast Capitaal ƒ265099: 10: waar van afgetrokken werd, de ondervolgende te vorenstaande Reecq: en crediteuren als ƒ 3193 — 10 5967 — 5 9160. R „ blyft oversulf 't wezentlyke Capitaal 255938 In dit Iaar bygekomen testamentaire en liberale giften- gaat af onkosten der Kerk Aan onkosten de armen Blyft onder ult o december A:o 1786 Bestaande in de volgende parthyen ƒ21437:16 aan Cassa over restant- - obligatien en kusting brieven. . . . 201160 —: agterstallige Intressen - - . . 8192 - 4 ƒ230740 waar van detraheeren, het geen d onder te meldene van 't even voorgaande, als crediteuren zyn Competeerende als de Bibhoteecq - -—ƒ 26. 17-10 diverse papillen &=a over zo veel derzelver 5495 -9 reecq: die dit loopen Aan ornamenten der kerk. „„ de diacony armen van 't land van Waveren - - — 23440 Swarlland /:onderstond Aldus gedaan en getransporteerd in kerkende Rresur =de aan Cabo de goede Hoof, ten overstaan van den ondergetekende als Commissaris politieg, den 22 Januarij 178 /:was getekent:/ I: Hacker Somma „ 8112. 19 resteert ƒ222627. 1099: 18 21600 N 139 268 766: de hoge aanschri „12997. 25025 ƒ281764. „ 360: - – ––12050„19 „ 880 -– – – –„ 708– ƒ : 1865 „. 1212 „ „ — — ƒ — - — . -- - — — - - 11013 1984: 12 ƒ268766. –– – –87 — —- - „derlan gebrui der dewelf - de dato dewelke nevens, de staat reek„ der Lutherse kerk volgens gebruijk in Copia naar't ver „derland zullen werden versonden Resumptie van het geseerd aanschrijvens der heeren vlan de hooe Indiasche regering de dato 20=' October 1736. dewelke volgens gewoonte in Copia naar het Vaderland zullen werden afgesonden, zo wel als de mede geresu„ meerde generale Staatrekening der Lutherse kerk alhier onder ultimo december 1786. en de lyst der Personen die geduurende het Iongst afgewekene Iaar, by de laatstgemelde kerk tot Ledematen, zyn aangenomen, als mede der by deselve gedoopte kin„ deren: Van welke gem: lysten der Ledematen en gedoofte kinderen insgelyks verslaan is, een afschrift aan de gereformeerde kerk alhier te doen ter hand stekken Vervolgens nader geresu„ meerd zynde, het zeer geEerd aan„ schryven van hoogstgemelde Indiasche Regeering in dato 20 October 1786 met de schepen de Schelde en de Batavier aange„ bragt, gelyk mede die van den 2502 12917 o 76. 7=

NL-HaNA_1.04.02_10713_0198 view scan ↗

English

dutifully to observe the order given for the lifting of the Fatherland packets and to give advice on all occasions of arriving ships The Lord Governor will send a secret letter regarding the concentration of the Servants with the available Cannon Received on the 7th and 27th of November following by the Zeepaard and the Diamant, it is understood that the renewed order for the lifting of the Fatherland packets with letters, brought by ships that still have to tarry, in order to send the same successively with the first vessel departing for Batavia, shall be observed, as well as providing information to Their High Mightinesses on all occasions regarding the ships and their number that still lie anchored in Table Bay or False Bay, or have departed from there, just as is done to the Fatherland. And Their High Mightinesses shall further be respectfully answered that, work being in progress on the concentration of the general number of the servants and the available Cannon and an order required in that regard, the Lord Governor will not fail to submit the same to Their High Mightinesses in a Secret letter. On the considerations regarding the appointment of a Committee to investigate the reasons for the decreased harvest of Wheat which Their High Mightinesses state they cannot comprehend to have arisen from the deterioration of the Lands and population increase. the same lords shall be further elucidated as shown in detail. Their High Mightinesses having proposed to this government the appointment of a Committee of knowledgeable Cape Citizens and farmers to conduct a careful investigation into the true causes of the harvest of Wheat, which has decreased so considerably for about a year or so, and to state the means by which the Cultivation might again be revived and promoted. In which regard Their High Mightinesses were pleased to state beforehand that they cannot agree with this government in the conception that the causes of the diminished crops in so short a time, as previously pointed out by them, should have arisen from the deterioration of the lands and some population increase. Thus it is deemed expedient to elucidate Their High Mightinesses further with all Respect on this just-cited matter before deciding whether any desired fruit may be expected from the appointment of the intended Committee. And Their High Mightinesses shall be requested, as detailed here at the side, favorably to consider that of this whole country, so far as the possession of the Company in the same extends, from the establishment of this Colony onward, that part which has since continuously yielded the grains and the wines was immediately undertaken successively to be worked, planted, and sown. And since this has already lasted for more than a Century, and naturally in all places the most fertile tracts were chosen first for this Cultivation, it is easy to understand that afterwards those harvests could not be made from them as in the beginning. And this all the less so because, in proportion as one took away more of the Land which formerly served only for the grazing of cattle and also brought it under the Plough for grain farming in order to let the old rest, in like proportion also the opportunity has diminished to obtain the manure, so necessary for fertilizing the Lands. That besides that, since it is naturally inherent to the Lands here that, after having been sown for three or four Years in succession, they become filled with all kinds of Weeds, the same land that has been under the plough afterwards yields no more grass as fodder for the beasts, as it becomes covered with bushes or shrubs which are called here renosterbosjes, which cause the grass underneath them to suffocate. That just as, in order to gain the same quantity of grains that could formerly be harvested from a smaller portion of land, one now needs such a much greater expanse of land, it stands to reason that the Husbandman has to apply more labor, for which more ploughs, more Draft Oxen, more slaves, and in general more operating expense are required, he being now also obliged, for the Draft Oxen that he needs for the wagon to bring up his produce

Dutch transcription

het geordonneerde tot ligting der vaderb: pacquetten en drn bij alle geleegentheeden advis tegeven van de aankomende scheepen pligtschuldig te observeren de t' samentrekking der Dienaren met het aanhanden zijnde Canon zal den Heere gouverneur wij een secreete brief verzenden 7 en 27 November daar aan volgende met het zilpaard en de diamant ontfangen, zo is verstaan dat in olzer rante zal werden gehouden, de gere noveerde ordre tot ligting der Vaderland sche pacquetten met brieven, aange„ bragt werdende met schepen die nog moeten verloeven, om dezelve met den eerst na Batavia vertrekkenden Bodem Successive af te Zenden, en zo mede tot het narigt geven aan haar hoog Edelens bij alle gelegendheden, van de Schepen en derzelver getal die in de Tafel„ baay off Baay sals nog geaukerd leggen, of van daar vertrokken zyn, even als zulx na het Vader, land geschied— En zal aan haar hoog Edelens met Eerbied verder werden gerescribeerd, dat aan de 't Samen¬ trekking van 't generaal getal der op de eener dehee inz op de bedenkingen tot het benoemen eener Commissie om te onderzoeken de reedenen van den verminderden inzaam van Tarwe der dienaren en het aan handen Synde Canon & na eene daar omtrend verEyscht werdende ordre, gearbeid werdende, den heere gouverneur niet in gebreken blyjven zal, dezelve by een Secreete brieff aan haar hoog Edelens oppen te leggen Dan door haar hoog, Edelens aan dit gouvernement in bedenking gegeven Zynde het benoemen eener Commissie van kundige Caabse Burgers en boeren, om een naukeurig onderzoek te doen na de waare oorzaken der sedert een Jaar of wat zo considerabel vermin„ derde inzaam van Tarwe, en op te geven de middelen waar door de Culture weder opgebeurd. en bevorderd zoude kunnen worden Ten welken belange haar - hetwelk haar Hoog Edelens betuijgen niet te kunnen begrijpen dat uit de vere„ gering der Landerijen en volks vermeerderneg zoude zyn ontstaan. zullen hoogst deselve heerer nader werden g'elucideert „dig werd aangetoond. - haar hoog Edelen voor aff hebben ge„ lieven te betuigen; met deeze regering niet te kunnen vollen in het begra dat de eeden der mindere geweeschen in zo een korten tyd als door hoogst dezelve te vooren aangetoond was uit de verergering der landenij en en eenige volks vermeerdering zoude zijn ontstaan — zo is dienstig geagt haar hoog Edelens met allen Eerbied op dit even aangehaalde nader te Elucideeren alvorens te bepalen of van de benoeming der bedoelde Commissie eenige gewenschte vrucht zoude mogen werden verwagt — En zal haar hoog Edelens gelyk als hier bezyden omstan= werden verzogt, goedgunstig te willen Considereeren dat van dit gantsche land, voor so verre zig de possessie der Compagnie en het selve uitstrekt, van de exectie deezer 2 deezer Colonie aff, dat gedeelte het welk sedert by aanhoudendheid de granen en de wynen heeft opgeleverd, al aanstonds succes„ sivelyk ondernomen, is beplant, beorbeid en bezaagt te werden, zie en daar dit reeds nu meer dan een Eeur heeft geduurd, en tot deese Culture nahuwrlyk op alle plaatsen eerst de vrugt„ baarste streken zyn uitgetosen geworden, het ligt te begrypen is dat naderhand van deselve die inzamelingen niet hebben kunnen geschieden als in den beginne. — En dit te minder, om, dat na mate men meer van het Land het welk eertyds alleen ten wyding van het vee verstrekte afnam en mede tot den graanbouw, om „der de Ploeg bragt, om het ouder te doen kusten, na mate ook de de gelegendheid minder is geworden om de mist, zo nodig tot het vrugt baar maken der Landeryen te ver„ krygen dat behalven dat, de wyjl het de Landeryen hier na„ huirlyk eijgen is, om drie of vier Jaren, na den anderen bezaayt geworden synde met allerbeij Onkruyt vervuld te weezen, het zelve land ^ voor zo verre zig de postatie der Comp:e in het zelve uitstrekt, van de erectie deezer Colonie af, dat gedeelte het welk sedert by aanhoudendheid de granen ende wynen heeft opge„ leverd, al aanstonds successivelyk ondernomen is bearbeid, beplant en bezaagt te werden. daar dit nu meer reeds dan een Eeuw heeft geduurd, en tot deeze Culture natuurlyk op alle plaatsen eerst de vrugtbaarste streeken zyn uitgekozen geworden, het tigt ligt te begrypen is, dat naderhand van dezelve die inzamelingen niet hebben kunnen geschieden, als in den beginne— En dit te minder, om dat na mate men meer van het Land 4e het welk eertijds alleen ter wijding van het vee verstrekte of nam en meede tot den graanbouw onder de ploeg bragt om het oude te doen rusten, na mate ook dezelve wyden voor het vee by zyn plaats heeft kunnen aanhouden na mate ook de gelegendheid minder is geworden, om de mist zo nodig tot het vrugtbaar maken der Landeryen te verkrygen Dat behalven dat dewyl het de Landeryjen hier natuurlyk eygen is, om drie of vier Iaaren na den anderen bezaayt gewor „den zynde, met allerley onkruyd ver vervuld te weezen, het zelve land „dat onder de ploeg is geweest, naderhand geen gras tot voetzee voor de beesten meer voortbrengd als overdekt wordende met heesten of struyken die men hier tenoster bosjes noemt, dewelke het gras onder dezelve doet verstikken Dat gelyk om deselve quantiteit granen te winnen die voorheen van een minder gedeelde lands konde werden inzameld men thans een zo veel grooter uit gestrektheid lands nodig heeft het van zelfs spreekt dat den Landman meer arbeid aan te wenden heeft, waar toe meerder ploegen, meerder Tok Ossen meerder slaven, en in 't geheel meerder omslag werd verEyscht, Zynde hy nu ook verpligt, voor de Lokossen die hy tot de wagen, om zyne producten op te brengen, nodig heeft

NL-HaNA_1.04.02_10713_0205 view scan ↗

English

has, and which he, after this their labor, due to the lack of pasture on his farm, cannot keep there, to maintain another place or indeed, for pasturing and restoring them, to enter into an agreement with someone who owns such a cattle farm, so that what comes from these oxen in that short time is all the manure that he can collect for his lands. That from what has been said, which is sufficiently well known in general and abundantly to everyone who has even the slightest experience of agriculture and knowledge of the land here, it will be deduced that nowadays, in order to harvest a quantity of wheat proportionate to what he previously could collect, across a greater extent of land, more seed must also be used by the farmer, and that he needs so much more bread for a larger number of laborers, which leaves him less surplus to sell. That in order to be able to deduce from this how it is possible that, notwithstanding such a great abundance as their High Nobles are right to note previously took place, so considerable a reduction in crops is now found, such that there has even been a shortage for one's own needs, it ought first to be noted that this same shortage, like that of the past year caused by a complete crop failure in the grains, was also experienced in this Colony more than forty years ago, and that against this, as it depends on the failure of the timely rains, no other remedy can be employed than to ensure that a year's supply remains on hand, either by gathering such a supply in the Company's warehouses or by preventing too much from being exported from the country. That the reduction of the crop, which nowadays has generally increased in contrast to earlier years, will furthermore not have to be attributed so much to the harvesting of the grains itself, as well as and principally to the aforementioned and other associated circumstances that have reduced that abundance of it arriving in the Company's warehouses for a few years now, which people were accustomed to and with which one formerly, on certain occasions when a harvest was very opulent, even found oneself oversupplied. That when one compares with each other epochs in which abundance or scarcity prevailed, fateful vicissitudes will reveal themselves, which through their influence on the prosperity and welfare of this Colony were also capable of causing such abundance or scarcity in the grains. That when in the year 1755 thousands of inhabitants and slaves were carried off by smallpox, and those who lived inland had remained free from the contagion of this disease, one saw that on the one hand agriculture had suffered nothing, and with it the seasons coincided most favorably, yet on the other hand not only was the number of inhabitants reduced, but there was also no outlet abroad, the supply of wheat multiplied so greatly that everything which an exceedingly blessed crop of the year 1758 yielded was so superfluous in the following year 1759 that the farmer could not rid himself of it, and was obliged to sell his wheat even for Rds. 6 for the ten mudden, or because this did not cover the costs of his freight, to let the former pass into the stack, or to feed it to his livestock. Until at the end of that same year 1759 a French naval squadron from the Indies appeared here, which, being in want of everything, in an incredibly short time, and notwithstanding a successful grain harvest again in the following year, brought wheat back above its usual price, and indeed thereafter caused it to fluctuate, now a little above, and then again below it. That the years which followed were generally also not unfavorable regarding the crop, but that exports to foreign nations decreased more and more, and subsequently in the year 1767 the destructive smallpox having once again followed in this Colony, whereby a multitude of inhabitants and slaves was further destroyed, the supply increased again; but that an opened, extraordinary annual outlet to the Fatherland then prevented the farmer from remaining unrewarded for his labor as before. So that the surplus ceased to remain over from one year to the next, and to harm the price of what was to follow. That this price having since always remained in a regular proportion, so that up until the year 1781 one was even able to provide the Indies with the required wheat, one nevertheless has not been permitted to experience such a blessed year regarding the grain crop since then as previously and at present, and that from this it will be deduced that, if the mere appearance of a French squadron at the end of the year 1759 was able, regardless of such an excessive abundance as existed then, to cause wheat to rise above its usual price, likewise also the arrival and long stay here of considerable fleets, squadrons, and auxiliary troops, very necessarily in the year 1781, when one had kept over just as much as until the following year 1782

Dutch transcription

heeft, en dewelke hy na deezen hunnen arbeid, om het gebrek aan weide, op zyn bouwPlaats, aldaar niet kan doen overblyven een andere plaats aan te houden of wel tot het weiden en weder in staat stellen van dezelve met iemand die een zodanige vee„ plaat bezit in accoord te breeden zo dat het geene van deeze ossen, in dien korten tijd komt, al de mest is die hy voor zyn landeryen ver„ gaderen kan — Dat uit dit gezegde het geen algemeen en overvloedig by een ieder die eenige de min„ ste ervanenis van den land- =bouw en kennisse van het land alhier heeft genoeg bekend is, op te maten zal zijn, dat thans door den Landman, om een quantiteit Taawe / g'even; redigd aan het geene hy voorheen in heef inzamelen konde, op een grooter uitgestrektheid gronts te kunnen inoogsten, ook meerder zaad moet werden gebruykt, en dat hy zo veel meer brood nodig heeft voor een grooter getal arbeyders, het geen hem minder doet overhouden om te kunnen verkopen — Dat om nu ook daar bij te kunnen opmaken hoe het mo„ gelyk is, dat, niet tegenstaande een zo groote abundentie, als volgens het geene haar hoog Edelens te reg gelieven aan te merken, voor heen heeft plaats gehad, thans eene zo Considerabele vermindering ver gewasschen werd gevonden, dat men zelfs aan eygen benodigdheid gebrek heeft gehad, voor af zal behoren te werden genoteerd, dat men van het zelve gebrek, gelyk dat van het voorleden Iaar door door, een volstrekt misgewasch in de granen ontstaan, voor ruym veertig Jaren de ondervinding in deeze Colonie mede heeft gehad, en dat hier tegen als van het nablyven des tydige tegens aftangende, geen ander middel kan werden gebruykt, als te zorgen dat er een Iaar voorraad aan handen blyve, het zij met sodanigen voorraad in sComp=s maguazynen op te zamelen off wel te verhinderen dat er te veel het land werde uitgevoerd- dat de vermindering van het gewasch dewelke tegens woordig doorgaan in tegen stelling van vroeger Iaaren toege„ nomen is, verder zo zeer niet zal moeten werden toegeschreven aan de inzameling der granen zelve, als wel mede en voorna mentlyk aan de voorenaange„ haalde en andere daar mede ge„ paard gepoord gaande omstandigheden die verminderd hebben, dat van dezelve sedert wynige Iaren, die abundantie in sComps magazynen is gekomen, die men gewoon was en met welke men zich voormaals wel by enkende gevallen, wanneer aen oogst zeer oppalent was zelf heeft overkoopt gevonden Dat wanneer men met elkanderen vergelykt, Elpo ques in welke den overvloed of de Schaarschheid heeft geheerscht zig noodlottige wisselvalligheden openbaren zullen, die door haren invloed op den bloeij en welvaart deezer Colonie ook in staat hebben kunnen zyn om zodanige overvloed of schaarsheid in de granen te veroorzaa ken — Dat Dat wanneer in het Jaar 1755. duyzende van Inwoonderen en slaven, door de kinderziekte waren weggerukt, en van de besmetting dezer Ziekte, de geene deeland, waards in woonde bevryd waren gebleven, men gezien heeft dat daar aan d' eene zyde den Land„ bouw niets had geleden, en met dezelve de Laargelyden zich op het gunstigste verEenigden, dog aan de andere syde niet alleen het getel der Inwoonderen verminderd; maar ook geen venkien naar buiten was, den voorraad van Tarwe zich zo zeer heeft vermenigvuldigd dat al het geene een uitermaten gezegend gewasch van het Jaar 1758. opleverde, in het vol„ gende Iaar 1759. zo overtollig was dat den Landman zig daarvan niet konde ontlasten zich daar van niet niet konde ontlasten, en verpligt i geweest zyne Tarive zelfs tot Ros b voor de Thien mudden te verkopen of dewyl dit de onkosten van zyn vragt niet beloonde, het vorige in de myt te doen overgaan, of aan zyn Biestiaal te vervoeren Tot dat in het laatst van het zelve Jaar 1759. een Fransch oorlogs lesque der uit d Indien alhier verscheen„ het welk aan alles gebrek heb„ bende, in een ongelooflyke kort heid van tyd, en niet tegenstaande een in het volgende Iaar daar op weder welgeslaagden graan Oogst, de Taawe weder boven haren gewonen prysbragt Ja zelfs daar na dan een daar boven, en dan weder daar beneden heeft doen blyven fluctueeren Dat de Jaaren die die daar aan volgden doorgaans mede niet ongunstig waren, om„ viend het gewasch, dog dat den uitvoer omtrent de vreemder natien meer en meer afgenomen en daarop in het Jaar 1767. andermaal de verderfelijke Kinderziekte in deeze Colonie ge„ volgd zynde, waar door nader een menigte van Inwoonderen en slaven is vernield gewor „den den voorraad ook weder toegenomen is; maar dat eenen opengestelden buyten gewoonen Iaarlyksen uitweg naar het Va„ derland toen verhinderd heeft, dat den Landman niet gelyk bevo„ tens voor zynen arbeid onbeloond is gebleven. Zo dat het overvloedige naliet van het eene Jaar tot het andere over te blyven, en de prys van het geene daar op stond te volgen, te benadeelen — Dat da daar Dat deeze prys zedert sleeds in eene geregelde proportie gebleven zynde, zo dat men zelfs tot op het Iaar 1781. in staat heeft kunnen zyn, om de Indien van de benodigde Tarwe te voorzien, men egter van toen of geen zodanig gezegend Iaar omtrend het graan gewasch heeft mogen beleven, als wel voorheen. en in het tegenwoordige en dat daar uit of te leyden zal zyn, dat, is de enkele verscheyninge van een frans Esquader en het laatst van het Iaar 1759. in staat geweest om ongeacht eenen zo onmatigen overvloed, als toen plaats had, de larwe boven haaren gewonen prys te doen stygen, alzo ook de aankomst en lang verblyf alhier van Considerable vloten, Esqua„ „ders en auxilaire Troupsen, zeer noodzakelyk in het Jaar 1781 toen men maar even zo veel overgehouden had, als tot het volgende Jaar 1711 toe

NL-HaNA_1.04.02_10713_0213 view scan ↗

English

could suffice, must have caused a scarcity of grain to arise which could not diminish because the crop remained equally meager every year, while in the meantime the stationed troops, as well as the inhabitants who had again increased considerably since 1767, had to be fed. That from all this it further appears that, however blessed the crop may turn out in the future on the lands that were previously sown, the multitude of laborers themselves, and others who must be fed therefrom in comparison with what was formerly needed, will in all likelihood prevent the harvests from those lands from ever extending to a surplus in the future. The more so since from those times onward, when the extraordinary outlet for that surplus to Europe was opened, the farmer, finding himself relieved of all concern about disposing of his grain products, continually and without fear of the expenses applied himself to their cultivation as vigorously as he could manage, whereby his lands have also mostly become exhausted. That whereas one now finds at this juncture that, notwithstanding a very blessed grain harvest this year, it would be very difficult, if not impossible, to secure the ordinary supply for a full year in the Company's magazines, unless one were enabled to do so through the new cultivation undertaken around Mossel Bay, all this serves not only as further proof that the previously cited circumstances have caused the harvests for the Company to diminish, but also as evidence that the aforesaid encouraged agriculture further inland has become utterly necessary. That the reasons and causes of the lesser crops in so short a time, which at first glance must certainly cause wonder, having been further clarified and, as one flatters oneself, clearly demonstrated by what has been said, it will now be easy to investigate whether any benefit could be expected from appointing a Commission of knowledgeable Cape citizens and farmers to report— What reports one has to expect in this regard from a Commission of citizens and farmers. to report the means by which cultivation could again be revived and promoted. That one must certainly expect from such a Commission that it will report the previously cited extent of land which must now be used to gather the same quantity of wheat that could previously be obtained from a smaller tract of land, the increase in operations required for this, and consequently also the heavier expenses resulting therefrom for the farmer. But that one must also by no means doubt that this Commission, coming from a body which has already shown that it cares little about the grievances of the Company when its own interest would suffer thereby, would take this as an occasion to demonstrate, with every possible argument, that since expenses and labor have become heavier, the price of wheat ought also to be raised, if one wishes to enable the farmer to purchase and maintain the equipment and labor he needs for cultivation. That in order to prevent the increased costs of cultivation, the price of wheat ought also to be raised. What, however, ought to be considered against this. That against this, however, it ought to be considered: that this reduction in yield did not arise so much from the then-existing necessity on the part of the Company, from which an increase in price would now be demanded, to increase grain farming and exhaust the lands, but rather from the desire by which the farmer himself, through the certainty of being able to sell his wheat, was stimulated to multiply his harvest, and thereby to gain the capacity to enlarge his operations and, in order to obtain greater profits, to sow so much more land, as one has seen happen. And since it already appears that it is not a decrease or slackening of cultivation whereby the harvests have become scanter, but that on the contrary it could only be expected from a decrease of cultivation on the old lands, by letting them rest for a period of time, that the lands could return to their former state; therefore, from raising the ordinary price of wheat on the Company's part, it can by no means be expected that one would thereby obtain more in the Company's magazines. Principally the great grievance for the inhabitants of this Cape settlement. Because the inhabitants of this settlement, to their great grievance, would find themselves compelled to bid even higher in order to obtain their necessary supply of that indispensable sustenance. Besides which, it is not necessary to have the improvement of agriculture investigated by a Commission, since every farmer who owns a farm already applies himself to becoming acquainted with his lands and working them according to the knowledge gained, both by putting the seed into the ground earlier or later, and by fallowing and manuring according to whether the land is heavy

Dutch transcription

toereyken konde, heeft moeten vervor„ zaken dat er schaarsheid in de granen ontstond dewelke niet afnemen konde om dat het gewasch Iaarlyks even sober bleef, daar onder tusschen de aangehouden werdende troupen, zo wel als de in„ woonderen die sedert 1767. weder con„ Aderabel toegenomen waren, moes„ ten werden geopgst - Dat uit dit een en ander verder blykt, dat hoe gezegend het gewasch in het vervolg ook weder op de landeryen die voorheen zyn bezaagt geweest uitvollen mag de menigte egter der arbeyders zelve, en anderen die daar van moeten werden gevoed in vergelyking van het geene men voortyds nodig bad, na alle waar„ schynelykheid wel verhinderen zal dat de inzamelingen van die lande„ ry en zig voortaan tot het overtollige zullen uitstrekken. Te meer daan van die tyden of aan, dat den en 1 extra ordinairen uitweg voor dat overtollige na Europa is geopend geworden, den Landman alle bekommerneese ontruimd vindende om zyne producten van grane kwyt te worden, zig by aanhoudend heid en zonder over de onkosten beschroomd te zijn, zo sterk op de Culture daar van heeft toegelegd als hy by brengen konde waar door zyne Landengen dan ook meester„ deels zyn uitgezat geworden — Dat daar men nu of dit tytslif ondervind, dat niet tegenstaande eenen zeer gezegen, den graanoogst dezes Jaars, het zeer beswaarlyk, zo niet onmoge lijk vallen zoude, om den ordinaires voorraad voor een rond Jaar in s' Comp:s magosijnen magtig te worden, zo wanneer men door de ondernomene nieuwe Calture omstreeks de Mosselbaayj, daar toe toe niet wierde in staat gesteld, dit alle niet alleen diend ten naderen bewyze, dat de vooren aangehaalde omstandigheden, de inzamelingen voor de Comp: hebben doen vermin„ deren, maar ook ten beloge dat de voorsz aangemoedigde agrieulture verder landwaard in, ten uittersten noodzakelyk is geworden Dat de redenen en oorza„ ken der mindere gewasschen, in zo eenen korten tyd, dat men ziet in den eersten opslag zekerlyk daar over verwonderen moet met het gezegde nader opgehelderd, en zo men zich vleyt duydelyk aange„ toond wezende, het nu gemakkelyk vallen zal om te onderzoeken, eenige vrugt zoude kunnen werden verwagt, van het te werk stellen eener Commissie van kundige Caabse Burgers en boeren, om op te 1 welke opgaven men dienaang „gaanden van eene Commissie van burgers en boeren te verwegten heeft. op te geven, de middelen waar door de Culture weder zoude kunnen werden opgebeurd en bevorderd - dat men zeker van eene zodanige Commissie verwag¬ „ten moet, dat dezelve opgeven zal de voren aangehaalde uitgestrekt, „heid van het Land, het welk tot de inzameling van de zelfde quanti„ leit Tarwe dewelke voorheen, van eene mindere streek Lands konde werden gewonnen, thans moet wer den aangewend, de vermeerdering van den omslag daar toe verEyscht werdende, en gevolgelyk mede van de daar uit voortvloeyende swaar dere onkosten voor den Landbouwer maar dat men ook geenzints moet twyffelen, of deeze Commissie uit een Ligchaam het welk alzoos blyken heeft Gegeven, zig weynig over de beswaren der maatschapfije te be voor komen kosten srip ewer man Wat der komen dat om de vermeerderde on„ kosten tot decultiere ook de tewerden verhoogd. diratie behoud te koneen voornamentlyk daarop tut zullende bekommeren, wanneer derzelver prijp der tarwe zoude behoren Interest daar door zoude komen te lyden, zoude hier uit aanleyding. nemen om, met alle immers mo„ gelyke redenen aan te lonen, dat Synde onkosten met den arbeyd swaarde geworden, de prijs van de Tarwe ook behoord te werden verhoogd, wil men den boer in staat stellen om den omslag in te koppen en aan te houden die hy tot de Calture nodig heeft— Dan dat hier tegen wategter daartegen in Consi. behoorde te werden geconsidereerd: dat die vermindering van den ommeslag, niet zo zeer is ontstaan uit de toen existeerende noodzake, lykheid van de zyde der maatstafflij: /:van welte men nu eene verhoging van den prys zoude verlangen:/ om den graanbouw te doen toeneemen en de Landerijen int te putten, als wel uit de Lust, waar toe den Landbouwer zelfs zelfs, door de zekerheid van zyn Tarwe te zullen kunnen verlieren zig opgewekt vordt, om zyne inzame ling te vermenigvuldigen, en daar door in het vermogen te geraken, van zyn omslag te vergrooten en tot het verkrigen van meerdere voor„ deelen, zo veel Lands meer te bezaagen gelyk men dit heeft zien gebeu„ ten— En daar het reeds blykt dat het niet is eene vermindering off verflauwing der Calture waar door de inzamelingen Schraalder zyn geworden, maar dat in tegen„ deel zelfs, alleen uit eene verminde„ ring der Culture op de oude Lande¬ tyen geduurende een lydlang voor dezelve te doen rusten te verwagten zoude zyn, dat de Landerijen weder tot den vorigen staat zou„ den kunnen komen; dierzal, ven ook uit de verhoging der ordi„ naire voor waa vand naire prijs van de Tarwe voornamentlijk het groot be. swaan voord' Ingezeekeren van dit Caabsevlek s Comp=s wegen geenzints, kan worden verwagt, dat men daar mede meerder en sComp:s ma„ goazijnen zoude erlangen, de„ wijl de Ingezetene van dit vlek tot hun groot beswaar, zig genood„ I. P. zaakt souder vinden, weder daar boven te kammen, om hun nood drieft van dat ononbbeerlyk voed zel te bekomen, synde busten dien niet nodig door eene Com„ missie de verbetering van den Landbouw te doen onderzoeken dewyl ieder Landbouwer die een plaats bezit, zig al„ loos daar op toelegd om zyner Landeryen te leeren kennen en dezelve naar de bekomene kennisse te bearbeyden, zoo met het Laad vroeger of later daar in te brengen, als het brak en bemesten na dat het Land swaar

NL-HaNA_1.04.02_10713_0220 view scan ↗

English

and the difficulties of introducing new improvements into agriculture, as the soil is heavier, lighter, sandier, wetter, and situated higher or lower; and that since, even if it were possible, which however cannot be granted, that some burghers or farmers could suggest other plausible means for the promotion and improvement of cultivation, it would still be a question whether one could rely upon them, and if so, whether those improvements could be introduced; since one must expect that farmers, who always strive to gain more than others of their own kind, and who calculate their greater profit from the lesser harvests of others, will not show themselves very willing to share with others that in which they excel, if this should be a secret; and that in addition the farmers here in the country, having been raised in that occupation from their youth, each follows best the knowledge he has acquired or the trials he has conducted, and is suspicious, if not averse, to adopting novelties invented by others, unless a long experience has convinced him or cured him of prejudice. That for all these reasons, and given the prospect that grain farming will find itself further encouraged inland through navigation to Mosselbaai, and as the grain harvested there is within one's power to secure solely for the Company, it has been judged superfluous, indeed inadvisable, to carry out the aforementioned commission. These considerations against such a commission will be presented to Their High Nobilities, in order to await Their highest further orders thereon, with the declaration that the aforementioned Lord Commissioner has examined the aforesaid considerations supplied to his Honour in particular with all possible attention, and having compared them with the circumstances of this Colony, has found them entirely correct and well-founded, and therefore fully concurs with them. Their High Nobilities shall also be dutifully thanked for the doubled assistance now received again with the Batavier, which, together with what the High Ruling Lords Masters have been pleased to send from Europe, notwithstanding the arrival of both here after the aforesaid blessed grain harvest of this year, will nevertheless still have to serve as relief in the scarcity which, in the provision for this Government, one would otherwise still have had to fear during this year; as grain cultivation around Mosselbaai has only just begun because the inhabitants there have not yet placed themselves in a position to pursue it vigorously, and what has been brought in from nearby until now has mostly had to serve to supply the inhabitants of this town, which stock had been completely consumed by the previous scarcity. And as the Lord Governor has been able to learn Their highest intention from Their High Nobilities' aforesaid very respected missive, and an extract enclosed therewith from the orders of the High Ruling Lords Masters under date of 5 November 1785, concerning the set sent here of the received Malacca plan for the fortification of the Castle and of the annexed fort Tranquebar, as well as of the Ceylon fortifications, His Honour declared himself most sensible of the trust placed in him thereby; although he, the Governor, must also declare that he could not find the time, without setting aside his daily occupations, to comply with the required dispatch on a similar point for this government, which naturally lay so close to his heart; but that he would examine the aforesaid documents with all possible attention and will gladly effect therein whatever may indeed be possible, so as to comply with the intention of the Lords Masters, in so far as such can be carried out with the addition of his considerations without a local knowledge, which is greatly required for it; and of which respectful report will consequently be given to Their High Nobilities as soon as possible. Likewise, it has further been understood to furnish the pro interim Fiscal Gabriel Exter with an extract from Their High Nobilities' aforesaid missive, and also from that of 15 November 1784, in so far as it concerns the investigation requested thereby into the authenticity of the complaints made by the three sons of the former Salahoko.

Dutch transcription

en de zwarigheeden om nieuwe verbeekringen op den Landbouw inte voeren Swaarder ligter, Sandiger, vog¬ liger en hoger of lager gelegen is — En dat nadien het al mogelyk was, zo als egter niet kan worden toegestaan, dat eenige burgers of Boeren andere plansihelen middelen tot opben„ ring en verbetering der Coltivee aan de hand konde geven het nog de vraag zoude zyn men daar over eenige staat zoude kunnen maken, en zo La. of die verbeteringen zouden kunnen werden ingevoerd; daar men verwagten moet dat boeren die zich altoos daar of toeleggen om meerder te winnen van anderen huns gelyken; en die uit de mindere inzamelingen van andere hun meerder voor„ deel berekenen, zich niet zeer bereid zullen toonen, om het om voorsz ƒ geen desen bewerk des inraadzaam geoordeeld is om voorz. Commissie te doen bewerkstelligen geene waar in zij, zo dit een ge= heym weezen mogt excelleeren aan anderen mede te deeen, en dat daar by de boeren hier te Lande, van der Sengd aff aan bij dat beroef opgebragt sinde, ieder hunner de kunde die by verkregen of de proeven die bij hem genomen syn befst volgd, en mistrouwend so niet afkerig is om nieuwigheden door anders geinventeerd aan te neemen ter zy eene langduurige, onder„ vinding hem overtuygd off van het vooroordeel geneezen heeft — Dat om alle deze rede„ „nen, en de apparentie die men heeft dat de Graanbouw, door de vaart naar de mosselbereij zich verder landwaards is zal aangemoedigd vinden, en welke als d welke vorengem: Consideratien aande heeren der hoge Indiasche regeering gesurpeciteerd aldaar gewonnen werdende granen, men in de magt heeft alleen aan de Comp: te doen bly ven, het alzo overtollig, Ja werden onraadzaam geoordeeld synde de meergemelde Commissie te bewerkstelligen - adsistent en haar Deeze Consideratien tegen sodanige Commissie aan haar hoog Edelens zullen werden voorgedragen, om daar op hoogst derzelver nader ordre af te wagten, onder be¬ tuiging dat welopgemelden Heere Comissaris de voorsz aan syn welEdele gesupfedi„ teerde Consideratien in het by„ zonder met alle mogelyke atten te nagegaan, en met de omstan„ digheden dezer Colonie geconfror teerd hebbende dezelve allesints Juist en gegrond heeft bevonden rt en haar Hoog Edelens zullen werden bedankt voor de dubbelde assistentie van perovisie en sig dierhalven ook volkomen daarmede is Conformeerende — Zullende haar hoog Edelens mede nader pligtschuldig werden bedankt voor de verdubbelde ad„ Sestentie nu weder met de Bata„ =vier erlangd, dewelke met het geene de Hoog Gebiedende Heeren meesteren uit Europa hebben gelieven te zenden, onge„ agt de aankomst van beyde dezelve alhier, na de voorsz: gezi„ gende recolle der granen dezes Iaars, egter nog tot onlzet zullen moeten verstrekken in de Schaars= heid voor dewelke men in den omslag voor dit Gouvernement andersints nog geduurende dit Iaar zoude hebben moet vreezen— daar den graanbouw onstreek de Mosselbaaij slegts den aan den heere Gouverneeur van Batavia toegesonden. zijnde, de nevens gem: plans van eenige fortificatien mandien ter Examinatie een begin genomen hebbende om dat de Ingezetenen aldaar zig nog niet in staat hadden gesteld, om dezelve met kragt voort te setten, het geene van hier naderby tot nog toe opge bragt is geworden, meesten deels heeft moeten verstrekken tot voorzieninge der Inwoonde =ren van dit Vlek, welken voor raad door de vorige schaarsheid ten eenenmaal geconsumeerd geworden was En daar den Heere gouverneur uit haar Hoog Edelens voorsz: zeer gerespecteerde missive, en een daar nevens gevolgd Extract uit de aanschryvens der Hoog Gebiedende Heeren meesteren sub 5 Novbr: 1785. hoogstder„ zelver Intentie heeft mogen verneemen, omtrend het her„ waards zal zulx mogelijk daarop worden zal zulx door zijn Ed: zodra mogelik geeffectueerden daarop beregt gegeven worden. — herwaards overgezondene stel van de Malaccase ontfangene plant van versterking van het Casteel en van het fort Thanque„ barlum Annex is, als mede van de Ceylonse fortificatien betuigde zijn Edele Een hoogsten sensibel te weezen van het vertrouwen daar bij in hem gesteld, hoedeen hy gone„ verneur ook declareeren moet dat den tyd niet vinden konde. zonder zyne dagelykse bezich„ heden ter zyden te stellen, om voor dit gouvernement het welk hem natuurlyk zoo veel ter harten ging aan een Soortgelijk poinct met den verEyschten spoed te voldoen, dan dat met alle hem mogelyke assentie, de voorsz Stukken zoude lxamineeren en dat daar in gaarne zal effectueeren het geen immers mogelijk zal zyn 1 ards aan den pro Interim fiscaal gedemandeert het onderzoek op de klagten van den geweesen Salahakan xulasjessi zyn om aan de Intentie der Heeren Meesteren te voldoen voor so verre zulk een hamen met byvoeging van Sine Consi =deratien zonder eene boeale kennisse dewelke daar toe zeer werd verEyscht uit te voeren zy en waar van mitsdien zo dra mogelyk Aan Haar hoog Edelens Eerbiedig berigt zal werden gegeven— Gelyk wyders mede verstaan is aan den pro Iatering Fiscaal Gabriel Eater te doen af geven Extract uit haar Hoog Edelens voorsz: missive en so mede uit die van den 15 November 1784. voor zo verre betreft het daar by gedemandeerd onderzoek na de egtheid der klagten gedaan door de drie zoonen van den gewezen Salahob hoeg Edel neemen om het ne Corp van terwijl

NL-HaNA_1.04.02_10713_0227 view scan ↗

English

from Lulabessi, as well as a copy of their translated letter of complaint itself, with orders to him, the Fiscal pro interim, to conduct an accurate investigation into those complaints before commissioned Members from the Council of Justice, and to provide this Council with a report of his findings, so that matters may be proceeded with further according to Their High Honours' intentions. While it is hoped that Their High Honours will furthermore be pleased with the arrangements that have been made to have the grain collected from the Mosselbaai with Company ships, and from which arrangements it will also appear that a 10 percent brokerage on the price of wheat has been stipulated for the freight across the sea, partly so that the farmers who deliver their wheat overland directly here into the Company's magazines would have no reason, on account of the greater costs they have to expend for that purpose, to demand a higher price for their wheat, since the suppliers in Mosselbaai can deliver their wheat there with greater ease and less trouble; and partly also to meet the Company in bearing the costs and the risks of the sea that must be suffered to transport the wheat from there to this place. Below was written: Thus decided and resolved in the Castle of Good Hope, on the day and year aforesaid. Was signed: P. A. Boesses, C. D. v. de Graaff, P. Hacker, J. S. Rhenius, R. J. Gordon, R. Le Sueur, O. G. de Wet, P. E. Ronnenkamp. Wednesday, 14 February 1787, in the forenoon. Present: the Honourable Highly Esteemed Commissioner Adriaan Boesses, together with the Honourable Governor and all the Members, except for Master Jacobus Johannes Le Sueur, being on a commission. Whereas a large portion of the residents here, having had their registered remittances via the Company Treasury cancelled; a large portion of the residents who had previously registered their remittances to the Fatherland, immediately after the publication of the resolution taken on the 9th of this month regarding the bill of exchange, have had their registrations cancelled, and in this appear also to be followed by most of the rest, so that instead of an intended general satisfaction with the devised means whereby the same residents could have remitted their money, at least for the greatest part, precisely the contrary is experienced; whereas that same means would truly and solely have been undertaken with the aim of helping them out of a predicament about which complaints were unceasingly made, but it now appears and this for reasons beyond the aforesaid; it appears that most residents are more concerned with being able to remit a smaller portion of their intended remittances, under a firm assurance of being paid on the due date, than to be able to count far more without having a precise knowledge of when the payment thereof might take place, because of the disruption that would thereby have to arise in their business affairs, despite a stipulation of interest, in case the payment should not happen to take place on the due date; to which preference and desire of those residents it thus being judged that it can be reasonably yielded to, as one also gladly wished to comply therewith; So it is approved and understood to revoke the aforesaid resolution taken regarding the bills of exchange and the publication made thereof, of which notice will be given to everyone by a further posting of notices; and that, on the contrary, in the receipt of money on bills of exchange, work will proceed on the former usual footing, to accept on bills of exchange as much of what shall be declared as shall be found at all possible in accordance with the Company's interests and the circumstances of the persons and matters; of this, insofar as necessary, notice shall be given by further publication to those who have already made the declaration of their remittances or who will want to do so further within the now prolonged period of eight days, and thus at the latest on the 21st of this month. And since the aforesaid arrangements have not had the desired effect with the attorneys of Christiaan Daniel Hertz, in whose regard the Gentlemen Majors had written to take into consideration the petition presented by him to the same regarding the subject of the remittance, but the same attorneys, notwithstanding the information given to them beforehand by the Governor that this arrangement was about to be changed, have nevertheless declared to refrain for the present from remitting his money; so it is understood, in case the same attorneys, being the sworn clerk Hendrik Carel Albright Haupt and the former Burgher Commissioner Hendrik Pieter Warnecke, should fail to make any further declaration within the aforesaid set time of the money they would want to remit to the said Hertz, dutiful notice hereof shall be given to the aforesaid Gentlemen Majors for our discharge. Memorial of the Fiscal pro interim concerning the investigation conducted into the conduct of the officers of the stranded hoy Catwijk aan Rhijn. By the Fiscal pro interim Gabriel Eksteen, who by resolution of 24 November of the past year was enjoined to conduct an investigation into the wrecking of the ship Catwyk aan Rhijn, in order that in case any...

Dutch transcription

van Lulabessi, als mede Copia tewijl men hoopt dat hun hoog Edelens genoegen zullen neemen in de schikkingen om het Coorn uit de Mosselbaan mes Comp:s scheepen afbehalen. van hun getransloteert klagtschrift zelve met last aan hem pro. Interm Fiscaal, om voor gecommitteerde Leeden uit den Raad van Iustitie nopens die klagten te doen, nan„ keurig onderzoek, mitsgaders van sijne bevinding aan deezen Rade te dienen van berigt, ten eynde daar inne verders na haar hoog Edelens Intentie de werk te kunnen gaan - Terwyl men hooft dat by haar hoog Edelens ver„ der genoegen zal werden genomen in de schikkingen die ergemaakt zyn, om de granen met slomps schepen iit de Mosselbarg te laten afhalen, en uit welke schikkin, gen ook blyken zal dat er 10 percent Courtage op den pris ren verre prijs van Tarwe bedongen geworden is voor de vragt over Zee, deels om dat de boeren die hun Tarwe over Land direct alhier in slomp. s magazynen opbrengen, geen aanleiding soude mogen hebben, om uit hoofde van de meerdere kosten die zij daar toe aan te wenten hebben een hooger prys voor hun Tarwe te pretendeeren, daar de Leveranciers in de Mossel baay hun Tarwe met meerder gemak en minder omslag aldaar leveren kunnen en anderendeels mede om de Compte te gemoed te komen in het support der kosten en de risie der Zee dewelke geleden moeten worden, om de Parw van daar herwaards over te brengen /onderstond/ Aldus Gearresteerd ende ende geresolveerd Int Caasteel de goede Hoof, ten dage e Jare P. voorschreve /was getekent/ A Boesses, 6 D: V: de Graaff. p hacker JS: Rehius, R I: Gordon, R Le Sueur. O: g: de wel P: E: Ronnenkamp — Woensdag den 14 febr: 1787. s' voormiddags present den welEdelen groot agtb Heer Commissaris Adriaan Boesses, mitsg:s den Edelen Heer Gouverneur en alle de Leeden uitgenomen de Heer meester Jacobus Johan =nes Le sueur als in Com„ missie synde Nadien een groot gedeelte der Ingezetenen, die bevorens hunne ƒ te een groot gedeelte der Ingezeeten alhier, derselven, aangeteekende Remises p:r Comp. Cassa hebbende doen roijeeren remisen, na het Patria hadden doen aantekenen, dadelyk na de publicatie van het op den 9 deezer ten opzigte der assignatie genomen besluyt, dezelve hunne aanteke ningen hebben doen rogeeren en daar inne ook van de meeste der overige slaan te werden gevolgd, zo dat men in steets van een bedoeld algemeen genoegen over het uitgedagt middel waar door deselve Ingezetenen hunne penningen, wel voor het grootste gedeelte zouden hebben kunnen remitteeren, Iuist het tegendeel daar van komt te ondervinden daar men het zelve middel waarlyk en alleen met een Oogmerk by der hand zoude hebben genomen, om hun te hedden uit eene verlegend =heid over dewelke onophoude lyk wierd geklaagd, dog het no blykt ende sulx omde bezeyden gem: reedenen blykt dat de meeste Ingezetenen het sig meer aangelegen laten Syn, om in een minder gedeelte hunner voorgenomene remises te mogen renoseeren, onder eene vaste verzekeringe van op den vervaltyd te zullen werden belaatd, dan wel is veel meer te kunnen tellen, zonder eene frecise bewustheid te hebben wanneer de betalinge daar van soude mogen gescheden, om het derangement dat hier mede ongeagt eene Supolatie van Intresten, in Cos de betalinge niet op den vervaltijd mogte komen te geschieden in hunne affaires zouden moeten ont¬ staan: aan welke preferentie en het verlangen dier Ingeze„ tenen dus geoordeeld zynde dat met gevoeglykheid toege„ geven werden kan, zo als men daar is oversich het besluit en de publicatie van den 9 deeser op dat stuk weder ingetrokken waarvan bij nadere assixie van billietten aan een ieder kennisse zal gegeven worden. — daaraan ook gaarne wilde voldoen, Zo is goedgevonden en verslaan het voorm: ten opzigte der assigna„ =tien genomen besluit, en de daar van gedane publicatie weder in te trekken, en dat ter Contrarie in den ontfangst der penningen. op assignatiën, te werk zal werden gegaan, op den vorigen gewonen Voet, om van het geene men op geven zal, zo veel op assignatien aan te neemen, als men overeen„ komstig SComp=s belangen en de omstandigheden der Personen en zaken, immers mogelik vinden zal — zul„ =lende hier van voor zo veel nodig, aan de geene die de opgave hunner remesen reeds hebben gedaan ofte nader binnen den nu geprolongeerden tyd van agt dagen en dus uitterlyk den 21 deezer zullen willen doan by bij nadere publieatie kennisse werden gegeven En daar de voor„ waardsgemelde Schikkingen ook het gewenschte Effect heeft gehad, by de gemagtigdens van Christiaan daniel Hertz ten wiens opzigte de Heeren Majore aangeschreven had„ den, om op zyn aan hoogst„ dezelve op het Sujet der remise gepresenteerd request reguard te slaan, dog ook dezelve ge„ magtigdens niet tegenstaande de door den Heere gouverneur aan hun by voorraad gegevene informatie, dat deeze schikking stond te werden veranderd, gede„ clareerd hebben, evenwel als nu van het remitteeren zyner penningen af te zien, zo is verstaan by aldien dezelve gemag tig - vertoog van den pro interim fiscaal nopens het gedaan onderzoek na het gedrag der overheeden van den gestranden hoeker Catwijk aan Rhijn „tigdens, zynde den geor Hendu Clercq Carel Albrigt Haupt en den oud Burger Commissaris Hendrik Pieter Warneeke, bin nen voorsz: bepaalden tyd geene nadere opgave mogten komen te doen van de penningen die zy aan gem. Herk zullen wel¬ =len remitteeren, hier van aan hoogstgem Heeren Majores ter onzer decharge pligtschuldig zal werden kennisse gege¬ =ven— Door den pro Interem fiscaal Gabriel Eater die bij besluyt van den 24 november des voorl: Iaars geinjungeerd is geworden om nopens het ver„ ongelukken van het schip Cat„ wyk aan Rhijn onderzoek te doen, ten einde in Cas eenige ne

NL-HaNA_1.04.02_10713_0235 view scan ↗

English

negligence, or misconduct might have given cause thereto, to proceed against the guilty parties according to the duties of the Fiscal office, has now, with the addition of a report from the commander of the said vessel, Christiaan de Cerff, a declaration of two third-watches who were also stationed thereon, and an examination of nautical experts, all executed before commissioners from the Council of Justice, submitted a memorial reading as follows: To the Right Honorable, Most Worshipful Adrianus Bresses, Ordinary Councilor of the Council of Dutch India, Admiral of the return fleet, and Commissioner of this Government, And to the Right Honorable, Valiant Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of Cabo de Goede Hoop and its dependencies, etc., etc., etc., together with the Honorable Worshipful Policy Council, Right Honorable, Most Worshipful, Valiant Sirs, Honorable Worshipful Sirs, Your Right Honorable, Most Worshipful, Valiant, and Honorable Worships were pleased most graciously to place into the hands of the undersigned Pro Interim Fiscal, P: Exter, an extract resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope on Friday, 24 9bre 1786, and to enjoin the same to carry out a rigorous investigation regarding the hooker ship Colwyk aan Rhyn, which was driven against the rocks and crushed in Baay Fals on 7 8br of the past year, as to whether everything that could tend toward the preservation or saving of the ship had been observed by the ship's authorities, or whether any negligence or misconduct had taken place in that regard, in order in such case to proceed according to the duties of the Fiscal office, and no less to inquire and report as quickly as possible whether the common crew had been guilty of one thing or another, for which it might be supposed an action should be instituted against them; it being also resolved therein that if, upon the inquiry, the report and opinions of nautical experts should be required, there shall expressly serve for that purpose the Captain at Sea and Equipage Master François Du Miny, together with such commanders of present Company ships as the Right Honorable, Valiant Governor shall come to appoint to that end. The undersigned, having considered it his indispensable duty to execute the aforesaid highly respected resolution according to its entire contents, and hoping to have satisfied a part concerning the common crew of the above-mentioned vessel through his already submitted respectful report, could therefore also not fail to conduct the demanded investigation concerning the other point, touching the ship's authorities. And to that end, the above-mentioned Captain at Sea and Equipage Master, the valiant François Du Miny, together with the two Captains at Sea, the valiant Christiaan van Veerden and Nicolaas Kloppers, were made to attend in order to give their considerations before the commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice. From which examination it comes to appear that the officers of the aforesaid vessel have in no way made themselves guilty of any neglect of duty, and on the contrary, by them as well as by the rest of the crew, everything was done that could tend toward the salvage and saving of the ship and cargo, so that if there should still be anyone who remained at fault or deficient, it could only be the commander of this hooker ship. And although in that regard the said nautical experts, in their remarks among others—which, having been answered, would be unnecessary to cite here—principally do not seem to approve that the commander, for lack of the necessary anchors, had not sought long beforehand to get on board an anchor that was present in Baay Fals, notwithstanding that it was too heavy for his vessel, in order to be able to make use thereof as far as possible in time of need; yet this is not considered as if the wreck of the ship had been caused thereby, or could have been prevented; while, in order not to dash the ship to pieces on its own anchor, a third anchor could no longer have been employed, the often-mentioned nautical experts declaring much more that the wreck of that vessel is especially to be attributed to the continuous raging Horn gales blowing at that time in Baay Fals, which caused the breaking of the cables, and that it is very possible that, even assuming all possible seamanship was employed on the part of the commander, the ship nevertheless could not be saved. Therefore, the undersigned, referring himself to the preceding advice and the further declarations, taking the liberty under higher correction, deems that he cannot with foundation institute any action against the ship's authorities of the oft-mentioned shipwrecked hooker ship Colwyk aan Rhyn, but much rather must respectfully leave it to Your Right Honorable, Most Worshipful, Valiant, and Honorable Worships, what they shall further judge and think fit to resolve in high wisdom in that regard. Wherewith the undersigned hopes to have satisfied the highly respected intention of Your Right Honorable, Most Worshipful, Valiant, and Honorable Worships, and has the honor to let this serve as a respectful report. Was signed: I: Exter From which it has come to appear that, outside of the aforesaid, [illegible]

Dutch transcription

negligentie, ofte wandevoir daar toe aanleyding mogt hebben gege„ =ven, tegens de schuldige volgens de pligten van het fiscaals Ampt te werk te gaan, thans onder byvoe„ ging eener Relaas van den gezag„ hebben der gem: Bodem Christi„ =aan de Cerff, een verclaring van twee daar op mede bescheiden ge¬ weest synde derdewaaks, en eene lxaminatie van zeekundi„ =gen, alle voorgecommitteerdens uit den Raad van Iustitie gepasseerd, ingediend een ver„ loog luydende Aan den WelEdelen groot agtb. Heer adri„ aan Bresses Raad tabra ordinaris van Nederlandsch India, Admiraal van 't retour vloot en Commissaris dezes 1 dezes gouvernements en den welEdelen gestr. Heer Cornelis Jacob van de graaff gouverneur en directeur van Cabo de goede Hloof met die ressorte & & & benevens den Edelen agtb: politicquen Raad WelEdele groot agtb:= gestr: Heeren. Edele Agtbare Heeren. heeft uwe groot agtbare We gestrenge en E agtbarens hoog gunstig gelieft te behagen den ondergetekenden Pio Interim fis„ caal P: later te doen in handen stellen Een Extract Resolutie ge„ nomen in Rade van politie in 't Casteel de goede Hoof op vrij¬ dag den 24 9bre 1786. en denzelven te Injungeeren, nopens 't Inde Raay Baay sals op den 7 8br des voorl Iaars tegens de klijsen gedreven en verbrizeld hoeker„ schip Colwyk aan Rhynnauw„ keurig onderzoek te doen, of door de scheepsoverheden alles is geobserveerd geworden, 't geen tot behoud of redding van het schip konde strekken, dan wel of daar omtrend eenige negli„ gentie of wandevoir heeft plaats gehad, ten eynde in zulken gevalle na de pligten van het fiscools ampt te werk te gaan, niet minder so spoedig mogelijk te inquireeren en te berigten off het gemeene volk aan het een off ander mogt hebben schuldig gemaakt, warom zoude ver„ meenigr eenig actie tegens de„ zelve te moeten institueeren, Synde daar hy mede geresolveerd dat by aldien by 't ondersoek 't berigt en Consideratien van zeekundigen zoude verEyscht wer„ den, daar toe expres moeten fungeeren de Capitain ter Zee en Equipagie„ meester Francois du miny benevens zodanige Beveelvoerders van aanwezende s' Elomps scheppen als de welEdele gestr: Heer gou„ verneur ten dien eynde zal komen te benoemen- Den ondergetekenden het voor zyn indispensable pligt hebbende gehou„ den het voorm: zeer geheide besluyt naar den geheelen enhoude t' Executeeren en aan een gedeelte aangaande het gemeene volk van bovengemelde Bodem door zyn reeds ingediende Eerbiedig berigt hoopende voldaan te hebben heeft due ook niet in ge„ brek kunnen blyven, omtrent het andere point, rakende de scheeps overheden, 't gedemandeerde onderzoek te te doen, en ten dien eynde des als boven gemeld daar toe benoemde Capitain ter zee en Equipagemeester de man„ hofte François du miny, benevens de by de Capitains ter Lee, de mein, hofte Christiaan van Veerden en Nicolaas Klofpers, tot het geven van derzelver consideratiën, ten overstaan van Heeren gecommit„ teerdens uit den E agtb: Rade van Justitie doen vaceeren— Waardan uit deeze examinatie komt te blyken dat d'officieren van voorm: Bodem in geene leis wyze, zich aan eenige pligtversuym hebben schuldig gemaakt, en is in tegendeel van denzelven gelyk van het overige volk, alle gedaan geworden, wat tot redding en berging van het schip en goederen konde strekken, zo dat indien er nog iemand zyn soude die indschuld ofte gebrek gebleven was hou, k was, t alleen den gezaghebber van dit Hoekerschip moest zyn. En hoewel daar omtrend gem zeekundigen by derzelver remarques onder anderen, die als beantwoord onnodig zouden zyn hier aan te haalen, voornament„ lyk niet schynen te approbeeren, dat den gezogvoerder by gebrek van de nodige ankers een in de Baay F als bevindelyke anker, niet tegenstaande dat dezelve voor zyn Bodem te Swaar was, met lange te vooren heeft gezogt aan boord te krygen, om zig daar van in tyd van nood, zo veel doenlyk te kunnen bedienen; dog word doch zulx met zodanig aange„ =merkt, als off het verongelukken van het schip daar door veroor„ zaakt was geworden, ofte had kunnen verhindert worden; terwyl om het schip net op zyn eyg 72 eygen anker aan stukken te zul„ len. Stooten, een derde anker niet meer kost g'Employeerd worden, declareerende veel meer dikwils gemelde zeekundigen dat het verongelukken van dien Bodem inzonderheid toe te schryven is, aan de aanhoudende woedende Horn =winden, te dier tyd en de Baaij ¶als geblozen hebbende, waardoor 't breken der touwen is veroorzaakt geworden, en dat het zeer mogelyk is, dat schoon genomen, er van dies kant van den gezaghebber alle mo„ gelyke zeemanschaff in het werk gesteld zij, 't schip egter niet konde behouden werden—, Deshalven den onderge„ tekende aan 't voorstaande advijs en de verdere verklaringen zich te refereeren, de vryheidnemende onder hogere Corectie / vermeend Ro RO geene actie tegens de scheeps overhedens van meergemelde verongelukte hoekerschip tolwyk aan Rhyn met fondament te vermogen te institueeren, maar veel meer aan uwe groot agtb:, wel Edele gestr: en E agtb: Eerbiedig te moeten overladen, wat hoog en wel denzelven daar omtrent nader zullen oordeelen en goed„ vinden te besluyten — Waar mede den onder¬ getekende verhooft aan de zeer geerde Intentie van uwe groot agtb: WE gestr: en E agtb: te hebben voldaan, en de Eere heeft deezen te laten dienen voor Eerbiedig berigt — /:was getekent:/ I: Exter Uit het welke is komen te bly„ ken, dat buyten den voormelde vrij ge dog eenige „gentie

NL-HaNA_1.04.02_10713_0243 view scan ↗

English

indicating that, apart from the commander, not the least thing is to be imputed to any of the other senior officers of the aforementioned vessel, from which the accident that befell the said vessel has arisen, but that, notwithstanding the declaration of the nautical experts made at the end of the aforementioned examination in favor of the said commander, and the resulting opinion of the said Pro Interim Fiscal, namely that there was no foundation to institute any action against the authorities of that wrecked ship, the said commander nevertheless cannot well be exonerated from a carelessness and negligence that arose in him due to the exceptional safety of Simonsbaaij, where that ship lay at anchor, to properly and timely provide for the precautions he ought to have taken, in case an untoward wind or sea might arise through which the ship could have fallen into danger, even though one previously had no recollection of such as by which the accident was caused, to have the ship then secured by adequate anchors, to which end he could also well have made use of the anchor available in the aforementioned bay, it is therefore, after consideration, deemed best to send the frequently mentioned Commander de Cerff to the Patria with the documents, with suspension of salary, at the disposal of the High and Mighty Lords and Masters; and furthermore to understand to declare the other officers of that vessel again employable according to the regulations, and to let their salary run from this day forward. Appointment of a Captain Lieutenant and other Lieutenants on the return ship de Twee Gesusters. The Captain Lieutenant of the return ship de Twee Gesusters, Willem Janse Kindde, being unable through illness to depart with the said vessel and to attend to his duty on the same, for which reason he has also made a request to be permitted to remain here for some time for the recovery of his health, there is consequently promoted again to Captain Lieutenant on the aforementioned vessel the Lieutenant Cornelis Clement, and in his place to Lieutenant the Sous Lieutenant Frans van Vlaanderen, both with half-pay, subject to the further approval of the High and Mighty Lords and Masters in the Patria; there is furthermore placed on the said vessel the Sous Lieutenant Jan Gerrit Breemen, who had been assigned to the ship Katwyk aan Rhyn. Permission granted to Brandes to continue the journey to the Netherlands with the ship Zeepaard. Furthermore, upon their submitted requests, the following has been granted to the persons to be named below, to wit: To the former Lutheran minister at Batavia, Johannes Brandes, having remained here from the return ship Stavenisse last year, to be permitted to continue his voyage to the Patria with his little son, also named Jan, and now seven years old, per the return ship 't Zeepaard present here, on such footing with regard to transport and board money as the minute resolution of the High Indian Government dated 22 July 1785, an extract of which he has produced, entails. Which is also granted to the Military Lieutenant van Rietberg. To the Military Lieutenant Wolfgang van Rietberg, who likewise remained behind here last year from the Ceylon return ship 't Slot ter Hoge on account of the indisposition of his wife at that time, to depart further to the Patria, also on the aforementioned ship 't Zeepaard, with the resumption of his salary, which had in the meantime been suspended, together with his said wife and four children, for whom the transport and board money has already been paid at Colombo. As also to the master grocer Lange to repatriate from here with one of the return ships, with a recommendation to the Lords Majores in case he, Lange, might be inclined to return hither again. To the Master Grocer Johan Frederik Lange, to be permitted to depart to the Patria with one of the return ships of this year, together with his little son Johan Hendrik Lange, aged 9 years, upon paying the transport and board money for the latter; it shall, in the interest of the said Lange, upon his further request, be very respectfully requested of the High and Mighty Lords Masters that, whereas he shall leave his wife and remaining children behind here, and he has found himself very much urged to this his journey home by private affairs, while his conduct here has ever served to complete satisfaction, it may please Their Right Honorable High Mightinesses, in case he should be inclined to return again to this place and come to request such, favorably to grant it on such footing as shall most please Them. Permission granted to Lambertus van der Woord to depart with his wife to Batavia. And to Lambertus van der Woordt, provided his declaration of having been appointed in the Patria as Junior Merchant, to await employment at Batavia in that capacity, to be permitted to depart on one of the outgoing ships to the aforementioned Indian capital, and to take with him thither his wife.

Dutch transcription

waarbij tekennen geest dat buiten den gezaghebber aan niemand der andere ƒ ofk Chereniets timputeeren is dog gem: Gezaghebber niet wel vrij gekend kan worden van eenige zorgeloosheid en negli„ gentee„ gezaghebber, geen der verdere opperOfficieren van voorm bodem iets het minste te imputeeren is, van het geene waar uit het ongeval, den gem: bodem overge¬ komen, is ontslaan, dog dat on„ geagt het declaratoir der zeekundi„ gen, aan het eynde der voorm: Examinatie in faveure van gem gezaghebber gedaan en de daar uit gevolgde sustence van gem Pro Interim fiscaal, dat na„ mentlyk met geen fundament eenige actie tegen de overheden van dat verongelukt schip, ver„ mogt te institueeren, gemelde gezaghebber evenwel niet kan werden vry gekend van eene door de uitnemende vyligheid der Simonsbaaij, waar in dat schip ten anker lag, bij hem ont„ stane zoo geloosheid om be„ hoorlyk en by tyds te ceveren in zal denselven met de strecken ten zijnen Laste maar 't vader. „land werden overgesonden. in de Precautien die hy had behoren te neemen, om ingevalle al een een onsluymige wind ofte zee waar door het schip in gevaar had kunnen geraken, mogt komen te ontstaan, of Schoon men van de zodanige, als door welke het ongeval veroorzaakt is geworden, bevoren geen ge„ hengen heeft gehad, het schip als dan door bequame ankers te doen bevijtigd zyn, waar toe hy zig dan ook wel van het in de voorm Baaij aan hand Synde anker had kunnen bedienen, zo is na overweging best gedagt meergemelden gezaghebber de Cerff onder overzending der stukken, met Stilstand van gagie ter dispo„ site van de Hoog Gebiedende Heeren meesteren na het Patria op te zenden, en overi„ gens aanstelling van een Cap„t Lieut: en verdere Lieutenants op het retorenschip de twee gesusters gens verstaan, de verdere officieren van dien Bodem, na de ordre wederom Emploijabel te verkla„ ren en derzelver gagie van heden aff te laten Coursnemen - Den Capitain Lieutenant van het retourschip de Twee Tezusters, Willem Ianse kindde door ziekte buiten staat synde met gem bodem te ver„ brekken en zyn dienst op dezelve waar te neemen, waarom ook verzoek heeft gedaan, om tot herstelling zyner gezondheid, al„ hier eenigen tijd te mogen ver„ toeven, zo is op voorsz Bodem wederom tot Capitain lieutenant bevorderd, den Lieutenant lor„ nelis Clement, en in plaats van denzelven tot lieutenant den Soas Lieutenant Frans van Vlaanderen, beyde met hal geaccordeerde permissie aan brandes ommet het schip zeepaard de verdere reise halvering van gagie, ter nadere approbatie van de hoog gebiedende Heeren meederen in het Pa viia, zynde voorts op gede bodem geplaatst, den op het schip Cat„ wyk aan Rhyn bescheyden geweest zynde Sous heulenant Jan Gerrit Breemen - Wyders is op derzelver ingediende requesten aan de onder te noemene persoonen het volgende geaccordeert te weeten Aan den gewezen Lu„ den Lusherschen preaikant Mherse predikant te Batavia naar Nederland voorste zedten Iohannes Brandes als van het retourschip Stavenisse in het voorleden Iaar hier overgebleven, synde om met zyn Zoontje mede Jan ge„ naamd, en thans oud zeven Iaren p=r het aanwezendie tour 2 het welk aan den Lieutenant Militair van Rietberg meede is toegestaan. retourschip T Zeepaard zyne reyze na het patria te mogen vervorderen, op zodanigen voet met betrekking tot het trans„ port en kostgeld, als het notu„ =lair besluyt der hoge Indiase Regeering in dato 22 July 1785. waar van Extract geproduceerd heeft is medebrengende— Aan den mede in het voorleden Jaar van het Ceilons retourschip 't Slot ter hoge uit hoofde der toenmalige Indispositie zyner huysvrouw alhier agter gebleven Lient: militair Wolfgang van Ret„ =berg om met weder Cours nee„ ming zijner intusschen stil gestaan hebbende gagie, nevens gezegde zyne huysvrouw en vier kinderen, voor dewelke het transport en kostgeld reeds r t als meede aan den baas Grutter Lange om met een derretoier scheepen van hier te rexpectrieer met verschrijving aande heeren Majores ingevalle hij Lange daartoe mogte inclineeren wederom herwaards terug te keeren. — reeds op Colombo is voldaan, mede op 't voorm: schip 't Zeepaard, ver der naar het Patria te ver„ brekken — Aan den Baar Grutter Johan fredk Lange om nevens zijn Zoontje Iohan Hendrik Lange oud 9 Jaaren onder betaling van het transport en Kostgeld, voor den laatstgem met een der retourschepen dezes Jaars naar het Patria te mo„ gen vertrekken, zullende ten belange van denzelven Lange op desselfs verder g'instrerde aan de Hoog gebiedende heeren Meesteren zeer Eerbiedig werden verzogt, dat vermits hy zyne huysvrouw en overige kinderen alhier agterlaten zal, en hy zeer tot deze zyne thuysreyze door Particuliere affaires gedrongen, heg verleende permissie aan Lambertus van der Woord om met zyn vrouw naar Batavia te vertrekken- heeft gevonden, terwyl zyn Com„ Portement alhier steeds tot volko„ men genoegen heeft gestrekt, het haar welEdele Hoog agtt beha„ =gen mag denzelven als genegen wezende, weder na deze plaatse te rug te keeren, sulx daar om komende te verzoeken, op zoda„ nigen voet als het hoogst dezelve behagen zal goedgunstig te ac„ cordeeren — En aan Lambertus van der woordt, mits zyn te kennen geven, van in het Patria tot onderCoopman, om in diervoegen op Batavia Emplooy af te wagten, te zyn aangesteld, om op een der uitkomende schepen na evengemelde Indiasche hoofd„ ploots te mogen vertrekken en derwaards mede te neemen zyn dezes ge n gen heg

NL-HaNA_1.04.02_10713_0250 view scan ↗

English

he, on account of his indigent condition, being excused from the payment of the transport and board money. Received here from the mother country a quantity of the requested stamped cardboard of various values as specified alongside. his wife and infant child, being his further request, that by virtue of his straitened circumstances he might be exempted from the payment of the transport and board money for his said wife and child, deferred to the High Government of the Indies. Sent out to this government by the ship Neerlands Welvaren by the High Ruling Lords Masters upon the request made from here, both to exchange the circulating and worn-out paper currency and to make the forging and counterfeiting of those that must still remain in circulation extremely difficult, if not impossible, being a quantity of fine stamped cardboard of the undermentioned various values, to wit: 1200 pieces of 2 Rds each, being Rds 2400 1200 pieces of 3 Rds each, being Rds 3600 1200 pieces of 4 Rds each, being Rds 4800 1200 pieces of 5 Rds each, being Rds 6000 800 pieces of 10 Rds each, being Rds 8000 800 pieces of 12 Rds each, being Rds 9600 800 pieces of 15 Rds each, being Rds 12000 800 pieces of 20 Rds each, being Rds 16000 800 pieces of 25 Rds each, being Rds 20000 800 pieces of 30 Rds each, being Rds 24000 800 pieces of 40 Rds each, being Rds 32000 800 pieces of 50 Rds each, being Rds 40000 800 pieces of 60 Rds each, being Rds 48000 making together a sum of Rds 226400. In what manner and in what way, it has been resolved upon the proposition made by the Right Honorable Lord Commissioner, in order to afford the public greater tranquility and assurance in distinguishing the genuine pieces from those that might be attempted to be counterfeited or falsified in their value, that by the hand of a clerk to be appointed for this purpose Cabo de Goede Hoop with today's date shall be written below the stamp, and that the same clerk shall letter and number all the pieces above the stamp on the left side in the following manner, to wit: those of 2 Rds all with Letter A and numbered from 1 to 1200 those of 3 Rds all with Letter B and numbered from 1 to 1200 those of 4 Rds all with Letter C and numbered from 1 to 1200 those of 5 Rds all with Letter D and numbered from 1 to 1200 those of 10 Rds all with Letter E and numbered from 1 to 800 those of 12 Rds all with Letter F and numbered from 1 to 800 those of 15 Rds all with Letter G and numbered from 1 to 800 those of 20 Rds all with Letter H and numbered from 1 to 800 those of 25 Rds all with Letter I and numbered from 1 to 800 those of 30 Rds all with Letter K and numbered from 1 to 800 those of 40 Rds all with Letter L and numbered from 1 to 800 those of 50 Rds all with Letter M and numbered from 1 to 800 those of 60 Rds all with Letter N and numbered from 1 to 800. That furthermore, by the Cashier Gerhardus Hendrik Cruywagen, alongside the letter and the number, also above the stamp on the right side, the value of the piece shall be written in his own hand; further, that all the pieces, beneath the aforesaid date to be placed thereon, shall be signed on behalf of this government by the Secunde Johannes Isaac Rhenius, the Dispensier Tobias Christiaan Ronnenkamp, and the Storekeeper Egbertus Bergh. After which all the said pieces, thus first being ready to be exchanged for the paper currency currently still in circulation and to be brought into trade, shall provisionally be transferred into the main treasury and entered in the Company's books, in order subsequently, when the counting of the drafts in the Company's treasury is completed and it will thereby be ascertained how much of the former paper currency will still remain in circulation, to decide upon the exchange thereof as shall be deemed proper, and to which purpose the aforesaid new cardboard pieces can serve. Underneath stood: Thus decided and resolved in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: A: Boesses, C: J: van de Graaff, P: Hacker, R: J: Gordon, J: J: Le Sueur, O: G: de Wet, T: C: Ronnenkamp. Saturday the 17th of February 1787. Upon inquiry, all present except Colonel Gordon. To the Junior Merchant van Hasselt is granted permission to continue the journey to Batavia on the ship Berkhout. A Junior Merchant of the Dutch private ship Maria, Leonard Robert Jacob van Hasselt, who had stayed behind upon his request made by petition due to indisposition, having now again requested in writing that, in view of recovered health, he might continue his journey to Batavia on the ship Berkhout lying in the roads, this has been granted to the said van Hasselt, and his salary that had ceased shall consequently take effect again. Thus resolved and decided in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: C: J: van de Graaff, P: Hacker, J: J: Rhenius, R: J: Gordon, J: J: Le Sueur, O: G: de Wet, T: C: Ronnenkamp. Tuesday the 20th of February 1787. Upon inquiry, all present. The Reverend Emeritus Minister Petrus van der Spuy, by letter of the 16th of this month in reply to the communication sent to him pursuant to the Council's resolution of the 9th of this month, having declared among other things that His Reverence, in order to comply with the desire and expectation of this Council, was inclined to acquiesce in the declaration which the burgher David Muller, concerning what occurred in the Stellenbosch church on Sunday the 26th of March of last year, undertook to make before the church council of that congregation in the presence of the Landdrost there, it is, in order to bring this matter now to its full conclusion, agreed to authorize the aforesaid church council to receive the aforesaid declaration of the said Muller before their assembly as soon as possible, and likewise to grant authorization to the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein to be present at those proceedings.

Dutch transcription

zynde hij mits zynen behoef: „tigen toestand van de betaling der transport en kortpenn g'excuseert. Uit het patria alhier ontfangen een quantiteit van het verzogh syn gestempeld Cacton van diverse waarde zo als nevens exspecificeerd. - zyn huysvrouw en Zuygend kind zijnde desselfs verder gedaan versoek, om uit hoofde van de= selfs bekrompene omstandighe„ den bevryd te mogen zijn, van de betalinge der transport en kostgelden, voor gem zyne huysvrouw en kind, aan de hoge Indiase Regeering gede„ fereerd gelaten — Met het schip Neerlands Welvaren door de Hoog Gebiedende Heeren Meesteren op het van hier gedaan verzoek, zo ten eynde de rouleerende en afgesletene papiere munt stukken of te wisselen, als om het vervalsen en Conterfyten van de geene die nog in de wandeling blyven moeten, ten uittersten dificiel, so niet onmogelyk te maken, voor dit gouvernement is pres uitgezonden wezende voorte besch die m een hodan geno een quantiteit gestempeld fyn dliemunt om het Conterfaiten voortekomen zade werden beschreevenn geletterden genommert. Carton, van de natemeldene onderscheydene Valeuren te weten 1200 p:s van 2 rd s ieder, zijnde rt=s 2400 3600 4800 6000 8000 9600 12000 16000 20000 24000 32000 40000 48000 800 800. 800 800 „ „ 25 „ 30. „ 40 „ makende te samen eene Somme van Rds 226400. hoedanig en op wat wijze, zo is op den door den welEdelen groot agtb: Heer Commissaris gedane Propositie, ten eynde de gemeente meerder gerustheid en verzekering 12 „ 15 „ 20 „ 800. „ 10„ ieder 5„ 1200 „ 1200„ 800 800 800. 1200 „ „ 3 „ „ 4 „ :„ „ 50. 60 „ 800 „ te „ doen hebben, in het onderscheyden der goede slukken van de geene die. men zoude mogen onderdoan te Conterfyten of in derzelver valeur te vervalschen, verstaan, dat door de hand van een daar toe te benoemen Clercq onder het Stempel zal werden gesteld Cabo de goede Hoof met den datum van heden en dat dezelve Clercq alle de stukken boven het Stempel aan de linkerzyde zal moeten lederen en nummeren in maniere als volgd, te weeten die van 2 Rbs alle met L=e A en genummert van 1 tot 1200 1200 1 800 1. 800 1„ 800 „ 1„ 800 ƒ 800 800 4 „ „ „ 10 „ „ 12„ 15. „ 20 „ „ 25 „ 30 „ H„ I„ K „. „ „ 1„ 1 „ C„ B„t P„ 1„ te van gesteld het mits 60 „ die van 40 Rds alle met L:d L en genum van 1 tot 800 mities:s welke personen tot het teekenen van deselve zyn gesteld. — om nader hand tot afwisseling van de papiere muntstukken te kennen werden g'emploijeert M dat wijders door de Heer Cassier Serhardus Hendrik Cruywagen nevens de letter en het nummer, ook boven het stempel aan de regter zyde met zyn eygen schrift de waarde van het stuk gesteld weezende, voorts alle de stukken onder de voorsz: daar op te stellene datum van wegens deze regering zullen werden getekent door de Heer Secunde Johannes Isaac Rtenius, den Heer dispensier Tobias Christiaan Ronnen, kamf en den winkelier Egber„ tus Bergh Waarna men alle dezelve stukken, dus eerst in staat zyn zullende, om voor de nu nog lopende papiere muntstukken „ 800 uit 50 „ „ de men en 1„ 800 uitgewisseld, en in de wandeling ge„ bragt te werden, provisioneel in de groote geld Casso overbrengen, en by s'Comp boeken inneemen zal, om vervolgens wanneer de telling in s' Comp=s Cassa op assignatien afgelopen, en daar door op te maken wezen zal, hoe veel van de vorige papiere munte als dan nog in de wandeling sul len komen te blyven, vervolgens tot de afwisseling derzelve zodanig te besluyten, als men vinden zal te behooren, en de voorsz: nieuwe Caston stukke te kunnen strek„ ken— /:onderstond/ Aldus Gearresteerd ende geresolveerd Int Casteel de goede Hoop ten dage en Jare voorsz: /:was getekent:/ A Boesses „ C: J Van J. JChenuu de Graaff, P: Hacker, A: J: Gordon J S: Le Laeur. O: G: de Wet, I E: konnenkamp— vrte Saturdag den 17 vrage alle present, be„ aan den onder Coopmans van Hasseld exaccordeert de reijne met het schip Berkhout naar Batavia voort te setten February 1787. by om„ halven den Heer Collonel Gordon. Een van het Holl Part schip de Maria, op desselfs bij request gedaan verzoek uit hoofde van Indispositie overgeblevenen on„ der Coopman Leonard Rob„ lert Jacob van Hasselt thans wederom by geschrifte hebbende komen te verzoeken dat vermits bekomene her„ stelling, met het ter Rheede leg„ gend schip Berkhout desselfs Reyze na Batavia mogte Con„ tinueeren, zo is zulx aan gem van Hasselt toegestaan, en zal desselfs stil gestaan heb„ bende gogie dienvolgens we„ derom Coursnemen- als veel te Aldus Geresolveerd ende gearres„ teerd Int Casteel de goede Hoofd ten dage en Jare voorsz: / was oesses getekent. / C: D: V: de graaff, p backer I: I: Atenius, B I: Gordon, I I: Le Sueur, O:g: Wet, T b Ronnen„ Kamp. Dingsdag den 20 febr: v 1787. by omvraag alle present. Den herwaarden Emercus predi¬ =kant Petrus van der Suij by missive van den 16 deezer in reseriptie op de gedane schryven aan denzelven, in„ gevolge Raadsbesluyt van den 9:e deezer onder anderen Synde komen te declareeren dat zyn Eeve: om aan het ver„ langen, en aan het verlangen /.onderstond/ en en de vervagting dezes Raads te voldoen, genegen was te berusten in de betuyging die den Burger David Muller, betreffende het voorgevallene in de Stellenbossche kerk op Sondag den 26 maart des voorl Iaars, aangenomen heeft voor den kerkenraad van die gemeente in presentie van den Landdrost aldaar te doen, zo is om deeze zaak daar mede als nu haar volkomen beslag te doen erlangen, verstaan des Kerkenraad voormeld te qualificeeren om hoe eer hoe lieverde voorsz: betuiging va gem: Muller voor hunne vergaderinge aan te neemen, en so mede qualificatie te ver„ teenen op den Landdrost van Stellenbosch en drakenstein ten eynde by die verrigtinge tegenswoordig te zijn on rres

NL-HaNA_1.04.02_10713_0258 view scan ↗

English

Granted permission to the head surgeon Bode to depart for Batavia on the ship Nederlands Welvaren. Below stood: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: A. Boesses, C. J. van de Graaff, P. Hacker, J. I. Rhenius, R. J. Gordon, J. J. Le Sueur, O. G. de Wet, F. C. Ronnenkamp. Wednesday, 21 February 1787, upon roll call, all present except Colonel Gordon. In the past year 1786, the China return ship Brederode having arrived here at this place carrying the head surgeon Johan George Bode, who served in the same capacity at the Dutch factory in Canton, with letters from the Company's ministers there stating that they had permitted the said head surgeon Bode, while retaining his post but with cessation of salary, to make a sea voyage here in order, if possible, through the change of air to recover from the incurable illness with which he was afflicted there; with the request to grant the said Bode permission to remain in this government, and in the event that he recovered and should choose to return to Canton, to then grant him passage on one of the Company's ships destined for Batavia or directly to China, or else on that of another nation; upon which written recommendation and the request of the aforementioned head surgeon Bode upon his arrival, the said permission was granted to him. The same has now petitioned again by request that, since he has recovered from his illness to such an extent that he finds himself capable of undertaking the aforesaid return journey, he might depart for Batavia on the ship Nederlands Welvaren, which is lying ready to sail. And this has been granted to him. Below stood: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Was signed: A. Boesses, C. J. van de Graaff, P. Hacker, J. I. Rhenius, J. J. Le Sueur, O. G. de Wet, F. C. Ronnenkamp. Friday, 23 February 1787, in the forenoon, present the Right Honorable Lord Commissioner together with the Honorable Lord Governor and all the members. Alongside the said report of the cellar master concerning the Constantia wines to be sent over to the Lords Major. The cellar master, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur, delivered to the meeting a written report concerning the filling of the aums and sample bottles with Constantia wine for shipment to the Fatherland. Which report, having been approved to be sent in copy to the Fatherland, it was likewise understood that there shall be presented to the Most Honorable Lords Seventeen the further request of the owners of Constantia appearing in that report, tending to the effect, for the reasons added thereto, that the aums of Constantia wine, upon arrival in the Fatherland, might not be topped up, but left securely closed until the sale. To send the said wines destined for the Chamber of Rotterdam with the Delft ship De Eenparigheid. On this occasion, it was deemed best that if the ship Texelstroom, repatriating for the Chamber of Rotterdam, should not appear in time, the portion of the aforesaid Constantia wines destined for that Chamber shall be dispatched with the Delft ship De Eenparigheid present here. Report delivered by the retiring Secunde regarding the paper coins exchanged, which according to the report are still in existence in the Company's treasury. By the retiring Secunde Pieter Hacker, the purveyor Tobias Christiaan Ronnenkamp, and the warehouse master Salomon van Echten, there was subsequently delivered in Council a written report of the paper currency still in existence in the Company's treasury, which was exchanged pursuant to the resolutions dated 27 April and 24 August 1784, reading: To the Right Honorable Adriaan Boesses, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Admiral and Commander of the Return Fleet and Commissioner of this Government; and the Honorable, High-Born Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director of the Cape of Good Hope and its dependencies, together with the Honorable Council of Policy. Right Honorable, High-Born Lords, Honorable Lords. On the occasion of the first undersigned, the retiring Secunde and Chief Administrator of this government, handing over to his replacement, Johannes Isaac Rhenius, in the presence of the commissioners expressly appointed for that purpose, all the cash, both in silver specie and in stamped paper currency, remaining in the main money treasury, as the same have stood under his accountability; and in the presence and before the other undersigned ordinary commissioners of the Company's treasury, the paper money of 8 and 6 Rds., as well as of 48, 36, 24, 12, 6, and 2 stivers, which according to the resolutions of the Council of Policy dated 27 April and 24 August 1784 was exchanged from time to time for silver money, having also been accurately counted and verified; the undersigned have found that the aforesaid exchanged paper money amounts to a sum of one hundred seventy-two thousand seven hundred sixty-eight and a half Rixdollars, this amount having been successively written off in the trade and treasury books at the following times, to wit: Ultimo July 1784, in pieces of 48 to 2 stivers, an amount of 37,533 1/3 ducatoons In September, in pieces of 48 to 2 stivers: 56,750 1/2 ducatoons In December, in pieces of 48 to 2 stivers: 16,957 7/12 ducatoons Ultimo January 1785, in pieces of 48 to 2 stivers: 3,937 28/72 ducatoons Makes together in ducatoons at 72 stivers each: 115,179 ducatoons, which, being reduced to Rixdollars at 48 stivers each, amounts as above to 172,768 1/2 Rds. Of all of which the undersigned take the liberty to give Your Right Honorable, High-Born, and Honorable Lordships the requisite notice, and moreover

Dutch transcription

verleende permissie aan den oppermeester ode welvaren naar Batavia te vertrekken. /:onderstond:/ Aldus Geresolveerd ende ge„ arresteert Int Casteel de goede Hoof ten dage en Jare voorts /:was getekent/ A Boesses, C C. V. de Graaf, P. Hacker I I. Che„ =nius, A D: Gordon, I: s Levueur O: G: de Wet, I E: Ronnenkamp Doensdag den 21. february 1787. by omvrage alle present, Except den Heer Collonel Fordon In den voorleden Iare 1786. met om met het schip Nederlands het Chinas retourschip Brederode hier ter plaatse aangeland Synde den oppermeester Johan George Bode, die in dezelve qualiteit in de Nederlandse faclorye te Can „toos bescheyden is geweest, met aanschryvens van s' Comp=s m ms =nisters aldaar, dat aan denzelven oppermeester Bode hadden geper„ mitteerd, behouden zyn Employ met stlsland van gagie een springlogtje na herwaards te doen, ten eynde ware het moge, =lyk, door de verandering van lugt te herstellen van de aldaar ongeneeslyke ziekte waar mede hy was aangetast, met verzoek om aan gem Bode te willen accordeeren, om ten deesen gouvernemente te mogen Overblyven en by aldien hy her„ stelde en wederom mogte ver„ kiezen naar Canton terug te keeren als dan aan denzelven Passage te willen verleenen op een van sComp=s na Batavia of direct naar China gedestireerd schip, dan wel op dat eener andere natie, en op welk voor, schryvens, en het verzoek van voorm - voorm oppermeester Bode bij desselfs aankomst aan hem de geze permissie is geaccordeert gewor„ „den; heeft denzelven thans by re„ quest wederom komen te solici„ teeren, dat dewyl van desselfs ziekte in zo verre was hersteld geraakt, dat zig in staat bevind voorsz te rug reyze aan te nemen met het zeilvaardig leggend Schip Nederlands A Welvaren naar Batavia mogten vertrek ken; En is zulx aan denzelven geaccordeerd— /:onderstond:/ Aldus geresolveerd ende ge„ arresteerd Int Casteel de goed Hoopte dage en Iare voorzz: /was getekent:/ A Hoesse C: D: V: de graaff, J: Hacker I I Rhenius, P J Le Pueur :P: de wet, F: C: Ronnenkamp. ro Maj Vrydag den 23 february nevens gem: rupport van den heer keldermeester nopens de Constantia wijnen aan de heeren Majores overtesenden 1787. D' voormiddags pre„ sent den WelEdelen groot Agtb: Heer Commissa, =ris mitsg. s den Edelen Heer Gouverneur en alle de Leeden Door den Heer Keldermeester Mr. Jacobus Johannes Le Lueur wierd ter vergaderinge overgeleverd een schriftelyk rapport, nopens het vullen der aamen, en proef bottels met Constantia wijn, ter verzendinge na het Patria, welk rapport goedgevonden sinde in Copia na het Vaderland over te zenden, is levens verstaan dat aan de welEdele Hoog agtb: heeren Zeventienen zal werden voor ge„ =dragen, het by dat rapport voor„ komend nader verzoek der Be„ ziders van Constantia, tendeerende om dezelve wynen voor de kamer Rotterdam gedestineerd met het Delfs schip d' Eenparigheid aftezonden de in Comp Cassa volgens berigt nog in weesen zijnde papiere wisseld geworden zyn om de bygevoegde redenen, dat de aamen met Constantia wijn bij den aanbreng in het Vaderland niet opgevuld, maar tot den verkoop welgesloten mogten werden, ge„ =laten — Zynde by deeze gelegend„ heid best gedagt, om wanneer het voor de Camer Rotterdam repatri„ eerend schip Texelstroom net nog tydig genoeg mogt komen op te ƒ dagen, het voor die Camer gedesti„ neerde gedeelte van voorsz Constantis. wynen met het aanwezend Velfts schip d' Eenparigheid af te zonden - Door den afgeranden muntstukken dewelke inge: Heer Secunde Pieter Hacker de Heer dispensier Tobias Christiaan Ronnenkamp en den pakhuysmeester Salomon van Echten, wierd vervolgens in Rade in Rade overgeleverd, een schriftelyk berigt van de in s Comp s Cassa nog in weezen zynde papiere munt„ stukken, dewelke volgens besluyten de datis 27=e april en 24 aug=s 1784. zyn ingewesseld geworden, luy„ =dende Aan den WelEdelen groot Agtb: Heere Adriaan Boesses, Raad Extra ordi„ nair van Nederlandsch India, mitsg=s admiraal en Cheffder retoursloot en Commissaris dezes gou„ vernement in den WelEdelen gestr: Heere Cornelis Jacob van de graaff gouverneur en directeur van Abo de goede Hoop met den ressorte van dien, benevens de Eagtb Raad van Politie — WelEdele groot agtb: gestr: Heeren. EE agtb: Heeren. By gelegendheid dat door den eerstgelee ken e - ƒ kende afgaande Secunde en hoofd administrateur dezes gouvernements aan deselfs vervanger de Heer Io„ hannes Isaac Rhenius ter pre¬ sentie der daar toe expres gesteldt gecommitteerdens, overgegeven geworden zyn, alle de Contante zo in silvere specien, als aange„ Stempelde papiere munt, in de groote geld Carsa berustende, zodanig als dezelve ter zyner verantwoordinge hebben gestaan — in het bijzyn ende ten overstaan van de mede geteken =dens, Ordinaire gecommitteerdens in s: Comp=s geldCassa, teffens eracte„ „lyk opgenomen en naargesteld wee„ =zende, het papiere geld van 8 en 6 Rot mitsg=s van 48, 36. 24. 12. 6 en 2 st: 't welk volgens politieq raads. besluyt de datee 27 april e24 augs. 1784. van tyd tot tyt met zilvergeld is ingewesseld geworden, hebben de de ondergeteek: bevonden, dat het voorsz: ingewisselde papiere geld komt te bedragen een Somme van Een honderd twee en Seventig duyzend zeven honderd agt en Sestig en een halve Rykst, zynde dit montant op de volgende tyden, by de Negotie = en Cassa - boeken succes„ „sivelyk afgeschreven te weeten: 1784: ult=o Julij aan stukken van 48 tot 2 stuyvers een bedragen van ducats 37533 1/3 in debelse van 48 tot 2 Stuijvers „ 56750½ 756 _ —„ 16957 7/2. december„ 28 _ — — 3937 72. 1785 Ult: Januarij maakt te samen aan ducatons tot 72 stuyvers tps drl 115179: die gereduceerd sijnde tot Ats a 48 stver yder, komt oversulx als boven Rd=s 172768½ Van welk een en ander de ondergeteken„ dens de vryheid neemen, uwe welEdele groot Agtb:, gestr: en E Agtb: verschal„ digd bericht te geven, en daar benevens Septbr:o oot - „ 0 - -

NL-HaNA_1.04.02_10713_0266 view scan ↗

English

Humbly to submit and request that the repeatedly exchanged paper money, having been taken out of circulation and thus no longer circulating, may be destroyed and burned; awaiting the wise pleasure and disposition of your Right Honorable Grand Noblenesses and Honorable Noblenesses, the undersigned meanwhile have the honor to call themselves, with profound respect, was underwritten: Right Honorable Grand Noble Lords and Honorable Noble Lords lower: Your Right Honorable Grand Noble and Honorable Noblenesses' very humble and obedient servants, was signed: I: Hacker, I C: Ronnenkamp, S: V Echten; in the margin: Cape of Good Hope, the 17th of February 1787. Whereupon it was understood to destroy and burn these same coin pieces, already successively written off in the Company's books and constituting a sum of Rds 172768½ or ducatons 115179, and to commit expressly thereto the Lord Secunde Johannes Isaac Rhenius, together with the aforementioned Lord Ronnenkamp and Warehouse Master van Echten. Subsequently, upon resumption of the drawn-up list of the various sums of money that had been registered for this year for remittance to the Fatherland, it having appeared that when the reduction of these sums of money was brought down to two-thirds less, and thus only one-third thereof was permitted to be paid in, that portion alone which was to serve for the inhabitants would then amount to nine tons of gold, not counting that which, besides for the Lady Widow Van der Burg, the former Burgher Lieutenant Barend Jacob Artoop, and Christiaan Daniel Hertz, under the orders of the highest-mentioned Lords Majors, was also registered for the Orphan Chamber here, and various persons repatriated from this government or due to be repatriated this year, and also represents a considerable sum of money. And taking into consideration on the one hand the unceasing and ever-increasing grievances of the inhabitants, both concerning the lack of opportunity to pay off their debts in the Fatherland running at heavy interests, and concerning the danger in which they find themselves, that having no means to remit their funds, through a lack of further credit in the Fatherland, their trade, as their only means of livelihood, might be completely ruined and they might ultimately find themselves entirely ruined; and that on the other hand it could by no means be agreeable to the High Commanding Lords Masters, who have been pleased to give so many distinguished proofs of the interest which they take in the prosperity of this colony, if one were to neglect to meet the aforementioned grievances of these inhabitants, which have now risen quite high here, and by means of an increase of the previous amount of bills of exchange to prevent the decline into which the bloom of this Colony would find itself brought; So it is, after having carefully considered everything, in a confident expectation that these pressing reasons will be taken into favorable consideration by the highest-mentioned Lords Masters, approved and resolved to accept into the Company's treasury from the inhabitants for this year on bills of exchange the aforementioned nine tons of gold, as constituting only a third part of what they have offered, and that another ton on bills of exchange shall be accepted from the aforementioned Orphan Chamber here, the Lady Widow van der Bourg, Artoop, Hertz, together with the various repatriated persons and persons due to be repatriated this year, to be divided among them according to their registered capitals or as their circumstances require, both of these amounts to be split into two portions, for the respective autumn and spring sales of this and the coming year. And whereas the aforementioned Lord Secunde Pieter Hacker indicated that the quota which could fall to him in the aforementioned apportionment would only come to constitute a part of what his Honor had to remit, thereby causing a disruption in his circumstances, since his entire capital was needed in the Fatherland to be able to live there with equal burgherly dignity; so it is, upon the urgent request of the said Lord Secunde Hacker, granted to him to bring into the Company's treasury that which exceeds his present funds to be remitted over and above what he can pay according to the aforementioned apportionment, and to leave it there without interest, to receive the bills of exchange for it in the coming year, on the terms that will then apply. After which, upon the written proposal of Commissioners from the Council of Justice, it was approved to appoint two undertakers for burials [illegible]

Dutch transcription

Ootmoedig voor te dragen en te ver„ zoeken, dat het meerm: verwisselde Papieren geld, als buyten Cours gesteld en dus niet meer roulleerende, moge werden vernietigd en verbrand; waar op uwer welEdele groot agtb: gestr: en E Agtb: geleid goedvinden en dispositie afwagtende, hebbende ondergetekendens inmiddels dleze zig met diepschuldig respect te noemen /:onderstond:/ WelEdele groot Agtb. gestr. Heeren en E. E. Agtb: Heeren /:lager:/ Uwer welEd: groot agtb: gestr: en E agtb: zeer ootmoedige en gehoorzame dienaren /: was getekent:/ I: Hacker. I C: Ron„ =nenkamp, S: VEchten /: in margine:/ Cabo de goede hoop den 17:e Februarij 1787. — Waar op verstaan is, dezelve munt stuk he te vernietigen en verbranden. resumptie van al lijsten der gedsommen ter remise naar het Patria stukken al Successivelijk reeds by s' Comps boeken afgeschreven weezende en uitmakende eene Somme van Ros 172768½ ofte ducatons 115179. te doen vernietige en verbranden, en daar toe expres te Committeeren der Heer Seeunde Johannes Isaac Rhenius mitsgr gem Heer Ronnenkamp en pakhuysmeester van Echten Vervolgens by resumptie van de geformeerde lyst der dif„ „ferente geldsommeen die men voor dit Iaar ter remise na het pa„ =tria heeft doen aantekenen, ge„ bleken weezende, dat wanneer de reductie dier geld sommen tot op twee derde mindergebragt en du maar een derde daarvan om te tellen toegestaan wierd alleen dat gedeelte het welk voor de Ingezetenen dienen zoude als . pie desorsideratien daarop. als dan op negen Tonnen goud is uitkomende, ongerekent het geen behalven voor mevrouwe de wed Van der Burg, den oud Burger op hoe veel deselve is uitkomende Lieutenant Barend Jacob Artor en Christiaan daniel Hertz onder voorschryvens van hoogst„ gemelde Heeren Majorés, ook nog voor de weescamer alhier, en differente, uit dit gouvernement gerepatrieerde of en dit Jaar te repatrieeren staande personen is aangetekent geworden, en al mede een Considerable geldsomme komt te kendeeren— En daar by aan deene zyd in Consideratie genomen wezende de onophoudelyke en steeds toenee„ mende doleantien der Ingezeten zo over het gebrek aan gelegend„ heid, om hunne op sware Interests voorslopende schulden in het Va„ der =derland af te doen, als over het gevaar waar in zy zig gebragt vinden, om wanneer zy geen middel tot het remitteeren hunnen penningen hebbende mogen door mangue ment van verder Credit in het Patria, hun handel als derzelven eenigste middel van bestaan¬ den bodem geheel ingeslagen en zich ten laatsten volkomen geruineerd te vinden, en dat aan de andere kant het de Hoog Gebiedende Heeren meesteren die zo veele gedistingueerde bly„ ken hebben gelieven te geven, van het belang het welk hoogst„ deselve in de welvaart deeser Colonie stellen, geenzints aan genaam soude kunnen zyn wanneer men veronagtsaamde aan de voorsz: tegenwoordig lier hoog geklommene dole„ antien dier Ingezetenen te ge hoe veel van die sommen op assignatien t' accepteeren gemoet te komen en door middel eener augmentatie van het vorig montant des assignatien te verhin deren, het verval waar toe den bloen deeser Colonie zig soude gebragt vinden— zo is na aller nauwkeurig te hebben overwogen, in een zeker vertrou =wen dat deeze dringende redenen by hoogstgemelde Heeren meederen wel in gunstige aanmerkingen zullen werden genomen goedgevonden en besloten van de Ingezetenen voor dit Iaar op assignatien in SComp=s Cassa te ontfangen, de voorsz: negen tonnen gouds, als slegts een derde gedeelte uitmakende van het geene zy aangeboden hebben, en dat nog een Ton op aessignatie zal werden aangenomen van voorm Weescamer alhier Mevrouwe de wede. van der Bourg Artoop neers het gied Hertz Cassate den teremi Herkz, mitsg=s de diferente gene het gied van den gerepatrieerden neersecune wackers in 'sC omp„s Cassa te laten brengen om in den aanstaanden Iaare teremitteeren potrieerde en nog deesen Jaare te repotrieeren staande personen om onder dezelve nagelang van derzelver aangetekende Capitalen ofte dat kunne omstandigheden zulx vereysschen, te werden ver= =deeld, zullende beyde die montan, ten werden gesplitst in twee Parthyen, op de respe. najaar¬ sche en voorJaarse verkoping van dit en het aanstaande Jaar En vermits voormelde Heer Secunde Pieter Hoekers te kennen gaff, dat het contin, gent het welk zijn E bij de voorsz repartitie zoude kunnen toevallen slegts een gedeelte zullende komen uit te maken van het geene zynE te remitteere had, en hierdoor een derange. ment in zyne omstandigheden ver den vaanstelling van twee aanspree„ kers bij de begravenisse geap„ „probeerd,— veroorzaakt werdende, vermits desselfs geheele Capitaal om even Burgerlyk in het Vaderland te kunne leven aldaar nodig had, zo is op het instantig verzoek van gemelde Heer Secunde Hoeker, aan den zelven toegestaan, om het geene zyne tegenswoordige over te makene penningen, het bedragen Excederen zal, van het geene volgens de voorsz repartitie, zal kunnen tellen, als nu insgelyk in sComp:s Cassa te mogen brengen en aldaar zonder Interest te laten, ten eynde daar van in het aan staande Jaar de assignatien te ontfangen, op den voet die als aan plaatsgryfen zal mattroo Na het welke op schrif¬ telyke voordragt van Commis„ Sarissen uit den Raad van Iustitie goedgevonden is t' appro ber en den mits epplaa aan den onerluk met een „sagien

NL-HaNA_1.04.02_10713_0273 view scan ↗

English

The burgher Christiaan Zieteman, on account of his bad conduct, placed as a sailor on the frigate the Meermin. To the chief surgeon of the wrecked state vessel of war Holland, Wm Doekes, passage granted to Batavia on one of the Company's ships. Gentlemen, the appointment of the burghers George Diederik Geere and Isaac Hendrik Bouermeester as undertakers at funerals. While the request made therewith by the said Commissioners, by reason of the bad conduct of the burgher Christiaan Zieteman, has been understood to engage the aforesaid Zieteman as a sailor at a wage of ƒ 9 per month and a contract of five years into the Company's service, and as such to place him on the permanent ship the Meermin. Furthermore, upon the submitted request of Willem Doeckers, who was assigned as chief surgeon on the state ship of war Holland, which was wrecked near False Bay, and to Lieutenant van der Putte the branding of his permitted chest granted here, since upon the departure of the squadron under the command of Commander Silvester, through lack of space, he was unable to follow that squadron to the Indies, he has been granted passage on one of the Company's ships to Batavia, in order to subsequently rejoin the aforementioned squadron. The adjacent request of the farmer Pieter Retief placed in the hands of the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch. As also upon consideration of the written request made by Lieutenant Johannes Adolphus van der Putte, stationed on the ship the Diamant, since from an accompanying statement produced by the authorities of the said vessel it has appeared that through haste and lack of time or opportunity, the branding of his permitted chest was omitted at Batavia, the same is permitted to have his permitted baggage branded here. Whereupon, on resumption of the request submitted by the burgher and farmer at Drakenstein, Pieter Reteeff, containing grievances concerning a piece of land which he, the petitioner, maintains was purchased and possessed to his prejudice by his fellow burgher Philip Soggenpoel, with a request for restitution of the possession belonging to him, or such an alternative as he proposes, with what further follows thereupon, it has been resolved, before disposing thereof, Appointment of another chief surgeon on the frigate the Meermin. to place a copy of the aforesaid request alongside an extract hereof in the hands of the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein; in order to make proper inquiry concerning the premises of that request and subsequently to serve this Council with their report and considerations regarding the same as well as on the alternative request of that petitioner. Furthermore, on account of the vacant post of chief surgeon on the permanent ship the Meermin, the assistant surgeon Jeremias Ligtvoet has been promoted thereto at a wage of ƒ 36 per month under a new contract of three years, and this after it appeared from the submitted attestation of the examination he took that he is qualified for the post. Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. was signed: A: Boesses, C I: v: de Graaff, I. Hacker, J J: Rhenius, R. J. Gordon, J J Le Sueur, O: P: de Wet, J C Ronnenkamp. Wednesday the 7th of March 1787. Present: the Right Honorable Commissioner Adriaan Boesses, who has been prevented by head-winds from continuing the voyage with the homeward-bound ships lying ready to sail, To circulate the adjacent report of the commissioners from the Council alongside commissioners from the Court of Justice. together with the Honorable Governor and all the members, except Mr. Jacobus Johannes Le Sueur due to indisposition. The Honorable Members of this Council, Mr. Jacobus Johannes Le Sueur and Tobias Christiaan Ronnenkamp, together with Commissioners from the Court of Justice, having submitted their ample written report regarding that which was entrusted to their Honors, both concerning the water conduits of the gardens in this Table Valley and in relation to the wooden pipes of the drinking water conduits, it has been resolved to circulate the said report among the Honorable Members before deciding thereupon. How much wheat was reported for delivery to the Honorable Company in Mossel Bay, and a report in that regard from the Landdrost at Swellendam. Further, from a register drawn up at the Secretariat of Swellendam and now received, of the wheat for whose declaration the inhabitants around Mossel Bay had been notified by notices for delivery there pursuant to the resolution taken in the session of the 27th of December of the previous year, it appeared that only nine different persons have registered to deliver in the said bay a quantity of 340 muids of wheat, and that therefore by far the most of those inhabitants made no registration. Regarding which matter the Governor gave notice that he was informed by several persons, and especially by the Landdrost of the said Swellendam colony, Constant van Nult Onkruydt himself, currently present at the Cape, that the far distance of the Swellendam Drostdy from those who could deliver their grains in Mossel Bay prevented those persons from presenting themselves at the aforesaid Drostdy for the said registrations, the letters which some had dispatched for that purpose were not delivered, while others entirely lacked the opportunity to make the required declaration; but that notwithstanding the resulting low registrations, one could nevertheless count on the surplus

Dutch transcription

in den burger Christiaan Zieteman mits zijn slegt Comportement als mattroos op het Pregat der Meermin gerplaart aan den opperchirurgijn van het ver„ ongelukt Jp Holland Wm Doekes met een der Comp: scheepen pas„ „sagie naar Batavia verleend. - beeren, de aanstellinge van de Burgers George diederik Geere en Isaac Hendrik Bouermees¬ =ter tot aanspreker bij de begraeffe„ nissen. terwyl het daar by gedaan verzoek van deselve Com missarissen uit hoofde der slegte Conduiten van den Burger Chris„ tiaan Zieteman, verslaan is even gem Zieleman als mat„ broos onder eene gagie van ƒ 9 p. r maand en een verband van vijff Jaaren in sComps dienst te brekken, en als zodanig op het per„ manent schip de Meermin te plaatsen — Zynde wyders op het ingediend request van Willem Doeckers, die als opperChirurgyn bescheyden is geweest op het om„ trend de Baay Fals verongelukt Lands schip van oorlog Holland ver re 27 en aan den Lieutenant van der Ritte het branden zynen geper„ mitteerde kist alhier geaccordeert vermits by vertrek van het Equa der onderbevel van den Heer Commandant Silvester door ge brek aan ruimte, dat Esquader niet na d' Indien heeft kunnen volgen, aan denzelven passagie g'accordeerd, op een van sComp=s schepen na Batavia, ten eijnde zig landvouw inhanden vervolgens weder by het meerge„ melde Es quader te kunnen vervoegen— licemra het nevens Gelyk ook by overweging van het door den op het schip de diamant bescheyde Lieute, nant Johannes adolphus van der Putte, schriftelyk ge„ daan verzoek, vermits uit eene daar nevens geproduceerde ver¬ klaring der overheden van ged= Bodem is komen te blyken, dat door overhaasting en gebrek aan tyd off gelegendheid, het branden van het nevens gem: request van den Zig landbouwer Pieter Retief gesteld inhanden van Landarost en heemraden aan stellenbosch. van zyn gepermitteerde kist te Batavia agterweeg is gebleven aan denzelven toegestaan is, zijne gepermitteerde Bagagie alhier te doen branden Waar na by resump„ tie van het door den Burger en Landbouwer aan drakenstein Pieter Reteeff ingeleverd request houdende beswaren over een stuk lands, het welk hy Luff=rt. Lasti„ neerd dat in zyn praejuditie door den medeburger Philip Soggenpoel gekogt is, en ge„ possedeerd werd, met verzoek van herstel in de hem Compe„ leerende Possessie, of eene zoda„ nige weeting als hy is voordra„ „gende met het geene verder daar op volgt, verstaan is, al„ voren daar op te dispreeren Copia van het voorsz requeest 3 ƒ re qua „ aanstelling van een ander opper: chirurgyn op't fregeet der keermin nevens Extract dezes, te Stellen in handen van Landdrosd en Heemraden van Stellenbosch en Drakenstein; ten einde om„ viend de praemisen van dat request te doen behoorlyk on =dersoek en vervolgens der wegens zo wel of het alterna„ lieff verzoek van dien Luf„ plant deesen Rade te dienen van derzelver bezigt en Con„ sideratien— Voorts is vermits de opengevallene plaats van opperChirurgyn op het Permanent schip de Meer„ min, daartoe bevorderd, den ondermeester Jerimia Ligtvoet met de gagie van ƒ36 p=s maand onder een nieuw verband van drie Jaar Jaaren ende sulx nadien uit de overgelegde attestatie, zyner gepresteerde Examinatie van desself bekwaamheid daar toe is komen te blijken Aldus geresolveerd ende gearres„ teerd In't Casseel de goede Hoop ten dage en Iaare voorsz: /:was getekent/ A: Boesses, C I: V: de Graaf, I. Hacker, I I: Rhe„ =nius, R. I. Gordon JJ Le Sueur O: P: de Wet, I C Ronnenkamp. Woensdag den 7=' Maart 1787. present den WelEdelen groot agtb=r Heer Commissaris Adri„ aan Boesses, als door tegenwinden nog verhin„ derd geworden synde met de de zeilvaardig leggende retourschepen de reyze /onderstond:/ voort het nevens gem: berigt van heeren gecommitt=s uit den reede nevens commissarissen uit den raad van Justitie te doen und. leezen. voort te zetten, mitsgaders den Edelen Heer gouverneur en alle de Leeden uitgenomen de Heer Mr Jacobus Jo¬ hannes Le Sueur door Indispositie — De Heeren Leeden deezes Raads Mr. Jacobus Johannes Le Saeur „en Tobias Christiaan Ronnen, kamp, nevens Commissarissen uit den Raad van Justitie ter opsigte van het geene aan kun E E zo omtrend de waterleydingen van de Thuynen in deeze Tafel„ vollen, als met relatie tot de houte buyzen der leydingen van het drinkwater, opgedragen gewor„ den is, ingediend hebbende, derzelve Schriftelyk ampel berigt so is ver„ staan het Selve berigt, alvorens daar op te besluyten, by de Heeren Leeden te doen zondleezen— en berigt den in de ver hoe veel tarie ter levering aan d'E Comp: in dee werselbaai opgegeven is. inberigt dienaangaende van den Landarost aan swellendam Verders uit eene ter Seerelarge van Swellendam geformeerde en thans ingekomene aantekenen gen van de Tarwe, tot welkers opgaaff de Ingezetenen omstreeks de Mosselbaaij ter leverantie aldaar, ingevolge het ledsessie van den 27=e december des voorl: Iaars genomen besluyt, bij billietten gewaarschouwd ge= worden, waren gebleken wee„ =zende, dat slegts door negen onderscheydene personen is opgegeven geworden, om in de gemelde bary te leveren, een quantiteit van 340 mudden Tarwe, en dat dus door verre de meeste dier Ingezetenen geen aantekening is doen gescheden— Ten welken belange den Heer gouverneur te kennen gaff ad er gaff, door verscheydene persoonen en wel speciaal door den zich thans aan de Caap bevindende Landdrost van gem. wellem¬ damse Colonie Constant van Null oorkruyt zelve geinformeert te zin, dat de verre afgelegendheid der Swel„ lendamse drosdolye van de geene die hunne granen in de Mossebbaay leveren kunnen dezelve personen verhinderd hebbend tot de gem aantekeningen zig zelfs ter voorsz: drosddrje te vervoegen, de brieven de sommige daar toe afgezonden hadden niet bezorgd zyn geworden, terwijl andere in't geheel de gelegendheid tot de gevorderde opgave ontbroken had: dog dat niet tegenstaande de gem daar door veroorzaakte geringe, aantekeningen, men egter staat maken konde van de ove ver wa

NL-HaNA_1.04.02_10713_0281 view scan ↗

English

which return does not in the least come to meet the expectation of receiving a rather larger quantity of grain in Mossel Bay from the remaining farmers of that district, although because cultivation there has only just begun, it could not be of such importance as one may expect for the future, once everyone will have first been able to establish themselves better there. And since the aforesaid return does not answer to the expectation, but one remains as yet in uncertainty as to how much will actually be received from the aforesaid Bay for the Company's stock here, whereby even the quantity of 12000 mudden of grain, which is required merely for the annual consumption of this Government for a full year, could not be fulfilled, as that which has been received up to now from nearby overland, together with the grain brought from the Fatherland by the ships De Jonge Jacob, Dordrecht, and Oostzaandam, amounts to no more than 11000 mudden, let alone that one would be in a position to lay up the intended stock for another year in advance, which makes it entirely impossible to determine whether any of it will be able to be spared to be shipped off with the present provision ship De Batavier, in satisfaction of the requisition. Although it is indeed to be hoped that in the autumn a good portion of wheat from the country will still be brought up into the Company's warehouses, which transport has presently had to cease due to the poor condition of the cattle, it was, after having deliberated hereupon and taken into consideration that the unloading of the said provision ship is as yet hindered by that of the other ships laden from Europe for this government, deemed best to suspend the resolution in response to the Batavia requisition, until one in the meantime, upon the receipt of the wheat in Mossel Bay, which is now about to commence, will be able to deduce more precisely whether anything will still be able to be spared for shipment thither; while it is understood that the person who will be sent thither provisionally for the receipt of the wheat in Mossel Bay shall be ordered likewise to accept and receive on behalf of the Company all that shall be delivered there over and above the aforementioned notes. The Honorable Secunde Johannes Isaac Rhenius, together with the Honorable Tobias Christiaan Ronnenkamp and the storekeeper Salomon van Echten, having thereafter delivered a report concerning the executed resolution of 23 February last regarding the burning of the redeemed paper currency pieces still found in the Company's treasury, of 6 Rijksdaalders as well as of 48, 36, 24, 12, 6, 2 stivers, the said report was [illegible] Furthermore, the Honorable and Most Respected Commissioner Adriaan Boesses was permitted, in place of the male slave Lanton of Amboina—who had departed with the ship De Diamant from Batavia to look after the children of the late Honorable Extraordinary Councillor van Pleuren and died on the voyage—to take with him from here on the vessel De Schelde, under the same transport and board money that was paid for that slave in Batavia, a male slave named Baatjoe of Bugis, to look after the little son of the aforementioned Mr. van Pleuren. As also, upon the submitted petitions of the Senior Merchant and former Java Opperhoofd Jan Matthys van Rhijn and the former Fabricq at Batavia Cornelis de Keyzer, the former was permitted to take with him from here to the Fatherland his slave boy named Pollux of Nias, and the latter two native children brought over from Batavia named Dorothea, aged four and a half, and Cornelia, aged two years; provided they pay the transport and board money established for that purpose. And upon the request likewise made in writing by the naval captain Nicolaas Acker, appointed to the ship De Diamant, permission was granted to the same to remain here on account of his indisposition, and to await a further opportunity on the following return ships to proceed on his voyage to the fatherland. A request having likewise been made by petition by the First Lieutenant in the fourth company of Burgher Dragoons at Stellenbosch, Thomas Arnoldus Theron Pietersz, to be discharged from his aforesaid function, the aforesaid request was granted to the same in consideration of the bodily infirmities which the said Theron adduces as preventing him from longer performing the same. Further resumed was the petition of the Burgher Captain Gerhardus Munnik, reading: To the Right Honorable and Most Respected Lord Adriaan Boesses, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, Admiral and Chief of the Return Fleet, as well as Commissioner of the Cape of Good Hope, and the Right Honorable and Stern Lord Cornelis Jacob van de Graaff, Governor and Director here, [illegible]

Dutch transcription

welke opgave geenzints aande verwagsing komende te voldoen overige Landbouwers uit die Contrijt een vry grooter quantiteit koorn in de mosselbaaij te zullen ontfan„ „gen Schoon om dat de Culture al„ daar slegts een begin genomen had niet zullende kunnen weezen van die importantie, als men voor het vervolg, wanneer een ieder zich eerst beter daar op zal hebben kunnen stabileeren, verwagten kan En nadien de voorsz: opgave niet aan de verwagting komt te beantwoorden, maar men als nog in het onzeke blyft verseeren, hoe„ veel en tot 's Comp=s voorraad alhier wel uit de voorsz Baaij zal werden ontfangen, waar door zelfs de quantiteit van 12000 mudden koorn, die slegts tot den omslag van dit Gouvernement voor een rond Jaar werd verEyscht niet bend g de ove d niet zoude kunnen werden ver„ vult, daar het geene tot nu toe van nader by overland ontfangen is, met de Jaru door de Schepen de Jonge Jacob, dordrecht en Oostzaandam uit het va„ derland aangebragt, niet meer als 11000 mudden komt te bedragen, laatstaan, dat men in staat weezen zoude, de bedoelde voorraad voor nog een Jaar in advan te kunnen opdoen, het geen allezints onmogelyk maakt te bepalen, of wel iets daar van te missen zal zyn om met het aanwezend provisie schip de Batavier, ter voldoening op den Eysch, te werden afgescheeft Schoon wel te hoopen is, dat er in het najaar nog een goed deel Tarw uit het land in Slompe maguazynen zal werden opge bragt, welk transport thans voor de zal Bata werden 1 de Rlegte gesteldheid van het vee zal met de beantwoording op den Bataviashen Eijsch door als nog werden gesurcheerd heeft moeten ophouden- Z8 is, na hier over gedeli„ bereerd en in consideratie genomen te hebben, dat het lossen van het gemelde provisie schip als nog door dat der andere uit Europa voor dit gouvernement bela„ dene Schepen verhinderd werd best gedagt het besluyt ter beantwoordinge aan den Ba„ Caviasen Eysch te surseeren tot dat men intusschen by den ontfangst der Sarwe in de Mosselbaaij het geen nu een begin staet te neemen, nader zal kunnen Coluceeren of nog iets ter verzending derwaarde te missen zal zyn; Terwijl verstaan is den perzoon die provisioneel tot den ontfangst der Tarwe in de Mosselbaay den ingeleeverd rapport nopens de ingewisselde papiere munten van 6ry mitsg.s van 1i8 to12 stver:s derwaards zal werden afgeson den, te gelasten, om al het geene men aldaar boven de voorm aantekeningen zal komen te le aanderg Boesses „ veren, insgelyks Comp wegen aan te neemen, en te ontfan„ =gen— ter Den Heer Secunde Johannes Isaac Rtenius mitsg=s de Heer Tobias Chris„ tiaan Ronnenkamp en den pakhuysmeester Salomon van Echten daar na overgele„ verd hebbende een rapport nopens het g'Execudeerd besluyt van 23 Febr: laatstl: tot het ver„ branden der zig in sComp:s Cassa nog bevonden hebbende ingewisselde papiere munt stukken, van den 6 Rijks d=r mitsg=s van 48, 36. 24. 12. 6.2 str: zo is dat Rapport over onge 27 le aanden gedelen heer Commissaris Boesses het meede eener slaue oner toegestaan. Zynde wyders aan den - welEdelen groot agtb: Heer Com„ missaris Adriaan Boesses toegestaan, om instede van den mans slaaff Lanton van Amboina denwelken ter appas„ sing der kinderen van wylen den Edelen Heer Raad Extra ordinair van Pleuren met het schip de diamant van Batavia afgevaren, en op de reyze overleden is, onder het zelve transport en kost. geld het welk voor dien slaaff te Batavia is betaald gewor„ =den, ter oppossing van het Zoortje van opgemelde Heer van Pleuren op den Bodem de schelde van hier te mogen mede neemen een mansslaaff genaamt Baatjoe genomen ven en „ inzo meede aan den Iavaschen opper hoord van Rchijn om een slaaf om twee kinderen meede te voeren. van Boegies Gelyk ook op de inge en den oud Dabricq kijser, leverde requesten van den opper¬ Coopman en geweesene Javase opperhoofd Jan Matthys van Rhijn en den oud Fabricq te Batavia Cornelis de Keyzer aan de eerstgemelde toegestaan is, zyn slaven Iongen, in nam Pollux van Nias, en aan den laatstgemelde om twee van Batavia overgebragte inlandsche kinderen genaamd ontsla dorothéa oud vier en een half en Cornelia oud twee Jaaren van hier na het Vaderland, en mogen mede neemen; mits betalende het daar toe staande Transport en Kostgeld— En is op het mede in geschrifte gedaan verzoek van verlee ter zee voorte gerleende permissie aanden Cap=n terzee stoker om mits indispositie vrorte blijven Thomas Arnoldus Theroie het schip de diamant bescheyde„ „ne Capitain ter Lee Nicolaas Acker aan denselven geaccordeerd om mits syne indispositie alhier te mogen verloeven, en eene nadere gelegendheid op de volgende retourschepen af te wagten, om zyne reyse naar het vaderland te vervorderen den onder afgeschreven gagie op Door den eersten utslag van den brenger Lieuten=t lieutenant by de vierde - Compt Burger dragonders aan Hellenbosch Thomas Arnoldus Theron Pietersz insgelijks by request verzoek Synde gedaan, om van zijne voorsz funelie te mogen wezen ontslagen, is ter Consideratie van de Ligchaam Conguptien die denzelven 17a The m Theron bybrengd, hem in het Request van den bringer Capn gerhardus Munix langer waarnemen van dien te verhinderen, het voorsz verzoek aan denzelven geaccordeert. Verders geresumeert zynde het request van den burger Capitais Gerhardus munnik luydende Aan de WelEdele groot Agtb: Heere adri„ aan Boesses, Raad Extra ordinair van Ne„ derlandsch India, Ad„ moraal en Cheff der re„ lourvloot, mitsgaders Commissaris van Cabo de goede Hoof en den WelEdelen gestrenge Heere Cornelis Jacob van de Graaff, gouver„ neur en directeur alhier be

NL-HaNA_1.04.02_10713_0289 view scan ↗

English

Right Honourable, Highly Respected and Honourable Gentlemen, The Burgher Captain Gerhardus Munnik respectfully makes known: That he, the petitioner, in the meeting of the 26th of January last, addressed himself by request to your Right Honourable, Highly Respected and Honourable Gentlemen, to obtain a piece of land situated between the garden of the aforesaid lady and the newly constructed buildings at the Cape settlement, as compensation for what he, the petitioner, came to lose to the extent of half a morgen by shifting the ordinary road and placing the road on the petitioner's own land alongside the land of the Honourable Council of Policy, as was more fully set forth in the aforementioned request. It pleased your Right Honourable, Highly Respected and Honourable Gentlemen to make an apostil on the aforementioned request that their Honours could not yet accede to the petitioner's request on the grounds that no valid proofs had been produced by the petitioner concerning the motives thereof. The petitioner, now believing that he cannot demonstrate the required proofs in any other way than by confronting the old land surveyor charts of his plot with a new chart of the latest survey recently made thereof by the sworn land surveyor, very humbly takes the liberty to turn to your Right Honourable, Highly Respected and Honourable Gentlemen with the urgent request that their Honours may be kindly pleased to charge one of the sworn land surveyors with the aforementioned confrontation, and to bring the result thereof under the penetrating eye of your Right Honourable, Highly Respected and Honourable Gentlemen, so that the fairness of the petitioner's request may thereby be brought to light, and your Right Honourable, Highly Respected and Honourable Gentlemen might be able to decide thereon in such manner as shall best accord with their Honours' in every way customary justice. Which doing, etc. Signed: J. Munnik. In the margin: Cape of Good Hope, the 23rd of February 1787. Whose garden land shall be measured and a demonstrative map formed thereof. Permitted to the company servants to have their monthly wages received in the fatherland by proxy. It is understood to qualify the junior merchant and sworn land surveyor Christoff Hieronimus Leiste, by extract hereof, to confront the land of the petitioner's garden in its present situation with the original maps thereof, and to deliver the outcome of the same confrontation by a demonstrative map into the hands of the petitioner, so that the petitioner may make use thereof for such request as he shall judge useful and advisable to make further to this Council. After which, the usual list of persons who had successively made requests to be allowed to have their accrued monthly wages received by means of proxy in the fatherland having been submitted by the well-mentioned Lord Governor, it was approved to grant the respective requests, and to permit the transmission of the said powers of attorney for the aforesaid purpose to their agents, after the same with the annexed pay accounts shall first have been examined by the Pro Interim Fiscal. Resumption of the account of the Orphan Chamber. And lastly, the account of the orphan funds was resumed, as the same were found in the Orphan Chamber as of the last day of December of the recently passed year. General Account of the Orphan Chamber as of the Last of December 1786. Per January 1st: Capital on the books: rds 525155. 18 and the balance of cash on the outstanding estates: 69242. 34. Total: rds 594298. 4 Added in this year on the books, as: In accrued interest on the outstanding capitals: lbs 25163. 29 In new obligations: 21213. 12 In incoming funds for the benefit of the orphans: 72240. 26 On the outstanding estate accounts: 67271: 10 Total additions: 185861. 2 Total: Rds 780159. 33 Deducted in this year on the books: On account of paid obligations: rds 9924: 22 Disbursed cash for the settlement and maintenance of the orphans, together with Chamber expenses: 81747. 6 On the outstanding estate accounts: 58937. 42. Total deductions: 150609. 2 Thus, under the date of this document, there remains a sum of: rds 629550. 11 Which aforementioned capital consists of the following, namely: In various mortgage bonds: rds 531970. 24 In matured interests: 20003. 33. The balance of the cash on the outstanding estates: 77576: 2 Total: 629550: 11 Underneath stood: At the Orphan Chamber at the Cape of Good Hope, the last of December 1786. Lower down: Continuing and upcoming Orphan Masters. Signed: J. J. Le Sueur, J. Karnspek, P. I. Truter, C. A. Haupt, J. G. Muller, Charles van Cahman, J. M. Horak, J. P. Brink. Underneath stood: Thus resolved and decreed in the Castle of Good Hope on the day and year aforesaid. Signed: A. Boesses, P. V. de Graaff, P. Hacker, J. P. Akenius, A. I. Gordon, P. P. Le Sueur, H. Ronnenkamp. The Honourable Commissioner Boesses takes leave of the meeting. Monday the 12th of March 1787. All present. The Right Honourable and Highly Respected Lord Commissioner Adriaan Boesses, having first been pleased to make known that his Honour, having thus far been prevented by contrary winds from leaving this roadstead with the four return ships of the first squadron belonging under his flag and pursuing the journey to the fatherland, was resolved, so that no opportunity thereto should slip by, to proceed on board this morning; his Honour further testified that, as much as had been possible given the brevity of time, he had examined the administration and direction of this government, and had discovered therein nothing other than proofs of the zeal with which the interests of the Company in general and the welfare of this colony in particular were attended to, and that this served to his Honour's complete satisfaction and joy, to

Dutch transcription

WelEdele groot Agtbare Gestr: Heeren en EE Agtbare Heeren ten burger Capitain Perhardus Munnik geeft met allen Eerbies te kinnen. — Hoe hy Suppt. by vergadering van den 26:e January laatstleden zig pr requeste aan uwe welEdele groot agtb: gestr: en E Agtb: gead„ dresseerd hebbende ter obtentie van een stuk gronds, gelegen tusschen des Juffr. Thuyn ende nieuw ge¬ construeerd werdende gebouwen, aan het Caapse vlek, ter schadeloos Het„ ling van het geene hy supfrt. ter groote van een halff morgen kwam te ver„ liezen, bij 't verschuyven van den ordinairen benevens den Edelen Agtb: Rade van Politie weg dre weg op des suppt. eygene grond; ge„ lyk zulks breeder by het gede re„ qulst Stond gededuceerd — heeft het uwe welEdele groot Agtb:r gestr: en E agtb: behaagt op het voorengem: request t' appostilleeren dat hoogst dezelve in des Supptes. ver¬ zoek voor als nog niet konde treeden uit hoofde dat door hem Juffw. omtrend de moliven van dezelve geene valabele bewyzen waaren geproduceert- Den Suppt. nu vermeenende de gerequireerde bewyzen niet anders te kunnen doen blyken, aan door het Confronteeren der oude grond laasten van desselfs Erff, tegens eene nieuwelaast van de laatste mee ting, onlangs door den geow: Land„ meeter daar van gedaan; neemt zeer nedrig de vryheid zig te keeren tot Uwe welEdele groot: agtb:, gestr en E agtb: met instantig verzoek dat het hoogst dezelve goedgunstig moge behagen, een der gesw Land„ meeters met gede Confrontatie te belasten, en het resultaat derzelve onder het perelrant oog van uwe welEdele groot agtb. , gesto en E agtb; daar te brengen; op dat de billykheid van des suppts. verzoek daar door mogt werden aan den dag gelegd, en uwe wel Edele groot agtb: gestr E agtb: daar op zodanig zouden kunnen disponeeren, als best met hoogst derzelver allesints gewone Regt„ =vaardigheid zal komen te accor„ =deeren - /:onderstond/ T welk doende &a. /:was geteek:/ J. Munnik /: ter zyde:/ Cabo de goede Hoof den 23 Februarij Zoo de en 1787. wiens thuyn grond zal werden nogemeeten en daarvan en demonstrative Caartje geformeert aan de Dienaren gepermitteerd om hunne maandgeldens bij Pro= „curatie in't vaderland temogen laten ontfangen Zoo is verstaan den ondercoopman en gesw Landmeeter Christoff Heronimus Lyste by extract deezes te qualificeeren, om de grond der Stuim van den Lyff in hare tegenwoordige Legging te confronteeren, met de daar van sijnde origineele kaarten, en van deselve con„ frontatie de uitkomst by een kaartje demonstratieff den sufft te in„ handingen, ten eijnde den suppt. zig daar van zal kunnen bedienen tot zodanig verzoek als denselven dienstig en raadsaam oordeelen zal aan dezen Rade nader te doen — Na het welke door wel op gem Heere gouverneur overgelegd weezende, de gewone lyst der persoonen, dewelke Zue cessivelyk verzoek hadden gedaan vmn Res der Resumptie van de reekening der Weeskamer om hunne te goed behoudene maand gelden door middel van procuratie in het vaderland te mogen laten Ontfangen, zo is goedgevonden aan de respe. verzoeken de accor¬ deeren, de gem. procuratien ter fine voorsz: aan hunne gemag„ tigdens te mogen overzenden, na dat deselve met de annexe soldy reecq alvorens door den Po Inte„ tim fiscaal zullen weezen onder„ zigt En is laatstelyk geresumeert de rekening der weesgelden, zo, danig al dezelve onder ultimo december des Iongstgefa„ seerden saars, zig ter weescamer hebben bevonden — Generale Rekening der Wees„ p Jan Wast Capitaal op de Boeken rds 525155. 18 en 't reslant der Contanten op de open 69242. 34. staande Boedels rds 594298. 4 Camer onder Ult=o december 1786 In dit Jaar bygekomen op de boeken, als Aan geprofiteerde renten op d' uitstaande Capitalen lbs 25163. 29 „ nieuwe bewyzen. - - - - - - 21213. 12 „ ingekomene penningen ten voordeele der weesen. . . . . . 72240. 26 op de openstaande boede Rekeningen „ 67271: 10 185861. 2 In dit Jaar afgegaan Rds 780159. 33 op de boeken zal wegens betaalde bewyzen rds 9924: 22 uitgegeven Contanten tot voldoe„ ning en onderhoud der wezen, mitsg=s ƒ 81747. 6 Camer ongelden op de openstaande boedel Rekeningen 58937. 42. 150. 609. 2 Sulx onder dato dezes resteerd een Somme vn rds 629550. 11 Welk evengem: Capitaal in 't volgende bestaat nament lyk ƒ In diverse verband brieven. . . rds 531970. 24 „ verschenen Intresten - „ 't restant der Contanten op de openstaande Boedels /:onderstond:/ Tir Weescamer aan Cabo de goede Hoop ult=o december 1786 — /:lager:/ Continueerende en aankomende „77576: 2 629 550: 11 - „ 20003. 33. wees 1786. - . 8„ . den 2aab doeyer de verg den Edelen Commissaris Boesjes, neemd afscheyd uit de vergadering. — Weesmeesteren /:was getekent:/ J: J Le Sueur J Karnspek P: I Pruter, C A Haupt, J: G Muller Charles vCahman J M: Sorak J: P: Brink. /:onderstond:/ Aldus Geresolveert ende Gearresteert, In 't Casteel de goede Hoop ten dage en Iare voorsz. /:was getekent:/ A Boesses ƒ P: V: de Graaff. P: Sacker J P Akenius, A I: Pordon, P P L Lueur, H: Ronnenkamp Maandag de 12 m:t 1737 aille present Den wel Edelen groot Agtb Seer Commissoris Adriaan Boesses, voor af hebbende ge„ lieven te kennen te geven, dat e zyn ees e 609 55 550 50 den zyn Edele, tot hier toe door Contrarie winden verhinderd geworden Zynde, met de vier onder desselfs vlagge gehorende retourschepen van het eerste smaldeel deeze Rheede te verlaten, en de reyze naar het Vaderland te vervorderen, geresol„ =veerd was, op dat geene gelegend„ heid daar toe zoude mogen ontslup„ pen, deeze morgen zig na boord te begeven, betuygde zyn Edele verders, dat zo veel mits de kort heid als tyds, mogelyk was ge¬ weest, had nagegaan het besteer en de directie van dit gouverne„ =ment, en daar inne niets ander te hebben ontdekt als blyken van de iever met welke men de belan„ gen der Maatschappij in het ge„ meer en den welvaart deze Colomi in het byzonder behartigden, dat dit aan zyn Edele tot volkomen satisfactie en blydschap verstrekkende te

NL-HaNA_1.04.02_10713_0297 view scan ↗

English

all the more because no complaints had been presented to His Honour that could have indicated any remnant of the grievances previously arising from the burgher state; His Honour was furthermore extremely satisfied with the good order and the regular footing to which the military service here had been brought; and could no less flatter himself that the remaining defensive state of this place would, through the zealous and industrious efforts of the Governor, according to the plans which had been designed thereof by him, the Governor, and shown to His Honour, indeed, in a period of time necessary for the execution thereof, be brought to the state in which it ought to be. That His Honour, wishing Heaven's blessing upon all these zealous efforts and whatever further might serve the bloom and prosperity of this government and this Colony, further thanked the Governor and respective Members of the council for all courtesies and kindnesses, as well as assistance shown to His Honour in the management of affairs. Whereupon the Governor declared to the aforementioned Lord Commissioner to be very sensible of the flattering declaration which His Honour had made regarding the mentioned branches of administration and the management of this government in general; adding that this Government would not fail to watch over both the well-being and the interest of the Company, as well as the lasting bloom of this Colony, always to the best of their ability, with a complete commitment to correspond therein entirely with the intention and wise arrangements of the Lords Masters. While the Governor and the other Members of the Council furthermore also came to express their gratitude to the aforementioned Noble Lord Commissioner for all the affabilities enjoyed from His Honour, and that which had been contributed here by His Honour to the Honorable Company's interests, with cordial wishes for God's most precious Blessings upon His Honour's esteemed Person and family, as well as a happy and prosperous voyage with the ships under his flag, to the harbors of the beloved Fatherland. After which His Honour was escorted by the entire Body of the Council onto the jetty, observing the previously arranged similar Ceremonies and Salutes as were observed upon his arrival here. Underneath stood: Thus resolved and decreed, in the Castle of Good Hope, the day and year aforesaid. Was signed: C. J. V de graaf, J. Akenius, R. J. Gordon, J. J. Le Sueur, O. G. de Wet, H. C. Ronnenkamp. Wednesday the 28th of March 1787, in the forenoon, all present. Written regarding the bounties for the soldiers of the Regiments of Luxemburg and Meuron who have served full five years. From a missive of the Most Noble, Grand and Right Honorable Lords Directors of the Chamber Zeeland, dated 18 September 1786, brought by the ship the Juffrouw Johanna, it having appeared in which cases the Regiments of Luxemburg and Meuron will be able to claim the Bounty that is paid to the Soldiers upon their return to the Fatherland, and that the necessary orders should have to be issued to someone qualified, in order that, in case the soldiers of the mentioned Regiments have effectively served full five years either at the Cape or in the Indies, to have this noted on the Passports which will be issued by the aforementioned Regiments on account of Expired Engagement, as well as, in the contrary case, to state on the same that on account of Bounty they have nothing to claim; the paymaster being qualified to conduct himself in that respect according to that order; to demand information from the Commandant of the Regiment regarding the claims received against some officers. it has been resolved explicitly to qualify the Paymaster Clement Matthiessen Junior to make the aforesaid notes on the passports, with the charge to conduct himself in that respect precisely according to the aforementioned most esteemed written instructions; and that consequently all passports that shall be issued from the Regiment of Meuron garrisoned here for the soldiers being discharged from the same, will first have to be presented to the mentioned Paymaster for the aforesaid notes on the same. Furthermore, it was deemed proper, with the delivery of an Extract from the aforementioned most respected written instructions of the Most Noble, Grand and Right Honorable Lords Directors of the Chamber Zeeland, concerning the contracted debts of three officers named therein from the mentioned Regiment, and with the addition of a Copy of the claims made in that regard, to demand from the Major and Commandant of the mentioned Regiment that a thorough investigation be conducted regarding this, and that a report of the result be made to this Council as soon as possible, in order subsequently, according to the findings of the matter, to issue the necessary orders to satisfy the Intention of the highest mentioned Lords Directors. Information requested by Rotterdam regarding the dispatch of Constantia wines for use in the yachts and lodgings. The Most Noble, Grand and Right Honorable Lords Directors of the Chamber Rotterdam, by missive of the 4th of September of the preceding Year, with the ship Canton, having...

Dutch transcription

te meer dewyl aan zijn Edele geene klagten voorgekomen waaren dewelke eenig overblyfsel van de weleer uit den burgerstaat ont„ sprotene doleantien zoude hebben kunnen aanduyden, zijn Edele wyders ten uitersten voldaan was over de goede ordre en den geregelden Voet tot welke den militairen dienst alhier was gebragt; en zig niet minder konde vlyen op het overige defensie weezen van deese plaatse zoude, door de eeverig en arbeidsame pogingen van den Heere gouverneur, na de plans dewelke daar van door hem Heere gouverneur ontworpen en aan zyn Edele vertoond waren geworden, wel, in een tot de Executie derzelve noodsakelyk beslek van tijd, gebragt word tot den staat in welke hetzelve behoord te weezen dat t Dat zyn Edele over alle deeze ieverige pogingen, en het geene verder tot den bloeij en welvaart van dit gouvernement en deeze Colonie verstrekke konde, s'he„ mels zegen wenschende, den heere gouverneur en resp Leeden des raads voorts bedankte voor alle politesn en vriendelykheden, mitsgs ad„ Listentie in het manieeren der saken aan zyn Edele beweezen— Werdende door den heere gouverneur aan wetgem: Leere Commissaris daar op betugd zeer Senaibel te zin over de flatenste declaratie die zyn Edele wegen de gemelde takken van het bestier en de directie van dit gouverne ment in 't gemeen had gedaan. met hyvoeging dat deeze Re„ geening niet nalaten zoude zo voor het welzin en het belang der Maatschaffij, als voor den be beslendigen bloem deezer Colonie steeds na hunne uitterste ver= mogen te waken, onder eenen vol„ komenen boelig omme daar inne allesints te beantwoorden aan de 29 intentie en wase schikkingen der Terwyl Heeren meesteren den Heere gouverneur en de verdere Raadsleden opgemelde Edele Heer Commissaris wyders mede hunne dankbaarheid kwamen te betuigen voor alle de van syn Edele genotene min„ zaamheden, en het geene door zyne Edele tot S: Comp=s belangen alhier was gecontri bueest, onderhartelyke toewen„ sching van Gode dierbaarste Zegeningen over zyn Edele geagte Perzoon en familie mits„ gaders eene gelukkigeen voor„ spoedige reyze met de schepen onder deszelfs vlagge, na de ha, niets ve 2 „na het welke zyn Edele door het geheel Lichaam des Raads op het zeehoofd uitgeleid op. worden is. — veren des lieven Vaderlands- Na het welke zyn Edele door het geheele Ligchaam des Raats tot op het Zeehoofd wier uitgeleid, onder het observeer van de bevorens beraamde ge„ lijke Ceremonien, en Salut als by desselfs arrivement alhier, waren in agt genomen /:onderstond:/ Aldus gearresteerd ende geresolveerd, Int Casteel de goede Hooften dage en Jare voor z: /:was getekent/ C: J: V de graaf J Akenius R. J. J Hacker Jordon, J J Lesueur, O: G: de Mr H:C: Ronnenkam Woensdag den 28=e Maart 1787 s' voormid„ dag alle present Uit eene missive van de welEdele Groot aangeschreevene nopens de premien voor de zoldaten van de Regimenten van Luxemburg en Meuron die volde vijff Jaren gediend hebben groot agtb: Heeren Bewindheb„ =beren ter Camer Zeeland, de dato 18 September 1786. met het schip de Juffrouw Johanna aangebragt gebleken synde in welke gevallen de Regimenten van Suxemburg en Meuron zullen kunnen vorderen de Premie die aan de Soldaten by hun retour in het Vaderland werd betaald en dat de nodige ordres zouden moeten werden gesteld in iemand gequali„ ficeerd, om by aldien de soldaten der gemelde Regimenten volle vyff Iaaren effectivelyk of aan de Caab of en Indien gediend hebben, zulx te doen noteeren op de Paspoorten, die by meer¬ gem Regimenten uit hoofde van g'Expireerd Engagement zullen werden afgegeven, mitsg=s om in Contrarie geval, of dezelve te stellen, dat wegens Izemie niets n t zijnde den soldij boekhouder gequalificeerd om zig daar omtrent na die ordre te gedragen van den Commandant van het Regiment te vorderen berigt nopens de ontfangene praetensien op eenige officieren. te vorderen hebben, zo is verstaan den Soldix Boekhouder Clement Matthiessen Junior tot de voorsz aantekeningen op de paspoorte expresze qualificieren, met Cast om sig ten dien opzigte na de bovengem: zeer geEerde aan„ schryvens preciselyk te gedragen en dat mitsdien alle paspoort die men uit het alhier guarni„ soen houdend Regiment van Meuron voor de uit het selve ontslagen werdende soldaten afgeven zal, alvorens tot de voorsz aantekeningen op dezelve aan gem Soldy Boekhouder zullen moeten werden vertoond — Wyders is goedgedagt onder afgave van Extract uit het voorm: seer gerespecteerd aanschry„ =vens der welEdele groot agtb: Heeren Bewindhebberen ter Camer te gevorderde onderrigt door de Rotterdam nopens de overzending van Constantia wijnen tot gebruik in de jagten en Logementen. — Zeeland, betreffende de gecontrat„ teerde schulden van drie daar bij benoemde officieren uit het ged=e Regiment, en onder byvoeging van Capia der deswegen gemaakte pretensien van den Nagoor en Com„ mandant van het ged=e Regiment te vorderen, dat dien aangaande nauwkeurig onderzoek, en van het resullaat aan deeze Raade ten spoedigsten berigt werden gedaan ten eynde vervolgens na bevindinge van zaker de nodige ordres te stellen ter voldoe„ ninge aan de Intentie van hoogstgemelde Heeren Bewind, hebberen— De welEdele groot heeren Bewindhebberen ver kamer Agtb, Heeren Bewindhebber ter Camer Rotterdam by missive van den 4: September desvoorz Jaars met het schip Canton aan aa aan ent t m gt

NL-HaNA_1.04.02_10713_0304 view scan ↗

English

in what the Honorable Governor and Second in Command declare regarding this, as were present, and the pleasure of the Gentlemen Masters could be carried out without any objection. That, however, the present Governor and Second in Command must declare that, however gladly their Honors would wish to resume and continue the aforementioned shipment as a special favor, this must nevertheless be omitted because of the all too oppressive burden that arises from it. Since, on the one hand, Constantia wine is currently paid to private individuals at up to 70 Spanish dollars for half, on the other hand the incomes etcetera of the Governor as well as the Second in Command have decreased so greatly, and conversely the high cost of all kinds of necessities has risen so high, that this is no longer found sufficient for even a modest livelihood here; much less that the Governor could any longer make good from it the costs for the maintenance of the dignity and the state of his Honor's character; since, moreover, all meals which are given not only to foreign nations and persons of distinction, who now more than ever and even daily visit this place, but also on many other occasions, and from which a Governor cannot dispense himself since, by order of the High Indian Government, the costs thereof may no longer be charged to the Company's account, must be paid to his oppressive burden out of his Honor's private purse. Having, after resumption of the Homeland resolution concerning the commencement of wages of soldiers sailing to the Indies, received alongside the aforementioned letter from the Honorable and Most Worshipful Directors at the Chamber of Rotterdam, the Extract from the Resolution of the High-Commanding Gentlemen Masters dated 13 April 1786, concerning the commencement of the wages of soldiers who sail to the Indies on the terms stated therein, it is understood that by that Resolution, determining that the wages of such soldiers shall not begin before having arrived in the Indies or at the Cape (the latter only in the event that they might be placed in the garrison here), it should thereby be understood that the wages of such soldiers will continue to be withheld, even if they are transferred to the Hospital here. Yet, since it would not only involve a hardship to make the soldier, when recovered and transferred among the convalescents to the Line, and required to work on the fortifications for the service of the Company, perform that labor (by which his clothing quickly wears out completely) without wages or any means for his maintenance; but that it would altogether conflict with the Company's interests and consequently with the intention of the Gentlemen Masters to cause that personnel to fall into dejection through such harsh treatment, whereby they would also find themselves so much the more incited to desertion; and what has been taken into consideration regarding that, when those soldiers shall enjoy their wages; so it is hereupon, after deliberation, understood that the soldier who comes out on the aforesaid terms, when brought to the Hospital here, upon obtained recovery being placed among the convalescents of the Line, from the day that he finds himself employed as such on the fortification works until he might be embarked further to the Indies again, shall be allowed to enjoy his wages, and that this shall provisionally be followed until the pleasure or the orders of the Most Highly Respected Gentlemen Majores on that matter shall have been further understood. Considerations concerning the provision of those who on their homeward voyage can earn a wage, and which difficulties arise therefrom. And since the aforesaid Resolution of the Most Highly Respected Gentlemen Seventeen likewise entails that soldiers recruited on the same terms, when they have served out their term of engagement, shall upon their arrival in the Fatherland enjoy a bounty of one hundred guilders, and that although no mention is made therein of the cessation or continuation of their wages on the return voyage, the same nevertheless (not only pursuant to the Extract received here from the letter of the Most Honorable Gentlemen Seventeen to the High Indian Government dated 10 November 1780, but also appearing from the muster rolls of the ships that have sailed since the abovementioned further Resolution of 13 April 1786) cannot earn wages on the return voyage, from which these difficulties arise, namely: First, whether those of all such soldiers who are employed in one trade or another, and upon the expiration of the bound time sail home, can carry a chest with them just like other tradesmen, and thus whether they must repatriate without enjoyment of wages or bounty or not; Second, whether persons among them who repatriate in a promoted rank, be it of Corporal, Sergeant, or otherwise, returning after their first engagement, will likewise be able to claim no more than the bounty allocated to them at their engagement; and Third, whether those of the aforementioned soldiers who shall enter into a new engagement, upon serving out their second or further engagements, sailing home, will be able to enjoy the wages and bounty as ordinary men, or whether they will nevertheless thereafter still have to remain included in the terms of their first engagement. Thus it is understood that these [illegible]

Dutch transcription

in het geene denEdelen heere gouverneur en heere secunde daarop verklaren als tegenswoordig waaren, en plaisieren der Heeren Meesteren zonder eenig beswaar konde werden uitgevoerd- Dat egter de presente Heeren gouverneur en Secunde ver„ claren moeten, dat hoe gaarne hun EE zig tot eene byzondere bere de gem: zending zoude willen hervatten en Continueeren, zulx egter om het al te drukkend beswaar, dat daar uit ontslaat, moet werden nagelaten. daar aan de eene zyde thans de Constantia wijn tot 70 spaanse matten voor het halve aan parti„ culier betaald werdende, aan de andere syde de Inkomten &o. van den gouverneur als secunde so zeer aangenomen, en daar en, tegen de duurte van allerleij noodwendigheden zo hoog ge klommen zyn, dat zulx niet meer als tot een medidere bestaan al hier sufficeerende werd bevonden veel : veel minder, dat den Heere gouverneur daar uit langer zoude kunnen goedmaken de kosten tot Soutien van de waardigheid in den staat van zyn Ed=s larader: daar bovendien alle maaltyden dewelke niet alleen aan de vreemde Natien en personen van distinctie, die nu meer dan ooyt en zelfs dagelyks deeze plaets bezoeken, maar die ook by veele andere gelegendheden gegeven werden: en van welke een gouverneur zig niet dispenceeren kan zedert dat op aanschryvens der hoge Indiasche Regeering de kosten daar van niet meer tot lasten der maatschafftij hebben mogen werden gebracht tot desselfs drukkend bezwaar uit zyn Ed= privé beurs moeten werden betaald— Zynde na recumptie van het nevens de evengemelde mis„ sive t v resumptie der Patrias resolutie betreffende het Cours neemen der gagien van de naar Indien varende zoldaten. — sive van de wel Edele groot agtb: Heeren Bewindhebberen ter Camer Rotterdam ontfangen Extract uit de Resolutie der hoog Gebiedende Heeren Meesteren in dato 13 april 1786, betreffende het Cours neemen van de gagie der soldaten die of den daar by gezegden voet, na Indien Varen, begrepen, dat by die Resolutie bepaald werdende de gagie van dier„ gelyke soldaten, niet eerder te zullen ingaan, dat nadat in Indien of na de Caob het laatste alleen in het ge„ vol dat by het guarnisoen alhier ge„ plaatst mogten werden, zullen zyn aangelamd, daar door behoord te werden verstaan, dat de gagie van diergelyke soldaten nog continueeren zal op te houden, Schoon zelfs alhier in het Hospitaal overgebragt werden dog nadien het niet alleen een hardigheid involveeren zoude om wanneer de soldaat weder ter king nig wan gag en wat daaromtrent en aanner= king gekomen is. — wanneer die Toedaten hunne gagie zullen genieten hersteld weezende onder de reconva„ lescenten aan de Linie overgaat, en ten dienste van dEComp=e aan de for„ tificatien arbeyden moet, hem dien arbeid met het welke syn plunje schielyk geheel afslyt zonder loon of eenig middel tot zyn onderhoud te doen verrigten; maar dat het allesints tegens s' Comp. s belan„ =gen en mitsdien tegens het oogmerk der Heeren meesteren zoude Striden door zodanige harde behandelinge, dat volk tot mismoedigheid te doen verval, len, waar door het selve zig ook zo veel te meer tot desertie aange„ spoord zoude vinden; zo is hier op na overweging verstaan den zoldaat die of den voorsz voet uitkoort wan„ =neer alhier in het Hospitaal ge„ bragt weezende, nabekomene herstelling onder de reconvalescenten van er Ginsideratien overde dispositie de zodanige dier oe hunner 't huijs reijser eene gagien kunnen winnen aan de Linie geplaatst word, van den dag af aan dat zig als zodanig aan het fortificatie werk g'Em„ ployeert vind, tot dat weder ver„ der naar d Indien mogt werden ingescheept, zyn gagie te laten genieten, en dat dit provisioneel alzo zal werden opgevolgt, tot dat het goedvinden ofte de ordres der hoogstgede Heeren majores„ daar omtrend nader zullen wezen verstaan on enwel En nadien de voorsz der heeren Mapres, getreffende Resolutie van hoogstgede heeren Seventienen insgelyks mede brengd; dat Soldate op denzelven voet aangenomen, wanneer hun verband uitgediend hebben, bij hun komst in het Vaderland een premie van honderd guldens ge„ nieten zullen, en dat hoewel daar by geen mentie van het shl Htae off Cours houden hunner gagie op en welke zwarigheid daaruit ontstaan. op de terug reyze werd gevonden dezelve egter /niet alleen ingevolge het alhier ontfangen Extract uit de missive der hoog Edele heeren Seventienen aan de hoge Indiade Regeering in dato 10 november 1780. maar ook blyken de mon„ stevrollen der schepen die sedert de bovengem: nader Resolutie van den 13 april 1786. uitgevaren zyn:/ op de te rug reyze geen gagie kunnen winnen, waar uit deeze Zwa„ tigheden ontstaan, als Eerstelyk, of de zodanige van al zulke soldaen die tot het een off ander ambagt werden gEmployeert, en na het eyndige van den verbonden tyd komen thuys te varen, even als andere ambagsslieden een kist mede voeren kunnen, en alzo zonder geneting van gagie of praemie te repotrieeren moeten dan niet— Tweeden, of personen van hun die in een verhoogde qualiiteit het zij van Corporaal, sergeant ofte andersints repatrieeren, na hun eerste verband te rug komende mede niet meer, als de by der„ zelver Engagement toegelegde praemie zullen kunnen preten¬ =deeren en Derden, of de geenen der gemel Soldaten, die een nieuw verband zullen aangaan, na het uildie¬ e nen derzelver tweede of verdere verbanden, t huysvarende, de gagie en praemie als orde naer zullen kunnen genieten, dan of dezelve daar na evenwel nog zullen moeten begrepen blyven in de termen van hun eerste angagement Zo is verstaan dat deeze gem de nade „omken r te gaa Dirk plaa

← previousnext →