Inventory 10984
Cape · 954 pages · 242 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
One volume. Per Texelstroom. No: 14.— Criminal Court Roll of the Castle of Good Hope for the Chamber of Middelburg in Zeeland Thursday the 12th of Jannuarij 1786. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, president, and all the Members, excepting the gentlemen Colonel Robbert Jacob Gordon, and Olof Godlieb de Wet, as well as the Honorable Lodewyk Christoph Warneck, with the assumption of the three burgher councillors the Honorable Iohannes Smuts, Andries van Sittert, and Iohannes Matthias Bletterman. The burgher Willem Versveld, plaintiff, against The Fiscal pro Interim, Gabriel Exter, defendant, in order to see served a Duplicq in response to his submitted pleading of Replicq. The plaintiff serves a Duplicq in writing. The defendant ex officio says, in order to avoid further prolixities, that he renounces further productions and requests a copy of the submitted Duplicq for his examination. The plaintiff, having previously requested a copy of that renunciation, however immediately thereupon also declared to renounce further production. The Council holds this matter under advisement for circular reading, until such time as the submitted depositions shall have been re-examined, sworn to, and read alongside the documents. The burgher Rynier Basson, plaintiff, against The Fiscal pro Interim, Gabriel Exter, defendant, in order to see served proof in response to his claim submitted ex officio. The plaintiff serves a document signed by several countrymen in his favor. The defendant ex officio submits the matter to the judgment of the Council, renouncing further productions, which the defendant also proceeded to do. The Council, after deliberation of matters, administering Justice in the Name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismisses the claim made and conclusion taken by the plaintiff ex officio upon and against the defendant, insofar as the monetary fine is concerned, but condemns the defendant to the costs of the lawsuit, the slave boy Fortuyn van Bougies nonetheless to be sold judicially for the benefit of the defendant, under the express condition that he shall never ever come under the power of the defendant or that of his family again, with the recommendation to act more carefully with his slaves in the future. The burgher Albertus Wynand Louw, plaintiff, against The Fiscal pro Interim, Gabriel Exter, defendant, in order to see served proof in response to his claim submitted ex officio. The plaintiff exhibits several depositions which attest in favor of the plaintiff regarding the good manner of conduct that he maintains towards his people. The plaintiff ex officio submits the matter to the judgment of the Council, thus renouncing further productions. The Council, having had regard to the contents of the submitted depositions, after deliberation of matters, administering Justice in the Name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, dismisses the claim made and conclusion taken by the plaintiff ex officio upon and against the defendant, orders that what was taken from the defendant shall be returned, but condemns the defendant to the costs of this lawsuit. Present as before. Lastly, by Gabriel Exter, acting in the office of Fiscal pro Interim, there was exhibited in Council a precise list of all such persons who in the past year have perfidiously abandoned the service of the Honorable Company and absented themselves by desertion; requesting that the same, pursuant to the standing order of the lords of the High Indian Government, might be summoned by public ringing of the bell by a peremptory edict, and this upon penalty that upon non-appearance against the same shall be proceeded as according to law; which request having been noted, those persons have accordingly, for the maintenance of Justice, been summoned in the manner aforesaid, in order to appear before us in person within the time of the upcoming four weeks, and to come to purge and answer for themselves regarding their malicious desertion before this court, or the commissioners from the same, upon penalty that in default thereof against them shall be proceeded as according to law. Cape of Good Hope, the day and year as above. In my presence, signed, C: L Neethling, Secretary. Thursday the 26th of Ianuary 1786. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, president, and all the Members, excepting the gentleman Colonel Robbert Jacob Gordon.
Dutch transcription
len 6 Een band. Per Teselskoom. No: 14.— Cromineele Rechts Rolle des Casteels de Goede Hoop voor de Hamert Middelburg in N Zeela dere productien Donderdag den 12 Jannuarij 1786. ags praesent den E agtb: Heer praesident en alle de Leeden en Collonel Robbert Jacob Gordon, en Olof Godlieb de Wet, mitsg„s d'E Lodewik Christoph Warneck, assumptis de drie burgerraden d' E E Iohannes Smuts, Andries van Sittert en Ioh„s Matthias Bletterman Contra Den pro Jnterem Fiscaal S Gabriel Exter gerequireerde omme op desselfs ingeleverd schriftuur van Replicq te zien dienen van Duplieg. En officie gerequireerde ter voorkominge van geleverde Duplicq na alvoorens Den Raad houd deese saak ter rondlesinge in advys, tot teyd en wylen de overgeleverde verklaringen gerecolleerd, en beeedigt, en benevens. de stucken geleesen zijn zullen. — Den burger Rynier Basson Contra Den pro Jnterim Fiscaal S„r Gabriel Exter gereq=l omme op desselfs ra„ Eysch te Zien oordeel renuntieerende off: ingeleverden dienen van bewys. - den ged ook quam te Copia van die renuntiatie versogt segt egter opstonds daarop meede van verdere reqt. Den burger Willem Versveld voorn ƒ req„t dient van Duplicq Scriptes n Wydlopigheeden boeken. en regt hebben. ductie te renuntieeren. te regt. raads Donderdag den 12 Jannuarij 1786. voordemiddags praesent den E agtb: Heer Pieter Hacker praesident en alle de Leeden demples de heeren Collonel Robbert Jacob Gordon, en Olof Godlieb de Wet, mitsg„s d'E. Lodewyk Christoph Warneck, assumptis de drie burgerraden d' E E Iohannes Smuts, Andries van Sittert en Ioh„s Matthias Bletterman Den burger Willem Versveld dient van Duplicq Den reg reqt. Contra ut in screples Den pro Jnterem Fiscaal Sr En officie gerequireerde Den segt, ter voorkominge van Gabriel Exter gerequireerde, verdere Wydlopigheeden te omme op desselfs ingeleverd schriftuur van Replicq te zien productie, dienen van Duplicq. speculatie versoeken. Den reqt. na alvoorens Copia van die renuntiatie versogt segt egter opstonds daarop meede van verdere te hebben. renuntieeren van verdere overgeleverde Duplicq te Den Raad houd deese saak ter rondlesinge in advys, tot teyd en wylen de overgeleverde verklaringen gerecolleerd, en beeedigt, en benevens. de stucken geleesen zijn zullen. — Den burger Rynier Basson Contra regt. Den pro Jnterim Fiscaal S„r Gabriel van verscheyde landlieden ten zynen faveure getekend. Exter gereq=l omme op desselfs ra„ Den lat of Htelo de Taal Eysch te Zien aan 's raads oordeel renuntieerende off: ingeleverden dienen van bewis. — van verdere productien 't geen den ged. ook quam te Den reqt dient van een product doen. — dog tot zyne Copia van de productie te renuntieeren. 2 Den Raad na overweeging van saaken, Regt doende uyt Naam ende van weegens de hoog moogende Heeren Staaten Generaal der Ver „eenigde Nederlanden, ontsegt de ratione officii Eysscher zynen op ende Jeegens den ged gedaanen Eysch en genoomen Conclusie, voor soo verre de geld boete betreft, dog Condemneert den ged in de kosten van den processe, zullende nog „thans den slaven Jongen Fortuyn van bougies, ten voordeele van den ged geregtelyk werden verkogt, onder Expresse Conditie, omme nooyt ofte ooyt weeder onder de magt van den ged ofte die zyner famille te moogen koomen, met recommandatie om voortaan met zyne slaven voorsigtiger te handelen. Den burger Albertus Den reg„t Exhebeert ver Wynand Louw legt scheyde, verklaringen die ten Contra faveure des reqts. in de Interim Fiscaal Sr Den pro goede handelwyse die Exter gerege omme Gabriel denselven omtrent zijn op zynen rat off ingeleverden volk houd, attesteeren. Eysch te zien dienen van Den Rat officie Eysscher bewys. — steld de zaak aan s raad, oordeel, renuntieerende dus van verdere productien Den Raad reguard genomen hebbende op den innehouden der overgeleverde verklaringen na overweeging van Laaken, Regt doende uyt Naam ende van weegens de hoogmogende heeren Staten Generaal der Verlenigde Nederlanden, ontsegt den Rat officie Eysscher zynen op ende Jeegens den ged gedanen Eysch en genomen Conclusie, ordonneert dat den ged zal werden te rug gegeven, dog condemneert den ged„ in de kosten van deesen processe. Praesente 3 Praesent als vooren Laatstelyk wierd door aen het Fiscaals amph pro Interim, waarnemenden Sr Gabriel Exter in Raade g'Exhebeert eene pertinente Leyst van alle. sodanige persoonen als in den voorleeden Iaare 's E Comp„s dienst trouwlooselik verlaaten en bij aufugie hun geabsenteerd hebben; versoekende dat deselve ingevolge de vigeerende ordre der heeren van de hooge Indiasche regering by openbaaren klocken geslag door een mandament van Edeete peremptoir mogten werden ingedaagd, ende zulx op poene, dat by non Comparitie teegens deselve zal werden geprocedeert als na regten op welk versoek gelet zynde, die persoonen mitsdien tot handhaving van Iustitie invoegen voorsz zyn ingedaagt, omme binnen den tyd van de eerst aankomende Vier weeken, in persoon voor ons de Compareeren, en hun weegens hunne malitieuse desertie voor deesen regtbank, dan wel gecommitteerdens uijt deselve te komen purgeeren en verantwoorden op pane dat by faute van dien teegens hun zal werden geproce „ „deert als na regten. /onderstond: Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra /Lager:/ mij praesent /getekent/ C: L Neethling Secretaris -. Donderdag den 26 Ianuary 1786 's voordemiddags praesent den E: agt Heere Pieter Hacker prosident en alle de Leeden demptis den heer Collonel Robbert Jacob Gordon aan
English
The burgher Jacobus van Leeuwen, acting as the general proxy of the burgher David Keyser, serves a Dupliek as aforementioned in writing with attachments. The Landdrost of Swellendam, Sieur Constant van Nult Onkruijt, having been required to serve a Dupliek in response to the served Repliek on his part, the sworn Clerk of this Council, appearing on behalf of the respondent, declares to waive further production and requests justice, which the petitioner also did. The Council holds this matter and advice in abeyance until such time as the submitted statements shall have been verified and, as far as practicable, sworn. Cape of Good Hope, day and year as above. Below, in my presence, signed: Neethling, Secretary Thursday, 9 February 1786, in the morning. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members except the Colonel Robbert Jacob Gordon, as well as the Honorable Lodewyk Christoph Warneck and Johannes Marthinus Horak; assumed: the three burgher councillors. On behalf of the Landdrost of Swellendam, Sieur Constant van Nult Onkruyt, the following petition was presented: To the Honorable Pieter Hacker, President, together with the Honorable Council of Justice of this government. Honorable President and Honorable Gentlemen. Shows with the greatest respect, and in all submission, the undersigned, qualified to handle the affairs of the Landdrost of the Colony of Swellendam, Sieur Constant van Nult Onkruyt, that the undersigned's principal, in the beginning of the year 1784, took the liberty to address Your Honors by petition, to which some attachments were annexed, humbly requesting therein that it might please Your Honors to maintain the undersigned's principal, to whom very atrocious insults were uttered on various occasions by the then Commandant of the Swellendam Invalids—though since deported from that post by Your Honors on account of misconduct—the burgher Jacob van Reenen, and to dispose thereof as Your Honors in good and upright justice should deem fit. That it was then Your Honors' good pleasure to place the aforementioned petition, together with its attachments, into the hands of the late Independent Fiscal, Mr. Jan Jacob Serrurier, to the end of acting and proceeding in that regard as should be deemed proper. However, because the aforementioned late Mr. Serrurier was in the meantime afflicted with a lingering illness and thereupon suddenly passed away, that disposition was thus rendered without effect. But since the aforementioned Van Reenen steadily continues with the atrocious insults set forth at length in the abovementioned petition, and such entirely improper and disobedient conduct is strictly contrary to good order and to the duties that everyone in a civilized society owes to those who are placed over them, the undersigned, in the capacity as above, finds himself in the unavoidable necessity, in fulfillment of his duty, to turn once again to Your Honors, with the humble request that it may please Your Honors to place anew the aforementioned petition and attachments, which are still in the hands of Sieur Gabriel Exter, currently acting as Fiscal pro interim, into his hands, to the end of enjoining him to make all possible investigations in that regard, and to prosecute the aforementioned Jacob van Reenen before Your Honors' formidable Bench of Justice, in such manner and form as his Honor shall deem proper, so that by that means all arisen disputes, of which he, Van Reenen, is the principal cause and instigator, may be removed out of the way, and the undersigned's principal may enjoy a quiet and peaceful possession of that office to which he was appointed by the supreme authorities of this country for the maintenance of good order in the countryside. Which doing, etc. Was signed: R. S. van der Riet In the margin: Exhibited in Court at the Cape of Good Hope, 9 February 1786. The contents of which having been deliberated upon, the following ruling was made: The Council, having read this petition, places the matter mentioned therein into the hands of Sieur Gabriel Exter, presently performing the Fiscal's office, for such purpose as the resolution taken under 27 May 1784 comes to dictate. The Fiscal pro interim, Sieur Gabriel Exter, by virtue of his office, Plaintiff in a criminal case, on the one part, Against: Christiaan Stroodbeek of Wiertenberg, assistant master; Cornelis Cornelissen of Holtsbag, carpenter; Carel Joseph Roosen of Leeuwen, house carpenter; Ike Mengels of Embden, Hans Willem Jan Opeen of Godtenburg, Iaare Pietersen of Holmstrand, under-carpenters; Hendrik Barends of Groningen, Thomas Koelemar of Haarlem, quartermasters; Claas Sergauw of Waderom, ship's corporal; Jurgen Albregt Ernst of Heydelberg, Daniel Ballouw of Dantzig, Pieter Langefeld of Hemelroode, Carel Leonard of the same, masons; Johan Nicolaas Elders of Lamburg, Pierre Joseph Turba of the same, sailmakers; Fredrik Eduard Broman of Stokholm, cannoneer; Andries Pietersen of Stokholm, Michiel Eustroom of the same, Iudocus de Bakker of Cortryls, Jonas Daalboom of Stokholm. Present as before, except the burgher councillors. The messenger enters and reports that none of the defendants have appeared. Wherefore the Plaintiff, ex officio, requested for default that the collective defendants, by definitive sentence of Your Honors, by continuation might be condemned to remain forever banished from this government and the jurisdiction thereof, upon penalty that whenever they might happen to fall into the hands of justice here at any time, they shall then be punished according to their deserts.
Dutch transcription
1 „ Den burger Jacobus van van Leeuwen dient van Leeuwen als generale gemagtigde Duplicq pro uts in sereptis van den burger David Keyser bylagen Den Landdrost van Swellendam Den geswoore Clercq deeses So Constant van Nult on raads voor den rat off kruijt gereg=d omme op zijne lat oft ingeleverde repleegte gerequireerden segt van verdere productie tenun zien dienen van Duplicg tieerende en regt versoekt gemunieert met drie regt het geen den reqt. ook Den Raad houd deese zaake en advys tot tyd en wyle de overgeleverde verklaringe doenlyk beeedigt sullen zyn gerecolleerd en voor soo veel Cabo de qoede Hoop die et anno ut supra„ /:Lager/ mij praesent /getekent/ Neethling Secretaris Donderdag den 9 Februarij 1786 voordemiddags praesent den E agtb Heere Pieter Hacker president en alle de Leeden demptes, den Collonel de Heer Robbert Jacob Gordon mitsg„s d' EE Lodewyk Christoph Warneck en Iohannes Marthinus Horak, assumptes de drie burgeraden - Wierd weegens den Landdrost van Swellendam d' E Lodewyk Gordon en den Capitain Militair Christoph Warneck, assumplis de drie burgerraden F quam te doen /onderstond/ C ƒ Contra 5 S„ Constand van Nult Onkruyt het onderstaande request gepraesenteerd Aan den WelEdelen agtb Heere Pieter Hacker preesident benevens den E agtb raad van Justitie deeses gouvernements WelEdele agtb Heer en E agtb: Heeren Vertoond met den meesten Eerbied, en in alle onderdanigheyd, den ondergetekende gequa lificeert ter waarneminge der zaake van den Landdrost der Colonie Swellendan S Constant van Nult Onkruit Hae des ondergetekendens principaal en 't begin van den Iaare 1784 de vryheij genoomen heeft, sig by requesten waar by eenige bylagen zyn annex geweest, aan UWelEd Agtbarens te addresseeren, en daarby ootmoedig te versoeken, dat t van UwelEd agtb„s goede geliefte zyn mogte, om des onderge tekendens principaal denwelke door de toenmaligen Commandant der Sweltendamde Invalides edog sedert over Wanbedryf door UWelEd agtb van dien post gedeporteerde burger Jacob van Reenen by verschillende gelegentheeden seer attroce Injurien zyn. toegevoegt geworden, te maentineeren ezits dien daar over te disponeeren soo als Uwel Ed agtb in goede en op regte Justitie soude oordeelen, Dat het als doen van UWel Ed agtb: goede geliefte is geweest, 't voorsz request benevens dies bylagen, te stellen in handen van wylen den heer Independant Piscaal Mr Jan Jacob Serrurier, ten fine daar omtrent te doen en handelen, als oordeelen zouden te behooren„ Ian dewil wijlen gemelden heer serrurier intusschen met een sleepende siekte is besogt en daarop subiet is koomen te over „lijden, dus die dispositie is gesteld geworden buyten effect — Maar overmits gemelde van Reene met de bij t bovengem request breed sprakig ter nedergestelde Attroce Injurie nog gestadig blyft voortvaren en ousdanige gansch, onbehoorlyke, en dis obediente handel wijse, volstrekt stridig is, met de goede ordre en met de pligten die een ieder in een geciviliseerde societeyt aan de geene die over hun gesteld zyn Verschuldigt is, soo vind den ondergetekende nomine qua supra zig dierhalven in de onvermydelyke noodsa kelykheyd, omme ter voldoening aan synen pligt, al weeder, tot UWelEdele agtb te wenden, met ootmoedig versoek dat 't van UWelEd agtb welbehagen zyn moogen 't voorst liquest en bijlagen, die den thans als fungeerende pro Interem Fiscaal Sr Gabriel Exter nog in handen heeft op nieuws en zyne handen te stellen, ten fine denselven te Jnjungeeren, daar omtrent alle mogelyk perquisitien te doen; in gemelde Jacob van Reenen, voor UWelEd agtb„ gedugte Vierschaar te actioneeren, sodanig en in diervoegen als zyn E sal vinden te behooren; op dat doos te behooren: door dien weg alle onstane geschellen waar van hij van Deenen de voornaamste oorsaak en stoker is, mogen werden uit den weg geruijmt, en des ondergetekendens principaal, een rustige en nredige possessie mag genieten van dat Ampt, waaren hij door de hooge overigheyd deeser Lande, tot mainetemee der goede ordre ten platten Lande is gesteld geworden. 'T welk doende et /:was getekent/ R S. V d' Riet /in margine/ Exhebitum in Iudicio aan Cabo de goede Hoop, den 9 Februarij 1786, over wiens Jnnehouden gedelibereert ge„ „worden zynde, is daarop het volgende dispositief gevallen Den Raad dit request geleesen hebbende steld de daarby gemelde saake in handen van den het Fiscaals ampt thans waarne „menden S„ Gabriel Exter, ten sodanige fine als het sub 27 may 1784 genomene besluyt komt te dicteeren. Den pro Interim Fiscaal Preesent als vooren S:r Gabriel Ealer Ratione behalven de burgerraden officie Eysscher in Cas Cremineel ter eenre Den boode treld op ende Jeegens binnen en rapporteerd Christiaan Stroodbeek van dat geene der gedaag Wiertenberg ondermeester dens gecompareerd Cornelis Cornelissen van Holts zyn— bag Timmerman des den Rat: officie Eysscher Carel Joseph Roosen van Leeuwen versogt, voor Rntendit, Huystimmerman dat /onderstond/ by definitive Vonnis van godtenburg UwelE agtb by Continuacie Iaare Pietersen van holm mogten werden gecondemneert, Strand omme ten eenuigen dage uyt Ike Mengels van Embden dit gouvernement, en den ondertimmerlieden ressorte van dien gebannen te blyven, op peene dat Hendrik Barends van wanneer te eeniger tyd groningen. alhier in handen van Thomas Koelemar van Justitie mogten koomen te haarlem quartiermeesters geraken als dan nu verdienste te sullen werden gestraft Claas Sergauw van waderom scheeps Corporaal Jurgen Albregt Ernst van Heydelberg Daniel Ballouw van dantzig Pieter Langefeld van Hemelroode Carel Leonard van dito metselaars Johan Nicolaas Elders van Lamburg Pierre Joseph Turba van do Zeylemakers Fredrik Eduard Broman van Stokholm Cannonies Andries Pietersen van Stokholm Michiel Eustroom van dito Iudocus de Bakker van Cortryls Jonas Daalboom van Stokholm dat de gesamentlyke gedaagd„e Willem Ian Opeen van Hans 8
English
Hans Lasholm of godland Laurens Pieterse of Stavanger Jochem Hendrik Bach of Hamburg Jacob Schouw of Daalen Jan Pieter Carelsen of Engelholm Jonas Anderson of daalen Pieter Sleskens of Leeuwen Hendrik Paulen of Abo Daniel Engeleko of breemen Jacob Bernard of breemen Pieter Hanssen of Malman Christiaan Harder of dantzig François Castel of marseil Jacob Sikte of Eervlied Pierre La Chausse of manalen Pierre Magnasso of Antibis Joseph Piet of Brussel Johannes Alexander de Latte of brugge, gunners Ian Siegenberg of Potsdam Jaques Rave of St Gerraen Guillaume La Pou of Leeuwen Dominicque de Lor of Suquenbague Louis de Zorne of Geneve Adam du Forgue of Vuur sulpken Claas Rinders of Zutphen Iohannes Auris of Lateren Hendrik de Vries of oud Pierre Le Roux of Lion Ele Leuy of Breslau Johan Christiaan Swart of genderblin Johan Werth of werdel Andries Nicolaas Holst of Oldenburg Jacobus Christiaan Lieger of Mane Sweres Willem Dirkse of Saardam Johan Christiaan ses of Holtenou Frans Walraven of oordurgen Johan Christiaan Windeles of Rensburg Jan Lodewyk Johan Hendrik Muller of Henfort Nicolaas Tangulier of Mastrigt Daniel Christiaan Holtman of Bremerlee Mattheys Rochem of Teyseling, soldiers Jerimus Asse of Catwijk Jan Warnike of Sambu Jans Smit of beyen 50 Sulpken Secreet of Neuchatel waeek 31 Ian Claassen of Altonie Stephanus Spenete of binne sonne Carel Londholm of Lond Jan Janssen of Stokholm Hendrik Pieterse of Carelskroon Elderik Brauw of Carelskroon Nicolaas Jacob Daniels of Hamburg Gustaaf Lagbrand of Hobie Pieter Arenberg of Stokholm Pieter Ioseph de Bus of Dornet Mattheys Hocker of Vryburg Ian Gonsale of Havre de grace Francois Hendrikse of St Nicolaas Andries Glaser of koningsbergen Godfried Pruys of Dantzig Pieter Gramburg of Stokholm Barend Holstrum of Westerhousen Johan Fredrik Vlato of Mollen Benjamin Brutal of dantzig ƒ Raphael Frank of Livorno Marten Brauw of Aelsted Andries Holman of Iuttenb Johan Hamel of Coppenhaagen 12 Ioseph Sufre of Wester Cappe Anton Meselle of genua Ian Voorberg of gottenburg Iohannes van Lon of Tbosch Jan Bender of Altoni Pieter Siegele of antwerpen Jan Andre doram of harseil Iudocus Touam brewer of Cortrijk Christiaan Hanssen of Christiaan Sand Jacob Hendriks of Coppenhagen Fredrik Biyrkland of Nassaaw Hans Seeholm of Streal Andries Craal of Coppenhagen Jonas Sies of Stokholm Pieter Josephus van Bree of Dondermonde Hans Poel of Coppenhagen Pieter Arnoud of Vlessingen Matthijs Zelm of dorwek Johan Jacob Visser of Hamburg Jan Kielstroom of Noord Copping Pieter Westerberg of Stokholm Johan Erik Sporrem of Stokholm Andries Pieterse Lon of Drommen Hendrik Hamberg of Lonissen Jan Laarsen of Ulstad Michiels Carius of Coppenhagen Hendrik Hendrik Hameester of Rostok Jan Hendrik Blom of Gouda Albert Smit of Amsterdam Casper Andries Daal of berg Laurens Nielsen of Ulsted Nicolaas Lilla of Carel Strom François Lenard of Thiel August Portman of ditto gotten Ian Janssen of Stokholm Marten Willem Koning of westerblaten Jacob Hendriks of Coppenhagen Evert Jonas Andries of Lagesond Andrees Bergstad of Nieuwland Claas Everts of Olsla Thomas Serirense of Beanhagen Albert Alarien of bernhagen Samuel Noordbreing of Olstand Willem Philip Juriaan Condaatje of Colombo Pieter Josephus Rudolphus of Naterland Laurens Lindaal of Noord Copping Rudolph Christiaan Rhyn of Laarwyk Christiaan 14 Jan Schuurman of Greme Pieter Rols of Stokholm Jan Peters of Gottenburg Guillielmus Flasky of gustingdeswagen Roelof Gerrits of Christiaan Jan Andries Zerien of hemel Jan Carel of OostEnde Andries Blancke of Melseille Claas Barthels of Lince de Boer of bombay David Biorkman of Noord Christiaan Maronnier of Rotterdam Daniel Cornelissen of Amsterdam Jan Fredrik Scherff of Coppenhagen Philip Sakson of Lievensool James Dass of drosbaij Frans Goray of amsterdam Pieter Raatjes of Embden Andries Dirkse of Jan Koster of Negerak Dandel Maas of dantzeg Jan Willems of drenthym Christiaan Ernst van hanveu Land, sailors Claas Poldoner of Ekelover Jacob Andreesse of Christiana Thore 75 Thore Bergrien of Colmer Claas Warnaar of Christiana Jan Alstrum of Stokholm Pieter Hendrik Buleman of Oldenburg Bernardus van Oostenbuy of brugge, ship's sailors Iuriaan Pieter Careel of Carelstroom, mason's mate Hendrik Rupke of helsden Ian Duurborg of heerden Jacobus Iohannes Kamer of Middelburg and Ian Duurberg of Maardaal, ordinary seamen all having served under this government in the aforementioned capacities, peremptorily summoned in person to clear their default and, in case of desertion or abandonment of service, to hear the demand. and Council, having seen the summons made, heard the calling out of the court messenger, and having noted the contumacy of the defendants, furthermore having noted all that was pertinent to the case and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes all the defendants by contumacy from this government and the jurisdiction thereof, under penalty that whenever at any time
Dutch transcription
Hans Lasholm van godland Laurens Pieterse van Stavenger Jochem Hendrik Bach van Hamburg Jacob Schouw van Daalen Jan Pieter Carelsen van Engelholm Jonas Anderson van daalen Pieter Sleskens van Leeuwen Hendrik Paulen van Abo. Daniel Engeleko van breemen Jacob Bernard van breemen Pieter Hanssen van Malman Christiaan Harder van dantzig François Castel van marseil Jacob Sikte van Eervlied Pierre La Chausse van manalen Pierre Magnasso van Antibis Joseph Piet van Brussel Johannes Alexander de Latte van brugge bosschieters Ian Siegenberg van Potsdam Jaques Rave van S„t Gerraen Guillaume La Pou van Leeuwen Dominicque de Lor van Suquenbague Louis de Zorne van Geneve Adam du Forgue van Vuur sulpken Claas Rinders van Zutphen Iohannes Auris van Lateren Hendrik de Vries van oud Pierre Le Roux van Lion Ele Leuy van Breslau Johan Christiaan Swart van genderblin Johan Werth van werdel Andries Nicolaas Holst van Oldenburg Jacobus Christiaan Lieger Sweres van Mane Willem Dirkse Saardam van Johan Christiaan ses van Holtenou van oordurgen Frans Walraven Johan Christiaan Windeles van Rensburg Jan Lodewyk Johan Hendrik Muller van Henfort Nicolaas Tangulier van Mastrigt— Daniel Christiaan Holtman van Bremerlee Mattheys Rochem van Teyseling Soldaten Jerimus Asse van Catwijk Jan Warnike van Sambu Smit van Jans 50 Sulpken Secreet van Neuchatel beyen waeek 31 Ian Claassen van Altonie Stephanus Spenete van binne sonne Carel Londholm van Lond, Jan Janssen van Stokholm Hendrik Pieterse van Carels kroon Elderik Brauw van Carelskroon Nicolaas Jacob Daniels van Hamburg Gustaaf Lagbrand van Hobie Pieter Arenberg van Stokholm Pieter Ioseph de Bus Dornet van Mattheys Hocker van Vryburg Ian Gonsale van Havre de grace Francois Hendrikse van, S„ Nicolaas Andries Glaser van koningsbergen. Godfried Pruys van Dantzig Pieter Gramburg van Stokholm Barend Holstrum van Westerhousen Johan Fredrik Vlato van Mollen Benjamin Brutal van dantzig ƒ Raphael Frank, van Livorno Marten Brauw van Aelsted Andries Holman van Iuttenb„ Johan Hamel van Coppenhaagen 12. Ioseph Sufre van Wester Cappe Anton Meselle van genua Ian Voorberg van gottenburg Iohannes van Lon van Tbosch Jan Bender van Altoni Pieter Siegele van antwerpen Jan Andre doram van harseil Iudocus Touam van brouwer van Cortrijk Christiaan Hanssen van Christiaan Sand Jacob Hendriks van Coppenhagen Fredrik Biyrkland v Nassaaw Hans Seeholm van Streal Andries Craal van Coppenhagen Jonas Sies van Stokholm Pieter Josephus van Bree van Dondermonde Hans Poel van Coppenhagen Pieter Arnoud van Vlessingen Matthijs Zelm van dorwek Johan Jacob Visser van Hamburg Kielstroom van Noord Jan „ Copping Pieter Westerberg van Stokholm Johan Erik Sporrem van Stokholm Andries Pieterse Lon van Drommen Hendrik Hamberg van Lonissen Jan Laarsen van Ulstad Michiels Carius van Coppenhagen Hendrik Hendrik Hameester van Rostok Jan Hendrik Blom van Gouda Albert Smit van Amsterdam Casper Andries Daal van berg Laurens Nielsen van Ulsted Nicolaas Lilla van Carel Strom François Lenard van Thiel August Portman van gotten d=o Ian Janssen van Stokholm Marten Willem Koning van westerblaten. Jacob Hendriks van Coppenhagen Evert Jonas Andries van Lagesond. Andrees Bergstad van Nieuwland Claas Everts van Olsla Thomas Serirense van Beanhagen Albert Alarien van bernhagen Samuel Noordbreing van Olstand Willem Philip Juriaan Condaatje van Colombo Pieter Josephus Rudolphus van Naterland Laurens Lindaal van Noord Copping Rudolph Christiaan Rhyn van Laarwyk Christiaan 14 Jan Schuurman van Greme Pieter Rols van Stokholm Jan Peters, van Gottenburg Guillielmus Flasky van gustingdeswagen. Roelof Gerrits van Christiaan Jan Andries Zerien van hemel Jan Carel van OostEnde Andries Blancke van Melseille Claas Barthels van Lince de Boer van bombay David Biorkman van Noord. Christiaan Maronnier van Rotterdam Daniel Cornelissen van Amsterdam Jan Fredrik Scherff van Coppenhagen Philip Sakson van Lievensool James Dass van drosbaij Frans Goray van amsterdam Pieter Raatjes van Embden Andries Dirkse van Jan Koster van Negerak Dandel Maas van dantzeg Jan Willems van drenthym Christiaan Ernst van hanveu Land Mattroosen Claas Poldoner van Ekelover Jacob Andreesse van Christi ana Thore 75 Thore Bergrien van Colmer Claas Warnaar van Christiana Jan Alstrum van Stokholm Pieter Hendrik Buleman van Oldenburg Bernardus, van Oostenbuy. van brugge S' mattroosen. Iuriaan Pieter Careel van Carelstroom opperman Hendrik Rupke van helsden Ian Duurborg van heerden Jacobus Iohannes Kamer van Middelburg en Ian Duurberg van Maardaal Hooplopers alle in voormelde qualiteyten onder dit gouvernement gesor„ „teerd hebbende, peremptoir gedragdens in persoon, omme hun default te purgeeren en in Cas van desertie of Eisch te dienstverlating aanhooren. en Raad hebbende gesien de gedaane dagvaarding, gehoord de uytroeping van den geregtsboode, mitsgaders gelet op de Contimuacie van de gedaagdens, voorts op alle 't geene ter zaake dienende was, en hun E agtb konde doen moveeren, Regt doende uyt Naame ende van weegens de hoogmogende Heeren Staten generaal der verEenigde Nederlanden band alle de gedaagdens by Contimacie uyt dit gouvernement en den ressorte van dien op pene dat soo wanneer te eeniger by
English
time may fall into the hands of Justice, to be punished according to their deserts, with condemnation of all the defendants to the costs. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary. Thursday the 23rd of February 1786. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members, except for the gentlemen Robert Jacob Gordon, Colonel, Lodewyk Christoph Warneck, as well as the junior merchant, the honorable Gerrit Hendrik Cruywagen; with the inclusion of the three burgher councillors. The Prosecutor by virtue of his office, the interim Fiscal, Sr. Gabriel Exter, prosecutor by virtue of his office, on the one part; against the burgher and wine merchant Pieter Leeman, defendant, to hear prosecution and conclusion made in case of contravention, to answer thereto, and further to proceed as by law required. The Prosecutor by virtue of his office submits his written demand and conclusion, provided with a note. The defendant, answering, says that he did not sell the wine, but gave it as a present to the Captain-Lieutenant of the ship Trompenburg purely on account of proven friendships, being old wines, producing in support of his defense a private declaration granted by the said Captain-Lieutenant and Lieutenant; says further never to have read the proclamation nor to have known anything of it, denying therefore having sinned against the proclamation, and concluding to be dismissed from the case with costs. The Prosecutor by virtue of his office persists by his demand and conclusion, and the defendant, for rejoinder, by his statement, renouncing further exhibits. The Court, having considered the matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords, the States-General of the United Netherlands, dismisses the claim and conclusion made by the Prosecutor by virtue of his office against the defendant; but condemns the defendant to the costs incurred in this matter, provided that the defendant Pieter Leeman declares and confirms by solemn oath that the shipped wines were old wines which he sent as a present to the Captain-Lieutenant and Lieutenant of the ship Trompenburg, and thus made no trade therewith; but failing this oath, the Court condemns the defendant Pieter Leeman to the fine of 1000 guilders established by proclamation, to be distributed according to custom, with costs. Below: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary. Thursday the 23rd of March 1786. In the forenoon, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the members of the newly formed Court of Justice. The interim Fiscal of this government, Sr. Gabriel Exter, prosecutor by virtue of his office in a criminal case, on the one part; against Ceres of Madagascar and April of Ceylon, both slaves of the burgher Oltman Alers, prisoners and defendants in the aforesaid case, on the other part. The Prosecutor by virtue of his office submits a written demand and annexes, and concludes therewith as at the end thereof. The defendants persist by their confession. The Court, having read and reviewed the written criminal demand and documents, as well as considering all that was pertinent to the matter and could move Their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords, the States-General of the United Netherlands, condemns both the defendants, Ceres of Madagascar and April of Ceylon, to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed here, and being delivered there to the executioner, the first prisoner Ceres to be bound to a cross, broken on the wheel from the bottom up with a stroke of grace, and subsequently his dead body dragged to the outside place of execution, and the body placed there on a wheel; furthermore, the second defendant April of Ceylon to be exposed with a rope around his neck under the gallows, thereafter bound to a post, severely scourged with rods on his bare back and branded, subsequently to be locked in chains in order to labor in them at the public works on Robben Island for the period of five consecutive years, and after expiration thereof to be sent home to his master, with condemnation of both the defendants to the costs and expenses of justice. The interim Fiscal of this government, Sr. Gabriel Exter, prosecutor by virtue of his office in a criminal case, on the one part; against Achilles of Ternate, slave of the burgher Marthenus van der Spuy, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other part. The Prosecutor by virtue of his office exhibits a written criminal demand and documents, concluding further as at the end of the same demand. The defendant, having been heard thereon, persists by his confession. The Court holds this case over for circulation and opinion. After which there was exhibited by the said interim Fiscal a memorial, furnished with the interrogatories of some military men being in custody, from which it appears that the servant of the Castle's cook Warner, named Salomon Hennick, and the ship's carpenter Jan Willem ten Pas have made themselves guilty, the former of purchasing beans stolen from the jetty, and the latter of purchasing and fencing timbers stolen from the Honorable Company; wherefore the interim Fiscal petitioner requests bodily apprehension of the aforesaid persons; which memorial having been read, and its contents considered, the requested bodily apprehension of the interim Fiscal is granted. Below: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, signed: C. L. Neethling, Secretary.
Dutch transcription
16: tijd in handen van Iustitie mogten koomen te geraaken, als van na verdiensten te zullen gedaagdens in de kosten werden gestraft, met Condemnatie van alle de Aan Cabo de goede Hoop, die et anno ut Supra /Lager/ my praesent /getekent/ C: L: Neethling Secretaris Donderdag den 23 February 1786 voordemiddags preedent den Eagtb Heere Pieter Hacker Praesident en alle de Leeden demptes de heeren Robbert Iacob Gordon Collenel, Lodewyk Christoph Warneck, mitsg„s den ondercoopman d' E Gerrit Hendrik Cruyjwagen, assumptes de drie burgerraaden. Een pro Jnterem Fiscaal Den Ratione officue Eyssr Pr Gabriel Ester Ratine levert over zynen schriftelyken Eysch en Conclusie, gemunieert off Eysscher ter eenre 18 met een briefje — op ende Jeegens den ged: antwoordende zegt den burger en wynkoper Pieter dat hy den wyn niet heeft Zeeman ged„e omme in Cas verkogt maar alleen uyt hoofd van Contraventie te hooren van bewesene vriendschappen Eysschen en Concludeeren, daar aan den Capitain Luijtenant op te antwoorden en voorts te van 't Schip Trompenburg procedeeren als na regten— praesent gedaan, als zynde geweest onde winen, Lieste bum Expensis — produceerende ter staving zijner defensie eene onderhandsche verklaring verleend door gemelde Capitain Luijtenant, en Lieutenant; segt verders het placcaat nimmer geleesen nog daar van lets geweeten te hebben. — Den Ratine officie Eyss„r persisteerd by zyn Eysch en Conclusie en den ged: voor duplicq by zyn gesegde renuntieerende voorts t placcaat gepecceert te hebben, „neerende dus niet teegen van verdere productien. /onderstond Den Raad na overweeging van Saaken Regt doende uijt Naame ende van weegens de hoogmogende Heere, Staaten generaal der verrenigde Nederlanden ontsegt den Ratione offiene Eyscr zynen op ende Jeegens den ged gedanen Eysch en genomene Conclusie, dog Condemneert den ged„e in de kosten ten deezen gevallen; mits dat den ged„e Pieter Leeman met solemneele Eede koome te verklaaren en bevestigen, dat de afgescheepte winen zijn geweest oude wynen, die hy aan den Capitain Luytenant en Lieutenant van 't Schip Trompen„ „burg tot een praesent gesonden, en dus daar meede geen handel gedreeven heeft; dog bij ontstentenisse van dien Eed, Condemneert den Raad den ged„e Pieter Leeman, in de bij Placcaat gestatueerde boete van ƒ 1000: — te verdeelen a usu, met de kosten— /onderstond/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra /Lage :/ mij praesent / getekent/ C: L: Neethling Secret„s onderdag den 23 Maart 1786. voordemiddags preesent den E agtb: Heere Pieter Hacker, praesident, en alle de Leeden des Nieuw geformeerden Raads van Justitie Den pro Jnterim Fiscaal Den Ratiore officie Eysscher deezes gouvernements S Levert over een schriftelyken Gabriel Exter Ratione Eysch en bijlagen, en Concludeerd offici Eysscher in Cas daarby uit in fine van Crmineel ter eenre denselven. — De ged„e persisteeren by op ende Jegens hunne Confessie 18 Den Raad na Lecture en Resumptie van den schriftelyken Crimineelen Eysch, en stucken mitsgad„s overweeging van alles wat ter materie dienende was, en hun E agtb konde doen moveeren, regt doende uijt Naam ende van weegens de hoogmogende heeren staaten generaal der verEenigde Nederlanden Condemneert beyde de ged„e Ceres van Madagascar en April van Ceylon, omme gebragt te werden ter plaatse alwaar men alhier gewoon is brimineele Sententien te Executeeren, en aldaar den scherpregter overgelevert zynde, den eersten gevangene jeres op een kruys gebonden, van onder op met een slag van gratie geledebraakt, en vervolgens desselfs dode Lighaam na 't buijten geregt gesleept, mitsg„s 't Lichaam aldaar op een rad gelegt te werden, voorts den tweeden ged„e April van Ceylon, omme met een strop om den hals onder den galg te pronk gesteld, daarna aan een paal gebonden met roeden op den bloote rugge strengelyk gegeselt en daarop gebrand merkt zijnde, vervolgens in de ketting ge „klonken te werden ten eynde daar in den tyd van Vyf agtereenvolgende Iaaren op 't Robben Eiland aan de gemeene werken te arbeijken, en na Expiratie van dien aan zyn Leyfheer te huys gesonden te werden met Condemnatie van beyde deged in de kosten en mesen van Justitie Ceres van Madagascar en April van Ceylon beyde Leyflygenen van den burger ollman Alers gev en ged in 't voorm Cas ter andere zeyde Den 19 Den Eroffien Eysscher Exhebeert een schriftelyken Cremineelen Eysch en stucken, Concluderende wyders soo als in fine van denselven Eysch Den ged: daarop gehoord zynde blyt by zyne Confessie per„ sisteeren. — Den Raad houd deese zaak ter Rondleesinge en advys. Waar na door gem pro Jnterim Fiscaal wierd g' Exhebeert een Vertoog, gemuneert met de Jnterrogatorien van eenige in regteni sittende Militaeren, waar uyt Consteerd dat de knegt van den Casteels Kok Wanner in Naame Salomon Hennick en den scheeps Timmerman Jan Willem ten Pas, hun hebben schuldig gemaakt, de eerstgem aan 't opkoopen van op 't Zee hoofd gestolene boonen, en de Laatstgemelde aan 't opkoopen van wel heelen van 'S E Comp:s gestoolen houtwerk, weshalven den pro Cnterin vertooner versoekt, apprehensie Porporeel op de voorsz persoonen welk vertoog geleesen, en dies innehouden overwoogen zynde is de versogte apprahense Corporeel ban den pro Jnterim Fiscaal geaccordeert /onderstond/ Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra /Lager/ my praesenti / getekent/ C: L Neethling Secretaris Den pro Jnterem Fiscaal - deeses gouvernements Sr Gabriel Exter Tatione offici Eysscher en Cas Cremineel ter eenre op ende Jeegens Achilles van Ternaten Leys Eygen van den burger Marthenus e van der Spuy ged en ged„ in 't voorsz Cas ter andere zeyde.—
English
Thursday 6 April 1796 In the morning, present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members. There was submitted in court by Gabriel Exter, serving as Fiscal pro interim, a memorial concerning the persons of the assistant Marinus Simon van Cruyselberg and the soldier Philippus Bos, currently held in the Castle under civil arrest, who according to the contents of that memorial and the attached inquests lie under great suspicion of being the authors of such false parchment and paper monies as are currently circulating among the local inhabitants. The said memorial reads as follows: To the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Honorable Sir and Sirs. With due respect, the undersigned Fiscal pro interim, Gabriel Exter, represents: That on last Friday a sum of 2000 rds was paid out by the burgher Lieutenant Jan Gysbert van Reenen to the bookkeeper of the Honorable Company, Mr. George Fredrik Goets, on behalf of the Equipage Master, the Honorable Duminie, consisting of two packets of paper money of 1000 rds each, of which one was sealed and the other was loose; among the pieces in the loose packet were found 270 rds of counterfeit money newly fabricated or forged on parchment. That upon further inquiry, searches made, and inquests obtained before commissioner gentlemen from this Honorable Council, it appears that not only do the aforesaid 270 rds of false parchment money come from the hands of the assistant at the political Secretariat, Marinus Simon van Cruyselberg, but that the said van Cruyselberg, in addition, paid out more counterfeit money, such as to the aforesaid Mr. Duminie, among other money, another 150 rds, and to Mr. Swanevelder 165 rds, besides some small sums to other persons; whereby a not insignificant suspicion arises that the said van Cruyselberg is the author of this false money, which is greatly increased by the fact that the same, despite the aforementioned large sum, can positively identify no one from whom he had received any false money, and took back such money issued by him and, without any further inquiry, gave other money in its place; that there are furthermore also some strong presumptions that the aforesaid van Cruyselberg was assisted therein by the soldier Philippus Bos, stationed on the Line, and that the said Bos has also made himself guilty of this crime. Therefore, the official petitioner finds himself in the indispensable necessity of his office to proceed according to the order of law against the aforesaid persons and in that respect to conduct all investigations and to gather the evidence whereby greater certainty may be obtained, and to that end to secure their persons, and in the presence of commissioner gentlemen from this Council to search their lodgings as accurately as possible at the earliest opportunity; seeing then that Your Honors' authorization is required for this, the official petitioner turns to the same with the humble request that it may please Your Honors to grant the official petitioner your decree, whereby the official petitioner is qualified to undertake the aforesaid search as soon as possible in the houses of the burgher Lieutenant Jan Gysbert van Reenen and the Sea Captain Sieur Tierveld, where the repeatedly mentioned van Cruyselberg and Bos have been lodging, and furthermore to have these aforementioned persons apprehended. Which doing, was signed: G: Exter In the margin: Exhibited in Court the 6 April 1786. Which memorial and documents having been spoken of and deliberated upon, the following resolution was passed: The Council, having read the memorial and documents submitted by the petitioner ex officio, grants the requested search by virtue of the contents thereof, allowing the said Cruyselberg to remain for the time being under civil arrest, provided that no one has access to him; holding the request regarding Philippus Bos in advice until such time as further instructions regarding the matter shall have been received. Underneath: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, signed: J. Aerssen, Secretary. Monday 10 April 1786 In the morning, extraordinary meeting. Present the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, except the burgher councillor the Honorable Andries van Sittert. After the President made known to the Council how His Honor, having noticed with the utmost surprise that Sieur Gabriel Exter, serving as Fiscal pro interim, had thought fit, not only on his own authority but even directly contrary to the decree passed by the said Council in the meeting held last on the 6th of this month upon the memorial submitted by the said official petitioner, to have the assistant Marinus Simon van Cruijselberg, suspected according to the aforesaid memorial, transferred from the military main guardhouse, where he was civilly arrested, to the hostage room, which is considered here as a prison for criminal offenders, His Honor had summoned the aforesaid Sieur Gabriel Exter to him, in order to demand an account from him of this reckless step
Dutch transcription
Donderdag den 6. april 1796 's voor de middags, preesent den E agtb: Heere Pieter Hacker preesident en alle de Leeden Is door den het Pisscalaat pro Jnterim waarnemenden S„r Gabriel Erter en Judicio overgelevert een verloog, nopens de ten Casteele in Civrel arrest zittende persoonen van den adsistent Marinus Simon van Cruyselberg, en den soldaat Philippus Bos, dewelke volgens den inhoud van dat vertoog en daarnevens gevoegde en questen onder groote Suspicie liggen van te zyn. autheuren van zodanige Vulsche pergamenten en papiere menten als thans onder de Jnge„ zeetene alhier rouleeren; Luydende dat Vertoog als volgd Aan den WelE: agtb Heer praesident en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop. Wel E: agtbaare Heer en Heeren. Vertoond met den schuldigen eerbied den ondergetekende pro Interim Fiscaal Gabriel Exter Dat op laatst gepasseerde Vrydag van den burger Lieutenant Jan Gysbert van Reenen eene Somma van rd„s 2000 aan den boekhouder des EComp„e M. r George Fredrik ƒ 10 3 2 Fredrik Goets voor den Equipagie m„r d'E Duminie zijnde uijtbetaald geworden, bestaande in twee paqueten papieren munten yder van rd„s 1000, waar van 't eene verseegeld en 't andere Los is geweest, onder de stucken in 't Losse paquet is bevonden geworden rd„s 270 Valsch geld op pergament nieuw gefabruceerd of nagemaakt. — Dat by verdere navrage, gedaane recherchen en voor heeren gecommitteerdens uyt deesen E agtb Raade ingewonnene enquesten blykt„ dat niet alleen de voorm r„o 270 Valsche pergamente munte uyt handen van den adsistent ter politique Secretari Marinus Simon van Cruyselberg koomen, maar dat denselven van Cruyselberg bovendien meer Valsch geld als aan voorm heer Duminee onder ander geld nog rd„s 150 en aan de heer Swanevelder rd„s 165 benevens eenige geringe Sommen aan andere persoonen uyt betaald heeft, waar door eene niet geringe Suspicie ontstaat, dat gem van Cruyselberg den auteur van deese is, dewelke grootelijx daar Valsche munte door word vermeerderd, dat denselven bi de voorm groote Somma niemand positive kan aangeeven, van dien hy eenig Valsch geld had: ontfangen, en diergelyke van hem uytgegeven wederom tot zig genoomen, en zonder eenige Verdere navrage ander geld daar voor in de plaats gegeven heeft, dat er voorts ook eenige sterke preesumptien zijnde dat voorsz: van Chuijselberg door den op de Linie bescheydene soldaat Philippus Bos daarby geadsisteerd is geworden en dien Bos zig aan deese misdaad meede schuldig gemaakt heeft, dus den r: O: vertoonder zege „ 5 22 zig amptshalven in de indispensabele nood „zakelikheyd bevind, teegens voorm persoonen in ordine Juris te procedeeren en ten dien opzigte alle de ondersoekingen te doen en de bewysen in te winnen waar door een meerdere zekerheyd kan verkreegen worden, en ten dien Eynde zig van derselven persoonen te doen verseekeren, en ten overstaan van heeren gecommitteerdens uyt deesen raade hunlieden logis ten eersten op 't naauwkeurigste visiteeren, gemerkt dan hier toe verEyscht word UW E agtb„e authorisatie; zoo is den r: 0 vertoonder tot weldeselve zig keerende met eerbiedig versoek, dat 't UwelEd agtb behaagen mooge aan den RO vertoonder te verleenen welderselver decreet, waar door den R O vertoonder gequalifiseert word, in de huysen van den burger Luytenant Jan Gysbert van Reenen, enden Capitain ter Zee S„r Tierveld, waar meergem van Cruyselberg en Bos zijn Logeerende geweest ten spoedigsten gesz Visitatie voor te nemen, en voorts deese evengemelde persoonen te doen apprehendeeren. — /onderstond/ Twelk doende /:was getekent/ G: Erter /in margine:/ Exhebitien en Iudicio den 6 april 1786 — Over welk vertoog en stueken gesprooken en gebesoigneert zinde, is daarop het Volgende besluyt gevallen. — Den Raad hebbende geleesen het door den ex officie vertoonder overgeleverde vertoog en stucken, accordeert uijt hoofde van derselver Contenue 23 Contenue de versogte Visitatie, Laakende de gem Creiyselberg voorts by provisie blyven in Curel arrest mits dat niemand acces tot denselven hebben; houdende het ten opzigte van Philippus Bos, versogte en advys tot tyd en wylen dienaangaande nadere instructien zullen zyn ingekoomen. - /onderstond. Cabo de goede Hoop dee et anno ut Supra /Lager/ 1 Aerssen secret„s my preesent /getekent/ ƒ Maandag den 10 April 1786 s voor de middags Extra ordinaire vergadering preezent de E agtb Heere Pieter Hacker praesident en alle de Leeden, dempte de buergerraad d' E Andries van Lettert. — Na dat de heer praesident den raade te kennen gegeven had, hoe zyn E agtb met de uyterste surprece ontwaar zynde geworden, dat de het Fiscalaat pro Anterim waarnemende I„ Gabriel Beter, had kunnen goedvinden, om„ niet alleen op zyne eygene auctoriteyd, maar zelfs regtstreeks teegen het, in de op den 6=en deeser maand Laatstgehoudene vergadering, op gem des R O vert„s ingediend vertoog, door Welgem: „raade gedecreteerde besluyt, den volgens voorm Vertorg gesuspecteerde adsistent Marinus Simon van Cruijselberg, uijt de miitaire hoofdwagt alwaar deselve Cuiel gearresteerd was, en de Gyselkamer /: dewelke alhier als eene gevangenis voor Crimineele misdadegers geconsidereerd word, te laaten overbrengen, zyn E agtb de voorsz S„t Gabriel Cater by zig ontbooden had, ten eynde. hem rekenschap van deese temeraise demarche afte
English
to demand, and furthermore at the request of the said Exter had convened this meeting; There was submitted in court by the same Pro Interim Fiscal a memorial reading as follows: To the Right Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope Right Honorable Sir and Gentlemen Shows with due respect the Pro Interim Fiscal G: Exter That, when on the 6th of this month, by the undersigned memorialist in his official capacity, regarding the persons of the assistant Marinus Simon van Cruyselberg and the sailor Philippus Bos, who according to the submitted memorial and the inquests attached thereto, fall under great suspicion of being the authors of a large quantity of counterfeit parchment money presently circulating, your Honors, according to the nature and requirements of the case, were also respectfully requested for the bodily apprehension of the said persons, and hereupon indeed their resolution was taken that the first-mentioned Mar: Simon van Cruiselberg shall provisionally remain under house arrest, provided that no one has access to him, the request regarding Bos being held under advisement. The memorialist in his official capacity, in order to execute this highly honored resolution, so that the arrestee would remain at the Castle in the military prison with the provost, addressed himself to the Right Honorable Governor to request the appropriate orders for this purpose; but, that the memorialist in his official capacity, then considering that the prison is only intended for the military for minor offenses, and not equipped to keep multiple persons separately and without access, and already being occupied by three persons, would not satisfy the intention and purpose of the aforementioned respected resolution, deemed it most advisable to have the arrestee taken to the ordinary prison. Which was also carried out by the memorialist in his official capacity in such a manner that, having had the said van Cruyselberg escorted by some soldiers to the aforesaid prison with the permission obtained for this purpose from the Right Honorable Governor, he caused him to be placed separately in such a room where persons arrested under civil law are usually detained. That the said van Cruyselberg, besides the bed, table, chair, and books permitted to him by the memorialist in his official capacity, having further requested to be allowed candles, ink, pens, and paper, and this not being able to be granted to him by the memorialist in his official capacity as contrary to the order without your Honors' resolution on this matter, the memorialist in his official capacity judged it proper to present both the one and the other to your Honors with due respect, with the no less respectful request that it may please your Honors graciously to approve what has thus been effected by the memorialist in his official capacity, and regarding the further request of the detainee van Cruyselberg, to order what your Honors shall find and judge to be proper. Which doing was signed G: Exter in the margin exhibited in court on 10 April 1786 Whereupon, having been discussed and deliberated, the following resolution was passed on the same: The Council, before disposing of the submitted memorial of the officer, reprimands him for the step he has taken in deviation from the decree of this Council, and orders him, the memorialist in his official capacity, provisionally to restore the assistant Cruyselbergen to such house arrest as the decree of this Council dictates; imposing upon the memorialist in his official capacity on this account in addition, to pay within twice 24 hours a fine of One hundred Ducatons to the benefit of the diaconate poor of the Reformed congregation of this place. Furthermore, having reflected upon the request of Cruyselberg inserted in the above-mentioned memorial, namely to be provided with some necessary requirements, it is decreed thereupon in this manner: The Council permits to be given to the arrestee, light, paper, pens, ink, a knife and fork for his use. underneath stood After this resolution was read to the aforementioned Pro Interim Fiscal, the same requested further time for consideration to submit his interests. Which request, having been taken into consideration by the aforementioned Council, and having considered that if the same were granted to the memorialist in his official capacity, the aforementioned transfer of Cruyselberg would thereby be delayed, it was therefore decided thereupon as follows: The Council rejects the request of the officer to have time for consideration for the further presentation of his interests. underneath stood Cape of Good Hope, day and year as above Lower in my presence signed C: V: Aerssen Secretary Today, 10 April 1786. By order of the Honorable President, the undersigned circulated among the respective members of the Honorable Council of Justice here, when their Honors would choose that the assistant Marinus Simon van Cruijselberg should be brought back from the civil detention room to the military main guardhouse, for which purpose the Right Honorable Governor would provide a guard, in order subsequently to have him transferred from there again by a corporal into the pork store. Which by all the members together except for the burgher councilor the Honorable van Sistert, who
Dutch transcription
24 aftevorderen, en voorts op versoek van gem Exter deese vergadering had doen beleggen; Gr Wierd door denselven pre Interem Fistaal in Iudicie overgegeven een vertoog Luydende als volgt. — Aan den WelE agtb Heer praesident en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop Wel E agtbaare Heer en Heeren Vertoond met den schuldigen, Eerbied den pro Interim Fiscaal Gal Exter Dat, wanneer onder den 6 deeser, door den ondergetekenden vertoonder R O: omtrend de persoonen van den adsistent Marinus Simon van Cruyselberg en den mattroos Philippus Bos, dewelke volgens ingediende vertoog en daarnevens gevoegde enquesten, onder groote suspicie koomen te leggen, van te zyn autheuren van een groote menigte Valsche thans rouleerende pergamente munte aan UwE agtb: naar de natuur en verEyscht der zaake meede eerbiedig zynde versogt geworden apprehensie porporeel van gem persoonen, en daarop welder„ „zelver besluijt gevallen zinde dat den eerstgem Mar: Simon van Cruiselberg, 7 25 by provisie zal blyven in Curel arrest, mits dat niemand acces tot denselven hebbe zynde het versogte ten opzigte van Bos, in advys gehouden geworden. — den rO vertoonder, om dit zeer geëërde besluyt in executie te brengen, zodanig dat den gearres „teerd ten Castele in de militaire gevangenis by den provoost zoude verbliven zig heeft geaddresseert aan den WelEdele Gestr Heer gouverneur om de zodanige ordres hier toe te versoeken; dog, dat den EO vertoonder, dan overweegende, dat de gevangenis alleenlyk voor de militairen, by geringer fauten bestemd, en niet geappreteerd, om meerdere persoonen Separatiu en zonder acces te bewaren en alree met drie persoonen beset zynde aan de intentie, en het ovelwit van voorm vener besluyt niet zouden voldoen, 't raad zaamst heeft gehouden den gearresteerden te laaten brengen, naar 't ordinaire gevan genhuys. 'T geen door de R O vertoonder ook op de wyse ter uijtvoer is gebragt geworden, dat hy naar met de hier toe geobtineerde permissie van den WelEd Gestrengen Heer gouverneur, gem van bruyselberg door eenige militairen naar voorsz gevangenis te hebben Laaten Convoyeeren, den „selven bysonders heeft doen plaatsen op zodanige kamer waar Civiliter, gearresteerde pleegen te blijven gedetineerd. — Dat van dien van Cruyselberg buijten de door den EO vertoonde hem gepermitteerde kooij, Tafel, stoel, en boeken nog verder versogt zijnde, om kaarsen, inkt, pennen en papier te moogen hebben, en zulx hem van den EO vertoonde als teegens de ordre strydende zonder UWE agtb besluyt hier over niet kunnende toegestaan werden, den 6 O vertoonder heeft geoordeelt zoo wel het eene als het andere aan UWE agtb met schuldige Eerbied te zullen voordragen met te met het niet minder eerbiedig versoek, dat het uw Ed agtb behaagen moge, 't zodanig van den R O vertoinder geeffectueerde hooggunstig te approbeeren en noopens het verdere versoek van den gedetineerden van Cruyselberg te ordon „neeren, 't geen UwEd agtb zullen vinden te oordeelen te behooren 'T welk doende /:was getekent/ G: Exter /in margine/ exhebitum en Judicio den 10 april 1786— Waar over gesprooken en gedelibereert zynde is op het zelve gevallen het volgende besluyt De Raad, alvoorens te disponeeren over 't ingediend vertoog van den officier, reprimendeert denselven over de stap, die hy heeft gedaan in afwyking van 't decreet deeses Raads, en ordonneert hem EO vertoonder, den adsistent Cruyselbergen, provisioneel te herstellen in zodanig Cuchel arrest, als 't decreet van deesen Rade is dicteerende; leggende den RO vertoonder desweegens daar en boven op om binnen twee maal 24 uuren te betalen eene boete van Een hondert Ducatons ten profyte der diacony-armen van de gereformeerde gemeente deeser plaatze Voorts gereflecteerd zijnde op het en bovengem vertoog geinsereerde versoek van Cruyselberg om namentlyk van eenige noodnemde ge behoeftigheeden voorsien te worden, is daarop in deeser voegen gedecerneert. De Raad permitteerd om aan den gearres„ teerden te geeven, Ligt, Papier, Pennen, Inkt„ een Mes en Vork tot zijn gebruijk /onderstond/ Na 26 2 Na dat dit besluyt den voorm Pro Interim fiscaal was voorgeleesen, versogt deselve nader tyd van bedenken om zyne belangens in te brengen.— Welk versoek door welgem Raade in aanmerking genoomen zynde, en overwoogen, dat by aldien 't zelve den rO vertoonder wierd toegestaan de voorm overbrenging van Cruyselberg daar door zoude geretardeert worden, is derhalven daarop dus gedecideert. — De Raad wyst het versoek van den officier om tijd van bedenken te hebben tot nadere voort brenging zyner belangens van de hand /onderstond/ Cabo de goede Hoop die et anne ut Supra (Lager /:mij praesent / getekent/ C: V: Aerssen Secretaris Huyden den 10 April 1786. Heeft, ter ordonnantie van den E agtb - Heere Praesident de ondergetekende by de respe Leeden van den E agtb: raad van Justitie alhier, in rondlesing gebragt, wanneer hun E agtb: zouden verkiesen, dat de adsistent Marinus Simon van Cruijselberg uit de gyselkamer zoude werden te rug gebragt in de militaire hoofd wagt, waar toe de WelE Gestr: Heer gouverneur een wacht zoude geeven, ten Eynde„ denselven vervolgens van daar weeder door een Corporaal inde Spekkamer te Laaten overbrengen. — Het welk door de gesamentlyke Leeden /excepto den burgerraad de E van Sistert, dewelke door „ -
English
was not found at home by the undersigned, it was left at the disposal of the Right Honorable Lord Governor. Underneath was written: Cape of Good Hope, the day and year as above. Thursday the 20 April 1786 in the forenoon, present the Honorable and Worshipful Lord Pieter Hacker, President, and all the Members. There was submitted by the Landdrost of Stellenbosch and Drakensteyn, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman, a memorial with the relevant documents pertaining thereto, reading as follows: To the Right Honorable and Worshipful Lord Pieter Hacker, President, as well as the Honorable and Worshipful Council of Justice of this government. Respectfully shows the undersigned, Hendrik Lodewik Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein: That on Monday the 16 Ianuari of this year, among various persons who also came to the memorialist, the burgher Hendrik Albert Fijt appeared, who, in the name of his father, the fellow-burgher Coenraad Hendrik Feijt, complained that the burgher Jan Harmse Nieuwout, who resides on his farm above that of his father, situated on the Oliphants Rivier, was damming up the water, whereby his father came to suffer great scarcity, to such an extent that even the vineyard and fruit orchard were almost entirely dried up, although in the past year, upon the many complaints then made by his father in this regard and the disputes arisen therefrom between his father and the said Nieuwout, a ruling was made by the memorialist's predecessor, the late Honorable Daniel van Ryneveld, that they should clear the watercourse and the said Nieuwout should let the said water run unhindered to the farm of his father, which they had then also agreed to observe; upon which complaints made, because that same day many other persons also wished to speak with the memorialist, he had caused a letter, the principal content of which the memorialist had given, to be written by his substitute Christiaan Godlieb Rudolphij to the Field Cornet Andreas Willem van Taak, and caused it to be delivered to the said Fijt; after which delivery the aforementioned Fijt asked the memorialist what his father should do in case the aforementioned van Taak, being the brother-in-law of Nieuwout, should fail to comply with the memorialist's order; the memorialist answered him that he should then address himself to the Field Corporal residing nearest there and request him in the name of the memorialist to investigate the matter and act according to findings, but in default thereof, if possible two, but at least one credible witness should let an investigation be made at his father's place whether the scarcity of water was as great as he had stated, and if found to be such, then in the presence and with such witnesses, in case the water was dammed up by the said Nieuwout, to cut through the dam where necessary, provided that he, Fijt, or his father should above all take care to be able to produce sufficient proof of everything to the memorialist. That on the 29 of the aforementioned month of Januarij, the aforementioned Hendrik Albert Fijt, having come again to the memorialist, had complained anew about the scarcity of water, adding that having delivered the letter from the memorialist to the Field Cornet van Taak, the latter had said that roguery was involved in it; and because the scarcity of water had been too great, his father Coenraad Hendrik Fijt had requested the Field Corporal Frans Lubbe to come with witnesses to his father's farm and investigate the matter, but that the same had excused himself by saying that this was outside his district and that he could get only one man, and also could not involve himself in the matter; his father was then compelled to request the burghers Schalk Willem Vorster and Barend Lubbe, Andries' son, to inspect the scarcity of water and then, alongside the aforementioned Fijt's son, to cut through the dam at the said Nieuwout's, as those same persons had indeed done; on which occasion a certain Ian Steenkamp, who resides with the said Nieuwout, having approached the dam armed with a musket, is said to have stated that if he, Fijt, had come there without orders from the memorialist, he would shoot him down like a crow; and since it thus seemed as if they would in no way comply with the memorialist's order on the part of the Field Cornet, and his father with his family would thus have to perish from lack of water, he, Fijt, requested that the memorialist should determine some other arrangements. That the memorialist, in order to exercise all prudence in this matter and so that those having any interest in the water in question would not be able to excuse themselves by pleading ignorance of the order given by the memorialist, thought fit, according to his humble judgment, to write a letter most suitable to the aforementioned matter to the aforementioned Ian Harmse Nieuwout. That the memorialist subsequently having had to go on different commissions on the 8 February following, and having returned on the 13 following, found lying at his residence a packet which, according to his slaves, had already been brought there three days prior, which the memorialist having opened, found to consist of a letter from the abovementioned van Taak with an enclosed copy of a declaration dated 26 January prior, which the memorialist—since the opportunity was lacking and in the meantime his aforementioned letter had been dispatched to the said Nieuwout—
Dutch transcription
28 door de onderget: niet te huijs gevonden is:/ ter dispositie van den WelEdelen gestr Heer Gouverneur is gelaten geworden /onderstond/ Cabo de goede Hoop die et anno ut supra Donderdag den 20 April 1786 's voorde middags, praesent den E agtb Heer 9 Pieter Hacker, praesident, en alle de Leeden werd door den Landdrost van Stellenbosch en Drakensteyn de Heer Hendrik Lodewyk Bletterman ingediend een vertoog, met de daartoe specteerende stucken, Luijdende het zelve als volgt. — Aan den WelEdelen Agtbare Heere Pieter Hacker praesident benevens den Edele agtb: raad van Justitie deeses gouvernements Vertoond met schuldige Eerbied den onder geteekende Hendrik Lodewik Helterman Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein. — Dat op maandag den 16 Ianuari deeses Jaars onder diversche persoonen meede bij den vertoonder gekoomen zijnde den burger Hendrik Albert Sijt, denselven uijt Naam van zyn vader den meede burger Coenraad 29 Coenraad Hendrik Feijt klagtig was gevallen dat den burger Jan Harmse Nieuwout die op zijn woonplaats boven die van zijn vader woonagtig is, geleegen aande Oliphants Rivier, 't water quam op te dammen, waar door zyn vader groot gebrek quam te lyden, zodanig dat zelfs den wyngaard en vrugten bogaard byna ten eenemaale was verdroogd daar tog inden gepasseerden Iaare door des vertoonders preedecesseur wylen d E Daniel van Ryneveld, over de toenmaals door zijn vader desweegens veelvuldige gedaane klagten en daar door geresene verschillen, tusschen zyn vader en gem Nieuwout een uytspraak was gedaan, dat zil den loop van 't waater zouden opruymen, en gem Nieuwout 't zelve water onverhindert na de plaats van zyn vader zou laaten loopen, 't geen zyl dan ook aange„ „noomen hadde te zullen nakoomen; op welke gedaane klagten den vertoonder vermits dien zelven dog nog veele andere persoonen hem begeerden te spreeken door zyn Substituit Christiaan godheep Rudolphij, een brief, welkers principalen inhoud den vertoonder had opgegeven aan den veldwagtmeester Andreas Willem van Taak had laaten schryven, en aan gem fijt doen afgeeven; Na welke ofgaave voorsz Tyt den vertoonder vraagde: wat of zyn vader ingeval voorm van Taak als zijnde de zwager van Nieuwout aan des vertoonders ordre niet quam te voldoen, heeft den vertoonder hem geantwoord dat hy als dan zig aan den het naast aldaar woonende veld corporaal zoude addresseeren en door denselven uyt Naam van den vertoonder versoeken, de zaak te ondersoeken en na bevinding te handelen dog by gebrek van dien zoo mogelyk twee, dog ten minsten een geloofvaardige getuygen by zyn vader 30 vader laaten ondersoek doen of het gebrek aan waater zoo groot is als hy had opgegeven, en zulx dusdanig bevinde als dan ter praesentie en met de zodanige getuigen ingeval 't water door gem Nieuwout opgedamd wierd, den dam alwaar 't nodig was doorsteeken zoude, mits dat hy Teyt of zyn vader voor alle dingen zou hebben te zorgen, aan den vertoonder van 't een en ander, voldoende bewys te kunnen produceeren. — Dat op den 29 der voorsz Maand Januarij voorsz Hendrik Albert Tyt wederom by den vertoonder gekoomen zynde op nieuws over 't gebrek aan water had geklaagd, met byvoeging, dat hy den brief van den vertoonder aan den Veldwagtmeester van Taak hebbende overgelevert denselven gesegd had, dat er schelmstukken meede omgingen, en om dat het gebrek aan water te groot geweest zynde, zyn Vader Coenraad Hendrik Tyt den veld Corporaal Frans Liebbe versogt had met getuigen, op zijn vaders woonplaats te koomen en van teen een ander onder „soek te doen, dog dat denselve zig had verontschuldigt met dat zulx buiten zyn district was en maar een man konde krygen, zig met de zaak ook niet te kunnen inlaaten; zyn vader als toen was genoodsaakt geweest de burgeren Schalk Willem Vorster, en Barend Lubbe, andriesz te versoeken om van het gebrek aan water besigtiging te nemen, en dan neevens den voorsz Pieter zoen, den dam bij gem Nieuwout door te steeken, zoo als deselve persoonen dan ook hadden gedaan, bij welke gelegendheijd eenen Ian Steenkamp die by gem Nieuwerik woon woonagtig is met een snaphaan voorsien, den dam genadert zynde gesegd zou hebben ingeval hij seyt aldaar zonder ordre van den vertoonder gekoomen was, hy hem ligen zoude als een kraaij; En vermits het dus scheen als of men in geenen deele des vertoonders ordre aan den kant van den veldwagtmeester wilde voldoen, en zyn vader dus, met de zynen door gebrek van waater zou moeten vergaan, versogt hy Tyt dat den vertoonder eenige andere schikkingen wilde bepaalen. — Dat den vertoonder, om in deesen alle voor zigtigheid te gebruijken, en op dat die geen die omtrend t queestieuse waater eenig belang hebbende, zig met geen onwetenheyd der door den vertoonde gegevene ordre zouden kunnen verontschul. digen, heeft goedgedagt om na zyn gering oordeel eene ter voorsz zaake best gepaste lettere aan voorsz Ian Harmse Nieuwout te schryven. — Dat den vertoonder vervolgens op den 8 February daar aan zig in differente Com„ „missien hebbende moeten begeeven, den 13 daar aan gereverteerd zynde, aan zyn wooning heeft vinden leggen een pacquet het welk volgens zeggen van zijn slaaven reets drie dagen bevorens aldaar was be soogt 't welk den vertoonder geopend hebbende bevonden had te bestaan en een brief van bovengem. van Saak met een bygevoegde Copcen verklaring de dato 26 January daar bevorens 't geen den vertoonder als toen vermits de gelegendheyd ontbrak en intusschen zyne voorsz Lettere aan gem Nieuwout ofgesonden
English
That subsequently the petitioner, having had to travel hither and having returned to Stellenbosch on the evening of the 21st of the aforesaid month of February, had to learn to his utter astonishment that very same evening from the substitute Christiaan Godhelp Rudolphi that the aforesaid Hendrik Albert Feyt with the mentioned Loen and another Hottentot had already arrived on Sunday the 19th aforesaid, in order to report a certain incident to the petitioner, which persons, having come to the petitioner the following day or the 22nd, gave notice: that they, alongside the father of the aforesaid Feyt and another two Hottentots and two slaves, since the lack of water was too great, having proceeded to the dam, upon approaching the same had unexpectedly discovered four persons, all provided with flintlocks, who were recognized by them to be the aforesaid field cornet van Taak, the burghers Pieter van Zeil Pietersz and Jan Steenkamp, as well as a bastard Hottentot by name of David. That the aforementioned Coenraad Feyt, before he Feyt had pierced the dam, having asked the mentioned van Taak why he van Taak had come there with the other people, as if he Feyt were a murderer, the same had answered him: to farm in your way; to which he Feyt is said to have retorted, why he van Taak did not observe the petitioner's orders and dared to call him Feyt an old rogue, which van Taak ignoring, the quarrel between them had escalated so far that van Taak had threatened to smash the skull of the aforesaid Hendrik Feyt with the flintlock he held reversed in his hands, whereupon the mentioned Hendrik Feyt dealt van Taak such a blow with the flat of his hand that the same fell to the ground, whereupon he Feyt had then wrested the gun from van Taak; that van Zeil, seeing this, having cocked the hammer and leveled the gun, is said to have leaped at him Feyt, without asking: what do you say, while the aforementioned Pieter Loen, having become afraid, had attempted to knock the leveled gun upward with a walking stick, but that he had thereby struck the same van Zeil on the mouth, so that the same had fallen backward with his head upon the rocks, so that he Loen had then wrested the gun from the aforesaid van Zeil, after which the just-mentioned van Zeil is said to have drawn a knife and pursued them all, which having been discovered by the aforesaid Coenraad Feyt, the same had called out to the people he had with him to seize the mentioned van Zeil from behind and wrest the knife, as the people had indeed done, while the aforesaid Hendrik Feyt as well as the aforesaid Loen testified that the aforementioned van Taak and van Zeil had been intoxicated. That in the meantime the aforementioned Steenkamp, having thereupon retreated a little, is said to have fired a bullet at him Hendrik Feyt, but instead of hitting him Feyt, had shot the knobkerrie out of the hand of the Hottentot Hannis. That three days thereafter or on the 25th of February aforesaid, there was sent to the petitioner by the field cornet Abraham de Villiers an open cartabel from the frequently mentioned van Taak, dated 13 February aforesaid, addressed to the burgher Matthys de Kok to be forwarded with the greatest speed from field cornet to field cornet and finally to the petitioner, containing: that he van Taak, alongside the mentioned van Zeil, being severely injured by Coenraad Feyt and his slaves, requested assistance. That on the 27th of the just-mentioned month of February, there was also sent to the undersigned by the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, a missive dated the 23rd preceding, to which was attached a petition dated the 16th aforesaid, and thus three days after he van Taak had dispatched his letter to the petitioner, written by the mentioned van Taak and van Zijl to the mentioned pro interim Fiscal, to take up their case, strengthened by two depositions, note well, provided by both the complainants van Taak and van Zijl themselves, the deposition of van Taak containing in substance: that he and the aforesaid van Zeil, having been requested by the burgher Jan Harmse Nieuwout to ride to his farm to assist him against all violence, that he and van Zijl, wishing to carry this out on 12 February, being taken by surprise through treachery by Coenraad Feyt, Hendrik Feyt, and twelve blacks, it was asked of him by Feyt what he came there to do, he had answered, to set the water according to the received order, and that thereupon Hendrik Feyt and further his gang struck out with, note well, murder clubs and took his gun.
Dutch transcription
32 Dat vervolgens den vertoonder na herwaards, zig hebbende moeten begeeven en op den 21 der voorsz Maand Februarij des avonds op stellenbosch te rug gekoomen zynde, nog dienselven avond van den sub„ stiluit Christiaan Godhelp Rudolphi tot zijn uijterste verwondering heeft moeten verneemen, dat voorsz Hendrik Albert Teyt met gem Loen en nog een hottentat reeds zondag of den 19 voorm. waaren aangekoomen, om den vertoonder van zeeker geval rapport te doen, welk persoonen ste daags daaraan ofte den 22te by den vertoonder gekoomen zynde, kennisse had gegeven: dat zyt nevens den vader van voorsz feyt en nog twee hotten „tatten en twee slaven, vermits 't gebrek aan water te groot was, zig na den dam hebbende begeeven by 't naderen van denselven op 't onvoorsins hadde. ontdekt, vier persoonen, alle met snap haanen voorsien dewelke door hunlieden waaren verkend te zijn voorsz Veld wagtmeester van Taak, de burgeren Pieter van Zeil pietersz en Jan Steenkamp, mitsg„s een bastaert slottentot met naame Daird. Dat voorm. Coenraad Feyt, voor dat hij Teit den dam hadde doorgestooken aan gem van Saak gevraagd hebbende. waarom hy van saak met de overige hebbende, niet heeft kunnen beantwoorden menschen 33 menschen aldaar met geweesen was gekoomen, eeven als of hy Feyt een moordenaar was, den selven geantwoord had: in Jou weg te boeren; op 't welk hij segt zou hebben hervat, waarom hy van Taak des vertoonders ordre niet observeerde en hem Feyt voor een oude schelm durfde schelden 't geen van Taak negeerende, de Twist tusschen henlieden zoo verre was gereesen, dat van saak voorsz Hendrik Seyt met de verkoerd in handen hebbende snaphaan gedreygd had de harsepan te zullen inslaan, als wanneer gem Hendrik Feijt van Taak met het vlak zyner kand een dusdanigen slag had toegebragt dat denselven ter aarde gevallen zinde hij feijte hem van Taak vervolgens het geweer had ontweldigt, dat van zeil zulx ziende, den haan overgehuuld en 't geweer gevield hebbende van hem Texjt Zou„ zijn toegesprongen, niet te vraagen: wat zagt gq. terwijl voorm. Pieter Loen bevreestge worden zynde gem van Zeel met een wandel stok gepoogd had 't gevelde geweer om hoog te slaan, dog dat hy denselven van zeel daar door op de mond had getroffen, zodanig dat denselven agter over met zijn hoofd op der klippen was gevallen, zulx hy Loen als toen voorsz van Zeel merde het geweerd had ontweldigt, waar na eevengem: van zael een mes zou hebben getrokken en hunt alle vervolgd, 't geen door voorsz Coenrand Peijl ontdekt hebbende; denselven zijn bij zig hebbende volk had toegeroepen gem van zeel van agteren te gripen, en 't mes te ontweldigen, zoo als het volk dan ook gedaan had, terwil voorsz: Hendrik Teyt zoo wel als voorsz Loen betuijgde dat voorm van saak en van Zeel beschonken waren geweest Dat intusschen voorm van Steenkamp daarop zig een wynig geretireerd hebbende na hem Hendrik Seyt met een kogel zouhebben geschoten, dog in stede van hem feijt te treffen de kirrij van den hottentot Hannis uijt de hand had geschoten 34 dat drie dagen daarna ofte op den 25 februarij voorsz door den veldwagtmeester Abra¬ ham de Villiers, aan den vertoonder toege sonden zinde een epen Cartabel van dikwils gem. van Paak de dato 13 Februarij voorsz geregt aan den burger Matthys de Kok om ten spoedigsten aan den veldwagtmeester tot veldwagtmeester en eijndelik aan den vertoonder; behelsende dat hy van saak nevens gem van Zeel door Coenraad Teyt en zijn slaaven zwaar gekwelst zynde om hulp versogt. — Dat den 27 der eevengem maand februarij ook door den pro Interim Fiscaal d'E Gabriel Exter aan den ondergetekende toegesonden zijnde eene missive van dato 23 daar bevoorens waarbij gevoegd een versoek schrift de dato 86 voorsz en dus drie daagen na dat hy van saak zijne letteren aanden vertoonder heeft. afgesonden gehad, van gem van Taaken van zeyl aan gem pro Jnterim Fiscaal geschreeven, om hun zaak aan te neemen, gesterkt met twee verklaringen NB door de byde klagers van Taak en van zeyl zelve verleend, behelsende de verklaring van van zaak en substantie: dat hy en voorsz van Zeel door den burger Ian Harmse Nieuwout versogt zynde na desselfs plaats te ryden om hem teegen alle geweld bijstand te doen, dat hy en van zeyl daarop den 12 feb: zulx willende bewerkstelligen van Coenraad Feyt Hendrik Tegt en twaalf Zwarte met verraad verrast zynde, hem door Tegt afgevraagd geworden was wat of hy daar quam doen, hy geant woord had, om het water te zetten na de ontfangene ordre, en dat daarop Hendrik Feyt en verder zyn bende met NB moord¬ knuppels heen geslaagen en zyn geweer ont noomen
English
had taken, while the aforesaid Pieter van Zeel posits in his statement that he, together with Jan Steenkamp and two Hottentots, as well as the slaves, having been commanded by the veldwagtmeester van Taak to assist him if necessity required, he, van Zeil, immediately having that followed by: that when van Taak was struck down there, Hendrik Feijt had asked him what he had to do with the water? That he having answered thereto that van Taak had taken him along to see if he, van Taak, had set the water properly, the aforementioned Feijt had replied to him: do you listen to him?, attacking him, van Zeyl, at the same time, so that he, van Zeijl, had then thrown Feijt to the ground, and thereupon was treated by Feijt just like van Taak, and his gun was taken from him. That further, on the 13th of the past month of March in the afternoon at three o'clock, having come from here to the exhibitor, the frequently mentioned veldwagtmeester Andries Willem van Taak and the burgher Jan Steenkamp, the same van Taak had complained about how he and Jan Steenkamp, as well as Pieter van Zeel, had been mistreated by Coenraad Feijt, his son Hendrik Feijt, and Pieter Loen, as well as some Hottentots and slaves; that even the aforesaid Pieter van Zeil was still lying severely ill in bed, yes, might even have already passed away; upon which complaint the exhibitor, having asked him, van Taak: whether he had received the exhibitor's letter of the 16th of January and had read that of the 29th following thereafter to Jan Harmse Nieuwout, the same answered yes; being further asked by the exhibitor why he had addressed an open paper containing the same aforesaid complaint to the exhibitor on the 13th of February, and on the 16th thereafter to the Fiscal pro interim with the same complaint and two statements attached, and had now again applied to the Cape to the said Fiscal pro interim, he attested to having signed both the statement and the letter of complaint without knowing the exact contents thereof, and to have addressed the Fiscal pro interim in order to obtain help more quickly if possible; the exhibitor thereupon confronting him, van Taak, as to why he had then addressed the exhibitor on the 13th of February and the said Fiscal pro interim on the 16th thereafter, and thus only three days later, the same repeated the statement that he did not know the exact contents of that letter of complaint, because he had still been lying in bed at the time, and had had everything written by another. That the exhibitor further asking him who had given him orders, with a loaded musket, not only for himself but even to command two other burghers to thus go up to inspect a dam where he was expecting his fellow burghers and fellow human beings, answered that he was not in the habit of going anywhere with a loaded musket, but indeed took a musket along when he went hunting, and that he had indeed commanded both the burghers van Zeil and Steenkamp to go along, but not to take their guns along; upon which answer of the aforementioned van Taak, the exhibitor let him go outside the room and let the aforementioned Steenkamp, who was in the front room, come inside, and the same being asked by the exhibitor who had given him orders to march upon Christians who were not guilty of any murder or manslaughter with a loaded gun and even to shoot at them, he, Steenkamp, said that van Taak had commanded him thereto, and that while Coenraad Feijt, Hendrik Feijt, Pieter Loen, and their people had so mistreated van Taak and van Zeil, and Hendrik Feijt had aimed the musket at him, Steenkamp, he had discharged his musket at the same, but had not hit him, although the aforementioned Feijt, pale with fright, had lain on the earth for fully a quarter of an hour. That the exhibitor, immediately thereupon having also called the aforesaid van Taak into the room, said to him: well, van Taak, Steenkamp says that you commanded him and van Zeel to go inspect the water while taking their muskets along, while the said Steenkamp immediately intervened, saying in substance to van Taak: well, uncle! You told me and van Zeel that we had to go along and take our muskets along; to which the frequently mentioned van Taak said: yes, that was done because so many came along; the exhibitor immediately thereupon having the messenger notify him, van Taak, that he is provisionally dismissed from his post, and had him hand over his Instruction on the 21st of the past month. That finally, having come to the exhibitor, the repeatedly mentioned Pieter van Zeil, making his complaint that he and Jan Steenkamp, having been commanded by the Veldwagtmeester van Taak to go and look at a dam made by the said van Taak, they had done so, and that on that occasion, the aforesaid Hendrik Feijt having asked him what he came to do there, and he having answered thereto that he was commanded by the veldwagtmeester, the aforementioned Feijt had said to him: do you listen to such a one, at the same time grabbing him, while in the meantime another had taken his musket from him, he had then attacked the same Feijt, upon which he, van Zeil, fell upon Feijt, and thus they had fallen to the earth together, so that he, van Zeil, was subsequently attacked from behind and beaten to such an extent that he received holes on his head and lost a front tooth from his mouth; requesting satisfaction from the exhibitor, to which the exhibitor having asked him, van Zeel: who had ordered him to march with a loaded gun upon both the aforementioned Feijts, they being his fellow burghers and Christians, and whether he himself did not know better that such could never be done except against vagrants and vagabonds who were also guilty of robbery, theft, murder, or manslaughter, and indeed not even then without the judge having granted an express decree thereto, he answered that van Taak had said that he, van Zeel, and Steenkamp had to take their muskets along. The undersigned exhibitor now believes he may reasonably trust that
Dutch transcription
35 noomen had, terwijl voorsz Pieter van zeel bij zijn verklaring poseerd, dat hij neevens Ian Steenkamp en twee hottenlotten mitsg„s de slaaven gecommandeert zijnde door den veldwagtmeester van saak om hem als de nood het verEyscht bystand te doen, laatende hy van Zeil terstond daarop volgen: dat toen van Taak aldaar needer gelegd was, Hendrik Teijl hem gevraagd had: wat hij met het waater te doen had? dat hy daar op geantwoord hebbende, dat hem van Taak meede genoomen had om te zien of hy van saak het water wel geset had voorm Feijt hem gerepliceerd had: wel luijstert gij na - hem, tostende hem van zeyl te gelyke tyd aan, dat hij van zeijl als toen fijt op de grond had geworpen, en daarop van Syt eeven zoo gehandelt als van saak, en zyn geweer ontnomen was. — Dat wijders den 13 der gepasseerde maand Maart 's namiddags om drie uuren van hier by den vertoonder gekoomen zynde, de meergem veldwagtmeester Andries willem van Taak en den burger Jan Steenkamp, deselve van Taak had geklaagd, hoedanig hy en Jan Steenkamp mitsgaders Pieter van Zeel door Coenraad Teyt, zyn zoon Hendrik Teyl en Pieter Loen, mitsgaders eenige hottentotten en slaaven was mis handelt, dat zelfs voorsz Pieter van zeil als nog zwaar ziek te bedde lag, Ja zelfs mogelyk reeds overleeden zon zyn; op welke klagte den vertoonder hem van Saak afgevraagd hebbende: of hy des vertoonders Lettere van den 16 Iann ontfangen en die van den 29 daar aan volgende aan Jan Harmse Nieuwout had geleesen antwoordede denselven van Ja„ verder door den vertoonder gevraagd zynde, waarom hy den 13 febry aan den vertoonder een open papier behelsende deselve voorsz klagte en den 16 daaraan aan den pro Interim Fiscaal 30 Fiscaal zig met deselve klagte niet bygevoegde twee verklaringen had geaddresseert en zig thans wederom aan de Caab by gem pro Interim vervoegd had. betuygde hy bijde en verklaring en beklagschrift alleen lyk geteekend te hebben zoude den positive inhoud daar van te weeten, en zig aan den pro interim Fiscaal te hebben geaddres seerd om zoo mogelyk spoediger hulp te verkrygen, den vertoonder hem van Taak daarop te gemoed voerende, waarom hy dan den 13 feb aan den vertoonder en den 16 daar aan en dus maar drie daagen laater aan gem pro Jnterem Fiscaal had geaddres seerd herhaalde denselven 't zeggen van niet den pasitiven inhoud van dat beklag„ schrift te weeten, want als toen nog te bedde geleegen, en 't een en ander door een ander te hebben laaten schryven. — Dat den vertoonde hem verders vragende wie of hem ordre had gegeven met gelaaden snaphaan niet alleen voor zig maar zelfs twee andere burgeren te Commandeeren — om dusdanig ter besigtiging van een dam alwaar hy zyn meede burgeren en eeven mensch verwagtend was, op of te gaan, maar wel meer een snaphaan meede te neemen wan¬ neer hy op de Jagt ging, en de byde burgeren van Zeil en Steenkamp wel gecommandeert te hebben om meede te gaan dog niet om hunne geweeste ren meede te neemen, op welk antwoord van evengem van Taak den vertoonder hem buyten de kaamer en voorm Steenkamp, die zig in 't voorhuys bevond, liet binnen koomen en denselven door den vertoonder gevraagd zynde, wie of hem ordre had gegeven op Christenen die zig aan geen. 37 moord of doodslag hadden schuldig gemaakt met gelaaden geweer af te gaan en zelfs op deselve te schieten, zynde hy Steerkamp, van saak hem daartoe gecommandeert te hebben, en dat terwyl Coenraad Teyt, Hendrik Feyt, Pieter Loen, en hun volk van Taak en van Zeil zoo mishandelt hadden en Hendk Peyl op hem Steenkamp, met de snaphaan aangeleid had op den selven zyn snaphaan losgetrokken, dog niet geraakt had, of schoon voorm. Teyt van Schrik verbleekt wel een quartier uur op de aarde had gele¬ gen. — Dat den vertoonder terstond daarop voorsz van Saak meede in de kamer geroepen hebbende, tot hem heeft gesegd: wel van Taak. Steen¬ kamp zegt dat gy hem en van zeel hebt gecommandeert om met meede neming hunner snaphanen 't water te gaan besigtigen, terwyl gem Steenkamp terstond daarop inviel, met substantieele aan van Taak te zeggen: wel oom! Jy hebtmi en van Zeel gesegt dat wij meede gaan en onse snaphanen moesten meede neemen, op 't welk dikwils gem van Taak zyde: Ja, dat is geschied omdat er zoo veele aanquaamen; hebbende den vertoonder hem van Saak terstond daarop door den boode laaten aanseggen, dat hij provisioneel van zyn post ontslaagen is, en hem zyne Instructie op den 21 der gepasseerde maand doen afgeeven. — Dat Eyndelijk by den vertoonder ge koomen zynde weergem Pieter van Zeil doende zyn beklag dat hy en Jan Steen „kamp door den Veldwagtmeester van Taak gecommandeert 38 gecommandeert zynde, om na een door gem van Taak gemaakte dam te gaan zien, zylieden zulx gedaan hadden, en dat by die gelegentheijd voorsz Hendrik Teit hem gevraagd hebbende: wat hy daar quam doen. en hy daarop geantwoord hebbende: door den veldwagtmeester gecommandeert te zijn, evengem Feil hem toegevoegd had: Luystert gy na zoo een teffens hem aangegreepen terwil een ander intusschen zyn snaphaan hem ontnomen had, hy als toen denselven Sy had aangetast, wanneer hy van Zeil op Teyt, en dusdanig zylieden by de op de aarde waaren gevallen, dat hij van Zeil vervolgens van agteren geattacqueerd en zodanig geslaagen was, dat hij gaaten op zyn hoofd bekoomen en een tand voor uyt zyn mond verlooren had; versoekende aan den vertoonder om Satisfactie, op 't welk den vertoonder hem van Zeël hebbende gevraagd: ure of hem gelast had op de beyde voorm Teyts als zynde zyne meede burgeren en Christenen met gelaaden geweer of te gaan en of hy zelfs niet beeter wist dat zulx nooit geschieden mogte, als op Land loopers, en vagabonden, die zeg teffens aan rooven, steele moord of doodslag hebben schuldig gemaakt, en wel nog niet eens zonder dat den regter daartoe een Expresse decreet zou hebben verleend. antwoorde hy dat van saak gesegd had, dat hy van Zeel en Steenkamp hunne snaphaanen moesten meede neemen. — De ondergeteekende vertoonder vermeend als nu met reeden te mogen vertrouwen dat „
English
that Your Honorable Esteemed Court, from all the foregoing, as being in accordance with the truth and that which is set down in the documents annexed hereto under Letters a B: C: D: E: F: G: H: I: K: L: M: N: O: S:, will be fully convinced that the first and primary cause of the entire incident, which, had the two Feyts on their part likewise armed themselves in such a manner and refused to listen to sound reason, could have had the saddest of consequences, can be attributed to none other than the field sergeant Andries Willem van Taak; who, not only on his own authority, could take it upon himself to march against the aforesaid Feyts, being his fellow citizens and Christians, with a loaded firearm, but even to command two other citizens, Jan Steenkamp and Pieter van Zeyl, to do so, which first-mentioned person then also finally discharged his loaded firelock at the citizen Hendrik Feyt, and which last-mentioned person, after his firearm was wrenched away, drew his knife and advanced upon both Feyts and Loen, and which both of them, Steenkamp as well as van Zeyl, without the aforesaid van Taak having properly legitimized himself to them as being qualified to give such an order, ought never on such a loose basis to have obeyed and executed such an order as van Taak had given them. That by issuing such an illegitimate order, and by the assistance and execution thereof, the commonwealth would soon be exposed and risked to the malice and cruelty of some willful people; and that those who have made themselves guilty thereof ought to be punished as disturbers of the public peace and violators of law, liberty, and safety; the petitioner, for the continuation of these proceedings, also finds himself obliged to request from Your Honorable Esteemed Court the necessary authorization. Wherefore the undersigned Officer of Justice takes the liberty of turning to Your Honorable Esteemed Court, requesting that Your Honorable Esteemed Court, because of the distant location of the residences of the aforesaid persons, may be pleased to grant to him, the Officer of Justice and petitioner, a missive or mandate whereby the same aforementioned Field Sergeant Andries Willem van Taak, together with the citizens Jan Steenkamp and Pieter van Zeijl Pieterszoon, are summoned for a certain day to be determined, in order to appear in person before this Noble Honorable Court, to the end of hearing such criminal claim as well as request or requests as the Officer of Justice and petitioner shall deem advisable against them, To the Honorable Esteemed President and Court of Justice of the Castle of Good Hope Which doing etc. was signed H: L: Bletterman in the margin: delivered in the Court of Justice at the Cape of Good Hope, the 20th of April 1786. Whereupon the Court thought fit to keep this matter under advisement until the documents shall have been circulated and read. After which the following memorial was submitted by the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, to the Honorable Esteemed Gentleman and Gentlemen: Shows with due respect the undersigned Fiscal pro interim Gab. Exter. That upon the memorial respectfully submitted under the 6th of this month by the Officer of Justice and petitioner concerning the assistant appointed here, Marinus Simon van Cruyselbergen, and the young sailor Philippus Bos, with its accompanying inquiries, pursuant to which the said persons have fallen under great suspicion of being the makers of a quantity of counterfeit paper and parchment money, and the request made concerning this, to make and take against them, to reply thereto, and further to proceed as according to law. and from Your Honorable Esteemed Court, as appears from your resolution of the said date, a search of their lodgings and goods having also been granted, such search was not only immediately carried into execution in the presence of the Gentlemen Commissioners from this Honorable Court, but also the further investigations tending to the examination of this act have been continued up to the present. That from these investigations it comes to appear that 1. the corpus delicti, the counterfeit money, truly exists to the sum of 620 rixdollars; that 2. this sum originated from the hands of the above-mentioned van Cruyselbergen, and that 3. he, Cruyselbergen, can in no way with any ground state from whom he received this counterfeit money; as is further clearly evident from the annexed documents and particularly from his given answers, which indications are certainly of the greatest weight and gravity, but that the same can be regarded as nothing other than remote indications, and the further proofs and direct indications being lacking, such as that there are no witnesses who testify directly against the accused, and also upon search or otherwise nothing was found that would prove that he is the maker of the counterfeit money, they are not of such a nature that, in the absence of his own confession, one can proceed extraordinarily against him and move on to a sharper interrogation. That due to the lack of the aforesaid direct proofs and indications, the Officer of Justice and petitioner, subject to correction, nevertheless considers this matter to be qualified to be admitted to ordinary proceedings, and therefore has deemed it best that the obtained documents and inquiries
Dutch transcription
39 dat UWelEd agtb uyt al het voorenstaande, als Conform de waarheid en de deesen aean „nexeerde documenten sub L„a a B: C: D: E: F: G: H: T: K: L: M: N: O: S: ter needer gestelde ten vollen overtuijgd zullen zyn, dat de eerste en voornaamste oorsaak van 't geheel geval, 't welk ingeval men van den kant der byde Feyts zeg eeven en in diervoegen gewaperd en geen gesonde reeden plaats had willen geenen, van de allerdroevigste gevolgen had kunnen zyn, aan niemand anders kan worden toegeschreeven als aan den veld wagtmeester Andries Willem van Taak; die niet alleen uyt eygener auchoriteyt voor zig zelve heeft kunnen goedvinden met gelaaden geweer op de voorsz Teyts als zynde zyne meede burgeren en Christenen af te gaan maar zelfs daartoe nog twee andere burgeren Ian Steenkamp en Pieter van Zeyl te Commandeeren, welk eerstgemelde dan ook finaal zijn gelaaden snaphaan op den burger Hendrik Peyt leef Losgetrokken en welk Laatstgem, na dat zyn geweer ontweldigt was het mes getrocken en op de byde feyts en Loen is afgegaan en welk byde zoo wel steenkamp als van zeyl zonder dat voorsz van Taak tot eene diergelyke ordre gequalificeert te zijn zig, behoorlyk by hun had gelegitimeerd nemmer op een diergelyke Lossen voed hadden behooren op te volgen en ter executie te brengen eene diergelyke ordre als van saak hun had gegeven. Dat door het verleenen van diergelyke ongelegitimeerde ordre, en door de adsistentie, en executie van deselve spoedig het gemeene best 40 best zou worden bloot gesteld en geresqueerd aan de quaadaardigheyd en vrreedheyd van zommige moedwillige menschen; en dat de zulken die zig daar aan hebben schuldig ge„ „maakt als stoorders der gemeene ruste en schenders van regt, vryheyd en Vylig¬ „heyd behooren te worden gestraft; de ver „toonder tot het voortzetten van deselve proceduures zig ook verpligt vind van uW Ed agtb de nodige qualificatie te moeten versoeken. — Mits welken de vertoonde R O de vryheyd neemd hem te keeren tot uw Ed agtb versoekende dat UW Ed agtb: vermits de verre af gelegendheyd der woonplaatsen van voorm. persoonen aan hem rat off vertoonder gelieve te verleenen manda Missive waarby ment deselve meergem Veldwagt¬ meester Andries Willem van Saak mitsgaders de burgeren Jan Steenkamp en Pieter van Zeijl pietersz teegen zeekere te bepaalene daage worden gedagvaart, omme in persoon te Com¬ pareeren voor deesen Edelen Agtbaaren Raade, ten Eynde te aanhooren zodanige Crimineelen Eijsch mitsgaders versoek ofte versoeken als de Rat off: vertoonder te raade werden Zal Jeegens hunlieden 41 T welk doende etc: /:was getekent/ H: L: Bletterman /in margine:/ overgegeven in raade van Justitie aan Cabo de goede Hoop den 20 april 1786— Waarop de Raad heeft goedgevonden deese zaake en advijs te houden tot dat de stucken zullen zijn rondgeleesen. — Waarna door den pro Jnterim Fiscaal dE Gabriel Exter het volgende vertoog wierd ingediend aan Wel E agtbaare Heer en Heeren Eerbied den onderge¬ Vertoond met den schuldigen „tekende pro Jnterim Fiscaal Gab. Exter. — Dat op van den RO vertoonder ten opzigte, van den alhier beschydenen adsistent Marinus Simon van Cruyselbergen, en den Iongmattroos Philippus Bos, onder den 6 deeser Eerbiedig ingediende vertoog met desselfs enquesten, ingevolge welker gem persoonen onder groote suspice zyn koomen te leggen van te zijn au„ theuren van een menigte valsche papiere en Bergamente munte, en hier omtrend, gedaane versoek Aan den WelEd agtb Heer praesident en raade van Justitie des Casteels de goede Hoop /onderstond/ hunlieden te doen en te neemen daarop te antwoorden en voorts te procedeeren, als na regten. . vand 42 van UWE agtb blykens welderselver besluyt van gemn dato zynde meede geaccordeert geworden, visitatie van derselver Logis en goederen zulke visitatie niet alleen ten overstaan van Heeren gecommitteerdens uyt deesen E agtb raade dadelyk ter uytvoer gebragt, maar ook de verdere im formatien tot ondersoek van dit feit strekkende tot heer toe zyn gecontinueerd geworden. — Dat uyt deese informatien komt te Consteeren dat 1:/ het Corpus delicti, de Valsche munte wesendlik existeerd ter somma van rd„s 620: — dat 2: deese somma uijt handen van den bovengem van Cruyselberg afkomstig is, en dat 3. / hy Cruyselberg op geenderlijwyse met gronde kan aangeeven van wien hy dit valsche geld ontfangen heeft; gelyk zich nader uyt de geannexeerde documenten en byzonders uit desselfs opgegevene responsiven duydelyk, komt te blyken, welk indicia zeekerlyk van 't grootste gewigt en graverend zyn, dog dat deselve niet anders als indicia remota kunnen aangesien worden, en de nadere bewysen en Indicien ontbreekende, als dat er geen getuijgen direct „telyk teegens den beschuldigde verklaaren, en ook by visitatie ofte andersints niets is gevonden geworden, dat bewysen zal dat hy den Autheur van de Valsche meite is, niet van dien aart zyn om by gebrek van eygene Confessie extra ordinair teegens denselven te kunnen procedeeren, en tot een schepper examen over te gaan. Dat weegens gebrek van gesz directe bewijsen en indicien, de RO vertoonder deese zaake /:onder Correctie / eeven zoo, men vermeend gequalificeerd te zyn, om in 't ordinaire proces ontfangen te worden, en dierhalven voor best heeft geoordeelt de ingewonne stulken en enquesten
English
inquests, of which one deposition by the bookkeeper Goets, due to illness, and another by Mr. Onderdewyngaard, who has in the meantime departed for Batavia, have remained unverified, hereby humbly delivering them into the hands of Your Honours with a no less humble request that it may please Your Honours to decide provisionally or otherwise in this matter as Your Honours shall deem appropriate. Underneath was written Which doing, was signed G Exter, and in the margin: presented in court the 20th of April 1786. The contents thereof having been deliberated upon, the Council keeps this matter under advisement until the documents have been read around and the still unsworn deposition has been verified and sworn. Furthermore, the Honourable President made known that the previous evening there had been delivered into His Honour's hands, on behalf of the arrested Van Cruyselberg, a letter addressed to His Honour, which, after reading, ran as follows: My detention preventing me from coming to present this enclosed petition in person, I take the liberty of sending this enclosed to Your Honour, requesting that it may be brought before the table of the Honourable Council of Justice at the first session and that a resolution be taken thereon, while requesting a favourable apostil upon the same, he who has the honour to call himself with respect, Underneath was written Right Honourable Sir, lower, Your Honour's most humble servant, was signed M: S V Cruyselbergen, and in the margin: at the Spekkamer in the Castle of Good Hope, the 18th of April 1786. His Honour found within it a petition from the said Van Cruyselberg to this Honourable Council, which was of the following content: To the Right Honourable Pieter Hacker, President, together with the Honourable Council of Justice of the Cape of Good Hope. Respectfully shows Marinus Simon van Cruijselbergen, assistant in the service of the Honourable East India Company, stationed here at the Political Secretariat, but presently detained in the Castle: That he, the petitioner, on the 31st of March of this year, went to the pro interim Fiscal of this government, named Gabriel Exter; That he, the petitioner, handed over to him six pieces of parchment currency, which had been handed to him, the petitioner, earlier that same day by the bookkeeper Goets, with the addition that he had received them from him, the petitioner, and that the said currency had been found to be counterfeit; That he, the petitioner, thereupon requested the said pro interim Fiscal to make the necessary investigations in this regard, and was asked by him whether he did not know from whom he had received them; That he, the petitioner, answered thereto that he could not yet say so positively, but certainly had strong suspicion, yet that one must be cautious in such an accusation, but at the same time had deemed it necessary in the beginning to stop that circulation, and now that he had heard that they were counterfeit, he did not wish to deceive other people with them as he had been deceived, but that he, the petitioner, would come to speak further with the said Fiscal the following day; That he, the petitioner, thereupon departed, and the next morning, the 1st of April of this year, having been summoned by the head of police Claassen to the Honourable Governor, immediately obeyed the said order, and upon his arrival there was commanded by His Honour to submit himself to arrest in the main guardhouse under the escort of officer Mulder, then present, until further orders; That he, the petitioner, that same afternoon, before commissioners from Your Honourable assembly, was interrogated on certain articles by the Secretary of Justice, Mr. Van Aerssen, upon the requisition and in the presence of the said pro interim Fiscal G Exter, and that he, the petitioner, after the interrogation had taken place, remained imprisoned until Thursday evening, the 6th of April; That he, the petitioner, having been detained there so long to his surprise, had to experience with the utmost astonishment and to his greatest indignation that he, the petitioner, although being conscious of no wrongdoing whatsoever, was fetched like a criminal by a sergeant, corporal, and eight soldiers provided with live-loaded muskets, and transported to the Lord's Stone, or the jail, and was searched by the provost Mattheysen to see if any weapon could be found on him; That he, the petitioner, was thereafter placed in a room without any access, and thus criminally, since not only was he, the petitioner, deprived of everything as is usual in such a case, but what is more, had to resign himself to going to sleep without food; That he, the petitioner, had to spend a most unpleasant time in that prison, which is so disgraceful for a respectable man, through which his health would certainly have been able to suffer much, and such surely would also have been the consequence if he had not, on the following Monday, unexpectedly been transferred once again by an escort of two non-commissioned officers and eight soldiers to the so-called Spekkamer in the Castle of Good Hope; That he, the petitioner, has thought maturely within himself about this occurrence, and to him, the petitioner, as being somewhat knowledgeable in the law, as he humbly trusts, this manner of treatment appeared most strange of all, as contrary to all law, equity, and manner of proceeding; That he, the petitioner, must himself presume that it was also regarded as such by Your Honours, since he, the petitioner, by the transfer from the aforesaid place to his present place of arrest, although without access and thus in this case criminally, in other respects, however, as by the granting of light, pen, paper, and ink, seems to be detained civilly once again; That he, the petitioner, by this being granted, sees himself enabled to bring his innocence to the attention of Your Right Honourable and Honourable Sirs by petition.
Dutch transcription
43 enquesten waar van eene verklaring van den boek houder Goets, weegens ziekte en een ander van den naar Batavia intusschen vertrokkenen M„r Onderdewyngaard ongerecolleerd zyn gebleeven mits deeser eerbiedig te Leeveren in handen van UWE agtb met niet mender eerbiedig versoek, dat het UWE agtb behaagen mooge, hier omtrend zodanig by provisie of anders te besluyten als UW Ed agtb zullen vinden te behooren. /onderstond/ T welk doende /:was getekent/ G Exter /en margine:/ erhebitum in Iudicco den 20 april 1786— Over welkers inhoud gedelibereerd zynde houd de Raad deese zaak en advys, tot dat de stukken lond geleesen zullen zyn en de nog onbeëedigde ver klaring gerecolleerd en beEedigt. Wyders gaf de E agtb Heer Praesident te kennen dat zyn E agtb des avonds te vooren uyt Naam van den gearresteerden van Cruyselberg inhandigt was een brief, aan zyn E agtb geaddresseert, na welkers lectuure dies luydende Myne distentie my verhinderende dit inleggende „ request in persoon te koomen aan bieden neeme ik de vryheyd deesen geincloseerd aan UWelEd „ agtb te doen geworden met versoek het zelve by de eerste Lessie ter tafel van den E agtb „raad van Justitie te willen brengen en daarop „ te resolveeren — Terwyl een gunstige apostille „ op deselve is versoekende, die geene die de „eer heeft zig met eerbied te noemen /onderstond/ WelEdele agtb Heer /Lager/ UWEd agtbootm: WelEdele agtbare Heer dien: ke delyk maken heer ene 44 den /:was getekend:/ M: F V Cruyselbergen /en margine:/ op de Spekkamer In't Casteel de goede Hoop den 18 april 1786 — E agtb in deselve vond een request van gem van Cruyselberg aan deesen E agtb: Raade 't welk van de volgende inhoud was. — Aan den WelEdelen agtb Heer Pieter Hacker praesident benevens den Edelen agtb Raad van Justitie van Cabo de goede Hoop. — Geeft reverentelyk te kennen Marinus Simon van Cruijselbergen, adsistent in dienst der EO Indische Compagnie ter Politicque Secretarie alhier bescheyden dog thans gedetineerd in het Casteel: Dat hij supp„l zig op den 31 Maart deeses Jaars heeft vervoegt by den pro Interim Fiscaal deeses gouvernements met Naame Gabriel Eeter Dat hij supp„t aan denselven heeft overgegeven Zes stucken perchamente munt welke voor den boekhouders Goets dienselfden dag aan hem Suppliant waaren ter hand gesteld met byvoeging deselve van hem supp te hebben ontfangen, en dat gem munt was bevonden valsch te zijn. Dat hi suppliant gem pro Interem Fiscaal daarop heeft versogt de nodige recherches hier omtrend te doen en door den selven is gevraagd, of niet wist van wien deselve te hebben ontfangen. — zyn - 45 Dat hi suppt. hier op heeft geantwoord zulx nog niet positief te kunnen zeggen, dog wel ve „hemente Suspicie te hebben, dat men egter in zodanige beschuldiging voorsigtig zyn moest, maar teffens noodig had geoordeelt in den beginnen dien Loop te moeten sluijten, en nu hy gehoord had, dat deselve Valsch waaren geen andere luyden daarmeede wilde bedreegen zoo als hy bedroogen was, dog dat hij Suppliant des anderen daags gem fiscaal nader zoude koomen spreeken. Dat hy supp„t daarop is weggegaan en den morgen daaraan den 1 april deeses Jaars door den boofde van politie Claassen by den Edelen Heer gouverneur ontbooden zynde, direct aan gem ordre heeft geobedieert en by zin komst aldaar door zyn Wel Ed Gestr wierd geordonneert, zig onder geleyde van de toen tegenwoordig zynde officier Mulder tot nadere ordre in de hoofdwagt in arrest te brengen Dat hij Suppliant dien zelfden nademiddag ten overstaan van heeren gecommitteerdens uyt Uwe WelEd. agtb vergadering door den Secretaris van Justitie de Heer Van Aerssen ter requisitie en in 't byweesen van gem pro Jnterim Fiscaal G Exter op eenige articulen is ondervraagd en dat hy Suppliant na gedaane verhoor tot Donderdag avond den 6 april heeft gevangen geseeten. — Dat hi supp„t tot zyne bevreemding aldaar zoo lange gedetineerd zynde met de uyterste ver baastheyd en tot zyn grootste verontwaardiging heeft moeten ondervinden dat hy supp„ hoe wel lig zelfs geen kwaad bewust als een Cremineel door een Sergeant, Corporaal en agt soldaaten met scherp gelaaden geweeren voorsien is afge „haald en getransporteerd, na 's Heeren steen, of de tronk en door 'S heeren geweldiger Mattheysen gevisiteerd of ook eenig scherp by hem was te vinden — Dat 0 46 Dat hij supp, daar na, op eene kamer is gebragt buyten eenig acces en dus Crominaliter dewyl hem Supp„ alles in zol een geval gewoonlyk niet alleen is onthouden maar wat meer is zig heeft moeten getroosten zonder eeten te gaan slaapen. Dat hij Suppt in die voor een fatsoenlyk man zoo fletrissante gevangenis eene aller onaangenaamste tyd heeft moeten doorbrengen waart door zeeker zyne gesondheid veel zouden hebben kunnen lyden en zulx geuis ook het gevolg zoude zin geweest indien des maandags daaraan volgende niet wederom op het onver wachts door eene escorte van twee onderofficieren en agt Soldaten nu de zogenaamde spekkamer in het Casteel de goede Hoop was overgebragt geworden. Dat hy Suppliant over dit voorgevallene rypelyk by zig zelven heeft gedagt en hem supp„ /: als den Regten zoo hy eerbiedig vertrouwd een wynig kundig :/ deese manier van behandeling alles vreemst is voorgekoomen, als strydig teegen alle regt, billykheyd en manier van procedeeren, Dat hy suppliant zelve moet veronder „stellen zulx ook als zodanig by UEd agtb te zyn opgenoomen, dewijl hy Supp„ door 't transporteeren van voorm plaats na zyn teegen woordig arrest, hoewel buyten acces en dus. in dit geval Criminaliter, in anderen gevalle egter als door het toestaan van ligt, per papier en inkt wederom Cwiliter Schynd te werden gedetineerd Dat hij supp door dit geaccordeerde zig in de mogelijkheid ziet gesteld zyn onschuld by requeste onder het oog van Uwe WelEdele agtb Heer en Edele agtbare Heeren te kunnen brengen
English
47 That he, the petitioner, can completely clear himself of the crime unjustly imputed to him by the fiscal office, and is thus certain that he has not done the least thing for which he rightly, be it said with respect, should or could be deprived of his liberty any longer, and for which his good name would remain stained. That he, the petitioner, therefore also, being convinced of the equity and fairness of an enlightened court, firmly trusts that the petitioner, to whom his honor, good name, and reputation are dearer than life and are thus completely stained by this course of action, shall soon be freed from his detention, which is contrary to all law, by means of a release. Wherefore the petitioner turns to Your Honorable Worship and Honorable Worships, humbly requesting and in no way doubting that Your Honorable Worships will see fit and provide, in case Your Honorable Worships after mature examination find him, the petitioner, as he reasonably trusts, innocent, to have it directed that he, the petitioner, reserving all other action, be brought home again in such a triumphant manner as he, the petitioner, was transported hither in the arrest that is grievous and injurious to him. Below stood: Which doing, etc. Was signed: M S Van Pruiselbergen Whereupon it was approved to add this petition to the above-cited memorial and the further documents of the pro interim Fiscal relative to this matter. 2 Lastly, was submitted by the sworn clerk of this council, Sr. Rijno Johannes van der Riet, by virtue of the qualification granted to him for and on behalf of the Landdrost of Swellendam, the gentleman Constant van Nult Onkruyt, the following memorial: To the Honorable Worshipful Gentleman Pieter Hacker, President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of this government. Honorable Worshipful Gentleman and Honorable Worshipful Gentlemen, Shows with deep respect the undersigned sworn clerk of Your Honorable Worshipful Council, and officially qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, Constant van Nult Onkruyd: That some time ago, by the said Sr. Onkruyt of Zwellendam, there was sent here in custody a certain Bushman Hottentot named Kleynveld, who had been apprehended at Swellendam for the commission of some misdemeanors, mainly consisting of doing some violence at the place of the burgher Laurens Erasmus, accompanied by cattle theft and other irregularities. That 48 49 That the said Sr. Onkruyt had the aforementioned Bushman Hottentot Klynveld heard in the meeting of the Heemraden at Swellendam through the interpretation of the Hottentot woman Caatje, as appears from the extract from the minutes of the date 26 October 1785 annexed hereto, and which interrogation was arranged in that manner by the said Sr. Onkruyt because he feared that there would be no one here who understands the Bushman language, as experience has also taught the undersigned in his capacity, which is also the reason why he, the memorialist, actually had to be content with that interrogation, and to which he takes the liberty, for the sake of brevity, to refer. That it appeared to the memorialist in his capacity that the act committed by the prisoner Kleynveld, under respectful correction, is not of such weight as to proceed against him extraordinarily, the more so because there is no evidence at hand that fully proves the fact, and his prolonged detention can already be considered as a punishment, and thus can serve as a provisional mitigation; however, on the other hand, he hesitates to set him at liberty, since sad experience has taught all too often that such vagabonds, when they obtain the opportunity again and gain their free will, then proceed to worse misdeeds; therefore, it is that the memorialist in his capacity takes the liberty very humbly to request Your Honors that it may please them provisionally to place the said Bushman Hottentot Kleynveld on Robben Island until such time as further evidence shall have come to hand, 50 which will be able to convict the said person of having merited heavier punishment, or else to dispose thereof as Your Honorable Worships shall find proper in your wiser judgment. Which doing, was signed: R. J. v. d. Riet, in capacity. In the margin: Exhibited in court on 20 April 1786. Which having been read, and the circumstances of the case being taken into consideration, the following disposition was made thereon: The Council grants the Landdrost his request made to place the Bushman Hottentot on Robben Island, until such time as further evidence shall have come in. Cape of Good Hope, day and year as above. Below stood: In my presence, signed: C: van Aerssen. 1786. Thursday the 4th of May In the forenoon, present the Honorable Worshipful Gentleman Pieter Hacker, President, and all the members except the gentlemen Neethling and van Sittert, both due to occupation. Was submitted by the sworn clerk of the Honorable Worshipful Council of Justice, Sr. Rino Johannis van der Riet, by virtue of the power of attorney granted to him by the Landdrost of the Colony of Zwellendam, the gentleman Constant van Nult Onkruyd, the following memorial: To the Honorable Worshipful Gentleman Pieter Hacker, President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of this government. Honorable
Dutch transcription
47 Dat hij supp„t„ van den misdaad door het office fiscaal hem ten onregten geimputeerd zig volkoome zuyver kond en dus verseekert is niets het minste gedaan te hebben waar over hy met regt /het zy met eerbied gesegd/ van zyne vryheyd langer zoude moeten of kunnen verstooken zyn en zijne goede naam hier door bevlekt bleven. Dat hi supp„t daarom ook van de acquiteijt en billykheyd van eenen verligte vierschaar overtuijgd zijnde, vastelijk vertrouwd dat de supp„ wien zyn Eer goede Naam en faam derbaarder is als het leeven en dus door deese handelwys gantsch bevlekt is, uyt zyne teegen alle regten strydende detentie, wel ras door eene largatie zal werden bevrijd Weshalven den Supp, zig keerd tot Uwe WelEdele agtb Heer en Edele agtbaare Heeren Tootmoe „ddiglyk versoekende, en hier aan geensints twyf „felende dat UwelEd agtb zullen goedvinden en voorsien ingevalle UEd agtb na ryp exame hem Supp„t (zoo als hy billik vertrouwd:/ on schuldig vinden, het daar heen te laaten deze „geeren dat hy Suppt gereserveert alle andere actie, in eenen zodanige truimphante manie wederom werde na huijs gebragt als hy suppt in't voor hem grevend en lasief arrest her „waards is overgevoerd. — /onderstond/ 'T welk doende etc /:was getekend/ M S Van Pruiselbergen Waarop is goedgevonden dit request te voegen by t bovenaangehaalde vertoog en de verdere stucken van den pro Jnterem Fiscaal tot deese zaak relatief.— e 2 Laastelijk wierd door den gehoore Clercq deeses raade S. Rijno Johannes van der Riet uyt hoofde der op te verleedene qualificatie voor en van weegens den Landdrost van Swellendam de heer Constant van Nult Enkruyt ingediend het volgende vertoog Aan den WelEdelen agtbaaren Heere Pieter Hacker praesi „dent beneevens den E agtb Raad van Justitie deeses gouver nement. — WelEdele agtbaare Heer en EE agtb Heeren Vertoond met diepschuldigen eerbier den onder geteekende geswoore Clercq Uwer WelEd agtb raade, en officie gequalificeerd ter waarne minge der Zaake van den Landdrost van Smellendam Constant van Nult Onkruyf Dat voor nu eenigen tyd geleeden door gem S„r Onkruyt van Zwellendam alhier in hegtenis opgesonden zynde zeekere bosjesmans hotten tot in Naame kleynveld dewelke over het pleegen van eenige wanbedryven voornamentlyk bestaande in 't doen van eenig gemeld ter plaatse van den burger Laurens Erasmus verseld met vee diefte en andere ongeregeldheeden meer op & wel „lendam was geaprehendeert geworden. — Dat 48 49 Dat gem Sr. Onkruyt de voorsz bosjesme hottentot Klynveld in vergaderinge van Heemrade tot Smellendam by vertolking van de Hottentottinne Caatje hebbende laaten hooren blykens het extract uijt de notulen de dato 26 October 1785 hier aangeannexeerd, en welk verhoor door gemelde S„r Onkruyt in diervoegen is ingedaant rigt geworden vermits denselven bedugt was, dat er alhier niemand zoude zyn die de bosjesmans taal verstaan, zoude gelyk de ondervinding den ondergeteekende qq zuls ook heeft doen leeren, dat ook de reeds is waaromme hy vertoonder zigentelyk met dat verhoor heeft moeten te vreeden houden en waaraan hy de vryheyd neemd zig kortsheyd halve te refereeren. - Dat de vertoonde qq 't feyt door de gevangene kleynveld gepleegd. / onder eerbiedige Correctie:/ voorgekoomen is, niet te zyn van dat gewigt om teegens deselve extra ordinair te proce deeren, te meer, daar er geene bewysen voor handen zyn, die het feyt ten vollen, probeeren, en zyne Langdurige detentie reeds als eene straffe kan werden geconsidereert, dus tot eene provisioneele miligatie kan verstrekken, egter aan dien kant om denselven op vrye voeten te stellen hasiteerd, daar de droevige ondervinding zulx te meermalen geleeft heeft, dat diergelyke vagabonden zoo wanneer zi weeder de oliagie krypen, en hun vryen wil erlangen, als dan tot erger euveldaaden over¬ „gaan dierhalven is 't dat de vertoonder 97. de vryheyd neemt UWel Edele zeer ook moedig te vervsoeken, dat 't van derselver wel behaagen & zyn mooge de gem bosjesmans hotten tot kleynveld by provisie te plaatsen ten robben Eylander tot leyd en wilen, nadere bewysen aan raade te tenis tot en aande handen 50 handen zullen gekoomen zyn, die den gen zal kunnen overtuigen zwaardere straffe te hebben gemeriteerd, dan wel daar over zodanig te pegeeren als uwelEdele agtb in wijser oordeel bevinden zullen T welk doende /was, getekent/ H S: V: d. Riet, qq /in margine/ Exhabitum in Iudicio den 20 april 1786 Het welk geleesen zynde, en den toedragt der zaak en aanmerking genomen, is daarop het volgende dispo„ sitief gevallen. — De raad accordeert den Landdrost zyn gedaan, versoek om den bosjesmans hottentot te plaatsen op 't Robben, Eiland, tot tyd en wylen er nadere bewysen zullen zyn ingekoomen Cabo de goede Hoop diet et anno ut Supra /Lager my praecent /getekent/ C: van Aerssen. 1786. — Donderdag den 4 Mey 's voordemiddags preesent den E agtb Heere Pieter Hacker, preesident en alle de reeden demptis de Heeren Neethling en van Sittert byde by occupatie wierd door den geswoore Clercq des E agtb raads van Justitie Sr Rino Johannis van der Riet uyt kragte der op hem verleedene procuratie van den Landdrost der Colonie Zwellendam de heer volgende vertoog Constant van Nult Onkruyd ingediend het Aan den WelEdele agtb Heere Pieter Hacker, praesident benevens den E agtb raade van Justitie deezes gouvernements Vel te behooren. /onderstond
English
Right Honourable Sir, Honourable Gentlemen. Bound in dutiful respect, the undersigned sworn Clerk of Your Right Honourables, qualified to attend to the affairs of the Landdrost of Swellendam, the gentleman Constant van Nult Onkruyt, represents: That some time ago, the farmer Barend Hendrik Bouwer in Swellendam sent into custody certain Hottentot women by the names of Grietje, Flora, and Truij; the first two of whom, according to the claim of the said Bouwer, were supposed to have made themselves guilty of mixing poison with the intention of killing him, Bouwer, or one of his household; and that he, Bouwer, having had the said two Hottentot women punished for this, together with and alongside the Hottentot women Zara and Lys, they had then also fully confessed, with some circumstances, that to that end they had put that poison into a bottle of wine; and finally that the two last mentioned, Zara and Lys, died that night from drinking water, as his account annexed hereto sub Lit. A, passed in Swellendam, dictates. That the Landdrost having thereupon sent the said three Hottentot women here in judicial custody, the undersigned made all possible inquiries in order to see whether the three said Hottentot women might not contradict themselves in their answers, since they persisted in the negative: that they had not known of the mixing of poison before and until their master, the said Bouwer, knew of it and had had them punished alongside the two girls who were put to death, otherwise they would not have failed to bring it to light, but rather that the other already deceased Zara and Lys had put this into effect, just as the first three mentioned have not only confessed this extrajudicially, but also fully when they were interrogated before the commissioners from this Honourable Council, as well as that the two said deceased, Zara and Lys, died not from drinking cold water, but indeed from the excessively severe beating and the extreme ill-treatment, not the night after, but immediately after receiving the blows. Which ill-treatment consisted principally in binding their hands together, subsequently in hoisting them up to one of the beams of the dwelling-house by those bound hands, and finally in beating them with a sjambok, which beating was carried out in turns: now by him, Bouwer, now by a Hottentot; and whenever it was noticed that such an abused person fainted, she was let down and sprinkled with water, and if such a person then came to again, she was hoisted up again; until finally the one was let down dead, and the other practically breathless, yet remained alive until near the straw hut, when she also died while being carried thither, while the remaining two still living, Grietje and Flora, were still able to show the marks of that ill-treatment to the Commissioners who were present at the interrogation, as appears from the interrogations annexed hereto. That such ill-treatment, which is not only directly contrary to all good order, but also against the duties as a human being and especially as a Christian, requires a rigorous administration of punishment; therefore, the undersigned takes the liberty to turn to Your Right Honourables, humbly requesting a decree from Your Right Honourables whereby the same Barend Hendrik Bouwer, because of the great distance of his dwelling place, may be summoned in person by letter under the Council's seal, in order to hear such criminal claim and request or requests as the undersigned in his capacity shall think fit to make against him, Bouwer, to answer thereto, and further to proceed as by law. And since the undersigned declares that he can institute no action upon and against the three aforementioned Hottentot women concerning the cited accusations, he very humbly requests that it may please Your Right Honourables provisionally to place the three aforementioned Hottentot women in the Honourable Company's slave lodge, so that, after the said Bouwer shall have been heard on interrogatories and confronted with them, they can be set at liberty again; whilst the undersigned, subject to correction, maintains that before the said Bouwer appears, considerable time may yet elapse, and the said Hottentot girls, since no guilt is found in them, cannot remain in a closed custody any longer to the ruin of their health; or otherwise to dispose of this as well as of the first-made request in such manner as Your Right Honourables in your wiser judgment shall find to be proper.
Dutch transcription
WelEdele Agtbaare Heer E agtbaare Heeren. Verboond met pligtschuldigen Eerbied den onderge tekende geswoore Clercq Uwer WelEd agtb, gequalificeerd ter waarneminge der zaaken van den Zanddrost van Swellendam de Hee Constant van Nult Onkruyt Dat voor nu eenige tijd geleeden, door den Landbouwer Barend Hendrik Bouwer te Zwellendam in hegtens gesonden zynde, zeekere slotten tot uunnen en Naame Grietje, flora, en Truij, welke, twee eerstgem volgens voorgeeven van gem bouwer zig zouden hebben schuldig gemaakt aan „ vergift menging met intentie om hem bouwer ofte een zyner huysgenooten om 't Leeven te brengen; en dat hy bouwer, daar over gem twee Hottentottinnen met ende benevens wet ende benevens de Slottentottinnen Lara en Lys hebbende doen afstraffen, zyt dan ook volmondig met eenige omstandigheeden hadden beleeden dat zy dat gif ten dien Eynde in een boddel wyn zouden gedaan hebben, en eyndelyk dat de twee Laatstgem Zara en Lys dien nagt daar het water drinken, gelijk zulx zijn relaas sub & A: deesen annex te Zwellerdam verleeden komt te dicteeren. — Dat den Landdrost daarop gemelde drie hottentottinnen na herwaards in regtens hebbende opgesonden, de ondergeteekende alle mogelijke perquisitien heeft gedaan ten eynde te zien, of de drie gem Slottentottinnen mogelyk in hunne antwoorden niet contrarieeren zouden, vermits deselve by de negative bleeven 3 52 bleeven persisteeren van de vergifmenging niet te hebben geweeten, voor en aleer haarlieden baas gem bouwer zulx wist en hun neevens de twee om 't Leeven gebragte mijden had doen afstraffen, anders niet zouden ingebreeken gebleeven zin zulx aan den dag te leggen, maar wel, dat de andere reeds ontzielde Zara en zys zulx zouden hebben werkstellig gemaakt, gelik de drie eerstgem zulx niet alleen extra Iudicieel maar wanneer Lyt voor heeren gecommitt¬ uyt deesen Edelen agtb: Raade zyn verhoord volmondig hebben beleeden als meede nog dat de twee gem gestorvene Zara en Lys niet door het drinken van koud water maar wel door het te sterk slaan en de verregaande mishandeling niet den nagt daarop, maar dadelyk na de ontfangere slagen zyn koomen te overlyden. — hebbende die mishandeling voor namentlijk bestaan in 't vast binden der handen te zaamen, vervolgens in het ophyfen aan eén der balken van 't woonhuys aan die vastgebondene handen, en eyndelyk in het slaan met een Tjambok welk slaan by beurtwisseling wierd in 't werk gesteld: dan eens door hem bouwer, dan eens door een hottentot, en wanneer men bemerkte dat zoo een diergelyk mishandelden flaauw wierd, zoo wierd deselve needer gelaaten en met water besprengd, en indien zoo eenen dan weeder byquam wierd ze weeder opgeheesen; tot dat Eyndelyk de eene dood ter needer gelaaten, en de andere genoeg „zaam ademloos, egter nog in 't seeven gebleeven tot bi het stroo huijsje wanneer zy in het draagen derwaards meede was koomen te overlyden, terwyl de twee overige nog in 't Leeven zynde Mietje en flora als nog aan de Heeren gecommitt„s die by 't verhoor zyn praesent geweest de teekenen dier mishandeling hebben kunnen vertoonen, blikens de deesen annexe verhooren. 6 Dat 53 3 Dat eene diergelyke mishandeling dewelke teegens alle goede ordre regtstreep strydende is, niet alleen, maar ook teegens de pligten zoo als mensch en voornamentlyk als een Christen eene rigouireuse strapaeffening requireert zoo is 't, dat de onderget: de vryheyd neemt zig tot UW Ed agtb te wenden, ootmoedig versoekende Uwer Wel Ed agtb deerget, waarby denselven Barend Hendrik Bouwer by missive vermids de verre afgeleegentheyd zyner woonplaatse onder s raads Zegul in persoon nog te werden gedag „vaart, ten eynde te aanhooren zodanigen Crimineelen Eysch den wel versoek ofte versoeke als de ondergetekende qq noopens hem bouwer zal willen oen neemen, daarop te antwoorden en voorts te procedeeren, als na regten En vermits de ondergetekende betuygd geene actie op ende Jeegens de drie voorm holten tot tinnen nopens de gciteerde beschuldigingen te kunnen institueeren zoo versoekt denselven zeer neederig dat het van Uwe WelEd agtb welbehage zyn mooge de drie voorm slottentottinnen by provisie te plaatsen in 's E Comp„s slaaven logie, ten Eynde, na dat gem Bouwer zal zyn gehoord op vraagartieulen en teegen hem gegon „fronteerd, wederom op vrije voeten te kunnen gelaaten worden; terwyl de onderget. onder Correctie sustineerd, dat, eer gem bouwer Compareert er nog een geruymen tijd verloopen kan, en de gem kottentots meyden, vermits er geen schuld in gevonden word, niet langer tot ruin hunner gesondheyd in een geslooten hegtenis verblyven kunnen; dan wel daar over zoo wel op 't eerste gedaane versoek zodanig te disponeren, als UwelEd: agtb in wyser oordeels zullen bevinden te behooren. — /onderstond en e en voor
English
Which doing etcetera was signed R S V d Riet, sworn clerk. In the margin: exhibited in court on 4 May 1786. Which having been read and its contents considered, the remonstrant is granted both the first and the second part of his request, namely to have the agriculturist Barend Hendrik Bouwer summoned in person before this court under permission of the Council's seal, and to place the Hottentots sent here by the said Landdrost of Swellendam in the Honorable Company's slave lodge in the meantime, until further inquiries concerning this matter shall have arrived. Furthermore, it was made known by the Honorable President that the pro interim Fiscal, having intended to appear in the Council in order to deliver his demand made upon and against the imprisoned Corporal Jan Kniest with the relevant documents and annexes thereto, had not been able to appear in person due to the muster occurring today of the Honorable Company's ships lying here in the roadstead, at which he had to assist in his official capacity; thus it was approved by the Council to receive the aforementioned documents for circular reading. Lastly, there were brought to the table the remonstrances submitted by the pro interim Fiscal, with the documents annexed thereto, against the detained assistant of the Honorable Company, Marinus Simon van Cruijselbergen; which having been deliberated upon, the Council judged this matter to be of too much weight to be able to take any decision concerning it as yet, as both his innocence and his guilt have thus far not appeared, and he nevertheless still remains under the same vehement suspicion resting upon him, which since his detention has neither diminished nor aggravated, and whereby in the event of an overly precipitate release it is to be feared that the most detrimental consequences for this colony could arise; on the other hand, the Council also lacking sufficient grounds to find him guilty; it was thus proposed by the Honorable President whether it would not be best to address the Right Honorable Governor and the Right Honorable Council of Policy by remonstrance, and, submitting the presented remonstrances and obtained inquiries of the pro interim Fiscal, to request that his Right Excellency and their Honors please dispose in respect of the person of Cruijselbergen in such manner as they shall find appropriate according to the weight and nature of the case; which was unanimously agreed to by all members. Below stood: Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence, signed: C. V. Aerssen, Secretary. Thursday, 18 May 1786. In the forenoon. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all members except the Burgher Councillors, the gentlemen Van Sittert and Maasdorp. The Honorable President produced a petition from the assistant Marinus Simon van Cruijselbergen, who has been held in arrest, addressed to this Council, of the following content: To the Right Honorable Pieter Hacker, President, together with the Honorable Council of Justice at the Cape of Good Hope. Right Honorable Sir and Honorable Sirs, Shows with the utmost respect, Marinus Simon van Cruyselberg, assistant in the service of the Honorable East India Company, currently still detained in the Castle: That he, the petitioner, on the 20th of the past month of April addressed himself by petition to Your Honors, to the end that, in case Your Honors might find him innocent, as he reasonably trusted, he might be released from his arrest, which is grievous and damaging to him, in the same manner in which he was transported here. That although the petitioner dares to call upon Almighty God as witness to his innocence, and also trusts to be able to demonstrate the same to Your Honors, if given the opportunity, as clear as midday, he had not groundlessly flattered himself that he would have been provided the opportunity thereto, either by a full release or, if he might not be considered sufficiently purified because he has not yet been able to make any defense, by being released on bail according to the manner of proceeding observed everywhere. Yet, notwithstanding that Your Honors have already met collegially several times successively and the petitioner has hitherto heard not the least result, which likely will have been caused by the multitude of matters with which Your Honors' meeting is overwhelmed and which must have been settled before that of the petitioner, he nevertheless continues steadily in his arrest, to the notable prejudice of his health as well as otherwise. Therefore, the petitioner takes the liberty to turn to Your Honors, humbly requesting that Your Honors please take this matter into deliberation and proceed to one decision or another, whether to a complete release or discharge on bail. But if the Fiscal Office should maintain that it has sufficient grounds to institute an action against the person of the petitioner, although it has already had enough opportunity thereto in that lapse of time
Dutch transcription
„ 54 /onderstond:/ T welk doende etc: /:was geteekend:/ R S V d Riet geswoore Clercq /in margine/ exhebitum in Iudicco den 4 Mey 1786 Het welk geleezen en over desselfs inhoud gebe„ soigneerd zynde is aan dan zy vertoogder zoo wil het eerste als tweede zit van zyn versoek toegestaan, om namentlyk den Landbouwers onder Barend Hendrik Bouwer permissive vier raads Zegul in persoon voor deese vier schaal te doen dagvaarden, en om de door gem Landvrost van Zwillerdam herwaards opgesondene Plutten tot tinnen te plaatsen in 's E Comp„s Slaaven logie tot tyd en wylen hier omtrend nadere en questen zullen zin ingekoomen. Voorts wierd door den E agtb Heere praesident te kennen gegeven, dat den pro Interim Piscaals leeden van meening geweest zynde om in raade te verscheynen ten eynde zynen Eisch op ende Jeegens de gevangene Corporaal Ian Kniest p: s genoomen met de daartoe specteerende stueken en bylaagen in te leveren niet, instaat geweest was in persoon te Compareeren door de op heeden voorvallende monstering der alhier ter Reede leggende S. E Comps Scheepen, waar by hy in zyne qualiteyt moest adsisteeren; zoo is door den raad goedgevonden de vooren aangehaalde strecken in rondleesingen te ontfangen Laatstelyk wierden ter Tafel gebragt de door den pro interim Fiscaal overgeleverde vertoogen met de daarbij geannexeerde stuilen, teegens den„ gedetineerde adsistent der E Comp„e Marinus Simon van Cruyselbergen; waar over gebesoigneerd zynde heeft de raad deese zaak van 3 53 van te veel gewicht geoordeelt om daar omtrend nog eenige decisie te kunnen neemen, daar zoo men zyn onschuld als zyn schuld tot dus verre gebleeken is, en hy des niet te min als nog blyft onder deselve vehemente op hem leggende Zus„ picie, dewelke zeedert zyne dekertie niet gedi„ minueerd of geaggraveerd is, en waar door bij eene alte zeer gepreecipiteerde clargatie het te dugen zouden zin, dat hier uyt de aldernade ligste het te dugten zouden zin, dat hier uijt de aldernadeeligste gevolgen voor deese Colonie zouden kunnen gebooren worden; aande andere kant de Raad ook geen genoegsaam fundament hebbende, om hem schuldig te erkennen; zoo wierd door den E agtb Heer praesident gepropo „neerd of het niet best waare zig by vertooge aan den WelEdelen Gestr Heere gouverneur en den WelEd agtb Raade van politie te addres „seeren, en, onder overlegging der engediende vertoogen, en ingewonnene enquesten, van den pro Interim Piscaal, te versoeken, dat zin Weled: gestr: en hun E agtb ten opzigte van den persoon van ruijselbergen zodanig gelieve te disponeeren als na het gewigt in den aart der zaake zullen vinden te behooren waar en door alle Leeden unaniem is toege„ Stemd. — /onderstond/ Cabo de goede Hoop die et anno ut Supra / Lager/ my preesent /getekent/ C: V: Aerssen Secretaris Donderdag den 18 Mey 1786. — s voordemiddags priesent den E agtb Heere Pieter Hacer, praesident en alle de Leeden demples de burgerraaden, de Heeren van Sittert en Maasdorp Pro„ et en als — - — 5 56 Produceerde de E agtb Heer president een request van den in arrest geseeten hebbende adsistent Marinus Simon van Cruijselbergen aan deese raade gerigt „ van volgende inhoud. — Aan den WelEdelen agtbaaren Heer Pieter Hacker praesident benevens den Edelen agtbaren Raad van Justitie aan Cabo de goede Hoop. - WelEdele Agtbaare Heer en Edele Achtbare Heeren Geeft met de uyterste eerbied te kennen Marinus Simon van Cruyselberg, adsistent in dienst der E Oostjndische Compagnie, thans nog gedeli „neerd in het Casteel Dat hij Suppliant op den 20 der gepasseerde maand April zig bij requeste aan UwelEd agtb heeft geaddresseerd, ten fine, ingevalle UEd agtb denselven zoo als hij billijk vertrouwde, onschuldig mogten bevinden, uijt zyn voor hem greevend en laesief arrest, in de forme als hy na alhier. waare getransporteerd, te largeeren. — Dat ofschoor den Suppliant den almagtigen god tot getuijge zyner onschuld durft aanroepen, en ook . 37 ook vertrouwd deselve aan UEd agtb ingevalle hem daartoe gelegendheyd werde, gegeven, zoo klaar als den middag zal kunnen aantoonen, zig niet ongegrond gevleed had, dat denselven daartoe gelegendheyd zoude zyn verschaft geworden, 't zy met eene volledige largatie, of indien men denselven niet genoeg gepuri fieerd mogte reekenen, door dien hy nog geene verdediging heeft kunnen doen; volgens de modus procedende alomme in obser„ „vantie, onder handtasting ontslaagen zoude zijn geworden. — Dan, niet teegenstaande UEd: Agtb reeds verscheijde maalen Successivelijk Colle „gualiter zyn vergadert geweest en den supp tot hier toe geen het minste resultat heeft vernoomen, 't geen denkelyk zal veroorsaakt zyn, door de menegvuldige zaaken, waar door UEd agtb vergadering geobrueert is, en voor die van den supp„ zullen moeten zyn afge handelt geworden, egter vast in zyn arrest tot merkelijke praejudicie van zyne gesondheyd als andersints blyft Continueeren. zoo neemd den supp„ de vryheyd zig te keeren tot uwEd agtb, ootmoediglyk versoekende dat Uw Ed agtb deese zaak ter deliberatie gelieven te neemen, en tot 't een of ander besluyt overgaan, 't zij tot eene Compleete largatie, ontslaging onder handtasting Dog zoo 't officie Fiscaal mogt Sustineeren frendament genoeg te hebben, tot 'tentameeren eener actie teegen de persoon van den Supp„ ofschoon 't zelve in dien Lapsus van teyd reeds gelegentheyd genoeg daartoe gehad heeft harinus dig
English
has, and which the petitioner to some extent anticipated because of what preceded, which has also withheld him until now from addressing Your Honours further by petition: the said office may then institute proceedings against him within a certain short term of time, and that the petitioner in that case may be admitted to an ordinary trial, excused from personal appearance, and permitted to proceed against the said office through an authorized attorney, and without prejudice thereto be released under cautionary oath or otherwise as Your Honours shall deem proper; under the promise to appear again in person at all times, if required, under penalty of confession and conviction, so that, in any case being set at liberty, whether defensively or by form of purge, he may clear himself before Your Honours of the suspicion cast upon him and demonstrate his innocence. Which doing, etc. Was signed: M J: van Cruyselbergen However, His Honour at the same time made known that the case of the same Cruyselbergen, having been handed over by this Council to the Right Honourable Lord Governor and the Honourable Council of Policy, the said Cruyselbergen, consequently pursuant to a resolution of the said Honourable Council of Policy taken on Wednesday the 17th of this month, after having been placed in his former rank of ordinary seaman, has been sent to the place of his destination, namely Batavia, per the Honourable Company's ship Voorburg, wherefore it was approved by His Honour and the other members to add this petition, although arriving out of time, to the other documents relating to this case. Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: in my presence, signed: C: V: Aerssen, Secretary. Friday the 19th of May 1786 In the afternoon, extraordinary meeting, present the Honourable Pieter Hacker, President, and all members, except the gentleman van Echten due to indisposition and the burgher councillor Meyer due to business. After the Honourable President made known to the Council that His Honour had today received a dispatch from the Landdrost of Stellenbosch and Drakensteyn, Mr Hendrik Lodewyk Bletterman, of the following content: Right Honourable Sir By virtue of the decree granted to me by the Honourable Council of Justice dated 6 October 1785, the burgher Erasmus Smit, then belonging under the district of Graaf Reenet, on grounds of accused incest committed with his eldest daughter, was apprehended yesterday evening upon his arrival here by my order, but having been treated very civilly in order to avoid all commotion; the same is sent Capewards under the supervision of my substitute Rudolphij, with the request that he may be transferred to the criminal prison according to the content of the granted decree. Due to the appointment of Mr Woeke as Landdrost of the aforesaid colony of Graaf Reinet, I have given him the necessary communication of the aforesaid apprehension made, in the expectation that His Honour will pursue that case to the end, whereas under respectful correction it would in my opinion be very contradictory if it appeared from the resolution of the Honourable Council of Policy that a Landdrost having been appointed over the colony of Graaf Reinet in January, a Landdrost of Stellenbosch in May had apprehended and prosecuted in court a burgher belonging under the aforesaid district of Graaf Reinet, especially since the crime was not committed in his district, and he could on that basis establish no jurisdiction; consequently the magistracy would then also forever be acknowledged by the Landdrost of Graaf Reinet to belong to the Landdrost of Stellenbosch, particularly so if the Council of Justice were to authorise the Landdrost of Stellenbosch to act to the conclusion of this matter, and thus judged him completely legitimate to do so. While with all respect taking the liberty to subscribe myself, Right Honourable Sir, Your Right Honour's humble servant, was signed: H L: Bletterman. In the margin: Stellenbosch, the 17th of May 1786. After reading and consideration of its contents, it was judged that, although a new drostdy, namely that of Graaf Reinet, has indeed been established by the Right Honourable Lord Governor and Honourable Council of Policy and a Landdrost appointed over it, the same Landdrost has nevertheless not yet entered into function, and moreover no boundary demarcation between the 3 drostdies of Stellenbosch and Drakenstein, Zwellendam, and Graaf Renette has yet been framed by the said Council of Policy; therefore one cannot yet place any cases as belonging under the last-mentioned drostdy, and consequently cases remain in the same position until such time as the Government shall have taken the necessary measures regarding this; wherefore the Council, having taken the aforesaid into consideration, has approved ordering the aforesaid Landdrost of Stellenbosch and Drakensteijn to prosecute the case in question against Erasmus Smidt as initiated by his predecessor, just as it was further resolved to have the same Erasmus Smidt placed in criminal custody; of all of which the said Landdrost was informed by dispatch; the criminal detention of the said Erasmus Smith being stipulated in such a way that provisionally he shall not be handled by any kaffirs.
Dutch transcription
38 heeft, en 't welke den supp„t weegens 't voor afge„ gave eenigsints was te gemoed ziende, 't welk hem ook tot hier toe weederhouden heeft zig nader by requeste aan UW Ed agtb te addresseeren:/ 't zelve officie, die als dan teegen hem binnen zeekeren korten termyn van tyd institueeren en de supp in dat Cas mooge ontfangen werden, in een ordinair proces, van de personeele Comparitie geexeuseert en geconsenteerd bij procureur gemagtigde Contra het zelve officie voort te procedeeren, en dien onvermindert onder Cautie Juratoir of andersints als UEd agtb zullen oordelen te behooren, te ontslaan; onder belofte van ten allen tyde, des gerequireert werdende sub prena Confessie et convicti wederom in persoon te zullen Compareeren, omme in allen gevalle in vryheyd gesteld zynde, 't zi defensif, 't zy by forma van purge zig voor UEd agtb van de hem opgelegde Duspicie te kunnen ontdoen, en zyne onschuld te doen blijken — /onderstond/ T welk doende etc: /:was getekend:/ M J: van Cruyselbergen dog teffens gaf zyn Ed agtb te kennen, dat de zaak van deselven Cruyselbergen, door deesen raede aan den WelEde gestr: Heer gouverneur en E agtb: raade van politie zynde overgegeven, by Cruyselbergen ook mitsdien, ingevolge besluyt van welgem E agtb raade van Politie, genomen deeser, na in zyne op woensdag den 17 voorige qualiteyt van Iongmatroos gesteld - - 59 gesteld te weesen, is versonden na de plaats zyner destinatie namentlyk Batavia per 's E Comp„s schip Voorburg, weshalven door zyn E agtb ende verdere Leeden wierd goedgevonden dit request, schoon buitens tyds inkomende, egter by de andere stukken tot deese zaak relatief, te voegen. — /onderstond:/ Cabo de goede Hoop, die et anno ut Supra /Lager/ my praesent /getekent/ C: V: Aerssen Secretaris Vrijdag den 19 Mey 1786 's agtermiddags Extra ordinaire vergadering, pressent den E agtb Heere Pieter Hacker, praesident en alle de Leeden, demples den Heere van Echten bij indispositie en de heer burgerraad Meyer bij occupatie. Na dat de E agtb heer Preesident den Raade te kennen had gegeven dat zyn E agtb op heeden eene missive had ontfangen van den Landdrost van Stellenbosch en Drakensteyn, de heer Hendrik Lodewyk Bletterman, van deesen inhoud.— ttegt kragte van het decreet by den Edelen agtb: raade van Justitie in dato 6 October 1785 aan my verleend; den thiens onder het district van Graaf Reenet sorterende burger Erasmus Smit uijt hoofde van beschuldigde gepleegde bloedschande met zyn oudste dogter op gisteren avond by zy komst herwaards, op mijne ordre geappreehendeert, Wel Edele agtb Heer dog ƒ d len de 8 60 dog zynde ter vermyding van alle opschud „dingen zeer Curel getracteerd; gaat denselven onder het opzigt van myn sub „stituit Rudolphij Coabwaards, met versoek dat denselven in de Crimineele gevangenis na inhoude van het verleend decreet mag werden overgesonden. — Ik heb vermits de aanstelling van de Heer Woeke als Landdrost van de voorsz bolonie Graaf Reinet aan denselven van de voorsz gedaane appreehensie de nodige Communicatie gegeven, in die verwagting dat zyn E die zaake tot den uijteynde zal vervolgen, terwyl het onder eerbiedige verbeteringe / mijns bedunkens zeer Contradictoir ziu zyn, wanneer by de resolutie van den Edelen agtb Politicquen raade bleek, dat er in Januarij een Landdrost over de Colonie Graaf Reinet aangesteld zynde, een Mey een Landdrost van Stellenbosch een onder het voorsz district van Graaf Reinet, sorteerende burger geappre„ „hendeert en in regten vervolgd had, voor al daar de misdaad niet in zyn distrect gepleegd, en hy uit dien hoofde geen Iuris„ dictie kon fundeeren; gevolglijk door den Landdrost van Graaf Reinet, dan ook voor altoos de magistrature was erkend te behooren aan den Landdrost van Stellenbosch, bysonders nog wanneer de raad van Justitie den Landdrost van Stellerbosch tot het uytEynde dies zaake het ageeren, en dus hem volkoomen daartoe wettig keurde Senzyl 61 Terwyl met alle Eerbied de Vryheyd neemt zig te teekenen /onderstond/ WelEdele agtb Heer /lager/ UWer WelEd agtb ootmoedige dienaar /:was getekend:/ H L: Bletterman /in margine:/ Stellenbosch den 17 May 1786. — Wierd, na Lecture en besoigne over derselver Contanue geoordeelt, dat, wijl door den welEdele gestrengen Heer Gouverneur en E agtb politique ƒ Raade wel een nieuwe Drosdije namentlyk die van Groaf Recret geexigeert en daar over een Landdrost aangesteld is, egter denselven Landdrost, nog niet in flnctie getreeden daar en booven door welgem Raade van Politie nog geene Limitscheyding tusschen de 3 drost, „dien Stellenbosch en Drakenstein, Zwellendam, en Graaf Renette, beraamd zinde; men dus ook nog geene zaaken Onder de Laatstgemelde drostdye kan stellen te sorteeren, gevolglyk de zaaken ook blyven in het zelve assielte tot tyd en wylen de Regeering hier omtrend het nodige zal hebben in het werk gesteld; weshalven de Raad het vooraangehaalde is aanmerking genoomen hebbende, heeft goedgevonden, den voorm Landdrost van Stellenbosch en Drakensteijn te gelasten de zaak in questie Contra Erasmus Smidt, als door desselfs prodecesseur g'entameerd, te poursuiveeren, gelyk voorts meede beslooten wierd, denselven Erasmus Smidt in Crumineele gevangens te Laaten stellen; van welk een en ander gem Landdrost permissive verwittigd wierd; zynde de Crimineele detentie van gem Erasmus Smith zodanig bepaald dat by provisie deselve door geene baffers worde behandelt 8 /onderstond ƒ
English
Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower down: In my presence /signed/ Aerssen, Secretary. Wednesday the 24th of May 1786. In the forenoon, extraordinary meeting. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, with the exception of the gentlemen van Echten and Meyer, the former due to indisposition and the latter due to business. There were brought to the table the documents and records circulated for reading, initiated by the interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Egter, ex officio, against the burgher Willem Versfeld; wherefore the Council, after deliberation on everything that served the case and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, ordered the Prosecutor to immediately return the slave in question to the defendant, after said slave had first been shackled in irons for the period of 2 years; dismissing the Prosecutor from his claim and conclusion made against the defendant, and compensating the costs incurred in this matter. After which, taking in hand the documents and records also held for circulation in advisory, having served in the case initiated by the Merchant and Landdrost of Swellendam, the gentleman Constant van Nult Onkruyt, ex officio, against the Cornet there, the valiant Christiaan Andreas Storm; wherefore the Council, after mature deliberation and consideration of everything that merited reflection and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, ordered that the female slave Sophij of Bengal shall be sold judicially to the highest bidder for the benefit of the defendant, under this express condition, that she may never again fall under the power of the defendant or anyone belonging to him; and condemns the defendant in all the costs incurred in this matter. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower down: In my presence /signed/ Van Aerssen. Thursday the 1st of June 1786. In the forenoon. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, with the exception of the gentlemen van Echten and Meyer, the former due to indisposition and the latter due to business. The Secretary of this Council, Cornelis van Aerssen, in his official capacity, Prosecutor, against The interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, on the one hand, and the burgher Willem Versveld on the other hand; the former having acted ex officio as Plaintiff and the latter as Defendant, summoned to hear sentence pronounced on the documents and records produced by them reciprocally in Court. The Council, having read and reviewed the documents and records submitted mutually in Court by the parties, and having maturely deliberated upon everything that served the case and could move their Honors; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, orders the Prosecutor to immediately return the slave in question to the defendant, after said slave has first been shackled in irons for the period of 2 years; furthermore dismisses the Prosecutor from his claim, and compensates the costs incurred in this matter. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope, the 24th of May 1786, and pronounced on the first of the following month of June /signed/ P: Hacker, G: A: Cruywagen, A V: Sittert, J: M Horak, J: M: Bletterman, W: F: V: Reede van Oudtshoorn, G Maasdorp, C: L: Neethling, H: I: Dewet /Lower down/ In my presence /signed/ C V Aerssen, Secretary. The Secretary of this Council, Cornelis van Aerssen, in his official capacity, Prosecutor, against The Landdrost of the Colony of Zwellendam, the gentleman Constant van Nult Onkruyt, on the one hand; and the burgher Cornet there, the valiant Christiaan Andreas Storm, on the other hand; the former having acted as Defendant, summoned to hear sentence pronounced on the documents brought forth reciprocally by them in Court. The Council, having read and reviewed the documents and records submitted mutually in Court by the parties; and having maturely deliberated on everything that served the case, and could move their Honors; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands; orders that the female slave in question, Sophij of Bengal, shall be sold judicially to the highest bidder, for the benefit of the defendant, under this express condition, that she may never again fall under the power of the defendant or anyone belonging to him; furthermore condemning the defendant in the costs incurred in this trial. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope the 24th of May 1786, and pronounced on the first of the following month of June /signed/ P: Hacker, G: A: Cruijwagen, Joh.s Smuts, A: V: Sittert, I M Horak, J: M Bletterman, W: F: V Reede van Oudtshoorn, G Maasdorp, C:L: Neethling, H: De Wet. In the margin: On this day, the 2nd of June 1786, the former pay transferer Johan David Storm, as authorized agent of his son, the burgher Cornet Christiaan Andreas Storm, gives notice that his principal appeals from the above sentence to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia. /and below it/ To which I testify /signed/ C Van Aerssen, Secretary. Thursday the 15th of June 1786. In the forenoon. Present: the Honorable Pieter Hacker, President, and all the Members, with the exception of the gentleman Cruywagen due to indisposition. The Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the gentleman Hendrik Lodewyk Bletterman, Prosecutor in criminal cases, on the one hand, against Prepido of Ternate, bondsman of the widow of the late burgher Tomas Deeyer, October of Madagascar, slave of the burgher Simon van Blerk, The Prosecutor makes his claim and conclusion as in the written pleadings. The defendants persist in their confessions. The Prosecutor and defendants, for reply and rejoinder, persist as before, thus renouncing further productions.
Dutch transcription
62 Cabo de goeder Hoop dee et anna ut Supra /Lager my praesent /getekent/ Aerssen Secretaris Woensdag den 24 May 1786. 's voordemiddags extraordinaire vergadering present den E agtb Heer Pieter Hacker preesident en alle de Leeden demptes de heeren van Echten en Meyer de eerstgemelde by indispositie en de Laatste by occupatie Wierden ter Tafel gebragt de rondgeleesene stucken en munimenten van den pro interim: Fiscaal alhier d' E Gabriel Egter Ratione officie op ende Jeegens den burger Willem Versfeld geentanteerd; zoo heeft de raad, na overweeging van alles wat ter materie dienende was, en hun E agtb konder doen moveeren, Regt doende uyt Naam ende van weegens de hoogmogende heeren staten generaal der verEenigde Nederlanden, den R O Eysscher geordonneerd, om den slaaf in questie, na alvoorens voor den tyd van 2 Jaaren in de ketting geklonken te zyn, zodanig terstond aan den ged: te restitueeren; ontseggende den r0 Eysscher zynen op ende Jeegens den ged: gedanen Eysch en genomene Conclusie en Compenseerd de kosten ten deese gevallen. — Waarna by der hand genomen zinde de meede ter rondlesing in advis gehoudene stucken en munimenten /onderstond/ 6 63 gediend hebbende in de zaak van den koop „man en Landdrost van Swellendam de heer Constant van Nult Enkruyt R: O: op ende Jeegens den Cornet aldaar de manhaften Christiaan Andreas Storm geentameerd, zoo heeft de Raad na rype deliberatie en overweeging van alles wat reflextie meriteerde, en hun E E agtb konde doen moveeren regt doende uyt Naam ende van weegens de hoogmogende heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden, geordonneert dat de Slavin Lophij van bengalen ge¬ ^ ten voordeele van den ged: rechtelyk ^ aan den meestbiedende zal werden verkogt, onder deese expresse Conditie dat deselve nooyt weeder, onder de magt van den ged of iemand van de zynen zal moogen geraaken; en Condemneerd den ged: in alle de ten deezen gevallene kosten. /onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop, die et anno ut Supra /Lager my praesent /getekent/ 6 Van Aerssen. Donderdag den 1 Juni 1786. - voordemidiags praesent de E agtb - Heer Pieter Hacker praesident tn alle de Leeden, demptis de heeren van Echten, en Meyer de eerstgemelde by indispositie en de Laatstgemelde by occupatie Secretaris deeses en Raads Cornelis van Aerssen amplohaeren regt E Contra „ G 2 64 Den pro interim Fiscaal alhier d' E gabriel Exter, ter eenre en den burger Willem Versveld ter andere zyde, de eerstgem er officio als Eysscher en de Laatstgem als ver „weerder geageert, hebbende gereg„ om op hunne over en weeder in Judicio ge¬ produceerde stucken en munimenten Vonnis te hooren pronuntieeren. — De Raad, de stucken en munmenten door Parthyen honc in de in Judicio overgeleverd 6 geleesen en geresumeerd hebbende mitsgaderd rypelyk overwoogen alles wat ter materie was dienende en hun E agtb konde doen moneeren; regt doende uit Naam en van weegens de hoogmogende Heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden, ordonneert den R O Eysscher den Haar in quaestie van alvoorens voor den tyd van 2 Jaaren in de ketting geklonken te zyn, zodanig terstond aan den ged: ter restitueeren; ontsegt den r: O Eysscher voorts zynen Eysch, en Compenseert de kosten ten deesen gevallen. /onderstond:/ Aldus gedaan en gevonnist aan Cabo de goede Hoop, den 24 May 1786, mitsgaders gepronuntieerd den Eersten der daar aan vol „gende maand Juny /:was geteekent/ H: Cruywagen, A V: Sittert P: Hacker, GG J: M Horak, J. M: Bletterman, W: G Maasdorp V: Reede van Oudtshoorn, Contra - - — 65 C: L: Neethling, H: I: Dewet /Lager/ mij praesent /getekent/ C V Aerssen Secretaris De secretaris deeses raads Cornelis van Aerssen, ampts halven reg„ Contra Den Landdrost aer Colonie Zwellendam de Heer Constant van Nult Onkruyt ter eenre; en den burger Cornet aldaar de manh Christiaan Andreas Storm, ter andere zide, de eerstgem: als ver weerder geageerd hebbende, gereg„ om op hunne over en weeder in Judicio voort gebragte stukken vonnis te hooren pronntieeren. — De Raad geleesen en geresumeerd hebbende de door Parthyen hine inde in Judicio overgeleverde stucken en monimenten; mitsgaders rypelyk gedelibereerd hebbende, over alles wat ter materie dienende was, en hun E agtb konde doen moveeren; regt doende uyt Naam en van weegens de hoog mogende Heeren Staten generaal der verEenigde Nederlanden; ordonneert dat de slavin in queeste Sophij van bengaalen, geregtelijk aan den meestbiedenden zal werden verkogt, ten voordeele van den ged: onder deese expresse Conditie, dat deselve nooyt weeder onder de magt van den ged of iemand van de zynen zal moogen geraaken; Condemneerende den ged: voorts in de kosten ten deese - processe No 3 - 64 Aldus gedaan en gevonnist aan (abo de goede Hoop den 24 mey 1786, mitsgaders. gepronuntieerd den eersten der daar aan volgende maand Junij /:was getekent:/ S: Hacker, G: A: Cruijwagen, Joh„s Smuts A: V: Sittert, I M Maak, J: M Bletterman W: F: V Reede van Oudtshoorn C:L: Neethling, H: De Wet Maasdorp, /in margine:/ op huyden den 2 Juny 1786 geeft de oud soldij overdrager Johan David Storm als gemagtigde van syn zoon, den burger Cornet dat zin Christiaan Andreas Storm te kennen, pp„s van 't bovenstaande vonnis, zig steld appellant aan den E agtb Raade van Justitie des Casteels Batavia /en daar onder:/ T welk ik Getuijge /:was getekent. /: C Van Aerssen Secretaris — Donderdag den 15 Iuny 1786 s voordemiddags praesent den E agtb Heere Pieter Hacker, preesident en alle de Leeden dempto de heer Cruywagen bij indispositie. — De Landdrost „e R O Eysscher doet, Stellenbosch en Drakenstein Eysch en Concludeert ut. de heer Hendrik Lodewyk Bletterman R O Eysscher in Scriples — en Cas Cremineel ter eenre de ged„e persisteeren by Contra hunne Confessien Prepido van Ternaten, LyfEygen de Eysscher en ged: voor re„ van de wede. wilen den burger en duplicq persisteeren als vooren, renuntieerende Tomas Deeyer dus van verdere productien October van madagascar Slaaf van den burger Simon van Blerk, 1 /onderstond:/ gevallen— Mentorie .
English
63 Mentor of Madagascar, slave of the burgher firemaster Jan Franke, Rampy of Mandahar, slave of the burgher Pieter Wydeman, Felu of Timor, slave of the burgher Jan Lavocade, Fortuijn and November, slaves of the burgher Jan Buurman, Pieter, slave of the former burgher councilor the Honorable Johannes Cranspek, Anthoni and Jan of Bengalen, bondservants of the firemaster Sr. Arend van Wieling, and Meij of Bosambique, slave of the burgher Van Krigo, prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other side. The Council keeps this matter under advisement until the documents have been circulated. Whereupon the said Landdrost orally made known: That having delivered to this Council on 5 October of the past year a report from the first Field Commandant A: Van Jaarsveld, and thereon on the basis of what had occurred requested corporal apprehension of the person of the burgher Erasmus 66 Erasmus Smit, or that this Council might be pleased to take such other disposition as it should deem proper, it had also pleased the same to grant the requested apprehension; That he, the Landdrost, having immediately proceeded to take the necessary inquests, had then also in the meantime obtained two statements made before the Honorable Commissioners from this Honorable Council by the first and second Field Commandants, the aforesaid Van Jaarsveld and David van der Merwe; That subsequently, due to the great distance of the then residence of the aforesaid Erasmus Smit and the inconveniences associated therewith, it had thus become impossible to execute the decree of this Council earlier than on the 16th of the recently past month of May, when, Erasmus Smit being at Stellenbosch, he was on that occasion apprehended by him and sent hither, with the necessary communication to the Honorable Lord President; and also, that if possibly the district in which the aforesaid Smit had his fixed domicile might in time be declared by the government of this country to fall under the newly established colony of Graaf van Reinet, jurisdiction on account of the offense charged against the aforesaid Smit could be claimed by the newly appointed Landdrost of that colony, Mr. Morits Woeker, to belong to him, and he might also deem himself authorized to continue those proceedings; the informant was thereupon, by resolution of this Council of the 18th of the aforesaid month of May, authorized to pursue the aforesaid commenced proceedings to the end; That the said Landdrost thereupon, from the aforesaid 67 two statements granted upon his requisition and the declarations subsequently obtained from both sons of the aforesaid Smit as well as the free and unconstrained statement of the wife of him, Smit, had formulated certain articles upon which the said Smit had then also been heard before the Honorable Commissioners; That however much the aforesaid Smit in his given responses had persisted in entirely denying all the crimes charged against him, the aforesaid Drost nevertheless trusted that the Honorable Commissioners from this Council who attended the aforesaid interrogation would readily have perceived from the demeanor that the aforesaid Smit maintained thereat that the defendant Smit could never be declared free of all the crimes imputed to him, and especially not of the alleged incest committed with his eldest daughter, of which the evidence charged against him is too strong; and that the said Landdrost, however, because of the denial of the said Smit, being unable to proceed directly to a formal claim and conclusion, and that the gathering of further verifying evidence, because of the great distance of the residences of the persons, would still require some months' time, and the said defendant Smit would thereby be burdened with a lengthy detention, he, the Landdrost, had therefore thought it necessary and his duty to propose to this Council whether it might also please the same to place the aforesaid defendant Smit provisionally on Robben Eijlande, or else to release the said Smit from his detention under bail of a certain sum to be determined sub poena confessi et convicti, and furthermore under signature promising to appear at all times when summoned, or to make such provisional disposition regarding this as their Honors should deem proper according to the nature of the case. fr 68 Which having been deliberated upon, it was approved to provisionally discharge the detainee Erasmus Smit from his detention under a bail of two thousand Rijksdaalders, for which two sureties must bind themselves, and the said Smit is permitted to take up his residence at Stellenbosch until such time as the Landdrost there shall have obtained further inquests against him, sub poena confessi & convicti, should he absent himself from there without the knowledge of the Landdrost. The Pro Interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, plaintiff, Christiaan Paulsen, defendant, to hear claim and conclusion in case of contravention, to answer thereto and further to proceed as according to law. The Council grants the defendant the requested copy in order to serve an answer thereto two weeks from today. The Pro Interim Fiscal, official plaintiff, the official plaintiff submits a written claim and conclusion, equipped with two annexes. The defendant, having heard the claim read, persists in his confession. The parties, instead of reply and rejoinder, persisting in their claim and answer, thus renouncing further production. The Council, having read the written criminal claim and conclusion made and taken by the official plaintiff upon and against the prisoner, as well as having regarded everything that served the matter and could move their Honors, claim pro ut in scriptis. The Pro Interim Fiscal serves the burgher firemaster. The said Pro Interim Fiscal, official plaintiff in a criminal case, on the one side, Aool of Bengalen, bondservant of the Reverend Minister Gerreezier, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other side.
Dutch transcription
63 mentor van Madagascar slaaf van den burger brand „meester Jan Franke Rampy van Mandahar slaven van den burger Pieter Wydeman Felu van timor Ha van den burger Jan Lavocade; Fortuijn en November slaven van den burger Jan Buurman, Pieter, Slaaf van den oud burgerraad de heer Iohannes Cranspek Anthoni en Jan van bengalen LyfEygenen van den brandmeester S„r Arend van Wieling en Meij van bosambique Slaaf van den burger van Krigo gev„s en ged„e in voorsz Cas ter andere zyde De raad houd deese zaak in advijs tot dat de stucken zullen zyn rondgeleeden Waardg gem Landdrost by monde te ken„ nen gaf- Dat hij op den 5 October des voorleeden Jaars aan deesen rade hebbende overgeleverd een rapport van den eersten VeldCommandant A: Van Taarsveld, en daar by op fundament van het gepaseerde versogt apprehensie Corporeel op de persoon van den burger Erasmus 66 Erasmus Smit, dan wel dat deesen raade zodanige andere dispositie geliefde te neemen als zoude vermeenen te behooren, het deselve dan ook behaagd had de versogte apprehensie te accordeeren — Dat hy Landdrost ter stond tot het ligten der noodige Enquesten getreeden zynde, dan ook intusschen had verkreegen twee relaasen voor H H. Gecnn. uyt deesen E agtb raade door den eersten en tweeden veld Comm„ voormelde Van Iaarsveld en David van der Merwe verleend Dat vervolgens door de verre afgelegentheyd der toenalige woonplaats van voorsz Erasmus Smit en de daarmeede gepaard gegaan hebbende inconvenienten het alsoo ondoenlijk geworden was, 't decreet deeses Raads eerder te Executeeren als op den 16 der Jongst gepasseerde maand may, wanneer voor Erasmus smit zig Luyst te stellenbosch bevindende, by die gelegendheyd door denselven g'apprehendeert, en herwaards opgesonden geworden was, met de nodige Com„ municatie aan den E agtb: Heer president en teffens, dat zo mogelyk het district waarin voorsz: smet zyn vaste domicilium hadde, by de regeering deses Lands in der tid mogte worden gedeclareerd te sor¬ teeren onder de nieuwe opgeregte Colonie van graaf van Rinet de Jursdictie uijt hoofde van het ten lasten van voorsz: smit leggende delict door den nieuw aangestelden Landdrost dier Colonie de Hr Morits woeker zou kunnen worden gefun deert aan hem te behoren, hy ook mogelik tot het voort„ zetten dier Bocedures zou vermeenen bevoegd te zyn, hy vert: daarop by besluyt desese raads van den 18 der voorsz: maand may was gequali„ ficeerd de voorsz: g ' Entameerde procedures tot den uijt eijnde te paursuiveeren - dat denselven Landdrost daarop de voorsz: ter 67 ter zyner requisitie verleende by de relaasen en daarna en gewonnene verklaringen der beyde zonen van voorsz: smit als op de libre en onge dwongene opgaaf der Huysvrouwe van hem smit hadde geformeerd, zekere articulen waarop gem: smit dan ook voor Heeren gecommitteerdens gehoord geworden was Dat hoe zeer voorsz: smit by zyne gegeevene res¬ ponsiven, alle de hem ten lasten gelegde misdaden ten eenemaal was blyven ontkennen, vertrouwde voorsz: drost egter dat Heeren Gecommitteerdens uyt desen Rade dewelke by het voorsz: gehoudene verhoor gevaceerd hebben wel uyt de contenance die voorm: Smit daarby gehouden heeft spoedig zullen hebben bespeurd, dat ged„te smit nimmer zou kunnen worden verklaard vry te zyn van alle de hem g'imputeerde misdaden, en voor al niet van de met zyne oudste dogter bezegde ge„ vleegde bloedschande, waarvan de ten zynen Lasten leggende bewysen te sterk zyn. L dan, dat meerged„te: Landdrost egter door de ontkentenis van denselven Smit direct tot eenen solemneelen Eijsch en Conclusie te kunnen overgaan, en dat het inwinnen van nadere vereficatoire bewisen, verre vermits de verre„ afgelegendheyd van de woonplaatsen der personen nog eenige maanden tyd zoude werden vereyscht en denselven gedt: Smit daardoor met een Langdurige detensie zou worden gequeld, hy Landdrost het also nodig en van zin pligt had gemeend te zyn aan desen Raade te moeten voordragen, of het deselve en ook zoude gelieven te behagen den voorsz: gedet: smit provisioneel te plaatsen ten robben Eijlande, dan wel denselven Smit on der Borgtogt van zekere te bepalene somma sub pene Confessie et Convictie en mitsgaders onder handtueting van des aangemaand werdende ten allen tyde te zullen verschynen tot desselfs detensie te relexeeren, of hier omtrend soda„ nige provisioneele dispositie te nemen als hun E: E: agtb: na der aart der zake zoude vermenen te behoren. — ƒr 68 waar over gedelibereerd zynde, is goedgevonden den gedetineerden Erasmus smet provisioneel uyt zyne detensie te chargeeren, onder eene Cautie van twee duysend Ryxdf, waartoe zig twee Borgen zullen moeten verbinden, en is denselven smitth gepermitteerd, zyn verblyf te mogen houden op stellen bosch tot tot tid en wijlen de Landarost aldaar naderen en questen tegens hem zal hebben ingewonnen, sub pene Confessi & Convicti, indien hij zig buiten ken„ nis van den Landdrost van daer absenteerd. de Pro Jnterim Fiscaal alhier d' E Gabriel Exter Eysscher Christiaan Paulsen gede: omme te horen Eysschen en Conclu¬ deezen in Cas van Contraventie daarop te antwoorden en voorts te procederen als na regten. den pro Jnterim Fiscaal dient den Burger Brandmeester Den Raad verleend den gedte de versogte Copia om daarop heeden over twee weeken te dienen van antwoord gem: pro interim Fiscaal r:O: den R: O: Eysscher levert over een schriftelyken Eysch en Conclusie Eysscher in Cas Crimineel ter eene gemunieerd met twee bylagen. Aool van Bengalen Lyfly¬ de ged=te den Eysch hebbende 5 gen van den Eerw: Predikant Ger¬ horen leesen versisteerd by reezier gev: en gedte in voorsz Cas zin Confessie. — ter andere zyde partyen voor re- en duplicq by hun Eysch en antwoord ver„ sisteerende, renuntieerende dus van verdere productie De Raad geleesen hebbende den schriftelyken Cri mineelen Eysch en Conclutie door den E: O: Eysscher op en Jegens den gev: gedaan en genomen, mitsgaders gel op alles wat ter materie dienende was en hun EEagtb van Eysch pro ut inscriptis konde Ca ƒ 67
English
could move, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, orders the prisoner Apol of Bengal to be brought to the place where it is customary to execute criminal sentences here, there to be handed over to the executioner and, being tied to a post, severely scourged with rods on the bare back, then branded, and further, having been riveted in chains, to be banished to Robben Island, there to labor for the term of his life without wages on the Honorable Company's public works, with condemnation of the prisoner in the costs and expenses of justice and dismissal of the officer's further claim. The roll thus being concluded, the following petition was presented by the burgher Willem Ferschveld. To the Honorable, Respected Lord President Pieter Hacker and further Councilors of Justice of this government, Willem Versveld, free burgher residing here, reverently shows: That he, the petitioner, found himself involved in an unpleasant legal proceeding with the Independent Fiscal, and not contrary to his expectation heard pronounced a striking satisfaction for him, the petitioner, by the sentence of your honors of the 24th of May 1786 in that case, expressly containing that the Honorable Independent Fiscal as plaintiff was ordered, after the slave in question had first been locked in chains for the term of two years, to restore him as such immediately to the defendant, further dismissing the Independent Fiscal's claim, with compensation. That he, the petitioner, was therefore also in the reasonable confidence that said sentence would be complied with by the Independent Fiscal in the strictest sense. That, despite all this, he, the petitioner, to his greatest astonishment, on the 1st of this month of June, at about seven o'clock in the evening, saw two officers of justice enter his house, with a slave boy sitting on the back of one of them. That he, the petitioner, asking them what they came to do, had obtained in substance as an answer from them that they, in the name of the Provost Marshal Matthyssen, had brought with them the petitioner's houseboy named Mentor of Mozambique to hand over to him, the petitioner. That he, the petitioner, asked them to wait a little while, and having called together two of his neighbors, had taken them as witnesses to how the matter had occurred in this instance. That he, the petitioner, thereafter in the presence of said witnesses had ordered said two officers of justice again to take the aforesaid slave boy with them, since this was in no way in conformity with the sentence of the Honorable, Respected Council. That said officers of justice, not being inclined thereto, yet after some discussion requested the petitioner for a note confirmed with the petitioner's signature, stating that they would then take the aforesaid slave boy back with them, in these or similar words: "for otherwise we will get a beating from Matthyssen." That the petitioner then in haste wrote a note, indeed of this content: "Provost Marshal Matthyssen, What reason moves you, or what right has authorized you, to send the boy home to me half dead and in no way in accordance with the sentence of the Honorable, Respected Council of Justice, and knowing full well that you have no instructions as to what I am further to do, so it is that you receive him back just as you sent him." That said officers then also immediately departed with that same boy. That the cause of the proceeding with the Independent Fiscal is all too well known to your honors for him, the petitioner, to need to recount it here again. That he, the petitioner, through this arbitrary conduct on the part of the Independent Fiscal has remained deprived of his lawful right, and suffers no small weakening of your honors' so righteous sentence. That sending said slave home was also far too premature, since the petitioner had not yet been able to obtain a copy of the sentence, and the Independent Fiscal could not know whether the petitioner would wish to appeal from this. That said slave furthermore had not been provided, in conformity with your honors' aforesaid sentence, with such a chain by which his running away or deserting would be, if not entirely prevented, at least in part made more difficult. That said slave had also already worn that small iron during his detention, and therefore the petitioner would not have needed to ask for the chain if the petitioner had understood that it was sufficient to prevent him from deserting.
Dutch transcription
69 konde doen moveeren, Recht doende uyt naa„ me ende van wegens de Hoog Mogende Hee„ ren staaten generaal der verEenigde Neder„ landen, ordinneert den gev: Apol van Ben„ galen, omme gebragt te werden ter plaatse daar men alhier gewoon is Crimineele Cententien te Execueteeren aldaar den scherpregter overgeleerd en aan een paal gebonden zynde, met roeden op de bloote recqt strengelyk gegeesseld, daarop gebrandmerkt, en voorts in de ketting geklenken zijnde op het Robben Eyland gebannen te worden, om aldaar den Tyd zyns Leevens zonder loon aan 's E Comp:s gemeene werken te arbeijden, met Condemnatie van den gev: in de kosten en wesen van Sies titie en ontzegging van den verderen Eijsch van den officier. — De rol dus afgelopen zynde wierd door den Burger Willem Ferschveld gepresenteerd het volgende request 1 Aan den Edelen Agt:b: Heer President Pieter Hacker en verdere Raden van Justitie dezes gouvernement heeft reverentelyk te kennen Willem Versveld vry Burger wonende alhier dat hij supplt. zig in eene onaangename Sy eng procedures met het O: Fiscaal heeft ingewikkeld gevonden, en niet tegen zyne ver„ wagting eene voor hem suppl„t eclatante Satis„ factie by vonnisse van uwe wel Edele agtb: de dito 24 may 1786, in die zaak heeft ho„ ren concentieeren wel expresselyk behelsende dat aan den E: O: Eysscher geordonneerd wierd den slaaf in questi na alvorens voor den tyd Tijd van twee Jaaren in de ketting gesloten zyn, zodanig terstond aan den gede te restitu ren, ontsegt den 7: O: verders zyn Eysch met Compensatie. Dat hy supplt dan ook verder in dat billijke vertrouwen was, dat aan gem: vonnis door het O: Fiscaal in den striksten zin zoude worden voldaan. Dat hy supplt: niet tegenstaande dit alles tot zyne grootste verwondering op den 1 deser maand Juny des avonds omtrend seven uuren by hem heeft zien inkomen twee dienaren der Justitie, met een slaven Jonge op een van hun byder rug zit„ tende dat hy supplt. hun vragende wat zy quam doen, ten antwoord van hun had bekomen in substantie ^ dat zy uyt naam van 's Heeren geweldiger Matthyssen des supplts. Han Jongen genaamd mentor van Mosambicque met zig hadde gebragt om aan hem supplt. tet overhendigen. — dat hij supplt. hun gevraagd heeft een wyn te wagten, en twee van zyne Buuren gecor voceerd hebbende, deselve als getuygen had genomen, hoe het geval zig in desen had toege¬ dragen. dat hij suppl„t daarna gem: twee dienaren der Justitie in praesentie van gem: getuijgen wederom had bevolen den meergem: slave Jongen met hun te neemen, dewyl sulx geensints was Conform het vonnis van den Edelen Agtb: Raad dat gem: dienaaren der Justitie daartoe niet in„ clineerende, dog na eenige debatten den supplt versog ten om een briefje met des suppl„t handteekening be„ kragtigd, dat zy dan meergem: slave Jongen we derom met zig zoude nemen, ender deele of diergelyke bewoordingen: want anders krijgen wynog slagen va Matthyssen dat 70 1 dat den supplt daar in haast heeft geschree„ ven een briefje en wel van desen inhoud. — 's Heeren geweldiger Matthyssen wat reeden rgmoeert gemoveert, of wat regt u g'authoriseerd heeft, om my de Jongen te huys te zenden half doot en geensints overeenkomstig het vonnis van den E agtb: Raad van Justitie en wel wetende 't Jouw geensints bewrist is het welk my verder te doen zal staan, zo is het gy hem wederom ontfangt zo als gesonden hebt dat gem: dienaaren dan ook terstond met densel„ ven Jongen zyn vertrocken. dat de oorsaak van de pocedure met het O: Fis„ Caal al te wel aan uwe EEd: agtb: zyn bekend, dan dat hij suppliant deselve hier wederom zoude behoe¬ ven op te halen. dat hy supplt door dit willekeurig gehoude ge„ drag van het O: Fiscaal verstoken is gebleeven van zyn goed regt en geen geringe enervatie van Uwe lEd: Agtb: zo regtvaardig vonnis komt te lyden dat ook het te huis zenden van gem: slaaf veel te Permatuur was, dewyl de supplt nog geen Copy„ van het vonnis hadde kunnen bekomen en het O: Fiscaal niet weten konde of den suppl„t hiervan zoude willen appelleeren. dat gem: slaaf verder ook niet conform UwelEd: Agtb: meergem: vonnis was voorsien geweest van zodanige ketting als waar door hem tot weglopen of drossen zo niet geheel belet, ten minsten ten deele moeyelyker zoude werden gemaakt. dat gem: slaaf ook reets dat kleyne yzer by zyne detensie hadde aangehad, en derhalven den supplt niet zoude hebben behoeven te vragen om den ketting indien den supplt begrepen had dat de selve genoegsaam was om hem het drossen te beletten. 1
English
that for this reason, principally, the completed trial took its origin. that subsequently, after the pronounced sentence of your Honours, its contents have furthermore not been fulfilled, since the mentioned slave was fresh and healthy at the time of his detention, and at that time the petitioner had expressly protested against the Fiscal for all damages that could be caused thereby, having expressed himself in these or similar words: he stands at your account, as appears from the sworn declaration submitted by the petitioner to your Honours. that besides and in addition to all this, the mentioned slave boy upon his being sent home was very possibly not out of danger of losing his life, and thus was not in that healthy condition as when he, the petitioner, had demanded his slave back from the Officer Fiscal before the proceedings in order to have him immediately punished properly, and that if such had happened, the mentioned slave would also not have fallen ill in the prison. that he, the petitioner, having taken into consideration the frequently mentioned danger to his slave in which he was then situated, betook himself to the house of the president of your Honours' assembly. that he, the petitioner, asked the Honourable president for an extraordinary meeting in order to introduce his interests concerning this matter. That his request was refused the petitioner, and he therefore found himself in the necessity of gathering other means to prevent his impending danger. that he, the petitioner, therefore, after all this was concluded, caused the Fiscal to be served with notice through the court messenger J: Jurgense on the 2nd of this current month of June 1772, and protested against all steps concerning the failure to execute the sentence of your Honours dated 1 June of this year imposed upon the Officer Fiscal, and further against all costs and damages which the petitioner might come to suffer through illness, demise, or other inconveniences caused to his slave by those steps. that the mentioned Fiscal was pleased to express himself in these words: I do not consider myself to be in the position to accept a protest from the Burgher Ferschveld, much less to answer it. that he, the petitioner, well understands that this notice of his, because of the already alleged perils and delay regarding the possibility of the demise of his bondservant, must be of very great effect against the mentioned Fiscal. That he, the petitioner, even though the mentioned Fiscal had pleased to protest against it, must nevertheless presume that the Fiscal saw himself somewhat cornered by this used legal remedy. that he, the petitioner, then also the next day, to his astonishment, received the mentioned boy back home again riveted in irons, accompanied by the provost marshal and two Caffers, and from this necessarily had to infer that the mentioned protest in this case had at least not sorted effect insofar as the boy was put into chains much more heavily in irons, yet again not conforming to the content of the sentence of your Honours. that the petitioner then also, partly regarding this and further regarding the situation of his bondservant who is currently in danger, again protested after convocation of the neighbours as witnesses, and refused to accept the mentioned slave. that upon this, it was added to the petitioner by the provost marshal Custer: we leave him here and it is in the name of the Honourable Council. that he, the petitioner, could impossibly presume such, since this was not only once again contrary to the sentence, but even that such messages or orders from your Honours had always reached him as a Burgher through the court messenger, and therefore the petitioner again protested. that nevertheless the mentioned provost marshal departed with his two servants. that he, the petitioner, then immediately betook himself to the Honourable Mr. President Hacker and recounted the case just as it had occurred. that he, the petitioner, then also received as an answer from the mentioned Mr. President that the Honourable Council had ordered such. that he, the petitioner, then answered again that he had not received the slave in the irons conforming to the frequently mentioned sentence. that it was then also again added to the petitioner by the president: we shall have him fetched and riveted in chains conforming to the sentence. that he, the petitioner, also spoke again with Mr. President about the costs, damages, and interests which he had suffered through the long detention of the mentioned slave boy in the prison, not only that, but which he might yet come to suffer through his illness and possibly his death. that he, the petitioner, subject to respectful correction, understands that all these damages would have to be recovered from the Office of the Fiscal, as the petitioner had expressly protested against it upon the detention of the mentioned boy. that
Dutch transcription
dat uyt desen hoofde wel voornamentlyk het voldongen proces zyn oorsprong heeft genomen. dat vervolgens na het uytgesprooken vonnis van uwelEd: agtb: al verder niet is voldaan, aan dies inhoud dewyl de gem: slaaf vris en gesond is was by zyne detensie en op dien tid door den supplt tegens den Fiscaal wel expresselik was gepro¬ resteerd van alle schade die daardoor zoude kunnen worden veroorsaakt zig in deese of dier gelyke bewoordingen hebbende uytgelaten, hy zet voor u rekening blykens door den supplt aan uwelEd: agtb: nvergeleverde verklaring, on den Eede. dat buijten en behalven dit alles gem: slave Jongen bi zyne te huys zending zeer zich mogelyk niet buyten gevaar zyn leeven te verliesen, en dus niet in dien gesonden staat was als toen hy supplt: zynen slaaf van het O: Fiscaal voor de procedure hadde wederom begeert om den selven dadelyk te laten afstraffen na behoren, dat indien sul was gebeurd, gem: slaaf dan ook niet in den Pronk ziek zoude zyn geworden. dat hij supplt. in overweeging hebbende genomen het meergem. gevaar zyner slaaf waarin hy toen verseerde, zig heeft vervoegd ten huise van den praesident van uwelEd: agtb: vergadering dat hy supplt den E agtb: praesident heeft gevraagd, om eene extra ordinaire vergadering, ten eynde zyne belangen hier over in te brengen. Dat hem supplt. zyn versoek was afge¬ slagen, en derhalven zig in de noodsakelykheyd heeft bevonden andere middelen te bezamen, om zyn dreigent gevaar voor te komen. — dat hi supplt. daarom na dat dit alles was afgelopen den Fiscaal door den gerechtsbade J: Jurgense op den 2 deser lopende maand Juny 17 heeft laten Insinueeren en geprotesteerd te gu¬ alle 72 73 3 alle demarches omtrend het niet ter uytvoer bren„ gen van het vonnis van Uwel Ed: agtb: dato 1 Juny deses Jaars aan het O: Fiscaal opgelegd en wijders tegen alle kosten en schade, welke den suppl„t door ziekte aflyvigheyd of andere ongemacken door die demarches zynen staaf veroorsaakt zoude komen te lijden dat het gem: Fiscaal heeft kunnen gelusten zig in deese bewoordingen uyt te laaten Ik denk niet in het geval te zyn van den Burger Fersch„ veld een protest aan te neemen veel minder daarof te antwoorden dat hij supplt. wel degelyk begrijpt, dat deese zyne insinuatie vermits reeds g'allegeerde periculen en mora om de mogelykheyd van het afsterven van zyn LyfEygen van zeer veel effect moet zyn tegen gem: Fiscaal. Dat hi suppl„t of schoon gem: Fiscaal daar tegen hadde gelieven te protesteeren egter moet veronderstel„ len, dat den Feiscaal zig door dit gebruykte middel van regt eenigsints in het naauw heeft gebragt gesien. dat hy supplt. dan ook des anderen daags tot zyne verwondering al wederom gem: Jongen in de yzers geklonken heeft te huis gekreegen, verseld door den geweldiger suster en twee Caffers, en daaruyt nood„ sakelyk moest elicieeren, dat gem: protest in dit geval ten minsten zyn niet had gesorteerd in zo verre, dat de Jongen veel zwaarder in de yzers egter al wederom niet Conform den inhoud van het vonnis van UwelEd: agtb: was in de ketting geslagen. — dat den suppl„t dan ook ten deele hiervan en verder van de situasie van zyne tans in gevaar zynde LyfEygen al wederom heeft geprotes¬ teerd na Convocatie der Buuren als getuygen en gewygerd gem: slaaf aan te neemen. dat . ƒ 74 dat hem suppl„t daarop door den geweldiger Custen is toegevoegd, wy laaten hem hier en het is uyt naam van den agtbaaren Raad. dat hy supplt zulx onmogelijk konde veronder„ stellen, dewyl dit al wederom was strydig het vonnis niet alleen, maar zelfs dat hem als Burger, zodanige boodschappen of ordres van UwelEd: Agtb: altijd door den gerechtsbode waren toegekomen, en daarom ook al wederom door den suppl:t is geprotesteerd. — dat niet te min de gem: geweldiger met zyne twee dienaren is weggegaan. — dat hy supplt. dan ook terstond zig heeft ver¬ voege by den E agtb: Heer praesident Hacker en het geval verhaald zodanig als het zelve zig had toegedragen. — dat hy supplt dan ook van gem: Heer president ten antwoort bekomen, dat den E agtb: Raad sulx hadde g'ordonneert dat hy supplt dan wederom heeft geantwoord den slaaf niet zodanig in de yzers Conform het meergem: vonnis had ontfangen dat dan ook wederom den supplt door den president is toegevoegd, wy zullen hem laten halen en Conform het vonnis. laten klenken in de ketting. dat hy suppl=t ook wederom met den Heer president gesproken heeft, over de kos„ ten; schaden en Intressen welke door de lange de censie van gem: Slave Jongen in den Tronk hadde geleeden, niet alleen maar door zyne zichte en mogelyk zynen dood nog zoude komen te lyden. dat hy supplt. onder Eerbiedige Correctie begript, dat alle deese schade zoude moeten resalieeren op het officie Fiscaal, als zynde daarvan door den supplt. by de datens van gem: Jongen wel expresselyk geprotesteerd dat
English
75 1 ƒ that if this did not happen, the petitioner would rather suffer an important damage than to prosecute his good right through the gracious and equitable verdict pronounced for him, the petitioner, by your Honorable Worships; that the petitioner is all too convinced of the equitable way of thinking of your Honorable Worships, and therefore also dares to flatter himself that these steps taken by him will be highly appreciated by your Honorable Worships. Wherefore, the petitioner turns to your Honorable Worships, humbly requesting that it may graciously please your Honorable Worships to enjoin the Independent Fiscal to cause to be reimbursed to the petitioner that damage which the petitioner has suffered through the long intercession of his slave, constituting a major branch of his means of subsistence, and further to post such surety for the said slave as the actual value of the said boy, which to the petitioner himself could amount to one thousand Rds., with the understanding that when the said boy shall again be judged by expert doctors to be fully recovered, the said surety may again be lifted, and to him, the Fiscal, shall be enjoined to cause to be paid to the petitioner the costs caused thereby, along with the daily loss for the deprivation of that boy, according to the assessment of your Honorable Worships. Underneath stood: Which doing, etc. Was signed: W. Versfeld. In the margin: Exhibited in Court the 13th of June 1786. Which contents having been seriously deliberated, the request contained therein was rejected. Underneath stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. Thursday the 29th of June 1786. In the forenoon, present the Honorable Worshipful Mr. Pieter Hacker, President, and all the Members, except the Messrs. Cruywagen, van Echten, and van Sittert, all due to indisposition. The citizen Firemaster, Sr. Christiaan Paulsen, required party, to hear replication to his submitted answer. The Pro Interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, Official Plaintiff. The Pro Interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, required party, to see answer served to his filed demand. The citizen Jacobus van Leeuwen, as general attorney of the citizen Firemaster Christiaan Paulsen, plaintiff. Van Leeuwen serves answer, as in writing. The required party requests a copy thereof in order to serve replication fourteen days from today, or else to renounce. The Council grants the defendant the requested copy in order to serve replication thereupon two weeks from today, or else to renounce. Underneath stood: Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. Thursday the 13th of July 1786. In the forenoon, present the Honorable Worshipful Mr. Pieter Hacker, President, and all the Members. The said Pro Interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, Official Plaintiff in a criminal case for honor, against the under-mentioned, placed off-pay, under-boss of the Honorable Company's post De Schuur, Jan Nicolaas Schlender, prisoner and defendant in the aforesaid castle, on the other side. The Pro Interim Fiscal serves replication as in writing. The defendant requests a copy to serve rejoinder four weeks from today. The Council grants the defendant the requested copy and a term of fourteen days to rejoin. 76 67 21 1 The Official Plaintiff, under submission of three annexes, serves demand and conclusion as in writing. The prisoner, having heard the demand, begs for mercy. The Council keeps this case under advisement for round-reading. Whereupon the said Pro Interim Fiscal produced a memorial regarding certain complaints made to him, the Official Petitioner, by the citizen Jacobus Kruger against the widow Harmen Aarts; the same reading as follows: To the Honorable Worshipful Mr. President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Honorable Worshipful Mr. and Gentlemen. The undersigned Pro Interim Fiscal G. Exter respectfully represents that some months ago the citizen Jacobus Kruger appeared before the petitioner, complaining that the day before, while his wife had some company with her, she noticed a strong stench coming from the yard of her neighbor, the widow Harmen Aarts, which he himself noticed at the same time; that his neighbor, the former bookkeeper Kromhout, having come by and having spoken with him about it, and because he had to suffer nuisance from her pigs despite his manifold complaints, in order to convince himself fully of the origin of the stench, decided to look over the wall of the yard of the aforesaid widow on a ladder, where he then discovered that it came from the refuse tub, which was being thrown into a pit next to the foundation of his, the said Kruger's, building by two boys, and while they were still at it, he forbade them to do so, yet they continued with their work. That his wife, having come over and wondering at such a foul action, wanting to see it for herself, had also climbed onto the ladder, and was then verbally abused by the often-mentioned widow, who was then in the yard, saying in substance: You beast, you slut, damned whore, what business is this of yours, this does not concern you, I can do in my yard whatever I want. On which grounds he, Kruger, then requested that such conduct be forbidden to the widow and that satisfaction be given to his wife; that the Official Petitioner, having summoned the aforesaid widow Aarts before him and having put this to her, the widow denied neither the one nor the other, answering against it only that Kruger's wife had also cursed, and that she had no business looking into her yard. Whereupon the Official Petitioner, ex officio, ordered her to refrain from doing the like in the future, and concerning the injury committed against the wife of Kruger
Dutch transcription
75 1 ƒ dat indien sulx niet gebeurde den suppl„t veel eer eene importante schade zoude lyden, dan wel zyn goed regt door het gratieuse en billyke vonnis voor hem suppl„t door uwelEd: agtb: gepronuntieerd zoude komen te procequeren. dat hy supplt van de aquitable manier van denken van Uw Ed: agtb: al te overtuygt is, en zig daarom ook durft te flatteeren, dat deese zyne gehou„ dene demarches ten hoogsten door Uwel Ed: agtb: zullen worden gegouteerd. — Weshalven, de suppl„t zig keerd tot uwel Ed: agtb: ootmoediglik versoekende, dat het UwelEd: agtb: —e goed gunstiglyk moge behagen het O: Fiscaal t'injun, in geeren, die schade welke den suppl„t door het lange i„ intersereeren van zynen slaaf als een groote tak van zyn middel van bestaan uytmakende heeft komen te lyden aan den supplt te doen rembour„ gt seeren, en verder zodanige Cautie voor gem: slaaf te stellen, als de weesendlyke waarde van gem: Jongen, welke den supplt. zelve duysend Rep. zoude kunnen bedragen, met dien verstande dat wanneer gem: Jongen wederom door kundige doortoren zal geoordeelt werden volkomen hersteld te zyn, van gem: Cautie weder zal kunnen werden opgeheeven, en aan hem Fiscaal zal werden g'inrengeerd de kosten daardoor veroorsaakt met het dagelyx verlies voor het gemis van dien Jongen ter texatie van uwel Ed: agtb: aan hem suppl„t te doen betalen. — /:onderstond:/ 'T welk doende C /: was geteekend:/ W: Vers„ feld /:in margine:/ Exhibituin in Judicio den 13 Juny 1786. ver welks inhoude ernstelyk gedelibereerd zynde, is het versoek daarin vervat van de hand geweesen. — /:onderstond:/ Cabo de goede Hoop die et anno ut supra E/:lager / mij present /:geteekend :/ C: van Aerssen secret„sg Donderdag den 29 Iuni 1786. 's voormiddags praesent den E: agtb: Heer Pieter Hacker Praesident en alle de Leeden demptis de Heeren Cruywagen van Echten en van Sittert alle by indispositie van Leeuwen dient van ant„ woord, pro ut in scriptis. de gereg: versoekt daar van Copia ten eynde heeden over 14 da¬ „gen te dienen van replicq dan wel te renuntieeren. — De raad verleend ged„te de versogte Copia om daarop heeden over twee weeken te dienen van replicq dan wel te renuntieeren. — /: onderstond:/ Cabo de goede hoop die et anno ut subra. /:lager:/ mi praesent /:getekend:/ C: van Aerssen secret:s Donderdag den 13 July 1786. 's voormiddags praesent den E agtbaaren Heer Pieter Hacker Praesident en alle de Leeden. de Pro Jnterim Fiscaal dient van replicq ut in screptis. de ged„te versoekt Copia om heeden over vier weeken te dienen van duplicq. — den Burger Brandmeester Sr Christiaan Paulsen gereg:. omme op desselfs overgegeeven antwoord te horen repleceeren. de pro Jnterim Fiscaal alhier d' E Gebriel Exter R:O: reg=t den pro Jnterim Fiscaal d' E. Ga¬ briel Exter gereq„l omme op desselfs ingediende Eysch te zien dienen van antwoord. „Den Burger Jacobus van Leeuwen als generale gemagtigde van den Burger Brandmeester Christiaan Paulsen regt. de 76: 67 21 1 SC de r: O: Eysscher ender overlegging van arie bylagen, dient van Eysch en Conclusie pro ut in de gev: den Eysch gehoord hebbende versoekt genade De raad houd deese zaak ter rondleesing in advys. Waarna gem: pro Jnterim Fiscaal produceerde een aan vertoog, nopens zekere hem r: O: vert: gedane klag„ ten door den Burger Jacobus Kruger, tegens de wedwe Harmen Serts; luydende het zelve als volgd. Aan den wel Edele agtbaare Heer Praesident en Raade van Justitie des Casteels de goede Wel Edele Agtb: Heer en Heeren. Vertoond met schuldigen Eerbied den ondergeteekende pro Jnterim Feiscaal G: Ester, dat eenige maanden geleeden den Burger Jacobus Kruger by den ver„ toonder klagende heeft voorgesteld, dat 's daags te voren zyne Huysvrouw eenig geselschap by zig hebbende een sterke stank waargenomen, den onder afgesz: gagie staande onder baas van 's E Comp:s post de schuur Jan Nicolaas Schlen¬ der get: en ged:te in voorsz: Caster andere zyde. voorm: pro Jnterim Fiscaal d' E Gabriel Eeter R: O: Eysscher in CCas Crimineel ten eere. De raad verleent, de ged„te de versogte Copia en termijn van veerthien dagen om te dupliceeren. — komende scriptis. . 6o — Koop. komende van het Erf van desselfs Buurvrouw, de wedw: Harmen Aarts, het geen zelve ter zelver tid gewaar wierd. dat hy zyn Buurman den oud Boek houder Kromhout daartoe gekomen zynde en deese met hem daarover gediscoureerd hebbende, en wegens den overlast dien hy van haar varkens, niet tegenstaan de zyn menigvuldige klagten moeste lyden te raak was geworden, om zig volkomen van den oortprong des stanks te vertuygen, op een ladder over de muur van het Erf van voorm: weduwe te zien, waar hy dan ontwarende, dat het afkwam van het vuylnis Baly, dewelke van twee Jongens naast het fondament van zyne gem: krugers ge¬ bouwde in een gat uyt gegooyt is geworden, en waaraan zy nog besig waaren, hun L: sulx ver„ bood, zy egter in hun werk Continueerden. Dat zyne Huysvrouw daartoe gekomen en zig over eene zo vuyle handeling verwonderende, sulx zelve heb„ bende willen zien, ook op de ladder was geklom men en als toen van meergem: weduwe, die zig toen op de plaats bevond, was uytgescholden geworden in substantie zeggende: Jou beest sou loeder, verdoemde hoer, wat hebt zy hier van noo„ den dat raakt je niet, ik kan op myn plaats doen wat ik wil. — uyt welke hoofde hy kruger dan versogt dat aan de wedwe diergelike gedoente verbooden en aan zyne Huysvrouw satisfectie gegeeven wierd, dat den 7: O: vert: voorsz: wedwe acrts voor zig heb„ bende doen komen en aan deselve sulx voorgehouden de wed:we nog het een nog het ander heeft ontkend, alleening daartegen antwoordende, dat de krugers Huysvrouw ook had gescholden, en dat zy niet op haar plaats te zien had. waarop den R: O: vertoonde amptshalven haar gelast heeft, zig diergelyke te doen voor de toekomst te wagten, en omtrend de Jnjurie tegens den Huysvrouw van Kruger gepleegd