Inventory 10984
Cape · 954 pages · 242 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
that they having consented to this, the first prisoner Kniedt consequently around eleven o'clock at night fetched the key to the barrier from the guardhouse, opened the small gate of the same, and placed the beans outside the barrier, furthermore having spoken with the sentinel of the regiment of Meuron who stood near the pier, and having promised him a gratuity in order not to be disadvantageous or obstructive to them in the execution of their plan, they, the 1st, 2nd, 3rd, and 4th prisoners, took up the bags of beans, carried them behind the works to the beach, and buried them there in the sand, while the 6th prisoner Borst remained as sentinel on the pier; that after the perpetration of this theft, the first prisoner Kniedt even dared, between one and two o'clock in the same night, to take the 2nd prisoner Eikhard with him to the cooper's shop in order to relieve the 3rd prisoner Weyer, who was standing sentry there, so as to steal with the same beams belonging to the Honourable Company lying on the pier in front of the timber warehouse and surrendered to the guard, of which they also took away 8 pieces and brought them to the 8th prisoner Ten Pas, who lived in the house of Christiaan Knoet, they having also been helped therein by the 4th prisoner Otterman, who was standing sentry by the timber, upon the prior assurance of the 1st prisoner to his accomplices that he took the matter upon himself, and whatever came of it was for his account, while the said Ten Pas was no less ready to receive them directly and to store them in his house; that the next day, the stolen beans having been sold by the 1st prisoner Kniedt to the servant of the battalion cook, being the 7th prisoner Heinrich, for 16 rx, he, the 7th prisoner, after those same beans had been taken out from under the sand by the 1st, 2nd, 3rd, and 4th prisoners and put together into 4 sacks, had them fetched by 4 boys of the 1st prisoner, received them, and had them carried to the house of the aforesaid cook, while the first prisoner also went thither and received the agreed money for them, having divided the same in fair manner so that the 3rd prisoner Weyer received 3 rix-dollars, the 2nd and 4th prisoners Ekhard, Otterman, as well as the above-mentioned deceased man, each 2 rixds, and the 6th prisoner Borst one rixds, he having moreover given to the Sergeant or fifth prisoner one rix-dollar, an equal sum to the Soldier Thiel, and four schellingen to the soldier Went (which two last-mentioned have also been condemned according to their deserts), while the stolen timber remained unsold and nothing was received for it; that the 5th prisoner Jan Christoffel Frans Ralenbeek participated in this theft to the extent that he allowed the first prisoner to fetch more bottles of wine to make the necessary tools for his purpose all the more capable and the sooner to persuade them, and, having been informed by the first prisoner that he intended to steal the beans, instead of preventing such and keeping watch over his post with all the more care, made no answer to it, but on the contrary went to sleep unconcerned, and although he, the fifth prisoner, claims to have advised the 1st prisoner against such, nevertheless only got up the next morning and further, without making any inquiry where the beans might have gone, received a rix-dollar from the first prisoner; that the following day, the perpetrated theft of both the beans and the timber having been discovered, the prisoners were thereupon arrested and subsequently handed over into the hands of Justice; Now, whereas such deliberate thefts, in a land where law and justice are maintained, can by no means remain unpunished, but must be punished according to the findings of the case as a mirror and example to others: So it is that the Honourable Worshipful Council of Justice aforesaid, in session on this day, having emphatically read and considered the written Criminal Demand and Conclusion made and taken by the Fiscal pro interim, the Honourable Gabriel Exter, in the name of the office, on and against these prisoners, as well as having paid heed to everything that [illegible]
Dutch transcription
dat zijl: hier in bewilligd hebbende de eerste gene„ kniedt ingevolge vandien omstreex elf uuren als nagts de sleutel vande barriere uyt de wagtgehaald de kleijne deur van dezelve g'opend, ende boonen buyten de barrieren gezet voorts met de schildwagt van't regiment van Meuron die bij't zeehoofd stond gesprooken, en denzelve een douceur beloofd hebbende, om denselve in 't ettectueeren van hun voorneemen niet nadelig of hinderlijk te zyn, zij 1, 2, 3, en 4, geve, de zakjes met boonen hebben opgenoomen achter de werken aant strand gebragt en aldaar in't zond begraven terwijl de E=e gene„ Borst als schildwagt op't hoofd gebleeven is dat na't perpetreeren van deeze dietstal de eersten geve, kniest zig nog heeft durren verstouten tusschen een en twee uuren in dezelvde nagt den 2 e geve, Eikhard wet zig naa de kuyters winkel te neemen te eynde de 3=e geven weyer aldaar op schildwagt staande aftelessen om met dezelve balken van dE. Comp: op't been voor't hout magnazyn liggende en aan de wagt overgegeeven te steelen waarvan zi aan ook 8. stuks weggenoomen en bij den in't huijs van Christiaan knoet als toe woonende 8 ' geven ten pas gebragt hebbende zijnde zyt: door de 4e, geve, Otterman dewelke bijt hout op schildwagt stond, meede daar in gehoepen geworden, op voorafgegaane vertekening vanden 1e gene, aan zijne meede pligtige vathyde zaak op zig ram, en wat 'er van kwam voor zyn reekening was, terwijl gem: ten pas, niet minder gereed is geweest deselve directelyk te ontfangen en ten zynen huijze te bergen dat des anderendaags de ontstootene boonen, door den 1.e geve, kriedt aan de knegt vande bataillons kok wanneer of den 7„e, geven heinrich voor 16. rx zynde verkogt geworden hy 7e, geve, ook dezelve boonen vadat die door den 7e, 2, 3, en 4. geve, van onder 't Land uijtgehaald en te zamen in 4. zakken gedaan waren door 4. jongens vanden 1e, gene, heeft laten halen in ontfangst genoomen en na't huijs van voorsz wanneer laten dragen terwijl de eerste geve, meede derwaards is gegaan, en't daarvoor g'accordeerde geld ontvangen heeft hebbende hetzelve in reeden voegen verdeeld dat de 3d, geve, weijen 3 ryxdaalders heeft genooten de Zej en 4. e gene, Ekhord, Otterman als meede de bovengem: overleedene maan, ijder L: rixds, ende 6e gene, bordt een ryxds, hebbende hij daar enboven aan den Sergeant of vijfde geve, een ryxdaalden een gelyke somme aan den Soldaat Thiel en vier sch. aanden soldaat went gegeenen /welke twee Laastgem: meede na verdienste gecondemneerd zijn„ terwijl het gestoolene hout nog en verkogt gebleeven en niets daarop ontfangen is Dat de 5„e geve, Ian Christoffel frans Ralenbeek is deeze diefstal in zoo verre heeft geparticipeerd dat hy heeft toegelaten dat de eerste gene, meer feessen myn heeft laten halen om de nodige wanschappen tot zy voelwit des te bekwamer te maken, en te eer overte halen en door den Eersten gene, ver wittigd zijnde dat dezelve vansints was de boonen te steelen in steede van zulx te beletten, en zyn post met dies te meer zorge waarteneemen daarop niets heeft g'antwoord waar integendeel en besorgd is gaan leggen slapen, en ofschoon hy vijfde gene„ voorgeeft den 1e, geve zulx ontraden te hebben, echter des anderendaags morgens eerst is opge staan en voorts zonder eenige navraag te doen waarde boonen mogten gebleeven zijn vanden eersten gene, een rijxdaalder ontfangen heeft. dat des volgende daags de geperpitreerde dief stal zoo vande booven als 't hout ontdekt zijnde degen, overzulx g'arresteerd en vervolgens in handen van Justitie zyn overgeleeverd geworden, Naar nademaal diergelijke moedwillige dief stallen in een land alwaar Recht en gerechtigheijd gehandhaafd word geenzints ongestrafd kanblyven waarten spiegel en voorbeelde van anderen na bevin ding van zake moet worden gepunieerd. zoo is 't dat den E. achtb: raad van Justitie voorn: ten dage dienende met nadruk geleezen en overwogen hebbende den schriftelijke Crimineelen Eijsch, en Conclusie door den Pro Interim fiscaal dE. gabriel Exter nomine officir op ende jegens dezen gedaan ende genoomen mitsg„s gelet op al't gunt haald zelve aar kening hyde
English
was serving the matter, and could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have condemned the prisoners as their Honorable Worships hereby condemn the same, to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, and there the 1st, 2nd, 3rd, and 4th prisoners to be delivered to the executioner, the 1st prisoner, Jan Kniest, his eyes being blindfolded and having knelt down before a heap of sand, to be struck over the head with a bare sword, and further to be banished to Robben Eijland in order to work there for the term of his natural life without wages on the Honorable Company's public works; the 2nd, 3rd, and 4th prisoners, Gerrit Eckhard, Johan Pieter Meijer, and Jan Maurits Herman Otterman, being bound to a post, to be severely scourged with rods on the bare back and further to be banished, also to Robben Eijland, for the term of five consecutive years, in order to labor there for nothing on the Honorable Company's public works, and after expiration of those 5 years, to be banished forever from these lands and the jurisdictions thereof; the 5th prisoner, Jan Christoffel Frans Ralenbeek, having been degraded from his rank, likewise to be bound to a post and severely scourged with rods on the bare back and further to be banished forever from these lands and the jurisdictions thereof; also the 6th prisoner, Hendrik Philip Borst, to witness the actual execution of the aforesaid condemnation and thereafter, by the Caffres in the presence of the gentlemen commissioners from this Honorable Worshipful Court, to be banished forever from these lands and the jurisdictions thereof; the 7th and 8th prisoners, Salomon Geinrigh and Jan Willem ten Pas, also to witness the aforesaid actual execution and subsequently to be sent to the Indies; with condemnation of all the prisoners in the costs and expenses of justice and forfeiture of the wages owed by the Honorable Company to these said first-mentioned prisoners since the day of their detention, which was the 13th of March 1786; the Council denying the further or other claim made and entered into ex officio by the fiscal ad interim for reasons. Thus done and sentenced at Cabo de Goede Hoop, the 16th of June 1786, as well as pronounced in the Castle of Good Hope on the 24th of the same month and executed on the same day. Was signed: P. Hacker, Johs. Smits, S. Vechten, A. v. Sittent, J. M. Horak, J. M. Bletterman, W. F. v. R. Rheede van Oudshoorn, C. G. Maasdorp, C. L. Neethling, G. H. Meijer, P. J. de Wet. Lower: in my presence, signed: C. van Nerssen, Secretary. In the margin: fiat execution, signed: C. J. van de Graaff. Underneath stood: Agrees A. Meel Sworn Clerk
Dutch transcription
ter materie dienende was, en hun EEs agtb: kende doen moveeren, recht doende uijt naame ende van wegens de hoogmogende heeren staten generaal der verbeuigde nederlanden de gere hebben gecondemneerd gelijk hun EE agtb: dezelve Condemneeren mits deese omme gebragt te worden ten plaatze waar men alhier gewoon is Cremineelen sententien te Executeeren aldaan den 1, 2, 3, en 4. e gene„ den scherpregter overgeleevert, aen 1 gen, Aan Kniest zyn oogen geblind en voor een hoop zand nedergeknield zijnde met een bloot dwaard over 't hoofd geslagen. en voorts ten robben Eijlande gebannen te worden om aldaar den tijd zijn's Leevens zonder Loon aan s'E Comp: gemeene werken gebannen te worden de L e V, U geve, gerrit Eckhard, Iohan Pieter Meijer en Jan Maurits Perman otterman aan een paal gebonden zijnde wet roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld en voorts voor de tyd van vyf agter eenvolgende Iaaren, meede ten robben eijlande gebannen te worden, ten eijnde aldaar aan s' E. Comp: gemeene werken voor niet te arbeijden en na Expiratie van die 5 Jaren, ten eenwigen dage uyt deeze landen met de ressorte vandien den 5. e, geve, Ian Christoffel frans ralenbeek zijnde van zyn qualiteijd gedregradeert, insgelijks aan een paal gebonden met roeden op de blote rugge strengelijk gegeesseld en wyders ten eeuwigen dage wyt deeze Lande enden ressorte vandien gebannen te worden nutsg„ den E: gene, Hendrik Philip borst om de dadelijke Executie der voorsz Condemnatie te aanschouwen en daarna door de Catters ten overstaan van heeren gecommitteerdens uijt deeze E. achtb. vande gelaansde voorts ten Eeuwigen dage uijt deeze lande ende ressorte vandien gebannen te worden den 7 en 8. geve, Salomon Geinrigh en Jan willem ten pas omme almeede de voorm: dadelyke Executie te aanschouwen en vervolgens va Jndien versonden te worden, met Condemnatie van alle reger, in de kosten en misen van Justitie en afschrijving der van dezes ged. eerstgem: gen, bij de E. Comp: te goed hebbende gage zedert den dag hunner, aetentie Zynde geweest den 13 maart 1786. ontzeggende den raad de verdere of anderen Eijsch bi den prs interim fiscaal ratione off: gedaan en genoomen om reedenen. Aldus gedaan en gesententieerd aan Cabo de goede hoopden 16. Iunij 1786: mitsg„s gepronuntieerd In't Casteel de goedehoop den 24. der selver maand en g'executeerd tenzelven dagen /:was geteekend:/ P. Hacker, Ioks, Smits S. Vechten, Avsittent, J. M. Horak, J. M. Bletterman, WJ VRRheede van audshoorn C. g. Faasdorp, C. L. Heethling, g. 5. Meijer T. J. dewet /:Lager:/ mij praesent /:geteekend:/ C. van Nerssen Secret„s /:in margine;/ fiat Executie /:geteekend:/ C. I: van de graaf. /:onderstond./ Accordeert er AMeel gem Clerc