Inventory 10984
Cape · 954 pages · 242 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Art 8. Says that he cannot say with certainty whether it was that very evening or the next day's morning, and that Mechiel spoke to Captain Weever about it on the beach. Why he, the witness, on his first examination spared the truth and spoke lies, said, because he had been afraid, and adding further that that carpenter had said to him, the witness, that he was from a lost French ship that had crashed onto the rocks behind Table Mountain, and also that he had stolen those goods from the chest of the first lieutenant, which he had broken open on that occasion, and that that carpenter had indeed also spoken with him about wanting to have an opportunity to go to Europe, having first spoken about it with Mechiel, further confessing regarding the rest to have acted together with Mechiel. 9. Whether he, the witness, did not accompany the questioned persons to the beach the next day and spoke for the second time with the captain to let them go directly to his ship. 10. What he, the witness, can bring forward in his defense. Says he did wrong and did not mean to do so, not knowing that he would commit an offense by doing so, adding that having been a servant to Christiaan Bam, the said Bam did not say to him that he should not shelter such people. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop the 10 October 1786, before the gentlemen Willem van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Mattheas Bletterman, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who properly signed the minute hereof, along with the prisoner and me, sworn clerk. Below which: Which I witness, signed: R: G: v: d: Riet, sworn clerk. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, the above-mentioned person Christiaan Janssen, who, these foregoing interrogatories with his responses given thereto having been read aloud clearly and distinctly word for word, declared to persist therein. Thus re-examined at Cabo de Goede Hoop the 3 Nov: 1786. Was signed: a cross, and around it written: this mark is made in his own hand by Christiaan Janssen; lower: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary; in the margin: as commissioners, signed: Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert. To the Right Honorable Worshipful Gentlemen, the Presidents, as well as the other Honorable Worshipful members of the Council of Justice of this government. Underneath: Re-examination. Shows with due respect the pro interim fiscal here, Gabriel Exter. That the petitioner on the 21 of the past month of September requested and also obtained from your Honors the bodily apprehension of the persons of the gunner Christiaan Janssen and the sailor Vincent Claassen, specifically on the matter that they did not hesitate not only to conceal in their taverns and elsewhere for five days some of the mutineers executed last Saturday from the French private vessel La Rozette which had arrived, but also to help them in a clandestine manner onto the private return ship Josephus de Tweede lying anchored here, and thus, if it were possible, to make them evade the hands of Justice; which has appeared both from the interrogatories answered by the aforesaid Christiaan Janssen and Vincent Claassen before the gentlemen commissioners and from the further concurrence of matters shown to the prosecutor: that a certain gunner named Michiel Rood (who often frequented the tavern of the said Vincent Claassen) not only also had knowledge that the same mutineers were being kept hidden there, but that he, Rood, had moreover also been with the first-mentioned Christiaan Janssen to seek with him an opportunity to get the brothers Tailjascos together with the carpenter Francois Ros onto the aforesaid ship Josephus de Tweede and to have them depart from here in secret; just as he, Rood, after having first spoken with the aforesaid Christiaan Janssen to the captain of the said vessel Josephus de Tweede, then also in his own person escorted the said Tailjascos and Ros to the jetty, brought them to the captain, and handed them over to him. The petitioner therefore found himself, Right Honorable Worshipful Gentlemen, placed under the unavoidable necessity also to have to initiate the appropriate criminal proceedings against this Michiel Rood. He therefore takes the liberty of turning to your Honors with the respectful request that your Honors may be pleased to grant him, the petitioner, their decree or order by virtue of which he, the prosecutor, may be authorized to have the said gunner Michiel Rood taken into apprehension. Doing which. Signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in Court the 19 October 1786. Interrogatories drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order to examine thereon at the request of the pro interim Fiscal Gabriel Exter the gunner Michiel Rood, the responses given by him to be properly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the gunner Michiel Rood, who to the adjoining question articles has answered as is noted beside each of them. Art: 1. The examined person's name, birthplace, and age. Says: Michiel Rood of Strasburg, 31 years of age. 2. What capacity the examined person holds. Says to be a gunner. 3. Whether he, the examined person, has not often frequented the tavern of the said Vincent Claassen. Says: Yes.
Dutch transcription
Art 8. zigt zulx niet zeker te kunnen leggen of 't dien eygensten avond dan wel des anderen daags morgen is geweest, en dat Mechiel den Capitain wee„ ver daar over aan strand heeft aangesprooken. — Waarom hij get: bij zijn eer¬ zegd, om dat hij bevreest was geweest en voegende nogdaan ste verdoor de waarheid ge¬ spaard en Leugens gesproo¬ bij dat dien Timmerman aan hem get: gezegt had dat hij „ken heeft van een verlooren fransch schip was dat agter de tafel Bergh op de klippen gebonst was mitsg„s dat hij die goederen uijt¬ de kist van den Eerste Luitenant gestoolen heeft die hij bij dien geleegendheid open gebrooken had, en dat dien timmerman wel ook met hem gesr: gesprooken had van een geleegenheid te wil„ „len hebben om naar Europa te gaan hebbende daar over eerst met Mechiel gesprooken, bekennende voorts nopens't overigen met Mechiel te zamen gedaan te hebben. „ 10. Wat hij get: tot zijn ver¬ Legd Lakwaad gedaan en „schoning kan uitbrengen. zulx niet gemeend te hebben niet te weeten daar door te zullen misdoen byvoegende dat hij als knegt bij Christi„ aan Bam geweest zynde gem: Bam aan hem niet gezegt heeft dat hij zulke mensche niet moest huisvesten. Aldus gevraagd en beantwoord aan Caao den goeden Hoop den 10 October 1786 voor de heeren Willem van Rheede van oudtshoorn en Johannes matteas Bletterman leeden uit den E Agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deses /:onderstond:/ „ 9. Off hij getz: de quistianeerde persoonen sanderen daags niet naar de strand heeft verzeld en voor den tweede reij¬ „sen met den Capitain heeft ge„ „sprooken om dezelve directe„ lik naar zijn schip te laaten gaan benevens 3 benevens den geve, ende my geswclenog meede behoorlijk hebben onderteekend: /: lagers:/ welk ik getuigen /:getekend: /. : R: G: V: d Riet geswClercq. — Compareerden voor ons ondergeteekende ge„ „Committ:s uit den E: Achtb: Raad van Jus„ „titie bovengem: perzoon Christiaan Janssen dewelke deze voorenstaande interragatori„ „a met zyne daarop geegevene desponsive klaar en duidelyk van woord tot woord voor„ „geleesen zynde betuigden daar bij te blyve persisteeren. — ldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 3 Nov: 1786. /:was getekend:) Kruis (: en daar om„ „schreeven:/ dit merk stelt eigenhandig Christiaan Janssen (:lager:) Mij praesent ƒ /:getekent/ C. van Aerssen Secretaris/ in margine :/ als gecommitt:s /:getekend:/ Io„ „hannes Martinus Hozak en Andries van Sittert. van de welEdele Achtb: Heeren praesidenten benevens den verde„ „re Edelen Achtb: rade van Justitie deezes gouvernements. /onderstond:/ Recollement. Wel . Vertoond met schuldige eerbied den pro interim fiscaal alhier Gabriel Elter. „ 21 der Dat de vertoonder op den affgeweekene maand sep¬ „tember van uwEd Achtb: verzogt en ook geobtineerd hebbende apprehensie Corporeel op de persoonen van de boschieter Christiaan Janssen en aen Mattroos vencent Claassen en wel ter zaake dat zij zich niet haaden ontzien eenige der op laatstl: Zaturdag geexecuteerde muijtelingen van het afgelospene fransch particulier scheepje La Rozette niet alleen vyf dagen in hunne taphuisen en elders te verbergen, maar ook dezelve op een Clandes¬ „tine wize op het alhier geankerd geleegen heb„ bende particulier Retoir schip Josephus de twee¬ „de te helpen en hun dus waare het mogelyk de hande der Justitie te doen ontwijken het zo uit de door voorsz: Christiaan Janssen en vincent Claasen voor Heeren gecommitts beantwoorde Interrogatorien als de verdere Concurrentie van zaaken aan den 7: O: vertoonden geblee„ „ken is, dat zeekeren bosschieter in naame Michiel Rood /:die zich dikwils in het taphuis van gem: vincent klaasen heeft opgehouden:/ niet alleen meede weetenschap gehad heeft dat dezelve maetelingen aldaar wierden Ca„ „che gehouden, maar dat hij nood ook daar en booven bij eerstgem: Christiaan Janssen was geweest om met denzelven naar geleegend„ „heid te zoeken, ten fine de gebroeders Tail„ „Jascos beneevens de timmerman francois Ros„ op 't voorm: schip Josephus de tweede te krij„ „gen en in stilte van hier te doen vertrekken gelyk hy Rood, na eerst met voorsz: Chris¬ „tiaan Janssen den Capitain van gerep te kiel Jo= „septus de tweede gesproken te hebben dan ook in eigener perzoon de gem: Taljascos en Ros naar het hoofd begelijd, bij den Capitain ge„ bracht en aan denselven overgegeeven heeft De vertoonden liet zig dierhalven in de Wel. Edele Achtbare Heeren onvermydelyke zagt onder de bosschieter onvermydelyke noodzakelykheid gebracht om ook teegens deezen Michiel Rood de gepaste pro„ „cedurs in Cas Crimineel te moeten entameeren Hi neemd van overzulx de vryheid zig te kee„ „ren tot uwelEd: Achtb: met eerbiedig verzoek dat uwelEd: Achtb:s aan hem vert: / gelieve te verleenen derzelver decreet of appoinctement uit krachte van welke zij vertoonder r:O: wer„ 2 „de gequalificeerd om denzelven bosschieter Michiel Rood te kunnen doen neemen in appre„ „hensie. /onderstond:/ 't welk doende. /: getekend:/ G: Exter /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 19 October 1786 Interrogatorien gedaan Compareerde voor ons maken en aan Heeren ge ondergeteekende gecom¬ „mitss uit den E: Achtb: raa. „ Committ„s uit den E: Achtb: „de van Justitie dezes goe„ raade van Justitie dezes goe„ „vernements, den bosschieter „vernements overgegeeven Michiel Rood dewelken op om daarop ter requisitie de nevenstaande vraag van den pro interim Fiscaal articulen zodanig heefterge„ gabriel Exter gehoord te worden antwoord als bezyden een den bosschieter Michiel Rood zul„ yder derzelven staat aan„ „lende deszelvs te geevene res„ „ponsiven in margine dezer behoorlijk te worden bekend ge¬ „steld. „geteekent. des gev. naam, geboorte plaats Zegt: Michiel Rood van Stras„ en ouderdom. „burg oud 31 Jaren. beschyden te zyn. Off hij get: zig niet wel heeft opgehouden int tapluis van „ 2. wat hij gev: in qualiteit is. Art: 1. Legt: Ja. den e 2
English
Answers that they came there, but does not know that they were hidden and harbored there. Article 3. Whether these Italians did not make known to the prisoner where they came from and in what manner they had landed here. Answers to have understood from a certain sailor commonly called Simon who spent much time at that house that they were Frenchmen from a ship from False Bay, but to have heard later that they were from the stranded ship. Article 4. Whether in the middle of the past month of August two Italians were not hidden and harbored in the said tavern. Answers as before. Article 6. How many days they were in the said tavern. Answers: 4, 5, or 6 days at most, but cannot determine such for certain. Article 7. Whether those Italians did not have with them any gold boxes, watches, and jewels, and showed them to the prisoner. Answers to have seen that they gave two watches and some Spanish mats into the safekeeping of Claasen, and that Claassen gave this back to him the next day, but exchanged a gold watch for his silver one. Article 8. Then to whom they gave the same into safekeeping. The sailor Vincent Klaassen, commonly called Claas the Spaniard. Article 9. Whether he, the prisoner, did not seek to provide the said Italians with a suitable means whereby they could consequently get away from here with a ship. Answers that Claassen had told him that they were people from a lost ship who gladly wished to go to Europe, and that he, the prisoner, at the request of the said Claassen to look for an opportunity so that they could get away, went to Christiaan Janssen to speak to him about it, and subsequently together went to request the captain of the private ship to take those persons along, who had consented thereto, provided that they would draw no wages. Article 10. Whether they also knew in what manner they had come by those boxes and watches. Answers not to know such. Article 11. Whether they did not sell or give as a present any of those jewels to one person or another. Answers: No. Article 12. If yes: whether the prisoner also knew that they had made themselves guilty of one or another crime. Answers: Not to his knowledge, and to have heard such only when they had already been imprisoned for a long time. Article 13. Whether the prisoner also knows a certain tavern keeper, Christiaan Janssen. Answers: Yes. Article 14. Whether the prisoner did not see and speak to a certain person, being a carpenter, at this Janssen's. Answers to have seen and spoken to that carpenter there, but to have heard later that he was from the same ship. Article 15. A carpenter, and was with the aforesaid Italian brothers from one and the same ship as the 2 Italians. Falls away. Article 16. Whether that carpenter also did not have any gold watches, boxes, and further items with him. Answers to have seen such later with Christiaan, who had told him that he had exchanged this for his watch. Article 17. If yes, where he left the same. Answers: Yes. Article 18. What was promised to the prisoner if this succeeded. Answers that Claasen promised him 4 Spanish mats for it. Article 19. Whether the prisoner did not go to the sea pier to ask the boat's crew for the lodgings of the captain, and who thereupon spoke to the captain of the ship Josephus the Second. Answers to have been with Christiaan together at the sea pier and further at the lodgings of the captain. Article 20. Whether the prisoner did not himself escort the aforesaid persons to the pier and bring them to the said captain. Answers that they went alone, but that he, the prisoner, with Christiaan followed behind them. Article 21. Whether the prisoner did not consult with the aforesaid Janssen how one might best help those people get away in secret. Answers that the prisoner did not speak to the captain at the pier, but indeed at his house, whereupon the captain, having asked them whether they were Company servants, they answered thereto no, but that they were Frenchmen or Italians from a ship from False Bay, the said captain further having agreed to take them along for shipboard service in exchange for food, and if they worked well to give them a present in Europe. Article 22. What kind of discourses the prisoner held with the said captain and how the agreement was then reached. Answers not to have seen them go on board. Article 23. Whether the said carpenter and Italians then also actually went on board. Answers: 4 Spanish mats. Article 24. What the prisoner received for this service. Answers not to have known that they were criminals. Article 25. Whether the prisoner must not confess to having done his best to make the said criminals escape the hands of justice. Answers indeed to be punishable, but to ask for mercy, because he would indeed have delivered those persons into the hands of justice if he had known that they were such scoundrels. Article 26. Whether the prisoner is not convinced of having deserved punishment hereby. Answers to ask for merciful punishment. What the prisoner knows to bring forward for his excuse. Underneath stood:
Dutch transcription
„len. zegt dat zij daar gekomen zin, doch niet te weeten dat zy daar verborgen en opgehouden zijn. off dele staliaanen aan den zegd! van een zekere mat„ Gev: niet hebben te kennen „troos door de wandeling gegeeven waar zi van daan Simon genaamd die daar en op wat wize (zij alhier aan„ „geland waren veel aan huis verkeerden verstaan te hebben dat zij franschen waren van een schip uit de baaij fals doch naderhand gehoord te heb„ „ben, dat zij van het gestrande schip waren. „ 6. Hoe veel dagen zij in gem: Legt: 4: 5. of 6 dagen op zyn taphuis geweest zijn. hoogst doch zulks voor zeker niet te kunnen bepa„ Off die Italiaanen niet ee„ zegt gezien te hebben dat „nige goude doozen horologies zij aan Claasen twee hono¬ en kleenodien bij zig gehad en „logies en eenige spaan„ aan hem gev: vertoond hebben. che matten in bewaaring gegeeven hebben en dat hem Claassen dit des anderen daags heeft weerongegeeven, doch een goud horologie tegen zijn zilver verrueldƒ Legt: als vooren. „ 8. dan wie zij deselve in be„ „waring hebben gegeeven. Art: 4. Off niet in de helft der ge„ passeerde maand augustus twee Hallaanen in gem: taphuis zyn verborgen en opgehouden. den mattroos vincent klaassen, in de wandeling Claas de Span„ „jaard genaamt art 9. „ 3. „ 7. s Art: 9 Legh, Ja zegt niet met zyn weeten en zulx eerst gehoord te hebben toen zij reeds lange hadden vast gezeeten. 20gt zulx niet te weeten. off hij gev: de gem: Staliaa¬ zegt dat Claassen hem ge„ zegd had dat het menschen, nen niet een bequaam mid„ „del heeft zoeken te verschef„ waren van een verloren schip die gaarne na Euro„fen waardoor zy gevolglyk „pa wilden gaan, en dat hij met een schip van hier kon„ ged: op versoek van gem: „de geraken. Claassen om een geleegend„ „heid te zoeken dat zij weg konnen komen naa Christiaan Janssen is gegaan, om hem daar over te spreeken en vervolgens te zamen den Capitain van het particulier schip gaan versoeken om die perzoonen mede te nemen, dewelke daarin ge„ „consenteerd had, mids dat zij geen loon zoude treken:— Legt: N een. „ken doch naderhand te „ 14. „ken zekeren perzoon zynde Legt: dien timmerman daar off hij geve bij deesen Janssen te hebben gezien en gesproo niet heeft gezien en gesproo„ Off hij gev: ook kend zekeren tapper Christiaan Janssen! „ 13. „ 12. zo Ja: of hij get: dan ook ge„ „weeten heeft dat zij zig aan de eene of andere disraad hadde schuldig gemaakt „ I1. off zij van die kleenodien niet aan de een of ander hebben verkogt off present ge¬ daan. „10. off zyl: ook geweeten hebben of wat wijze zij aan die doozen en horologies gekomen waren. hebben een Z Vervalt. zegd: Ja. had. hebben gehoord dat hij van het zelfde Schip off dien timmerman ook Legt: zulx naderhand te geene goude horologies, hebben gesien bij Christiaan doozen en wes meer heeft dewelke hem gezegd had dat bij zig gehad. hij dit geruild had op zijn horologien. „18. Wat hem gev: zo dit gelakte zegd dat Claasen hem daar daar voor beloofd is. voor 4 sp: matten beloofd zegt met Christi aan Lamen aan 't zee hoofd te zijn ge„ weest en voorts aan 't logies van den Capitain. zogt dat zy alleen zijn ge„ gaan doch dat hij get: hun met Christiaap van achteren gevolgd is. Off t hij ged: niet naar 't zee hoofd is gegaan om. naar 't logis van den Capitain aan 't schuitsvolk te vraagen en wie daarop den Capitain van 't schip Josephus de twee de gesprooken heeft „ 19 „ 20. off hij gev: niet zelve de voorscz: perzoonen heeft naar het hoofd begeleid en bij gem: Capitain gebragt off hij gev: met voorsz: Jans„ „sen niet heeft overlegd hoe men die menschen bestin stilte zoude kunnen weg hel„ „pen. „ 16. zo Ja waar hij dezelve ge„ „laaten heeft J. Art: 15. een timmerman en met de voorsz: gebroeders Italiaanen was als de 2 Italiaanen — van een en het zelve schip Art 21. „17. 00 Art 21. Wat voor discoursen hij gec. met gem: Capitain heeft ge„ aan 't hoofd niet heeft ge„ houden en hoedanig het aa„ „sprooken maar wel te zyne „coord als toen getroffen is. heize als wanneer de Capi„ „tain hun gevraagt hebbende of zil: Comp„s dienaren waren zijl: daarop geantwoord hadden, van neen, dog dat zij franschen of Italiaanders waren van een schip uit de baaij fals, hebbende gem: Capitain voorts aangenomen om hem voor de kosf scheepsdienst doende mede te willen nemen, en bij aldien zij goed werkten hun een praesent in zegt dat hij gev: den Capitain Europa te zullen geeven. Legt. hun niet na boord te hebben zien gaan. Legd 4 sp: matten. Legd. niet te hebben gewee„ „ten dat zijl: middade„ „gers waren. „ 25. Off hij gev: niet is overtuigd hier door straffe te hebben Legt wel strafbaar te zin, dag genade te verzoeken, verdiend. wyl hij die perzoonen wel in handen der Justitie zoude hebben geleverd, als hij geweeten had, dat het zulke boos„ „wigte waaren. Legt te verzoeken om ge„ „nadige straff. „ 26. wat hij gev: tot zijn verschoo „ning weet in te brengen. off hij gev. niet moet be„ kennen zyn best gedaan te hebben om gem: misdadi„ „gers de handen der Justitie te doen ontgaan. „24. dat hij gev: voor dit ver „zichten genooten heeft. „23. off gem: timmerman en sta¬ „leaanen toen ook werkelijk zijn naar boord gegaan „ 22. /:onderstond:/ 2 .
English
Thus questioned and answered at Cabo de goede Hoop on 3 November 1786 before the gentlemen Joh:s Martinus Horak and Andries van Sittert members of the Hon: Worshipful Council of Justice aforesaid who together with the interrogated person and me secretary have also duly signed the original of this. Below which: which I witness. Signed: C Van Aerssen Secretary. Confirmation. Appeared before us the undersigned commissioners from the Hon: Worshipful Council of Justice of this government the aforesaid person of Michiel Roodt who having these preceding question articles with the answers given thereto read aloud to him word for word clearly and distinctly declared that he persisted in remaining by the same, not desiring that anything more shall be added thereto or taken therefrom. Below which stood: Thus done and confirmed at Cabo de goede hoop on 4 Nov: 1786. Was signed: Megiel Rood. Below which: In my presence. Signed: R: J:s V: d: Riet sworn clerk. In the margin: as commissioners. Signed: Iohannes Martinus Horak and Andries van Sittert. Inventory of documents made and delivered to the Honorable Worshipful Council of Justice of this government by and on behalf of the pro interim fiscal here Gabriel Exter in a criminal case on the one side Vincent Claas of Livorno Christn Janssen of Chaagloeni Michiel Rood of Straasburg the first as sailor and the two last named as gunners registered here currently prisoners and defendants in the aforesaid case on the other side. Inventory marked with L: A: Criminal demand and conclusion formulated by the pro interim prosecutor against the prisoners and defendants and marked on the back with B No. 1 Sworn statement of Captain Christiaan Lummak commanding the ship Josephus de tweede. No. 2 of the second mate Pieter Ampsten registered on the aforesaid vessel. No. 3 Statement executed by the 3 prisoners and defendants at the requisition of the pro interim prosecutor. No. 4 Extract from the further articles answered by Etienne Taljasco. No. 5 by Antoine Taljasco on and against No. 6 Extract from the further articles answered by Francois Ros of Biella. No. 7 Memorial for the apprehension of the first two prisoners and defendants. No. 8 Articles answered by the 1st prisoner Vincent Claas. No. 9 further No. 10 put to the 2nd prisoner Christ:n Janssen and answered by him. No. 11 further No. 12 Memorial for the apprehension of the 3rd prisoner. No. 13 Articles on which the 3rd prisoner was heard with the responses. Marked with L: C: 1: 2: 3: 4: 5: 6: 7: 8: 9: 10: 11: 12: 13: etc. Serving to justify the facts laid to the charge of the prisoners and defendants in the aforesaid criminal demand by the pro interim prosecutor and consequently to verify articles 1 to 41 inclusive. The remaining articles of the same demand are introductory, matters of public notoriety, or confessed, and consequently need no more specific proof. Legal brief, if necessary, to be formulated and then marked with the Letter D. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in court on 11 November 1786. Agrees. Shows with deepest dutiful respect the undersigned Hendrik Lodewijk Bletterman Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein. That the account attached hereto, and a statement, dictate in more detail: That on a certain day in the beginning of the month of October at the place of the burgher Francois Retieff during the absence of the said Retieff, one of his female slaves named Rosetta of Bengal having been ordered by her mistress to fetch meat from one of the back rooms situated in the kitchen, the said Rosetta had also immediately gone thither for that purpose, at which time she was followed by her fellow slave August of Bengal, who having asked her what she had spoken with her mistress just before and being answered by her that she had said nothing to her mistress, he August had seized the said Rosetta by the heel and thrown her to the ground. That the aforesaid August having thereupon inflicted a stab upon the said Rosetta, which however due to her struggling caused a scratch obliquely across the right side of her belly, upon her cry for help the fellow slave Galant came up and pulled the said August off her body, on which occasion the said Galant while wresting the knife from the aforesaid August also received a scratch on his head. That the said August having been asked by the rest of the people of the said Retieff who had rushed up thereupon why he had stabbed Rosetta, he had answered: I seek my death, he August having thereupon been bound and a few days thereafter brought hither to the Company's prison, while on that same occasion the aforesaid Rosetta and Galant completely recovered from their slight injuries, had also come hither. To the Honorable Worshipful Gentlemen both outgoing and incoming Presidents Pieter Hacker and Jan Isaak Rhenius together with the further Gentlemen Members of the Hon: Worshipful Council of Justice of this government.
Dutch transcription
d Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 3 November 1786 voor de heeren Joh:s Martinus Hozak e Andries van Sittert leeden uit den E: Achtb: raade van Justitie voorm: die de minute dezer benevens de Geo: en mij secretaris mede behoorlyk hebben onderteekend. /la„ „ger :/ 't welk ik getuygen. /: getekent:/ C Van Aerssen Secretaris. Eecollement. Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt:s uit den E: Achtb: Raad van b p Justitie deses gouvernements de voorm: perzoon van Michiel Roodt dewelke deeze voorenstaande vraag articulen met de daaropgegeevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen zynde verklaarden dezelve daar bi te blyven persisteeren niet begeerende dat er lets meer bij gevoegt ofte van gedaan werden zal /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede hoop den 4 Nov: 1786 /was getekend:/ Megiel, Rood /:lager:/ Mij pree„ Sent /:getekent:/ R: J:s, V: d: Riet gesw: Cletcq /:in margine:/ als gecommitt:s /: ge„ „tekend:/ Iohannes Martinus Horak en Andries van Sittert. Inventaris van stuk„ /onderstond:/ „ken „ken gedaan maken en aan de welEdele Achtb: Rade van Iustitie deezes gouvernements overgegeeven door ende van weegens den prointerim fis„ „caal alhier Gabriel Eester 7: O: Eesscher in Cas Crimineel ter eenre Vincent Claas van Livorne Christn Janssen van Chaagloeni Michiel Jood van Sraasburg de eerste als mattroos en de byde laatsgem: als bosschieters alhier beschyven thans 's nee¬ ken ged: en gedr: in voorsz: Cas ten andere Lyden. Inventaris gequoteerd met L: A: Crimineele Eysch en Coclusie door den 7: O Esscher op ende Jeegens de ged. en ged: gefor„ „weerd en in dorso gequoteerd met „ B No. 1 Beëedigde verklaring van den het schip Josephus de tweede Commandeerende Capitain 6 Christiaan Lummak 6 5„ _ van de op voorm: bodem beschydene tweede stuurman Pieter Amp¬ „sten. 3: verklaaring door de 3 geven gedr: ter Requisitie van den Z O Ey„ „schen gepasseerd. Exaract uit de beantwoorde naadere articulen door Eti„ „enne Taljasco _„ door rntaine Taljasco op ende Jeegens N. o 6. 2: - 4: 5: x„ —. N:o 6:. Extract uit de beantwoorde Naadere articale door francois Ros of Bieltse 7: Vertoog tot aprehensie van de by de eerste gev: en ged„s 8: Articulen door den 1e geve„ Vincent Claas beantwoord _„/nader 9: 5„ x 12: _„ aan den 2de geve/ Christ.:n Janssen voorgehouden en door denselven beantwoord /naader/ _„o A„o _„o 12: Vertoog tot apprehensie van den & geve 13: Articulen waar op den 3 geve„ is gehoord met de responsieven gequoteerd met L: C: 1: 2: 3: 4: 5: 6: 7: 8: 9: 10: 11: 12: 13: w„s Dienende tot Justificatie van de vaiten aan de geve en ged„s by den voorsz: Criminelen Eisch door den 7: O: Eys„r ten lasten gelegd en mitsdien tot rerificatie van art„ 1 tot 41: in Clusive Aun De overige articulen van denselve Eysch zijn introductien/ notoir juris, of in Confesse en hebben mitsdien geen speciaalder bewijs nodig. Memorie van reehten /: is t nood/ te formeeren en als dan te quo„ „teeren met de Letter. . . . . D. /:was geteekend:/ G: Exter /:in margine:/ A„ „hebitum in Judicie dien November 1786. Accordeert. MKiel gem leren 11: — - „ „ 2 ƒ G Vertoond met diepschuldige Eerbied den onder„ „geteekende Hendrik Lodewijk Bletterman Landdrost van Stellenbosch en drakensten2 Dat het nevens deezen gevoegde Relaas, en eene verklaaring, met meerdere dicteert Dat op zeekere dag in 't begin der maand october ter plaatze van den burger Francois Retieff bij absentie van denzelven Retieff, een zijnen slaa„ „vinnen met naame Rosetta van Bengalen door haar Lyfvrouw gelast geworden zijnde, om vleesch uijt een in der in de Combuis zig bevindende agterkameren te haalen, dezelve Rozetta haar ook tot dat eynde terstond derwaards had begeeven, als wanneer zij gevolgd was door haar meede Slaaff August van bengaalen, dewelke aan haar gevraagt) hebbende wat zij met haar Lyffvrouw eeven bevoorens had gesprooken en door dezelve geantwoord zynde: niets aan haar Lyffvrouwe te hebben gezegd, had hij August dezelve Rozetta bij de heel gevat en op de grond geworpen. Dat voorsz: August dezelve Rosetta daarop een steek hebbende toegebragt; die door haar tegenworsteling egter schuyns over haar buyt Regts een schram heeft veroorzaakt, op haar geroep om hulp den meede slaaff=galant geaar bij gekoomen en gem: August van haar Lyff: had afgetrocken bi welke geleegenheid denzelven Jalant met 't mes van voorsz: August te ont„ „weldigen meede een schram aan zijn hoofd had bekoomens Dat gem August door 't overige volk van gem: Retieff 't welk daarop toegeschooten was gevraagt geworden zinde waarom hy Rosch„ „ta had gestooken, denzelven geantwoord had: ik zoek mijn dood, zynde hij Augusts daarop ge„ bonden en eenige wynige daagen daarna herwaards in sf heeren gevangenhuis overge„ „bragt geworden terwijl bij diezelvde gelee„ „gentheid voorsz: Rossettie en galante volkoo„ „men van hunne ligte quituuren hersteld, mee¬ „de zig herwaards hadden begeeven —. Aan de WelEdele Agtbaare Hee„ „ren zoo afgaande als aankomende Praesidenten Pieter Hacker en Ian Isaak Rhenius beneevens de verdere Heeren Leeden van den E: Agtb raade van Iustitie deezes gouvernements. Dat E
English
That subsequently before gentlemen commissioners from this Noble Honorable Council, the aforementioned August, having been heard on the articles, his answers given thereto indeed for the most part at first glance appear to be in conformity with the narrative previously made, but that from some of the answers given by the aforementioned August one must not unreasonably conclude that the apparent cause of his deed can be attributed to nothing other than his state of mind at the time and an assumed, misplaced fear. That to the petitioner, therefore, both from his own investigations and from the answers given by the aforementioned August, no ground in the world has appeared to proceed against the aforesaid August by means of a criminal claim to any public corporal punishment, but on the contrary, subject to correction, understanding that the committed act is of such a nature that the same could very suitably be punished by a domestic correction, he consequently also believed himself to be under the necessity of providing your Noble Worships with the required disclosure of matters, in order on the one hand to take care that crimes do not go unpunished, and that on the other hand, conversely, no heavier punishments and penalties are executed than the circumstances of the matters demand. Wherefore the petitioner turns to your Noble Worships, with humble request that your Noble Worships please have the goodness to declare whether your Noble Worships can agree with the concept of having the aforementioned August simply punished in the ordinary manner and sent home to his master in that way, provided that his master immediately have him, August, transported to one of both remote districts and sold for his benefit, in such a manner that he shall never be permitted to enter the districts of Stellenbosch and Drakenstein, or else to provide in this matter in such other extraordinary manner as your Noble Worships shall find to be proper according to the circumstances of the matters. Below was written: Which doing, was signed: H. L. Bletterman. In the margin: Exhibited in court on 29 December 1786. Articles drawn up and delivered to gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, by and on behalf of the undersigned Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio plaintiff, in order that thereat, upon his requisition, the slave August of Bengal, belonging to the burgher François Retief, be heard and interrogated; the answers to be given by him to be recorded beside each article. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave August of Bengal, who has answered the adjacent questions as is recorded beside each. Article 1. The prisoner's name, age, and place of birth. States: August of Bengal, aged by estimate over thirty years. Article 2. Whose bondservant he is and what work he performed for his aforementioned master. States: to belong to the young Frans Retief, and to have herded the sheep there for his master. Article 3. Whether he, prisoner, knows the female slave Rosetta of Bengal, belonging to his aforementioned master. States: Yes. Article 4. Whether he, prisoner, has had any quarrel with the same female slave, and from what such arose. States: to have had an argument with her, and the cause thereof was that he, witness, imagined that the female slave Rosetta had reported something about him, prisoner, to his mistress, because his master was not at home. Article 5. Whether he, witness, some time ago did not see that the same female slave Rosetta in the morning at the break of day went into one of the back rooms of his, prisoner's, master's dwelling house in order to perform some work. States: as before. Article 6. Whether he, the aforementioned, then followed the same female slave into the aforementioned room and what question he then put to her. States: as before. Article 7. Whether he, witness, asked the same female slave what she had related to her mistress, and what answer he received from her thereto. States: Yes, and he, prisoner, had asked, as aforementioned: what did you say to the mistress? And that the maid also had a knife in her hands to cut meat. Article 8. Whether the same female slave thereupon told him, witness, that she had said nothing to her mistress. States: that upon the question of him, prisoner, the maid answered: I said nothing at all to the mistress. Article 9. Whether he, witness, immediately grabbed the same female slave by the heel and threw her to the ground. States: Yes, that he, prisoner, grabbed that maid by the heel and that thereupon the maid subsequently stumbled over a mud of flour. Article 10. Whether he, witness, came to blows with that maid, and subsequently, while he, prisoner, held the knife in his left hand to cut bread, that maid accidentally and without intent of him, witness, was hit in the side, and also when the slave Galant rushed to help, he likewise received a stab beside the head during the wrestling, without the least intention or without the prisoner knowing how that maid and lad came by that stab wound.
Dutch transcription
Dat vervolgens voor heeren gecommitt„s uyt dee„ „zen Edelen Agtbaren raade eevengem: August ge„ „hoord zynde op Articulen desselvs daarop gegeevene Responsiven wel meestendeels in den eersten opslag Conform 't hiervoren gedaane verhaal schynen te zijn, dog dat men uijt zommige der door voorm: August gegeevene responsiven niet ongegzond zou moeten besluiten de schynbaare oorzaak van zijn daad, aan niets anders te kunnen attribu „eeren als aan zijne toenmaalige gemoedsgesteld„ „heid en voorgenoome verkeerd geplaatste vreeze Dat den vertoonden; dus zoo uijt dezelve zijne Invormatien als uijt de door voorm: August ge„ „geevene responsiven geen fundament ter weekeld zynde voorgekomen, omme teegens voorsz: August door middel van eenen Crimineelen Eysch tot eeni„ „ge publicque Corporeele straffe te unnen pro„ „cedeeren, maar ter Contrarie (onder Correctie begrypende dat 't gepleegde fait is van den Aart, dat 't zelve Leer gevoegelijk door eene ddmisticque Correctie zou kunnen worden gepu„ „nieert, mitsdien dan ook heeft gemeend zig in de noodzakelykheid te bevinden, omme van dit een en sander aan uwelEd s Agtb: te moeten geeven de nodige openinge van zaaken ten eijn„ „de aan de eene kant zorge te dragen dat de misdaden niet ongestraft worden begaan, en dat aan den anderen, kant daarenteegen gee„ „ne zwaardere straffen en poenaliteijten worden geExecuteerd, als de omstandigheeden van zaa„ „ken komen te verEysschen. Waarom den vertoonder zig keert tot uwelEdele agt„ „barens, met ootmoedig verzoek, dat uwelEdele Agt„ „baarens de goedheid gelieven te hebben omme te de„ „clareeren off uwel Edele Agtb„s kunnen vallen in't begrip, omme den voorm August Simpelijk op de ordinaire wijze te doen afstraffen en in dier„ „voegen aan zijn Lyfheer te huis te zenden, mits dat zijn Lyfheer hem august terstondt na eene der byde afgeleegene districten voet transporteeren, en ten zijnen voordeele verkoopen, zoodanig dat denzelven nooijt in de districten van stel: „lenbosch en draakenstijn zal vermogen te komen dan wel op zoodanige andere extra ordinaire wijze in deezen te voorzien als uwelEd: Agtb„s naar de omstandigheid der zaaken zullen bevinden te behooren. /:onderstond:/ 2 Legt August van Bengalen oud na gissing ruijm dertig zogt de Jonge Frans Betees toe te behoren en aldaar bij Legt! Ja. Articulen Gedaan maaken Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommit„t en aan heeren gecommitt uijt den E: Agtb: Raade van Justitie de„ „teerdens uyt den E: Agtb: „zes gouvernements over gegee„ raad van Justitie dezes gou„ „vernements den slaats august„ ven, door en van weegens den van Bengalen dewelke op de ondergeteekende Landdrost van Stellenbosch en Draakenstijn nevenstaande vragen zodanig Hendrik Lodewijk Bletter„ g'antwoord heeft als bezyden „man R: O: Eesscher omme daar„ een yaer aangetekend staat. - „op ter zyner Requisitie ge„ „hoord en ondervraagd te wor„ „den den slaats August van Bengalen toebehoorende den burger François Better zullende desselvs te gevene antwoorden bezyden yder articul moeten werden be„ „kand gestled. Art: 1. Des ged: Naam ouderdom en geboorte plaats. „ 2. Wiens leyfeygen hy is en wat werk hy by zyn voorm: Lyff„ „heer heeft verrigt 3. Off hij gev: kent de slavinne Rosetta van Bengaalen toebehoorende aan zynen voorm: Sysheer „ 4. Off hij gev: met de zelve zegt met haar rusie gehad, en de oorzaak daar van te zijn slavinne ook eenig twist geweest dat hy get. zig ver heeft gehad en waar uyt zulks „beelde, dat de Zwijd Roletta is ontstaan. iets van hem gev: aan zijn Lijf„ vrouw vermits zyn Lyfheer niet te huis was zoude, hebben aangebracht waar door hij gev: zyn baas de schaaps te heb„ „ben gehoed. —. /:onderstond:/ 'T welk doende /:was getekend: H: L: Bletterman /:in margine:/ Exhebitum is Judicio den 29 december 1786. — met „ Iaaren. ƒ en ond zegt. als vooren. zegt als vooren. „wijl hij gev: de Mes in zijn Linker hand hield om brood te snyde die mijt perongeluk en zonder toe doen van hem get: in de side geraakt had, en nog wanneer de staaff galant ter huep toegeschooten was meede een steek door 't worstele besyde 't hoofd ontfangen heeft zonder eenige de minste intentie off zonder dat de gev. weet hoe dat die mijd en Jonge aan die steek gekomen zijn. — met die mijd handgemeen geworde, vervolgens ter off hij get: voor eenigen tijd geleeden niet heeft gezien dat deselve Savinne Rozel„ „ta 's morgens met 't aanbreeken van den dag sig in een der agter kameren van zin gevs Lyfzeers woonhuis heeft begeeven ten eynde eenig werk te verzig„ hi gem: dezelve Slavinne 9 zegt: Ia en had hij gev: ge„ als toen in gem: kamer is agter¬ volgt en welke vraage hij haar „vraagd zo als voorm: wat heb gij aan Juffrouw gezegd als toen heeft gedaan. en dat de mijd meede een mes in haare handen heeft gehad om vleesch te snijden. hij get: dezelve Slavinne & zegd dat de mijd op de ozaa heeft gevraagt wat zi aan „ge van hem ged: geantwoord haare Lyfvrouw had verhaald, en Ead, ik heb niet met alaan welke antwoord hij daarop van haar heeft ontvangen. Noyje gezegd. „9. zegt: Ja dat hij gev: die mijd off hij get: dezelve slavinne bij de heel gevat en dat daarop terstond bij de heel ge„ de mijd vervolgens over „vat, en op de grond gesmeeten een mud meel gestruijkeld heeft was. off dezelve slavinne daarop aan hem get: heeft gezegd dat zij aan hare Lyffrouwe niets gezegd had. Ant: 10. „ten. „ 6 7. Off 1 Art: 5 2 Z Z L a
English
Article 10. Whether he, the prisoner, then with a knife he held in his hands inflicted a stab into her lower abdomen. Answers: No. Lapses. Answers as before. Whether the knife that he, the prisoner, held in his hands, or the knife that the girl held in her hands, was the cause of the stab having been inflicted. Answers that he, the witness, does not know. Article 11. Whether he, the prisoner, when the fellow slave Galant rushed in, because he sought to wrest the knife from the prisoner, did not also inflict a scrape on his face. Answers: Yes. Answers that, after that boy rushed in, it could well be that, through the violent grappling with that boy, that stab may accidentally have been inflicted on him, Galant, however without his, the witness’s, foreknowledge or malicious intent. Article 12. Whether he, the witness, upon the question of why he had thus wounded the same slave woman Rositta, what he answered to the people who rushed in afterwards. Answers that he, the witness, answered the slaves: you must not torment me too much, I will do away with myself, my master and mistress do not torment me as much. Article 13. If no. Why he then wounded and assaulted the same slave woman in such a manner. Article 14. Whether he, the witness, upon the shouting and screaming made by the said slave woman, was pulled off the body of the said slave woman and subdued by the slave Galant who rushed in afterwards. Article 15. Whether he, the witness, thereby attempted to deprive the same slave woman of her life. Answers that he had not had the intention of doing away with that girl, and that he had not even thought of it. Article 16. If yes. Why and for what reasons he attempted to do so. Article 17. Whether he, the witness, thus understands well that he deserves to suffer severe punishment for his committed deed. Answers as before. Answers that what he, the witness, has deserved, he will have to undergo. Article 18. What he, the witness, can bring forward in his defense. Article 19. Whether he, the witness, answered to the people that he was seeking his death. Thus interrogated and answered at Cabo de Goede Hoop on 28 November 1780 before the Gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, Members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the appearing party and me, the sworn clerk. Below: Which I witness. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Confirmation Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the slave August of Bengal, who, having had these his preceding interrogatories read aloud to him word for word, testified to persist therein, not desiring that anything more or less be made of it. Thus done and confirmed at Cabo de Goede Hoop on 28 December 1786. Was signed: Cross. And written around it: This cross was made by the Prisoner with his own hand. Below: In my presence. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. In the margin: As Commissioners. Signed: C. P. Noetsling and J. M. Bletterman. Account given in the presence of the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government by and on behalf of Rosetta of Bengal, slave woman of the burgher Francois Retieff, of competent age, and at the requisition of the merchant and landdrost at Stellenbosch, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, reading as follows: That she, about three weeks ago, in the morning at the break of day, was ordered by her mistress to take out meat in one of the back rooms, and having gone thither, when she was busy cutting the meat from the hook, there came into the same room the slave of her master, named August, also of Bengal, who then asking her what she had spoken with her mistress just before, and having received in answer from her that she had said nothing to her said mistress, he immediately grabbed her by the throat and threw her to the ground. That he, August, then, with a knife he held in his hands, inflicted a stab low in her abdomen, which however, through the struggle of the deponent, went off diagonally, and merely caused a scratch on her belly; and that she, upon screaming for help, was then rescued by the fellow slave Galant, who pulled the said August off her body. The deponent declared that the said August, when he was bound and asked by her why he had stabbed her, answered: I sought my death. Declaring nothing more, she gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further. Thus related at Cabo de Goede Hoop on 2 November 1786 before the Gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, Members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the deponent and me, the sworn clerk. Below: Which I witness. Was signed: C. V. Aerssen, Secretary. Confirmation Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforesaid Rosetta of Bengal, who, having had this her preceding account read aloud to her clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, with the desire that nothing more or less shall be made of it. Thus confirmed at Cabo de Goede Hoop on 3 November 1786. Was signed: Cross. And written around it: This mark was made with her own hand, Rozetta of Bengal. Below: In my presence. Signed: C. V. Aerssen, Secretary. In the margin: As Commissioners. Was signed: Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert. Appeared
Dutch transcription
Art: 10. „weest. of 't mes dat hij ged. in han¬ Zegt Neen. Vervalt zegt als vooren. Off hij ged. dezelve Slavinne daar op met zyn in handen „den hield dan wel & mes dat hebbend met een steek in haa„ die mijd in hande hand de „te onderbuijk heeft toege„ oorsaak van de steek is ge„bragt. zegt, dat hij get: niet weet Legt, Ja. Off hij gev: deselve slaaff galant zegt dat die Jonge toegeschooten door dat hij den gev: 't meszogt zynde wel weezen na dat door te onweldigen niet meede een 't gevoelig aanlast van die schraap in deszelvs aangezicht Jonge die steek hem galant heeft toegebracht perongeluk kan zyn toegebracht egter sonder zijn get: voor„ „weeten off moetwil. wat off hij get: op de vraage legt dat hy get: geantwoord waarom hy deselve Slavinne heeft aan de slaaven gij Rositta dusdanig had gekwetst moet mij niet te veel pla„ aan't daarop toegeschootene volk gen ik sal mijn Eygen Lijff heeft geantwoord te kort doen, mijn baas en Juffrouw plaag mij zo veel niet. — zoo N een. — waarom hij dezelve slavinne dan zodaanig heeft gekwetst en aangeromd. „ 14. off hij get: op 't door gem: slavinne gedaan geschreeuwd en geroep door den daarop toe„ „geschootene slaaff galant van 't lyff van gem: Slavinne is afgereikt en overweldigt „ 13. „ 12. off hy get: daar door getragt heeft dezelve slavinne van 't leeven te berooven. zoo Ja Waarom en om wat reedenen hy zulx hij heeft getragt te doen. Art 17. - „ 11. „ 15. „. 16. zegt. als vooren.— Off hij get: dus wel begrypt zegd: dat hij get: verdiend over zyn gepleegde daadzwaa¬ heeft zal hy moeten onder¬ „re Aratse te hebben verdiend. „gaan. „ 18. zegt dat hy niet van meer„ „ning was geweest om die mijl van kant te helpen en dat hij daarom niet eens gedagt heeft. /:onderstond:/ Aldus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 28 Novbr. 1780. voor de Heeren Johannes Martinus Rozak en Andries van Sittert Leeden uyt den E: Agtb: Raad van Justitie voorm: die de minute dezes benevens de Comp t. en mij geswClercq meere behoorlijk hebben onderteekend. /lager: Tweer ik getuijge /:was getekend:/ R: J: V:d: Riet geswClercq. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ „Committ:s uit den E: Agtb: Raad van Justitie dezes gouvernements den slaat August van Bengalen dewelke deese zyne vooren„ „staande Interrogataria van woorde tot woorde voorgeleezen weesende betuijgde daar bij te bliven persisteeren niet begeerende dat er iets meer bij ofte van gedaan wer¬ „den zal. 19 wat hy get: tot zyne verschoo¬ „ning weet in te brengen. Art 17. off hy get: aan 't volk heeft geantwoord dat hij na zijn dood gezogt had. /:onderstond:/ 2 ƒ /:onderstond:/ Aldus gedaan en gerecolleerd aan Cabo de goede Hoof de 28 December 1786. /was getekend:) Kruis /: en daar om schreeven:) dit kruis heeft den Gev: eygenhandig ge„ „steld /:lager:/ Mij praesent /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet gesw Clercq /: in margine:/ Als gecommitt. s /: getekend /:/ C: P: Noetsling en J: M: Bletterman. — ƒ belaas gegeven ten over„ „staan van de onderget: ge„ „Committ:s uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouverne„ „ments door ende van wee¬ „gens Rosetta van bengalen Slavin van den burger fhan„ „cois Retieff van Competen„ „ten ouderdom en ter requisi„ „tie van den koopman en Land„ „drost te Stellenbosch de Heer Hendrik Lodewijk Bletter, „man Luidende het zelve als volgt. Dat de zelf voor nu wel drie waeken ge„ „leeden 's morgens met het aanbreeken van den dag door haar Lyfvrouw geordonneerd is geworden om in een der agterkameren vleesch uit te halen, en zig derwaards begeeven heb¬ „bende als toen wanneer zij ezig was, het vleesch van de haak te snijden, in de¬ zelve kamer is gekomen de Slaaff van haren lyfheer August gen„t mede van ben„ galen die dan de hel„ vraagende wat zij met haare lyfvrouw eeven bevorens had gesprooken e door de helk daar op ten antwoord bekoomen hebbende dat zij tegens gem: haare lyfvrouw niets gezegd had! ter„ „stond de zelf heeft bij de keel gevaten op den grond gesmelten. — dat hij august de zelk daarop met een in handen hebbend met een steek onder in de buijk (: die echter door den telk tegen„ „worsteling - E „worsteling schuijns opgegaan is, en haar even„ een schram in de buyt heeft veroorzaakt: toegebragt hebbende, de stelk op het geschreeuw om hulp als toen door den mede staatf gul„ lant die gem: August van haar lyf heeft afgetrokken ontzet geworden is. Verklaarde de rel„t dat gem: August wan„ neer hij gebonden was, en door haar ge vraagd was: waarom hij haar gestooken had geantwoord heeft ik heb mijn dood gezogt Niets meer verklaarende geeft de zelfs voor redenen van wetenschap als in den text bereid zynde 't zelve nader te bevestigen. /:onderstond:/ Aldus gerelateerd aan Cabo de Goede Hoop den 2 Nov: 1786. voor de heeren Johan„ „nes Martinus Horak en Andries va Sittert leeven uit den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: die de minute deses bene„ tar „vens de relt en my gezu sig meede be„ „hoorlijk hebben onderteekend. /:lager:/ welk ik getuijgen /:was getekend:) C. V HAets¬ „sen Secretaris. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ Committ:s uit den E: Achtb: Raad van Iustitie deezes gouvernements voorm: Roletta van bengalen, dewelke deeze haare voorenstaande helaas klaas en duidelijk woordelyks voor„ geleesen weesende verclaarde daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat (er niets meer bij ofte van gedaan worden sal: /onderstond:/ — Aldus gerecolleerd aan Cabo de goede Hoop den 3: Nov: 1786. /:was getekend:/ Kruis /:en daar om schreeven:/ dit merk steld eygenhandig, Rozetta van Bengalen /:lager:/ Mij praesent /:getekend:/ C: V: Aerssen Se= „cretaris /:En margine:/ als gecommitt: /:was getekend Joh„s Martinus Horak en Andries van Sittert. Compareerde -
English
Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the slave Galant of Bengal, belonging to the farmer Francois Retieff, of competent age, who, at the requisition of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, declared to be true: That the deponent, about three weeks ago now, without however knowing the exact date, having found himself at daybreak in the kitchen of the dwelling house of his said master, having shortly before gone to the back room leading into the kitchen to fetch meat, heard the slave Rosetta cry out for help with terrible distress; that the deponent immediately thereupon went to that little room and, at that moment, having seen that the fellow slave August was holding the aforementioned Rosetta fast by the throat on the ground with one hand, and with the other hand in which he had a knife was making movements to stab the said Rosetta with the same knife, the deponent directly pulled the said August from the body of the same Rosetta and wrested his knife from him, on which occasion the deponent also received a scrape on his head with the same knife. The deponent declared that the said August, having been secured by the other people who had also rushed over upon that, to the question why he had stabbed the said Rosetta, answered: I seek my death. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being ready to confirm the same further. Below stood: Thus done at the Cape of Good Hope on the 2nd of November 1786 before the gentlemen Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the deponent and me, the secretary. Lower: Which I witness. Was signed: C. van Aerssen, secretary. Verification: Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned Galant of Bengal, who, this his preceding declaration having been read aloud to him clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, wishing that nothing more be added to or removed from it. Below stood: Thus verified at the Cape of Good Hope on the 3rd of November 1786. Was signed: Cross. And written around it: this mark is made by the own hand of Galant of Bengal. Lower: in my presence. Was signed: C. van Aerssen, secretary. In the margin: as commissioners. Signed: Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert. Agrees: Clerk HM Kier Appeared before the Honorable Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the interim Fiscal J. d. Exter, in his capacity as plaintiff in a criminal case, on the one part; Jan Knust of Doesburg, corporal, Gerrit Ekhard of Aken, Johan Pieter Meyer of Harburg, Jan Maurits Willem Otterman of Hanover, Hendrik Philip Borst of Bacharach, and Adam Maan of Mainz, soldiers of the battalion stationed here in garrison, prisoners and defendants, on the other part. And they did state: 1. And stated 2. That the aforesaid Corporal Jan Knust, under a sergeant with ten common soldiers on Saturday the 11th of the past month of March, had been commanded 3. to keep the guard on the pier, 4. and there, on that evening, 14 bags of beans having been brought from a non-commissioned officer of the French King's corvette La Prevoyante which had departed from this roadstead, and because it was already late, having been left on the pier, 5. the first-mentioned prisoner and defendant took it into his head 6. to steal these beans, which was also carried out in such a manner, 7. that he, the first-mentioned and defendant, having had some bottles of wine fetched for that purpose, 8. treated the guard personnel, but especially those whom he wished to employ for his intention, 9. and they having thus become somewhat high-spirited and compliant, 10. proposed to the five soldiers mentioned in the heading, Ekkert, Meyer, Otterman, Borst, and Maan, 11. to take away the beans before someone else might come to do so, because they had not been handed over to the guard, 12. that consequently the first prisoner and defendant, around 11 o'clock at night, fetched the key to the barrier from the guardhouse, 13. opened the small door of the same, and brought the beans outside the barrier; 14. furthermore also having spoken about it with the de Meuron sentry and promised a tip, 15. so that he would not hinder or be detrimental to them in the execution of their intention. 16. They, the prisoners and defendants—Borst however having remained as sentry on the pier—took them up and brought them behind the works on the beach, and buried them there in the sand; 17. that this expedition having been done, 18. the first prisoner and defendant dared to venture even further, 19. between one and two o'clock in that night, to take the second prisoner and defendant Ekkert along with him to the cooper's shop, 20. in order to relieve the third prisoner and defendant Meyer standing on sentry duty there, 21. in order to [steal] beams of the Honorable Company with the same
Dutch transcription
Compareerde voor ons ondergeteekende ge„ „Committ„s uit den E: Agtb: Raat van Justitie dee„ „zes gouvernements den slaaff galant van Bengalen toebehoorende den Landbouwer Fran„ „cois Retieff van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den Landrost van Stellen„ „bosch en Drakenste in de Heer hendrik Lodewijk Bletterman verklaarde hoe waar is. Dat de Comp„te zig voor nu drie weeken geleeden zonder egter den Juyjsten datum te weeten 's morgens met aanbreeken van den dag bevonden hebbende in de Combuijs off kuike van 't woonhuis van gem: zyne Lyfheer als toen kort bevorens naar de in de Combuis inkomende agter kamer, om vleesch uitte haalen gegaan zynde Hlaven Roletta onder een vreeselyk geweld had hooren om hulp roepen dat de Comp„t zig terstond daar op na dat kamertje begeeven en op dat ogen¬ „blik gezien hebbende dat den weere staat August voorsz: Rozet met de eene hand bij de keel op den grond vast hield en met de andere hand waar in hi een mes had mou„ „vementen maakte om gem: Rozetta met het selve mes te steeken zulx den Comp„s gem: Au„ „qust direct van het lyff van dezelve RoLetta getrokken hebbende hem zijn mes heeft ont„ „weldigt bij welke geleegentheid de Comp„e dan ook een schraap met het zelve mes aan zijn hoofd bekoomen heeft. verklaarde de Comp„e dat gem: August door het ander volk dat daar op meede toege„ schooten was vastgemaakt zynde op de vrage waarom hij gev: Rozetta gestooken had, had geantwoord ik zoek mijn dood. Niets meer verklaarende geeft den Compt voor redenen van weetenschap als in den text bezeid zijnde 't zelve nader gestand te doen. /:onderstond:/ Aldus gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 2 November 1786 voor de Heeren Johannes Martinus Horak en Andries van Sittert leeden uijt den E Agtb: Raaden van Justitie voorm: die de minute deeser beneevens den Compt en mij secreta„ „ris „nis meede behoorlijk hebben, onderteekend:/ Ca„ ger: 'T welk ik getuijgen /:was getekend:) C Van Aerssen secretaris. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt„s uijt de E: Agtb: raad van Justitie deeses gouvernements gem: galant van Bengalen denwelke deeze zyne voorenstaan„ de verclaaring klaar en duizelijk woorde¬ lyks voorgeleezen weesende verclaarde daar bij te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal: /onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 3 Novbr 1786. — /:was getekend:/ Kruis /: en daar om schreeven:/ dit merk steld eygenhandig galant van Bengalen /:lager:/ mij present /: was gete„ „kend:/ C: van Aerssen secretaris /: in margi„ „nen :/ als gecommitt„s /:getekend:/ Ioh„s Mar„ „tinus Horak en Andries van Sittert. — Accordeert — ƒ gem: Clery HM Kier Compareerde voor den WelEden¬ len achtbaaren Heer President en Raade van Justitie des Casteels de goede Hoop, den pro interim Fiscaal I:d Exter R: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre Ian Knust van Doesburg Corpo„ raal, Gerrit Ekhard van Aken, Johan Pieter Meyer van Harburg, Jan Maurits Willem Otterman van Hanover, Hendrik Philip Borst van Bachirach en Adam Maan van Mantz, Soldaaten van't alhier Guar nisoen houdende Bataillon gev: en ged= ter andere zyde 1, Ende deder zeggen 2. , dat voorsz Corporaal Ian Knust onder een sergeant met thien man gemeene soldaaten op Saturdag den 11 der gepasseerde maand maart, zynde gecommandeerd geweest. — 3, om op 't zee hoofd de wagt te houden. — 4, en aldaar op den avond van een Onder Officier van de van deese reede vertrokkene fransche konings Corvette La prerogenée 14 zakjes met boonen aangebragt, en om dat 't al laat was, op 't Hoofd gelaaten geworden zynde, 5, den Eerst gem gev: en ged zig heeft laaten in zin komen, 6, dese boonen te ontsteelen, 't geen ook dus danig ter uijt voer is gebragt geworden, 7, dat hy Eerstgem en gedaagde ten dien eynde eenige flessen wyn hebbende Laaten haalen 8, 't wagtsvolk, dog voornamentlyk de geene dewelke hy tot zyn voornemen wilde; em ploojeeren heeft getracteert. — 9, en zylieden dus eenigsints gehumeerd, in gaande zynde geworden. 10; aan de Vyf in't hoofde gemelde Soldaaten Ekkert, Meyer, Otterman, Borst en Maan heeft geproponeerd. 11, de boonen te zullen wegneemen, eer een andere mogte komen zulx te doen, om dat zy niet aan de wagt overgegeven waaren, 12, dat in diergevolge den eerst gev: en ged: omstreeks 11 uuren 'snagte, den sleutel van de Barriere uyt de wagt gehaald, 13, der kleyne deur, van't selve geopend, en de boonen buijten 't barrieren gevel; 14, voorts ook met de Meuronse Schildwagte daar over gesprooken, en een douceur be loofd hebbende, 15, om henlieden in 't Effectueeren van hun voornemen, niet hinderlyk of nadeelig te zyn. - 16, zy get en ged. zynde egter Borst als schildwagt op 2 hoofd gebleeven, deselve hebben opgenomen en agter de Werken aan den strand gebragt, aldaar in de Land begraaven; 17, dat dese Expeditie gedaan zynde, 18, den Eerst gevn en ged= zig nog meer heeft durven verstouten. 19, tusschen Een en Twee uuren in dese nagt den tweede gev: en ged Ekkert mede zig naar den Kuypers Winkel te nemen, 20, ten eynde den derde gev en ged: Meyer aldaar op Schildwagt staande af te Lossen 21, Om met denselven balken van d' E Comp=e -
English
lying on the square of the Timber Magazine and entrusted to the guard, to steal. 22. Of which they then also took away 8 pieces, and brought them to the sailor Ian Willem ten Pas, residing in the house of Christian Knoet, 23. they having also been helped therein by the 4th prisoner and defendant Otterman, standing sentry by the timber, 24. the first prisoner and defendant having nevertheless assured his helpers in the one and the other act, 25. that he took the matter upon himself, and whatever came of it was on his account, and that he, prisoner and defendant, was corporal of the guard, 26. that the next day the stolen beans were sold by the first-named and defendant to the servant of the battalion cook Wanner, the soldier Salomon Heinrich, for rd=s 16: 27. that servant with 4 boys, having taken receipt of the same from the prisoners and defendants (who were all present there, except for Borst) after they were dug out from under the sand, 28. and put together into four sacks, 29. and had them carried to the house of the aforesaid Wanner, 30. where the first prisoner and defendant, having also followed thither, 31. received the money agreed upon beforehand, 32. and divided the same in such a manner, 33. that the fellow prisoner and defendant Meijer received rd=o 3:, Ekkent, Otterman, and Maan each N=o 2:, and Borst one ducat, 34. besides that he gave one r=o to the sergeant, a like sum to the soldier Thiel, and four schellingen to the soldier Wend, 35. the stolen timber having still remained unsold and nothing having been received for it, 36. that finally, upon the inquiries and investigations made concerning this, 37. the prisoners and defendants immediately confessed to these crimes committed by them, 38. and were consequently arrested and handed over to the fiscal office, 39. furthermore, upon the question points formulated by the Officer Demandant, being further interrogated by the gentlemen commissioners from this Honorable Council, 40. declared and confessed as has been related and amply appears from their answers given thereto, 41. to which the Officer Demandant therefore takes the liberty to refer, 42. and to proceed to some reflections regarding the nature of that crime and its punishment, 43. from which it then appears that this double theft has substantially taken place, 44. both the beans and the timber having been taken away from their place and alienated in an illegitimate manner, 45. it being no less evident from the preceding and accompanying circumstances, 46. that the one as well as the other theft was committed intentionally, with premeditation, and by deceit, 47. as it also cannot be denied that such was undertaken solely 48. to benefit themselves, against the will and intention of the owner, or their administrators, 49. from which itself an inclination to steal arises, 50. and thus in casu substrato all characteristics coincide, 51. which are in all respects required for a theft, 52. that furthermore this theft was perpetrated by persons who were entrusted with arms and appointed to watch over the general peace and safety, 53. and are indeed to be regarded as domestics, who have greater opportunity to steal, and therefore merit heavier punishment, 54. that although of the stolen goods, the beans were not left in their charge, 55. yet the beams were expressly entrusted to them, which none of the delinquents is ignorant of either, 56. and the same, belonging to the Honorable Company, can justly be considered as a res publica or civitatis, 57. which, regarding the value of the matter, which in this case would otherwise not be of great importance, fulfills and greatly magnifies the crime, 58. and the deed having been executed by night, in a clandestine and fraudulent manner, 59. there are no less all circumstances found which qualify the furtum, and indeed consideration considering it as a serious theft, 60. and make the prisoners and defendants subject to heavier punishments thereof, 61. it is true that these thefts were not accompanied by housebreaking or violence, 62. also the beans may have been bad or spoiled goods, which the owner for that reason did not wish to reclaim, 63. and himself does not know that anything was stolen, wherefore also his otherwise necessary report is missing, 64. which circumstances, and also no other repetition having taken place, certainly upon alteration of the other circumstances, in great [illegible]
Dutch transcription
op de pleijn van't Hout Maguasijn Leggende en aan de wagt overgegeven te steelen. — 22, waar van zij dan ook 8 stuks weggenomen, en by den in't huys van Christian Knoet woonende mattroosen Ian Willem ten Pas, gebragt hebben, 23, zynde zylieds door den 4=en ger: en Geb Otterman bij 't hout schildwagt staande, mede daar by geholpen geworden, 24, hebbende egter den Eerst gev: en ged:te zijne helpers bij 't een en ander feijt versekerd, 25, dat hy de zaake op zig neeme, en wat 'er daar van Kwam, voor zyne reekening was, en dat hy gev: en ged Corporaal van de wagt was, 26, dat 's anderen dags de Ontstoolene boonen van den eerstgem: en get aan den knegt van den Bataillons kok Wanner, den soldaat Salomon Heinrich voor rd=s 16: zynde verkogt geworden 27, dien knegt met 4 Iongens deselve van de gev: en get=s (die 'ir alle behalven Borst, daar bij present waaren / naar zulke onder de Zand uytgehaald, 28, en te samen in vier sakken gedaan te hebben. 29, in Ontvangst heeft genomen; en naar 't huijs van voorsz wanner laaten draagen, 30, waar den Eerstgev: en gede mede aldaar nagevoegd zynde 31 't daar voor te vooren geaccordeerde geld ontvangen 32, en't selve dusdanig gepartoegeerd heeft, 33, dat de mede gev: en ged Meijer rd=o 3: heeft gekreegen, Ekkent Otterman en Maan Yjder N=o 2: en Borst Een legadt gt 34, behalven dat hij aan den Sergeant Een r=o, een gelyke somma aan den soldant Thiel, en aan den soldaat Wend, vier schellingen heeft gegeven 35, zynde 't ontstoolene hout nog onverkogt gebleeven en niets daar op ontvangen geworden, 36, dat eyndelijk op de hier Omtrent gedaane na vraage en recherchen, 37, de gev: en get dese van hunluden begaane de licten dadelyks hebben geadvoueerd, 38, en diervolgens gearreteerd, en aan 't Offecie fiscaal overgegeven, 39. Voorts op de van den B: O: Eysscher geformeerde vraag poincten door Heeren gecommitteerdens uyt deesen E achtb raade nader ondervraagd Zinde, 40, gedeclareerd en beleeden hebben, gelyk is. verhaald en uyt derselver daar op gegevene responsiven ampiter komt te Consteeren, 41, Aan welke den R:O: Eysschen daarom de Vry hyd neemd zig te refereeren 42, en tot eenigen refledien nopens die qualiteijt diie misdaad en derselven bestraffing, over te gaan, 43, waar dan blykt, dat dien dubbelde Dufstal wesend lyk is geschied, 44, zynde zoo wel de booren, als 't hout van zyn plaats weggenomen en op een illegitimen wysen vervreemd geworden 45, Zynde nier minder uyt de Voorgaande en daar mede verselde Omstandigheedens zegtbaar, 46, dat de een als andere diefte, met opzet, voor„ bedagt en bedrag is begaan 47, Gelyk ook niet zal kunnen geloehend worden, dat zulke is alleenig ondernomen geworden, 48, Om zig te bevoordeelen, tegens den wil en zin des eygenaars, of derselver administrateurs, 49, waar uijt selve eene geneegenthijd tot steelen voort komt, 50, en dus in Casu substrato alle eygenschappen te samen Loopen 51; dewelke tot een dufstal ten allen opzigten ver eyschd worden, 52, dat voorts dese Dufte is geperpetreerd van per soonen, dewelke met waapenen vertrouwd en gestelt zyn, voor de algemeene rust en Veijligt heyd te waaken - 53; en wel aan te zien zyn als domestici, die meer„ dere gelegentheyd hebben om te steelen, en daar om swaardere straffe meriteeren, 54, dat hoewel van de gestoolene zaaken, de boonen niet aan hunluden ter verantwoording zyn ge laaten geworden. — 55, egter de balken aan deselve expresselijk overgegeven waaren, dat ook niemand der delinquenten ignoreerd 56, en deselve d' E Compen toe behoorende billyk als een res publica ofte Civitatis, zullen kunnen aan„ gemerkt worden 57, 't geen wat de waardij der saake Afngaat, die in dit geval anders niet van groote importantien zyn zoude, vervuld, en de misdaad zeer vergroot, 58, en de daad by nagt tyd, op een blandestine en bedriegelyke wyse uytgevoerd zynde 59, vinden zig niet minder alle omstandighedens dewelke 't fustium en wel Consideratie Con Siderand is als een loop qualificeeren 60, en de gev: en ged aan desselvs swaardere straffen onderhewig maaken 61, wel is waar, dat dese duffens, niet met in bruik ofte geweld zyn verseld, 62, ook de booren slegt of verdorven goed zullen zyn geweest, dat den eygenaar uijt dien hoofde niet heeft willen reclameeren 63, en selve niet weeten. dat er iets gestoolen is, ontbreekende daarom ook desselvs anders noodige relaas, 64, welke Omstandigheediys en ook geen andere rei teratie plaats hebbende, zekerlyk by verande¬ ring der Overigen Omstandighedens, in groote t
English
would come into consideration, 65, however in this case cannot be taken into any consideration, 66, because they are far outweighed by the aforementioned reasons, 67, and the public good being far too greatly interested therein, for the preservation of peace and safety in the present case as an example and deterrent to others, will require an exemplary punishment. 68, that this being established beforehand as agreeing generally with the opinions of all criminalists, 69, the officer demanding justice will now proceed further to the merits and demerits of the prisoners and defendants. 70, where first the first prisoner and defendant Jan Kneest appears as the prime moral cause and principal author of the crime, 71, who not only proposed the deed to his accomplices, 72, but furthermore sought to entice them into committing the same by some bottles of wine and other assurances, 73, saying substantially to them: we shall just take away the beans before someone else takes them away, and whatever comes of it is on my account, I am corporal of the guard, 74, also, being no less the prime perpetrator, was always present and led them, 75, by an example that should have been the exact contrary, coming precisely from a non-commissioned officer on guard, 76, and which cannot be excused in any manner, 77, the drunkenness with which he seeks to excuse himself being 78, itself an offense which, according to the Articles of War in time of peace, shall be severely punished with running the gauntlet, 79, and instead of excusing the wrongdoing causes it to be punished all the more harshly, see articles 20 and 21, 80; so that the first prisoner and defendant, in conformity with and according to the qualification of the circumstances, has rendered himself subject to a more rigorous punishment, 81, that of the remaining prisoners and defendants, Ekkert, Meyer, and Otterman, who as his accomplices have made themselves guilty of both the one and the other theft, 82, also according to the general rule ought to undergo one and the same punishment, 83, yet with regard to them a distinction must be made and will deserve very great reflection, 84, that they acted not of their own motion, but upon the suggestion, treating, and urging of the corporal; 85, and the deed would likely have remained unperpetrated without him; 86; which circumstances, notwithstanding that no person should allow himself to be enticed into evil, 87, yet on account of the common weakness and inclination of the children of Adam to follow the example and counsel of our superiors, will lead to the judgment 88, that the aforementioned persons are guilty in a lesser degree and thus also ought to be punished by the judge with a lighter punishment, 89, which punishment with regard to the last two prisoners and defendants, Borst and Maan, must be sought to be mitigated even more, 90, because they only participated in the first theft of beans and knew nothing of the other heavier theft, 91, their guilt consisting principally in this, 92, that the first mentioned, Borst, standing sentry, allowed the beans to be carried away, 93, and the last mentioned, Maan, helped to carry the same away, 94, and furthermore these two received respectively 2 rixdollars and 1 rixdollar from the corporal for this, 95, so that these two prisoners and defendants will be viewed and fall under the concept of being more like receivers than thieves, 96, that a mitigated punishment, yet proportionate to the other circumstances, ought to be inflicted upon them as well. On account of which and other reasons and means to be deduced further in due time (if need be), the officer demanding justice, making his demand, concludes that by definitive sentence of your Honorable Worships the prisoners and defendants mentioned in the heading shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customary to be executed, and being delivered there to the executioner, the first mentioned and defendant Jan Kniese shall be punished with the rope around the neck on the gallows in such a manner that death follows, and the dead body being dragged to the place of execution outside and there hanged again, thus to remain as an example until it shall be consumed by the air and the birds of heaven; the remaining prisoners and defendants shall no less be secured to the gallows with the rope around the neck, severely flogged with rods on the bare back, and the first three mentioned, Ekkert, Meyer, and Otterman, shall be branded, and furthermore these three just mentioned prisoners and defendants and the other two, Borst and Maan, shall be confined for the period of five years to Robben Island, to work there chained in irons on the public works without wages, and these last mentioned after the expiration of that determined time shall then remain banished from these lands forever, with condemnation of all prisoners and defendants in the costs and expenses of justice, or to such other penalties and punishments as your Honorable Worships shall find proper. Was signed Fabril Exter. From the timber of the Honorable Company lying on the square before the wood storehouse, eight pine beams measuring 4 and 5 inches and 22 feet long went missing in the night between the 11th and 12th of this month. Below stood: Cabo, the 13th of March 1786. Lower was signed: Mr. F. V. Reede van Oudtshoorn.
Dutch transcription
consideratie zouden komen, 65, egter in dit geval in geene aanmerking kunnen genomen worden, 66, om dat zy door voor geallegeerde reeden en verre overwogen worden, 67, en't algemeene wel, al te zeer daar bij geinte„ resseerd zynde, tot bewaaring van rusz en Veylig heyd in't Cas subject tot voorbeeld en afschrik voor andere, een exemplarische Straffe zal vereyschen.— 68, dat dit generaleter met de gevoelens aller Criminalisten over een stemmende, voor aan gestelt zynde b9, den R: O: Eysscher thans tot de Merita en de merita der get en ged=e nader sal overgaan. 70, waar dan den eerstgev en gets Jan Kneest voorkomt, als prima Causen Moralis en Auctor principalis van't deliet 71, dewelke 't feyt niet alleenig aan zyne mede schuldige heeft voorgeslagen 72, maar nog door eenige flessen wijn en andere verseekeringen heeft gesogt, tot 't begaan van het selve te verlyden - 73, Substantieelyk tegens deselve zeggende: wij zullen de boonen maan wegneemen, eer een anderese wegneemd, en wat as daar van komt is voor myn reekening, ik ben Cor 5 poraal van de wagt, 74, ook niet monder de Eerste daadige altoos daar by geweest zijnde hunlieden voorgegaan is, 75, met een voorbeeld, dat Juist van een wagt hebbende Onder Officier, 't Contrarien had zyn moeten, 76, en op geenderlij wysen kan ontschuldigd worden, 7, zynde de dronkenschap, waar mede hy zig zoekt te verschoonen, 78, zelve een misdaad, die naar de Krijgs Articu =sen in tijt van vreede strengelyk mit spitsroeden gestraft werden zal, 79, en in plaats van't kwaad te excuveeren, zuld dies te harden doet straffen Vid: art. 20 en 21 80; zoo dat den eerstged en ged, in Conformiteijt en naar qualificatie der omstandigheedens, zig aan een rigoreusere straffe heeft onderhevig gemaakt, 81, dat van de overige gev: is ged=te Ekkert, Meyer en Otterman, die als desselvs Complices zig zoo wel aan de een als de andere diefte hebben schuldig gemaakt, 82, Ook naar de generaale regul een en deselve straffen, zouden moeten ondergaan, 83, dog ten hunnen opzigt hen onderscheyd zal moeten gemaakt werden, en zeer groote reflecie verdienen, 84, dat zylieden niet proprio Motie, maar op 't aangeeven tracteeren en toespreeken van den Corporaal zyn dadig geweest; 85, en de daad waarschynlyk zonder denselven ongeperpetreerd, zoude zijn gebleeven; 86; welke omstandigheidens, niet tegenstaande, dat geen mensch zig tot 't kwaad moet Laaten verleyden 87, dog wegens de algemeene Swak en genegent heyd der kinderen Adams, van't voorbeeld en de raadgevingen van onse meerderen te volgen, zullen doen oordeelen 88, dat gem: persoonen in een geringere graad schuldig en dus ook met een gelindere Straffen van den regter zullen behooren gestraft te worden, 89, welke straffe ten opzigte van de twee Laatste gev: en ged=s Borst en Maan nog meeni. sal moeten versogt worden, 90, Om dat deselven alleenig aan de Eerste dieften van boonen geparticipeerd en van de andere swaardere deefstal, niets geweeten hebben 91, bestaande hunt schuld voornamentlyk daar in„ 92, dat den Eerstgem Boorst op Schildwagt Staand de heeft geschieden laaten, dat de boonen„ zin weggedragen geworden, 93, en den laatsgem Maan, deselve mede heeft helpen wegdragen en 94, voorts desen 2 regad en den anderen 1: rd=s van den Corporaal daar voor Ontvangen hebben 95, dat dese byde geven ged dus meer als heelers dan steeters zullen doen aansien en vallen in't begrip, 96, dat deselve ook eene gemitigeerdene, dog met de overige Omstandighedens evenruedige straffe zal behooren geinfligeerd te worden. Mits welke en andere reedenen en middelen, in tyt en wijle (is 't nood/ nader te deduceeren den R: O: Eysscher Eysch doenden Concludeerende dat by diffini tive Vonnis van uw E achtb den get: en get in't hoofde gemeld zullen worden gecon demneerd, omme gebragt te werden ter plaatsen alwaar men gewoon is Crimineele Sententien te executeeren en aldaar aan den Scherp regter overgegeven zynde den eerstges en ged Jan Kniese met de Noorden op den hals aan de Talg zoodanig ge straft te werden, dat er de dood navolgd en't dooden Lighaam naar 't buyten geregt gesleept, en aldaar wederom opgehangen zynde tot een voorbeeld dus te ver= blyven, tot dat door den Lugt en vogelen des Htemels zal zyn verteerd; zullende de overige gev: en ged niet minder met de koorde om de halv aan de galg vast gemaakt, met roede op de bloote rug strengelyk en gegeesseld, en de drie Eerstgem Ekkert Meyer en Otterman gebrandmerkt worden, dat voorts dese drie evengem gev en ged=e addus Acte en de byder andere Borst en Maan voor den tyd van Vyf Jaaren ten Robben Eyland zullen worden geconfi neerd, om aldaar in de ysers geklonken zinde, zonder Loon aan de gemeene werken te arbeyden, zullende dese laatst gem naar verloop van dien bepaalden tyt zoo dan tot eenwigen dagen uyt desen landen gebannen blyven met Condemnatie alles gen en ged in de kosten en misen van Iustitie, ofte tot alsul ken anderen poenen en straffen als Uw E achtb zullen vinden te behooren /. was getekend / Fabril Exter van de Houtwerken der E Compen op 't pleijn voor 't Htout magasijn leggende, zyn inde Nagt, tusschen den 11en en 12=en deser maand Absent geraakt Agt P=rs greene balken van 4 en 5 d=m Lang 22 V=r /onderstont/ Cabo den 13=en maart 1786 / Lager /was getekent/ Mr: F: V: Reeder van Oudtshoorn
English
Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Venerable Council of Justice of this Government, in order to examine, at the requisition of the Ad Interim Fiscal Gabriel Exter, the persons of Jan Knusz Corporal, as also Gerrit Ekhard, Johan Pieter Meyer, Johan Willem Otterman, Hendrik Philip Borst, and Adam Maan, all soldiers stationed here under the Jager Corps and presently the Lord's prisoners, whose responses to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Appearing before the undersigned commissioners from the Honorable Venerable Council of Justice of this government, the Corporal Jan Knuiz and the soldiers Gerrit Ekkert, Johan Pieter Meijer, Johan Willem Otterman, Hendrik Philip Borst, and Adam Maun, all stationed at this Castle, who, being each heard separately upon the adjoining questions, answered in such manner as is noted beside the same. Article 1: The prisoner's name, birthplaces, age, and capacities. 1. Jan Kniest of Doesburg says, Corporal, aged 26 years. 2. Gerrit Ekhard of Aken, aged 21 years, soldier. 3. Johan Pieter Meyer of Hamburg, aged 22 years, soldier. 4. Jan Maurits Willem Otterman of Hannover, aged 28 years, soldier. 5. Hendrik Philip Borst of Bacheracht, aged 21 years, soldier. 6. Adam Maan of Mentz, aged 30 years, soldier. Article 2: With what ship he arrived and how long he has been stationed here under the Jager Corps. 1. The Corporal says, to have arrived here with the ship Wynanda Luberta fully 8 months ago now, and then came to be stationed under the Jager Corps. 2. Ekkert says, to have arrived here with the ship Schoonder Loo fully three years ago now, and subsequently came to be stationed under the Jager Corps. 3. Meijer says, with the ship de Eensgesindheijd, and to have been stationed here in the Castle for 1 year and 2 months. 4. Otterman, with the ship Sparenrijk fully ten months ago now, and then became stationed in the Castle. 5. Borst says, with the ship de Both, now being in the fourth year, and stationed in the Castle. 6. Maan says, with the ship ter Schelden fully one year ago now, and came to be stationed in the Castle. Article 3: Whether the prisoner did not have the guard at the Pier on Saturday the 11th of this month. 1. The Corporal says, yes. 2. Ekkert says, yes. 3. Meyer says, yes. 4. Otterman says, yes. 5. Borst says, yes. 6. Maan says, yes. Article 4: Of how many men this guard consisted. 1. The Corporal says, of a sergeant, the examinee, and 10 soldiers. 2. Ekkert says, of ten men, a Corporal, and a sergeant. 3. Meijer says, of 10 men, a Corporal, and a sergeant. 4. Otterman says, of 10 men, a Corporal, and a sergeant. 5. Borst says, of 10 men, 1 Corporal, and 1 sergeant. 6. Maan says, of 10 men, 1 Corporal, and 1 sergeant. Article 5: Whether or not on the evening of that day, by an officer of the French King's Corvette lying here in the roads, 14 bags of beans were handed over to the guard. 1. The Corporal says, that these were not handed over to the guard, and also not to the sentry so far as he knows. 2. Ekkert says, so far as he knows the beans were not handed over, but the Corporal had said that because the beans were not handed over he would take those beans away, since otherwise someone else might make off with them, and that he, the Corporal, would answer for it; the Corporal furthermore himself retrieved the key from the guardhouse, unlocked the barriers, and carried out the beans himself, at night, the clock between 11 and 12 hours. 3. Meyer says, that the Corporal had said that those beans were not handed over, and further as Ekkert says. 4. Otterman says, that he does not know. 5. Borst says, not to know such. 6. Maan says, to know nothing thereof. Article 6: To whom this delivery was made in person, and whether the officer of the Main Guard had knowledge thereof. 1. Lapses on account of the Corporal. 2. Lapses with regard to Ekkert. 3. Lapses on account of Meijer. 4. And with respect to Otterman. 5. Lapses with regard to Borst. 6. Maan says, to know nothing thereof. Article 7: Whether the prisoner did not, in the night at about 11 o'clock, help carry away these bags, with whom, and to where. 1. The Corporal says, yes, but that he was somewhat intoxicated at the time, and otherwise such would not have happened; the five soldiers Gerrit Ekkert, Johan Willem Otterman, Hendrik Philip Borst, and Adam Maan carried away those bags with him, the examinee, to behind the battery behind the earthworks. 2. Ekkert says, yes, with Meijer, Maan, and Otterman, and the Corporal, while Borst stood as sentry before the arms. 3. Meyer says, yes, with the Corporal, Ekkert, Otterman, Borst, and Maan, and brought them behind the earthworks into the sand, the Corporal having [illegible]
Dutch transcription
Compareerende voor den Ondergeteekende gecommit teerdens uijt den E achtbraad van Justitie deses gouverniments den Corparaal Jan Knuiz en de soldaaten Gerrit Ek kert Johan Pieter Meijer Johan Willem Otterman, Hendrik Philip Borst en Adam Maun, alle ten dese Casteel bescheiden dewelke op de nevenstaande vragen elk appart gehoord zynde zoodanig geantwoord hebben als besyden deselve aangetekend staat Art: 1: zegd Iankniest van doesburg der gev=s naam, geboorte plaatsen ouderdom en qualiteiten Corporaal oud 26 Iaaren 2. Gerrit Ekhard van aken oud 21 Iaaren soldaat 3. Johan Pieter Meyer van Haanburg oud 22 Iaaren Soldaat 4: Ian Maurits Willem Otterman van Hannover oud 28 Jaaren soldaat L: Hendrik Philip Borst van Bacheracht oud 21 Jaaren soldaat 6. Adam Maan van Mentz oud 30 Jaaren soldaan Aate 2: met wat schip hy getr. aan de Corporaal zegd met geland en hoe Lang hy onder het schip Wynanda Luberta 't Jager Corps alhier is beschij alhier te zyn aangekomen voor nu wel Agt maanden den geweest! en toen onder het Jager Corps bescheyden geraakt. 2. Ekkert zegd met het schip Schoonder Loo Articulen gedaan maaken en aan Heeren gecommitteerdens uijt den E achtb raad van Justitie deses Gouvernements Overgegeven omme ter requisitie van den Ad interim Fiscaal Gabriel Exter gehoort te werden de per soonen van Jan Knusz Corporaal zoo dan Gerrit Ekhard, Iohan Pieter Meger, Iohan Willem Otterman Hendrik Philip Borst, en Adam Maan alle soldaaten onder 't Jager Corps alhier be scheyden en thans 's Heeren gev=ns zullende derselver te gevene responsiven in marginen deeser behoorlyk worden bekend gesteld nu wel drie Iaaren voorl, hier aangeland en vervolgens onder 't Lager Corp s bescheijden geraakt te zyn. — 3: Meijer zegd met het schip de Eens gesendheijd en hier Een Iaar en 2 maanden in 't Casteel bescheyden geweest. 4: Otterman met 't Schip Sparenrijk voor nu thien maanden en toen in't Casteel bescheyden geworden 5: Borsz zegd met 't Schip de Both nu in't vierde Jaar zynde en in't Casteel bescheyden— 6. Maan zegd met het schip ter Schelden voor nu Een Iaar voort en in't Casteel bescheyden geraakt. — Art 3: de Corporaal zegd Ia. 2. Ekkert Legd sa 3. Meyer zegd Ia 4. Otterman zegd Sa: 5. Borsz zigt Lal 6. Maan zegd Ja. Legd de Corporaal uijt een sergeant den gevr en 10 Soldaaten. — 2. Ekkert zegd uijt thien man Een Corporaal en Een sergeant.— 3. Meijer zegd uijt 10 man Een Corporaal en Een sergeant 4: Otterman zegd uijt 10 man Een Corporaal en Een sergeant 5: Borst zegd uyt thun mannen 4 Corporaal en 1 sergeant Corporaal en 1 Sergeanx 6. Maan zegd uyt 10: mannen de Corporaal zegd, dat die aande wagt met zijn overgegeven geworden en ook voor zoo verre hy weet niet aan de schild wagt.— L Ekkert zegd, voor zoo verre hy weit zyn de boonen off niet op den avond van dien dag, door Een Officier van 't alhier ter reede Leggende Fransche Konings Corvett 14 sakken met boonen aan de wagt zyn overgegeven geworden! Art 5 Uijt hoe veel manschappen. deese wagt heeft bestaan! Of hy gev: niet op Saturdag den 11den deser de wagt op 2. Hoofd gehad Eeeft niet . . 4: niet overgegeeven maar de Corporaal had gesegd dat dewyl de boonen niet overgegeeven waaren hy die boonen wegneemen zouden dewijl anders een ander daar meede hien gaan magte, en dat hy Corporaal daar voor opkomen zoude, hebbende de Corporaal voorts zelfs de sleutel uijt de wagt gehaald, de barrieren Open geslooten en de boonen zelvs uytgedraagen, des nagts de clokke tusschen 1 en 12 uuren 3. Meyer zegd, dat de Corporaal had gesegd, die boonen nit overgegeven te zyn en voorts zoo als Ekkent zegd. —. 4. Otterman zegd, dat hij weet niet. — 5. Borst Legd, zulx niet te weeten. — 6. Maan Zigd, daar niet van te weeten vervalt wegens de Corporaal Aan wien desen overgaave 2 _:o ten belange van Ekkert persoonelyk is geschied en of _o wegens Meijer den Officier van den Hoofd en ten opsigten in Otterman wagt kennis daar van heft 5 _ ten belangen van Borst gehad! 6 maan zegd, daar niets van te weeten. den Corporaal zegd sa, maar of hij getr niet in de nagt dat toenmaals wat beschon Omtrent te 11 uuren deze ken was geweest zullende sakken heeft helpen wegdragen zulx anders niet zijn met wien en waar na toe geschied hebbende de vyf Soldaaten Gerrit Ekkert; Johan Willem Otterman, Hendrik Philip Borse en Adam Maan, die sakken met hem gevr weggedragen na agteren de Batterij agter de werken. 2: Ekkert zegd Iak met Meijer, Maan en Otterman en de Corporaal, hebbende Boase voor 't geweer op schildwagt gestaan 3 Meyer zegd: Ia: met den Corporaal Ekkent Otten man Borsz en Maan en die gebragt agter de werken in't Sand, hebbende de Corporaal Art 7„ 4 ben : :
English
previously had wine fetched and treated them to it. 4 Otterman says, a sack, and further as Meyer and Ekkert above have said. 5 Borst says, that he had been on sentry duty and had not participated, and further as Meijer says, the Corporal having unlocked the barrier. 6: Maan says, yes, that he helped carry away a sack behind the works into the sand on the orders of the Corporal, who opened the barriers and ordered him to do so, he, the deponent, having beforehand become drunk on the wine provided by the Corporal. Article 8. Whether he thus, without cartridge pouch and sidearm, did not pass the Meuron sentry? The Corporal says that he had not laid aside the cartridge pouch and sidearm, but had passed the Meuron sentry. 2: Ekkert says that he wore the cartridge pouch and sidearm and had passed the aforesaid sentry, to whom the Corporal had promised something, and that that sentry was to come to him, the Corporal, the next day; that that sentry also came the next day, addressed the Corporal, and upon the Corporal saying that he had not yet received any money, had said that he would provide it then. 3: Meyer says, that he laid aside his saber and grenade pouch. 4: Otterman says, that he had laid aside his saber and cartridge pouch and thus passed the sentry. 5: Lapses as far as Borst is concerned. 6: Maan says, that he wore the weapons, and that the Meuron sentry had said that they should just go their way. Article 9. How this sentry behaved in this regard, and whether he, the deponent, did not promise something to the same? The Corporal says that the Meuron sentry had said that they could just carry it away, he, the deponent, having further said to him that he should come to him the next day to give him something. 2: Ekkert says, as to Article 8. 3: Meijer says, that the Corporal had spoken with the sentry, but that he does not know what they spoke about. 4: Otterman says, as Meijer has stated above. 5: Also lapses as far as Borst is concerned. 6: Maan says, that the Corporal had promised something to that sentry. Article 10. Whether he, the deponent, did not sell and deliver four sacks of the mentioned beans to the servant of the battalion cook Wanner? The Corporal says, yes, that he was with that servant in the morning at eight or nine o'clock. 2 Ekkert says, that this was done by the Corporal, the Corporal having taken those matters entirely upon himself. 3: Meyer says, that the Corporal had sold them in the Castle to the servant of Wanner, and that the servant had them fetched away. 4: Otterman says, that this was done by the Corporal. 5: Borst says, to know nothing of it except from hearsay. 6: Maan says, that the Corporal had done this. Article 11. How much he received for it, and where the remaining sacks went? The Corporal says 16 rixdollars, they having put all those beans into four sacks. 2: Ekkert says that the Corporal received 16 rixdollars for it and that the servant of Wanner had those beans fetched away in the evening by boys. 3: Meyer says, that the Corporal must know this, he, the deponent, having received three rixdollars of it. 4 Otterman says, that the Corporal said he received 16 rixdollars, that all the beans were put into four sacks, and that when they were fetched away that evening by the servant, they were present there, namely he, the deponent, and the Corporal, Meyer, Ekkert, and Maan, the other sacks having been buried in the sand. 5: Borst says, to have heard that the Corporal had received 16 rixdollars from it. 6: Maan says, the Corporal said 16 rixdollars, they having been small bags, and further as Otterman says. Article 12. Under what pretext he sold such goods, whether it was agreed with the said servant the evening before, and in what manner the same were brought into the Castle? The Corporal says, that he told that servant that those beans came from the pier and were French goods, but that the servant had not known of it beforehand, and that that servant had the same sacks of beans fetched away from there in the evening with his boys. 2: Ekkert says to know nothing of this, as everything was done by the Corporal. 3: Meijer says, to know nothing of this. 4: Otterman says, not to know this. 5: Borst says, to know nothing of this, but that the Corporal had brought 1 rixdollar to him, the deponent, the following evening. 6: Maan says, not to know that. Article 13. Whether he, the deponent, furthermore in the same night, at the square in front of the timber warehouse, did not in like manner help to steal and carry away 6 pine beams belonging to the Honorable Company? The Corporal says, yes, that this also happened in drunkenness, that the same beams had not yet been sold, but that they had intended to put the same back in their place.
Dutch transcription
bevoorens Laaten wyn haalen en hun daar op getracteerd.— 4 Otterman zegd sak en voorts zoo als Meger en Ekkert hier booven hebben gevegd. — 5 Borst zegd, op schildwagt te hebben gestaan en niet mede gedaan te hebben, en voorts zoo als Meijer segd, heb bende de Corporaal de Barriere opengeslooten. 6: maan zegd Ial. Een sak te hebben hilpen wegdragen na agter de werken in't sand op het zeggen van de Corporaal die de Barrieren opengemaakt en hem daar toe aangevel had, zynde hij geva daar bevoorens door de Corporaal ten besten gegeven wijn, dronken geraakt geweest. — De Corporaal zegd dat hy de patroontas en zyd geweer niet afgelegd gehad had dog de meuronse Schildwagtgen gepasseerd? passeerd te hebben. — Ekkert zegd dat hy de patroon tas en zydgeweer aangehad en en de voorsz schildwagt gepasseerd was, aan wien de Corporaal iets had beloofd, en dat die schildwagt 's anderen daags, by hem Corporaal moest komen, dat die schildwagt ook 's anderen daags gekomen was, den Corporaal aangesprooken, en op het zeggen van de Corporaal, dat nog geen geld bekomen had, had gesegd dat hy het daa aangeeven zoude, 3: Meyes zegd, zyn sabel en granaat sak te hebben afgelegd. — 4: Otterman zegd, zyn Zabel en patroontas te hebben afgelegd gehad en dus de schildwagt gepasseerd te zijn. 5: vervalt voor zoo verre Borst betreft. — 6: Maan zegd, de wapens aangehad te hebben en dat de Meuronse schildwagt; had geseyd dat maar hunnen gang moeste gaan Off hy dusdanig zonder patroon tas en zyde geweer niet de Meuronse Schildwagt is Art: 8. 9: en e 2: - . . . den Corporaal zegd dat de weu hoe dese schildwagt zig hier ronse schildwagt had gesegd omtrent heeft gedraagen en of dat zijlreden maar weg hij gevr: niet iets aan deselven dragen magten hebbende hy heeft beloofd. gevr tot hem widers gesegd dat hij 's anderen daags bij hem komen moest om hem wat te geven. — 2: Ekkert zegd, als op art„ 8: 3: Meijer zegd, dat de Corporaal met de schildwagt had gesprooken, dog dat hy niet weet, wat zy hebben gesprooken. 4: Otterman zegd, zoo als Meijer hier boven Erft gezegd. — 5: Vervald meede voor zoo verre Borst belaagd. 6: Maan zegd; dat de Corporaal iets aan dien schildwagte had beloofd:— Art: 10 Off hy get niet Vier Sakken de Corporaal zegd Ja. des mor gens de klokke agt of negen 6 van de gemelde Boonen Verkogt uuren by dien knegt geweest en geleverd heeft aan de knegt : . te zyn. — van de Bataillins kok Wanner. 2 Ekkert zegd, dat zulx door de Corperaal was gedaan, hebbende de Corporaal die saaken alleen op hem genomen. — B: Meyer zegd, dat de Corporaal die in't Casteel aan de knegt van Wanner had verkogt, en de knegt die had laaten weghaalen. — 4: Otterman zegd, dat zulx door de Corporaal was gedaen 5: Borst zegd, daar niets van te weeten als van hooren Leggen: - 6: Maan zegd, dat zulx de Corporaal had gedaan. — de Corporaal zegd 16 regad hoe veel hy daar voor heeft hebbende zy alle dien booven ontvangen en waar de overigen in vier sakken gedaan gehad. sakken gebleven zijn. 2 .. .. - . . : . - - - . : . . . . 11 1 2: Ekkert zegd dat de Corporaal daar voor 16 reysd heeft ont„ vangen en dat de knegt van wanner die boonen Savonds door Iongens heeft Laaten weghaalen: — 3: Meyer zegd, dat de Corporaal zulx weeten moet hebbende hy getr daar van drie reyxd=e bekomen. — 4 Otterman zegd, dat de Corporaal heeft gesegd 16 regad te hebben bekomen, dat alle de boonen in Vier sakken waaren gedaan / en dat wanneer die door de knegt 's avonds daar aan waaren afgehaald, zylieden daar by present zyn geweest, te weeten hy get en de Corporaal, Meejer Ekkert en Maan, zynde de andere sakken in't kand begeaven 5: Borst zegd, gehoord te hebben dat de Corporaal daar van 16 reysd bekoomen had: — E: Maan zegd, de Corporaal heeft gesegd 16 lgad zynde klyne zakjes geweest en voorts als Otterman zegd. — Onder wat voorwendsel hij de Corporaal zegd, dat hij tot dien zulke verkogt heeft, of het als knegt had gesegd dat die 's avonds van te vooren met gem boonen van 't Hoofd kwamen en van de fransche Waaren, knegt is afgesprooken geweest dog dat de knegt bevoorens en op welke wijse deselve in't daar van niet had geweeten Casteel zyn gebragt geworden 2 en had die knegt deselve sakken met boonen 's avonds met zyne Iongens van der laaten afhaalen. - 2: Ekkert zegd daar niets van te weeten daar 't alles door de Corporaal is gedaan. 3: Meijer zegd, daar niets van te weeten. 4: Otterman zegd, zulx niet te weeten. 5: Borst Legd, daar mits van te weeten, dog dat de Corpo raal de volgende Avond 1 rd=o had gebragt aan hem gevn 6. Maan zegd, dat niet te weeten. Art 13„ of hy get voorts in deselve nagt de Corporaal zigd zan! zulx niet aande pleyn voor't hout magan meede in dronkenschap ge syn op gelyke wyse heeft schad te zyn dat deselve helpen ontwenden en weg Balken nog niet waaren brengen 6 greene balken verkogt maar zy van Sints waaren geweest deselve d' E Compen toebehoorende. weder op haar plaats 6 Arten 12
English
place. 2: Ekkert says that the Corporal had posted him on sentry duty by the cooper's shop, to remain standing there until the beams had been carried away, Pieter Meyer having been relieved from sentry duty to help carry those beams away. 3 Meyer says Yes! that the Corporal had said that the wood indeed, but not how much, was handed over, that the Corporal had come to say to him, the questioned, who had been standing on sentry duty by the cooper's shop, that he had to go along to help carry the wood away, adding: I take everything upon myself that comes of it. 4: Otterman says he had been on sentry duty then, but that when he was relieved from the post, there had still been one beam lying there, which he had carried away. 5: Borst says he knows nothing of it. 6: Maan says he knows nothing of it, having stood on sentry duty before the arms and the Corporal had said, when he went away with Ekkert, that he wanted to go to the patrol guard to see what the Corporal was doing there. Article 14. Whether the same beams were not brought by them to the carpenter of the Wharf, Jan Willem ten Pas. The Corporal says yes, but that man was not at home, but the door was open and the beams were just laid down there. 2: Ekkert says he does not know that. 3: Meyer says Yes. 4: Otterman says he knows nothing of what the carpenter is named, living at the Strand. 5: Lapses concerning Borst. 6. Lapses concerning Maan. Article 15: Whether he, the questioned, or who of them devised and suggested this opportunity. The Corporal says that the carpenter was his countryman, and he had indeed been with him in his room, the questioned and aforementioned soldier having mutually agreed to bring that wood thither. 2. Ekkert says, the Corporal is the cause of everything. 3. Meijer says, the Corporal, but that he had not seen the carpenter himself, that the Corporal had spoken upstairs with someone whom he had presumed to be the carpenter. 4: Otterman says the Corporal. 5: lapses concerning Borst. 6: Lapses likewise concerning Maan. Article 16: Whether that carpenter was himself active therein, or took over the wood alone. The Corporal says no, and he was not at home. 2: Ekkert says he does not know that. 3: Meyer says he does not rightly know such. 4: Otterman says that the carpenter took delivery of the wood. 5 lapses likewise concerning Borst. 6: lapses also concerning Maan. Article 17: Whether they were not stopped by the Meuron Sentries and asked what was going on. The Corporal says No! 2: Ekkert says he does not know that. 3: Meyer says No. 4: Otterman says No. 5: Borst says he knows nothing of it. 6: Maan says he was not present there. Article 18: What and by whom was answered thereto and what time it was then. Lapses concerning the Corporal, but that it was indeed two o'clock in the night. 2 Lapses as far as Ekkert is concerned. 3 lapses concerning Meijer. 4 Lapses concerning Otterman. 5 Lapses with respect to Borst. 6: lapses concerning Maan. Article 19: How long they were engaged therewith, and with how many men they were absent from the guard. The Corporal says, a good half hour and that he had carried that wood away with four men. 2 Ekkert says from one to two hours and does not know with how many men, knowing only of Pieter Meijer. 3: Meyer says, a short hour, that the three of them had carried the wood away, namely the Corporal, Otterman and he, the questioned. 4 Otterman says one hour, the wood having been carried by the Corporal, he the questioned, and Meijer. 5 Lapses as far as Borst is concerned. 6 lapses likewise concerning Maan. Article 20. How many of the guard remained behind and whether these did not know of their conduct, or noticed their absences. The Corporal says that four men stood on sentry duty while the others were in the guardhouse, but that those men had known of nothing. 2: Ekkert says he does not know that, but that they had known of nothing. 3: Meyer says another five besides the sergeant, the questioned presuming that they knew of nothing. 4: Otterman says the Sergeant with five Men and as far as he the questioned knows, they knew nothing of it. 5 lapses likewise concerning Borst. 6: Maan says sergeant with five men who slept. Article 21. Whether he, the questioned, received the money for the wood from the carpenter and how much. The Corporal says that no money was received for it and it was also not sold, because they were minded to bring the wood back again, but that they had then been arrested. 2 Lapses concerning Ekkert. 3: Meijer says that no money was received for it. 4: Otterman says No, but whether the Corporal received for it he does not know. 5 Lapses concerning Borst. 6. Lapses concerning Maan. Article 22. For what purpose they employed the received money, whether the whole guard detail enjoyed part of it, and how much each received. The Corporal says that they had divided the money for the beans among themselves, that the soldiers Thiel and Wend had also received part of it, having also well known in the evening that they would do that deed, that the sergeant also knew of it and also had received one rexd of the money on Sunday evening from the questioned, as well as the other five his mates, except Gesner, Haar and van den Brink, who did not know of it. 2 Ekkert says that he had received from the Corporal 2 reysd, Meijer and Otterman also each 2 reysd, knowing nothing of the rest. 3: Meyer says as on article 11, that 3 rds thereof were given to him. 4. Otterman says to have received 2 reysd thereof, knowing nothing of the others. 5. Borst says to have received 1/2 reysd thereof. 6: Maan says to have received 2 reyxd from the money of the Beans.
Dutch transcription
plaats te rug te brengen. 2: Ekkert zegd, dat de Corporaal hem gevr op schildwagt had gestelt by de kuypers winkel, om aldaar zoo lang te blyven staan tot dat de balken weggedragen waaren zynde Pieter Meyer van Schildwagt afgelost geworden om die balken te helpen wegdragen. 3 Meijer zegd Ia! dat de Corporaal had gevegd, dat hem het hout wel, maar niet hoeveel was overgegeven, dat de Cor poraal tot hem gevz die op schildwagt by de Kuypers =winkel had gestaan, was komen zeggen, dat mede gaan moest om het hout te helpen wegdragen, met bijvoeging ik neem alles op mij wat er van komt.- „ 4: Otterman zegd toen op schildwagt te hebben gestaan, dog dat wanneer van de post afgelost was, 'er nog een balk had gelegen, die hy had weggedragen. 5: Borst zegd, daar niets van te weeten. E: Maan zegd, daar niets van te weeten hebbende voor 't geweer op schildwagt gestaan en had de Corporaal gesegd, wanneer met Ekkent wegging, te willen gecun na de patrouillie wagt om te zien wat de Corporaal daar deen. den Corporaal zegd sa, dog dien off deselve balken van hunt„ man was niet te huijs maar niet zyn gebragt geworden de deur was open en zyn de bij de timmerman van de Werff balken daar maar neder gelegd Ian Willem ten Pns. 2: Ekkent zegd, dat niet te weten. 3: Meyer zegd Sa. 4: Otterman Legd nits te weeten hoe de timmerman genoemd is woonende aan Strand. 5: Vervald ten belange van Borst. — 6. Vervald ten belangen van Maan. — Off hy getz of wien van hunt„ De Corporaal zegd dat de tim dese gelegentheijd heeft uijt merman zyn Landsman was, en hy wel by hem in vinding gemaakt en aan zyn kamer geweest was, gegeven. hebbende den gevt en voorn Art„ 15: Arten 14„ soldaat - - soldaat onderling afgesprooken gehad, dat hout daar heenen te brengen 2„ Ekkent zegd, de Corporaal is oorsaak van Alles. — 3. Meijer zegd, de Corporaal dog dat hy de timmerman zelvs niet had gesien, dat de Corporaal boven met ymand had gesprooken die hy had vermeend de timmerman geweest te zyn. 4: Otterman Zegd de Corporaal. — 5: vervald ten belange van Borst. — E: Vervald mede wegens Maan.— De Corporaal zegd nien, en off dien timmerman wel selve was niet te huijs daar by dadig is geweest, of 2: Ekkert zegt dat niet t het hout alleenig heeft over weeten. — genomen 3: Meyer zegt zulx niet regt te weeten. 4: Otterman zegd, dat de timmerman het hout heeft aangenomen. — 5 vervald mede wegens Borst. 6: vervald ook wegens Maan. de Corporaal zigd Neen! 2: Ekkert zegd, dat niet te weeten. — 3: Meyer zegd Neen. 4: Otterman Zegd steen. — 5: Borst zegd daar niets van te weeten. 6: Maan zegd daar niet by geweest te zijn. Vervult ten belangen vande Corpo= wat en van wien daar op is ge raal dog dat het wel twee antwoord geworden en roe laat ueuren in de nagt geweest is. het toen geweest is— 2 Vervalt voor zoo verre Ekkent aangaat. 18: Off zylieden niet door de Meuronse Schildwagten aan gehouden en gevraagd geworden wat er te doen was. Art 16: 17: 3 vervalt wegens Meijer 4 Vervalt wegens Otterman. — 5 Vervalt ten opzigte van Borst. — E: vervalt nopens Maan. Art 19: hoe lange zyln daar mede de Corporaal zegd, wel een . hebben te doen gehad, en met half uur en dat hy met vier mannen dat hout had hoe veel manschappen zy van de weggedraagen. de wagt zyn abrent geweest. 2 Ekkent zegd van Een tot twee uuren en weet niet met hoe veel manschappen weetende alleen van Pieter Meijer. 3: Meyer zegd, een klyn uur, dat met hun drien het houte hadde weggedragen, als de Corporaal, Otterman en hij getz. 4 Otterman zegd Een uur zynde het hout gedragen door de Corporaal hy get en Meijer. 5 Vervald voor z0o verre Borsz betreft. 6 vervald mede nopens Maan. — Z de Corporaal zegd, dat vier hoe veel vande wagt nog zyn 6 mannen op schildwagt te rug gebleeven en of deese hebben gestaan terwil den van hun bedrijf niet hebben andere in de wagt zyn geweeten, ofte hunnen Absentien geweest dog dat die man zyn gewaar geworden. schappen van niets ge weeten hadden. 2: Ekkert zegd dat niet te weeten, dog dat die van niets hadden geweeten. — 3: Meyer zegd nog vyf zonder de sergeant vermeynden de geva dat die van niets geweeten hebben. — Otterman, zegd de Sergeant met vyf Mannen en voor zoo verren hy gevr weet, hebbende die daar van niet geweeten. — 5 vervald mede wegens Borst. 6: Maan zegd sergeant met vyf mannen die geslaapen hebben. 4: Art 21. 6 1 de Corporaal zegd, dat er geen C geld voor Ontvangen is en ook niet is verkogt, dewijl van sints waaren om het hout weder te rug te brengen dog dat toen in arrest waaren geraakt. 2 Vervalt ten belange van Ekkent 3: Meijer zegd dat daar van geen geld was ontvangen. — 4: Otterman zegd Neen, dog of de Corporaal duar voor ontvangen heeft weet hy niet. 5 Vervult wegens Borse:— 6. Vervalt wegens Maan. — 22. de Corporaal zegd, dat zij hit Waar toe zij het ontvangen geld voor de boonen onder geld g'emploieerd hebben ling hadden verdeelt, dat of het geheele wagts volk de soldaaten Thiel en Wend daar van heeft genooten er ook van bekoomen hadden en hoe veel een ijder heeft hebbende ook 's avonds wel gekreegen 3 geweeten dat zyl die daad doen zouden, dat de sergeant er ook mede van geweeten en ook een rexd van't geld op zondag avond van de gevr had bekomen, zoo wel als de andere vijf zyne maats behalven Gesner, haar en van den Brunk dies en niet van geweeten hebben. 2 Ekkent zegd dat hy van de Corporaal had ontvangen 2 reyad Meijer en Otterman ook yder 2 reyst weetende ook van 't overige niet. 3: Meyer zegd als op art„ 11. aan hem 3 rd=s daar van te zyn gegeeven. 4„ Otterman Legd, daar van 2 rupd: bekoomen te hebben weetende van de andere niet.— 5„e Borst zegd daar van 's reysd te hebben bekomen 6: Maan zegd, van't geld van de Boonen 2 reyxd bekoomen te hebben. — Art: 21 off hy getr het geld voor het hout van de timmerman ontvangen heeft en hoe veel art 2- — door -
English
Art 2 Whether it is not known to him, the prisoner, that the woodwork of the Honorable Company was handed over to the guard, and must be accounted for by the same. The Corporal says Yes. 2. Ekkert says that the Corporal had said that the wood had indeed been handed over to him, but not how much, and that he took everything upon himself. 3. Meyer says Yes. 4. Otterman says Yes. 5. Borst says Yes. 6. Maan says Yes. Art 24 How he, the prisoner, then, contrary to his instruction according to the Articles of War, could get it into his mind to commit such acts and to entice others thereto? The Corporal says that such was caused by his drunkenness, he, the prisoner, not knowing who was the first to propose it. 2. Ekkert says the Corporal enticed the men thereto, the Corporal also having had two bottles of wine fetched and treated him, the prisoner, Otterman, and Meijer therewith. 3. Meyer says that such happened because he first became somewhat intoxicated through the Corporal treating him with wine, and the Corporal had taken everything upon himself, saying that he was Corporal of the guard. 4. Otterman says that such was the fault of the Corporal, and further as Ekkert and Meijer say above. 5. Borst says, with respect to the beans, to have thought that the Corporal of the guard was Corporal and ought to know his duty. 6. Maan says that such happened through drunkenness and that the Corporal had incited him thereto. Art 25 Whether he must not confess to have committed a most abominable deed and to have made himself doubly punishable? The Corporal says Yes. 2. Ekkert says Yes. 3. Meijer says Yes. 4. Otterman says Yes. 5. Borst says Yes, but that he was intoxicated. 6. Maan says Yes. Art 26 Whether he, the prisoner, has any other knowledge and what he will yet bring forward for his excuse? The Corporal says that such happened through drink and that he is truly sorry for it, thus requests pardon. 2. Ekkert says that the Corporal had taken everything upon himself. 3. Meyer says that the Corporal is to blame for everything and had enticed him thereto, having taken everything upon himself. 4. Otterman says as Meijer above. 5. Borst says to have thought that what the Corporal did was right, and that he had been drunk. 6. Maan says that the Corporal is to blame for everything and made him intoxicated, and thus had enticed him thereto. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 20 March 1786. Before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Marthinus Starck, Members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the questioned persons and me, the Secretary. Beneath stood: Which I witness. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. Confirmation Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government the above-mentioned persons, who, the preceding interrogatories and answers having been read to them, testified to persist and abide by them, desiring that nothing further should be added thereto or taken therefrom. Beneath stood: Thus confirmed at Cabo de Goede Hoop on 4 April 1786. Was signed: Jan Knust, this mark X made by Gerrit Ekkert, this mark X made by Johan Pieter Meijer, this mark X made by J: M: W: Otterman, this mark X made by H: P: Borst, and Adam Maan. Lower: van Aarssen, Secretary. In the margin: As commissioners. Was signed: J: H: Cruijwagen and Johs Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, Corporal Jan Knust, who answered the adjacent questions as noted beside each of them. Further Articles drawn up and delivered to the Honorable Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that, at the requisition of the Fiscal ad interim T: Etter, Corporal Jan Knusz of Doesburg, currently the Lord's prisoner, be heard thereon; the responses to be given shall be duly recorded in the margin hereof. Art: 1 Says he had those bottles of wine fetched to drink with his soldiers, without having any further intention therewith, and that besides the aforementioned, others also drank along. With what intention he, the prisoner, had several bottles of wine fetched to the guard, and especially treated the fellow prisoners Meyer, Ekkert, and Otterman therewith? 2 He says that it did not happen with the intention to persuade them to the taking away of the beans. Whether it did not happen solely to persuade them that they should help him take away the beans in question? Art: 3 Says that he did not speak of this. Appeared the soldier Ekkert, who told him to his face that he spoke to them in the stated manner. The questioned person says that it could be that he had spoken those words, but that he does not know. The soldiers Meier and Otterman say to his face that he said so. Whether he, in that regard, did not say to them that the beans had not been handed over and they should take the same away before someone else might walk off with them, adding that he took the matters upon himself and everything that came of it would be on his account? 4 Says that the small gate was not locked, but pushed to; that he opened the same, and that he and Meijer took out the first bags. The soldiers Ekkert and Meijer say to his face that he fetched the key from the guard and opened the barrier. The prisoner says not to know it. Whether he, the prisoner, did not thereupon fetch the key to the barrier from the guard, open the same, and take out the beans himself? 5 Says not to know that he said such. Appeared Ekkert, Meijer, and Otterman and say to his face that he said that whatever came of it was on his account, as he was Corporal of the guard.
Dutch transcription
Art2 off hem gev niet bekend is de Corporaal zegd Ja. geweest, dat het houtwerk L: Ekkent zegd, dat de Cor„ van d' E Compen aande wagt poraal had gesegd dat hem overgegeven is, en van dezelve het kout wel was over gegeven maar niet hoe veel moet verantwoord werden. en dat hy alles op zig nam. 3: Meyer Zegd Sa. 45: Otterman Zegd Ja. 5. Borst zegd Jak E„ Maan zegd. Ja Art 24„ de Corporaal zegd zulk door zyne hoe hy geva dan tegens zijne Instructie naar de Kryge ar¬ dronkenschap veroorsaakt zyn weetende hy get niet tieulen heeft in zyne gedagten wie den eersten voorstelder daar kunnen krygen Diergelyke van is geweest. feiten te begaan en andere 2„ Ekkert zegd de Corporaal daar toe te verleyden? heeft de manschap daar toe verleyd, hebbende den Corporaal ook laaten haalen twee flessen wijn en hem geva Otterman en Meijer daar op getracteerd.— 3„ Meyer zegd zulx te syn geschied, dat hy eerst door het tracteeren van de Corporaal met wijn wat be schonken geraakt en de Corporaal alles op zig had genomen, zeggende dat hy Corporaal vande wagt was 4„ Otterman zegd dat zulx de schuld van de Corporaal was„ en voorts zoo als Ekkert en Meijer hier boven zeggen Borst zegt ten opzigte der boonen te hebben gedagt dat de Corporaul van de wagt Corporaal was en zyn pligt weeten moest. — C: Maan zegd zulx door beschonkenheijd te zyn geschied en dat de Corporaal hem daar toe aangesit had. Cent 25 Off hij niet bekennen moet de Corporaal zegd van Ia. een aller afschruwelykste daad 2„ Ekkent zegd Ia. te hebben bestaan en zig 3„ Meijer zegd Ia. dubbeld strafwaardig te 4„ Otterman zegd Ja. 5„ Borsz zegd Ja! dog dat hebben gemaakt beschonken is geweest 6. Maan Legd Ja. 5„ art Art 26: da Corporaal zegd, dat zulx Off hy get nog eenigen andere door de drank is gescheid weetenschap heeft en wat 3. en dat hem genoeg berouwd hij tot zyne verschooning versoekt dus gratie. — nog zal inbrengen. 2 Ekkert zegd dat de Corpa ruael alles op zig genomen had. — 3 Meyer zegd dat de Corporaal „han alles schuld is en hem daar toe verleyd had hebbende alles op zig genomen. — 4= Otterman zegd zoo als Meijer hier boven.— 5. Borsz zegd te hebben gedagt dat wat de Corporaal deed wel was, en dat dronken geweest was. — 6. Maan zegd dat de Corporaal van alles Schuld is en hem beschonken gemaakt; mitsgaders dus daar toe verleyd had. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede hoop den 20 Maart 1786. voor d' E E=s Salomon van Echten; en Johannes Marthinus Starak: Leeden uijt den E achtb: raad van Justitie voormeld, die de minuute deses benevenss de gevraagdens ende mij Secretaris. mede behoorlyk hebben onderteekend /onderstont/ 'T welk ik getuijge / was getekend C: L: Heethling Secretaris T Recollement Compareerden voor den Ondergetekende gecommitteerdens uijt den E„ Achtb raade van Justitie deses gouverne ments de booven gemelde persoonen dewelke de Voorenstaande vraag Ant= =culen en antwoorden zijnde voor„ geleesen betuygden daar bij te blijven persisteeren, begeerende dat daar verder niet is - . Tieven niet bij of af zoude gedaan werden (onder =stont :/ Aldus gerecolleerd aan Cabo die goede Hoop den 4 april 1786 (was getekend) Ian Kmest. dit merk X stelt gerrit Ekkers dit merk X steld: Johan Pieter Meijer dit merk & steld I. M: W: Otterman, dit merk X steld H: P: B en Adam Maan /Lager van Aarssen Secretaris In margine:/ als gecommitteerdens /was ge„ Johs Smits „tekend I: He Cruijwagen en Compareerde voor ons onser Nadere Articulen gedaan maaken en aan heeren geteekende Gecommitteerden gecommitteerdens uyt den uyt den E Achtb raad van E: achtb raade van Justitie Justitie deses Gouverne ments den Corporaal Jan des Casteels de Goede Hoop knust dewelke op de overgegeven, omme ter requi¬ nevenstaande vraagen zoo sitie van den ad interin danig geantwoord ruft: als besijden een ieder fiscaal T: Etter daar op derselver aangeteekend gehoord te worden den Corpo staat. raal Ian Knusz van Doesburg thans S Heeren: Gev: zullende des te gevene responsiven in margine deeser behoorlyk worden bekend gesteld. Art: 1„ zegd, die flessen wyn heeft uijt wat doelwit hij gev ver hy laaten haalen om met scheydene flessen wijn op de zyne soldaaten te drinken wagt heeft laaten haalen, en zonder daar verder Oogmerk voornamentlyk de meede mede te hebben, hebbende gev: Meyer, Ekkert en buyten die voorm ook Otterman daar op getracteert andere mede gedronken 2„ ƒ Hy zegd dat het niet is Off 't niet alleenig daarom geschied is . . : . ... . . . . . . . 2 S heeft geschied mot intentie om hun te persuadeeren tot het wegneemen der boonen. —. zegd dat hy niet dits gespaoken off hij ten dien opsigte hun 't niet heeft toegevoegd, dat Compareerde den soldaat Ekkant de boonen niet overgegeven dewelke hem in facie zyde waaren en zyl deselve weg dat hy op de aangegeevenen neemen wilden, eer een ander wijse tegens kunt gesproken daar mede mogte weg gaan heeft. de gevr zegd dat het zyn kon dat hij die woorden had gesprooken dog dat het niet weet. — de soldaaten Meier en Otterman seggen hem in facie dat hy zulx gesegd heeft. Zeegd dat de klyne poort niet geslooten was, maar aan gestooten, dat hy deselve geopend heeft, en dat hij en met Meijer de Eersten zakken uijtgehaald heeft de soldaaten Ekkert en Meijer zeggen hem in facie dat hy de sleutel uijt de wagt gehaald en de Bariere geopend heeft. — den gev: zegd het niet te weeten zegd niet te weeten dat hy zulx gesegd heeft.— :Compareerde Ekkert Meijer en Otterman en zeggen hem in facien dat hy gesegd heeft dat wat er van kwam voor zyn reeq. was dat hy Corporaal van de wagt was 5„ bijvoegende dat hij de Saaken op zig nam en alles wat daar van kwam voor zyn reekening zoude zyn. — of hy get daar op niets de Sleutel van 't Barriere, uijt de wagt gehaald het selve geopend en de boonen zelvs uytgeset heeft. — „ 4„ Art: 3 is geschied, om hunlieden te persuadeeren, dat zy met hem zonden de quastioneerden booven helpen wegneemen.! de - - 1 . .. k
English
The questioned party says he does not know this either. Article 6 Says that he sold them to the servant of the cook Wanner. Whether he, the questioned party, sold these beans to the servant of the cook Wanner, or rather to his aforementioned master himself? Says yes. Says Jan with Meyer and Ekkert. Says yes, in the presence of the servant. Says Jan. 1. Says to Thiel 1 rixdollar and to Wend 4 schellings to have given, says further. How much he, the questioned party, gave to the soldiers Thiel and Wend? Whether he, the questioned party, from this money did not give 3 rixdollars to Meyer, 2 to Ekkert, 2 to Otterman, 2 to Maan, and 1 to Borst? And whether this money was not counted out and handed over to him by Wanner himself? 8. Whether he, the questioned party, did not also follow there afterwards in order to receive the money for it? Whether then that servant did not have the beans brought by four boys to the Cape into the house of the aforesaid Wanner? 7. Says yes, further that this occurred because Wend knew about it and the others told him that he must also give something to Thiel. Says that he was on the point of fetching the money, but that he, the questioned party, was not at home. Says no. Says yes. 14. Whether he, when he went away with Ekkert to accomplish such, did not say to the soldier Maan standing on sentry duty that they were going to the patrol guard to see what the corporal was doing? 15. Whether he, the questioned party, further had the soldier Meyer standing on sentry duty at the cooper's shop relieved by Ekkert, and with the same and the soldier Otterman who had also been on sentry duty there, carried away the aforementioned beams? Whether the soldiers Borst and Maan also had knowledge of the fact that he, the questioned party, with Meyer and Otterman stole the beams? Article 12. Whether not also the Muer, our soldier who stood as sentry at the head of the pier when they carried the beans away, came to him to fetch his portion? Article 16. Says indeed to have said that the number of the beams was not handed over, but that he had not said the rest, because he was drunk. Article 16. Says to have brought the beams into the attic, but that the carpenter was not at home. If not, with whom and what he, the questioned party, spoke, while Meyer stood below and did indeed hear such? Says to have spoken with no one and also to have seen no one. Meyer says to his face that he heard him speak. Otterman says that he saw the carpenter. The questioned party finally confesses that the carpenter was present. 18. Whether the soldiers Thiel and Wend had knowledge both of the one and the other theft? Says no, that they only had knowledge of the theft of the beans, but not of the wood. 19. 20. Says that he did not know about the wood, but indeed about the beans, and that he had gone to sleep on it. Whether the sergeant also knew about both thefts and gave his consent to it? Whether he must not confess that the carpenter, to whose house they brought the beams, was at home and himself took delivery of the beams? 17. Whether he, the questioned party, did not say to the mentioned soldiers that the number of the beams had not been handed over and whatever came of it was on his back, and that he was corporal of the guard? 21. Says yes, that the sergeant answered nothing to that. Article and 21. Whether he, the questioned party, then himself spoke with him about it and what he answered to that? Says that they did it together, but that he did not mislead the others into it. The soldiers Ekkert and Otterman appeared and said to his face that he spoke of it first. The questioned party says that it may well be, but that he was intoxicated. Whether he, the questioned party, will not confess to being the main cause of the committed crimes and having misled the others into it? 22. 23. Whether he must not himself confess to have employed every effort and to have abused his authority in the most shameful manner? Says to have come to it through misfortune, that it grieves him enough to have given occasion to that deed. 24. How he may excuse himself with drunkenness, since the same is already an offense, and such is strictly forbidden and punished on the guard? Says that he innocently came to that state. 25. Whether he, the questioned party, knows to state anything more for his excuse? Says to know nothing, but requests that he may be excused for this time. Thus questioned and answered. At the Cape of Good Hope, the 29 March 1786, before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members from the Honorable Venerable Council of Justice aforesaid, who duly co-signed the minutes hereof along with the questioned party and me, the Secretary, underneath stood which I testify was signed C. van Aarssen, Secretary. Review. Appeared before the undersigned delegates from the Honorable Venerable Council of Justice of this government the above-mentioned corporal, who, the foregoing question articles and answers having been read aloud, testified to persist by them, desiring that nothing further should be added or taken away, underneath stood, thus reviewed at the Cape of Good Hope on the 4th of April 1786 was signed Jan Kniesz, lower in the margin as delegates was signed J. H. Chuywagen and Joh Smits, in my presence was signed C. van Aarssen, Secretary. Agrees. Moneel, sworn Clerk.
Dutch transcription
degevr zegd zulx mede niet te weeten.— Art. 6„ zegd, dat hy ze aande knegt of hij gevr deese boonen aan de knegt van den kok wanner Verkogt heeft. — heeft verkogt, ofte niet veel meer aan gem zyne Baas zelve! zegd Ia Legd Jan met Meyer en Ekkent. — zegd Ja: in presentie van de Knegt. zegd Ian. 1„ zagd aen Thiel 1 rd=s Hoeveel hy gevr: aande sol= Thiel en Wend heeft daat en aen wend 4 schellingen gegeven! gegeven te hebben, zegd voorts of hy gevr van dit geld niet 3 rd=s aan Meyer 2 aan Ekkent 2 aan Otterman 'z aan Maan en 1 aan Borst gegeven heeft? en of hem dit geld niet van wanner zelve is, toegeteld, en aan hem afgegeven ge worden! „ 8: off hy getr niet mede daar na toe is nagevolgd, om 't geld daar voor te Ontvangen" off dan dien knegt de boomen niet door Vier Iongens naar de Caab in't huijs van voorsz: Wanner heeft laaten brengen? 7„ zegd. Ja voorts dat dit is geschied, om dat wend 'er van wist en den andere gesegd hebben, dat hy aan Thiil ook iets geven moest. — zegd, dat hy op de punt is geweest oit geld te haalen. dog dat hy get niet te huis is geweest. — Legd Neen.. zegd Ja. „ 14„ off hy niet toen hy met Ek kert is weggegaan om zulk te verrigten tegens de op schildwagt staande soldaat Maan huft gesegd, dat zij naar de patrouillie wagt zoude gaan om te zien wat de Corporaal doet „ 15 Off hy getn voorts met de aan de Kuypers winkel op schildwagt staande soldaat Meijer door Ekkert heeft doen aflossen en met denselven en de aldaar mede op schildwagt geweest zynde soldaat Otter man gez Balkens weggedragen. off de soldaaten Borst en Maan, ook kennis daar van gehad hebben, dat hy getr met Meijer en Otterman de balken heeft gestoolen! Artn 12 Off niet ook den Meur onse soldaat, dewelke toen zylieden de boonen weggebragt hebben als schildwagt op 't hoofd is gestaan, is by hem gekomen om zyne portie af te halen? art 16 zegd wel te hebben gesegd, Art 16 dat het getal van de balken net overgegeven was dog dat hy niet 't overige gezegd was.— te hebben, wijl hij bedronken zegd de balken op zolder te hebben gebragt, dog dat de timmerman niet te huijs is geweest. — zoo neen met wien en wat zegd niet niemand te hebben hy get dangesprooken gesprooken ook niemand Meger zegd hum in facie dir heeft, geduurende Meijer gesien. hy hem reeft hooren sprieken onder is gestaan en zulx wel heeft gehoord! Otterman zegt dat hy de timmerman gesien heeft — de gesz bekend eyndelyk dat de timmerman present is geweest. 18 off de soldaaten Thiel en Wend¬ zegd' Neen datse alleen van de dufte van de boonen zoo wel van de eene, als an hebben kennis gehad, dog deze diefte hebben kennis van het hout niet. gehad. .. 19 „ 20 zegd dat hy van het hout off den sergeant ook van byden niet heeft geweeten, dog diefstallen heeft geweeten en wel van de boonen, en daar toe zijn inwilliging dat hy daar op was geen heeft gegeeven! slaapen. off hy niet bekennen moet dat den timmerman, naar Diens huijs zyl de balken„ gebragt hebben te huys is geweest, en de balken zelve heeft in ontvangse ge =nomen. „ 17 of hy get niet aan gemelde soldaaten heeft gesegd dat het getal van de balken niet overgegeven en wat 'er daar van kwam, voor zyne rucg was en dat hij Corporaal van de wagt was! „ 21 zegd Jal dat de sergeant daen op niets geantwoord heeft hebben, maar dat hy de andere er niet toe verleyd heeft. Compareerden de soldaaten Ekkert en Otterman en zeyden hem in facien dat hij 't eerst er van gesprooken heeft de gevr zegd, dat het wel zijn kan maar dat hij beschonken geweest is. Off hy niet zelve bekennen zegd door Ongeluk daar toe moet, alle studie te hebben gekomen te zyn, dat het hem Leed genoeg doet tot die daad geEmploijeert en zyn gesag aanleyding te hebben gegeven. op de schandelijkste wijse gemisbruijkt te hebben! „ 24„ Excuseeren mogen, daar deselve al een misdaad is, en zulke op de wagt scherpelijke verbooden is en bestraft word! zegd dat hy Onnoosel daar Hoe hy zig met dronkenschap Aldus gevraagd en beantwoord „ 25 zegd niets te weeten, maar off hy get iets meer tot zynen versoekt dat hy voor deese verschooning weet aan te geven reyse verschoond mag werden. tie gekomen is- „ 23 „ 22 de hoofd oorsaak van de ge¬ pleegde misdaaden te zijn en de andere daar toe verleyd te hebben zegd dat zy te zaamen gedaan of hy getr niet bekennen sal, Akt en 21„ off hy get dan zelve met hem daar van heeft gesprooken en wat hy daar op heeft ge¬ antwoord! aan e en aan Cabo de goede hoop den 29 maart 178.6 voor d' E E Salomon van Echten en Johannes Matthias Bletterman Leeden uijt den E acht raad van Justitie voorm die de minuuten dezes benevens den gevz en my Secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend, /onder stont/ 't welk ik getuygen /was getekend) C=s van Aarssen Secretaris Recollement Compareerde voor de ondergetekende gecom mitteerdens uijt den E achtb raade van Justitie deses gouvernements de bovengemelde Corpo zaal dewelke de voorenstaande vruag Ar„ ticulen en antwoorden zynde voorgeleesen, betuygde daar by te blyven persisteeren, be geerende dat daar wyders niets by of af zoude gedaan werden / onderstont/ aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop dy 4e april 1786 /was getekend/ Ian Kniesz /Lager / mij present /was getekend C: van in marginen / als Harssen Secre was getekend gecommitteerdens J=b H=k Chuywagen en Joh Smits Mcordeert Moneel gem Clerq
English
Appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim Fiscal, R: O: Plaintiff in a criminal case on the one side; the soldiers Salomon Heinrich van Schoraendorff and the sailor Ian Willem ten Pas, prisoners and defendants in the aforementioned case, on the other side; and stated: that in the night of the 11th to the 12th of the past month of March, the Corporal on guard with five soldiers carried away at the head 14 small sacks of beans belonging to a French ship; and buried them behind the works on the beach in the sand; further having addressed the first-mentioned and defendant Salomon Heynrich, being a servant in the galley of the Battalion Cook Wanner, in order to sell the same to him; this man not only showed himself willing to do so, but immediately bought the beans for 16 Rds; and toward evening had the same taken out of the sand by some slaves in the presence of the above-mentioned Corporal and soldiers; and carried to the dwelling house of his aforementioned master, and thus took receipt of them; that furthermore, by the mentioned Corporal and three of his soldiers, 8 pine beams belonging to the Honorable Company were also stolen that same night; and were brought by them to the dwelling of the second prisoner and defendant Ian Willem ten Pas; the same was no less ready to receive the same directly and to store them in his house; as both shall further appear from the answers given by the prisoners and defendants before the Commissioners from this Worshipful Council, and from further documents pertaining to this theft; that both prisoners have thus essentially made themselves guilty as receivers of the committed thefts; and the R: O: Plaintiff, referring thereto for the sake of brevity, will only further examine what punishment the prisoners and defendants have earned through their crime; whereupon the R: O: Plaintiff, under correction, deems it necessary to remark: that notwithstanding that the characteristics and circumstances surrounding these committed thefts, which greatly aggravate the actual deed itself, should likewise weigh upon the prisoners and defendants in the same manner, because the receiver is as bad as the thief, often also giving the opportunity to steal; yet according to the discretion of the case and circumstances, a distinction ought to be made; that, as certain as it is that the prisoners and defendants knew that these were stolen goods, the first prisoner and defendant—if the Corporal had not told him this—must absolutely have inferred from the fact that the beans were buried in the sand on the beach, and that this is no place to keep goods and thus take receipt of them; just as the second prisoner and defendant must naturally have understood that between 1 and 2 o'clock at night is no time for beams to be carried away, and that such can be done by soldiers, who also, had they found them in the sand, ought to have reported and declared them; that consequently, both prisoners and defendants committed the crime willingly and deliberately; yet it must also be considered that it did not happen to enrich themselves, the first prisoner having bought the beans solely for the use of his master, without enjoying anything from them; and the second prisoner and defendant seems to have hidden the wood more out of friendship than to derive a great profit; so that the R: O: Plaintiff, under your Worships' judgment, deems that the prisoners and defendants ought to be punished not so much to the full rigor of the law, but rather according to the circumstances of the cases with an arbitrary punishment from the judge; Wherefore, and for other reasons and arguments to be further deduced in due time and place if necessary, the R: O: Plaintiff, making his demand, concluded that by definitive sentence of your Worships, the prisoners and defendants mentioned in the heading shall be condemned to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed, and there handed over to the executioner, and having been tied to the gallows with a rope around the neck, to be severely scourged with rods on the bare back; that both prisoners and defendants shall furthermore be confined to Robben Island for the term of 3 consecutive years, to labor there without pay on the public works while riveted in irons, and upon the expiration thereof, to remain banished from this Colony and its jurisdictions forever, with condemnation of the prisoners and defendants to the costs and expenses of justice; or to such other penalties and punishments as your Worships shall deem proper. Was signed: P: Exter. To the Honorable Worshipful Pieter Hacker, President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the undersigned pro interim Fiscal Pab Exter: that on Saturday the 11th of this month, at night, a part of the military of the battalion garrisoned here, having had the guard at the Sea Pier, made themselves guilty of the theft of four sacks of beans from the French King's Corvette lying in the local roads, and eight pine beams belonging to the Honorable Company; that the beans were sold and delivered to the servant of the battalion cook Wanner, the
Dutch transcription
Compareerde voor den WelE Achtb Raade van Iustitie des Casteels de goede Hoop den pro interim Fiscaal R: O: Eysscher in Cas Cremineel ter Eenre den soldaaten Salomon Hein rich van Schoraendorff en den Mattroos Ian Willem ten Pas ges: en gets in voorsz Cas ter andere zyde 3, en agter de werken aan den strand in de zand begraaven 4, voorts zig aan den eerstges en ged:t Salomon Heynrich, als knegt in de Combuijs van den Bataillons Kok Wanner zijnde, geaddresseert hebbende, om deselve van hem te koopen 5, desen zig niet alleenig daar toe geneegen heeft laaten vinden 6, maar de boonen dadelijks voor rd=s 16: gekogte hebbende , deselve door eenige slaaven in presentie van bovengem Corporaal en Soldaaten, tegens Avond uijt de sand heeft doen uijthaalen 8, en naar 't woonhuijs van voorm zyn bans dragen, en dusdanig in Ontvangst genomen 9, dat voorts van gem Corporaal en drie derselver soldaaten in deselve nagt nog 8 greene balken van d' E Comp gestoolen. 10. , en van hunt na de wooning van den tweede get en gede Ian Willem ten Pas gebragt zynde 1, en dede zeggen 2, dat in de nagt van den 11: tot 12 der gepasseerde maand Maart, den wagthebbende Corporaal met vyf soldaaten op 't hoofd 14 sakjes met boonen op een franse Schip behoorende weg genoomen. — 11, denselven niet minder gereed is geweest, 12, deselve directelyk te Ontvangen en ten zynen ruijsen te bergen 13) gelyk 't eene en andere uijt de van de get en ged voor Heeren Gecommitteerdens, uyt deesen Achtb raade gegeevene responsiven, en verdere stukken dien dufstal apecteerende nader sal Consteeren 14, dat byde gev: zig dus Wesendlijk als heebers van de begaane dieftens, hebben schuldig ge maakt 15, en den R: O: Eysscher zig kortheijds halven daar aan refereerende, alleenig nog zal nagaan 16, welke straffe zij ges en ged=e door hunne misdaad hebben gemeriteert 17, waar dan den R: O: Eysscher /onder Correctie / ver meend te moeten aanmerken 18, dat niet tegenstaande, dat de Eygenschappen en Omstandighedens omtrent dese gepleegde dup tens dewelke de eijgentlyke daad zelve zeer Aggraveeren 19, ook de ges en ged op gelyke wijze zoude moeten beswaaren 20, om dat den heler zoo goed is als den steeler, gevende deselve ook dikwerf alleenig gelee gentheyd tot t steelen 21, dog na bescheydentheyd van de saak en om standighedens, een onderscheyd sal behooren gemaakt te worden 22, dat dus zoo zeeker 't is, dat de gev en ged=t hebben geweeten, dat 't gestolen goed is, 23, hebbende den Eerstgev en ged=t indien den Corporaal hem dit niet had gesijd zulx absolute daar uijt moeten afneemen, dat de boonen in de Sand aan de strand begraaven waaren 24, en dit geen plaats is, om goederen te bewaaren en dusdanig in Ontvangst te nemen 25, gelyk den tweeden gev en ged:e van zelve heeft begrijpen moeten dat tusschen 1 en 2 uwen 's nagts geen tyd is, 26. , waar men balken wag draagd, en zulx van soldaaten kan geschieden, dewelke ook indien zy in sand gevonden waaren, zulx hadden moeten rapporteeren en aangeven, 27, dat diervolgens by de gev en ged=s met goeden wille en opsettelijk de misdaad begaan hebben 28, dog sal moeten mede geconsidereerd worden, dat 't niet is geschied, om zig te verrijken, 29) hebbende den Eerstgev de boonen alleenig tot gebruijk van zyn baas gekogt, zonder iets daar van te genieten 30, en: schijnd den tweede ges en ged:t 't hout meer wegens vrundschap geborgen te hebben, als om een groote profijt te trekken 31, zoo dat den R: O: Eysscher /onder uw E achtb Oordeel /vermeend 32, dat de ges en ged:e niet zoo zeer à la rigueur dan wel naar de gesteldheyd der saaken met een arbitraire straffen van den regter zullen behooren gestraft te worden Mits welken en andere reedenen en middelen in tyt en wijlen is 't nood /nader te deduceeren, den R: O: Eyssher Eysch doende Concludeerde dat by diffini tive Vonnis van UW E achtb de gev en gets: in't hoofde gem: zullen worden gecondem neerd, omme gebragt te worden ter plaatse, alwaar men gewoon is, Crimineele sententien te Executeeren en aldaar aan den scherp= regter overgeleverd, en met de koorde om de hals, aan de galg vastgemaakt zynde met roede op de bloote rug Staen - strengelyk gegeeveld te worden; dat by de get en ged voorts voor den tyt van 3 agter een volgende Jaaren ten robben Eyland zullen worden geconfineerd, om aldaar in de ysers geklonken zynde, zonder Loon aan de gemeene werken te arbeyden, en naar verloop van dien, uijt dese Colonnie en des selvs Ressorten tot Eeuwigen dagen gebanmen te blyven, met condemnatie der gev en ged„s in de Kosten en missen van Justi tie; ofte tot alsulken anderen poenen en straffen, als uw Eachtb zullen Oordeelen te behooren /was getekend/ P: Etter Aan den WelE: achtb Heer Pieter Hacker, President en raade van Justitie des Casteels de goede Hoop. Vertoond met schuldigen Eerbied den onder getekende pro interim Fiscaal Pab Exter; dat op saturdag den 11 deser 's nagts door een gedeelte der op 't Zee Hoofd de Wagt gehad hebbende militairen van't alhier Guarnisoen houdende bataillon, zig schuldig gemaakt heeft, aan de diefte van Vier sakken boonen van de ter hiesigen rheede liggende fransen konings Corvette, en agt greene bulken d'E Comp=e toebehoorende, dat de boonen verkogt en geleverd zijn geworden, aan den knegt van den bataillens kok wanner, den
English
the soldier Salomon Heinrich, the stolen wood having been transported by the ship carpenter Jan Willem ten Pas and received by the same, so that both of these persons have made themselves guilty as receivers of the said thefts; as clearly appears from the inquests obtained before the gentlemen commissioners from this Honorable Council: whereby the Officer Presenter holds himself obliged ex officio to institute the necessary proceedings against them. But seeing that the nature and punishment of that crime require the apprehension of the aforesaid persons, and this in proper form cannot take place without your Honorable qualification; so the Officer Presenter turns to the same with the respectful request that it may please your Honors to authorize him by your decree to have the aforementioned persons of Salomon Heinrich and Jan Willem ten Pas apprehended. Which doing was signed P: Exter in the margin Exhibited in Judgment the 24 March 1786: Articles drawn up and handed over to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that, at the requisition of the ad interim Fiscal Gabriel Exter, Salomon Heinrich of Schorrendorff, soldier in the battalion stationed here in garrison, currently the Honorable Court's prisoner, be heard thereon; his answers to be given being duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the soldier Salomon Heynrick, who to the adjacent question articles gave such answers as are noted beside the same. Article 1: The prisoner's name, birthplace, age, and status. Says, Salomon Heynrich, native of Schorrendorff, 23 years old, status soldier. 2: With what ship he arrived, and how long he has been here in the Honorable Company's service and assigned to the 2nd battalion here? Says, came with the ship Triton, has been here 2 years. 3: Whether he, the examinee, does not also perform some service as a servant in the galley of the battalion's cook Wanner? Says, yes. 4: Whether it did not happen on the 12th of this month that the Corporal of the battalion Jan Knust came to him to offer him some bags of beans? Says, that it was not Corporal Knust but Corporal Rautenbach, but that Knust also came at 11:00 hours and asked him whether he also wanted to have the beans, and that he answered he would have them fetched. Article 5: Whether it was not said to him, the prisoner, by the same that he had taken these beans belonging to a French ship from the wharf with some soldiers and that they were buried in the sand behind the works on the beach? Says, not to have heard of that, that he bought the same as standing at Imhoff. Appeared Corporal Knust who said to him to his face that he told him that the beans were hidden in the works in the sand. The prisoner persists as above that those beans had stood at Imhoff. 6: Whether he, the prisoner, did not buy such beans from the said Corporal for 16 rixdollars? Says; Yes. 7: Whether he, the prisoner, concluded that purchase readily, or previously gave notice thereof to his master? Says, to have bought those beans himself for himself without having spoken to anyone except having asked the report-carrier Meijer how much a muid of beans cost. 8: Whether the Corporal sold the beans alone or whether someone else helped him conclude the sale? Says, that no one was present except the said report-carrier Meyer. 9: Whether he, the examinee, subsequently fetched the beans from the beach and had them carried by four boys to the house of his master at the Cape: having consisted of 14 small bags, which he, the prisoner, had put together into four bags? Says, that he gave 2 boys to the Corporal who went twice to fetch those beans in the evening after 5 o'clock. 10: Says, to know nothing of that! Article 11: Whether this did not take place in the presence of the Corporal and the four soldiers Meyer, Ekkert, Otterman, and Maan? Says, not to know such. Appeared Corporal Knust with the soldiers mentioned here adjacent and said to the aforesaid articles that he was also present on the beach to receive the beans. The prisoner abides by the negatives. 12: Whether the same persons also followed along to the house of his master, or whether the Corporal alone went along? Says, that the Corporal was along, but whether another was with them he cannot say. 13: Who received the money for the beans, and whether this was not handed over to the Corporal himself by his, the prisoner's, master! Says, the Corporal received the money from the hands of him, the prisoner. Appeared the Corporal who said to him to his face that he handed the money over to him. The prisoner persists in his statements. 14: How he, the prisoner, could proceed to accept and buy stolen goods? Says, not to have known that it was stolen property, and also did not ask the Corporal about it. 15: Whether he must not confess to have thereby made himself guilty as a receiver of that theft itself and thus punishable in such a manner? Says, as before. 16: What he knows to put forward in his excuse. Says, that he is innocent and did not know that those beans were stolen. Thus.
Dutch transcription
den soldaat Salomon Heinrich, zynde 't ont =stoolene hout, by den scheeps timmerman Ian Willem ten Pas getransporteert, en van den =selven in ontvangst genomen geworden, zoo dat byde dese persoonen, zig als heelens van gemelde dufstallen schuldig gemaakt hebben; gelyk zulx uijt de voor Heeren gecommitteerdens uyt desen E achtb raade ingewoonene enquesten langs komt te Con =steeren: waar door dus den R: O: Vertoonder zig amptshalven verpligt houd, tegens deselve de nodige procedures te entameeren. dam gemerkt de aard en bestraffing dier misdaad de apprehensie van voorsz per =soonen vereijschen, en dese in forme niet kan geschieden zonder uw E achtb quali =ficatie; zoo is den R: O: vertoonder zig keerende tot wel deselven met eerbiedig versoek, dat 't uw E achtb behagen mogen, hem door welderselver decreet te Authori seeren, om de meergem persoonen van Salomon Heijnrich en Jan Willem ten Pas te doen apprehendeeren 'T welk doende /was getekend/ P: Exter /in margine/ Exhibitum en Judicie den 24 maart 1786: Compareerde voor ons onder Articulen gedaan maaken en aan Heeren Gecommit getek gecommitt uyt den E Achtt raad van Iustitie teerdens uijt den E Achtb deses gouvernements den raad van Justitie des soldaat Salomon Heynrick dewelke op de nevenstaande Casteels de goede Hoop vraag articulen zoodanigen overgegeven omme ter requisitien antwoorden gegeven heeft als van e als besyden deselve aange¬ tekend staat. boortig van Schorrendorff oud met wat schip hy getr is uijt zegd, met 't schip Triton gekomen en hoe lang hy in 2 Jaaren hier geweest. 'S E Comps dienst en onder 2 bataellon alhier beschyden is? zegd Jan 4 zegd, dat het niet de Comporanen off hit niet op den 12 deser gebeurd knust maar de Corporanl is, dat de Corporaal van't batail Rantenbach gewest is, lon Jan Knust by hem gevr is gekomen, om hem eenige dog dat knuit om 11: uuren ook is gekomen zakken boonen te Offereeren? en hem gevraagd heeft of hy de boonen ook wilde hebben dat hy geantwoord heeft sal dat hyse zouden Laaten haalen 3: Off hy get ook niet nog in de Combuys van de bataillons kok Wanner als knegt eenigen dienst presteerd! Art 1: des gevz naam, geboorte plaats, 23 Jaaren qualiteijt soldaat. ouderdom en qualiteyt Zegd, Salomon Heynrich ge van den ad interim fiscaal Gabriel Exter daar op gehoord te werden Salomon Heinrich van Schorrendorff soldaat onder het alhier garnasoen houdende bataillon thans 's Heeren ges: zullende desselvs te gevene responsiven in Margi ne deeser behoorlyk worden bekend gesteld. — E 1 L: Aert 5 zegd, daar van niet gehoord te hebben off hem gev van denselven niet is dat hy deselve op Imhoff staande gekogt heeft:— Compareerd de Corporaal knust dewelke hun in facien zyde dat hy hem heeft gesegd dat de boo nen in de werken in't sand verborgen waaren.— degevz persisteert als booven dat die boonen op Imhoff gestaan hadden. — zegd; Ia zegd, die boonen zelfs voor hem selvs gekogt te hebben zonder met iemand gesproken als aan de rapportganger Meijer gevraagd te hebben hoe veel een mad boonen kosten. — zegd, dat niemand presents is off de Corporaal de boonen allee geweest als gem rapportgange nig heeft verkogt of nog iemand met hem de koop heeft helpen rigtig maaken? Meyer. zegd, dat hy 2 Iongens aan de Corporaal gegeven heeft die twee maal gegaan zyn om die boonen af te haalen s avonds na 5 uuren 10: zegd, daar van niets te weeten! hebbende deselve in 14 kleynen sakken bestaan, dewelke hy gev off hij getn voorts met de boonen aan de strand heeft afhaalen, en met Vier Iongens nuur 't huys van zyn Baas aan de Caab draagen Laaten : of hy get dien koop bereitelyk heeft afgeslooten, of aan zijn baas bevoorens kennis daar van heeft gegeven? 6: of hy get zulke booven niet van gem Corporaal gekogt heeft voor 16 regadaald2 gesegd geworden, dat hy deese booven op een frans Schip behoorende met eenige zoldaaten van 't Zee hoofd had weggenomen en dat zij agter de werken aan de strand in de Sand begraaven waaren? in al ord h „ selve ge rd tail zegd, als vooren. Art: 11: zegd, zulx niet te weeten. — Off zulx niet geeschied is in presentien Compareerd den Corporaal kmisz van de Corporaal en de vier soldaaten met de soldaaten hier nevens Meyer Ekkert Otterman en Maan " gemeld en zeyde op voorsz articulen dat hy meede aan strand present geweest om de boonen te Ontvangen. den gesz blyft by de Negotiven. off deselve persoonen ook meede Zegd, dat de Corporaal mede na 't huys van zyn baas zyn nage¬ geweest is maar of er nog volgt ofte den Corporaal alleen een ander by geweest is kan is mede gegaan hy niet zeggen. 12: Wie het geld voor de boonen heeft zegd, de Corporaal heeft het geld ontvangen en of zulx van zijn ontvangen uijt handen van gevr baas niet aan de Corporaal hem gevr: Compareerde de Corporaal dewelke selve is ingehandigt geworden! hem in facie zegd dat wanneer hem het geld overhandigt heeft de gesz: persisteert by zyn gesegden 4 Legd, niet te hebben geweeten hoe hy gev heeft kunnen daar dat het gestoolden goed was toe overgaan om gestoolen ook vun Corporaal daar niet goed aan te neemen en te koopen na gevraagd heeft. zegd dat onschuldig is en niet geweeten heeft dat die boonen gestoolen waaren. 16: Wat hy tot zyne verschooning weet in te brengen. — 15: of hy niet bekennen moet zig daardoor als heelen van die dufstal selve te hebben schuldig en dus danig strafwaardig gemaakt in vier sakken heeft laaten te saamen doen! aldus .
English
Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the person interrogated and me, the Secretary. Which I testify, was signed C: van Aarssen, Secretary. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the above-mentioned person, who, having had the preceding interrogatory articles and answers read to him, testified that he persisted in them, desiring that nothing further should be added or removed. Thus verified at Cabo de Goede Hoop on 4 April 1786, was signed Salomon Henrick Lager, in my presence, C: van Aarssen, Secretary. Was signed in the margin as Commissioners P. H. Chuywagen and Johs. Smuts. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the ship's carpenter Jan Willem ten Pas, who gave to the opposite interrogatory articles such answers as are noted beside the same. Articles drawn up and delivered to the gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereon, at the requisition of the interim Fiscal P. Exter, the ship's carpenter stationed here, Jan Willem ten Pas, now [illegible]. Article 1: The interrogated person's name, birthplace, age, and capacity. States Jan Willem ten Pas, native of Doesburg, aged, according to his recollection, 26 years, his capacity being sailor, serving at the equipment wharf. Article 2: How long he has been in the service of the Honorable Company and stationed here, whether he lives alone or with someone else, in whose house, and how long he has lived there. States, being in the service of the Honorable Company in the 6th year, stationed here about 5 years, lives with a ship's carpenter named Kees de Rotterdammer in the house of Christian Knoet, since the month of May. Article 3: Whether the interrogated person also knows the corporal of the battalion garrisoned here, Jan Kniest, and has sometimes associated with him. States having already known the same in the fatherland and having had no further contact with him than once having spoken with him in the aforementioned house. Article 4: Whether this Jan Kniest did not agree with him, the interrogated person, that the same would deliver some timber to him. States, No. Article 5: Whether the same did not, in the night between the 11th and 12th of this month, between 1 and 2 o'clock, bring with several soldiers such timber to his, the interrogated person's, house. States that he was at the beach and not at home when the timber was brought there the first time, but was indeed at home the second time, and then asked the corporal where he got it, to which the corporal answered that it had been lying in the country. The Corporal Kniest appeared together with Meijer, who told him to his face that he was present. The interrogated person persists in the negative. Article 6: Whether the interrogated person did not immediately open the door, and after having spoken a few words with the said corporal, take this timber inside and receive it. States not having opened the door, that the same had been open, nor having spoken with the corporal, nor having received the timber; asked, when he brought the last timber, where he got it, that the corporal answered that the same had lain in the sand for two days. Article 8: Whether the interrogated person further did not keep watch at his house until the pine beams were brought in. States first that he did not keep watch, but later that he must indeed have been present, since the corporal and Meyer say so. Article 9: What the corporal asked for such beams, or whether the interrogated person promised him anything for them. States, nothing; that, on the contrary, he said to the corporal that he did not want those beams, but that he had to take them back. Article 9 and a half: Why, when the first beams were brought, the same corporal spoke with him, and whether he, the interrogated person, thus did not know that the beams were stolen from the Honorable Company, he did not immediately send them back and thereby prevent them from bringing more. States, because the corporal had said that it was nothing since he had found them out of the sand. Article 11: Whether the interrogated person will not confess that, as a receiver of that theft, he has likewise made himself guilty. States that it is certain that if he had not hidden them, they could not have stolen on that side, but that he let himself be brought to it by sweet talk. Article 12: With what the interrogated person can excuse this crime of his, and what he will further put forward in his defense. States, as before, that he let himself be persuaded by the corporal's fine talk. Article 14: Whether the next day the same person did not come to him, the interrogated person, to deal further with him about it. States, No. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the interrogated person and me, the Secretary. Which I testify, was signed C: van Aarssen, Secretary. Verification: Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice
Dutch transcription
Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabode goede loop den 29 maart 1786 voor d' E E Salomon van Echten en Iohannes Matthias Bletterman Leeden uijt den E achtb raad van Iustitie voorm die de minuuten deses benevens de gevn ende mij Secretaris mede behoorlijk hebben ondertekend /onderstont/ 't welk ik getuyge /was getekend/ C: van Haarssen Secretaris. Compareerden voor de ondergeteekende Gecom„ mitteerdens, uijt den E achtb ruade van Iustitien deses gorvernements den bovengem persoon, dewelke de Voorenstaande Vraag Articulen en antwoorden voorgeleesen zynde, betuygde daar by te blyven persisteeren, begeerende dat daar verders niets bij of af zoude gedaan werden (onderstont/ aldus gere colleerd aan Cabo de goede hoop den 4 april 1786 /was getekend/ Salomon Henrick /Lager/ mij present C: van Aarssen Secretaris, /was getekend/ /in margine /als gecommitteerdens P H„ Chuywagen en Johs Smuts. Compareerde voor ons ondergez Articulen gedaan maaken gecommitts uyt den E Achtt raad en aan heeren Gecommitts van Iustitie deses gouverne uyt den E achtb raade van ments den scheeps timmerman Iustitie des Casteels de goede Ian Willem ten Pas dewelke Hoop overgegeven, omme ter op de nevenstaande Vraag Ar„ ticulen zoodanige antwoorden requisitie van den pro interimm gegeven heeft als besyden deselve Fiscaal P. Exter daar op ge aangetekend staat. — hoord te worden den alhier bescheydenen scheeps timmerman Jan Willem ten Pas thans Recollement 1 senten daaten an aa open Aert 1: des gevr naam, geboorte plaats, zegd Ian Willem ten Pas ge ouderdom en qualiteijt. boortig van Doesburg oud na zyne gedagte 26. Iaar, zyn qualiteyt te zyn Mattroos dienste doen op de Equipagie Werf. hoe lang hij in den dienst der E„ zegd, in dienst der E Compen in't Compen en alhier beschyden is of 6=den Iaar te zyn alhier Circa 5 Iaar woond met een scheeps hij alleenig of met iemand, an ders woond, in wiens huijs, timmerman gen=t Kees de en hoe lang hy aldaar woond? Rotterdammer in't huys van Christian Knoet, zedert de maand Meij of hy geva ook den Corporaal zegd, denselven reeds in't vader van't alhier guarnisoen houdende land te hebben gekend en bataillon Ian Kniest Kent verder niet met hem verkeerd en zomtits met denselven ver van eens in't voorm. huijs met hem te hebben gesprooken keerd heeft. Legb, Neen! zegd, dat hy aan strant en nut Off denselven niet in de Nagt van den 11 tot den 12 deser tusschen te huys geweest is, toen het hout de eerste maal 1en 2 uuren met verscheydene daar gebragt, dog de tweede soldaaten zoodanig hout heeft bij maal wel te huys ge hem gevz aan't huijs gebragt weest en dan Corporual 5: 4: of dese Jan Kniest niet met hem gevr heeft afgesprooken dat denselven hem eenig hout zoude Leveren! 's Heeren gev: zullende desselvs te gevene responsiven in murginen deser behoorlyk worden bekend gesteld. gavr. 2 ƒ - e gevraagd hoe hij daar aan kwam, dat de Corporaal ge antwoord heeft, dat het in't Land heeft geleegen.— Compareerde de Corporaal knist benevens Meijer, dewelke hem in facie zeyde dat hy present is geweest. de gevr persisteert by de Negative. zegd, de deur niet te hebben geopend, dat deselve open geweest was, ook niet met den Corporaal gesprooken te hebben, nog het hout in ontvangst genomen gevraagd, toen hy het laatste hout heeft gebragt hoe hy daar aan kwam, dat de Cor poraal heeft geantwoord dat het selve twee dagen in't zand heeft gelegen. — 8: zegd. Eerst dat hy niet opgepast Off hy get. voorts niet zoo heeft, dog nader dat hy wel lang ten zynen huyse heeft present moet geweest zyn, opgepast, tot dat er 't greene wyl de Corporaal en Meyer balken aangebragt waaren! zulx zeggen. Legd, niets dat hy in tegendeel wat den Corporaal voor zoo aan den Corporaal gesegd danige balken gevraagd of heeft dat hy die balken hy get hem daar voor beloofd niet hebben wilde maar dat hyse weerom moest nemen heeft 9½ ziegd, om dat de Corporaal geoegd Waarom hy, toen de eerste balken had, dat het niets was wijl aangebragt wierden derselve Corporaal met hem heeft gespro ken en op hy get dus niet heeft geweeten, dat de balken van d' E Comp isn gestoolen waaren Legd, dat hy de Corporaal heeft Wat dit is geweest, dat den Art 6: Off hy get niet aanstonts de deur heeft geopend en dit hout naar eenige woorden, met den gem Corporaal gesprooken te hebben, binnen en in ont= vangst genomen! hij niet : aal ut bij Zegd, Neen Off hy getr niet bekennen sal zegd, dat 't zeeker is, dat indien zoodanig als heeler aan dien hyse niet geborgen had zyde niet hadden kunnen dufstal, zig meede te hebben steelen, dog dat hy zig schuldig gemaakt 't. door mooy praaten daar toe heeft laaten brengen 12: waar mede hy get dese zyne zegd, als vooren, dat hij zig misdaad ontschuldigen kan en door 's Corporaals schoon praaten heeft laaten overhaalen wat hy verder tot zyn verschooning zal voorbrengen Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goeden hoop den 29 Maart 1786 voor d' E E=s Salomon van Echten en Johannes Matthias Bletterman Leeden uijt den E achtb raad van Justitie voorm die de minuute deses benevens den gevr en my Secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend. /onderstont/ 't welk ik getuygen /was getekend/ C: van Aarssen Secretaris Recollement Compareerde voor de ondergetekende gecommitteerdens uijt den E Achtb raade Art„ 14 Off 's anderen daags denselven niet by hem gevz is gekomen, om nader met hem, daar over te handelen2 hy ze uijt 't zand had gevonden, niet terstont heeft weerom ge sonden, en daar door verhinderd, datse meer zouden aanbrengen! van 11:
English
of Justice of this government, the abovementioned person, to whom the foregoing interrogation articles and answers having been read out, declared to adhere to and persist by them, desiring that furthermore nothing might be added to or taken from them; below stood: thus reviewed at Cape of Good Hope on the 4th of April 1786; was signed: this mark X set by J: W: Ten Pas; lower stood: in my presence, E van Aarssen, Secretary; in the margin: as commissioners; was signed: G: H: Chuijwagen and Johs Smuts. Agrees H M Kiel Sworn Clerk Appeared before the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscaal pro interim, Sab= Edter, in criminal case on the one side; Jan Christoffel Frans Balenbek of Bremen, Sergeant, Helwich Thiel of Eisenach, and Johannes Marthinus Went of Groningen, soldiers of the garrison battalion stationed here, prisoners and defendants in the aforementioned case on the other side. And declared: That the aforementioned prisoner and defendant Jan Christoffel Frans Balenbek, as Sergeant, with a Corporal and ten soldiers on Saturday the 11th of the past month of March, having been commanded to mount guard at the jetty; in the following night 14 small sacks of beans were stolen from the said jetty, and 8 pine beams from the square in front of the timber warehouse; of which the beans belonged to the French King's ship La Prérogative, and the timber to the Honorable Company; that upon the conducted investigations it has appeared, that both the one and the other theft were committed by the guard personnel themselves; upon the further and closer inquiries it has come to be established that these thefts were directly perpetrated by the Corporal and 5 soldiers of the guard; the prisoners and defendants mentioned in the heading having only participated therein so far: that the first-named defendant permitted the Corporal to have several bottles of wine brought, in order to make the necessary men more fit for and persuade them to his objective; and he, prisoner and defendant, being informed by the Corporal that the same intended to take away the beans, instead of preventing such and attending to his post with all the more care, lay down without suspicion to sleep, and thus remained lying undisturbed from 11 o'clock until the following morning; furthermore, without any inquiry as to the proceeds of the beans, the following day received a present from the Corporal; to which the other two prisoners and defendants Thiel and Went likewise made themselves guilty, the first having received 7 skillings and the other four skillings for their portion, on the grounds of not informing on the matter; they both, however, at the time in which the theft was committed, were lying on the guard-bed to sleep; that the one and the other appearing more fully and clearly from the documents passed before the Commissioners from this Honorable Council and the answers given by the prisoners and defendants; the Officer of Justice as plaintiff, with your Honors' permission, will refer thereto and to the broader history of the fact regarding the other fellow prisoners and defendants, and further remarks: that, notwithstanding that the prisoners and defendants did not make themselves directly guilty of the crime of theft, nor rendered the slightest assistance therein, they having rather at that time laid themselves down to sleep, so that they could at least perceive nothing of the taking away of the timber, just as, according to the testimony of all the perpetrators, they had not the slightest knowledge thereof; they, however, with respect to the stealing of the beans, may not be held blameless; which will particularly apply regarding the first-named defendant, to whom, according to his own confession, it was said by the Corporal that he wanted to take away the beans; and it being held against him in confrontation that, he having not answered thereto, but having gone to sleep thereon, the Corporal had judged that he had the liberty to do what seemed good to him; so that he, prisoner and defendant, thus tacitly consented therein; which is fully confirmed by the acceptance of the rixdollar presented to him thereupon by the Corporal; it is true what he, first prisoner and defendant, wishes to bring forward in his excuse, that the Corporal and the soldiers themselves, as well as the sergeant, must attend to the service and are accountable for it, and thus reliance must be able to be placed on everyone; the Commandant not being able to see everything and observe whatever happens; for which reason he is obliged to rely on the reports of others, and especially of non-commissioned officers; which certainly may take place if the other circumstances harmonize therewith, which is not the case here; on the contrary, it follows naturally that, the Corporal with several men having already drunk too much, and he, first-named prisoner and defendant, not having prevented such, it had been his business to have all the more oversight and care that no disorder might arise; just as he also had the key to the barrier under
Dutch transcription
van Iustitie deses gouvernements de bovengem persoon, dewelke de voorenstaande Vraag Articulen en antwoorden voorgeleesen zynde, betuigde daar by te blyven persisteeren, begeerende dat daar wyders niets by of af gedaan mogte werden /onderstont aldus gerecolleert aan Cabo de goedehoop den 4 april 1786 /was getekend) dit merk X steld J: W: Ten Pas/lager) mij present E van Aarssen Secretaris /in margine/ als gecommitteerdens /was getekend G: H: Chuijwagen en Johs Smuts. Accordeert le HMKiel gem Cleen) d Compareerde voor den welE achtb Heer President en raade van Justitien des Casteels de goede Hoop den pro interim Fiscaal Sab= Edter, in Cas Crimineel ter eenre Jan Christoffel Frans Balenbek van Breemen Sergeant, Helwich Thiel van Eijsenach en Johannes Marthinus Went van Groningen, soldaaten van't alhier Guarni soen houdende Bataillon gev= en gede in voorsz Cas ter anderen Zyde. 4 en deede seggen 2/ dat den voorm geven ged=en Jan Christoffel Frans Ralenbek, als Sergeant, met Een Corporaal en Thien soldaaten op Saturdag den 11 der gepas seerde maand Maart, zynde gecommandeerd geweest 3/ om op 't zeehoofd de wagt te houden 4 in de daar op gevolgde nagt 14 sakjes met boonen van gem zee hoofd en 8 greene balken, van de plein voor 't hout magaasijn zijn Ontstoolen geworden. 5 waar van de boonen 't franse konings schip Laprerogance en 't hout & 'E Comp=e toe be hoorden 6, dat op de gedaane reccherchen gebleeken zynde, 7 dat zoo wel de Eene als de andere diefte door 't wagthebbende volk zelve is gepleegd geworden bij de verdere en naderen ondersoekingen is komen te Consteeren g dat dese defstallen dadelyk zyn geperpetreerd geworden, door den Corporaal en 5 soldaaten van de wagt 10, hebbende de in't hoofde gem gev en ged=e al a E leenig alleenig in zoo verral geparticipeert 11; dat den eerstgen en ged heeft toegelaaten, dat de Corporaal meerdere flessen wijn heeft doen halen 12/ om de noodige manschappen tot zyn doelwit be„ kwamer te maaken en over te haalen 13/ en hy gev: en ged=e door den Corporaal Verwittigd zynde, dat denselven van Zints was, de boonen weg te neemen, 14/ in steede van zulx te beletten, en zyn post met dies te meer zorge waar te nemen 15 zig zonder erg heeft nedergelegd om te slaapen, en dus van 11 uuren tot 's anderen morgens, ongestoort is liggen gebleeven 16) voorts zonder eenige na vraagen van de provenue der boonen, 's anderen daags Een regad van den Corporaal ontvangen heeft, 17, waar aan zig de by de andere gev en ged=te Thiel en Went, mede hebben schuldig gemaakt 18) hebbende den eersten 7bo en den anderen vier schellingen voor hunne portie gekregen 19) uijt hoofde om de saake niet te verklikken 20/ zynde zy by de egter ter tyt, in welke den dufstal is begaan geworden, op de prits om te slaapen gelegen zi dat 't eene en't andere uijt de voor Heeren gecommitteerdens uijt desen E achtb raade hinc in de gepasseerde stukken en der gev en ged=t gegeevene responsiven Ampiter en bezer komende te blyken 22/ den R: O: Eysker met uw E achtb permissie zig daar aan en de brudere historiam facti nopens de overige mede get en ged zal lefereeren, en nader bemenken 23/ dat, niet tegenstaande, dat de gev en ged=t zig niet directe aan de misdaad de duefstals hebben schuldig gemaakt 24/ nog de geringste by hulpe daar by gedaan 25 hebbende zylieden zig veel meer ten dien tyt neder gelegd gehad, om te slaapen 26 zoo dat zy ten minsten van 't wegneemen des houts, niets hebben kunnen gewaar worden 27/ gelyk zy ook naar 't getuygenis, van alle daadige, met de geringsten kennis daar van gehad hebben 28 zylieden egter ten opsigte vant steelen der boonen„ niet buijten schuld zullen mogen gestelt werden 29. / 't geen insonderheyd omtrent den eerstgen en ged: plaats zal vinden 30/ aan welke naar zyn eygen bekennis, door den Corporaal is geoegd, dat hy de boonen wilde weg neemen, 31 en nog in facium tegen gehouden geworden, dat denselven niet daar op geantwoord hebbende, maar daar op slaapen gegaan zynde, hy geoordeeld had, vryheyd te hebben, van te kunnen doen wat hem goddagt. 32/ zoo dat hij gev en ged:s dus stilswygende daar in geconsenteert heeft, 33/ 't geen door de Acceptatie van den van den Corpo raal daar op aan hem gepresenteerde Rixd vol komen bekragtigt word, 34 wel is waar, wat hy eerstgev en get tot zyne verschooning wil voorbrengen 35/ dat den Corporaal en de soldaaten selve ^ zoo wel als den sergeant op den dienst moeten passen, en daar voor aanspreekelyk zyn, en dus op een ijder moet kunnen staat gemaakt werden, 36/ kunnende den Commandant net op alles zien, en wat er voor gaat gade slaan„ 37/ Waarom hy verpligt is, op de rapporten van anderen en bysonders van onder Officieren te vertrouwen,. . 38 't geen zeekerlyk kan plaats hebben, indien de overigen omstandigheedens daar meede haa monieeren, dat het geval hier niet is 39/ ter Contrarien volgt natuurlyk, dat den Corpa zaal met eenige manschappen alzee te veel gedronken, en hy eerstgevz en ged zulx niet belet hebbende, 40 't zyn zaake was geweest, dies te meer op zigt en sorge te hebben, dat er geen disordre ontslaan mogt, 41) gelyk hij ook de sleutel van't barricre, onder
English
ought to have had under his custody as Commander, so that it would not be used without his prior knowledge, 42/ which carelessness and negligence, paired with the aforementioned circumstances, must cause him to be regarded as a moral cause of both the one and the other theft, 43/ which, considered according to all characteristics and circumstances (see Demand and Conclusion against the remaining co-prisoners), shall merit a rigorous punishment, 44/ which will also primarily be what shall substantiate the case against the last prisoners and defendants Thul and Went, 45/ for although they contributed neither directly nor indirectly to the commission of the crime itself, 46/ they nevertheless seem not to have been without knowledge thereof, and to have willingly enjoyed a share of it, 47/ as was expressly stated by the co-prisoner and defendant Knust and told to their faces, that he had given them the money so as not to be betrayed, 48/ and the last prisoner and defendant Went himself affirmed that he had also wanted to help, thus also having had knowledge thereof, but had gone to sleep on his advice, 49/ it being moreover understandable of itself that without reason they would have received no portion, 50/ and if they were ignorant of where this money came from, they would at least have asked what or why it was given to them; 51/ whereby the prisoners and defendants also cannot unfairly be considered as fences, or at least such persons who must be so regarded, 52/ who, according to the highly necessary sharp disciplines of the military, can in no way remain unpunished, 53/ and consequently the Officer Prosecutor (under your Honors' better judgment) believes 54/ that both the one and the other prisoner and defendant ought reasonably to be punished in a proportionate manner at the discretion of the Judge. Wherefore, and for other reasons and means to be further deduced in due time and place if necessary, the Officer Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of your Honors, the prisoners and defendants mentioned in the heading shall be condemned: the first-mentioned and defendant to be taken to the place where it is customary to execute criminal sentences, and there delivered to the executioner, and having been fastened to the gallows with a rope around the neck, to be severely scourged with rods on his bare back, and furthermore to remain banished from these lands for the duration of his life; and the two other prisoners and defendants to be no less strictly caned by the sailors of the Honorable Company's Equipage Wharf, and to be sent to the Indies with one of the first ships departing from here, with condemnation of all prisoners and defendants in the costs and expenses of justice; or to such other penalties and punishments as shall be found appropriate by your Honors. (Was signed:) J: Exter. Articles drafted and presented to the Commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard thereon, at the requisition of the Ad interim Fiscal Gabriel Exter, the Sergeant Jan Christoffel Frans Ralenbeek of Bremen, detailed under the battalion garrisoned here, presently the Lord's Prisoner, whose responses to be given shall be duly recorded in the margin of this document. Article 1 The said person's name, birthplace, age, and rank. Answer: States: Jan Christoffel Frans Ralenbek, native of Bremen, aged 21 years, rank Sergeant. Article 2 How long the questioned person has been detailed in the Honorable Company's service here, with what ship he arrived, and when promoted to sergeant: Answer: States: in the sixth year of having arrived here with the ship De Morgenster. States: Sergeant for 7 months. Article 3 Whether he, the questioned person, did not have the guard on the Zeehoofd from the 11th to the 12th of this month and commanded the same as sergeant, the same consisting, besides him, of a Corporal and 10 privates. Answer: States: Yes. Article 4 Whether he, the questioned person, did not see that the Corporal of the guard Lankmeet had several bottles of wine brought and treated some of the guard's men. Answer: States that he saw that the Corporal had one bottle of wine brought in the morning and one in the afternoon, and heard that more wine was fetched in the evening, which, however, was drunk without his knowledge. Article 5 Whether this did not take place with the questioned person's prior knowledge, and whether he also drank along. Answer: States that the two aforementioned bottles were fetched with his knowledge, and that he drank from them as well as the rest of the guard's men. Article 6 Whether anyone also became intoxicated thereby, and what time the questioned person went to sleep. Answer: States: to his knowledge no one; but who became intoxicated during the night he does not know; that he went to sleep at 11 o'clock or half past 12. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the Sergeant Jan Christoffel Frans Ralenbek, currently the Lord's prisoner, who answered the adjacent questions as noted beside each of them.
Dutch transcription
onder zyn berusting als Commandant had behooren te hebben, om zonder zyne voorkennis niet ge„ bruykt te worden, 42/ welke zorgloos- en - nalaatigheyd, gepaard net de voor g'allegeerde omstandigheedens him moeten doen aanmerken, als eene Causam moralem, zoo wel van de een als andere dufstal 43; dewelke naar alle eygenschappen en Om standigheeden, geconsidereerd / vide Eijsch en Conclusie tegens de overige mede gevne eene rigoreuse Straffe sal meriteeren, 44/ 't geen ook voornamentlyk zal zyn, dat de by de laatste gev en gede Thul en Went sal staafbaar maaken 45/ want hoewel zyl nog directe nog indirecten iets tot 't pleegen der misdaad zelve by gedraagen hebben 46/ zoo schynen zy dog niet sonder kennis daar van geweest te zyn, en willig daar van genoten te hebben, 47, Gelijk uijtdrukkelijk van den mede gev„ en ged knust en in hun t facien gezegd word, dat hy aan hunt 't geld gegeven had, om niet verklikt te worden, 48/ en van den laatst gev en gedt Went, zelve ver sekerd, dat hy mede had willen helpen dus ook kennis daar van gehad, dog op zyn aanraaden, was slaapen gegaan, 49) zinde 't bovendien van selve begrijpelyk, dat zonder den reeden zy geen portie zonden gehad hebben, 50/ en Zyl by onweetentheyd, waar dit geld van daan komt; ten minsten zouden gevraagd hebben, van wat of waarom, hun zulx gegeven word; 31 waar door dan de gev en ged mede niet onbellyk voor heelels ten minste als zoodanige persoonen zullen moeten moeten aengemerkt worden 52/ dewelke nuur de hoogst noodig scherperen is ciplen der militairen, op geenderly wijse ongestraft kunnen blyven, 53/ en in hiergevolge den R: O: Eijsscher /onder UwelE: Achtb: beter Oordeel /vermeend/ 54/ dat zoo wel de eene als de andere get en ged: op eene evenredige wijse ad arbitrium Judicis billyk zullen behooren gestraft te worden. — Mits welken en andere reedenen en middelen in tyt en wyle is 't nood ( nader te deduceeren den R„ In Eysscher Eysch doende Concludeerde dat by diffini tive Vonnis van uwE Achtb de gev en get: in't hoofde gem: zullen werden gecon demneerd, den eerstges en Ged: omme gebragt te worden ter plaatse alwaar men gewoon is, Crimineele Sen tentien ter uijtvoer te brengen en alduar aan den Scherp Rechter overgeleverd, en met de koorde om de hals aan de Galg vast gemaakt zijnde met roede op de bloote ruggen staengelijk gegeesseld te worden, en voorts voor den tyt zyns Leevens, uit dese landen gebannen te blyven; zullende de byde andere ges en ged=t door de Mattroosen van E Comps Equipagie Werf, niet minder strengelyk gelaarst. en met een der Eerst van hier - 3 Zegd; Ian Christoffel Frans Articulen gedaan maaken Compareerde voor ons onder getekende Gecommitts uyt en aan Heeren Gecommitteer den E Achtb raad van Sustitien dens uijt den E Amst raade deses Gouvernements den ten Casteele alhier beschyden van Iustitie des Casteels den Sergaant Jan Christoffel goede hoop overgegeven Omme ter requisitie van den Ad Frans Ralenbek thans interim Fiscaal Gabriel D Heeren get dewelke op de nevenstaande vraagen Exter, daar op gehoord te zoodanig geantwoord heeft worden den onder 't alhier als bezijden een ijder guarnisoen houdende batail derselve aangeteekend lon bescheijdene Sergeant Jan Christoffel Fhans staat. Ralenbeek van Breemen thans S Heeren Gev= zullende desselvs te gevenen responsiven in margine deser behoorlyk worden bekend gestelt. Art des gem Naam, geboorte plaats, Ralenbak geboortig van ouderdom en qualiteijt Breemen oud 21 Jaaren qualiteyt Sergeant. hus vertrekkende scheepen, naar Indien versonden worden, met Condemnatie allen gev: en gedt in de kosten en missen van Iustitie; ofte tot alsulken andere poenen en straffen als van uw Eachtb zal bevonden worden te behooren /was getekend:/ I: Efter - tert 2. sergt zedert 7. maanden zegd: Ja zegd, in't sesde Jaar hier te zyn aangeland met het schip de morgenster off hy get niet heeft gesien Legd, dat hy heeft geesien dat den Corporaal des morgens Een dat den Corporaal van de wagt fles Wyn en een des agtermid Lankmest heeft verschydene dags heeft laaten haalen flessen wyn laaten haalen en gehoord heeft dat er s en eenige van't wagts volk avonds nog meer wijn gehaald is, welke egter heeft getracteert! buyten zyn weeten gedronken. — op zulx niet selve met zyn zegd dat de twee flessen voorm 's gevz voor kennis is geschid, met zyn weeten gehaald zyn, en dat hy er zoo en hy ook heeft mede gedronken wil als 't overigen wagts volk van heeft gedronken zegd, by zyn weeten niemand of ook de een of de andere dog wie en 's nagts be daar door beschonken is Schonken is geraakt geraakt en hoe laat hy niet te weeten dat gevr is slaapen ge hy den 11 uuren af ½. 12: is gaan slaapen gaan! 6: Of hy niet van den 11 tot dn 12 deser op '2 Zeehoofd de wagt heeft gehad en deselve als sergeant heeft gecomman deert, bestaande deselve buyten hem uijt een Corporaal en 10 gemeenen hoe lang hy gevr in s E Comps dienst alhier bescheyden is, met wat schip hy is aangeland en wanneer tot sergeant gevorderd:
English
said that he had not seen such a thing. 8 1/2: or whether it was not said to him by the corporal that he would take those beans away? says: No! The corporal appeared, who said to him in his face that he had made known to the sergeant that he wanted to do it, and that the latter had answered him nothing thereto, whether he could do it or leave it. The interrogated party says: Is that true? Says: No. 10: how he was able to sleep through the night, since it is incumbent upon him as commander of the guard to inspect the posts and see that everything is in order! says: that everything was still in order when the officer who made the rounds came to his guard, and that in this way this could happen to the most innocent. whether he, the interrogated party, then did not notice that people were absent from the guard with the corporal for a long time? says: No. whether he also knew that the said corporal, along with some soldiers, besides the beans, would also steal wood from the Honorable Company, and whether they actually did so? whether he then did not see that the corporal took the key from the guardroom in order to open the barrier and take away 14 bags with beans? Answer 7 Article 11 says: that this is natural, if it were with his knowledge. says: that he went to sleep because it was already late, and that it would not have occurred if he had remained awake, and that he had previously told the corporal not to do it. Appeared the corporal, who said to his face that the sergeant had said nothing to him and that he had concluded from that that he could do what seemed good to him. The witness persists in his statement that he told the corporal to leave it alone. 12: Whether he, the interrogated party, on that account did not receive and accept a rijksdaalder from the corporal the following day? says: to have received the rijksdaalder without knowing for what, that the corporal had been drinking when he gave the rijksdaalder, and that it sometimes happens that one gives money to the other for safekeeping. says: Yes. occurred, that he must trust in his sentries, because he cannot stand guard himself. not to have posted a sentry? what he, the interrogated party, will be able to state for his excuse? Says: to acknowledge as his only fault that this morning he did not ask where those beans had gone, that he had to be able to rely on his corporal and sentries, who had made no report of it to him. And thus to be equally guilty of the aforementioned crimes and, as commander of the guard, all the more punishable? 14: 1: whether the witness must not confess to have greatly neglected his duties and acted against the same! whether he was not for that reason and deliberately so negligent, in order to give that corporal with his mates more freedom? Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the interrogated party and me, the secretary. Below stood: Which I witness. Was signed: C: van Aarssen, Secretary. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government the abovementioned sergeant, to whom the aforementioned question articles and answers having been read, testified to persist therein, desiring that nothing further should be added or taken away. Below stood: at Cabo de Goede Hoop on 4 April 1786. Was signed: Raalenbeek. Lower: In my presence, Corn. van Aarssen, Secretary. Was signed. In the margin: as commissioners, J: H: Cruywagen and Johs Smuts. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the soldiers Helwich Thiel and Johannes Marthinus Went, who have given such answers to the adjacent question articles as are noted beside the same. Confirmation of testimony. Articles drawn up and submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard thereon at the requisition of the Ad Interim Fiscal P: Exter, the persons of Helwich Thiel of Saxen Eisenach and Johannes Marthinus Went of Groningen, both soldiers of the Jäger Corps garrisoned here, presently prisoners of the Lord, whose responses to be given shall be duly made known in the margin hereof. Article 1: the witness's name, birthplace, age, and rank? 1: Helmuth Thiel, born of Saxen Eisenach, 23 years old, rank soldier. 2: Johannes Marthinus Went of Groningen, 26 years old, rank soldier. 2: how long he, the interrogated party, has been in the Honorable Company's service and stationed here, and with what ship he arrived? 1: been here ten months, arrived with the ship 't Zeepaard. 2: been here ten months, arrived with the ship 't Zeepaard. 3: whether the witness did not have guard duty on the jetty from the 11th to the 12th of this month? 1: says: Yes. 2: says: Yes. 4: whether 14 bags with beans were not put down on the jetty by a Frenchman and left there? 1: says: not to have seen such. 2: says: to have indeed seen some bags standing in the evening, but not to know how many.
Dutch transcription
zegd, zulx niet te hebben gesier 8½: off aan hem geven dan niet zegd Neen! door den Corperaal is gesegd Compareerde de Corporaal geworden, dat hy die boonen dewelke hem in facie zyde dat hy aan den sergeant zoude weg neemen 2 had te kennen gegeven dat hy het doen wilde, dat die hem niets daar op ge antwoord had, of hy het doen, of laaten kon.— de gevz zyt zulx waar te zyn. Zegd: Neen zegd: Neen 10: zegd: dat alles nog in ordan hoe hy get de nagt heeft kun was, toen de Officier die nen doorslaapen, daar 't hem de ronde deed, aan zyn als Commandant vande wagt wagt kwam en dat dit opligt om naar de posten te op deese wijsen de onschil zien en dat alles in ordre digste kon overkomen. — is! off hy gevr dan niet is gewaar geworden, dat er volk met den Corporaal Langen tyt van de wagt abrent is ge weest : of hy ook daar van heeft ge weeten, dat gem Corporaal met eenige soldaaten buiten de boonen nog hout van d' EComp steelen zouden, en zyt zulx wesendlijk gedaan hebben? of hy get dan niet heeft gesum dat den Corporaal de sleutel uyt de wagt heeft genomen, om 't Barnieren te openen en 14 Zakjes met boonen weg te neemen? Ant„ 7 - Art„ 11 zegd: dat dit natuurlyk is, als 't met zyn weeten was zegd: dat hy is gaan sluapen om dat het reedslaat was en dat het niet zoude zyn voorgevallen indien hy wak ker was gebleeven en dat hy te vooren aan de Corporaal gesegd had om het niet te doen. Comp„ den Corporaal die hem in facré zyde dat de sergeant hem niets had gesegd en hij daar uyt beslooten had, te kunnen doen wat hem goeddagt. den getz persisteert by zyn gezegde, dat hy den Corporaal heeft gesegd, om het te laaten staan. 122 zagd: den Ryad ontvangen te Of hy gevr van den Corporaal hebben zonder te weeten uyt dien hoofde des anderen waar voor, dat de Corpo¬ daags niet een rijxt heeft raal gedronken heeft toen ontvangen en aangenomen hi den reidd gaf en dat het zomtyts gebeurd dat den aen den ander geld in bewaaring geeft zegd: Ia. voorgevallen, dat hy op zyn schild wagten Vertrou wen moet, wyl hy zelfs kan staan. opschildwagt niet te hebben gemaakt? Legd: voor zyn eenige fout wat hy gevr tot verschoo te erkennen, dat hy ning van hem zal weeten morgen niet heeft ge aan te geven vraagd waar die boonen gebleeven waaren dat hij op zin Corporaal en schild wagten moest kunnen staat maaken die en hem geen rapport van hadden gedaan. En zig dus aan de bovengem misdaadens mede schuldig en als Commandant van de wagt, dus te staafwaardiger 14: 1: of hy get niet bekennen moet zijne pligten zeer versuymd en tegens deseve gehandeld te hebben! off hy gem. niet daarom en met op set zoo nalaatig is geweest, om aan dien Corporaal met zyne maats meer vryheyd te geven . . Aldus Gevraagd en beantwoord op Cabo de goede hoop den 29 maart 1786 voor d' E E. Salomon van Echten en Iohannes Matthias Bletterman leeden uijt den E achtb raad van Iustitie voorm die de minuute deser benevens den gevr ende my secretaris mede behoorlyk hebben ondertekend /onderstont / 't welk ik getuijgen / was getekend/ C: van Aarssen Secretaris Compareerde voor de ondergetekende ge Committeerdens uijt den E achtb raade van Justitie deses gouvernements de bovengem sergeant dewelke de voorsz vraag Articeelen en antwoorden zynde voorgelieven betuygden daarby te blyven persisteeren, begeerende dat daar verders niets by af af zoude gedaan worden /:onderstont/ aan Cabo de goedehoop den 4 april 1786. /was ge tekend /. Raalenbeek /Lager/ mij present Corn. van Aarisen Secretaris, ^ /was getekend/ /in margine/ als gecommitteerdens I: H: Cruywagen en Iohs Smuts. — Compareerden voor ons onder Articulen gedaan maaken getekende gecommitts uit den en aan Heeren Gecommit E achtb: raad van Iustitie teerdens uijt den E achtb deses Gouvernements. den raade van Justitie des soldaaten Helwich Thiel Casteels de goede Hoop en Johannes Marthinus overgegeven omme ter Went dewelke op de neven staande Vraag Articulen requisitie van den Ad zoodanigen antwoorden Jnterim fiscaal P: Exter gegeven hebben als besyde daar op gehoord te worden deselve aangetekent staat.- de persoonen van Selwich Recollement Thiel : : .. .. . . . . . . . „ & & Art„ des getz naam, geboorte 1 Helmuch Thiel gebooren van Saxen heysenaer oud 23 jaaren plaats, ouderdom en qualiteijt soldaat qualiteyt 2 2: Johannes Marthinus went van Groningen oud 26 Jaar qualiteijt soldaat. — L: 1: tien maanden alhier geweest hoe lange hy gevz in 's E met 't schip 't Zeepaard Comp dienst en alhier be aangeland schyden en met wat schip 2: tien maanden alhier ge hy aangeland is! weest met 2 schip 't Zeepaard aangelant. — 1: zegd: Jak 2: zegd: Ja. zegd: zulx niet te hebben gesien 2: zegd: wel eenige sakjes savonds te hebben sien staan dog niet te weeten hoe veel. - of niet van een fransman 14 sakjes met boonen op t hoofd nedergestelt en aldaar zijn gelaaten geworden 41 3: off hy get niet van den 11 tot den 12 deser de wagt op 't ziehoofd heeft gehad! Thiel van Saxen Heysenach en Johannes Marthinus Went van groningen by de Soldaatien van't alhier guarnisoen houden de Jager Corps thans 's heeren get zullen desselvs te gevene responsiven in margine dezer behoorlyk worden bekend gestelt. gem eden den 2: ke ver
English
Article 5 Whether he did not see in the morning that the beans were gone. 1: Says no, and not to have known that they had been there. 2: Says to have seen in the morning that they were gone. Whether he did not also know that the beans were carried away by the corporal with some soldiers. 1: Says no. 2: Says to know nothing of it because he lay sleeping on the camp bed. Whether he also saw or heard in what manner the beans were removed. 1: Says no. 2: Says no. In what manner he became aware of this, and whether they gave notice of it to the sergeant as commander of the guard. 1: Says no. 2: Says no. Lapses. And that they also stole wood from the Honorable Company. 1 and 2: As before. 10: Whether he did not receive money from the corporal, how much it was, what he further knows regarding this. 1: Says to have received a real from the corporal in the thought that it was a present given to the guard because the English admiral had gone on board. 2: Says to have received four schellingen which he had earned for washing and other work. There appeared the corporal, who said to him in his face that he certainly had known of it, but that he had later gone to sleep on his advice, and that he had also given him four schellingen to keep quiet. The respondent persists in the negative and says that the corporal can say much, which nevertheless does not have to be true. 2: Says to know nothing of this, that he has earned the four schellingen which he has received. Article 11 Whether he must not confess to having neglected his duty, and thus to be deserving of punishment. 1: Says no, that he accepted the real for reasons mentioned above. 2: Says to be innocent and to have no part in the whole affair. 12: Whether he knows to state anything further for his exculpation. 1: Says to have no knowledge of this at all. 13 Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on 29 March 1786 before the Honorable Salomon van Echten and Johannes Matthias Bletterman, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes of this together with the questioned persons and me, the secretary. Below stood: which I testify. Was signed: C: van Aarssen, Secretary. There appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government the above-mentioned persons, to whom the foregoing articles of interrogation and answers having been read, declared to persist therein, desiring that nothing further should be added thereto or subtracted therefrom. Below stood: thus re-examined at the Cape of Good Hope on 4 April 1786. Was signed: Helwich Thiel, and this mark is made by Joh: Mart: Went. Below: in my presence, C: van Aarssen, Secretary. In the margin: as commissioners: was signed: J: H: Chuywagin and Johs Smits. Re-examination Whereas Jan Kniest of Doesburg, aged 26 years, corporal; Gerrit Eckhard of Aachen, aged 21 years; Johan Pieter Meijer of Harburg, aged 22 years; Jan Maurits Willem Otterman of Hanover, aged 28 years, soldiers of the battalion garrisoned here; Jan Christoffel Frans Ralenbeek of Bremen, aged 21 years, sergeant; Hendrik Philip Borst of Bacharach, aged 21 years; Salomon Heinrich of Schorndorf, aged 23 years, soldiers of the aforesaid battalion; and the sailor Jan Willem ten Pas of Doesburg, aged 26 years, now prisoners of the lord, have voluntarily confessed, and it has evidently appeared to the Honorable Court of Justice of this government: That the first-named, Jan Kniest, as corporal under the 5th-named, Jan Christoffel Frans Ralenbeek as sergeant, with ten men, common soldiers, on Saturday the 11th of the month of March last, having been commanded to keep the watch on the sea pier, in the evening there, by a petty officer of the French royal frigate La Perroganse, which has departed from this roadstead, 14 small sacks of beans having been brought, and because it was already late, having been left on the pier, the 1st-named Kniest took it into his head to steal the said beans, and in order to achieve his purpose the better, had some bottles of wine fetched, wherewith he treated the watchmen, but principally those whom he intended to employ to assist him in his intention, who consequently became somewhat intoxicated thereby; the 2nd, 3rd, 4th, and 6th-named, Eckhard, Meijer, Osterman, and Borst, alongside the soldier Adam Maar, who happened to pass away pending these proceedings, were requested by the first-named Kniest to help him take away the aforesaid beans, adding that he wished to do so before another might come to take those beans away, since the same had not been handed over to the watch.
Dutch transcription
Art 5 of hy get niet 's morgens 1: zegd. meen, en niet geweeten te hebben datse daar gesien heeft, dat de boonen geweest-waaren. weg waaren 2: zegd: 'smorgens te hebben gesien datse weg waaren. 1: zegd: Neen 2: zegd niets en van te weeten wijl hij op de brits heeft leggen slaapen. ¶: zegd. Neen 2: zegd Nein & zegd: Neen 2: zegd. Neen Vervalt: 10: off hy niet van den Corpo 1: zegd: Een reyad van den haal geld heeft ontvangen Corporaal te hebben ont¬ vangen in de gedagten hoe veel 't geweest is dat het een present was aande wagt gegeven 2 op hoedanige wyse hy zulx is gewaar geworden en of zy den sergeant als Com¬ mandant van de wagt daar van heeft kennis ge geven en dat zyl ook hout van d'E: Comp„e ontstoolen hebben of hy get niet mede heeft geweeten dat de boonen door den Corporaal met eenige soldaaten zijn weg gebragt geworden of hy ook wel heeft gesiin of gehoord op hoedanige wijse de boonen zyn weg geraakt 2: 2 2 1 en 2: als vooren 2: zegd: Vier schellingen te hebben Ontvangen die hy voor Wassen en ander werk verdiend had ? Compareerde de Corporaal dewelke hem in facie zyde dat hy er wel van geweeten had, dog dat hy nader hand op zijn aanraaden was gaan slaapen en dat hij hem ook vier schellingen had gegeven om stil te swijgen. — Oegerr persisteerd bi de Negative en zegd dat de Cor¬ poraal veel kan seggen, wat egter niet waar behoeft te zyn. — te hebben 2: Legde hier niets van te weeten, dat hi de vier schellingen die hy reeft ontvangen verdiend Eerft. of hy niet bekennen moet 1: zegd: Neen dat hy de ryxt zijne pligt versuymd te heeft aangenomen om reedenen boven vermeld hebben, en dus straf waar om dat de Engelsche. dig te zyn 2. admiraal aan boord is gegaan.— 2: zegd onschuldig te zyn en aan 't geheele geval geen deel te hebben.— 12: Aldus Gevraagd en beantwoord op Cabo de goedehoop den 29 maart 1786 voor d' E E Salomon van Echten en Johannes Matthias Bletterman leeden uyt den E achtb read van of hy get iets meer tot zyn verschooning weet aante geven" Art 11 1: zegd: hier in't geheel Wat hy gem meer voor geen weetenschap van weetenschap hier Omtrent heeft Justitie 13 Justitie voorm die de Minuute deses bene vens de gevr en mij secretaris mede behoor lyk hebben ondertekend /onderstont/ 't welk ik getuyge /was getekend/ C: van Aarssen Secretaris. Compareerden voor de ondergetekende gecom mitteerdens uijt den E achtt raude van Justitie deses gouvernements de boven gemelde persoonen, dewelke de vooren staande Vraag Articulen en antwoorden voorgeleesen zynde, betuygde daar bij te blyven persisteeren begeerende dat daar wyders niets bij of af zoude gedaan worden. /onderstont/ aldus gerecolleerd aan Cabo de goede hoop ten 4 april 1786 /was getekend/ Helwich Thiel en dit merk 't steld Joh: Mart: Went Lager my present C: van Aarssen Secretaris /in margine:/ als gecom ^ /was getekend) mitteerdens: J: H: Chuywagin en Joha Smits. Recollement ene oor elk en Nademaal Ian Kniest van doesburg and 26. Jaren Corporaal, gerrit Eckhard van Aken oud 21. Jaren, Johan Pieter Meijer van Harburg oud 22. Jaren, Ian maurits willem otterman; van Danover oud 28. Jaren. soldaten van't alhier guarnisoen houdende bataillon, Ian Christoffel frans Ralenbeek van Bremen oud 21. Jaren, sergeant Hendrik Philip Borst van Bacharach oud 21. jaren, Salomon Heinrich van schorrendorf oud 23. Jaren, soldaten van voorm: bataillon ende mattroos Jan willem ten pas. van doesburg oud 26. Jaren, thans s' heeren ged, vrywillig beleeden hebben ende E. achtb: raad van Justitie deeses gouvernements Evident gebleeken is dat den eersten gene, Ian Kniest als Corporaal onder den 5. geve, Ian Christoffel Frans Ralenbeek als Sergeant met thien wannen gemeene soldaten op saturdag den 11. der maand maart Laatsz: zijnde gecommandeert geweest om op 't zeehoofd de wacht te houden des avonds aldaar door een onder officier van de van deeze rreede vertrockene fransche konings forvesse La perrogance 14. Lakjes met boonen aangebragt en omdat het reeds Laat was, op't hoofd gelaten geworden zijnde de 1e, geve, kwest zig heeft laten in't zin koomen gem: boonen te mntsheelen en om des te bezetot zyn oogmerk te koomen eenige feessen wijn heeft Laten halen daarmeede het wagtwolk dog wel voornamentlijk die geene welke hy melde em„ ployeeren, om hem in zyn voorneemen behulpzaa te zijn heeft getracteerd dewelke gevolgelik eenig sints daardoor bevangen geworden zijn de L, 3, 4. en 6 geve, Ekhard, meijer, osterman en borst beneeven de soldaat adam maar dewelke hangende deese proceduures is koomen te overleijden door den Eerste geve, kniest is aangesogt geworden hem de voorm: booven te helpen wegneemen met byvoeging zulx te. willen doen, een een ander mogt koomen om die boven weg te neemen dewijl dezelve aande wagt niet waren overgegeeven.