VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10984

Cape · 954 pages · 242 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10984_0787 view scan ↗

English

ship's instruction that he had lent to the mate Pieterse was returned, he would then further convince the said Lempe of this. That the aforesaid Lempe having thereupon persisted daily with the appearer for the said instruction, had deliberately come to the appearer on a certain day and asked in substance: do you not have the instructions back yet, and upon the appearer's statement that the mate had not yet returned them, the said Lempe had continued: well, they also do not need them anymore, the boatswain's mate of the Ganges, who has been on several voyages to the East Indies and knows everything, has now told them what is due to the crew and they have it in writing; to which the appearer had then replied: well then the crew will also see that they are treated well! That subsequently, when they had just approached the Line, the crew, once again showing themselves very dissatisfied and muttering amongst one another about the food, namely that it was prepared with half salt and half fresh water, the said Lempe had immediately come to the appearer and asked whether it was also the custom on other ships to use half salt and fresh water in the crew's food; to which the appearer having answered that when necessity demanded it, the same economies were observed in just the same way on other ships, the said Lempe, not being well satisfied with this, had gone directly to the mate, who in the presence of the appearer gave him as an answer to the same question that they had not yet crossed the Line, that they still had a long voyage ahead of them, and that it was therefore better to live somewhat sparingly now than to suffer total want in the future; that subsequently the captain, having received report of this, had gone to the deck in person, tasted the food, and then asked the crew what was wrong with the food; whereupon not a single soul answered. That, all of this having preceded the commotion subsequently committed on board, the said Commander Lempe, on the 16th of July, just before the crew ran above to demand the instructions and larger rations from the captain, had been in the waist on the port side, whereupon a few minutes after he had spoken there with the soldiers, the crew had immediately come above for the aforesaid purpose in the most insolent manner, the revolt having been put into execution that very night. The appearer further declares that when the crew, on the very day of the revolt, after the captain had already been forced to hand over the instructions, more wine, tamarind, etc., spoke among themselves to demand more gin as well, and the appearer came on deck, the said Lempe had then said to the appearer: do you see now that the boatswain's mate of the Ganges was indeed well informed about the instructions, adding: I assure you, if the gin is not given to them all at once, they will come right back above; to which the appearer having answered: if I were in your place, I would rather address the crew and advise them not to use the gin all at once but daily, since they have already had enough wine now and one could well expect trouble if they become drunk; the said Lempe had thereupon replied in substance: God damn it, no, my soldiers shall have it all at once; it is better with them than with the steward, for then that old rascal will not sell it in Batavia. Finally, the appearer declares that after the commotion had ended and the mutineers had been seized, a certain soldier named Prinsenraadt had also testified and maintained in full council of war and in the presence of the said Commander Lempe that he had made the treason known to him, Lempe, three days before the revolt was to begin, without the appearer knowing, however, what Lempe had answered, and even less whether he had also informed the captain or anyone else of it. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same further if necessary. Thus done at the Cape of Good Hope, the 27th of November 1786, before Messrs. Johannes Marthinus Horak and Andries van Sittert, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the sworn clerk. Underneath stood: Which I witness; was signed: B. J. v. d. Riet, sworn clerk. There appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the said Coenraad van den Busch, to whom this preceding statement of his being read out clearly and distinctly verbatim, declared that he persisted by it, desiring that nothing more should be added to or removed from it, except only that when the appearer learned from the commander regarding the soldiers demanding gin, he, the appearer, immediately made this known to the captain of his vessel, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Underneath stood: Thus done at the Cape of Good Hope, the 20th of November 1786. Was signed: C. v. d. Busch. Lower: In my presence; was signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. In the margin stood: As commissioners; was signed: J. M. Horak. Re-examination

Dutch transcription

scheeps instructie die hij aan de stuurman Pieterse geleend had te rang kreeg hij denzelve Lempe dan hier van nader zoude overtuijgen Dat voorsz: Lempe daarop dagelijks bij den Comp: om dezelve instructie aangehouden hebbende op zekeren dag opzettelijk bij den Comp„t was gekoomen en Substantieelijk gevraagd had: hebt gij de Jnstructies nu nog niet te rug en had denzelven Lompe op 't zeggen van de Comp„e dat de stuurman ze„ nog niet had te rug gegeeven vervolgd wel ze hebben nu ook niet meer nodig de bootsmansmaat van de ganges, die verscheijde reipen in OostIndien geweest en alles bekend is, heeft hun nu gezegd wat het volk toekomt en zij hebben het op schrip„ op 't welk den Comp: dan nog had g'antwoord: nu dan zal het volk ook zien dat het wel be„ handeld word! Dat vervolgens wanneer men even de Linie genadert was het volk alwederom over het eeten dat het zelve namentlijk met half zout en half zoet water was klaar gemaakt zig zeer te onvre„ „den getoond en onder elkanderen daarover ge„ mord hebbende, gem: Lempe terstond was naar de Comp: gekoomen en gevraagd had of 't op ande„ „re scheepen ook een manier van doen was, dat men in de kost van 't volk half zuit en wet wa„ „ter gebruijkte ? op 't welk den Comp:s g'antwoord hebbende dat wanneer de noodzakelijkheyd zulx vorderde dezelve menagementen op andere schee„ „pen eeven zo wierde in agt genoomen zulx gem: Lempe hier over niet wel voldaan zynde zig direct . direct begeeven had na de stuurman die hem op dezelve vrage in tegenwoordigheijd van den Comp„ ten antwoord gaf, dat men nog de Linie niet was gepasseerd, dat men nog een lange rijs voor handen had, en dat het dus beter ware, dat men, nu een weijnig spaarzaam leefde, als dat men in 't vervolg geheel quam gebrek te leyden dan dat vervolgens de Capitain hier van berigt bekoomen hebbende zelve in perzoon was naar het dek gegaan het eeten geproefd en toen aan 't volk gevraagd had wat er aan 't eeten manqueerde? als wanneer door geen sterveling daarop is g'antwoord geworden, Dat dit alles het daarna aan boord gepleegd tumult voorafgegaan zijnde, denselven Commandeur Lempe zig nog op den 16 Julij eeven voor dat het volk is naar boven geloopen om aan de Capitein de Jnstructies en meerder randsoenen af te Eijsschen bevonden had in de kuijl aan bakboord zeyde als wanneer eenige minuten na dat hij aldaar met de soldaten gesprooken had het volk op een allerbrutaalste wijze dadelijk ten eijnde voorsz: was naar boven gekoomen zijnde op die zelve nagt dan ook de revolte ter executie gebragt Verclaarende de Comp„t voorts dat wanneer het volk denzelven dag van de revolte toen de capi„ „tain reeds tot de overgaave van de instructies meer„ „der wijn, tamarinde, &c=a was geforceerd, onder el„ „kanderen sprak om ook meerder genever te eis„ „schen ende Comp=s, op 't dek gekoomen was gem: Lempe als toen aan de Comp„e gezegt had, ziet gij nu dat de bootsmansmaat van de ganges wel 5. wel van de instructies is g'informeert geweest: met byvoeging: ik verseker uw, zoo hun de genever niet in eenemaal te gelijk gegeeven word dat ze„ dan direct weer naar booven koomen, op 't welk de Comp„s g'antwoord hebbende: ik zoude in uw plaats zijnde het volk liever toespreeken en raaden om de genever niet in eens maar dagelijks te gebruijken ter„ wijl zij nu reeds genoeg wijn hebben gehad en men wanneer ze bedronken raaken, wel onheijlen konde te gemoed zien, had denzelven Lempe daarop sub„ „stantieelijk geregereerd: goddome. neen, mijne solda„ „ten zullen het op eenmaal hebben het is beter bij hun dan bij de bottelier: want dan zal het dien ouden raas te batavia niet verkopen. Eijndelijk verclaard den Comp:t dat na dat het tumult g'eijndigt was en de muijtelingen gegree„ „pen waren, ook nog zekeren zoldaat Prinsen raadt genaamd in volle krijgsvergadering en in facie van gem: Commandeur Lempe had betuijgd en staande gehouden dat hij drie dagen voor dat de revolte zoude beginnen hem Lempe het verraad had te kennen gegeeven zonder dat hij Compt nog„ „thans weet wat hij Lempe zoude hebben g'antwoord, en nog veel minder of denzelven daarvan den capi„ „tain of Iemand anders ook heeft verwittigd. Niets meer verclarende geeft den Comp„t voor rede„ „nen van wetenschap als in den text bereijd zijnde het zelve des noods nader gestand te zullen doen Aldus gepasseerd aan cabo de Goede Hoop den 27 Novbr: 1786 voor de Heeren Joh„s Mar„ „thinus Horak en andries van Sittert leeden Uijt Uijt den E achtb: raad van Justitie voorm: die de minute deeses beneevens de Comp„t ende mij geswoore Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:onderstond:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ B JVD Riet gesw Clerq Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt Uijt den E Achtb: raad van Justitie deeses gouver „nements gem: Coenraad van den Busch dewelke deeze zijne voorenstaande verclaring klaar en duydelijk woordelijx voorgeleezen, wezende ver„ claarde daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat 'er niets meer bij ofte van gedaan worden zal, als, alleenlijk dat, wanneer de Comp„ s nopens 't Eij„ „schen van genever, der soldaten, van den Comman„ „deur zulx vernoomen had, hij Comp„s zulx direct aan den Capiteijn van zijn bodem heeft bekent gemaakt en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van dien de solemneele woorden soo waarlijk help mij god Almagtig. /:onderstond:/ Aldus Gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 20 November 1786. /:was geteekend:/ C: V: D: Busch /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ R: J:V: D: Riet gesw Clercq /:in margine stond:/ als gecommitteerdens /:was geteekend:/ J: M: Horak Recollement en

NL-HaNA_1.04.02_10984_0791 view scan ↗

English

and A: V: Sittert Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government Johan Lamper soldier on the ship the Jonge Frank of competent age who at the requisition of the pro interim fiscal here the Honorable gabriel Exter declared to be true. That he appearer saw that the Commander Lempe had spoken long with the French on the said ship, and that the said French followed him the Commander closely thereafter in order to force the captain to give more rations. Declaring nothing more the appearer gives as reasons of knowledge as in the text being prepared if required at all times to confirm the same by oath. Thus passed at Cabo de Goede Hoop the 22 November 1786 before the Messrs. Johannes Martinus Horak and Johannes Matthias Bletterman members from the Honorable Council aforesaid who duly signed the minute of this together with the appearer and me secretary. Below stood Which I witness was signed C: van Aerssen Secretary Review. Review Appeared before us undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government the soldier Johan Lamper who having this his preceding declaration read out to him word for word clearly and plainly, testified to persist by it, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it, except only that when he the appearer on a certain day having stood on guard duty with the fellow soldier Hartman, he the appearer had said to Hartman, the commander Lempe was always down below with the French and spoke with them, without he the appearer knowing what he Lempe would have spoken with them; that if the commander knew of the revolt and this was known to the gentlemen here it would end badly for him, adding further that this Commander lived on bad terms with the soldiers on board, and that he would have said to Hartman that he would report such here, and spoke therefore in confirmation of the truth thereof the solemn words so truly help me God Almighty. Below stood Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop the 28 November 1786. Was signed A cross around which was written this cross the appearer placed with his own hand. Lower In my presence was signed R: J: V: D: Riet sworn clerk In the margin stood as commissioners was signed JM Horak 6 I: M: Horak and A: v: Cittert. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government Hendrik Hartman soldier on the ship the Jonge Frank of competent age who at the requisition of the pro interim fiscal here the Honorable Gabriel Exter declared true and certain That he appearer about four weeks after the revolt had occurred on the said vessel having stood on guard duty with the soldier Johan Lamper the same Lamper had said to him appearer: that when he Lamper should have arrived at the Cape he would then report that the Commander of the soldiers Casimir Lempe went between decks among the men mostly of the French nation and said to them that they must go aft to the captain and ask what was due to them and that, if the Captain would not do such willingly they should then attempt such with force as well as that the said commander Lempe had permitted the non-commissioned officers to mistreat the soldiers severely. Declaring nothing more the appearer gives as reasons of knowledge as in the text being prepared at all times if required to confirm the same with a solemn oath. Thus passed at Cabo de Goede Hoop the 22 November 1786 before the Messrs. Johannes Martinus Horak and Johannes Matthias Matthias Bletterman members from the Honorable Council of Justice aforesaid who duly signed the minute of this together with the appearer and me secretary. Below stood Which I witness was signed C: van Aerssen Secretary Appeared before us undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government the soldier Hendrik Hartman, who having this his preceding declaration read out to him word for word clearly and plainly testified to persist by it, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it except only that he appearer as far as he knows has spoken the truth, and spoke therefore the solemn words so truly help me God Almighty Thus reviewed and sworn at Cabo de Goede Hoop the 28 November 1786. Was signed A cross around which was written, this cross the appearer placed with his own hand. Lower In my presence was signed R: J: V: D: Riet sworn clerk in the margin stood as commissioners J: M: Horak and A: v: Sittert. Review.

Dutch transcription

en A: V: Sittert Compareerde voor de ondergetekende gecommitt„s dit den E achtb: Raade van Justitie deeses gouver„ nements Johan Lamper soldaat op 't schip de Jonge Frank van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den prointerim fiscaal alhier d' E gabriel Exter verklaarde hoe waar is. Dat hij Comp„t gezien heeft, dat de Comman„ „deur Lempe lang met de franschen op gem: schip had gesprooken, en dat gem: franschen hem Com„ „mandeur daarop kort achter na zijn gevolgd om den capitain te forceeren tot het geeven van meerder randpoen. Niets meer verklaarende geeft de Comp„e voor reedenen van wetenschap als in den text bereid zijnde 't zelve des gerequireerd wordende ten allen tijde met Eede gestand te doen. Aldus gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 22 November 1786 voor de Heeren Johannes Martinus Horak en Johannes Matthias Bletterman Leeden uit den E achtb: Raade voorm: die de minute deezer beneevens den Comp en mij secretaris meede behoorlijk hebben onder„ „teekend /:onderstond 'T welk ik getuijge /:was getekend:/ C: van Aerssen Secrets Recollement. — Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt„s Uijt den E achtb: Raad van Justitie deezes gouvernement den soldaat Johan Lamper dewelke deeze zijne voo„ „venstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleezen wezende, betuijgden daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niet meer bij ofte van gedaan worden zal, als alleenlijk dat wan„ „neer hij Comp„t op den zekeren dag met de meede sol„ „daat Hartman op schildwagt gestaan hebbende, hij Comp:s tot Hartman had gezegt, den commandeur Lempe, is altoos onder bij de fransen geweest en heeft met hun gesprooken, zonder dat hij Compt wist, wat hij Lempe met hun zoude gesprooken hebbe; dat wanneer den commandeur, van de revol„ „te geweeten en de Heeren alhier zulx bekend was als dan met hem slegt zoude afloopen, voegende nog daar bij dat die Commandeur slegt met de soldaaten aan boord geleeft, en dat hij gezegt zoude hebben aan Hartman, zulx alhier te zullen aan„ geeven, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van dien de solemneele woorde soo waarlijk help mij god Almachtig. /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd aan en B'Eedigt aan cabo de goedeHoop den 28 November 1786. /:was getekend:/ Een kruijs waarom schreeven dit kruijs heeft de Comp„s eijgenhandig gesteld. /:lager:/ Mij present /:was geteekend:/ R: J: V: D: Riet geser Clerq /:in margine stond:/ als gecommitt„s /:was geteekend:/ JM Dorak 6 I: M: Horak en A: v: Cittert. Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt„s uit den E Achtb: raad van Justitie deeses gouverne„ ments Hendrik Hartman soldaat op 't schip de Jonge Frank van competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den prointerim fiscaal alhier d' E Gabriel Exter verklaarde waar en warachtig Dat hij Comp„t na gissing vier weeken na dat de re„ volte op gem: bodem was voorgevallen met de soldaat Johan Lamper op schildwagt hebbende gestaan de„ „zelve Lamper aan hem Comp„t gezegd had: dat wanneer hij Lamper aan de kaap zoude gekomen zijn als dan zoude aangeeven dat den Commandeur der soldaaten casimir Lempe tusschen deks onder het volk meest van de fransche natie is gegaan en teegen hunl: gezegd heeft dat zij agter op moesten gaan bij den capiteijn en vraagen het geen hun toequam en dat, wanneer den Capitain zulx niet ge„ „willig doen wilde zij zulx dan met geweld moesten tenteeren als meede nog dat gem: commandeur Lempe had toegelaaten dat de onder officieren de soldaaten zeer mishandelden. Niets meer verclaarende geeft de Comp„e voor redenen van wetenschap als in den text be„ „reid zijnde het zelve ten allen tijde des gerequireerd werdende met solemneele Eede gestand te doen. te zijn; Aldus Gepasseerd aan Cabo de goede Hoop den 22 November 1786 voor de Heeren Jo„ „hannes Martinus Horak en Johannes Matthias Matthias Bletterman Leeden uit den E Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute deezen beneevens de Comp„t en mij secretaris meede behoor„ „lijk hebben onderteekend. /:onderstond:/ T welk ik getuijge /:was geteekend:/ C: van Aerssen Secret„ Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt„s Uijt den E achtb: Raad van Justitie dezes gouve men „ments; den soldaat Hendrik Hartman, dewelke deeze zijne voorenstaande verklaaring van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleezen wezende betuijgden daar bij te blijven persisteeren, met begeer„ „te, dat er niets meer bij ofte van gedaan worden zal als alleenlijk dat hij Comp„t voor zoo verre hij weet de waarheijd gesprooken heeft, en sprak dier halven de solemneele woorden soo waarlijk help mij god Almagtig Aldus Gerecolleerden B' Eedigt aan Cabo de goede Hoop den 28 November 1786. /:was geteekend.:/ Een kruijs waaromschreeven, dit kruijs heeft den Comp„s eijgenhandig gesteld: /:laager :/ Mij present /:was geteekend:/ R W: D: Riet gesu Clercq /:in margine stond:/ als ge„ „committ:s J: M: Horak en A: v: Sittert. Recollement.

NL-HaNA_1.04.02_10984_0795 view scan ↗

English

I, the undersigned Johan Mathias Sekter, native of Manubach in the Electorate of the Palatinate, 28 years old, soldier in the service of the Honorable Company of the United Netherlands, hereby make known under oath before the ship's council held on board the private ship de Jonge Frank all my knowledge regarding the revolt and mutiny which occurred the past night between the 16 and 17 July in the year 1786. On Sunday, yesterday evening at six o'clock, when the water had been distributed, which the person of Weijze, who was killed in the revolt, demanded from the captain contrary to all law, I, having stowed my share, sat on a chest at my mess in deep reflection about such a matter. Having sat for a short time in these contemplations, I took my pipe and lit it at the lamp burning in the lantern, which was placed by the hatchway on the tween deck near the stairs, and went up onto the deck to let my heavy thoughts disperse somewhat in the rain that was falling. I found there two of my best comrades, named Blomforth and Henig. Friends! I addressed them, what do you think of the demanding of water that was done this evening? Pay heed, it is truly our misfortune! For firstly we are not yet where we need to be, and secondly we shall all be held and declared rebels when, with God's help, we arrive at the Cape. Yes, that is very true, Sekter, said the aforementioned Blomforth, and the French still do not have enough: early tomorrow morning, they will rise up again anew against the captain. What do they desire now then, I said, do they not have everything they wanted, wanted, and on the contrary more than is due to them? The French surely have been to blame on all ships where a misfortune has occurred, and with us it is here before our eyes. What do you think, I repeated again, of this matter? If the French begin to show themselves as open rebels against the captain, then our downfall is at hand. What reason do they have for it? Come, let us act on this! There are still so many brave Germans here on board; we will stand up against them, even if it should cost my life, rather dying as a brave soldier and honest man than being declared an dishonest man ashore, and before the French here, as on other ships, will play the master. Let each seek to gain brave comrades and place before their eyes the danger which hangs threatening over our heads. And then we shall show these fellows, if they begin anything, that we are loyal Germans who fight for right and justice; then we shall stand before God and the world. Just take heart, I continued, God will surely help us. During such deliberations, Commander Lempe came from the quarterdeck to the waist to make his rounds, for there were already many who were drunk. And in passing, he tapped me on the shoulder and asked, what news is there, Sekter? Sir, news enough, but not much good, I replied, and I related to him that which Blomforth had told me: that the French wanted to attack the captain in the morning hours of the coming day, and that we had therefore held a consultation among among one another to hinder and prevent such a thing. What, I believe it myself, the commander gave in reply, that these fellows are not good enough to refrain from setting about something evil again; but if they should begin something evil, do not fight for me, but for your life and honor; or if the French have it in for me, then I stand here before your eyes, throw me overboard then if I have done wrong. At such words, which I shall never forget, my spirit was deeply moved and I said: Sir, I am ready to live or to die, and therefore, God still lives, they shall not achieve their purpose. And sir, I will go between decks among the French to learn more about the matter, and if I hear anything, I will warn you at once. That is well, you are indeed brave Germans, said the commander, and went forward, and I with my mates went between decks, sitting together at my mess, where I saw that the person Lion Abraham was in our company. I then asked the aforementioned Blomforth what he had actually heard from the French, and he gave me the answer that de Valbonne in the evening had a piece of firewood in his hand and said, that is a charming sabre for the captain early tomorrow morning in the morning watch. Whereupon I said to them, it is truly probable that these men are seeking to carry something out, and that we four were not able to resist them; for we saw no way to do so, as far as we could see at the messes, Germans and French were sitting drinking among one another and were already half drunk, so that we believed they were all of one mind, we

Dutch transcription

Ik ondergetekende Johan Mathias Sekter ge„ „boortig van manubach in 't neurvortendom Palt oud 28 Jaar soldaat in dienst van d' Eds Comp„e der vereenigde Nederlanden geeve hier door voor den scheeps „raad gehouden aan boord van 't Particulier schip de Jonge Frank Onder Eede alle mijne wetenschappen te kennen, wegens de Recolte en oproer, dewelke voorgevallen de geproeed gepasseerde nagt tusschen den 16 en 17. Julij in 't Jaar 1786. op Zondag den gisterigen dag des avonds ten zes Uuren toen het water uitgegeeven was, welke den Perzoon van weijze die in de Revolte gesneuveld is, tegens alle Regten van den capt:n gevordert heeft, zal ik, na„ dat mijn deel geborgen hadde op een kist aan mijn Bak in een diepe Nadenking over Eene zulke zaak Eene korte tijd in deeze overdenkingen gezeeten te hebben, naam ik mijn Pijp en staak ze aan de Lamp in de Lantaarn op, die bij het luijk tusschen deks aan de Trap geplaats en brandende was en gong na boven op 't dek om mijne zwaare gedagten door de Regen die er viel, wat te laten ver„ „dwijnen, Jk vond aldaar twee van mijne beste Ca„ „meraaden, genaamt Blomforth en Henig: vreen„ „den! spraak ik haar aan, wat dunkt Uwe van het waater eijsschen dat deze avond gedaan is: geef agt, het is waaragtig, ons ongeluk! want voor 't eerste bennen wij nog niet, waar wij weesen moeten, en voor 't tweede, zullen wij alle voor Rebellen, gehouden en verklaard worden, als wij met god aan de Caab koomen- Ja dat is wel waar sekker, zeide de zoogenoemde Bromforth en nog hebben de Fransen niet genoeg: morgen agtend vroeg, gaan ze weder op 't Nieuwe teegens den capt„n op. wat begeeven ze dan nu zeide ik, hebben zij niet alles wat zij hebben wilden wilden, en Contrarie meer als haar toekomt - de fransen bennen dog vast op allen scheepen daar een ongeluk voorgevallen, schuld daar aan geweest, en bij ons is 't hier voor Oogen; wat dunkt Uwe herhaalde ik weder, van deze zaake beginnen zich de franschen als openbaare Rebellen tegens den captn te toonen zoo is als ons onder „gang daar, wat voor Reeden hebben ze daar toe komt, laat ons hier toe? komt, laat ons hier toe doen het ben„ „nen zoo veel braave duijtschers nog hier aan boord wij willen tegen haar opkoomen, al zoude het ook mijn leeven kosten, liever als een braaf soldaat en eerlijk man te sterven als aan 't land voor een oneerlijk man zoude gedeclareert worden en eer de Franschen hier, ge„ „lijk op andere scheepen zullen Baas speelen. Een Jder zoeke braave Cameraads te bekoomen en stelle haar de gevaar voor oogen, dewelke over onze hoof„ „den hangd te bloeijen- en als dan zullen wij deezen clanten toonen zoo ze iets beginnen, dat wij getrouwe duijtschers zijn die voor Regt en geregtigheijd strijden; dan zullen wij voor god en de waareld bestaan- weest maar getroost, vervolgde ik, god zal ons wel helpen: over eene zulke Resolveering kwam de Heer Comman„ „deur Lempe van 't Halfverdek na de kuijl om Ronde te doen; want het waaren er al veele die dronken, waaren. En in 't voorbij gaan, koopte dezelve mij op de schouder en vraagde wat he geeft het voor nieuw sekter? mijn Heer, nieuws genoeg, maar niet veel goeds, repliceerde ik, en ik verhaalde hem het geen, dat Blomforth mijn gezeid hadde, dat de franschen in de ogtendstond van den aanstaanden dag den Cap„n at„ „taqueeren wilden, en dat wij daarom eene beraadslaging onder onder malkander genoomen hadden om een zulx te be„ letten en voor te koomen. W. geloofe zelfs gaf de comman„ „deur daarop ten antwoord, dat deze keerls niet zoo goed zijn, ofte ze binnen weder, om iets quaads aan te regten: maar zoo ze iets quaads beginnen zoude zoo strijdt niet voor mijn, maar voor t' Leeven en Eer of hebben de Franschen het op mijn gemunt, zoo sta ik hier voor u oogen, werpt mij dan overboord als ik misdaan heb op zulke woorde die ik nooijt vergeeten zal, was mijn gemoet heel ontvoert en zeide; myn Heer, ik ben al gereed te beeven of te sterven, en daarom zullen ze god leefd nog, naar oogmerk niet bereyken/. en mijn Heer, ik wil tusschen deks gaan bij de Franschen om beeter agter de zaak te koomen, en zoo ik iets hoor„ „zal ik uw ten Eersten waarschouwen dat is wel, gij bent dog nog brave duijtschers zeide de Commandeur en gong na vooren toe, en ik met mijne maats tusschen deks, zettende ons bij malkanderen aan mijn bak, alwaar ik zag, dat den Perzoon Lion Abraham in ons gezel„ „schap was. I vraagde toen aan den voorsz: Blom„ borth, wat hij dog van den Fransen gehoord hadde, de„ „zelve mijn ten andwoord gaf, dat de valbonne aan de avond een stuk Brandhout in zijn hand gehad hebbe en zeggende, dat is een charmante Sabel voor den captn morgen vroeg in de dagwagt, waarop ik tegens haar zeide, het is waragtig en waarschijnlijk, dat deze iets zoeken ten Uitvoer te brengen, en dat wij met ons viere niet vermogend waaren haar wederstand te doen; want wij zagen en geen kanty daar toe, dan zoo verre wij aan den Bakken zien konde, zoo zaten duijtschers en fransen onder malkanderen te drinken, en waaren al half dronken, dat wij geloofden ze waaren alle Eens wij

NL-HaNA_1.04.02_10984_0798 view scan ↗

English

We intended to go above together after this, but I saw that Corporal Namtal was sitting alone on his chest at their mess. I asked him if he had not yet heard anything about how the French wanted to do something evil. He answered no. And what is to be done in this matter, I asked further, so that the French will not always play the master's role here? Whereupon he answered me that we were strong enough to oppose them. We parted from each other, he going above and I to light my pipe at the aforementioned lantern, wishing to rejoin my other three mates above again. But as I was about to go up the stairs, I heard myself called by name, and I saw that it was two corporals who were sitting together drinking gin. Coming up to them, I also drank some of it. But the one corporal named Jansen left us and went away, so that the two of us were left alone. Seeing that the corporal, Norman was his name, had already drunk more than too much gin, I wished therefore to advise him for the best, that he should drink no more and go to his bunk; for if the Commander saw him when he came to do the rounds and found him indiscreet, it would not be good for him. But how terrified I was by the answer received from him. What do you say, he said, I must booze all night. I believed then nothing else than that he was also of the plot. In short, I saw that those whom I trusted would be on our side might be of a different mind. Meanwhile Faij arrived, one of the rebels who now sits imprisoned, and sat down next to us and drank along too, and at the same time he spoke to another who sat next to him named Friedrich Hanneman, saying in German and raising his hand high: Sacrament! Tomorrow, after tomorrow there will be some news for once! I thought at the very moment when I heard the words: how nicely you come to me, are you also one of the birds that pipe like that, just go on. But he, seeing that I was paying attention to him, broke off his speech and fell silent. I said to them that I wanted to go above to smoke another pipe and went away. But as I came to the stairs, I saw that it was completely full of people at my mess, of whom I recognized the valbonne, watjer, Janin, van weijne, and Bergman, but the others I can no longer name who they were. In order now to get into their company, I pretended to be very drunk and said: Come, let me past to my chest; I still have gin in it too, I want to get that out and go above with it. I want to get myself right drunk tonight for once, so that I will not become sober again in 4 days; do you believe that you alone can drink gin? I presented this in such a way that they had to laugh about it. Drink with us, van weijne then said to me. I said yes, come on, do you have any? But they wanted to have my water to make punch. I pretended not to have more than 2 beakers of water and that I would give one beaker full to them, so that when I was thirsty I would still have some left. Well, well, spoke the so-called van weijke, if we have no more water, then we will get some again, I know of water enough. During such conversation, I saw that someone lay down on a chest close beside me as if he wanted to sleep, and pulled me by the waistcoat, and I saw that it was Corporal Namtal, who gave me to understand with his eyes that I should go away from them and come up above. This assembly being engaged in godless deliberations, so that they did not see the said Corporal, van weijne said anew to me: today we have read the instructions, but tomorrow we shall read them again. These words were enough to assure me that they were already prepared to undertake an act of evil, as also became evident 3 to 4 hours afterwards. In order now to get away from them again, I pretended to drink another dram with the aforementioned fay, who sat waiting, in order not to come under suspicion with them in case they could see that my drunkenness was not as great as I made it seem. Thus I went away from them to the deck and came onto the quarterdeck to the Second Mate Coen and to Commander Lempe and asked what their orders were. You are a good man, they said, you must stay here with us tonight, and if I do not do my best when the rebels begin, the mate continued to me, then turn around and shoot me through. I immediately took a cutlass and replaced the sentry, who was a Frenchman and stood on the port side at the gangway of the poop deck on the quarterdeck, by order of the officers, to let no one to the rear. It being then seven o'clock in the dogwatch, I remained at my post until 11 o'clock in the first watch until

Dutch transcription

wij wilden hierop gezamentlijk na boven gaan, maar ik zag dat de corporaal Namtal alleenig op zijn kist aan haar Bak zal: ik vraagde hem, of hij nog niets gehoord hadde, hoe, dat de franschen iets quaads doen wilden hij antwoorde van Neen; En wat staat hier bij deeze zaak te doen vraagde ik wijders, dat de Franschen niet altoos meester- Rollen hier speelen zullen: waarop „hij mij ten antwoord gaf, dat wij sterk genoeg waaren om ons tegens haar te stellen, wij gongen van mal„ „kander, hij na boven toe en ik mijn Pijp opsteeken aan de voorn: Lantaarn en wilde weder na boven bij mijn andere drie maat mij vervoegen; maar zoo ik de Trappe opgaan wilde hoorde ik mij bij naam roepen, en ik zag, dat het twee corporaals waaren die bij mal„ „kander zaten om genever de drinken- ik bij haar koomende, dronk ook iets daarvan. maar de eene Corpo„ „raal genaamt Jansen verliet ons en gong weg, zoo dat wij tweenog alleen waaren. We zag dat de corporaal Norman zoo was zijn naam, al meer als te veel genever gedronken hadde, wilde daarom denzelven tot zijn best raaden, dat hij niet meer en drinken zoude en in zijn kooij te gaan; want zoo hem de Commandeur zag als hij Ronde kwam doen en onbe„ „scheijden vond; niet goed voor hem zoude zyn. maar hoe verschrikte ik over de bekoome antwoord van hem wat zegt gij kwam hij, de geheele nagt moet ik suijpen w geloofde toen niet anders, als dat deze ook van het complot was, kort 't zeggen, ik zag, dat die genen, daar ik op vertrouwde, dat ze op onze zijde zouden zijn anders gesint mogten worden. Ondertusschen kwam Faij een van de Rebellen die heef gevangen gevangen zit en zette zich nevens ons en dronk ook meede, en met een spraak hij tegens een andern die ne„ „vens hem zat genaamt Friedrich Hanneman, zeide op zijn duijtsch en met de hand in de hoogte vaarende, Sacrament! morgen, na morgen zal het Eenmaal wat Nieuws geeven! ik dagte op 't zelfde moment toen ik de woorde hoorde, hoe mooij komt gij bij mij, bent gij ook van de vogels die zoo pijpen, gaa maar verder maar hij ziende, dat ik op hem oplettend was houde met redeneere in en zweegstille. - W zeide tegens haar, dat ik na boven gaan wilde om nog een Pypje te rooken en gong weg. maar zoo ik aan de Trap kwam, zoo zag ik, dat het aan mijn Bak hel vol van menschen was, waarvan ik kende den valbon„ „ne, watjer, Janin, van weijne en Bergman, maar de andere weet ik niet meer te noemen wie ze waaren, om nu in haare geselschap te koomen, stelde ik mijn heel bedronken aan en spraak, komt, laat mij over mijn kist; ik heber ook nog geneven in, de wil ik daaruit hebben en daarmeede naar boven gaan. ik wil mij de nagt eenmaal regt dron„ „ken drinken, dat ik in geen 4 dagen meer nugtern werden zal; gelooft gij, dat gij alleenig Genever drinken kunt; zulx bragt ik zoo voor de dag, dat zij daarover laggen moesten - drinkt met ons zeide daarop van weijne tot mijn ik zeide ja kom aan, heeft gij wat maar zij welden mijn waater hebben om Ponch te maaken, ik gaf voor, niet meer als tte bee„ „ker water te hebben en dat ik een beeker vol aan haar geeven wilde, om dat wanneer mij dorste ook nog wat hadde na! na, spraak de zoogen: van weij„ „ke, hebben wij geen waater meer, dan kregen wij weeder, ik weet water genoeg. over eene zulke Reede„ voering voering, zag ik, dat er iemand zich tegens doord op een kist naast bij mijn legde als wan hij slaapen wilde en trok mijn bij het camisool, en ik zag, dat het de Corporaal Namtal was, die mij met de Oogen te ver „staan gaf, dat ik van haar weg zoude gaan en boven„ heen koomen, Deeze vergadering in godeloose Raadsla„ „gingen zijnde, zoo dat ze den gezeiden Corporaal niet en zagen van weijne zeide op 't Nieuwe tegen mij: heede hebben wij de Jnstructies geleesen, maar morgen zullen wij ze weder leezen. Deeze woorde waa„ „ren, genoeg mij te verseekern, dat zij al gereed waaren om een stuk van quaad te onderneemen, gelijk het 3 à 4 Uure daarna ook gebleeken is. om nu weeder van haar van daan te koomen, zoo gaf ik voor nog een Soopje met den voorgem: fay te drinken, die op vrij zette te wagten om niet bij haar in verdagt, te koomen, in dien zij zien konden dat mijne dronkenschap zoo groot niet en was, gelijk ik mij wel aanstelde zoo gong ik van haar weg na het dek en kwam op 't Halfverdek bij de tweede stuurman Coen en bij den commandeur Lempe en vraagde wat van haar ordres was: gij bent een braaf: man zeiden ze gij moet deeze nagt hier blijven bij ons, en zoo ik mijn best niet en doe als de Rebel„ „len beginnen vervolgde de stuurman tegens mijn zoo wend u om en doorschiet mij, Naam ter„ „stond een sabel en vervangde de schildwagt welks een Fransman was en aan Bakboord zijde aan„ de opgang van 't Bordes Op 't Safverdek stond op order van de officiers, niemand agter op te laaten. zynde als toen zeven uuren in de Platvoet bleef op mijn Post tot 11 Uure in de Eerste wagt tot dat

NL-HaNA_1.04.02_10984_0801 view scan ↗

English

that the rebels began. I took a firearm, having then to live or die in defense of ship, officers and entire crew, and of myself. I sign this as the truth in the ship's council on board the aforementioned vessel, the 17th of July in the year 1786. It was signed Johan Mathias Sexler. Appeared before us, the undersigned commissioned members from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned Johan Mathias Sekler, who, this his preceding declaration having been read aloud to him word for word, clearly and distinctly, declared that he persisted in the same, with the desire that something more should be added or taken away, namely only that with respect to the Commander he had still to say that he bore himself as a worthy man, and spoke therefore in confirmation of the truth thereof the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus passed, re-examined, and sworn at the Cape of Good Hope, the 11th of December 1786. It was signed Joh:s Math:s Sekler. Lower: In my presence, it was signed B: J: V: D Riet, acting clerk. Re-examination. Turn over. In the margin stood: as commissioners, it was signed W: J: V: Reede van Oudshoorn and J: M: Bletterman. I, the undersigned Lodewijk Namtal, native of Saxen Weimar, aged 28 years, serving as corporal for the Honorable East India Company of the United Netherlands on board the ship de Jonge Frank, declare under oath in the council of war held on board the aforementioned ship on the 17th of July 1786, the following concerning the mutiny that occurred on the 14th of this month that has come to my knowledge. On the 16th, being Sunday, around seven o'clock in the evening after the distribution of the gin and the requested water, sitting at my mess between decks, the soldier Mathias Sekler said to me: Corporal, the French are planning something again. Tomorrow they want to go aft again, but we Germans must not allow this, and must master them. I asked: what are they planning and what do they want? The abovementioned replied: I do not know what they are planning. Whereupon I said: if they want to play master, we are strong enough to prevent it. Sekler left with these words to see if he could discover anything, and I for the same reason to see if I could discover anything on deck and then report to the Commander. After the lapse of a few minutes I was called by Corporal Gommerling, who said softly to me: come aft. Coming onto the quarterdeck, I found there there the Commander and the ship's officers, and learned that a plot was formed, where the Commander ordered me to send aft quietly some Germans whom I knew to be trusty, and at once to see if I could not discover something. I went into the waist, around the quarterdeck the Lance-Corporal Rouf and Herman and the soldiers Mathias Sekler, Abraham, and some others in whom I placed firm trust. When they came up, they were placed at the entrances to the quarterdeck with sidearms, having orders to let no strangers pass. At eight o'clock we did the rounds, ordering the burning lights to be put out, which was done by all except one mess of the Luxembourgers. Many of those who did not have the watch went to sleep, there being little crew on deck. At nine o'clock, seeing some people sitting on the forecastle, I went up, pretending that I wanted to relieve myself. Going for that purpose to stand in the fore-shrouds on the starboard side, whereupon the soldier Van Weijne, sitting with De Valbonne on the anchor, said to me: do you want to be thrown overboard? I answered: I hope not. He replied: not yet, but you must sit down here; taking me by the hand, he pulled me down beside him, saying further: we, I and this my comrade, meaning De Valbonne, have now asked for everything that is due to us, but for that we shall have to hang at the Cape. I answered: if you have asked for no more than is due to you, then you have nothing to fear, and that is all forgotten before we arrive at the Cape. Whereupon Van Weijne said: no, no, we do not want to go to the Cape; we will make ourselves master of the ship and and go to St Vincent. During this talk, De Valbonne nudged Van Weijne repeatedly, saying: you are a big talker and do not know what you are saying. De Valbonne said to me: you must not believe him; he does not know what he is saying and is intoxicated. Van Weijne, interrupting here, said: I am not drunk and know well what I say. I sought once more to dissuade them from their godless intention, presenting to them that they would not be safe in any place, indeed not even among the Turks. But Van Weijne said: we know well what we are doing, and if you were not a non-commissioned officer you would say otherwise. I pretended as if I was called. Jumping from the forecastle down into the waist, I saw a party of French-speaking people standing together in front of the galley near the windlass. I went forward under the forecastle to the cabin cook and had the light that burned on the boatswain's side removed by the boatswain's little son. I then walked across, thinking to hear something, but could not understand. Coming back into the waist, I heard the soldier Antton Feij say aloud: they have nearly fifty guns and sabers aft, but I do not care about that; he said this in French, but I do not know to whom. Not daring to go so close, I went to the cabin and reported what I had heard to the Captain and Commander, and then to the quarterdeck. After some time had passed, I heard a musket shot fired, but could not properly distinguish where this occurred. I placed myself at the entrance, and seeing people coming up, called out to those standing around me: seize the muskets, which lay ready under the awning. The aforementioned Van Weijne wanted to come onto the quarterdeck, but was held

Dutch transcription

dat de Rebellen begonnen ik naam een schiet geweer moeste toen leeven of sterven tot divenie van schip Siciers en gantscher Equipagie en mijn eijgen Een. onderteekene een zulx tot waarheijd in den scheeps„ raad aan Boord van voornoemden Bodem den 17en Julij in 't Jaar 1786. /:was geteekend:/ Johan Mathias Sexler. Compareerde voor wij ons ondergeteekende gecom„ mitteerde Leeden uijt den E achtb: raad van Justitie deeses gouvernements, den voorschreeve Johan Mathias sekter dewelke deeze zijne voorenstaande declaratoir van woorde tot woorde klaar en duydelijk voorge„ „leesen, zijnde verklaarde dezelve daarbij te blijven persisteeren met begeerte dat er iets meer bygevoegt ofte van gedaan werden zal, als alleenlik dat hij ten opzigte van de Commandeur nog zeggen moest, dat hij zig als een braaf man gedraagen heeft en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheijd van dien de solemneele woorden soo waarlijk help mij god almagtig. /:onderstond:/ Aldus Gepasseerd gerecolleerd en b'Ee„ „digt aan cabo de Goede Hoop den 11 December 1786. /:was geteekend: :/ Joh:s Math„s Sekler /:laager: Mij present /:was getekend:/ B: JV: D Riet gerer Clercq Recollement. verto /:in margine stond:/ als gecommitt:s /:was geteek:/ W: J: V: Reede van Oudshoorn en J: M: Bletterman. Ik ondergetekende Lodewijk Namtal geboortig van Saxen weimar. oud 28 Jaar Dienende als corporaal de Edele Oostjndische Compagnie der verenig„ „de Nederlanden, aan boord van het schip de Jonge Frank verklaare onder Eede in den Krijgsraad gehouden aan Boord van voornoemd schip den 17. e Julij 1786 het volgende betreffende den opvoer voorgevallen den 14e deezer maand mijn is te weeten gekoomen. Den 16„e zijnde Sondag teegens zeeven uuren des avonds na de Uijtgaaf van de genever, en het meerge„ „vraagde waater, zittende an mijn Bak tusschen deze zeijde den soldaat mathias Sekler teegens mijn. Cor„ „poraal de Fransen hebben wederom iets in zin. ze willen morgen weeder agter op gaan, maar wij Duit„ „schers, moeten, zulks niet toelaten en haar lieden den Baas speeten- W vraagde wat hebben ze in zin en wat willen ze hebben, den bovengenoemde wederom ik weet niet wat in zin hebben waarop ik zeijde als zij willen meester speelen wij bennen sterk genoeg om zulks te beletten, gaande sekler met dee„ „ze woorden van mijn af te zien of iek konde ontdek „ken, en ik om dezelve Reeden op den en vervolgens aan den Heer Commandeur te Rapporteeren: na ver„ „loop van Eenige minuten wierd ik geroepen door den Corporal gommerling, zeggende zoetjes teegens mijn kom agter op, op 't halfdek koomende vond aldaar aldaar den Commandeur en de scheeps officieren en verstond dat een Complot geformeerd, waar Den Com„ mandeur mij belastende eenige Duijtschers die voorge„ „trouw kende in stilte agter op te stuuren en met eens toezien of niet konde ontdeken. Ik ging in de vuijl rond op 't halfdek de vice Cor„ „poraal Rouf en Herman en de soldaten mathias sekler Abraham en nog eenige waarop vast ver„ „trouwde wordende dezelven booven koomende, an de opgangen van 't halfdek met syd geweer ge„ „plaatst, hebbende ordres geen onbekende Passeeren te laa„ „ten. om agt uuren deeden Ronde belastende de bran„ „dende ligten Uyt te doen. 't welk van alle behalven een baks volk van de Luxenburgers gedaan wierd gaande vieele van die de wagt niet hadden na Roij. zijnde wei„ „nig volk op Dek. Om negen uuren ziende eenig volk op de Bak zitten ging na boven doende als mijn waater lossen wilde. gaande tot dien Einde in het Fok „ke, wand stuurboord zijde staan warop den soldaat van weijne zittende met de valbonne op het anker teegens mijn zeijde. wild gij over Boord geworpen zijn, ik and„ woorde ik hoop van neen. hij wederom nog niet maar gij moet hier gaan zitten. vattende mijn bij de hand en trok mijn bij hem needer zeggende vervolgens wij ik en deeze mijn Cameraad, meenende de valbon„ „ne, hebben nu alles gevraagt wat ons toekomt maar wij zullen daarvoor aan de cap moeten hangen, ik andwoorde als gij niet meer gevraagd hebt als uw toekomd dan heb gij niet te vreezen en dat is alles vergeeten eerder dat wij aan de caap koomen warop van weike zeijde neen. neen. wij willen niet na de caap. wij zullen ons van het schip meester maaken en en na S„t vincent gaan. Stootende de valbonne onder dit zeggen dikmaals an weijke an, zeggende gij benteen veel prater en weet niet wat gij zegd zeggende de valbon„ „ne teegens mijn gij moet hem niet gelooven: hij weet niet wat hij zegt en is beschonken van weijne hier op invallende zeijde Wk ben niet dronken en weet wel wat ik zegge Ik zogt haar nogmals van haar god„ „loos voorneemen af te raaden haar voorstellende dat op geen Plaat ja zelfs bij de Turken niet zeeker waa„ ren, dog van weike zeijde wij weeten well wat wij doen En zoo gij geen onderofficier waard zoud gij wel anders zeggen, ik deede als of geroepen wierde. Springen„ „de van de Bak af in de kuijl, zag een partij volk Frans spreekende bij malkandern staan. voor de com„ „buijs bij het braadspill w ging vóor onder de Bak bij de Cajuijts kok en liet het ligt dat op de zijde van de Boosman brande door des Bootsmans Soontje weghaa„ „len ging vervolgens over dagte iets te hooren, dog kende niet verstaan quam wederom in de kuijl hoorde den soldaat Antton Feij hard op zeggen. zij hebben agter op bij de vijftig geweeren en Sabels, dog ik geeve daarom niet. zeggende hij zulks in 't Fransch. dog weet niet teegens wien. vertrouwde niet zoo digt bij te gaan ging na de Cajuijt en Raporteerde het gehoorde an den Hr capitain en commandeur en vervolgens op 't halfdek na verloop van Eenige Tijd hoorde een geweer schot vallen dog konde niet eigentlijk onderscheijden waar zulks ge„ schiede w plaatste mij an den opgang en ziende volk na booven koomen riep aan de om mij staande vat de geweeren. leggende klaar onder de Sonne Tend. den meergenoemde van weijne wilde het halfdek op dog nield

NL-HaNA_1.04.02_10984_0805 view scan ↗

English

held him back. He asked, what kind of shot is that? W. answered, it is a shot that went off by accident. He again said, no, that is a signal for us, making a gesture as if wanting to go aft, whereupon it was said to him, if you do not go back, fire will be opened. He then called out, where is the commander? The commander, coming forward, asked, what do you want? Go back or I will order fire to be opened. It appeared as if he wanted to shrink back. But all at once a shouting arose, with the words, Houra, avançons, in the waist, a crowd coming up onto the quarterdeck platform. Whereupon the commander, after having said beforehand in Dutch and French that all honest men should retreat, ordered fire to be opened. At the same time, I was struck in the face with a fish spear, the spear, after the shaft broke, remaining hanging in my face. Because of the heavy bleeding, I could offer no further resistance, put the weapon away, and went to the cabin. There the iron was cut out by the doctor, and I was bandaged. In testimony of the truth, I have signed this with my own hand, the seventeenth of July 1786. Was signed: Lodewyk Namtall. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned Lodewijk Hamtal, who, this deposition given by him having been read aloud clearly and plainly, declared he persisted therein, wishing that nothing more or less shall be added or removed, except only that when he, the deponent, wanted to go aft to speak to Commander Lempe, the said commander had already been informed of the godless plan by someone, and in confirmation of the truth thereof spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus reviewed and sworn at the Cape of Good Hope, the 22 November 1786. Was signed: Lodewijk Namtal. Lower: In my presence. Was signed: C: van Aerssen, secretary. In the margin stood: As commissioners. Was signed: I: M: Horak and J: M: Bletterman. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of Lempe, who answered the adjacent questions as recorded at the side. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, in order that the person of Casimir Lempe, former commander of the soldiers of the ship de Jonge Frank, be heard and interrogated upon them at the requisition of the interim fiscal here, Gabriel Exter, the responses to be given by him to be duly set down in the margin of each of the same. The said name, age, and birthplace. Says Casimir Lempe, from 's-Hertogenbosch, aged 32 years. Art: 1. Whether he was not assigned to the private ship de Jonge Frank, chartered by the Honorable Company. Says yes. Art: 2. What capacity he held there. Says as commander of the soldiers. Art: 3. When the ship put out to sea from the port of Vlissingen. Says now, by estimation, four months ago. Art: 4. How many soldiers in the service of the Honorable Company were on board that vessel. Says 80 men from the Honorable Company and 21 men from Luxemburg. Art: 5. Whether some recruits from the regiment of Luxemburg were not placed on the same ship to be transported to the Indies. Says yes. Art: 8. Whether he did not know very specially on board a certain Valbonne, and what capacity he held there. Says yes, to have known that Valbonne well, he having been assigned here as a soldier. Art: 9. Whether he did not already know in the beginning of the voyage that this Valbonne had once been imprisoned in Vlissingen for mutiny and desertion. Says yes, and that this Valbonne was transported to Rammekens after the riot. Art: 10. Whether he does not know that he, as commander, was primarily obliged to keep watch over the conduct of the soldiers and to prevent and oppose all disorders among them. Says yes, and to have done so as his duty required. Art: 11. Whether he then also, in accordance with this obligation of his, acted on board according to his duty. Says yes, so far as he is instructed to have acted. Art: 12. Which persons were those who, on the 16th of July last, made so bold as to come on deck, insolently grab the captain by the chest, and demand from him the instructions and additional rations. Says that it was practically all the ship's company who came aft; however, a soldier of Luxemburg seized the captain by the chest. Art: 13. Whether it was not the soldiers Wijk and the aforesaid Valbonne, followed by several other soldiers and sailors. Says all together, while the soldiers Wijk and Valbonne were in the forefront. Art: 14. What reasons the men had for this. Says, as he heard, it was over food and drink; however, he does not know whether they had too little, and that he had never sailed with the Honorable Company, but certainly that the men on that vessel received more than on the warships, with which he had sailed for several years. Art: 15. Whether he punished and opposed this unbridled and insolent conduct. Says that he could do nothing in it, since he, with the captain, that morning as well as in the evening when the revolt began, saw themselves overpowered. Art: 16. Whether he also knows the passenger of his ship named Van den Busch. Says no, that he never had anything to do with my gentleman.

Dutch transcription

hield hem Teegen hij vroeg wat is dat voor een schot, W. andwoorde het is een schot die bij geval geschiet hij woe„ derom neen dat is een Teeken voor ons makende mine agter op te willen waarop teegens hem zeijde als gij niet te rug gaat word vuur gegeeven. hij riep vervolgens waar is den commandeur denzelve koomende vraag„ „de wat moet gij hebben. gaat te rug of ik laat vuur geeven, het liet zig anzien als of te rug wilde deijnzen. Edog met eenen verhief zig een geschreeuw, met de woorden Houra, avancons in de kuijl koomende een menigte het Bordesje op. warop den commandeur na van te voo„ „ren in 't hollandsch en Trans gezegd te hebben, dat alle braave Lieden zig zouden Retireeren vuur liet geeven. wordende ik ter zelfder tijd met een vis Elger in 't ge„ „zigt geworpen blijvende de Elger na dat de steel ge„ „brooken in 't gezigt hangen. konde door het sterke bloeden geen meerder weederstand doen leyde het ge„ „weer weg en ging na de cajuijt. wordende aldaar door den Doctor het ijzen uytgesneeden en ik verbonden Tot getuigenisse der waarheijd hebbe het deeze met mijn hand onderteekend, den Seeventienden Julij 1786. /:was geteekend:/ Lodewyk Namtall Compareerde voor ons onderges: gecomm„s uit den E Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements de voorn: Lodewijk Hamtal, den welke deeze zyne gegeevene de „positie klaar en duijdelijk voorgeleezen zijnde, betuijgde daar bi te bliven persisteeren, met begeerte dat er niet meer bij ofte van gedaan worden zal, als alleen, dat wanneer hij Comp:ts achter op wilde gaan, om den Recollemente Comman¬ Commandeur Lempe te spreeken, gemd: Commandeu„ reeds van het godloos voorneemen door sekter was geinformeerd geworden, en sprak ter bevestiging der waar„ „heid van dien de solemneele woorden zoo waarlijk hel„ „pe mij god Almachtig. /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd & B'eedigt aan Cabo de goede Hoop den 22 Novbr: 1786. /:was geteekend:/ Lodewijk Namtal /:laager:/ Mij present /: was geteekend:/ C: van Aerssen secrets /:in margine stond/ als gecommitt„s /:was geteekend:/ I: M: Horak en J: M: Bletterman—. Compareerde voor ons ondergetek: Articulen gedaan maken en gecommitt„s uijt den E Achtb: raad aan heeren gecommitt„s Uijt den E van Justitie deezes gouvernement Agtb: raad van Justitie deezes gou„ den perzoon van Lempe dewelke vernements overgegeeven omme daargp op de nevenstaande vragen zoda„ „nig g'antwoord heeft als beveijden aan ter requisitie van den pro Jnterim fiscaal alhier Gabriel Exter gehoord „geteekend staat. — en ondervraagd, te worden den perzoon van casinir Lempe geweesen Com„ „mandeur der soldaten van het schip de Jonge Frank zullende der „selvs te geevene responsiven in margi „ne van yder derzelve behooren te worden bekend, gesteld. Off hij ged, niet is bescheyden zegt Casimer Lempe van IHer, des ged„e naam ouderdom en geboorte plaats Zegt Ja. geweest „togenbosch Oud: 32 Jaaren! Art: 1. 2. 5 2 2 2 2 „daten. zegt Jak welke qualiteyd hy geld, aldaar heeft zegt als Commandeur van de Sol„ gehad: zegt nu na gissing vier maanden! hoe veel soldaten in dienst der E zegt 80 man van d'E Comp. e en 21 man Comp„e zig wel op dien bodem hebben van Luxemburg! bevonden! zegt Ja. die valbonne wel gekend off hij gev„e aan boord niet zeer te hebben zijnde denzelven als speciaal heeft gekend zekerde val„ soldaat alhier bescheiden geweest. „bonne en welke qualiteijd dezelve aldaar gehad heeft? off hij ged, niet reeds in 't begin den zegt Ja. ! en dat die valbonne nog rheipe geweeten heeft dat deze val„ na rammetjes is getranspor„ „teerd geworden over opvoer en bonne te vlissingen eens wegens oproer heeft gevangen gezeeten desertie. zegt Jak en zulx gedaan te hebben zoo als zijn pligt meede bragt. off hij ged, niet weet dat hij als com„ „mandeur voornaamentlijk verpligt was om toezigt te houden op 't gedrag der soldaaten en alle ongeregeldheeden off op het zelve schip niet zijn geplaatst geweest eenige recruten van 't regiment Luxemburg om na Indien Overgevoerd te worden. wanneer het schip van uijt de haven vlissingen zee gekoosen heeft 4. geweest op 't bij d'E Comp: e ingehuurd particulier schip de Jonge Frank Art: 3. onder 5. 8. 9. rte zegt dat zulx genoegsaam al 't scheeps, welke perzoonen het zijn geweest die volk geweest is, die agter op ge, op den 16 Julij LL: zig hebben verstout „komen zijn egter heeft een soldaat op 't dek te koomen, den capitain bru„ van Luxemburg de capitain bij „taal bij de borst te grijpen en van dezel„ „ve de Jnstructies en meerdere randsoe„ de borst gevat. zegt alle te zaamen terwyl van geweest zijn. Art: B3. wat voor reedenen 't volk daartoe zegt zoo hij gee, gehoord heeft zijnde om kost en drank geweest egter gehad heeft weet hij niet of zijl te min hebben gehat en dat hij nooijt bij d'E Comp„ gevaren heeft, maar wel dat het volk op dien bodem meer kregen als op de oorlog scheepen daar hij verscheijde Jaren bij gevaren had. zegt dat hij ged; daar niets in doen off hij ged, dit toomeloos en brutaal konde vermits hij ged, met de bestaan heeft gestraft en tegengegaan, capiteijn dien morgen soo als avonds de revelte begonnen is hun overmand zagen. zegt neen dat hij nooijt met mijn 15. off hij ged, ook kend den passagier van zijn schip van de busch genaamd„ of hij ged: niet lange voor dat Off het niet zijn geweest de soldaten wijk en valbonne de voorste van wijk en voorsz: valbonne gevolgd door verscheijde andere soldaten en, 2 Art o 10. zegt Ja1. zoo verre hij onderrigt is te off hij ged; dan ook ingevolge deeze werk gegaan te zijn, na zijn pligt zijne verpligting, aan boord is te werk onder dezelve te weeren en teegen te gaan! Heer dezelve gegaan. 11. „nen af te Eipschen: 12. Matroosen 14. 16. 2 1 „ 1 te 9 1 3 . zegt Ja

NL-HaNA_1.04.02_10984_0809 view scan ↗

English

van de Busch has said that the soldiers were shorted in their rations: that the same demand of several rations was made only because he kept company with Mr. Busch, since he was not a man for him and was mostly found drunk, which he could, if necessary, show with valid proofs, not only that, but also because he was a man who acknowledged no deity, just as his discourses often tended with everyone, yes, even with the soldiers who stood at their post, so that the soldiers had to be forbidden to speak with that man. Lapses. 18. Whether he, Busch, did not then present to the accused that, having already sailed on 9 ships, he had never seen the rations handled more properly with the crew and more generously according to the circumstances. Says no, that he, the accused, never heard such from Busch, but indeed that he, the accused, said such upon the murmuring that some Frenchmen had made, that the voyage lasted so long, by saying, as he, the accused, has said here before, that he has never seen the crew treated so well on other ships. Whether the same did not further pursue that, when he received back the ship's instruction, which he had lent to the mate Pieter Pieterse, he would further convince the accused thereof. Says no, that he, the prisoner, never heard such from said Busch, but indeed that it was once discussed in the cabin of the mate Pietersen on the occasion that this mate had a book in front of him in which he was reading. For what reasons he, the accused, daily persisted with the same van den Busch for the promised instruction to have it thereupon. Says never to have asked for the instruction book of Busch. Article 17 What that man answered thereto. Instruction. 20. 19. Article 21. Whether the crew was not in the meantime informed of the instruction by the boatswain's mate of the Ganges. Whether he, the accused, then on a certain day, when he had intentionally gone to van de Busch and had asked: "Do you not yet have the instructions back?" upon the answer that the mate had them, said van de Busch did not add: "Well, they do not need them anymore either; the boatswain's mate of the Ganges, who has been to the East Indies several times and knows everything, has now said what is due to the crew, and they have it in writing." Says that he, the accused, knows nothing of that. Says no. Whether that passenger van de Busch did not answer thereto: "Well, then the crew will also see that they are treated well." Says no! Whether these discourses were not held by him, the accused, and van de Busch when the ship was only just advanced around the Canary Islands, and thus long before the revolt was excited on his ship, as well as the aforementioned demanding of the instructions and more rations was made to the captain! Says no, Mr. Busch was never such special friends with him, the prisoner, while Busch is a man who was not only daily drunk, but also repeatedly said that there were no gods, just as he also daily held such discourses with the soldiers on duty, who would, if necessary, give a statement thereof. Says yes. 22. 23. 24. Article 25. Whether, not some time thereafter, the crew was once very displeased that the food was prepared with half salt and fresh water, and murmured among each other about it. Says yes, and that the crew then came to complain to the mate. Whether he, the accused, did not then go directly to the aforementioned van de Busch and the mate, having asked them whether it was also customary on other ships that they prepared the food with half salt and half fresh water. Says no, never to have asked such, but indeed that he, the accused, was present while the crew came to complain about the salt and fresh water, and that the mate had answered thereto, "It is done because one may still have a long voyage," upon which he, the prisoner, also said, "On board the warships it is also customary when one has long voyages." 27. Whether they did not answer thereto that necessity required such here, because they had not yet passed the Line and they anticipated a lack of water. Whether, the captain having come forward thereto, he did not taste the food himself and then asked the crew as before. Says as before. 28. 26. Article 29. Whether anything was also answered to the captain thereupon, and why he, the accused, did not then bring in his interests. Says not to have heard that anything was answered thereto. Whether he, the accused, did not find himself in the waist, several minutes before the crew came above to demand the instructions from the captain. Says no! About what he, the accused, was in conversation there with the soldiers. Lapses. Whether he, the prisoner, did not then say to the soldiers that they should go aft to the captain, and ask what was due to them, and that upon refusal by the captain they should compel him thereto. Says no. Whether the prisoner, having returned from below, did not meet the chief mate Pieter Pietersen! Says no! Whether he, the prisoner, did not immediately say to the chief mate: that when the captain did not give the crew what was demanded, they would then with Says no, but that he indeed said to Pieterse at the moment that the crew came above, "What do those people want to have?" who asked what was lacking there. 30. 31. 32. 33. 34.

Dutch transcription

dezelve afeijsching van meerdere vand Heer busch omgang heeft gehouden „soenen geschied is eensaam dezelve vermits het geen man voor hem was en meestentijds dronken zig van de Busch heeft gezegd dat de bevond, 't geen hij des noods met val„ soldaten in derselver randsoenen „label bewijsen zoude kunnen aan: wierden verkort: toonen niet alleen, waar ook om dat het geen man was die geen godheijd erkende, gelyk menigmaal zine discoursen daar heen strekte met ieder een Ja zelfs met de soldaten die op hun post stonden, zoo dat men de solda„ ten moeste verbieden, met die man te spreeken. Vewalt. 18. Off hij Busch den ged„e toen niet zegt neen dat hij ged, zulx nooyt voorgehouden, dat hij reeds op 9 van buah heeft gehoord maar wel dat hij ged, zulx gezegt heeft op scheepen gevaren hebbende nooijt de murmureering dat zommige fran„ ordentelijker met het volken na „schen gedaan hadden, dat de reijs zoo„ mate der omstandigheeden ruijmer lange duurde met te zeggen zoo als hij ged, hier vooren heeft gezegd dat met de randsoenen heeft zien te hij het volk nooijt zoo goed op ande„ werk gaan = „ve scheepen heeft zien behandelen zegt neen dat hij gev, zulx nooijt off denzelven niet nog heeft vervolgd, van gem: busch gehoord heeft, dat wanneer hij de scheeps instruc„ maar wel dat 'er eens in de nut tie, die hij aan de stuurman Pie„ van de Stuurman Pietersen is gesproken geworden bij geleegen terse geleend had, te rug kreeg hij heijd dat dien stuurman een den ged; daarvan nader zoude over„ boek voor zig had daar hij in „tuijgen. leesde. zegt nooijt an de Jnstructie boek van Om welke reedenen hijgei, bij den„ busch gevraagd te hebben. „zelven van den Eusch om de beloofde Art: 17 wat die man daarop heeft g'ant„ woord" Jnstructie 2 d d d 20. 19. zegt neen zegt dat hij ged„e daar niet van weet. zegt neen! off hij ged„ toen op zeekeren dag wan„ „neer hij opzettelijk na van de busch toegegaan was en gevraagd had: nast gij de Jnstructies nu nog niet te ruge op 't antwoord dat de Stuurman ze nog nad ' voorsch: van de busch niet heeft toegevoegd: wel ze hebben ze nu ook niet meer nodig de boot„ „mansmaat van de ganges die ver scheijde reijze in de Oostjndien ge„ weest en alles bekend is heeft nu gezegd wat het volk toekomt, en zij hebben het op schrift„ off die passagier van de busch niet daarop heeft g'antwoord nu„ dan zal het volk ook zien dat 't wel„ behandelt ward Off deese discoursen door hem Ges„ zegt neen de Heer busch is nooijt en van de busch niet zijn gehouden zulker speciale vrienden met hem gev: geweest terwijl Eusch toen het schip nog maar eeven of een man is die niet alleen da„ omstree de canarische Eylanden Jnstructie te mogen hebben daarop dagelijks heeft aangehouden. art:o 21. Off het volk niet intusschen door den bootsmansmaat van de ganges van d'instructie is g'informeerd geworden. gevordert 22. 2 2 23. 24. gelijks Z½gt Ja. gevordert was, en dus lange voor dat „gelijks dronken was maar ook tel„ „kens zeijde dat 'er geen goden was, de revolte op zijn schip heeft g'exteerd gelijk hij ook dagelijks zulke discour„ mitsgrs: de vooren aangehaalde af„ „sen, met de magt hebbende soldaten eijsching van de Instructies en heeft gehouden die des noods daar meerdere randsoenen bij de capitain van nog zoude verklaring geeven. gedaan is! art: 25. off niet eenige tijd daarna het volk zegt Ja: en dat het volk toen bij de eens zeer te moede is geweest dat Stuurman zijn koomen klaagen het Eeten met half Hout en zoet water was klaar gemaakt en onder elkanderen daar over heeft gemort= zegt Neen zulx nimmer gevraagd te Off hij ged: als toen niet diroct na hebben maar wel dat hij ged: pre voorm„t van de Ousch en de Stuur„ „sent is geweest terwijl het volk kwam klagtig vallen over het man gegaan zijnde hun afgevraagd had n of het op andere scheepen ook Sout en soet water en dat de Stuurman daarop g'antwoord gebruijkelijk was dat men het eeten had 't word gedaan om dat men met half souten half soet water nog een lange reijs hebben kan, waarop hij gev: nog gezegd heeft klaar maakte aan boord van de Oorlogscheepen is het ook gebruijkelijk als men lange reijsen heeft 27. Off zij daarop niet hebben g'antwoord dat hier de noodsaakelijkheijd zulx vorderde want dat men de Linie nog niet was gepasseerd en men gebrek aan water te gemoed zag off de Capiteijn zulx te voren ge„ koomen zijnde niet zelve het eeten geproefd en toen aan 't volk ge„ zegt als vooren vraagd op wan ch 9 ver den 28. 5 26. g'antwoord is. zegt neen! vervalt. zegt neen. zegt neen! Art: 29. Off: daarop ook aan den Capitain iet 1 is g'antwoord geworden, en waarom hij ged, toen zijne belangens niet zegt niet gehoord te hebben dat daarop heeft ingebragt 2 Off hij gee, zig niet eenige minuten voor dat het volk is na boven gekoo„ „men, om de capitein de Jnstructies af te Eysschen bevonden heeft onder in de Kuijl waarovar hij ged, met de soldaten aldaar is in gesprek geweest off hij gev, als toen niet tegen de sol„ daten gezegd heeft dat zij agter op bij de capitain moeste gaan, en vragen wat hun toequam en dat zij bij weij„ „gering van den capitain hem daar toe moesten dwingen 3. off den gev, van beneden te rug ge„ „peerd zijnde niet heeft ontmoet den opperstuurman Pieter Pietersen! Off hij gev, niet terstond tegen den zegt neen, maar dat hij wel tegens opperstuurm heeft gezegd: dat wan„ Pieterse gesegd heeft in 't mo„ „neer de capitain 't volk niet gaf ment dat het volk boven quam, wat willen die menschen hebben 't geen g'eijscht wierd, zij het dan „vraagd heeft wat daar aan manqueer„ de 2 met 30. 31. 32. 33. 34. wer 2

NL-HaNA_1.04.02_10984_0813 view scan ↗

English

Cancelled. Whether that same afternoon the crew, when it had already received more wine and tamarind, did not further discuss among themselves demanding more gin too? Says yes, at the moment that they were given sugar and tamarind they demanded more gin. 35. Whether the crew did not immediately thereupon run above? Says as before. 36. Whether the prisoner on that occasion was not with the mate Pietersen and said, you must not give them any gin, to which that mate answered, we must now just handle everything quietly? Says that he, the prisoner, was with the mate Pietersen and said you must not give them gin, but that that mate answered thereto, we must now just handle everything quietly, and says that we had to beat them all below, or they would take it with force. 37. Whether the prisoner did not thereupon come to the said van den Busch and what he, the prisoner, then spoke with the same? Says he did not. 38. Whether then the aforementioned passenger van den Busch was not on the deck? Says he does not know this. 39. Whether the same van den Busch did not then advise the prisoner to address the soldiers and to say that, whereas they had now received enough wine, they had better leave the gin to use daily? Says substantially to the said van den Busch he said, do you see that the boatswain's mate knew well about the matters of the instruction, adding: I assure you if they are not given the gin all at once, they will immediately come above again. Article 40. Whether he, Busch, did not then further add that if the crew became drunk, great disasters were to be expected therefrom? Says Mr. Busch did not speak about that. 41. Whether he, the prisoner, then also held such before the crew and advised against it, or what he answered thereto? Says Mr. Busch never spoke with him, the prisoner, about that, and only concerned himself with the gin that he had with him. 42. Whether the prisoner, on the contrary, did not substantially state to the same van den Busch: God damn it, no, my soldiers shall have it all at once; it is better with them than with the steward, for then the old raven will not sell it at Batavia? Says that he, the prisoner, advised the crew against this, not to drink gin, but that the crew persisted in their demand. 43. Whether the prisoner, when the aforementioned mutineers had demanded the instructions of the captain, did not give his hand to the principal of them, namely the aforementioned Valbonné, and said, you have nothing against me after all? Says no, Mr. Busch can say a lot, but one needs place no faith in a man who knows no gods. 44. If so, what he, the prisoner, received in answer thereto? Says no. Article 45. Cancelled. 46. Whether that same evening one was not informed that the soldiers would execute during the night the planned conspiracy to take over the ship? Says yes, around half past eight hours he learned from the soldier Sekler that the soldiers intended something again, without knowing what would happen. 47. Who brought this to light and through whom he, the prisoner, first obtained knowledge thereof? Says to have first learned such from Sekler. 48. Whether he, the prisoner, then also immediately, when he learned of the betrayal, revealed such to the captain? Says to have directly revealed such to the chief mate Pietersz, who was already informed thereof beforehand by a certain La Droite. 49. What means he, the prisoner, did employ to prevent the consequences of the discovered conspiracy? Says that he, the prisoner, directly called his corporals above and provided them with everything and posted them for the defense of the ship. 50. Whether the prisoner, shortly before the revolt began, was not found between decks? Says no, when Sekler revealed the conspiracy to him, he was below deck according to custom to inspect the fire and light. Article 51. Whether the corporal La Droite did not then pull him, the prisoner, aside saying, I must urgently speak with you? Says yes. 52. Whether he, the prisoner, did not add to the aforementioned La Droite, if you have something to say, go above? Says as before. 53. Whether he, the prisoner, also listened to such, or what he, the prisoner, answered thereto? Says while La Droite pulled him aside to tell him, the prisoner, something, he, the prisoner, said, what do you want to tell me, and while he, the prisoner, saw from the expression of that man that he had something secret to say to him, the prisoner, he, the prisoner, gestured to him to follow him to the cabin, this having been shortly before Sekler revealed the matter to him. 54. Whether the captain did not previously make known to the prisoner that he was afraid of a revolt? Says as before. 55. What he, the prisoner, answered thereto? Says yes, at the moment that the revolt began. 56. Whether he, the prisoner, did not then say to the captain: I would just give them their demand, then it will possibly work out? Says that it would be best to defend oneself. 57. When and on what occasion the revolt actually began? Says no, not to have been able to speak that much with the captain. 58. Whether it did not happen at the moment that a shot went off? Says around 10 o'clock by estimate, without knowing on what occasion. Says yes, that a shot went off.

Dutch transcription

Vervalt. we moestze altemaal na ondere slaan, met geweld zouden neemen dog dat die stuurman daarop g'ant„ woord heeft wij moeten nu maar alles stil tracteeren zegt als vooren! queer zegt Ia . in 't moment dat hun„ off dienselven agtermiddag het volk zuijker en tamarinde gegeeven wanneer het reeds meerder wijn en wierd hebben zyl: meerder genever tamarinde gekreegen had, niet nog g'eijschd. onder elkanderen heeft gesprooken, om ook meer genever te Eijsschen 2 36. zegt zulx niet te weten. moet hun geen genever geeven. Pietersen nog geweest en gesegt gij tegens denselven van den busch Sub„ „stantieelijk heeft gezegd, ziet gij wel dat de bootsmansmaat van de gan„ „ges van de Instructie wel gewee„ „ten heeft, met bijvoeging: ik ver„ „seker uw zoo hun de genever in een maal niet te gelijk gegeeven word dat ze dan weer direct na„ boven komen. zegt neen dat hij gev, bij de stuurman off hij gev, niet bij die geleegenheijd 38: off hij gee, daarop niet bij gem: van de busch is gekomen en wat hij ged, toen met denselven gesproken heeft. off toen voorsz: passagier van de Ousch zig niet op het dek heeft bevonden= 35. off het volk niet daarop datelijk is na boven geloopen" of en 37. 39. art: 40 zegt de Heer Eusch heeft de Geo„ zegt Neen. daarniet over gesprooken. zegt de Heer Eusch heeft nooijt off hij busch toen niet nog daarbij heeft gevoegd dat wanneer 't volk„ met hem gev„ daarover ge„ „sprooken, en heeft zig alleenig dronken wierd daar door grote bemoeijd met de genever die hij onheijlen te wagten zoude zijn bij zig had zegt dat hij gev, het volk zulx heeft off hij ga, dan ook 1. volk zulx heeft afgeraden, om geen genever te voor ogen gehouden en afgeraaden drenken waar dat het volk bij dan wel wat hij daarop heeft gan hunne Eijsch is blijven persistee„ woord zegt neen de Heer busch kan zoo off hij gev, in tegendeel denselven veel seggen maar men behoeft van den busch daarop niet sub„ geen geloof te slaan aan een „stantieel heeft te gemoed gevoerd: man die geen goden kent. goddome neen mijne Soldaten zullen het op eenmaal hebben het is beter bij hun dan bij de bottelier want dan zal't den ouden raaf 43. niet te batavia verkoopen„ Off hij gev, wanneer de voorsz: Muijtelingen de Jnstructies van de capitain g'eischt hadden, de voornaamste van hun en wel Off denselven van den busch den ged„ als toen niet geraden heeft om de soldaten toe te spreeken en te zeggen dat terwijl zij nu wijn genoeg ge„ kreegen hadden zij de genever Lie ver moeten laten om dagelyk te gebruijken. voorsz: „ren 42. 41. 2 2 2 44. Vervalt. 46. zegt Ja:s omstreep halfs uuren van off men dienselven avond niet is den soldaat Sekter vernomen g'informeerd geworden dat de sol„ te hebben, dat de soldaten iets weder van sints waren zonder te daten des nagts de voorgenome cons„ „piratie om 't schip af te loopen weten wat er Soude voorvallen. zoude ter Executie brengen? zegt van Sekter, zulx 't eerst ver„ wie zulx heeft aan den dag gebragt „nomen, te hebben! en door wien hij gev; het eerste daar van kennis bekoomen heeft. zegt aan de opperstuurman Pietersz off hij gee, dan ook ten eersten zulx direct te hebben g'openbaard wanneer hij het verraad vernam die van te vooren reeds door eene zulx aan den capitain heeft g'open„ La droite daarvan was verwit„ baard" „tigd. 48. zegt dat hij ga, zijne Corporaals direct welke middelen hij ged, wel heeft na boven geroepen en hun heeft in 't werk gesteld om de ge„ van alles voorsien en geposteerd „volgen van de ontdekte Conspi„ heeft tot defensie van 't schip „ratie voor te koomen! 49. zegt neen toen sekler hem de off de gev, niet eeven voor dat de Conspiratie heeft ontdekt was revolte legonnen is zig heeft be„ hij volgens gewoonte onder 't den om na 't duur en Ligt te zien:„ vonden tusschen deks Art: 45. zoo Ja ! wat hij gev, daarop ten antwoord heeft bekomen: voorsz: valbonné niet de handge„ „geeven en gezegd heeft, gij hebt tog niets tegens mij of te bij 50. 47. art: 51. heijd! zegt terwijl La droete hem ter zijde Off hij gev, zulx ook heeft aange„ trok om hem ges, iets te zeggen had, hoord, dan wel wat of hij gev, daarop hij gev, gesegd wat welt gij mij zeg, heeft g'antwoord= „gen, en terwijl hij gev, zag aan de„ minis van die man, dat hij hem gev, iet geheyms te zeggen had zoo heeft hij gee, hem gewenkt om hem te volgen na de cajuijt zijnde zulx geweest kort voor dat sekler hem 't Geval heeft g'openbaart! zegt als vooren. Off de capitain den gev, bevorens zegt Ja: op 't moment dat de re„ niet wel heeft te kennen gegeeven „volte begonnen is dat hij voor een revolte bevreesd was. zegt dat het best zoude zijn om zig te wat hij gev, daarop heeft g'antwoord verweeren. off hij gee, toen niet tegens den zegt neen zoo veel met de capitain niet te hebben kunnen spreeken, Capitain heeft gezegd: ik zou ze hunnen Eisch maar geeven, dan zal het mogelyk wel schikken = 56. wanneer en bij welke geleegenheijd zegt omtrend 10 Uuren na gissing eijgenlijk de kevolte is begonnen zonder te weten bij wat gelegent„ zegt Ja. dat er een schoot losgegaan, off het niet is geschied op 't moment 53. Off hij gev, voorsz: La droete niet toegevoegd heeft als gij iets te zeggen hebt ga dan na boven„ off de Corporaal Padroite hem ges„ als toen niet heeft ter zeyde getroo„ „ken onder 't zeggen ik wil uw nood„ sakelyk Spreeken dat Zegt Ja 1 52. 54. 55. 5 58. ƒ „

NL-HaNA_1.04.02_10984_0817 view scan ↗

English

Article 59. Where the prisoner was at that time? Answers: On the half-deck on the starboard side! 60. Whether the rebels, when they came up, said nothing? Answers: Yes, that the rebels said: where is the Commander, we want to have him, and subsequently hurrah, hurrah. 61. Whether they did not cry out: where is the Commander, and aforesaid: hurrah, attack! Answers: As before. 62. Whether the prisoner also did his best at that time to resist and overpower the rebels? Answers: Yes, and that all the corporals and further persons who are still here can testify to this, because at the moment the rebels came up by force, the prisoner said: fire, and all men who are brave, go to the redoubt. 63. Whether the prisoner on that occasion did not stand with a drawn sword in hand? Answers: Yes. 64. Whether, in the height of the riot, one of the rebels did not come very close upon the prisoner's body? Answers: Yes, that the prisoner then stabbed at him. 65. Whether the prisoner did not then have the opportunity to dispatch that villain with the sword he held in his hands? Answers: As before! That by accident a shot had gone off in the cabin, and that the rebels then thought this was a signal for them. 66. If yes, why the prisoner did not do so? Answers: Says to have stabbed. 67. Whether the prisoner did not merely make some movements and quasi-wrestled with him a bit until he finally slipped from the hands of the prisoner? Answers: Says no, that he had wrestled with another before the shot went off, by name Fij, because that man wanted to go back down! 68. In what manner the riot was subsequently quelled, and when the ringleaders thereof were taken into hands? Answers: Says the riot was quelled in the morning, and shortly thereafter the ringleaders were taken prisoner. 69. Whether the prisoner also knows a certain soldier named Princenraad? Answers: Answers yes. 70. Whether this Princenraad, three days before the revolt began, did not disclose the treason to the prisoner? Answers: Says no, that that Princenraad did indeed say: if the French were such strong and healthy men as the Germans, we would have nothing to fear; whereupon the prisoner said: they will have to keep quiet, otherwise we will know what to do with them. 71. Whether the mentioned Princenraad did not testify and maintain this on board before the full council of war and in the presence of the prisoner? Answers: Says that Princenraad did indeed say so, but later retracted his words. 72. Why the prisoner did not immediately disclose this to the captain? Answers: Because the prisoner did not know that such would be done, as never before. Article 73. Whether the prisoner must not confess to have grossly forgotten his duty, and not only to have known of the treason and concealed it, but even to have given the soldiers much occasion and inducement thereto? Answers: Says no, on the contrary, to have acted according to his duty! 74. Whether the prisoner is not convinced of being thereby highly punishable? Answers: Says not to know otherwise than that he observed his duty. 75. What the prisoner knows to bring forward in his defense? Answers: Says to have no need of any defense, merely insisting that those persons who are still here can give testimony regarding this. Thus interrogated and answered at Cape of Good Hope, the 11 December 1786, before Messrs. William Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Jonkheer Matthias Bletterman, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the prisoner and me, the sworn clerk. Which I witness, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Review Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this aforesaid government, Casimir Lempe, who, after having had these above interrogatories clearly and distinctly read to him word for word, together with his answers given thereto, persisted therein, not desiring that anything more shall be added thereto or taken therefrom. Thus done and reviewed at Cape of Good Hope, the 18 December 1786. was signed: Casimir Lempe In my presence, was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk In the margin stood: As commissioners, was signed: W. F. van Rheede van Oudtshoorn, J. M. Bletterman Agrees.

Dutch transcription

60. zegt Ja: dat de rebellen gezegd hebben off de rebellen wanneer zij naa bo„ waar is de Commandeur wij wil„ ven zijn gekoomen niets hebben ge„ „len hem hebben en vervolgens hoera, zegd hoeva. zegt als vooren. zegt Ja. en dat zulx alle de corporaals Off hij gev, toen ook zijn best heeft ende verdere personen die nog hier zijn zulx kunnen getuijgen want gedaan om de rebellen tegenstand te doen en te overmeesteren dat hij gev, op 't ogenblik dat de rebellen met geweld: boven quamen gezegt heeft geef vuur en alle man„ „nen die braaf zijn gaan na de Rooij 62. 61. Off zij niet hebben geroepen waar is de Commandeur en voorzz: hoera valt aan 63. off den gev, bij die gelegentheid niet met een blote degen in de hand heeft gestaan zegt Ja. dat hij gev, toen na hem off niet in 't nevigste van den Opvoer een der rebellen hem ged: zeer na op 't lijf is gekoomen! off hij gev, toen niet geleegentheijd heeft gehad om dien booswigt met zijn in handen hebbende deegen af te maken, ? 64 gestooken heeft. als vooren! dat p„r ongeluk in de cajuijt een schoot was losgegaan, en dat de revolteurs toen meenden dat dit een zeyn voor hun wa art: 59. zegt op 't halfder aanstuurboord zijde! waar hij ged, zig toen bevonden heeft 2oo gen zegt Ja 65 zegt gestoken te hebben zegt in de morgenstond het opvoer zegt Ja zegt neen dat hij met een ander voor dat de Schoot losging in naame fij heeft gewarsteld om, dat die man we„ „der na beneeden wilde! gestelt kort daarna de bethamels gevangen genoomen te hebben. zegt neen dat die princen raad wel Off deese princenraad niet drie gezegd heeft indien de franschen daagen voor dat de revolte begonnen, zulke sterke en frisse menschen is het verraad aan den ged, heeft waren als de duijtschers zouden wij niets te vreesen hebben, waarop hij te kennen gegeeven gei, gezegd heeft zij zullen zig wel moeten stil houden, anders zullen wij wel weg met hun weeten. off gem: princen raad zulx niet zegt dat hij princen raad wel zulx gezegd heeft echter naderhand zijn aan boord in volle krijg raad en woorden weder ingetrocken. in facie van den gev, heeft be„ tuijgd en staande gehouden zegt om dat hij gev, niet geweeten waarom hij gee, zulx niet ten eers„ heeft dat zulx zoude gedaan wor„ „ten aan den capitain heeft g'open„ „den als nort te vooren.. „baard? off hij gev, ook kend zekere sol„ „daat Princenraad, genaamd Hoedanig den opvoer voort is ge„ „stilt en wanneer mende belha„ „mets daar van heeft in handen gekreegen off hij gev, niet slegts eenige mou„ „vementen gemaakt en met denzel„ „ven guasi wat geworsteld heeft tot dat hij eijndelijk uijt de handen van den geit„ geraakt is? 67 heeft gedaan 2: Art: 66 zoo Ja. waarom hij gev, zulx niet H 68. 69 70 71. 72. Art: 73. gehandelt te hebben! „telijks zijn pligt vergeeten en niet alleen van 't verraad geweeten, en zulx versweegen te hebben, maar zelfs de soldaten, daartoe zeer veel voet in aanleijding te hebben gegeeven 2 zegt neen ter Contrarie na zijn pligt Off hij gev, niet moet bekennen gro zegt niet beter te weten of hij heeft off hij gev, niet is overtuijgd daar zijn pligt betragt... door ten hoogsten Strafwaardig te zijn 75. zegt niets geen verschoning nodig te wat hij ged, tot zijne verschoning hebben, insteerende alleenlijk dat weet in te brengen? die perzoonen die alhier nog zijn daaromtrend getuijgnis kunnen geeven. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 11 Decbr: 1786 voor de Heeren William Ferdinand van Rheede van oud „hoorn en Jh:o matthias Bletterman leeden uijt den E achtb: raad van Justitie voormeld die de mi„ „nute deeses beneevens de gev, ende mij geswclercg mede behoorlijk hebben ondertekend /:laager:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/ R W: D: Riet gesw Clercq - Recollement Compareerde voor de ondergetekende gecomm: uit den E achtb: Raade van Justitie deezes gouvernement voorsz: Casimir Lempe den welken deze zi voorenstaande vraagpoincten, met zijne daarop gege„ /:onderstond:/ vene t van 74. d: pen¬ gegevene antwoorden van woorde tot woorde klaar en duijdelijk voorgeleezen wezende, daarbij te blijven persisteeren, niet begeerende dat er iets meer bij of van gedaan werden zal /:onderstond:/ All Aldus Gedaan en gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 18: december 1786. — /:was geteekend:/ Casimier Lempe /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ R: J: V: D: Rietges Clorq /:in margine stond :/ als gecommitt„s /:was getekend) W fV Reede van Oudshoorn, J: M: Bletterman Accordeert Beijed WWNiel gem Clerq

NL-HaNA_1.04.02_10984_0821 view scan ↗

English

Appeared before the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the Fiscal pro interim Gabriel Ester, in his official capacity, Plaintiff in a criminal case on the one part, against Vincent Claas of Lworne, Christiaan Jansen of Craagenloeni, and Michiel Rood of Straatsburg, the first registered here as a sailor and both of the latter as gunners, currently prisoners of the lords and defendants in the aforementioned case, on the other part. Article 1: And these say, 2. that during the interrogations of the mutineers of the hijacked French merchant vessel La Rozette who were executed on the past 14 October, 3. it appeared to the Plaintiff ex officio, 4. that three of the same, named Etienne and Antoine Tailjasco, together with the carpenter Francois Ros, 5. under the pretext that they were shipwrecked persons and had saved their lives, as well as the watches, boxes, and other trinkets in their possession which they had taken from the officers' chests on that occasion, 6. were not only taken into two inns and kept hidden at this capital place, 7. but that they were even engaged and helped in a clandestine manner by the innkeepers onto the private homeward-bound ship Josephus de Tweede, which was lying at anchor in the roads here at that time; 8. that the Plaintiff ex officio, having subsequently been reliably informed that it was the first two prisoners and defendants 9. who made themselves guilty of harboring and accommodating those criminals, 10. then also, upon obtaining the decree from your Honorable Worships, first had the first 2 prisoners and defendants 11. and thereafter the 3rd prisoner and defendant taken into custody, 12. and had the same respond to such articles as were formulated for that purpose by the Plaintiff ex officio and presented to them; 13. that from the same and further documents attached hereto, it has become evident to the Plaintiff ex officio: 14. that when the aforementioned brothers Etienne and Antoine Failjasco, together with the carpenter Francois Ros, had arrived at the Cape, 15. the first two mentioned arrived on the 16th of the past month of August at the inn De Vrolijke Tafel, 16. where the 1st prisoner resides and operates a tavern; 17. and the latter, Francois Ros, on that same date betook himself to the tavern or the inn called De Prins, 18. where the 2nd prisoner Christiaan Jansen has already lived for 2 years, 19. and was then still acting as an employee of the burgher Christiaan Bam; 20. that the same Taljasco and Ros, having claimed 21. that they had been shipwrecked with a French vessel behind the bay or thereabouts and had saved their lives, together with the gold boxes, watches, and other trinkets they had with them, 22. of which both Italians gave in safekeeping to the 1st prisoner: 2 gold watches, 2 ditto chains, 4 ditto ear ornaments, some small items, together with 26 Spanish dollars; 23. and the said Francois Ros gave in safekeeping to the 2nd prisoner: 3 gold ear pendants, 2 ditto rings, 1 ditto signet and some charms, 24. which they had taken from the said ship; 25. they requested the first 2 prisoners and defendants 26. to please arrange one ship or another for them with which they might depart for Europe; 27. that thereupon the 3rd prisoner and defendant, 28. who, when he had nothing to do, frequented the tavern of the 1st prisoner and defendant and then assisted him in his tavern-keeping, 29. upon the promise of receiving four Spanish dollars if he could procure a ship for those persons, 30. went to the 2nd prisoner to confer with him on how those same criminals might best and quietly be made to depart from here. Article 31: 31. That the 2nd and 3rd prisoners and defendants, having sought an opportunity for this at once, went to the captain of the ship Josephus de Tweede, 32. who, upon their proposal whether he would take along three people who had lost their ship, and upon the assurance that they were not Company servants, 33. agreed to transport the same Taljasco and Ros to Europe on his ship, provided they were willing to perform ship's duty for their food. 34. That thereupon, the departure of the same concealed criminals having been set for the following day, 35. the 1st prisoner and defendant then bought from the same Italians: 1 gold watch for 30 Spanish dollars, 1 ditto ring and some ear pendants for 13 ditto Mexicans, and 1 silver watch thrown into the bargain, and furthermore, in addition to what they had consumed which they paid in cash, received as a present for his wife a pair of gold earrings; 36. while likewise the 2nd prisoner and defendant, besides payment for his lodging, from the aforementioned François Ros 37. exchanged a silver watch for a gold one with a chain, 38. and having received a pair of ear pendants as a gift for his wife, 39. the same Italians and Francois Ros were escorted the following day at the appointed time by the 2nd and 3rd prisoners and defendants to the jetty and thus subsequently brought on board the ship Josephus de Tweede; 40. for which the 3rd prisoner and defendant also received the four Spanish dollars as promised; 41. all of which can be seen more broadly from the interrogations submitted herewith and further documents furnished for the trial, all marked as references; 42. and to which the Plaintiff ex officio takes the liberty to refer for the rest. 43. That thus the crimes of the 1st and 2nd prisoners and defendants consist: 1st. of harboring and concealing persons who had made themselves guilty of the most severe and atrocious crimes; 2nd. of fencing and buying up stolen goods.

Dutch transcription

Compareerde voor den WelEdelen Achtbaren Raade van Iustitie deezes gouvernements de pro in„ „terim fiscaal gabriel Ester ratione officie Eysscher in Cas Crimineel ter eenre op ende Jeegens Vincent Claas van Lworne Christiaan Jansen van Craagen loeni e Michiel Rood van Straatsburg de eerste als matroos en de by de laatstgem: als bosschieters alhier beschyven thans 's heeren gev: en ged: in voorsz: Caster anderen zijde Artl1: Ende deeze zeggen 2. / dat bij de verhoren van de op den 14 October laatstl: geexecuteerde meetelingen van het af„ „geloopen fransch koopvaardij scheepje pa Rozette. 3/ Aan den ratt: off: Eysscher gebleeken zynde, 4 dat drie van dezelve in naamen Rtienneen Antoine Tailjasco mitsgd„s den timmerman francois Ros. Onder voorwendzel dat zij schipbreukelingen 5 waaren en hun Leeven gered, mitsg„s de bijzig hebbende horologies, doozen en verdere kleenodien bij die occasie uit den kisten van de officcieren meede genoomen hadde 6/ niet alleen aan deezen hoofdplaatse in twee heb„ bergen waaren ingenoomen en verborgen gehou¬ maar dat zy ook zelfs door de herbergiers op eene Clandestine wijzen waaren geëngageerd en geholpen op 't des stijds alhier ter rheede leggend particulier retour schip Josephus de tweede Dat den 7: O Eesscher vervolgens in 't seekere zynde geinformeerd dat het de twee eerste gev: en get. zijn geweest. 9 die zig aan het verbergen en huisvesten van die misdadigers zouden hebben schuldig gemaakt „ 10/ dan ook op 't verkreegen decreet van uweEEd„ Achtb: eerst de 2 eerste get: en gedr: „ 11/ en daar na den 3 gur en ged: eeft doen neemen in arrest „. 12/ en dezelve heeft doen antwoorden op zodanige articulen „den. Articulen als door den 7: O: Eysscher ten dien einden waren geformeerd en aan hunt zijn voorge„„ „houden. 1 13 dat dan uit dezelven en verrere ten deezen ge„ „annexeerde stukken aan den 7: O: Esscher is koo„ men te Consteeren. 14, dat, wanneer voorsz: gebroeders Etienne en An„ „toine Failjasco, beneevens de timmerman fran„ „cois Ros aan de kaap waren gearriveerd. 15 /de twee eerstgem: op den 16 den gepasseerde maand Augustus in de herberg de Vrolijke tafel- 16/ alwaar den 1: gev: woond en tappeering drift ge„ „komen zijn: 17/ en de laatste Francois Ros, zig op die zelfse da„ „tum begeeven heeft in 't taphuis of de herberg de Prins genaamt 18/ alwaar den 29 wb: Christiaan Iansen bereids 2 Jaa„ „ren heeft gewoond. 19/. en toen nog als knegt van den burger Christiaan Bamageerden 20/ Dat dezelve Taljasco en Ros hebbende voorgegeeven 21 dat zy met fransch schip achter de baaij ofals waaren gestrand. en hun leeven gesauveerd mitsga„ de bij Zig hebbende goude doosen, horologies en verdere kleenoodien 22/. van welke de beide Halianen aan den 1sen gev 2 gouden horologies 2 do. kettings 4 d:o oorceraden eenige kleeinigheeden, mitsgr:s 26: sp: matten. 23/ en gem: francois Ros aan den 2 gev: 3 gouseen orlietten 2 d:o ringen 1 d:o signet en eenige berloequen hebben in be„ waaring, gegeeven 24 van 't gem schip meeder genoomen hadden 25 aan de 2 eerste gev: en ged: hebben verzogt 26 om hun tog het een off ander schip, waar meede zij naar Europa zouden kunnen vertrekken, te willen beschekken. 24 dat daar op den 3 gev: en gedr: 28 die als hij niets te doen had, in 't taphuis van gep: en ged: heersoesten en hem dan in zyn den 1 woering te hulp quam 29 op beloften van wanneer hij die persoonen éen schip konde bezorgen, vier spaanse matten te zullen genieten 30 naat, den 2 gev: is gegaan, om met denselven te overleggen hoe men deselve misdanigers best en in stilten van hier zoude kunnen doen vertrekken. Art: 31 31/ Dat de 2 en 3 geds en ged: terstond: na geleegend: „heid daar toe gezogt hebbende, zig hebben be„ „geeven naar den Capitain van het schip Iosephus, de tweeden. 32 die, op hun voorslag, of hij drie menschen de„ „welke hun schip verlooren hadden wilden meede neemen, en op de verseekering dat zij geene Comp„s dienaren waren 33 heeft aangenomen dezelve Taljasco. en Ros„ wanneer zij voor de kost scheeps dienst wil„ „den doen, met sijn schip naar Europa over te voeren. 34/. Dat daar op het vertrek van dezelve ver„ „hoole misdaaigers op t' anderen daags bepaald zijnde 35/ de 1=e gev: en ged: als toen van deselven Htali„ „aanen 1 goude horologien voor 30 sp: matten „ d„o ring en eenigen orlietten voor 13 d„o mexicaa„ „nen en ƒ 1 zilver horologie op de koop toe, gekogt mitsgds nog behalven het verteerde dat zij in Contante hebben voldaan, voor zyne vrouw een p„r goude oorringen prasent gekreegen heeft 36 /:terwijl insgeliks den 2 geb: en ged: van voorsz: François Ros, behalve de betaling voor zin Logies 371: een zilver horologie voor een goude met een ketting verzuild. 38, en een p„r oorlietten voor zijn vrouwn vereerd ge„ „kreegen hebbende. 39 deselve Italiaanen en francois Ros Pan„ „deren daags op de bestemde tijd door den 2: en 3 get: en get: naar het zeer hoofd begeleid en zo vervolgens aan boord van het schip Iosephus de tweede gebracht zijn. 40 / waar voor dan ook den 3 ged: en ged: de vier sp: matten volgens belofte bekomen heeft. 41/ gelijk zulx alles breever kan worden gezien uit de neevens deezen overgelegden Interrogato„ „zien en verderen ten processen gefourneerde stukken alle gequoteerd van sef: 42/ en waar aan den R: O: Eyscher de vryheid neemt zig voor 't overigen te refereeren. 43: Dat dus de misdagen van de 1=te en 2 ged: en ged: bestaande. 1„o / in het rusvesten en verbergen van persoo„ „nen die zig aan de allerswaarste en gruwelik„ ste, delicten hadden schuldig gemaakt. 20 in het heelen en opkoopen van geroofde goederen. 9

NL-HaNA_1.04.02_10984_0824 view scan ↗

English

and thirdly in providing the said criminals with a means whereby, departing from here, they could evade the rightful punishments of the law. 44. and that of the 3 prisoners and defendants in concealing the taking in and harboring of those criminals with their stolen goods, together with the aid and assistance shown in word and deed in order likewise to cause the same to escape the hands of Justice. 45. the Officer Plaintiff shall now also endeavor to examine what punishments ought to be imposed upon the prisoners and defendants for the one and the other. 46. That just as it is certain according to law, 47. that one nowhere finds a specific punishment enacted regarding the taking in and harboring of delinquents, any more than for those who assist and provide aid to the same in their flight, 48. 49. but that, the same being counted among the extraordinary crimes, as can be seen in Carpzovius part 11 chapter 126 paragraph 19, 50. the punishment thereof appears to be left to the discretion of the judge, in order, according to the measure of the various circumstances, 51. to punish such persons with whipping, banishment, etc. 52. as can also be seen, among others, in Mr. Moorman under the title of aid and assistance of criminals, who, after first having dealt with the diversity of aids and assistance, very appropriately adds thereto in conclusion on page 384: but secondly, if someone, after the crime has been committed, helps a criminal by taking him in, hiding him, or preventing him from being captured, he must be punished more leniently and with an arbitrary punishment, etc. 53. So it is then likewise sufficiently known to the law 54. that very rarely does the accomplice or helper of a thief, much less the resetter or purchaser of stolen goods, 55. although he be aware thereof, ever undergo an equal punishment to the thief, 56. but that various distinctions are also made in that regard. 57. For just as Mr. Carpzovius in Practica Criminalis chapter 80 numbers 40 and 46 calls the taking in of the thief, as well as the resetting and buying up of the stolen goods, merely an approval of the theft, 58. and one can never by far place the approval of a crime on an equal level with the crime itself, 59. so it also follows thence by natural consequence that the punishments on that account likewise ought never to be equal, but to be reduced proportionally. 60. Whereupon the same Mr. Carpzovius, chapter 80 from number 41, having commented at length, and at number 47 very decisively adds that such persons are likewise subject to arbitrary punishments. 61. And since the prisoners and defendants had no knowledge of the so dreadfully committed misdeed of those criminals, 62. but, having regarded them only as unfortunate shipwrecked persons, therefore sought to provide them with a quiet refuge, 63. the Officer Plaintiff therefore reasonably believes that both in this regard, 64. as well as with respect to the resetting and purchasing of the stolen goods, 65. since the prisoners and defendants in no way acted knowingly and willfully that the said goods had been obtained in so detestable a manner, 66. and they also certainly knew nothing of the absolute death penalty which shipwrecked persons who steal something during the wreck of their ship incur, 67. the punishment to be inflicted upon them for those reasons and according to the said circumstances ought indeed to be mitigated. 68. Yet whereas the defendants and prisoners, notwithstanding the placart issued by this government dated 5 August 1785, whereby it is stipulated that everyone who comes to lodge foreign nations must, before nightfall, report the persons or foreigners who will be staying in their house to the officer of the main guard, 69. have nevertheless not hesitated not only to harbor foreigners here for five days without making it known to the officer of the main guard as aforesaid, 70. but that they moreover also sought secretly to help those same foreigners, 71. who, according to their own statement, had not obtained the goods with which they were received and taken into the house 72. in a permitted manner, 73. to get away from here in order thus to cause them to evade the hands of Justice, 74. together with purchasing and accepting in trade some of the goods brought along in the aforementioned manner, 75. and as has already been alleged hereinbefore, the determination of the punishment for these crimes has been left to the discretion of the judge, 76. so then the said correction ought also to be proportioned according to the motives cited above. 77. And who does not understand then, that in a country situated like this one, 78. which because of the frequent navigation is exposed to various irregularities, 79. one cannot be too watchful of such persons 80. who make their houses available for such practices, 81. as well as of those who, even for so small a price as occurred in this case, 82. readily find themselves prepared 83. to keep hidden here persons whom they do not know, nay who even claim to have been guilty of theft of stranded goods, 84. 85. and to help them from on board the ships in a deceitful manner. 86. And that, however very certain it is on the one hand according to the known disposition of the law 87. that a judge in considering the punishment ought always to choose the milder rather than the harsher side, 88. yet on the other hand through too mild

Dutch transcription

en ten 3:/ in de gem: misdadigers een middel te verschatten waar door zy van hier ggerakende zig de billyke straffen van den rechten konden ont„ „trekken. 44/. en die van 3 gev: en ged: in het verswygen van het inneemen en verbergen dier misdadigers met hunne geroofde goederen, mitsgd„s de met en daad betoonde hulpen en bystand om dezelve insgelijks de handen der Justitie te doen ont„ „straffen. 45 / de 7: O: Eisscher als nu ook zal trachten te ondersoeken welke straffen aan de gev: en gedr: over het een en ander zou behoren te worden opgelegt. 46/ Dat gelik het na rechten zeeker is. 47/ dat men nergens omtrend inneemens en ver„ „bergens van delinquenten zo min als die dezelve in hunne vlugt /bestaan en hulpen verschatten 48 eene bepaalde straffen gestatueerd vind 49/ maar dat deselve onder de buitengewoone misdaaden, zo als bij Carp Loo: p:r 11 Cap: 126. § 19: te zien is gereekend wordende. 50 de slaaff daar van aan 't arbitrium van den rechter Schynt gelaaten te zijn omme naar maaten van de verschillende omstandig heeden 51 de zodaanige met geeseling, bannissement &:a ten punieeren. 52 /gelijk sulx onder meer anderen ook nog bij den Heer Moorman onder den titul van hulpen en bistand der misdaadigers te zien is, en die, na eerst over de verschydentheid der hulpen en bijstand gehandelt te hebben er op P: 384 tot besluit nog Leer gepast bijvoegd doch is het ten tweeden, dat iemand, na dat de misdaad is uitgevoerd een misdadigen helft door hem in te neemen, te verbergen af te belet„ „ten dat hi niet gevangen zaakt, die moet zagter en met een willen keurigen Straffe ge¬ Straft worden & Ao 53/ L is 't dan ook insgelyks den rechten genoeg kennelijk 54 dat zeer seldzaam den meede standen of helper van een dief, veel minner den heelen of kooper van gestoolene goederen. 55/ ofschoon hij des kundig zij, ovijt eene even„ gelyken straffer als den dief komt te on¬ „der gaan. 56/ maar dat daar omtrend al meede diversen distinctien worden gemaakt. 57. 57 /want gelijk de Heer CarpLoo: in prac: Crim Cap: 80 340 en 46. 't inneemen van den dief mitsg„s het heelen en opkoopen van het gestoolene slegts noemt eene goedkeuring van den diefstal. 58 e men den goedkeuring van een misdaad nimmer op verre na in eenen gelyke graad met den misdaad zelven steegen kan. 59/ zo vloeye daar wyt ook by natuurlijk gevolg dat de strassen des weegens al meede nooijt evengelyk maar na evenkeedigheid vermin„ „dert dient te worden 60. /:waar over denzelven Heeren CarpLov: Cap 80 van No. 41. breedvoezig gecommentarieerd heb„ „benden en 147 zeer decicief op laat volgen dat den zodanigen meede aan willekeurigen straffen onderreevig zijn. — - 61/. en nadien nu de gev: en ged: van het zo ver„ „schrikkelik gepleegden defect dier misdadigens geene weetenschap hebben gehad. 62 maar dezelve alleen voor ongelukkigen schip„ breekelingen aangemerkt hebbende hun daar¬ „om een stil heenkomen hebben zoeken te ver„ „schatten. 63 zo vermeend de 7: O: Eysscher dan ook met reeden, dat zo wel hier omtrend, 64 als met betrekking tot het heelen en opkooper van de geroofde goederen. 65 vermits de gev: en geb: geenzints willens en weetens dat deselve goederen op eene zo de testable wijze verkreegen waaren, heb„ „ben gepraceerd /. — 66/ en zij ook zekerlijk van de absolute dood straff dewelke schip breukelingen die bij het verongeluk„ „ken van hun schip iets steelen anaurreeren, niets geweeten hebben 67. /de aan hun te infligeerene straffe om die reeden en na dezelve omstandigheeden wel diend te wor„ „den gemitigeerd. 68/ Dan daar de ged: en ged: niet tegenstaande het placcaat door deeze regeering in dato 5 au„ gust 1785 geemaneert, waar bij bepaald word dat een iegelijk die vreemde naties komen te logeeren/ voor het vallen van den avond de persoonen of freemdelingen bij hun in huis zullende verblijven aan den officier van de hoofdwagt moeten opgeeven. 69 achter zich niet hebben ontzien niet alleen vreemdelingen vijf dagen alhier op te„ houden houden zonder als voorsz: aan den officier van de hoofdwagt bekend te maaken. 70/ maar dat zij ook daar en booven dezelve vreem¬ „delingen. 71/ die de goederen met welke zi zijn geaccepteerd en in huis genoomen. 72 / volgens hun eegen voorgeeven niet hadden verkreegen op eene gepermitteerde wize 73, in stilte van hier hebben zoeken te helpen om hun dus de handen der Justitie te doen ontwijken 74. /. mitsgd„s van de in viervoegen meede gebrachte goederen zommigen op te koopen en in ruiling aan te neemen 75 / en men gelijk hier voren reeds is geallegee¬ eerd de Straffe op deese misdagen te bepaa¬ len aan het aanbitrium van den rechter over„ „gelaaten heeft. 76: / zo zal dan ook dezelve Correctie na de voren aangehaalde motiven behoren te worden geëven„ reedigt. 77/ en wie begript dan niet, dat men in een Land gestitueerd als dit 78. /'t welk om de meerigvuldige zeevaart aan verschydene ongeregoldheeren is geexponeerd, 79/ niet te soigneus kan verragt zijn op de zoda¬ „negen. 80/ die hunne huisen tot dergelyke bedryven ten beste geeven. 81 / zo wel als op de zulke die, zelfs voor een zo geringe prijs als in deezen is geschied. 82, hun ten eersten gereed vinden 83 om persoonen die zij niet kennen Ja die zelvs voorgeeven zig aan strand zoov te hebben schul„ „dig gemaakt 84/ alhier Cache te houren 85/ en op een bedriegelyke wyze van boord van de scheepen te helpen. 1 86/ en dat, hoe zeer het ook aan den eenen kant volgens de bekende dispositie van het recht vryzeeker is. 87/ dat een rechter in het overweegen der staaf„ „te alteyt meer de Lagtste als erdrengste partij behoord te kiezen. 88 echter aan de andere kant door eene alte„ Lachten

NL-HaNA_1.04.02_10984_0827 view scan ↗

English

lax enforcement of Criminal Justice should give no occasion for the reckless violation of the laws. Wherefore and for other reasons, if necessary to be stated more fully, the Prosecutor ex officio, making his demand, concluded that the prisoner and accused mentioned in the heading of this document shall, by definitive sentence of Your Honorable Worships, be condemned to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, and that the first-mentioned prisoners and accused, Vincent Claas and Christiaan Jansen, being handed over to the executioner and each tied to a post and severely scourged, shall subsequently be clapped into irons in order to labor therein without wages for the space of ten consecutive years, either at Robben Island or at the Honorable Company's public works here, and that furthermore the third prisoner and accused, Michiel Rood, after having witnessed the execution, being flogged indoors by the Caffers, shall be sent away from here, so as to remain banished forever from this government and its jurisdiction, along with the first two prisoners and accused, when their term of ten years shall have expired, with condemnation of the accused in the costs and expenses of justice, or to such other end as Your Honorable Worships according to your customary prudence shall deem proper. Was signed: G. Exter. In the margin: Exhibited in Court, November 1786. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, Captain Christiaan Zummack, of competent age, commanding the Dutch private ship Josephus the Second lying anchored here in the roadstead, who, at the requisition of the interim Fiscal the Honorable G. Exter, declared it to be true: That on the 21st of this current month of August, early in the morning, when the deponent had gone from his lodgings to the jetty, he had met there a person of short stature, somewhat brownish, and with some pimples on his face, who addressed the deponent in substance: Captain, would you not do me a favor; there are three poor sailors lodging with me, and they would very gladly go to the fatherland, would you not take them along? The deponent had answered thereto: if they are not servants of the Company, but free people, it does not matter to me, but they can earn nothing, and must work their passage for their board, because my ship is properly manned and I cannot take on more. The said person had replied thereto: I will go and speak to those men about it. That person, having returned shortly thereafter while the deponent was still on the jetty, had said to the deponent: it is well, those men are ready for it, and when can they go on board? The deponent had then said to him: let them go on board whenever they wish; whereupon those persons were also brought on board that very day with the boat of the deponent's ship. That the deponent, having sailed on board the following Friday in order to attend to some business, had upon his arrival on board questioned those persons, namely the one who speaks Dutch, as to what ship they had stayed here from; which person at first somewhat concealed the name of the captain and ship to which he was said to belong, but later, upon the repeated questions of the deponent, admitted that he with his two aforementioned comrades was from a French ship that is stranded behind False Bay, but requested the deponent not to make him known. That this person, having come to the deponent again early the next morning, had requested of him not to make this known, nor to write to the shore, and if the deponent did so, that he along with the other two would see to it that they got off the ship again; the deponent reassured that person and said that he along with the other two need not be afraid, and that he, the deponent, would not make it known. That the deponent, having understood this from that man, directly and in a covert manner wrote a letter to the shore, whereby he, the deponent, made the foregoing known in the manner aforesaid, whereupon those persons were subsequently taken off and handed over into the hands of Justice; the deponent declaring not to have known, when he accepted those persons to sail on his ship, that those persons were from that ship that is stranded behind False Bay, much less that they had deserted that ship, and likewise not that any goods are currently on board his ship. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for knowledge as in the text, prepared.

Dutch transcription

Lachte handhaving der Crimineele Justitie geene occasie tot het achtvaardig overtree„ „den der wetten behoord gegeeven te worden Mits welke en andere reedenen /: is t nood:) nader te de dee„ „ceeren den R: O: Eesseher Eysch doende Conclureerde dat de get: en gedr: in den hoofde deezes gemeld bij vonnisse Refinitiee van UwelEd: Achtb: zullen worden geconvemneerd omme gebracht te worden ter plaatse daar men alhier gewoon is Criminee„ „le sententien te executeeren al„ „daar de by de eerstgev: en getr: Vincent Claas en Christiaan Jansen aan den scherpte ahter overgeleevert en yder dan een paal gebonden mitsgd„s stren„ „gelyk gegeeseld zynde ver„ „volgens in de katting geklon„ „ken zullen worden omme daar in den tijd van tien agter een„ „volgende Iaaren het zey ten robben eilande dan welaan 'S E: Comp„s gemeene werken al„ „hier zonder loon te arbeyden en dat voorts den 3 9cb: en gedr: Michiel rood na de executie te hebben aanschouwd binnen 's kamers door de kassers &ap¬ per gelaatst weezende van hier verzonden zal worden om dus neevens de twee eerste get: en gedr: /: wanneer hun tijd van tien Jaaren zal zijn geexpireerd:/ ten eeuwigen daa„ „ge uit dit gouvernement en den ressorte van dien ge„ „bannen te blyven met Con„ demnatie van de ged: en ged„e in de kosten en misen van Jus„ „titie, ofte tot zodanigen ande„ „ren fine als uwelEd:s Achtb„ naar - e 9 Compareerde voor de ondergeteekende ge¬ Committ„s uijt den E: Achtb Raad van Justitie dee„ „zes gouvernements den op 't hier ter rheede geankert leggend hollandsch particulier schip Josephus de Tweede, Commandeerende Capitain Christiaan Zummack van Competenten ouder„ „dom, dewelke ter requisitie van den prointerim fiscaal d: E. G. Egter verklaarde hoe waar is. Dat op den 21 deezer loopende maand aug„s des morgens vroeg wanneer den Comp„ts uijt zijn Logement na 't Zeehoofd gegaan was, aldaar had ontmoet een perzoon kort van statueur een weynig bruin agtig, en met eenige pakpuij„ „len in het aangezigt, dewelke de Comp„e in substantie, had aangesprooken, Capteijn zoud gij mij niet een plesien willen doen, daar zijn drie armen Matroosen by mij gelogeert, ben die willen zeer gaarne na 't vaderland, zoud gij die niet meede willen neemen, den Comp„s daarop geantwoord had in dien zy lieden geen dinaren van de Compagnie, maar, vrije Luyden zijn, kan mij zulx niet scheelen, egter kunnen zylieden niets winnen, maar moete voor de kost meede gaan, want mijn schip is behoorlijk bemand en meer kan ik niet aanneemen, gem: persoon daarop gerepliceerd had, ik zal er die menschen over gaan spree„ „ken, dien perzoon kort daarop terwijl den Comp„t nog op 't zeehoofd was te rug gekoomen zijnde, en aan den Comp„t gezegt had, 't is goed, die menschen zijn daar toe bereid, en wan„ neer kunnen zijlieden na boord gaan den Comp„e aan hem als toen gezegd stad, laaten zyl: maar na boord gaan, wanneer zulieren willen gelijk die persoonen dan ook dien eij„ „gens ten dag, nog met de bood van des Comp=s schip na boord gebragt geworden zijn. naar derzelver gewoone pru„ „dertie zullen vermeenen te be „hooren /:was getekend:/ g: Exter /:in marginen:/ Exhibitum in Judicie den november 1786. _o Dat Dat de Comp„e des vrydags daar aan, aanboord gevaaren zynde, ten einde eenige affairens te verrigten, den Comp„t dan ook bij zijn komst aan boord, die persoonen en wel de een die hollandsch spreekt hebbende onder vraagt van wat schip sij alhier verbleeven waaren, dien persoon wel in 't eerst een wijnig den Naam van den Capitain een schip waar van hij zoude zijn, ver„ sweegen hebbende, egter naderhand of de herhaal„ „de vragen van den Comp„t beleeven had, dat hij met zijn twee voorm: Cammeraats van een fransch schip die agter de Bray als gestrand is zoude zijn egter den Compt verzogt van hem niet bekend te maaken. Dat die perzoon des anderen daags morgens vroeg weder bij den Comp:t gekomen zynde, en aan hem Comp„t verzogt had, om dog zulx niet bekend te maaken, nog ook niet dan den wal te schrijven, en indien den Comp„s zulx deet, dat hij beneevens de twee andere dan wel maaken zoude dat zyl: weder uyt 't schip geraakte, den Comp„e dien persoon ge„ „rust gesteld en gezegd had, dat hij beneevens de twee andere niet bevreesd hoefde te zijn en dat hij Comp:t sulx niet bekend zoude maaken Dat den Comp„e zulx van dien man verstaan hebbende, directelijk op eene bedekte wijze een brief na de wal geschreeven had, waar bij hij Comp„ts 't voorenstaande invoegen voorm had bekend gemaakt, gelijk dan ook die persoonen vervolgens afgeraad en in handen der Justitie overgeleverd geworden zijn; betuijgende den Comp„e niet geweeten te hebben toen hij dien perzoonen aangenoomen had, om met zyn schip mede te varen dat die perzoonen van dat schip waren die agter de barij fals gestrand is, veel min dat zil: dat schip zoude hebben affgeloo„ „pen, als meede niet dat er zig thans eenige goederen binnen boord van zijn Comp„s schip be„ „vinden zouden. Niets meer verclaarenden geeft de Compt. Voor redenen van wetenschap als in den text bereijd

NL-HaNA_1.04.02_10984_0830 view scan ↗

English

being prepared to confirm the same in further detail. Underneath was written: Thus done on board the ship Joseph de tweede, lying at its departure here in the roadstead at Cabo de goede Hoop, on the 29 Aug=s 1786, before the Gentlemen Willem ferdinand van rheede van Oudtshoorn and Joh:s Smuts, Members of the Honorable and Esteemed Council of Justice aforementioned, who have properly signed the original minute hereof together with the Appearer and me, sworn Clerk, lower was written: Which I witness, was signed: R: J: V: der Riet, sworn Clerk. Review Appeared before us, undersigned Commissioners of the Honorable and Esteemed Council of Justice of this government, the aforementioned Captain Christiaan Lumaak, who, having this his preceding declaration read out to him word for word, clearly and distinctly, declared that he persisted in abiding by it, desiring that nothing more should be added thereto or removed therefrom, and therefore pronounced in affirmation of the truth thereof the solemn words: So help me God Almighty. Underneath was written: Thus reviewed and sworn on board the aforementioned ship, lying at its departure in the Roadstead of Cabo de goede Hoop, on the 29 August 1786, before the gentlemen Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Joh:s Smuts, members of the Honorable and Esteemed Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof together with the Appearer and me, sworn Clerk, lower: Which I witness. witness, was signed: R: J: V: der Riet, sworn Clerk. Appeared before the undersigned Commissioners of the Honorable and Esteemed Council of Justice of this government, the second mate Pieter Amptster, appointed on the Dutch private ship Joseph de tweede lying here in the roadstead, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That on the 21st of this current month of August, the Appearer, by order of his Captain, having brought on board three persons together with a Dutch sailor, which last mentioned had obtained permission from shore. That the first three aforementioned persons had recounted to him, the Appearer, that they were free people, without the Appearer having known that they were said to have remained here from a French ship, much less that they, according to the rumors circulating about it, were said to have run off with a ship. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the same further under oath. Underneath was written: Thus done on board the ship Joseph de tweede, lying at its departure here in the roadstead at Cabo de goede Hoop, on the 29 August 1786, before the gentlemen Willem ferdinand van rheede van Oudtshoorn and Joh:s Smuts, members of the Honorable and Esteemed Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof together with the Appearer and me, sworn Clerk, lower: which I witness, was signed: R: J: V: der Riet, sworn Clerk. Appeared before us, undersigned Commissioners of the Honorable and Esteemed Council of Justice of this government, the aforementioned second Mate Pieter Amstijn, who, having this his preceding declaration read out to him word for word, clearly and distinctly, declared that he persisted in abiding by it, desiring that nothing more should be added thereto or removed therefrom, and therefore, in confirmation of the truth thereof, pronounced the solemn words: So help me God Almighty. Underneath was written: Review. Thus reviewed and sworn on board the aforementioned ship, lying at its departure in the roadstead of Cabo de goede Hoop, on the 29 August 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable and Esteemed Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute hereof together with the Appearer and me, sworn Clerk, lower: Which I witness, was signed: R: J: V: der Riet, sworn Clerk. Appeared before us, undersigned Commissioners of the Honorable and Esteemed Council of Justice, the gunner Michiel Rood, in the service of the Honorable Company, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: That the Appearer, who sometimes when he has nothing to do takes lodgings in the tavern called de vrolyke tafel, and had helped Claas de Spanjaard, as he is commonly called, who runs the taproom there, with serving drinks, there on a certain evening, as he, the Appearer, believes the 16th or 17th of the newly past month of August, certain two French Sailors had arrived. That those Sailors, upon their entering, had asked for a couple of bottles of wine, which were also given to them by the aforementioned Claas. That around ten o'clock the Appearer had still seen the aforementioned sailors in that taphouse, whereupon the Appearer went to the aforementioned Claas and said, in substance: do you know that there are still two sailors in the house. That the aforementioned Claas went forward and asked him in a language that the Appearer does not understand, and after having spoken with them a little, the Appearer had seen that one of those two sailors had shown him, Claas, two gold watches, one of which, along with some small trinkets, was afterwards exchanged by the aforementioned Claas with those sailors. That the next morning, the Appearer having gone to the inn de Prins, a person was also seen there by the Appearer who likewise had such watches with him. That a few days thereafter, the aforementioned Claas said to him, the Appearer, in substance: you should go to Christiaan and ask him whether he would not look for an opportunity to send the aforementioned persons to Europe with one ship or another, for which the Appearer was promised four Spanish Dollars by the aforementioned Claas. That the Appearer having gone to the aforementioned Christiaan and having presented to him, Christiaan, the aforementioned proposition made to him, the Appearer, by Claas, the aforementioned

Dutch transcription

bereid zijnde zulx nader gestand te doen. /:onderstond:/ Aldus gepasseerd binnen boord van 't schip Joseph de tweede leggende op zijn vertrek alhier ter rheede aan Caso de goede Hoop den 29 Aug=s 1786. voor de Heeren Willem ferdinand van rheede van Oudtshoorn en Joh:s Smuts Leeden uit den E: Achtb: raade van Justitie voorm die de minute dezer beneevens de Comp„te en mij gezwoone Clercq meede behoorlik hebben onderteekend, /:la„ „gen:/ 'T welk ik getuijgen /: was getekend:/ R: J: N: der Riet gesuccerdg. Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende gecom„ „mitt„s Uijt den E: Achtb: Raad van Justitie deses gouvernements. de voorm: Capitain Christiaan Lumaak dewelke deze zyne voorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duidelyk voorgeleezen zynde verklaarde daar bij te blyven persisteeren niet begee„ „rende dat er iets meer bij gevoegd afte van gedaan werden zal en sprak dierhalven der waarheid van de solemneele woorde zoo waar„ „lijk help mij god Almachtig /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en B'Edigt aan boord van 't gem: schip leggende op zijn vertrek ter Rheede van Cabo de goede Hoop den 29 au„ „gustus 1786. voor de heeren Willem Perdi„ „nand van Rheede van Oudtshoorn en Joh„s Smuts leeden uit den E: Achtb: Raade van Jus„ „titie voorm: die de minute dezer beneevens den Comp:t en mij gezwo Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:lager:/ T welk ik ge„ „tuijgen getuijgen (:was getekend:) R: J: V: der Riet gesie Cleraq. — Compareerde voor de ondergeteekende gecom„ „mitt„s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie deezes gouvernements, de op het hier ter rheede leg„ „gend hollandsch particulier schip Ioseph de tweede beschyden en tweede stuurman Pieter Amptster van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal Alhier d: E: gabriel Ester verklaarde hoe waar is. Dat op den 21 deeser loopende maand Augustus den Comp„ts ter ordre van zijn Capitain aan boord hebbende gebracht drie persoonen met ende beneevens Een hollandsch mattroos Welk laatstgem: permissie van Land gekreegen Dat de drie eerstgem perzoonen aan hem Comp„s verhaald hadden vrye luiden te zijn zonder dat de Comp„te geweeten had dat zyl: van een fransch schip alhier zoude ver„ „bleeven zijn veel minder dat zyl een schip volgens de gerugten die er van gaan zoude hebben affgeloopen. Niets meer verclaarende geeft den Comp„t voor redenen van wetenschap als in de text „ met Eede bereid zynde zulx naader gestand te doen. /:onderstond:/ Aldus gepasseerd binnen boord van 't schip Joseph de tweede leggende op zyn vertrek alhier ter rheede aan Cabo de goede Hoop den 29 Augustus 1786 voor de heeren Willem ferdinand van rheede van Oudtshoorn en Joh s Smuts lieden uit den E. Achtb: Raade van Justitie voorm: die de minute dezer be„ „neevens de Comp:t en mij gezwClencq meede behoorlijk hebben onderteekend /:lager:/ t welk had. — welk ik getuijgen /:was getekend:/ R: J: V: der Riek geswoCCeroq. — ƒ Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uit den E: Achtb: Raad van Justi„ „tie deeses gouvernements de voorm: twee d Stuurman Pieter Amstijn, dewelke deese zyne voorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorgeleesen zynde verklaarde daar bij te blyven persis¬ „teeren niet begeerende dat er iets meer bij ofte van gedaan werden zal, en sprak dier¬ „halven ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woorden zoo waarlijk neep mij godt almachtig. Aldus gerecolleerd en B'Edigt aan boord van 't gem: schip leggende op zijn vertrek ter rheede van Cabo de goede Hoop den 29 Augustus 1786. voor d' Heeren Willem Ferdinand van Rheede van Oudtshoorn en Iohannes Smuts leeren uit den E Achtb: raade van Justitie voorn: die de minute dezer benevens de Comp„n en mij geswclerog meere behoorlyk hebben onderteekend /: /lager:/ 'T welk ik getuijge /:was getekend./. R: J: V: der Riet gesw Clercq.— Compareerde voor ons ondergeteekende /:onderstond:/ Eecollement. gecommitt„s ƒ Gecommitt„s uit den E: Achtb: Raad van Justitie den in 's E: Comp:s dienst zynde bosschieter Michiel Rood van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den pro interim fiscaal d' E: gabriel Exter verklaarde hoe waar is. dat den Comp„s die somtijds als hij niets te doen heeft wel eens in't zaphuis genaamd de vrolyke tafel, huisvest, en den daaren tap„ „neering drijvende Claas de Spanjaard in de wandeling genaamd, geholpen had, met drank te schenken, aldaar op een sekere avond, so hij Comp„ts vermeent den 16 off 17 der eeven affge„ „wekenen maand augustus gekoomen was, zekere twee Fransche Mattroosen. — dat die Mattroosen bij hun inkoomen gevraagd hadden om een paar boddels wijn die door bovengem: Claas aan hun ook is gegeven gewor„ „den. dat omtrend tien uuren den Comp„t in dat tap„ „huis nog gezien had bovengem: mattroozen wan„ „neer den Comp„t zig na bovengem: Claas begee„ „ven en gezegd had, in substantie weet gy wel dat er nog twee mattroosen in't huis zyn. — dat gem: Claas na vooren gegaan en aan hem gevraagd had in een taal die den Comp„e niet verstaat, en na met hun een weinig gesprooken te hebben had den Comp„ts gezien dat een dier twee mattrosen aan hem Claas ver„ „toond had twee goude Horologies waar van een met nog eenige kleinigheren door gem: Claas met die mattroosen naderhand verruild dat des anderen daags morgens den Compt zig na de herbergh de prins begeeven hebbende aldaar door den Comp„t mede een persoon was gezien die insgelijks zulke horologies bij zig had. dat eenigen dagen daarna door gem: Claas aan hem Comp„t was gezegt in substantie gij moest eens na Christiaan toegaan en vragen hem, of hij niet eens occagie wilde opsoeken om de gem: persoonen met 't een of ander schip na Europa te versenden waarvoor de Comp„n door gem: Claas beloofd was vier Spaanse Matten. dat den Comp„ts zich na gem: Christiaan en 't voorm: door Claas hem Comp„t gedaane propo„ „sitie hem Christiaan voorgesteld hebbende gem: zijn. — d:

NL-HaNA_1.04.02_10984_0834 view scan ↗

English

the said Christiaan had then gone to a certain captain and had asked that captain whether he was willing to take along some persons who had lost their ship, to which that captain had answered that if they were not servants of the Company but free people, it made no difference to him, wherefore those persons were also brought to the beach the following day by the said Christiaan, where he, the appearer, was also present, and where those persons subsequently went on board. The appearer testifying that those persons lodged for a few days at the home of the said Claas, and the appearer was therefore also paid four Spanish dollars by the said Claas for his aforementioned trouble. Declaring nothing further, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if necessary, to confirm this under oath. Thus done at the Castle of Good Hope on 6 October 1786, before the Gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original minute of this together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower down: To which I testify. Was signed: R: J: V: d: Riep, sworn clerk. Extract from the further interrogatories answered before the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice by the sailor Etienne Paljasco of S.t Remo, dated 25 September 1786. Article 1. When he, the witness, with his brother arrived at the Cape, and how long and with whom he stayed there. Answers that that afternoon, as they had come ashore the night before, they arrived at a small house in the mountains, and after they had eaten and drunk a little there, they departed from there because they did not trust those people, going to a small wood where they slept that night, and subsequently from there they came hither on the second day into a house which the prisoner does not know rightly how to designate, where they also, after having eaten and drunk a little, went to a mountain where a Spaniard lives, where they then also remained for four days, this house having been pointed out to them by a boy who spoke Portuguese. Article 2. For what reason the carpenter stayed behind, and whether and when he came to the prisoner again. Says he does not know the reason why the carpenter stayed away from them, as they had left that carpenter in the forest where they had slept, and that carpenter had come to them here the day after their arrival, where he had found them in the attic and had told the prisoner and his brother not to be afraid, as he would certainly procure them a ship to get away from here. Article 3. As whom he, the witness, presented himself in this inn, and whether he was not asked from where he, the witness, comes and in what manner he obtained the goods brought along. Answers that the first evening he was not asked by that man who they were and where they came from, but on the second day he was, when the prisoner also answered that they were from a French ship that had run aground behind False Bay, and that they had salvaged and taken the goods from that ship. Article 4. In what manner and through whose help he, the witness, got on board the private ship Josephus the Second, and what he, the witness, paid for it. Answers that the servant of the Spanish innkeeper procured that ship for them, the prisoners, and he, the prisoner, like the other sailor, each paid that man four Spanish dollars, the prisoner further saying that he became a sailor through the wife of the innkeeper Simon. Lower down: For a true extract. Signed: C: V: Aenssen, Secretary. Extract from the further interrogatories answered before the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice by the sailor Antoine Taliasco of S.t Remo, dated 15 September 1786. Article 1. When he, the prisoner, with his brother arrived at the Cape, and with whom he took lodging. Says that on the third day after they came ashore, they arrived here at the shore, first in a house where he ate and drank a little, which he, the prisoner, does not know rightly how to designate, and subsequently in the house of a certain Spaniard, which was pointed out to him by a black who spoke Portuguese. Article 2. How long he, the witness, stayed there, and whether he also sold, exchanged, or gave into safekeeping any of the goods he had brought along. Answers that his arrival at the Cape was from Wednesday until Monday, having been at the house of that Spaniard, and the prisoner sometimes took a walk around the Cape, and subsequently sold the goods brought along, consisting of a gold watch, a gold ring, and some earrings, to the Spaniard, namely the watch for thirty Spanish dollars, and the other, both ring and earrings, for thirteen ditto Mexican dollars, as well as a silver

Dutch transcription

gem: Christiaan als toen naar sekere Captein ge„ „gaan was, en aan dien Captein gevraagd had, of hij eenige perzoonen wilde meede neemen, die hun schip verlooren hadden, die Captein daarop ge„ „antwoord had, indien 't geen dienaaren van de Comp„s maar vrij luijden zijn, van mij zulx niet scheelen gelik dan ook die perzoonen des anderen daags door gem: Christiaan na Strand is gebragt, alwaar hy Comp„ts mede pra¬ sent was, en waarin die perzoonen, vervol„ „gens na boord gegaan. betuigende den Comp„t dat die perzoonen eenige dagen bij gem: Claas uit en ingegaan zijn, en was hem Comp„t dan ook door gem: Claas betaalt voor zyne bovengem: moeyte vier spaanse matten. — Niets meer verclarende geeft den Comp„t voor redenen van wetenschap als in den text bereid zynde zulx des noods met Eede ge„ „stand te doen. Dat Aldus Passeerde In't Casteel de goede Hoop den 6 October 1786 voor de Heeren Willem Ferdinand van Reede van oudtshoorn en Johannes Smuts leeden uit den E. Achtb: raad van Justitie voorm=t die de minute dezer benevens den Comp„r en mij gezw Clercq mede behoorlijk heb„ „ben onderteekend. /:lager:/ 'T welk ik ge „tuigen /:was geteekend:/ R: J: V: d: Riep gesw: Clercq. — Extract uijt de nadere Jnterrogatoria voor heeren gecommitt:s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie beantwoord door den Matroos Etienne Paljasco van S„tr Remo in dato 25 Sept: 1786. Art: 1 wanneer hij get. met zyn broe¬ /onderstond:/ zogt dien middag zoo als zij snagt. „der 's nagts te vooren aan Land kwamen in't gebergte aan een huijsje aangekoomen te zyn en na dat zy lieden aldaar een weynig gegee¬ „ten, en gedronken hadden van daar, dewijl zyl: die men„ „schen niet vertrouwde gegaan zijn na een kleijne bosse al„ „waar zijl: dien nagt geslaapen hadde, en vervolgens van daar na herwaards den tweeden dag gekoomen te zyn in een huijs, dat den gev: niet ten regten weet aan te duyden al„ „waar zyt: meede na een weynig gegeeten en gedronken te hebben zijn gegaan na een het berg waar een spanjaard in woond waar zijl: dan ook vier dagen en gebleeven zijn, zijnde dit huis hun aangeweesen door een Jongen die por„ „tugeesch sprak. — Art: 2. Uijt wat hooffde den Timmer„ zegt de reeden niet te weeten „man agter uijt is gebleeven waarom den timmerman off en wanneer hij wederom van hun gebleeven is als bij hem gev: gekoomen is. hebbende zyl: die timmer¬ „man gelaaten in't bosch alwaar zyl: geslaapen hadden, en was dien Timmer„ „man des anderen daags na hun arrivement alhier bij hun gekoomen alwaar hij henl: op den zolder gevonden had en den gev: en zyn broeder gesegt niet bevreest te moeten zin dat hij hun wel een schip zoude bezorgen om van hier te kunnen koomen. — voor wien hij get: zig in deese zogt: dat den eersten avond door herberg heeft uijtgegeeven en die man niet was gevraagd of hij niet is gevraagd gewor„ geworden wie zyt waren en „den, van waar hi get: komt, waar zijl: van daan kwamen en op hoedaniger wijze hij maar wel den tweede dag aan de meede gebragte goede¬ wanneer de ged: ook g'ant¬ „ren is gekoomen. „woord had van een fransch schip dat agter de baaij faes gestrand is te zijn, en e goederen geborgen en meede ge„ „noomen te hebben van dat schip. opraat wyze en voor wiens zogt: dat de knegt van aen hulpe hij get: aan boord spaanschen herbergier hen van 't particuleer schip Jo¬ gev: dat schip haare ge¬ procureert, en had hij gev: sephus de tweede is gekoo¬ „ 3. :der aan de Caab is gekoomen hoe lang en bij wien hij zig al„ „daan heeft opgehouden. dien „men 1 2 „ 4 men en wat hij get: daar voor „dien man zoo veel als een heeft betaald. ander Mattroos ieder be„ „taald vier spaanse matten zeggende den gev: verder dat die mattroos, is geworden door de vrouw van den herbergien Simon. — /:lager:/ pro vero Extractie /:getekend:/ C: V: Aens „sen Secretaris. Art . 1. zegt de derde dag na dat zyl: Wanneer hij gev: met zijn aan de wal gekoomen zijn broeder aan de Caab en bij wel alhier aan de wal te zin g' aangekoomen is. arriveerd eerstelijk in een huis daar hij een weinig gegeeten en gedronken heeft dat hy gev: niet te regte weet aan te duijde en vervolgens in pduis van een zekere span„ „jaard, dat hem door een swarte die portugeesch sprak is aangeweesen geworden. hoe lange hi get: zig aldaar Logt van zijn aankomst aan heeft opgehouden en of hy ook de Caab zijnde geweest van het een of ander van zyn Swoendags tot maandag ten huize van die spanjaard meede gebrachte goederen ver„ geweest te zijn en had by geve „ kogt verruyld ofte in bewaa„ somtijds een wandeling rond„ring heeft gegeeven de Caab gedaag en vervol„ „gens het meede gebragte goed bestaande in een goude horologie, een a:o ring en eeri„ „ge oorlietten aan de spanjaard verkogt te weten 't horolo„ „gie voor dertig spaanse matten, ende andere zo rin ge als oorlietten voor derthien d:o mevicaanen als nog een „2. Extract uijt de Nadere Interrogatorie voor Heere gecommitt„s uit den E: Achtb: raad van Justitie beantwoord door de Mattroos Antoine Tali„ „asco van S„t Remo in dato 15 September 1786. — zilveren „2 6 „ d

NL-HaNA_1.04.02_10984_0837 view scan ↗

English

silver watch into the bargain, the examinee having paid to that Spaniard upon his departure, from the aforementioned received money, that which he had paid for it. Article 3. Whether the examinee did not find the carpenter who had stayed behind, and in what place. States that the carpenter had come into the house of the Spaniard, without the examinee having known where he came from. Why the examinee kept himself hidden in the upper loft, and whether he revealed to the innkeeper from what ship and in what manner he had arrived, or whom he passed himself off to be. States that the examinee and his brother did not hide themselves, but had stayed in the upper loft while they were lodging there, and the examinee had amused himself there in the loft playing cards with his brother, the Spaniard having on the first day not asked who they were, but on the second day he did, to which the examinee had answered that he was from a shipwrecked French ship and that he had taken the gold watch and other goods with him when he left the ship. 4. In what manner and by whose help he came aboard the private ship Joseph the Second, and what the examinee promised or gave for it. States that the servant of that Spaniard had sought that opportunity for them on the ship lying here in the roads, for which trouble he paid that man four Spanish dollars, and that opportunity having been procured for them, that man made them leave directly from there, and after that man had also provided them with a hammock and some goods, the examinee had given that man a pair of earrings for it, and for tobacco that the man sold to them, paid some Spanish dollars. 5. On what condition they were taken on board, how long they remained on board, and to whom they gave their goods for safekeeping. States that because the examinee cannot understand Dutch, the examinee does not know on what condition they went on board, since that carpenter had spoken for them, the carpenter having said nothing further to the examinee than we are now going to Europe, and I have said that we are from the lost French ship. States further to have given to the second officer of that ship some piastres and imperial thalers, a silver watch, a pair of knee buckles, a ditto neck buckle, and some pairs of silk stockings, and the examinee had done so because the carpenter had asked him to do so, as it might otherwise be stolen, while the examinee and his brother had no place to store it. Lower down: For true extract. Was signed: C. v. Aerssen, secretary. Extract from the further interrogatories for the gentlemen delegates from the Honorable Council of Justice, answered by the carpenter Francois Bietze L. named, dated 25 September 1786. Article 5. When the examinee found his two mates, the Italians whom he had left while going from the beach to the Cape, again, and where. States that the second day after he arrived here at the Cape in the tavern named the Prince, the next day the servant of the one popularly called Claas the Spaniard came to him and said to him that his two mates were at his house, and the examinee had then gone to his mates, whom he found upstairs in the house, but the examinee did not dare to stay with them long because he was afraid that he would be discovered, and the examinee had subsequently gone directly from there back to his lodging. 6. Whether they had not agreed together, and the examinee being known here, told the other two where and to whom they had to address themselves. States no, that they never spoke anything about that with each other. Article 7. How long and with whom the examinee stayed here. States, as in article 5, to have lodged in the inn the Prince, which is inhabited by one Christiaan, and to have stayed there five days, namely from Wednesday morning until Monday afternoon. 8. Whether the examinee made known that he was from the shipwrecked French ship, or whom he passed himself off to be. States that the examinee had said to that innkeeper that he was from a ship that was shipwrecked, and that he had taken those goods he had with him from that ship, and that they had opened the chests and taken those goods out of them. States further to have said to that man that they were from that ship that was stuck on the rocks behind False Bay, and that they had then gone from that ship taking the aforementioned goods with them. 9. Whether he did not give some goods to the said innkeeper for safekeeping, and of what these consisted. States that the examinee paid that man what he had spent on food and drink, and subsequently exchanged with that man a gold watch with a chain for a silver watch, without receiving anything in return for it, and the examinee had also given into safekeeping to that man three gold earrings, two ditto rings, one ditto signet ring, and some ditto watch charms, the examinee having spent the cash money that he had brought with him. States further that the examinee had also presented the wife of that innkeeper with a pair of gold earrings. 10. Whether the examinee also sold or exchanged anything, and what he received for it. States that he sold or exchanged nothing other than what has been mentioned above.

Dutch transcription

zilveren horolodie op de koop toe hebbende hij geve, aan die span„ „jaard bij zijn vertrek van de voorsz: ontfangene penn: betaald 't geen hij daarvan betaald had. Off hij ged: niet de van hunts zegt dat de timmerman in't agteruyt gebleevene timmer„ man wederom gevonden heeft huijs van den Spanjaard gekoomen was, zonder dat en ter wat plaatzo hij geve) heeft geweete waar if van daan kwam. Waarom hy geve zig op den zegt dat zij geve/ en zijn broe„ boven zolden heeft verborge der zig niet verborgen maar gehouden en af hij aan de her„ hun op de bove zolder opge„ „houde te hebben terwijl zijl: „bergier g'openbaard heeft van daar Logeerde en had hi geve, wak schip en op hoedanige wij„ met zyn broeder aldaar op „ze hij is aangekomen off voor de zolder met het kaard wier hij zich heeft uijtgegeeven speelen zig g'amuseerd hebben„ „de dien spanjaard den eersten dag niet gevraagd waarzyl: beschijde waren, maar wel de twee„ „de dag waarop hij geog g'antwoord had te zyn van een ver„ „ongelukt fransch schip en dat hij de goude horologie en andere goederen meede genoomen had, toen hij zig van boord begaff. 4. Op welke wijze en door wiens zogt dat de knegt van die hulpe hij aan boord van 't par¬ sanjaard die geleegentheijd, ticulier schip Iosepheus de op 't schip dat hier ter rhee, tweede is gekoomen en wat hij de legt voor hun had gezogt geve daar voor heeft beloofd voor welke moeite hij die ofte gegeeven man betaald heeft vier spaanse matten en die ge„ „legentheijd hun geprocureerd zynde, had dien man hun di„ reetelijk van daar doen gaan en na dat die man hun nog een hangmat en eenige goederen bezorgd had had hij gese, aan die man een paar oorlietten daar voorgegeeven, en voor tobak die die man hun verkogte betaald eenige spaan„ „sematten. — Op wat Conditie zijl: zijn aan¬ zegt terwijl hij gev: geen hol„ genoomen geworden hoe lang „landsch verstaan kan weet Art: 3. ƒ zij ƒ — „ 5. zij aan boord gebleeven en aan hij geve/ niet op wat Conditie (wie zij hunne goederen in bewaa„ 6 Zil=t aan boord zyn gegaan „ring hebben gegeeven. vermits die timmerman het woord voor hun gedaan had hebbende die timmerman hem geve/ niet verders gezegd als wij gaan nu na Eurapa, en ik heb gezegd dat wi van't verloore fransch schip zijn. — zegt verder aan de steconde van dat schip eenige piasters en keysersdaalders, een zilvere horologie een paar kuijtjespen een d„o halsgespen, en eenige paare zeyde kousen gegoeven te heb„ „ben, en had hy geve zulx gedaan om dat de timmerman hem zulx genaag had, daar het anders zoude kunne werde gestoolen, terwijl hij gev: en zijn broeder geen plaats had om zulx te bergen:/ /:lager:/ pro vero Extractio. /: was getekend:/ C: v: Aerssen secretaris. — Art: 5. wanneer hij gevr: zyne beyde zegt dat hij de tweede dag maats d' taliaan die hij van alhier aan de Caab gekomen het strand naar de Caab gaan¬ 2 is in de schaggereij gent de de verlaten heeft wederom ge¬ „vonden en waaris. prins en dat des anderen daags de knegt van Claas de spanJaart in de wandeling genaamd bij hem gekoomen is en aan hem gezegd dat zyne twee maats bij hem te huis wa¬ „ken, en had hij gevr: als toen zig na zijne maats begeeven die hij booven in 't huis gevonden had, dog had hij gevr: zig niet lang bij hun duren op houde vermitts hij bevreest was, dat hij zoude ontdekt worden en had hy geozs ver„ „volgens zig direct van daar weder na zijn Logement be„ „gaeven. — off zil: niet te zamen afge¬ Legt neen dat zil: nooijt iets „sprooken en hij gevr: alhier daarover met elkanderen bekend zynde aan de beyde an¬ Extract uijt de Nadere Jnterragatoria voor Heeren gecommitt„s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie beantwoord door den timmerman Plan„ „cois Bietze I. gent, in dato 25: September 1786. gesprooken dere 6. gesprooken hebben. Art: 7. Hoe lang en bij wien hi gevr: zegt, als op art: 5 in de herberg zig alhier heeft opgehouden. de prins gelogeert te zijn ge„ weest die daar eene Christiaan bewoord word en aldaar vijf daagen verbleeven te zijn te weeten van woensdag Smorgens tot maandag middag Off hij gevr: bekend heeft ge„ zogt dat hij gevr: gesegd had maakt dat hij van 't veronge¬ aan die herbergien dat hij „lukte fransch schip was, off van een schip was dat ver¬ voor wien hij zig heeft uitgegee¬ ongelukt is en dat hij die goederen die hij bij zig had „ven. van dat schip had meede genoomen en dat zyl de kis„ „ten g'opend en die goederen daar uijt genoomen hadde;— zegt nader aan die man gezegd te hebben dat zyl: van dat schip waren dat agter de baaijfals op de kleppen vast Lat en dat zijl: als toen van dat schip waren gegaan met mee¬ de neeming der voorsz: goederen. Off hij niet eenige goederen zogd: dat hij gevr: aan die aan gem: herbergier heeft in man betaald heeft wat hij verteerd had en vervolgens met bewaring gegeeven en waarin die man een goud harologie zalke zijn bestaan. met een ketting teegen een zilver horologie verruild heeft zonder iets daar voor uijtgekeert te krygen als meede had hij gevr: aan die man in bewaring gegeeven drie goude orli„ betten, twee d:o ringe een d„o signet en eenige d:o berloeken zynde zij gevz: Contante geld, dat hij meede gebragt had verteerd. — zegt: verder dat hi gevr: nog aan de vrouw van die herber„ „gier, een paar goude oorlietten had praesent gedaan zegt dat hij niets verkogt ofte off hij gevrs ook het een of an„ verzuild heeft als het geen „der verkogt heeft ofte verzuijdd hier vooren is gemeld. wat hij daarvoor heeft dere gezegd heeft waar en bij wien zij zich addresseeren moes„ „ten. ontfangen „ 8. 9 „ 10.

NL-HaNA_1.04.02_10984_0840 view scan ↗

English

To the Right Honorable the President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the undersigned interim Fiscal G: E: Exter that the gunner Christiaan Jansen keeping the inn the Prince, and the sailor Vincent Claas residing in the tavern the Frolicsome Table, did not shrink, on the 16th of the past month of August, from taking in several persons of a foreign nation, and thus the first-named lodged the carpenter of the Spanish private ship La Rosette, stranded a few days before in the western corner of False Bay, named Francois Bieltze, and the last-named lodged two sailors thereof, the brothers Antoine and Etienne Galjasso; that the said innkeepers, notwithstanding the confession of the aforesaid persons that they had saved themselves from a French ship stranded behind False Bay, and had stolen and taken away with them the goods they had with them, consisting of gold watches and chains with similar ornaments and other jewelry, not only continued to hide these people until the fifth day, but also during that time sought to bring the same deceitfully on board the private ship Josephus the Second, lying here in the roads and ready for departure, in order to escape from here with it, the one and the other of those innkeepers having received a gold watch and chain in exchange for a silver one as a recompense; that all this sufficiently appearing here from the inquests taken and answers given by the harbored persons before the commissioner gentlemen, the Petitioner believes that the said innkeepers have, as harborers and receivers of criminals, made themselves most highly guilty and punishable, and he, the Petitioner, will find himself obliged in his official capacity to initiate the necessary proceedings against them; but seeing that the nature of the crime and the lawful punishment thereof require that the Petitioner secure these persons, and this cannot be done without Your Honors' decree authorizing this, the Petitioner turns to Your Honors with a respectful request that it may please the same to qualify the Petitioner to apprehend the persons of Christiaan Janssen and Vincent Claas. Which doing. Signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in court the 21 February 1726. Extract. Was signed: C: V: Aerssen, sworn secretary. Articles drafted and delivered to the commissioner gentlemen of the Honorable Council of Justice of this Government, to examine thereon, at the request of the interim Fiscal, the sailor Vincent Claas of Livorno, presently the lord's prisoner; his answers to be given are to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners of the Honorable Council of Justice of this government, the person Vincent Claas, who has answered to the adjoining question points as is recorded next to each of them. Article 1. The interrogated's name, birthplace, age and capacity. Says Vincent Claas of Livorno, estimated age 36 years, sailor in the Honorable East India Company. Article 2. Whether the interrogated does not keep a tavern in the inn the Frolicsome Table and in whose name. Says: Yes, living in that house as a tavernkeeper in his own name. Article 3. Whether on Wednesday evening the 16th of the past month of August... Says that those two Italians came to the interrogated that evening of the... Article 11. Whether the interrogated was not asked or gave to understand where and in what manner he obtained these goods. Says that that man asked him that, and that he answered the innkeeper that he had taken it from the mate's chest, which was chopped open with an axe. Article 12. Whether the interrogated did not come on board the private ship Josephus the Second through the help of the aforesaid innkeeper, he having represented them as free men who lodged with him and could go wherever they wished, and that he would take them along, and when the interrogated said that he was afraid he would be sent back, the innkeeper had said to the interrogated: you need not be afraid, I said that you are free people and the Captain will take you along if you are not in the service of the Company. Says while the interrogated had gone to the washing place, the innkeeper, when the interrogated came home, said to him that he had been to the Captain of the ship Josephus the Second, and that he would take them along; and as to the rest, as in article 3. Article 13. What the interrogated promised or gave to the said innkeeper for his trouble. Received. Article 14. How long they were on board the said ship, and on what conditions they were accepted there. Says that the interrogated was on board the said ship from Monday to Saturday, and was not engaged except only that they would perform ship's duty for their food. Underneath stood: For the truth.

Dutch transcription

Art: 11. Off hij gevz: niet is gevraagd zegd dat die man zulx aan geworden of te kennen heeft hem gev: gevraagd heeft en dat hij aan die het bergier gegeeven waar en op hoe na¬ nigen wyze hij deese goederen daarop g'antwoord heeft is magtig geworden. dat hij zulx uijt de stuut¬ „mans kist genoomen had die met een bijl open gehakt is geworden. Off hy gevr: niet door huepe zegt terwijl hij gevr: na de van voorsz: herbergier aan„ was plaats gegaan was boord van 't particulier schip die het bergier wanneer Josephus de 2„de is gekoomen hij gevr: thuijs quam tot hem hebbende hij nudt voor vrije gesz: gesegd had dat bij de leeden uijtgegeeven dewelke Capitain van 't schip Josephus bij hem logeerden en gaan de tweede geweest was en kunnen waar zy willen dat die henl: zoude meede neemen en wanneer de gevr: gesegd had dat hy bevreest was van te rug te zullen gezonden warden die het bergier aan hem gevn gesegd had gij behoefd niet bang te zijn, ik heb gezegd dat gij vrye liezen zijt en de Capitain sal uw meere neemen als gij niet in dienst van de Compagnie zyn. als op art: 3. „ 14. Hoe lang Zyls aan boord van zegts dat hij gevr: van Maan¬ gem: schip zin geweest dag tot saturdag daar en op welke Conditie zij al„ aan boord van gem: schip daat zijn aangenoomen ge¬ is geweest en niet g'enga¬ „worden. geert te zijn als alleen„ lijk dat zijl: voor de kost scheeps dienst zouken doen. /onderstond:/ pro vero „ 13. wat hij get: aan gem: herber¬ giet voor zyne moeyte be¬ looffd ofte gegeeven heeft. „ 12. ontvangen. Extractio Extractio /:was getekend:/ C: V: Aerssen Se„ „notaris. Vertoond met schuldigen Eerbied den onder„ „geteekende pro interim Fiscaal G: E Let dat de bosschieter Christiaan Jansen de herbergen ten prins ophoudende, en de mattroos vincent Claas in 't taphuis, de frolyke Tafel, zig niet woonende ^ ontzien hebben, op den 16 der verlee¬ den maand aug„s. verschydene perzoonen van vreemde natie opteneemen en dus den eerstgem: den Timmerman van 't in de Westhoek van de Baaij Fals eenige dagen te vooren gestrande spanse particulier schip la Ro„ „Sette, in naam en Francois Bieltze, en den laats gem: twee matroosen daarvan de broeders Antoine en Etienne taljasso, zijn gekomen te bogeeren dat gem: Herbergiers niet tegenstaande t bekennis van voornoemde perzoonen dat zy C: van een agter de Baay vals gestrande fransche schip zig gered, en de bij zig hebbende goederen bestaande in goude horologies en kettings met diergelyke orlitten en andere Cieraaaen, van daar gehoofd ende meede genoomen hadden niet allee„ „nig gecontinueerd hebben, deze menschen tot de vyfde dag te verbergen, maar ook onder dien tijd gezogt, dezelve op eene bedriegelyke wyze op 't alhier ter rheede en op zyn vertrek leg„ „gende particulier schip Josephus de tweede dadelyk te brengen om daar meede van hier te ontkomen hebbende dien en d'anderen dier. herbergiers een goude horologie en ketting in ruyling tegens een zilvere, tot recompens gekree„ „ger dat dit alles voor heeren gecommitteer„ „dens ingewoonene Enquesten en gegeevene responsive der geherberg den persoonen thans get. alhier genoegzaam komende te consteeren, den R:O: Vertoonden /onder Correctie / vermeend dat meergem: herbergiers zig, als receptateurs en Helerf van misdagdige, ten sterksten schuldig en straffwaardig hebben gemaakt, en hij Z: O: Aan den Wel E: Agtb: Heer praesident en Raade van Jus¬ „titie des Casteels de goede Hoop. Vertoonder „gen Naam. vertoonder zig amptshalven genoodzaakt zal vinden, de nodige proceduren tegens dezelven te entameeren; dan gemerkt de natuur der misdaad en re wettige bestraffing der zelven vereyschen, dat den vertoonden r: Os zig van deze persoonen verzee„ „kere, en zulks niet kan geschieden zonder uwE„ Agtbr: hier toe authoriseerde decreet zo is den J: O vertoonden tot UwE agtbr: zig keerende met eerbiedig verzoek, dat 't welde zelven moge behagen, hem vertoonden te qualificeeren, om de by de persoonen van Christiaan Janssen en Vincent Claas te doen neemen in approhensie /:onderstond::/ 'T welk doende /getekend:/ g: Exter /:in margine:/ Exhebitum in Judi„ cio den 21 February 172 Compareerde voor ons Articulen gedaan maken ondergeteekende gecom„ en aan heeren gecommitts uit „mitss„s uit den E Achtb: raad den E: Achtb: Raaden van Justitie van Justitie deses genvets¬ des Casteels de goede stoop „nements de perzoon vin„ overgegeeven om ter requisitie „cent Claas dewelke op de nevenstaande vraag poincten van den prointerim fiscaal daar„ „op gehoord te worden de Mattroos zodanig heeft geantwoord als benevens een ieder den Vincent Claas van Livorne „zelver aangetekend staat. thans 's heeren gev: zullende deszelvs te geeene responsive in marginen dezer behoorlyk E worden bekend gesteld.— zegt vincent Claas van des gev: naam geboorte Lworne na gissing oud plaats ouderdom en quliteit. 36 Jaaren matt„s in der E: O=oJ: Comp„e. Legt: Ja als tapper in dat huis te woonen op zijn ei¬ „ 3. off niet op woensdag doond zegt dat die twee stadiaanen den 16 der gepasseerde maand bij hem gev: dien avond van Off hy gev: niet in de her„ bergen de vroeyke tafel tap noering dryf en op wiens. naam. „ 2. Art: 1. den Augs. - -

NL-HaNA_1.04.02_10984_0843 view scan ↗

English

on the 16th of August came with more sailors and that they did sleep some nights at the prisoner's place, though they came and went occasionally, about which the witness had no suspicion. Article 4. Whether these Italians did not say, they being brothers, that they came from the wrecked French ship, from a brigantine? Says: no, that they said nothing to the prisoner about coming from a brigantine. Etienne Tagliasco, entering, charges the prisoner to his face that it is the truth, just as the question dictates. Antoine Tagliasco also says that this is the truth. The prisoner says that he is unaware of this and that the witness cannot understand Italian and Spanish well. Antoine Tagliasco charges the prisoner to his face that he spoke with the prisoner in Spanish and also told him such in that language. The prisoner abides by what he said before. 5. Whether the said Italians did not give some goods to the prisoner in keeping, and of what these consisted? Says: Yes! And that those goods consisted of two gold watches, two ditto chains, four ear ornaments, some small items, and twenty-six Spanish dollars. 6. Whether these Italians did not say that they took these goods with them from the said French ship? Says: No, and that the Italians said that they brought these with them for trade. Antoine Tagliasco says to the prisoner's face that he told the prisoner, we took those goods with us from that ship that was stranded. The witness abides by the negative. 7. Whether the prisoner did not seek an opportunity to bring these people on board, and with the help of his servant procured such for them on the private ship Josephus the Second? Says: No, that he arranged nothing for them and also asked nothing of anyone of that nature on their behalf. Antoine Tagliasco charges the witness to his face that he requested the prisoner to look for an opportunity for them to get away, and that the prisoner assigned the commission to a man who was with him to carry it out. The prisoner abides by the negative. Article 8. Whether the witness did not, for his trouble, receive a gold watch with chain, several seals and trinkets, as well as some other ornaments of gold for a silver watch and 65 rixdollars, his servant having received 4 Spanish dollars? Says: Yes, that he exchanged the goods and gave in exchange as the question dictates, but knows nothing of the four Spanish dollars that the servant is said to have received, and that the prisoner's servant was in False Bay at the time. Article 9. Whether the prisoner, having procured the opportunity, did not cause the Italians to depart directly to their house? Says: that the witness did not seek an opportunity for them, but did arrange some things at the house, having provided a hammock and some small items. The person of Antoine Tagliasco says the truth is that after the opportunity was procured for them, they departed from there. The prisoner abides by the foregoing. 9½. Whether the prisoner did not also receive a pair of gold earrings from the Italians for the prisoner's wife? Says: that might well be, yet he cannot remember it. 10. Why the witness did not report to the main guard that foreign seamen were lodging with the witness? Says: he cannot read what was published concerning this by the government here, and pleads guilty in that regard. Article 11. Whether the witness has anything more to add for his exoneration? Says: it may well be that he did not report something as it was, yet not having known where those people were from; but concerning the last questions, he confesses guilt and on that account requests a merciful punishment. Thus questioned and answered at Cape of Good Hope on the 29th of September 1786. Before the gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honourable Court of Justice aforementioned, who have duly signed the minutes of this together with the questioned and me, the sworn clerk. Beneath: Which I witness. Was signed: R. J. v. d. Riet, sworn clerk. Verification. Appeared before us, the undersigned commissioners of the Honourable Court of Justice of this government, the above-mentioned Vincent Claas, to whom this interrogation having been read aloud clearly and distinctly word for word, testified that he abides by and persists with it, desiring that nothing more shall be added or removed, except only that he only knew on the third day that the goods which the Italians had with them were from the stranded ship. Beneath stood: Thus verified at Cape of Good Hope

Dutch transcription

den 16 aug„s gekomen zijn met aug„s twee Italiaanen bij gem: gev: gekoomen zijn, om bi hem te lo„ nog meerdere mattroosen en „geeren en gebleeven zijn tot maan„ dat zijt= wel eenigen nachten bij hem gev: geslapen hebben „ dog daar aan ' egter, af en toe gegaan zijn, waarop hij get geen erg gehad had. Art: A. Off deeze staliaanen niet ge„ zegt. neen niets aan hem gev: „ zegd hebben, broeders te zijn en gezegt te hebben, als wij zijn van 't verongelukte franse schip van een bregantijnƒ te komen. Etienne Taljasco binnen tree„ „dende zogt den gev: in facie zulx aan dat 't de waarheid is, zo als de ornag dicteerd. - Antoine tabfatsco zegt mede dat zulx de waarheid is ne„ de ged: zegt „ zulx onbewust is en dat hij get: geen goed Ha„ „liaansch en spaansch verstaan kan. — Antoine Taljasco Leyd den gev: g in facie dat hij met den gev: in het spaansch gesprooken had en ook in dit taal zalx gezegd te hebben. — de gev: blyft bij 't geen dat hij hier voren heeft gezegd.— „ 5. Off gem: Italiaanen niet ee„ zogt Ja ! en hadde die goe„ nigen goederen aan hem gev: „deren bestaande in twee in bewaaring hebben gegeeven, goude horologies twee d:o ket¬ waarin zulks zijn bestaan. „tingen, vierde oorcieraden ee „nige kleinigheeden en ses en twintig spranse matten. „ 6. O zegd. Neen en hadden rie se die Italiaanen niet ge„ staliaanen gezegd dat zyt „zegd hebben, deze goederen zulx voor Negotie hebben van gem: franse schip te heb„ meede gebragd. — „ben meede genoomen. Antoine Taljasco zegd de gev: in facie dat hi aan den gen: gezegd had, wij hebben die goederen mede genomen van dat schip dat ef gestrand cas. de get: blyft bij de negative. zagd N een hun niets bezorgd #f Ey gev: niet een geleegen. t „ en ook aan niemand voor heeft gezogt deze men„ hee hun „schen 1 „ 7. hun iets gevraagd te hebben „schen aan boord te brengen en met hulpe van zijn knegt van die natuur hunl: zulke geprocureert heeft Antoine Tabjaseo Legt aen get: in facie dat hy den gev: op 't particulier schip Josephus verzogt heeft om voor hun de tweeden? een gelegentheid te zoeken om weg te komen en dat den gro: aan een man die bij hem was de Commissie had opgedraagen en zulx ter uitvoer te brengen. de gevs blyft bij de negotive. Off hij get: niet wegens zyn zogd: Ja geruild te hebben de moeyte een goude horologie met goederen en toegegeve zo als ketting, verscheidene percoque en de vraag dicteerd, maar orlietten benevens eenige andere niet te weeten van de vier Cieraden van goud ontvangen Sp: matte die de knegt zoude heeft voor een zilvere horolo„ ontvangen hebben en dat zyn gie en 65 ryksd„s hebbende zyn res gev: knegt toen ter tijd in gev: knegt 4 sp: matten gekree„ de baay fals geweest is. gen. off hij gev: de gelegendheid Legd: dat hy get: geen gelegen¬ geprocureerd zynde d'Stali„ heid voor hun gezogd heeft „aan en niet directelijk heeft maar wel aan huijt een en ander bezorgd te hebben op doen vertrekken naar hul: nog een hangmat en eenigen de heis. - kleinigheeden bezorgd te hebben. de perzoon van anthoine tal„ „Jasco zegd de waarheid te zijn dat na dat de occasie hun geprocureert was zyl: van daar zijn gegaan de ged: blyft bij 't voorgaande. 9½. Off hij gev: niet nog een paar zogt zulx wel te kunnen goude oorringen van de stali„ zyn egter niet te kunnen „aanen ontvangen heeft voor zijn her Linneren. gevr: vrouw. P. zegt niet te kunnen leezen „ 10. Waarom hi get: niet aan de Art 8. hoofdwagt „3. „ 't geen er dient weegen door hoofdwagt heeft aangegeeven de te geering alhier is geplu„ dat neem de scheepeling, en wil „bliceerd de daar omtrend bij hem get: Logeerde. schuldig te zijn. — Art: 11. hij get: nog iets meer 64 ƒ zegd wel te kunnen zijn, tot zyne verschoning zal heb„ dat hij iets niet opgegee¬ ven heeft zo als zulx is eg„ ben bij te voegen „ter niet geweeten te hebben waar die menschen van daan waaren maar wel omtrend de laatste vraagen, schuld te bekennen en diesweegens genadige straffe te verzoeken. aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 29 September 1786. voor de heeren Willem ferdinand van Ree„ „de van Oudtshoorn e Johannes Smuts leeden uit den E: Achtb: Raad van Justitie voorm: die de minute dezer benevens de gevr: en mij geswclerg meede behoorlyk hebben ondertte „kend. /lager :/ 'T welk ik getuijgen: / was getekend:) R: J: V: B: Riet geswClercq. Recollement. e Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt:s uit den E: Achtb: Raad van Justitie deeses gouvernements bovengem: Vincent Claas dewelke deeze interrogatorie klaar en duidelyk van woorde tot woorden zynde voorgeleezen, betuijgde daar bij te blyven per„ sisteeren met begeerte dat er niets meer bij of van gedaan worden zal als alleen dat hij eerst de derde dag heeft geweeten dat de goederen die de Italiaanders bij zich had¬ „den van 't gestaande schip waren. /:onderstond:/ aldus gerecolleerd aan Cabo de goede /:onderstond:/ Hoop

NL-HaNA_1.04.02_10984_0846 view scan ↗

English

Further articles drawn up and submitted to the commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, to be heard thereon, at the requisition of the Fiscal pro interim J. Exter, the sailor Claas Vincent; the answers given by him to the interrogatories will be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the sailor Claas Vincent, who to the adjoining question articles has given such answers as are noted beside each of them. Article 1. Whether on that very same evening, when the Italians arrived in the prisoner's tavern, the artilleryman Mechiel Rood was also present? Answers yes. 2. Whether he, the prisoner, after ten o'clock, was not warned by the said Rood that there were still sailors in the house? Says he does not know whether that man told him, the prisoner, on that exact evening, although he often did so. Whether he, the prisoner, did not directly go to the front to them and speak with them there, and whether the goods in question belonging to them were not shown to him, the prisoner? Answers yes, that he went to the front and spoke with them in the Spanish language, those people having shown him, the prisoner, some watches. 3. [Left blank in original] Good Hope, 3 November 1786. Was signed: a cross, and written around it: this mark was made by the own hand of Vincent Claas. Lower: In my presence, signed: C. Van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: Johannes Martinus Horak and A. V. Sittert. Article 4. Whether he, the prisoner, did not speak a few days later with the above-mentioned Mechiel Rood and tell him that he, Rood, must go to Christiaan and ask him whether he, Christiaan, would look for an opportunity by which the aforesaid sailors could depart for Europe? Says no, that he never spoke to Michiel Rood about that, much less sent him. Michiel Rood, entering, affirms the truth of this to the face of the prisoner. The prisoner persists in his denial. 5. Whether he, the prisoner, did not promise the frequently mentioned Rood four Spanish dollars for this, which he, the witness, also handed over to him in person? Says he did not promise, much less give, four Spanish dollars. Michiel Rood affirms to the face of the prisoner the truth thereof. The prisoner persists in the denial. States further that concerning the goods which the sailors had with them, they had told him, the prisoner, that they had taken them along from their ship, which was smashed to pieces on the rocks ashore. 6. Whether he, the prisoner, will not thus confess that in his first interrogation he concealed the truth and declared entirely contrary to the same, by saying that he did not know where those people came from, whereas he now confesses to have heard on the third day from those Italians that they were from a French ship which was stranded behind False Bay, and also knowing well that Mechiel Rood received four Spanish dollars from the Italians? Answers to having spoken somewhat beside the truth by saying that he did not know where those people came from, and that he now confesses to have heard on the third day from those Italians that they were from a French ship that stranded behind False Bay, and also knowing well that Mechiel Rood received four Spanish dollars from the Italians. To show the prisoner a certain paper and ask whether he did not write that paper, and for what reason he therein requests said witness to assist him by saying that said witness did not know that those people were from that stranded ship? Answers, confessing that he had this written in order to bring the truth to light thereby. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, 10 October 1786. Before the gentlemen Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Mattheus Bletterman, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes of this together with the appearer and me, sworn clerk. Lower: Which I attest. Was signed: R. J. van der Riet, sworn clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the above-mentioned person Vincent Claas, who, having these interrogatories with his answers given thereto read out clearly and distinctly, word for word, declared to persist therein, and especially that he gave no commission to Michiel Rood to help the Italians get away. Thus re-examined at the Cape of Good Hope, 3 November 1786. Was signed: a cross, and written around it: this mark was made by the own hand of Vincent Claas. Lower: In my presence, signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners, signed: Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert.

Dutch transcription

adere Articulen gedaan make Compareerde voor ons en aan heere gecommitt:s uyt den E Achtb: ondergeteekende gecommitt„s Raad van Justitie des Casteels de uijt den E: Achtb: Raad van goede Hoop overgegeeven, omme Justitie deeses gouverne„ ter requisitie van den prointerim A „ments de Mattroos Claas Fiscaal 9: Exter daar over gehoord vincent dewelke op de ne„ te worden aen Matroos Claas ven Cem „venstaande vraag articule tars 's heeren gevr: zullende des„ zodanige antwoorde gegee„ „zelfs geevene Responsiven in „ven heeft als bezyde en L margine deeser behoorlijk worden yder derzelven is bekend bekend gesteld. gesteld. Legt Ja. „ 2. Off hij gevr: naar tien uuren zegt, zulx niet te weeten nieft door gem: lood is gewaar„ of dien man Juist die schouwd geworden, dat er avond aan hem gevr: heeft nog mattroozen in't huis waa„ gezegdt hoe wel hij 't dek„ „ren. „wies gedaan heefd. — Off hij gevr: niet rerestelijk Legt Ja dat hij na vooren maar vooren by dezelve is is gegaan en met hun gegaan en daar met humlieren gesprooken in de spaanse taal, hebbende die men, gesprooken te hebben de ques„ „schen aan hem geve vertoond „tioneerde goederen van Chunl: eenige horologien. — aan hem gev: zijn vertoond ge„ „worden. „3 Off niet dien eygensten avond, wanneer de by de Italiaanders in zijn des ger: herberg gekomen za zijn ook present is geweest den artillerist Mechiel Rood! Art: 1. Hoop den 3 Nov: 1786 /: was getekend:/ Kruis /:en daar om schreeven: dit merk steld eygen„ „handig vineert Claas. /:lager:/ mij praesent /:getekend:/ C: Van Aerssen, Secretaris. /: in mar„ „gine :/ als gecommitt:t /:getekend:/ Ioh:s M„s Storak en A: V: Sitterts. Art: 4. - . .. Art: 4. off hij geve niet eenige daagen zegd Neen Michiel Rood nim„ daar na met booven gem: Me„ „mer daar over gesprooken „chiel Rood heeft gesprooken en veel min gezonden te hebben. hem gezeijd. dat hij rood na Chris„ Michiel Rood binnen koomende „ tiaan moest gaan en denzel„ zegt den gev: in facie de waar„ ven vraagen of hy Christiaan heid daar van aan een geleegendheijd wilde zoeken met welken voorsz: Mattroozen de ged. blyft bij de negotive naar Europa konde vertrekken s „ 5. of hij gevr: aan meer gem: zegd niet beloofd veel min Rooi daar voor beloofd heefd vier Sp: Matte gegeeven te vier sp: Matten die hy get: ook hebben. — zelve aan den zelve heeft af„ Michiel Rood Legt in facie „gegeeven. van de ged: de waarheid van dien de gev: blyft bij de negotie zegt nader dat omtrendt de goederen die de Mattroose bij zig gehad hebben, zyl: aan hem geve gezegt hadde dat zil= dat meede genoomen hebben van hun schip die aan strand op de klippen aan stukken geslaagen was. Off hij gev: dus niet zal be„ Logt wel eenigzints besijde : de waarhid gesegd te heb„ „kennen in zijn eerste verhoor be, met te zeggen dat hij de waarheid verborge en geheel niet zoude geweete hebbe bezyde dezelve te hebben gede„ waar die Mensche van daan eclareerd. kwaame, dat hij tans be„ „kend, de derden dag van die Jtalianen gehoord te hebben dat zyl: van een fransch schip waaren die agter de braijfals gestrand is, en ook wel te weeten dat Mechiel rood vier Sp: Matte van de Italiaanen ontfangen heeft. Legt: te erkennen dat hy zulx heeft laate schryfen om de waarheijd daar door aan de dag te brengen. Den gev: seeker papiertje te vertoonen en te vraagen of hy niet dat papiertje geschreeven heeft, en om wat reeden hy daarin versoekt hen geon: bystand te doen met te zeggen dat hij geen. soude geweeten hebben dat die men „sche van dat gestrande schip waaren. /:onderstond:/ ke ƒ en „ 6. /:onderstond:/ Aldus gevraagde Beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 10 October 1786. — voor de heeren William ferdinand van Reede van oudtshoorn en Iohannes Mattheas Bletter„ „man leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm. die de minuten deezer beneevens de Compa ende mij geswclercq meede behoorlijk hebbe on„ derteekend /: lager:/ 'T welk ik getuijgen /. was getekend:/ R:J: V: d: Riete geswlerig Compareerde voor ons ondergeteek: ge Committ:s uit den E: Achtb: Raad van Jus„ „litie deezes gouvernements bovengem: pen„ „zoon vincent Claas, dewelke deezer in„ „terrogatoria met zyne daarop gegeevene respansive klaar en duidelyk van woorde tot woorde klaar en duidelijk zynde voor„ geleesen, betuigde daar by te blyven persis¬ „teeren, en inzonderheid, dat hij Michiel Rood geen Commissie heeft gegeeven om de stali„ „aanen weg te helpen. Aldus gerecolleerd aan Cabo ge goede Hoop de 3 Nov: 1786 /:was getekend:/ kruis /: en daar om schreeven:/ dit merk stelt eigenhandig vincent Claas /:lager:/ Mij praesent /:getekend:/ C: van Aerssen Secretaris /:in margine:) als gecommitt:s /:getekend:/ Iohannes Martinus Iozak en Andries van Sittert. Nrticulen gedaan maken en Compareerde voor ons ondergeteekende ge aan heeren gecommitt s uit den E: Achtb: Raade van Jus„ „committ„s uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes „titie des Casteels de goede gouvernements den per„ /:onderstond:/ Recollement ^zoon Hoop - -

NL-HaNA_1.04.02_10984_0849 view scan ↗

English

...son Christiaan Janssen de Hoop, submitted in order to be heard thereon at the requisition of the ad interim Fiscal J: Exter, the gunner Christiaan Janssen of Craageloire in Denmark, currently in the service of the Lords, whose answers to be given shall be duly recorded in the margin hereof opposite each of the respective question points. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and status. States: Christiaan Jansen of Laagenloeni situated in Denmark, aged about thirty years, and employed here as a gunner. 2. Whether the prisoner's dwelling is not the tavern De Prins, how long he has lived there, and whether he lodged there as a servant or for himself. States: Yes, residing in the tavern De Prins and having lived there for about two years as a servant of the burgher Christiaan Bam. 3. Whether on Wednesday the 16th of last month, August, in the morning, ship's carpenter François Ross did not come to him, who ate and drank with the prisoner. States that the carpenter came to him on a Wednesday evening and had asked for a bottle of red wine, which was given by him, and that the carpenter stayed with him that night, as he had told the prisoner that he was employed on a private ship here in the Roads, and that this man had also named to the prisoner that he was from the ship Josephus the Second. 4. Whether this carpenter had not stayed lodged with him until the Monday thereafter. States: No, that this carpenter had only lodged with the prisoner for one night. The carpenter, stepping inside, says to the prisoner's face that he slept at the accused's place for five nights, or as long as he was ashore here, and that he lodged with no one else, namely the first night on a bench in the room, the second night next to him, and the three remaining nights in the attic with an old black youth. The accused persists in the negative. Article 5. Whether that carpenter had not said to him that he was from the ship that sat on the rocks behind False Bay, with the carpenter and some others having left it. States that the carpenter had said that he was from the Dutch private ship Josephus the Second, and not from the French ship. The carpenter, stepping inside, says to the accused's face the truth of the question; the accused persists in the negative. 6. Whether he furthermore did not take into safekeeping some goods and money from the said carpenter, which the same said he had taken from the said ship. States that he indeed took goods from the carpenter into safekeeping, but did not know that he had stolen them from the French ship. The carpenter, stepping inside, tells the prisoner the truth to his face, and moreover that he took the goods from the chests of that ship and had chopped open the chests. The accused persists in his answer. 7. Whether the said carpenter himself did not add that these goods belonged to the mate, whose chest they had opened with an axe. Says: No. The carpenter states this again to the face of the prisoner, that it is the truth. The accused persists in the negative. 8. Whether he was not then asked by that carpenter what ships were lying in the roads, and requested to help him onto a ship departing for Europe. States: No. The carpenter, stepping inside, says again that this is the truth, and moreover that the prisoner had said to him, the carpenter, you need have no fear. The prisoner persists in the negative. Article 9. Whether he did not do so, and spoke about it with the captain of Josephus the Second, adding that they were free men who could go where they wanted and lodged with him. Says: Not to have spoken with or seen the captain. The carpenter, stepping inside, says to the accused's face that when he came home from the washing place, the prisoner had said, everything is ready now, that captain asked me if you are free, to which I answered that you are free; and the next day the prisoner had also gone to the beach and spoken with the captain and had made him, the carpenter, and the other prisoners go into the boat. The accused persists in the negative. 10. Why he did not report to the main guard that a carpenter from a French ship was lodging with him. States: That the carpenter had said he was from the Dutch ship, and for that reason did not say so. The carpenter, stepping inside, says to the accused's face that since he had already known the prisoner for a long time during his previous stay here, and when he now came into the house of the accused, he had even greeted him by name, saying: Good day, Christiaan. 11. Whether he did not receive in return a gold watch with a similar chain, against a silver watch, with a pair of earrings as a present for his wife, when the prisoner was asked about it. Says: Yes, that he received such, but also when he heard that the carpenter was from that French ship, he brought it to the requisitioning party.

Dutch transcription

„zoon Christiaan Janssen de„ Hoop overgegeeven omme ter „welke op de nevenstaande requisitie van den prointerin vraag poincten zodanig heeft fiscaal 9: Exter daarop gehoord geantwoord als benevens een te worden, den bosschieter Christi„ ieder derzelver aangetekent„ aan Janssen van Craage loire in denemarke thans s heeren geör„ Staat. zullende deszelvs te geevene res„ „ponsiven in margine dezer behoor„ „lyk worden bekend gesteld. Art s. des gev: Naam geboorte plaats ouderdom en qualiteit. „ 2. Off zijn gev: wooning niet is de Legt: Ja: in de herberg e prins herberg de prins hoe lang hij woonagtig te zijn en aldaar aldaar woond en aff hij get: omtrend twee Jaaren gewoond als knegt of voor zig selve te hebben als knegt van den taxt. burger Christiaan Bam. o niet op woensdag den 16 den Legt dat de timmerman op voorleeden maand aug„ voor„ een woensdag avond bij hem middag bij hem is gekomen gev: gekoomen is, en gevraagd Lekertimmerman françois had, om een boddel roode Ross, die bij hem gev: heeft wijn 't geen door hem get: gegeeten en gedronken. ookis gegeeven en was dien timmerman dien nacht bij hem verbleeven terwijl hij aan hem gev: gezegd had, op een particulier schip hier ter Rheede bescheiden en had dien man nog aan hem gev: genoemd van 't schip Josephus de tweeden te zyn. off deeze timmerman niet Legt Neen dat dien timmer„ „man maar eenen Nacht bij hem gev. is blyven logeeren bij hem get: gelogeert is tot den maandag daaraan geweest. —. „ 4. Legt Christiaan Jansen van laagen loeni in denemarken 6 gelegen oud na gissing dertig Jaaren en als bosschieter alhier bescheiden te zijn. den - 3. den Timmerman binnen treedende zegt de gev: in facie dat hij bij den ged: vijf nachten geslaapen aff zo lang of zo lang als hij alhier aan de wal is geweest en hy niemand an„ ders gelogeert te hebben en wel de eerste nacht op een bank in de kamer, de tweede nacht naast hem ted: en de drie overigen nachten op solder bij een oude swarte Jongen. degen blyft bij de negotive. Art: 5. A die Timmerman aan hem Legt. dat den timmerman get: niet heeft gezeid, dat hij gezegd had, van 't hollandsch van 't schip was, dat agter particulier schip Josephus de baaij fals op de klippen zah¬ de tweeden te zijn en niet van 't fransch schip. — zynde het timmerman met ee„ „nigen anderen daarvan afge de timmerman binnen tree„ „gaan. „dende zegd den gev: in facie de waarheid van de vraay ƒ aan de get: blyft by de Negatiuen. Off hij get: van gem: timmer¬ zogt wel goederen van de tim„ „man voorts niet eenige goe„ merman in bewaaring genoo¬ deren en geld in bewaaring heeft „men maar niet geweeten genomen, dat denselven gezeid te hebben dat Eizele van 't heeft van gem: schip te hebben fransch schip zoure gestoolen weggenoomen: hebben. — de timmerman binnen tree„ „dende zeyd den gev: de waarheid in facie aan en wel nog, dat hij de goederen uit de kisten van dat schip mere genomen heeft, en de kisten op ingekapt te hebben. — de get: blift bij zijn antwoord persisteeren. b ff niet gem: timmerman zel„ Zegt: Neen. ve heeft bygevoegd, dat dit de Timmerman zegd zulx goed van der stuurman was weder in Pasie van den gev: diens kist zyl: met een byl aan, dat 't de waarheid is hadden geypend. de ged: blyft by de nega¬ „ 7. „tiren. — Legd Neen. — 8. off hij get: dan van dien tim¬ &n „merman - „ 6. de „ƒ merman niet is gevraagd, de timmerman binnen tree„ wat scheepen en op de rheede dende zeid weder dat leggen en verzogt om hem op een zulx de waarheid is en wel haar Europa te vertrekkende nog dat de gev. aan hem schip te helpen. timmerman gezegd had, gij behoefd niets bevreest te zijn. den gev: blyft bij de negotioe Art: 9. Off hij get: zulx niet heeft segts. met den Captein niet gesprooken nog gesien te gedaan, en daarover met 1 hebben. den Capitain van Josephus de de timmerman binnen treeken 2=e gesprooken, met bijvoe„ . den zegd den get: in facie aan, „ging dat 't vrije menschen dat terwijl hij van de was waren die gaan konden, waar „plaats te huis kwam de gev. zi wilden en bij hem get: logeer¬ gezegt had t is nu alles klaar, die Capitain heeft mij „ den gevraagd, of gip vrij zijt, waar ik op geantwoord heb dat gij vrij zijt, en was den gev: mede des anderen daags naa strand gegaan, en met den Capteijn gesprooken en hem timmerman met de overige gev„ in de schuit doen gaan. den ged: blyft by de negotieen. zegd Ja: dat hij zalx ontfangen heeft, maar ook wanneer Eyf hoorden dat den timmer„ „man van dat fransch schip was zo heeft hi zulx bij den gev: daarom was gevraagt. reqt. gebragt, wanneer hij tot praesent voor zijn des gev: Legt: dat den timmerman ge„ „zegd had van het hollandsch schip te zyn en daarom zulx niet gezegd te hebben de timmerman binnen treedende zegt den get: in facie dat dewijl hij reets lang met den gev: kennis had gehad bij zijn voo„ zig verblijff alhier, en wanneer hij bij den get: nnu in huis kwam zo heeft hy hem nog gegroet met de naam dag Chus„ Waarom hij get: niet aan de hoofdwagt heeft aangegeeven, dat een timmerman van een franse schip bij hem Logeerd 11. Off hij gevr: niet daarvoor heeft ontvangen een goude horologie met een diesgelyke ketting, tegens een zelvene horo„ „logie, met een paar orlietten vrouw „ 10. tiaan k

NL-HaNA_1.04.02_10984_0852 view scan ↗

English

...tiaan, to which the prisoner replied good day Frenchman where do you come from, he, carpenter, answered, from a French ship behind Fresh Bay, and when he, carpenter, felt in his pocket, the prisoner also said you are well provided for. Just as he, carpenter, finally testified that he spent all his money with him, the prisoner. The prisoner persists in the negative and says that the assertion of the carpenter is false. Article 12. What he, witness, will state further in his defense. Answered: that he, witness, is as innocent as a child in the cradle. Thus interrogated and answered at the Cape of Good Hope on 29 September 1786 before the Messrs. Willem Ferdinand van Reede van Oudtshoorn and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the original of this together with the appearing party and myself, the secretary. Below: To which I testify. Was signed: J: Van Aerssen, Secretary. Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice above-mentioned, the person Christiaan Jansen, who, having had these preceding interrogatories together with his answers given thereto read out clearly and distinctly, word for word, testified to persist in standing by them, insofar as he has declared nothing else in his further examination, with the desire that nothing further shall be added to or removed from them, except only that the carpenter lodged with him, witness, for more than one night. Underneath: Answers: Yes. Answers: Yes. Thus reviewed at the Cape of Good Hope the 3 November 1786. Was signed: cross, and written around it: this mark was made by the own hand of Christiaan Janssen. Below: In my presence. Signed: J. Van Aerssen, Secretary. In the margin: as commissioners. Signed: Johannes Martinus Horak and Andries van Sittert. Further articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners of the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to examine thereon, at the requisition of the Fiscal pro interim, the artilleryman Christiaan Janssen, presently prisoner of the Lord, his responses to be given to be duly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners of the Honorable Court of Justice of this government, the person of Christiaan Janssen, who gave such answers to the opposite interrogatory articles as are recorded beside each of them. Underneath: Article 1. Whether he, witness, does not know an artilleryman Michiel Rood very well. Article 2. Whether the said Michiel Rood did not come into his, the prisoner's, house the next day when the carpenter of the French ship had come to lodge with him, witness. Article 3. Whether he, witness, did not then show to the said Rood the watches received from the carpenter. Answered: No, that this is not known. Michiel Rood, stepping inside, tells the prisoner the truth thereof to his face. The accused persists in the negative. Article 4. Whether, then, the aforesaid Michiel Rood, having returned one or two days later, did not speak with him, witness, about seeking an opportunity to have the carpenter and the two Italians depart on a private ship for Europe. Answers: No, that this is the untruth. Michiel Rood, stepping inside, tells the prisoner the truth thereof to his face. The accused persists in the negative. Article 5. Whether he, witness, did not go to the pier thereupon, to find out from the boat's crew where the captain of the ship was lodging. Answered: No. The said Rood, stepping inside, asserts to the prisoner's face the truth thereof. The prisoner persists in the negative and says that he was not at the beach, but rather the said Rood was. Article 6. Whether he, witness, accompanied by the aforesaid Michiel Rood, did not go to ask the captain whether he would take along some persons who had lost their ship. Says that he, prisoner, did not speak with the captain, but rather that Michiel spoke with that man, he, prisoner, having however specifically accompanied him. Says further that the captain had asked Michiel if he was the one who was to go along, whereupon Michiel had answered no, for he was a servant of the Company and not the others, and upon Michiel's questions when those people could go on board, the captain had said, as soon as the boat comes ashore. Michiel Rood, stepping inside, says that they went together to the captain and also spoke together, he, the prisoner, however, having been closest to the captain. Article 7. Whether he, prisoner, was not answered thereto by the captain: if they are not servants of the Honorable Company, but free men, it does not matter to me. Says: Yes. Article 8.

Dutch transcription

tiaan waarop de gev: geantwoord heeft dag fransch waar komt gij van daan hij timmerman g'antwoord heeft, van een Fransch schip agter de baay Fres, en wanneer hi tim¬ „merman in zijn zak taste zo heeft de gev: nog gezegt gij Lyt zykelyk voorzien. gelyk hij timmerman nog eindelijk betuijgden dat hij al zijn geld bij hem gev: verteerd heeft. de gev: blyft bij de negative en zegt dat t voorgeven van den timmerman valsch is. Arb: 12. wat hij get: meer tot zijn ver¬ zogd! dat hij get: zo onschuldig „schooning zal aangeven is als een kind in de wieg. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de goede Hoop den 29 September 1786 voor de Heeren willem ferdinand van Reede van oudtshoorn en Joh„s Smuts leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm: die de o. minute dezer benevens de Compe. en mij gecre¬ „taris mere behoorlyk hebben onderteekend /:lager:/ T welk ik getuijgen /: was getekend:) J: Van Aerssen Secretaris. Recollement Compareerde voor ons ondergetekende gecommitt„s uit den E: A: Raad van Justitie bo„ vengem: perzoon Christiaan Jansen dewelke deeze voorenstaande interrogatoria met zijn daarop gegeeven responsiven klaar en duivelijk van woord tot woord voorgeleezen zynde be„ tuijgde daar bij te blyken persisteeren, in zoo verre hij bij zijn nader verhoor niets anders heeft gedeclareerd, met begeerte dat daar wyders niets bij off van gedaan worden zal, als alleen, dat die timmerman meer als eenen nacht bij hem get: gelogeerd heeft: /:onderstond:/ /:onderstond:/ ƒ - ƒ Leg Legtr: Ja. Legt: Ja. Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop de 3 Nov: 1786. /:was getekent:/ kruis /: en daar om schreeven:/ dit merk stelts eigenhandig Christiaan Janssen /:la„ „gers:/ Mij praesent /:getekent:/ . VanAers, „sen secretaris /:in margine:) als ge„ „commits:s /:getekent:/: Iohannes Martinus Horak en Andries van Sittert Vadere Articulen gedaan maken en aan heeren gecom¬ mitt„s uyt den E: Agtb: Raad: van Justitie des Casteels de goede Hoot overgegeeven omme ter requisitie van den prointerim Fiscaal daarop gehoord te worden den artillerist Christi „aan Janssen thans s Heeren get. zullende desselvs te geevene responsiven in margine deezer behoorlyk worden bekend gesteld Arts. off hij get: niet een artille„ „kiste Michiel Rood zeer wel kent off dien Michiel Rood niet anderen daags wanneer den timmerman van 't fransch schip bij hem get: is koomen te logee¬ ten in zijn des gevs. huijs geweest is. off hyj get: toen niet aan gem: ƒ rood vertoond heeft de van den Timmerman ontfangene horologien. „ 4 Legt: Neen zulx de onwaar„ off dan voorm: Michiel rood zogt Neen zulx niet te wee: „ten. — Michiel zood binnen tree aen„ de zegt den geves de waar¬ heid daar van in facie aen de ged: blyft bij de eegative. „ 3 Compareerde voor ons ondergeteekende gecom„ „mitt=s uyt den E Agtb: Raad van Justitie deeses gouver¬ „nements den persoon van Christiaan Janssen dewelke op de nevenstaande vraeg articalen zodige antwoor„ den gegeeven heeft als be¬ „zyden een yder derzelver bekend gesteld zyn. /:onderstond:/ „heid niet 7 „ 2. zagt N een. — niet een off twee daagen daar „heid te zijn. na weederom gekoomen zynde Michiel rood binnen treeden„ de zegt de gev: waarheid danr met hem get: heeft gesprooke van een gelegendheid te zullen van in facie aan zaeken om de Timmerman en den ged: blyft bij de Nega¬ de byde Italiaanen op een par„ „tiven. ticulier schip naar Europa te doen vertrekken. Art: 5. Off hij get: daarop niet naar ƒ te hoofd is gegaan, om van 't gem: Rood binnen treerende schuits volk te weeten waar zogt den gev: in facie de waar„ de Capitain van 't schip Logeerden. heid daar van aan. den gev: blyft bij de Negative en dat hij niet aan strand is geweest maar wel gem: Road. off hij get. niet verzeld van zegd dat hy gev: niet met de voortns Michiel Rood is ge„ Capitain maar wel dat Michiel met die man gesproo„ gaan den Capitain vraagen off denzelven niet wilde eenige ken heeft hebbende hij gev: perzoonen meede Neemen die egter spechiel verzeld. — zegt nader dat den Capitain hun schip verlooren hadden. aan Michiel gevraagd had of hy die geenen was die meede gaan zouden waarop Michiel ge„ „antwoord had, van Neen, want dat hij een Comps. dienaar was en niet de anderen en op de vragen van Michiel wanneer die menschen na boord konde gaan, den Capitain gezegd had zo dra als de schuyt aan de wal komt. Michiel Rood binnen treedende zegt dat zijl: te zamen na den Capitain zyn gegaan en ook te zamen gesprooken, zyn„ „den hij gevs. egter de naasten bij den Capitain geweest. Zegt. Ja. Off hem gev: daar of door den Capitain niet is geant„ woord, in dien 't geen dienaaren van d' E. Compen maar vryluy¬ den zijn kan 't mij niet scheelen „7. ast: 8 ƒ „ 6.

← previousnext →