Inventory 10988
Cape · 390 pages · 78 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
85. had fallen from the burgher Marthinus Melk, had been invested, there also appeared in court Hendrica Janssen, wife of Jan Smit van Dilburg, who is confined to Robben Eijland, presenting on behalf of her said husband a petition of the following content: To the Right Honorable Johannes Izaak Rhanius, President, together with the further Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Right Honorable Sir and Honorable Sirs, With due respect, very humbly shows: Hendrica Janssen, wife of the burgher Jan Smit van Dilburg, banished here on Robben Eijland. How 86. How the petitioner's said husband in the year 1786 received from a certain Michiel van Koppen a sum of ƒ 1000:- in order to pay for him to the valiant Captain of the Burgher Guard Jan de Waal arendz: in satisfaction of a certain bond drawn in favor of the merchant and Member of the Policy Council, as well as vendue master of this government, the late Honorable Olof Martin Bergh, and for which satisfaction the aforementioned De Waal had set himself as guarantor. The said valiant Jan de Waal and her husband being very familiar, good friends, and conversing daily with each other, the petitioner well believes on behalf of her husband to be convinced that the said 1000 was truly paid to the said De Waal, or settled between them, as they frequently had money outstanding with one another and reciprocally lent money to each other, without however taking any receipts from one another. And what convinces the petitioner most of that payment of the said ƒ 1000:- is principally that she heard several times that her said husband asked the said Van Koppen whether he had already received that bond from the aforementioned De Waal, to which the said Van Koppen always answered with no, whereupon 87. whereupon her said husband always most strongly urged the said Van Koppen to collect that bond, in which, however, he remained negligent. Both the said Honorable Bergh and J. de Waal having come to pass away, and the said Van Koppen having been sought again for the payment of that said bond by the executors of the estate of the aforementioned Honorable Bergh, and being pursued at law for it, The said Van Koppen, with the greatest right in the world, had the petitioner's said husband summoned before Your Honors to give testimony of the truth concerning the payment of the said bond, as her said husband also executed a declaration thereof, but with respect to the manner in which that payment had occurred he greatly erred, since the petitioner's husband, instead of declaring that that payment had been made by him to the said De Waal, her said husband declared that the said Van Koppen had made that payment in his presence to De Waal himself. Whereby her husband made himself guilty of giving a false 88. false declaration, which was evident from the receipt given by her husband to the said Van Koppen for that receipt, and which was shown to her husband during the re-examination of the said declaration by the Honorable Commissioners; whereby he undoubtedly noticed his imprudent step taken, and was brought thereby into a far-reaching confusion, so that he became unable to present his committed misdeed clearly to the aforementioned Honorable Commissioners, but in that confusion undoubtedly magnified his misdeed and brought himself before his judges under the most vehement presumptions. All of which resulted for her said husband in the documents being placed into the hands of the pro interim Fiscal, and her husband being apprehended thereupon, and finally, by sentence of Your Honors, being condemned to the payment of the said one thousand guilders, as well as to a fine of 1000 Rds., and furthermore banished for five years to Robben Eijland, and after the expiration of the said five years for the duration of his life out of this country, and finally in the costs and expenses of justice. That 89. That her said husband, having now already sat on the said island for fifteen months, is stricken with the utmost care and grief over the administration of his property, for although the curators appointed thereto apply themselves with all diligence and look after the interest of her, the petitioner, without therefore wishing to prejudice them therein, it can nevertheless never happen with that diligence and care as by the master himself; to which is added that there are still some unsettled matters which, because the curators are not fully aware of the facts, cannot be carried out thus, but the estate must absolutely come to suffer damage thereby. Whereof one case is already pending on the roll before Your Honors, and a second one mixed with this must notoriously result from it; and to maintain any correspondence for elucidation with her said husband is also accompanied by much difficulty, as her said husband does not have complete freedom to write. The petitioner thus looks forward with the most dreadful thoughts to the expiration of the five years, when, if the lives of the petitioner and her husband may be spared that long, a separation of their persons and separation of
Dutch transcription
85. van den burger Marthinus Melk geval¬ len, was belegd geworden, verscheen tee¬ vens in Baade Hendrica Janssen Huijsvrouw van den ten Robben Eijland geconfineerden Jan Smit van Dilburg, presenteerende ten aspecte van gemelde haaren man een request van navolgen¬ den inhoude. Aan den weledelen Achtb Heere Johannes Izaak Rhanius president, benee„ vens de verdere Leeden uijt den E: Achtb: Raade van Jus¬ titie deezes gouvernements WelEdele achtb: Heer en Edele Achtbaare Heeren Geeft met verschuldigde Hoogag „ting zeer volmoedig te kennen. - Hendrica Janssen Huijsvrouw van den alhier op 't Robben Eijland gebannen burger Jan Smit van Dilburg. Hoe a e 86. Hoe des suptes gemelde man in den Jaare 1786 van zeekeren Michiel van koppen heeft ontfangen een somma van ƒ 1000:- omme voor hem te betaalen, aan de manhafte Capi¬ tien der Burgerije Jan de waal arendz: ter voldoening van zeekere obligatie, spree¬ kende ten behoeve van den koepman en Lid van Politie, mitsgaaders vendu¬ meester dezes gouvernements, wijlen den E: Achtb Heer Olof Martint Bergh, en voor welke voldoening, meergezeide de waal zig als borge hadde geinstitueerd. gemelde manh: Jan de Waal en haar man zeer famillaire goede vrienden zijnde, en daagelijks met den anderen con verseerde, de suppte voor haar man wel meend overtuigd te zijn, dat gemelde 1000 aan gezeide de waal waarlijk zijn voldaan, of met elkanderen verreeken¬ wijl zij dekmaals met den anderen geld uitstaan hadden, en reciproque aan elkanderen gelden geleend, zonder egter van elkanderen eenige bewijzen te neemen En wat de suppliante van die be„ taalinge der gezegde ƒ 1000: - het meeste overtuigd is principaal, dat zij diverze maalen heeft gehoord, dat haar gemelde man aan gezegde van koppen heeft ge¬ vraagd, of hij die obligatie van meergem de waal al hadde ontfangen? dan welk gem: van koppen altoos met neen heeft beantwoor wanneer 87.. wanneer haar gemelde man den gezeide van koppen altoos op het sterkste heeft aan„ gedrongen, die obligatie afte haalen, dog waer in hij nalaatig is gebleeven. — gezeide Achtb Heer Bergh als J. de Waal beijde zijn koomen te overlijden, en gezegde van koppen door de Executeuren ten Boedele van welgem: Achtb Heer Bergh, andermaal tot de betaaling dier gemelde Obligatie zijnde aangezocht en in rechten daar toe vervolgt geworden Gezegde van koppen met het groot„ ste regt des werelds haar suppt. gem: man heeft laaten Citeeren voor UwelEd: achtb„s, omme te moeten geeven getui„ genis der waarheijd, weegens de betaa¬ ling der gezegde Obligatie, gelijk haar gemelde man ook een verklaaring daar van heeft gepasseerd, dog ten op„ zigte weegens de manier hoe die be¬ taaling was geschied zig zelven zeer heeft geabuseerd, alzoo haar supp„ man in plaats te verklaaren, dat die betaalinge door hem aan gezeide De waal was geschied, zo heeft den¬ zelven haaren man verklaard, dat ge¬ zegde van Koppen, die betaaling in zijne presentie aan De Waalzelve had gedaan. waar door haar man zig heeft schuldig gemaakt aan 't geven van een valsche e 88. / valsche verklaaring, en welke gebleeken zijnd uit de quitantie door haare man, aan ge„ zegde van koppen, weegens dien ontfang gegeeven, en bij het recolleeren der ge zegde verklaaring door Achtbe Heeren ge committeerdens haar man is vertoond geworden; waardoor hij ongetwijffeld zijn onvoorzigtige begaane stap heeft bemerkt daar door in een verregaande Confusitei gebragt, dat buijten staat is geworden, omme zijn begaane misdaad, aan welge¬ melde Achtb: Heeren gecommitteerden bescheidelijk voor te draagen, maar in die verwarring ongetwijffeld zijne misdaad heeft vergroot, en zig zelven bij zijne regte in de Venemenste presumptien heeft gebra Welke een en ander voor haar gem: man van die gevolgen is geworden, dat de stukken zijn gesteld in handen van den projnterim Fiscaal, en haar man daarop in apprehensie is gezet, en eijn delijk bij vonnisse van UwelEdele Acht is gecondemneert in de betaalinge van gemelde Een duijzend guldens, mits gaders in een boete van rd„s 1000. – en verders voor vijf jaaren gebannen op het Robben Eijland, en na het expireeren der gemelde vijf jaaren voor zijn leeven lang geduurende uit deeze Lande, en ein deling in de kosten en misen van Justitie Dat o 89 Dat haar gemelde man nu rheeds vijftien maanden op gemelde Eijland gezeeten heb¬ bende met de Uijtterste zorge en kommer is aangedaan, over de administratie zijner goederen, of schoon de daarin aan¬ gestelde Curateuren met alle vlijt zig beneerstigen, en haar supp„te Jntrest be„ hartigen, zonder dus dezelve daarin te willen benaadeelen, het egternim„ mer met die vlijt en zorg kan geschie„ den, als van de meester zelve, waarbij komt, dat er nog eenige ongeredderde zaaken zijn, die de Curateuren weegens dat zij van de toedragt niet volkoomen bewust zijn, zo niet kunnen uitgevoerd worden: maar den boedel absoluit daar door schade moet koomen te lijden Waarvan reeds een zaak ter rolle voor u welEd: Achtb: is hangende, en nog een tweede met deeze vermengt, daar¬ uijt notoir moet proflueeren en om eenige briefwisselingen, ter Eluci- datie met haar gemelde man te houden, gaat ook met veel moei¬ te gepaard, wijl denzelven haaren man geen volkoomen vrijheid tot schrijven heeft. — De suppte dus met de allerakelijk„ ste gedagten te gemoed ziet, het expireeren der vijf jaaren, wanneer zo zij suppte en haar man zo lange 't leeven mag gespaard worden, een scheiding van hun Perzoonen en Separatie des
English
90 of the estate, with little likelihood of ever hearing any word or sign from one another thereafter. And when her estate, both on account of extra costs incurred there by her husband—regarding which the petitioner has already had the honor to submit her grievance to Your Honorable Worships—and for the abovementioned reasons, must fall heavily into arrears, and by some severe mishaps and inconveniences, which God forbid, could be entirely ruined, whereby the petitioner in her grey old age would have to spend the remainder of her life in poverty and want, without help or comfort. All of which causes the petitioner to take the liberty to turn to Your Honorable Worships' paternal care, trusting, since Your Honorable Worships have repeatedly shown, if it could be reconciled with justice, a preference to forgive rather than to punish; yet without wishing to absolve that imprudent step taken by her aforementioned husband, since that committed deed is highly punishable, but with the requisite high esteem most humbly to submit to the wise judgment of Your Honorable Worships the following reasons for mitigation, in the just confidence 91 confidence that Your Honorable Worships will be pleased to take the same into consideration with Your Honorable Worships' usual accuracy and penetrating judgment, out of paternal regard. Firstly, the petitioner's advanced age, which has already reached its climax; how she sees herself brought into the most dreadful circumstances by that imprudent step of her husband, and wherein she is yet to be plunged, having to help bear the painful feeling of that punishment just as if she were an accomplice. Secondly, may Your Honorable Worships be pleased to consider the age of her aforementioned husband, whose crime, though indeed deserving of punishment, has already reached approximately the age of 60 years; having to comply with the aforementioned sentence of Your Honorable Worships, after the expiration of the five years in his advanced age, he must surrender himself to the injuries of the sea and all manner of air and climates, added to which the painful recollection of the pitiful condition in which he has left the petitioner, he will have to end his life in a most disastrous condition. And finally, thirdly, the petitioner trusts 92 the petitioner that it will also provide a reason for mitigation for her husband that the oath offered by him has not yet been taken. For which reasons of mitigation, the petitioner hopes that Your Honorable Worships will be pleased to re-examine the documents of the trial de novo, and that Your Honorable Worships will be pleased to declare the remainder of the subsequent punishments that have not been executed under the sentence to be compoundable. Reasons why the petitioner turns to Your Honorable Worships with the most humble request that Your Honorable Worships will be pleased to adopt the petitioner, as one of the most unfortunate subjects, under the judicial protection of Your Honorable Worships, and from a fatherly loving heart, for the restoration of the petitioner's fatal case, be pleased to reduce the imposed punishment of her husband according to the sentence of Your Honorable Worships, and to authorize the Honorable Independent Fiscal to compound with him concerning the further punishments in the execution of the sentence, so that she, the petitioner, with her aforementioned husband, may bring to an end the few remaining days of her life in rest and peace, under the protection of Your Honorable Worships' praiseworthy government. 93 at the bottom Which doing etcetera was signed Hendrica Janssen in the margin Exhibited in Court on the 26th of March 1789 Which having been read, it was approved to place a copy thereof into the hands of the Honorable Independent Fiscal Mr Johan Nicolaas Steven van Lijnden, in order to serve this Council with His Honor's considerations thereon. At Cape of Good Hope, day and year as above lower In my presence was signed WJ V Reijneveld, sworn Clerk Thursday the 31st of March 1789, in the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable Johannes Izaak Thenius, President, and all the Members, with the exception of Messrs van Echten, Maasdorp, and Gie, the first two on account of indisposition, and the latter on account of business. at the bottom While 8 While the Council was expressly convened in extraordinary session today for the examination of a suretyship on behalf of the executors of a certain testamentary instrument of the late citizen Marthinus Melk, on that occasion, the Honorable Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas van Lijnden submitted his written considerations on such petition as was presented by Hendrica Janssen, wife of Jan Smit of Dilburg, who is confined on Robben Island, on the 26th of this month, and placed in His Honor's hands for that purpose, which considerations read as follows: To the Honorable, the President and Members of the Council of Justice of this Government Honorable Sirs It is to Your Honorable Worships in the last 941
Dutch transcription
90 des Boedels moet koomen, zonder wijnig apperentie eenig Taal of teken daarna van elkanderen meer te hooren. - En wanneer haaren Boedel zo wee gens extra kosten, door haar man aldaar verteerd, waarvan de suppt. reeds de Eere heeft gehad, haar bezwaar dies aangaande UwelEd: voor te draagen, als om boven gemelde oorzaaken zeer wel ten agteren moet loopen, en door eenige zwaare ta vallen en inconvenienten, welke God verhoede, geheel geruineerd kan worden waardoor de suppt in haar grijzen ouder dom in armoede en gebrek, zonder hulp of troost de verdere tijd haares leevens zoude moeten doorbrengen. Alle het welke de suppt. de vrijheid doet neemen te keeren tot UwelEd. achtb: vaderlijke zorge vertrouwende alzo u welEd: achtb„e te meermaalen hebben getoond /: indien het met de regtvaardigheid Strooken konde:/ liever te willen vergee¬ ven dan te straffen, zonder egter die onvoorzigtige begaane stap van haar gem: man te willen vrijspree¬ ken, wijl die begaane daad ten hoog sten strafbaar is, maar met de ver¬ Eijschte Hoogagting ootmoedigst, aan het wijze oordeel van Uwel Ed: Achtb: de volgende reedenen van m tigatie op te draagen, in dat billijk vertrouwen ƒ 91 vertrouwen, dat UwelEd: Achtb: dezelve met UwelEd: achtb„s gewoone accuratesse en penetreerend oordeel, uijt een vader lijken rugt, wel zullen gelieven in aan„ merking te neemen. — Als eerstelijk de suppt. haare hoo¬ „ge ouderdom die reeds aan 't Tappunt gereezen zij, hoe zij door die onvoor„ zigtige stap van haar man in de allerakelijkste omstandigheeden gebragt ziet, en waarin dezelve nog staat gedompeld te worden, zij eeven als een meede pligtige het smerte¬ lijk gevoel dier straffe moet helpen draagen. — Tweedens zo gelieve UwelEd. Achtb: te beschouwen den ouderdom van haar gemelde man, die schoon wel is, waar zijn misdaad strafwaardig is, maar reeds Circa bereijkt den ouderdom van 60 jaaren aan het gem: vonnis van UwelEd: achtb: moetende vol¬ doen, na het expireeren der vijf Jaaren in zijnen hoogen ouderdom moet overgeeven, aan de Jnjurees der Zee en allerleij lugtsclimaaten, daarbij komende de smertige nagedagten in wat jammerlijken toestand bij de suppte. heeft laaten zitten, in een allerrampzaligste toestand zijn leven zal moeten eijndigen. — En Eijndelijk ten derden vertrouwd de supp=te 92„ suppte dat meede eene reede van miligatie voor haar man zal geeven, dat de bij hem gepresenteerde Eed nog niet is gepresteerd ge„ worden. — Om welke redenen van mitigatie de supp„te verhoopt dat UwelE: achtb„ de stukken van het proces de novo gelieve te reduceeren, dat UwelE: achtb: het over„ schot der volgende straffe, die niet aan het vonnis zijn volbragt Composibel zul¬ len gelieven te verklaaren. — Reedenen waarom de suppt. is kee¬ rende tot uwelEd. Achtb: met ootmoedigst verzoek dat UwelEd: Achtb: de supp„te als eene der ongelukkigste onderdaanen, onder de regterlijke bescherming van UwelEd: Acht gelieve te adopteeren, en uit een vader lievend hart, ter herstellinge van de supp„l nootlottig geval, de opgelegde strap„ se van haar man volgens vonnis van UwelEd: achtb: gelieven te redu¬ ceeren, en den Ed: Achtb: Independent Fiscaal te authoriseeren, om over de verdere straffen ter uijtvoeringe van het vonnis met denzelven te moogen te Compaseeren, ten eijnde zij suppt. met haare gemelde man de nog wijnige daagen haares leevens in rusten vreede, onder de bescherming van UwelEd: achtb„s loffelijke regeeringe mogen ten eijnde brengen. — 93 /:onderstond:/ 'T welk doende &ca /: was geteekend:/ Hendrica Janssen /:in mar„ gene:/ Exhibitum in Judicio den 26 maart 1789 Het welk geleezen zijnde, is goed gevonden Copia daar van te stellen in handen van den E: Achtb: Heer In¬ dependent Fiscaal Mr Johan Ni„ colaas Steven van Lijnden, ten eijnde deezen Raade daarop te dienen van zijn E: Consideratien. — Aan Cabo De Goede Hoop die et anno Utsupra /:laager:/ Mij present /: was geteekend:/ WJ V Reijneveld g Clercq Donderdag den 31 Maart 1789 's voordemiddags Extra ordinaire vergaadering present de E: Achtb: Heer Johannes Izaak Thenius presi¬ dent, en alle de Leeden, demptis de Hee„ ren van Echten, Maasdorp, en Gie¬ de bijde eertsgem: bij indispositie, en de laatste bij occupatie. — O /:onderstond:/ Terwijl 8 Terwijl de Raad heeden ter examina¬ tie van eene borgtogt, ten behoeve der Executeuren van zekere Testamentai„ re, acte van wijlen den Burger Mar¬ thinus Melk, gesteld expres buijtenge¬ woon was vergaadert, wierd ter dier geleegendheid, door den E: Achtb: Heer Jndependent Fiscaal Mr. Johan Ni¬ colaas van Lijnden gediend van deszelfs schriftelijke Consideratien op zodanig request, als door Hendrica Janssen, Huijsvrouw van den ten zob¬ ben Eijlande geconfineerden Jan Smit van Dilburg, op den 26 deezer gepresenteerd, en ten dien fine in handen van zijn Ed: gesteld geworden Luidende dezelve Consideratien als en volgd Aan den WelEdele Achtb: Heeren, President en Leden van den Raade van Jus¬ titie deses gouvernements WWel Edele Achtbaare Heer Het is aan UWelEd: Achtbe. in de laatst 941
English
last held extraordinary meeting on the 26th of this month having pleased to place a certain petition of Hendrica Janssen, wife of the burgher J: Smit of Dilburg, currently confined on Robben Eijland, presented to Your Honorable Worships, into the hands of the undersigned in order to serve thereof his considerations. So the undersigned has the honor, in dutiful obedience to this provisional disposition of Your Honorable Worships, to submit with all decency That the petitioner, whose husband was also sentenced by definitive judgment of this Council to five years on Robben Eijland, and after the expiration of the said five years, to be banished from this country for life, and who has already spent the time of more than fifteen months in his banishment, most humbly requests Your Honorable Worships in this petition that the remainder of the following punishment, which has not yet actually been carried out according to the judgment, may be declared compoundable by this Honorable Worshipful Council. That thus, while on the one hand it is a constant truth that among the jura Majestatica, which belong only to the Prince or Sovereign of the country, the jus aggratiandi occupies a prominent place, to which no court of law, however named, possesses the slightest authority, it is on the other hand no less true that the petitioner, far from requesting grace or remission of the punishment, as according to her own admission incurred by the improper conduct of her husband, on the contrary, as if internally convinced of the fairness thereof, seems obliged to justify it in all this, and merely desires that the further punishment still to be undergone by this unfortunate husband of hers may be declared compoundable and changed into a monetary fine, in order that they may still enjoy a remainder of their estate, which the undersigned is informed would still be of some consideration for such kind of people, for the sustenance of her and her husband in their already so advanced years. Thus here no grace, nor even a complete mitigation, but only a mutatio poena is requested. Since, first, it can never have been Your Honorable Worships' intention to also punish the aforesaid petitioner for the crime of her husband, such that, deprived of all help and comfort, she would be exposed to constant lawsuits and persecutions, which she seems to foresee approaching her, her goods and possessions thereby completely ruined, and she thus brought to the beggar's staff in her old age. And secondly, the years of her husband have already progressed so far that it is very doubtful whether he will ever live to see the possibility of fully undergoing the punishment imposed upon him, while by the gnawing of his conscience over his committed deeds, by the lack of the presence, help, and comfort of his wife, by the contemplation of the grimness of the place on which and the company in which he has now found himself for fifteen months already, his lifespan will certainly not have been prolonged, nor his health strengthened. And thirdly, in any case it is not to be foreseen that at that advanced age he would further make himself guilty of similar crimes in the future, and thus should be supposed to be a detrimental member of society in this remote corner; for the reassurance of which, for the sake of completeness, the undersigned will take the liberty at the end of these his considerations to propose a further expedient to Your Honorable Worships. And fourthly, from the documents produced in the trial, not the slightest trace has appeared to the undersigned that the burgher Johannes Smit of Dilburg had ever or at any time before that made himself guilty of any the slightest crime or even suspicion thereof, and consequently he must be presumed to have always behaved beforehand as an upright, honest, and peaceful subject. Just as, fifthly, the petitioner advances in her petition, and of which the impossibility has not fully appeared to the undersigned from the documents read by him relative to this trial. That the actions of the petitioner's husband arose mostly from confusion, apparently through the fear of suddenly seeing himself robbed of his good name and reputation in his old age, and being exposed to the judicial pursuits of a criminal procedure of which the claim and conclusion of the Officer was no less than a public flogging. That the petitioner's husband also, not denying having received the questionable 1000 guilders from Michiel van koppen, would have actually paid the same to the late worthy Captain Jan De Waal, with whom he had daily and frequent contact, and also many financial matters and accounts outstanding, of which De Waal the undersigned has also learned that he had the reputation of having been somewhat negligent and forgetful in his affairs. Thus that in conclusion everything done by the condemned would rather have occurred ad evitandum damnum than lucri captandi gratia, which would remarkably alleviate the matter. While the undersigned also cannot conceal that it appeared questionable to him why the petitioner's husband, if he had been out from the beginning to enrich himself with that
Dutch transcription
95 laatst gehoudene Extra ordinaire ver„ gaadering, op den 26 deezer behaagt heb„ bende, zeker request van Hendrica Janssen, Huijsvrouw van den thans op 't Robben Eijland geconfineerden burger J: Smit van Dilburg aan Uwel Ed: Achtb: gepresenteerd, te stellen, in handen van den ondergeteekenden omme daarop te dienen van des„ zelfs Consideratien. — Zo heeft den ondergeteekende de here„ ter schuldiger paritie, aan dit UwelEdele achtbaarheedens provisioneel disposi„ tif met alle decentie voor te draagen Dat de supp„t. wiens man bij vonnis definitif van deesen Raade meede voor vijf jaaren, op 't Robben Eijland, en na Expiratie der gemelde vijf jaaren, voor zijn leeven lang, uit deesen lande gebannen is, en waar¬ van reeds geduurende de tijd van meer dan vijftien maanden in zijn ban¬ nissement heeft doorgebragt, UwelEd Achtb: in dit request ootmoedigst verzoekt, dat het overschot der volgende straffe, die nog niet werkelijk aan het vonnis zijn volbragt, door deesen Ed: achtb Raade Composibel moge worden verklaart. — Dat dus, daar het aan de eene kant een Constante waarheid is, dat interjura Majestatica, welke alleen den Prince 96. of Souverain van den lande Competeeren, het jus aggratiandi eene voornaame plaats bekleed, waartoe geen regtsbank hoe ook genaamd, eenige de minste of geringste authoriteijt bezit, het aan de andere kant niet minder waar is, dat de supplte wel verre van gratie ofte quijtschelding der Straf„ fe, als volgens haar eigen aven gevallen op de onbehoorlijke handelwijze van haaren man, te verzoeken, dezelve ter Contrarie als in haar binnenste van de billykheid dier overtuigd, in allen deesen schijnt te moeten wettigen, en alleenlijk maar begeert, dat de verdere nog te ondergaane straffe, van deesen haaren ongelukkigen man, mag Composibel verklaard, en in eene geld boete veranderd worden, ten einde dus nog van een overschot van haarlieder Boedel, die den ondergetekend onderrigt is, dat voor zulk soort van luide nog al van eenige Consideratie zoude zijn, ter sustentatie, van haar en haren man in hunne reeds zo hoog gesteegene Jaaren, te moogen jouisseeren. — Dus alhier geene gratie, nogte ook zelfs eene volkome¬ ne mitigatie, maar alleen ee¬ ne mutatio poena verzogt word Daar het nu st. UwelEdele Achter baarheedens intentie nooijd kan geweest zijn 10 97. zijn, omme de voorsz: suppliante mee„ de om het misdrijf van haaren man te straffen, zodaanig dat dezelve van alle hulpe en troost berooft, zig aan geduurige processen en vervolgen, die zij schijnt te voorzien dat haar naderende zijn, zoude worden blootgestelt haare goederen en bezittingen daar door geheel en al geruineert, en zij dus op haaren ouden dag tot den Bedel zal zoude worden gebragt, En 2de de jaaren van haaren man reeds zo verre gekoomen zijn, dat het zeer twijffelagtig is, of hij wel ooijt zal kunnen beleeven de mogelijkheid, om mede aan hem opgelegde straffe ten vollen te ondergaan, terwijl door de knaaging van zijn geweeten over zij¬ ne begaane daaden, door het gemis van de tegenswoordigheid, hulpe en troost zijner Huijsvrouw, door de beschouwing van de akeligheid der plaats op welke en het gezelschap in het welke, hij zig tans zedert vijfthien maanden reeds bevonden heeft, immers zijne levensloop niet verlengt nog te zijne gezondheid gesterkt zal zijn geworden. En 3=den het in alle gevallen niet te voor„ zien is, dat hij zig op dien hoogen on¬ derdom voor het vervolg zig nog verder aan zoortgelijke misdaaden zoude schuld¬ dig maaken, en dus een naadeelig lid 98. lid voor de maatschappij aan deezen uithoek, zoude moeten gesuponeerd worden te zullen zijn; tot geruststelling waarvan ten allen overvloede, den on¬ dergeteekende in fine deezer zijner Consideratien de vrijheid zal neemen UwelEd: achtb„e een nader Expedient voor te draagen. — En er ook 4„e uit de stukken ten processe gevlooten, aan den ondergetekend geene de minste trace is voorgekoomen dat den burger Johannes Smit van Di burg zig immer ofte ooijt voor dien tijd aan eenig het minste misdrijf ofte zelfs suspicie van dien zoude hebben schuldig gemaakt, en gevolglijk ver¬ ondersteld moet worden, zig van te vooren altoos, als een braaf Eerlijke vreedzaam onderdaan te hebben ge¬ draagen.— Gelijk dan nog 5e. de suppliante in haare requeste avanceert, en waarvan aan de ondergeteekende, uijt de door hem geleesene stukken, tot deesen processe relatief, de onmoogelijkheid niet ten rollen gebleeken is. — Dat de handelingen van de supp„l man meest al uit Confusie zijn voortgekoomen, apparent door de vreeze van zig eensklaps van zijn goede D goede naam en faam, op zijnen ouden dag berooft te zien, en aan de geregte poursuites van eene Crimineele proceduure waarvan den Eisch ende Conclusie van den Officier, niet min¬ der was, als eene Publique geesseling geexponeert te wezen. — Dat ook supp„ts man niet ont„ kennende de questieuse 1000 guldens van Michiel van koppen ontfangen te hebben, dezelve werkelijk aan wijlen den manh: Capitain Jan De Waal, met wien hij daagelijks en gemee¬ nen omgang, en ook veele geldzaaken en bereekeningen uitstaan had, betaald zoude hebben, van wel¬ ken De Waal den ondergeteekende almeede vernoomen heeft, dat de naam zoude gehad hebben, wat slof en vergeetende in zijne zaaken geweest te zijn. Dus dat bij Conclusie alle het ge¬ daane door den gecondemneerden eerder ad evitandum damnum, dan wel Lucri Captandi gratia geschiet zoude zijn het geene de zaak merke¬ lijk zoude verligten. — Terwijl ook den ondergeteekende niet kan ontveinzen, dat het hem speculatief is voorgekoomen, waarom suppte. man, zo hij op initio er op uit was geweest, omme zig met die P 2
English
to enrich by ƒ 1000, had not rather withheld the presented receipt from Michiel van Koppen, who nevertheless appears in the lawsuit as a simple-minded person, under some pretext of delay or other. As it is also sixthly and indeed principally an acknowledged truth that the greatest crime for which the petitioner's husband underwent his condemnation was not a crimen perfectum, since the proffered oath was not actually taken, and one therefore could not read in the conscience of the accused whether he might not at the last moment have come to reflection and realized what it entailed and what necessary consequences it had to have to call an omniscient God to witness in an untruthful matter, and thus voluntarily invoke his righteous punishment upon himself! Dum enim ambulatoria est hominum voluntas et formidine poenae saepius in extremo momento a criminibus repelluntur. While seventhly and finally the undersigned must refer to the awareness of Your Noble and Worshipful Honors, as having attended this Worshipful Council considerably longer than he himself, whether and to what extent the earlier examples of such crimes declared compoundable apply to this case; it being, among other things, a matter known to the entire Cape world that during the last-fought war, a general reduction of the years of their banishment was granted to all the exiles confined on Robben Island, and thus truly a pardon and mitigation of the punishment imposed on them by the judge was accorded to them. These, Noble and Worshipful Lords, are the considerations which naturally occurred to the undersigned upon reading the aforementioned petition and procedural documents, and which he believed he should bring to the attention of Your Noble and Worshipful Honors. While he therefore consequently would nevertheless, subject to better judgment, be of the opinion: That, considering the advanced age of the petitioner and her husband, and also the damage that might presumably arise to their joint estate from an everlasting separation between them, the request made in the petition could be granted in hoc singulari casu, with special authorization and recommendation to be granted by Your Noble and Worshipful Honors to the undersigned to keep, and cause to be kept, a careful and watchful eye on his conduct and behavior whenever the said burger Johannes Smit van Dilburg shall have appeared here again. The undersigned nevertheless submits these his considerations, with the return of the drawn-up petition, to the better and more enlightened judgment of Your Noble and Worshipful Honors. Thus advised salvo meliori was signed J: N: S: van Lijnden in the margin: At the Cape of Good Hope, the 27th of March 1789. After which reading it was resolved to hold this matter under advisement until the next ordinary court day. below stood: At the Cape of Good Hope, date and year as above, lower: In my presence below stood: was signed: W: W: v: Rijneveld 1st Clerk Thursday the 2nd of April 1789. In the forenoon, present the Honorable and Worshipful Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except for Messrs Maasdorp, van Echten, and Gie, the first-mentioned on account of indisposition and the last-mentioned due to business. The Honorable and Worshipful Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden communicated to the Council that it had come to his Honor's knowledge that the assistant stationed at the Political Secretariat here, Carel Eberhard Kulewijn, had not hesitated to open with a knife or such sharp tool a locked drawer, in which the sworn clerks were accustomed to keep the stamps purchased in advance for use and the cash daily received, and gradually make himself master of some money and various stamps from it. That, upon the first well-founded suspicion thereof, the required investigation having been conducted, a quantity of stamps of various denominations was indeed found in a locked box belonging to the said Kulewijn; while the same Kulewijn furthermore had also brought to and sold three stamps, each of 10 rds, to the bookkeeper in the Honorable Company's Treasury Jan Mijndertz Cruijwagen, pretending that more of those sorts had been fetched by him from the Political Secretariat than had been needed there. And considering that the Honorable Representant in his official capacity declared himself, for the reasons aforesaid, brought to the necessity of having to initiate the appropriate criminal proceedings against the said Kuhlewijn, requesting at the same time a decree of apprehension, or else authorization to place the said Kuhlewijn under civil arrest: the Council, having taken the two-part request into consideration, resolved to grant the latter part thereof to the Representant in his official capacity, and thus to grant hereby the necessary authorization for the civil arrest of the said Kuhlewijn. The messenger entering reports that the defendant did not appear. Wherefore The Merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk
Dutch transcription
160 ƒ 1000 te verrijken, de vertoonde quitanti aan Michiel van koppen, die dog in den processe als een onnoozel mensch voorkoomt, onder het een of ander pre¬ text van Uitstel niet liever onthouden heeft. — Gelijk het ook 6 en wel voornaa¬ mentlijk eene geaverteerde waarheid is, dat de grootste misdaed, waarop supp¬ man, zijne Condemnatie heeft on¬ dergaan, niet is geweest een Crimer prefectum, nademaal den gepresen¬ teerden Eed, niet werkelijk is gepres¬ teerd geworden, en men dus in 't gemoed van den beklaagden niet heeft kunnen leesen, of hij niet op 't laatste oogenblik tot nagedagten ge¬ koomen, en het bezef wat het inhad en noodzaakelijk voor gevolgen moest hebben, Een alwetend God tot getuige te roepen, in eene onwaar¬ agtige zaak, en zijne regtvaardige straffe dus vrywillig op zig zelve af te bidden! Dum enim ambulatoria est hominum voluntas et formidine pena Sapius in extremo momento a Criminibus repelluntur. - Terwijle 7 en eijndelijk den onderge¬ teekende zig aan de bewustheid van UwelEdele Achtb als die vrij langer dan hij zelve 101 zelve deesen Agtbe. Raad hebben gefrequen¬ teert, moet refereeren of en in hoe verre de vroegere Exempelen, van diergelijke Com¬ posibel verklaarde de lieten, op dit geval quadreeren! daar het onder andere eene aan de geheele Caabze weereld bekende zaak is, dat tijde der laatstgevoerde oorlog, aan alle de op 't Robben Eijland geconfineer¬ de Bannelingen, eene generaale vermindering der jaaren van hun Bannissement is verleend geworden en dus wel deegelijk eene gratie en mitigatie der aan Hun door den reg¬ ter opgelegde Straffe, aan dezelve is ge„ schied zo zijn deze WelEdele en Achtb„e Heeren, de Consideratien, welke den ondergeteekenden bij lecture der opgem: requeste en processale papieren, natuurlijk hebben moeten voor„ koomen, en die hij vermeent heeft onder het oog van UwelEdele Achtb„e te moeten bren„ gen. — Terwile hij dus bij Consequentie daaru't dog egter salvo meliori Judicio van advijs zoude zijn, Dat geconsidereert de hoog gesteegene jaaren van de suppt. en haaren man, en tevens de schade, die bij eene altoos duu¬ rende scheiding van dezelve, aan hunnen gemeenschappelijken boedel presumptief zoude kunnen ontstaan, het verzoek bij F 102 ƒ bij den requeste gedaan in hoe singulari Casi zoude kunnen worden geaccordeerd, met spe¬ ciale authorisatie en recommandatie door UwelEdele en Achtb op den ondergetekend te verleenen, omme wanneer dukgem: ba ger Johannes Smit van Dilburg wederom ter deezer plaatze zal zijn verscheenen, een nauwkeurig en oplettend oog op deszelfs har delwijze en Conduites te houden, ende te doen houden. — submitteerende den ondergetekend nogtans deeze zijne Consideratien, met te rug gave van het gelibelleerde reques aan UwelEdele Achtbaarheedens beeter en meer verligt oordeel Aldus S: M: geadviseert (: was geteekend:/ J: N: S: van Lijnden in margine:/ Aan Cabo de goede Hoof den 27 maart 1789 Na welke lectuure goedgevonden is, deeze zaak tot de naastvolgende or dinaire regtdag in advijs te houden. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et an utsupral /: laager /: Mij present /:onderstond:/ was 103 was geteekend:/ WW Rijneveld 3Cler Donderdag den 2 April 1789 's voordemiddags present de E: Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius presi¬ dent en alle de Leeden, demptis de Heeren Maasdorp, van Echten en Gie, de Eerst„ gem: bij indispositie en laatstgem: bij occu¬ patie Is door den E: Achtb Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden den Raade gecommuniceerd, dat zijn E Achtb: was ter kennisse gebragt, dat den ter politiquen Secretarije alhier bescheijdenen adsistent Carel Eberhard kulewijn, zig niet had ontzien eene geslootene laade, in dewelke de geswoore Clercquen, aldaar gewoon waaren de tot gebruik bij voorraad in„ gekogte zeguls en daagelijk ontfangen wordende Contanten te bergen, met een mes of zodanig scherp werktuig te openen, en zig daaruit successivelijk van eenig geld en diverse zegulsmeester te maaken. — Dat - 104 is gecompareerd. Dat op de eerste gegronde suspicie hier van 't vereijschte onderzoek gedaan zijnde; ook werkelijk in een geslootene kisje van ge¬ melde kulewijn eene quantiteit Zeguls van diverse Calibre was gevonden; Ter¬ wijl denzelven Kulewijn voorts nog bij den boekhouder in s' E: Comp„s Cassu Jan Mijndertz Cruijwagen drie zegi ijder van 10 rd„s gebragt en verkogt had voorgeevende dat door hem van die soo ten van de secretarije van politie mee der gehaalt waaren, als men daar noo dig gehad had. — t v En gemerkt den Heer vert: hier op E: O: declareerde, zig uit hoofde voorsz: in de noodzaakelijkheid gebragt te zien, om tegens gem: kuhlewijn de gepaste pro¬ cedures in Cas Crimineel te moeten en tameeren, teffens verzoekende decreet van apprehensie, dan wel qualificatie om gem: kuhlewijn te doen nemen in Civiel arrest: zo heeft de Raad, de twee leedig gedaan verzoek in overwee¬ ging genomen hebbende goedgevonden 't laatste lid van 't zelve aan den R: O: vert toe te staan, en dus tot 't Civiel arresteren van gem kuhlewijn bij deesen, de noodige qualificatie te verleenen. — de Bode binnen treedende De koopman en Landdrost raporteerd dat den ged„e niet der Colonien Stellenbosch een en Drakenstein de Heer Hendrik Weshalven Lodewijk
English
105 Wherefore the member of this Council, the Honorable Ryno Johannes van der Riet, acting on behalf of the Lodewijk Bletterman, Landdrost, Criminal Plaintiff ex officio, of the one part, against the burgher Andries van Zeijl, defendant in person, of the other part, requested the second default with the benefit thereof and a third edictal citation four weeks from today, in order to purge his first default, and further in person to purge and answer for certain extreme violent acts committed by him against diverse Hottentots in this country. The Council, in view of the non-appearance of the defendant, grants the Plaintiff the requested second default, with the benefit thereof, and a third edictal summons four weeks from today. The messenger, entering, reports that the defendant has not appeared. Wherefore the member of this Council, the Honorable Ryno Johannes van der Riet, acting on behalf of the Criminal Plaintiff ex officio, requested the second default with the benefit thereof and a third edictal summons four weeks from today against the aforesaid Landdrost, Criminal Plaintiff ex officio, of the one part, Willem van Zeijl, defendant in person, of the other part, in order to purge and answer for his first default and the killing of a certain Hottentot child named Antje. 106 The Council, in view of the non-appearance of the defendant, grants the Plaintiff the requested second default, with the benefit thereof, and a third edictal summons four weeks from today. The Honorable Plaintiff ex officio submits his written claim, furnished with three annexures, concluding as at the end thereof. The Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Independent Fiscal of this government, Plaintiff ex officio, of the one part, against the suspended-salary assistant of the Honorable Company, Jacobus Vercueil, legitimating himself by a power of attorney granted to him by the defendant, requests a copy of both the claim and the annexures, in order to serve an answer four weeks from today, as his principal must still hear some witnesses on interrogatories. The Plaintiff ex officio leaves the request made by the defendant in his representative capacity to the judgment of the Council. The Council grants the defendant the requested first copy and day to serve an answer. the burgher Pieter Hamers, defendant, of the other part, in order to hear such criminal claim and conclusion as the Honorable Plaintiff ex officio serving on the day in a case of atrocious injuries committed against the person of the burgher Martinus Keet ex officio shall see fit to make and take against him, Hamers, to answer thereto and further to proceed as according to law. 187 The Honorable Plaintiff ex officio, making claim orally, advances to the roll the following: To the Right Honorable Gentlemen, President and Members of the Council of Justice of this government. Right Honorable Gentlemen: On the 15th of March last, it was reported by both the caffers Lambung and Caspar that having patrolled that same afternoon according to orders received, without fail, in order to keep the slaves present on the street from all disorders and wanton acts, they had perceived in a street near the house of the widow Stedeler that a boy belonging to the said widow, named Manuel of Bengal, was fighting among a troop of slaves with another boy; that they, having immediately jumped in and dispersed the other slaves with some cane blows, had seized and secured or bound the arms of the aforesaid boy; that the son of the widow Stedeler had come up, and had not only threatened the caffers and held his fist before them, but finally pushed them aside, untied the rope, thrown it before their feet, and thus set the boy at liberty. The aforesaid Right Honorable Independent Fiscal, Plaintiff ex officio, of the one part, against the widow Jan Stedeler and her son Jan Stedeler, defendants, of the other part, in order to hear such claim and conclusion as the Plaintiff ex officio serving on the day in a case of public violence committed against a caffer shall see fit to make and take against the defendants, to answer thereto and further to proceed as according to law. 168 Thereupon, both the said Jan Stedeler and the widow, his mother, were summoned before the Fiscal's office and questioned about the act, at which time the same was not at all denied by the first-named, but only with the pretext that he had not threatened or otherwise insulted the caffers, adding that everything had been done on the orders of his mother. She likewise confessed the truth thereof, with the pretext, however, that she had not understood that she could be committing any great evil by having her slave brought back, who had only gone out the door shortly before. And whereas such public violence committed against the servants of Justice on the public streets in the sight of everyone, and thus to the public contempt of Justice itself, cannot and may not be tolerated in a well-ordered country, if one is in the future to be able to maintain the same even in the least degree as is proper, but ought to be punished as a deterrent to others; so it is that the Plaintiff ex officio in the best possible manner contends and concludes that the defendants shall be condemned to such punishment, penalty, or fine as the honorable Council shall in equity deem proper, with costs. The assistant Marinus Marinussen, showing a power of attorney passed to him by the defendants, submits a dictum to the roll, the contents of which were: Dictum
Dutch transcription
105 Weshalven het lid dezes raads de Heer Rijno Johannes Lodewijk Bletterman r: O: van der Riet voor den R: Eijsscher in Cas Crimineel ter eenre O: Eijsscher ageerende verzogte op ende Jeegens het tweede de fault met den pro„ fijte van dien en een derde Edic¬ den burger Andries van Zeijl taale Citatie teegens heeden over gede in perzoon ter andere zijde ten eijnde zijn eerste de¬ vier weeken. — fault te purgeeren, en als nog ten p„n zig weegens zee¬ kere door hem aan diverze Hottentotten in dit land gepleegde verregaande feij¬ telijkheeden te komen pur¬ geeren en verantwoorden De Raad vermits de non Comparitie van den ged„e verleend den Eijsscher het verzogte tweede default, met den pro„ fijte van dien en eene derde Edictaale dagvaarding teegens heeden over vier weeken. — de Bode binnentreedende rap„ Voorm. Landdrost R: O: Eijs¬ porteerd dat den ged„e niet is scher in Cas Cumineel ter een gecompareerd eenre Weshalven het lid deeses raads de Heer Rijnd Johannes van der Riet Willem van Zeijl ged„e voor den E: O: Eijsscher ageeren„ in perzoon ter andere zijde, de verzogte het tweede default omme zig weegens zijn Eerste met den profijte van dien en de fault, en het om het een derde Edictale dagvaar¬ leven brengen van een ding teegens heeden over zekere slotten tots kind in name vier weeken. — op ende jeegens Antje dri k G 106 C De Raad vermits denon Comparitie van den ged„te verleend den Eijsscher het verzogte tweede de fault, met den profijte van dien en eene derde Edictaale dagvaarding teegens hee¬ den over vier weeken. — de Heer E: O Eijsscher legd over De E Achtb Heer Mr Johan zijnen schriftelijken Eijsch gemunieerd met drie bijlaa Nicolaas Steven van Lijnder gen, Concludeerende Ut in fi Jndependent Fiscaal deeses gouvernements re:O. Eijssche ne van denzelven ter eenre De onderafgeschreven op ende jeegens gagie gestelden adsistent der E: Comp„e Jacobus Vercueil den burger Pieter Hamers ge zig met eene door den ged„e ter andere zijde, ten eijnde op hem verleedene procuratie te aanhooren zodanige legitimeerende; verzoekt Crimineelen Eijsch ende Con„ van het een en ander Copia, clusie, als de Heer R: O: Eijs„ om daarop heeden over vier ten dage dienende in Cas weeken, alzo zijn p„l nog een van actroce Jnjurien ge„ nige getuigen op Jnterroga„ pleegt aan de Perzoon van den burger Martinus Keet torien horen moet te deenen R:O: zal goedvinden tegens hem van antwoord. — de 7: O: Eijsscher laat 't Hamers te doen ende te nemen door den qq ged„e gedaan ver „ daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als zoek aan 's raads oordeel. - naar rechten De Raad accordeert den ged„e de verzogte eerste Copia en dag om te dienen van antwoord. antje te koomen pangeavan en verantwoorden Voorm: 187 het volgende De Heer Z: O: Eijsscher bij monde Eijsch doende, advanceerd ter rolle Contra de weduwe Jan Stedeler en der¬ Aan den WelEdele Achtb Heeren President en zelver zoon Jan Stedeler ged„e ter leeden van den Raad van Justitie deeses gou andere zijde, ten eijnde aan te hooren zodanigen Eisch en Conclusie, als den 7: O: Eijsscher vernements. ten dage dienende in Cas van WelEdele Achtbare Heeren publique geweld, omtrend een „ Op den 15 Maart jongstlee „ Caffer gepleegd, teegens de gedaag„ den wierd door bijde de Caffers dens zal goedvinden te doen „ Lambung en Caspar gerappor en te neemen, daarop te ant¬ „teerd, dat zij dienzelven namid„ woorden en voorts te procedee¬ „dag volgens bekomene ordres zond ren als naar regten —. „ gepatrouilleerd hebbende, omme de „zig op de straat bevindende slaven „ van alle disorders en baldaadigheden af te houden, in een straat, „omtrend het huis van de weduwe steedeler ontwaard had„ „den, dat een aan dezelve weduwe toebehoorende jonge, „ met name Manuel van Bengalen, onder een Troep slaaven, met een andere jongen aan het Bakkelijen „ was „dat zijlieden directelijk toegesprongen zijnde, en de overige slaven met eenige rottingslagen uit malkanderen „geraagt hebbende, voormelde jongen gepakt en vastge= „maakt ofte gevleugelt hadden „dat de zoon van de wed„e Stedeler, daarbij gekomen „was denzelven de Caffers niet alleen gedreegd en de vuist „ voorgehouden had, maar eindelijk dezelve op zij geslooten „ het Touw los gemaakt, hun voor de voeten geworpen, „ en dusdaanig de Jonge in vrijheid had gesteld Voorm: E: Achtb Heer Jndepen„ dent Fiscaal R: O: Eijsscher ter eenre Men 168 „daan had. Men heeft daarop zo wel de gem: Jan Stedeler als de „ wede. deszelfs Moeder voor het offici Fiscaal doen appoincteeren „ en over het feit onderhouden, als wanneer het zelve door den „ Eerstgem: geenzints is ontkend geworden, alleenlijk maar met „ voorgeven, dat de Caffers niet gedreijgd, ofte anderzints beleedigd zou„ „de hebben, met bijvoeging, dat alles uit ordres zijner moeder ge„ „Welke insgelijks de waarheid daarvan heeft geavoueert, met „ voorgeeven egter, dat niet hadde begreepen, door het doen „ te rug haalen van haaren slaaf, die maar kort te vooren de e „deur was uitgegaan, groot kwaad te kunnen bedrijven „En terwijl diergelijk Publicq geweld aan de dienaaren, van „de Justitie, op s' Heeren straaten ten aanschouwen van een ieder „ en dus tot openbaare vilipendie der Justitie zelve gepleegd, zal „men in 't vervolg in staat zijn, dezelve maar eenigzints na be„ in een wel geregeld land niet „ en kan nogte mag worden getollereert, maar ten afschrik „van anderen behoort te worden gecorrigeert „hooren kunnen „zo is 't, dat den E: O: Eijsscher omni meliori modo Con„ „tende is concludeerende, dat de ged„e zullen worden gecon„ „demneert, in zodanige straffe poene ofte Boete, als den achtbaren „ Raad, in billijkheid zal oordeelen te behooren Cum Expensis„ „De adsistent Marinus Marinussen, eene procuratie „ door de ged„e op hem gepasseerd vertoonende, legd over een Dictum „ter rol, waarvan den Contenu was. Dictum
English
109 Honorable and Worshipful Sirs and Right Honorable and Worshipful Lord President Dictum in the Roll The undersigned, acting both for herself and for her minor son, finding herself unexpectedly—to her utmost sorrow—summoned for today before Your Right Honorable Worships by the Honorable and Worshipful Independent Fiscal Johannes Nicolaas Steven van Lijnden van Bletterswijk, in his official capacity, in order to hear such claim and conclusion as the said prosecutor ex officio should come to make and take on account of the perpetration of public violence against a Caffer; wherefore the defendant takes the liberty to briefly and most respectfully present the circumstances of the case to Your Right Honorable Worships. And may it please Your Right Honorable Worships to be informed that on Sunday evening, the 15th of the newly expired month of March, the defendant was informed that one of her slave boys was being taken away; she, the defendant, knowing nothing of what had happened, and whether her boy was being taken away by other slaves or by Caffers, or whither, in haste ordered her son, who is only fifteen years old, to run after him and bring the boy back; which was also done immediately by her said son, and upon his return she was informed by him that two Caffers had intended to take the said boy bound to the Tronck. — A few 750: A few days thereafter, the defendant having been called before the Honorable Deputy Fiscal Gabriel Exter, when the defendant was informed that violence was alleged to have been committed by her said son in order to recover the said boy, of which, however, the defendant was entirely ignorant. She severely interrogated her said son about this, but he states that he did nothing other than tell the Caffers that they might release the boy, as he had done nothing, and after some exchange of words, the said Caffers untied the boy and gave him over, of which the said defendant has also been informed by other burghers who were present, and if necessary could produce depositions. Yet, since the defendant is convinced that she nevertheless exceeded her bounds, and would never have given those orders if she had known that her said boy was in the hands of the Caffers, as such is completely tending toward an obstruction of Justice; but since this occurred on her part in ignorance and by no means with the intention of wanting to resist the execution of Justice; — the defendant therefore takes the liberty most humbly to submit to Your Right Honorable Worships, and to ask Your Right Honorable Worships for the greatest pardon for this crime of hers committed in ignorance, with the most humble supplication that it may please Your Right Honorable Worships to take her, the defendant, as a widow with seven children, under Your Right Honorable Worships' customary patriotic protection, and to moderate the claim made and taken by the Honorable and Worshipful Lord Independent Fiscal ex officio in such a manner as the circumstances of the case and the ignorance in which the act was committed by the defendant or her son may in any way permit. — signed: Geertruijda Johanna Herhold, widow Stijtler and the Prosecutor ex officio requested summary justice. Hereupon, the parties renouncing further productions; The Council, having heard that which was brought forward on the Roll both by the Prosecutor ex officio and the defendant in her capacity, after deliberation on everything that merited reflection and could move Their Honorable Worships; Doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, Condemns the defendant Geertruijda Johanna Herhold, widow Stijtler, to a fine of Twenty ducatoons pro Fisco; furthermore, the son of the defendant Geertruijda Johanna Herhold, widow Stijtler, shall be sharply reprimanded in Council, with further condemnation of the defendant in the costs incurred in this case. The Prosecutor ex officio produces a written claim accompanied by two annexes. The defendant, having heard read the various documents, says that the account passed by the widow Hugo is full of untruths, and requests to demonstrate the contrary thereof to the Council. Copy to serve for an answer in four weeks. The Council: fiat copy and a term of four weeks to serve for an answer. The Prosecutor ex officio, prior to making his claim, requests that the defendant may be ordered in person to answer such interrogatories as shall be put to him, the defendant, on behalf of the Prosecutor ex officio. The Defendant in person presents the following request: To the Right Honorable and Worshipful Lord Johannes Jzaak Thenius, President, together with the Honorable and Worshipful Council of Justice of this Government. Right Honorable and Worshipful Lord The aforementioned Honorable and Worshipful Lord Independent Fiscal, Prosecutor ex officio, of the one part, versus the burgher Nicolaas van der Schijf, defendant, of the other part; in order to hear such claim and conclusion as the Prosecutor ex officio on the day of the hearing in the case of real injury against the widow Pieter Hugo, ex officio against the defendant, shall see fit to make and take, to answer thereto, and further to proceed according to law. The Merchant and Landdrost of the Colony Graaffe Reinet, Mr. Morits Herman Otto Woeke, Prosecutor ex officio in a criminal case, of the one part, upon and against the burgher Gerhardus Dirk Catze, defendant in person, of the other part; in order, on account of the mistreatment of a [illegible] Hottentot named Geswind, such that the same died shortly thereafter, to hear such criminal claim and conclusion, request or requests, as the said Landdrost on the day of the hearing
Dutch transcription
109 Edele Achtbaare Heeren en WelEdele Achtbaare Heer President Dictum ter Rolle De ondergeteekende, zo voor haar als voor haar min „der jaarige zoon, zig op het onverwagts /: tot haar uiterste leed„ „weezen, door den E: Achtb: Heer Jndependent Fiscaal Johannes Nicolaas Steven van Lijnden van Bletterswijk r:O. „teegens heden voor UwelEdele achtb: geciteert ziende, om„ „me aan te hooren zodanige Eijsch en Conclusie, als den Heer R: O: Eijsscher weegens het pleegen van Publicq geweld aan „ een Caffer zoude komen te doen en te neemen zo neemt de ged=ese de vrijheid om UwelEdele Achtb: kom „telijk de toedragt der zaak eerbiedigst voor te draagen. En gelieve UwelEdele Achtb: geinformeert te weezen „dat op zondag avond den 15 der even afgeweekene maand maart „de ged=ense wierd geinformeerd, dat eene van hare slave jon„ „gens weg gebragt wierd, zij ged=ese zonder ergens van te weesen „wat er gebeurt was, en of haar jongen door andere slaaven, „dan door Caffers weg gebragt wierd of ook waar heen, in „haast tegen haare zoon, die nog maar vijftien jaaren oud is, „heeft geordonneerd om hem na te loopen en de Jongen „ te rug te haalen, welk ook direct door haar gemelde zoon „ is geschied, en bij zijn wederkomst door denzelven is „ geinformeerd, dat twee Caffers gemd: jongen gebonden na „de Fronk hadde gemeend te brengen. — Weinige 750: Weinige daagen nadien de gedragderse geroepen zijnde, a¬ „ bij den E: adjunct Fiscaal Gabriel Exter, wanneer de ged=ep= wierd geinformeerd, dat door haar gemelde zoon tot het weder „ krijgen van gezegde jongen, geweld zoude gepleegd zijn, dog waar „ van de ged=ede ten eenemaale ignorant was. „ Haar gemelde zoon ten scherpsten daarover heeft onder hou„ den, dog door hem word gezegd niets te hebben gedaan, dan „ aan de Caffers gereijd, dat zij de jongen mogte los laaten, dat „ hij niets gedaan had, en gemelde Caffers na eenige woor¬ „ denwisselingen de jongen hadde los gemaakt, en hem mede „gegeven, welk de gesegde de gedaagdesze ook van andere daarbij present gestaan hebbende Burgerlieden is geinformeerd „ en des noods verklaaringen zoude kunnen produceeren. „dog doordien de gedaagdesse overtuigd zijnde zig zelven eg¬ „ter te buijten gegaan te hebben, en nimmer die ordres zoude „gegeeven hebben, indien zij hadden geweeten, dat haar gem: „ jongen in handen der Caffers was geweest, dewijl zulks vol„ „strekt is, strekkende tot stremminge voor de Justitie „Maar dewijl zulks bij haar in onweetendheid is geschied en geenzints met voorneemen, om zig tegen de uitvoering „der Justitie te hebben willen verzetten. — de vrijheid op 't needrigst aan UwelEdele „zo neemt de gedesse „ achtb„e te submitteeren, en UwelEdele Achtb: over deezer haar in „ onkunde begaane misdaad ten hoogsten exccus te ver„ „zoeken, met ootmoedigste suppliatie, dat het uwelEd. Achtb: „ zal gelieven te behaagen, haar gedaagdesse als een weduwe „ met seven kinderen, onder UwelEd. Achtb: gewoone va„ „derlandlievende bescherming te neemen, en de door „ den E: Achtb: Heere Jndependent Fiscaal r: O: gedaane en „genoomene Eisch, zodaanig te modereeren, als de toedragt „der zaak, en de onkunde waarin het feit door de gedagdesse „ ofte haaren zoon is gepleegd eenigsints kan permitteeren. — /:was „ 111. /:was geteekend:/ Geertruijda Jo„ „hanna Herhold wed„ Stijtler „en verzogte den Heer r: O: Eijsscher kort regt. Renuntieerende partijen hierop van verdere productien De Raad gehoort hebbende het geene zo door den Heer R:O: Eijsscher als de ged qq ter Rolle is voortgebragt, na overwee„ ging van alles wat reflectie meriteerde en Hun EE: Achtb„e konde doen moveeren; Regt doende uit naam ende van wegens de Hoogmoogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden, Condemneert de gedese Geertruijda Johan„ na Herhold wede. Stijtler in eene geldboete van Twintig ducatonnen pro Fisco; zullende voorts de zoon van de gedaagdesze Geertruij¬ da Johanna Herhold wede. Stijtler in Raade scherpelijk worden gereprimendeerd met verdere Condemnatie van de gedaag¬ deste in de ter dezer zaake gevallene kosten De Heer R: A: Eijsscher produ„ Meermelde E Achtb: Heer ceert een schriftelijken Eisch ver- Jndependent Fiscaal 7: O: Eijss: ter eenre. zeld van twee bijlaagen. Contra de ged„e het een en zegd dat het relaas door de wede. den burger Nicolaas van der ander hebbende hooren lezen, Hugo gepasseerd, vol onwaar„ schijf ged„e ter andere zijde, heden is opgevult, en verzoekt om ten einde aan te hooren zodanige 162 om den Raade het Contrarie van dien te doen blijken. Copia om over vier weeken te dienen van antwoord De Raad fiat Copia en termijn van — vier weeken om te dienen van antwoord de r: O Eijsscher alvoorens Eijsch te doen verzoekt dat den gede De koopman en Landdrost der Colonie Graaffe Reinet in perzoon mag worden ge¬ ordonneerd om te antwoorden de Heer Morits Herman op zodanige Jnterrogatorien als Otto woeke R: O: Eijsscher hem ged„e van weegens den r: O: in Cas Crimineel ter eenre Eijssr. zullen worden voorgehouden op ende Jegens De Ged„e in perzoon pre den burger Gerhardus Dirk senteerd het volgende request Catze ged„e in perzoon ter an„ dere zijde; omme wegens mis¬ Aan den welEdelen Achtb: Heer Johannes handeling van een gemnas Jzaak Thenius pre„ Hottentot geswind genaamt, zodanig dat denzelven kort sident beneevens de E: Achtb raade van daarna is overleeden, te aan¬ Justitie deses gouver„ hooren zodanige Criminee¬ nements len Eisch en Conclusie, verzoek of verzoeken, als gemelde Land„ drost ten dage dienende op WelEdele Achtb: Heer zodanige Eijsch en Conclusie, als den E: O: Eijsscher ten dage dienende in Cas van reeele injuorie teegens de wede„ Pie¬ ter Hugo R:O. tegens den ged„ zal te raade worden te doen en te neemen daarop te ant¬ woorden en voorts te proce¬ deeren als na regten en ende
English
113 Honorable Masters! Respectfully shows, Your Honorable Worships' humble servant, the burgher Gerhardus Dirk Kotze. How he, petitioner, living on a small livestock farm far inland and in the regions of the predatory Bushman Hottentots, seeks a livelihood there as best he can. That he, petitioner, having had among others in his service a certain Hottentot by the name of Gezwind, or commonly called Kogelman, had imagined that the mentioned Hottentot would have responded to the benefactions which the petitioner showed him, over and above a good reward, food, drink, and his further maintenance. Yet that the mentioned Hottentot, notwithstanding this, could nevertheless bring himself to scatter the petitioner's livestock in the veld on different occasions and leave them out at night, to such a degree that significant damage was inflicted upon the petitioner by the aforementioned Bushman Hottentots. That the petitioner, having given the mentioned Hottentot Kogelman some loose blows with a hand sjambok on this account, the mentioned Hottentot thereupon took to running and successively received some blows from the petitioner, after which the petitioner returned back to his house. That the same Hottentot Gezwind, having returned home immediately thereafter, heated from running, had the imprudence to drink such a quantity of cold water that shortly thereafter he collapsed, and notwithstanding all possible help rendered to him by the petitioner, nevertheless died on the second day thereafter. That 114 That however much the petitioner is also convinced in his mind that, if the mentioned Hottentot did not die from a sudden accident that befell his body at that moment, the hasty demise of the same Hottentot is to be attributed to nothing other than his own imprudence, and the petitioner is therefore in this matter outside of any the least guilt: the merchant and Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet, Mr. Morits Herman Otto Woeke, has nevertheless thought fit to have the petitioner summoned before this illustrious court on this account. That although the petitioner could calmly await these proceedings, the petitioner nevertheless, due to his distant residence, cannot linger at the Cape any longer, as great disadvantage would be caused to him by this absence, and therefore deemed it best for himself to turn to Your Honorable Worships with a respectful request that it may please Your Honorable Worships to declare this matter civil and composable. Doing which, was signed: G. D. Kotze Whereupon the opinion of the officer having been requested, the same advanced that, while this matter was certainly situated in such a way that composition could take place upon it, he, the official plaintiff, for those reasons left such to the council's judgment, requesting at the same time that, in case this matter were declared composable, since he, in view of the impoverished circumstances of the defendant, desisted from the fine which the defendant would otherwise unavoidably have to pay, it might nevertheless please the council to also sharply reprimand the defendant on account of his misconduct. The defendant persists in his request. The Council, having rejected the defendant's request, 115 orders the defendant in person to answer such interrogatories as shall be put to him on behalf of the official plaintiff. The Landdrost, official plaintiff in a criminal case on the one side, and against the farmer Pieter Zourie Louisz, defendant on the other side, in order, on account of the mistreatment of his bondservant named Fortuijn of Malabar to such a degree that the same came to pass away shortly thereafter, and the burial of that slave without inspection, to hear such criminal demand and conclusion, request or requests, as the undersigned ex officio shall make and take on the appointed day, to answer thereto, and further to proceed according to law. The official plaintiff submits a written demand to which are attached 7 annexes. The defendant, having heard the one and the other read, says in his defense thereto: "I gave the boy a proper beating according to his merits, and thereupon he ran away; subsequently he was captured and brought home without me knowing that anything ailed him, he however out of malice having refused to consume anything, whereupon he (this being 12 days after the blows received) died." Requesting therefore that the official plaintiff's demand may be denied with costs. The official plaintiff persists in his demand and requests justice. The defendant likewise persists in his statement. The parties renounce further productions.
Dutch transcription
113 E: Achtbaare Heeren! ende jeegens den ged„ zal willen doen en neemen, daarop te ant¬ woorden en voorts te procederen Geeft met eerbied te kennen, UWe WelEdele Achtbare ne„ als na rechten drigen dienaar, den burger Ger„ hardus Dirk lotze. Hoe hij supp„t op een kleine veeplaats verre landwaarts en in de Contreijen der rovende Bosjesmans Hottentotten woonag¬ tig zijnde, aldaar zo goed, als in zijn vermoogen is, een bestaan zoekt. dat hij supp„t onder anderen in zijnen dienst gehad heb¬ „bende zekere Hottentot in naame gezwind, of in de wandeling kogelman genaamd, zig verbeeld had dat gerepten Hlotten tot zoa„ de hebben beantwoord aan de weldaaden, welke den suppt hem boven eene goede belooning eeten drinken en zijn verder onderhoud quam te bewijzen dan dat egter gem: Hottentot des niet tegenstaande evenwel van zig hadde kunnen verkrijgen, om tot differente rijzen des supp„e vee in 't veld verstrooid, en 's nagts uittelaaten, dermaaten dat de supp„t door voorsz: Bosjesmans Hotlen„ totten eene merkelijke schade is toegebragt geworden dat de supp„ gemelde Hottentot Kogelman hier over met een handsjambok eenige losse slaagen gegeven hebbende, gerepten Htoltentot, het als toen op een loopen gezet en successief door den supp„t eenige slagen bekoomen had, waarna den suppt. wederom naar zijn huis is te rugge keerd. — dat dezelve slottentot gezwind weder te huis gekomen zijnde terstond daarop verhit van 't loopen, de onvoorzigtig„ heid gehad had, om eene zodaanige quantiteit koud water te drenken, dat hij kort daarop van zig zelven gevallen zijn de, ongeagt alle door den supp„t hem toegebragte mogelijke hulpe egter den tweeden dag daaraan overleeden is dat 114p dat hoe zeer de suppt ook in zijn gemoed is overtuigd da zo gem: Hottentot, alniet door een subiet toeval hem op da oogenblik op 't lijfgekoomen is overleeden, 't geprecipiteerd af„ sterven van denzelven Hotten tot ergens nergens anders als aan zijne eigene onvoorzigtigheid te attribueeren is, en den suppt. derhalven in dezen buiten eenige de minste schu verseerd: den koopman en Landdrost der Colonie Graaffe Rei„ de net de Heer Morits Herman Otto Woeke egter heeft kunnen te raade worden, den suppt, dieswegens voor deese luijsterrijke vierschaar te laaten dagvaarden. — dat afschoon de supp„t. dese proceduures gerustelijk zoude kun„ nen blijven afwagten, de supp:t egter daarbij om zijn verre afwooning he niet langer aan de Caab kan blijven vertoeven, als zullende hem dood dit verzuim groot nadeel worden toegebragt, voor zig dus best geoordeeld heeft zig te wenden tot UwelEdele Achtb: met eer„ biedig verzoek, dat het van UwelEd: Achtb„e welbehaagen zijn moge deese zaak te verklaaren Civiel en Composibel. 'T welk doende w=a /:was geteekend:/ G: D: kotree Waarover het gevoelen van den officier gevraagd zijnde, advanceerde denzelven, dat Terwijl deze zaak, zekerlijk zodaanig gesitueerd was, dat op dezelve Compositie konde plaats hebben, hij 7:O Eijss„r sulx om die redenen aan 's raads oordeel overliet verzoekende te gelijk, dat daar hij ingevalle da deeze zaak Compasibel wierde verklaard, uit aanmerking wor van de anmoedige omstandigheden van den ged„e desisteerde van de boete welke den ged„e anderzints onvermijdelijk zoude bij moeten betaalen, het des niet te min van 's raads welbe„ haagen zijn moge den ged„e teffens ook weegens zijn wan¬ gedrag swerpelijk reprimendeeren De ged„e persisteerd bij zijn verzoek De Raad des ged„e gedaan verzoek van de /:onderstond:/ hand F 115. hand wijzende ordonneert den ged„e in perzoon omme te antwoorden op sodanige Jnterrogatorien, als Hem van wegens den R: O: Eijsscher zullen worden voorgehouden Doorm: Landdrost E: O: Eijsscher de r: O: Eijsscher legd over eenen in Cas Crimineel ter eenre schriftelijken Eijsch waar bij gevoegd zijn 't bijlagen op ende jegens den ged„e het een en ander den Landbouwer Pieter Zou„ hebbende hooren lezen, zegt daar rie Louisz: ged„e ter andere zijde op ter zijner verontschuldiging: ten einde wegens het mishan¬ „ Jk heb den jonge naar zijne delen van deszelfs Lyfeigen „verdienste eene ordentelijke in name Fortuijn van Mal¬ „loezing gegeven, en daarop „is hij weggeloopen: vervolgens lebaar der maaten dat denzel„ „is hij gevangen genomen en ven kort daarop is komen te „te huis gebragt zonder dat ik overlijden en het begraaven „geweeten heb, dat hem iets van dien slaaf zonder bezig¬ „manqueerde, hebbende hij tiging, te aanhooren zodaa¬ „egter uit kwaadaardigheid nigen Crimineelen Eijsch en „niets willen nuttigen waar Conclusie, verzoek of verzoe¬ „ op hij (zijnde zulx 12 dagen na ken, als den ondergeteeken¬ „de ontfangene slaagen :/ is overleden de exofficio ten dage dienende Verzoekende derhalven zal doen en neemen, daarop dat de 2: O: Eijsschers Eijsch moge worden ontzegt met de kosten te antwoorden, en voorts D2 r: O: Eijsscher persisteerd bij zijnen Eisch en verzoekt regt te procedeeren als na regten De Ged„e persisteerd mede bij zijn voortgebragte renuntieerende partijen van verdere producten E
English
The Council, having read and resumed the written claim and conclusion exhibited by and on behalf of the Public Prosecutor against the defendant, and having also heard what was brought forward against it by the defendant, after considering everything that merited reflection and could move Their Honors; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Pieter Fourie to a pecuniary fine of fifty rijxdaalders for the benefit of the officer, and further orders that the defendant's slaves Floris, Pedro, and female slave Celie shall be judicially sold for the benefit of the defendant, with this express condition that they shall never again come under the power of him, the defendant, or his relatives, the Council likewise condemning him, the defendant, in all costs incurred in this matter, denying the further claim made and the conclusion taken by the officer. And having noticed, both in these proceedings and principally in the extraordinary trial instituted against the above-mentioned citizen Gerhardus Dirk Kotze, that unrecollected and unsworn depositions were found, upon which, strictly speaking, no justice can be administered; it is therefore, upon the proposal of the Honorable Lord President, resolved to write to the said Landdrost of Graaff-Reinet, to ensure in the future, principally in matters which are instituted extraordinarily, that the depositions are beforehand, pursuant to the 4th article of his Instructions and the 14th article of the Regulation, Order, and Instructions for the Landdrost and Heemraden of Graaff-Reinet decreed on 19 July 1786, properly recollected before delegated Heemraden for those of Hottentots or slaves, and sworn for those given by others, and thus also properly transmitted in legal form and produced in the Council. Further was read a missive from the Field Cornet in the Hantam, Willem Adriaan Nel, regarding that which was assigned to him pursuant to a resolution of this Council dated 15 January last concerning such number of cattle as was confiscated for the benefit of the Honorable Company by sentence of 27 March 1788 from the citizen Adriaan van Zeijl and Johannes Wiezer, banished from the country. And since it appears from this not only that the said Field Cornet himself does not know where the wife of the aforementioned Wiezer resides, but also that the said Field Cornet has allowed himself to be satisfied by the wife of Van Zeijl with a promise to pay for a number of 30 cattle according to Company's price, and it is thus very difficult and uncertain for the Field Cornet to secure the above-mentioned confiscated cattle for the Honorable Company in this manner; therefore, since on the one hand it is of the highest importance to Justice that its sentences are not rendered illusory, but on the contrary are strictly carried into execution, and on the other hand the procurement of the execution of all such sentences belongs primarily to the department of the officer, it is resolved to send a copy of the aforementioned incoming report of the Field Cornet to the Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to still be able to take such appropriate measures as are entirely suitable to have the above-mentioned sentence pronounced to the charge of Van Zeijl and Wieser carried into execution with respect to the confiscated cattle and costs. Lastly, having also taken into hand the petition presented in the Council on 26 March last by Hendrica Janssen, wife of Jan Smit of Dilburg, confined on Robben Island, the Council, having also read in this regard the considerations of the Honorable Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, submitted thereon on the 31st of the said month of March, has permitted the aforementioned Jan Smit of Dilburg to compound before delegated commissioners with the said Honorable Independent Fiscal regarding such part of the sentence passed against the same Smit on 22 November 1787 whereby a confinement of five years on Robben Island was imposed upon him, Smit, and after the same composition, to take up residence at this capital for the administration of his affairs, with the understanding, however, that the said Smit shall not only not be allowed to carry on any burger trade nor be regarded as a burger, but also, since he, Smit, was likewise banished by the said sentence of 22 November 1787 from this government and the jurisdiction thereof for all time, he must be sent away from here after the expiration of the aforementioned five years. While furthermore the Fiscal office is hereby authorized to have a strict eye kept on the conduct of the said Smit during his stay at this place. And subsequently the Honorable Lord President, who was of the contrary opinion, caused the following to be noted in the minutes: The undersigned is, saving better judgment, of the opinion that what was requested per petition to the Council of Justice here by the wife of Jan Smit of Dilburg, banished to Robben Island, cannot in any way be granted to her, for the reason: — That
Dutch transcription
1167 De Raad geleezen en geresumeert ƒ hebbende, den Schriftelijken Eijsch en Conclusi door ende van weegens den R: O: Eijsscher op ende jeegens den ged„e geexhibeerd, mits„ gaders gehoort, het geene door den gede daar teegen is ingebragt, na overweeging van al¬ les wat reflectie meriteerde en Hun EE achtb„„ konde doen moveeren. Regt doende uit naam ende van wegens de Hoog moogende Heeren Staaten generaal der vereenigde Nederlanden, condemneert den gede Pieter Fourie in eene pecuniele Boete van vijftig rijxdaalders, ten behoeve van den officier, en ordonneert wijders dat des ged„s slaven Floris, Pedro, en slavin Celie ten voordeele van den ged„ geregtelijk zullen worden verkogt, met deese expresse Conditie om nooid weder onder de magt van hem gede of zijne na„ bestaanden te komen, Condemneerende den Raad hem ged„e tevens in alle de ter dezer zaake gevallene kosten, met ontzegging van den verderen gedaanen Eisch en de genomene Conclusie van den of¬ ficier En gemerkt zo wel in deze Proceduures¬ als voornamentlijk in het op ende jegens bovengem: Burger Gerhardus Dirk Kobze Extra ordinair belegde Proces, gevonden 117 zijn, ongerecolleerde en onbeeedigde verkla¬ ringen, waarop dus strich geen regt kan worden gedaan; zo is derhalven op de pro¬ positie van den E: Achtb: Heer President ver„ staan, gemelde Landdrost van Graaffe Rei¬ net aan te schrijven, om voor 't vervolg zorg te draagen, dat principaal in zaken welke Extra ordinair worden belegd de ver¬ klaaringen alvoorens, ingevolge het 4„de articul zijner Jnstructie en 14 art„ van de Reglement ordre en Instructie voor Zanddrost en Heemraaden van Graaffe Reinet den 19 Iulij 1786 gearresteerd, behoor„ lijk voor gecommitteerde Heemraaden, die van Hottentotten of slaven. gerecolleerd, en de zodanige dewelke door andere gegeven zijn beeedigd, en dus ook behoor¬ lijk in forma probante overgezonden in Raade geproduceerd worden Wijders is geleezen een missive van den Veldwagtmeester in de Hantam Willem Adriaan Nel belangende het gene van denzelven ingevolge Besluit dee¬ ses raads de dato 15 Januarij Jl: is op¬ gedraagen nopens zodaanige Aantal „beesten, als bij vonnisse van den 27 Maart 1788 van de uit den lande gebannen burger Adriaan van Zeijl en Johan¬ nes wiezer ten behoeve der E: Compe is 118 - is geconfisqueerd geworden. En nadien hieruit niet alleen blijkt dat gerepten veldwagtmeester zelve niet weet waar de huisvrouw van voorsz wiesen zig ophoud, maar denzelven veldwagtmeeste zig ook door de vrouw van van Zeijl heeft laaten te vrede stellen met eene be lofte van een getal van 30 beesten volgen Comp„s prijs te zullen betaalen, en het dus zeer difficiel en onzeker is om op deeze wijze door den veedwagtmeester de bovengem geconfisqueerde beesten voor d' E: Compe magtig te worden: zoo is, daar het tog de Justitie aan de eene zijde, ten hoogsten hier aan gelegen legd, dat derzelver vonnissen niet illusoir gemaakt, mae in teegendeel stiptelijk ter Executie gebragt worden, en aan den anderen kant de bezorging der Executie gebragt worden, en aan den anderen kant de bezorging der Executie van al zulke von„ nissen voornamentlijk is van het depa tement van den officier, derhalven be slooten Copia van het voorsz: ingekoomen berigt des veldwagtmeesters aan den Land„ drost der Colonien Stellenbosch en Dreeke„ stein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterma ten einde als nog zodanige gepaste maatregu len te kunnen neemen als volkomene ge¬ schikt zijn, om het bovengem: ten lasten van van 119 van zeijl en wieser gepronuntieerde vonnis met opzigt der geconfisqueerde beesten en kosten ter uitvoer te doen brengen Laatstelijk ook bij der hand genoomen zijnde, het op den 26 Maart jongstleeden door Hendrica Janssen Huisvrouw van den ten Robben Eijlande geconfineerden Jan Smit van Dilburg in raade gepresenteerd request Heeft de raad teffens ten deezen aanzien geleezen hebbende de Consideratien van den E: Achtb: Heer Jndependent Fiscaal Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden daarop in dato 31 der gemelde maand maart in gediend aan voorsz: Jan Smit van Dilburg gepremitteerd, om weegens zodaanig gedeelte van het teegens denzelven Smit in dato 22 November 1787 gevelde vonnis, als waar bij aan hem smet een Confinement van vijf jaaren ten robben Eijlande is opgezegd, met welgemelde E: achtb: Heere Jndependent Fiscaal, voor Heeren gecommitt„s te kunnen Composeeren, en zig na dezelve Compositie, tot het ad„ ministreeren zijner zaaken aan deese Hoofdplaats met er woon te begeeven, met dien verstande nogtans, dat gerepten smet niet alleen geene F B 120 geene Burger neering zal mogen drijven nog als burger aangemerkt worden maar ook, nadien hij smit bij ged„e van nisse van den 22 November 1787 teffens ten eenwegen dage uit dit gouvernemen en den ressorte van dien is gebannen na de expiratie van voorsz: vijf jaa¬ ren van hier zal moeten verzonden worden: „Terwijl voorts het offici Fiscaal bij deesen word geauthoriseerd, om geduurend het verblijf van gem: smit ter deezer Plaatze op deszelfs Conduite naau¬ keurig oog te doen houden En heeft vervolgens den E achtb Heer president, dewelke van Contra„ rie sentement was, het volgende in de Notuten doen aanteekenen Den ondergeteekende is /: Salva „meliori Judicio :/ van oordeel; dat het „door de Huisvrouw van de op het Robben „ Eijland gebanne Jan Smit van Dilburg „ p„s request verzogte aan den raad van Jus„ titie alhier; haar geenzints kan wor¬ „den toegestaan; om reeden. — Dat
English
121 That it is notoriously maintained in our administration of justice as an indisputable principle that a definitive sentence, once lawfully pronounced and delivered, cannot nor may be revoked, altered, corrected, or amplified by the same judge who passed the condemnation, and whose office immediately ceases upon the pronunciation of the judgment with respect to the adjudicated matters; of which full affirmation may be seen, among others, in Wieland temp 9 Cap 5 Damhouder pract: crim: C: 220 Gail Lib 1 obs: 116 Merula Lib 4 tit 90 Cap. 1 No. 1. Meanwhile, with relation to the change or alteration in the matter of pronounced definitive judgments, there remains this observation, that sentences of high or low judges can and may only be altered, changed, or annulled by the high power and authority of the Sovereign, namely, by absolute order of Their High Mightinesses or by those to whom they have delegated and entrusted on their behalf the granting of pardons and absolutions, as well as the right of approving Criminal Sentences. 122 Wherefore the undersigned is furthermore of the opinion that the said wife of Jan Smit of Dilburg should be directed to the government of this Place, to the end that she may request the same that her Request relative to the release of her Husband from his banishment on Robben Eijland might, with the support of the said government, be transmitted to the High Indian Government at Batavia. Was signed: P: P: Rhenius. Underneath stood: At Cape of Good Hope, date as above. Witnessed by me present, was signed: J: N=s Hineveld, clerk. Thursday 9 123 Thursday the 10th of April 1789, forenoon Extraordinary meeting. Present the Honorable Worshipful Mr. Johannes Izaac Rhenius, President, and all the Members except Mr. van Echten due to indisposition. The Member of this Council, Mr. The merchant and Landdrost of the Colony Graaff Reynet, the Mr. Morits Herman Otto Woeke, Officer Plaintiff on the one part, Ryno Joh=s Vd= Riet, acting in this matter for the Landdrost at Graaff Reijnet, produces a written Claim accompanied by the Interrogatories answered by the defendant before the Commissioner Gentlemen and four depositions, the said Claim reading as follows: Against The burgher Gerhardus Dirk Coetzee, summoned in Person on the other side. Appeared before the Honorable Worshipful Judicial Council here at the Cape of Good Hope, the Member in this Honorable Worshipful Council, Ryno Joh=s van der Riet, acting ex officio for the Landdrost of the Colony Graaff Reijnet, Officer Plaintiff, on and against The burgher Gerhardus Dirk Coetzee, Defendant in Person on the other side. 124 Article 1 And the Officer Plaintiff stated 2 that it having been brought to the knowledge of the original Officer 3 that the defendant was alleged to have committed manslaughter against a Hottentot named Gezwind, 4 for which reason the necessary Inquiries were also made 5 and the defendant, pursuant to a decree of this Honorable Worshipful Council, was summoned in Person. 6 and subsequently having appeared, was at the request of the Officer Plaintiff condemned to answer query Articles before the Commissioner Gentlemen, 7 notwithstanding that the defendant had made a request to declare the case Civil and Composable, and the Officer Plaintiff had declared to leave the case to the Council's judgment, 8 from which could immediately be inferred the Slight guilt in which the defendant was involved; 9 as the Officer Plaintiff once again testifies not to be able to conceive that the defendant would have merited a Corporal punishment, 10 the Officer Plaintiff referring to the proofs annexed hereto, 11 and to the reading of which the Officer Plaintiff takes the liberty respectfully to refer Your Honorable Worships, 12 where Your Honorable Worships will be able to perceive clearly 125 that the principal declaration of the Hottentot Tromp, considered on its own, yields not a fourth of Proof, Article 13 and should much sooner be considered Partisan; 14 thus coming only to the charge of the defendant, and that which alone, under Correction, merits reflection, 15 that the country people live very inhumanely with the Hottentots, 16 and it is all the same to them whether they maim those people or kill them, 17 whereby it often happens that those people are mistreated in the most gruesome manner, 18 upon which sufficient watch cannot be kept by the respective officers 19 to cause them to receive their well-deserved punishment through that path. For which and other reasons and means to be further deduced in due time and manner, if necessary, the Officer Plaintiff, making his Demand, concludes that the defendant shall be sharply reprimanded and ordered henceforth to conduct himself carefully regarding such punishments, with Condemnation in all costs incurred in this case, or such as Your Honorable Worships shall deem proper. 126 The defendant, having heard the same read, says he persists with his request presented on the last ordinary court day and his answered Interrogatories. The Officer Plaintiff likewise persists and requests justice. The Council, having read the Written Demand and documents exhibited by the Officer Plaintiff, after consideration of that which merited reflection and could move Their Honorable Worships, Administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, adjudicates to the Officer Plaintiff his Demand made and Conclusion taken on and against the defendant Gerhardus Dirk Coetzee, and Condemns the defendant in the costs incurred in this case. Furthermore, it was brought to the knowledge of the Council by the Honorable Worshipful Mr. Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden R: P: van der Riet in margin Exhibited in Court on the 9th of April 1789 properly Was signed:
Dutch transcription
121 „ Dat het notoir in onze regtspleging „ voor een indisputabele reeden word onder „houden dat een sententie diffinitie f eenmaal „na rechten gepronuntieerd, en uytgesproken „zijnde, niet weder door dien zelvden rechter „welke de Condemnatie geveld heeft, /: en wiens „officie door de pronuntiatie van het vonnis „in opzigt van de gesententieerde zaaken, „inmediatelyk komt te Cesseeren:/ kan nog „mag worden herroepen veranderd, verbeterd, „vermeerderd; waar van tot volle affirmatie, „onder meer andere te zien zyn wieland „temp 9 Cap 5 Damhouder pract: (is C: 220 „gail Lib 1 obs: 116 mercela Lib 4 sit 90 Cap. 1 „No. 1. „ — ondertusschen vald met relatie tot de „verandering of alteratie in het stuk van „gepronuntieerde deffinitive vonnissen, nog „tteze aanmerking, dat, sententien van hoge „of Laage Rechters alleen kunnen en mogen „werden veranderd gealtereerd of vernietigd „door het Hoog gezag en de authoriteyt „van den Souvercijn, namentlik, door ab„ solut bevel van Haar Hoog Mogende of door de geenen aan wien zy het verleenen „van gratien, en absolutien, mitsgaders het „regt van apbrobatie van Crimineele Sententien van 122 „ van hunnent weegen, hebben gedemandeerd „ en opgedragen. Weshalven den ondergeteekenden af „wijders van gevoelen is, dat men gedagte „ huijsvrouw van Jan Smit van Dilburg „diend te wijzen na de gereeging dezer „Plaatse ten eijnde zij dezelve verzogte „dat haar Request relatief tot het „ ontslag van haaren Man uyt zijn „bannissement op het Robben Eijland „ met appui van welgem: regering aan „de hooge Indiaasche Regeering te Batavia mogte overgezonden worden. — /:was get:/ P: P: Rhenius. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop diect A=o Ut suipra Vt. /:Lager Mij Present /:was get J: N=t Hineveld. e Clercq. — Donderdag 9 123 Donderdag den 10 April 1789 voordemiddags Extraordisnaire vergadering Present den E Achtb Heer Johannes Izaac Rhenius Praesident en alle de Leeden demptis den Heere van Echten by jndispositie. Het Lid dezes Raads de Heer Den koopman en Landdrost der Colonie Graffe Reynet de Rijno Joh=s Vd=k Roet in dezen, Heer Morits Herman Otto Voor den Landdrost te Graffe Wocke R: O: Eyss=r ter eenre Reijnet Ageerende produceert eenen schriftelyken Eysch ge„ Contra. „minueerd met de door den Den burger Gerhardus Dirk ged: voor Heeren gecommitt= otzo get: in Persoon ter beantwoorde Interrogatorien en vier verklaringen Luijden andere zyde „de dien Eysch als volgd— Compareerde voor den welEdelen Achtbaren Iustitieeelen Raade Alhier aan Cabo de Goede Hoop den Lid in dezen E Achtb Raade Rijne Ioh=s 1de Niet als in officio fungeerende voor den Landdroft der Colonie Graaff Reijnet E: O: Eyss=r op ende jegens Den burger Gerhardus Dirk Cotzee £ 124 Art=s1 Ende dede den E: O: Eyss=r zeggen 2 „ dat ter kennisse van den origineelen Officier gebragt zynde - 3 „ dat den ged: een Manslag zoude gedaan hebben aan een Hottensot genaamd gezwind, 4„ waarom dan ook de nodige Perquisitien zyn - gedaan 5 „ en den ged: ingevolge decreet van dezen E: Achtb raaden is gedagvaerd in Persoon. 6 „ en vervolgens gecompareerd zynde opt verzoek van den E: O: Eyss=r gecondemneerd geworden onme ten overstaan van Heeren Gecommitteerdens te antwoorden opvraag Articulen „ niet tegenstaande en ged: had verzoek gedaan om de zaak Cieviel en Composibet te verklaren en den r: O: Eyss=r gedeclareerd de zaak te late aan Craads oordeel. 8: waar uijt onmiddelijk konde worden afgeleyd de Ligte schuld waar in den ged: verseerde 9„ gelyk den E: O: Eyss=r nogmaals betuygd niet te kun „nen vallen in 't begrip, dat den giet zoude hebben gemeriteerd een Corporeele straffe. 10 „ refereerende zig den E0: Eyss=r aan de bewyzen hier annex. 11 „ en tot welkers fectunre den E: O: Eyss=r de vryheid neemt UwEd: Achtb eerbiedig te ranvoieeren 12 „ waar uwEd Achtb zonnen klaar ztellen kunnen Gedaagden in Persoon ter andere Zyde. bemerke 125 dat de voornaamste verklaring van den Hotten tot Tromp op zig zelven beschond geene quart Preuve uytleverd Ant=: 13 veel eer als Partijdig zoude kunnen worden geconsidereerd „ 14: komende dus Alleenlyk maar ten lasten van den ged: en het geen alleen /onder Correctie:/ reffectie meriteerd 15 „ dat de buyten Lieden zeer ontmenscht met de Sottentofter Leeven 16 „ en t haar om 1 eeven is, of zylieden die natien ver menken of omt Leven brengen 17„ waar door dan dikwils gebeurd dat die natie op een allergruwelykste wyze werden mishandeld 18„ Waar op door de respective officieren met genoeg kan werden het oog gehouden 19„ om door dien weg hunne welverdiende straffe te doen Erlangen Mits welke en andere reedenen en middelen in tijd en wijsen /is 't nood :/ nader te deduceeren den E: O: Eyss=r Eysch doende Con„ „cludeerd dat den ged: scherpelyk zal werden gerepiemendeerd en aangezegt zig voortaan omtrend diergelijke strafoefeningen zorgruldig te menageeren, met Condemnatie in alle de ter dezer zake gevalle„ „ne kosten, ofte zoodanig als uwEd: Achtbaren zullen vinden te behooren 126 Den ged denzelven hebbende hooren leezen, zegd by zyn op Laastl: ordin: recttdag gepresenteerd request en beantwoorde Interrogatorien te blyven Persisteeren De E: O: Eyss:r Persisteerd meede en versoekt recht. De Raad den Schriftelijken Eijsch en stukken door den E: O: Eysscher ge„ „exhibeerd, gelezen hebbende na overweging van het Gunt teflectie meriteerde en Hun E: E: Achtb: konde doen moveren Recht doende uyt naam ende van wegens de Hoogmogende Heeren slaten Generaal der vereenigde Nederlanden adjudicieerd den r: O. Eopp: zynen opende jegens den ged Geshardus Dirk Cotze gedanen Eysch en genomene Conclusie en Condemneerd den ged: in de ter dezer zake gevallene kosten. Voorts wierd door den E Achtb Heer Jndependent fiscaal M=r Johan Nicolaas Steven van Lynden den Raade Ter kennis R: P: van der Biet /:in margin:/ Exhobituu in Judicio den 9 April 1789 behooren /Was ggketeek:/ gebragt
English
brought forward that the Member of this council, Mr. Ryno Johannes van der Riet, had handed over to His Honorable some Documents concerning the case of Barend Meijer, who is in custody, and the Wife of the late burgher Ferdinand Hartsenberg, gathered by His Honor ex officio when representing the affairs of the Landdrost of the Colony of Zwellendam, Constant van Nult Onkruydt, together with the Interrogatories answered by the said Meijer and the Wife of the aforesaid deceased Ferdinand Hartsenberg; with the request whether, since His Honor had been relieved by the Government from further handling the affairs of the respective Landdrosts, and the office of Landdrost of Zwellendam is currently being filled pro interim by the secretary of that Colony, the said secretary, with the holding of two posts, currently had too much on his hands to bring this case to as speedy a conclusion as was required, His Honorable would for those reasons take over and prosecute these proceedings. That His Honorable had undertaken this, both by virtue of the right of presence belonging to the office of the Fiscal, as well as on account of the fact that the said Meijer had already had to sit in custody since the Month of July because some Persons who ought to have given testimony of the truth had not arrived here in time due to the far remoteness of their dwellings, and having subsequently examined all the documents relating hereto, had observed that, however much the Confession of the said Meijer and the statement by the Wife of the abovementioned Hartsenberg appear contradictory in every respect, and from these documents it was very difficult to find a clear statement of the facts of the case, the same Inquests nevertheless yield a strong suspicion against the wife of the said Hartsenberg. That, consequently, His Honorable not only deemed a further Confrontation of the said Widow Hartsenberg with the aforesaid Meijer necessary, but also considered it by no means unserviceable if the children of the same widow Hartsenberg were heard and questioned before the Commissioners, in order to see if possibly some further Light could be obtained from them in this intricate case; that although it might perhaps seem strange that one would wish to require children to testify against their Mother, His Honor nevertheless believed that in this case circumstances concur which make this extreme measure necessary, since on the one hand the testimony of these children, if their Mother is innocent, could serve to exculpate their said Mother or to remove the suspicion that lies upon her, and on the other hand the one who was murdered happens to be the father of the same children, in the discovery of which act it must be considered of great importance to the children themselves, seeing that the judge may thereby be enabled to avenge the Murder committed upon their own father. The well-mentioned Honorable Independent Fiscal therefore requests that it might please this Council to honor His Honor in this case with their enlightened advice and to prescribe what Their Honors consider ought to be put into effect by His Honor in this matter. Having deliberated on this proposal, it was approved to defer and leave to the well-mentioned Honorable Independent Fiscal the use of those means which His Honor, as an officer of justice, shall find advisable in this matter, in order to become fully convinced of the fact, so that His Honor is hereby not only qualified to hear the children of the said Widow Hartsenberg before the Commissioners, but also, in case some Time is still required to gather further evidence in this case, to place the said Barend Meijer, having already sat in custody for so long, provisionally on Robben Island in the meantime until the said investigations shall be completed. Beneath was written: From the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W. J. Klerck, Secretary. Thursday the 16th of April 1789, in the forenoon. Present: The Honorable Johannes Izaac Rhenius, President, and all the Members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. The youth Imsteijtter, having been summoned and having entered the council chamber pursuant to the sentence passed against his Mother at the meeting of the 10th of this month, the said Steydter received such reprimand as the just-mentioned sentence dictates, having also promised to take care henceforth never to behave improperly, either toward the servants of Justice or toward anyone else, much less to engage in Excesses; and the same, having also received a Serious admonition, departed again from the meeting. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, R. O. Plaintiff, before the Claim is served, the Defendants request permission to present a Petition.
Dutch transcription
127 gebragt dat het Lid dezes raads de Heer Ryno Johannes van der Riet, aan zijn E Achtb: had overhandigd eenige Documenten betrekkelijk tot de zaak, van den in hegtenis Zittende Barend Meijer, en de Huysvrouw van wijlen den burger Ferdinand Hartsen „berg door zijn E: als de zaaken van den Landdtost der Collonie Zwellendam Constant van Nult Onkrugt alhier ex officio hebbende waargenomen, ingewonnen, met en bene„ „vens de Interrogatoria door gem Meijer en de Huijsvrouw van voorsz ontsietden Ferdinand Hartsenberg beantwoord met verzoek of nadien zyn E door de Regering van het verder waarnemen der zaaken van de resp=t Landdrosten was ontteft, en tans (het ampt van Landdrost van Zwellendam door den secre„ „taris dier Colonie Prointerim bekleed wor„ dende gem: secretaris met het waarnemen van twee posten tegenwoordig te veel om handen had om deze zaak een zodanig spoedig beslag te doen erlangen als wel ver„ Eyscht wierd, zijn E Achtb om die redenen deze procedures overnemen en poursuiveeren wilde Dat zin E Achtb zulks zoo uijt hoofde van 't regt van presentie het officie Fiscaas Com„ peteerende, als ook ter zake dat gem Meijer reeds vermits eenige Persoonen, dewelke getuig¬ „genis der waarheyd hadden moeten geeven om 128 om de verre afgelegendheijd hunner woonplaatsen niet tydig genoeg herwaards waaren op gekomen, al sedert de Maand july in heg„ „tenis hadden moeten zitten, op zig genomen en vervolgens g'examineerd hebbende alle de documenten dewelke hier toe relatie hadden, ontwaard had, dat, hoe zeer ook de Confessie van gerepten Meijer en het Jelaas door de Huysvrouw van boven gem Hartsenberg allesents Contradictoir voorkomen, en dezelve stukken zeer moeylyk een specis factie van de zaak was te vinden dezelve Enquesti„ egter eene vehemente suspicie ten Lasten van de huijsvrouw van gem: Hartsen „berg opleeveren Dat, zin E Achtb gevol„ „gelijk niet alleen eene nadere Confrontatien van gedagte Wed=e Hartsenberg met voorsz Meijer noodzakelik agte, maar tevens ook vermeende geensints ondienstig te zijn, wanneer voor Heeren Gecommitts. gehoord en ondervraagd wierden, de kinderen van dezelve weduwe Harsenberg of mogelyk van hun eenig meerder Ligt in deze intreate zaak konde verkregen worden, dat ofschoon het ook misschen vreemd zoude schijnen, dat men kinderen wilde vergen om tegen hunne Moeder te getuijgen, zyn E: Echter meende dat in „ 129 dat in dit geval omstandigheeden Con„ „curceeren welke deze Extremiteyt noodza„ „kelyk maaken, daar dog aan de eene kant het getuygens Vier kinderen (:zoo wan¬ „neer hunne Moeder onschuldig is :/ zoude kunnen strekken tot verschoning van dezelve hunne Moeder, of tot wegneming van de suspicie welke op haar Legd en aan den anderen kant de geene die vermoord is, komt te wezen vader van dezelve kinderen, aan de ontdekking van welke daad, het die kinderen zelve veel moet geconsidereerd worden gelegen te zyn gemerkt de reetter daar door kan worden in staat gesteld, om de Moord aan hun eygen vader begaan te wreeken Verzoekende welgem: E: Achtb heer Jndependent fiscaal derhalven dat het dezen Raade behagen mogte zyn E in dit geval met derzelver verligte advijs te vereeren en voor te schryven wat hun E E. Achtb: begrijpen, dat door zyn Einde¬ zen zoude deenen te worden in 't werk gesteld. Over welke voordragte gedelibereerd zijnde is goedgevonden, aan welgem: E: achtb Heere In dependent fiscael te defereren en 130 en over te Laaten, het gebruijk van die mid¬ „delen, welke zyn E als officier der justitie in dezen raadzaam vinden zall, om van het fait volkomen geconvinceerd te worden jnvoegen zijn Ed: niet alleen bij by dezen word gequalificeerd, om die kin„ deren van gerepte Wed: Hartsenberg voor Heeren gecommitteerdens te kunnen hooren¬ maat tevens ingevalle tot het inwinnen van nadere bewijzen in deze zaak nog eenigen Tijd vereijscht word, gemelde Barend Meijer als reeds zoo Lange in hegtenis gezeten hebbende, in tussen tot dat dezelve perquisitien gedaan zullen zyn provisioneel op t robben Eyland te Plaatsen /onderstond:/ Van Cabo de Goede Hoop die et Anno Usupsa /Lager:/ mij Present. /was W JKyneveld.Cleren ƒ geteekend:/ Donderdag 131 Donderdag den 16 April 1789 voordemiddags praesent de E Acttb Heer Johannes Izaac Rhenius praesident enalle de Leeden dempto den Heer Maasdorp by indispositie De Iongeling Imsteijtter ingevolge het ter vergadering van den 10 dezer ten Lasten van zyne Moeder gevelde vonnis voor de raadzaal g'appoincteerd en binnen getreeden zynde heeft denzelven steydter zoodanige reprimende ondergaan als het even gedagte vonnis komt te dic teeren hebbende tevens belooft voortaan zorge te zullen dragen van zig nummer van zig nog tegen de dienaren der Justitie nog tegen iemand anders onbehoorlyk te gedragen veel min in Excessen te buyten te Gaan, en is denzelven na tevens nog eene Ernstige vermaning te hebben bekomen, weder uyt de verga¬ dering vertrokken De Independent foscaal dezes Gouvernements den E Achtb De Ged: verzoeken alvorens door den Heer R: O: Eijsscher gediend word van Eijsch een Heer Johan: Nicolaas Sleven van Lopden Request te mogen presenteeren
English
The Honorable Independent Fiscal, Prosecutor in Criminal Cases, on the one side, Against The Burgher Pieter Cilliers, Daniel Johannes Rossouw, Jacobus Retief, Francois du Toit Stephanusz, Daniel Malan, David Petrus Louw the elder, Jan Cilliers, Abraham Cilliers, Johannes Rossouw Gabrielsz, Gabriel Rossouw, Daniel Rossouw, Charl Marais Jacobusz, Jan Minnaar, Jan Ruygrok, and Petrus Engelbregt, Defendants in the aforesaid Case on the other side, in order to hear such criminal claim and conclusion as the Honorable Independent Fiscal shall deem fit to make and take against the aforementioned Burghers in a case of committed public violence, and to answer thereto, and further to proceed according to law. Which, after the Honorable Independent Fiscal had declared to have no objection, being granted to the same, the aforesaid petition was submitted in court by the defendant, which was found to contain the following: To the Right Honorable Johannes Isaac Rhenius, President, together with the further members of the Honorable Council of Justice of this Government. Right Honorable Sir, and Honorable Gentlemen. With due respect, your Right Honorable humble servants, the burghers Pieter Cilliers Jansz, Daniel Rossouw Daniels zoon, Jacobus Retief, Francois Dutoit Stephz, Daniel Malan Davidsz, Petrus Louw the elder, Jan Cilliers Jansz, Abraham Cilliers Jansz, Johannes Rossouw Gabrielsz, Gabriel Rossouw Gabrielsz, Daniel Rossouw Gabrielsz, Charl Marais Jacobusz, Jan Minnaar Philipsz, Jan Ruygrok, and Petrus Engelbregt, show: That the aforesaid Pieter Cilliers the younger, as owner of a certain place named Zoetendaal situated at the Groene Berg, having instituted proceedings before the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch and Drakenstein regarding a certain watercourse running down from the Honorable Company's land beside the place also situated there of the former deacon of the Drakenstein congregation, Daniel Rossouw Pietersz, that matter was also concluded by that Board, and subsequently, having been adjudicated upon the report of the Honorable Commissioners, by that sentence the mentioned Cilliers was ordered to keep the ditch of his property upwards to the dam of the aforesaid Rossouw always clean. That the said Rossouw, having appealed from that sentence before this Honorable Council, and Your Honors having also sent a judicial commission to the disputed places, that matter was also brought to a conclusion, and being definitively terminated, Your Honors, by the sentence pronounced therein, declared to approve the sentence of the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch, only with the modification that Rossouw would be able to make use of the water four days a week and the subscriber three days, and he, the first petitioner, solely for his place Zoetendaal without diverting it, so that the first petitioner thus remained under that same obligation, pursuant to the first aforesaid sentence of the Landdrost and Heemraden approved by Your Honors, to keep the ditch clean as mentioned above. That nevertheless the aforesaid Rossouw, after the pronouncement of the aforesaid sentence passed by Your Honors, on the ground that it is ordered therein that the first appellant shall only be allowed to use the water in question for his place Zoetendaal without leading it out sideways, has laid the water in question, which for long years had run in a ditch across the land of the petitioner where the place Zoetendaal is situated, into an old course which certainly goes thither in a straight line, but which is washed out much too deep to be of any use for the water on the aforesaid place Zoetendaal, the said Rossouw having subsequently ploughed shut the ditch extending from his quitrent land to the land of Cilliers and having sown it with rye. That the first petitioner, having informed the other signatories in the past month of November that he was not even provided with the necessary drinking water on his property, the petitioners, moved thereupon by compassion, some in their relation as friends and blood relatives of the same Cilliers, and others on the grounds of powers of attorney passed unto them, as well as the last-mentioned as witnesses, resolved, just as they have assisted and supported him, Cilliers, several times before as an impoverished man in busy times of harvest and otherwise, to now also lend him a helping hand to clear the watercourse pursuant to and in compliance with the aforesaid sentence. That the petitioners then also put this into effect without having had the least evil intent, on the 2nd of the past month of December; and having dug open the aforesaid watercourse ploughed shut by Rossouw, they saw arriving there at the place, to their utmost surprise, the burgher Bernhardus de Vaal, with some other persons; which De Vaal, then acting in the capacity as the authorized agent of the aforesaid Rossouw, protested against this action of the undersigned, and called the same an act of violence. That this innocent deed subsequently went so far
Dutch transcription
132 E: O: Eyss=r in Cas Crimineel 't geen na dat den E: O: Eijss=r ter Eente verclaard had zulks wel te opende Iegens mogen Lyden, aan dezelve geaccordeerd zynde is het De Burgers Pieter Cilkers voorsz: request door den Daniel Johannes Roffouw D: ged=e in judicio overgelegd Jacobus Betef, Francois du Fort het welk bevonden wierd van Stephanusz, Daniel Malan, Davidt navolgenden inhoude Petrus Louw, d: onder jan Cilliers, Abraham Cilliers, Johannes Rossouw Gabrielsg Gabriel Rossonn, Gab: Aan den WelEdelen Daniel Rossoun, Charl Marais Jacobusz: Jan Minnaar Thit Achtb: Heer Johannes Jan Ruygrok en Petrus Engel¬ Jzaac Rhenius praesident benevens de verdere leeden „ bregt ged: in voorsz Cas ter andere zyde, omme te aanhooren Uijt den E Achtb: raade zoodanige Cumineelen Eysch en van Justitie dezes Gouver„ Conclusie als den E: O: Eyss=r in Cas van gepleegd Publick geweld zal goedvinden tegens voorn Wel Edele Achtbaren Heer. Burgers te doen ende te nemen en daar op te antwoorden Heeren. — en voorts te procedeeren als na reschten — „nements.— Met verschuldigde Eerbied geeven te kennen, uwel wel Ed=le achtb: nederige dienaaren de burgers Pieter Cilliers jansz, Daniel Rossouw Daniels H=n. Jacobus telief, Francois Dutoit Stephz Daniel Malan Davidsz, Petrus Louw de oude, jan Cilliers Jansz Abraham Cilliers Jans Johannes Rossouw Gabrielsz, Gabriel Rossouw Gabrielsz Daniel - 1 133 Daniel Rossouw Gabrielsz, Charl, Marais Jacobusz, Jan Minnaar Philipsz Jan Ruygrok, en Petrus Engelbregt Dat voorsz Pieter Cilliers jg als bezitter van zeekere Laats genaamd Zoetendaal gelegen aan de Groene Berg over zeekere waterloop afloopende van s: E Comp=s Land, bezyden de aldaar mede gelegen Plaats van den oud Oiacon der Raken„ „stynse gemeente Daneel Rossouw Pietersz voor Landdrost en Heemraden te Stellenbosch en Drakenstijn Pioces gemoveerd hebbende, die zaak ook by dat Collegie is voldongen en vervolgens op rapport van EE gecommitteerdens bevonnist zijnde bi dat vonnis gereppten Celliers gelast geworden, om de sloot van zyn Erf opwaerds tot naar den Dam van voorsz rossouw altoos schoon te houden Dat evengem Rossouw van dat vonnis gekomen zynde in appel voor dezen Edelen achtb Rade en UwEE achtb almede eene justitieele Commissie naar de questieuse Plaatsen gedecerneerd hebbende, die zaak ook mede haar beslag heeft erlangd, en ten difinitive getermineerd zynde, Uw EE Achtbare bij het daar ingeslagen vonnis hebben verclaerd te approbeeren het vonnis van Landdrost en Hteemraden aan stellenbosch, alleenlyk met die veranderman, dat Rossouw van het water s: weeks vier en den onderteekende, drie dagen, gebruijk zoude kunnen maken, en hy wel Eerste supp=t eenelyk tot zyn Plaats zoetendaal zonder het zelve afte zeyden, zoo dat dus den Eersten supp=t bleef onder dien zelvde verpligting, om ingevolge het 1 voorsz by uw Ed Achtb geapprobeerde vonnis van Landdrost en Heemraden, de sloot gelyk boven gezegd is schoon te houden Dat Echter voorsz rossouw na de Ponuntiatie van het voorsz by Uwed Achtb geslag in vonnis Op fundament dat daar in gelast word, dat den Eersten, Cappl van het water in questie ƒ 134 questie eenelyk zal mogen gebruyk maken tot zijn Plaats Zoetendaal, zonder hetzelve ter zyden Uyt te Lyden, het water in questie het welke sedert Lange jaaren zynen Loop gehad had, in een grip over het Erv van den suppt. waar de plaats soetendaal heeft gelegd, in een oude Loop dewelke zekerlijk wel in een regte zijn derwaerds gaat, edog welke veel te diep uytgespoeld is om dat water op de voorsz plaats Zoetendaal van eenig nut te kunnen doen zyn hebbende gem rossou vervolgens de floot van zyn Erpagtland naar 't Erff van Cilliers strekkende toegephoegd en met roggen bezaayd ehad. Dat den eersten suppliant in de jongst verlopene maand november aan de overige teekenaart te kennen hebbende gegeven dat hy op zyn Erf niet eens van het benodigden drinkwater was voorzien, de suppliant daarop uyt medelyden bewog¬ sommige en hunne betrekkinge als vrienden en bloedmagin van den zelven Cilliers, en andere uyt hoofde van op hun gepasseerde volmagtschap, mitsgaders de Laastgem als getuijgen zijn geresolveerd, om, gelyk zy hem Cilliers wel te meer malen als een armmae man zynde in drukke tyden van Oogst als andersints hebben bij gestaan en onderstennd, hem dus nu ook de behulpzane hand te bieden, om ingevolgen en ter voldoenne van het voorsz vonnis de waterloop te zuyveren Dat desupplianten dit dan ook zonder het minste quaad opzet gehad te hebben, op den 2=den der gepasseerde maand December in het werk gesteld; en de voorsz door Rossouw toegeploegde waterloop opengegraven hebbende, aldaar ter plaatsen tot hunne Uytterste verwondering hebben zien aankomen den burger Bernhardus de vaal, met eenige andere per soonen; welke de vaal, als toen in qualiteijt als gemachtigde van voorsz rossouw, tegens deze verrigting van de onder geteekendens heeft geprotesteerd, en dezelve genoemd een handel van geweld. Dat deze onnozele raad vervolgens zoo verre is
English
it happened that the aforementioned de Vael, on that account, after having first obtained some statements and having summoned the first petitioner, addressed himself by petition to this, Your Noble Worships' court of justice, and requested that this matter might be placed in the hands of the Fiscal Office, in order to take legal action in this regard against the petitioners. That Your Noble Worships, however, having pleased, before deciding on that petition, to appoint two honorable members from Your Noble Worships' assembly in order to inspect, as the petitioners can still remember, what the petitioners might have committed there, and to what extent it had been acted against the verdict of Your Noble Worships, the petitioners then also saw to their surprise how, certainly through the wise consideration and appropriate reasoning of those gentlemen, the dispute that had lasted so long was so unexpectedly settled to the satisfaction of both parties; while the petitioners at the same time, both from the demeanor of the same gentlemen and from these and other circumstances, could deduce not unclearly that what they, in their innocence and with the intention of complying with the verdict, and of offering a helping hand to a poor man and blood relative in his labor, had committed, had caused no small displeasure with Your Noble Worships. That the petitioners, being deeply affected thereby, did not hesitate for a single moment to declare candidly to the well-mentioned appointed gentlemen that this step taken by them caused them heartfelt sorrow, as they had too much respect for a court of justice that has obtained such great luster through the maintenance of uncorrupted justice and through the preservation of every honest resident in his good right, as to ever or at any time dare to presume to commit acts which would serve to despise the lawful authority of that illustrious assembly. The petitioners have, it is true, Noble Worshipful Gentlemen, assisted him, the first petitioner, in opening a ditch through which he had to obtain his most urgently needed drinking water; the petitioners did this in the belief that they were performing not only a permitted, but even a necessary act, while the verdict dictates that Citliers shall have to keep the ditch in question clean. Yet, Noble Worshipful Gentlemen, they could never have supposed that from this such an unpleasant consequence would be drawn, and that they thereby could be considered to have fallen into those terms of having made themselves guilty of contempt of the authority of the judge. That the petitioners thereupon requested the well-mentioned appointed gentlemen that, since it was clearly evident that this matter was solely to be attributed to the petitioners' innocence and ignorance, they would not refuse them their protection and intercession, but excuse them on that account before Your Noble Worships, just as some of the petitioners also took it upon themselves to ask for Your Noble Worships' humble pardon by means of a humble supplication. That however, to which the appointed gentlemen themselves were witnesses, at that time this unexpectedly and amicably reached agreement between the parties and the restoration of peace and quiet between residents who had lived for so long a time in enmity and discord, made such a great impression on the petitioners that the petitioners then gave in a bit too much to their joy and gladness over this, even to the extreme that some of the petitioners, having wished each other the continuance of that friendship to an all too excessive measure while drinking a glass of wine, thereby in fact let entirely slip from their minds the assurances given to the appointed gentlemen, namely to come and ask this council for forgiveness at the very earliest opportunity; and the petitioners, without any further thought, returned merrily and contentedly to their homes, in the certain expectation that this matter was now entirely out of the world, and everything would be forgotten and forgiven. That the petitioners, however, being unexpectedly summoned by the Noble Worshipful Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden to hear a criminal demand in case of committed public violence, were not a little surprised thereby, all the more when they saw how greatly they had made themselves guilty of dereliction of duty, in not having fulfilled, in a matter of so much importance, that which they had assured the appointed gentlemen they would put into effect with respect to what they had committed. Yet, Right Noble Worshipful Gentlemen, however much they must also justify the indignation which Your Noble Worships show over this, they nevertheless declare by all that is sacred that this neglect is to be ascribed to nothing other than the drink, which they consumed so excessively on that day in celebration of their joy, and to pure innocence and
Dutch transcription
185 is gepasseerd dat gereppten de vael zig dieswegens, na alvorens eenige verklaringen te hebben ingewonnen den Eersten Cuppt te hebben doen dagvaerden, zig bij requeste by deze UwEd Achtb gedrigte vierschaar heeft geaddresseerd, en verzogt dat die zake mogt worden gesteld in handen van het Officum fiscaal, ten eynde dieswegens teegens de supp=lten in regten te ageeren Dat het UWEd Achtb egter behaagd hebbende alvoorens op dat request te disponeeren, Twee heeren Leeden Uyt Uw Ed Achtb vergadering te Committeeren ten eynde /:zoo als den supplianten zig nog kunnen herinneren :/ van het geene de supplanten aldaar mogten hebben gepleegd, en in hoe verre tegens het vonnis van UwEd Achtb is aangehandeld inspectie te neemen zy Suppten. toen ook tot hunne verbazing hoe dat, zekerlyk door het wijs overlegen de gepaste Caissonnementen dier Heeren, de zoo Lang geduurd hebbende questie, zoo onver wagts tot genoegin van beyde Partyen is uyt de wareld geholpen: Terwijle de supplianten teffens zoo uyt de gehoudene Contenance van dezelve Heeren, als uyt deze en geme andre omstandigheeden niet onduydelyk hebben kunnen opmaken, dat het geene zy in hare onnezelheijd in de meening van aan het vonnis te voldoen, en een arm man en bloedverwant in zynen arbeyd de behulpzamen hand te hebben gebooden, hadden begaan geen gering misnoegen, by UwEd Achtb hadde te weeg gebragt. Dat de supphianten daar door ten diepsten getroffen geen„ geen oginblik hebben gehasiteerd, om aan welgem heeren gecommtt: rondborstig te betuygen, dat deze stap door hun begaan, hun van harten Leed was, hebbende zy te veel Eerbied voor een vierschaar die door de handhaving van eene ongekrekte Justitie door den bewarng van ieder braaf ingezetenen by zyn goed recht eenen zoo grooten Luyster verklegen heeft als om zig immer of oogt te durven verstonten tot het plegen van 136 van daden dewelke zouden strekken tot vilipende van het wettig gezag van die Luysteryk vergadering De supplianten hebben t is waar Edele achtbaren Heeren hem eerste suppt. geadsisteerd in het openen van een stoot waar door hy zyn hoogstbenodigde drinkwater smoeste magtig worden, dit hebben de supplianten gedaan in een wée, dat zij niet alleen een gepermitteerde maar zelvs eene nood„ zakelyke daad verrigten; terwil het vonnisdicteerd dat Citliers de sloot in questie zal moeten schoon houden Dan Edele Achtb Heeren nimmer hebben zy kinnen supponeeren, dat hier uyt deze zoo onaangename Consequentie zoude worden-getrokken, en dat zy daar door zouden kunnen geconsideereerd worden gevallen te zijn in die Termen van zig aan vilipend: van het gezag des rechters te hebben schuldig gemaakt Dat de supphanten daar op aan welgem Heeren Gecommitteerdens, hebben verzogt om nadien tog gelyk het duij delyk bleek deze zaak alleen aan de supplianten onnozelheid en onkunde was toe te schrijven hun over zulks dezelver Protextien en voorspraak niet te willen weijgeren maar dieswegens by uw Ed Achtb verschoonen gelyk ook sommige van de Supplianten tevens op zig hebben genomen gehad, om deswegens by eene Ootmoedig smeekschrip uwEd Achtb nedric Elenis te vragen Dat egter waarom Heeren Gecommitteer dens zelve dog getuijge zijn geweest, te dier tijd deze on„ verwagte vriendelyk getroffene assogiatie tussen partyen en herstelting der rust en vreede tussen Ongezetenen, welke zoo Lange Tijd in viandschap en oneenigheijd geleeft - 137 geleeft hadden, op de supplanten zoodanig veel in„ pressie heeft gemaakt dat de supp=ten hunne blydschap en verheugenis hier over als toen wat te veel hebben toegogen zelvs tot die uyterste, dat sommige van de supplianten elkander in een af te ruyme maate onder het drinken van een Glaasje wijn, de aanhoudendheyd van die vriend schap toegewenst hebbende, zig daar door en der daad de verzekeringen aan Heeren Gecommitteerdens gedaan van, namentlyk dezen raade ten aller eersten om vergiffenis te koomen verzoeken, geheel en al hebben Laten ontschieten als zynde de supplianten zonder eenig verder na denken vrolyk en vergenoegd weder naar hunne Plaatsen te rug gekoerd, in de zeekere verwagting dat deze zaak nu geheelen al uyt de waereld, en alles vergeten en vergeven zyn zoude Dat de suppten. egter op 't onverhoeds door den EAchte Heer In dependent fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden gedagvaerd zynde, omme in Cas van gepleegd Publieq geweld, Crimineelen Eysoh te aanhovren daar door niet wynig zijn gesuspreneerd, te meer wanneer zy hebben gezien hoe zeer zy zig aan Pligtverzuym hadden schuldig gemaakt, om niet in eene zaak van zoo veel aanbelang voldaan te hebben aan het geene zij Heeren Gecommitteerdens verzekerd hadden ten opzigte van hut door hun gepleegden te zullen in werk stellen Dan Wel Ed: achtb Heeren hog zeer zy ook moeten „billiken de indignatie, welke UwEd Achtb hier over betonen zoo betuygen zy echter by al wat steijkg it, dat dit verzuijm nergens anders als aan den Drank, welke zi op dien dag ter betooning van hunne vreugde zoo overmaten hebben genuttigd, en aan eene Lontere innocentie en - - - 87.
English
128 and innocence is to be attributed, and it is also on those grounds that they, petitioners, trusting that from all the aforementioned the innocence and notorious blamelessness of the petitioners will have sufficiently appeared to Your Honourable Worships, being convinced that Your Honourable Worships always pay regard to the meaning and intention of the committed acts, take the liberty to turn to Your Honourable Worships, with humble prayer that it may favorably please Your Honourable Worships to consider all that the petitioners may have done in this regard, as it indeed happened, to be out of ignorance, and thus to excuse the petitioners on that account, as well as to receive them in submission. Assuring they petitioners Your Honourable Worships solemnly that they, always keeping such a great favor in mind, shall henceforth never give any cause to have themselves corrected for committing anything which could ever be judged to belong to the department of their Judge. Requesting Your Honourable Worships for a favorable apostil hereupon for the petitioners. below was: etc. was signed: P. Cilliers Doing which: Johannes Rossouw, Jacobus Retief, Francois Du Toit CP, D. Malan, Abraham Cilliers, Gabriel Rossouw, Johannes Arnoldus Ruijgrok. Lower: as witnesses and signed: D:l Rossouw Gz, Charl Marais, Jan Minnaar Philipsz. 129 The Lord R: O: Plaintiff, having heard the same read, advances thereupon that, as concerned the request made by the defendants in their aforesaid petition, His Honourable Worship left the same entirely to this council, but that His Honourable Worship nevertheless, with respect to three of the defendants who had approached His Honourable Worship and made it known that they believed to be without guilt because they had only gone to the disputed ditch as witnesses, would only remark that the said so-called witnesses had no reason to be able to excuse themselves in the least, since from the sworn statements by the burghers Daniel Roux and Johannes Kruger it appears that the defendants, upon the question of who gave them the order to make a ditch on the land of Rossouw, answered in substance: we all together. Whereupon by the said Honourable Independent Fiscal was submitted a written claim, furnished with 8 annexes, in the conclusion of which claim His Honourable Worship concluded that the defendants, respectively, shall by definitive sentence of this council be condemned to such punishment or fines as Your Honourable Worships in good justice shall deem proper. The defendants persist with their submitted petition, requesting once again to be excused on the grounds of their innocence. Parties renouncing further productions. Exhibited in Judicio the 16 April 1789. The Council 130 The Council, having maturely deliberated on all that merited reflection in this matter and could move Their Honourable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendants to be sharply reprimanded in judicio, with serious recommendation to behave more prudently henceforth, and further condemnation of the defendants in all the costs incurred in this matter. The merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Lord Hendrik Lodewijk Bletterman, R: O: Plaintiff on the one side, against the burgher Adrianus Johannes Stephanus du Plessis, defendant in the aforesaid case on the other side, to hear such claim and conclusion as the R: O: Plaintiff shall come to make and take against the defendant, to answer thereto, and further to proceed according to law. The adjunct fiscal of this Government, Mr. Johannes Andreas Truter, as qualified by the government to represent ex officio the affairs of the Honorable Fiscal in his absence, submits a written claim furnished with 3 annexes. The defendant, having heard the one and the other read, says in answer thereto that the arrest was certainly served upon him, but that he did not know that he had to remain at the Cape. 141 That he thus in that ignorance rode into the country, and having then understood from various people that, being under arrest, he must not depart from the Cape, thereupon immediately rode back to the Cape again and straightaway (being then 3 days after the execution of the arrest) approached the Honourable Lord President; that he, defendant, having thus sinned out of innocence and ignorance, requests that the council will excuse him for those reasons. The Honourable Plaintiff in reply advances that the defendant, having answered according to the report of the Messenger, "I respect the Arrest," thus showed no innocence or ignorance, that this excuse therefore consists of futile and insignificant evasions; the R: O: Plaintiff therefore persists with his claim, requesting Justice. The defendant likewise persists with that which he previously brought forward, parties renouncing further productions. The Council, having read the written claim and conclusion, submitted by and on behalf of the R: O: Plaintiff against the defendant, and heard what was brought forward by the defendant in his defense, after consideration of all that merited reflection and
Dutch transcription
128 en annezelheyd is toe te schryven, en t is ook op die gronden, dat zy supplanten vertrouwende, dat uyt al het vooren aangehaalde UWEd Achtb: de onnozelheyd en no„ „torte onschuld van de supphianten genoegzaam zal zyn gebleeken overtugd zynde, dat by uwel Ed Achtb: sreeds op de meening en jntentie der gepleegde daden word gelet, de vryheyd neemen zig te wenden tot UwEd achtb, met ootmoedige bede dat het UwEd Achtb gunstig behage mogen alle het geene de supp¬ ten dezen aanzien mogten hebben bedie ve aan te merken gelijk het ook inderdaad is ge¬ schied, te zyn uyt onkunde, en dus de Copphanten dies wegens te Excuseeren mitsgaders in submiessien te ontfangen ten Verseekerende zi suppt. UWed. Actbarens Legtiglijk dat zij een diergelijke groote gunst steeds in het oog houdende, voortaan nooyd eenige leeden geven zullen om hun over het pleegen van iets het welke maar immer geoor¬ „deeld kan worden te behooren tot het departement van hunnen Rechter te doen Corrigeeren Verzoekende UW E Achtb voor de supphante„ hier op gunstig appostille:— /:onderstond:/ &=a /:was geteekend:/ P Cilliers Welk doende Johannes Rossouw, Jacobus Rehef, Francois Du Toit CP, D Malan Abrah=m Cilliers, Gabriel Roffouw Johannes Arnoldus Ruijgrok (:Lager:) als getuij „gen /:en geteekend/ D=l Rossouw Gz, harl Marais 13 Jan Munnaar philipz (in morging 2 1 - - 129 De Heer R: O Eyss=r het zelve hebbende horen leezen advanceerd daar op, dat, wat betrof het verzoek door de gedaagens by dezzelver voorschreven requeste gedaan, zin E: Achtb hetzelve volkomen aan dezen raad overliet, maar dat zyn E Achtb egter ten Opzigte van drie der ged: dewelke zig zyn Edele Achtb hadden vervoegd en te kennen gegeven, tot zy vermeenden geen schuld te hebben, om dat zig Enkel als getuygen naar de questieuse watergrep begeven hadden; alleenlyk zoude remarqueeren, dat dezelve zoogenaamde getuijgen geen reden hadden om - zig in het minste te kunnen verschoonen daar uijt de beeedigde verklaringen door de burgers Daniel Rous, en Johannes Kruger blykt dat de ged=e op de vrage wie hun last gaf om op den grond van Rössouw een Giep te maaken in substantie g'antwoord hebben, wy allemaas te samen werdende door gem E Achtb Heer In dependent fiscaal daar op ingediend eenen schriftelyken Eysch gemunueerd met 8 bylagen in 't slot van welken Eysch zyn E Achtb Concludeerde dat de ged=te resp=de by definitive vonnisse van dezen raade zullen worden gecondemneerd in zoodanige straffe off boetens als hun E Achtb in goede Justitie zullen vermeenen te behooren De gezeggen bij hun ingediend Jequest te blyven Persisteeren verzoekende nogmaals uyt hoofde hun¬ ner onnozelheyd g'excuseerd te worden renuntieerende partyen van verdere sioductien Exhebituu in Judicio den 16 April 1789 de Raad 130 De Raad rijpelijk gedelibereerd hebben de, over al het gunt in dezen reflectie meriteerde en hun E E Achtbares konde doen moveeren Regt doende uyt naam ende van wegens de Hoog Moogende Heeren Haaten& Generaal der vereenigde Nederlan„ den Condemneeed de gedaagdent om en judicie scherpelyk te worden ge¬ „reprimendeerd, met serieuse recom „mandatie om zig voortaan voor zigtiger te gedragen en verdere Con„ „lemnatie van de ged=e in alle de ter dezer zake gevalene kosten. — De koopman en Landdrost Den adjunct fiscaal dezes E der Colonien stellenbosch en Gouvernements M„r Johannes Andreas Pruter als door de Rakenstein de Heer Hendk: regering gequalificeerd om by absentie van den Ed: Egts: des„ Lodewijk Bletterman „zelvs zaaken alhier Exofficio waar E: O: Eyss=r ter Eenre op ende jegens te neemen leg over een schrifftelyken Eysch geminneerd met 3 bylagen de ged: het een en ander den burger Adrianus Ste„ hebbende hooren Lezen zegd „ Johannes du Plessis ged: in daar op voor antwoord dat voorsz Cas ter andere zijden het arrest zekerlyk wel aan hem omme te aanhooring is g'exploicteerd, dog dat hy niet zodanigen Eyssch en Conclusie geweeten heeft dat hy aan de Caab blyven moet als 141 moet. als den 7: O: Eysscher opende jegens den ged: zal komen te doen en te Dat hy dus in die onweten„ neemen, daar op te antwoorden „heijd naar buiten gereeden, en als toen van deze en geene en voorts te procederen als na verstaan hebbende, tot hij rechten. gearresteerd zynde, niet moet van de Caab vertrekken, daar op terstond wederom naar de Caal is te rug gereeden en zig dadelyk /:zynde toen 3 dagen na het doen van het arrest :/ bij den E Achtb Heer Praesident vervoegd heeft, dat hy ged: dus uyt onnozelheyd en onkunde gepecseerd hebbende verzoekt dat de raad hem om die redenen Excuseeren wil. Den E: E: Eijss=r voor replicq advanceerd dat de ged: ingevolge het relaas van den Bode geantwoord hebbende ik respecteer het Arrest, daar dus geene onnozelheid of onkynde heeft aan den dag gelegd, dat dus deze verschoning in futuele en niets beduydende uytvlugten bestaande den 80: Eysschen derhalven Persisteerd by zynen Eysch verzoeken de Regt, Den gedaagden Persisteerd meede by zyn voort - bygebragte, renuntieerende Partyen van verdere Productien De Raad gelezen hebbende den schrif„ telijken Eysch en Conclusie, door en van wegens den E: O: Eyss=r, op ende jegens den gedaagden ingediend, en gehoord het geene door den ged: tot zyne verontschal diging is ingebragt na overweging van alles wat Reflectie meriteerde en
English
and which could move their Honorable Lordships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, sentences the defendant Andries Stephanus Duplessis to a fine for the benefit of the Honorable Plaintiff of fifty rC, with costs, denying the Council the further claim made and conclusion reached by the Officer. Next, the Honorable Independent Fiscal made known that the Assistant Carel Eberhard Kuhlwein, who pursuant to a resolution taken at the session of the most recent ordinary meeting by his Honor ought to have been taken into civil arrest, has since absented himself and, notwithstanding all applied efforts and investigations made, could not be found, his Honor therefore requesting a summons by edict, to the end that the said Kuhlwein might be summoned with the ringing and tolling of the bells, more solito, to appear within the first coming two weeks here in the Council chamber in judicio, in order to purge and answer for his committed theft and subsequent desertion. Which request was unanimously granted. Lastly, by the member of this Council assembly the Captain Johannes van der Riet, still acting on behalf of the Landdrost of the District of Graaff-Reinet, upon presenting a deposition made by the Hottentot Jager at the requisition of the said Landdrost, the Council was informed that the same Landdrost had sent Capewards a certain Hottentot by the name of Bakker, who had resided with the burgher Johannes van der Walt, which Hottentot allegedly did not hesitate to offer the opportunity and be helpful to some predatory Bushman Hottentots to take possession of some cattle belonging to the Heemraad Hendrik van der Merwe, Hendrikszoon; that however much the said Landdrost on the one hand, having been able to obtain only a single deposition, and that from a Hottentot, is not provided with such convincing proofs on which he could proceed to lodge a claim upon and against the said Hottentot, he nevertheless on the other hand believed he could not proceed to release the said Hottentot, despite the presumptions operating against him, as the residents, with regard to their cattle and even their own lives, would see themselves exposed to a greater insecurity and danger than that in which they currently find themselves in view of those predatory Bushman Hottentots, but that he rather deemed it his duty to request the Council to dispose of the said Hottentot Bakker in such a manner as their Honorable Lordships in accordance with their customary prudence should judge proper. Which proposal having been deliberated upon, in order to remove all danger to which the residents might be exposed upon the release of the frequently mentioned Hottentot Bakker, it was decided provisionally to place the same Bakker on Robben Island, to the end of doing service there for his board. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. In my presence, Signed: Wm J: van Ryneveld, Clerk. Underneath was written: Thursday the 23rd of April 1789. At nine in the morning. Extraordinary Meeting. Present: the Honorable Johannes Izaac Rhenius, President, and all the Members, except Messrs. van Echten, Mappa, Maasdorp, and Van der Riet due to indisposition. The Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas, Baron van Lynden, on the occasion that the Council was assembled today for the settlement of some civil matters, having made use of a written representation concerning that which was charged against the Assistant Marinus Marinussen by the Burgher Lieutenant Jan Andries Horak in a certain dictum entered into the court roll at the last held meeting, the same representation reads, verbatim, as follows: To the Right Honorable President and further Members of the Council of Justice of this Government. Right Honorable Sir. It having pleased your Honorable Lordships, in their last held Ordinary Meeting on the 16th of this month, to place into the hands of the undersigned an original drafted and signed memorial by the Assistant Marinus Marinussen, submitted by the Valiant Jan Andries Horak and the burgher Jan David Beyer with their dictum entered into the roll on that day, and that to the end of acting in this matter as the undersigned, upon finding of the facts, should judge proper, the undersigned, in compliance with this resolution of your Honorable Lordships, immediately sought: 1. for the power of attorney by virtue of which the Assistant Marinus Marinussen was supposed to have been constituted his procurator by the aforesaid Valiant Jan Andries Horak, to whom that libeled memorial was sent, and for whose service the same appears to have been drawn up. 2. for the oath or instruction which the procurators must swear upon their admission before this court, as the only law and guiding principle according to which they are obliged to conduct themselves in their legal practice. In order to be able to see therefrom whether and to what extent the aforesaid Assistant Marinus Marinussen had sinned against it, and consequently had fallen within the terms of the law, and had acted contrary to the prohibition clearly expressed in the Indian Statutes, and thus further, to what extent he ought to be corrected for it. Yet, Right Honorable Sirs, the undersigned was not a little surprised that neither of these two documents was found either with the above-alleged dictum entered into the roll, to which indeed the first, namely the power of attorney, ought to have been attached, should this charge made to your Honorable Lordships have been of any value, nor at the Secretariat of Justice to
Dutch transcription
142 en hun EE Achtb konde doen moveren Recht doende uyt Naam, ende van wegen de Hoog Mogende Heeren Staten generaal der Vereenigde Nederland Condemneerd den ged: Andries Stephanus Duplessis in eene boete ten behoeve van den E0: van vyftig rC Eyssr met de kosten, ontzeggende de raad den verderen gedanen Eysch en genomene Conclusie van den Officier Vervolgen wierd door den E Achtb Heer Independent fiscaal te kennen gegeven dat den Adsistent Carel Eberhard kulhlewijn, dewelke ingevolge besluijt ter sessie van de jongtst ordin „naire vergadering genomen door zyn E Achtb zoude hebben moeten werden genoomen in Cieviel arrest, zig sedert g'absenteerd en ongeagt alle aange „wende moeyten, en gedane recherges niet te vinden geweest is, verzoe¬ „kende zyn E Achtb dierhalven man „dament by Edicte, ten eynde gemelde Kulhwijn onder het Luijen en kleppen der klokken, more solluto mogt worden ingedaagd, omme binnen de Twee Eerstkomend weken 143. weeken, alhier op de raadzaal in judicio te verschijnen, ten eynde zig van zyne gepleegde diefte, en daar op gevolgde desertie te purgeeren en verantwoorden Jn welk verzoek unaniem is gecondessendeerd Terwijl Laastelyk door het Lid dezes raads vergaderinge de Heer Hopo Johannes van der Riet als nog voor den Landdrost der Colonie Grasse Reinet ageerende, onder productie van eene verklaaring door den Hottentot Jager ter requisitie van gem Landdros ver Leeden, den raade wierd ter kennisse ge „bragt, dat denzelven Landdrost Caabwaerd hadde opgezonden zeekeren Hotten tot in name Bakker gewoond hebbende by den bweger Johannes van der Wald, welke Hotten tot zig niet zoude hebben ontfien„ eenige roovende Bosjesmans Htottentotten de gelegendheid aan de hand te geven en deszelvs behulpzaam te zyn om van eenig vee van den Heemraad Hend=k van der Merwe Hend=kz meester te maken dat hoe zeer gem Landdrost zeekerlyk van 144 van de eene kant, als maar eene enkelen verclaring, en wel van een Pottentot hebbende kunnen Machtig worden, niet gemuneerd is met zodanige Con¬ „vancante Preuves, als waar op hy tot het doen van eenen Eysch, op ende jegens gemelde stottentot zoude kunnen treeden, Hy echter aan den anderen kant vermeende niet te kunnen overgaan om gem: Pottenlot, ongeagt de tegens hem meliteerende solae¬ sumptien op vrye voeten te stellen daar tog Ingeseetenen ten opzigte van hun vee en zelvs hun Eygen leven aan eene grootere onveyligheijd en gevaar, als waar in zy sig tans ter aspecte dier rovende Bosjesmans Hottentotten komen te bevinden, zouden Bloot gesteld zien, maar dat hy veel eer van zynen Pligt geoordeekd had, den Raade te moeten verzoeken om over gem Stottentot Bakker zodanig te disponeeren als hun E, E, Achtt ingevolge derzelver gewonen pritentie zouden oordeelen te behooren Over welke voordragt gedelibererd zynde is ter wegneminge van alle 145 alle Pericul, waar aan de Ingezetenen by het clargeeren van meergedagte Hottentot Bakker zouden kunnen geexponeerd worden, verstaan den„ zelven Bakker by Provisie op het Robben Eyland te Plaatsen ten eynde aldaar voor de kost dienst te doen Aan Cabo de Goede Hoop die et a=o Utsupia /:Lager my Present: / /was geteeken:/ W=m J: van Ryneved.— „Clercq /onderstond/ Donderdag den 23 April 1789 J: voorde middags (Rekent Extraordin vergadering Present den E Achtb Heer Johannes Izaac Rhenius Praesitent, en alle de Leeden deneptis de Heeren van Echten Mappa, Maasdorp, en Vd=n Riet bij indispositie— 146 De E Achtb Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas Heeren van Lynden, ter gelegendheyd dat heeden de raad tot het afdoen van eenige Civiele zaaken was vergaderd gediend hebbende van een schriftelijk vertoog betrekkelyk 't geene den adsistent Marinus Marinussen door den burger Luitent Jan Ands. Horak by zeker dictum ter Roll in de Laast gehoudene vergadering is ten Lasten gelegd geworden, Luydende hetzelve ver „toog verbotenus, als volgd. Aan de wel Edele Achtbare Heer Praesident, en verdere Leeden van den Raade van Justitie dezes Gou„ „vernementt. Wel Edele Achtbr Heer. Het aan uwelEdele Achtbare in derzelver Laast gehoudene Ordinairen Verga¬ . 147. vergadering op den 16 dezer behaagd heb„ bende in handen van den ondergeteek= te stellen, eene door den mant Jan Andries Horak, en den burger jan David Beijer by derzelver ten dien dage ingediend dictum ter Rolle over„ „gelegde origineele geconsipieerde en ge teekende Memorie van den Adsistent Marinus Marinussen, en zulks ten fine in dezen zoodanig te ageeren als den onderget: na bevinding van zaaken oordeelen zoude te behooren— zoo ist dat den ondergeteekenden ter paritie aan dit UwEd: Achtbare Dispositief terstond gezogd heeft. # na de volmagt kragt, welker den adsistent Marinus Mhrinussen, door door den evengemelde Manhaften Jan Andries Storak, aan wien die gelibelleerde Memorie toegezonden, en ten dienste van welke dezelve op„ „gesteld schynd geweest te zyn, tot des zelvs procureur, zoude zin geconstitueerd geworden. 2 Na den Eed ofte Instructie welke de procureur O 148 Procureurs by hunne admissie voor dezen vierselaar moeten bezweeren, als de eenigste wet en rigtsnoek, waar na dezelve verpligt zin, zig in hun Patroeina te gedragen. omme daar uyt te kunnen zien of en in hoe verre den voorzegden adsisten Marinus Marinussen, daar tegen had gepecceerd, en bi Consequentie in de Termen van v: E: Jsque deposita in strume ta etc: van den 10 Fitbib 48f de Lege Cornelia de Falsis was gevallen? en tegens het verbod in de Indische Statuten d: 30 duijdelyk geexpineerd hadde gehandeld, en dus by verder gevolg, in hoe verre hy daar over behoorde gecorrigeerd te worden— Dan wel Edele en Achtb Heeren, den onderget: was niet weynig gesupprineer dat geen van beyde deze stukken nog by het boven geallegeerde dictum ter rolle by het welke immers het eerste nempe de volmagt, had behooren gevoegt te zyn, zoude deze delatie aan UwEd: Achtbaarheedens gedaan, van eenige klein hebben kunnen wezen Noghter Secretarije van Jnstitb te
English
to be found or were known. Since firstly the essential capacity of attorney was lacking in the frequently mentioned Marinus Marinussen during the drafting, signing, and transmitting of that memorial, and secondly, even if he had been appointed as attorney in this case by power of attorney, he never received an instruction, much less took an oath, according to which he would have to conduct himself in that capacity, and he can thus consequently be considered to have prepared the same solely at the request of the valiant Jan Ands Horak as a good friend for his convenience and assistance, certainly not with the prospect that such use would be made of it, and that this service rendered by him would be imputed to him as a crime in the eyes of Your Worships, not as an attorney or practicing servant, but solely to put the ideas given to him by the said valiant Horak properly and in order onto paper, which seems to appear not unclearly from the words in the missive accompanying that memorial at the end of the same, where he requests to amplify or verify that memorial with polished reasons, so the undersigned must candidly confess that no matter for any action regarding the aforementioned drafting and drawing up or signing of that memorial against the assistant Marinus Marinussen has presented itself to him. And he, Marinus Marinussen, thus appears to him not to have been able to commit so great an evil by subsequently granting his patronage properly and according to local style to Anna Elizabeth Kries, widow of the late citizen Mattnus Melk, being authorized thereto by her, and by then no longer following the ideas of the valiant Horak, but his own ideas and light in handling this case. The more so, Honorable Worshipful Lords, because the aforementioned memorial was never, to the knowledge of the undersigned, submitted to Your Worships as a product of Marinus Marinussen in the capacity of a servant of Horak, to which he was not appointed, and thus must be and remain considered up to that point as a non-entity. While he is likewise not to be blamed that, believing himself to be convinced in his conscience of the unreasonableness of the ideas and contention of the frequently mentioned Jan Andries Horak, and at the same time of the reasonableness of the request of the said widow, who, according to the own confession of the signatories of the dictum on the roll, possesses a narrow, limited mind and thus indispensably needed good help, he assisted her with counsel and deed. Just as he, Marinus Marinussen, being questioned about this by the undersigned, also assured him that in the beginning he judged that questionable testamentary disposition, if not as a will, at least as a codicil to be valid, until, from an account dated 30 March of the current year of all that had occurred before and during the making and executing of this will, supplied to him by the said widow, he was obliged ex post to adopt an entirely different sentiment, as he was thereby fully convinced of the manner in which the said widow had been misled in this matter, and that advantage had been taken of the bitter sorrow in which she found herself because of the dying condition of her husband, in order to make her also execute and sign the said deed, and he found himself obliged, as an honest man, to obtain for that misled widow, if possible through the course of law, a proper redress. Yet, since it would certainly have very bad consequences if one were to conclude from this case in the future by false inferences that it was generally left open to a servant first to advise and serve one party, and finding this no longer agreeable, the other party in one and the same case, and consequently to act pro and contra, the undersigned will respectfully submit for Your Worships' consideration whether, in order to prevent this, it would not be useful for Your Worships to take and publish a resolution against this in the form of a prohibition under a certain penalty, or that a form of oath be established, according to which the attorneys presently practicing before this court and to be admitted ex post shall have to conduct themselves, in accordance with the instructions for the Court of Holland, Zeeland, and West Friesland, article 71; nevertheless submitting, with the return of the papers delivered to him in original, this and that to Your Worships' better and more enlightened judgment. Below stood: Done at the Cape, 22 April 1789. Was signed: J: N: P: van Lijnden Thus, after mature consideration of the reasons adduced in this remonstrance, the declaration of the honorable officer, namely that no matter for any action had presented itself to his honor regarding the drafting and signing of the memorial in question against the aforementioned assistant Marinus Marinussen, was held as communicated; while concerning that which was also proposed by his honor in addition thereto, it was deemed good, before taking a final decision thereon, to examine the draft instruction framed by this council in the year 1781, and addressed, with an attached request to admit a specific number of attorneys before this court, to the Honorable Governor and Worshipful Council of Policy, together with the resolution taken at that time thereon by the said Honorable Governor and Worshipful Council of Policy, in order then to make such arrangement in this matter as shall be deemed appropriate. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: Wm Clercq J: Van Rijneveld Thursday
Dutch transcription
149 te vunden ofte bekend waren. Daar nu S:ro de wesentlyke qualiteyt G van procureur aan de meergenoemde Marinus Marinussen by het Consipieeren teekenen en overzenden dier Memorie heeft ontbrooken En 2e. al was hij schoon tot Procureur in hoe Causa by volmagt aan gesteld geweest hy nimmer eene Instructie bekomen veel minder beeedigd heeft, waar na hy zig in die qualiteyt zoude hebben te gedragen, En zig dus by Consequentie, geconsidereerd E kan worden, dezelve alleen opt ver„ zoek van den Mant Jan Ands Horak als een goed vriend tot zyn gerieff en adsistentie te hebben vervaerdigd, zee kerlyk niet met het vooruytzigt dat er zoodanig gebruijk van zouden worden gemaakt, en hem deze zyne bewezene dienst, als eene misdaad onder het oog van UwEd Achtb zoude zyn toegereekend geworden, Aiet qua Procurator ofte bedienden ractizijn, maar alleenlyk omme de Dees, hem door een gezegden Manh Horak 150 Horak opgegeven behoorlyk en in oedre op t Papier te stellen, het welke uijt de woorden in de Missieve tot geleyde dier Memorie in fine derzelve en intelyk, niet onduydelyk schynd te Consteeren, nempes daar hy verzoekt die memorie met NB gepolyste reedenen nader te ampheeren ofte verevieeren zoo moet den onderget: ronidement avoueeren dat aan hem geene stoffe tot eenige actie; wegens voorgem. Conceptie en opstelling ofte reekening duer Memori tegens den adsistent Marinus Marinussen is voorgekomen En hy Marines Marinussen hem dus toeschynd zoo een groot quaad niet te hebben kunnen bedrijven, met naderhand aan Anna Elizabeth Kries wed=e van wijlen den burger Mattnus Melk zijn Patrocine behoorlyk en na style Locaal daar toe door dezelve gevolmagt zynde, te verleenen, en als toen niet Langer de Idees van den Manhaften Horak maar zyne eygene Jdees en Ligt in t behaude Ten dezer zaak te volgen Te meer wel Ed: achtb Heeren ver mits die voorsz memorie, nimmer met weeten 151 weeten van den ondergeteekenden aan UwEd achtbare als een product van Marinus Marinussen in qualiteyt als bediende van Htorak, waar toe hy niet is aangesteld en voorgelegd geweest, en dus tot daar aan als een non Ens ge¬ „considereerd moet zyn en blyven. Terwijl het hem insgelyks niet qua¬ lijk te nemen is dat hy van de onbillikheyd der Idees en Sustenue van dikgem. Jan Andries Horak, en te gelyk van de billikheijd van het verzoek der gedagte weduwe in zijn gemoed meenende overtuygd te zyn, diezelve diensvolgens het eijgene aveu der onderteekenaart van het dictum ter Rolle een Naauw beperkt Brijn bezit en dus onontbeerlyk goede hulpe nodig had, met raaden daad te adzisteeren. Gelik hij Marinus Marunissen door - den onderget: hier over onderhouden wor„ „dende, aan denzelven ook heeft verzekerd in den beginne die questieuse Testementairen dispositie, zoo al niet als een Testament immers als een Codicil bestaanbaar te heb„ ben geoordeeld, tot zoo Lange hy uijt een relaas in dato 30 Maart h: a: van al het geene voorna en bij het maken en passeeren van dit Testament was voorgevallen 152 voorgevallen, hem door dezelve weduwe ge¬ suppediteerd expost een gants ander Centu¬ ment heeft moeten adopteeren, als daar door ten vollen overtuygd van de wyze op welke gezegde weduwe daar by was miseijd geworden, en men van de bitten droefheyd waar inne zy wegens de zieltogen de situatie van haaren Man zig bevond; heeft weten te profiteeren omme haar die gezegde acte mede te doen Passeeren en teekenen, en zig als een Eerlyk man, heeft verpligt gevonden, die misleijde weduwe, was het moogelyk door den weg van regten een behoorlyk redres te doen geworden Dan vermits het zeekerlyk zeer quade Consequentien zouden moeten heb „ben wanneer men in t vervolg by ver „keerde Illatien uyt dit geval zoude willen besluyten, dat in 't generaal aan een be¬ „diende wierd vrygelaten, eerst de eene, en zulks niet langer goedvindende, de andere, Parthijen, in een en dezelve zaak te adviseeren, en te bedienen, en gevolglyk proet Contra te ageeren, zal den onderget aan UW Ed Achtb: Eerbiedig in Consideratie geeven of tot voorkoming daar van niet dienstig zoude zijn, dat door uwEd Achtb hier tegens eene resolutie, by forme van ver bod 153 verbod op zeekere Sone wierd genomen en gepubliceerd, ofte wel eene formule van Eed, na welken de voor deze vierschaar tans Postuleerende, en expost te admitteeren „ne Procureurs zig zullen hebben te gedragen wierde geconstateerd Conform de instructien voor den Hove van Holland, Zeeland, en Westvriesland art=l 71 onderwerpende niet te min met te rug gave der aan hem in orginali overhandigde Papieren, den ondergeteekenden dit een en ander aan uwel Edele en achtbaarhedens beter en meer verligt oordeel — /:onderstond:/ Actum Cabo den 22 April 1789 /:was geteeken:/ J: N:P: van Lijnden Zoo is na rype overweging van de reedenen in dit vertoog bij gebragt de declaratie van den heer officier dat namentlyk aan zyn E geene stoffe tot eenige actie wegens het opstelkenen teekenen der Memorie in questie, tegens voorm adsistent Marinus Harinussen was te vooren gekomen voor gecommi „nuceerd gehouden; terwyl ten belange van het door zyn Ed: daar bij tevens voorgedaan is goed 154 goedgevonden alvorens daar op een finaal besluyt te neemen, in te zien de Concept instructie by dezen raade int Jaar 1781 gecouerheerd, en met een bygevoegd versoek, op daar op een bepaald getal procureurs voor dezen rechtbank te admitteeren, aan den Edelen Heer Gouverneur, en E Achtb: rade van Politie geaddresseerd, mits gaders de resolutie te dier Tijd daar op bij wel gem E:d Heer Gouveeneur en E Achtb: Politicquen Rade genomen ten eynde als dan in dezen zoodanig schikking Te beramen, als zal worden geoordeeld te behooren. /onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno Utsupra (:Lager mi Present /:was geteekend:/ W=m Clercq J: Van Rijneveld H Donderdag
English
155 Thursday the 30th of April 1789 In the morning. Present: the Honorable Johannes Izaac Rhenius, President, and all the Members, except Messrs. Maasdorp and Goetz due to indisposition. The merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman, ex officio Prosecutor in a criminal case on the one side, against the burgher Andries van Zeijl, defendant in person on the other side, in order to purge and answer for his first and second defaults and regarding extreme violent acts committed against certain Hottentots in this country. The Deputy Fiscal of this Government, Mr. Johannes Andreas Truter, acting ex officio for the ex officio Prosecutor, requested, due to the non-appearance of the defendant, the third default, and that the defendant, defaulting and in hiding, for the benefit thereof shall be barred from all peremptory exceptions, objections, and defenses which he, appearing, might propose, and furthermore that there may be granted to him, the ex officio Prosecutor, a fourth edictal citation against four weeks from today in order then to verify his intendit. The messenger within the city reports that the defendant has not appeared. The Court, because of the non-appearance of 156 of the defendant, grants the ex officio Prosecutor the requested third default with the benefit thereof, and a fourth edictal citation against four weeks from today, to see served then the intendit with the verification thereof, as well as to hear sentence pronounced, with intimation. The said Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman, ex officio Prosecutor in a criminal case on the one side, against Willem van Zeijl, defendant in person on the other side, in order to purge and answer for his first and second defaults and regarding the killing of a certain Hottentot child named Antje. The messenger entering reports that the defendant is not present. The aforesaid Deputy Fiscal Johannes Andreas Truter, acting ex officio for the Honorable Prosecutor, requests, due to the non-appearance of the defendant, the third default, and that the defaulting and hiding defendant, for the benefit thereof, shall be barred from all exceptions, objections, and defenses which he, appearing, would have been able to propose, and furthermore that there might be granted to him, the ex officio Prosecutor, a fourth edictal citation against four weeks from today in order then to verify his intendit. The Court, because of the non-appearance of the defendant, grants the Honorable Prosecutor 157 the requested third default with the benefit thereof, and a fourth edictal citation against 4 weeks from today, in order then to see served the intendit with the verification thereof, as well as to hear sentence pronounced, with intimation. The Honorable Independent Fiscal of this Government, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio Prosecutor in a criminal case on the one side, against the assistant who served at the Political Secretariat, Carel Eberhard Kulhwijn, defendant in person on the other side, to come purge and answer for committed theft and his desertion. The messenger entering reports that the defendant has not appeared. Wherefore the Honorable ex officio Prosecutor requested the first default, and that the defendant, for the benefit thereof, shall be barred from all declinatory exceptions, and furthermore that there be granted to him, the ex officio Prosecutor, a second edictal citation against two weeks from today. The Court: Fiat. The messenger entering reports that the petitioner is not present. The burgher Nicolaas Johannes van der Schijff, petitioner, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, respondent, in order to see served an Answer to his submitted Claim. The Honorable Respondent therefore requests comparuit with condemnation of the petitioner in the costs. The Court grants the Honorable Respondent comparuit and condemns the petitioner in the costs of this instance. The assistant of the Honorable Company placed under suspended salary, Jacobus Vercuiel, as special proxy of the burgher Pieter Hammes, petitioner, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, respondent, in order, instead of seeing served an Answer to his submitted Claim, to hear a request for extension of time. To the Honorable Johannes Izaac Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Court of Justice of this Government. Honorable Sirs, The proxy petitioner presents a petition of the following content: 159 Honorable Sirs, It is with deepest respect that your Honors' humble servant Jacobus Vercuiel, as special proxy of the burgher Pieter Hammes, most humbly makes known to your Honors: How four weeks ago today, upon a written Claim submitted by the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden van Blitterswijk, ex officio, the petitioner requested a copy and extension of time in order to serve an answer today; but, since the person whose testimony the petitioner indispensably needs, and to that end had already caused to be summoned before your Honors for the 16th of this current month, according to the report of the court messenger of your Honors' Council, C. E. Ziervogel, has been incapacitated by illness and indisposition from appearing in court, the petitioner is therefore in the impossibility of being able dutifully to comply with your Honors' order. Reasons why the petitioner turns most humbly to your Honors, very humbly requesting that it may be your Honors' highly favorable pleasure to grant the petitioner an extension of time until four weeks from today, in order then to serve an answer. Below was written: Which doing etcetera. Was signed: J. Vercuiel in proxy. In the margin: Exhibited in court on 30 April 1789.
Dutch transcription
155 Donderdag den 30 April 1789 s voordemiddags Present de E Achtb Heer Johannes Izaac Rhenius President en alle de Leeden demptis de Heeren Maasdorp en Goe by indispositie— De koopman en Landdrost der Colonien Stellenbosch en Draken„ Steijn, de Heer Hendrik Lodewyk Mletterman E:O: Eyss=r in Cas Crimineel ter Eenre opende jegens Den adjunct fiscaal dezes Gouvernements M=r Johannes Andreas Stuter en officio voor den EO: Eyss=r ageerende, verzocht om de non Comparitie van den ged: het derde, default en dat Den burger Andries V=n Zeijl den ged: defaillant en Latitant gedragde in Persoon ter voor het profyt van dien andere zyde, ten Eynde zyn zal worden verstoken van Eerste en Tweede defaults te alle exeptien per emptoir wee„„ en zig wegens verregaande „ren en defensien, dewelke hy verschijnende zoude kunnen teytelykheeden aan Eenige proponeeren, mitsgaders aan hem Hottentotten in dit Land Eo: Eyss=r mogte werden ver„ gepleegd te komen purgeeren Leend, een vierde Edictatie dag vaerdig tegens heden over vier en verantwoorden weeken ten Eynde als dan zyn Jntendit te verifieeren De Raad vermits de non Comparitie De bode binnen stedende rapporteerd, dat den ged: niet is gecompareerd. van 156 van den gedaagden verleend den E0: Eijss=r het verzogte derde default met den ptofyte van dien, en een vierde Edictate dagvaerding, tegens heeden over vier weken om als dan te zien dienen van Inten dit met de verificatie van dien, mitsgaders de Cententie te hooren Pronuntieeren met Jnthimate — De bode binnen Fieden de doed Gem Landdrost Hendrik rapport dat den ged: met Lodewijk Bletterman E:O: present is Eyss=r in Cas Crimineel, ter eenre voorm. Nojunct fiscaal Johan opende Jegens Andreas Fruter et officie voor den Ed: Eyss=r ageerende verzoekt om de hem Comparitie van den Willem van Zeijl ged: in persoon ged: het derde default, en dat ter andere zijde, ten eijnd zijn den ged: defaillanten satitant Eerste en Tweede default, en zig voor het profyt van dien zal wegens het om t Leven brengen worden verstooken van alle van zeker Hottentots kind in Exeptien weeren en defensien dewelken name Antje te komen purgeeren, Wij verschinende zoude hebben kunnen en verantwoorden proponeeren, mitsgaders aan hem Eo: Eyss=r mogte worden verleend een vierde Edictatie Dagvaerding tegens heden over vier weeken ten eijnde als dan zijnen Jntindit te verificeren De Raad vermits de non Comparatie van den Gedaagden verleend den Ed: Eijs het 157 rapport het verzogte derde default met den Profyte van dien, en een vierde Edictate dagvaerding tegens heeden over 4 weeken omme als dan te zien dienen van Intendit met de verificatie van dien, mitsgaders de sententie te hooren Pronuntieeren met Jnthimatie De E Achtb Heer Independent Den Bode binnen Fredende rapporteerd dat den ged: fiscaal dezes Gouvernementt niet verscheenen is: M=r Johan Nicolaas Steven van Lynden Weshalven den Heer E: O: R:O: Eyss=r in Cas Criminee Eyss=r verzogte het Eerste ter Cente- default en dat den gedaagden opende Jegens voor het Profijt van dien zal worden verstooken van alle Exeptien declinatoir mits„ Den ter Politicque Secretarije „gaders aan hem EO: Eyss=r dienst gedaan hebbende, ad„ verleend een Tweede Edectaten dagvaardaging tegens heden sistent Carel Eberhard Kulhwijn over twee weeken ged in Persoon ter andere zyde, omme zig wegens ge pleegde diefte, en zijne de„ sertie te komen Surgeren en verantwoorden De Raad Ficet:— De bode binnen Fiedende Den burger Nicolaas Johannes 158 rapporteerd dat den requir=t Iohannes van der Schijff reg niet present is. De E Achtb Heer gerequiten Den Independent Fiscaal verzoekt overzulks Com dezes Gouvernements de E. „paruit met Condem„ Achtb Heer Johan Nicolaas „natie van den requir=t steeven van Lijnden gerequir=d in de kosten omme op deszelvs ingedienden Eysch te zien dienen van Ant¬ „woord. Den Raad verleend den E Achtb Heer Gerequireerde Comparuit en Condemneerd den requirant in de kosten van deze Jnstantie. Den onder afgez: gagie ge„ stelten adsistent der E Comp Aan den wel Edelen o Jacobus verciul, als speciale achtb Heer Johannes gemagtigde van den burger Izaac Rhenius Prae Pieter Hammes regt. sident, benevens de verdere Contra — Wel Edele Heeren Raaden van Iustitie dezes Gou den Independent fiscaal dezes „vernement Gouvernements de E Achtb Heer WelEd: Achtb Heer Johan N: P van Lijnden De 99 requi=te presenteerd een Request van navolgenden Jnhoude Contra wel om in en ƒ 159 Wel Edele Heeren. „den Eysch te zien dienen van ant„ Het is met diepste Eerbied, „woord, te hooren verzoeken atter dat uwEd Achtb: onderdanige „ minatie van Termijn. Dienaar Iacobus Vercuiel als speciale gemachtigde van den burger Pieter Stammes, op het allernedrigts UwEE Achtbaren te kennen geeft. in steede van op deszelvs ingedien„ Hoe heeden over vier weeken op een Ingedienden schriftelyken Eysch door den Independent Fiscaal dezes Gou„ vernements, de E Achtb Heer M=r Johan Nicolaas Steven van Linden van Blitterswijk R:O: den suppliant heeft verzogt Copia en atterminatie, om op heeden te dienen van antwoord, dan, daar den geenen welkers getuygenis den supp=t in dispensabel van nooden heeft, en tot dien eynde reeds tegen den 16 dezer Loopende Maand voor uwEd: Achtb hadde laten Convoceeren, agtervolgens het rapport van den Gerechtsbode dezer UWEd achtb=r rade C: E: ziervogel, door ziekte en onpasselykheid buijten staat is gesteld geworden om in Judicio te Compareeren zoo is den suppliant dan ook in de onmogelyk„ „heijd verzeerende ompligtschuldig aan het appoinctement van UwEd: achtb te kunnen voldoen — Reedenen waaromme den Suppt. zig opt Nedugts tot uwEd Achtb is keerende, zeer ootmoedig verzoekende, dat het van uwed: achtb Hoog gunstig welbehagen zyn moge aan den suppt. te verleenen atterminatie tot heeden over vier weeken, om als dan te dienen van antwoord. — /:onderstond:/ Twelk doende ex=ca /was get:/ J=b Vercuiel qq /in margine Exhibiteum in judicio den 30 April 1789. Het
English
160 to leave over Which having been read, the Honorable Required party leaves the request of the petitioner to the judgment of the Council. The Council granted a postponement until four weeks from today. The Roll having ended up to this point, there appeared in the Council the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, qualified ex officio to attend to the affairs of the Merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, who, in the name and on behalf of the said Landdrost, submitted such considerations as were demanded from the said Landdrost by a certain order dated 19 March last concerning the request presented at that time by the burgher Fredrik Kannemeijer, which considerations having been read, it was, after consideration of matters, approved to grant to the aforesaid Kannemeijer only copies of such documents fo. 161 documents as were submitted by him in the Council, denying the further request made in the aforesaid petition. Whereafter by the said Deputy Fiscal, in his aforesaid capacity, a memorial was served, reading verbatim: To the Right Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope. The Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, respectfully shows: That it having been requested by him in his official capacity on 17 April 1788 in this Honorable Council that the wives of the burghers Adriaan van Zeil and Jan Wieze, banished by sentence of your Honors dated 27 March of the said year, who were then present here, might be ordered to provide within the space of four times twenty-four hours sufficient surety so that, in case the cattle confiscated by the said sentences for the benefit of the Honorable Company should not 162 not within the next coming four months be delivered to the Company's post De Schuur, the proceeds of that which might be found to have been alienated therefrom should then, pursuant to the aforesaid sentence, be paid and brought into the Honorable Company's treasury; it pleased your Honors on the same day to set a term of fourteen days for the posting of the said required surety, on pain of summary execution and further condemnation in the costs. That the petitioner believed he might fairly expect that the aforesaid wives of those two banished burghers would not fail to provide proper and sufficient surety within the stipulated time for the aforesaid purpose, and thereby attempt to avoid the summary execution with which they were threatened in default of the bail. Yet that he to his utmost surprise had to experience, not only that those women rode inland without caring in the least about what had been disposed by your Honors, but also that the Field Sergeant Willem Adriaan Nel cast the written orders of your Honors to the wind, and allowed himself to be pacified with unsatisfactory promises. That 163 That since it is of the highest importance to justice that its sentences are not rendered illusory, but on the contrary are strictly put into execution, your Honors thought fit to append to your honored missive of the second of this month a copy of the defective and irreverent report of the aforesaid Field Sergeant, in order still to be able to take such appropriate measures as would be completely suitable to execute the sentence pronounced against the aforementioned van Zeijl and Wiese with respect to the confiscated cattle and costs. That the petitioner, judging on account of the great distance that it is of the utmost difficulty to employ those simple and certain means and ways which daily practice suggests, and on the other hand nevertheless wishing to contribute all his powers to the maintenance of good justice, believed he ought to turn to your Honors with the humble request that the aforementioned wives of van Zeijl and Wiese may be summoned by missive to appear on a certain 164 certain appointed day in this Honorable Council, in order to hear such demand or request or requests as the petitioner in his official capacity shall think fit on the day of the hearing to make against them to give effect to your Honors' honored ruling of 17 April of the past year, etc., or that your Honors may otherwise please to dispose in such manner as according to your wisdom shall be deemed most suitable to prevent all disadvantageous consequences. Below stood: Which doing, etc. Was signed: J: A: Truter. In the margin: Exhibited in court on 30 April 1789. After the reading thereof and ripe consideration of what deserved remark concerning this matter, it was approved to grant as an order thereon: The Council, referring to the resolution taken on the 165 second of this month, further orders the officer to execute meliori modo the sentence passed against the banished burghers Adriaan van Zeijl and Jan Wiese, with respect to the confiscated cattle and costs. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W: S: van Rijneveld, Secretary. Thursday, 14 May 1789. In the forenoon. Present: the Honorable Johannes Izaac Rhenius, President, and all the members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. The Honorable Independent Fiscal of this Government. The messenger, stepping inside, reports that the summoned party has not appeared. Below stood: well Johan
Dutch transcription
160 over te Laaten Het welk geleezen zynde de E Achtb Heer gerequreerde het verzoek van den requirant aan s' raads oordeel De Raad Fiat atterminatie tot heden over vier weeken De Rable tot hier toe afgeloopen zynde verscheen in Raade den adfunct fiscaal Mr. Johannes Andreas Fruter als in officio gequalificeerd ter waarneming der zaaken van den koopman en Landdult 17 der Coloniën Hellenbosch en Drakensteijn de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman dewelke uyt Naam en van wegens ge¬ „repten Landdrost overgaf, zodanige Con „sideratien als by zeeker appoinctement in dato 19 Maart Jongstleeden op het als burger Fredrik Kannemij doen door den gepresenteerd Request, gevallen, van gem Landdrost zyn gevorderd welke Consideratien gelezen zynde, zoo is (na overweging van zaaken, goed¬ „gevonden van voorsz kannemeijer alleenlyk te verleenen Copien van zoodanige stukken 5. fo. 161 stukken, als door hem in Raade zyn, overgelegd met ontzegging van het by voorsz requeste gedane verder verzoek. Waar na door evengem: Adjunct Fiscaal in voorsz qualiteit gediend zynde van een vertoog Luidende verbotenies Aan den Wel Edelen Achtb=r Raade van Custitie des Casteels de Goede Hoop. heeft met den meesten Eerbied te kennen de Land drost van Stettenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Bretterman. Dat dt door hem R:C: op den 17 April 1788. in dezen Edelen Achtb: Raade zynde verzogt geworden; dat aan de als toen alhier aanwezende Huysvrouwen van de bij vonnisse van U E E Achtb: de dato 27 Maart des gem jaars gebanne bur„ geren Adriaan van Zeil en Jan Wieze mogte worden geinjungeerd omm binnen den tyd van viermaal vier en Twintig uuren te stetten sufficiende Cautie om ingevalle, de bij gem vonnissen ten behoeve der E Comp:s geconfisqueerde Beesten, niet 162 niet binnen de eerst komende vier Maanden, op s: Comp: Post de schuur zouden zyn geleverd, het provenu van het geene mogte worden bevonden. daar van veratieneert te zyn, als dan ingevolge het voorsz vonnis in s: E Comp: Cassa Op te brengen en te betalen; het aan U E achtbaren ten zelven dage behaagd heeft, tot het stellen dier geeyschte Cautie te presigeeren een Termij van veertien dagen, op Pene van parate Execute en verdere Condemnatie in de Costen Dat de vertoonder heeft vermeend billit te moogen verwagten, dat de voorn. Huijsvrouw dier twee gebannen burgeren niet in gebreeken zouden blijven van binnen den bepaalden tijd ten voorsz fine behoorlyke en sufficiente Cautie te stellen, en daar door tragten te ver „mijden de parate Executie, waar mede zy by ontstentenisse der borgtogt zyn bedreggd geworden. Dan dat hij tot zijne uijterste Cuppr heeft moeten ondervinden, niet alleen dat die vrouwen, na buyten zyn gereeden„ zonder zig in het minste over het door UE achtb gedisponeerde te bekommeren, maar, dat ook de Veldwagtmeester Willem Adriaan Nel de aanschrijvens van UE Achtbare in den wind geslagen, en zig met onvoldoende beloften heeft Laten Paaijen Dat 163 Dat aangezien de Justitie er ten hoogsten aangeleegen Legd dat derzelver vonnissen met ulifoir gemaakt, maar in tegendeel stiptelyk ter Executie gelegd worden W„ E: E: Achtb hebben goedgevonden, by derzelver g'eerde Missive van den tweden dezer te voegen Capia van het defectieus en irreverent bericht van voornoemde Veld „wachtmeester, ten eynde als nog zoodanige gepaste maatregulen te kunnen neemen, als volkomen geschikt zouden zyn, om het ten Lasten van bovengem: van zeijl en wiese gepronuntieerde vonnis met opzigt der geconfisqueerde Beesten, en kosten ter Uijtvoer te brengen. Dat de vert: uijt hoofde der verre„ afgelegendheijd van de uytterste moeylykheijd oordeelende, die Eenvoudige en zeekere middelen en weegen te Emploijeeren, welke de daaglijk „sche Stactyk aan de hand geeft, en van den anderen kant evenwel tot maintien der Goede Justite alle zijne vermogens willen„ „de Contribueeren, vermeend heeft zog te moeten keeren tot U: E„E: Achtb met nedrig verzoek, dat, de bovengem: Huysvrouwen van van Zeijl en Wiese by Missive moge worden gedagvaerd, omme op zeekeren 164 Zeekeren bepaalden dage in dezen Edelen Achtb: raade te verschijnen, ten Eynde te aanhooren, zoodanigen Eysch dan wel verzoek ofte verzoeken, als de vertr J:O: ten dage dienende tot het doen Effect Cortere van U E: E Achtb g'Eeerde Dispositief van den 17 April des voorleeden jaars zal goedvinden tegens dezelve te doen etca ofte dat UEE Achtb: andersints zodanig gelieve te disponeeren, als tot voorkoming van alle nadeelige gevolgen na derzelven wysheijd meest geschikt zal worden g'oordeeld, /:onderstond:/ Twelk doende &=a /:was geteekend:/ J: A: Prieter /:in margine:/ Exhibitium in Judicio den 30 April 1789. s na Lectuure van het zelve en reppe overweging van het geen ten dezen belange aanmerking verdiende goed gevonden daar op voor appoinctemen te verleenen. Raad zig aan het op de 8 165 den 2=en dezer, genomen besluijt refererende ordonneerd als nog den officier om, Meliori modo het ten Lasten der gebannenen burgeren Adriaan van Zeijl en Jan Wieser geslagen vonnis, met opzigt tot de geconfisqueerde beesten en kosten ter Ex„ „estitie te brengen. Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno Ut fupia /:lager:/ mij Present /:was geteekend:/ WW Rijneveld e Clercq. Donderdag den 14 Mey 1789 voormiddags Present, den E Actb Heer Johannes Izaac Rhenius Praesident en alle de Leeden, demptie den Heere Maasdorp by Indispositie Den E Achtb Heer Independent fiscaal dezes Gouvernementh De bode binnen tredende rapporteerd, dat, den gedaagen„ niet is gecompareerd /:onderstond:/ wel Johan 5 —
English
166 Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer of Justice, Prosecutor in criminal cases, on the one side, against Carel Eberhard Kielhweijn, former assistant at the Political Secretariat here, defendant in person, on the other side; in order to purge and answer for his first default and concerning the theft and desertion committed by him. The Council grants. The burgher Jacobus van Leeuw, as special attorney of the burgher Nicolaas Johannes van den Schoff, petitioner, against The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden van Blitterswijk, respondent, in order to see an answer served to his submitted claim. Wherefore the Prosecutor requested the second default, and that the defendant, defaulting and remaining absent, may be and remain deprived of the benefit thereof from all declinatory exceptions, together with granting him, the Prosecutor, a third edictal citation against this day two weeks. The respondent requests a copy of the documents in order to serve a reply today in fourteen days. The petitioner, properly legitimating himself, serves an answer as in the writings, with exhibits attached thereto. 167 The Council grants the respondent the requested copy and a day to reply. The Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Prosecutor, against The burghers and residents Hermanus Mulder; Johannes Mulder; Nicolaas van den Schoff; Jacobus Appel; Daniel Izaacs; Jan Valentijn; Carel Mozes; Pieter Johannes Cazar; Borneman, Sergeant of the Battalion garrisoned here; and Edenfried Hofman, posted at the Armory, Defendants; in order, in case of opposition, to hear the claim and conclusion, to answer thereto, and further to proceed as according to law. The Prosecutor produces a written claim, whereby His Honor concluded: That the defendants shall be condemned by definitive sentence of this Council to the fines established by Placaat of 50 and 25 rixdollars respectively, and the defendant Hermanus Mulder moreover shall be corrected at discretion, especially on account of the brutalities committed against his brother's wife, with further condemnation of all defendants in the costs, or such otherwise as this Council in good justice shall judge proper. The defendants, having heard the documents read, the first defendant, Hermanus Mulder, says in reply that out of poverty he had made a lottery of his pair of buckles and had it played out, and that furthermore, at the request of the other defendants, he had started a game of quinse for pastime, without however expressing himself 168 on the subject of the brutality committed by him, the defendants requesting to be excused for this time. The Prosecutor advances in reply that among the defendants there are also three night-watchmen who must keep watch at night, but that His Honor, not wishing to deprive them of their bread, only requests that it may please the Council to reprimand them in particular. Parties renounce further productions and the Prosecutor requested justice. The Council, having read and resumed the written claim submitted by and on behalf of the Prosecutor upon and against the defendants, after consideration of that which merits reflection and could move Their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, fully adjudicates to the Prosecutor his claim made and conclusion taken upon and against the defendants; furthermore condemning the first defendant, Hermanus Mulder, to be put on water and bread for the period of eight days on account of his insolences committed, with condemnation 169 of the defendants in all the costs incurred in this matter. Underneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W. A. v. Rijneveld, Adjunct Secretary. Thursday the 28th of May 1789, in the morning. Present: the Honorable Johannes Izaac Rhenius, President, and all the Members, with the exception of Messrs. Maasdorp and Mappa due to indisposition. The Honorable President, having submitted to the Council two statements, one passed by the burgher Johan Gustaaf Volmer and the other by the soldier Fredrik Grof, was pleased therewith also to give to know: That, 170 how very much His Honor had also hoped that the Burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, appearing in the aforesaid statement, in accordance with the assurances made by him so many times to His Honor and also at the meeting of the 2nd of October last to this Council, namely that in the future he would cautiously guard against ever insulting anyone, and above all take care in this regard to perform his duty toward all those who are placed over him; would also have responded to the gracious manner in which he, van der Poel, notwithstanding his brutalities had merited a much more severe correction, has nevertheless always been treated by this Council; the said van der Poel, on the contrary, since that time had not only not been content to conduct himself toward his father-in-law, the former Burgher Councillor Mr. Hendrik Oostwald Eksteen, in a far-reaching insolent manner, and among other things to mistreat his wife in such a way that repeated complaints were made about it to His Honor,
Dutch transcription
166 Johan Nicols Steven Van Lijnden Weshalven de Her 7: O: Eysscher verzogt het tweede R: O: Eysscher in Cas Crimineel default en dat den gedaagden ter Eenre. defaillant en Zatitant voor op ende Iegens. het Profyt van dien moge zyn en blijven verstoken Den ter Politicque Secretarije van alle Exeptien declinatoir, alhier bescheiden geweest zynde mitsgaders aan hem Heer adsistent Carel Eberhard Kielh R: O: Eijss=r verleend ene weijn ged: in Persoon ter ander derde Edretale Citatie tegens zeide; omme zijn Eerste de Cauts heeden over twee weeken en zig wegens gepleegde diefte en defertie te komen Purgeeren en verantwoorden. De Raad Fiat. Den Burger Jacobus van Leeuw als speciale gem: van den burger Nicolaas Johannes Vdn. Schoff requirant Den Independent fiscaal dezes Gouvernements den E Achtb Heer en M=r Johan N: C: van Lynde van Blitterswijk gerequireerde omme op deszelvs ingedienden Eysch te zien dienen van antwoord. Contra De Heer gerequireerde verzoekt van het een en ander Copia om heeden over 14 dagen te dienen van Replieq De requirt. zig behoorlyk Legiti¬ „meerende diend van antwoord pro Ut in scriptes zijnde daar by gevoegd belagen De 167 De Raad verleend den Heer Gereqde de verzogte Copia en dag om te repliceeren Den E Achtb Heer Independent fiscaal dezes Gouvernements Johan Nicolaas Cteven van Lijnden Eyss=r G Contra De burgers en jngeseetenen Hermanus Mulder; Johannes Mulder, Nicolaas vd=n Schoiff Jacobus Appel Daniel Izaacs¬ Jan valenteijn; Carel Mozes, Pieter Johannes Cazar .Borneman Sergeant .. . van het alhier Guarnisoen hou¬ dend Battaillon; en de op de Wapenkamer bescheidenen Edenfried Hofman, Gedaagdens omme in Cas van Contradenten te hooren Eysschen en Concluderen De ged=te het een en ander hebbende hooren Leezen, zegd den daar op te antwoorden en voort. Eersten ged: Herms. Mulder daar op, te procedeeren als na Rechten. dat hy uyt Armoede eene Lotery van zyn paar Gespen een Lotety gemaakt had en dezelve doen uijtspeeten, en dat hy wyders op verzoek van de overige ged=e voor tydkorting eene quinse party had begonnen, zonder zog egter Den Heer R: O: Eosseder. produceert eenen schriftelyken Eysch waar by zyjn E: Achtb: Concludeerde. Dat de gedaagdens bij definitire vonnisse van dezen raade in de by Plac„ „caat gestatueerde Boeten van 50 en 25 ryxd=s respectiven zullen worden gecondemneerd. en den ged: Herme. Mulder nog byzonder wegens de gepleeg „de brutaliteijten aan zijn Broeders huysvrouw daar en boven naar goedvinden zal worden gecorrigeerd, met verdere Con„ „demnatie aller gedaagdens in de kosten ofte zodanig anders als dezen Raade in goede Justitie oordelen zal te behooren op het 168 op het sujet der door hem gepleegde brutaliteit uyt te laten verzoekende de ged=e voor deze reyze g'excuseert te worden Den Heer E: O: Eysscher Advanceert voor replicq, dat, onder de ged=e zig nog drie tatelwagtt bevinden, welke des Nagts de wagt houden moeten, dog dat zyn E dezelve hun Brood niet willende ontneemen, alleenlyk verzoekt dat, het den Raade behagen moge hun in 't byzonder te reprimendeeren Partyen renuntieeren van verdere Productien en verzogte den heer R: O: Eyss=r regt. — De Raad, geleezen en geresumeerd hebbende, den schriftelyken Eysch door ende van wegens den Heer R:O: Eysscher op ende jegens de ged=e ingediend, na overweging van 't gunt reflectie meriteerd en hun EE Achtb: konde doen moveren Recht doende uyt Naam ende van wegens de Hoog Mogend Heeren Claaten Generaal der vereenigde Nederlanden adjudicieerdt den R:O: Eiss=r ten vollen zynen op enden Jegens de gedaagdens gedanen Eysch i genomene Conclusie; den Eersten gedaagte Hermanus Mulder, daar en boven Con¬ „demneerende om wegens zyne gepleegde insolentien den Tyd van acht dagen te water en te Brood gezet te worden, met Condem: 169 Condemnatie van de Gedaagdens in alle de Ter dezer zake gevallene kosten /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et A=o utsopra /:Lager:/ Mi Present /:was geteekend:/ W: A. V. Rijneveld Asjunct Secrets Donderdag den 28 Meij 1789 voormiddags Present den E Achtb Heer Johannes Izaac Rhenius President en alle de Leeden demptis de Heeren Maasdorp, en Mappa bij Indispositie E De E: Achtb=r Heer Praesident in raade overgesegd hebbende, Twee Po verklaringen, de Eene door den Burger Johan Gustaaf Volmer; en de andere door den soldaat Fredrik Grof verleeden gehiefde daar by teffens te kennen te geven, dat 170 dat hoe zeer zijn E Achtb: ook hadde ge„ hoopt dat den Burger Luttenand Jonas Albertus van der Poel, bij voorsz verclaring voorkomende, in navolging van de betuijgen„ door hem zoo menigmaal aan zijn Ed Achtb: en ook ter vergadering van den 2=en October jongstleden aan dezen raade gedaan, van namentlyk zig in het vervolg omzigtig te zullen wagten om ooijt iemand te beledigen, en voor al zorge te dragen om ten dezen aanzien nopens alle die geenen dewelken over hem zijn gesteld, zyn Pligt te betragten; ook zoude hebben beantwoord, aan de Gra„ tieuse wyze waar op hy van der Poel, on¬ geagt zyne Brutaliteyten ook een veel gevoekger Correctie hadde gemeriteerd echter door dezen rade steeds is behandeld geworden; gedagten van der Poel, zig nog tant integendeel zedert dien tyd niet alleen gensintt hadde vergenoegd, om zig tegens zynen schoonvader den oud Burgerraad de Heer Hendrik Oostwald Et steen op eene verregaande insolente wijze te gedragen, en onder anderen zyne Huysvrouw te mattraiteren dermaten dat daar over by zyn E Achtb herhaakdelyk klagten
English
complaints had been brought; but that he, van der Poel, had now even dared to go so far as not to hesitate to publicly attack His Honorable and at the same time this Council in that dignity in which they see themselves placed to maintain law and justice in this locality, since he, van der Poel, as appears from the aforesaid declarations, openly stated: that he considered the Honorable Council of Justice to be unjust judges; item that he, unlike his father-in-law Hendrik Oostwald Eksteen, cannot send loads of green barley to the Honorable President Rhenius to feed his young horses, etc. That His Honorable, being wholly unable to overlook the insolent conduct of the mentioned van der Poel, the more so because some members of the very family of the mentioned van der Poel had appeared before His Honorable and made known that they feared the said van der Poel in his rage might yet tonight or tomorrow commit a great misfortune upon his own wife, father-in-law, or others; His Honorable therefore also recognized that if the same van der Poel were not checked in this malice of his, greater disasters might possibly arise from it; and thus deemed it best to bring this matter to the knowledge of this Council, so that their Honors, especially with regard to the expressions used by the same van der Poel toward his competent judge, might take such a resolution as is required to properly preserve the authority and power of this court. Whereupon, after deliberation, it was unanimously agreed to place the aforesaid Jonas Albertus van der Poel into the hands of the Honorable Independent Fiscal of this Government, in order to institute such legal action against him, van der Poel, as His Honorable shall deem necessary for the maintenance of justice in this jurisdiction. The Merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, in his official capacity, Plaintiff in criminal matters, on the one side. Against The citizen Andries van Zeyl, defendant in person, on the other side, to purge his first, second, and third defaults, and to see served the intendit regarding the acts of violence committed by him against various Hottentots in this country. The Deputy Fiscal of this Government, Mr. Johan Andreas Truter, qualified in his official capacity to represent the affairs of the Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein ex officio, serves, notwithstanding that the defendant has not appeared, a written intendit with eleven attachments, concluding as at the end thereof. The Council, having attentively read and considered not only the intendit submitted by the Official Plaintiff, but also having noted the contumacy of the defaulter and fugitive, as well as having considered everything relevant to the case that could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the defaulter and fugitive Andries van Zeijl for all eternity from these lands and their jurisdiction, under penalty that if he should at any time fall into the hands of justice, he shall then be punished according to the severity of his deeds, with condemnation to all costs incurred in this matter. The said Landdrost, Mr. Hendrik Lodewyk Bletterman, Official Plaintiff, on the one side. Against The citizen Willem van Zeyl, defendant in person, on the other side, to purge his first, second, and third defaults, and further regarding the killing of a certain Hottentot. The messenger, stepping inside, reports that the defendant is not present. The aforesaid Deputy Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, on behalf of the Official Plaintiff, submits his intendit, to which are attached 17 documents, requesting justice upon it. The Council, having read the aforesaid intendit and further having noted the contumacy of the defendant, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the defaulter and fugitive Willem van Zeijl for all eternity from this land and its jurisdiction, under penalty that if he should at any time fall into the hands of justice, he shall then be punished according to his deserts. The Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, Official Plaintiff in criminal matters, on the one side. Against The assistant formerly assigned to the Political Secretariat, to see served an intendit. The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. Wherefore the Official Plaintiff requested the third default, and that the defendant, for the benefit thereof, may be barred from all peremptory exceptions, rebuttals, and defenses.
Dutch transcription
171 klagten waren ingebragt; maar dat hij van der Poel, zig ook nu zelfs in zoo verre hadde durven verstouten, dat hy zig niet had ontsien zin E Achtb, en te gelijk dezen raade Publicquelijk aan te Tasten in die waardigheyd waar in zij zig gesteld zien om hier ter Plaatse Recht en ge rechtigheyd te handhoven, als hebbende hy vder Poel, blykens de voorschreve verklaringen opentlijk geuijt; dat hij den E Achtb: Raad van Iustitie hield voor onrechtvaerdige Rechters„ jtem dat hy niet gelyk zyn schoonvader Hendrik Oostwald Eksteen, den E Achtb Heer President Rheniit vragten Groene garst kan zenden om zyne jongen Paerden Uyt te voeren&a: Dat zijn E. Achtb det Buitaal bestaan van gerepsen van den Poel geinsints onverschillig hebbende kunnen over het hoofd zien, te meer daer zelfs zig eenigen van die eygene famielie van gerepten van der Poel by zyn E Achtb Hadden vervoegd en te kennen gegeven dat zy vreesden dat gemelde van der Poel in zyne woede nog te avond 172 wond of morgen aan zyne Eygene vrouw schoon vader of anderen een groot ongeluk begaan mogte: zyn E Achtb dus ook hadde ingezien, dat wanneer men denzelven van der Poel, niet in deze zyne quaadaar„ digheyd stuite daar uyt mogelyk grotere onheijlen zouden kunnen gebooren wor¬ den; en overzulks best geoordeeld, het een en ander ter Cognitie van dezen Raaden teneynde hun EE Achtb voor „namentlyk met betrekking tot de Expressien door denzelven Vd. Poel¬ ten opzigten van zyn Competenten Rechter gebezegd, zoodanig besluyt zouden kunnen neemen, als vereyscht word, om het gezag en de authoriteijt dezer vier schaar na behooren te Conserveeren Waar over gedelibereerd zynde, is met eenparigheyd van stemmen verstaan voorschreven Jonas Albertus van der Poel te stellen in handen van den E Achtb Heer jndependent fosch dezes Gouvernement ten eynde op ende jegens hem Vd=s Poel zodanige acte te institueeren, als zyn E Achtbare tot 173 tot maintenue der Iustitie in dezen R: O: zal nodig oordeelen Den koopman en Landdrost De adjunct fiscaael dezes Gouvernements M=r Johan der Colonien stellenbosch en Andreas Fruter, als in Drakenstein de Heer Hendrik officio gequalificeerd, om Lodewijk Bletterman E: O: de zaken van den Landdrost Eysscher in Cas Cumineel ter der Colonien stellenbosch en Eenre. Op ende Jegens Drakenstyn of Officio waer te neemen, diend ongeacht Den Burger Andries van den ged: niet is gecompa zeyl gedaagde in Persoon „reerd, van een schriftelyk ter andere zyde, omme zin Intendit met Elf bylagen, Eerste, Tweede en derde defanlt Concludeerende ut in finen te Purgeeren, en wegens de van den zelven. door hem aan diversse hot¬ „ten totten in dit Land gepleeg de feytelykheeden te zien dienen van Intendit De Raad met opmerking gelezen en overwogen hebbende niet alleen het door den R:O: Eysscher overgeleverd Intendit, maar ook gelet op de Continuatie van den defailtant en Satitant, mitsgaders gelet op alles wat ter zake dienende was 174 was en Hun E E Achtb konde doen moveeren Recht doende uit naam en de van wegens de Hoog Hoogende Heeren Staten Generaal Ver verEenigde Nederlanden: Bank den defaillant en Latitant Andries van zeijl ten Eeuwigen dage uyt dezen Landen en den ressorte van dien, op Pare van zoo wanneer te eeniger tyd in handen van Justitie mogt komen te gerraaken als dan na rerité te zullen gestraft worden met Condemnatie in alle die in dezen gevallene kosten. Gemelde Landetoost de De bode binnen Piedende Heer Hendrik Lodewyk rapporteerd dat den ged: niet present is Bletterman R: O: Eysscher voorm Adginet Pise ter eenre Mr. Johannes Andreas Siuter sende jegens voor den 7: O: Eyss=r Legd over zynen Jntendit. Den burger Willem van zeyl ged: waar by gevoegd zijn in Persoon ter andere zyde 17 bylagen. verzoekende omme zyn Eerste, Tweede en daar op Recht. derde befault te purgeeren en 6 voorts wegens het om het Leven brengen van zeker slottintott kend. 2 175 De bode binnen siedende T: O: Eyss=r verzogte het De Raad, het voorschreve Intendit gelezen en wyders gelet hebbende op de Con„ „timatie van den ged: Recht doende uyt naam ende van wegens de Hoog Hoogende Heeren Staten Generaale der vereenigde Nederlanden Band den defaillant en Satitant Willem van zeijl ten Eeuwigen dage uyt dezen lande en den ressortie van dien; op Pane van zoo wanneer te Eeniger Tyd in handen van Justitie mogt komen te geraken als dan na verdiensten te zullen gestraft worden Den E: Achtb: Heer Indepen rapporteerd dat den ged: niet dent fiscaal dezes Gouvernements Johan Nicols Steven van Lynden Weshalven den Heer R: O: Eyss=r in Cas Crumineel ter eensre derde default, en dat den opende Jegens ged: voor het profyt van dien moge worden Den ten Pohticque Secretarije be„ verstooken van alle Exepotien scheijden geweesd zynde Adsistent Permitoir, weeren en is gecompareerd. in name Antje te zien dienen van Intendit. defensien der
English
176 which he, appearing, otherwise could have proposed; furthermore, granted to him, the Officer Plaintiff, a fourth edictal citation summons ex superabundanti for two weeks from today, in order to then see served the intendit and at the same time to hear sentence pronounced. The Council grants the Officer Plaintiff the requested third default with the profit thereof, and furthermore a fourth edictal citation ex superabundanti for 14 days from today to then see served the intendit with the verification thereof, and to hear sentence pronounced. The aforementioned Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, Officer Demanding Party of the one part, against the burgher Nicolaas Johannes van der Schoff, requested party, to hear requested postponement of term, The Honorable Demanding Party requests, since his Honor will still have to hear some witnesses on interrogatories, postponement until 14 days from today. The burgher Jacobus van Leeuwen, for the requested party, says, I agree to the request. of the Honorable Company Carel Eberhard Kielwijn, defendant in person of the other part, to purge his first and second default, as well as to come and answer for his committed theft and desertion. The Council grants the demanding party the requested postponement until 2 weeks from today. The assistant of the Honorable Company suspended from wages, Jacobus Vercueil, as special attorney of the burgher Petter Hammes, demanding party, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Leynden, requested party, to see served an answer to his submitted claim. The demanding party in his capacity submits his written document of answer, to which are attached annexes. The Honorable requested party requests a copy of the one and the other, in order to serve a reply thereto four days from today. The Council: fiat copy and term to duplicate. Underneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed Ryneveld, First Secretary. 178 Thursday, 11 June 1789, in the morning, present the Honorable Johannes Izaac Rhenius, President, and all the members, except the gentlemen Van Echten and Maasdorp due to indisposition. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff in a criminal case of the one part, acting against the assistant formerly posted at the Political Secretariat, Carel Eberhard Kuhlewyn, defendant in person of the other part, to purge his first, second, and third default, as well as to see served the intendit with verification thereof, and to hear sentence pronounced. The Officer Plaintiff, notwithstanding the non-appearance of the defendant, submits his intendit to which are attached annexes, concluding as at the end of the same. The Honorable Council, having read the 179 aforesaid intendit submitted by the Officer Plaintiff, as well as having considered the contumacy of the defendant, and all that merited reflection, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes the defaulting and absconding Carel Eberhard Kuelhlewijn forever from these lands and the jurisdiction thereof, upon penalty that whenever at any time he falls into the hands of justice, he shall then be punished according to merit, with condemnation of him, the defendant, in the costs incurred in this case. The Officer Demanding Party submits that which is presented in the reply, furnished with annexes. The burgher Jacobus van Leeuwen, for the requested party, requests a copy, in order to duplicate thereto four weeks from today or else to renounce. The burgher Nicolaas van der Schijf, requested party, to see served a reply to his written document submitted on 14 May last. Against The aforementioned Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff. 180 The frequently mentioned Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, Plaintiff, against the burgher Pieter Hammel, to see served a reply to his written document of answer submitted 14 days ago. The Officer Demanding Party produces his reply pro ut in scriptis. The assistant of the Company suspended from wages, Jacobus Vercuil, as attorney of the defendant, requests a copy thereof in order to serve a rejoinder 14 days from today. The Officer Plaintiff, submitting a letter written by the defendant to the court messenger, advances orally that the defendant's wagon, harnessed with eight horses, was driven on the 26th of the past month of May contrary to the placard or the interdict of 11 January 1763, which he, the defendant, will not be able to deny. Council: Fiat copy and day to duplicate. The frequently mentioned Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Linden, Officer Plaintiff, against the burgher Arend Munnik, defendant, in order to hear such claim and conclusion as the Officer Plaintiff shall on the appointed day make against him. Council: Fiat.
Dutch transcription
176 dewelke hij verschynende ander „sintt zoude hebben kunnen proponeeren wyders aan hem r: O: Eys: verleend een vierden Edutate Citatie dagvaarding ex superalin danti tegens heeden over Twee weeken, ten eijnde — als van te zien dienen van Jntendit, en tevens Cententie te hooren pronuntieeren De Raad verleend de Heer R: O: Eijss=r het verzogte derde befault met den Hofote van dien, en wyders eene vierde Edictale Citatie ef super abundanti tegens heeden over 14 dagen om als dan te zien dienen van Intentit met de verificatie van dien, en sententie te hooren Ronuntieeren Voormelde E Actb Heer E: Achtb: Heer requirant verzoekt vermits zyn E Jndependent fiscaal Johan Achtb nog eenige getuijgen Nicolaas Steven van Lynden op interrogatorien zal R:O: reg=t ter Eenre moeten hooren atterminatie Contra. tot heden over 14 dagen Den burger Jacobus den Burger Nicolaas Johannes van Leeuwen, voor den ge„ van der Schoff gerequireerde omme requireerden zegd, ik accorder tot verzoek der E: Comp: Carel Eberhard Kielwijn ged: in Persoon ter andere zyde omme zyn Eerste en Tweede default, mitsgaders zig van zyne gepleegde Diefte en Defertie te komen purgeeren en verantwoorden te E De Raad verleend den Heer requirant de verzogte atterminatie tot heeden over 2 weeken Den onderafgez: Gagie gestelden de qq regt. Legd over zyn adsistent der E Comp Ce Jacobus schriffteleer van antwoord waar by gevoegd zyn byagen vercuiel als speciale gemachtigde de van den Burger Petter Hammes requirant De E Achtb Heer gerequir:te verzoekt van het een en ander Copie, om daar op heeden over 4 dagen te dienen van replicq De Raad frat Copia en Termijn om te Dupliceeren /onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno Ussupra s /:Lager :/minj present /:was geteekend:/ 385 Ryneveld Af Secrets Den Independent fiscaal dezes Gouvernements den E Achtb Heer Johan Nicolaas Steven van Leynden gerequi omme op deszelvs ingedienden Eysch te zien dienen van antwoord. Contra. te hooren verzoeken atterminate van termijn 178 Donderdag den 11 Iunij 178 ƒ voordemiddags present den E Achtbaren Heer Johannes Izaac Rhenius Praesident en alle de Leeden demptis de heeren Van Echten en Maasdorp by Jndispositie Den Independent fiscaal dezes Gouvernements de E: Den Heer R: O: Eijs ƒ Achtb Heer Johan Nicolaas Legd ongeagt de non Comparitie van den ged:; Steven van Lijnden r: O: over zijn Intendit waar Eijsscher in Cas Crimineel hij gevoegd zyn bijlagen ter Eenre Concludeerende Ut in fine opende Iegens van hetzelve Den ter Politicque Secretarije beschijden geweesd zijnde ad: sistent Carel Eberhard Kuhlewij¬ ged: in persoon ter andere zyde omme zijn Eerste Tweede, en derde default te purgeeren mitsgaders te zien dienen van Intendit. met verifi „tatie van dien, en sententie te hooren pronuntieeren De E: Achtb Raad Gelezen hebbende het 179 het voorsz: door den R: O: Eysscher overgelegd Intendit mitsgaders gelet op de Continuatie van den gedaagden, en op al het gunt reflectie meriteerde Recht doende uyt Naam ende van wegens de Hoogmoogende Heeren Staten Generaal der verEenigde Neder„ Tanden, Band den defaillant en Latitant Carel Eberhard Kuelhlewijn ten Eerwigen„ dage uyt dezen Landen en den ressorte van dien, op Pene van zoo wanneer te eeniger Tyd in handen van justitie geraakt, als dan na merite gestraft te zullen worden, met Condemnatie van hem ged: in de ter dezer dezer zake gevallene kosten De E:O: requirant Legd over het in de presentatie van repliegt gemunieerd met bydagen Contra Den burger Jacobus Den burger Nicolaas Vd=z. Schijf. van Leeuwen voor den ge„ gerequireerde, omme opt des„ requireerden verzoek Copia; om daar op heeden over 4 zelvs op den 14 Maij jongstleden weeken te dupliceeren ingediend schriftuur te zien dan wel te renuntieeren dienen van replicq— Voorm: Independent fiscaal de E Achtb Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden R: O: Eysscher De E 180 Meergem: In dependent fiscaal de E: O„ requirant Produceert den E Achtb Heer Johan Ns zyn replicq pro ut in scriptit De onder afgezgagie steven van zijnden Eyss=r Contra. gestelden adsistent der den burger Pieter Hammel Comp: Jacobus vercuil als omme op deszelvs voor 14. gemagtigde van den ged: dagen ingediend Schriftuur verzoekt daar van Cospice van antwoord te zien dienen ten eijnde heden over 14 dagen van replicq te dienen van replicq Dik gem: E: Achtb: Heer jnde de Heer R: O: Eysscher onder over„ Legging van een Brief door de „pendent fisiaal Johan Nicol ged: aan den gerechtsbode ge„ steren van Linden E: O: Eijss=r schieven, advanceerd bij monde Contra Dat des ged=e waagen met agt Paarden bespannen, op den burger Arend Munnik ged: den 26. der gepasseerde Maand ten eynde te aanhooren zeo¬ Maij is gereeden geworden danigen Eysch ende Conclusie tegen het Placcaat ofte als de EO: Eyssr ten dage de interdictie van den 11 Jan: dienende tegens hem 1763. Dat hy ged: niet zal kunnen Raad Fiat Copia en dag om te Suploceeren Raad Fiat.— ontkenwen nen te