VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10988

Cape · 390 pages · 78 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10988_0185 view scan ↗

English

him, the defendant, will see fit to do and take, concerning and in the matter that his, the defendant's, wagon spanned with eight horses on the 26th of the past month of May was not, according to the express orders of the Right Honorable Lord Governor and the Honorable Council of Policy dated 11 January 1763, properly led through the streets, but on the contrary was driven without a leader, and whatever else has occurred in this matter; to answer thereto and further to proceed according to law. Firstly, because it is confessed that his wagon was driven without a leader, as appears from his aforementioned letter written to the court messenger; and secondly, because he cannot claim ignorance of the laws, especially when the same, as in this case, have not fallen into disuse, but on the contrary are still properly observed by those inhabitants who do not readily disparage the orders of their government; besides that it is a rule of law, quod nemini liceat jus ignorare, especially such law as comes into play in one's daily dealings. Wherefore the officer as plaintiff concluded that the defendant shall be condemned to a fine of 50 rixdollars with costs. The defendant for his answer says in substance: I am not unwilling to pay, but I did not know that the edict dictates that one was not allowed to drive a wagon with eight horses without a leader. Furthermore, I have only kept a wagon for three years, and have always seen everyone driving through the streets with eight horses without a leader, therefore denying to be guilty; I request to be excused for this time. The officer as plaintiff for replication advances that since the edict thereof has been properly published here, the defendant can claim no ignorance thereof; that further the letter written by the defendant to the court messenger deserves very much notice, since the defendant therein attempts to treat both the edicts of the land and the order given by the officer to the messenger quite ridiculously; persisting therefore in his demand made and conclusion taken. The defendant persists in what he has brought forward. Parties renounce further productions. The Council, after consideration of matters, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Arend Mannik to payment of the fine of fifty rixdollars established by edict, with costs. Whereafter by the aforesaid Lord Independent Fiscal was served the following petition: To the Right Honorable Lords President and Council of Justice at the Cape of Good Hope. Right Honorable and Respected Lords, The undersigned Independent Fiscal of this government has the honor to show to Your Right Honorable Lordships with proper decency how, by repeated publications of the Governor and Council here, and lastly by that dated 10 October 1776, it was ordered to everyone: To appear in person before the Independent Fiscal and the respective Landdrosts, who, alongside the Lords Commissioners for the recording of the annual census returns, will hold sessions at the usual times, both here at the Cape and at Stellenbosch and Swellendam; in order that, when such shall be deemed necessary by the aforesaid officers, they will immediately be able to have the oath administered to the declarants that the return has been made in good faith; and that no return slips will be accepted anymore, other than solely from those who shall have demonstrated in a satisfactory manner the reasons why they were unable to appear in person; all upon pain of arbitrary correction for those who shall not have properly complied herewith. That for the purpose aforesaid in the past month of May sessions were indeed held for several days in succession, after notice thereof had been given to the public more locoque solito. That notwithstanding this, a multitude of inhabitants has seen fit not only not to appear in person, but even not to send any such slip in their stead, much less have they deigned to disclose to the commission the reasons that had compelled them to their non-appearance, as appears from the census roll drawn up for that purpose, and thus have not shrunk from disparaging these in every way clear and plain orders of the government, and making the gentlemen mentioned hereinbefore wait for them in vain for days on end; wherefore then all persons ought to be corrected for this contravention. Yet since in the cited publication the same is left to the arbitrium judicis, and it would not be practically feasible to have all these people summoned before this Council, and to institute action against them individually, which the petitioner salvo meliori also deems unnecessary, because

Dutch transcription

781 hem ged=e zal goedvinden te voor eerst om dat het in doen en te neemen, over Confesso is, dat zijn wagen ende ter zaake dat zijn zonder leijder is gereeden, ged=e waagen met agt blijkens zijn voorsz aan den paarden bespannen op den gerechts Boode geschreeven 26=e der gepasseerde maand brief; en ten tweeden om maij niet volgens de Expres„ dat hij geen ignorantie kan pretendeeren van de wetten, „se ordres van den welEde voor al wanner dezelve, ge„ gestre. Heer Gouverneur en „lijk in dit geval niet in E achtbe Politicque onbruik geraakt zijn, Raade de dato 11 Janni 1763 maar ter Contrarie door die Jngezeetenen, die niet gaar behoorlijk door de straaten me de ordres van hunne geleid, maar inteegendeel overheid vilipendeeren, nog zonder Leiden is gereeden behoorlijk geobserveerd geworden, en het geene worden; behalven dat het een regul in regten is, quod verder ter deezer zaak is. neminiliceat Jus ianorare voor„ voorgevallen: daar op te „al zodanig regt, het welk in zijne dagelijxe handelingen antwoorden en voorts te pas komt. — te procedeeren als na rechten Weshalven de r: O: Eijsscher Concludeerde dat den ged=e zal worden gecondemneert in een geld boete van 50 rd=s met de kosten. — De ged„e voor antwoort zegd in substantie: Jk ben niet on„ „willig om te betaalen, maar ik heb niet geweeten dat het plac„ raat dicteerd dat men met geen waagen met agt paarden zonder leijderrijden mogt. — daaren booven heb ik eerst zeedert drie Jaaren een waagen gehouden, en altoos gezien dat een ieder met agt paarden zonder leijder, door de straaten reed, derhalven ontkennen schuldig te zijn; verzoek 182. / versoek ik voor deeze reijze geExcuseerd te worden. de 2: O: Eijsscher voor replicq advanceerd dat daar het placcaat ^daar van ^ behoorlijk alhier ^ is gepubliceerd den ged=e over zulx geen ignorantie ^ kan preten„ „deeren dat wijders den brief door den ged=e aan den gerechtsboode „schreeven zeer veel ofmerking verdeent; alzoo den ged:e daar inne zoo wel 's lands placcaten als de aan den boode gegeevene ordre van den officier, vrij ridicuul tragt te tracteeren: persisteerende on „zulx bij desselvs gedaane Eijsch en genoomene Conclusie. de ged=e persisteerd bij zijn voortgebrachte renuntieeren parthijen van verdere productien De Raad na overweeging van zaaken Recht doende uit Naamende van weegens de hoog Moogende Heeren Staate Generaal der Verlenigde Neederlanden Condemneert den gede Arend Mannik tot betaaling van de bij placcaat ge „stelde boete van Vijftig Rijxs=s met de Kosten. Waarna door voorsz: Heere Independent Fiscaal weerd gedient het volgende vertoog Aan die WelEdele Achtbe Heeren Presiden en Raade van Justitie aa Cabo de Poede Hoof 1. 83. WelEdele en Achtb=e Heeren Den ondergeteekende Jndependent Fiscaal deeses gouvernements heeft de Eere uwelEd=e Achtb„ met behoorlijke decentie te vertoonen hoe bij iterative publicatien van Gouverneur en Raade alhier en laatstelijk nog bij die in dato 10 october 1776. ^een „aan ijgelijk bevoolen is. „ Jn persoon te verschijnen, voor den Jndependent „ Fiscaal en de respe Landdrosten, die neevens Heeren „ Gecommitt=s tot de aanteekeninge der Jaarlijxe „ opgaaven, op de gewoone tijden, zoo hier „ aan de Caab als aan stellenbosch en Zwellen„ „dam zullen vaceeren:— „ op dat wanneer zulx bij voorsz: officieren „ noodzaakelijk zal werden geoordeelt, zij „ den Eed dat de opgaave ter goeder trouwe is „ verrigt, aanstonds door de opgeevers zullen „kunnen doen praesteeren. „ Ener geene briefjes van opgaave meer zullen „ worden aangenoomen, dan alleen van de „zoodaanige die op een voldoende wijze zullen hebben „ doen blijken, de reedenen waarom zij niet in per „ soon hebben kunnen verschijnen. — „ alles oppoene van arbitraire Correctie voor die geenen, dewelke hier aan niet naa behoo„ ren zullen hebben voldaan. Dat „ „ 184 Dat tot het gunt voorsz: in de gepasseerde Maand Maij ook Effectueelijck eenige daagen agter den anderen is gevaceert gevorden, na de morelocoque solito daar van aan het publicq„ was kennis gegeeven. Dat des niet teegenstaande eene meenigte Jn„ „gezeetenen heeft kunnen goedvinden, niet alleen niet in persoon te Compa„ „reeren, maar zelvs ook geen zodanig briefje hunlieder plaatze te zenden, veel weijniger ge „daigneert hebben de reedenen die hun tot de non Comparitie hadden genoodzaakt, aan die Commissie open te leggen, blijkens de op „gaaf rolle daar toe geformeert, En zig dus niet ontzien hebben, deeze allezints duijdelijke en klaare ordres van de regeering te vilipen „deeren, en de hier voorengem: Heeren te ver„ „geefs daagen agter een na hen te doen wag„ ten; weshalven dan ook alle persoonen over deeze Contraventie zullen behooren te word gecorrigeert. — Dan vermits bij de aangehaalde publica„ „tie het zelve aan het arbitrium Judicis is overgelaaten, en het niet wel doenlijk zoude zijn, alle deeze menschen voor deezen raade te doen dagvaarden, en teegen dezelve hoofd voor hoofd actie te institue „ren, het geene den vert:e S: M: ook onnodig oorder wijl

NL-HaNA_1.04.02_10988_0189 view scan ↗

English

185 since on the one hand, as has already been said, the law speaks clearly and distinctly, and on the other hand the contravention thereof is sufficiently established in law from the tax return roll without any, even the least, let alone valid reasons or excuses for their default having been given, or any act of diligence having been shown, which ought already to have been done at that time, the presenter takes the liberty of requesting Your Honourable Worships to be pleased to determine what penalty or fine these contraveners have incurred, in order to be able to summon them all to satisfy the same, avoiding multiple and lengthy procedures. Below was written: Done at the Cape, the 6th of June 1789. It was signed: J. N. S. van Lynden. And after the said Honourable Independent Fiscal, following the reading thereof, also declared orally that His Honour intended at the first opportunity to request the Right Honourable Rigorous Lord Governor and Honourable Council of Policy not only to renew several placards which have fallen entirely into disuse, 186 but also to make some further orders concerning these and other matters, it was therefore deemed best that the said Honourable Independent Fiscal should also address the determination of the penalty or fine which the said contraveners mentioned in the aforesaid memorial have incurred to the said Right Honourable Rigorous Lord Governor and Honourable Council of Policy. Below was written: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present. Signed: W. S. van Rijneveld, Adjutant. 187. Thursday the 25th of June 1789 In the forenoon, present: the Honourable Worshipful Lord Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members except Mr. Maasdorp due to indisposition. The petitioner placed under suspended pay produces his duplique. The Assistant of the Honourable Company, Jacobus Verceuil, as specially authorized agent of the burgher Pieter Hammes, petitioner, against the Independent Fiscal of this government, the Honourable Lord and Master Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant, in order to see a duplique served in response to his submitted replique. The Court, upon this, the respondent abandons further productions, which the petitioner also came to do. The Council keeps this matter for circulation for advice after the depositions shall have been re-examined and sworn. Whereupon the following Memorial was submitted by Messrs. Carel Mappa and Hendrik Justinus de Wet: 188. Memorial submitted by and on behalf of the undersigned Carel Mappa and Hendrik Justinus de Wet to the Honourable Worshipful Lord Johannes Isaak Rhenius, President, as well as the other Honourable Worshipful Members of the Council of Justice of this government. Right Honourable Worshipful Lord and Gentlemen, It has pleased the Right Honourable Rigorous Lord Governor and Honourable Council of Policy, pursuant to a resolution of the 1st of this current month of June, to advertise everywhere by placards that, as the Honourable Worshipful Lord Independent Fiscal together with commissioners would, at the first suitable opportunity, inspect all streets and roads here in this Table Valley, 189 everyone was therefore expressly warned to remove the refuse pits, dung hills, manure, and land heaps, as well as the loose stones lying in the road, in front of their houses, under such penalty as has been set for that purpose by the general placard. The undersigned commissioner members from Your Honourable Worshipful assembly, having served for that purpose on the 18th of this month according to their rotation, assisted by the Adjunct Fiscal, Master Jan Andreas Truter, had also reasonably expected that the commission to which this inspection and visitation had been entrusted by the government itself would be properly respected in this their dignity by the respective inhabitants of this town, and consequently that no disrespect would be shown in any manner, and even less any insult given, but on the contrary that such deference would be shown as a judicial commission may demand from everyone. Yet, Honourable Worshipful Gentlemen, though the undersigned in general have no cause for complaint in this regard, they can by no means pass over in silence the conduct displayed on that occasion by the burgher schoolmaster Albert 190 Albert Joosten; for when the undersigned, having inspected several streets, had also arrived at the corner of the house of the aforesaid Joosten, and the first undersigned, while the court messenger had been sent to the houses of various persons living there to notify them that they would have to clean the street in front of their doors, addressed the said Joosten, who was walking on the corner of his stoep, in the following terms: "Mr. Joosten, the street looks so bad here, you are requested to keep the one corner on the side of your house clean." To this the same Joosten immediately replied: "It comes mostly from my neighbours, and I will let them do that; moreover, empty wagons are standing there in the street, which is not permitted." To which the first undersigned replied by saying: "Indeed, we are going there this very moment and will take the necessary action there. In the meantime, you will please ensure that the street here in front of your door is kept clean." The said Joosten, although the undersigned also admonished him to proceed with greater decency, nevertheless

Dutch transcription

185 wijl dog eensdeels, gelijk bereids is gezegt de wet klaar en duijdelijk spreekt, en ande„ „ren deels de Contraventie weegens dezelve ad sufficientiam Juris uit de opgaafs rolle komt te Consteeren zonder dat er eenige de minste laatstaan valable reedenen of becuusen van hun agterblijven is gegeeven, of eenige acte van devoir is getoond geworden, het geene des teijds bereids had moeten geschieden, zoo neemt den vertoonderde vrijheid uwel Ed=e Achtb: te versoeken, van te willen bepaalen, welke poene ofte boete deeze Contraventeurs ƒ hebben geincureert Ten einde dezelve alle tot voldoening daar aan, met menagement van meenigvuldige en wijdloopige procedures te kunnen doen sommeeren /:onderstond:/ Actum Cabo den 6 Junij 1789 — /:was geteekend:/ KV: J : Van Linden. En Nadien gemelde Heer Jndependent Fis „caal na lectuure van 't zelve teevens bij monde kwam te declareeren dat zijn E voorneemens was bij de Eerste geleegentheid den welEd=e Testr=e Heer Gouverneur en E Achtb:r Raade van Politie te versoeken, om niet alleen ver„ „scheijde placcaten, welke geheel in onbruijk geraakt zijn 186 zijn, te renoveeren, maar ook over deeze en geenen zaaken eenige nadere ordres te stel„ len, zoo is oversulx geoordeelt het beste te zijn dat gerepte E Achtb=e Heer Jnde„ „sendent Fiscaal, zig tot de bepaaling der poene ofte boete, welke de bij het voorsz: vertoog gem: Contraventeurs hebben gemaireerd, almeede aan welgem: Ede Gestre. Heer Gouverneur en E Achtbe Raade van Politie addresseerde onderstond. Aan Cabo de goede Hoop die et armo ut supra /:lager:/ By preesent /:get:/ WS Rijneveld AdJBeesen 187. Donderdag den 25 Junij 1789 Voor de middags present den E Achtb=re Heer Johannes Isaak Rhenius President en alle de Leeden dempto de Heer Maasdorp bij Indispositie. — De onder afgesz: gage gestel„ de reqte. produceert zijn dupsig. — „den adsistent der E Comp=e de r: O: geregt. renuntieerd Jacobus Verceuil als spec¬ f daarop van verdere produc„ geme: van den burger „tien. - & Pieter Htammes reqt. ƒ gunt den req=t meede quam contra te doen. den Jndependent Fiscaal deeses gouvernements de Eechtb Heer en M=r Johan Nicolaas steeven van Lijnden geregt. omme of desselvs ingedien de replicq te zien dienen van dublicq. de Raad houd deeze zaak, na dat de verklaringen zullen zijn gerecolleerd en beeedigt ter rondleesing in advijs Waarna door de Heeren Carel Mappa en Hendrik Justinus de Wet wierd ingediend de 188. de volgende Memorie. Memorie door en van wee¬ „gens de ondergeteekende Ca„ „rel Mappa en Hendrik Jus„ „tinus de Wet overgegeeven aan den E Achtbr Heer Johannes Isaak Rhenius President, benee„ „vens den verderen Ed=e Achtbr Rrde van Justitie deeses gouverne„ „ments.— WelEdele Achtbr Heer en 66„ Meeren met heeft aan den welede Gestrengen Heer Gouverneur en E Achtb=e Raade van Politie in „gevolge resolutie van den 1 deezer loopende maan Junij behaagd bij Billietten allomme te adve „teeren. — dat nadien den E Achtb=r Heer Jndependent Fiscaal neevens gecommt. bij eerste bequaame gel „gentheid, alhier in deeze tafel Valleij schouwir zouden doen van alle straaten en weegen een 189. een iegelijk derhalven Esepres gewaarschouwd wierd, om de Morskuijlen vuijlnisnes„ „ten mist en Landhoopen, mitsgaders de in den weg leggende losse klippen, voor desselvs huisen weg te maaken opzo„ „danige poene als daar toe bij het generaal plac„ „caat is gesteld de ondergeteekenden gecommitteerde Lee„ „den uijt uwelEd=e Achtb vergaderinge, dan in„ „gevolge hunne tourbeurt geadsisteert door den adjunct Fiscaal M:r Jan Andreas Tru„ „ter daar toe op den 18 deezer gevaceert heb„ „bende hadden ook billijk verwagt, dat de Com„ „missie aan welke die schouwing en visitatie door de regeering zelve was opgedraagen door de resp:e Jngezeetenen van dit Flek in deeze haare waardigheid nabehooren zoude worden gerespecteerd, gevolgelijk op geen derhande wijze eenige minagting betoond, en nog veel minder beleedigt maar inteegen„ „deel dien Eerbied toegedraagen, welke eene Justitiee„ „le Commissie van een isgelijk Eijsschen kan. Van Edele achtbaare Heeren, hoe de onder „geteekendens in het algemeen genoomen hier over geen reeden van klaagen hebben, kunnen zij egter in 't bijzonder geenzints met stilswijgen passeeren het gedrag dat ter dier ge„ „leegentheid door den burger schoolmeester Albert 190 albert Joosten gehouden is; want wanneer de ondergeteekendens verscheide straaten ge„ „sehouwd hebbende, teevens gekoomen waa„ „ren, op de hoek van het huis van voorsz: Jooste„ en de Eerstondergeteekende als toen, terwijl de gerechts boodenaa de huijzen van diverse aldaar woonende persoonen was gezonden, om dezelve aan te zeggen, dat zij de straat voor hun „ne deuren zoude hebben schoon te maaken, gerepte Joosten die op de hoek van zijn stoep wandelde, in de volgende termen heeft aan „gesprooken: Mijn Heer Joosten de Straat ziet er hier zoo slegt uit u word verzogt de eene hoek aande kant van u huijs schoon te houden. — Is daarop door denselven Joosten terstond ge„ „antwoort, 't komt meest van mijne bui „ren, en ik zal dat voor hun laaten doen„ daar en booven staan daar in de straat leedige waagens dat is ongepermitteerd: 'T gunt door den eerst ondergeteekende beantwoort wordende met te zeggen wij gaan immers op het oogenblik derwaar en zullen daar het noodige in 't werk stellen, Jntusschen zal UE willen zorgen dat de straat hier voor U deurword schoon gehouden heeft gepten Joosten, schoon de ondergetee„ „kendens denselven ook vermaanden om met meerdere decentie te werk te gaan, zig

NL-HaNA_1.04.02_10988_0195 view scan ↗

English

did not hesitate, however, to address the undersigned with a very wrathful countenance in a loud voice, saying, it does not come from me, and the gentlemen must also take care that the garbage does not come down from above. Which encounter greatly surprised the undersigned, so that the undersigned, having replied in substance, we well know what our business is and we will take note of this, walked up the street from there, whereupon the aforesaid Joosten, pointing with his finger at the undersigned in the sight and hearing of a multitude of people from that neighborhood, called loudly after the Commission, you can do that, you will do me a pleasure with that. The undersigned will gladly dispense with an extensive argument, both concerning the injury that lies herein, especially when one perceives the manner in which the said Joosten used all the aforementioned expressions and the countenance maintained by him therein, and concerning the consequences that such insolent behavior could entail, and how very contrary it is to the good order that necessarily must be maintained in a regulated society, as well as tending to the breaking of those bonds of obedience and subordination, without which all societies must inevitably perish. Since the undersigned are convinced that your Honorable Worships, in accordance with your enlightened wisdom, will sufficiently penetrate this matter, the undersigned only take the liberty herewith to bring the aforesaid insolent behavior of the frequently mentioned Joosten under the discerning eye of your Honorable Worships, with the request that your Honorable Worships may be pleased to take such satisfactory measures on this account as your Honorable Worships, in accordance with your usual prudence, shall deem proper. Underneath stood: Which doing, etc. Was signed: C: Mappa and H: I: de Wet. Which being read, the Honorable Independent Fiscal advanced thereupon that his Honor, having been informed by his adjunct of the conduct maintained by the aforesaid Joosten against the gentlemen commissioners, had consequently ordered the same Joosten to appear before the council chamber today, in case the Council might perchance deem it necessary to hear the said Joosten on this matter in court. While he, the Fiscal, also considered that this case, which requires no further verification—the report of the gentlemen commissioners already being sufficient to subject the said Joosten to that correction which he has reasonably merited—could be settled without further prolixity, since his Honor was prepared to make his claim on the spot. Wherefore the Council, having seen fit to cause the said Joosten to enter, the said Officer Plaintiff directly made his claim orally, with a short narration of the case and the expressions used by the defendant, adding the detrimental consequences that such an insolent act could entail for this Colony, demanding that the defendant be punished in such manner as this Council should deem necessary to maintain the authority of Justice. The defendant answers thereto in substance that he does not know what he has done, but that he is nevertheless fully aware that he had no such evil intention, nor did he utter anything with a truly insolent design. That he furthermore has always respected his government and has never yet had the slightest dispute with anyone; pleading at the same time that the Council, in consideration of his sickly circumstances, as he is always severely afflicted with gravel, would please grant him grace for this occasion, with the assurance that he will henceforth guard himself against such language. The said Plaintiff persists in his claim, the parties renouncing further productions, and the said Officer Plaintiff requested judgment. The Honorable Council, having noted the impertinence and insolence of the defendant, and having considered both the oral claim made by the officer and that which was brought forward by the defendant under oath, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Albert Joosten to beg pardon of this Council and the gentlemen commissioners in open court with open doors, subsequently to be sharply reprimanded, and furthermore to pay to the church poor of this town a monetary fine of twenty-five rixdollars, with condemnation of him, the defendant, in the costs incurred in this case. Subsequently, the burgher Frans de Villiers entered the council, who, both for himself and the wife, father, and several other relatives of the fugitive David Malan, submitted the following petition: To the Right Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Right Honorable Lords of the Council of Justice of this Government. Right Honorable Lord, Honorable Lords, It is with all respect that the undersigned petitioners, as wife, father, mother, brothers, and brothers-in-law of the burgher of Stellenbosch David Malan Junior, take the liberty herewith most respectfully to your Honorable Worships to and

Dutch transcription

191 zig egter niet ontzien de ondergeteekendens in een zeer gramstoorig gelaat met een foree stem toe te voegen het komt van mij niet en dan moeten de Heeren ook zorgen, dat het vuijlnis niet van booven afkomt. Welke ontmoeting de onderget„e zeer heeft gesurpreneert, Jnvoegen de onderge„ „teekendens in substantie gerepliceerd hebbende wij weetenwel wat onse zaak is en zullen dit ad notam neemen. van daar de straat opwaarden zijn gegaan als wanneer voorsz: Joosten met den vinger na de ondergeteekendens wijzende ten aanzien en aanhooren van een meenigte lieden uijt die buure de Commissie overluijd heeft nageroepen dat kunt gij doen daar zult gij mij plaisler meede doen. —. de ondergeteekendens zullen zich gaarne dispenceeren van een breedvoerig betoog zoo min over het lasive het welk hier inne is geleegen vooral wanneer men inziet de wijze op welke gem: Joosten alle de vooren„ „staande Expressien heeft gebeezigd en de Contenance door hem daar bij gehou„ „den als over de gevolgen, welke een dierge„ „lijk brutaal gedrag zoude kunnen na zig slee„ „pen en hoe zeer het strijdig is met de goede ordre welke in een gereguleerd Maatschap „pij noodzaakelijk dient onder„ houden te worden mitsgaders Strekt tot 192 tot verbreeking van die banden van ge„ „hoorzaamheid en subordinatie, zonder welke alle focietijten noodwendig moeten te gronde gaan. daarde ondergeteeken„ „de overtuijgd zijn, dat uwel Ed Achtb: Jngevol„ „ge derzelver verligte wijsheid, dit zelve genoeg, „zaam penetreeren zullen: Alleen neemen de ondergeteekendens de vrijheid het voorsz:e in„ „solent gedrag van meergem:e Joosten bij dee„ „zen te brengen, onder het doorzichtig oog van uwelEd=e Achtb=e met versoek dat nwe„ „Edele Achtb: diesweegens zoodanige satis„ „factoire mesures gelieven te neemen, als uwelEd=e Achtb=e ingevolge derzelver gewoone prudentie oordeelen zullen te behooren /:onderstond:/ T welk doende W=a. -. /was geteekend/ C: Map„ „pa en H: I: de wet.— Met welke geleezen zijnde, advanceerde d' E Achtb=e Heer Jndependent fiscaal daarop, dat zijn E: van desselvs adjucnt gein„ „formeerd geworden zijnde, van het door voorsz: Joosten teegens Heeren gecommitt:s gehouden gedrag; denselven Joosten overzulks opheeden voor de raadzaal hadde doen appoincteeren, op de Raad het somwijlen nodig achten mogte 1„3 mogte gerepte Joosten hier over in Jadicio te hooren Terwijle hij Heere Fiscaal Teffens vermeende, dat deeze zaak welke geen verdere vereficatie noodig heeft, als zijnde het be„ „richt van Heeren gecommitt=s reeds voldoende om gerepte Joosten daarop die Correctie te doen ondergaan, welke hij billijk heeft gemeriteerd, zonder verdere wijdloopigheeden zoude kunnen worden afgedaan, alzoo zijn Ed=e bereid was om stante pede Eijsch te doen, Weshalven de Raad goedgevonden hebbende, ge„ „dogte Joosten te doen binnen treeden: zoo is door den r: O: Eijss:r direct bijmonde onder een kort narre van het geval en de door den ged=e gebeezigde Expressien met bijvoeging van de nadeelige gevolgen, welke een diergelijke in„ „solent bestaan voor deeze Colonie zoude kunnen na zig sleepen Eijsch gedaan dat den ged=e zoodanig zoude worden gepunieert als deezen Raade tot maine„ „tiain van het gezag der Justitie noodig zou„ „de achten te behooren. - De ged=e antwoord daar op in substantie dat hij niet weet wat hij gedaan heeft maar dat hij egter ten vollen bewust is, dat hij zoo „daanige kwaade intentie niet gehad, nog ook iets met een weezentlijk brutaal op het geuijt„ heeft 194 heeft. — Dat hij wijders altoos zijn overheid gerespecteert en zelvs nog nooijt met iemand de geringste affaire gehad heeft: smeeken„ „de teffens dat de Raad hem tog uit aan„ „merking van zijn ziekelijken omstandighee „den als zijnde altoos swaar met het graveel gequeld voor deeze Rijze gracie bewijzen wilde met verseekering van voortaan zig voor diergelijke propoosten te willen wagte De R: d: Eijss:r persisteerd bij zijnen Eijsch, renuntieerende parthijen van verdere pro¬ „stuctien en verzogt den B: O: Eijss:r Becht De E Achtb Raad gelet hebbende op de Jmpertinentie en brutaliteijt van den ged=e en overwogen zoo wel de bij mon„ „de gedaanen Eijsch van den officier als het geene door den ged=e stante Eede is ingebracht Recht doende uit naam en van weegens de Hoog Mogende Heeren Staaten generaal der Veelenigde Neederlanden condemneert den ged= Albert Joosten om in ple„ „no Judicio met opene deure deeze Raade en Heeren gecommitteerdens om vergiffenis te versoeken, ver„ „volgens scherpelijk te worden gereprimendeert en wijders aan de diaconij armen deezer steede te betaalen eene geld boete van Vijf in Twintig 195 Twintig rd=s met Condemnatie van hem ged=e in de ter deezer zaake gevallene kosten. — Vervolgens trad in raade den burger Frans de Villiers dewelke zoo voor zig, als de huisvrouw, Vader en eenige andere bloedverwanten, vanden geauffugeerden David Malan, het volgende request overgeef Aan den Welede achtb„r Heer Johannes Isaak Bhe„ „nius President beneevens de verdere welEde achtbe Heeren Raaden van Justi„ „tie deeses gouvernements. WelEd: Achtb: Heer E E Achtbe Heeren Het is met alle Eerbied dat de ondergeteeken„ „de supplianten als vrouw, vader, Moeder„ Broeders en Swaagers van den burger van stellenbosch David Malan Junior de vrijheid neemen omme mits dee„ „zen uwelEd: agtb=s zeer Eerbiedigst te en

NL-HaNA_1.04.02_10988_0200 view scan ↗

English

196. to make known. — How your petitioners have had to experience, only to their bitterest sorrow, that through a confluence of unfortunate circumstances their husband, son, and brother, the aforementioned David Malan, has seen himself entangled in the most unpleasant proceedings and has been designated by the Landdrost of Stellenbosch as a fugitive, wherefore against him, as such, accompanied by accusations of which the petitioners trust that their said husband, son, brother, and brother-in-law will be able to fully clear himself, a lawsuit has been initiated, to the extent that their husband, son, brother, and brother-in-law has been summoned by Edictal Citation before this your Honorable Court, to appear in pleno Judicio for the purpose of purging himself of the offenses charged against him. And although the undersigned petitioners, or several of them, had the honor to address themselves with all respect on the 29th of August 1788 by petition to your Honors, demonstrating the impossibility in which the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law found himself at that time to obey the contents of the personal summons issued against him 197. and to appear on the appointed day, on which grounds the undersigned petitioners humbly requested your Honors to stay these proceedings initiated against their husband, son, brother, and brother-in-law until such time as said David Malan should have returned from his cattle farm and been enabled dutifully to obey the summons of your Honors. — Which request, however, was declined by your Honors, so that the end of these proceedings initiated against the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law was nothing but bitter and grievous for the undersigned petitioners, since he, being considered a verus contumax, was by a sentence pronounced by your Honors provisionally banished from this country. Yet, Honorable Sirs, as the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law, according to reports received from him, had not the least intention of removing himself forever by flight from the place of his residence and from his friends and company, and was also utterly ignorant of the proceedings initiated against him, as well as of the alleged offenses, and as the personal summons was not known to him 198. until after its expiration, when he ought to have presented himself before this Honorable Court, the petitioners turn with all humility to your Honors, humbly requesting that your Honors, according to your Honors' widely known equity, may graciously be pleased to consider the absolute impossibility in which the undersigned's husband, son, brother, and brother-in-law was situated to obey the edictal citation or to purge himself of the unsustainable offenses charged against him, owing to the great distance of his cattle farm whither he had gone at that time, and consequently graciously be pleased to grant the undersigned's husband, son, brother, and brother-in-law relief from the default committed by him in ignorance and consequently also from the provisional sentence of banishment passed against him, as the only means whereby he may not only be enabled to return to his wife and children, but furthermore to make his innocence clear and evident, to which end the petitioners also most respectfully request that the undersigned's 199. husband, son, brother, and brother-in-law aforesaid may be admitted by your Honors into ordinary proceedings to defend himself through an attorney against the offenses charged against him in his absence, the undersigned petitioners resting in the flattering expectation that your Honors, fully convinced of the fairness of the petitioners' humble request, will find no difficulty in granting them the same, or to dispose herein as your Honors shall deem proper. — While the petitioners furthermore have the honor, submitting a private power of attorney granted by the petitioner's husband, son, brother, and brother-in-law to the first signatory, most humbly to implore your Honors that the estate of the petitioners' husband, son, brother, and brother-in-law may be released from the sequestration under which it was placed by your Honors, and put under the administration and management of the attorney named by him in the said act. Below stood: Which doing, etc. /was signed/ C: Malan, wife of David Malan, Davidsz; David Malan the elder; Elisabeth Marais, wife of David Malan the elder; Hendrik Engela; Stephanus 200. Stephanus Malan and P: de Villiers. In the margin: Exhibited in Judicio the 25th of June 1789. After the reading of which, it was resolved to place a copy thereof into the hands of the Merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, in order to serve as a report thereon. — Lastly, the Honorable Mr. President made known that the aforesaid Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein had addressed himself to his Honor and requested that two members of this Court might be commissioned to proceed to the farms of the burghers sent away from here, Adriaan van Zeijl and Jan Wieser, in order to execute the sentence passed against them by this Court on the date of 27 March 1788 concerning the cattle confiscated for the benefit of the Honorable Company, as well as the court costs.

Dutch transcription

196. te kennen te geeven. — Hoe zij supp=ten niet dan tot hunne bit„ „terste Smart hebben moeten ondervinden dat door een samenloop van ongelukkige om„ standigheeden hunlieder man zoon en broeder geme: David Malan zig in de aller¬ „onaangenaamste proceduures heeft gewik„ keld gezien en door den Heer Landrost van stellenbosch is aangemerkt geworden als fugatief weshalven teegens hem ook als soodanig een verzeld van accusatien, waarvan de supp=tn vertrouwen dat hunlieden gem: man, zoon, broeder, en zwaager zig volkoomen zal kunnen disculpeeren, proces is gemoveert in zoo verre dat hunlieder man zoon broeder en zwager bij Edictale Citatie voor deezen uwelEde. achtbe: Raade is gecon¬ voceert, om in pleno Judicis te Compareeren ten fine hem te purgeeren van de hem opgelegde faiten. En afschoon de ondergeteekende supptn ofte wel eenige van deezen de Eer hebben gehad zig met allen Eerbied op den 29 augustus 1788 bij requeste aan uwel Ed=e achtbe te addresseeren aantoonende de inpossibliteijt waar in der supp=te man zoon broeder en zwager als toen verseerende was, om aanden inhoud der teegens hem verleende personeele dagvaarding 197 dagvaarding te kunnen obedieeren en om ten gepreefigeerden daage te kunnen Comparee¬ „ken uit welken hoofde de ondergeteekende supp=ten aan uwel Ed„e Achtb=e ootmoedig hebben verzogt om deeze teegens hun lieder man zoon, broeder, en zwager geentameerde proceduures te heeren ter tijden wijlen ge„ „melde David Malan van zijn Veeplaats zoude zijn ge„ „retourneert en in staat gestelt om pligtschul„ „dig aan de Convocatie van uwelEd„e Achtb„e te kunnen obedieeren. — Edog welk versoek door uwelede: Achtbr. is ge„ declineert geworden dus het einde deezer tee„ „gens der supp=ten man zoon broeders en Bevaager geentameerde proceduures niet dan bitter en grievende voor de ondergeteekende suppte. geweest is, daar hij als een verus Contumax geconsede¬ „reert wordende bij eens, door uweEd:e achtb=e gepronuntieerd vonnis bij provisie uijt deezen lande is gebannen geworden Dan welEdele agtb=r Heeren daar den supp=ten man zoon broeder en swaager volgens ingekoomene berichten van hem geene den minste gedagten heeft gehad, om zig door de vlugt voor altoos te verwijderen van de plaatze zijner inwooninge en van zijn vrienden en Maatschap en ook ten eene maale ignorant is geweest, van de teegens hem gemoveerde pro„ „ceduures, zoo wel als opgelegde Factenen Aam 138: hem de personeel indaaging niet eerder is bekent geweest, als naar Expiratie van dien, wanneer hij zig voor deesen agtbe Raa had behooren te sisteeren zoo keeren de suppten. zig met alle needrigheid tot uwelEd=e Achtb=e ootmoedig verzoekende dat uwel Ed=e agtb: naar UwelEdelens agtb=s alom bekende aqui„ „teit goedgunstig gelieven te Consideree„ „ren, de volstrekte onmogelijkheid waar in des ondergeteekendens man zoon broeder en zwaager geweest is om aan de Edictaale citatie te kunnen obedieeren of om zig van de onbestaanbaare hem opgelegde faiten te kunnen purgeeren door de verre afgeleegentheid van zijn verplaats verwaard hij zig in dat tijdstip had begeeven en dies¬ volgens goedgunstig aan des ondergeteekenden man, zoon, Broeder en Zwager gelieven te verleenen relief van de ignorant door hem geperpetreerde Contumaire en gevolgelijk ook van het provisioneel vonnis van Bannis„ „sement, teegens hem geslaagen als het eenig „ste middel waardoor denselven niet alleen kan worden in staat gesteld om tot zijne huisvrouw en kinderen weeder te keeren maar voost zijne onschuld klaar en Duidelijk te doen blijken en waartoe de suppten dan ook Eerbiedigst versoekend, dat der onder„ geteekende 199 „geteekende man zoon broeder en zwager voortzd: door uwelEd=e Achtb=e in een ordinair proces mag toegelaaten worden, om door een procureur zig te defendeeren teegen de faiten hem in zijn afweezendheid opgelegt, de ondergeteekende supp=t oorseeren in die vlijende Expetance dat uwelEd=e Achtb=e ten vollen overtuigd van de billijkheid van der supp=t ootmoedig versoek rok geen zwarighed zullen vinden om hun het zelve te accordeeren, of hier omtrend zoodanig te dis„ „poneeren als uwelEd=e agtb„e zullen vinden te behooren. — Trwijl de suppten al wijders de Eer hebben onder overlegging eener door den supp=te man, zoon, broeder, en zwaager, op de eerste teekenaresse verleende onderhandsche volmagt dwel „Ed:e Achtb= onderdaanigst te imploreeren dat de Boedel van der suppten. man, zoon, broeder, en zwaager moge worden ontheft vande sequestra„ rie waarin dezelve door uwe Ede Achtb„re is ge„ „noomen en gesteld, onder de administratie en be„ „heering vande door hem bij gem: acte benoemde gemagtigde. /onderstond. Twelk doende &:a /was geteekend/ C: Malan Huisvrouw van David Malan davidsz David Malan de oude Elisabeth Marais Huisvrouw aan David Malan de oude, Hendrik Engela Staphanus 2oo Stephanus Malan en P: de Villiers. /in margine:/ Exhibitum in Judicio den 25 Junij 1789 Na lectuure van het welke goed„ „gevonden is Copia daar van te stellen in handen van den koopman en Land= drost der Colonien stellenbosch en Draken„ „stein de Heer Hendrik Lodewijk Bletter, „man om daar op te dienen van berigt. — Laatstelijk wierd door den EAchtb:e Heer President te kennen gegeeven dat voorsz: Land = Drost der Colonien stel„ „lenbosch en Drakenstein zig bij zijn E Achtb geaddresseert en verzogt had, dat twee Leeden deeses Raads mogte worden gecommitteerd, om zig te begeeven naar de plaatzen van de van hier verzonden „ne burgers Adriaan van Zeijl en Jan Wieser ten einde het teegens dezelve in dato 27 Maart 1788: bij deezen Raade geslaagen vonnis be „trekkelijk de ten behoeven der E Comp=e verbeurt verklaarde beesten, gelijk ook de proces kosten Doens

NL-HaNA_1.04.02_10988_0205 view scan ↗

English

to carry out the execution, or rather to entrust that execution to the Board of the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch. That his Honorable, having immediately understood that the Commissioners for carrying out this execution, for which several weeks are required, cannot leave the Cape; since their presence is unavoidably needed here, both for attending the meetings and for performing the daily commissions in the vicinity of this Capital; he therefore thought it best to bring the aforementioned request made by the Landdrost before the Council, in order to deliberate in what manner this execution, which absolutely cannot be postponed any longer, ought to be directed. Wherefore, the aforementioned reasons having been taken into consideration by the Council, on the proposal of the well-mentioned Honorable Lord President, it was resolved to demand the same execution, which must take place at the expense of the estates of the aforementioned van Zeijl and Weeser, by requisition letters to the Board of the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein, and at the same time, to prevent all objections according to the determination made by that Board, to specially appoint the Commissioners vacating in this month, being the Heemraden Eduard Wium and Schalk Willem van der Merwe, for this purpose. And whereas the presence of the Landdrost of the said Districts is absolutely required at the Drostdy for concluding the daily occurring affairs; it is for that reason understood to excuse him from attending this Commission: the said Commission nevertheless being held to be sufficient and valid, in the very same manner as if the Officer had assisted there in person; provided however that the Landdrost remains obligated to properly instruct the aforementioned appointed Heemraden regarding everything that needs to be carried out on his behalf as Officer in the execution of this Commission, and to provide them with all necessary documents: so that notwithstanding his absence the purpose will nevertheless be fully achieved, the necessary notification being dispatched at the earliest opportunity to the said Board on this account. Below stood: At the Cape of Good Hope, date and year as above. Lower: In my presence: was signed: W. S. van Rijneveld, sworn Secretary. Thursday the 9th of July 1789. In the morning, present the Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, with the exception of the Messrs. Maasdorp, van Echten, and Gie, the first two mentioned due to indisposition, and the latter due to occupation. The Burgher Jacobus van Leeuwen, as special attorney of the burgher Nicolaas Johannes van der Schijff, petitioner, submits his duplicate. The requested party in person says thereupon to renounce further productions. The petitioner representing the principal also says to renounce. The Council holds this matter under advisement for circular reading. against The Independent Fiscal of this government, the Honorable Lord Johan Nicolaas Steven van Lijnden, respondent, to see the submission of the duplicate upon his submitted replication. Subsequently, a certain Johanna Jurgensen having appeared in the Council, it was advanced orally concerning her by the Honorable Independent Fiscal, that a Commission of the Church Council had approached his Honorable and made known that the aforementioned Johanna Jurgensen had already been repeatedly admonished and also censured by that Board for her bad and unchaste manner of living, which tended so greatly to the scandal of the congregation, yet she unashamedly continued to persist therein and had now even presented an illegitimate child for baptism for the third time, so that the Church Council was no longer capable, by means of verbal rebukes, of turning the aforementioned Johanna Jurgensen from her shameful behavior back to a decent conduct; that his Honorable, having also been informed that the aforementioned Board of the Church Council had for some time now been incommoded by such subjects more than ever; his Honorable had therefore judged it necessary to have the said Johanna Jurgensen summoned before this Council: requesting therefore that regard might be taken of such shameful conduct, and the aforementioned Johanna Jurgensen be punished before this Council in such manner as their Honors shall deem appropriate to check it. Which having been heard by the said Johanna Jurgensen, she said in substance: I live in someone's house, and under whose bread I am, his voice I must hear, I humbly ask for forgiveness. Wherefore, the Honorable Council, having heard the representation of the Lord Officer, and that which was brought forward by the said Johanna Jurgensen, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the said Johanna Jurgensen, after having sat for the period of eight days on water and bread, to be sharply reprimanded in Court, with condemnation of her, the said person, in the costs incurred in this matter. After which, the following memorial, provided with 12 annexes, was served by the said Lord Independent Fiscal. To the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope Respectfully shows Johan Nicolaas Steven

Dutch transcription

201 doen Executeeren dan wel die Executie aan het College van Land=drost en Heemraaden te stellen„ „bosch op te draagen. — Dat zijn EAchtb=r al aanstonds begreepen hebbende, dat Hee„ „ren gecommitteerdens tot het doen dier Executie waar toe eenige weeken ver„ Eijscht worden, zig niet van de Caab kun„ „nen verwijderen; alzoo derzelver presentie zoo wel tot het bijwoonen der ver„ „gaderingen, als het doen der daagelijx voor„ „vallende Commissien, in den omtrek van deezen Hoofdplaatze, alhier onvermidelijk no„ „dig is; het dus het best gedagt hadde voorsz door den Land=drost gedaan versoek in Raade over te brengen, ten einde te overleggen op wat wijze deeze Executie, welke volstrekt niet langer kan worden uitgesteld diende gediri„ „geerd te worden. — Weshalven de voorsz: Reedenen bij den Raad in overweeging zijnde genoomen, op de propositie van welgem E Achtb:e Heer President goedgevonden dezelve Execu¬ „tie die ten kosten van de Boedels van voorsz: van zeil en Weeser zal moeten geschieden, bij letteren requisitoir aan het College van Landdrost en Heemraaden van Helllen 202 stellenbosch en Drakenstein te demandee¬ „ren en te gelijk ter voorkoominge van alle Captien volgens de bij dat Collegi gemaakte bepaalinge, in deeze maand va „ceerende gecommitteerdens, zijnde de Heemraad en Eduard Wium en schalk wil¬ lem van der Merwe daartoe speciaal te benoemen. — En Nadien de presentie van de Landdrost der gem: Districten¬ tot het termineeren der daagelijks voor „vallende zaaken op de drosdeij absoluw word verEijscht; zoo is uit dien hoofde v „staan, dezelven van het bijwoonen deeze Commissie te Excuseeren: wordende dezel „ve Commissie niet te min gehouden voor voldoende en bestaanbaar, eeven in zelver voe„ „gen als of den officier daar bij in persoon ge„ „adsisteert hadde; zoo nogtans dat den Land„ „drost gehouden blijft, voorsz: benoemde Heemraaden, nopens al het geene in het volbrengen deezer Commissie van zijnent weegen als officier dient te worden in het werk gesteld naa behooren te instrueeren, en van alle nodige Documenten te voor„ zien: op dat ongeagt desselvs absentie even „wel aan het oogmerk volkoomen worden beantwoord zullende met den eersten dies 203 duplicq. — diesweegens de noodige aanschrijvinge aan het ged=t College worden afgevaardigt: /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop diet anno ut supra /:lager:/ Mij present: /: was geteekend:/. W S: van Rijneveld adz: Secret:s Donderdag den 9 Julij 1789. — s voordemiddags present d' E Achtbe Heer Iohannes Isaak Rhenius President en alle de Leeden demptis de Heeren Maasdorp van Echten en gie, de bij de eerste gemelde bij Indispositie en de laatste bij occupa„ „tie. — Den Burger Jacobus van de q4 regt legd over zijn Leeuwen als speciale gemag¬ de r: O: gereg=e zegd daarop —„tigde van den burger Ni„ te renuntieeren van verdere „colaas Johannes van fro den productien. de qq req=t. zegd meede te renuntieeren. De Raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs. Vervolgens in Raade zijnde verscheenen, zeekere Johanna Jurgensen, wierd omtrend dezelve door den E Achtbe Heer Jndependent Fiscaal bij monde geadvanceert, Dat zig bij zijn Ede. Achtb„e hadde vervoegd een Comma „sie van Kerkenraade, en te kennen gegeeven, dat voorsz: Johanna Jurgensen bij het zelv College reeds over haare zoo zeer tot ergernis der gemeente strekkende slegte en ontugtig leevendwijze herhaaldelijk vermaand en ook gecensureerd zijnde, egter daar inne onbe¬ schaamd bleef volharden en zelvs nu we voor de derde reijze een onegt kind ten doop gepresenteerd had, zoo dat dus kerken„ „raade niet meer in staat was, door het contra Den Jndependent Fiscaal dee zes gouvernements d'E Achtb=r Heer Johan Nicolaas Steeven van Lijnden gereqe. omme op den selvs ingediende replicq te zien dienen van zuplig. — der Schijff regt bezigend 204 205 bezigen van Verbale bestraffingen voorsz: Johanna Jurgensen van haar schandelijk ge„ Edrag, tot eenen betamelijken wandel de toen te rug keeren; Dat zijn EAchtb: e teffens geinformeerd zijnde, dat het voorsz: College van Kerkenraade nu zeedert eenigen tijd meer dan ooijt door dergelijke subjecten geincommodeert wierd; zij E Achtb=e dus noodig geoordeelt had gemelde Johan„ „na Jurgensen voor deezen Raade te doen appoincteeren: versoekende derhalven dat op zulk een schandelijk gedoente tog mogt worden reguard genoomen, en voorsz: Johanna Jurgensen vaor deezen Ba„ „de zodanig gepunieerd als hun E:E: Achtb„e tot stuiting daar van oordeelen zullen te be„ „hooren. 'T geen door dezelve Johanna Jurgen„ „sen aangehoord zijnde, zijde dezelve in substantie: Jk woon bij iemand in, en onder wiens brood dat ik ben, diens stem moet ik hooren, ik versoek needrig om vergiffen is. Weshalven de E Achtb=e Raad gehoorte 206. gehoord hebbende de voordragte van den Heer officier, en het geene door gede. Johanna Jurgensen is ingebragt recht doende uijt naam en van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten Generaal der VerEenig„ „de Neederlanden de ges=te Johannas Juc„ „gensen heeft gecondemneert, om voor den tijd van agt daagen te water en te Brood gezeeten hebbende, in Jadicio sche „pelijk gereprimendeert te worden, met Condemnatie van haar geste in de ter deezer zaake gevallene kosten. Waarna door gem: Heer Jndependent Fiscaal wierd gediend van het vol„ „gende vertoog, gemunieert met 12 bij„ „laagen. Aan den welEdelen achtb Raade van Justitie des Castae de Goede Hoop Vertoond reverentelijk Johan Nicolaas Steeven

NL-HaNA_1.04.02_10988_0211 view scan ↗

English

207 Steven van Lijnden, Independent Fiscal of this government. That from the documents placed in the hands of the exhibitant ex officio by Your Honorable Worships through your honored resolution of the 28th of May last, concerning the person of the former burgher Lieutenant Jonas Albertus vander Poel, it has appeared to the exhibitant that he, van der Poel, has not shrunk from accusing this Honorable Council of injustice in an extreme manner, and in particular from accusing the Honorable President of having allowed himself to be corrupted into bringing about a ruling disadvantageous to him, vander Poel. That furthermore, from the statements obtained by the exhibitant ex officio himself and annexed hereto, there results more than half proof to the charge of him, van der Poel, that in the month of February of the past year 1787, on a certain evening, he came before the house of a certain burgher Johannes Poulus Eksteen, demanded him outside the door, and subsequently, after Eksteen 208 had come out of his house, inflicted a stab with a sword above his right breast, from which wound the said Eksteen lay sick in bed for well over half a month. That the exhibitant ex officio, judging himself obliged to initiate criminal proceedings against the said former burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel in the matter of both the one and the other aforesaid, and to that end to cause him to be summoned in person before this Honorable Council, has been compelled to request proper authorization for that purpose. Wherefore the exhibitant ex officio takes the liberty of turning to Your Honorable Worships, respectfully requesting that Your Honorable Worships may be pleased to authorize him, the exhibitant ex officio, to cause the said Jonas Albertus vander Poel to be summoned to appear in person before Your Honorable Worships in order to hear such criminal demand as well as request or requests as the exhibitant ex officio shall then see fit, to answer thereto, and 209 and furthermore to proceed according to law. Underneath stood: Which doing etcetera. Was signed: J: N: S: Van Lijnden. After reading all of which, the authorization requested in the same memorial to be allowed to summon the burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel in person was granted to the exhibitant ex officio. Finally, a petition was presented by the burgher Petrus Pienaar, the contents of which are as follows: Petition most respectfully presented to the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and the further Honorable Council of Justice of this government, by and on behalf of the undersigned, Petrus 210 Right Honorable and Honorable Sirs! Giving to know, with required respect and proper submission, your Right Honorable Worships' very humble suppliant, Petrus Pienaar. How a certain slave boy named Constapel of Bengal ran away in the year one thousand seven hundred seventy-three or four, and was taken into apprehension on account of a certain offense committed, subsequently by sentence of the Honorable Council of Justice here provisionally banished to Robben Island until further disposition; some years thereafter the suppliant—since his late father Jacobus Pienaar, to whom the said slave belonged in ownership, had permitted the suppliant, in case it was possible and the Honorable Council of Justice permitted such, to discharge the said slave boy from his banishment, that the slave boy was then given to 211 the suppliant—likewise presented a petition at that same time to relieve the said slave boy from his banishment, upon which the said Council disposed that said request was for the present not dismissed, just as the suppliant after that time addressed himself to the Honorable Independent Fiscal Mr. Willem Cornelis Boers, who has since repatriated from here, in order to converse with His Honor thereabout, who investigated the matter and had also promised, as soon as the turmoil of the war had ended and the exiles had to return thither, that His Honor would then see to it that the aforementioned slave boy was relieved of his banishment; but this having fallen into oblivion, the suppliant again addressed himself to the Honorable late Independent Fiscal Serrurier, likewise conversing with His Honor thereabout, who, having first investigated the same slave, summoned him from Robben Island; however, due to the intervening death of His Honor, it likewise remained unaccomplished, and thus he was sent from here back again to his banishment. Thus it is that the suppliant turns to Your Right 212 Honorable Worships with the most humble request that it may be Your Right Honorable Worships' pleasure to discharge the said slave from his banishment and to place him in the hands of the suppliant, provided he pays the costs, or in such manner as Your Right Honorable Worships shall favorably deem proper according to law and reason. Underneath stood: Which doing etcetera. Was signed: Petrus Pienaar. In the margin: Exhibited in Court on the 9th of July 1789. Which having been read, the request made therein was held under advisement. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W J van Rijneveld, Adjunct Secretary. Thursday.

Dutch transcription

207 steeven van Lijnden Jndependent Fiscaal dee„ „les gouvernements. Dat uit de door uEE achtb: bij derzelver g'eerde besluit van den 28 maij Jongstleeden in handen vanden R:O: vertoonder gestelde stukken Concerneerende den persoon van den oudburger Lieutenant Jonas Albertus vander Poel, aan hem vertoonder is koomen te blijken, dat hij van der Poel zig niet ontzien heeft omme op een verregaande wijze deezen Ed=e Achtb=re Raa„ de van onrechtvaardigheid te insimuleeren en insonderheid den E Achtb„e Heere President te beschuldigen van zich te hebben laaten Corrumpeeren tot het bewerken van eene voor hem vander Poel nadeelig gewijsde. — Dat voorts uit de voor den r: E: vertoon„ „der zelven ingewonnen en deezen geannex¬ „eerde verklaaringen ten laste van hem van der stel meer dan halve preuve resul„ „teerd, dat dezelve in de maand Februarij van ren gepasseerden Jaare 1787, op zeekere avond voor het huis van zeekeren burger Johannes Poulus Eksteen is gekoomen, hem buiten deur geEijscht en vervolgens na doet E„ „steer 208 steen uijt zijn huijs gekoomen was, denselven een steek met een deegen booven zijn regter bort heeft toegebracht, aan welke wonde gem: Eksteen wel ruijm een halve maand krank te bedde heeft geleegen. — Dat de vert„r R:O: zig verpligt oor„ „deelende ter zaake zoo van het een als an „der voor z: teegen den gem:e oud bur„ ger Lieutenant Jonas Albertus van der Poel Crimineele proceduures te entameeren, en tot dat eijnde dezelve in persoon te doen dagvaarden, voor Deeze Ede Achtb Raade genoodzaakt is ge¬ „worden, daartoe behoorlijke qualificatie te versoeken. — Waaromme den R: O: vertoonder de vrijheid neemt zig te keeren tot uwelEdele Achtb„rs met gepasten Eerbied verzoekende dat uEE:s achtb=r hem vert:r B: &: gelieven te qualificeeren omme den gemelden Jo„ „nas Albertus vander Poel te doen dagvaarden omme in persoon voor uEE: achtb„r te Compareeren ten einde te aanhooren Zodanig Crimineelen Eijsch mitsgaders versoek ofte versoeken, als de vert„ r:O: als dan zal koomen goed te vinden daar op te antwoorden en Log en voorts te procedeeren als naar rechten. /onderstond:/ - F T welk doende &=a /:was geteekend:/: J: N: C: Varn Lijnden. — Na Lectuure van welk een en ander de bij het zelve vertoog verzogte qua„ „tificatie om den Burger Lieutenant Jonas Albertus van der Pael in persoon te moogen doen dagvaardens, aan den r: O: vert„s is verleend geworden Eijnde laatstelijk door den burger Petrus Pienaar een request gepre„ „senteert, waar van de Continue=tris Request Eerbiedigst overgegeeven aan den weledele achtbe. Heer Johannes Isaak Rhenius President en verdereE Achtb Raade van Justitie deeses gouver„ „nements, door ende van weegens den ondergeteekend Ptrus 210 WelEdele Achtbaar Heer en. E:E: Achtbr Heeren! Geevende met verEijschte Eerbied en be„ „hoorlijke submissie uwerweldele achtbe zeer needrigen suppt. Petrus Sienaar te kennen. — Hoe dat zeekere slaven Jonge genaamt constapel van Bengaalen in den Jaare Een duijzend seeven Hondert drie of vier en zeeventig opgedrost, en weegens zeekere begaan dilict in apprehensie genoomen, ver „volgens door Vonnisse van den E Achtb Ha van Justitie alhier bij provisie tot nadere dispositie naar 't Robben Eijland verban „nen geworden, eenige Jaaren daar na zoo heeft den Suppt. vermits derzelver vader wijlen Jacobus Pienaar dewelke geme. slaat in eijgen „dom behoorde hem suppt. te permitteeren ingevalle het mogelijk was, en den EAchtb Raad van Justitie sulx permitteerde, gem: slaaven Jonge uit zijn Banna „sement te ontslaan, dat dan de slave Jonge n Petrus Pienaar. den den supp=t verEerd was, zoo als ook ten sel„ „ven tijde den suppt. een request gepresenteerd, gem:e slaave Jongen te ontheffen van derzelver Bannissement, waarop bij gem: Raade is gedis„ „poneerd, dat verzoek voor als nog niet is ge„ „weeren van den hand, zoo als den suppte. zig na dien tijd zig bij den van hier gerepatrieer„ „den E Achtb=e Heer Jndependent Fiscaal M=r Willem Cornelis Boers heb vervoegd ten fine zijn EAchtb:r daar over te onderhouden die de zaak onderzogt en ook beloofd had, zoo dra de replute van den oorlog een einde had, en de bannelingen weeder derwaards moeste, als dat zijn Ede Achtb=e als van zorgen zoude dat voorm:e slaave Jonge van zijn Bannis„ „sement ontheft wierd, dog dit in vergeetel„ „heid gekoomen zijnde, heeft den supp=t zig weeder bij den E Achtb=r Heer Jndependent fiscaal wijlen seraurier vervoegd, zijn Ed=e Achtb=r insgelijx daar over onderhouden, die dezelve slaaf vooraf onderzogt van het Robben Eijland opgeroepen heeft, dog door tusschen koomend sterf„ „geval van zijn EAchte=e bleef het insgelijx agter„ „lijk, en dus van hier weeder naar derzelver Ban„ „nissement verzonden geworden. zoo is 't dat den supp=t zig tot uwel Edele Edele achtbaare was wendende met alleroot„ „moedigst versoek, dat het van uwe Eden „le achtbr welbehaagen zijn moge, ge„ „melde slaaf uijt zijn Bannissement te ontslaan en den supp=t in handen te stel„ „len, mits betaalende de kosten, ofte zoo als uwelEd:e achtb:re goedgunstig naa regt en reedenen zullen goedvinden te behooren /:onderstond:/ Twelk doende &=a /was geteekend:/ Petrus Pienaar /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 9 Julij 1789. — Het welk geleezen zijnde, is 't daar bij gedaan versoek in advijs gehouden /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut Risda /lager:/ Mij present: /: was getee„ „kend:/ W J van Rijneveld. – adj: Secret:s Donderdag. 212

NL-HaNA_1.04.02_10988_0217 view scan ↗

English

In the forenoon, present all members except the Honorable President due to occupation, and Messrs. van Echten and Maasdorp due to indisposition. Thursday the 23rd of July 1789. The Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, plaintiff ex officio, against the manful Jonas Albertus van der Poel, defendant in person, on the other side; in order to hear such claim and conclusion or request or requests as the plaintiff ex officio, on this day of appearance, shall see fit to make and take against him, the defendant, for and concerning the fact that he, the defendant, did not shrink from insinuating injustice and corruption against the said Council; and furthermore could forget himself to such an extent as to inflict a stab with a sword on the chest of his brother-in-law, the burgher Johannes Paulus Eksteen; to answer to all this with all that pertains thereto, and further to proceed as according to law. The plaintiff ex officio, before making any claim, requests that the defendant in person may be ordered to answer to such interrogatories as shall be put to him on behalf of the plaintiff ex officio before the commissioner gentlemen, and that it may meanwhile please the Council to take the defendant into custody in the most convenient manner. The defendant submits a petition of the following content: To the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Court of Justice of this government. Honorable President and Honorable Gentlemen, Your Honors' very humble servant Jonas Albertus van der Poel very submissively and with the required respect makes known how he, petitioner, to his utmost regret, has been summoned by the Independent Fiscal, the Honorable Mr. J: N: S: van Lijnden, before this Your Honors' formidable tribunal, in order to hear such claim, request or requests as the Honorable plaintiff ex officio shall see fit to make and take against me, the undersigned, for and concerning the fact that I, the defendant, supposedly did not shrink from insinuating injustice and corruption against the said Council, and supposedly forgot myself to such an extent as to inflict a stab with a sword on the chest of my brother-in-law I: P: Eksteen. This matter brought so heavily to my charge, which cuts me to the heart, urges me, Honorable President and Honorable Gentlemen, to lay down my head in the lap of Your Honors in this your illustrious tribunal, humbly requesting Christian compassion from Your Honors, in consideration of the well-known impoverished state in which I find myself with my family, to favorably grant me pro Deo assistance, so that I may and can defend myself in the aforementioned matter or matters brought to my charge. I further humbly request Your Honors to please assist me with one of the attorneys currently practicing here, whomever Your Honors shall please see fit, as also with the humble request that Your Honors please grant me a copy of the claim and its annexes, in order to serve with respect and dutiful obligation with an answer and clearance of my person before Your Honors. Underneath stood: Doing which, was signed: I: A: van der Poel. In the margin: Exhibited in court the 23rd of July 1789. After the reading of which, the plaintiff ex officio advanced that the petition of the defendant in person has been submitted too prematurely, since, the trial being instituted extra-ordinarily, one cannot yet know whether the defendant will be admitted to make his defense by attorney, persisting therefore in the request made. The Council, declining for the present what was requested by the defendant, condemns the defendant in person to answer to such interrogatories as shall be put to him on behalf of the plaintiff ex officio, and further grants the request made by the plaintiff ex officio to secure the person of the defendant, the defendant therefore provisionally remaining civilly arrested in the Castle. After the pronouncement of which interlocutory ruling, a request having been made by the plaintiff ex officio that the commissioner gentlemen might be qualified, during the interrogation to be conducted, to take the defendant into apprehension according to the findings of the case and according to his answers, or to admit him to an ordinary trial, it was approved to grant this qualification to the commissioner gentlemen. Subsequently, because of the absence of the Honorable President, it was made known by the Independent Fiscal that the Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet had sent a report to the said Honorable President of a certain manslaughter committed upon the substitute Jurgens by the burgher Tobias Mijnhard, living in Graaff-Reinet, adding that the said Mijnhard was immediately seized and placed in custody. And considering that the perpetrator was caught in flagrante delicto, the Council has therefore

Dutch transcription

213 e 'S voordemiddags present alle de Leeden demptis de E Achtbe Heer president bij occupatie en de Heeren van Echter en Maasdorp bij indispositie. - Donderdag den 23 Julij 1789. De Jndependent Fiscaal dee„ de Heer r: O: Eijss=r alvoorens eenig Eijsch te doen verzoekt E: achtb=e Heer Johan dat den ged=e in persoon moge Nicolaas Steeven van Lijnden worden geordonneert, om te r: 0: Eijs antwoorden op zoodanige Jnter„ „rogatorien als hem van wee„ contra tegens den B: I: Eijss:r voor de manh: Jonas Albertus Heeren gecomm:s zullen worden van der Poel gede in Perzoon voorgehouden en dat het intus„ „schen van 's raads welbehaagen ter andere zijde, omme te zijn moge de ged=e op de best aanhooren zoodaanigen Eijsch Convenabelste wijze in verzeeke„ en Conclusie dan wel versoek „ring te neemen. ofte versoeken, als den 7: O: De ged=e legd over een request Eijss=r ten daage dienende, zal van navolgenden inhoude. - goedvinden teegens hem ged: te Aan den welEdelen achtbe Heer Johannes doen en te neemen, over ende ter zaake dat hij ged:e zig Isaak Rhenius praesi„ „dent, beneevens de niet ontzien heeft welge„ verdere Edele Acht„ „melde Brade van onrechtvaar„ „baare Heeren Baa„ „den van Justi„ „digheid en Corruptie te insimu„ „tie deeses gouver„ „leeren; en voorts zig in zoo ver„ „nements. — „re heeft kunnen vergeeten, om aan Wel deszelvz n 214 Wel Edele achtb=e Heer en E Achtbe Heeren heeft zeer onderdanig met de verEijschte Eerbied te kennen uwelEdele achtbe„ zeer needrigen dienaar Jonas albertus van der Poel hoe hij supp„t tot zijn uitterste leedweezen door den Jndepen„ „dent Fiscaal de E Achtb: Heer en M:r J: N: S: van Lijn„ „den is geciteerd geworden voor deeze uwelEd=e Achtbr gedugte vierschaar ten einde aan te hooren zodanigen Eijsch versoek ofte versoeken, als den E Achtb„e Heer R: O: teegens mij ondergeteekende zal goedvin„ „den te doen en te neemen over en ter zaake dat ik ged=e mij niet zou„ „de hebben ontzien, welgemelde Raade van onrechtvaardigheijd en Corruptie te Jnsimuleeren en in zoo verre mij zoude hebben vergeeten mijn swaager I: P: Eksteen een steek met een deegen op zijn borst toetebrengen. Deeze zoo zeer ten mijnen laste ingebrachte zaak die mij ter harte gaat, noopt mij welEd=e Achtb=r Heer en E: achtb Heeren, in deeze uwe Luijsterijke vierschaar, mijn hoofd in den schoot uwer E Achtb=r needer te leggen, ootmoedig van UE: achtb=e een Christelijk meededoogen verzoekende, in aanmerking den welbewuesten armoedigen staat daar ik mij met mijn huisge„ „zin mij in ben bevindende, omme mij goedgunstig proves te verleenen, ten einde in boovengem: ten mijnen laste ingebragte zaak of zaaken mij te moogen en kunnen defendeeren: versoeke ver„ „ders needrig uwelEd=e Achtb= mij gelieven te adsisteeren, met een der tans hier fungeerende procureurs wien uwelEde. achtb ook zal gelieven goed te vinden, als ook met needrig versoek Cd desselvs zwager den Burger Johannes Paulus Eksteen, een steek met een deegen op de borst tot te brengen: op dit een en ander met den aankleeve van dien te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechtene uwe 215 uwe welEdele achtb:e mij gelieven te verleenen Copia van den Eijsch en dezelver aankleeve omme met Eerbied en verschuldigde pligt, te dienen van antwoort, en zuiveringe mijns Persoons voor uwel Ede achtbaa„ /onderstond:/ 'T welk doende :/ was geteekend:/ I: A: van der Poel /:in margine/ Exhi„ „bitum in Judicio den 23 Julij 1789. Na welkers Lectuure de R: O: Eijsscher, advanceerde dat het request van den ged=e in persoon te prematuur ingediend is daar het proces Extra ordinair belegd zijnde, men nog niet weeten kan, of den ged=e zal worden geadmitteert om bij pro„ „cureur zijne defensie te moogen doen, persisteerende overzulx bij het gedaan versoek. — De Raad het door den ged:e verzogte voor als nog declineerende Condemneert den ged=e in persoon, omme te antwoorden op zoodanige Jnterrogatorien, als hem van weegens den Heer R: O: Eijss„r zullen worden voorgehouden en accordeert wijders het door den E: d: Eijss=r gedaan verzoek, om zig vande perzoon vande ged:e te verzee„ „keren zullende de ged=e over zulx bij provisie in het Casteel Civiliter gearresteerd blijven- Na de pronuntiatie, van welke Jn„ „dens. „terlocutoie Jnterlocutoire dispositie, door den Heer B: O: Eijss. r versoek gedaan zijnde, dat Heeren gecommitts mogte worden gequalificeert, om bij het te doene verhoor den ged=e naa bevinding van zaaken en na maate van zijn respon¬ „siven te kunnen neemen in apprehensie, dan wel in een ordinair Proces te ontfan „gen zoo is goedgevonden deeze qualifica„ „tie aan Heeren gecomm:s te verleenen. Vervolgens wierd, vermits de absen„ „tie van den E Achtb=e Heer praesident door den Heer Jndependent Fiscaal te kennen gegeeven, dat den Landdrost der Colonie Graafe Beinetaan opgem: E Achtbe Heer praesident had bericht gedaan van zeekere doorden te Graaf Beinet woo¬ „nende burger Tobias Mijnhard aan den substituut Jurgens begaane manslag met bijvoeging dat gerepte Mijnhard dadelijk was gevat en in hegten is gestelt En gemerkt den dader in flagrantie de licto is bevonden; zoo heeft de Raad overzulx 216,

NL-HaNA_1.04.02_10988_0221 view scan ↗

English

Therefore, upon the proposal of the said Honorable Independent Fiscal, this arrest was approved in conformity with the article of the Criminal Ordinance. And finally, there having been brought to the table the petition presented on the last ordinary court day by the burgher Petrus Pienaar regarding the slave Constapel of Bengal; so it is, since the said slave, according to the Criminal Court Roll of 18 August 1774, was only provisionally placed on Robben Island in order to see whether in time, concerning certain accusations brought against the said Constapel by a Hottentot woman named Anna, some further elucidation might be obtained, and on the part of the fiscal office it was now declared that regarding the matter with which the said Constapel was accused, no further evidence had come in, therefore resolved, to grant the request made by the abovementioned Pienaar to the extent that the oft-mentioned slave Constapel, as belonging to the estate of the late burgher Jacobus Pienaar, which estate is administered by the Reverend Board of Orphan Masters, will thus also be handed over to the Orphan Masters in order to be sold for the benefit of the estate of the aforesaid Jacobus Pienaar. At Cape of Good Hope, day and year as above. In my presence. Signed: W. J. Bijneveld, Acting Secretary. Wednesday, 29 July 1789. In the morning, extraordinary meeting, present the Honorable President Johannes Isaak Rhenius and all the Members, except for Mr. Maasdorp due to indisposition. The Honorable President, having brought to the knowledge of the Council that his Honor had convened this meeting at the express requisition of the Honorable Independent Fiscal, there was then presented by the said Independent Fiscal a representation provided with four annexures, the said representation reading as follows: To the Noble Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope. Respectfully shows Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Independent Fiscal of this government. That, it having been denounced to the Ex Officio Remonstrant by the Colonel Commandant of the Regiment of Wurtemberg currently garrisoned here, that the burgher Captain here, Pieter van Breda, had indulged in speeches whereby the soldiers belonging to that regiment were incited against their commanders and encouraged to mutinous movements; he, the Ex Officio Remonstrant, therefore found himself under the necessity of gathering the necessary information in that regard, in order to prevent all unpleasant consequences that might arise from such speeches. That from the statements obtained in that regard by the Ex Officio Remonstrant and annexed hereto, it has clearly appeared to him that the aforesaid Pieter van Breda has been able to forget himself so far as to deliberately initiate a discourse with some soldiers belonging to the aforesaid Regiment of Wurtemberg, about the manner in which, in his view, they were treated by their respective commanders, and subsequently to prescribe to them on what footing the men should conduct themselves in case those who had opposed their commanders should receive their well-deserved punishment. That furthermore, it has appeared to the undersigned from the said statements that those speeches were made by Pieter van Breda at two different times, namely just before and just after the mutinous movements which, as is known to Your Honors, took place these days among the men of Wurtemberg, and which movements, if minds had not been brought to calm in time, could have had the most dreadful effect on the peace and tranquility of this place. That above all these considerations have caused the conduct of the repeatedly mentioned Pieter van Breda to appear to the Ex Officio Remonstrant to be highly dangerous to the peace and safety both of society in general and of the men of the aforesaid Regiment of Wurtemberg in particular; the more so since he, Pieter van Breda, being appointed as Captain of the burghery here, is obliged pursuant to his oath to help prevent, quell, and suppress all tumults and popular disturbances, and to promote good order as much as is in his power. That the Ex Officio Remonstrant, therefore deeming himself obliged to initiate criminal proceedings against the aforementioned Captain Pieter van Breda in the matter aforesaid, and to that end to have him summoned in person before this Noble Honorable Council, has been compelled to request proper authorization for that purpose. Wherefore the Ex Officio Remonstrant takes the liberty of turning to Your Honors, requesting with due respect that Your Honors may be pleased to authorize him, the Ex Officio Remonstrant, to summon the said Pieter van Breda to appear in person before Your Honors, in order to hear such criminal demand, as well as request or requests, as the Ex Officio Remonstrant shall then see fit, to answer thereto, and further to proceed according to law. Which doing, etc. Signed: J. N.

Dutch transcription

7 overzulx op het voorstel van gemelde Eachtb„e Heer Jndependent Fiscaal deeze apprehensie in Conformite van art der Crimineele or„ „donnantie geapprobeert. En eijndelijk Ter Tafel gebragt zijnde het request op laatstleeden ordinaire recht„ „dag door den burger Petrus Pienaar be„ „trekkelijk den slaaff Constapel van Ben„ „galen gepresenteert; zoo is vermits gem:e staaf blijkens de Crimineelen Rechts rolle van den 18 aug:s 1774 alleenlijk provisioneel ten robben Eijlande is geplaatst ten einde te ont„ „waaren oper in der Tijd, weegens zeekere door eene Nottentottin in name anna teegens gem:e Consta„ „pel ingebrachte beschuldigingen, eenige nadere elucidatie zoude kunnen worden verkreegen, en van weegens het officie fiscaal tans wierd gedeclareert, dat nopens de, zaak waarmeede ged=e Constapel was beschuldigt ge„ worden, geene naadere bewijzen waaren in¬ „gekoomen, overzulx goedgevonden, het door boovengeme: Pienaar gedaan, versoek in zoo verre te accordeeren dat meergem slaaf Constapel als gehoorende in den Boedel van wijlen den burger Jacobus Dienaar 28 Pienaar welken boedel door het Eer„ waarde College van weesmeesteren w geadministreert, dus ook aan Heeren weesmeesteren zal worden overgegeeven om ten behoeve des Boedels van voorsz: Jacobus Pienaar verkogt te worden. /onderstond:/ Aan Cabo De Goede Hoop die et anno ut Supra /:lager:/ Mij present /:was ge„ g teekend:/ W J Bijneveld Ad: Secret Woensdag den 29 Julij 1789. — 's Voordemiddags Extra ordinaire ver„ „gadering, present de E Achtb=e Heer pre„ sident Johannes Isaak Rhenius en alle de Leeden, dempto den Heere Maas„ dorp bij Jndispositie. — De E achtbr Heer President, den Baa„ ter kennisse gebracht hebbende dat Zig dat zijn E Achtb=e deeze vergaderinge op Ex„ „pres requisit van den E Achtb=e Heer Jnde„ „pendent Fiscaal had doen beleggen, wierd toen door den ges=te Heer Independent Fiscaal overgelegd een vertoog gemunieert met vier bijlagen luijdende hetzelve vertoog aldus. — Aan den Edelen Achtbaaren Raade van Justitie des Cas„ „teels de Goede Hoop. — Vertoond, reverentelijk Johan Nicolaas Stee„ „ven van Lijnden Jndependent Fiscaal dee„ „zes gouvernements. — Dat door den Collonel Commandant van het tans alhier guarnisoen houdende Regiment van wartemberg aan den 7: d: Vertoonder zijnde gedenuncieert geworden, dat de burger Capitain alhier Pieter van Bre„ „da zig discoursen zoude hebben veroorloofd, waar door de tot dat regiment behoorende soldaaten wierden opgezet teegen derzelver bevelhebberen, en aangespoord tot mutineu„ „se beweegingen; hij vert: Z:O: zig overzulx in 220/ in de noodzakelijkheid heeft bevonden, daar omtrend de noodige informatien te neemen, ten eijnde alle onaangenaame gevolgen, de uijt dergelijke discoursen zoude kunnen voortspruijten te prevenieeren. — Dat uit de dientweegen door den r.:o ao vertoonden ingewonnen en ten Deezen geannexeerde verklaaringen, aan den „selven ten klaarsten is koomen te blij„ „ken, dat voorm: Pieter van Bieda, zig zel¬ ven in zoo verre heeft kunnen vergeet om opzettelijk een discours te entameeren met eenige tot voorsz: regiment van wurtemberg behoorende soldaaten, over de wijze waar op dezelve na zijn begript door hunne respe. Bevelhebberen wierden gehandelt, en vervolgens aan dezelve voor te schrijven, op welken noet het volk zig moest gedraagen ingevalle de geene, welke zig teegen hunne bevelheb„ „beren hadden aangekant derzelver welverdiende Straffe zoude erlangen. — Dat voorts den ondergeteekende, uijt de gemelde verklaaringen is ge„ „bleeken, dat die Discoursen door Pieter van 221 van Breda zijn gehouden op twee diffe„ „ren te tijden, te weeten even voor in even na de mutineuse beweegingen, welke aan UEE achtbaare bekend is, dat dezer dagen onder 't volk van wurtimberg hebben plaats gehad, en welke beweegingen, zo de ge„ moederen niet bij tijds tot bedaaren waaren gebragt geworden, van de allerschroomlykste Uytwerking, voor de rust en Tranquiliteit deezer plaatse zouden hebben kunnen zijn. Dat vooral deeze Consideratien de handelwyze van meermelde Pieter van Breda aan den E: O: vert: ten hoogs ten gevaarlyk voor de rust en veyligheyd zo van de Maatchappij in het gemeen, als van 't volk van voorsz: regiment van wur„ temberg in het bijzonder hebben doen voorkoomen; te meer daar hij Pieter van Breda tot Capitain der burgerije alhier aangesteld zynde, ingevolge zijn Eed verpligt is, alle tumulten en populaire beroerten te helpen voorkoomen, stillen en ter neder leggen, en goede order zo veel in zijn vermo„ „gen is te bevorderen. — Dat ƒ 222 Dat de vertoonder R:O: zich overzulx verpligt oordeelende, ter zaake voorschreeve tegen den voornoemden Capitain Pieter van Breda Crimineele proceduures te entameeren, en tot dat eynde denzelven in perzoon te doen dagvaarden, voor deesen Eedelen achtbaaren Rade, genood„ zaakt is geworden, daartoe behoorlyke quali ficatie te verzoeken. — Weshalven de R: O: vertoonder de vryheid neemt, zig te keeren tot Uwel„ Edele achtb: met gepasten Eerbied verzoeken, „de dat u EE achtbare hem vertoonder E: O: gelieve te qualificeeren, omme den gem: Pieter van Breda te dagvaarden, omme in perzoon voor u EE achtb te Compareeren, ten eynde te aanhooren zodanigen Crimineelen Eysch, mitsgaders versoek ofte versoeken, als de vert: E:O: als dan zal komen goed te vinden, daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na regten. — /:onderstond:/ T welk doende &„a /:was geteekend/ J N

NL-HaNA_1.04.02_10988_0227 view scan ↗

English

223 J: A van Lynden, in the margin: Exhibited in Court on 29 July 1789. Which having been read together with the aforementioned documents, the following decree was granted upon the said petition. The Council qualifies the Honorable Officer, petitioner, to have the Captain of the Burgher Militia Pieter van Breda summoned in person before this court. After which it was reported verbally by the Gentlemen van der Riet and Smuts that Their Honors, having attended to hear the Burgher Lieutenant Jonas Albertus van den Poel, pursuant to the appointment of the last ordinary court day, on such articles as were put to him on the day of service by the Independent Fiscal; the said van der Poel had then continued to deny everything that was charged against him, so that it having been declared on the part of the Honorable Officer, plaintiff, that the given responses of the said van der Poel were such that he could be admitted to an ordinary trial: Their Honors therefore, by virtue of the qualification granted by this Council, had discharged the frequently mentioned Jonas Albertus van den Poel from his provisional detention and received him into an ordinary trial, as well as admitted him to act by an attorney; adding that the same van der Poel had among other things also insisted to Their Honors that, on account of his poverty, he might be served pro Deo, and requested whether it might please the Council to assign him, van der Poel, for the defense of his case, the burgher Jacobus van Leeuwen, who petitions as attorney before this court. Which proceeding of the commissioners having been confirmed with the Council's approval, the request made by the aforesaid van der Poel was likewise consented to, and consequently the necessary qualification was granted to the burgher Jacobus van Leeuwen to serve the aforementioned van den Poel pro Deo in this matter. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W Van Rijneveld, Adjunct Secretary. Thursday, 6 August 1789. In the forenoon, present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except the Gentlemen Kirsten, Kamptz, and Gie due to indisposition. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Honorable Officer, Plaintiff, against The Burgher Captain Pieter van Breda, Defendant in person, to the end of hearing such final conclusion, or request or requests, on account of holding certain inflammatory conversations with the soldiers of the Regiment of Württemberg garrisoned here, namely Johan Michael Kalmbacher, Jacob Krieger, and Joseph Schligter, as the Honorable Officer, Plaintiff, shall see fit to make and take against him, Defendant, to answer thereto and further proceed as according to law. The Honorable Officer, Plaintiff, makes it known verbally beforehand that His Honor is sorry to see himself placed under the necessity, although the Defendant in person otherwise has a good reputation regarding his conduct, of nevertheless having to initiate this trial against him, and subsequently, before making his claim, requests that the Defendant may be ordered by interlocutory decree to answer to such interrogatories as shall be put to him on behalf of the Honorable Officer by the Commissioners. The Defendant in person requests, on the contrary, to have 24 hours for deliberation and a copy of the interrogatories, as well as to be received into an ordinary trial, and admitted to act by an attorney. The Honorable Officer, Plaintiff, advances thereupon that His Honor believes he may enjoy the benefit of summoning in person granted to the Fiscal's office, and persists therefore as above. The Council, rejecting the Defendant's request, orders the Defendant in person to answer to such interrogatories as shall be put to him, Defendant, before the Commissioners. Subsequently, upon the request of the said Independent Fiscal, the Commissioners who shall attend to the examination of the aforesaid Breda were authorized to receive him into an ordinary trial according to the nature of the responses of the said Breda. The said Honorable Independent Fiscal of this Government, Johannes Nicolaas Steven van Lijnden, Honorable Officer, Plaintiff in Criminal Case, on the one side, against 1. Baatjoe of Bougies, slave of the burgher Pieter Magnus, 2. Februarij of Macassar, slave of the Battalion Cook Jan Denner, 3. Batist of Madagascar, belonging to Truitje Bergh, 4. Baatjoe of Bougies, slave of the burgher Jan Theunis Mulder, 5. Theresia of Madagascar, female slave of the burgher Christoffel Groenewald, Defendants in the aforesaid Case, on the other side. The Honorable Officer, Plaintiff, submits a written claim accompanied by 7 appendices, and says at the same time that yesterday the slave Josie of Madagascar, belonging to the burgher Christoffel Groenewald, and Jan Batist, otherwise named Mattheus, slave of the burgher Jurgen Henning, who were also involved in this conspiracy, having also been brought to the jail, His Honor had, because the time was too short to take proper interrogatories, had them examined by the Adjunct Fiscal; requesting that the aforesaid Jan Batist may be included in the conclusion taken in the claim regarding the first Defendant, Baatjoe of Bougies, and the said Josie under that of the 3rd and 4th Defendants, Batist and Baatjoe. The Defendants, having heard the claim read, say that it is well.

Dutch transcription

223 J: A van Lynden /:in margine:/ Exhi„ betuim in Judicie den 29 Julij 1769. Het welk neevens voorschreeve stuk„ ken geleezen zinde, is op het zelve ver„ „toog het volgende decreet verleend. — De Raad qualificeert den E: O: vertoonder, omme den Capitain der Bur„ „gerij Pieter van Breda voor deese vier„ schaar in perzoon te mogen doen dagvaar„ „den. — Waarna door de Heeren van der Riet en Smut bij monde wierd gerapporteerd dat Hun EE gevaceerd hebbende, omme in „gevolge appoinctement van laatstleeden or„ „dinaire rechtdag den burger Lieutenant Jonas Albertus van den Poel te horen op zodanige articulen, als hem ten dage dienende, door den Heer Jndependent Fiscaal waaren voorgehouden; Gerepten vander Poel, als toen al het geene hem was ten lasten gelegd, hadde blijven ontkennen, Jnvoegen dat van de zide van den E: O: Eijpsscher geden 6 224 gedeclareerd zynde, dat de gegeevene respon„ siven van gerepten van der Boel zodanig waaren geconstitueerd, dat denzelven in een ordinaire proces kon worden toegelaaten: Han EE overzulx uyt kragte der door deesen rade verleende qualificatie, meergemelden Jonas albertus van der Poel haeden ontlagen Uijt zijne provisioneele detensie en ontfan„ „gen in een ordinairis proces, mitgaders gead„ „mitteerd, om bij procureur te mogen occu„ „peeren; met bijvoeging dat denzelven van der Poel, onder anderen ook bij hun EE hadde geinsteerd, om vermit zijn armoe pro„ „deo te moogen bediend worden, en verzogt, of het van 's raads welbehagen mogte zin, hem van der Poel tot het defendeeren zyner zaake den burger Jacobus van Leeuwen die voor deeze regtbank als procureur posti„ „leerd toe te voegen Welke verrigting van gecommitt: met 'raads goedkeuring bekrachtigd zijnde, is te gelijk ook in het door voorsz: van der Poel gedaan verzoek gecondescendeert, en gevolgelijk aan den burger Jacobus van Leeuwen de nodige qualificatie verleend, om meergedagte van den Poel in 225 in deeze zaak prodec te moogen, bedienen /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et: anno Utsupra /:lager:/ Mij present /:was geteekend:/ W Van Rijneveld Adg: Secret: Donderdag den 6 August 1789. 'S voordemiddags present de E achtb: Heer Jo„ „hannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden, demptis de Heeren Konnen„ „kamp en gie bij indispositie de Heer R: O: Eipsschep geeft vooraf bij monde te kennen dat het zijn Edele leed doet zig in de noodzakelijkheid gebragt te zien, om schoon den ged„e in perzoon ook wegens op ende Jeegens zyn gedrag, andersints een Den burger Capitain Pie goede reputatie heeft, egter dit proces tegens hem te moeten enta„ter van Breda ged„e in meeren en doet vervolgens alvoorens perzoon, ten eynde wegens het Eysh te doen, verzoek dat den houden van eenige opvoerige gesprek„ ged„e bij in terlocutoire dispositie „ken met de soldaaten van het moge worden gecondemneerd, De Jndependent Fiscaal deezes Gouvernement d' E Achtb: Heer Johan Nicolaas Steeven van Lijnden E: O: Eijss„r Omme alhier 226 omme te antwoorden op zo„ alhier guarnizoen houdend danige Jnterrogatorien, als hem regiment van wurtemberg van weegens de r: O:/ Ress:e voor in name Johan Michael Heeren gecommitteerdens zullen Kalmbacher, Jacob Krieger worden voorgehouden. — en Joseph Schligter, te De Ged„e in perzoon verzoekt daaren tegen te mogen aanhooren zodanigen Eynhende hebben 24 uuren beraad en Copij Conclusie, dan wel versoek der Jnterrogatorien, mitgaders te ofte verzoeken, als de E: O: lijx„ worden ontfangen in een ordinaar- scher zal goedvinden tegen hem proces, en geadmitteerd om bij pro„ ged„e te doen en te neemen, „cureur te Occupeeren. — ƒ daarop te antwoorden en De Heer r: O: Eyss„r advanceerd voort te procedeeren als na reechten daarop dat zijn Ed: vermeend te mo„ „gen Jouisseeren van het profijt van dag vaarding in perzoon aan het offici Fiscaal is toegestaan, en persisteerd oversulx als boven De Raad des ged„e verzoek van de 8 ƒ hand wijzende, Convemneerd den ged: in perzoon, omme te antwoorden op sodanige Jnterrogatorien, als hem ged„e voor Heeren gecommitteerdens zullen worden voorgehouden. Zijnde vervolgens op het verzoek van gemelde Heer Jndependent Fiscaal Heeren gecommitteerdens, dewelken tot het verhoor van voorsz: Breda zullen vaceeren geautho 297 geauthoriseerd, om na mate van de tes„ ponsiven van gemelde Meda, denzelven in een ordinaris proces te kunnen ontfangen Gemelde E Achtb: Heer Jnde„ „pendent Fiscaal deeses gouver„ „nements Johan: Nicolaas Steven van Lijnden E: O: Eijss„s in Cas Crimineel ter eenre de Heer E: O: Eipsp:, legd over een schriftelijken Eijsch gemunieerd met 7 bylaagen, en zegd tevens dat op gisteren meede in den Tronk gebragt zijnde, de slaaf Josie van Madagascar, toebehoe„ „rende den burger Christoffel Contra groenewald en Jan Batist Baajoe van Bougies Slaaf anders Mattheus genaamt, slaaf van den burger Pieter van den burger Jurgen Hen¬ Magnus dewelken zig meede „ning onder dit somplot hebben opge„ houden zijn E achtb: dezelven, vermits 2/ Februarij van Macasser Syfeygen van den Bataillons de tyd te kort was, om behoorlijk In„ terrogatoria te neemen door den kok Jan Denner atfjunct Fiscaal had doen exami„ 3 Batist van Madagassar toe „heeren, verzoekende dat voorschreeve behoorende aan Truitje Bergh Jan Baket moge gecomprehen„ „deert worden, in de bij Eysch geno„ 4/ Baatjoe van Bougies Haaf „mene Conclusie nopens den eerste van den burger Jan Theunis ged:t Baatoe van Bougies, en Mulder gerepten Josie onder die van de 3 en 4 ged„t Batist en Baatjoe 5 Theresia van Madagascar De Ged: en ged: den Eysh Slavin van den burger Chris„ hebbende hooren leezen zeg„ „toffel Groenewald ged:t en ged„=e in „gen dat het wel is. voorsz: Cas ter andere zijde. — en d

NL-HaNA_1.04.02_10988_0232 view scan ↗

English

228 The Council, after considering everything that merited reflection and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemned the defendant and defendants, as their Honors condemn the same by these presents, to be punished by the Caffres with rods; the first and seventh defendant Baatjoe of Bougies and Jan Bakst, otherwise named Mattheus of Bourbon, for the term of two years, the 2nd defendant Februarij of Macasser for one year, and the 3rd, 4th, and 6th defendants Batist of Madagascar, Baatjoe of Bougies, and Josie of Madagascar, each for three months, riveted in irons, and to be sent back with the aforesaid female slave Theresia to their masters or mistresses; provided that they pay the costs; the Council simultaneously ordering that the prisoners shall immediately be sold, leased, or placed to reside in the outer districts by their respective masters, with this express condition, that none of them shall ever be allowed to come back to 229 to this Capital. The Honorable ex officio Prosecutor produces a written claim, framed with annexes, concluding as at the end of the same. The defendant and defendants, having heard the conclusion read, persist in his confession. The Council holds this matter under advisement for circulation. Beneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present to me. Was signed: W. H. Ryneveld. Sworn Clerk. Thursday The aforementioned Honorable Independent Fiscal, ex officio Prosecutor in a criminal case, of the one part, against Cassiem of Batavia, bondsman of the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, defendant and defendants in the aforesaid case, of the other part. 228 The Council, after considering everything that merited reflection and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemned the defendant and defendants, as their Honors condemn the same by these presents, to be punished by the Caffres with rods; the first and seventh defendant Baatjoe of Bougies and Jan Bakst, otherwise named Mattheus of Bourbon, for the term of two years, the 2nd defendant Februarij of Macasser for one year, and the 3rd, 4th, and 6th defendants Batist of Madagascar, Baatjoe of Bougies, and Josie of Madagascar, each for three months, riveted in irons, and to be sent back with the aforesaid female slave Theresia to their masters or mistresses; provided that they pay the costs; the Council simultaneously ordering that the prisoners shall immediately be sold, leased, or placed to reside in the outer districts by their respective masters, with this express condition, that none of them shall ever be allowed to come back to 229 to this Capital. The Honorable ex officio Prosecutor produces a written claim, framed with annexes, concluding as at the end of the same. The defendant and defendants, having heard the conclusion read, persist in his confession. The Council holds this matter under advisement for circulation. Beneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present to me. Was signed: W. H. Ryneveld. Sworn Clerk. Thursday The aforementioned Honorable Independent Fiscal, ex officio Prosecutor in a criminal case, of the one part, against Cassiem of Batavia, bondsman of the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, defendant and defendants in the aforesaid case, of the other part. 230 Thursday the 21st of August 1789 In the forenoon, present the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the members, except for Mr. Maasdorp due to indisposition. It was brought to the knowledge of the Council by Mr. van de Riet, who officiated with Mr. Maasdorp, in order, pursuant to the interlocutory disposition of the last ordinary court day, to examine the Captain of the Burgher Militia, Pieter van Breda, upon such interrogatories as were put to him on behalf of the Honorable Independent Fiscal; that the aforesaid Breda, in his responses, continued to deny everything that the soldiers Kalmbacher, Krieger, and Schligter had deposed to his charge, and the officer present at the examination had declared that he was content that the examinee be admitted to an ordinary trial; their Honors, consequently pursuant to the authorization contained in the resolution taken in this regard on the last court day, had discharged the said van Breda from 231 discharged from personal appearance and admitted him to an ordinary trial. Which was confirmed with the Council's approval. The Honorable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Sijnden, ex officio Prosecutor, of the one part, against the former Burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, defendant, of the other part, to the end of hearing such written claim and conclusion as the Independent Fiscal, ex officio, shall resolve to make and take against him, van der Poel, concerning the insult offered to the Honorable Council of Justice, and in particular to its President, the Honorable Johannes Izaak Rhenius, as well as concerning the wounding of his brother-in-law, the burgher Johannes Paulus Eksteen, to answer thereto and to proceed further as according to law. The Honorable ex officio Prosecutor hands over his written claim, to which are added 17 annexes, concluding as in the same. The defendant requests a copy of everything, in order to serve his answer four weeks from today. The Honorable ex officio Prosecutor says he has no objection thereto, but yet, since the ordinary term is 14 days, cannot comprehend for what purpose the defendant needs so much time, other than merely to delay this case, and requests that the defendant may be enjoined, if he cannot give any lawful reasons why he requests an extension, to serve his answer at the usual time. The defendant leaves this to the judgment of the Council.

Dutch transcription

228 De Raad na overweeging van al het geene reflectie meriteerd en Hun E Achtb: konde doen moveeren (:Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog„ moogende Heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden de ged„e en ged„e gecondemneerd, gelyk hun EE achtb: dezelven Condemneeren mit dee„ „zen, om door de Coffers met roeden geatraf zinde, de eerste en zevende ged„t Baatjoe van Bougies en Jan Bakst, anders Mattheus van Bourbon genaamt, voor den tid van twee Jaaren, den 2„e ged„e Februarij van Macasser voor een Jaar, en de F„r 4 en 6 Ged„ Batist van Madagascar, Baat„ „joe van Bougies en Josie van Madagasear yder voor drie maanden in de yzers ge„ klonken, en met voorsz: Slavin Therioia aan hunne Lijfheeren of Lyfvrouwen te rug gezonden te worden; mits betaalende de kosten; ordonneerende de Raad teffens dat de gevangenen terstond door derzelver respective Lylheeren, in de buijten dis„ „trieten zullen verkogt, verhuurd of ter woon geplaatst worden, met deeze expresse bepaling, dat geene derzelver ooijt weder aan 229 aan deeze Hoofdplaats zal vermogen te komen. Meergem: E Achtb: Heer Jndepen„ de Heer E: O: Eys:r produceert eenen schriftelijksen Eiph gemanieert „dent fiscaal r: O: Eyof:s in Cas met bijbragen Concludeerende Ut infine Crimineel ter eenre van denzelven. de Ged:t en ged„e de Conclusie op ende Jeegens hebbende kooren leezen, blijft bij zijne Cassiem van Batavia Lyf Eygen Confrosie persisteeren van den burger Jacobus Jo„ hannes van den Bergh ged„t en ged:e in voorsz: Cas ten andere zyde De Raad houd deeze zaak ter rond leevengn in advijs /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:) W H Ryneveld. Nog: Schrets Donderdag ƒ 228 De Raad na overweeging van al het ƒ geene reflectie meriteerde en Hun E Achtb: konde doen moveeren (:Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog„ moogende Heeren Staaten generaal der verEenigde, Nederlanden de ged„e en ged„e gecondemneerd, gelyk hun E E achtb„ dezelven Condemneeren mit dee„ „zen, om door de Coffers met roeden gestraff zinde, de eerste en zevende ged„t Baatjoe van Bougies en Jan Bakst, anders Mattheus van Bourbon genaamt, voor den tyd van twee Jaaren, den 2:e ged„e Februarij van Macasser voor een Jaar, en de F„r 4 en 6 Ged„ Batist van Madagascar, Baat„ „joe van Bougies en Josie van Madagasear yder voor drie maanden in de yzers ge„ klonken, en met voorsz: Hlavin Therisia aan hunne Lijfheeren of Lyfvrouwen te rug gezonden te worden; mits betaalende de kosten; ordonneerende de Raad teffens dat de gevangenen terstond door derzelver respective Lyfheeren, in de buijten dis„ „tricten zullen verkogt, verhuurd of ter woon geplaatst worden, met deeze expresse bepaling, dat geene derzelver ooijt weder aan 229 aan deeze Hoofdplaats zal vermogen te komen. de Heer E: O: Eyss:r produceert Meergem: E Achtb: Heer Jndepen„ eenen schriftelijken Eiph gemanieert „dent fiscaal r: O: Eyof„s in Cas met bijlragen Concludeerende Utt infine Crimineel ter eenre de Ged:t en ged„e de Conclusie op ende Jeegens hebbende hooren leezen, blijft bij zijne Cassiem van Batavia Lyfeygen Confrosie persisteeren van den burger Jacobus Jo„ „hannes van den Bergh ged„t en ged:e in voorsz: Cas ten andere zyde De Raad houd deeze zaak ter rondleeveng in advijs /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno Ussupra /:laager:/ Aij present /:was geteekend:/ W H Ryneveld. Nog: Schrets Donderdag van denzelven. 230 Donderdag den 21: Aug„t 1789 'S voordemiddags present de E achtbaare Heer Johannes Izaak Rhenius praesi¬ „dent en alle de Leeden, dempto den Heere Maasdorp bij indispositie Wierd door de Heer van de Riet, dewelke met den Heere Maasdorp heeft gevaceerd, omme ingevolge Jntertocutoire dispositie van laatstleeden ordinaire regtdag den Capitain der Burgerije Pieter van Breda„ te hooren op sodanige Jnterrogatorien, als hem weegens den E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal zijn voorgehouden, den Raade ter ken„ „nisse gebragt; dat daar voorschreeve Breda bij zijne responsiven, al het geene de sol„ „daaten kalmbacher, krieger en schligter ten zynen laste hadde gedeposeerd, was, blyven ontkennen, in den presenten officier bij het verhoor gedeclareerd had, wel te mogen lyden, dat den geinterrogeerde wierde ont„ „fangen in een ordinaris proces, Hun EE overzulx ingevolge de qualificatie vervat, bij het op laatstleeden regtdag diesweegens genoomen besluit, Gerepten van Breda hadden ontlagen 231 ontslagen, van de perzoneele Comparitie en ontfangen in een ordinaris proces. — gunt met 's raads approbatie is bekrachtigd. — De E Achtb. Heer Jndependent de Heer R: O: ExC„o legd over zijnen schriftelijken Eysch (waarbij gevoegd zijn Fiscaal deezes Gouvernement 17 bylagen, Concludeerende tit in sche Johan Nicolaas Steven van Sijnden E: O Epscher ter eenre de ged„e verzoekt van het een en ander Copie; ten einde heeden over vier weeken te dienen van antwoord de Heer E: 3: Eysscher zegd daar niet teegen te hebben, maar egter ver„ mits het ordinaire termijn is 14 dagen niet te kunnen bevraeden, ten welken einde de ged„e zo veel tijd nodig heeft, anders als om deeze zaak maar te dilaijeeren, en verzoekt dat den ged„ moge geinjungeert worden, om zo hij geene wettige motiven weet op te geeven, waarom hij atterminatie verzoekt op den gewoonen tijd te dienen van antwoord.— De ged„e laat sulx aan I„ raads oordeel van denzelven. op ende Jeegens den oud burger Lieutenand Jonas Albertus van der Poel ged: ter andere zyde, ten eynde te aanhooren zodanigen schrif„ „telijken Eynhen Conclusie, als den Jndependent Fiscaal R: O„ over hoon den E Achtb: Rade van Justitie, en in zonderheyd desselvs praesident de E Achtb: Heer Johannes Zaak Rhe„ „nius aangedaan, mitgaders over t queten van desselvs Zwager, den burger Johannes Paulus Eksteen, te raade zal worden tegens hem van der Poel te doen en te neemen daarop te antwoorden en voort te procedeeren als na regten. —

NL-HaNA_1.04.02_10988_0238 view scan ↗

English

232 The Council grants the defendant the requested copy in order to serve an Answer in 14 days. The Honorable R: O: Plaintiff produces a written Claim furnished with annexes. The Honourable Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden R: O: Plaintiff, against the citizen Captain Pieter van Breda, defendant, to the end of, on account of holding certain conversations with the soldiers of the Regiment of Wurtemberg stationed here in garrison, namely Johan Michael Kalmbacher, Jacob Krieger, and Joseph Schligter, seeing served a written Claim, to answer thereto, and further to proceed as according to law. The Citizen Bernhardus de Vaal, identifying himself by means of a general power of attorney granted to him by the defendant, requests in advance to be permitted to know who is the informer or accuser in this matter, adding that in the event the Colonel of Wurtemberg conducts himself as the accuser, the same may then be condemned to provide security for the costs that may fall due in this matter. The Honorable R: O: Plaintiff having replied thereto that His Honor by no means considers himself bound to declare himself on this request of the defendant qq., since His Honor in this matter, acting R: O: against the defendant, has grounded his Claim on such evidence as is legally required for that purpose. The defendant qq. thereupon requested leave to sue, to the end that—since the officer maintaining the rights of the sovereign authority is rarely condemned in the costs—the Colonel of Wurtemberg may thus be summoned before this court of justice, and that the Council may at the same time be pleased to grant him a copy of the documents submitted by the Honorable R: O: Plaintiff, 233 with annexes, in order to serve an Answer thereto fourteen days from today. The Council grants the defendant a copy and a day to serve an Answer, and dismisses the further request for the time being. underneath stood: From Cape of Good Hope, the day and year as above. lower: Present to me, was signed: W. J. van Rijneveld, Assistant Secretary. Thursday the 3rd of September 1789. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members; except for Mr. Maasdorp through indisposition. The respondent submits his written Answer furnished with annexes. The Citizen Bernhardus de Vaal as representative of the Captain of the Burgher Militia, the valiant Pieter van Breda, respondent, against the Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant, in order to see an Answer served to his submitted Claim. The Honorable R: O: Defendant requests a copy thereof in order to serve a Reply fourteen days from today. 234 The Council grants the Honorable Defendant the requested copy and a day to reply. The petitioner submits the following request. To the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and the further Honorable Members of the Council of Justice of this government. The Citizen Jacobus van Leeuwen as representative of the burgher Lieutenant, the valiant Jonas Albertus van der Poel, petitioner, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant, to hear requested an extension of time. Honorable Sirs, Shows with all dutiful respect to Your Honors, your very humble servant, the undersigned citizen Jacobus van Leeuwen. That he, the petitioner, was repeatedly requested to defend in court such criminal proceedings as the Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, was about to institute against the former Burgher Lieutenant, the valiant Jonas Albertus van der Poel. That he, the petitioner, hesitated to consent to the aforementioned request, in consideration of the unpleasantries which for the most part can flow as consequences from such proceedings, and in case of triumph might well rebound very sensitively onto the head of the defender, and not only this. But also so as not to expose himself, in case he should unexpectedly succumb, to the groundless slander and recriminations of others, he had excused himself therefrom. That it had appeared to the petitioner from the documents handed to him, and especially by extract from the criminal court rolls, dated 29 July last, that—although he would have very gladly seen himself excused from defending this dispute—by resolution of this Honorable Council the defense thereof was enjoined upon him. That the petitioner was never sworn in as an attorney, and he therefore trusts to be able and permitted to excuse himself on that ground. Yet to comply with the above-mentioned venerated resolution, he will then, in obedience to Your Honors, take the aforesaid defense upon himself, and contribute with regard thereto according to duty and conscience his best knowledge, with all fitting decency, all that can in any way serve for the decision of the case in question. Only with this, as the petitioner trusts, reasonable request that it may kindly please Your Honors, then also for his

Dutch transcription

232 De Raad accordeert den ged„e de verzogte Copia ten eynde over 14 dagen te dienen van Antwoord. de Heer R: O: Eiss:r produceert Voorm: E Achtb: Heer Jndependent eenen schriftelijken Eysch gemu„ Fiscaal Johan Nicolaas Steven nieert met bilaagen van Linden E: O: Eijrsr de Burger Bernhardus de vaal zig legitimeerende met eene op ende Jeegens door den ged„e op hem verleedene generaale procuratie, verzoek vooraf den burger Capitain Pieter van te moogen weeten, wie denuncicteur Breda, ged„t, ten eijnde weegens het of aanklaager in deeze zaak is! voeren van eenige gesprekken met met bijvoeging dat ingevalle de de soldaaten van het alhier guar„ Collonel van Wurtemberg zig als „nizoen houdend regiment van aanklaager gedraagd, denzelven wurtemberg in name Johan als dan moge worden gecondem„ Michael Kalmbacher, Jacob Krie„ „neerd Cautie te stellen voor de „ger en Joseph Schligter te zien in deezen te vallene korten. — dienen van schriftelijken Eysch de Heer E: O: Exps„r daar daarop te antwoorden en voorts op gerepliceerd hebbende, dat zijn te procedeeren als na regten. E Achtb: geenzint meend gehou„ „den te zijn, zig op dit verzoek van den gedk qq te declareeren. daar zijn E in deezen teegens den ged„t K: O: Ageerende): zynen Eysch op sodanige bewyzen gegrond heeft, als daar toe in regten Gerequireerd worden. Heeft de ged„e qq daarop verzogt veniam agende, ten eynde vermit den officier, het regt der hooge overheid waarneemende zeld„ „zaam in de kosten word gecondemneerd, overzulx den Collonel van wur„ „temberg voor deeze regtbank te doen dagvaarden, en dat den Raad aan hem gee„ te gelijk gelieve te verleenen Copie, der door den E: O: Eijps„r ingediende Stakker 233 met bijlagen stukken omme daarop heeden over veerthien dage te dienen van antwoord. De Raad verleend den ged: Copia en dag om te dienen van antwoord, en wist het ver„ „der versogte voor als nog van de hand: /:onderstond:/ Van Cabo de Goede Hoop die et anno Utsepra /:lager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ Van Rij„ „neveld. Adj: Secrep:s onderdag den 3 September 189 'S voordemiddags present de E Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius president, en alle de Leeden; dempto den Heere Maas„ „dorp bij indispositie de reg„t legd over zijn schrif„ „tuur van antwoord gemuneert De Burger (Bernhardus de vaal als gemagtigde van den Capitain der Burgerije de manh: Pieter van Breda de Heer E: O: Gereg„s verzoekt daarvan Copie ten einde heeden regt 234 van replicq. request heeden over veerthien dage te dienen. reg„t De Raad accordeert de Heer gereg de verzogte Copia en dag om te repliceeren. - de regt legd over het volgende De Burger Jacobus van Leeuwen als gemachtigde van den burger Lieutenand Aan den welEd: Achtb: de manhafte Jonas Albertus Heer Johannes Izaak Rhenius president van der Poel reg„t en de verdere E Achtb: Contra Rade van Justitie deezes gouvernement den Jndependent Fiscaal deeses Gouvernement de E achtb: Heer Johan Nicolaas WelEdele Achtb: Heer Steven van Lynden gereg„e omme te kooren verzoeken EE Heeren atterminatie van Termijn Geeft met allen pligtchul„ digen Eerbied te kennen uwer welEdele Achtb: zeer nederigen die„ naar den ondergetekenden burger Jacobus van Leeuwen. Hoe dat hij supp„t verscheydene maalen was verwijk Contra den Jndependent Fiscaal de E Achtb: Heer Johan Nico„ „laas Steven van Linden gereg„l omme op desselvs inge„ „diende Eisch te zien dienen van antwoord. omme 235 omme in regten te defendeeren zodanige Crimineele proceduures, als den Jndependent Fiscaal deezes gouvernement de E Achtb: Heer Johan„ Nicolaas Steven van Lijnden op ende Jeegens den oud Burger Lieu„ „tenant de manh: Jonas Albertus van der Poel stond te entamee„ ren. — dat hij supp„t dificulteerde in de voorschreeve aanzoek te consiteeren, uijt aanmerkinge der fleterisuures, welke meerendeels uyt zodanige proceduures, als gevolgen kunnen koomen te profluee„ „ren, en in Cas van Truimph wel eens zeer gevoelig op 't hoofd van den defensor 49 redundeeren, en dit niet alleen. Maar ook om ingeval hij onverhoopt mogte komen te succumbeeren, aan de ongegronde naspraak en recusatien van ander„ „ren, zig niet te exponeeren, hem daarvan hadde Geexcuseerd. Dat de supp„t bij de hem ter hand gestelde documenten, en wel specialijk bij Extract uyt de Crimineele regtstolle, sub dato 29 July Jongstl: was komen te blyken, dat hem /: hoewel hij zeer gaarne van het defendeeren deeser quertie zig had geexcuseerd gezien, bij besluit van deesen E Achtb. Rade de defendie derselver was geinjungeerd. Dat den supp„t als Procureur nooijt is beEedigt, hij derhalven vertrouwt zig desweegen op fundament van sulx te konnen en mogen Excuseeren. — dog om aan het bovengem: gevenereerde besluyt te voldoen zal hij dan ter obedientie Uwer welEdele Achtb: de voorsz: defencie prodec over zig neemen, en daaromtrent volgens pligt en Conscientie zijn beste kennisse, met alle gepaste decentie, alle het geene te Contribueeren. dat maar eenigzint ter deceusie der zaak in questie dienen kan. — alleen met dit /: zo den supp„t vertrouwd /: billijk versoek dat het uwelEdele achtb: goedgunstig mooge behage, hem dan ook ter zyner

NL-HaNA_1.04.02_10988_0242 view scan ↗

English

236 his discharge, against all claims and demands that might in any way flow from this matter, to graciously protect him against anyone who would wish or dare to attempt such. And since the petitioner, due to the brevity of the current term, has found himself unable to require the necessary proofs, furthermore to grant him an extension of the term until two weeks from today. And further to dispose in the matter in such manner as your Honorable Worships shall find to be in accordance with reason and equity. Underneath stood: Which doing, etc. Was signed: J: van Leeuwen, in his capacity. In the margin: Exhibited in Court on the 3rd of September 1789. Which having been read, the Honorable Required Ex Officio advanced thereupon that, as far as the requested extension was concerned, His Honorable Worship left such to the judgment of the Council, and concerning the further request, provided the petitioner in his capacity remains within the bounds of discretion before this Council and toward the one with whom he has to deal, he will also not find himself exposed to any unpleasantness. The Council grants the petitioner an extension until 14 days from today, and trusting that the petitioner in his capacity will not conduct the defense of his principal in any improper or indecent terms, accordingly accedes to what was further requested in his petition. Subsequently, there was submitted today the report of the merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the 237 the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, which, pursuant to the provisional apostille dated the 25th of June last, was required of the aforesaid Landdrost upon the petition presented on that day by the wife of the fugitive David Malan, David's son, together with his father, mother, brothers, and brothers-in-law; which report it was approved to circulate for reading among the respective members, together with the petition just mentioned. At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W.J. van Rijneveld, Acting Secretary. Underneath stood: Thursday with annexes Thursday, the 10th of September 1789. In the forenoon, Extraordinary meeting. Present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Gentlemen Ronnenkamp and Maasdorp, the first-mentioned due to business and the last-mentioned due to indisposition. The Independent Fiscal of this The Honorable Ex Officio Prosecutor submits Government, the Honorable a written claim accompanied Johan Nicolaas Steven van The Defendant and Accused says thereupon Lijden, Ex Officio Prosecutor in Criminal Cases, that he requests a merciful punishment. on the one part, upon and against the burgher Barend Myer, Defendant and Accused in the aforesaid case, on the other part. The Council keeps this matter under advisement for circular reading. From the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W.J. van Rijneveld, Acting Secretary. Underneath stood: Today Today, the 16th of September 1789. Before the undersigned, by order of the Honorable President, it having been communicated upon inquiry to the respective Members of the Council that the Gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Myer, as commissioners of the month, had brought to the knowledge of His Honorable Worship that when the Honorable Independent Fiscal had yesterday called a commission in order to have re-examined the depositions given by the soldiers of the Regiment of Württemberg, Johan Michael Kalmbacher and Joseph Schligter, in the trial of the Captain of the burgher Invalids here, Pieter van Breda, and exhibited in Court by the said Honorable Independent Fiscal together with a written claim on the 20th of August last, and this in order thereby, however much the said depositions are consonant in the essential matter of the case, nevertheless to clear away a certain contradiction which is found in the same: namely, that Kalmbacher stated in his depositions that the aforesaid Breda 240 Breda was alleged to have said that he had heard that the prisoners of Württemberg would run the gauntlet; whereas Schligter, nevertheless, declared in that regard that he and Kalmbacher, upon the question of Breda as to how matters stood with the prisoners of Württemberg, were alleged to have answered: they will perhaps have to run the gauntlet; Their Honors, however, on the grounds that the depositions had already been exhibited in Court, and the same therefore according to local custom by order of the Council, after the parties shall have renounced further productions, ought to be re-examined and sworn to, had raised an objection against proceeding to the re-examination of those depositions without the prior knowledge or preliminary advice of the said Honorable President: so, upon the proposition made by me, the undersigned, in the name of the often-mentioned Honorable President, to the Gentlemen Members of the Council, whether, since by the re-examination of those depositions no grievance or prejudice is inflicted upon the party in whose presence such takes place, Their Honors could not agree with His Honorable Worship to grant qualification to the Gentlemen Commissioners for the re-examination of the aforesaid depositions, 241 the majority of the respective Members conformed to this proposal; so that the Gentlemen Commissioners were then also duly authorized thereto by extract hereof. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Was signed: W: J: Van Rijneveld, Acting Secretary. Thursday, the 17th of September 1789. In the forenoon, present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except the Gentlemen Maasdorp, van Echten, and de Wet, the first-mentioned due to indisposition and both the latter due to business. The Independent Fiscal The Honorable Ex Officio Prosecutor having of this Government, the Honorable served his reply, accompanied Johan Nicolaas Steven by an annex, van Lijden, the Prosecutor, the burgher against Burkhardus de Vaal, as attorney the Valiant Burgher of the Defendant, requested a copy thereof, Captain to Pieter

Dutch transcription

236 ziner decharge, tegens alle op en aanspraak, welke maar eenigsint Uijt deeze zaak zoude kunnen of moogen proflueeren, tegens een ieder die sulx zoude willen ofte moogen attenteeren gratreuselijk te protogeeren. En vermits den supp„t wegens de kortheid van het loopend termijn zig buyten staat gesteld heeft gezien, de nodige bewyzen te requireeren, hem daaren boven te verleenen atterminatie van Termijn tot heeden over twee weeken. — Ende voort op het een en ander zodanig te disponeeren als uwelEd: achtb: na reeden en billykheyd zullen vinden te behooren. /:onderstond:/ 'T welk doende. &:a /: was. geteekend:/ J: van Leeuwen qq /:in margine:/ Exhibitum in Judicie den 3 september 1789. Het welk geleezen zynde, advanceerde den Heer E: O: Gere„ „quireerde daarop, dat wat betrof de verzogte atterminatie zijn E: Achtb„ sulx aan 's raads oordeel overliet, en betrekkelijk het verdere verzogte, den 99 Ee: ingevalle hij maar blyft in de termen van discretie voor deezen raade en de geene met wien hij te doen heeft, zig als dan ook aan geene onaan„ genaam heeden kan geexponeerd zien. — De Raad verleend den reg„t atterminatie ƒ tot heeden over 14 dagen, en vertrouwende dat den 99 requirant de defensie van zijn p„r in geen onbehoorlyke of indecente termen doen zal, Condescendeert overzulx in het verder bij zijn requeste verzogte. Vervolgens is op heeden ingediend het bericht van den koopman en Landdroot der Colonien Stellenbosch en drakenstein de ƒ 237 de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman het welke ingevolge, de provisioneele appostille in dato 25 Junij Jongstt gevallen, op het te dien dage door de Huijsvrouw van den voortvlugtenden David Malan dairdz; beneevens desselvs vader Moeder Swroeders en Zwagers gepresenteerd request van voorsz: Landdrost is gevordert; welk bericht goedgevonden is, nevens het even aange„ „haalde request bij de resp:e Leeden te doen rondleezen. Aan Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /:lager: C atij present /: was geteekend:/ WJ van Rineveld. Aog: Secret. s /:onderstond./ Donderdag met bylaagen onderdag den 10 september 1789 S voordemiddags Extra ordinaire vergadering present de E Achtb: Heer Johannes Paak Rhenius praesident en alle de Leeden, demptis de Heeren Ronnenkamp en Maasdorp, de eerstgem: bij Occupatie en laatstgem: bij indispositie De Jndependent Fiscaal deezes de Heer E: O: Eyss:r legd over een schriftelyken lysh gemunieert gouvernements, de E Achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van de ged: en ged„e zegd daarop Synden R: O: Eyss.:s in Cas Crimi„ een genadige straf te versoeken „heel ter eenre. op ende Jeegens Den burger Barend Myer Ged: en Ged„e in voorschreeve Cas ter andere zijde. — De Raad houd deeze zaak ter Rond„ „leezing in advijs. - Van Cabo de goede Hoop die et anno Utsupra /. lager:/ Mij present /: was geteekend:/ WJ van Rinieveld Noq: Secret /:onderstond:/ Huijden Huijden den 16 september 1789 Voor de ondergeteekende ter ordre van den E achtbaren Heer praesident bij omvraag aan de respective Leeden des Raads gecommuni„ „ceerd zynde dat de Heeren Rijno Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Myer als gecommitteerdens van de maand, aan zin E achtb: hadden ter kennisse gebracht, dat wanneer den E Achtb: Heer Jndependent fiscaal op gisteren had doen beleggen eene Commissie, ten eynde de verklaringen door de soldaaten van het regiment van wur„ „temberg Johan michael kalmbaeker en Joseph Schligter, in het proces van den Capitain der burger Jnvalides alhier Pieter van Breda verleeden, en door welgemelde Heere Jndependent Fiscaal, neevens een schrif„ „telijken Eysch op den 207 August Jongstleeden in Judicie geexhibeerd, te doen recolleeren, ende zulx om door dien weg hoe zeer gem: verklaaringen, in 't Eosentieele der zaak Consonant zijn, egter nog zeekere Contrariteit welke in dezelve gevonden word, Uyt den weg te ruymen: als hebbende kalmbaeher in zijne depositien opgegeeven, dat voorsz: Bwrede 240 Breda zoude hebben gezegd, gehoord te hebben, dat de arrestanten van wurtem„ „burg zouden spitgarden loopen; Terwijl Schligter, nogtans diesweegens heeft gede„ „clareerd, dat Hij en kalmbacker op de vrage van Breda, hoe het met de arrestan„ „ten van wartemberg gesteld was; zouden hebben geantwoord: zij zullen mogelijk „ Cassen of spibroeden loopen moeten: Hun VE E egter, uyt hoofde dat de verklaringen reeds in Judicie waaren geexhibeerd, en dezelve dus ook volgens de uesantie alhier ter ordre des Raads, nadat partijen van verdere productien zullen hebben geremin„ „tieerd, zouden behooren gerecolleerd en Beeedigt te worden, zwarigheijd hadden gemaakt, om zonder voorkennis of preaabel advijs van welgem: E achtb: Heer Praesident tot het recol„ „leeren dier verklaringen over te gaan: zo heeft, op de door mij ondergeteekende uyt naam van meergedagte E: Achtb: Heer Praesi„ „dent, aan de Heeren Leeden de Raads ge„ „daane propositie, of nadien door 't recolleeren dier verklaringen aan partij, ten wiens overstaan sulx geschied, geen Grief of nadeel word toegebracht: Hun EE niet met zijn E Acttb: zoude kunnen goedvinden, Heeren gecommitteerdens tot 't recolleeren der voorsz: van 241 Verklaringen qualificatie te verleenen de meerderheid der resp Leeden zich met dit voorstel geconformeerd; invoegen Heeren Ge- =Committ dan ook bij extract dezes daar toe na behoren zyn geauthoriseerd geworden. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno uts: /lager:/ mij praesent /:was getekend:/ W: J: Van Rijneveld Aog. Secret.s Donderdag den 17:' 7ber 1789. s voordemiddag praesent de E: Adtb. Heer Johan„ nes Isaak Rhenius President en alle de Leeden Aemptis de Heeren Maasdorp, van Ecten en de Wet, de eerstgem: bij indispositie en de beiden laatsten bij occupatie De Independent Fiscaal de Heer R. O. Eisscher ge= dezes Gouvernements de E Acttb. =diend hebbende van replicy ge= Heer Johan Nicolaas Steven „munieerd met een bylaag van zijn den reqt. Verzocht den Burger Berkhardus de Vaal als gemagtig. =de van den Ged:e daar van Coria Contra Capitein de Manh: Burger ten Pieter

NL-HaNA_1.04.02_10988_0248 view scan ↗

English

annexes, to the end that, after reading the same and deeming it necessary, he may file a rejoinder fourteen days from today, or else renounce it. The burgher Jacobus van Leeuwen submits his written statement of response, fortified with parts thereof, of which the Honorable Officer requests a copy in order to serve a reply fourteen days from today. The Council grants the summoned Officer the requested copy and the day to reply. The messenger, entering, reports that the first and last defendants have not appeared. Against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, summoned Officer, in order to see served an answer to his submitted claim. The burgher Jacobus van Leeuwen as attorney of the burgher Lieutenant Mart. Imas Albertus van der Poel, plaintiff. The Council: fiat. Pieter van Breda, defendant, to see a reply served to his submitted answer. 248 The Honorable Officer requests, on account of the non-appearance of the aforementioned two defendants, a default against them, and for the benefit thereof, since they, the defendants, as well as the appearing Carel Hendrik Martheze, persistently refuse, notwithstanding the repeated warnings of the court messenger, to pay the aforementioned fines for not keeping the streets clean, that execution may be decreed against him. Against the burgher Hendrik Pulke, Carel Hendrik Martheze residing here, and the free maid Elsje van de Caab, defendants, to the end that, in view of the non-payment of the fines for which they were fined for not keeping the streets clean in front of their respective houses pursuant to the General Placard by the Commissioners from the Honorable Council of Justice, they may see execution decreed. The defendant Carel Hendrik Martheze submits thereupon for his excuse that he would by no means have been disinclined, if he were convinced that the dirtiness of the street, for which he was fined an amount of 8 rixdollars, was caused by his doing or even by his negligence, but that he himself had spent much on putting in order and keeping clean the said street, without him having been able until now to keep the same tidy and clean, considering that not only the frequent traffic of wagons certainly contributes thereto, but also most of the muck and filth comes from the side of the Spinnery, besides that the street on that side is still paved very high, such that the water continually runs down before the side of the house of the defendant and remains standing there in the street; requesting, therefore, to remain excused from paying the fine. Johan Nicolaas Steven van Lynden, Officer, Plaintiff. 244. The Honorable Officer Plaintiff advances thereupon that since the defendant was fined by the Commissioners who have inspected the street, in accordance with the letter of the Placard, no exception therefore remains, persisting therefore in his claim. The Council grants default with respect to the defendants Hendrik Pulkens and Elsje van de Caab, with the benefit thereof, and decrees the execution, condemning the defendants in the costs. After which, by the Adjunct Mr. Jan Andreas Truter, serving in office for the affairs of the Merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, was served with the following petition, provided with a surgical certificate and inquest report of commissioned Heemraden. 245. To the Right Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Gentlemen Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Respectfully shows the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman: That on Monday the 3rd of the recently past month of August, just after the conclusion of the Orphan Chamber meeting at Stellenbosch, it was brought to the knowledge of the Petitioner by the burgher Jan Ensel residing at Drakenstein, that he, Ensel, had himself given some blows with a four-horse whip to his slave September, who had been deserted for some time and was brought home the Saturday prior thereto, on account of his desertion, and that the same out of spite was said to have drunk water, and had died thereof the day thereafter, or on Sunday. That the Petitioner, since in the afternoon he was still occupied with several service matters, 246 commissioned two Heemraden there at Drakenstein, together with the Colony Surgeon Cornelis Ernestus Pistig, to go and inspect the body of the above-mentioned slave, and on the 13th thereafter received from them an inquest report, as well as a surgical certificate annexed hereto, and from which it appeared to the Petitioner that the drinking of cold water by said slave September did not bring about his death, and that the mistreatment of said slave, as the surgeon calls it in his certificate, can nevertheless not well be considered by him, the Petitioner, to have been moderate, since besides the blows inflicted on the ordinary place, from the wounds found on that body, of which one on the head penetrated to the cranium and the other was inflicted above the left ear, and moreover a severe contusion filled with coagulated blood, much rather proves the contrary. That the Petitioner, having applied all effort to gather further information concerning the nature and manner in which the aforesaid Ensel punished his slave, and those wounds on

Dutch transcription

2 /2: bylagen ten einde na let tuze van de zelve des nodig oordeelende, hee¬ =den over 14 dagen te dupliceeren, dan wel te renuntieeren de burger Jacobus van Leeuwen leijd overszijn Schriftuur van antwond gesterkt met stelks Waarvan de Heer R:O: Geregt: verzoekt Copia, om heeden over 14 dagen te dienen van replicq Raad verleend den R. O. gerequir reerde de verzogte Copia en dag om te repli- ceeren de Boode binnen treedende, van Meergemelde E Actb. Heer porteerd dat de eerste en Jndependant Fiscoal laatste Ged: met zijn ge- compareerd Contra den Independent Fiscaal dese Gouvernements de E Actb Heer Johan Nicolaas Steven van Lynden E: O. Gereg: omme op deszelfs ingediende Eesch te zien dien en van antwoord D Burger Jacobus van Leeuwen als Gemagtigde van den Burger Lieutenant de Mart: Imas Albertus van der Poel reqt. De Raad fiat Pieter van Breda gereg omme op deszelfs ingeleverd antwoord te zien dienen van replicq Johan 248 de Heer R. O: hijf versoekt wee gens de aan Comparitie der voorz. 2 Ged: default, en dat voor Contra het profijt van dien, dewijl zij den Burger Hendrik Tulke, den ged: zoo wel als den Gecompareer= Alhier renoreerende Carel Hendrik „den Carel Hendrik Martheze Marthele en de vrye meid bij Continuatie inwillig blyven om en aangesien de herhaulde aammorin - Elsje van de Caat, ged:e ten einde aangesien de wanbetaa- „gen van den Gerechtsbode de ne- =vens gem. Boetens over het niet =ling der boetens, waar over zy schoon houden der straaten te in het niet schoon houden der voldoen, jegens hem parte Execu¬ tracten voor hunne respective tie moge worden gedecaneerd huizen ingevolge het generaal De Ged Carel Hendrik Placaat don Heeren G Committ. Martheze Leyd daarop ter zijn uit den E. achtb: Raad van Jus. =ner verontschuldiginge dat hij geen. tie zyn bekeurd geworden, Execu= sints ingenegen zoude zim geweest zoo hij overtuigd ware dat de wonigheid derstract om welke hij in een boete die te zien decerneeren van 8 rd is bekeurd geworden door zijn toedoen of zelfs door zyne regli¬ „gentie veroorzaakt waze, maar dat hij zelve tot het in ordre bren= gen en schoon houden der gem: straat veel hadde bekostigd zonder dat zij tot nog toe was in staat geweest dezelve zinde= lijk en schoon te houden, gemerkt niet alleen het menigvuldig gerij van wagens daartoe wel Contribueerd, maar zelf ook de meeste morssigheid en vuilnis van de zijde Spinerij behalven dat de straat aan dien kant nog zeer hoog is ongemetseld, zodanig dat het water geduarig voor den kant van het huis van den hed afloopt en aldaar in de straat staan blijft, verzoe „kende, derhalven van het betalen der boete geexcuseerd te blijven. Johan Nicolaas Steven van Zynden R:O: Eissr de 3 244. de Heer R: O: Eiss. r advanceerd daar op, dat daarde ged door Heer ren Gecommitt:s dewelke tot des drouwing der straat en hebben gereceerd, ingevolgen den letter van het Placaat is bekeurd, als Han dus geene exceptie overblijft: Porsisteerende overzulks bij zijnen Eisch De Raad verleend ten opsigte der gede Hendrik Pulkens en Elsje aan de Caab de =fault, met den profijte van dien en deferneerd Condemneerende de ged. in de kosten. de executie, Ris Cool Waarna door den adjunct Mr. Jan Andreas Pruter als in officie de Zaaken van den Koopman en Landdrost der Colinien Stellenbosch en Doukersteen de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman waarneemende, vierd geviend van het volgende vertoog gemunieerd met een Chirurgicaal Certificaat en Rouw acte van gec:ommit teerde Heemreden Van 245. Aan den Weled: achtb: Heere Johanna Isaak Rhenius praesident, benevens de verdere Heeren Leeden van den Eedelen 5 acttb Raade van Custatie deezes Gouvernements Vertoond met verschuldigde Eerbied den Landdrost van Stellenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Bletterman: Dat op maandag den 3 der jongst gepas- seerde waand Augustus even na het aflopen der Weeszraads vergaderinge te Stellenbroch door den aan doakenstein wonende burger Jan Ensel ter kennisse van den Vertomder zijnde gebragt, dat hij Ensel zyn slaaf September dewelke eenige tyd gedesorteerd geweest en zaturdag daar bevorens te huis gebragt zijnde, wegens zyne desertie zelve met een Vier paarden zweep eenige slagen had gegeven denzelven uit kwaadaartigheid water gedronken zou, hebben, en daar van daags daar aan of op Zondag was komen te sterven dat den Vertoonder vermits des nademid= dags zig nog met verscheiden dient zaken gevccupeerd 246 geoccupeerd bevond, twee Heemraden aldaar aan Drakonstein hebben de gecommitteerd, om nevens den Colo nies Chirurgijn Cornelis Ernestus Pintig, het Lyk van bovengem: Slaaf te gaan schouwen, op den 13 daar aan van dezelve heeft ontfangen eenes vrouw acte mitsgd. Chirurgiale Certificaat deeser geennexeerd, en waaruit den Vertomer voorkekomen is, het drinkan van koud weten door gem Slaaf September des- zelfs dood te hebben te weege gebragt, de mishen„ deling aan gem sloup /:Zoo als den Chorurgin bij zyn Certificaat zulks noemd, echten bij hem vertoonder niet wel kan geconsidereerd, worden dometiey te zyn geweest alzoo behalven de op de ordinaire plaats toegebragte slagen, uit de bij de aay dat lyk bevindene worden, wiar van een op't hoofd, doorgaande tot op de kerssenpan ende andere boven het linker overtoegebragt, bovendien nog een sterke Contusce gevuld met gevonnen bloed, veel eer het teegendeel Consteerd. Dat den Vertoonder Leederd alle moeyte hebbende aangevend, om nadere informatien in te winnen, omtrent de aan t en wijze hoedanig venz: Enzel Jan Slaaf zal hebben gestraft, en die wonden aan

NL-HaNA_1.04.02_10988_0253 view scan ↗

English

were inflicted upon the same, and on the grounds of the aforesaid inquest report and surgical certificate thereby finds himself in uncertainty whether the wounds found in such manner on the corpse provide sufficient grounds to proceed against the said Ensel ordinary mode towards a public correction and fine, or whether the aforesaid Ensel may not legally be called to account regarding the maltreatment committed by him against his slave September, and finding himself thereby under the necessity of having to make the necessary overtures to Your Honorable Worships concerning all of this, in order on the one hand to take care that crimes are not committed with impunity and on the other hand that the innocent may not be punished, at least that no heavier punishment be imposed than the circumstances of the case require. Wherefore the Remonstrant takes the liberty to address himself to Your Honorable Worships, requesting with the requisite respect that Your Honorable Worships may be pleased to declare whether the Remonstrant, in case of committed maltreatment and the wounds inflicted upon the frequently mentioned slave September, is competent against his master the abovementioned Jan Ensel, or whether he ought to be and remain released from all prosecution in law. Underneath was written: Which doing & Was signed: M. L. Bletterman In the margin: Exhibited in Court on 18 September 1789. From the reading of all of which it having appeared that, since of the wounds found on the corpse, one on the head penetrated down to the meninges, and the other was inflicted above the left eye, the chastisement used upon the slave September can therefore not be considered to fall within the terms of the aforesaid Ensel to be released from all prosecution in law, besides which it was also the duty of him, Ensel, as soon as his chastisement, although domestic, was nonetheless of such a nature that his slave's health could be harmed by the drinking of water, to have taken proper care thereof. Thus on the aforesaid remonstrance the following order was granted. The Council enjoins the Officer Remonstrant to proceed against the burgher Jan Ensel according to the findings of the case. Underneath was written: Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: in my presence. Was signed: W. J. v. Kijnerelo Assistant Secretary. Thursday 1 October 1789. In the forenoon, present all the members except the Honorable Presiding Officer Johannes Isaak Rhenius due to other business, and Messrs. Rinnenkamp and Maasdorp, the former also due to other business and the latter due to indisposition. The Honorable Officer Plaintiff submits a written replication. The Burgher Jacobus van Leeuwen as authorized agent of the defendant requests a copy thereof in order to serve with a rejoinder two weeks from today. The Council: copy granted and day appointed to rejoin. The Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, plaintiff, against the former Burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, defendant, to see a replication served upon his submitted answer. The Burgher Bernhardus de Vaal as general agent of the Captain of the Burgher Militia, the Honorable Pieter van Breda, plaintiff, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant, to see a rejoinder served upon his submitted replication. The plaintiff in his capacity submits his rejoinder, furnished with annexes. The Honorable Officer Defendant requests a copy thereof for consideration in order, if deemed fit, to file objections two weeks from today or else to renounce them. The Council grants this. The roll having thus far been completed, it was made known to the Council by the abovementioned Independent Fiscal that on last Monday the 28th of the past month of September a certain Hottentot had come to lodge a complaint with His Honor, that his master, the burgher Hermanus Pietersen, had maltreated him and secured him with a drag-chain; but through the intercession of his son had released him again, on condition that he should serve that son for his whole life; to which His Honor had given as answer to the said Hottentot that he did not need to return to his master; that on the following day after the midday meal, His Honor having let someone out, he had on that occasion found the same Hottentot on the stoop again; that upon His Honor asking him what he had to say, the aforesaid Hottentot had answered him in substance: I am waiting, my master is coming with the wagon; whereupon His Honor had gone inside again; that when His Honor was upstairs in the upper house that same afternoon around three o'clock, and hearing a noise below from there in the house, His Honor had thereupon gone downstairs and proceeded to the kitchen, where that noise actually took place. That His Honor, arriving there, had seen two persons armed with sticks together with two Hottentots or slaves, who were busy dragging the abovementioned Hottentot along with a rope around his waist and in this manner dragging the said person outside with violence; that His Honor had thereupon asked what this commotion meant! and having received as an answer from the one that it was his boy and that he had to go along, His Honor had then repeatedly told those persons that he would have no violence in his house, ordering them to let the boy go; but that, far from obeying this, and notwithstanding His Honor had explicitly asked them whether they knew where they were and that they were with an officer

Dutch transcription

24 p aan denzelven zyn toegebagt, en op gror- den van de voorsz: Schouw acte en Chirurgi= cale Certificaat daar door in het onzeekere zig gesteld vind, of wel dezelven in diervoegen aan het Lyk bevondene worden gewegzaame gron= den opleveren, om uit hoofde van dien tegens gen. Entel ordinaris mods, tot een publicque Correctie en mulite te kunnen procedeeren, dan wel of vorsz Enzel ter zaake der door hem gepleeg- „ de mishandeling aan zyn Staif September met na regten vermag aangesproken te worden, zich mets dien in de noodzakelijkheid komt te bevinden aan UwelEd: reehh: van dit een en ander te moe= =ten geven de nodige ouverteres ten einde aan de eene kant zorge te dragen dat de mis daden niet in= gestraft worden begaan en dat aan den andere kant de onschuldige niet worde gestraft, ten minste gee= F ne zwaardere straffe worde opgelegt als de om= standigheden der zaake komen te vereisschen . Waaromme de Vertoonder de Vryheid neemt zich te keeren tot uwelEd: achtb: met vereischte Eerbied verzoekende, dat uwel Edele Achtb. de goedheid gelieven te hebben omme te de Clan- =reeren of den vertoonder in Cas van ge- pleegde mishandeling en daar voor toegekocht 248. toegebragte worde aan meergem: Slaef September bevoegd zij tegens zyne Lijfheer bovengem: Jan Ensel van alle aanspraak in regten behoord te zijn en blijven be¬ vrijd. /:onderstond :/ 'T welk doende & /:was geteekend:/ M: L. Bletterman p in margine:/ Exhibitum in Judicio den 18 Sep= tember 1789. lit de lecture van welk een en an„ „der gebleeken zynde, dat, daar van de aan — hetlyk bevondene norden, een op het hoofd doorgaande tot op de HersJenpen, en de andere boven het linker oog is toegebragt, de aan ders laaf September gebezigde kastyding, dus niet kan worden geconsidereerd te vallen in de Termen omgedagte lutel van alle aan- spaack in Reetten te bevryden, behalven dat het ook nog de plicht van hen Ensel ge¬ =weest is, en zoo dra zyne kaslyding schoon domestieg egtervan dien aard was, dat zyns laeff door het drinken van weter, in zyn gesondheid zoude kunnen worden gekrenkt, daar voorbehoorlyk zirze te moeten dragen Zoo 24.9 de Zoo is overzulks op het voorschreven ver„ toog het volgende appoinctement verleend. - A DeRaad injungeerd den R:O: Vertoonder om na bevinding van Zaaken Jegens den Burer Jan Ensel te procedeeren. — - /:onderstond:/ Cabo de Goede Hoop, die it anno Aan utsupra /lager:/ my praesent /:was geteekend:/ W: Jv: Kijnerelo Nog: Secret. s onderdag den 1 Octb:r 1789. 's Voordemiddags praesent alle de Leeden demp„ tis de E: Acttb: Heer president Joh annes Isaak Rhenius bij oieupetie ende Heeren Rinnenkamp en Maasdorp de Eerstgem: meede bij occupatie en de laatste bij indis= positie De Heer R. O. lisfr. legt over een Schrifteur van Replicq de Burger Jacobus van Leeuwen als Gemagtigde van den Ged verzoekt daar van Coria ten eindeheeden over twee weeken te dienen van duplicg De Raad fiat Coria en Dag in te dupliceeren D Burger Bernhardis de de qq regt legt over zijn duplicen Vaal al Gener: Gemagtigde gemuinieerd met bylagen van den Capitein der Burgery De Heer RO: Gereg: versoekt de manh: Pieter van Bee= daarvan Corice tot speculatie da regt. Contra ten eindeheeden over twee weken den independent Fiscaal der des goedvindende te reprocheeren = Zes Gouvernements de E. actb, Heer dan wel te renuntieeren Johan Nicolaas Steven van Lynden Geregt: omme op desselfs ingeleverd replicq te zien dienen van duplicq Contra den oud Burger Lieutenant Imas albertus van der Poel gereqt. omme or desselfs ingeleverd antwoord te zien dienen van replicq De E: acttb: Heer Indepan dent fiscaal Johan Nicolaas Steven van Zijnden regt 250 251 Raad fiat De Rolle dus verre zynde afgelo= „pen, werd door opgem: Heer independant Fiscaal den Raade te kennen gegigen dat op Caatsl: maandag den 28e der Jongst. verl: maand maptender zeekere Hottentot bij zijn E. achtb: zynde komen klagtig vollen dat Zijnbaas den Burger Hermanus Pietersen hem mishandeld, en met een zemketting vastgemaakt F had; doct door voorspraek van deszelfs zoon ende weederlos gelaten, onder voorwaarde dat hij dien zoon zyn leeren lang moest dienen zijn E. acttb: gem: Hothentot daar op ten ontwoord had gegeven, dat hij niet nodig hed weder na zijn baas te rug te keeren; dat zyn E. acttb: svolgende daags nan het middagmaal ijmand uitgelaten hebbende, bij die gelegenheid de= zelve wottentot wederop de stoep gevonden hed: dat door hun E. achtb: aan denzelven gevraagd zijnde, wat hij te zeggen had ? voorschreven stosten tot daarop in substantie had geant= =woord; ik Wagt, myn baas komt met de wagen E 252. wagen; zulks zijn E: achtb: weder na binnen gegaan was: dat wanneer zijn E: achtb: zich die zelve namiddag arda drie uuren op het bovenhuis beriid, en van daar onder in het huis gerugt hoorende; zijn E. achtb: diarop was na beneeden gegaan, en zich naar de keuken alwaar dat gerucht eigentlijk plaats had, had begeren. Dat zyn E. achtb: aldaar komende gezien had, twee Personen met stokken gewopend benevens twee hottentokten of slaven, dewelke bezig waren, den hier boven vermelde wotten tot met een Touw om het Lijt voort te trekken en zoo doende met gemeld na buiten te slepen: — Dat zijn E: actt: hier op genoegd had met dit leven beduidde! en van den eenen ten antwoord be= „komen hebbende, dat het zyn Jongen was en dat hij meede moest zin E. actb: die Personen als toen herhaaldelyk gezegd had, geen geweld in zijn huis te willen hebben, hun ordonee= rende, den Jonge los te leten: dan dat, wel verre van hier aan te obedieeren, en niet tee= genstaande sijn E: achtb. Hin wel uitdruk¬ kelijk had afgevraegd of zij wel wisten waar zij waren en dat zij zich bij een officier

NL-HaNA_1.04.02_10988_0259 view scan ↗

English

253 found by the Officer of Justice, the same persons nevertheless had continued in their brutalities without answering, wherefore His Honourable Worship had thereupon sent someone to call a guard, after which one of the aforementioned persons had added to His Honourable Worship in an insolent tone, with his head covered, that the servant knew where he wanted him to be and that they would bring him to the Main Guard, while His Honourable Worship, repeatedly inquiring after the reason, received as an answer from one of them: that I will tell you later; and that subsequently, the guard having arrived at the house, His Honourable Worship had caused those two persons, who were later found to be the burgher Hermanus Pietersen and his son Pietersen, to be arrested and brought to the main guard in the Castle. That His Honourable Worship, seeing himself therefore compelled to initiate the appropriate proceedings in a criminal case against the same Hermanus and Pietersen on account of this far-reaching public violence committed in the house of an Officer of Justice against a free person who had already placed himself under the protection of that officer on account of the violation of his freedom and mistreatment suffered, therefore requested a decree by virtue of which His Honourable Worship would be qualified to cause the aforementioned Hermanus and Pietersen to be apprehended. 254 Whereupon, after deliberation and taking into consideration what merited reflection in this matter, the Council has by a majority of votes granted the requested apprehension of the aforementioned Hermanus and Pietersen to the Honourable Prosecutor. The gentlemen van der Riet and de Wet, however, who were of the opinion that the Honourable Prosecutor ought to be instructed to obtain the necessary evidence regarding this case and to produce it in the Council, caused their vote to be recorded. Subsequently, the Honourable Worshipful Independent Fiscal further brought to the notice of the Council that the burgher Tobias 255 Tobias Mijnhard had been sent here in custody by the Landdrost of the colony of Graaffe Reinet in order to be put on trial for manslaughter committed against the substitute of that colony, Adolph Jurgense, without the said Landdrost having also ensured that even the slightest inquiries taken against or concerning the case of the said Mijnhard were transmitted, either to His Honourable Worship or to the member of this Council, Mr. Ryno Johannes van der Riet, who still ex officio attends to the affairs of the said Landdrost here; with the result that, one being presently unable to proceed with the trial of the said Mijnhard, a considerable grievance and hardship is already being inflicted upon him through an unnecessarily prolonged detention: Thus it has been resolved, upon the proposition of the said Honourable Worshipful Independent Fiscal, on the grounds that such conduct runs entirely contrary to the clear orders that have been established in that regard concerning the method of proceeding in criminal cases, to make known to him, the Landdrost, via a letter the Council's utmost surprise at this and to order him not only to send hither with the utmost dispatch all such inquiries as have been taken concerning 256 the case of the aforementioned Mijnhard, but also in future to take proper care that, when sending prisoners, the documents obtained against them are always brought hither immediately. Lastly, a letter from the burgher Louis Kotze the elder was read in Council, containing complaints against the Landdrost of the colony of Graaffe Reinet concerning abusive language uttered by the said Landdrost; and a request to be protected on account of mistreatment inflicted upon him, Kotze, by the same Landdrost: But whereas it is not fitting for Kotze, who on account of the aforementioned case with the Landdrost of the colony of Graaffe Reinet is already involved before this Court, to address the Council by means of a letter, it was therefore resolved to pay no heed to the same letter, the said Kotze being permitted to submit his grievances or requests properly to the Council by means of a petition, at which time the necessary regard shall then be given thereto. And 25 verso And on this occasion, upon the notice given by the Honourable Worshipful Independent Fiscal that in the trial that was initiated by the interim Fiscal at the time, the Honourable Gabriel Exter, upon and against the said Louis Cotze, and which is presently to be pursued by His Honourable Worship, there are still lacking some depositions of country people who, living in the district of Graaffe Reinet, cannot well come hither because of the remote distance of their farms, it was resolved to write to the said Landdrost to have all such depositions that still relate to the case of the aforementioned Kotze taken at his residency and transmitted to the aforementioned Honourable Worshipful Independent Fiscal. underneath was written: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. lower: In my presence, was signed: W: C: van Ryneveld, Deputy Secretary. Thursday the 8th of October 1789. In the afternoon, Extraordinary Meeting. Present: the Honourable Worshipful Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. This Meeting having been expressly convened by the Honourable Worshipful President to pass sentence in some read trial documents; there was on that occasion first served by the Honourable Worshipful Independent Fiscal the following representation, accompanied by four annexures: To the Right Honourable Worshipful President and Members of the Council of Justice of the Castle of Good Hope Presents with due respect the Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lynden. 258

Dutch transcription

253 Officier der Justitie bevonden ? dezelve persoo= nen evenwel zonder te antwoorden in hunne brutaliteiten waren voortgegaan, zulks zijn E: Acttb: daarop ymand had gezonden om een wagt te roepen, waar na nog een der wasz personen zijn E. achtb: op een stoutmoedige toon„ met gedekte hoofde had toegevoegd, dat de since wee moest waar hij hem hebben wilde en dat zij hem na de Prink zoude brengen Terwijl zijn E: Actb: verhaldelijk na de reede magende van een ten antwoord bekwim: dat zal ik je naderhand wel zeggen; en dat ver= volgens de wagt aan het huis gekomen zijnde, zyn E: achtb: die twee Personen dewelken na- derhand bevinden waren te weten den Bier- x ger Hermanus Pietersen en Zyn Zom Pietersen had doen arresteeren en naar de hoofd wagt in het Casteel brengen. - Dat zijn E: achtb: zich overzulk genoode zaakt ziende, omterzaake van dit verre„ e gaande publieq geweld gepleegd, in het huis van een officier der Justitie aan een vrije persoon die zier reeds wegens scheuding van 8 zyne vryheid en geleeden mishandeling onder de beschemming van dien officier he begeren. tegens dezelve Hermanus en Pietersen de gepaste procedure in Cas Crimiheel te moeten 254: moeten entameeren, derhalve verzogt de direct uit kragte van het welke zyn E. agtb: wierde gequalificeerd, om voorsz: Herma= Pieteren te doen ap= =mes en =prehenders. Waar over gedelibreerd en in overwee- ging genomen zijnde het gunt ten dezen Eeflectie menteerde, heeft de Raad bij weerderheid van stemmen de verzogte apprehensie P ten op coum: Hermanus en =tersen aan den R: O: Vertoonder geaccordeerd. Hebbende egter de Heeren van der Riet en de wet dewelke van winie waren, dat den R:O: vert: zoude dienen te worden geinsun= „geerd, om wegens deze zaak de noodige benij= =zen in te winnen en in rande te produceeren; hun Octo doen aanteekenen. — Vervolgens door op gem: E. acttb: Heer Jndepondent Fiscaal den Raade nog ter kennisse gebragt zynde, dat door der slard= drost der Colonie Graaffe Reinek alhier was in hegtenis gesonden den Burger Tobias 255 Tobias Mijnhard, ten einde over be„ gaane manslag aan dens ubstituit dier Colonie Adolph Jurgense te worden te regt gesteld, zonder dat gem: Landdrost tevens had zorge gedragen, dat het zij aan zyn E: acttb:r dan wel aan het sed deezes Raads de Heer Ryns Johannes van der Riet, die de zaaken van gem: Landdroot al= hier nogexofficid waarneemd, de geringste en „questen tegens of nopens het geval van gerepten Mijnhard ingenoomen, waren overgesonden; involgen 70 dat men thans buiten staat zynde, om met de procedure van gem: Minhart voort te varen aan denzelven nu al reeds door een innoodige lange detentie een merkelyk grief en bezwaar word toegebragt: e Zoo is op de propositie van gem: L. Acttb Heer Jndependt Fiscaal, uit hoofde dat een diergelijk gedoente volstrekt aan loopt, tegens de dui= „delijke ordres welke dien aangaande op de manier van procederen in Cremineele za ken zijn gestatueerd, goedgevonden, hem Landdrost hier dver bij missive 's raade uiterste verwindering te komnen te geven en te gelasten van niet al= leen ten spoedigste herwaerds op te zenden alle zodanige Enguaten als „ nopens 256. nopens de Zaak van vorsz: Mijnhart zijn ingenomen, maar ook in vervolg van tijd behoorlijk sorge te dragen, dat bij het opzenden van gevangenen altoos de documenten ten lasten van zoodanigen ingewonnen dadelyk herwaarde worden overgebragt. aatstelijk is in Raade gelezen eene missive van den Burger Louis kotze de oude, vervattende klegten jeegens den Land¬ drost der Colonie Graafje Reinel over door gemelde Landdrost geuitte scheld¬ woorden; en versoek om wegens mishandeling door denzelven Landdrst hen Cotte E aangedaan, gemaintineerd te worden: Dan dewyl het Cotze die wegens de voorschreeve zaeke met den Landdroot der Colonie Groef„ te Reinet reeds voor deeze Reestbank betrokken is, niet past on zich bij een brief aan den Raad te addresseeren, zoo is overzulks goedgevonden op dezelve missive geen reflexie te slaen zullende gerepte hotze zijne bezwaren of verzoeken den Raad behoorlyk bij Requeste kunnen voordragen, als wanneer dan daarop het nodig reguard zal worden genomen. En 25 rerso En is bij deeze gelegenheid op het te konnen geven van den E: achtb: Heer Jndependant Fiscaal, dat 'er in het proces welke door den pro interem Fiscaal in der tyd dE: Gabriel Exter, op ende Jegers ge„ melde Louis Cotze is geentameerd, en door zijn E: achtb: thans staet vervolgd te worden, nog uitbreeken eenige verklaaren =gen van Landlieden dewelken in het district Graaffe Rinet wonende, dus om de vezze afgelegenheid hunner Plaatsen niet wel C:aebwaorde kunnen opk omen, goedgevonden gemelde Landdoost aan te schrijven, om alle zoodanige depositien, welke nog tot de Laak van conoz: Kotze relatie hebben, op desselfs droodije te doen ligten en aan opgemelde E: Achtb: Heer independent Fiscoel over te zenden. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et ann it suppe /lager:) my praesent, /:was geteekend:/ W: C: van Rineveld Adj: Secret. Donderdag t Donderdag den 8 Octob r 1789. 's nademiddags Extra ordinaire Vergadering preesent de E: Adtb: Heer Johanna Isaak Rhenius praesident en alle de Leeden, dempto den Heere Maasdorp bij indisposi= „tie. Deeze Vergadering door den E: achtb. Heer Praesident expres belegd zijnde, om eenige zuid gelesen proces stukken te vinnis= =sen; zoo merd bij die gelegenheid door den E. achtb: Heer independent Fiscaal vooraf gedient van het volgende vertoog gemu¬ neerd met vier bijlegen Aan den WelEdele Achtb: Heeren President en Raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop Vertoond met gepaste Eerbied de indepen„ „dent Fiscael deeze Gouvernements Johan Nicolaas Steven van Lijnden. 258

NL-HaNA_1.04.02_10988_0265 view scan ↗

English

That on the 6th of this current month of September, in the morning just at three o'clock, after the rattle-watch of this place had appeared at the Burgher Guardhouse and, having been called by name there, were discharged, some of them, among whom were the persons of Haije Janse Zwartsenburg and Evert van Es, having gone home from the guardhouse, some disputes arose on the street between the said Zwartsenberg and van Es. That this quarrel having finally escalated into acts of violence, the last-named did not hesitate to inflict a blow upon the first-named with a stick or cane he had with him on the arm. That the latter having defended himself, the matter furthermore had the unfortunate consequence that they both came to blows, and having fallen down to the earth, it was then found that the right leg of the said Zwartsenberg was broken. That the Petitioner ex officio, seeing that this fracture was most probably caused, as appears from the accompanying documents, by the striking and further acts of violence of Evert van Es aforesaid, believing that for the maintenance of public safety in the aforesaid matter, criminal proceedings ought to be instituted against the said Evert van Es, is compelled to have him summoned in person for that purpose before Your Honorable Worships: Wherefore the Petitioner ex officio turns hereby to Your Honorable Worships, with the humble request that it may please Your Honorable Worships to authorize him, the Petitioner ex officio, to have the said Evert van Es summoned to appear in person before Your Honorable Worships in order to hear such claim or request or requests as the Petitioner ex officio shall think fit to make in the aforesaid matter, to answer thereto and further to proceed as shall be according to law. Which doing, etc. Was signed: J. W. van Lijnden. In the margin: Exhibited in Court the 8th of October 1789. Which having been read, the Council granted the requested summons in person on the Burgher Evert van Es to the Petitioner ex officio. After which the said Right Honorable Independent Fiscal further submitted a Memorial concerning certain disrespectful expressions used by the Burgher Bernhardus de Vaal in such document of rejoinder as was signed by him in the name and as the attorney of the Captain of the Burghery here, Pieter van Breda, and was produced in Council on the last ordinary Court day: The said Memorial reading as follows. Noble and Worshipful Sirs! To the Noble and Worshipful Gentlemen, the President and Council of Justice at the Cape of Good Hope. The 1st of this month of October having favorably pleased Your Noble Worships at your last held ordinary Meeting to grant to the undersigned at his request inspection of such rejoinder as the general attorney of the valiant Captain of the Burghery, Pieter van Breda, styling himself the Burgher Bernhardus de Vaal, has seen fit to present to this Honorable Assembly against the Independent Fiscal of this Government: and this for his examination, with a term to deliberate until the next and thus until today, in order to reprobate the witnesses produced by the defendant, or else to reply with further production of documents. Thus, upon reading the same, he had to experience with the utmost indignation that although this rejoinder contains precisely nothing essential that would merit any further debate on the part of the Plaintiff ex officio, nor do the witnesses produced, who before the eyes of a discerning Judge must fall away of their own accord, merit any reprobation, yet the author of the same has in a very insolent insolent manner presumed to submit it here in Court, filled with expressions and insinuations, the use of which is directly contrary, first, to the respect which everyone, and especially someone who interferes in wanting to conduct lawsuits, defend actions, and assumes the honor to practice before this Honorable Council, owes to the same as his lawful and competent Judge; secondly, to the regards which one is bound to show for a Member of the same, for the officer of Justice who in the name of the Sovereign must preserve and protect the rights and privileges of His Majesty, and who is obliged to proceed ex officio, that is by virtue of office and oath, against the violators of the Laws and Placards, and does not act of his own name and accord; while meanwhile all those frivolous citations, impertinent insinuations, and digressions can in fact accomplish nothing higher in defense of his principal. As a sample of which Your Noble Worships will please find in the first place against the undersigned on page 3: disdainful tone, in the Honorable Plaintiff ex officio's Document Document of Replication Page 5: "and what more expressions are to be found therein that are contrary to the so honored regulations on the matter of proceeding, yea, condemned by everyone" Page 5: "by the Defendant that entire document of Replication is depicted as very insulting." "in order without following those hateful footsteps, etc." Pages 6 and 7: "How very much the simple words used in the document of answer are distorted by the Honorable Plaintiff ex officio and placed in a bad light, as well as how very unjustly he is on that account loaded with personal attacks." 8. The Defendant in his capacity believes indeed to have some comprehension regarding the aims and ends for which actions are often instituted and defended in the most vigorous manner in Law 8 6

Dutch transcription

259: Dat op den 6. . dezer lopende maand September 's morgens de klokke even drie uuren, na dat de Ratelmagts dezer plaatse zich op het Burgerwagthuis hadden vertomd, en aldaar naar genomte wiren, afgedankt geroden, eenige derzelver waar onder zich de personen van Haije Janse Zwartsenburg en Evert van Es bevonden, zich van het wagt- „huis naar huis begeven hebbende, op straat eenige disputen zyn ontstaan tusschen gem. Zwartsenberg en van Es. — Dat die Twist eindelyk tot de de„ lykheeden zijnde overgeslagen, de laatstgem: zich niet ontsien heeft, den eerstgem: een slag met een bij zich hebbende stok of rotting op den ar toe te brengen. — Dat deese zich te weer gesteld hebbende, de zaak verder is geweest van dat ongeluknig gevolg, dat zij beiden hande gemeen geraakt, en ter aarde wedergevallen zijnde, als toen bevinden is het regter been van gem: Zwartsenkierg te zijn gebroken. — Dat de R:O: Verzomder aangezien den 260. die breuk hoogstwaarszynlyk blykens ne= vensgaande documenten is verorzaakt gemoden, door het slaan en verdere dadelykheeden van lvert van Es voornoemd, vermeenende toot mointien van de publicque veiligtend, ten zaake voorschreven, tegen dezelve Evert van Es Cremineele procedura te moeten entameeren, genoodzaakt is, denzelve tot dat einde, in persoon voor UE: E. act Hb: te doen dagvaarden: Weshalven de E: O. vertoonden zich bij desen tot UE. E. achtb: is keerende, met needrig verzoek dat U E E. actb: hem 2. 0. Vertoonder gelieve te qualificeeren, omme gen= melde Evert van Es te doen dagvoorden om in persoon voor UEE. actbb: te Compareeren ten einde te aanhooren zoodanigen Eisch dan wel verzoek ofte verzoeken als den R: O. vertoonden ter zaake worsch zal goedvinden te doen, daarop te ant¬ woorden en voorts te presedeeren als naar renten /:onderstond:/ 'T welk doende r /:was geteekend:/ J: W: van Lijnden /: in =margine:/ Exhibitum in Judicie den 8e October 1789. Het welk gelezen zynde, heeft 261„ de Raad de verzogte dagvaarding in Ter Som op den Burger Evert van Es aan den R:O. vertoider geaccordeerd. Waar na gem: E: achtb: Heer inde „pendent Fiscaal nog kwam over te leggen een Vertoog betrekkelijk zeekere disrespectueuse expressien door den Burger Bemhardus de Vaal gebezigd, in zoodanig schriftuur van du„ plicq, als door denzelven uit naam en als gemagtigde van den Capitein der Burgery alhier Pieter van Breda was getekend, en laatstleeden ordinaire Rechtdag in Rade geproduceerd geworden: Luidende het zelve Vertoog als volgd. WelEedele en Acttbaare Heelen! Het UwelEd: en achtbaare op derzelver laatstgehoudene ordinaris Vergadering van Aan de Wel Eedele en actb: Heeren Praesident en Rade van Justitie aan Cabo de Goede Hoop den 262. den 1. dezer maand October goed gunstiglyk behaagd hebbende, aan den ondergetee= kende op deszelvs verzoek te verleenen visie van zoodanig duplicq, af den generale gevolmagtigde van de manhafte Capitein der Burgerije Pieter van Breda zig noemende den Burger Bernhardis de Vaal, tegens den indeperdant Fiscaal van dit Gouvernement heeft kunnen goed= vinden, aan deeze achtb: Vergadering te praesenteeren: en zulks ter zyner spe¬ culatie, met termijnen van zich te beraaden tot den naasten en dus, tot op heeden omme de geproduceerde getuigen van den geds te reprocheeren, dan wel van verdere productien van schriftuuren te reprurteeren. Zoo heeft hij bij lecture derzelve met 6. de uiterste insignatie moeten ondervinden dat alhoewel die duplicy juist niets wetendlyks bevat, het geene aan de zyde van den R: O: Eijsder eenig nader debat, nogte ook de bygebragte getuigen die voort oog van een scherp diinend Recster van zelf zullen moeten vervallen eenige reproche zoude meriteeren echter den steller van dezelve, op eene zeer insolenten 263. insolente wijze, zig heeft daaren verstooten die alhier in Judicis over te geven, opgevuld met expressien en insimulatien, welkers bezi„ „ging direct strijdig is 1:t tegens de Eerbied welke een yder en vooral ymand die zich me„ =leert met rechtsgedingen te willen voeren, actien te verdeedigen, en zig de Eere aanma= „tigd voor desen achtbaren Raad te protuleen= =ren, aan dezelve, als zyne wettige en Competen„ ten Reetter verschuldigd is; 2. tegens de e„ =guards welke men gehouden is te betonen voor een Lit van dezelve voor den officier der Justitie die in naame van den Souvereir de Reehten en gereg- „tigheden van Hoogstdeselven bewaren en beder= „men moet, en die verplicht is tegens de overtreeders der Wetten en Plaaten R:O: dat is ampts en Eed halve te procedeeren, en niet nimine ac motue proprio en ageert; Terwijl inmiddels alle die fooije aanhalingen, inpertinente Insinu„ latien en digressien inderdaed niets hoeger aand tot defensie van zin p:l zullen kunnen ope„ =reeren- - Tot een staaltje van welke UwelEdele en acttb: in de Eerste plaets tegens den onderget: zullen gelieven te vinden op ag: 3. desmaaderde toon, in des H. R. O. Eisschers Schrifteuer 264. Schriftuur van Zeplice Pag: 5. "en welke meer met de zoo geEerde reglementen op 't stuk van procedeeren, strydende, ja „bij yder afgekeurd wordende expressien daar in te vinden zijn „ 5. „de gy Ged: word dat geheele schriftuur van Replicq door zeer injurieerd afgeschilderd. „om zonder die hatelyke voetstappen na te volgen etc„a Pag: 6. en 7. „Hoe zeer de zinder woorden in het schrif„ „tuur van antwoord gebezigd, door de Heer R:O: Eiss: word verdraagd, en in een kwaad dagligt „gesteld, mitsgd:s hoe zeer ten onregt hij dieswegens met persinaliteiten overleden word. 8. De qq Ged:e vermeerd wel eenige bevatting te hebben nopen de oogmerken en einders „waartoe dikwijls actien geentameed en „op de meest kragtigste wijze in Regten ver= wegd 8 „ 6

NL-HaNA_1.04.02_10988_0271 view scan ↗

English

265. be followed. in order not to give any ground to the unfounded reproaches regarding the bulk of this writing the Defendant believes, with due respect, that he should have expected other sentiments regarding such an outrage That one can view the obscuring of these crimes with nothing but astonishment. — Pages 51 and 52. and nevertheless officers are found who, contrary to the duty of Justice and the conviction of their own conscience, make their [illegible] of the accuser [illegible] 60 and 61. Had not the Officer in his official capacity thought fit to charge the Defendant personally, and indeed with such harsh and grievous words that, however gladly he might have wished to let the same pass unnoticed, the violent thrusts nevertheless compel him to reply. If the attack is now vehement, then it is 65. 28 Page 21. certain 22. 266 certain that the defense must be proportionate. — Page 75. Thus, the Defendant unhesitatingly leaves it to Your Honorable Worships to judge whether there are not found in the pleading of Reply the injurious expressions prohibited before all courts under certain penalties against the said Defendant. The said Defendant believes, on that account, not to deserve any insults nor other reflections. And this (namely stating for what purpose the party was appointed) has here, perhaps for certain reasons, not been done. Furthermore, in the second place, against the first Commanding officer of the Corps of Wurtemberg garrisoned here, the Lord Colonel J. van Hugel, a person known to everyone as a man of merit and an officer of honor, as on Page 14. 82: 76. shows 267 shows sufficiently that the Defendant has practiced friendship and hospitality without any views of self-interest, but to his own detriment, even to the extent that this Colonel at a certain time, intending to divert himself with the Defendant through gaming, borrowed two ducatons from the Defendant but never returned them. And as for the Conclusion, as if the Colonel were so delicate that he would value the strictest rules of Oath and duty above equity and owed gratitude; such is more to be wished than believed. Indeed, if necessity required it, it is respectfully left from the side of the Defendant to Your Honorable Worships' own experience, whether from what occurred the exact contrary might not appear. Page 48. Now, if that Colonel were truly as tender of conscience as he is considered to be by the Officer in his official capacity, then he surely would not have concealed that principal point when giving his Declaration; that the Defendant holds himself assured that this was done with a deliberate intention to give the Defendant's innocence (under certain reasons) a bad 268. bad appearance. The undersigned, Honorable and Worshipful Gentlemen, firmly trusting that these periods and reflections cited above, so boldly ventured and presented to Your Honorable Worships, will have awakened in the same that just sensation which they must naturally cause; turns in that confidence to Your Honorable Worships, humbly requesting, and in his cited capacity most strongly insisting, that it may please this Honorable Council to authorize the Secretary to strike out and expunge all the same in the so-called pleading of Duplicq, or else to have them returned to the author and inventor thereof, with orders to do so himself, and with a warning carefully to avoid similar missteps in the future. Or as Your Honorable Worships, for the maintenance of their own respect, and also of the authority belonging to the undersigned in his capacity and Office, shall deem proper. — Reserving, 269. Reserving nevertheless to himself the authority to take action against the said de Vaal in due time and place before this court concerning this petulance of his, as he in his official capacity shall deem himself obliged to do. — Was signed: N. van Lijnden. — In the margin: Exhibited in the Extraordinary Court on the 8th of October 1789. Which memorial having been read, and from it, upon confrontation with the pleading of Duplicq, the far-reaching insolence of the citizen Bernardus de Vaal mentioned in that memorial having become evident, in that he availed himself in such public pleading not only of indecent and insolent expressions, but even of offensive terms; the Council has granted the entirely reasonable request of the official Petitioner; the said de Vaal shall therefore be summoned for the next court day before this assembly, in order that, after all the aforesaid improper expressions or periods occurring in his Duplicq 270 or periods occurring in his Duplicq shall have been erased by him in the same Writing, he be reprimanded in Council for this insolent behavior, with a very severe admonition carefully to guard himself in the future against similar or other inappropriate digressions or irreverent terms in his writings. — There having subsequently been brought to the table the re-read documents and records that served in the Suit instituted by the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden in his official capacity upon and against the citizen of this place Pieter Hammes in a case of an atrocious real injury committed against the Citizen Marthinus Keet: concerning which, having deliberated with attention and taken into consideration all that merited reflection and could move Their Honorable Worships, The Council, administering Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, the Defendant Pieter Hammes

Dutch transcription

265. „volgd worden. „om aan de ongefundeerde verwijtingen wegens „de hoe grootheid, van dit schaiftuur geen voet te geven den Ged. e vermeend /:onder behoorlyke Eerbied:/ „andere Sentementen, norrens zulk een ondaad „te hebben moeten verwagten Dat men niet dan met bevriemding het verdonkeren deezer misdaden besdoawen. — Pag: 51 en 52. „en nogthans worden officieren gevonden, dewelke tee= „gen de pligt van Justitie en overtuiging van hun eigen garisse hun. . . . . van de acusa= „teur. . . . doen dieze „ 60 en 61. Zoo niet de Hr. R: O: Ess. had goedgevinden den 9q ged: in zyn persoo aan te lasten, en wel met zulle „harde en grievende worden dat hoe gaarne „hij ook wenschte: het zelve ongemerkt te „konnen laten glijspen, de gewelige sneede hem egter tot beantwording noodpersen. Is het nu dat den aanval heftig is, zoo is 't „ 65. „ 28 Pog 21. zeker „ 22. 266 Zeker dat defersie per rato diend te „wezen. — Pag. 75. Zoo laat de zy ged:e het onbeschroomd aan Uewel= Edele Achtb. ter beoordeeling of in het schriftuur van Replicq niet gevonden worden de voor alle rechtshoren op zeekere „Pene verbodene injurieuse bewoordingen e tegen den gij ged: 6 Vermeend den q4 ged' dieswegens geene 6 injurieeringen, nog andere reflecier meri= teerende te zijn. En zulks (namelyk het opgeeven tot wat einde partij wierd geappoincteerd :/„ hier missihien om zeekere reedenen: niet is geszied. Voorts in de 2. e plaats tegens den eersten Commandeerende officier van het alhier guarnisoen houdende Cops van Wus¬ „tenberg den Heere Colonel J. van Hugel „eenpersoo bij een yder bekend voor een „man van Meutes en een officier van Eer als op Pag. 14. „. 82: „ 76. toond : 267 toond genoeg dat door de Ged:e de Vriendschap „en gostvrijheid zonder eenige inzichten van „eigenbaat, maar tot zyn schaede geoefffend heeft, in zoo verre zelf dat die Colonel op zeekere tyd zich met den ged: door het onderspel zullende vermaken van den ged: twee duca- „tons geleend maar nummer wedergegeven heeft. En wat aangaat de Conclusie, als of de Colo„ „nel zoo teder zoude zijn dat hij de strengste „reegels van Eed en plicht boven de billijkheid „en verschildigde dankerkentenisje zou schatten; zulks is meer te wenchen dan te geloven Ja indien de nood het vorderde, laat men van „de zijde des Ged:e Eerbiedig aan uwelEd achtb: „eigene ervaring, of uit het ingevallene mis sdrien niet juist het Contrarie weekennen blijken Pag: 48. Jngevalle nu die Colinel waarlyk zoo ieder van gemoed was, als hij door de Heer R. O: Erff. geconsidereerd word te zijn; dan ziu hij immers „bij het geven zijner Verklaring dat voornaame „poinct niet verzwegen hebben; - dad de „ged: houd zich verzeekerd dat dit met een be„ stideerd, oogmerk is geschied om des Geds: onschuld /:mits zeekere reedenen:/ eenen a: 7 kwaden 268. kwade schijn te geven. De ondergeteekende Wel Edele Actb: Heeren, vastelijk vertrouwende, dat deese hier voren aan gehaalde Perooves en reflectie zoo stoutelijk gehatandeerd, en uwel Ede =le en Achtb: voorgelegt, bij dezelve die priste sentatie welke zij natuurlijk moeten verootzaken zullen hebben verwekt; keert zich in dat vertrouwen tot UwelEd: en achtb: ootmoedig verzoekende, en in deszelfs aan gehaalde qualiteit ten sterkste insteerende dat het deezen actb: Roade behegen mag den Heere Secretaris te authoriseeren de„ zelve alle in de soogenaamde sSchiftuur van duplieg te wijeeren ende te bifeeren dan wel die aan den steller en uitvinder daarvan te rug te doen geven, met last om zulks zelve te doen, en waarschou¬ =ninge van zig voortaan voor soort¬ gelijke mispassen soogneuselijk te menageezen. Ofte zoo als Uwel Edele en Acttb: tot mannctien van derzelver ontsag, en ook van de authoriteit den ondergeteekende in die zijn qualiteit en Post Competeeren- =de zullen oordeelen te behoolt. - Peser, 2697 Reserveerende niet te min den onder =geteekende aan zig de faculteit, omme drik gem: de Vaal, over deeze zijne petulanca zoodanig in tijd en wijle voor deeze vierschaad te actioneeren, als hij zig amptshalven verpligt zal agten te moeten doen. — /:Was geteekend:/ N. van Lijnden. — /:in margine:/ Exhibitun en Judicio Extra ordinaris den 8e. october 1789. Welk vertoog gelezen, en daer uit bij Controntatie met het schriftuur van du- plieg gebleken zijnde, de verzegaende insoletie Hinge van den bij dat vertoog vermeldenburger Bernarius de Vaal, om zig in zoodanig publiek schriftuur, met alleen van inde Cente„ en vermeetele uitdrukkingen, maar zelfs van te= 9 sive termen te bedienen; zoo heeft de Raad het allezints billijk verzoek van den R: B. vertiner geaccordeerd; zullende dus gerepte de vaal tegens den naastvolgende Reeltdag voor deeze vergadering worden geappoincteerd, ten Fo. 19j. einde na dat alle de voorz: in zin du„ plicq voorkomende inbehoorlyke expressie 270 of percodes door hem in het zelve Schriftuur zullen welden geraieerd, over dit brutaal bestaan in Rade te worden gereprimendeerd, met wel sererve recommandatie, om Lid in vervolg van tijd voor zoort„ gelijke of andere ingepaste digtessien of inteverente terwen in zyn schriftuuren soigneus te wagten. - Zynde vervolgens ter tafel gebragt de rind= 7 e gelezene stukken en munimenten gediend hebbende in 't Proces door consctr: Heer Irdependent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden R: O: op ende Jeegens den burger deezer Plaatse Pieter Plammes in Cas van attroce reeele injurie gepleegd aan den Burger Marthinus Keet geentameerd: waar over met attentie gedelibreerd en in overweeging genomen zijnde, al 't gunt re¬ fledie meriteerde en Hun E: E. Acht baarens konde doen moveelen Heeft de Raad Recht doende uit naam ende van weegens de Hoog Moo- gende Heeren Staten Generaal der VerEenigde Neederlanden, den ged: Pieter Hammes

NL-HaNA_1.04.02_10988_0277 view scan ↗

English

Hammes is condemned to a fine of Twenty-Five Rd. for the benefit of the Reformed deaconry poor of this town, and into all costs incurred in this matter; rejecting the further claim and conclusion of the Officer. And whereas it has appeared from the documents produced in the trial that the aforementioned Citizen Marthinus Keet brutalized and provoked the accused Pieter Hammes in his own house, such that the said Keet himself gave no small occasion to what occurred between him and Hammes; it is therefore resolved to summon the said Marthinus Keet into the Council and sharply reprimand him there with a very serious warning to avoid henceforth engaging in such improper and insolent discourse in the house of his fellow citizen. Further, taking in hand the claim and documents exhibited in Judicio by the said Honorable Independent Fiscal, plaintiff, against the slave Cassier of Batavia, belonging to the citizen Jacobus Johannes van den Berg; the Council, having deliberated thereon with all due accuracy and having taken into consideration everything pertinent to the matter that could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the accused Cassier of Batavia to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, to be delivered there to the Executioner, to be exposed under the gallows with a rope around his neck, subsequently tied to a post, severely whipped with rods on his bare back, and thereupon branded, and furthermore to remain banished for the term of his life to Robben Island, in order to labor there in chains on the public works; with condemnation of the accused in the costs and expenses of Justice. Furthermore, there being brought to the table the written claim exhibited in Judicio by the aforementioned Honorable Independent Fiscal at the session of the 10th of the recently past month of September, together with the documents and vouchers annexed thereto, against the detained Citizen Barend Meijer; the matter having been deliberated upon with all possible attention, and considering that on the one hand it is highly probable that the manslaughter committed by the said Barend Meijer against Ferdinand Hartsenberg was done with intent, and even with the knowledge of his wife, although in this case no precise grounds exist to proceed to sharper examination, and likewise the pretext of the accused that he had acted in pure self-defense lacks sufficient proof that he, the accused, could not have escaped the danger in any other way; yet on the other hand, the uncertainty and doubt that still so greatly prevail in this case do not allow a definitive sentence, whether to an ordinary or to an extraordinary punishment, to be passed against the said Barend Meijer; wherefore the Council has unanimously resolved and decided to place the said Barend Meijer on Robben Island, until such time as further evidence concerning this case may possibly become available. And today there also being decided upon the petition presented under date of 25 July last by the wife and certain blood relatives of the fugitive David Malan Davidz, and the report exhibited in Judicio on 3 September regarding this matter by the Landdrost of the districts of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman; the Council, concurring with the said report, has relieved, as he is relieved hereby, the banished David Malan Davidz against his non-appearance, with the consequences and attachments thereof, and specifically also from the sentence passed against him, the defendant, on the 3rd of March last by virtue of the said non-appearance; provided that on the part of the defaulting David Malan Davidz there shall not only be refunded all the costs incurred in the lawsuit initiated by the aforementioned Landdrost against the said Malan, but also that sufficient bail be posted to the satisfaction of this Council, to appear in court at all times whenever required; the Council keeping under advisement the request to admit the said David Malan Davidz to an ordinary trial, and further declaring that the matter requested in the aforementioned petition regarding the estate of the aforementioned David Malan Davidz cannot as yet be entered into. The Honorable President having subsequently made known that the detained Citizen Hermanus Pietersen had sent to his Honor this morning a Petition tending to be allowed to compound with the Honorable Independent Fiscal concerning his committed offense, which Petition his Honor had accepted and handed over to the Secretary to be presented in Council; the same was read aloud by the said Secretary, and found to be of the following content: To the Right Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Members of the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Sir, Honorable Sirs. Respectfully gives to know with all requisite reverence, the citizen Hermanus Pieterse the elder, as well for himself and

Dutch transcription

271 Nammes gecondemneerd in een buete van Vyf en Twintig Rd. ten behoeven der gerefor„ =meerde diaroy armen deezer steede, en in allen de ten deezer zaake gevallene kosten; C met ontzegging aan den verdere gedaanen Eisch en genomene Conclusie van den Officier En dewijl uit de ten processe gefour= neerve stukken gebleeken is, het voormelde Burger Marthinus Keet den get: Pieter Hammer in zijn eigen huis heeft gebru= „taliseerd en uitgeEischt; zulks dat gerep= te keet zelve geen geringe aanleiding gegeven heeft, tot het geene tusschen hem en hammes is voorgevallen; zoo is derhalven goedgevonden geregten Marthi= mis keet in Raade te ontbieden en daarover scherpelijk te repeimen deezen met zeer ernstige waarschouwing, om voortaan het houden van dergelijke onbe= hoorlijke en tezuesqne propoosten in het huis van zijn meedeburger te Vermijden. — Wijders bij der hand genoomen zijnde den Eisch en stukken door gem Heer Independent Fiscaal 2:O: op ende Jegens - B 272. jegens den slaaff Cassier van Batavia toebehorende den burger Jacobus Iohannes van den Berg in Judicio gelxhibeerd; zoo heeft de Raad daar over met alle behoor= lijke accuratesse gedelibereerd, en in overwel= ging genomen hebbende, al het gunt ter zaake dienende was, en hun E: E. Acttb: konde doen moreder Reestdoende, uitt naam ende van Weegens de Hoog mo= gende Heeren Saren Generaal der Verlenigde Neederlanden den Ged: Cas„ siem van Batavia gecondemneerd omme ge„ bracht te worden ter plaatse daar men alhier genom is Crimineele Sintentien ter exe „cutie te leggen, aldaar aan den Scherp= =regter overgeleverd, met een strop om den hals onder de galg te proek gesteld, vervolgens aan een Paal gebonden zinde, met roeden op de bloote Rugge strengelijk gegesseld en daarop gebrandmerkt te worden en wijders voor den tijd zijne Levens op het Robben Eiland gebamen te blijven, ten einde aldaar in de ketting geklonken, aan de gemeene Werken te arbeiden; met Condemnatie van den Ged: 273. Ged: in de kosten en misen van Justitie Termije voorts ook ter tafel gebragt zijnde, den schiftelyken Eisch door opgemelde Heere Jndependent Fiscaal ter sessie van den 10. e der Jongstverlopene maand September met en benevens de daar bij gevoegde stukken en muni„ =menten in Judicio geexhibeerd, op ende Jugens de in Regtenis Zittende Burger Barend Meijer zoo is, over het een en ander, met alle mogelyke attentie geraadpleegd, en in aanmerking genomen, dat hier zeer, het aan de eene zyde ook ten hoogsten waarschijnlijk is, dat de doodslag door gem Barend Meijer aan Ferdinand Hartsenberg is ge= pleegd met opzet, en zelfs met kennisse van deszelfs huisvrouw schon er in deezen geene precisen voor handen zyn om ter Scherper examen te procedeeren, en tevens ook aan het gepreetexteerde van den ged dat hij nuwelijk noodweer zoude hebben gebruikt, ontbreekt en voldoende bewijs, dat hij ged. het gevoar op geen andere manier heeft kunnen ontkomen: egter aan de andere kant, de onseekerheid en dubiteit 274 dubiteit, welke in dit geval nog zoo seer plaats hebben, niet toelaten om, het zij tot een orrdinaire, het zij tot eene extre ordinaire stroffe eene difinitive sententie tegens denzelven Barend Meijer te vellen; weshal„ ven den Raad eenpariglijk goed gevonden en besloten heeft, gerepte Barend Meijer op 't Robben Eiland te plaatsen, tot dat on- trent deeze zaak, mogelyk in der tyd na= dere bewijzen mogten aanhanden komen. En op heeden te gelijk meede gevestig= neerd zinde, over het request in dato 25 Julij Jongstleden door de Huisvrouw en eenige bloedverwanten van den geaufageerden David Malan davidz gepraesenteerd, en het berigt van wegens der Landdrost der Johanien Stellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman dien aangaande op den 3 September in Judicio geexhibeerd, zoo heeft den Raad zich met het zelve berigt (infirmeerende, den gebannen David Malan davidz gereleveerd, gelijk denzelven gerelereerd word mits deezen, tegens deszelfs non Compa odo 275. Comparitie met de gevolgen en aanklee= „ven van dien, en specialijk ook van de sententie op den 3:e Maart Jongstleiden, uit kragte van dezelve non Comparitie tegens hem gedaagde geslagen; mits dat van de zijdde van den defaillant David Malan danidz niet alleen worde gerefundeerd, alle de kosten gevallen in het proces door voorschreven Landdrost op ende jegens denzelven Malan geentameerd, maar ook gesteld suffisante Cautie ten genoegen dezes Raads, om zich ge= requireerd wordende, ten allen tyden in Rechten te sisteeren; houdende den Raad het verzoek om gem: David Malan dandz te ontfangen in een ordinair process, in advijs, en verklaard wijders dat in het nopens den boedel van meergedagte David Malan Danidz: bij het oorsz: Request verzog= „te, voor als nog niet kan worden getreeden. - De E: achtbaare Heer President vervol= gens te kennen gegeven hebbende, dat de in hegtenis zittende Burger Herma nus Pietersen deese morgen bij zijn E: achtb e 276. achtbaare had gezonden, een Request ten =deerende om wegens zijn begaane fait met den E: achtb Heer Independant Fiscaal, te mogen Composeeren, welk Request zun E: Acthb: aangenomen en aan den Secretaris overhandigd had, om in Raade te presenteeren; is het zelve doorgem: Secretaris opgelezen, en bevinden van navolgende inhoude Aan den Welledele Achhb. Heer Johannes Isaak Rheniuss Praesident, benevens de verdere Leeden uit den E: acttb: Rade van Justitie der Casteels de Goede Hoop. Wel Edele Achtbaaren Heer Ed: Achtbaare Heelen. heeft met de vereischte Eertie I op 't ootmoedigst te kennen, den burger Hermanus Pieterse de oude, zoo voor hem en

NL-HaNA_1.04.02_10988_0283 view scan ↗

English

277. him as well as for his minor son, living at the mouth of the great river, arrived during the past week with a load of butter; how he, the petitioner, both on the road and here at the Cape, had various difficulties with a Hottentot he had with him named Armoed, which Hottentot he, the petitioner, found in the field more than 18 years ago; being then still a small child, and who was perishing of hunger and want, brought him to the kraal situated there, from which Hottentots the petitioner was informed that he no longer had any parents, and they intended to beat that child to death, upon which atrocious proposal the petitioner requested whether he might take him along, which was consented to; and was further brought up by him, the petitioner, together with his children, and raised just like his own children. That on last Tuesday, the 29th of the past month of September, in the afternoon, when the petitioner intended to drive home, having arrived in the Strand Street 280. to return immediately in order to beg the pardon of the said Honorable Fiscal for this, but fearing that this would not be permitted to him, feeling himself moreover in the utmost distress, as he has never had any troubles in his life, and not being accustomed to speak with gentlemen of the Government, even though having done nothing, is always seized with the greatest timidity, let the matter rest there, not knowing what he ought to do, on the 1st of this month was brought into civil custody, the petitioner laments to the utmost degree over his so unintended error in using violence in the house of the Honorable Independent Fiscal, nevertheless the petitioner hopes that Your Honors will be pleased to regard this crime committed by him as not having been committed with a deliberate intention, but thoughtlessly in anger against the said Hottentot, to prevent him from causing any nuisance, in the hope of catching him, and he had advanced so far into the said house, and thereby as if unthinkingly in those fits 281. of passion has already gone too far, and because the petitioner is apprehensive that his unfortunate step might possibly cause a prolonged stay here, in which lies the petitioner's ruin, as there are none but heathen on his place, and the harvest is at hand, while his cattle here at the Cape must notoriously perish, so that the petitioner's total ruin threatens to result therefrom, the petitioner feels in his soul, to his utmost sorrow, that he went too far, but hopes that his crime may not be so aggravated, since it happened without malicious intent in a fit of passion, but that it may be declared civil and compoundable. Reasons why the petitioner in these his urgent circumstances most respectfully turns to Your Honors, with humble request that it may please Your Honors to declare the said crime, both of him and of his son, civil and compoundable, and consequently to authorize the Honorable Independent Fiscal to compound for the penalty and fines of the said crime in the presence of two commissioners from this Honorable Council. 282. Which doing, etc. Was signed: A: Jen. Written around it: this mark the petitioner made with his own hand. Lower down: Known to me, signed: Ms Marinussen. In the margin: Exhibited in Court on 8 October 1789. After the reading of which, the opinion of the Independent Fiscal having been asked, it was advanced by his Honor that, since the violence committed by the detainees was committed in the house and against the person of him, the Fiscal, his Honor for that reason alone did not wish to oppose the request of the petitioner, but declared that he left the matter entirely to this Council. Consequently the Honorable Council, having deliberated upon the aforesaid petition and having taken into consideration that the act committed by the aforesaid is of such a nature that it can be declared compoundable, has therefore granted the request made in the aforesaid petition, and declared this matter civil and 283. compoundable; provided, however, that the composition take place before the commissioners from the members of this assembly. After this, by the member of this Council, Mr. Rijno Johannes van der Riet, still ex officio acting in the affairs of the Merchant and Landdrost of the colony of Graaff-Reinet, it was brought to the notice of the Council that the wife of the detained burgher Tobias Mijnhart had made known to his Honor that there were currently some country people present at this capital who, with regard to the case of her husband with the substitute of Graaff-Reinet, could give evidence to his considerable advantage. That she, however, on account of her impoverished condition, was unable to take down these depositions; wherefore she had requested to be allowed to obtain all such testimonies pro Deo, and that he, Mr. van der Riet, had taken it upon himself to present this to the Council; which having been deliberated upon, it was granted in the aforesaid request by the wife of the said Mijnhart

Dutch transcription

277. hem als voor zyn minderjartige zoon, woo= „nagtig aan de mind van de groote rivier, laatst gepasseerde Week met een vragt boterop gekomen zijn; Hoe hij Reppte zoo op de weg, als hier aan de Caub verscheide moegelykheden heeft gehad, met eene bij zich hebbende kotten tot genaamd Armoed welke hotten tot hij suppt. reeds over 18: Jaa= ren geleeden in het Veld heeft gevonden; nog een klijn kind zinde, en welke van hon= „ger en gebrek lag te Crappeeren, denzelven bij de daerleggende kraal heeft gebragt, van welke hettentotten heire Supp:te wier geinfor= =meerd, dat denzelven geen ouders meer had= =de, en zij wonneemens waren dat kind dood te slaan, op welk gruweldedig voorstel den supplt heeft verzogt of hij hem meede mogte neemen, gelyk zulks wierd geconsenteerd; en verder door hem supplt: benevens zyne kin= deren is groot gebragt, en even als zijne eigene kinderen is opgeroed geworden. Dat op laatstleden Dingodag den 29. e der afgelopene maand September des nademiddags den suppt na huis meende te ryden, in de strand straet gekomen zijnde 280. direct weeder te keeren ten einde wel= gemelde E. actb: Heer Fiscaal, daarover Ex„ „cus te versoeken, maar weesende, dat zulks hem niet zoude toegelaten worden, daarbij zig zelven in de uiterste mees bekheld iond, wijl hij nimmer eenige convallen in zijn leven heeft gehad, en niet gewoon zynde, met Heeren uit de Regeering te spreken /:ofschoon niets gedaan hebbende :/ altoos met de grootste timiditeit is bezet, daari is blijven berusten, niet weetende wat hemi te doen stond, op den 1. dezer in Ciriele is getragt, den supplt: in de uiterste graad zich beklaagd, over zyne, zoo inteswm misslag met obstiliteit te gebruiken in het huis van den Weledele achtb: Heer Indepen¬ dent Fiscaal, egterverhoopt dens uppl dat uwelEd: actb: deeze zywe begaane mis= =dond gelieven te bescheuwen als niet gepleegd zijnde, met een woonagtig vorneemen maar inbezonnen in dieft tegen gezegde stottentot, om die te beletten dat geen overlast zoude aandoe, inhoope dezelve te zullen krijgen, en hij soo verre in gezegde huis was ge¬ vorderd, en daardoor als ingevoelig in die chrifter 281 driften reeds zich zelven heeft te buyten gegaan, en wijl den supp=t bedugt is, dat zijn ongelukkige stap, moogelijk een langduurig verblijf alhier zal veroorzaaken, waar in des supts. ruine geleegen is, also niet als Heidenen op deszelfs E laats zijn, en den oogst op handen is, mitsg„s deszelfs Vee, alhier aan de Caab notoir moet verrekken, zo dat des sup=t= totaale ruine daar uit staat te proflueeren, den sup=tziel wel tot zijn uitterste Leed„ weesen van zig te buiten gegaan te hebben doch verhoopt dat dat deszelfs misdaad niet zo aggraveerend zijn vermits deselve zon„ der animus in een drift zijn gescheid, of deselven kan civiel en composibel werden verklaard. redenen waarom den supt. in deeze zijne dringende omstandighedens, op het eer„ biedigst zig is keerende tot uwel Edele Achtb: met ootmoedig verzoek, dat het UWelEdele gelieven te behagen, gem: misdaad &o van hem als van zijn zoon te verklaaren Civiel en composibel, en diesvolgens den Edelen Achtbaren Heer Jndependent Fiscaal, gelieven te authoriseeren, omme, ten overstaan van twee Heeren Gecommitteerdens uit dezen Achten Rade, over de poene en breuken der gesegde misdaad 282 misdaad te mogen composeeren. /:onderstond:/ 't welk doende v /:was geteekend:/ A: Jen daar om geschreven :/ dit merk heeft den uip=t eijgenhandig gesteld. /:laager :/ llij bekend /:geteekend:/ M=s Marinussen, /:in margine:/ G hebitum in Judicio den 8 October 1789: Na welks Lectuure het gevoelen van den Heer Independent Fiscaal afgevraagd zijnde wierd door zijn E: daar op geadvanceerd, dat de wijl de violentie door de gedetineerdens ge„ pleegd is in het Huijs en aan den Persoon van hem Heer Fpiscaal zijn Edele alleen om die reden het verzoek van den sup=t niet wilde contrarieeren, maar betuigde de zaak volkoomen aan deesen Raade over te laaten. – zulks d' E: Achtb: Raad over het voorsz verzoekschrift gede libereerd en in aanmerking genoomen heb„ bende dat het feit door de ged=e gepleeg van dien aard is, dat deselve composibel kan worden verklaerd, mitsdien het bij voorschreeve Requeste gedaan versoek heeft toegestaan, en deze zaake verklaard. Civiel : 283 civiel en composibel; zo nogtans dat de Compositie geschiede voor Heeren Gecommitt Leeden deeser vergaderinge. Hierna wierd door het Lid deezes Raads de Heer Rijno Johannes van der Riet als noch ex officio de zaaken van den Koop„ man en Landdrost der Colonie graffe Reinet waarnemende, den Raade ter kennisse gebragt, dat den Huysvrouw van den in hegtenis zittende Burger Tobias Mijnhart aan zijn Edele had bekend ge„ maakt, dat er zich thans eenige Landlie„ den aan dese Hoofdslaat bevonden, dewelke wegens het geval van haren man met den substituit van Graaff Reinet tot merklijk voordeel zoude kunnen getuijgens geven. Dat zij egter uit hoofde haarer armoedige toestand buytenstaat zijnde, deselve opositien te kun„ nen ligten; overzulks hadde verzogt, om alle zodaanige getuijgenissen, pro des te mo„ gen in winnen, en dat hij Heere van der Riet op zich hadde genomen, het een en ander den Raade voor te draagen; waar over gedelibereerd zijnde is in het voorschreeve door den Huijsvrouw van gedagten Mejnhard

NL-HaNA_1.04.02_10988_0288 view scan ↗

English

284 request made by Mijnhart was granted, just as, likewise upon the proposal of the Officer, access to her husband was granted to the more-mentioned wife of Mynhard. And lastly, it having further been communicated to the Council by the mentioned Mr. van der Riet that, whereas the aforesaid Citizen Tobias Mijnhart was brought into custody here without notice thereof having been given according to custom to His Honour as officer by the first provost or Schout Hendrik Matthijsen, His Honour had thus regarded the conduct of the mentioned Matthijsen in this matter as a premeditated disrespect, since the said Matthijsen, having previously always observed such, could therefore claim no ignorance of his duty in this regard; so it was resolved, upon the request of the mentioned Matthijsen, to summon him to appear in the meeting against the next-following session of the Court and to reprimand him regarding this. underneath stood: At Cape of Good Hope, the day and Year as 285 as above, lower: In my presence, was signed: W: S: V Rijneveld. Secretary Thursday the 15th of October 1789 in the forenoon, present the Honourable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, with the exception of the Messrs. van Echten and Maasdorp, due to indisposition. The Secretary of this Council Willem Stephanus van Ryneveld, officially petitioner. Against. The Honourable Mr. Independent Fiscal of this Government Johan Nicolaas Steven van Lynden on the one side, and the Citizen Pieter Hames on the other side, the first-mentioned as Plaintiff ex officio and the latter, the aforementioned Defendant, having acted 286 The Council, having attentively read and reviewed all the documents and legal proofs exhibited back and forth in Court, and furthermore having paid attention to that which served the matter and could move Their Honours, doing Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, condemns the defendant Pieter Hammers to a fine of twenty-five Rixdollars, for the benefit of the Reformed Diaconate Poor of this City, and to all the costs incurred in this matter, dismissing the further demand made and conclusion taken by the Mr. Officer. underneath stood: Thus done and sentenced at having acted, the parties summoned in this matter, in order to hear sentence pronounced upon the documents and legal proofs exhibited back and forth in Court. Cape 1 287 Cape of Good Hope, the 8th of October 1739, and pronounced on the 15th following thereafter. was signed: I: I: Rhenius, T: C: Ronnenkamp, Joh:s Smuts, G: H: Meyer, C: Mapa, C: Gie, R: F: V: D Riet, H: de Wet 1: lower: In my presence, was signed: W: S: Van Rijneveld Secretary The Citizen Bernhardus de Vaal, having appeared in the Council pursuant to the resolution taken on the 8th of this month, was, after all the improper terms occurring in the written brief of dupliek recited in the argument of the Mr. Independent Fiscal had been crossed out by his own hand with the pen, reprimanded according to the content of the same resolution, and told to guard himself carefully against such moves in the course of time. Just as subsequently, the citizen Marthinus Keet, having been ordered to appear before this Council Chamber, has 288 The Independent Fiscal of this government, the Honourable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, Plaintiff. Citizen Bernhardus de Vaal, on behalf of the defendant, says that he likewise renounces, and leaves the case to the Council's judgment, requesting however that it may please the Council, while on the side of the Mr. Plaintiff ex officio statements have been submitted which he, the defendant, in his brief has shown cannot be sworn under oath, to therefore circulate for reading the documents and legal proofs that have served in this case before the re-examination of the witnesses. The Council keeps this case under advisement for circulating for reading, after the statements shall first have been re-examined or sworn under oath, leaving it, however, deferred to the Gentlemen Commissioners officiating for the re-examination of the witnesses. Against has undergone such verbal correction as the resolution taken in his regard on the 3rd of this month dictates. The Captain of the Citizenry Reserve, the Valiant Pieter van Breda, summoned to hear renunciation of further production. The Mr. Plaintiff ex officio renounces further production and requests justice upon the submitted documents, in order 289 in order thereby, according to the finding of matters, to take regard of the well-founded objections of the defendant in that respect. For the petitioner, submits a written brief of dupliek, furnished with three annexes, Against The Mr. Defendant ex officio advances thereupon that, since His Honour found the answer of the petitioner in proper, decent terms, and therefore assumes that the petitioner will likewise have constantly occupied himself in his dupliek not only with defending the case of his master, were it possible, His Honour therefore does not deem it necessary to request a copy, but declared to renounce further production. The petitioner says likewise to renounce, and to leave the case to the Council's judgment. The Council keeps this case under advisement for circulating for reading. The statements attached to the trial shall first be re-examined and sworn under oath. The Valiant Jonas Albertus van der Poel, Petitioner. The Citizen Jacobus van Leeuwen, The Lieutenant of the Citizenry, The Independent Fiscal of this Government, the Honourable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, summoned in order to see serve of dupliek upon his submitted repliek.

Dutch transcription

284 Mijnhart gedaan versoek bewilligd, gelijk ook tevens op de propositie van den Officier van meergem: Huysvrouw van Mynhard acces bij haaren man verleend is En laatstelijk door gem: Heere van der Riet, den Raade nog gecommuniceerd zijnde, dat dewijl voorsch: Burger Tobias Mijnhart alhier in hechtenis, gebracht zonder, dat door den eersten geweldi„ ger of Schout Hendrik Matthip en volgen gebruik daar van aan zijn Edele als officier was kennis gegeeven zyn Edele dus het ge„ drag van gemelde Matthijsen in desen als een gepraemediteerd minagting hadde opgenoomen, daar gerepten Matthijsen, als Zulks te vooren altoos geobserveerd hebbende dus geene ignorantie van zijn Pligt, hier omtren konde praetendeeren; zo is op het versoek van gemelde Matthijssen, teegens den naast¬ volgende Regtsdag in vergadering te doen ontbieden en hier over te reprimendeeren. /:onderstond: Aan Cabo de Goede Hoop, die et Anno ut 285 uttsupra, /:laager:/ Mij Praesent, /:was getee„ kend:/ W:S: V Rijneveld. Secret Donderdag den 15 October 1789 s' voormiddags, praesent de E: Achtb: Heer Jo„ hannes Isaak Bhenius, Praesident en alle de Leeden, demptis. de Heeren van Echten en Maasdorp, bij indispositie, De Secretaris deses Raads Wil¬ lem Stephanus van Ryneveld amptshalven requirant. Contra. den E: Achtb. Heer Jndependant fiscaal deses Gouvernements Jo„ han Nicolaas Steven van zijnden ter eenere en den Burger Pieter Hames ter andere zijde, de Eerstgemelde als Eysscher r.O: en de laatste voorged. e en Verweerder geageerd ƒ 286 De Raad aandagtelijk geleezen, en ge„ resumeerd, hebbende, alle de stukken en munimenten over en weder in Iudicio geexhibeerd, mitsgaders gelet op het gunt ter materie was dienende, en hun E E: Achtb konde doen moveeren, Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog moogen de Heeren Staaten generaal der Vereen de Nederlanden, Condemneert den ged. Pieter Hammers, in eene Boete van vijf en twintig Rijksdaalders, ten behoeven der, gereformeerde diaconij Armen, deser Steede en in alle de ter deeser zaake gevallene kosten met ontzegging van den verderen gedaa„ nen Eijsch en genomene Conclusie van den Heer Officier /:onderstond:/ Aldus gedaan en gevonnist aan geageerd hebbende, ten deesen gerequireerdens, omme op de over en weder in Judicio ge exhibeerde stukken en mu¬ nimenten vonnis te hoo„ ren pronuntieeren. Cabo 1 287 Cabo de Goede Hoop, den 8 October 1739, mitsg=s gepronuntieerd den 15 daar aan volgende /:was geteekend :/ I: I: Rhenius, T: C: Ronnenkamp Ioh:s Smuts, G: H: Mijer, C: Mapa C: Gie R: F: V: D Riet H: de Wet 1: /:laager:/ Mij Praesent, /:was geteekend:/ W: S: Van Rijneveld Secret=s De Burger Bernhardus de Vaal ingevolge het op den 8: deeser genoomen besluit in Raade verscheenen zijnde, is denselven, naa dat door hem alle de in het vertoog van den Heer Independent Fiscaal gereciteerde in het schriftuur van duplicq voorkoomende onbehoorlijke Termen eygen¬ handig met de Pen waaren doorgehaald naar inhoude van het zelve besluit gerepri¬ mendeerd, en aangesegt, zig in vervolg van tijd, voor dergelijke demarches zorgvuldig, te wagten Gelijk ook vervolgens, den voor deeze Raadzaale, geapoincteerden burger Marthinus Keet, zodanige verlaale correctie heeft C 288: De Independent Fiscaal deeses gouvernements, de E: Achtb: Heer Johan Ni„ colaas Steven van Lijnden De Burger Bernhar„ Regt. dus de Vaal, voor den gereg. e zegd mede te renuntieeren, ende zaak den Capitein der Burger aan s' Raads oordeel over te laaten, Verzoekende echter dat reserve de Manhafte Pieter het van s' Raads welbehaagen. van Breda gereq=e omme te zijn mooge, om terwijl van de zijde van den Heer R: O: hooren renuntieeren van ver„ Eijss. r verklaaringen zijn over„ deze productie gelegd, welke hij gerege: in zijne schriftuur heeft aangetoond dat niet kunnen worden be„ Eedigd, over zulks de stukken en munimenten in deze zaak gediend hebbende voor 't recolleeren der getuijgen in rondleezing te zenden. De Raadhaud deeze zaak, naa dat de ver„ klaaringen, alvoorens zullen zijn ge„ recolleerd of beëëdigt, ter rondleezing in advijs, blijvende echter aan Heeren gecommitt s tot het recolleeren der ge„ tuijgen, vaceerende, gedefereerd gelaaten. Contra heeft ondergaan, als het ten zijnen opzich„ te genoomen besluijt van den 3 deeser komt te dic„ teeren de Heer R:O: reqt, renun„ treerd van verdere productie en verzoekt op de ingediende stukken recht, om 289 om daar bij na bevinding van zaaken, op de gegronde beswaaren van den gereq: dien aangaande regard te slaan. voor den reqt. legd over een schriftuur van duplicq, ge„ munieerd met drie bijlaagen, Contra de Heer r: O: gereg ad„ vanceerd daar op, dat daar zijnE den Independent Fiscaal 't antwoord van den req=t in behoorlijk deses Gouvernements de E: ke decente termen gevonden heeft Achtb: Heer Johan Nicolaas en dus vast steld, dat den reqt. zich even alzo in zijn duplieg steven van zijnden gerege steeds zal hebben bezig gehouden, niet omme op deszelfs ingedient alleen de zaak van zijn meester /:ware replicq te zien dienen van het mogelyk:/ te defenderen, zijn duplieg. Ed e over zulks niet nodig achte Copia te versoeken, maar ver¬ klaarde van verdere productie te renuntieeren. de reqt. zegt mede te renuntieeren, en de zaak aan ' Raads oordeel over te laaten. De Raad houd deeze zaak ter ronleezing in advijs. - Zullende de ten processe gevoegde verklaaringen alvorens worden gerecolleerd. en beEedigt. - de Manh: Jonas Albertus van der Poel regt. de Burger Jacobus van Leeuwen De Lieutenant der Burgerij

← previousnext →