Inventory 10988
Cape · 390 pages · 78 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The Honourable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff, against the rattle-watchman Evert van Es, defendant, in order to hear such claim and request or requests as the Officer Plaintiff shall think fit to make and take against him, concerning and on account of the fact that he, van Es, did not shrink on the 6th of this month from physically assaulting his fellow rattle-watchman Zwartzenburg with a stick, with the result that his right leg came to be broken, and concerning what further occurred in this matter, to answer thereto, and further to proceed as is customary in criminal cases. The Officer Plaintiff, before making his claim, requests that the defendant in person may be ordered to answer to such articles as shall be submitted to him, defendant, before the Commissioners. The defendant in person says thereto in substance: I did not strike Zwartzenberg, but after he dealt me some blows, I seized him by the legs, which caused us to fall together into a ditch, where Zwartzenberg unluckily broke his leg. The Officer Plaintiff persists in his request. The Council orders the defendant in person to answer to such interrogatories as shall be submitted to him on behalf of the Officer Plaintiff before the Commissioners. Whereupon appeared in the Council the Schout Hendrik Matthijssen, appointed pursuant to the resolution of the 2nd of this month, who, being asked by the Honourable President what reasons he, defendant, had for not having, according to ancient custom, given notice to the Member of this Council, the Honourable Rijno Johannes van der Riet, as ex officio administering the affairs of the Landdrost of Graaff-Reinet, that the burgher Tobias Mijnhart had been brought here into custody, testified thereupon that he had neglected to do so without the least intention, but had been under the impression that the affairs of the respective Landdrosts were presently being attended to by the Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, and that he had also reported the arrival of Mynhart to the said Mr. Truter; with which declaration the Honourable van der Riet was satisfied. Beneath was written: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower was written: In my presence. Signed: W. J. v. Bijneveld, Secretary. In the forenoon. Present: the Honourable Independent Fiscal and all the members except the Honourable Johannes Isaak Rhenius, President, absent on business, and Messrs. Meijer, Maasdorp, and van der Riet, both on business and on account of indisposition. Thursday the 29th of October 1789. The Independent Fiscal of this Government, the Honourable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff, against the burgher Jacobus van Leeuwen, defendant, in order to hear, in the case of fraud and disobedience committed, such claim and conclusion as the Officer Plaintiff shall think fit to make and take against the same, to answer thereto, and further to proceed according to law. The Officer Plaintiff produces a written claim, to which are annexed two annexures. The Assistant of the Honourable Company, Sr. Marinus Maunussen, having properly legitimized himself as the general attorney of the defendant, requests a copy of the one and the other in order to serve an answer fourteen days from today. The Council grants a copy and a day to serve an answer. The aforementioned Honourable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff, against the under-overseer of the Honourable Company's post De Schuur, Johan Philip Snepelsbergen, defendant, legitimized with a special power of attorney passed to him by the Heemraad of Stellenbosch and Drakenstein, the Honourable Jan de Villiers, J.P. son, in order, in the case of contravention against the Plakaat of the 4th of March 1788, to hear such claim and conclusion as the Officer Plaintiff shall think fit, to answer thereto, and further to proceed according to law. The Officer Plaintiff submits a written claim equipped with an annexure, concluding as at the end of the same. The Council grants a copy and a term of four weeks to serve an answer. The oft-mentioned Honourable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Officer Plaintiff of the one part, against the soldier of the Regiment of Württemberg garrisoned here, Johan Walters, defendant of the other part. The Officer Plaintiff produces a written claim equipped with a report from the slave Frans of Bengal and a sworn statement of the soldier Michiel Roepinger, together with the interrogatories answered by the defendant before the Commissioners, and a surgical certificate. The defendant, having heard the one and the other read out, says that he persists with his answered interrogatories, and has nothing to put forward against the claim of the Officer. The
Dutch transcription
290 Voorm: E: Achtb: Heer Inde¬ de Heer R. O: Eissr al„ pendent Fiscaal Iohan Nico„ voorens Eijsch te doen ver. laas Steven van Lijnden zoekt, dat den ged: in perzoon R: d: Eijss=r moge werden gecondemneerd, om te antwoorden op zodanige ar„ ticulen, als hem ged: voorsteeren. den Ratelwagt Evert van gecommitteerdens zullen wor„ Es ged: ten einde te aan„ den voorgehouden. hooren zodanige Eisch, dan De ged: in persoon, zegd wel versoek ofte versoeken daar op in substantie, Ik, als de R: O: Eyss:r zal goedvin„ heb Zwartzenberg niet ge„ den teegens hem te doen slaagen, maar hem nadat en te nemen, over ende hij mij eenige slagen heeft toe„ gebracht, bij de beenengegree„ ter zaake dat hij van Es zicn pen, het geen veroorzaakt heeft niet ontzien op den 6. dat wij te zamen in een sloot deeser, zijnen meede zijn gevallen, alwaar zwartoen„ berg ongelukkig zijn been heeft Ratelwagt Zwartzenburg gebrooken. met een stok fijtelijk aan te De Heer R: O: Eyss: blyft randen, met gevolg dat des„ bij zijn versoek persisteeren. zelfs rechterbeen is koomen te breeken, en het geene verder ter deser zaake is voorgevallen, daar op te ant„ woorden, en voorts te pro„ cedeeren als in Cas Crimi¬ neel gebruijkelijk is. Contra. l 29 F. De Raad, ordonneerd den Ged. e in persoon, omme te antwoorden op zoda„ nige Jnterrogatiren, als hem van weegens den Heer R. d: Eijssr voor Heeren Gecommit„ teerdens zullen worden voorgehouden. Waarna in Raade verscheen den ingevolge besluit van den 2: deeser geappoincteerden Schout Hendrik Matthijs„ sen, dewelken door den E: Achtb Heer Praesident afgevraagd zijnde welke redenen hij ged: heeft, om niet volgens het aloud gebruijk, het Lid deezes Raads de Heer Rij¬ no Johannes van der Riel als de zaaken van den Landdrost te graaffe„ Reinet ex officie waarneemende kennis te geven, dat den Burger Tobias Mijnhart alhier in hechtenis was opgebragt, daar op betuigde zulks met geene deminste inten„ tie te hebben nagelaaten, maar in de meening te zijn geweest dat de zaaken der respe Land drosten thans door den adjunct Fiscaal M:r: Johannes Andreas Pruter 29 Fruter wierd waargenoomen en ook van de opkomst van Mynhart aan gemelde Heer Fruter te hebben rapport gedaan; zulks den Heere vander Riet in deezen declaratie heeft genoegen genoomen. /:onderstond:/ Aan Cabo de GoedeHoop, die et anno Ut supra /:laager:/ Mij praesent /:was geteekend:/ W:J: V: Bijneveld Secret. s s' voormiddags Praesent de E. Achtb: Heer Independent Fiscaal en alle de Leeden dem„ tis de E: Achtb: Heer Iohannes Isaak Rhe„ „nius praesident bij occupatie, en de Heeren Meijer, Maasdorp en van der Riet, zo bij occupatie als bij indispositie Donderdag den 29 October 1789. De Jndependent Fiscaal de Heer R: O Eijsscher produ deses Gouvernements de ceert eenen schriftelijken Eysch waar bij gevoegd zijn twee bij„ E: Achtb Heer Johan Nicolaas laagen. Steven 9 293 de adsistent der EComp:ie Sr. Marinus Maunussen, als generaale gemagtigde van den ged: zig behoorlijke gele„ gitimeerd hebbende versoekt van 't een en ander Copia ten einde heden over 14 dagen te die„ nen van Antwoord. De Raad fiat Copia en dag om te dienen van Antwoord Voormelde E: Achtb Heer In de Heer R. O: Eysscher legd over dependent Fiscaal Iohan eenen schriftelijken Eijsch Nicolaas Steven van Lijn„ gemunieerd met een bijlaag concludeerende Ut in fine van den 7: O: Eysscher denselven. Contra de Burger Jacobus van Leeuwen, zich met eene, den Heemraad aan den onderbaas van s' EComp=s Post de Schuur Johan Philip snegelsbergen ged, omm' in Cas van gepleegde fraude en disobedientie te aanhooren zodaanige Eijsch ende conclu„ sie als den r: O: Eysscher zal goedvinden tegens denselven te doen en te nemen, daar op te antwoorden, en voorts te procedeeren als na rechten. contra, steven van Lijnden R: O: Eijsscher, Speciale Hellerbo 29 Copia en termijn van vier weeken speciale procuratie op hem ge„ om te dienen van antwoord. Stellenbosch en Drakenstein passeerd legitimeerende, versoekt de E: Ian de Villiers I: P:Z omme in Cas van contraven„ tie teegens het Placcaat van den 4 Maart 1788: te aanhoo„ ren zodaanigen Eysch ende conclusie als de R:O: Eysscher zal goedvinden, daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechten. De Raad fiat de Heer R: O: Eysscher produceert Meergemelde E. Achtb Heer Independent Fiscaal Johan eenenschriftelijken Eijsch gemunieert met een relaas van den slaap Frans Nicolaas Steven van Lijnden van Bengalen en eene beEedigde Verklaaring van den soldaat Michiel R: d: Eijss=r ter eenere Roepinger, benevens de door den ged: voor Heeren Gecommit„ teerdens, beantwoorde In„ terrogatorie en en Chirur„ gieale Attest Contra den soldaat onder het alhier, guarnisoen houdend Regiment aan Wurtemberg Iohan Wal„ ters ged: ter andere zijde De ged: het een en ande hebbende hooren leezen, zegt bij zijne beantwoorde Interrogatorie te blijven persisteeren, en tegens den Eysch van den officier, niets te hebben in te brengen. - De
English
conclusion, having read the appended documents and having considered that which served the matter, administering Justice in the Name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Johan Walter to be placed on water and bread for the period of 14 days, with further condemnation of the said defendant in the costs incurred in this case. The Council, having seen the written claim and conclusion of the Landdrost, The frequently mentioned Honorable Independent Fiscal, plaintiff in his official capacity, versus the burgher Harmen Claassen, in order that, because the defendant thought fit to remove his coat of arms from before his house without prior knowledge of the plaintiff in his official capacity, and on that account has incurred a fine pursuant to the proclamation issued in that regard by the Government here under date of 17 December 1784, execution may be seen decreed thereon for the fine of 50 Rds, with costs. The plaintiff in his official capacity makes his claim under submission of a declaration passed by the Schout Hendrik Matthijsen, ore tenus, as in the presentation. The defendant says for answer that he took down his coat of arms because people had molested him and that he did not know of the Proclamation, therefore requesting to be pardoned for this once. The plaintiff in his official capacity persists in his claim, the parties renouncing further productions. The Council, after consideration of matters, decrees the requested Execution for the recovery of the Fine of 50 Rds determined by the Proclamation, and condemns the defendant in the costs. underneath was written: At Cape of Good Hope, the day and year as above. lower: In my presence, was signed: W: van Rijneveld, Secretary. Thursday the 12th of November 1789. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except for the Honorable Independent Fiscal and the gentlemen Ronnenkamp, Maasdorp, and Gie, due to indisposition. Marinus Rasmussen, Assistant of the Honorable Company, as attorney of Johannes Andreas Frister, Under-foreman of the Honorable Company's Post 'de Schuur', Johan Philip Snegelsbergen, petitioner, versus the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, respondent, in order to see an answer served to his submitted claim. The petitioner submits his written statement with an annex. The Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, appearing due to the indisposition of the gentleman respondent, requests a copy thereof in order to serve a replication four weeks from today. The Council agrees. The Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, plaintiff in his official capacity, versus the burgher Jan Enslin, defendant, in order to hear such Claim and Conclusion as the plaintiff in his official capacity shall think fit to make and take against him, the defendant, because he inflicted two wounds upon his slave September by punishing him, and, through not taking proper care that the said slave drank cold water after the punishment, caused him to die, to answer thereto and further to proceed according to law. The Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, as qualified in office to attend to the affairs of the plaintiff in his official capacity, submits a written Claim provided with an Extract from the Criminal Roll of Justice and two further annexes, concluding as at the end thereof. The defendant, having heard the Claim and documents read, says for Answer that as far as concerns the chastisement applied to his slave Bougies, it was very slight, as he, the defendant, inflicted only 50 to 60 lashes upon him with a four-horse whip, while he furthermore also took care, by letting his said slave walk for more than an hour, that he had no opportunity in that interim to drink cold water; that furthermore, regarding the wounds found on the head of the slave mentioned, they were by no means caused by blows, but that that boy, whom he, the defendant, after having captured him, had locked in irons and transported home in that manner, fell to the ground on the way and thereby received the wounds on his head; adding to this that he, the defendant, is a young beginner, and therefore on that account would have taken all care in his chastisement not to harm his slave in his health through mistreatment or neglect and to cause himself such considerable damage. The plaintiff in his official capacity advances in replication that since that which was posited in the Claim is verified most clearly by the confession of the defendant, he, the plaintiff in his official capacity, considers it unnecessary to produce anything more in support of the Claim; therefore persisting for replication in the Claim made and the Conclusion taken. The defendant also persists in what he brought forward, that in this he acted without intent. The Council, having read the written Claim and Conclusion of the Landdrost, and having heard what was put forward by the defendant, after consideration of everything that merited reflection and could move their Honors, administering Justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Jan Enslin to a fine of 50 Rds for the benefit of the officer, and to all the costs incurred in this case; dismissing the further Claim made and Conclusion taken by the officer. The Criminal Roll of Justice having been concluded up to this point, the below petition was presented by the dismissed dragoon Christiaan Velten. To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Right
Dutch transcription
295 cinclusie, met de daar bij gevoegde, do„ cumenten geleesen en gelet hebbende op het gunt ter materie was dienende Recht doende uit Naam ende van wee„ gens de Hoog moogende Heeren Staa„ ten generaal der vereenigde Nederlan„ den, condemneert den ged: en ged: Johan Walter, om geduurende den tijd van 14 daag en te water en te brood te werden geset met verdere condemnatie van hem ged: in de ter deeser zaak gevallene kosten. De Raad den schriftelijken Eijsch en Dikgemelde E: Achtb: Heer Jnde„ de Heer R: O. Eiss. r doet zijsch pendent Fiscaal R:O: Eijss:r onder overlegging eener Verklaa Contra ring door den Schout Hendrik Matthipsen gepasseerd bij monde Eysch ut in de praesentatione Aen Burger Harmen Claassen gell: omme ter zaake dat den de ged: voor antwoord zegt zijn Tabbord te hebben weg ge„ ged: heeft kunnen goedvinden zonder voorkennisse van den noemen om dat men hem molest R: O: Eijssr. Zijn Gabberd voor zijn had aangedaan en van 't Placcaat huijs weg te nemen en uit dien, niet geweeten te hebben, verzoeken„ de dus voor deeze reijze gepar„ hoofde ingevolge het placcaat donneert te worden. de Heer r: O: Eyss=r persisteerd dieswegens door de Regeering bij zijne Eijsch, renuntieerende partijen alhier in dato 17 December 1784 geëmaneerd, vervallen in eene van verdere productien boete n 296 De Raad na overweeging van zaaken decerneert de verzogte Executie tot verhaal van de Placcaat gepaalde Boete van 50 rd=s en condemneert den ged. e in de kosten. - /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop, die et Annout sij /:laager:/ Mij praesent /:was geteekend:/ W: van Rijneveld, Secret=s Donderdag den 12 November 1739. s' voordemiddags praesent de E: Achtb: Heer Johannes Isaak Rhenius Praesident en alle de Leeden, demptis de E: Achtb: Heer In dependent Fiscaal en de Heeren Ronnenkamp, Maasdorp, en gie bij in dispositie. de reqt. legt over zijne schrif Den adsistent der E Comp:e boete van 50 Rd=s daar op Executie te zien decerneeren met de kosten. Mari 297 verzoekt daarvan Copie ten einde heden over vier Weeken schriftuur van Antwoord met een bijlaag De adpietenfiscaal m=r vermits indispositie van den Heer gereg=e Compareerende te dienen van replicq De Raad fiat. De adjunct Fiscaal M=r Johannes Andreas Pruter als in officie gequalificeerd ter waarneeming der zaaken van Contra den R: O: Eyss:r legd over eenen schriftelijken Eijsch gemunieerd met den Burger Jan Enslin Ged: een Extract uit de Crimineele rechts„ ten einde te aanhooren zoda Rolle en nog twee bijlagen, Conclu„ nigen Eisch en Conclusie, als de deerende it in fine van denselven de ged: den Eysch en stuk, H: O: Eissr tegens hem gede: zal ken hebbende hooren Leesen zegd, goedvinden te doen en te voor Antwoord, dat wat betrefd te nemen ter zaake dat hij zijn slaaf September van kastijding aan zijn slaaf gebezigd De Landdrost der Colonien Hellenbosch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Blet„ terman R: O: Eijss=r Marinus Marmussen, als gemachtigdens van den Johannes Andreas Frister onder baas van s' ECompt Post de Schuur Johan Philip is Snegelsbergen regt Contra den Independent Fiscaal deses Gouvernements d' E: Achtb: Heer Iohan Nicolaas Steven van zijnden gereg=e omme op deszelfs ingedienden Eijsch te zien dienen van Antword deselve Bougies n 2078: deselve zeer gering is geweest, als heb„ Bougies door het afstraffen bende hij ged: denselven, met een twee wonden toegebracht en vier paarden zweep slegt 50 a 60 slagen door het niet behoorlijk zorge toegebragt, terwijl hij voorts ook door draagen dat denselven Staaf zyn gen: slaaf nog ruim een uuur te heb„ ben laaten wandelen, gesorgd had, dat na de afstraffing kond Water denzelven in dien tusschentijd geen heeft gedronken is komen te geleegendheid had om houd water sterven, daarteegens te ant„ te drinken. - dat wijders be„ langende de wonden aan het woorden en voorts te pro¬ hoofd van gepep ten slaaf bevonden cedeeren als na rechten. deselve geensints door slagen zijn veroorzaakt, maar dat dien Jongen, welken hij ged: na dat hij denselven had gevangen genomen, in boeijen gesloten, en zo„ naar het huijs getransporteerd heeft op weg tegen den grond gevallen zijnde, daar door de wonden aan zijn hoofd heeft bekomen, voegende hier nog bij, dat hij ged=e een jonge beginder is, en duszelfs uit dien hoofde, in zijne kastijding alle zorge zoude hebben gedraagen, om zijn staaf door mishandeling of verzuijm in zijne gesondheid te krenken, en zig zodanige importante schade toe te brengen. — de, z: 6: Eijscht voor replicq advanceerd, dat daar door de Confessie van den ged: het bij Eisch geposeerde ten klaarsten word geverifieerd, hij r: O: Eijss=r het overzulks onnodig acht tot staving van den Eijsch iet meerder bij te brengen; persisteerende derhalven bij de ge„ daane Eysch en genomene Conclusie voor replicq de Ged: persisteerd meede bij zijn voortgebrachte, dat hij in deesen zonder opset is te werk gegaan D:e: Raad den schriftelyken Eijsch en Conclusie 298 3. Conclusie van den Landdrost geleesen en gehoort hebbende, het geen door den ged: is ingebracht, na overweeging van alles wat reflectie meriteerde en hun E: Achtb: konde doen moveeren, Recht doende uit naam ende van weegens de Hoogmoogende Heeren Staaten generaal, der verleenigde Nederlanden, condemneert den ged: Jan„ Ensel in eene boete van 50 rd=s ten prifijte van den officier, en in alle de ter deeser zaaken gevallene kosten; met ontzegging van den verderen gedaanen Eijsch en genoo„ mene Conclusie van den officier. - De Crimineele Rechtrolle tot hiertoe zijnde afgeloopen, wierd door den onder afges gage gestelden drag onder Christiaan Veltren het onderstaande request gepraesenteerd. — Aan den Wel Edelen Achtb: Heer den Heere Iohannes Isaak Rhenius, Praesident, benevens de verdere Leeden uit den E: Achtb: Rade van Justitie deeses gouvernement Wel
English
300 Right Honorable Sir, and Right Honorable Sirs. With the required respect, the discharged dragoon Christiaan Velbron most humbly makes known: How the petitioner, having ridden out to the country more than two months ago with the intention of buying a farm, as the petitioner indeed purchased the intended farm from the burgher Godfried Fredrik Koch on the 7th of the past month of October; He, the petitioner, at the same time took along three small chests of merchandise, with the intention of bringing the same there, but having arrived at the Honingklip, there the messenger of Swellendam, in the name of the Landdrost of the said colony, Mr. Anthonij Alexander Faure, arrested and sealed the petitioner's said goods, with the notification that no one was authorized to ride through and roam about the country with goods in order to sell them; 301. Which was also not the petitioner's intention, and he also sold no goods along the road, but only wished to transport them to the farm in order to sell them then. The petitioner, who was entirely ignorant of those placats, would otherwise have taken good care not to place his total ruin in the balance, as the petitioner's fortune is entirely at stake in this, and not only that, but his creditors must also thereby suffer absolute harm; The petitioner is highly apprehensive of being prosecuted by the said Mr. Landdrost, and that the petitioner's ruin would thereby be further advanced, and being fearful of that, rather than entering into costly proceedings, being more inclined to compound the matter. Just as the petitioner hopes that Your Right Honorables will find that the offense was committed by the petitioner out of ignorance, civil and compoundable; Reasons why the petitioner, in this his pressing need, most respectfully turns to Your Right Honorables with the humble request that it may please Your Right Honorables to declare the said offense civil and compoundable, 302 compoundable, and consequently to authorize the Deputy Fiscal Mr. Johan Andreas Truter, as general attorney of the said Mr. Landdrost, to be permitted to compound with the petitioner over the penalties and fines applicable thereto, in the presence of two gentlemen commissioners from this Honorable and Esteemed Council. Which doing, etc. Was signed: Velbron. In the margin: Presented in court on the 12th of November 1789. After the reading whereof, the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, who was still before the council chamber and, pursuant to authorization granted to him by the Honorable and Gallant Governor and Honorable and Esteemed Council of Policy, ex officio attends to the affairs of the Landdrost of the colony of Swellendam, having been heard, submitted that, without however conceding the assertions set down in the said petition, the Landdrost of Swellendam, since the punishment which the petitioner would have incurred consists of a pecuniary fine, 303 consists, therefore left this matter to the Council's judgment; wherefore the Council, after deliberation of the matters, has condescended to the request made by the petitioner, and declared this matter civil and compoundable before gentlemen commissioners, members of this court. After which, the Council being informed by Messrs. van der Riet and de Wet that, when their Honors had served as commissioners on the 6th of this month to have re-examined and sworn a certain declaration given by the burgher Johannes Paulus Eksteen upon the requisition of the Honorable and Esteemed Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden in the lawsuit between the said Honorable Independent Fiscal and the burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, it had then been requested by the said van der Poel, who was also appointed as a party, that the deponent should not be admitted to the oath, on the grounds that his declaration was directly contradicted by three sworn declarations attached to the plea of answer, namely of Jacobus Coenraad Stant, Johannes Christiaan Bam, and Bartholomeus Goedhart, and that their Honors, because if 304 if the deponent Eksteen were admitted to the oath, it would then certainly have been falsely sworn either by the above-mentioned three deponents or by him, Eksteen, had therefore thought it best provisionally to leave that declaration unsworn, and to learn the intention of this Council in that regard; so the Council, in addition to the reason adduced above, also taking into consideration that the deponent Eksteen does not only testify in his own case, but is also contradicted by a declaration of the burgher Fredrik de Jager given upon the requisition of the Officer, so that it is even very apparent from this that the deponent, at least in the statement of the circumstances which took place in the incident that occurred between him and his brother-in-law van der Poel, by no means disclosed the pure truth, thought fit to authorize the gentlemen commissioners to have the frequently mentioned declaration re-examined only in the presence of van der Riet. At the foot: At the Cape of Good Hope, the day and year As 305 As above. Below: In my presence. Was signed: W. S. van Rijneveld, Secretary. Wednesday the 18th of November 1789. In the forenoon, extraordinary meeting, present the Honorable and Esteemed Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except for the Honorable and Esteemed Independent Fiscal and Messrs. Maasdorp, Meijer, and van der Riet, the first two on account of indisposition and the latter on account of business. The Honorable and Esteemed President preliminarily informed the Council that his Honor had been notified by the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden that the farmer Godfried Fredrik Koch, living at the Honingklip near Mossel Bay, was said to have made himself guilty of beach robbery and theft of various linens from the ship wrecked in the past year 1788
Dutch transcription
300 WelEdele Achtbare Heer, en Wel Edele Achtbare Heeren. Geeft met de vereijschte Eerbied op het ootmoedigste te kennen; den onder afgesz. gage gestelden Dragonder Christiaan Velbron, Hoe hij sup=t over twee maanden geleeden na buijten gereeden zijnde, met voor„ neemens een Plaats te koopen, zo als den„ Supp=t ook van den Burger Godrried fredrik Sisch op den 7 der afgeloopene maand october den„ bedoelden Plaats heeft gekogt Hij supp=t teffens drie kistjes met negotie heeft mede genomen, met voornee„ men deselven aldaar te brengen, maar ge„ koomen zijnde tot aan de Honing klip daar de Bode van Zwellendam, uijt naam van den Landdrost der gesegde Colonie de Heer Anthonij Alexander Faure, de Supplianten gemelde goeder zijn gearresteerd en ver„ zeegeld geworden, met aanzegging, dat nie„ mand bevoegd was, met goederen door het land te rijden en omswerven, om die te verkopen het 301. het welk ook des sup=ten Intentie niet was, en ook geen goederen op de weg heeft ver„ kogt, maar alleen die na de Plaatswelde trans„ porteeren om deselven als dan te verkoopen. — den Sup=t die geheel egnorant was, dier Placcaaten, hadde anders wel gesoigd, om zijn Totale ruine in de Waagschaal te stellen also des supt zonne daar in volstrekt geleegen is, niet alleen maar ook deszelfs Crediteuren e daar door een volstrekte schaade moeten toegebragt worden den Sup=t ten hoogsten bedugt is, door gem: Heer Landdrost te zullen werden ge„ actioneerd, en daar door des supp=t ruine meerder bevorderd word, daar voor bedugt zijnde liever als zich in eene kostbaare procedures te begeven, meer genegen zijnde om daar over te composeeren. - zo als den sup:t verhoopt dat UWel Edelertb: zullen bevinden de misdaad bij den zup=t /: uit onweetenheid geschied te zijn, Ciriel en Composibel Redenen waarom den supt. in deze zijne dringende nood op het eerbiedigst zich is keerende tot U Wel Ed: Achtb: met ootmoedig versoek, dat 't uwelEdlehh zal gelieven te behaa„ gen, gem: misdaad te verklaaren Civiel en Composibel 30 Composibel en diesvolgens den adjunct Fiscaal Mr. Johan Andreas Truter als generale ge„ magtigde van welgedagte Heer Landdrost te authoriseeren, omme ten overstaan van twee Heeren gecommitteerdens uit dezen Edelen Achtbaaren Rade met den Supphanten over de poenen en breuken daar toe staande te mogen composeeren. /:onderstond./ T welk doende & /:was getekend:/ Velbron /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 12:' No„ vember 1789. Na welke lectuure daar op den ad„ junct Fiscaal Mr Johannes Andreas Fruter die zich nog voor de raadzaal bevond en ingevolge qualificatie van den Edelen Gestrengen Heere Gouverneur en E: Achtb: Politiquen Rade, op hem verleend, de zaa„ ken van den Landdrost der Colonie Z wel lendam ex officio waarneemd, gehoord zijnde advanceerde denzelven, dat, zonder egter te advoueeren de positiven in het zelve request ter nedergesteld, de Landdrost van Zwellen dam, dewijl de Straf welke den Sup=t zoude hebben geincurreerd, in een pecunieele boete bestoot 303 bestaat, deze zaak der halven aan s' Raads oordeel overliet; Jnvoegen de Raad na overwee„ ging van zaaken in 't door den sup.t gedaan verzoek heeft gecondescendeert, en deze zaak verklaard civiee en composibel, voor Heeren gecommitt: s Leeden deser Vierschaar„ Waar na door den Heer van der Riet en de Wet, de Raad ter kennisse gebracht zijnde, dat wanneer hun EE: op den 6 deeser als gecommitteerdens hadden gevaceerd, om te doen recolleeren en beedigen zeker verklaa„ ring, door den Burger Iohannes Paulus Ek„ steen, ter requisitie van den E. Achtb: Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas: Steven van Linden in 't proces van gem: Heer Jnde„ pendent Fiscaal en den Burger Zuite„ nant Jonas Albertus van der Poel, verleeden, als toen door gedagten van der Poel, die als partij mede was geappoincteerd, was verzogt geworden, dat den Reposant niet tot den Eed mogt werden toege„ laaten, uit hoofde dat zijne verklaaring, door drie bij het Schriftuur van antwoord gevoegde Beze„ digde Verklaaringen, als van Jacobus Coenraad stant, Johannes Christiaan Bam, en Bartho, lomeus Goed hart rechtstreeks wierd tegen„ gesprooken, Een dat hun EE: uit hoofde dat bij aldien 304 aldien den Deposant Eksteen tot den Eed wierd geadmitteerd, er als dan gewisselijk of door bovengem: drie deposantanten, of door hem Eksteen valschelijk zoude wezen geswooren, over zulks best gedagt had den die verklaaring provisioneelijk onbeeedigt te laaten, en de intentie dies Raads dien aangaande te vernemen, zo heeft de Raad daar op bij de rede hier boven bijgebracht nog in aanmerking nemende, dat den Te„ posant Eksteen niet alleen in zijn eigene zaak getuygd, maar ook door eene Verklaaring van den Burger Fredrik de Jager ter requisitie van den Officier, verleeden word gecontrarieert zo dat het hieruijt zelfs zeer apparent is dat den depo„ sant ten minsten in opgaaf der circumstantie, welke bij het tusschen hem en zijn zwager vander Poel g'ex„ teerd geval hebben Plaats gehad, geen„ zints de zuivere waarheid heeft opengelegd, goedgevonden Heeren gecommitteerdens te qualificeeren, om meergem: Verklaaring slegt ten overstaan van vander Biet te doen recolleeren /:onderstond:/ Aan Cabo de goedesCoop die et Anno Ut „305 Ut supra /:lager:/ mij praesent /:was getee„ kend:/ W: S: V: Rijneveld: Serret.:s Woensdag den 18 Novbr: 1789 s' voormiddags Extia ordin: Vergadering, praesent de E: Achtb. Heer Johannes Isaak Thenius, Praesi„ dent en alle de Leeden, demptis d' E: Echtb Heer Independent Fiscaal en de Heeren, Maasdorp, Meijer, en vander Riet, de twee eersten bij In„ dispositie en de bij de laatsten bij dccuipatie. — Gaf de E. Achtb: Heer Praesident den Raade vooraf te kennen, dat zijn E: Achtb: door den Heere Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden verwittigd zijnde geworden dat den aan de Hooning Klip, om„ streeks de Mosselbaaij wonende Landbouwer God„ fried Fredrik Hoch, zig zoude hebben schuldig ge„ maakt aan strandroof en diefte van diverse, Lijwaaten ^ uijt het in den gepasseerden Jare 1788 -
English
30½ 1788, having arrived in Plettenberg Bay and subsequently having run aground on the beach there, the private ship the Maria, his Honorable having therefore, at the request of the aforementioned Lord Fiscal, convened this meeting; Whereupon the Deputy Fiscal, Gabriel Ekster, due to the indisposition of the aforementioned Lord Independent Fiscal, appeared in the Council and submitted a memorial accompanied by two depositions, the said memorial reading as follows: To the Right Honorable the President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Lord and Gentlemen. With due respect, the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven 307 van Lijnden shows, That some time ago it came to the knowledge of the underwritten memorialist that the burgher and agriculturist Godvried Fredrik Koch, residing and gaining his livelihood around Mossel and Plettenberg Bay, had not hesitated to take possession of a considerable number of pieces of linen from the private ship the Vrouwe Maria, which was stranded in the said Plettenberg Bay last year, and to convey them to his dwelling place; the underwritten memorialist deemed it his duty to make further inquiries and investigation into this matter, in which he has so far succeeded that he has obtained the two accompanying corresponding depositions, leaving no room for doubt, from which it will appear to Your Right Honors that the aforesaid Koch, besides other offences, has not only caused a great number of pieces of linen and other goods to be conveyed from Plettenberg Bay in the month of September of last year to his place at Honing Klip and cautiously concealed them, but also, according to all circumstances, these goods were taken away from the said stranded ship in an unauthorized manner and 308 and stolen. That the repeatedly mentioned Koch having thus rendered himself immediately guilty of theft, and indeed strand-robbery, the underwritten memorialist must no longer delay to institute the necessary ex officio action against him in this case, and, as well because of the nature of the crime as its punishment, to address Your Right Honors with the request that it may please Your Right Honors to grant a decree whereby the Landdrost of Swellendam, Mr. A. Faure, is authorized and ordered to cause the aforesaid Godvried Fredrik Koch to be apprehended and sent up, and further to order the aforementioned Landdrost, in the presence of commissioned Heemraden, not only to proceed with the customary inventorying of his estate, but also to make further investigation regarding the corpus delicti as speedily as possible, and to hear the witnesses named in the attached depositions, to which end the necessary copies thereof will be forwarded to the Landdrost, 309 and then to cause the witnesses and documents to come to the Cape at the earliest opportunity, in order to proceed as the requirements of the case and the circumstances may demand. Below was written: Which doing, Lower down: In the indisposition of the Lord Independent Fiscal, Signed: G. Ekster. In the margin: Exhibited in Court, 18 November 1789. Which memorial and documents having been attentively read and deliberated upon, the Council granted the requested bodily apprehension of the person of the aforementioned Godvried Fredrik Koch to the underwritten memorialist, and at the same time deemed it proper to write to the Landdrost of the Colony of Swellendam, instructing him, assisted by two Heemraden, to proceed with all possible speed to the place of the said Koch, and there to make an exact investigation whether any of those goods, which are so distinctly specified in the two depositions of the aforesaid witnesses, copies of which will be sent to the said Landdrost for that purpose, are to be found at the place of Koch; as well as to take the necessary depositions, at the requisition of the Fiscal's office, before commissioned Heemraden, from all such persons as have 310 knowledge of this matter; the said Landdrost shall also thereby be authorized not only to ensure that the often-mentioned Godfried Fredrich Koch be brought up hither in safe custody, but also, since through the aforesaid committed acts the estate of the said Koch, out of which the Honorable Company ought to be indemnified, has fallen under the administration and settlement of the Secretary of this Council, to inventory all the goods and effects of the repeatedly mentioned Koch, and to send this inventory together with the other inquests hither. Furthermore, with reference to the memorial presented recently by this Council to the Right Honorable Governor and Honorable Council of Policy regarding the estate of the fugitive David Malan, there has arrived and been read today the following missive from the aforementioned Honorable Governor and Honorable Council of Policy: 311 To the Lord President and the further members of the Council of Justice, Cape of Good Hope. Good Friends. In order to clear away provisionally all the disputes that have so often arisen in this Colony over the administration of the estates of fugitives or other criminally prosecuted persons, and which are always referred to this Council for decision, we have determined as a provisional rule and standard of law: Firstly, that whenever a fugitive or other criminally prosecuted person, whose estate has not been declared insolvent, leaves behind a wife and children, or a husband and children, then the mother or father surviving with those children shall have the power to administer all goods, both movable and immovable, cash, and effects, none excepted, that belong to the community of property.
Dutch transcription
30½ 1788, in de Plettenbergs baaij aangekoomen en aldaar vervolgens op het strand geraakte particulier schip de Maria, zijn E: Achtb: overzulks op versoek van welgem: Heere Fiscaal deze vergadering, had doen beleggen Waarna den adjunct Fiscaal Gabriel Ekster, vermits indispositie van opgemelde Hee„ re Jndependent Fiscaal in raade verscheen en overgaf een vertoog gemunieert met twee verklaaringen, luijdende hetzelve vertoog als volgd, Aan den WelEdele Achtb Heere Praesident en Rade van Jus„ titie des Casteels de goede Hoop. Wel Edele Achtbare Heer en Heeren. Vertoond met gepasten Eerbied den Inde„ pendent, Fiscaal Johan Nicolaas Steven, 307: van Lijnden, dat reeds voor een geruijnen tijd den B:O: Vertoonder te hooren gekomen zijnde dat den Burger en Landbouwer Godvried fredrik Koch, omtrent de Mossel en Plettenbergs baaij woonende en zig neerende, zig niet zoude ontzien hebben, van het in 't voorleeden Jaar in gem: Plettenbergs-baaij gestrande particu„ lierschip, de Vrouwe Maria, een aanzienlijk getal stukken Linnen afhandig te maa„ ken en, na zijn woonslaat te brengen, den 7: O: Vertoonder van zijn Pligt heeft vermeend te zijn, daar omtrend nadere reekerches en onderzoek te moeten doen; waar in denselven dan, in ze verre heeft gereupeerd, dat bijgaande twee Con„ forme geen twijffel overlaatende verklaarin„ gen heeft ingewonnen, uit welke u Wel Edel Achtbaarens zal blijken dat voorsz koch buijten andere mis drijf, niet alleenig een groot getal van stukken linnen en andere goederen in de maand Sept=r des voorleden Jaars, uit de Plettenbergsbaaij nadeszelfs Plaats te honing klip heeft doen rijden, en met voorzigt bergen, maar ook volgens alle omstandighedens deze goederen van gem: gestrande schip op een niet gepermitteerde wijze weg genoomen en 308. en gestolen geworden. Dat den meergemelde Koch zich dus daadelijk aan diefte, en wel strandroof dadelijk schuldig gemaakt hebbende, den r:O: Vertoonder ook niet langer zal mogen vertoeven, om in dit Cas teegens denselven Ampthalven de noodige Actie te institueeren, en zo wel wegens de aard der misdaad, als derselver bestraffing zich te addresseeren, aan Uwel Edele Achtb: met verzoek, dat het van UWel Edele Achtb=e welbehage mog zijn, te verleenen decreet, waar door den Land drost van Zwellendam, de Heer A: Saure geau„ thoriseerd en gelast word, voorschreeven godvried Fredrik Koch te doen apprae„ hendeeren, en op te zenden, voor'ts even„ gemelde Zanddrost te ordonneeren, ten over„ „staan van gecommitteerde Heemrad en niet alleenig de gewoonlijke inventarisa„ tie van deszelfs Boedel voor te neemen maar ook omtrent het Corpus delieti ten spoedigsten nader onderzoek te doen, de annexe verklaaring en benoemde getuijgen te hooren, ten welken einde de nodige Copijen, daarvan, den Landdrost zullen 309 zullen toegaan, en zo dan de getuijgen en stukken ten eersten Caabwaard te doen koomen, om na vereijsch der zaken, en omstan„ dighedens te kunnen ageeren. - /:onderstond:/ 't welk doende /:lager:/ bij indispositie van den Heere Independent Fiscaal, /:getekend:/ G: Ekster /:in margine:/ Exhibitum in Judicio:/ den 18 November 1789. Welk vertoog en stukken, met oplettendheid geleezen en daar over gedelibereerd zijnde, heeft de Raad de versogte apprehensi Corporeel op den persoon van voorm: Godvried Fredrik Koch aan den R: O: Vertoonder verleend, en tevens goedgevonden den Landdrost der Colonie Zwel„ lendam aan te schrijven, om zig geadsisteerd, met twee Heemraaden, ten allerspoedigsten te begeeven naar de Plaats van gem: Roch, en aldaar naamwkeurig ondersoek te doen, of zig ook nog van die goederen, welke bij voorsz: twee deposanten: weer verklaaringen tot te dat einde in Copia aan gem: Land drost zal worden toegesonden, zo distinct worden opgegeven, ter Plaatse van koch bevinden mistg„s ook van alle die Persoonen welke van 310. van deze zaak kennis dragen, de nodige ver„ klaaringen, ter requisitie van het officie fis„ caal voor gecommitteerde Heemraden te dren ligten, zullende gen: Landdrost daar bij ook worden gequalificeerd om niet alleen te zorgen dat dik gem: God„ fried fredrich Kork, alhier in Verseekering worde opgebracht, maar ook, nadien door het voorschreven gepleegde, den Boedel van denselven Hoch, waar uit d' EComp=ie behoord te worden schadeloos gesteld, vervallen is in de administratie en reddering van den Secretaris deses Raads, alle de goederen en Effec„ ten van meergerepte Hoch te inven„ tariseeren, en deesen Inventaris met de overige Enquesten herwaards over te zenden Wijders is met betrekking tot het door Jongstleeden deesen Raade op den aan den WelEdelen Gestrengen Heer Gouver„ neur en E. Achtb: politicque rade nopens den Boedel van den voortvluchtende David Ma„ lan gepraesenteerd Vertoog heden ingekoo„ men, en geleesen de volgende Missive van wel opgemelde Edelen Gestr: Heere Gouver neur 311 Aan den Heer Praesident en de verdere Leeden uit den Raad van Justitie Cabo de Goede Hoop Goede vrienden. Omme provisioneel uit den weg te ruijmen alle de verschillen, die zoo vaak over de Adminstratie van Vluctenden of anderen crimineel geactioneerde Perzoonen in dezen Colonie zijn onstaan, en altoos der decisie aan desen Rade worden overgedragen, hebben wij tot eene Provisioneele regel en regtsnaer bepaald. Eerstelijk, dat zo wanneer een Vluch¬ tend, of ander crimineel geactioneerde Perzoon, wiens boedel niet insolvend is verklaard, vrouw en Kinderen, of man en Kinderen komt na te laaten, als dan de bij die kinderen overblijvende moeder of Vader de Faculteit zal hebben, om alle goederen zo roerende als onroerende, Contanten en Effecten geene uitgesonderd die tot de neur en E: Achtb: Politiequen sRade gemeenschap
English
shall belong to the joint estate, even to be allowed to administer them and to sell or alienate them as free and own property, provided however that beforehand, a father or mother who happens to be in that situation shall be obliged, as soon as any criminal proceeding is instituted by the officer against the fleeing or otherwise guilty party, to have all the property judicially inventoried, and appraised by two irreproachable men from the relatives of the fugitive and sued party, or in the absence thereof two other persons of good name and reputation to be appointed to the satisfaction of the Council of Justice, in order to be able to determine from that appraisal what is due to the children as a father's or mother's portion, over which the said two persons shall act as supervising guardians; everything nevertheless under the condition and stipulation that the father or mother immediately after the appraisal has been made shall be obliged to provide sufficient security to the satisfaction of the aforesaid Council of Justice for the mentioned portion and for the security of the minors, and this until the children's majority, marriages, or other permitted states. Secondly, that whenever a husband and wife together, or widowers or widows should happen to flee or otherwise be prosecuted criminally, leaving behind minor children, their estates shall then be placed into the hands of the Orphan Chamber of this government, to be administered by that chamber according to the tenor of the prevailing instructions, and. Thirdly, that whenever anyone should happen to flee or otherwise be prosecuted criminally, and stolen goods or other goods that might be pawned under unlawful usury were found in their estates, then those estates, pursuant to the resolution of this Council of 12 October 1762, shall have to be accepted and administered by the Council of Justice. With which, after friendly greetings, we remain was written below Your good Friends, - lower by order of the Right Honorable Lord Governor and the Council, was signed G: f: goetz First Sworn Clerk in the margin Done at the Political Meeting In the Castle of Good Hope the 19 October 1789. After the reading of which, by the wife of the aforesaid David Malan, a petition was submitted, the content of which was. To the Right Honorable Worshipful Lord Johannes Isaak Rhenius President, together with the Honorable Worshipful Council of Justice of this government Right Honorable Worshipful Lord! and Gentlemen Shows with due respect Elisabeth Malan, wife of David Malan DZ that she, the petitioner, having observed from the extract handed to her, annexed hereto, from the resolution taken in the Council of Policy on 19 October last, that she, the petitioner, ought with fitting respect to request Your Right Honorable Worships for the lifting of the sequestration under which the joint estate of her and her said husband has been placed; the petitioner therefore turns to Your Right Honorable Worships with a humble request that it may please you, by apostille hereto, to enable the petitioner to administer her estate pursuant to the aforesaid resolution. The petitioner taking since it is also stipulated by the same resolution that this estate shall be appraised by two irreproachable men from the relatives of the petitioner's husband, to be appointed to the satisfaction of Your Right Honorable Worships, and also appointed as supervising guardians, provided also that sufficient security for the children's portion be provided to the satisfaction of Your Right Honorable Worships the liberty respectfully to nominate to Your Right Honorable Worships the former Elder of the Zwartland congregation, Mr. David Malan the elder, and the burghers Stephanus Malan and François de Villiers, being the father, brother, and brother-in-law of the petitioner's husband, both as appraisers and supervising guardians, and as sureties for the portion of the children; in no way doubting that Your Right Honorable Worships will be pleased to be satisfied therewith and thus enable the petitioner to liquidate her estate after having fulfilled the aforesaid requirements; requesting on all of this Your Right Honorable Worships' favorable apostille was written below Which doing etcetera was signed E: Malan, Wife of D: Malan Davids in the margin Presented in Judicio the 18 November 1789 Which having been read, it was granted as apostille thereon. The Council discharges the administrators of the estate of the aforementioned David Malan, appointed by resolution of 4 September 1788, from the duties assigned to them: and further approves the appraisers, guardian over the minor children, and sureties for the children's portion to be provided, mentioned in this petition; the petitioner shall thus be able to proceed with the estate in such a manner as the extract of the resolution of the Right Honorable Rigorous Lord Governor and Honorable Worshipful Political Council comes to dictate. After which it being taken into consideration whether, since the estate of the aforesaid David Malan has already been judicially inventoried by commissioners from this Council, one should now also have the appraisal that is to be done attended by commissioners; the majority of this council has judged that, since the aforesaid missive from the Honorable Worshipful Council of Policy does not directly prescribe a judicial appraisal, but only specifies an appraisal by two persons to be appointed to the satisfaction of the Council of Justice; the wife of the aforementioned David Malan will thus also have to proceed in such a manner, so that
Dutch transcription
342 gemeenschappelijken boedel zullen behoo„ ren, zelfs te mogen adminstreeren, en als vrij en eijgen goed mogen verkoopen, of„ verallieneeren, dog dat pracalabel, een Vader of moeder die zich in dat geval komt te bevinden gehouden zal zijn, zodra door den officier eenig crimineel proces, tegens de vluchtende of andersints schuldige mogt werden geen„ tameerd, alle de goederen gerechtelijk te laaten Inventariseeren, en door twee onbe„ sprooken mannen uit de nabestaande van de fugitive, en geactioneerde, of bij ont„ stentenis van dien twee andere ter goeder naam en faam staande perzoonen ten ge noegen van den Raad van Justitie te benoe„ men, laaten Tauxeeren, om uit die Tauxatie te kunnen vinden, het geen de Kinderen; voor Vaders of moeders bewijs is competerende waar over gem: twee Persoonen als toezien„ de Voogden zullen moeten ageeren; alles nochtans onder die mits en Conditie dat de Vader of Moeder dadelijk nade ge„ daane Tauxatie verpligt zal weesen voor het gementioneerd bewijs, en tot securiteit van de onmondige te stellen sufficiente cautie ten genoegen van voormelde Raade 343 Raade van Justitie en zulks tot der kinderen mondige daagen, Huwelijken of andere gepermitteerde staaten toe. ten tweeden, dat zo wanneer een Man en Vrouw te zamen, dan wel Weduwenaars of wedu„ wen mochten komen te vluchten, of ander crimineel geactioneerd worde, met agterlaating van onmondige Kinderen als dan derselver Boedels zullen worden gesteld in handen van de Weeskamer dezes gouvernements, omme door die kamer naa luijd van de vigeerende Instructie te wor„ den geadministreerd, en. ten derden, dat zo wanneer ymand mogte ko„ men te vlugten of andersints erimineel geactioneerd mogt worden, en in derzelve Boedels wierden gevonden, gestoole goederen of anderen die onder een ongeoorloofde Woeken mochte weesen verpand, als dan die Boedels ingevolge het besluit dezes Raads van den 12 October 1762: door den Raad van Justitie aanvaard en geadministreerd zullen moeten worden. Waarmede na vriendelijke groete verblij¬ ven /:onderstond:/ UE: goede Vrienden, - /:lager:/ ordonr ker ordonnantie van den Wel Edelen Heer Gou verneur en den Raad, /:was geteekend:/ G: f: goetz E: g: Clercq /:in margine:/ Actum ter politique Vergadering In het Casteel de goede Hoop den 19 October 1789. — Na lectuure van 't welke door de Huijsvrouw van voorsz David Malan wierd gedient van een request waar van de contenue was. Aan de Wel Ed Achtbaare Heer Johannes Isaak Rhe„ nuis Praesident, benevens de E: Achtb: Bade van Justitie deses gouvernements WelEdele Achtb: Heer! en Heeren C: E: Heeft met de verschuldigde Eerbied te kenn nen Elisabeth Malan, Huysvouwe van 334. 3. 15. van David Malan DZ dat zij supliante uit het ten deesen geannexeerde aan haar ter hand gesteld Extract uit de resolutie genoomen in Raade van Politie op den 19 October Jongstleeden ontwaard hebbende dat zij supplte UWelEdele Achtb: met gepaste eerbied behoord te versoeken ontheffing van de Sequestratie, waar in de gemeenschappelijken boedel van haar en haaren gem: man genomen is; zo keerd de supte. zich derhalven tot uwel Edele Achtb. r met ootmoedig versoek, dat het van derselver welbehaagen zijn moge de supte bij Appostille deses in staat te stellen, om haaren Boedel ingevolge voorschreeven Reso„ lutie te kunnen administreeren. Neemen„ de desup=te /:nadien ook bij deselve rasolu„ tie is bepaald, dat dien Boedel door twee onbe„ sprooken mannen uit de nabestaande vander supp=te man, ten genoegen van uwel Edele Achtb: te benoemen, zal worden getauxeerd en tevens gesteld tot toeziende Voogden, mitsg. s ook mee„ de ten genoegen van UWelEdele Achtb: voor het Kinderbewijs sufficiente Cautie gesteld de vrijheid de oud Ouderling der zwarlandsche gemeente s. r David Malan de oude en de de Burgers Stephanus Malan en François de Villiers, als zijnde, de Vader, Broeder en Zwager van der Supte man, zo wel tot Taxateier en toeziende Voogden, als tot Borger voor p. het bewijs der Kinderen, aan UWel Edele achtbare reverentelijk voor te draagen; geen„ zints twyffelende, of uWel Edele Achtbare zullen daar in genoegen gelieven te nemen en desupte dus in staat stellen, om haren Boedel na aan de voorschreven requisiten te hebben vol„ daan, tot liquiditeit te brengen; versoekende op 't een en ander Uwel Edele Achtb: gunstige apostille /:onderstond:/ T welk doende & /:was geteekend:/ C: Malan„ Huijsvrouw van D: Malan davids /:in margine Exhibitum in Judicio den 18 Novembr 1789 Het welk geleesen zijnde is daarop voor appostil verleend. De Raad ontslaat de bij besluijt van 4 September 1788. benoemde Administra„ teuren des Boedels van opgem: David Malan 316 317. Malan van de aan hun opgedragen laste: en neemt wijders genoegen, en die bij dit request gementioneerde Taxateurs, Voogd en over de minderjaarige Kinderen, en borg en voor het te doene Kinderbewijs; zullen de de Supp=te dus met den Boedel zodanig kunnen te werk gaan, als 't Extract der resolutie van den Wel Edelen gestrengen Heer Gouver „neur en E: Achtb: politicquen Rade komt te dicteeren. Waarna in overweeging zijnde ge„ noomen, of men daar de Boedel van voor„ schreeve David Malan reeds door gecommit teerdens uijt deesen Rade, en dus gerechte„ lijk is geinventariseerd, nu ook de te doene Tauxatie door gecommitteerdens zoude laaten bijwoonen; zo heeft de meerderheid dezes raads geoordeeld, dat dewijl voorschreeve mis„ sive van den E. Achtb Rade van Pouitie niet directelijk eene gerechtelijke Tauxatie voorschrijft, maar alleen een Tauxatie door twee persoonen, ten genoegen van den Raad van Justitie te benoemen, bepaald; men dus ook de Huijsvrouw van op gem: David, Malan, zodaanig zal moeten te werk gaan, Jnvoegen . Van
English
Accordingly, it was approved to excuse the delegate commissioners from attending the appraisal of the estate of the aforementioned David Malan; however, as the minority opinion was that the appraisal should take place in the presence of delegate commissioners of this Council, the Honorable President has undertaken, in order to prevent all future doubts, to request an interpretation on that point at the next meeting of the Council of Policy. Lastly, produced and read in the Council was the deed of bail de sistendo toties quoties executed pursuant to the resolution adopted on 8 October last concerning the aforementioned David Malan Davidsz, whereby the burghers François de Villiers and Pieter de Villiers interposed themselves and declared that if the aforementioned David Malan, having been summoned, should not appear in court, they as sureties would then deliver a sum of 1000 Rds to the Secretariat of Justice, to be consigned at the disposal of this Council; which deed of bail was approved by the Council. Below: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W.S. van Rijneveld, Secretary. Thursday, 26 November 1789. In the forenoon, present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except for Mr. Maasdorp due to indisposition. The Honorable Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steven van Lynden, acting ex officio, defendant, to see a plea in reply served to his submitted claim, against The burgher Jacobus van Leeuwen, as authorized agent of the Heemraad in Stellenbosch, the Honorable Jan de Villiers J.P. son, plaintiff. The plaintiff exhibits his written statement of response, furnished with annexes. Whereof the Honorable defendant requested a copy in order to serve his replication fourteen days from today. The Council grants a copy and a day to replicate. Thereafter was read a letter written by the Landdrost of the Colony of Swellendam, Antonij Alexander Faure, to the Honorable President of this assembly, wherein, in response to the letter dispatched to him, the Landdrost, pursuant to the resolution of the 18th of this month regarding the burgher Godvried Fredrik Koch, it is reported that since the aforementioned Godvried Fredrik Koch had ridden with the Messenger of the Colony of Swellendam to an auction of a certain burgher Scheepers, who lives very far inland, and was not expected to return to his place before the end of the coming month of December, he, the Landdrost, had therefore deemed it best to postpone the commission assigned to him until the return of the said Koch; with the addition that he, the Landdrost, would send the Substitute of the said Colony to meet the said Koch around the middle of the coming month in order to apprehend him. Which the Council approved for the reasons set forth in the aforementioned letter. Below: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W.S. van Rijneveld, Secretary. Wednesday, 9 December 1789. In the forenoon, extraordinary meeting, present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except for the Honorable Independent Fiscal due to official business and Mr. Maasdorp due to indisposition. After the Honorable President had informed the respective members that, since all the documents served in the trial initiated by the Honorable Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, acting ex officio, upon and against the Captain of the Burgher Reserve, the valiant Pieter van Breda, had already been circulated and read; his Honor had therefore convened this meeting in order to now definitively decide those proceedings in such manner as this Council in good conscience should deem appropriate; thus, after full deliberation on the matter with all possible attention, the following sentence was passed by a majority of votes. The Council, having attentively read and considered all the documents and legal exhibits submitted in court by the parties, and having paid regard to all that was relevant to the matter and that could move their Honors, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, dismisses the claim and conclusion made and entered on 20 August last by the plaintiff acting ex officio upon and against the defendant Pieter van Breda, condemning the plaintiff ex officio to all the costs incurred in this matter. Below: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W.S. van Rijneveld, Secretary. Thursday, 10 December 1789. In the forenoon, present: the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, and all the members, except for Messrs. van Echten and Maasdorp due to indisposition. The Secretary of this Council, Willem Stephanus van Rijneveld, petitioner ex officio, against The Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Independent Fiscal of this Government, on the one side, and the Captain of the Burgher Reserve, the valiant Pieter van Breda, on the other side; the former as plaintiff ratione officii and the latter as defendant, and
Dutch transcription
318- Invoegen, daar op is goed gevonden Heeren gecommitteerdens van het bijwoonen der Tauxatie des Boedels, van voorschreven David Malan te excuseeren; Terwijl egter nadien de minderheid van sentiment was, dat de Tauxatie ten overstaan van Heeren gecom„ mitteerdens deses raads zoude dienen te geschieden; de E: Achtb: Heer Praesident heeft op zich genomen, om tot voorkoming van alle dubiteiten, voor het vervolg, bij de eerste vergadering van Politie op dat princt eene int repretatie te versoeken. Laatstelijk is in raade geproduceerd en geleesen, de ingevolge het op den 8 October Jongstleeden met betrekking tot voormelde David Malan davidz genoomen besluijt gepasseerde acte van Cautie de sistendo toties quoties, waar bij zich de Burgers Fran çois de Villiers en Pieter de Villiers hebben ge interponeerd en verklaard dat ingevalle voorschreeve David Malan des vermaand zijnde, in rechten niet mocht verschijnen, zij Borgen als dan eene somma van 1000: Rd=s ter Secretarije van Justitie zoude besorgen, om ter dispositie deses zaads te 32% plicq. te worden geconsigneerd, welke Acte van cautie bij den Raad, is goedgekeurd. — /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop, die et Anno ut supra /:laager:/ Mij praesent, /:was geteekend:/ W:S: van Rijneveld, Secret=s Danderdag den 26 November 1739 s' voormiddig praesent de E: Achtb: Heer Johan„ nes Isaak Rhenius, praesident en alle de Leeden, demptis den Heere Maasdorp bij indispositie De Burger Jacobus van Leeuwen de regt. Exhibeert zyn schrif„ als gemachtigde vanden Heem„ tuur van Antwoord; zynde ge„ raad, te stellenbosch, d'E: Jan de munieert met bijlaagen. - Villiers J: P: L Regt. Van welk een en ander de E: Achtb Heer gereg:t verzogte Copia ten einde daar op heeden over 14 dagen te dienen van Re„ de E: Achtb. Heer Jndependent fiscaal alhier Johan Nicolaas steven van Lynden, r:O: gereg=d omme op deszelfs ingedienden Eijsch te zien dienen van Antwoord Contra 320 De Raadfiat Copia en dag om te re„ pliceeren, Waar na geleesen is, eene missive door den Landdrost der Colonie Zwellendam, An„ tonij Alexander Fauze, geschreeven aan den E: Achtb: Heere Praesident deeser ver„ gaadering, waarbij, in antwoord op den brief ingevolge besluijt van den 18 deeser nopens den Burger Godvried Fredrik Koch, aan hem Landdrost afgevaardigt, word bericht gedaan dat dewijl voorm: Godvried Fredrik Koch met den Bode der Colonie Zwellendam, na eene Vendutie van zeekere Burger Schee„ pers die zeer verre Landwaards in woonachtig is, was gereeden, en niet voor 't laatst der aanstaande maand december weder op zijn plaats stond te retourneeren, Hij Landdrost over zulks best had geoordeeld de aan hem op„ gedraagen commissie, tot de terug komt van gemelde Koch uijt te stellen; met bijvoeging dat hij Landdrost, den Substituut der ge„ melde Colonie tegens de helft der aanstaan„ de Maand gedagten Koch, zoude te gemoed zon den, om hem te apprehendeeren, 'T geen de Raad 321 Raad, om de Reedenen bij voorschreeve missive bygebracht heeft geapprobeerd. /:onderstond:/ Cabo: de Goede Hoop die et Anno Utsupra Aan /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ van Rijneveld: Secret:s HPle Woensdag den 9 Decbr: 1789. 's voordemiddags Extra ordinaire vergadering present de E achtb: Heer Johannes Zaak Rhenius president en alle de Leeden, demp„ „tis de E Achtb: Heer Jndependent Fiscaal bij occupatie en de Heere Maasdorp bij indispo„ „sitie Na dat de E achtb: Heer Praesident de respective Leeden had gecommuniceerd dat dewijl alle de stukken gediend hebbende in het proces, door den E Achtb: Heer Jndepen„ „dent Fiscaal alhier Johan Nicolaas Steven van Lijnden r: O. op ende jeegens den Capi„ „tain der Burger reserve de manhafte Pieter 322 Manh: Pieter van Breda geentameerd reeds waren rondgeleezen; zijn E: achtb: over„ „zulx deese vergadering had doen beleggen, ten einde die Proceduuire tans zodanig ten de„ „finitiven te decideeren, als deesen raade na ge„ „moede Oordeelen zoude te behooren; zo is, over het een en ander met alle mogelijke attentie gedelibereerd zijnde, daarop bij meerderheid van stemmen het volgende vonnis geveld. De Raad aandachtelyk geleesen en overwoogen hebbende, alle de stukken en munimenten door partijen in Judici ge„ exhibeert; mitsgaders gelet op al het gunt ter materie dienende was, en Hun E Achtb: konde doen moveeren Recht doende uyt naam ende van weegens de Hoogmogende Hee„ „ren staaten Generaal der verEenigde Nederlanden, ontzegd de R: O: EypC„r zinen Eysch en Conclusie, in dato 20 Aug. s Jongstlee„ „den op ende Jeegens den ged„e Pieter van Breda gedaan en genoomen, met Condem„ natie van den E: O: Eijss„r in alle de ter deezer zaake gevallene kosten. /:onderstond:/ Aan Cabo de ƒ goeden - 323 Goede Hoop die et Anno Utsupra /:laager:/ Mij present /:was geteekend:/ WJ van Ryne„ „veld seert„s. E onderdag den 10 Decembr: 179. 's voordemiddags present de E achtb: Heer Johannes Izaak Rhenius president en alle de Leeden, demptis de Heeren van Echten en Maasdorp bij in dispositie De secretaris deezes Raads Willem Stephanus van Rijneveld Ampt„ „halven requirant contra den E achtbaaren Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Jn dependent fiscaal deezes Gouvernement ter eenre, en den Capitain der burger reserve de manhafte Pieter van Breda ter andere zijde; de Eerstgem: als Eysscher ratione officii en de laatste voor ged„e en
English
324 The Council, having attentively read and considered all the documents and muniments exhibited in court by the parties, and furthermore having regard to that which served the matter and could move Their Honorable Worships; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, denies the Honorable Officer Plaintiff his claim and conclusion of the date 20 August last made and taken against the defendant Pieter van Breda; with condemnation of the Honorable Officer Plaintiff in all costs incurred in this case. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope the 9th of December 1789, and pronounced the day following thereon. Below stood: and defendant having acted, the required parties in this matter, in order to hear sentence pronounced upon their documents and muniments reciprocally exhibited in court. And 325 was signed: J. I. Rhenius, F. C. Ronnenkamp, Joh:s Smuts, Nechten, G. H. Meijer, C. Mappa, J. C:s Gie, R. J. v: d Riet, H. De Wet. Lower: In my presence, was signed: W. H. Ryneveld Secretary. In the margin: Today the 11th of December 1789, the Honorable Worshipful Lord Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden declared that His Honorable Worship made himself appellant from the above sentence to the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle Batavia. Below stood: which I attest, and signed: W. H. v Rijneveld Secretary. The Lord Officer Plaintiff serves reply provided with 1 annex. The burgher Jacobus van Leeuwen for the defendant requests copy thereof, in order to serve rejoinder two weeks from today. Against the Heemraad at Stellenbosch and Drakenstein the Honorable Jan de Villiers, J. P. Son, defendant, to see reply served upon his submitted answer. The Council grants copy and a day to rejoin. The Independent Fiscal of this government the Honorable Worshipful Lord Johan Nicolaas Steven van Lynden, Officer Plaintiff. Aforesaid 326 Aforesaid Honorable Worshipful Lord Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, Officer Plaintiff, The Lord Officer Plaintiff produces his brief of reply being provided with a declaration. Whereof the assistant Willem Kolver, identifying himself with a deed of substitution for the defendant, requests copy to serve rejoinder 14 days from today. The Council grants the defendant the requested copy to serve rejoinder 14 days from today. Thereafter the Honorable Worshipful Lord Independent Fiscal requested whether the burgher Pieter Hendrik van der Lith, whom His Honor had caused to be summoned before the council chamber, might be called in. Which having been done, the following dictum was read out by His Honorable Worship: Dictum regarding the roll. Honorable Worshipful Lords. Since it is fully manifest from the attached declaration of the Secretary of this council, how the person summoned here before Your Honorable Worships has dared on the 1st of [illegible] Against the second master stationed at the Honorable Company's post De Schuur, Johan Philip Snegelsbergen, defendant, to see reply served upon his submitted answer. 327 last past, contrary to the clear letter of the 21st article of the ordinance on the small stamp dated Batavia the 29th of September 1767, to produce three distinct unstamped documents here in council, and he thus without the least contradiction has incurred the qualification and fine contained in the 13th article; whilst he, although already admonished thereto several times by the Messenger of Justice, far from complying therewith, has in no way concerned himself therewith; so the Independent Fiscal of this government, by virtue of the obligation laid upon him in fine of the aforesaid ordinance, finds himself obliged to demand that it may please Your Honorable Worships to decree provision of execution against this transgressor for the aforesaid cause. Which the said Van der Lith having heard, he answered thereto that he had received the disputed account here before the council chamber from his principal, with orders to submit the same as such, and that he had thus submitted the same papers in council in that manner. Whereupon the Lord Independent Fiscal having replied that this was a matter between him, Van der Lith, and his principal, and that since he, Van der Lith, as procurator had produced the unstamped papers in council, he is therefore responsible for it; so the Council, after the parties had withdrawn, having deliberated upon this, having, regarding the said Pieter Hendrik van der Lith for recovery of the fine incurred by him, decreed the execution requested by the Officer Plaintiff. Furthermore appeared in council the boatswain of the Honorable Company's ship De Zeebouwer, Joachim Hendrik Velde, who presented the following petition: To the Honorable Worshipful Lord Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Worshipful Lords Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. Honorable Worshipful Lord President and Honorable Worshipful Lords. With required respect most humbly shows Joachim Hendrik Velde, boatswain on the East India Company's ship De Zeebouwer lying at anchor here in the roadstead. How the petitioner on the 25th of the past month of October on the said vessel during the voyage hither had a boy who lodged under the forecastle and had several times deserved beatings tied up, and had him given some lashes by another boy with rope ends, which was seen by the captain of the said vessel, who thereupon in an extreme obstinacy came running into the waist and grabbed the petitioner by the chest, and
Dutch transcription
324 De Raad aandachtelijk geleezen, en overwoogen hebbende, alle de stukken en munimenten door partijen in Judicio geex„ hibeert, mitsgaders gelet op het gunt ter ma„ „terie dienende was, en Hun EE Achtb. konde dien moveeren; Recht doende uyt naam en van weegens de Hoogmoogende Heeren staaten Generaal der verEenigde Neder„ „landen, ontzegd den E: O: Eysscher zynen Eijnch en Conclusie in dato 20: augustus Jongstl: op en„ „de Jeegens den ged„e Pieter van Breda gedaan en genomen; met Condemnatie van den E: O: Eysscher in alle de ter deezer zaake gevallene kosten. — Aldus gedaan en Gevonnist aan Cabo de Goede Hoop den 9:e december 1789, mitsgaders gepronuntieerd daags daar aan volgende /:onderstond: en verweerder geageerd hebben¬ „de, ten deesen Gerequireerdens, omme op hunne over en weder in Judicie geexhibeerde stukken en munimenten, vonnis te horen pronuntieeren En 325 /:was geteekend:/ J. I. Rhenius, F: C: Ron„ „nen kamp/. Joh:s Smut, Nechten, G: H: Mijer, C: Mappa, J: C„s gie, R: J. V: D Riet, H: De Wet. /:lager:/ Mij present /:was geteekend./ W: H Ryneveld seert: /:in margine:/ Huiden den 11 december 1789. – heeft den E: Achtb: Heer Jndependent fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lynden verklaard dat zijn E Achtb: zich van het bovenstaande vonnis stelde appellant aan den E achtbaren Rade van Justitie des Casteels Batavia /:onderstond:/ quod Attestor /: en geteekend:/ WJ V Rijneveld Secret„s.— De Heer E:o: reqt dient van replicq ge„ „munieert met 1 bij„ „laag- de burger Jacobus van Leeuwen voor den gerege versoekt, daar van Copie, om heeden over 2 weeken te dienen van duplicq Contra den Heemraad aan stellenbosch en drakenstein d' E Jan de Vil¬ liers J: P: Zoon gereg. op desselve ingeleeverde antwoort te zien dienen van replicq De Raad fint Copie en dag om te dupliceeren. — Den Jndependent Fiscaal deeses gou¬ „vernements d' E Achtbe Heer Jo„ „han Nicolaas Steeven van Lijn„ den 7e: 0 regt. Voorm 326 Voorm: E Achtbe Heer In de pendent De Heer Eo: reg=te produ„ „ceert desselvs schriftuur Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van van replicq gemunieert zijnden reqt met eene verklaaring 1 Waar van den adsistend Willem Kolver zig met eene acte van substitu„ „tie legitimeerende voor den ged=e verzoekt Copia om heeden over 14 daagen te dienen van dupilicq De Raad verleend den gereg=t de verzog„ ite Copia om heeden over 14 daagen te dienen van duplicq. — Waarna doorden E Achtb Heer Jndependent fiscaal wierd verzoek gedaan of den burger Pieter Hendrik van dder Lith dewelke zijn Eesche voor de raadzaal had doen appoincteeren, mogt worden binnen geroepen, 'T gunt geschied zijn„ „de, wierd door zijn E achtb:r het volgende die„ tam opgeleezen. Dictum ter Bolle WelEde achtbe Heeren Daar het uijt de hier bij gevoegde verklaaring van den Heere secretaris deeses raads ten vollen mani„ „festeerd, hoe den alhier voor uwelEd=e achtb=r ge„ „appoincteerde, heeft durven onderstaan, op den 1 op den op s E Comp:s post de schuur be„ scheidenen onderbaas Johan Phili¬ snegelsbergen gereg=t omme of des„ „selvs ingeleeverde antwoort te zien dienen van replicq. — Contra bert G 327 „ber laatstleeden teegens den duijdelijken letter vanden 21 articul der ordonn= op het klijn Zegul in dato Batavia den 29 Septemb=r 1767 drie onderscheijde ongezegulden documenten, alhier in raade te pro„ duceeren, en hij dus de qualiteijt en breuke in den 13 art=l vervat zonder de minste teegen„ „spraak heeft koomen te injureeren, terwijle hij alhoewel reeds verscheijdene maalen daartoe door den Boode van Justitie aangemaand wel verre van daar aan te voldoen, zig in geenen deele daar over heeft bekreund, zoo wind zig den Jmdependent Fiscaal deeses gouvernements, uit hoofde vande verpligting, in fine de voorsz: ordonn=t op hem gelegd, genoodzaakt te moeten vorderen, dat het uwelEd=e en Achtbe mag behaagen, teegens deeze Contraventeur ter oorzaake voorm: provisie van Executie te decreteeren. — 'T gunt gem: vander Lith aangehoord hebbende antwoorde dezelve daar op dat hij de questieuse reekening hier voorde raadzaal van zijn p:r had ontfangen, met ordre om dezelve alzoo in te leeve„ „ren en dat hij dus dezelve papieren indiervoegen in raade had overgelegt. — waar op den Heer Jn„ „dependent Fiscaal gerepliceerd hebbende, dat dit een zaak tusschen hem van der Leth en zijn pp=o was dat terwijl hij van der zithen als procureur de ongezegulde papieren in raade had geproduceert hij dus daar voor responsa„ „bel is; zoo heeft de Raad na dat parthijen waaren afgetreeden hier over gedelibereert hebbende, hebbende wegens geme: Pieter Hendrik van der Lith tot verhaal der door hem geincureerde Boete, de door den Ro O: verln verzogte Executie gedecerneert Voorts verscheen in raade den Bootsman van sE: Comps schip de Zeebouwer Joachim Hendrik Wekde de welke het volgende Request presenteerde Aan den WelEdele Achtbaare Heer Johannes Isaak Rheni¬ us president beneevens de verdere E Achtbe Heeren Raaden van Justitie des Casteels de Poe„ „De Hoop WelEdele Achtbe Heere President en weledele Achtbe. Heeren heeft met verEijschte Eerbied op 't ootmoedigst te kennen Joachim Hendrik Venden boots„ „man op 't alhier ter reede leggend oost indisch Comps schip de Zeebouwer. Hoe hij suppt op den 25 der gepasseerden maand october op gem: Bodem in de reijs na herwaards een Jonge welke onder de bak logeerde en verscheijde maa„ „len slaagen verdiend had laaten vast binden, en door een andere Jongen met Endjes, touw eenige slaagen heeft laaten geeven het welk door den Capitain van gem:e bodem is gezien geworden, die daarop in een verregaande oostenaatleid in de kuijl is kor„ „men loopen en den supp=t bij de borst gegreepen, en
English
329 and gave several blows to his face. The petitioner, finding himself highly aggrieved by this, requested to be placed under arrest, in order to make his grievances known here either to the Honorable Independent Fiscal or to your Honors. The aforementioned far-reaching passion of the repeatedly mentioned captain did not stop there, but upon this the captain-lieutenant and all the other officers came into the waist of the ship, whereupon the said captain-lieutenant seized the petitioner by the breast, gave him several blows, and dragged him away from under the forecastle; wanting the petitioner to come aft, to which the petitioner was not unwilling, saying to the captain-lieutenant that he was quite willing to come aft decently, yet not in such a manner; whereupon the petitioner, having been released, went further aft, at which point the captain again threatened to beat the petitioner, but was dissuaded from doing so by the other officers. The petitioner, having been permitted to stand outside after a short stay, was told by the captain, upon his coming out, to go back to his work, but with the recommendation not to be allowed to strike any sailor or any boys. The petitioner, believing he had received no satisfaction regarding this, refused to do so and placed himself under arrest again. The petitioner having made his grievances regarding the state of the matter known here 330 to the Water Fiscal, the honorable Gabriel Exter, this has resulted in the petitioner being accused by his repeatedly mentioned captain and other officers of having wanted to incite riot and mutiny on the aforementioned vessel. The petitioner indeed attempted to clear himself properly of this, and requested several petty officers as well as crew members to bear witness to the truth concerning this, but since they are afraid of having to experience the captain's vindictiveness on the voyage from here to Batavia, the petitioner has been placed out of the ability to clear himself properly. The petitioner, who could say considerably more regarding the conduct of the captain, which was also the reason that the minister who came along on the aforementioned vessel requested to be permitted to continue his voyage to Batavia on another vessel, seeing that this could in no way clear the petitioner, but finding himself threatened with a legal action. And in the first place, for the reasons mentioned, he can obtain no ground of defense other than his clear conscience. Secondly, being a married man having a wife and children in the fatherland, he has no other means of subsistence than what he earns in his service with the Honorable Company, and consequently has no means to be able to litigate, etc. Thus the petitioner takes the liberty, in these his pressing 331 circumstances, to turn to your Honors with the most humble request that it may please your Honors to commission two gentlemen Councillors from your Honors in order to convene before their Honors all the petty officers and several other crew members of the aforementioned vessel, in order to take from them the necessary information regarding the conduct of the petitioner during the aforementioned voyage. The petitioner trusts that your Honors will then find that his offense is not as aggravating as it is currently being portrayed; although by tying up that boy he might have erred somewhat and made himself guilty of some offense. Concerning which, however, the petitioner most respectfully submits to your Honors' favorable and repeatedly demonstrated charitable judgment, fully trusting that your Honors will please consider that slight error not to have been committed by the petitioner with any intent and malice, and thus that your Honors will please forgive the same with a small correction. Below was written: Doing which, was signed: Jochum Hendrik Wehden. In the margin: Exhibited in Court on 10 December 1789. Which having been read, the Honorable Independent Fiscal thereupon advanced that from the sworn statement of the captain and other officers of the petitioner's vessel, which his Honor now submitted, it appeared that the petitioner, besides far-reaching 332 disobedience toward his commanders, had also made himself guilty of mistreating a certain young sailor, Jan Willemse, and that his Honor is therefore ex officio obliged to proceed against him in that regard. However, the aforementioned Joachim Hendrik Wehden having answered that he was a poor man, and that his circumstances did not permit him to become entangled in lawsuits, and that his objective in submitting the aforementioned petition was therefore to settle this matter; and he therefore requested that the Council, in consideration of the reasons alleged in his petition, might be pleased to declare the same civil and composable. The Council, since it was declared by the presiding officer that his Honor left this entirely to the Council, has declared this matter civil and composable, with this composition to take place before the gentlemen commissioners of this assembly. Furthermore, by the aforementioned Honorable Independent Fiscal was submitted a representation with a declaration from the court messenger and a list of such persons who have failed, pursuant to the notices posted here by order of the government, to make the customary declaration of their effects this year; the said representation reading as follows: To the Honorable and Respected Gentlemen President and Councillors
Dutch transcription
329 en eenige slaagen in zijn gezigt gegeeven. — Den supp=te daar over ten hoogsten zig geledeert heeft gevonden verzogt heeft om in arrest te wor„ „den gezet, ten einde zig zelven alhier aan die wel„ „Edele Achtb=e Heer Jndependent Fiscaal dan wel voor uwelEde achtb:e Ddaar over desselvs be„ swaaren te kennen te gegeeven. — De gem: verregaande passie door meergeseg„ de Capitain daar bij dog niet gebleeven zijn„ „de maar daar op den Cappitain Lieutenant met alle de verdere officieren in de kuijl gekoo„ „men zijnde, wanneer de gezegde Capitain Lieutenant den supp=t. bij de borst heeft gegree„ „pen, en diverse slaagen heeft gegeeven, en hem van onder de bak weggesleept; willende dat de supp„t agterop zoude koomen, waar toe den supp„t niet ongeneegen was, zeggende teegen den Capitain Lieutenant wel met katzoen agter op te willen koomen, egter op zoo een wijs niet waar„ op hij suppt. losgelaaten zijnde, en verder agter op is gegaan, wanneer den Capitain den supp=t wee„ ider drijgde te slaan, dog door de andere officieren sulx word afgeraaden den supp=t die daar op buijten mogte staan na een kort verblijk den Capitain uitgekoomen zijnde den supp=t heeft aangezegt dat weeder na zijn werk zoude gaan, dog met recommandatie, geen mattroos of eenige Jongens een slag te moogen geeven. — Den supp=t„ daar over geen satisfactie meen„ „de te hebben zulx refuseerde en zigweeder in arrest begaf. Den supp=t alhier van den bedrage der zaak zijn 330„ zijn beswaaren heeft te kennen gegeeven, aan den water Fiscaal d E Gabriel Exter, hetzelve van die gevolgen is geworden dat den supp=t door zijn meer„ „gem: Capitain als verdere officieren is beschuldigt gewor„ den van oproer en muijterije op gem: bodem te hebben wil¬ „len maaken. — Den suppt wel heeft getragt zig, daar van behoorlijk te pargeeren, verscheiden zoo baks officieren als Equipage heeft aangezogt, om daar over getuigenis der Waar„ „heid te geeven, dog vermits zij bedugt zijn om de wraak „lust van den Capitain in de rijs van hier naar Ba„ tavia te zullen moeten ondervinden, den supp=t buij„ kunnen ten staat is gesteld zig naar behooren te pargeeren. — Den supp=t die ten opzigte van het gedrag van den Capitain vrij meerder zoude kunnen zeggen, en ook oorzaak zijnde dat den predikant, die met gem: Bodem is meede gekoomen, verzogt heeft om zijn reijs naar batavia met een anderen bodem te moogen vervorderen, dan vermits zulx, den supp=t niets konnen purgeeren, maar zig met eene actie ge„ „dreijgd ziende. ƒ En in de Eerste plaats om reedenen gemeld geen grond van defentie kan bekoomen dan zijn zuijver geweeten. tweedens een getrouwt man zijnde die vrouw en kinderen in 't vaderland hebbende, geen andere middelen van be„ staan heeft als dat geen hij in zijn dienst bij de E Comp=e verdiend, diesvolgens geene middelen heeft om te konnen procedeeren & zoo neemt den suppt. de vrijheid in deeze zijne drukken„ „den 331 „de omstandigheeden te wenden tot uwe Ed=e achtb=e met ootmoedigst versoek, dat het uwelEd=e achtb=e moge behaagen, om twee Heeren Raaden uijt uwelEd=e Achtbe te Committeeren ten einde voor hun Ede. achtbe te Convoceeren alle de baks officieren, en eenige verdere Equipage van margem: Bodem¬ ten einde van dezelve denodige informatien te nee„ „men weegens het gedrag van den supp=t geduu„ rende gem: reijs.— Den sup=t vertrouwt dat uwelEd=e Achtb=e als dan zullen bevinden, dat desselvs misdaad niet zoo agraveerende zijn als dezelve tans in het dagligt word gesteld; Egter met het vastbin„ „den vandien Jongen zig zelven eenigzints mogte hebben misgreepen en aan eenige misdaad sig schuldig te hebben gemaakt. — Dan over welke den supp=t op 't Eerbiedigst is submitteerende aan uwelEde achtbe gunstige en meermalen betoonde Liefdragende oordeel, wel ver„ „trouwende dat uwelEd=e Achtb=e die geringe mis„ „vout zullen gelieven aan te merken door den supp=t niet begaan te zijn met eenig opzet en kwaadwilligheid, en dus den supp=t met eene „klijne Correctie hetzelve zullen gelieven te ver„ „geeven /onderstond:/: T: welk doende /:was getee„ „kend :/ Jochum Hend„k Wehden /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 10 december 1789 Het welk geleezen zijnde advanceerde den E Achtb=e Heer Jndependent Fiscaal daarop; dat het uijt de Beledigde verklaaring vanden La„ „pitain en verdere officieren van des supp=s bo„ dem welke zijn Ed=e tans kwam over te leggen Consteerde, dat den supp=t. zig behalven aan verregaande, 332 des obedientie Jeegens zijne bevelhebbers, ook aan mishandeling van zeeker Jong mattroos Jan Willemse schuldig gemaakt hebbende zijn Ed=e Achtb:e dus Z: O: genoodzaakt is, dieswee„ „gens teegens hem werden te procedeeren. Dan door gem: Joachim Hendk wehden geantwoort zijnde dat hij een arm man was, en zijne omstandigheeden niet toelieten, om zig in processen te wikkelen, Dat dus zijn oogmerk met het indienen van het voorsz: request, was om deeze zaak af te maaken; En hij derhalven verzogt dat de Raad dog uit aanmerking van de reedenen bij zijn request geallegueerd, dezel¬ ve geliefde te verklaaren Civiel en Compozibee„ Zoo heeft de Raad dewijl door den Heer officier heer „op wierd gedeclareert, dat zijn E: zulx volkoo„ „men aanden Raad overliet deeze zaak verslaar Civiel en Composible. - zullende deeze Composi¬ „tie voor Heeren gecomm=e deezer vergadering moeten geschieden. Wijders door gem: E Achtb Heer Jnde pen„ „dent Fiscaal gediend zijnde van een vertrog gen met een verklaaring vanden gerechtsboode en eene Lijst van zoodanige perzoonen, dewelke in ge„ „breeken gebleeven zijn, ingevolge de Ter ordre der regeering alhier geaffigeerde Billietten, in dit Jaar de gewoone opgave hunner Effecten te doen; Luidende het zelve vertoog als volgt. — Aan die welEdele en Acht„ „baare Heeren President d Baaden
English
To the Right Honourable and Honourable Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. The undersigned Independent Fiscal of this government has the pleasure of communicating to Your Honours how he has finally succeeded, although not without much effort and investigation, in bringing matters so far as to purge of all abuses and bring into proper order the census roll, which for so many years had been kept by the secretary of the burghery according to an old directive and could therefore be nothing other than extremely defective and erroneous, whereas many persons who had long since died or departed from one district to another, indeed even departed from this part of the world, were still found upon it as actually living. However, since it appears from the annexed declaration of the messenger C. E. Ziervogel how the persons named therein, notwithstanding all friendly admonitions and patience exercised, have failed not only to make their neglected returns by a note to the court messenger as had been ordered, but also to pay the small fines incurred by them on that account, by which conduct they have most clearly manifested that they make sport of the Lord's commands; and whereas it appeared unnecessary to the petitioner in his official capacity to cause them all to be separately appointed before Your Honours, he therefore requests, for the maintenance of the authority of the orders enacted here, that it may please Your Honours to grant him provision of execution against the same. Was signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Exhibited in the Ordinary Court on 10 December 1789. Thus, after reading the same, the requested provision of execution against the persons made known on the aforesaid list was granted to the petitioner in his official capacity. Furthermore, by the oft-mentioned Independent Fiscal, a memorial was exhibited, furnished with a declaration by the schout Matthijssen, the said memorial being of the following content: To the Right Honourable and Honourable the President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honourable and Honourable Sirs, Since it is one of the first and most indispensable duties of an Independent Fiscal to observe, protect, and maintain the rights and majesty of the High Authorities without the least connivance or respect of persons against anyone who might make the slightest infringement thereupon, as is most clearly expressed in the fourth article of his instruction established on 2 July 1785 by the High and Mighty Lords Seventeen, the undersigned has the honour reverently to submit to Your Honours that, being informed that a certain Koch had made himself guilty of beach robbery, he felt obliged on the aforesaid grounds to institute a criminal action against him before this court; and that on that occasion it also occurred to him that a certain Jan Smit, Juriaan's son, burgher here, had some years ago likewise employed such a mode of conduct as by no means acquitted him of a similar crime, as Your Honours will be able to ascertain more fully from the attached declaration of the schout Hendrik Matthijssen; and that the petitioner in his official capacity, from all information gathered concerning this, has not been able to discover that the aforesaid Jan Smit, Juriaan's son, has ever at any time undergone the slightest criminal proceedings, much less condemnation or absolution on that account; and since for the petitioner to prosecute the one and leave the other unmolested for the same crime would smack strongly of partiality and therefore could not be excused from injustice, he finds himself, on the grounds of the aforementioned obligation resting upon him from the beginning, brought under the unavoidable necessity of also citing the same in law before this, Your Honours' court. Wherefore the petitioner in his official capacity turns to Your Honours with the request that he may be granted a citation in person against the aforesaid Jan Smit, Juriaan's son, to appear before this honourable court fourteen days from today, which will be the 24th of this current month, in order to hear such demand and conclusion or request or requests as the petitioner in his official capacity shall be advised to present or make on the aforesaid day. Was signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Exhibited in the Ordinary Court on 10 December 1789. Which having been read and deliberated upon, the following decree was granted by majority of votes: The Council authorizes the petitioner in his official capacity to have the burgher Jan Smit, Juriaan's son, summoned in person. Furthermore, regarding the proceedings of the former first sworn clerk at the political secretariat, Johannes Marthinus Horak, and the assistant Ernst Mollerstrom, a memorial was submitted by the oft-mentioned Independent Fiscal, on which it was resolved to hold the matter under advisement until the next court day. Lastly, the Honourable President informed the Council that His Honour, pursuant to the resolution of 18 November last of the Right Honourable Governor and the Honourable Council of Policy, had requested to know what intention His Excellency and Their Honours had regarding the valuation to be made of estates whose administration was determined and fixed by their learned missive of 19 October last, and that His Excellency and Their Honours had declared in response that such
Dutch transcription
333 WelEdele W Achtbaare Heeren De ondergeteekende Jndependent Fiscaal deezes gouver„ „nements, heeft het genoegen uwel Ed=e Achtb=r te kun„ „nen Communiceeren hoe het hem eindelijk hoe wel niet zonder veele moeijte en navorsching ge= „lukt is het zoo verre te brengen dat de opgaat Rolle die nu zeedert zoo veel Jaaren na een oud voorschrift door den secretaris der bur„ gerije was nagevolgt en daar door niet an„ ders dan ten uitterste gebrekkig en fautief konde weezen terwijle veele reeds overlang ge„ „storvene en van het eene na het ande district, Ja zelvs uit dit waereld deel vertrokkene per„ „soonen nog als weezentlijke in weezen zijnde, op dezelve gevonden wierden, van alle die abuizen te zuiveren en in een rigtige ordre te brengen. — Maar vermits het ingevolge de hier bij geannex„ „eerde verklaaring vanden boode C: E: Ziervogel koomt „te blijken hoe de daar bij genoemde persoonen, niet „teegenstaande alle vriendelijke aanmaaningen en gebruikt gedult, in gebreeken zijn gebleeven niet al„ leen de door hun verzuimde opgaven bij een briefje aan de gerichtsboode al nog te doen, gelijk aan hem was gelast maar ook de door hun uit dien hoofde ge„ ncurreerde geringe boeten te betaalen, door welk gedrag zij ten duidelijksten hebben gemanitesteert, met 's Heeren Gebooden de spot te drijven, terwijle het den R: O: vertoner onnodig is voorgekoomen Raaden van Justie des Casteels Cabo de Goede Hoop. — dezelve 334 dezelve alle voor uEde. & achtbe. te doen appoinctee¬ „ren, zoo verzoekt hij tot mainctien van het gezag aan de ordres alhier beraamt, dat het UEd=e &r achtb=e mag goeddunken aan hem teegens dezelve provisie van Executie te verleenen. /:was geteekend J: N: S: van Lijnden /in margine/ Exhibitum in Judicio ordinario den 10 decembr. 1789 Zoois na lectuure van het zelve aan den R: O: vert de verzogte provisie van Executie Jeegens de op voorm: Leist bekend gestelde persoonen verleend gewor„ den; - Terwijl voorts door meergem: Heere Independen fiiscaal nog wierd geExhibeert een vertoog gemu„ „nieert met een verklaaring door den schout Mat„ „thijssen; zijnde het zelve vertoog van navolgende Inhoude. WelEd=e en Achtbaare Heeren vermits het eene der eerste en Jndispensabelste pligten van een Jndependent Fiscaal is, de reg„ ten en hoogheid der Hooge overigheid, zonder de minste Conneventie of aanzien van persoon teegens een ijgelijk die daar over eenige de minste inbreuk mogte doen waar te neemen te be„ „schermen en voortestaan gelijk zulx ten klaar„ Aan den WelEdelen achtbe„ Heeren President en raaden van Justitie des Casteels De goede Hoop te 335 „sten inde W„e articul van zijn instructie op den 2„de 1785 Julij door De hoog gebiedende Heeren Zeeventhienen vastgestelt staat geExprimeert, zoo heeft de onderge„ teekende de Eere uwel Ed=e Achtb:r reverentelijk voortar„ draagen hoe hij geinformeerd zijnde dat zeekeren koch zich schuldig zoude gemaakt hebbende aan gepleegde strand „rooff zich uit voorengem:e hoofde verpligt heeft gevon„ „dens een Crimineelen actie teegens denselven voor deeze kierschaan te moeten entameeren, dat het hem almeede bij die geleegentheid is te voorgekoomen, hoe zeekeren Jan Smit Juriaansz: burger alhier, voor eenige Jaaren, ins„ gelijks zoodaanige handel wys hadde gebeezigd, die hem van zoontgelijke misdaad gantsch niet vrij kwaamen te bleijten, gelijk het uwelEd= achtbe: nader zal kunnen consteeren uit de hier neevens genoegde verklaring van den schouts Hendrik Mattijssen, dat den 2: O: vert„ uit alle de daar omtrend genoomene informatie niet heeft kunnen ontwaaren dat de boovengeme: Jan Smit Juriaansz: eenige de minste Crimineelen procedaris veel min Condemnatie of absolutie Dieswee„ „gensimmer ofte ooijt heeft ondergaan en vermits het voor„ de vertd ten sterkste na partijdigheid zoude smaaken, en dus niet van Jnjustice te Excuseeren zoude zijn ter oorzaak„ ke van dezelve misdaad den eenen te actioneeren en den ande„ „ken ongemoeijt te laaten; zoo vind hij zig uit hoofde van de in den beginne deezer gem:e verpligting op hem berustende in de onvermij„ delijke noodzaakelijkheid gebragt denselven meede voor deeze uwelEd:e en Achtb. e Raad in rechten te moeten betrekken. — alwaaromme de B: O: vert zig tot uwel Ed=e Achtb:e is keeren„ „de met versoek dat aan hem mogt worden verleent Citatie in persoon teegens opgem Jan Smit Juriaansz: omme op heeden 336 op heeden over Veerthien daagen zullende weezen den 2 4 deezer loopende maand voor deezen achtbaaren vierschaar te Comparee¬ ren ten einde aantehooren, zodanige Eijsch en Conclusie dan wel versoek ofte versoeken, als den R: O: vert=t ten voorsz: daagen te Raade zal worden over te leggen of te te doen. /:was geteekend:/ I: N: S: van Lijnden /:in margines:/ Exhibitum in Judicio ordinario den 10 December 1789 Het welk geleezen en daarop gedelibereert zijnde is daarop bij meerderheid van Stemmen het volgen de decreet verleend. De Raad qualificeert den R: O: vert:t omme den burger Jan Smit Juriaans D. s in perzoon te doen dagvaarden. Zijnde wijders nog door de dikwilsgem: Heere Jndependent Fiscaal belangende de procedures van den geweezen eerste geswt: Clercq ter politicque se„ „cretarije Johannes Marthinus Harak en adsis¬ „tend Ruist Mollerstrom een vertoog ingediend bij het welk goedgevonden is tot de volgende Rechtdagges in advis te houden. Laatstelijk gaf den E Achtbe Heer President den geco Raade te kennen dat zijn Ed=e Achtb:r ingevolge be„ „sluit van den 18 Novemb=r Jongstle van den welEd„e Gestr: Heer Gouverneur en E: Achtb„r Raade van Po, dat „litie hadde verzogt, te moogen weeten welke intentie zijn an WelEd:e Testr:r en Hun E:E: achtb:e hadden, nopens ter ren de te doene Taijatie van Boedels welker administratie de bij derzelver gelerde missive van den 19 october Jongste: is bepaald en vastgestelt, en dat zijn welEd=e Testr. r en hun Ede Achtbe. daar op hadden gedeclareert, dat „ dergelijke do door
English
3371 similar appraisals as took place concerning the estate of the fugitive David Malan, in accordance with the assertion of the minority of the respective members of this meeting, should be carried out in the presence of commissioners from this Council. And such will be observed in the future upon the occurrence of similar cases. Underneath stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence. Thursday the 24th of December 1789. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all members, except Mr. Maasdorp due to indisposition. The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Officer Plaintiff in a criminal case on the one side, against The burgher Jan Smit Juriaanszoon, defendant in person on the other side, to hear such criminal claim and conclusion, or request or requests as the Officer Plaintiff shall make and take against him, the defendant, in the matter of the wreck plundering and presumptive abuse of an assumed authority and contempt of justice committed by the defendant some years ago, to answer thereto and further to proceed according to law. The Officer Plaintiff, before making his claim, requested that the defendant in person be ordered to answer such interrogatories as will be presented to him by the Officer Plaintiff before the gentleman commissioner members of this court. The defendant in person requests that, as the matter took place nearly eleven years ago, the Council, in consideration of his advanced age, be pleased to grant him a copy of the said interrogatories. The Officer Plaintiff advanced thereto that he is of the opinion that, according to the prescribed manner of proceeding in criminal cases, the defendant in person cannot be granted any copy, and the request of the defendant ought therefore to be rejected. The defendant persists in his request. The Council, rejecting the requested copy, orders the defendant in person to answer such interrogatories as shall be presented to him on behalf of the Officer Plaintiff before the gentleman commissioners. And Mr. Hendrik Justinus de Wet, who was of the opinion that the requested copy ought to be granted to the defendant, had his sentiment recorded. The Officer Plaintiff presents the following petition: To the Honorable the President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with proper respect the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden: The aforesaid Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Officer Plaintiff, against The Captain of the Burgher Reserve, Pieter van Breda, respondent, to hear a request for appeal to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia from such judgment as was pronounced on the last ordinary court day, being the 10th of this current month of December, in the case instituted by the Officer Plaintiff against him, the defendant, by the said Honorable Council of Justice here. That he, the Officer petitioner, having found himself compelled, on account of the holding of seditious speeches, to proceed ex officio against the Captain of the Burgher Reserve, Pieter van Breda, after having first been authorized by Your Honors to summon the said Breda in person, initiated the said proceedings. That furthermore this case, having been pleaded in the ordinary manner, resulted in the Officer petitioner having his claim denied and being condemned in all costs incurred in this lawsuit. That the Officer petitioner found himself extremely aggrieved by that judgment, and therefore considered it necessary to lodge an appeal against the same to Your Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia, as was indeed done in the customary manner before the expiration of the fatalia. So that the Officer turns to Your Honors with the request that all the documents and evidences produced in the above-mentioned lawsuit in the meeting of Your Honors by both sides, being duly validated before the gentleman commissioners from this Council, may be transmitted to the said Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia. Underneath stood: Which doing. Was signed: I. N. S. van Leijnden. In the margin: Exhibited in court, the 24th of December 1790. The burgher Jacobus van Leeuwen, as substituted agent of the respondent, said thereto: I request, pursuant to the special mandate of my principal, with all due respect to the Officer, that all the documents in appeal may be transmitted at the expense of the Officer. The Officer petitioner advances against this that he finds the request of the defendant very singular, and that the defendant ought to abide by the custom usual in such matters here. The respondent persists in his request. The Council grants the request made by the petitioner, and
Dutch transcription
3371 dergelijke Taxatien als weegens den Boedel vanden geauffugeerden David Malan heeft plaats gehad Conform, het sustenue van de minderheid der respe Leeden deezer Vergadering zoude moeten geschieden ten overstaan van gecomm„s uijt deezen Raade En zal sulx bij het exteeren van zoortgelijke gevallen in het vervolg worden in 't ooggehouden /:onderstond Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut supra /lager:/ Mij Present. - Donderdag den 24e 'S Voordemiddags present de E Achtbe Heer Johannes Isaak Rhenius President en alle de leeden demp„ to de Heere Maasdorp bij indispositie. — De 2:0 Eijsscher alvoorens Eijsch te doen verzogt dat den dag ged=e in persoon mogt worden geor„ donneert omme te antwoorden op zodanige interrogatorien als hem door den E. O:to Eijsscher voor Heeren gecommt Leeden deeser vierschaar be„ zullen worden voorgehouden. — de de ged„e in persoon verzoekt; so, dat dewijl de zaak reeds bij de Elf zijn Jaaren geleeden is, de Raad hem ter Consideratie van zijne hooge Jaa„ ren gelieve te verleenen Copia van tati dezelve Jnterrogatorien de 2: d„e Eijss:r advanceerde daar„ tar en „op, dat zijn E. van gedagten is, en op ende Jeegens Den burger Jan Smit Juriaanszd gede in persoon ter andere zijde ^ crimineelen omme te aanhooren zoodanigen ^ Eijsch en Conclusie dan wel, versoek ofte versoeken als de E: d: Eijss„r ter zaake vande doorden ged=e voor eeni¬ ge Jaaren gepleegde strandroverij en presumptive misbruik maa„ „ken van eene gearrogeerde aucto„ De Jndependent Fiscaal deeses gou„ „vernements d' E Achtb=r Heer Johan Nicolaas Steeven van Lijnden r: O: Eijsscher in Cascai„ „mineel ter eenre 1789 dat „riteijt ƒ: t dat ingevolge de manier van „ribeijt en het respect der Justitie, op procedeeren in Cas Crimineel en Jeegens hem ged=e zal willen voorgeschreeven, den ged:e in doen en neemen, daarop te ant¬ persoon geene Copia kan wor„ woorden en voorts te procedeeren „den verleend, en het versoek als na rechten. van den ged=e dierhalven diende geweezen te worden vande hand De ged=te persisteerd bij zijn versoek. — De Raad de verzogte Copia van de hand Wijzende, ordonneert den gede in persoon omme te antwoorden op zodanige interragata¬ „rien als hem van weegens de r: O: Eijss=r voor Heeren Gecomm„e zullen worden voorgehouden. En heeft den Heere Hendrik Justinus de wet, dewel¬ „ke van oordeel was, dat aan den ged=e de verzogte Copia be„ „hoorde te worden toegestaan desselvs sentiment doen aan„ „teekenen. voorm: EAAchtb„e Heer Independent De Heer E:d: Eijss.:r presenteert het Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Aan den wel Ed:e achtb:re Zijnden 2: 0: reg=t Heere President en Baade van Justitie des Casteels Den Capitain der Burger reserve de Goede Hoop Vertoond met gepasten Eerbied den Jnde„ Pieter van Breda gereq=d omme te hoo„ „spendent Fescaal Johan Nicolaas „ren Versoeken appel aan den E Acht„ steeven van Lijnden. dat hij r: O: vert=n zig genood„baare Raade van Justitie des Casteels „zaakt hebbende gevonden weegens Batavia van zoodanig vonnis als oplaat volgende request. - Contra het „leeden - 339 het houden van oproerige ge„ „sprekken amptshalven de proce„ „deeren teegens den Capitain der burgert reserve Pieter van Breda naa alvoorens door UEE achtb:h geauthoriseerd te zijn geworden hem breda in persoon te doen dag„ waarden dezelve procedures heeft geentameerd.— dat voorts deeze zaak ordinario mado zijnde voldiongen, is geweest van dat gevolg dat aan den R: O: vertoonder zijn Eijsch is ontzegd en hij ge con„ demneert in alle de in deeze processe gevallene kosten. — dat de R: O: vertz zig over dat gewijsde ten uijtterste beswaard gevon„ „den, en dierhalven vermeend heeft van hetzelve appel te moeten Jnterjecteeren aan uwel Ed=e achtb„r Raade van Justitie Des Casteels Batavia gelijk dan ook voor 't verloop der fatalia, more solito is geschied.— Zoo dat den r: o: tot UEE„s achtb=e is keerende met versoek dat alle de in bovengem: processe ter vergaderinge van UEEs achtb hine inde geproduceerde stukken en munimenten voor Heeren gecommt: uijt deezen Raade behoorlijk geuangelideert zijnde aan wel„ gem: Ed=e achtb=r Raade van Justitie des Casteel, Batavia moge worden overgezonden. — /:onderstond:/ T: welk Doende /:was geteekend:/ I: N: S: ven Leijnden. — /:in margine:/ Exhibitum en Jndiio:/ den 24 december 1790. —. Den burger Jacobus van Leeuwen als gesubstitueerde gem van den gereg„d zogt daarop. — Ik versoek ingevolge de speciale Last van mijn ppr behoudens het respect van den Heer officier dat alle de stukken inappel ten kosten van den officier moge worden overgezonden: de r:O: req=t advanceert daar teegen dat zijn het versoek van den ged„e zeer Lingulier vind en den ged=e zig behoort te houden aan de usantie in diergelijke zaaken alhier gebruijkelijk. — De gerege. blijft bij zijn versoek persisteeren- de Raad Accordeerd des heer reqte. gedaan versoek; Zul¬ „leeden ordinaire rechtdag zijnde den 10 deezer loopende maand december in de zaak door den r: o: Eijss=r open Jeegens hem ged=e geentameerd bij welgem„e E achtb=e raade van Justitie alhier is gepronuntieerd gewor„ „den. „lende „
English
thus all the documents and muniments that have served in this case shall, according to custom, be attested by the Commissioner Gentlemen and transmitted to the Honorable Court of Justice of Batavia Castle. Whereupon the Gentlemen van Echten and Maza, who, in rendering judgment in the aforesaid proceedings of the Independent Fiscal and Captain of the burgher invalids Pieter van Breda, were of the opinion that the defendant should be condemned to a fine of One Thousand ducatoons for the benefit of the officer and to all the costs, requested that, since that judgment has now been appealed, the advice given therein by their Honors might accordingly be entered into the minutes for their discharge; which having been granted to their Honors, the Honorable Mr. President and Mr. Bonnenkamp, who were of the opinion in this matter that the Public Prosecutor should have his claim denied and the defendant Pieter van Breda, for reasons, condemned in all the costs, likewise had their votes recorded. The burgher Jacobus van Leeuwen, as substituted agent of the sick-visitor here, Willem Herhold, who is the general agent of the Heemraad at Stellenbosch, Jan de Villiers, senior, plaintiff, against the Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, defendant, to see a rejoinder served upon his delivered replication. Van Leeuwen serves rejoinder as in writing. The gentleman Public Prosecutor, defendant, requests inspection thereof to see whether his Honor will, on the upcoming court day, lodge reproaches or rather renounce. The plaintiff leaves this to the judgment of the Court. The Court grants the request. The plaintiff produces his rejoinder, and assistant of the Honorable Company, Sieur Marinus Marinussen, as general agent of the under-overseer of the Honorable Company's post De Schuur, Johan Philip Snegelsbergen, plaintiff, against the Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, defendant, to see a rejoinder served upon his delivered replication. Whereupon the second defendant renounces further productions and requests judgment. The plaintiff says he also renounces. The Court keeps this case under advisement for circular reading, the statements that have served herein, however, first to be recollected and sworn to. The roll having thus far been concluded, the assistant of the Honorable Company, Jacobus Verceuil, as agent of the burgher Jan Jacob Meijer, presented the following petition: To the Right Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable members of the Court of Justice of this government. Right Honorable Sir and Right Honorable Gentlemen. With all deference, the below-written assistant on salary, Jacobus Verceuil, as general agent of the burgher Jan Jacob Meijer, most reverently makes known: How the petitioner, in the year 1785, had his female slave named Tima of the Cape taken to the jail on account of theft in order to have her disciplined civilly. That at that time the Fiscal's office, having inquired into the deed, instituted criminal proceedings against the aforesaid slave Tima of the Cape, such that, after the same was brought to a state of judicial decision, against the said slave Tima of the Cape, being convicted of the deed, she was condemned in the same year by sentence of this your Right Honorable Court to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, and there, being delivered to the executioner, placed under the gallows with a rope around her neck, further tied to the stake, and most severely flogged with rods on her bare back, and subsequently banished for the rest of her life to the Honorable Company's slave lodge. Yet since the petitioner has very extensive affairs in hand, and moreover is burdened with the maintenance of a house full of children who, due to the death of their mother, lack the necessary supervision, and the aforementioned slave, endowed with the skills required for this in ample measure, is entirely attached to them, while the said slave also still has some children at the home of the petitioner who are likewise destitute of all supervision; while the said slave, during this banishment, has remarkably improved herself and conducted herself in such a manner, which if necessary could be verified by the testimony of the overseer of the aforesaid Honorable Company's slave lodge, Mr. Kuuht, that the petitioner believes he could best be permitted to entrust the supervision of his children to her. For which reasons the petitioner finds himself compelled, with no less respect, to turn most reverently to your Right Honors with a very humble and submissive request that it may please your Right Honors' high favor to have the said slave Tima of the Cape, during her banishment, relocated from the aforesaid Honorable Company's slave lodge and permitted to reside legally at the house of the petitioner, in order to be able to take upon herself again the supervision of the petitioner's children, or to such other action as your Right Honors shall find just and equitable to appertain. Below stood: Doing which, etc. Was signed: J: Verceuil, in his capacity. In the margin: Exhibited in Court the 24th of December 1789. All of which having been read, the Court rejected the request made therein. Whereupon by the same Verceuil, as agent of the burgher Jan Cramer, a petition was served, the content of which was: To the Right Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable members of the Court of Justice of this government.
Dutch transcription
lende dus alle de stukken en munimenten in deeze zaak gedient hebbende naar gewoonte door Heeren gecommt worde geuangeliseert en aan den E Achtb=e Raade van Justitie der Casteels Batavia worden overgezonden. — Waarna de Heeren van Echten en Massa:( dewelke bij het Vonnissen van de voorsz: procedures van den Heer inde¬ spendent fiscaal en Capitain der burger invalides Pieter van Bieda van advijs zijn geweest dat den ged=te zoude worden gecondemneert in een boete van Een Duij¬ zend ducatonnen ten behoeve vanden officier en in alle de kosten (verzogten dat dewijl van dat von„ „nis tans is geappelleert overzulx het advijs door hun EE: Achtbe daar inne gegeeven tot hunne decharge in de notulen mogt worden geindereerd; 'T gunt aan hun EEs toegestaan zijnde hebben vervolgens de E Achtb. Heer President en den Heeren Bonnenkamp dewel ke in deeze zaak van gevoelen geweest zijn, dat den R: O: Eijsscher zijnen Eijsch zoude worden ontzegt en den gede Pieter van Breda om reedenen gecon„ demneert in alle de kosten insgelijks derzelver vota doen aanteekenen. — van Leeuwen dient van du„ Den Burge Jacobus van Leeu¬ „plicy prs ut in scriptis. - wen als gesubstitueerde gemag¬ de Heer R: d gerege. ver¬ „tigde van den krankbezoeker „soekt daar van visie om te alhier Willem Herhold die is zien of zijn E: aanstaande recht„ generaale gemagtigde van den „dag zal reprocheeren dan wel Teemraad te Stellenbosch renuntieeren. — De reqt. laat zulx aan 'R raads Jan de Villiers f: P: Zoonregt oordeel. contra den Jndependent Fiscaal deeses, gouvernements d' E Achtbe Heer Johan 340 ƒ 341 De Raad piat: de reqt. producert zijn duplicq en adsistend der E Comp„e S:r Ma„ rinus Marinussen als gens: gem: waarop den 20: gerege. re¬ van den onderbaas van s' EComp„s „nuntieerd van verdere pro„ post de schuur Johan Philip „duatien en recht versoek. — de req=te zegd meede te renuh „ snegelsbergen regt„ tieeren- De Raad houd deeze zaak ter rondleezing in ad„ „vijs, zullende echter de hier inne gediend hebbende ver„ „klaringen alvoorens worden gerecolleerd en Beeedigt De Rol dus verre zijnde afgeloopen wierd door den adsistend der E Comp:e Jacobus Pereeuil als gem:e van den burger Jan Jacob Meijer het volgende request geprezen„ „teerd. Aan den wel Ed: Achtb=r Heer Iohannes Isaak Rhenius Presi„ „dent beneevens de verdere E Achtb=e Heeren raaden van Den Jndependent Fiscaal Deedes gouvernements d' E Achtb=e Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden gereqd omme op desselvs ingeleeverde replicq te zien dienen van duplicq. - Contra Johan Nicolaas Steeven van zijnden gereg. om op desselvs ingeleeverde replicq te zien dienen van duplicq Justitie 342 Wel Edele Achtbaare Heer en WelEdele Heeren. heeft met alle onderdanigheid uwelEd=e achtbe zeer reverentelijk te kennen den onder afgesz: gae „ge gestelden adsistend Jacobus verceul, als gen„ gem:e van den burger Jan Jacob Meijer. — Hoe den Suppt. in den Jaare 1785 zijne slavinge „naamd Tima van de Caab over en terzaake van dief„ „stal in de Tronk hadde doen brengen ten einde haar Ci„ „viliter te doen Corrigeeren— Dat in dientijd het officium Fiscaal op het feil zag geinformeerd hebbende Criminaliter teegens opgem. slavinne Lima vande Caab proces heeft geentameerd decisie zodanig dat na het zelve in staate van rechterlijke gebragt zijnde teegens dezelve Slavinne Tima vande Caab van het Feit geconvinceert in hetzelve Jaar bij vonnisse va deeze uwelEde achtb=e raade is gecondemneert omme gebrag te worden ter plaatze alwaar men alhier gewoon is Crim „neele sententien te Executeeren, en aldaar aan den Scherpra der overgeleeverd zijnde met den strop om den hals, onderde galg gesteld voorts aan de paal gebonden, en op de bloote rug met de roede zeer strengelijk gegeeseld en vervolgens voorts voor al haar leeven in 's EComps slaven lagligebannen is dan vermits de suppte. zeer uijtgebrijde affaires aan han „den heeft, daar en booven zig met de alimentatie van een huijs vol van kinderen belast die door het ove „leijden, hunner moeder de nodige toezigt ontbeerende en aan opgem: slavin, met de daar toe vereijschte bekwaamheeden in een ruijme maate bedeelt is, ten eenemaal Justitie deeses gouvernements. — geattacheerde 1 E 343 zijn, terwijl gerepte slavinne ook nog eenige kinderen almee„ „de van alle toezigt ontbloot ten huijse van den supp=t heeft terwijl gerepte Slavinne geduurende dit Bannissement haar merkelijk gebeeterd en zoodanig gecomporteerd heeft; waar van men des noods het getuijgenis van den opziender van bovengem: sEComp=s slaven loge I=r Kuuht zoude kunnen doen Consteeren, dat den supp=t vermeend, de opzigt van zijne kinderen aan haar best te konnen mogen vertrouwen. om welke reedenen den supp=t ziggenoodzaakt vind, met niet minder Eerbied zig zeer reverentelijk tot uwelEd„ achtb=e te wenden met zeer needrig en ootmoedig ver„ soek, dat het van uwelEd=e achtb=e hoog gunstig wel behaagen zijn moge gerepte slavin bima vande Caabstaande haar Bannissement uijt voorsze: s E Comp=s slave Logie te doen delogeeren en aan den supp=t Regts ter wooning te permitteeren, ten einde de toezigt van des supp=ts kinderen wee„ derom op haar te konnen neemen ofte tot alzulke anders als uwelEde achtbe. na recht en billijk¬ heid zullen vinden te behooren. — /:onderstond:/ 'T Welk doende &=a /:was geteekend:/ L: Perceuil qq /: in margine:/ Echibitum in Jadicio den 24 december 1739. — Alt welk geleezen zijnde heeft de Raad het daarbij gedaan versoek van de hand geweezen. Waarna nog door denzelven Perceuil als geme van den burger Ian Camer wierd gediend van een re„ „quest waar van de Contenue was. — Aan den WelEd„e Achtb Heer Johannes Isaak Rhenius Pre„ „sident, beneevens de verdere E: Achtbr raaden van Justitie deeses gouver„ „nements
English
Honourable Noble and Respected Lord and Honourable Noble Lords Very humbly makes known with all submission to your Honourable Nobilities the undersigned assistant of the Honourable Company Jacobus Verkuijl placed on half pay, as the authorized agent of the burgher Johan George Cramer That his petitioner's principal had in the year 1787 executed a power of attorney to the assistant Quist Möllerstrom, who fled from here in the year 1788, for the purpose as mentioned in the said power of attorney. That the same Quist Möllerstrom on that account received into his possession a sum of three thousand six hundred rixdollars and twenty-three stuivers of entrusted funds, and from that paid out to diverse persons an amount of only two thousand five hundred twenty-four rixdollars and ten stuivers for the account of the said petitioner, so that the petitioner was still rightfully entitled from the estate of the said Möllerstrom to a sum of one thousand one hundred fifty-eight rixdollars and thirteen stuivers. That the petitioner fears the sum of rixdollars 1158:13 still due to him from that estate, notwithstanding the same was not extended credit, but on the contrary, originated from funds entrusted in good faith to him, Quist Möllerstrom, might in the settlement of that estate be placed in concurrency, which, with permission, would involve a notorious hardship. The petitioner therefore sees himself compelled to have to turn with no less respect to your Honourable Nobilities, humbly requesting that it may be the highest favourable pleasure of the same to order the sequestrator of this your Honourable Council, in the settlement of the aforesaid estate, to place in preference the sum of rixdollars 1158:13 still due to him, the petitioner, or that your Honourable Nobilities may please to dispose otherwise as the highest same shall find proper, which doing, signed J: Verkuijl, in margin Exhibited in Court the 24 December 1789. After reading of which, an apostil was granted on the same petition: The Council declares that the request made by the petitioner in this petition cannot be acceded to. Further having been read two extracts from the resolutions taken in the Honourable Respected Council of Policy at the resumption of the Letter written by the high commanding Lords Seventeen under date of 31 December 1783 to the Honourable Rigorous Lord Governor and Council aforesaid; in the first of which the Council of Justice is requested to provide a detailed report on a certain petition presented by the field sergeant Adriaan van Zeyl, banished from here, and the burgher Johannes Jacobus Wieser to His Serene Highness, and sent over hither by the said Honourable Grand Respected Lords Directors; and in the latter report is also demanded on a certain petition presented by Philip Fredrik Wijland to the Lords Majors; thus concerning the first mentioned it has been approved to place a copy of the preserved petition, with the addition of a copy of the aforesaid extract resolution, into the hands of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, the Lord Hendrik Lodewijk Bletterman, who acted as prosecutor in that matter; and with respect to the latter, of which however no evidence whatsoever is found at the judicial secretariat, to place the same copies into the hands of the Honourable Respected Lord Independent Fiscal of this Government Johan Nicolaas Steeven van Lynden, in order that each in his sphere may serve this Council with their considerations; after which the aforesaid demanded reports shall be supplied to the said Honourable Rigorous Lord Governor and Honourable Respected Council of Policy. And finally being brought to the table again and deliberated upon resumption, concerning the report submitted on the extraordinary court day by the Lord Independent Fiscal regarding the proceedings of the former first clerk at the political secretariat Johannes Marthinus Horak and Quist Möllerstrom; it has thus after consideration of matters been approved to authorize the Lords commissioners of the month to closely examine all the depositions obtained to date in the aforesaid case of Horak and Möllerstrom, and to report to this Council on the upcoming court day to what extent one has progressed in the aforesaid investigations, as well as what already appears therein both to the debit and benefit of the estates of the aforesaid Horak and Möllerstrom, in order to be able to take such further measures herein as this Council shall deem necessary. Below stood: At the Cape of Good Hope, date and year as above, lower, In my presence, was signed: W: S: van Rijneveld, secretary. Agrees J: J: Rijneveld Secretary Register to the Criminal Court Roll Anno 1789. Andries Bertram van Giesen, soldier, defendant in the case of baggage theft 38 Andries Pieterse van Dorthijm, sailor 40 Abraham de Jong van 's-Hage 340 Record of the votes of the Honourable Respected Lord President and three members of the Council in the trial Van Breda 39 Resolution taken on the memorial submitted by the Landdrost Bletterman concerning the slave Pedro of Bengal belonging to the widow Hercules Vroen 5 Memorial concerning the slave Carolus of Mozambique belonging to Jan David Bijer 10 On the petition submitted by Petrus de Kok whereby he requests that he might be received in submission on account of the foolishness committed in the case between him and Daniel Hugo 13 On the declaration of the assistant Quist Möllerstrom produced by Jan Adam Michielse 14.
Dutch transcription
3 4 nements Wel Edele Achtbaare Heer en WelEdele Heeren heeft met alle onderdanigheid uwelEd: achtb„e zeer needrig te kennen den ondergeteekende onder afgesz gage gestelden adsistend der E Comp„e Jacobus ver „cuieil als gen=t gem:e van den burger Johan Gesro„ Cramer Hoe zijn supp=te principaal in den Jaare 1737 pro „curatie had gepasseert op de van hier in den Jaare 1788 geauffugeerde adsistend Quist Möllerstrom ten fine als bij opgem:e procuratie vermeld. — Dat denselven quist Mollerstrom uit Dien hoof„ de een somma van drie Duijzend ses Hondert rijxss. en drie en Twintig stuijv:s aanvertrouwde penn: onder zig bekoomen en daarvan alleen aan diverse persoonen een montant van Twee duijzend vijf Hondert vier en Twintig Rijxds. en Thien stuijvers voor reekening van den spd supp=t heeft uitbetaalt invoegen dat den supp„ uit den boedel van gezegde Mollerstrom nog deugdelijk wa Competeerende eene somma van Een Duijzend Een Hondert agt en vijftig Rijxd:s en derthien stuijvers. — Dat de supp=t bedugt de hem uijt dien boedel nog Competeerende somma van rd=s 1158:13 niet tee„ „genstaande dezelve niet uijtgegeeven Credit; maar in„ teegendeel, uit hem quest mollerstrom bone fide aan„ „vertrouwde penn. e voortspruijtende, bij het verEffen van dien boedel in Concurentie zoude mogen gesteld w „den, het welk onder welneemen een notoire hardigheid zoude koomen te involveeren. — Den supp„te zig desweegen genoodzaakt ziet, met niet minder 34 minder Eerbied hem tot uwelEd=e achtb=r te moeten keeren ootmoedig verzoekende dat het hoogst: dar„ „zelver gunstig welbehaagen zijn mooge omme den sequester van deezen uwelEd: achtb„e Raade te ordonneeren bij het vereffenen van voorsz= Boedel de hem suppt. nog Competeerende somma van Rixxd„r 1158: 13 in preferentie te stellen ofte dat uwelEde. achtb: zoodanig anders gp„ „lieven te disponeeren als hoogst dezelve zul„ „len vinden te behooren /onderstond / welk Doende /was geteekend/ J: Verpuil /: in mar„ „gine Exhibitum in Judicio den 24 decem„ ber 1789. Nalecture van het welke op hetzelve request voor appostit is verleend. - De Raad verklaard dat in het door den suppt. bij deezen requeste gedaan verzoek niet kan worden getreeden. — Wijders geleezen zijnde twee Exetracten uijt het gere„ „solveerde in den E Achtb:r Raade van Politie bij de re„ „sumptie van de Missive door de hoog gebiedende Heeren Zeeventhienen sub dato 31 December 1783 aan den wel Ed=e Gestr=e Heer Gouverneur en Baa„ de voorm:e geschreeven; wordende in 't Eerste aan den Raade van Justitie gedemandeert het doen van omstandig bericht op zeekere requeste door den van„ hier gebannen veldwagtmeester Adriaan van Zeyl en den burger Iohannes Jacobus Wieser aan zijn doorluchtige Hoogheid gepresenteerd, en door wel„ gen: Edele Groot Achtb=r Heeren Bewindhebberen herc„ „waards overgezonden: En bij het laatste meede bericht gevorderd op zeeker request door Philip Fredrik wijlend aan 346 aan de Heeren Marjares gepresenteerd; zoo is nopens het eerstgem:e goedegevonden Copie van het overgehouden reguer met bijvoeging van een Copie van voorsz: Extract resolutie te stellen in handen van den in die zaak als officier geageerd heb„ bende Land=drost van Stellenbosch en Brakenstein de Heer Hendrik Ladewijk Blitterman met opzigt tot het laatste waar van egter ter Justitieele secretarije geen blijk hoe genaamd gevonden word, dezelve Copien te stellen in handen van den E Achtb„re Heer Independent Fiscral deeses Gouvernements Johan Nicolaas Steeven van Lijn¬ „den, ten einde een ieder in het zijne deezen raade te die „nen van derzelver Consideratien; zullende daar na de voorsz: gevorderde berichten aan opgem:t Edele Testr: Heere Houverneur en Edele achtbaare Raade van Pali„ „tie worden gesuppediteerd. — En laatstelijk weeder ter Tafel gebragt zijnde en bij resumptie gedelibereerd, over het op Caastal: Ordin=t rechtsdag door den Heer Jndependent Fiscaal nopens de procedures van den eerste geanen Clercq ter politieque secre„ „tarije Iohannes Marthinus Horak en Quist Moller„ „trom in gedient vertrag; zoo is na overweeging van zaaken, goedgevonden Heeren gecomm=t van de maand te authoriseeren omme alle de tot Heeden toe in voorsz: zaake van Iorak en Möllerstrom inge„ „wonne verklaaringen, Ecaet na te gaan en op aanstaan „de rechtdag aan deezen Raade te berichten, in hoe verre min de voorsz: Perquisitien is gevorderd, mits „gaders wat daar inne zoo tot laste als voordeele de Boe„ „dels van voorsz: Horak en Mollerström nu reets voorkomt, ten einde hier inne verder zodanige maatre„ gulen te kunnen neemen als deezen raads zal nodig achten. — /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop diet anno ut supra /lager/ Mij present /was geteekend:/ W: S: van Rijngeveld secret=s Accordeert J J: Rijneveld Secrets register op de Crimineele Rechts Rolle A:o Anno 1789. Andries Bertram van Giesen soldaat ged„e in Cas van Trossen – - - - „ 38 Andries Pieterse van Dorthijm mattroos Abraham de Jong van 'S Hage _„o —-„ Aanteekening der Oota van den E: Achtb: Heer President en drie leden des raads in het Proces Van Dreda _„o„ „ „ Besluijt genoomen op 't door den Landdrost Bletterman ingedient vertoog nopens den slaaf Pedro van Bengalen toebehoorende de Weed„e Hercules Vroen – – – – – – - - – – - „ 5 vertoog omtrend den slaaf Carolus van Mozambique toebehoorende Jan David Bijer „ op het door Petrus dekok ingedient request waarbij verzoekt dat in submissie mogt worden ontfangen wegens begaane Onnozelheid in de zaak tusschen hem en Daniel Hugo „ 13 _ „ op het door Jan Adam Michielse overgelegde decla„ ratoir van den adsistent quist Mollerstrom - - - - - - - „ 14. Zol N „ _„o - „ 40 - „ 340 39 _„o - - - - „ 10. „o e„ 8 „o „
English
Resolution taken on the verbal report submitted by the Gentlemen Commissioners concerning the account of the executed Regina of Bengal et al. - - - Folio 14 Ditto on the request made by G. Exter to be permitted to summon by edict the absconded servants of the Honorable Company who abandoned their assigned posts during the past year - - - Folio 15 Ditto on the request made by C. L. Neethling regarding the attachment of notes belonging to the executed Regina of Bengal et al. - - - Folio 16 Ditto on the request made by the Landdrost Bletterman to order the wives of Van Zeijl and Wieser to obey the sentence regarding the delivery of a number of cattle that they were obliged to deliver to the Honorable Company's post De Schuur - - - Folio 19 Letter from the Landdrost and Heemraden of the Colony of Swellendam, from which it appeared that the said Landdrost and Heemraden were very displeased with the assessment and moderation of the account of the executed Regina of Bengal et al. - - - Folio 25 Resolution taken regarding a letter from the Landdrost and Heemraden of the Colony of Swellendam, from which it appeared that the said Landdrost and Heemraden were very displeased with the assessment and moderation of the account of the executed Regina of Bengal et al. - - - Folio 30 Bartholomeus Rarr of Bordeaux, sailor, defendant in a case of desertion - - - Folio 38 Resolution taken on the request made by the Landdrost Bletterman to be permitted to summon Andries and Willem van Zeijl by edict and the tolling of bells - - - Folio 46 Ditto on that submitted by Elizabeth Malan, wife of David Malan, David's son, whereby she requests to be permitted to sell her estate by public auction and bring it to a complete liquidation - - - Folio 50 Ditto on the statement submitted by Rijno Johannes van de Riet regarding the case of the widow Hartzenberg, requesting to obtain a new authorization in order to pursue the still pending matters of the Colony of Swellendam - - - Folio 55 Ditto on the notification of the Honorable President Rhenius regarding the money borrowed from the former barley miller by Claas Claassen, who was sentenced here - - - Folio 58 Resolution taken on the petition presented by Elizabeth Malan, wife of David Malan, David's son, requesting to be permitted to sell her estate by public auction and bring it to liquidation - - - Folio 87 Ditto on the petition submitted by the soldier Thomas Jager - - - Folio 78 Ditto Fredrik Kannemeyer, exhibited in the Council - - - Folio 81 Ditto on the petition submitted by Hendrika Janssen, wife of Jan Smit of Dilburg, confined to Robben Island, requesting that her husband be released from the banishment imposed upon him - - - Folio 93 Ditto on the request made by the Honorable Independent Fiscal J. N. S. van Lynden concerning the conduct of the assistant Kuhlewein, assigned to the Secretariat of Policy - - - Folio 104 Ditto to write to the Landdrost of Graaff-Reinet, M. H. O. Woeke, instructing him to conduct himself more circumspectly in the future when re-examining witness statements - - - Folio 117 Ditto on the letter received from the Field Cornet Nel and what shall be written to the Landdrost Bletterman in that regard - - - Folio 117 Ditto on the petition exhibited in the Council by Hendrica Janssen, wife of Jan Smit of Delburg, confined to Robben Island - - - Folio 119 Ditto on the request made by the Independent Fiscal J. N. S. van Lijnden regarding the case of Barend Meijer and the widow Hartsenberg - - - Folio 130 Ditto to be permitted to summon the assistant Kuhlewein under the tolling and ringing of the bell - - - Folio 143 Ditto on the request made by the Landdrost Woeke concerning a certain Hottentot named Backer - - - Folio 145 Ditto on the memorial submitted by the Honorable Independent Fiscal J. N. S. van Linden concerning Marinussen - - - Folio 153 Ditto on the memorial submitted by the Landdrost Bletterman regarding the cattle confiscated for the benefit of the Honorable Company from the banished burghers Van Zeijl and Wieser - - - Folio 164
Dutch transcription
Besluijtgenomen op het door Heeren Gecommitt„s ingediend mondelijk berigt wegens de reekening der gejustificeerde Regina van Bengale C: S: — — — „ op het door G: Exter Gedaan verzoek omme de geausugeerde dienaaren der E Comp„s die in het gepasseerde Jaar hunne bescheij„ „dene posten verlaaten hebben bij Ediete te moogen indagen - „ 15 „ op het door C: L: Neethling gedaan verzoek, wegens affectie van Billietten van de gejustificeerde Regina van Benga„ „ op het door den Landdrost Bletterman gedaan verzoek om de Huijsvrouwen van van zeil en wieser te ordonnee„ „ren, omme aan het vonnis wegens het opbrengen van een getal Beesten die zyl: verpligt waren op 's E Comp„s post de schuur op te brengen te doen obedieeren – - - „ 19 Brief van Landdrost en Heemraaden der Collonie Zwellendam, waar Uytbleek dat gemelde Landdrost en Heemraaden zeer mis„ „noegd waaren, over de Taxatie en moderatie der reekening van de geexecuteerde Regina van Bengalen: C:S: – - - – - – „ 25 Besluijt genoomen wegens een missive van Landdrost en Heemraaden der Colonie Zwellendam waaruijt bleek dat gem: Landdrost en Heemraden zeer misnoegd waaren, over het Zaxeeren en modereeren der reekening van de geexecuteerde Regina van Bengalen C:S:= - - - - – – – – – – – – – „ 30. Bartholomeus Rarr van Bourdeaux matt„s ged„e in Cas van Drossen – - - „ 38 Besluijt genoomen op het door den Landdrost Bletterman gedaan verzoek om Andries en willem van Zeijl bij Ediete en klokken geslag te moogen indaagen - „ 46 _„ op het door Elizabeth Malan Huijsvrouw van David Malan DZ: waarbij verzoekt haar boedel p:r publique vendutie te mogen verkoopen en tot één volkomen Liquiditeit te brengen - - - - 50 _„o op het door Rijno Johannes van de Riet ingediend declaratoir wegens de zaak van de wed„e Hartzenberg en verzoekt een nieuwe qualificatie te mogen erlangen, om de nog hangende zaaken der Colonie Zwillendam te kunnen „ 55. „ op het te kennen geeven van de E achtb: Heer Praaident Rhenius wegens het geld door den alhier gesententieerde voortzetten - - - - - - - - „len C: S„ - - - - - - -–––„ 14 Claasse 2 16 1 - — —— - – –––„ 16 - - -- - „_„o Folios Claassen van de geweesene Gort Molenaar geleend - - -„ 58 Besluigt genoomen, Op het door Elizabeth Malan Huijsvrouw van David Malan Davez: gepresenteerd request waarbij verzoekt dat haar boedel per publieke vendutie mogt verkoopen „ op het request door den soldaat Thomas Jager in„ 78. „ _„ Fredrik Kannemij„ - - -„ 81. „er in Raade geexhibeerd - - - „ Op het ingediend request door Hendrika Janssen Huijs„ „viouw van den ten Robben Eijlande geconfineerden Jan Smit van Dilburg, waarbij verzoekt dat haar man van de hem opgelegde bannissement mogt worden „ op tt door den E achtb: Heer Jndependent Fiscaal J: N: S: van Lynden gedaan verzoek, omtrent het gedrag van den ter secretarije van Politie beschydenen adsistent Kuhlewein - - - „ 104 „ om den Landdrort van Graaffe Reinet M: H: O: woeke aan te schrijven om zig in het vervolg in het recolleeren van verklaringen Omzigtiger te gedraagen - – – — - - - - „ 117. „ op de ingekoomene brief van den veldwagtmeester Nel en wat dies aangaande aan den Landdrost Bletterman zal worden aangeschreeven - - - - - - - „ op het door Hendrica Janssen Huijsvrouw van den ten robben Eijlande geconfineerden Jan Smit van Delburg in raade geexhibeert requestt - - - - - - - - - - - - „ 119. „ op het door den Jndependent Fiscaal J: N: S: van Lijnden gedaan verzoek weegens de zaak van Barend mijer en de wed„e Hartsenberg _ _ _ _ _ _ - - - - - - - - „ 130. en tot liquiditeit brengen - - - - - - - - - - - „ 87 gedient - - - - - - - - - - - ontslagen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 93. „ „ „ _„o om den adsistent kullewein onder het luijden en kleppen der klocke te mogen indaagen - - - „ 143. „ op het door den Landdrostwoeke gedaan verzoek omtrent zeekere Hottentot in naame Backer - - - - - „ 145. „op het door den E achtb: Heer Jndependent Fiscaal J: N: J: van Linden ingediend vertoog omtrend Marinussen - - „ 153. „ op het door den Landdrost Bletterman in gediend vertoog wegens de ten behoeve der E Comp„e van de gebannene burgeren van zeil en wieser geconfisqueerde beerten. -. „ 164. – – – – – – –„ 117 Be 8 „ - &„ „o „ „ „ _„ _„
English
4 Resolution taken concerning a certain female slave of the burgher Eksteen on the notification of the Honourable President J: J: Rhenius, concerning the bad conduct of the burgher Lieutenant J: A: van der Poel – – – – – – – – – – – 172 on the representation submitted by the Independent Fiscal J: N: Steven van Lijnden, concerning the persons who have failed to comply with the census returns - - - - - - - - - - - - - - - 185 Ditto on the petition presented in Council by Elizabeth Malan, wife of the burgher Cornet David Malan, David's son - 200. Ditto on the request made by the Landdrost Bletterman whether the sentences against the burghers van Zeijl and Weeser, banished from here, might be carried into execution - - - 201. on the representation submitted by the Independent Fiscal van Lynden concerning the conduct of J: A: van der Poel - 209 on the petition of Petrus Pienaar wherein he requests whether a certain slave confined on Robben Island, named Constapel of Bengal, might be released from his banishment - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 212. 217. on the representation submitted by the Independent Fiscal van Lynden, wherein he gives to know that the burgher Captain Pieter van Breda is said to have incited the people of Württemberg to mutinous movements - - - - - - - 223. on the report made by R: J: van der Riet and Johannes Smuts, concerning the burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel – - - 224. and concerning the re-examination of the statements of Kalmbacher and Schligter - – - - - - - - - - - - - - - - - 241 on the representation submitted by the Landdrost Bletterman regarding the burgher Jan Enzel - - - - - - 249. on the notification of the Independent Fiscal J: N: J: van Lynden regarding the conduct of the burgher Hermanus Pietersen . . . . . . . . . . . - - - - - 254. to write to the Landdrost Woeke to ensure in the future, whenever prisoners are sent here again, to always also forward the inquests related thereto -– - – – – - – – - 255. concerning a certain letter written by the burgher Louis Cotze, wherein he indicates the ill-treatment and insults inflicted upon him by the Landdrost Woeke - 256. Resolution taken to write to the Landdrost Woeke to have all such depositions as are required in the case of the farmer Louis Cotze taken promptly and forwarded here – – – – – – – 257. and on the representation submitted by the Independent Fiscal J: N: J: van Lijnden regarding the rattle watchmen Haije Janse Zwartzenburg and Evert Vaals - - - - - - - - - - - 260. on the representation submitted by the Independent Fiscal van Lynden regarding the disrespectful expressions used by the burgher Bernhardus de Vaal, as the proxy of Pieter van Breda, in a certain rejoinder document - - - - - - - - - - - - - - - – – 269 to have the burgher Marthinus Keet summoned before the Council Chamber – – – – – – – – – – – 271 to place the burgher Barend Meijer provisionally on Robben Island - - - - - - - - - 274. on a certain petition submitted by the wife of David Malan - - - - - - - - - - - - - - - - 275 concerning the petition submitted by the burgher Hermanus Pietersen - - - - - - - - - - - - - - 282. Bernhardus de Vaal undergoes a reprimand for some indecent terms, as was imposed on him on the last session day – – – – – 287. Resolution taken on the petition submitted by C: Velbron, wherein he requests to be allowed to settle with the Landdrost Faure concerning his committed offence. — 303 Ditto on the report made by the Messrs. van der Riet and De Wet regarding the re-examination of the statement of Eksteen and what has come before them in that regard - - 304. on the representation submitted by the Independent Fiscal van Linden regarding beach theft committed by the burgher Godfried Fredrik Koch - - - - - 309. on the petition submitted by Elizabeth Malan, wife of David Malan, wherein she requests to be allowed to appoint guardians over her minors – – – – – 316 on what was passed through the deed of security of David Malan for the burghers François de Villiers and Pieter de Villiers - - - - - - - - - - – – – 318. Resolution taken on the petition of Jan Jacob Meyer - - - 343 Cramer - - - 345 3 Christiaan Ludolph Neethling presents the account of the proceeds of the executed Regina of Bengal and associates, requests that notices regarding this may be posted 16. Claude Francois Humbert of Celle, soldier, defendant in a case of desertion 37 Christiaan Theese van Rensburg, ditto ditto ditto ditto 37 Casper Nicolaas Linthem of Calmar, ditto ditto ditto ditto - - - 38 Christiaan Draijer of Hessen-Kassel, ditto ditto ditto ditto – 38 Cornelis Eyland of Amsterdam, gunner, ditto ditto ditto 38 Christiaan Krie of Laar, sailor, ditto ditto ditto - 38 Cornelis Cornelisse of Christiania, ditto ditto ditto ditto — 39. Claas Haije of Drunen, steward's mate, ditto ditto ditto - 41 Carel Mappa and Hendrik Justinus de Wet serve a memorial concerning the conduct of the burgher Albert Joosten - - - - - - 187 Christiaan Velbron serves a petition wherein he requests to be allowed to settle with the Landdrost Faure concerning his committed offence. — Daniel Weeber of Oppenheim, sailor, defendant in a case of desertion - - 38 Ephraim Valk of Åbo in Sweden, soldier, defendant in a case of desertion. 37 Egidius Prins of Leeuwen, sailor, ditto ditto ditto ditto 39 Eldert van Minde of Geesendorp, ditto ditto ditto ditto ditto 40 Elisabeth Malan, wife of the burgher Cornet David Malan, serves a petition wherein she requests relief from the contumacy ignorantly committed by him, Malan 48. 99.
Dutch transcription
4 Besluyt genoomen omtrend zeekere Slavin van den burger Eksteen „ op het te kennen geeven van den E Achtb: Heer president J: J: Rhenius, omtrend het slegt gedrag van den burger „ op het door den Jndependent fiscaal J: N: steven van Lijnden ingedient vertoog, wegens de Perzoonen die met den opgaaf D„o op het door Elizabeth Malan huijsvrouw van den burger Cornet David Malan Daird: in raade geexhibeert request - „ 200. _„o Op het door den Sanderost Bletterman. Gedaan verzoek of de vonnissen tegen de van hier verbannene burgeren van zeil en weeser ter executie mogte werden gebragt - - - „ 201. „ op het door den Jndependent Fiscaal van Lynden inge„ dient vertoog wegens het gedrag van J: A: van der Poel - „ 209 „ op het request van Petrus Peenaar waarbij verzoekt of zeekere ten robben Eijlande geconfineerden slaaf in name constapel van Bengalen uijt zijn bannissement mogt werden Ontslagen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 212. 217. _„ op het door den Jndependent fiscaal van zyn den ingedient vertoog, waarbij te kennen geeft, dat den burger Capitain Pieter van Breeda het volk van wurtenburg tot mitu„ „neuse beweegingen zoude hebben aangespoon - - - - - - - „. 223. „ op het door R: J: van de Rieten Joh„s Smut gedaan rapport, wegens den burger tieut: Jonas Albertus vander Poel – - - „ 224. e„omtrend het recolleeren der verklaringen van kalm„ „bacher en schligter - – - - - - - - - - - - - - - - - „ 241 „ op 't door den landdrost Bletterman ingediend, vertoog nopens den burger Jan Enzel - - - - - - „ 249. _„ op het te kennen geeven van den Jndependent fiscaal J: N: J: van Lynden wegens het gedrag van den burger Hermanus Pietersen . . . . . . . . . . . - - - - - „ 254. „ om den Landdrost woeke aan te schriven om in het vervolg van tijd te zorgen, wanneer weder ge„ „vangene na herwaards komt op te zenden altoos de Enquesten daartoe relatie hebbende meede te doen toe„ „komen -– - – – – - – – - „ 255. „ omtrend zekere missive van den burger Louis Cotze de vten geschreeven, waarbij te kennen geeft, de mishandeling Vlieutenant J: A: van der Poel – – – – – – – – – – – „ 172 gemanqueert hebben - - - - - - - - - - - - - - - „ 18. 5 olio en „ „ _„o „_„o „ _„o _„ — „ „ .. e„ 8 en scheldwoorden hem door den Landdrost woeke aan„ „gedaan - „250. - - — Besluijt genomen om den Landdrost woeke aan te schrijven, om alle zo„ „danige verklaringen als in de zaak van den landbouwer Louis Cotze gerequireerd worden op zijn doortdije te doen ligten en na herwaards over te zenden – – – – – – – „ 257. en op het door den Jndependent Fiscaal J: N: J: van Lijn„ „den ingediend vertoog nopens de ratelwagts Haije Janse Zwartzenburg en Evert Vanls - - - - - - - - - - - „ 260. „ op het door den Jndependent Fiscaal van Lynden inge„ „diend vertoog wegens het door den burger Bernhardus de vaal als gemachtigde van Pieter van Breda in zeker schriftuur van duplieg gebeesigde dis respectieure Uyt„ drukkingen - - - - - - - - - - - - - - - – – „ 269 „ om den burger Marthinus Keet voor de Raadzaal te doen. Appoincteeren – – – – – – – – – – – „ 271 _„ om den burger Barend Mijer provisioneelijk op 't Rob„ „ben Eijland te plaatzen - - - - „ op zekere door de Huijsvrouw van David Malan in„ gediend request - - - - - - - - - - - - - - - - „275 e„omtrend het door den burger Hermanus Pietersen inge„ „diend request - - - - - - - - - - - - - - „282. Bernhardus de vaal ondergaat een reprimende weegens eenige indeeente termen, als hem op laatstl: recktdag is opgelegd – – – – – „ 287„ Besluijt genomen op het door C:: Velbron ingediend request, waarbij verzoekt om met den Landdrost Faure over zijn begaane feit: te moogen Composeeren. — „o op het door de Heeren van der Riet en de wet gedaan rapport wegens het recolleeren der verklaring van Ekateen en wat hun dienaangaande is te vooren gekoomen - - „ 304. „ op het door den Jndependent Fiscaal van Linden inge„ „diend vertoog wegens strandhoof door den burger godfried Fredrik Koch begaan - - - - - 309. „ op het door Elizabeth Malan huijsvrouw van David Malan ingediend request, waarbij verzekt voogden over haare minderjarige te moogen aanstellen – – – – – „ 316 „ op dat door de acte van Cactie van David Malan op de burgers François de Villiers en Pieter de Villiers gepas„ besluyt genomen op het requert van Jan Jacob Meyer- -- - - - „ 303 „seerd - - - - - -- - - - - – – – „ 318. Cramer - - vrte 343 3 „ „ „ „ — 345 - - - - - „ 274. Christiaan Ludolph Neethling, produceert de reekening van het rendement van de Geexecuteerde Regina van Bengalen C: S: verzoekt dat Billietten dienaangaande mogte werden Geaffigeerd „ 16. Claude Francois Humbert van Celle soldaat ged„te in Cas van Drossen „ 37 Christiaan Theese van Rensburg„ „ „ „ „ 3 „ Casper Nicolaas Linthem „ Calmer „ „ „ „o - - - „ 38 Christiaan Draijer van HessenCassel „ „ „ 0„ – „ 38 Cornelis Eyland „ Amsterdam bosschieter „ „ „o „ 38 Christiaan Krie „ Laar Mattroos „ „ „o - „ 38 Cornelis Cornelisse „ Christiania _„ „ „ o — „ 39„ Claas Haije „ Drumine Botteliersmaat „ „ „o -„ 41 Carel Mappa en Hendrik Justinus de wet dienen van een memorie wegens het gedrag van den burger Christiaan viltron dient van een requert waarbij verzoekt om met den Landdrost Faure wegens zijn begaane feit te mogen Composeeren. — Albert Joosten - - - - - - „ 187 Daniel weeber van Oppenheijm mattroos Ged„e in Cas van Drossen - - „ 38 Ephraim Valk van Obo in sweeden soldaat Ged: in Cas van Drossen. „ 37 Egidius Prins „ Leeuwen matt„s „ „ „ „„ „ 39 Eldert van minde„ Geesendorp — „ „ „ „ „ _„ „ 40 Elisabeth Malan Huijsvrouw van den burger Cornet David Malan dient van request waarbij verzoekt relief van de igno„ „rant door hem Malan geperpetreerde Contimacie _o„ 48. 99. kleut 6 O - 1 „ ƒ 6. _„o en „- d„o
English
serves with a petition wherein request is made to appoint guardians over her minor children - 314 Extract resolution of the Honorable Esteemed Council of Policy concerning the procedures of van Zeil and Wieser, also a certain late Fredrik Kannemijer, petitioner, against A: L: Bletterman, respondent - 20. Frans Davids of Brussel, soldier, defendant in a case of desertion - 37. Fredrik Niman of Marndaal, gunner, defendant in the same - 38 Fredrik Jans of Holstein, sailor, defendant in the same - 40 Francois Arno of Duynkerke, ordinary seaman, defendant in the same - 41 Gabriel Exter makes a request to be permitted to summon by edict the absconded servants of the Honorable Company who in the past year have deserted their assigned posts - 15. The same, formally, in a criminal case on the one part against Meij of Bengalen, slave of Casper Loos - 33. The same against the Honorable Company's absconded servants on the other part - 37 Gabriel Charles Patijn of Brussel, sailor, defendant in a case of desertion - 40 Gabriel Exter, Officer ex officio, Prosecutor in a criminal case on the one part against Stephanus Fauche, defendant in person on the other part - 42 Hendrik Lodewyk Bletterman, Officer ex officio, Prosecutor in a criminal case against Dani Malan Dz: The same, Officer ex officio, Prosecutor against Fredrik Kannemijer - 2. The same serves with a memorial regarding the slave Pedro of Bengalen, slave of the Widow Hercules Vroen - 3. Carolus of Mosambique belonging to Jan David Bijer - 5. Makes a request that the wives of van Zeil and Wieser might be ordered to obey the sentence regarding such number of cattle as they are obligated to deliver to the Honorable Company's post De Schuur - 17. Hendrik Spenters of H:boko, soldier, defendant in a case of desertion - 38. Henrij Chateneuf of Naneij, sailor, defendant in the same - 39. Hendrik Hamburg of Tronlust, defendant in the same - 39. Hendrik Bohden of Hamburg, defendant in the same - 39 Hendrik Swart of Leeuwaarden, defendant in the same - 40: Hendrik Lodewijk Bletterman makes a verbal request that Andries and Willem van Zeil might be summoned by edict and the tolling of the bell - 45 The same, formally, Prosecutor in a criminal case on the one part against the Hottentots Wittebooij and Hannis, accused and defendant in the aforesaid case on the other part - 47 Against Andries van Zeil, defendant in person - 63 Against Willem van Zeil, defendant in person - 64. The same makes a request to have a citation served by missive upon the burgher Andries Stephanus du Plessis on account of violating his arrest - 65: Hendrik Lodewijk Bletterman, Officer ex officio, Prosecutor in a criminal case on the one part against Andries van Zeijl, defendant in person on the other part - 104 The same, Officer ex officio, Prosecutor in a criminal case against W: van Zeijl, defendant in person - 105: The same on the one part against Andrianus Stephanus du Plessis - 148: The same, formally, Prosecutor in a criminal case on the one part against Andries van Zeijl, defendant in person - 155: The same against Willem van Zeijl - 156. The same serves with considerations in the case of Fredrik Kannemijer - 160. The same serves with a memorial regarding the cattle confiscated for the benefit of the Honorable Company belonging to the banished burghers Adriaan van Zeijl and Jan Wieser - 161. The same, Officer ex officio, Prosecutor in a criminal case on the one part against Andries van Zeil, defendant in person - 173 The same against Willem van Zeil, defendant in person - 174 The same requests in Council that the sentence passed against the burghers van Zeil and Weeser banished from here might be carried into execution - 19 The same serves with a report regarding David Malan Davidz: - 236. Serves with a memorial regarding the burgher Jan Enzel - 244 Hermanus Pieterse serves with a petition wherein request is made to be allowed to compound with the Independent Fiscal J: N: J: van Lynden - 276. Hendrik Matthijsen appears before the court room in accordance with the resolution of the last court day - 294 Hendrik Lodewijk Bletterman, Officer ex officio, Prosecutor against Jan Enslin, defendant - 297. Johan Adam Michielse produces a declaration from the absconded assistant Quist Mollerstroom, from which it appeared that said Mollerstroom has not enjoyed any recognition monies of the loan places of the Honorable Company which had been signed as settled by Horak - 13. Jan Bode of Osnabrugge, soldier, defendant in a case of desertion - 37 Joseph Jagemans of Ninevé, defendant in the same - 37 Johan Hendrik Huijer of Stemmendorf, defendant in the same - 37 Jan Battij of Amsterdam, defendant in the same - 38 Johannes Klein of Brukeveld, defendant in the same - 38 Joseph de Lee of Parijs, defendant in the same - 38 Jan Wiebes of Ameland, arquebusier, defendant in the same - 38 Jan Coenraad Groen of Hamburg, fortification works, defendant in the same - 38 Johan Jong of Stade, sailor, defendant in the same - 38 Jan Baptist Roos of Callegre, defendant in the same - 38. Johannes Green of Noordkopping, defendant in the same - 39 Johan Christi: Willem Schols of Celle, defendant in the same - 39 Jacob Thomas Cavellier of S:t Eustatius, defendant in the same - 39 Johan Fredrik Frendaal of Stokholm, defendant in the same - 39 Jacob Beerends of Bremen, defendant in the same - 39 Jan Mijer of Cittena, defendant in the same - 39 Jean Harri Petri of Malta, defendant in the same - 39 Johannes Williams of Plymouth, defendant in the same - 39 Johan Adolph Wageman of Byleveld, defendant in the same - 39 Johannes Ratherd of Bergen, defendant in the same - 40 Jan Brands of Cauden, defendant in the same - 40 Johannes Stievers of Bergen, defendant in the same - 40 Joseph Broken of Bourdeaux, defendant in the same - 40 Johan Fredrik Campelatus of Koningsberge, defendant in the same - 40 Jan Baptist Collaut of Brussel, defendant in the same - 40. Johannes Giesen of Blaasen, defendant in the same - 41. Joseph Leendert Empel of Amersfoort, junior sailor, defendant in the same - 41. Jan Japink of Riesen, carpenter, defendant in the same - 41. Johannes Izsaak Rhenius informs the Council that there had appeared before His Honor the former groat miller Jan Balende, petitioner, against Gabriel Exter, respondent Lange
Dutch transcription
dient van request waarbij verzoekt om voogden over haare minderjarige kinderen aan te stel„ „len „ 314 Extract resolutie van den E: Achtb: Rade van Politie rakende de pwccd ures oo van zeil en Wieser mitsgd zekere Wyland Fredrik Kannemijer reg„t Contra A: L: Bletterman Gereg„s - - - - - „ 20. Frans Davids van Brussel soldaat ged„e in Cas van Drossen - - – – - - „ 37. Fredrik Niman „ Marndaal Conn: „ „ „ „ _„ - - - - - „ 38 Fredrik Jans „ Holstein Mattroo „ „ „ „ _„o - - - - - „ 40 Francois Arno „ Duynkerke Hooploper „ „ _ o - - - - - „ 41 gabriel Exter doet verzoek omme de geaufugeerde Dienaaren der E Comp„e dewelke in het gepasseerde Jaar hunne bescheijden posten verlaaten hebben, bij Edeete te moogen indaa„ „gen - - - - - - - - - - - - - „ 15. „ _„o 7: p: in Cas Crimineel ter Eenre Contra meij van Bengalen LifEygen van Casper Loos - - - - - - „ 33. 0„ _„o _„ _„ _o „ 'S Comp„s geaufugeerde Dienaaren ter andere zijde - - - - - „ 37 gabriel Charles Patijn van Brussel mattroos ged„e in Cas van Drossen - - „ 40 Gabriel Exter E: O: Eysscher in Cas Crimineel ter Eenre Contra Stepha„ „hus Fauche Ged„e in perzoon ter andere zijde - - - „ 42 345 C en Hendrik Lodewyk Bletterman R: O Eysscher in Cas Crimineel C:s Dani Malan Dz: „ en E: O: Eysscher Contra Fred„k Kannemijer „ 2. en dient van vertoog nopens den slaaf„ Pedro van Bengalen LijfEijgen van de Wed„e Hercules Vroen. . . . . „ 3. Carolus van Mosambique toebehoo„ „dende Jan David Bijer „ 5. doet verzoek dat de Huijsvrouwen van van zeil en wieser mogte wer„ „den geordonneerd om aan het vonnis wegens zodanig getal beesten als zyl: verpligt zijn op 's E Comp. s Post de schuur op te brengen te Obedieëren — - - „ 17. Hendrik Spenters van H:boko soldaat ged:t in Cas van Drossen - - - - „ 38. Henrij Chateneuf van naneij mattroos „ „ „ „o „ 39. Hendrik Hamburg van Tronlust _„ „ „ „ „o - - „ 39. Hendrik Bohden van Hamburg en „ „ „ „o - - - - „ 39 Hendrik Swart van Leeuwaarden e„ „ „ „ „o - - - - „ 40: Hendrik Lodewijk Bletterman doet bij monde verzoek dat Andries en Willem van Zeil bij Ediete en klok„ „ken geslag mogten werden ingedaagd „ 45 „ 6: 6: Eijsscher in Cas Crimineel ter Eenre Contra de Hottentotten wittebooij en Han„ „nis Ged„t en ged„e in voorsz: Cas ter andere zide - „ Contra Andries van Zeil ged: in perzoon „ 63 e„ - - _o Contra willem van Zeil ged=e in Perzoon - - - - - - - - - - „ 64. „ doet verzoek om een Citatie p:r missive te doen Exploicteeren op den burger Andries Stephanies du Pleosis wegens „ 47 het 8 „ „ „ _„ d„ N _„o „ e„ 3 „o 1 _o „ Irs het violeeren aan zijn arrest - - Hendrik Lodewijk Bletterman E: O: Eijscher in Cas Crimineel ter eenre Contra Andries van Zeijl ged„„ in perzoon ter andere zijde - - - - - „ 104 „ E: O: Eysscher in Cas Crimineel Contra W: van Zeijl ged„t in Perzoon - - - - - - - „ 105: d„o _ ter Eenre Contra Andria „nus Stephanus du Plessis „ 148: _„ 6: p: Eijss„r in Cas Crimineel ter eenre C„s Andries van Zeijl Ged„e in perzoon - - - „ 155: _„ —_ „_o„ „ willem van Zeijl - – – - – - - „ 156. „ dient van Consideratien in de zaak van Fredrik Kannemijer - - - - - „ 160. „ dient van vertoog omtrend de ten be„ hoeve van d' E Comp„e geconfisgueerde bees„ „ten van de Gebannene burgeren Adriaan van Zeijl en Jan wieser „ 161. „ 6: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre C„s Andries van Zeil Ged„e in perzoon - - „ 173 „ C„a Willem van Zeil ged„e in perzoon „ 174 „ doet in Rade verzoek dat het tegen de van hier gebannene burgeren van Zeil en weeser Geslagene vonnisse ter executie mogte werden gebragt „ 19 „ diend van bericht wegens David Malan Davidz: – - - - - _ _ _ _ - 236. — diend van vertoog nopens den bur„ „ger Jan Enzel - - - - - - - - - - - „ 244 Hermanus Pieterse dient van een request waarbij verzoekt om met den Jndependent Fiscaal J: N: J: van Lynden: te mogen Composeeren.. -- - - - - - „276. 62 Hendrik Matthijsen verschijnt volgens besluijt van laatstleeden rechtdag voor de laadzaal - - - - - „ 294 Hendrik Lodewijk Bletterman E: O: Eijsscher Contra Jan 9 „ 297. Enslin ged„e - - - - - - - - - -: -- „ 65: de „ 1 0„ e„ 0„ „ - 0„ d„ e„ d„ „ e 0„ „ e„ 1 - - — - „ „ „ —- Johan Adam Michielse produceert een declaratoir van den geaufugeer„ „den adsistent quist Mollerstroom, waaruijt bleek dat gem: Mollerstroom geene recognitie penn: der Leeningsplaatsen van d' E Comp„e die door Horak voor voldaan geteekent was genooten heeft - - - - - - - — „ 13. Jan Bode van Osnabrugge soldaat ged„t in Cas van Drossen - - - „ 37 Joseph Jagemans van Ninevé 6„ „ „ 6 „o „ 37 Johan Hendrik Huijer van Stemmendorf _„o „ „— _„o „ 1/37 Jan Battij van Amsterdam - _„o „ „ - o - - „ 38 Johannes Klein van Brukeveld _„ „„ _o „ 38 Joseph de Lee „ Parijs —„ „ „ o - - „ 38 Jan Wiebes „ Ameland boschieter „ „. „ —„ 38 Jan Coenraad Groen „ Hamburg Fortificatiewerken „ „ _„o „ 38 Johan Jong van Stade mattroos „ „— _„o - - - „ 38 Jan Baptist Roos van Callegre „ „ „ „ —„ 38. Johannes Green va Noordkopping —„ „ „ — „o „ 39 Johan Christi: Willem Schols van Celle —o„ „ „— „o -„ 39 Jacob Thomas Cavellier „ S:t Custatius _„ „ „ „ - - „ 39 Johan Fredrik Frendaal „n Stokholm „ „ „ — „ „ 39 Jacob Beerends van Bremen „ „ „ „ 39 Jan Mijer „ Cittena —„o „ „ „ —„ 39 Jean Harri Petri van malta 0„ „ „ „o— — „ 39 Johannes Williams „ Plymouth — „ „ „ „ —„ 39 Johan Adolph Wageman „ Byleveld — „ „ „ _„ - - „ 39 Johannes Ratherd van Bergen — „ „ „ „ „ 40 Jan Brands van Cauden — „ „ „ „ - - „ 40 Johannes Stievers van Bergen —„ „„ „ „ 40 Joseph Broken „ Bourdeaux _ „ „ „ _„ - „ 40 Johan Fredrik Campelatus van Koningsbrrge - „ „ „ _„o - „ 40 Jan Baptist Collaut van Brussel — „ „ „ „ — „ 40. Johannes Giesen „ Blaasen„ „ „ _„„ 41„ - Joseph Leendert Empel van Amersfoort Jong matt„„ „o „ 41. Jan Japink van Riesen Timmerman „ „ 41„ Johannes Izsaak Rhenius geeft den Raade te kennen, dat zig bij zijn E Act: hadde vervoegd, den geweesen Gortmolenaar Jan Balende reg„t Contra gabriel Exter Gereg„d Lange - -- -
English
Folio 12 Lange making a request to be permitted to obtain payment of ƒ100:— being money that he, Lange, had lent to a certain Claassen sentenced here 57. Johannes Isaak Rhenius produces a missive from the Right Honorable Valiant Lord Governor and Honorable Council of Policy regarding the appointment of the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden - - - - - - - - - - - - - 59. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Ex Officio Prosecutor in a Criminal Case on the one side, against Matthijs of Mozambique, slave of Michiel Elser 65. The same, Ex Officio Prosecutor against Jan George Barends, defendant - - - - - - - - - 74. The same serves his considerations on the petition submitted by Hendrica Janssen, wife of Jan Smit of Dilburg - - - - - - - - - - 94. The same informs the Council that the assistant Kuhlewein, assigned to the Secretariat of Policy, had made himself guilty of opening a drawer and stealing seals 103. The said Ex Officio Prosecutor, Criminal, Pieter Hammes, defendant 106. The same, Ex Officio Prosecutor on the one side, against the widow Sedeler and her son Jan Hedeler, 107. Jan Stedeler undergoes a reprimand The same against Nicolaas van der Schijf, defendant on the other side - - - - 111. Johannes Isaak Rhenius serves a protest in the case of Jan Smit of Dilburg -- 120. Johan Nicolaas Steven van Lijnden serves a request regarding the case of Barend Mijer and the widow Hartsenberg . . . . . 126. Against Pieter Cilliers, Jan's son, and associates - - - - 131. The same makes a request to be permitted to summon the assistant Kullewein by edict with the ringing and tolling of the bell . . . . . . . . - - - 142. The same serves a representation concerning the assistant Marinus Marinussen 146. Johan Nicolaas Steven van Lynden, Ex Officio Prosecutor in a Criminal Case on the one side, against Carel Eberhard Kuhlewrijn – - - - - 157. The same 165. The same Prosecutor against the burghers Hermanus Mulder and associates - - 167. Johannes Isaak Rhenius informs the Council of the bad conduct of the burgher lieutenant J: A: van der Poel - - 169. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Ex Officio Prosecutor in a Criminal Case, Criminal, Carel Eberhard Kullewein, defendant in person - - - 175: The same in a Criminal Case against Carel Eberhard Kullewein, defendant in person 178. The said Ex Officio, plaintiff against Nicolaas Johannes van der Schijf, defendant . . . . . - 176.— The same 179: The same against Pieter Hammes - – - 180. The same against Arend Munnik - - 180. The same serves a representation regarding the census tax return - - - - - - - 182. The same informs the council of the bad conduct of a certain Johannes Jurgenssen - - - - - - - - - - 204. The same serves a representation regarding Jonas Albertus van der Poel, defendant in person 206. The same, in the absence of the Honorable Lord President, informs the Council of the manslaughter committed by the burgher Tobias Mijnhard upon the substitute at Graaffe Reinet, Jurgensen - - - - - - 216. The same serves a representation wherein he indicates that the burgher Captain Pieter van Breda allegedly instigated the troops of Wurtemberg to mutinous actions 218. The said Ex Officio Prosecutor against Pieter van Breda, defendant in person - - 225. Folio 13 Johan Nicolaas Steven van Lynden, Ex Officio Prosecutor in a Criminal Case against Baahoe of Bengal and associates . . . - - . - 227. The same against Cassiem of Batavia, slave of the burgher J: J: van den Berg - - - - - - - - - - - 229. The same, Ex Officio Prosecutor against Jonas Albertus vander Poel, defendant - - - - - - - - - - 213. 231. The same against Pieter van Breda, defendant 232. Jonas Albertus van der Poel, plaintiff against J: N: S: van Lijnden, defendant - - 234. Johan Nicolaas Steven van Lynden, Ex Officio Prosecutor in a Criminal Case on the one side on and against Barend Mijer, defendant, and defendant on the other side 238. The same, plaintiff against Pieter van Breda, defendant 241. Jonas Albertus van der Poel, plaintiff, Criminal, J: N: S: van Lijnden, defendant - - - 242. Johan Nicolaas Steven van Lynden, Ex Officio Prosecutor against Hendrik Iulkes and associates, defendant — 242. The said, plaintiff against J: A: van der Poel, defendant . 250. The same informs the Council of the conduct of the burgher Hermanus Pietersen regarding a certain Hottentot and what has happened to him in that regard - - — — -- 251. The same informs the Council of the arrival of the burgher Tobias Mynhard brought in custody and what should have been taken into account regarding this by the Landdrost at Graaffe Rainet, Mr. Woeke - - - - - 254. The same informs the Council that in the lawsuit of the burgher Louis Cotze with the Landdrost at Graaff Reinet, Mr. Woeke, some depositions are missing, which, because of the great distance of the country people, cannot be given – – – – – – – – – – – – 257. The said serves a representation concerning the rattle watchmen Haije Jansse Zwartsenburg and Evert van Es - - - - - - - - 258. The same serves a representation concerning the burgher Bernhardus de Vaal regarding [illegible]
Dutch transcription
Lange verzoek doende te mogen erlangen de betaaling van ƒ100:— zijnde penn: die hij lange aan zekere alhier gesententieerde Claassen hadde geleend„ Johannes Isaak Rhenius produceert eene missive van de welEdele Gestr: Heer Gouverneur en E achtb: Rade van Politie wegens de aanstelling van de E achtb: Heer Jndependent fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden - - - - - - - - - - - - -„ Johan Nicolaas Steven van Lijnden E: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre Contra Matthijs van Mosam„ „bique LifEijgen van Michiel Elser „ 65 „ r: O: Eysscher Contra Jan George Barends Ged„t - - - - - - - - - „ 74. „ dient van Consideratie op het door Hendrica Janssen Huijsvrouw van Jan Smit van Dilburg, inge„ „dient request - - - - - - - - - - „ : 94 „o geeft den Rade te kennen dat de ter secretarije van Politie bescheidenen adsistent kuhlewein zig aan het openen eener Laade en Steelen van Zegulen had schuldig gemaakt „ 103 d„ E: O: Eysscher C„l Pieter Hammes ged„t „ 106. „ E: O: Eysscher ter eenre C„a de weduwe Sedeler en haar zoon Jan Hedeler„ 107 „ _„o „ Nicolaas van der Schijf ged„s ter andere zijde - - - - „ 111 Johannes Isaak Rhenius dient van protest in de zaak van Jan Smit van Dilburg -- „ 120. Johan Nicolaas Steven van zijnden dient van verzoek wegens de „zaak van Barend Mijer en de wed„e Hartsenberg. . . . . „ 126. - „ 131. C„n Pieter Cilliers Janz: C: S: - - - - „ 131 doet verzoek om den adsistent kullewein bij Edicte onder het luiden en kleppen der klokke te moogen in„ „daagen. . . . . . . . . - - - „ 142. „dient van een vertoog omtrend den adsistent Marinus Marinussen. „ 146. Johan Nicolaas Steven van Lynden E: O: Eiss:r in Cas Crimineel ter eenre Jan Stedeler ondergaat een reprimende e„ o Johan „ „ _„o „ „ „ d„ e„ - 59. 57. Johan Nicolaas Steven van Lijnden E: O: Eyss„r in Cas Crimineel ter eenre C„ Carel Eberhard Kuhlewrijn – - - - - „ 157. „ „ 165. „o Eys„r C„o de burgers Hermanus Mulder C:S: - - „ 167. Johannes Isaak Rhenius geeft den Rade het slegt gedrag van den burger lieutenand J: A: van der Poel te kennen- - „ 169 Johan Nicolaas Steven van Lijnden r: O: Eysscher in Cas Crimineel C„l Carel Eberhard Kullewein ged„ in perzoon - - - _„ „ „ „ in Cas Crimineel C„e Carel Eberhard Kullewe in ged„ in perzoon „ 178. d„ E: O: reg„t C„o Nicolaas Johannes van der schijf gereg:t. . . . . -„ 176.— _„o „ „ 179: „ „ „ Pieter Hammes - – - „ 180. „ „ „ „ „ Arend Munnik - - „ 180. „dient van Vertoog weegens den opgaaf - - - - - - - „ 182. e„ geeft den raade te kennen het slegt gedrag van zekere Johannes Jurgenssen - - - - - - - - - - „ 204 „dient van vertoog wegens Jonas Albertus van der Poel ged=t in perzoon „ 206 „o /: vermits absentie van den E Achtb: Heer president :/ geeft den Raade te kennen de begaane manslag van den burger Tobias Mijnhard aan den substituut te Graaffe Reinet Jurgensen begaan - - - - - - „ 216 „dient van vertoog waarbij te kennen geeft dat den burger Capit:n Pieter van Breda het volk van wurtemberg tot mutineuse beweegin„ „gen zoude hebben aangespoord „ 218. d„n E: O: Eyss„r s„s Pieter van Breda ged„ ƒ - - „ 175: _„o Folioo 12 - „- 0„ _„ „o „ _„o „ _„o „_„o „ „ „ „ d„ _„ en e„ 9„ _„ - 1 2 — - - 13 in persoon - - -- „ 225. Johan Nicolaas Steven van Lynden R: O: Eyss„r in Cas Crimineel C:a Baahoe van engalen C:S: . . . - - . - „ 227. _„ „ Cassiem van Batavia Slaaf van den burger J: J: van den Berg - - - - - - - - - - - „ 229. _„o r: O: Eysscher C„o Jonas Albertus vander Poel Ged„e - - - - - - - - - - - - „ 213. 231. „ „ „ „ „ Pieter van Breda ged: „ 232. Jonas Albertus van der Poel reg„t C„a J: N: S: van Sijnden Gereg: - - „ 234. Johan Nicolaas steven van Lynden K: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre op ende Jeegens Barend Mijer ged„t en ged: ter ander zijde „ 238. _„o reg„t C„n Pieter van Breda Gereg„t 241. d„ reg„s C„o J: A: van der Poel Gereg: . „ 250 „ geeft den Raade te kennen het ge„ „drag van den burger Hermanus Pietersen omtrent zekere Hittentot en wat hem dienaangaande is weder„ „vaaren- - — — -- „251 _„ geeft den Raade te kennen de aan„ „komst van de in hechtenis opgebrachte burger Tobias Mynhard en het geen door den Landdrost te Graaffe Rainet de Heer Woeke daaromtrend diende in Agt genoomen te zijn - - - - - „ 254. „o geeft den Raade te kennen, dat er in het proces van den burger Louis Cotze met den Landdrost te Graaff Reinet de Heer Woeke eenige verklaaringen ont„ breeken, die om de verre afgeleegendheid der landlieden niet kunnende werden d„ dient van een vertoog nopens de ratelwagts Haije Jansse Zwartsenburg; en Evert van Es - - - - - - - - „ 258. „dient van een vertoog omtrend den burger Bernhardus de Vaal Jonas Albertus van der Poel reg„t C„l J: N: C: van Lijnden gereg: - - - „ 242. Johan Nicolaas Steven van Lynden E: O: Eips„r C„s Hendrik Iulkes C: Ged„t —„ 242. gegeeven - – – – – – – – – – – – „ 257. wegens 9„ „ „ en „_„o — „ _„o — „_„o „o _„o „ 8„ _„o „ - - „ „ e„ _„o _„o „ _„ _„ _ „ „ — _„ „ - 9 — -- -
English
Johan Philip Snegelsbergen versus Lucas Gullé on account of certain disrespectful expressions used by him in a certain written rejoinder as the representative of Pieter van Breda 261. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, plaintiff, against Pieter van Breda, defendant . . 288 Jonas Albertus van der Poel, plaintiff, against Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant . 289 Johan Nicolaas Steven van Lynden, in his official capacity, plaintiff, against Evert van Es, defendant 290 the same, plaintiff, against Johan Philip Snegelsbergen, defendant . 292. the same, plaintiff, against Jan de Villiers Jan Pieter 293. the same, plaintiff, against Johan Walter, defendant 294. the same, plaintiff, against Harmen Claassen, defendant 295 Johan Philip Snegelsbergen, plaintiff, against J: N: S: van Lynden, defendant 296. Johannes Isaak Rhenius informs the Council that the burgher Godfried Fredrik Koch is alleged to have made himself guilty of beachcombing 305 Johan Nicolaas Steven van Lynden submits a memorial in which he informs that the burgher Godfried Fredrik Koch is alleged to have made himself guilty of beachcombing 306 Johannes Isaak Rhenius produces in Council a missive from the Right Honorable Governor regarding the estate of David Malan Davidz 310 Jan de Villiers Jan Pieterz:, plaintiff, against J: N: S: van Lijnden, defendant 319. Johannes Isaak Rhenius produces a missive from the Landdrost Faure regarding the commission to the farm of the burgher Godfried Fredrik Koch 320. informs the Council that the documents in the case of the Independent Fiscal against P: van Breda having served, had already been circulated, and therefore requested to decide the same definitively 321. Jan de Villiers Pieterz:, plaintiff, has his vote recorded against J: N: S: van Lynden, defendant 340 Laurens Lint of Ostend, sailor, defendant in a case of desertion 43. Louis Cotzee, plaintiff, against G: Exter, defendant 39 the same, plaintiff, against the same, defendant 38. the same, plaintiff, against the same, defendant 340 the same, plaintiff, against Trier 341 Louis Cotzee submits a letter in which he informs the Council of the ill-treatment and abusive words inflicted upon him by the Landdrost at Graaff-Reinet, Woeke 41. Marthin Siesen of Paderborn, apprentice sailor, defendant in a case of desertion 39 Maurits Herman, Otto Woeke, in his official capacity, prosecutor in a criminal case, on the one part, against Gerhardus Dirk Cotzee, defendant in person, on the other part 112 the same, plaintiff, against Pieter Fourie Louisz:, defendant, on the other part 115 the same, plaintiff, against Gerhardus Dirk Cotzee 123. the same submits a request regarding a certain Hottentot named Bakker 143 Memorial by Messrs. Carel Mappa and Hendrik Justinus de Wet regarding the conduct pursued by the burgher Albert Joosten 187. Marthinus Keet undergoes a reprimand in accordance with the decision of the latest session of the court 5 the same 203 Neth Roels of Boston, sailor, defendant in a case of desertion 40 Nicolaas Johannes van der Schijf, plaintiff, against J: N: S: van Lijnden, defendant 157. the same, plaintiff, against the same, defendant 166. Petrus de Kok submits a petition in which he requests that he might be accepted in submission, on account of foolishness committed in the case between him and the burgher Daniel Hugo 10. the same, plaintiff, against the same, defendant 187. Pieter Vincent Louston of Paris, soldier, defendant in a case of desertion 37 Philip Keuning of Brakhage, soldier, defendant in the same case 38 Pieter Kieter of the Canton of Bern, arquebusier, defendant in the same case 38 Pieter Nielsen of Marienburg, gunner, defendant in the same case 38 Pieter Smit of Christiania, sailor, defendant in the same case 39 Pieter Valentijn of Stockholm, sailor, defendant in the same case 39 Pieter Jansen of Gothenburg, sailor, defendant in the same case 39 Pieter Theunissen of Zegendaal, sailor, defendant in the same case 39 Pieter Grundaal of Helsingfors, sailor, defendant in the same case 39 Pieter Claassen of Hamburg, sailor, defendant in the same case 40. Pieter Hammes, plaintiff, against J: N: S: van Lijnden, defendant 177 Petrus Pienaar submits a petition regarding a certain slave confined on Robben Island named Constapel of Bengal 158. Pieter van Breda, plaintiff, against J: N: S: van Lynden, defendant 233. the same, plaintiff, against the same, defendant 250 Report verbally delivered by the Commissioners regarding the account of the executed Regina of Bengal and associates 14 Richard de Schill of Carrick, soldier, defendant in a case of desertion 38 Petition exhibited in Council by Elizabeth Malan, wife of David Malan Davidz:, wherein she requests to sell her estate by public auction and to bring it to liquidity 48 Rijno Johannes van der Riet submits a declaratory statement regarding the case of the widow Hartzenberg and requests a new authorization
Dutch transcription
Johan Philip Snegels zuis Lucas Gullé wegens eenige disrespectieure expressien door hem in zeekere schriftuur van duplieg als gem: van Pieter van Breda gebeerigd 261. Johan Nicolaas Steven van Lijnden reg:t C:r Pieter van Breda Gereg„d . . „ 288 Jonas Albertus van der Poel reg„t C„r Johan Nicolaas steven van Lynden gereg„t . „ 289 Johan Nicolaas Steven van Lynden r: O: Eyf: C„n Evert van Es ged„ -„ 290 - „ _„ _„ _„. „ _„o _d„ „ Johan Philip Snegelsbergen ged. . „ 292. _„o _„ _„o „ _o _„o „ Jan de Villiers Jan Pieter - - - - „ 293. „ _„o _„o _„o „ _„o _„o „ Johan walter ged„e - - - „294. — „ _„o _„ _„ „ _„o _„ „ Harmen Claassen ged„t 295 Johan Philip Snegelsbergen reg:t C„o J: N: C: van Lynden gereg: 296. Johannes Isaak Rhenius geeft den Raade te kennen dat den burger God„ „fried Fredrik Koek zig aan strandhoof zoude hebben schuldig gemaakt „305 Johan Nicolaas steven van zynden dient van een vertoog waarbij te kennen — geeft, dat den burger Godfroed Fredrik koch zig aan strandhoof zoude hebben schuldig gemaakt -- Johannes Isaak Rhenius provuceert in raade een missive van de welEdele „ 306 gestr: Heer Gouverneur wegens den boedel van David Malan Davidz Jan de villiers Jan Pieterz: reg„t C„l J: N: S: van Lijnden gereg„s - - - - - - „ 319. –– – – – – – „ 310 Johannes Isaak Rhenius produceert een missive van den Landdrost Faure wegens de Commissie naar de plaats van den burger Godfried Fredrik Koch - - - - „ 320. geeft den Raade te kennen dat de stukken in het proces van den Jndependent Fiscaal C„a I: van Breda Gediend hebbende reeds rondgeleezen waaren en ver„ „zogte overzulx dezelve ten definitive te decideeren - – – „ 321. Jan de Villiers ppz: reg:t laat zijn vora aantekene J:N: P: V: Lynde geeqt Laurens Lint van Ostende mattroos ged„t in Cas van Drossen - „ Trier Louis Cotzee reg„t C„o G: Exter gereg. s - - _„o „ „ „ „ 43. „ 39 ---- „ 38. 340 Ger 14 - „ _„o „ — — — e„ -- 341 —— 340 15 Louis Cotzee dient van een brief waarbij den raade te kennen geeft de mis„ „handeling en scheldwoorden hem door den Landdrost te graaff Rei„ „net woeke aangedaan - - - - Marthin Siesen van Padaroud Hooplooper Ged: in Cas van Grossen 41. „ Maurit Herman, C:H woeke r: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre C„o Gerhar„ „dus Dirk Cotzee ged„e in perzoon ter andere zyde „ 112 „ _„ _„ „ - _„o „ Pieter Fourie Louisz: ged„e ter andere zijde - - - - - „ 115 „ _„o _„o _„ „ Gerhar„ „dus Dirk Cozzee - - - – - - - - „ 123. „ dient van verzoek omtrend zekere Hotten tot in naame Bakker, - - - - - - - - - - - „ 143 Memorie door de Heeren Carel Mappa en Hendrik Justinus de Wet weegens het gehouden gedrag van den burger Albert Joosten - - - - - - - - - - - „ 1:87. 5 Marthinus keet ondergaat volgens besluijt van laatstleeden regtdag een reprimende - - - - - - - _„o „ Neth Roels van Boston mattroos Ged„e in Cas. van Drossen - – – – - „ 40 Nicolaas Joh„n van der Schijf reg„t C„l J: N: f: van Lijnden gereg„s - - - - - - - „ 157„ 6„ „ _„ „ - „o „ „ — — „ „ - - - - - - „ 166. Petrus de kok dient van request waarbij verzoekt dat in submissie mogt - – – – – – „ 2 1/87.„ £ - „ - 1 1 „ „ - - - - - - - „ 203 - - „ „ „ „ „ „ - 0„ „ 0„ mogt werden ontfangen, wegens begaane onnozelheid in de zaak tusschen hem en den burger Daniel Hugo „ 10. Pieter Vincent Louston van Parijs soldaat ged. e in Cas van Drossen „ 37 - Philip keuning van Brakhage e„ „o„ 38 Pieter Kieter van Canton Bern boschieter „ Pieter Nielsen „ Marrenburg Cannonier„ Pieter Smit „ Christiania Mattroos „ Pieter Valentijn „ Stokholm „o „ Pieter Jansen „ Gottenburg _o„ „ Pieter Theunissen van Zegendaal _e„ „ Pieter Grundaal „ Helsingfort „ „ Pieter Claassen „ Hamburg _„ „ Pieter Hammes reg„t C„a J: N: S: van Lijnden Gereg„s Petrus Pienaar dient van request wegens zeekere ten Robben Eylande geconfineerden Slaaf in naame Constapel van Bengalen Pieter van Breda reg„t C„o J: N: S: van Sijnden Gereg: – – – – - - - - - - „ 233. - „ 39 „„ 38 „ - - - - „ 38 „ 39 -„ 39 - „ _„o „ „ „ — - „ 39 „o - „ 39 _„ „—_„ „ „ 177 „„ - - „ 40. _„o „ Rapport door Heeren Gecommitt„s bij monde gedaan, wegens de reekening van de gejustificeerde Regina van Bengalen C:S: — - „ 14 Richard de Schill van Carik soldaat Ged„t in Cas van Drossen - - - - - „ 38 Request door Elizabeth Malan Huijsvrouw van David Malan Daird: in raade geexhibeert waarbij verzoekt om haar boedel p„s publieke vendutie te verkoopen en tot Liquiditeit te brengen - Rijno Johannes vander Riet dient van een declaratoir wegens de zaak van de wed„e Hartzenberg en verzoekt een nieuwe -- 2og qualifi ƒ 16 „ „ ƒ - d„o —8„ „ - - - „ 187. — - - - – – „ 158: „ „ en „ - - - - - - „ 250 - - „- -„ 48
English
to obtain qualification in order to proceed with the pending matters of the Swellendam Colony – 51. Petition submitted by the soldier Thomas Jaeger – 75. Ditto submitted in Council by Fredrik Kannemeijer – 79. Ditto by the wife of Jan Smit van Dilburg, confined to Robben Island, submitted in Council – 85. Report made by the gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Johannes Smuts regarding the burgher Lieutenant J: A: van der Poel – 223. Ditto ditto made by ditto and C: G: Maasdorp regarding Pieter van Breda – 230. Canvassing of votes conducted regarding the depositions of Kalmbacher and Schligter – 239. Rijno Johannes van der Riet and N: J: de Wet have recorded their votes concerning the resolution in the case of the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden against the burgher H: Pietersen – gives notice to the Council that there are presently several country people at the Cape who can provide depositions to the great benefit of the imprisoned burgher Tobias Meijnhart, which the wife of the said Meijnhart is unable to afford, and requested that this might be done pro deo, likewise requesting visitation access for the said woman to her husband – 283. gives notice to the Council how the schout Matthijssen has failed in his duty toward him as an officer – 284. Report by the gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet serving as a report regarding the re-examination of the deposition of the burgher Johannes Paulus Eksteen and what has come before them in that regard – 303. Petition of Jan Jacob Meijer regarding the estate of Hollerttrom – 283. Samuel Sarij of Hamburg, gunner, defendant in case of desertion – 38. Steven Pareira of Madeira, sailor, ditto in case of desertion – 38. Sievert Laarssen of Drontheim, sailor, ditto in case of desertion – 38. Thip Pietersen of Christiansand, sailor, defendant in case of desertion – 40. Sentence pronounced in the case of the Landdrost Bletterman against Fredrik Kannemeijer – 1. Memorial submitted by the Landdrost Bletterman regarding the slave Pedro of Bengal, belonging to the widow Hercules Vroen – 6. and Carolus of Mozambique, belonging to Jan David Bijer – 6. Sentence pronounced in the case of the Landdrost Bletterman against the slave Pedro of Bengal, bondsman of the widow Hercules Vroen – 31. Ditto against Carolus of Mozambique, bondsman of the burgher Jan David Bijer – 32. Ditto of the acting Fiscal G: Exter against the slave Maij of Bengal, bondsman of Jan Casper Doos – 35. Ditto in the case of the acting Fiscal G: Exter against the accused servants of the Honorable Company – 41. Ditto against Stephanus Fauche – 42. Ditto against Daniel Hiebner – 56. Ditto against Jan George Berends – 57. Ditto in the case of the Landdrost Bletterman against the burgher Cornet David Malan Davidsz – 60. Ditto of the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden against the slave Matthijs of Mozambique, bondsman of the burgher Michiel Elser – 81. Ditto against the Hottentots Wittebooij and Hannis – 83. Sentence pronounced in the case of the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden against the widow Stedeler and her son Jan Stedeler – 111. Ditto in the case of Landdrost M: H: O: Woeke against Pieter Fourie Louisz – 116. Ditto against Gerhardus Dirk Koetze – 126. Ditto of the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden against Pieter Cilliers Janz and associates – 140. Ditto of Landdrost Bletterman against Adrianus Stephanus du Plessis – 141. Ditto of the Independent Fiscal van Lynden against Arend Munnik – 182. Ditto of the Gentlemen Commissioners and the burgher A: Joosten – 194. Ditto of the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden against Johanna Jurgensen – 205. Ditto against Baatjoe of Bugis and associates, slave of Jurgen Henning – 228. Ditto in the case of ex officio prosecutor criminal against Cassiem of Batavia, slave of J: J: van den Berg – 271. Ditto against Pieter Hammes – 270. Ditto in the trial against Cassiem of Batavia, bondsman of Jacobus Johannes van den Berg – 276. Ditto in the case against Johan Walter – 294. Ditto in the case of Landdrost A: L: Bletterman against Jan Enslin – 79. Ditto in the case of the Independent Fiscal van Lynden against Pieter van Breda – 322. Ditto against J: M: Horak and Gust Wollenstran – 341. William Pietersen of St. Thomas, sailor, defendant in case of desertion – 39. Willem Sanders of Philadelphia, sailor, ditto in case of desertion – 39. Willem Stephanus van Rijneveld, acting ex officio, plaintiff against the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden and D: Hiebner, indicted – 60. Willem Stephanus van Rijneveld, acting ex officio, plaintiff against the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden and Jan George Barends, indicted – 62. and against Pieter Hammes, indicted – 285. and against Pieter van Breda – 323. Fiscal J: N: S: van Lynden and D: Hiebner – 20. Willem Stephanus van Rijneveld, acting ex officio, plaintiff against the Independent Fiscal J: N: S: van Lynden and Jan George Barends, indicted – and Pieter Hammes, indicted – Pieter van Breda – 20.
Dutch transcription
qualificatie te mogen erlangen, om de nog hangende zaaken der Collonie Zwellendam te kunnen voortzet„ „ten —- „ 51 Request door den soldaat Thomas Jeeger ingediend - - - - - „ 75 „ Fredrik Kannemijer in Raade geexhibeerd – – „ 79. _„ „ de Huijsvrouw van de ten Robb en Eylande geconfineerden Jan Smit van Dilburg in raade geexhibeerd - - ƒ 85. „ Rapport door de Heeren Rijno Johannes vander Riet en Joh„s Smut gedaan wegens den burger Lieutenand J: A: vander Poel - „ 223. _„o _„o o en C: G: Maasdorp „o - gedaan, wegens Pieter van Breda - -- „ 230. Rondvraag wegens de verklaaringen van kalmbacher en Schligter ge„ „daan - - - - - - - - - - — — — - „ 239. Rijho Johannes vander Riet en N: J: de wet hebben hun vota omtrend het besluijt in de zaak van den Jndependent Fiscaal J: N: f: van Lynden met den burger H: Pietersen doen aansteeke„ _„ geeft den Raade te kennen dat er zig tans aan decaal eenige landlieden komen te bevinden, die tot Groot voordeel van de in hechtenis zittenden burger Tobias Mijnhart verklaaringen kunnen geeven dog waartoe de Huijsvrouw van gem: Mijnhart onvermogend is, en verzogte dat sulx prodeo mogte geschieden, verzoekende teffens acces voor gem: vrouw bij haar man „ 283 „geeft den Rade te kennen hoe den schout matthijs„ „len in zijn pligt tegens hem als officier gemanqueert heeft „ 284. Rapport door de Heeren Rijno Johannes van de Riet en Hendrik Justinus de Wet dienen van Rapport wegens het recolleeren der verklaaring van den burger Johannes Paulus Eketeen en wat hun dienaangaande is te vooren gekoomen - – – – – - „ 303 Request van Jan Jacob Meejer g: framces Wegens den boedel Van Hollerttrom „nen - – – - – - - – – – – – – – – – – – – – – „ 283„ Samuel Sarij van Hamburg Bosschieter Ged„te in Cas van Drossen – – – - - „ 38 Steven Pareira „ Madera mattroos Sievert Laarssen„ Drontheim „ „ „ „ _o - - - - „ 38 „ „ „ „ _„o - - - „ 38. Thip Pietersen van Christiaanzand mattroos Ged„:e in Cas van Droosen - - – „ 40 „ „ _„o „ „— „_„ „ „ „o f= 343 341 — A vonnis geveld in dezaak van den Sanderost Bletterman Contra. Fredrik kannemijer - -- Vertoog door den Landdrost Bletterman ingedient omtrend de Haaf Pedro van Bengalen, toebehoorende de wed„e Hercules rroen - - - - - - - - - - - van mosambigue toebehoorende Jan David Bijer –– – – – – – – - – „ 6 ede vonnis geveld in de zaak van den Landdrost Bletterman C„an de slaaf, Pedro van Bengalen, LijfEygen van de weduwe Hercules Vioen. . . . . . . . . . . . . „ 31. „ _o„ _„ _„o Carolus Carolus van mosamlique LijfEijgen van den burger Jan David Bijer --- „ 32 van den projnterim Fiscaal G: Exter C„o den slaaf maij van Bengelen Pyflygen van Jan Casper Doos – – – - - - - - - - - - - - - „ 35: „ _„o _„o _„o in de zaak: van den pro Jnterim Fiscaal G: Ex„ „ter C„o de geausugeerde dienaaren den E Comp„s 41. _„o _„ Stephanus Fauche --„ 42 „o „o „ „ Daniel Hiebner- „ 56. „— - „ _„o „ Jan George Berends - - - - - - „ 57 „ in de zaak van den Landdroot Bletterman Contra den burger Cornet David Malan Davidz: - - . . „ 60. _„o „ „ Jndependent fiscaal J: N: van Sijnden C„os den slaaf Matthijs van Mosambi„ „que Lyftygen van den burger michiel klser„ _„o „„ e„ „ „ de Hottentotten wittebooij en Han„ „nis „ _ „ _„o _„ _„ — „o _„o — _„o _„ „ 83 18 A 0„ „ „o „ „- „ _„o „ _„ „ „ _„o „ _„o „- „ „ _„o „ „ - - 81. _„ „ _„ - „ 3 3 - _„o „ „ 1 79 vonnis geveld in de zaak van den Jndependent Fiscaal J: N: J: van Lijnden C„r de weduwe Stedeler en haar zoon Jan Htedeler „ 111 _„o „ „ Landdrost M: H: V: woeke C„a Pieter Fourie Louisz: - - - - - „ 116. - d„ o „ „ _„o „ Ger„ „hardus Dirk Koetze - - - -„ —- „ 126. - „o „ „ Jndependent Fiscaal J: N: S: van Lynden C„a Pieter Cilliers Janz C: S: - - - - - - „ 140: „ _„ _„ _„ „ „ Sanddrost Bletterman C„n adrianus Stephanus duplessis- - – – – – – „ 141 „ „ „ Jndependent Fiscaal van Lynden C„s Arend Munnik – – – – – – – - - – – – – – - - „ 182 „„ „ Heeren Gecommitteerdens en den burger A: Joosten - - „ 194 „ _o _„o _„ „ den Jndependent Fiscaal J: N: J: van Zynden C„o Johanna Jurgensen - - - - - - - - - „ 205 —_„ „ - _:o „ Baatjoe van Bougies C: S: Slaaf van Jargen Henning – – – - - - - - - - - - „ 228 _„ _ o „ „ _ _„o „ E: O: Eyskucas Crimineel C„n Cassiem van Ble„ „tavia slaaf van J: J: van den Berg — – – – – – – – „ 271 „ „ „o ƒ „ „ C„s Pieter Hammes - - - - - - - - „ 270. „ _„o _„o in het proces „ „ - - „ - do „ Cassiem van Batavia LijfEygen van Jacob„s Johs van den Berg - - - - - - –– - - - - - - „276 _„o _„ in dezaak „ „ — _„o - _„ „ Johan walter - - - - – – 294 „ _„o _„o „ „ „ „ „ Landdrost A: L: Bletterman C: Jan Enslin— - -- 7 - ƒ 98. „ _„ „ „ _o „ „ Jndependent Fiscaal van Lijnden C:s Pieter _„o _„o „ 322 van Breca - - - - - - - - - - - - „ _„o _„ _„ „ „ n J: M: Horak en Guist Wollenstran William Pietersen van S„t Thomas mattroos Ged„t in Cas van Droosen - - - - „ 39 Willem Sanders „ Dhiladelphia _„o „ „ „„ - „ - „ 39 willem Stephanus „ Rijneveld ampthalven reg: Contra den Jndependant 346 Fiscaal 5 en - „_„o _„o „ _„o _„o — „ _„o _„o „ _„o „ _„o „ _„o „ Fiscaal J: N: J van Lijnden en D: Hiebner gereg:--- - Willem Stephanus van Rijneveld Ampthalven reg„t Contra den Jnde„ pendent Fiscaal J: N: J: van Linden en Jan George Barends - - - - „ 62. „ en en en Pieter „ 285 „323 Hammes Geregt„ &„ en van Breda 60. „ „ 20 „ „ „ „ „ W Fiscaal J: N: J: van Lijnden en D: Hieb Willem Stephanus van Rijneveld amphhalven reg„t Contra de pendent Fiscaal J: N: S: van Linden en George Barends „ Gereg: - - - - - ———„ en en „ Hammes Gereg. van Breda 20 „ _„o _„o „ W