Inventory 10989
Cape · 538 pages · 99 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Thursday 7 January 1790. In the forenoon, present the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, Mr. Johannes Smuts, Tobias Christiaan Ronnenkamp, Salomon van Echten, Johan Coenraad Gie, Ryno Johannes van der Riet, and Hendrik Justinus de Wet; absent the Honorable Lord President, and Messrs. Maasdorp, Mappa, and Myer, both due to business and indisposition. The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, plaintiff ex officio, against Maria Malang, widow of the late burgher Hendrik Engelaar, defendant; in case of committed maltreatment against one of her male slaves named Piet van de Caab, to hear such claim and conclusion as the plaintiff ex officio shall think fit to make and take, to answer thereto, and further to proceed as according to law. The plaintiff ex officio exhibits a written claim provided with 2 annexes. The burgher fire master Sr. Arend van Wieligh, legitimating himself with a general power of attorney executed in his favor, requests a copy of the one and the other, in order to file an answer within four weeks. The Court grants a copy and a day to answer. Whereafter by the aforesaid Independent Fiscal, concerning the burgher Jan Smit Jurriaansz, there was served a memorial provided with the interrogatories answered by the said Smit before the delegate commissioners; which memorial reads as follows: To the Right Honorable the President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable and Worshipful Sirs! The undersigned, Independent Fiscal of this government, having only a short time ago become aware of how the burgher Jan Smit Jurriaansz allegedly made himself guilty of beach theft some years ago, found himself obliged ex officio to investigate that matter, in order, according to findings, to proceed criminally against him. Having for that purpose requested and also obtained from Your Honors a personal citation against the said Jan Smit Jurriaansz, and subsequently also a decree whereby it was ordered that he answer certain interrogatory articles submitted by the memorialist ex officio, this had the result that he, the defendant, did not dare to deny having in fact collected some goods from an English stranded ship in the Kogelbaai, and having concealed them on his farm situated near the Palmiet River behind the mountains of Hottentots Holland, as is to be seen from his given responses to articles 15, 19, and 75, to which reference is earnestly made for the sake of brevity. Merely under the specious pretext that he had obtained a commission for this purpose from certain authorized agents of the owners or commanders of the stranded ship. Since the investigation into whether such a commission ever truly existed, and if so, whether and to what extent those authorized agents indeed had the power to grant it, is of higher inquiry, the memorialist ex officio believes that there are more than sufficient reasons to turn to Your Honors and to request hereby a decree of bodily apprehension against this defendant. Seeing that he dared not nor could deny the act itself, and he consequently has thoroughly contravened the clear and plain letter of the local orders and laws enacted against it, and therefore was truly engaged in an illegal act. The memorialist ex officio trusting that Your Honors will not have the slightest hesitation about this: 1. Because his instructions prescribe to him in article 5 to regulate himself in criminal matters as much as possible according to the ordinance concerning the style of proceeding in criminal cases dated 9 July 1570. 2. Because that same ordinance, article 4, also entails that the judges, when the truth of the act is sufficiently evident, even on half proof, strong or probable suspicion, shall provisionally decree personal apprehension or personal summons according to the nature of the offenses and crimes or of the persons, and as the matter shall be disposed, upon the penalty mentioned in the aforesaid ordinance. 3. Because the renowned S. van Leeuwen, in his annotation on the 53rd article of the ordinance on criminal justice regarding the release and discharge of prisoners, further says: for if the case requires corporal punishment, and there is some probability of the committed act, the judge may provisionally release no one from prison, because if the cases turn out otherwise, the sentence would remain unexecuted, in that one could not
Dutch transcription
H F: I. Donderdag den 7 January 1790. 's voordemiddags praesent de E achtb: Heer In dependent Fiscaal Iohan Nicolaas Steven van Lynden, de Heer Johannes Smuts, Tobias Christiaan Ronnenkamp, Salomon van Echten, Johan Coenraad Gie, Ryno Johannes van der Riet en Hendrik Justinus de Wet, demptis de E achtb:e Heer President, en de Heeren Maasdorp, Mappa en Myer, zo by occupatie als in dispositie. — De Jndependent Fiscaal deses er r: o: Eysscher d' eenen schrif„ gouvernements de E Achtb: Eysch gemunieert Heer Johan Nicolaas Steven bylaagen van Lynden r: O: Eyss„r Ter Brandmeester Contra d van Wieligh, Maria Malang weduwe ene op Hem gepas„ wylen den Burger Hendrik eraale procuratie erende versoekt Engelaar ged„te omme in Cas een en ander Copia van gepleegde mishandeling aan ten een F I. Donderdag den 7 January 1790. 's voordemiddags present de E achtb Heer In dependent Fiscaal Iohan Nicolaas Steven van Lynden, de Heer Johannes Smuts, Tobias Christiaan Ronnenkamp, Salomon van Echten, Johan Coenraad Gie, Ryno Johannes van der Riet en Hendrik Justinus de Wet, demptis, de E achtb: Heer President, en de Heeren Maasdorp, Mappa en Myer, zo by occupatie als in dispositie. — De Jndependent Fiscaal deses De Heer r: O: Eysscher Exhibeerd eenen schrif„ gouvernements de E Achtb: telyken Eysch gemunteert Heer Johan Nicolaas Steven met 2 bylaagen van Lynden r: O: Eyss„r de burger Brandmeester Contra S„r Arend van Wieligh, Maria Malang weduwe zig met eene op Hem gepas„ wylen den Burger Hendrik seerde generaale procuratie legitimeerende versoekt Engelaar ged„te omme in Cas van het een en ander Copia van gepleegde mishandeling aan. ten een nen van antwoord. — De Raad fiat Copia en dag om te ant„ woorden. Waarna door voorm: Heer Independent Fiscaal, nopens den burger Ian Smit Iurriaansz: gediend zynde van een vertoog gemunieerd met de door gem: Smit voor Heeren gecommitt„s beantwoorde Interro„ gatorsen; Luidende dat vertoog als volgd Aan de Wel Edele achtb: Heeren Praesident en Raaden van Justitie Copia ten einde Heeden een haarer mans slaaven in over vier weeken te die„ naame Piet van de Caab te aanhoren zodanige Eysch en Conclusie, als de r: O: Eyss„r zal goedvinden te doen en te nemen daarop te antwoorden, en voorts te procedeeren als na regten. - des 2. — des Casteels de goede Hoop Wel Edele en Achtbaare Heeren! De ondergeteekende, Jndependent Friscaal deeses gouvernements, zedert korten tyd eerst ontwaar geworden zynde hoe den burger Jan Smit Jurriaansz:, zig voor eenige Iaaren zoude schuldig gemaakt hebben aan strand„ roof, heeft zig amptshalven verpligt gevonden die zaak te moeten onderzoeken, ten einde, na bevind tegens denzelven Criminaliter te ageeren. Ten dien Effecte van uwel Edele achtb:e ver„ zogt, en ook bekomen hebbende Citatie in persoon tegens den gem: Ian Smit Jurriaansz: en ver„ volgens ook decreet waarbij gelast is, om op zekere waag articulen door den r: O: vert: voorgelegt te antwoorden, is sulx van dat ge„ volg geweest, dat hy ged:e dan ook niet heeft: durven 3 tie 4. durven ontkennen revera eenige goederen van een Engelsch gestrand schip in de kogel„ baay te hebben opgehaald, en op zyne plaats geleegen by het palmiete rivier agter het gebergte van Hottentots Holland te hebben geborgen, zo als te zien is uyt zijne gegeevene responsiven articulis 15„ 19 en 75. quibus brevitatis ergo obnixe fit re latio Alleenlyk onder het spetieus voorgeeven, dat daartoe Commissie zoude bekomen hebben van zekere gevolmagtigdens der Eygenaaren of bevelhebbers van het gestrande Schip. Daar nu het ondersoek of er weesendlijks eene zodanige Commissie immer heeft geExteerd, en zo al, ja, of en in hoe verre die gevolmachtigde de Faculteit wel toe gehad hebben s altiori indagenis is, zo vermeent de r:O: vert: dat er meer dan genoegsaame reedenen zyn, om„ me zig tot uwelEdele achtb: te keeren, en van dezelve by deesen te versoeken, decreet decreet van approhensie Corporeel tegens deesen ged: Nademaal hy dog het feyt zelve niet heeft durven nogte kunnen lockenen, en hy gevolgelyk dus de klaare en duidelyke letter der locaale beveelen en wetten daar tegens gesteld wel deegelyk heeft gecontravenieerd, en daarom werkelyk in acto facto illicita heeft ge„ verseert. Moetende de r: O: vertrouwen, dat Uwel Edele achtb: hieromtrend geene de minste hesitatie zullen hebben. - s/ om dat zyne instructie hem articulo 5 voorschryft, van zig in 't Crimineele te re„ guleeren, zo veel mogelyk na de ordonnantie aangaande den styl van procedeeren in Crimineele zaaken D: D: 9. July 1570 2/ om dat die zelve ordonnantie art: 4 mee„ de brengt „ dat de Jugen of rechters wanneer 6. wanneer van de waarheid van het feit genoeg„ „saam blykt immer by halve preuve rehemen„ „ te ofte probabile suspicie NB zullen de„ „cerneeren provisie van persineele apprahensie ofte van „ ende journement per„ „soneel na de qualiteit van de delicten, en „ misdaaden ofte van de persoonen, ende na „ dat die materie gedisponeert zal weesen, op „ de pene in de voorseide ordonnantie vermeld 3 om dat den wyd benoemden S: van Leeuwen in zyne aanteekening, op den 53 art: van de „ ordonn: op de Crimineele Justitie aangaande „de relaxatie en slakinge van de gevangen na„ „der zegt want indien de zaaken Lichame„ „lyke straffe vereyscht, en daar eenige waar„ „schynlykheid van het begaane feyt bykoomt, zo en mag NB den regter, niemand bij provi„ „ „sie uijt de gevankenisse ontslaan, om dat de „zaaken anderzints uytvallende, het vonnis „ buyten Executie zoude blyven, met dat men niemand
English
no one can be physically punished who is not in custody. From which it also lawfully follows that the judge, in such a case and for the same reasons, may not refuse the requested apprehension. Van Leeuwen further adds to this that no bail can exist or be accepted in law for a crime that carries physical punishment, because one cannot legally bind oneself to physical punishment for another, and the physical punishment earned by one person cannot be served by another, as it consists of personal suffering for that which was earned through the crime, as an example to others and for one's own reformation, which also agrees with the customs and usages of these lands, as is discussed more fully in the Roman-Dutch Law, book 4, part 4, number 6. 4. Because it is beyond all contradiction that the present case belongs among corporal offenses, and consequently under the character of those crimes of which Article 4 of the above-cited ordinance provides that the judges shall decree a provisional warrant of apprehension and arrest against the perpetrators, under the penalty stated therein. 5. Because it is no less true that the truth of the act itself is sufficiently apparent, and there is already far more than a half-proof, or a vehement or probable suspicion. 6. Because, although the crime itself was committed in the month of September of the year 1778, and a period of eleven years and three months has elapsed since then, this can nevertheless not operate in the slightest to the advantage of the defendant, since it is a general rule of law and an established custom in the Republic that prescription in corporal crimes can take effect only after the lapse of twenty full years from the day the delict was perpetrated; see Wassenaar, Practijck Judicieel, Chapter 29, Section 46; Carpzovius, Chapter 133, Sections 4 and 5; Law 12, Code ad Legem Corneliam de Falsis; Antonius Matthaeus, De Criminibus, Chapter 4, Number 1, ad Title 19, Book 48 of the Digest, quibus modis crimina extinguuntur. And finally, 7. Because the Officer-Prosecutor, who has only recently discovered the matter, cannot at least be blamed for not having investigated it sooner and brought it before the jurisdiction of this Honorable Council. While it is well known to every one of Your Honors that up to this point no punishment whatsoever has been inflicted on the defendant for that deed, and it is thus notorious that he must still satisfy the law of the sovereign authority and of justice. Was signed: J: N: S: van Lynden In the margin: Cape, the 4th of January 1790. Thus, since the aforesaid Smit has made a request to be permitted to present a petition concerning this matter today, it was approved, before ruling on that representation, to hear the aforesaid petition; whereupon the said Smit entered and submitted the following petition. To the Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, along with the other Honorable Members of the Council of Justice of this Government. Honorable President and Honorable Gentlemen! The undersigned, Jan Smit Jurriaansz, hereby takes the liberty to respectfully make known to Your Honors, with all due reverence: How criminal proceedings have now been initiated against him, the petitioner, by and on behalf of the Illustrious Office of the Fiscal, regarding beach piracy alleged by the Honorable Officer-Prosecutor to have been committed by him, the petitioner, some years ago, and the presumptive abuse of an assumed authority and of the respect of justice; as well as how he, the petitioner, on the last court day, was ordered by Your Honors to answer such interrogatories as the Honorable Officer-Prosecutor would be pleased to put to him, the petitioner. Yet, although the petitioner, due to his unretentive memory from old age as well as the long time that has passed since this matter allegedly occurred, was rendered almost incapable of this, he, the petitioner, nevertheless wished, with all respect and readiness, to obey the judicial ruling of this Your Honors' illustrious Council, and on the 29th of the past month of December, as far as the petitioner's memory extended, to answer truthfully those interrogatories that were presented to him by the Honorable Commissioners for response. The petitioner, resting on his pure innocence, remains in the firm confidence that the answers given by him, the petitioner, will fully convince Your Honors of his innocence, and that not the slightest suspicion regarding the acts and charges laid upon him, the petitioner, can result from them. Wherefore the petitioner, for all these reasons, and especially in consideration of the petitioner's advanced age of 64 years, accompanied by a very critical bodily constitution, whereby the petitioner is rendered practically unable to present the deduction of his innocence in a proper manner before Your Honors, which nevertheless directly concerns the precious interests of his honor and reputation in the final days of his life, humbly and meekly prays before Your Honors graciously to excuse him, the petitioner, from personal appearance, and to admit him, the petitioner, to ordinary civil proceedings, as well as
Dutch transcription
niemand aan zijn Lichaam straffen en „ kan, die men niet en heeft. Waaruit by wettig gevolg dan ook vloeit, dat den regter de versogte apprehensie in sulk geval om die zelfde reedenen, ook niet mag verweigeren. — Voegende van Leeuwen verder hier nog by dat ook geene Borgtogt bestaan kan, of ee in regten aangenomen werd voor eene mis„ daad, daar Lichaamelyke straffe toestaat, om dat men zig zelve tot Lichaamelijke straffe voor een ander niet kragtelyk kan verbinden, en de Lichaamelijke straffe by den eenen verdiend, door een ander niet kan worden voldaan, als bestaande in het eigen lyden, over het geene door de misdaad is verdiend, ten spiegel van een ander en de betering van zig zelven, zulx ook met de gewoonte en Costumen deeser Lan„ den overeen komt, gelyk dat breeder word verhandeld „ - 8. verhandeld in het Rooms Holl: Recht 4 boek 4 deel N„o 6. — 4 om dat het buiten alle tegenspraak is, dat het praesente geval behoort onder Lijfstraffelijke en gevolgelyk onder de qualiteit van die mis„ daaden waarvan art: 4 van de ordonnantie boven aangehaald, dat de Jugen of rigters zullen decerneeren provisie van apprahensie en de vangen tegen de daaders op de panedaar„ by vermeld. — 5/ om dat het niet minder waar is, dat van de waarheid van het feit zelve, genoeg„ saam blykt en er reeds veel meer is, dan„ een halve preuve, vehemente ofte probabebe suspicie. — 6om dat, alhoewel de misdaad, zelve in de maand van September des Jaars 1778 be„ dreeven is, en 'er dus zedert eene laps van Elf Iaaren en drie maanden is versteeken, dit nogtans niets het minste ten voordeelen van van den gedaagden zal kunnen opereeren, aangesien het een algemeene regel in regten is, en een Constant gebruik in de republiek uytleevert, dat de proscreptie en Lyf„ straffelyke misdaaden alleen na verloop van Twintig volle jaaren, na den dag van het geperpetreerde de lict kan stand gri„ pen, vide Wassenaar Prat: Jnd: Cap 29 § 46. — Carp: Cap:n 13354 en 5. l. 12. Cod: ad. Leg: Corn:s de Falsis. Anth:s de Crim: Cap:n 4 N„o 1 ad Tit: 19. Lib: 48 ff quib: mod: Ciim:s Eting. — wtter En eindelyk 7. om dat het aan den r: O: vert: die eerst onlangs de zaake ontdekt heeft, altans niet geimpateerd kan worden, de„ zelve niet vroeger onderzogt en ter Jndi„ catuure van deesen achtb: Raad ge„ bragt te hebben. Terwyle het van een iegelyk van uwel Edele achtb: overboodig bekend is, dat aan — 10. aan den ged:e over die daad tot hieraan toe nimmer eenige Correctie is geinfligeert ge„ worden, en er dus notoir, door hem nog aan het recht der hooge overheid en aan de Justitie moet worden voldaan. — /:was geteekend:/ J: N: S: van Lynden /:in margine:/ Cabo den 4 Januarij 1790. Zo is, dewyl voorsz: Smit versoek gedaan heeft om wegens deese zaak hee„ den een request te mogen praesenteeren, goedge„ vonden alvoorens op dat vertoog te dispo„ neeren, het voorm: request aan te horen; Invoegen gem: Smit binnen treedende, het vol„ gende request heeft overgelegd. — Aan den Wel Edelen Achtb: Heer Iohannes Izaak Rhenius President, beneevens de verdere Wel Edele achtb: Heeren Raaden van Justitie deeses gouvernements - Is. Gouvernements. Wel Edele Achtbaare Heer en Wel Edele Heeren! Den ondergeteekende Jan Smit Jurriaansz: neemt mitsdeesen de vryheid uwel Edele achtb: met alle pligtschuldige Eerbied re„ verentelyk te kennen te geeven. Hoe tegens hem suppl„t door ende van wegens het Ilustre officium Fiscaal ter zaake van door hem suppl„t volgens de sustenue van den Ed: achtb: Heer r: o: Eyss„r voor eenige Iaaren gepleegde strandrovery en het praesumptief misbruik maaken van een gearrogeerde authoriteit en het respect der Justitie tans een Crimineel pro„ ces is gemoveert geworden, mitsgaders hoe hy suppl„t op den laatst gepasseerden regt„ dag, door uwel Edele achtb:r is gecondemneerd geworden, om te antwoorden op zodanige vraagt articulen 12. vraag articulen, als den Ed: achtb: Heer r: O: Eijss„ hem suppl„t zoude gelieven voor te houden. Dan of schoon den supplt door zynen memo„ riloosen hoogen ouderdom, als door de lange tus„ schen tyd, dewelke er verloopen is, zedert dat deese zaake zoude geschied zyn, hiertoe als byna buyten staat was gebragt geworden, zo heeft hy suppl„t echter met alle Eerbied en bereidwilligheid willen obedieeren aan den regterlyken uytspraak van deese uwer wel Edele achtb: Luysterryke, om op den 29 der gepasseerde maand december, zo verre des suppl„ts geheugen zig heeft uytgestrekt, naar waarheid te antwoorden op die vraag poincten, welke hem door EE Heeren gecommitt„s ter beantwoording zyn voorgehouden. — Den suppl„t zig grondende op zyne zuyveren onschuld, verseert in een vast vertrouwen„ dat de door hem supplt gegeevene respen„ „siven uwel Edele achtb:, ten vollen van zyne 13 inschuld zullen overtuygen, en uijt dezelve geen de minste suspicie zal kunnen resul„ teeren, voor de hem suppl„t opgelegde fai„ ten en grieven. Weshalven den suppl„t om alle deesen reedenen, en wel speciaal uyt aanmerking van des suppl„t hogen ouderdom van 64 Jaaren, vergeseld met eene zeer Creticque Lichaams Constitutie, waar door hy suppl„t in het onmoogelijke als gesteld is, om de deductie zyner onschuld, in eene be hoorlijke Connexie Uwel Edele achtb: voor te brengen, het geen egter de dierbaare belangens zyner Eer en reputatie in de laatste dagen zyns leevens, onmiddelbaar van hem, voor deesen uwel Edele achtb: ootmoedig en demoedig suppliceert, om hem suppl„t van de perzoneele Comparitie gratieuselyk te Execuseeren, en hem suppl„t en een ordinair proces te admitteeren mitsgaders 17
English
14. as well as most graciously to permit the petitioner to appear by proxy, or to order such other measures as Your Honorable Lordships shall find in accordance with law and equity. — beneath stood: Doing which etc. — was signed: I: Smit Jurriaansz: — in the margin: Exhibited in Court on 7 January 1790. — Whereupon the opinion of the Honorable Independent Fiscal having been requested, a statement for the roll was submitted by His Honor against that petition, the contents of which were as follows. Statement for the Roll Right Honorable and Worshipful Sirs. The Independent Fiscal of this government, having heard read a petition from the burgher Jan Smit Jurriaansz:, tending to be received in ordinary proceedings, and thus to be permitted to appear by proxy in the action which he, the Independent Fiscal, finds himself obligated ex officio to institute against the same on account of the carried-out removal and transport to his estate of certain goods from the stranded ship The Colebrooke, will, without wishing in any way to enter into a debate on the assertions set forth in that petition, however easy it would otherwise be to refute them, in order not to fatigue Your Honorable Lordships' attention, only briefly address the request itself. That, on his part, he neither can nor may consent thereto, because the nature of the crime in question is of such a character that it must absolutely be dealt with extra-ordinarily. As 15 16. as may be seen in the ordinance concerning the style of procedure in criminal cases, article 4 of 9 July 1570 in Simon van Leeuwen, page 287: that in criminal cases procedure shall be conducted ex officio to examine the supreme truth of the facts, and that both ordinarily and extraordinarily at short notice and intervals of time; ordinarily, that is according to the common course and train of proceeding by summons, claim, answer, and production, that is disclosure of documents and allowed defense. — Which takes place in cases where the fact is doubtful; whether and by whom it was committed, or not, and the same is not proven and is denied, or the nature of the fact is uncertain, and there is no means to proceed to torture and interrogation, or otherwise the insignificance of the matter does not entail corporal punishment. In which case the officer may not begin with imprisonment, or if it has been begun because of the doubtfulness, the accused may request provisional release and admission to appear by attorney; or, the accused having been summoned in person with a request for provisional incarceration, that is immediate imprisonment, the defendant, on the contrary, as commonly happens, requests to be received in ordinary proceedings and to be permitted to appear by attorney. — But if the case unquestionably entails corporal punishment, and the fact is clear, whether the criminal is caught in the act or it is proven by prior witness testimony, one proceeds extraordinarily by summary justice, by immediate apprehension and imprisonment, and the criminal is heard, and upon his confession—which, if then refused, is extorted and extracted upon the evidence—justice is done without further form of trial. Since this ordinance has been prescribed here by our 18. our Lords and Masters as a law and guideline, it is indisputable that both the Judges and the officer are obliged and bound to conduct themselves strictly in accordance therewith in criminal matters. Which also fully agrees with the doctrine of Damhouder in Criminal Practice, chapter 3, number 23, as well as with Book 2 of the Codex, Quorum appellationes non recipiuntur: observare curabis nequis argumentis convictus testibus superatus voce etiam propria vitium scelusque confessus audiatur appellans. For indeed, in corporal cases, an attorney or advocate is never allowed for an accused who has been summoned in person, per textum in leg. pen 51 ff. de procuratoribus: ad crimen judicii publici persequendum frustra procurator intervenit magis ad defendendum. Voet, Commentary on the Pandects, volume 1, book 3, title 3, number 14: in causis vero criminalibus non admittitur procurator. The reason is, because everyone who was summoned for any corporal crimes would have his affairs defended by an attorney, and thereby, even if he lost the case, would escape execution; because one may not execute an attorney for his principal, so that even in the slightest doubt, no one would appear in person to defend his innocence, and it would render a completely fruitless judgment to condemn someone who was not there. I. Clarus, Book 5, in question 32. — and Gabriel, Common Conclusions, book 7, conclusion 2, de arbitrio judicis, question 80; as well as the notes on the Customs of Rijnland, article 5, and Criminal Procedure by Mr. Simon van Leeuwen. As in the present case the deed itself is fully proven and admitted, and notoriously belongs under the class of corporal crimes, the honorable plaintiff cannot doubt that Your Honorable 20. Your Honorable and Worshipful Lordships will grant to the petitioner what is lawful, and therefore reject this request made by him. was signed: J: N: S: van Lynden. After reading of which, the Council, having maturely deliberated upon the matter, has granted the following ruling in this case: The Council, taking into consideration everything that merits reflection, denies the request made by the officer, and receives the defendant Jan Smit Jurriaansz: in ordinary proceedings, with permission to appear by attorney. Furthermore, there was submitted to the Council by the aforementioned Honorable Independent Fiscal an accurate list of all such servants of the Honorable Company — —
Dutch transcription
14. mitsgaders hem suppl„t hooggunstig te permitteeren, om per procuratorem te mogen occupeeren, ofte tot sodanig anders, als uwel Edele achtb: na regt en bellijkheid zullen vinden te behooren. — /:onderstond:/ 'T welk doende &:a — /: was geteekend:/ I: Smit Jurriaansz: — /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 7 January 1790. —: Waarop het gevoelen van den Heer Independent Fiscaal gevraagd zynde, is door zyn E tegens dat request, een dictum ter rol ingediend, waar„ van de Contenue was. Dictum ter Rolle Wel Edele en Achtbaare Heeren. De Independent Fiscaal deeses gouvernements hebbende hooren leesen een request van den burger Jan G — Ian Smit Jurriaansz:, tendeerende om in een ordinair proces ontfangen te worden, en dus per procuratorem te mogen occupeeren, in de actie welke hy In dependent Fiscaal zig amptshalven verpligt heeft, geevende tegens den zelfden te moeten entameeren, ter zaake van het gepleegde weghaalen, en na zyn plaats transporteeren, van eeni„ ge goederen van het gestrande schip The Collebroke, zal zonder eenigsints te wil„ len treeden in een debat der positives, by dat request ter nedergesteld, hoe gemakke„ lyk dezelve andersints ook te wederleggen zoude zyn, ten einde uwel Edele achtb: attentie niet te fatigeeren, alleenlyk no„ pens het versoek zelve kortelyk voordragen. Dat hy van zyne kant, daarin niet kan nog mag Condescendeeren, om dat de qualiteit der misdaad de quo huagitur is van dien aard dat dezelve absoluut Extra ordinario moet behandelt worden. als 15 16. als te zien is in de ordonnantie aangaande de Styl van procedeeren in Crimineele zaaken 4: d: 9 July 1570 by Sch: S: van Leeuwen Pag: 287. dat in Crimineele zaaken zal geprocedeert worden van officie wegen, om de opperregte waarheid van de feyten te ondersoeken, En dat ordinaarlyken en Extra ordinaarlyken by korte dagen ende intervalle van tyden, ordinaarlyk, dat is na den gemeenen loop ende treyn van procedeeren by dagvaardinge Eysch antwoord ende productie, dat is opening van stukken en de toegelaate verantwoording. — Het welke plaats heeft in zaaken daarvan het feyt twyffelagtig is; of ende by wien dat het begaan is; of niet, ende van het zelve niet en blykt en ontkend word, of dat de hoe„ danigheid van het feyt onzeeker is, en geen middel is, om tot de Forture en pyninge te komen of an„ dersints de kleinigheid na de zaak geene Lyf„ straffe meede brengt. In welken geval den officier van de gevange„ nisse niet en mag beginnen of daarvan om de twyffelagtigheid begonnen zynde mag denzelve provisioneele 10 provisioneele ontslagting versoeken, en ad„ missie om te mogen occupeeren by procureur of den beschuldigden in persoon geroepen zynde, met versoek van provisioneele en carceratie, dat is dadelijke gevangenisse, gelyk, als ge„ meenlyk geschied, den gedaagden en tegen„ deel versoeken, om in ordinaris proces ont„ fangen te worden, ende te mogen occupeeren by procureur. — Maar indien de zaak ontwyffelyke Lyf„ straf meede brengt, en dat het feyt ken„ baar is, het zy dat den misdaader op de raad word gevangen, of dat het bij voor„ gaande tuygkunde werd beweesen, procedeert men Extra ordinarie by kort regt, by Laden lyke aantastinge, en de gevangenis ende werd den misdaader gehoort, en op desselfs be„ kentenis, die hem dan wygerende, op de be„ wijsen werd afgeperst en de uijtgehaald zonder verder figuur van proces regt gedaan. Terwyle nu deese ordonnantie, alhier daar onse 18. onse Heeren en Meesteren, als eene wet en rigtsnoer is voorgeschreeven, zo is het indis„ putabel, dat zo wel de Heeren Rechters als den officier verpligt ende gehouden zyn, zig in het Crimineele daarna Stiptelyk te gedraagen. stemmende sulx ook volkomen overeen; met de leere van Damhouder in prax: Cremin: Cap. 3 N:o 23 gelyk ook met de L. 2. Cod queram appellat: non recipinutiev: observare curabis nequis argumentis Con„ victus testibus superatus voce etiam pro„ pria vitium sielmusque Confessus au diatur appellans. Want immers in Lijfstraffelijke zaaken, door eenen betigter, die in persoon gedagvaart is, nim„ mer een procurator ofte voorspraak toegelaaten word, per tertum in leg. pen 51 f de sub: snd: ad Crimen Judicii publicii per sequendum frustra procurator entervenit magis ad defendur. voet Comment: ad paud Tom: 1 Lib 3 Tit 3 N„o 14 in Causis vero Criminalibus non admittitur procurator - procurator. — de reeden is, om dat ijder een die om eenige Lyfstraffelijke misdaaden werd ingedaagt zyn zaaken, door een Procu„ reur zoude laaten verdeedigen, en daar door al verloor hy de zaak, de Executie zoude ontgaan; om dat men een procureur voor zyn meester niet mag Executeeren, zo dat zelfs in de min„ ste twyffeling, niemand en persoon zoude ko„ men, om zyn onschuld te verdeedigen, en het een gantsch vrugteloos vonnis zoude geven ymand te Condemneeren die er niet en was. I: Clar. I f in quest: 32. — et gabriel Comm: Concl: Lib: 7 Concl: 2 de arbit Jud: quest 80 zo meede de aanteekenin„ gen op de Costumen van Rijnland art:l 5. en proces Crimineel van Mr. S: van Leeuwen. gelyk als uwel Edele achtb: Heeren in het praesente geval de daad zelve volkomen be„ weesen en de bekend is, en notorie onder de Classis der Lijfstraffelyke misdaaden behoord mag den E: 0: klager niet twyffelen, of uwel Edele 20. uwel Edele en achtb:e zullen aan den suppl„t doen wedervaaren wat regtens is, en over sulx hem met dit zyn gedaane versoek wysen van de hand /:was geteekend:/ J: N: S: van Lynden. Na lecture van het welke de Raad over het een en ander rypelyk gedelibereerd heb¬ bende, in deesen het volgende appoinctement heeft verleend. De Raad in aanmerking neemende, allees wat reflectie meriteerd, ontzegd des r: O: vert: gedaan versoek, en ontfangd den ged:e Ian Smit Jurriaansz: in een ordinair proces met admissie, om by procureur te mogen occupeeren. Wyders wierd door voorm: Heere Indepen„ dent Fiscaal in Raade overgelegd, eene pertinente Leist van alle zodanige's E Comp: dienaaren — —
English
servants, as have willfully abandoned their posts in the past year 1789, without having been able to be apprehended despite all applied efforts; his Honor requesting that the aforementioned absconded persons, in accordance with the circular order drafted by the High Indian Government under date of 20 August 1753, might be summoned in person by edictal peremptory citation to appear in this Council on a certain day, on pain that upon non-appearance proceedings will then be instituted against them by contumacy. Wherefore the Council, having considered the request of the aforementioned Honorable Fiscal, has thought fit, for the maintenance of justice, has thought fit to cause the aforementioned fugitive persons to be summoned by public tolling of the bells, to appear in person peremptorily in the Council Chamber and Court within the space of the next four weeks, in order to purge and answer themselves before this Council or its delegates concerning the aforementioned willful desertion, on pain that upon neglect thereof proceedings will be instituted against them by contumacy according to law. Subsequently, by the Gentlemen van der Riet and Gie, concerning the proceedings of the absconded first sworn clerk at the Political Secretariat, Iohannes Marthinus Horak, and assistant quondam Mollerstroom, there being submitted in Council a written report furnished with 13 annexes, which report reads as follows. To the Right Honorable Johannes Izaak Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Court of Justice of this Government. Right Honorable and Worshipful Sirs. Whereas it pleased Your Right Honorable, on the last ordinary court day by interlocutory disposition upon such representation as was submitted to this Council on 10 December by the Honorable Independent Fiscal regarding the proceedings of the first sworn clerk at the Political Secretariat, Johannes Marthinus Horak, and quondam Mollerstroom, to enjoin delegates from Your Right Honorable assembly to examine exactly all the depositions obtained in that matter up to the present day, and to report to Your Right Honorable at today's meeting to what extent they have progressed with the aforementioned inquiries, as well as what already appears therein to the debit and credit of the estate of the aforementioned Horak and Mollerstroom, in order to be able to take such further measures herein as Your Right Honorable might deem necessary: The undersigned have accordingly, in dutiful compliance with the honored intention of Your Right Honorable, convened for that purpose on Tuesday the 29th of the past month of December, and on account of their findings take the liberty respectfully to present herewith to Your Right Honorable 13 pertinent lists, marked from No. 1 to 13, in which the undersigned have briefly excerpted the contents of the depositions obtained up to now; the 1st list containing all such depositions as, on account of the Heerenrecht, directly debit the first sworn clerk Horak; the 2nd, declarations that are dubious relating to the Heerenrecht; 3, attestations of those to whom the Heerenrecht was remitted; 4, testimonies of persons who state that they paid the Heerenrecht into the Honorable Company's treasury; 5, declarations of those who state that they handed over the Heerenrecht to the sworn clerk Diemel; 6, 7, 8, of persons who commissioned others to pay their Heerenrecht; on account of recognition monies that are directly debited to Horak; 9, list of declarations concerning recognition monies that do not fall to the debit of Horak or other named clerks; the 10th list of declarations concerning those who testify that they transferred the payment of the recognition monies to others; 11, of country people who state that they paid their overdue recognition monies to Mollerstroom; 12, of those who state that they handed their recognition monies over to the ordinary clerks at the Political Secretariat; 13, list containing such declarations as were made by some clerks at the Political Secretariat. From which lists it will be apparent to Your Right Honorable that the said Horak received more money from some ignorant people for the Heerenrecht and recognition monies than was actually due to the Honorable Company, and thus also more than that for which he stands charged on the lists drawn up by the delegated commissioners who were appointed by the Honorable Council of Policy to investigate this matter. That on account of the Heerenrecht, an amount of ƒ 880:— was handed to the late sworn clerk Diemel. That various people effectively declare that they were excused from paying the Heerenrecht to the amount of ƒ 4003: 4: which sum, however, is also included in the ƒ 54004: 6: set forth on the aforementioned list, and that others again testify that they paid their Heerenrecht into the Honorable Company's treasury, amounting to ƒ 1233: 12: While furthermore, what in the opinion of the undersigned deserves much reflection, among the declarations sent hither from Graaff-Reinet there is one from the burgher Ian Fredrik Potgieter, who testified that on 16 March 1788, for a
Dutch transcription
21 dienaaren, als in het afgelopen Iaar 1789 derzelver posten moedwillig hebben verlaaten; zonder ongeacht alle gead„ hibeerde moeyte agterhaald te hebben kunnen worden; verzoekende zyn E dat voorsz: geaufugeerde persoonen ingevolge de by de hooge Indiasche regeering sub 20 Augustus 1753 be„ raamde Circulaire ordre, by Edicta le Citatie peremtoir in persoon mogten worden ingedaagd, om tegens zekeren dage in deesen Raade te verschy„ nen, op pane dat bij non Comparitie als dan tegens dezelven by Contuma„ cie zal worden geprocedeerd. Weshalven de Raad hebbende gelet op het versoek van welgemelde Heere Fiscaal, tot handhaving der Justitie goed gevonden 32. goedgevonden heeft, de voorsz: vlugtige persoonen, by openbaaren klocken geslag te doen dagvaarden, om binnen den Tijd van de eerst komende vier weeken peremp¬ toir in persoon, op de Raadzaal en Judicio te verschynen, omme Hen wegens voorm: moedwillige desertie, voor deesen Raade dan wel gecommitteerdens uyt dezelve te purgeeren en verantwoorden, op pone dat by nalatigheid van dien tegens de„ zelven by Contimacie zal worden geproce¬ deerd als na regten. — Vervolgens door de Heeren van der Riet en gie betreckelyk de procedure van den geaufugeerde eerste geswoore Clercq ter politicque secretarye Iohannes Marthinus Horak en adsistent quist Mollerstroom in Raade overgelegd 23 overgelegd zynde een Schriftelyk bericht gemunieerd met 13 bylaagen, Luiden„ de dat Bericht als volgd. - Aan den Wel Edele achtb: Heer Iohannes Izaak Rhenius Praesident, beneevens de verdere Ed: achtb: Raade van Justitie deeses Gouvernements. Wel Edele Achtbaar Heer en EE: Heeren. Daar het aan uwel Edele achtb: op laatstl: ordinaire rechtdag bij interlocutoire dispositie op zodanig vertoog, als door den Heer Inde„ pendent Fiscaal nopens de procedures van den Eerste gesw: Clercq ter politicque Secretarie Iohannes Marthinus Horak en questt Mollerstroom, den 10 december in deese raade is ingedient heeft behaagt, gecommitteer„ dens uijt uwer wel Edele achtb: vergadering te . te injungeeren, om alle de tot heeden toe, in die zaak ingewonne verklaaringen exact na te gaan, en ter vergadering van Heeden aan Uwel Edele achtb: te berichten, in hoe verre 5 men met voorsz: perquisitien is gevorderd mitsgaders wat daarin tot lasten als voor deelen des Boedels van voorsz: Storak en Mollerstroom nu reeds voorkomt, ten einde nog hierin alwyders zodanige verdere maat„ regulen te kunnen neemen als uwel Edele acht zouden nodig achten: Hebben de onderge„ teekendens dan ook ter pligtschuldige vol„ 1 doening aan de geEerde Jntentie van uwel Ed: E achtb: op dingsdag den 29 der gepasseerde Maand december daartoe gevaceerd, en nemen wegens hunne bevinding de vryheid nevens deese uwel Edele achtb: reverentelyk aan te bieden 13 Pertinente Leijsten gemerkt van N„o 1 tot 13 waarin de ondergeteekendens in het e kort hebben geexcerpeerd, den inhoud der tot nog toe ingewonne verklaaringen; vervattende de 1ste Leyst van alle zodanige depositien als wegens 24. het „ 25 het Heeren Recht directelyk komen tot Lasten van den Eerst gesw: Clercq Horak de 2„e Verklaaringen die dibreus zyn betrekking hebbende tot het Heeren Recht 3. attestatien van die geenen aan wien het Heeren Recht is geschonken geworden 4 getuygenissen van Persoonen, die zeggen het Heeren Recht in 's E Comp:s Cassa te hebben voldaan 5 verklaaringen der geenen die zeggen, het Heeren Recht aan den gesw: Clercq Diemel te hebben afgegeeven _: van Persoonen die tot het be„ taalen van Hun Heeren Recht aan anderen Commissie hebben gegeeven _o wegens recogn: gelden welke di„ rect ten Lasten van Horak worden opgegeeven. 9 Leyst der verklaaringen nopens recogn: penn: die niet ten lasten van Horak of andere bekend gestelde Clercquen komen. „ 7„ 8 — de „ de 10„e Leist der verklaaringen nopens de geenen die betuygen de betaaling der recogn: penn: aan anderen te hebben ofgedraagen „ 11 _o van Landlieden die opgeven hunne agterstallige recogn: penn: aan Mollerstroom te hebben betaald _ der geenen die zeggen aan de ordinaire Clercquen ter politicque secretarye hunne recogn: penn: te hebben over„ handigd „ 13 Leist inhoudende zodanige verklaaringen, als door eenige Clercquen ter politicque Secretarye zyn gepasseerd. Uyt welke Leisten uwel Edele achtb: zal kunnen Consteeren, dat gem: Horak van eeni¬ ge onnozele Lieden voor het Heeren Recht en recogn: penn: meerder geld heeft ontfangen, als de E Comp:e eigentlyk Competeerde, en dus ook meer der als waarvoor hy op de Leysten geformeerd door Heeren gecommitteerdens, welke ter recherche „ 12 26. deeser 1 27. deeser zaak, door den E achtb: raade van Politie zyn benoemd, belast staat. — dat wegens het Heeren recht aan wylen den gesw: Clercq Diemel, een montant van ƒ 880:— is ter hand gesteld. — dat diversse Lieden Effectief verklaa„ ren, van de betaaling van het Heeren recht te zyn geexcuseerd geworden ten be„ draagen ƒ 4003: 4: welke som egter ook onder de ƒ 54004: 6: op voorsz: Lest bekend gesteld begreepen is, en dat ook weder anderen betuigen hun Hee„ ren recht in 's E Comp:s Cassa te hebben vol„ daan beloopende sulx op ƒ1233: 12: Terwyl voorts het geen na de gedagten van de ondergeteekendens veel reflectie verdiend, onder de verklaaringen van graaffe Rei„ net herwaards gezonden zig eene bevind van den burger Ian Fredrik Potgieter, de„ welke betuigde op den 16 Maart 1788, voor een
English
one year recognition money on account of his place named the Kraggakoe, to have delivered three oxen to the Honourable Company's Post at the Buffeljagts River, the sworn clerk Diemel being however charged on the list of recognition money for 12 months on that account. And the undersigned have, among other things, observed from a minute of the Landdrost and Heemraden held at Zwellendam, that the Heemraad Jan Andries Holtshausen, for whom Horak is charged on the repeatedly mentioned list under 7 April 1787 for 24 months recognition money for the place named the Mond van de Carega, nevertheless by exhibition of a receipt signed by Horak, which is found in that minute, has demonstrated that under that date, both for the aforementioned place the Mond van de Carega and for another situated across the Duyvenhoks River, which last-mentioned place is however not known on the list, he had paid two years recognition money by delivering livestock to the Honourable Company's Post at the Buffeljagts River. Meanwhile, subject to correction, it has appeared to the undersigned that, however much the necessity to continue with these inquiries and to bring the same to a close as far as possible with respect to all the persons who are noted on the two lists drawn up by the aforementioned commissioners is now all the more urgent, because the effect thereof is already apparent, this investigation and these inquiries will nevertheless still take a considerable time, when one considers that approximately 450 attestations, except for some from persons who have died or departed from here, must come in, of which in the course of approximately 14 months since this investigation commenced, it has not been possible to obtain more than 180; it is true that due to the measles prevalent here, most of the rural people have been prevented from appearing either here or at the drostdys where they were summoned, which having now ceased again, gives the undersigned some hope that one will be able to proceed more swiftly with the remaining inquiries to be obtained. However, since from the colonies of Zwellendam and Graaffe Reinet, to whose Landdrosts the convening of the declarations of those persons who are known on the aforementioned lists and reside in their districts was assigned, only a very small number of these declarations have been sent over, and also not all of those who were written to by the Landdrost at Stellenbosch pursuant to the notice sent hither by him have appeared; the undersigned consider that it would be very expedient if the aforementioned Landdrosts were written to de novo, and indeed the first two ordered to obtain with the utmost dispatch the declarations of those persons who have been prevented by illness or other lawful impediments from giving their testimonies thus far, and to supply them to this Council; and the last-mentioned Landdrost to order the remaining deponents anew to come towards the Cape at a certain and suitable time according to the near or distant location of their dwellings, with a very serious warning that the negligent or unwilling will be constrained thereto by effective means; there having also come into the hands of the undersigned, among the declarations from Graaffe Reinet, one from the burgher Petrus de Buys, wherein it is stated that the appearer never had a place under the name of Bossesfontein on ordinance, but indeed a place named Klipfontein, and which declaration was also accepted without having it stipulated whether the aforementioned Petrus de Buys, since very likely a clerical error might take place in this matter, might perhaps have paid on the place Klipfontein given up by him the six months of arrears for which the late sworn clerk Diemel stands charged on the aforementioned place Bossesfontein. The undersigned, with respect to the transfer duty of the house purchased by the aforementioned clerk Diemel, and for which he is also charged on the aforementioned list with ƒ 325, must finally declare to your Honourable Worships that, although the aforementioned transfer duty was also remitted to the aforementioned Diemel upon the purchase of his house, the undersigned thereafter nevertheless had this money brought into the Honourable Company's cash office pursuant to an ordinance obtained by the sworn clerk Pieter Hendrik Faure. All of which the undersigned have thought necessary to submit as a dutiful report. Submitted in the Council of Justice at the Cape of Good Hope, 7 January 1790. Signed: R: J: van der Riet and Company. Lower: In my presence, signed: W: J: van Rineveld, Secretary. Thus it is, in consideration of the utmost necessity to continue with the inquiries with which one has been engaged hitherto pursuant to the resolution taken in the session of 2 October 1788, also decided to proceed therewith with all possible speed, and at the same time to determine that with respect to the list mentioned in the memorial submitted by the Independent Fiscal on 10 December last, concerning such farmers as
Dutch transcription
28. een Jaar recogn: penn: wegens zyn Plaats genaamd de kraggakoe drie ossen op 's E Comp:s Post aan de BueffeGjagts rivier te hebben ge„ leeverd, zynde egter op de Leyst der recogn: penn den gesw: Clercq Diemel diesweegens voor 12 maanden belast. En hebben de ondergeteekendens onder anderen uyt eene Notul voor Landdrost en Heem„ raaden te Zwellendam gehouden ontwaard, dat den Heemraad Jan andries Holtshau„ sen, voor wien Horak op meergemelde Leysi„ onder den 7 april 1787 wegens 24 maanden recogn: penn:, op de plaats genaamd de Mond van de Carega, is belast, egter door exhibitie van een door Horak geteekende quitantie, welke zig by die Notul bevind heeft doen blykens, dat hy onder die datum zo op voorm: plaats de mond van de Carega als op een ander geleegen over de duyvenhoks rivier /:welke laatstgem: Plaats echter op de laist niet bekend staat :/ voor twee Jaaren recogn: penn: penn: met vee op 's E Comp:s Post de Buffel„ jagts rivier te leeveren voldaan had. Ondertusschen is het aan de ondergeteekend„e onder Correctie te vooren gekoomen, dat hoe zeer de noodzakelykheid, om met deese perquisitien nog te Continueeren, en dezelve zo veel doen„ lyk ten opsigte van alle de persoonen welke by de voorsz: gecommitt„s geformeerde twee Leisten staan genoteerd, ten einde te brengen, tans zo veel te dringender is, dewyl nu reeds het Effect daarvan Consteerd, dit ondersoek en deese perquisitien, egter nog een gerui„ men tyd zullen aanloopen, wanneer men Considereert, dat er Circa 450 attestatien /:excepto:/ eenige van Persoonen, die overlee„ den of van hier vertrocken zyn moeten in„ komnen, waarvan men in den loop van Circa 14 maanden zedert welke tyd dit ondersoek een aanvang heeft genomen, niet meer in staat geweest is, als 180 stux in te winnen; wel is waar dat door de alhier gegrasseerd hebbende Mazelen de meeste landlieden verhinderd 29 30. verhinderd zyn geworden om of hier of op de drost„ dyen, alwaar zy zyn ontbooden geworden, of te kunnen verschynen, het geen tans weder geces„ seerd zynde, de ondergeteekendens oversulx eenige hooft geeft, dat men met de overige in te winnen enquesten spoediger zal kunnen voortvaaren. Dan vermits er van de Colonien Zwellendan en graaffe Reinet aan welker Landdrosten, het beleggen der verklaaringen van die persoonen, welke op voorm:e Leysten bekend staande, in hunne dis„ tricten woonagtig zyn, een zeer gering getal dier verklaaringen, zyn overgesonden, en ook van die geenen welke door den Landdrost te stellenbosch, ingevolge de door denzelven herwaards overgesondene Notitie zyn aange„ schreeven niet alle zyn verscheenen; zo ver„ meenen de ondergeteekendens dat het zeer dien„ stig zyn zoude, dat gem: Landdrost weder de novo wierde aangeschreeven, en wel de twee eerstgem: geordonneert, om met den eersten de verklaaringen van die persoonen welke door ziekte 31 ziekte of andere wettige verhinderingen zijn belet geworden, omme voor als nog hunne getuy„ genissen af te leggen, in te winnen en aan deesen Raade te suppediteeren; mitsgaders de Laatstgem:e Landdrost, om de nog agterge„ bleevene deposanten op nieuws te gelasten, om op zekere na de naby of verre afgeleegend„ heid hunner woonplaatsen en geschikte tyd Caabwaards te komen, met wel serieuse waarschouwing, dat de nalatige of onwil„ lige, door Effecacieuse middelen daartoe zul„ len worden geconstringeerd; zynde teffens aan de ondergeteekendens, onder de verklaa„ ringen van graaffe reinet, onder anderen ook een in handen gekomen van den bur„ ger Petrus de Buys, waarby gesegd word dat de Comp„te hooyd een plaats on„ der de naam van de Bosses fontein op ordonnantie gehad heeft, maar wel een plaats genaamd de klip fontein, en welke verklaaring men ook heeft laaten beledigen, zonder daar by te doen Stipuleeren 32. of voorm: Petrus de Buys /: dewyl tog zeer ap„ C parent in deesen een schrijffaut zoude kunnen plaats hebben:/ dan op de door hem opgegeevene Plaats Klipfontein mogelyk de zes maanden agterstal waarvoor wyjlen den gesw: Clercq Diemel op voorsz: Plaats de Bossesfontein belast staat mogt voldaan hebben. Moetende de ondergeteekendens met betrekking tot het Heeren Recht van het huys door voorsz: Clercq Diemel gekogt, en waarmeede de op voorm: Leijst ook met ƒ 325 belast is laatste„ lijk nog aan uwel Edele achtb: declareeren, dat Schoon het voorsz: Heeren recht, ook aan opgem: Diemel by het koopen van desselfs huis is geschonken geworden; de ondergeteekendens daar„ na echter deese penn: zelve, ingevolge eene beko„ mene ordonnantie door den gesw: Clercq Pieter Hendrik Faure in 's E Comp:e Cassa heeft doen brengen.— Welk een en ander de ondergeteekendens heb„ ben vermeend te moeten laaten dienen voor pligtschuldig —. /:onderstond:/ Overgegeeven in Raade van Justitie aan Cabo de goede Hoop den 7 Jann: 1790. — ƒ ƒ /:was geteekend:/ R: J: van der Riet en /: C:gie. — /:lager:/ Mi praesent /:geteekend:/ W: J: van Rineveld Secretaris. — Zo is, uyt aanmerking van de uytterste noodzakelijkheid, om met de perquisitien waarmeede men naar aanleiding van het geresolveerde ter sessie van den 2 Oct: 1788 tot noch toe is bezig geweest te Continie„ eeren, dus ook beslooten, daermeede met alle mogelyke spoed verder voort te vaaren, en teffens te bepaalen, dat met opzichte tot de Leyst, waarvan by het door de Heer Independent Fiscaal op den 70 december Iongstleeden en gediend vertoog werd ge„ wag gemaakt, nopens zodanige landbouwers, Pligtschuldig bericht. 33. als
English
as if they had paid their arrears with supplied draft oxen, which draft oxen, however, were never received, that the same investigation shall have to take place by obtaining the necessary declarations from all the persons named on that list; further, in accordance with the contents of the aforesaid submitted report, the necessary written instructions shall be sent to the respective Landdrosts of Stellenbosch and Drakenstein, as well as Swellendam and Graaff-Reinet, and the Council's astonishment shall also be brought to the attention of the last-named Landdrost with respect to the declaration of the burgher mentioned in the aforesaid report. Yet, since, owing to the inconveniences presented by the condition of this country, considerable time will still elapse before such a large number of persons in question as are required in this matter, mostly inhabitants living far inland, can be properly obtained, before this Council will find itself in a position to finally settle the aforesaid proceedings with regard to the moneys found to be due to the Honorable Company, the assembly has nevertheless deemed it necessary on this occasion to enter into deliberations concerning the moneys which, after deduction and satisfaction of the mortgaged and other preferred debts attached to the aforesaid estates of Horak and Mollerstroom, remain under its sequestration, the same amounting, with relation to the estate of Horak, as appears from the statement of accounts prepared thereof by the commissioner gentlemen, to a sum of thirty-eight thousand four hundred sixty-three rixdollars and 26 stuivers, consisting of cash moneys: 18103:10 rds, and in the following mortgage bonds, namely: A mortgage bond chargeable to Mr. I: P: de Neys: 17444:- rds The final installment of a mortgage bond chargeable to the Honorable George Fredrik Goetz, in the sum of: 988:32 rds Jan Andries Horak: 983:16 rds Johannes Blat: 944:16 rds Sum: 38463:26 rds And on account of the estate of the assistant Quist Mollerstroom, a sum of two thousand two hundred twenty-one rixdollars and 23 stuivers, consisting of the final installment of a mortgage bond chargeable to the sworn surveyor Jan Willem Wernich, amounting to 2033:16 rds, as well as cash moneys: 188:7 rds Sum: 2221:23 rds. Therefore, it was approved hereupon to request of the Right Honorable Governor and Honorable Council of Policy of this government by representation, while making a brief summary of the proceedings conducted thus far against the said Horak and Mollerstroom, that it may please His Right Honor and the Honorable Gentlemen to cause the aforesaid cash moneys to the amount of 18291:17:- rds to be received into the Honorable Company's treasury, to remain consigned there until the conclusion of this matter; furthermore, the secretary of this council is authorized, after having collected the remaining installments of the aforesaid mortgage bonds upon their due dates, to give successive notice thereof, in order likewise to transfer those moneys into the Honorable Company's treasury in the manner aforesaid. And although the passing of judgment in the aforesaid proceedings was postponed by resolution of 27 November 1788 until all the declarations to be obtained should, as far as practicable, be verified and sworn before the Council and read around among the respective members along with the trial record; nevertheless, considering that, as aforesaid, considerable time will still elapse before this Council will find itself in a position to render judgment concerning the estates of the aforesaid Horak and Mollerstroom, it has now been approved to take in hand at this time the proceedings initiated against the persons of the said first sworn clerk Horak and assistant Mollerstroom. Whereupon the Council, having taken note of the bill of indictment exhibited in due time by the interim Fiscal against the defaulting and absconding parties, as well as the contumacy of the defendants, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has banished the defaulting and absconding Johannes Marthinus Horak and Quist Mollerstroom by contumacy from this government and its jurisdiction, as Their Honors ban them from it hereby, on pain of being punished according to their merits if they should at any time fall into the hands of justice, with condemnation of the defendants in the costs. At Cape of Good Hope, the day and year as above. In my presence, signed W: J: van Ryneveld, Secretary Thursday, the 2nd of January 1790, in the morning. Present: The Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, and the Messrs. Ronnenkamp, Maasdorp, and van der Riet, and Gie; the first four named on account of indisposition and the last on account of business. The Adjunct Fiscal Mr. Jan Andreas Truter, on account of the indisposition of the plaintiff in his official capacity, submits a written claim with accompanying annexes, and says at the same time that the plaintiff in his official capacity considers himself obliged to adhere to the representation which he had submitted on the last court day before the said Council to obtain the bodily apprehension of the defendant. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Mr. Johan Nicolaas Steven van Lijnden, plaintiff in his official capacity and petitioner, against the burgher Jan Smit, Jurriaansz, to hear such claim and conclusion as the petitioner in his official capacity shall wish to make and take in the matter pending before this court against him, the defendant, to answer thereto and further to The Bookkeeper and former
Dutch transcription
34. als derzelver agterstallen met geleeverde Trekossen zouden hebben betaald, en welke Trekossen egter nimmer zyn ontfangen, dat zelve ondersoek, door van alle de by die Leist benoemde Persoonen de nodige ver„ klaaringen in te winnen zal moeten geschieden zullende wyders Conform den inhoude van het voorsz: ingediend bericht aan de respne Landdrosten van Stellenbosch en Dra¬ kenstein, mitsgaders Zwellendam en graaff Reinet, de nodige aanschryving afgaan en Laatstgem: Landdrost teffens ten opzigte der verklaaring van den burger waarvan in het voorsz: rapport word men tie gemaakt 's raads verwondering onder het oog werden gebracht. Dan vermits er wegens de inconvenien¬ ten welke de gesteldheid van dit land opleeverd, om een zo groot getal en questen als 35 als in deesen meest van verre Land„ waards inwoonende opgeseetenen word gerequireerd na behooren te kunnen in„ winnen, nog een geruimen tyd zal verloopen, voor en aleer deesen Raade zig volkomen zal kunnen in staat gesteld zien, om de voorsz: Procedures met betrecking tot de penn: welke men bevinden zal de E Comp: te Competeeren finalijk af te doen, zo heeft egter de vergadering niet te min nodig geagt by deese geleegendheid de delibera„ tien te moeten laaten gaan over de penningen, welke zig na aftrek en voldoe„ ning der op voorsz: Boedels van Horak en Mollerstroom hechtende gehypotheec„ gueerde en andere praeferente Schulden onder haare sequestratie bevinden, be„ draagende dezelve met relatie tot den Boedel 36. Boedel van Horak blykens de daarvan door Heeren gecommitteerdens geformeerde staat reekening een montant van acht en dertig duysend vier honderd drie en zestig Rexd„t en 26 stuyvers, bestaande in Contante penningen. . . . . . rd„s 18103: 10: en in de volgende kustingen, als Een kusting ten lasten van de Heer I: P: de Neys, „ 17444—: De laatste paay eener kusting ten lasten van de E George Fredrik goetz, ter Somma van - - - - - - - - „ 988: 32: „ Jan Andries Horah. . „ Johannes Blat - - - - „ 983: 16: „ - - - „ 944: 16: Somma rd„s 38463: 26: En wegens den Boedel van den adsistent Quist Mollerstroom eene Somma van Twee duysend Twee honderd Een en Twintig Ryxd„s en 23 st„s bestaande in de laatste paay eener kusting brief ten lasten van den gesw: Landmeeter Jan _o_ - 37 Ian Willem Wernich groot rd„s 2033:16: mitsgaders aan Contante penn: „ 188: 7: Somma rd„s 2221:23: Deshalven hierop goedgevonden is aan den Wel Edelen gestr: Heere gouverneur en E achtb: Raade van Politie deeses gouvernements bij vertoog, onder het doen van een kort navré, over de tot dus verre Jegens gemelde Horak en Mollerstroom gevoerde procedures te versoeken, dat het van zyn Wel Edele gestr: en Heen EE Achtb: welbehage zyn moge voorsz: Con„ tante penn: ten bedrage van rd„s 18291:17:— in 's E Comp:s Cassa te doen ontfangen, om aldaar tot den uyteynde deeser zaak e geconsigneerd te blyven; Zynde voorts den secretaris deeses raads gequali„ ficeerd, om de overige paayen der voorsz: kusting brieven over de vervaldagen ingevorderd hebbende 38. hebbende, daarvan Successief kennis te geeven, ten einde die penn: meede invoegen voorsz: en 's E Comp:s Cassa te doen overbrengen En hoe zeer ook het bevonnissen der voorsz: procedures by besluyt van 27 November 1788 is uytgesteld geworden, tot dat alle de in te winne verklaaringen zo veel doenlyk ge¬ recolleerd en BeEedigt in Raade zouden zyn geproduceerd, en met het proces by de resp„e Leeden rondgeleesen; Zo is egter tans uijt aanmerking dat er ge„ lijk voorsz: nog een geruimen tyd zal verloopen, voor dat deesen Raade zig nopens de Boedels van voorsz: Horak en Mollerstroom, in staat van wijsen zal gebracht zien, goedgevonden de proce¬ dures Jegens de persoonen van diek gem: Eerste gesw: Clercq H:orak en adsistent Moller„ „stroim geentameerd tan's by der hand te neemen Envoegen 39. Invoegen de Raad gelet hebbende of het Jntendit door den pro Interim Fis„ caal in der Tid r: b: op ende Jegens de de„ faillanten en Latitanten geexhibeerd mits„ gaders op de Contumacie van de ged: recht doende uyt Naam ende van wegens de Hoog Mogende Heeren Staaten generaal der verEenigde Nederlanden de de faillanten en Latitanten Johannes Marth„s Horak en quist Mollerstroom by Contimacie heeft gebannen uyt dit gou„ vernement en den ressorte van dien, gelyk Hun EE achtb:r dezelven daaruyt bannen by deesen, op pene van zo wanneer te eeni„ ger tyd in handen van Justitie mogten ko„ men te geraaken als dan na merite ge„ straft te zullen worden met Condemnatie van de ged„e en de kosten, /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoof die et anno ut Supra, /laager : My present (: ge¬ teekend W: J: van Ryneveld Secretaris Donderdag den 2 Januarij 1790 s voormiddags praesent de E: Achtb: Heer Johan„ nes Isaak Rhenius, Praesident en alle de Leeden, demptin, d' E: Achtb: Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, en de Hee¬ ren Ronnenkamp, Maasdorp en van der Rie en Gie, de vier eerstgem: bij indispositie en de laatste bij dccupatie de Adjurict Fiscaal M=r De Independent Fiscaal dee„ Ian Andreas Fruter ver„ zes Gouvernements d' E: Achtb: mits Indispositie van Heer Iohan Nicolaas Steven van den Heer R: O: Eisscher legt over eene schriftelij, Lijnden R:O: Eisscher Reg=t Contra ken Eisch waar bij ge„ voegd zijn bijlagen den burger Jan Smit en zegt teffens dat de R: O: Eisscher zich ver„ Iurriaansz omme te aan hooren pligt agt te inhareeren zodaanige Eisch ende Conclusie het vertoog het welk als de R: O: Req=t ter zaake zijn E: op L: L: rechtsdag voor welgem: Raade Litis ter obtenuie van ap„ Pendent hangende op ende prehensie Corporeel op jegens hem Ged: zal willen den Ged: had ingediend. doen en neemen, daar op te antwoorden en voorts te De Boekhouder en 6 49. oud
English
41 to proceed in accordance with the law, former secretary of the Colony of Zwellendam, Sr. Menso Blankstein, as special attorney representing the Defendant, after having properly identified himself, advanced thereupon that since the Defendant has already been admitted by this Court into an ordinary lawsuit, he, in his capacity as representative of the Defendant, therefore referred himself to the decision of the Court, and accordingly requested a copy of the Claim and documents submitted by the Honorable Official Prosecutor, in order to serve an Answer thereto four weeks from today: The Court, persisting in its previous decision, grants the Defendant the requested copy to serve an Answer four weeks from today. Mr. Mapa having caused it to be noted that his Honor only gave his consent to grant a copy to the Defendant as already admitted into an ordinary lawsuit for the reason that his Honor, not having been present at the meeting of the 7th of this month, had thus not recorded a vote regarding the admission of the Defendant into an ordinary lawsuit. The aforementioned Deputy Fiscal, Mr. Jan Andreas Truter, on behalf of the Honorable Official Prosecutor, advanced orally that the Honorable Official Prosecutor had four weeks ago today requested and also obtained a copy of the written Duplication submitted to this Court by the Defendant, with the intention of serving further response thereto if necessary, but that the Official Prosecutor had perceived nothing in the same written document whereby he could consider himself obliged to trouble this Honorable Court with further writings, as there was only produced with the duplication a note written by the Lieutenant of the garrison stationed here, The aforementioned Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Official Prosecutor, against the former Heemraad of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Jan de Villiers A:L, to hear renunciation of further production. 42. 43 of the Regiment of Wurtemberg, Bobenhausen, to the sergeant of the same Regiment, Gerold, whereby the latter is requested to purchase a half-aam of wine from the Defendant NB for him, Bodenhausen, which note must either be notoriously false or speak of a completely different matter, because the testimonies produced on the side of the Defendant as well as that of the Official Prosecutor make not the slightest mention of wine purchased for Lieutenant Bobenhausen, but only speak of a half-aam of wine which the deponents, non-commissioned officers of Wurtemberg, stored in the warehouse of the Defendant for their own use and in the name of the aforesaid Sergeant Gerold. That the Official Prosecutor, trusting that this fitting reflection cannot escape the usual attention of the Court in judging, for that reason now renounces further production. The Burgher Jacobus van Leeuwen, as representative, said thereupon that he had shown in his answer that a misunderstanding must have taken place between the servant of Villiers and the soldiers or sergeant of Wurtemberg, and that although it may well be that the note speaks of another case, the gentleman officer nevertheless remains obliged to prove his assertion regarding the falsity of that note immediately, renouncing furthermore also further productions. 44. The Court holds this case under advisement for circular reading, prior to which the testimonies submitted herein shall, as far as possible, be recollected and sworn. The repeatedly mentioned Deputy Fiscal, Mr. J: A: Truter, on behalf of the Honorable Official Prosecutor, produces a written claim to which are attached 2 appendices. The assistant of the Honorable Company, Willem Kolver, as representative of the Defendant, requests a copy thereof in order to serve an Answer four weeks from today. The aforementioned Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Official Prosecutor, against the Burgher Jan Theron, Defendant, in order, in a case of committed ill-treatment of a certain bondservant of his named October of Mozambique, to see a written claim served, to answer thereto, and further to proceed in accordance with the law. The Court approves the copy and day to answer. After which there was further submitted by the aforesaid Deputy Fiscal a Petition concerning 45 a certain female slave named Rosie belonging to the Burgher Coenraad Warner, and it was requested whether the said Warner, who had been summoned before the Council Chamber, might stand inside during the reading of the same petition; which having been granted to the said Deputy Fiscal, the aforesaid Petition was further found to be of the following content: To the Honorable President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden: That on the 8th of this current month of January, there appeared at the Lord's Prison a certain female slave named Rosie, belonging to the Burgher Coenraad Warner, which slave declared that she had been sent by her master to fetch a note 46. in order to have a deceased slave child of his buried, but that she had raised objections to the execution of this order, because her master had hung the aforesaid slave child from a chimney chain and subsequently beaten it in such a manner that the death of the same child had been caused thereby; the Official Petitioner therefore had the corpse examined, in order to be convinced of the truth or falsity of that accusation. That at the examination, attended by Commissioners from this Honorable Court, assisted by the second head surgeon Leuwer, nothing appeared from which any ill-treatment could be inferred, wherefore the Official Petitioner was also initially of the opinion to punish the aforesaid slave, as having falsely accused her master, according to the usual manner
Dutch transcription
41 oud secretaris der Colonie procedeeren als naa Zwellendam Sr. Menso Blankstein als spec: Rechten, Gem: van den Ged=e na zig behoorlijk te hebben gelegitineerd, ad„ vanceerd daar op, dat dewijl den Gedaagden bij deezen Raade reeds is ontvangen in een ordinaris proces, hij qq Ged: zich over zulks aan het besluijt des Raads refereerde, en mitsdien verzogt Copia van den Eisch en stukken door den Heer R: O: Eisscher inge„ dient, ten einde daar op heden over Vier weeken te dienen van Antwoord: De Raad bij haar voorig besluijt persisteerende, verleend den Ged: de verzogte Copia om heden over vier Weeken te dienen van Ant„ woord. hebbende de Heer Mapa doen aan„ teekenen dat zijn E: alleen zij toestemming gaf, om aan den Ged: als reeds in een ordinaris Proces ontvangen, Copia te verleenen, en zulks om reden dat zyn E: in de vergadering van 7 deeser niet praesent geweest zijnde, dus tot het ontvangen van den Ged: in een ordi„ naris proces niet genoteerd had. voorm: adjunct Fiscaal Voorm: E: Achtb: Heer Mr. Jan Andreas Truter Independent Fiscaal voor den Heer R: O: Eisscher, advanceert Iohan Nicolaas Steven bij monde dat de van zijnden R:O reg=t Heer R: O: Eisscher Centia heeden voor vier Wee„ ken verzogt en ook ge„den oud Heemraad obtineerd had, Copie van aan Stellenbosch en het door den Ged:e in dee„ 6 Drakenstein d: E zen Raade ingedient schriftuur van Duplieq, Jan de Villiers A:L met intentie om des noods omme te hooren re„ daar op verder te dienen, doch dat de R:O: Eiss=r nuntieeren van vor„ bij hetzelve schriftuur met deze productie. had ontwaard waar door hij zich zoude kunnen verpligt rekenen om deesen Edelen Achtb: Raade met verdere schriftuuren lastig te vallen, als zijnde bij duplicq alleenlijk geproduceerd een briefje geschreven door den Luitenant van het alhier guarnisoen houdende Regin 42. 43 Regiment van Wurtemberg Bobenhausen; aan den sergeant van het zelve Regiment Gerold, waar bij deeze verzogt word een halfaam wijn bij den Ged: NB voor hem Bodenhausen te kopen, welke briefje of notoir vals zijn of van een gantsch ander geval spreeken moet, om dat de verklaaringen zo wel aan de zijde van den Ged: als den R: v: Eisscher geproduceert, geen deminste mentie maaken van Wyn voor den Luitenant Aobenhausen gekogt. maar alleen spreeken van een halfaam Wijn die de Depo„ santen onder Officieren van Wurtenberg voor hun eigen ge„ bruik en op naam van voorsz Sergeant Gerold in het Pakhuijs van den Ged=e hebben ingeslaagen. — Dat de R: O: Eisscher vertrouwende dat deeze gepaste reflectie de gewoone attentie des Raads in Judicando niet zal kunnen echappeeren; uit dien hoofdetans van ver„ dere Productie renuntieerd. De Burger Jacobus van Leeuwen, als Gemachtigde van zegd daarop bij zijn antwoord te hebben aangetoond dat er tusschen de knegt van Villiers en de soldaaten of sergeant van Wurtemberg een misverstand moet heb„ Een Plaats gehad, en dat schoon het wel zijn kan, dat het briefje van een andergeval spreekt, de Heer officier echter gehouden blift, om zijn geposeerde nopens de valschheid van dat briefje stante pede te bewijzen, renuntieerende voorts meede van verdere, pro„ ductien, 44. De Raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs, zullende alvorens, de hier inne gedient hebbende Verklaaringen zo veel doenlijk wer„ den gerecolleerd en beëëdigd meerm: adjunct Fiscaal gem: E: Achtb: Heer Independent M:r J: A: Fruter voor den Fiscaal Johan Nicolaas Steven Heer R: O: Eisscher, pro„ van Lijnden R: O: Eisscher, duceert eene schriftelijken Contra eisch waar bij gevoegd zijn den Burger Jan Theron 2 bijlaagen. Gede. omme in cas van gepleegt de adsistent der EComp=ie Willem Kolver als gem: mishandeling aan zekre des„ zelfs Leifeigen in naame Octobe van den Ged=e verzoekt. daar van Copia ten einde van Mosambique te zien die„ heden over 4 Weeken te nen van schriftelijken eisch, dienen van Antwoord. daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechten. De Raad fiat Copia en dag om te ant„ woorden. Waarna door voorsz Adjunct Fiscaal noch wierd overgelegd, een Vertoog betrekkelijk 45 zekere slavin in naame Rosie toebehoorende, den Burger Coenraad Warner, en verzogt of gem: Warner die voor de Raadzaal was geap¬ poincteerd bij het op leezen van hetzelve vertoog mogt binnen staan; het gunt aan gem: Ad„ junct Fiscaal geaccordeert zijnde, is 't voorsz Vertoog voorts bevonden van navolgende In„ houde. Aan, de Wel Edele en Achtb: Heeren Praesident en Raaden van Justitie des Casteels de Goede Hoop. Vertoond met gepasten Eerlied de Indepen„ dent Fiscaal Iohan Nicolaas Steven van Lijnden. Dat op den 8 deser loopende Maand Ianua„ rij in s' Heeren Gevangenhuijs verscheenen zijnde, zekere slavin, in naame Rosie, toe be„ hoorende den Burger Coenraad Warner, wel„ ke slavin verklaarde door haar Lijfheer, gezonden te zijn, om een briefje te haalen ten 1 1 - 46. ten einde een overleeden slaven kind van denselven te laaten begraaven, doch dat zij gedificulteerd had, in de uitvoering van dee„ zen last; om dat haar Lijfseer, voorsz Slaven Kind aan een schoorsteen ketting opge„ hangen en vervolgens zodaanig geslaagen had, dat daar door de dood van hetzelve Kind was veroorzaakt geworden; de R:O: Vert„r overzulks het Lijk heeft doen schou„ wen, ten einde van de waar of vals heid dier aanklagte te worden over¬ tuijgd. Dat bij het schouwen aan Heeren Ge„ committ=s uit desen Edelen Achtb: Raa de geadsisteerd, met den tweeden op„ permeester Leuwer niets gebleeken zijnde, waar uit eenige mishandeling zou kunnen worden opgemaakt, de R: O: Vertr dan ook in den eesten opslag„ van meening is geweest voorn: Slavin als haar Lijfheer valschelijk betigt. hebbende, naar eene volgens gewoonte
English
proper correction, to restore her to him. However, on the one hand it has appeared to the Officer of Justice that the aforementioned Coenraad Warner had indeed not mistreated his slave child in such a manner as the female slave Rosie had stated, but nevertheless had treated it regarding the theft of some money in such a way that the complaint may therefore be held to be more or less excusable, especially when one considers that the complainant, who at the same time was the Mother of the Child in question, may well have proceeded to this premature step out of grief over its decease. While on the other hand the Officer of Justice has been informed that Coenraad Warner is known to everyone as a person who daily excesses in drink, to such an extent even that when the Gentlemen Commissioners conducted the inquest, he was barely able, on account of drunkenness, to answer what was asked of him on that occasion. That the Officer of Justice, owing to the concurrence of these circumstances, in order not to sacrifice the aforementioned female slave to the daily drunkenness, unrestrained and vengeful passions of the repeatedly mentioned C: Warner, has not been able to decide to restore his female slave to him according to custom, but on the contrary, for the prevention of accidents of which the consequences would redound both upon the master and his female slave, has seen fit to address Your Right Honourable Worships, and to submit to your respectful consideration whether Your Right Honourable Worships in this extraordinary case might not be inclined to have the aforementioned slave Rosie publicly sold to the highest bidder by order of Your Right Honourable Worships for the benefit of the Burgher Coenraad Warner, and thereby withdraw her from the vengeance of her master. While the Officer of Justice furthermore leaves it to the judgment of Your Right Honourable Worships to make such arrangements regarding the three Children whom the female slave Rosie has with her in the Company's Prison, and of whom the oldest is seven, the second four, and the youngest two years old, as Your Right Honourable Worships shall find proper according to the nature of the matter. Which doing, etc. Lower down: during the indisposition of the Independent Fiscal, was signed: J: A: Truter, Deputy Fiscal. In the margin: presented in the Council of Justice on 21 January 1790. After the reading of the said Statement, the aforesaid Warner declared that he was well content that his aforesaid female slave with her children should be sold, and the Council, having considered in this matter what deserved consideration, granted the following decree on the said Statement: The Council, taking into consideration the person and conduct of the Burgher Coenraad Warner, orders that for the prevention of accidents, the female slave Rosie with her three Children shall be judicially sold in accordance with the proposal of the officer; with this express condition, that the aforesaid female slave Rosie shall never again be allowed to come under the power of the mentioned Warner. Furthermore, it was requested by the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, as being qualified in office by the Government here to attend to the affairs of the Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, submitting a report made by the Hottentot Lambert Boer before the Gentlemen Commissioners, for a Summons by Missive upon the Burgher Pieter Roux, residing at the Hexrivier, to appear before this Court of Justice on the 18th of the coming month of March, and then to hear such claim and conclusion, or request or requests, as the mentioned Landdrost should make and take against the aforesaid Pieter Roux on account of the fact that the same Roux, after receipt of a written order from the repeatedly mentioned Landdrost to pay the above-cited Hottentot Lambert Boer his earned wages and to make him depart with his wife, saw fit to tie the aforementioned Hottentot fast with a strap and to torment and beat him with a sjambok, thereafter to pay his wages and to hold back the wife of the said Hottentot, in order thereby to compel him to move with him, Roux, to the Swarteberg. Which request was granted to the aforesaid Landdrost. Further appeared in the Council the Bookkeeper and former Secretary of the Colony of Swellendam, Sr. Menso Blankstein, who, in his capacity as the attorney of the Burgher Anthonij Pick, presented the following Request. To the Right Honourable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honourable Councillors of Justice of this Government. Right Honourable Sir and Honourable Sirs, With all dutiful respect and submission, Your Honours' very humble Servant Menso Blankstein, as the appointed attorney of the Burgher Anthonij Pick, respectfully makes known: How, in the year 1786, one of the Petitioner's bonded slave boys named Fortuijn was confined to Robben Eiland by sentence of Your Honours for the term of three consecutive years, on account of a certain crime committed by him, with the addition that if no further evidence should come in during that period of three years, the petitioner's slave boy after the expiration of three years would again to
Dutch transcription
47 behoorlyke correctie, aan denselven te restitueeren. Dan dat van den eenen kant aan den R:O: Vert=r is gebleeken, dat voormelte Coenraad Warner, deszelfs slaven kind, wel niet zodaanig, als de Slavin Rosie had opgegeven, mishandeld, maar even„ wel over het steelen, van eenig geld op eene dusdaanige wijze had getracteerd, dat daar door de aan klagte min of meer voor excussabel kan worden gehouden voor al wanneer men considereert dat de Kageresse, die te gelijk de Moeder van het Kind in quaestie geweest is, wel door droefheid over deszelfs afsterven tot dee„ sen promateeren stap kan zijn overgegaan. Terwyl de R:O: Vertr van den anderen kant is geinformeerd geworden dat Coen„ raad Warner bij een ijder bekend is voor een Persoon die zig daagelijks in den drank te buijten gaat, zodaanig zelfs, 48. dat hij wanneer Heeren Gecommitt=s de schouwing hebben gedaan, door dronkenschap naauwelijks in staat is geweest, op het geen hem bij die gelegend„ heid gevraagd is geworden, te kunnen antwoorden. Dat de r: O: Vert=r door den zamen loop, deser omstandigheden, om voorm: slavin niet op te offeren aan de door da„ gelijkse dronkenschap, toomloose en wraakgierige driften van meerm: C: Warner, niet heeft hunnen besluijten hem zijne slavin naar gewoonte te resti„ tueeren, maar in tegendeel ter Voorkomin van ongelukken, waar van de gevol„ gen zo wel op den Lijfheer als deszelfs slavin zoude redundeeren te Raade is geworden zich UE E. Achtb: te addres„ seeren, en aan deselve in eerbiedige consideratie te geven of UE: E: Achtb: in dit extra ordinair geval niet zou„ de kunnen inclineeren, om voorn: sleeven Rosie ter ordre van U E: E: Achtb: publick ten profijte van den Burger Coenraad Warner, aan de meestbie„ dende te doen verkoopen, en daar door de„ zelve aan de Wraak van haaren Lijfheer te onttrekken. Terwijl de R:O: Vert= voorts aan het oordeel van U:E:E: Achtb: overlaat om ten aanzien der drie Kinderen welk de Slavin Rosie bij zich in s' Heeren Ge¬ vangenhuis heeft, en waar het oudste zeven, het tweede Vier en het jongste twee Jaaren oud is, zodaanige schikkin„ ger te beraamen, als U:E: E: Achtb: naar den aart der zaaken zullen vin„ den te behooren, . — /:onderstond:/ Het welk doende &c:. — /:lager :/ bij indis¬ positie van den Heer Indep: Fiscaal — /:was geteekend :/ I: A: Fruter, adj: Fiscaal. — /:in margine :/ overgegeven in Raade van Justitie ad: d' 21 Jann: 1790./ 49 50 Na Lecture van het gem: Vertoog de clareerde voorsz Warner dat hij wel mogt lijden dat zijn voorsz slavin met haare til kinderen verkogt wierden, en heeft de Raad in deesen overwegende het gunk¬ aanmerking verdiende op het zelve Ver„ toog voor appoinctement verleend De Raad in aanmerking nemende de Persoon en conduite van den Burger Coenraad Warner, ordonneert dat ter voor kooming van ongelukken, de Slavin Rosie met haare drie Kinderen ingevolge het voor„ stel van den officier gerechtelijk zullen wor den verkogt; met deese expresse Conditie, dat voorsz: Slavin Rosie nooijt weder onder de magt van gerepte Warner zal vermoo„ gen te komen. Voorts wierd door den adjunct Fiscaal Mr. Johannes Andreas Tuiter als zijnde door de Regeering alhier in officio gequa¬ : 51 lificeerd, om de zaaken van den Land„ diost der Colonien Stellenbosch en Drakenstein waar te nemen, onder overlegging van een Rielaas door den Hotten tot Lambert Boer voor Heeren Gecommitteerdens gepasseerd versogt Citatie Ter Missive op den Burger Pieter Roux, woonende aan de Heerivier ten einde op den 18 der aanstaande Maand Maart voor desen Rechtbank te compa¬ reeren en als dan te aanhooren zodaa„ nige Eisch ende Conclusie dan wel ver„ zoek of versoeken als gerepte Landdrost op in de jegens voorsz: Pieter Roux zou doen en neemen ter zaake dat deselve roux na den ontvangst eener schrifte„ lijke ordre van meerm: Landdrost, om bovengeCit: Hottentot Lambert Boer zijn verdiend zoon te betaalen en met zijn Wijf te doen vertrekken, heeft kunnen goed„ 6 vinden voorm: Hottentot met een riem vast te 52. vast te binden en met een s jambok te tei„ steren en te slaan, daar na deszelfs loon te betaalen en het wijf van dukgem: Hottentot te rug te houden, ten einde denselven daar door te noodzaaken om met hem Roux naar de swarteberg te trekken. — Welk versoek aan voorsz Landdrost is toegestaan Zynde wijders in Raade verscheenen den Boekhouder en oud Secretaris der Colonie Zwellendam Sr. Menso Blank¬ stein, dewelke in qualiteit als gemachtig„ de van den Burger Anthonij Pick het volgende Request praesenteerende. Aan den Wel Edelen Achtb: Heer Johannes Isaak Rhe¬ nius, Praesident, benevens de verdere Wel Edele Hee„ ren Raaden van Justitie deses Gouvernements. 53 Wel Edele Achtb: Heer en Wel Edele Heeren heeft met alle pligtschuldige eerbied en onderdaanigheid UwelEd:s zeer nedri„ gen Dienaar Meno Blankstein, als geassumeerde gen: gem: van den Bur„ ger Anthonij Pick reverentelijk te ken„ nen. Hoe in den Jaare 1786, een van Pes Supt P=lo. Lijfeigenen-Slaven-Jongens met naame Fortuijn, bij Vonnisse van ziWel„ Ed: Achtb=s voor den tijd van drie agter een volgende Jaaren, wegens zeker door hem begaan delict ten Robb en Eilan„ de is geconfineerd geworden, met bijvoe„ ging dat wanneer er in die tijd van drie Jaaren geen nadere bewijzen zoude inkomen, des suppt D: P=s slaven Jongen na expiratie van drie Jaaren weder aan„
English
54. would be returned to his master, as appears from the sentence annexed hereto. Then, whereas the petitioner's principal trusts that no further evidence to the encumbrance of his aforesaid bondsman Fortuijn will have been produced to Your Honorable Worships, and the cited three years in the annexed sentence of Your Honorable Worships already expired in the month of July of the past year; So it is that by this the petitioner turns with all respect to Your Honorable Worships, humbly requesting that it may graciously please Your Honorable Worships to release the slave boy Fortuijn, pursuant to Your Honorable Worships' sentence, from his imprisonment on Robben Island, and to return him to the principal petitioner. Was signed: M: Blankstein, in quality. In the margin: Exhibited in Court the 21st of January 1790. 55. After reading of which, it was resolved to place a copy of the same petition into the hands of the Merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, in order to provide this Council with a report thereon. And finally, the report of the aforementioned Landdrost having been received regarding the proceedings of the banished burghers Adriaan van Zeil and Pieter Wiese, it was resolved to have the same report circulated among the respective members of this Council. Below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present myself. Signed: W: S: van Ryneveld, Secretary. Thursday the 4th of February 1790, in the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Honorable Independent Fiscal and Messrs. Ronnenkamp, Maasdorp, and Gie, the first three named due to indisposition and the last due to occupation. The plaintiff submits in writing a Statement of Defense, the same being furnished with annexes. The Adjunct Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, on behalf of the defendant, requests a copy of the defense with its annexes, in order to reply thereon, if deemed necessary, fourteen days from today, or else to renounce. The burgher Arend van Wieligh, as general attorney of Maria Malang, widow of the late burgher Hendrik Engela, plaintiff, against the Honorable Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, defendant, in order to see served a Statement of Defense to his claim submitted on the date of 7 January. 56. 57. The plaintiff's attorney says he leaves this to the Council's judgment, but however, because the defendant in this matter is a widow who has a house with children and needs her property, wishes that this matter may soon come to an end. The Council grants the defendant the requested copy and the day to reply, or else to renounce. The assistant Willem Kolver submits his Defense, which is furnished with an annex. The aforesaid Mr. Truter requests for the defendant a copy thereof to reply fourteen days from today, or else to renounce. The Council The assistant Willem Kolver, as general attorney of the burgher Johannes Joachim Theron, plaintiff, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, defendant, in order to see served a Statement of Defense to his submitted claim. The court messenger inside reports that the defendants have not appeared. The aforesaid Mr. Johannes Andreas Truter for the Plaintiff ex officio therefore requests that the defendants, pursuant to the order of the High Indian Government, may be banished from this country and the jurisdiction thereof; on pain that if at any time they should happen to fall into the hands of Justice, they shall then be punished according to their deserts. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Plaintiff ex officio in a criminal case on the one part, upon and against Thomas van den Berg of Amsterdam, master carpenter, Johannes Sweets of Brussels, under-carpenter, Dirk Laarsen of Flekkefjord, gunner, Claude Bertie of Saint-Flour, Christiaan Bigter of Berlin, Jan Baptist Harwig of Wesel, Jacques Diment of Marchand, The Council grants the request. 58. Francois du Carre of Lainse, Johannes Hegt of Attewag, Nicolaas Petit of Marchand, Cretean La Meur, Claas van der Spreet of Wieringen, Andries Laaisse of Copenhagen, Johannes Anthonij Verschoon of Ghent, Martin Lange of Hotland, Barend Stolmgreen of Stockholm, Michel Kenter of Doornik, Jean Francois du Bois of Namur, Carel Christiaan Leopold Friese of Hamburg, Jacob Larssen Zeeberg of Odense, Jacob Geerike of Trier, soldiers. 59. 60. Hendrik Malo of Baldemoor, Thomas Bok of Copenhagen, Willem Robbert of New York, Dirk van Os of Scheveningen, Joseph Frank of Cadiz, Wiggerts Alberts of Emden, Hendrik Croese of Pillau, Thomas Kleijn of Königsberg, David Heerts of Bergen, Fredrik Neijkamp of Herford, Johan Fredrik van Lotteringen, Jan Simons of Philadelphia, Jan Batist Somers of Boechout, Christoffel Ferdinant Baurieff of Alsace, Hendrik Jan Daalman of Stockholm, Erik Landsteen of Hamburg, Andries Koping of Stralsund, Jacob Pieterse of Hetlein, Anthonij Renderop of Vlissingen, Hendrik Witthan of Memel, Jan Andriese of Flensburg, Laurens Stoffels of Mandal, Evert Kerberg of Waterveen, Simon Joseph Verhoeven of Copenhagen, Johan Alsnet of Danzig, Johan Erik Simbel of Stockholm, Carel Fredrik Storm of Åbo, Jan Barend Rolleijse, Johan Christiaan Wiegers of Hamburg, Jean Francois of La Rochelle, Johan Sinofskij of Königsberg, Willem Minier of Amsterdam, Jan Horst of Hanover, Roeloff Daal of Christiania. 61.
Dutch transcription
54. zijn lijfheer zoude worden terug gesonden, blijkens Vonnis ten deesen annex Dan terwijl des Suptn Prs vertrouwd,„ dat aan UWel Ed: Achtb=e geen nader bewyzen tot beswaarnis van zijn Lijfeigen For„ tuijn voorn: zullen zijn geproduceert, en de geciteerde drie Iaaren, in het ge„ annexeerde Vonnis van UWel Edele Achtb reeds in de Maand Júlij van het gepa¬ seerde Jaar zijn geëxpireerd geweest Zo is het mits deesen dat den Suppt zig met alle eerbied wend tot Uwel Edele Achtb=e ootmoedig versoekende dat het rwelEd Achtb. hooggunstig moge behaagen om de slaven Jongen Fortuijn ingevolge UWelEd Achtb: Vonnis van zyn gevangenis, van 't Robben Eiland te ont„ slaan, en aan den P: sup=t terug te zenden: /:was geteekend:/ M: Blank stein qq /:in margine:/ Exhibitum in Iudicio den, 21 Iann: 1790:— 55 Na welks Lectuure, goedgevonden is Copia van hetzelve Request te stellen in handen van den Koopman en Land drost der Colonien Hellenbosch en Drakenstein ten einde deesen Raade daar op te die„ nen van Berigt. En laatstelijk ingekoomen zijnde het berigt van evengem: Landdrost, zaa„ kende de proceduuren van de gebanne Burgers Adriaan van Zeil en Pieter Wiese; is goedgevonden het zelve be„ richt bij de Respective Leeden deeses Raads te doen rondleesen. :onderstond: Aan Cabo de Goede Hoop die et Anno ut dusia. supra /:laager:/ Mij praesent. /:geteekend:) W: S: van Ryneveld secret=s Donderdag den 4 Februarij 1790 s' voormiddags, praesent d E: Achtb: Heer Po„ hannes Isaak Rhenius, President, en alle de Leeden, demptis d'E. Achtb: Heer Inde„ pendent Fiscaal en de Heeren Ron„ nenkamp, Maasdorp, en gie, de drie eerstgem: bij indispositie en de laatste bij occupatie. denge Eisscher, legd De Burger Arend van Wie„ dient van Antwoord ligh, als generale gemach„ in scriptes, zijnde 't„ tigden van Maria Malang zelve gemunieert Weduwe wijlen den Bur„ bijlaagen. met ger Hendrik Engela reqt de adj: FrisC: M:r Jo„ hannes Andreas Pruter versoekt daar op, van den E: Achtb: Heer Inde„ pendent Fiscaal d'E: wegens den Heer gereg:e Copia van't Achtb: Heer Iohan Nico„ antwoord met dies laas Steven van Lynden ze¬ bijlaagen, ten einde daar op des nodig oor zeg=de omme op deszelfs sub„ deelende heden over dato 7Iann: ingediende 14 daagen te repli„ Eisch te zien dienen Contra 56. ƒ 57 ceeren, dan wel te renun„ van Antwoord. tieeren, de ga reqt. zegt zulks aan„ s' Raads oordeel over te laaten, maar egter om dat de ver„ weerderesse in deesen, een wede. is, die een Huijs met Kinde¬ ren en het haare wel nodig heeft te wenschen dat deese zaak spoedig een einde moge nemen. De Raad verleend den Heer Gereg=e de versogte Copia en dag om te repliceeren, dan, wel te renuntieeren. Kolverlegt over zijn Ant„ de adsistent Willem woord, het welk gemunieert Kolver, als gen: Gemagtigde is met bijlaage van den Burger Johannes Voorsz Mr. Pruter ver„ Joachim Theron, regt zoekt voor den Heer Gerege Contra, daarvan Copia om heden over 14 dagen te repliceeren dan de Independent Fiscaal deses wel te renuntieeren. Gouvernements d' E: Achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Lijnden, Gerege omme op des zelfs ingedienden Eisch te zien dienen van Antwoord. de Raad de oode binnen heedende De jndependent Fiscaal deses rapporteerd dat de Ged=s niet Gouvernements d' E: Achtb: Heer zijn verscheenen. Johan Nicolaas Steven van Lijnden voorsz. Mr. Johannes An¬ R: d: Eisscher in Cas crimineel ter„ dreus Puiter voor den Heer eenre R: O: Eisscher, versoekt der„ op ende jegens halven, dat de Ged=t ingevol„ ge de ordre der hooge In„ Thomas van den Berg van Am„ diasche Regeering, mogten „ sterdam, oppertimmerman, worden gebannen uit dee„ zen, Lande en den Resorte Iohannes Sweets van Brussel van dien; op pane zo wan„ Ondertimmerman, neer te eeniger tijd in han„ Dirk Laarsen, van flekevoort den van Justitie mogten Bosschieter komen te geraaken de„ Claude Bertie van St zelven alsdan naar ver¬ Floer dienste zullen worden ge„ Christiaan Bigter van Beu lijn, punieert. Ian Baptist Harwig, van Wee„ sel Jacques Diment van Mar„ chaud De Raad fiat. 58. Francois du Carre van Lainse Johannes Hegt van Attewag¬ Nicolaas Petit, van Marchand e Cretean„ La Meur Claas van der Spreet van Wee„ ring. Andries Laaisse, van Kopenhage Johannes Anthonij Verschoon van gent, Martin Lange, van Hotland, Barend Stolmgreen. van Hok„ holm, Michel Kenter, van Doorn: Jean Francois du Bois, van Nameur, Carel Christiaan Leopeld Frie¬ se, van Hamburg, Jacob Larssen Zeeberg van Cdenzel, Jacob Geerike van Frier, sol„ daaten. 59. 60 Hendrik Malo, van Balde moor, Thomas Bok van Koppen. hagen, Willem Robbert van Nieuws Jork Dirk van Os, van Schevelingen Ioseph Frank, van Cadix Wiggerts Alberts van Embden, Hendrik Croese, van Pillaau, Thomas Kleijn, van Conings bergen David Heerts, van Bergen, Fredrik Neijkamp van Herfort, Johan Fredrik van Lottering en Jan Simons van Philadelphia, Jan Batist Somers, van Beanschot, Christoffel Ferdinant Bau„ rieff van Elsas, Hendrik Jan Daalman, van Stokholm, Erik Landsteen, van Hamburg Andries Koping „ Straalsund. Jacob Pieterse van Hettein. Anthonij Renderop, „ Vlissinge Hendrik Witthan „ Memel Jan Andriese van Hensburg Laurens Stoffels „ Mandel, Evert Kerberg, van Waters„ Simon Joseph Verhoeven, van Coppenhagen. Johan Alsnet, van Dantzig Johan Erik Simbel „ Stokholm Carel Fredrik Storm „ Obo, Jan Barend Rolleijse„ Johan Christiaan Wiegers van Hambuag. Jean Francois van Rochelle Johan Sinofskij, van Konings„ bergen. Willem Minier van Amster„ dam Jan Horst van Huenover, Roeloff Daal, van Christiaan Land. veen 61
English
62. Theunis Annensen, from Krunstad. Willem Sleutelenberg from Middelburg. Tve Vresien, from Pleurien. Willem Fredrik Dieller from Blomberg. Hans Iurgen Pit, from Manheir. Jan Forrester from Clermont. Louis Chatena, from Monnebaij. Johan Diets from Straatsburg. Anthonij Locis Cortier, from Cabo. Hendrik Lamker from Amsterdam. Hartog Hendrik from Groningen. Sailors. Hendrik Erikson, from Doorn, Young Sailor. Aswerus Halman from Doorn, Hooplooper, all having fallen under this Government in the aforementioned capacities, peremptory Defendants in Person, in order to purge their default and, in case of desertion or abandonment of service, to hear the claim. The Council, having seen the summons issued and heard the proclamation of the Court Messenger, also having noted the contumacy of the Defendants, and furthermore everything relevant to the matter that could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, banishes all the Defendants in contumacy from this Government and the jurisdiction thereof; on pain that whenever at any time they may happen to fall into the hands of Justice here, they shall then be punished according to their deserts, with condemnation of all the Defendants in the costs. Furthermore, pursuant to the provisional decision of the last ordinary Court Session taken upon the Petition presented by the former Secretary of the Colony of Swellendam Sr. Menso Blankstein, in his capacity as assumed attorney of the Citizen Anthonij Fick, there having arrived today the Report of the Merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, 64. so the Council, since the said Landdrost in the same Report declares that he, for his part, has found himself unable, and still finds himself unable, to obtain any the least further or better evidence concerning the fact whereof the slave Fortuijn mentioned in the aforesaid Petition has made himself suspect, than that which he had submitted in his statement lodged on 27 July 1786, has therefore thought fit to grant the request of the aforementioned Anthonij Fick, with that condition, however, that the said slave Fortuijn, pursuant to the decision of 27 July 1786, shall have to be sold by his master far inland. Furthermore, there was presented by the Citizen Jacobus van Leeuwen, as attorney of the Valiant Captain of the Burgher Militia Pieter van Breda, the following petition. To the Honorable and Worshipful Lord Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable and Worshipful Members of the Council of Justice of this Government at Cabo de Goede Hoop. 65. Honorable and Worshipful Lord and Honorable and Worshipful Lords. Your Honorable Worships' very humble servant, the undersigned Pieter van Breda, makes known with all respect: That the Principal Petitioner requested at the Secretariat of Your Honorable Worships a copy of such Statement as was exhibited by the Independent Fiscal of this Place, the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden, R.O., upon and against the proposition of the Petitioner's pleading of Duplica for the striking of diverse periods, in Your Honorable Worships' extraordinary meeting of the date 8 October of the past year. That the Secretary of this Honorable Council, the Honorable Willem Stephanus van Rijneveld, has seen fit to refer the Petitioner with this request to this illustrious Tribunal, for the reason that without its supreme approval, no copy of that statement could be given, having nevertheless delivered the copy of the Minutes without the insertion of the aforesaid statement to him, the Petitioner. That furthermore on 21 October of the past year, on behalf of the Principal Petitioner, it was requested to the Honorable Commissioners of this illustrious Tribunal sitting for the re-reading and swearing-in of the statements, that minutes might be drawn up of such objections as the Petitioner thought ought to be put forward from his side concerning the incompetence to take the oath, both of the Valiant Lord Colonel as denunciator, and also of the soldiers belonging to the Regiment of that Commander, who have served as Deponents on grounds of law, as was submitted thereof in scriptis on the day of the hearing, and that these minutes might be added to the documents. That this request having been granted to the Petitioner, it nevertheless appeared at the certification on the 2nd of this month that the same minutes were not found therewith, how much soever the Principal Petitioner also argues with reason that they constitute no negligible parts of his defense in law. That it thus weighs very heavily upon the Petitioner to have to see that the statement of the Honorable Claimer R.O., whereof neither a copy nor a defense was allowed him, is found among the documents; whereas, on the contrary, that part of his defense, 66. namely the said Minutes, was indeed granted in copy to the Petitioner, but was by no means added to the documents; so the Petitioner turns with no less respect very humbly to Your Honorable Worships, praying that it may be of your favorable pleasure to order the well-mentioned Lord Secretary to deliver to the Petitioner a copy of the aforesaid Statement, and also that the aforementioned Minutes of 21 October 1789, with and besides this Petition and the apostil rendered thereon, may be added to the certified documents and sent over to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia; but in case Your Honorable Worships unexpectedly should not be pleased to grant this request, that it may then please the same to grant the Principal Petitioner a copy of all the aforesaid documents at his reasonable expense. Which doing, etc. Was signed: P. van Breda. In margin: Exhibited in Court on 4 February 1790. After the reading whereof, having heard the Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, who acted today on behalf of the Honorable Independent Fiscal on account of his Honorable Worship's indisposition, declared
Dutch transcription
62. Theunis Annensen, van Krunstad. Willem Sleutelenberg van Middelburg Tve Vresien, van Pleurien Willem Fredrik Dieller van Blomberg Hans Iurgen Pit, van Manheir Jan Forrester van Clermont Louis Chatena, „ Monnebaij, Johan Diets & Straatsburg, Anthonij Locis Cortier, van Cabo Hendrik Lamker van Amsterdam Hartog Hendrik van Groningen. Mattroosen. Hendrik Erikson, van Doorn Jong Mattroos. Aswerus Halman van Doorn Hooplooper, alle in voormelde qualiteiten onder dit Gouvernement gesorteerd heb„ bende peremptoire Ged=e in Per„ zoon, omme hun defaulk te purgeeren en in Cas van de De Raad hebbende gezien de gedaane dag„ vaarding en gehoort de uitroeping van den Gerechts Bode mitsg=s gelet op de Contumuatie van de Ged=t, voorts op al het gunt ter zaake dienen„ de was en hun E: E: Achtb: konde doen movee„ ren, Recht doende uit naam ende van wegens de Hoogmoogende Heeren Staten generaal der vereenigde Nederlanden, Band, alle de Ged=s bij Contunatie uit dit Gouvernement en den ressorte van dien; op poene dat zo wanneer te eeniger tyd alhier in handen van Justi„ tie mogten koomen te geraaken, als dan na verdienste te zullen worden gepunieert met condemnatie van alle de Ged=t in de kosten. Voorts ingevolge het provisioneel besluit van laatstl: ordin: Rechtsdag genomen op het Re„ quest door den oud Secretaris der Colonie & wel„ lendam Sr Menso Blankstein, in qualiteit als geassumeerde Gemachtigde van den Burger An„ thonij Fick gepresenteerd, heden ingekoomen, zijnde het Berigt van den koopman en Land„ drost der Colonien Stellenbosch en Draken- desertie of dienst verlaa„ ting eisch te aanhooren. 63. stein 64. stein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman zo heeft de Raad, nadien gem: Landdrost en het zelve Bericht declareert dat hij van zyn kant zich buijten staat heeft bevonden, en als nog bevind om eenige de minste nader of betere bewijzen, omtrent het feit waar aan de bij voorsz Request vermelden Slaaf ko tuijn zich heeft suspect gemaakt, te erlan gen, als die hij bij zijn op den 27 Julij 1786 in gedient vertoog had overgelegd, overzulk goedgevonden hetften wegens bovengem Anthonij Kick versoek te accordeeren. met die bepaaling egter, dat gem: slaaf Fortuijn ingevolge het besluijt van 27 Julij 1786, door zyne Lijfheer verre Landt„ waards in zal moeten werden verkogt. Wyders wierd door den Burger Jacobus van Leeuwen, als gem: van den Manh: Cap: tein der Burgerrij Pieter van Breua het volgende request gepraesenteerd. Aan den Wel Edele Achtbr: Heere Johannes Isaak Rhe nius, Praesident, benevens de verdere E: Achtbr: Raade van Iustitie deses Gouvernement aan Cabo de Goede Hoop„ 65 Wel Edele Achtbr: Heer en E: E: Achtbr: Heeren heeft met alle respect te kennen Uwer Wel Edele Achtb: zeer nedrige dinaar den onder„ geteekende Pieter van Breda. Hoe den Pd Supplt ter Secretarije Uwer Wel Edele Achtb: heeft gedaan versoeken, Co„ pia van zodaanige Vertoog, als door den Inde„ pendent Fiscaal deeser Steede den E. Achtb: Heer Johan Nicolaas Steven van Lynden R:O: op ende jegens de stelling, van des Suppts schriftuur van Duplicq tot roijeering van diversche Periodes in UWel Ed: Achtb: extra ordin: Vergaade„ ring de dato 8 October Anno passato is geexhi„ beert dat den Secretaris van deesen E achtb: Raa„ de d' E: Willem Stephanus van Rijneveld, den suppl:t met dit versoek heeft gelieven te ren„ rogeeren naar deeze illustre Veerschaar, om rede„ hen, dat zonder hoogst derzelver goedkeuring, geen Copia van dat vertoog konde worden ge¬ geeven, hebbende egter het Copia der Natul zonder de insertie van voorsz vertoog aan hem supt=t afgegeeven. dat dat alverder op den 21 October A: p=to van wegens den P: supp=t aan E: E: Heeren Jecommits: Zee„ den deser illustre Vierschaar tot het recol„ leeren en beëedigen der verklaaringen vacee„ rende, is verzogt dat notule mogten worden ge„ formeerd van zodaanige beswaren, als den sup= vermeende dat van zijne zijde behoorde te worden voorgedraagen over de onbevoegdheid tot den Eed, zo van de Manh: Heer Collenel als denun„ tiateur, als ook der soldaaten onder het Regiment van dien Chef behoorende, dewelken tot Depo„ santen hebben gedient op gronden van Rechten, als ten daage dienende daar van in scriptis zijn overgelegt mitsg=s dat deze no„ bidle bij de stukken mogten gevolgt worden. dat dit versoek den Sup=t geaccordeerd zijnde egter bij het euangeliseeren op den 2 deser is komen te blijken dat deselve no„ tule daar bij niet gevonden wierd, hoe zeer ook den p=l supp=lte met grond sustineerd, dat die geen dergeringste deelen zijnerde: fentie in rechten uitmaaken dat het aldus den supp=t zeer zwartelijk valt te moeten zien dat het vertoog van den Heer R:d: Eiss=r waar van hem nog Copia, nog defensie is toegestaan, bij de stukken gewon„ den word. daar in tegendeel dat gedeelte zijner, de„ 66. fentie 6 fentie, namentlijk de gem Natule aan den sup=t wel in Copia zijn verleend, maar geensints by de stukken gevoegt zijn geworden, zo wend den supp=t met niet minder eerbied zich zeer ootmoedig tot UWel Edel: Achtb: smeekende dat het van wel derzelver goedgunstig, welbehaagen zijn mooge, welgem: Heer Secretaris te ordonnee„ ren, aan den Supp:t afte geven, Copia van voorsz Vertoog mitsgs dat ook voorm: Notal van den 21 October 1789, met ende benevens dit Request en het daar op gevallen apostil bij de geeuang eli„ seerde stukken gevoegt en aan den E: Achtbe ra„ „de van Justitie des Casteels Batavia mogen werden overgezonden; dog ingevalle uE: Achtb:e /onver„ hoopt :/ dit versoek niet geliefde te accordeeren dat het als dan hoogst dezelve mooge behaagen den ppn. suppt. van alle de voorsz: stukken te verleenen Copia ten zijnen reedelijken kos„ ten /onderstond:/ 'twelk doende &=a - was getee„ kend :/ P: van Breda. – /in margine:/ Exhibi„ tum in Judicie den 4 Februarij 1790. Na welkers lecture daar op gehoord den adjunct Fiscaal mr Johannes zijnde Andreas Luiter de welke heeden vermits indispositie van den E Achtb=e Heer Jndepen„ dent Fiscaal voor zijn Ede Achtbr ageerde, Verclaarden
English
he declared that he left the request for a copy of the representation submitted by the Fiscal Office to the judgment of the Council, and that the officer, regarding the petitioner's desire to send the minutes taken before the Commissioners along with the sworn documents to Batavia, fully concurred with the petitioner. When the parties had withdrawn upon this, the Commissioners who had served in administering the oaths to the statements declared that since the burgher Bernhardus de Vaal, as attorney for the defendant, had requested on the occasion of swearing to the statements of the Colonel and three soldiers of Württemberg on 21 October 1789 that a record might be kept of what he brought forward, their Honors had accordingly caused those minutes to be prepared and had not attached them to the documents, but—since that which was brought forward by the defendant to reproach the aforesaid witnesses was already cited at large in his submitted written document—had considered them kept as separate minutes for the exoneration of the Commissioners. Wherefore the Council, having deliberated upon the aforesaid petition, has granted to the petitioner a copy of the representation exhibited in court by the Independent Fiscal on 8 October 1789, and furthermore granted the request of the petitioner that the minutes taken before the Commissioners on 21 October 1789 be attached, along with and in addition to the above submitted petition, to the sworn documents and transmitted to the Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia. Finally, in the presence of the aforesaid Deputy Fiscal as plaintiff in this matter, the following letter written by the Landdrost of the Swellendam Colony to the Honorable President was read: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, Senior Merchant and Second of this Government. Having informed Your Honor in my last letter that I would not fail to comply as far as practicable in all respects with the order contained in the letter of 18 November 1789, I have the duty-bound honor to report to Your Honor that after the person of Godfried Fredrik Koch was unexpectedly apprehended by the deputy upon his arrival at the Honingklip, and proper care was also taken by him that the said Koch could have no access to his slaves, I, assisted by two Heemraden, being the Honorable Hillegard Muller and Petrus Sienaar, and accompanied by the Secretary, first proceeded to the aforementioned residence at the Honingklip, and subsequently from there to the Mosselbaai, and inventoried everything found at both places without discovering anything whatsoever (as will appear from the inventory enclosed herewith) of the goods that might belong to the cargo of the ship Maria stranded in Plettenberg Bay. After this was carried out, the slaves, each being heard and interrogated separately, all testified as if with one voice that the goods unloaded late in the evening from Plettenberg Bay at the Honingklip belonged to the aforementioned Koch and had been brought there about a month beforehand. And since the statements were all identical, I deemed it unserviceable to take down more than that of the female slave Pieternel, enclosed herewith; however, I deemed it necessary to send also to the Cape the slave Caesar, who supposedly reported this to Bouve and Goliat and now denies everything, whom Your Honor, if deemed necessary, could have examined in the presence of the aforesaid Bouve and Goliat. Underneath was written: Wherewith hoping etcetera, and signed: A. A. Faure. In the margin: Swellendam, 12 January 1790. And upon the request made by the said Deputy Fiscal that the aforesaid Landdrost might be instructed to send up to the Cape at the earliest opportunity the persons of Fredrik Wolff and Claas Raademeijer, as well as the female slave Pieternel belonging to the abovementioned Godfried Fredrik Koch, along with the remaining male and female slaves and Hottentots named in the copy of the statement of Florentinus Bouve and the slave Goliat sent to the often-mentioned Landdrost. It was thereupon approved to dispatch this instruction at the earliest opportunity, as well as to mention therein that the Council by no means approved that the said Landdrost had only taken a statement from the female slave Pieternel, and had not carried out the further clear order to obtain attestations from all the persons who have knowledge of this matter and are listed in the aforesaid statements; while the said Landdrost will at the same time be cautioned that if, by summoning the aforementioned persons, the places of the cited Godfried Fredrik Koch might possibly be left devoid of proper supervision, he shall make the necessary provision therein. And further, the Secretary of this Council shall have to inquire of the said Koch as to one or two persons to whom he could still entrust his affairs; which persons must also be given to the said Landdrost with the authorization to have them provisionally keep watch over the places of the aforesaid Koch and his further affairs there. Meanwhile, it was further approved to deliver the documents sent hither by the often-mentioned Landdrost to the Independent Fiscal. Underneath was written: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence, was signed: J. R. van Rijnveld.
Dutch transcription
68. verclaarde denselven het versoek om Copia van het door het officie Fiscaal ingeziende vertoog aan Raads oordeel over te laaten en dat de officier nopens de begeerte van den supp=t om nopens de begeerte van den supp=t, om de notul voor Heeren gecomm„s gehouden, met de geaangeliseerde stukken naar Batavia te zenden zig volkoomen bij de suppt voegde. — Wanneer parthijen hier op zijn afgetreeden hebben Heeren gecomme. dewelke tot het de„ Eedigen der verclaaringen hadden gevaceerd, ge„ declareerd dat vermits den burger Bein„ hardus de Vaal als gemachtigde van den gede. bij geleegentheid dat op den 21 october 1789 de verklaaringen van den Collonel en drie soldaaten van wuitembergh wierden be„ bedigt, verzogt had dat van zijn voortge¬ bragte aanteekening mogt werden gehouden Hun Ed: overzulks die notul hadden doen formeeren en niet bij de stukken gevoegd maa„ dezelve, terwijl ook het geene door den ged„e tot reproche der voorsz: getuijgen wierd bijge¬ bragt reeds in zijn overgelegde Schriftuid in 69 in het breede was aangehaald, als een aparte notul tot decharge van gecomm: gehouden hadden geconsi¬ „dereert. Weshalven de Raad over het voorsz: request geze„ libereert hebbende aan de supp=te heeft verleend Copia van het door den Heer Independent Fiscaal op den 8 october 1789 in Judicio geEx„ „hibeerde vertoog en verder het versoek van den suppt. dat de voor Heeren gecomms. op den 21' of¬ „tober 1789 gehoudene Notul met ende beneevens het voorenstaande ingediend request bij de geEvangeliseerde stukken gevoegd en aan den E: Achtb=r raade van Justitie des Casteels Ra„ „tavia overgezonden geaccordeert. —. Laatstelijk is ten overstaan van voorne. adjunt Fiscaal als z: O: Eijssr: in deezen geleezen de volgende missive van den Land=drost der Colonie Zwellendam aan den E: Achtb„e Heer President geschreeven Aan den WelEdelen Achtbre Heer Johan „nes, Isaak Rhe„ nius opperkoopman en t - Uwel Edele Achtb„r bij mijne laatste brief kennis„ se gegeeven hebbende dat ik niet ingebreeke zoude bey „ving aan de ordre vervat bij missive van den 118 No„ vember 1749 in alle deelen zoo veel doenlijk te zul„ „len voldoen, Heb ik d' Eer uwel Ed=e Achtb:r Pligt„ schuldig te melden dat na dat den Persoon van God„ fried Fredrik Koch bij zijn arrivement aan de Hooning klip door den substituut op 't onverwagts was geap„ „prehendeerd en door denzelven teevens behoorlijke zorge gedraagen dat hij Koch geen toegang tot zijn slaaven konde hebben, ik mij met twee Heemraaden, zijnde d' E E„: Hillegard Muller en Petrus Sienaar g'ad¬ sisteerd, door den Secretaris eerstelijk heb begeeven naar opgem: woonplaats aan de hooning klip en vervolgens en vervolgens van daar naar de mos„ sel Raaij, al 't geen zich op de beide plaatzen bevond geinventariseerd zonder iets hoegenaamd /:gelijk uit den inventaris deezen geincloseert zal blijken:/ van de goedere, dewelke tot de laading van het in de Plettenbergs baaij gestrande schip de Maria zoude behooren te hebben ontdekt na welkers verrigting de slaaven ieder afzonder„ lijk gehoorden ondervraagd zijnde, alle als uit eenen mond getuigden, dat de goederen dewelke en secunde deeses gouvernement 'Savonds en 70 71. 's avonds laat uit de plettenbergs Baaij aan de Hooning klip zijn afgelaaden, aan gem:e Koel hebben behoord, en Circa een Maand bevoorens derwaards zijn gebragt geworden; En Terwijl de ver„ klaaringen alle eensluijdende zoude zijn heb ik on„ dienstig geoordeelt meer dan dien van de slavin, pie„ „terhet, deeze ingeslooten te ligten echter noodig ge„ „acht, den slaaf Ceesar, die zulx aan bouve en Goliad zoude hebben aangebragt en thans al„ les ontkend meede Caabwaards te zenden den„ „welken uwelEd=e Achtb=e des noodig oordee„ lende in presentie van voorsz: bouve en vo„ „liad zoude kunnen doen hooren /:onderstond:/ waarmeede hopende &=a /:en geteekend:/ A: A: Faure /:in margine:/ Zwellendam den 12 Jannuarij 1790 En daar op door gerepte adjunct Fiscaal ver„ „zoek gedaan zijnde dat voorsz: Land=drost mogt worden aangeschreeven om zoo wel de persoo„ nen van Fredrik Wolff en Claas Raademeijer als ook de aan bovengem: Godfried fredrik Koch toe„ behoorende slavin Pieternel neevens de overige slaa„ ven, slavinnen en Hottentotten welke en de aan meerengeciteerde Land=drost overgezondene Copia verklaaring van florentinus Bouve en den slaaf goliat zijn benoemd ten eersten Caabwaards te 72. te doen opkoomen. - Zoo is daarop goedgevonden deeze aanschrijving ten eersten te doen afgaan, mitsgaders daarbij ook melding te maaken, dat de raad zig geensints heeft laaten welgevallen dat gem Land drast alleenlijk de Waarin Pietornel een verklaaring heeft doen afgee„ ven, en de verdere duidelijke ordre om van alle den persoonen welke van deeze zaak kennisse draagen en bij de voorsz: verklaaringen zijn opgegeeven, at¬ „testatien in te winnen niet heeft ten uijtvoer ge„ „bragt terwijl gem:e Landdrost teffens hier bij zal worden gewaarschuuwd om wanneer mogelijk door het opontbod der voorm:e persoonen de plaatzen van geci„ „teerde Godfried Fredrik Koch van behoorlijke toe„ zigt mogt ontbloot geraaken, daar in dan de noo„ dige voorziening te doen. En zal voorts de secre¬ taris deezes Raads zich bij gem: koch moeten doen informeeren na Een op twee persoonen aan wie hij noch zijne zaaken zoude kunnen toevertrouwen; wer „ke persoonen al meede aan gem Land=drost zullen moeten worden opgegeeven met qualificatie om dezel„ „ve provisioneelijk over te plaatzen van voorsz, koch en zijne verdere affaires aldaar het oog te doen hou„ „den. Terwijl inmiddels nog goedgevonden is de door meerm: Land=drost herwaards gezondene Documenten aan de de haer in dependent eraal te inhandigen /onderstond:/ Aan aba de Grode Hooft wie et anno ut su¬ /lager/ mij present /was geteekend:/ ƒ t Rijnveld 73. Jare
English
f 74. the 18 February 1890 Thursday Forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius President together with all the Members except the Gentlemen Rönnenkamp Haasdorp van Echten and Gie excused. The Independent Fiscal of this government the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden requester against Maria Malang widow of the late citizen Hendrik Engela defendant to see served replication upon her submitted answer. The requester serves replication pursuant to his presentation. The firewarden Arend van Wieligh requests a copy thereof in order to duplicate or else renounce today in 14 days. The Council: Fiat. The Honorable requester advances orally that his Honor having requested a copy of the aforesaid writing of answer today 14 days ago in order if necessary to serve replication thereon, but that his Honor had found that the first point of the same writing of replication is not to the point, the second contains a full confession, and the third point by the confession of the second cannot operate at all in favor of the defendant, his Honor had therefore not deemed it necessary to replicate further thereon, but on the contrary persisted in the conclusion taken and herewith renounced further productions. The assistant Willem Kolver also declares to renounce further productions. The Council keeps this matter under advisement for circular reading. The bookkeeper and former Secretary of Swellendam Cornelis Menso Blankstein as attorney of the Citizen Jan Smit Juriaansz Requester against the citizen Johannes Joachim Theron defendant to see served further productions. This requester hands over a memorial to which are attached 8 annexes and says at the same time that before answering he requests that the one and the other may be read out, against which the defendant advances. Van Lynden requester against the Independent Fiscal of this government the Honorable Johan Nicolaas Steven van Lynden defendant, in order instead of serving answer to his exhibited writing of Criminal Claim, to see served a memorial. Advances that whereas the requester today 4 weeks ago had requested and obtained a copy of the Claim served against him in order to serve answer thereon today, his Honor had therefore with the uttermost surprise received a Summons to see served today a memorial instead of an answer, this without first requesting an extension. That since such a manner of proceeding has never been heard of and is also contrary to the express orders enacted in that regard, pursuant to which one shall proceed by Claim, answer, replication, duplication, it is thus utterly reckless and presumptuous of the requester not only by his own authority to infringe the constant practice, but also without having requested an extension, to deviate from the resolution of the council. That furthermore, since the requester has had time enough to prepare his answer, and at the same time in the manner of proceeding in the cities and in the countryside Article 12 prescribes the following, "And in cases exceeding the aforesaid sum or other real or personal matters, the defendant in the enclosed cities shall be granted a time of eight days, and before Bailiffs and men and judges of villages 14 days, to make or deliver their answers then orally or in writing. And equal time shall be given to both parties to replicate and duplicate, all on pain of default," the defendant therefore requests that the memorial may not be read, but returned to the requester with the order to answer instantly on pain of default. The said requester persists in his request and adds hereto that the Independent Fiscals in former times, like among others also the Fiscal Boers, in civil cases wherein they could not be considered other than private parties, have served memorials, of which several examples are at hand, and that he the requester on that ground trusts that his request in this matter will not be refused. The summoned party says against this submission that even if it may be that there are examples at hand that previous fiscals, considered as private persons, had served memorials, this nonetheless can give the requester no right in this matter to summon the fiscal office in order to submit a memorial instead of serving answer today according to the order of this Council, the defendant therefore persisting in his request just made. The Council, returning the served memorial, orders the requester to serve an answer precisely today in 14 days, on pain of default.
Dutch transcription
ƒ 74. den 18 Februarij 1890 onderdag Voordemiddags present den E AAchtb=e Johan„ nes Isaak Rhenius Prerident beneevens alle de Leeden demptis de Heeren Rönnenkamp Haasdorp van Echten en Gie bijund „potitie den Independent Liscaa de Heer rd: regt dients van replieq ingevolge de deeses gouvernements d' E Ach Heer Johan Nicolaas Heeven presentatie. van zijnden r:0 regt Ven brandmeester Arend Contra van wieligh verzoekt Maria Malang weduwe daar van Copia ten einde wijlen den burger Hendrik heeden over 14 daagen Engela geregt omme ophaar te dupliceeren danwel te renuntieeren. ingeleeverd antwoord te zien dienen van replicq De Heer J: O: req:t advan, voorm: EAchtb=re Heer ceert bij monde dat zijn Johan Nicolaas Steeven Dee raad Piat. P: Jan 75. C heeden over 14 daagen ver„ zogd hebbende Copie van der geelde schriftuur van antwoord omme des noods daar op te dienen van replicq dog dat z:oregt had bevonden dat het Eerste pornct van het zelve schriftuur van replicq niets ter zaake doet het tweede een volsloagen Confessie en zig bevat en het derde poinct door de Con„ fenie van het tweede niets ten voordeele van den ged=t kan opereeren zijn E: overzulks niet nodig geagt had daar op verder te repliceen „ren maar inteegendeel verristeerde bij de genoomene Conclusie en bij deezen van verdere productien renuntieerde. 40 Den adsistend Willem Kolver legd meede van verdere productien te renuntieeren, — De Raad houd deeze zaak ter Rondleezing in advijs. - Digg regt leyd over een ver„ Den boekhouder en oud toog waar bij gevoegd zijn & Secretaris van Swvellen bijlaagen en zegt teffens dat dam Cl Menso Blank„ hij alvoorens te antwoorden „stein als gemachtigde verzoekt dat het een en ander van den Burger Jan Smit mooge werden opgeleezen~ Juriaansz: Reegt. waar teegens den Heer geregt den burger Johannes Joachim Theron geregt om te zien dienen van verdere productien Van Lijnden J:O reg Contra advanceertn Contra ƒ advanceert dat dewijl de„ req=t heeden over 4 weeken had verzogt en geobtineerd Den Independent Fiscaal Copia van den Eisch Jeegens hem ingedient om daarop deeses gouvernement D E heeden te dienen van antwoord Achtb:e Heer Johan zijn E over zulk met de uit„ terste surprice had ontfang Nicolaas Steeven van „gen een Citatie om heeden zijnden geregn omme in steede van antwoord te zien dienen van vertoogen in steede van op desselvs geExhibeerde schriftuur zulks zonder al voorens atter¬ „minatie te verzoeken. — Dat van Crimineelen Eijsche daar een diergelijke manier Tien dienen van antwoord, te van procedeeren& nimmer is/ gehoord en ook strijd teegens zien dienen van vertoog. — de uitdrukkelijke ordres dien aangaande gestatueert ingevolge van welke men zal procedeeren bij Eijsch antwooord heenduplie het dus vanden req=t ten uitterste temerair en vermeetel is om niet alleen propria autoritate de Constante practijcq te infringeeren maar ook zonder atterminatie te hebben verkogt, van het besluit des raads af te wijken. — dat voorts vermits den reg=s tijd genoeg heeft gehad om zijn antwoord in gereedheid te brengen en teffens bij de manier van procedeeren in de steeden en ten platten han„ de Art: 12 het volgende word voorgeschreeven, Ende in zaaken „ Excedeerende de voorsz: somme ofte andere reële of personeele „ zal den gede in de besloote sleeden gegunt werden tijd van agt „daagen, ende voor Baljois ende mannen ende regters van „ dorpen 14 daagen om haar antwoorde als dan bijmande of bij „geschrifte te doen op overleeveren. EEnde gelijken tijd zal bijde parthijen Contra 76. gegeegen worden, om te replieueren ende dupliceeren alles ge¬ geenen doem Claarbijk ende op versteeken hi geregt d## verdge het vertoog niet mogt worden geleeven maar aan „ tb den reqt te rug gegeeven met ordre in stante rede t am¬ woorden op soen van verstek de ga reqt persisteerd bij zijn versoek en noegd hier nog bij dat de Heeren Jndependent Fiscaals in vroegere lijden gelijk on„ ider anderen ook de Heer boers in fiviele zaaken, waarin zij niet an„ wer als particuliere parthijen konde worden aangemerkt, hebben ge¬ „diend van vertaag, waar van verscheide Exempelen voor handen zijn, En dat hij reqt op die grond vertrouwd dat zijn versoek in deeren, niet zal worden afgeslragen. — De Heer gerequireerde zegt teegen dit voortgebragte dat alwaar het ook dat er Exempelen voor handen zijn moogen, dat voorige fiscaals als particuliere geconsidereerd hadden ge¬ diend van vertoog zulx egter aan de reqt in deezen geen regt kan geeven om in steede van volgens appoinctement van deesen raade heeden te dienen van antwoord het offo¬ „cie Firaal te doen dagvaarden ten einde een vertoogt te kie overleggen; persisteerende de Heer geregt dus bij deszelvs zoo eeven gedaan versoek. De Raad het gediend vertoog te rug geevende ordonnneerd den reqt oom preciede heeden over 14 daa¬ „gen te dienen van antwoord op poene van verstek ƒƒ Pt
English
After the interlocutory order had been read out to the parties, the honorable Blankstein declared that he had special instructions from his principal Jan Smit Juriaansz to propose the exception of litis finitae, because this matter had already been settled with the former Independent Fiscal Mr. Willem Cornelis Boers, as the defendant had compounded with the said Mr. Boers regarding the crime of which he is accused by the said Fiscal ex officio in this matter, subsequently litigated over it, and, according to the civil court roll of the 6th and 26th of June 1782, settled that proceeding amicably to the mutual satisfaction of the authorized agents of Mr. Boers; the defendant simultaneously requesting that this exception may be deliberated during the sitting of the roll. The Fiscal ex officio advances against this that this exception proposed by the said Jan Smit, the defendant, is not entitled to the slightest consideration, since it can never be proven by the defendant that he ever underwent a criminal action regarding the crime imputed to him, or that he was absolved or acquitted thereof by a sentence of the judge; that furthermore, it is true that a civil action was instituted by Mr. Boers against the defendant regarding a private bond which the defendant had refused to pay, but that the said Mr. Boers never, as Fiscal ex officio, litigated against the defendant regarding the crime of beach robbery etc. committed by him, much less that such a proceeding can be considered to have been terminated by a final judgment or settled amicably. Wherefore the said Independent Fiscal concluded that, since the defendant does not prove his proposed exception, the same may therefore be rejected as entirely futile and irrelevant. Blankstein, in his said capacity, alleges to the contrary that, however much the defendant was not involved by the former Independent Fiscal, the aforementioned Mr. Willem Cornelis Boers, ex officio in a criminal action, the civil proceedings, or rather the aforesaid private bond, nevertheless arose from a composition entered into between the aforesaid Mr. Boers and the defendant, precisely on account of the very same matter for which the defendant is now implicated ex officio by the said Fiscal in this case. And that thus, since it appears from the aforesaid court roll of the 26th of June 1788 that the aforesaid proceeding instituted on account of that composition was settled to the satisfaction of the parties, the defendant in his capacity therefore believed that the criminal action has thereby ceased, and thus the exception of litis finitae has been proposed on good grounds in this matter. To refute all of this, the Fiscal ex officio further brought forward that it does not appear from the court rolls of this Council that the crime committed by the defendant has been declared civil and compoundable; that furthermore the defendant does not prove that the sum agreed upon in the composition has been paid, but that, to the contrary, the defendant refused payment thereof, litigated on account of it, and in that proceeding sought to demonstrate the notorious nullity of the so-called composition. That, moreover, the composition considered in itself is in fact untenable, and that finally the defendant himself, in his interrogatories answered before the commissioners, declared that he signed the bond out of fear, as well as appealing, with regard to the transport of the goods from the beach, to the commission which was allegedly given to him by Strand and Chiron for that purpose; the Fiscal persisting, on these various points, in his conclusion. The Council, having heard the parties, after consideration of the matter, rejects the exception of litis finitae proposed by the defendant. After the pronouncement thereof, the frequently mentioned Jan Blankstein said: I request, in the name of my principal, an appeal against this. Which request having been deliberated upon, the following ruling was made thereon: The Council takes the requested appeal under advisement; nevertheless, the defendant shall, pursuant to the above interlocutory order, serve his answer on the next court day under the penalty stipulated therein. The Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, who has been qualified by the government to handle the cases of the plaintiff ex officio in this matter, submits an extract from the criminal court roll of the 21st of January last, alongside a report and deed of demand drawn up before the commissioners from this Council by the Hottentot Lambert Boer, to the end that the defendant, by definitive sentence of this Council, shall be sentenced to be placed on water and bread for 8 days and in all the costs incurred in this matter. The merchant and Landdrost of the colony of Stellenbosch, the honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, plaintiff ex officio, against The burgher Pieter Roux, defendant, in order to hear such claim and conclusion, or request or requests, as the honorable plaintiff is compelled to make and submit on account of the fact that the defendant, after receipt of a written order of the 7th ditto from the plaintiff to give the Hottentot Lambert Boer his general earned The wife of the defendant, Anna Elisabeth Steenbergen, appearing with a
Dutch transcription
Nahatdet: appoinctement aan parthijen was voorgeleezen verklaar¬ „de sE Blankstein van zijn Cip=l Jan Smit Jariaansz: soe„ iale last te hebben om te prepeneeren de Exeptio fitis finite om dat deeze zaak reeds met den voorigen Heer inde senden Fiscaal Mr: Willem Cornelis Doers was afgedaan, als hebbende de reqt. over de misdaad waar van hij door den Heer H: &: gereqt. in deezen word beschuldigt, met gem: Heer Boers gecompoceerd, vervolgens daar over gepaar cedeert en blijkens de Civiele rechtsrolle van Eden & 6 Junij 1782 die proceduure met de gemachtigdens van den Heer Boers tot weedersidsch genoegen in der minne uit de waereld gemaakt; verzoekende den reqt. teffens dat over deezes Exeptie staande rolle mag werden gedelibereert.. — De Heer R: O: geregn advanceert hier op dat deeze Exeptie daar den gedn Jans reqt. geproponeert, in geen de minste aan merking komt aangezien door den req=t nimmer kan wo „de beweezen, dat hij over de middaas aan hem ten las„ te gelegd ooit een Crimineelen actie heeft ondergaan, of dat hij daar van door eene sententie vanden regter is geabsolveert of vrij gesprooken dat er voorts door den Heere Boers, Jeegens 8 reg=t wel is waar een fiviele actie noopens een onderhandsche obligatie welke de reqt. geweiger had te betaalen, was geinstitueerd, maar dat gem. Heer Boers nimmer als Fiscaal r: O: Jeegens den reqt over de door hem geperpetreerde misdaad van strandroap &=a had cedeert geproponeerd veel min dat een viergelijke proceduure ge¬ cconsidereert kan werden door een gewijsde te zijn getermi¬ neerd of in der minne afgemaakt; Weshalve gem Heer Jndependent zideaal Concludeerde dat nadien den req=t zijn geproponeerde Exeptie niet bewijst, dezelve overzulx en 78. „teerd.— 79. als ten eenemaal futiel en irrelevant, mooge worden gerejec„ Blankstein in zijn gem: qualiteijt, allegueerd, hier teegen dat hoe zeer de req=te ook door de voorige Jndependent fiscaal opgem: Heer M:r: Willem Cornelis Boers, niet r: O: in Crimineele ac„ „tie was betrokken de Civiele procedures, of wel de voorsz: on„ derhandsche obligatie eeven wel was voortgesprooten uit een Comp „positie tusschen voorn=e Heer Boers en den reqt. aangegaan, Juist weegens dezelve zaak waar over den reqt: thans door den Heer gereq„d in deezen r:O: is betrokken, En dat due, nadien uit de voorsz regts rolle van den 26 Junij 1788 blijkt dat de eevengem 6 uit hoofde dier Compositie gelentameerde proueduure ten genoegen van parthijen is afgemaakt hij qe reg=t overzulx vermeende dat de frimineele actie daardoor is gecesseerd, en dus de Exeptio Litis finitae in deezen opgoede gronden gepropaneerd geworden. — Tot refutatie van welk een en ander de hier E:O geregt. nog inbragt dat uit de rechts vollen van deezen raadde niet blykt dat de geperpetreerde misdaad van den req=t is verklaard fiviel en Comparibel dat voorts de reqte niet bewijsd dat die bij Comporitie bedongene som is voldaan, maar dat ter Contrarie de req=te de betaa„ ling daar van heeft geweigerd, diesweegens geproce„ „eteert, en in die procedure getragt de notaire nul„ liteijt der zoogenaamde Comporitie aan te toonen. — Dat ook wijders in den daad de Comporitie of zig zelven beschouwd is onbestaanbaar, En dat Einde„ lijk e Eindelijk de reqt. bij zijn voor Heeren gecomm„s beantwoor „De Jnterrogatorien zelve heeft verklaard de obligatie ui 11 vrees te hebben geteekend, mitsgaders zig nopens het ver„ voeren der goederen van het strand zig beroepen op de Commissie welke hem door strand en Chiron daar toe zoude zijn gegeeven geworden persisteerende de Heer gereg„s op dit een en ander bij't zijne Conclusie De Raad Parthijen gehoord heb„ bende na overweeging van Paa¬ ken rejecteerd, de door den regte geproponeerde Eceptie Letis finita. — Na de pronuntiatie hiervan zeide meergem: J=n Blam „stein: Ik vezoek in naame van mijn pap„s, daa van appel. Over welk verzoek gedelibereert zijnde is daa op voor dispositiek verleend. — De Raad hond het verzogte aspel in advijs; zullende niet te min De reqt. , ingevolge het boovenstaande appoinctement, aanstaande recht„ Dage 80. 86 dag op de poene daar bij bepaald, ten P„r dienen van antwoord. de adjunct fiscaal M=r Johan, den Koopman en Land= „nes Andreas Pruter, dewel„= drost der Colonie stel„ „ke door de regeering is gequali„kenbooch dE Heer „ficeerd om de zaaken van den Hendrik Lodewijk r: O: Eischer in deezen daar Bletterman r: O: Eijs„ te neemens legd over een Extract uit de Crimineele sscher Contra rechts rolle van den 21 Jann. een voor J:L: neevens Heeren gecomm:s Den burrer Pieter Roux uit deezen raade door den Hot„ ged„en ten einde te aan „ten tot Lambert ezoen gepas„ hooren zoodanigen seerd relaas en daet Eijsch dat den ged:e bij definitive Eijsch ende Conclusie, dan onnisse van deezen raa wel verzoek ofte verzoe¬ de zal worden geronden ken als den E:d: Eischer neert om 8: daagen te genoodzaakt is te doen waater en te brood te en te neemen ter zaake worden geplaatst en dat de ged=e na den ont„ in alle de ter deezer zaake fangst eener schriftelij„ gevallene kooten. — ken ordre van den 7: d:o De huijsvrouw van Eijsscher om den Htotten den gedt anna Elisabeth tot Lambert Boer zijn Steenbergen zig met eenen generaalen verdiend
English
82. general power of attorney granted to her by her husband, answers thereto: That it is true that her husband gave the Hottentot Lambert Boer 5 strokes with a sjambok because of his insolence, but did not tie him up; having only held the said Hottentot fast with a rope by a ladder that happened to stand in the house, and also did not give him more than five strokes; that furthermore the wife of the said Hottentot did not come to the farm with him, but is a Hottentot woman whom the defendant had brought along out of the field; that therefore, since the aforementioned Lambert Boer had come to the farm alone and the said Hottentot woman is currently still actually in the service of the defendant, the said Lambert cannot claim to take the said Hottentot woman with him; the appearer requesting that this minor offense committed by her husband in anger, namely striking the Hottentot Lambert Boer with a sjambok, may be forgiven him. to pay earned wages and to let him depart with his wife, having tied the aforesaid Hottentot fast with a thong and abused and beaten him with a sjambok, as well as afterwards paid his earned wages and detained the wife of the frequently mentioned Hottentot in order to depart into the field towards the Swarteberg with the defendant; to answer thereto and further to proceed according to law. 83. The Officer Plaintiff in reply persists with his claim. The Defendant also persists with her statement. The parties renounce further productions. The Court having heard the parties, after considering that which merited reflection, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Pieter Roux to a fine of Twenty-Five Rixdollars for the benefit of the officer and in all 84. the costs incurred in this matter, dismissing the further claim. The court roll having concluded thus far, the following petition was presented by the burghers Johan Willem Zulch and Sebastiaan Rothman. To the Honorable, the Worshipful Lord Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable, the Worshipful Lords Councilors of Justice of this Government. Honorable and Worshipful Lord and Honorable Lords. Respectfully make known the burghers 85. Johan Willem Zulch and Sebastiaan Rothman, in the first place as general attorneys of the detained former field sergeant P: F: Koch and in the second place as guardians over his minor children. That the petitioners some time ago heard by rumor that the said Koch was under suspicion of beach scavenging, and also that a boy belonging to the said Koch had come towards the Cape, who, being confined in the jail here, the petitioners were forbidden by the Adjunct Fiscal from speaking with, whom they otherwise in their aforementioned capacity as attorneys of Koch wished to release, the petitioners not having been permitted by the said Adjunct Fiscal to learn for what purpose he sat here in the jail; that the petitioners, it is true, have heard that a certain man, being a carpenter named Florentinus Bouvé, is said to be the accuser of the said Koch, but trusting that, the said man being known to Your Honors, he would not be accepted ever to put forward any credible testimony, much less accusations to anyone's disadvantage; since the same, having been stationed some time ago here at the Cape at one of the trades quarters as a carpenter, was a fugitive and thus vagabonding, without the petitioners knowing what further happened to him thereafter, except only that he was afterwards in service with the said Koch as a carpenter, and that he through his malicious brutality struck the said Koch, his then master, a blow on the head with a heavy piece of wood, so that the said Koch fell to the ground and lay as dead for a long time, in which the said carpenter intended nothing less than to beat the currently detained Koch to death. Therefore the petitioners take the liberty to refer to Your Honors' wise judgment whether this aforementioned carpenter, who has sought the life of the detainee, can be accepted as a valid witness against him, with the further affirmation that they have been reassured by all other people in the district of Swellendam that the said Koch is innocent, and could obtain and produce many statements in this regard. The petitioners having all too much interest, as alleged above, have informed themselves as much as possible, but could discover nothing from which one could even place him in the suspicion or connection of having stolen goods, other than only that, since the said Koch always traded heavily, a wagon loaded with his own trade goods was once overturned in a river, and he had to unload his goods there to dry; the petitioners then finally having learned to their deep grief that their said principal Koch, criminally
Dutch transcription
82. generaale procura Verdiende Loon te betaalen tie door haaren man en met zijn wijp te op haar verleeden doen vertrekken legitimeerende zegd voorsz: Holtentot met daarop voor antwoord: Dat haar man wel een riem vastgebon is waar den Holtentot den en met een Lambert Boer, weegens Jambak geteisterd en zijne Brutaliteijten geslaagen mitsgader 5 slaagen met een daarnaa desselvs ver¬ Carwats had gegeeven diend Zoon betaald en maar hem niet vast„ gebonden; hebbende het wijf van meergem. alleenlijk geme. Hotten hottentot te rug gehou tot t met een touw door den heeft om met een Ladder die Juist in het huis over lind de gede veldwaards naade swarte berg te stond vastgehouden en hem ook niet meer als vijf llaagen gegee vertrekken; daar op te ven; dat voorts het antwoorden en voorts wijp van gem: Slotten, te procedeeren als naa tot niet met hem op rechten. de plaats is gekoomen maar een hostentottin is welke den ged:e onder uitt veld had meede gebragt; dat dus dewijl meerm: Damker Boer 2 83 Boer alleen op de plaats was gekoomen en gem: Hot„ tentottin zig thans nog werkelijk in huur van den ged: bevond gem: Lambert overzulks niet kan pretendeeren, dezelve Hottentottin meede te neemen; Verzoekende de Comp=te dat die geringe misdaat door haaren man in drift begaan, met namentlijk den Hottentot Lambert Boer met een Careuatz te slaan hem vergeeven moge werden. — De 7: or Eijsscher voor replieq persisteerd bij zijn Eisch De ged=e persisteerd meede bij haar voortgebragte Renuntieeren parthijen van verdere praduc„ tien. — De Raad parthijen gehoord heb„ bende na overweeging van het gunt reflectie meriteerde Recht Doende uit Naam en van weegens de Hoog Moogende Heeren Claaten gene„ „raal der VerEenigde Neederlan„ „den, Condemneert den ged=e Pie„ „ter Rdux in eene boete van Vijf en Twintig Rijxdd ten pro„ fijte van den officier en in al„ „ter 84. le de Ter deezer zaake gevallene Kosten met ontzegging van den verderen Eijsch De Roldus verre afgeloopen zijnde wierd door de Burgers Johan Willem zulck & febastiaan Rothman het volgende reques gepresenteerd. — Aan den Weledelen Achtbe Heer Johan nes Isaak Rhenius president, beneevens de verdere Weledele Heeren raaden van Justitie deeses gouvernements WelEdele Achtbe. Heer en WelEdele Heeren. ƒ Geep reverentelijk te kennen den burger 1 Do 85 J=k W=m Zulch en Feb=r Rothman in de Eerste plaats als gen: gem: van den gedetineerden oud veldwagt „meester P: F: Koch en in de tweede plaats als voogden over desselvs minder„ „jaarige kinderen. - Hoe zij supp=te voor eenigen tijd her„ waards bij geruchte hebben gehoord dat gem: hoch in suspicie van Strand rove„ rije was, en teffens dat van gem: Koch een Jonge Caabwaards was gekoomen, de¬ „welke in de tronk alhier zittende de sup„ „plianten, door den adjunct Fiscaal zijn beles geworden gem: Jongen te moogen aspreeken dewelke zij anders in hunne op¬ „gem: qualiteijt als gem: van Kocp hebben willen lossen hebbende de suppen van gem: adsunct fiscaal niet moogen vernee„ „men, tot wat einde alhier in de Frank zat; de suppt. wel is waar gehoord heb¬ ben dat een zeeker man zijnde een Tim¬ „merman gen„t Florentinus Bouvé de beschuldiger van gem: koch zoude wee„ zen dog vertrouwende dat gem man bij 86. bij uwelEde Achtb„r bekend zijnde dezelve niet zoude werden aangenoomen immer eenige getuijgenis van geloof veel minders beschuldigingen ten nadeele van iemand te moogen avanceeren; vermits denzelven voor eenige alhier aan de Caab op een der Ambagts quartieren als Timmerman be¬ scheiden, zijnde fugatief en dus nagabon„ „deerende is geweest zonder dat de sup¬ „plianten weeten wat hem verder daar op is weedervaaren als alleenlijk dat hij naaderhand bij geme. koch als Timmerman in dienst is geweest en dat hij door zijn kwaadaartige e zautaliteijt gem: koch zijn doenmaaligen meester met een zwaar stuk hout op het hoofd een slag heeft toegebragt dat gem: koch ter aarde vallende een gerui¬ men zijd als doot heeft geleegen en waar bij gem: timmerman niets minder zal gemeen hebben als den Thans gedetineerden koch doodt slaan. — Dus neemen de suppten. de Vrijheid aan uwe agtb:r wijze oordeel gerefereert te laaten of deeze opgemte Timmerman die de gedetineerde als na het 87 het leeven gestaan heeft, als een valide getuigenis teegens hem kan werden ge¬ „accepteerd, met verdere betuiging, dat zij door alle andere lieden in het district van Zwellendam gerust ge„ steld zijn geworden, dat gem:ne koch onschuldig is en veel verklaaringen diesweegens zoude kunnen in winnen, en produceeren. de supp=ten al te veel belang hebben„ de gelijk vooren geallegueerd i, hebben zig zoo veel mogelijk geinformeerd dog niets kunnen ontwaaren waar uit men hem eeven in die schijn of be„ trekking van goederen gestoolen te heb„ „ben, zoude kunnen stellen dan al„ leen dat dewijl gem: koch altoos sterk heeft genegotieerd met een waage met eige negotie belaaden eens in een rivier zoude weezen omgeslaagen en al¬ „daar zijne goederen heeft moeten uitlaa„ „den om te droogen de supplen dan eijndelijk tot hun hartgrievend Leedweezen vernoomen hebbende, dat gem: hunne principaal koch„ Cumineel,
English
88. has been criminally incarcerated and in such a manner that the petitioners were not allowed to have any access to Koch, from which the petitioners have had to presuppose that the most dangerous accusations must have been brought against said Koch, which very apparently will have been depicted by the said carpenter. Thus, the petitioners have found it their bounden duty, with discretion, to bring to your Honourable Worships' attention the character of the said carpenter, in case such might be unknown to your Honourable Worships, so that the said carpenter, now having some connection to the accusations against Koch, might by no means be given free rein in his maliciousness, but on the contrary might be dealt with by your Honourable Worships according to your equity. The petitioners, upon pondering and reflecting, over and above their other legitimate concerns, being moved by noble inclinations of human 89. kindness, take the liberty humbly to request your Honourable Worships to be pleased to consider with a compassionate eye the circumstances of their said principal; how he is suffering in his prison, knowing hitherto perhaps only his innocence, which it nevertheless proves difficult for him to bring to light, sitting as if oppressed in mind and senses, and the prospect of a ruinous condition for his tender children whom he has left far behind; while his accusers, without the petitioners truly knowing who they are, act against him in freedom and might occasionally triumph over him, if the said Koch were to succumb in a prolonged imprisonment on account of his high age, weak bodily constitution, and then in particular on account of the severe debility in his head which he still retains from the aforementioned heavy blow from the said carpenter, the scar of which can still be seen. The petitioners further declare, under your Honourable Worships' esteemed regard, that with the utmost consternation and emotion they reflect upon how they are entangled with the aforesaid Koch and his affairs. For they, the petitioners, are not only guardians over his children, but are also sureties for their inheritance shares, all of which are still under and in the estate of Koch; to which is also added that they have solemnly interposed themselves as sureties for different considerable capitals in particular for Koch, without however having the required elucidation of the domestic affairs of the said Koch in order to be able to employ the necessary precautions for the preservation of the aforesaid estate and other unexpected damage regarding their suretyships; knowing only that his affairs are very extensive and that he has three Honourable Company's loan places in possession, regarding which the petitioners are informed 90. that 91. the Field Commandant in the district there must keep supervision; concerning which your Honourable Worships will also kindly please to consider that the said Field Commandant, having his own affairs, is scarcely in a position to manage without loss three additional places and a further business completely foreign to him. The petitioners, referring to what has been alleged herefore, and being thereby encouraged to take that liberty, offer and present to your Honourable Worships their persons and property as sureties for the detainee, in order to make him appear in court at all times whenever he might be required; with that humble plea that it may graciously please your Honourable Worships, under the aforementioned security, to release the detainee and to accept him in such form as your Honourable Worships shall see fit, so that the detainee, having been set at liberty, might be able to bring his innocence into clear daylight without any ignominious suffering, or in such other manner as your Honourable Worships according to law and equity shall deem proper. Below stood: Which doing. Was signed: I: Wm Zulch: S: B: Rothman. In the margin: Exhibited in Court on the 18 February 1791. After the reading of which, the Honourable Independent Fiscal advanced: That, besides the fact that none of the premises of the said request are proven by the petitioners, furthermore the burgher Koch mentioned therein was taken into apprehension pursuant to the decree of this Council and still, on account of the gravity of the matter, ought to be kept without access, much less set at liberty, nor released under formal pledge; requesting therefore that no regard may be paid to the request submitted by the petitioners. After both the aforesaid Honourable Independent Fiscal and the petitioners had withdrawn, the Council deliberated on the said request, and after mature consideration of matters, dismissed the request made therein. Furthermore, it was requested by the said Honourable Independent Fiscal 93. for a citation by missive against the burgher Daniel Steijn living at the Bruintjes Rivier, on account of the fact that he did not hesitate, after a certain arrest was laid upon the person and goods of him, Steijn, by the vendue master of this government, Mr. Cornelis van Aerssen, for the recovery of such vendue moneys as said Steijn is still indebted, and which arrest was decreed on the last ordinary court day, to ride into the country without paying his debt and thus to violate the arrest; to appear before this Council four months from today, being the 10 July next, and then to hear such demand and conclusion or request or requests as the said Honourable Independent Fiscal, in his official capacity as plaintiff, shall make and take upon and against him, the defendant, in the aforesaid case, to answer thereto and further to proceed as according to law. Which request to the said Honourable Independent Fiscal
Dutch transcription
88. Crimineel geincareerd is geworden en welzoo„ „daanig dat de supph geen toegang tot hem koch moogen hebben, waaruit de suppten heb„ „ben moeten vooronderstellen, dat de aller„ gevaarlijkste beschuldigingen teegens gem koch moeten weezen aangebracht het wel„ zeer apparent door gemelde timmerman zal zijn geschild, zoo hebben de supp=ten van hun schuldige pligt gevonden uw Edele Achtbe de qualiteijt van geme. Zin merman ingevalle zulks aan uwel Ede: Achtbr mogte onbekend weezen met dir¬ eretie onder het oog te brengen op dat gem timmerman thans eenige relatie tot de be„ schuldigingen teegens koch hebbende geen¬ zints in zijn quaadaartigheid de vreije teugel mogte behouden maar in teegen„ weel door uwelEdele achtbe. naar derzel¬ over Equiteijt behandelt worden. — De supp=ten bij overdenken en herdenken boo„ ven en behalven hunne andere rechtmaatige bekommeringen, voor de Eedele Heigingen van Menschen 89 Menschen liefde aangedaan zijnde nemen de vrijheid uwelEde Achtb:e ootmoedig te verzoeken de omstandigheeden hunnen gemelde principaal met een meedelij„ dend dog te willen beschouwen, hoeda„ nig dezelve in zijn gevangenis te maer¬ „de is kennende tot dusverre misschien alleen zijn onschuld dewelke hem egter swaar melt vallen aan den dag te brengen zittende als beklend van ge„ „moed en zinnen en de beschouwinge eener voor zijne leedere kinderen dewelke hij zeer verre heeft agtergelaaten ruinen „se omstandigheid daar zijne beschuldi„ „gers zonder dat de supp=t regt weeten wieze zijn in vrijheid teegens hema¬ „geeren en zomtijds over hem zoude kun„ „nen suchumpheeren, wanneer gem: koch in een langsauriger gevangenis mogte koo„ „men te beswyken, weegens desselvs haagen ouderdom Zwakke Lichaams Constitutie en dan in 't bijzonder weegens zwaare ver¬ „zwakking in zijn hooft, dewelke hij nog - nog heeft overgehouden van voor sch zwaare slug van gem: Timmerman waar van de zeeker nog te zien is. De suppten betuijgen 2 verder onder uwelEdele eschten geeerde huijding dat zij met de uitterste ontstelten „se en ontroeringen overdenken hoedanig zy met voorsz: hoch en zijne affaires ingewik¬ „keld zijn Terwijl zij supp=ten niet alleen vaar en over zijne kinderen zijn maar ook kon gen zijn voor derzelver Erfportien, dewel¬ „ke alle noch onder en in de Boedel van Kocht zijn; waarmeede noeh bijkomt, hoe zij zig bij differente aanzienlijke Capitaalen in /t par„ ticulier voor koch solemneel als borgen hebben geinterponeerd, zonder echter de Vereischte Elucidatie van de huishandelijke zaaken van gem Koch te hebben ten eynde de noodige precautien tot behoudenisse van voorsz: biedeel en andere onverhoopte schaade omtrend hunne borgtogten te kunnen in 't werkstellen, weetende alleen dat zijn affaires zeer uitgestrekt zijn en dat hij drie sE Comp:s leenings plaatzen in possesti heeft waar over de Capp=ten geinformeer 90. zijn 91. zijn dat de veld Commandant in het Dis¬ „trict aldaar opzigt moet houden, al waar oover uwelEdele Achtb:e meede goedgunstig zullen gelieven te Conside„ reeren, dat gem: Veld Commandant zijn affaires zelvs hebbende, weinig in staat is om nog drie plaatzen en een verdere af„ „faire voor hem gantsch vreemd, schade„ loos te kunnen waarneemen. - De supp=ten refereerende zig aan het hier vooren geallegueerde en daar door tot die vrijheid geanimeerd zijnde, uwel Ede Achtb:s hunne Persoonen en goederen voor den gedetineerde als borgen te stellen en te presenteeren, omme ten allen tijden wanneer hij mogte werden gerequireerd in Judicio te doen sisteeren met die ootmoe„ „dige beede dat het uwelEd Achtb: goedgun„ „stig zullen gelieven te behaagen onder + opgem: Cautie den gedetineerden te largee„ „ren en hem in zoodanige forma als uwel Ed„ Achtb„n zullen goedvinden aan te nee„ „men, op dat den gedetineerde in vrijheid gesteld zijnde, zijne onschuld buiten ee¬ mige 92. nige smaad overleiden in klaar dagligt zoude kun „nen stellen of zoodaanig anders als uwe Edele Achtra naa rechten billijkheid zullen goedvinden te behooren. — /onderstond:/ 't welk doende /was ge„ p van „teekend:/ I: W„m Zulch: S: B: Rothman Jin mar„ „gine :/ Exhibitum en Judica den 18 februarij 1791. Na welks Lecture den Heer Independent fiscaal advanceerde: Dat behalven dat geene der positien van het zelve request door den Suppte. worden beweezen ook noch de daarbij vermelde burger koch in„ „gevolge het decreet deezes raads is genoomen in aprehensie en steeds noch om het gewicht der zaake diens gehouden te worden buiten acces veel min gesteld op vrije voet, nog onder hand= tasting ontslaagen, verzoekende overzulx dat op der supp=te ingediend request geen reguard mogt worden geslaagen. — Na dat zoo wel voorsz: Heer Inde pendent Fiscaal als de suppte. waaren afgetreeden heeft de raad over het zelve request gedelibereert, en na rijpe overweeging van zaaken, het daar bij gedaan verzoek van de hand geweezen Wyders wierd door gem: Heer Inde penden Fiscaal 93. Fiscaal verzogt Citatie per missive op den burger Daniel Steijn woonende van de bruintjes riner ter zaake dat dezelve zig niet heeft ontzien, na dat zeeker arrest door den vendu meester deezes gouverne„ ments de Heer en m. r Cornelis van Aers„ sen tot verhaal van zoodanige vendu penningen als gem: stein nog debet is op ^stein de persoon en goederen van hem ^ was be„ legd en welk arrest op laastl: ordinaire rechtdag is gedecreteerd geworden zonder voldoening van zijn debet naar bui„ ten te reijden en dus het arrest te vio„ „leeren, omme heeden over 4 maanden zullende zijn den 10 Julij aanstaande voor deezen raade te Compareeren en als dan te aan hooren zoodanige Eijsch en Conslu¬ „sie dan wel verzoek of verzoeken als gem: Heer Jndependent Fiscaal r: O: Eijs„ „scher op en Jeegens hem ged:e in Cas voorz: zal doen en neemen, daarop te antwoor„ den en voorts te procedeeren als na rech¬ ten. Welk verzoek aan gem: Heer Independent gl
English
Independent Fiscal is granted. Subsequently, having been brought to the table the report circulated among the respective Members of this Council from the Landdrost of the Colonies Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, concerning the proceedings of the former field sergeant Adriaan van Zeijl, banished from here, and the Citizen Pieter Wieze; it was thus approved to prepare now the report required from this assembly by the government here, and to supply the same, alongside the aforesaid original report of the Landdrost, to the Honorable Governor and the Honorable Council of Policy. All present except for the Honorable Independent Fiscal. Lastly, the Member of this Council, Mr. Johannes Smuts, requested whether, for reasons moving His Honor thereto, note might be made in today's minutes that His Honor, on the occasion that the Independent Fiscal on the [illegible] of the past year 1789 addressed this Council by memorial and requested a personal summons against the worthy Captain of the citizen reserve Pieter van Breda, had initially attempted to excuse himself from voting on that matter on the grounds that the said van Breda happened to be a nephew of Mr. Smuts, but that afterward, when the Honorable President and the Gentlemen Members of the Council had replied that the blood relationship between him, Mr. Smuts, and the said van Breda was not of such degree as would prevent him, Mr. Smuts, from sitting as a judge over the repeatedly mentioned van Breda; he had then, alongside the other Gentlemen Members, voted in the proceedings initiated by the Independent Fiscal on and against the more mentioned van Breda. Which request having been taken into consideration, the Council, since the aforementioned conforms to the truth, has accordingly granted that note to the said Mr. Smuts. At the Cape of Good Hope, day and year as above. Signed in my presence, W. J. Brijneveld, Secretary. Thursday, the 4th of March 1790. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members except for Messrs. Ronnenkamp, Maasdorp, and Mappa, the first and last mentioned by occupation and the second by indisposition. After reading of a letter from the Right Honorable Governor and the Honorable Council of Policy, whereby His Right Honor and Their Honors inform this assembly that, upon request made by petition by the Member of this Council, Mr. Jan Coenraad Gie, to be discharged from the session in this assembly, His Right Honor and Their Honors had discharged him therefrom with the rank of former Member of the Council of Justice; the said Mr. Jan Coenraad Gie took his leave, and after having been thanked by the Honorable President for the proven faithful assistance in the administration of Justice, retired from the assembly; being escorted to the stairs by Messrs. Smits and van Echten. The Plaintiff ex officio submits three ship's resolutions, held aboard the ship Zeeland lying in the roadstead, along with a statement by the officers and passengers of the said vessel, which statement was properly recalled and sworn to before Commissioner Members by four of the deponents; and whereas the Defendant by his insolent behavior toward the commander of the aforesaid vessel has most strongly sinned against the express orders of the Honorable Company, requiring that he, according to the articles of war established for observance by ship's authorities and further officers, orally demands that the Defendant shall be condemned by this Honorable Council to such a fine or penalty as Their Honors shall judge proper in conformity with the aforesaid articles of war. The Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lynden, Plaintiff ex officio, against The chief surgeon of the Honorable Company, Cornelis de Kooning, Defendant, to hear, on account of his disobedient conduct on the ship Zeeland toward Captain J. Bank, such oral demand and conclusion as the Plaintiff ex officio shall think fit to make and take against him, de Kooning, in accordance with the articles of war.
Dutch transcription
Jndependent Fiscaal is toegestaan.— Vervolgens ter Tafel gebragt zijnde het bij de respen Leeden deezes raads rond geleezen berig van den Land=drost der Colonien Stellenbasch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman raakende de procedures vanden van hier gebannen oud veldwachtmeester Adriaa van Zeijl en den Burger Pieter wieze; zoo is goedgevonden thans het door de regeering alhie van deeze vergadering gevordert bericht te ver vaardigen, en neevens het voorsz: Origi„ „neel bericht van den Land=diost aan den Eed „len Heer gouverneur en E: Achtbaare raade van politie suppediteeren. — Alle present behalven den E: Achtb=e Heer Jndependent Fiscaal Laatstelyk wierd door het Lid deezes raade de Heer Johannes Smuts verzogt of om reedenen EE: daar toe moveerende en de natu„ len van heeden aanteekening mogt wordeng houden, dat zijn E: bij geleegentheid dat den Heer Jndependent Fiscaal op den des verb:e Jaars 1729 zig bij vertoog aan deeze raaden 94. 95. raade had geaddresseert en verzogt dagvaard ding in perzoon op den manh: Capitain der burger reserve Pieter van Breda, zig op dien zyd uit hoofde dat gerepte van Bresta een Naa Neep van heere Smuts kwam te zijn in het Errst van het stem„ =men in die zaak had tragten te Excus„ seeren, edog daar naa wanneer den Eecht„e Heer President en de Heeren Leedendes raads hadden geantwoord dat de bloedver„ „wandschap tusschen hem Heere Smuts en gem: van Breda niet was in die graad welke hem Heere Smuits belette om over meerm:r van Breda als rechter te zitten; als toen en voorm: door den Heer Jnde„ „spendent Fiscaal op en Jeegens meerged=e van Breda geentameerde proceduure met de overige Heeren Leeden had genoteerd. Welk verzoek in overweeging genoomen zijnde heeft de raad nadien het voorenge„ „mentioneerde conform de waarheid is overzulks die aanteekening aan gem: Heere Smits geaccordeerd /onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die wanno us Sessaar — Caipra /lager Mij present geteekend W J B ijne„ veld Secretaris. Donderdag den 4 Maart 1790 S Voordemiddags present den E Achtb Heer Johannes Isaak Rhenius, President en alle de Leeden demptis de Heeren ron„ „nenkamp, Maasdorp en Mappa de eerte en laastgeme bij occupatie en de tweede bij indispositie. — Na lecture eener missive van den welEd„ gestre Heere gouverneur en E: Achtbr Raade van politie waarbij zijn welEd„e gestr=n en t Hun E: Achtbre deeze vergadering kennis geeven ste dat door het Lid deezes raadt de Heer Jan Coen en 2 raad gie bij requeste verzoek gedaan zijnde „42 om ontslaagen te worden van de sessie in dee„ter ze vergadering zijn welEd:e Gestr: en Hun E Achtb „g denzelven daarvan met den rang van oud zid van den raad van Justitie hadden ontslaa„ gen; heeft gem: Heere Jan Coenraad gie desselvs afscheid genoomen, en naa door den bet 96. E: Achtb„en Heer president voor de betoon„ de trouwe hulpe in de administra¬ ctie der Justitie te zijn bedankt gewor„ den zich uijt de vergaadering gereti„ reert; zijnde door de Heeren Smits en van Echten tot aan de trappen begeleijd geworden.— den Heer r: O: Eijsseher leqt: over Den Jndependent Fiscaal drie scheeps resolutien, gehou„ D: E Achtb:r Heer Johan „den binnen boord van het ter rheede leggend schip Zeeland Nicolaas Steeven van met en beneevens eene verklaaring zijnden R: d: Eijsscher van de officieren en passagierr Contra van gem: bodem welke verklaa„ ring behoorlijk door vier der diko Den oppermeester der E: santen voor Heeren gecomm is gerecalleerd en beeedigd en daer Comp=s Cornelis de Ko„ vermits den ged=e door zijn bruming ged=:e omme weegens taal gedrag jeegens den bevelhed„ zijne op het schip zee„ „ber van voorn: bodem ten sterk sten heeft gepecceerd teegens de land Jeegens den Cap=n J= n Expresse ondres der E Comp„e ver„ Bank gehouden disabe„ e dat hij den articul brief welke ter observantie aan de scheepsoverdient gedragt te aanhoo„ heeden en verdere officieren is vast„ „ren zoodaanige mondelin„ „gesteld bij monde Eijsch dat dan geEijsch en Conclusie ged=e door deeze Edele Achtb=e raade zal worden gecondemneert als den r: d: Eijsscher zal en zoodanige goene amende of goedvinden ingevolge den anti„ boete als hun Ed: achtb: en Conformite van voorn: articul zul brief teegens hem de brief zullen oordeelen te behooren kooning te doen en te nee„ men .
English
The defendant requests thereupon to submit a dictum to the roll, and further to proceed according to law. Against which the Honorable Officer, as Plaintiff, advances that, since a copy of the aforesaid declaration given against him has been handed over to the defendant, and he has also been summoned to answer stante judicio in order to prevent lengthy proceedings in a matter as evident as this one, he ought also to comply therewith, to answer thereupon stante judicio. The defendant says he will answer thereto, and then brings forward in his excuse that, firstly, in the declaration of which a copy was handed to him, it says we officers and passengers of the ship Zeeland declare, whereas the very same declaration is signed only by one passenger; that furthermore in the same declaration it is mentioned that the Captain, upon the noise caused by the defendant having given a slap to a certain black maid who had impertinently insulted him as Annak Loendal or child of a whore, was said to have come outside and, after being informed of the matter, was said to have answered, Doctor, what have you to do with the maid, whereas the Captain had immediately, without having spoken to anyone, lashed out against him; that he, the defendant, further had not been insolent, but rather being a respectable man, and not wishing to be insulted or made a fool of by a black maid who had recently had a miscarriage on board, had given the aforementioned slave a slap; that he further had indeed been hot-tempered, but had not insolently abused the Captain; and that he, the defendant, finally, upon the Captain's saying that he, the defendant, was romping with the maid, had answered, I may be damned if I have romped with the maid or anything of the kind, but that this occurred after he, the defendant, was already placed under arrest; testifying lastly that he had never romped with the mentioned female slave nor done anything else than what an honorable man is permitted to do with every respectable lady. The Honorable Officer, Plaintiff, advances in reply that the defendant tries to help himself with futile and insignificant excuses, and since his guilt appears most clearly from the aforesaid sworn attestation, he persists on the basis of the abovementioned submitted documents in his claim, requesting justice. The defendant likewise persists therein with what he has brought forward. The parties renouncing further submissions, the Council, having heard the parties, after considering what merited reflection and could move their Honorable Worships, administering justice in the Name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Cornelis de Kooning to a fine of fifty ducatons for the benefit of the Officer, Plaintiff, with the costs. The petitioner having submitted his pleading in rejoinder, the Honorable Officer, as respondent, says thereupon that he renounces further submissions. The petitioner also renounces and leaves the matter to the Council's judgment. The Citizen Arend van Wieligh, as authorized agent of Maria Malang, widow of the late Citizen Hendrik Engela, petitioner, against the Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, summoned to see service of rejoinder to his submitted reply. The Council holds this matter in advice for circular reading and orders that the submitted declarations shall first, as far as possible, be re-examined and sworn to under oath. Blankstein submits a pleading in answer accompanied by 2 annexes, and requests at the same time that today, regarding the appeal requested on the last court day concerning the rejection of the proposed exceptio litis finitae, a disposition may be made by this Council. The Bookkeeper Pieter Blankstein, as authorized agent of the Citizen Jan Smit Juriaansz, petitioner, against the Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, defendant, to see service of answer to his exhibited criminal claim. The Honorable Officer, respondent, thereupon requests a copy of the submitted answer in order to serve his reply two weeks from today, saying further, with respect to the appeal requested by the petitioner, that he deems the same ought to be dismissed, as it is a well-known matter in law that from interlocutory judgments which are reparable in the definitive ruling, just as in this case the rejection of the abovementioned far-fetched and entirely unfounded proposed exception cannot be considered otherwise, especially in criminal cases, no appeal is granted. That also to the petitioner
Dutch transcription
de ged:e verzoekt daarop men, daarop stante sadie„ een dictum ten rolle cia te antwoorden over te leggen. en voorts te procedeeren Waar teegen de Heer Er als naa rechten. Eijsscher advanceerd, dat de ged=e vermits aan hem Copia der voorsz: ten zijnen lasten gegeevene verklaaring is inhandigt en hij ook gedagwaard om ter voor k: kooming van wijdloopige proceduures in een zaak zoo evident als deeze stante Judicio te antwoorden, ook daaraan behoorde te voldoen e ged=e zegd daarop te zullen antwoorden, en brengt als toen ter zijner verontschuldiging bij mende in. Dat door eerst inde verklaaring waar van aan hem Copie is inhandigt: staat wij officiers en passagiers vant schip Zeeland verklaaren wa daar dezelve verklaaring alleen door een passagier is onderteekend; dat wijders in dezelve verklaaring gemeld word dat de Captein of 't gerugt veroorzaakt door dat de ged„e zeekere swarte meijd, die hem op een impertinente wijs voor Annak Loendal of hoerkind had gescholden een klap had gegeeven, zou zijn buiten gekoomen en na dat hij vande zaake onderrij was; zou hebben geantwoord, Doctor wat hebt gij met de meed te doen v=n daar de Capitain terstond zonder iemand gesprooken te hebben teegen hem was uijtgevaaren: Dat hij get. voorts niet brutaal was geweest maar wel als een fatzonlijk man zijnde, en van een swarte meijd die noch aan boord een miskraam gehad had niet willende gescholden noch voor de gek gehouden worden, voorm: slaven een klap had gegeeven. dat hij voorts wel driftig was geweest; maar den Capitain niet had gebru„ taliseerd en dat hij gese eindelijk op het zeggen vanden Capitain dat hij ged=e met de meid stoeide had geantwoord Ik mag verdoemdt zijn als ik met de meid gestaeid heb of iets diergelijx; maar dat zulx geschied is naadat hij ged: reeds in arrest was verweezen; betuigen „de laatstelijk dat hij nooit met gem: slavin gestond nog iets anders bedreeven had, als een honner man bij ieder fatzoenlijke dame geper„ „mitteerd is. — De Heer R: v: Eisscher voor replicq advanceert, dat den gede zich met futiele en niets beduidende verschooningen tragt te behelpen, en aangezien zijn schuld, uit voorsz: beledigde attestatie ten duidelijks ten consteerd 98. tien Consteerd, en persisteerd op frndament der bovengem: ingedien„ de stukken bij zijnen Eisch verzoekende recht. — De ged„e foeroisteerd meede daarop bij zijn voortgebrachte Renuntieerende parthijen van verdere productien De Raad parthijen gehoord hebben„ „de naa overweeging van tgunt re„ flectie meziteerde en hun EE: Achtb: konde doen moveeren Recht Doen¬ de uit Naam en van weegens de Hoog Moogende Heeren, Staaten Generaal der vereenigde Needer„ „landen condemneert den ged=e Cor„ „nelis de Kooning in eene boete van vijftig ducatons ten behoe„ ve van den r:do: Eijsscher met de kosten. — de reqt. zijn schriftuur van Dublicq overgeleijd hebbende zegd de Heer E:O: gereqtn daarop te renuntieeren van verdere produc„ De reqt. renuntieerd meede en laat de zaak aan Praad„s oordeel Den Burger Arend van Wieligh als gen: gem: van Maria Malang. weduwe wijlen den Bur„ „ger Hendrik Engela req=t Contra den Independent Fiscaal dE Achtb Heer Johan 99. Nicolaas . ƒ 100. Nicolaas Steeven van Lijnden gezeg=d omme op desselvs inge„ „diend replicq te zien dienen van duplicq. — De Raad Houd deeze zaak ter rondlee„ „zing in advijs en ordonneert dat de ingediende Verklaaringen alvoorens zoo veel doenlijk zullen worden gerecolleerd en Beeedigt. — Blankstein legdover een Den Boekhouder Peken„ Schriftuur van Antwoord gemunieerd met 2 bijlage, ene zo Blanksteen als gen: gem: van den Burger Jan Smit zoekt teffens dat heeden over het appel laatst: rechtdag wee„ Juriaansz: regt. „gens de rejectie der geproponeer„ Contra de Exeptio litisfinitie verzogt den Independent Fixaal door deezen raade mooge gedispo„ de E Achtb=e Heer Johan „neerd worden. — De Heer r: o:gerege. verzoekt Nicolaas Steeven van Lijn¬ daarop van het ingediend antwoorde den gede omme op desselvs Copia ten einden heeden over twee geExhibeerde Crimineelen weeken te dienen van replieq, zeggende, wijders met opzigt tot het Eijsch te zien dienen van door den reqt: verzogte appel te antwoord. — vermeenen dat het zelve behoorde te worden geweezen van de hand alzo het eene in regten bekende zaak is dat van Jnterlocutoire gewijsdens welke ten definitive zijn reparabel, gelijk in deezen de rejectie der boovengem: verre gezochte en allezints ongefundeerd geproponeerde keptio niet anders kan worden geconsidereert, vooral in Crimineele zaake geen appel zijn worden verleend. Dat ook aan den reep
English
petitioner, in case the aforesaid appeal is declined by this Council, no grievance whatsoever is inflicted, since at the decision in the principal case, if the petitioner should find himself aggrieved, there is abundant opportunity at hand to pursue the entire trial and thus also his aforesaid pretensed exception on appeal. Furthermore, that by granting the appeal, the petitioner would achieve precisely the goal and purpose for which he proposed the aforesaid exception and subsequently requested appeal thereof, since it is crystal clear that the petitioner has not the slightest semblance of grounds to sustain the aforesaid exception, other than because he finds himself unable to defend himself in a legally sustainable manner, or to demonstrate his complete innocence, to shelve the matter and, if possible, to drag it out ad infinitum. And that finally, in this regard, it ought to be taken into consideration that the defendant has not only attempted to surprise the Fiscal Office by departing from the constant practice and the manner of proceeding introduced here, summoning the officer to see service of the memorial and then, entirely unforeseen, bringing forth an exception which he ought to have proposed in his response, but that moreover, although the aforesaid exception was immediately found by this Council to be so futile and unfounded that their Honorable Worships made no difficulty in rejecting it immediately in accordance with law and equity, the defendant, if the appeal thereon were nevertheless granted to him, would still obtain from this altogether ridiculous exception that effect which he had intended solely to keep the case lingering and to dupe the judge. S. Blankstein, being representative for the petitioner in this matter, states in reply that he trusted that the Council, since this exception is peremptory, will grant the requested appeal. The Council, The Council, after deliberation on the matters, grants the petitioner Jan Smit Juriaansz. his requested appeal to the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle Batavia from the exception litis finitae rejected here on the last court day, wherefore the original documents that have served up to this point, having been collated by the Gentleman Commissioners of this court at the expense of the appellant in the presence of the parties, shall be transmitted to the aforementioned Honorable Worshipful Council, and in the meantime the proceedings in the principal case shall be held in stay until the aforesaid exception shall have been disposed of. This order having been read to the parties, the repeatedly mentioned Lord Independent Fiscal requested that, in order not to render the judgment in the definitive case illusory through the absence of the defendant Smit, the defendant, now petitioner, should therefore be placed in criminal custody, to remain there until the final decision of this case; or alternatively, that it may please the Council to postpone the collation of the documents until the trial in the principal case shall be completed, in order that, these proceedings having been adjudicated, the defendant, if he should find himself aggrieved, may simultaneously pursue the appeal both regarding his exception and the verdict in the principal case. S. Blankstein, for the petitioner, advances in reply that his principal still refers to the resolution of the Council whereby he was admitted to ordinary proceedings and permitted to appear by attorney, requesting at the same time that the documents may be collated immediately and transmitted to Batavia. The Council orders the petitioner Jan Smit Juriaansz. to provide sufficient bail before the collation of the documents, in the sum of six thousand rix-dollars, to present himself in court at all times when required, dismissing the further request of the officer. Hereafter, a request was further made by the repeatedly mentioned Lord Independent Fiscal that the documents might be left with the secretary of this Council, and the parties ordered to supply their evidence within 14 days, so that final justice may then be rendered upon the documents; since His Honor considered that in criminal cases, in which corporal punishment is demanded by the officer against the defendant to uphold the right of the Sovereign Authority, no bail can be posted, but the obtained conviction must be executed upon the person of the defendant. Which request having likewise been deliberated upon, the following ruling was granted thereon: The Council declares that it persists in its previous order. Furthermore, the Honorable Worshipful Lord President, who was of the opinion that the requested appeal should be dismissed and the trial in the principal case pursued here according to style and practice, had his opinion recorded in the minutes. Lastly, the Lord Independent Fiscal reported orally that His Honor, having inquired accurately into
Dutch transcription
101. reqt ingevalle het voorsz: appel bij deezen raade word ge„ declineert geen griet hoegenaamd word toegebragt daar er bij de decitie ten ps„o, zoo hij req=t zig mogt berwaard vinden overvloedige geleegentheid voor handen is om 't geheel proces en dus ook zijn voorz: poetense Exeptie in appel te kunnen procequeeren. - Dat voorts door het toe staan van appel de req=t Juijst het but en oogmerk waarom hij voorsz: Exeptie geproponeerd en wijders daar E van appel verzogt zoude bereiken naadien het dog zonne klaar Consteerd, dan den reqt geene de minste schijn van gronden heeft om de voorsz: Exeptie te soutineeren an„ „ders dan om dewijl hij zich buiten staat bevind om zig op eene in rechten bestaanbaare wijze te defendeeren, of zijn volkoomen onschuld aan te toonen, de zaak op de lange baan te schuiven, en waare het mogelijk in infinitum uit te reken: En dat eindelijk ten deezen in aanmerking behoorde te koomen dat hij ged„e niet alleen heeft getracht het officie Fiscaal te surpreneeren, door met afwijking vande Constan„ „te practijcq ende alhier geintroduceerde manier van prâ„ „cerdeeren, den officier te doen dagvaarden om te zien dienen van vertoog en als toen gehel imprevu Een Exeptie voor den dagte bren„ „gen welke hij ov antwoord hadde behooren te proponeeren, maar dat booven dien hoe zeer voorsz: Exeptie terstond bij deezen raade zoo fu„ „tiel en ongefundeerd is bevonden dat hun EE: Achtb=re geene swaa„ „righeid hadde gemaakt dezelve volgens recht en billijkheid stante spede te refecteeren de ged=e echter zoo wanneer hem het appel daar op wierd toegestaan dan noch van deeze allezints belachelijke Exeptie dat Effect, zoude erlangen welke hij zich alleen om de zaak sleepende te houden en den rechter te dupeeren daar meede heeft voorge „stad gehad. S Blankstein zijnde qq reqt. in deezen zegt daar¬ op dat hij vertrouwde dat de Raad dewijl deeze Exeptie peremp„ „toir is Het verzogte appel zal toestaan. — De Raad 102. De Raad naa overweeging van zaaken accordeerd den reqt. Jan Smit Juriaansz: zijn verzochte appel aan den E: Achtbe Raade van Justi¬ „tie des Casteels Batavia van de op laatstleeden Recht„ „dag alhier gerefecteerde Exeptio Litis finitie zul„ dende dus de tot hier toe gediend hebbende origineele stukken, door 't Heeren Gecomm:de Leeden deezer vierschaar ten kosten van den appellant in het bij weezen van parthijen geluangeliseerd zijnde aan welgem: F:E: Achtbe Raade worden overgezonden en immiddens de proceduure ten pp: worden gehou¬ „den in surcheance tot dat over de voorsz: Exeptie zal weezen gedisponeerd. Dit appoinctement parthijen voorgeleezen zijnde verzogte meerm Heer Independent Fiscaal dat om het gewijsde ten difiniti„ „ve niet illusoir te maaken door de absentie van ged=e Smit over zulx den gede tans reqt. gesteld zal worden in crimineele hegtenis, om aldaar tot de finaale decisie deezer zaak te verblijven; dan wel dat het van 's raads welbehaage zijn mooge de Euangelisatie der stukken uittestellen tot dat het proces ten popt zal zijn voldongen, ten einde deeze proceduure bevonnist zijnde den gede dan zoo hij zig bezwaard vinden mogt te gelijker tijd het appel zoo weegens zijne Exeptie als het vonnis ten ppp:l kan poursuireeren. — S Blantstein voor den reqt. advanceert hierop dat zij ppt zig als nog refereert aan het besluit des Raads waarby hij is ontfangen in een Ordinaris proces en geadmitteerd om te occu¬ „peeren bij procureur, verzoekende teffens dat de stukken ten eersten moogen geuangeliseerd en naa Batavia overgezonden worden. — D: Raad ordonneert den reqt. Jan Smit Juriaas voor 3 103 Juriaansz: voor het Evangeliseeren der stuk¬ „ken te stellen sufficiente Cautie om zich ten allen tijde des gerequireerd wordende in rechten te sisteeren ende zulx ter somma van ses Duijzend Rijxdaalders, wijzende het verder verzogte van den officier van de hand: Hier na wierd nog door meerm. heer Jndependent fiscaal verzoek ge„ „daan dat de stukken mogte worden gelaaten onder den secretaris dee„ zes raads en parthijen geordonneert om hunne dewijzen te sup„ pediteeren binnen 14 daagen ten eijnde als dan bij de stukken fina„ lijk recht kan worden gedaan; alzoo zijn Ed=e vermeende dat in Crimineele zaaken waar bij door den officier om het regt der Hooge Overigheid waar te neemen teegen der ged=e een Lijfstrat word geeijscht geen Cautie kan worden gesteld maar de geabti„ „neerde Condemnatie aan den perzoon van den ged=e moet worden geexecuteerd. — Over welk verzoek almeede gedelibereerd zijnde is daar op het volgende dispositief verleend. - De Raad verklaard bij haar voorig appoinc„ „tement te blijven persisteeren. — Hebbende voorts den E Achtbr. Heer president dewelke van gevoelen was, dat het verzochte appel zou worden van de hand geweezen en het pro„ „ies ten pp„r alhier naar stijl en practijcq ge„ poursuiveerd, desselvs advijs in de notulen doen aanteekenen. — Laatstelijk wierd door de Heer Independent fiscaal bij monde bericht gedaan, dat zijn E: zich naauwkeurig geinformeerd hebbende naa
English
104. regarding the reasons why the person of Philip Fredrik Wijland, about whom by resolution of this Table dated 24 December 1789 his consideration was requested here in the year 1788 or 1787 to have been placed on Robben Island, His Honour had not been able to learn anything certain about it. Wherefore it was resolved thereupon to inform the Right Honourable Lord Governor and the Honourable Council of Policy that, since it does not appear from the respective court rolls that in the year 1787 in respect of the conduct of the said Philip Fredrik Wijland or the reasons why he, as stated in his petition, was placed on Robben Island, anything was brought to the knowledge of the Council of Justice here, this Meeting is therefore unable to supply any elucidation in that regard to the Right Honourable Lord Governor and the Honourable Political Council. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower stood: In my presence, signed: W. J. v. Rijneveld, Secretary. Underneath stood: 105. Thursday the 18th of March 1790 In the forenoon, present the Honourable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members except the Honourable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden and Mr. Maasdorp due to indisposition. By the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, on account of the indisposition of the Independent Fiscal, a memorial was submitted regarding the burgher Pieter Heinkes, furnished with a report from the second court messenger Johannes de Wit, reading as follows: To the Right Honourable and Respected Lords President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Lijnden, that 106. that he, the memorialist, having been informed in February last that the burgher Pieter Heinkes was harboring on his estate situated behind the Rondebosch some runaway Mozambique slaves who had come ashore from a French ship, probably with the intention of keeping them for himself after the departure of the aforesaid ship and profiting thereby; to discover this, he sent to the place of him, Heinkes, the second court messenger Johannes de Wit, assisted by the underschout Hendrik Mattijssen. That the court messenger, having arrived at the place of the said Heinkes with the underschout and having questioned him whether there were five Mozambique slaves staying with him who had run away from their master, the said Heinkes at first attempted to deny this, but subsequently made a confession and pointed out the place where he had hidden the aforementioned slaves, from where they were also fetched by the underschout Mattijssen and subsequently transported towards the Cape, all as appears from the accompanying report of the court messenger. That the memorialist, having considered all circumstances according to the findings of the court messenger and the underschout, is of the opinion 107. that the aforementioned Pieter Heinkes has deliberately acted contrary to the repeated placards issued on the matter of runaway slaves, and moreover has made himself guilty of the crime of plagium. That the memorialist has therefore deemed that he should not remain idle, but on the contrary, to prevent irregularities, finds himself obliged to initiate criminal proceedings against Pieter Heinkes regarding the aforesaid matter and, so that he may not evade his deserved punishment, to have him taken into custody for that purpose. Reasons why the memorialist turns to Your Honours with the request that Your Honours may be pleased to grant him your decree to take the burgher Pieter Heinkes into apprehension in order to be able to proceed effectively thereafter. Which doing, etc. Was signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Exhibited in Court the 18th of March 108. March 1790. Which having been read, the Council, after consideration of matters, granted the memorialist the requested apprehension of the aforementioned burgher Pieter Heinkes. While, however, Mr. de Wet, who was of the opinion that only a civil arrest should be granted to the memorialist, had his opinion noted. After which, by the aforesaid Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, being qualified by the government to represent ex officio here the affairs of the Merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, another memorial was submitted, furnished with five annexures, reading the said memorial as follows: To the Right Honourable and Respected Lords President and 109. Shows with due respect the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, how in the month of May of the past year 1789, it was brought to the knowledge of him, the memorialist, by the field-cornet Jacobus Johannes Bosman that two slaves named April and Meij from Madagascar, belonging to the fellow burgher Wijnand du Plessis, had been caught by the burgher Willem Janse van Rensburg, with whom were found five wethers, together with a knapsack, coat, and knife of a certain shepherd of the aforesaid van Rensburg who had shortly before been murdered. Ex ratione officii, the memorialist, since he had also been informed by the field-cornet that the aforesaid two captured slaves had confessed that the shepherd had been in their company, sent them towards the Cape. and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope.
Dutch transcription
104. naa de reedenen waaromme den perzoon van Philip Fredrik Wijland, omtrend welke bij be¬ sluit deezer Tafel van den 24 december 1789 zijn 6e. Consideratie zijn gerequireerd alhier in het Jaa 1788 of 1787 op het robben Eiland zoude zijn ge„ plaatst geworden zijn E: daar omtrend niets zee „kers had kunnen gewaar worden. — Weshalven daarop goedgevonden is aan den welEd: gestre. Heer gouverneur en E: Achtbr Raade van Po „tie te berichten dat dewijl uit de respde gerechts rollen niet blijkt dat in den Jaare 17 8/7 ten opzig „te van het gehouden gedrag van gerepte Philip fredrik Wijland of de reedenen waarom hij zoo als bij zijn request werd opgegeeven ten robben Eilande zoude zijn geplaatst geworden iets ter Cognitie van den raade van Justitie alhier is gebragt deeze Vergadering overzulks buiten staat is gesteld om daaromtrend aan den Weledelen gestre. Heere gouverneur en E: Achtb=r politicquen Raade voor eenige ilucidatie te kunnen suppediteeren. Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut Supra /lager ( mij present /geteekend:/ WJ V Rijneveld Secret:s /:onderstond:/ 105 Donderdag den 18 Maart 1790 's Voordemiddags present de E AAchtbre Heer Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden demptis de E Achtbe Heer Jndependent Fiscaal Johan Nico¬ laas Steeven van Lijnden en den Heere Maas„ dorp bij indispositie. — Wierd door den adjunct fiscaal M=r Johan „nes Andreas Fruter, vermits indispositie van den Heer Jredependent fiscaal no„ „pens den burger Pieter Heinkes inge„ diend een vertoog gemunieerd met een relaas van den Zweeden gerechts Boode Johannes de wik luidende Dat vertoog als volgd. — Aan de welEdele en Act„ baare Heeren president en raaden van Justitie des Casteels de goede Hoop Pertoond: met gepasten Eerbied de JndeJen„ „dent Fiscaal deezes gouvernements Jo¬ han Nicolaas Steever van Lijnden P Dat 106. Dat hij 7:d: vertoonden en februarij Jongse geinformeerd zijnde geworden dat den Burge Pieter Heinkes op desselvs woonplaats geleegen agter heer 't ronde bosje eenige van een fransch schip aan land ge„ „koomen en opgedroste mosambiquesche slaven onderhie waarschijnlijk met oogmerk om naa het vertrek van voorsz schip dezelve voor zich te behouden, en daarmeede winst te doen; tot ontdekking hier van naa de plaats van hem Heinkes heeft gezond den tweede gerechts Roode Johannes de Wit gead¬ „sisteerd met den onderhout Hendrik Mattijssen Dat de gerechts Boode met den onderschout op de plaats van gem: Heinkes gekoomen zijnde en dan hem ondervraagd hebbende, of zich bij hem ook Vijf Morambiekse slaaven ophielden die van hunne lijfheer waaren weggeloopen hij Heinkes zulx eerst heeft trachten te ontkennen vervolgens dog tot Confessie is gekoomen en de plaatz heeft doen aanwijzen ^ daar hij de voor¬ noemde slaaven had verborgen en van waarde¬ „zelve ook door den onderschout Mattijssen zijn gehaald en vervolgens Caabwaards ge transporteerd alles blijkens neevensgaande Re¬ „laas van den Gerechts Boode. Dat de z: O: vertoonden alle omstan„ „digheeden volgens bevinding van den gerechts Boode en onderschout overwaagen hebbende, o: C: oordeel 107 oordeel is dat voorm:e Pieter Heinkes voor bedagtelijk teegen de interative op het stuk van opgedroote slaaven geEmaneerde plac„ craten heeft gehandelt; en zig daar en boa„ „ven aan het Crinen plagier heeft schul dig gemaakt Dat de z:o Vertoonder overzulx ge„ „meend heeft niet te moeten stille zit„ „ten maar inteegendeel ter voorkoominge van ongereegeltheeden zig genoodzaakt oordeld ter zaake voorsz: teegen pieter Heinkes Crimineele procedures te moeten en „tameeren en denzelven, op dat hij zijne Condi„ „gne strafte niet ontduike ten dien eijnde in hegten is te doen neemen. 23 Reedenen waarom de R: O: Vertoon„ der zich tot UE:E: Achtb=s is keerende met verzoek dat UEE Achtbaarens aan hem gelieven te verleenen derzelver decreet om den burger Pieter Heinkes te moogen neemen in apprehensie ten einde als dan Cum Effectu te kunnen pro„ „cedeeren. — /onderstond/ 't welk Doende &=a /was geteekend C: N: St: van Lijnden / in margine:/ Exhibitum in Judicio den 18 Maart E 108. Maart 1790. 5 Het welk geleezen zijnde heeft de Raad naa overweging van zaaken van De R: O: Vert=r de verzogte apprehensie op voorm: burger Pieter Heinkes verleend. Terwijl Echter den Heer de wet dewel¬ ke van gevoelen was om alleen een Civiel arrest aan den H:O: vertoonden te accor¬ deeren desselvs advijs heeft doen aantee„ „kenen. — Waar na door voornz: adjunct fiscaal Mr. Johannes Andreas Pruter als zijnde door de regeering gequalificeerd omde zaa„ „ken van den koopman en Landedoost der Colonien Callenbosch en Praakenstein allhier officie weegen waar te neemen nog indiend een vertoog gemunieerd met vijf bijlaagen luidende het zelve vertoog als volgd Aan de WelEdele en Acht baare Heeren presiden en 109. Vertoond met gepasten Eerbied de Land= drost van Stellenbooch en Draken„ stem Hendrik Lodewijk Betterman Hoe in de maand meij des gepasseerden Jaars 1729 aan hem vert: door den veld= wagtmeester Jacobus Johannes Benaar ter kennisse gebragt zijnde dat door den burgen willem Janse van Rensburg twee slaaven in naamen April en meij van Madagascar toebehoorende aan den meede bur„ „ger wijnand du fleacis waaren opgevangen geworden bij welke men vijf hamels benee„ „vens een knapzak Rok en mes van zee„ „keren kort bevoorens vermoorden scha„ „pen wagter van voorschreeve van Rensburg had gevonden de ratione offi„ „cie vertoonder aangezien hij door den veld„ „wagmeester meede was onderricht geworden dat voorn: twee gevangene slaaven bekend hadden dat de schaape wagten in hun gezels¬ schap was geweest denzelven Caabwaards heeft en raaden van Justitie. des Casteels de goede Hoop den
English
had them transported, in order to investigate judicially whether it might be possible to convict them of committing the murder, and especially since the hat of the aforementioned shepherd was also found in the hole where they had stayed. That the officer prosecuting presents that, after apprehending these two slaves, he endeavored as much as possible to elucidate the matter, and to that end also obtained a private post-mortem inquest signed by the aforementioned field-cornet and three witnesses, together with a secretarial declaration by the owner of the herdsman, the burgher W. I. van Rensburg, on the basis of which documents the officer prosecuting framed, with respect to each prisoner in particular, such interrogatories and presented the same to them to answer as he judged to be most suitable for the discovery of the truth; Yet, that from the responses to the same interrogatories, it has not appeared to the officer prosecuting that the prisoners April and Maij made themselves guilty of the murder of the aforementioned shepherd, and for that reason could be presented to your Honors for the purpose of obtaining the ordinary or extraordinary punishment appointed thereto. That, it is true, several indications and presumptions militate against the prisoners, but that these are of such a nature that, even combined, they do not provide sufficient grounds to conclude to torture, and thereby to extort ex ore reorum the confession of an unproven crime. That, nevertheless, the officer prosecuting, in view of the aforementioned indications and presumptions, could not bring himself to desist entirely from his already initiated proceedings, but on the contrary, as a good officer of justice, considers himself obliged to conduct further investigation concerning the matter in question, so that such enormous crimes may not be committed with impunity; while the officer prosecuting, on the other hand, under correction, is of the opinion that, since he does not yet see the opportunity arise for the further discovery of the truth, it would be unjust to withhold the aforementioned prisoners from their lawful owner so long as it has not been established that the crime was committed by them, and without complete proof to deprive someone of his property. Reasons why the officer prosecuting turns to your Honors, and submits to your respectful consideration, whether your Honors might not see fit to restore the aforementioned April and Maij to their master, the aforementioned Wijnand du Plessis, after they have first been riveted in irons by your Honors for the period of two consecutive years, with the recommendation to ensure as far as possible that the same slaves, if required for the continuation of the proceedings already begun, may at all times be produced before your Honors; leaving it nevertheless to the enlightened judgment of your Honors to prescribe such other measures as you shall judge most suitable according to the nature of the case. (Below stood:) Which doing, etc. (Was signed:) J. A. Truter, in his capacity. (In the margin:) Exhibited in court on 12 March 1790. Which documents having been read and deliberated upon, the Council, agreeing to the proposal made in the aforementioned memorial, qualified the officer prosecuting to restore the slaves April and Meij to their master, the burgher Wijnand du Plessis, with the recommendation to take care, as far as will be possible, that the same, if required for the continuation of the proceedings already begun, may at all times be produced before this Council; the aforementioned slaves April and Maij shall, however, provisionally and without specification of time, be riveted in irons. Furthermore, it was orally made known by the aforementioned adjunct fiscal, in his aforementioned capacity, that on 18 April of the past year 1789, the widow of the late burgher Martinus Melk sent to the prison at Stellenbosch, and there delivered, a certain slave youth calling himself Mozes of Mallabaar, belonging to the burgher Jan Rensburg at Graaff-Reinet, who had been captured by the slaves of the said widow near her farm; that the said landdrost had since repeatedly sent written reports thereof by the messenger to the said Rensburg, and most recently in the month of December last to the burgher Johannes Scheepers, who declared himself to be the closest neighbor of the said Rensburg and that he would be at his farm within a month, and who was requested, as he also undertook to do, to bring this to the attention of the said Rensburg, without, notwithstanding all this, the said slave having been redeemed up to this day, either by the aforementioned Rensburg himself or by anyone else on his behalf. The repeatedly mentioned adjunct fiscal requested that, in order to prevent further expenses, the said slave Mozes of Mallabaar might, by order of this Council, be sold publicly, and the proceeds of the sale, after deduction and settlement of the expenses, be paid over to the repeatedly mentioned Rensburg. In which request the Council, after deliberation on the matter, condescended, and thus granted authorization to the secretary of this meeting for the sale of the often-mentioned slave Mozes. Lastly, the following petition was submitted by the merchant in the service of the Honorable Company, Mr. Jacob Pieter de Neijs: To the Honorable, the Worshipful Johannes Isaak Rhenius, Senior Merchant in the service of the Honorable Company and President, together with the further Honorable Members of the Worshipful Council of Justice of this government. The undersigned merchant in the service of the Honorable Company, Mr. Jacob Pieter de Neijs, has the honor hereby to inform your Honors: Honorable and Worshipful Sirs, That
Dutch transcription
doen Transporteeren, ten einde rechterlijk te onderzoeken of er mogelijk zoude zijn hen van 't begaan der moord te overtuij gen e voor al daar in het gat waar in zij zig hadden opgehouden ook de hoed van voorsz: schaape wagter was gevonden. — Dat de r:O: vertoond en naa het apprehendeeren van deeze twee slaaven zig zoo veel moogelijk omtrend het heyt heeft tragten te elicdeeren en ten dien eijnde ook heeft bekoomen een on derhandsche schou acte door den voorm: vel wachtmeester en drie getuijgen onderteekend be neevens een secretarieele verklaaring van den Eijgenaar des vee wagters de Burger W:I: van Rensburg opgrond van welke documenten de r: O: vert: ten opzichte van ieder gevangen en het bijzonder zoodaanige Jnterrogatorie ge„ formeerd en aan dezelve ter verantwoording voorgesteld heeft als hij ter ondekking der waarheid meest geschikt oordeelde te zijn, Dan dat uit de responsive op dezelve intterrogato ig aan den R: d„e vert:r niet is gebleeken dat de gevangene April en maij zig aan het ver„ „maarden van den schaapwagter voornoemd heb¬ „ben schuldig gemaakt en uit dien hoofde ter 418. erlanging 111. Erlanging van de daartoe staande ordinaire of Extra ordinaire schaffe aan uEE Achtb:„ kunnen worden voorgesteld. Dat wel is waar ten lasten van den gevangenen verscheidene indicien en presumptien militee„ rent dog dat dezelve van dien aart zijn dat zij zelvs geconfungeerd geene genoegzaame grond uitleeveren omme ad forturam te Conclu„ „deeren en daar door de confessie van een niet beweezen misdaat exore reorum te oxtorquee„ ren. Dat eevenwelden & O: vert: uit aan „merking der voorsz: Jndicien en presump„ tien, van zich niet heeft kunnen verkrij„ „gen geheel te desisteeren van zijn reeds begon„ nen proceduure maar zich inteegendeel als een goed officier den Justitie genoodzaakt oordeeld omtrend de zaake inquestie naader onderzoek te doen ten eijnde dergelijke en orme misdaaden niet straffeloos moogen werden gepleegd Terwijl de R:O Vert:s van den anderen kant onder verbeete„ „ring van oordeel is dat het daar hij als nogter naadere ontdekking der waarheid de geleegentheid niet gebooren ziet, onbillik zoude zin voorn: gevangene zoo lange niet is Constateerd dat de misdaad door den zelven is bedreeven aan hun„ „ne wettigen Eijgenaar te onthouden en zonder vol„ koomen 3 112. koomen bewijs iemand van het zijn te berooven. — Reedenen waaromme de r:o: vert:n zich tot U„ EE Achtbe is keerende met en aan denzelven in Eerbiedige Consideratie geeft, of UEE: Achtb niet zoude kunnen goedvinden om voormd April en maij naa alvoorens door uEE Achtbr voor den tijd van twee agter een volgende Jaaren in de ijzers te zijn geklonken aan derzelven Lijfheer voorsz: wijnand du plessis te restitueeren, met recommandatie van zoo veel moogelijk zal zijn te zorgen dat dezelve slaaven des gerequireerd wor dende ter vervolging van de reeds begonnen proce¬ dures ten allen sijde voor UEE Achtbr kunnen wor „den gesisteerd. — laatende de r:d: Vert:r nogta„ aan het verlichten oordeel van UEE Achtb=r over zoodaanige andere medures voor te schrij„ „ven als dezelve naar den aart der zaaken meed geschikt zullen oordeelen /onderstond / 't welk Doende &a (was geteekend /: J: A:s Fruter qq /in margine:/ Exhibitum in Judicio den 12 Maart 1790. — Welke stukken. geleezen en daar over gedelibereerd zijnde heeft de Raad agreerende de bij het voor„ vertoog gedaane propositie, den r:O: vertr gequa„ lificeerd om de slaaven april & meij aan hunnen Zijlder 1 113. hunnen Lijfheer den burger wijnand du Plessies te restitueeren met recom¬ „„mandatie, van zoo veel moogelijk zal zijn zorg te draagen dat dezelve des ge„ requireerd wordende ter vervolgeng van de reede begonnen procedures, ten allen sijde voor deeze raade kunnen worden gesisteerd; zullende meerm: slaafen april en maij echter sonder bepaaling van zeijd Pro„ visioneelijk worden in de rijzersgeklon¬ ken. Wijders weerd door voorzz: adjunct fiscaal in zijn eevengem: qualiteijt bij monde te kennen gegeeven dat op den 18 april des gepasseerden Jaars 1789 door de weed=r van wijlen den Burger Mar„ thinus Melk naar het gevangen huis te stellenbosch gezonden en aldaar overge„ „leeverd zijnde zeekeren door de slaaven van gem: Weduwe omtrend haare plaats gevangen genoomen slaaven Jonge zig noemende Mozes van Mallabaar en aan den burger Jan Rensburg te grafe Reijnest toebehoorende; - gem: Land=drort zeedert tot herhaalde, 114. herhaalde reizen door den boode aan gem: rensburg daar van schriftelijk rapport had doen geeven en Laatstelyk nog in de maand December Jongstl:e aan den burger Johannes Scheepers de welke declareerde de naaste buur van ged=e rensburg te weezen en binnen een maand op derselvs plaats te zullen zijn en persoon verzogt zoo als denzel¬ ven zulx ook had aangenoomen het een en an¬ der aan gem: rinsburg ter kennisse te bren¬ „gen zonder dat des alles niet teegenstaande gem: slaat door voorschreeven rensburg zelvs nog door een anderen zijnenk weegen tot heeden toewas gelost geworden. — verzoe„ „kende meermelde adjunct Fiscaal, Dat ter voorkoominge van verdere kosten gerepte slaaveMozes van Mallabaar, ter ordre Dee„ zes raads publicquelijk mogt worden ver„ kogt en de vendu penns naa aftrek en vol„ Doening der kosten aan meerm. Rhem burg afgegeeven. — In welk verzoek de Raad naa over¬ weeging van zaaken heeft gecondescendeert en dus op den secretaris deezer vergadering „tot ƒ 115 tot den verkoop van dukgem: slaap Mozes qualificatie verleend. Laatstelijk is door den koopman in dienst der E Comp:e de Heer Jacob Pieter de Neijs ingediend het volgende request Aan den wel Edelen Achtb=e Heer Johannes Isaak Rhenius opper„ koopman ten dienst der E: Comp=e mitsgaders praesident beneevens de verdere Heeren Leeden van den Achtbr Raad van Justitie deezes gouver„ „nements. Den ondergeteekende koopman in dienst der E: Comp:e Mr. Jacob Pieter Deneijs heeft de Eere uwelEde Achtbr en E: bij deezen teken„ „nen te geeven. c WelEdele Achtbaare Heere en Heeren Dat