Inventory 10989
Cape · 538 pages · 99 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
453. the Honorable Plaintiff's claim made and conclusion taken against the defendant dismissed, and nevertheless condemns the defendant Johan Philip Snegelsbergen in the costs incurred in this matter. And finally taken in hand the request submitted on behalf of the Independent Fiscal at the session of 16 September last to this Council, and now read around together with the documents and muniments belonging thereto, presented by the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakensteijn to the Right Honorable Governor and Respected Council of Policy here, regarding the burgher Bernhardus de Vaal, concerning which a request was made on behalf of the said Independent Fiscal that it might please the Council to take such satisfactory measures with respect to the aforementioned Landdrost and Heemraden as it should judge proper after the examination of matters. Thus the Council, as now, upon careful 454. careful examination and consideration of all that deserved reflection, found and thereby declared, as Their Honorable Worships declare by these presents, that in the expressions used by the aforementioned burgher Bernhardus de Vaal, about which the Landdrost and Heemraden complained in their aforesaid request, no insult to the thought of the Board is contained, and the mentioned De Vaal can therefore not be considered to have thereby inflicted any injury, scorn, or disparagement upon the Landdrost and Heemraden aforementioned. Of which declaration of the Council knowledge shall be given by extract to the Independent Fiscal in order to be able to furnish the same to the Landdrost and Heemraden aforementioned to serve 455. to serve for their discharge. The Honorable President, who was of the opinion that De Vaal ought to be enjoined to appear before the full Board of Landdrost and Heemraden at Stellenbosch and there declare that in using the expressions with respect to the judgment of the Landdrost and Heemraden aforementioned he had no intention to scorn or offend that Board; And Mr. Mappa, who advised that De Vaal should be ordered to beg pardon in this Council in the presence of two Heemraden of Stellenbosch for his free expressions, with condemnation of him, De Vaal, 456. in the costs, have had their notes recorded in the minutes. Underneath stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence: Was signed: W. J. van Rijneveld, Secretary. 457. Tuesday, 30 November 1790 Forenoon Extraordinary Meeting Present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden and Messrs. Rouwenkamp and Mappa, the first two by indisposition and the last-mentioned due to occupation. The Adjunct Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, qualified by virtue of office to conduct the affairs of the Merchant and Landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, Plaintiff in a criminal case on the one side, against The burgher Albert Nel, defendant in person on the other side, to purge his first default, and further regarding a certain assault committed on his wife, Christina Helena van Wijk, who died three days thereafter, to hear such claim and conclusion of request or requests as The defendant, to purge his default, says that upon the received summons he rode from his farm in due time, intending to be present here also on the 11th of this month of November, but that because his horse had become faint on the way, he was thus unable to appear at the appointed time; having however arrived at the Cape three days thereafter, or on the 14th of this month, and remained here until today. The said Plaintiff says he has nothing to bring forward against this purge. The Council accepts the purge of the default, provided the effect thereof remains, and the defendant reimbursing the costs. The said Plaintiff, before making his claim, requests that the defendant may be ordered to answer such interrogatories as shall be put to him before Commissioners. The defendant says in response thereto that he is prepared to answer interrogatories. 458. by 459. by the said Plaintiff shall be made and taken against the defendant, to answer thereto, and further to proceed according to law. The Council orders the defendant in person to answer before Commissioners, Members of this court, to such interrogatories as shall be put to him on behalf of the said Plaintiff. Whereafter were brought to the table the claim, documents, etc., submitted by the Independent Fiscal on the last court day against the widow of Sebastiaan Richard regarding committed fraud, and then held in advice for the re-reading and swearing of the depositions; which documents now, since the same depositions have in the meantime been properly confirmed by oath, having been deliberated upon, The Council, administering justice in the Name 460. in the Name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the defendant, widow of the late Sebastiaan Richard, to the fine established by the placcaat of one thousand guilders in Indian valuation, with costs. Underneath stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: In my presence: Signed: W. J. van Rijneveld, Secretary.
Dutch transcription
453. den Heer E:d: Eiss:r zijnen op ende Jeegens den ged=e gedaane Eisch en genoomene Conclusie ont„ „zegt en Condemneert echter den ged„e Johan Phi„ „lip Snegelsbergen in de kosten ter deezer zaake gevallen. En laatstelijk bij der hand genoomen zijnde het van weegens den Heer Jndependent fiscaal ter „sessie van den 16 september Jongstl: in deeze raade overgelegd en thans neevens de daar toe gehooren„ de stukken en munimenten rondgeleezen re„ quast door Landedrost en Heemraaden van Stel¬ lenbosch en Drakensteijn aan den welEdelen gestrengen Heere Gouverneur en beAchtsen raa„ „de van politie alhier, noopens den burger Btern„ „hardus de vaal gepresenteerd waaromtrend van weegens welgem: Heere Jndespendent fiscaal verzoek is gedaan, dat het van 's raads wel„ behaagen mogte zijn ten opzichte van Land= „drost en Heemraaden voorm: zoodanige satis„ factoire mesures te neemen, als dezelve na be„ „vindig van zaaken zoude oordeelen te behooren.- zoo heeft de Raad als nú, bij naauw¬ keurige 454. keurige examinatie en overweeging van al 't gunt reflectie verdiende, bevonden en mits dien gedeclareerd, gelijk Hun EE: Achtb declareeren bij deeze, dat in de gebeezigde Expressien van voormelde burger Bern hardus de vaal waar ovor zulh Land drart en Heemraaden bij hun voorsz: res¬ quest be###en, geene Injurie voor het gedagte Collegie geleegen is en gerepte de vaal dus niet kan geconsideneert worden daer daar aan Lan de drost en Heemnaa¬ den voormeld eenige Lasie koon of dwaard te hebben toegebragt. Zullende van deezen declara¬ tie des raads aan den Heer Independent Fiscaal bij extract kennis worden gegeeven ten einde het zelve te kun¬ nen suppediteeren aan Land Drost en Heemraaden voormeld om te die„ nen 455 nen ter hunner decharge. Hebbende de E Achtbe. Heer Presi¬ „dent dewelke van sentiment was dat de vaal behoorde te worden geinsungeerd om te verschijnen in het volle College van Land=drost en Heemraaden aan stel„ lenbosch en aldaar te declareeren, dat hij met het bezigen der Expressien ten opzichte van het vonnis van Lande drost en Heemraaden voormeld geene intentie hebbe gehad dat College te hoonen of te beleedigen. En den Heere Mappa dewelke adviseerde dat de Taal zoude worden geordonneert omin deezen raade ten overstaan van Twee Heemraaden van stellen¬ bosch weegens zijne vrije uitdruk kingen Excus te verzoeken, met Condemnatie van hem de zaal en „ . „ 456. in de kooten. Derzelver nota in de notulen doen aanteekenen. — /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et annaut supra Clager /Mij present: /: was geteekend:/ W J Rijneveld Leires„s 457 Dingsdag den 30 November 1790 'S voordemiddags Extra ordinaire vergadering Present den E: Achtbe. Heer Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden demp¬ tis den Heer Jndependent fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden en de Hee „ren Röunenkamp en Mappa, de beide eerste bij indispositie en de laatstgemel„ „de bij accupatie. Den adjunct Fiscaal de ged=en tot Jurge van zijnde fault zegt dat hij ter Mr. Johannes andreas behoorlijker tijd op de ontfan„ Duiter als in officie gene dagvaarding van zijn plaats ijnde gereeden, gemeend had alhier gequalificeert zijnde ook op den 11' deezer maand Novem„ tot het waarneemen er present te zijn edag dat door zijn paard opwech was flaauw der zaaken van den worden hij dus op de bepaalde koopman en Land„ tijd niet had kunnen Compareeren; Grast der Colonien zijnde echter drie daagen daar naa, ofte op den 14 deezer aande koap gekoomen en tot heeden toe stellenbosch en alhier Drakensteig E Drakenstein de Heer Hen¬ de 2: d: Eijsr:s zegd teen drik Lodewijk Bletter„ gens deeze Jurge niet te man Eisscher in Cascri„ hebben in te brengen. „mineel ter eenre De raad accepteerd op en Jeegens de parge van 't default mits blijvende het Ef„ Den burger Albert Nel „tect van dien en refun„ gede in persoon ter ans „deerende den ged:e de kos„ dere zijde omme zijn eer„ ste default te pargeeren de 2: de Eisscher ten Japh al„ voorens Eijsch te doen verzoekt en als noch weegens zeeke¬ dat de ged=e mooge worden ge„ condemneert om te antwoorden re mishandeling aan zijn op zoodaanige interrogatarien huisvrouw Christina als hem vaar Heeren gecomm. Helena van Wijk, wel„ zullen worden voorgehouden de gede zegt daarop tot ke drie daagen daagen het antwoorde op interraga„ daar naa is koomens te „tarien bereid te zijn: — overlyden, gepleegd te aan hooren zoodaanige Eisch en Concluzie van wel versoek of verzoeken als alhier verbleeven 458. door „ten 459. door den z: d: Eissr. teegens de ged=e, zal worden gedaan en ge„ „noomen daar op te antwoorden en voorts te prrcedeeren als naa rech„ „ten. De raad ordonneert den ged:e in persoon om voor Heere gecomm:n Leeden deeser vier„ schaar te antwoorden op zoodaanige Inter„ rogatorie als hen van weegens den 7=o d= Eijs„ „scher zullen worden voorgehouden. — Waarnaa ter tatel wierden gebragt de Eisch documenten &:a door den Heer Jnde pen„ dent Fiscaal Hl: rechtdag op en Jeegens de wede. Abactiaan Richard in Jamvan gepleegde fraude ingedeend en als toen tot het recolleeren en beeedigen der verklaarin„ gen in advijs gehouden; om welke stukken thans, vermits dezelve verklaaringen intusschen naa behooren met Eede zijn gesterkt geworden gedelibereert zijnde Heeft de Raad Recht doende uit Naam 460. uit Naam en van weegens de Hoog Moo¬ gende Heeren Staaten generaal der verzaa nigde Neederlanden de ged=ne wedl wijlen Sebastiaan Richard gecondemneert in de bij 't placcaat gestatueerde laete van Een Duijzend guldens ind=o val== met de kosten /onderstond:/ Aan Caba de goede Hoop die Aanna uit su¬ pra /lager:/ mij present /geteekend/ W Jstzijne= „veld Lecrett
English
461. Thursday the 9th of December 1790 Versus the Lord Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, of the one part, and the underboss of the Honourable Company's post the Schuur, Johan Philip Snegelsbergen, of the other part; the first mentioned having acted as plaintiff, ex officio, and the latter as defendant and respondent, summoned before the court in order to hear judgment pronounced upon the documents and muniments produced by them mutually in court. The Council, having read with attention and resumed all the documents produced by the parties in court, the secretary of this Council Willem Stephanus van Ryneveld, having acted ex officio, 462. submitted, as well as considered that which was pertinent to the case and could move Their Honours, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, denies the Honourable Plaintiff his claim and aforementioned conclusion made upon and against the defendant, but nevertheless condemns the defendant, Johan Philip Snegelsbergen, in the costs incurred in this case. Thus done and adjudicated at Cape of Good Hope the 22nd of December 1790, and pronounced on the 9th of the following month of December. Signed: Rhenius, H. Ronnenkamp, Joh.s Smuts, S. v. Echten, J. H. Meijer, Mappa, R. J. v. d. Riet, A.m Fleck, H. A. Truter. Lower: present to me, and signed: Ryneveld, Secretary. The secretary of this Council Willem Stephanus van Ryneveld, having acted ex officio. Versus the Lord Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steven van Lynden, of the one part, and the widow of the late citizen Sebastiaan Zychard, of the other part; the first mentioned having acted as plaintiff, ex officio, in the case of committed fraud, and the latter in the same case having acted as defendant, summoned herein to hear judgment pronounced upon the documents produced by them in court and further brought forward. The Council, having read with attention the written claim and conclusion, alongside the documents annexed thereto, exhibited in court by the Lord Independent Plaintiff, and considered that which was brought forward on both sides by the defendant for her exoneration; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty 463. Lords 464. States General of the United Netherlands, condemns the defendant to the payment of the fine determined by the ordinance of one thousand guilders, with the costs. Below: Thus done and adjudicated at Cape of Good Hope the 30th of November 1790, and pronounced on the 9th of the following month of December. Signed: J. Rhenius, Ronnenkamp, Joh.s Smuts, W. v. Echten, G. H. Meijer, Mappa, R. v. d. Riet, A.m Fleck, H. A. Truter. Lower: present to me. Signed: W. S. v. Ryneveld, Secretary. 465. The summoned party serves with an answer: the former bookkeeper, Senior Menso Blankstein, as general proxy of the Lieutenant of the Burgher Cavalry, the Manhafte Johannes Paulus Eksteen, plaintiff, whereof the Deputy Fiscal, Master Johannes Andreas Sauter, requests a copy, in order to reply thereto or else renounce in writing, fourteen days from today. The same day. Versus the Honourable Lord Independent Fiscal, Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio, summoned to see an answer served upon his submitted written claim. The Council: granted. The Deputy Fiscal, Master Johannes Andreas Sauter, produces a writing of reproches on behalf of the Honourable Lord Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio, plaintiff, versus the Junior Merchant of the Honourable Company, Johan Fredrik Kirsten, summoned to see reproches served upon his submitted writing of duplication. The bookkeeper, Senior Jacobus Kirsten, as general proxy of the summoned party, says that his principal is ill and is in the outer districts, and thus requests a copy of the submitted documents, as well as, on the grounds aforesaid, a term of four weeks to then serve with salvation. The ex officio plaintiff advances in response that this request is contrary to the resolution of this Council whereby the terms are fixed at two weeks, and requests therefore that the summoned party only be granted such a term, as it is always open to him, if his principal is not recovered nor back at the Cape, to request an extension of time. The Council grants the summoned party the requested copy, in order to serve with salvation two weeks from today. The Captain Auditor Gabriel Exter, for the ex officio plaintiff, versus the Captain Lieutenant at Sea of the Honourable Company, Jan Breugeman, summoned to see a reply served upon his submitted answer, or else to hear a renunciation thereof, says he renounces further productions, and only submits for the consideration of the Council a letter written to the defendant by a certain assistant master, The aforementioned Honourable Lord Fiscal, ex officio, plaintiff, Versus 466. requesting
Dutch transcription
461. Donderdag den 9 december 1790 Contra den Heer Jndependent Fiscaal dee„ „zes gouvernements Johan Nicolaas Hteeven van Lijnden ter eenre en den onderbaas van 's E Comp„s poot de schuur Johan Philip Sne¬ „gelsbergen ter andere zijde de eerst„ „gem:e als Eijsscher r: O: en de Laat„ ste voor ged=e en verweerder gea„ „geerd hebbende gereg:s omme opder„ „zelver over en weeder in Judicio geproduceerde stukken en mu„ „nimenten, vornis te hooren pronun„ tieeren — De raad met attentie hebbende geleezen en geresu„ „meerd alle de stukken door parthijen en Judicio de secretaris deezes raads willem Ste phanus van Rijneveld amptoh: reqt overgelegdn 462. overgelegd, mitsgaders gelet op 't gunt ter zaake was dienende, en Han EE: Achtb=en konde doen moveeren, Recht doende uit naam en van weegens de Hoog Moogen „de Heeren Staaten generaal der VerEenigde Needer„ „banden ontzegt, den Heer E:A: Eijsscher zijnen op en Jeegens den gedh gedaanen Eijsch en genoeme„ „te Conclusie, en Condemneert echter den gedaagen „de Johan Philip Snegelsbergen in de kosten ter deezer zaake gevallen; — Aldus gedaan en gevonnist aan Cabo de Goe„ de Hoop den 22 Devember 1790 mitsgaders gepronuntieerd den 9der daar aan volgende maand December /was geteekend/ Rhenius H Ronnenkamp, Joh:s Smuts, SE. Echter J He Meijer Maspa AzD Riet A=m Kleck Rit: Fruter /lager:/ mij precent /: en geteekend:/ Rijneveld Secret. De secretaris deezes taadj Willem ephanu van Rijneveld amst„ halven regt. Contra den Heer Independent fis¬ „caal alhier Johan Nicolaas steeven van Lijnden ter een „re, en de wede wijlens den burt„ ger Cebastiaan Zijchard ter ande„ ne zijde de Eerstgem: als Eyps:r E: O: in Cas van gepleegde fraude, en de laatste in hetzelve Cas naar gedaagdesse geageerd hebbende, ten deezen gerequireerdens om of derzel¬ roer en Judicio geproduceerde, stuk„ kent en verder voortgebrachte vons„ nis te hooren pronuntieeren. De Raad met ottentie hebbende geleezen den schriftelij„ „ken Eijsch en Conclusie, neevens de daarbij geannexeerde documenten, door den Heer J: d:e Eijsscher in Judicio gehi„ hibeerd, en overwoogen 't gunt door de ged=te ter haaren verontschuldiging hinc in de is voortgebragt recht Doende uit naam en van weegens de Hoog Mat¬ 463. „gende 464. gende Heeren staaten generaal der vereenigde Nee„ derlanden, Condemneert de gedaagdesse tot betaaling der bij 't placcaat vastgestelde boete van Een Duijzend gulden met de kosten. - /onderstand:/ Aldus gedaan en gevonnist aan Cabo de goede Hoop den 30 November 1790 mitsgaders gepronung„ „tieerd den 9„e der daar aan volgende maand Decem„ „ber /was geteekend:/ I: Rhenius Honnenkamp Joh. s Smuts, WVEchten, G H: Meijer, Mappa; R Oshier A=m Fleck, H AFruter, /lager/ mij present: / was ge„ „teekend:/ W J V Rijneveld Secret„s. - 465. de ge req:t dient van antwoord den oud Boekhouder S=n Menso Blankstein, als generaale ge„ Waar van den adj=t Fijacaal 1machtigde van den Lieute„ Mr Johannes andreas Sauter, „ant der burger Cavallerije de verzoekt Copia, ten einde daar Manh. e Johannes Paulus Ek„ op heeden over 14 daagen te re„ Heen regt „pliceeren dan wel te renuntieeren en scriftis. — bodem Die. Contra den E Achtb=e Heer Jndependent fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden R:O: geregt. omme op desselvs ingediende schriftelij„ „ke eisch te zien dienen van antwoord. De Raad fiat. — derdJ=r fiscaal M:r Joh: Ans„o den E Achtb=re Heer Jndependent zaijter produceert een schrif„ fiscaal deezes gouvernements so„ „tuur van reproctie han Nicolaas Steeven van Lijn den 2: o: regt den boekhouder S:r Jacobus kinsten als gen: gem: van den Contra den onderkoopman der E Comp=e gereqt Johan - geregt. zegt, dat zijn perp=t. ziek Johan Fredrik Kirsten gereg is en zich in de buiten distric„ omme op zijn ingediend schriftuar „ten bevind, en verzoekt dus Copie der ingediende stukken van duplicq te zien dienen van mitsgaders uit hoofde voordz: reprochens. — termijn van vier weeken om als dan te dienen van salvatie de R:O: reqt. advanceert daarop, dat dit verzoek strijdig is met het besluit deezes raads waarbij de termijn op twee weeken zijn vastge„ steld, en verzoekt mits dien, dat den geregh alleenlijk een zoodanig tertuy mag worden vergund daar het hem altoos vrij staat om wanneer zijn pp„l niet hersteld nog weeder aan de kaap is atterminatie te vragen De raad verleend den gereq=tn de verzogte Copie ten einde heeden over twee weeken te die„ nen van salvatie den Capitain Lieutenant ter den Capitain auditeur gabri„ zee der E: Compe Jan Breugeman „el Exter voor den 2: d: reg=t an zegt te renuntieeren van verde„ „re productien, en legt alleenlijk gereq=ln omme op derselvs ingediend ant„ woord te zien dienen van replicq tot speculatie der raads over een brief door zeekere wederkos„ „tert aan den ged:e geschreeven dan wel te hooren renuntieeren Welgem: E Achtbe. Heer Discaal 2: O: reg=t Contra 466. verzoekende van ƒ e
English
467 requesting furthermore that the council also, concerning further productions, that the council also please pay regard to the report of the commissioners who have officiated to examine one Frans Louw, appearing in the proceedings. The assistant Willem Kolver, as representative of the defendant, requests a copy of the submitted missive, in order to file a rejoinder two weeks from today. The plaintiff, having at first answered the question of the honorable president whether the submitted missive would serve as a reply, that it could if necessary be considered as such; requests nevertheless thereafter that since he renounces further productions, no copy might be granted to the defendant to file a rejoinder, as it is an incongruity to nevertheless file a rejoinder when there is no reply. The defendant persists in his request, maintaining that to him as the defendant belongs the last word, and that if his request were refused, this privilege would then have been granted to the plaintiff, declaring moreover that he cannot renounce at present. The Council grants the defendant a copy of the submitted missive in order to serve a rejoinder thereto two weeks from today. The Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, plaintiff, against brandy lessee Daniel Hugo, defendant, to hear oral demand and conclusion for a fine of one thousand guilders Indian valuation on account and by reason that the defendant, against the express letter of the lease conditions of the brandy lease, without consent of the Honorable Council of Policy, has associated with the general lessee Jacobus Johannes van den Bergh, and thus has made a partial cession of the prerogatives granted to him alone for a fourth part according to his lease condition, to answer thereto on the pending roll and further proceed according to law. The aforesaid Deputy Fiscal Walter Johannes Andreas Sauter, for the plaintiff, produces an extract from the conditions and terms of the lease of the brandies for a fourth part, wherein it is stipulated: "That all lessees jointly and each of them in particular remain interdicted and forbidden from transferring their assumed leases to someone else or giving cession of their right, by contract or privately under whatever title or pretext it might be, without prior obtained permission from the Honorable Governor and Honorable Council of Policy, on pain, if doing otherwise, of being punished as smugglers according to the tenor of the prevailing plaque." Along with a report of the court messenger, dated 2 December 1790. And on these two documents, making oral demand, says that since it appears from this that the defendant has, against the aforesaid lease conditions, seen fit to cede a portion of his lease to the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, he, the plaintiff, therefore concluded that the defendant shall be condemned to the fine of 1000 florins Indian valuation established thereon by the plaque, with costs. The former secretary of the colony of Swellendam, M. Blankstein, as representative of the defendant, submits against this the following statement on the roll: Honorable Gentlemen, The defendant appearing in court also says how he now sees himself, with the utmost 468 469 astonishment, summoned by the Honorable Independent Fiscal, plaintiff, before your honors' so illustrious court, to hear demand and conclusion for a fine of 1000 florins Indian valuation on account and by reason that the defendant is alleged to have made a cession of the prerogatives granted to him by the lease condition. Now, honorable gentlemen, the defendant cannot by any possibility fathom on what legal ground the plaintiff could summon the defendant before your honors' court, were it not by virtue of that article of the lease condition which contains these wordings: "Remaining therefore to all lessees jointly and to each of them in particular interdicted and forbidden from transferring their assumed leases to someone else or giving cession of their right, by contract or privately under whatever title it might be, without prior obtained permission from this Council, on pain, if doing otherwise, of being punished as smugglers according to the tenor of the plaque." The defendant, honorable gentlemen, flatters himself and thinks himself rightfully able to demonstrate to your honors to evidence that by the defendant, through his agreement with the burgher van den Bergh concerning a fourth part of the profit and loss regarding this brandy lease, has not acted against this clause inserted here, if your honors would only please to remark the following: That the petitioner's association with the aforesaid van den Bergh had solely and only as its subject to shall and may enjoy a share in the net profits and losses from this lease upon the expiration of the same, under such conditions as the defendant has entered into in this matter with the aforesaid van den Bergh, and which contain not a single designation of renunciation, participation, much less an actual cession of lease prerogatives, let alone a transfer of the lease itself assumed by the principal defendant, and which thus as such contains not the slightest
Dutch transcription
467 verzoekende voorts dat de raad ook van verdere productien. dat de raad ook op 't rapport van Heeren gecomm„s welke hebben gevaceerd om te Examineeren een tras Louw, in de procedure voorkoomende reguard gelieve te slaan de adsistend Willem Kolver, als geme: van den gede verzoekt van de over¬ „gelegde missive Copie, ten einde heeden over 14 dragen te dupliceeren. De r: d: regt: in 't eerst op de vraage van den EeAchtb=re Heer president: of de overgelegde mis„ sive voor een replicq zoude dienen geantwoord hebbende; dat dezelve weldes noods als zoodaanig konde worden aangemerkt; verzoekt echter daar naa, dat dewijl hij renun„ „treerd, van verdere productien, ook aan den gedrgeen Copie mogt worden verleend om te dupliceeren alzo het een incongruiteijt is om daar er geen replicq is, als dan evenwel te dupliceeren. — de gereqt. blijft bij zijn verzoek persisteeren sustineerende dat hem als get. het laatste woord toekomt en dat wanneer hem zijn verzoek wierd afgeslaagen dit voorrecht als dan aan den Heer r:d: reg=tn als Eisscher zoude zijn toegekend, betuigende bovendien tans niet te kunnen renuntieeren. — Den E Achtbe Heer Jndependent voorm: adj:t fiscaal W„r Joh. s fiscaal Johan Nicolaas Heeven Ands Sauter voor den H:r 2Hd: Ciss= Jaa„ duceert een extract uit de Conditien en voorwaarden van de pacht der tran„ van Linden r: d:o liss:s Contra den voor een vierde gedeelte „ Dat het aan alle pachters gesament„ dewijnen waarbij is bepaald. — De Raad verleend aan den ged„e Copia der ingediende missive ten einde daarop heeken over 14 daagen te dienen van dublicq „lijk branden e „lijk en en ieder van hen in't brandewijns pachter Daniel bijzonder geinterdrceert en ver„ Hugo ged:e om bij mande te hooren his booden blijft hunne aangenoome„ me pachten zonder voorgaande bekoo„schen en Concludeeren tot eene boese „mene pennissie van de welEd:e gestre van Een Duizend guldens Ind= Heer gouverneur en E Achtb raade van val:e over en ter zaake dat de gede politie bij Contract of ander de hand onder wat Tituls of pretext het ook teegen den uitdrukkelijken letter zoude moogen weezen aan iemand anders der pacht Conditien van de brande over te laaten of cessie van zijn recht wijns pacht zich zonder Conrent te geeven ophoene van anders doende, als smakkelijars naa luijd van het van den E: Achtbr politicquen raa„ vigeerend placaat te zullen worden „de met den generaale pachter Ja„ gestraft„. - cobus Johannes vanden Bergh beneevens een relaas van den gerechts Boo„ heeft geassocieerd en dus voor die ged„e 2 decembr. 1790: — En op deeze een gedeelte feorie heeft gedaan tweedocumenten bij monde Eijach doen„ die zegd dat dewijl hier uit blijkt dat de van de prerogatieens bij naar Ed. 5 Jacr ged=l teegen voorsz: pracht Conditien heeft kunnen goedvende een gedeelte van zijn Conditie aan hem voor een vierde pracht aan den burger Jacobus Johs van part alleen toegestaan daarop te staande rolle den Bergh te Cexeeren hij r: d. Eijsscher antwoorden en voorts te proce over zulx Concludeerde dat de gede zal werden gecondemneert in de daar deeren als naa rechten. op bij 't placcaat vastgestelde toete van ƒ 1000 zide val. met de kosten de oud secretaris der Colonie Zwellendam M: Blankstein als gem: vande gede diend daar teegen de navolgende dictum ter rolle in. welEdele Atb=re Heeren wel Ed: Heeren. e ap geregt in Judicia present meede zeggen. — Hoe hij zig tans met de uitter„ 468. ste 469 „ste bevreemding door den E AAchtbn Heer Jndependent Pircaal r:O: voor uwel Ed=en Achtb:re zoo luisterijken vierschaar gedagveerd ziet omme te hooren Eijrschen en Concludeeren tot eene boete van ƒ 1000 Ind:s val: over en ter zaake darden Jph geregn eerrie zoude hebben gedaan van de Jreragativen hem bijde pacht Condi„ Dan wel Eden achtbe Heeren den qq geregh kan met geen mogelijkheid bevraeden op rolk een grond van rechten den 7:' O: Eaonher den pspr gere door uwelden Achtb=e merschaar zoude kunnen zag waarden, het waare dan uitkragt van dat arti„ cul de Jracht Conditie, het geen deeze dewordinge behelst Blijvende mits dien aan alle pachters gezaamentlijk en aan ieder van hun in 't Bijzonder geinterdiceerd en verbanden hunne aangenoeme pach¬ „ten zonder voorgaande bekoomene perminsie van deezen raade bij Contract afon„ der de hand onder wat Tituls het ook zoude moogen weeze aan iemand anders over te laaten of cessie van zijn recht te geenen, of paere van anders taende als smokkelaars naasuid van 't placcaat te zullen worden gestaaft. — de ppr geregn welEde Achtb Heeren flathand zich en zoo hij meene met recht instaat te zijn om uwwel Ed achtb ad evidentiamn te obetende nen dan door dem gesintzent door zijn over een komst met den burger van den ezergh omtrend een vierde gedeelte van de winst en verlies specreer„ „dende deeze brande mijns pasho teegen dit hier geinsereerde Clautule is ge„ handelt indien uwelEd: achtb:r slegts het volgende gelieven te remarquee„ tie toegestaan. — dat des supp=te pp=r arrociatie met voorsz: van den bergh slegts enkel en al„ ken ten onderwerp hebben een meede deel in de zuivere winsten en verliesen uit deeze pacht bij aflooping derselve te zullen en te moogen genieten, onderzulke voorwaar„ de als den pp. l geregtn met voorm: van den Bergh in deezen heeft ingegaan en die geen enkelde benaaming van afstand: deelneeming veel min een daadelijke Cerrie van tachtprerogativen Laat staan een overtaaling vande door Een principale ge„ „degh aangenoomene slaattzelve behelzen, en die dus als zoodaanig geene de min„ als vte ren. — ter„
English
470 relation to, much less contain or possibly have any violation of the immediately aforementioned lease conditions. Never, Right Honourable Gentlemen, will the plaintiff be able to prove by law that any other association exists between the principal respondent and the aforementioned van den Bergh other than this: namely, that the said van den Bergh shall be permitted and obliged to share for one-fourth in the advantages and disadvantages of profit and loss resulting from this lease; without in any way and in whatever manner it might be being permitted or able to share in any prerogatives belonging to the principal respondent as leaseholder, much less being regarded as a co-leaseholder, both of which would indeed have to be the case if the principal respondent had in any way acted against the express wording of this article of the lease conditions, in which it is only forbidden that the leaseholder may not transfer his accepted lease to anyone else or cede his right to another without permission of the Right Honourable Council. And is then now, Right Honourable Gentlemen, a simple promise from the principal respondent to the aforementioned van den Bergh to share for one-fourth in the profit and loss that might result from this lease, in such a simple agreement whereby it never entered the mind of the principal respondent to cede any of his privileges as leaseholder to the frequently mentioned van den Bergh, is this an abandonment of his accepted lease, is that a transfer of his right and prerogatives? Indeed, Right Honourable Gentlemen! This is so far from the truth that the principal respondent has never shown, even in the slightest hint in his conduct, that said van den Bergh was considered by him to have the least share in the prerogatives attached to the capacity of brandy leaseholder; no, Right Honourable Gentlemen, everything relating thereto still rests without van den Bergh having or ever having had any part therein, which the principal respondent, if necessary and being required to do so, could fully confirm under solemn oath on all sides, just as the Lord Plaintiff will also never be able to prove that the principal respondent has surrendered even the slightest prerogative belonging to him as brandy leaseholder to the said van den Bergh. 471 So that from this little that the principal respondent has noted, and which, if he did not fear interrupting Your Right Honours' weighty occupations, could be substantiated by him with a multitude of no less weighty arguments, he believes to have demonstrated sufficiently in law that his association with van den Bergh, concerning a share of the fourth portion in the profit or loss resulting from the brandy lease accepted by the principal respondent, has not the slightest relation to the aforementioned lease articles, since he has ceded not a single one of the prerogatives belonging solely to the principal respondent as leaseholder, much less a part of the lease itself. Wherefore the principal respondent does not doubt for a moment that Your Right Honours will have perceived from the allegations presented the mere groundlessness of the claim and conclusion made, and that Your Right Honours will consequently be pleased to absolve the principal respondent from the claim made and conclusion taken against him, with condemnation of the lord plaintiff in all the costs of these proceedings. Was signed: M. Blankstein. In the margin: Exhibited in Court on 9 December 1790. After the reading of which, the Lord Plaintiff declared beforehand that he fully accepted, in his judgment, the confession of the defendant, made not only to the court messenger but also fully in this statement; and further asserts that the interpretation which the defendant attempts to give to the association with van den Bergh cannot bring him the slightest advantage, as the lease condition states so distinctly and clearly by contract or privately, under whatever title or pretext it might be, to transfer to someone else or grant cession of his right, and the defendant can in no way demonstrate having obtained the permission required by those conditions; while furthermore the defendant, through an association of sharing in profits and losses, has absolutely
Dutch transcription
470 ste betrekking tot, veel minder eenige Ladeeringe van de aanstonds gemelden pacht Conditien in zig behelzen of bij moogelijkheid hebben kunnen.— Aimmer welEde achtb=re Heeren zal den sader Uat regts kunnen bewijzen, daat er een ander associatie tusschen den Jssch geregt en gem: van den Berghd plaats heeft als deeze; dat namentlijk opgem: van den Bergh voor een vierde zal moogen en moeten deelen in de uit deeze pacht problueerende vooren naar deelen van winst in verlies; zonder eenigermaate en op welke wijze het ock zoude vermoogen te weezen in eenige prerogativen, specteerende den verschegen requireerde als pachter, te moogen of te kunnen veelen weet min alsmeede pachter te worden aangemerkt het welk tog beijden plaats zoude moeten hebben indien er eenigzints door den Jph geregtn zoude zijn gehandelt teen gen de uitdrukking in dit articul der prachtCondiitien als waarin slechts verbodden word: dat den pachter zijne aangenoomene pacht zonder permis van den welEd: Achtb„r raad aan niemand anders mag overgeeven of utrie doen van zijn recht aan een ander En is dan nu wel Ede achtbre Heeren een Simpele belofte van den pen geregn aan opgemt vande Bergh om voor een vierde inde winst en verlies, die door deeze pacht Mogte koomen te proflueeren te zullen deelen in een zoodanig simpele overeenkomst waar bij het den Jsch geregt nimmer in de gedagten is gekoomen om iets van zijne voorrechte als pachter aan meergem. van den Bergh te willen Cedeeren es dit een afstand van zijn aangenoomene pacht s is dat een overlaating van zijn recht en preragativen. Immers wel Ede achtbe Heeren! dit is er zoo verre vandaan dat de pp„r gereg=n immer zelvs niet met de allerminste zweem in zijn gedraa ging heeft getoond dat e: D: Berg door hem aangemerkt wierd als het minste meede deel te hebben in de prerogativen verknagt aan de qualiteijt van Brandewijns „pachter; neen welEd Achtbr Heeren alles wat daar toe betrekking heeft berust als nog zonder dat van den Berg daar in eenig deel heeft nog nimmer gehad heeft het welk den IVe. gereqt. des noods en daartoe gerequireerd werdende ten alleno hiede 1 471. seijde onder solemneele Eede zoude kunnen bevestigen gelijk den Heer r: d: lis„ scher ook nimmeer zal konnen bewijzen, dat de pp r geregt wit de minste peerogatiren als brandewijns pachter hem Competeerende aan gem van den Berg„ heeft afgegeeven. — zoo dat uit dit wijnige dat den ppr. genegt heeft aangemerkt, en dat in¬ „dien hij niet vreerde uwelEde Achtb gewichtige occupatien te interrumpeeren, door hem met een meenigte van niet minder gewichtige middelen konde worden geadstrueert meend ad sufficientiam Juris te hebben gedemonstreerd dat zijne assopiatie met vanden bergh specteerende tot een meede deel van de vierde portie in de winst of verlies protlueerder uit de door den pp=l geregtn aangenoomen brendemijne pagt geen de minste betrekking heeft tot de voorm: pacht articu„ „la als zijnde daar hij geen eenkelde der prerogative alleen aan den Jp„le ge„ regh. als fachter behoorende gecedeerd; veel min een gedeelte van de pacht zelv weshalven den q geregh geen ragenblik trijsteld of uwelh ee achtb. zulx¬ len uit het geallegueerde ad enitentiam hebben ondwaart de mere onbestaan„ baarheid van den gedaanen Eijsch en Conclusie en dat uwel Ede achtb dienvolgens den Jph geregt gelieven te absolveeren van de open Jeegens hem gedaanen Eijsch en genoomene Conclurie met Condemnatie van den heer reqt in alle de kosten dee„ zer instaanten /waaget:/ MBlankstein /in margine Echibitum in Judici„ d 8 9 december 1790: — Naa lecture van het welk verklaarde de r:d: Eisscher vooraf wal„ koomen in zijn oordeel te arrificeeren, de Confersie van den geden behalven zijn aven aande gerechts boode ook in dit dictum ter ralle gedaan; en advan= ceert wijders dat de uitlegging welke den gede associatie met vanden Berg tragt te geeven, hem geen't minste voordeel kan toebrengen daarde pacht on„ ditie zoo distinct en duidelijk zegt bij Contract of onder de hand onder: wat Tituls of pretext het ook zoude moogen weezen aan iemand anders omer te laaten of Cassie van zijn recht te geeven, en den ged=e ook geenzints kan aantoonen die bij die Conditien gerequireerde permissie te hebben geabtineert; terwijl voorts den gede door een rerociatie van in winst en verliezen te deelen alsoluijt is
English
has fallen under the terms of the aforesaid provision and cannot be considered otherwise than as a part of his right, presented directly to Your Honours and the Council of Justice, which he not only signed, but in which he expressly named himself as associate with Hugo, the defendant in this matter; whilst the Honourable Plaintiff, for the further substantiation of his presumption, moreover cited a resolution taken by the government here in the year 1726 concerning a certain Zacharias Bek and Rogier, whereby a similar association entered into regarding the lease of domestic drinks was likewise deemed contrary to the rights; finally persisting in his counter-reply, and renouncing further production. Hugo, defendant, dismissing everything adduced by the Honourable Plaintiff as unfounded, persists as yet in his statement and principally in the explanation of the agreement existing between his principal and Van den Bergh regarding the brandy lease, namely that the same consists of an agreement to share in profit and loss without relinquishing any right. And hereupon the Honourable President declared that it was in no way known to His Honour that permission had been granted on the part of the Right Honourable Governor and Honourable Council of Policy to the defendant to associate himself regarding his lease with Van den Bergh. The Council hereupon, after considering the documents produced in judgment by the parties on both sides and that which was mutually adduced, having regard to everything that merited reflection and could move Their Honours, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Daniel Hugo to the payment of the established fine of One Thousand guilders Indian valuation, with costs. The Assistant Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, on account of the indisposition of the Honourable Plaintiff, makes demand as in the presentation, and that on the foundation of the following documents, namely: An authentic extract from a certain petition presented by the defendant to the Right Honourable Governor and Honourable Council of Policy, reading: The petitioner, having regard to the shortage of houses to be able to establish, and through subletting of the same, was in the necessity to associate himself, with the knowledge of Your Honours, with the unfortunate Daniel Hugo, who has become impoverished in the general lease, who for the present is the contractor of a fourth part of the brandy lease, so that the petitioner is not only general lessee, but also a participant in the aforesaid brandy lease. Extract from the Conditions of the lease of Cape wines, in which it is stated: Remaining furthermore all lessees collectively, and each of them in particular, interdicted and expressly forbidden to transfer their undertaken leases to anyone, without prior permission of this Council, by contract or privately, under whatever titles or pretext it may be, or to grant cession of their right, on pain of otherwise being punished as smugglers according to the tenor of the prevailing general placard. The well-mentioned Honourable Fiscal, Plaintiff, against the general lessee Jacobus Johannes van den Bergh, defendant, to hear demand and conclusion orally for a fine of One Thousand guilders Indian valuation, and that on account of the defendant having associated himself with the brandy lessee Hugo without consent of the Honourable Political Council, against the express letter of the lease conditions of the wine lease, and thus having in part ceded the prerogatives granted to him alone by the aforesaid lease conditions; to answer thereto while the roll is pending, and further to proceed as of right. The undersigning Assistant of the Honourable Company, Jacobus Vercueil, as general attorney of the defendant, advances hereupon that his principal saw himself with much astonishment summoned to hear demand and conclusion today for a fine of 1000 guilders; that it was impossible for his principal, owing to the shortness of time, to equip himself with the necessary declarations and evidence to substantiate his well-founded defense, as he ought to summon the deponents for the next court day; so that his principal, being unable to satisfy the Honourable Plaintiff's requisition to answer while the roll is pending, he, Vercueil, politely requested a copy both of that which was advanced by the Honourable Plaintiff and of the submitted documents, in order to serve with an answer four weeks from today. The Honourable Plaintiff, appealing to his two produced extracts, says further in closer substantiation of his demand that, as appears from the first extract, the defendant, in his petition presented to the government, having confessed in plain words to having associated himself with Hugo, and the latter extract containing distinctly within itself the penalties established thereon, the defendant thus needed nothing else than to show in a legal manner that that prior permission
Dutch transcription
is vervallen in de termen van voorsz: bepaalinge en niet anders kan der geconsidereert als en gereelte van zijn recht zeelijk aan v: D ong en raade van Colatie gepresenteerd het welk hij niet alleen heeft geteekend I long pesie maar waarin hij zig zond uitgenoemd heeft geassoereerde niet Hugo den gede in deezen terwijl den Heer EH Eijsscher ten overvlaeden noch tot slaaving van zijn vermeeten hebbende aangehaald een resolu„ tie bij de regerig alhier in den Jaare 1726 genoamen weegens zeese¬ „re Zacharias Bek en Rogier waar bij een dirgelijke arrofiatie noopans de Jacht der vaaderlandsche dranken aangegaan almeede teegende re dr diten strijdig was aangemerkt, eindelijk persisteerende bij zijn Cintvor replicq, en renuntieerde van verdere productie.— Hegg ged. afslaande al het door den Ee: de Eischer bijgebrachte als ongehandend persisteerd als noch bij zijn dectum en suncipiaal bij vo de Explicatie van het tusschen zijn Japh en VEd: Berge nootens de brandewijne Jacht &cisteerend accoort, dat het zelve namelijk be¬ „staat en een overeenkomst van in winst en verbis te deelen zonder van eenig recht afstand te doen — En heeft hier op den Achtbe. Heer President gedeclareert dar aan zijn E: Achtbr. geertzints bekend was dat er van weegensde wel Ede gestr. Heer gouverneur en E Achtb raade van politie van den ged:e permissie is verleend om zich noopens zijn pacht met v: D: Bergh te arroveeren. — De Raad hier op naa overweeging vande daar v parthijen hinc inde en Jodicio geproduceerde stant¬ ken en het over en weeder bijgebragte gelik heb„ bende op alles wat reflexie meriteerde en Iaar EE: Achtb:r konde doen moveeren, Recht doende uit naam en van weegens de Hoogmorgen de ƒ 472. Heeren doe 473 Heeren Staaten generaal der vereenigde Nee„ verlanden Condemneert den ged„e Daniel Hugo tot betaaling der vastgestelde boete van Een Duij„ „zend guldens Ind: valuatie met de kosten. — de adst. fiscaal mr. Joht. An Welgem: E Achtbr Heer Fiscaal dreas fruter vermits indispon 2: O: Eijsscher ditie van den Heer r=:d: Eijsscher open Jeegens doet eisch ut in presentatione den generaale Sachter Jacobus So„ en zulx opfundament vande kannes van den Berg gede om volgende stuken als. — bij monde te hooren Eistihe Een Extract authenticq en Concludeeren tot een boete van uit zeekere request door den ged=e aan den wellen Een Duijzend guldens Ind=e val„ gestr. Heer gouver„ over en ter zaake dat den gede neur en E Achtb„ raan teegen den uitdrukkelijken het„ de van politie gepren ter der pacht Conditien van de wijn senteerd, luidende. - pacht zig zonder Consent van de suppt. heeft uit aanmerking den Ercrtse politicquen raade van gebrek van Huijzen te kun„ nen zetten en door onderhuurig der met aenbrandewijns pachter selve in de noodzaakelijkheid gewest Hugo heeft geassoucieerd, en dus omme met voorkennis van uwelEd„e voor een gedeelte Cessie gedaan van getrange en wel Ed Akht=e zigte as„ de prerogativen bij voorm:e pacht Con„ torieeren met den ongelukkige en bij Ditien aan hem alleen toegestaan de generaale pacht arm gewordene Da„ niel Hugo die voor het teegenwoordig daarop, staande rolle te antwoor„ o „ge „de de ans „ den en voorts te procedeeren als „ge aanneemer eener vierde gedeel„ te van de brandewijns pagt is naa rechten. zoodat de suppt niet alleen ge¬ „neraale pachter maar ook deel„ hebben in voorsz brandewijns pacht zij¬ Extract uit de Conditien van de Jacht der Caabrche wijnen waar in gezegd word Blijvende boovens die alle pachters gezamentlijk en een ieder van hun in't bijzonder geinterdiceert en Expresselijk verbooden, hunne aangenoome pach„ „ten, zonder voorgaande permissie van deezen raad bij Contract of onder de hand, onder wat Tituls of pretext het ook mooge zijn aan iemand over te laaten ofte cessie van zijn recht te geeven, op poene van anders doen„ de als smokkelaars naaluijd van 't vigeerend generaal placcaat te zullen worden gestraft. Den onderafgez: staande Adsistend der ECompe 1 Jacobus Vercuerl als gen: gem: van den gedh advanceert hierop dat zijn Jl: zig met veel verwondering heeft gedagvaard gezien om heeden te haaren Eijsschen en Concludeeren tot een boete aan ƒ 1000: dat het voor zijn Japr door kartheid des zijde ondoenlijk geweest is om zich tot staving zijner gegrond defensie met de noodige verklaaringen en bewijzen te voo munieere; dewijl hij de deposanten teegens eerstkoomende rechtdag behoorde te o dagvoarden, zoo dat zijn Jsch buite staat zijnde om aan 's rros Eijnchers re„ 10 quidit te kunnen voldoen, van staande ralle te antwoorden hij verfueil overluk dag verzogte Capia zoo van 't geen door de R:o: Eisscher is geadvanceerd als van de Eis ingediende stukken om daarop heeden over vier weeken te dienen van ant„ d woord. De 2e: d: lissr zig beroepende op zijn geproduceerde twee Extracten zegt testen tot naadere adstructie van zijn Edsch, dat ^ zooals het uit het eerste Extract blijkt de geae. in zijn aan de regeering gepresenteerd request met ronde woorden hebbende gecon„ ƒn „fesseerd van zich met hugo te hebben geassocieerd en bij het laatste Extract de het prenaliteijten daar op vastgesteld distinct in zig bevat bij ged=e dus niets ann 2o 2 der noodig had als op een begaale wijze aan te toonen dat die voorgaande par„ niet mines 474. „ i
English
permission which is required pursuant to the lease conditions for entering into any agreement regarding the lease; was actually requested and obtained by him, without which he, the defendant, can never be acquitted of the penalty imposed thereon; that since in this case no evidence, declarations, or new documents are needed, he, the defendant, could therefore have also very easily complied with that sole requirement and shown his obtained permission; that on the contrary, the defendant, since no such permission was ever granted to him and he is therefore not in a position to defend himself, now only intends to put this clear and liquidated case on the long finger and to delay the decision thereof through lengthy proceedings for as long as possible; the plaintiff in his official capacity persisting hereupon in his claim and conclusions taken; the defendant's proxy brings forward against this statement the following orally: Right Honorable Sirs! All that has been alleged above by the plaintiff in his official capacity, I cannot consider otherwise than frivolous and unfounded, since a defendant may never be denied his proper defense, and as taught by Mr. Simon van Leeuwen, Art. 127, it states, 1: And in a case exceeding a sum of ƒ100 or other real or personal matters, the defendant shall be granted eight days to make and deliver his answer either orally or in writing. In the following section it also states: in all newly arising cases the defendant has his day of deliberation so that he may come prepared and meanwhile consider whether he wishes to satisfy the claim, which day and postponement to answer can be prevented if the plaintiff, along with the summons, has delivered a copy of the claim and of that on which he wishes to base his claim, which otherwise may be requested by the defendant on the court day and time is granted for it. And since this manner of proceeding was sent by the Right Honorable Major Lords to this government for observance, I cannot understand on what ground the Right Honorable plaintiff maintains that my principal should have to answer while the court roll is being called and that no copy should be granted to him, because, as the plaintiff in his official capacity maintains he can call it, it is a minor matter, whereas it is surprising that his principal served a written claim in the case of the burgher Janrens, which was far from being of that weight and importance as this one, and conceded that that the defendant was granted a copy. The plaintiff in his official capacity, being a party, can surely prescribe no other law to my principal for conducting his defense than what is expressly prescribed to us by the aforementioned ordinance. Therefore, I request once again that your Honors please grant my principal the requested copy, since this case is of the utmost importance to my principal. In refutation of all of which the plaintiff in his official capacity further noted that the arguments brought forward in this matter by the defendant could not be applied to the case in question because no other documents were produced here than those the defendant himself already holds in his hands, for which reason the plaintiff in his official capacity also considered it unnecessary to have the defendant given a copy of those documents when serving the citation; from the defendant's confession all evidence had already been produced that was required for a summary condemnation, adding that the defendant's proxy had spared the truth considerably regarding the case of Janrens, while the rolls of this Council can show that in that case no written claim at all was made, and that that case can never be compared with the case that is currently in question. After this it was declared by the Honorable President that the defendant had indeed been to his house to request that he might associate himself with Hugo regarding his lease; however, that not only had his Honor immediately replied to him that he, the defendant, had better be careful because that was prohibited by the lease conditions, but had also told him, the defendant, that he should legally request permission in that regard from the government; and that his Honor also knew very well now that the defendant had by no means obtained any consent or permission from the Honorable Council of Policy to enter into an agreement with Hugo regarding his lease; the following sentence was thus rendered in this case: The Council, having considered the extract produced on behalf of the plaintiff in his official capacity from the petition presented by the defendant on the date of 12 October to the Right Honorable Governor and Honorable Council of Policy here, after considering that which merited reflection, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Jacobus Johannes van den Berg to the fine of one thousand guilders in Indian currency as determined by the placard, with costs. Captain Auditor G. Exter, on behalf of the Independent Fiscal, produces a written claim. Mr. Jan Jacob Fredrik Wagener, as representative of the defendant, requests a copy thereof in order to serve his answer two weeks from today. The plaintiff in his official capacity says he has no objection to this. The Honorable Independent Fiscal aforesaid, plaintiff in his official capacity, against the Burgher Lieutenant de Mant, Jons Jansen, and Sr. Pieter Laurents Cloete, firewarden here, defendants, to claim and conclude against them in case of contravention of the placard of 4 March 1788, to answer thereto, and further to proceed as
Dutch transcription
475 accoord omtrend de pacht word verEijscht; door hem werkelijk was ver„ zogt en geobtineerd zonderwelke hij ged„e nimmer van de prenaliteijt daarop gesteld kan worden vrijgesprooken dat dewijl 'er in deeze zaak geen bewijzen verklaaringen of nieuwe stukken te pas kommen hij gede der„ halven ook zeer gemakkelijk aan dat eenigste requerit hadden kunnen voldoen, en zijne verkreegene permissie aantoonen; dat inteegendeel den ged=le ver„ mits aan hem enimer eene diergelijke permissie is verleend en hij dus niet in staat is zich te kunnen defendeeren; nu alleen in het nog heeft om deeze liqui„ de zaak op de lange baan te schuijven en de decisie daar van door langwijli„ „ge procedures zoo lang uit te sellen als maar immer moogelijk is; persistee„ ende de ro=Eisscher hier op bij zijn gedaanen Eisch en genoomene Concluné de qq ged„e brengd teegen dit g'advanceerde 't volgende bij monde in welEdele achtbr Heeren! Al het vooren geallegueerde van de Heer r: d' Eijsscher kan ik niet anders als frivool en ongebundeerd aanmerken, deweil een ged=en nimmer zijn behoorlijk defensie mag worden gewijgerd en zoo als geleerd word bij mr Limon van Rouwen Art 127 staat: 1: Ende in zaake Exedeerende een somma van ƒ100 ofte andere reede of personeele zal den gedre gegund worden van agt daagen om haar antwoorde als dan bijmonde op bij geschrifte te doen en overleevers In het volgende 't staat meede; op alle nieuw voorvallende zaaken heeft den gede zijn dag van beraad op dat hij gereed koome en ondertusschen bedenke of hij 't geeischte wil voldaan welke dag en uitstel om te antwoorden kan voorgekoomen werden, Ia dien den Eijsscher beneevens de dogvaarding doet leeveren Copija van den Eijschen van het geene daarop hij zijn de Eisch wil beweeren dewelke anders bij den gede ten daage dienende mag wer„ den verzoekt en daarop tijd werd verleend. — En dewijl deeze manier van procedee„ „ren door de wel Ed achtb„re Heere Majoors aan dit gouvernement ter opvolging is e gezonden zoo kan ik niet begrijpen op wat fundament den Heer EEd Eijsscher dus„ 4 tineerd dat mijn pp„l staande de rolle zoude moeten antwoorden en aan hem geene Co„ pia zoude moogen verleend, door dien het zoo als de Heer r:d: Eisscher sustineerd het te kunnen noemen Een geringe zaar is waar dan is te verworderen dat zijn Ein de zaak van den burger Janrens die in verre naa van dat gewicht en impontantie niet was als deezen van schriftelijke Eisch heeft gediend en gecondercendeerd heeft, „missie welke er ingevolge de pacht Conditie tot het aangaan van eenig dat e 476 dat den gedh Copia is verleend — de Hrr: d: Eijg:r als parthij zijnde kan mijn pp: immers geen andere wet voorschrijven tot doen zijner defensie als onsdoor voord ordonn: uitdrukkelijk werd geprascribeerd. — Dus verzoeke nogmaal dat uwelEden Achtb' mijn p:l de verzogte Copia gelieve te verleenen vermits deeze zaak voor mijn pl van 't uitterste gewicht is. — ot refulatie van welk een en ander de rid Eijsch nog aanmerkte dat de ragu¬ menten door den gede in dezen bijgebragt op het geval in questie van geene applica„ „tie konde worden gemaakt om dat alhier geene andere stukken wierden gepradu „ceerd, als de gedr zelver reldein handen hefd om welke reedene den r: d: Eisscher het ook onnoodig vordeelde de ged„e bij het doen dercitatie Copie dier stukken te doen geeven; daar uit des gede. Conforrie reede alle bewijzen, waar geproflueerd welke tot eene Condemnatie de plano vereischt wierden met bijvregen dat de zq gedt: noope het geval van dens de waarheid zeer had gespaard Terwijl de rellen deezes raad kunnen aantoonen dat in die zaak geentzints een schriftelijken Eijsch in gedaa en dat dat geval nimmer kan worden over een gebracht met de zaak die thand in questie is. Hierna door den E Achtbr Heer President gedeclareerd zijnde, dat den ged=r wel bij zijn betchtd was geweest, om te verzoeken dat hij zig met Hugo noopens zijn pacht mocht arrocieeren ^ Edoch dat niet al¬ „leer zijn E: Achtbr daarop tersood had geontwoord, dat hij gete wel voorzichtig mogt zijn want dat zulx bij de Jacht Conditie was verbooden; maar hem ged: teevens ook had aangezegd dat hij daar om„ trend bijde regeering op een legaale wijze permissie behoorde te verhee zoeken; en dat zijn E: Achtbe tans ook zeer wel wist dat den gede van geenzints bij den Eetelter raad van politie eenig Consent of parmois„ sie geobtineerd heeft om noopens zijn pacht met Huga in ac„ coord te moogen treeden; zoo is in deeze zaak het volgende vonnis geweld. wa d n De Raad gelet hebbender op het van ween „gens den Heer R: O: Eijsscher geproduceerd Extract uit 2 477 uit het request door den ged=e in dato 12 octob=rt aan den weledele gesthr. Heere gouverneur En E Achtb„e raade van Politie alhier gepree„ senteerd naa overweeging van 't gun t reflectie Meriteerde Recht doende uit Naam en van weegens de Hoog moogende Heeren Haa„ „ten generaal der verEenigden Neederlan„ den Condemneert den gede Jacobus Johannes van den berg in de bij 't placcat vastgestelde boe„ te van Een Duijzend guld„s ind:o val: met de kosten„ den Capitain auditeur g: Exter voor den heer Indespendent fiscaal pro¬ duceert een schriftelijken eijsch den and Sr. Jan Jacob Fredrik wagener als gem: van de ged:e ver„ zoekt daar van Copia, ten einde rheeden over te weeken te duenen van antwoord — de r:E d: Eijch zeyd daar niets teegen te hebben — den E Achtb=e Heer Jn„ dependent Discaal meerge¬ meld 7: d:o Eisscher Contra Den Burger Lieutenant de mant: Jons Jansen en S:r Pieter Laurents Cloete brandmees¬ ter alhier gedt omme in Cas van Contraventie tee¬ gens het placcaat van den 4 Maart 1788 te haaren Eisschen en Concludeeren, daar op te antwoor„ „den, en voorts te procedeeren als
English
478. as according to law. The Council grants a copy and a day to answer. Master Johan Andreas Lauter, on behalf of the aforementioned Honorable Fiscal, as substituted plaintiff, produces a publication and addition enacted on 1 December 1789 and posted on the 18th following thereafter, together with a return of the court messenger, and requests, since the defendants have seen fit, contrary to the letter of the aforesaid placcaat, to rent out their rooms or houses, that they be condemned in accordance with the tenor of the placcaat, or, in case of inability to pay, be corrected in such manner as the Council shall deem appropriate, in order that the intent of the aforementioned placcaat be maintained, against the burghers Willem Rudolph and Cornelis Brits, the soldiers under signed pay Carel Meijer and Godfried Rittenhausen, the free black Johannes and the free black woman Clara, defendants, to answer orally to her claims for the prescribed fine of one thousand guilders for renting rooms to common soldiers, and further to proceed as according to law. The first defendant, Rudolph, says he is a poor man with four motherless children, and that he has to pay heavy house rent, which is why he was forced to rent a room to a man. The second, Brits, says he is disabled and therefore unable to earn his bread with his hands, and therefore also rented out a room, affirming further that he had permission from the officers to rent out his room. The third, Meijer, also acknowledges the charge against him, but at the same time shows 479. a note from Lieutenant Hamel whereby permission was granted to the person who rented the room from him, the defendant, to stay at the Cape and to rent a room; while furthermore the remaining defendants, the wife of the free black Johannes appearing in this matter on behalf of her husband, whom she says is ill, likewise acknowledge that on account of poverty and high rent money they rented out their rooms. The substituted plaintiff, in reply, persists in his claim, and further states that with respect to the first defendant, this very man was one of the principal inhabitants who previously complained about the renting of rooms and houses to common soldiers; that furthermore, neither Lieutenant Colonel Hamel nor anyone else, whoever it may be, can grant any license contrary to the content of the placcaat; and that consequently the deduction drawn from it by the defendant cannot avail him, any more than the alleged poverty, which likewise can serve as no pretext to sin against the country's laws. The parties renouncing further production, The Council, having heard the parties, after deliberation on that which merited reflection, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendants Willem Rudolph, Cornelis Brits, Carel Meijer, Godfried Rittenhausen, the free blacks Johannes and Clara, each to the fine stipulated by the placcaat of one thousand guilders, with costs. 480. The roll having thus far concluded, a memorial with three annexes was submitted on behalf of the Independent Fiscal, reading as follows: To the Right Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope. Right Honorable Sir and Gentlemen, Respectfully shows the undersigned Independent Fiscal: That on the 11th of the past month of November, having been informed by the Captain-Auditor of the national troops here that a certain soldier, Conraad Schreib, who had deserted from the Castle and was brought back, confessed during his interrogation that he had stolen various goods and sold them to a man living on the side of the Boere Plein, without being able to specify or describe his name or residence more closely, with the accompanying request to order the court messenger to assist at the military interrogation to gather further information; and this having been granted by the petitioner, it was thereupon reported to the petitioner that the unknown buyer was the burgher Johannes Engel, and that he could in no way deny having bought goods from the said Schreib, which were also immediately surrendered and consisted of those
Dutch transcription
478. als naar rechten De Raad fiat Copia en dag om te antwoorden mr. Joh:n And:s Lauter voor de Heergem: E Achtb:e heer Pis„ r/0. produceert een publicatie caal 2:0: Eijss„r Contra en ampliatie gearresteerd den de burgers willem Radalph 1 December 1789 en geaffigeerd den 18 daar aan volgende beneevens en Cornelis Brits, de onderage¬ een relaas van den gerechts boode, en schreeve gagie staande soldaaten verzoekt vermits deged=t hebben kunnen goedvinden teegens den Carel Meijer & Godfried letter van 't voorsz: placaat Rittenhanden de vrie hunne kamers of huijzen te ver¬ huuren zijl: naa inhoude van zwart Johannes en de vrij 't placcaat Hoogen worden swartinne Claaa ged=e omme gecondemneert dan wel ingen valle van onvermoogen, zoodanig bij monde te haaren Eijsschen gecorrigeerd als de raad zal vin¬ tot de bepaalde baete van den te behooren op dat toeh aan de intentie van voorn: Een duijzend guldens over het de eerste gedr rudolph zegt een arm mantelijn en 4 maa„ verhuuren van kaamers aan der loose kinderen te hebben mits„ gemeene militairen daarop gaders swaare huijshuur te moe¬ „ten opbrengen waarom hij ge„ staande rolle te antwoorden noodzaakt is geweest een kamer en voorts te frocedeeren als na rechten aan een man te verhuuren— De 2e Brits zogd gebrekkig te zijn en dus met de handen zijn kort niet te kunnen verdienen en derhalven meede een kamer verhuurd te hebben betuijgende wij der permissie van de officieren te hebben gehad om zijn kamer te verhuuren. De 3„en Meijer erkend meede het hem te last gelegde maar vertaand tee vens 479. „vens een briefje van de Lieutenant Hamel waarbij aan de persoon die bij hem ged:e de kaamer heeft gehuurd permissie verliend wierd om aan de Caab zijn verblijf te houden en een kamer te kunnen huuren— terwijl voorts de overige ged=t /.compareerende de vrouw van den vrij„ swart Johannes in deezen voor haaren man die zij zegt ziek :/ almeede erkennen uit hoorde van armoede en zwaar huurpennenningen hunne kamer ver„ huurd te hebben— De 2:0 Eijspr voor repluq blijft bij zijn Eisch pernsteeren en zegt nog dat den opzigte van den 1=dte ged„e deeze Juijst een vande voornaamste inwoonderen is geweest die zich te vooren over het Verhuuren van kamers en huijzen aan gemeene militairen heeft beklaagd, dat wijders nog den Luitenan Collo„ „nel Hame, noch iemand anders wie het zijn mooge, eenige Licentie kunnen verleenen teegen den inhoud van 't placcaat, en dat dus die de„ tentie door de ged=e daar uit getrokken hem niet kan te staade koor men zoo min als de voorgewende armoede die al meede tot geen praetext kan dienen omteegen 's lands wetten te zondigen — renuntieerende parthijen van verder productie De Raad parthijen gehoord hebbende, na over„ „weeging van 't gunt reflectie meriteerde Recht doen„ de uit Naam en van weegens de Hoog Moogen„ de Heeren Staaten generaal der verEenigde Nee„ derlanden Condemneert de ged„t Willem Ru„ Dolph. , Cornelis Brits, Carel Meijer, God„ „fried Rittenhausen de vrijswarten so„ hannes en Clara ieder bij de bij placcaat bepaalde boete van Een Duijzend guldens, met de kosten De 480. De ralle dus verre zijnde afgeloopen weerd van we „gens de Heer Jndependent Piscaal ingediend een ver¬ toog gemeen:e met drie bijlagen luidende hetzelve als volgd Aan den welEdele Achtter Heere prees „Rent en raade van Justitie des Casteels de goede Hoop WelEdele Achtbr Heer en Heeren Vertoond Eerbiedig den ondergeteekende Independant Tes„ „caal: — Dat op den 11 der gepasseerde maand November door den Capitain auditeur der Nationaale troupes alhier benarigt zijnde, dat een zeeker uit het Casteel gedeserteerde en weder„ „om ingebragte zoldaat Conraad schreib bij deszelvs verhoorbekend heeft verschijdene goederen gestaalen en dezelve aan een manterzijd van de Boere Plijn woonende verkogt te hebben, zonder dezelvs na me of wooninge naader te kunnen aangeeven of beschrijven, met daar bij gevoegde verzoek omme ter waarneeminge der ver „re informatien den gerechtsboode te gelasten hier bij 't Krijgverhoor te adsisteeren, en zulx van den vertr. geaccordeerd zijnde, denzelven vert daarop is gerapporteerd geworden, dat den onbekenden kooper den Burger Johannes Engel geweest is, en denzelven op geenderlij wijze heeft mogen ontken„ nen van gem: Schreib goederen gekogt te hebben die ook d reetelijk zijn afgegeeven geworden en bestaan zijn in die 1
English
481. That then from the further documents communicated to the said petitioner and annexed hereto, it appears that the said Schreib, having passed himself off as an English sailor, went on two occasions to the said Johannes Engel, and firstly sold to him two pea-jackets or buffalos and then the next day the remaining stolen goods, and received for them together the value of rd.s 13¼, and that the said Engel excuses himself solely on the grounds that he took the seller for an Englishman who had never been to his place before: That however much this excuse may seem well-founded, it is on the other hand undeniable that the seller was a soldier from the Castle and that the goods sold were embezzled and stolen; that the said soldier thus found sustenance during his desertion and was certainly enticed by the first sale to the second theft, which the buyer can and shall prevent through prompt compliance with the laws and orders and necessary circumspection, and which the frequently cited Engel ought to have observed, for where there is no receiver, there is no thief: But such traders open their door early to the entry of such persons, and Joh.s Engel was already prepared at half past five o'clock to receive the said merchandise without much negotiation over its value, to pay a low price for it, and to expect yet more, without reflecting that this fellow comes so early on the second occasion and there are pillows and other goods in the estate that cannot belong to him, whether he be soldier or sailor. 482. It is known to Your Honors yourselves how manifold the thefts are that have been committed here for some time, which can only be sustained by such irregular households, highly detrimental to human society; which therefore, in a country of good justice, neither should nor can remain excused, whereby the said petitioner, under the cited circumstances, finds himself placed under the necessary obligation to institute the required proceedings against the frequently mentioned Johannes Engel, and it appears useful and necessary in all respects to the said petitioner to conduct further inquiries and investigations as to whether more stolen goods might be in his keeping, and to that end to inspect his dwelling, more solito; nevertheless, preferring for both matters Your Honors' authorization, the said petitioner takes the liberty respectfully to request Your Honors to be pleased to grant authorization whereby the said petitioner is authorized to have the frequently mentioned Johannes Engel summoned in person before this Council, as well as to be permitted to conduct a house search at his premises without delay in the presence of the Commissioners from the said Council. Underneath stood: Which doing, etc. Was signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Presented the 9th of December 1790. Which memorial and documents having been read and carefully deliberated upon, the following order was made upon the same by a majority of votes: The Council keeps the request for a summons in person 483. in person upon the burgher Johannes Engel in advisement, but grants the requested house search at the premises of the said Engel, in the presence of the Commissioners of this court. Finally, through the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, for the Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, was exhibited a memorial concerning the burgher Marthinus Bijleveld, furnished with annexures: Reading: To the Right Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Gentlemen Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Shows with the deepest respect the Landdrost 484. drost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman: That on Thursday the 2nd of this month, around 5 o'clock in the afternoon, the former Chief Surgeon the Honorable Pieter Domus, having come to the petitioner while showing two large keys, said: "Look here, my Lord, I think now that many things will come to light; I mean regarding the manifold thefts committed in the village, and I must relate the matter to you in detail"; relating then in substance: that one of his female slaves named Sabina, having come to him, had said that a small chest of hers containing some silver money, a clasp purse, a piece of paper money of 3 rixdollars, and some other goods had been stolen from his walled premises, and at the same time had made known to him that one of the mason boys of the burgher Marthinus Bijleveld had come to one of the gate doors a few days previously and asked her whether a key was not to be found on the premises or the back yard of her master's house, and that after she had gone to look for it, the same was immediately picked up by her fellow slave Rosetta and handed to her, saying: "Look there, I find the key to the warehouse, and that is his key, and take it inside"; but that she, instead of bringing it to her mistress, had gone around the outside and handed it over to the said mason boy. That he, Domus, having sent the aforesaid Rosetta to the said Bijleveld to request the said key, the wife of the said Bijleveld had then let him know that he should come there, as she wished to speak with him herself; he also proceeded thither, and upon his arrival requested to see the key, and when to him the same
Dutch transcription
481. Dat dan uit de naadere aan den r: d:o vert: gecommuniceerde en deezen geannexeerde documenten, blijkt, dat gem: schreib zig voor een Engelsche Mattroos uitgegeeven hebbende tot twee rei„ ten zig bij gem: Johannas Engel heeft ingevonden, en eerste„ „lijk twee schansloopers of buffels en dan 's anderen daags de ove„ „rige gestoolene goederen aan denzelven verkogt en daar voor de waarde van rd„s 13¼. te zaamen ontfangen heeft en dat gem: Engel zig alleenlijk daar meede verschoond, dat den verkooper voor een Engelsman heeft gehouden, die te vooren nooit bij hem is geweest: Dat zoo zeer deeze verschooning ook schijnd gegrond te zijn het op de andere zeijde ontwijffelbaar is dat den verkooper een zoldaat uit het Casteel is geweest en dat de verkogte goederen vertrouwd en gestaalen zijn; dat die soldaat dusdaa„ „nig bij desselvs desertie onderhoud heeft gevonden en door den eersten verkoop zeekerlijk tot de Tweede dietstal is ver„ „leid geworden, het geen den kooper door prompte opvol„ „ging der wetten en ordres en noodige omzigtigheid verhinderen kan en zal en meergecit„r Engel had ofserveeren moeten, want waar geen heelen is daar is ook geen steeler: — Maar zulke kooplie„ „den hebben al vroeg den deur tot den iniang van diergelijke per „zoonen open en Joh:s Engel is ten half zes uuren reeds gereedt geweest, gend: koopmanschappen zonder veele waarde wisseling te ontfangen een geringe prijs daar voor te betaalen en nog andere te verwagten, zonder de aanmerking te maaken dat dien kaarel naar de tweede reise zoo vroeg komt en hoofd kussens en andere goederen in den boedel zijn, die denselven, hij mag soldaat of mattroos zijn niet kunnen toebehooren. Tig 482. Ta Uw E Achtb:e zelve bekend, hoe meenigvuldige diefstallen zee„ dert eenige tijd alhier gepleegd zijn, dewelke alleenig door diergelijke ongereegelde en de docieteijt der menschen allervaadeeligste huis= „houdingen kunnen onderhouden worden; dewelke dan ook in een Land van goede Justitie niet zullen moogen en kunnen moogen en kunnen verschoond blijven, waardoor den 2: O„o vertz bij aangehaal de omstandigheeden zich dan ook in de noodzaakelijke verpligting gezet ziet, teegens meergem: Johannes Engel de verlischte geraredure te entameeren en den 7:d: vertoonder hierbij in alle opzichten dienstig en noodzaakelijk voorkoomende naadere rechercken en onderzoek te doen, of zich er ook wel meer gestoolene goederen onder berus„ ting van denzelven mogte bevinden en ten dien eijnde desselvs waa„ „ninge, more solito te visiteeren, echter tot het een en ander uwel Ede achte gustoridatie praefereerende nemt den 7: O:o verst de vrijheid uwel Ed=e achtbr Eerbiedig te verzoeken om denzelven te gelieven te verleenen auctorisatie waar door den r: d:o vert„n word geauthoriseerd meergem:e Johannes En„ „gel in persoon voor deezen raade te doen dagvaarden mitsgaders ten over„ staan van HH: Gecomm: uit welgem: raade zonder intstel huisvisitatie bij denzelve te moogen verneemen /onderstond twelk doende &: was getee„ kend: I: N: S: van Lijnden / in margine:/ prarent den 9 xbri 1790. — Welk vertoog en stukken geleezen en daar over met at„ tentie gebesoigneerd zijnde is bij meerderheid van Stemmer op het zelve het volgende appoinctement gevallen De Raad houd het verzoek om dagvaarding in persoon d .. 483. persoon op den burger Johannes Engel in advijs, edog accordeerd de verzog¬ te huisvisidatie bij gem: Engel, ten overstaan van Heeren gecommitteerdens C deezer vierschaar. — Eindelijk wierd door den adjuniet fiscaal Mr. Johannes andreas Pruter, voor den Land = daast der Colonien stellen„ bosch en drakensteijn de Heer Hendrik Lauewijk Bletterman geExhibeerd een vertoog noopens den burger mar„ „thinus Bijleveld, gemunieerd met d bijlaagen:— Luidende Aan den weledele Agtbe Heere Johannes Isaak Rhe¬ mius President beneevens de verdere Heeren Leeden van den E Achtb=re Raade van Justitie deeses gou¬ „vernements. Vertoond met diepschuldigen Eerbied den Land= drork 484. „droot van Stellenbooch en Trakensteijn Hendrik Lodewijk Bletterman Dat op Donderdag den 2 deezer nademmiddags de klokke Circa 5 uuren, den eerste oud opperchirurgijn d' E Pieter domus bij den vert=t gekoomen zijnde onder vertooning van twee groote sleutels heeft gezegd zie daar mijn Heer ik denk nu dat er veele dingen aanden dag zullen koomen, ik meen omtrend de veelvuldige gepleegde dieverijen in't dorp en ik moet u de zaak omstandig verhaalen; verhaalende als toen in substantie: dat een zijner Havinnen en naame Sabina bij hem gekoomen zijnde gezegd had een kistje van haar waarin eenig zilver geld, e beugeltas, een stuk papiere geld van 3 rijxt:s en eenige andere goeders ses meer van zijne met een muur omringde Erf gestoolen te zijn, en teffens hem bekend gemaakt had dat een der metzelaars Jongens van den burger Marthinus Bijleveld een paardaagen bevoorens aan een der hek deuren zou gekoomen zijn en haar gevraagd had of niet een sleutel op de Erf of het agterplaats van haar lijfheers huis te vinden is, en dat zij daar naa zijnde gaan zoeken dezelve door haare meede slavin roresta terstond was opgeraaft en haar overhandigt onder het zeggen-kijk daar vind ik de sleutel van het pakhuijs en dat is vowr zijn sleutel en brengt dat binnen dog dat zij dezelve in steede van aan haar nonje te brengens, buiten omgegaan was en aan gem:e Metzelaars Jongen had af„ gegeeven. Dat hij Domus om dezelve sleutel door voorsz: rosetta bij ge Bijleveld hebbende laaten versoeken; de vrouw van gemt Bijleveld als toen had laaten weeten, dat hij aldaar koomen zou, want zij met hem zelvs wilde spreeken, ook zich derwaards had begeeven en bij zijn koomst verzogt de sleutel te moogen zien, en wanneer hem dezelve
English
it had been handed over, he had held it against that of his warehouse, and found it to agree with it in all parts, except that the bit of it was thinner and yet seemed to have been bent by force. That subsequently the wife of the aforementioned Bijleveld told him further that, being busy that morning in her garden with one of her female slaves doing this or that near the mill water flowing through the garden there, the said female slave had said, look there, mistress! there comes a small chest, which was the stolen one and the lock of which had been broken off; in the secret drawer, however, there was still found the aforementioned coin of three Rijxd:s, some buttons, and 1 pair of silver knee buckles; and that he, Domus, thereupon said both to the said Bijleveld, who in the meantime had come home, and to his wife, give me the key as well, for I must notify the Landdrost of this, which they had also approved; just as he now doing so also trusted that the prosecutor, investigating the matter, might perhaps come to discover many things; for that the pretext, as if an ape or baboon of Jan Heijneke had taken that key, which AB with three others fastened to a strap or cord was handed over to the slave Meij of the said Bijleveld by his master or mistress according to the statement of his maid, and had brought it precisely onto the partition wall between the yard of him, Domus, and that of one of the new houses built by the said Bijleveld, or else inside the yard of him, Domus, where it was found a few paces from the inner warehouse, had appeared to him very improbable, the more so because indeed a few months ago a young man, having been discovered by night near or about the same warehouse, had jumped from the wall inside the aforementioned yard of the said Bijleveld. That all these circumstances, compared with the said case, together with the thefts committed since the month of May of this year, however much accompanied without visible break-ins, and committed precisely at such pantry rooms of the houses situated in the village of Stellenbosch as were for the greatest part built by the masons of the aforementioned Bijleveld or some alterations had been made to those same rooms; the prosecutor, for the preservation of the public peace and safety of the good inhabitants of the village, considered himself obliged, since evening was already beginning to approach, first to demand the said slave Meij from the said Bijleveld and to interrogate him, to which end having also sent the orderly rider Adam Reim with 2 Caffers to the house of the said Bijleveld in order to summon the frequently mentioned Meij, the same orderly rider, upon his return bringing the said slave Meij with him, reported that the aforementioned Bijleveld had told him that it was not necessary to come with Caffers, because this would cause a complete commotion among the people. That the prosecutor, finding the said slave Meij somewhat suspicious upon interrogation, after having had him properly searched, provisionally had him placed in the prison house and immediately sent a second orderly rider to the said Bijleveld with the request to search the chest of the said slave Meij immediately, which orderly upon his return reported to the prosecutor that the said Bijleveld had said that the aforementioned Meij had the keys of his chest with him and that he would immediately come to the prosecutor himself; the prosecutor, however much assured that absolutely nothing had been found on the aforementioned Meij, immediately had him searched once more, but as before, found nothing on him. That about half an hour later the said Bijleveld came to the petitioner in the garden, and the prosecutor having said to him, well Bijleveld, the young man surely does not have the key with him, the latter replied, no, his wife has it, whereupon the prosecutor asking him whether he had had the chest searched, he replied, No, I have not done that, and I only come to hear how it is with my boy and why the slaves of Domus were not fetched as well; the prosecutor having communicated to him the entire story and report of the aforementioned E. Domus, he immediately gave as an answer, I bent the key myself, and I find it entirely imprudent to have a boy fetched with orderly riders and Caffers and thereby cause an uproar among the people, and solely on the statement of the maid of Domus without any grounded
Dutch transcription
485 dezelve overhandigd was had hij dezelve teegens die van zijn pakhuijs gehouden, en bevonden in allen deelen daar meede te accordeeren, uitgezondert dat de lip van dezelve dunne & was echter door force scheen verboogen te zijn. — Dat vervolgens de vrouw van voorsz: Bijleveld hem ver„ „der verhaalde, dat zij dien morgen in haar Thuijn met een haarer slavinnen bezig zijnde 't een of 'tander omtrend het aldaar door de thuijn vlietend moolen waater te verrich„ „ten de gem: slavinne gezagd had, zie daar nonze! daar komt een kisje echter, hetzelve ontstolene was en waar van het stotte afgebrooken; in 't verborgene laadje echter nog geven„ den was, t voorsz: stuk munt van drie Rijxd:s wat knoopjes en 1 p:r zilvere kniegerpen; en dat hij domus daarop, zoo aan gem: Bijleveld die intusschen te huis gekoomen was, als aan desselvs huisvrouw geregt had geeft mij de sleutel meede daar moet ik de Land= droot kennis van geenen Dezelve zulx ook hadden goedgekeurd; gelijk hij als nu doende ook ver¬ trouwde, den vvertsonder de zaak onderzoekende moogelijk vee„ ledingen zou koomente ontdekken; want dat het voorwendzel als of een rap of Baviaan van Jan Heijneke die sleutel, die AB met nog drie andere aan een riem of touwtje bevestigt. aan de slaaf Meij van gem: bijleveld door desselve Lijfheer of Lijfvrouw overhandigt /:volgens het zeggen van zijn meid er afgenoemen en Juist op de schijds muur tusschen het Erf van hem Domus ent dat van eenen der nieuwE, doort gem Bijleveld opgebouwde huizen dan wel binnen het Erf van hem Domus, alwaar dezelve eenige treeden van 't binnen pakhuijs gevonden 486. gevonden is zou hebben gebragt, hem zeer onwaarschijnlijk was voorgekoomen te meer daar immers voor eenige maanden veer Jongen als nagts bij of omtrend hetzelve pakhuijs ontdekt zijnde van de vaarde muur binnen 't eevengemelde Erf van gedr bijleveld gesprongen was Dat alle deeze omstandigheeden, met de zeedert de maand Maij deezer Jaars hoe zeer ook zouder opvoerige braaken verzeld gegaane en gepleegde diverijen Juist aan de zoodaanige provisie kamer der in't dorp stellenkosch staande huizen zijn gepleegd als. welke voor 't grootste gedeelte door de metzelaars van voorsz: bijle„ veld gebouwd of eenige veranderingen aan dezelve kaamers lijngen maakt, met het voorsz: geval vergeleeken; den verkt tot Conaer„ vatie van de publicque rust en veiligheid der goede inwoonder „ren van het dorp zich verpligt heeft gereekend vermits reeds daan avondstand begon te naaderen, voor eerst gem: slaaf Meij van woorde Wijleveld of te Eisschen en denzelven te moeten ondertaven, ten dien eijnde dan ook de ordonnantie ruijter Adam Reim met 2 kasters aan het huis van gem: Bijleveld gezonden hebbende om meergem: Maij op te Eijsschen, heeft denzelven ordonn: ruiter bij zijn te rug komst gem: slaaf meij meede brengende, berigt, dat voorm: Bijleveld hem gezegd had het niet noodig te zijn om met Caffers te koomen want dit een geheele opzaer onder het volk zoude geeven. Dat den vertr gem: slaaf Meij bij ondertosting eenigzints suspect vindende dezelve naa behoorlijk te hebben doen visiteeren provisioneele 487 provisioneelijk in het gevangen huis heeft doen plaatzen en daadelijk een tweede ordonnantie ruiter aan gem: Bijleveld gezonden met versoek om terstond de kist van gem: slaat meij te visitee„ ren welke ordonnantie bij zijn retour den vert=r berigte dat gem: Bijleveld gezogt had voorsz: Meij de sluitels van zijn kist bij zig te hebben en daadelijk zelv bij den vert=r te zullen koomen den vert=r hoe zeer ook verzee„ „kerd, dat bij voorsz:e Meij niets hoegenaamd gevonden was heeft denselven terstond nog eens doen visiteeren, echter gelijk voorheen, bij denzelven niets gevonden Dat omtrend een half uur daarna gem: Bijleveld in den tuijn bij de reqt. gekoomen zijnde enden vertr hem ge„ zegd hebbende wel Bijleveld de Jonge heeft immers de sleutel niet bij zig antwoorde dezelve naer zijn vrouw heeft die hier op den vertn hem vraagende of hij de kist had laaten visiteeren gaf hij ten antwoord Neen dat heb ik niet gedaan en ik kom maar om te hooren hoe of het met mijn Jonge is en waarom de saaven van domus ook niet gehaad zijn: den vertr hem hier opgecommuniceerd hebbende het geheele verhaal en aangebrachte van voorn: E Domus, gaf hij terzond ten antwoord de sleutel heb ik zelvs verboogen, en ik vind het geheel onvoorzichtig, om een Jonge met ordon„ nantie ruijters en Casfers te laaten haalen en daardoor een oproer onder het volk te maaken en alleenlijk op het zeggen van de meid van domus zonder eenige ge¬ gronde
English
grounded reasons he would place my boy on criminal trial, the petitioner telling him, Bijleveld, that it was his affair and he would answer for it to Your Honorable Worships, and if he felt aggrieved he could address the government or Your Honorable Worships, but that it was now going too far with him, Bijleveld, and that the petitioner on account of his insolent conduct would prosecute him before Your Honorable Worships, whereupon he immediately replied, you can do that, I dare to come there, for where you dare to come I may come, and it is whether it all goes for your account, upon which the petitioner, telling him, Bijleveld, man, go away in God's name, for I have never heard the like, and see that you leave, he said, well then, I shall send all my slaves now and then anyone can do with them whatever they please, the petitioner replying, that is fine and I shall do what it is my duty to do; he, Bijleveld, repeatedly saying, immediately I shall send you all my people. That the petitioner, having sent the messenger to him, Bijleveld, the next morning to ask him partly about the foregoing, he greatly sought to deny the same, and probably after so many threats, about the various insolent, injurious, and even scornful expressions used by him on this and that occasion against the petitioner, and of which the petitioner, if necessary, could produce a great number of proofs, suspecting that the petitioner was now in earnest finally to bring the matter before the eyes of Your Honorable Worships, made his appearance before the assembly hall of the Heemraden on Monday the 6th of this month and requested the messenger that he might be admitted, whereupon the petitioner, feeling obliged to inform the members, who happened to be fully assembled, in a few words of the incident and also of his intention to turn to Your Honorable Worships in that regard, whereupon he was informed by some members how he, Bijleveld, had addressed them in a certain memorial and they, the members, had made known to him that he must not come into the meeting with it, unanimously approving the intention of the petitioner, as being convinced of the arbitrary, willful, and insolent conduct of the said Bijleveld. That upon his being admitted there on a private request, he immediately asked who was now to pay him the costs for his slave having been criminally charged by the petitioner, and the members of the assembly having answered him that he must not come here with such matters, he departed, whereupon, after the meeting, by one of the members, being the Honorable Jacob Eksteen, there was handed over to the undersigned the memorial annexed hereto, with the declaration that he had had the same copied to place it in the hands of the petitioner, since he himself had been convinced a few days ago that the petitioner had used too much leniency with the said Bijleveld and it became very necessary to bring the said Bijleveld back to his duty. That That by such conduct of the said Bijleveld held against the petitioner as officer of justice in the districts of Stellenbosch and Drakenstein, the petitioner can solemnly assure Your Honorable Worships, all necessary investigations relating to the aforesaid case have come to naught and thus had to be suspended, and consequently the course of justice obstructed, the safety and peace as well as the lives and properties of the worthy inhabitants endangered; besides which, whatever case may have occurred to the petitioner during the discharge of his present office, he has never or at no time been so disturbed and deterred, whatever case might come to exist, from making the necessary investigations, as by the so scornful, impertinent, and highly injurious expressions of the said Bijleveld, and concerning which he awaits from Your Honorable Worships a proportionate satisfaction for the maintenance of good order and for the peace and safety of the good and worthy inhabitants. Wherefore the petitioner takes the liberty to turn to Your Honorable Worships, respectfully requesting that Your Honorable Worships may be pleased to cause the said Marthinus Bijleveld to appear in this honorable Council on a certain day to be determined by Your Honorable Worships, and to impose upon him, Bijleveld, that for the injurious and scornful expressions used against the petitioner in his aforesaid capacity, he shall be placed on water and bread for the term of 14 days, and and furthermore shall have to pay a sum of One Hundred ducatons to the Diaconate poor of the congregation at Stellenbosch, or else to make such disposition in this matter as Your Honorable Worships shall please to think proper and judge appropriate. Which doing, etc. Was signed: H. L. Bletterman. In the margin: Submitted in the Council of Justice of the Cape of Good Hope, the 9th of December 1790. Which representation and documents it was resolved to hold for circulation in council. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower down: In my presence, signed: W. Rijneveld, Secretary.
Dutch transcription
488. gronde reeden maar aan zoudemijn Jongen Crimineel te zet¬ ten den vertr hem Bijleveld zeggende, dat het zijn zaak was en zich bij uwelEd Achtb„rn zoude verantwoorden, en zoo hij zich bezwaard vond bij de regeering of aan uwelEde Achtbe konde addverseeren maar dat het nu te verre met hem Bij„ neveld ging en dat den vertz. weegens zijn brutaal gedrag hem voor uwelEde Achtb=e zoude actioneeren, wanneer hij direct ten antwoord gaf, dat kan sij doen daar durf ik koo„ men want waar gij durft koomen mag ik koomen, en't is of het loapt alles voor zu reekening hier op den vertr hem Bijleveld zeggende man gaat in godsnaam heen want zoo heb ik het nraijt gehoord, en maak dat je vertrekt zijde hij nu dan zal ik Jan al mijn slaaven stuuren en dan kan Jeder mee doen wat Je wel den vertk repliceerende dat is goed en ik zal doen wat mij te doen staat; hij Bijleveld tot herhaalde rijzen kwam te zeggen saaan„ stonds zal ik sou al mijn volk stuuren. — Dat den vertr des anderen daags 's morgens hem Tzijleveld de boode hebbende gezonden, om hem gedeeltelijk afte vraa„ gen het voorengaande hij grootelijks het zelve heeft willen ont„ kennen, en waarschijnlijk naa zoo veelvuldige bedrijgingen, over de differente brutaale, Larive en zelve hoonende Expressie bij deeze engeene geleegentheid door hem teegens den vertoonden gebeezigd en waar van den vertr des noods eenige meenigte van tewijzen zoude kunnen produceeren vermoedende het de vert:r nu een Ernst te zijn om de zaak eindelijk onder Hoog van uwel Ede Achtbe te brengen, heeft zig voor de vergaader zal van Heemraaden op maandag den 6 deezer laaten vinden en de boode verzogt te moogen binnen gelaaten worden, wanneer den vertk zich verpligt reekende aan Juist voltallig verga„ dert zijnde Leeden met weinige woorden het geveel ter ken¬ nise te brengen en teeven van zijn vooneemen om zig des weegen tot uwelEde Achtb=e te keeren, wanneer door zommi„ go Leeden wierd geinformeerd hoe hij Bijlendd zich bij zeeke„ „re memorien tot hun had geaddresseert en zij lidden hem hadden te kennen gegeeven daar meede in vergadering niet te moeten koomen unainiter approbeerende 't voorneemen van den vert r als overtuigd zijnde van de eigendunkelijke willekeurige en brutaale handelwijze van denzelven bijleveld. — 489 Dat hij daar op binnen gelaaten zijnde op een par„ ticuliere verzoek daadelijk kwam te vraagen, wie hem nu de kosten zou betaalen dat zijn slaaf door den vert„ Crimineel was gezet en de leeden der vergadering hem ten antwoord hebbende gegeeven van met zulke zaaken al„ hier niet te moeten koomen is hij vertrokken wanneer door een der Leeden zijnde d E Jacob Eksteen naa de vergadering aan den ondergeteekende overhandigt is geworden de deezen geannexeerde memorien met betuiging dat hij dezelve had¬ den laaten Copieeren om den vertzter hand te stellen, ver„ mits voor nu wenige daagen zelvs overtuigd was gee„ „worden dat den vertaonder te veel toegeevendheid met gem: Bijleveld had gebruijkt en het zeer noodzaakelijk „wierd van gem: Bijleveld tegeens tot zijn plicht te bren„ gem. Dat - 490. dat door een diergelijk gedrag van gem: Rijleveld teegens den ver„ toonder als officier der Justitie in de districten van Stellenbaad en drakensteijn gehouden den vertoonder uwel Ed=e Achtbr Heilig betuijgen kan, alle noodige onderzoeken tot het voorsz: geval relatie hebbende te niet te zijn geloopen en du te hebben moeten staaken en gevolgelijk den loop der Justitie gevtoemd de vijligheid en rust mitsgaders haar en goederen der bra„ ve ingezeetenen gerisqueert te zijn; behalven dat den ver„ toonder welk geval hem ook geduurende het waarneemen van zijne teegenwoordige amst mogte zijn voorgekoomen, nimmer of nooijt zoodaanig is ontrocht en afgeschrikt geworden, om welk geval er ook mogt koomen te Exteeren de nodige onderzoekin„ gen te doen als door de zoo hoonende impertinente en ten hoogste seesive uitdrukkingen van gem: Bijleveld en waarover hij van uwelEde achtbe een eevenreedige satisfactie tot munetien van de goede ordre en tot rust en veijligheid van goedeen braane opgezeetenen is verwagtende Mits welke de vertoonder de vrijheid neemt hem te keeren tot uwelEde Achtb: Eerbiedig verzoekende dat uwel Ed: achtb: gem: Marthinus Bijleveld teegens zeekere door uwel Ed achtb: te bepaalene dag gelieve te doen Compareeren in deezen achtbr raade en denzelven of te leggen, dat hij Bijlevelt over de lasive en hoonende Expressien teegens den vert:t in zijn voorsz: qualiteijt, gebeerigd voor den Er van 14 daagen zal werden te waater en te braat geze en 491 en voorts zal hebben te betaalen eene somma van Een Hondert ducatons aan de Diaconij armen der gemeen„ te te stellenbosch dan wel zoodaanige dispositie in dee„ zen te neemen als uwel Ede Achtbe zullen gelieven goed te vinden en oordeelen te behooren. /onderstond:/ 't welk doende &=a /was geteekend:/ HL: Bletterman /in margine:/ overgegeeven in raade van Justitie van Cabo de goede Hoop den 9 December 1790 Welk vertoog en stukken goedgevonden is ter rondleezing in advijste houden. — /onderstond Nan Cabo de goede Hoop die et anna ut supra /lager:/ Mij Present /geteekend:/ w : Rijneveld sewrest
English
Today, the 16th of December 1790. The merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, having sent here under civil arrest the burgher Stephanus Cornelis Botma, together with a report to the Honorable and Respected Mr. President, reading as follows: Honorable and Respected Sir. The evening before last, the 9th of this month, at the stroke of seven o'clock, having been brought to my knowledge by the burgher Jesaias Hamman on behalf of the Second Lieutenant of the Cavalry here, Johan Gerhard Kloete, that the burgher Stephanus Cornelis Botma, residing at Graaff-Reinet, having arrived at his farm Nooitgedacht, had said to him, Kloete, that he had to appear before the Honorable and Respected Council of Justice on that same day to confirm a declaration in the case of a certain Mijnhard, who had killed the substitute Jurgens at Graaff-Reinet, but then recounted that the burgher Jacobus Grundlingh was said to have stabbed the burgher Katenbrink to death there, and finally made it known that he, Botma, was the one who was said to have stabbed the aforementioned Katenbrink to death with his sidearm or sword, I, however, not having had the least information regarding the aforementioned case before, either directly or indirectly, felt obliged 492. obliged to take a declaration of this from the aforementioned Hamman immediately before commissioned Heemraden, and to write to the aforementioned Kloete to have the aforementioned Botma transported here at once in the most civil and cautious manner, and to come himself. Whereupon the aforementioned Cloete having let me know that he would arrive here with his wagon with the aforementioned Botma within a short hour's time, and he having also arrived here with the aforementioned Botma at about half past eight o'clock, I took a statement from him as aforesaid, and thereafter had the aforementioned Botma step inside; whereupon, when I communicated to him before the gentlemen commissioned Heemraden what the aforementioned Cloete had just related regarding his disclosure made to him—namely, that he, Botma, was said to have stabbed the said Katenbrink to death with Katenbrink's sword—he immediately, with the greatest emotion, weeping, confessed that he, Botma, together with his uncle Andries Smit, the burghers Barend van Blerk, Jacobus Grundeling, and the aforementioned Hendrik Katenbrink, were playing cards in the evening with Doctor Carel Philip Zastron at his house at Graaff-Reinet, while the Landdrost Woeke and Secretary Maynier were also playing cards in another room, I believe elsewhere in the back of the same house, his uncle Smit had gotten into an argument with the doctor, whereupon his aforementioned uncle had dealt Doctor Zastron a punch with his fist to the head, and the doctor, having then wanted to deal his uncle a blow with his sword, his uncle had struck the doctor's arm to pieces; that thereupon the aforementioned Katenbrink, taking the part of the doctor, 493. 494. had wanted to stab his uncle Smith with his cutlass or hanger, but that he, Botma, taking the part of his uncle, had wrested the cutlass from the said Katenbrink and with it had dealt him a stab in the left side according to the demonstration he made, and that the Landdrost, having arrived there, was said to have said: what are you doing, children or people? while he, Botma, on the next or following day in the morning, had found the aforementioned Katenbrink himself lying dead, and had not known this earlier on account of drunkenness; he, Botma, having departed from Graaff-Reinet with Secretary Maynier the afternoon of the same day and ridden to his uncle Andries Smith, subsequently continuing on his way, arrived yesterday at the aforementioned Cloete's, having had the intention of wishing to bring the same to the knowledge of the Independent Fiscal at the Cape and not to conceal it, knowing well that he had earned punishment and wishing to suffer it rather now than later, even though it was committed through drunkenness. Upon the aforementioned documents and the aforementioned voluntary confession made by Stephanus Cornelis Botma, I arrested him, handing him over today under the supervision of the substitute Andriessen toward the Cape in that manner; believing to have done my duty, since the offense was committed at Graaff-Reinet where the corpus delicti is situated, I believe, subject to correction, that the Landdrost Woeke there must act ex officio in that case, for which reasons I believed the Adjunct Fiscal to be qualified to replace the aforementioned Mr. Woeke ex officio, gave notice of this to the said Mr. Faure, and sent him both of the aforementioned documents. At the bottom stood: Of which the above was signed: H. L. Bletterman In the margin: Stellenbosch, the 11th of December 1790. And
Dutch transcription
Huiden den 16 December 1790 Den koopman en Land=droot der Colonien Stellenborch en Drakenstein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman alhier in Civiel arrest opgezonden hebbende den burger Stephanus Cornelis Botma neevens een bericht aan den E: Achtb:e Heer President van Navolgende inhoude WelEdele Achtbaare Heer. Voorgisteren avond den 9 deezer de klokke zeeven uuren, door den burger Jesaias Hamman uit naam van de mant Tweeden Lieutenant bij de Cavallerie alhier Johan Gerhard kloete mij ter kennisse gebracht zijnde dat bij hem op de plaats nooijt gedagt gekoomen zijnde den burger stepha„ nus Cornelis Botma te graaff reinet woonachtig denzelven aan aan hem kloete had gezegd voor den E Achtb=r raade van Justitie be zelvden dag te hebben moeten Compareeren om een verklaaring in de zaak van zeekere Mijnhard die den substituut Jurgens te graaf reinet om 't leeven had gebragt te beledigen dog daarn verhaald dat den burger Jacobus Grundlingh den burger Katen„ „brink aldaar zoude hebben dootgestooken, eindelijk bekend gemaakt, hij Botma die geene te zijn die gem: katenbrink met desselvs zijdgeweer of deegen zoude hebben dood gestroken, zoo heb ik hoe zeer ook van 't voorsz: geval geende minste en formatie bevoorens direct nagindirect het gehad mij Verpligt ge„ „reekende 492. reekend om staande voets van gem: Hamman een verklaring hiervan voor gecomm: Hemraaden te neemen en voorsz: boete aan te schrijven om gem: Botma opde Cinielste en voorzigtigste wijze terstond Herwaards te doen Trans„ „porteeren, en zelvs te koomen waarop voorsz: Cloete mij heb„ „bende laaten weeten van binnen een klijn uur tijds met zijn woogen met gem: Botma alhier te zullen koomen denzelven ook Circa half neegen uuren alhier met voorsz: Botma gekoomen zijnde van hem een relaas invoegen voorsz: heb geligt en daar naa Evengend: Botma doen binnen treeden; wanneer ik denzel„ ven voor Heeren gecomm: Heem raaden Communiceerende 't geen eevengem: Cloete eeven bevooren had genelateerd omtrend zijne am denzelven gedaane bekendmaaking, dat hij Botma nament„ „lijk met den deegen van Katenbrink denzelven katenbrink zou„ de hebben dood gestooken Conferreerde denzelven terstond met de groot„ ste aandoening al weenende dat hij Rotma neevens zijn oom Andries Smit de Burgeren Barend van Blerk Jacobus grunde¬ ling en ^ voorsz: Hendrik Katenbrink aan het huis van den Doctor Carel Philip Latrote graaff Reinet, des avonds met den¬ „zelven tatro kaartspeelende terwijl de Heer Land=drost woeke en Secretaris Mainier in een ander vertrek zoo ik meene elders agter in het zelve huis meede kaart speelden zijn oom smit met den doctor questie had gekreegen wanneer zijn voorm: oom den doctor sastro een slag met de vuist voor het hoofd had toegebragt en den doctor denzelven zijnen oom als toen een steek met zijn deegen hebbende willen toebrengen had zijn oom den doctor den aam in stukken geslaagen; dat hier of voorm: katenbrink de parthij voor den doctor opnee„ 493 manten 494. „mende met zijn plamper of houwer zijn oom smith had wil„ „len steeken dog dat hij Bhatnia de parbrij voor zijn oom genee„ „mende gendt:t katenbrink den plamper had ontnoomen en hem met dezelve een steek volgens zijne gedaane aanwijzing in de linker zijde had toegebragt dat de Heer Land= daart daar bij genoomen zij de zou gezet hebben wat daet gijde kinderen of menschen terwijl hij ehotm den anderen of volgende dag des morgens voorm: katenbrink zelve, dood had vinden leggen en zulx niet eerder geweeten te hebben door dron„ kenschap zijnde hij Botma denzelieden na de middag aldaar van gaaff reinct Met den secretaris Maijnier vertrokken en tot zijn oom andries Smith gereeden vervolgens zijn weg vervolgende oegisteren bij gem: Cloete gekoomen voorneemens geweest zijnde 't zelve aan den Heer Jndependent Fircaal aande Caab ter kennisse te willen brengen, en niet te verdwijgen welweetende dat hij straf verdiend had en Liever nu als namaals te willen zeiden schoon het door dronkenschap was begaan. Op de voorsz: Documenten en de voorsz: door Steph 3 Corns Botma gedaane vrijwillige Confersie, heb ik denzelven gearres„ teerd, gaande op heeden onder het opzicht van den substituut andries„ „sen koapwaards indiervoegen over; vermeenende voor mij te heb„ ben voldaan, alzo het deliet te graaff Reinet alwaar het Corpus velicti zig bevind begaan zijnde ik onder Correctie vermeene de Heer Landdroot waeke aldaar in die zaak R: O: te moeten ageeren, om wel„ ke reedenen ik vermeende de heer adjunct fiscaal gequalificeerd te zijn gem: Heer woeke en officio te vervangen, denzelven Heer Fauter hier van heb kennisse gegeeven ende beijde voorsz: documenten toegezonden. /onderstond:/ van welk voortz W. /was geteekend:/ H: L: Bletterman /n margine:/ Stellenbooch den 11 December 1790: En
English
495 A request having also been made by the Deputy Fiscal Mr. J. A. Truter, qualified ex officio to attend to the affairs of the Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet M. H. O. Woeke, to the Honorable Mr. President, with the submission of a report made by the burgher Lieutenant Johannes Gerhardus Cloete and the burgher J. H. Hamman before the commissioned Heemraden, for approval of the aforesaid incarceration of the said Botma, and that it might also please the Council to have the frequently mentioned Botma provisionally held under civil arrest until further information regarding this matter shall have been obtained from Graaff-Reinet; this request of the officer was, by order of the Honorable Mr. President, circulated for vote among the respective members of the Council by me, the undersigned sworn clerk, and unanimously agreed to. And on that occasion, the declaration of the aforesaid Deputy Fiscal, acting ex officio for the Landdrost of the Colony of Stellenbosch and Drakenstein regarding the burgher Albert Nel, was also brought to a vote by the undersigned: namely, that since the said Nel, in his answers given to the interrogatories put to him before the Gentlemen Commissioners pursuant to the Council's appointment of this month, denied the act charged against him, the said officer could well allow the said Nel to be released from personal appearance and received into an ordinary lawsuit, as well as admitted to act by an attorney. Underneath was written: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower stood: Which I attest. Signed: J. Karnspek, Sworn Clerk. 496. Thursday the 23rd of December 1790. In the forenoon, present the Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden and Mr. Ronnenkamp, excused by disposition. The petitioner, having submitted his pleading of salvations, requests the Honorable Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, acting for the Deputy Fiscal, in his capacity as the prosecuting officer, to be served with a copy for his contemplation; the petitioner advances thereupon on the roll the following. The military auditor G. Exter, because of the indisposition of the prosecuting officer, acting today for the Deputy Fiscal, says he has no objection, but requests that the defendant's request be granted on penalty of default. The defendant also renounces, but requests this Honorable Council that the report to the nautical commission, upon which Harriat based his claim, may not be sworn to before the documents shall have been circulated among Your Honors, while the defendant claims to have sufficiently demonstrated from the documents he has submitted that that report, being an illegal instrument under the order of the High Ruling Masters, cannot and may not be sworn to. The prosecuting officer says he leaves this to the judgment of the Council. The Council grants the prosecuting officer a copy of the submitted salvation for his contemplation. The Junior Merchant Mr. Johan Fredrik Kirsten, plaintiff, versus P 497 The military auditor G. Exter, acting because of the indisposition of the prosecuting officer, says he has nothing against it, but requests that the defendant be granted his request on penalty of default. The Council: fiat adjournment until fourteen days from today, in order then to serve with rejoinder on penalty of default. The aforesaid G. Exter, for the plaintiff, demands replication. Whereupon Sr. M. Blankstein, as attorney for the defendant, requests a copy in order to serve with rejoinder fourteen days from today. The Honorable Independent Fiscal Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, in his capacity as prosecuting officer, versus the lessee of the Rondebosch and False Bay, Johannes Paulus Eksteen, summoned to see an answer served to his submitted replication. The petitioner requests by petition an adjournment for 14 days. The suspended Assistant Pieter Willem Kolver, as attorney for Captain-Lieutenant Jan Breugeman, summoned, versus the aforementioned Honorable Fiscal, prosecuting officer, to hear an adjournment requested instead of seeing service of a rejoinder. The Council: fiat. 498. The petitioner presents a petition whereby he requests an appeal from the aforementioned sentence to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia. The suspended Assistant Jacobus Verfueij, as attorney for the burgher Jacob Johannes van den Bergh, petitioner, versus the aforementioned Honorable Fiscal, prosecuting officer, to hear an appeal requested from a certain interlocutory sentence rendered on the 9th of this month to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia. The aforesaid auditor G. Exter, appearing for the Honorable prosecuting officer, produces against this the following on the roll: Actum. Upon consideration of the request made by the petitioner, it has appeared to the undersigned that the appeal requested by him cannot be granted to him, because the petitioner, not having been able to deny the fact, it is consequently also certain that he had already, before the pronunciation of the sentence, incurred the fine of One Thousand guilders specified by placard, and that thus the sentence of Your Honors in effect merely contains a declaration that the fact committed by the petitioner in this matter was fully established and fell within the terms of the law. Furthermore, Your Honors may be pleased to remark that if an appeal were to be granted in similar cases, it would become almost impossible for an officer effectively to prevent such illicit dealings; because by always letting oneself be constrained to pay, and thereby gaining the opportunity to appeal, while in the meantime continuing in the association in question, one would surely be able to earn so much that the legal costs would be made good.
Dutch transcription
495 Een teffens door den ads=t Discaal mr J: A: Fruter als in af„ ficio gequalificeerd ter waarneeming der zaaken van den Land Edroot der Colonie Graaff reinet M: H: O: woeke, aan wel„ gem E Achts Heer president onder overlegging van een relaas door den burger Lieutenant Joh:s Gertd: Claete in den burger J: H: Hamman voor gecomm. Heemraaden gepasseerd verzoek gedaan zijnde om approbatie op de voorszh gedaane incar ceratie van gem: Botma en dat het teffens van 't raads welbehaagen mogte zijn meerm: Botma provisioneelijk in biveel arrest te doen houden tot dat men noopens deeze zaak naadere informatien van graaf reinet zoude hebben bekoomen:- zoo is dit verzoek van den officier door mij ondergetz: gemw: Clercq ter ordre van den E Achtbr Heer frerident bij de resp=e Leeden des raads in omvraag gebragt, en daarin unanimiter gecondescendeert En bij die geleegentheid teffens door de ondergeteekende almeede in omvraag gebragt zijnde de declaratie van voorsz: adjt fircaal, als be officio voor den Landedraaf der Colonie Stellenbooch en Drakenstein rgeerende noopens den burger albert Nel, dat Namentlijk ver„ „mits gem Wel bij zijne responsioen gegeeven bij de vraagarticulen welke hem ingevolge s raads appoinctement van den deezer ten overstaan van Heeren gecomm. e zijn voorgehouden het hem te laste gelegde fait heeft ontkent den 49 officier welmogte tijden dat gem: Nel wierd ontslaagen van de personeele Comparitie en ontfangen in een ordinairis proces mitsgaders geadmitteerd om bij procureur te moogen occupeeren— - /onderstond Aan Caboe de goede Hoop dieet anno ut supra / lager quod Attestor /geteekend/ Z Karrspek gerw Clercq. — 496. Donderdag den 23 December 1790 Voordemiddags present d' E Achtbe Heer Johan„ nes Isaak Rhenius presedent en alle de Leeden dentis den Heer independent Fiscaal Johan Nicolaas steeven van Leijndien en den Heer Ronnenkamp bij en dispositie de reqt. zijn schriftuur van silvatien overgelegd hebben bende Verzoekt den auditeur Mili„ tavi 8 89: axter vermit endis„ Den E Achtbe Heer Inde pendent „prsctie van den v= orgeregt heeden Liscaal Johan Nicolaas Heeven voor adv„i Liscaalageerende daar van Coseia tot speculatie van zijnde r: d: geregt onme op de reqte advanceert daarop desselvs deprochen te zien die„ ter rolle het volgende„ nen van salvatien. — Den gede renuntieerd meede dog verzoekt deezen Tascht=s raade dat het rapport aande zeekundige Commissie waarop aan Harriat Eijsc zijn Eisch heeft gehandeert niet mag worden beledigt voor en aleer de stukken bij uwel Ed: achtbr zullen zijn rondgeleezen terwijl den ged=e ver„ meert uit de geene die hij heeft koomen overte leggen, genoegzaam betoogd te hebben dat dat rapport als een illegaal instrument zijnde /ingevolge de so„ dre der Hoog gebiedende Heeren, niet kan nog mag werden beeedigt.- De rE0. geregt zeyd zulx aan 'T raads oordeel over te laaten De raad verleend aan den Z: d: geregen Copie der inge„ diende salratie tot desselvs speculatie. Den onderkoopman de E Johan zeij Fredrik Eirsten Contra P 497 atterminatie voor 14 daagen den audiiteur G. Exter vermits indispositie van den 7Ed=e gereg=n „geerende zegt daar niets teegente hebben, maar te verzoeken dat den ged=t zijn verzoek word toegestaan op poene van verstek— de reqt verzoekt hij request Geraad fiat atterminatie tot heeden over veertien daagen om als dan te deenen van duplicq oppoene van verstek Vb: g' Exter voor den rede Eijaschen den E Achtb Heer Jndep=te raad van repliq Discaal Johan Nic, Heeven van zijnde 7: d: regt Contra den pachter van 't rondee bos„ „je en Baaij fals Joh:s Pau„ lus Eksteen geregt omme op desselvs ingeleeverd Waarvan Sr. M: Blankstein als gem=t van de gereg verzoekt opia ten einde heeden over 14 daa„ „gen daarop te dienen van duplicq den onder afgesz: gagie gestelden Adsistend Pr. Willem Kolver als ge¬ „machtigdd van den Capitain sui„ tenant Jan Breugeman regt Contra Welgem: E Achtb e Heeer fiscaal 7= d„o gereg=n om in steede van te zien dienen van duplicq atterminatie te haaren ver zoeken. ant 498. de regt presenteerd een re„ Den onderafgesz: gagie gestelde grest waar bij hij verzoekt adristend ds. Jacobus verfueil als appel van 't eevengem: vonnis gem van den burger Jach Johs. van naar den Petchst Raad des Cas„ den Bergh reqt Contra tals Batavia voorEe auditeur g'Exter porteeleerende voor den Hr. R:O: Welgem: E Achtbr Heer Liscaal gereg„ln produceend daar tee„ gen het volgende Actum ter 2:de geregn om weegens zeekere dat dato 9 dezer gevelde wan„ bij overweeging vant door den regt gedaan verzoek is het aanden onder„ nie te hoaren verzoeken appel get. te vooren gekoomen dat het daarbij voor den 8 Achtbr raade van Justitie verkogt appel aan denzelven niet van worden toegestaan om dat de supp=t het des Casteels Batavia: —= feit niet hebbende kunnen ontkennen het dienvolgens ook zeeker is dat hij reeds voor de pronuntiatie van het vonnis inde bij placcaat de paalde kaete van Een Duijzend guldens was vervallen en dat dus het vennis van uwel Ede achtbe en effecte alleenlijk een declaratie de helst Dat het feit daar den Zuppt. in deezen begaane vold „men Consteerde en in de termen vande wet kwam te vallene voorts gelieven uwel„ wutschtte te remanqueeren dat indien men in zoortgelijke gevallen appelwilde accordeeren het aan een officier bijna onmoogelijk zoude worden dergelijke kwaar de handelingen met Effect te verhinderen; om dat men zich altijd laatende Constringeeren tot de betaaling en daar door geleegentheid krijgende om te app „berdn, ondertusschen met in de associatie in cassubject te blijven continueeren zeekerlijk zoo veel zou kunnen verdienen dat de proces kosten goed gemaakt rolle. De raad fiat antwoord te zien dienen van ne„ Oplicq— 3 8
English
The member of this Council, the Honorable 499. and moreover the remaining advantages could be enjoyed to the considerable prejudice of the lessee, and thus also of the Honorable Company's interests, to be entirely undermined, the undersigned trusts that Your Honorable Worships will be pleased to reject the petitioner's request, especially since it is the fixed observation of this court that in similar matters with specified fines, no appeal is granted, see Criminal Court Rolls of 22 January 1789 and 10 June 1790, besides also that it is a constant custom throughout Europe that the decision over frauds and whatever further concerns financial matters must be left to the decision of the local judge, as being best able to appreciate the consequences that such fraudulent acts might entail to the detriment of the place situated under their jurisdiction. Which having been read out, the appellant argued against it that he trusted the path of appeal always stands open, especially in the subject case where his principal had no opportunity to submit his defense regarding the matter in chief, having merely requested a copy, upon which a definitive sentence immediately followed; persisting, therefore, in his made request, in order by way of appeal to obtain the opportunity to present his innocence for judicial evaluation. The respondent also persists in his submitted dictum. The Council declares that in this case no appeal lies, and condemns the appellant in the costs of this instance. The Adjunct Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, acting in office to observe the matters of the merchant and Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, qualified as Plaintiff in a Criminal Case, 500. Ryckloff Johannes van der Riet, since in the ruling of the 7th instant, the Plaintiff produces a written claim, provided with seven items of annexes. Against the soldier of the Honorable Company Johan Fredrik Brenger, placed on suspended pay, defendant in person in the aforementioned case, in order to see the service of a written claim, to answer thereto, and further to proceed as is customary in criminal cases, on the matter of him, the defendant, having so excessively mistreated a certain slave belonging to the burgher Jan Otto, named Anthonij of Bengal, after having taken him captive, that death resulted therefrom. The aforementioned Mr. van der Riet produces the annexes. The defendant in person persists in his answered interrogatories and says further, the slave provoked me to it, I could not have acted otherwise, I wanted to catch him and bring him to his lord and master, so I had not the least bad intention, and therefore I commend myself under the wings of this Honorable Worshipful Council, well knowing that the same does justice and punishes no innocent person. The Council holds this case for circulation in advice. The aforementioned Adjunct Fiscal, in his aforesaid capacity, Plaintiff, against the burgher Marthinus van Koppen, in order in a case of extreme disobedience against the order of the Right Honorable Lord Governor and Honorable Worshipful Council of Policy, communicated to him, the defendant, on the 21st of the past month of November, 501. to see the service of a written claim, to answer thereto, and further to proceed according to law. The aforementioned Adjunct Fiscal, in his capacity Plaintiff, produces a written claim, to which are added annexes. The defendant says he only had three trees lopped, and further requests a copy of the claim and documents in order to serve his answer fourteen days from today. The Council grants the defendant the requested copy in order to serve his answer two weeks from today. Whereafter, it being made known by the Honorable Worshipful Lord President that the Honorable Independent Fiscal had this morning caused His Honorable Worship to be requested that he might obtain the resolution of this Council upon such part of the memorial submitted on behalf of the Fiscal's Office on last court day, wherein was requested a decree of summons in person upon and against the burgher Johannes Engel; It was likewise communicated by Messrs. van Riet and De Wet that the Honorable Fiscal had on the 11th of this month caused to be declared to them that since His Honor was informed that Engel had prior knowledge of the commission that had been ordered to inspect his house, His Honor therefore deemed that commission unnecessary for the present and thanked the commissioners for the trouble they were to take. And the Council, further disposing upon the aforesaid memorial, has judged that the request of the Honorable Plaintiff ex officio for a decree of summons in person against the aforementioned Engel cannot be entertained. Subsequently were brought to the table the proceedings initiated by the merchant and Landdrost of the Colony of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio, upon and against the detained 503. burgher Jan Martin Enslin, about which, having been amply deliberated, Their Honorable Worships, after attentive consideration of everything that merited reflection in this matter and could move Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, have banished the detainee and defendant Jan Martin Enslin for perpetual days from this country and the jurisdiction thereof, the same being obliged to remain in detention in order to be sent from here to the fatherland with a convenient shipping opportunity, with condemnation of the defendant in the costs to fall in this case. Furthermore, having also been brought to the table the memorial submitted on the last court day, and then held for circulation in advice, of the aforementioned Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein concerning the burgher Marthinus Bijleveld, so, after deliberation held, it was resolved
Dutch transcription
Het Lid deeze raads de Heer 499. en daar enbooven de overige voordeelen genooten konde worden tot merkelijke praejuditie van de pachter en dus ook van s1E Comp=e belangens drafdee„ te gronden vertrouwd de onderget„ dat uEE: Achtb:r het versoek vande supp=t wel zullen gelieven te wijzen van de hand vooral daar het bij deeze vier„ dchaar en veride olservantie is dat men dergelijke bijde met bepaalde boetens het appel niet accordeerd vide Crim:e Rechts rollen 22 Janr 1789 en 10 Ju„ nij 1790 behalven ook dat het doorgantsch Europa een Constant gebruik is dat de decisie over de fraudes en het geen verder het financie weezen aan jaat ter decirie vanden plaatslijke rechter moet worden, overgelaaten als best kunnende appretieeren de gevolgen die zoodaanige frauduleure handelingen ter naadeele der plaatze onder hunne Juriadictie geleegen kunnen na zich sleepen 't welk opgeleezen zijnde, bracht de zp regt daar teegenin, dat hij vertrouw „de dat den weg van appel altoos oopen staat voor al in Cas subject daar zijn ps=ts geen geleegentheid heeft gehad oornoopens de zaak ten Cop zij„ ne defensie en te brengen, als hebbende alleenlijk verzogt copie, waarop daadelijk eene difinitive vonnisse is gevogd; persisteerende, mits dien bij zijn gedaan verzoek, ten einde bij weege aan appel geleegentheid te verkrijgen om zijn onschuld aan eene rechterlijke beoordeelinge voor te kraagen. — de gereq=te blijft meede hij zijn ingeleeverd dictum persisteeren De raad verklaard dat in deeze zaak geen ap„ pelvald en Condemneert den reqt in de kosten van deeze instantie. Den adjunet Fiscaal Mr. Jo¬ Rijno Johannes van der ziet vermits in hannes Andreas Pauter, als dispositie van den 7: d: Eisscher pro„ in officie tot waarneemen duceerd der 500. duceert een schriftelijke Eijsch gemunieerd met zeeven stuks gem: Heere van der ziet uit derzaaken van den koopman en Land=drost der Colonien Stellendom kijlaagen. en drakenstein de Heer Hendrik De ged„e in persoon persis„ Lodewijk Bletterman gequalifi„ „teerd bij zijne beantwoorde „ceerd zijnde Eisscher in Cas Crimi„ interragataria en zegt wij„ „ders de slaaf heeft my daar neel. open Jeegens toe gevergt ik het mij niet anders kunnen gedraagen den onderafgisz: gage gestelde ik het henswvillen vangen en bij zijn Heer en Meester soldaat der E Compt Johan Fredrik brenger dus het ik geen de min„ brenger gede in persoon in het „ste kwaade intentie gehad an Voorsz: Cas omme ter zaake hij derhalven beveele ik mij ander de vleugelen van deezen E Achtbhe A gede zeekere den burger Jan raade wel weetende dat dezelve otto toebehoorende staat met recht doe en geen onschuldige naame Anthonij van Bengalen na dat door hem gede gevangen genoomen zoodanig verre gaande heeft mishandelt dat de dood het gevolger van geweest is te zien deenen van schriftelijken Eijsch daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als in Cas frumineel ge bruikelijk is. — De raad houd deeze zaak ter rondleezing in an„ gem: adjt. fiscaal in zijn voorsz hoofde straffe„ qualiteijt 501 hoofde voorn: produceert qualiteijt Eischer een schriftelijke Eijsch, waarbij Contra gevoegd zijn bijlaagen Den burger Marthinus de ged=e zegd maar drie boo„ van koppen omme in Cas men te hebben laaten afkoppen verzoekt wijders Copie van de van verregaande disobe„ Eijsch en stukken om daarop heeden dientie teegens de ordre van over ik daagen te kienen van ant„ den wel Ede Gestre Heere Gou„ verneur en E Achtbr raade van politie hem gede op den 21 der gepasseerde maand Novembr meede gedeelt te zien dienen van schriftelijken Eijsch daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als naa rechten De raad verleend aan den ged=e de verzog„ „te Copia ten einde heeden over twee weeken te dienen van antwoord. Waarna door den EeAchtde Heer president te kennen gegeeven zijnde dat de Heer Jndependent Fiscaal deezen morgen zijn E: Achtbe had laaten ver„ zoeken, om te morgen Erlangen het besluit deezes raads op zoodanig gedeelte aan het van wee„ „gens „woord - 502. „gens het Officie fircaalst rechtdag ingediend vertoog al waar bij verzogt is decreet van dagvaarding in per„ zoon op en Jeegens den burger Johannes Engel; Soo wierd teffens door de Heeren van Riet en De wet gecommuniceerd dat den Heer fiscaal op den 11 deezer aan hun EE: hadden doen declareeren dat vermits zijn E geinformeerd was dat Engel kennis vroeg van de Commissie welke ter visitatie van zy huijs was geederneert zijn : dus die Commissie voor het teegenswoordige onnodig achte en gecommi„ voor derzelver te neemene moeijte bedankte. - En heefd de raad voorts op het voorsz: ver„ toog verder disponeerende geoordeelt dat in des Heer R: O: Eisschers verzoek om decreet van dag„ vaarding in persoon Jeegens voorm: Engel niet kan worden getreeden. Vervolgens wierden ter zatel gebracht de pao„ „ceduure door den koopman en Land=drost der Colonie Stollenboech en Drakensteijn Hendrik Lan „dewijk Blesterman z=o op een Jeegens den gedatineer den 503 „den burger John Mart=n Enslin geintameerd waarover rijkelijk gedelibereert zijnde Heb„ ben Hun EE: Achtb:s naa aandachtig overwee„ ging van alles wat in dezen reflectie meriteer„ De en Hun E:E: Achtbr konde doen moveeren, Recht„ doende uit naam en van weegens de Hoog Moo„ „gende Heerenstaaten generaal der verEenigde Neederlanden den gedetineerden en gede. Jan Martin Enslin ten eeuwigen daage gebannen uit deezen Lande en den resoorte van dien zul„ „lende denzelven in gijzeling moeten verblij„ „ven om met eene voorkoomende scheeps ge„ „leegendheid van hier naa 't vaderland verzon„ „den te worden met Condemnatie van den geden in de ter deezer zaake te vallene kosten. Voorts ook ter tafel zijnde gebragt het op H: rechtdag ingediend en als toen ter rond„ leezing in advijs gehouden vertoog van eene gem: Land=drost der Colonien Htellenborch en Daakenstein betreffende den burger Mar¬ thinus Bijleveld, zoo is na gehoudene deliberatie verstaan
English
understood to place the aforesaid memorial into the hands of the Honorable Independent Fiscal here, in order to act against the said Bijleveld as His Honor shall judge to be appropriate according to the nature of the matter. However, Mr. Carel Mappa, although the insult committed against the said Landdrost Bletterman was done to him not in his private capacity but in office, nevertheless as brother-in-law of the cited Landdrost, for private reasons, excused himself from voting on the aforesaid memorial and requested this note to be entered in the minutes regarding this matter. Furthermore, it was reported by the secretary of this council that he had received for the account of the estate of the absconded former sworn clerk at the political secretariat Johannes Marthinus Horak: from the burgher Lieutenant Johannes Andreas Horak, in satisfaction of the last installment of the mortgage bond chargeable to him, rds 983: 16, from the burgher Jan Blat in like manner for, 944: 16, thus a total amount of rds 1927: 8. And for the account of the estate of the absconded assistant Ernst Möllerström, also the last installment of the mortgage bond executed by the land surveyor Jan Willem Wernich to the sum of rds 2033: 16. While furthermore, the Honorable President added that the merchant Mr. Jacob Pieter de Neijs, who would have to pay for his last installment rds 8722: -, and the first sworn clerk at the political secretariat the Honorable George Fredrik Goetz, whose debt still amounts to rds 988: 32, had communicated to His Honor that they had obtained permission from the Honorable Governor to request by petition to His Honor and the Honorable Council of Policy at the first meeting, either to be allowed to retain their debt with the Honorable Company at interest, or to have some further delay with the payment. Which reports having been considered as communicated, it was further approved with respect to the funds now collected, to transfer those concerning the estate of Horak to the sum of rds 1927: 32 pursuant to the resolution of this council of 2 September last into the Company's treasury, and further to deposit the rds 2033: 16 received for the account of the estate of Möllerström into the Honorable Company's treasury in fulfillment of the resolution of 7 January last. Lastly, the Honorable President presented a letter from the Honorable Governor and Honorable Council of Policy addressed to this assembly of the following content: Good friends. The High Indian Government, having pleased to write to us, under transmission of a report from the Advocate Fiscal of Dutch India Mr. Willem Daniel Vignon, earnestly charging you to send over to Their Right Honorables all the original documents belonging to the trial of the burgher named therein Jan Smit, after authenticated copies thereof shall have been taken to be kept here, this serves to that end, while we at the same time send to you an extract from the minutes of Their Right Honorables with a copy of the aforesaid report of the said Advocate Fiscal, expecting that you will comply with the aforesaid written orders. Below stood: wherewith etc. Lower: by order of the Honorable Governor and the council. Was signed: C. van Aerssen. In the margin: In the Council of Policy, in the Castle of Good Hope the 15th of December 1790. After reading of which it was approved to circulate the same letter, together with the three enclosed annexes, consisting of an extract of a Batavian letter written to the Governor and Council here at Cape of Good Hope on 29 January last, an extract from the minutes of what was resolved in the Council of India on the 25th of the same month of January, and a copy of the memorial of the Advocate Fiscal Mr. Willem Daniel Vignon, among the respective members of this council. Below stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Was signed: W. Jr. Rijneveld. Agrees: Ruijmschoot Sworn Clerk. Register on the Criminal Court Roll of Cape of Good Hope in the year 1790. Anthonij Firk presents a petition for the release of his boy Fortuijn from Robben Island. 46 Andries Laarsen of Copenhagen, soldier, 51 Jo Kopping of Stralsund, sailor, 53 Anthonij Rendorp of Vlissingen, ditto, 53 Anthonij Louis Coetzer of Cabo, ditto, 54 Asueurus Stalman of Doorn Hooft, ditto, 54 all defendants in case of desertion. Anthonij Alexander Faure, letter concerning the burgher Koch. 1 Served with a memorial concerning the slave Anthonie, property of the aforesaid Koch. 26 Served with a memorial concerning the murder of a herdsman of Alewijn Fredk Burgert. 273 Anna Elisabeth van Imweegen requested by petition to proceed pro deo for her husband. 174 Presents a petition concerning the case of her husband Tobias Mijnhard. 280. 1
Dutch transcription
504. verstaan het voorsz: vertoog te stellen in handen van den Heer Jndependent Fiscaal alhier, ten einde je gens gem: Bijleveld zoodanig te rgeeren als zijn En gelang van zaaken oordeelen zal te behooren. — hebbende echter den Heere Carel Mappa Zich afschoon de Injunie aan gem: Land=drost Bletterman gepleegd denselven niet in 't particulier maar in afficion aangedaan echter als zwager van gecit: Land=drost om particuliere reedenen van 't voteeren opvoorsz: vertoog geExcureerd en hier omtrend deeze aanteeken in de notulen verzogt. Wijders wierd nog door den secretaris deezes raads gerapporteerd, dat hij voor reek=e des Boe„ dels van den geantugeerden eerste gem: Clercq ter p liticque secretarije Johannes Marthinus Horak had ontfangen — van den burger Lieutenant Johannes An„ dreas Htorak, in voldoening van de laatste paaij der kusting ten zij„ „ burger Jan Blat invoegen voor 12. — —„ 944: 16 Dus een montant van rd„s 1927:8 nen laste - - - - - - - - - - - - - rd=s 983: 16 505 En voor reekening des boedels van den geauffugeerden ad„ sistend quist Möllerström, almeede de laatste paai der kusting door den Landmeeter Jan Willem Wernich ge„ „passeerd ter somma van rd„s 2033: 16: Terwijl voorts, den E Achtb„e Heer President er bij voegde, dat den koop„ „man de Heer Jacob Pieter de Neijs, dewelke voor deszelvs laatste paaij zoude moeten voldoen rd„s 8722:— en den Eerste gesw: Clercq ter politicque secretarise d E George Fredrik Goetz wiens debet noch beloopt op rd=s 988: 32: aan zijn E: Achtbaare had gecom„ municeerd permissie van den welede. gestr. Heer Gouverneur te hebben bekoomen, om bij zijn wel„ Edele gestr:e en den E achtb:e raade van Politie bij de Eerste vergadering per requeste te moogen verzoeken, om of hun debet bij de E: Comptn op interessen te moogen behouden of met de betaaling noch eenige tijd uit„ „stel te moogen hebben. - Welke berichten voor gecommuniceerd ge„ houden zijnde is wijders ten opzichte der thans geincasseerde penningen goedgevonden die betreffen de den boedel van Horak ter Somma van rd=s 1927: 32: ingevolge besluit deezes raads van 2 september I: L: in 's Comp:s Cassa te doen over E e 506. overbrengen, en wijders de voor reecqen. des boedels van Möllerstram ontfangen rd s 2033: 16 ter wol„ ddoening aan het geresolveerde van den 7 Janni J: L: in 's E Comps Cassa te Consigneeren Laatstelijk produceerde den E Achtbe Heer President een missive van den welEd: gestr Heer gouverneur en E: Achtb: raade van Politie aan deeze vergadering gericht van navolgen¬ de inhoude. De Hooge indiasche regeering ons, onder over zending van een bericht van den advocaat fiscaal van neederl: India Mr. Willem Daniel Vignon hebbende gelieven aan te schrijven, uE op het de„ rieuste te gelaaten om alle de origineele stukken tot het proces vande daar bij benoemde burger Jan Smit gehoorende, aan hun welEde. Groot Achtb„e over te zenden naa dat daar van Copijen Goede vrienden. authentig 507 authenticq ter aanhouding alhier zullen weezen ge„ „ligt zoo is deezen daar toe zienende, terwijl wij UEE: teeven toezenden Extract uit de notulen Hunner welEden groot Achtben met een Copij van 't voorsz: bericht van gem: Heer Advocaat fiscaal in wer„ wachting dat UEd aan het voorsz: gereg:n stifte„ „lijke zullen voldoen /:onderstond:/ waarmeede &=a /lager:/ ter ordonn: van den Ede Heer gouverneur en den raad /was geteekend/ C: van dersen Fuir„s /in margine In vergadering van polities, In't Casteel de goede Hoop den 15 december 1790: Naa bectuure van 't welk goedgevonden is dezelve missive, beneevens de daar bij gevoegde drie stuks bijlaagen, bestaande in een Extract Bataviasche missive geschreeven aan den gouverneuren raad alhier aan Cabo de Goede Hoop den 29 Jann=ri J: L: een Extract uit de notulen van het geresolveerde in raade van india op den 25: derzelver maand Janua„ „rij en Een Copia vertoag van den Heer advocaat Fiscaal Mr Willem Daniel rignon bij de respen Leeden deezes raade te doen rondleezen /onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop die et anno ut supra /was geteekend/ W Jr RijneneEd: Accordeert Rainspek Gem. Clacsq op de Crimineele Rechts rolle van Cabo de Goede Hoop d' Anno 1790. Anthonij Firk presenteerd Request om ontslag van zijn Jongen Fortuijn van't robben Eijland. — Andries Laarsen van Koppenhagen zoldt „ 51 _o kopping „ Stralsund Matt=s Anthonij rendorp „ vlissingen d=o Anthonij Louis Coetzer „ Cabo d=o - - - Asucurus Stalman„ Doorn Hooft - - - „ 54 alle ged=e in Cas van devertie Anthonij Alexandertaure Missive weegens den burger Koch. . . . . . . . . . . . . „ 1 _ diend van vertoog noopens de slaaf anthonie LijfEijgen van voorm. Koch „26 _diend van vertoog noopens het vermoorden van een weewachter van Alewijn Fred=k Burgert – – „ 273 Anna Elisabeth van Jmweegen verzogt bij request om voor haar man pro deot te procedeeren „ 174 presenteerd request noo¬ „pens de zaak van haar man Tobias Mijnhard — 280. 46 „ 53 „ 53 „ 54 Register 1
English
Anna Elisabeth van Jomweegen requests by petition to add some depositions to the lawsuit of her husband, folio 86. Andries van Zeijl requests by petition that the acts of violence committed by him might be forgiven him, folio 427. Abraham Heck has his note recorded at the sentencing of Sergeant Hoffmeister, folio 36. Resolution both on the representation of the Independent Fiscal in the case of Jan Smit Juriaanszoon and on the petition of the last-named to be admitted into an ordinary lawsuit, folio 3. Resolution on the report submitted by the Commissioners regarding J: M: Horak and R: Möllerstrom, folio 16. Resolution on the representation of the Fiscal regarding the slave woman Cozie of the burgher Coenraad Warner. Resolution on a petition of the burgher A: Pick regarding his slave Batuijn banished to Robben Island. Resolution taken upon the petition presented by Pieter Benja for a copy of a certain representation submitted by the Fiscal. Ditto on a missive concerning the case of the burgher Frederik Koch written by the Landdrost Laure. Ditto on the petition of the burgher Gabriel Willem Zulc and Feb:r Rothman tending to a request for the discharge of Koch. Ditto on the report of the Landdrost of Stellenbosch concerning the proceedings of A: van Zeijl and Pieter Wiese. Ditto on the request of Joh:s Smuts regarding the recording of his vote in the Minutes concerning the case of Pieter van Breda. Resolution by which the Council grants to the Fiscal a decree of apprehension against the burgher Pieter Heinkes, folio 104. Resolution taken upon the request of the Landdrost Bletterman regarding the sale of a slave boy belonging to the burgher Jan Rensburg, folio 413. Resolution on the petition submitted by J: P: de Neijs regarding the payment of the second installment of the house bought by him from the estate of the apprehended Horak, folio 113. Resolution on the petition of the wife of the burgher Pieter Heinkes wherein she requests that her husband may be admitted into an ordinary lawsuit, folio 132. Resolution on the submitted considerations of the Independent Fiscal regarding the request of De Neijs, folio 136. Resolution on the representation of the Independent Fiscal regarding 2 soldiers of the Regiment Wurttemberg, folio 143. Resolution on the representation of the Independent Fiscal regarding Pieter Heinkes, folio 151. Resolution on the petition of the wife of the detained burgher P: Heinkes tending to a request that the case between her husband and the Independent Fiscal may be declared civil and non-capital, folio 153. Resolution on the petition of Godfried Frederik Koch, folio 161. Ditto regarding the case of Joh:s Engel, folio 166. Ditto regarding the report of the Landdrost Bletterman regarding a certain Hottentot Jan Paerl, folio 172. Resolution on the request of the Landdrost of Graaff-Reinet regarding the case of the substitute Jurgens, folio 178. Resolution on the request of the wife of Tobias Mijnhard to be permitted to proceed pro Deo. Resolution on the report made by the Commissioners to the President regarding Godfried Fredrik Koch. Resolution on the petition of the wife of Joh:s Martin Horak, folio 230. Resolution on the representation of the Landdrost Bletterman regarding the soldier Joh:n Fredrik Brenger, folio 2. Resolution on the consideration submitted by the Independent Fiscal regarding the petition of the wife of J: M: Horak, folio 259. Resolution on the representation of the Landdrost of Swellendam regarding the slave Anthonij belonging to Godfried Frederik Koch, folio 272. Resolution taken on the representation of the Landdrost of Swellendam regarding the murder of the herdsman of Alewijn Petrus Burger, folio 276. Resolution taken on the petition of the wife of J: Mijnhard, folio 28. Ditto regarding a mortgage bond of the estate of J: M: Horak, folio 2. Ditto regarding the estate account of the aforementioned Horak, folio 2. Ditto on the representation of the Independent Fiscal regarding P: B: Wiese. Resolution on the representation of the Landdrost Bletterman regarding the slave David van Bougies, folio 30. Ditto regarding the burgher Albert Acker. Ditto on the petition of the wife of Mijnhard. Ditto regarding the banished burghers Willem and Andries van Zeijl. Resolution on the representation of the Independent Fiscal concerning the insolent behavior of the burgher Bernardus de Vaal toward the Landdrost and Heemraden at Stellenbosch, folio 38. Resolution on the interests submitted by the Landdrost of Graaff-Reinet regarding a certain petition of the wife of Mijnhard. Resolution on the representation of the Independent Fiscal regarding Sophia van Elve, wife of Oostendorp. Ditto on the report of the Secretary regarding the moneys received on account of the estate of Horak and Möllerstrom, folio 50. Resolution on a missive from the Honorable Governor and Honorable Council of Policy regarding the case records of J:s Smith van Dillenburg, folio 503. Resolution on the representation of the Independent Fiscal regarding Narcis van Mozambique, folio 404. Resolution taken on the petition of the wife of J: M: Horak, folio 356. Report from Van der Riet and Gie regarding the proceedings of J: M: Horak and R: Möllerstrom. Report from the Landdrost Bletterman regarding the proceedings of A: van Zeijl and P: B: Wiese, folio 50. Ditto regarding the case of the burgher Anth:s Diek, folio 3.
Dutch transcription
Anna Elisabeth van Jomweegen verzoekt p request om folio eenige verlaringen bij het proces van haar man te voegen Andries van Zeijl verzoekt bij request dat de door hem gepleegde feijtelijkheeden hem mogten vergeeven wordn Abraham Heck doet zijn nota aanteekenen bij het vonnis„ „sen van den Sergeant Hoffmeister - - - - - - „ Besluit zoo wel op het vertoog van den Jndependent Tis„ caal in de zaak van Jan Smit Juriaanszoon als op het request van den laastgem: om ontfangen te werden in eer ordinairis proces - - - - - - - — „ ..Besluijt - op het door H H: gecomm ingediend bericht noopens J: M. Honak en R: Möllerstrom - - - - - - - — „ op het vertoog vande Heer Fiscaal noopens de slavin cozie van den Burger Coenraad warner - - - - — - - „ op een request van den burger A: Picknoopens zijn ten robbeneilande gebannen slaat Batuijn - - - - - - - - - - „ genoamen opt request door Pieter Benjagepresen„ „teerd om Copie van zeeker vertoog door de Hr Pircaal ingedien _o „ een missive betreffende de zaak van den 0- burger Frederik Koch geschreeven door de Land & droot Laure¬ __o „ het request van den burger gad: will„r zulc en Feb=r rothman tendeerende verzoek om ontslag van koch — — op het bericht van den Land= drost van stellen„ „bonch betreffende de proceduure van A: van Zeijl en Pieter --- - -- „ wiere. — „ _o op het verzoek van de Heer Joh=s Smutsemaan 86: 427. 36 3 teekening - E o 0 16 „teekening van zijn vota in de Notulen weegens de zaak van de manh: Pieter van Breda - - - -- Besluit bij het welk de raad aan de Heer Fiscaal accordeerd decreet van apprehensie op den burger Pieter Heiikes - - - - - -„ 104 genoomen op't versoek van de Land=drost Bletterman noopen het verkoopen van een slaaven Jongen vandenburger Jan Rensburg „ 413 op het request door de Heer J: P: de neijs ingediend noopens het betaalen der tweede Jaaij van het door hem uit den boedel van den geauff„ pugeerden Horak gekogt huijs - - - - - - - - - - - - - - „ 113 op het request van de Huisvrouw van den burger Pieter Hankes waar bij zij verzeekt dat haar man in een ordinai„ „ris proces mag worden ontfangen - - - - - - „ 132 op de ingediende Consideratien van den Heer Jndependent Fecaal noopens het verzoek van de Heer de Neijs „ 136 op het vertoog van de Jndes=se fiscaal noopens 2 soldaten van 't regiment wurtemberg - - - - -- „ 143 — - op het vertoag van de indept Fiscaal noopens Pieter Heinkes 151 op het request van de huijsvrouw des gedetineerden burgers p: Heinkes tendeerende verzoek dat de zaak tusschen haare man ende Jndep s fiscaal Civia en Comporixel mag verklaard worden - 153 op het request van Godfried Frederik koch— „ 161 s omtrend de zaak van Joh:s Engel. „ 166 omtrend het bericht van den Land=doort Bletterman „ 172 weegens zeekere Hottentot Jan Paerl op het versoek van den Landdrost van Graaff Beinet noopens het geval van den substituut Jurgens - - - - „ op het verzoek van de huisvrouw van Tobias Mijnhard om „ 178 pradeo te moogen procedeeren- — op het door Heeren gecomm:s gedaan rapport aan den Heer president noopen Godfried Fredrik Koch „ —op het request van de huisvrouw van Joh: Marte Horak — „ 230 op het vertaag van den Land = Diort Bletterman noopens „ 2 den soldaat Joh:n Fredrik Brenger. - - - op de door den Heer Jndependent fiscaal in gediende Cen„ sideratie weegens het requist van de huisvrouw van J: M: Horak 259 op het vertoog van den Land edrost van Swellendam noopens den folio de slaaf anthonij toebehoarende Godfried Frederik Koch 272 Besluit genoomen op het vertrag van den Landedroot van dwellen dam nafens de moart van den veewagter van Alewijn Je„ „ 276: trus Burger — - - - - - genaomen op het requist van de huuvrouw van J: Mijnhard 28 : _o nopens een kusting brief van den boedel van 2 „ J: M: Honak _o _ omtrend de boedel reecq van voorm: Horak—„ 2 __o _o op het vertoag van den Jnsepts Fiscaal nopens p: b: wiede op het _o van de Landedaost Bletterman nopens de slaat David van Bougies— „ 3 0 _o de burger Albert a kel - - - - - - - - - - - „ _o Op het request van de Huisvrouw van Mijnhard - „ de gbanne burgers Willem en Andries van Zeijl - - - – - - - - - - - - - - - - - - - „ op het vertoog van de Heer Jndep=t Fiscaal raakende het insolent gedrag van de burger Bernardus de vaal Jeegens Lande doort en Heemraaden te Hteltenborch—„ 38d op de door de Land edrast van graaff Zeinet ingediende belangen naspens zeeker request van de Huisvrouw „ van Mijnhard op het vertoag van de Jndep Fiscaal noopen sophia van elve huijsvrouw van oostendorp „ o op het berigt van den Secretaris weegens de ontfan„ „gene penn: voor reekse van den Boedel van Horak en 50 „ Möllerstaam op eene missive van d' E: Heer gouverneur en E: politia„ quen raade weegens de processtukken van Js Smith van dillenburg 503 op het vertoog van de Jndept. Fiscaal nopen Narcis van enorambicq 404: genoomen op 't request van de huijsvrouw van J: M: Horak„ 356: Berigt van de Hr van der Riet en Giewoopens te proceduren van J: M: Horak en Q: Möllerstrom van de Land e droot Bletterman weegens de proceduren van A: van Zeël en P: B: wiese. . . . . . - - _o noopens de zaak „ 50 van den Burger Anth=s Diek - 3 . . 0 0 - o - - - 3 35 „ - „ -
English
Report by word of mouth from the Landdrost Bletterman concerning the Hottentot Jan Paerl folio 169 submitted by the Independent Fiscal regarding the petition of the wife of J: M: Horak folio 256 submitted by the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein regarding Stephanus Cornelis Botma folio 488 concerning by the Landdrost of Graaff-Reinet regarding the petition of the wife of F: Mijnhard folio 498 Barend Holmgreem of Stockholm, soldier, summoned in case of desertion folio 52 Claude Bertie of St. Houé, soldier, summoned in case of desertion folio 52 Christiaan Richter of Berlin, soldier, summoned in case of desertion folio 52 Claas van der Spreet of Wieringen, soldier, summoned in case of desertion folio 52 Carl Christians Loopies Driese of Hamburg, soldier, summoned in case of desertion folio 52 Christiaan Fredrik Baumuss of Alsace, sailor, summoned in case of desertion folio 52 Carel Fredrik Storm of Åbo, sailor, summoned in case of desertion folio 53 Constant van Hulten Onkruijd, petitioner, against the Honorable Independent Fiscal J: N: S: van Lijnden folio 278 Carel Mappa has his votes recorded in the case of Sergeant Hans Casper Hoffmeester folio 427 has his votes recorded in the case of the burgher Is: de Vaal with the Board of Landdrost and Heemraden in Stellenbosch and Drakenstein folio 451 Ruling on the request of the Independent Fiscal concerning the Honorable Company's absconded servants folio 1 for the criminal detention of the burgher J: Smit Juriaansz folio 97 from the Landdrost Bletterman concerning 2 slaves of the burgher Wijnand du Plessis folio 109 on the declaration of the Landdrost of Stellenbosch concerning the slave April of Surat folio 314 Ruling delivered on the statement of the Independent Fiscal concerning the purchase of stolen goods by the burgher Joh:s Engel folio 479 further on the same statement folio 498 Declaration by the Landdrost of Stellenbosch concerning the slave April of Surat, bondsman of the burgher Gerhardus Munnik folio 314 of the Council concerning the case of the burgher P: de Vaal with the Board of Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein folio 449 Ruling on the statement of the Landdrost Bletterman concerning the burgher M: Bijleveld folio 479 Dirk Laarsen of Bleiswijk, gunner, summoned in case of desertion folio 52 Dirk van Os of Scheveningen, sailor, summoned in case of desertion folio 53 David Heers of Bergen, sailor, summoned in case of desertion folio 53 Edik Landestein of Hamburg, sailor, summoned in case of desertion folio 52 Evert Herberg of Waddinxveen, sailor, summoned in case of desertion folio 51 Extract resolution from the Honorable Council of Policy regarding a certain statement of the Independent Fiscal folio 15 Francois Carre of Lanri, soldier, summoned in case of desertion folio 53 Fredrik Neijskamp of Herford, sailor, summoned in case of desertion folio 53 G: F: Koch requests by petition that his case may be declared civil and compoundable folio 319 G: Exter notifies the Council regarding the case concerning J: Engel folio 311 G: H: Meijer has his votes recorded in the case of Sergeant Hoffmeester folio 428 Hendrik Lodewijk Bletterman requests citation by letter for Pieter Roux folio 68 in his capacity as prosecutor against Pieter Roux, prisoner folio 75 serves a statement concerning 2 slaves of the burgher Wijnand du Plessis folio 105 makes a request that the attached estate of the burgher Jan Rensburg may be sold publicly folio 410 also delivers a report concerning a certain Hottentot Jan Paerl folio 169 serves a statement concerning the soldier J: F: Prenger folio 246 submits a declaration concerning the slave April of Surat, bondsman of G: Munnik folio 314 in his capacity as prosecutor against Corporal J: F: Prenger, defendant folio 323 serves a statement concerning the slave David of Bugis, bondsman of J: Enslin folio 331 concerning the burgher Albert Nel folio 337 declares that the burgher J: M: Enslin may be subjected to an ordinary trial folio 348 in his capacity as prosecutor in a criminal case against J: M: Enslin, defendant folio 400 in his capacity as prosecutor against the defendant J: Enslin folio 422 in his capacity as prosecutor in a criminal case against the burgher Albert Nel, defendant folio 440 serves a statement regarding M: Bijleveld folio 479 report regarding Stephanus Cornelis Botma folio 488 new claim against J: F: Prenger, defendant folio 497 against Marthinus van Koppen, defendant folio 496 Hendrik Malo of Baltinne, sailor, summoned in case of desertion folio 52 Hendrik Croese of Pillau, sailor, summoned in case of desertion folio 52 Hendrik Jan Daalman of Stockholm, sailor, summoned in case of desertion folio 54 Hans Jurgen Put of Mannheim, sailor, summoned in case of desertion folio 54 Hendrik Lamker of Amsterdam, sailor, summoned in case of desertion folio 53 Hendrik Eriksen of Doorn, ordinary seaman, summoned in case of desertion folio 52 Hendrik Justinus de Wet has his opinion concerning the requested warrant of apprehension for the burgher S: Meinkes recorded in the minutes folio 264 has his vote recorded in the case of G: F: Koch folio 337½ has his vote recorded in the case of Sergeant Hoffmeester folio 427 has his votes recorded in the case of J: Enslin folio 438 Hendrik Andreas Truter takes his seat in the Council folio 377 has his vote recorded in the case of J: Enslin folio 438 Declaration regarding the case of Pieter Cilliers J:z and company folio 337 Johan Nicolaas Steeven van Lijnden in his capacity as prosecutor against M: Malang, widow of H: R: Engelaar, defendant folio 16 produces a statement concerning the case of the burgher J: Smit Juriaansz folio 16 submits a ruling on the roll against the petition of Jan Smit Juriaansz folio 16 produces a list of the Honorable Company's absconded servants and makes a claim against the same folio 1 as prosecutor against Jan Smith Juriaansz, defendant folio 34 in his capacity as prosecutor against Jan de Villiers J: P: z:, defendant folio 36 in his capacity as prosecutor against Jan Theron, defendant folio 38 serves a statement regarding the slave Roosje belonging to C: Warner folio 38 in his capacity as prosecutor against M: Malang, widow of H: R: Engelaar, defendant folio 68 against J: J: Theron, defendant folio 68 requests citation by letter for D: Steijn folio 90 that J: Smit Juriaansz may be placed into criminal custody folio 96 in his capacity as prosecutor against the chief surgeon Cornelis de Koning, defendant folio 96 delivers an oral report concerning the person folio 162
Dutch transcription
Berigt bij monde van den Land e daart Bhotterman noopen de Hottentot Jan Paerl „ 169 door den Heer Jndepn Lircaal ingediend weegens het reguest van de Huijsvrouw van J: M: Horak. . . . . . . . . „ 256 door den Landdaart van Stellenbooch en Drakenstein weegenstephs Cornelis Botma ingediend - „ 488 belangen door den Landdaart van graaff reinet weegens het request van de huisvrouw van F: Mijnhard.—„ Barend Holmgreem van Stokholm soldaat, in Cas van derectie gedaagde E Claude Bertie van dt. Houé Soldt ged: in Cas van Denertie Christiaan Richter „ Berlijn „ „ „ „ _ _o Claas van der spreet „ wieringen „ „ „ „ _ Carl Christ:s Loop:s Driese „ Hamburg „ „ „ „ _o _o 52 Christ:sn Ferd:k Baumusf„ Elsas - matt=s „ „ „ _o _o 52 Carel Lred=k storm „ abo d=o „ „ „ _o — 53 Constant van Hult onkruijd req=l Contra den EeAchtb=re Heer en de pend„t Fiscaal J: N: S: van Lijnden r: d: geregh — „n 278 Carel Mappa laat zijn vota in de zaak van den sergeant Hans Casper Hoffmester aanteekenen- „ 427 doet zijn vata aan teekenen in de zaak vanden burger Is: de vaal met het Collegie van Land & drost en tbeenr raaden te stellenbosch en Drakenstein „45 F Disporitief op het verzoek van de Jndep=t Fiscaal wegens ' E Compt. geauftugeerde dienaaren „ omn Crimineele detentie van den burger J: Smit Juriaansz: 97 van de Landroot Bletterman nopens 0 2 slaaven van den burger wijnand du pleatis - - - - - - 109 op het declaratoir vanden Lande drost folio dispositief gevallen op het vertoog van den Jndiep rodeaal weegens het opkoopen van gestodene goederen door den burger Joh. s En„ o gel - verder op hetzelve vertoag— declaratoir door den Landz drost van Hellenborch noopens de slaaf april van Suratte Leijteijgen van den burger Ger„ hardus Munnik des raade noepens de zaak van den burgers P. de vaal met het Collegie van Land Edoort en Heemraaden van Hel„ „benboor en Drakenstein- „ 449 dispositiet op het vertoag van de Land edroot Bletterman nopens de Burger M: Bijleveld - - – - – – – – – – „ 4 Dirk Laarsen van Dlekvoort Busschieter gede in Cas van desertie Dirk van Os „. Schevinge Matt s „ „ — „ _ David Heers „ Bergen. do Edik Landestein van Hamburg Matt=s gede in Las van desertie Evert herberg „ waatersveen„ Extract resolutie uit den E Achtb: raad van politie weegens zeekere vertoog van de Heer Jndependent finaal— Trancois Carre van Lainri sold=t gedn in Cas van desertie— „ lred=k Neijskamp „ Herfort Matts „ „ — G2 G: F: Kock verzoekt bij request dat zijn zaak mag werden verklaard Civeel en Comporibel — Gs Exter geeft de raad kennis weegens het geval betreffende J: Engel — G: H: Moijer doet zijn vata in de zaak van den sergeant hoffnieuter aanteekenen 311: 428: 314 drost van stellenboch noopens de staat april van durat„ te „ 498. 479: „ 319: „ 5 52 53: 53 _ „ „ — „ —o D: „ 52. 51 15 162: 0 Hendrik Lodewijk Bletterman versoekt Cit: per missive op Pieter Roux 7: d: Eijnt Contra Pieter Roux gev.: - „ 75. diend van vertoag noopens & slaaven van den burger Wijnand du Plessies „ 105 doet verzoek de gevangene staat van den burger Jan Rensburg publicq mag werden verkogt 410. doende bij meede berigt weegens zeekere Hotten tot Jan Paerl „ 169 ƒ diend van vertoog noopens de - „ 246 soldaat J: F: prenger _legd over een declakatoir noopen de slaat april van snrat te Leijfeijgen van G: munnik 314 r: d: Eijsss„r C=l J: F: Brenger ged=„ 323 diend van vertoog noopens de slaat David van Bougies Leijfeijgen van J: Enslin - „ 331. _ wegens den 0 burger Albert Nel- „ 337 declareert dat den burger J: M: Enslin eer een ordinairis proces kan ont¬ „ 348 „fangen worden 7: 0: Eijss:r in Cas Crimineel „ 400 Contra J: M: Enolin ged=z. — r: O. reg„t C=t den gedek:t J: Enslin gereg:t 422:= 7: d' Eijsr. in Cas Crimineel Contra den burger Albert Nel gar. „ 440 „ 454 diend van vertrag weegens M: Bij„ „ 479 „leveld _o Stepha„ _o „ berigt : „ 488 „nus Corn„s Botma - - - - - N: V: Eijs C„o Ca J: F: Trengen ged=te — „ 497 _o Ca Marth:s van koppen geden 496 Ao 0 folio Hendrik Malo van Baltinne Matt.s ged. e in Cas van desertie 52 Hendrik Croese „ Pilau d=o _ Hendk Jan Daalman „ Stokholm „ Hans Jungen Put „ Manheum „ „ Hendrik Lamker „ Amsterdam „ „. Hendrik Eriksen„ Doorn Jong Matts. Hendrik Just de wet doed zijn advijs wegens het verzogte decreet van afprehensie op de burger S Meinkes in de Motulen acter„ „ kenen doed zijn oota in de zaak van g: f: Koch aanteken sensergeant „ Hoffmeester aanteekenen doed zijn vota aanteekenen in de zaak van I: Enslin„ o Hendrik andreas Pruter neemt sesie in de raad — _o doed zijn oota en de zaak J: Enslin aanteekenen —„ declaratie omtrend de zaak van pieter Cilliers Jz C: s: 377: 337: Johan Nicolaas Steeven van Lijnden r: O: Eijgp:r C=rs M: Malang wed„r H:Eongelaar ges: _oproduceent een vertoog betreffende de Zaak van den burger J: Smit Juriaansz. - -- legd over een dictum ter rol teegens het request van Jan Smit Juriaansz producert een Lijst van s' E Comps geauffugeer¬ de dienaaren en doet Eisch teegen dezelve _o 60: Eijs:r C=rs Jan Smith Juriaansz: gad= „ 34: _o 7: O: reg=t C=o sanse villier J: p: z: ged„e —„ 36: 7: d: regt C„a Jan Theron ged=e „ diend van vertoog weegende HavinRRoosje toebehoorende aan C: warner e 2: 0: regt. Cr. M: Malang wede: H:r: Engelaar gede _ _o C:o J: J: Therongereg„n - verzoekt Citatie per missive op D: Steijn-„ _odat J: Smit Juriaansz: in Crimineele hechtenis maggesteld worden „ _ 7: on reg=t C=l den appermeester Corn: de koning gen doet bij monde berigt weegens den per„ „ 16 90 54: — zoon t ƒ - 337½ — 264: 427„ 16 1 54„ 54.— 53: 52. 0 e „ 38: 3 68 6 6 96 0
English
Wages of Philip Fredrik Wijland - - Johan Nicolaas Steven van Lynden serves a memorial containing a request for a decree of apprehension against the burgher P: Heinkes „ 101 2: 0, Plaintiff, against J: J Rens, defendant— „ 115 serves a memorial regarding the soldiers of the regiment Wurtemberg in the name of Fredrik Gekleven and Matthijs Herlij — „ 137 the detained burgher Pieter Heinkes „ 148 His Honour the Prosecutor against Pieter Heijnkes, prisoner and defendant — „ 154. against J: J: Rens, defendant „ 168 against C: Nelson, plaintiff 212 against Arend van Breda, defendant „ 215 against Jacobus Lesselaar, plaintiff 216. against the widow Willem Versveld, defendant 219 against Jacobus Vercueil, plaintiff 235. against J: De Villiers, P's son, defendant — „ 236 against Constant van Nult Onkruijt and Menso Blankstein, defendants „ 248. against Daniel Steijn - „ 245 serves a report regarding the petition of Horak. — of the Wife „ 256. Independent Fiscal, Plaintiff against Jacobus Bierman, defendant „ 264 „ plaintiff against the same 285. —against Constant van Nult Onkruijt, defendant 286 against Menso Blankstein, defendant 286. against Pieter Diederik Boonacker, defendant 324 against J: J: van den Bergh, defendant — „ 327. serves a Memorial regarding Pieter Benjamin Wiese 328 Independent Fiscal, Plaintiff against Johan Frederik Kirsten, defendant 347 Independent Fiscal, Plaintiff against Johan Georg Behrends, defendant 348 against Pieter Benjamin Wiese, plaintiff 361. against Jacobus Bierman, defendant — „ 366 Mr. Jacob Hendriksz, defendant „ 367. submits a petition presented by the Landdrost and Heemraden to the Right Honourable Lord Governor and Political Council here regarding the insolent behavior of the burgher Bernardus de Vaal towards them - 371 His Honour the Prosecutor against P: B: Wiese, defendant „ 394. Independent Fiscal, Plaintiff against I: C: Hoffmeister, prisoner and defendant 400 C. Johan Nicolaas Steven van Lynden serves a memorial regarding a certain Narcis of Mozambique 408. Independent Fiscal, plaintiff against I: F: Kirsten, defendant thanks the council for the further trouble to be taken in the case of Daniel Steijn „ 410: against J: J: van den Bergh, defendant serves a memorial regarding the abuse by the wife of Oostendorp committed against a slave girl . - „ 422 Independent Fiscal, Plaintiff against Ontong of Malabar in a Criminal Case, prisoner and defendant 429: Independent Fiscal, Plaintiff against I: S: Eksteen, defendant: 436: against the widow Feb:r Richard, defendant 437: against Anna Sophia van Elve, wife of Johannes Oostendorp „ 438. against J: H: van den Bergh, defendant 443 against Johannes Frederik Kirsten, defendant 444: against the widow Feb:r Richard 445: — against Jan Breugeman, defendant 461: against Jan Baerends, defendant 462: against Daniel Hugo, defendant 468 against Jan Breugeman, defendant 469: against J: J: van den Bergh, defendant 473: against Jens Jansen and Pieter Laurents Cloete, defendants „ 476: serves a memorial regarding the purchase of stolen goods by Johannes Engel - - - - - - - - - - - - - - „ 487 Johannes Smuts requests recording of his vote in the case of A: van Breda „ 98 has his vote recorded in the case of Sergeant Hoffmeister - - - - - - - – „ 428 Jan Coenraad Gie takes leave of the council. — 4 Johannes Isaak Rhenius has his advice recorded regarding the requested appeal of the burgher J: Smit Juriaansz: — „ 8 informs the council regarding the report of the Gentlemen Commissioners concerning Fr: Koch — „ 182: Johannes Isaak Rhenius informs the council of a newly established court martial for the National Troops and produces at the same time an Extract from the resolution taken in the council of policy together with an Extract from the Considerations of the Independent Fiscal 291 informs the council of the requisition of the Noble Lord Governor regarding the trial of Sergeant H: C: Hoffmeister 425 has his vote recorded in the case of Sergeant H: C: Hoffmeister „ 434 records regarding burgher Bernardus de Vaal towards the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein „ 451 Jan Smit Juriaansz: requests by petition to be admitted to ordinary proceedings — „ 48 Johannes Joachim Theron against the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, Prosecutor, defendant „ 50 Johannes Swerts of Brussels, under-carpenter, defendant in a Case of desertion 51 Jan Baptist Harnig of Wesel, soldier, defendant in a Case of desertion 51 Jacques Dimont of Marchant, defendant in a Case of desertion 51 Johannes Stigt of Attewag, defendant in a Case of desertion 51 Johan Anth: Verschoor of Ghent, defendant in a Case of desertion 52. Jean Francois Dubois of Namur, defendant in a Case of desertion 52 Jacob Laarsen Zeeberg of Odense, defendant in a Case of desertion 52 Jacob Geerke of Trier, defendant in a Case of desertion 52 Joseph Franck of Cadiz, Sailor, defendant in a Case of desertion 52 Johan Frederik of Lorraine, defendant in a Case of desertion 52 Jan Slimons of Philadelphia, defendant in a Case of desertion 52 Jan Baptist Somers of Blandebot, defendant in a Case of desertion 53 Jacob Pieters of Stettin, defendant in a Case of desertion 53 Jan Andriessen of Flensburg, defendant in a Case of desertion 53: Johannes Almet of Danzig, defendant in a Case of desertion 54: Johan Erik Simbel of Stockholm, defendant in a Case of desertion 54: Johan Bard Roleijsen of Abo, defendant in a Case of desertion 54: Johan Christ: Wieger of Hamburg, defendant in a Case of desertion 54: Jean Francois of Rochelle, Sailor, defendant in a Case of desertion 54: Johan Linofskij of Königsberg, defendant in a Case of desertion 69 Jan Horot of Hanover, defendant in a Case of desertion 78: Jan Kresier of Pleunien, defendant in a Case of desertion 93: Jan Forester of Colmar, defendant in a Case of desertion Johan Diets of Strasbourg, defendant in a Case of desertion Jan Smit Juriaansz:, plaintiff against Frederik L: van Lynden, Prosecutor, defendant Johan Willem Zulch and Sebastian Rothman present a petition for the discharge of G: F: Koch - - - - - - „ 206: J: P: De Neijs presents a petition regarding the payment of the 2nd instalment of the house and Erf bought by him from the estate of Horak - - - - -- „ 208: Johannes Jacobus Rens, Plaintiff against Johan Nicolaas Steven van Lynden, Prosecutor, defendant - - - - „ 148: Jonas Albert van Diessel, plaintiff against J: N: S: van Lynden, Prosecutor, defendant „ 211: J: J: Theron, plaintiff against the same 265: J: De Villiers, J's son, plaintiff against the same 279: — J: Vercueil, plaintiff against the same 282: J: Bierman, plaintiff against the same 326: — Le Sueur and Pallas serve their Considerations regarding the inquest report of the substitute Jurgens 368: — J: J: van den Bergh, plaintiff against J: N: S: van Lynden, Prosecutor, defendant — „ 433. Johan George Berends, plaintiff against the same 396: — J: A: Bierman, plaintiff against the same 397: — I: F: Kirsten, plaintiff against the same 416: — J: G: Baerends, plaintiff against the same 398: — J: M: Endlin, plaintiff against the same 417: P: J: van den Bergh, plaintiff against the same 409: — Jan Breugeman, plaintiff against the same 440: - The Landdrost H: L: Bletterman and J: N: S: van Lynden, Prosecutor, defendant 417: — against the same 494: — against the same 400: — against the same 434: — against the same 447: — against the same 433: — against the same 492: — folio
Dutch transcription
„Loon van philip Fredrik wijland - - Johan Nicolaas Steeven van Lijns diend van vertoog vervattende verzoek om decrect van apprehensie opdenburger P: Heinkes „ 101 2: 0 hijn, C=n J: J Rens ged=e— „ 115 diend van vertoog weegens de soldaaten van 't regiment wurtemberg in naam red„k Gekleven Matthijs Herlij —„ 137 de gedeti„ „neerden burger Pieter Heinkes „ 148 Z: Vuijsr: Cr. Pieter Heijnkes gev: en gedte — „ 154. C=a J: J: rons ged=e „ 168 C: C: Nelson get _o 212 Cs. Arond van Bredagede. „ d15 Cr. Jacobus Lesselaar ge 216. Cs. de wede. Willem Versveld gedte. 219 Ca. Jacobus versueil qut 235. 0C=o J: De villierf: pz ged=t — „ 236 5 Ca Constant van Mult onkruijs en Menso Blankstein gedaagdens „ 248. L„o Daniel Steijn - „ 245 diend van berigt weegens het request van Htorak. — van de Huisvrouw „ 256. R: O. Eijsr Ca. Jacobus Bierman gede. „ 264 „ reg=t C=t _o _o 285. —Ca Constant van Nult onkruijd gedt. D. 86 _o Cn. Menso Blankstein ged 286. 0- 0 C„o Pieter Died„k Boonacker geden 324 - _ Ca J: J: V: D:r Bergh ged„e —„ 227. diendeEn Vertoog noopen Pieter Benjamin Wieze 328 r: O: Eijs:r C=a Joh:n Fredk Kinsten geden 347 2:O:-o Ca John. georg Behrends ged 348 d C„r Pieter Benjamin Wiere q 361. Ca Jacobu Bierman ged:t —„ „366 Hr. Jacob Hendriksz gedn. „ 367. lagd over een request door Landedrost en Heemsraaden aan den welEd: Heer gouverneur en Petehan Politicquen raade alhier gepresenteerd wegens het insolent gedrag van den Burger Bernardus de Baal Jeegenshun - 371 _ Z: d: Eijsscher C=l P: B: Wiese ged=t „ 394. r: O: Eijsscher C=l I: C: Hoffmeister gev:en ged: 400 0 - 0 0 C. Johan Nicolaas Steeven van zijnde diend van vertoog noopenss Zeekere Narcis van Morambicque ZO: reg:t C=l I: F: Kirsten geregt„ Cr J: J: V: D: Bergh ged:t _pr Jan Baerends ged=en Esa Jan Breugeman ged= 408. bedanktde raad voor de verder te neemene moeijte in de zaak van Daniel Steijn „ 410: diend van vertoog weegens de mishandeling door de huijsvrouw van oostendorp ge¬ „pleegd aan een slaven meijsje . -„ 422 J: O: Eijsc„r C=a Ontong van Mala„ „baar in Cas Crimineel geven en ged=en 429: „ _o r: O:o Eijs:r C„l I:s S:s Eksteen ged=n: 436: 3 _o C„l de wede Feb:r Richaad gr„r 437: Ca Anna Lopia van Elve huisvrouw van Johs. Oostendorp „ 438. 5 _o C J: H: JD: Bergh ged=t 443„ d: Joh„s Fred=k Kirsten ged: 444: „ 461: o Ca de wede. febr. Richard„ 445: — ga Jan Breugeman geregt 462: dr. Daniel Hugo gedt 46 A=o J: J: V: D: Bergh ged=e 469: C:r Jens Jansen en Pieter laurents Cloete ged„e „ 473: _Co. diend van van vertoog weegens het inkoopen van gestolene goederen door Jon 476: Johs. Smuts verzoekt aanteekening van zijn vota in de „ 87 zaak van Ss: van Breda doed zijn vota aanteekenen in de zaake van den –„ 428 Sergeant Hoffmeister - - - - - - - Jan Coenraad gie neemt afocheid van den raad. — Joh„s Isaak Rhenius doed zijn advijs aanteekenen wegens het ver„ zogte appel van den burger J: Jmitjuriaansd:— „ geeft de raad kennisse weegens het rap„ port van H: H: gecomm„s betreffende op Fr: IKoch — „ 182: „hannes Engel - – - - - - - - - - - - - - „ 4 _o ver 0 - o _ 0 „ 8 98 4 Johannes Isaak Rhenius geeft de raad kennis van een nieuw opgerechte krijgeraad voor de Nationaale Troupes en pao„ duceert teedens Extract uit de resolutie genoomen in raade van politie beneevens een Extract uit de Consi deratien van den Jndefifiscaal /3. 291 b: geeft de raad het requisit van den Edelen Heere gouverneur omtrend het proces van den Sergeant H: C: Hoffmeester te kennen ƒ 425 doed zijn rota in de zaak van de sergeant H: C. Hoffmeister aanteeken „4 burger Bernardus de vaal omtrend tan de Drost en Hamraaden aan Htellenbosch en Drakenstein aan „ 451 teekenen Jan Smit Juriaansz: verzoekt ter request om in een ordinai„ ris proces ontfangen te worden — „ 48 Johs. Johachimus Theron Ca. den in de ps. Fiscaal Js N. S: van Lijnden R: O: geregt. „ 50 Johs Swerts van Bruwel ondertimmermen ged=te in Cas van desertie 51 Jan Bapt:n Harnig„ weesel soldaat „ 5 _o Lacques Dimont „ Marchant _ 51 Johannes Stigt „ attewag 51 Joh: Anth verschoor „ Gent 52. Jean Franc. dubois „ Namur 52 Jacob Laarsen Zeeberg „ ddenz: 52 Jacob geerke „ hrier 52 Joseph Franck van Cadix Mattroos „ 52 Johan Frederik „ totharingen _ „ 52 Jan Slimons „ Thiladelphia d=o „ 52 Jan Baptn. Somers „ Biandthot „ 53 Jacob Pieters „ Hettin „ 53 Jan Andriessen „ Hensburg „ Johs. Almet „ Dantzig „ John. Erik Simbel „ Stokholm Johan Bard Roleijsen „ abo „ John. Christ. wieger Hamburg o„ „ „ 0 __o „ _o „ „ „ „ „ „ 0 0 - _ - I: F: Kirsten Jean Francois Johan Linofokij „ Koningsbergen Jan Horot „ Hanover Toe Kresier pleunien Jan Forester Colmand. o „ Johan Diets „ straatsbourg _ „ Jan Smit Juriansz: regt Cr. Frek L: van Lijnden r: orgeregt _o „ Johan Wm. Zulch en Sebast. rothman presenteeren request om ontslag van G: f: koch - - - - - - „ J: P: De Neijs presenteerd request betreffende de betaaling van de 2 e paaij der door hem van den boedel van Horak gekogte „ huijs en Erf- - - - -- van Rochelle Mattroos gest: in Cas van desertie _o Joh:s Jac:s rens Eijwr C=r I: N: S: van Lijnden 2: o: geregt - - - - „ 148: Jonas alb. van disoel regt. Ca. J: J: Theron regt. Co. J D: villiers J: pz „ „ J: Vercucil „ „ J. Bierman „ se Leeuwer en Pallas dienen van hunne Consideratien noopens de schou acte van den substt Jurgens J: J: vanden Bergh reg=t C:a J: N: L: van Lijnden za: geregt—„ „ _ „ „ Johan George Berends „ „ J: A: Bierman J: F: Kirsten o J: G: Baerends 0 J: M Endin P: J: v: D: Bergh 1 Jan Breugeman o De Land-daort H: L: Bletterman JN: S: van Lijnden R: O: gereg. 36. 9. . 396„ - 397:— 416: — 398:— 417„ 409: — 440:- 417: — 494:— „ 282: 326: — 368: — 433. 211: 265: 279: — „ 208: — _——„ 206: 78: 54: 54: 54: en „ „ 1 0 - - — - _ „ 0 0 0 - 0 0 „ „ „ „ „ „ 0 400: — 434: — 447: — 433: — 492: — - „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ - . - - „ En „ 0 0 - - a o „ 93: 69 54: 54: 53: folio
English
J: P: Eksteen plaintiff versus J: N: S: van Lijnden prosecutor, case adjourned - Jan Breugeman R Louis Chateur of Momne Caaij, sailor, defendant in a case of desertion 64 M Maria Malang, widow of the late H: Engelaar, plaintiff versus S: N: P: V: Lijnden, prosecutor Martin Lange of Golland, soldier, defendant in a case of desertion — 49 Michiel Kouter of Doorn, ditto 51 Missive written by the Landdrost of Swellendam Faure to this Council concerning G: F: Koch — 461 Maria Malang, plaintiff versus J: N: S: van Lijnden, prosecutor Morits Herman Otto Woeke makes a request concerning the case of the substitute Jurgens Ditto list in the criminal case versus Tobias Mijnhard, defendant in the same case Monso Blankstein, plaintiff versus J: N: S: van Lijnden, prosecutor, case adjourned 2 M: H: O: Woeke serves interests regarding a certain petition from the wife of Mijnhard 381 Missive read from the Right Honorable Lord Governor in loco addressed to this Honorable Council concerning the election of Mr. H: A: Lauter as a burgher member in the said Council 263 and the Honorable Political Council concerning the dispatch of the trial documents of Jan Smith of Dilburg to the Council of Justice of Batavia Castle — Nicolaas Pekt of Marchand, soldier, defendant in a case of desertion — Cretan of La Meur, ditto L folio Pieter Breda presents a petition to obtain a copy of the memorial submitted by the Independent Fiscal Petition presented by J: Smit Juriaansz in order to be admitted to an ordinary trial Ditto by Anthonij Pick concerning his slave Fortuijn, banished to Robben Island 46: by S: Breda to obtain as in Letter P: — 57: by J: Wm Zulch and Gebr Rothman on behalf of Koch — 78: by J: P: de Neijs concerning the 2nd installment of his purchased house from the estate of J: M: Horak 111: by the wife of P: Heinkes, requesting that her said husband may be admitted to an ordinary trial — 117:— Ditto with a request that her husband's case may be declared civil and subject to settlement — 152: Ditto the wife of Johs: Marths Horak in the case of her husband — 223: Ditto of Tobias Mijnhard in which she requests that some depositions may be added to the documents . . . . . 350 — Ditto of Joh:s Marth:s Horak where she requests that the estate may be released from sequestration . . . . . . . 353: Ditto by the banished burgher Willem van Zeijl in which he requests forgiveness for the violent acts committed by him — 359: — on behalf of Godfried Frederik Koch 57: — R 1 Petition presented by the banished burgher Andries van Zeijl with a request for pardon for the violent acts committed by him 36 Report delivered by the Commissioner Gentlemen in the case of G: F: Koch — 195. Canvass of votes concerning the settlement of the Independent Fiscal with the said Koch 231 of a report by the Landdrost of Heltenborch concerning Stephs. Corns. Botma and the request of the officer in that regard — 490: Roelof Daal of Christiaanland, sailor, defendant in a case of desertion - 54 R: J: v: d: Riet has his votes recorded in the case of G: F: Koch. — 162 Ditto declaration concerning the case of P: Cilliers pages 2: 2: S: 377 has his votes recorded in the case of the sergeant Hoffmeister has his vote recorded in the case of the widow Richard - - - - - - - -- Canvass of votes concerning the declaration of the Landdrost Bletterman concerning Albert Nel Salomon van Echten has his votes recorded in the case of the sergeant Hoffmeister Thomas van den Berg of Amsterdam, master carpenter, defendant in a case of desertion 54 Thomas Rok of Koppenhagen, sailor, defendant in a case of desertion 52 Thomas Klijn of Koningsbergen, ditto 52 Theunis Annonoon of Karmstal, ditto 54 Tobias Christiaan Ronnenkamp has his note recorded in the case of the sergeant Hoffmeister - - - - - - 428 Memorial submitted by the Independent Fiscal in the case of J: Smit Juriaansz — 2 Memorial of the Independent Fiscal concerning a certain female slave Roosje belonging to C: Warner folio 38: concerning P: Heinkes and request for apprehension of the same 100: — of the Landdrost Bletterman concerning 4 slaves of Wijnand du Plessies 105: — Ditto of the Independent Fiscal regarding the soldiers Fred:k Gekler and Mattijs Herlij 328 concerning P: Heinkes 337: Ditto of the Landdrost Bletterman concerning I:s F:k Prenger 476: — Ditto Faure concerning Anthonij of Mosambique, bondservant of G: F: Koch - - 4 Ditto a herdsman of the farmer Alwijn Petrus Burgert - - - - - - 32: Memorial by the Independent Fiscal concerning Pieter Benjamin Wiese - 55: Ditto of the Landdrost Bletterman concerning David of Bougies, slave of J:r M:n Enslin — 179: — concerning Albert Nel - - — - - 181:— Ditto submitted by the Independent Fiscal concerning Narcis of Mosambique 191: — concerning the mistreatment committed by the wife of Oostendaap against a slave girl 193: — concerning Johs. Engel 289: Ditto of the Landdrost Bletterman concerning Marth:s Bijleveld — 320: — Sentence pronounced in the case of J: M: Horak and Q: Möllerstrom 246. — Ditto the Honorable Company's fugitive servants 137: — Jonas Ald: van der Poel 148:— The same Independent Fiscal versus F: J: Theron 180: — versus Ms J: de Villiers J: p: z — 402: Ditto J: P: Heinkes - - - - 331: and versus the widow of Mr. Engelaar 388: — The Landdrost Bletterman versus the slave Solon of Ponkanoe 412: The Independent Fiscal versus J: C: Rens 455: and versus C: van Nult Onkruijd and M:r Blankstein 498: Ditto versus Hans Caspar Hoffmeister 448. — versus the widow of Gebr. Richard The Landdrost Bletterman versus J: M: Enslin The Independent Fiscal versus Johan Philip Snegelsbergen W: Willem Stephanus van Rijneveld, official plaintiff versus the Independent Fiscal 34:
Dutch transcription
J: P: Kksteen reg=ta C=r I: N: S: van Lijnden r: O: geng:t - Jan Breugeman R Louis Chateur van Momne Caaij Matt=s ged=e in Carna desertie 64 M Maria Malang wede wijlen H: Engelaar reg=te Contra S: N: P: V: Lijnden r:O: geregt - -- Martin Lange van Golland sold=t gedh in Cas van desertie —„ Michiel kouter „ Doorn d=o 0-„ Mirive door den Landdoort van Swelledam Faure aan deezen raade geschreeven noopens G: F: Koch - „ Maria Malang regta. Cr. J: M S: van Lijnden rd: geregn „ Morits Herman otto woeke doet verzoek noopens het ge¬ „val van den substituat Jurgens „ _o lijst en Cas Crimineel Ca Tobias Mijnhard gedt in hetzelve Cas - - - - - e Monso Blankstein regt. Ca. J: N: S: van Lijnden zid: geagt „ 2 M: H: O: Woeke diend van belangen op zeeker request van de huisvrouw van Mijnhard „ 381 Missive geleezen door den wel Edg Here Gouverneur inloco aan deeze Achtb. raade geaddresseerd betreffende de Electie van de Hr. H: A: Lauter als Lid van Burgers weegen in gem: raade „ 263 en E Achtbr politicque raad omtrend het opzenden der proces stukken van Jan Smith van Dilburg naa de raad van Justi= tie des Casteels Batavia — Nicolaas Pekt van Marchand zoldt ged: in Cus van desertie —„ e Cretan „ La Meur do 51. 461 L - 49 „ „ - - folio Pieter Breda presenteerd request ter obtenue van Copia des door de Jndept ingediend vertoogt request gepresenteerd door J: Smit Juriaansz: ten einde te worden ontfangen in een ordinaris proces„ _o „ Anthonij Pick noopens zijn op 't robben Eijz: gebannen slaat Fortuijn 46: „ door S: Breda ter obtenue als in La. P:— „ 57: door J: Wm Zulch en febr Rothman weegens koch — - - „ door J: P: de neijs noopens de 2„de paaij van zijn gekocht huis uit den boedel van J: M: Horak ƒ door de huijvrouw van P: Heinkes ver„ zoek doende dat haar gem: man in een ordinaris pro¬ ces mag ontfangen worden - - - - - - - - - - - - - - -„ 117:— 0 _o met verzoek dat de zaak van haar man mogt werden ver„ klaard Civiel en Comparibel - - - - - - - 152: „ _o de huijsvrouw van Johs: Marths Horak in de zaak van haar man „ - 223: 0 _ van Tobias Mijnhard bij het welke zij verzoekt dat eenige verklaaringen bij de stukken moogen gevoegd werden. . . . . . - 350„ — „ van Joh:s. Manth=s Horak waar zij verzockt dat de boedel van de sequestratie mag ontheeven wor„ 353: den. . . . . . . „ _o door de gebanneburger willem van Zeijl waar bij hij verzoekt vergiffenis van de door hem gepleegde fijtelijkheeden —- - van weegen Godfried Frederik Koch 359: — 78: 111: 57: — „ 156: — R 1 - „ „ request gepresenteerd door de gebanne burger Andries van Zeijl met verzoek van pardon over de door hem oppleegde feijtelijk„ heeden „ 36 Rapport door Heeren gecommt. gedaan in de zaak van G: f. Koch — „ 195. rondvraag omtrend de Compositie van den gudep=t Riscaal neet gem: kock 231 van een berigt door den Landedrost van Heltenborch weegens Stephs. Corns. Botma en het verzoeke vanden offi¬ „tier diesweegens — – – – - - - - - – - - - „ 490: Roelof daal van ChristiaanLand Matt=s gedh in Cas van devertie - „ 54 R: J: v: D: Riet doed zijn vota in de zaak van G: F: koch aan„ teekenen. — - - - - - - - - - „ 162 _odeclaratie omtrend de zaak van P: Cilliers p:s 2: 2: S: 377 doed zijn vota in de zaak van van den lor¬ „geant Hoffmeister aanteekenen- „ doed zijn oota aanteekenen en de zaak vande wed:e Richard - - - - - - - -- „ rondvraag omtrend de declaratie van de sandedrast Blet„ „terman weegens Albert Nel- e Salomon van Echten doed zijn vota in de zaak van den serge¬ „ant Hoffmeister aanteekenen.. „ Thomas van den Berg van Amsterdam oppertimmerman gedt in Cavan desertie „5 „ koppenhagen Mattroos ged: en Cas van desentie 52 Thomas Rok _ 52 „ koningsbergen „ Thomas Klijn „ Theunis Annonoon „ Karmstal „ 54 5 „ Tobias Christiaan Ronnenkampdoed zijn nota aanteekenen in de zaak van den sergeant Hoffmeister - - - - - - „ 428 3A: Vertoog door de Jndep=t Fiscaal in de zaak van J. smit Juriaansz: ingediend —. 2 „ vertoog van den Jndep=r Fiscaal noopens zeekere slavin Roosje toebehoorende balio C:warner „ 38: weegens P: Heirikes en verzoek van apprehensie op denzelven – - - - „ van de Land-droot Bletterman weegens & slaaven van Wijnand du plerries _o van de Jndep t. Fiscaal raakende de zoldaaten Fred„k Gekler en Mattijs Herlij „ noopens P: Heinkes „ _o van de Landadrost Bletterman weegen I:s F=k Prenger „ _o Faure noopens anthonij van morambiequn Lijkeijgen van G: P=d koch - - „ _o een veewachter van den Land-bouwer Alwijn Petrus Burgert - - - - - -„ vertoog door de Jndep=t Fiscaal noopens Pieter Benjamin wiese - „ e vande Lande droot Bletterman noopen David van Bougies slaat van J:r M=n Enslin —„ noopens Albert Nel - - — - - „ _o door den Jndep t Fiscaal ingediend noopens Narcis van mosambicque weegens de mishandeling door de Huisvrouw van oostendaap gepleegd aan een slaven meijs„ weegens Johs. Engel „ _o van den Lande daort Bletterman weegens Marth:s Bijleveld —„ vonnis geveld in de zaak van J: M: Horak en Q: Möllerstrom _o S' E Comp s geausfugeerde dienaaren Jonas Ald. van der Poel __„ Idem Jn de pt Fiscaal Ca f: J: Theron „ 180: — — Ms J: de villiers J: p: z — oJ P: Heinkes - - - „ &Ca de weduwe Hr. Engelaar de Lands drost Bletterman Ca. de Slaaf Solon van Ponkanoe- de In de pt. Fiscaal Ca J: C: rens Er C=t van Nult on„ kruijd en M:r Blankstein „ o Cr. Hans Caspar Hoffmeister„ C: de wede. Sebr. Richard„ de Lande droot Bletterman Ca J: M: Enslin de inde pt. Fiscaal Ca Johan Philip Snegelsbergen W: 3 Willem Stephanus van Rijneveld ampth: regt. C=ro den independent ze „ 289: - „ 320: — 193: — 191: — 181:— 4 402: 331: 2 2 246. — 137: —„„ 148:— Fiscaal 100: — 105: — 328„ 337: 476: — 4 32: 55: 179: — „ 388: — 412: 455: 498: 448. — 0 0 0
English
Fiscal and Jonas albertus van der Poel 18 right of franchise J: De villiers J J:son judicial 189. Pieter Heinkes judicial 201 ditto the widow of H:k Engelaar judicial 204 produced the estate account of I: M: Horak 215 official right versus Jacobus verfueil 277 ditto plaintiff in the role of Fiscal and J: J. rens judicial 321 versus Constant van Nult Onkruijd and Menso Blankstein judicial 301 ditto and Johan Th:s Snegelsberge 457 and the widow richard 459. reports to the Council concerning the monies received for the liquidation of the estates of J. M: Horak and Amöllerstorm 500 Willem robbert van Niewijork sailors tried in case of desertion Wiggert alberts of Embden Willem Minier of Amsterdam 54 ditto Sleutelenberg of Middelburg 54 Fredk. dieloo of blomberg van zeijl requests by petition pardon for his committed offenses 859: ditto Willem Steph:s van Rijneveld official versus the role of Fiscal and J: J: Theron judicial ditto ijda Margaretha Alleda presents a petition regarding the matter of her husband John. Marths. Horak 223 ditto regarding the estate of her abovementioned husband, specifically that the same may be released from sequestration 353
Dutch transcription
Fiscaal en Jonas albertus van der Poel „18 „ regt: fr. 0 „ J: De villiers J J=z gereg:s „ 189. Pieter Heinkes geregt. „ 201 6 C=t _o „ de wede H„k Engelaar gereg„t — „ 204 produceerd de Boedel reecq=z van I: M: Horak — „ 215 amptsh. regt Ca Jacobus verfueil _„ 277 _o Ade in de pt Fiscaal en J: J. rens gereg. „ 321 - 0Ca 1 Constant van Nult On„ „kruijd en Menso Blankstein geregs - „ 301 _o en Johan Th=s Snegelsberge - „ 457 - — en de wede. richard 459. - - _ doed den raad bericht weegens de ontfangene penn: voor recoqe. des boedels van J. M: Haaak en Amöllerstorm 500 Willem robbert van Niewijork Matt=n ged: in Cas van dezertie —„ 0 „ Wiggert alberts van Embden „ Willem Minier „ Amsterdam „ — 54 _o Sleutelenberg „ Middelburg i 0 „ 54 Fredk. dieloo „ blomberg „ van zeijl verzoekt per request pardon van zijne gepleegde faiten 859: _o C= Willem Steph:s van Rijneveld amptsh=t C„o den inde p= Fiscaal en J: J: Theron gereg.:s _ C a 6 C=a ijda Margaretha Alleda presenteerd request noopens de zaak van Haar „ 223 man John. Marths. Horak -0 _onoopens de boedel van boven„ gem: haar man dat namentlijk dezelve van de sequestra„ tie mooge ontheft worden „ 353 p 5