VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 10989

Cape · 538 pages · 99 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_10989_0345 view scan ↗

English

had inflicted with a spade or shovel two large wounds to the back and a small one to the front of the head; this account being accompanied by all such probable circumstances that upon examination and comparison of the contents of the post-mortem report and the surgical certificate, not the least doubt remains whether aforementioned Enslin brought his slave to death in this manner and in such an inhumane way as stated, as your Honors, if it pleases you, will also be able to perceive this in more detail both from the statement of aforementioned slave Aja made before commissioned heemraden and from the post-mortem report and surgical certificate, to which the petitioner refers for the sake of brevity, maintaining therefore that such an act ought to be punished most rigorously; furthermore that the nature of the case as well as the execution of the sentence to be pronounced in this regard requires that he secure the person of the said Jan Enslin. Wherefore the petitioner ex officio takes the liberty to turn to your Honors with the utmost respect, requesting that your Honors may be pleased to grant him, the petitioner ratione officii, a decree by virtue of which he is authorized to take the abovementioned Jan Enslin into apprehension. Underneath was written: Doing which etc. Was signed: H: L: Bletterman. In the margin: Exhibited in Court at Cape of Good Hope, 5 August 1790. Which petition and documents having been read, the Council has authorized the petitioner ex officio, as he is hereby authorized, to have the person of aforementioned Jan Enslin taken into apprehension. And Messrs. De Wet and Truter, who were of the opinion that only a personal summons against aforementioned Enslin should be granted to the officer, had their votes recorded. Subsequently, by the aforementioned Adjunct Fiscal in his aforementioned capacity, a petition was exhibited, the contents of which were: To the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Gentlemen Members of the Honorable Council of Justice of this government. Honorable Sir and Gentlemen, With due respect shows the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman: That the petitioner, having been informed on 16 December of the past year 1789 that the burgher Albert Nel, residing in the Koude Bokkeveld, on 3 or 4 January of the year 1788, on the occasion that he and his wife Christina Helena van Wijk paid a visit to the wife of the former field-cornet at the Hantam, Adriaan van Zeijl, who by sentence of your Honors was banished ad vitam from this government, on his return journey from there having had a dispute with the same his wife, the result thereof was alleged to have been that he attacked his wife and pulled her from the wagon, from which she was said to have received some contusions, and subsequently died on the third day thereafter, while the corpse was said to have been undressed by the wives of Willem Nel, Louis Cotzee, and Michiel Bok, the petitioner has since, with the necessary circumspection, made inquiries into the true course of the aforementioned case; and in the beginning of this year elicited a statement from the wife of the aforementioned Willem Nel, named Hester van Wijk, on the occasion that she, together with her husband, went toward the Cape, which having also been executed by her on 3 February of this year, it did appear to the petitioner therefrom that aforementioned Albert Nel was rumored to have mistreated his wife, without the aforementioned Hester van Wijk, however, having discovered the least signs of any wounds or otherwise on her sister upon undressing her, while she did not view the corpse with any attention and had understood from her sister that her illness was caused by an accident that arose near her navel, and she was certain that she would die from it, just as she had also died the following night. The petitioner subsequently making inquiries on 27 February of this year into the aforementioned case with the wife of the said Adriaan van Zeijl, named Sara Johanna Wieser, she related that abovementioned Albert Nel, after having stayed with her for a couple of days and returned home again, she had sent along with him her son Andries van Zijl, banished by interlocutory sentence of your Honors, who upon his return home had told her that the said Nel on his return journey, having drunk wine rather copiously at the home of the burgher Roeloff Lubbe, had thereby become somewhat intoxicated and wanted to inflict some blows upon his wife with the whip, which, however, were all parried by him, Andries van Zijl, whereupon that woman having stepped down from the wagon, her husband, aforementioned Nel, had unharnessed three horses from the wagon and let them run off, which, however, having been caught again by her son and harnessed into the wagon, they had driven to the farm of him, Nel, whereupon the 2nd or 3rd day thereafter she had learned that the wife of said Albert Nel had died: of all which aforementioned Sara Johanna Wieser had promised the petitioner to make a statement before gentlemen commissioners from this Honorable Council or else before the Secretary of this Council; as the petitioner had also communicated this to the said Secretary, which she also fulfilled; but that said Michiel Bok

Dutch transcription

339 met een graaf of spaade twee groote wonden ag„ ter en een klijne voor 't hoofd had toegebragt; verzeld gaande dit verhaal met alle zoodaanige waarschijnlijke omstandigheeden dat bij Exami„ natie en in teegen overstelling der Contenue der schouw acte en Chirurgikaal Certificaat geen de minste tuijffel overblijft of dat gem:e Enslin zijn slaaf indiervoegen en op een dergelijk ont„ menschte wijze als gezegd heeft om het leeven ge¬ „bragt, zoo als uwel Ed: Achtb=s des gelievende dit een en ander dan ook meer gedetailleerd; zoo ui't de verklaaring van voorm:e slaaf aja voor ge„ committeerde heemraaden gepasseerd als uit de schouw acte en Chirurgicaal certificaat zullen kunnen ontwaaren, en waar aan den vertoonder zig kortsheids halven refereerende, mits dien sus„ ttineerd dat eene dergelijke daad op het rigoureuste behoord gestraft te worden; dan dat de aart der za„ „ke zoo wel als de Executie der ten dien opzigte te vellene sententie requireerd dat hij zig van de persoon van gemelde Jan Enslin behoord te ver„ „zeekeren.— Mitz 340. Mitz welke den r: O: verth de vrijheid neemt met de meeste Eerbied hem te keeren tot uwelEd. Achtbs verzoekende dat uwelEdele achtbn. aan hem ra¬ tione officie vertoonder gelieven te verleenen decreet uit krag„ te van welk hij gequalificeert word, de boovengemelde Jan Enslin te neemen in apprehen¬ „sie. — /onderstond:/ 't welk doende &:a /:was geteekend:/ H: L: Bletterman — /:in margine /: Exhibitum in Judicio aan Cabo de goede hoop 5 augustus 1790 Welk vertoog en stukken geleezen zijn „de heeft de raad den r: O: vertoonder geque„ lificeert gelijk denzelven gequalificeert word mits deezen om den persoon van voorsz: Jan Enslin 341. Enslin te doen neemen in apprehensie. - En hebben de Heeren de wet en Fruter dewel„ ke van advijs waaren om aan den officier alleen„ lijk eene dagvaarding in persoon, Jeegens voorm: En„ slin te verleenen hun vota doen aanteekenen. Vervolgens wierd door gem: adj„t Lis„ „caal in zijn meerm: qualiteijt geExhi„ „beerd een vertoog welkers Contenue was. — Aan den welEdelen Acht„ baaren Heer Johannes Isaak Rhenius president beneevens de verdere Heeren Leeden van den E Achtbe raade van Justitie deezes gou vernements. WelEdele Achtb: Heer en Heeren Vertoond met verschuldigden Eerbied den Land„ doost o 342. „drost van Htellenbosch en Drakenstein Hendrik Lode„ wijk Bletterman. — Dat den vert den 16 December des voorleeden Jaars 1789 geinformeerd geworden zijnde dat den burger Albert Nel op den 3 of 4. Januarij des Jaars 1788 , in het koude bokke veld woonachtig bij geleegentheid dat hij met zijne huisvrouw Christina Helena van wijk een visite bij de huisvrouw van de bij vonnisse van uwelEdel achtbr ad uitam uit dit gouver„ „nement gebannen oud veldwagtmeester aan de Han„ tam Adriaan van Zeijl had afgelegd op zijne te rug rijze van daar met dezelve zijn huisvrouw verschil gekreegen hebbende, 't zelve vange¬ volg zou geweest hebben, dat hij zijn huisvrouw aangetast, en van de waagen zoude gerukt hebben, waarvan zij eenige Contusien zoude hebben bekoomen, en vervolgens den derden dag daar aan overleeden zijn terwijl 't lijk door de Huisvrouwen van Willem Nel, Louis Cotzee, en Michiel Bok, zou zijn ontkleed, heeft den vertoonder met de noodige omze ttigheid zig 't zeedert na den waaren toedragt van 't voorsz geval 1 343. geval geinformeert; en in 't begin van dit Jaar van de Huisvrouw van voornd: willem Nel met naame Hester van wijk, bij geleegentheid dat zij neevens haaren man zich Caabwaards begaf een verklaaring gelischt het welk door haar dan ook op den 3 februarij deezes Jaars gepasseerd zijnde aan den vertoonder uit dezelve wel voorgekoomen is voorm: Albert Nel volgens geruchten zijn huisvrouw te zullen hebben mis„ „handelt, zonder dat de voorn 1 Hester van wijk bij het ontkleeden van haare suster echter de minste teekenen van eenige wonden of anderzints aan dezelve zou hebben ontdekt, terwijl zij het lijk met geen attentie zou hebben bezigtigt en van haaren zuster te hebben verstaan, dat haare ziekte door een bij haar navel ontstaan accident was veroor„ zaakt, en zij haar verzeekerd hield, daar aan te zullen sterven, gelijk dezelve ook de daar aan volgende nagt was overleeden. - Den vertr vervolgens op den 27 februarij deezes Jaars zig bij de huisvrouw van gem: Adrn. van Zeijl met naame za¬ ra Johs. wilde na 't voorsz: geval informeerende dezelve heeft verhaald, dat bovengemelde Albert Nel naar een 344. een paar daagen bij haar verbleeven en weeder na Huisge¬ keerd zijnde, zij haar den bij interlocutoire vonnis van u„ welEdele achtb gebannen zoon Andries van Zijl meede had gegeeven dewelke bij zijn te huis komst aan haar had gezegt dat gem: Nel bij zijn terug rijze bij den burger roeloff Lubbe wat rijkelijk wijn gedronken hebbende, daar door wat beschonken zou geworden zijn en zijn vrouw met de tweep eenige Hlaagen willen toebrengen dewelke egter alle door hem Andries van Zijl waaren afgeweert waarop die vrouw van de waagen afgesteegen zijnde, haaren man voormelde nel drie paarden uit dewaagen had gespan¬ nen en laaten weg loopen dog welke door haar zoon weeder gevangen en in de waagen gespannen zijnde zijlieden nade plaats van hem nel waaren gereeden, wanneer den 2 de of 3de dag daaraan zij vernoomen had de vrouw van ge„ melde Albert Nel te zijn overleeden: van welk een en ander de voornd. Sara Johanna Wieser de ver¬ toonder had beloofd gehad een verklaaring voor Hee„ den gecomm:s uit deezen Ed: achtb„en raade dan wel voor den Heer secretaris deezes raads; zoo als den vert„ zulks ook aan gem: secretaris heeft gecom¬ municeerd gehad, te zullen passeeren, waar aan zij dan ook heeft voldaan; dog dat gem: Michiel Bak

NL-HaNA_1.04.02_10989_0351 view scan ↗

English

has seen fit, upon the field cornet's notification in the name of the prosecutor, to come hither or to Stellenbosch together with his wife for the abovementioned purpose. That subsequently, on the of the recently passed month of June, having been apprehended by three Hottentots in the Koude Bokkeveld and in such manner brought to Stellenbosch, four slaves of the aforementioned Albert Nel named Hanna and Lea of the Cape, together with Cupido and Comus of Mozambique, the same Hottentots reported to the prosecutor that the aforementioned slaves had said they wished to proceed towards the Cape to lodge a complaint about their master, which they, not being able to believe it because the same had no pass, for that reason had taken them captive; of which aforementioned four slaves first Lea and thereafter Comus, who both rode with their master and mistress to and from the aforementioned Sara Johanna Wiese, each gave a statement to the prosecutor separately, yet as if out of one mouth, such as their depositions annexed hereto under letters B and C serve to dictate, with which agrees the deposition of the aforementioned Hanna, being the mother of the just-mentioned Lea, and from which the prosecutor trusts your Honors will be convinced that the abovementioned Albert Nel, in order to get his wife Christina Helena van Wijk off the wagon on which she was seated on her return journey from the abovementioned Sara Johanna Wiese, first gave her a thrust with the butt end of a whip stick, but thereafter two kicks with his feet to her chest, while the same woman died on the third day thereafter, the aforementioned Albert Nel having to be regarded as the sole cause of the untimely demise of his wife and ought to be punished on that account. Wherefore the prosecutor turns to your Honors, most respectfully requesting that your Honors, on account of the distant location of the residence of the mentioned Albert Nel, may be pleased to grant the prosecutor a summons by missive, whereby the same Albert Nel is summoned to appear in person before this Honorable Council on Thursday the 11th of November of this year at nine o'clock in the morning, in order to hear such claim and conclusion or request or requests as shall be made and taken by or on behalf of the prosecutor on the day of trial against the same, to answer thereto, and further to proceed according to law. Beneath stood: Doing which, was signed: H. L. Bletterman. After reading of the one and the other, the summons in person by missive under the Council's great seal upon the burgher Albert Nel, requested by the prosecutor, was granted. Just as also, upon the request made orally by the said Deputy Fiscal to the aforesaid Landdrost, two citations by missive were granted, one upon the burgher Michiel Bok as husband and guardian of his wife Jannetje Steenkamp, and the same Jannetje Steenkamp, assisted by her aforementioned husband, and the other upon the burgher Louis Coetzee, likewise as husband and guardian of his wife Martha van Wijk, assisted by her aforementioned husband, both to appear before this Council on the 28th of October next, in order then to hear claims and conclusions for the giving of truthful testimony of all circumstances which are known to them to have taken place before, during, or after the maltreatment committed by the abovementioned burgher Albert Nel upon his wife Christina Helena van Wijk, as well as of all that they can testify at the requisition of the officer concerning the death of the same wife of Nel. And lastly, it having further been made known by the said Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Sauter that the Landdrost did not judge it most advisable to return the complaining slaves of the said Nel, namely Hanna, Lea, and Comus, as well as the slave of the hereinbefore mentioned burgher Jan Enslin named Asa, to their masters, and had held back the aforesaid slaves until now at the Drostdy of Stellenbosch, with the request to obtain the Council's approval hereupon, the Council, considering the reasons present in this matter, has fully approved the course of action taken by the Landdrost with respect to the just-mentioned slaves. At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Beneath: In my presence, and signed: W. S. van Rijneveld, Secretary. Beneath stood: Thursday the 2nd of September 1790 In the forenoon, present the Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except for Mr. van Echten due to indisposition. The petitioner in his capacity having served a petition whereby he requests a postponement of reasons for 4 weeks, the respondent submitted against this that his Honor presumed that the petitioner has no other reason to ask for a term of 4 weeks than solely to delay the matter; requesting that the petitioner might be ordered to observe the usual term. The petitioner persists in his request, saying that he is compelled to summon witnesses, and that he therefore needs a longer The undermentioned discharged assistant of the Honorable Company Jacobus Verzeil as attorney of the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, petitioner, versus the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lynden, respondent, in order, instead of having an answer served upon his submitted claim, to hear a postponement of term requested

Dutch transcription

345 stok heeft goed gevonden op de veldwagtmeesters aanzeggen uit naam van den ros vert=s zig tot heeden neevens zijn huisvrouw ten boovengem: Eijnde herwaards of naar stellenbosch te koomen. — Dat hier na wel op den der Jongst ge„ passeerden maand Junij door drie Hottentotten in 't koude kokke veld opgevangen en in dier voegen te stellenbosch aangebracht zijnde vier slaaven van voorm Albert nel met na„ men, Hanna &Lea van de kaap mitsgaders Capido en Comus van Mosambicque, dezelve battentotten aan den vert=r hebben bericht dat de voorn: slaaven hadden gezegd zich Caab„ waards te willen begeeven om over hunne Lijf„ heer klagtig te vallen 't geen zijl: niet kunnen„ „de gelooven, om dat dezelve geen pas hadden dezelve om die reeden hadden gevangen genoomen van welke voorm: 5 slaaven eerst zea en daar na Comus welke beide met hunnen Lijf¬ heer en Lijf vrouw naar en van voorm: Sara Johanna Wiese zijn gereeden aan den vert:z ieder alzonderlijk egter als uit eenen mand hebben ge „daan zoodaanig verhaal als derzelver depositien deezen 346. deezen sub L=a B & C geannexeerd komt te dicteeren waarmeede overeenstemd de depositie van voorm: Ham zijnde de moeder van eevengem: Lea, en waar uit de vert=r vertrouwd uwelEdel achtb„ zullen weezen geconvinceerd dat bovengem: albert Net zijn huisvrouw C: Hr. van wijk om haar vande waagen waarop zij haare terug reijze van bovengem Sara Johanna Wiede gezeeten was, te willen hebben eerst met de agtereinde van een zwee pstok en stoot dog daarna met de voeten twee schoppen voor haar borst heeft gegeeven, terwijl dezelve vrouw den derde dag daar aan overleeden zijnde voorm: Albert Nel als de eenigste oorzaak van het vroegtijdig afsterven v zijn vrouw diens te worden aangemerkt en derweegen behoort gestraft te worden. mits welken de r:d: vert„ zig keert tot uwelEd=e achtb met den meesten Eerbied ver„ zoekende, dat uwel EdeAchtb vermits de verre afgelee„ gentheid der woonplaats van gem: Albert Nel, aan „den verth gelieven te verleenen mandament per missive, waarbij denzelven Ar. Nel gedagvaard won omme op donderdag den 11 November deezes Jaars 's mor „gens de klokke neegen uuren voor deezen Egschtb en raad te Compareeren in perzoon, ten einde te haoren zood ge Eisch ende Conclusie dan wel verzoek ofte verzoeken als 347 als door ofte van wegens den 7e: Oe: vert: ten dage dienende Jeegers dezelve zal worden gedaan ende ge„ noomen daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als naa rechten /onderstond:/ Twelk Doende /was ge„ teekend /H: L: Bletterman- Is naa Lecture van het een en ander de door den R: O: vert=m verzogte dagvaarding in persoon per missive onder 's raads groot zegul op den burger albert Nel, geaccordeerd. — gelijk ook teffens op het door geme. adjt. Fiscus bij monde gedaan verzoek ^ aan voorsz: Landrost zijn verleend twee Cutatien peer missive de eene op den burger Michiel Bok als man en voogd zijner huisvrouwe Jannetje steenkamp en dezelve Jannetje Steenkamp, geadristeerd door haa ren voorme: man en de andere, op den burger Louis Coetzee, insgelijx als man en voogd van zijne huis„ vrouw martha van wijk geadsisteerd door haaren voorm: Man beide omme op den 28 october aanstaan„ „de, voor deezen raade te verschijnen om als dan te hoo„ rer Eisschen en Concludeeren tot het geeven van getuijgenis der waarheid van alle omstandigheeden welke aan dezelve bekend zijn plaats te hebben ge¬ „had 348er. had, voor - op - of na de mishandeling door boovengem: burger albert nel aan zijne huis vrouw Christina Helena van wijk gepleegd mits¬ gaders van al het geene zij noopens de dood van dezelve huisvrouwe van Nel ter requisatie van den officier kunnen getuigen En ten laatsten nog door dukgem: Adjunct Fiscus Mr. Johannes Andreas Sauter te kennen gegeeven zijnde dat voort Landedrost niet raadzaamst oordeelde om de klaagende slaaven van gedagte Nel in naame Hanna Lea en Comus, zoo wel als de slaaf van den hiervooren gemelden burger Jan Enslin met naa¬ „me Asa aan derzelver Lijfheeren te rug te geeven en voorsz: Hlaaven tot nog toe op de droodije stellenbosch had te rug gehouden met versoek om hier op 's raads approbatie te erlangen zoo 349 Zoo heeft de raad de indeezen plaats hebbende reedenen overweegende de handelwijze van den Land-drost ten opzichte van Eevengemel„ de slaaven gehouden, volkoo¬ men goedgekeurd. Aan Cabo de goede hoop die A annout supra Leger:/ Mij present / engeteekend:/ W SMijneveld Secretr /onderstond:/ 350 Donderdag den 2 september 1790 'S voordemiddags present de E Achtbe Heer Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leedendemp¬ to den Heere van Echter bij indispositie. — de qq regt gediend heb„ Den onderafgesz: gage Haar de adsistend der E Compe dende van een request waar by verzoekt atterminatie Jacobus versueil als gem: van tot reeden over 4 weeken den burger Jacobus Johan Bragt den Heer geregr mes van den Bergh reg daar teegen in dat zijn E: veranderstelde dat de reqt. Contra geen andere reeden heeft om den E Achtb=e Heer Jndependent een termijn van te weeken te vraagen als alleenlijk om fiscaal Johan Nicalaas steeven van Lijnden de zaak op de lange baan te schuiven; verzoekende dat de gerequireerden om gereg„l mogt worden geordon„ meert het gewoone termijn in steede van op des„ waar te neemen. zelvs ingedienden Eijsch de regte persisteerd bij te zien dienen van ant„ zijn verzoek zeggende dat hij genoodzaakt is getuij¬ gen te dagvaarden, en woord atterminatie van dat hij daarom een lan„ termijn te hooren verzoe „ger „ken

NL-HaNA_1.04.02_10989_0357 view scan ↗

English

needs a longer term. The court grants the petitioner an extension of term until today in 14 days. The Independent Fiscal, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, plaintiff ex officio, submits a claim accompanied by an exhibit against the defendant, the junior merchant, the Honorable Johan Fredrik Kirsten, to the end that in the case of outrageous verbal injury done on 27 May last to the equipage master here, Cornelis Cornelissen, he may hear such claim and conclusion as the plaintiff ex officio shall think fit to make and take against him, the defendant, to answer thereto, and further to proceed as by law. The former secretary of the Swellendam colony, Menso Blankestein, establishing his authority by a special power of attorney granted to him by the defendant, requests a copy of the whole and a term of four weeks to serve an answer thereto. The Court grants. The said Honorable Fiscal ex officio, plaintiff, produces a written claim accompanied by exhibits against the burgher Jan Barends, defendant, in order that on account of excessive mistreatment committed on 15 July last against an enslaved boy named Amsterdam belonging to the burgher firemaster Caspar Loos, he may hear such claim and conclusion as the plaintiff ex officio shall think fit to make and take against the defendant, to answer thereto and further to proceed as by law. The burgher Jacobus van Leeuwen, as authorized representative of the defendant, requests a copy thereof to serve an answer today in two weeks. The court grants a copy and a day to answer. After the matter had thus far ended, there appeared in court Mr. Johannes Andreas Truter, adjunct fiscal here and authorized to attend to the affairs of the Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, who, submitting the interrogatories answered by the detained burgher Jan Enslin, and further statements, declared that in view of the responses given by said Enslin to the aforesaid interrogatories, he did not find sufficient grounds to proceed extraordinarily against the same; wherefore he could well consent that said Enslin be admitted to an ordinary trial, and allowed to proceed through a procurator, provided he makes his defense ex carcere; whereupon the court, having examined the aforesaid documents, in consideration of the declaration made by the officer, admitted the said Jan Enslin to an ordinary trial, and permitted him, while defending himself ex carcere, to be represented by a procurator. Whereafter the following petition was submitted by Anna Elisabeth van Imweeger, wife of the detained burgher Tobias Mijnhard. To the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other members of the Honorable Council of Justice of this government. Honorable Sirs! Shows with the greatest respect, your Honors' very humble servant Anna Elisabeth van Imweeger, wife of the detained Tobias Mijnhard. That, your Honors having been pleased favorably to grant the petitioner's humble petition to take such depositions which the petitioner believed might serve toward some exculpation of her husband in his unfortunate case, the petitioner has indeed obtained such statements, which, however, for the greatest part remain unconfirmed by oath. That the persons who passed the aforesaid statements at the request of the petitioner mostly all fall under the colony of Graaff-Reinet, and considerable time may apparently still elapse before they can make their way hither to take the oath of confirmation. That more than fifteen months have now already elapsed that the petitioner's unfortunate husband has spent in the prison, his health having noticeably suffered from this long detention, and he weakens from day to day to such an extent that the petitioner is afraid that her unfortunate spouse will lose his life in prison, so that what your Honors granted solely in favor of the detainee would, under these circumstances, operate precisely to his disadvantage, if one were to insist upon the technicality that the obtained statements must be confirmed by oath. Wherefore the petitioner turns in all humility to your Honors with the most humble prayer that the statements obtained by the petitioner may be added to the documents and that, without waiting for the deponents themselves to have sworn to the statements, your Honors may be pleased to give such consideration to the said depositions as your Honors shall deem proper in your wise judgment, in order subsequently to pass sentence thereon. While the petitioner prays God Almighty that He may assist your Honors with His wise blessing in the sentencing of this case, which is indeed surrounded by so many obscurities. Which doing, etc. Was signed: Anna Elisabeth Mijnhard, born van Inwegen. In the margin: Exhibited in court on 2 September 1790. Which having been read, it was resolved to place a copy thereof in the hands of the officer, in order to advise this court on the matter. Furthermore, there was read in court a petition from IJda Margaretha Alleda, wife of Johannes Marthinus Horak, of the following tenor: To the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable Members of the Council of Justice of this government. Honorable Sir and Sirs, With due reverence and respect shows your Honors' very humble servant IJda Margaretha Alleda, wife of the former first sworn clerk at the Political Secretariat, Johannes Marthinus Horak. That

Dutch transcription

351. „ger termijn noodig heeft. — De raad verleent aan den reqt. attermi„ „natie van Termijn tot heeden over 14 daa„ „gen:— de Heer: r: O: Eiss=r legdovereen den Jndependent Fiscaal d' E: Eijsch gemunieerd met een bijlaag Achtb=re Heer Johan Nicolaas den oud secretaris de Colonie steeven van Lijnden t: d Eijsr Zwellendam S=n Menso Blank„ Conta „stein, zig legitimeerende met eene door den ged=e op hem verleedene spe„ den onderkoopman & E Johan ciale Procuratie verzoekt van het Fredrik Kinsten ged=e ten einde een en ander Copie en toimijn van in Cas van atroce verbale Inju¬ vier weeken om daarop te dienen „rie den Equipage meester alhier van antwoord: — de man hr Cornelis Cornelissen aangedaan, op den 27 Meij Jl: te aanhooren zoodanigen Eisch en Conclusie, als de Heer Z: d: Eijsscher zal goedvinden op ende Jeegens hem ged„e te doen en te neemen daarop te antwoorden, en Voorts te ken; — procedeeren 3. 52 Gemelde E Achtbe Heer Fiscaal z: de Heer: r: O: Eijsscher produceert een schriftelij„ d: Eijsscher Contra ken Eijsch gem: met bijla„ gen Den burger Jan Barends, ged=e den burger Jacobus van omme weegens verre gaande mishan Leeuwen als gen. gemd: van den ged=e verzoekt daar van delingen opden 15 Julij Jongst: L: ge„ Copie om heeden over t wee„ ƒ „pleegd aan een slaven Jongen van „ken te dienen van antwoord den burger Brandmeester Caspar Loos in naame amsterdam te aan hooren zoodanigen Eijsch en Conclusie als den Heer R: d: Eisscher Zal goedver den opende Jeegens den ged=e te doen en te neemen daarop te antwoorden en voor te procedeeren als naa rechten. - De raad fiat Copia en dag om te antwoorden Na dat tot dus verre de zal was afgeloopen ver„ procedeeren als naa rechten. De Raad fiat: — „scheen 353. „scheen in raade Mr Johannes andreas Tru„ ter adjt Ziscus alhier en gequalificeerd ter waarnameni derzaaken van den Land-Droot der Coloniën Hellenbouch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Bletterman dewel ke onder overlegging van de door den ge„ detineerden burger Jan Enslin beantwoor¬ „de Jnterrogatoria en noch verklaarin„ gen declareerde dat hij vermits de respon siven door gem: Endin op voorsz: Jnterro„ gatorie gegeeven, niet zoodaanig gedupo„ „neerd vond om Jeegens dezelve Extra ordinair voort te procedeeren; over zulx wel Leij„ „den mogt dat gerepte Enslin wierde ontfan„ gen in een ordinairis proces, en geadmitteerd om bij procureur te moogen procedeeren, mits zijne defensie doende Ex Carcere, waarop de raad de voorsz: documenten geexamineerd heb¬ „bende uit aanmerking van de door den officier gedaane declaratie, meermr. Jan Enslin heeft ontfangen in een ordinaires proces, en gead¬ „mitteerd om, zich Excareere defendeerende bij 354. bij procureur te moogen occupeeren Waarna door Anna Elisabeth van Imwee„ „ger huisvrouw van den gedetineerden burger zo¬ bias Mijnhard het volgende request wierd inge¬ diend. Aan den wel Edee Echt Heer Johannes Isaak Rhenius Spre¬ sident beneevens de verdere Leeden van den Estcht raad van Justitie deeses gouvernements. WelEdele Achtb:e Heeren! Geeft met den meesten Eerbied te kennen uwelEden Achtb„r zeer ootmoedige Dienaresse Anna Elisa„ beth van Jmweeger huisvrouw van den gedeti„ „neerden Tobias Mijnhard. — Dat het uwelEdele Achtb: behaagd hebbende goedgunstig op der supp=te needrig supplicq te permit„ teeren, zoodanige deposities te moogen marnnen, die de 355 de suppliante vermeende haaren man in zijn onge„ „lukkig geval tot eenige verschooning te kunnen strek„ ken de supple. ook zoodanige verklaaringen heeft ingewonnen, dewelke echter ten grootsten deele nog on„ gerecolleerd gebleeven zijn. — Dat de persoonen dewelke de voorsz: verklaarin¬ „gen tot requisitie van den supp=te gepasseerd hebben meest alle onder de Colonie qraaff reinet sorteerende er apparentelijk nog een geruimen tijd verloopen kan voor en aleer zij zich herwaards kunnen begeeven om het recollement te doen. Dat er nu reederuijm vijftien maanden ver¬ loopen zijn, dat der supp=te ongelukkige man in het gevangenhuis heeft doorgebragt zijn gezondheid merke„ lijk door deeze lange detentie geleeden heeft en hij van dag tot dag zoodanig verzwakt, dat de supp=te bevreerd is dat haar ongelukkige Echtgenoot in gevangenis het leeven zal laaten, zoo dat het geen uwelhon achtb„ alleen ten faveure van den gedetineer„ den hebben geaccordeerd, Juist in deeze omstandig„ heeden ter zijnen nadeele zoude opereeren, wan¬ meer men op die subtiliteijten wilde zien dat de ingewonnene verklaaringen moeten gerecol„ leend — 7 356. „leerd worden. — Weshalven de suppte. zich in alle ootmoed werd tot uwel Ede Achtbr met needrigste beede dat de door de supp=te, ingewanne„ „ne verklaaringen bij de stukken moogen werden gevoegd en dat zonder af te wagten dat de deparanten zelve verklaarin„ „gen beEedigt hebben UwelEde achtb„e op dezelve de positie zoodanige reflexie gelieven te slaan als uwe EEde Achtb: naa derzelver wijs oordeel zullen vermeenen te behooren om vervolgens daarop te vannissen. Terwijl de supp=te god Almachtig smeekt dat Bij uwelEde Achtb. s in 't vonnissen van dit geval ('twelk dog met zoo veel duijsterheeden is omgeeven /met zijn dewijzen zeegen bestaaale. /onderstond:/ Twelk doende w=a /was geteekend:/ An„ ma Elisabeth Mijnhard gelaaren van Inwegen /: in margine:/ Exhibitum in Judicia den 2 September 1790 Het welk geleezen zijnde is verstaan Capia daar van te stellen in handen van den officier om deezen raade daar of te dienen van belangen. Wijders in raade geleezen zijnde een rrequest van IJda Margaretha Alleda Huisvrouw van van Johannes Marthinus Honak van na¬ volgende in hande Van den welEdelen Achtb Heer Johannes Isaak Rhe„ dius president beneevens de verdere Edelen Achtb„e Raade van Justitie deeses gouverne„ Cents WelEdele Achtbe Heer & ƒ l tE Heeren Het verschuldigde reverentie en Eerbied geeft te kennen uwelEd: Achtb. e zeer needrige die„ naresse ijda Margaretha Alleda huis „vrouw van den geweezen eerst gesw Clercq ter politicque Secretarije Johannes Mar¬ thinus Horak. 357 Hoe

NL-HaNA_1.04.02_10989_0364 view scan ↗

English

358. How she, the petitioner, in her request of 22 May last, contenting herself therewith, having extensively explained to your Honourable Worships the reasons and motives that moved her to see whether it might not be possible to make all claims regarding the pretension of the Honourable Company on the estate of the petitioner's husband cease; as then she took the liberty to request your Honourable Worships that it might be your pleasure to determine how much that pretension, after deduction nevertheless of that which was established in favour of her husband from the declarations already obtained, amounted to, in order that she, the petitioner, having been informed thereof, could proceed in this matter with the assistance of her family in an honourable manner. That it having then also been the favourable pleasure of your Honourable Worships to grant that request and to have delivered to the petitioner such general accounts regarding the state of the petitioner's estate and the debt attached thereto of the Honourable Company from which the petitioner could obtain the necessary clarification; she, the petitioner, has also realized from the reading thereof that the pretension with which the estate of her husband is still charged on the aforesaid grounds still amounts to a sum of One Thousand Three Hundred 359. Hundred Forty-nine Rixdollars and 14 stivers. That however much this sum, which falls short on the petitioner's estate for the settlement of that which the Honourable Company still claims, amounts to much more than the petitioner could have estimated; she, the petitioner, nevertheless, in the firm assurance of still obtaining the opportunity to show your Honourable Worships that her husband is charged with various items regarding which he never enjoyed a single penny, and therefore also to be able to reclaim a considerable sum, having been enabled to do this by her family, has taken the resolution to satisfy the amount of the aforesaid deficit. Reasons why the petitioner turns to your Honourable Worships with the respectful request that it may please you to accept the aforementioned sum of 1349 rixdollars and 14 stivers from the petitioner; consequently to relieve the estate of her husband from the sequestration under which it has been held until now, and also, as the petitioner stated in her aforesaid request of 27 May, to leave reserved to the petitioner to successively demonstrate adequately to your Honourable Worships these and those items 360. the monies of which were never enjoyed by the petitioner's husband, as well as to have the amount of all such items restored to the petitioner, and to that end to have issued to her the necessary copies of such papers and documents as the petitioner shall deem necessary for that purpose. Imploring the petitioner on all this your Honourable Worships' favourable apostille. Underneath stood: Doing which etcetera. Was signed: Yda Margaretha Horak, born Atteda. After the Independent Fiscal had declared as an officer that he had nothing against the petitioner's request and could well consent, since the Honourable Company was now satisfied, that the same be granted; it was resolved by majority vote on the aforesaid submitted request to grant full consent, and the secretary was authorized accordingly to receive the sum of 1349 rixdollars and 14 stivers mentioned in the cited request, the estate of the said Johannes Marthinus Horak being hereby relieved from the sequestration in which it has been held until now, 361. and at the same time the petitioner and further interested parties are left free to investigate and subsequently present to this Council which items they shall deem to have been overpaid, of which, provided it is properly verified and proven with sufficient documents, restitution shall be made; to which end the petitioners are hereby granted copies of such papers and documents as reside at the secretariat of this Council and shall be deemed useful by them for that purpose; the petitioner remaining nevertheless obligated to ensure that the other private creditors who have already registered their pretensions against the aforementioned estate at the secretariat of this Council, insofar as the same shall be recognized as liquid and valid, also obtain proper satisfaction. And of all this, the required notice shall be given by representation to the 362. Honourable, Valiant Governor and the Worshipful Council of Policy, with the request to accept into the Honourable Company's treasury, as provisional satisfaction of an amount of 39665 rixdollars and 22 stivers which it now appears the Honourable Company is still entitled to from the estate of the said Horak, the sum of 24027 rixdollars and 6 stivers in ready money, of which an amount of 26825 rixdollars has already been consigned to the aforementioned treasury, the sum of 201 rixdollars and 44 stivers will now also be brought into the treasury from the money paid by the aforementioned wife of J. M. Horak; while further the remaining 18630 rixdollars and 16 stivers, consisting of a mortgage bond passed by the merchant of the Honourable Company, Master Jacob Pieter de Neijs, for the benefit of the said estate of Horak, amounting to 8722 rixdollars, one ditto to the debit of the Honourable George Frederik Goetz amounting to 988 rixdollars and 32 stivers, one ditto to the debit of 363. of Jan Andries Horak amounting to 783 rixdollars and 16 stivers, and a mortgage bond to the debit of the burgher Jan Plaat of 944 rixdollars and 16 stivers, will be brought into the treasury as soon as this amount shall have been collected by the secretary of this Council after the due date of those mortgage bonds, which takes place on 1 December next. Finally, a sealed paper addressed to this Council having been opened, there were found in the same the two following requests from the burghers Willem and Andries van Zeijl, banished by contumacy from this government and the jurisdiction thereof. To the Honourable Worshipful Lord

Dutch transcription

358. Hoe zij supp„lte bij haar request van den 22 Maij J: L: gecore„ tenteerd, aan uwelEdele Achtbe breedspraakig hebben¬ de gedevelappeert de reedenen en mativen welke haar bewoogen om te zien of het niet moogelijk waare alle aanspraak weegens de pretentie van d' ECompt op den boedel van der suppts. man gemaakt te doen cesseeren; als toen de vrijheid heeft gebruikt uwwellke Achtb=e te verzoeken dat het van derzelver welbehaagen zijn moge te bepaalen hoe veel die pretensie naa aftrek nogtans van het geene uit de reed ingewonne verklaarin „gen ten faveure van haaren man Consteerde, kwam te bedraagen ten einde zij suppte. na hier van gein¬ formeerd te zijn, desweegens met behulp haarer Familie op eene Leeure wijze konde te werk gaan. — Dat het daar op dan ook van uwel Ede Achtbr. gun¬ stig welbehaagen geweest zijnde dat request te fiasteeren en aan de supp„te te doen inhandigen zoodaanige generaale reecq=s nopens den staat van der supp=te boedel en de daar op hegtende schuld van d' ECompe als waar uit de suppte. de noodige elucidatie konde erlangen; zij suppte dan ook uit de lectuure is ontwaar geworden, dat de pretensie waar meede den boedel van haaren man nog uit hoofde voorsz: belast staat nog beloopt op eene somma van Een Duijzend Drie Houdert 359 Hondert Neegen en veertig Rijxdaalders en 14 stuivers Dat hoe zeer deeze som welke op der supp=te boedel ter verEffening van het geen d' E Comp„e nog preten„ deert, te kort schiet veel meer komt te bedraagen als de supp=te had kunnen gieren; zij supp=lte eeven wel in die vaste verzeekering van nog geleegentheid te zullen erlangen,, om uwelEde Achtb=s te doen zien, dat haaren man met diverse Joosten belast staat waar omtrend hij nimmer een enkelde penn: genooten heeft en overzulx ook een aanzienlijke som te zullen kunnen repeteeren, door haar familie hier toe in staat gesteld, het besluit heeft genoomen om het bedraagen van vooraz: te kort koomende te voldoen. — Reedenen waaromme de supp=t zig evend tot uwe EEd: sentbs met eerbiedig versoek dat het van der„ „zelver welbehaagen zijn moage meengem t somma van rx 1349 : 14: van de suppte. te accepteeren. — gevolgelijk den boedel van haaren man te ontheffen van de sequestratie waar onder dezelve tot dus verre is ge„ houden geworden en teevens zoo als de supp=te bij haar voorsz: request van 27 meij heeft ter needer gesteld, aan de supp=„te gereserveert te laaten, om uwel Ede chtb=r successief voldoende aan te zomen deeze en geene posten waarden 360. waarvan de penn: door der supp=te man nimmer zijn ge„ „nooten, mitsgaders het bedraagen van alzulke pooten aande suppt. te doen restitueeren, en ten diens eijnde de noodige Co„ „pien van zoodaanige papieren en documenten, als de Luppte vermeenen zal daar toe noodig te hebben, aan haar te doen afgeeven. Imploreerende de zupp=ten op dit een en ander uwelEde achtten gunstige appostille. — /onderstond:/ 't welk doende W=a /:was geteekend:/ Yda Mer„ Garetha Hraak gebt atteda. ^I naa dat den Heer Indeppendent Fiscaal daarop als officier had gedeclareert niets teegen het verzoek van de suppte. te hebben en wel te moogen leijden dat ver¬ mits als nu d' E Compe was voldaan, hetzelve wierde ingewilligd op voorsz: ingediend request bij meerder„ heid van stemmen volkoomen fiate verleend en den ze„ netaris ingevolge van dien gequalificeert om de bij gecit: requeste vermelde somma van rd=s 1349: 14: — te ontfangen werdende dus den boedel van gem: Johan„ nes Marthinus Horak bij deezen ontheft van de sequistratie waar in dezelve tot nog toe is gehouden Eon ende 361. en teevens aan de sustt. gls verdere geinterresseer dens vryjgelaaten omme te onderzoeken en deezen raader Expost voor te draagen welke oosten zij vermeenen zullen te veel te zijn uitbetaald waarvan dan ook mits zulx behoorlijk verifieerende, en met sufficiente documenten bewijzende; restitutie zal ge„ schieden ten welken eijnde aan de Luhsten # bij deezen werd verleend Copien van zooda„ nige papieren en documenten als ter Leere„ „tarije deezes raade berustende zijn en door haar daar toe dienstig zullen werden ge¬ oordeelt, — blijvende de supp=te niet te min verpligt om te zorgen dat de verdere particuliere Crediteuren die hunne preten¬ „zien ten lasten van meermd: boedel reeds ter secretarije deeses raads hebben opgegeeven voor zoo veel dezelve Luiquide en deugdelijk zul„ len worden erkend meede behoorlijk voldoenin„ „ge erlangen„ — En zal van dit een en ander aan den welEden 362. welEdele gestre. Heere gouverneur, en Achtbe. Raade van Politie bij vertoog de vereischte kennisse worden gegeeven met verzoek om ter provisioneele voldoening van een bedraagen van rd=s 39665 en 22 stuivers welke tans nog blijkt d' E Compte. uit den boedel van gem: Horak te Competee¬ „ren, aan Contante penn: de somma van Ex 24027 en 6 stuivers, in UE Comp:s Cassa in te neemen, waar van reeds een bedraagen van rixdaal ders 26825 in Cassa voorm: geconsigneerd zijnde tans nog van de door voorm: huisvrouw van J: M: Horak betaalde penn: de Somma van rds 201 en 44 stuivers in Cassa zullen worden gebragt; Terwijl voorts de resteerende rx 18630 en 16 stuivers bestaande in een kus„ „ting brief door den Coopman der E Comp=s M=r Jacob Pieter de Neijs ten behoeve van gem: boedel van Horak gepasseert groot rds 8722, Een dito ten Lasten van d' E George Frederik goetz beloopende rRs 988: 32, een dito ten lasten van 363 van Jan andries Horak groot 21½ 783: 16: en een kusting ten lasten van den burger Jan Plaat rx 944: 16: zullen worden in Cassa gebragt, zodra dit montant naa de ver valdag dier kusting brieven 't geen op den 1 December aanstaande plaats heeft door den secretaris deezes zaads zal weezen en gevordert. Laatstelijk geopend zijnde een gecachetteerd papier aan deezen raade gericht, zijn in het zelve gevonden de twee navolgende requesten van de bij Contumacie uit dit gouvernement en den ressorte van dien gebanne bur„ „gers willem en Andries van Zeijl Aan den welEdelen Achtb: Heer —

NL-HaNA_1.04.02_10989_0370 view scan ↗

English

364. Honorable Venerable Sir and Honorable Venerable Gentlemen. The undersigned defendant takes, with all dutiful respect, the liberty to address Your Honorable Venerabilities. Being in the highest degree astonished how he has been accused far beside the truth to Your Honorable Venerabilities concerning the wilful shooting to death of a Hottentot woman named Antje, whereas the undersigned did such not out of wilfulness or any maliciousness, but out of fear for his own life, while said incident occurred in the dark of night when the undersigned found himself at an outpost of his father with his father's cattle, when he, through the barking of the dogs, became aware To the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government that 365. that there must be strange people in or around the kraal, whereupon he, jumping out and calling out several times who was there, received no answer, but saw someone jump over the kraal fence without being able to distinguish who it was; thus the undersigned, out of fear for his life, not knowing whether it was one or more Bushmen or someone else, blindly shot at him in the dark night to kill him, and thus, without his knowing and while he was only a youth who, in case someone had attacked him, would not have been able to defend himself, fired the said unfortunate shot. Yet, while the undersigned firmly trusts that Your Honorable Venerabilities with your paternal hand would be able to redress all of this again and to pardon him because of his youth and ignorance regarding said incident, he, the undersigned, takes the liberty to address Your Honorable Venerabilities with humble 366. humble sighs and supplications that the said incident, for the reasons aforesaid, may be forgiven him by Your Honorable Venerabilities, and that he may be set at liberty again by Your Honorable Venerabilities. Below stood: In which expectation etc. Was signed: Willem Abraham van Zeil. In the margin: Hantum, the 6th of February 1790. To the Honorable Venerable Sir Johannes Isaak Rhenius, President, together with the Honorable Council of Justice of this Government. Honorable Venerable Sir and Honorable Venerable Gentlemen. The undersigned defendant takes with all dutiful respect the liberty to address Your Honorable Venerabilities with humble petition and supplications, 367. supplications that the undersigned might be pardoned and acquitted by Your Honorable Venerabilities regarding what was resolved by Your Honorable Venerabilities in the last summons sent to him, the undersigned. Although the undersigned cannot excuse himself, he nevertheless hopes that Your Honorable Venerabilities will not take the act committed by him, the undersigned, on account of the undersigned's youth and the obedience owed to his parents, as a wilfully committed evil deed, but as having happened out of pure inability and ignorance. For which reasons the undersigned's humble sigh and prayer is also to Your Honorable Venerabilities, that he, the undersigned, may be pardoned by Your Honorable Venerabilities and again set at liberty. Below stood: In which expectation etc. Was signed: Andries van Zeil. In the margin: Hantum, the 6th of February 1790. After 368. After reading of which petitions, it was disposed thereupon in the manner as follows: The Council declines the request of the petitioners, persists with the sentence passed to date against the petitioners, and at the same time leaves it free to them, presenting themselves in person, to answer for the crimes charged against them; meanwhile, copies of the aforesaid petitions are placed in the hands of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein as having acted in this matter, in order to make the necessary use thereof as officer. Below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Present to me. Signed: W. F. van Reijneveld, Secretary. 369. Appeared. Thursday the 16th of September 1790, in the morning, present the Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden on account of other business. The messenger, stepping inside, reports that the defendant has not appeared. Wherefore the Deputy Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, on account of other business of the Honorable Prosecutor, appearing, requested the first default with the benefits thereof, and a second citation for the burgher Pieter Benjamin Wiese, defendant, to hear such claim or request or requests as the Honorable Prosecutor shall think fit to make ex officio over and concerning the matter that the defendant did not shrink from grazing a quantity of cattle on the Honorable Company's post the Swarteberg Valley, and to that end handed to his 370. his cattle-herder a note dated the 1st of July 1790, signed by us, P. B. Wiese, in which he falsely pretends to do such by order of the Honorable Company's contracted butchers, to answer thereto and further to proceed as according to law. The Council: Fiat. The Honorable Independent Fiscal of this Government, ex officio Prosecutor, against The burgher Jacobus Bierman, defendant, to see a reply served on his submitted answer. The aforesaid Deputy Fiscal submits his written pleading of replication. Whereof the former burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, as attorney of the defendant, having requested a copy to the end of serving a rejoinder fourteen days from today. The said prosecutor declared to have nothing against this, provided that the attorney of the defendant in his rejoinder show more regard to the office of the Fiscal than he thought fit to do in his answer. The attorney of the defendant says thereupon that if he in the answer should have...

Dutch transcription

364. WelEdele Achtb:e Heer. &o EE: Achtb=re Heeren. Den ondergeteekende gedaagde neemt na al¬ „le pligt schuldige eerbied de vrijheid zig te wen „den tot uEdele Achtbaarheedens. - Als ten hoogoten verwondert zijnde hoe dat hij verre bezijden de waarheid betigt is gewerden bij uwelEde Achtbs over het moedwillig doodschieten van een hottentot Meijd in naame Antje daar den onderget: zulx niet uitmoe „wil of eenige kwaadaartigheid, maar uit vrees voor zijn eigen leeven gedaan heeft, terwijl gem: geval bij den donkeren nagt is voorgevallen als den ondergetezich op een uitleg plaats van zijn vader was bevindende met zijn vaders Zee, wanneer hij door het blaffen der honden ontwaar wierd Heer Johannes Isaak Rheni¬ dis president, beneevens den betchtbe raad van Justitie deeses Gouvernements dat 365 dat er vreemd volk in of omtrend de kraal moeste weezen, wanneer hij uitspringende en tot verschei„ de maalen roepende wiedaar was, geen antwoord kreeg, maar iemand over de kraalkeining zag springen zonder te kunnen onderscheiden wie het was, zoo heeft den ondergeteekende uit vrees voor zijn leeven, als niet weetende of 't een Bosjeman of meer of iemand anders was, om hem in den donkeren nagt om het leeven te brengen blindelings toegeschooten en zoo zonder zijn weeten en terwijl hij nog maar een Jongeling was die ingeval hem iemand te tijt wasgekoomen niet in staat zou geweest hebben hem te verdetendeeren, gem. ongelukkige schoot gedaan heeft. Dog terwijl den ondergeteekende vast is vertrouwende dat uwel Ede achtb:r met haar vaderlijke hand zulx alles weer zoude kunnen redresdeeren en hem om zijne Jongheid en on¬ kundigheid weegens gem: geval, te pardonnee„ „ren, neemt hij ondergeteekende de vrijheid zig tot uwel Ed=e Achtb=r te wenden met ootmoe„ „dige 366. ootmoedige zugtingen en smeekingen dat hem het gem: geval om reeden voormeld. door uwelEd Achtbe mooge worden vergeeven en hij door uwel Edele Achtb=e weederom afvrije voeten mag worden gesteld /onderstond / in welke verwagting W=a (was geteekend/ Willem abraham van Zeil /in margine:/ Hantum den 6 febrij 1790 Aan den welEdele Achtbren Heer Johannes Isaak The¬ nius president beneevens de E Achtb=e raade van Justitie deeses gouverne ments WelEdele Achtb:re Heer. H E:E: Achtbaare Heeren Den ondergeteekende gedaagd neemt met alle plichtschuldige Eerbied de vrijheid zig te wer„ „den, tot UE Achtb:s met ootmoedige beede en Beeking 367 smeekingen, dat den ondergeteekende door uwel Ed=e Achtb:e mogt worden gepardonneert en vrijge„ sprooken weegens het door uwel Ed=e achtb:n gere„ solveerde in de laatste dagvaarding aan hem on„ vergeteekende toegezonden of schoon den ondergeteekende zig niet kan ver„ „ontschudigen, ver hoopt dezelve egter dat uwel Ed:e Achtb=r het feijt door hem ondergeteekende begaan van weegens des ondergeteekendens Jongheid en de gehoorzaamheid aan zijne ouders verschul„ digt, niet zullen opneemen als een moetwil„ „lige gepleegde Euweldaad, maar uit bloote on„ kunde en onweetenheid geschied — om welke reedenen den ondergeteekende zijne ootmoedige Lugte en beede ook aan U„ welEd=e Achtb:e is, dat hij ondergeteekende daar UwelEd=e Achtb:s mooge worden gepardonneert en weederom op vrije voeten gesteld sonder „stond:/ In welke verwagting &:a/ was ge„ „ teekend:/ Andries van Zeil /in margine Han„ tum den 6 februarij 1790 Na 368. Na Lectuure van welke requesten daarop in maniere als volgd is gedisponeert De Raad diffilalteerd in het verzoek van de Suppten. persisteerd bij het vonnis in dato teegens de suppten ge veld, en laat teffens aan dezelve vrij om zig in persoon sisteerende, weegens de aan hun te laste gelegde misdaaden te verantwoorden; wordende inmiddens sa„ „pia van voorm:e requesten gesteld in han„ den van den Landedrast van Hellenbarch en Drakenstein als in deeze zaak gea„ geerd hebbende om daar van als officier het noodig gebruik te maaken. onderstond Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut su¬ „pra /lager:) Mij present /geteekend:/ W f van Rijneveld Secretr. 369 techeenen. — Donderdag den 16: September 1796 voordemiddags present de Echtte Her Johannes Isaak Rhenius president en alle de leedens, dempto den Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden bij accu„ patie. Den Jndependent Fiscaal de boode binnen treedende rapporteerd, dat den ged=e niet is ver„ de E Achtb=re Heer Johan Ni„ colaas Steeven van Lijnden E:Oliss Weshalven den adjunct Tis¬ ccaal Mr Johannes Andreas Fru„ ter vermits occupatie van den Heer &: O: Eisscher Compareerende verzogte het eerste default met den profijte vandien en een tweede Citatie den burger Pieter benjamin. wiese ged=e om te aanhooren zodanige Eisch dan wel ver„ „zoek ofte verzoeken als den Heer Eisscher amptshalven zal goedvinden te doen over en ter zaake dat den ged„e zig niet ontzien heeft een quan„ titeijt rendree op 's EComp„ plaats de swarte bergvalleij te zoeiden en ten dien eijnde aan open Jeegens zijn 370. zijn veewagter een briefje gedaterd den 1 July 1790 ons geteekend P:r e B Wieser ter hand te stellen waarin hij valschelijk voorgeeft zulx op ordre van sE Compt. gecontracteer¬ de slagters te doen daarop te ant„ woorden en voorts te procedeeren alsnaar rechten. De raad Piat den E Achtb=n Heer Jndependent glis„ voorm: adst Fircaal legd over zijn schriftuur van „caal deeses gouvernements replicq. — Eo lisp. waarvan den oud bur„ Contra „ger luitenant Jonas alber„ Den burger Jacobus Bierman „tus van der Poel als ge„ machtigde van den gereg=n geden omme op desselvs inge„ verzogt hebbende bopie ten diend antwoord te zien die„ einde heeden over 14 daagen te dienen van duplicq nen van replicq. Betuigde de zI0. regt. daar niets teegen te hebben mits dat de qq ged=e in zijn duplicq meerder eguards aan het officie lijscaal betaane als hij in zijn antwoord heeft goedgevonden te doen ze qq gereg=s zegt daarop, dat zoo hij in 't antwoord iets magt E

NL-HaNA_1.04.02_10989_0377 view scan ↗

English

might have said from which any disrespect could be deduced, such indeed happened without the least intention, adding that in his rejoinder he would use more care in that regard. The Council grants to the defendant the requested copy and day to rejoin. The aforementioned Honorable Independent Fiscal, plaintiff in his official capacity, the adjunct fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, due to the occupation of the Honorable plaintiff in his official capacity, submitted a copy of such request as was exhibited in council by the provost Jacob Ernst on 8 July last, together with a report of the court messenger Carel Ewald Ziewagel, and further states that the defendant, as will appear from the aforesaid request, has gambled with the drum major Luiten at the house of the drum major Luiten, contrary to the laws enacted concerning this; concluding therefore that the defendant shall be condemned, pursuant to the letter of the placard, to pay for the first time 25 rixdollars and a double fine of 50 rixdollars for the second time, thus together 75 rixdollars with costs. against the soldier Jacob Hendriks, defendant, to hear demand and conclusion for such fines as he has incurred pursuant to the placard for participating in two successive gambling parties at the house of the Drum Major Luiten, with costs. The defendant, answering, says he cannot deny having gambled and also being able to pay 25 rixdollars, requesting postponement regarding the remaining 50 rixdollars until he shall have received money. The plaintiff in his official capacity, for replication, persists in his claim; the parties renouncing further productions. The Council, having heard the parties, after considering what merited reflection, doing justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, awards to the Honorable plaintiff in his official capacity his claim, with condemnation of the defendant in the costs; the Honorable Van der Riet having advised that, since the council now has knowledge of a court martial established in this government, the defendant shall therefore be handed over to that court martial to be punished there according to the articles of war, and had his act recorded in the minutes. A person under suspended pay of the 49th regiment submits a statement of defense with two annexes. The aforesaid adjunct fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, for the plaintiff in his official capacity, requests a copy thereof to serve with a replication two weeks from today. with the assistance of the Honorable Company's clerk Jacobus Vercueil, as general proxy of the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, petitioner, against the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van Lijnden, defendant, to see a statement of defense served upon his submitted claim. The Council: Granted. The petitioner submits a request of the following content: To the Right Honorable Mr. J. J. Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Council of Justice of this Government at the Cape of Good Hope. Right Honorable President and Honorable Gentlemen. With due respect, your Right Honorable's very humble servant, the undersigned burgher Jacobus van Leeuwen, as proxy of the fellow burgher Johan George Behrends, shows: How his principal, on the 2nd of this current month of September, was summoned by the Independent Fiscal of this government, the Honorable J. N. S. van Lijnden, before this Honorable Council to see a written claim served. That on the day of appearance, the petitioner, appearing on the roll, requested a copy thereof and a term until today to serve an answer thereon, which was graciously granted by your Honors, so that the petitioner was to serve an answer today. the burgher Jacobus van Leeuwen as general proxy of the fellow burgher Johan George Behrends, petitioner, against the Honorable Independent Fiscal, defendant, to hear a request for an extension of the term instead of seeing a statement of defense served upon his submitted claim. However, since the petitioner is unable to acquire the necessary evidence, because the soldier of the regiment of Wurtemberg garrisoned here, who in deposing in this matter is believed to be able to give an important statement on the true state of affairs in the case, has been sent to the outer district or commando; That the petitioner, however reluctant to fail in his duty in this case, was therefore compelled, with no less respect, to turn to your Honors with a very humble and submissive request that it may please your Honors to grant the petitioner an extension of the term until two weeks from today, in order to serve an answer then. Below stood: Which doing, etc. Was signed: J. van Leeuwen. In the margin: Exhibited in Court on 16 September 1790. The adjunct fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, for the defendant in his official capacity, says he has no objection to it. The Council: Fiat extension of the term until two weeks from today. After which, by the aforementioned adjunct fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, in the name of the Honorable Independent Fiscal, it was made known that the Right Honorable Governor and the Honorable Council of Policy had handed over to the aforementioned Honorable Independent Fiscal a certain request presented by the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein to His Right Honorable and the Honorable Council, concerning contemptuous words used by the burgher Bernhardus de Vaal regarding the verdict rendered by the Landdrost and Heemraden of the aforementioned districts between the burgher Pieter Cilliers Jansz and the former deacon Daniel Rossouw Pietersz, in order to make the necessary provisions to restore the authority of the aforesaid College damaged thereby by the aforementioned De Vaal; that the Honorable Independent Fiscal, since that matter already before his arrival here at the Cape

Dutch transcription

371 mogt hebben gezegt waaruit eenig disrespect kan werden gelicieert zulx in derdaad, zonder de minste intentie is ge„ „schied, met bijvoeging dat hij in zijn duplicq dien aan„ „gaande meerder oplettentheid zoude gebruiken. De Raad verleend aan den geregt de ver„ zogte Copia en dag om te dupliceeren. Gem E Achtbe Heer Inde„ pendent Fiscaal 2: d: lis„ „scher de adjunct fisccaal Mr. Johannes andreas Lauter vermits occupatie van den Heer r: d: Eijsscher, tid over Copie van zoodanige request, als door opende Jeegens den geweldiger Jacob Ernst op den 8 den soldaat Jacob Hendriks Jalij J: &: in raade is geExhibeerd, neevens een relaas van den gerechts ged=e omme te hooren lis„ boode Carel Ewald Ziewagel: - en schen en Concludeeren tot zegt wijders dat de ged=r zoo als uit het voorsz: request zal Consteeren, & zoodanige boetens als waar reiren bij den tamboer major Lui„ in hij over het adristeeren bij „ten heeft gedobbeld, teegen die derwee„ twee successive dobbel par„ „gens gestatueerde wetten; Concludeeren„ de overzulx, dat de ged„e zal worden thijen ten huize van den gecondemneert, om ingevolge den let„ Gaboer Major Luiten in„ „ter van 't placcaat te betaalen voor d eerste rijse 25 ver en dubbelde boete van gevolge placcaat is verval„ 50 Ex voor de tweede rijze dus te zaamen „len; Cum Exkensis. — rx75 met de kosten. — De gedr antwoordende zegt niet te kunnen ontkennen gedobbeld te hebben te hebben en ook 25 rd=s te kunnen voldoen verzoekende weegens de restee„ aende 702 50 uitstel tot dat hij geld zal hebben gekreegen— de r:O: Eijsch voor replicq perristeerd bij zijn Eisch renuntieerende parthijen van verdere productien.— De Raad parthijen gehoord hebbende naa overweeging van 't gunt reflectie meriteerde Recht doende uit naam en van weegens de Hoog moogende Heeren Staa„ ten generaal der verEenigde neederlanden adjudiceert den Heer R:O: Eijsscher zijn Eisch met Condemnatie van den gede in de kosten— hebbende den Heere van der Riet geadmiseert dat vermits de raad tans kennis draeg van eenin dit gouvernement opgerechte krijsraad den ged„e over zulx aandien krijgnaad zal worden over„ gegeeven, om aldaar volgens den articul brief gestraft te worden, en desselvs actum in de notu¬ len doen aan teekenen. — Een onder afgesz:r gage staan„ den 49 reg:t legd over een schrif„ tuur van antwoord met de adsistend der EComp„e S:r twee 372. Jac„s „fia om des naade heeden over twee weeken te dienen twee bijlaagen and. Lauter voor den A.O: Eissr. verzoekt daar van la„ voorrd: adj:t ficcaal m:r Joh:s van replicq Jacobus Vercueil als generaa„ le gemachtigde van den burger Jacobus Johannes van den Bergh reqt. Contra den EAchtbre Heer Jndepen„ dent Fiscaal Johan Nico¬ laas Heeren van Lijnden geregt omme op desselvs inge„ leeverden Eisch te zien die„ men van antwoord. 373 De Raad Fhat. de ge reqt. legt over een request den burger Jacobus van van navolgende inhoude„ Leeuwen als gen: gem: Aan den welEde van den meede burger so„ Achtbrn Heer J: Je Rhe„ han george Bekrends reqt „nius president, benee¬ Contra vens de verdere E: Achtb: raade van Justitie dezes gouvernements aan Cabo Welgem: E Achtbe Heer In„ de 5 dependen 374. Independent Discaal gereg. om de goede Hoop op desselve ingedienden Eijzchen WelEdele achtbe Heer steede van te zien dienen van ant¬ en Ed Heeren waard te haaren verzoeken attermina„ geeft met den verEischten eer„ bied te kennen uwerwel Ed=e Achtb„s zeer nedrigen die tie van termijn. — naar den ondergete. burger Jacobus van Leewen als gent van den mel „de burger Johan george Behrends. — Hoe dat zijn pC=o zub dato 2 deezer loopende maand septr door den Independent fiscaal acezes gouvernements de Heer J: N: S: van Lijn den gedagvaard zijnde voor deezen E Achtb: raade om te zien dienen van schrif„ kelijken Eijsch.- Dat ten daage dienende ende suppt. ter rolle Compareerende heeft verzogt Coria derzelve en termijn tot op heeden om er op te dienen van antwoord 't welke bij uwelEde. Achtb graticuselijk geaccordeerd geworden is invoegen dat den supp=t op heeden hadde moeten dienen van antwoord ƒ Dan vermits den suppt. buiten staat is de noodige bewijzen te kun „nenaiquieeren, nademaal den soldaat van het alhier guarnisoen houdend regiment van wartemberg dewelke hier inne deponeerende zoo men ge„ „loofd een importante verklaaring van den waaren toedragt in het geval te kunnen geeven, in de buiten district of Commando gezonden— Dat de supp=t. hoe ongaarn om zich in dit geval van zijn plicht te kwijten, derhalven genoodzaakt was, met niet minder eerbied hem tot uwelEd=e Achtb: te wenden met zeer needrig en ootmoedig verzoek dat het hoogst dezelve goede geliefte zijn mooge aan den suppt. te verleen „nen atterminatie tot heeden over twee weeken om als dan te dienen van ant„ woord - /onderstond/ 't welk doende &:a /:was geteekend / J: van Leeuweng /:in margine:/ 375 /:in margirie:/ Exhibitum en Judicie den 16=de Sept:r 1790 de adjuntt Liscaal Mr. Johs. Andr. Fruter voor den r: O: geregt zegd daar niet teegen te hebben. — t De Raad fiat atterminatie tot heeden over twee weeken Waarna door gem: adj„s Fiscaal mr Jol„s And:s Tru„ ter uit naam van den Heer Jndependent fiscaal wierd te kennen gegeeven dat den welEde gestre. Heer gouverneur en E Achtbe raade van politie aan welgem: Heer Jndependent fiscaal hadde inhandigt zeekere requeste door Landdrost en Heemraaden aan stellen„ „borch en Drakensteijn aan zijn wel Ede gestr=e en EE Acht„ „baarens gepresenteerd over verachtelijke bewoordingen door den burger Bernhardus de Vaal gebeezigd, ten opzich„ te van het bij Land=drost en Heemraaden der gem: dis„ trieten geslaagen vonnis tusschen den burger Pieter Cil„ liers Jansz en den oud diacon Daniel rosrouw Pietersz ten einde tot herstel van het door gem: devaal daar door geschonde gezag van het voorsd: College, de noodige voorzieninge te doen: Dat den Heer Jndependent Fiscaal vermits die zaak reeds voor zijn Ed:e komst alhier aande Kaap - G

NL-HaNA_1.04.02_10989_0382 view scan ↗

English

376. the Cape had occurred, had therefore judged it best to hand over to this Council the aforementioned request submitted to His Excellency by the Landdrost and Heemraden, together with two private declarations attached thereto, one given by Francois du Toit and Daniel Malan and the other by Jacobus Retief and Johannes Arnoldus Ruigrok, just as he, the Adjunct Fiscal, now also took the liberty to produce both, with the respectful request that it might please the Council to examine this matter and to take such satisfactory measures with regard to the aforementioned College of Landdrost and Heemraden as they shall judge proper according to the findings of the matter; the aforesaid request being of the following content: To the Right Honorable Cornelis Jacob van de Graaff, Governor of the Cape of Good Hope and its dependencies, etc., etc., together with the Honorable Members of the 377 Political Council there. Right Honorable Sir, and Honorable Sirs. The undersigned Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein show with due respect: That in the month of April of the past year 1786, a dispute having arisen between the burgher Pieter Cilliers, J. son, and the former deacon Daniel Rossouw, P. son, concerning a certain watercourse coming out of a ravine between the farms of the aforementioned Rossouw and the widow Gabriel Rossouw, situated on this side of the Groenberg, a commission was then, at the request of the parties, ordered in the presence of the first-signed Landdrost in order to conduct an ocular inspection thereof and to have the farm of the aforementioned Rossouw surveyed by one of the sworn surveyors. That the petitioners, having heard in their meeting of the 12th of July following the report delivered to that effect by the commissioned Heemraden, and having declared by judgment that the aforementioned Rossouw may dam up and use the water in question from Monday morning at six o'clock until Thursday morning at the same hour, and the aforesaid Cilliers may dam up and use the same from Thursday morning at six o'clock until Monday morning at the same hour; that he shall always be obliged to let as much drinking water flow down to the said Cilliers as will be practicable for him; and that furthermore the frequently mentioned Rossouw up to the dam 378 above the vineyard planted by him, and Cilliers from there up to his farm, must clear and keep clean the water trench, with compensation of all costs; a certain resident of this Colony, Bernhardus de Vaal, as the authorized agent of the aforementioned Rossouw, feeling aggrieved by this sentence, appealed against it to the Honorable Council of Justice of this Government. That furthermore, by an honored missive from the aforementioned Honorable Council of Justice dated 12 February 1787, the petitioners having been notified that their Honors, before definitively concluding the contentious case pending in appeal between Rossouw and Cilliers before their said Council, had resolved to commission two members from their tribunal in order to conduct an ocular inspection of the watercourse in question together with the Landdrost and the Heemraden already summoned for that purpose; the said Heemraden, in the presence of the first-signed Landdrost, pursuant to this notification, also appeared there at the appointed time, whereupon an inspection of all matters was conducted by the said commissioned gentlemen from the Honorable Council of Justice. That the said Council of Justice, far from annulling the aforesaid judgment of the petitioners by sentence in the case of appeal, on the contrary approved the same, and only altered it to the extent that the appellant, the aforementioned Daniel Rossouw, 379 may use the water in question four days, and the respondent, Pieter Cilliers, J. son, only three days a week. That the petitioners, having been indirectly informed some time thereafter that the aforementioned De Vaal was said to have expressed himself in public in very contemptuous terms regarding the judgment of the Landdrost and Heemraden, then thought themselves obliged to make further inquiries concerning this; for which purpose, upon their summons, the burghers Francois du Toit, Daniel Malan, Jacobus Retief, and Johannes Arnoldus Ruigrok having appeared in the meeting of 6 April and 4 May of this year, they then deposed, among other things, that on the occasion when they and some of their fellow burghers had gone to a watercourse that had been filled in by the said Rossouw, in order to dig it open again pursuant to the judgment of the Landdrost and Heemraden as approved by the said Council of Justice, the repeatedly mentioned De Vaal, who had then arrived there, had asked them in general who had given them orders to do so; and having received the answer that they were acting in accordance with the sentence of the Landdrost and Heemraden, the said De Vaal did not shrink from vilifying

Dutch transcription

376. kaap was voorgevallen overzulx best geoordeelt had het opgem. aan Z: E gesuppediteerd request van Land¬ trost en Heemraaden neevens trace daarbij gevoeg¬ de onderhandsche verklaaringen te eene gegeeven door Francois du Toif en Daniel Malan en de andere door Jacobus retief en Johannes arnoldus ruigrak aan deezen raade overtegeeven gelijk hij adsjuuct fiscaal dan ook de vrijheid nam het een en ander tans te produceeren met Eerbiedig verzoek dat het van 's raads welbehaagen zijn mogte, deeze zaak te Examineeren en ten opzigte van 't Collegie van Land=drost en Heemraaden voormeld zoodanige satisfactoire mesures te neemen, als dezelve, naa bevinding van zaaken oordeelen zullen te behooren zijnde het voorsz: request van navolgende inhoude Aan den WelEdele gestren„ „ge Heere Cornelis Jacob van de graaff gouverneur van Cabo de goede Hoop en den resoorte van dien Hr. W: &r. beneevens de Edelen achtbaaren Alitugue 377 Politicquen raade aldaar WelEd=e gestrn Heer. en Edele achtbr Heeren. Vertoonen met verschuldigde eerbied den ondergetz: Lande drost en Heemraaden van Hellenbosch en Drakenstein Dat in de maand april des voorl: Jaars 1786, tusschen den bur¬ „ger Pieter Cilliers J:Z en den oud diacon Daniel Rossouw PZ verschil ontstaan zijnde over zeekere waaterloop afkoomende uit een kloof tusschen de aandeeze zijde der groene berg geleegene plaatzen van eevengem: Rossouw en de wede. gabriel Rossouw als toen opver¬ zoek aan parthijen een Commissie ten overstaan van den eerstgetee„ kende Lande droot was gedecerneert geworden, ten eijnde hier van ocuilaire inspectie te neemen en de plaats van opgem: rossouw door een der gesnd: Landmeeters te doen meeten. Dat de vertz in dezelve vergadering vande 12 Julij daaraan het door gecomm:r heemraaden ten dien belange overgeleeverd rapport gehoord en bij gewijsde verklaard hebbende, dat voorm rotrouw het waater in quatie van maandag morgen te ses en Donderdag mor„ gen te gelijker uure en voorsz: silliers hetzelve van Donderdag morgen te ses uuren tot maandag morgen te gelijker uure zal mo„ rgen opdammen en gebruiken hij verpligt zal weezen immer zoo veel drinkwaater aan gem silliers te laaten afloopen als hem doenlijk zal zijn en dat voorts meerm=s rossouw tot aan den dam 378 „dam booven de door hem aangelegde wijngaard en Cilliers van daar tot aan desselvs plaats de waatergrep opruimen en Schoon zal moeten houden met Compensatie van alle de kos¬ ten, heeft zeeker ingezeeten deezer Colonie Bernhardus de raal als gemachtigde van opgemelde rosaauw zig over dit vonnis berwaard vindende daarvan g'appelleerd na den E Achtb=e raad van Justitie deezes gouvernements Dat voorts bij geEerde missive van welopge„ melde achtb. raade van Justitie de dato 12 febru¬ arij 1787 de vertoonders aangeschreeven zijnde dat hun EE Achtb=e bevoorens de questieuse zaak tusschen rossouw en Cilliers voor welgem. derzelver Raade in appel hangende ten difinitive te termineeren beslooten hadden uit derzelver vierschaar twee Leeden te Committeeren ten einde beneevens den Land e Aroot en daar toe reeds ge„ „voceerd hebbende Heemraaden te neemen oculaire inspectie van de waaterloop in questie, zijn dezelve heemraaden den over„ staan van de eerstgeteekende Land &drost ingevolge deeze gelech aanschrijvens ten bepaalden tijde aldaarook verscheenen, wanneer door opgem 't Heeren gecomm:s uit den E Achtbr raade van Justitie van het een en ander is inspectie genoomen.— Dat welgem raade van Justitie wel verre van vooroz: gewijsde der vert„s bij vennis in Cas d' appel te annul„ leeren, hetzelve in teegendeel geapprobeerd heeft en alleenlijk in zoo verre gealtereerd dat den appellant voorm: Daniel Ros„ Louwt 379 souw het waare rin quatie vier daagen en den geappel„ leerden pieter Cilliers sz maar drie daagen in de weeke zal moogen gebruiken. - Dat de vertr eenige zijd daarnaa van ter zijde zijnde geinformeerd geworden dat voorm:t de vaal zich in heel verachtelijke bewoordingen ten opzichte van het gewijsde van Land-doost en Heemraaden in 't Publicq zou hebben uitgelaaten, als toen hebben gemeind ver pligt te zijn daar omtrend zich nader te moeten in formeeren ten welken eijnde of derzelven aanschrijvens in vergadering van 6 april en 4 maij dezes jaars, ver„ scheinen zijnde de burgeren Francois du zoit Daniel Malan, Jacobus retiet en Johannes arnoldus Riugrok, hebben dezelve als toen onder anderen gedepo„ „teert, dat bij geleegentheid dat Zijl: en eenige hunner meede burgeren zich hadden begeeven naa eene door geme warouw gedempte waaterleijding, om dezelve ingeval„ „ge het door Land=droot en Heemraad gewijnde en ije„ melde raade van Justitie geapprobeerde weeder op te graaven weerms de vaal die als toen daar bij ge¬ koomen was in 't generaal aan hunl: hadden gevraagd wie hun daartoe ordre hadden gegeeven en ten ant¬ woord hebbende bekoomen dat zij lieden volgens het vonnis van Land=droot en heemraaden te werk gin¬ „gen heeft gem: de vaal zig niet ontzien tot vili„ pendi

NL-HaNA_1.04.02_10989_0386 view scan ↗

English

380. deputy of this Board to reply that the sentence of the Landdrost and Heemraden was null and void, as your Right Honorable Sir and Honorable Worships will be able to inspect more closely (if you please) from the declarations given under offer of oath annexed hereto. And since such disrespectful words used in public to the disdain of this Board by the repeatedly mentioned Bernardus de Vaal, as a citizen residing under this jurisdiction, could be of very detrimental consequences, the petitioners take the liberty to turn to your Right Honorable Sir and Honorable Worships with a humble request that it may be your pleasure, for the restoration of the authority of the Honorable Board of Landdrost and Heemraden violated by the aforementioned de Vaal, as well as for the curbing and prevention of the consequences thereof, to make such provision as your Right Honorable Sir and Honorable Worships shall deem proper. (Below stood:) Which doing, etc. (Was signed:) H: L: Bletterman, J: De Villiers, P. E. Wium, I: W: v: d: Merwe, A: C: v: d: Bijl, I: L. H: Louw, C. Zoet Akkerman, Jacob de Villiers J: J: z. (In the margin:) Delivered in the Council of Justice 381. of Justice on the 18th of August 1790. After reading this petition with the annexed enclosures, the Gentlemen Rijno Johannes van der Riet and Hendrik Justinus de Wet declared that they, having served pursuant to a resolution of this Council of the 8th of January 1789 to conduct the necessary investigation concerning the complaints lodged in this Council by the abovementioned Bernhardus de Vaal as representative of the now deceased former Deacon of Drakensteijn, Daniel Rossouw, on that day, concerning the commitment of violence by the aforesaid citizens Pieter Cilliers Jansz, Francois du Toit, Daniel Malan, Jacobus Retief, Johannes Ruijgrok, and several other persons on the farm and property of the aforesaid Rossouw; namely, that when their Honors had acted in the abovementioned, in every way critical commission entrusted to them, the parties on both sides did not refrain from using various improper and abusive expressions, on which occasion the aforesaid Cilliers repeatedly 382. declared that he adhered to the sentence of the Landdrost and Heemraden, whereas de Vaal on the contrary maintained that he adhered to the sentence of the Honorable Worshipful Council of Justice; which disputes at that time increased so fiercely that, as also appeared from the report submitted in that regard on the 5th of February 1789, their Honors had made the greatest difficulty ever to reach any settlement between the parties in this matter and thus to relieve the Council of those troubles which, in the present case of the aforesaid Rossouw and Cilliers, had already so continuously interrupted the weighty occupations of this assembly; that, however, after having taken great pains, their Honors had finally brought the parties so far that they allowed themselves to be convinced that not only both sides had deceived themselves regarding the interpretation of the sentence pronounced here on appeal concerning the disputed watercourse, but that the aforementioned Cilliers and associates themselves, with much embarrassment, 383. had had to confess that they had arrived at wrong steps through a misunderstanding of the sentence; that their Honors finally, as evidenced by the aforesaid report submitted regarding this lengthy dispute, had brought the parties amicably to a friendly settlement, in such a manner that the parties had given each other the hand of friendship with many signs of special pleasure and declared that they would forever forget what had happened, just as if nothing had occurred between them; that furthermore, the aforesaid Pieter Cilliers and associates, having been placed in the hands of the Officer Fiscal by this Council by resolution of the 19th of March 1789 because of their violent conduct on the property of the repeatedly mentioned Rossouw, were nevertheless subsequently pardoned upon a very humbly presented petition and submission; so that thus this entire, 384. lengthy, and in every way burdensome dispute was completely resolved in that manner, with the fortunate result that since that time not the slightest difficulties regarding it have come before the Council, and all the same disputing parties have hitherto conducted themselves peacefully toward one another; that for those reasons, their Honors felt they could not omit, since the aforesaid petition of the Landdrost and Heemraden of Stellenbosch and Drakenstein mainly touches upon this already long-settled dispute, and by digging up this matter again, one might possibly stir up the now calmed tempers anew, to remind the Council of this again at present, in order that such regard might be paid to it by your Honorable Worships as should be deemed proper after consideration of matters. And on this declaration of the Gentlemen 385. Commissioners, the Council has approved to keep the request made on behalf of the Independent Fiscal provisionally in advice, and in the meantime to circulate among the members of this Council both the abovementioned petition of the Landdrost and Heemraden with its annexures and the documents and records of which the abovementioned Commissioners made mention in their narration made here before. Furthermore, by the aforementioned Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, acting for the Landdrost of the colony of Graaff-Reinet, his written statement of interests was submitted on such petition as was presented on the ordinary court day by Anna Elisabeth van Zweelgem, wife of the detained citizen Tobias Mijnhard, and to that end placed in the hands of the officer, reading as follows: To the Right Honorable and Worshipful

Dutch transcription

380. pendi van dit Collegie te repliceeren dat het vennis van Land=drost en Heemraaden was van Nul en geen„ der waarde zoo als uwel Ed=e gestr=e en Ede achtb„ zulx (des gelievende /uit de deezen geannexeerde onder presententie van Eede gegeevene verklaaringen naader zullen kunnen beoogen. - En daar diergelijke door meerm: Bernar¬ „dus de vaal als een onder deeze Juriodictie sorteeren de burger in 't openbaar tot versmading van dit Collegie gebeezigde disrespectueuse bewoordingen van zeer naa deelige gevolgen zoude kunnen zijn zooneemen de vers: de vrijheid zig te keeren tot uwel Ede gestr=e en Ede Achtbr met ootmoedig verzoek dat het van derzelver welbehaagen mooge zijn, tot herstel van het doorgem: de vaal geschonden gezag van het Eerw. Collegie van Land-drast en Heemraaders mitsgaders tot de beteugeling en wering van de gevolgen vandien, zoodanige voorzieninge te doen, als uwelEde. gestre. en Ed=e achtb:s zullen oordeelen te behooren /:onderstond:/ 't welk doende W: /:was geteekend:/ H: L: Bletterman J: De villiers F, E wium, I: W: v: D: Merne A:o C=e v:D Bijl, I: L H=n Louw, Cn Zoel Akkerman, Jacob de villiers J: J: Z /: in margine:/ overgegeeven in rade van J „tie 381 „tie den 18 augs 1790 Na lecture van dit request met de geannex„ eerde bijlagen declareerden de Heeren Rijno Johan„ „nes van der Riet en Hendrik Justinus de wet dewel„ ke ingevolge besluit deezes raad vanden 8 Janua¬ „rif 1789 hebben gevaceerd, om het noodige onderzoek te doen aangaande de klagten bij deezen raade, door bovengem: Bernhardus de vaal als gemachtigde van nu wijlen den oud Diacon van Drakensteijn Daniel Rossauw ten dien daage ingebracht over het pleegen, van geweld door voorsz5 burgers Pieter Gilliers Jansz, Francois Au Zoit Daniel Malan, Jacobus Retiet Johannes Ruigrok en nog verscheydene andere persoonen op de plaats en eijgendoms grond van voorsz: ros„ lauw, dat namentlijk wanneer hun EE: in boovengem. aan hen opgedraagene allezints Caiticque Commissie hadden gevaceerd parthij en zig als toen niet hadden ontzien van weerskanten, verschijde onbetaamelijke en Ca„ sive Expressien te berigen bij welke gelee„ gentheid zich voorm: Cilliers geduurig had uit 382. had uitgelaaten, dat hij zich hield aan het vonnis van Land = trost en Heemraaden, ter wijl de vaal daar en teegen bleef aanhou¬ den, dat hij zich hield aan t vannis van den E Achtbe. raade van Justitie; in welke disputen ter dier tijd zoo heevig toenaamen dat gelijk ook uit het diesweegen op den 5 fe¬ bruarij 1789 ingediend rapport is gebleeken, Hun ob de grootste swaarigheid hadden gemaakt, omme in deezen immer eenig vergelijk tusschen parthijen te treffen en de raad dus te bevrijden van die moeije¬ lijkheeden welke in het presente geval van voorsz ros„ touw en Cilliers reeds zoo onafgebrooken, de gewichtigene occupatien deezer vergaderinge hadden geinterrumpeerd. dat echter na veelvuldige moeijte te hebben aangewend Hhun EE eindelijk bij parthijen zoo verre hadden gebragt, dat dezelve zich lieten overtuijgen, van niet al„ leen van weerskanten aangaande te interpretatie van het noopens de questieuse waterloop alhier in appel geslaagen vonnis, zich te hebben geabuseerd; maar dat gem: Cilliere C: s: zelve, met veel verlee„ gandheid 383 „gentheid hadden moeten bekennen door misverstand van het vonnis, tot verkeerde stappen te zijn gekoo„ „men Dat hun EE: eindelijk parthijen blijkens het voorsz: ingediend rapportenrd noopens deeze lang„ wijlige questie, in der minne tot een vriende„ „lijk accomodement hadden gebragt, zoodanig dat parthijen elkanderen met veele blijken van bijzondere genoegen, de hand van vriend„ „schap hadden gegeeven en betuigd het gebeur„ „de voor altoos te zullen vergeeten eeven en in diervoegen als of tusschen hen niets was voorgevallen Dat wijders voorsz: Pie¬ „ter Cilliers C: S: door deezen raade weegens derzelver violente handelwijze op de ei„ gendoms grond van meerm: Rossouw bij be„ sluit van den 19 Maart 1789 gesteld zijn„ de in handen van 't oficiure fiscaal de zelve C: S: egter vervolgens op een zeer de„ moedig gepresenteerd request en submissie waaren ontfangen: — zoo dat dus deeze geEer„ le 384. le Langwijlige en allezints lastige questie op die wijze ten eenemaale wasuit de wae„ reld geholpen, met dat gelukkig gevolg, dat zeedert dien tijd den raad, derwee¬ „gens geene de geringste moeijelijkheeden zijn te vooren gekoomen, en alle dezelve „ zwistende parthijen zig tot nog toe met den anderen vreedzaam hebben gedraagen, Dat Hun E: E: om die reedenen vermeenden niet voorbij te kunnen, om daar het voorsz: request van Land=drost en Heemraaden van Stellenbosch en Drakenstein, voornaamentlijk dit reeds voor lange afgedaane geschil toucheerd, en men, door deeze zaak weeder op te delven, mogelijk de thans bedaarde gemoederen opnieuws in be„ weeging zoude brengen deraad het een en ander als nu weeder te herinneren, ten einde hierop bij hun EE: Achtb:e zoodaanig reguard mogt worden ge„ slagen als na overweeging van zaaken, geoordeelt zoud worden te behooren En heeft de raad, op deeze declaratie van Heeren 385 Heeren Gecommitt„s, goedgevonden, diet van twae¬ gens den Heer Independent fircaal gedaan ver„ soek provisioneel in advijs te houden, en in¬ middens; zoo wel het bovengemelde request van Landsdroot en Heemraaden met dies bijlaagen als ook de stukken en munimen„ ten, waar van opgem: Gecomm:t bij derzelver hier vooren gedaan narres, hebben gewag gemaakt bij de Heeren Leeden deezes raads te - doen rondliezen. Sijnde wijders door voorm: Adjunct fis¬ caal Mr: Johannes Andreas Lauter woorden Land=drost der Colonie graaffe Reines ageerende, ingedient desselvs schriftelijke belangen op zodaa „nig request als H' ordinaire rechtsdag doar Anna Elisabeth van Siweegen huisvrouw van den gedetineerden burger Tobias Mijnhard is gepresenteerd en ten den fine in handen van den officier gesteld geworden luidende het zelve als volgd:— Aan de welEdele en Acht„ „baaren

NL-HaNA_1.04.02_10989_0392 view scan ↗

English

386. Since it pleased your Right Honorable Worships at the last ordinary court session to place into the hands of the undersigned, as qualified by resolution of the Council of Policy to attend to the affairs of the landdrost of Graaff-Reinet, Mr. M: H: O: Woeke, a certain petition of Anna Elisabeth Inweegen, wife of the detained burgher Tobias Mijnhard, tending to request that the testimonies suggested by her to your Right Honorable Worships for the exoneration of her husband be added, unrecollected and unsworn, to the claim and documents submitted by the undersigned in his capacity, in order that such regard be paid to them in judging as your Right Honorable Worships should deem fit; with the order to report on the merits of this request; so the undersigned now has the honor, in that regard, to submit to your Right Honorable Worships with due respect: That it has appeared to the undersigned, under correction, that the petitioner's request cannot be granted, even if the undersigned on behalf of his principal could see fit to conform therewith; because it is an established truth in the administration of justice that a judge cannot administer justice upon certificates and attestations that are not recollected and sworn, unless the witnesses were overseas or already deceased, as can be seen in the 17th article of the Ordinance on Justice of the year 1580. Right Honorable Worshipful Lords, Honorable Lords President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope: — And 387. And this not only in civil cases when meum et tuum is dealt with, but also and especially in criminal and corporal punishment cases, as shown by the 21st article of the Style of Proceeding in Criminal Cases of the year 1580, which explicitly entails that the judge ex officio, that is by virtue of his office without being requested or bound thereto, is obligated to recollect the testimonies. The suggested testimonies, after all, militate either for the prisoner or against him. In the latter case, when they would tend to aggravate the accused, the judge may not remit the recollection and the swearing; because crimes must be investigated, uncovered, and punished with the utmost accuracy; and the high sovereign authority cannot be deemed to have attributed the power to the judicial colleges to dispose of the public interest at their discretion; in a word, Right Honorable Worshipful Lords! The recollecting and swearing of testimonies is not left deferred to the arbitrium judicis; but is, on the contrary, something that is commanded to all courts of justice by our revered sovereign; 388. commanded so strictly indeed, that even if Xenocrates were to come back to life, from whom the Athenians, on account of his famous fidelity, deemed it impossible to demand an oath, the undersigned nevertheless, with A: Matthaeus, under respectful correction, would be of the opinion that he ought to confirm his testimony by oath; see Matth: de Criminib: l. 48 t: 15 c. 4 n: 7. And as regards the first case, namely when the suggested testimonies militate for the defendant, the undersigned believes that it is also beyond dispute that they must be recollected and sworn; because, besides the obligation of the judge to inform himself ex officio of the innocence of a perpetrator, it is moreover also certain that the prisoner T: Mijnhard, assuming that the aforesaid request was made with his consent, in no way has the freedom to subject himself voluntarily to corporal punishment and thus to dispose of his body; dominium enim corporis nemini concessum l. 13. pr. ff. ad legem Aquiliam; wherefore also in the aforesaid 21st article of the Style of Proceeding in Criminal Cases it is very wisely enacted at the end that the recollection of 389. of testimonies in cases involving corporal punishment may not be renounced by the prisoner. Nor could the consent of the undersigned in this case be of any benefit to the petitioner or her husband on whose behalf she makes the request; because, not as in civil cases where parties by their consent can bring it about that justice is administered on unrecollected attestations, so too in criminal cases an officer cannot agree with the delinquent to request justice on the produced testimonies without having them first recollected and sworn; the reasons for this being that in the latter case the parties would not be disposing of their private interests, but of a matter concerning the commonwealth and the sovereign; quod uti judici non licet, ita nec partibus concedendum, Matthaeus ibidem. Meanwhile, the undersigned cannot 390. conceal that the grounds laid by the petitioner to support her request, although they cannot outweigh what has been argued hitherto, nevertheless always remain powerful enough to make the judge understand that it involves a hardship to let the petitioner's husband, who through a confluence of opposing circumstances already sees his imprisonment so unusually prolonged, feel the misery of it even longer. However much the undersigned therefore persists in the contention that the petitioner's request cannot be entered into, he would nevertheless, subject to the favorable discretion of your Right Honorable Worships, be of the opinion that since a considerable amount of time is required to have the testimonies suggested by the petitioner to your Right Honorable Worships for the exoneration of her husband recollected and sworn, the prisoner Tobias Mijnhard ought in the meantime to be placed on Robben Island, so that his imprisonment may not

Dutch transcription

386. Het aan uwel Eden Achtb:re ter laatster ordinaire rechtdag behaag hebbende in handen van den ondergeteekende als ter waar„ neeming der zaaken van den land=doort van graaffe zeinet M=s H: O: Woeke bij politieq raads besluit gequalificeert, te stellen zeeker request van Anna Elisabeth Inweegen huijsvrouw van den gede¬ tineerden burger Tobias Mijnhard, ten deerende om de door haar tot om lastinge van haaren man aan uwelEde. Achtbn. geauggereerde getuigeni den ongerecolleerd en onbeeedigt bij de daar den ondergeteekende qqon gelede Eisch en stukken te doen voegen, omme daarop en Judicando zoodaanig reguard te worden geslaagen, als uwel Ed=e achtb„e zoude goedvinden; met last om of dit versoek te dienen van belangen; zo heeft de ondergeteekende tans de Eere ten dien reguarde met gepaste Eerbied aan uwel Ede Achtb:s voor te draagen Dat het aan den ondergeteekende onder Correctie is voorgekoomen, dat in der suppt. verzoek niet kan worden getreeden, al waar het ook dat de ondergeteekende namens zijn principaal konde goedvinden zig met hetzelve te Conformeeren; om dat het in de rechtspleeging een Constan te waarheid, is dat een rechter of Certificaaten en attestatien wel„ „ke niet gerecolleerd en beedigt zijn, geen recht kan gedaan worden ten waare de getuigen over Zee of reeds overleeden waaren, zoo als te zien is in het 17articul van de ord:e op de Justitie d a„o 1580. WelEdele Achtb Heeren „baare Heeren President en raaden van Justitie des Casteels de goede boop: — En 387 En zulks niet alleen in Civiele zaaken wanneer over het meum et tuum gehandelt word maar ook en wel voornamentlijk in Crimineele en Lijf¬ straffelijke zaaken, uitwijzens het 21 articul van den stijl van procedeeren in crim: zaaken d ao 1580 uitdrukkelijk meede brengende, dat de rechter van officie, dat is amptshalven zonder daar toe verzogt op verband te weezen gehouden is de getuigenissen te recolleeren.— de geauggereerde getuigenissen militeeren im„ „mers of voor den gevangenen of tegen denselven In't laatste geval; wanneer dezelve tot verswaa= „ring van den beschuldigden zouden werken, ver„ „mag de rechter het recollement en de beEediging niet te remitteeren; om dat de misdaaden op't naauw„ keurigste onderzogt, agterhaald en gestraft worden; en de Hooge overigheid aan de rechts Collegien niet kan gecenseerd worden de bevoegdheid te hebben getribueerd om naar welgevallen over het algemeen belang te dis¬ foneeren met een woord, wel Ede Achtb=e Heeren! het recolleeren en beeedigen van getuigenissen is niet gedifereert gelaaten aan het artitrium Judieis; maar is inteegendeel iets, dat door onzen Eerbie„ digen souverain aan alle rechtsbanken is be¬ 388 bevoolen; zoodanig zelfs dat al herleefde Renoera„ „tes, van wien de Atheniensers, om zijn beroefde trouwe oordeelden den Eed niet te kunnen vergen, de ondergeteekende nogthans met A: Mattheus onder Eer„ biedige Correctie van gevoelen zoude zijn, dat dezelve zijn getuigen is met Eede zoude behooren te bekrag„ tigen zie Matth: de Crim: 1. 48 f: 15 c. 4 N: 7. - En wat het eerste geval aangaat, wanneer na¬ mentlijk de gesuggereerde getuigenissen voor den ged„e militeeren, vermeent de ondergeteekende dat het ook buiten teegenspraak is dat dezelve moeten gerecolleerd en beeedigt worden; omdat behalven de verpligting van den rechter, om zich Ex officia op de onschuld van een misdaadiger te informeeren; 't daar en booven ook zeeker is dat de gevangene I: Mijnhard, ver„ ondersteld zijnde, dat het voorsz: versoek met zijn toestemming is geschied in geenen deelen de vrijheid heeft om zig vrijwillig aan eene lijfstrafte te ander„ „werpen en dus over zijn Lichaam te disponeeren; Domine„ um enim Corporis nemini Concess L 13. pr f ad lagl waar omme dan ook in voorsz: 21 art: vanden stijl van procedeerens in crim: Zaaken zeer wijselijk in het eijnd gestatueerd word dat het recollement van 389 van getuijgenissen in zaaken daar lijfstraffe aan kleedd, door den gevangen niet en zal moe„ „gen worden gerenuntieerd. — ook zoude de toestemming van den onder„ „geteekende in dit geval aan de Zupp=te op haaren man voor wien zij versoek doet niet te staade kunnen koomen; omdat niet gelijk in Civiele zaaken parthijen door hunne toestemming kunnen te weege brengen dat opongerecal„ „leerde attestatien regt gedaan word; zoo ook in Crimineele zaaken een officier met den de„ „linquant kan overeenkoomen om recht te ver„ zoeken op de geproduceerde getuijgenissen, zonder dezelve alvoorens te doen recolleeren en beeedigen, reedenen hiervan zijnde dat parthijen in 't laat„ „ste geval niet over haare particuliere inte„ „kesten maar over een zaak het gemeene best en den souverain raakende zouden disponee ren quod uti Iudici nonlicevita nec partibus concedendum, matthi Ccis ondertusschen kan den ondergeteekende niet ontra„ 390. ontveinzen dat de gronden door de zupp=te tost staaving van haar verzoek gelegd ofschoon dezelve teegen het tot hier toe betoogde niet kunnen opwee „gen nogtans altoos kragtig blijven om den rech„ ter te doen begrijpen dat het eene hardigheid in vol„ veert, der supplte. man die door een 't Zaamen loop van Contrarieerende omstandigheeden, zijn gevangen is reed zoo buijten gemeen geprolongeert ziet daar van nog langer de akeligheid te doen gevoelen. - Hoe zeer den ondergeteekende derhalven in de sustenue blijft verseeren, dat in der supplte. versoek nie kan worden getreeden; zoo zoude hij eevenwel on„¬ der gunstig welduijdens van uwel Ed:e en achtb„s, van gevoelen zijn dat daar er een geruimen tijd verEischt word om de de getuigenissen, door de suppte ter ont¬ lastinge van haaren man aan UEE Achtb: gerug„ gereerd te doen recolleeren en beedigen de gev„e Tobias Mijn hard ondertusschen op het robben Eijland behoorde te worden geplaatst; ten eijnde hem zijn gevangenis niet

NL-HaNA_1.04.02_10989_0397 view scan ↗

English

may serve not for his punishment, but as is proper, solely and exclusively for the securing of his person. The undersigned trusts herewith to have complied with the honored intention of Your Honorable and Worshipful Honors, and respectfully submits these his interests to your better and more prudent judgment. was written below: Exhibited in Court on the 16th of September 1790. was signed: J. A. Zanter, in his capacity. After reading of which interests, it was approved to reject the request submitted by the wife of the aforesaid Mijnhard, and thus, pursuant to the resolution of this Council of 22 July last, to have the not yet sworn depositions in the trial of the said Mijnhard re-examined and sworn; the same Mijnhard shall meanwhile, until his case is brought to a state of judgment, be placed on Robben Island in accordance with the proposal of the officer; and at the same time, the Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet shall be written to, in order to order the deponents residing under his district to come Cape-ward as very soon as possible for the purpose mentioned above. Subsequently, the trial initiated by the Independent Fiscal here, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, in his official capacity, against the merchant and former Landdrost of the Colony of Swellendam, Constant van Nult Onkruydt, and the former Secretary there, Menso Blankstein, on account of the careless performance of their respective offices, was brought to the table; concerning which, having deliberated with all possible attention, the Council, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the defendants Constant van Nult Onkruydt and Menso Blankstein, the former to a fine of three hundred Rixdollars and the latter to fifty Rixdollars, for the benefit of the plaintiff in his official capacity, and to all the costs incurred in this matter, with the understanding, however, that each of the defendants must pay his own incurred costs, while the further judicial costs must be paid by the defendants in compensation between the two of them. Lastly, the representation was resumed and signed which, according to the resolution of the last court day, on account of the now completely concluded proceedings regarding what is due to the Honorable Company from the estate of the first sworn clerk of the Political Secretariat, Johannes Marthinus Horak, who was banished from this government in contumacy, is to be presented to the Right Honorable Governor and Honorable and Worshipful Council of Policy here. was written below: From Cape of Good Hope, the day and year as above. lower: In my presence. was signed: W. S. van Rijneveld. Before noon, present the Honorable and Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except Mr. Ronnenkamp and De Wet, on official duty. Thursday the 30th of September 1790. The Secretary of this Council, Willem Stephanus van Rijneveld, petitioner ex officio, against the Honorable and Worshipful Mr. J. N. S. van Lynden, Independent Fiscal of this government, of the one part, and the merchant and former Landdrost of the Colony of Swellendam, Mr. Constant van Nult Onkruydt, together with the bookkeeper and former Secretary of that colony, Menso Blankstein, of the other part; the former as plaintiff in his official capacity, and the latter two, the aforementioned defendants, having requested that judgment be pronounced upon their mutually produced documents and vouchers in Court. The Council, having read and considered with attention all the documents and vouchers exhibited in Court by both parties, and having paid heed to all that served the matter and could move Their Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendants Constant van Nult Onkruydt and Menso Blankstein, the first-mentioned to a fine of three hundred Rixdollars and the last-mentioned, Menzo Blankstein, to fifty Rixdollars, for the benefit of the plaintiff in his official capacity, and to all the costs incurred in this matter, with the understanding, however, that each of the defendants must pay his own incurred costs, while the further incurred judicial expenses must be paid by the defendants in compensation between the two of them. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope on the 16th of September 1790, and pronounced on the 30th following. was signed: J. Rhenius; J. J. Ronnenkamp; Joh.s Smuts; G. H. Meyer; D. v. Echten; Mappa; R. J. v. d. Riet; A. Flek; H. A. Truter. lower: In my presence: signed: W. S. v. Rijneveld, Secretary. The Same Day. The Independent Fiscal, the Honorable and Worshipful Mr. Johannes Nicolaas Steven van Lynden, plaintiff in his official capacity, against the burgher Pieter Benjamin Wiese, defendant in person, to purge his first default, and further to hear such claim or request or requests as the said Fiscal in his official capacity shall think fit to make concerning the fact that he, Wiese, did not shrink from sending a quantity of cattle to the Honorable Company's post at the Swarteberg Valley, and to that end handed to his cattle herdsman a letter dated 1 July 1790 and signed P. B. Wiese. The defendant, to purge his default, says he was ill and therefore unable to appear. The plaintiff in his official capacity says he has nothing against the defendant's purge, provided the defendant refunds the costs incurred. The Council accepts the purge, provided that the effect thereof remains and the defendant refunds the costs. The defendant further requests permission to present a petition, which, after the plaintiff in his official capacity declared he had nothing against it, was read out and found to be of the following content: To the Right Honorable and Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other members

Dutch transcription

391 niet tot zijn strat maar zoo als behoord eeniglijk en alleen ter verzeekeringe van zijn perzoon mooge verstrekken.— De ondergeteekende vertrouwd hier meede aan de geEerde intentie van uwel Edelens en Achtb=r te hebben voldaan en zul„ mitteerd deeze zijne belangen eerbiedig aan der „zelver beeter en verzichter oordeel. - /onderstond:/ Exhibitum in Judicio den 16 7=be 1790 /was geteekend:/ I: At: Zanter qq: Na lectuure van welke belangen - ƒ goedgevonden is, het door de huisvrouw van voorsz: mijnhard zij haar ingediend request gedaan verzoek van de hand te wijzen en dus navolgens het besluit deezes raads van 22 Julij J:L: de nog onde„ Eedigde verklaaringen in het proces van geng 392. gem: Mijnhard te doen recolleeren en beeedigen zullende denzelven Mijnhard immiddens, tot dat zijn proces in staate van wijze zal wezen gebragt ingevolge het voorstel van den officier op het rebben Eijland worden geplaatst; en teffens den Landdrost der Colonie graaff reinet worden aangeschreeven, om de onder zijn district woonende deposanten te gelasten van ten eijnde als boovengemeld ten allerspoedigsten kaalwaards opte koomen Vervolgens wierd ter tafel gebragt het proces door den Heer Jndependent Tis¬ caal alhier Johan Nicolaas Steeden van Lijnden R: O: open Jeegens den koop¬ „man en oud Land= drost der Colonie swel„ lendam Constant van Nult onkruijd en 393 en den oud Secretaris aldaar Menso Blankstein, weegens de slordige waar„ neeminge hunner respective posten geën„ tameerd, waarover met alle moogelijke atten„ tie gedilebereerd zijnde heeft de raad Recht doende uit naam en van weegens de Hoog Moo„ „gende Heeren Staaten generaal der Vereenig de Neederlanden de gede. Constant van Nult onkruijd en Menso Blankstein ge¬ ccondemneert de eerstgem: in eene boete van Drie Hondert Rijxdaalders en de Laatste en vijftig rijxd„s ten profijte van de Heer r: d: Eisscher en in alle de kosten ter deezer zaake gevallen, met dien verstande nog„ thans dat ieder der ged=e zijn eijgene gemaak= te kosten zal moeten betaalen, terwijl de verdere Justitieele kosten door de ged:e bij 394. bij Compensatie tusschen hen beijden zullen moeten voldaan werden. — Laatstelijk is geresumeerd en geteekend het vertoog 't welk volgens resolutie van laa leeden rechtdag; weegens de als nu ten eene maa¬ le afgedaane procedure ten opzichte van de aan d' E Comp=e Competeerende uit den boedel vande bij Contimacie uit dit gouvernement gebanne eerste gerw Clercq ter politicque secretarije Johan„ nes Marthinus Horak aan den welede. gesta. Heer Gouverneur en E Achtb=e raade van politie al„ hier staat geprerenteerd te werden. /onderstond:/ Van Cabo de goede Hoof die et annout du pra„ /lager:/ mij present /was geteekend:/ W J rijneveld van 395 VVoordemiddags present de E Achtbr Heer Johan„ nes Isaak Rhenius president en alle de Leeden demp¬ „tis den Heere tonnenkampen de wet bij oxcupa„ „tie„ — Donderdag den 30 september 1790 Den secretaris deezes raads Willem Stephanus van Rijne„ veld amptshalven requirant Contra den Eckehtbr Heer C: N: S: van Lijnden in dependent Fiscaal deezes gouverne„ „ments ter eenre En den koopman mitsgaders oud Land= drost der Colonie zwel„ lendam de Heer Constant van Nult onkruijd neevens den boek houder en oud secretaris din Colo„ nie Menro Blankstein ter an„ dere zijde; de eerstgem: als Eijsc:r r: O: - en 396. De Raad met attentie hebbende gelee¬ zen en overmoogen alle de stukken en mu„ nimenten door parthijen weedersijdsch in Judicio geExhibeerd mitsgad„s gelet op al het gunt ter materie was dienende en Hun be Achtbe konde doen moveeren Recht Doende uit Naam en van weegens de Hoog moogende Hee¬ ren staaten generaal der vereenigde Needer„ landen Condemneert den gede Constant van Nult onkruijd en Menso Blankstein de eerstgeme: in een boete van Drie Hondert rxd en de laatst gem: Menzo Blankstein in vijftig Rijxd=s ten profijte van den Heer en de bijde laatste voorged=t en ver„ weerders geogeerd hebbende gerequireer¬ „dens om op derzelver overen weeder in Judicio geproduceerde stukken een munimenten vonniste hooren pro¬ „nuntieeren.— 2: do - 397 R:O: Eijsscher en in alle de kosten ten deezer zaake gevallen met dien verstaade nogtans dat ijder een derged:e zijn eijgen gemaakte kosten zal moeten betaalen, terwijl de verder gevallene Jus„ titieele onkosten door de ged:s bij Compensatie tusschen hun beijden zullen moeten voldaan wer„ den Aldus gedaan en gevonnist aan Cabode goede Hoop den 16 september 1790, mitsgaders gepro„ „nuntieerd den 30=ste daar aan volgende /wargeteekend/ I: Rhenius; I: J: Ronnenkamp Joh=s Smuts, G H: Meijer DVEchten Mappa RJVZ Riet A=m Flek Het: Pruter /leeger:/ Mij prerent: /:geteekend:/ W Cr Rijneveld secretr /onderstond:/ 398. Eodem Die Den Jndepondent fiscaal de E de ged=e tot purge van zijn default, zegt ziek te Achtb„r Heer Johannes Nico¬ zijn geweest en daar om niet te hebben kunnen Com¬ „laar Steeven van Lijnden r: O: Eissh perreeren Contra de Heer r: d: Eijsschen den burger Pieter Benjam in zegd niets teegens des ged„e purge te hebben, zoo de ged„e de wieze gede in persoon omme gevallene kosten refundeere zijn eerste default te purgeeren, de raad accepteerd de en voorts ten pl„e te hooren zooda„ Purge mits dat het Effect van dien blijve en den mige Eisch dan wel versoek ofte ged„e de kosten rekundeere verzoeken als genne fiscus r:O: zal goedvinden te doen over en de gede verzoekt voorts een request te moogen presenteeren 't geen maaat den r: O: lispr ter zaake dat hij wieze zig had gedeclareert daar niets niet ontzien heeft een quanti„ teegen te hebben wierd opgeleezen teijt rundvee op 's E Comp:s plaats en bevonden van navolgenden in„ de swarte berg valleij te wenden houde. en ten dien eijnde aan zijn vee¬ Aan den welEdelen Achtbr Heer Joh„s Isaak nochter een briefje gedateerd ben Rhenius president, be„ 1 Julij 1790 en geteekend P: Bwiese ter „neevens de verdere leeden uit hand

NL-HaNA_1.04.02_10989_0405 view scan ↗

English

329 to deliver, in which he falsely pretends to do so by order of the Honorable Company's contracted butchers, to answer thereto and further to proceed as according to law. Honorable, Respected Sirs, With due respect and all submission, your Honors' very humble servant, the burgher Pieter Benjamin Wiese, makes known: That he, the petitioner, had given orders to the schoolmaster residing with him, named Johannes Mulder, to go to the burgher ensign Sebastiaan Valentijn van Rheenen and request the same to be willing to lease the place Swarte Berg Valleij to the petitioner for a month or three weeks, to the end of allowing the cattle of the petitioner, of which a large part was dying from poverty and want due to the lack of a proper pasture, to graze there; but should such not be possible, that he would then permit the petitioner to keep his cattle behind the Swarte Berg Valleij in the dunes. That the said schoolmaster, having brought back in answer to the petitioner that the said place could not be leased, but if the petitioner wished to keep his cattle behind the dunes, the said Van Rheenen would indeed agree to such; upon which report the petitioner had sent his cattle, consisting of 47 head, thither, and at the same time sent along a permit from the Honorable Company's contracted butchers, signed by the petitioner. From the Honorable, Respected Council of Justice of this Government. Right Honorable, Respected Sirs, 400 That the petitioner, having thereupon been sued for that reason on behalf of the Fiscal Office, he, the petitioner, considered himself on sufficient grounds capable of pursuing this lawsuit and awaiting the decision of your Honors, but that the remote distance of his dwelling place, the complexity of his affairs which do not permit his absence, and moreover the advanced pregnancy of his wife, whereby the presence of him, the petitioner, is also chiefly required, are the reasons why the petitioner is prevented herein. For which reasons the petitioner is placed under the necessity of turning to your Honors with the humble request that it may please your Honors to declare the case civil and composable. Below was written: Which doing, etc. Was signed: P: B: Wiese. In the margin: Presented in court on 30 September 1790. After reading of which petition, the Officer Plaintiff having been heard thereon, His Honor said he would leave the defendant's request to the judgment of the Council. Wherefore the Council, after deliberation of that which merited consideration, has declared this case civil and composable. The petitioner submits his rejoinder with five annexes. The manly Burgher Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, as special agent of the Burgher Jacobus Augustus Bierman, plaintiff, against The Honorable, Respected Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, summoned to see a rejoinder served upon his submitted pleading of replication. Whereupon the summoned Officer waived further productions. The petitioner in his capacity declares likewise to waive them. The Council keeps this case under advisement for circulation, after the declarations shall first have been recollected and sworn. The Junior Merchant Johan Frederik Kirsten, plaintiff, against The petitioner having submitted his written answer with three annexes, 402 the summoned Officer requests a copy thereof in order to serve his replication fourteen days from today. The Council: granted. The petitioner submits his answer, to which are added annexes. The burgher Jacobus van Leeuwen, as authorized agent of the fellow burgher Johan George Behrends, plaintiff, against The summoned party requests a copy thereof in order to serve a replication fourteen days from today. The aforesaid Honorable, Respected Independent Fiscal, summoned to see an answer served upon his submitted claim. The Council: granted a copy and a day to replicate. The plaintiff advances that His Honor, having examined the answer submitted by the defendant on the previous court day, found therein various propositions which are directly contradicted by valid witnesses. Wherefore His Honor, having been in the absolute necessity of having those witnesses summoned today, therefore now makes request for an adjournment until two weeks from today. The Honorable, Respected Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, plaintiff, against The burgher Jacobus Johannes van den Bergh, summoned to hear an adjournment requested instead of seeing a replication served upon his submitted answer. 403 The assistant of the Company, Jacobus Vercueil, placed on reduced pay, as agent of the defendant, objects to this, stating that he believes this request cannot be granted, since this Council recently took a resolution not to allow any further adjournments henceforth except for weighty reasons, and that his principal does not recognize the reasons of the plaintiff Officer as weighty. Wherefore he, the defendant, requests that default may be granted against the Officer plaintiff. The defendant Officer persists in his made request, saying he considers that no weightier reasons than those already cited can exist, since the answer was submitted on the previous court day, and His Honor was thus not able earlier than today to request a subpoena against the witnesses to answer upon interrogatories. The Council grants to the plaintiff Officer the

Dutch transcription

329 hand te stellen, waarin hij val¬ schelijk voorgeeft zulx of ordre van SEComp=s gecontracteerde slag„ ters te doen, daarop te antwoor„ „den en voorts te procedeeren als E: Achtbr Heeren naar rechten - geeft met verschuldigde eerbied en alle onderdanigheid te kennen uwelEde zeer needrigen Dienaar den burger Pieter Benjamin wiere Dat hij supp=t aan de bij hem woonachtig zijnde schoolmees„ ter in naame Johannes Mulder, last gegeeven had om zich bij den aur„ „ger vaandrig sebastiaan valentijn van rheenen te vervoegen en dezel„ „ve te verzoeken op de plaats de swarte berg valleij aan de supp=t voor een maand of drie weeken te willen verhuuren ten eijnde, het vee van de supft, waar van een groot gedeelte weegens het gemis eener behoor„ lijke wijplaatze uit armoede en gebrek kwam te sterven aldaar te laaten wijden; dog zulx niet kunnende geschieden dat hij als dan de suppte wilde vergunnen om zijn vee agter de swarte berg valleij inde dui„ nen te moogen leggen. — Dat gem:e schoolmeester daar op aande supp„t ter antwoord ge„ bracht hebbende dat de gem: plaats niet konde werden verhuurt, maar van„ „neer de supplt zijn veeagter de duinen wilde leggen, ged„e van rheenen zulx wel accordeeren zoude, op welk bericht den supp=t zijne beesten de„ „staende in 47 stuks derwaards had gezonden, en teffens een Consent briefje van s'E Comp:s gecontracteerde slagters door de supp„t onderteekend: mee„ „de gegeeven. — uit den E Achtb„e vaa„ de van Justitie deezes gouvernements. — WelEdele Achtbe Heer 400. Dat den supp=t daarop ter dier oorzaake van wegens het officie fis„ „caal geactioneerd zijnde, hij supp„t op genoegzaame grond zich in sta reekende om dit Jrdees te foursuiveeren en de decisie van uwelEde achtt te blijven afwagten, dog dat verre afgeleegentheid zijner woonplaatze, de omslagtigheid zijner affaires welke zijn absentie niet gedaagen ook daar en booven de hoog swangerheid zijner huisvrouw waardoor al meede de praesentie van hem suppt. hoofd zaakelijk word gerequireerd de reedenen zijn waarom de suppl hier in word verhindert. - om welke reedenen de Suppt. in de noodzaakelijkheid is gebragt zich te keeren tot uwel Ede achtb:rn met needrig verzoek dat het van uwelEden achtb gunstig welbehaagen zijn moogen de zaak te verklaa„ wen Civiel en Composibel /onderstond./ Twelk Doende w„a /was getee„ „kend :/ P: B: Wiese /in margine:/ Exhibitum in Judicio den 30 Sep¬ „tember 1790. Na lectuure van welk request, daar op den Heer r:O: Eisscher gehoord zijnde; zeide zijn Ed=e des ged. e verzoek aan 's raads oordeel over te laaten. - Weshalven de raad, na overweeging van 't gunt reflexie meriteerde deeze zaak heeft ver„ klaard Civiel en Composibel. de reqt. logd over zijn dun „ De manh:s Burger Luitenant „plicq Jonas 401 tien. - plieq met vijf bijlaagen. - Jonas Albertus van der Poel; als speciale gemachtigde van den waarop den Heer U: O: geregt renuntieerde van verdere praduc Burger Jacobus Augustus Bierman regt Contra De qq reqt. verklaard meede te renuntieeren. — den E Achtb:e Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Stee„ ven van Lijnden geregt om op desselvs ingediend schriftuur van replicq te zien dienen van Duplicq. - De raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs naa dat alvoorensde verklaaringen zullen weezen gerecolleerd en Beledigt,- Den onderkoopman d 16 Johan Frederik Kir¬ sten regt. de reqt. overgelegt hebbende zijn schrifte „lijke antwoord met drie bijlaagen. — verzoekt Contra 402. verzoekt den Heer 7:O: gereg„ls daar van Copia om heden over 14 daagen te dienen van replicq. - De raad fiat. de reqt. legd over zijn and„ Den burger Jacobus van Leeuwen „woord waar bij gevoegd zijn als gent: gem: van den meede bijlaagen. — De Heer geregt. verzoekt burger Johan George Behrends gen 1 daar van Copia om heeden regt. Contra over 14 daagen te dienen welgem: E: Achtb: Heer Jndepen„ van reeplicq dent fiscaal, geregtn. omme op desselve ingedienden Eijsch te zien dienen van antwoord. ter De raad FiatCopia en dag om te repliceeren den Heer regt. advanceerd dat Den E Achtbr Heer Inde per„ ate Contra gem: Heer Fiscaal omme op des„ telvs ingediende schriftelijken Eisch te zien dienen van ant¬ woord. — zijn „dent ald 403 zijn E geexamineerd hebbend , den t Fiscaal Johan Nicolaas het antwoord door den ged=e steeven van Lijnden reqt s: rechtdag ingediend, daar Contra inne verschijdene poritien heeft gevonden welke door valabele den burger Jacobus Johan„ getuijgen direct word teegenge¬ „nes van den Bergh geregr om sprooken. — weshalven zijn E: insteede van op desselvs ingediend in de volstrekte noodzaakelijkheid zijnde geweest die getuigen heeden antwoord te zien dienen van te doen Citeeren; overzulx tans ver„ replicq atterminatie te hooren zoek doet om atterminatie tot hee„ den over twee weeken. — verzoeken de onderafgesz: gage gestelden adristend der Comph. Jacobus vercueil als gem: vanden gereg=n brengt hier tee„ d gen in, dat hij vermeent dat in dit verzoek niet zal kunnen worden getreeden alzoo bij deezen raade onlangs een besluit is genoomen om voorthaan geene atterminatie meer toe te staan als om gewichtige reedenen en dat zijn pp„r de reedenen van den 7:' d: reg=t niet voorgewichtig erkend. —. / weshalven hij geregten ig versoekt, dat teegens de Heer r: O. reqt verstekk moge werden verleend. — - de Heer r:d: gereg:n persisteerd bij zijn gedaan verzoek, zeggende te ver„ zien meeren dat eer geene gewichter reedenen als de reeds aangehaalde kunnen Ex„ teeren, daar 't antwoord tE rechtdag zijnde ingediend, zijn E dus niet eerder als op heden teegen de getuigen heeft kunnen verzoeken Condemnatie omme opin„ terrogatorien te antwoorden. - De Raad verleend aan den 1: d: req=te den

NL-HaNA_1.04.02_10989_0410 view scan ↗

English

404. the requested adjournment until fourteen days from today. The Independent Fiscal, the Right Honorable Johan Nicolaas Steven van Lijnden, formal prosecutor in criminal cases, on the one part, against the former sergeant under the Regiment of Württemberg, Hans Casper Hoffmeester, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other part. The Right Honorable Prosecutor exhibits a written claim, to which are attached nine annexes, together with four pieces of oiled paper, a brass compass, pencil, and penknife used by the prisoner for the manufacture of counterfeit money, requesting His Honor and in this case the duty of the judge, and that the prisoner may receive impartial justice. The prisoner, having heard the conclusion read, persists in his confession, and begs for God's sake for a merciful sentence. The Council holds this matter for circulation in advice. The formal prosecutor produces a written claim equipped with eight annexes. The Deputy Fiscal, Mr. Johan Andreas Truter, qualified to handle the matters of the merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, formal prosecutor in criminal cases, on the one part, against the burgher Jan Martin Onslin, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other part. 405. The defendant said in response: I have committed no crime; the slave attacked me, and then I had to defend myself; he requests furthermore that he may be released from his detention on bail by the burghers Adam Brolin and Jan Adam Siedel, and that the assistant Willem Kolver be assigned to him, the defendant, in order to attend to his case here pro Deo on account of the defendant's impoverished condition, and that a copy of the currently submitted documents may be granted to him, the defendant, for that purpose. The formal prosecutor advances upon this that, since he has already shown in his claim that corporal punishment ought to be inflicted on the defendant, he is therefore of the opinion that the defendant ought by no means to be set at liberty, leaving this, however, as well as the defendant's further request, to the Council's judgment. The Council declares, regarding the first part of the defendant's request, namely to be released on bail, that it cannot be granted, but further grants to the defendant, as already being received in an ordinary proceeding, a copy of the submitted documents in order to serve an answer thereto fourteen days from today, and the defendant shall furthermore, on account of his impoverished condition, be permitted to proceed pro Deo. 406. After which the following petition was submitted by the Independent Fiscal, Johan Nicolaas Steven van Lijnden: Right Honorable Sirs, With due respect, the Independent Fiscal of this government shows that a certain Narcis of Mozambique, located on Robben Island, has on several occasions addressed the formal prosecutor with the request to be removed from the said island and to be restored to his former freedom, of which he was deprived, in order to be able to return to his native country. That the formal petitioner deemed it his duty to seek the necessary information regarding the reason why this Narcis was placed on Robben Island. To the Right Honorable Sirs, President and Members of the Council of Justice of the Castle of Good Hope. 407. That it has also appeared to the petitioner from this information that the said Narcis, who according to his statement and a produced private deed of manumission had been set at liberty by a French merchant in Bengal and had hired himself out to an English passenger for six rupees a month to serve him on the voyage to Europe, upon arriving at the Cape was forced to remain there and was sold to the junior merchant Kirsten as a slave belonging to the said Englishman. That the consequence of this was that he filed his complaint about it with the Fiscal's office. That upon the petition submitted about this by the said Fiscal's office, and also the significant document subsequently produced by the aforesaid Kirsten, this Council on 8 September 1785 was pleased to order this Narcis to be held provisionally on Robben Island until such time as further evidence should arrive in this matter. That since this unhappy creature, who was not accused of the slightest crime, has now already been confined there for five full years, and this time is more than sufficient to have brought forward further evidence from all parts of the world if any were to be found, 408. the formal petitioner believes, subject to correction, that the same ought no longer to suffer and remain confined on that account, and Your Honors' further decree being required for this, the undersigned takes the liberty hereby to request Your Honors kindly to do so. At the bottom stood: Done at the Cape of Good Hope, 30 September 1790. Was signed: J. N. S. van Lijnden. Which having been read and its contents deliberated upon, and it being taken into consideration that the said Narcis has now already been confined on Robben Island since the year 1785, without any information, much less the evidence required by the resolution of this Council of 8 September 1785, having been received concerning this since then; It has been approved to recall the aforesaid Narcis of Mozambique from Robben Island as a free person. At the bottom stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower stood: In my presence, and signed: W. J. v. Rijneveld, Secretary.

Dutch transcription

404. de verzogte atterminatie tot heeden over veerthien daagen. De Independent Fiscaal 8 de heer r: de Eisscher Exhibeerd Achtbre Heer Johan Nicolaas eene schriftelijke Eijsch waarbij gevoegd zijn neegen bijlaagen, be„ steeven van Lijnden r: O: Eiscr neevens nog vier stukken geolied in Cas Crimineel, ter eenre papier een kopere passer potlood en pennemes door den geven tot het Contra vervaardiger van valsch geld ge„ der geweezen sergeant on„ bruikt verzoekende zijn E: en dee„ zen het officium Jndicis en dat der het regiment van wur¬ den gev„e onparteijdig recht mag temberg Hans Casper Hoff„ genlieden.. — de gev=en de Conclusie hebben„ „de hooren leezen blijft bij zijne meester gev= en ged=e in 't voorsz: Cas ter andere zide. — Confessie persisteeren, en verzoekt om gods wille eengenaadige staat de H: O: liss: produceert en Den adjunct Fiscaal M„r schriftelijken Eijsch gemunieerd Johan Andreas Truter als De Raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs. met ge F 405 met acht bijlangen. — de gede zegd daarop ik heb geen gequalificeert tot het waarnee„ misdaed begaan de slaat heeft: men der zaaken van den koop mij te lijf gewild en toen het ik mij moeten verdiedigen verzoekt man en Landdrost der Colonien voorts dat hij uit zijne detentie Stellenbosch en Drakensteijn de mag worden ontslaagen onder Heer Hendrik Lodewijk Blet„ borgtogt van de burgers Adam brolin en Jan Adam Ziedel en terman, r: d: Eisscher in Cas aan hem ged:e toegevoegd den adsistend Crimineel ter eenre open Zee„ willem Kolver ten einde zijn zaakal„ gens „hier weegens zijns ged:e armoedige toestand proder waarte neemen mits„ den burger Jan Martin on„ „gaders dat aan hem ged=e ten dien fine 1 Copie der tans ingediende stukken mo„ slin, geor en ged=e in het voorsz: „gen verleend worden. — Cas ter andere zijde. — de R: O: Gesp:r: advanceert hier op dat vermits hij reeds en zijn Eisch heeft aan„ getoond dat aan den ged=e een Lijfstraffe zoude behooren geinfligeerd te worden hij overzulx van Sustenue is dat de ged=e geentzuits ovrije voeten behoorde te wor„ „den gesteld laatende zulx echter zoo wel als des ged:e verder verzoek aan 's laads oordeel over. — De raad verklaard in het eerste lid van des ged=e ver„ zoek om namentlijk onder Cautie ontslaagen te worden niet te kunnen treeden maar verleend verder aan den ged=e als reeds in een ordinaris proces ontfan„ „gen zijnde Copie der ingediende stukken ten linde heeden over 14 daagen daarop te dienen van ant„ woord, zullende de gede wijders, om zijn ar¬ moedige 406. moedige toestand pro Ded kunnen procedeeren. — Waarnaa door den Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden wierd in„ gediend het volgende vertoog; WelEdele Achtbe Heeren. — Vertoond met gepasten eerbiel den Jndependent fiveus deezes„ gouvernements dat zeekere zich op het robben Eijls bevin„ „dende Harcis van Morambicque tot verscheijde reijzen zich bij den r:d: vert„t heeft doen addresseeren met ver„ „zoek om van gem: Eijs:re afgenoomen en in voorige hem ont„ „noomendrijheid te worden gesteld ten einde naa zijn gebookte Land te kunnen retourneeren. — Dat den vertr R. O. gemeend heeft verpligt te zijn, de noodige informatien, naa de reeden waarom deeze Naacis op het robben Eijland was geplaatst, te moeten op zoe kas Aan de wel Edele Achtbe Heeren President en raaden van Justitie des Casteels de goede Hoop. at 2 407 dat aan hem vertr uit dezelve dan ook gebleeken is dat gem: Nareis, die volgens zijn zeggen en geproduceerde onderhandsche vrijbrief door een fransch koop„ man te Bengalen in vrijdom was gesteld, en aan een Engelsche pasagier ter bediening op de rheijze naa Engopa voor ses ropeijen in de maand zich hadde ver„ huurd; aan de haap koomende aldaar heeft moeten verblijven en aan den onderkoopman Kersten als een gemelde Engelsman toekoomende slaaf is verkogt 6 geworden. Dat zulx van gevolge is geweest, dat hij daar over bij 't oficie fiscaal zijn beklagt heeft gedaan Dat op 't hier over door 't gem: officie fiscaal in„ „gediend vertoog en ook vervolgens geproduceerde schrif„ tuur van belang door voorsz: kirsten, deezen raade op den 8 Septembr. 1765 heeft goedgevonden deezer Nar„ in provisioneel ter robben Eijlande tot tijd en wijlen in deeze zaak naadere bewijzen zoude zijn ingekoo„ men: Dat vermits dit ongelukkig schepzel 't welk van geen de minste misdaat beschuldigt wierd, nu reede vijf volle Jaaren aldaar geconfineerd is geweest, en deezen tyd meer dan sufficient is, om uit alle gedeeltens der waereld naadere bewijzen zoo er eenige te 408. te vinden waaren te hebben kunnen bijbrengen, zoo vermeent de U:O: vertr: onder Correctie dat denzel¬ ven ook niet langer daar door behoeft te Leijden en geconfineerd te blijven en hier toe verEijscht werden„ de UE: achtb: naader decreet; zoo neemt de onderget: de vrijheid UE achtb:en bij deezen daarom vriendelijk te verzoeken. — /onderstond:/ Actum Cabo de goede Hoop den 30 Sept 1790 /was geteekend:/ I: N: S: van Lijnden. Het welk geleezen en over dies inhoude gede¬ libereert mitsgaders in Consideratie genoomen zijnde hoe gem: Narcis nu reeds van 't Jaar 1780 ten robben Eilande is geconfineerd geweest, zonder dat zeedert hier omtrend, eenige informa„ „tien veel min die bewijzen welke bij besluit deezes raads van den 2 septembr 1785 word verEischt, zijn „ ingekoomen; Zoo is goed gevonden voorsz: Harcis van Moran bicque als een vrije persoon weederom van 't robbe Eijland te rappelleeren. /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut supra /lager:/ Mij present: / en geteekend:/ W J V Rijneveld secretaris. —

NL-HaNA_1.04.02_10989_0415 view scan ↗

English

409 Thursday the 14th of October 1790. In the forenoon, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius and all the members, the gentlemen Rönnenkamp and van der Riet both being absent due to other occupations. The Honorable Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, plaintiff ex officio, against the junior merchant the Honorable Jan Fredrik Kirsten, defendant, to see a reply served to the answer filed by the same. The Honorable Plaintiff ex officio presents his written reply. The defendant requests a copy thereof in order to serve his rejoinder 14 days from today, and says he also needs the deposition of the gentlemen de Leueur and van Oudshoorn, and thus requests permission to have the said gentlemen served with a notice. Against which request the Honorable Plaintiff ex officio submitted that since the aforementioned gentlemen Le Leueur and van Oudshoorn served on a commission regarding the ship the Helena Louisa, they cannot be compelled to give disclosure thereof to a private person, and that His Honor believed that the defendant's request should be denied. 410. The defendant, however, persists in his request. The council grants the defendant a copy of the reply filed by the Honorable Plaintiff, in order to file a rejoinder thereto 14 days from today, and grants the further request made by the defendant. The said Honorable Fiscal, plaintiff, against the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, defendant, to see a reply served to his filed answer. The Honorable Plaintiff ex officio presents a reply with three attachments. The suspended assistant Jacobus Versueil, as representative of the defendant, requests a copy thereof to serve a rejoinder two weeks from today. The council agrees. The same Honorable Independent Fiscal, 411. having presented the reply; the burgher Jacobus van Leeuwen, for the defendant, requests a copy thereof, and a term of four weeks to then file a rejoinder, saying he still needs to gather some evidence and to save costs, since he the defendant would otherwise have to trouble the council to ask for an extension, now requests a term of four weeks. The Honorable Plaintiff ex officio submits against this; that it was contrary to the manner of proceeding to attach evidence to a rejoinder, since His Honor would thereby be forced to file a surrejoinder, and one would consequently deviate from the rule prescribed by the statutes of India not to proceed further than a rejoinder, requesting that the defendant may be ordered to serve a rejoinder in 14 days. The representative of the defendant counters this by saying that however strictly speaking one ought not to introduce new documents with a rejoinder, this does not take away from the fact that when new facts are asserted in the reply, he also has the faculty to gather evidence for the refutation thereof and submit them with his rejoinder. And he persists in his request. The council grants the defendant the requested copy in order to file a rejoinder thereto 14 days from today. against the burgher Jan Baerends, defendant, to see a reply served to his filed written answer. Fiscal, plaintiff ex officio. 412. The Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Independent Fiscal, plaintiff ex officio, against Captain Lieutenant Jan Bruggeman, who was stationed on the Company's brig the Helena Louisa, defendant, to hear the claim and conclusion in the case of the alienation of certain provisions and equipment goods, to answer thereto, and further to proceed according to law. The Honorable Plaintiff ex officio presents a written claim, furnished with an authentic copy of a private statement given by various persons stationed on the ship the Helena Louisa; the defendant, having heard both, says thereon: I gave nothing else away except 120 lb of rice, namely 60 lb for my son to eat ashore, and 60 I sent to Joseph Heins, for him to provide me with some refreshments on board for it, and I further caused to be delivered to Heins a piece of rope 2 inches thick and 20 to 25 fathoms long; this is the pure truth without me knowing anything else, further requesting a copy of the claim and attachment to answer thereto in writing. 413. The council grants the defendant the requested copy, in order to serve an answer two weeks from today. The suspended assistant Willem Kolver, as representative of the criminally detained burgher Johan Martin Enslin, plaintiff, against the deputy fiscal Master Johannes Andreas Truter, as officially acting in the matters of the merchant and Landdrost of the colony of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, defendant, to see a conclusion of answer served to his filed criminal claim. Willem Kolver, having legitimized himself, presents the answer mentioned in the presentation; the said defendant requests a copy thereof in order to serve a reply 14 days from today. 414. The roll having thus far been finished, it was made known by the Honorable Independent Fiscal that the burgher Daniel Steijn had approached His Honor, who, on account of violating an arrest placed on his oxen and wagon, having been placed in the hands of the Fiscal's office, had already for the second time on the 10th of July last, by missive under the council's great seal, been summoned for today to purge his first default and to hear the claim in the aforementioned case, but that the said Steijn, professing not to have been able to appear the first time because of the high rivers, had requested His Honor to settle that matter to save costs, as

Dutch transcription

409 Donderdag den 14 october 1790. s' voordemiddags present & Eachtbe. Heer Johannes Isaak Rhenius en alle de Leeden, dempluden Heere Rönnenkamp en van der Riet beijde bij occupatie. Den Jnde pendent Fiscaal Ed Heer R:O: regt pra„ Druart zijn schriftuur van deezes gouvernements d'E replicq. Achtb=r Heer Johan Nicoo„ laas Steeven van Lijnden Z:O: reg=t de gede verzoekt daar van Clapia ten einde halden over 14 daagen te dienen verdupling en zegd teffens noe„ dig te hebben het declaratoir den onderkoopman d' EJan van de Heeren de Lueur en Fredrik Kirsten, gereq. omme van oudehoorn overzoek ende op dezelve ingediend antwoord overzulx veniam agende om dezelve Heeren te doen insinuee= te zien deenen van replieq „ „ken.— Teegeens welk verzoek de Heer R:O: Reqt: advanceerde dat daar voorsz: Heeren Le Lueur en van oudshoorn bij 't schip de Helena Louisa in eene Commissie hebben gevaceerd dezelve dus niet kunnen werden geconstringeerd omme daar van aan een Jna ti„ „culier opening te geeven en dat zijn Ed vermeende dat des gereg„ verzoek moest werden van die hand geweezen.— : a Contra 410. de geregt blijft echter bij zijn verzoek persisteeren de raad verleend aan den gereg„tn Copia van des Heer req t ingediend replicq, ten ein„ de daar op heeden over 14 daagen te du¬ pliceeren en accordeerd het verder door den geregt gedaan verzoek. — Welgem: E Achtb„e Heer Dis„ de Heer U10: reqt leyd over een replicq met drie Caal reqt. bijlaagen. Contra De onderafgesz: gagie gestelde Adristent J:r Jaco„ den burger Jacobus Johannes „bus versueil als gem van den gereqt verzekt daarvan van den bergh geregt omme Copie om heeden over 2 weeken te dienen van op desselvs ingeleeverd antwoord duplicq te zien dienen van replicq. den Her E: O: regt deselve Meerm: EAchtbe. Heer Independer De Raad fiat. replicq Friscaal 411. replicq overgelegd hebbende; verzoekt den burger Jacobus van Leeuwen voor den ged:e daar van Copia, en termijn van vier weeken om als dan te dufliceeren zeggende nog eenige bewijzen te moeten inwinnen en tot menage„ ment van kosten, daar hij gereqt de raad anderzints tog zal moeten lastig vallen om atterminatie te vraagen tans vier weeken termijn te verzoeken de Heer R:O: reqt. advanceert daar teegen; dat het teegen de manier van procedeeren strijdig was om bij duplicq nog bewijzen te voegen, daar zijn E. hier door genoodzaakt zoude worden om te tri„ „pliceeren, en men derhalven afwijken zoude van de bij de statu„ „ten van Jndien voorgeschreeven regul van niet verder als tot duplieq„ te moogen procedeeren, verzoekende dat de geden mooge werden gecon„ demneert om over 14 daagen van du plicq te dienen. — De qq geregt brengt hier teegen in dat hoezeer men ook zeer strikt genoomen geene nieuwe stukken bij duplicq behoorde te procedeeren, zulx echter niet wegneemt, dat wanneer in 't re„ „plicq nieuwe feiten geposeerd worden, hij daar ook de faculteijt heeft om tot refutatie daar van, bewijzen in te winnen en bij zijn duplicq over te leggen. — en persisteerd hij zijn verzoek. De raad verleend den gereg=d de ver Contra den burger Jan Baerends gereg„l omme op zijn ingelee„ „verd schriftuur van ant„ „woord te zien dienen van replicq. Fiscaal r: O: regt „zogte - 412. zochte Copia ten einde daar op heeden over Veerthien daagen te dupliceeren. Den E Achtbe Heer Johann de Heer r: d: Eijsph pradu„ ƒ oeerd eenen schriftelijken Eijsch gemunieerd met Copia Nicolaas Steeven van Lijn den Independent Fiscaal authenticque eener onderhand„ sche gegeevene verklaaring r: O Eijssr door diverse op het schip de Hele„ Contra na Louisa beschijdene persoonen den op sE Comp„s brik des verleeden; de ged„e, 't een en ander hebbende haaren deezen zegt Helena Louisa beschijden daarop ik het anders niets weg gegeeven als 120. lb rijst name geweest zijnde Capitain Lieutenant Jan Brugge „lijk 60 lb voor mijn zoon om aan de wal te eeten, en 60 heb ik man gede omme in Casvan aan Joseph Heins gezonden, veralieneerig eeniger om mij daarvoor wat verversching aan boord te bezorgen hebbende ik voort nog aan Heis een stuk souw provisie en Equipage van 2 rengers dik en 20 a 230 vaden goederen te hooren Eischen „men lang doengeworden, dit is de zuijvere waarheid zonder dat ik en Concludeeren; daar op te iet anders wiet „ verzoekende wijders antwoorden en voorts te Copia van den Eisch en bijlaag om zich daar op in geschrifte te ver„procedeeren als naa rechten antwoorden 413 antwoorden De raad verleend den ged„e de verzochte Co„ pie, ten einde heeden over twee weeken te die„ men van antwoord den advistend Willem S' Kalver zig gelegatioeerd hebbende produceerd het ant„ Kolver als gemachtigde van woord in presentatie vermeld den frimineel gedetineer„ de hoorgeregt verzoekt daar den burger Johan Martin van Copia ten einde Heeden over veerthien daagen te dienen vanre Enslin regt Contra plicq. — den adjt fiscaal M:r Jon hannes Andreas Fruter, als en Officie waarneemende de zaaken van den koopman en Land = drost der Colonie Stellenborch en Draken„ stem de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman. gereqt. omme op desselvs ingediende Crimineelen Eysch 414. De rolle dus verre afgeloopen zijnde wierd door Ede Heer Independent Fiscaal te kennen gegee¬ „ven dat zig bij zijn Ede had vervoegd den burger Daniel Steijn dewelke weegens het violeeren van een op zijn oosen en waagen belegde arrest gesteld zijnde in handen van het officie Piscaal reeds voor de Tweede reijze op den 10 Julij J: L: Per missive onder 's raads groot zegul tee„ „gens heeden was geciteerd, om zijn Eer„ „ste default te purgeeren en ten Jf„e„ in voorsz: Cas Eisch te aanhooren edog dat den zelven Sleijn onder betuiging van de Eerste rijze weegens de Hooge rivieren niet te hebben kunnen Compareeren aan Zijn Ede had verzogt die zaake tot nenage¬ ment van kosten, af te maaken zoo als Eijsch te zien dienen van een Conclusie van antwoord.— G

NL-HaNA_1.04.02_10989_0421 view scan ↗

English

he, Steyn, having also paid the fine of 50 rd=r determined thereon by the statutes of India, together with the costs, had returned again to his place, for which reason his Honour, expressing thanks to the Council for the trouble to be taken further in this matter, also requested that their Honours would be pleased to consider the submission of the said Daniel Steyn as a purge of his default. — In all of which the Council was satisfied. — below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Complainant: In my presence, signed, W van Rijneveld, Secretary. 416. Thursday, the 21st of October 1790. — In the morning, extraordinary meeting. Present: The Honourable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except the Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas van Lynden, as a party. — The Honourable Mr. President was pleased to communicate beforehand that his Honour had deliberately convened this meeting to terminate the proceedings instituted on the 7th instant by the Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, against the former sergeant in the regiment of Wurtemberg stationed here in garrison, Hans Casper Hoffmeester. Wherefore the Council, after having seriously deliberated on this matter and taken into consideration everything that merited any reflection, proceeded to the final decision, whereby, however, after taking the votes, it was found that the opinions delivered by the Honourable Mr. President and four 417 four of the gentlemen Members were for the complete adjudication of the claim of the Officer, and five of the other gentlemen Members were against the same, and thus the votes were equal; so that thereupon the Honourable Mr. President, for the decision of the tied votes, having added his casting vote to those who had voted to grant the full claim of the Officer, the sentence in this matter was also rendered in the following manner: — The Council, having read and considered with all possible accuracy the written criminal claim and conclusion made and taken by and on behalf of the Independent Fiscal on the 7th instant against the accused, and having noted everything that was relevant to the matter and could move their Honours, administering justice in the name and on behalf of 418. of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, Condemns the accused, Hans Casper Hoffmeester, to be brought to the place where one is accustomed here to execute criminal sentences, and being handed over there to the executioner, his eyes being blindfolded, kneeling on a heap of sand, to be beheaded; whereafter his dead body shall be placed in a coffin and buried behind the ordinary churchyard, with confiscation of the monthly wages due to him by the Honourable Company since the day of his detention, and condemnation in the costs and expenses of Justice. below stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. lower: In my presence, signed: W. van Rijneveld, Secretary. 419 Thursday, the 28th of October 1790. In the morning. Present: The Honourable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members, except the Independent Fiscal, Mr. Johan Nicolaas Steven van Lynden, and the Messrs. Rönnenkamp and Van der Riet, due to indisposition as well as other engagements. — The Junior Merchant, the Honourable Johan Fredrik Kirsten, plaintiff, against The Honourable Independent Fiscal of this Government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, ex officio, defendant. The plaintiff requests by petition an extension of time until two weeks from today. The Deputy Fiscal, Mr. Johannes Andreas Luiter, on behalf of the ex officio defendant, due to the indisposition of the said ex officio defendant, declares that he leaves the matter to the judgment of the Council. The plaintiff, instead of having to respond to the reply filed by the same, requests to hear an extension of time. The Council grants the requested extension of time. 421 The burgher Jacobus van Leeuwen, as agent of the burgher Johan George Barends, plaintiff, against The well-honoured Independent Fiscal, ex officio, defendant, to see a rejoinder served in response to the reply submitted by the same. — Van Leeuwen submits his rejoinder. Whereupon the Deputy Fiscal, Mr. Joh: And: Luiter, on behalf of the ex officio defendant, renounced further productions. The plaintiff furthermore declared also to renounce. The Council holds this case, after the declarations shall have been re-read and sworn to, for circulation in advice. The assistant of the Honourable Company, Sr. Jacobus Versueil, as agent of the burgher Johannes Jacobus van den Bergh, plaintiff, against The aforementioned Honourable Independent 422. Fiscal, ex officio, defendant, instead of having to serve a rejoinder to the reply submitted by the same, requests to hear an extension of time. The plaintiff submits a petition whereby he makes a request as in the presentation. — The Deputy Fiscal, Mr. Joh:s Andreas Luiter, on behalf of the defendant, declares to have no objection against it. The Council grants the plaintiff the requested extension of time until two weeks from today. Captain Lieutenant Jan Breugeman, who has been stationed on the Honourable Company's brig the Helena Louisa, plaintiff, against The aforementioned Honourable Fiscal, ex officio, defendant, instead of having to serve an answer to the claim submitted by the same, to hear a request. — The plaintiff submits a petition of the following content: To the Right Honourable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honourable Members of the Honourable Court of Justice of this Government. — Right Honourable Sir and Honourable Gentlemen! With due respect, Jan Breugeman, Captain Lieutenant, who has been stationed on the Honourable Company's ship the Helena Louisa, makes known That

Dutch transcription

415 hij stein dan ook de bij De statuten van Jndia daarop bepaalde boete van 50 rd=r met de kosten voldaan hebbende weeder naa zijn plaats was te rugge gekeerd, wes„ halven zijn E: de raad voor de in deeze zaak verder te neemene moeijte dank betuijgende teevens verzogt dat hun EE: Achtb:e het bij gebragte van gerepte Daniel Steijn als een purge van zijn default geliefde aan te merken. — In welk een en ander de Raad heeft genoegen genoomen. — /:onderstond:/ Aan Caba de goede Hoop die et anno ut supra Cla„ „ger:/ Mij present /geteekend/ W JV Rijneveld Le„ erets. 416. onderdag den 21 october 1790. — 's voorgemiddags Extra ordinaire vergadering present de E Achtb=r Heer Johannes Isaak Rhenius, president en alle de Leeden demio¬ den Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicol Heeren van Lunden, als parthij. — Geliefde den E Achtb e Heer President voor af te Communiceeren dat zijn 6: deeze vergadering ex¬ pres had doen beleggen om te termineeren de procedures door den Heer Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijn, den 7e: do: op ende Jeegens den geweezen zergeant onder het alhier guarnisoen houdend regi¬ ment van wuntenberg Hans Casper Hoffmen „ter gentameerd Weshalven de raad naa over deese zaak seriendelijk te hebben gedelebereerd en in aan merking genoomen al 't gunt eenige reflec„ tie meriteerde ter finaale decisie is getreeden waarbij echter naa opneem der stemmen bevonden wierd dat de uitgebrachte advire van den E Achtb=e Heer president en vier den 417 vier der Heeren Leeden voor de Compleete adju„ dicatie van den Eisch van den Heer officier en vijf der overige Heeren Leeden teegen de„ zelve waaren en dus de vota gelijk stonden; zoo dat hier op den, E: Achtb=r Heer president, der besliwing der staakende stemmen, des¬ selvs Condudeerende stem genoegd hebbende bij die welke tot het toestaan van den vollen Eijsch van den officier, gespineerd hadden, in deezen het vonnis ook in maniere als volgd is gevallen:- De Raad met alle mogelijke accura„ tesse hebbende geleezen en overwoogens den schriftelijken Crimineele Eijsch en Conclu„ „sie door en van weegens den Heer in de pen„ dent Fiscaal 7- d:s op en Jeegens den geve„ gedaan en genoomen, mitsgaders gelet op al 't gunt ter materie was dienende en Hun EE: Achtbaa„ rens konde doen moveeren, Recht doende uit Naam en van wee¬ gens 418. gens de Hoog Moogende Heeren aaten generaal der vereenig de Neederlanden Condemneert den geve Hans Casper Hoffmeester om„ me gebracht te worden ter plaat¬ ze daar men alhier gewoon Crimineele Sententien te Executee¬ ren en aldaar aanden scherprechter overgeleeverd zijne oogen geblinden op een hoop zand needergeknield zijn¬ de onthoofd te worden; zullen de derselve dood lichaam vervolgens in een kist gelegd en achter het ordinaris kerkhoff worden be„ graaven met verbeurd verklaaring van des gene. bij d' E Compagnie te goed hebbende maandgelden, zeedert den dag zijner detentie en Condem¬ „natie natie van de kosten en misen van Justitie. /onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop dee et anno ut supra /lager / mij present /geteekend:/ in / van Rijneveld. Secretaris 419 Donderdag den 28 october 1790 voordemiddags present de E AAchtben. Heer Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden demptis den Heer in dependent finaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden en de Heeren Rönnenkampen vander Riet zaade in dispositie als occupatie. — den onderkoopman d E Jaham de reqt. verzoekt byj requart atterminatie tot laden fredrik Kuten regt over t weeken Contra den adjt fircaal w„ se„ hanne andrer zauter van Den E Achtbe Heer Jnde pan mits indispositie van den Heer R: O. genegt. den Dent diccaal deezer graven den protuteerende zegduk nements Johan Nicolaas aan 's raads oordel over steeven van Lijnden &:O: ge¬ te laaten. — req. omme in steede van op desselve ingediend replicq, te haaren verzoeken attenminatie De raad daat de verzogte attermin e 421 van Leeuwen legd over zijn: den burger Jacobus van duplicq. Leeuwen, als gemachtigde Waarop de adst. Fircaal Mr. van den burger Johan ge„ Joh: And: Luuter voor orge Barends regt. den r:d: gereg„en renunti„ eerde van verdere produc„ Contra teg de reqt. verklaard voorts Welgem: E Achtbe Heer meede te renuntieeren Jnde pendent Fiscaal z: O„ gereg„d, omme op deselvs over„ geleeverd replicq te zien dienen van duplicq. — De raad houd deeze zaak naadat de verklaaringen zullen zijn gerecolleerd en beeedigt ter rondleezing in advijs den advistend der EComp„e de reqte. legd over een reguest S„r Jacob:s versueil als gem: waar bij verzoek doet als inde pre„ s van den burger Johan„ de adjunct fiscaal mr Joh:s nes Jacobus van den Ezergh Andreas Luiter voor den Heer Contra regt. geregt verklaard daar niets Voorm: E Achtbr Heer In„ teegen te hebben. sentatie. - dependent n 422. dependent Fiscaal is & gereqen. omme in steede van op dezselvs ingeleeverde replicq te zien die nen van duplicq te haaren ver aa zoeken atterminatie van termijn De raad verleend den reqt de verzogte atter„ minatie tot heeden over twee weekens den op sE Comp„s Brik de de reqt. legd over een regt. Helena Louisa beschijden van navolgende inhoude Aan den welEdele geweest zijnde Captijn Lieute¬ Achtbr Heer Johannes Isaak Rhenius pre nant Jan Breugeman reqt. sident beneevens de Contra verdere welEde Heeren Meerm: E Achtb=e Heer Tis„ leeden van den E Achtb Raad van Justitie dee„ a „caal Z:o: gereg„e omme in stee tes gouvernement. — tuij de van op desselvs ingediende WelEd: achtb=r Heer. en wel Ede Heeren! Eijsch te zien dienen van antwoord aan Met verschuldigden Eerbied geeft te kennen den op s E Comp„s verzoek te aanhooren— schip de Helena Louixa beschyden geweest zijnde Capitain Lieutenant Jan Breugeman Dat

NL-HaNA_1.04.02_10989_0429 view scan ↗

English

423 That the petitioner was summoned before Your Honorable Court by the Honorable Independent Fiscal in a case of alienation of certain provisions and equipment goods, to hear claim and conclusion, to reply thereto, and further to proceed according to law. That on the day appointed and appearing on the roll, the Honorable Plaintiff Officer produced a written claim accompanied by an authentic copy of a private declaration executed by various persons on the ship Helena Louisa; that the petitioner, having heard and read the same, said in response that he had given away nothing except rice, namely 60 lb for food on shore for the petitioner's child, and 60 lb sent to Joseph Heins in order to send some bread in return for it instead; the petitioner having further delivered to the said Heins a piece of rope of two fingers thick and 2 to 2 1/2 fathoms long; while the petitioner testified this to be the pure truth, knowing of nothing else; while Your Honors graciously pleased, at his request, to grant a copy of the claim and annex, to the end of serving a reply thereto today, for which he also expresses his dutiful thanks to Your Honors. Johannes Stephanus van Lynden, Independent Fiscal here, as Plaintiff Officer before Your Honors and the court, Yet however much the petitioner trusts that he delivered the above to the aforementioned Joseph Heins without any intention to cause the least prejudice to the Honorable Company, and to enrich himself thereby, while this did not even belong to the said Company, but to the petitioner himself, consequently he could not think thereby to have committed a criminal offense for which any criminal proceedings against the petitioner could be undertaken by the Honorable Independent Fiscal; but on the contrary, if anything was amiss, the same is to be attributed to nothing other than the petitioner's innocence and simplicity, especially when one considers on what occasion and to what end this occurred. As for the occasion, it is that the petitioner found himself in the most dreadful situation of poverty and thus in an inability to feed his child; and who indeed would behave toward his own flesh and blood as a monster of nature and, in violation thereof, see his own child, so to speak, expire for lack of indispensable nourishment. And when Your Honors consider the small importance of such trifles, which to be sure have not escaped the attention of the lawmaker, yet it is no less true that the lawmaker, observing the ordinary imperfection and weakness of men, especially of a father toward his child, does not make unintentional designs the objects of the execution of punishment, and thereby the petitioner might very easily be pardoned; and therefore, human nature being peculiarly so constituted, natural weakness and frailty of men may easily be indulged somewhat. The petitioner, as well on account of the uncertainty thereof as because the same criminal proceedings, even were they decided in favor of the petitioner, would always drag after them a blemish upon his reputation, which in the future might be of the most detrimental consequence in the promotion of his fortune, 424 the petitioner 425 the petitioner has therefore also taken counsel, if it were possible, to avert these same criminal proceedings by suitable means. Wherefore the petitioner turns to this Honorable Council, very humbly requesting that Your Honors may graciously be pleased to declare that which has been charged against the petitioner, and upon which the Honorable Independent Fiscal has already made the claim, to be civil and composable. Lower stood: Doing which, etc., and signed: Jan Breugeman In the margin: Exhibited in Court the 28 October 1790 Which being read, the aforementioned Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter advanced thereupon in the name of the Officer summoned that, since the fact is so clear, the office of the fiscal cannot enter into the request, but entirely leaves it to this Council to dispose thereof as Your Honors shall judge proper upon examination. The Council, having considered the matter, dismisses the petitioner's request, but permits him at the same time, on account of his impoverished circumstances, to proceed pro deo in this matter. The plaintiff having filed his replication, Adjunct Fiscal Mr. Johan 426 Johan Andreas Truter, acting ex officio for the Landdrost of the colonies Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, Plaintiff Officer, against the detainee Jan Enslin, defendant, to see his filed answer served with a replication, Brother Willem Kolver, as agent of the detainee Enslen, requests a copy thereof, to duplicate this day fortnight. The Council: Granted. Whereupon was read a representation from the Honorable Independent Fiscal regarding ill-treatment by Anna Sophia van Elve, wife of the fire chief Johannes Oostendorp, her

Dutch transcription

423 Dat den supp„t teegens ll: rechtdag door den E Achtb Heer in Cas van veralieneering eeniger provisie en Equipage goederen te hooren isschen en Concludeeren daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als naar rechten. — n Dat den suppt. ten daage dienende en ter rolle Compareerende den Heer r: O: Eijssiker had geproduceert een schriftelijke Eisch ge„ „munieerd met een Copia authenticque eener onderhandsche verklaaring door diverse op't schip de Helena Louisa, bevhydene persoonen verleeden dat den supp„t het zelve hebbende hoor en leezen daarop gezegd, niets reggegeeven te hebben als 12 of rijst namentlijk 60 lb tot spijze aande wal voor des supp„r Loontje en 60 lb aan Joseph Heins te hebben gezon„ den om in dies steede daar voor wat brood te zenden, hebbende de supp=t voorts nog aan hem Heins een stuk touwvan twee vingersdik en 2 a 23 vademen lang doen geworden terwijl de du ppt. betuigde zulx de zuijvere waarheid te zijn, zonder van iets an„ ders te weeten; terwijl het uwelEde achtb:s goedgunstig hebben ge„ lieven te behaagen om op desselvs verzoek te verleenen Copia van den Eisch en bijlaag, ten fine heeden daar of te dienen van antwoord, waardvoor hij uwel Ede achtb: dan ook zijn pligtschuldigen dank be„ stee tuijgd gereg„n r:O. , voor uE Achtb en rechten gerequireerd geworden was, omme Dan hoe zeer den supp„lt vertrouwd dat hij het boovenstaande aan voorsz: Joseph Heins heeft afgegeeven zonder eenig oogmerk om het min„ ste naadeel aan de EE Compr, toe te brengen, en zich daar aan te verrijken Terwijl zulx zelvs niet aand 8: Comp„en maar wel aande supp=ten zelve was toebehoorende, gevolgelijk overzulks ook niet heeft konnen denken Johanekis, Steeven van Lijnden, in dependent Discaal alhier, ten deezen daan . . daardoor een Crimineele misdaad te hebben geperpetreerd, waar over door den Heer Independent fiscaal eenige Crimineele procedures teegens de suppte zoude kunnen werden ondernoomen; maar dat er ter Contrarie wanneer er iets gepeiceerd mogte zijn, hetzelve nergens anders als aan der suppt. onnoozelheid en Anvoudigheid toe te schrijven is te mee wanneer men reguardeerd bij wat occasie en tot wat einde zulx geschied is, wat de occasie betreft zulx is dat desupt zig bevond in deakelig„ ste tituatie van armoede en dus in onvermoogen om zijn kind te voeders, en wie dog zal zig zoodanig omtrend zijn Vleesch en bloed als een monster der natuur gedraagen en met verkragtinge der„ zelve zein eijgen kind, naa het onentbeerlijk baedzel omzaa te zeggen zien zieltoogen en wanneer men lette welEde achtb=e Heeren op de klijne importantie van zoodanige bagatellen die wel is waar daat„ tentie van den wetgeever niet zijn ontrokken zoo is 't niet minder waar dat de wetgeever de gewoone envolmaaktheid en zwakheid der menschen inzonderheid van een vaader omtrend zijn kind goade slaande onopzittelijke voorneemens niet steld tot voorwerpen der stra„ oeffeninge, en daar door aan de suppliant zeer ligtelijk te pardon„ „neeren zoude zijn, en derhalven is 't immers met den manschelijke natuur eigenaardig zoo geleegen, daar in aan de natuurlijke zaakheid en broosheid der menschen ligtelijk iets kan worden toegegeeven; de supp=te zaa uit hoof„ de van de onzeekerheid daar van als om dat dezelve Crimineele fronduren, al wierden dezelve ten voordeele van de suppte. gedecideerd altoos naa zich zoude sleepen een flettrisoure in desselvs repr „tatie, 't welk moogelijk in 't vervolgen 't pousseeren van zijn fortuijn vande naadeligste poursuites zoude kunnen zijn d 424. Suppt 425. Supp=t mitsdien ook te raade geworden is dezelve Crimineele pra„ ledures daar daar toe gepaste middelen /:was het mogelijk bij zijds te precesteeren. Mits welke de supp=t zich keert tot deezen E Achtb=r raade zeer needrig verzoekende dat uwelEde Achtb=s hetgeen de supp„t ten lasten is ge„ „legd en waarop den E Achtb:e Heer independent Fiscaal reeds rd„ Eijsch gedaan heeft gratieuselijk gelieven te verklaaren Civiel en Composibel /onderstond:/ 'Twelk doende W„o en geteekend :/ Jan Breugeman /:in margine:/ Exhibitum in Judicio den 28 october 1790 het welk geleezen zijnde advanceerde voorsz: adj„t Fiscaal Mr. Johannes andreas Pouter daarop in naame van den Heer gereq=n dat dewijl het feit zooklaar is men overzulx vande zijde van het officium fiscaal in 't verzoek niet kan treeden, maar volkoomen aan deeze raade overlaat om daar over te dis„ „poneeren, zoodanig als hun EE„e Achtb=r na bevinding oordeelen zullen te behooren — De raad naa overweeging van zaaken Wijst des reqts verzoek vande hand maar permitteerd hem teffens om uit hoof„ „de zijner armoedige omstandighee„ den in deezen prodeo te moogen proce„ „deeren.— de reg=te zijn replicq overgelegd en adjunct Fiscaal w:r hebbende Johan 426. Johan Andreas Pruter als hebbende— Exofficio faugeerende voorden verzoekt Br Willem Landdrost der Colonien stel„ Kolver als gem: van den gedetineerden Enslen daar lenbosch en Drakensteijn van Capia om heeden over„ 14 daagen te dupliceeren de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman R:O: regt Contra den gedetineerden Jan Enslin gereq om op zijn overgelegd antwoord te zien dienen van replicq De Raad Piat Waar na geleezen zijnde een vertoog van den Heer Jndependent fiscaal noopens mishande„ lingen door anna Sophia van Elve, huisvrouw van den brandmeester Johannes Oostendorp haar

NL-HaNA_1.04.02_10989_0433 view scan ↗

English

inflicted upon her slave girl named Alida of Batavia; the said memorial reading as follows: To the Honorable, the Lord President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. Shows with due respect the Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steeven van Zijnden: That on the 11th of this current month of October there appeared in the Lord's prison here a slave girl named Alida of Batavia, belonging to the firemaster Johannes Oostendorp, in order to complain about the cruel conduct of her mistress, which she could no longer endure, and whereby she was finally forced to take advantage of the first opportunity to withdraw herself from that extreme cruelty. That the said petitioner, having immediately caused the aforesaid girl to be examined by the chief surgeon Leeuwer, then found that the same had been beaten and mistreated in a barbarous manner from the head throughout her entire body, just as the girl has also made a statement regarding this before the Honorable Commissioners from this Council and showed the sensible marks of the mistreatment inflicted upon her, which is alas most strongly corroborated by the annexed declaration of the soldier Fredrik Doring, who, residing with the aforementioned Oostendorp, is daily a witness to the cruelties being committed by the wife of Oostendorp. That the petitioner, in view of the repeated complaints regarding this, deemed ex officio that he could not pass over the aforesaid mistreatment in silence, but on the contrary was obliged to initiate criminal proceedings in this matter against the frequently mentioned wife of Oostendorp, and to that end have the same summoned in person before Your Honors. Wherefore, the said petitioner hereby turns to Your Honors, requesting that Your Honors may be pleased to authorize him to have the wife of the aforesaid Johannes Oostendorp, named Anna Sophia van Elve, summoned to appear in person before Your Honors, in order to hear such claim, or request or requests, as the said petitioner shall deem fit to make against her in the aforesaid matter, to answer thereto, and further to proceed according to law. Which doing, etcetera. Was signed: C. N. L. Zijnden. In the margin: Delivered in the Council of Justice, the 28th of October 1790. After resumption of the annexes attached thereto, qualification was granted to the said petitioner to summon the same Anna Sophia van Elve in person before this court of justice. Lastly, it was communicated to the Council by the Honorable Lord President that when the secretary of this Council on Thursday the 21st of this month, according to custom, submitted the sentence then pronounced in the criminal trial initiated by the Lord Independent Fiscal here against the former sergeant under the Regiment of Württemberg, Hans Casper Hoffmeister, prisoner, for paraphing and thus for approval by the Honorable Lord Governor Cornelis Jacob van de Graaff, His Honor then demanded the original proceedings in that case into his hands, and after having obtained the same by order of the Lord President, instructed the said secretary to declare to the Honorable Lord President that His Honor, as governor, found himself indisposed to sign the frequently mentioned sentence, and had deemed it necessary, pursuant to the power granted to His Honor by the High Governing Lords Majors, to transmit the entire trial and the sentence, together with the reasons for his objections, to Batavia. It was therefore decided hereupon by the Council to have authenticated copies made of the aforesaid original documents, which for that purpose have been returned again by the well-mentioned Noble Lord Governor, in order to be preserved in the protocol at the secretariat of this Council, and to deliver the originals back to His Honor as soon as possible. After which, furthermore, the member of this Council, Mr. Carel Mappa, who, together with Messrs. De Wet, Van der Riet, Clek, and Truter, in collecting the votes in the judging of these proceedings, had voted that the prisoner should be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, delivered there to the executioner, blindfolded, and kneeling on a heap of sand, then have the sword swung over his head, and his right hand being chopped off, be banished forever from this country and the jurisdiction thereof, with condemnation in the costs and misen of justice and dismissal of the further claim of the officer, made a request whether now, since this case was being referred to India's capital, His Honor's opinion regarding this might be recorded in the minutes. Which request being granted, the Honorable Lord President and the Honorable Members Smuts and Meijer, who together with Messrs. Könnenkamp and Van Echten had advised on the adjudication of the said plaintiff's claim and conclusion, also had their note recorded. Underneath: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence. Was signed: W. S. van Ryneveld, Secretary.

Dutch transcription

haar slaven meisje in naame alida van Bata„ via aangedaan; luidende dat vertoog als volgd Aan den welEdelen Achtb„re Heeren President en raa„ „den van Justitie des Cas„ teels de goede Hoop. Vertoond met gepasten eerbied de Jndependent Ficaal deezes gouvernements Johan Nicolaas Steeven van Zijnden. — Dat op den 11 deezer loopende maand october in 's Heeren gevangenhuijs alhier verscheenen is een slaaven meijsje in naame alida van Batavia toebehoorende aan den brand=meester Johannes Oos„ tendorp, ten einde te klaagen over de wrelde handel„ wijze van haare Lijfvrouw welke zij niet langer konde uitstaan en waar door zij eijndelijk genoodzaakt was geworden zig van de eerste geleegentheid te bedie„ „den om zig aan die verre gaande wreedheijd te ontrek„ „ken. Dat de r:O: vert„r het voorsz: meijsje door dien oppermeester Leeuwer terstond hebbende doen Exa„ mineeren als toen bevonden heeft dat dezelve van 427 het 428. het hoofd door haar geheel lichaam op een barbaarsche wijze was geslaagen en mishandelt geworden, zoo als het meijsje dan ook desweegens een kelaar voor H H. gecomm¬ uit deezen raade gepasseerd en de gevoelige teekenen ge¬ toond heeft van de Haar aan gedaane mishandeling wel ke zelaas ten sterksten word gecerrobereerd door de neevensgaaven de verklaaring van den soldaat Fredrik Doring die bij voorm: Oostendorp woonagtig dagelijx getuijgen is van de wreedheeden door de Huisvrouw van Oostendorp ge„ pleegt wordende. — Dat de vert:r aangezien de herhaalde klagten dies„ weegens amptshalven vermeend heeft de voorsz: mis„ handeling niet stilswijgend te kunnen passeeren, maa inteegendeel ter dier zaake teegen meerm: huisvrouw van oostendorp Crimineele procedure te moeten enta„ meeren, en dezelve ten dien eijnde in persoon voor uEd Achtb.:s te doen dagvaarden. — Weshalven en r: O. vertd zig mits deezen tot U welEde: Achtbr: is keerende met verzoek dat uEdeAchts hem gelieven te qualificeeren om de huisvrouw van voorsz: Johanna oostendorp in naame Anna Sophia van Ed„ ve te doen dagvaarden, om in persoon voor UEE Achtstte verschijnen ten eijnde te aanhooren zoodaanige Eijsch dan wel versoek of verzoeken ala de ro d: vert= ter zaake voorsz: zal goedvonden teegen haar te doen daarop te 429 te antwoorden en voorts te procedeeren als na rechten /onderstond:/ 'Twelk doende W=a /was geteekend:/ C: N: L: zeijnden / in margine:/ overgegeeven in Raade van Jutitie den 28 octab=r 1790. — Is naa resumptie der daar bij geannexeer„ „de bijlaagen aan de ro: vertoonder qualifi„ catie verleend om dezelve Anna Sophia van Elve voor deeze rechtbank in per„ soon te dagvaarden. — Laatstelijk wierd door den E Achtb„ Heer president den raade gecommu¬ nueerd dat wanneer de secretaris dee¬ zes raads op st donderdag den 21 deezer volgens gewoonte de sen„ tentie als toen geslaagen in 't Crimineel proces door den Heer Jndependent Fiscaal alhier op en see¬ gens ƒ - ƒ 430 =gens den geweezen sergeant onder het regiment van Auwitenberg Hans Casper Hoffmeister J: O. geententameerd ter para„ „graphure en dus ter approbatie vanden WelEde gestre Heer gouverneur Cor„ nelis Jacob van de graaff had overge„ „geeren zijn Ed„e gestr„en als toen de Origineele procedure in die zaak ge¬ handen had gerequireerd en na dezelve ter ordre van hem Heer President bekoomen te hebben gem: secretaris gelast om aan den E Achtb=e Heer president te declaree„ nen. dat zijn Ede gestr=e zich als gouver„ neur bezwaard vond om den meergem sen tentie te teekenen en noodig geoordeelt had ingevolge de magt aan zijn wel Eden gestre. door de Hooggebiedende Heeren maj „res verleend het geheel proces en de Lenten tie neevens de geve met de reedenen van beswaaren naa Batavia overtezenden Cunae 231 Zijnde dus hier op door den raad besloo„ „ten om van de voorsz: origineele stuk„ ken welke door welgem: Edele Heer gouverneur tot dat eijnde weeder zijn te rug gegeeven gevistimeerde Copien te doen vervaardigen om op de secretarije „ deeses raads ten protocelle bewaard te blijven en de origineele ten eerste mee„ der aan zijn welEden gestr=e te doen inhan„ digen. Waarnaa nog door het Lid deezes raads de Heer Chael Mappa dewelke nee„ vens de Heeren de wet van der riet Clek en Fruter bij het opneemen der stem„ „men in het bevonnissen deezer procedures heeft gevoteerd gehad dat de gevangene zoude werden gebragt ter plaatze daar men alhier gewoon is Crimineele sententien te Execu„ teeren aldaar aan den scherpregter overge„ leevert de oogen geblind en op een hoop zand nedergeknield voorts met het swaard over het hoofd gpeslaagen, en den rechterhand afge„ Kakt 432. kapt zijnde ten Eeuwigen Daage uit deezen Lande en den restorte van dien worden gebannen met Condemnatie vande kosten en miren van Jus¬ titie en ontzegging vanden verdere Eijsch van den officier over verzoek gedaan of tans dewijl deeze zaak naa Jndias hoofdplaats wierd ge„ renvoijeerd zijn Eden gevoelen daaromtrend in de netulen mogt werden aangeteekend. - welk verzoek geaccordeerd zijnde hebben dE Achtb:e Heer President en de Heeren Leeden Smuts en Meijer dewelke neevens de Heeren Könnenkamp en van Echten tot de adju„ dicatie van des E: O: Eisschers Eisch en Con„ clusie hadden geadviseert almeede derzel¬ ver nota doen aanteekenen - — /onderstond aan Cabo de goede Hoop die et anno ut supra e /lagen:/ Mij Present /was geteekend:/ W JvC Rijne „veld secret„s.

NL-HaNA_1.04.02_10989_0439 view scan ↗

English

433. Wednesday the 3rd of November 1790, in the morning, extraordinary meeting, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members except the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden and Messrs. Rönnenkamp, Mappa, van der Riet, Fleck, and Truter, due to business as well as indisposition. The Honorable Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Plaintiff in criminal cases, of the one part, against Ontong of Malabar, bondservant of the widow of the late Head Surgeon of the Honorable Company's Hospital here, Hendrik Le Sueur, prisoner and defendant in the aforesaid case, of the other part. The First Adjunct Fiscal Gabriel Exter, representing the Plaintiff, on account of the indisposition of the Plaintiff, stated orally that the prisoner yesterday morning at about nine o'clock gave such free rein to his desire for revenge that he did not shrink from attacking the female slave Maria of Bengal, belonging to Captain Smitgal of the Regiment of Württemberg garrisoned here, who was walking down the Grave Street with a small child of her master in her arms, as soon as she had progressed near the slave lodge there, and in a cruel manner to deprive her of her life with a knife by inflicting upon her various injuries and five real fatal wounds; furthermore, in his cruelty, to cut open his own lower abdomen, in such a manner that, according to the surgeon's statement, the prisoner is currently in danger of escaping his well-deserved punishment. Wherefore the said Plaintiff in this matter, without further form of process on account of the danger in delay, demanding against the prisoner, concluded that the prisoner shall by definitive sentence of this Council be condemned to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, being delivered there to the executioner, bound to a cross, broken alive from the bottom up without the coup de grâce, subsequently his right hand and head chopped off and placed upon stakes beside the body; that furthermore the dead body of the prisoner shall be dragged to the place of public execution and there woven onto a wheel, and the head and right hand placed upon stakes, thus to remain until 435. it shall be consumed by the air and the birds of heaven, with condemnation of the prisoner in the costs and expenses of justice, or to such other ends as this Council in good justice shall deem appropriate. The prisoner having been brought inside on a cot and having heard the demand, says that the female slave was his wife, that he gave her many goods, and that she nevertheless thought fit to leave him and keep company with another, that she had thus sinned greatly against him, and that he therefore came to commit that deed. The Plaintiff requests judgment. The Council, after consideration of the demand made and conclusion taken by the Plaintiff, as well as of everything that merited reflection and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the prisoner Ontong of Malabar to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, there 436. delivered to the executioner, bound to a cross and broken alive from the bottom up with pauses without the coup de grâce; while, after his right hand shall in the meantime have been chopped off and the prisoner struck in the face with it, his head shall finally be severed and set upon a stake opposite the body; furthermore the dead body of the prisoner shall be dragged to the place of public execution and there placed upon a wheel, and the head placed upon a stake and the right hand nailed to the wheel, in order thus to remain until they shall be consumed by the air and the birds of heaven, with condemnation of the prisoner in the costs and expenses of justice. Below was written: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower down: In my presence, was signed: W. C. van Ryneveld, Secretary. 437. Thursday the 11th of November 1790, in the morning, present the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members except the Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden and Mr. Mappa, due to indisposition. The assistant of the Honorable Company, Jacobus Vercueil, placed off pay, as the authorized agent of the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, Plaintiff, against the Independent Fiscal of this Government, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Defendant in court, in order to see a rejoinder served to his submitted replication. The Principal Plaintiff submits his rejoinder, whereupon the Adjunct Fiscal Willem Johannes Andreas Truter requested a copy thereof in order, if necessary, to serve reproaches two weeks from today. The Council: fiat. The Plaintiff having submitted his rejoinder, the Junior Merchant of the Honorable Company

Dutch transcription

433. Woensdag den 3 Novembr 1790 voorde middags Extra ordinaire ver„ gadering present de E Achtbr. Heer Johannes Isaak Rhenius presi¬ dent en alle de Leeden demptis de E Achtb„r Heer Jndependent discaal Johan Nicolaas Steeven van Lijn¬ „den en de Heeren Rönnenkamp Mappa van der Riet Flek en Truter zoo bij occupatie als indispositie De Heer Indepondent de eerste adjunct Fiscaal gabriel Exter vermits indispositie van Ficaal alhier Johan Ni„ den Heer 7: d: Eijsscher postu„ „leerende zegd bij monde dat de colaas steeven van Eijnde gev„e gisteren morgen omtrend P: d: Eijsscher in Cas Crimi neegen uuren zijn wraaklust neel ter eenre Contra zoo verre den ruimer teugel had gevierd dat hij zig niet heeft ontzen de slaafven maria van Ontong van Malabaar Bengalen toebehoorende aan Leijfeijgenen van de wede van wijlen den Eerste op¬ den Heer Smitgal Capitain van het alhier guarnisoen hou„ perchirurgijn van s' EComp=s rdend regiment van wurtenberg G welke met een klijn kind van Hospitaal alhier Hendrik haar le d 434. haare Lijtheer op den arm Le Lueur geve en gedte in voorsz de graave straat afquam Cas ter andere Zijde. zodra zij tot omtrend het slaaven loge aldaar was gevorderd: te attacqueeren en op een vreede wijze door dezelve met een mes diverse quetzu ren en nog vijf reële doodelijke wonden toe te brengen van het leeven te berooren voorts in zijn vreede zich zelve nog het onderbuijk open te suijden in deezer voegen dat volgens declaratie van den Chirurgeijn hij gev„en daardoar tans gevaar loopt zijne welverdiendie strafte te rchappe ren Weshalven de E do. Eisscher en deezen zonder verdere forme van sorveas dropter periculum in Mora teegens den gev„n Eisch doende Concludeerde dat de gev=e bij difinitive vonnisse deezer raads zal werden gecondemeerd omme gebragt teorden ter plaatze daarmen alhier gewoon is Crimineele senten„ tien te Executeeren aldaaraande scherpregter overgelee„ verd zijnde op een kruijs hout gebonden van onder op zonder slag van gratie geleede braakt vervolgens de rechterkand En het hoofd afgekapt en neevens het Li¬ rchaam of pennen gezet te worden dat wijders des gev doode Lichaam naa het buiten gerecht gesleept en aldaar op een rad gevlochten mitsgaders het hoofd ende rechter„ „hand of pennen gesteld zijnde dus te verblijven tot dat „ 435 dat door de Lugt en vogelen de heemels zal zijn verteerd, met Condem„ „natie van de gev=e in de korten en misen van Justitie ofte tot zoo„ danige andere fine als deezen raade in goeden Justitie zullen vermeenen te behooren. de gev=e op een kadel binnen gebragt zijnde, en den Eisch aange„ hoord hebbende zegt dat de meijd zijn vrouw is geweert dat hij haar veel goed heeft gegeeven en dat zij echter heeft kunnen vinden goed te zijn, van hem aftegaan en het met een ander te houden, dat zij dus grootelijx had misdaan teegens hem, en hij daarom tot die daad was gekoo„ De Ved: Eijsscher verzoekt hine inde recht De Raad naa overweeging van den door den E: d: Eijsr:r gedaanen Eijsch in genoomene Conclusie, mitsgaders van alles wat reflec¬ „tie meriteerde en hun EE: Achtb:r konde doen moveeren; Recht doende uit naam en van weegens de Hoog Moogende Hee¬ ren staaten generaal der verEenig de Neederlanden Condemneert den gev„e Ontong van Mallabaar om„ „me gebracht te worden ter plaat„ „ze daar men alhier gewoon is Cri „mineele sententien te Executeeren al„ daar d men. — G.1. ƒ F Slink daar aan den scherprechter overgeleeverd op een Kruijs gebonden en van onderen opbij tuschen poozing zonder slag van gratie geleedebraakt te worden; terwijl naa dat intuschen desselvs rechter hand zal zijn afgekapt en hem gevn daarmeede in't gezicht geslaagen eindelijk den „selvs hoofd zal werden afgehouwen en teegen over het Lichaam op een pen gezet; zullende wij¬ ders des gev. doode Lichaam naar het buiten gerecht gesleept en aldaar op een rad gelegd mitsgaders het hoofd op een pengertroken ende rechte hand aan het had vostgespijkerd ten einde dus te verblijven tot dat door de Lugt en vagelen des hee„ „mels zullen zijn verteerd, met Condemnatie van de gev=e in de kosten en mie van Justitie /onderstond:/ Van Cabo de goede Hoop die et annout Supar /lager:/ Mij present:/ was geteekend:/ W C Rijneve Getret: 436. 437 Donderdag den 11 November 1790: S voordemiddags present de E Achtbre: Heer Johannes Isaak Rhenius president en alle de Leeden, demp„ =tis de Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas steeven van Lijnden en den Heere Mappa bij in„ dispositie. — de pp„k reg=t legd over zijn duplicq den onderafgez: gage gestel„ den adsistend der ECompe s„n waar na den adjt Zecocus w:m Jo„ hannes andreas druter daarvan Jacobus vercueil als gen gem: verzogte Copie ten einde des naods van den burger Jacobus Johan„ heeden vvor 14 daagen te dienen van „nes van den bergh regt Reprochen-- Contra den Independent Riscaal dee„ zes gouvernements de Eetcht Heer Johan Nicolaas Steeven van Lijnden r: o: geregt. om me op desselvs ingeleeverd Replicq te zien dienen van dublicq De Raad Diat. - den reg=t zijn duplicq overgelegd den onderkoopman der E Comp„e hebbende dH

NL-HaNA_1.04.02_10989_0444 view scan ↗

English

having. Advocate Fiscaal Mr. Johannes Andreas Truter requested on behalf of the Honorable Jan Fredrik Kirsten, plaintiff, against the Honorable and Respected Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, ex officio, defendant, a copy thereof in order to serve reproaches thereon fourteen days from today, so as to see a duplicate served to his submitted replication. The Court grants copy and a day to submit reproaches. The Honorable Company's suspended assistant Willem Kolver, acting as the authorized representative of Captain Lieutenant Jan Breugeman, formerly stationed on the Honorable Company's brig the Helena Louisa, plaintiff, submitted a petition of the following content: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Honorable Court of Justice of this Government. Right Honorable Sirs, Gives respectfully to know Willem Kolver, suspended assistant of the Honorable Company, as the representative of Captain Lieutenant Jan Breugeman, petitioner, against the aforementioned Honorable and Respected Independent Fiscaal, ex officio, defendant, in order that instead of serving an answer to his claim, an extension of two weeks may be heard requested. With all due respect, How the petitioner was requested several times in court to defend such criminal proceedings as the Independent Fiscaal of this Government, the Honorable and Respected Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, acting ex officio in this court, initiated on 14 October last against the Captain Lieutenant at sea in the service of the Honorable Company and former commander of the Honorable Company's brig the Helena Louisa, the gentleman Jan Breugeman, in the case of the alienation of provisions and equipment goods. That the petitioner hesitated to condescend to the aforesaid request in consideration of the slurs which for the most part flow from such proceedings and, in case of triumph, sometimes rebound very sensitively upon the head of the representative defender, and this not only, but also in the unfortunate event that he might happen to fail, in order not to expose himself to the unfounded claims and accusations of others, had excused himself therefrom. Yet that the petitioner, considering himself fully convinced and assured of the special protection of Your Honors, will undertake the defense of the aforesaid proceedings, and will endeavor to discharge his duty and conscience in that respect according to his best knowledge and insights, with all proper decency that can in any way serve the defense of the case in question, solely with this (as the petitioner firmly trusts) reasonable request: that it may please Your Honors also to protect him gracefully for his discharge against all claims and demands whatsoever that could or might flow from this case against anyone who would or might attempt such a thing. And since the petitioner has thus far been unable to require the necessary proofs, that it may further please you to grant him an extension of time until two weeks from today. And further to dispose in one and another as Your Honors shall deem proper according to reason and equity. Which doing, etc. Was signed: W. Kolver, representative. In the margin: Exhibited in Court, 11 November 1790. Which having been read, The aforementioned Adjunct Fiscaal Mr. Johannes Andreas Truter, in the name of the defendant, advanced thereon that any claim that might be made against the petitioner and which he seeks to avoid by this petition will solely depend on the petitioner's good behavior in the handling of this procedure, and regarding the requested extension of time, he had nothing to object thereto. The Court grants the requested extension until two weeks from today. Mr. Johannes Andreas Truter, for the ex officio plaintiff, produces a written claim furnished with one annex. The Honorable and Respected Independent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, ex officio, plaintiff, against the lessee of the Rondeboschje and False Bay, J. V. Eksteen, defendant, in order to hear claim and conclusion for the not adhering to his lease conditions regarding the setting up of taverns, to the established fine of one thousand guilders for each tavern, with costs. Former Secretary of the Colony of Swellendam, Velbron Blankenhagen, as the general representative of the defendant, requests a copy thereof in order to serve an answer fourteen days from today. The Court grants copy. The messenger entering reports that the defendant has not appeared. Wherefore the aforementioned Adjunct Fiscaal Mr. Johannes Andreas Truter, for the ex officio plaintiff, requested the first default with the benefits thereof, and a second citation against two weeks from today. The aforementioned Honorable and Respected Fiscaal, ex officio, plaintiff, against the widow of the late Sebastiaan Richard, defendant, in order to hear claim and conclusion to a fine of one thousand guilders on account of committed smuggling, to answer thereon, and further to proceed as according to law. The Court grants default and citation. The repeatedly mentioned Adjunct Fiscaal Mr. Johannes Andreas Truter, pleading because of the indisposition of the ex officio plaintiff, requests, before making his claim, that the prisoner may be condemned to answer such interrogatories as shall be put to her on behalf of the ex officio plaintiff before the commissioned members of this Court. The Honorable and Respected Independent Fiscaal, ex officio, plaintiff in a criminal case, on the one side, against Anna Sophia van Elve, wife of the master painter Jan Oostendorp, prisoner in person, on the other side, in order to hear such claim and conclusion, or request or requests, as the ex officio plaintiff shall make.

Dutch transcription

hebbende. — verzocht de advt: Liscus 438. d' E Jan Fredrik Kirsten regt. Contra Mr. John Andr. Lruter den E Achtbr Heer Jndepen„ daar van Copia ten einde dent Fiscaal Johan Nicolaas heeden over 14 daagen daar op te dienen van reprochen Steeven van Lijnden ro Os geregt omme op deszelvs ingediend replicq te zien dienen van duplicq de raad fiatsopiaen dag om te reprocheeren. — den op dE Comps Brik de Helen den onderafgez: gage gestelden adristend den ECompe willen Louisa bescheijden geweest zijnde Kalver als gem: vanden Capitain Lieutenant Jan reqt. legd over een request van navolgende inhoude Breugeman reqt. Aan den wel Edele Contra Achtbr Heere Johan Welgeme: EAchtr. Heer Jn„ nes Isaak Rheniud president beneevens de vern dependent Fiscaal r: O: geregt dere wel Ede Heeren Lee„ om in steede van op deszelvs Cav den van den E Achtb„r raade van Justitie dezes Eisch te zien dienen van ant¬ gouvernements- welEd. Achtbe Heer woord atterminatie voor twee weeken te hooren Verzoe¬ WelEdele Heeren geeft met alle verschuldigde „ken. Eerbied ƒ 439 Kolver. - Hoe den supp:t verscheijdene maalen in regten was verzogt om te defen„ deeren zoodanige Crimiheele procedures als den Jndependent Fiscaal deeses gouvernements de E Achtb:r Heer Johan nicolaas Steeven van Lijnden; ten deezen geregtn r: O: opende Jeegens den Capitain Lieutenant ter zee in dienst der EComp„e en geweezen gezaghebber van 's EComp:s brik de Helena Souisa de mant:n Jan Breugeman in Cas van veralieneering der provisie en Equipage goederen op den 14 octobr F: L: geentameerd heeft. — Dat hij suppt dificulteerde in voorsz: aanzoek te Condescendee„ „ren uit aanmerking der flettrisoures welke meestendeels uit zodani„ „ge proceduures proflueeren en in Cas van triumpp wel eens zeer gevoelig of het hoofd van den defensor qq redundeeren, en dit niet alleen Maar ook ingevalle hij onverhoopt mogte koomen te succombeeren als dan aan de ongegronde aanspraak en ricustatien van anderen zig niet te Exponeeren hem daarvan hadden geExcuseerd. Dog dat den suppt zig volkoomen overtuigd en verzeekend hou„ „dende van de bijzondere Crotexcien uwerwel Ed=e achtb:r de voorsz: proceduu„ „ves tot defensie Grodeo over zig neemen zal, en zich daar omtrend volgens zijn plicht en Conscientie na zijn beste kennis en weetenschappen met alle gepaste decentie die maar eenigzints tot detensie der zaak in questie dienen kan te contribueeren zal trachten te quijten, alleen met dit (zoo den suppt St. M: vertrouwt:) billijk verzoek dat het uwelEd„le Achtb:' moogen behaagen hem daa ook ter zijner dechar„ de teegen alle op en aanspraak welke maar eenigzints uit deeze zaak zoude kunnen of moogen protlueeren teegen een ijgelijk Eerbiest te kennen, den onderafges: gagie gestelden adristend der EComp„en willem 11 di 440. die zulx zoude willen of moogen attenteeren gratieuselijk te protegeeren. — En vermits den supp=t tot noch toe buijten staat gesteld is om den noodige bewijzen te recquireeren hem daar en booven gelieven te verleenen atter„ „minatie van termijn tot heeden over twee weeken. — En voorts op een en ander te disponeeren zoo als uwel Ede achtb: naa reeden en billijkheid zullen goedvinden te behoorens /onderstond / 't welk doen, „re &:a / was geteekend/ W Kolva qq in margine Exhibitum en Judicia den 11 november 1790. Het welk geleezen zijnde advanceerde gem: adjunet Fiscus mr. Johs: And: Lauter in naame van den Heer gereg„t daarop dat de aanspraak welke op den supp„t zoude kunnen gemaakt worden en hij door dit request tracht te viteeren alleen zal dependeeren van des supp=t goed Comportement in de behandeling deeser procedure en ten belange vande verzogte at„ terminatie daar niets teegen in te brengen had. — De raad accordeerd de verzogte attermina„ ctie tot heeden over twee weeken. m:r J: A: Fauter voor den Heer r: O: Eijsr: produceent een schrifte„ „lijke Eijsch gemunieerd Den E Achtbe Heer Jndepen„ dent Dircaal Johan Nicolaas steeven van Lijnden r: O: Eijs„ scher met ten eijnde heeden over 14 daagen de boode binnen treedende rappar„ met 1 bijlaag. — ken and secretaris der Colonie Zwellendam Velbenso Blank ten pachter van het ronde Heir als gen. gem. van den boschje en de Baaij Falso geden verzoekt daar van Copie J: V. Eksteen ged=e omme te dienen van antwoord. weegens het niet agtervolgen zijner pacht Conditien in het stellen van Taphuijzen te Hooren Eijsschen en Conclu„ deeren tot de daar op gesta„ tueerde boeke van Een Duij¬ zend guldens voor ijder Laphuijs Cum Exkensis De Raad Piat Contra areerd weshalven gem: adjt. Feiscus M„r Jol:s andreas Fruter voor de r: E: De weduwe van wijlen se¬ teerd dat de ged. e niet is gecom„ Welgem: E AAchtb=e Heer Fis„ „caal 7: d:o Eijsscher Contra „scher 441. Eisschen „bastiaan lijesz verzogte het eerste bastiaan Richard ged=ke ten einde te haaren Eijsche en Concludeeren tot befault met den profijte van dien en ten tweede Cista„ eene boete van een Duijzend guldens tie teegen Heeden over over en ter zaake van gepleegde smokke twee weeken. „larije daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als naa rechten. - De raad Liat. meermr: adst. Fiscaal mr den EAchtb. Heer Jndependens Fibeaal waarm: r: Ochijsrcho Jol. ang. Laiter vermits indispositie van den Heer in Cas Crimineel ter eenre r: d: Eijdscher postuleerende Contra „ verzoekt alvoorens Eijsch te doen dat de gevne moge werden Anna Laphia van Elve huis gecondemneert om te ant vrouw van den baas schilders woorden of zoodanige Interro„ Jan Oostendorp getne. in persoon ter andere zijnde ten eijnde te aan gatavien als haar van weegen den 2: d:o Eijnscher voor H: H: haaren zoodanige Eisch en Conclusie gecomm: Leeden deezes raads zullen werden voorgehouden dan wel verzoek of verzoeken als 442. den

NL-HaNA_1.04.02_10989_0449 view scan ↗

English

443. the defendant in person says that it is well. the plaintiff in his official capacity having submitted his rejoinder, to answer to such claim and conclusion as the plaintiff in his official capacity shall think fit to make and take against the defendant concerning and on account of far-reaching abuse committed against her slave girl Allesta of Batavia, and further to proceed as according to law. The Council orders the defendant in person to answer before the Commissioners to such interrogatories as shall be put to her on behalf of the Lord Plaintiff in his official capacity. The assisting practitioner undersigned having renounced further productions, Sr. Willem Kolter, as attorney for the detained burgher Jan Martin Enslin, plaintiff, likewise renounced further productions. The plaintiff in his official capacity says in response thereto: Against the Deputy Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, authorized in absence to attend to the affairs of the merchant and Landdrost of the colony of Stellenbosch and Drakenstein, the Lord H. L. Bletterman, defendant in his official capacity, in order to see a surrejoinder served in response to his submitted rejoinder. The Council holds this case under advisement for circular reading. The messenger, entering, reports that the merchant and Landdrost of the 444. colony 445. reports that the defendant has not appeared; Wherefore the Deputy Fiscal, acting ex officio for the Landdrost of Stellenbosch, requested a default and for the benefit thereof a warrant of apprehension pursuant to the Criminal Ordinance. upon and against the burgher Albert Nel, defendant in person on the other side, in order to hear such claim and conclusion or request or requests as shall ex officio be made and taken by or on behalf of the plaintiff in his official capacity on account of certain abuses committed by the defendant upon his wife Christina Helena van Wijk, who died three days thereafter, the colony of Stellenbosch and Drakenstein, the Lord Hendrik Lodewijk Bletterman, Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, plaintiff in his official capacity in a criminal case, of the one part, to answer thereto and further to proceed as according to law. 446. The Council grants to the plaintiff in his official capacity the first default with the benefit thereof and a second citation by letter upon penalty of apprehension. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: In my presence, was signed: W. S. van Rijneveld, Secretary. 447. Thursday, the 25th of November 1790, in the morning. Present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the Members except the Lord Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden due to indisposition. The Independent Fiscal of this government, the Honorable Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, plaintiff in his official capacity, the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, on account of the indisposition of the Lord Independent Fiscal, says that whereas the plaintiff in his official capacity has discovered in the rejoinder exhibited by the defendant on the court day nothing of substance other than sundry disrespectful yet entirely insignificant arguments, tending only to curtail the authority belonging to the Lords Commissioners, which the plaintiff in his official capacity confidently leaves to the judgment of the Council, and because of the evident groundlessness thereof in every respect he has not deemed it necessary to explain himself thereon by way of surrejoinder, he, the Deputy Fiscal, therefore renounces further productions in the name of the Independent Fiscal. Against the burgher Jacobus Johannes van den Bergh, defendant, in order to hear requested on his part renunciation of further production. The assisting practitioner Jacobus Verkuiel, as attorney for the defendant, submits in response thereto that he for his part trusts that in the rejoinder nothing 448. has been said but that which is according to law, and likewise renounces further productions. The Council holds this case under advisement for circular reading, after the depositions that have served in this trial shall first, as far as possible, have been recollected and sworn to. The aforementioned Honorable Independent Fiscal, plaintiff in his official capacity, Mr. J. A. Truter, Deputy Fiscal here, for the 2nd plaintiff in his official capacity, requests, whereas both the plaintiff in his official capacity and he, the Deputy Fiscal, have been prevented by indisposition from serving a surrejoinder, an extension of time until two weeks from today. Against the junior merchant the Lord Johan Frederick Kirsten, defendant, in order, instead of seeing a surrejoinder served upon his submitted rejoinder, to hear requested an extension of time. The defendant says he has no objection thereto. The Council grants the requested extension of two weeks.

Dutch transcription

443. de ged=te in Tersaan zegd dat het wel is. - de qq reqt zijn duplicq overge„ als de r:O: Eijercher zal goed„ vinden teegens de gedten te doen en te neemen over en ter zaake van verre gaande mishandeling ge„ „pleegd aan haaren slaan ven meijsje allesta van Batavia hier op te ant„ woorden en voorts te procedeeren als naar rechten.— De Raad ordonneert de ged=de in per„ „soon omme voor H: H: gecomm=s te antwoorden op zoodaanige Jnter„ sogatorien als haar van weegens de Heer U: d: Eijsscher zullen werden voorgehouden. — De adristend onderafgesz, „legd gagie . legd hebbende. meede te renuntieeren gagie Sr. Willem Kolter als gem van de gedetineerd burger renuntieerde de r: O: gereg x van verdere productien. - Jan Martin Enslin regt. de reqt. zeyd daarop Contra den ads„t Fiscus mr Joh:s Andreas Lauter als in affen „cia gequalificeerd ter waar„ neeminge der zaaken van den koopman en Land= droot der Colonie Stellenbosch en Draken stein d' Heer H: L: Bletter „man r: O: gereg=len omme afrdes„ „selvs ingediend replicq te zien dienen van duplicq. De raad houd deeze zaak ter rond„ Leezing in advijs de boode binnen treedende den koopman en Landdrost der 444. rapporteerd Colone 445 rapporteerd dat den gede niet is verscheenen; — Weshalven den adjunct zis„ Ex officie voorden Landedrost van stellen bosch ageerende, verzogte default en voor 't profijte vandien prinede Corps ingevolge de Crimi„ neele ordonnantie. — op en Jeegens den burger Albert Nel gede en persoon ter andere zijde, ten einde te aanhoo¬ „ren zoodaanige eisch en Conclusie dan wel verzoek of verzoeken, als door ofte van weegens den 7e: do: Eis¬ „scher ter zaake van zeeke„ ire gepleegde mishande„ „lingen door den ged=e des„ selvs huisvrouw Christi„ „na Helena van wijk wel„ ke drie daagen daarnaa is den Colonien Stellenbosch W Drakenstein de Heer Hen¬ „caal Mr Johannes andreas Pruter Arik Lodewijk Bletterman R: O. Eisscher in cas Crimi„ neel ter eenre koomen 446. De Raad verleend aanden Z:O: Eisscher het Eerste default met den profijte van dien en een Tweede Citatie per missive op poene van apprehen„ sie /:onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anna ut supra /lager:/ Mij present /was geteekend:/ Wes V Rijneveld Secretaris. koomen te overlijeden , amptshal„ ven zal worden gedaan en ge¬ „noomen daar op te antwoorden en voorts te procedeeren alsnaa Rechten. 447. Donderdag den 25 November 1790 's voordemiddags present de EAchtbn Heer Johan„ nes Isaak Rhenius, president en alle de Lee¬ iden dempto de Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden bij in¬ Dispositie den Jndependent Fiscaal dee„ den adct fiscaal mr Johannes an„ „drede Suter vermits indispositie zes gouvernements de E: 1 van den Heer independent fiscaal Achtbe Heer Johan Nicolaas zegd dat dewijl den 70: regt in het steeven van Lijnden 7: d:o door den gereg=t tt rechtsdag geEx„ hibeerd duplicq niets weezentslijks regt heeft ondekt als alleenlijk deeze en geene hoevel disrespectueuse echter den burger Jacobus Jo¬ teeren niets beduijdende argumen¬ hannes van den Bergh ten alleenlijk strekkende tot verkor„ ting van 't recht van Heeren gecomm: geregt omme te haaren ver„ Competeerende 't gunt den r:o reqt. zoeke renuntiatie van gerustelijk ter bevordeeling des raad durft laaten, en om de allezints eni verdre productie. „dente ongegrondheijd daar van niet noodig geoordeelt heeft zich daarop bij reproche te Expliceeren, hij adj„t Lus„ caal dus uit naam van den Jndependent fiscaal renuntieerde van verdere productien. — De advistend Jacobus verfueil als gemagtigde van den gereqt. „dvanceert daar teegen dat hij van zijne zijde vertrouwd dat in 't duplicq Contra niets 3 448. verdere productien. niets is gezegd als het geen volgens recht is en renuntieerd meede van De raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs naadat alvoorens de in dit proces ge„ diend hebbende verklaaringen zoo veel doenlijk zullen weezen gerecolleerd en beeedigt. Welgemelde E Achtbe Heer In¬ W=m J: A: Puiter adj=t fio„ dependent Fiscaal, r:O: regt gaal alhier voor den 2:de regt verzoekt vermits zoo Contra wel den 7:Oe req=t als hij ad„ Junct fiscaal door indispori„ den onderkoopman d 8 Jahan tie is verhindert geworden om te reprocheeren atterminatie Frederick kirsten gereg„n om„ me in steedewan op desselvs inge¬ van termijn tot heeden over 2 diende duplicq te zien dienen meeken/. de geregen zegd daar niet van reprochen te hooren ver„ teegen te hebben. zoeken atterminatie van Termijn. De Raad fiat de verzogte Atterminatie van twee weeken

NL-HaNA_1.04.02_10989_0455 view scan ↗

English

449 The defendant, to clear her default, states that she was ill and for that reason had not been able to appear, of which the burgher surgeon Lange, who treated her, could testify. The Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Honorable Plaintiff, ex officio, against the widow Sebastiaan Richard, defendant, to clear her first default and further to hear such claim and conclusion in a case of committed smuggling as the Honorable Plaintiff shall see fit to make and take against her, to answer thereto, and further to proceed as by law. The said Adjunct Fiscal, Mr. Johannes Andreas Lauter, postulating for the said Plaintiff, states that he has nothing to bring against the clearance, provided the defendant refunds the costs. The Court accepts the clearance, provided that in effect the defendant refunds the costs. The ex officio Plaintiff produces a written claim furnished with 2 attachments. The defendant, having heard both read, says in response: I have not smuggled. Van den Berg came to me, made an inspection, and found nothing except an empty half-aam, which had stood in the room, and in which there had been no wine for three days prior. It is indeed true that I had such a half-aam of wine in my house, but not to smuggle or to sell anything from it to anyone, but only for my own use and to give a glass of wine to this or that person who came to buy salted fish or to eat sandwiches—which is my only means of subsistence, as I am a poor woman whose children are supported by the diaconate—in order to entice them to fetch their fish and sandwiches from me; thus, I also did not sell wine to the two deponents, which I can declare under oath and at the same time corroborate with the testimony of two credible persons who were at my house on Sunday and Monday. The ex officio Plaintiff, rejecting what was alleged by the defendant, submits further by way of reply that the bare negation of the defendant cannot avail her, since not only has what is charged against her been proven by two irreproachable witnesses, but the defendant is also known as a person who has too often been guilty of smuggling, without one having been able, however, to demonstrate this other than by a single witness; that furthermore the two persons who could testify in her favor can detract nothing from the truth and probity of the witnesses produced by the ex officio Plaintiff, as it is certain that two witnesses who affirm deserve more credit than a thousand negative witnesses; thus persisting in his conclusion of claim. The defendant, by way of rejoinder, likewise persists in what she has brought forward. The Court holds this matter under advisement until the declarations submitted by the ex officio Plaintiff shall have been re-examined and sworn to. Mr. van der Riet, who advised that—on the grounds that the defendant appears to be ignorant of the manner of proceeding—she should be granted a copy of the claim and attachments, with an order to serve her answer fourteen days from today, adding those declarations which she says she can produce and which would serve as proof of her innocence, had his opinion recorded in the minutes. 450. 451 Blankstein, in his aforesaid capacity, requests by petition an extension until 2 weeks from today. Mr. Johannes Andreas Lauter, for the Honorable Plaintiff, says he has nothing against this. The Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, ex officio, to see an answer served instead to his submitted claim, requests an extension. The Court grants the requested extension until 14 days from today. The former Bookkeeper Menso Blankstein, as general attorney of the burgher Lieutenant Johannes Paulus Eksteen, plaintiff, against The Honorable Independent Fiscal, ex officio, to see an answer served to his submitted claim. The undermentioned assistant of the Honorable Company, Willem Kalver, as representative of the petitioner, produces his answer. Mr. Johannes Andreas Lauter, as aforesaid, acting for the Honorable Independent Fiscal, requests a copy thereof to reply 14 days from today. The Captain Lieutenant Jan Brengeman, who was on the Honorable Company's brig Helena Louisa, petitioner, against The Honorable Independent Fiscal, ex officio, to see an answer served to his submitted claim. As representative of the petitioner, he produces his answer furnished with 5 attachments. Mr. Johannes Andreas Lauter, as aforesaid, acting for the Honorable Independent Fiscal, requests a copy thereof to reply 14 days from today. The Court grants copy to serve with reply two weeks from today. The roll being run through this far, there were brought to the table the documents and muniments that served in the trial by the Honorable Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, against the under-bailiff of the Honorable Company's post De Schuur, Johan Philip Snegelsbergen, concerning smuggling; whereupon the Court, having deliberated with all accuracy and having considered everything that served on the matter, their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, the 452.

Dutch transcription

449 de ged=nen tot purge van haarde, dan EAAchtb:e Heer in deppendent hult zegd dat zij ziek wa ge¬ fiscaal Johan Nicolaas Steeven weert en om die reeden niet had Compareeren kunnen waarvan van sijnden E:d: Eijsscher op en den burger Chirurgijn lange die Jeegens de weduwe Sebastiaan van haar heeft gepractiseerd van Richard ged=ne omme haar eer„ de kunnen getuijgens geenen ste default te surgeeren en gem: adjunit Fiscaal voorts ten Jassh in Cas van ge„ wt Joh h ant:s Lnuter voor den ate Eijsscher posteleerende zegt pleegde smokkelarije te zien diee teegen de Jurge niets in te baenen nen van zoodaanige Eijschen gen, zoo Deges=en de kisten maar Conclusie als den Heer R:d= refundeeren Eijncher zal goedvinden teegens de raad accepteerd de Jurge haar te doen en te neemen, daar mits dat het Effect blijven of te antwoorden en voort te pro„ de gev=tne de korten rebun„ cedeeren als naa rechten. deers de re: &s: Eisscher produceent eene schriftelijk Eisch gemunieerd met 2 bijlangen— de getten. het een en ander hebbende haaren leezen zegd daar op Ik het niet gesmakkeld van den berg is bij mij geweest heeft visitatie gedaan en niets gevonden als een Leedig halfaam, 't welk in de kamer heeft gestaan, en waarin Ee„ dert drie daagen te vooren geen wijn geweest was: — het is wel waar dat ik alzoos een half aan wijn in mijn huijs het gehad dog niet om te smokkelen of om iemand daar uit iets te verkoopen maar alleen tot mijn gebruik en om deeze en geene dieom ongelijde visch te koopen of om booterhammers te eeten 't geen het eenigste middel van mijn bestaan is zijnde ik een arme vrouw welker kinderen doon de diaconij word onderhouden / een glas wijn te geeven, om hun zoo doende te mineren bij mij hun visch en booterhammen te haalen, hebbende ik dus ook aan de twee deparanten geen wijn verkogt, het geen ik onder Eede kan verklaren en teffens bekrachtigen met met het getuigen is van tweee geloofwaardige lieden die zondag en maandag bij mijn aan huijs zijn geweest. —. De 2: d: Eischer het geallegueerde van de ged=ne rejecteerende brengt aij ders voor replicq in dat de bloote negative vande ged„e haar niet kan te slaad koo„ men daar niet alleen het haar te laste gelegd door twee urreprochabele getuigen is beweezen, maar zij ged„te ook bekend staat voor een persoon die zichal te meer maalen aan smokkelarij heeft schuldig gemaakt zonder dat men echter instaat is geweest haar zulx anders als door een singuliere getuijgen aan te toonen, dat voorts de twee persoonen, welke ten haare voordeele zoude kunnen verklaaren niets kunnen afdoen vande waarheid en de probiteijd der door den r:t O: Eijsscher geproduceerde getuigen; als zijnde het zeeker dat twee getuijgen die affirmeeren meer geloof verdienen als duijzend negative getuigen persisteerende dus bij zijn Conclusie van Eisch de ged=ne voorduplicq perristeerd meede hij haar voortgebrachte De raad houd deeze zaak in advijs tot dat de door den 7: d:o Eijsscher ingediende verklaaringen zal wee¬ zen gerecolleerd en beeedigt. Hebbende den Heere van der riet dewelke advijseerde dat men uit hoofde dat de gedtne onkundig schijnt te zijn van de manier van procedeeren, haar zou verlee„ „nen Copia van den Eijsch en bijlaagen, met or„ doe om heeden over veerthien daagen te dienen van antwoord met bijvoeging van die verklaaringen welke zij zegt te kunnen froduceeren en tot bewijs van haar onschuld dienen zouden; desselvs gevoelen in de notulen doen aanteekenen. 450. 451 Blankstein in zijn neeevens„ gem: qualiteijt verzoekt bij re„ „querte atterminatie tot heeden over 2 weeken Mr. Johannes Andreas Pauter voor den Heer zo0: gereg. zegt daar niets teegen te hebben. — De Eeschtt Heer Independent Sidaal Johan Nicolaas Steenen van Lijnden 7: A: gereg om in steede van op deselve ingedienden Eijsch te zien. dienen van antwoord te loo„ ten verzoeken atterminatie De raad accordeerd de vezogte afterminu„ tie tot heeden over 14 daagen den onderafgerr:e gagie ge„ Den op 's E Comp:s Brik Alden adsisterd der E Compe Helena Louisa beschij„ Willem Kalver als gem van den geweest zijnde Capi den reqtz: produceert zijn antwoord Mr. Johannes andrias Puuter als tain Lieutenant de manh: voorsz: voor den Heer endependent boeral ageerende verzoekt daar Jan Brengeman regt. Contra Den oud Boekhouder Menso Blankstein, als generaale gemachtigde van den burger Luitenant de manhr Iohannes Paulus Elsteen regt van Contra als gem: van den reqt: pradu„ Contra „leert zijn antwoord gemun„ Welgeme: E AAchtb. Heer Inde pen¬ „eerd niet 5 bijlaagen Mr. Johannes Andreas Zauter Dent Piscaal R:O: gereq. omme als voorsz: voor den E Achtb Heer op desselvs ingedienden Eijsch te Jndependent fiscaal ageerende verzoekt daar van Copie om hee„ zien dienen van antwoorde den over 14 daagen te repliceeren Deraad fiat Copia om heeden over Twee weeken te dienen van replicq. — De rolle dus verre afgeloopen zijnde wierden ter Tafel gebragt De stukken en munimenten gediend hebben„ de in het proces door den Heer Jndependent fiscaal alhier Johan Nicolaas Steeven van Lijnden op ende Jeegens den onderbaas van 's E Comp:s post de schuur, Johan Philip Snegelsbergen over smokkelarij; waarover de raad met alle accuratiore gedelibereerd hebbende, en overwoo¬ „gen al het gunt ter materie was dienende; in hebben hun E: E: Achtbr Recht doende uit Naam en van weegens de Hoog moogende Heeren Staa¬ ten generaal der VerEenigde Neederlanden, den 452.

← previousnext →