Inventory 10989
Cape · 538 pages · 99 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
230. For her in every way advantageous decision, to proceed to no condemnation or determination of the Tantum which would be paid out of the petitioner's husband's estate before and until under oath declarations were obtained here from all the persons who were noted on certain lists by the commissioners specially appointed for that purpose who had spent time tracing the deficit of the Honorable Company from the transfers, warrants, and cash books. That it has also come to the ears of the petitioner from third parties that, according to the inquests obtained thus far, much has already been found to the advantage of her estate, that several people have been remitted the lord's duty, that some had also paid the moneys into the cash and others again to clerks at the political secretariat, as has been recounted to the petitioner herself by various such deponents; so that she trusts that this point, speaking entirely to the advantage of an unfortunate woman and children, will not escape the attention of your Honors. Yet, Honorable Worshipful Sirs, just as on the one hand she also understands very well that however actively one may proceed, it will nevertheless not be possible 231. to obtain all the required inquests, for now at least not within one and possibly two years, from the residents living so far inland, and to better inform your Honors regarding the moneys of the petitioner, so on the other hand the petitioner is also convinced that regarding the state of her estate during all that time she remains in the same uncertain maelstrom in which she has hitherto operated; not only that, but that even therefore those decent attempts which the petitioner's husband might make with the sovereign to obtain pardon, absolution, remission, or other permitted means to be relieved from the pursuit of those who represent the right of the high authority, could be rendered fruitless and made of no effect, besides that she and hers must still constantly sigh under the grievous reproach that the Honorable Company will fall short on her estate. And 232. And whereas their intention is now, if possible, through their intercession to cause all claim to cease that is made on account of the demand for the Honorable Company regarding the petitioner's estate, under this express condition, however, that to the petitioner or the interested parties, if they sufficiently demonstrate that more moneys have been paid to the Honorable Company than the petitioner's husband actually enjoyed, all the excess paid in the aforementioned manner will be refunded. Therefore the petitioner turns hereby to your Honors with a very humble request that it may provisionally be the highly favorable pleasure of your Honors to determine how much the demand of the Honorable Company on the estate of the petitioner's husband currently amounts to, after deducting what is evident from the declarations already obtained, to the end that the petitioner, after being informed of this, can deliberate further with her family and proceed in this matter with certainty. 233. Trusting that your Honors, in view of the unfortunate circumstance in which the petitioner finds herself, who, being married to her husband in community of property, is thus also held responsible for the debt, notwithstanding that very shortly before this blow struck her the estate was augmented with f 40000 by an inheritance from the petitioner's father, will grant a favorable apostille upon this request. Which doing, etc. Was signed Yda Margaretha Alleda married Iborak. After the reading of which, the Independent Fiscal having requested a copy of the same petition in order to serve his considerations thereon, this request was agreed to and in the meantime the aforementioned petition was held for advice. Beneath stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Below: In my presence. Was signed W. J. v. Rijneveld, Secretary. Monday the 31st of May 1790. The Independent Fiscal here, Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, having made known to the Honorable Worshipful Lord President how His Honor, as appears from minutes held before commissioners on the 30th of April last, had struck a composition with the burgher Gotfried Fredrik Koch, then sitting in detention, for a sum of 2500 rds in this manner, that the said Koch should provide sufficient security for that sum on the very same day, without which suretyship the composition would be held as not made; that however the repeatedly mentioned 235. Koch, as he was not in a position to provide that suretyship, had offered to His Honor provisionally, for the security of the said sum, to specifically bind on that same date his following male and female slaves located here, namely Pieternel of the Cape Lena of Onrust Amelia of the Cape Casar of Bengal Maij of Ternate Frans of Mozambique and September of Malabar Until such time as he should be released, when he would at once ensure that the necessary security were provided or the agreed moneys de facto paid in cash; His Honor, upon this offer, had also accommodated him, Koch, and entered into the aforementioned further agreement; pursuant to which on the 3rd of this month
Dutch transcription
230. Voor haar allezints avantageus besluit, om tot geene Condemnatie of bepaaling van het Tantum het welk uit der suppte. mans boedel zou worden opgebracht te treeden voor en aleer van alle de per¬ zoonen welke door de daar toe Expresgestelde gecom„ mitteerdens die gevaceerd hadden, om het defecit der EComp=n uit de Transporten ordon: en Casoa boeken naa te speuren op zeekere lijsten genoteerd, alhier on der eede verklaaringen waaren ingewonnen. Dat dan ook weeder aan de suppt. van ter Zyde is ter oozen gekoomen, dat men ingevolge de tot noch toe ingewon ne Enquesten reeds veel tot voordeel van haaren boedel had gevonden dat verscheidene lieden het heeren regt is geschonken geworden, dat ook zommige in de Cas en andere weederom aan Clercquen ter politicque secretarije de penn: hadden afbetaald gelijk het een ander door diverse van zoodaanige deposan „ten aan de supp=te zelve is verhaald; zoo dat zij vertrouwd dat dit poinct als volkoomen tot voordeel van eenon gelukkige vrouw en kinderen spreekende, de attentie van uwelEde achtb. e niet zal schappeeren, Dan welEd:e Achtb=r Heeren, gelijk zij aan den eenen kant ook zeer wel inziet dat hoe actiefmen ook mooge te werk gaan het eevenwel niets moogelijk zijn 231. zijn zal alle de gerequireerde Enquesten voor eerst ten minsten niet binnen een en moogelijk wel twee Jaaren :/ van de zoo verre landewaards inwoonende ingezeetenen inte winnen, en uwel Ed=e achtben noopens de penn: van de Luppten. in Staat van wijzer te brengen zoo is zij supp=te. aan den anderen kant ook overtuigd dat zij nopens den staat van haaren boedel geduurende al dien tijd in dezelve onzeekere maalstroom blijft als waar in zij tot nog toe geverveert heeft niet al„ leen maar dat ook zelfs daarom die betaame „lijke progingen welke der supp=te man mis„ schien bij den souverain tot verkrujging van Pardon, Absolutie, remissie of andere gepermit„ teerde middelen om van de poursuiter van de geenen die het recht der hooge overigheid waar„ „neemd te worden ontheeven, zoude kunnen ontheeven infructueus gemaakt en buiten Effect gesteld, behalven dat zij en de haaren nog steeds moeten zuchten onder de grievende verwijting dat d' E Comp=e bij haaren boedel zal te kort schieten. En — 232. En daar nu hun aogmerk is om waare het moogelijk door hunne intercessie als aanspraak die weegens de pretensie welke voor d' EComp=e weegens der supp„te boe„ del gemaakt word te doen Cesseeren onder die Ex¬ preise voorwaarde nogthans, dat aan de suppte. of de geinterresteerdens zoo zij voldoende aantoonen dat er meer penningen aan d E Comp:e zijn uijtbetaald als der suppliante man werkelijk genooten heeft al het in voegen voorschreeven te veel betaalde zal worden gerestitueerd. Zoo werd zich de supp=te bij deezen tot uw Edele achtb=e met zeer ootmoedig versoek dat het provisioneelijk van uwelEdele Achtbe hoog gunstig welbehaagen zijn moage te bepaa len hoe veel tans de pretentie der E Compagnie op den boedel vander suppte. man naa af¬ trek van het geen uit de reeds ingewonne verklaaringen Consteerd komt te bedraa¬ gen ten eijnde zij suppte. naa hier van geinformeerd te zijn met haare familie verder kan te raaden en in deezen met zee¬ kerheid 233 „kerheid te werk gaan Vertrouwende de supp=te dat uwel Edele Achtb:e uit hoofde vande ongelukkige omstandigheid waarin de supp=te zig be„ vind die met haaren man in gemeenschap van goederen gehuuwd zijnde dus voorde schuld meede responsabel is gehouden niet teegenstaande heel kort voor dat haar deeze slag getroffen heeft den boedel door een Erffe„ nis vander Suppte. vader met ƒ 40000 is ge„ „augmenteerd op dit verzoek zullen ver„ leenen gunstige appostille /onderstond:/ twelk doende W=a /was geteekend Yda Mar„ „garetha Alleda getrouwd Iborak. Naa welkers lectuure door den Heer in dependent fiscaal verzogt zijnde Copia van hetzelve request ten einde daarop te die„ „nen van 26 Consideratien. — zoo is in dat verzoek bewilligd en in middens het voorsz: request in advijs gehouden /:onderstond:/ Aan Cabae 234. Aan Cabo de goede Hoop die et annous fu„ pra /lager:/ Mij present /was geteekend WJ V Rijneveld Seertz Maandag den 31 Meij 1790 Door den Heer Indepens Fiscral alhier Johan Nicolaas Steeven van Lijnden aan d' E Achtb Heer president te kennen zijnde gegeeven, hoe zijn E: blijkens notulen voor Heeren gecom op den 30 april Hl: gehouden de Comparitie met den als toen in ditentie zittende burger gotfried fredrik koch voor een somma van 2500 rd=s hadde getroffen in deezer voegen dat gem: koch nog voor die som op denzelvden dat zoude moeten stellen sufficiente Cautie zond welke borg stelling de Compositie zoude wer„ den gehouden voor niet gedaan dat echter meerm: 235 meerm. koch als niet in staat geweest zijn„ de die borgtogt te stellen aan zijn Ed=e had laaten aanbieden om provisioneelijk tot securiteijt van gemelde som nog op dien„ zelfden datum specialijk te verbinden zijne volgende zig hier aan bevindende slaaven en slavinnen als Pieternel van de Caab Lena van onrust Amelia van de Caab Casar van Bengalen. Maij van Ternaten Frans van mosambicque en september van mallabaar Tot tijd en wijlen hij op vrije voeten zoude zijn ge„ koomen als wanneer hij terstond zoude zorgen dat de noodige Cautie wierde gesteld of de bedon„ „gene penningen de facto Contant opgebragt; zijn Ed=e op deeze offerte dan ook hem koch was te gemoed„ gekoomen en tot de voorsz: naadere overeenkomst getreeden; ingevolge van welke op den 3 deezer maand
English
month of May a proper notarial deed was passed whereby Koch had declared specially to bind the aforementioned slaves as stated above for the sum of 2500 rds agreed upon in the settlement and to submit the same slaves to the execution of all Lords, Courts, laws, and judges, and in particular the jurisdiction of the Honorable Council of Justice of this Government, in the event he could obtain no further security nor promptly pay the aforementioned moneys. That His Honor had also expected that the said Koch would have applied himself to satisfy the aforementioned obligation, but since His Honor had now already exercised patience for a month without Koch, despite having been repeatedly admonished thereto and having also made a promise either to provide surety or to pay the money, having satisfied either one or the other; His Honor therefore and in consideration that the said slaves had been detained here in custody since that time, and would moreover be exposed to illness by a longer delay and cause further expenses; requested of the said Honorable Lord President that the mentioned slaves might be sold judicially, both for the sum agreed upon in the settlement and for the costs incurred in this matter. Which proposal having been presented in that manner by me, the undersigned, by order of the often-mentioned Lord President, by vote to the respective members of the Council. Thereupon authorization was granted to the secretary of this council for the sale of the said slaves in the manner prescribed above. While, however, Mr. van der Riet, who hesitated to consent to this request, caused his opinion to be recorded in the minutes to be kept regarding this matter. Below stood: At Cape of Good Hope, day and year as above. Lower: Which I attest. Was signed: W J v Rijneveld, secretary. Thursday the 10th of June 1790. In the morning, present the Honorable Lord Johannes Isaak Rhenius, president, and all the members, except the Honorable Lords Rönnenkamp, van der Riet, and De Wet, the two first-mentioned on account of indisposition and the last-mentioned on account of business. The Independent Fiscal of this Government, the Honorable Lord Johan Nicolaas Steeven van Lynden, ex officio plaintiff. Against The assistant of the Honorable Company suspended from wages, Sr. Jacobus Verfeuil, defendant, to hear such claim and conclusion as the said Lord Fiscal ex officio shall see fit to make and take against him, defendant, over and regarding an insulting insinuation with respect to the Lords Members of this Honorable Council, used by him against the court messenger, to answer thereto and further to proceed according to law. The Lord ex officio plaintiff produces a written claim furnished with an appendix. The burgher Jacobus van Leeuwen, as authorized agent of the defendant, requests a copy thereof in order to serve with an answer four weeks from today. The Lord ex officio plaintiff says thereupon that His Honor cannot understand for what reasons one now seeks to deviate from the usual term, if this is not done solely to delay the case, and thus requests that the defendant may be ordered to answer in 14 days. The defendant persists in his request, saying at the same time that he requests a term of 4 weeks because his principal is ill and he himself is also not well. The Council grants the defendant the requested copy, in order to serve with an answer 14 days from today. The Honorable Independent Fiscal, ex officio plaintiff. Against The Heemraad of Stellenbosch, the Honorable Daniel de Villiers, Jr., respondent, to hear pronouncement made regarding a certain appeal requested by him, respondent, with expenses. The Lord applicant submits a dictum to the roll of the following content: Upon consideration of the request made by the burgher Jacobus van Leeuwen in his capacity, it has appeared to the undersigned that the appeal requested therein cannot be granted by law, because, the petitioner's principal having been unable to deny the fact, it is consequently also certain that he had already incurred the usual fine of One Thousand guilders prior to the pronunciation of the sentence, and that the sentence of Your Honors therefore in effect only contains a declaration that the fact committed by the petitioner's principal, or rather his servant in the name of the master, was fully proven and fell within the terms of the law. The petitioner in his capacity also seems himself to have felt the impropriety of the request made by him because he declared so emphatically on behalf of his principal to have lodged an appeal. Furthermore, may it please Your Honors to remark that if one wished to grant appeals in similar cases, it would become almost impossible for an officer effectively to prevent smuggling, because people—which the undersigned does not expect of C. de Villiers—would always allow themselves to be constrained to payment, thereby obtaining the opportunity to
Dutch transcription
236. Maand Maij daar van een behoorlijke secretariee„ „le acte was gepasseerd waar bij hij koch hadde verklaard voorm: slaaven als booven is gezegd speciaalijk te ver„ binden voor de bij Compositie bedongene som van 2500 rd=s en dezelve slaaven bij aldien hij geen naade„ „re securiteijt konde bekoomen noch de voorsz: pen„ ningen prompt voldoen daar voor te stellen ter Executie van alle Heeren Hooven regten en rechteren en in sonderheid de Judicatuure van den Eedelen Achtbaaren raade van Justi„ „tie deezes gouvernements Dat zijn Edus ook hadde verwagt dat gem: koch zich zoude hebben bevlijtigt om aan voor verbintenis te voldoen, edog dewijl zijn E: nu reeds een Maand gedult had geoeffend zonder dat koch niet teegenstaande hij daar toe telkens was aangemaand geworden en ook belofte gedaan had oi Cautie te stellen of de penn. te betaalen nog aan het een of ander had voldaan; zijn E: over„ zulx 1: 237 overzulx en ter Consideratie dat gem: slaaven zeedert dien tijd alhier in Eech„ „tenis hadden gezeeten, mitsgaders door een langer vertoef aan ziekte geExponeerd zoude worden en meerdere korten veroor„ zaaken; van gemelde AAchtbr Heer, president verzochte, dat gerepte Haa„ „ven, zoo voor de bij Comporitie bedongene som als in deezen gevallene kosten gerech„ telijk mogte worden verkogt. Welke voordragte door mij ondergete „kende in dier voegen ter ordre van wel„ opgemelde Heere President, bij omvraag aan de respective leeden des R Raads voorge„ steld: zijnde. Is daarop tot den verkoop der gemelde slaaven invoegen voorschreeven op den secreta„ „ris deezes raads qualificatie verleend ge„ „worden Terwijl 238. Terwijl echter den Heere van der Riet dewelke tificulteerde om in dit verzoek te bewilligen desselvs gevoelen in de Hier omtrend te houdene notulen heeft doen aan teekenen. /onderstond:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anna ut supra /loger:/ Quod attestor /was geteekend:/ W J vRijnen„ „veld secretz Donderdag den 10 Junij 1790 'S Voordemiddags present de E Achtb e Heer Johannes I„ saak Rhenius president en alle de Leeden, demp¬ tis de E Achtbe. Heeren Rönnenkamp van der riet en de wet, de beijde eerstgem: bij indispositie en de laatstgend:e bij occupatie — De Heer E: O: Eijsscher Jora„ Den Jndepent Fiscaal deezes gou„ duceerd een schriftelijke Eijsch vernements de E Achtb„e Heer gemunieerd met een bijlaage Johan Te - 1239 Deburge Jacobus van Leeuwen als Johan Nicolaas Steeven van Lijn¬ „den r: d: Eijsscher gen:e gemachtigde van den ged=e ver zoekt daar van Copia ten einde heeden Contra over 4 weeken te dienen van antwoord den onderafgesz: gage gestelde Den Heer r: d:o Eijsscher zegd daar adsistent der EComp:e S:r Jaco„ op dat zijn E niet begrijpen kan, om wel„ bus verfueil ged:e omme te „ke reedenen men tans van het gewoone aan hooren zoodaanige Eisch Termijn tragt afte wijken zoo zulx en Concusie als gem: Heer niet alleen geschied om de zaak op de lange baan te schuiven en ver„ Feraal R: O: zal goedvin„ zoekt dus dat den ged=e mooge den teegens hem ged„e te doen werden gelast, om over 14 daagen te antwoorden de ged„e persesteerd en te neemen over ende ter bij zijn verzoek, zeggende tefffens zaake van een injuriende dat hij een termijn van ½ weeken indimulatie ten opzichte verzoekt om dat zijn pC„l ziek van de Heeren Leeden van is en hij zich ook niet wel bevind deezen E Achtb„e raade door hem Jeegens den gerechts boo de gebeezigd daarop te antwoor„ den en voorts te procedeeren als naarechte De Raad verleend den ged=e de verzag„ te Copia, om daarop heeden over 14 daagen te deenen van antwoord. Gen 240. gem UE Achtte Heer inde„ de Heer reqt. legd over een pendent fiscaal E:d„ dictum ter rolle van navolgende inhoude Eijssr bij overweeging van het door Contra den burger Jacobus van Leeuwen qq gedaan verzoek is het aan den den Heemraad aan Hel„ lenbosch d E Sande onderget: te vooren gekoomen dat het daar bij verzoefte appel aan den1 regt niet kan worden toegestaan villiers spz gereqe om¬ om dat des supp„l ppr het beit me weegens zeekere daar niet hebbende kunnen ontkennen hem gereqn. verzogte appel het dienvolgens ook zeeker is dat belangen te hooren pro¬ hij reeds voor de pronuntiatie van het vonnis in de gewoone zoneeren Cum Expensis boete van Een Duijzend gulds: was vervallen en dat dus het vonnis van uuwel Ed=e Achtb=e in efec„ te alleenlijk eene declaratie behelst, dat het feit door des suppt voor pp„t dan wel deszelvs knecht nomini domini begaan, volkoom was geprobeerd en in de termen van de wet kwam te vallen ook schi de suppt. qq zelvs te hebben gevoeld de ongegaandheid van het ver„ zoek door hem gedaan om dat zoo nadrukkelijk betuijgd oplaat van zijn pp=l appel te hebben geinterjecteerd, voorts gelieven UEE: Achtb=e te remarqueeren dat indien men in zoortgelijke gevallen appo wilde accordeeren het aan een officier bijna onmoogelijk zoude worden de sluikerijen met Effect te verhinderen om dat men zich 't geen de onderget:e van /C: de villiers niet verwagt:/ Altoos laaten de onstringeeren tot de betaaling en daar doorgeleegentheid krijgende om te
English
to appeal, meanwhile through repeated retail selling could earn so much that one could very easily make good the legal costs and on top of that still enjoy an ample livelihood for oneself, to the actual prejudice of the leaseholder and consequently also of the interests of the Honorable Company; and on these grounds the undersigned trusts that your Honorable Worships will kindly dismiss the request of the petitioner, especially since it is in viridi observantia before this court of justice that one is not accustomed to grant appeal over such fines determined by law (see Criminal Court Roll of 22 January 1789), besides also that it is a constant custom throughout all of Europe that the decision over frauds and whatever further pertains to financial matters must be left to the decision of the local judge, as being best able to appreciate the consequences that such frauds can bring about to the detriment of the place situated under their jurisdiction. (underwritten:) Thus entered on the roll the 10 June 1790. Which having been read, His Honor added thereto verbally that it would be extremely burdensome for the Fiscal Office if, over a fine on account of smuggling determined by placard, such lengthy proceedings were admitted, especially when one considers not only that the fine is divided one-third for the informer, one-third for the general leaseholder, and one-third for the officer, who in turn cedes one-half of that to the adjunct fiscal, so that the actual fine that the fiscal draws for his purse is very small, but that moreover the officer does not even need to entangle himself in proceedings over such matters, since the placard immediately determines the fine and he could suffice with summoning the offender in order to see execution decreed, as otherwise in so doing all placards of the government regarding domestic matters could be made illusory. Whereupon the citizen Jacobus van Leeuwen, as attorney of the required party, came forward to submit a document entitled Counter-Interests, reading: Counter-interests drafted and submitted with the requisite respect to the Honorable Worshipful Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Worshipful Council of Justice of this government at the Cape of Good Hope, by and on behalf of the citizen Jacobus van Leeuwen, as substituted attorney of the Comforter of the Sick here, Sr. Willem Herold, who is the general attorney of the Heemraad at Stellenbosch, D. C. Jan de Villiers, Jan's son, having acted for the defendant, in this case appellant, on the one part, against the Independent Fiscal, the Honorable Worshipful Johan Nicolaas Steven van Lynden, appellee on the other part. Honorable Worshipful Gentlemen. The appellant will have the honor to state with the requisite respect that, by special order of his principal's attorney, the Comforter of the Sick mentioned in the heading of this, under date of the 27th of the past month of May, he caused this Honorable Worshipful Council to summon the Independent Fiscal, the aforementioned Honorable Worshipful Van Lynden, to hear requested a writ in case of appeal to the High Court of Justice of the Castle Batavia from such sentence as was pronounced by this Honorable Worshipful Council under date of the 20th of the last-mentioned month of March, to the detriment of the aforementioned defendant, in this case appellant. That on the day appointed the requested writ was contested by the aforementioned Honorable Worshipful Independent Fiscal and a copy of the submitted petition requested in order to serve today with statements of interests, just as the attorney of the appellant was for that purpose duly and lawfully served at the proper time, and therefore with appropriate decency takes the liberty to serve today with counter-interests, and proceeding thereto reflects: That, however much the officer might be pleased to maintain that in this case if the requested writ were granted, such would be of the most dreadful consequences for the Fiscal Office, with all due respect, this objection cannot be considered to be of such force and effect that the appellant should thereby be deprived of a legal remedy that is received in practice before all courts and tribunals in the Netherlands and in valid observance, so that in the 198th and 205th articles of the instructions of the court one explicitly finds these notable words: everyone is free to appeal from sentences, judgments, appointments, and other dispositions wherein he believes himself to be aggrieved; indeed, even a third person may appeal for his interest, according
Dutch transcription
241 te appelleeren ondertusschen met herhaald te tmatkelen, zoo veel zou kunnen verdienen dat men zeer gemakkelijk de pro„ „ces kosten goedmaaken en daar en booven nog voor zig zelven een ruim bestaan genieten konde tot werkelijke presudiere vanden pochter en bij gevalg ook van de belangens van d b Compagnie en of deeze gaanden vertrouwd den ondergeteekende dat uwel„ Ed=e achtb e het versoek van den supplt oyq wel zullen ge„ lieven te wijzen vande hand vooral daar het hy deeze vier schaar in viridi observantia is dat men over dergelijke bij de wet bepaalde boetens het appel niet gewoonis te re„ „cordeeren V: Crim: Richt rolle van 22 Jann 1789 be„ halven ook dat het door gantsch Europa een Constant gebruik is, dat de decisie over fraudes en het geen verder het financie weezen aangaat, ter decizie van den plaatze lijken rechter moet worden overgelaaten, als best kunnende appretieeren de gevolgen, die zoodaanige fraudes ten naadeele der plaatze onder hunne Juriodictie geleegen kunnen naa zich sleepen /:onderstond:/ Aldus ter rolle gedesteerd den 10 Junij 1790. Het welk geleezen zijnde voegde zijn E daar noch mon„ „deling bij dat het voor het officie Percaal ten uitterste lastig zoude zijn bij aldien over een koeteweegens smokkelarij bij pla„ „caat bepaald, dergelijke langwijlige proceduures wier„ den geadmitteerd, voor al wanneer men niet alleen Con¬ sideert dat de boete word verdeelt 1/3 voorden aanbren„ ger '½ voor de generaale pachter en 1/ voor den officier welke daar van weeder 1½ aan den adjunct fiscaal af staat; zoo dat de eijgentlijke boete welke de fircaal voor - 242. voor zijn brive trekt zeergering is maar dat ook boovendien den officier niet eens noodig heeft zich over dergelijke zaaken in proceduures te wikkelen alzoo het placcaat daadelijk de boete bepaald en hij konde volstaan om den Contraventeur te doen dogvaarden ten einde Executie te zien decerneeren daar anderzint zoo doende alle placaaten der regeering weegens domerticque zaaken zoude kunnen worden illutoir gemaakt. — Waar op den burger Jacobus van Leeuwen als gem van den ge„ requireerde kwam over te leggen een geschrift geintituleerd Con„ trabelangen; luidende. — contra belangen gedaan maaken en met de verEischte Eerbied overgegeeven aan den welEde achtbe Heer Johannes Isaak Rhan Arsident beneevens de verdere E Achttbe Raad van Justitie vasle gouvernement aan klade goede Hoof door en vanweeg den burger Jacobus van Leurerden als geaudstitueerde geme. van den Rlekentrooster alhier Sr Willem Herolt die ge„ raale gem:e is van den Heemraad te stellenbosch D C Jan de williers JOZ voor verweerder geageerd hebbende in dit te appellant ter eenre op ende Jegens den independen Picaal D E Achtbe. Heer Johan Nicolaas Hteeven van zijnden v o Eiev. han g'appelleerde WelEdele Agtb=e Heere. en 6. 8 Heeren appellant zal met de verEijschte eerbied de Eere hebben - 243 hebben te zeggen, dat hij op speciaale tast van zijn pp„ts gem:) den in den hoofde deezes geme Ziekentrooster sub dato 27 der Jongstleedenen maand meij van deezen E Achtb:e raade heeft doen en laaten requireeren den independent Dircaal welgem: E Achtb=en Heer van Lijnden, omme te haaren verzoeken mandament in Cas dappel naa den hoove van Justitie des Casteel Batavia van zoodaanige eonnis als door deezen EAAchtb=e Raade sub dato 20. der laatstl: maand Maart, ter nadeele van den Jpt eex weerder in dit Cas appellant is gepronuntieerd: geworden. Dat ten daage dienende het verzogte mandament door wel„ gem: E Achtb Heer Jndependent Fiscaal was gedebatteerd en van het ingediend request verzogt Copia om er heeden op te dienen van belangen, zoo als den qq appellant ten dien eijnde ter behoorlijker zijd wel en wettig quiiteerd geworden zijnde, dan ook met de ge„ paste decentie de vrijheid neemt om heeden daarop te dienen van Contrabelang en daar toe overgaande reflecteeren. — Dat hoe zeer den Heer officier zoude gelieven te sustineeren dat in Cas alhier het verzogte mandament wierd verleend zulx voor het officie fiscaal van schroomelijkste gevolgen zoude zijn Dat onder welneemen dit objecteerde niet kan worden aange„ merkt te weezen van de kragt en uitwerking dat daar door den sp=s appellant zoude verstooken werden van een rechtsmiddel dat voor alle hooven en rechtsbanken in Neederland en practijcq is ge„ recipieerd, en in vraede observantie, invoegen dat men het 198, en 205 articul van de instructie van den hoove uitdrukke„ lijk vind deeze notabele woorden, het staat een ieder vrij te appelleeren, van sententien, vonnissen appoinctementen en ande„ re disporitien, waar hij hij meend te zijn geagraveerd Ia kanen mag zelfs een derde perzoon appelleeren, voor zijn intrest, aal„ gens 1
English
according to the doctrine of Merula folio 185, when justice is done by order ad gratiam, see Munniks Heedendaags Rechtsgeleerdheid Book 48, Nieuwstad and Koorn Hollandse Practijk Observation 36; and that this legal form of the Netherlands not only rests on reason and equity, but is also grounded both in the Jus hodiernum and in the Jus Romanum, is a proven fact. It is for this reason that one reads in the first law of the Pandects de appellationibus these words of Ulpian: for while the appeal is an ancient and customary practice, it is at the same time necessary that it be applied all the more strictly when one considers the end of it, for it can be unknown to no one that therein, namely the appeal, everything is examined afresh with precision and corrected, and therefore it is rightly called a beneficium juris ad supplendum illud quod in prima instantia vel per judicis vel per advocatus procuratorisque praetermissum est, see the Codex Pandectarum de appellationibus, saying: the appeal is a privilege of the law to correct that which was neglected in the first instance and was overlooked both by the judges and by the advocates. And thus, with all due respect, it would in the first place be a notorious hardship that an honest man, deeming himself aggrieved by a judgment subject to appeal, should not be permitted to enjoy a benefit granted to him by law; but perhaps one might still object on the side of the officer that in the case of a fine or pecuniary penalty, as being arbitrary, no appeal can be granted. The appellant in his capacity will here again point out that this applies when such a fine is imposed upon the condemned party in summary proceedings, namely without the regular form of action. Consequently, it is self-evident that this objection has no place when a case is formally concluded. All the more so when your Honourable Worships please to be informed that, in addition to all this, the appellant's servant Steeven van der Hart absconded with a considerable sum of money and has remained absent to this day. And thereby proves to the satisfaction of the judge and council to be a person who seems to have applied himself solely to ruining the appellant. So that it appears sufficiently therefrom that the appellant in his capacity therefore trusts that your Honourable Worships will not make the slightest difficulty in favourably granting him the requested mandate in case of appeal. Therefore, the appellant, hastening to the conclusion, attaches this hereto to serve as counter-arguments. Imploring hereto and upon all things your Honourable Worships' noble and benign judicial office. Was signed: J. V. Leeuwen, in his capacity. In the margin: Exhibited in court on the 30th of June 1790. Number 3. After the reading of which, the petitioner brought forward that the aforementioned writing of counter-arguments requires no refutation; that it either contradicts itself in all respects or cites matters that are irrelevant to the case at hand; that only the dreadful consequences cited by the respondent would be to be feared if the officer were colluding with the judge; but that since such is not the case, the officer being constantly subject to the judge, this fear of the respondent is therefore entirely unfounded; and that further, regarding the appeal, the positions of the respondent do indeed hold true insofar as a case left to the discretion of the judge is adjudicated here; but that, however, as in this case, when the fine has been determined by the government, then no appeal can lie against the condemnation or decree of the judge, since the judge sits solely to maintain the edict and to decree execution against violators according to the decree, persisting therefore in the aforementioned submitted dictum. The Council, after deliberation of that which was brought forward by the parties, declares that in this case no appeal lies, consequently denies the request made by the present respondent, and condemns the respondent in the costs. The Honourable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, plaintiff, against the merchant and former District Commissioner of the Swellendam Colony, the Honourable Constant van Nult Onkruijdt, and the former Secretary of the said Colony, W. Mense Blanksteen, defendants. The Officer appearing exhibits a written claim to which are attached six annexes. The citizen J. V. Leeuwen, legitimizing himself with a special power of attorney granted to him by the first defendant, Constant van Nult Onkruijdt, requests a copy of the submitted claim and documents in order to serve with an answer four weeks from today; but that at the same time the second defendant may be permitted to answer not jointly with the first defendant, but separately, in order to hear such claim and conclusion as the Honourable Plaintiff, on account of extreme negligence and dereliction of duty in the performance of the posts entrusted to them, shall deem necessary to take against the same, to answer thereto and further to proceed according to law. The Honourable Plaintiff says he has no objection to the requests of the defendants, and will allow the second defendant to submit his answer separately, but nevertheless believes that the defendants have no reason to request a term of four weeks and thus to postpone the matter. The defendants answering thereto that the gravity and complexity of this case make that request necessary, besides that the second defendant is also lying sick in bed and is thereby rendered unable to carry out what is necessary in this matter. The Council grants copy and a term of four weeks.
Dutch transcription
244. „gens de leere van Merula fo 185 als het sechl geschied bij ordre adgra dem adgratiam, vide Munniks heedendaags rechtsgeleerdheid Lib:. 48 Nieuwstad en koorns Holland: practijcqs obserd: 36 en dat deeze rechtsform der neederlanden niet alleen steunt op reeden en billijkheid, maar ook gegrond is zoo op het Jus hodiernum als op het Ju Romanum, is een beweezen zaak. — Het is hier om dat men leest in de arstervet Jandectarum de appeli tionibus deeze woorden van ulphianus wan alzo wel de appel is een oud en gewoonlijk gebruik zoo is het ook teffens noodzaakelijk dat zulx t meer strengeerd wanneer men het op het eijnde want het kan niem# onbekend zijn dat daarove te weeten het appel, de novo alles naauid keurig word nagegaan en verbeeterd en daar om te recht genaamd een beneficium Juris ad Spulendum illud quod in prima instantia¬ vel per Judicis vel per advocatus procuratorisque pretermissum ext vide Codex pandatarum de appellationibus zeggende 't appel is een voorrecht van het recht om te verbeeteren het geen in de eerste instantie is verzuijmd en zoo door de rechters als door de advocaten is over het hoofd gezien; En dus zoude het onder welnamen in de eerste plaats een notoire hardigheid weezen dat een honnet maa bij een vennis af „pel subject zich geagraveerd agtende niet zoude moogen Jou „deeren van een wildaad hem bij de wet gegund; maar moogelijk zoude men aan de kant van den Heer officier nog teegenwer„ pen, dat aan een boete of geld boete als zijnde abbitrair geen provocatie kan werden verleend; den qq appellant zal hierop al weederom te manqueeren dat wanneer bij kort recht te meeten zonder fegulier van face zoodanig 245 zoodaanig een boete den gecondemneerden word opgelegd. — Invoegen het zig zelven wijst dat deeze „objectie geen plaats heeft wanneer een zaak formee„ lijk word besleijt Te meer wanneer u welEdele Achtb:r gelieven geinformeerd te zijn, dat des appellants knecht steeven van der Hart booven dit alles nog met een aanzienlijke sommetje doorgegaan en zich tot dato deezes geabsenteerd heeft. En daarmeede den rechter ten genoegen met er raad bewijst te weezen een persoon, die het alleen om den appellant te ruineeren schijnt te hebben toegelegd Invoegen dat daar uit genoegzaam blijkt, dat den pp=r bappellant derhalven vertrouwt, dat uwel Ede Achtb=e geen de minste zwaarigheid maaken zullen, het ver„ „zogte mandamente in Casdappel aan hem goedgun„ „stig te appelleeren. — des zal den appellant zig dan ten eijnde haasten „de hier bij sluitende deezen laaten dienen voor Contra belang Imploreerende hier toe en op alles uwe welEd:e Agtb=r nobile ac benignum Jndicis officium. — /:was geteekend:/ J: V: Leeuwen qq /in margine/ Exhibitum in Judicio de30 Junij 1790 N3 Na welks lecture den Heer reqt. inbragt dat voorsz: schrif tuur van Contra belangen geen retutatie noodig heeft dat dat zelve of zich in alle opzichten teegenspreekt, of zaa¬ ken aanhaald die in Cas subject niet te pas koomen dat alleenlijk de schroomelijke gevolgen welke den geregtn. aan¬ „haald te vreezen zoude zijn wanneer den officier met den dochter solludeerende, maar dat dewijl zulx geen plaats heeft, als zijnde den officier steede aan den rechter gesub¬ mitteerd, deeze vrees van de genegt dus zeer ongefundeerd es en dat voorts belangende het appel de poritien van den ge„ req: wel in zoo veere doorgaan wanneer een zaak aan den arbitrium Judicis overgelaaten zijnde alhier word bevonmind„ maar dat echter, gelijk in dit geval, wanneer de boete door de re„ goeringe is bepaald, als dan ook op de Condemnatie of decretatie van den rechter geen appel kan vallen, alzo de rechter alleen zit, om het placcaat te maintineeren, en teegens de Contra„ venteurs de planc Executie te decerneeren, persisteerende dus bij 't voorsz: ingediend dictum:— De Raad naa overweeging van het door parthij voortgebrachte verklaard dat in deese zaak geen assel vald, ontzegd mitsdien het door den thans gereg. gedaan verzoek en Condemneert den gereg„t in de kosten. de Heer r:d:o Gpsr:n Exhibeerd Meerm:r EAchtb=re Heer Jndepen„ eenen schriftelijken Eijsch dent Fiscaal Johan Nico„ waarby 246. Claas — 247 waarbij gevoegd zijn zes bijla„ geni den burger J: V: Leeuwen zig met een door den eerste gede den Coopman en Oud Landt Constant van Nult onkruijd op hem verleedene speciale procu„ Diort der Calonie Zwellen„ ratie legitimeerende verzoekt „dam de Heer Constant van van den ingediende Eijsch en stuk„ ken Copia, ten einde heeden over Nult Onkruijdt en den 4 weeken om te dienen van antwoord oud secretaris van gem: Colonie maar dat teffens aan den 2=e gede W Mense Blanksteen ged=e mooge worden geaccordeerd om ter einde te aanhooren zooda„ zig niet Communicatief met den nige Eisch en Conclusie als de eersten ged=e maar afzonderlijk te moogen verantwoorden H: d: Eysr weegens verregaande slordigheid en plicht verzuijm De heer J H:s Eijssr zegd te„ „gen de verzoeken vande get. e niets in het waarneemen van aan hun te hebben in te brengen en wet te maa „gen leijden dat den 2d=e gedr zijn an toevertrouwde posten op ende woord afzonderlijk indiene, maar niette Jeegens, denzelven zal oordeelen min te vermeenen dat de gede geen te moeten neemen daarop te ant„ seeden hebben, om een termijn van 4 weeken te verzoeken en de zaak woorden en voorts te procedeeren zoodoende op de lange baan te alsnaarechten. schuwven De ged:e antwoordende daarop dat het gewicht en de om„ prlagtigheid deezer zaak dat verzoek noodzaakelijk maaken, behalven dat ook den sijed„e ziek te bedde legd en daardoor buijten staat word ge„ steld, om het geen in deezen noodig is, in het werk te stellen. — De raad fiat Copia en termijn van vier laas Steeven van Lijnden E:d: Eijs„ scher Contra weeken
English
248. weeks, in order then to serve with an answer, granting at the same time the request of the second defendant to answer separately. The messenger entering reports that the defendant, the Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lynden, plaintiff ex officio, has not appeared. Wherefore the said Honorable Plaintiff ex officio requested the first default with the benefit thereof, and a permissive second citation against four months from today. 6: Against The Burgher Daniel Stein, defendant, in order that, whereas the defendant has seen fit, notwithstanding a certain attachment lawfully placed upon his person and property by the Vendue Master of this Government, Mr. Cornelis van Aerssen, for the recovery of such vendue moneys 249. as the defendant is in arrears with, and decreed on the 4th of this month, nevertheless to betake himself outside and violate the aforementioned attachment, to hear such claim and conclusion, or request or requests, as the Plaintiff ex officio shall wish to make and take in the aforementioned matter, to answer thereto, and further to proceed according to law. 250: according to law. The Council grants the request. The roll having run thus far, there was exhibited by the Adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, acting ex officio in the affairs of the Landdrost of the Colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, a representation furnished with four annexures, the aforementioned representation reading as follows: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable Members of the Honorable Council of Justice of this Government. Respectfully shows the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman: That 251. That on Wednesday the 14th of the recently passed month of April, it was brought to the notice of the said memorialist by the discharged soldier Johan Fredrik Prenger, exercising the shoemaker's trade and residing at the Knoflooks Kraal situated on the other side of the Hottentots Holland mountains: that in the night between the 10th and 11th prior, he, Prenger, having been awakened by a noise behind the house, specifically in the stable where he had locked up his ducks, had gotten up, and presuming that there might be thieves in the stable to steal his ducks, had also awakened the Hottentot Daniel Boosman who was in his service, and after having provided himself with a stick and the said Daniel with a gun, had gone with him to the stable; but having perceived no thieves there, he had returned back to the house, whereupon he had heard the ducks squawking; whereupon, following this squawking with the said Hottentot, he had discovered the thief, who, upon the repeated calls of the aforementioned Daniel to stand, had fled into the river or the palmiet growing there; 252. palmiet. That he, Prenger, having made the same Daniel remain there, had gone to the house and brought along a lantern, and subsequently, both he and the aforementioned Daniel, had thrown some small stones and clods of earth into the palmiet thereabouts, until the thief, who was found to be a slave of the burgher Jan Otto, named Anthonij, having emerged, was taken prisoner and brought to the house, where he, Prenger, discovered on the said thief a few light wounds on his head, which he presumed to have been caused by the throwing of the small stones and clods of earth; while the same appearing to him, Prenger, at noon or just after noon to be very weak, he had gone to his neighbor Jan Wilkens in order to give him notice thereof and invite him to his place, the said thief being already deceased upon his return. That he, Prenger, having had the corpse inspected by a certain Doctor Ringer and by the Field Corporal Pieter Lafras Moleman, residing at the Zwarte Berg and who was just at that moment there on the road, as well as a certain burgher Fourie, they had found nothing on the same other than the abovementioned light wounds on the head, and of which 253. he had wished to give the necessary notice to the memorialist on the day following, or on Monday the 12th, and had also already set out on the road for that purpose, but owing to the continuous rains, the Palmiet River having become impassable, he had been forced to turn back and have to wait until the aforementioned Wednesday the 14th, with a request to be permitted to have the said slave buried; whereupon it being told to him, Prenger, by the memorialist that if the event had occurred in such manner as stated by him, he would be able to have the corpse buried, provided he deliver to the said memorialist within the first eight days' time the necessary evidence from the persons stated by him who have inspected the corpse. That the Right Honorable memorialist, wishing to have the abovementioned Hottentot Daniel Boosman come to him without the knowledge of Prenger in order to inform himself of the true state of affairs, the said Hottentot was brought into custody at Stellenbosch on the 20th following, and the same Hottentot, naming himself
Dutch transcription
248. weeken, om als dan te dienen van antwoord Accor„ de deerende teffens het versoek van den 2en ged=e om zich afzonderlijk te verantwoor„ „den. Dik gem:e: E Achtb=e Heer de baade binnen tweedende rapporteerd dat den ged„e Jndependent Fiscaal Johan niet is verscheenen. Weshalven de Heer r:d: Nicolaas Steeven van Zijnden ratione offi„ Eusscher verzogte het eerste icie Eijsscher default met den protijt van dien en een 2e Citatie permis„ sive teegens heeden over 4 maan„ 6: Contra Denburger Daniel Stein gede omme vermits den gedaagde heeft kunnen goedvinden omme niet teegenstaande zeeker arrest door den vendu¬ meester Deeses gouverne¬ ments Mr. Cornelis van Aerssen tot verhaal van zoodaanige vendu„ penninge 249 penningen als den gedaagde ten agteren staat of zijn persoon en goederen wettig is de belegd en op den 4de deezer gedecreteerd geworden eevenwel naa buiten begeeven en 't voorschreeven arrest gevioleert heeft te aanhooren zoodaani„ ge Eijsch en Conclusie dan wel versoek ofte verzoeken als den ratione officie Eijs„ scher ter zaake voor„ schreeven zal wil¬ len doen en neemen daarop te antwoorden en voorts te procedeeren als ƒ 250: als naa rechten:— De Raad fiat. De Rol dus verre afgeloopen zijnde wierd door den adjunct fiscaal Mr. Johannes An¬ dreas Truter als de zaaken van den Land¬ drost der Colanien stellenbosch en Draaken„ Stein de Heer Hendrik Lodewijk Bletterman Exofficia waarneemende geExhibeerd een vertoog gemunieerd met vier bijlaagen luiden„ dende het voorsz: vertoog als volgd. Aan den welEde Achtb„re Heere Johannes Isaak Rhenius presi¬ dent beneevens de verdere Hee¬ ren leeden van den bedelen Achtbaaren Raade van Justitie deezes gouvernements Vertoond met verschuldigden Eerbied den Land - droot van stellenbooch en Draa„ kensteijn Hendrik Lodewijk Bletter„ man Dat 251. Lak op Woensdag den 14 der Jongst gepasseerde maand April door den van gagie afgeschreevenen vol„ „daat Johan Fredrik Prenger Zigerneerende met het schoemaakers anbacht en woonende aan de knoflooks kraal geleegen aan de andere zij„ „de van de Hottenthoto hollands gebergte, aan den 7: d=o vertoonder ter kennisse gebragt zijnde: dat hij prenger in de nagt tusschen den 10 en 11 daarbevoorens door een geraas ag„ ter het huis en wel in de stal waar hij zijn benden opgeslooten had, ontwaakt zijnde was opgestaan en presumeerende dat er dieven in de stal zoude kunnen zijn om zijn eenden te steelen, den bij hem indienst zijnde hotten„ tot Daniel boosman meede had opgewekt, en na zich zelven van een stok en gem: Daniel van een geweer te hebben voorzien, met denzelven zig had begeeven naa de stal dog aldaar geen dieven gewaar geworden zijnde was hij weeder te rug na huijs gekeerd wanneer hij de Eenden had hooren schreeuwen waarop hij met gem: Hottentot dit geschreeuw navolgende, den dief had ont„ dekt dewelke op het verhaald roepen van voorm: Daniel om te staan in de rivier of aldaar staande palmieten 252. palmieten was gevlugd Dat hij brenger eevengem Daniel aldaar hebben„ „de doen blijven zig naar huijs begeeven en een Lan„ taarn had meede gebragt, vervolgens zoowel als voorsz: Daniel met eenige kleine klippen inkluiten aarde daar omstreeks in de palmieten geworpen, zoo lange tot dat den diet die bevonden is een slaaf van den burger Jan Otto te zijn, met naame anthonij ten voorschijn gekoomen zijnde, gevangen genoomen en naar huis gebragt was wanneer hij prenger aan denzelve diet een paar ligte wonden aande soelis hoofd ontdekt Zoo als hij peresumeerde door 't werpen der kleine klippen en kluiten aarde ontstaan te zijn terwijl denzelven op de middag of eeven naa de middag hem prenger voorkoo„ mende zeer zwak te zijn, zich naa zijn buurman Jan wilkens had begeeven ten einde denzelven daar van kennis te geeven, en bij hem te noodigen, zijnde gem: dief bij zijn te rug komst reeds overleeden. Dat hij prenger het lijk door zeekeren doctor ringer en door den Juist op dat tijdstip aldaar aan den weg zig bevindende en aan de zwarte berg be„ „schijken en veld Corporaal Pieter lafras Moleman mits gaders zeekeren burger fourie hebbende laaten bezigtigen dezelve aan hetzelve niets anders als de boovengem: Lig„ te worden aan het hoofd hadden bevonden en waarvan hij 253 hij daags daar dan ofte op maandagden 12 den vertoonder de noodige kennis had willen geeven zig ook tot dat eijnde reeds opden wegbegeeven dog door de aanhoudende reegens, de palmiete revier onpassabel geworden zijnde genoodzaakt was geweest te rug te keeren en tot op voorsz, woensdag den 14 te moeten vertoeven met ver„ zoek om gem: slaaf te moogen doen bequaaven waarop door den vertt hem prenger gezegd zijnde te dat het geval zich in diervolgen, als door hem opgegeeven is, zal hebben toegedraagen hij het lijk zoukunnen laaten begraaven mits binnen de eerste agt daagen tijd aan den 2: d:o vertoon„ ver te doen geworden de noodige bewijzen van de door hem opgegeevene persoonen dewelke het lijk bezigtigt hebben Dat den rEde: ver¬ toondier boovengem: Hottentot Daniel Boosman bij zig zonder weeten van pren„ ger bij hem hebbende willen doen koomen ten Eijnde zich naa de waare toedragt der zaake te informeeren dezelve hotten tot op den 20 daar aan te stellenbosch in hechtenis was gebragt en heeft denzelven hosten tot zig noemend
English
254. calling himself Daniel Baosman made the following statement to the interrogator: That last Saturday eight days ago, in the night, having been awakened by his mentioned cheese presser, the same had told him that someone was in the stable to steal his ducks, and that the aforementioned presser, having provided himself with a knobkerrie and him, Daniel, with a flintlock gun, had taken him along to the stable and surrounded it; however, perceiving no thieves there, he ordered him to keep watch until he should bring a lantern, and also went to the house for that purpose, yet having returned immediately, he told him, Daniel, that he had heard the ducks crying, upon which crying they, having run toward it, had discovered the thief, who was busy driving the ducks forward and beating them to death, whereupon he, Daniel, called out to the thief to stand still, whereupon he, Daniel, 255. having called out to the thief to stand still, who nevertheless, upon the repeated call to stand still, had fled sideways into the river or bushes standing there; wherefore he, Daniel, having told the aforementioned presser to fetch a lantern while he would keep watch, the same had also gone to the house and shortly thereafter returned with the bastard Hottentot Jan Verloren Valleij, who held a lantern in one hand and a spade in the other; who, having gone with him, the presser, to the place where the thief was presumed to be in the bushes, he heard it said by the mentioned presser, "here he is, come out," the thief also immediately came forth, whereupon the mentioned presser dealt him two or three blows to the head and the body, so that he, Daniel, having said to the aforementioned presser that he must not beat that boy on the head like that, because 256. he could easily kill him thereby, the presser had replied to him: "Do you still feel pity for such a scoundrel who committed housebreaking against me; if I were alone, I would beat him so that no crow would caw after him," which saying the same had frequently repeated on the way home. That the mentioned slave boy Anthonij, having been bound in that manner and brought home, the aforementioned presser had him untied and had his upper jacket removed and with a strap gave some blows on the under-jacket, but thereafter also pulled off the under-jacket and then with intervals cruelly beat that boy on the bare body, and gave both him, Daniel, and the aforementioned Jan a sip of wine to drink in between; after which, they having gone out together to 257. search for the still missing ducks, they also found two again and returned home with them; whereupon the often-mentioned presser, having placed a knobkerrie under the boy's arms, had hung him from one of the beams, subsequently let him down again, and then, while saying "stand like a soldier," again continuously beat him on the buttocks with both the strap and with a board; that the same presser thereafter went out of the house and into the fields with the aforementioned, taking the mentioned slave along to point out his hiding place or shelter; they had returned about an hour later, in such a manner that the mentioned slave was carried on the shoulders by the aforementioned Jan and subsequently laid down in the house, whereupon the mentioned presser had gone to the burgher Jan Wilkes, probably to give notice of the condition of the mentioned slave, which slave in the meantime having asked for some water, it was at first refused him on account of the numerous blows dealt to him, but thereafter being handed to him, the same could partake as little of it 258. as of the coffee and the bread which was offered to him by the wife of the aforementioned presser, having passed away shortly thereafter. Upon these obtained pieces of information, the undersigned interrogator, together with two Heemraden, assisted by the secretary and the former chief surgeon in the service of the Honorable Company, now burgher surgeon Petrus Franciscus Melchior Briers, proceeded that same afternoon to Hottentots Holland and the day after to the aforementioned place, and upon his arrival there, having questioned the aforementioned Hottentot Jan about the true course of the aforementioned case, the story told by him, calling himself Jan Verloren Valleij, was found to be in conformity with the statement of the aforementioned Daniel Boosman. That after the story told by the aforementioned Hottentot Jan Verloren Valleij, the corpse having been exhumed, there were found on the same two wounds; one above and the other on the back of the head, which according to the certificate of the mentioned surgeon were inflicted by external violence, without however having been able to find or discover the cause of death of the mentioned slave, while the entire body had already passed into putrefaction, as all this appears from the depositions annexed hereto.
Dutch transcription
254. noemende Daniel Baosman aan den rEo„ vertoorder gedaan het volgende verhaal Dat hij gepasseerden zaturdag agt daagen geleeden in de nagt door zijn kaas prenger voornoemt, wakkergemaakt geworden zijn „de dezelve hem gezegd had dienen in de stal te zijn om zijn Eenden te steelen, en dat voorme. prenger zig zelven met een kirrij en hem Daniel met een snap¬ haar hebbende voorzien, hem naa de stal meede genoomen en dezelve bezet had„ dog aldaar geene dieven gewaar geworden zijndee hem gelast de wagt te handen, tot dat hij een lantaarn zou hebben gebragt, zig ook tot dat eijnde naar huijs begeeven, egter daade¬ „lijk te rug gekeerd zynde hem daniel gezegd de Eenden te hebben haaren schreeuwen, of welk geschreeuw zijl: toegeloopen zijnde den dief ontdekt hadden, bezig zijnde de Een„ „den voort te drijven en dood te slaan, wan„ „neer hij Daniel, den diet toegeroepen had van te blijven staan, wanneer hij Daniel, den 255. den diet toegeroepen hebbende van te blijven staan dewelke nogtans op het herhaald toe roepen van te blijven staan zijdelings in de rivier of aldaar staande barjes was ont„ vlugt; der hij Daniel voormelde prenger gezegt hebbende van een lantaarn te haalen; terwijl hij de wagt zou houden denzelven ook naar huis was gegaan en kort daarop met de bastart hetlen tot Jan verloore valleij dewelke in de eene hand een lan„ „taarn en in de andere een graaf hield, te rug gekoomen, dewelke met hem pren„ ger ter plaatze alwaar men presumeer„ de de diet te zijn in de bosjes gegaan zijnde verstond door gem: brenger wierd gezegt hier is hij, kom uit de dief ook daadelijk te voorschijn was gekoo„ men wanneer gemelde prenger denzelve twee adrie slaagen of het hoofd en het lijf had toegebracht, zulks hij Daniel tot eeven„ gem:e prenger gezegd hebbende dien Jonge niet zoo op het hoofd te moeten slaan want daar 256. daar door Ligtelijk dezelve zou kunnen dooden had hij prenger hem toegevoegd, bent sij nog Jammer voor zoo een schelm die bij mij huijsbraak heeft gedaan als ik alleen was zou ik hem slaan dat er geen kraaij naa gaapen zou„ welk gezeg de denzelven opweg 't huiswaards dik werf had herhaald. — Dat gemelde slaven Jongen Anthonij indiervoegen gebonden en naa huis gebragt geworden zijnde voorez: prenger denzel„ ven doen ontbinden en zijn boovenbaatje had doen uitkleeden en met een spanriem op het onderbaatje eenige slaagen gegeeven doch daarna ook het onderbaatje uitge trokken en als toen dien Jonge op het bloote lichaam bij tusschen prozing deerlijk geslaagen en zoo aan denzelven als aan hem Daniel en voorme: Jan tusschen beide eens teug mijn te drinken gegeeven, waarnaa zij lieden gezamentlijk uitgegaan zijnde om de 257 om de noch vermiste Eenden te zoeken, ook twee weeder gevonden hadden en daar meede naa huis gekeerd; wanneer dikgem: brenger dien Jonge een kirrij onder de ramen gehouden aan een der balken had opgehangen vervolgens weeder nader gelaaten en als toen, onder 't zeggen van staat als een sak¬ daat weeder op Nieuws zoo met de spanriam als met een plank bij aanhoudendheid op de bil¬ Een geslaagen dat denzelven prenger daarna met voorsz het huis uit en veldwaards zich hebbende begeeven meede neemende gem Slaaf, om zijn rest of schuil plaats aan te wijzen dezelve omtrend een uur daar naa waaren te rug gekeerd indiervoegen dat gem: slaat door voorm. Jan op de Schauderen wierd gedraagen en vervolgens in huijs needergelegd wanneer gem:e brenger zich naa den burger Jan wilkes had begeeven om waarschijnlijk van den toestand van gem: slaat kennis te geeven, welke slaat intusschen om wat waater gevraagd hebben, de hem in het eerst, vermits de veel vuldige toe„ gebragte slaagen is geweijgert dog daar na toegereijkt zijnde, had denzelven zoo min van het zelve als 1 N. o. 1 258. als van de koffij en het brood het welk hem door de vrouw van voorsz: prenger wierd aangebooden, kun„ nen gebruiken, zijnde kort daar naa overleeden. — op deeze bekoomene informatien den onderget vert„r neevens twee Heemraaden, geadsisteerd daar den secretaris en den oud oppermeester in dienst der E„ Comp„e tans burger Chirurgijn Petrus Tranfisculs Melihior Briers, zig dien zelvden nademiddag nog na Hottentots Holland en daags daar aan ter voorsz: plaatze begeeven en bij zijn komst aldaar den voorsz: Hottentot Jan naa den waaren toe¬ dragt van 't voorsz geval gevraagd hebbende, is het zelve door hem zich noemende Jan verloore val„ leij gedaan verhaal Conform den opgaat van voorm: Daniel boosman bevonden.- Dat na hetzelve door voorm: Hotsentat Jan ver„ loore valleij gedaan verhaal het lijk ontgraven zijnde, da het zelve bevonden zijn twee wonden; als dien booven en de andere op het agterhoofd, dewelke volgen Certificaat van gem: Chirurgijn, door uitterlijk geweld aangebrag zijn, zonder echter de oorzaak tot de dood van gem: slaaf te hebben kunnen vinden of ontdekken; terwijl het geheele lichaam reeds tot de pntrefactie was overgegaan zo als dit een en ander uit de ten deezen geannexeerde ver„ „klaaringen
English
259 statements, as well as the inquest and surgical certificate, appear in further detail; and referring to which, the petitioner trusts Your Honorable Worships will be convinced that the ill-treatment committed by the aforementioned Johan Fredrik Prenger against the slave Anthonij of Bengal is punishable in the extreme, for the continuation of which proceedings the petitioner, officially, finds himself obliged to request the necessary authorization from Your Honorable Worships. Wherefore, the honorable petitioner takes the liberty of turning to Your Honorable Worships, requesting Your Honorable Worships to grant him, the petitioner, a decree of apprehension, by virtue of which he is qualified to summon the aforementioned Johan Fredrik Prenger to appear in person before this Noble, Honorable Council in order to hear such criminal claim and conclusion as reason and duty shall advise to make and take against him, to answer thereto, and further to proceed according to law. Below stood: Doing which, etc. Was signed: H. L. Bletterman. In the margin: Exhibited in court, 10 June 1790. 260 After the reading and resumption of the aforementioned submitted appendices, the requested decree was granted to the said Landdrost to have the soldier Johan Fredrik Prenger summoned in person before this tribunal. Furthermore, the Independent Fiscal, Johan Nicolaas Steevens van Lijnden, submitted the following written report concerning the petition presented on the last court day by the wife of the former first clerk at the political secretariat, Johannes Marthinus Horak. Honorable and Respected Sirs, Your Honorable Worships having been pleased, by order of 27 May last, to place a copy of a certain petition from Yda Margaretha Alleda, wife of the To the Council of Justice of the Castle of Good Hope former, 261 former, but now absconding and, on account of the crime of embezzlement, prosecuted former first sworn clerk at the political secretariat, Johannes Marthinus Horak, into the hands of the undersigned Independent Fiscal, in order to serve Your Honorable Worships with his considerations thereon. He has the honor, in compliance therewith, briefly to submit: That without wishing to enter into the merits or validity of all the positions set forth in the petition, much less wishing to avow the same, against which he protests in the strongest terms; but in order to avoid all prolixity, to proceed at once to the request itself made at the end thereof; The same appears to the undersigned to be nothing but very reasonable, and he therefore, as far as he is concerned in his capacity, may well allow that it be granted by Your Honorable Worships. And to this extent: That by the Secretary of this Council, with communication and consultation of the Cashier, an exact statement be drawn up and delivered to the petitioner of what the Honorable Company has fallen short by the conduct of her aforementioned husband, and thus has to claim from the sequestered estate. 2. That the sum of money then determined be immediately counted over and deposited into the Honorable Company's treasury, so far as it might still be held under the sequestration. 3. That subsequently the petitioner be left at liberty to investigate and afterward present to Your Honorable Worships which items she will then consider to have been overpaid, provided she verifies and proves the same with sufficient documents. 4. That for this purpose, inspection, and if desired copies, for the customary fee, might also be granted to the petitioner of all the papers already gathered and resting at this secretariat concerning those claims pro and contra. That, however, before being able to repeat any monies from that executed estate, in case she should hereafter become capable of doing so, the petitioner shall remain bound to ensure that the other private creditors who have already declared their claims against the aforesaid estate at the secretariat, or might still declare them during the final settlement thereof within the prefigured time, and so far as these shall be recognized as liquidated and valid, shall also 263 be properly discharged and satisfied. Below stood: Wherewith the undersigned hopes, etc. Was signed: J. N. S. van Lijnden. In the margin: Done, Cape, 5 June 1790. After the reading of which, the Council, conforming in all respects to the said report, qualified the Secretary to produce on the next court day an accurate account of the present state of the estate of the said Horak, showing what more is still lacking for the complete satisfaction of the claim attached to the estate of Horak for the benefit of the Honorable Company; and in the formation of that account, there shall be charged to the account of the said Horak: 1. The sum by the Commissioners who, before the Honorable
Dutch transcription
259 verklaaringen mitsgaders schouwaete en Chirur„ picaal certificaat breeder gedetailleerd komt te blijken; en waaraan den vertoonder zig refereerende vertrouwd uwelEdele achtbe zullen zijn geconvinceerd, de mu„ handelingen door voorm: Johan fredrik Prenger aan den slaat anthonij van Bengaalen gepleegt is ten uitterste strafwaardig tot 't voortzetten van welke proceduures den vert: zig r:O: verpligt vind van uwelEde Achtb:s de noodige qualificatie te moogen verzoeken. — Mits welke den U:H:e vert:r de vrijheid neemt hem te keeren tot uwel Ed= achtb=rn verzoekende aan uwel Ed: achtb: hem vertoonder te verleenen de„ creet van apprehensie un't kragt van welke hij gequalificeerd word den voorne Johan Fredrik Prenger te moogen dagvaarden om in perzoon te Compareeren voor deezen Edelen achtbr raade ten einde te aanhooren zoodaani„ gen Crimineelen Eisch en Conclusie als de red: verd: r: O: te raaden werden zal Jeegens denzel„ ven te doen en te neemen daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als naa rechten /:onderstond:/ 't welk doende &=a /was geteekend:/ H: L: Bletter„ „man /in margine:/ Exhibitum en Judicia den 10 Junij 1790. — Nan 1 260 Na welke Lectuure en resumptie der voorn ingediende bijlaagen aan gem: Land=drost is verleend het verzogte decreet, om den soldaat Jo¬ han Fredrik Prenger in persoon voor deezen vierschaar te doen dagvaarden Wijders weerd door den Heer Independent fiscaal Johan Nicolaas Steevens van Lijnden weegens het request L:L: rechtsdag door de Huis vrouw van den geweezen eerste gem: Clercq ter politicque secretarije Johannes Marthinus sborak gepresenteerd, ingediend het volgen „de schriftelijk bericht. WelEdele en Achtbe Heeren Het uwelEde Achtb=e bij dispositief van den 27 maij ll: behaagt hebbende, zeeker request van ijda margaretha Alleda, huisvrouw van den Aan den raad van Justitie des Casteels Cabo de goede Hoop geweesen 261 geweezen dog tans latiteerende en propterCrimen peculatus geactioneerden Eerst gerw: Clercq ter politicque secretarije Joh:s Marth s Ho„ „rak per Copiam te stellen in handen van den ondergeteekende Jndependent fiscaal, ten ein„ „de uwelEde Achtb„e daarop te dienen van zijn Consideratien. — Heeft de Eere ter voldoeninge hier aan kor„ telijks voor te draagen. Dat zonder te willen treeden in de merites of bestaanbaarheid van alle de in den requeste ter nee„ der gestelde positien, veel min zonder dezelve te willen avoueeren, waar teegens hij wel ten cierlijkste is protesteerende; maar omme ten einde alle lang¬ wijligheid te vermijden terstond te treeden tot het versoek zelve in fine daar bij gedaan; Hetzelve aan den ondergets niet dan zeer bil„ „lijk is voorkoomende en hij overzulx voor zoo ver„ „de hem aangaat in zijn qualiteijt wel mag leijden dat daar aan door uwel Ed=e Achtb=e werde gedefe„ „rreerd En zoo verre. — Dat door den heere secretaris deezes raads met Communicatie en overleg van den Heere Cassier wer„ de opgemaakt en aan de suppte overgegeeven een Exacten 262 Exacten staat van 't geen d' E Compen bij de handelwijn van haaren voorm: man is te kort gekoomen, en dus uit den gesequestreerden boedel te pretendeeren heeft. 2o dat die als dan bepaalde somma van penningen, da¬ delijk in s' E: Comps Cassa werden overgeteld ende ge¬ deponeerd voor zoo verre die nog onder den Lequester mogten berustende zijn. — 3e dat vervolgens aan de suppn. werde vrijgelaaten, omme te onderzoeken en uwelEde. achtbe. expost voor te draagen welke posten zij als dan zal vermeenen te veel te zijn uitbetaald mits dezelve verificerende en met suffisien documenten bewijzende. 4e dat ten dien eijnde aande suppr. meede zoude kunnen werden verleend visie, en des begeerende Copien, voor gebeur van alle de ter deezer secretarije betrekkelijk die pro en Contra pratensien reeds ingewonne berustende papi den. dat echter de supp=te gehouden zal blijven, alvaaren eenig penningen van die geExecuteerden boedel ingevalle zij hier naa daartoe in staat mogte geraaken te kunnen repiteeren te zorgen dat de verdere particuliere Crediteuren, die he ne pretensien ten lasten van voorsz: boedel reeds ter secre tarije hebben aangegeeven of geduurende de finaale beredd king, derzelve, noch mogte koomen aan te geeven, bi„ nen den geprefigeerden tijd, en voor zoo veel deeze Le quide 263 behoorlijk worden geacquiteerd en voldaan /on„ „derstond:/ waar meede den onderget: verhoopt W„ /was geteekend:/ I N= S: van Lijnden /in margine/ Actum Sabo den 5 Junij 1790 „quide en deugdelijk zal worden Erkend meede Na welks lectuure de raad zich met hetzelve bericht in allen deelen Confor„ meerende den secretaris heeft gequalifi„ ceerd omme den volgende rechtdag te pro„ duceeren een acurate reekening van den teegenwoordigen staat des boedels van gem Horak met aanwijzing van het gee„ meEr tot volkoomene voldoening van de ten behoeve der E Compe op den koe„ „del van Slorak hechten de pretendie nog dificieerd; En zal bij het formee„ ren dier reekening tot lasten van gem: Horak gebracht werden. - I de som door Gecommitt s welke bij den wel Edel
English
Noble and Rigorous Lord Governor and Honorable Council of Policy were expressly appointed to investigate this matter by a certain list of 2 July 1748 concerning the determined deficit of the lordly dues. 2nd, concerning the list of recognition moneys: all those entries for which the said Horak himself is charged, as well as the unsigned ones and those of the ordinary clerks van der Riet, J: C: Horak, Maynier, de Vlamingh, Haupt, van Littert, Akkerveld, Boode, Maasdorp, and Hardenberg; excepting only those entries made known on that list to the debit of the sworn clerk Diemel and ordinary clerk Möllerstrom, as being those sums for which the said sworn clerk Diemel signed the annotations in the respective ordinance books, pursuant to the written statement of the said Mollerstrom which was produced at the meeting of 8 January 1789 by the firewarden Johan Adam Michielsen, all enjoyed by him, Mollerstrom. 3rd, the amount of such a list dated as having also been formed by the aforesaid commissioners, and wherein are noted down all farmers who are said to have paid their arrears with delivered draught oxen, which nevertheless have not been received; however, likewise after deduction of those entries which are made in the name of the late sworn clerk Diemel, as the same in the aforesaid manner are charged to the absconded assistant Möllerström. 4th, the judicial expenses incurred in this case up to the present day. Furthermore, since among the already collected inquests sundry statements are found in favor of the said Horak, it having been declared by various persons that the lordly dues were waived or that they paid the same into the Company's treasury, while also regarding the recognition moneys some declarations appear in favor of the said estate of Horak; all such entries in the aforesaid account shall be discounted from the sums brought to the debit of the frequently mentioned Johannes Marthinus Horak. And such final resolution shall then be taken herein as shall be deemed proper. Lastly, the secretary of this council produced the liquidation account of the goods sold by way of execution belonging to the banished burghers Adriaan van Zijl and Jan Wiesen, signed by the commissioners. Which account having been examined and found in order, authorization was further granted to the secretary to transfer into the Honorable Company's treasury, after first having requested an ordinance thereto from the Noble and Rigorous Lord, the sum of one thousand one hundred fifty-two rixdollars stipulated in the said account on account of the remainder of the beasts confiscated for the benefit of the Honorable Company by the sentence of 27 March 1788. At the Cape of Good Hope, day and year as above. In my presence was signed W J van Rijneveld, secretary. Thursday the 24th of June 1790 In the forenoon, present the Honorable and Respected Lord Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except the Lord Rönnenkamp on business. Read the following missive from the Noble and Rigorous Lord Governor To the Lord President and the other members of the Council of Justice Good Friends, Having reviewed the nomination of two persons from whom, in the place of the deceased Christiaan George Maasdorp, one is to be elected as a permanent member on behalf of the burghers in your council according to the orders of the Lords Majors; I have chosen from among them as such the captain of the burgher infantry here, Hendrik Andreas Truter, who, after having taken the customary oath thereto, shall take a seat as a member in your aforementioned council. Below stood: Wherewith after greetings etcetera. Lower: By order of the Noble Lord Governor. Was signed: Cornelis van Aerssen, secretary. In the margin: In the Castle of Good Hope, the 15th of June 1790. The said newly arrived member Hendrik Andreas Truter was complimented by the Honorable and Respected Lord President on behalf of this assembly and his Honor took a seat next to the fellow member of this council, the Lord Abraham Fleck. The Independent Fiscal, the Honorable and Respected Lord Johan Nicolaas Steven van Lynden etcetera, plaintiff in official capacity, against the burgher Jacobus Buurman, defendant, in order to hear such claim and conclusion as the Lord Plaintiff in official capacity shall think fit to make and take against the defendant concerning and regarding the ill-treatment committed upon a certain bastard Hottentot woman named Griet; to answer thereto and further to proceed as according to law. The Lord Plaintiff in official capacity produces a written claim, whereto are added 2 appendices. The burgher lieutenant Jonas Albertus van der Poel, legitimating himself with a special power of attorney passed to him, requests a copy thereof for his principal in order to serve with an answer this day 14 days hence. The Council grants copy and a day to serve with an answer. The assistant Monsieur Jacobus Vercueil, petitioner, against the Honorable and Respected Lord Independent Fiscal of this government, Johan Nicolaas Steven van Lynden, in official capacity, respondent, in order to hear, instead of seeing an answer served to his filed claim, a request. The petitioner submits a request of the following content: To the Noble and Respected Lord Johannes Isaak Rhenius, President, and the other Honorable and Respected members of the Council of Justice of this government at the Cape of Good Hope. Noble and Respected Lord and Honorable Respected Lords, With due respect, the undersigned salaried assistant of the Honorable Company, Jacobus Vercueil, most humbly makes known to your Honors. How the petitioner, upon a certificate of the court messenger of this town exhibited by the Lord Secretary of your Honorable court and in court, by the Honorable and Respected Lord Independent Fiscal Johan Nicolaas Steven van
Dutch transcription
264 Edelen gestr Heer gouverneur en Echtbe Raa„ „de van Politie Expresselijk tot het onderzoek deze zaake zijn benoemd geweest bij zeekere Lijst van den 2 Julij 1748 aangaande het defecit van het heeren recht bepaald. - 2o weegens de leijst der recognitie penn: alle die po ten zoo wel waar voor gem: Horak zelve belast staat als de ongeteekende en die der ordinaire Clercquen van der riet, J: C: Horak, Maijnier de vlamingh, Haupt, van Littert, Akker„ „veld, Boode, Maasdorp en Hardenberg; uitg zondert alleenlijk die op die leijst ten lasten van den geew: Clercq Diemel en ondin 's Clercq Möllerstrom bekend gestelde posten, als zijnde die sommen waar voor gem: gernd: Clercq Diemel de anno tien op de respe. ordonn: boeken heeft onder teekend, ingevolge het schriftelijk declarato van gem. Mollerstrom het welk ter vergadering va den 8 Januarij 1789 door den brandmeester Johan Adam Michielsen is geproduceerd, alle door hem Mollerstrom genooten. 3:e het bedraagen van zodanigelijst gedat- als 265 als door voorsz: gecommittt. al meede is geformeerd, en waar bij aangeteekend: staan alle Landebouwers welke derzelven agterstallen met geleeverde trekos„ „sen zouden betaald hebben, die nogtans niet ontfan„ gen zijn; egter almeede na aftrek vandie posten welke op naam van wijlen den gesw: Clercq Diemel zijn gesteld; alzo dezelve invoegen voorz komen ten lasten van den geauffugeerden Adristend Möller„ „ström. — 4=e de Justitieele kosten in deeze zaak tot heeden toe gevallen. — zullende voorts naadien onder de reeds ingewonne Enquesten, deeze en geene verklaaringen ten voordeele van gem: Horak worden gevonden als zijnde door de„ verse persoonen gedeclareerd dat het Heeren recht is ge„ schonken gewerden of dat zij hetzelve in 's Comp:s Cas„ la hebben voldaan terwijl ook betrekkelijk de recogn„ fenn: zommige verklaaringen in faveure van gem: boedel van Horak voorkoomen; alle zoodaanige des bouels posten bij voorsz: reekening; van de tot lasten van meermr Johannes Marthinus Horak opgebrachter sommen worden gedecourteerd: — En zal als dan in deezen zoodaanig finaal besluit worden genoomen als geoordeeld worden zal te be„ haaren. Laatstelijk produceerde den secretaris deezes raads 266. de Liquidatie reekening der vande gebanne burgers Adriaan van Zijl en Jan Wiesen bij weege van Executie verkagte goederen door Heeren gecommitt„s geteekend:) welke reekening geExamineerd enna behooren bevonden zijnde Is voorts aan den Secretaris qualificatie verleend om naa alvoorens daar toe van den weledelen gestre Heer een ordonnantie te hebben verzogt de bij dezelve reekening weegens het restant der bij vonnisse van den 27 maart 1788 ten behoeve den E Comp=e gecon„ bisqueerde Beesten gestipuleerde Somma van Een Duijzend Een Hondert twee en vijftig Rijxs=z in 's' E Comp:s Cassa over te brengen —— Aan Cabo de goede Hoop dieit anno ut supra Clage Mij present /was geteekend:/ W J Rijneveld secrets 267 Donderdag den 24 Iunij 1790 'S Voordemiddags present de E Achtbe Heer Co„ hanna Isaak Bhenius President en alle de Leeden dempto den Heere rönnenkamp bij oicupatie. Geleezen zijnde de volgende missive van den welEd=e gestr=e Heer Gouverneur Aan den Heer president benee„ „vens de verdere lieden des raads van Justitie Goede Vrienden Bij mij geresumeerd zijnde de naminatie van twee persoonen om in plaatze van den overleedenen Christiaan George Maasdorp waar uit een volgens de ordres der Heeren majores tot perma„ ent Lid van burgers weeges in uwen raade geligeerd te worden; heb ik daaruit als zoodaa„ nig verkooren, den Capitain bij de burger infanterie alhier, Hendrik Andréas Tru„ „ter, dewelke naadat de daar toe staanden bed zal hebben afgelegd als zid in voorm: uny raad 2 268. uwen Raade Lessig zal moeten neemen. (onderstond waarmed naa groete &:a /:lager:/ ter ordonn: van den Edelen Heer gouverneur. — /was geteekend:/ Cornelis van Aterssen secret„s /in margine:/ In't Casteel de goede Hoop den 15 Junij 1790 Is geme Nieuw aankoomend Lid Hen„ drik Andreas Zauter, door den E AAchtbe. Heer President naamens deeze vergadering gecom¬ „plimenteerd en heeft zijn E naast het meede lid deezes raads de Heer Abraham Hek sessie genoomen de Heer r:O: Eijsscher produceert den Jndependent Fiscaal de E: een schriftelijken Eijsch, waarbij Achtbe Heer Johan Nicolaas ƒ gevoegt zijn 2 bijlaagen Den burger Lieutenant Steeven van Lijnden &: d:o Eis„ scher Jonas albertus van der Poel zich, met een speciaale procu„ „ratie op hem verleeden ligiti„ den burger Jacobus burmam= meerende, verzoekt voor zijn gede ten eijnde te aanhooren pp„o daarvan Copia om heed zodaanige Eijsch en Conclusie als over 14 daagen te dienen den Heer Eijdscher J: O„ zal goed„ van antwoord. — vinden teegens den ged=e te doenen te neemen over enter zaake van op en Jeegens gepleegde 269 gepleegde mishandeling aan zee„ kere bastaard stoltentottinne in naame griet; daar op te antwoorden en voorts te proce„ deeren als naar rechten. De Raad FiatiCopias en dag om te dienen van antwoord den reqt. legd over een request Den Adsistend S:r Jacobus Ver„ van navolgende inhoude . Cueil regt Aan den welEdele achtb=e opende Jeegens 2 Heere Johannes Isaak den E Achtb=e Heer Jnrependent Rhenius president benee„ fiscaal deezes gouvernements Jo„ vens de verdere E Achtb„e raade van Iustitie deeze han Nicolaas Heeven van Lijn„ gouvernements aan Ca„ „den r:o d:o gereg=n om insteede bode goede Hoop. — van op derselvs ingediende Eijsch WelEd=e Achtbe Heere te zien dienen van antwoord en EE: achtb„re Heeren verzoek te aanhooren. geeft met verschuldigde Eerbied uw welEde achtb op het needrigst te ken„ „nen den onderafgesz: gagie gestelden adsistend der E Comp„e Jacobus vercueil. Hoeden supplt op eene door den Heer secretaris uwel Ede achtbr vier „schaar en Judicio geExhibeerd Certificaat van den gerechts boode deezer steede, door den E Achtb„en Heer Jndependent Fiscaal Johan Nicolaas Steeven van
English
van Lijnden in the case of so-called injurious insinuation, as the petitioner is summoned in law regarding what he is alleged to have used against the aforesaid messenger concerning the honorable members of this your Honorable Worships' revered court. Yet although the petitioner indeed boldly dares to profess before your Honorable Worships that upon reading the claim and conclusion submitted by the prosecutor he found ample room for his defense, and thus could not only very easily endure the proceedings of this action, but could even prove his innocence in the said so-called insinuation as clear as day to your Honorable Worships ad evidentiam juris; it is nevertheless to be cleared of further unpleasantries, wherewith the petitioner has now already been burdened and overwhelmed for about three months; and whereby not only all the petitioner's affairs, both in private and official capacity, on which the interests of many inhabitants depend, but even the precious welfare of his entire family is hindered and upset, that the petitioner has resolved rather to wish to terminate the matter with the prosecutor. However, since his Honorable Worship declared that he must beforehand have the consent of your Honorable Worships' Council for this, the petitioner takes the liberty to turn with all submission to your Honorable Worships, most humbly requesting that it may be your highly favorable pleasure to permit the prosecutor to compound reasonably with the petitioner, so that thereby not only these lengthy proceedings regarding this, but especially those which otherwise would still arise to the prejudice of others, may cease; or that your Honorable Worships may otherwise please to dispose as you shall find most proper. Below stood: Which doing, etc. Was signed: J.s Vercueil. In the margin: Exhibited in court the 24th of June, year 1790. The gentleman respondent, having heard the same read, thereupon submits that, leaving aside all that the petitioner attempts to put forward in his petition for his excuse, he left this matter, because the insinuation was made by the petitioner against the honorable members of this assembly, entirely to the judgment of the Council. The petitioner persists in his request. The Council, after consideration of the matter, accedes to the request made by the petitioner, provided that he, the petitioner, after the composition is made, shall appear in full council, revoke the expressions uttered by him, and ask the Council's pardon for them. The prosecutor submits a written claim equipped with four annexes, concluding as at the end thereof. The defendant, having heard the conclusion read, requests a merciful sentence. The prosecutor persists in his claims and requests justice. The deputy here, the Honorable Mr. Johannes Andreas Truter, as qualified by the government to attend to the affairs of the landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, prosecutor in a criminal case, on and against the slave Solon of Tonkanoe, bondsman of the burgher Gideon Joubert, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other side. The Council holds this case under advisement for circular reading. Whereafter, by the said Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, acting ex officio for the affairs of the Landdrost of Swellendam, concerning the slave Anthonij of Mosambicque, bondsman of the burgher Godfried Frederik Koch, was submitted a memorial equipped with the interrogatories answered by Anthonij before the Commissioners, and three further annexes; the said memorial reading as follows: To the Honorable and Worshipful Gentlemen President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope. Respectfully shows the Landdrost of Swellendam, Anthonij Alexander Faure: That upon his appointment, having inquired whether there were also persons in the honorable prison here belonging to his district who had committed any offenses there, and on that account had to be prosecuted by him in court ratione officii, he was informed, among others, that a certain slave boy of the burgher Godfried Fredrik Koch residing in Mossel Bay, named Anthonij of Mosambicque, was in custody, who was accused of having killed one of his fellow slaves named Carolus. That the prosecutor has applied his utmost diligence to obtain further evidence in this matter in addition to the inquests already obtained; since from the documents already obtained, which he takes the liberty to present herewith to your Honorable Worships for examination, no sufficient ground can be derived for a criminal conclusion; although it was nevertheless certain that a manslaughter was truly committed. That the prosecutor, seeing no probability of obtaining any further information, has finally resolved, after the aforesaid slave Anthonij had returned recovered from the Honorable Company's slave lodge, where he had lain ill for some months, upon the aforesaid documents as they stood, added to the accompanying answers
Dutch transcription
van Lijnden in cas van zoogenaamde injurieuse insimulatie, als den supp=t noopens de Heeren Leeden uit deeze uwel Ed=e Achtb: geduch„ te vierschaar teegens voorsz: boode zoude gebeezigd zijn, in regten is opgeroep Dan afschoon den supp„t wel rondborstig voor uwel Ed: achtb:e durft beleeden bij lectuure van des Heer r: O: Eijsschers ingediende Eisch en Conclusie en ruim veld tot defentie voor zig heeft gevonden, dus niet alleen zeer faciel de proceduuris deezer actie zoude kunnen doorstaan, maar zelfs uwel Ede Achtb ad Evidentiam Juris zijne onschuld in gem: zogenaamde Insimulatie zonen middag klaar probeeren zo is het egter tot ontruiming van ver „dere onaangenaamheedens, waar meede den supp:t nu reeds circa drie maan„ den is belast en overstelpt geworden; en waar door niet alleen alle des suppts. Zake zoo in privé als qualiteijt, waar aan de belangens van veele ingezeetenen af„ hangt maar zelfs de dierbaare welvaart zijner gantsche huijsgezin is gestremd en ontsteld, dat de supp=te te raade is geworden, liever de zaak met den Heer r: do Eijsscher te willen termineeren, edog dewijl zijn Ede Achtb„r betuigde hier toe alvoorens de bewilliging van UwelEd:e Achtb:s raade te moeten hebben zoo gebruikt de supptn. de vrijheid zich met alle onderdaanigheid to uwelEde achtb„e te wenden, aller ootmoedigst verzoekende dat het van welderzelver hooggunstig welbehaagen zijn mooge den Heer r: d: Eiss„ te permitteeren met den supp=t billijk te Comporeeren op daar door niet alleen deeze wijdloopige proceduures derweegens, maar inzonder „heid die, welke anders nog tot prejudice van andere zoude staan gebooren te worden koomen te Cesseeren; ofte dat uwel Ede achtbr zooda nig anders gelieven te disponeeren als hoogst dezelve zullen vinden te behooren. /:onderstond:/ 'twelk doende w=a /was geteekend:/ J„s Ver„ cueil /:in margine:/ Exhibitum En Judicio den 24 Junij A:o 1790 De Heer gereqn. hetzelve hebbende hooren leezen advanceert daarop dat ZE: op zijn plaats laatende al het open den reqt in zijn request 270 quarie 271 quarie tot zijn verschooning tragt in te brengen, deeze zaak om dat de shrimulatie door den req=t zijn aangedaan Jeegens de Heeren Leeden van deeze vergadering, dus ook volkoomen aan s' raads oordeel overliet. — Den regt blijft bij zijn versoek persisteeren. — De Raad naa overweeging van haaken, Con„ decendeerd in het door den reqt gedaan ver„ zoek mits dat Hij req=t na gedaane compositie verschijne in vollen raade; - de door hem ge„ „uitte expressien herroepe. - en den raad des„ „weegen om Excus verzoeke. — De adjunct alhier d' E Mr. Jo¬ De r: d' Eisscher legd over eenen schriftelijken Eisch gemunieerd met vier bijlaagen; concludeerende ut hannes Andreas Lauter als zijn¬ de door de regeeringe gequalifi„ in fine van denzelven ceerd ter waarneeminge van de de ged=e naa de Conclusie te het„ „ben hooren liezen, verzoekt om een zaaken des Landdroots der Coloni¬ genaadige staaf „en stellenbosch en drakenstein de red:e Eijsscher perristeerd bij de Heer Hendrik Lodewijk zijne Eischen verzoekt recht. — Bletterman, r, deEijsn in Cas Crimineel ter een„ re op ende Jeegens den . Tispael De Raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs. — Waarna door gem: Adjunct Fiscaal Mr. Johannes Andreas Truter, als de zaaken van den Landdrost te swellendam ex officio waarneemende, noopens den slaag Anthonij van Mosambicque lijfeigen vanden bur„ „ger Godfried Frederik koch, wierd ingediend een ver„ toog gemunieerd met de door anthonij voor Heeren Gecomm„s beantwoorde Jnterrogatoria en nog drie bij laagen; luidende dat vertoag als volgd Aan den welEde. en Achtbe. Heeren President en raaden van Justitie des kasteels de goede Hoop Vertoond met gepasten Eerbied den Landdroot van swellendam anthonij Alexander Paure. Dat hij bij zijne aanstelling zig geinfor„ „meerd hebbende of er in 's Heeren gevangen huijs al„ den slaat solon van Tonkanoe, Lijfeigen van den burger gideon Joubert geor= en ged=e in voorsz Cas ter andere zijde. „hier, 272. 273 „hier ook persoonen gevonden wierden welke onder zijne drosdeije gehoorende aldaar eenige delicten hadden begaan, en diesweegens door hem ratione officie in rechten moesten worden vervolgd onder anderen is onderrigt geworden dat zich in hechte„ „nis bevond, zeekere slaaven Jongen van den bur„ ger godfried fredrik koch in de mosselbaaij woon„ „achtig gen=t anthonij van Mosambicque, welke beschuldigt wierd, een zijner meede slaaven in naame Carolus te hebben om 't leeven gebragt. Dat de r: d: vert: zijne uitterste vlijt heeft aange„ wend om behalven de reeds ingewonne Enquesten nog naader beschijden ter dier zaake in te winnen; aangezien uijt de reeds ingewonne stukken, welke hij de vrijheid gebruikt, hierneevens ter Examinatie aan UEE achtb=e te presenteeren, geen genoegzaamen grond kan worden geElicieerd, tot eene Crimineele Con„ „lusie; terwijl het eevenwel zeeker Consteerde, dat er waarlijk een neederlaag was begaan — Dat hij r: O: vert:n tot 't bekoomen van eenige verde„ re informatien, geene waarschijnlijkheid ziende eijn„ delijk is te raade geworden, na dat voorsz: slaat An„ thonij uit s' EComp„s slaaven loge, alwaar denzelven geduuerende eenige maanden ziek had geleegen, her„ steld was terug gekeerd, op de voorsz: stukken zoo als dezelve laagen gevoegd bij de neevensgaande respontiven .
English
answers, to formulate a final conclusion so as not to cause the aforesaid slave to languish through a longer detention; or through further delay not to appear to show little zeal in the handling of his criminal proceedings. Yet it occurred to him on that occasion that very much light would be shed on the case in question if an ocular inspection were taken of the place where the fatal fight occurred, and thus accurately investigated whether the exception advanced by the accused, namely of having acted in self-defense, can be brought into the trial with success to his benefit: — That the honorable petitioner considers the employment of this measure the more necessary because perhaps on that occasion persons might be found who, knowing further circumstances regarding the case in question, could then report the same to the gentlemen inspectors; and which circumstances now perhaps remain concealed from the petitioner's knowledge for no other reason than that, due to the great distance from the place of the aforementioned incident, he has not been in a position to investigate which persons do or do not have knowledge of this or that circumstance, and can thus testify to the same. Reasons Reasons wherefore the honorable petitioner turns to Your Honorable Worships, with the humble request that Your Honorable Worships may be pleased to commission two members from the Board of Heemraden in Zwellendam, in order, in the presence of the honorable petitioner, to take an accurate inspection of the place where and around which the aforementioned fight occurred, with authorization to take proper information and gather the necessary testimonies concerning such circumstances as the honorable petitioner shall judge relevant to the case in question; as well as to place the same information and testimonies into the hands of the honorable petitioner in order to make use of the same where and as it should be done. While the honorable petitioner further takes the liberty to submit into respectful consideration to Your Honorable Worships whether the aforesaid slave Anthonij ought not to be placed on Robben Island until the aforesaid information shall have arrived. Below was written: Doing which, etc. Was signed: Seb. Faure qq. In the margin: Exhibited in court, the 24th of June 1790. Act Which having been read, the Council granted the request of the honorable petitioner, and therefore the Landdrost of the aforesaid district of Zwellendam shall forthwith be written to, in order to have the necessary inspection taken by two heemraden who live closest to the place where the aforesaid fight occurred, in the presence of him, the Landdrost, as officer, and to gather the information requested in the said memorial; while in the meantime the said slave Anthonij shall be placed on Robben Island until the aforesaid information shall have arrived. — Furthermore, by the aforesaid Adjunct Fiscal in his just-mentioned capacity, a memorial was exhibited, provided with three annexes, that memorial being of the following content: To the Right Honorable and Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope Respectfully shows with due reverence the Landdrost of Zwellendam, Anthonij Alexander Faure: That having received knowledge in the beginning of the month of November of the past year 1789 that a herdsman of the farmer Alewijn Petrus Burgert was allegedly murdered in a felonious manner by two runaway slaves of the fellow burgher Hendrik Cloete, and that one of those runaway slaves had been captured, while the other, because he would not surrender, had been shot dead; the honorable petitioner therefore had the captured slave named Damon taken into custody, and subsequently sent him to the Cape for examination: — That the honorable petitioner, before examining him, made all possible efforts to obtain the necessary information regarding this case in order to be able to interrogate the captured slave Damon with some foundation, but that it was not granted to him to obtain any further light except regarding the corpus corpus delicti, as Your Honorable Worships can see from the accompanying re-examined statements of the burghers Lowies Jordaan and Pieter ter Blanche. — That the honorable petitioner nevertheless had the prisoner examined before the delegated gentlemen, in order to see whether from his answers some further discovery regarding such a grave crime might also be obtained: — Yet that the prisoner completely denied being an accomplice to the murder of the aforesaid herdsman, adding, however, that that murder was committed by his comrade, and that he, far from having participated therein, on the contrary, by his friendly actions with the herdsman and the threats from his captured comrade that followed thereupon, was the unfortunate cause that the herdsman, whom it is alleged the prisoner helped murder, attacked his said comrade and got into such a fight with him that he finally fell lifeless to the ground. That besides the fact that nothing with any foundation to the charge
Dutch transcription
274 responsiven, Conclutie te neemen ten einde door een langer de„ tentie de voorsz staaf niet te vereeren; of door een verdere uitstel niet te schijnen weinig ijver in de behandeling zijner Crimineele proceduures te betoonen. Dan dat het hem bij die geleegentheid is te voorenge„ koomen, dat aan de zaake in questie zeer veel ligt zou wor„ „den bijgezet wanneer van de plaats alwaar de neederlaag is geschild, oculaire inspectie wierd genoomen, en dus naauw„ keurig onderzocht om de Exeptie door den geaccureerden voorgewend, van naamentlijk noodweer te hebben gebruijkt, met Lucces ten zijnen voordeele kan worden ten processe ge¬ bragt: — Dat den E:d vertoonder het Emploij van dit middel te meer noodzaakelijk acht; om dat misschien bij die ge„ leegentheid persoonen konnen gevonden worden, die om„ trend het geval in questie nog naadere omstandigheeden wee„ „tende, dezelve als dan aan de Heeren Jnspecteurs zoude kunnen opgeeven; en welke omstandigheeden tans misschien om geen andere reeden aan des vertoonders kennisse onttrok„ kken blijven als om dat hij door den verren afstand van de plaats van voormelde koch niet inde gelee„ gentheid is geweest om te kunnen onderzoeken welke persoonen al of niet van deeze of geene omstandigheeden kennis draagen en dus van dezelve kunnen getuijgen. Reedenen 275 Reedenen waaromme den 7:O vert:n zich tot UEE Achtb:r is keerende, met needrig verzoek dat uEE Achtbr Twee Leeden uit het Collegie van Heemraaden te Zwellendam gelieven te committeeren, omme ten overstaan van de r: O: vertoonder naaukeurig inspectie te neemen van de plaats, waarop en om„ trend de gem: Neerlaag is geschied met qualificatie, om van zoodaanige omstandigheeden als de 4:o: vert:s tot de zaak in questie relatief zal oordeelen, behoorlijke informatien te nee„ „men en de noodige getuigenissen in te winnen; mitsgaders dezelve informatien en getuijgenis„ sen voorts te stellen in handen van den r: O:o vertoonder om van dezelve daar en zoo het hoord gebruik te worden gemaakt Terwijl de N:o A:o vertoonder verder de vrijheid neemt aan UEE achtbe in Eerbiedi„ ge Consideratie te geeven, of de voorsz: slaat anthonij niet op 't robben Eiland behoorde te worden geplaatst tot tijd en wijlen de voorsze: informatien zullen zijn ingekoomen /onderstond:/ 't welk doende W=a /was geteekend:/ Set: Fauter qq /:in margine:/ Exhibitum en Judicia den 24 Junij 1790 Agte He't welk geleezen zijnde, heeft de raad het ver¬ zoek van den E:A vertoonder geaccordeerd zullende dus den Land-drost van het voorn district Zwellendam ten eersten werden aan geschreeven, om door twee heemraaden welke naast bij de plaats alwaar voorsz: neederlaag geschied is woonachtig zijn, ten overstaan van hem Land drost als officier de noodige Jnspectie te doen neemen en de bij het ged=e vertoog gereqen werdende informatie in te winnen; terwijl inmiddels gem. slaaf Anthonij, tot tijd en wijlen de voorsz: infor„ matien zullen zijn ingekoomen op het robben Eijland zal worden geplaatst. — Wijders is noch door voorsz: adfunct Tis¬ „caal in zijne eevengem:e qualiteijt geexhibeerd een vertoog gemunieerd met drie bijlaagen zijnde dat vertoog van navolgende in koude Aan de weledele en Achtbr Heeren President en raaden van Justitie des Casteels de Goe¬ de Hoop 276 277 Vertrond met gepasten Eerbied de land Edrost van Zwellendam Anthonij alexander Faure 6 Dat hij in 't begin der maand november vanden gepasseerden Jaare 1789 kennisse gekreegen hebben„ „de, dat een vee wagter van den Lande bouwer Alewijn Petrus Burgert door twee opgedroote slaa¬ ven van den meede burger Hendrik Cloeteop een moordaadige wijze zoude zijn om het leevengebragt en dat men een dier opgedroete slaaven had gevangen genoomen, terwijl den anderen, vermits zich niet gevangen wilde geeven was dood geschooten gewor„ „den; de r:O vertoonder overzulx den gevange slaaf in naame damon in hechtenis heeft doen „neemen, en vervolgens Caaswaards ter Exami„ „natie heeft opgezonden: — Dat de E:O: vertn alvoorens denzelven te Examineeren, alle moogelijke devoiren heeft aan„ „gewend, om omtrend deeze zaake de noodige informa„ „tien te bekoomen ten einde de gevangene Raat Damon, met eenige grond te kunnen verhooren dog dat hem niet heeft moogen gebeuren eenig verder licht te bekoomen, als omtrend het Corpus Corpus delieti zoo als uEE Achtb:r kunnen zien uijt de neevensgaande gerecolleerde verklaa¬ „ringen van de burgers Lowies Jordaan en Pieter ter Planche. - Dat de r:O: vert:n nogtans den gevangen voor Heeren gecomms. heeft doen Examineeren omme te zien ofuit zijne responsiven ook eenige naam dere ontdekking omtrend zulk een grove mis„ daad zou kunnen worden gehaald: — Dan dat de geve volstrekt ontkent heeft meede pligtig te zijn aan 't vermaarden van voorm: veewwagter, met bijvoeging nogthans, dat die moord door zijn maat was geschied, en dat hij wel verre van daar in te hebben geparti¬ cipeerd, in teegendeel door zijne vriendschappelijke handelingen met den veewagter en daarop ge„ volgde bedreigingen van zijn geve maat, ongeluk Mig oorzaak is geweest dat de veewachter, mil¬ ke men voorgeeft dat den geve Zou hebben helpen vermoorden op zijn geve. maat is aange¬ vallen en met denzelven zoo verre aan 't vech „ten geraakt dat hij eijndelijk leevenloos ter aar„ „de is gevallen. Dat behalven dat ee niets met eenig grond, ten Easten 278
English
charges of the captured militated, he moreover supported his given answers through an unconstrained and calm countenance and, without the slightest alteration, repeated at the recolement what he had answered at his interrogation. That from all this it having appeared to the Honorable Exponent that the aforesaid slave Damon cannot with the slightest ground be suspected of having any part in the commission of the aforesaid murder, but on the contrary must be held in that respect to be entirely innocent and beyond all suspicion; so the undersigned takes the liberty to submit to Your Honorable Worships' respectful consideration whether the same might not see fit to restore the more-mentioned slave Damon as innocent to his master Hendrik Cloete upon payment of the prison and further incurred costs, or that Your Honorable Worships may please to dispose hereabout in such other manner as you shall judge to be proper. underneath stood which doing etcetera was signed J. N. Fruter qq in the margin Exhibitum in Judicio the 24 June 1790 After After the reading of which it was approved to return the slave Damon of Macassar, mentioned in the said representation, as entirely innocent, back to his master the farmer Hendrik Cloete upon payment of the prison and other incurred costs. Finally, the secretary of this council having exhibited such account as he, pursuant to the resolution of this council of the 10th of this month, had drawn up regarding the estate of the absconded first qualified clerk at the political secretariat Johannes Marthinus Horak; it was thereupon decided to have the same account, with the documents relating thereto, circulated for reading among the Honorable members of this council. underneath stood at Cape of Good Hope the day and year as above lower in my presence signed W J V Rijneveld secretary. Thursday, the 8 July 1790 In the forenoon, present the Honorable Worshipful Johannes Isaak Rhenius, president, and all the members except the Honorable Mappa due to occupation. After the reading of the presentation, the defendant has properly revoked the expressions uttered by him and asked the council for forgiveness, of which this note is kept. The secretary of this council Willem Stephanus van Rijneveld ex officio plaintiff against the suspended assistant Sr. Jacobus Vercueil, defendant, in order that, since the settlement between him, defendant, and the Independent Fiscal here regarding the lawsuit instituted by Your Honorable Worships against the defendant has already taken place, therefore to comply with the appointment of the well-mentioned Honorable Worshipful Council to revoke in pleno Judicio the expressions uttered by him, defendant, with respect to the Honorable members of this council and to ask the council for forgiveness. The burgher Jacobus van Leeuwen, as special attorney of the merchant and under-landdrost of the colony Zwellendam, the Honorable Constant van Nult Onkruyd, plaintiff against the Independent Fiscal, the Honorable Worshipful Johan Nicolaas Steven van Lijnden, defendant, in order to see an answer served to his submitted claim. The plaintiff produces his answer furnished with 2 enclosures. The defendant requests a copy thereof in order to serve a reply or else to renounce today 14 days hence. The Council grants it. The former bookkeeper and former secretary of Zwellendam Sr. Menso Blankstein, plaintiff against the well-mentioned Honorable Worshipful Independent Fiscal, defendant, in order to see an answer served to his submitted claim. Sr. Blankstein having submitted his answer, the defendant requests a copy thereof in order to reply or else to renounce today 14 days hence. The Council accords the defendant the requested copy and day to reply or else to renounce. The burgher lieutenant the worthy Jonas Albert van der Poel, as attorney of the burgher Jacobus Bierman, plaintiff against the more-mentioned Honorable Worshipful Independent Fiscal, defendant, in order to see an answer served to his submitted written claim. The plaintiff produces the writing mentioned in the presentation. The defendant requests a copy thereof in order to serve a reply today 14 days hence. The Council grants it. The roll having run thus far, there was submitted by the wife of the detained burgher Tobias Mijnhard a petition furnished with 9 enclosures; reading that petition as follows. To the Right Honorable Worshipful Johannes Isaak Rhenius, president, together with the further Honorable Worshipful Council of Justice of this government at Cape of Good Hope Right Honorable Worshipful and Honorable Sirs Shows with required respect Your Right Honorable Worships' very humble servant Anna Elisabeth van Inweegen, wife of the detained burgher Tobias Mijnhard. How she, petitioner, had taken into consideration the deplorable state in which her aforementioned husband, through a prolonged detention, has had to languish until this day. That
Dutch transcription
279 lasten van den geve militeerde hij ook daar en booven, door een ongedwonge en geruste Conte„ naneer zijn opgegeevene antwoorden heeft onder¬ steund en zonder de minste verandering bij recol„ o lement gerepeteerd het geen bij zijn verhoor heeft geantwoord. Dat uit dit eenen ander den H: E: vert: zijnde gebleeken, dat de voorsz: Slaat Demon met geen de minste grond kan worden gesoupconneert eenig deel te hebben aan het pleegen van voorsz: moord, maar inteegendeel gehouden moet worden ten dien opzichte zeer onschuldig en buiten alle ver„ denkong te zijn; zoo neemt de onderget=e de vrijheid aan UEE Achtb„en in Eerbiedige Consideratie te geeven, of dezelve niet zoude kunnen goedvinden den meer„ gem: slaat Damon als onschuldig aan zijnen Lijfheer Hendrik Cloete onder betaalinge der gevangenis, en verdere gedaane kosten te resti„ tueeren, of dat uEE achtb„en hier omtrend zoodaa„ nig andersgelieven te disponeeren als dezelve zullen oordeelen te behooren. — /onderstond / 't welk doende &=a /:was geteekend/ J: N: Pruter qq /in margine Exhibis„ tum in Judicia den 24 Junij 1790 Naa 280 Na welks lecture goedgevonden is den bij het zelve vertoog vermelden slaat damon van Macassar als geheel onschuldig weeder aan zijnen Lijfheer den Land=bouwer Hendrik Cloe„ „te onder betaaling der gevangenis en andere gevallene kosten te rugte geeven. — Eindelijk door den secretaris deezes raads geexhibeerd zijnde zoodaanige reekening, als hij gevolge besluit deezes raads van den 10 deezer noopens den boedel van den geauffugeerden eerste gean: Clercq ter paliticque secretarije Johannes Marthinus Horak had geformeerd; zo daarop verstaan, dezelve reekening met de daar toe relative documenten bij de Heeren leeden deezes raads te doen rondleezen /onderstond/aan Cabo de goede Hoop die at anno ut supra /lager/ mij resent / geteekend W J V Bijne„ „veld secret„s. — 281 raad om vergiffenis verzogt waar van deeze aanteekening Donderdag, den 8 Julij 1790 'T voordemiddags present dE Achtb. Heer Johannes Isaak Bhenius, president en alle de Leeden aempto den Heere Mappa bij accupatie. — Naa het opleezen der presen„ „tatie heeft den geregt behoor„ „lijk de door hem geuitte Ex„ pressien herroepen en den gehouden is. Den secretaris deezes raads wil¬ lem Stephanus van Rijne„ veld amptshalven reqt. Contra den onderafgesz: gage ge„ „ stelde Adsistent S. r Jaco„ „dus Vercueil geregt. omme nadien de Compositie tusschen hem gereg. en den Indept. Fiscaal alhier weegens het proces door & E: Achtb Jeegens den gereqt. gein¬ stitueert reeds is geschied, overzulx aan het appoinc„ tement van welgeme. E Achtb„e raade met in ple„ „noJudicio de door hem ge„ regt. ten opzichte der Heeren leeden 282. Den burger Jacobus van Leeuwen de reqt. produceert zijn antwoord gemunieerd als speciaale gemachtigde van met 2 Eijlaagen. — ben koopman en ond' Landedroot der de r: d: gereg:n ver„ zoekt daar van Copia Colonie Zwellendam de heer Con¬ stant van Nult onkruyd reg=t om heeden over 14 daa¬ „gen te dienen van replicq dan wel te renuntieeren De Raad fiat S r Blankstein zijn ant Den oud Boekhouder en oud secretaris van Zwel¬ „woord overgelegt hebbend verzoekt den Heer A: O: lendam St Menso Blankstein open Jeegens den Jndependent fiscaal d'E Achtb=e Heer Johan Nicolaas steeven van Lijnden R:O: gereg omme op deszelvs ingediende Eijsch te zien dienen van antwoord Leeden deezes raads geuitte ex¬ pressien te herroepen en den raad om vergiffenis te verzoe„ ken te voldoen. — gereg gereg=n daar van Copia ten einde Heeden over 14 daagen daar op te repliceeren aan wel te renuntieeren. — Welgem: E Achtbe Heer Jndepent Fiscaal gereg„n Vits omme op desselvs in gedienden Eisch te zien dienen van antwoord De Raad accordeerd den Heer R:O: ge„ „reg„n de verzochte Copia en dag om te re„ pliceeren dan wel te renuntieeren. de reqt. produceert het schrif„ en burger Lieutenant tuur in de presentatie ver„ de manh:d Jonas albert vander de heer geregn verzoekt Poel als gem: van den burger daar van Copie ten Einde hee„ Jacobus bierman Eiss. den over 14 daagen te dienen van replicq. - meld. - Contra Meerms. E Achtbe Heer Jndependent fiscaal 7: d„ gede omme op desselvs in¬ „gedaende schriftuur van Eisch te zien Dienen van antwoord De raad fiat. 7 283 Blankstein regt Contra De rolle dus verre afgeloopen zijnde wierd door de huisvrouw van den gedetineerdens burger Tobias Mijnhard ingediend een request met 9 bijlaagen gemunieerd; luidende dat request als volgd. Aan den welEde Achtbaaren Heer Johannes Isaak Rhenius president beneevens den verde„ ren E Achtb=e raade van Jus„ titie deezes gouvernements aan Cabo de goede Hoop Wel Edele achtbr Heer en 6E Heeren Geet met verEischten Eerbied te kennen u„ wer weld„e achtb:re zeer needrige dienaresse Anna Eliaa beth van Inweegen huisvrouw van den gedetineer burger Tobias Mijnhard. Hoe dat zij suppte. in overweeging genoomen hadde de deplorabele staat waar in haar voormt Man door een langduurige detentie tot heeden toe heeft moeten zugten Dat 28 lb.
English
285 That the petitioner, by virtue of the close relationship through the bond of marriage to the same, her presently unfortunate husband, considers herself naturally bound and obligated to assist her aforesaid husband in this his distress to the extent of her ability, and to administer and subminister to him that which he might need for the foundation of his exceptions and defenses that he would or could propose; That the petitioner, to that end, under date of 29 April last, had requested by petition from this Honorable Council to bring, by attorney [illegible] by way of suggestion, to the attention of Your Honorable, all that which she could in any way adduce to the innocence of her aforementioned husband and knows how to strengthen with the evidence obtained and yet to be obtained by her; which request was favorably granted by Your Honorable at that time, on the condition that the petitioner herself would produce her said Memorial in the Council. The petitioner, on this foundation, turns with no less respect to Your Honorable, with the very humble and meek request that it may be Your highest favorable pleasure to add the evidence annexed hereto to the documents, 286. and upon the termination of these proceedings, that such regard be taken thereof by Your Honorable as Your highest shall find to be proper according to rights and laws. Below stood: Which doing etc. Was signed: Anna Elisabeth Mijnhard born van Inwegen. In the margin: Exhibited in Court the 8 July 1740. Which having been read, it was resolved to deliver the documents to the Adjunct Fiscal Mr. Johannes Anders Truter, acting officially in the affairs of the Landdrost of the Colony of Graaff Reinet, in order to attach the same to his claim to be submitted against the said Mijnhard, to the end that such regard may be taken thereof in judging as shall be found to be proper. Furthermore, there appeared in Council the Second Head Surgeon of the Honorable Company's hospital Johannes Leeuwer, who came to exhibit the considerations required by this Council by resolution of the 29 April last of the now late First Head Surgeon Sallo on the post-mortem report drawn up and sent hither by the Colony Surgeon 287 at Graaff Reinet, Sastron, regarding the body of the substitute Jurgens; And hereupon it was also approved to deliver the same considerations to the aforesaid Adjunct Fiscal, in order to make the necessary use thereof in the trial against the detainee Mijnhard. Lastly, it having been communicated by the Secretary of this Council that he had received from the Merchant of the Honorable Company, Mr. Jacob Pieter de Neijs, the sum of 8722 rixdollars, being the first installment of the coastal mortgage bond passed by him for the benefit of the estate of the absconded first sworn clerk Johannes Martinus Horak at the Political Secretariat, it was thereupon, in conformity with the resolution of this Council, approved to have that sum transferred by the said Secretary into the Honorable Company's Treasury. Table of the [illegible] transferred 288. transferred. Below stood: At Cape of Good Hope, the day and year as above. Lower: Others present. Signed: W J Rijneveld, Secretary. 289 Thursday the 22 July 1790. In the morning, present the Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members except the Mr. van Echten due to indisposition. The Honorable Independent Fiscal Johan Nicolaas Steeven van Lijnden, Officer Plaintiff, against the citizen Jacobus Bierman, defendant, to see reply served on his submitted answer. The Mr. Officer Plaintiff, instead of serving reply, states that by the slaves in question some slaves were mistakenly reported, and that in this regard a further investigation should take place, wherefore his Honor will submit his reply on the next court day. The citizen Lieutenant Jonas Albertus van der Poel, as proxy for the defendant, says to have nothing against this. And the Council was satisfied herewith. The Honorable Independent Fiscal aforementioned, Officer Plaintiff, against the former Landdrost of the Colony of Zwellendam, Mr. Constant van Nult Onkruijdt, defendant, to see reply served, instead of which to hear renunciation of further productions. The Mr. Officer Plaintiff declares to renounce further productions, as his Honor the Plaintiff, in the written answer exhibited by the defendant, has found arguments which are not only completely destitute of proof, but also for the most part contradict themselves and therefore require no further debate. The citizen Jacobus van Leeuwen for the defendant says thereupon: "I have special orders from my principal to also renounce." Whereupon the Council has kept this matter under advisement. The Honorable Mr. Fiscal, Officer Plaintiff, against the former Secretary of the Colony of Zwellendam, Mr. Menso 290. van Blommestein, the defendant, after having previously made known that, his Honor having examined the written answer submitted by the defendant on the last court day, he had found nothing therein that required any debate, renounces thereupon
Dutch transcription
285 Dat zij supp=te uit hoofde der naauwe betrekking door den band des huwelijks op dezelve haaren tans ongelukkigen man, van natuurs weegen zich schul„ dig en verpligt reekend haaren voorsz: Man in deeze zijne nood naa haaren zaak vermoogen te addis„ teeren hem te administreeren en te subministree¬ „ren 't geene bij het fandament van zijne Exeptien en defentien, die hij zoude moogen of kunnen propo„ neeren van noode zoude moogen hebben Dat zij suppte. ten dien einde sub dato 29 april Jb: bij deezen E Achtb:r raade per request had verzogt, om„ „me al het geene zij maar eenigzints tot onschuld van haaren voorme, man voor te brengen en met de bij haar ingewonne en nog te bekoomene bewijze te sterken weet, bij procureur proded bij wijze van suggestie, onder het oog van uwelEdele achtb=r te brengen; welke verzoek bij uwelEd:e Achtb=r te dier tijdd goedgunstig geaccor„ deerd geworden is, onder die mits, dat zij supp=te. zaa„ re Memorie zelve in raade zoude produceeren. — zij suppte op dit fundament met niet min„ der Eerbied haar tot uwelEde: achtbr is wendende, met zeer needrig en ootmoedig verzoek, dat het hoogst der= zelver gunstig welbehaagen zijn mooge, omme de ten deezen geannexeerde bewijzen bij de stukken ge„ negh 286. „voegd, en bij 't ternineeren deezer procedures door uwele achtb„e zoodaanig reguard daarop genoomen te war„ den, als hoogstderzelver naa rechten en wetten zul„ len vinden te behooren - /:onderstond:/ 't welk doen de &:a was geteekend :/ anna elisabeth mijnhard ge„ boaren van Jnwegen. - /in margine:/ Exchibitum in Judicco den 8 Julij 1740. — Het welk geleezen zijnde i verstaan voor stukken te overhandigen aan de adjunct Fiscaal Mr. Johannes Anders Pruter als de zaaken van den Land=drast der Colonie graafe Reinet officie weegen waarneemend, om dezelve bij zijn Jeegen gem: Mijnhard in te dienen Eijsch te voegen ten einde daar op in Judicando zoodaanig reguard kan worden genoomen als bevonden zal worden te behooren. Voorts verscheen in raade den tweeden opper¬ Chirurgijn van s' E Comp:s hospitaal Johannes Leen wer dewelke kwaaen te Exhibeeren de Considere tien door deezen raade bij besluit van den 29 april H: van de nu weijlen eerste opperchirurgijn Sallo gevorderd op de schouwacte door den Colonies Chirurgij aan 287 aan graaff Reinet Sastron, weegens 't lijk van den sub„ stituut Jurgens, geformeerd en herwaards overgezonden; En is hierop al meede goedgevonden dezelve Consideratien aan voorsz: adjunct fiscaal te overhandigen, om daarvan in 't proces Jeegens den gedetineerden Mijn„ hard 't noodige gebruik te maaken. — Laatstelijk door den secretaris deezes raads ge„ communiceerd zijnde dat hij van den koopman der E Comp„e de Heer Jacob Pieter de Neijs ontfan„ gen had de somma van 8722 rijxd: s zijnde de eerstespaaij der kustig brief door hem ten behoeve des boedels van den geausfugeer„ „den eerste gean=e Clencq ter politicque ecretarije Johannes Marthi nus Horak, gepasseerd, is daar op Conform het besluit deezer goedgevonden die som door gemelde secretaris in s' Eede „le Compagnies Cassa te doen Tafel van den. . . . . . . . . . overbreng 288. overbrengen /onderstand:/ Aan Cabo de goede Hoop die et anno ut supra /:lager/ Alij present /geteekend W J Rijneveld Secnetaris. 289 Donderdag den 22 Iulij 1790 Woordemiddags present d' E Achtb Heer Johannes Isaak Rhenius praesident en alle de leeden demptor den Heere van Echten bij indispositie. den Heer Rid: Eijscher in steede Den E Achtb=r Heer Jndepen„ van replicq te dienen, dat daar dent fiscaal Johan Nico„ door de slaaven in questie eenige laas Steeven van Lijnden slaaven abusiet zijn opgegeeven en hier omtrend nog een Nader on„ 2: d:o Eijss„r „verzoek diend plaats te hebben open Jeegens zijn E overzulx zijn replicq den volgende rechtdag zal overleg„ en burger Jacobus Bierman gedr omme op desselvs inge Den burger Luitenant Jonas „dienden antwoord te zien. Albertus van der Poel, als gem: van den gereg zegd daar niets tee„ dienen vant replicq. — „gen te hebben. — En heeft de Raad hier in genoe „gen genoomen de Heer r: O: Eijsscher ver Den E Achtb:s Heer Jndepen„ „klaard te renuntieeren van dent Liscaal voornoemt verdere 220 reqt. „gen. verdere productien, alzo H: J: d' Eijsscher in het schriftuur van antw Contra woord, door den ged e geExhi„ Denaud Land Drost Per Colonie „beerd heeft gevonden argumen„ „ten welke niet alleen geheel Zwillendam de Heer Con„ van bewijs zijn ontbloot maar Htant van Nult onkruijdt zig ook meestendeels zelve teegen„ gede omme in steede van spreeken en overzulks geen verder debat noodig hebben te zien dienen van replicq den burger Jacobus van te kooren renuntieeren van Leeuwen voor den ged„e zegd verdere productien daarop „Ik heb speciale Last van mijn pp l om ook te renunti„ „eeren „ Jnvoegende Raad deeze zaak ter randlee„ „zing heeft gehouden in advijs de 7:0 regt na alvoorenste Welgem: E Achtb Heer Piscaal kennen te hebben gegeeven, dat EE. geExamineerd hebbende V. d: Eijsscher het schriftuur van antwoord, Contra door den ged=e op laatstl: recht„ dag ingediend daar in niets had Den oud secretaris der Colonie gevonden, dat eenig debat ver„ Zwellendam St Menso Eijschte, renuntieerd daarop 290. van Blakkoten
English
of further productions. The defendant states that he also renounces. The Council keeps this matter under advisement for circulation. The said Plaintiff produces a written claim, furnished with 15 annexes, and at the same time submits therewith the register and the documents exhibited in court on the last court day by the wife of the detainee, and placed in the hands of the said Plaintiff pursuant to the resolution taken on the same day. The Deputy Fiscal here, Mr. Johannes Andreas Truter, as being qualified to conduct the affairs of the Merchant and Landdrost of the Colony of Graaff-Reinet, Mr. Maurits Herman Otto Woeke, Plaintiff ex officio in a criminal case, on the one side, against the detained burgher Tobias Blanksteen, defendant, to hear, instead of seeing the serving of a rejoinder, the renunciation of further productions. The detainee, having heard the claim read out, states thereupon: I request a merciful punishment, for I am innocent. Tobias Meijnhard, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other side. The Council keeps this matter under advisement for circulation; meanwhile, since among the documents exhibited by the wife of the detainee they find some statements that are still uncollated and unsworn, the deponents, most of whom reside in Graaff-Reinet, shall be written to in order to come down to the Cape for the collation and swearing of their statements. Subsequently brought to the table was the account, submitted before the Secretary of this Council on the 24th of the preceding month of July and since circulated among the respective members, which was drafted pursuant to the resolution of the 10th preceding; the aforesaid account, after re-examination, was fully approved, and it was furthermore approved to have a copy thereof delivered to Yda Margaretha Alleda, wife of the said Johannes Marthinus Horak. Hereafter, were taken in hand the criminal claim and documents submitted by and on behalf of the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, in his official capacity, against the slave Solon of Tonkanoe, who belonged to the burgher Gideon Joubert, deceased; concerning which, having deliberated with all attention, the Council, having taken note of all that merited reflection and could move their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoner Solon of Tonkanoe to be brought to the place where it is customary here to execute criminal sentences, there to be delivered to the executioner and, with a rope around his neck, fastened to the gallows, subsequently tied to a stake, severely scourged on his bare back, and thereafter branded; the prisoner shall furthermore be riveted into irons in order to remain confined on Robben Island for the term of his life; with condemnation of the prisoner in the costs and expenses of justice. Furthermore, it being communicated by the Honorable Worshipful President that His Honorable Worship had been authorized by the Right Honorable Governor and the Honorable Worshipful Council of Policy to notify this Council that the government had seen fit to establish at this place a court martial for the National Corps here in garrison and to appoint an Auditor Military thereto, His Honor furthermore producing in this regard an extract of a resolution taken in the Council of Policy, together with an extract from certain considerations of the Independent Fiscal, both of the following content: Extract of resolution taken in the Council of Policy in the Castle of Good Hope, Monday the 9th of October 1784. It was made known to the Council by the Governor how, among various proposals by the Military Commission that recently departed from here, there was also one for establishing a court martial for the National Corps here in garrison and appointing an Auditor Military thereto; that His Honor had placed a copy of this proposal, without loss of time, into the hands of the Independent Fiscal with a request to serve His Honor with his consideration and advice regarding that point, and as to how far the desired objective therein could be attained with effect; and had received in response the rescript following hereafter, which His Honor was at the same time laying upon the table of this Council. That His Honor, both by the motives upon which the aforementioned proposal of the Military Commissioners was grounded and by the advice of the Independent Fiscal, had been most strongly confirmed in the idea of the absolute necessity for the establishment of such a court martial, and at the same time this latter advice had appeared to His Honor upon reading to be so detailed and of such a nature that it could very well serve as a guide and instruction for the court martial to be established, as well as for the functions of the auditor to be appointed thereto; while His Honor had to trust that on this footing the political jurisdiction—the intact preservation of which, together with the direction and management of all matters both civil and criminal, as well as the championship and protection of the sovereignty and authority of the Dutch state, had been commended by instruction to the one who had drawn up that advice—would in no way come to suffer or be curtailed thereby. All of which, having been presented by the Governor, being ripely weighed and taken into consideration, etc., It was, after deliberation held, unanimously approved and resolved to grant to the national troops here a court martial alongside an auditor military
Dutch transcription
291 van verdere praductien. — de gede zegd meede te renuntieeren De raad houd deeze zaak ter rond„ leezing in advijs De r: d: Eisscher produceerd Den adjunct Fiscaal alhier eenen schriftelijken Eisch ge„ Mr. Johannes Andreas Fruter „munieerd met 15 bijlaagen, en als zijnde gequalificeert ter legd teffens daar bij over het re„ „gaert en de stukken door de huis„ waarneeming der zaaken vrouw van de gedetineerde op van den koopman en Land„ laatetle rechtdag in Judicio geEx„ „drost der Colonie graaff Rei„ hibeerd, en bij het Eedem die genoo„ men besluit in handen van hem „net de Heer Maurits Her„ C: d: Eisscher gesteld. — man otto woeke r: O: Eisscher in Cas faimi„ neel ter eenre Contra den gedetineerden burger den gedetineerden den Eisch hebbende hooren Leezen zegd daar„ op ik verzoek om een genadige strat want ik ben ontschuldig Blanksteen gd„e om in stee„ de van te zien dienen van duplicq te hooren renun¬ „tieeren van verdere produc„ tien. - Tobias 292 De raad houd deeze zaak ter rondleezing in advijs zullende inmiddens vermits zij onder de stukken, door de huisvrouw van den gedetineerden geExhibeerd, eenige ver„ klaaringen bevinden welke nog ongere¬ colleerd en onbeeedigt zijn de deposanten welke meest al te graaff reinet woonag¬ tig zijn worden aangeschreeven om tot het recolleeren en beedigen hunner ver¬ klaaringen Caabwaards opte koomen Vervolgens ter Tafel gebragt zijn„ „de de op den 24 der voorl:e maand Julij voor den secretaris deezes raads engedienden, en zeedert bij de resp„e. Leeden rond¬ geleezen, reek=s welke ingevolge besluijt van den 10 bevoorens is ge¬ Tobias Mijnhard gev: en gede in Cas voorsz: ter andere zijde forment 293 formeerd geworden; zoo is voorsz breek„t na nogmaalige resumptie, volkoomen geapprobeerd, en wijders goedgevonden daarvan aan yda margaretha Atle„ da huisvrouw van gem: Johannes Marthinus Horak Copie te doen inhandigen.— Hierna wierden bij der hand genoomen den Crimineelen Eisch en stukken door en van weegens den Land=drost van Stellenbosch en drakenstein de Heer Hendrik Lode wijk Bletterman nominie officii opende Jeegens den slaaf solon van zonkanoe toebehoord hebbende den bur„ „ger gideon Joubert gedeonst:t ingediend, waarover met alle attentie gedelibereert zijnde; heeft de raad gelet hebbende op al 't gunt reflectie meriteerde en hun E E Achtb:se konden konde doen moveeren Recht doende uit Naam en van weegens de Hoog moogende Heeren Staaten generaal der verEenigde Neederlanden den geven tolon van Lonkanoe gecondemneert omme gebragt te worden ter plaatze alwaar men alhier gewoon is Crimineele gewijsdens te Executeeren, aldaar aan den scherpregter overgeleeverd en met een strop om den hals aan de galg vostgemaakt zijnde vervol„ gens aan een paal gebonden, op de bloote rugge strengelijk gegeesteld, en daarna gebrandmerkt te worden, zullende hij gev„e al verder in de ket„ ting werden geklonken ten einde den Lid zijns leevens op't robben Eijland geconfineerd te blij„ ven met Condemnatie van den gev„e, in de kosten en misen van Justitie. - Wijders door den E Achtbre Heer Prezi„ dent gecommuniceerd zijnde, dat zijn Ee„ Achtbr door den wel Ed: gestre Heer gouver„ neer en den E Achtb=e raad van politie was gequalificeert geworden om deezen raa den 294 295 de kennisse te geeven, dat de regeering goedge¬ vonden had, aan deese plaatz opte rigten een krijgs raad voor 't Nationaal Corps alhier in guarnisoen en daarbij een auditeur Militair te plaatsen produceerende zijn E wijders hier omtrend een Extract resolutie genoomen in raade van politie beneevens een Extract uit zeekere Consideratien van den Heer In¬ dependent Fiscaal, bij de van navolgen¬ de inhoude Extract resolutie genoo¬ men in den Raade van politie in 't Casteel de goede Hoop Maandag den 9 october 1784 Wierd door den Heer gouverneur den raa„ de te kennen gegeeven, hoe onder verschij „dene propositien doorde onlangs van hier vertrokkenen Militaire Commissie, er ook ren op 296 eene was tot het oprichten van een krijgsraad voor 't Nationaale Corps alhier in guarnisoen en het daar bij plaatzen van een auditeur militair dat zijn Ed:e deeze proporitie percopiam zon„ der tijd verruijm had gesteld in handen van den Heer Jndependent fiscaal met versoek om zijn Ed=e om„ trend dat peinet te dienen van desselvs Consideratie en advis afen in hoe verre men het daar in ver„ langde oogmerk met vrugt zoude kunnen berei„ ken; en daarop; had ontfangen de hier naval„ gende rescriptien die zijn Ed=e teffens ter Zatel van deezen raade was overleggende Dat zijn Eden. zoo door de motiven waarop de voorenaangehaalde propositie van de Heeren Militairen Commissarissen was gegrond als door het advijs van den Heer Independent Fiscaal ten sterksten was bevestigt geworden in het denkbeeld van de absolute noodzaakelijkheid, tot : 297 tot het daar stellen van zodanige krijgs raad en te gelijk dit laatste zijn Ede bijlectuure zoogede„ tailleerd en van dien aard was voorgekoomen dat hetzelve zeer wel tot een rigtsnoer en Jnstruc„ „tie voor de op te richtene krijgsraad als ook voor de verrigtingen van den daarbij aan te stellene auditeur zoude kunnen dienen; Terwijl zijn Eden moest vertrouwen dat op dien voet de politicque Jurisdictie, welkers in't acte Conservatie te gelijk met de directie en het beleijd van alle zoo Civiele als Crimineele zaaken, zoo wel als de voorstand en bescherming van de Hoogheid en authoriteijt van den Neederlandschen staat, aan die gee„ „ne bij instructie was aanbevoolen welke dat advijs hadde opgesteld in geenen deelen daar door zoude koomen te leijden ofte worden ver¬ „kort. Alle het welke door den Heere gouverneur voorgedraagene rijpelijk overwoogen en in Consi„ deratie genoomen zijnde & Is naagehoudene deliberatie met eenparigheid van stemmen goedgevonden en beslooten aan de nationaa„ le troupes alhier een krijgs raad neevens een austiteur militair
English
to attach a military auditor, on the footing as determined and proposed in the aforementioned advice of the Independent Fiscal. Furthermore, for the performance of that post of military auditor, the deputy fiscal Gabriel Exter was qualified, who appeared to possess the required capacities for it, and this without enjoying any salary until such time as the same should be granted and determined by the Lords Masters. Subsequently, it was approved and understood to give the necessary notice of this provisional arrangement by extract hereof to the head of the militia, the Colonel and Chief of the Artillery, the Colonel Commandant of the regiment Würtemberg currently commanding the garrison, the Town Major, and the Captain Commandant of the national depot, as well as to the aforementioned Gabriel Exter, with the insertion of that part of the advice of the Independent Fiscal in which the duties of both the court-martial itself and the auditor are determined, in order to serve provisionally as an instruction for both, with the reservation to alter, amplify, or amend the same in all respects as the High and Mighty Lords Majors shall deem fit, or as in occurring unforeseen cases shall be judged proper by this Council. Underneath was written: Agrees. And signed: G: C: Goetz, First Clerk. Extract from the considerations submitted by J: N: S: van Lijnden, Independent Fiscal of this government, to the Right Honorable Governor in loco Cornelis Jacob van de Graaff, concerning the establishment of a military court-martial for the national troops. In satisfaction of the motives for the establishment of the court-martial, brought forward both by the Commissioners and by the undersigned and cited here before, it will in his opinion be sufficient if the court-martial is granted the authority to judge purely military offenses. Which entirely agrees with the capitulation of the regiment of Würtemberg, article 22, stating: The regiment shall have its court-martial for purely military offenses, it being understood that death penalties may only be executed after the approval of the government, and in all other cases the regiment shall conform to the laws and customs of the Company. Of which the Lords Majors also do not seem to be entirely unaware, as appears from their utmost dispatch written to the Governor and Council here, dated 26 July 1786, verbatim: That the garrison offenses, that is purely military offenses, of the artillerymen, just as those of the other troops of the garrison, must be punished with the foreknowledge of the head of the militia and with the approval of the Governor, while the imposed military punishment must be executed by the corps to which the delinquent belongs. By purely military offenses, the jurists understand—such as Arrius Menander in book 1 De Re Militari, in book 2 Digest De Re Militari, Groenewegen De Legibus Abrogatis at lex 6 Codex De Jurisdictione Omnium Judicum, Brouwer De Foro Competenti book 1 chapter 9 number 13, Voet De Jure Militari chapter 7 number 9, Bynkershoek Quaestiones Juris Privati book 1 chapter 13 De Foro Militari in Causis Delictorum, Van Hasselt, instructions on military jurisprudence, chapter 13, paragraph 11, and a multitude of others—such offenses as military personnel commit as soldiers and of which no one could be guilty unless he were a soldier. Such as: desertion, fleeing in a battle, defecting to the enemy, transferring from one company to another without a passport, losing weapons or alienating the same, abandoning one's post, sleeping on the same, someone who, having been sent out to reconnoiter or forage, stays away, someone who leaves the trenches, someone who leaves the watch, someone who, being out on leave, stays away past his time, someone who climbs over the rampart or who enters the camp over the wall, someone who fords or swims the moat, furthermore disobedience, mutiny, conspiracy against one's commander and other superior and non-commissioned officers, drunkenness, dissolute conduct, and what more of such kinds there are, all detailed in lex 3 Digest De Re Militari. From which are distinctly differentiated the ordinary or common offenses which can also be committed by persons who are not soldiers, such as homicide, adultery, rape, counterfeiting of coin, arson, violence, forgery, public violence, housebreaking, theft, and the like. This court-martial therefore only having to judge purely military offenses, all the other offenses and contraventions against the enacted laws, placards, and ordinances would remain, as of old, under the jurisdiction of the ordinary daily judge, and consequently military persons in all other matters, both civil and criminal, would be apprehensible, convenable, justifiable, and executable before the civil judge, as this was already determined in the year 1651 on 25 March by resolution of the United Provinces, after the States of Gelderland and Utrecht on 20 January of the previous year and those of Overijssel on 7 February had already made the proposal thereof in the general assembly. From which it also follows that no political or civil persons whatsoever, in either civil or criminal matters of any kind, may ever be summoned or sued before the same. That in civil matters all political or civil persons having any claim against military personnel, or also military personnel against political persons, must institute their actions before the ordinary civil judge, and that the military personnel shall be obliged to answer there or to summon their opposing parties. That two soldiers in civil matters, as concerning mine and thine regarding inheritances, successions,
Dutch transcription
29. 8. militair toe te voegen, op den voet zoo als hetzel¬ „ve bij voormeld advijs van den Heer Jndependent fiscaal word bepaald en voorgesteld. — Voorts wierd tot het waarneemen van die poortm van auditeur Militair gequalificeert, den adjunctie fiscaal Gabriel Exter die daar toe de verEijschte Capa¬ citeijten voor kwam te bezitten en zulx zonder genot: van eenige gagie tot tijd en wijlen dezelve bij Heeren meesteren zoude zijn vergund en bepaald. Vervolgens wierd goedgevonden en verstaan van deeze provisioneele schikking bij Extract deezes de naor dige kennis te geeven aan het hoofd den militie der Collonel en Chet der Art Hillerie den Collonel Comman¬ dant van t regiment Wintemberg thans het quar¬ nisoen Commandeerende den groot Majoor en den Capitain Commandant van 't nationaal de pots, mits„ „gaders aan boovengem: Gabriel Exter, zullende daar¬ bij worden geinsereerd dat gedeelte van het Advijs van het heer Indepondent Zircaal, waarbij de verrigtingen zoo van den krijgsraad Zelve als van den auditeur zijn bepaald om voor beiden provisioneel te strekken tot een instructie, met reserue reserve van dezelve ten allen Zijde zoodaanig te veranderen te ampliceren of altereeren als de Hoog gebiedende Heeren Majores zul¬ „len goedvinden of bij voorkoomende on„ voorziene gevallen bij deezen raade geoor„ deelt zal worden te behooren /onderstond:/ Accordeert /en geteekend:/ G: C: Goetz: Eg Clercq Extract uit de Considera„ tien door den Heer J: N: S: van Lijnden Independent fiscaal deese gouvernements aan den welEdele gestrenge heer gouverneur in laco Cornelis Jacob van de graaff geruppedi„ teerd, weegens het oprichten van eenen militairen krijgs„ raad bij de nationaale trou„ pes. Per voldoening aan de motiven tot het op¬ rechten der krijgsraad, zoo door heeren Commissarissen als door de ondergeteekende bijgebragt 299 300. bijgebragt en hier vooren aangehaald zal het na¬ zijne gedagten genoeg weezen ingevalle aanden krijgeraad word gegeeven de faculteijt omme te Jkcheeren over Jenu Militaire Delieten Het geen allezints overeenstemd met de Capitai latie van het regiment van wurtemberg art 1/22 houdende. Le regiment aura son Conseil de querre pour les delites Jaurement Militaires, bien entendu que les peines de morts ne daivent être Executéés qué dapres lapprobation du gouvernement, et tans tous les autres Cas le regiment se Conformera aux toix et aux usages de la Compagnie„ Waarvan Heeren Majores ook niet geheel alleeen schip nen te zijn zooals blijkt uit hoogst derzelver mis„ „sive geschreeven aan gouverneur en raaden alhier de dato 26 Julij 1786 in verbis. „ Dat de guarnisoens, dat is pure militaire de„ licten van de Arthilleristen eeven als die vande andere troupes van 't guarnisoen, gestraft moeten wor¬ „den met voorkennis, van der het der militie, en op het goedvinden van den gouverneur terwijl de opgelegde militaire „ ƒ . 301 militaire straf geExecuteerd moet worden door het Corps onder het welk den delinquant heb¬ bendie behoort„ Door de Jrre militaire delicten nu verstaan de regtsgeleerden, gelijk arrius Menander in Lib: Idere: Milit in lib 2 H deze Milit groen„ „weegen de llabrog ad l6C de Jurisd omni sad bromans de zor Comp lis 1 Jar 9 N. o 13 voet de Iur milit: cap 7 n„o 9 Bijnkershoek ques Jur prov. lib 1lap 13 de For milit in Causis delict van hasselt onderrigt over de milit Jurist„l Cap 13 11 en eene meenigte andere zoo„ „daanige delicten die de militaire Committee„ „ren als militairen en waaraan zig niemand of hij moest een militair zijn, kan schuldig maaken. als daar zijn, desertie het gaan loopen in een slag, overloopen, na den vijand„ overloop van den eene Compagnie onder den anderen zon„ Der paspoort het verliezen van wapenen of vera„ lieneeren van dien, 't verlaaten van zijn post het slaapen of dezelve, een die om te recognoteeren of fourageeren zijnde uitgezonden weg blijft een die„ uyt 302. uijt de loopgraaven weggaak een die van de wagt gaat, en die op zijn zijd met verlof uit zijnde wegblijf ten een die de wal overklimt of die over de muur het leeger inkomt, een die de gragt doorwaad of swemts voorts ongehoorzaamheid opstand op zaamen zweerin„ ge teegens zijnen veldheer en andere opper en onder officieren, dronken schap, dissolutie en wat dier gelijke soorten meer zijn, alle gesetailleerd in lege 3ff deze militari waarvan weldeegelijk onderscheiden worden de gemeene of Communia Delicta welke door per¬ soonen die geen militairen zijn ook begaan kunnen worden, als Doodslag, overspel, vrouwen kragt, vervalsching der munte brandstichting, geweld, valschheid, straatschenderijen, huisbraak, diverij en wat dies meer zij Deeze krijgeraad dus alleenlijk over Jure militai¬ re delicten zullende vonnissen, zouden alle de overige delieten en Contraventen teegens de gesta„ tueerde wetten placcaaten en ordonn: ter Indiaa¬ ture van den ordinairen dagelijxen rechter als van ouds verblijven en gevolgelijk de militaire per„ soonen in alle andere zoo fiviele als Crimineele zaaken 303 zaaken aprehensibel, convenibel Justitiabel & Executabel zijn bij den fivielen rechter gelijk zulx reeds, in den Jaare 1651 op den 25 Maart bij resolutie van de gemeene bondgenooten is vast gesteld naa dat de Heeren staaten van gelder„ land en Utrecht op den 20 Jann: l: A: en die van overEijssel op den 7 febyj daarvan in de algemeene vergaderinge de propositie reeds had„ den gedaan— waaruit dan ook volgd dat geene politie„ „que of burgerlijke persoonen, nog in Civiel nog en Crimineele zaaken hoegenaamd, immervoor dezelve zullen moogen geconvenieerd of aange¬ sprooken worden. — Dat in Civiele zaaken alle politicque ofte burgerlijke persoonen iets te Eijsschen hebbende van militaire ofte ook militaire van poli„ ticque hunne actien zullen moeten institu„ eeren voor den ordinairen Civilen rechter en dat de militairen verpligt zullen wezen hun al¬ daar te verantwoorden of hunne parthijen te Con¬ venieeren Dat twee militairen in Civiele zaaken als o„ „ver het meumet tuum weegens Erffenissen, versterffe„ nitsen
English
304 testamentary dispositions, leases, farm rents, purchases, sales, acknowledgments of debt, loaned money, having anything to claim from the other, they must likewise do so before the ordinary civil judge, who therefore alone shall retain jurisdiction over matrimonial matters. But whenever military personnel might have any dispute with military personnel concerning their pay, wages, clothing, weapons, food, covering, and the like, the same being regarded as pure military domestic matters, they ought to be determined by the court-martial. Furthermore, the undersigned believes, subject to correction, that in case of provocations and duels between military personnel, the same should be tried before the court-martial; but between military and civil or political persons, the same ought then, by reason of the connection of the case, to be cognizable before the civil judge. The former for several reasons, among others, because circumstances can often arise whereby such a provocation or duel, although generally counted among common crimes, 305 would nevertheless rank among pure military crimes; and the latter in conformity with the placard of the Lords States of Holland and West Friesland against duels dated 22 March 1657, to be found in Mr. S. van Leeuwen, Manner of Proceeding, among the appendices, page 428. Now, as regards further the manner in which such a court-martial ought to be constituted, the place where, the times at which they should assemble, as well as the determination of the costs of the parties, the remuneration of the members and the auditor, their rank, number, presidency, manner of consultation, and so forth, the undersigned, believing this not to be of his department, need not express himself further hereon. Concerning the auditor, the undersigned is of the opinion that there ought to be chosen for this a known person of good name and reputation, sober and capable, possessing at least a superficial knowledge of Roman law, furthermore somewhat experienced in the art of war, and fully experienced in military laws and specific 306 military domestic administration. That the auditor should be allowed to act solely and exclusively in pure military crimes and the matters already enumerated hereinbefore. That of all other matters and crimes occurring to him concerning military personnel or also citizens, he ought to give notice to the Independent Fiscal, with the transmission of the delinquents and pieces of evidence that he might have at hand, and thus assist him in every way for the furtherance of justice. That he should not execute or perform any judicial or notarial acts whatsoever, whether powers of attorney, obligations or acknowledgments of debt, ante-nuptial contracts or agreements, testamentary or codicillary dispositions, conveyances, donations, cessions, transactions, lease or rental deeds, bills of sale, nor any other similar acts, much less inventories or public sales, whether of deceased or still living persons, nor gather or have reaffirmed any testimonies or attestations, except solely in pure military crimes, and that only from military persons; but 307 that whenever civil persons were also involved in pure military crimes, of whom he needed any depositions, he should have to seek the same from the ordinary justice, just as all others being ventilated in cases before the ordinary judge would have to be gathered and given there. That, however, in order to prevent the country's service from suffering because of the frequent demanding of such testimonies and depositions from military persons at inconvenient times, and whenever the same were required and cited thereto, whether on behalf of the fiscal office or on behalf of private individuals, it would be most convenient that such citations should not be served by the messenger of justice upon the persons themselves, in case they might be non-commissioned officers or privates, but upon the auditor, or upon the commanding officer of the corps to which they belonged, who should then be obliged 308 to ensure that what is required were properly fulfilled, and the requested witnesses presented themselves at the proper time and place. All the foregoing, nevertheless, with this understanding: that in case either the fiscal office or the parties, for the convenience or relief of the Commissioners and the Secretary of the Honorable Court of Justice, or for other reasons, might prefer to have their needed testimonies or depositions from military persons gathered by the auditor and before military commissioners, this shall be permitted to them, and the auditor shall be obliged, upon being required, to perform this properly, while at the same time it should be enjoined upon the Court of Justice to accept the same and administer justice thereon in adjudicating. Finally, in order to avoid and cut short as much as possible all cavils, disputes, and conflicts of jurisdiction, 309 in cases arising which were subject to any doubt as to whether they might properly be ranked under the class of pure military crimes, the auditor or other interested parties ought to request the decision regarding this from the Honorable Council of Policy. However, since the High-Governing Lords Masters at the Assembly of the Seventeen, by Instruction of the year 1765, have entrusted and recommended the administration of justice to the Independent Fiscal without any exception of political or military persons, and that by the 5th Article in these words: The Independent Fiscal shall have the direction and the conduct of all cases, both civil and criminal, in order to
Dutch transcription
304 niesen testamentaire dispositien huuren, pachten, koop verkoop schuldbekentenissen, geleende penn EW W:e iets van den anderen te Eisschen hebbende, zulx meede zullen moeten doen voor den ordinaris Civilen rechter denwelken dus ook alleen de Judicatuure over het matrimoniele zal moeten verblijven Maar dat zoo wanneer militairen met militaire eenige questie zoude moogen hebben over haare soldijenn, gages, kleederen, wapenen voedzel, dekzel en diergelijke 't zelve beschouwd zijnde als pare militaire huishou delijke domesticque zaaken, door den krijgsraad zouden behooren te wonden getermineerd Verder meent den ondergeteekende onder Cor„ rectie dat in Cas van provocatien en duellen tusschen militairen, dezelve voor den krijgsraad edog tusschen militaire en burgerlijke of pali„ ticque persoonen, dezelve als dan bij de propter bontinentiam Causa voor den Civeelen rechter Conve„ nibel zoude moeten zijn. Het eerste onder meerdere andere reedenen om dat er dikwijls omstandigheeden bij kunnen koomen die Zod „nig een provocatie of del, hoewel in't generaal onder communa„ Delicta 305 delicta gereekend, egter onder de pure militaire de„ licten rangeeren zouden en t laatste conform het placcaat van de Heeren Staaten van Holland en Westfriesland teegen duellen dd 22 Maart 1657. te vinden bij m„r S: V: Leeuwen man„r van pro„ „cez: onder de beijlaagen pag: 428 Wat nu wijders aanbelangd de wijze op welk zoodaanig een krijgs raad diende geconstitueerd te zijn, de plaats waar de tijden opwelke Vergaderen moesten als meede de bepaaling der kosten van par„ „thijen, de remuniratie der Heeren Leeden en auditeur hunne rang, getal, presidie wijze van raadpleeging N:W:t zoo zal den ondergeteekende vermeenende. zulx van zijn departement niet te weezen zich hier over niet verder behoeven uit te laaten. Den auditeur betreffende is den ondergeteeken„ de van gevoelen dat hier toe behoorde te worden ver„ koozen een bekend persoon ter goeder naam en faam staande, nugteren ende bekaam ten minsten een superficieele kennis van de romeinsche rech„ ten bezittende, voorts in de krijgs kunde, ee„ „nigzints en in de krijgswetten en particulie„ ren 306. „re militaire huijshoudinge volkoomen ervaaren Dat den auditeur enkel en alleen in pure mil „taire delieten en hier vooren reeds g'Enumereerde zeu ken zoude moogen ageeren Dat van alle andere hem voorkoomende zaa ken en delieten de militaire of ook de burgers be„ treffende, zoude behooren kennis te geeven aandenin Jndependent fiscaal, met voorgaane der delinquan en bewijs stukken die hij magt voor handen heb¬ „ben en hem dus tot bevordering der Justitie op Allerhandewijze behulpzaam zijn. Dat hij Justitieele of notarieele actens hoege„ E naamd, 't zij volmachten, obligatien of schuldbekente„ nissen, huwelijks voorwaarden of Contracten Testamen„ „taire of Codicillaire dispositien, transporten dona„ tien, Cessien, transactien, huur of pagt Cedullen, koopbrieven, nogte alle verdere zoortgelijke veel min Inventarisatien of vendutiën zoude moogen pleege ofte doen, 't zij van verstorvene ofte nog leevende ook geene kondschappen nogte attesten, inwinnen ofte laaten recolleeren dan alleen in heure militaire de lieten, en dat alleen van militaire perzoonen, maar 307 maar dat wanneer burgerlijke persoonen in pare militaire de lieten meede betrokken waa„ „ren waarvan hij eenige verklaaringen nodig had, hij dezelve bij de ordinaris Justitie zouden moeten zoeken, gelijk ook alle andere in zaaken voorden ordinaris regter geventileerd wordende, aldaar zoude moeten ingewonnen ende gegeeven worden. Dat Echter om voortekoomen dat 'slands dienst voor 't dikwijls op ongeleegene zijden vorderen van zoodaanige kondschappen en verklaaringen van militaire persoonen, en wanneer dezelve daar toe 't zij van weegens het of„ ficie fiscaal, 't zij van weegens particuliere, wierden gerequireerd, ende geciteerd, 't gevoeg„ lijkst zoude zijn dat zoodaanige Citatien niet aan de perzoonen zelve, ingevalle het onderofficieren of gemeenen mogten zijn maar aan der auditeur, dan wel aan den Com„ „mandeerende officier van het Corps waar onder gehoorden door den boode van Justitie wierden gehxploijteerd, welke als dan verpligt zond 308. zouden moeten weezen te zorgen dat aan hetge¬ requireerde behoorlijk wierde voldaan ende geEischte getuijgen zig ter bekwaamer tyd en partze kwamen te bevinden. Al het voorenstaande nogthans met deezen verstan „de dat ingevalle of het officie fiscaal of parthijen tot ge„ mak of verligting van Heeren Commissarissen en den secretaris van den E AAchtb:r raade van Justitie dan wel om andere reedenen mogten prefereeren hunne benoodigde kondschappen of verklaaringen van militaire persoonen door den auditeur en voor krijgs Commissarissen te doen inwinnen hun dit zal worden vrijgelaaten, en hij auditeur verpligt zal weezen, des gerequi¬ reerd wordende zulx na behooren te prestee¬ ren, wanneer teffens aan den Raad van Justi„ tie diende geinfungeerd te worden dezelve aan te neemen en in Judiando daarop recht te doen. Eindelijk om zoo veel moogelijk alle Cavil¬ „latien, disputen en confleisen van Jurisdictie te 309 te vermeiden en afte snijden behoorde in voor„ koomende gevallen, welke aan eenige dubiteit on„ derworpen waaren, of dezelve wel onder de Classis der foure militaire delieten geran „geert mogten worden den auditeur of wel andere daar bij geinterresseerde de deci„ sie daaromtrend bij deE Achtb„en raade van politie verzoeken Edog vermits de Hoog gebiedende Hee„ „ren Meesteren ter vergadering van zeeventhienen bij Jnstructie van den Jaare 1765 aan den Independent Fiscaal de administratie der Justitie zonder ee„ „nige Exeptie van politicque of Mili tavie persoonen is ende blijft opgedra„ „gens, ende aanbevoolen en zulx bij den 5 Articul in verbis „den Jndependent Fiscaal zal heb„ „ben de directie en het beleijd van alle zoo Civiele als Crimineele zaaken omme d
English
in order to institute the actions, and further to prosecute them to the end, in such manner as he shall judge proper according to his Oath. Thus the undersigned believes he should cordially submit to your Honorable and Stern Esteem some Considerations and reflections by which he is of the opinion that it could be provided that his office should in no way be curtailed in its rightful authority. In the first place, then, the Members of that court-martial qua Judges, together with the appointed auditor, just like the respective Landdrosts in case of delay of Justice, extortion, corruption, vexation, abuse, or negligence and dereliction of duty in their office, would respectively have to be and remain accountable to the Independent Fiscal. Secondly, the authority of the court-martial to function and pass sentence solely on detention and under arrest regarding their military offenses should also in no way obstruct the 14th article of the instruction cited above, which provides: The Independent Fiscal shall have access, inspection, and reading of and to all registers, books, letters, accounts, and papers, none excepted. And thus, whenever he desires, he should have access to the minutes regarding what was transacted in that court-martial, of the procedural documents and papers; means, evidence, interlocutory and definitive sentences, and cases closed before the same. Thirdly, the faculty ought to be left to him, pursuant to the sixth article of the aforementioned Instruction, reading: And the Independent Fiscal shall, where it shall be necessary, be permitted to join with parties, who in that case shall not be permitted to make use of any writings, documents, or muniments before and until the Fiscal shall have had inspection thereof. In order, in case of duel or combat between military persons, as was said before, to be judged by the court-martial, to join with the auditor before the same. Fourthly, it likewise ought to be left free to him, whenever he received any reports from the auditor of other, not purely military, light and minor offenses and misdemeanors, to be able to hand over and cede the same to the treatment of the auditor and thus to the Jurisdiction of the court-martial. Fifthly, finally, just as also in Criminal cases directed by the respective Landdrosts, the Execution of the pronounced sentences must take place in the presence of the Independent Fiscal, so also here the Execution of the sentences of the court-martial, after having previously been approved by the Governor in the customary manner, which involved a capital punishment or that a soldier could not remain a Soldier, for example dishonorable discharge, or when the delinquent was handed over to the Executioner or Caffres for the undergoing of Corporal punishment and which thus entailed infamy, should be done in a like manner in his presence. But concerning military punishments that are not death sentences, applied by military personnel to military personnel, such as those of degradation, running the gauntlet, cordon, match, caning, etc., not to speak of other and lighter ones, their Execution could and should be left solely to the Court-Martial, or indeed to Commissioners thereof, together with the Auditor. The undersigned, flattering himself that by these various points he has fulfilled your Honorable and Stern Esteem's honored intention so far as concerns him, has the Honor respectfully to submit these his Considerations in advice to your Honorable and Stern Esteem. was written below: Thus advised at Cabo de Goede Hoop on the 28 August 1789 / was signed / J: N: S: van Eijnden / lower: / Agrees / and signed: / W G Goetz clerk. Which Two Extracts it was approved to circulate among the respective Members of this council to be Read around. Lastly, there was also read the following Extract. Extract resolution taken in the Council of Policy In the Castle of Good Hope on Tuesday the 13 April 1790. Subsequently was read the following memorial from the Independent Fiscal Mr Johan Nicolaas Steeven van Lynden. Whereupon, having deliberated, it was understood, First, that only in Criminal Cases shall the Landdrosts of the time of the Swellendam Colony be able to examine witnesses and have their testimony reviewed before the Board of Landdrost and Heemraden there. That not only the aforementioned Landdrost of Swellendam, but also that of Graaff-Reinet, shall from now on no longer be allowed to send any prisoners here without at the same time appending a properly drafted statement of the case containing an account of even the slightest circumstance of whatever is at hand, both to his charge and in his excuse, with all the evidence properly collected and, according to order, reviewed and sworn, all as the cases and Circumstances shall entail. That the Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein shall be obliged to do the same, except only the reviewing and swearing of the evidence produced. And finally, that whichever of the respective Landdrosts shall happen to act contrary to this, shall have to reimburse double all the costs that shall be caused by a longer detention of the delinquent than would have been necessary with the aforementioned Precautions, and, not having complied with this on a second occasion, shall be proceeded against with suspension from his office. was written below: Agrees / was signed / A: H: Faure clerk. underneath: At Cabo de Goede Hoop, day and year as Above / lower: / In my presence / and signed / W: van Rijneveld: Secretary.
Dutch transcription
310. omme de actien te institueeren, en voorts ten uiteinde te vervolgen zoodaanig als hij volgens zijn Eed zal oordeelen te behoo¬ ken. — Zoo vermeend den ondergeteekend„e aan uwelEde gestre nog hartelijk te moeten voordraagen eenige Consideratien en refleixie door welke hij van gevoelen is, dat geprove„ nieert zoude kunnen worden, dat zijn ampt in desselvs welhebbend recht opgeenerlij wijze wierde verkort. — In de eerste plaatz dan zoude de Leeden van die krijgs raad qua Judices, mitsgaders den aan stellenen auditeur, eeven als de respective Dand=drosten in Cas van protractie van Justi¬ tie exresen beswaar Corruptie veratie mesu„ des of nalaatigheid en pligt verzuijm in hun „lieder officie, respectivelijk door den Jndepen„ dent fiscaal moeten zijn en blijven Cacan„ „gabel. — de LSR 311. de &a Zoude de Contecrie van den krijgs „raad omme de verland en bij arrest alleen te fugeeren en vonnissen over hare mili„ taire delicten, ook geenzitts moeten obstee„ ren aan den 14 articul van de hier voor ren geciteerde instructie houdende De Jndependent Fiscaal zal ac„ ce visie en tectuure hebben tot en van alle registres, boeken brieven reekeningen en papieren geene uit„ gezondert. En dus zoude hij telkens zulx begeerende ope¬ „ning moeten hebben van de notulen weegens het gebesoigneerde in die krijgsraad van de processabele stukken en papie¬ iren; middelen, bewijzen, intertocutoi„ re en difinitive, vonnissen en zaaken voor dezelve geslooten. — 3den zoude aan hem de faculteit behoo„ 23 ren gelaaten te worden omme ingevolge den sesden articul van de kwijlsgem. e Jn„ structie ƒ : structie luidende En zal hij Independent finaal daar zulx van nooden zal weezen, zig moe¬ gen voegen met parthijen dewelke in dat geval niet zullen moogen dienen van eenige schrifteuren stukten of muuu¬ menten voor en aller hij fiscaal daarvan zal hebben gehad visie.— Omme in cas van provocatie of met tusschen militaire persoonen gelijk hiervooren is gezegt, door den krijgsraad beoordeeld zullen worden zig met den auditeur voor dezelve te voegen 4:e Jnsgelijx diende aan hem vrijgelaaten „teworden omme telkens wanneer eenige rapporten van den auditeur bekwam van andere niet pure militaire zijnde ligte en geringe delicten, en misgrijpingen; dezelve ter behandeling van hem auditeur en dus ter Judicatuure vanden krijge„ raad te kunnen overgeeven en Cedeeren 5e. Eindelijk gelijk almeede in Crimineele 312. zaaken 313 zaaken door de respective Land edrosten ge„ dirigeert, de Executie der geslaagene nannis „ten ten overstaan van den Jnrependent Fiscaal moeten geschieden zoo zoudenaak alhier de Execu„ tien der sententien van den krijgeraad na alvoo„ mens mare folita door den Heere Gouverneur te zijn gepiasteert welke involueerde en poena mootes of dat een militaire geen Militair konde blijven bij voorbeeld Casratie met infamie of wanneer den delinquant aan den Scherfreg¬ ter of Caffers ter onderganing van Lijt afdaad„ strafte wierde overgegeeven en welke dus eene flertrisoure naa zig sleepten op gelijke wijze ten zijnen overstaan moeten worden gedaan Maar aanbelangende de militaire straffen geen doodstraffen zijnde door militai„ ge aan militaire geappliceerd wordende, als daar zijn die van aegradatie op it roeden Cordons ^ lontent stokslager &a omme van andere en ligtere niet te spreeken der zelver Executie zoude alleen aan den Krijg¬ raad of wel aan Commissarissen vandien benevens - 314. beneevens Renauditeur kunnen en behooren gelaaten te worden.— Den ondergeteekende zig flasteerende met dit een en ander ter weedergestelde, aan uwel Ede gestr:e geEerde intentie voor zoo veel hem aangaat te zullen hebben voldaan heeft de Eere uwelEde gestren deeze voordes¬ zelvs Consideratien in advies Eerbiedig over te geeven /:onderstond:/ Aldus S:ik: / geadviseerd aan Caba de goede Hoop op den 28 Augustus 1789 /was geteekend / I: N: J: Ve Eijnden /lager:/ Accordeerd /engeteekend:/ WGGoetz egClercq. — Welke Twee Extracten goedgevon„ „den is bij de resp=e Leeden deezes raad te Doen Rondliezen. - Zijnde laatstelijk ook nog geleezen het 315 het volgende Extract xtract resolutie geno„ men in raade van Politie In't Casteel de goede Hoop op Dingsdag den 13 April 1790 Vervolgens is geleezen het volgende vertoog van Heer Independent Fiscaal Mr Jo¬ han Nicolaas Steeven van Lynden Waarop gedelibereert zijnde is ver„ staan W„a dat alleen in Cas Crimineel de P. S. Land drooten 316. Lande drosten in der tijd van de Colonie swel„ lendam voor 't Collegie van Landedrost en Heemraaden aldaar getuijgen zullen kun¬ nen doen haaren en hun getuigenis doen recolleeren Dat niet alleen de voorm Land daar& van Swellendam maar ook die van graaf reinct van nu voortaan geene gevangene meer zullen vermoogen herwaards ofte zenden, Zonder te gelijk daar hij te voegen een species dercte naa behooren geredigeert houdende een bericht van de geringste omstan¬ digheid zelve van het geen er zoo tot zijne lasten als verschooning voor handen is met alle de bewijzen behoorlijk ingewonnen en na de ordre gerecolleerd en beeedigt, alles naa dat het de zaaken en Circonstantia zullen meede brengen. - Dat de Land=droot van Hellenbosch en dra¬ „kensteijn gehouden zal zijn het zelve te doen uitgenaamen uitgenoomen alleen het recolleeren en beledi¬ „gen der afgegeevene bewijsdommen En eindelijk dat die geene van de respe. Land¬ en drosten welke hier teegen zal koomen aantegaan dubbeld zal moeten vergoeden alle de kosten wel„ „ke door eene langere detentie van den delinquant als met de voorsz: Erecautien noodig zoude zijn gewastt, veroorzaakt zullen worden en hier aan andermaal niet hebbende voldaan met suspensie in zijn dienst zal werden geproc„ geert /onderstond:/ Accordeerd / was geteekend/ A:e H: Faure gflerg. — /onderstond: Jan Cabo de goede Hoop die it annout Supra /lager:/ Mij present / en geteekend ƒ Wr: van Rijneveld: Secrets. 317 6
English
318. Thursday the 29th of July 1790 in the morning Extraordinary meeting present the Honorable and Worshipful Mr. Johannes Isaak Rhenius president and all the Members except for the Messrs. Rhönnenkamp, De Wet and Van der Riet the First by Indisposition and both the latter by excusation This meeting having been convened expressly in order to sign the Sentence of the slave Zalon of Zonkanoe belonging to the burgher Gideon Joubert Gideonsz: as well as to decide other circulated Civil documents, thereupon by the adjunct Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter with respect to the detained slave April of Suratte belonging to the former Heemraad Gerhardus Munnik, the following declaration, furnished with five annexures, was submitted. — Declaration drawn up and to the Honorable and Worshipful Lord . 319. Lords president and councillors of Justice of the Castle of Good Hope submitted in the name and on behalf of the Landdrost of Stel- lenbosch and Drakenstein Hendrik Lodewijk Blet- terman with respect to the detained slave A- pril of Suratte, belong- ing to the former heem- raad Gerhardus Munnik From certain documents which the decla- rant has the Honor to present herewith to Your Honorable Worships, the same will learn that the aforesaid detained slave April on the 27th of March last past shortly after noon being busy performing some work as a tailor in a room on his master's place, was by a certain David 320. Kause, who had lived as a servant with the aforesaid Munnik and who was very much overcome by drink, assaulted and greeted with several blows of the fist and kicks, and that the same Kause furthermore, notwithstand- ing the earnest and humiliating Entreaties of the slave April, attempted to make the same feel his fury further with a pressing board lying on the tailor's table; but that Kause, having become unable through drunken- ness to manage the pressing board while he lifted it and sought to strike April, having lost his balance, happened to fall with his head diagonally backwards against a Bread knife fastened with screws onto a bench; whereby he received a Fatal wound above the left eye, from which wound he, Kause, as well as from another lethal wound received during the fall on the os frontis through the rebound of the aforesaid pressing board, passed away within a few moments And with these circumstances very 321. very well agree the responses of the interrogated person to the interrogatories presented to him, which he answered with a remarkable Firmness and modesty, while meanwhile from the deposition attached herewith of David van Aaken, residing as a schoolmaster with the frequently mentioned Munnik, it appears, and thus if necessary could also be substantiated, that the aforementioned Da- vid Kause during his life was a bad subject who often forgot himself in the treat- ment of slaves in an excessive manner; so that the Honorable declarant, far from being able or willing to accuse the slave April of having given any cause for 322. the death of David Kause, on the contrary from the an- nexed documents with reason thinks he may Infer that Kause was himself the cause of his death and may rightly be said to have committed Suicide. - For which and other reasons unnecessary further to deduce, the under- signed in the name and on behalf of the land- drost aforesaid making this declaration declares that he can institute no action whatsoever against and toward the detained 323. slave April of Surat- te and accordingly that it may well be permitted that the same be released from his deten- tion and to his master Gerhardus Munnik upon payment of the prison and other costs be returned. underneath stood: Doing which etcetera was signed: J: A: Tru- ter in office in the margin: Exhibited in Court the 29th of July 1790. After the Reading of which matters the decree granted thereupon was The Court having read the declaration of the officer with the documents attached thereto, after consideration of matters discharges the slave April as inno- cent from his detention to be returned to his Master, provided the incurred costs are paid. Furthermore 324. Furthermore having been brought to the Table the law- suit initiated by the Lord Independent Fiscal here ex officio against the burgher Johannes Jaco- bus Rens, the Court, after careful consideration of that which served the matter and could move Your Worships, administering jus- tice in the Name and on behalf of the High and Migh- ty Lords States General of the Uni- ted Netherlands, condemned the aforesaid Johan- nes Jacobus Rens to a fine of fifty rixdollars for the benefit of the officer and the costs. — underneath stood: At the Cape of Good Hope day and year as above lower: in my presence and signed W. S. van Rij- neveld Secretary — 325. Thursday the 5th of August 1790. in the morning present all the Members ex- cept for the Honorable and Worshipful Lord president Jo- hannes Isaak Rhenius due to indisposition The secretary of this court Willem Stephanus van Rijneveld in his official capacity Against The Right Honorable Lord Johan Nicolaas Steeven van Lijnden Independent Fis- cal of this government of the one part, and the burgher Johannes Jacobus Rens of the other part, the first-mentioned having acted as Plaintiff and the latter as defendant and res- pondent, required in this matter to proceed upon their documents reciprocally Exhibited in Court
Dutch transcription
318. Donderdag den 29 Julij 1790 voordemiddags Extraordinaire vergadering present de EActb Heer Johannes Jaaak Rhe „nius president en alle de Leeden demptis de Heeren Hhönnenkamp, de wet en van der Zies de Eerste bij Indispositie ende bijde laatste bij dictiratie Deeze vergadering expres belegt zijnde daar omme de Jontentie van den slaaf Zalon van Zonkanoe toebehoorende den burger Gideons Loubert gideonsd: te teekenen als om nog an „ge rondgeleezene Civiels stukken te decideeren wierd tefkens door den adjunct Fiscaal Mr. Johannes Andreas Fruter ten opzichte van den gedetineerden staat april van suratte toebehoorende aan den oud Heemraad Gerhardus Munnik, het volgende declaratoir, gemuni„ eerd met vijf bijlaagen, ingediend. — Declaratoir gedaan maaken en aan den welEde. en Achtbe Heer . 319. Heeren president en raaden van Justitie der Casteels de goede Hoop overgegeeven uit naam en van weegens den Land= doort van Stel¬ senbosch en Drakenstein Hendrik Lodewijk Blet„ terman ter opzichte van den gedetineerden staat et„ pril van Luratte, toebe„ hoorende den oud heem¬ raad Gerhardus Munnik Uit zeekere stukken welke den decla¬ aant de Eere heeft hier neevens aan uwwel„ Ede. Achtbr te presenteeren zullen dezel¬ ve ontvaaren dat voorsz: gedetineerde slaaf April op den 27=e Maart Jongst„ Leeden kort nademiddag bezig zijnde om als kleedermaaker in een kaamer in een kaamer op zijn lijfkeers plaatz eenig werk te verrigten door zeekeren als 320 als knegt bij voorsz Munnik gewoond hebbende david kause die door den drank zeer bevangen was, aangerand en met verscheide vuijstslaagen en schoppen is begroet geworden en dat dezelve Kause voorts niet teegenstaan¬ „de de ernstige en humiliante Smeekingen van den slaat april, getracht heeft dezelve met een op de kleedermaa„ kers tafel leggende Joarplank verder zijne meede te doen gevoelen; dog dat kaure door dranken schap onmachtig geworden zijnde om der peroplank te bestieren terwijl hij dien oplichte en april zoogde te slaan het eevenwigt verlooren hebbende met zijn hoofd schuijns agter over is koomen te val„ „len teegen een op een bank met schroeven vastge„ maakt Broadmes; waar door hij booven het linker oog een Doodelijke wonde heeft bekoome aan welke wonde hij kause zoo wel als door een andere door de terug kaatzing der voorsz: Joeroplank onder het vallen aan het os fronti ontfangene le„ thole wonde binnen wijnige oogenblikken is, over„ leeden En met deeze omstandigheeden koomen zeer 321. zeer wel overeen de respansiven van den gevraagde opde aan hem voorgestelde vraagpoincten welke hij met een remarquabelen Standvastig¬ heid en modestie heeft beantwoord terwijl ondertusschen uit de hier nee„ vens gevoegde depositie van David van Aaken als schoolmeester bij meermelde Munnik woonagtig komt te blijken, en dus des noods almeede zoude kunnen worden geeinstateerd dat voormelde Da¬ „vid kause in zijn leeven een slegt subject is geweest die zich in de behan„ deling van slaaven dikwijls op een ver„ regaande ruijze heeft vergeeten; zoo dat den E:d. declarant wel ver„ re vande slaaf april te kunnen of willen beschuldigen eenige oorzaak tot - 322. tot de bood van David Kause te heb¬ ben gegeeven in teegendeel uit de ge„ annexeerde stukken met grond, ver¬ meend te moogen Colligeeren dat kanse zelve oorzaak is geweest van zijn dood en te recht kan gezegd worden een Luicidium te heb¬ ben gecommitteerd. - Mits welke en andere reedenen is 't nood nader te deduceeren de onderge¬ teekende int naam en van weegens den land= drost voorm: doende declaratoir verklaard geene actie hoe genaamd op en Jeegens den gedetineer Een ƒ 323 den slaaf april van surat„ „te te kunnen institueeren en mitz dien wel te moogen leijden dat dezelve uit zijne deten¬ tie ontslaagen en aan zijn lijfheer Gerhardus Munnik onder betaaling der gevangenis en andere kosten gerestitueerd worden /onderstond:/ 't welk doende W:a /:was geteekend:/ I: A: Tru„ =ter qq /in margine:/ Exhibitum in Judicio den 29 Julij 1790. Na Lectuure van welk een en ander daarop voor affoinctement is verleend Deraad het declaratoir vanden officier met de daar bij gevoegde stukken geleezen hebbende, naa overweeging van zaaken ontslaat den slaat april als onschul„ dig uit zijne detentie om aan zijnen Lijf Heer, mits de gevallene kosten betaalende, te worden te rug gegeeven Wijsers 324 Wijders ter Tafel gebragt zijnde het pro„ „ces door den Heer Jndependent Fiscaal alhier 2: VopenJeegen den burger Johannes Jaco¬ bu Rens geentameerd zoo heeft de raad naa naauheurige overweeginge van het gunt ter zaake was dienende en hun UAchtbs konde doen moveeren zecht doen„ de uit Naam en van weegens de Hoog moa¬ „gende Heeren Staaten generaal der ver Eenigde Neederlanden, den ged=e Johan„ nes Jacobus rens gecondemneert in een boete van vijftig rijxds ten behoeve van den officier en de kosten. — /onderstond. Van Cabo de goede Hoop die et annout supra /lager:/ mij prassendt / en geteekend / W„J van Bij„ „neveld Secretaris — 325 Donderdag den 5 Augustus 1795. 's voordemiddags present alle de Leeden ten halven de EAchtb: Heer president Jon „hannes Isaak Rhenius bij indispositie Den secretaris deezer raadde Willem Stephanus van Rijneveld ampt: regt. Contra Den Petchts Heer Johan Nicolaas Steeven van Lijnden in dependent Tis„ „caal deezes gouvernement ter eenre, en den burger Johannes Jacobus Renster andere zeijde de eerstgem: als Eijsscher ridt ende laatste voor ged=e en ver„ weerder geageerd hebbende ten deezen gerequireerden omme op hunne over en weeder in Jndicio geExhibeerde stuk ken
English
326. acts and documents, to hear sentence pronounced. The Council, having read the documents exhibited by the parties in Judicio, after consideration of that which merited reflection and could move Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Johannes Jacobus Rens to a fine of fifty Rixdollars for the benefit of the said Plaintiff, and in all the costs incurred in this matter. Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope on 29 July 1790, and pronounced on the 5th day of the following month of August. signed Rhenius, Joh:s Smuts, G: H: Meijer, Mappa, Am Flek, H: As Fauter. Lower: In my presence, and signed: W Schijneveld, Secretary. 327. The Merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, Mr. Hendrik Lodewijk Bletterman, ex officio Plaintiff in a criminal case, on the one part, against the undermentioned soldier on the pay-roll, Johan Fredrik Prenger, defendant, in person, on the other part, in order to hear such claim or request or requests as the Plaintiff ex officio shall see fit to make and take; to answer thereto and further to proceed as is customary according to style in criminal cases. The adjunct Fiscal, Mr. Johannes Andreas Truter, for the said Plaintiff, requests before making the claim that the defendant may be condemned to answer such interrogatories as shall be submitted to him before the Commissioner Lords. The defendant in person says he is ready to answer those interrogatories. The Council condemns the said defendant Johan Frederik Prenger to answer before Commissioner Lords of this Court of Justice such interrogatories as shall be submitted to him on behalf of the said Plaintiff. 328. The Independent Fiscal, the Honorable and Respected Lord Johan Nicolaas Steven van Lijnden, ex officio Plaintiff, against the Overseer of the Honorable Company's wood warehouse, Mr. Pieter Diederik Boonacker, defendant, to the end, on account of insults offered to the Commission that has vacated the appointment of the streets pursuant to the resolution of the Council of Policy, to hear claim and conclusion made as the Lord ex officio Plaintiff shall see fit, to answer thereto and further to proceed according to justice. The Lord ex officio Plaintiff, under submission of an authentic copy of the publication decreed by the Honorable and Valiant Lord Governor and the Honorable Council of Policy regarding the naming of the streets of this place on 15 June last, and published and affixed on the 25th following, accompanied by a report of the court messenger, says by word of mouth that notwithstanding everyone was ordered by the aforesaid publication to tolerate the boards or signs containing the names of the streets on their houses without hindrance or contradiction, the defendant nevertheless did not scruple, when the Commission for affixing the aforesaid boards was busy and was also, among other things, busy therewith at the house of the defendant, to proceed out of his house onto the stoep and there in an angry manner openly, in the hearing of several bystanders, to cry out: 329. Gentlemen, that is no way of doing things, to have the boards nailed up there; that is not proper, I protest against it. Wherefore the ex officio Plaintiff, making his claim, concluded that the defendant in this case shall be corrected or punished with such penalty or fine as this Council in fair justice shall judge to be appropriate. The assistant Willem Kolver, identifying himself with a special power of attorney granted to him by the defendant, submits the following in the name of his principal against the aforementioned claim: Honorable Worshipful Lords, For an answer the defendant has the honor briefly to say that when the Commissioner Lords from this illustrious Court vacated to have boards nailed at the corners of the streets on which the names thereof were made known, Their Honors, among others, had on the 10th of the past month of June proceeded to the house of my principal for that purpose. That having previously neglected to make this known to my principal or to his wife, further the artisans who performed that work did not scruple to hammer on an unseasoned and still unfinished wall of the dwelling house of my principal for the abovementioned purpose to such an extent that the wife of my principal, who being unaware of the matter happened to be in that front room outside of which they were busy nailing the name board, was indeed thoroughly frightened, and my principal himself feared that not only the plastering but also the stones and the remaining masonry of the wall from the inside
Dutch transcription
326. „ken en munimenten, vonnin te hooren pronuntieeren De Raad geleezen hebbende de stukken door parthijen in Judicio geExhibeerd, naa overwee¬ „ging van het gunt reflectie meriteerde en Hun EE Achtbr konde doen Moveeren Recht doen„ de uit Naam en van weegens de Hoog Moogen de Heeren Staaten generaal der vereenigde Neederlanden, Condemneert den geden. Johannes Jacobus Rens in eene boete van vijftig Rijxd=s ten behoeven van den 7:' d:o Eijsrr en in alle de koo„ „ten ter deezer zaake gevallen. — Aldus gedaan en gevonnisd aan Cablade Goede Hoop den 29 Julij 1790 mitsgaders gepronun„ tieerd den 5en dag der aan volgende maand augustus /geteekend Rhenius Joh:s Smuts G: H: Meijer Mappa Am Flek H: As Fauter /lager/ mij Present/en geteekend :/ W Schijneveld Secretari. — 327 Den koopman en Land= den adjunct fiscaal Mr Johan„ =Droot der Colonien stel„ mes Andreas Puter voor den Z: O. s Eisscher, verzoekt alvoorens len bosch en Drakenstein Eisch te doen dat den ged=e mooge de Heer Hendrik Lode worden gecondemneert omme te wijk Bletterman r: O: antwoorden op sodanige Jnterra„ Eijsscher in Cas Cremineel gatavien als hem voor Heeren ge¬ „comms zouden worden voorge„ Contra ter eenre handen. — den onderafgesz: gagestaan„ de soldaat Johan Fredrik Brenger, gede en persoon ter andere zijde omme te aan„ hooren zoodaanigen Eijsch„ dan wel verzoek ofte ver¬ zoeken als den Eisscher R: O: zal goedvinden te doen ende te neemen; daar op te antwoorden en voorts te procedeeren als naar stijle in cas Crimineel gebruikelijk De raad Condemneert den ged=e Johan Fre„ derik prenger, om voor Heeren gecomm:s den ged=e in Jaertaan, zegd daarop bereid te zijn om op die in terrogatorie te antwoorden. — Die. bodem. t 328. deezen Vierschaan te antwoorden op zoodaani ge Interrogatorien als hem van weegens den A: d„e Eijsscher zullen worden voorgehouden Ten Jndependent Fiscaal te de heer r: O: liw:s onder over„ E: Achtb=: Heer Johan Nicolaas legging van Copia autenticq der publicatie bij den wel steeven van Lijnden 7:O:o Eijsr; Ede gestre. Heer gouverneur en E Achtb: raade van politie, no„ Contra pens de benoeming der straaten van dit den opziender van s' E Comp vlek op den 15 Junij J: L: gearresteerd mitsgaders gepubliceerd en geasti, hout magazijn de Heer Pieter „geerd den 25. daar aan volgende ver„ Diederik Boonacker, ged„e ten zeld van een relaas van den gerechts einde, weegens beleedigingen boode zegd bij monde dat niet tee„ „genstaande ook hij voorsz: publicatie een eider gelast is om de plankjes of aan de ter benoeming der Htaaa„ ten ingevolge politicque raad bordjes dewelke de naamen der stra„ ten zouden bevatten zonder verhin„ besluit gevaceerd Hebbende dering of teegenspraak aan hun ne huijzen te gedoogen de gede Commissie aangedaan te ho echter zig niet het ontzien, om „ren Eisschen en Concludeeren wanneer de Commissie tot het aanslaan der voorsz: bordjes va„ zoodaanig als de Heer R: O. Eijs„ cierdie en ook onder anderen daar scher zal goedvinden daar meede aan het huijs van den geden bezig was zig uijt zijn huis op of te antwoorden en voorts de stoep te begeeven en aldaar op eene te aanhaoren van verschijdene omstan„ een gramstoorige wijze opentlijk te te procedeeren als naa reeh„ 329. ders uitte roepen Mijne Heeren dat is geen Manier van doen om de bord¬ „jes daar te laaten aanspijkeren dat hoord zoo niet daar protesteer ik tegens. Weshalven de r: O. Eisschen Ever doende Concludeerde dat de gede. in deezen zal worden gecarrigeerd afgestraft in zoodaanige prene of bocte als dee„ „zen raade in golden Justitie oordeelen zoude te behooren. de aasistend willem Kolver zig legitimeerende met een door den ged=e op hem verleedene speciale procuratie brengt in naame van zijn pp=lo Jeegens voorm: Eisch het volgende in WelEde Achtbr Heeren voor antwoord heeft de gede off de Eer kortelijk te zeggen dat wan¬ neer H:H: gecommt. uit deeze illusre vierschaar vaceerde om op de hoeken der straaten plankjes te doen spijkenen waarop de naamen der„ zelver bekend gesteld waaren Hun EE ander anderen ook op den 10 der gepasseerde maand Junij zig ten einde hadden vervoegd ten huijze van mijn fopl. Dat voaraf nagelaaten zijnde om zulx aan mijn pp„l dan wel aan zijn huisvrouw bekend te maaken voorts de ambachtslieden welke dat werk verigten zig niet hadden ontzien om op een onbestorvene en nog orroltooijde muur van het woonhuijs van mijn 5/p„o ten bovengem: eijn„ „de dermaten te makenen dat de huisvrouws van mijn pp die onkun„ „dig van het een en ander zig bijgeval in die voorkamer bevond buiten welken men met het vastspijkeren van het naambordje beezig was tot der daad toe verschrokken en mijn pp„h zelve bedugt was dat de plijstering niet alleen waar ook de steenen en het overige metzelwerk van de Bouur van ten. binnen
English
inside would break loose and fall off, wherefore my principal stepped outside the house and said in substance to the Deputy Fiscal, Mr. Johannes Andreas Puuter, who attended that Commission on behalf of the Fiscal Office: I protest against all damage inflicted upon my unhardened and still incomplete wall by that dreadful pounding through the nailing up of the name plaques. Behold, Honorable Lords, the entire course of the matter and dispute, my principal being prepared to declare under solemn oath that the same occurred thus and not otherwise, and having used no other terms against the aforementioned Deputy Fiscal; while the Gentlemen Commissioners, being in conversation at that time with the citizen surgeon Voegt, did not witness the foregoing; for all of which reasons my client expressly rejects and denies everything already said and yet to be brought forward by the Plaintiff as unfounded, frivolous, and improper, and in response concludes to the end of inadmissibility, and in due order that by final judgment the Plaintiff's claim may be dismissed with costs. The Officer Plaintiff, for reply, advances that now, besides the report of the court messenger, who always merits belief in his office, the conduct of the defendant in this matter is confessed; that furthermore the defendant's assertion that they allegedly failed to make known beforehand to him the affixing of the plaques to his house is in itself too ridiculous for it to be necessary to introduce anything specific against it, since not only was this affixing of the plaques made known to everyone by the aforementioned publication, but even the Honorable Members themselves and all other inhabitants of this place, who have endeavored to behave as obedient residents, not only tolerated the affixing of those plaques without obstruction or contradiction, as taking place by authority of the government, but also by no means expected, much less demanded or could demand, of the Commission that served for that purpose, to make this operation of theirs known beforehand at every house; the Officer Plaintiff persisting in his claim. The Defendant in his capacity persists, since the Officer Plaintiff makes use of no other muniments than the report of the court messenger brought forward by him, the parties furthermore renouncing further productions. The Council, having heard the parties, after consideration of that which merited reflection and could move their Honors, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the defendant Pieter Diederik Boonacker to a fine of fifty rixdollars for the benefit of the Officer Plaintiff, and to all the costs incurred in this matter. The Officer Plaintiff produces a written claim with 2 annexes. The Honorable Officer Fiscal, Plaintiff, against the citizen Johannes Jacobus van den Bergh, Defendant, to the end that in case of disobedience to the Gentlemen Commissioners from this Honorable Council of Justice, he hear claims and conclusions as the Officer Plaintiff shall deem fit, to answer thereto and further proceed as by law. The assistant of the Company, Jacobus Versueil, as proxy for the defendant, requests a copy thereof in order to serve an answer thereto four weeks from today. The Officer Plaintiff advances against this that the term is once again extraordinary, apparently to keep this matter dragging on, his Honor being unable to comprehend to what end it was necessary in this case to deviate from the usual term. The Defendant in his capacity persists in his request and adds hereto that he needs to have various persons summoned to give testimony of the truth. The Council grants the Defendant the requested copy in order to serve an answer thereto two weeks from today. After which the following representation with three annexes was exhibited by the aforementioned Independent Fiscal regarding the citizen Pieter Benjamin Wiese. To the Right Honorable Lord President and Councillors of Justice of the Castle of Good Hope, Respectfully shows the Independent Fiscal of this Government, J. N. S. van Lijnden, that it came to the knowledge of the Officer Petitioner yesterday that the citizen Pieter Benjamin Wiese, notwithstanding the expressly enacted orders of the government against it, nevertheless did not hesitate to graze a quantity of cattle on the Honorable Company's post, the Zwarte Berg Valley, granted for use to the contracted butchers; and that he, Wiese, moreover could so far forget himself as to give his herdsmen a note written in his own hand, annexed hereto, in which he pretends to be authorized by the aforementioned contracted butchers to graze his cattle on the said post, whereas from the declaration of the same butchers, also produced herewith, it can most clearly appear that they never gave him any permission for the free grazing of the Honorable Company's posts occupied by them; wherefore the Officer Plaintiff, considering the notorious falsity of the aforementioned note, demands
Dutch transcription
330. binnen zoude losbreeken en afvallen daarop heeft zig mijn ppr buiten het huis begieven en aan den adjt Fiscus mr Johannes andreas Puuter dewelke van weegens het officie Fiscaal bij die Commissie adsisteerde in substantie gezegd, ik protesteer teegen alle schaaden die door dat verschrik kelijk gemaoker aan mijn onbestorvene en nog onvoltooijde muur door het aanspijkeren der naambordjes werd toegebragt zie daar wel Ede Achtbr Heeren „de gantsche toedragt der zaak en questie zijnde mijn pp„l bereid om onder so„ „lemneele Eede te declareeren dat dezelve zoo en niet anders is voorgevallen en voorts geene andere termen teegens voorsz: 8 Zruter middelen uijt dat HH: Gecomm:e als toen met den burger Chirurgijn voegt ingesprek zijnde het vooren verhaalde niet hebben bijgewoond te hebben gebeezigt, om welk eer en ander mijn versh wel Expresselijk is afslaande en ontkennende alles wat door den Heer Eijschen reeds gezegd is en nog zoude kunnen werden bij„ gebragt als ongefundeerd frivaal en abusief antwoordende Concludeerd ten fine van niet ontfangelijk en bij ordine dat bij difinitive vonnisse desz Eijsschers Eijsch mag werden ontzegd met de kosten— de r: O: Eyderk voor replicq advanceerd dat thans behalven het relaas„ van aengerecht boode die altoos in zijn ampt geloof meriteerd het gedrag van den ged„e, in deezen in Confesso is dat voorts het zeggen van den ged„e dat men zou hebben nagelaaten het aanslaan der bordjes aan zijn huijs voor als aan hem bekend te maaken of zig zelven te belaakelijk is dan dat het noodig zijn zeade daar teegen nog particulier iets inte brengen alzo niet alleen dit aanslaan der bordjes daar voorsz: publicatie aan een ieder is bekend gemaa maar zelvs ook E Ede achtb„e. zelvs en alle andere bewoonderen van dit blek welke zich als gehoorzaame ingezeetenen hebben trachten te ge draagen het aanslaan dier bordjes als of authoriteit der regeering ge„ schiedende niet alleen zonder verhindering of teegenspraak hebben ge„ „doogd maar ook van de Commissie die daar toe vaceerde geenzints verwag veel minder gevergt of kunnen vergen omme deeze hunne verrigting vooraf bij ieder huijs bekend te maaken persisteerende de r: d=o Eijssc: bij zijn 331 zijn Eisch. — voortgebrachte. — re munimenten als het relaas van den gerechts borde bediend bij zijn renuntieerende parthijen voorts van verdere productien De qq gedaagde persisteerd vermits de r: o: Eisscher zig van geen ande„ De Raad parthijen gehoord hebbende naa overweging van het gunt reflectie meri„ teerde en Hun EE:' achtb:r konde doen moveeren Recht doende uit Naam en van weegens de Hoog moogende Heeren staaten generaal der vereenigde stee„ derlanden Condemneert den ged„e Pieter Die„ derik Boonacker in eene boete van vijf„ „tig Rijxd„s ten behoeve van den 7: d:o Eijs„ scher en in alle de kosten ter deezer zaake gevallen. de H:r r: O: Eijn:r paodu„ Welgem: Heer Fiscaal r: O: „ceert een schriftelijken Eijsch Eijscher Contra met 2 bijlaagen. den burger Johannes Ja„ de adsistend der Compe s Ja¬ cobus van den Bergh „cobus versueil als gem:e vande gede verzoekt daar van Copie ged=e ten einde in Cas van ten 332 van disobedientie aan H: H: ge„ ten einde daarop over 4 wee„ Commitss uit deezen E Achtb. ken te dienen van antwoord Raade van Justitie te hooren de Heer r: O„s Eijsscher ad„ vanceert hier teegen dat het Eisschen en Concludeeren zoo„ termijn al weeder Extra or„ daanig als de Eijsscher r: O: zal „dinavr is apparent om dee„ goedvinden daar op te antwoor„ ze zaak sleepende te hou„ den en voorts te procedeeren als „den kunnende zijn Ede Achtbe niet begrijpen tot wat einde naar rechten. — het noodig was om in deeze van het gewoone termijn atte„ wijken de gede qq persisteerd nog bij zijn verzoek en voegt hier bij dat hij noodig heeft diverse persoonen tot het geeren van getuijgens der waar¬ „heijd te doen dagvaarden — De raad verleend aan den ged„e de verzogte Copia om daarop heeden over Twee weeken te dienen van antwoord. Waarnaa door voorm s Heer Jndependent Dis„ „caal noopens den burger Pieter Benjamin wiese het volgende vertoog met drie bijlaagen wierd geExhibeerd. — Aande welEd=e en Achtb=r Heer president 333. Vertoond met gepasten Eerbied de Jndependent Fiscaal dee„ zes gouvernements J: N: S: van Lijnden Dat aan den r. ' 8: vert=r op gisteren ter kennis„ se gekoomen zijnde dat den burger Pieter benjamin wieser niet teegenstaande de daar teegen Expresselijk gestatueerde beveelen der regeeringe zich nogtans niet ontzien heeft op s E Comp:s plaats de zwarte berg valleij aande gecontracteerde slagters ten gebruike toegestaan, een quan titeit rundvee te weijden; en dat hij wiese nog daar en booven zig in zoo verre heeft kunnen vergeeten dat hij aan zijn veewachters een eijgenhandig briefje hier neevens gevoegd, heeft meedegegeeven waar in hij voorgeeft door voorsz: gecontracteerde slagters ge„ qualificeert te zijn om zijn vee op gem: plaats te moo„ „gen wijder, daaruit de hier meede gefouduceerde ver„ „klaaring derzelve slagters ter klaarsten kan Constee„ ren dat zy Iem nimmer eenig verlof tot de vrije be„ wijding van de door hun bezeeten werdende sE Comp=s plaatzen hebben gegeeven de 2: d: Eijsscher overzulx aan gezien de notoire Falschheid van het voorsz: briefje, Casteels de goede Hoop. president en raaden van Justitie des vermant
English
believed that he was obliged ex officio to initiate proceedings in this matter against the said Wiese and to summon him for that purpose in person before Your Honorable worships. Wherefore the said prosecutor turns herewith to Your Honorable worships with the request that you may be pleased to grant him, the prosecutor, a decree to have the burgher Pieter Benjamin Wiese summoned to appear in person before Your Honorable worships, in order to hear such claim or request or requests as the prosecutor shall deem fit to bring against him, Wiese, regarding the aforesaid matter, to answer thereto, and further to proceed according to law. At the bottom was written: Which doing, etc. Was signed: J. N. P. van Lijnden. In the margin: Exhibited in Judicio, the 5 August 1790. After the reading of which, the aforesaid summons in person against the aforementioned Pieter Benjamin Wiese was granted to the Independent Fiscal. Furthermore, there was submitted by the Deputy Fiscal Mr. Johannes Andreas Truter, qualified ex officio to attend to the affairs of the merchant and Landdrost of the colonies of Stellenbosch and Drakenstein, the Honorable Hendrik Lodewijk Bletterman, a representation furnished with three annexes, which representation reads as follows: To the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the other Honorable Members of the Honorable Court of Justice of this Government: Right Honorable Gentlemen. Hendrik Lodewijk Bletterman, Landdrost of Stellenbosch and Drakenstein, shows with due respect: That on the fifth day of the past month of July, the petitioner was informed in writing by the Heemraad of Drakenstein, the Honorable Jacob de Villiers, son of Jean Pierre, that on the 23 of the month of June prior, upon notice given by the burgher Jan Enslin that he, Enslin, the day before having punished one of his slaves named David of Bougies, the same had died that evening, and with a request to come inspect the corpse, he, together with the fellow Heemraad the Honorable Abraham de Villiers, son of Jean, had proceeded to the place of the aforementioned Enslin, and that they, having examined the dead body of the aforementioned David, had discovered on it, besides the signs of an ordinary punishment and several small contusions of no consequence, three wounds, namely one on the left side of the head, one above the left eye of the size of an inch, and the third on the back of the head; which wounds, having then been examined by the surgeon H. Haumer present there, the same had declared that the third wound inflicted upon the occipital bone near the great opening and the first vertebra of the spine (or as the surgeon says) situated at the neck, after it was opened, to be mortal. That the abovementioned Jacob de Villiers, having asked the aforementioned Enslin about the cause of that wound, the same had said that the abovementioned slave David, after having been punished, had allegedly intended to kill his fellow slave Aja of Bougies with a spade or shovel, and that the latter having taken his refuge with him, Enslin, he had thereupon proceeded to the workshop where the aforementioned slave David was located, whereupon the aforementioned David had likewise attacked him, Enslin, but that he with great difficulty had wrenched the spade out of his hands, and that the wounds might have been caused thereby. Upon which aforesaid report of the said Honorable Jacob de Villiers, the petitioner having written to the abovementioned Enslin to send his slave Aja to Stellenbosch, the same Enslin came in person to Stellenbosch on the 19 of the aforesaid month of July in the afternoon, bringing with him the aforementioned slave Aja, with the request to have him return with him as soon as possible, since this was his only slave that he still possessed; to which request the petitioner, suspecting no ill, being willing to accede, told him, Enslin, that on the following day (if at all possible) early in the morning before commissioned Heemraden he would have a declaration of what happened taken from the said Aja, and immediately thereafter he could return with him, Enslin. Whereupon the said Enslin, having walked away from the Drostdy and scarcely entered the first street, the aforementioned Aja, who was standing near one of the trees in front of the house and had probably overheard some of this, immediately approached the petitioner, saying, no, I would rather die right now than go back to my master. Upon the petitioner inquiring further from the said slave about the reasons for this statement, the same came to say briefly that the aforesaid slave David, due to the continuous mistreatment by his master, had absconded for two days, and had afterwards been found in the stable under the straw, and having been punished on that account by his master, his master had subsequently made the aforementioned David walk up and down in the house with an unfinished wagon axle on his shoulders, under which the said slave having collapsed, his master had inflicted several blows upon him with a lath, and afterwards smashed a knobkerrie to pieces on one of the arms and the hands of the same, subsequently with
Dutch transcription
334. vermeent heeft ten deezen zaake amptshalven proceduren teegen hem wieser te moeten entameeren en denzelven ten dien eijnde in persoon voor UEE: Achb„r doen dagvaar den Weshalven den r: O: Eijsscher zich mits deezen tot UEE Achtb. e is keerende met verzoek dat dezel„ „ve aan hem r:O: vertoonder gelieven te verleenen decreet omme den burger Pieter Benja„ „men wiese te doen dagvaarden omin persoon voor UEE achtb:s te Compareeren ten einde te aan¬ hooren zoodanigen Eijsch dan wel verzoek ofte verzoeken als den Z: Oo Vertoonder I: O: ten daage dienende zal goedvinden tee„ gen hem wiede ter zaake voorsz: te doen, daarop te antwoorden en voorts te proce¬ „deeren als naarechten. /onderstond:/ 'T welk doende &:a /was ge„ teekend :/ J: N: P: van Lijnden / in mar„ gine Exhibitum in Judicia den 5 augustus 1790 Naa welks Lectuure aan den Heer Rdde ver de 1 1 de voorsz: dagvaarding in persoon opgem: Pie„ ter Benjamin wiese is toegestaan. — 335 Wijders wierd door den adjt Fiscaal mr Johannes andreas Truter als en officio gequalifi„ ceert ter waarneeming der zaaken van den koop„ man en Landdrost der Colonien Htellenbosch en Drakensteijn de Heer Hendrik Lodewijk Bletter„ man ingediend een vertoog gemunieerd met drie bijlaagen Luidende dat vertoog als volgd: Aan den welEd„e achtb=e Heer Johannes Isaak Rhenius praesident benevens de verdere Hee„ „ren Leeden van den E Achtb=r raade van Justitie deeses gou¬ vernements: WelEdele Achtbe Heeren Heeren. Vertoond met gepasten Eerbied den Landdaast van stel„ lenbosch en Daakensteijn Hendrik Lodewijk Bletter„ man. Dat op den vijfden dag der Jongstgepasseerden maand Julij door den Heemraad aan Drakensteijn de E Jacob de villeir 3.36. Villiers Jpsz den verst schriftelijk is bericht geworden dat hij op den 23 der maand Junij daar bevoorens opken¬ nis geeving van den burger Jan Enslin dat hij Enslin daags bevoorens een zyner slaven met name David van Baugies afgestrakt hebbende denzelven dien avond o¬ verleeden was, en verzoek om het Lijk te koomen bezig tigen, zig neevens den meede Heemraad d' E Abraham Bé villiers Jz ter plaatze van voorm: Enolin had begeeven en dat zijl: het doode lichaam van voorm:e David ge„ schoowld hebbende aan het zelve behalven de teekenen eenin ordinaire afstraffing en verschijdene klijne Conturien van geen aanbelang, drie wonden hadden ondekt als een aan de zinker zijde van het hoofd, een booven het linker dog ter groote van een duijm en de derde aan het agterhoofds welke wonden als toen door den aldaar presenten Chirurgijn H: Haumer geExamineerd zijnde denzelven gedeclareert had, de derde wonde toegebragt aan het agterhoofds been bij de groon opening ende eerste wervel been van de ruggegraat aff zoo als den Chirurgijn zegd ) van de hals geleegen, na dat dezelve geopend is doodelijk te zijn — Dat bovengem: Jacob de villiers naa de oorzaak dier wonde aan voorm: Endin gevraagd hebbende; denzel„ vengezegd had, dat bovengem. Slaaf David, na dat afgestraft was geworden, zijn meede slaaf aja van Bougies met een graaf of spaade zoude hebben willen om het leeven brengen en 337 en dat deezen zijn toevlugt tot hem Enslingenoemen hebbende, hij zig daar op naa de winkel alwaar voorm: slaat david zig bevond, begeeven had, als wan„ „neer voorm: david insgelijx hem Enslin had te lijfgewild dog dat hij met veel moeijte de spaade uijt zijn handen had ontweldigd en hier door de wonden te kunnen zijn veroorzaakt. — Op welke voorsz: berigt van gem: E Jacob de villiers den vertoonder boovengem: Euslin aan geschreeven hebbende zijn slaat aja te stellen dorch te zenden is op den 19 der voorsz. maand Julij denzelven Enslin desnademiddags is persoon op stellenbosch gekoomen meede brengende Eeven gem: slaapAja met versoek dezelve met hem ten spoedigste weder te rug te doen keeren alzo deeze zijne eenigste slaat was dien hij nog bezat aan welke verzoek den vertoonder als geen kwaads vermoedende bereid„ willig zijnde te defereeren hem Enslin heeft ge„ „zegt des daags daaraan (zoo mogelijk doenlijk:/ vroegtijdig voorgecommitts Hleemraaden van geme Aja een verklaaring van 't voorgevalle„ ne zou doen passeeren en terstond daarna Met hem 338. met hem Enslin kunnen te rug keeren, waarop gem: Ensten van voor de drosdije weg en naauwelijx de eerste straat ingegaan zijnde, voorme aja die bij een der boomen voor het huis staande, zig den vond, en waarschijnlijk het een en ander zal hebben aangehoord zig daadelijk tot den vertoonder ver„ voegde, met het zeggen neen ik wil liever de daad sterven als waer naa mijn Baas gaan na de reedenen vanwelke gezegde den versn: zig naader bij gem. slaat informeerende denselve kortelijx kwam te zeggen dat meerwd„r slaat David door de aanhoudende mishandelingen van desselvs Lijtheer, twee daagen opgedragt geweest, en daarna in de stal onder het stroo gevonden en desweegens door desselvs lijfheer afgestraft zijnde had zijn lijfheer vervolgens meergem: David met een ongemaakte waagen as of de schouderen in het huijs op en neederdoen gaan waar onder geme slaaf beweeken zijnde zijn kijf¬ heer dezelve met een lad eenige slaagen toegebragt en daarnaa een kirrij op een der armen en de handen van denzelve aan Stukken geslaagen vervolgens met