Inventory 11021
Cape · 610 pages · 131 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
it is ; when ; was, intention and not beginning the substantive against and to teach to through confirms written off Company three shillings forks and had. desire as by a self at inquired which aforementioned bought and how have it from officer that after the appearer had replied to that, when you can still settle it today, it is fine, but tomorrow morning I will go directly to Mr. van der Riet; aforementioned Turken having then said substantially, that the appearer having then said I will report this, aforementioned Markstad had thereupon, full of fear and anxiety, prayed and begged the appearer not to make him unfortunate, to which the appearer replied: how can you, when you are not at fault, be so fearful, bring me my money, then we shall try to settle it amicably with Mr. van der Riet, aforementioned Markstad had then departed from the appearer while saying, I will go look for the soldier. That a moment later aforementioned Markstad, having with him the aforementioned soldier Turken, arrived at the house of the appearer, the first-mentioned had handed to the appearer, while saying: see, there is all my means, 33 rixdollars, requesting at the same time that the appearer would grant him eight days' delay for the remainder; adding thereto that when he had the money together, he would then fetch the silverware, and return it directly to the aforementioned Sr. van der Riet. had replied: that aforementioned Turken had it from Manus Keeve, who was said to have gambled away much money and had handed over the aforementioned silverware to him, Turken, for sale, in order to rescue himself from the debt made on that account and was, while of the where and who am. had the appearer had rather conceal this, and melt the silver down or throw it into the water, for that matter could never come out, because he had bought the silverware on the square from a boy who did not know him, nor did he know the aforementioned boy; adding that he well knew that punishment awaited him for this, and that he would rather take his own life or do himself harm than undergo punishment, both of them having left the appearer's house upon the appearer saying: Man, are you crazy, I cannot keep silent. That aforementioned Turken having come to the appearer the next day or the morning of the day before yesterday, and having brought three rixdollars with him, had again insisted on keeping this matter quiet, but that the appearer had accepted the money and yet again refused his request, and had also immediately given notice of what had happened to aforementioned Sr. van der Riet. That on that same day the aforementioned Officer's Messenger, having come to the appearer, had then inquired of the appearer how matters stood regarding that silverware! to which the appearer, having recounted the matter in its aforementioned circumstances to the aforementioned Messenger, the latter had asked thereupon whether the appearer had also reported this! but the appearer, presuming that this matter did not concern him, the messenger, did not answer him at first, yet upon the repeated question: whether the matter had been reported! replied yes, whereupon the aforementioned Messenger substantially retorted: then melt bought nor he addition rather him cannot rixdollars had notice happened and, but and yet refused the appearer messenger inquired silver messenger thereupon had reported presuming Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Confirmation Thus done at the Cape of Good Hope the 6th of September 1788, before the Gentlemen Carel Mappa and Johannes Smits, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the sworn Clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W. S. van Ryneveld, sworn Clerk. Below stood: as punishment then nothing more can be done about it, he asked me to put in a good word with you, and that is why I have come here. Adding thereto: it is a pity for such a young fellow, they want to join in everything, gambling, playing; he keeps company with a maid of Blumer, who is currently in the house of Mr. van der Riet as a wet-nurse, and from that comes such a mess. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared, if required, always to confirm the foregoing on oath. Justice for that because of the man to at stance messenger not repeated replied messenger replied. then Justice of this Government, the aforementioned Jan Hendrik Smith, who, having had this his foregoing declaration clearly and distinctly read out word for word, declared to abide and persist by it, desiring that nothing more shall be added thereto or removed from it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the apprehended gunlock maker Fredrik Markstad and the soldier Johan Hertel, the solemn words: So help me God Almighty. Below stood: Thus confirmed and sworn at the Cape of Good Hope the 21st of November 1788. Was signed: J. H. Schmidt. In the margin: before us commissioners. Signed: R. J. van der Riet, and G. H. Meijer. Lower: In my presence. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn Clerk. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the gunlock maker at the Honorable Company's Armoury, Fredrik Markstad; who, to the adjacent questions, such answers Articles caused to be made and given over to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Council of Justice, in order to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim G. Exter, the gunlock maker discharged from the Honorable Company's service
Dutch transcription
het is ; wannee ; wes, meening and geei begin de zakelyk d tegen gt en leeren aan door firmeert afgeschr: Comp:e: tende drie sche ls, Vorken ,en had. begeren gals door een lven bij afgewaag welk gem in gekogt en hoe heb het van ossi¬ dat na dat den Compt: daar op had gerepliceerd wanneer gij 't van daag nog kunt schikken i 't goed, maar - morgen vroeg ga ik rast naar den heer van der Riet: gem: Furken als toen substantieelijk gezegd had, dat dat de Compt als toen gezegt hebben= de ik zal dit aangeeven. had gem: Markstad hem Comp:t daarop, bolangst en vreeze beerende gebeeden en gesmeekt om hem tog niet ongeluktig te maaken, zulks door den Comp t hier op gerepliceerd, zijnde: hoe kund gij wanneer gij geen schuld hebt, zoo vrees agtig zijn, breng mij mijn geld dan zullen uyt bij den Heer van der Riet in der minne zien te schik= ken, was gem: Markstad als toen inder het zeggen, ik zal de soldaat gaan op- zoeken van den Comp:t vertrokken. Dat een ogenblik daarna gem: Mark„ stad bij zich hebbende voorsz Soldaat Turken aan het huijs van den Comp:t gekomen zijnde, de eerstgem hem Comp:t onder het zeggen: zie daar is al mijn vermogen. had terhand gesteld 33 rd:s verzoekende teffens dat de Comp„t hem weegens het restant agt dagen uyt„ stel wilde verleenen: daar, by voegende dat hij, wanneer hy het geld by elkander had, het zilver dan zou halen, en direct naar voorsz: Sr van der Riet te rug bezorgen. had gerepliceerd: dat gem. Turken het had van Manus Keeve, welken veel geld zou hebben verspeeld en het voorsz zilverwerk, om sig uyt zijn dieswelgens gemaakte schuld te redden aan hem Turken ter verkoop overgegeeven „den en wees, terwyl van den waar „en die ben. had den Comp„t dit liever zuijgen, en 't zilver versm ten of in het watersmiten moest, want dat die zaak nooijt kon uijtkomen, im dat hy 't zilverwerk op het plein had gekogt van een Jonge die hem niet kende, nog hi gem: Jongen ook niet; met bijvoeging dat hy wel wist dat er hier voor hem strat opstond, en dat hij zig zelve liever te kort of leed aan doen wilde, als straf„ te ondergaan, zijnde zij beiden op des Compt: zeggen: Man zingjy, ik kan niet Zwijgen uijt 's Comp:s huis gegaan. Dat gem: Turken daag daar aan ofte op eergisteren 'ss voordemiddags, bij den Comp:t gekomen zynde, en drie Rijsed: meede gebragt hebbende, als nog had ge= insteerd om deeze zaak stil te houden, dan dat de Comp:e het geld aangenomen en egter zyn verzoek als toen wederom geneijgerd heb= bende ook dadelijk van het gebeurde aan voorsz: S:t van der Riet had kennis„ se gegelden. — Dat dien zelven dag nog bi den Compt gekomen zijnde, voorsz Officier Boode denzelve hem Comp„t als toen had afgenraag twe het met die zaake nopens het zilver werk zal ! zulks den Comp:t gem: Boode de zaak in zyne voorsz: omstandigheid verhaald hebbende, had denselve daarop gevraagd, of den Compt: dit ook had aan gegeeven! dan dat den Compt. als vermee nende dat deeze zaak hem boode niet aanzing, daarop in 't eerst niet heeft geantwoord, edoch op de herhaalde haage: of de zaak was aangegeeven! gere„ pliceerd van Ja waarop door gem Mant Boode in substantie merd geregereerd: dan ver versm gekogt nog hi eging liever hem Kan niet Rijsed. had ge„ kennis„ eurde en, dan en egter gerd heb= nCompt. oode afgevraagt zilver Boode daarop had aan als vermee Compareerden voor ons ondergeteekende Gecor„ =mitteerdens uijt den E: Achtb: Raad van Recollement Aldus gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop den 6 Sept 1788. voor de Heeren Carel Mappa en Joh. s Smits, leeden uyt den E. Achtb: r Raade van Justitie voorm: die de minute deezes benevens den Compt ende my gezw. Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend: /lager:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend/ W. S. van Ryneveld gezw: Clercq /:onderstond:/ als strat dan is er ook niets meer aan te verhelpen, hy heeft mij verzogt om een goed woord by U te doen, en daarom ben ik hier gekomen. daarbij voegende: het is jamwer van zoo eenjinge keezel, zy willen alles meede doen dobbelen, speelen, hij houd by een meyd van Blumer, die thans by de Heer van der Riet als minne in het huis is, en daarvan komt zoo een kinkelars, Niets meer verklaarende, geeft den Compte voor reedenen van Weetenschap als in den Text, bereid zynde het voorenstaande des gerequireerd wordende altoos met Eede gestand te doen. Justitie ant dat im dat des an aan by heid oode niet haalde gere„ Manti eerd. an Justitie deezes Gouvernements de Voorn. Jan Hendrik Smith dewelke deeze zijne voorenstaande Verklaring van woorde tot worrd klaar en duidelik voorgeleezen weerende ver klaarde verklaarden daar by te bliven pe sisteeren, met begeerte dat daar niets meer bygevoegd ofte van gedaan werden za en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dier in praesentie van de geligte roerslotemaker Fredrik Markste en den soldaat Iohan Hertel de Solem„ neele worden; zoo waarlijk helpe mij God Almagtig Onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en beedigd aan Cabo, de Goede Hoop den 21e November 1788. — Was geteekend:/ D: H: Schmigt /:in margine:/ dets gecommitt:s /:geteekend:/ R: J: van der Riet, en G: H: Meijer, /lager:/ Mij praesent: /was geteek:t/ W S van Rijneveld gesw: Clercq Compareerden voor de onder¬ Articulen gedaan maken geteekende Gecommitt:s uyt en dan Heeren Gecommitteerden den E Achtb. Raad van uit den E: Achtb: Raad van Justitie dezes Gouverne nents, der roerslotema= Justitie overgeeven, omme ter =ker op 's E Comp:s Wapen requisitie van den pro interim kamper Fredrik Markstad; Fiscaal G: Exter daarop dewelke op de neevenstaan= gehoord te worden, den uyts C vaagen, zoodanige ant„ Comps dienst geligte roersloote vonden maker
English
Article 1. The interrogatee's name, birthplace, age, and capacity. States: Jan Fredrik Markstad, discharged master gunlock maker at the Honourable Company's armory; native of Brunswick, 38 years of age. 2. Since what time the interrogatee was discharged from the Honourable Company's service and by whom. States: discharged by Jan Bernhardus Rijkheer 4 or 5 months ago. 3. How long the interrogatee has been in service, and what trade he currently pursues, and how he earns his living. States: already for 14 years, and currently earns his living here by working in brass and silver. 4. Whether the interrogatee has now and then sold silver, and specifically also to the silversmith, Daniel Hendrik Schmit. Says yes. 5. Whether the interrogatee did not, on two different occasions, 14 days to 3 weeks ago, bring silver spoons and ditto forks with some flattened knife handles to the said Smit. Says yes. Article 6. How much this weighed and what the interrogatee received for it. States: that the spoons, forks, and knives together weighed 66½ loot, and that the interrogatee received 5 schellingen per loot. 7. Whether the interrogatee did not a few days later also bring a small salver, which the interrogatee sold for the same money. States: yes, for 5 schellingen per loot. 8. Whether the interrogatee did not further, on the following day, come to the said Smit with a larger salver, receiving 5½ per loot for it. Says yes. 9. From whom the interrogatee obtained this silver, and whether the interrogatee came to an agreement with Smit for all the aforementioned silverware. States: that the soldier currently in custody, named Hertel as the interrogatee believes, brought all the aforementioned silverware to his home, pretending that it belonged to the young gentleman, who had gambled away money and was having that silver sold quietly without his wife's knowledge; and that Smit did indeed ask the interrogatee to whom that silverware belonged, but that the interrogatee answered that it came from a gentleman who needed money. 10. Whether the interrogatee did not say and assure Smit that it was from a gentleman who did not want his name to be used, and had given it over to the interrogatee for sale. States: that since he was convinced by the aforementioned soldier Hertel's assertion that the silver was from a gentleman, the interrogatee reported this as such to Smit; adding here that he had very good reason to place trust in the aforementioned Hertel, since the said Hertel had often brought silver to him to sell, and the interrogatee, having investigated afterwards, had also found everything to be just as the aforementioned Hertel had reported to him, as, among other things, was also shown on the occasion when the aforementioned Hertel, being a servant of the officer Boode, brought a silver teapot for sale in the name of the said Boode, upon which the interrogatee made inquiries with the said Mart: Boode in that regard and then also learned that the aforementioned small teapot had indeed been given by him, Boode, to the said Hertel for sale; wherefore the interrogatee, having now also acted in good faith, had accepted the silverware in question upon his assurance. Article 11. Whether the interrogatee did not come 8 days ago on Sunday with the mate of the aforementioned salver, to sell it also to Smit. Says yes. 12. Whether the interrogatee was not then asked in an urgent manner to whom it belonged, and whether there was so much hurry that it had to be brought on a Sunday. Answers: no, but that having said to Smit that he should not take it amiss that he came on Sunday, because the interrogatee had no money and this was nevertheless brought to him for sale, the said Smit replied substantially: well now, it does not matter, let us just weigh them. Article 13. How the interrogatee dared to advance such lies, whereas he received this silver from the soldier Hertel, and why he actually did this. States: to have had no evil intention in that matter, and further as in Article 10. 14. Whether the interrogatee already had prior acquaintance with that soldier, by what occasion he came to it, and whether they had more dealings together since. States: to have become acquainted with the said soldier only 3 to 4 months ago, and specifically on the occasion that the interrogatee frequently had to be at the house of Officer Boode, where he constantly spoke with the said Hertel. 15. Whether the interrogatee ever asked the soldier in what manner he came by so much silver, and what he replied thereto. States: that having previously had no suspicion at all at the buying of the silver spoons, he did not ask the said Hertel at that time how he came by them; but that afterwards, when Hertel came with the silver salvers, the interrogatee did ask him. 16. Whether he was not then all the more assured that it was from a gentleman who needed money, and that it could brook no delay. Says no.
Dutch transcription
maken Ligt Ja erden za helpe aan November Legt: reeds zeederd 14 Jaaren en zig thans met in't koper en zilver te werken, alhier te erneeren zegt Ja mitteerden ad van me ter interim of hy gew: niet tot twee verscheidene deizen, voor 14 dagen a 3 weeken geleeden, zilvere Leepels en dito vorken met eenige platgeslagen ne Messenhegten bi gem: Smit heeft gebragt Off hy gesz: nietmet en dan zilver heeft verkogt, en wel ook aan den Zilversmit, Daniel Hendrik Schmit Hoelang hy getr: in dienst is geweest en wat hy thans drijft en waar meede hij zig erncerd. 3 2. Zeedert welken tyd hy get. uit Legt, door Jan Bernhar„ 'S. E. Comp: dienst geligt is en dus Rijkheer voor ni 5 maanden geleeden. door wen! Art 1. Legt, Ian Fredrik Markstad, des Ger: naam, geborrte plaats, geligte baas roersloote„ ouderdom en qualiteit.. =maaker op 's E Comp: wapenkamer; van Brins„ wijk geborrtig oud 38 Jaaren. bezyden eeny derzelven staat Fredrik Markstad, zullende desselfs te geevene respensiven in margine deezer behoorlyk worden ter needer gesteld =woorden heeft gegeeven als =maken op 's E Comp:s Wapenkamer Voorn te zijne tot worrd ende ver blijven pe niets ng der an de Markste Solem„ midt /R: ager:/ Sineveld - 4. daarop uyts Eoersloote maker aangeteekend. Art: 6. Legt: Ja, voor 5 schell: tloot. Hoeveel zulks heeft gewoogen zegt: dat de Leepels Verken en wessen te zamen heb¬ en wat hi gem. daar voor ben gewoogen 66½ Loot heeft ontfangen! en dat hi gerr: voor 't loot heeft ontfangen5 Schellingen. of hij gevi niet eenige daagen daarop ook een klyn schenk bord heeft gebragt, dat hij gevr: voor 't zelve geld heeft verkogt! off hij gevraagde niet voorts op ten danderdag met een grooter schenkbord by gem: Smit gekomen zynde, voor 't zelve 't Loot 5½ p heeft ontfangen Van wien hij gem: dit Zilver egt: dat de thans in arrest heeft gekregen, en daarvo zittende soldaat zoo den Gest: meend:/ Herstel genaam gegeeven, en off hij gerr: met al het voorsz zilverwerk van Smit, daarin is inder bij hem gewe heeft gebragt, geworden! voorgeevende dat het zelve de Jonge keere toekwam, die geld verspeeld had en dat zilver in stilte buyten weeten van zyne Vrouw liet verkoopen; en dat Smit hem ge interrogeerde wel heeft gevraagd, wie dat zilver= werk toehoude, edog dat hij gem daar op gean woord heeft, dat het van een Heer kwam, die geld nodig had. Off hy gewr: niet aan Smit Legt dat terwil hi op de had gezegt en verzeekerd betuyging van voorsz soldaat Hertel staat dat 't zilver van een heer Zegt Ja. gemaakt was 10: gewoogen voor nSchenk daagen dat hy grooter daarvoo gerrt met gemaakt heeft, hij gevr„ was die zyn naam niet willen dit ook zoodanig aan de laaten gebruiken, 't zelve Smit heeft opgegeeven; aan hem gevz: had ten ver= hier by voegende dat hy koop overgegeeven zeer veel reeden had, om in voorsz Hertel vertrouwen te stellen naardien gerepte Hertel dikwylszilver by hem te koop gebragt, en hij gen daar na onderzoek gedaan hebbende, dan ook alles zoodanig als door voorsz Hertel aan hem was opgegeeven, bevinden had, zoo als inder anderen, ook nog is gebleeken bij gelee= genheid, dat voorst Hertel, als zynde een oppasser van den officier Boode, een zilvere Trekpot uijt naam van gerepte Doode te koop had gebragt, wanneer de geinter= rogeerde by ged. Mart: Boode diesweegens navraag ge¬ daan, en toen ook vernonen had, dat het voorsz: trekpotje door hem Boode werklijk aan gerepte Her= tel ter koop gegeeven was; Weshalven hy gem: thans meede in een goed vertrouwen, geverseerd hebbende, het zilverwerk in quastie ook op zyne verzeekering aangenomen had. 't zelve ontfangen. dSmit Zilver is inderza weeten hem ge„ Zilver op gean die geld zeekerd Smit heer Antwoord heen! maar dat hij off hij gevr: toen niet op een gen tegens Smit gezegd dringende wyze is genaagd hebbende dat hy niet geworden, men 't toebehoorde, kwalyk moest neemen. en of 't zoo veel haast had dat hij opzondag kwam want dat hi gen. geen dat 't op zondag moest ge= geld had en dit egter bragt worden. by hem te koop gebragt wierd, gem: smit daarop substantieelijk heeft geant= word: wel nu 't komt er niet op aan, laten wy ze maar weegen. 12. Art: 11. off hi gew: niet op Zindag 8 dagen met de weedergade van Voorst Schenkbord is geko„ men in 't zelve ook aan Smit te verkoopen 2 Zegt Jan voorts op was. heeft Art: 13. zegt neen. Legt in die zaake geen eng gehad te hebben en voorts als op Art: 10. Hoehij Gerr: diergelijke leu= gens heeft durren avanceeren terwyl hij dit zilver van den soldaat Turken heeft ont= fangen, en waarom hij dit eigentlyk heeft gedaan! 13 Legt: aan gem: soldaat of hy get van te vooren al eerst zedert 3 a4 maan= kennis aan die soldaat den kennis te hebben heeft gehad, by wat gelee„ gekreegen en wel by genheid hy daar toe is gekom geleegenheid dat hi men en of zy zeedert meer gen dikwyls aan het te zamen hebben te doen gehad Huys van Officier Boode heeft moeten zijn, alwaar de gen: Dort: Hertel geduurig gesprooken heeft. of hij get: wel den soldaat Legt dat hij te vooren bij 't kooper der zilvere zie- heeft gevraagd op hoedaan pels geen kraad ven=nige wijze hy tot zoo veel moeden gehad hebbende, zilver is gekomen, en wat gem: Hertel toen ook niet denzelve daar op heeft heeft gevraagd hoedanig geantwoord. hi daar aan kwam; maar dat daarna wanneer Hertel met de zilvere schenkborden, hij gero Of hy gesz: toen niet nog meer verzeekkerd heeft, dat 't van een heer was, die geld nodig had, en't geen uytstel konde lyden. als 14 16.
English
...even more needed...could...of journeys. Says on five different...soldier...soldier...how...had then gotten suspicious, and having asked in what manner the more-mentioned Hertel had obtained those salvers, he had received as an answer thereto from the same that it came from Keere, and further as at Article 9. Article 17. Whether mentioned soldier brought all the silver at once, or rather on multiple occasions, and handed it over to him, deponent? Article 18. Wherewith the knife handles were beaten flat, and why this was done? States that he, deponent, having asked mentioned Hertel whether, since the knives could not be weighed this way, he should therefore also beat out the handles, and whether the gentleman to whom they belonged would be satisfied with that, the said Hertel answered thereto: just go ahead! and that he, deponent, then took off the handles, and, to get the rosin out, also beat them flat, and subsequently weighed them. Answer: that Smit had said to him, deponent, that he had to return his 76 Rds. to him, and that he, deponent, having handed 33 Rds. to aforementioned Smit, being everything he possessed in his wealth, he, deponent, had then also proposed to him to bring the salvers to Sr. van der Riet solely for the preservation of the soldier Hertel, and then to ask whether he would show consideration with the said soldier and also conceal that matter... Whether he, deponent, having heard from Smit that the silver was reported as stolen, did not request Smit to conceal the matter, and requested 8 days' postponement? Says yes, but that Hertel said to him, deponent: see there my entire wealth! Whereupon he asked where the rest of the money had gone, and said that he would give his entire wealth, since he had always been an honest man and such matters had never happened with him, this therefore had not occurred either, and says further to have paid for all the silverware to Hertel at 27 stivers per loot. Whether he, deponent, did not add thereto that he wanted to give his entire wealth? 21. Says: this was said by Hertel. Whether he, deponent, did not say and request to melt down the silverware, or rather to throw it into the water and to keep the matter concealed? 23. Says not to know this. How he, deponent, could have said that the silver was given by Helmanus Keere, since the soldier himself has even confessed to having received it from a boy on the square? Article 20. Whether he, deponent, when Smit refused this and demanded his money back, immediately brought 33 Rds. to him with Turken and requested to wait 8 days with the remainder? 22. Whether he, deponent, therefore must not confess to have known that the silver was stolen, and where it came from? Says no. 24. Says that mentioned Hertel had also brought a small candlestick to him, but that he, deponent, having answered then that this was not silver, because one could still see the rosin inside; mentioned Hertel had then replied thereto: just smash it to pieces, I bought it for 6 Rds., and that aforementioned Hertel having then also broken that candlestick in half, the deponent showed him that the same was not silver, but copper and only washed with silver, while mentioned Hertel had then taken the candlestick broken into pieces along with him. Whether anything more regarding this case is known to him, deponent? 25. Adding he, deponent, here further to his excuse, that he had acted very innocently in this, without the slightest suspicion; because he, deponent, being a silversmith himself, would certainly have been able to melt down all that silver, and thereby, in case he acted in bad faith, prevent that the matter ever came to light; further that he, deponent, has shown time and again that he did not engage in any knavery, that he, deponent, now about two years ago brought to the Officer a silver watch which was offered for sale to him, deponent, by a boy for 2 Rds.; which watch afterward was also found to have been stolen by the said boy from an arquebusier. Underneath stood: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on the 12th of September 1788, before the Messrs. Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, Members from the Honorable Court of Justice aforementioned, who duly signed the original draft hereof together with the Appearer and me, sworn Clerk. Below: Which I witness. Was signed: W. C. van Rijneveld, sworn Clerk. Verification Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this aforesaid Government, Fredrik Markstad, who, his aforementioned answered Interrogatories having been clearly read aloud to him, testified to persist therein, wishing that nothing more shall be added or removed: declaring in the presence of the soldier Hertel that all of the foregoing
Dutch transcription
nog meer nodig tel konde t van reizen. zegt op vijff differente oldaat soldaat hoedaa= als toen nagedagten gekreegen, en gevraagd hebbende, op wast wijze meergem: Hertel die schenkborden gekreegen had, van dezelve daarop had ten antwoord bekmen, dat het van keere kwam, en voorts als op Art: 9. Art. 17. of gem: Soldaat al het zilver met eens, dan wel tot meer= dere rijzen heeft gebragt en aan hem gesz: overgegeeven Art: 18. zigte dat hij gem: gem: Doorme de messen regten zijn Hertel gevraagd heb plat geslagen geworden, en bende, of, terwijl de waarim zulks is gedaan. messen 2oo niet korde gewoogen worden, hy der- halven de hegten mede uijtslaan, en of den Heer, men dezelven toehoorde, daarmeede te needen zoude zim, denzelven Hertel daar op geantword heeft: gaat jouw =gang maar! en dat hij gen: als toen de regten aff, en /: om de harpuigs uijt te krijgen:/ dezelve ook plat geslagen, mitsgd:s vervolgens genogen had. Antwoord: dat Smit teegers Of hij Gerr: van Smit gehoud hem gesz: gezegt had, hebbende, dat 't zilver, als dat hij hem zyne 76 gestoolen aangegeeven was, Rd:s te rugbrengen aan Smit niet heeft verzogt moeste en dat hy om de zaake te verzuygen! gesr: 33 Ed:s, zynde al„ les wat hy in zyn vermo„ gen bezat, aan voorm: Smit hebbende ter hand gesteld, hy gesk: denzelven als toen ook had geproponeerd, om alleen tot behoud van den soldaat Hertel de Schenk borden by S r van der Riet te brengen, en denzelven hi gert en al ke leu„ avanceeren 19. Aan van den heeft ont= hij dit daan! t gelee„ is gekom tmeer geheid. zoo veel en wat heeft als 8 dagen uytstel verzogt heeft. Legt ja, maar dat Hertel antwoord: dat hy getz: essen gemaagd en gezegt, zie daar of hy gen: niet daar by heeft tieelijk gezegd heeft: dat hy zyn geheele ven myn gantsch vermogen ! waar moogen wilde geeven, 't overige geld & gebleeven nadien hy altoos een eerlyk man was geweest en dus danige zaaken nog nooyt met hem voorgevallen waaren, dit derhal„ ren ook niet gepasseerd was, en zegt wijders al het Zilverwerk aan Hertel tegens 27 stve. het loot betaald te hebben. 21 Legt: dit is door Hestel of hij gem: niet gezegt heeft en verzogt, om't Zilverwerk gezegt geworden. te versmelten; ofte liever in. 't water te smiten in de zaake versweegen te houden 23 Hoe hy gem: heeft kunnen zeg„ =gen, dat het zilver van Hel= manus Keere was gegeeven; dat den soldaat doch zelfs bekend heeft van een Jongen op het plein ontfangen te heb„ ben. Zegt, dit niet te weeten. Art 20. of hy gerrimet, Smit zulks weigerende, en zijn geld te rug begeerende, directelijk met Turken 33 Rd s lyhem gebragt en verzogt heeft, met den iver rest 8 dagen te wagten! dan te verzoeken, of hij met gerepte soldaat consi =deratie gebruiken en die zaake bedekken mede . 22. 24. Legt neen. gebragt gen/ waar ze daar by heeft verwerk im de et zulks geld te rug en nog al derhal„ gezegt heeft unnen Zeg„ geeven„ van Her= doch zelfs Voegende hy getz hier nog ter zynen verintschul„ =diging by" dat hi in deezen zeer innootel, zonder de gezingste algwaan; was te werk gegaan, want dat hij gern: zelfs een zilver smit zinde, al dat zilver wel zoude hebben kunnen versmelten; en daar door, by aldien hy ter kwadertrouwe te werk ging, prevenieeren, dat die zaak ooyt was aan den dag gekomen; — wyder dat hy gemz: al te meermaa= len getoind heeft, dat hij zich met geen kinkelarij ophield, dat hy getr: nu circee twee Jaaren geleede bi den R. O. req:t gebragt heeft een zilver Hollogie 't welk door een Jongen aan hem gesz voor 2 rd s te koop was aangeboden; welk horlogie na dato ook zegt dat gem: Hertel ook of hem gesz: ook nog iets nog een plettie kande„ weegens deeze zaak bekend „laar bij hem had ge„ bragt, edoch dat hy get als toen geantwoord hebben- de, dat dit geen zilverwas, want dat men de harpuys van binnen nog had kunnen zien; gemelde Hertel als toen daar op had gerepliceerd; slaat 't maar in stukken ik heb 't voor 6 rd. gekogt, en dat voorsz Hertel die kandelaar als toen ook midden door gebrooken hebbende, de gem hem daar op aangetoond, dat de= zelve geen zilver, maar kooper en eeven met zilver overblazen was, terwyl gerepte Hertel als toen de in stukken gebrooken kandelaar had meede ge„ =noomen. is? of hygene dus niet beken= nen moet, geweeten te heb= ben, dat 't zilver gestoolen geweest is, en waar t van daan is gekomen? te heb„ bevnde consi¬ mede. k met den iver ten! leeren . H. het liever in. houden. Jongen „ 25. bevonden was, door gerepte Iongen van een boschschieter gestolen te zyn. /:Onderstond:/ Aldus genaagd en beantwoord aan Cabo„ de Goede Hoop den 12: Septb: 1788. voor de Heeren Ryno Johannes van der Riet Gerrit Hendrik Meijer, Leeder uit den E: Achtb: Raad van Justitie voormeld, die de minute deezes benevens der Compt en mij gezw: Clercq, meede behoorlyk hebben onderteekend. /:lager/ Twelk ik getuige /:was geteekend:/ W. C. van Rijneveld gezn. Clercq. Recollement Compareerden voor den ondergeteekende Ge„ committ:s uyt den E: Achtb: Raadevan Justitie deezes Gouvernement voorsz: Fredrik Markstad dewelke zyne voorst beant= woorde Jnterrog: duidelyk voorgeleesen zinde, betuygde daarby te blijven persisteeren met begeerte, dat 'er niets meer by of afgedag werden zal: verklaarende in praesentie van de soldaat Hertel dat al het voorenstaande
English
Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, who to the interrogatory questions entered alongside has given such answers as are recorded opposite each of the same. Further Articles drawn up and handed over to the Gentleman Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, in order that, at the requisition of the Fiscal pro interim G. Exter, Silvia, bondswoman of the Military Captain, the honorable Johan Arnold Bleumer, be heard thereon, the answers to be given by her to be duly placed in the margin hereof. Article 1. Whether she, deponent, still claims [illegible] says now that the above is the pure truth. Underneath stood: Thus confirmed under oath at the Cape of Good Hope, the 21st of November 1788. Was signed: I. Markstad. In the margin: As Commissioners, was signed: R. J. van der Riet and G. H. Meijer. Lower: In my presence, signed: W. S. van Ryneveld, sworn Clerk. [illegible] missing silver from van der Riet [illegible] having removed the candlesticks, and goods from the house of the Bookkeeper the Honorable van der Riet, and in three different instances given them to Hertel, namely, testifying that she was persuaded to that deed by the said Hertel on his pleading that he was in great trouble and needed so much money, and that if he could not obtain it he would do away with himself, while furthermore no one else from the house of the aforesaid Mr. van der Riet knew anything about it. Adding hereto that the aforesaid Hertel said that he had gambled away the money for meat from Officer Boode, and further puts forward for her excuse that she came to this act out of pity, requesting a merciful punishment. Underneath stood: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope the 14th of November 1788, before the Gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meyer, Members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minutes hereof together with the deponent and me, the sworn Clerk. Underneath stood: Which I witness, was signed: W. van Rineveld, sworn Clerk. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforesaid Clarinda Silvia, who, having the foregoing interrogatory clearly read to her as answered by her, testified to persist and abide by it, with the desire that nothing more be added or removed. Underneath stood: Thus confirmed under oath at the Cape of Good Hope, the 21st of November 1788. Was signed: this mark as described around it was placed by the deponent's own hand. Lower: In my presence, was signed: W. J. van Rineveld, sworn Clerk. In the margin: As Commissioners, was signed: R. J. van der Riet, G. H. Meyer. Confirmation of Oath. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the person of Johan Hertel, who has given such answers to the interrogatory articles entered alongside as are recorded opposite each of the same. Articles drawn up and handed over to the Gentleman Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that, at the requisition of the Fiscal pro interim, the soldier stationed at this Castle Johan Hertel be heard thereon, his answers to be given to be duly placed in the margin hereof. Article 1. The deponent's name, birthplace, age, and capacity. States: Johan Hertel of Nuremberg, 23 years of age, and stationed at this Castle as a soldier. 2. When and with what ship he, deponent, arrived here. States: with the Princes van Orange, some 5 years ago now. 3. Whether he, deponent, knows N. Markstad, who was discharged from the service, and whether he has had much conversation with him. States: not to know Markstad otherwise than that he, deponent, has seen him in the Armory and has now and then been to his house on the Point, without however having maintained conversation with him. Article 4. Whether he, the prisoner, has not on multiple occasions brought silver to the said Markstad to sell or smelt the same. Says: to have brought him silver because he bought it from him. 5. What kind of silver it was, and how he, deponent, came by it. States: eleven spoons, five forks, and three knives and three salvers, tied together in a white cloth, to have found them in the ditch under the bridge situated beside the door of the sexton of the Reformed Church, and to have sold the same in three or four lots to the aforesaid Markstad. 6. Whether Markstad knew of this, or what he, prisoner, said or indicated to him in that regard. Says: to the question from Markstad, how do you come by it, I answered: I have it from a certain man, without having mentioned anyone's name. 7. Whether he, deponent, did not tell Markstad that the silver came from Keere, who had gambled and needed money. States: no, but that Markstad had spoken about making something for Keere and in that connection the deponent had let slip that he still had to receive 2 rd.s. from Keere, which he had won by gambling. 8. How he, deponent, was able to do this. Says: yes, not having to tell the smith.
Dutch transcription
voor Cabo gezw. Compareerden voor ons onderge¬ teekende Gecommitt uyt den E. Achtb: Raade van Justitie dezes Gouverne dewelke op de nevenstaan- voord als bezijden dezelve staat aangeteekend. van Justitie beant„ en zynde, enstaande zegt thans, het bij Jr. van Aot 1. of zy ged: nog pretendeert Nadere Articulen gedaan maaken en aan Heeren gecommitt:s uijt den E: Achtb= Raade van Justi¬ ments de Hlarn Silvia tie overgegeeven, omme ter requisitie van den pro int„ naag zodanig heeft geant=Fiscaal G. Exter, daarop gehoord te worden, Silria; lyfeigene van den Capitain Militair de manh: Johan Arnold Bleumer, zullende de te geevene Respensiven in margine dezer behoulyk worden bekend gesteld de Ge¬ vorenstaande de zuivere waarheid is /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 21e November 1788. /.Was geteek:/ I. Markstad /: in margine:/ als Gecommitt:s /was geteekend/ R I. V. d: Piet en G: H: Meijer /lager:/ Mij praesent /: Geteekend:/ W. S. van Rynereld gezw: Clercq. der niets schieter Kiel uyt den eld die Compte en hebben getuyge 10. drik met afgedaen tie van het. den Riet vermiste zilver. niets van de diefte, derzelve de kandelaars je te hebben ie goederen ten huyze van de weggenomen en in drie dsse Boekhouder d' E. van der Riet ferente reysen aan Hestel te weeten! gegeeven, betuygende door gem Hertel op zim vongeren dat hy in een groot geval was en zoo veel geld nodig had, en dat wanneer hij dit niet kon magtig wor= =den, hy zich dan zelve zou te kort doen, tot die daad te zyn overgehaald, terwyl voorts niemand anders uyt het huys van voorsz St. van der Riet daarvan iets geweeten heeft. Voegende hier bij, dat voorsz Hertel, gezegd heeft, dat hij het geld voor Vleesch van Officier Boode verspelld had, in brengt voorts tot haare verschor= ningin, dat zij door meedelijden tot deezen daar gekomen is, verzoekende om een genadige straf /:onder send:/ Aldus genaagd en beantword aan abo de Goede Hoop den 14e Novembr. 1788. voor de Heeren Rino Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meyer Leeden uyt den E: Achtb: Raade van Jus= titie voorn: die de minute deezes, bene„ vens den Compt. en my gezw Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /: onderstond/ 't welk ik getuijge /:Was geteekend:/ W: van Rineveld gezw: Clercq. Compareerden voor den ondergetrekende Gecommitts uyt den E Achtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements, voorsz Clarin Silria, dewelke de voorenstaande door haar beantwoorder interrogatorie dui„ delijk voorgelezen zynde, betuygde daar by te blyven persisteeren, met begeerte dat en niets meer bij of afgedaan worden zal /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 21' Novb r 1788. /:was geteekend:/ waaromschreeven dit merk is door de Compte eigenhandig gesteld /:lager:/ mij present /:was geteekend:/ W: J: van Rineveld geww: Clercq /:in margine:/ als gecommitt:s: /:was get:/ R: J: V: d: Riet G: H: Meyer Compareerde voor ons onder geteekende gecommitts uyt den E. Achtb: Raad Articulen gedaan maaken en aan Heeren Gecommitt. s uyt den E. Achtb: Recollement Raade zelve van de Riet die wor s van iet yt daad heeft, gd en straf daar or a 8 Jus. bene„ eede stind:/ W f: 11. mfr 1 van Justitie deezes Gouver- Raade van Justitie des Cas„ nements, der persoon van tiels de Goede Hoop overge Johan Hertel dewelke =gelven omme ter requisitie op de nevensstaande naag van den pro int: Fiscaal articulen zoodanige ant„ daar op gehoud te worden den worrden gegeeven heeft als soldaat ten deezer Casteele bezyden een yder derzelve staat aangeteekend. bescheyden Johan Hertel zullende deszelvs te geeven responsiven in margine dee„ zer behoorlyk worden bekend gesteld. Art. 1. Legt Johan Hertel van Des Get: naam, Geboorte Neurenberg oud 23 Jaa„ plaats, ouderdom en qualiteit ren en als soldaat ten deezer Casteele be„ scheyden te zin Legt, met de Princes van Wanneer en met wat schip hij get: alhier is aangeland Orange voor nu wel 5 Jaaren geleden of hy get: den uyt den dienst Legt Markstad niet an- geligte N: Markstad kent, ders te kennen, als dat en niet veele conversatie hij Get: hem op de Waa= met denzelven gehad heeft penkamer heeft gezig en nu en dan aande Caut by hem aan huijs geweest is, zondernochtans met denzelven conversatie gehouden te hebben. Artr 4. — 2. 3 Art. 4. Zegt hem zilver gebragt te hebben om dat hy 't hem afkogt. Wat voor zilver 't is geweest Legt; Elf Leepels, Vyff Vrken en drie messen en drie en hoe hy get: daar aan schenkbirden, te zamen is gekomen! in een witte doek gebinden, te hebben gevonden, in de Gragt onder de brug be„ zyden de deur vande koster der gereformeerde kerk geleegen, en dezelve in drie of vier partyen aan ronst Markstad te hebben verkogt. Zegt; ik het Markstad, op of Markstad zulks heeft de vraage: hoe komt gij geweeten, of wat hi gev: er aan. geantwoord: ik heb het van een zee daar omtrent aan denzelven =kere man zonderie= heeft gezegd of te kennen mandsnaam genoemd gegeeven! te hebben. of hi get: niet aan markstad Legt neen, maar dat Mark„ stad iets voor keere te heeft verhaald, dat 't zilver maaken en daar vver van keere, kwam, die ge¬ gesprooken had, wanneer speeld en geld van noodenhad de Get: Zig had laten ont„ vallen, dat hy nog 2 rd. s. van keere moest hebben, die hy met speelen gewoonen =nen had. zegd Ja, niet nodig te hebben Oim Smit te zeggen Hoehy get: dit heeft Of hy gev: niet tot meerdere reijzen aan gem: Markstad Zilver heeft gebragt, om't zelve te verkoopen ofte smel¬ Een dat kunnen Cas„ verge sitie eel den le t d te aliteit hip geland dienst kent, heb f 8. 7 6. 5
English
Says: I know of no boy. Article 9. What kind of boy that was, and in what manner the witness became acquainted with him? That he could claim that he had found the silver, although he indeed told Smit that he had bought the silver from a boy on the square. 10. How much the witness gave to that boy for the silver, and what the witness himself received from it? 11. Whether the witness did not already receive money from it, and where that has gone? Says yes, and having returned a part, namely 12 rd.s to Smit, 10 rd.s to the barber Rigter for a debt, and for a new pair of trousers made by Bouman, tailor of the Company of Captain Wernich, having also paid some pennies, as well as having bought a hat, and having spent the remaining money. 12. How the witness dared to say that he had found that silver tied together in a cloth in a ditch, whereas since about 3 weeks ago it was stolen and sold little by little? Says he does not know how this applies, but that he found everything tied together and had sold it successively. Article 12½. On what day and time he then found the one and the other! Says: I do not know, it is about 14 days or 3 weeks ago; I had all the silver in the house for 6 to 7 days before I sold the spoons to Markstad. 13. Whether the witness, having come with Markstad to Smit and having together repaid 36 rd.s to the same, did not request the said Smit to wait another 8 days for the remainder! Says: 36 rd.s we repaid together, but I did not ask for a postponement. 14. Whether the prisoner did not further request Smit to melt the silver, or rather throw it into the water, because it would never come to light? Says no. 15. Whether the witness did not say himself that he would do away with himself rather than suffer punishment! 16. Whether the prisoner did not also request Lieutenant de Mante Boode to put in a good word in order to keep the matter quiet? Says yes; when someone is under arrest, then he indeed needs a good word. Article 17. Whether the witness knows the maid Silvia belonging to the late Military Captain Bleumer? Says yes, and having had a relationship with that maid. 18. Whether the aforesaid slave Silvia has not for some time been hired out as a wet nurse to the bookkeeper Pieter van der Riet, and whether the questioned person was not found there at the house early in the morning and in the evening? Says at first not to know the name of the man to whom the said slave was hired out; saying however afterwards unexpectedly that he knew no boy of Pieter van der Riet, and subsequently attests that Silvia is hired out to Pieter van der Riet, and that he indeed was at the house there in the evening, but never in the morning. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 12th of September 1788, before the Gentlemen Rynd Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, members of the Honorable Court of Justice, who, together with the aforementioned and me, the sworn Clerk, have duly signed the original of this. /below/ To which I testify. /Was Signed:/ W: S: van Rijneveld, sworn Clerk. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice of this Government, the soldier Johan Hertel, who gave such answers to the adjoining interrogatory articles as are noted beside each of them in the margin hereof. Further Articles drawn up and presented to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Court of Justice, in order to examine thereon, at the requisition of the interim Fiscal, the soldier Johan Hertel, presently a prisoner of the Court; the responses to be given by him will be properly noted in the margin hereof. Article 1. Whether the prisoner persists that he found the silver in question! Says no, but to have received all the silver on five different occasions, always towards evening, from the slave Silvia, belonging to the late Military Captain Bleumer, who was hired out as a wet nurse to the bookkeeper Pieter van der Riet. 2. If so, why the defendant did not then report this in order to return it to its owner; whether the defendant, not having done this and having sold the silver, was not intentional in this, and thereby sought to enrich himself to the detriment of another? Lapsed. 3. [illegible] Lapsed. Article 4. Why the witness, being punishable in one way or the other, does not confess the real truth, and still seeks to deceive Justice? Says: to have concealed the truth because he thought to improve his case thereby. 5. How the witness can then say that he had the silver in the house 6 to 7 days before he first sold it to Markstad, it being certain that it was stolen little by little, and the last salver was still used by its owner on the 29th of August, whereas the spoons had already been sold a good 14 days before that? Lapsed. 6. Whether the prisoner does not thus see and will confess having lied in everything he has declared? Says yes. 7. Whether the witness will further not admit and confess that he himself stole the silver from the house or was present thereat? Says as to Article 1. 8. Whether the witness did not for that reason assure the said Smit that Says yes.
Dutch transcription
Ligt: ik weet van geen Jongen. dat hy 't zilver gevonden kunnen avanceeren, terwyl hij wel aan Smit heeft ge zegd, dat hy 't zilver van een Jongen op de plein ha gekogt Art: 9. Wat dat voor een Jongen en of hoedanige wyze hy get met denzelven in kennis is geraakt 2. 10. Hoe veel hy gets: aan dien Jingen voor 't zilver heeft gegeeven, en wat hij get: zelve daar van heeft genoten 11 Off hij get: daar van niet al Zegd Ja, en een gedeelte als 'geld heeft ontfangen, en Camelijk 12 ld s aan Smit waar zulks is gebleeven? te rung gegeeven, 10 rd.s aan de bartier Rigter voor Schuld, en voor een nieuwe broek die door Bouman, Snij der van de Compe van Capitain Wernich gemaakt is, meede eenige penn: betaald, mitsgds een hoed ge= kogt te hebben, en 't overige geld te hebben verteerd. zegt niet te weeten waar Hoehij get: heeft durren zel dit bij te pas kont, gen, dat hij dat zilver in een maar dat hij alles doek te zamen gebinden in by elkander gebonden een sloot had gevonden, waar gevonden en successive 't doch zeedert omtrent 3 Wel lijk verkogt had. ken na en na is gestolen en 12 vervald. dus dan had. Zegt, Ja. Art: 12½ Zigt: ik weet het niet, ik Of wat dag en tijd hij dan im een omtrent 14 dagen of „ 't een en ander gevinden 3 weeken geleeden hebben„ de ik al het zilver 6, a 7 heeft! dagen in huys gehad Nooverdat ik de Leepils aan Markstad verkogt heb. Legt 36 rd. s hebben wj te zamen te rug betaald, maar ik heb geen uijtstel gevraagd. dien heeft zegt neen zegt Ja wanneer iemand in ar= off hy gev: niet meede den rest moet dan heeft hy wel een goed woord no 2 Lieutenant de mante Boode dig. dus dan Off hy get: niet zelve heeft gezegd dat hij zich een te kort zoude doen, als Straffe te lijden! Off hij gev: niet verder aan Smit heeft verzogt, 't zilver te smelten of liever in 't water te smiten, want 'h nooit zoude uytkomen. „ 13 Off hij get met Markstad naar Smit gekomen en met den zelven te zamen 36 rd:s te rug betaald hebbende, gem Smit niet verzogt heeft met den overrest nog 8 dagen te wag= ten! dusdanig ook door hem ged: weederom verkogt gewir= den 2 verzogt. terwyl heeft ge ervan een ha ingen hy get. is is gev: ten net al en, en eeren. snij aakt hoed ge¬ eerd. ren zel in een den in en waar t3 We tolen en 16. 15 „ 14 Legt Ja, en met die meid verkiezing te hebben gehouden. 18 Legt in 't eerst de naam Off voorz: Hlarin Silria niet zeedert eenigen tijd als van den man bij men minne by den boekhouder gem: Havin verhuurd Sr. Pieter van der Riet is niet te weeten; zeggen verhuurd geweest en of hy de egter vervolgens in= gevr: zig ook niet 't mirgen voorziens dat hij geen vroeg en 's avinds aldaar Jongen van St: van der Riet kind, en betuygd aan het huijs bevinden heeft daarna dat Silria bij St van der Riet ver„ huurd is, en dat hij zig wel, 's avonds maar nooijt 's morgens aldaar aan het huys bevinden heeft. Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 12e Sept: 1788. voor de Heeren Rijnd Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meijer Lieden uyt den E: Achtb: Raad van Justitie die de minute deezes, neevens den gen: ende my gezw: Clercq meede behoorlyk hebb onderteekend. /lager/ Twelk ik getuige /:Was Get:/ W: S: van Rijneveld gezw: Clerc Art: 17. off hi get: niet de meid Dilvia toebehorende den manti, Capitaan Militair Bleumer kend. verzogt heeft, om een goed woord in te leggen ten einde de zaake te verzwijgen Compareerde voor ons onder Nadere Articulen ge= Vervald Vervald geteekende Gecommitt:s daan maaken en aan Heeren uit den E Achtb:r Raade Gecommitt uyt den E: Achtb: van Justitie deezes Gou=Raade van Justitie overgegee„ =vernements den soldaatven, omme ter requisitie van Johan Hertel, dewelke den pro interim Fiscaal, daar op de neevenstaande op gehoord te worden den sol= naag articulen, zooda„ daat Johan Hertel, thans =nige antwoorden gegeven 's Heeren ged:e zullende des= heeft, als bezijden een selfs te geevene responsiven ieder derzelven staan aan= in margine dezer behoorlik =geteekend. worden bekend gesteld. Art: 1. Legt neen, maar al het Off hy gev: daar bij blift zilver op vijff differente persisteeren, dat hy 't zilver reyzen altoos teegen den in quastie, gevonden heeft! drond te hebben ontfangen van de by den boekhouder Sr. Petrus van der Riet als minne verhuurd geweest zynde slarin Silria, toebehorende den mart: Ca= pitain Militair Bleumer. Zoo Ja, waarom hij ged: dan zulks niet heeft aan= gegeeven, om 't weeder aan zyn Eigenaar te rug te brengen off hij ged: dit niet gedaan. en't zilver verkogt hebbende, niet geintentioneerd geweest, is, en daarvoor gezogt heeft, zich tot schaade van een ander te verrijken goed eneinde gen 2 12. mid e itair den niet als ouder is thy mergen daar heeft aan 1788. 8 ieden tie genz: hebben yge E Eerd 3. 2. Art: 4. Vervald Legt: de waarheid verzwee¬ Waarom hy get: op d' eene en =gen te hebben, om dat op d' andere wyze strafbaar hij meende zyne zaak zijnde, de regte waarheid niet daar door te verbeete bekend, en de Justitie nu noch wl zoeken te bedriegen =ren. Hoe hij get: dan kan zeg„ gen 't zilver 6 a 7 dagen te voren in 't huijs gehad te heb¬ ben, eer hy t eerste aan Markstad heeft verkogt, zijnde 't zeeker, dat 't na en na is gestolen geworden en het laatste Schenkbord nog den 29 Augustus van zyn eigenaar is gebruykt gewor= den, wanneer en wel 14 dagen voor dien die Leepels al ver= kogt zyn geweest Off hij gev: dus niet ziet en zal tekennen, alles wat denzelven heeft gedeclareerd gelogen te hebben. Off hy Get: voorts niet ingestaa en bekennen zal, dat hy zelve 't zilver uyt het huijs heeft gestoolen of daar bij praesent is geweest Off hy get: niet uyt dien hoof den zelven Smit heeft verzekerd Zegt Ja Legt als op Art: 1. Zegt ja. 6. dat
English
States: Yes. Whether he, the witness, was solely responsible, and who helped him with it, or had knowledge thereof. States: No one but the maid, and that he, the witness, never had intercourse with any boy or anyone else from the house of Sr. van der Riet, though a certain boy, whom the accused nevertheless does not know, called the aforesaid maid now and then. Lapses. Whether he, the prisoner, did not know that the aforesaid silverware was stolen, and whether he, the witness, did not also give some money to the aforesaid female slave. States not to have asked the slave Silvia how she came by the silver, and to have given her no more than one Rd:s, knowing nevertheless whether that money came from the sold silver. States to have received the silver without the mentioned female slave having said anything to him. To what end the mentioned female slave gave that silver to the mentioned prisoner. = 12. On what occasion and at what time he, the prisoner, gradually took away and obtained the silver! Article 9. that it could never come to light, and that he should merely melt down the silver! [illegible] Article 13. Whether he, the witness, did not also receive three plated candlesticks, and where the same have gone. Says: Yes, and to have broken one of them into pieces at Markstad's; as well as having sold the other to the innkeeper in the King of Prussia. States knowing well that he has earned punishment, yet requests a merciful correction. Whether he, the witness, must not confess to having earned punishment, and what he knows to submit in his excuse. underneath stood: Thus interrogated and answered at Cabo de Goede Hoop on the 24th of September 1788, before the Messrs. Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice of this Government, who, together with the appearer and myself, the Sworn Clerk, have also duly signed the minute hereof. lower: Which I testify, was signed: W J: van Rineveld, Sworn Clerk. Re-examination 14. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforesaid Johan Hertel, who, having had his foregoing answered interrogatory clearly read out to him, testified that he continues to persist therewith, desiring that nothing more shall be added to or taken from it. underneath stood: Thus re-examined and sworn at Cabo de Goede Hoop on the 21st of November 1788. was signed: / / and written around it: this mark was made by Johan Hertel with his own hand as he is unable to write. in the margin: as Commissioners, and signed: R: I: van der Riet, G. H: Meijer. lower: In my presence, was signed: W: S: van Ryneveld, Sworn Clerk. Whereas the soldier Johan Hertel of Nuremberg, aged 23 years, stationed at this Castle, and Silvia of the Cape, aged 21 years, slave of the Captain Military the Manful Ian Arnold Bleumer, currently prisoners of the Lord, have voluntarily confessed, and it has evidently appeared to the Honorable Council of Justice of this Government from the documents produced in the trial: That when the second prisoner, Silvia of the Cape, was rented out for some time as a wet nurse to the former Bookkeeper of the Honorable Company Petrus Albertus van der Riet, and resided there in the house, the first prisoner Johan Hertel, who had courted her, the second prisoner, for some years and also fathered a child with her (as she, the second prisoner, says), having made known to her that he was in great distress and needed much money, adding that in case he could not obtain any money, he would do away with himself, thereby moved her, the second prisoner, to pity and seduced her to steal from time to time some silverware from the house of the aforesaid van der Riet and to hand it over to him, the first prisoner. In such manner that she, the second prisoner, did not shrink from taking away from the house of the frequently mentioned Petrus Albertus van der Riet on five different occasions, and always handing over towards evening to him, the first prisoner: three silver salvers, eleven ditto spoons, five ditto forks, and three knives with silver handles, as well as three plated candlesticks; Which silverware was brought by him, the first prisoner, on each occasion, under the pretense that it came from someone who had gambled away money, to the gun-lock maker Johan Fredrik Markstad, discharged from the Honorable Company's service, and sold to him at 27 stuivers per loot; without the second prisoner, however, having enjoyed anything thereof; the aforesaid forks, spoons, and knives, as well as one of the salvers, having been taken over again by the burgher Jan Hendrik Smit from the mentioned Markstad at five schellingen, and the two remaining salvers upon payment of five schellingen and three stuivers per loot; while nevertheless, after this matter was discovered, the aforesaid van der Riet recovered most of the above-mentioned silverware stolen from him back from the cited Jan Hendrik Smit. And whereas such deliberate theft, in a country where law and justice are properly maintained, cannot in any way be tolerated, but ought to be punished as an example to others; therefore it is that the Honorable Council of Justice of this Government, serving on this day, having carefully considered the written criminal claim and conclusion made and taken by the pro Interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, in his official capacity upon and against the prisoners, and having considered everything that pertained to the matter and could move Their Honors; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States-General of the United Netherlands, has [sentenced] the prisoners Johan Hertel and Silvia of the Cape.
Dutch transcription
Legt Ja Off hij get: alleen daar aan Legt: niemant als de meid, daadig is geweest, en we daar en dat hy get: noort bij heeft geholpen, off kennis met één Jongen of ie= daar van heeft gehad! =mand anders uit het huys van Sr. van der Riet heeft omgang gehad, hebbende zeekere Jongen, die de ged: echter niet kend, nu en dan de voorsz: Meid geroepen. Vervald. Off hy gev: niet heeft gewee= Legt de Harin Silria ten, dat het voorsz zilver= niet gevraagd te heb= werk gestolen was, en off ben, hoe zy aan het hij get: ook eenig geld zilver kwam, en haar niet meer als een Rd:s aan voorsz: Slavin heeft afgegeeven te hebben gegeeven, zijnder nogthans te wee¬ ten of dat geld van het verkogte zilver kwam, Ligt het zilver te hebben. ontfangen zonder dat Tot wat einde gem: Slavin gerepte slavin hem iets dat zilver aan gem: gev: gezegd had. gegeeven heeft = 12. Bij wat geleegenheid en tijd hij gev na en na 't Zilver heeft weggenomen en in han= den gekreegen! Art: 9. dat het nooijt konde uytkoo= men, en denzelven 't Zilver maar moest versmelt en! n en haar eid niet nu noch en Zeg. en te te heb„ aan gt, a 20 or= 1 49 en zal denzelve og gen gestaan thi huijs arby en hoof verzekerd 11 10. Art: 13. off hij Get: ook niet drie plettie zegd Ja en een daarvan bi kandelaars heeft ontfangen, Markstad stukken ge= en waar dezelven gebleeven zin brooken; mitsgd. s den anderen aan de herbergier in de koning van Pruissen verkogt te hebben. Legt wel te weeten dat hij Off hy get: niet bekennen moet straf verdiend heeft, straf verdiend te hebben, en, echter een genaadige wat hy tot zyne verschooning correctie te verzoeken. weet in te brengen. /:onderstond:/ Aldus Gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 24:e Septb: 1788. voor de Heeren Salomon van Echten en Johannes Smuts, Leeden uit den E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements, die de minute deezes beneevens den Compt en mij Gezw: Clercq meede behoorlijk hebben, ondertee„ kend. /:lager:/T welke ik getuijge /:was get:/ W J: van Rineveld gezw: Clercq Recollement Compareerde voor de onderget: Gecommitt:s uijt de 14. E: Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements voorz: Johan Hertel dewel¬ ke zyne voorenstaande beantw. Jnterrogatorie distinct voorgeleezen zijnde, betuide daar bij te blijven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij of afgedaan werden zal. /:onder stond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de Goede Hoop den 21: Novembr 1788 /:was geteekend:/ / /en daaar omme geschreeven:/ dit merk is door Johan Hertel als niet kun= nende schrijven eigenhandig gesteld /:in margine/ als gecommitt:s /en, geteekend:/ R: I: van der Riet G. H: Meijer /:lager:/ Mij prasent /:was /geteekend:/: W: S: van Ryneveld Gest: Clercq Aangezien den ten deezen Casteele bescheij= dene soldaat Johan Hertel van Neurenberg oud 23 Jaaren, en Silvia van de Caab, LijfEgene van den Capitain Militair de Manh: Ian Arnold Bleumer oud 21 saa= ren, thans 's Heeren gevangenen, vriwillig beleeden hebben, en het den E Achtb Raade van Justitie deezes Gouvernements uit de ten Processe gefourneerde stukken evident gebleeken Es: — Dat wanneer de tweede Gevangen Silria van lettie gen zijn. oet dertee„ get: : de 1 van de Caab eenige tijd bij den oude Boek= houder der E: Comp: Petrus Albertus van der Riet als minne is verhuurt ge¬ weest en aldaar in het huijs verblijf gehouden heeft, den eerste gevangene Iohan Hertel die bij haar tweede gevangene eenige Jaaren verkeering gehouden, en ook een kind geproce= eerd heeft /:zoo zij tweede gevangene zegt // te kennen gegeeven hebbende, dat hij in een groot geval was en veel geld nodig had, met byvoe„ =ging dat ingevalle hy geen geld kon magtig worden, hij zig dan zelve zoude te kort doen, daar door haar tweede gevangene tot meedely„ den gebragt, en verleijd heeft, om van tijd tot tijd uijt het huijs van voorsz: van der Riet eenig zilverwerk te steelen, en aan hem eerste gevangene over te geeven. Invoegen zij tweede gevangene zig ook niet heeft ontzien op vijf differente reyzen uyt het huys van meergem: Petrus Albertus van der Riet weg te neemen en altoos tegen den avond aan hem eerste gevangene ter hand te stellen: drie zilvere Schenkborden Elf dito Leepels Vyf dito Vorken en drie Messen met zilvere hegten, mitsgaders drie plestie Kandelaars; Welk zilverwerk door hem eerste gevangene yder reijze, onder het voorgeeven, dat het zelve van iemand kwam die geld verspeeld had, gebragt is bij den uyt 's E: Compagnies dienst geligte roerslootemaker Iohan Fredrik Markstad en aan denzelven tegen 27 stuivers het Loot verkogt; zonder zonder dat egter de tweede gevangene daar van iets genooten heeft; zynde de voorsz: Vorken, Leepels en Messen mitsgr:s een der schenkborden weederom teegens vijf schellingen en twee overige Schenkborden met betaaling van vijf Schell, en drie stuijvers voor het Loot, door den Burger Jan Hendrik Smit van gem: Markstad over¬ genomen; Terwyl egter na deeze zaak ontdekt was, voorschreeve van der Riet het grootste gedeelte van het bovengemelde by hem gestolen Zilverwerk van geciteerde Jan Hendrik Smit weeder heeft te rug bekomen Aan nademaal eene diergelijke opzettelyke diefte in een Land alwaar Recht en gerech¬ tigheid behoorlijk worden gehandhaaft, geen= =zints geduld, maar ten Exempel van anderen behoord te worden gestraft; zoo is 't dat den E: Achtbaaren Raad van Justitie deezes Gouvernements ten dage dienende, naauwkeurig en overwoogen hebbende, den schriftelijken Crimineelen Eysch en Conclusie door den pro Interim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter, nomine officie op ende Jeegens de gevangens gedaan en genoomen, mitsgaders gelet op al 't gunt ter materie was dienende en hun E: E: Achtb: konde doen moveeren; Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog Mogende Heeren Slaaten Generaal der ver= eenigde Neederlanden de Gevangenen Johan Hertel en Silvia van de Caab heeft „ en ce E groot by roe doen ot tig gt tegen hand: gaders t ies a e ren
English
has condemned, as their Honorable Worships condemn the same hereby, to be brought to the place where criminal sentences are customarily executed here, delivered there to the executioner, each tied to a stake, and severely flogged with rods on the bare back, the first prisoner furthermore to be banished for eternity from this Government and its jurisdiction; with forfeiture of his wages due from the Honorable Company, since the day of his detention, furthermore the second prisoner, after being riveted in irons, to remain confined in the Honorable Company's slave lodge for the duration of five consecutive years, with condemnation of both prisoners to the costs and expenses of Justice. The second prisoner shall, after the expiration of her confinement, be returned to her owner. Below stood: Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope, the 18th of December 1788. As well as pronounced in the Castle of Good Hope the 20th of the following [month], and executed on the same day. Was signed: I: J: Rhenius, J: C: Sonnenkamp, Joh:s Smuts, J: van Echten, C: G: Maasdorp, G: H. Meyer, R: I: van der Riet, S. E: Gie, H. de Wet. Lower: Present to me, C. Neethling, Secretary. In the margin: Fiat Execution. Was signed: C. S: van de Graaff. Agrees. H. van Rijneveld, Clerk. No 4. Appeared before the Honorable Worshipful President and the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the interim Fiscal Gabriel Exter, in his official capacity, claimant in a criminal case on the one side, against Silia of the Cape, female slave of the military Captain Commander Iohan Arnout Blumer, prisoner and defendant in the aforesaid case on the other side. And stated: 1. That the prisoner and defendant mentioned in the heading, having been hired out as a wet nurse to the former bookkeeper of the Honorable Company and having lived in his house, 2. allowed herself out of pity to be seduced by the soldier Ian Hertel, who has kept company with the prisoner and defendant for some years and fathered a child with her, so she says, 3. to steal some silverware from time to time, and to hand it over to the said Hertel, 4. because he had made known to her that having gambled away the meat and rent money of the officer's servant, 5. he was in great danger, to avoid which he would rather take his own life. 6. That the prisoner and defendant thus took eleven silver spoons, five forks, and three knives with the same handles, likewise at different times three silver salvers and three plate candlesticks. 7. Which goods were always received in the evening by the aforesaid Ian Hertel without being suspected by anyone, 8. and were carried away and sold by him, 9. without the prisoner and defendant having enjoyed anything from it or received any money. 10. As shall appear clearly and in more detail from the responses given before the Gentlemen Commissioners of this Honorable Worshipful Council. 11. Referring to which, the Claimant in his official capacity, subject to correction, nevertheless believes he can define and establish: 12. That the prisoner and defendant has committed an actual domestic theft, and thus has made herself subject to the lawful punishment of that crime. 13. And although the legal scholars are not entirely agreed upon the punishment for the same, and therefore this crime also is customarily punished differently, 14. they nevertheless all agree that domestic theft, on account of its danger, shall be punished more severely than another simple theft. 15. And thus this punishment remaining primarily left to the judge to be inflicted according to the nature and circumstances of the case, 16. the Claimant in his official capacity shall only take the liberty to remark in that regard: 17. That although the prisoner and defendant claims to have been led to commit that deed, which certainly happens often and in this case is also probable, 18. because she enjoyed nothing of it, and the soldier Hertel used and squandered everything for himself, 19. this excuse nevertheless appears to the Honorable Claimant to be of no great weight, 20. since one must never let oneself be persuaded to and used for an evil deed, 21. and the prisoner and defendant should have been even less inclined to proceed to that, 22. while the conduct of the seducer was known to her, and her help could only serve to make him continue therein and increase his offenses. 23. There being furthermore principally taken into consideration 24. that the deed was not accomplished on impulse, 25. but indeed premeditated, gradually, by repetition with deliberate will and intention, 26. in such a manner that with further freedom and opportunity, it would have been continued, 27. which circumstances will completely nullify the excuse of the prisoner and defendant, 28. unless some consideration is still merited by the fact 29. that other supervision ought to have been taken regarding the silverware, 30. and a great error was committed therein, in that upon missing the first, an immediate investigation was not made, 31. and better precaution was taken regarding the safekeeping of the remainder, 32. furthermore, the owner has also gotten his property back again. By virtue of these and other reasons and arguments to be deducted in due time and place, if necessary.
Dutch transcription
heeft gecondemneerd, zoo als hun E. E: Ahtb:e dezelven condemneeren mits deezen, omme gebragt te werden ter plaatse daar men alhier gewoon is Crimineele Sententien ter Executie te leggen, aldaar aan den scherp regter overgeleeverd, ijder aan een Paal gebonden, en met roeden op de bloote rug„ strengelijk gegeesseld zinde, de eerste gevangene wijders ten Eeuwigen dage uijt dit Gouvernement en den Ressorte van dien gebannen te worden; met verbeurt verklaring van zijne bij de E: Comp: te goed hebbende gage, zederd den dag zijner deten tie, voorts de tweede gevangene om daar na in de ijzers geklonken zijnde, den Tijd van vif agtereenvolgende Jaaren in 's E. Comp: slaven logie geconfineerd te blyven, met condemnatie van beyde de gevangens in de kosten en misen van Justitie Zullende te tweede Gevangene na expira= tie van haar confinement aan haaren lijfheer worden te rug gegeeven, /:onderstond: Aldus Gedaan en gesen tentieerd aan Cabo de Goede Hoop, Den 18e December 1788. mitsgaders gepronuntieerd In't Cas= teel de Goede Hoop den 20e der daar aan volgende en geexecuteerd ten ten zelven dage /:was geteekend:/ I: J: Rhenius, J:C: Konnenkamp Joh:s Smuts J: van Echten, C: G: Maasdorp, G: H. Meyer, R: I: van der Riet, S. E: Gie, H. de Wet /lager:/ Mij praesent C Neethling Secret. s /:In margine:/ Fiat Executie /:was geteekend:/ C S: van de Graaff. Accordeert. H Rijnevel en Clercq ƒ Ahtb:r: D erp terug uyt van rt goed deten arna van Comp: en pra¬ aren gesen de cuteerd No /4. Compareerde voor den welE: Achtb: Heer Praesident en den E: Achtbaren Raade van Justitie deezes gouver„ „nements. den prointerim Fiscaal Gabriel Exter R: O: Eijsscher. in bas Crimineel ter eenre. Contra Silia van de Caab. Lijfrijgene van den Capitain militair. de mant: Iohan Arnout Blumer. Gev=e en ged:e in voorsz: Cas ter andere zijde. En deede zeggen. 1. dat de geor en ged: in 't hoofde vermeld bij den oud boekhouder der E: Comp: als minne verhuurt geweest zynde en in deszelfs huijs gewoond hebbende. 2 door den soldaat Ian Hertel, die bij de gev:e en ged. e zeedert eenige Jaaren heeft gehouden en Een kind geprocreeerd /: zoo zij zegt:/ uijt medelyden heeft laaten verlijden: 3 van tijd tot tijd eenig zilver goed te ontsteelen, en aan gem: Hertel overtegeeven. 4. om dat denzelven haar had te kennen gegeeven, dat hij 't vleesch en huur geld van den officier boode verspeeld hebbende. 5: in groote gevaar was, om welke voorbekomen hij zig eer zelve te kort zoude doen. 6. dat de gev. e en ged: dusdanig heeft weggenomen. elf zilvere leepels vijf vorken en drie messen. met d. o hegten zodan nog in differente Eeysen. drie zilvere schenk borden en drie plettie kandelaars. 7. welke goederen door voorsz: Ian Hertel, altoos savonds ƒ 's Avonds zonder van ymand gesubsonneerd te wo „den zyn ontfangen. 8. en door denzelven weggebragt en verkogt geworde 9 zonder dat de gev=e en gede iets daarvan heeft gen „ten ofte eenig geld ontfangen. 10. gelijk zulx. uyt de van by den voor Heeren Gecommi „teerdens uyt deesen E: Achtb: raade gegeevene respon „sive duijdelijk en nader zal komen te blyken. 11. Aan welke zig refereerende den r: O: Eysscher egter /:on „der Correctie:/ vermeend te kunnen bepaalen en vaststellen. 12. dat de gev=e en ged=e een weesentlijke huys dief Clas heeft begaan, en zig dus aan de wettige bestraffing dier misdaad zal onderheevig gemaakt hebben. 13. en hoewel de regtsteraaren over derzelver straffe niet volkomen eenig zijn, en dierhalven dit Crimen ook verschijdentlijk pleegd gestrafd te worden. 14. zoo koomen dog alle daarin over een dat de huijs die weegens derzelver gevaarlykheijd, harder, als een ander simpele diefstal zal bestrafd worden 15. en dus deeze straffe aan den rechter voornaa mentlijk overgelaaten blijvende om naar de gesteldheid en omstandigheeden der zaaken geinfligeerd te worden. 16. zal den r. O. Eisscher daar omtrent alleen de vrijheid neemen aan te merken 17 dat zoo zeer den gev. en ged: tot 't pleegen van die daad wil verleid zyn, 't geen zeeker lijk dikwijls geschied en in dit geval ook waarschijnlijk is. 18 Om dat zij daar van niets heeft genoten, en den soldaat Hertel alles voorzig heeft geemploijeerd en door gebragt. te wo heeft gen Gecommi respon ter /:on 19. Deeze verschoning egter den EE: Eisscher voorkomt van geen groot gewigt te zijn. 20 dewijl men zig tot eene kwaade daad nooijt moet laaten overhaalen, en gebruijken 21. ende gev. e en ged: t nog minder daar toe had zullen overgaan 22. terwil haar de Conducte van den verleeder bekend is geweest en haare hulp alleen. kost strekken, om dezelve daar in te doen continueeren, en zyne fauten vermeerderen. 23. komende voornamentlyk daar bij nog in con- sideratie 24. dat de daad niet bij overrossing is volbragt 25 maar wel overleyd, naa en naar, by reeteratie met voorbedagte wille en opzet 26 zoodanig dat by verdere vrijheid, en gelee„ gendheid daar bij zoude zyn gecontinueerd geworden 27. Welke omstandigheeden de verschoning derger. en ged. e volkomen zullen te niet doen 28 Jndien niet nog eenige reflectie meriteerd 29. dat men andere toezigt omtrent het zilver Goed had behooren te neemen 30. En een groote faute daar in is begaan, dat by 't missen van't eerste niet direct onderzoek is gedaan 31. En omtrent de bewaring van't overige bee= =ter voorzigt is genomen geworden 32. Voorts den Eigenaar ook zyn goed weederom terug gekreegen heeft. mits deeze en andere reeden en middelen in tyd en wijlen. /: is 't nood :/ nader te dedudee alleen voornaa aar de Zaaken een ander ren geworden en fClas stratfing ebben. ratfe Crimen den. huijs die gen zeeker en zig
English
Claim The Officer making the claim concludes: that by final sentence of Your Honorable Worships, the prisoner and defendant shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed, and there delivered to the executioner and tied to a stake, to be severely scourged with rods upon the bare back; that the prisoner and defendant, further being fettered in irons, shall remain banished to the Honorable Company's slave lodge for the term of five consecutive years, with condemnation of the same in the costs and expenses of justice, or to such other pains and punishments as Your Honorable Worships shall find and judge proper. /was signed:/ G. Exter /in the margin:/ Exhibited the 11th of December 1788. Further articles drawn up and submitted to the gentleman commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice, to examine the soldier Johan Hertel thereon, now prisoner of the Court, at the requisition of the Fiscal pro Interim; whose answers to be given shall be properly recorded in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the soldier Johan Hertel, who has given such answers to the adjacent question articles as are noted beside each of them. Article 1. Whether he, the examinee, persists in stating that he found the silver in question? Answers no, but that he received all the silver on five different occasions, always toward evening, from the female slave Silvia, who was hired out as a wet nurse to the Bookkeeper Sr. Petrus van der Riet, belonging to the Main Military Captain Bleumer. 2. If so, why he, the examinee, did not report it, in order to return it to its owner? Lapsed. 3. Whether he, the examinee, did not do this and, having sold the silver, was not intentional in seeking to enrich himself to the detriment of another? Lapsed. 4. Why he, the examinee, being punishable in one way or another, does not confess the real truth, and still seeks to deceive Justice? States that he concealed the truth because he thought to improve his case thereby. 5. How he, the examinee, can say that he had the silver in the house 6 to 7 days before he sold the first of it to Markstad, since it is certain that it was stolen little by little, and the last salver was still used by its owner on the 29th of August, whereas the spoons were already sold fully 44 days before that? Lapsed. Article 6. Whether he, the examinee, does not therefore see and will confess that everything he has declared was a lie? States yes. 7. Whether he, the examinee, furthermore will not admit and confess that he himself stole the silver from the house or was present thereat? States as to article 1. 8. Whether he, the examinee, was not for that reason assuring the silversmith that it could never be discovered, and that he should just melt down the silver? States yes. 9. Whether he, the examinee, alone committed the act, and who helped him therewith, or had knowledge thereof? States: no one but the maid, and that he, the prisoner, never had any intercourse with a boy or anyone else from the house of Sr. van der Riet, though a certain boy whom the prisoner does not know called the aforesaid maid now and then. Article 10. On what occasion and at what time he, the examinee, took away the silver little by little and got it into his hands? Lapsed. 11. Whether he, the examinee, did not know that the aforesaid silverware was stolen, and whether he, the prisoner, also delivered any money to the aforesaid female slave? States that he did not ask the female slave Silvia how she came by the silver, and gave her no more than one rixdollar, without however knowing whether that money came from the sold silver. 12. To what end the said female slave gave that silver to the said examinee? States: that he received the silver without the mentioned female slave having said anything to him. 13. Whether he, the examinee, did not also receive three plated candlesticks, and where they have gone? States yes, and that he broke one of them into pieces at Markstad's, and sold the other to the innkeeper at the King of Prussia. 14. Whether he, the examinee, must not confess to having deserved punishment, and what he can advance in his excuse? States: that he well knows he has deserved punishment, yet requests a merciful correction. /beneath was written:/ Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope, the 24th of September 1788, before Messrs. Salomon van Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, who, together with the appearer and me, the sworn clerk, have duly signed the minute hereof. /lower:/ To which I testify /was signed:/ W: P: van Rijneveld, sworn clerk Review Appeared before the undersigned of the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforesaid Johannes Hertel, who, having had his foregoing answered interrogatories distinctly read aloud to him, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added thereto or taken away. /beneath was written:/ Thus reviewed and sworn to at the Cape of Good Hope, the 21st of November 1788. /Was signed:/ + and beside it: / this mark was made by Johan Hertel with his own hand, as he cannot write /lower/ in my presence /Was signed:/ W. S. van Rijneveld, sworn clerk /and in the margin: As commissioners /Was signed:/ R: J: van der Riet, G. H. Meijer. Articles
Dutch transcription
ren den R. O. Eysscher Eijsch doende, Concludeerd: dat by definitive vonnis, van Uwel Ed. Achtb: de get en ged. e zal wer den gecondemneerd omme ge bragt te worden ter plaatse alwaar men gewoon is crimi¬ neele sententien te executeeren en aldaar aan Scherpregter over geleeverd en aan een Paal ge =binden zinde, met roeden op de bloote rug stiengelyk gegeesfeld te worden, dat de gev. e en ged. e voorts in de Yzer geklonken zynde, voor den tyd van vijf agtereenvolgende Jaar ren in 's E. Comp:s slaven Loge zal gebannen bliven, met cin= demnatie derzelve in de kosten en mijsen van Justitie ofte tot alzulken anderen peinen en straffen als UwelEd Achtb. zullen vinden en oir„ deelen te behooren. /was get:/ G Exter /in margine:/ Eschibit den 11:e Xb:r 1788. Nadere Articulen ge- Compareerde voor ons ondergeteekende gecom= daan maaken en aan mitt:s uyt den E: Achtb: Heeren gecommitteerdens Raade van Justitie dee„ uyt den E: Achtb: Raade Zes Gouvernements, den Soldaat Johan Hertel van Justitie overgegeeven dewelke op de nevenstaan omme ter requisitie van den de vraag articulen, zoo pio Interim Fiscaal daar daanige antwoorden op gehoord te worden den sol- gegeeven heeft, als bezij„ daat Iohan Hertel, thans den een ieder derzelve 's Heeren Get: zullende deszelfs staat aangeteekend. 2. te vervald. Vervald zegt neen, maar al het zil Of hij get: daar bij blijft =ver op vyf differente ryzen, persisteeren, dat hij het altoos tegen den avind te heb= zilver in questi gevinden ben ontfangen van de by den heeft ? Boekhouder St. Petrus van der Riet als minne verhuurd ge„ weest zijnde slarin Silvia toebehorende de Mantz Capi= =tair Militair Bleumer. Legt de waarheid verzwel Waarom hy get op de eene en gen te hebben om dat hij andere wijze strafbaar zijnde, meende zijne zaak daar de regte waarheid niet bekend, door te verbeeteren. en de Justitie na nog wil zoeken te bedriegen. „ 5 Hoe hy get kan zeggen het Zilver 6 a 7 dagen te voren „ 4 Of hij get: dit niet heeft gedaan en het zilver verkogt hebbende niet geintentioneerd geweest is, en daarvoor gezogt heeft zich tot schaade van een an„ der te verrijken „ 3. Looja, waarom hy get. Dan zulks niet heeft aangegeeven, om 't weeder aan zyn eijgenaar te rug te brengen! „ 2. Art: 1. te geevene responsiven in mar„ gene deezer behoorlyk worden bekend gesteld. Vervald. in Eijsch dat by uwelEd. zal wer me ge aatse crimi teeren ter over aal ge¬ den op lik dat de Yzers entyd de Jaa Loge t 1r— de. Justitie deren UwelEd en oor get:/ „ 8. d ade den daar sol hans deszelfs ens . ƒ Vervald. in het huijs gehad te hebben eer hy het eerste aan Mark stad heeft verkogt, zijnde het zeeker, dat het na en na is gestolen geworden en het laatste Schenkbord nog den 29e Augustus van zin Eygenaa nog is gebruijkt geworden, wanneer en wel 44 dagen voor dien de leepels al verkogt zijn geweest! Art: 6. of hy get. dus niet ziet en zal bekennen, alles wat den zelven heeft gedeclareerd ge loogen te hebben? of hy get. voorts niet ingestaa en bekennen zal dat hy zelve het zilver uyt het huis heeft gestoolen of daar bij praesent is geweest! „ 8 of hi get: niet uyt dien hoofde den Zilversmit heeft verzee= kerd dat het nooyt kinde uijtkomen, en denzelven het Zilver maar moest insmelten Of hi get: alleen daar aan daa„ Legt: niemand als de meid, en dat hij gev: nooijt met een =dig is geweest, en wil daar jongen, of iemand anders uyt by heeft geholpen, of kennis het huijs van S. van der daarvan heeft gehad! 2. Riet heeft imgang gehad, heb- bende zeekere Jongen die de gev: echter niet kend nu en dan de voorsz: meid geroepen. Legt Ia. Legt als op art: 1. zegt Ca. 7. Art: 10. Vervald. hoofde Legt de Harin Silvia niet Of hy get: niet heeft geweeten, gevraagd te hebben hoe zij dat het voorsz: Zilverwerk aan het zilverkwam, en gestoolen was, en of hy gev„ haar niet meer als een rysd:t ook eenig geld aan voorsz. te hebben gegeeven, zonder slavin heeft afgegeeven! nogthans te weeten of dat geld van het verkogte zilver kwam. Legt: het zilver te hebben Tot wat einde gemelde slavin ontfangen zonder dat dat zilver aan gem: Ger: ge= gerepte Harin hem iets ge„ G geeven heeft ! Legd had. Of hi get: ook niet drie plet= Legt ja, en een daar van by - tie kandelaars heeft intfan¬ Markstad in stukken ge= brooken mitsgaders den -gen, en waar dezelven geblee= andere aan de Herber== ven zyn! gier in de Koning van Pruissen verkogt te hebben. Of hy get: niet bekennen Legt: wel te weeten dat moet straf verdiend te hebben hy straf verdiend heeft, en wat hy tot zyn verschoo= egter een genaadige cor= „ning weet in te brengen rectie te verzoeken. /:ond: stond:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop, den 24:' Septb 1788 voor de Heeren Salomon van Echten en Johannes „ 12 Bij wat gelegenheid en tyd hy get: na en na het zilver heeft weggenomen en in han den gekreegen! ingestaa es Smits hebben Mark zijnde na en na het og den Eygenaa den envoor erkogt en at den eerd ge hi het huis aan by verzee= kinde het elten2 aan daa„ daar kennis en = 14 = 13. 11 Smuts, Leeden uyt den E: Achtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements, die de minu„ te deezes benevens den Compt. en mij gezw: Clercq, meede behoorlyk hebben, onderteekend /:lager:/ 'T welk ik getuijgen /:was geteekend:) W:P: van Rijneveld gesw: Clercq Recollement Compareerden voor den Onderget: uijt den E. Achtb: Raad van Justitie deezes Gouvernement voorsz Johannes Hertel dewelke zyne voiren staande beantw: interrogatoria distinct voorgeleezen zijnde, betuijgde daar by te persis teeren met begeerte dat 'er niets meer bij of afgedaan werden zal /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd en beeedigd aan Cabo de Goede Hoop den 21' Novbr 1788. /:Was get:/ t en daar neevens:/ dit merk is door Johan Hertel als niet kunnende schrijven eigen¬ handigd gesteld /:lager/ my praesent /:Was get:/ W. S. van Rijneveld, gezw: Clercq /:en in margine Als gecommitt:ds /:Was getek:/ R: J. van der Riet G. H.: Meijer. Articulen
English
Articles drawn up and handed over to the Commissioners from the Honorable Council of Justice, in order to be heard thereon at the requisition of the pro interim Fiscal, Silvia, slave of the valiant Captain Military Bleumer, the responses to be given by her to be properly noted in the margin hereof. Appeared before the undersigned members from the Honorable Council of Justice of this Government, the female slave Silvia, who gave such answers to the adjacent interrogatories as are noted alongside each of them. Article 1. States the interrogatee's name, birthplace, age, and whose slave she is! Says: Silvia of the Cape, aged 21 years, slave of the Captain Military, the valiant Jan Arnold Bleumer. Article 2. Whether the interrogatee was not hired out as a wet nurse to the Bookkeeper Sieur Petrus van der Riet, and for how long. Says: yes, for about 2 months. Article 3. Whether during this time the soldier Jan Hertel did not come to her often and especially in the evenings. States: yes. Article 4. Whether the interrogatee did not hand over to the said Hertel on five different occasions Mrs. Knokkers her silverware, consisting of eleven spoons, five forks, from Sieur Van der Riet table forks, three knives, and three salvers with three plate candlesticks. States: no; that she said that Hertel was good friends with a boy in the house. The soldier Hertel, stepping inside, maintains to the face of the said person the truth of this question. The said person persists in her denial, saying: that Hertel was good friends with the boy Damon of Mrs. van der Riet. Hertel, stepping inside once more, persists in his statement. Article 5. In what manner the interrogatee obtained this silver, who else had knowledge of it, and who is also guilty of the theft. Falls away. Article 6. To what end the interrogatee stole this silver and handed it over to the aforesaid soldier Hertel. Falls away. Article 7. What the interrogatee enjoyed from it and who else received a portion. States as before. Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on the 7th of November 1788, in the presence of Messrs. Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, members from the Honorable Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof along with the Appearer and me, the sworn Clerk. Beneath stood: Which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn Clerk. Further articles drawn up and handed over to the Commissioners from the Honorable Council of Justice, in order to be heard thereon at the requisition of the pro interim Fiscal G. Exter, Silvia, slave of the Captain Military, the valiant Johan Arnold Bleumer, the responses to be given to be properly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the female slave Silvia, who answered the adjacent question as noted alongside the same. Article 1. Whether the interrogatee still pretends to know nothing of the theft of the silver goods at the house of the Bookkeeper, the Honorable Van der Riet! Now confesses to having taken the silver, candlesticks, etc., missing from Sieur Van der Riet and to having given them on three different occasions to Hertel, testifying that she was persuaded to commit that act by the said Hertel upon his pretext that he was in great trouble and needed so much money, and that if he could not obtain it, he would do away with himself; while furthermore no one else from the house of the aforesaid Sieur Van der Riet knew anything about it. Adding hereto that the aforesaid Hertel said that he had gambled away the meat money of Officer Boode, and further puts forward in her defense that she came to this act out of pity, requesting a merciful punishment. Beneath stood: Thus questioned and answered at the Cape of Good Hope on the 14th of November 1788, before Messrs. Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, members from the Honorable Council of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof along with the Appearer and me, the sworn Clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W. S. van Rijneveld, sworn Clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforesaid slave Silvia, who, the foregoing interrogatories answered by her having been read aloud clearly, testified to persist therein, desiring that nothing more be added or taken away. Beneath stood: Thus re-examined at the Cape of Good Hope on the 21st of November 1788. Was signed: X. And written around it: this mark was made by the Appearer's own hand as she is unable to write. In the margin: as Commissioners, and signed: R. J. van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer. Lower: In my presence, signed: W. S. van Rijneveld, sworn Clerk.
Dutch transcription
Articulen gedaan maken zegt: ja, omtrent 2 maanden Compareerde voor de onderge teekende Leeden uyt den E Achtb: Raade van Justitie deezes Gouver= nements, de Plavin Silvia, dewelke op de neevenstaande Vraag= articulen zoodanige antwoorden heeft gegeven als bezyden een yder derzelven staan aange¬ teekend. bij of Zegt: Silvia van de Caab, oud 21 Jaaren, Leifeigene van den Capitain militair de Manhafte Jan Arnold Bleumer. Of zy getz niet als minne bij den Boekhouder St Petrus van der Riet is verhuurd ge weest, en hoe lang. Of niet geduurende dikwils en voornamentlijk 's avonds by haar is gekomen den soldaat Jan Hertel Of zi gevr: niet aan gem: Her¬ tel tot vif differente reijzen van Juff„r Knokkers haar zilver goed heeft overgeeven be„ gezegt heeft, dat Hertel staande in elf Leepels, vyff met een Jongen in het huis Ligt neen; dat een Jongen Legt Jan „ 3 Art: 1. Ses gev:s naam, Geboorte plaats, ouderdom, en wiens LyfEigene zy is! en aan Heeren Gecommitteer= dens uyt den E Achtb: Raad van Justitie overgegeeven, omme ter requisitie van den pro in= Ccuim Fiscaal, daar op ge= hoord te worden, Silvia Lyfeigene van den manh: Ca= pitain Militair Bleumer, zullende derzelver te gevene responsiven in margine dee= zer behoorlijk worden bekend gesteld. — vorken. van minu„ d eekend: ken den E. ernement vooren inct persis Cabo was get:/ Johan eigen- Was get masgine Riet „ 2 re 1 4. Van S:r Van der Riet dikke Vervald Vervald. vorken, drie messen en drie schenkborden met drie plet= vrienden was. tie kandelaars Den soldaat Hertel binnen treedende, houd in facie van den gesz: de waarheid dezer vraagstaande. De gesze. blijft bij de negative, zeggende: dat Hestel met de Jongen Damon van Juffw. van der Riet goede nieu den is geweest. Hertel nogmaals binnen treedende, persisteerd bij zyn gezegde. Legt als vooren Wat zy getz: daarvan heeft genooten en we nog portie heeft gekreegen. /onderstond:/ Aldus gevraagd en beanthoord aan Cabo de Goede Hoop den 7 e Novb: 1788. ter praesen tie van de Heeren Rijno Johannes van der Liet, en Gerrit Hendrik Meijer, Leeden uyt de E: Achtb. Raad van Tot wat einde zij getr: dit zilver heeft gestoolen en aan voorsz soldaat Hertel heeft overgegee„ ven Art: 5 Op hoedanige wijze zy getr: aan dit zilver is gekomen, wie meer kennis daar van heeft gehad, en aan de diefte meede schuldig is. Justitie voorsz Justitie voormeld die de minute deses benevens den Comp„t en mi dezw Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend. /:onderstond:/ 'T welk ik getuijge /:was get:/ W S: van Rijneveld gem: Clercq. Nadere Articulen gedaan maaken en aan Heeren ge„ committeerdens uyt den E: Achtb: Raad van Justitie overgegeeven, om ter requisi= tie van den proint: Fiscaal G. Exter daar op gehoord te worden Silvia Lifeigene van den Capitain Militair de manh: Johan Arnold. Bleu„ mer zullende de te geevene responsiven in margine dezer behoorlijk worden bekend gesteld. art 1. Legt thans het bij St van der of zy gev: nog pretendeerd Riet vermist Silver 9 kan delaars &c te hebben wegge„ niets van de diefte der zil= nomen en in drie differen-vere goederen ten huijze van te reijzen aan Hertel ge„ den Boekhouder d' E: van geeven getuygende door der Riet te weeten! gem: Hertel op hin voorge„ ven dat hy in een groot ge= val was en zoo veel geld nodig had, en dat wanneer het dit niet kon magtig worden, zijsig dan zelve zou te kort doen, tot die daad te zijn overgehaald; ternye voorts niemand, anders uyt het huys van voorsz: S. t van der Riet daarvan iets geweeten heeft. 4. Compareerden voor ons onderge= teekende, gecommitt. s uyt den E: ahtb:r Raad van Justitie dezes Gouvernements, de Ho= =vin Silvia, dewelke op de nevenstaande vraag, zooda= nig geantwoord heeft als bezyde dezelve staat aangeteekend. drie plet= met enier- zin aan nie heeft meede tzilver overgegee¬ heeft portie Cato praesen- van Meijer van tie - E Voegende hier bij dat voorsz: Hertel gezegd heeft, dat hy het geld voorvleesch van Officier Boode verspeeld had, en brengt voorts tot haare verschooning in, dat zij„ dat zy door meedelyden tot deezen daad gekomen is, verzoekende om een genadige Staaf /Ond: stind:/ Aldus gevraagd en beantwoord aan Cabo de Goede Hoop den 14e Nevbr. 1788: voor de Heeren Rind Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meijer, Leeden uyt de E: Achtb: Raade van Justitie voorn:d die de minute dezes, benevens de Comp t inde mij gezw Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend: / Lager:/ 'T welk ik getuijgen /:was get:/ W: I: van Rijneveld gezw. Clercq Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende gecim= mitt. s uyt de E Achtb: Raade van Justitie deezes Gouvernements voorsz: Hann Silria dewelke de voorenstaande door haar beant= woordende Interrogatiria duijdelyk voorge leezen zynde, betuygde daar by te persistee„ ren met begeerte dat er niets meer, bij of afgedaan werden zal /:onderstond:/ Aldus gerecolleerd, aan Cabo de Goede Hoop den 21 Novemb:r 1788. /:was geteekend:/ J. /: en daar omme geschreven /: dit merk is door de Compte als niet kunnende schrijven eijgen handig gesteld /:in margine:/ als gecommitt:s /:en get:/ R: J vander Riet en Gerrit Hendrik Meijer /:lager:/ mij present /getekend:/ W. J: van Rynereld gew: Clercq. Inodeen ijnereld vleae 5
English
Appeared before the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Acting Fiscal J: Exter, in official capacity Plaintiff in a criminal case, of the one part; the sailor Jan Meyer, prisoner and defendant in the aforesaid case, of the other part. Article 1: And stated: 2. That the aforesaid prisoner and defendant, having arrived here as a sailor on the Honorable Company's ship Africa and having stayed behind from his assigned vessel, 3. did not hesitate, by changing his name, to enlist and be maintained in the Regiment Wurtenberg serving as the garrison here. 4. That the prisoner and defendant, however, being unable to cope with the exercising and to get used to the soldiers' service, 5. deserted again from this regiment after about 6 weeks and stayed on Table Mountain for some months, 6. where, by rowing and carrying wood for the wood-boys, he received food and maintenance from them, [illegible] Ca No: 15. Article 7. until finally, going towards the Cape behind the Castle, he was stopped by the patrolling court officers and taken into custody. 8. That the prisoner and defendant, thus by assuming another name, made himself guilty of falsehood and doubly of desertion, and fairly ought to be punished here as an example, 9. were it not that the excuse of the prisoner and defendant must be taken into consideration: 10. that he, neither in the first nor in the second desertion, betook himself to foreign nations, 11. and thus is not within the terms with regard to which the laws on desertion are chiefly defined; 12. that he, the prisoner and defendant, as the Plaintiff in official capacity for good reasons fairly judges, was surely persuaded to assume another name with the assurance that it was all the same where and in what capacity he served the Honorable Company, 13. and let himself be all the more moved thereto 14. because, having stayed behind, he had to be apprehensive of a beating. 15. The second desertion being even less attributable to the prisoner and defendant, 16. since in any case he ought to have been reclaimed, and 17. it cannot well be demanded of a sailor who has served so long to be able to serve as a soldier afterwards; 18. that moreover, the prisoner and defendant having rendered his service to the Honorable Company for so long a time, 19. the Plaintiff in official capacity, under correction, presumes 20. that if the cited reasons are insufficient for the entire excuse of the prisoner and defendant, 21. they nevertheless shall serve to mitigate his punishment; 22. and that the prisoner and defendant thus ought to be punished not according to the full rigor, but pursuant to the moving circumstances. For which and other reasons and means to be further deduced in due time and place, if necessary, the Plaintiff in official capacity, making his claim, concluded that by definitive sentence of Your Honors, the prisoner and defendant shall be condemned to be severely flogged by the kaffirs and subsequently sent to the Indies, with condemnation of the prisoner and defendant in the costs and expenses of justice, or to such other punishments and penalties as Your Honors in good justice shall judge proper. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited: the 11th of November 1788. Articles drawn up and delivered to the Commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, to hear thereon, at the requisition of the Acting Fiscal G: Exter, the sailor of the Honorable Company, Jan Mier, currently the Lord's prisoner, whose responses to be given shall be properly noted in the margin of this document. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Council of Justice, the sailor Jan Myer, who gave to the above interrogation articles such answers as are noted beside each one. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and capacity. States: Jan Mijer of Altona, aged 24 years, and to be a sailor in the service of the Honorable Company. 2. When and with what ship he, the prisoner, arrived here. States: to have arrived here in the month of April last with the ship Africa. 3. In what manner he, the prisoner, stayed behind from his assigned vessel and remained at the Cape. States: to have ended up in the hospital. 4. Whether he, the prisoner, having been assigned to the hospital, did not absent himself from there and become a fugitive. States: that having been discharged, he had not wanted to go on board, and had kept himself absent at that time. 5. Whether he, the defendant, did not enlist under another name in the said service with the Regiment Wurtenberg, and under what name he did so. States: that the corporal of the Regiment Wurtenberg, named Smit, had advised him, the prisoner, to take service under that regiment, and that he, the prisoner, had then entered service there under the name of Nicolaas Myer of Hamburg. 6. Whether he, the prisoner, did not declare to have stayed behind from a Danish ship, and not to be in the Honorable Company's service. [illegible] 7. How long ago this happened, and how much time he, the defendant, was with the said regiment. States: fully four months ago now.
Dutch transcription
Compareerde voor den welEagtbare Heere Praesident en Raade van Iustitie des Casteels de Goede Hoop den Prointerim Fiscaal I: Exter. r: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre den mattroos Ian Meyer, gevren ged=e in voorsz: Cas ter andere Lijden. Art„s 1: En deede zeggen. „ 2. dat den Ged=e en ged„e voorm: als Mattroos met 's E: Comp:s schip africa alhier aangeland en van zyn bescheyden bodem agter uit gebleeven zynde, 3. zig niet heeft ontzien, met verandering van zijn naam, zig onder 't alhier guarnisoen houdende regiment wurtenberg aangegeeven en onderhouden te laaten. „ 4. dat den gedr en ged. e egter met 't everceeren niet hebbende kunnen klaar raaken, en aan den sol„ „daaten dienst zig gewemen: 5. naar omtrent 6 weeken wederom van dit re„ „giment is gedeserteerd en wel eenige maanden in den tafelberg zig heeft opgehouden 6 alwaar met houtroeijen en dragen voor de hout„ „jongens van denzelve kost en onderhoud heeft ontfangen „ Art:l 7 tel vleesch renge zij daad Oge aan 1788: Riet uyt die ende hebben igen Clercq gecom= titie Silria beant= voorge sistee„ by of Hoop de eygen tt dik tekend/ ld leven „ Ca No: 15. Art„l 7. tot dat eijndelyk Caabwaards gaande agter 't Casteel door de patroulleerende gerechtsdiena is aangehouden en in hegtenis gebragt geworden §. dat den gev:e en ged=e dus door Aanneeming van een andere naam aan falsiteyd en dubbeld aan desertie zig heeft schuldig gemaakt. en billi tot een voorbeeld alhier zoude behooren gestra„ te worden. 9 indien niet het verschooning van den gevren ged=e in Consideratie moeste genomen worden 10 dat den zelven nog bij d'eerste nog tweede deser „tie zig naar vreemde naties heeft begeeven „ 11 en dus niet is in de termen. ten welke opzigte voornamentlyk de wetten over de decertie bepaald zyn. „ 12 dat hij ged:e en ged=e gelyk den 7: O: Eysscher uijt goede redenen billyk oordeeld. tot aannee„ „ming van een andere naam zekerlyk is gepersuadeerd geworden met de verzeekering dat het eens was, waar en in wat qualiteyt hij d' E: Comp: diende 13 en dies te meer zig heeft moveeren laaten. 14 om dat agter uijt gebleeven zynde voor een pak slagen moest besorgd zijn. 15 Zullende de tweede desertie den geveen ged=e nog minder kunnen aangereekend worden. „ 16. dewijl hij in alle gevallen had moeten ge„ „ reclameere „ „reclameerd worden, en 17 van een zo lange gediend hebbende mattroos niet wel kan gevergd worden, naderhand als sol„ „daat te kunnen dienen 12 dat bovendien den gev:e en ged„e zijn dienst zo langen tijd d' E: Comp: gepresteerd hebbende 19. den E: O: Eysscher /:onder Correctie :/ vermeerd: — 2o dat zo in sufficient de aangehaalde redenen tot gantsche verschooning des geve en ged=e zul„ „len zin: 21 dezelve dog zullen dienen om deszelfs straffe te miligeeren. 22. en dat den gev:e en ged:e dus niet na regeur „maar ingevolge de moveerende omstandig „heedens zal behooren gestrafd te worden Mits welke en andere reden en middelen in tyd en wyle /:is 't nood:/ nader te deduceeren. den 7: O: Eyscher eysch dvende Concludeerde, dat bij definitien vonnis van uwE Agtbr: den gev. e en ged=e zal worden ge„ „condemneerd omme door de Cassers strengelijk gelaarsd en vervolgens naar Indien verzonden te worden, met Con„ „demnatie des gev„e en ged. s ge„ ged:e nog een pak ertie gevren worden in agter Etsciena geworden van aan en billij gestra„ de sar geeven opzig te scher nnee„ is eekering aliteit reclameerd Articulen gedaan maaken Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt s en aan Heeren gecommitt. s uijt uijt den E Achtb: Raade van den E: Achtb: raade van Justitie Justitie dezes gouvernements overgegeeven, omme ter requi„ den mattroos Ian Myer, den „sitie van den prointerim Fiscaal. G: Exter daarop ge„ „welke op de novenstaande „hoord te worden. den Mattroos vraag articulen zodanige antwoorden gegeeven heeft der E: Comp: Ian Mier thans als bezyden een yder staat 's heeren gev:e zullende deszelfs aangeteekend. te geevene responsiven in margine deser behoorlyk worden benkent gesteld — Art=l 1. Des gev=e naam geboorte plaats Zegd. Ian Mijer van Altema ouderdom en qualiteit. oud 24 Jaaren en te weezen mattroos in dienst der E Comp: 2. zegd in de maand april J: L: wanneer en met wat schip hij Ze in de kosten en misen van Justitie ofte tot al zulken anderen straffn en paenen als uwE agtbr: by goede Justitie zullen oordeelen te behooren. /:was geteekend:/ G: Exter. /:in margine:/ Exhibi„ „tum: den 11 9ber 1788. — met geve Justitie met het schip Africa alhier te zijn aangekomen Straffen bi otdeelen Off hij gev=e in 't hospitaal be„ zegt. dat hij uijtgemonstert geworden zijnde zig niet gaarn „ schyden geweest zynde, zig „ne naar boord had willen niet van daar heeft geab„ begoeven, en zig als toen te „senteerd en fugatief gesteld. hebben absent gehouden. — Off hij ged„e niet onder een zegt dat de Corporaal van het regiment weertenberg. smit andere naam zig by het re„ genaamt, hem gev„e Aangeraa„gement wurtenberg heeft „den had, om onder dat regi„ Gemelden dienst genomen, „ment dienst te neemen en onder wat naam hy zulx heeft dat hij gev=e als toen aldaar gedaan. was in dienst gegaan onder. de naam van Nicolaas Myer van Hamburg. — P zegd sas plaats zegd voor nu wel vier maanden schip hij gove Hoelang zulx is geleeden en zoeveel tids hij ged:. bij gem: Off: hij gev„e niet gedeclareerd heeft van een deensche schip terug gebleeven te zyn, en niet in 's E: Comp:s dienst te weezen! Art:l O. Op wat wijze hij gev=e van zyn beschyden bodem agter uyt en aan de Caab is gebleeven. gev„e alhier is aangeland. zegd in het hospitaal geraakt te zijn. op regement kend:/ Ex hibi„ ken uijt Justitie requi¬ m ge„ hattroos thans dszelfs in lyk - - : 7. 5. 4 „
English
... entered into service with the aforesaid regiment, what bounty he received, as well as whether he received baggage; having only stayed under that regiment for 5 to 6 weeks, and that because he, the prisoner, could not manage with the exercising. He says further that the said Corporal had made him believe that he would receive 30 pounds bounty and that it did not matter whether he entered service with them or under our battalion, the said Corporal having received 4 florins in recruitment money. Article 8. Whether he, the prisoner, did not shortly thereafter abscond again from this regiment, and has already been absent for several months. He says yes. Article 9. Where he, the prisoner, stayed during that time, and from what he derived his livelihood. He says that he stayed at the Table Mountain and gathered wood for the boys, as well as having received food for doing so. Article 10. Whether he, the prisoner, will not confess to having made himself liable to the highest punishment through his double desertion and the use of a false name. He says that he has already made five voyages to the East Indies and always behaved well, but did this now upon the advice as stated in Article 7. Article 11. What he, the prisoner, can bring forward in his defense. He says as in Articles 7 and 10, and that he would not have done this if the aforesaid Corporal had not made him believe that it did not matter whether he enlisted under the battalion here or with his regiment; furthermore, that out of fear of beatings he had kept himself in hiding. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop, the 24 October 1788, before the Gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Christiaan George Maasdorp, members from the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this along with the prisoner and me, the sworn Clerk. Below: Which I witness. Was signed: W. S. van Ryneveld, First Sworn Clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Court of Justice, the aforesaid Sailor Jan Ayer, who, having had these preceding interrogatories together with the answers given thereto read aloud to him clearly and distinctly, word for word, declared that he persisted by them, wishing that nothing more be added to or taken away from them; testifying that all the foregoing is the pure truth. Underneath: Thus re-examined at Cabo de Goede Hoop, the 7 November 1783. Was signed: Jan Moier. Below: in my presence. Was signed: W. S. van Ryneveld, Sworn Clerk. Agrees. J. J. Rijneveld
Dutch transcription
bij het voorsz: Regiment te regiment is gestaan, wat hy zyn in dienst gegaan en of heeft genooten handgeld, mitsg„s 6egage ge„ „noten te hebben; zynde alleen„ „lijk 5 a 6 weeken onder dat regiment verbleeven: en zulx om reeden dat hij gev„e met het everceeren niet konde klaar laaken zegd voorts. dat gerepten Corporaal hem had wysgemaakt dat hij 30 ld„s handgeld zoude ontfangen en dat het om het even was of hij bij hun of onder ons battaillon in dienst kwam. hebbende gem: Corporaal 4 f aanbreng geld bekomen. zegd Ja. waar hij ged:e zig geduurende zegd. aan den Tafelberg ver„ dien tyd heeft opgehouden: en „bleeven te zijn en voor de Jongens hout gezoeyd: mitsg„s waarvan hij zyn onderhoud 2 daar voor deten bekoomen te heeft gehad! hebben:— „ 10 Off hy geve niet bekennen zal, zegd. reeds. vijf reyzen op oost door zyne dubbelde desertie indien gedaan en altoos wel opgepast, dogg dit thans en gebruijk van een valsche op aanrading als op Act„ 7. naam, zig ten hoogsten straf„ gemeld is gedaan te hebben— „ baar te hebben gemaakt.. Art: 8. Off hij gev=e niet korte tyd daarna van dit regiment wederom is opgedrost. en reeds meerdere maanden absent is geweest. Arthns. - Art„l 11. wat hij Legd. als op art„n 7 en 10. en dit wat hij ged:e tot zine ver„ niet te zullen gedaan hebben „schoning weet in te brengen! zo hem voorsz: Corporaal niet had wys gemaakt dat het om het eeven was, of hy onder het battaillon alhier of bij zyn regiment dienst nam voorts uyt vreese voor slagen zig schuijl te hebben gehouden. — ken. aakt het dienst om reeden Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cabo de Goede Hoop. den 24 October 1788. voor de Heeren Ryno Iohs van der Riet en Chris„ „tiaan George Haasdorp, leeden uit den. E: Achtb: raade van Justitie voorm: die de mi„ „nute dezes. benevens de gevr ende mij gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend= d /:laager:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld Op ZuiClercqs Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende Gecom„ „mitt:s uit den E: Achtb: Raade van Justitie den voorm: Mattroos Ian Ayer, dewelke deeze zyne voorenstaande interrogatoria met de daarop gegeevene antwoorden. klaar en duij /:onderstond:/ Aath11. „delyk komen. tid ent en reeds sent is rende den: en houd en zal, esertie sche Straf„ Ht. P. „delijk woordelijx voorgeleesen weezende, ver„ „klaarde 'er bij te blyven persisteeren. met begeerte dat 'er niets meer bij of van gedaan werden zal: Betuijgende dat al het vooren„ „staande de zuijvere waarheid is. — /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 7 November 1783. /:was getekend :/ Jan Moier /:laager:/ mij praesent /:was getekend:/ W: S: V: Ryneveld, gezw: Clerqq. — Accordeert. JJ Rijneveld eer de, ver„ met daan vooren„ de Hoop Jan Meur W: S: V: eer