VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 11021

Cape · 610 pages · 131 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_11021_0457 view scan ↗

English

from the Honorable Council of Justice of this government, the Cadet appointed to the outgoing ship Dregterland, Iohan Christoffel Blandauw, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: that, however much he, the appearer, who in the past year 1787 made the homeward voyage with the doctor of his aforementioned vessel, Gerrit Blikman, on the ship De Eenparigheid, both during that voyage and on the occasion when the smallpox was raging on board their ship and they had to stay for some time at Robben Island, clearly had to notice the bad nature possessed by the said doctor from his treatment of the sick of the said vessel; he, the appearer, nevertheless upon his arrival in the fatherland made nothing known of this to anyone, and thus had no part whatsoever in what was supposedly related after his arrival in Europe on the journey between Hoorn and Amsterdam by the sailor Pieter Kok to the Examiner of Surgery regarding the conduct of the said doctor, and concerning which the said Examiner, having inquired of the appearer, received no other answer than only that he, the appearer, could not say this at all concerning his own person, but indeed regarding others. That nevertheless, on this voyage made hither on the said ship Dregterland, it was not seldom shown to the appearer by the said doctor that he firmly believed that the aforementioned oral conversation held by the aforesaid Kok with the Examiner on his subject must have occurred at the instigation of, or at least with the consent of, the appearer, seeing that the appearer in all cases had to notice the hatred and envy of the said doctor on board; to which the appearer must also attribute what happened on a certain day when the appearer casually asked the junior merchant Martin whether he would like to amuse himself a little with reading in the cabin next to the appearer, whereupon the said doctor immediately went up to the appearer, and after uttering several outrageous abusive words toward the appearer, finally in the gangway struck him several blows to the head, of which insolent treatment by the said doctor the appearer duly informed the captain of his vessel. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared, if required, to confirm all this further with a solemn oath. Below stood: Thus enacted, and since the appearer's vessel is ready to depart, this having immediately been read out again to the appearer by way of re-examination, the same affirmed that he persisted therein, desiring that nothing more be added thereto or taken therefrom, and the appearer therefore, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 24th of April 1783, before the gentlemen Ryno Iohannes van der Riet and Iohannes Smuts, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W: S: V: Ryneveld, sworn clerk. Today, the 16th of May 1738. Appeared before me, Willem Stephanus van Ryneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the after-named witnesses, the third surgeon appointed to the Honorable Company's hospital here, Iohan Daniel Diesant, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared it to be true: that the appearer, having served as surgeon on Robben Island in the beginning of the past year 1787, was ordered there, upon the departure of the ship De Eenparigheid, which had been lying at the said island on account of the smallpox raging on board, to take over the sick of the said vessel; that he, the appearer, having to that end repeatedly requested the chief surgeon of the said vessel, named Blikman, to hand over the said sick properly according to custom and to instruct him, the appearer, regarding everyone's ailment, the said Blikman nevertheless stalled with numerous lame excuses, until the appearer, having lodged a complaint about this, thereupon took over the said sick by order of the Commander and in the presence of an officer of the said vessel. The appearer further declares that the said doctor afterwards said to the appearer that he found it very improper that a chief surgeon should hand over the sick to an under-surgeon; as also that he, the appearer, saw the said Blikman on the island for several days with black eyes, which he, as the appearer was informed, had received from a certain Diets during drunkenness. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to maintain the same further with a solemn oath. Below stood: This thus enacted at the Secretariat aforesaid, present

Dutch transcription

uit den E: Achtb: Rade van Justitie deezes gouverne„ „ments den op het uitkomend schip dugterland be„ „scheijdenen Cadet: Iohan Christoffel Blandauw van Competenten ouderdom, dewelke ter requuisitie van den prointerim Fiscaal alhier, d' E: Gabriel Exter, verklaarde hoe waar is. dat, hoe zeer hy Comp„s die in't gepasseerde Jaar 1787. de te huis reize met den doctor van zyn opgem: bodem Gerrit Blikman per 't schip de Eenparigheid gedaan heeft, als toen, zoo wel geduurende die reize„ als ook bij geleegendheid, dat de kinderziekte aan boord van hun schip grasseerde, en zig zig eenigen tyd aan het Robben Eiland hebben moeten onthou„ „den de slechte inborst, welke gem: doctor bezeet, uit de behandeling met de zieken van gem: bodem zeer evident heeft moeten gewaar worden: hy Comp„t echter daar van bij zyn komst in het vaderland aan niemand iets heeft te kennen gegeeven, en dus ook geenzints heeft deel gehad, in het geene na zyn aankomst in Europa op de zeize tusschen Hoorn en Amsterdam door den mattroos Pieter Kok aan den Examinator van de Chirurgie, weegens het gedrag van gem: doctor zoude zyn verhaald geworden en waaromtrend zich gem: Examinator bij den Comparant geinformeerd hebbende, niets heeft ten antwoord gekreegen, als alleen, dat hij Comp„t dit geenzints om„ „trend zyn perzoon, maar wel wegens anderen zeggen konden. Is dat echter des niettegenstaande in deeze met het gem: schip dregterland na herwaards gedaane meede el ld A dezes ny de klaar de aerte zal en eele tig an ./:was /:lager/ ynegeld /was &. — m uit Ms: gedaane reize door gem: doctor niet zelden aan den Comp=t is getoond, dat hy vast stelde, dat het hier vooren gemelde door voorsz: Kok met den Ex„ „minator op zyn sujet gehouden, mond gesprek, op aanraading of ten minsten met toestemming van den Comp„t zoude geschied zijn, gemerkt den Comp„t in allen gevallen de haaten nijd van gem doctor aan boord heeft moeten ontwaar worden waar aan de Comp„te ook het geene bij gelegend „heid, dat den Comp„t op zeekeren dag, omizeler „wijs aan den onderkoopman Martin vroeg, of hij plaisien had, om zich in de Cajuit nevens den Comp„t een weinig met leezen te amuseeren gebeurd is, meede moet toeschrijven, als heb„ „bende gem: doctor zech toen terstond. naar den Comp„t begeeven, en hem, na verscheide verregaan „de scheldwoorden Jeegens den Comp„t geuit te hebben, eindelijk en de waalgang diverse slaagen voor het hoofd toegebracht, van welke insolente behandeling van gem: doctor den Comp„t aan den Capitain van zyn bodem behoorlyk heeft kennisse gegeeven. Niets meer verklaarende geeft den Compt voor reedenen van wetenschap als in den text, bereid zijnde het een en ander, des gerequireerd wor„ „dende met solemneele Eede nader te bekragtigen /:onderstond:/ Aldus Gepasseerd, en vermits des Comp„s bodem bodem op vertrek legt, den Comp„t dadelijk bij weege van recollement nogmaals voorgeleezen weezende, betuigde denzelven daar by te blyven persisteeren, met begeerte, dat daar niets meer bij, of van gedaan worden zal, en sprak de Comp=te derhalven ter bevestiging der waarheid van dien, de solemneele woorden, zoo waarlik helpe mi god almachtig. — Aldus Gerecolleerd en BeEedigd aan Cabo de Goede Hoop, den 24 april 1783. voor de heeren Ryno Ioh„s van der Riet en Iohannes Smuts, leeden uit den E: Achtb: raade van Justitie voorm: die de minute deezes, beneevens den Compt en mij gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onder„ „teekend /: laager:/ 'T welk ik getuige /: was getee„ „kend:/ W: S: V:s Ryneveld. gezw: Clercq:— Huiden den 16 Maij 1738. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Ryneveld, gezwoore Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de goede hoop praesent de nagenoemde getuijgen, den in 's E: Comp: hospitaal alhier bescheidene derdemeester: Iohan daniel diesant, van Competente ouderdom, dewelke ter requisitie van den prointerim Fiscaal alhier d' E. Gabriel Exter, verklaarde hoe waar /:onderstond:/ co aan dat het Exe s stemming den gem worden gend ozeler ne seeren es heb¬ den erregaan t te slaagen solente aanden kennisse t voor bereid wor¬ kragtigen es Compts bodem s dat de Comp„t in 't begin van 't gepasseerde Jaar 1787, als Chirurgin op 't Robben Eiland gefungeerd hebbende, aldaar is gelast geworden, om bij vertrek van 't schip de Eenparigheid, 't welk vermits de aan boord grasseerende pokken, aan 't gem: Eiland ge„ „leegen heeft, de zieken van gem: bodem overteneemen dat hij Comp„t ten dien einde dikwerf den oppermeester van gem: Kiel in naame Blikman, verzogt hebbende: om gem: zieken behoorlijk volgens gebruijk over te geeven, en hem Compt. van een ieders kwaal te onderrichten, gem: Blikman daar meede echter onder veelvuldige flaauwe excuusen heeft getraineerd, tot dat de Comp„e hier over klagtig gevallen zijnde, gem: zieken daar op ter ordre van den Commandant en ten overstaan van een officier des gem: bodems heeft overgenoomen Verklaarende de Compte voorts dat gem: doctor daarna teegens den Comp„t gezegd heeft, dat hij het zeer oneigen voud, dat een oppermeester, Lie„ „ken aan een ondermeester zoude overgeeven, gelijk meede, dat hij Comp„t gem: Blikman eenige daagen op 't Eiland met blaauwe oogen heeft gezien, welke hij, zoo als de Compten onderrigt is, in dronkenschap van eenen diets zoude be„ „komen hebben. Niets meer verklarende geeft den Comp„t voor reedenen van wetenschap als in den text bereid zynde het zelve met solemneele Eede nader ge„ stand te doen: /:onderstond: Dat Aldus Passeerde ter Secretarijen voorm: is. prasent„

NL-HaNA_1.04.02_11021_0461 view scan ↗

English

present the clerks Willem Bergh and Jacob van de Waereld as witnesses, who duly signed the minute of this along with the appearer and me, sworn clerk. Below: Which I witness. Was signed: W. S. v. Ryneveld, Sworn Clerk. Verification. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned third surgeon Johan Daniel Dizant, to whom this declaration of his, having been clearly read word for word, declared that he persisted in it, requesting that nothing more be added to or taken from it, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the chief surgeon Gerrit Blikman, the solemn words: So help me God Almighty. Below: Thus verified and sworn at Cape of Good Hope, the 17 July 1782. Was signed: Disandt. Lower: In my presence. Was signed: W. S. v. Ryneveld, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners. Was signed: R. J. v. d. Riet and P. C. Gie. [illegible] Today, 16 May 1782. Appeared before me, Willem Stephanus van Ryneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the after-named witnesses, the postholder of Robben Island on reduced pay, Jacob Senjeur, of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declares it to be true: That when in the beginning of the past year 1781 the ship de Eenparigheid, on account of the children's disease rampant on it, lay at the said Island, and the sick found themselves ashore for their recovery, a certain surgeon named Blikman acted there as chief surgeon, which Blikman during his stay on the said Island often indulged to excess in drink, so much so that he was more than once in physical scuffles with a certain passenger named Diets, and even among other things walked about for at least eight days with black eyes, which were inflicted on him because of the brutalities committed in his drunkenness. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further by solemn oath. Below: Which thus passed at the Secretariat aforesaid, present the clerks Willem Bergh and Jacob van de Waereld as witnesses, who duly signed the minute of this along with the appearer and me, sworn clerk. Lower: Which I witness. Was signed: W. S. v. Ryneveld, Sworn Clerk. Verification. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the postholder of Robben Island on reduced pay, Jacob Sinjeur, to whom this declaration given by him, having been clearly read word for word, declared that he persisted in it, requesting that nothing more be added to or taken from it, and therefore spoke, in confirmation thereof, in the presence of the chief surgeon Gerrit Blikman, the solemn words: So help me God Almighty. Below: Thus verified and sworn at Cape of Good Hope, the 17 July 1782. Was signed: J. Singeur. Lower: In my presence. Was signed: W. S. v. Ryneveld, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners. Was signed: R. J. v. d. Riet and P. C. Gie. To the Right Honorable Worshipful Sir Johannes Isaak Rhenius President, and further Honorable Worshipful Council of Justice of this Government. Right Honorable Worshipful Sir, Honorable Worshipful Sirs. Respectfully shows the chief surgeon Gerrit Blikman, left behind here from the Honorable Company's ship Dregterland. How the petitioner, on date 23 April of this year, at the muster of the said vessel, was provisionally removed from the same vessel by the pro interim Fiscal of this place, the Honorable Gabriel Exter, by order of the Right Honorable Worshipful Governor in loco, and challenged by the Fiscal's office, whereupon the petitioner immediately to the said Lord Fiscal, upon the taking of the inquest, presented his proofs serving for defense from the person who departed from here with the aforementioned vessel [illegible]

Dutch transcription

praesent de Clercquen, Willem Bergh en Jacob van de waereld als getuijgen, die de minute deezes benevens den Comp„t en mij gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend: /:laager:/ 'T welk ik getuijge /:was getekend:/ W: S: v: Ryneveld Gezw: Clercq. — Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende Gecommitt„s uyt den E: Achtbaren Rade van Justitie dezes Gouvernements, voorsz: derde meester: Johan dan „niel Dizant, dewelke deeze zyne verklaring van woorde tot woorde duijdelijk voorgeleesen zijnde, betuijgde daar bij te blyven persisteeren, met be„ „geerte dat 'er niets meer bij of van gedaan werden zal en sprak derhalven ter bevestiging der waar„ heid van dien in praesentie van den oppermeester Gerrit Blikman, de Solemneele woorden: zo waar„ „lyk helpe mij god Almachtig. — /:onderstond: Aldus Gerecolleerd en BeEedigd aan Cabo de Goede Hoop den 17. Julij 1732 /:was getekend// disandt, /:laager:/ thy present /:was, getee„ „kend:/ W: S: V: Ryneield, Gezw: Clercq. /: in mar„ „gine: als gecommitt„s /:was geteekend :/ R: J: v: d: Reet en I: C: Gee. voorm: Jaar fungeerd vertrek de aan d den kman, volgens ieders meede heeft agtig evan Officier doctor. hij ster, Zie„ gelijk enige heeft verigt oude be„ t voor bezeid ge„ praesent„ - men ge„ Huijden den 16 Maij 1756. Compareerde voor mij Willem Steptanus van Ryneveld gezw:Clezcq ter Socretarije van Iustitie des Casteels de goede Hoop praesent de nagen: getuigen, den onderafgesz: gage staande posthouder van het robben Eiland Jacob Senjeur, van Compe„ „tenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den Pro interim Friscaal d' E: Gabriel Exter, verklaard hoe waar is.— dat wanneer in het begin des voorl: Jaars 170 het schip de Eenparigheid, vermits de op het zelve grasseerende kinderen ziekte, aan het ga„ Eiland geleegen heeft, en de zieken zich tot hun herstel aan de wal bevonden hebben, als toen zeekere Chirurgijn, in naame Blikman, aldaar als oppermeester heeft geageerd, welke Blikman zich geduurende zyn verblyf op 't gem: Eiland dikwerf in den drank heeft te buiten gegaan zoodanig dat hy meer aan eens met Zeekie passagier gem„t diets handgemeen geweest is. en zelfs onder anderen, ook noch wel acht daagen met blaauw geslaagene oogen, welke hem wee „gens de brutaliteiten in zijn dronkenschap ge„ „pleegd, zin toegebracht gelopen heeft — Niets meer verklaarende, geeft den Comp„t voor reedenen van wetenschap als in den text, bereid zynde het zelve met solemneele Eede nader gestand te doen (:onderstond:/ Dat Aldus Passeerde ter secretarije voorm: praesent de Clercquen Willem Bergh en Jacob van de Waveeld als Getuigen, die de mi„ „nute deezes, beneevens den Comp:t en mij Gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:laa„ „ger:/ 'T welk ik Getuijge /: was. getekend :/ W: S: V: Ryneveld g zw:Clercq.— Recollement Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt uit den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements, den onderafgesz: gage staande posthouder, van het robben Eiland Jacob Sinjeur, dewelke deeze zyne gegeevene verklaring van woorde tot woorde duydelyk voorgeleesen zynde, betuigde daarby te blyven persisteeren, met begeerte dat 'er niets meer bij of van gedaan werden zal, en sprak derhalven ter bevestiging van dien, in tegenwoordigheid van den opper„ „meester Gerrit Blikman, de Solemneele woor„ „den: zo waarlik helpe mij God Almchtig /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en Beeedigd aan Cabo de goede Hoop, den 17. July 1782 /: was ge„ /:onderstond:/ „ tekend:/ van stitie nagen: thouder Compen den aar ar170 het het ge„ hun als toen aldaar likman Eiland gegaan Zeekre tis. daagen hem wee ge„ Compts. text, Eede tond: O 2 „teekend:/ I: Singeur /:laager:/ Mij praesent /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld. Gezw: Clercq. /: in margine:/ als gecommitt s /:was geteekend:/ R: J: V: d: Rieten P: C: Gie. Van den WelEdele Agtbare Heer Johannes Isaak Rhenius Praesident en verdere E: Agtb: Raad van Justitie dezes gou„ „vernements. — WelEd: Achtb: Heer! E E: Achtb: Heeren. heeft zeer Reveroktelijk te kenne, den van 't E: Comp: schip dregterland alhier verblevene oppermeester Gerrit Blikman Hoe hij supr: de dato 23 April dezes Jaars bij de monstering van gem: bodem, door den prointe„ „rim Fiscaal. deser stede de E: Gabriel Exter op ordre van den welEd: Gestr: Heer gouverneur in loco bij proviesie van de selve bodem genome en by het offecium Fiscaal gecalangeert, waar op den suplt direkt aan welgemelde heer Fiscaal bij het doen van enquestie zyne ter devensie die „nende bewysen van den met voorsz: bodem van hier 11. -

NL-HaNA_1.04.02_11021_0465 view scan ↗

English

to the Junior Merchant, Mr. Isaak Martin, who departed from here to the Indies' capital Batavia, and the Military Commander Jov: Ch:r Pritwitz, prior to their departure, in the confidence that, as the Lord Fiscal by virtue of his office, according to the custom of this country, acts in the place of both prosecutor and defender, these documents, as well as those of the petitioner's opposing party, would be duly examined and sworn to; that the petitioner, having subsequently been summoned by the said Lord Fiscal on May 29th before your Honorable Court, appearing on the appointed day on the roll in obedience to your Honors, had requested and graciously obtained a copy of the claim filed by the Official Prosecutor, and a day to deliberate until today in order to submit an answer thereto; that upon taking delivery of the aforementioned copy, the petitioner discovered that the exhibits which could serve his defense had not only not been examined and duly sworn to, but had not even been submitted; that the petitioner thereupon immediately went to the residence of the well-mentioned Lord Fiscal and humbly petitioned for the aforesaid evidence, which was finally returned to the petitioner by his Honor unexamined and unsworn, the petitioner fearing that this might markedly prejudice him in demonstrating his innocence, for the reason that according to law, Fiscal, testimonies are of no value unless they are confirmed by oath, L. 1. l. 10. C. de testib. junct., the petitioner therefore finding himself under the unavoidable necessity, before answering, of turning to your Honors, humbly requesting that the aforesaid omission, caused without his fault or negligence, may be remitted to him, and that on account thereof the said dispositions may have such effect as if they had been examined and sworn to, or that your Honors, in accordance with your well-known equity, may be pleased to dispose otherwise as your Honors shall find to be proper according to law, reason, and fairness. Below stood: Doing which, was signed: G: Blikman. In the margin: Exhibited in court, June 12, 1788. Beside the heading stood: Exhibited in court, June 12, 1783. The apostille was: The Court, adding this request to the case file, orders the petitioner to deliver his answer to the Secretariat of Justice within the space of 8 days; the Secretary shall then provide a copy thereof to the Official Prosecutor, in order to be able to serve his reply fourteen days from today. Lower: By order of the Honorable President and the Honorable Court of Justice of this Government. Was signed: C: L: Neethling, Secretary. 82 No. 12 Answer and Counter-Conclusion made and most respectfully submitted to the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Court of Justice of this Government at the Cape of Good Hope, by and on behalf of Gert Blikman, chief surgeon remaining here from the Honorable Company's ship Dregterland, defendant on the one part, to and against the Interim Fiscal of this place, the Honorable Gabriel Exter, Official Prosecutor on the other part. Honorable President and Honorable Gentlemen. The defendant, after expressing dutiful thanks to your Honors for favorably granting a copy of the irrelevant conclusion of claim with its annexes submitted in court by the Official Prosecutor on May 29th, as well as for the equitable and impartial administration of justice and the most revered disposition regarding the civil request submitted in council on June 12th of this year in order to add it to the case file, finds thereby the path opened which naturally leads him to demonstrate the groundlessness of the conclusion of claim brought forward by the Official Prosecutor. And in order to establish his sincere innocence in this matter clearer than light, upon solid grounds, under the discerning eye of your Honors, respectfully trusting that your Honors will have heard with the utmost astonishment that the judicial officer functioning in this case, regarding the matter in question—and which is now to be dealt with here at length in due order to demonstrate the sincere conduct maintained by the undersigned, from which it will be evident to your Honors that the undersigned in this case is beyond all guilt—could have seen fit to bring forward such a conclusion of claim, as if the undersigned had set a bad example on the aforesaid vessel in contempt of subordination, as the prosecutor in the conclusion

Dutch transcription

hier na indiaas hoofstad Batavia vertrokkene onderkoopman, de Heer Isaak Martin en den Commandeur militair Jov: Ch:r Pritwitz. voor het vertrek der zelve /: heeft ter hand gesteld, met dat vertrouwen, dat terwijl den Heer Fiscaal Ra„ „tione officie na gewoonte deser lande, de plaats van Actor en devenser te gelijk vervangt dezelve zoo wel als die van des suppt pars adverse behoorlijk zoude syn gerecolleert en beeedigt geworden, dat den supplt vervolgens de dato 29 meij door gedagte Heer Fiscaal voor uwelEd: Achtb: vierschaar Opdagvaard zynde den supp„le ten dage dienende ter obidientie uwer welEd: Achtb: ter Rolle Com„ „pareerende versogt en gratieuslijk geobtineerd had„ „de Copia van des R: O: Eysschers ingediende eysch en dag ad deliberandum tot op heden, omme daar„ „op te dienen van antwoord — dat den supplts bij het ligten der Evengemelde Copia hadde moeten ondervinden der producte welke ter zyner devensie konde dienen niet al„ „leen niet gerecolleert en nabehooren beEedigt, maar zelve niet eens overgelegt waaren dat den sup„te daar op direct zig hadde ver„ „voegt ten huijse van welgem: heer Fiscaal, en om de voorsz: bewijse submissest gesolliciteert, de„ „welke dan eyndelijk door hoogst dezelve aan den supltse ongerecolleerd en OnbeEedigt te Rug gegeven zyn, den supplt bedugt, dat zulx hem in het vertoonen van zyn onschuld merklijk zoude moge prejudiceeren, om reedenen dat na legten Fiscaal sie die hier gezt /:was /:in B: J: Heer nius Agtb: gou„ E: Comp: meester Jaars bij prointe„ ter op ur in enome t, waar van geen getuijgenisse van waarden zyn of dezelve moe„ „te met Eede werden bevestigt. L, J. l, 10, C„ de testib, Junet,, den supp„t derhalve in de onver„ „meidelyke nootsaakelijkheid zig bevind alvorens te antwoorde hem tot uwelEd: Achtb: te keeren, ootmoedig versoekende, dat, de voorschreeve omissie als buijten zyn schuld ofte non galance gecau„ „seert. hem mogte werden geremitteert en uyt hoofden van dien dezelve dispositien. zoodaanige Effect sorteeren moge als of dezelve gerecolleert en beEedigt waare geworden, ofte dat UwelEds Achtb: na hoogst derzelve bekende Acquiteijd Lo„ „danig anders gelieve te disponeeren, als uwelEd: Achtb: naa regt reden en billykheyd zullen vinden te behooren /:onderstond:/ T welk doende /:was gete„ „kend:/ G: Blikman. /:in margine:/ Exhibitum in Judicie, den 12 Junij 1788 /:beseijde het hoofd stond:/ Ex libitum in Judici den 12 Junij 1783: /: de apostille was :/ de Raad dit request by het proces voen „gende, ordonneert den reqt om binnen den tijd van 8 daagen zyn antwoord ter Secretarie van Justitie te bezorgen: zullende de secretaris als dan aan den E: O: Gereg: daar van Copia moeten doen toekomen; ten einde heeden over veertien dagen te kunnen dienen van replicq /:laager:/ Ter ordonn: van den E: Achtb: Heer praesident, en den E: Achtb: Rade van Iustitie deezes Gouvernements. /:was geteekend:/ C: L: Neethling. Secretaris. 82 - lve mae No: 12 Antwoord en Contra Conclusie gedaan maaken, en zeer Reve„ „rentelyk overgegeeven, aan den wel Edele Achtb: Heer Iohannes Isaak Rhenius praesident, beneevens de verdere Ed: Achtb: Raad van Iustitie deezes Gou„ „vernements. aan Cabo de Goede Hoop, door ende van weegens. den van het E: Compagnies schip dregterland / alhier verbleevene opperchirurgyn Gert Blikman verweerder ter eenre op ende Teegens. den Prointerim Fiscaal deezer steede, d' E: Gabriel Exter, R: O: Eysscher ter andere zeijde Wel Ed:e Achtb: Heer en E E: Achtb: Heeren. en gedaagden, na uwel Ed: Achtb: voor gunstig verleend Copia, van S: R: O: Eysschers. de dato 29„te may, in regten overgegeevene irelevanten Conclusie van Eysch met dies bylagen, mitsg„s de onver„ alvorend ren, omissie gecau„ uyt daanige leert welEd: yd Lon dewellde nden gete„ bitum d stond:/ pastille voen tijd van als moeten tien : den ments. 82 Ter mitsgaders voor de acquitabele en ontzydige administratie der Iustitie en zeer gevenireerde dispocitief, op het de dato 12:e Junij hujus Anne„ in raade overgegeevene Request Civiel, ten einde het zelve bij het proces te voegen /: voor af pligt schuldig dank betuijgt te hebben. Vind daar door den weg geopent, die hem tot demonstratie van de ongefundeertheijd, der door den Heer R: O: Eysschers uijtgebrachte Conclusie van Eijsch, als van zelfs toeleijd. En omme zyn sincese onschult in deeze Luce Cla„ „rius, op solide gronden, onder het scherp siende oog van uwelEd: Agtb: daar te stellen, Eerbiediglik vertrouwende, dat hoogst dezelve, met de uit„ „terste surprisie zullen hebben aangehoort, dat den in deezen fungeerende, Iustitieele officier, noopens het geval in questie en waar in deese thans ordine in het breede staat gehandelt te werden. Ter aantooning van des ondergeteekendens opregte gehoudene handelwijse, uyt dewelke uwelEd: Achtb=s adoculim zal Consteeren, dat den ondergeteekenden in dit Cas Extra onnim Culpam verseert:/ heeft kunnen goed vinden, zodanigen Conclusie van Eijsch uyt te brengen, quasie als of den ondergeteekenden op voorm: bodem, een quaat voorbeeld hadde gegeeven, met miskeming der subordinatie, zoo als den Heer Eysscher in het slot

NL-HaNA_1.04.02_11021_0469 view scan ↗

English

end of his claim has pleased to express himself. One could make many notable remarks on this matter, but for the sake of brevity, to omit all odious matters, one will only say in passing: that the undersigned, after reading the delivered claim, has perceived that it did not please the Officer to insert specifically in the beginning or head of the aforementioned claim for what crime the undersigned is being prosecuted or challenged by his Honor, where in the 29th Article it is generally said that the undersigned has made himself guilty of and thus in all parts punishable for various offenses, especially extreme insolences and brutalities, conflicting with subordination and good order, and degrading the character and office of a head surgeon to the highest degree; therefore, one will remark here beforehand with a single stroke of the pen that, in the opinion of this party, by the words insolences and brutalities is understood: regarding the first, it is something done or executed against custom, and the second is generally explained as an uncivilized beastliness; it remains then here, firstly, to examine, noble and worshipful sirs, whether the undersigned, during his outward voyage in his capacity as head surgeon, behaved himself in such a manner that the same deserves with sound reason to be stamped with such epithets, so that the Fiscal Officer as claimant could according to rights and laws be awarded his delivered claim over this; secondly, whether according to the 21st Article of the claim, the undersigned completely denied the authority of the Captain; and thirdly, whether all those alleged offenses, which according to the sentiment of all legal scholars must be proven by valid proofs, have indeed been committed by the Officer; it will then be evident to your Noble Worships at first glance from the delivered claim that from Article 12 to 18 those alleged complaints consist, namely, in a so-called misplaced authority, such that the undersigned, as is said, had exceeded boundaries in manifold ways, and had as it were ruled over the Captain in the most improper manner; whereby the undersigned will most respectfully direct the precious attention of your Noble Worships: the undersigned, in order to annul the entire delivered conclusion of the claim, to prevent further procedures so unfounded on the part of the claimant, will then primarily proceed and examine in what that alleged misplaced authority and those things done which, as is said, were not due to him or ought to be done by him, have consisted; secondly, in what manner and with what intention they were done: In order now to demonstrate on solid grounds the baselessness of that so-called misplaced authority, your Noble Worships will beforehand respectfully please be informed that our high commanding Lords and Masters, at the assembly of the Seventeen, were pleased most favorably to resolve and thereby enacted, saying substantially among other things: "in order that the intention aimed at thereby may be the better fulfilled, it has pleased their High Mightinesses to approve to hand over an exact list to the head surgeon, as appears." And in order to observe this order well, the undersigned in all respect applied to the Right Noble and Worshipful Lord Commissioner Director for such an exact list, and consequently also received a copy list, but by no means such that the same could be accepted by the undersigned as satisfactory; which the same also communicated to the aforementioned Right Noble and Worshipful Lord, solely with that intention, noble and worshipful sirs, which will indeed require the primary object of your Noble Worships' most wise considerations, to be the better enabled, upon his arrival at Batavia or at the place of his destination, to render account and answer with good foundation, according to high orders, for all that which was given along for the service of the sick, and consequently in a candid and honorable manner the entire orders of the High Authorities were exactly observed by him; and which one can indeed observe from the context of the matter, that the intention of the undersigned aimed at nothing else than to perform his duty in all respects: whether the same can now on this basis with reason be said to have done something improper in that beastly manner, as one tries to make it appear, or to have assumed an authority and desired things that were in no way due to him or ought to be done by him, as the Officer acting in this matter [illegible]

Dutch transcription

slot van zyn Eijsch zig heeft gelieven uytte druken Men zoude hier over veele notabele remarques kunnen maken, dog brevitatis Ergo, om alle hatelijkheeden te omitteeren, zal men alleen in transitie zeggen; dat den ondergeteekende, na lecture van den uytgebragten Eysch, heeft ontwaard, dat het den Heer Officier niet heeft behaagt, om in den aan„ „vang of hoofde, van voorm: Eysch bepaaldelyk te insireeren, over wat Crimen den ondergeteek: door zin E: Geactioneert, of gecallangeert werd, haar bij het 29=ste Artic: werd Generaalijk gezegd, dat den ondergetek: zig aan diverse misdrijven, byzonders verregaande insolentien „en blutaliteiten, met de subordinatie en goede ordere strijdende, het Caracter en ampt van een oppermeester ten hoogsten degradee„ „rende; zig heeft schuldig, en dus in alle dee„ „len strafbaar gemaakt. des zal hier vooraf met een Enkele trek der pen remarquieeren dat, S: M: door de woorden Insolentien, en brutaliteiten verstaan werden, aangaande het Eerste is 't iets dat teegens het gebruijk word gedaan of verrigt, en het tweede in het algemeen werd uytge¬ „legt, voor Een onbeschofte beestagtigheijd staat dan hier adprimam te onderzoeken Edele dige de Anné, nde het schuldig tot d lusie Luce Cla„ siende diglyk uyt„ dat icier, deele. te dens welke dat den Cuelpam anigen sie als quaat der 2 het slot Edele Achtb: Heeren, of den ondergetek: geduuren„ „de zijn uijtreijse in zyn qualiteit als oppermees„ „ter, zig zodanig heeft gecomporteert, dat het zelfde met fundament van reede, met zodanige Certitelen verdient bestempelt, dat daar over den R: O: Eysscher zyn uijtgebragte Eysch, na regten en wetten zoude konnen werden geadjudi„ „ceert. - — Secundum of volgens het 21ste Artio: van den Eysch, den onderget: het gezag van den Capitain geheel heeft ontkent. En Adtertium, of al die pretente misdryeen, door den Heer officier, volgens het sentiment van alle regts geleerde, at door vallabele probatien beweezen werden, in Effect gecome„n „mitteerd te zijn, 'T zal dan uwelEd: Achtb: uijt den uytgebrag„ „te Eysch in primo adspectie adoculum Constee„ „ken, dat, van art„l 12 tot 18 die pretentie klagten bestaan Nempe in een zogenaamde qualijk geplaatze au„ „thoriteit. zodanig dat den onderget:/ zoo gezegt word / op menigvuldige wyse uytgespat, en quasie den Capitain op de onbetaamelijkste, wijse be„ „regent hadde; waar bij den ondergetz: de kost„ „baare attentie uwer WelEd: Achtb: Eerbiedigts be„ „paalen zal: den onderget: om de geheele uytgebragte Con„ „clusie No. 1: „clusie van Eysch te annulteeren, ter voorkominge van verdere, aan de kant van den Heer Eijsscher zoo ongefundeerde procedures, zal dan premaria advanceeren, en onderzoeken, waarin die pratence /:qualik geplaats in authoriteijt, en die gedaane dingen die hem :/zoo gezegd word / niet toequamen of door hem behoorde gedaan te werden, in hebben bestaan Secundum op wat wyse, en met wat oogmerk die gedaan zyn: Omme dan nu den ongrond van die zigenaamde qualyk geplaatse authoriteyt, op solide gronde te demonstreeren, zullen uwelEd: Achtb:s vooraf, Eerbiedigs gelieven geinformeert te zijn, dat ƒ onze hoog gebiedende Heeren en meesteren. ter vergadering van seventheenen hoog gunstig hebben gelieven te resolveeren, in mitsdien gestatueert onder andere substantieelijk zeggende. „ op dat het oogmerk daar meede bedoelt, „ dies te beter mogen voldaan werden, bi „hoogst dezelfde is goed: gevonden, NB Een „ Exacte Leijst aan den oppermeester ter hand „ te stellen blykens. En om deeze ordre wel te observeeren, heeft den onderget: in alle Eerbied, aan den welEdele Groot Achtb: Gecommitteerde Heere bewinthebber. om zodanige Exacte Lyst gesolliciteert, en over sulks n„ ¬ zulks ook een Copia Leyst:/ maar gpenzints sodanig dat denzelven als voldoenende by den onderget: konde werde geaccepteert / heeft, ontfangen. het welk denzelve ook aan welgem: wel Ed: Groot Achtb: Heer. heeft gecommuniceert, met dat oogmerk alleen Ed: Achtb: Heeren /: T welke wel 't voornaam „ste object van uwelEd: Achtb: hoogwijse Conci= „dratien zal requireeren /om des te beeter in staat gesteld te weezen: bij zyn komst te Ba„ „tavia, ofte ter plaatze zeyner destenatie, van al 't geene ten dienste der zieke is meede gegeeven, met goed fundament, volgens hoog bevel reecq: en verantwoording te konnen doen, en gevolglijk op een Cordate en honorable weij„ „sen de geherde beveelen der Heeren majoorens bij hem Exactelik in het oog gehouden zyn En het welk men immers uyt den zamen Hang der zaake kan annimad verteeren dat het oog„ „merk van den onderget: niet anders heeft bedeelt, dan in alle opzigten zyn pligt te betrag„ „ten: off denzelve nu hiermeede, met grond kan gen „zegt worden, iets onbehoorlijk op die beestagtige wijs (zo als men 't tragt te doen voorkoomen te hebbe gedaan, of een authoriteijt aangenoo„ „men. en dingen begeert die hem op geenerbij weyse toequamen, of door hem behoorde gedaan te werden, zoo als den in deezen fungeerende Haer Officier

NL-HaNA_1.04.02_11021_0473 view scan ↗

English

No: 1: officer has been pleased to detail this conduct, entirely unjustly, in Article 12 of the claim he brought forward, the undersigned understands that he must consider this as an assertion that contradicts the orders of our high-commanding lords and masters, the Chamber of Seventeen. But in order not to make himself guilty in effect of an ill-placed authority, the undersigned will most respectfully leave this to the highly wise arbitrium of your Honorable Worships. That although the Officer in the case in question produces the highly respected letter from His Right Honorable, the gentleman committee director, the same cannot in the least obstruct the undersigned, for from it only appears that never was such a list handed over to a chief surgeon by the very same. That according to His Right Honorable's revered assertion, everything remains regarding the responsibility of the Captain. Which first point is on this side presumed with good reason: that His Right Honorable was possibly never requested by a chief surgeon for such a list; and the latter, with all due respect, appears contrary from the produced document. Indeed, the same letter cannot, as he trusts, make the undersigned appear in that respect as a man of a troublesome temperament. For, Honorable Worshipful Gentlemen, love indeed begins with ourselves, and already for that reason every person is commanded to take care, in the office in which he is placed, to keep in view the orders of his high-commanding lords and masters, and to discharge his duty; and consequently the aforesaid person had to insist on the delivery of such an exact list, in order to always be able to properly account for himself in Batavia or at the place of his destination, although the acting Officer knows how to depict the same in the most hateful colors, challenging the undersigned for having treated the Captain in the most improper manner, of which the reasons were very erroneously stated by the Officer in his brought claim at Articles 18 and 19; and therefore, when conducting the inquest, he did not deem it advisable to have the counter-evidence handed to His Honor properly recollected and sworn according to the style of the courts. Which evidence mainly comes down to this: That the undersigned, in his capacity as chief surgeon, being in need of Spanish wine for the sick, No: 2: No: 3: being in need, applied for that purpose both to the Captain and his Captain Lieutenant, and requested them to be pleased to send a single bottle of those wines, as he judged the same to be necessary for the sick. Which was refused to the undersigned under a lame excuse: that the same would turn sour, as affirmed by the junior merchant Mr. Isaak Marthin and the Military Commander Christiaan Fitwitsz, as appears. Indeed, Honorable Worshipful Gentlemen, it is evident that in this respect, the chief commanders of that vessel acted directly contrary to the revered orders of the Lords Majors, as will fully appear to your Honorable Worships from the extract resolution in demonstration of the upright conduct maintained by the undersigned in this matter. If your Honorable Worships would only be pleased to inspect the same with a little attention, as it was expressly enacted and substantially commanded to them by our high-commanding lords and masters regarding the service of the chief surgeons: "That whatever they shall judge to be necessary for the sick, they only have to present and make known to the high commanders or first officers, with the further provision in order that they may immediately give orders to let them have it, whether it be food, drink, etc." Indeed, Honorable Worshipful Gentlemen, once again a powerful and valid proof of the pure innocence of the undersigned. Without the undersigned needing to investigate the mysterious reasons for the spoiling of those wines: For who indeed is unaware that under such frivolous excuses, sometimes out of self-interest, the sick are deprived of it, in order to make those for whom it is not intended lose their health through the excessive use thereof. Of which sentiment our high-commanding lords and masters at the Assembly of Seventeen do not seem to be very alien in such cases. And for that reason they have certainly been pleased to order: "This should also serve to prevent the numerous complaints of the surgeons about many of the first commanders who, in times of need, withhold the same from the sick." Consequently, then, neither the said Captain nor his Captain Lieutenant, by his own authority, under the pretext of having no empty bottle

Dutch transcription

No: 1: officier deeze handelwijse, gants ten onregte bij artic: 12. van zyn uytgebragte Eysch heeft gelieven te detailleeren, begrypt den onderget: te moeten beschouwen, als een sustenu welke de beveele van onze hoog gebiedende heeren en meeste„ „ren, der Camer van zeventhienen Contradiceeren. dan omme zig aan geen qualyk geplaatse Au„ „thoriteijt in Effect schuldig te maaken, zal den ondergets zulks aan het hoog wyse arbiterium uwer welEd: Agtb= Eerbiedigts overlaaten. dat of wel den Heer officier in Caussa ques„ „tionis, de zeer gerespecteerde missive /: van zyn Ed: groot Achtb: Heer de gecommitteerde be„ „winthebber produceert, kan denzelve den ondergeteekende, in het minst niet obsteeren, want daar uijt alleen komt te blyken, dat door hoogst dezelve nimmer zodanige lyst. aan een oppermeester was ter hand gesteld. — dat volgens zyn Ed: Groot Achtb: G'fenireerde Sustenue alles ter verantwoording van den Capitain staat aangaande. welke Eerste po„ „inct, aan dese kant met grond gepresumeerd word: dat bij zijn E: Groot Achtb: mogelijk nooyt door een oppermeester, om zodanige lyst was verzogt, en het laatste:/ behoudens alle Eerbied Contrarie Consteert uit het product immers kan dezelve missive den onderget: zoo hij sodanig der get: tb: , ang ge n en hij vertrouwt, ten dien opzig te niet doen voor„ „koomen, als een mensch van een ongemakelyk humeur - Want Ed: Achtb: Heeren, de Liefde begint immers van ons zelve, en uyt die grond rheede, is een Yder mensch de zorg aanbevoolen, om in het ampt waar in hy is gesteld, de beveele van zijn hoog gebiedende heeren en meesteren in het oog te houden, en zig van zyn pligt te kwijten, en mits„ „dien den ged=e de afgaave van zodanige Exacte leyst. heeft moeten insteeren, ten Eynde zig al„ „toos. te Batavia, of ter plaatse zijner dis„ „tinatie, behoorlijk te konnen verantwoorden, schion den fungeerende Heer Officier het zelve met de Hlatelijkste verwe weet afteschetzen, den on„ „derget: Calangeerende, van den Capitain op de onbetamelijkste wijze te hebben bejegent, waar van by den Heer officier zeer abusievelyk de Rheede werden opgegeeven, in zijn uijtgebragten Eysch by Artic: 18 en 19 en daarom bij het doen van de Enqueste niet raadzaams geoordeelt d' zyn E: ter hand gestelde Contra bewijzen. naar steyl van regten behoorlijk te doen recolleeren en behe„ „digen. welke bewysen hoofdzakelyk daarop weerkomen. — dat den onderget: in zyn qualiteyt als opper„ „meester voor de zieken spaansche wyn benodigt zijnde N:o 2:/ No 3: zijnde, ten dien Eijnde, zig, zo bij den Heer Capitain als deszelfs Capitain Lieutenant heeft vervoegt, en hoogst dezelve verzogt een Enkele fles van die wynen te willen laten toekomen, alzoo hij dezelve voor de zieke nodig oordeelde te zijn. — 'T gunt aan den onderget: onder een flauw Ex„ schues :/ dat dezelve zoude zuur worden, gelijk, zulx affirmeeren den ondercoopman d' Heer: Isaak Marthin en den Commandeur Militair Christiaan Fitwitsz zoo als Consteert Immers Ed: Achtb: Heeren is Eevident, dat in dit opzigt, door den oppergezag„ „voerders dier boodem, direct Contrarie de geve„ „nireerde beveelen, der Heeren Majoores, is gehan„ „delt geworden, zo als uwelEd: Achtb:s uyt de Extract Resolutie ter deminstratie, van des onderget: in deezen gehoudene opregte handelwyse vollee„ „dig zal komen te blyken Wanneer uwelEd: Achtb„r maar eens met wijnig attentie dezelve gelieve intezien als werdende door onze hoog gebiedende Deezen en meesteren, met betrekking tot den dienst der opperchirurgijns uijt„ „drukelijk gestatueert, en substantieelijk hun ge„ „last. „dat het geene zy zullen oordeelen de zieke „nodig te weezen, zijlieden de hooge opperhoofde „of Eerste gezag voerderen het zelve slegts hebben „aan te dienen, en bekent te maaken /: met „verdere bepaaling, ten eijnde dezelve aan„ „stonds voor Kely n nodigt zinde „stonds order mogen stellen, hun dat te doen „hebben, het zij spijs drank enzz: Immers Ed: Achtb:r Heeren alwederom een kragtig en vallabel beweijs voor des ondergeteekendens zuij„ „vere onschult. zonder dat den onderget:s de meystereuce rhee„ „dene, van de bederving dier wynen, zal nodig hebben te onderzoeken: Want wie dog is onbekent, dat onder zoda„ „nige frivole leschuese; zomtijds / door eygen baat /:de zieken onthouden wordende, om de geeni„ „ge voor welke dezelve niet gedestineert zyn door het overvloedig gebruijk derzelver, hun ge„ „zondheyd te doen verliesen. Van welke gevoelen, onze hoog gebiedene Heer ren en meesteren ter vergadering van zeeventhienen in zodanige gevallen niet schynen zeer vreemd te zin En om die rheedene zeekerlijk hebbe gelieven te beveelen. zulks meede zoude dienen tot voorkoming „van de menigvuldige klagten der Chirurgijn „over veele der Eerste gezagvoerders, die „der zieke in teyt van noodt het zelve „ onthouden Concequentelyk dan gem: Capitain. nog ook n deszelfs Capitain Luit. S: A: propria Authoritate, /:onder voornentzelen geen fleschke leedig te hebben

NL-HaNA_1.04.02_11021_0477 view scan ↗

English

No. 2: pretending that the wine would spoil, and other such trifles, so the undersigned trusts that he was never qualified to refuse what was needed for the sick, thereby making the orders of our high and commanding lords and masters through such means disobediently illusory, to the illustrious assembly, just as little, Honorable and Worshipful Lords, as that the said Captain, as the undersigned believes, was qualified to command, if he as Captain should so order it, that the surgeon's mate should have to stand guard for him for a whole day merely for his pleasure, as is evident from the exhibit. On that ground, the undersigned trusts that, as chief surgeon, he is officially obliged to be able and permitted to countermand the orders of the said Captain with good foundation, which case the Officer, in Articles 21, 22, and 23 of his claim, very erroneously presenting it to Your Honorable Worships, says took place here in the roads. On what grounds one could now maintain that the undersigned has entirely denied the authority of the said Captain is not to be understood, Honorable and Worshipful Lords, Proof No. 6. no more than that the case could with good foundation be regarded as an extreme insolence and brutality. So that it is so far from the truth that the undersigned, in defiance of subordination, has been guilty of any insolences or brutalities, as it is untrue that the undersigned, as chief surgeon in treating the sick, should not have fulfilled the intention of the Lords Majors, which amounts to this: that the same shall be treated with all human charity and, note, well cared for, as appears from Notes 4 and 5; that in case the Officer had granted the request respectfully made to his Honor at different times by the undersigned at the muster, to have the crew present on the aforementioned vessel come forward and to gather information regarding the matter in question, as well as an inquiry regarding his innocence as well as grievances, as one trusts, subject to correction, is now required by the equity of justice, one would have been able to prove the contrary of the entire accusation by a multitude of witnesses. Therefore, it is evident, Honorable and Worshipful Lords, that the undersigned, by strictly following and in effect also executing the orders of the Lords Majors, acted with regard to honor and duty, and has also proven the same sufficiently in law. Consequently, from that single ground of reason one might, respectfully said, conclude and state that if one part is untrue, everything is untrue. Which applies all the more, Honorable and Worshipful Lords, when one only reflects upon the tenor of the missive signed by both officers of the aforementioned vessel, from which their intention can sufficiently be gathered, and it appears clearer than light that on that vessel a not very praiseworthy cabal took place in order to ruin the undersigned. And to this Articles 24, 25, and 26 of the conclusion of the claim give complete cause, in which the Officer mentions a pretended reasonable fear, note, of all the officers, in order to give an appearance of truth to their so willingly offered depositions and to pass them off, if possible, for legally admissible evidence; and which exhibits the Officer must have deemed very useful for the corroboration of his groundless arguments, although the same, as well as the reports given, merit no consideration. As will further appear, because his Honor, in the aforementioned 24th Article of the claim, not only alleges the same, but even in his eyes, which is greatly notable, refers to it as the finest passage; whereas those same reports and depositions, regarding their tenor, are impudent and malicious, for one cannot indeed use fouler and more scandalous expressions than that the undersigned would have caused disgust to all decent people. Secondly, it is unauthorized and also, with respect, not legally acceptable, since matters are alleged therein by those deponents which do not apply to the case at hand, as having been settled in Europe, and no one is competent to repeat them, since a witness, declarant, or reporter, however one may wish to call them, may not bring forward any other matters than those which can be applied to the questionable case under consideration; for otherwise, in such cases, one could bring up someone's whole life course, whether according to the truth or not, which is altogether absurd and impermissible, and it is left to the equitable judgment of the Judge whether the same do not merit to be rejected by Your Honorable Worships, according to the constant doctrine of the jurists, since it is evident that they all present themselves as open and capital enemies of the signer hereof, and therefore their statements or reports are not to be credited in the least, for so all legal experts teach; see Damhouder, in my copy, page 8 and also page 10, Practice in Criminal Cases; all the more since the Captain of that vessel, as well as all the officers, must with respect be considered as accusers or informants. For which reason they also may not be admitted as witnesses against the signer hereof, as the Officer alleges them in that capacity in his claim; this is taught by the learned Bernard van Sutphen in

Dutch transcription

N„o 2: hebben dat de wijn bederven zoude, en andere beu„ „selingen meer zoo den onderget: vertrouwd /:nim„ „mer gequalificeert waare, het voor de zieke benoodigte, te refuceeren, omme door zodanige middelen, te beveelen van onze hooch gebieden„ „de heeren & meesteren, ter Elustere veraaderinge desobiedientelijk daar door illusoir te maa„ „ken, zoo min Ed: Achtb: Heeren als dat gem: Capi„ „tain. /:zoo den ondergeteekende gelooft /: opqua„ „lificeert waare, dat als hy Capitain het zoude Commandeeren de ondermeester voor hem ten plaisiere een geheele dag schildwagt zoude moeten staan zo als uijt het product Consteert Op dien grond, vertrouwd den ondergetekende - als opperchirurgyn, Amptshalven verpligt te zyn, de ordere van gem: Capitain, met goed fundament, te konnen en moogen Contraman„ „deeren, welk geval. den Heer officier by Arti„ „rul 21, 22 en 23 van Eijsch. uwelEd: Achtb:s zeer abusiefelyk voordragende, zegt alhier ter rheede geschiet te zyn, Op wat gronden men nu zoude kunnen sustuneeren. dat den ondergeteekende het gezag van welgem: Capitain in het geheel ƒ heeft ontkent is niet te begrijpen Ed: Achtb: Heeren: zoo en zui„ rhee„ oda geeni„ i n gen Heer nen hier ven ng gpro 0 tate bben blyk No. 6. zoo min als dat 't geval met goed fundament als een verregaande insollentie; en brutaliteijt zoude konnen aangemerkt worden„ Invoegen, dat het ze verre daar van daan is, dat den onderget: met miskenning der Iu„ „bordinatie, aan eenige insollentien of bru„ „taliteijten zig heeft schuldig gemaakt als het onwaaragtig is. dat den ondergeteekende als opermeester in het behandelen der zieken, aan de intentie van Heeren majoors /:daarop neer komende/ dat dezelfde met alle mensche liefden zullen behandelt en NB: wel verzorgt worden niet zoude hebben voldaan. als blykt NB: 4 en 5:- dat ingeval den Heer Officier (: het bij de monstering door den ondergeteekende aan zin E: tot differente reijsen, Eerbiedigts gedaan verzoek om de op voorm: bodem bevindende, Eequipagie te laten voor de boeg koomen en nopens de zaak in questie, zo wel en queste tot deszelvs onschuld als besware in te winnen, zo als men onder Correctie vertrouwd dat nu billijkheijd van regten vereijscht werd /:te Accordeeren, men het teegendeel der gant„ „sche accusatie, bij turbe van getuijgen zoude hebben kunnen probeesen. der„ derhalven zo is het evident Ed: Achtb: Heeren, dat den ondergetek: door Eacte opvolging en in Effecte ook volbragte ordres der Heeren Majoors, in betragting van het en pligt heb„ „bende gehandelt, en het zelve ook ten regten ten genoegen beweezen. mits dien uijt dien eene grond rheden men /:met Eerbied gezegt :/ zoude mogen besluyten en leggen, dat het eene onwaar alles onwaar p zij. 'T welk te meer procedeert Ed: Achtb: Heeren, wanneer men maar een reflecteert; op den teneur der missive beyde Officieren van hier voren gem: bodem geteekend, waar uyt der„ „zelver intentie genoegzaam is aftemeeten, en Luce Clariores komt te blyken. dat op dien bodem, eene niet zeer loflijke Cabale ten Einde den ondergeteekende ongelukig te maken heeft plaats gehad: — En hier toe geeft het 24: 25 en 26: Artic: der conclusie van Eijsch een Compleete aanleiding In welke den Heer Officier gewag gemaakt van een protence billyke vrees, NB, aller officie„ „ren /: ten Einden derzelver zoo gewillig aange„ „boodene depositien een schijn van waarheijd bij te zetten:/ en voor een in regten aanneemelyk der„ bewijs ament al teit er tie de ullen niet 5:-: 1 an ste que trouwd werd gant zoude — „bewijs middel waar het mogelyk te doen door„ „gaan:/ En welke producten den Heer Officier, als zeer utiel ter adstructie van zin ongefandeerde raisonnementen, moet geoordeelt hebben, schoon dezelve zo men als de gegeevene relaasen. geen reflectie meriteeren - - Als Nader blyken zal, door dien zyn E: by het voorschreevene 24=ste Artic: van Eijsch. dezelve niet alleen allequeest, maar zelfs in zyn oog /: quod magnopese notabeleest:t/ op de fraayste passagie; daar dezelve relaasen in depositien, welken ten adspecten, van deezelvs teneur inpudent en quaad„ „aardig zin, want men kan immers al geen vuijlder en schandelijkers Expressien useeren, als dat den onderget: alle fatzoenelyke lieden tot een walch zoude hebben verstrekt, Ten tweeden zoo is het ongequalificeert, en ook S: M: in regten niet acceptabel, nadien door die deposanten aldaar zaaken in g'allegueerd werden, dewelke in cas subject niet te pas koomen, als zijnde in Europa afgedaan, en om dezelve te Erhan „len is niemand bevoegt, nadien een getuijgen, declaratant, of relatant, hoe men ook dezelve noemen wil, geen ander zaaken mag bij brengen als dewelke van applicatie op het questieuse geval geval, waar over gehandelt werd, kunnen gemaakt worden want anders zoude men by dusdanige gevallen, iemands gantsche levens loop, 't zy Secundum veritatim, vel non, kunnen ophaalen, het geene ten eenemaal absurd, en ongepermitteert is, en men laat het aan het acquitabel oordeel des Regters, of dezelve niet meriteeren, om van uwel Ed: Achtb:s /: na volgens de Constante leer der Suristen:/ Gerejecteert te werden: dewyl men er Evident uijt ziet, dat zy alle als open„ „baare Capitaale vijanden, van de tekenaar deezes zig op doen, en daar omme hun gezegdens of relaasen in het allerminste niet te accre„ „diteeren. ed enem docent, onnes Iuris=Consulte videte d„o & Olamhouder /:mihi:/ pag: 8: et etiam pag: 10: practyk en Crimineele zaaken. se meer nadien den Capitain van dien bodem„ zo wel als alle de Officieren, als accusateurs „of aanbrengers S: M: moeten geconcidreert werden. Waarom zy dan ook niet voor getuijgen tegen E ƒ den teekenaar deezes mogen werden toegelaa„ „ten, zo als den Heer officier hunlieden bij zijn Eijsch in die betrekking allegueert dit leert d' Heer en Meester Bernard van Sutphen in6 0 zelv lve het ste „ Erhan en e geval s ,

NL-HaNA_1.04.02_11021_0482 view scan ↗

English

in his Practice of Dutch Laws, page 260, in accordance with the teachings of Massard, De Probationibus, volume 3, conclusion 1364, number 41; Christynen on the Laws of Mechelen, title 1, article 35, number 6; as well as in conformity with the opinion of that renowned criminalist Carpzovius, Practica Rerum Criminalium, part 1, constitution 18, definition 66. Yet what must appear most astonishing of all to Your Honors, it is trusted, is that the Officer here brings up matters in the case in question that were settled in Europe, which His Honor strongly and firmly wishes to maintain ought to serve for the elucidation of this complaint and the characterization of the new facts, just as His Honor, by way of introduction and exordium, from articles 1 to 11, 30, and 31, very inopportunely alleges this case, contrary to the opinion of so many renowned jurists. For even positing, but not conceding, that that matter had indeed existed as the Officer attempts to make it appear, which is not the case, it is evident, since the same was reported and properly investigated in Europe outside His Honor's jurisdiction, and the undersigned has obtained complete satisfaction concerning that matter, and for that reason was appointed in advance by the Honorable Highly Esteemed Lords Directors as examiner over the interior in the capacity of head surgeon and was placed on the aforementioned vessel, that the matter was thereby settled. The Officer by virtue of his office is strictly incompetent to accuse the defendant over this. And besides this, Honorable and Esteemed Lords, something is also presumed by His Honor here that he will never be able to prove according to the requirements of law, since the contrary thereof has been so clearly demonstrated on this side and proved by valid evidence, such that no doubt remains concerning it. Consequently, no elucidation or characterization of alleged new facts that are not proved according to the requirements of the law can take place. And this being true in fact, as has been sufficiently proved in law, namely that the undersigned has comported himself according to law and duty and in this matter has only strictly observed the revered orders of his high-commanding lords and masters in the fatherland, it is therefore fundamentally maintained that thereby, according to law, the entire reasoning contained in the claim of the Officer by virtue of his office lapses entirely of itself, and one may say with the fullest right of law that the undersigned is entirely free from all blame; wherefore, on that ground, one considers oneself entitled to conclude, as one hereby does conclude: That the claim and conclusion made by the Officer by virtue of his office upon and against the undersigned, having been wrongly and unjustly made, may by definitive sentence of this Honorable Court be dismissed as inadmissible, with costs; and that his right of action be reserved against such person or persons as he might in time be advised to institute on account of these proceedings, or for all such other ends as Your Honors shall find appropriate. Imploring hereto and for all things Your Honors' noble and benign judicial office. Was signed: G. Blikman. In the margin: Exhibited in Court, the 18th of June 1788. Extract from the Resolutions of the Assembly of the Seventeen, dated 2 October 1760. No. 13. That henceforth eighteen half-aams of gin shall be provided for every hundred men, in order to give two drams thereof each day; that of the two half-aams of wheat flour and buckwheat meal which are supplied to the ships at the rate of every hundred men, two-thirds shall be and remain assigned to the service of the sick; that likewise the two half-leaguers of French wine which are supplied for every hundred persons for the service of the sick shall also serve solely for that use. And in order that the purpose intended hereby may be all the better fulfilled, it is also approved that an exact list shall be drawn up of the said articles and of what further is destined for the sick, and handed to the head surgeon, who upon his arrival at Batavia, or at the place whither the ship was destined, shall be required to account for all that which, according to the aforesaid list, was supplied for the service of the sick; that a copy of the aforesaid list shall also be handed to the boatswain, with orders to take care, as far as is in his power, that the sick are provided with what is necessary. Below stood: Agrees. Lower: Signed: as Chief Bookkeeper of Nieuwstadt. Thereunder: After perfect collation having been made, this is found to agree with the original shown to the undersigned sworn clerk. Below stood: Cape of Good Hope, the 14th of June 1788. Was signed: W. S. van Ryneveld, Sworn Clerk. No. 14. Declaration at the requisition of the Honorable Head Surgeon G. Blikman. We, the undersigned, declare hereby, as the pure truth, that the Honorable Head Surgeon, being at table, said that His Honor had asked for a bottle of Spanish wine for the sick, and the answer was given that the same would turn sour; which was repeated from the table in our presence, and then by the Honorable Captain-Lieutenant, who answered him in reply: then you should just have said, I must have it; and then the said head surgeon answered in reply: then you would at least say that I was insolent; I can do it by request. Also at the same time at table in our presence

Dutch transcription

in zyn practyk der neerlandsche regten: /: mili:/ pag 260 in overeenstemming met de leere van massard, de probat, vol: 3 Concl: 1364 nu 41. Christen ad 11 Michlin: tit: 1: artic: 35: num: 6: als meede in Conformiteijt van het gevoelen, van dien vermaand Criminalist Carprovius, deforens: part: 1 Const: 18 def: 66: haar wat nog uwelEd„s Achtb:r:/ zoo men vertrouw /: het allerverwonderlyks moet voortkomen, is, dat den Heer Offecier hier in Caussa quistionis zaake te berde brengt, die in Europa zyn afge„ „daan, dewelke zin E:, forte et ferme, wil sust „neeren, dat tot Elucidatie van deeze klagt en qualificatie der nieuwe feiten zoude moeten dienen, zo als zyn E: by Introduatie by wyse van een Exordium. van artic: 1:-11:— 30. en 31. zeer mal â propos, dit geval allequeert. Con „trarie het gevoelen van zo veel vermaarde Swresten. Want posito sed, non Concessum die zaake hadde al eens g'Exteert, zodanig als den He Officier dezelve tragt te doen beschouwen /:als neen:/ zoo is Evident, nadien dezelve in Europa, buijten de Iuristietie van zyn E: zeynde aange„ geeven en na behooren ondersogt geworden. en ten teekenaar deezes, over die materie volkomen Satisfe satisfactie erlangt heeft, en om die rheedene, by den Ed: Groot Achtb: Heeren bewindhebberen na bevoorens als Exminator, over het Interne aan„ „gesteld, in qualiteit als opperchirurgijn, op voormelde boodem geplaats is geworden, en gevolglyk die zaak daar meede afgedaan Den Heer Officier S: M: om den gedaagden de Noor daar over te acquiseeren, precies is on„ „bevoegt. En behalve dit Ed: Achtb: Heeren, zoo word bij zyn E: hier meede iets verondersteld. dat hoogst dezelfde na vereijsch van legten nimmer zal kunnen bereijsen Als zynde het Contrarie van dien aan deeze kant: zoo duydelyk gedemonstreert, en door vallabile bewijzen geprobeerd. zodanig. dat geen dubio daar omtrent meer overblijft. Mitsdien geen Elucidatie, of qualificatie van pretence Nieuwe feijlen die na vereijsch van regten. niet beweezen zyn. plaats vinden En dit in Facto waar zeynde, gelyk ten regten genoeg beweezen is, namentlijk dat den onder„ „geteekende, volgens het en pligt zig heeft ge„ „comporteert en in deezen alleen Exactelijk ocob„ „serveert, de gevenereerde ordres van zyn Hoog 8 gebiedende heeren en meesteren in patria kan. — worde n in maart Const: 18 trouw s gen sust klagt moeten wy 31. se d als Hae Laake pa, aange¬ den. en komen Satis ad pag word desweegen funditus verondersteld, dat daar door na regten het gantsche Raisonnement, by des Heers R: O: Eysch vervat et ipzo van zelve vervalt. en men summo Iure mag zeggen dat den onder„ „geteek: Extra om nem Culxam verseert, waarom men dan ook op dien grond vermeent te mogen Concludeeren als doet en Concludeert. Dat des Heers Ratione Officie eysch en Conclusie op ende Jeegens den ondergetek: genoomen, als qualyk en ten onregte gedaan, by diffinitive sontentie van deese E: Achtb: geregte, als niet ont„ „fankelyk mag werden ontzegt Cum Expences; mitsg„s dat, den „zelve zyne Actie. tegen zodanige perzoon, of perzoonen Gereserveerd gelaaten werden, als hij uijt hoofde deezer proceduuren, in der tijd te raade mogte werden. te institueeren; ofte tot al zulke andere finen als uwel Ed: Achtb: zullen vinden te behooren. Imploreerende hier toe en op alles uwelEd Achtb:s nobele ac benignum Indisces officium /:was geteekend:/ G: Blikman /:in margine:/ Exhebitum in Cadicio. den 18 Junij 1788. Extract N„o 13. daar Dat voortaan zal werden verstrekt agtien halve aamen genever voor ieder hondert man, om daar van ieder daags te geeven twee soopjes dat van de twee halve Aamen Tarwe Blom en boekwyte meel die aan de scheepen na lato van ieder hondert man werden meede gegeven twee derde zullen zyn en blijven geaffesteerd ten dienste van de Zieken dat insgelijks de twee halve leggers Fransche wijn die voor ieder hondert koppen ten dienste van de zieken werden mede gegeven, ook alleen tot dat gebruijk zullen moeten dienen- En op dat het oogmerk hier meede bedoeld. dies te beeter mooge werden voldaan is teffens goed gevonden dat van de gemelde Articulen en van 't geene verders voor de zieken is gedestineerd, Een Exacte Lijst zal werden geformeerd: en aan dan oppermeester ter handen gesteld, die bij zin komst te batavia, ofte ter plaatse werwaards 't schip is gedestineerd geweest gehouden zal zyn te verantwoorden alle 't Opene volgens de voorsz: List ten dienste van de zieken is meede gegeeven. dat ook Copia van de voorsz: Lyst zal werden ter handen gesteld aan den hoog bootsman, met xtract uit de Resolutien van de vergadering van 17=te in dato 2 october 1760. — xtract last s valt. onder„ om mogen icie eegens als aan, adeese ont„ ontzegt den danige serveerd uijt n wesden. azulke Achtb: Eds icium gene in - - 1e ver N„o 14 last, om zoo veel in hem is, acht te geeven. dat de zieken met het benodigde werden gerieft. /:on„ „derstond:/ accordeert /: laager:/ /: getekend:/ als opperboekhouder van Nieuwstadt /:daar onder:/ Nagedaane perfecte Collatie is deezen met het aan den onderget: gezw: Clercq vertoonde orgineel Accordeerende bevonden. /:onderstond: Cabo de Goede Hoop: den 14 Junij 1738. /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld, Gezu: Clercq. Verklaring ter Requisitie van den E: opper„ „chirurgijn G: Blikman. Wyj ondergetekene verklare bij deese, voor de suijvere waarheijd te zijn, dat den E: opperchirurgin over tafel zeijnde gesegt heeft dat zijn Ed: Gevraagt heeft, om een vles spaanse wijn voor de sieken, en wierd: geantwoord; dat het zelve zoude suur worden het welk in ons praesentie van tafel herhaald is geworden, En als toen door den E: Capit Lieutenant Aan hem daarop antwoorde dan moest zy maar gesegt hebbe, ik moet het hebbe en toen door de gemelde opperchirurgijn beantwoorden dan souw gy althans zegge dat ik brutaal was. ik kan het met versoek doen: Teffens mede op de zelve teyd aantafel in onse praesentie

NL-HaNA_1.04.02_11021_0487 view scan ↗

English

No 15. presence an altercation took place with the aforementioned chief surgeon and the Honorable Captain concerning an assistant surgeon doing shaving duties, about making him stand watch, which was said by the chief surgeon to be improper, to which the Captain answered to the aforementioned chief surgeon that if he so desired, an assistant surgeon was much less to stand sentinel all day long than that they had to attend to the sick, but not to stand sentinel. Which we, the undersigned, declare to be the absolute truth and are at all times prepared to confirm by solemn oath. Below stood: Cape of Good Hope, the 12th of April 1788. Was signed: Isaak Marten, junior merchant, and Joh:s Ch:r Pritwits, Commander. Extract from the order and instruction of the Honorable, Respected Directors of the East India Company at the assembly of the Seventeen, for the Surgeons on the ships of the said Company and sailing in its service to the East Indies. Whatever they shall judge necessary for the sick [illegible] No 16. to be, they shall have to report and make known to the high chiefs or primary commanders, so that they may immediately give orders to provide them with that, whether food, drink, suitable sleeping berths, or whatever else might serve to restore health and prevent further illnesses and new ailments, and which in particular will also serve to prevent the numerous complaints of the Surgeons and the seafaring crew about many of these same primary commanders, that they do not give the healthy their ordinary ration, and in time of need also withhold the same from the sick. 11. Surgeons who are negligent or refuse concerning what is written above, or act contrary to it, shall be prosecuted and challenged for this by the Fiscals, both at the Cape of Good Hope and in the Indies; as well as condemned by the Judge to such fine as the same shall find to have been merited by reason of the committed acts of negligence, refusals, or failures. Underneath: Agrees, as far as the extracted part is concerned, with the original shown to me, sworn Clerk, by the chief surgeon Gerrit Blikman. Was signed: W: S: V: Rijneveld, Sworn Clerk. Today, the 5th of June 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Ryneveld, sworn Clerk at the judicial secretariat of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses named below: Ian Rutter, having been stationed as a soldier, and Willem Beuse, as a sailor, on the ship Dregterland, but remaining here in the hospital due to indisposition. Who, at the requisition of Gerrit Blikman, having served as chief surgeon on the aforementioned vessel, declared it to be true and truthful: That they, the appearers, having been sick on board during their voyage from the fatherland hither, were always treated by the requester with great humanity; just as the appearers also testify that all the other sick on board were well content with the requester's treatment, they, the appearers, knowing no better than that the requester has always comported himself as a respectable man. Declaring nothing further, the appearers state as their reasons for knowledge as in the text, being prepared to confirm the above by oath. Below stood: Thus happened at the secretariat aforementioned, in the presence of the Clerks Marthinus Laurentius Neethling No 17. Neethling and Joh:s de Wit as witnesses, who duly signed the minute hereof, along with the appearers and me, sworn Clerk. Lower: Which I testify. Was signed: W: S: V: Ryneveld, Sworn Clerk. Verification. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable, Respected Court of Justice of this government, the soldier Jan Rutter and Sailor Willem Beuse, who, their preceding declaration having been clearly and distinctly read to them word for word, testified to persist by it, desiring that nothing more shall be added or taken away, and therefore each separately, in confirmation of the truth thereof, spoke the solemn words: so truly help me God almighty. Below stood: Thus verified and sworn at the Cape of Good Hope, the 17th of July 1788. Was signed: Jan Rutter and Willem Beuse. Lower: In my presence. Was signed: W: S: V: Ryneveld, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners. And signed: R: J: V: d: Riet, J: C: Pi- Today, the 4th of June 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Ryneveld, sworn Clerk at the judicial secretariat of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses named below: Johannes Dammas, having been stationed as a soldier, and the sailor Johan Jacob Zindel, of competent age, having been stationed on the ship Dregterland, but remaining in the Hospital due to indisposition; who, at the requisition of the honorable Gerrit Blikman, having been stationed as chief surgeon on that same vessel, declared it to be true and truthful: That during the entire voyage from the fatherland hither, the requester took all possible care for the sick present on board, and visited them daily three to four times; just as the appearers likewise testified to be able to say nothing but all honor and virtue about the conduct kept by the requester on board. Declaring nothing further, the appearers state as reasons for knowledge as in the text, being prepared to always confirm the same by oath. Thus happened in the Castle aforementioned, in the presence of the Clerks Willem Bergh and Johannes de Wit as witnesses, who [illegible] the minute hereof, along with the appearers and me, sworn Clerk.

Dutch transcription

No 15. praesentie Eenige woorde wisseling voor gevalle met de voornoemde opperchirurgijn met Ed: Capit: over Een meester over het scheere, om te late wagten het welk gesegd wierd door de opperchi„ „rurgijn, dat het niet betaamd was, het welk den Capitain ten antwoord gaf aan de voornoemde opperchirurgijn, als hij zulks verlangde, dat dan Een meester de hele dag scheldwagt veel min der Een meester als dat die oppasse moesten op de seeken maar niet voor schildwagt te staan. 'T welk wij ondergetekende verklarende, de suyvere waarheijd te sijn en ten alle teijden be„ „reyd met solemneele Eede te bevestigen /:onderstond:/ Cabo de Goede Hoop. den 12 april 1788. /:was getekend:/ Isaak Marten, onderkoopman, en Joh:s Ch:r Pritwits Commandeur„ Extract. uit de ordre en instructie van de Ed: Achtb: Heeren Bewindhebberen van de Oost Jndische Comp: ter ver„ „gadering van Leventienen voor de Chirurgijns op de scheepen der gemelde Comp: en in haaren dienst naar Oost Indien vaarende. Het geen zy zullen oordeelen den zieken noodig te dat on het neel 29 07 de rgn Gevraagt e w ald is tenant t 7g en Aan onse praesenti den 2 - - No 16. „te weezen, zullen zy den hoogen opperhoofden of Eersten gezag voerderen hebben aan te dienen en bekend te maken, ten einde dezelve aanstonds ordre mogen stellen. hun dat te doen hebben, 't zij spijs, drank„ bekwaame legplaatsen, of wat meer zoude kunnen streken tot herstelling van gezondheid en weeringe van meerder ziektenen nieuwe ongemaken, en 't welk inzonderheid meede zal dienen tot voorkomin„ „ge van de vervuldige klagten. van den Chirurgijns en het zeevaarende volk, over veele van dezelve Eerste gezagvoerders, dat zi den gezonden hun ƒ p ordinair rantsoen niet geeven, en den zieken en tijd van nood ook het zelve onthouden. 11. De Chirurgijns omtrend het geen voorsz: is. na„ „latig of weigerig zynde, of ter Contrarie doende zullen daar over door de Fiscaals, zo aan de Caab de goede Hoop als in Indien aangesprooken en gecalangeerd worden; mitsg:s door den Rechter in zodanige boete gecondomneerd, als dezelve zal bevinden, dat weegens de gepleegde p nalatigheeden weigeringen of verzuimenissen zullen zin gemeriteerd. /:daar onder:/ Accordeert. voor ze verre het g'extraheerde aangaat met het door den oppermeester Gerrit Blikman aan mij gezw: Clercq vertoonde orgineel : /: was getekend:/ W: S: V: Rijneveld, Gezw: Clercq. Huiden den 5 Iunij 1738. Compareerden Compareerde voor mij Willem Stephanus van Ryneveld, gezw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de Goede Hoop present de naten: getuigen Ian Rutter als soldaat en Willem Beuse als mattroos bescheiden geweest op 't schip dregterland edog vermits indispo„ „sitie alhier int hospitaal verbleeven. den wel„ „ken ter requisitie van den op voorm: bodem als oppermeester dienst gedaan hebbende Gerrit Blikman. verklaarden waar en waarachtig te zyn G Dat zi Compten in derzelver rise uit 't van „derland herwaards aan boord ziek geweest zijnde, door den reqt steeds met veel mensch„ „leevendheid zyn behandeld geworden; gelyk de Compten ook betuigen dat alle de overige Pieken aan boord met des req=ts behandeling wel Content zyn geweest, weetende zij Compten niet beeter, als dat de reqt zig altoos als een Fatsoenlijk man gecom„ „porteerd heeft— Niets meer verklarende geeft de Compten voor reedenen van weitenschap als in den text, bereid zynde 't voorenstaande met Eede te bevestigen /:onderstond: Dat Aldus Passeerde ter secretarije, voorm: praesent de Clercquen Marthinus Laurentius Neethling 5 'Eersten d en drank. kunnen komin ijns en is. na doende de rooken de sen deert. met aan tekend:/ areerden re te. No 17. Neethling en Ioh„s de Wit als getuigen, die de minute deezes, beneevens de Comp=ten en my gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend. // laager:/ 'T welk ik Getuijge /:was getekend:/: W: S: V: Ryneveld. Gezu: Clercq. Recollement Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt. s uijt den E: Achtb: raade van Justitie deezes gou„ „vernements, de soldaat Jan Mutter en Mattroos Willem Beuse, dewelken hunne voorenstaande verklaring van woorde tot woorde. klaar en duij„ „delijk voorgeleezen zynde, betuijgde daar by te blyven persisteeren met begeerte dat daar niets meer bij of afgedaan werden zal en spraken dierhalven yder afzonderlijk ter bevestiging der waarheid van dien de solemneele woorden. zoo waarlijk helpe mij god almachtig. — /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en B' Eedigd aan Cabo de Goede Hoop. den 17 Juli 1783. /:was getekend:/ Ian Motser en Willem Buuse /:laager:/ Mij prae„ „sent. /:was getekend:/ W: S: V: Ryneveld tezw Clercq. /:in margine:/ als gecommitt„s /:en getekend:/ R: J: V: d: Reet J: C: Pie- Huiden den 4 Juni 1738. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Ryneveld Rijneveld. geZw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de Goede Hoop, praesent de naten: getuijgen de op het schip dregterland bescheiden geweest, edog wegens indispositie in't Hospitaal verbleeven soldaat, Iohannes dammas; en den mattroos Iohan Iacob Zindel. van Competenten ouderdom dewelken ter requisitie van den op denzelven bodem bescheiden geweest zynde oppermeester de Eerzame Gerrit Blikman verklaarde waaren waarachtig te zijn Dat den requirant geduurende de geheele reijze uit patria naar herwaards alle mogelyke zorg heeft gedragen, voor de zig aan boord bevindende zieken„ en dezelve daaglyks drie a vier keeren heeft gevi„ „siteerd: gelijk de Comparanten almede betuijgden op het aan boord gehouden gedrag van den requi„ „lant niets dan alle Eer en deugd te kunnen Leg„ Niets meer verklarende geven de Compten voor reedenen van weetenschap als in den text. bereid zynde het zelve altoos met Eede te be„ „vestigen „gen. — Dat Aldus Passeerde In't Casteel voorm: praesent de Clercquen Willem Bergh en Iohannis de Wit als getuigen, die de minute dezes, benevens de Comparanten en my gezwoore /:onderstond: Clercq - minute me lkik :Clercq. de spraken der zoo Cabo teken Cler 209. n van neveld

NL-HaNA_1.04.02_11021_0492 view scan ↗

English

Clerks have duly signed. Lower: Which I witness. Was signed: W: S: V: Ryneveld sworn Clerk. Review. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope the soldier Johannes dammas and Sailor Johan Jacob Zindel who, this their preceding statement having been clearly read out to them, declared to persist by it, desiring that nothing more shall be added or removed: except only that the petitioner on board with respect to the sick even did more than he was obliged to: as having the harvest of the cress which he had sown on board distributed himself with his own biscuit and pickles to the sick, and therefore in confirmation of the truth thereof each in particular spoke the solemn words so help me God Almighty. Below: Thus reviewed and sworn at Cape of Good Hope the 17 July 1788. Was signed: and around it written: this mark was made by the First Appearer's own hand, and Johan Jacob Zindel. Lower: in my presence, was signed: W: S: V: Ryneveld. Sworn Clerk. In the margin: as commissioners was signed: R: J: V: d: Riet and J: C: Sie. No 18. Today the 16 June 1788 Appeared before me Willem Stephanus van Ryneveld, Sworn Clerk at the secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, present the hereinafter named witnesses, Cadet: Jan Gerrit Klyn of competent age, having been stationed on the Honorable Company's ship dregterland; who at the request of Gerrit Blikman, having served on that vessel as chief surgeon but also having remained here, declared to be true and truthful: That on the occasion when his ship was to be mustered, having found himself on board, he was present and heard: that the petitioner had kindly requested the pro interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, who was present there, to let the crew come before the mast, in order to learn from them whether they during the voyage had anything to say about the petitioner's conduct, which however was not done by the aforementioned Lord Fiscal. Declaring nothing more, the Appearer gives as reasons for knowledge as expressed in the text, being ready to confirm the foregoing with an oath. Below: That this thus happened at the aforementioned secretariat. Present the Clerks Willem Bergh and Jacob van de waereld as witnesses, who have duly signed the minute of this along with the Appearer and me, sworn Clerk. Lower: Which I witness; was signed: W: S: V: Ryneveld. Sworn Clerk. NB. This declaration has, because of the speedy departure of the deponent, remained unsworn. No. 19. Appeared before the Right Honorable Lord President, and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Pro interim Fiscal G: Exter, officer of justice, plaintiff on the one part, Gerrit Blekman, chief surgeon remaining here from the Honorable Company's ship dregterland, defendant on the other part, And submitted: 2 that the officer of justice, holding it superfluous to express himself more extensively on the point of the accused, 3. which in the claim has been most clearly described and specified, 4. will only take the liberty to remark here, 5. that the defendant in his answer for the greatest part departs from or omits it, 6. and against it brings forward matters or seeks to prove things that do not belong to it, 7. as also the answered question points annexed hereto demonstrate. 8. that the defendant contradicts himself; and the former merchant has been very generous with his signature. 9 that the officer of justice, not having detected in the filed complaints and given declarations, 10. that the defendant in and regarding the care of the sick on his outbound voyages specifically also malversed, 11. therefore also had no reason to gather counter-evidence. 12 and for that reason could even less judge it advisable, 13. at the request of the defendant to have the ship's crew come before the mast. 14. that moreover, done without further authorization and non legal mode, it would have been of little use and perhaps of detrimental consequences. 15. that on the contrary, when by the officer of justice the complaints against the defendant, brought before the Right Honorable Lord Governor, were presented to him, 16. for which reason he was taken off his vessel, and principally in those recounted according to the declarations.

Dutch transcription

„Clercij behoorlijk hebben onderteekend. /:laager:/ 'T welk ik Getuijge. /: was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld gezw Clercq. Recollement. Compareerden voor de ondergeteekende gecommitteerdens uyt den E: Achtb: raade van Iustitie des Casteels de Goede Hoop den soldaat Iohannes dammas en Matroos Iohan Iacob Zindel dewelken deeze hunne voor „renstaande verklaring duidelyk voorgeliezen zijnde betuijgden daar bij te blyven persisteeren met be„ „geerte dat daar niets meer bygevoegd of afgedaan werden zal: als alleenlyk dat den requirant aan boord ten opzigte van de zeeken zefs meer gedaan heeft als hij verpligt was: als hebbende de twerf van 't Cresson welke hij aan boord gezaayd had zelve met zyn eigen besluit en agurkjes. aan de zeeken uijtgedeeld en spraken dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien een ieder in 't byzonder de solemneele woorden zo waarlyk helpe mij god Almagtig /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en BeEedigt aan O Cabo de Goede Hoop den 17 Julij 1788. /: was geteekend:// /:en daar om schreeven:/ dit merk is door den Eersten Comparant eigenlandig op„ „steld, en Iohan Iacob Zindel /:laager:/ mij pree„ „sent /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld. ge„ Levenen 9 No 18. „Zwoore Clercq /:in margine:/ als gecommitteerdens /:was geteekend:/ R: J: V: d: Riet en J: C: Sie.— Huiden den 16 Iunij 1738 Compareerde voor mij Willem Stephanus van Ryneveld. Gezw: Clercq ter socretarije van Justitie des Casteels de Goede Hoop. present de naten: getuigen, den op s. E: Comp=s schip dregterland. be„ „scheiden geweest zynde Cadet: Ian Gerrit Klyn van Competenten ouderdom; dewelke ter requisitie van den op dien bodem als oppermeester dienst gedaan hebbende edog, meede hier verbleevene Gerrit Blikman. verklaarde, waar en waar„ „agtig te zyn.— dat hij Compt bij geleegendheyd, dat zyn schip zoude monsteren. zig aan boord hebbende bevon„ „den als toen praesent geweest is, en gehoord heeft: dat den req„t aan den zig aldaar bevinden„ „den prointerim Fiscaal d' E: Gabriel Exter vriendelijk versogt had, 't gemeen voor de boeg te laaten koomen, ten einde van hun te verneemen of zijlieden geduurende de Roijse iets op des reqts gedrag wisten te zeggen 't geen egter door voorm: Heer Fiscaal niet was gedaan geworden — Niets meer verklarende geeft den Comp„t voor reedenen van weetenschap als in den uij't bezeijd zynde 't voorenstaande met Eede te bevesti„ „90z welk Zw Cleraq. tteerdens de en voor zijnde ben gedaan aan daan de Bwert had aan ter in 't lyk an was merk gn pree ge¬ Levenen /:onderstond:/ No. 19. Dat Aldus Passeerde ter secretarije voorm: Present de Clercquen Willem Bergh en Iacob van de waereld als getuijgen die de minute dezes be„ „neevens de Comp„e en my gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:llaager:/ T welk ik getuijge; /: waa geteekend :/ W: S: V: Ryneveld. g Zw: Clercq. — NB. deeze verklaaring is, vermits het spoedig vertrek van den deposant onbeeedigt gebleeven. — Compareerde voor den welEagt „baare, Heere President, en raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop, den Prointerim Tis„ „caal G: Exter. r: O: Eysscher ter eenre den van 's E: Comp. s schip dreg„ „terland alhier gebleevene opper„ „meester Gerrit Blekman ged: ter andere zyde En deede Leggen. 2 dat den E: O: Eysscher, voor overvloedig houdende zig breedvoeriger over 't poinct der verklaagde te „gen. — Ca te uijten, 3. die bij eyjsch ten duydelyksten beschreeven en bepaald is. 4. alleenig de vryheyd zal neemen, alhier te bemerken„ 5. dat den Reds in zyne antwoord ten grootsten gedeelte daarvan afgaat ofte uijtlaat 6: en daar tegen zaaken voorbrengt af te zoekt te bewijzen, die daartoe niet behooren. 7. gelyk ook de dezer Geannexeerde beantwoorde vraag„ „poincten aantoonen. ver. dat den ged:' zig tegenspreekt; en den oudekoopman met zyne handteekening zeer vrygeevig geweest zyn. 9 dat den r: O: Eysscher bij de ingebragte klaagden en gegeevene verklaringen niet ontwaard hebbende, 1/0. dat den ged: in en by de bezorging der zieken op zyne uytreysen specialyk mede gemalverseerd heeft 41. dus ook geen reden heeft gehad, voor 't tegendeel bewijzen in te winnen. 12 en uyt dien hoofde nog minder voor laadzaam kunnen oordeelen. 13. op 't verzoek van den yed:s 't scheeps volk voor de boeg te doen komen. 14. dat bovendien. buijten verdere authorisatie en non Legale modo gedaan van wynig nut en misschien van nadeelige gevolgen had zyn kunnen. 15. dat in tegendeel, wanneer door den R: O: Eysscher den ged: de klaagden: tegens denzelven. den welE: Gestr: Heer Gouverneur voorgebragt, zyn voor„ „gehhouden geworden. 1E: weshalven denzelven van zin bodem was afgenomen. en voornamentlijk in de naar de verklaringe verhaalden voorm: van ben behoorlijk ge: /: was gt E de t A Tis¬ ter dreg„ opper„ ged:t dende laagde te

NL-HaNA_1.04.02_11021_0496 view scan ↗

English

consisting of the narrated documents. 17. besides the fact that the defendant was once already taken off his vessel here and transferred, and had also been sent to the flagship at Batavia on account of his disagreeable conduct. 19. the defendant only answered: if they complain about this, then I will be sent home to the fatherland. 20. and the Honorable Officer as Prosecutor thus had to wonder greatly 21. that the defendant, having already confessed guilt and having been unable to produce any evidence to the contrary, 22. can still advance the claim as if the Honorable Officer as Prosecutor had not acted according to office and duty in this investigation or action. 23. very little advantage being able to accrue to the defendant from the produced private declaration, according to its nature and content. 24. for it would be ridiculous to take offense when the commander of a ship, due to one or another business, keeps his assistant surgeon waiting a little while to have himself shaved. 25. that furthermore the Honorable Officer as Prosecutor, due to the shortness of time (for the ship was already mustered), having been unable to conduct any other investigation, 26. by the ordinary process all the more left the way open and gave time to the defendant to account for and defend himself, and thus also to produce his declarations. 27. whereby, however, it is in no way proven No. 20. 28. that the defendant justified and legitimized himself in Europe, 29. it being much more evident from the evidence produced with the claim, 30. that no complaint was made at all, and his conduct (being so punishable) was kept silent. 31. so that the Honorable Officer as Prosecutor, referring solely to the aforesaid declarations and evidence, 32. deems his action in every respect (under your Honors' better judgment) to be well-founded, 33. and to be sufficiently legitimized in his adopted claim and conclusion. 34. thus for the present persisting therein. For which and other reasons and means, to be deduced more fully in due time (if necessary), the Honorable Officer as Prosecutor, contradicting and rejecting the means, positions, and conclusion of the response as futile and irrelevant, persists for his replication (was signed) G: Exter. (in the margin:) Exhibited in Court on the 26th of May 1788. — Ship's Council convened on 19 February 1788 and was questioned by me, P: I: Moller. Question: Is it to your knowledge that anything was saved for the sick that could serve their benefit? Answer: Yes. No. 21. 2nd Question: Are you aware that any spoiled or inedible provisions were served to the crew that could cause any illnesses? Answer: No. 3rd Question: Are you aware that any spoiled provisions, such as meat, stockfish, etcetera, were kept behind in the ship that could cause a stench and cause any illnesses? Answer: No. 4th Question: Are you also aware that spoiled or foul water was given to the crew, without everything being both burned out and aired for purification? Answer: No. 5th Question: Are you aware that any time was neglected in cleaning or purifying the ship? Answer: No. (was signed) F: Borman, A: van Esch, H: F: Zwarts, and Ian C:s Schooneveld. (in the margin:) In my presence (was signed) Isaac Martin. — Duplication caused to be drawn up and submitted with all respect to the Right Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, together with the further Honorable Court of Justice of this Government at the Cape of Good Hope, by and on behalf of Gerrit Blikman, chief surgeon remaining here from the Honorable Company's ship Dregterland, defendant on the one part, against the pro interim Fiscal of this place, the Honorable Gabriel Exter, Officer as Prosecutor, on the other part. Right Honorable Sir and Honorable Sirs. The defendant, in observance of his bounden duty, must not fail to express his humble thanks to your Honors for favorably granting a copy of the replication submitted in court by the Prosecutor on the 26th of May of this year, and an extension until today to serve a rejoinder thereto, and thereby have the honor to submit that having read with attention and well pondered the tenor of the said document, he must with all respect lay open before the penetrating eye of this illustrious tribunal his reasonable astonishment at its contents (both with regard to the groundlessness of the instituted action and the contradictions and confusions of various occurrences that the defendant is alleged to have had both on his homeward voyage and at Batavia), all of which are introduced by the Officer (be it said with respect) very inappropriately in the case in question. However, although the defendant could with good reason persist in his well-founded answer, he will, while the Officer has pleased once again to buckle on his armor, follow him step by step out of curiosity, and relying upon the equitable judgment of your Honors, most respectfully cause you to observe: That the Officer as Prosecutor was pleased to explain himself in express terms in article 29 of his issued claim, that the defendant is guilty of various offenses, particularly extreme insolences and brutalities conflicting with subordination and good order, and has made himself punishable in all respects, and in article 3 of the submitted replication, that these were described and defined most clearly in the claim. The defendant, Honorable Sirs, will then (before proceeding to counter the replication) have to trace how the offenses in

Dutch transcription

„verhaalde stukken bestaande. 17. behalven, dat den ged: reeds eenemaal van zijn bodem alhier afgenoomen en verplaatst. en ook te Batavia wegens zyn onaardig gedrag naar 't admiraal schip was gezonden beworden. 19 den ged=e slegts heeft geantwoord: zo klaagd men dit - dan word ik naar 't vaderland gezonden. 20 en den E: O: Eysscher zig dus hoogelijk heeft moeten verwonderen. 21. dat den ged: al schuld bekend, en geen bewijzen daar tegen hebbende kunnen opleeveren. 22. nog kan advanceeren als of den E: O: Eysscher bij dit onderzoek ofte actie niet naar amt en en pligt had gehandeld. 23. zullende den ged: uijt de bygebragte onderhand „sche verklaaring naar de natuur en inhoud der„ „zelven seer wijnig voordeel kunnen toevlaeijen 24. want 't belaggelyk zyn zoude, 't kwaalyk te neemen, wanneer den bevelhebber van een schip wegens d' eene ofte andere beezigheijd zyn onder„ „meester iets wagten laat, om zig scheeren te laaten 25. dat overigens den 7: O: Eysscher, wegens de korte van tijd. /: want 't schip reeds gemonsterd was) geen ander onderzoek hebbende doen kunnen. 26. door 't ordinair proces. zo veel te meer den ged: den weg heeft open en tijd gelaaten. zig „zelve te verantwoorden en te verdeedigen. dus ook zijne verklaaringen te produceeren. 27: waar door egter op geender by wijze beweesen worde No. 20. artic word 22. dat den ged=e in Europa zig verantwoord en gelegitimeerd heeft, 29. Consteerende veel meer uyt de bij eysch geprocu„ „ceerde bewijzen. 30. dat 'er in 't geheel niet geklaagd en zyn gedrag /:Zo strafbaar :/ versweegen is gebleeven. 31. zo dat den E: O: Eysscher zig alleenig aan voorsz: verklaaringen en bewyzen refereerende, 32. ten allen opzigte deszelfs actie: /: onder uwE agtb: beter oordeel / vermeend gefundeert. 33. en tot zyn genomene Eysch en Conclusie genoeg„ „saam gelegitimeerd te zijn. 34 dus voor als nog daarbij te zullen persisteeren Mits welke en andere reden, en middelen, in tid en wijle /: is 't nood:/ nader te deduceeren, den E: O: Eysscher Contradiceerende en afslaande de middelen en positien en Conclusie van antwoord als futile en vire„ „levant. persisteeren voor replicq /:was geteekend:/ G: Exter: /:in margine:/ Exhibitum in Iudicco. den 26 Mai 1788. — Scheeps Raad belegt 19 Febr: 1788. en is gevraagd door myn P: I: Moller. is met uEd„e weeten dat iets is zijn drag den. men. moeten yzen e en der hand„ der„ ijen k te schip onder„ te korte was en. den zig ƒ des esen worde „ No. No. 21. 2. vr: is gespaart voor de zieken dat tot 'er dienst konden verstrekken is UEd:e bewust dat Eenigen bedorven of on Eetbaaren provi„ „sien is verstrekt aan de Equi„ „pagie. dat Eenige ziektens kon veroorsaaken 3 vr: is UEd:e bewust dat Eenige bedorvene provisien, als vleesch stokeisch &=a is agtergehouden in't schip dat tot stank En oorsaak tot Eenigen ziektens kon voort„ „brengen. 4vz: is UEd: ook bewust dat bedorven of verzot waater aan 't volk is gegeeven, zonder dat alles tot zuijvering, zo wel uijtgebrand als gelugt is geworden 50r: is UEd:e bewust dat Eenig teijdt antwo: is versuijmt geworden tot het Neen schoonmaken of suyvering van /:was geteekend:/ F: Borman. A van Esch: H: F Zwarts en Ian C:s schooneveld /:in margine:/ Mij praesent /:was geteekend:/ Isaac Martin. — 't schip. — Duplicq gedaan maaken en met alle Eerbied overgegeen antw: Neen. antw: Neen. antw: Neen. Antw: Neen. „ven „ven aan den welEdelen Agtbaar Heer Iohannes Isaak Rhenius praesident, beneevens de verdere Ed: Agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements: aan Cabo„ de: Goede Hoop, door ende van weegens den van het E: Comp„e schip dregterland alhier ver„ „bleevene :/ opperchirurgin Gerrit Blikman. verweerder ter eenre, Contra den prointerim Fiscaal deezer steede d' E: Gabriel -. Exter R: O: Eysscher; Wel Ed: Achtb: Heer en ƒ E: E: Achtb: Heeren. Den verweerder in betragting zyner schuldigen pligt zal des weegen niet mogen afzeijn UwelEd: Achtb: zynen nederigen dank te betuijgen, voor gunstig te verleende Copia. der door den Heer Eijsscher den 26 maij hujus Anni in regten overgegeevene Replicq„ en Termijn tot op heeden, om 'er op te dienen van duplicq, en mits dien de Eer hebben te Leggen. dat hy met attantie geleezen en den Teneur van e h: H: 9 ten ken. gegeen ven van gedagte schriftuur wel gepondireerd hebbende, billijk zyne verwondering over dies inhoud, voor het penetreerend oog van deezen illustere vierschaar /:zoo ten opzigten van den ongrond der geinstitueerde ac„ „tie, als de Contra dictien en verwarringen van diversche voorvallen, die den gedaagden zo op zyn t' huijs reijse, als te batavia zoude gehad hebben:/ met alle Eerbied te moeten openleggen, dewelke alle door den Heer officier /: het zy met Eerbied gezegd:/ in Causa questionis:/ zeen mal apropos werden bygebragt dan hoe wel den verweerder met goed Funda„ „ment bij zijn welgegronde antwoord zoude kon„ „nen persisteeren, zoo zal denzelve, terwijl den Heer Officier andermaal zig en het harmas heeft ge„ „lieven te klinken, denzelve Curiositatis gratis voet voor voet volgen, en op het acquitabel Arbitrium van UwelEd: Achtb: zig verlaatende hoogst dezelve met Eerbied doen observeeren. dat den R: O: Eijsscher behaagt heeft. Expressis„ verbis bij artic: 29 van zijn uytgebragte eijsch, zig te Expliceeren, dat den verweerder aan diverse misdrijven, byzonders verregaande insolentien en brutaliteijten; met de subordinatie en goede order strijdende schuldig, en zig in alle opzigten heeft strafbaar gemaakt, en articul 3. van het ingedient Replicq. dat die bij Eijsch ten duydelyk „ste beschreven en bepaalt is. den verweerder Ed: Achtb: Heeren zal dan eens /:voor en al eer tot rescontre van het replicq over te gaan / moeten naspooren, hoedanig de misdaden bij

NL-HaNA_1.04.02_11021_0501 view scan ↗

English

in law it is defined how the same is committed, what is included thereunder, and finally whether the defendant has in effect made himself guilty of any crime and consequently punishable. From this point of view, one shall treat the causa questionis, whereby the defendant shall most respectfully engage the precious attention of your Right Honorable Worships. The gentleman and Master Iohannes Voet, very renowned advocate, in his never sufficiently praised treatise on crimes and their punishments, page 1, describes a crime to be every act or omission that according to civil law is punishable. This description, says that renowned gentleman, goes somewhat further than that which is commonly found among most jurists; the majority speak only of an act and not of an omission, though it is nevertheless certain that one can make oneself guilty of a crime through negligence just as well as through a physical act. By negligence the defendant understands, with due respect, here not only a neglect of the performance of duty to which someone is bound by virtue of his office or profession, but one goes further, Honorable Worshipful Gentlemen, and just as it is a crime of commission to do something unlawful oneself, so the defendant also considers it a crime of negligence to permit it when one can prevent it from being done by others. [illegible] being done. Behold, Right Honorable Worshipful Gentlemen Judges, a definition of an essential crime, whereby your Right Honorable Worships have seen that the same can be committed through negligence as well as through commission, following the sentiment of these wise jurists, founded on natural reason. It is certainly for this reason that the Officer Plaintiff, seeing himself too thoroughly refuted by the plea in response, seems to have understood this as well, and being unable to devise a single legal argument based in the laws to enervate the arguments of so versed a jurist, has thought fit, in Articles 2 and 3 of the replication, merely to say that he considers it superfluous to express himself more expansively on the complaints most clearly described and defined in the libel of claim. In which respect, the defendant shall observe that it can never be accepted in law to depict an act performed in an official capacity, and to which one was obliged by virtue of office, in the most hateful colors so as, as it were, to cause the same to be regarded as a crime and to be punished as such by the judge; but the Officer is under an indispensable obligation to prove satisfactorily to the court that the undersigned, by insisting on the delivery of an exact list, detailed at length in the response, has arrogated to himself a misplaced authority and thereby, in disregard of subordination, has done things that were prohibited by his lords and masters, and is consequently in effect guilty of a crime, and has made himself punishable through the request made to the commander to provide Spanish wine for the sick. Before and until he, with due respect, was competent to make such a conclusion, and so long as the Officer remains in default thereof, the ship's articles cited by his honor in his libel of claim, Articles 36, 37, 38, and 39, cannot obstruct the defendant. For if it is ordered therein, for the maintenance of good order, that the officers placed in lower rank shall be faithful and obedient to the commanding captain, Honorable Worshipful Gentlemen, then the Officer will never be able to present well-founded arguments that could or might in like respects dispense the captain, the enforcer of that faithfulness and obedience, with respect to the revered resolution annexed to the response, by which it is enacted that an exact list must be handed to the chief master, and further ordered that whatever the chief surgeon shall deem necessary for the sick, they shall merely have to present and make known such to the high chiefs or commanding officers. [illegible] If it is now so certain, Honorable Worshipful Gentlemen, that one can make oneself guilty of a crime or offense, which have one and the same meaning, through negligence as well as through commission, then it is a natural consequence that the defendant, in order to provide for this, in no way on his own authority, but by virtue of what was resolved by the illustrious Assembly of Seventeen, requesting the aforesaid list and Spanish wine, can according to all known rules never be accused of a misplaced authority, much less that he, according to the Officer's way of thinking, would thereby have done things that he was not permitted to do. Which has caused the Officer Plaintiff, who is too thoroughly convinced of his groundless action and sees no means to prove the same satisfactorily to the court, as it were merely to say something, to advance, in Articles 5 and 6 of the submitted replication, that the defendant in his filed response for the greatest part departs from the complaints so finely depicted in the claim and proves matters that do not belong thereto, just as his honor maintains in the aforementioned Article 7:2 that the defendant, with the production of the private declaration annexed to the response

Dutch transcription

bij de regts de werde gedefinieert. hoe dezelve worde begaan, wat daar onder begreepen, en Eindelijk of den gedaagden in Effect aan eenige misdaad zig heeft schuldig en mitsdien strafbaar gemaakt Uijt dit oogpunct, zal men de Causa questionis verhandelen, waarbij den gedaagden de kostbaare attentie, uwer WelEd: Achtb: Eerbiedigts bepaalen zal, d' Heer en M=r Iohannes hoorman, zeer vermaard advocaat, in zyn nooijt volpreesen verhandeling over de misdaden en derzelve straffen: pag: 1. ' be„ „schrijft een misdaat te zyn, alle bedrijf of ver„ „zuijm: dat volgens de burgerlijke wet strafwaar„ „dig is. deeze beschrijving zegt dien gerenomeerde Heer gaat wat verder dan die welke bij de meeste regtsgeleerde gemoenlyk gevonden werd, het grootste gedeelte spreek alleenlyk van bedryf en niet van verzuijm daar het nogthans zeeker is, dat men zig zoo wel door nalatigheijd als door dade„ „lijkheid. aan misdaad kan schuldig maaken door nalatigheijd. verstaat den verw: /: salvo Meliorie hier, niet alleen een verwaarloosing van de pligts betragting, tot welke ymand uyt kragt 5 van zyn bediening of beroep is verbonden, maar men gaat verder Ed: Achtb: Heeren, en gelyk het een misdaad van dadelykheid is, zelfs cets onge„ „oorloofts te doen. zoo reekend: den gedaagden het ook een misdaad van nalatigheijd te gedoogen als men het kan beletten. dat het door andere s gedaan de, het /zoo de ac¬ van an zyn ben ke alle gezegd:/ erden ndag kon„ Hoer aa tabel de ressis ijsch. zig iverse tien goede Ligten het ydelyk een over daden bij tis en gedaan werden. Ziet daar welEd: Achtb: Heeren Regteren. een definitive van een Essentiele misdaad, waarbij uwelEd: Achtb: gezien hebbe, dat dezelve zoo wel door nalatigheijd, als door dadelykheyd kan wer„ „dende begaan, na volgende het sentiment van deeze verstandige regtsgeleerden: Gegrond in de natuurlijke reeden, — 'T is zekerlyk daarom dat den E: O: Eysscher bij het antwoord te grondig zig ziende wederlegt, dit alzo schynt begreepen te hebben, en geen Enkelde in de wette gegronde Leeden weetense uijttedenken, om de argumenten van een ze geverseerde Regtskun„ „digen te Enerveeren heeft goedgedagt, by articul 2: en 3 van het replicq alleen te zeggen, voor over„ „vloedig te oordeelen. zig breedvoeriger, over de klagten te uijten bij het Libel van Eysch ten duij„ „delyksten beschreeven en bepaalt is.— Ten welken respecte, den verw=r remarqueeren zal, dat het bij den regten nimmer kan werden geac„ „cepteert, een g'qualificeerde daad en waar toe men Amptshalven verpligt werd, met de hatelijk „ste verwe afteschetzen om quasie, denzelven als een misdaad te doen beschouwen, en door den regter als zodanig te Corigeeren maar den Heer Officier is in een indispensable verpligting, den regten ten genoegen te probeeren, dat den on„ „der geteekenden door het insteeren: op de afgaave van een exacte Leijst /: bij antwoord in het breede gedetailleert gedetailleert :/ zig een qualijk goplaatste Antho= „riteijt heeft aangematigt en daar door met miskeming der subordinatie, dingen heeft ge„ „daan, die bij zyn heeren en meesteren g'eprohibeert en mits dien in Effect aan misdaad schuldig en door het aan de opperbevelhebber gedaan verzoek, om spaansche wijn voor de zieke te willen verstrekken zig strafbaar gemaakt heeft. voor en al eer denzelve /:behoudens Eerbied/ zoda„ „nige Conclusie uijt te brengen bevoegt was, en zoo lang den Heer Officier daar omtrent in gebree„ „ken blijft, kan de bij zyn E: in zyn libel van Eysch Art:l 36: 37: 32 en 39: g'ateerde artic: brief, den verweerder niet obsteeren. — Want werd bij denzelven bevoolen, tot stand houding der goede order, dat de in minder qua„ „liteijt gestelde officieren, den gezag voerende Ca„ „pitain getrouw en onderdanig zullen moeten zyn Ed: Achtb: Heeren, zo zal den Heer Officier nim„ „mer g'fundeerde Argumenten konnen opgeeven, welke in gelyke opzigten den Capitain afgezeg„ ƒ „voerder van die getrouwheijd en onderdaanig„ „heijd :/ ten opzigte der gevenereerde resolutie:/ het antwoord annex zoude kunnen of mogen dis„ „penseeren, bij dewelke is gestatueert, dat een„ Exacte leist aan den oppermeester moet worden ter hand gesteld, en wyders geordineert, dat het geen den opperchirurgijn zal nodig oordee„ „len. de zieken nodig te zyn zy de hooge opper„ hoofden n een bij wel wer¬ ƒ het den gtskun„ tcul zal, geac„ toe hatelijk en als de o afgaave breede tailleert en Hoer n en ken de dit bij 2 „hoofde of gezag voerderen zulks slegts zullen heb„ „ben aan te dienen en bekent te maaken Is het nu zoo zeeker Ed: Achtb: heeren, dat men zig zo wel door nalatigheijd, als door dadelyk „heijd, aan misdaad of misdrijf /: dat een en de„ „zelve betekenis leit:/ kan schuldig maaken, zo is het een Natuurlijk gevolg, dat den ver„ „weerder, om daar in te voorzien:/ geenzints propria Authoritate /:maar uijt kragt van het bij de illustere vergadering van zeventhienen ge„ £ ƒ „resolveerde, om de voorsz: leijst en spaansche wyne versoekende, volgens alle bekende regulen van een kwalyk geplaatste Authoriteijt, nimmer kan werden beschuldigt veel min dat hij vol„ „gens de denkweijse van den Heer Officier /daar door ringen zoude hebben gedaan, dien hij niet vermogte te doen. — 'T welk den R: O: Eysscher die van zijne ongefun„ „deerde Actie te grondig overtuygd en geen middel ziende om denzelve den regten ten ge„ „noegen te bewyzen / quasie om dog iets te Leggen/ heeft doen advanceeren, bij art„e 5 en 6 van het ingedient replicq, dat den verw=r bij zyn ingebragte antwoord, ten grootste gedeelte, van de bij Eysch /(zoo fraaij afgeschetste:/ klagten afgaat en zake bewyst, die daar toe niet be„ „hooren, gelijk zijn E: bij voorm: art„l 7:2 susti„ „neert, dat den verw. r met het produceeren der onderhandsche verklaring sub het antwoord Annet

NL-HaNA_1.04.02_11021_0505 view scan ↗

English

No 2. No 2. annex contradicts itself, which shows the contrary: For considering the manner in which that request for the wines was made, and to what end: Regarding the first, it is evident, Honorable and Worshipful Sirs, that this was done through a polite request, to which the Captain-Lieutenant was pleased to answer in a not very commendable manner: "Well, Doctor, she should just say: I must have it." The defendant had thereupon replied: "No, then you people would say that I was insolent; I can very well do it by request," as appears from the answer annexed. Therefore, Honorable and Worshipful Sirs, even if some exchange of words had occurred regarding this, the defendant can never be regarded as the primary cause thereof, and not only this, Honorable and Worshipful Sirs, but when one considers to what end those Spanish wines were requested by the defendant ex officio, namely to refresh the sick, for whom the same were destined and provided, one dares on this side strongly and firmly to maintain that this manner of acting cannot in the least savor of crime or taste of offense. For where there was no intent, there is also no guilt; the outcome of the matter is not punished, but rather the designs of men, which opinion the Emperor Hadrian wishing to express, Book 14, Digest, of the same title, wrote that in evil deeds one looks at the intention and not at the outcome thereof. If now the manner of acting of the defendant in this respect must be understood under the requisites of a crime, as the Officer wishes to maintain, then it would naturally have to follow that the defendant, by observing and fulfilling the orders of the Lords Majors, which are as salutary as they are proper, would have to become criminal, which is believed to be very absurd. And thus it is trusted on this side, on the contrary, to have proven such matters whereby the demand made falls away of itself ipso jure. It is therefore, Honorable and Worshipful Sirs, that the Officer-Plaintiff, being unable to prove the least semblance of a crime committed on the part of the defendant, neither by deed nor by negligence, takes great pains to allege the alleged facts regarding the voyage home of the defendant very inopportunely, and which indeed make up the largest part of the Officer-Plaintiff's conclusion of demand, which nevertheless have no connection with this lawsuit, which the defendant considers unnecessary to refute, and thereby to admit that the conclusion taken by the same in these respects would be in any way conformable to practice or the style of the courts. Honorable and Worshipful Sirs, far rather, and perhaps not without reason, one might maintain that the same were merely, out of complaisance and as a favor for a friend of the valiant Captain Moller and his appointed cabal, because they were unable to account for themselves in Europe, patched into the libel of demand very absurdly, whereas those matters occurred and were settled in Europe; on this side, in order not to inconvenience Your Honorable Worships' precious attention in vain through any hyperbolic manner of proceeding and preparation of facts, it was not deemed necessary to refute those trifles, and therefore they were passed over tacitly, since making such an extravagant digression can be regarded by the judge as nothing other than ridiculous, for the reason that the same is not subject to the jurisdiction of the Officer, and consequently he is not qualified to make any inquiry thereover, much less to prosecute the defendant thereon, as his Honor himself must admit, just as he is pleased to explain expressly in the 30th article of the demand, that those matters ought to have been reported and investigated in Europe, as they were also complained of by the defendant to the Right Honorable Director Opperdoes, and by the very same proper satisfaction was granted to him, as seems to appear from the letter annexed to the demand. Please, very discreet gentlemen judges, just contemplate the foolish reasoning of the Officer, contained in the 29th and 30th articles of his replication, that it appears from his exhibits that no complaint was made in Europe at all, so one asks his Honor with respect how the Right Honorable Director Schaagen could have made mention of the same in the letter annexed to the demand? Truly a valid proof, Honorable and Worshipful Sirs, that the same, having been settled, are very inopportunely revived by the Officer-Plaintiff, and therefore this argument is so solid that it is not worth the trouble to adduce anything more in support. And this being true in fact, as it has been proven, the entire reasoning contained in the conclusion of demand of the Officer-Plaintiff falls away. And therefore it is also a palpable distortion by the same in articles 7 and 8 of his replication mentioned here before that the defendant contradicts himself. And to make the same appear, one shall only lay open the falsehoods to Your Honorable Worships, reflecting that the request made to supply the Spanish wine for the sick occurred a long time before the convening of that so-called ship's council. For the commander, by showing the annexed

Dutch transcription

No 2. No 2. annex zig tegenspreekt, het welk Contrarie Con„ „steert:—— Want beschouwende de wyse hoe die begeerte der wynen word gedaan, en tot wat eynde„ Aangaande het eerste is Evident Ed: Achtb: Hee„ „ren, dat zulx is gedaan door een heusch verzoek„ op het welke den Capitain Luijtenant op een niet zeer lotfelyke wyze heeft gelieve te antwoorden. wel docter sij moest maar zeggen ik moet het hebben; den verw: daarop hadde hervat neen dan zoud gylieden zeggen, dat ik brutaal was, ik kan het met verzoek wel doen, blykens sub het antwoord annex des Ed: Achtb: Heeren zoo hier over al eens eenige woordewisseling gevalle waaren, den verw:s nimmer als de Causa primario van dezelve kan werden aangemerkt, en dit niet alleen wel Ed: Achtb: # Heeren haar wanneer men aanmerkt, tot wat eijnde, die spaansche wijne door den verw„te Amptshalven wierde verzogt, namentlijk om de zieke, voor welke dezelve gedestineert en meede gegeeven werden, daar meede te verkwiken— zoo durft men aan deeze kant forte Efferme te sustineeren, dat deeze handelwijze in het minste niet sapiat Crime aut non na mis„ „daad smaaken kan: Want daar geen toeleg geweest is, daar is ook heb„ men lik en de„ ,zo ver„ ts het gen £ sche legulen nimmer vol„ daar hij 9. afun„ een ngen eggen van zyn. van ten. be„ susti¬ eeren antwoord Annex 1 ook geen schuld, de uijtkomst der zaake woorde niet maar wel de aanslagen der menschen gestraft, welke gevoele den keijzer Hadianus willende uijtdrukken, l. 14. D. eod, zoo schreef hij, dat'er in de quade daden op de wil, en niet op de uijt„ slag derzelve gezien word: zoo nu de handelwys van den verweerder in dit opzigt, onder de vereyschtens van misdaa moet begreepen worden /:zoo den Heer Officier wil sustineeren:/ Aan zoude natuurlijk volgen „ moeten, dat den verweerder, door het observeeren en volbrengen der zoo heyzaame als geschikte ordres, der Heeren Majoores zoude moeten misdag „dig worden, dat men gelooft zeer absart te zijn;— En dus vertrouwt men aan deze kant, in tee„ „gendeel zodanige zaaken beweezen te hebben, waar door de gedane Eysch, Ipso Iures van zelve weg valt. 'T is daarom Ed: Achtb: Heeren, dat den E: O: Eysscher geen de minste schyn van misdaat nog door dadelykheid nog door verzuym aan de kant van den verw: gecommitteert te zyn, konnende bewijzen zig sterk bemoeijt, de pretence feyten, nopens de t' huijs reijse van den gedaagde /: zeer mal apropos te allegueeren:/ en dewelke wel het grootste gedeelte van des B: O: Eysschers Conclusie van Eysch uytmaakt, die dog met dit geding in geen Connixie staan, welke aen gedaagde onnoetig t onnodig agt te refuteeren, en daar door te avoueeren, dat dezzelvs in deeze reguarts. genomene Conclusie eenigzints Conform de practyk of steijl van regten zoude zyn: Heer Ed' Achtb: Heeren. veel Eer /: en mogelik niet ongegront:/ zoude men mogen sustineeren, dat dezelve alleen ter Complaisantie en als een Casus pro Amico, van den manh: Capitaen Moller en sijn uijtgemaakte Cabale :/ omdat die zig in Europa niet hebben kunnen verantwoorden :/ zeer absurt in het libel van Eijsch zyn ingeflanst, terwijl die zaaken in Europa zijn voorgevallen en afgedaan men deezer seijts omme door Geen hijper bolische manier van procedeeren en prapiamus van fecten UwelEd: Achtb: kostbare Attentie, niet te ver„ „geefs te incommodeeren, niet nodig geoordeelt hadde, die vittorijen te wederleggen, en derhalve dezelve tacite gepasseert, immers zodanige Extra„ „vagante uijtstap te doen: bij den regter niet anders als ridecul kan werden beschouwd, om reedenen, dat dezelve du Jusistinctie van den heer officier niet subject, en mitsdien den zel„ „ven niet gequalificeert, daar over eenige enques„ „te te doen, veel minder den verw: daar over te action „neeren. gelijk zyn E: zelve moet avoueeren, zo als de„ „zelve Expreas ferbis bij het 30=ste Art„l van eijsch zig gelieft te Expliceeren, dat die zaaken in Europa hadden behooren aangegeeven en onderzogt geworden zyn, zoo als dezelve ook by d' E: Groot Achtb: Heer Bewinthebber opperdoes, door den ged: beklaagt, en door 0 rde niet straft, ende er in uijt„ der sdaa icier volgen serveeren Eikte misdag art in tee„ bben, va van n C:O: nog de konnende ten, /:Zeer e wel ers dit daagde oetig door hoogst dezelve behoorlijke satisfactie, aan dezelve is verleend als uyt de missive den eijsch annex schynt te blyken quaso, zeer discreete Heeren regteren, Contenpleert men nu eens het onnozel Raisonnement van den Heer Officier, vervat bij het 29 en 30 artic: van derzelver replicq. dat uijt des„ „zelfs producta blijkt, dat 'er in Europa in het geheel niet is geklaagt zo vraagd men zyn E: met Eerbied, hoe dat den WelEd: Groot Achtb: bewint„ „hebber schaagen, bij de bi eijsch geannexeerde mis„ „sive van dezelve mentie heeft kunnen maaken Immers Een valable bewijs Ed: Achtb: heeren dat dezelve afgedaan zijnde, bij den E: O: Eysscher zeer mal aplopos werden gerenoveert, en daarom is dit argument zo solde, dat het niet de moeijte waardig is, om iets meerder tot adstructie bij te brengen. En dit in facto waar Zynde, gelyk het beweezen is, zoo vervald het gantsche Raisonnement, by des Heers R: O: Eijsschers Conclusie van eijsch ver„ „vat, En daarom is het ook een palbabele verdraaij„ „ing van dezelve bij art:l 7en 8. van zyn replicq. hier vooren gemeld dat den ged: zig teegen spreekt En om het zelve te doen blyken, zal men alleen de Falsiteijten aan uwelEd: Achtb: openleggen, met te reflecteeren, dat het gedaan verzoek om de spaansche wijn, voor de zieken te verstrekken een lange reeks van tijt voor het beleggen van dien zo genaamde scheepsraat is geschied Want de bevelhebber door het vertoonen, der by

NL-HaNA_1.04.02_11021_0509 view scan ↗

English

having, by the resolution submitted in the reply, come not without reason to other and more reasonable thoughts, subsequently paid better heed to the requests made by the defendant, and perceiving their errors, convened that so-called ship's council, in which most members were both parties and judges in their own cause, in order, regarding the refusal of the Spanish wine, to make the defendant out to be a liar if necessary. To which is added that from the Officer-Prosecutor's own exhibits, which one shall accept insofar as they are in favor and refuse insofar as they are against, the refusal of the said wines is confessed, and consequently that it is far from true that the defendant contradicts himself, or that he, upon the presentation of the complaints made against him to the Right Honorable and Valiant Lord Governor, would have answered the Officer, "if complaints are made about that, then I shall be sent to Europe and would thereby have confessed guilt," as the adverse party pleases to assert in articles 19, 20, and 21. Hereupon, Honorable and Worshipful Lords, the Officer is summoned to prove this to the satisfaction of the court, for besides that, the Officer ought not to be ignorant that according to law it is notorious: that the burden of proof rests upon him who affirms, not upon him who denies, law 2 and 3, on evidence, and similar laws. Indeed, Honorable and Worshipful Lords, it is no less ridiculous and contradictory that the Officer, from the complaints lodged and statements given, should not have noticed that the defendant committed misconduct in caring for the sick on his outbound voyage, and therefore deemed it unnecessary to gather evidence to the contrary, nor thought it permissible to let the crew come before the mast, that is, the Officer means to say, to hear them in defense, which, done without further authorization and not in a legal manner, would be of little use, as the Officer expresses in articles 10, 11, 12, 13, and 14 of his reply. How his Honor can now reconcile these arguments with—namely—saying in his claim, article 5, that the sick were treated improperly by the defendant, and article 11, that the defendant made himself even more guilty on the outbound voyage, and in article 31 and 32, that it is expressly advanced by the boatswain Zwarts that the defendant did no better on the outbound voyage than on the voyage home; and now, seeing himself convinced by counter-evidence, strongly and firmly wishing to maintain that he did not perceive from the aforementioned statements that the defendant committed misconduct in caring for the sick. This, Honorable and Worshipful Lords, cannot be reconciled with reason, which after all must in all respects be the guide of human actions; one therefore dares to presuppose, on better and more solid grounds, that the Officer, with all due respect, contradicts himself, and consequently cites many deeds alleged to have been committed by the defendant, namely that at Batavia he was transferred from the ship to that of the admiral, and has also been transferred here. Regarding the first point, Honorable and Worshipful Lords, the Plaintiff is summoned to provide proof, and apart from that, this is once again no sufficient proof that the defendant has made himself guilty of various offenses, for after all, this alone forms the grounded basis upon which the claim of the Officer-Prosecutor is built. As for the surprise that the defendant can still advance that the Officer, in his investigation, had not acted according to his office and duty, it is believed this can be proven by law, even though his Honor seeks to excuse himself by stating that the ship had already been mustered, and through the ordinary process gave the defendant time to defend himself and produce his statements, as his Honor asserts in articles 22, 25, and 26 of the reply, which exceptions contribute nothing to the matter to sustain the contrary. For the Officer certainly knew how to find time to have the statements and reports given at his request sworn and verified according to the style of the court, and since the defendant had already placed the statements given at his request by the under-merchant and the commander into the Officer's hands prior to the mustering, one knows of no valid reason why these should not also have been sworn and verified according to the style of the court just as the aforementioned statements were. The defendant consequently continues especially to protest against such evasions, and what reasons then did the Officer have

Dutch transcription

bij antwoord overgelegde resolutie /:niet zonder reeden:/ tot anderen billyker gedagten gekoomen synde, heeft vervolgens aan de door den ged: ge„ „dane verzoeken, beeter gehoor verleent, en hunne fauten bemerkende, die zogenaamde scheepsraat /:waar in de meeste leeden parthijen en regters in hun eijgenzaak waaren:/ doen beleggen, om noopens het refuis der spaansche wijn, den verwr: des noods zeynde, tot een /:S: V: J Leegenaar te kunnen maaken Waar by nog komt, dat uyt des R: O: Eysscher Eygen producta /:die men eens zal accepteeren in quan„ „tum pro, en refuseeren in quantiem Contra:/ het refuis derzelve wynen werd geconvesseerd, en mitsdien het wel verre daar van zi, dat den gede zig zoude tegen„ „spreeken of dat hij den Heer Officier, bij het voorstellen der /. over hem ged. e bij den welEd: Gestrenge Heer Gou„ „verneur gedane klagten: zoude geantwoord hebben, als daar over geklaagd word, dan word ik na Europa gezonden en daar meede als schuld bekent zoude hebben, zo als pars adverse bij artio: 19: 20 en 21 ge„ „lieft te pozeeren, Hierop Ed: Achtb: Heeren, Sommeert men den Heer officier om zulks den regten ten genoegen te bewijzen. want buyten dat, behoorde den Heer officier niet te ignoreeren, dat na regten natoir is, quod ei qui dicit, non ei qui negat, incumbet probatiel, 2:3t, de probat: Cum Similibus Immer's Ed: Achtb: Heeren is niet minder ridicul en Contradictoir dat den Heer officier bij de inge„ „bragte klagten en gegeevene verklaringen niet ontwaard zoude hebben, dat den gedaagden in het besorgen Aan sch Heeren zel bij het tdes„ het E: met wint„ de mis„ aken heeren Eysscher daarom moeijte tie bij beweezen by Over„ draay¬ g. Vier t alleen gen, loek strekken van d n, der bij besorgen der zieken op zijn uijtreijse heeft gemalverseert, en dus onnodig voor het tegendeel bewijzen in te winnen nog laatsaam geoordeelt, het volk voor de boech te laaten koomen, /:dat is wil den Heer Officier zeggen, ter onschuld te hooren :/ dat buijten verdere Authorisatie, en non zegali modo gedaan van wijnig nut zoude zyn, zoo als den Heer officier bij Art:l 10:' 11: 12: 13 e 14 van zyn replicq zig Expresseert Hoe dat zyn Ed: deeze argumerten nu kan doen quadreeren, met /: seilicet:/ bij lisch Arte c: S: te zegge„ de zieken door den vern: onbehoorlijk getracteert te zijn, en art„ 11:, dat den gedaagden op de uijtreijse zig nog schuldiger heeft gemaakt, hem bij artil. 31: 32: – dat door den bootsman Zwarts Expresselyk geadvanceert werd, dat den ged: het op de uijtzey„ „zen niet beeter heeft gemaakt, als op de t' huijs leijse„ en zig nu door Contra bewijsen geconvinceert zien„ „de. forte et ferme te willen sustineeren uijt de voorsz: verklaringen niet ontwaard te hebben, dat den verw= bij de bezorging der zieken zoude hebben gemalver„ „ceert, dit zegt men Ed: Achtb: Heeren, met de reeden (die dog in alle opzigten de directrice van 'Smen„ „schen handelingen moet zyn :/ niet te kunnen ba„ „lanceeren, men dierhalven op beetere en solider grom „den, durft veronderstellen, dat den Heer officier /:nat Eerbied gezegd:/ zig zelven Contraciceert, en mits dien veele feiten Citeert, door den verweerder gecommit„ „teerd te zijn, dat hy te batavia van het schip op dat van den admitaal is verplaatst, en alhier meede verplaatst geworden is. — Aangaande Aangaande het eerste E: Achtb: Heeren, sommeert. men den Heer Eysscher op het bewijs, en behalven dat, is dit al wederom geen voldoende bewijs, dat den verw: aan verschyde misdryven zig heeft schuldig gemaakt, want immers dit alleen de gegronde Basis uytmaakt waar op des Heer R: O: Eysscher Conclusie van Eysch gebouwd zij, dat aangaande de verwondering over dat den ged: nog kan advan„ „reeren, als of den Heer Officier bij zin gedane onder„ „zoek niet na ampt en pligt had gehandelt, ge„ „looft men met de wetten te konnen bewijzen, schoon zyn Ed: zig alzoekt te Excuseeren, dat het schip reets Gemonstert was, en door het ordinair processo den ged: heeft tyd gelaaten, zig te ver„ „dedigen, en zijn verklaringen te produceeren, zoo zyn Ed: bij artic: 22: 25: 26. van het replicq poseert, welke Exeptie ter zaake niets bij draagen, om het tegen„ „deel te kunnen sustineeren Want den Heer Officier immers wel teijd heeft wee„ „ten te maaken, om de ter zyner requisitie gegeevene verklaaringen en relaasen na stijl van regten te doen beledigen, en recolleeren, en den verw: de ter zyner requisitie, door den onderkoopman en Commandeut gegeevene verklaringen /: den Heer Officier reets voor de monstering in handen hebbende gesteld, men dies weegen geen gegronde reeden. weet uijt te denken, waarom dezelve ook niet zoo wel als de voore ge„ „melde verklaringen na stijl van legten beEedigt en gerecolleerd geworden zijn, den ged: mits dien tegens zodanigen uytvlugten wel specialyk blijft protesteeren en wat reedenen hebbe d' heer officier dan verseert te oor de Officier bere wijnig 10:11:12: doen te zegge„ eert te treijse te C. 31: lyk uytzey. leyse tZien. de voorsz: bezids malver¬ leeden Smen„ ba„ Grom icier /:met mtsdien ommit„ op dat meede aande

NL-HaNA_1.04.02_11021_0512 view scan ↗

English

then moved to refuse the very friendly requests made several times by the defendant before and during the muster to hear the crew forward in proof of his innocence. If a further authorization was required for this, why did the Officer make no report thereof to the appropriate place in order to obtain such authorization, or communicate the aforementioned lack of qualification to the defendant in accordance with reason and equity, who, being unversed in the law, might have sought advice from others, so that he might thereby be enabled to look after his rightful interest and employ such means as the laws prescribe? For indeed, Honorable Worshipful Sirs, it was the indispensable duty of the Officer, who according to the custom of these lands, acting ex officio, fills the place of both prosecutor and defender at the same time, to properly weigh the merits of the case pro and contra: whether a crime has actually and in truth been committed, et sic constet de corpore delicti, and consequently also to hear witnesses for innocence, so that they may act solely out of zeal for justice, as all doctors of law teach with one voice, and say that before all things it must be evident that an actual crime has been committed before an officer may prosecute anyone. This foundational principle is explained extensively and learnedly by Mr. Simon van Leeuwen in his book entitled Criminal Procedure. However, the Officer, perceiving that reorum probationes praevalent probationibus Fisci etiam fortioribus, the evidence of the defendant takes precedence over or prevails against the evidence of the Fiscal even if it is stronger, as is evident from the Legal Opinions, volume 3, page 131, number 7, consultation 40, has, as it is believed, in order to cover his omissions, pleaded an exception of lack of qualification, which is entirely contrary to reason and equity. But who, Honorable Worshipful Sirs, will believe such a thing to take place in a land where such a praiseworthy and equitable justice prevails? Herewith, Honorable Worshipful and Very Discrete Sirs Judges, in a brief sketch or outline, resting on solid grounds supported by valid evidence, is completed the task which the defendant had set himself for handling the matter in question, from which deductions it is trusted that it has been shown to the satisfaction of the judges that the defendant has not in the least rendered himself guilty of any crime in defiance of subordination, neither by direct act, nor by negligence or omission, and consequently is also not punishable; and as the Fiscal prosecutor has failed to fulfill the universal practical axiom, accusatori incumbit probatio, the defendant, also mindful of the well-known rule, actore non probante reus absolvitur, deems it necessary to add, et actor condemnatur in expensas in civilibus causis. The defendant, having examined the reply submitted by the Fiscal prosecutor in all its parts and nature, believes that he has answered it legally and satisfactorily, and that the groundlessness of the accusation has been sufficiently shown; the defendant, renouncing and denying generally and specifically every proposition of the Fiscal prosecutor as frivolous, inept, impertinent, and irrelevant, and reserving to himself all legal competence, persists in the conclusion reached after the answer for his rejoinder. Imploring, on the grounds of what has been prayed for, most respectfully for swift and proper justice. Was signed: G: Blikman In the margin: Exhibited in court, the 10th of July 1788. Agrees. W: V Ryneveld, First Clerk Number 12. Appeared before the Honorable Worshipful Lord President and Members of the Court of Justice of the Castle of Good Hope, the Acting Fiscal Gabriel Exter, Prosecutor in criminal matters, on the one part, and April of Bengal, bondsman of the Burgher Jan Jacobs, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other part. 1. And stated: 2. That the prisoner and defendant, as appears from the annexed account and his own confession, having served his master in the capacity of cook, and having been rebuked multiple times by his master regarding his untidiness and failure to cook properly; 3. In the beginning of the month of November last, on the occasion when some glasses were to be cleaned and rinsed in the water; 4. Was again called to account by his said master, and, with the addition of a blow, was told; 5. That the tally-stick was full, and a settlement of accounts would be made; 6. That the prisoner and defendant thereupon took to flight with a knife he had on him; 7. Having subsequently been pursued and overtaken by his master; 8. Repelling him with the words: keep off my body, wounded him in the left upper arm; 9. And went directly to the jail, declaring the fact, and that he could no longer remain with his master; 10. That the prisoner and defendant, having thus made himself guilty of open resistance and the intentional wounding of his master; 11. According to the determined Indies Law, which sentences to death without mercy slaves who lay hands on their masters, even without a weapon; 12. Also, pursuant thereto, shall be absolutely subject to the death penalty; 13. Whereby, however, it shall be taken into consideration and merit reflection; 14. That the threats reported by the master, which the prisoner and defendant was said to have uttered beforehand, originate only from a young maidservant; 15. And he, the prisoner and defendant, only by chance, in order to

Dutch transcription

dan bewoogen, de door den ged voor en bij de mon„ „stering, tot diversche malen. zoo vriendelyke gedane sollicitatien, omme het volk voor de boech ter onschuld te hooren, te weigeren, was daar toe eene nadere authorisatie nodig. waarom heeft den Heer offi„ „cier daar van geen rapport gedaan, ter plaatse daar, zulks behoort, om zodanige authorisatie te bekoomen, dan wel den verw: maar reeden en billijk „heijd. de voorschreeven non qualificatie gecommu„ „niceert, die des regts onkundig, bij andere zig had moogen bevraagen, ten Eynde daar door in staat te zijn, voor zyn goed regt te waaken en zodanige mid„ „delen te Emploijeeren als de wetten Leeren, Immers. Ed: Achtb: Heeren, was het den indespen„ „sabel pligt, van den Heer Officier, die na gewoonte dee„ „zer landen. Exeficio ageerende de plaats van actor, en devensor te gelijk vervangt, de Causa questionis proet Contra wel te pondereeren: of een misdaad, zelfs ook in der daad in waarheijd is gecommitteerd. et sic Constet de Corpore delicte en gevolglyk ook getuijgen pro innocentia te moeten hooren. ten Eynde EE mero zelo Justitiae te moogen ageeren quiom„ „nes une ore testantur quodante omme de Corpore delicti Constare debeat. Belgiee /:zo als alle regts doctores uyt eene mond Leeraren, en zeggen dat het voor alle dingen moet blyken, dat 'er een wezentlik misdaad begaan is zal een officier imand actioneeren. — deeze grond stelling is wijtloopig en geleerdelyk bij d' Heer en Mr. Simon van Leeuwen, in zyn boek geintituteerd proces Crimineel verklaard en uijt„ gebreyd „gebreijd Maar den Heer Officier bemerkende. dat reorum pro„ „bationis praevalent probationibus Fiscé etiam fortioribus, bewysen van ged: gaan voor of praeva Leeren voor de bewysen van de Fiscus schoon die kragtigen zijn vedeteur helt Consenadviesen 2d„e derde deel pag: 131. n. o 7: Cons: 40 Om zyn omisien te deken, heeft zoo men gelooft, een zeer met de reeden en billijkheijd strijdende Exceptien, van non qualificatie geprocticeerd, maar wie dog Ed: Achtb: Heeren, zal zulks gelooven, Plaats te hebben, in een land waar in een zoo lotfelyke, als acquitabele Iustitie vigeerd. Liet daar wel Ed: Achtb: Zeer discreeten Heeren regteren, in een korte Schets ofte ontwerp, op solide en met vallabele bewyze gesthofden gronden, afgedaan, den taak welke den veru ter „verhandeling van de zaak in questie zig hadde voorgesteld, uyt welke gededuceerde men vertrouwd, den regteren ten genoegen te hebben aangeweezen, dat den verw:, nog door dadelijkheijd, nog door verzuijm„ of nalatigheijd, in het minste aan eenig miscrijf„ met miskenning der subordinatie, zig heeft schuldig, en mits dien ook niet strafbaar ge„ „maakt, en den r: O: Eijsscher in gebreeke bliven„ „de, aan de zo algemeene practicale avioma, accusatorie, incumbet probatio, te voldoen„ vermeent den vered: nog indagtig zeijnde, de bekende regel, actore non probantie reuis Absolvitut daar te moeten byvoegen, et ac„ „ton Condemnatur in Expensas in Civilibus, Cau„ „sis, den verw: des R: O: Eysscher ingedient replicq de mon„ gedane onschuld dere offi¬ se tie te billijk commu¬ had staat emid„ despen¬ te deen Actor. stionis sdaad, mitteerd. ook ten Eynde quiom„ Corpore eene dingen begaan delyk Lykboek uijtg replicq in alle haaren deelen en geaardheijd hebben de nagegaan, vermeenende dezelve den regten ten genoegen, te hebben g'rescontreert, en den ongrond der acusatie, genoegzaam aangetoond zynde llyft den verw: afstaande en ontken„ „nende generalyk en specialijk alle voorstel van den E: O: Eysscher als frivool, en inext, bi imper„ „tinentie, en Iprelevantie, en zig reserveerende, quaevis. Competentia Juris, persisteerd derzel„ „ren bij de Conclusie agter het antwoord genoomen, voor duplicq. — Imploreerende de super Implorando Eer„ „beedigts om kort en goed Regt. /: was getee„ „kend:/ G: Blikman /:in margine :/ Exhibituer in Iudicio. den 10 July 1788. — Accordeert. — W: V Ryneveld e Clercen hebb stel van imper¬ ende zel„ noomen. Eer getee„ ibitum rie „ d N:o: 12. Compareerde voor den E: Agtb: Heere praesident en laaden van Justitie des Casteels de Goede Hoop. den Prointerim Fiscaal Gabriel Exter R: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre April van Bengalen. lyf„ „eygen van den Burger Ian Jacobs. gevr en ged„e in voorsz: Cas ter andere zijde. 1. En deede zeggen. 2 dat den gev:e en ged: blykens 't annexe Relaas en deszelfs eygene Confessie, bij zyn lyfheer den dienst van kok hebbende waargenoomen en over deszelfs slordigheyd en Regt koken tot meer„ „dere reyzen van zyn baas zynde gereprocheerd geworden. 3 In 't begin van de maand J=ben Asleeden by geleegendheid dat 'er eenige kelkjes zouden schoon gemaakt en dezelve in het water zyn gespoeld geworden. 4 van gem: zyn Lijfheer weederom ter leeden gesteld, en denzelven met toevoeging van Een klap is gesegd geworden— 5 dat den kerfstok vol was, en afreekening No. 1. zoude C„a zoude gehouden worden. 6: dat den 9ev e en ged. e daarop met een by zig hebbende met de vlugt genoomen. 7. voorts van zyn Lyfleer agter volgd en ingehaal zijnde. 3. denzelven met de woorden: weg van min lyf: van zig afdrijvende in de linker booven Arm heeft verwond. 9. En directelijk zig naar de tronk begeeven. 't fect declareerende, en dat by zyn lyfheid niet langer konde blyven 10 dat den ges=t en ged„e dus aan openbaare te„ „genkanting en 't opzettelijke quetsing van zyn lyfheer zig schuldig gemaakt hebbende. — 11 naar de bepaalde indiasche wet dewelke. slaven die ook zonder geweer haare handen aan derzelven Lyfheeden koomen te slaan zon„ „der genaade de dood dicteerd. - 12 ook ingevolge van dien absolute aan de dood straffe zal onderheevig zyn. 13 waarbij egter zal in aanmerking komen en reflectie meriteeren 14 dat de van den Lyfheer opgegeevene drij„ „gementen die den gev:e en ged„e te vooren zal uytgestooten hebben, alleenig van eene kleine meyd afkomstig zyn.— 15: En hij gev:e en ged=e niet anders als bij geval. om 18

NL-HaNA_1.04.02_11021_0519 view scan ↗

English

that because he was busy cutting meat he wished to have the knife with him. 16: just as he also had not rinsed the little glasses that caused this entire affair, but rather his fellow slave Ianuarij had done so. 17. and the master being known as a man who does not treat his slaves in the friendliest manner. 18 these circumstances make it appear probable to the Right Honourable Plaintiff. 19 that the prisoner and defendant, more out of fear of an overly severe punishment, which he says he had already tasted beforehand, 21 proceeded to this desperate act as a means 22 to free himself both from the feared punishment and from his master, and in this confidence also gave himself up to Justice. 23 that even though all these and other circumstances speak in favour of the prisoner and defendant, 24. and might move the judge to a mitigation of his punishment, 25. the Honourable Plaintiff nevertheless, because of the harmful example and other reasons, subject to correction, considers that he must persist in demanding the ordinary punishment. Wherefore, and for other reasons and means to be further deduced in due time and place if necessary, the Right Honourable Plaintiff, making his claim, concludes: that by definitive sentence of your Honourable Worships the prisoner and defendant shall be condemned to be brought to the place where it is customary to execute criminal sentences, and being delivered there to the executioner, to be punished at the gallows with the rope around the neck until death follows: that furthermore the dead body shall be dragged outside and, being hanged up again, shall remain thus until it has been consumed by the air and the birds of heaven, with condemnation of the prisoner and defendant in all costs and expenses of justice, or to all such other penalties and punishments as your Honourable Worships in good justice shall deem appropriate. Signed: B: Exter. In margin: Exhibited in Court on 30 8ber 1738. I the undersigned certify hereby that on 25 August I was summoned to the garden of the burgher Hofmijer, and found there the burgher Ian Iacobs, on whom I found a wound in the left upper arm, near the joint of that arm and the shoulder blade towards the back, which wound was well over three fingers broad in length but not deep. In witness of the truth, I have signed this with my own hand. Cape of Good Hope, 30 September 1788. Signed: Christian Wilhelm wedemijer, master at the Honourable Company's Hospital. Below stood: Report given before the undersigned commissioner members from the Honourable Worshipful Council of Justice, and at the requisition of the pro interim Fiscal the Honourable Gabriel Ester, by the burgher Jan Jacobs, of competent age, reading as follows: That the relator's slave boy named April, born as he thinks in Batavia, who performs the service of cook, had already for some time been very negligent and improper in cooking and preparing the food, having thus not prepared the meals according to former custom; that the appearer had now and then told this slave in a friendly manner that he had to prepare the food better, without this having caused the slightest improvement in him. That when, fully three weeks ago on a Sunday evening, the appearer's sisters had been with him, the appearer, and little glasses had to be rinsed, the relator had seen that the said little glasses had been rinsed in greasy water; that when the relator had very calmly questioned the said April about this the following Monday morning, he had also not intended, in case the said April had only given him a good word, to do anything about it; but because that boy, instead of that, had met the relator somewhat insolently, the relator had resolved to tell that slave substantially: now I see indeed that your tally-stick is full and we must settle accounts; the relator having then gone from the kitchen to the front of the house. That the said April, as was subsequently recounted to the relator by a little female slave, had already said in the evening: I am not his boy, but rather a boy of Leeman, he does not dare to beat me, and if he beats me I will well know what I shall do; and likewise that this boy, as soon as the relator had left the kitchen that morning for the front, had taken a knife and had looked at the relator through the crack of the kitchen door; and not noticing the relator, the same boy had jumped through the kitchen window and run to the ditch that is beside his house and the garden; of which the aforesaid little female slave had given notice to the relator,

Dutch transcription

zig om dat hy beezig was vleesch te snyden 't mes wil bij zig gehad hebben. — 16: gelyk hy ook niet de kelkjes, die dese gantsche historie veroorzaakt hebben, maar deszelvs mede slaaf Ianuarij sulke zal ge„ „spoeld hebben. 17. en den lyfheer als een man bekend zijnde, die zyne slaven even niet op de vriendelijkste wyze behandeld. 13 deeze omstandigheedens den R:O: Eysscher waar„ „schijnelijk doen voorkomen. 19 dat den gev„e en ged=e meer uijt vreeze voor een al te gevoelige bestraffing zo die hy zegt van te vooren. Reeds geproefd te hebben. 21 tot deeze disperate daad als een middel is overgegaan 22 omzeg zo wel van de gevreesde straffe als van zyn meester te bevryden, en in dit ver„ „trouwen zig ook zelve aan de Justitie heeft - overgegeeven. E 23 dat zo zeer alle deeze en andere omstandig„ „heedens in faveure van den gevren ged=e spree„ „ken. 24. En den regter tot watigatie van deszelfs straffe zouden mooge moveeren. 25. den E: E: Eysscher egter wegens 't nadeelige 't myn voorbeeld gehaal en Arm niet te„ van zyn ke, den Zon¬ de n en dri zal kleine geval. om m voorbeeld en andere redenen /onder Correctie / ver„ „meerd bij d'ordinaire straffe te zullen persis„ „teeren. — Mits welken en andere reden en middelen en tyd en wyle /: is 't nood / nader te deduceeren. den R: O: Eysscher Eijsch doende Concludeerd; dat bij definitive vonnis van uwelEdele Agtb„s den gev:e en ged:e zal worden gecondemneerd, omme gebragt te worden ter plaatse alwaar men gewoon is Crimineele sententien te executeeren en aldaar aan den scherpregter overgeleeverd zynde, met de koorde om den hals aan de galg gestrafd te worden, dat er de dood navolgt: dat voorts 't doode lighaam naar 't buyten gezegt zal worden gesleept en wederom opgehan„ „gen zynde. dusdanig zal verblyven, tot dat door de lugt en voogelen des Hemels zal zyn verteerd met Con„ „demnatie des gev:e en ged=e in alles No 2. 3 allen kosten en misen van Jus„ „titie, ofte tot al zulke andere poene en straffen als uwelEd: Agtb: in goede Justetie zullen oordeelen te behooren /: was geteekend:/ B: Exter, /in margi„ „ne:/ Exhibitum in Iudicio den 30 8ber 1738. — Ik ondergetekende Certificeere mits deezen ontbooden te zyn geworden den 25 August in den tuijn van den burger Hofmijer, en aldaar bevonden den burger Ian Iacobs. aan dewelke ik bevond een wond in de Linker boven Arm. tegen het lid van dien arm en het schouder blad na agteren toe, die wond was ruijm drie vingeren breed lang maar niet die In teken der waarheyd, heb ik dese eygen„ „handig onderschreven. Cabo de Goede Hoop den 30 September 1788. /:was geteekend:/ Christian Wilhelm wede„ „mijer, meester in 's E: Comp:s Hospitaal - - /:onderstond:/ Relaas, gegeven ten overstaan Con„ alles van /ver„ persis¬ leden, leis en. nde initive Agtbr: den bragt alwaar le en regter de dat dat naar den gehan¬ zal or de Hemels d= in de Dat des Relts: slaaven Jongen in name April zoo hij denkt geboortig van Batavia, die den dienst als kok waarneemd. reeds zedert eeni„ „gen tyd, in't kooken en klaarmaken der kost„ zeer Nordig en onbehoorlyk te werk gegaan zynde, dus het Eeten niet volgens voorige gewoonte geprapareerd had, den Comp„t dien slaaf zoo nu en dan in 't vriendelyke had gezegt, dat hij de kost beter klaar maaken moest zonder dat zulks echter by hem de geringste beterschap had veroorzaakt.— dat wanneer nu wel drie weeken voor„ „leeden op een zondag Avond. zyn Comp„ts zusters bij hem Comp„t waaren geweest en kelkjes. moesten gespoeld worden, den rel„t had gezien dat gemelde kelkps in 't vet water gespoeld waaren: dat den Uel„e gem: April daar over 's volgende maandag morgen zeer bedaard van de onderget: gecommitt:s Leeden uijt den E: Achtb: raade van Justitie en ter requisitie van den prointerim Fiscaal d: E: Gabriel Ester, door den burger Jan Jacobs van Compe„ „tenten ouderdom. Luydende als volgd ter ter reede gesteld hebbende, toen ook niet van sints geweest was. hem in Cas gem: april maar een goed woord had gegeven, iets dieswegens te doen; dan dewyl dien Jongen, in steede van dien, den rel„s eenigsints brutaal ontmoet had, was den ret„e te raade geworden, dien slaaf substantieelijk toe te voegen; nu zie ik wel dat sou kerf stok vol is en wij afreekenen, moeten hebbende den rel„t zig toen van uijt de Combuijs na vooren in 't huis begeeven. dat gem: April zoo als hem rel„s vervolgens, door een klyne slavinne was verhaald. reeds 's avonds zoude hebben gezegd, ik ben zyn Con„ „gen niet maar wel een Iongen van Leeman hij durft mij niet slaan. en zoo hij mij staat zal ik wel weten wat ik doen zal; en zoo meede, dat dien Jongen, zoo als den zel„ dien morgen uijt de Combuijs weggegaan was na vooren, een Mesgenoomen, en door de scheur van de Combuijs deur na den rel:t gezien had: Aan den zel„t niet gewaar geworden zynde, denzelven Jongen, door 't Combuijs vengster gesprongen en na de sloot die bezyden zyn huys en de tuyn is, geloopen was; waar van de voorsz: klyne slavin aan hem rel:t kennis gegeven hebbende, der mett:s aade sitie aal den Compe¬ de als April. den t eeni„ der kost. aan rige dien had aaken m de s voor„ Zusters es gezien gespoeld rover bedaard ter

NL-HaNA_1.04.02_11021_0524 view scan ↗

English

the deponent, without having anything in his hands, quickly went out of the house and toward that boy; that as soon as the deponent came near the mentioned April, the latter said something, seemingly having said, away from my body, the deponent then immediately received a stab in the left shoulder from that boy with a knife, which, as the deponent suspects, must have been stuck behind in the waistband of the mentioned April; whereupon the deponent immediately saved himself by fleeing to the burgher Jan Hendrik Hofmyer the elder, while that slave, not having wished to surrender to the deponent's servant, but pointing his knife through the garden, made his way to the Cape and even to the provost marshal. Relating nothing more, the appearer gives as reasons for knowledge as contained in the text, being ready to confirm the same further under oath. below stood: Thus related at the Cape of Good Hope, the 30th September 1783, before the gentlemen P: v: Echten and Johannes Smuts, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have properly signed the minute hereof along with the deponent and me, sworn clerk. lower: Which I witness. was signed: W: S: V: Ryneveld, Sworn Clerk. Re-examination Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the aforementioned burgher Jan Jacobs, who, his preceding account having been read out to him word for word clearly and distinctly, testified to persist therein, wishing that nothing more be added thereto or taken therefrom, except solely that he, the deponent aforesaid, has never beaten April as long as the same has been his slave, except only on Sunday evening when the glasses mentioned in this account were not well rinsed, on which occasion he, the deponent, only struck the aforesaid April one blow with the flat of his hand; and he therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the aforesaid slave April, spoke the solemn words: So help me God Almighty. below stood: Thus re-examined and sworn at the Cape of Good Hope, the 24th October 1783. was signed: Jan Jacobsz. lower: In my presence: was signed: W: S: V: Rijneveld, Sworn Clerk. in the margin: as commissioners was signed: R: I: V: d: Riet, C: G: Maasdorp. Articles prepared and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Court of Justice of the Castle of Good Hope, in order to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim Gabriel Exter: April of Bengal, slave of the burgher Jan Jacobs; the answers to be given by him shall be properly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice of this government, the slave April of Bengal, slave of the burgher Jan Jacobs, who to the adjacent articles of interrogation has given such answers as are recorded beside each of them. Article 1. To state the prisoner's name, birthplace, age, and whose slave he is. Answers: April of Bengal, aged about 35 years, slave of the burgher Jan Jacobs. Article 2. How long the prisoner has been in the service of the aforesaid Jacobs, and what his ordinary duty has been. Answers: Now for two months, and to have served there as cook. Article 3. Whether it was not complained of several times by his master that the prisoner did not prepare the food properly, but messily and poorly. Answers: Yes. Article 4. Whether the prisoner, on Sunday a fortnight ago, having been ordered to rinse glasses, did not rinse them in greasy water. Answers: That Januarij rinsed those glasses. Article 5. Whether the prisoner, on the following day, being called to account for this, did not behave insolently and boldly. Answers: That while the prisoner was busy cutting meat, his master then came and called for the servant, as well as having said: bring the heavy whip, a little powder and vinegar, and call the people; I will give him what for; and wanted to punish the prisoner then innocently; that the prisoner, having already experienced this punishment, immediately took to running with his knife in his hand; but that his master pursued and grabbed the prisoner, and the prisoner then wanted to push him away; and that the prisoner does not know whether his master on that occasion was struck by the knife; whereupon the prisoner immediately went to the prison. Article 6. Whether the prisoner did not already say the evening before that he was not the boy of Jacobs. Answers: No.

Dutch transcription

„den rel„ zonder iets in zyne handen te hebben, schielijk uyt het huijs en na dien Iongen gpgaan was dat zoo als den zel:t bi gem: april was gekoo„ „men, denzelven iets had gesprooken zoo hem Eel„ dunkt gezegd hebbende, weg van myn lijf hij rel„k toen van dien Jongen op stonds een steek in de slinker schouder bekoomen had, met een mes, dat zoo den red:t vermeend agter in den broeks„ „band van gem: april gestooken hebben moet: als wanneer den Eel„k zig opstonds met de vlugt had gesauveerd, na den burger Ian Hendrik Hofmyer de oude, terwijl dien staaf zig aan des rel:ts knegt niet hebbende willen overgeeven. maar onder het wyzen van zyn mes door den thuijn heen, zig na de Caab en zelvs bi 's heeren geweldiger begeeven had. — Niets meer relateerende geeft den Comp„s voor reedenen van weetenschap als in den text berid zynde het zelve nader met Eede gestand te doen /:onderstond:/ Aldus Gerelateerd aan Cabo de Goede Hoop den 30 September 1783. voor de Heeren P: v: Echten en Iohannes Smuts. leeden uijt :den E: Achtb: raade van Justitie voormeld, die ven ƒ de minute deezes beneevens den relatant en mij gezio Clercq meede behoorlik hebben ondertee„ „kend /:laager:/ 'T welk ik Getuijge /:was getekend:/ W: S: V: Ryjneveld Gezw: Clercq— G Recollement Compareerde voor ons ondergetekende Gecommitt. s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gou„ „vernements voorm: burger Jan Jacobs, dewelke zyn voorenstaande relaas van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgelezen wezende, betuygde daar bij te blijven persisteeren met begeerte dat 'er niets meer bij ofte van gedaan werden zal als alleenlyk dat hy Eelt voorsz: April zo lange denzelven zyn Eed„t slaaf geweest is nooijt geslagen heeft, als alleen zondag 's avonds wanneer de in dit relaas vermelde kelkjes niet wel gespoeld waaren bij welke geleegendheid hij Eel„s voorsz: April slegts met de vlakke hand een slag heeft toegebragt: en sprak 0 dierhalven ter bevestiging der waarheid van dien in praesentie van voorsz: slaaf April de solemneele woorden. zo waarlijk helpe mij god almachtig. /:onderstond: Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goede x ben, opgaan gekoo„ Eel„s in de mes, broeks¬ et:als lugt drik an des ven heeren den voor t beryd d te Goede ren n , die ver uijt Goede Hoop den 24 october 1783. /:was getekend./ Ian Iacobsz /:laager:/ Mij praesent: /: was getekend:/ W: S: V: Rijneveld gezw: Clercq. /:in margine:/ als gecommitt=s /:was geteekend:/ R: I: V: d: Reeten C: G: Maasdorp. — erticulen gedaan maaken Compareerde voor ons onder„ en Aan Heeren Gecommitteerdens „get: Gocommitt„s uijt den E: uijt den E: Achtb: raade van Acttb: raad van Justitie dezes Justitie des Casteels de goede Gouvernements den slaaf April van bengalen. Lyfeijgen an den Hoop overgegeven, omme ter burger Ian Pacibs, dewelke op requisitie van den prointerim de nevenstaande vraagarticulen Fiscaal Gabriel Exter. daarop zodanige antwoorden gegeven gehoord te worden april van heeft. als bezyden een ider. derzelver staat aangeteekend - Bengalen Lijfeijgen van den burger Jan Iacobs, zullende deszelfs te geevene responsiven in margine dezes behoorlijk worden bekend gesteld- Arth 1. zegd: April van bengalen oud na des gev„s naam geboorte plaats gissing 35 Jaaren. lyfeijgen van ouderdom en wiens lyfeygen hij is den burger Jan Pacobs. Hoelang hij gev„e in den dienst zegd nu zeedert. twee maanden van voorsz: Jacobse, en wat en aldaar als kok dienst gedaan zyn ordinaire verrigting is ge te hebben. „weest No 4 - „ 2. tekend./ Legd Ia. Reete. hoorlijk zegt, dat Ianuarij die kelkjes gespoeld heeft goede tf hij gev=e sanderen daags zegd. dat terwijl hij geve bezig was interim daar over ter leede gesteld. zig vleesch te snijden zynen baas daarop niet nog assurant en brutaal als toen was gekoomen en naar van ƒ den knegt geroepen, mitsg„s gezegd heeft gehoord. hebbende: brengde zeer. Een tiem kruijd en azijn en loep het volk: ik zal hem over de zeer krijgen hem Gee als toen onschuldig had 2 willen straffen; dat hij gev„en als reeds van deeze kastiding proef ge„ ƒ 2 „had hebbende, het verstond met zyn mes in de hand, op een loopen gozet had; dan dat zynen baas hem ged:e agtervolgd en gegreepen ƒ plaats hebbende, hij gev„en denzelven als tien had willen van zig afstooten: hij is, en dat hy gev„e niet weet of zyn Lijfheer bij die geleegendheid door ƒ het mes getroffen is: hebbende hij gev=t zig daarop terstond naar de tronk begeeven — den 6 llende. dienst wat is ge „weest Legd Neen. off hij 9. v„o niet reeds 's avonds te vooren heeft gezegd, dat hij niet den Jangen van Jacobse „ 5. Off hij ged=e op Zondag voor veertien dagen geordonneert zynde kelkjes te spoelen dezelve niet in vetwater heeft gespoeld: Arth 3. off niet tot meerdere reyzen van zyn baas is geklaagd geworden. dat hij gev„en de kost niet zoo zals 't behoord stordig en slegt klaar ƒ maakte „weest maar gtekend:/ gene:/ ken eerdens van ter onseven - - „4.

NL-HaNA_1.04.02_11021_0528 view scan ↗

English

said that his master added this to him while he was busy cutting the meat; and further as in article 5. Whether he, prisoner, having then heard from his master that his score was full and he would settle the reckoning, did not provide himself with a knife and jump through the kitchen outside and into the ditch situated next to the house. said, not with me, but indeed of Zeeman's; and when he should be beaten by Jacobse, he, prisoner, would well know what he should do. Article 7. Whether he, prisoner, having then been followed and overtaken by his master, did not address him. said that as he was about to go through the ditch and his master had approached him, he, prisoner, then said substantially "away from my body", having he, prisoner, immediately pushed his master away from him with a stab given into the left shoulder. Whether he, prisoner, was not of intention to wound his master more severely, and indeed to take his life. said, no, through my anxiety I ran away. Whether he, prisoner, does not confess to have deserved punishment, and what he knows to bring in for his excuse. said, I cannot help it, it is from heartache; the devil is behind me. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on the 12th of September 1782, before the gentlemen Ryno Iohannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meyer, members of the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, who, together with the prisoner and me, the sworn clerk, have also duly signed the minute hereof. Lower: Which I witness. Was signed: W: S: v: Rijneveld, sworn clerk. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the aforementioned slave April, who, these his preceding interrogatories having been read aloud to him clearly word for word, testified to persist and abide by them, desiring that nothing more shall be added thereto or taken therefrom. Thus recollected at Cabo de Goede Hoop on the 30th of September 1783. Was signed: X and around it written: this mark was made by the prisoner's own hand. Lower: In my presence. Was signed: W: S: v: Rijneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners. Was signed: S: v: Echten and Ioh:s Smuts. Recollection. Whereas April of Bengal, bondservant of the burgher Jan Jacobsz, estimated to be 31 years old, currently the Lord's prisoner, has voluntarily confessed, and it has clearly appeared to the Honorable Worshipful Council of Justice of this government from the documents furnished in the trial: That the prisoner, who served as a cook for his master, several times in succession prepared the food very poorly, having repeatedly been taken to task about it by his master, yet with very little effect. That he, prisoner, subsequently in the beginning of the recently past month of September, on the occasion that some small cups were to be cleaned and the same had been rinsed by him in greasy water, being again reprimanded about it by his master, at the same time with the substantial addition that, as his score was full, a reckoning would now be held, received a slap from his said master. That the prisoner thereupon having taken flight with a knife in his hands, with which he had just been busy cutting meat, and having been pursued and overtaken by his aforementioned master, did not hesitate at that time to inflict a stab into the left upper arm toward the shoulder blade of his repeatedly mentioned master with that knife, while saying "away from my body"; the mentioned master of the prisoner having thereupon immediately saved himself by flight; while the prisoner, having at that time gone with the bare knife in his hands through the garden to the Cape and subsequently to the Lord's provost, in that manner fell into the hands of justice; his aforementioned master being healed again and completely recovered not long thereafter from the wound inflicted upon him by the prisoner, just as the prisoner subsequently testified in pleno judicio never to have had any intention to deprive his master of life or to cause him harm, but to have come to that act unexpectedly and thus by misfortune. And since such an injury committed by a slave against his master in a land where law and justice are properly maintained can in no way be tolerated, but on the contrary ought to be punished to deter others; so it is that the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, serving on this day, having read and reconsidered with the requisite attentiveness the written criminal claim and conclusion made and taken by and on behalf of the pro interim fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, in his official capacity upon and against the prisoner, as well as considered everything that merited reflection and could move their Honorable Worships; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the mentioned April of Bengal, as their Honorable Worships condemn the same by these presents, to be taken to the place where it is customary here to carry out criminal sentences, to be delivered there to the executioner, and after having stood exposed under the gallows with a rope around his neck, being tied to a post, to be severely scourged with rods on the bare back, and thereupon branded.

Dutch transcription

zegd. dat zijn baas hem dit, terwyl hy met het vleesch Off hij gev=e toen van zyn baas zegd. dat zoo als hij de sloot gevolgd en ingehaald zynde den„ door zou gaan en zyn baas hem genaderd was hi gev:e als „zelven niet heeft toegesprooken, toen substantieelijk gezegd heeft weg van myn lyf hebbende hy weg van min, Lijf en denzelven gev„en met eens zyn baas een steef in de linker Schouder gegeeven. van zig afgeslooten. — 1 off hij gev=e niet van meeninge zegd neen door mijn augstig„ is geweest. zyn baas. Zwaarder „heijd benik weg geloopen. te verwonden en wel om 't leeven te brengen. off hi gev=e niet bekend straf zegd. ik kan het niet te hebben verdiend en wat helpen 't is van hart„ hy tot zynen verschooning „zeer. de duyvel is agter weet in te brengen. Off hiy ged„en van zyn baas gehoord hebbende dat den kerfstok vol„ een mes heeft voorzien en door de Combuys naar buiten en na de besyden het huis bevindelike sloot is gesprongen. te sneden beezig was toegevoegd was, en hy afreekening zoude heeft: En voorts als op artib„ 5. houden zig daarop niet met maar wel van zeeman zi en wan„ „neer hij van Jacobse zoude gesla„ „gen worden hij gev„e wel zoude weeten wat hij doen zoude. Art l 7. mij v wij geweest. en wan¬ Aldus Gevraagd en Beantwoord. aan Cabo de Goede Hoop den 12. September 1782. voor de Heeren Ryno Iohannes van der Rieten Gerrit Hendrik Myer leeden uyt den E: Achtb: raade van Justitie dezes gouvernements, die de minute dezes benevens de gev:e en my Gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /: laager:/ T welk ik Getuijge /:was getekend:/ W: S: V: Bij„ „neveld, gezw: Clercq. — Compareerde voor de ondergeteekende Gecommitt„s uyt den E: Achtb: raade van Justitie deezes gouvernements, voorsz: staaf April, dewelke deeze zyne voorenstaande Interrogatoria van woorde tot woorde. duijdelyk voorgeleezen sijnde, betuygde daar bi te blyven persisteeren met begeerte dat'er niets meer by of afgedaan werden zal. — Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop. den 30 September 1783. /:was getekend// X/:en daar om schreeven:/ dit merk is door den gev=e eigenhandig gesteld. /:laager:/ Thij present /:was getekend:/ W: S: V: Rykheveld /:onderstond./ Recollement. baas eeninge /:onderstond:/ GeLe Clerc degesla„ oude gehoord tot vol oude met door en na indelijke de den„ sprooken. de hy een steek geeven. aarder 't straf wat ooning gezw: Clercq /:in margine:/ als gecommitt„s /:was geteekend:/ S: V: Echten e Ioh:s Smuts. - Ulzo April van Bengalen. Lyffeigen van den burger Jan Iacobsz. na Gissing oud 3: Jaaren, thans 's Heeren gevangenen. vry „willig beleezen heeft, en het den E: Acht Raad van Justitie dezes Gouvernements uijt de ten processe gefourneerde stukken Perident gebleeken is. — Dat den 9eve die als Rok by zynen lyfheer heeft dienst gedaan eenige reijzen na elkan„ „deren het eeten zeer slegt klaar gemaakt, heb „bende, daar over telkens door zynen lijfheer edog met zeer wynig effcct is te reede gesteld geworden. dat hij geor vervolgens in het begin van de Jongst verl: maand september bij gelegent „heid dat eenig kelkjes zoude schoon gemaak worden en dezelve door hem in vet water gespoeld waaren van zynen lifheer daar over wederom onderhouden zijnde, teffens ond substantieele toevoeginge dat, terwijl zyn kerfstok vol was, er nu afreekening zoude ge e heud gehouden worden, van denzelven zynen lyf„ „heer een klap bekoomen heeft. — Dat de gev=e daarop met een mes, waar meede hij Juijst bezig. geweest was vleesch te snijden in zyne handen de vlugt genomen hebbende, en door zynen voorsz: Leijfheer nage„ „volgd en agterhaald zynde, zig als toen niet heeft ontzien, zynen meerm: lijfleer onder het zeggen weg van min leyfd met dat mes een steek in de linker boven arm. tegen het schouderblad toe te brengen; hebbende gem: des gev:e lyfleer zig daarop terstond met de vlugt gesauveerd; Terwijl den gev=e zig als toen met het bloote mes in de handen door de tuijn heen naar de Caab. en vervolgens bij 's Heeren geweldiger begeeven hebbende op die wyze in handen van Justitie geraakt is, zijnde voorsz: zyn lyfheer niet lange daar na van de hem door den gev„e toegebragte woonde wederom geneezen, en volkoomen hersteld gezaakt, gelyk de geven vervolgens in plend Iucicoo heeft betuigd, nimmer met eenig voor„ „neemen gehad te hebben, om zynen lijfheer van het leeven te bezooven of leed aan te doen, maar onvoorziens en dus bij ongeluk tot die raad te zijn gekoomen. van gelegent zyn gemaakt water ens ond daar zoude ge gesteld lijfheer nvan enhoud En s ƒ: was oud 3: n vri E: Acht ments stuken elkan kt heb lijfheer En nadien eene diergelijke quetsing van een slaaf aan zynen: lyfheer gedaan in een land alwaar recht en gerechtigheid behoorlyk worden gehandhaaft. geenzints kan hoorden geduld maar in teegendeel tot afschrik van anderen behoord te worden gestraft; zoo is 't dat den E: Achtb: Raad van Justitie dezes gouvernemen ten dage dienende met de vereijschte oplettend „heid geleezen en geresumeerd hebbende, den schriftelijken Crimineelen Eysch en Conclusie door en van wegens den prointerim ficcaal alhier d: E: Gabriel Exter. nomine officie op ende Jegens den 9ev. e gedaan en genoomen, mitsg„s overwoogen alles wat reflectie meriteerde en hun E: E: Achtb konde doen moveeren. Recht doende uijt naar en van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten Generaal der verEenigde Neederla „den den ged„e April van Bengalen. heeft gecondemneerd. zoo als hun EE: Achtb: denzelven Condemneeren, mits deezen, omme gebragt te worden, ter plaatse daar men alhier gewoon Crimineele gewijsdens ter Executie te leggen aldaar aan den scherpregter overgegeeven en na met een strop om den hals onder de galg te hebben te pronk gestaan. aan een poal gebonden zijnde, met roeden op de bloote rugge strengelijk gegeesseld. en daarop gebrandmerkt

NL-HaNA_1.04.02_11021_0533 view scan ↗

English

to be, as well as to remain banished for the term of his life to Robben Island in order to work on the Honorable Company's public works, with condemnation of the prisoner to the costs and expenses of Justice, and denial of the further demand made and conclusion reached by the officer: below was written: Thus Done and Sentenced at Cape of Good Hope, the 9th of December 1733, as well as pronounced in the Castle of Good Hope the 20th following and executed on the same day: was signed: I: L: Rhenius, F: C: Ronnenkamp, Joh:s Smuts, S: v: Echten, C: G: Maasdorp, G: H: Meijer, R: J: V: d: Riet, J: C: Gie, H: I: de Wet: lower: In my presence: was signed: C: L: Neethling, secretary: in the margin: Let execution be done: was signed: C: I: van de Graaf. Agreed. Rijneveld [illegible] 13. Appeared before the Right Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim G. Eeeter, prosecuting in his official capacity, Plaintiff in a criminal case, on the one part, Against the soldier Johan Hertel of Neurenburg, stationed at this Castle, prisoner and defendant in the aforesaid case, on the other part, and stated: 1½. That at the house of the former Bookkeeper Sr. Petrus Albertus van der Riet, by a female slave belonging to the Captain of Infantry the late Johan Arnoud Bleumer, who served there for some months as a wet nurse, silverware was stolen on different occasions in a very clandestine manner. 2. The prisoner and defendant having previously kept company with this maid; 3. Betook himself in the evening to the aforesaid residence in order to receive the silver outside the door and carry it away; 4. This consisting of 11 silver spoons, 5 forks, and 3 knives; items: 3 serving trays with 3 flat candlesticks. 5. That the aforesaid silverware was brought by the prisoner and defendant, upon each occasion of receipt, to the gunsmith discharged from the Honorable Company's service, Joh:s Fredrik Markstadt, 6. Who paid for it at 27 stuijvers per loot, on the assurance of the prisoner and defendant that he had it for sale on behalf of a certain man, 7. And further resold it to the silversmith Jan Hendk Smit for 5 schellingen, and both the last-mentioned serving trays for 5½ schellingen the loot. 8. That this deed, with the other circumstances, searches made, and proceedings, is fully and more amply established from the annexed documents and papers, 9. And the prisoner and defendant being no less in confession concerning this, 10. The Prosecutor in his official capacity, subject to correction, believes it remains only to ascertain what punishment the prisoner and defendant has merited by his crime. 11. Wherein it will principally be proper to note: 12. That the prisoner and defendant, although he did not remove the silver directly from the house, 13. Nevertheless came there to take receipt of the same outside the house and carry it away; 14. That he did so repeatedly on different occasions, thus with premeditation, intention, and inclination; 15. That he employed the silver for himself and to his profit, and sought thereby to enrich himself to the detriment of the owner. 16. Which circumstances qualify the deed in such a manner 17. That the prisoner and defendant in all respects must be considered not merely as a receiver and accomplice, who hid the goods or drew only a slight profit therefrom, 18. But much more as the thief and principal culprit, 19. Who used the mentioned female slave therein, and, as she says, truly seduced and persuaded her to that theft; 20. The deliberate obstinacy and wickedness appearing further from the conduct kept by the prisoner and defendant before and during the examination; 21. Which must increase his guilt in all respects, 22. And leaves only for his mitigation 23. That without help he in all probability would not have committed the theft, or have had opportunity thereto; 24. It will therefore be left no less to the judge to punish the prisoner and defendant in an equitable manner according to all circumstances; for which and other reasons and means to be further deduced in due time and manner if necessary, the Prosecutor in his official capacity, making his demand, concludes that by definitive Sentence [illegible] the prisoner and defendant shall be brought to the place where one is accustomed to execute criminal sentences, and being handed over to the Executioner there and bound to a stake, be severely flogged on the bare back with rods, and furthermore be banished forever from this Colony, with condemnation of the prisoner and defendant to the costs and expenses of Justice, or to such other penalties and punishments as Your Right Honorable Worships shall deem and find proper. was signed: G: Exter in the margin: Exhibited the 11th of December 1788. To the Right Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope Right Honorable Lord and Gentlemen Shows

Dutch transcription

te worden, mitsg„s den tijd zynes leevens ten robben Eylande, om aan 's E: Comp„s gemeene werken te arbeyden gebannen te blyven met Condemnatie van den gev„e in de kosten en misen van Justitie en ontzegging van den verderen gedanen Eysch en genomene Conclusie van den officier: /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gesententieerd aan Cabo de Goede Hoop. den 9 december 1733. mitsg„s gepronuntieerd in't Casteel de Goede Hoop: den 20 der daaraan volgende en g'Executeerd ten zelven dagen /:was geteekend:/ I: L: Rhenius„ F: C: Ronnenkamp, Joh„s Smuts. S: v: Echten C: G: Maasdorp. G: H: Meijer, R: J: V: d: Riet, J: C: Gie, H: I: de Wet: /: laager:/ mij praesent /:was geteekend:/ C: L: Neethling. se„ „cretaris /:in margine :/ Feat Executie /: was geteekend:/ C: I: van de Graaf. — — terugge Accordeert. Rijneveld van lij worden van is 't dat vernemen lettend den sie door alhier Jegens verwoogen E: E: Acht tnaar eeren eederla heeft denzelven te gewoon i leggen. ven en galg paal merkt te clerren k een O 2 „ 13. Compareerde voor den Wel Edelen Achtb Heere Praesident en Raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop, den pro Interim Ffiscaal G. Eeeter R. O. Eysscher in cas crimineel, ter eenre Contra den ten deezen Casteel be„ scheijdenen soldaat Johan„ Hertel, van Neurenburg get: en ged:e in voorsz Cas ten andere Zide en deede Zeggen 1½. Dat ten huijze van den oud Boekhouder Sr. Petrus Albertus van der Riet door ee„ =ne den Capitain Militair de manti Johan Arnoud Bleumer toebehorende Slavin, de welke eenige maanden als minne aldaar heeft dienst gedaan, tot differente reijzen zilver goed op eene zeer clandestine wijze zijnde gestolen geworden. 2. den ger: en ged van te vooren reeds by dee¬ ze meijd gehouden hebbende; 3. zich elders 's avinds ter voorsch: wooninge heeft begeeven om 't zilver buiten de deur te ontfangen en weg te brengen 4. zijnde zulks bestaan in 11 zilvere Leepels 5. porken en 3 messen Zindan: 3 schenkouden met 3 plettie khandelaars. 5. dat voorsz zilver goed door den ged: en ged: bij ijder rijze van ontfangst is gebragt ge¬ worden bij den uijt 's E. Comp:s dienst gelige te roerslotenker Joh:s Fredrik Markstadt 6. dewelke 5. 1. dewelke 't zelve op de verzeekering van den get: en ged: dat hy 't voor een zeekere man ten verkoop had, met 27 stuijvers p:r loot heeft betaald 7. En voorts weeder verkogt, aan den Zilver Smit Jan Hendk Smit, voor 5 Schellingen en de beijde laatste Schenkborden voor 5½ schellin 't lood. 8. Dat dit fait met de overige omstandigheeden gemaakte recherches en procedures uijt de annexe doccumenten en stukken vol komen en ampeler komen te consteeren 9. en den gev: en gel: niet minder daarom trent in confessie zijnde, 10. den R. O. Eisscher /:onder correctie:/ vermeend alleen nog te hebben na te gaan welke straffe den gev: en ged: door zijne misdaad zal hebben gemeniteerd 11. Waarbi dan voornamelijk zal behooren aangemerkt te worden: 12. dat den ged: en ged:, hoewel denzelve 't zilver niet directelyk uit het huijs heeft weggenomen. 13, egter doch elders is gekomen, om 't zelve buyten 't huijs over te neemen en wegte brengen 14. dat denzelven zulks by recteratie tot differente reijsen heeft gedaan dus met voorbedagte wille, opzet en genee= genheid. 15. dat hy 't zilver voorzich en tot zyn profist heeft geemployeerd, en gezogt zich daar meede ten nadeel van den eigenaar te reevrijken. 16. Welke 16. Welke omstandigheeden 't fait zoodanig qualificeeren 17. dat den gev: en ged: in aller opzigten niet zoo wel als veeler en meedeschuldige, die 't goed geborgen ofte maar een ge„ ringen profijt daarvan heeft getrokken 18, Maar veel meer als dief en hoofdschulde= ge zal moeten geconsidereert worden 19. dewelke de vermelde slavin daar by heeft gebruijkt, en gelijk zij zegt weezentlijk tot dien diefstal verleyd, en overgehaald 20. blijkende nog de opzettelijke halstarrigheid, en boosheijd, uijt 't voor en by 't onder= zoek gehouden gedrag van den gev: en ged: 21. Het welk desselfs schuld in allen opzig¬ =ten moet vermeerderen 22. en alleen nog tot zyne verschoming overlaat 23. dat hij zonder hulpe de diefte na alle waar= schijnlijkheid niet zoude hebben begaan, ofte geleegenheid daar toe gehad hebben 24. zullende 't dus niet minder aan den regt ter overgelaten bliven den ger: en ged: in gevolgen aller omstandigheeden op een eeren reedige wijze te straffen — mits welke en andere reede¬ nen en middelen in Tyd en wijle /: is 't nood:/ nader te deduceeren den R. O. Eisschen Eisch doende, concludeerd, dat by definitive Vonnis profist tie tot 't zelve wegte 't huijs behooren meerd welke mis daad daarom digheeden uijt Zilver Welke van van zeekere ijers pr hellingen voor 5½ ken vol steeren dus genee- daar aar in ged zal werden gebragt, ter plaatse alwaar men ge„ woon is crimineele Sententien ter Executie te brengen, en aldaar aan den Scherpreg =ter overgeleeverd, en aan een paal gebonden zynde, met roeden strengelijk op de bloo= te rug gegeesseld en voorts ten euwigen dagen uyt die =Le Colonie gebannen te wor„ =den, met eidemnatie des get: en ged: in de kosten en misen van Justitie, ofte tot alsulke andere pannen en straffen, als UEd Achtb zullen oordeelen en vinden te behooren. /:was geteekend/ G: Exter //in margine:/ Exhi„ bit den 11.:e Xbr 1788. van Uwel Ed: Achtb den gev: Aan den Wel Edelen achtbaren Heere Praesident en Raaden van Justitie des Casteels de Goede Hoop Wel Edele Achtbaare Heer en Heeren Vertoind

NL-HaNA_1.04.02_11021_0545 view scan ↗

English

With due respect, the undersigned pro interim Fiscal shows: That the petitioner, ex officio, having been notified in the beginning of this month of 7ber by the former bookkeeper Sr. Petrus Albertus van der Riet that for a short time past, little by little, 11 silver spoons, 5 ditto forks, and 3 knives with similar handles, as well as one small and 2 large salvers, had gone missing from him; The petitioner, ex officio, could not fail to make this known immediately as much as possible, so that upon noticing such silverware, he would be given notice thereof; That following this, the burgher Ian Hendrik Smit having made known to the petitioner, ex officio, the next day, that he had bought the aforesaid silver from a certain Markstad, and the latter from a soldier of the Battalion, the petitioner, ex officio, resolved to place both the one and the other of those persons provisionally under civil arrest, and further to take the necessary information regarding it; That according to the same and the declaration given before the Commissioner Gentlemen and the general investigation conducted, the corpus delicti is established, and that the above-mentioned soldier Johan Hertel, who nonetheless absolutely insists he found this silver, must in all respects be guilty of the theft of the same, or indeed be the perpetrator himself; Thus the petitioner, ex officio, sees himself placed under the necessity, and ex officio in the aforesaid case, to act against the same Jan Hertel. And since the crime, as well as the nature of its punishment, requires bodily apprehension, the undersigned hereby turns to Your Honors, respectfully requesting to grant the petitioner, ex officio, their decree of authorization to take the more mentioned Jan Hertel into apprehension. Which doing, was signed G. Exter. In the margin: Exhibited in Judicio on the 18th of 7ber 1788. Relating given before the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, by and on behalf of the former bookkeeper of the Honorable Company, Sr. Petrus Albertus van der Riet, of competent age, and at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, the same reading as follows: That the relator's wife, wishing to use her silver salvers on last Tuesday the 2nd of this month, and having missed three pieces thereof, thereupon immediately questioned the relator's female slaves named Bientang and Filida, to both of whom the supervision of the silverware was entrusted, and received for an answer: that they thought the salvers must have been put away by the relator's above-mentioned wife, but that they at the same time had to disclose to the relator's wife that they had already missed eleven silver spoons, four forks, and three knives with silver handles since the 16th of August last, but had always thought that the same would still come to light, and had therefore concealed this. That the relator, having been informed of this by his mentioned wife, immediately conducted a careful investigation and at that time missed in his house 2 large and one small silver salvers, eleven spoons, four ditto forks, three knives, a silver salt shovel, three flat candlesticks, and six large porcelain dishes, just as proper notice of the missing silverware was also given by the relator to the authorities. That the relator, furthermore, the day before yesterday, having been informed by the burgher Daniel Hendrik Smit upon showing the aforesaid smallest salver that he had bought from a certain Markstad three salvers and some spoons, forks, and knife handles, without being able to determine the exact number, and at the same time had learned by a letter from the provost marshal that this silverware was stolen from him, the appearer; he, the appearer, had then also immediately thereupon received back the three aforesaid salvers, while the mentioned Smit had declared to the relator that he had therefore already melted down and used the spoons, forks, and knife handles, as they were mixed old and new together. The relator declaring further to know for certain that the three aforesaid salvers were still in the house on the 24th of the past month of August, while further on the 29th thereafter a large salver was still used by the relator. Relating nothing more, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, being prepared to always confirm the foregoing further with a solemn oath. Below: That this was thus passed at the Cape of Good Hope on the 6th of September 1788 before the Gentlemen Carel Mappa and Johannes Smits, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have also duly signed the minute hereof along with the appearer and me, the sworn clerk. Lower: Which I witness, was signed W. J. van Rijnevelt, sworn clerk. Review of testimony: Appeared before us, the undersigned Commissioners from

Dutch transcription

Vertoond met schuldige Eerbied den onder= geteekende pio interim Fiscaal dat den R. O: vertoonder door den Oud- Boekhouder St Petrus Albertus van der Riet in 't begin deezer maand 7ber aange¬ diend zynde geworden dat hem zeedert korten tyd na en na waren absent ge¬ raakt, 11 zilvere Leepels met 5 dito Vorken en 3 Messen met diergelyke hegten zooda= nig één klyne en 2 groote Schenkborden= den R O. vertoonder niet heeft kunnen in gebreeken blyven, zulks directelyk, zoo veel mogelijk is, bekend te maaken, om bij ontwaaring van diergelijke zilvergoed, den zelven daarvan kennis te geeven dat inv volgen van dien, den burger Ian Hendrik Smit 's anderen daags aan den R. O. vertom= der te kennen hebbende gegeeven, dat hij voorstaande zilver van eenen zeekeren mark= stad, en deeze van een Soldaat van't Ca= taillon gekogt had, den R. O. vertoonder te raade is geworden zoo wel d' een als d' andere dier Persoonen by provisie in civil arrest te laaten gaan, en voorts de nodige Jnformatie daar omtrent te neemen. Dat ingevolgen dezelve en de voor Heeren gecommitteerdens gegeeven verklaringe en gedaane generaal onderzoek de Corpore delicte komt te consteeren, en dat den bovengem: soldaat Johan Hertel, die ege ter dit zilver absolut wil gevonden hebben, in alle opzigten aan de diefte van't zelve schuldig, ofte wel zelf de daader zijn moet dus get: bragt, en ge enventien en verpreg aan een met de blos„ voorts uyt die te wor dio Hen en ofte tot en Achtbr vinden teekend/ Exhi= . len raesident titie de omd dus den EO. vertoonder, in de noodzakelijkheid zich verzet ziet, en amptshalven in voorm Cas teegens denzelven Jan Hertel te ageeren. En vermits de misdaad, zoo wel als de gesteld heid in bestraffing derzelven apprehensie corporeel komen te vereyschen, zoo is den ondergeteekende mits deezen zich keerende tot Uw Ed: Achtbaarens, eerbiedig verzoekende, om aan den E O: vertoonder te verleenen wel derzelver decrect van authorisatie, om meer„ gem: Jan Hertel te neemen in apprehensie /:onderstond:/ 'T welk doende /:was geteekend) G. Exter /:in margine:/ Exhb. t en Iudicio den 18=' 7ber 1788. belaas gegeven ten overstaan van den ondergetee= =kende Gecommitteerdens uijt den E Achtb: Raad van Justi„ tie dezes Gouvernements, door en van weegens den oud boek houder der E: Comp: S:r Pe„ trus Albertus van der Riet, van competente ouderdom en ter requisitie van den pro„ Interim Fiscaal alhier 8 E. Gabriel Exter, luijden de het zelve, als volgt: Dat des Relt. Huijsvrouw op laatstl Dingsdag kelijkheid m Cas gesteld. ensie den eerende zoekende Dat de Eel:t hier van door zyne gem: Huijsvrouw geinformeerd zynde geworden, ter stond naauwkeurig onderzoek gedaan en als toen in zyn huys vermist had 2 groote en een klijne zilvere Schenkborden, Elf Leepels, vier dito Vorken, Bemessen, een zilver zout schopje, drie plettie kandelaars en zes groo= te porcelaine Schotels, gelyk door den rel:t dan ook van het vermiste Zilverwerk aan den reg:t: behoorlijk was kennisse gegeven Dat de ret:t: voorts op eergisteren van den burger Daniel Hendrik Smit onder vertooning van het voorsz: kleinste Schenk bord, verstendigd zynde geworden dat, dat hy van Zeekeren Markstad drie Schenkbor„ den en eenige Liepels vorken en messen= hegten, zonder het juiste getal te kunnen bepalen, gekogt, en teffens van den geweldigen luijden hier gt: atstl: dom Riet, den pro„ Oud boek ts, door egetee= ens uijt van Justi„ ten Dingsdag den 2:' deezer, haare zilvere schenk„ borden willende gebruijken, en daar van drie stuk vermist hebbende, als toen terstont des rel:ts slavinnen in naame Bientang en Filida, aan welke beide het opzigt over het zilver= werk was toevertrouwd, hier na gevraagd, en ten antwoord bekomen had: dat zij vermeende dat de schenkborden door bevengem: des rebt. Huysvrouw moesten zyn geborgen ge worden, dan dat zij teffens aan des relts. Huijsvrouw moesten openbaaren dat zij reeds Zeiderd den 16:e aug:s Jongstl: Elf zilvere Leepels, vier vorken en drie missen met zil= vere hegten vermist hebbenden egter altoos hadden vermeent, dat dezelve nogitaalzon schyn zoude zyn gekomen, en dit daarom verzweegen hadden. — door en. enwel om meer„ rekende d dieto S. Pe dag door een brief vernomen had, dat dit zilver werk by hem Comp:t gestolen was; hy Compt dan ook terstond daarop de drie voorsz: schenkborden had terug ontfangen, termje gem: Smit aan de Eelt, had gedeclareerd, dat hij de Leepels, Vorken en messenshegten, als zynde oud en nieuw door elk anderen, der halven reeds versmolten en verbruijkt had. Verklaarende de rel:t voorts, zeeker te wee„ ten dat de drie voorsz Schenkborden, den 24 e der gepasseerde Maand Augustus nog in het huis zyn geweest, terwyl verder op den 29e daar aan een groot schenkbord nog bij den rel:t gebruikt is. Niets meer relateerende, geeft den Compt voor reedenen van weetenschap, als in den texet, bereid zynde het voorenstaande altoos met so„ lemneele Eede nader gestand te doen — /:onderstond:/ Dat aldus passeerde aan Cabo de Goede Hoop den 6e September 1788. voor de Heeren Carel Mappa, en Johannes Smits Leeden uyt den Ee Achtbn, Raad van Justitie voorm: die de minute deezes beneevens den Comp:t en my gezw. Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /:lager /'t welk ik getuijge /:was geteekend/ W. J. van Rijnevelt gew: Clercq Recollement Compareerde voor ons onderget: gecommitt:s uijt

NL-HaNA_1.04.02_11021_0549 view scan ↗

English

from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the aforementioned Sr. Petrus van der Riet, who, having had this his preceding statement read aloud to him word for word, declared that he persisted therein, desiring that nothing more be added to or taken from it, except only: that the Company has missed five silver forks; and he therefore, in confirmation of the truth thereof in the presence of the soldier Johan Hertel, spoke the solemn words: So truly help me God Almighty. below stood: Thus recollected and sworn at Cabo de Goede Hoop, the 24th of November 1788. was signed: P. V. d. Riet; in the margin: as commissioners, and signed: R. J. van der Riet, G. Meyer; lower: in my presence, W. S. van Ryneveld, sworn clerk. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, the burgher Jan Hendrik Smit, of competent age, who, at the requisition of the text [illegible] the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true: That a certain Markstad, who had previously been stationed as a servant at the armory, but was subsequently hired by the burgher Bernhardus Rijkheer, and who, as the appearer believed, was a silversmith by trade and had now and then sold 20, 30 and more Loot of old silver to the appearer, as he was also a silversmith; having brought, now well over fourteen days ago, in two parcels, some silver spoons and forks, together with some flattened silver knife handles, without the appearer now being able to state the number or weight thereof anymore, the appearer had then paid off the same to the said Markstad at 5 schellingen the loot; That, a few days thereafter, a small salver having also been brought for sale to the appearer by the said Markstad, weighing by estimation 17 or 19 Loot, the appearer, having as yet no suspicion, had purchased the same, also at 5 schellingen the Loot; That, however, the said Markstad having come again to the appearer now last Thursday, a week ago, with another, but larger salver, weighing 49½ Loot, this had then caused some suspicion in the appearer as to whether he, Markstad, had come by it in an honest manner; wherefore the appearer, having asked the said Markstad to whom this salver belonged, had received in answer from him that it belonged to a gentleman who needed money and who, not wishing to let his name be used, had handed the same over to him, Markstad, for sale; That, since on the first of August a silver sugar box had been brought for sale to the appearer by a maid of the said Rijkheer in the name of her mistress, and the said maid having received in answer from the appearer that he could not buy such a thing from any slave without a note from her mistress, subsequently actually brought a note from the aforementioned wife of Rijkheer, and he, the appearer, had thereupon also bought the said sugar box, the appearer therefore, believing that the aforementioned salver might also belong to the said Rijkheer, who apparently must have been in need of money, had then also accepted the said salver at 5 schellingen and 3 stivers the Loot. That when the said Markstad on last Sunday offered for sale to him, the appearer, the counterpart of the aforementioned salver, weighing, however, only 49 Loot, he, the appearer, had then in substance asked him to whom it belonged, and whether there was such haste that he had to bother the appearer with it on a Sunday? Having thereupon again received in answer: it is for a gentleman who needs money; if he were not so hard-pressed for money, it could well brook delay; wherefore the appearer, still under the impression that it came from the said Rijkheer, and presuming that, since the month had ended, he therefore needed that money so urgently at the beginning of this month, had bought the aforementioned salver at 5 schellingen and 3 stivers the loot. That the appearer, having been informed two days later by a note from the provost that three salvers, together with various spoons, forks, and some knives had been stolen from the bookkeeper of the Honorable Company, Sr. Petrus Albertus van der Riet, who is below the written salary, and realizing from this that he had unknowingly bought stolen goods, had then immediately gone to the said Markstad, but had not found him at home. That the appearer, having had the said Markstad sought out by a maid, upon his arrival had asked him in substance whether the provost had been to see him, and how he had come by the silverware bought from him by the appearer. To which the said Markstad had answered: I got it from the soldier Turken, orderly of the officers' messenger, for 27 stivers the loot; while the said Markstad then, upon the question of the appearer whether that was the gentleman with whom he had so misled the appearer, and who was supposed to urgently need money, had

Dutch transcription

uijt den E: Achtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements voorm: St. Petrus van der Riet dewelke dit zyn voren= staande relaas van woorde tot woorde voor- geleezen Weezende, verklaarde daar by te persisteeren met begeerte dat 'er niets meer bi of van gedaan werden zal al alleen: dat de Comp. t vif zilvere vorken vermist heeft en sprak derhalven ter bevestiging derwaar= heid van dien in praesentie van den soldaat Johan Hertel, de Solemneele woorden: Zoo waarlijk helpe mij God Almag¬ tig. /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en beedigd aan Cabo de Goede Hoop den 24 November 1788. /:was get:/ P. V: d: Riete /: in margine:/ als ge committ:s /:en get:/ R: J van der Riet, G: Meyer /:lager:/ mij present W: S: van Ryneveld gezw. Clercq. Compareerde voor de ondergeteekende gecom= =mitteerdens uyt den E: Achtb: Raade van Justitie deeze Gouvernements, den burger Jan Hendrik Smit van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den text, Compt. den 24 e te wel= den Zilver Compt voorsz: Eernje reerd hegten, eren, der had. in het 29e bij met so„ n de 1788. Johannes Raad deezes Clercq kend teekend/ 9 mitt:s uijt Dat Zeekeren te vooren als knegt op de wapenkamer bescheiden geweest zijnde edoch daarna door den burger Bern hardus Rijkheer geligten Markstad die, zoo den Comp:t meende, een Zilversmi van zijn Ambagt en nu en dan aan den Compt:, als zinde meede een Zilversmit, 20: 30 en meer L„t oud zilver verkogt hee voor nu ruim Veertien dagen, geleeden, in twee partijen, eenige zilvere Leepels en d Vorken, mitsgd:s eenige platgeslagen zilve messen hegten, zonder dat de Comp. t het getal of gewigt daarvan thans meer weet op te geeven; gebragt hebbende, he Compt. dezelven dan ook tegen 5 schell: het loot aan gem. Markstad had afbetaald; Dat doorgem: Markstad eenige dagen daar na ook bij den Compt ter koop ge¬ ver bragt zynde, een kleine schenkbord, wel gende naar gissing 17 of 19 Loot, den Compt. toen als nog geen kwaad vermoeden hebbende, het zelve, meede tegen 5 schel 't Loot had ingekogt, dat echter gem: Markstad nu laatst Donderdag voor agt dagen weederom met een andere, edog grooterschenk bord en weegende 49½ Loot, bij den Compt. gek men zynde, dit als toen eenige Ragenken of hi Markstad wel op een Eerlijke wyse daar dan gekomen was, bij den Compt pro interim Fiscaal d' E. Gabriel Exter verklaarde hoe waar is: had Exter knegt op eest zijnd ger Bern rkstad Zilversmi aan den met erkogt heef leeden, in pels en d agen zilve Compt. het hans meer bbende, he 5 Schelt: dhade e dagen ver koop ge¬ moeder 5 Schelt den bord, wel nu laatst weederom Schenk Compt geko denken ke wyse had te weeg gebragt; weshalven den Compt: gem: Markstad gevraagd hebbende, me dit schenkbord toebehoorde! van den zelven had ten antwoord bekomen dat het zelve van een heer was die geld nodig had en echter zyn naam niet willende laaten gebruijken, het zelve aan hem Markstad ter verkoop had overgegeeven: Dat, nadien met den eersten Augustus door een meyd van gem: Rijkheer uit naam van haare Lijfvrouw een zilvere zuiker Trommel bij den Compt bi de Compt: te koop gebragt was, en gem: Meijd door den Comp:t ten antwoord bekomen hebbende, dat hij Comp„t zoo iets zonder briefje haarer Lijfvrouw van geen slaaf konde koopen, vervolgens ook werkelijk een briefje van de voorsz: vrouwe van Rijkhard gebragt, en hij Comp:t toen daar op ook gem: Zuikertrommel gekogt had, de Comp:t derhalven vermeenende dat 't voorsz Schenkbord meede van gem: Rijk= heer, die apparent geld benodigd moes= ten hebben, zyn mogte, geme Schenkbord toen ook tegens 5 schelt en 3 stx het Loot had aangenoomen. Dat wanneer gem: Markstad op laatstl: Zondag, de wedergade van't voorst Schenkbord weegende, echter maar 49 Loot, by hem Compt. ter koop had geveild hij Compt denzelven als toen in substantie had afgevraagd; wie het zelve toebe= hoorden, en of er zoo veel haast bij was dat hij den Comp:t of Zondag daar mee= de moest vervallen? hebbende daar op had weederom Compe weederom ten antwoord bekomen: het is voor een hier die geld nodig heeft; wannee hij niet zoo zeer om geld verleegen was, zou het wel uytstel kunnen veelen; wes, halven den Compt: als nog in de meening dat het van gem: Rykheer kwam, en leeven vermoedende, dat 't ernige de maand geei digd was, hi derhalven met het begin de zer maand dat geld zoo noodzakelyk noodig had, het voorsz: schenkbord tegen 5 Schett: en 3 stx: het loot had gekogt. Dat de Compt. 2 daagen daar aan door een briefje van den geweldiger geinfirmeert geworden zynde, dat by der onderafgeschr: gage staande boekhouder der E Comp:e S Petrus Albertus van der Riet drie sche borden mitsgd. s verscheiden Leepels, vorken en eenige Messen gestoolen waren, en daar bij bemerkende dat hij onweetende gestolene goederen gekogt had, zig als toen terstond naar gem: Markstad begeren, doch hem toen niet t'huijs gevonden had. Dat de Compe: gem. Markstad door een hebbende meid had laaten opzoeken, denzelven bij zijne aankomst in substantie had afgeraag of de geweldigen bij hem was geweest, en hoe hij aan het door den Compt van hem gekogt zilver werk gekomen was. op het welk gem Markstad geantwoord had: ik heb het van den soldaat Turken oppasser van ossi„ ciers boode voor 27 stx het loot; terwijl gem: Markstad toen op de vraage van den Comp:t of dat dan dien heer was, waar meede hij den Compt zoo had misleyd, en die noodzakelijk geld nodig zou hebben! had

← previousnext →