VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 11021

Cape · 610 pages · 131 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_11021_0358 view scan ↗

English

That on Sunday the 25 of this current month of May in the morning, and indeed during church time, three soldiers, as the deponent guessed from their uniforms, but otherwise unknown to him, had come to his dwelling place situated at the foot of the Table Mountain, and in which he resides alone; and that the deponent, because it was raining, having invited them to step inside, they had accepted this and entered the house. That after some exchange of words the said soldiers, having given the deponent to understand that they would like to smoke a pipe of tobacco, the deponent, sharing his poverty with them, had cut off a piece from a roll of tobacco, just as the deponent, upon their further asking for wine, had served them some; but notwithstanding this friendly reception, the deponent, who had just stepped outside, on his return noticed that one of these soldiers was busy tampering with a small drawer in which, as it seemed, the said soldiers knew that the deponent kept his small amount of money, alongside other trifles, before the Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this Government, by and on behalf of the Burgher daniel Borg, aged 78 years, and at the requisition of the Fiscal pro interim, the Honorable Gabriel Exter, the same reading as follows: kept; the deponent however, full of fear and dread, had dared to mention nothing of this, nor of what was done by them when the deponent had gone outside a second time to see the state of the weather, namely that they were busy at the deponent's chest upon which they were sitting, as the deponent had heard it slam shut; that furthermore the said soldiers, to whom the deponent had related in conversation that he, the deponent, was preparing a gravesite for himself at some distance from the house, just as he at the same time showed them the planks intended for his coffin, the aforesaid soldiers, together with the deponent, had gone to view the same; and the deponent having locked his house door behind him, two of the three aforesaid soldiers remained standing behind the aforementioned little house as they proceeded, whereupon the deponent, having asked the soldier who accompanied him where they remained, had received in substance as an answer from him: they will come soon. That the deponent, from the circumstances cited above and from this remaining behind, conceived great suspicion against the said soldiers, but having not dared to make this known, had returned with the aforementioned soldier to his dwelling; where he, the deponent, arriving, was confirmed in his suspicion, seeing the said two soldiers standing in front of his door, which was now open, the one with a light crowbar and the other with a pick in hand; that the deponent at this sight, as if frozen with terror, and being moreover old and defenseless, had waited out the end of all this in silence, though he was not in the least personally mistreated by those soldiers; which soldiers then also, to the deponent's heartfelt joy, departed some time thereafter. The appearer having subsequently missed from his house: a coat and a waistcoat, one large and two small silver buckles, a horn with powder, a case with three razors, and by estimate 5 lb of tobacco, alongside some other trifles of little value. Relating nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, offering to confirm the same under oath if required. Thus related at the Cape of Good Hope, the 16 June 1788, before the Gentlemen Carel Mappa and Gerrit Hendrik Myer, who have duly signed the minute hereof, together with the deponent and me, the sworn Clerk. Below: Which I witness. Was signed: W: S: V: Rijneveld, sworn Clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the person of daniel Burg, who, this his above standing relation having been clearly, distinctly, and verbatim read out to him word for word, testified to persist thereby, wishing that nothing more shall be added to or taken from it, testifying that all the foregoing is the pure truth. Thus re-examined at the Cape of Good Hope, the 17 June 1788. Was signed: daniel Burgh. Below: Present before me. Was signed: W: S: V: Ryneveld, sworn Clerk. In the margin: As Commissioners. Was signed: C: Mappa and G: H: Meijer. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Joseph Bekker, who to the adjacent questions has given such answers as are noted down beside them. Articles drawn up and submitted to the Commissioners from the Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that, at the requisition of the Fiscal pro interim, G: Exter, the soldier of the battalion stationed here in garrison, Joseph Beker, currently the Lord's prisoner, be examined thereon; his responses to be given shall be duly noted in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age. States, Joseph Bekker, from Groot [illegible]

Dutch transcription

Dat op zondag den 25 deezer loopende maand May in den Morgenstond en wel onder kerktijd, drie soldaaten zo als den reb„t aan hunne monteering giste, doch hem anders onbekend, aan deszelvs woonplaatse geleegen aan den voet van de Tefelberg, en waar in denzelven alleen Euisvest, gekoomen waaren: en dat den rel„ hem dewyl het regende, genoodigd hebbende, binnen te treeden, zyl: zulx geaccepteerd, en zich in huis be„ „geeven hadden. — dat na eenige woordewisselingen gem: soldaaten den Rel„t te kennen hebbende gegeeven, gaarne eene pijp Tobak te willen rooken: den rel=t hun van zijne armoede meedelende, een stuk van eene Rol Tobak had afgesneeden, gelyk den rel„t hen al verder op hun vraagen naar wijn, het een en ander had voortgezet: doch niet tegenstaande dit vriendelijk onthaal had, den rel=t die eeven na buyten was gegaan, bij zyne te rug komst bespeurd, dat een dier soldaaten aan een laadje, waarin zo als het scheen gem: soldaaten wisten dat den rel„t zin weinigje gelds, beneevens andere kleinigheeden van Heeren Gecommitt=s uijt den E: Agtb: raade van Justitie dez Gouvernements, door en van wee„ „gens den Burger daniel Borg oud 78 Jaaren en ter requisitie van den prointerim Fiscaal d'E Gabriel Exter, luicende het zelve als volgt. — bewaarden bewaarde, bezig was te futzelen; den Bel:t echter, vol angst en vreze eeven zo min hiervan als van het geene door hun, wanneer den rel„t eene twee„ „demaal naar buijten was gegaan, om naa de gesteldheid van 't weer te zien gedaan was, nament„ „lijk dat zijL:t aan des rel:ts kist waarop zij zaten, bezig waaren, als hebbende den rel„ts dien hooren toestaan, iets had durven reppen dat al verder opgem: soldaaten aan wien den rel„s discoursive verhaald had, dat hy Rel„s op eenigen afstand van het huijs zich eene grafsteede vervaardigde, gelijk hy ul„t hun te gelijker tijd de planken tot deszelvs doodkist bestemd, aanwees„ voorsz: soldaaten, beneevens den rec=t dezelve waaren gaan bezigtigen: en door den rel„k deszelvs huis„ „deur agter zich op 't slot toegedaan zijnde, in 't voortgaan twee van de drie voorsz: soldaaten agter het voren gem: huisje waaren blyven staan, zulx den Rel„t aan den soldaat die hem vergezelde gevraagd hebbende waar dezelve bleven, van den„ „zelven in substantie had ten antwoord gekreegen zij zullen wel koomen. dat den rel„t uit de vooren aangehaalde omstandig„ „heeden, en uit dit agterblijven groote suspicie tegen gem: soldaaten opgevat, doch zulx niet hebbende durven te kennen geven, met voorm: soldaat naar zyne wooning was te rug gekeerd; — alwaar hy rel„t aankoomende in zyn vermoeden bevestigd wierd: als ziende gem: twee soldaaten, voor zyne deur l 29 109 ten hem ak en t het was w „deur, die nu open was, staan, den eenen met een ligten koevoet en den anderen een pik in de hand dat den Rel„t op dit gezegt als door schrik verstijfd, mitsgd=s oud en weerloos zijnde in stilte het einde van dit alles had blyven afwagten, echter door die soldaaten in't minste niet personeel was mishandeld; welke soldaaten dan ook tot des rel„t innige vreugde eenigen tyd daarna waaren ver„ „trokken. — Hebbende de Compt. vervolgens in zyn huis ver¬ „mist Een rok en een Camisool, een groote en twee klyne zilvere gespen, een hoorn met kruid een kooker met drie scheermessen, en naar gissing 5 lb Tabak beneevens nog eenige kleijnigheeden van geringe waarden Niets meer relateerende geeft den rel„t voor reedenen van weetenschap als in den text bezeid zynde, 't zelve des gerequireerd werdende, met bede te bevestigen Aldus Gerelateerd aan Cabo de Goede Hoop den 16 Juni 1788. - voor de Heeren Carel Mappa en Gerrit Hendrik Myer die de Minute deezes, nee„ „vens den rel„t ende mij gezw: Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:lager:/'t welk ik Getuijge /: was getekend:/ W: S: V: Rijneveld geZw Clercq. — Recollement. Compareerde voor ons onderget=e gecommitt=s uyt den /onderstond: Ep E: Agtb: raad van Justitie deezes gouvernements, den perzoon van daniel Burg, dewelke dit zyn voor „renstaande relaas van woorde tot woorde klaar en duijdelijk woordelijx voorgeleezen weezende, betuijgde daar byj te blyven persisteeren, met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal, betuij„ „gende dat al het voorenstaande de zuivere waarheyd is. Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop den 17 Juni 1788 /:was getekend:/. daniel Burgh /:lager:/ Mhij present /:was getekend:/ W: S: V: Ryneveld gezwoore Ceroq. /:in margine:/ als gecommitt:s /: was getekend:/ C:Mhapa en G: H: Meijer. Compareerde voor de onderge„ „teekende gecommitt„s uit den E: Achtb: rade van Justitie dezes Joseph Bekker, dewelke op de bezyden dezelve staan aangetee„ „kerd — /:was zes, nee„ behoorlyjk pa en uyt den Legt, Joseph Bekker, van Groot Ex Anth: 1. des gev s Naam geboorte plaats Articulen gedaan maaken en aan Heeren gecommitt„s uijt den Raade van Justitie des Casteels de goede gouvernements, den soldaat Hoop overgegeven, omme ter requi„ „sitie van den prointerim Fiscaal antwoorden gegeeven heeft als den soldaat van 't alhier guarni„ „soen houdende Bataillon Joseph Beker. tans 's heeren gevangen zullende deszelfs te geevene res„ „ponsiven in margine deezer behoorlyk genoteerd worden neevenstaande vraagen, zodanige g: Exter, daarop gehoord te worden /:onderstond:/ Amen Ouderoor t de d ter as r„ huis ver„ twee klyjne met beneevens den voor bezeid 1 mt Eede de Hoop e

NL-HaNA_1.04.02_11021_0362 view scan ↗

English

Age and rank. States that he arrived 7 months ago on the ship Oud Haarlem, is named Amon, 19 years old, and is posted here in the battalion as a soldier. Article 2. On what ship did the prisoner arrive and how long ago was this? Whether the prisoner knows the citizen Daniel Borgkind, who lives alone here in a small house at the foot of Table Mountain? States that he never knew him, but recently saw him for the first time. Whether the prisoner did not recently go to that man in the company of two soldiers; who they were; and whether he had been there before? States: Yes, in the company of Rouers and Tesch, and had never been to that old man before. Whether the said Borg, while it was raining, did not let them into the house, which they accepted? States: Yes. Whether the prisoner did not ask for tobacco and a glass of wine, and whether one or the other was not presented by that man? States that the prisoner does not smoke, but that the old man presented tobacco and wine. Whether, the said Borg having gone outside, the prisoner did not pull out the table drawer? States that while the prisoner was intoxicated, he learned from his other comrades that he had pulled open the drawer to smoke a pipe. Prouers, stepping inside, tells the prisoner to his face that, standing with his back to the table, he had pulled open the drawer from behind. The prisoner states he does not know this. Whether some goods were taken out, what they consisted of. States no, that he did not do this. Article 8. Whether, when that man went outside for the 2nd time, the prisoner did not also open the chest and take out a coat and a waistcoat? 9. Whether the prisoner did not gradually carry these outside behind the bushes and hide them? States that Grauers handed him the coat and the waistcoat outside the door. Grauers, stepping inside, testifies to the face of the prisoner that the prisoner took the coat and waistcoat out of the house from behind the chest. Petsch, appearing, states that Grauers took the coat and waistcoat from the peg and threw them under the table, while the prisoner then took them outside. The prisoner states upon this that he was intoxicated, and knows nothing else than that Grauers handed him the coat and waistcoat in front of the door. 10. Whether the prisoner did not also take a powder horn, as well as some buckles and razors; where he left them, and who took the tobacco? States that Grauers took the powder horn and buckles while the prisoner went with the old man to the grave; while the prisoner further states that after he had slept it off, he first noticed that he had razors with him, without knowing how they got into his pocket, and that the prisoner was aware of nothing regarding the tobacco. Article 11. Whether the prisoner, having heard that the said Borg was preparing his burial place, did not accompany him there with his comrades, having closed the door behind himself? States he went with the old man alone to the grave. 12. Whether the prisoner's two comrades did not stay behind, and whether he the prisoner, having returned with the aforementioned Borg, did not find the door open and them with a crowbar and rock-pick in their hands? States that on his return from the grave he sat down on the ground and thus did not come back to the door. 13. In what manner could the prisoner have proceeded to rob that poor man, who treated them to the best of his ability; and will he not confess to having made himself highly guilty and punishable? States that he did not go there expressly for that purpose, and did not intend to take the coat and waistcoat. 14. What he can further add for his excuse. States that he was drunk, and to his knowledge did not rob the old man, asking for a merciful punishment. Thus Questioned and Answered at Cape of Good Hope, the 17th of June 1788, before the gentlemen Carel Mapa and Gerrit Hendrik Meijer, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this along with the prisoner and me, sworn clerk. lower: which I witness was signed: W: S: V: Ryneveld sworn clerk. Confirmation Appeared before us the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice aforesaid, the soldier Joseph Bekker, from Great Amen, to whom these his preceding interrogation articles being clearly and distinctly read word for word, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added or removed, except only that the prisoner does not know in what manner he came to this misstep. underneath: Thus confirmed at Cape of Good Hope

Dutch transcription

zegt, voor 7. maanden met 't schip Ouderdom en qualiteijt. Amon, oud 19 Jaaren, en als sol„ „daat alhier in 't bataillon be„ „scheiden te zijn. — Off hij gev:e. ook wel den Burger zegt denzelven nooijt gekend, maar daniel Borg kind, die alhier i onlangs voor 't eerst gezien te den voet van den tafelberg in hebben huijsje alleenig woond! zegt. Ia: in gezelschap van Rouers off hij gev„e niet onlangs ing „zelschap van twee soldaaten en Tesch en alvoorens nooijt bij bij dien man is gekoomen, wie dien ouden man geweest te zyn „zen geweest zijn? of hij ook van vooren aldaar is geweest. zegt. Ia. Off. hij gev: niet Tabak en een zegt, dat hij gev:e niet rookt, edoch glas wijn gevraagd heeft, en of dat de oude man, Talak en wyn niet 't een en 't ander van dien heeft gepraesenteerd. man is gepraesenteerd geworen off gem: Borg naar buiten zogt, terwyl hy gevn beschonken „gaan zynde, hi geve niet de geweest is, van zyne andere tafellaad heeft uitgetrokken. Cameraats vernoomen te hebben, of gem: Borg haarl: terwyl reëgende, niet heeft ingelaaten om in 't huijs te koomen, 't geen geaccepteerd hebben! Artl 2. Met wat schip hij geve is aange en hoe lang zulks is geleeden. oud Haarlem. -— dat een 5 7. Aangele te hebben — dat hij 't laatje zou hebben open„ eenige goederen uitgenomen waa„ „getrokken om een pijp te rocken. —„ren, die zyn bestaan. Prouers binnen treedende zegt den gev=e in facie aan, dat hij met zyn rug naar de tafel gestaan hebbende, het laatje van achteren had opengetrokken. de geve zegt zulks niet te weeten. — en g„zegt neen, dit niet gedaan „ 9. off hij geven bij de stuken niet van segt dat grauers hem de rok naar buiten agter de boschjes en 't Camizool buiten de deur heeft overgegeeven gravers bin„ gebragt heeft en verborgen! ƒ „nen treedende betuijgd in facie van den gev= dat hij gev:e de rok en Camezool uijt het huijs van achter de kist heeft weggenoomen. — Petsch Compareerende zegt, dat grauers de rok en Camizool van de spijker gehaald, en onder de tafel geworpen heeft, terwijl de gev=e dezelve toen heeft naar gebuyten genoomen. de gev„e Legt hier op dat hij beschonken is geweest, en niets anders weet, of Grauers heeft hem den rok en Camizool voor de van dien deur ter hand gesteld. — gewozen en een t, en of off hij gev=e niet meede een kruijt Legt, dat grauers de kruyt hoorn buiten hoorn, mitsg:s eenige gespen en en gespen heeft weggenoomen, niet de onder die teyd, dat de gev=e met scheermessen heeft tot zich genoo„ trokken den ouden man naar 't grafgen„ men; waar hy zulke heeft gelaten Art:l 8. off die man voor de 2e maal naar buiten gegaan zynde, hij gev„e niet ook de kist heeft gevn „pend en een rok en Camizool daar uit gehaald! „gaan ens n Burger alhier a sing daaten n wied s terwyl va gelaaten 't geen : 10. en wie de Tabak heeft meede gen „gaan is, terwyl hy gev=e verder Legt, na dat hij wederom had „ mem. uijtgeslaapen eerst bespeurd te hebben, dat hij scheermessen, zonder te weeten, hoedanig die in zyn zak kwaamen, bij zich had, en hen gev=n van de tabak echter niets bewust te zin. — zegt met de oude man alleen naar 't graf te zyn gegaan. zegt in zyn terug komst van of niet des gev„e twee Cameraa het graf op den grond te hebben„ den te rug zyn gebleeven, en hij gaan zitten en dus niet we„ geven niet meergem: Borg te rug „derom bij de deur te zyn ge„ gekomen zynde, dezelve met een „koomen — koevoet en klippikker in de handen de deur open heeft gevonden. zegt niet expres tot dat einde derwaards te zyn gegaan, en de rok en Camizool niet te hebben willen meede nee„ „men. — 14. zogt, dronken te zyn geweest, wat hy noch tot verschooning en met zyn weeten den ouden kan byvoegen. Op hoedanige wijze de geven heeft kunnen daar toe overgaan, om die armen man, die hunl: naar zyn vermogen heeft getracteerd, te besteelen, of hij niet bekennen zal, zich ten hoogsten schuldig en straffbaar te hebben gemaakt arth 11. Off hy gev=en gehoord hebbende dat gem: Borg, zyn grafsteede Gereed maakte niet met zyne Cameraa „den hem daar na toe vergezelsche heeft, hebbende denzelven de den Achter zich toegemaakt man „ 12. „ 13. straf man niet bestoolen te hebben, verzoekende, om een genadige Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cabo de Goede Hoop, den 17 Juni 1788. voor de Heeren Carel Mapa en Gerrit Hendrik Meijer, leeden uyt den E: Achtb: Raade van Justitie voorm die de minute deezes beneevens de gev„en ende mij gezw Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:laager:/ 't welk ik getuijge /:was getekend:/ W: S: V: Ryneveld gezwcClercq. — Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt„e uit den E: Achtb: rade van Justitie voorm: den sol„ „daat Joseph Bekker, van groot amen, dewelke deeze zijne voorenstaande traagarticulen klaar en duydelyk woordelyx voorgeleezen weezende, verklaarde daar by te blyven persisteeren, met begeerte dat 'er niets meer by ofte van gedaan werden zal, als alleenlyk dat hy geve niet weet op wat wijze hij tot die misstap geko„ „men is. /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd aan Cabo de goede /:onderstond:/ Hoop eede geno en Een de dat Gereed Cameraa gezelseh de den Cameraa en hij te rug met een de Eanden den! geven heeft an, om : naar tracteerd, bekemen schuldig gemaakt Kooning E

NL-HaNA_1.04.02_11021_0366 view scan ↗

English

Hope, 19 June 1788. Signed: t. Written around it: this mark was made by the deponent's own hand. Lower down: In my presence. Signed: W. S. v. Ryneveld, sworn Clerk. In the margin as commissioners, signed: C. Matthiessen and G. H. Meyer. Articles drawn up and submitted to the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, to interrogate the soldier Ian Martin Fredrik Grouert of the battalion garrisoned here, currently the company's prisoner, at the requisition of the Fiscal pro interim g. Ester, his answers to be properly recorded in the margin hereof. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the soldier Ian Martin Fredrik Grouert, who gave such answers to the adjacent questions as are noted beside them. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and rank. States his name to be Ian Martin Fredrik Grouert of Berlin, soldier, in the Battalion here, and aged 29 years. Article 2. When, with what ship the prisoner arrived here, and how long ago that was. States, with the ship den Arend, about 1 1/2 years ago now. Article 3. Whether the prisoner also knows the burgher Daniel Borg, who lives alone here in a small house at the foot of Table Mountain. States, to have seen that old man for the first time recently. Article 4. Whether the prisoner had ever been there before, or one of his companions. States, not to know this. Article 5. Whether the prisoner did not recently go to this man in company with two other soldiers, and who they were. States: Yes, with the soldiers Tesch and Bekker. Article 6. Whether they, while it was raining, were not invited by that man to enter the house, and accepted this. States, yes. Article 7. Whether they did not ask the same man for wine and tobacco, which was also served to them by him. The deponent states, yes. Article 8. Whether, that man having gone outside thereupon, one of them did not pull out the table drawer, and who did this. States yes, this was done by Bekker. Article 9. Whether, the chest not having been locked when that man was outside for the second time, he, the prisoner, and his comrade Tesch did not open the lid to look into the chest. States, yes, Bekker. Article 10. Whether during that time one of them did not carry the man's coat and waistcoat outside and behind the bushes, and who it was. States, that while the drawer was open, he, the prisoner, took away the small buckles, while Tesch took the powder horn from the wall and handed it to him, the prisoner, Bekker having seized the knives. Article 11. Who of them took the buckles, the powder horn, as well as the knives. States, to have sold the powder horn for 2 schellings to a hunter from Wurttemberg, and that the tobacco was taken along by Bekker, as well as an estimated 5 lb of tobacco. Article 12. Where the powder horn remained, which, after the goods had been returned, was missing, as well as an estimated 5 lb of tobacco. States, where the powder horn went. Article 13. Whether they were not told by that man that he was preparing the burial place for himself, just as he also showed the planks for his coffin. The deponent states, yes. Article 14. Whether they did not go out the door with the said man to see the burial place, having closed the door behind him. States, yes! but that the prisoner and Tesch remained by the house. Article 15. Whether two of them did not remain behind, and one went with the man to the said place, and who it was. States, as before. Article 16. Whether, the man having returned, the two soldiers who had remained behind, one with a crowbar and the other with a pickaxe, did not stand there and the door was open. The deponent states, No. Article 17. Whether they did not open the door before the old man went to the grave, in order to take out the rest of the goods and take them along. States, no, all that happened before the old man went to the grave. Article 18. Whether the prisoner also intended to do that man any other harm. The deponent states, No. Article 19. How the prisoner could have brought himself to break in and rob that poor man, who had treated them out of his poverty, and who lives secluded without any assistance. States, that this would never have happened if they had not been treated by the old man, as it occurred entirely due to excessive consumption of drink. Article 20. Whether the prisoner will not confess to have rendered himself thereby very guilty and punishable, and to request a merciful punishment. States, Yes! but on that account to request a merciful punishment. Article 21. Whether he has anything more to add in his defense. States, as before, to request a merciful punishment. Underneath was written: Thus Questioned and Answered at the Cape of Good Hope, 17 June 1788, before the Gentlemen Carel Matthiessen and Gerrit Hendrik Meyer, members of the Honorable Council of Justice aforesaid, who have also properly signed the original of this, together with the deponent and me, sworn Clerk. Lower down: Which I witness. Signed: W. S. v. Ryneveld, sworn Clerk. Review Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice aforesaid, the soldier Ian Martin Fredrik Grouwert of Berlin, who, having had these preceding questions and articles read out to him clearly and distinctly word for word, declared that he persisted by them, with the desire that nothing more be added or taken away, except only on Article 10 that the large silver buckle was taken away by Tesch.

Dutch transcription

Hoop, den 19 Junij 1788. /:was getekend:/ t /: daar om schreeven:/ dit merk is door den geo„ eigenhandig gesteld /:lagers/ My praesent :/ was g „kerd:/ W: S: V: Ryneveld, gezw Clercq. /: in margin als gecommitt:s /:was getekend:/ C: Mapa en G Myer: Articulen gedaan maaken. en Compareerde voor de ondergetz aan heeren gecommitt„s uijt Gecommitt:s uit den E: Achtb: raade van Justitie des Casteel Rade van Justitie dezes gouver„ „nements, den soldaat Ian Mar„ de Goede Hoop overgegeeven, om ter requisitie van van den pronleg „tin Fredrik Grouert, dewelke „rim Fiscaal g: Ester, daarop op de nevenstaande vraagen zoodanige antwoorden gegeeven „hoord te worden den soldaat heeft, als bezyden dezelve staan 't alhier guarnisoen houdende Bataillon Ian Martin, Fredr Aangetekend. Grouert, tans 's heeren gevangen zullende desselvs te geevene „ponsiven in margine dezer behoorlijk genoteerd worden. Art: 1. Leg Bataillon alhier te zyn en oud van Berlin, soldaat, onder 't ouderdom en qualiteit Zegt Ian Martin Fredrik Frouert des gev.:s naam geboorte plaats 29 Jaaren. — zegt, met het schip den Arend x voor nu 1½ Jaaren wanneer, met wat schip hy gev=e alhier is aangeband wegt hoe lang zulx is geleeden ge — x „ 1 L 4 „1 Zo en 2. art„ 3. den pronlegt, Ia. Legt. Ia er den Geo„ zegt: Ia, met de soldaaten Tesch en Bekker. — segt, zulks niet te weeten. — schip hi Off niet d' een ofte ander toen land wegt, dat de kist niet geslooten die man voor de tweede maal leeden geweest zynde, hij geven en zyn maat 8. 7. Off die man daarop naar buiten gegaan zynde, niet een van haarl: 't taafellaadje heeft uitgetrokken, wie zulks heeft gedaan. 'D sijl: van denzelve man niet wyn en Tabak hebben gevraagd, dat hun van denzel„ „ve ook is voorgezet geworden: off zyl: terwyl 't reegende niet van dien man in 't huijs te komen, ingelaten zyn gewor„ „den en zulks geaccepteerd hebben! te plaatzegt so, dit is door Bakker gedaan. — 'S hij gev=e niet onlangs in geselschap met noch twee sol„ „daaten, bij deeze man gekomen is, wie zulke geweest zijn. „ 4½. of hij geve ook wel van te vooren is geweest, of een van zyn maats off hij gev=e ook wel den burger„ aan den voet van den tafelberg in een huijfje alleenig woond. voor het eerst gezien te hebben — daniel Borg kent; die alhier Legt, dien ouden man, laatst naar „ /was g margin en Gu ken. en uijt de Casteel eeven, om daarop soldaat houdende nFredr gevangen geevene dezer den. 2 6. „ 4. £ maat Fesch het dekzel hebben geopend om in de kist te zien zegt Ia Bekker. zegt, dat hij gev=en terwijl de schuyflaade open geweest is, de kleine gespen weg genomen heeft, Terwijl Tesch de kruijt hoorn van de wand genoomen, en aan hem gev=en heeft ter land gesteld, hebbende Beker zich van de messen meester gemaakt. zegt de kruit hoorn voor 2 schell: waar de kruyt hoorn is gebleev aan een Jager van wurtenborg 't geen de goederen afgegeeven verkogt te hebben, en de tabak zijnde, is gemist geworden, door Bekker te zyn meede mitsg:s naar gissing 5 lb Talm genoomen Legt, Ian zegt, Ia ! edoch dat de geven en Tesch bij het huis zyn verbleeven 13 Off: Zil: niet met gem: man de deur zyn uitgegaan, om de off hunl: van die man niet verhaald geworden, dat hy de grafsteede voor zich te regt maaken, gelyk hy dan ook planken, tot zyn doodkist he vertoond 10. wie van haarl: de gespen, de kruit hoorn, mitsg:s de messen tot zich heeft genomen. naar buiten was gegaan, de He van denzelven heeft geopend, dit gedaan heeft Art l. 9. off niet onder dien tyd een van hunl: den rok en Camizool van den man heeft naar buiten en eehter de bosjes gebragt en gebr „gen. nie 't geweest is. graft :. „ 12. 11. verbleeven.— de ke zegt, als vooren.— Legt, Neen. zegt, neen dat alles is geschied gegaan is — deen van Legt, Neen. — 5 lb Pabo gebleeven fgegeeven orden, 18: niet Hoe hij gev„e 't van zig heeft kunnen segt, dat dit nooyt zou zyn dat hy ee voorgevallen, bij aldien zy door verkrygen, dien arme man, die te regt den ouden man, niet waaren haart nog van zyn armoede getracteerd geworden, als heeft getracteerd, en zonder eenige kist he zynde alle weegen overmatig adsistentie afgezonderd woond, genut van drank geschied. te breeken en te besteelen. anrk em, man ,om de Legt Ia! edoch diesweegens graft off hij geven niet bekennen zal, 17. Off hij gev:e ook wel van sins is geweest, dien man noch eenig Ander kwaad te doen. 16 off zyl: de deur niet geopend der goederen uijt te haalen en meede te neemen eer de oude man naar 't graft hebben, ten einde den overrest zich vaon grafsteede te zien, hebbende de deur achter hem toegedaan. Art„l 14. Off: niet twee van haarl: te rug gebleeven, en een met den man naar gem: steede is gegaan, wie 't geweest is. „ 15. off den man te rug gekoomen zijnde, de twee terug gebleevene soldaaten niet d'een met een koevoet en den andere met een klippikker en de deur open heeft gestaan. genaauge zich opend, i ol van buiten en en gebr pen, de messen - te verzoeken. zich daar door zeer schuldig en genadige straffe te verzoeken— strafbaar te hebben gemaakt arth 20. Snoch iets tot verschoning zegt, als voren om genadige straf heeft bij te voegen. /:onderstond:/ Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cabo de Goede Hoop, den 17 Juny 1788 voor de Heeren Carel Mapa en Gerrit Hendrik Mijer, leeden uyt den E: Achtb: rade van Justitie voormeld, die de minute dezes, beneevens den Comp„t en mij gezwooze Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /: laager/ 'T welk ik getuige /:was getekend:/ W: S: V: Rynen „veld g Zw: Clercq — Recollement Compareerde voor ons ondergete gecommitt„s uit den E: Achtb: raade van Justitie voorm: den sol„ „daat, Ian Martin Fredrik Grouwert van Berlin„ dewelke deeze zijne voorenstaande vraag articulen klaar en duydelyk woordelyx voorgeleesen wee„ Legt „zende, verklaarde daar by te blyven persisteer „ren, met begeerte dat er niets meer bij, ofte van gedaan werden zal, als alleenlyk op arth 10 dat de groote zilvere gesp door Tesoh is weggenomen Legt de vrag geg staan

NL-HaNA_1.04.02_11021_0371 view scan ↗

English

taken away Thus confirmed at Cape of Good Hope. The 19 July 1788 was signed Grauwert lower in my presence was signed W: S: V: Rijneveld, sworn clerk in the margin as commissioners was signed C: Mapa and G: A: Mijer. Articles drawn up, and Submitted to the Gentlemen Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of the Castle the good Hope, in order to be heard thereon at the requisition of the Fiscal pro interim G: Eiter, the soldier of the Battalion stationed here in the garrison Balthazar Fetsch, currently the Lord's prisoner, his responses to be properly noted in the margin of this. Appeared before the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, the soldier Balthazar Tetsch, who has given such answers to the neighboring questions as are recorded beside them. underneath Article 1. States, Balthazar Ietsch of Trier, aged 20 years, and serving as a soldier in the garrison. The prisoner's name, birthplace, age, and status. Article 2. States with Voorschoten two years ago to have arrived here. When and with what ship he the prisoner landed here, how long ago that occurred. Article 3. States not to know Daniel Borg; yet to have seen the same recently for the first time on the occasion when he witness a few weeks ago with two other soldiers named Bekker and Frouert was at that man's house. Whether he the prisoner also knows the burgher Daniel Borg, who lives alone here at the foot of the Table Mountain in a small cottage, and whether he has been with him before. Article 4. States yes, with the aforesaid soldiers Bekker and Grovert. Whether he the prisoner did not recently in the company of two soldiers come to him, and at his house, while it was raining, being let in, was treated to a pipe of tobacco and a glass of wine. Article 5. States that Bekker pulled open the drawer and subsequently took a coat and waistcoat from the house, that he the prisoner at the suggestion of Rrouer took away a large buckle, while Grover took possession of a pair of buckles, and a horn with powder, though the tobacco that Beker had [illegible] was lost on the way. Whether he the prisoner, the said Borg having gone outside, did not pull open the table drawer, and with his comrade take out various things, say what each took with him. Article 6. States, while he the prisoner went outside, therefore not to have attended the opening of the chest. Whether he the prisoner, that man having gone outside for the second time, did not open the chest, and take various goods out of it, or who did so, and what it was. Article 7. States, no, Bekker did that. Whether he the prisoner did not carry outside a coat and waistcoat and bring them behind the bushes, and what more they brought away. Article 8. States not to have known that the door stood open, that he the prisoner was behind the house, having found upon his return Grauest in the house, and that he the prisoner upon the arrival of the old man had in his hands a crowbar, which had stood beside the door. Whether he the prisoner, the aforementioned Borg having gone to show his burial place, did not stay behind with his comrade and further open the previously closed house door, and further were found with a crowbar and rock pick in hand. Article 9. States, as in Article 8, and to have taken the crowbar into his hands only to inspect it. To what end they opened the door, and what they intended to do with the aforementioned instrument. Article 10. States, having been drunk, and having been advised by Grauer to take away the buckle, while he the prisoner never went to the house of the old man with any intention to steal. In what manner he the prisoner could proceed to such an act. Article 11. Whether he will not confess to have made himself very guilty and punishable. States, yes. Article 12. Whether he knows anything more to add for his excuse. States as in Article 10, and to request a merciful punishment. Thus Asked and Answered at the Cape of Good Hope, the 17 June 1788, before the Gentlemen Carel Mapa and George Hendrik Meyer, members from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof, together with the prisoner and me, sworn Clerk, lower Which I witness was signed W: S: V: Ryneveld sworn Clerk. Re-examination underneath Appeared before us, the undersigned Commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, the soldier Balthazar Tetsc of Trier, to whom these his preceding question articles having been read out clearly and distinctly word for word, declared to persist therein, with the desire that nothing more shall be added to or taken from it. underneath Thus Confirmed at the Cape of Good Hope the 19 June 1788. was signed Balthazar Tetsel lower in my presence was signed W: S: V: Ryneveld sworn Clerk. in the margin as commissioners was signed C: Mappa and G. H: Mijer. Agrees Rijneveld Clerk

Dutch transcription

weggenomen Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop. den 19 July 1788 /:was getekend:/ Grauwert /:laas „ger:/ mij praesent /: was getekend:/ W: S: V: Rij„ „neveld, gezuicleroq. /in margine:/ als gecommitt:s /:was getekend: /. C: Mapa en G: A: Mijer. — Articulen gedaan maaken, en Aan Heeren Gecommitt. s uyt den E: Achtb: Rade van Justitie des Casteels de goede loop overgegeeven, omme ter requisitie van den prointerim Fiscaal G: Eiter, daarop gehoord te worden, den soldaat van 't alhier guarnisoen houdende Battaillon Balthazar Fetsch, tans 's Heeren gevangen, zullende deszelvs res„ „ponsiven in margine dezer behoorlijk genoteerd worden Art„l 1. Des gev=s naam geboorte plaats Legt, Balthazar Ietsch van Trier ouderdom en qualiteit. oud 20 Jaaren en als soldaat in't guarnisoen bescheyden te zyn. — wanneer en met wat schip hij geev=n zegt met voorschoote voor twee „ 2. en Compareerden voor de onder„ „getekende Gecommitteerdens uit den E: Achtb: raade van Justitie dezes gouvernements den soldaat Balthazar Tetsch dewelke op de Nevenstaande vragen zoodanige antwoorden gegeven heeft, als bezyden dezelve staan opgeteekend. — /:onderstond:/ Jaaren alhier 2 z gaan ynen Blin culen een steer s 10 m - Arth 3. zegt daniel Borg niet te kennen; off hy gea= ook wel den burger daniel Borg kent, die alhier edog denzelven onlangs voor Aan den voet van de Tafelberg in 't Eerst gezien te hebben bij ge„ een Huysje alleenig woord, en wel „legendheid dat hi get: voor van te vooren bij hun is geweest eenige weeken met twee andere Soldaaten in name Bekker en Frouert aan het huijs van dien man geweest is. — Legt Ja, met de voorsz: soldaten Bekker en Grovert. gest off hy gev=en niet gem: Borg naar zegt, dat Bekker het Laaitje buyten gegaan zynde 't Tafel laadje opengetrokken en vervolgens heeft uytgetrokken, en met zyn maat een rok en Camezool uijt het huijs verschydene zaaken uytgenomen, meede genomen heeft, dat hy Leg wat een ijder bij zig heeft geno„ geven op aanrading van Rrouer een groote gesp heeft weg genomen „ men terwijl grover zig van een paar gespen, en Een Hoorn met kruijt heeft meester gemaakt, zynde egter de Tabak welke Beker heeft ge„ „ygond op weg t zoek geraakt. — zegt terwijl hij geven naar buyten off hij geven dien man voor 't gegaan is, derhalven het oppenen andermaal naar buijten gegaan Off hij gev=e niet onlangs in ge„ „selschap van twee solaaaten bij denzelven is gekomen, en te zynen huijze terwijl 't regende in gelaten zynde met een pyp Tabak en een glas wyn is getracteerd geworden alhier is aangeland, hoe lang zulks Jaaren hier te zijn aangekoomen is geleeden! van zynde 4. „ 5. hebben. — van de kist niet bygewoond te zegt, neen dat heeft Bekker gedaan. zegt niet geweeten te hebben. dat of hij geven voorm Borg, gegaan de deur open gestaan heeft, dat zijnde om zyn grafsteede te wijzen, hij geve agter het huijs geweest niet met zyn maat te rug is zijnde bij zyn tetrug komst gebleeven en de te vooren toe grauest in 't huijs gevonden gemaakte huijsdeur verder heeft heeft, en dat hij geve bij de geopend. voorts zijn met een komste van de oude man een koevoet en klippikker in de hand koevoet, welke bezyden de deur gevonden geworden. gestaan heeft, in de handen heeft naar gehad. — laas maat , Tot dat eynde zijl: de deur ge„ zegt, als op art:l 8 en de koevoet geno„ „opend hebben, en wat zi met alleen maar om dezelve te voorm: instrument te doen van bezien in de handen genomen zin waaren! te hebben. — # op hoedanige wijze hij gev=e tot Legt, dronken geweest, en door een dusdanige handeling heeft grauer aangeraden te zyn om moge overgaan. # de gesp weg te neemen, terwijl aan tij gend nimmer met eenige intentie „ 8. off hij gev=e niet een rok en Ca„ „misool heeft naar buyten ge„ „bragt en agter de bosse gebragen, en wat zij L: meer hebben wegge„ „bragtot zynde niet de kist geopend, en verscheide goederen daar uyt gehaald of wie zulks heeft gedaan en wat 't is geweest Art:l 7. om 6 - en in Tabak d ge„ 09 zynde 9. 1 om te steelen, naar het huijs van den oude man gegaan is. — 2 Legt. Ia. e straf te verzoeken. — A d Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cab de Goede Hoop, den 17 Juny 1788. voor de Heeren Carel Mapa en George Hendrik Meyer. leeden uit den E: Achtb: raace van Justitie voorm: die de mi„ „nute dezes, benevens den gev=en ende mij gezw Clerc„ meede behoorlyk hebben onderteekend /: laager:/ 'T welk ik getuige /:was getekend:/ W: S: V: Rinerad gezw: Clercq — Compareerde voor ons ondergetekende Gecommitt„ uyt den E: Achtb: rade van Justitie voorm: den soldaat Balthazar Tetsc: van Tuer, dewelke deze zyne voorenstaande vraag articulen klaar en duydelyk woordelix voorgeleezen weezende, verklaarde daar bij te blyven persisteeren, met Recollement /:onderstond:/ Legt als op Art„ 10. en on genadige off hij nog iets tot zijne verschooning weet bij te voegen. 5 Art:l 11. of hij niet bekennen zal zig zeer schuldig en strafbaar te hebben gemaakt: begeeiten „ Le een ter 958. me N 12. begeerte dater niets meer by ofte van gedaan werden zal. e /:onderstond:/ Aldus Gerecolleert aan Cabo de Goede Hoop den 19 Junij 1788. /:was getekend :/ Balthazar, Tetsel /:laager:/ mij praesent /:was getekend : /. W: S: V:s Ryneveld gezw: Clercq. /: in margine:/ / asgecommett„s /:was getekend:/ C: Mappa en G. H: Mijer. Accordeert Rijneveld „ Clercq

NL-HaNA_1.04.02_11021_0377 view scan ↗

English

8. Appeared before the Honorable Worshipful President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the pro interim Fiscal, ex officio prosecutor in criminal cases on the one part, and The slave of the Burgher Frans Hillegers, Januarij van Malacca, prisoner and defendant in the aforesaid case on the other part, And stated: Articles 1. And stated: 2. that the aforesaid prisoner and defendant, having run away and deserted from his master, 3. and having stayed at Table Mountain for several days, 4. was apprehended on the 11th of the current month of June in one of the gardens lying at its foot and delivered to the prison. 5. that the prisoner and defendant was properly searched there and put into the prison house, and furthermore his master was given notice thereof. 6. that his aforesaid master went to the prison in the afternoon 7. in order, since at his house a chest of sirih leaves had been emptied and some wine had gone missing, 8. to have the prisoner and defendant examined concerning this. 9. that the prisoner and defendant, having been brought down for that purpose and brought into the room, being questioned about this by the First Provost, 10. at first gave no direct answer to it until he received several blows. 11. upon which he answered that he knew nothing of the theft. 12. that the Provost continuing to admonish and threaten the prisoner and defendant that he would indeed be brought to confess and be compelled, 13. the prisoner and defendant immediately leaped forward and inflicted such a stab upon the Provost 14. as may be seen more fully from the attached declaration of the chief surgeon S:t Leever. 15. the prisoner and defendant having hidden a knife under his rolled-up trousers, 16. and while he was sitting in the prison, having fetched it from there and stuck it into the front of his waistcoat, 17. all of which, along with further circumstances, appearing from the annexed documents and the prisoner and defendant's own free confession, 18. the ex officio prosecutor will take the liberty to refer explicitly thereto; 19. believing, subject to correction, that it can be established therefrom 20. that the prisoner and defendant has made himself guilty of an intentional murderous wounding of the First Provost. 21. and according to the nature and condition of the case and its circumstances, ought to be punished. 22. wherein it must also predominantly be taken into consideration and notice 23. that against the prisoner and defendant, in his confession, it is expressly stated and advanced, 24. namely that when being beaten, his thoughts fell upon the knife, 25. yet the prisoner and defendant did not intend it for the Provost, but rather had it aimed at his master, 26. because the same does not listen to reason and punishes him, the prisoner and defendant, innocently, for which reason he had also deserted. 27. which confession seems to aggravate and define the crimes of the prisoner and defendant 28. such that he would not unjustly incur the punishment 29. that is enacted and customarily inflicted for such crimes committed by slaves against their masters. 30. yet, on the other hand, it will merit no less reflection 31. that the will did not follow upon the deed, 32. that threats and blows preceded it, 33. that death was not caused by the wounding and the wounded man has already recovered. 34. circumstances to which certainly more regard would have to be paid, 35. were it not that ill will and intentional malice, indeed all other requisites, presented themselves, 36. which qualify this act and shall make the prisoner and defendant subject to the death penalty, in order to be inflicted upon him in a conformable and proportionate manner by the judge. For which and other reasons and means to be deduced further in due time and place if necessary, the prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of your Honors, the prisoner and defendant shall be condemned to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed, and there, being delivered to the executioner, his right hand to be severed, and furthermore to be punished at the gallows with the rope until death follows. That further, the dead body shall be dragged to the outside place, there to be hung again on the gallows and the hand nailed above the same, and thus to remain until consumed by the air and the birds of heaven; with condemnation in the costs and expenses of justice, or to all such other pains and punishments as your Honors in good justice shall deem proper. Signed: J. Exter. In the margin: Exhibited in court on 26 June 1788. Deposition given before the undersigned commissioners from the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, by and on behalf of the First Provost Hendrik Matthijsen, of competent age, and at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, reading as follows: That yesterday before noon, a certain runaway slave of the Burgher Frans Hilgers, named Januarij van Bengalen, having been brought to the prison, he, the deponent, had then immediately given orders to search him as usual and lock him in the prison. That the said Hilgers came to the deponent in the afternoon around two o'clock and requested, since at his house a chest with sirih had been ransacked and emptied by theft, and he, Hilgers,

Dutch transcription

8. Compareerde voor den welE: Achtbaare Heere prasident en raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop, den prointerim Fiscaal r: O: Eysscher in Cas Crimineel ter eenre C Den Lijfeijgen van den Burger Frans Hillegers, Ianuarij van malacca, gev=e en ged: in voorsz cas ter andere zyde Cc Art=la 1. En deede zeggen. 2. dat den voorm: ged:e en ged: van zyn lyfheer weg. en opgedrost zijnde, 3. en zig verscheydene dagen aan den tafelberg opgehouden hebbende 4 op den 11 der loopende maand Iunij in een der aan desselvs voet liggende tuijnier is opgevat en naar den tronk geleeverd geworden. 5. dat den gev=e en ged: aldaar behoorlyk gevisiteerd. en in 't gevangenhuijs gezet, voorts er aan zyn lyfheer kennis gegeeven zynde. E: gem: zyn Lyfheer 's agtermiddags zig naar de tronk heeft begeeven 7. om terwyl ten zynen huyze een kist Siribois was geleegd en eenigen wyn absent gebragt geworden den gev=e en ged.: daar over te doen examineeren 9 dat den gev=e en ged: ten dien eynde afgehaald, en in de kamer gebragt, door 's Heeren Eerste geweldiger: daarom omtrend gevraagd zinde, Art10 8 Arte: 10: eerst geen directe antwoord daarop heeft gegeene tot dat eenige klappen heeft gekreegen. 11: als wanneer denzelven heeft geantwoord, dat van de diefte niets wist. 12: dat 's Heeren geveldiger Continueerende den ge en ged: te vermaanen en te dreygen, dat wel tot bekennis zoude gebragt en genoodzaakt word 13 den gev=e en ged: aanstonds is toegesprongen en den geweldiger zodanigen steek heeft toegebragt 14 als uijt 't annexe declaratoir van den opperen verbandmeester S:t Leever breeder te zien is. 15. hebbende den gev=e en ged: een mesonder in zyn opgerolde broek verborgen, 16. en terwil hij in den tronk gezeeten was daarwij voorgehaald en voor in zyn Camisool gestooken 17. welk een en ander met meerdere omstandigheeden uijt de aanleggende documenten een eygene vrije Confessie des gev:e en ged: komende te Consteeren 18. den 7: O: Eijsscher de vrijheijd zal neemen zig expres„ „selijk daar aan de refereeren; 19. vermeenende denzelven /:onder Correctie:/ daaruijt te kunnen vast stellen, 20. dat den gev„e en ged:e zig aan een opzettelyke moor„ „dadige kwetzing van s Heeren eerste geweldiger heeft schuldig gemaakt. 21. en in gevolge de qualificatie en gesteldheyd der zaaken en omstandigheedens derzelve, zal behooren gestraft te worden. 22 waarbij nog voornamentlijk in Consideratie en aanmerking zal moeten genomen worden. Artl: 22 Art:s 23. tegen den Gev=e en ged=e in zijne Confessie uijtdrukkelijk Legt en advanceerd, 24. namentlijk dat bij 't slaan zyne gedagten op 't mes zyn gevallen 25. egter den gev=e en geds't niet op den geweldiger maar wel op zijn lijfheer had gemunt gehad, 26. om dat denzelven geen reeden verstaat en hem gev=e en ged:s onschuldig strafd, weshalven hy ook opgedrosd was. — 27. welke Confessie de Crimen van den geve en ged: schijnt te verswaarden en te qualificeeren 28. dat denzelven niet onbillyk zoude de straffe in Curreeren, 29. die op diergelijke misdaaden van Lyfeijgenen aan derzelven lijfheeren gepleegd gestatueerd en naar gewoonte geinfligeerd word. 36: zullende egter op d' andere zyde niet minder reflexie meriteeren 31. dat op de daad de wille niet gevolgd is„ 32 dat arygementen en klappen voor aan gegaan zijn 33 dat door de kwetzing den dood niet veroorzaakt. en den gewonden reeds hersteld i. 34 omstandigheedens. op welke zekerlyk meer ruk „sigt zoude moeten genomen worden. 35. wanneer niet kwaade wille en opzettelijke boosheijd Jaalle andere requisiten zig voor deeden 36. die diet fait qualificeeren en den gev„e en ged: aan de doodstraffe zullen onderheevig maaken en „ n reeden en to maaken, om denzelven op een Conforme en eeven„ „reedige wyze door den regter geinfligeerd te worden. Mits welke en andere redenen en middelen in tyd en wy te /is 't nood / nader te deuideeren den r: O: Eysch doende, Conclu„ „deerde dat bij definitive vonnis van uw E: Achtb: den gew=e en ged: zal worden gecondemen „neerd omme gebragt te worden ter plaatse. alwaar men gewoon is. Crimineele sententien ter er„ „ecuteeren: en aldaar aan den scherpregter overgeleeverd zynd de regterhand te worden afge„ „hakt, en voorts aan de galg met de koorde te worden ge„ „straft, dat 'er de dood navolgd. dat wijders 't doode lighaam naar 't buyten gezegt zal worn „den gesleept, om aldaar weder Aan de galg gehangen en de hand boven 't zelve gespykert te worden, en dus te verblyven, tot dat door de lugt en vogele des hemels zal zyn verleesd met Condemnatie in de kosten en misen van Justitie, ofte tot al zulke andere pane 276 en straffen als uw E: Achtb: in goede Justitie zullen oordeelen te behooren /:was geteekend:/ I: Exter. /:in margine:/ Exhebitum in Judicis /:den 26 Junij 1788:— belaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende - gecom„ „mitteerdens uit den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gou„ „vernements door ende van weegens des Heeren eerste geweldiger Hen„ „drik Matthijsen. van Competenten ouderdom en ter requisitie van den prointerim Fiscaal alhier d' E: Gatriel Exter: Luidende het zelve als volgd Dat gisteren voor de middag zeekere van den Burger Frans Hilgers gedrosten Slaaf. in naame Januarij van Bengalen, in de tronk gebragt zynde, hy rel„t als toen terstond had ordre gegeeven om denzelve als naar gewoonte te visiteeren en in de bronk te sluijten. dat gem: Helgers 's nademiddags teegen twee uuren bij de rec=t was gekoomen en verzogt had. of. terwyl bij hem in huis een kist met Cirreboa gerurd, leedig gestoolen was, en hy Hilgers zynd galg ge„ na volgd der lyven galde sten te ene

NL-HaNA_1.04.02_11021_0382 view scan ↗

English

Hilgers had suspicion both regarding the said Januarij and several other slaves of his who had deserted, as well as a certain carpenter boy who was still at his house, the relator therefore wished to send a kaffir to his house to fetch the said carpenter; to which the appearer having consented, the relator had meanwhile caused the aforesaid slave Januarij to be brought out of the prison in order to examine him at the request and in the presence of his owner. That the said slave Januarij, having been brought unbound into the relator's room and being questioned by his owner—while the latter remarked that the boy's eyes looked like the devil—concerning the theft of the cireboas and a quantity of wine also missed by him, Hilgers, had at first refused to answer anything, but subsequently, upon repeated questioning, replied that he had been to the Right Honourable Lord Governor to lodge a complaint, and the like, without mentioning anything regarding the actual examination taking place about the theft of the cireboas and wine. That the relator thereupon gave the said boy several slaps in the face, and having then received the answer that he knew nothing of that theft, the relator continued that he should tell the truth or else the relator would force him to do so, upon which the said boy immediately sprang forward and unexpectedly inflicted such a stab beneath the stomach upon the relator with a knife as may further appear from the post-mortem or inspection report of the surgeon; immediately turning around to flee from the room, whereupon the relator seized him from behind by the hair and pulled him to the ground, the said Januarij was then also seized by the relator's boys and several prison wardens, and subsequently transferred into custody. The relator further declares to have learned from the people who usually attend to the prisoners that the said Januarij had been searched very thoroughly without the slightest thing being found on him, but that after this incident he had told them that his knife had been tucked into his long trousers, which had been rolled up to his knees. While the relator further declares that the aforesaid knife was afterwards found in his room, having been thrown away there separately by the said Januarij after inflicting the stab. Relating nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm the same on oath. Underneath stood: Thus related at the Cape of Good Hope, the 12th of June 1788, before the gentlemen C: Matthiessen and Gerrit Hendrik Meyer, members of the Honourable Court of Justice of this government, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, the sworn clerk. Lower down: Which I witness. Was signed: W: S: v: Ryneveld, sworn clerk. Reconfirmation. Appeared before the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this government the aforesaid provost Matthyssen, who, having had his foregoing report read aloud clearly and distinctly, declared that he persisted by it, desiring that nothing more be added to or subtracted from it, and spoke therefore, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the slave January, the solemn words: So truly help me God Almighty. Underneath stood: Thus reconfirmed and sworn at the Cape of Good Hope, the 19th of June 1788. Was signed: Hendrik Matthyssen. Lower down: In my presence. Was signed: W: S: v: Ryneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners. Was signed: C: Matthiessen and G: H: Meyer. Articles drawn up and submitted to the gentlemen commissioners from the Honourable Court of Justice, in order that, at the requisition of the Fiscal pro interim, the bondman of the burgher Frans Hilgers, by name January of Malacca, currently the lord's prisoner, be heard thereon upon the accompanying questionnaire articles, whose answers to be given are to be duly noted in the margin hereof. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice aforesaid, the aforementioned bondman Januari, who gave such answers to the accompanying questionnaire articles as stand noted beside each of them. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose bondman he is. Answer 1. Name January of Malacca, age by estimate 28 years, to be the bondman of the burgher Frans Hilgers. Article 2. Whether he, the prisoner, did not recently run away and desert from his master. Answer 2. [illegible] Article 3. Whether this did not happen in the company of other boys, and of whom. Answer 3. Says to have run away alone. Article 4. For what reason he, the prisoner, deserted with his comrades. Answer 4. Answer: because his master supposedly said that he, the prisoner, had stolen and connived with the other slaves, without he, the prisoner, being guilty thereof. Article 5. How long he, the prisoner, has been absent and where he stayed. Answer 5. Says three days, and to have stayed at Table Mountain. Article 6. By whom he, the prisoner, was captured and delivered to the prison. Answer 6. Says that near the upper garden, next to that of Mr. Gordon, he was captured by a European and some boys without knowing them, and taken to the prison. Article 7. Whether he, the prisoner, did not run away because he had stolen, and what this was. Answer 7. Says, as to Article 4, that because his master listens to no reason, he ran away out of fear of beatings. Article 8. Whether he, being in the prison, was not called to account and examined about this by Matthijssen. Answer 8. Says yes, and that Matthijssen, upon the answer from him, the prisoner, that he had not stolen, supposedly beat him.

Dutch transcription

Hilgers zoo wel op gem: Januarij als eenige ander meede van hem gedroste slaaven, mitsgaders zee„ „kere timmermans Jongen, die zich noch aan zyn luis bevond, praesumptie had de relt derhalven een kaffer ter afhaaling van gem: Timmerman naar zyn huis wilde zenden: waar in de Comp„t bewilligd hebbende had de relt intusschen voors slaaf Januarij doen uit de tront haalen om hem op verzoek en in praesentie van zyn lyfheer te examineeren. dat gem: slaaf Ianuarij ongebonden in des rel„ts kamer gebracht en door zynen lyfleer noch /:onder het substantieel Leggen, de oogen van de Jongen zien er als de duivel uit:sweegens het steelen der Cirnebia en een quantiteit mee door hem Hilgens vermiste wijn, ondervraagt zynde, had denzelven in't eerst niets willen antwoorden edoch vervolgens op de herhaalde vraage gerepliceerd, dat hi bij den wel Edelen Gestrenge Heer gouverneur was geweest om te klaagen en wes meer zonder op de eigentlijke, over het steelen der Cirreboa en wyn geschieden „de examinatie iets te melden. dat de rel„k hier op gem: Jongen eenige klapen in 't gezigt gegeeven en als toen ten antwoord bekoomen hebbende dat hij van die diefte niets wist had de relt vervolgd: dat hij de waarheid zou zeggen of dat de rel„te hem daar anders toe toe noodzaaken zoude, op 't welke gem: Jongen daadelyk toegesprongen, zijnde, de rel=k onvoor„ „ziens met een mes zoodanige steek onder de maag had toegebracht als uit de schouw acte van den Chirurgyn nader zoude kunnen blyken; zich terstond omkeerende om uijt de kamer te vlugten, dan dat de rel„k denzelven van Achteren in de hairen gegreepen en teegens den grond gehaald hebbende. was gem: Januarij door des rel„ts Jongens en eenige tronks lieden, als toen meede gegreepen en vervolgens in rechtenis overgebracht geworden. Verklaarende de rel=k verder van het volk dat gewoonlijk de gevangenen bezorgd te hebben vernoomen, dat gem: Januarij zeer nauwkeurig was gevisiteerd geworden, zonder dat iets het geringste bij hem was gevonden, edoch dat hij na dit voorval aan hun verhaald had, dat zyn mes in de lange broek, dewelke tot aan zyn knien opgerold geweest is; gestooken had. terwijl de rel„e verder verklaard. dat het voorsz: mes naderhand in zyn kamer /: apart door gem: Ianuarij na het toebrengen van de steek aldaar weggesmeeten gevonden is. Nits meer relateerende geeft den Comp=t voor reedenen van weetenschap als in den text, bereid zynde het zelve des gerequireerd wordende met Eede 22 len Eede te bevestigen. /:onderstond:/ Aldus Gerelateerd aan Cabo de Goede Hoop den 12:e Junij 1788. voor de Heeren C: Mapa en Gerrit Hendrik Thijer, Leedeen uit den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements, die de minute deezes, beneevens den Comp=t en mij gezw Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik Getuijge /:was geteekend:/ 5 W: S: V: Ryneveld gezu Clercq.— Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt uit den E: Achtb: rade van Justitie deezes gou„ „vernements, voorsz: geweldiger Matthyjssen dewelke zyn voorenstaande relaas klaar en duijdelijk voorgeleesen weesende betuijgde daar bij te blyven persisteeren; met begeerte dat er niets meer bij of afgedaan werden zal, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid ƒ van dien, in teegenwoordigheid van een slaaf January. de Solemneele woorden: zoo waarlyk helpe mij god almachtig /:onderstond: Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de goeder Leg dat Legt Ianuarij van malacca Legt: Sa. Goede Doip. den 19. Junij 1788. /:was getekend:/ Hendrik Matthyssen /:laager:/ My praesent /: was geteekend:/ W: P: V: Ryneveld Gezw Clercq /:in mar„ „gine:/ als Gecommitt:s /:was getekend:/ C: Mapa en G: H: Meijer. — Articulen gedaan maaken, en Compareerde voor ons on„ aan Heeren Gecommitt„s uit „dergeteekende gecommitt„s uit den E: Achtb: Raade van Justitie den E: Achtb: raad van Justitie overgegeeven omme ter requisi„ voorm: nevensgenoemde lijfeijgen „tie van den prointerim Fiscaal Januari, dewelke op de nevenstaande vraag articulen daarop gehoord te worden den zodanige antwoorden gegee„ lyfeijgen van den burger Frans „ven heeft, als beseyden een A Vilgers in naame January van yder derselver staan aange„ malacca, tans s'heeren gevan„ „teekend. „gen zullende deszelfs te gee„ „vene responsiven in margine deeser behoorlyk moeten wor„ „den bekend gesteld. Art l 1. des gevl naam geboorte plaats ouderdom en wiens lyfeygen hy of hi gev=e niet onlangs van zyn lyfheer weg en opgedrost is 10 oud naar gissing 28 Jaaren lyfeygen van den burger Frans is heid Hilgers te zyn. slaaf arlyk en art. l 3 e teekend do ommet gou„ daar e 2 b0de goeder — 2 2 Ant„ 3. zegt alleen weg geloopen te zijn Antwoord om dat zyn lyfheer zou gezegd hebben, dat hij gev„e met de andere slaven had ge„ „stoolen en gekonkeld, zonder dat hij geven daaraan schuldig was— Hoe lang hij gevr absent is gewees zegt drie dagen en zig aan de Tafelberg opgehouden te hebben, en waar zig heeft opgehouden zegt. dat hij bij de bovenste tuijn naast die van de Heer gordon door een Europees en eenige Jongens zonder die te ƒ kennen is opgevangen en naar de tronk gebragt— of hij gev=e niet daarvan is zegt. als op art=l 4. om dat geloopen om dat hij heeft ge„ zyn baas geen reeden verstaat „stoolen gehad wat dit is ge„ uyt vrees voor slagen te zyn „weest! weg geloopen. — of hij in den Tronk zynde niet zegt, Ia en dat matthijssen door matthijssen daar over is hem gev op 't antwoord. dat te reeden gesteld en g'examineert hij niet gestoolen had zou geworden. hebben geslaagen— gt van wien hij gev=e is opgevangen en naar het gevangenhuijs ge „leeverd geworden! uijt wat reeden hy ged=e met zyne Cameraden opgedrost is. off zulx niet is geschied in ge„ ben „zelschap van andere Jongens en van wien. Arl=o 2 „. 4. al 6. „ 7. 8. „heer

NL-HaNA_1.04.02_11021_0387 view scan ↗

English

Article 9. Whether he, the prisoner, while the said Matthyssen was thus interrogating him in his room, did not inflict a stab with a knife upon him. Answers that he intended to stab his master, but because his eyes were dark, he had struck Matthijssen. Article 10. Where he, the prisoner, obtained this knife, and in what manner he was able to have it so quickly at hand. The prisoner says that upon his arrival in the jail, having forgotten to hand over his knife, which was located at the bottom of his rolled-up trousers, he had subsequently tucked it into the front of his waistcoat. Article 11. Whether he had already intended beforehand to make such use of it, and what could have moved him, the prisoner, to do so. Says he had not been of the intention to make use of the knife, but that upon the blows from Matthijssen his thoughts immediately fell upon his knife, notwithstanding that he, the prisoner, had only kept that knife with him to be able to take it home again. Article 12. Whether he, the prisoner, was also of the intention to take the life of the frequently mentioned Matthijssen thereby. Says no, but to have aimed it at his master. Article 13. Why he, the prisoner, has denied such matters and refused to speak the truth. Says: Yes. Article 14. Whether he, the prisoner, will not confess to having made himself guilty and punishable to the highest degree; what he can say in his defense. Says nothing, except only that according to Article 7 his master listens to no reason and punishes him, the prisoner, innocently. Thus questioned and answered at Cabo de Goede Hoop on 17 June 1788 before the gentlemen Carel Mapa and Gerrit Hendrik Mijer, members of the Honorable Court of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof along with the prisoner and me, the sworn clerk. Below: Which I witness. Was signed: P. V. Ryneveld, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Court of Justice aforesaid, the aforementioned slave Januarij of Malacca, who, after these preceding interrogatory points were read aloud to him clearly and plainly word for word, declared that he persisted by them, desiring that nothing more be added to or removed from them. Below: Thus re-examined at Cabo de Goede Hoop, 19 June 1788. Was signed: and around it was written: this mark was made by the prisoner's own hand. Lower: Present: Was signed: W. S. V. Rijneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners: was signed: C. Mapa and G. H. Meijer. I, the undersigned, declare at the requisition of the ad interim Fiscal, Mr. G. Ekster, on 11 June last in the Honorable Company's prison house to have examined and dressed the wounds of the provost Hendrik Matthijssen, finding him to have been inflicted with a stabbing instrument with a wound in the upper right abdomen of a length of about three inches, penetrating through the external tissues, however without any injury to the internal parts, the said wound being out of any danger. Below: Cabo de Goede Hoop, 24 June 1788. Was signed: J. Leuwer. Whereas Januari of Macassar, slave of the citizen Frans Helgers, estimated to be about 22 years of age, now prisoner of the authorities, has voluntarily confessed and it has appeared evident to the Honorable Court of Justice of this Government from the documents produced in the trial: That the prisoner, having deserted from his master in the beginning of the past month of June of this year, after having stayed on Table Mountain for some days, was subsequently on the 11th of the said month apprehended at one of the gardens situated in this Table Valley and brought to the jail, where the prisoner was then duly searched and placed into custody; while subsequently of his apprehension, as was customary, notice was given to his master. That the prisoner's master, having thereupon arrived at the jail in the afternoon at about 2 o'clock and having requested of the first provost Hendrik Matthijsen that, whereas at his house, besides a quantity of wine, a chest filled with sirih boxes had also been emptied, and he, Hilgers, had suspicion both against the prisoner and a certain carpenter boy who was still at his house, he, Matthijssen, would therefore send a kaffer to his house to fetch the said carpenter; in which the said Matthijssen having consented, he had also at the same time, upon the request likewise made by the prisoner's master, caused the prisoner to be brought out of the jail in order to examine him beforehand in the presence of his said master regarding the aforementioned theft. That the prisoner, then brought unbound into the provost's room and questioned by his master regarding the stealing of the sirih boxes and wine, at first refused to answer anything; while he, the prisoner, further, instead of stating in response to the repeated question of his master whether he had any knowledge of that theft or excusing himself, on the contrary still refused to reply anything to it, but continually answered his master with a story that he had gone to complain, and more such things without answering the actual question.

Dutch transcription

Art„t 9. vervald- van is Off hij gev=e gem: Matthyssen hem zegt dat hij zyn Lyfheer hebben„ in zyn kamer dusdanig, exami„ „de willen steeken. als toen 5 „neerende niet een steek met vermits zyne ooge donker een mes heeft toegebragt. waaren Matthijssen getraffen had. — gewe Legt. dat hij bij zyn komst in is den de Tronk vergeeten hebbende zyn mes het welk zig onder in zyn opgerolde langebroek gen boond af te geeven. het zelve ver„ ge„ „volgens voor in zyn Camisool. had gestooken! — zoo ui off hy van te vooren al van „sogt niet van intentie geweest intentie is geweest een zodan te zyn, om van het mes gebruyk „nige gebruik daarvan te te maaken, maar dat op de maaken en wat hem gev„e daar slagen van matthijssen zyne toe heeft kunnen moveeren. gedagten terstond op zyn mes gen zyn gevallen niet tegenstaande hij gw: dat mes alleenlyk heeft bij zig gehouden, om het zelve weder te kunnen naar luijs nee„ de nat „men. — over is n lgt neen, maar het op zyn lyf„ Off hij gev=e ook van intentie 4. „leer gemunt te hebben. — is geweest om meergem: mat„ „ 13. gen waar hij gev„e dit mes heeft gekreegen, en op wat wise hij het zelve zo schielijk heeft bij den hand kunnen hebben! waarom hij Gev=e sulx heeft ont„ „kent en de waarheyd niet wil„ „len zeggen. 9 Art„l9 „theyssen t 12 11. „ 10 „zigt. Ia. zogt niets als alleen dat vol„ „gens, Art:l 7:s zijn baas geen reeden verstaat, en hem gev„e onschuldig straft— Aldus Gevraagd en B'antwoord aan Cabo de Goede Hoop den 17 Junij 1788. voor de heeren Carel Mapa en Gerrit Hendrik Mijer leeden uijt den E: Achtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deezes, beneevens de gev„e ende mij gZw: Clercq, meede behoorlyk hebben onderteekend /:laager:/: 'T welk ik Getuijge /:was geteekend:/ Ca P: V: Ryneveld gezw: Clercq. — Eecollement. — Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt„s uit den E: Achtb: raad van Justitie voorm:, voormelde slaaf Januarij van malacca, dewelke deese zijne voorenstaande vraag poincten klaar en duijdelijk /:onderstond:/ Art:l 14. Off hij gev„e niet bekennen zal zig ten hoogsten schuldig en strafbaar te hebben gemaakt wat hij geen tot zyn verschoning kan zeggen. „thijssen daar door om het leeve te brengen. woordelykx woordelijx voorgeleezen weezende, verklaarde daarbij te blyven persisteeren met begeerte dat er niets meer bij ofte van gedaan werden zal. /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop. den 19. Junij 1788 /:was geteekend:/ /: en daar om schreeven:/ dit, merk is door den geve eigen„ „handig, gesteld. /:lager:/ hij present /: was getee„ „kend:/ W: S: V: Rijneveld. Gezw Clercq /:in margine:/ als gecommitt=s /:was geteekend: /: C: chapa en G: H: Meijer Ik ondergetekende verklaare ter requisitie van den ad interim Fiscaal de Heer M„r G: Ekster op den 11 Juny J: L: in het 's E: Comp„s gevangen huijs ge„ „visiteerd en verbonde te hebbe den geweldiger Hendrik Matthijssen bevonde den selve met een stekend instrument te zyn toegebragt een wond in de regter bovenbuyk ter lengte van Circa drie duijm penetreerende door de uijterlijke bekleedsele egter zonder eenige quetsing der inwendige deelen. zynde gemelde wonde buijten enig gevaar /:onderstond: Cabo de Goede Hoop den 24 Juny 1788 /:was getekd:/ t schoning den meld, de my en teekend her d: Jla mitts vormelde ezijne duijdelijk woordelijk /:was getekend:/ J=b Leuwer. Aangezien Januari van Macassar Lijfeigen van den Burger Frans Helgers na gissing oud zynde 2 Iaaren thans 's Heeren gevangen, vrij„ „willig beleeden heeft en 't den E: Achtb: Raa „de van Iustitie dezes Gouvernements, ui de ten Processe gefourneerde stukken eer„ „dent gebleeken is. Dat den gevangenen in't begin der gepas„ „seerde maand Iunij dezes Iaars, van zynen lyfheer opgedrost zynde na zig eenige daagen aan den Tafelberg te hebben opgehouden, ver„ „volgens op den 11. der gemelde maand by eene der in deeze Tafelvally geleegene Tuijnen is opgevat en naar den Tronk overgebragt geworden alwaar den gevangenen dan behoorlik is gevisi „teerdt, en in verzeekering gesteld geworden; sch „wyl vervolgens van zyn gevangen neeming, als waar gewoonte, aan zynen lyfheer is kennis dat des gev.s lyfheer daarop 's nademiddag teegens 2 uuren in de Tronk gekoomen zynde en van den 's Heeren Eerste geweldiger Hendrik Matthijsen verzogt hebbende, om, terwijl bij len gegeven — in in huijs, behalven een quantiteit wyn, ook nog een kist met sirebois gevuld leedig gestooten was, en hy Hilgers, zoo wel op den ged„e als zeekere Timmermans Jongen, die zig nog aan zijn huis bevond praesumptie had: hij Matthijse „sen, derhalven een Katser ter aflaaling van gem: Timmerman naar zin huis wilde zenden; waar in gerepte Matthijssen bewilligd hebbende, had denzelven ook te gelyker tid op het daarom door des gevangenens lyfheer teffens meede gedaan verzoek, den gev„e doen uyt den Fronk haalen om hem in Praesentie van gem: zynen lyfheer weegens de voorschreeve diefte vooraf te Examineeren. — Dat de gev=e als toen ongebonden in des geweldigers kamer gebragt, en door zynen lyfheer weegens het steelen der serebois en wijn ondervraagd zynde, in't eerst niets heeft willen antwoorden, terwijl hij gev=en voorts, in steede van op de herhaalde vraage van zynen lyfheer te Leggen of hij van die diefte eenige meede weetenschap had, of wel zig te verontschuldigen. ter Contrarie daar op als nog niets had willen repliceeren, maar zyner lyfheer geduurig met een verhaal, dat hij was gegaan om te klaagen. en wes meer zonder de eigentlijke vraag, nag 1 „pens ep as„ eworden geeisi de is . als Fct iddag zynde Hendrik bij hen : P.

NL-HaNA_1.04.02_11021_0392 view scan ↗

English

kept at answering regarding the aforesaid theft, until the prisoner, having received some blows to the face from the said Lord's First Provost, then answered that he knew nothing of that theft; that when the just-mentioned Matthijssen had substantially responded thereto that the prisoner should tell the truth, or that he, Matthijssen, would otherwise compel him, the prisoner, to do so, the prisoner then immediately sprang forward and unexpectedly inflicted a stab with a knife upon the said Matthijssen, which stab, however much the said Matthijssen was struck thereby in the upper belly to the length of about three inches, having nevertheless penetrated only through the external coverings and without any injury to the internal parts, was therefore also found not at all fatal upon surgical examination; that the prisoner, having inflicted that stab upon the said Matthijssen, immediately wished to take flight, leaving his knife behind, but that he was seized from behind by the hair by the frequently-mentioned provost and brought to the ground, and also being caught by some kaffirs who had rushed up in the meantime, was subsequently thus delivered into the hands of Justice; the prisoner having declared in his confession made to the Gentlemen Commissioners that the knife spoken of hereinbefore had been in his long trousers, which were then rolled up to his knees, at the time of his apprehension, and that, in order not to lose it, he had taken the aforesaid knife out after he had been searched and stuck it into the front of his camisole; while the prisoner also declared that he was by no means aiming at the provost, but indeed at his master. And since such a murderous intention, together with willful injury, cannot by any means be tolerated in a country where law and justice are properly maintained, but on the contrary ought to be punished as an example and deterrent to similar villains: so it is that the Honorable Worshipful Council of Justice of this government, serving on this day, having carefully read and considered the written criminal claim and conclusion made and taken by and on behalf of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, ex officio, upon and against the prisoner, as well as having attended to all that served the matter and could move Their Honorable Worships, administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, has condemned the prisoner Ianuaryj of Macassar, as Their Honorable Worships condemn him hereby, to be taken to the place where criminal sentences are customarily executed here, and being delivered there to the executioner, to be punished with the rope at the gallows in such a manner that death follows; his dead body shall furthermore be dragged to the outside place of execution and hanged up there again, thus to remain until it shall have been consumed by the air and birds of the heavens; with condemnation of the prisoner in the costs and expenses of Justice, and dismissal of the further or otherwise made claim and taken conclusion of the officer. Underneath was written: Thus done and sentenced at the Cape of Good Hope, the 10th of July 1783, and pronounced in the Castle of Good Hope on the 19th following, and executed the same day. Was signed: J: J: Rhenius, F: C: Ronenkamp, Joh:s Smuts, C: G: Maasdorp, C: Mappa, G: H: Mijer, R: J: v: d: Riet, J: C: Gie, J: J: de Wet. Lower: In my presence, was signed: C: L: Neethling, Secretary. In the margin: Fiat execution, and signed: C: J: van de Graaff. Agrees: Rijneveld, first clerk. Appeared before the Honorable Worshipful Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope: the pro interim Fiscal G: Exter, ex officio plaintiff in a case of committed adultery, of the one part; Suzanna Petronella Beijers, wife of the burgher Johan Godlieb John, defendant in the aforesaid case, of the other part. 1. And stated: 2. That pursuant to an extract from the civil court roll held at the Cape of Good Hope on Thursday the 7th of the past month of August, delivered to the ex officio plaintiff with its attachments, 3. the same having been enjoined by Your Honorable Worships to act ex officio against the defendant Suzanna Petronella Beijers on account of perpetrated adultery. 4. The ex officio plaintiff, the defendant being judicially and fully in confession, will only take the liberty to observe: 5. That the said defendant and her husband have been known to the ex officio plaintiff for four years as persons who have lived in continual discontent and discord. 6. Of which it has happened more than once that the said defendant has absented herself from her husband for several days.

Dutch transcription

„pens de voorsz: diefte gedaan te beantwoorden, had gaande gehouden, tot dat hij Gev=e van gem: 's Heeren Eerste geweldiger eenige klappen in 't gesi bekoomen hebbende, als toen geantwoord heeft dat hy van die diefte niets wist dat wanneer even gem: Matthijssen daarop substantieelijk had geregereerd, dat den Gevr de waarheid zou zeggen, of dat hij Matthijssen hem gev:e daartoe anders nootzaken zoude. de geve als toen dadelyk toegesprongen was, en gem: Matthyssen onvoorziens met een mes een steek toegebragt had, welke steek: hoe zeer ook gem: Matthijssen daar door in de bovenbuijk ter lingte van Circa drie duijmen getroffen was egter alleenlyk door de uytterlijke bekleedsele en zonder eenige kwetzing der inwondige deen „len geponetreerd zynde, derhalven ook bij Chirurgicale schouwing geenzints doodelyk bevonden is. dat de gev„e gem: Matthijssen dien steek toe „gebragt hebbende: zig terstond, met agterla„ „ting van zyn mes, heeft willen op de vlugt begeeven, dan dat denzelven door meergem: geweldiger van agteren in de hairen gegreepen en tegens den grond gehaald, mitsg.:s door eenig intusschen toegeschootene kaffers meede gevat zijnde, vervolgens alzoo in handen van Justitie„ is overgeleeverd geworden: Hebbende den gev:e bij zyne Gedane Confessie aan Heeren Gecommitt s betuijgd dat het nies waar van hier vooren gesprooken word, zig bij zijn gevangen neeming, in zyn aangehad hebbende lange broek, welke toen tot aan zyne kniën is opgesold geweest. had bevonden en dat hi Opver het voorsz: mes om het zelve niet quijt te zaaken, nadat hij gevisiteerd was, daar uijt gehaald en voor in zijn Camizool gestooken had; terwijl hij gev„e teevens heeft gedeclareert, het geenzints op den geweldiger maar wel op zynen Lijfheer gemunt gehad te hebben — En nadien een diergelyk moordadig voor„ „neemen, mitsg„s moet willige quetsinge, in een land alwaar Recht en gerechtigheijd behoor„ „lyk worden gehandhaafd geenzints kunnen geduld, maar in teegendeel ten spiegel en afschrik van soortgelijke Booswigten, behooren te worden gestraft: zoo is 't dat den E: Acht„ „baren Raad van Justitie dezes gouvernements ten dage dienende; nauekeurig geleesen en overwoogen hebbende den schriftelijken Cri„ „mineelen Eijsch en Conclusie, door en van weegens den prointerim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter lat: Off= op ende Ceegens den gev: gedaan en genomen, mitsg:s gelet op alle het gunt thijssen Oen eve 2as selve deen ƒ toe erla„ gt vlugt 09 Ven tele pen agt gunt ter materie was dienende en hun E:E: Achtb konde doen moveeren. Recht doende uijt naam ende van weegens de Hoog Moogende Heeren staaten Generaal der verEenigde Nederlanden. den gevangen Ianuaryj van Macassar heeft gecondemneert, zoo als hun EEl Achtb: denzalven Condemneeren, mits deezen, omme gebracht te worden ter plaatse, daar men alhier gewoon is Crimineele gewijsdens: ter Executie te leggen en aldaar aan den scherpregter overgeleverd zynde, zoodanig, met de koorde aan de galg te worden gestraft, dat 'er de dood na volgd, zullende deszelfs doode lichaam voorts na het buyten gerecht worden gesleept, en aldaar wederom opgehangen, om dus te verblyven tot dat door de lucht en vrogelen des Hemels zal zijn verteerd, met Condemnatie van den geve in de kosten en misen van Justitie en ontzeg„ „ging van den verderen of anders gedanen Eysch en genomene Conclusie van den officier. /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gesententieerd aan Cabo de Goede Hoop den 10 Iulij 1783. mits„ „gaders gepronuntieerd in 't Casteel de Goede Hloop den 19 daar aan volgende en gereeu„ „teerd den zelven daage /:was geteekend:/ I: I: Rhenius Rhenius, F: C: Ronenkamp, Joh:s Smuts, C: G: Maasdorp, C: Mappa, G: H: Mijer, R: J: V: d: Riet. J: C: Gie I: I: dewet. /:laager:/ My praesent: /:was getekend:/ C: L: Neethting: Secret:s /:in margine :/ Fat Executie /:en geteekend:/ C: I: Aan de Graaff. Accordeert. Rijneveld rClercq aan 3. mits„ Cele 9. Compareerde voor den E: Achtb: Heer praesident en raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop: den prointerim Fiscaal G: Exter r: O: Eysscher in Cas van gepleegde overspel ter eenre. Suzanna Petronella Beijers, huijsvrouw van den Burger Iohan Godlieb Iohn ged=efs in voorsz: Cas ter anderen zijden 1. En deede zeggen. 2. dat ingevolge Extract uijt de Civiele regts rolle„ ƒ gehouden aan Cabo de Goede Hoop op donderdag den 7: der gepasseerde maand Augustus, den 7: O: Eysscher met diens bijlaagen ter hand gesteld 3. denzelven door uwEagtb„ zynde geinjungeerd ge„ „worden, tegens de ged=test Suzanna Petronella Beijers, ter zaake van geperpetreerde overspel, Amptswegen te ageeren. 4. den E: O: Eysscher de ged=es geregtelyk en de pleno in Confesso zijnde, alleenig de vryheyd zal neemen. aantemerken. 5. dat gem: ged„=es met haar man zedert vier Jaaren bij den E: O: Eysscher bekent staande, als perzoonen, die in Continueele ontevreeden en oneenigheijd geleefd hebben. 6. waarvan 't meer als eens gebeurd is, dat de gedag van derselven man meerdere dagen zig. heeft geabsenteerd Ca -

NL-HaNA_1.04.02_11021_0398 view scan ↗

English

absented 7. to the Honorable Plaintiff during the investigation conducted elsewhere it has appeared, 8. that the defendant husband was also not entirely without guilt; 9. while he this time indulged excessively in drink and further in the mistreatment of his wife, and also gave her occasion for jealousy: 10. which however could not and should not have authorized the defendant to worse excesses, 11. and indeed to go so far as to cohabit with another person and not shrink from committing adultery and breach of marriage in a willful manner. 12. whereby the defendant without contradiction shall also be subject to the punishment established against this crime. 13. And although the punishment thereof is not generally accustomed to occur in one and the same specific manner, 14. it nevertheless appears to be particularly accepted and established in Holland 15. that a married woman committing adultery with an unmarried man shall be banished from the country for the period of 50 years: 16. with which the Statutes of India also agree, dictating 17. that such women for so long a time shall be condemned to the punishment of the outer house, and moreover to a fine of 100 rixdollars. 18. which punishment the defendant would certainly have to undergo, were it not that several circumstances prevented the execution thereof, 19. and thus makes the Honorable Plaintiff of the opinion, under Your Honors' better judgment, 20. that the defendant ought to be punished in another yet proportionate manner, serving as an example and deterrent against such crimes. For which and other reasons and means to be further reduced in due time if necessary, the Honorable Plaintiff making his claim, concluded that by definitive sentence of Your Honors the defendant shall be condemned to be placed on bread and water for the period of six weeks, and then to remain banished for the determined time of 50 years in the Honorable Company's Lodge, with condemnation of the same to all costs; or to such other fines and punishments as Your Honors in good justice shall deem proper. Was signed: P. Eiter. In the margin: Exhibited the 4th of September 1788. Claim formulated and submitted with the requisite respect to the Right Honorable Johannes Isaac Rhenius, President, together with the further Honorable Members of the Court of Justice of this government, on behalf of the undersigned citizen Johan Godlieb John, Plaintiff in the case of dissolution on the one part, Against his wife Suzanna Petronella Biers, Defendant in the aforesaid case on the other part. Right Honorable Sir, Honorable Sirs, The undersigned takes the preliminary liberty of expressing his dutiful gratitude to Your Honors for the favorably granted admission to act pro deo in this case, and has thereby the honor to briefly set forth in support of this claim: that in the year 1778 he engaged himself with the defendant, and entered into the state of matrimony with the same, in the hope and in the fair expectation that the defendant would live with the plaintiff in these pillars of support, so wholesome for country and church, in perpetual love and unity according to the marriage laws; that although the plaintiff from his side, without flattering himself, had contributed and done everything that one can reasonably expect of an honorable man, he, to his profound grief of heart, soon had to experience the contrary through the conduct of the defendant. To the extent that neither the frequent affectionate and Christian admonitions nor other appropriate means to draw her away from her shameful ideas could ever divert her from her thoroughly abominable way of life, nor make the least impression upon her mind. But on the contrary, she went to the extreme that, during the two-year absence in which the plaintiff was forced to serve as a schoolmaster in the outer districts for the maintenance of her and her child, she did not shrink, during this his absence, from maintaining carnal conversation with one Nicolaas Meesel, Adjutant in the Swiss Meuron Regiment formerly stationed here in garrison, and thus committing the crime of adultery, to the extent that she was impregnated by him and procreated a child. And that which further aggravates the said crime, she subsequently had the insolence, with fraudulent intent, most falsely to declare the plaintiff as the father thereof, and caused him to be recorded as such in the baptismal register of the Reformed Congregation, as stands proven in law according to the confession evident from the extract of the Resolution annexed hereto under Letter [illegible], and thus no doubt can any longer exist regarding the committed act. How now both the aforesaid crimes, in so far as the criminal aspect is concerned, according to the laws deserve to be corrected, Honorable Sirs, the plaintiff shall pass over in silence, understanding the investigation thereof to belong to the Office of the Fiscal. But in so far as the civil aspect is concerned, under Your Honors' most favorable leave, he would reflect: that according to our style and manner of proceeding, from the confessed crime of adultery an action for dissolution arises on good foundation.

Dutch transcription

geabsenteerd 7. den E: O: Eysscher bij 't elders gedaane onderzoek gebleeken is, 2. dat der ged=ese man ook niet volkomen zonder schuld is geweest; 9. Terwijl hij zig ditwerf in den drank en voorts me „handeling van zyn vrouw heeft te buyten gegaan en dezelve ook geleegendheyd tot Jalousie heeft gegeeven: 10: 't geen egter de ged=es tot Ergere Excepen niet heeft zullen ofte kunnen Authoriseeren 11. en wel gav zo verre te gaan, dat zij met een and „te perzoon te zamen gehouden en zig niet heeft ontzien: op een moedwillige wyze overspel en Egtbreuk te begaan. 2: waar door de ged=ese dan ook zonder tegenspraak aan de tegens deze misdaad gestatueerde steak zal onderheevig zijn. 13. En hoewel de bestraffing derzelven niet algemeen op eenen dezelve bepaalde wyze pleegd te gesch „den. 14. zo schijnt dog bijzonders in Holland aangenomen en vastgesteld te zyn 15 dat eene getrouwde vrouw met een ongetrouwde man overspel dryvende voor den tyd van 50 Jaar „ren uijt 't Land zal gebannen worden: 16. waar meede ook de indiasche statuten overeen„ „stemmen, dicteerende dezelve. 17. dat zodanige vervoeren voor zo langen tyd tot 't uijthuijs straffe, en boven dien in een amende van van rd=s 100 zullen gecondemneerd worden. 18. welke straffe de gedfe dan zekerlyk zoude moeten ondergaan indien niet meerdere omstandighee„ „dens verhinderden, dezelve ter Executie te brengen 19 en den E: O: Eysscher dus /:onder uwE agtb: beter oordeel:/ doen zij van gevoelens. so dat de gedef=e op een andere egter tot voorbeeld en stuijting van diergelijke misdaaden strekkende eeven reedige wijze zal behooren gestrafd te worden Mits welke en anderen reden. en middelen in tijd en wijlen /: is 't nood:/ nader te reduceeren den J: O: Eijsscher Eysch doende Concludeerde dat bij definitive vonnis van UwE Agtb: de gedesse zal worden gecondemneerd om voor den tyd van Zes weeken bij water en brood gezet te worden en zo dan den bepaalden tyd van 50 Jaaren in 'sE: Comp:s logie gebannen te blyven, met Condemnatie derzelver in alle kosten: ofte tot zodanige an„ „dere boetens en straffen, als uwE agtb: bij goede Justitie zullen oordeelen te behooren /:was getekend:/ P: Eiter. /:in margine:/ Exhibitum. der de g heeft aan m te gesch nomen ang den 4 7ber 1788. — Eijsch gedaan maaken en met de vereyschten Eerbied overgegeeven aan den welEd: Achtb: Heer Iohanne Isaac Rhenius praesident benee„ „vens de verdere E: Achtb: raade van Justitie deezes gouvernements doorende van weegens den onderget„de burger Iohan Godlieb Ioohn Eysscher in Cas van disson „lutie ter Eenre. op Eende Jeegens. deszelfs huijsvrouw Suzanna Petronella Biers ged=e in voorm: Cas ter andere zyde Wel Ed: Achtb: Heer. E E: Heeren. Den ondergetekenden neemt vooraf de vryheijd uwelEd: Achtb: pligtschuldig dank te betuygen: voor de gunstige verleende admissie om in dit Cas prodeo te moogen ageeren en heeft mits dien de Ear: tot adstructie van deezen eysch kortelijk te leggen. dat hij in den Iaare 1778 met der ged: Remgopeerd P. 2 geigageerd, en met denzelve zich in den Egten staat begeeven. op hoope en in die billyke verwagting dat de gedaagdesse in deeze voor land en kerke, zoo heylzaame steunpelaaren met den Eisr in steeds voortduurende liefden en Eenigheijd na luyd der huwelijks wetten zoude leeven„ dat of schoon den Eysscher van zyne kant /:zonder zich te flatteeren :/ alles hadde gecontribueerd en in het werk gesteld. dat men van een honnet man met reeden vergen kan. Heeft hij tot zijn innig herten leed, door het gedrag des ged=ese al ras, het tegendeel moeten ondervinden. Invoegen dat nog de veelvuldige minnelijke en Christelijke vermaaningen als andere gepaste middelen, om haar van haar Schandelyke idees afte trekken, haar van haar allesints verfoegelijke leevens aard, nimmer hebbe konnen diverteeren nog op haar gemoed eenige de minste ingressie maaken. Maar inteegendeel tot dat uijtterste is over„ „geslagen: dat zij geduurende de twee jaarige absentie, die den eijss„er genoodzaakt was, tot maintinue van haar en haar kind in de buyten districten als schoolmeester te dienen zich niet ontzien heeft. Omme staande deeze zyne afweesigheijd, met Eene Johannes benee„ raade ements Godlieb desson anna in voorm: ryheijd gen in dit mits eyseh ged: nigaerd P. 1 geeven Eenen Nicolaas Meesel, Adjudant onder het alhier guarnisoen gehouden hebbende regiment, su ƒ „ses Meuron, vleeschelijke Converzatie te houden, en alzo het Crimen adulterie te Committeeren, in zoo verre dat zij van hem bevrugt, een kind geprocr „eerd heeft — En het geen het gedagte Crimen nog komt te Aggraveeren /: vervolgens de stontheijd gebruijkt den Eyss=r frandandi animo: zeer valschelyk: als vader van het zelve op te geeven en als zodanig bij het doopboek der hervormde Gemeenten doen bekent stellen, als in Confesse blykens extract Resolutie, onder sub Lettr: deesen geannexeerd, adsufficientiam Juris Consteerd, en dus geen dubio van het gepleegde fijt meer plaats gi „pen kan: Hoedaanig nu de voorsz: beyde Crime /: voor zoo verre het Crimineel betreft:/ na luyd der wetten. Meriteerd gecorrigeerd te werden. Ed: Achtb Heeren zal den 49 Eyss=r met zwygen passeeren als begrypende het onderzoek daar van, tot het Officium fiscaal te behooren. Maar voor zo verre het Civiel aangaat /:onder uwelEd: Achtb: Hooggunstig wel neemen:/ reflee„ „teeren. dat volgens onze steijl en maniere van pro„ „cedeeren uyt het geconfesseerde Crime adulten met goed fundament Een actie van dissol 1 8

NL-HaNA_1.04.02_11021_0403 view scan ↗

English

and remarriage may be granted. And that the same rightfully belongs to the plaintiff, being grounded as well upon divine as human written laws, according to the unanimous opinion of all legal authorities who have commented on this subject, as appears among others from Loenius, Decisions and Observations, Case 16, page 100, compared with Simon van Leeuwen, Roman-Dutch Law, part 1, page 84. In so far that such is likewise in viridi observantia and practiced everywhere in our Republic: see Political Ordinance of Holland, Article 18, and that of Zeeland, Article 33, and the Ampliation, Article 11. Wherefore the plaintiff, trusting to be grounded in good right and in the laws, may and must proceed to the following conclusion. As he doth conclude: That by definitive sentence of your Honorable Worships, the marriage or marital bond entered into between the parties, for the reasons hereinbefore detailed at length, shall be severed and dissolved. In such manner that the plaintiff shall be permitted, if desiring so, to marry someone else; furthermore, that the defendant shall be declared to be deprived of all rights and prerogatives belonging to her by virtue of the marriage laws, and finally that the little daughter lawfully begotten by the plaintiff with her shall be maintained at common expense under the plaintiff's direct supervision, if necessary to be regulated by your Honorable Worships, with condemnation of the defendant in all the costs; or to such other relief as your Honorable Worships shall find to be proper according to laws and justice. Imploring whereto and upon everything your Honorable Worships' nobile ac benignum officium judicis. Signed: J. V. Leeuwen, q.q. In the margin: Exhibited in Court the 17th of April 1738. Underneath: Agrees. Signed: W. S. V. Ryneveld, Sworn Clerk. Extract of a resolution taken in the Church Council at the Cape of Good Hope. Monday the 4th of February 1738. Furthermore, there appeared in council the citizen Johan Godlieb Soohn and his wife Suzanna Petronella Bijers, the first-mentioned of whom had previously applied to the Reverend President and made known that, he having already stayed for 2 years as a schoolmaster in the outer districts, his mentioned wife nevertheless, during this his absence, had given birth to a child here and had even had the audacity to report him very falsely as the father thereof and to have it entered in the baptismal register. Thus, the mentioned Suzanna Petronella Bijers being examined concerning the truth of this matter brought forward, after having initially advanced some meaningless excuses, nevertheless fully confessed that by no means her mentioned husband, but a certain adjutant of the Regiment de Meuron named Nicolaas Meezel, happened to be the father of that child. Wherefore, she upon this confession having been very severely reprimanded for her abominable way of life, the request of the mentioned Soohn to strike his name from the church baptismal register was granted to him. Underneath stood: Agrees, as far as the extracted part is concerned, with the aforesaid Resolution. Signed: W. S. V. Ryneveld, Scriba. Underneath: Agrees. Signed: W. S. V. Rijneveld, Sworn Clerk. Extract from the Civil Court Roll held at the Cape of Good Hope. Thursday the 17th of April 1738. The citizen Jacobus van Leeuwen, as authorized agent of the citizen Johan Godlieb Soohn, plaintiff, produces his claim accompanied by an exhibit, concluding as at the end thereof, against his wife Suzanna Petronella Bijers, defendant, in a case of dissolution of the marriage, to see served a written claim, to answer thereto, and further to proceed as according to law. The defendant says that her husband, without caring about her, had departed for the country districts and had thus left her sitting here in the uttermost poverty; that she therefore, solely to relieve her needy condition, had proceeded to that step, and that her husband himself was in every respect of very bad conduct and had likewise often indulged to excess in this, requesting therefore that the Court for those reasons would forgive her this transgression. The plaintiff submits in reply that the defendant has confessed, and the accusations regarding her husband are completely devoid of proof, persisting with his made claim and conclusion taken. The defendant also persists with what she brought forward for rejoinder, parties renouncing further productions. The Court keeps this case under advisement. Underneath stood: Agrees. Signed: W. S. V. Rijneveld, Sworn Clerk. Underneath: Agrees. Signed: W. S. V. Rijneveld, Sworn Clerk. Thursday the 7th of August 1738. In the forenoon, present: the Honorable Mr. Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except Mr. van Echten, on business. Whereupon, also having been brought to the table the documents and vouchers having served in the case of the citizen Johan Godlieb Soohn against his wife Suzanna Petronella Bijers instituted in a case of dissolution, the Court, before deciding definitively in this matter, has placed the aforesaid documents and vouchers into the hands of the Fiscal's office in order against the mentioned Suzanna Petronella.

Dutch transcription

en herhuwelijken kan werden gegeeven. En dat dezelve den plen eyss=r / S: M: / Regtmaatig Compateerd. steurd zoo wel op de goddelijken als menschelijke beschreeve wetten, volgens het Een stemmig gevoele van alle regts 8b: die over deeze stoffe hebben gecommentarieerd, als onder andere blykt, bij Loenius decisiën en observan „tien Cazus 16: pag. 100. vergeleeken met m„t Siemon van Leeuwen. R: H. Recht vX deel pag: 84. In zoo verre dat zulks alzo, over al in ons Republicq, in viridi observantia is en geprac„ „tiseerd werd: vid politicque ordonnantie van holl: Art=h 18. en die van Zeeland Arth: 33. en de Ampliatie artl 11. Weshalve, den 49 eijss„r vertrouwd met goed 1 en in de wetten gegrond recht. tot de navol„ „gende Conclusie, te moogen en moeten overgaan. als doeten Concludeerd. Dat bij diffinitive vonnisse uwer welEd: Achtb: den Echt of huwelyks band, tusschen partijen aangegaan /:om reedenen hier vooren in het breeden gedetailleerd:/ zal werden gescheijden en gedis„ „solveerd. zoodanig dat den Eyjss=r zal werden 0 r in zoo geprocre te bruijkt lyk: als Zodanig doen tract neveerd, geen als gui ƒ der Ed: 40 teb asseeren tot er /: onder re ste van pro„ adulten solut voor en St het werden gepermitteerd om /:des begeerende:/ met een anders te moogen trouwen vervolgens, de geds zal werden verklaard vervallen te zyn, van alle regten en prerogative haar uyt kragt der huwelyks retten Competeerende, En eijndelyk dat het dogter„ „tje wettig by den Eyss=r aan haar verwekt ten gemeene kosten onder des Eyss=r directe zal worden gealiementeerd, des noods bij uwelEd: Achtb: te reguleeren, met Conceemnatie der ged: in alle de kosten Ofte tot al zulken andere fitie als uwelEd: Achtb: na regten en wetten zullen vinden te behooren. Implozeerende hier toe en op alles uwelEd: Achtb: nobile ac benignum Officium Judicis /:was geteekend:/ I: V: Leeuwen. qq. /:in margine:/ Exlibitum in Judicio den 17:' April 1738 /: daar onder:/ Accordeert: /: was getekend:/ W:t S: V: Ryneveld. Geza: Clercq.— Extract resolutie genomen No Maandag den 4 Februarij 1738. — Voorts verscheenen in rade de burger Iohan Godlieb Iochn en zyne huijsvrouw Suzanna Petronella Bijers welke eerstgem: zig te voren bij den Eerw: heer praeses had vervoegd, en te kennen gegeeven, dat hij zig reeds zeedert 2 Jaaren als schoolmeester in de buijten districten opge„ „houden hebbende, zyne gem: huisvrouw nogtans staande deese zyne afweezigheyd alhier van een kind was bevallen, en zelfs de stontheijd had gebruijkt om hem zeer valschelijk als vader daar van op te geeven en by het doop boek te doen bekend stellen: zo is gem: Suzanna Petronella Bijers, omtrend de waarheyd van dit voortgebrachte onderhouden weesende, door haar na in't eerst eenige niets beduydende verschoningen te hebben voorgewend egter volmon„ „dig beleeden; dat geenzints haar gem: man maar zekere adjudant van het regiment Meuron in naame Nicolaas Meezel vader van dat kind quam te zyn: weshalven zy op deese beleydenisse zeer ernstig over haare verfoeyelyke leevenswijze gerepramendeert zijnde, ook het versoek van gem: soohn om syn naam op het kerkelijk doopbook en kerkenraade aan Cabo de Goede Hoop. te te des werden zyn. van haar sUetten dogter Aan eene directe teer Achtb: demnatie ten dere na vinden ld: dics margine/ :daar S:V: nomen. on op te loeijeeren, aan hem: is toegestaan /:onderstond:) Accordeert voor zo verre het geetrateerde aange met voorsz: Resolutie /:was getekend:/ W: S: V Ryneveld. Scriba. /:daar onder:/ Accordeert / w getekend:/ W: S: V: Rijneveld: gezw: Clercq. — Extract uit de Civiele Rechts Rolle gehouden Aan Cabo de Goede Hoop. Donderdag den 17 April 1733. — Den burger Jacobus van Leeuw Van Leeuwen produceert als gpmachtigde van den burg zijnen eijsch verzeld van eene Iohan Godlieb sooEn. eps=t bilaag. Concludeerende ut in fine van denzelven. deszelfs huijsvrouw Suzanna zegt, dat haren de gede ƒ Petronella Bijers. ged=efe omme man. zonder zig aan haar te in Cas van dissolutie van het stooren was naar buijten ver„ huwelyk te zien dienen van „trokken en aldus haar in de schriftelijken eysch daarop te uitterste armoeden alhier had antwoorden en voorts te procede laaten zitten; dat zij dus al„ „ten als na rechten „leen om haar noodlydenden toestand te gemoed te koomen tot dien stax was overgegaan en dat haaren man zelve in allen opzigte van een zeer sligt ge „drag zijnde zig ook insgelijks dikwerf hier in had, te buijten gegaan, verzoekende dus dat de raad deeze misslav haar op om die reeden wilde vergeeven. — de Eijss=r Legt voor replicq dat de gedese in Confesso is, en de beschuldigingen ten opzigte van haren man geheel van bewyzen zyn ontbloot: persisteerende bij zyn gedanen eysch en genomene Conclusie de ged=es=e persisteerd meede bij haar voortgebrachte vóór Auplicq: renuntieerende partijen van verdere productien De Raad houd deeze zaak in advijs /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ W: S: V: Rijneveld geZw: Clercq /:daar onder:/ Accordeert /: was getekend:/ W: S: V: Rijneveld. g: Zu: Clercq. — Donderdag den 7. Augustus 1737. S' voordemiddags praesent de E: Achtb: Heer Iohannes Isaak Rhenius praesident en alle de leeden: dempte den Heere van Echten, bij occu„ „patie- Waar na ook ter tafel gebragt zynde de stuken en munimenten gediend hebbende in de zaak van den burger Iohan Godlieb Ioohn, op ende Jegens zyne huijsvrouw Suzanna Petronellu Bijers in Cas van dissolutie geëntameerd, heeft de raad alvoorens in deezen, ten definitive te disponeeren, de voorsz: stukken en munimenten gesteld, in handen van het officium Fiscaal om teegens gem: Suzanna Petronella anga 70„ Recht ab de . an Leeuw den burg pt Suzanna d van het van a te pr rocede te Somme slegte buijten Maar - 0

NL-HaNA_1.04.02_11021_0408 view scan ↗

English

Petronella Bijers, and in case of dissolution being intimated, the Court, before definitively deciding in this matter, has placed the aforesaid documents and muniments into the hands of the Officer Fiscal, in order to proceed officially against the said Suzanna Petronella Bijers on account of adultery committed. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower down: in my presence, was signed: C. L. Neethling, Secretary. Below that: Agrees with the original, was signed: W. S. v. Rijneveld, Sworn Clerk. Thursday, the 4th of September 1788. In the forenoon, present: the Honorable Johannes Isaak Rhenius, President, and all the members, except for the Honorable Coenraad Gie due to indisposition. The Pro-Interim Fiscal of this Government, the Honorable Gabriel Exter, in his official capacity, Plaintiff, of the one part, against Suzanna Petronella Bejers, wife of the burgher Johan Godlieb Soo, Defendant, of the other part; Pursuant to the resolution of the Honorable Council of Justice, dated 7 August 1783, in a case of committed adultery, to hear the claim and conclusion, to answer thereto, and to proceed as according to law. The Member of this Council, the Honorable Ryno Johannes van der Riet, appearing on behalf of the Plaintiff in his official capacity due to indisposition of the latter, submits a written claim, substantiated with its annexures, concluding as at the end thereof. The Defendant, for answer, says that her husband himself is the cause of her downfall, as he, during the recent war, when in that expensive time she had to pay 10 rixdollars for a room, left her stranded without supporting her as every husband is obligated to do; that she was therefore driven to it by necessity; while her husband furthermore crawled in with his own female slaves and Hottentot maids and had beaten and mistreated her; requesting that the Council please take these circumstances into consideration in her favor. The Council, having read the written Criminal Claim and Conclusion submitted by and on behalf of the Plaintiff in his official capacity on and against the Defendant; as well as having considered everything relevant to the matter and which could move Their Honors; administering justice in the name and on behalf of the High and Mighty Lords States General of the United Netherlands, condemns the Defendant Petronella Byers, after having served a term of fourteen days on water and bread, to be exposed before the church door on the first Sunday thereafter, in the forenoon and afternoon, with a placard on her chest upon which shall be written "Adulteress"; with condemnation of the Defendant in the costs and expenses of justice, and denial of the further or otherwise made claim and drawn conclusion of the Officer. Underneath stood: At the Cape of Good Hope, day and year as above. Lower down: in my presence, was signed: C. L. Neethling, Secretary. Below that: Agrees with the original, was signed: W. S. v. Ryneveld, Sworn Clerk. Appeared before the Honorable President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Pro-Interim Fiscal G. Exter, Plaintiff in his official capacity in a criminal case, of the one part, against Mentor of Mozambique, slave of the widow of the late Willem Versoele, prisoner and defendant, of the other part. Article 1. And these say: 2. That the prisoner and defendant, as appears from the attached report and declaration, deserted in the beginning of the month of August last; however, having been captured after a few days and released from the jail with a good beating, 3. did not hesitate, in order to free himself from work and thereby spite his mistress, 4. to bind his arm completely stiff with a cloth, and make himself unfit for labor, 5. that, this having been revealed by some of his fellow slaves to their mistress, 6. she ordered the prisoner and defendant to appear before her, 7. in order to punish and correct the prisoner and defendant for this deceit, with the help of the slave Spadille who was called for that purpose. Article 8. That the prisoner and defendant, discerning the intention of his mistress and that he was about to be held by the boy Spadille, 9. then dared to draw his knife against that boy, and thus take to flight, 10. without having wounded the said boy or anyone else; 11. but the prisoner and defendant, having been pursued and overtaken by the aforesaid boy, 12. the prisoner and defendant, turning around, made another stab at that boy; and, while the latter turned to avoid the thrust, slightly wounded him in the back; 13. that, however much this wounding occurred with premeditation, intent, and will, 14. and the prisoner and defendant does not appear to have refrained from it himself, 15. committing an actual manslaughter under other circumstances, 16. and he would need to undergo the punishment established for that; 17. the Plaintiff in his official capacity nonetheless believes he must greatly consider 18. that the prisoner and defendant is the very same boy 19. who already complained about mistreatment three years ago, and was also found to have been excessively ill-treated several times. Article 20.

Dutch transcription

Petronella Bijers en Cas van dessolutie geente„ „meerd, heeft de raad, alvoorens in deezen: ten definitive te disponeeren, de voorsz: stukken en munimenten gesteld in handen van het Officiuer Fiscaal, om teegens gem: Suzanna Petronella Bijers. ter zake van geperpetreerde overspel Amptsweegen te ageeren. /:onderstond:/ Aan Cabo de Goede Hoop, die et anno ut Supra /:lager:/ mij praesent /:was getekend:/ C: L: Neethling Secretaris /:daar onder:/ Accor„ „deert /:was geteekend:/ W: S: V: Rijneveld ge„ „ Zw: Clercq. Donderdag den 4 September 1788. — 's voordemiddags praesent den E: Achtb: Heer Iohannes Isaak Rhenius president en alle de leeden. Aempto den Heere Coenraad gie by indispositie — De Prointerim Fiscaal dezes Het Lid dezes Raads. de gouvernements d' E: Gabriel Heer Ryno Ioh=s van der Exter Iat: aH: Eyss=r ter Eenre Riet, vermits indispositie op ende Jeegens. van den E: O: Eisscher. Compareeren„ „den legd over eenen schriftelyken Suzanna Petronella Bejers Eysch gemunieerd, met dier huijsvrouw van den burger bylaagen Concludeerende ut Iohan Godlieb Soo En. gedaf in fine van denzelven. de gedaagdesse voor ant, ter andere zyde, omme ingevol „woord Geelvnk 3 „woord zegd. dat haaren man zelve oorzaak van haaren val nten is: als hebbende hij haar in de Jongste oorlog wanneer zy in de duuren tijd 10 ryxdaalders voor een kamer moest geeven. laaten zetten zonder haar zoo als ieder man verpligt was te ondersteunen; dat zij dus door de nood, daar toe was gedrongen geworden, Terwyl haaren man verder by zyn eigen slavinnen en Rottentots mijden gekroopen en haar geslaagen en mishandeld had, verzoekende dat de raad deze Accor¬ omstandigheden in haar faveur geliefde in Consideratie te neemen. end cente ken en ut veldge„ De Raad den schriftelijken Crimineelen Eysch en Conclusie door en van weegens den V: O: Eijss=r op ende Iegens de ged„efe ingediend. geleezen; mitsg:s gelet hebbende op al het geene ter ma„ „terie was dienende en hun EE: Achtb„r konde doen moveeren. Recht doende uit Naam ende van weegens de Hoog Moogende Heeren Staaten Generaal der verEenigde Nederlanden. Con„ „demneerd de ged=ese Petronella Byers, omme na den tijd van veertien dagen te water en te brood te hebben gezeeten, den Eersten Zondag daar aan 's voor en nademiddags. met een brief op de borst waarop geschreeven zal staan, over„ „speelster voor de kerkdeur ten toon te worden gesteld, met Condemnatie van de gedaagdesse resolutie van den E: Achtb: raade van Justitie, de dato 7 augustus 1783: in Cas van gepleegde over„ „spel te hooren Eysschen en Con„ „cludeeren. daarop te antwoorden en te procedeeren als na rechten. i Officier ella spel 88. - H en by alle eer zes Gabriel Eenre an e Bijen burgen d ae=t eevolg ged 1. de in de kosten en misen van Justitie en ontzegging ƒ van den verderen of anders Gedanen Eysch en genomene Conclusie van den officier. /:onderstond:) Aan Cabo de Goede Hoop. die et anno ut Rupr /:laager:/ mij praesent /:was getekend:/ C: L: Neett„ „ling Secretaris /:daar onder :/ accordeert /:was getekend:/ W: S: V: Ryneveld. J Zw: Clercqes Rijneveld 3 Clercq Accordeert. 8 ging Rupra Neett was L 10. Compareerde voor den E: Achtbaren Heer praesident en Raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop, den prointerim Fiscaal G: Exter: R: O: Eijsscher in Cas Cri„ „mineel Mentor van Mosambique Lyf„ „eygen van de weduwe wylen Willem versoele geve en ged=e ter andere Zyde. ter Eenre Ca Art„l 1. En deeze zeggen 2. dat den gev:e en ged: blijkens 't aan liggende re„ „laas en verklaaring in 't begin des maands Aug„s Jongstleeden opgedrost; egter naar eenige dagen gevangen, en met een goed pak slagen uyt den tronk gelost zynde, 3. zig niet pas hebben ontzien om zig van 't werk te bevryden en zyne lijfvrouw daardoor te tergen 4. zijn arm met een doek gantsch stif te linden, en zig tot 't arbijden onbekwaam te maaken, 5 dat zulx door eenige van zyne meede slaaren aan derzelver lijfvrouws verklikt zynde ge„ „worden. 6 dezelve den gev=e en ged=e voor zig heeft doen komen. 7. ten eynde aen gev„e en ged: met hulpe van den daartoe geroepene slaaf spadille over uit beslaan te bestraffen en te Corrigeeren. Artt. 8 Art„e 8: dat den gev„e en ged: de intentie van deszelvs by „vrouw ontwaarende en van den Jongen Spadille hebbende zullen vastgehouden worden. 9 zig dan heeft durven onderstaan zyn mes teeg dien Jongen te trekken, en zig dusdaanig op vli te begeeven 10. zonder gem: Jongen of ymand anders verwond te hebben 11. dog den gev=e en ged: van meer gem: Jongen agter „volgd en ingehaald zijnde 12. heeft den gev=e en ged: zig omkeerende voor 't an„ „dermaal naa dien Jongen gestooken: en denzelve terwyl hy zig om de steek te vermyden, draagde ligtelijk in den rug verwond 13: dat zoo zeer deeze verwondering met voorbezagte overleg, opzet, er wille geschied is 14 en den gev=e en ged: hier na zelve niet schynt 't le zullen hebben nagelaaten 15 bij andere omstandigheeders eener weesentlijke doodslag te begaan. 16. en denzelven de daar omtrent gestatueerde straf zoude behoeven te ondergaan. 17: vermeend den r: O. eijsscher egter grootelijks te moeten Considereeren 1/8 dat den gev=e en ged:even denzelven Jongen is. 19 dewelken voor drie Jaaren reeds over mishandeling geklaagd, en verschydene maalen ook bovende maaten getracteerd te zyn is bevonden gewor „den. Artl: 20

NL-HaNA_1.04.02_11021_0415 view scan ↗

English

Article 20: in such manner that the Officer of Justice proceeded against his master, with this result, however, 21. that the prisoner and defendant, after having sat locked up in the prison for fully half a year, 22. miserable and weak as he was, 23. was first placed in irons, and a short time thereafter was also fitted with horns; 24. that the said prisoner and defendant, having been punished before the jail, on several occasions upon his arrival home had to undergo further punishment 25. because he had not been beaten to the satisfaction of his master; 26. that it might well be possible that his mistress lately wished to follow the example of her husband, 27. the prisoner and defendant at least persisting 28. that, through sad experience and out of fear of being treated as usual and even worse, he had resorted to the attempted measure in order to free and save himself therefrom, 29. his mistress, says the prisoner and defendant, having beforehand ordered some rush canes to be made ready 30. and likewise ordered the ladder to be fetched, 31. and to tie him fast with a strap which the servant had in his hand, 32. and he, prisoner and defendant, had his arm bound on account of this, because the same had been swollen just as his leg had been beforehand. Article 33: so that the Officer of Justice, demanding under Your Honours' better judgment, believes he may with reason be of the opinion 34. that however much the prisoner and defendant may have offended against his master or mistress, 35. he, on the other hand, was also often treated contrary to the prescribed orders, 36. and therefore, in consideration of all circumstances and the concatenation thereof, he ought to be punished in a mitigated and equitable manner according to the discretion of the Judge. Wherefore and for other reasons and arguments, to be deduced further in due time and place if necessary, the Officer of Justice, making his demand, concluded that the prisoner and defendant, by definitive sentence of Your Honours, shall be condemned to be scourged by the Caffres, and then, being riveted in irons, to remain banished to Robben Island for two consecutive years; furthermore, to be sold publicly for the benefit of his mistress, with restitution of all costs incurred herein, or to such other penalties and punishments as Your Honours shall judge to be proper according to law and equity. Was signed: G: Exter. In the margin: Exhibited in Court the 2 8ber 1783. Deposition given in the presence of the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this Government, by and on behalf of the slave Spaaille, belonging to the widow of the late burgher Willem Versveld, of competent age, and at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honourable Gabriel Exter, reading as follows: That some weeks ago, without being able to determine the exact day or date, a slave belonging to the deponent's mistress, who had been a runaway for some time, named Mentor of Mosambicque, having upon his return from the jail worked again for some days with the other people, the deponent, who was also among the group, subsequently noticed on a certain Saturday thereafter that one hand of the aforementioned Mentor was tied very tightly with a cloth; that the deponent on that day, together with the aforesaid Mentor, being seized from the garden by his mistress, he, the deponent, upon his arrival at the house by order of his said mistress, had wished to seize the aforesaid Mentor, in order, as it appeared to him, the deponent, that he might be punished by his said mistress for this conduct, whereupon the said Mentor produced a knife and stabbed at the deponent with it, but, not having hit him, immediately took flight; that the deponent, together with the servant of his mistress, having pursued him, Mentor, on that occasion, while the deponent had approached him to about three paces, the said Mentor suddenly turned around and stabbed at the deponent a second time, which thrust, as the deponent turned around at that moment, struck him, the deponent, only lightly from behind above the left thigh; that in the meantime two wood-boys, without knowing whose they were, having come upon them, the said Mentor was thereupon seized by them and brought over to the Cape. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for his knowledge, as in the text, testifying that all the foregoing is the pure truth. Thus related at the Cape of Good Hope, the 14 August 1788, before the gentlemen Ryno Iohannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meijer, members from the Honourable Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute hereof together with the appearer and me, sworn clerk. Lower down: Which I witness. Was signed: W: P: v: Ryneveld, sworn clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners from the Honourable Council of Justice of this Government the aforesaid slave Spaaille, who, these his interrogatories from word to word clearly having been read to him

Dutch transcription

Art:l 20: zodanig dat r: O: teegens desselvs lyfheer is geprocedeerd geworden, met dien gevolg egter, 29 dat den geve en ged: naar wel een half Jaar in 't gevangen huijs opgeslooten gezeeten te hebben, 22. zoo elendig en zwak hij ook geweest is. 23 eerst in de yzers is geslaagen, een korten tyd daarna ook met hoorns voorzien geworden. 24 dat denzelven gev„e en ged: voor den tronk ge„ „straft zijnde tot meerdere reijzen bij zijn te huijs komst nog een verdere bestraffing hebbende moeten ondergaan 25. om dat hij niet naar genoegen van zyn lyfheer geslaagen was. 26. het wel zoude kunnen mogelyk zijn, dat zyne lijfvrouw laastelijk 't voorbeeld van haar man heeft willen navolgen 27 persisteerende ten minsten den gev: e en ged: 28 dat hij door de droevige ondervinding en uyt vreese naar gewoonte en nog erger getracteerd te worden, tot 't ondernomene middel was over„ „gegaan, om zig daarvan te bevrijden en te kun„ „nen salveeren. 29. hebbende zegt den gev=e en ged:t zyn Lyffvrouw van te vooren eenige biese roeden doen klaar maaken 30. en teffens geordonneerd de Ladder te haalen 31. en hem met een riem, dien de knegt in de hand had, vast te binden. 32. en hij gev„e en ged:t zyn arm, daar om gebonden, dewijl denzelven opgezwolden is geweest gelyk den Art„l 20 te zelvs by padille mes teege up Vla wond te agter any zelve draagde orbe dogte 44 lijk e Straf kste gen is. ishandelen bovende en gewor¬ sch te vooren zijn been 't was. Art„l 33. zoo dat den r: O: Eysscher /:onder uwE: Agtbaaren bee„ „ter oordeel :/ vermeend met grond van gevoelens te mogen zyn 34. dat zoo zeer den gev: en ged: ook teegens zynen Lyf„ „heer of vrouw zoude mogen hebben gemarqueerd 35. denzelven daarteegens ook dikwils teegens de voorgeschreevene ordres behandeld is geworden. 36 en dus in ruksugt op alle omstandigheedens en de aan een schakeling derzelven op eene gemitigeerde, en billijke wijze secundum ar¬ „bitrium Judicis zal behooren gestraft te wor„ „den Mits welke en andere reeden en middelen in tyd en wyle /: is 't nood:/ nader te deduceeren den r: O: Eysch doende Conclu„ „deerde dat den gev„e en ged: bij definitive vonnis van uwE: Agtb: zal werden gecon „demneerd omme door de Caf„ „fers gelaarsd te worden, en dan in d' yzers geklonken zynde twee agtereenvolgende Jaaren ten robben eyland ge„ „bannen te blyven. voorts ten voordeele van desselvs lyf„ „vrouw publicq verkogt te worden, met restitutie aller hier hierbij gevallene kosten, ofte tot al zulken andere pene en straffen als uw Edele Achtb= naa regt en billykheyd zullen oordeelen te behooren (: was geteekend:/ G: Exter /:in mar„ „gine:/ Exhibitum in Judicio den 28ber 1783. — belaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende gecommitts uit den E: Achtb: raade van Jus„ „titie deezes gouvernements, door ende van weegens den slaaf spaaille, toebehoorende de wede. wylen den Burger Willem versveld van Competenten ouderdom en ter requisitie van den prointerim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter Luidende het zelve als volgt. — Dat eenige weeken geleeden. zonder in 't zekere den dag of datum te kunnen bepalen, eenen des rel=ts lyfvrouwe toebehoorende en zeederd eenigen tijd opgedrosten slaaf in naame Mentor van Mosambegua aaren elen te been en Lyf gueerd de rden. eedens eene umary te wor„ den en /: is 't ceeren Conclu ged: van gecon de Caf„ en ken volgende and ge¬ s ten ens lyf„ gt aller hier te en 24 0 Mosambicque, bij zyne terug komst uit de tront wederom enige dagen met 't overige volk ge„ „werkt hebbende, den rel„t die meede onder de hoop was, vervolgens op zekere saturdag daar aan, bespeurd had, dat de eene hand van voorm: Mentor zeer styf met een doek gebonden was dat hij rel„s op dien dag; benevens voorsz Menton door zijne Eijfvrouw uijt de tuijn gegreepen zijnde hij rel„s als toen bij zyne komst van het huijs ter ordre van zyne gemelde lijfvrouw voorsz: Mentor had willen grijpen, ten einde, zoo als het hem relk toescheen, over dit bedrijf, door zyne gemelde Eyf „vrouw gestrafd te kunnen worden, als wanneer denzelven Mentor een mes voor den dag gehaald en daar meede naar den rel„t gestooken, edog hem niet gezaakt hebbende, vervolgens terstond, de vlugt had genomen. dat den rel=t benevens de knegt van zyne lijf „vrouw hem Mentor agtervolgd hebbende, gerepte Mentor bij die geleegendheid terwijl de rel=k hem circa op drie treeden genaderd was, zich schuelpk had omgekeerd en andermaal naar den reck had gestooken, welke steek: alzoo den relt zig op stonds had omgedraayd hem relk maar lig„ „telijk van agteren boven de linker dije ge„ „trossen heeft — dat Dat intusschen twee hout-Jongens, zonder te weeten van wie, daarop afgekoomen zynde, gem: Mentor, door hun als toen was gegreepen en naar de Caab overgebragt. — Niets meer verklaarende geeft de Comp=t voor reedenen van wetenschap, als in den text betuigende, dat al het voorenstaande de Zuivere waarheid is. Aldus Gerelateerd aan Cabo de Goede Hoop. den 14 Augustus 1788. voor de Heeren Ryno Iohannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meijer leeden uit den E: Agtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deezes, beneevens den Comp:t en mij gezw Clercq, mede behoorlyk hebben onderteekend: /: laager:/ 'T welk ik getuijge /: was geteekend :/ W: P: v: Ryneveld: gezw: Clercq. — Recollement Compareerde voor de ondergetekende gecommitts uyt den E: Achtb: rade van Justitie deezes gou„ „vernements voorsz: slaaf spaaille dewelke deeze zyne interrogatoria van woorde tot woorde /:onderstond:) duijdelyk tromt lk daar va bonden Mentor pen zijnde huijs ter Mentor hem relt de lyf anneer gehaald dog hem stond de zyne lijf re Schielpk re zig aar lig¬ gen l hem te gen ƒ

NL-HaNA_1.04.02_11021_0420 view scan ↗

English

having been clearly read aloud, he affirmed that he persisted therein, desiring that nothing more be added thereto or taken away; affirming that all of the foregoing is the pure truth. Thus verified at the Cape of Good Hope, the 30th of September 1788. Signed. And written around it: this mark was made by the deponent's own hand. Lower down: in my presence. Signed: W. S. van Ryneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners, signed: S. v. Echten and Johannes Smuts. Appeared before the undersigned commissioner members of the Honorable Council of Justice of this government, the sailor of the Honorable Company Johannes Moller of competent age, who, at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honorable Gabriel Exter, declared that it is true that on a certain Wednesday, about two weeks ago now, without the deponent being able to determine the exact date, there was brought from the jail to the house of the widow Willem Versfeld, with whom the deponent serves as an assistant, the slave Mentor of Mozambique, who some time before having run away and been captured, had received his punishment for that on that day. That said slave, having then worked with the people until the following Saturday, when it was discovered early in the morning by the deponent that the aforementioned Mentor had tied a cloth very tightly around his hand so that, his arm beginning to swell as a result, he might have a good pretext to excuse himself from work, as had happened more often before; while at the same time it was also made known by some of the people to said widow Versfeld that said Mentor had incited some other boys to run away with him from their mistress. That said widow Versfeld thereupon called said slave Mentor and questioned him about the reasons for this, and having ordered the slave Spadille to hold the aforementioned Mentor in order to have him punished for it, said Mentor, as the aforementioned slave Spadille wished to comply with this order, immediately drew his knife and stabbed at aforementioned Spadille, thereupon taking to flight without having hit him, however. That when aforementioned Spadille pursued the same Mentor, said Mentor, when Spadille had approached to within three paces of him, turned around and stabbed again at aforementioned Spadille, yet in such a manner that said Spadille, by quickly turning around, received that stab merely slightly in his back; aforementioned Mentor being afterwards seized by two wood boys coming down from the mountain, and conveyed to the jail. Declaring nothing more, the deponent gives as reasons for his knowledge as stated in the text, being prepared to confirm the foregoing under oath if required. Thus done at the Cape of Good Hope, the 14th of August 1788, before the gentlemen Ryno Johannes van der Riet and Gerrit Hendrik Meyer, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who duly signed the minute hereof together with the deponent and me, sworn clerk. Lower down: to which I testify. Signed: W. S. van Ryneveld, sworn clerk. Verification. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, aforementioned Johannes Moller, who, this declaration of his having been clearly read aloud word for word, affirmed that he persisted therein, desiring that nothing more be added thereto or taken away, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, in the presence of the slave Mentor, the solemn words: So truly help me God Almighty. Thus verified and sworn at the Cape of Good Hope, the 30th of September 1788. Signed: J. Moller. Lower down: in my presence. Signed: W. S. van Ryneveld, sworn clerk. In the margin: as commissioners, signed: S. v. Echten and Johannes Smuts. I, the undersigned Anthony Blicsefski, surgeon in the Honorable Company's Hospital here, certify that on the 3rd of this current month of August I was called to the garden or dwelling belonging to Mrs. the Widow Versfeld, and at her requisition examined a slave boy, who according to the statement of said widow Versfeld had been wounded by another slave boy also belonging to her; that upon examination I found that the very same boy was wounded in the back of the thick part of his left thigh, where a triangular stab had been inflicted upon him, but that the same was not fatal. In witness of the truth, signed this at the Cape of Good Hope, the 14th of August 1788. Signed: A. Blicsefski. Articles drawn up and delivered to the gentlemen commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, in order that, at the requisition of the pro interim Fiscal J. Exter, Mentor of Mozambique, bondsman of the widow Willem Versfeld, may be heard thereon; his answers to be given being duly recorded. Appeared before the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the slave Mentor of Mozambique, who to the adjacent interrogatory articles gave such answers as are noted beside each of their respective entries in the margin hereof. Article 1. The prisoner's name, birthplace, age, and whose bondsman he is. States: Mentor of Mozambique, aged about 25 years by estimate, bondsman of the widow of the late burgher Willem Versfeld. Article 2. States

Dutch transcription

„duydelyk voorgeleesen zynde, betuijgde daar bij te blyven parsisteeren met begeerte dat daar niets meer by of afgedaan werden zal; Betuij¬ „gende dat al het voorenstaande de Zuivere waarheid is. Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop. den 30. September 1788. /:was geteekend:// /: en daar om schreeven:/ dit merk is door den rel„k eygenhandig gesteld /:laager:/ hij praesent /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld gezw Clercq /: in mar„ „gene:/ als gecommitt:s /:was geteekend:/ S: V: Echter en Joh:s Smuts — Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt=s leeden uyt den E: Achtb: raade van Justitie der „zes gouvernements de mattroos der E: Comp: Iohannes Toller van Competenten ouderdom, de„ „welke ter requisitie van den prointerem Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter verklaarde, hoe waar is dat op zeekere woensdag nu wel twee weeken geleeden, zonder dat de Comp„t de fuiste datum bepaalen kan, uijt de bronk in 't huis van de roe„ „duwe Willem versseld. /: bij wien de Comp=t als knecht dienst doed:/ gebragt is de slaafeenter van mosambicque, dewelke eenige tijd te voren /:onderstond/:/ op gebro opgedrost en gevangen genoomen zynde, op dien dag daar voor zyn straf ontfangen had. dat gem: slaaf als toen bij 't volk gewerkt 1 hebbende, tot op zaturdag daar aan volgende, wanneer door de Comp„te S' morgens vroeg ontdekt is, dat voorsz: Mentor een doek zeer styf om zyn land gebonden had, om nadien sijn arm daar door begon te zwellen, dus een goed voorwendsel te kunnen hebben, om, zoo als te voren wel meer gebeurd was, zich van het werken te excuseeren, ter„ „wyl teffens ook door eenige van het volk aan gem: weduwe versfeld is bekend gemaakt, dat gem: Mentor eenige andere Jongens had opgestaakt, om met hem van zine lijfvrouw op te drossen. dat gerepte weduwe versteld daar op gem: „staaf Mentor geroepen en hem die reedenen hier van afgevraagd, mitsgaders den slaaf Spacille gelast hebbende, om voorsz: Mentor vast te houden, ten einde denzelve daar over te doen Straffen, had ged=te Mentor zoo als de voorsz: slaaf spadille aan deeze ordre had willen voldoen, dadelyk zyn mes getrokken, en naar voorz: spadille gestooken zig daar op zonder denzelven egter getroffen te hebben, op de vlugt begeerende. dat wanneer voorsz: spadille, den zelve Mentor heeft agtervolgd, gerepte Mentor, toen in de roen hem daar bij daar Betuy„ Hoop. rel„t was in mar„ P: V: Echter mitst tie der Compt. de„ Fiscaal waar is. weeken datum als af Mentor te voren op gebro - hem spadille tot 3 treeden bijgekomen was, zig omgekeerd en wederom naar voorsz: spadille ge„ „stooken heeft, zoo nogtans dat denzelven spadille door zig schielyk om te draayen. dien steek niet anders als even in zyn rugge heeft bekomen„ zynde meerm: Mentor daarna door twee van de berg afkomende houtjongens gevat, en naar de tronk overgebragt. — Niets meer Verklaarende geeft den Comp„t voor reedenen van wetenschap als in den text, beseid zynde het voorenstaande zoo het vereischt word met Eede te staven. Aldus Gepasseerd aan Cabo de Goede Hoop. den 14 augustus 1788, voor de heeren Ryno Pol„ van der Ruet en Gerrit Hendrik Myer leeden uit den E: Achtb: raad van Justitie voormeld, die de minute dezes, beneevens den Comp„t en mij gezw: Clercq meede behoorlijk hebben, onderteekend /:laager:/ 't welk ik getuyge /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld, gezw: Clercq. — Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt uit den E: Achtb: raade van Justitie deezes god„ /:onderstond:/ vernementl vernements voorsz: Johannes Moller. dewelke deeze zyne verklaring van woorde tot woorde duydelyk voorgeleezen wezende, betuygde daar bij te blyven persisteeren, met begeerte dat 'er niets meer by of afgedaan werden zal, en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid van dien, in praesentie van den slaaf mentot. de Solemneele woorden zo waarlyk helpe my god almachtig. — /:onderstond/:/ Aldus Gerecolleerd en B'Eedigd. aan Cabo de Goede Hoop den 30 September 1788. /:was geteekend :/ I: Muller /:laager:/ my praesent /:was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld: gezw: Clercq. /:in margine:/ als gecommitt„s /:was getekend:/ S: v: Echten en Johs Smuts. — Ik ondergetekende Anthony Blisefki Chirurgin in het 's E: Comp=s Hospitaal alhier. Certificeere dat ik den 3. dezer lopende maand augustus ben geroepen in de thuijn of wooning aankon „mende Mejuffw de Wede. versveld, en ter requisitie van dezelve heb g'examineerd een slaze Jongen, die volgens opgave van gemelde weduwe vers„ „veld door een andere slave Jongen mede laat ƒ toebehorende nd committ goud ment toebehoorende was gequetst geworden; dat ik bij Examinatie heb bevonden dat evengem: Jongen was gequetst agter in het dikke van zyn linker Aije, alwaar hem was toegebragt, een triangulaire stek Edog dat dezelve niet dodelyk was /:onderstond:/ In kennis der waarheyd deze ondertekent Aan Cabo de goede hoop den 14 Augustus 1788. /:was getekend:/ A: Bliese Cki. Articulen gedaan maaken en aan Compareerde voor de onder„ Heeren gecommitts uit den E: Achtb: „geteekende gecommitts uijt den E: Achtb: Raade van Justitie Raade van Justitie des Casteels de dezes gouvernements, den slaaf Goede Hoop overgegeeven omme ter Mentor van Mosambicque, de„ requisitie van den prointerim wie „welke op de nevenstaande Fiscaal I: Exter daarop gehoord op vraagarticulen, zodanige ant„ te worden Mentor van Mosambicque„ „woorden gegeven heeft, als lijfeijgen van de wede. Willem vers„ bezyden een yder derzelver „veld. zullende deszelvs te geevene responsiven in margine deezer staat, aangeteekend. behoorlyk worden bekent gesteld. Arth 1. kree - Zegt: Mentor van Mosambicque Des gev„s naam geboorte plaats ou„ „ „derdom en wiens lyfeygen hy is oud naar gissing 25 Jaaren lyfeygen van de weedwe van wylen den burger Willem versfeld. — 1 Artl 2 Zeg tot

NL-HaNA_1.04.02_11021_0425 view scan ↗

English

Article 2. How long he has already been in service there, and what his ordinary duties have been. States that he lived there from childhood, and at first sold vegetables, but afterwards worked in the garden. Article 3. Whether the prisoner has not run away several times and deserted from his master. States, at least ten times. Article 4. Whether the prisoner had not deserted a few weeks ago, and upon being captured was brought to the jail. States, yes. Article 5. What the reasons are for this, that the prisoner has taken flight so often, whether the true cause is not his laziness, or that he did not properly attend to his service. States, that he deserted at first because, when he had not sold enough vegetables, he was then beaten by his master; while he deserted later on because he did not receive sufficient food and clothing. Article 6. Whether the prisoner did not himself tightly bind his arm with a cloth to be excused from work. States no, but that first his leg and subsequently his arm having swollen up by themselves, he then tied a cloth around his arm. Article 7. Whether this did not happen a few weeks ago on a Saturday, when the prisoner also sought to stir up other companions to desert again with him. States, yes, but that he sought to stir up no one to desert. Article 8. Whether his, the prisoner's, mistress, having received knowledge of one thing and another, did not immediately have him, the prisoner, brought before her. States that his mistress called him and having asked about it in the presence of a certain naval officer, he nevertheless answered that this was not so. Article 9. Whether, having called the prisoner to account concerning this, she did not order his fellow slave Spadille to hold him, the prisoner, fast in order to punish him for this. States, that when he, the prisoner, was brought home from the jail where he had received his punishment, his mistress had then ordered some birch rods cut and made ready by the servant; that however at that time the widow Ekhart with her children came to the prisoner's mistress and having stayed there two days because of the rain, his mistress had then ordered those rods put away; while however the servant had warned him, the prisoner, that when those ladies had departed, he would receive a beating in the presence of Jacobus Tesselaar, and that indeed when the said ladies had gone to the Kaas, the prisoner's mistress had him called to her, that he, the prisoner, having come to the house, then saw the aforesaid Tesselaar with his mistress, as well as the servant, who had a strap in his hands, and the schoolmaster on the stoop; that the prisoner's mistress, having added in substance to him, the prisoner, that she had incurred so much expense on account of his desertion and he had not had enough beatings for it, at the same time gave orders to fetch a ladder and ordered the slave Spadille to seize him, the prisoner; that he, the prisoner, having then pushed the aforesaid Spadille away from him and taken his knife from his waistband into his hand, thereafter, upon his mistress telling the aforesaid Spadille to seize the prisoner, took flight; that the aforesaid servant and Spadille pursued him, and the said Spadille having seized him, the prisoner, upon the further order of the servant, he, the prisoner, had then pushed him away and with his knife gave him a stab in the buttock; that he, the prisoner, having subsequently fled further, was seized, upon the shouting of the servant, by some boys passing by at that time, and brought into custody. Article 10. Whether the prisoner did not seek to avoid this well-deserved correction by immediately drawing his knife, and stabbing at Spadille, taking flight. States as to Article 9. Article 11. Whether the prisoner, being pursued and overtaken by Spadille, did not turn around and for the second time strike at the said Spadille. States as before. Article 12. Whether the prisoner thus did not intend to strike down and indeed stab to death the said Spadille. States as before. States to have had no intention to deprive Spadille of life, but only came to this in order not to be seized; adding to this that he, the prisoner, had opportunity enough, if his intention had been to do someone great harm with the knife, to carry this out easily, as his mistress, the servant, and the schoolmaster had stood together on the stoop, while he, the prisoner, had done them not the least harm. Article 13. In what manner the prisoner could draw his knife and wound his fellow slave, who did nothing other than obey his bounden duty to the orders of his mistress. States, because Spadille seized me. Article 14. Whether the prisoner will not confess to having committed a great crime and made himself very punishable. States, he cannot help this, and that his mistress, who wanted to have him punished doubly, is the cause of this. Article 15. Whether the prisoner, while the frequently mentioned Spadille turned around quickly, did not then actually stab and wound him from behind in the back.

Dutch transcription

Art„h 2. tou„ zogt van kleins af, daar gewoond Hoelang hy reeds aldaar in dienst is geweest, en wat zyne ordinaire en in 't eerst ofroente verkogt, dog daar na in den tuijn gewerkt verrigtingen zyn geweest. te hebben. — zegt, wel tien rijzen. - — Legt. Ial wat de reeden daar van zyn segt, in 't eerst gedrost te zyn om dat, wanneer hij geen dat hij gev=e zo dikwils zig op groente genoeg verkogt had, den loop heeft begeeven of de hy dan door zyn lyfheer geslagen waare oorzaak niet deszelvs wierd: Terwil hij naaerhand is luijheid is, of dat hy zyn dienst opgedrost om dat hy geen ge„ niet behoorlijk heeft waargenoo„ „noegzaame eeten en kleederen „men. kreeg. Off hij gev=e dan niet zelve zijn zegt neen, maar dat eerst zyn been en vervolgens zyn arm van Arm met een doek heeft styf zelve opgezwollen zynde, hy als gebonden om van 't werk geëxcu„ toen een doek om zyn arm gebon„ seerd te zijn! „den had. „ 7. zegt. Ia! maar dat hij niemand Of zulx niet voor eenigen weeken tot het drossen heeft zoeken opte op een zaturdag is geschied, wan„ hy is: aan „ 4. of hy gev=e niet nog voor eenigen weeken is gedrost geweest, en opgevangen zynde naar de tronk gebragt geworden. off hij geve niet tot meerdere rijzen is weggeloopen en van zyn lyfheet opgedrost 2 maaken ^neer dat g zyn n een m erd 1788. Achtb: sde ter h oord bicque vers„ vene en steld. m - 5. maaken. „neer hij gev=e ook nog andere Con„ en „gens heeft gezogt op temaaken om met hem wederom te gaan drossen.. off zyn (des gev=:/ lyfvrouw van 't dat een en 't ander kennis gekreegen gev hebbende hem gev=e niet daadelyk na heeft doen voor zig koomen. gev te en sp nadere „ven off zij hem gev=e daar over ter zegt, dat wanneer hij gev„en uyt bil geg reeden gesteld hebbende, niet des„ de tronk, daar hij zyn straf ont„ „zelvs mede slaaf spaaille heeft zynde, „fangen had, was te huijs gebracht, geordonneerd, hem gev=e vast te pas zyn lyfvrouw als toen eenige houden, om hem dies wegens te biese roeden had doen snijden Straffen. ! en door de knegt klaar maaken; dat egter op dien tyd de wed=e Ekhart met haare kinderen bij des gev„e lijfvrouw gekomen en aldaar om den reegen twee dagen verbleeven zynde, zyne lyfvrouw als toen die roeden had doen weg leggen: - Terwyl egter den knegt hem gev e had gewaarschouwd dat hij, wanneer die Juffrouwen vertrokken waaren, in teegenwoor„ „digheid van Jacobus Pesselaar, slagen zoude krijgen, en dat ook werkelijk toen gem: Juffrouwen naar de Caas waren gegaan, des gev=s lyfvrouw hem bij zig had doen roepen, dat hij geve aan het huijs gekomen zynde, als toen voorsz: Tesselaar bij zyn lyfvrouw beneevens de knegt /:die een riem in zyne handen had:/ Art:l: 8. zegt zal dat zyne lijfvrouw hem geroepen en in praesentie van zeekere zee officier daarna gevraagd hebbende, hij egter geantwoord heeft, dat dit zo niet was. — 876 „9. zegt ƒ gen Legt als op artl 9. en den schoolmeester op den stoep gezien had: — dat des gevs lijf„ „vrouw hem gev=e in substantie toegevoegd hebbende, dat zij wee„ „gens zyn opdrossen zo veel kosten gedaan en hij daar voor geen slagen genoeg gehad had; teffens had order gegeeven, om een ladder te haalen en aan den staaf spadille gelast, om hem gev:e te grypen: dat hij gev=e als toen voorsz: spadille van zig afgestorten en zyn gev. s mes uijt de broeksband in de hand genomen hebbende, daar na, op het zeggen van zyn lyfvrouw aan voorsz: spadille om den gev=e te vatten zig had op de vlugt begeeven. — dat voorsz: knegt en spaaille hem achtervolgd en gem: spadille hem geven op de nadere ordre van den knegt gegreepen hebbende, hij gev„e denzel„ „ven als toen van zig afgestooten en met zyn mes een steek in de bil gegeeven had, — dat hy gev=e vervolgens verder voortgevlugt t des„ heeft zynde, op het geroep van den knegt, door eenige daar op dien tijd „passeerende Jongens gevat, en in regtenis overgebracht was. — te Legt als vooren. Off. hij gev=e deze wel verdiende correctie niet heeft gezogt te vermijden daar door dat Ey dadelyk zyn mes heeft getrokken. en naar spadille, steekende, zig op de vlugt heeft begeeven! Off hij gev=e van spadille vervolgd en agterhaald zijnde, zig niet heeft om gedraagd en voor 't tweede maal naar denzelven spadille gestroken Art=l 10. art:l 120 Con„ ken a n 't adelik te dagen en schouwd genwoor„ ook t „ 11. Artl 12 zegt als vooren.— zegt geen voorneemen gehad te off hij gev:e dus niet van Lins hebben om spadille van het is geweest gem: spadille ter leeven te berooven. maar alleen neder en wel dood te steeken. om niet gevat te worden. daar toe gekomen te zyn: hier bij voe„ „gende dat hij gev:e geleegentheyd genoeg gehad had, om wanneer zijn voorneemen was geweest iemand met het mes zeel kwaad te doen, dit gemakelyk ter uytvoet te brengen: daar zyne lyfvrouw, de knegt en schoolmeester te zamen op de stoep hadden gestaan. Terwijl hij gev=e hun agter geen het minste leed gedaan had: gevat heeft. zegt, om dat spadille mij Op hoedanige wijze hij gev„e heeft kunnen zyn mes brekken, en zyn meede slaaff verwonden, die niets anders gedaan heeft als zyn schuldige pligt aan de ordres van zyn lyfvrouw obedieerende. „ 14. zegt, dit niet te kunnen verhelpen Off hi gev:e niet bekennen zal, een groote misdaad begaan, en en dat zyne Juffrouw die hem zig zeer strafbaar te hebben ge„ dubbeld heeft willen doen „maakt. straffen, hier van de oorzaak of hij gev=e terwijl zig meergem: spadille schielyk gedraagd heeft, denzelven toen niet wee„ „sentlijk van agteren in de rug heeft gestooken en verwond. Art:l 169 13. „ 15. is. —

NL-HaNA_1.04.02_11021_0429 view scan ↗

English

says, as before. The aforementioned. Below stood: Thus Questioned and Answered at the Cape of Good Hope, the 28 August 1788, before the gentlemen Ryno Johannes van der Reet and Hendrik Justinus de Wet, members of the Honorable Council of Justice aforementioned, who have properly signed the minute of this along with the prisoner and me, the sworn Clerk. Lower: To which I testify. Signed: W. S. V. Rijneveld, sworn Clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this Government, the aforementioned Staaf Mentor of Mosambicque, who, these his preceding articles of interrogation with the answers given thereto having been read aloud to him word for word clearly and distinctly, declared that he persisted therein, desiring that nothing shall be added thereto or taken away; Testifying that all the preceding is the pure truth. Article 164. Article 16. What he can add to his defense. Truth. Thus re-examined at the Cape of Good Hope, the 30 September 1788. Signed: [mark], and written around it: this mark was made by the prisoner's own hand. Lower: In my presence. Signed: W. S. V. Ryneveld, Sworn Clerk. In the margin: As commissioners, signed: S. v. Echten and Johannes Smuts. Below stood: Agrees. Clerk J. Rijneveld. No 1. Appeared before the Honorable Lord President and Council of Justice of the Castle of Good Hope, the Fiscal pro interim G. Exter, Officer Plaintiff on the one side, and the chief surgeon Gerrit Blikman, who arrived here on the ship Dregterland, defendant on the other side. Article 1: And caused to be stated: 2. That the defendant aforementioned having been appointed as chief surgeon on the Honorable Company's ship Dregterland and having recently arrived here with that vessel, 3. Far from regaining the respect and trust which he, on his homeward voyage on the ship De Eenparigheijd, lost with everyone with whom he had to deal, 4. It having frequently happened on the aforementioned voyage that the defendant not only overindulged in drink, 5. But furthermore fell into all kinds of improper altercations and quarrels, 6. Such that the defendant even offered blows to the 1st lieutenant, 7. Yet also on another occasion, on account of his insolent treatment of a passenger, gained black eyes, 8. But that the defendant also himself treated the sick in an unheard-of manner, 9. Namely, instead of bringing them aid, treated them with blows, 10. And even forbade the under-surgeon to assist the lieutenant's boy during his illness, 11. On the contrary, sought to diminish that respect even more, and during his outward voyage made himself still more unworthy and guilty. 12. That the defendant, from the very beginning and while still lying at anchor in Europe, assumed an authority and did and demanded things that in no way pertained to him nor ought to be done, 13. The clearest proof thereof being the handwritten letter of His Honor the Commissioner Director to the Captain, 14. Wherein the defendant is recognized as a person of a difficult temper who takes offense at everything, and the Captain was recommended to lay down the necessary rules for the defendant and to guide and keep him to order and good harmony, 15. Which, having also been done elsewhere by the Captain in an amicable manner, was nevertheless of so little effect, 16. That the defendant not only continued in his temper and bad habits, 17. But also manifested them in manifold ways and did not hesitate 18. To treat the Captain in the most improper manner and indeed to answer him with the insolent expression 19. That he should just place him under arrest, that he, the defendant, would rather that the Captain and Captain-Lieutenant were damned, 20. No less treating the Cadet Mardan with punches of his fists, 21. That the defendant finally, lying here in the roads, entirely denied the authority of the Captain, 22. And even countermanded the order given by the Captain to the under-surgeon, authorizing them to remain ashore without the knowledge of the Captain, 23. Saying that they, under-surgeons, fell under him, the defendant, but not under the Captain, who had no authority to command them, 24. Whereby, as well as through the reasonable fear of all officers that still greater disasters might arise therefrom, the Captain was moved 25. To lay the matter before the Right Honorable Lord Governor with the request to be relieved of the defendant. 26. That the defendant was thus provisionally taken off his aforementioned vessel by His Right Honor, but the same having been reported to the Fiscal's office, 27. The Honorable Officer Plaintiff could not fail to make a proper investigation thereof, 28. And the same believes he can establish, subject to correction, in accordance with the accompanying depositions, 29. That the defendant has made himself guilty of diverse offenses, especially extreme insolences and brutalities, conflicting with insubordination and good order, and degrading the character and the office of a chief surgeon to the highest degree, and thus in all...

Dutch transcription

zegt, als vooren- eergem: /:onderstond:/ Aldus Gevraagd en Beantwoord aan Cabo de Goede Hoop. den 28 Aug=s 1788. voor de heeren Ryno Iol=s van der Reet en Hendrik Justinus de wet, leeden uijt den E: Achtb: raade van Justitie voorm: die de minute dezes benevens den gev=e en mij gezwoore Clercq meede behoorlyk hebben onderteekend /:laager:/ 't welk ik Getuyge /:was geteekend:/ W: S: V: Rijneveld gezw: Clercq: — Recollement. Compareerde voor ons ondergeteekende gecom„ „mitt:s uyt den E: Achtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements, den voorm: staaf Mentor van Mosambicque dewelke deeze zyne voorenstaande vraagarticulen met de daarop gegeevene ant„ „woorden van woorde tot woorde klaar en duyde„ „lyk voorgeleesen zynde, verklaarde daar by te blyven persisteeren met begeerte dat daar niets bij of afgedaan werden zal; Betuijgende dat al het voorenstaande de zuivere waar„ Art:l 164 Artl: 16. wat hij tot zyne verschoning kan by voegen. „heid yd tween de rug d ze e neer raad te vrouw staan. e heeft zyn niets zin dres de zal, en g en Aldus Gerecolleerd aan Cabo de Goede Hoop„ den 30 September 1788. /:was geteekend :/ f /: en daar om schreeven:/ dit merk is door den gev„e eigenhandig gesteld /:laager:/ mij praesent /: was geteekend:/ W: S: V: Ryneveld Geze: Clercq /:in mat„ „gine:/ als gecommitt.:s /:was geteekend:/ S: v: Echten. en Joh„s Smuts.— /:onderstond:/ Accordeert. clercq J Rijneveld „heid is. — betten No 1. Compareerden voor den welEagtbare Heere Praesident en raade van Justitie des Casteels de Goede Hoop den Prointerim Fiscaal G: Exter. r: O: Eysscher ter eenze den met 't schip dregterland uitgekomene oppermeester. Gerrit Blikman ged: ter andere zyde Art:l 1: En deede zeggen. 2 dat den ged: voorm: als opperm=t op 's E: Comp: schip dregterland bescheijden geweest en onlang met dien bodem alhier gearriveerd zynde, 3. wel verre van d'agting en 't vertrouwen weder te herwinnen, 't welk hij op zijne te huijs reijse met 't schip d' Eenparigheijd bij een yder met dien hij heeft te doen gehad, heeft verlooren 4. zijnde 't opgem: reijse dikwils gebeurd, dat den ged: niet alleenig in den drank zig heeft te buiten ge„ „gaan. 5 voorts in allerlij onbetamelijke woorde wisseling en rusie is vervallen 6 zodanig dat den ged: wel den 1 luytenant heeft opneukers gepraesenteerd 7 egter ook by een andere geleegendheyd over zyne brutaale bejeegening van een passagier blaauwe _o oogen geprofiteerd ver maar dat den ged: ook zelve de zieken op een ongehoorde wyze heeft getracteerd 9: namentlyk in steede van dezelve hulpe toe te brengen N:o: 11. Ca brengen, met slagen getracteerd 10: en zelve den ondermeester verbode de Jonge van de Luitenant in deszelfs ziekte te assisteeren 11. in teegendeel dezelve nog meer heeft gezogt te vermin„ „deren, en bij zijne uijtreijse nog onwaardiger en schuldig heeft gemaakt. 12. dat den ged: al van begin af en nog ter rheede in Europa liggende een Autoriteijd heeft aangenomen en dingen gedaan en begeerd die denzelven opgeen„ „dertij wijze toekwaamen nog behoorden gedaan te worden 13 zynde daarvan 't duijdelijkste bewys den eygen„ „handige brief van zijn E: Groot Agtb: den gecom„ „mitteerde: Heere Bewindhebber aan den Capitain 14. waarin den ged: erkent word als een mensch van een ongemakelyk hemeur die overal iets opfit, en den Capitain gerecommandeerd, den ged: 't noodige te Leggen, en tot ordre en goede harmoenie aan te wijzen en aan te houden 15. 't welk ook door den Capitain elders op een minsaame wyze geschied, egter van zo wijnig effect is geweest, 16. dat den ged: in zyn Eemeur en kwaade gewoontens niet alleenig heeft gecontinueerd 17: maar ook op menigvuldige wyze uytgeopent en zig niet ontzien 18. den Capitain op de onbetaamlijkste wijze te bezen„ „genen en wel denzelven met de brutale expressie te antwoorden 19. dat hem maar in arrest moest zetten. dat hy ged: liever wilde, dat den Capitain en Capitain lieutenant verdoemd waaren 20. niet minder den Cadet Mardan met vuystsla„ „gen te tracteeren 21. dat den ged: eyndelyk alhier op de rheede leggende 't gezag van den Capitain geheel heeft ontkent 22. en zelve de van den Capitain aan den ondermeester gegeevene ordre Contramandeerd, met autorisatie deselve, om zonder kennis van den Capitain aan den wal te mogen blyven. 23 terwijl zij ondermeesters wel onder hem ged: maar niet onder den Capitain sorteerden, die hunz niet te Commandeeren had 24 waar door dan zo wel als door de billyke vrees alle officeeren, dat nog grootere onheylen daaruyt mogten voortkomen den Capitain is gemoveerd geworden. 25. de zaake den welEgestr: Heer Gouverneur voor te leggen met verzoek om van den ged: ontslagen te worden. 26: dat den ged: dus van meergem: zyn bodem door zijn welEgestr: bij provisie afgenoomen dog den„ „zelven by 't officie Fiscaal aangegeeven zynde 27. den E: O: Eysscher niet heeft mogen in gebrek bly„ „ven, daar omtrend behoorlyk onderzoek te doen. 28 en vermeerd denzelven ingevolge de nevensgaande verklaringen /:onder verbetering te kunnen vast stellen 29. dat den ged: zig aan diverse misdryven, byzonders verregaande insolentien en brutaliteijten, met de „ subordenantie en goede ordre strijdende, en de carakten en 't ampt van een oppermeester ten hoogen „sten degradeerende, heeft schuldig en dus in allen van min„ en in omen. op geen¬ aan te eige com„ pitain van fit, en dige ante insaame weest, on tens n en ssie p te ƒ apitain in„

NL-HaNA_1.04.02_11021_0436 view scan ↗

English

rendered punishable in all respects. 30. For even assuming that the conduct and behavior of the defendant during his homeward voyage could be taken into no other consideration, because that ought to have been reported and investigated in Europe, 31. except insofar as it serves to elucidate this complaint and characterize the new facts; 32. it being expressly advanced and stated by the Boatswain Swarts 33. that the defendant behaved no better on his outward voyage than on his homeward voyage; 34. then nevertheless the guilt of the defendant remains at least great enough not to be allowed to pass unpunished in any manner. 35. And notwithstanding that in the present case no specific punishment is established, and the same is thus left to the judge, 35. to be applied more rigorously or more mildly according to the measure and nature of the circumstances and matters, 36. yet in the 2nd Article of the Articles of War it is expressly commanded 37. that all petty officers and common seamen shall be faithful and obedient to their superior officers, and these in turn to their Captain or skipper or whoever may hold authority, each in the service to which he is appointed. 38. And also in the 21st Article of the instructions for the principal commanders it is ordained 39. that the inferior officers must treat the principal commander and those placed above them with all respect, upon the penalty established therefor. 40. No less, for the maintenance of mutual peace and concord as long as the voyage shall last, it is earnestly recommended in the 9th Article of the Articles of War, 41. that no one, whether on board ship or having come ashore, shall be permitted to cause any quarrel, upon pain of being whipped by his quarter. 42. Which, certainly being understood to apply to the common folk, leaves no doubt 43. that officers in the same case ought no less to be punished in a proportionate manner. 44. In the present case it will also principally have to be taken into consideration 45. that according to the intention of the Lords Majors and pursuant to their repeated orders, the sick must be treated with all philanthropy and well cared for, 46. it therefore especially behooves the Surgeons to seek to win the confidence of the officers and the crew, 47. and in no way to make themselves obnoxious by brusque treatment, disrespectful, yea insolent and insulting behavior toward the commander and officers, by litigiousness and other improprieties, and to serve as an evil example, 48. whereby an entire ship can be brought into disorder, of which the defendant has made himself guilty in disregard of all subordination and duties of oath and conscience. By virtue of which and other reasons and means to be further deduced in due time and place, if necessary, the Prosecutor, making his demand, concluded that by definitive sentence of Your Honorable Worships the defendant shall be dismissed from any capacity in the service of the Honorable Company, with forfeiture of his earned and still to be earned monthly wages for the benefit of the Honorable Company, with condemnation in all costs; the same to be sent back to Europe with one of the return ships departing from here; or to such other end as Your Honorable Worships shall judge to be proper according to law and equity. Was signed: G: Exter: In the margin: Exhibited in Court the 29th of May 1788. Sir! I have noticed from the writing of the doctor that he has received the list for the cabin and the sick according to an enclosed copy sent to me, that he pretends it was only issued for 150 head, but not for 350 head, and that he says it is not like the printed list, and therefore requests to be allowed to copy the printed list himself. Which seems very strange to me, because I never handed over such a list to the chief surgeon, since everything is for the Captain's accountability, and this list, which was copied for him by the sub-merchant and handed over for the sake of peace, would thus seem to suggest as if the Company had not provided sufficient supplies for the sick. If there was such a weight of accountability in it for the doctor, then it surprises me greatly that while he was in Hoorn he made no mention of it, the more so because he writes that regarding the dispute he had over it with Captain Stokbroo he had complained to Mr. Opperdoes at that time, of which I heard nothing, and if it had seemed necessary to the Directors, they would certainly have provided for it. The resolution of which he writes by the assembly of the Seventeen

Dutch transcription

allen opzigte strafbaar gemaakt 30. want verondersteld dat d' handelwijze en 't gedrag van den ged: bij desselvs te huijs reijse in geen andere leflecie konde genomen worden, /want die in Europa had behooren aangegeeven en onderzogt te worden. 31. als in zo verre zij tot elucidatie van deze klagte en qualificatie der nieuwe feyten diene„ 32 wordende door den Bootsman Swarts expresselyk geadvanceerd en gezegd— 33 dat den ged: 't op zyne uijtreyse niet beter heeft gemaakt als op zyne te huys reijse 34 dan blyft dog de schuld van den ged: altans groot genoeg, om op geenderlij wijze zonder straffe te kunnen gepasseerd worden. 35. en niet tegenstaande in 't Cas subject geen bij„ „zondere straffe gestatueerd is, en dezelve dus aan den regter overgelaten blyft 35. om naar maate en gesteldheid der omstandig„ „heedens en zaaken zigoreuser of zagter geampli„ „ceerd te worden. 36. zo word egter in den 2=de Articul der articul brief uytdrukelyk bevolen 37 dat alle onderofficieren en gemeene hunne opperofficieren en deze wederom hun Capitain ofte schipper of wie ook 't gezag mogte voeren getrouw en onderdaanig zullen moeten zyn. een yder in den dienst waarin hij is gesteld 38er ook in den 21 arth der instructie voor de eerste gezagvoerders geordonneerd 39. dat de mindere officieren den eersten gezagvoerder gedrag dig„ en die boven hun gesteld zijn, met alle respect zullen moeten bejeegenen op pane daartoe ge„ „steld: 40. niet minder tot onderhouding van onderlinge vreede en Eendragt, zo lange de reyse zal duuren in den 9 art„l des articul briefs ernstig gere„ „commandeerd. 41. dat niemand binnen scheepsboord nog aan land gekomen zynde eenige questie zal moogen maken, op piene van door zyn quartier geleersd te worden. 42 't geen zekerlyk van 't gemeene volk te verstaan zijnde egter geen twyffel zal overlaaten 43. dat oficieren in dezelve gevalle niet minder op een evenreedige wyze zullen behooren gestraft te worden. 44 zullende in Casu substrato nog voornamentlyk in Consideratie moeten komen 45. dat naar de intentie der Heeren majoies en ingevolge wel derselven herhaalde ordres de zieken met alle menschen liefde zullende be„ „handeld en wel verzorgd worden 46. de Chirurgijns dan inzonderheid toekomt, om't vertrouwen van d'officieren en 't volk te zoeken te winnen 47 en zig op geenderly wijze door brusque behan„ „deling, des respectieuse, Ja insolente en in„ „jurieuse bejegening tegens de gezagvoerder en officieren door twistziekte en andere onbe„ „tamelijkheedens onaangenaam te maaken andere i te en agte resselyk heeft s straffe bij„ uaan ampli, u in ofte troui in rste voerder e en tot een kwaad voorbeeld te strekken. 48 waar door een geheele schip in disordre kan ge„ „bragt worden, en den ged: met miskenning van alle subordinatie en pligte van Eed en Conceente zig aan heeft schuldig gemaakt. Mits welken en anderen reeden en middelen in tyd en wyle /: is 't nood/ nader te deduceeren, den r: O: Eysscher eysch doende Con„ „cluceerde, dat bi definitive vonnis van uw E Achtb:r den ged: zal worden gesteld, buyten eene „ge qualiteyt in den dienst der E: Comp: met verbeurte verklaring van deszelfs verdien„ „den en nog te verdiende maand„ „gelden. ten behoeve der E: Comp:e met Condemnatie in alle kos„ „ten; zullende denzelven met een der van hier vertrekkende retour scheepen. weederom na Europa verzonden worden; ofte tot Lo„ „danig andere fine als uwE: Agtb: naar regt en billijkheijd zullen oordeelen te behooren /:was geteekend:/ G: Exter: / in mar„ „gene :/ Exhebitum in Judicio den 29 Meij 1788. — 2 ange„ Ik heb bemerkt uyt het schryve van den doctor dat hij de Lyst voor de Cajuyt en sieken vol„ „gens een inleggende Copie aan mijn gesinden, heeft ontfangen, dat hij voorgeeft maar te verstreken voor 150 koppen, maar niet door 350 koppen, en dat hij segt niet te weesen zoo als de gedrukte Lyst, en dus versoekt de gedrukte lijst zelvs te mogen Copieeren: het welk mijn zeer vreemd voorkomt, om dat ik nooyt zulk een lyst aan de opperchirurgijn heb overgegeven, dewyl alles ter verantwoording van den Capitain is, en deese Lijst die hem door den onderkoop„ „man gecopieert, om vredes wel ter hand is gesteld dus zoude schynen, of de Compagnie geen vol„ „doening voor de zieke zoude hebben meede gegeeven; in dien daar zulx een magt van verantwoording voor den doctor in was, dan verwondert het mijn seer, dat daar hy te Hoorn zynde geen mentie van heeft gemaakt, te meer daar hy schrift dat het dispout daar over gehad met Capitain Stokbzoo Aan de Heer opperdoes in die tijd over hadt geklaagt, waar van ik niets het gehoort, en indien het be„ „windhebberen noodsakelyk was voorgekomen, wel in zoude hebben voorzien de resolutie daar hy schryft door de vergadering van Mijn Heer! Zeeventiene ning van Conceente reeden n den „ tive ged: ten eene st te verdien„ aande Comp: e een retour opa zo„ l: heijd in Mar„ eid kos, is

NL-HaNA_1.04.02_11021_0440 view scan ↗

English

is also charged to the Seventeen, seeing that he stands so firmly in the breach for it, I think that this will also be well known to our chamber, and thus our chamber will certainly have ensured that the sick can obtain what is due to them according to the Company's orders, and I do not doubt that it will not be refused to him as chief surgeon either, but see that this does not write to the prejudice of Your Honour, but that which a doctor in Batavia must sign. What appears most astonishing of all to me is that he, and as he writes, the comforter of the sick and the commander, complain about the boatswain Schoen, that things are so coarse on the ship, and that they cannot obtain sufficient food, and that over such a minor matter as mustard, pepper, and oil, where the mustard was by mistake forgotten to be transferred from the lighter, and pepper and oil are not provided by the Company in the roads, and further trifles of veal in the soup and few stokers, with grease, which had never happened thus under Mr Jager. In what manner he provided board is unknown to me, but the boatswain says that he provides board according to the orders of the Company; at least the rye bread shown to me was good, and even more so since I have a written statement from six petty officers who declare that they have nothing to say to the charge of the boatswain Schoen; from which it may be gathered that the doctor is of a very difficult temper, and No. 3 and prone to take issue with everything, which I recommend Your Honour to tell the doctor in my name: that they must keep house with one another in good harmony and peace; that he should not meddle in matters that do not concern him, but merely discharge his post as chief surgeon as promised; and arriving in Hoorn, I shall not fail to hand over all the documents and reciprocal complaints to my chamber, and then I do not doubt that, if time permits, a resolution and recommendation will certainly follow, showing whether the Company's orders in one thing and another have been used or abused. Thus I sign myself, after having wished Your Honour a good voyage, health, and God's blessing, as commissioner director, lying with the East India Company's yacht of the chamber Hoorn in the Nieuwediep, the 17th of December 1787. Was signed: Pieter Schagen. To the Right Honourable, Valiant Sir, Captain P: I: Möller. We officers appointed to the Honourable East India Company's ship Dregterland do not doubt in the least that Your Honour will be very well aware of the base insults and insolence, as well as the brazen treatment, inflicted upon Your Honour personally, etc., as well as upon the Captain Lieutenant and First Lieutenant, by the 1st Surgeon Gerrit Blikman, even extending so far to reproaches and outbursts against Your Honour and against the aforementioned Captain Lieutenant and 1st Lieutenant that it was even unbearable; in which matters Your Honour, Captain P: I: Möller, is very well acquainted with all details, and from which the most dangerous consequences might arise; therefore, we the undersigned most kindly request Your Honour to inform the Right Honourable Lord Governor of the Cape of Good Hope of what has occurred with the aforesaid Gerrit Blikman on Your Honour's vessel, since everything is known to Your Honour and as we shall testify how many times Your Honour yourself has been affronted by the aforementioned 1st Surgeon Gerrit Blikman; wherefore we the undersigned most kindly request Your Honour to do everything possible so that the aforementioned Surgeon Gerrit Blikman may be removed from this vessel, since Your Honour knows very well what consequences might arise on Your Honour's vessel through the aforementioned Surgeon Blikman, which could make many a worthy officer unhappy; with which we remain with respect. Was signed: T: Borman, Captain Lieutenant; A: van Esch, First Lieutenant; Willem Jacob Dem, Sub-Lieutenant; Johannes Beijers, Sub-Lieutenant; and H: F: Zwarts. No. 4. Zwarts. In the margin: On board the Honourable East India Company's ship Dregterland, the 10th of April 1788. Deposition given in the presence of the undersigned commissioners from the Honourable, Worshipful Council of Justice of this government, by and on behalf of the Captain at Sea commanding the ship Dregterland, the Valiant Pieter Johan Muller, of competent age, at the requisition of the pro interim Fiscal here, the Honourable Gabriel Exter. Reading as follows: That the chief surgeon appointed to the Company's vessel, Gerrit Blikman, when he served under the deponent on the ship d'Eenparigheid, displayed his insolent nature to such a degree that he was already then an object of disgust to all decent people on that vessel; furthermore, he did not even shrink from displaying his character to the Gentlemen Directors, and likewise to the crew, even before the deponent put to sea from Texel with his aforementioned vessel.

Dutch transcription

„zeeventienen mede word belast, daar hij zoo stank voor in de bressen staat, denk ik dat by onse kamer ook wel bekent zal weesen, en dus onse kamer wel zal hebben gesorgt, dat de sieken dat geene volgens de order van de Compagnie kunnen ver„ „krijgen, en twijffele niet of zal aan hem als opper„ „chirurgijn ook niet werden gewygert dog sigt zulks niet tot nadeel van uwEd:s schrijft, maar het geene een doctor op Batavia moet tekenen. dat myn het alder verwonderlyks voorkomt, is, dat hij, en schrijft de sieke trooster en de Commandeur klagen over de boodsman schoen, dat het op het schip zoo gemeen is, en geen genoegsaam eeten kunnen bekoomen, en wel over zulk een geringe zaak, van mostert, peper en olij, daar de mos„ „tert bij abuijs vergeeten is, uit de Ligter over te geeven, en de peper en olij door de Comp: op de rhede niet word verstrekt en verdere klynighedens van kalfvlees in de soep en wynig stokers, met smirt het welk nooyt bij de heer Jager alzoo was voor„ „gevallen, op wat wijse die getracteerd heeft is myn onbekent, dog de bootsman segt dat hij naar de ordres van de Compagnie tracteert, althans het zogge broot aan mijn vertoont, was goedt, en nog te meer daar ik een schriftelyke verklaring heb, van zes detpoficieren, die verklaren, dat zij niets ten Lasten van den boodtsman schoen, hebben te zeggen; waar uyt op te maaken is, dat den dactor zeer ongemakkelyk van humeur is, en N. o 3 en om over al wat op te sitten, 't welk UwEd: recommandeer van uijt mijn naam aan den doctor te seggen, dat hij in eene goede harmonie en vreedig met elkanderen moeten huijs houden; dat hij met zaaken die hem niet aangaan niet en bemoeijt, maar zijn post als opper Chi„ „rurgyn maar naar belozen moet waarnemen ƒ en ik zal niet laten te hoorn komende, alle de documenten en klagten over en weder aan myn kamer te overlandigen, en dan, twyffel ik niet, of daar zal niet indien de tijdt het toelaat, wel een resolutie en recommandatie komen waar uit blijkt; of ordres van de Compagnie in het een en ander, zijn gebruijkt, of misbruijkt zoo tekene my. (naar uwE: goede rijs gesondheijd, en godts zegen toegewenschen te hebben, als gecommitteerde bewindhebber, leggende niet het O: I: Comp:s Jagt van de kamer loorn in het nieuwe diep den 17=de december 1787. /:was getekend:/ Pieter Schagen:— WelEd:e Gestr: Heer Cap:n P: I: Möller Bij fficieren bescheijden op het E: O: Comp: schip dregterland twyffelen geensints of uEd„e sal zeer wel bewust weese met welke laag¬ „reeceen in insolentie als ook met bruta„ „liceeren uwed=e zelfs &: als iok de Capitain G Lieutenant ank voor mer mer tgeene ver„ opper¬ segt aar het dat is, dat deur„ op het ten ge mos„ over op de hedens smint s voor„ eft is thij althans goedt klaring dat Schoen, is dat is, en lieutenant in P ste lieutenant zyn aangedaan van de 1=ste chirurgyn Gerrit Blikman tot zelfs zio verre met verwytinge als uyt toe„ „tinge aan Uw Ed=e en aan voorn:e Capit:n Luytenant en 1=ste Lieutenant dat het zelfs ondraagbaar was in welke stukken uw Ed„e heer Capitain P. I: Moller alle zeer wel bekent syn en uyt dezelve de aller gevaarlijkste gevolge zoude konnen voortkomen; zoo is het dat wy onder„ „geteekende aan uwEd. e op het aller vriendelykste versoeke van het voorgevallene met den voorz. Gerrit Blikman op uw Ed=e boodem aan den wel Ed: Heer Gouverneur van Cabo de Goede Hoop. kennis te geeven. dewijl UwEd=en alles bekent is en daar wij van zulle getuijgen hoe meenig„ „maal uwEde zelfs zeijt geatfronteerd geworden van voorn: 1:ste Chirurgijn P:t Blikman waar„ „om wij ondergetekende op het aller vriende„ „lijkst aan uwEd:s verzoeken, om alles aan te werden dat voorn„e Chirurgyn G:t Blikman van deesen boodem werden verplaatst, dewyl uw Ed=e zeer wel bekent is, wat gevolge door voorne. Chirurgin Blekman op uwEde. boodem zoude kunnen voortkomen, die meenig braaf officier zoude ongelukig maaken, waar meede wij blyven met agting. /:was getekend:/ T Borman Capit=n Lieutenant A: van Esch. eerste lieutenant Willem Iacob dem Sous Lieutenant Iohannes Beijers. Sous Lieutenant en H: F: Zwarts No 4. =zwarts /:in margine :/ Aan boord: op het E: O: Comp:s schip dregterland, den 10 april 1788:— belaas gegeeven ten overstaan van de ondergeteekende gecom„ „mitteerdens uijt den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gouvernements door ende van wegens den het schip dregterland Commandeerende Capitain ter Zee, de Manhafte Pieter Iohan Muller, van Compen „tenten ouderdom ter requisitie van den prointerim Fiscaal alhier d' E: Gabriel Exter. Luydende als volgt Dat den op des Comp=ts bodem bescheijden oppermeester Gerrit Blikman, toen hij bij den rel„t. op het schip d' Eenpaarigheijd dienst heeft gedaan, zyn bru„ „taalen Imborst aan den dag gelegt hebbende, der„ „maaten, dat hij toen reeds voor alle fatsoenlyke lieden op dien bodem tot een walg verstrekte, — zig verder ook niet heeft ontsien om zelfs voor dat de rel„t met zyn voorm: Bodem uyt teel in zee gestooken is, ook reeds zyn Caracter aan Heeren Bewindhebberen, en teevens meede aan den Equi„ pagie P. ent aar den ste t arts Li

NL-HaNA_1.04.02_11021_0444 view scan ↗

English

equipagemaster, as has been shown by a missive written to the same by the Lords Directors and now presented to the Right Noble Honorable Governor. That the appearer furthermore, having had the greatest nuisance and trouble from day to day on the voyage caused by the rude conduct of the said head surgeon, sought by all means and ways to find some redress in this, by advising and exhorting him in a friendly manner, that he should, in order to prevent continual disputes which arose from that conduct, adopt a more courteous behavior, the more so because on account of the sick on board, a pleasant treatment by a doctor was pre-eminently required; all of which, however, the same answered with the utmost insolence, saying among other things, well then, put me under arrest, while nevertheless his behavior, instead of coming to reason at last, on the contrary grew worse from day to day: always relying on the fact that the narrator absolutely needed him with the sick, and could not entrust the crew to the assistant surgeon. That the said head surgeon, approximately fourteen days or three weeks after the departure of the vessel, having asked the narrator for a bottle of Spanish wine, and having been answered by the same that he did not yet have enough bottles to empty the cask, and that therefore, unless this was utterly necessary, it would be harmful to tap a single bottle from the cask, since all the wine in it would turn sour thereby, the more so because having only two half-aams of those wines on the ship, they would perhaps have to make more necessary use of it while the greater part of the voyage was still ahead, the said doctor had replied thereto that for the time being he would still use French wines, also accepting the narrator's opinion in this matter as very reasonable. That however, a few days thereafter, sitting at table eating in the presence of the narrator and all the officers, the said doctor, after some preceding exchange of words, challenged the Captain Lieutenant, saying that he did not get what he demanded for the sick, for having demanded Spanish wine, he had not been able to obtain it; to which was answered by the Captain Lieutenant that if he had needed it so urgently, he could have asked once more, since the wine was not refused him except only because, having no bottles, one wished to prevent the whole cask of Spanish wine, of which they had only two on board, from spoiling; to which the said doctor immediately replied in substance: before I would ask twice for a thing, I would rather /: salva venia :/ that the Captain Lieutenant were damned. The narrator, this occurring in the presence of all the officers, found himself compelled in this matter, for the preservation of good order on board, to order the said doctor to keep silent; whereupon the doctor, leaping up from his seat, answered the narrator in substance: as long as the Captain Lieutenant speaks, I am damned if I will keep silent, for I claim to have rank alongside the Captain Lieutenant; and rushing to his cabin upon this, added further: look here, here I am: put me under arrest, I am damned if I will keep silent as long as the Captain Lieutenant has anything to say; to which the narrator could not proceed, for the reason that two assistant surgeons having fallen ill in the meantime, the narrator consequently had to have his service absolutely rendered by the said doctor:—the appearer nevertheless, to prevent all further unpleasantness, having ordered him, as long as he wished to continue in those insolences, not to eat at the table but in his cabin, which then also occurred subsequently, and where he was continually provided with food by the narrator. The narrator further declaring that the said doctor has countermanded the orders which the narrator gave to his assistant surgeons, namely to have to remain on board, even here on shore, by telling the said assistant surgeons that they had no orders from the Captain to observe, and that he gave them permission; furthermore, that the narrator, having summoned him to him and addressed him about this, was again answered with insolence by him saying that he had nothing to do here with the narrator, but with the head surgeon of the government. Relating nothing more, the same gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared, if required, to confirm the same further upon oath. Thus related at Cape of Good Hope, the 24 April 1788, before the Lords Ryno Iohannes van der Riet and Johannes Smuts, members of the Honorable Worshipful Council of Justice aforesaid, who have duly signed the minute of this, together with the narrator and me, sworn clerk. /:lower:/ Which I witness /:was signed:/ W: S: V: Ryneveld, sworn clerk. Re-examination. Appeared before the undersigned commissioners

Dutch transcription

„pagiemeester, zo als uit eene door Heeren Bewindheb„ „beren, aan den zel„tk geschreevene en tans aan de welEdele gestr: Heere gouverneur ter land gestelde missive Con„ „steerd heeft doen blyken. dat hij Comp„ten voorts op de reijse van dag tot dag de grootste overlast en moeijte door de brusse he„ handelwijse van gem: oppermeester veroorsaakt, ge„ had hebbende door alle middelen en wegen heeft ge„ „tragt hier in eenig redres te vinden, met denselven in het vriendelyke te raaden en te vermaanen, dat hy tog ten voorkoming van geduurige twisten welke uyt die handelwyse ontstonden eene heu„ „scher Conduite zoude aanneemen, te meer daar van weegens de zieken aan boord wel voornament„ „lyk eene minnelyke behandeling van een doctor gerequireerd wierd, welk een en ander denselven egter met de uijtterste brutaliteijt, en het zeggen onder anderen, wel zet mij dan in arrest heeft beantwoord, terwijl nogtans zyn gedrag in steede van tog eens tot reeden te komen inteegendeel van dag tot dag is verslimmert: steeds daarop steurende dat de relte hem bij de zieken abso„ „lut nodig had, en d' Equipagie niet aan de ondermeester konde toevertrouwen dat gem: oppermeester Circa veerthien dagen of drie weeken na het vertrek van den Bodem aan den rel„t gevraagd hebbende, om een Flesch spaanse wijn, en door den zelt daarop geant„ „ woord „woord zynde, dat hij nog geene Flesschen genoeg had, om het vat te liedigen, en dat dus wanneer dit niet ten uijttersten noodsakelyk was, het schadelyk zoude zin, om uit het vat een enkele flessch te tappen, terwijl daar door al de wyn in het zelve zoude zuur worden, te meer om dat men maar twee half aamen van die wynen in het schip hebbende deselve misschien terwijl de grootste reis nog voor handen was, daarvan noodsakelijker gebruijk zoude moeten maaken had gem: doctor daarop gerepliceerd, dat hij aan voor eerst nog Fransche wijnen zoude gebruyken, het gevoelen van den relt in deesen meede als zeer billijk geamplicteerd dan dat egter gemelde doctor eenige dagen daarna, aan de tafel te eeten zittende in tegens„ „woordigheyd van den rel=te en alle de officieren den Capitain Lieutenant, na eenige voorafgegaane woorden wisselingenen heeft te gemoed gevoerd, dat hij niet kreeg het geen hij voor de zieken eijschte, want dat hij spaanse win gevordert hebbende, die niet had kunnen bekomen, op het welk door den Capitain Lieutenant geantwoord zinde, dat hij, wanneer hij dit zo noodzakelyk had moeten hebben, dan wel nog eens had kunnen vragen, terwijl hem de wijn niet was geweijgert, als al„ „leen, om dat men geen Flesschen hebbende, wilde verhoeden, dat het geheele vat, met spaanse wijn waarvan men maar twee aan boord had, niet kwam te bederven, op het welk gem: doctor terstond heb„ wel Edele sive Con tot dag 3 Ee kt, ge„ ƒ elven ge¬ en t„ t lven zeggen heeft steede deel aarop abso„ de dagen Bodem sch ant„ woord terstond in substantie g'antwoord hebbende, eer dat ik twee reijsen om eene zaak zou vragen, dan wilde ik /: S: E:/ liever dat de Capitain Lieutenant verdoemd waaren, had den rel=t zig terwijl dit in teegenswoor „digheijd van alle officieren voorviel genoodzaakt gevonden in deesen ter bewaaring van de goede ordre binnen boord, gemelde doctor te gelasten, om stil te zwijgen waarop den doctor van zyn plaats op vlie„ „gende den ret=s in substantie heeft te gemoed gevoerd zo lange als den Capitain Lieutenant spreekt: verdon ik om te zwijgen want ik praetenteer de rang te hebben nevens den Capitain Lieutenant en hierop na zyne hut gierende nog liet volgen, zie daar hier ben ik: zet mij in Arrest, ik verdom te zuygen zo lange de Capitain Lieutenant iets in te brengen heeft: waartoe de rel=t niet konde overgaan, om reedenen, dat twee ondermeesters in tusschen ziek geworden zijnde; de rel„t derhalven van gemelde doctor volstrekt zynen dienst moest doen pras„ „teeren: — hebbende de Comp:t denselven nogtans, ter voorkoming van alle verdere onaangenaamn 2 O „heden aangesegd, om, zo lange hij in die bru„ „taliteijten wilde voortvaaren, niet aan de tafel maar in zyn hut te eeten, het geen dan ook vervolgens is geschied, en alwaar hij door den rel=t geduurig van eeten is voorgesien geworden Verklaarende de relt verder, dat gem: doc„ „tor de ordres welke den rel„t aan zyne onder„ „meester „meesters gegeeven heeft, om namentlijk aan boord te moeten blyven, nog hier aan de wal heeft gecontramandeert, door gemelde onder„ meesters te zeggen, dat zij geene ordres van den Capitain hadden t'observeeren, en dat hij hun permissie gaf, voorts dat hij rel=t denselven hier over bij zig ontbooden en aangensprooken hebbende, nog met brutaliteijt door te zeggen, dat hij hier niet met den rel„k, maar met den oppermeester van het gouvernement te doen had, is beantwoord geworden.— Niets meer relateerende geeft de zelk voor reedenen van wetenschap als in den text, bereyd zynde het zelve des gerequireerd werdende met Eede nader gestand te doen. — Aldus Gerelateerd aan Cabo de Goede Doop- den 24 April 1788 voor de Heeren Ryno Iohannes van der Riet en Johannes Smuts, Lieden uijt den E: Achtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deezes, benevens de rek„te. ende mij gezw: Clercq meerde behoorlijk hebben onderteekend. /:laager:/ 'T welk ik getuijge /:was geteekend:/ U:t S: V: Ryneveld geza: Clercq Recollement. Compareerde voor de ondergeteekende gecommitt. s /:onderstond:/ uyt d wilde erd doeme woor ordre stil te opvlie„ gevoerd verdor hier zo gen om Een gemelde pras¬ tans, m eb n doc„ der„ ter e na d dat F

NL-HaNA_1.04.02_11021_0448 view scan ↗

English

No. 5. from the Honorable Council of Justice of this government, the valiant Sea Captain in the service of the Honorable Company Pieter Johan Muller, who, having had this his given report clearly read out to him word for word, testified that he persisted therewith, desiring that nothing more be added to or removed from it; and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus verified and sworn at Cape of Good Hope, the 26th of April 1738. Was signed: P. Moller. Lower: In my presence. Was signed: C. van Aerssen, Secretary. In the margin: As commissioners. Was signed: R. J. van der Riet and Johannes Smuts. Today, the 22nd of April 1788. Appeared before me Willem Stephanus van Ryneveld, sworn Clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the aftermentioned witnesses, commanding the Honorable Company's ship de Regtdoorzee, the valiant Captain Dirk Varkevisser, Dirk's son, of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That he, the appearer, having been appointed on a previous voyage, namely from Batavia hither, as Captain Lieutenant on the Honorable East India Company's ship de Eenparigheid, constantly witnessed much discontent being caused by the chief surgeon who served on that vessel, named Gerrit Blikman, whose quarrelsome and restless nature let no opportunity pass to grumble at everything, both at table and publicly on deck, and that as well against the Captain as passengers and other officers, especially as he imagined himself not to be respected enough according to his station, expressing himself in that regard in very insulting words, such as among others: that if the Captain did not know what was due to a chief surgeon, he, Blikman, would teach him; it furthermore having happened on that voyage that the said Blikman, having gotten into an argument with one of the passengers named J. A. Diets, namely over a pewter spoonful of butter, which he presumed to be Company ration butter, had publicly said that he now knew where the butter went, to which the appearer, intervening, had replied that that butter belonged to him; upon which saying the aforesaid chief surgeon had retorted: it is well, it seems that I cannot satisfy you; there lies your slave boy, who is sick, under the forecastle, whom I now damn well refuse to help too; he having then also forbidden his under-surgeon to assist that boy; which boy then also passed away three days later. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons of knowledge as in the text, being prepared to confirm the foregoing with an oath. Thus enacted at the aforesaid Secretariat, present the clerks Willem Bergh and Jacob van de Waereld as witnesses, who have duly signed the original minute of this along with the appearer and me, the sworn Clerk. Lower: Which I testify. Was signed: W. S. van Ryneveld, sworn Clerk. Verification Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of this government, the aforesaid valiant Captain Dirk Varkevisser, Dirk's son, who, having had this his declaration clearly and distinctly read out to him word for word, testified that he persisted therewith, desiring that nothing more be added to or removed from it, except only that he, the appearer, himself ordered the second surgeon to cure the boy of the appearer, and spoke therefore in confirmation of the truth the solemn words: So help me God Almighty. Thus verified and sworn at Cape of Good Hope, the 24th of April 1788. Was signed: Dirk Varkevisser, Dirk's son. Lower: In my presence. Was signed: W. S. van Ryneveld, sworn Clerk. In the margin: As commissioners. Was signed: R. J. van der Riet and Johannes Smuts. No. 6. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honorable Council of Justice of the Castle of Good Hope, the valiant Captain Lieutenant Johannes Marthinus Thomasse, appointed to the Honorable East India Company's ship Regt door zee, the Second Lieutenant Jan Mol, and the Boatswain Harmen Fredrik Swarts, serving on the Company's ship Drechterland, all of competent age, who, at the requisition of the interim Fiscal, the Honorable Gabriel Exter, declared to be true and truthful: That they, the appearers, having previously been appointed to the Honorable Company's ship de Eenparigheid, with that vessel at the time by the valiant Captain Pieter

Dutch transcription

N:o 5. uijt den E: Achtb: Rade van Justitie deezes gouver „nements. de Manh: Capitain ter zee in dienst der E: Comp: Pieter Johan Muller, dewelke, dit zijn gegeeven relaas van woorde tot woorde duydelyk voorgeleezen weezende, betuigde daar bij te blij„ „ven persisteeren. met begeerte dat daar niets meer bij of afgedaan werden zal; en sprak dier „halven ter bevestiging der waarheid van dien, de solemneele woorden, zoo waarlijk helpe mij God Almagtig. Aldus Gerecolleerd en B'Edigt aan Cabo de Goede Hoop: den 26 april 1738. /:was gete„ „kerd:/ P: Moller /:laager:/ Mij praesent : /: was geteekend:/ C: van Aerssen. Secretaris /:in margine:/ als gecommitt:s /:was getekend:/ B: J: V: d: Riet en Jol„s Smuts. — Huiden den 22 April 1788. — Compareerde voor mij Willem Stephanus van Ry„ „neveld gezw: Clercq ter secretarije van Justitie des Casteels de Goede Hoop, praesent de naten: getuijgen, den 't 's E: Comp:s schip d' Regtdoorzee, Commardee„ „rende manh: Capitain dirk varkenvisser, dirtz: van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den prointerim Fiscaal, d' E: gabriel Exter, /:onderstond:/ verklaarde - verklaarde waar en waaragtig te zin. — ƒ Dat hij Compt: in eene voorige ryze, en wel van Batavia herwaards, bescheiden geweest zynde als Capitain Lieutenant op het E: O: S: Comp: schip de Eenparigheid steeds veel ongenoegen heeft zien veroorzaaken, door den op dien bodem dienst ge„ „daan hebbende oppermeester, in naame Gerrit Blikman, wiens twist zieken en onrustige Geaart„ „heid geene geleegendheid liet voor bij gaan, om op alles te schrollen, zo aan tafel als publicq op 't dek en zulx zo wel tegen den Capitain als passagiers en verdere officieren, voornamentlijk daar hij zig verbeelde na zyn qualiteyt niet genoeg gerespec„ „teerd te worden, laatende zig daaromtrend in zeer beledigende woorden uit als onder anderen: dat zo den Capitain niet wist wat een oppermeesters toekwam. hij Blikman 't hem zoude leeren: zijnde 't al verder op die reese gebeurd, dat gen: Blikman in woorden twist geraakt. zynde met een den passagiers genaamt I: A: Diets, en wel over een tinne leepel vol boter, welke hij presumeerde Comp„s randsoen beter te zyn, publicq gesegt had, dat hy nu wist waar de boten bleef, 't welk den Compt: negeerende had gerepliceerd, die booter hem toebehooren; op welk gesegde voorsz: opper¬ „meester had hervat: 't is wel 't scheint dat ik u niet voldoen kan: daar ligt u slaave Jongen die ziek is, onder de bak die verdom ik nu ook om te helpen: hebbende hij zyn onder„ meester 90 en e y delyk te blij¬ 1 M di Cabo gete„ was argine Riet en By des tuijgen ardeen dertz: isitie ter klaarde zyn ver „meester toen meede verbooden, dien Jongen bij te staan; welke Jonge dan ook drie dagen nader„ „hand overleeden is. Niets meer verklaarende geeft de Comp„ten voor reedenen van weetenschap als in den text beryd zynde 't voorenstaande, met Eede te staven — /:onderstond:/ Dat Aldus Passeerde ter secretarije voorm: Present de Clercquen Willem Bergh en Iacob van de Waereld als getuygen, die de minute dezes benevens de Comp:t ende mij gezw: Clercq, meede behoorlyk hebben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik Getuijge /:was geteekend:/ W: S: v: Ryneveld, ge„ „Zw: Clercq.— Recollement Compareerde voor ons ondergeteekende gecommitt=r uit den E: Achtb: Raade van Justitie deezes gou„ „vernements voorm: manh: Capitain dirk varken „visser dirkz: dewelke deze zyne verklaring van woorde tot woorde klaar en duidelijk voorge„ „leesen zijnde, betuijgde daarbij te blyven persis„ „teeren, met begeerte dater niets meer bij of van gedaan werden zal, als alleenlyk dat hy Compt. den tweede meester zelve gelast heeft, om den Jongen van N:o 6 van den Comp=t te Cureeren en sprak derhalven ter bevestiging der waarheid; de solemneele woor„ „den. Zo waarlyk helpe mij God Almagtig. /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goede Hoop, den 24 April 1788 /:was getekend :/ Dirk Varkevisser D:k Zoon /:laager:/ My praesent /:was getekend:/ W: S: V: Rijneveld. gezw: Clercq /:in margine:/ Als gecommitts /:was getekend:/ R: J: V: d: Riet en Joh„s Smuts. — Compareerde voor ons ondergeteekende Gecommitt:s uijt den E: Achtb: Raad van Justitie des Casteels de Goede Hoop, den op O: I: Comp=s schip Regt door zee bescheydenen manhz: Capitain Lieutenant Johannes Marthinus Thomasse, de Sous Lieutenant Jan Mol, en den op 's Comp: schip dregterland dienst doende Bootsman Harmen Fredrik Swarts, alle van Competenten ouderdom, dewelke ter requisitie van den Prointeum Fiscaal. d'E: Gabriel Exter verklaarde waar en waaragtig te zyn. dat zij Compte. als te voren bescheyden geweest zynde op 's E: Comp:s schip de Eenparigheijd, met dien bodem toenmaals /: door den mantz: Capitain Pieter 2 lk ik gen de Ato arken van gen sis„ van hy Compt. Jongen J -

NL-HaNA_1.04.02_11021_0452 view scan ↗

English

commanded Pieter Johan Moller, in the year 1786, specifically having sailed in the month of November from Batavia towards this place, that during that voyage many disputes had occurred on board due to the chief surgeon Gerrit Blikman, appointed to that vessel at the time, being a quarrelsome person; and that he, as it were, continually sought the opportunity to express himself in offensive terms against everyone, and among others had thrust at the first appearer, who claimed precedence over him, at the public table that he had to be silent before him, adding that if he refused to do so, he, Blikman, would give him, with your pardon, a beating. That furthermore the quarrelsome and malicious nature of the aforesaid chief surgeon became most clearly evident on the occasion when smallpox broke out on board during the voyage, and particularly while the ship was in quarantine at Robben Eyland, the chief surgeon's malice going so far that instead of rendering assistance to the sick, he countered them with blows, the third appearer testifying that the said Blikman even struck the master cooper two hours before his death, which incident, however, the first two appearers did not learn of from the third appearer until before their arrival in the fatherland, and indeed after they had been discharged. And the last appearer declared at the same time that the said doctor had behaved no better now on the voyage with the ship Dregterland. Declaring nothing more, the appearers state as reasons for knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further by oath. Thus passed, and since the appearers' vessel is ready for departure, the appearers having immediately had this read out to them again by way of re-examination, they declared that they persisted therein, wishing that nothing more should be added thereto or taken therefrom, and therefore spoke, in confirmation of the truth thereof, the solemn words: So help me God Almighty. Thus re-examined and sworn at Cabo de Goede Hoop on 24 April 1787, before Messrs. Ryno Iohannes van der Riet and Iohannes Smuts, members of the Honourable Court of Justice aforesaid, who properly signed the original minute of this together with the appearers and me, the sworn clerk. Underneath was written: Which I witness. Was signed: W: S: V: Ryneveld, sworn clerk. Today, 22 April 1788. Appeared before me, Willem Stephanus van Ryneveld, sworn clerk at the Secretariat of Justice of the Castle of Good Hope, in the presence of the witnesses named below, the valiant Lieutenant Antonij van Esch and Second Lieutenant Iohannes Beyer, of competent age, stationed on the Honourable Company's ship Dregterland, who, at the requisition of the acting fiscal, the honourable Gabriel Exter, declared it to be true and truthful: That already from the beginning of the voyage, the conversation and friendly intercourse, which above all ought to take place on a ship, was entirely disrupted by the irritable and quarrelsome nature of the chief surgeon Gerrit Blikman stationed on that vessel; for he did not hesitate repeatedly to carp at all trifles at table, and even without the slightest reason to utter injurious terms, both against the commander and the other officers of the aforesaid ship; and especially on the occasion that he, having on a certain day asked the Captain Lieutenant for a quantity of Spanish wine, the latter, without in the least refusing it to him, had addressed him kindly and asked whether it would not be better that the said Spanish wine were drawn off into bottles, for otherwise it would turn sour; the aforesaid Blikman had then made no reply to this, but several days later, sitting at table to eat, had continually scoffed, until the Captain Lieutenant, being unable to tolerate this any longer, had addressed him: Doctor, if you had needed the Spanish wine so badly, you might well have asked me for it once more, knowing well that it would not be refused to you; whereupon the said doctor replied to this by saying: Rather than ask twice, I would rather that the Captain Lieutenant and the Captain were damned. Declaring nothing more, the appearer gives as reasons for knowledge as in the text, being always prepared to substantiate the same under oath. Underneath was written: That this thus passed in the Castle aforesaid, in the presence of the clerks Willem Bergh and Jacob van de wedereld as witnesses, who properly signed the original minute of this together with the appearers and me, the sworn clerk. Below: Which I witness. Was signed: W: S: V: Ryneveld, sworn clerk. Re-examination. Appeared before us, the undersigned commissioners from the Honourable Court of Justice of this Government, the aforesaid Lieutenant Anthony van Esch and Second Lieutenant Iohannes Bijers, who, having had this preceding declaration of theirs read out clearly and distinctly word for word, testified that they persisted therein, wishing that nothing more should be added thereto or taken therefrom, and therefore each separately spoke the solemn words: So help me God Almighty. Underneath was written: Thus re-examined and sworn at Cabo de Goede Hoop on 24 April 1788. Was signed: A van Esch and Iohannes Beyer. Below: In my presence. Was signed: W: S: v: Ryneveld, sworn clerk. In the margin: As commissioners. Was signed: R: J: v: d: Riet and Joh:s Smuts. Appeared before the undersigned commissioners from

Dutch transcription

Pieter Johan Moller. gecommandeerd:/ in den Jaare 1786, en wel in de maand november van Batavia naar herwaards waaren gesteevend, dat ge duu„ „rende die reyse door den toen ter tyd op dien bo„ „dene beschyden oppermeester Gerrit Blikman, als een twist ziek mensch zynde, veele stribbelin„ „gen aan boord waren voorgevallen, en denselven als het waare geduurig de geleegentheyd gesogt G had, om zig tegen een yder in lasive uijtdruk„ „kingen uyt te laaten, en onder anderen den eersten Comp:t /: als zig den lang booven denselven praetendeerende /aan de publieke tafel had toe„ „geduuwd: dat, hij voor hem moest swigen, met byvoeging, dat indien hij het niet wilde doen, hij Blikman hem dan /S: V:/ een opneuker zou geven. — dat verder de twistzieken en kwaadaardige imborst van voorm: oppermeester ten klaarsten gebleeken is, bij geleegendheijd dat op de reijse de kinderpokjes zig aan boord open„ „baarden en wel voornamentlik, terwyl het schip aan Robben Eyland Guarantaine hield: gaande sopermeesters kwaadwilligheijd zo verre, dat hij de zieken in steede van hulp toe te brengen, met slagen tegenging, betuijgen„ „de den derden Comp„t dat gem: Blikman den opperkuyper, twee uuren voor desselvs dood nog geslagen heeft, welk geval egter de twee eerste ten Compten. Compten niet dan voor hunne komst in het van „derland van den derde Comp„t vernomen hebben, en wel nadat zy ontslaagen waaren. En verklaarde de laatste Comp„t teffens dat gem: doctor. zig tans op de reyse met het schip dregterland niet beeter gedraagen heeft Niets meer verklarende geeft de Compten. voor reedenen van wetenschap als in den text, bezyd zynde het zelve met Eede nader gestand te doen. Aldus Gepasseerd en vermits der Comp=ten bodem op vertrek legd, de Compten. dadelijk bij weegen van recollement. nogmaals voorgeleesen weesende, betuijgden, zij daarbij te blyven per„ „sisteeren, met begeerte dat 'er niets meer bij„ „gevoegt ofte van gedaan werden zal, en sprak dierhalven ter bevestiging der waarheyd van die de Solemneele woorden, zoo waarlyk help mij god Almagtig Aldus Gerecolleerd en B'Eedigt aan Cabo de Goede Hoop den 24 April 1787. voor de Heeren Ryno Iohannes van der Riet en Iohannes Smuts Leeden uyt den E Achtb: raad van Justitie voormeld, die de minute deezes be„ „neevens de Comp=ten ende mij Gezw: Clercq meede behoorlijk /:onderstond: /:onderstond: n„ n ven „ lde euker w ster dat n„ d h ield: zo d i hulp tuijgen den eerste ten Comp nog heyd behoorlijk hebben onderteekend /:laager:/ 'T welk ik getuijge /:was getekend:/ W: S: V: Ryneveld gezid Clercq. - Huijden den 22 April 1788. Compareerde voor mij Willem Stephanus van Ryneveld gezw: Clercq ter secretarije van Justi„ „tie des Casteels de Goede Hoop prasent de naten: getuigen, de op het E: Comp: schip d'regterland bescheiden Manhaften Lieutenant Antonij van Esch: en de Sous Lieutenant Iohannes Beyer van Competenten ouderdom dewelke ter requisitie van den prointerim Fiscaal d' E: Gabriel Exter verklaarde waar en waaragtig te zyn dat reeds van het begin der reijze de Conver„ „satie en vriendelyken omgang: welke vooral op een schip diend plaats te hebben: ten eenmaal is gestoord geworden, door den kregeligen en turstzieken Aart van den op dien bodem be„ „scheidenen oppermeester Gerrit Blikman, want dat hij zich niet heeft ontsien, bij herhaaling aan tafel op alle kleinigheeden te vitten, en zelfs zonder de minste redenen zig in inju„ „rieuse termen uittelaaten, zoo wel teegen het opperhoofd als de verdere officieren van voorm: schip en vooral bij gelegentheid dat hy op Zekerx zekeren dag, eene quantiteijd spaansche wijn aan den Capitain Lieutenant gevraagd hebben„ „de, denzelven zonder zulx in 't minste te wei„ „geren, hem vriendelik had toegevoegd en ge„ „vraagd of 't niet beeter waare dat geme„e spaansche wijn op bottels wierde afgetaxt want dat ze anders zoude zuur worden, voorm: Blikman toen hier op niets had gerepliceerd, maar eenig sints dagen daarna aan de tafel te eeten, zittende geduurig geschimpt had, zoo lang tot dat den Capitain Lieutenant dit niet langer kunnende dulden, denzelven had toegevoegd, doctor indien gij de spaansche wijn zo nodig had gehad, zoud gij mij dezelve nog wel eens hebben kunnen vraagen, als wel wetende, dat ze u niet zoude geweigert worden; waarop gem: doctor dit beantwoorde met te zeggen eer ik tweemaal zou vraagen, wilde ik liever dat de Capitain Lieutenant en de Capitain ver„ „doemt waaren Niets meer verklarende geeft den Compt voor reedenen van wetenschap, als in den text: bezeid zijnde 't zelve altoos met Eede te stooven. /:onderstond:/ Dat Aldus Passeerde In't Casteel voorm: present de Clercquen Willem Bergh en Jacob van de wedereld als getuijgen. die de minute dezes beneeens. van Justi„ No a van r. van tie Exter. Conver¬ ozal aal ben want haaling n en inzu„ het voorm: hy op Zekerer en ten: - beneevens de Comp=ten en de my gezw: Clercq meede behoorlijk hebben onderteekend /: lager:/ 'T welk ik getuijgen /:was getekend:/ W: S: V: Ryneveld G Zev: Clercq - Recollement. Compareerden voor ons onderget: gecommitt:s uit den E: Achtb: Raade van Justitie dezes Gouvernements, voorm„e Lieutenant Anthony van Esch en den sous Lieutenant Iohannes Bijers, dewelken deze zyne voorenstaande verklaring van woorde tot woorde klaar en duydelyk voorgelezen wezende, betuygde daarbij te blyven persisteeren, met begeerte dat 'er niets meer by of van gedaan werden zal en sprak derhalven yder afzonderlyk de solemneele woorden zoo waarlyk helpe my god Almachtig /:onderstond:/ Aldus Gerecolleerd en Beeedigd Aan Cabo de Goede Hoop. den 24 april 1788. /:was getekend:/ AranEsch en Iohannes Beyer /:lager/ mij praesent /:was getekend A W: S: A: Rynegeld Gezw: Clercq /:in margine :// als gecommitt:s /: was getekend:/ B J: V: d: Riet en Joh:s Smuts. — Compareerde voor de ondergeteekende Gecommitts uit

← previousnext →