Inventory 2303
Persia · 1,886 pages · 309 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to be renewed of the findings thereon delivered by the master of the shipwrights and his master foremen, together with the ship's officers, executed under the date of the 6th of this month; Except that, according to our judgment under correction of your High Excellencies' wiser opinion, there furthermore necessarily must be renewed and repaired on that vessel, to wit: Some planks in the upper deck. The foresail yard. The mizzen yard. The main mast cap. Three ports. Some planks in the sheathing. Furthermore, to keel. The rudder. This is what we, the undersigned, can report concerning this vessel, wherewith we hope to have satisfied the esteemed intention of your Right Honourable High Mightinesses, and we remain, with all due respect and awe, High Noble and Highly Esteemed Lord and Gentlemen, Your Right Honourable High Mightinesses' humble servants. Signed: C:s Vogel, H.s Schoon, I=n van d=r Quade, C.s de Ruijter, W=m Turnhout, T.:s Barnevelt. In the margin: Batavia, 12 January 1735. Beneath that: Herewith we confirm ourselves. Below stood: Due to the indisposition of the Commander and Master of the Equipment, signed, was signed: H:o Verijsel, W=m Hendriksen. To His High Excellency, The Right Honourable Lord, M=r Dirk van Cloon, Governor-General, Together with the other Noble Lords of the Council of the Netherlands Indies. High Noble, Respected, Commanding Lord and Gentlemen: By order of the Commander and Master of the Equipment, Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, master, Pieter Hagedoorn, first, and Cornelis van der Wint, second master foreman of the shipwrights, have boarded the ship Goudriaan, lying unladen in the roads here, having recently arrived from Bengal. We have thoroughly inspected and examined the same everywhere, along with the officers appointed thereto, namely Willem Hendriksen, master, Egbert Verduyn, chief mate, Andries Schrijver, second mate, and the ship's carpenter, Jacob Stolp, pursuant to the esteemed instructions of the High Noble Lords Seventeen from the Homeland dated 24 February 1730, and found it generally to be firm and strong in its timbers, considering its age. Yet, with the pleasure of your High Excellencies, there must necessarily be timbered on that vessel that which is respectfully indicated below, namely: The hold to be completely caulked. Two knees to be provided with bolts. Two beams between decks to be joined with fishplates. Some planks in the upper deck to be renewed. Furthermore, caulking, burning, and pitch inside and outside. After which completed repairs, this vessel is judged to be in a condition to be able to repatriate. This is what we, the undersigned, have found and observed on that vessel, which we could further confirm under oath if required to do so, while we remain, with deep, due respect, High Noble, Respected, Commanding Lord and Gentlemen, Your High Excellencies' humble and faithful servants. Signed: H:r Baak, P:r Hagedoorn, C.s v:der Wint, W=m Hendriksen, E V Duijn. In the margin: Batavia, 6 January 1735. High Noble, Commanding Lord and Gentlemen: To His High Excellency, The Right Honourable, Highly Esteemed Lord, The Lord Dirk van Cloon, Governor-General, The Noble Lords of the Council of the Netherlands Indies. Upon the esteemed order of your Right Honourable High Mightinesses, the undersigned Master of the Equipment and sea captains have proceeded to the roads here and there, together with the master of the shipwrights and his master foremen, inspected the ship 't Huijs ten Donk, newly arrived here from Banjarmasin. And after this execution, we found that vessel generally to be still reasonably strong in its timbers, considering its age. However, before it should undertake a voyage to Banda, it will necessarily, with the pleasure of your High Excellencies, need to be renewed and repaired on that vessel as is set down in the annexed findings executed by the master of the shipwrights and his master foremen, together with the ship's officers, under the date of 31 December last. And that the aforementioned vessel will then be in a condition to undertake the voyage to Banda, for which it has previously been projected by your High Excellencies, is what we, the undersigned, can report concerning this vessel, wherewith we hope to have satisfied the esteemed intention of your Right Honourable High Mightinesses, and we remain, with all due respect and awe, High Noble and Highly Esteemed Lord and Gentlemen, Your Right Honourable High Mightinesses' humble servants. Signed: Iz: de Vrij, Cornelis de Ruijter, Cornelis van der Hoeve, F:s v:n Nek, H:s Baak, Pieter Haagedoorn, and Cornelis van der Wint. In the margin: Batavia, 3 January A:o 1735. Lower: Herewith we confirm ourselves. Still lower: Due to the indisposition of the Commander and Master of the Equipment, signed, was signed: H: Verijsel and Jan Veldhuijsen.
Dutch transcription
te vernieuwen daar van overgegevene bevinding door den baas der scheepstimmerlieden en zijne meester, knegts, mitsgaders de scheeps over heden; sub dato den 6=e dezes gepasseert Excepto dat na ons eragters (onder corectie van uw hoog Edelens wij ter oordeel:) boven dien nog noodwondig aan dien bodem dient vernieuwt en gerepareert te werden, te weten — Eenige Planken in 't boven dek. de focke Raa--... de bezaans Rod... 't groote Ezels hooft. . . .. drie Poorten- - - . Eenige Planken in de dubbelhuijt voorts kielen. — Dit is het geene hoog Edele Groot achtb=re heere en heeren dat wij ondergetekende van deezen bodem weeten te berigten waar me„ de wij hoopen aan de g'eerde intentie van uw welEd: groot achtb:r te hebben voldaan en blijven met alle schuldige Eerbiet en het Roer - - - - - - - - ontzag 2 4739 on tzag (onderstond) hoog Edele groot achtb=r heere en heeren (lager) uw welEd: groot achtb. s onderdanige Dienaaren was getekend) C:s Vogel, h. s Schoon, I=n van d=r quade, C. s de ruijter„ W=m Turnhout, T.:s Barnevelt (in margine) batavia 12. ' Ianuarij 1735. (daar onder) hier mede confirmeeren wij ons (onderstond) door indispositie van den comman„ „deur en equip=e m=r teekent (:was getekend) h:o Verijsel, W=m hendriksen. t den Etb van me„ uw. aan og 4740 Aan sijn hoog Edelheijt Den wel Edelen heere M=r Dirk van Cloon gouverneur Generaal Mitsgaders de verdere Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Agtbaare Gebiedende heere en heeren Ter ordre van den Commandeur en Equipagiem=r Elias wargaren hebben wij hendrik baak baas, Pie ter hagedoorn Edrste en Cornelis van der wint tweede meesters knegt der scheepstimmerlieden, ons vervoegt aant boort van't alhier ter rheede ontlost leg„ gende Iongst van Bengalen aangekoome„ ne schip Goudriaan het zelve benevens de daar op bescheydene officieren met na„ men willem hendrik sen schipper Egbert verduyr opperstuurman Andries schrijver onder onderstuurman en den scheeps timmerman Iacob stolp Jngevolge het g'Eerde aan schrijvens van de hoog Edele heeren se„ ventiene uijt het patria de dato 24. ' februarij 1730. nauw keurg over al ge„ visiteert en besigtigt het zelve be„ vonden deurgaas hegt ende sterk in ver buntenisse te zijn, na zijne Jaaren Edog zal met believen van uw hoog Edelens noodsakelijke aan dien bodem vertimmerd moeten werden, het geene hier onder Eerbiedig werd aangeweesen namentlijk het ruijm ten Eenemaal gekalfdat te werden twee knies met bonten te verzien twee balken tussender met swalpen te sluijten Eenige planken in't bovenste dek te vernieuwen voorts binnen en buyten kalfaton brandenen smeer na welke gedane reparatie dien bodem in staat geoordeelt werd, omme te kunnen repatrieeren Dit is het geene hoog Edele heereen heeren dat wij ondergetekendens op dien bodem bevonden en ontwaard hebben, het gunt wij 1151 - 4741 wij des gerequireerd werdende nader met Eede zoude kunnen bevestigen, terweijl met diep schuldigh respect verblijven (onderstond) hoog Edelen Agtbare gebie„ dende heere en heeren (lager) uw hoog Edels onderdanige en Trouw schuldig pik Dienaaren (was getekend) h:r Baak, P:r hagedoorn, C. s 1= der wint, W=m hendrik „sen, E V Duijn, (in margine) Batavia Den 6. ' Januarij 1735. — 4742 Hoog Edele Gebiedende heere en heeren: Aan sijn hoog Edelheijt den wel Edelen groot agt„ „baaren Heere HE:r dirk van Cloon gouverneur Generaal DEdele heeren Raaden van nederlands india. Op de G' Eerde ordre van uw wel Ed: groot agtb: hebben den ondergetekende equipagiemeester, E schippers sig vervoegt hier ter rheede, en aldaar benevens den baas der scheepstimmerlieden en sijne meester„ „knegts, gevisiteert 't nu jongst van banjermassing alhier aengekomen schip 'thuijs ten donk, en na gedane verrigting bevonden dien bodem doorgaans sterke. nog redelijk„ in verbintenisse te zijn, na sijne jaaren, Edog al eer den selven een reijse naarbanda soude aanvaarden, sal met believen van haar hoog Edelens noodsakelijk aandien bodem vernieuwt en gerepareert dienen te werden, 't gunt sig vind ter nedergestelt, bij de hier nevens geannexeerde bevinding door den baas der scheepstimmerlieden en sijne meesterknegts mitsgaders de scheeps overheden sub dato den 31. decemb: jongstleden gepasseert. Ende dit Dit, en dat gemelde bodem als dan sal in staat weesen omde reijse naar banda, waartoe veroor uw hoog Edelens is geprojecteert te onderneemen ijs, het geene hoog Edele groot agtb: heere En Heeren, dat wij ondergetekende van desen bodem weeten te berigten, waar mede wij hoopen aande g'eerde intentie van uwel Ed: groot agtb: te hebben voldaan en blijven met alle schuldige met alle schuldige Eerbied en ontsagt (:onderstond:) hoog Edele groot agtb: heere en heeren (:nog lager:) uwel Ed: groot Agtb:s onderdanige Dienaaren. (:was getekent:) Iz: De vrij, Cornelis de Ruijter Cornelis van der Hoeve, F:s v:n Nek, H:s Baak, Pieter Haagedoorn, En Cornelis van der wint, (:in margine:) batavia den 3. januarij A:o 1735. (:lager:) hier mede Confirmeeren wij ons (:nog lager:) door indispositie van den Commandeur en Equipagier:r teekent (:was getekent:) H: verijsel En Jan veldhuijsen,
English
To his High Nobility the right Honorable highly esteemed lord Abraham Dirk van Cloon Governor-General and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies Honorable commanding lord and lords Pursuant to the esteemed order of Your Right Honorable, the undersigned Master of the Equipage and skippers have proceeded here to the roads, and there, together with the master of the shipwrights and his master craftsman, inspected the ship Huys ten Donck, recently arrived from Banjarmasin, and having completed the work, found this hull throughout to still be reasonably strong in its timbers, according to its years. However, before the same can undertake a voyage to Banda, it will, by the pleasure of Your High Nobilities, be necessary for this hull to be renewed and repaired, which is set forth in the annexed findings recorded by the master of the shipwrights and his master craftsmen, together with the ships officers, passed under the date of 31 December last. This, and that the said hull will then be in a condition to undertake the voyage to Banda, for which it has been projected by Your High Nobilities, is what we the undersigned can report concerning this hull, High Noble highly esteemed lord and lords, with which we hope to have satisfied the esteemed intention of Your Right Honorable, and we remain with all dutiful respect and awe, below stood, High Noble highly esteemed lord and lords, further below, Your Right Honorable's humble servants, was signed, H: De Vrij, Cornelis de Ruyter, Cornelis van der Hoeve, Frans van Nek, Daniel Baak, Pieter Haagedoorn, and Cornelis van der Wint. In the margin, Batavia the 3rd of January 1735. Below, Herewith we confirm, further below, due to indisposition of the Commander and Master of the Equipage, signed, was signed, Hendrik Verijssel and Jan Veldhuysen. High Noble, widely commanding lord and lords. To his High Nobility the right Honorable lord Master Dirk van Cloon Governor-General and Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. By order of the Commander and Master of the Equipage Elias Wargaren, we, Cornelis Vogel master, Theunis Barnevelt first master craftsman of the shipwrights, have proceeded to the yacht De Binnewijsent, lying here discharged at the island of Onrust, and recently arrived from Ternate, and inspected the same, together with the officers assigned to it, by name Herbert Dam skipper, Andries Rolofz second mate, and shipwright Jan Tuyman, pursuant to the esteemed written instructions of the High Noble Lords Seventeen from the fatherland, dated the 24th of February in the year 1730, thoroughly and everywhere inspected and viewed, and found the same throughout to be reasonably sound in its timbers, according to its years. However, it will, by the pleasure of Your High Nobilities, be necessary for this hull to be rebuilt, namely in the hold the ceiling planking the lower deck the galley 5 beams of the upper deck several planks of the upper deck the mainmast the bowsprit the mizzenmast the main yard gangway on both sides sheathing on both sides to be renewed, and that with 2 to 3-inch planks, furthermore to careen, caulk, burn, and secure with nails, 20 beams 40 knees this is what we the undersigned, High Noble lord and lords, have found and perceived on this hull, which if we are so required, we can otherwise confirm by oath, while we remain with deep dutiful respect, below stood, High Noble esteemed commanding lord and lords, lower, Your High Nobilities' humble and dutiful servants, was signed, C: Vogel, T. Barnevelt, H: Dam, A: Roloftz, J: D: Tuynman. In the margin, Onrust, the 2nd of January 1735. To his High Nobility the right Honorable highly esteemed lord Master Dirk van Cloon Governor-General and the Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies Pursuant to the esteemed order of Your Right Honorable, the undersigned Master of the Equipage and skippers have proceeded to the island of Onrust, and there, together with the master of the shipwrights and his master craftsmen, inspected the yacht Binnewijsend, recently arrived here from Ternate, and having completed the work, found this hull throughout to be reasonably sound in its timbers, according to its years. However, before the same could undertake a voyage to any western trading post, High Noble commanding lord and lords, it will, by the pleasure of Your High Nobilities, be necessary for this hull to be renewed and repaired, which is set forth in the annexed findings passed by the master of the shipwrights and his master craftsmen, together with the ships officers, under the date of the 2nd of this month. This is what we the undersigned can report concerning this hull, High Noble highly esteemed lord and lords, with which we hope to have satisfied the esteemed intention of Your Right Honorable, and we remain, with all dutiful respect and awe. Below stood, High Noble highly esteemed lord and lords, lower, Your Right Honorable's humble servants, signed, W: Hendriksen, W: Turmout, P: Waandregt, C: W: Nek, E: Baak, P: Haegedoorn, C: V: d: Wint. In the margin, Batavia the 3rd of January 1735. Beneath that, herewith we confirm, was signed, E: Wargaren, H: Dam. High Noble Esteemed commanding lord and lords. By order of the Commander and Master of the Equipage Elias Wargaren, we, Hendrick Baak master, Pieter Hagedoorn first, and Cornelis van der Wint second master craftsman of the shipwrights, have proceeded on board the ship Alblasserdam, lying here discharged in the roads, having recently arrived from the fatherland, and inspected the same together with the officers assigned to it, by name Michiel Vonk skipper, Jan Barthuysz chief mate, Lammert van der Moor, To his High Nobility the right Honorable lord Master Dirk van Cloon Governor-General together with the other Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies second mate
Dutch transcription
4743 Aan sijn hoog Edelheijd den wel Edelen groot agtb: heere Ab:r Dirk van Cloon gouverneur generael Ende VEdele heeren Raden van nederlands india gEdele Gebiedende heere en heeren Op de G'Eerde ordre van uwel Ed: groot agtb: hebben den ondergetekende Equipagiemeester, en schippers sig vervoegt hier ter rheede, en aldaar benevens den baas der scheeps timmerlieden en sijne meesterknegt gevisiteert 't nu jongst van banjermassing aen„ „gekomene schip Thuijs ten donk en na gedane verrigting bevonden dien bodem doorgaans nog redelijk sterk in verbintenisse te sijn, na sijne waaren Edog al Eer den selven een reijse naar banda soude aanvaarden, sal met believen van haar hoog Edelens noodsaekelijk aan dien bodem vernieuwt en gerepareert dienen te werden, 't gunt sig vind ter nedergestelt bijde de hier nevens geannexeerde bevinding door den bros der scheeps timmerlieden En sijne meesterknegts mitsgaders de scheeps overheeden sub dato den 31 decemb: jongstleeden gepasseert dit Dit en dat Gemelte bodem als dan sal in staat weesen om de reijse naar banda, waartoe door uw hoog Edelens is geprojecteert te onderneemen is het geene hoog Edele groot agtb: heere en heeren dat wij ondergetekende van desen bodem weeten te berigten waar mede wij hoopen aande g'Eerde intentie van uwel Ed: groot agtb:s te hebben voldaen en blijven met alle schuldige Eerbied en ontsagt (:onderstond:) hoog Edele groot agtb: heere en heeren (:nog lager:) uwel Ed: groot agtb:s onder„ „danige Dienaeren (:was getekent:) H: De vrij Cornel:s de Ruijter, Cornel:s van der hoeve F:s v„n Nek, DL: Baak, P:r haagedoorn, en Cornelis vander wint. (:in margine:) Batavia den 3. Januarij 1735. (:lager:) hier mede Confirmeeren wij ons, (:nog lager:) door indispositie van den Commandeur en Equipa„ „giem:r tekent (:was getekent:) h:s verijssel En Jan Veldhuijsen 1749 Hoog Edele, wijd Gebiedende heere en heeren Aan sijn hoog Edelhijd Den wel Edelen heere M„r Dirk van Cloon gouverneur generaal ende Edele heeren Raden Van Nederlands India ter ordre van den commandeur en Equipa„ giemeester Elias wargare hebben wij Cor„ nelis vogel Baas Theunis barnevelt Ders„ te meesterknegt der scheepstimmerlieden ons vervoegt in 't hier ten Eyland onrust ontlost leggende en laaste van Ternate aen gekoomene Iagt d' binnewijsent het selve benevens de daar op bescheydene officieren met namen herbert Dam schipper Andries rolofz onderstuurman En scheepstimmer„ man Jan tuijman ingevolge het g'Eerde aanschrijvens van de hoog Edele heeren seventhiene E vernieuwe seventhiene uijt het patria de dato 24. ' fe„ bruarij A:o 1730 nauwkeurig over al gewi siteert En besigtigt, 'tselve bevonden den gaans reedelijk in verbintenisse te sijn na sijn Iaare, Edog sal met believen van haar hoog Edelens noodsakelijk aan die bodem vertimmert moeten werden. als in 't ruijm de waageringh het onderstedeck d'combuijs - - - - - - - 5. balcke van 't boove deck Eenige planke van 't boove dek d' groote mast - - - - - - - d' boeghspriet-- - - - - „. besaans mast - - - - - „ groot raa. - - - - - bregang aan wederseijde. „ dubbelluijt aan weederseijde. te vernieuwe En dat met 2. â 3. duijm planke voorts kiele kallefate brande en vermeere 20. balcke. . . . . .. 40. knies. . . . . . . .. dit d 4745 dit is het geene hoog Edele heere en heeren dat wij onder getekendens op dien boden bevonden En ontwaard hebben 't gunt wij des gerequireerd werden anders met Eden kunnen bevestigen terweijl met diep schuldig respet verblijven /onderstond/ hoog Edele agtbare gebiedende heere en heeren /lager/ uw hoog Edelens onderdanige en vrouw schuldige Dienaeren /was getekent C: Vogel I. Barnevelt h. Sam: A: Roloftz: I: D: Tuijnman /in margine / onrust: den 2. ' Januarij 1735 ke Aan sijn hoog Edelheijt Den wel Edelen groot achtbaaren heere M„r Dirk van Cloon gouverneur generaal Ende D. Edele heeren Raeden van Nederlands India 4746 Op de g'Eerde ordre van uw. wel Ed: groot achtb: hebben den ondergetekende Equipagie meester en schippers sig vervoegt aan 't Eijland onrust En aldaer benevens den baas der scheepstimmerlieden en sijne meesterknegts gevisiteert het nu jongst van Ternaaten alhier aangekomen Iagt binnewijsend en na gedaane verrigting bevonden dien bodem deurgaans redelijk in verbintenisse te zijn na sijne Iaaren, Edog al Eer den selven Een reijse naa Eenig wester comptoir Hoog Edele gebiedende heere, en Heeren soude soude aanvaerden val met believen van haar hoog Edelens noodsakelijk aan dien bodem vernieuwt En gerepareert dienen te werden 't gunt sig vind ter nedergestelt bij de hier nevens g'annex Eerde bevinding door den baas der scheepstimmerlieden en sijn E meester knegts, mitsgaders de scheeps overheden, sub dato den 2. deses gepasseert Dit is het geene hoog Edele groot achtb: heere En keeren dat wij ondergetekende van deesen bodem weeten t berigten, waar mede wij koopen aan de g'Eerde intentie van uw wel Edele groot achtb: te hebben voldaan En blijven, met alle schul„ dige Eerbied en ontsag. —. /onderstond/ hoog Edele groot agtb: heere en heeren /lager/ uw wel Edele groot achtb: onderdanige Dienaren / ge„ tekent/ w hendriksen, W. Turmout p, waan„ dregt C: W. Nesk E. baak p. haegedoorn C: V: d. wint, in margine/ batavia den 3:' Janua: 1735. daar onder, hier mede confirmeeren wij ons /was getekent/ E: wargaren E. Sam E: Hoog Edele Agtbare gebiedende heere en heeren Ter ordre van den commandeur en Equipagien Elias wargaren, hebben wij hendrick Baak baas, Pieter hagedoorn Eerste en Cornelis van der wint tweede meesters„ knegt der scheeps timmerlieden ons vervoegt aan't boort van't alhier ter rheede ontlost leggende Iongst uyt het vaderland aangekomene schip alblas serdam het zelve benevens de daar op bescheijdene officieren met namen Michiel vonk schipper Ian barthuijsz: opperstuurman Lammert van der moor Aan sijn hoog Edelheijt Den wel Edelen heere M=r Dirk van Cloon gouverneur Generaal Mitsgaders de verdere Edele Heeren Raaden van Nederlands India 4748 onderstuurman
English
second mate, and the ship's carpenter Ian Wiggers, pursuant to the esteemed instructions of the High Noble Lords Seventeen from the fatherland dated 24 February 1730, thoroughly inspected and surveyed everywhere, and found the same to be consistently sound and strong in its structure for its age; however, with Your High Nobilities' approval, there will necessarily have to be shipwright repairs made to this vessel, which are respectfully noted below, namely: To fit some half-timbers in the ceiling planking. The entire hold to be caulked. Some planks in the lower deck. Two knees between decks. Some planks in the upper deck. The gunwales and the yard timbers on the forecastle. Two gun ports. The main topgallant mast. Further, inside and outside caulking, burning off, and tallowing. This is what, High Noble Lord and Lords, we the undersigned found and discovered on this vessel, which, if required, we could further confirm under oath; whilst we remain with the deepest dutiful respect, (was written below) High Noble, Honorable, Ruling Lord and Lords, (lower) Your High Nobilities' humble and loyal, dutiful servants, (was signed) H. Baak, P. Hagedoorn, C. van der Wint, this is the mark X made by Michiel Vank, J. Barthuijsen, Lambert van de Moor, Ian Wiggers, (in the margin) Batavia, 6 January 1735. High Noble, Ruling Lord and Lords. To His High Nobility, the Honorable, Highly Esteemed Lord, Mr. Dirk van Cloon, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. Upon the esteemed order of Your Honorable, Highly Esteemed Nobilities, the undersigned Equipage Master and shipmasters went here to the roads, and there, together with the master shipwright and his foremen, inspected the ship Prattenburg, recently arrived here from the Coast of Coromandel, and, having completed the work, found that vessel for its age to be still reasonably strong in the structure of beams, clamps, and knees, etc.; however, before it should undertake a voyage via Tegal to Ambon, it will, with the approval of Your High Nobilities, necessarily be required that this vessel be renovated and repaired, as is further set down in the annexed findings presented under date of the 22nd of this month by the master shipwright and his foremen, together with the ship's officers. This, and that the said vessel will then be in a condition to undertake the voyage from here via Tegal to Banda, for which it has been projected by Your High Nobilities, is what, High Noble, Highly Esteemed Lord and Lords, we the undersigned are able to report on this vessel, with which we hope to have fulfilled the esteemed intentions of Your Honorable, Highly Esteemed Nobilities; and we remain with all dutiful respect and deference, (was written below) High Noble, Highly Esteemed Lord and Lords, (lower) Your Honorable, Highly Esteemed Nobilities' humble servants, (was signed) H. de Vrij, A. Brouwer, P. Luijs, C. Bliek, H. Baak, P. Hagedoorn, C. van der Wint, (in the margin) Batavia, 30 November, anno 1734. (Below it, with this we confirm:) (was signed) E. Wargaren, R. Brugman. To His High Nobility, the Honorable Lord, Mr. Dirk van Cloon, Governor-General, together with the further Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Honorable, Ruling Lord and Lords. By order of the Commander and Equipage Master Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, master, Pieter Hagedoorn, first foreman, and Cornelis van der Wint, second foreman of the shipwrights, went on board the ship 't Boot, which has recently arrived from the fatherland and is lying discharged here in the roads, and, together with the officers appointed thereto, named Pieter Scherff, shipmaster, Ian van Sweeven, chief mate, Cornelis van der Smisse, second mate, and the ship's carpenter Jacob Olivier, pursuant to the esteemed instructions of the High Noble Lords Seventeen from the fatherland dated 24 February 1730, thoroughly inspected and surveyed the same everywhere, and found the same to be consistently new, sound, and strong in structure, with nothing lacking on it, except finally: Inside and outside caulking, burning off, and tallowing. This is what, High Noble Lord and Lords, we the undersigned have found and discovered on that vessel, which, if required, we could further confirm under oath; whilst we remain with the deepest dutiful respect, (was written below) High Noble, Honorable, Ruling Lord and Lords, (lower) Your High Nobilities' humble and loyal, dutiful servants, (was signed) H. Baak, P. Haegedoorn, C. van der Wint, P. Scherff, J. van Sweven, C. van der Smisse, Jacob Olivier, (in the margin) Batavia, 18 December 1734. To His High Nobility, the Honorable Lord, Mr. Dirk van Cloon, Governor-General, and the Noble Lords Councillors of the Dutch Indies. High Noble, Ruling Lord and Lords. Upon the esteemed order of Your Honorable, Highly Esteemed Nobilities, the undersigned Equipage Master, together with the master shipwright and his foremen, inspected the ship de Boot, recently arrived here from the fatherland, and, having completed the work, found that vessel to be consistently new, sound, and strong in structure; before the same should undertake a return voyage to the Netherlands, it will, with the approval of Your High Nobilities, necessarily serve to have repaired on that vessel
Dutch transcription
1 onderstuurman en den scheeps timmerman Ian wiggers Jngevolgd het g'Eerde aan schrijvens van de hoog Edele heeren seven tiene uijt het patria de dato 24:' februarij 1730 nauw keurig over al gevisiteert en besig tigt, het zelve bevonden deur gaans hegt ende sterk in verbintenisse te zijn na zijne Iaaren, Edog zal met believen van uw hoog Edelens noodsakelijk aan dien bodem vertimmerd moeten werden het geene hier onder Eerbiedig werd aangewee„ ter namentlijk. — Eenige stucken halffhout inde wegering te setten het geheele ruijm gekalfaat te werden Eenige planken, en't onderste dek.. twee knies tussen dex- - - -.. Eenige planken int bovens te dek. de dalboorden ende rha houten op de bak twee geschut poorten. - - . de groote bramsteng. . . . . voorts binnen en buijten kalfaten branden ansneere Dit is het geene hoog Edele heere en heeren dat wij ondergetekendens op dien bodem bevanden 1748 bevonden en ontwaard hebben, het gunt wij des gerequireerd werdende na„ der met Eede zoude kunnen bevestigen terweijl met die p schuldig respect ver„ blijven onderstond) hoog Edele agtbare gebiedende heere en heeren (lager) uu hoog Edelens onderdanige en Trouw schul„ dige Dienaar was getekend) h:r baak„ D. r hagedoorn, C. s 1=- der wint, dit is X het merk gestelt bij michiel vank, I=n Barthuijsen, Lambert van de moor„ ijan wiggers, in margine) batavia Den 6= Januarij 1735. — 4749 Hoog Edele Gebiedende Heere en heeren Aan zijn hoog Edelheijt Den wel Edelen groot achtbare heere M=r Dirk van Cloon gouverneur generaal Ende d' Edele heeren Raaden van Nederlans India op d' g' Eerde ordre van uw wel Ed=le groot achtb hebben den ondergetekende Equipagie weester En schippers zig vervoegt hier ter Reede en aldaar benevens den baas der scheep timmerlieden En zyne meester knegts, gevizenteert 't nu jongst Cust Cormandel al hier aangekomen schip Prattenburg En na gedaane alhier aangekomen schip Prattenburg en na gedaane verrigting be„ vonden dien bodem na zijne Iaaren nog redelijk redelijk sterk in verbintenisse van bal„ ken banden ende krniees Ed zijn: Edog aleer den zelven een reijze over Tagal na am bon zoude aanvaarden, zal met believen van haar hoog Edelens nood zakelijk aan dien bodem vernieuwt en gerepareert diene te werden 't gunt zig vird ter nedergestelt bij de hier nevens g'annexeerde bevinding door den baas der scheepstimmerlieden en zijne meester knegts mitsgaders d' scheeps over he den sub dato den 22=e dezes geproseert Dit en dat gem: bodem als dan zal in staat weezen om de reijze van hier over tagal na banda waar toe door uw hoog Edelens is geprojec teert te ondernemen is het geene hoog Edele groot achtb=re heere en heeren, dat wij ondergetekende van dezen bodem weeten te berigten waar mede wij hoopen aan d' g Eerde intentie van uw wel Ed groote actb Ed hebben voldaan en blijven met alle schuldige Eerbied en ont zag (onderstond) hoog Edele groot achtb=re heere en heeren (lager) 4750 (lager uw WelEd: Groot achtb:' onder danige Dienaaren (was getekend) h D' Vrij A. r Brouwer p. r Luijs C. is BBliek, H=ks Baak, P:r hal„ „gedoorn, C. s v= der wint (in margine) batavia Den 30. nov: anno 1734 / dar onder hier mede confirmeeren wij ons was getekend) E.:s Wargaren R:r Brug„ man 4751 Aan sijn hoog Edelheijt Den wel Edelen heere M=r. Dirk van Cloon Gouverneur Generaal Mitsgaders de verdere Edele heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Aagtbaren gebiedende heere en heeren Ter ordre van den Commandeur en Equijpagient Elias wargaren hebben wij hendrik baak baas Pieter hagedoorn Eerste en Cornelis van der wint tweede meesters„ knegt der scheeps timmerlieden ons vervoegt aan't boort van't alhier ter rheede ontlost leggende Iongst uijt het vaderland aangekoomene schip T boot„ het zelve benevens de daar op bescheij dene officieren met namen Pieter scherff. schipper Ian van Sweeven oppersteurma opperstuurman Corn. s van der Smisse onderstuurman En den scheeps tim merman Iacob olivier Jngevolge het g'Eerde aanschrijvens van de hoog E„ „dele heeren seventiend uyt het partria de dato 24. ' februarij 1730. nauw keu„ rij over al gevisiteert En besigtigt het zelve bevonden deur gaans nieuw hegt Ende sterk in verbintenisse te zijn, Eede daar aan niets manc„ queerende is, als Einelijck binnen en buijten kalfaten branden ensneeren Dit is het geene hoog Edele heere en heeren dat wij ondegetekendens op dien bodem bevonden En ont hebben, het gunt wij des waard gerequireerd werdende, nader met en „de zoude kunnen bevestigen terweijl met diepschuldige res fect verblijven (onderstond) hoog Edele agtb: 4752 agtbaare gebiedende heere en heeren (lager) Uw hoog Edelens onder danig en trouwschuldige Dienaa„ Baak, „ren (was getekend) H P. Haegedoorn, C. s V=t der wint„ P. r Scherff, J=n V= Sweven, C=s 1= der Smisse, Iacob oliveer, sinmar„ (gine) Batavia Den 18. December 1734. — 4753 Aan zijn hoog Edelheijt Den WelEdelen heere M=r. Dirk van Cloon gouverneur Generaal, Ende d' Edele heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Gebiedende heere, en Heeren off de g' Eerde ordre van uw wel Ed: groot Achtb: hebben den ondergetekende Equi pagie meester benevens den baas der scheept timmerlieden en zyne meester knegts ge vizenteert 't nu Jongst uijt het vaderland alhier aangekoomene schip d' booten na gedaane verrigting bevonden dien bodem deurgaans nieuw, hegt en sterk in ver bin tenisse den zelven weder een reyze na nederlandt zoude aanvaarden zal niet believen van haar hoog Edelens nood za„ kelijk aan dien bodem gerepareert dienen
English
to be done, which is set down in the findings annexed hereto, passed by the master shipwright and his journeymen, as well as the ship's officers, under date of the 18th of this month. This, and that the said vessel will then be in a condition to undertake the voyage to the fatherland, for which it has been projected by Your Right Honourables, is what we, the undersigned, can report concerning this vessel, wherewith we hope to have complied with the esteemed intentions of Your Right Honourable Great Worships, and remain with all due respect and awe, (below stood) Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen, (lower) Your Right Honourable Great Worships' humble servants (was signed) H. De vrij, Mt, P:r Sluijz, I.:s, is, H, Master P.r hae van duijnen, H gedoorn, C:s 1= der voint (in the margin) Batavia. 4754 Batavia, the 19th of December, anno 1734. (below it) Herewith we confirm our agreement. (below stood) Due to the indisposition of the Commander and Equipagemaster, his deputy signs, (was signed) H. veryel, A:a Brouwer. ia 4755 To His Right Honour, The Right Honourable Gentleman, M=r Dirk van Cloon, Governor General, Together with the other Honourable Gentlemen, Councillors of Netherlands India. Right Honourable, Esteemed, Ruling Gentlemen, By order of the Commander and Equipagemaster Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, master, Pieter Haagedoorn, first, and Cornelis van der Wint, second journeyman of the shipwrights, have gone on board the ship Cats, lying discharged here in the roads, recently arrived from Bengal, and, together with the officers appointed thereto, namely Theunis Hendrix van Staal, skipper, Cornelis Langendam, chief mate, Jacobus van Essefelt, second mate, and the ship's carpenter Dirk Josepsz, pursuant to the esteemed instructions of the Right Honourable Gentlemen Seventeen from the fatherland, dated 24 February 1730, thoroughly inspected and surveyed the same in all respects, and found the same throughout to be of reasonably strong construction, considering its age. However, with the pleasure of Your Right Honourables, the said vessel will necessarily have to undergo carpentry repairs, as is respectfully indicated below, namely: To insert some pieces and patches in the ceiling. Some planks in the lower deck. Four gunports. Some planks in the upper deck. One knee, to be renewed. Further, inside and outside, caulking, burning, and graving. This is what the Right Honourable Gentlemen have found and observed, which we could further confirm under oath if required, while we remain with deep and dutiful respect, (below stood) Right Honourable, Esteemed, Ruling Gentlemen, (still lower) Your Right Honourables' humble and faithful servants, (was signed) M=r Baak, P:r Haagedoorn, /: van der Wint, T:h: van Staal, /: Langendam, J:s v: Esseveld, Dirk Josebsz: (in the margin) Batavia, the 28th of October 1734. 4756 From His Right Honour, the Right Honourable, Highly Esteemed Gentleman, M:r Dirk van Cloon, Governor General, And Honourable Gentlemen, Councillors of Netherlands India. Right Honourable, Ruling Gentlemen, Upon the esteemed order of Your Right Honourable Great Worships, the undersigned Equipagemaster and skippers have gone here to the roads, and there, together with the master shipwright and his journeymen, have inspected the ship Cats, which recently arrived here from Bengal, and after having performed the same, found that vessel throughout to be of reasonably strong construction, considering its age. However, before it undertakes a voyage to Banda, it will, with the pleasure of Your Right Honourables, be necessary to renew and repair on that vessel what is set down in the findings annexed hereto, passed by the master shipwright and his journeymen, as well as the ship's officers, under date of the 28th of December last. This, and that the said vessel will then be in a condition to undertake the voyage to Banda, for which it has been projected by Your Right Honourables, is what we, the undersigned, can report concerning this vessel, wherewith we hope to have complied with the esteemed intentions of Your Right Honourable Great Worships, and remain with all due respect and awe, (below stood) Right Honourable, Highly Esteemed Gentlemen, (still lower) Your Right Honourable Great Worships' humble servants, (was signed) H: De Vrij, Cornelis de Ruijter, Cornel:s van den Hoeve, I:s v:n Nesz, Iz: Baak, Pieter Hadgedoorn, and Cornelis vander Wint (in the margin) Batavia, the 3rd of January 1735. (lower) Herewith we confirm our agreement. (still lower) Due to the indisposition of the Commander and Equipagemaster, signs (was signed) H:s Verijssel and T:s H: v=n Staal. 4757 Right Honourable, Esteemed, Ruling Gentlemen, To His Right Honour, The Right Honourable Gentleman, M=r Dirk van Cloon, Governor General, Together with the other Honourable Gentlemen, Councillors of Netherlands India. By order of the Commander and Equipagemaster Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, master, Pieter Hagedoorn, first, and Cornelis van der Wint, second journeyman of the shipwrights, have gone on board the ship Coethorn, lying discharged here in the roads, recently arrived from Bengal, the same together with the officers appointed thereto, namely Willem Tuurenhout, skipper,
Dutch transcription
te werden 't guat zig vindt ter neder gestelt by de hier nevens g'annegeerde bevinding door den baas der scheepstum mer lieden en zijne meeste mitsgaders de scheeps over heden sub dato den 18 dezes gepasseert Dit en dat gem: bodem als dan zal m staat weezen om de reijze naa 't va derlandt waar toe door uw hoog Edelens is geprofecteert te onderneemen is 't geene hoog Edelen groot achtb=re heere en„ heeren dat wij ondergetekende van dee ten bodem weeten te berigten waar mede wij hoosen aan d g'eerde nntentie van uw wel Ed: goot achtb te hebben volg aan en blijven met alle schul dige Eerbiet en ontzag (onderstond) hoog Edele groot Achtb=re heere en heeren (lager) uw WelEd: groot achtb.:s onderda„ nige dienaaren (was getekend) H. D: vrij Mt p:r Sluijz I.: s is H Baas P. r hae van duijnen H gedoorn C:s 1= der voint (in margine) Batavia 4754 Batavia den 19. ' decemb: anno 1734. daar onder) hier mede confirveeren wij ons /onderstond) door indepositie van den Comman deur en Eqmip=e meester tekent deszelfs adjunct (wasgetekend) H. veryel A:a Brouwer. ia 4755 Aan Sijn hoog Edelheijt Den wel Edelen heere M=r Dirk van Cloon gouverneur generaal. mitsgaders de verdere Edele heeren Raden van nederlands india oog edele agtb: gebiedende heere en heeren Der ordre van den Commandeur en Equipagiem:r Elias wargaren hebben wij hendrik Baak. baas, Pieter haagedoorn Eerste en Cornelis van der wint tweede meesterknegt der scheeps timmerlieden ons vervoegt aan't boort van't alhier ter rheede ontlost leggende Jongst van benga„ „len aangekoomene schip Cats het zelve benefens de daar op bescheijdene officieren met namen Theunis hendrix van Staal schipper Cornelis Langendam opperstuurman Jacobus van Essefelt onderstuurman en den scheeps Timmerman Dirk Josepsz Jngevolge het g'Eerde aanschrijvens van de hoog Edele heeren seventiene uijt het patria de dato 24 februarij 1730 nauwkeurig over al gevisiteert En besigtigt het zelve „ in zelve bevonden deurgaans nog redelijk strek, verbin„ tenisse te zijn, na zijne Jaaren, Edog zal niet believen van uw hoog Edelens noodzakelijk aan dien bodem vertimmerd moeten werden, het Geene hier onder Eerbie dig werd aangewesen namentlijk Eenige stucken en brocken in de wegering te zetten Eenige planken in't onderste dek. . vier geschut poorten- - - - - Eenige planken in't bovenste dek. . voorts binnen en buijten Kalfaten branden en smeren dit is het het geene hoog Edele heeren, En heeren be„ vonden En ontwaard hebben het Gunt wijdes gerequi reert werdende nader met Eede zoude kunnen be„ vestigen terweijl met diepschuldig respect verblijven (:onderstond:) hoog Edele agtb: Gebiedende heere en heeren, (:nog (lager:) uw hoog Edelens onderdanige en trouwschuldige dienaaren (:was getekent:) M=r Baak, P:r Haagedoomn, /: van der wint h: van Staal, /:langendam J:s v: Esseveld dirk Josebsz: in margine:) batavia den 28 8ber: 1734.— Een Klas - - - . . . . . . . . . . te vernieuwen 4756 Van Zijn hoog Edelhijt den _ wel Edelen Groot Achtbaaren heere M:r Dirk van Cloon Gouverneur Generaal Ende Edele heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edelers gebiedende heere en Heeren op de g'eerde, ordre van uw: wel Edele Groot achtb:r hebben den ondergetekende Equipagie Meester en schip„ „pers zig vervoegt hier Ter Rheede en aldaar Benevens den baas der scheeps Timmerlieden En zijne d Meester Knegts gevizenteert 't nu Jongst van bengaale alhier aangekomen schip Cats, en na gedaane verrigting bevonden Dien bodem deurgaans Nog Redelijk sterk in verbintenisse Te zijn na zijne Jaaren, Edog al eer den zelven Een Reijze na banda zoude aanvaarden zal met believen van haar hoog Edelens noodzakelijk aan dien bodem vernieuwt en gerepareert dienen te werden 't gunt sig vind ter nedergestelt, bij de hier nevens geannexeerde bevinding door den baas der scheeps timmerlieden en sijne wees„ „terknegts mitsgaders de scheeps overheeden sub dato den 28. december jongstleeden„ Gepasseert Dit D - Dit Endat gemelte bodem als dan sal in staat wesen omde reijse naar banda waar toe door uw hoog Ed:s is geprojecteert te onderneemen is het geene hoog Edele groot agtb: heere en heeren dat wij onder„ „getekendens van desen bodem weeten te berigten waar mede wij hoopen aend' g'Eerde intentie van uw wel Ed: groot agtb: te hebben voldaen en blijven met alle schuldige Eerbiet en ontsagh (:onderstond:) hoog Edele Groot agtb: heere en heeren (:nog lager:) uwel Edele groot agtb: onderdanige Dienaeren (:was getekent:) H: De vrij, Cornelis de Ruijter, Cornel:s van den Hoeve, I:s v:n Nesz: Iz: Baak„ Pieter hadgedoorn en Cornelis vander wint (:in margine:) Batavia den 3. Januarij 1735. (:lager:) hier mede Confirmeeren wij ons (:nog lager:) door indispositie van den Commandeur en Equipagiem=r tekent (:was getekent:) h:s verijssel en I:s h: v=n Staal. 4757 Hoog Edele Agtbare gebiedende heere en heeren Aan Sijn hoog Edelheijd Den wel Edelen heere M=r Dirk van Cloon Gouverneur Generaal Mitsgaders de verdere Edele heeren Raaden Van Nederlands India Ter ordre van den Commandeur en Equipa„ Elias wargaren hebben wij hen giem. r drik Baak baas, Pieter hagedoorn Eerste en Cornelis van der wint tweede meestersknegt der scheeps timmer„ „lieden, ons vervoegt aan't boort van't alhier ter rheede ontlost leggen„ „de Iongst van Bengalen aangekoo„ „mene schip Coethorn het zelve benevens de daar op bescheydene offfi ceeren met namen willem Tuuren hout schipper
English
captain, Gerrit Wentrak first mate, Arij Deeldekaas second mate, and the ship's carpenter Harmanus Burgemeester, pursuant to the honored missive from the High Noble Lords Seventeen from the fatherland dated 24 February 1730, have inspected and examined it thoroughly all over, and found the same to be consistently solid and strong in its fastenings for its age. However, with Your High Nobilities' permission, it will be necessary to rebuild and repair on the said vessel that which is respectfully indicated below, namely: Some pieces and sections in the ceiling planking Some planks in the lower deck The galley Some planks in the upper deck The mainmast Main topmast Spritsail topmast yard Some gun ports The topgallant mast Three beams of the cabin Some planks in the sheathing to be repaired To be renewed Further, to caulk, burn, and grease inside and out, after which completed repair that vessel is judged to be in a state to be able to return. This is what, High Noble Lord and Lords, we the undersigned have found and observed on that vessel, which we, if so required, could further confirm under oath, while we remain with deeply dutiful respect (below stood) High Noble Honorable Ruling Lord and Lords (lower) Your High Nobilities' humble and faithful servants (was signed) Baak, W: Tuurenhout, Pieter Haegedoorn, Corneles N: der Wint, G:r Vointrack, A:s Deeldekaas, Hermanis Burgemeester (in the margin) Batavia, 6 January 1735. To His High Nobility, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Mr. Dirk van Cloon, Governor General, And The Noble Lords Councilors of the Dutch East Indies. High Noble Ruling Lord and Lords, Upon the honored order of Your Right Honorable, Highly Esteemed, the undersigned master of equipment and captains proceeded to the island of Onrust, and there, together with the master of the shipwrights and his master journeymen, inspected the ship Cokshorn, which recently arrived here from Bengal, and after having done so, found that vessel to be consistently solid and strong in its fastenings. However, before the same should undertake a voyage to the fatherland, it will, with the permission of Your High Nobilities, necessarily need to be renewed and repaired on that vessel as was set down in the findings delivered thereof by the master of the shipwrights and his master journeymen, together with the ship's officers, which took place on the 6th of this month. Except that, in our opinion (subject to the correction of Your High Nobilities' wiser judgment), in addition to this, it is further necessarily required to renew and repair on that vessel, to wit: To place twelve knees in the hold A sheer strake The foremast The bowsprit Further to careen To be renewed This is what, High Noble, Highly Esteemed Lord and Lords, we the undersigned are able to report concerning this vessel, with which we hope to have satisfied the honored intention of Your Right Honorable, Highly Esteemed, and remain with all dutiful respect and awe (below stood) High Noble, Highly Esteemed Lord and Lords (lower) Your Right Honorable, Highly Esteemed's humble servants. (was signed) C:s Vogel, K: Schoon, J:n van d:r Quade, C:s de Ruijter, W:m Hendriksen, Barnevelt; (in the margin) Batavia, 12 January 1735. (beneath that) Herewith we confirm this (below stood) due to the indisposition of the Commander and Master of Equipment, signed (was signed) H:r Verijsel, W: Suurenhout. High Noble Honorable Ruling Lord and Lords, To His High Nobility, the Right Honorable Lord Mr. Dirk van Cloon, Governor General, Together with the other Noble Lords Councilors of the Dutch East Indies. By order of the Commander and Master of Equipment Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, master, Pieter Haagedoorn, first, and Cornelis van der Wint, second master journeymen of the shipwrights, proceeded on board the ship Heijnkensant, lying discharged here in the roadstead, recently arrived from Macassar, and together with the officers appointed thereto, named Cornelis Blieck, captain, Galijn Lijnsz:, first mate, Ioris Houtstraten, second mate, and the ship's carpenter Sijmon Brijmen, pursuant to the honored missive from the High Noble Lords Seventeen from the fatherland dated 24 February 1730, have inspected and examined it thoroughly all over, and found the same to be consistently still reasonably sound in its fastenings for its age. However, with Your High Nobilities' permission, it will be necessary to rebuild and repair on that vessel that which is respectfully indicated below, namely: A portion in the hold to be doubled Some pieces and sections in the ceiling planking To place 13 keys to the orlop beams The coamings of the main hatch The main bitts Some gun ports The gunwale on the side Some pieces in the broad sheer strake The mainmast The foremast The waterways on the half deck Further to caulk, burn, and grease inside and out. This is what, High Noble Lord and Lords, we the undersigned have found and observed on that vessel, which we, if so required, could further confirm under oath, while we remain with deeply dutiful respect (below stood) High Noble Honorable Ruling Lord and Lords (yet lower) Your High Nobilities' humble and faithful servants (was signed) H: Baak, P:r Haagedoorn, C: v: der Wint, C:s Blick, G:r Leijvensz:, J:n v:n den Houtstraaten, and Seijmen Kreijne (in the margin) Batavia, 24 December 1734.
Dutch transcription
schipper, gerit wentrak opperstuurman Arij Deel tekzaas onderstuurman en den schips timmerman harmanus burge meester zugevolge Ed' het g'Eerde aanschrijvens van de hoog Edele heeren seventiene uijt het patria de dato 24. ' februarij 1730. nauw keurig over al gevisiteert En besigtigt het zelve bevonden deurgaans hegt sten kin ver bintenisse te zijn, na zyne Iaaren Edog zal met beloven van uw hoog Edelens noodsakelijk aan dien bodem vertimmerd moeten werden het geene hier onder Eerbiedig werd aangeweesen namentlik Eenige stucken en brocken in de wegering Eenige planken nit onderste dek de tombuijs.. Eenige planken int bovenste dek. . Te vernieuwen de groote mast. - groote steng. -. „ bove blinde er haa. -- . . . . . . . 4758 Eenige geschut poorten de bove bande stenght te vernieuwen drie balken van de tont Eenige planken inde dubbelhuytse ver zien voorts binnen en burgten kalfatoen branden en smeren na welke gedane reparatie die boden instoat g'oordeelt werd omme zo kunnen reparieeren Dit is het gene hoog Edele heere en heeren dat wij ondergetekendens op dien bodem bevonden En antwaord hebben het gunt wij dos gerequireerd werdende nader met Edele zoude kun„ men bevestigen terwijl met die pestul dig respect verbliven (onderstond) hoog Edele Agtbaare gebiedende heere en heeren (:lager) uw hoog Edelens onderdanige en Trouw schuldig Dienaaren (was geteken) Baak, w: Tuurenhout h„r Pieter Haegedoorn Corne„ Les N= der Wint G.:r voint„ rack ter vack A„s Deeldekaas hermania burgemeester (in margine) Bata via Den 6. Januarij 1735 4759 Aan zijn hoog Edelheijt Den welEd: goot achtbaren heere M= Dirk van Cloon 'gouverneur Generaal Ende d' Edele heeren Raaden van Nederlands India. — heere, en heeren Hoog Edele gebiedende op d' eerde ordre van uw wel Edele groot achtb: hebben den ondergetekende Equipagie meester En schippers zig vervoegt aan 't Eijland onrust, en aldaar benevens den baas der scheepstimmerlieden en zyne meester knegts, geviziteert 't nu jongst uijt bengaale alhier aangekomen schip Cokshorn, En na gedaane verrigting bevonden dien bodem doorgaans hegt ende sterk in verbin tenisse te zijn Edog aleer den zelven een reijze na het vaderland zoude aanvaarden haar hoog Edelens zal met believen van nood nood zakelijk aan dien bodem vernieuwr en gerepareert, dienen te werden 't gunt zi ter nedergestelt, bij de daar van overgege ven bevinding door den baas der scheeps„ timmerlieden en zijne meester knegts mitsgaders de scheeps over heeden, sulb dat den 6=e dezes gepasseert. — Excepto, dat na ons 'eragtens (onder Corred tie van uw hoog Edelens wij zer oordeel boven dien nog noodwendig aan dien bodem dient vernieuwt en gerepareest te werden te weeten twaalff knies in 't Ruijm te setten Een Lijf haut de focke mast te vernieuwen de boegspriet voorts kielen Dit is het geene hoog Edele Groot achtb=r keere en heeren dat wij ondergeteekende van deezen bodem weeten te berig ten waar mede wij hopen aan d' g'eerde in ter tie van uw welEd: groot achtb=re te hebben voldaan en blijven met alle schul„ dige 4760 dige Eerbiet en ontzag (onderstond) hoog Edele groot achtb: heeren en heeren (lager) uw: welEd: groot achtb:r onderdanige Dienaaren. (was getekend) Cs Vogel, K Schoon, J„n, van d=r quade, C. s bar„ de ruijter, W=m hendriksen; „nevelt; (in margine) batavia den 12.' Januarij 1735. (daar onder) hier mede con firmeeren wij ons (onderstond) door Jn dipozitie van den Commandeur & Egmpe m=r teekent (was getekend) h„r ver„ ijsel, W„ Suuren hout schul„ d 4761 Hoog Edele agtbare Gebiedende heere en heeren Aan zijn Hoog Edelheijt, den wel Edelen heere AE:r Dirk van Cloon gouverneur Generaal Mitsgaders de verdere Edele heeren Raaden van Nederlands India Ter ordre vanden Commandeur en Equipagie meester Elias wargaren hebben wij Hendrik Baak, baas Pieter haagedoorn, Eerste en Cornelis van der wint tweede meesterknegts der scheeps timmerlieden ons vervoegt aan't boort van't alhier ter rheede ontlost leggende jongst van maccasser aengekomene schip Heijnkensant het selve benevens de daar op bescheijdene officieren met namen Cornelis Blieck schipper Galijn lijnsz: opperstuurman Ioris houtstraten onderstuurman en den scheeps timmerman Sijmon brijmen ingevolge het g'Eerde aanschrijvens van de hoog Edele heeren seventhienen uijt het patria de dato 24:e februarij 1730. nauwkeurigh over al gevisiteert En besigtigt het zelve bevonden deur„ „gaans nog redelijk in verbintenisse te sijn na sijne jaaren Edog sal met believen van uw hoog Edelens noodsaakelijk aandien bodem vertimmerdt moeten moeten werden het geene hier onder Eerbiedig werd aangewesen namentlijk, Een gedeelte int ruijm gedubbelt te werden Eenige stucken en brocken in dewegering Eenige sleutels aande coebrugbalken 13 te setten de hoofde van't groote luijk de groote knegt Eenige geschut poorten de pot deksel op 't boort Eenige stucken in de breede gang de groote maste de focke mast de dalboorden op het halve dek voorts binnen en buijten kalfaten branden En smeeren. dit is het geene hoog Edele heere en heeren dat wij onder„ „getekendens op dien bodem bevonden en ontwaard hebben het gunt wij des gerequireert werdende nader net Eede soude kunnen bevestigen terwijl met diepschuldig respect verblijven (:onderstond:) hoog Edele Agtb: ge„ „biedende heere en heeren (:nog lager:) uw hoog Edelens onderdanige en trouwschuldige dienaeren (:was getekent:) DL: baak, P:r haagedoorn, C: v: der wint C:s Blick, G:r leijvensz:, J:n v:n den houtstraaten En seijmen kreijne (:in margine:) batavia den 24. december 1734. —
English
1762 - To His High Nobility the Right Honourable High-Esteemed Lord Mr. Dirk van Cloon Governor General [and] Noble Lords Councilors of the Dutch Indies High Noble Rulers the Lords Upon the honoured order of Your Right Honourable High-Esteemed Excellencies, the undersigned master of the equipage and skippers have proceeded here to the roads, and there, together with the master shipwright and his master journeymen, inspected the ship Leijnkensand, which has recently arrived here from Maccasser, and after completion of the work found that vessel generally to still be reasonably sound in its fastenings for its age, yet before the same should undertake another voyage to Maccasser, it will, by leave of Your High Nobilities, necessarily have to be renewed and repaired on that vessel, which is set down in the findings annexed hereto, passed by the master shipwright and his master journeymen, together with the ship's officers, under date of the 24th of December last past. And this and that, the said vessel will then be in a state to undertake the voyage to Maccasser for which it is planned by Your High Nobilities, is what we the undersigned can report concerning this vessel, wherewith we hope to have fulfilled the honoured intention of Your Right Honourable High-Esteemed Excellencies, and remain with all due reverence and respect. Below stood: High Noble High-Esteemed Lord and Lords. Even lower: Your Right Honourable High-Esteemed Excellencies' humble servants. Was signed: H: de Vrij, Cornel: de Ruijter, Cornel:s van der Hoeve, P: V:n Nek, H: Baak, Pieter Haghdoorn, and Cornelis Van der Wint. Batavia the 3rd of January 1735. In the margin: Herewith we confirm our assent. Below stood: Even lower: Due to the indisposition of the Commander and Master of the Equipage, signed, was signed: H: Verijssel and C: Bliek. High Noble Ruling Lord and Lords, 4763 To His High Nobility the Right Honourable High- Esteemed Lord Mr. Dirk van Cloon Governor General And The Noble Lords Councilors of the Dutch Indies Upon the honoured order of Your Right Honourable High-Esteemed Excellencies, the undersigned master of the equipage and skippers have proceeded here to the roads, and there, together with the master shipwright and his master journeymen, inspected the ship Haapbhug, which has recently arrived here from Bengaale, and after completion of the work found it generally to still be reasonably strong in its fastenings for its age, yet before the same should undertake a voyage to Ternaten, it will, by leave of Your High Nobilities, necessarily have to be repaired on that vessel, which is set down in the findings annexed hereto, passed by the master shipwright and his master journeymen, together with the ship's officers, under date of the 31st of December last past. This and that, the vessel will then be in a state to undertake the voyage to Ternaten for which it is planned by Your High Nobilities, is what we the undersigned can report concerning this vessel, wherewith we hope to have fulfilled the honoured intention of Your Right Honourable High-Esteemed Excellencies, and remain with all due reverence and respect. Below stood: High Noble High-Esteemed Lord and Lords. Even lower: Your Right Honourable High-Esteemed Excellencies' humble servants. Was signed: H: De Vrij, Cornelis van der Hoeve, P:s v:n Nek, C:s de Ruijter, H: Baak, P:r Haagedoorn, and C:s van der Wint. In the margin: Batavia the 3rd of January 1735. Lower: Herewith we confirm our assent. Even lower: Due to the indisposition of the Commander and Master of the Equipage, signed, was signed: H:s Verijssel and B:d Londt. 4764 To His High Nobility the Right Honourable Lord Mr. Dirk van Cloon Governor General Together with the other Noble Lords Councilors of the Dutch Indies High Noble Esteemed Ruling Lord and Lords By order of the Commander and Master of the Equipage Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, Pieter Hagedoorn, first, and Cornelis van der Wint, second master journeymen of the shipwrights, have proceeded on board the ship Den Daam, lying discharged here in the roads, which has recently arrived from the fatherland, [and] inspected and viewed the same closely all over together with the officers appointed thereto, by name Cornelis De Ruijter, skipper, Anthonij Guldenarm, chief mate, Jan van Essevelt, second mate, and the ship's carpenter Jan van Dijck the younger, pursuant to the honoured letter of the High Noble Lords Seventeen from the patria under date of the 24th of February 1731, and found the same generally to still be reasonably strong in its fastenings for its age, yet by leave of Your High Nobilities, work will necessarily have to be done on that vessel, which is respectfully indicated below, namely: To put some pieces and patches in the ceiling; To provide four knees in the hold with bolts; Two stanchions in the hold; To renew the covering boards and chocks on starboard; Most part of the same on port; The galley; Some planks in the lower deck; Some planks in the upper deck; A part of the upper covering boards; Some gun ports; To place two cheeks on the stem; To place two stanchions by the main tack; Furthermore, to caulk, burn off, and grease inside and outside. 1765 After which completed repairs that vessel is deemed to be in a state to be dispatched, whether to the Netherlands or elsewhere in India, where Your High Nobilities shall be pleased to choose. This is what we the undersigned have found and observed on that vessel, which, being required to do so, we could further confirm by oath, while we remain with deep-due respect. Below stood: High Noble Esteemed Ruling Lord and Lords. Lower: Your High Nobilities' humble and dutifully faithful servants. Was signed: H:k Baak, Pieter Hagedoorn, Cornelis van der Wint, Cornelis de Ruijter, A:ij Guldenarm, Jan van Essevelt, Jan van Dijk. In the margin: Batavia the 8th of January 1721.
Dutch transcription
1762 - Aan sijn hoog Edelheijt den wel Edelen groot agtb: heere M„r Dirk van Cloon gouverneur Generael Edele heeren raden van nederlands india Hoog Edele Gesteden de heeren Op de G'Eerde ordre van uwel Ed: groot agtb:s hebbenden ondergetekenden Equipagie meester ten schippers sig vervoegt hier ter rheede, en aldaar benevens den baas der scheepstimmerlieden en sijne meesterknegts, gevisenteert het nu jongst van maccasser alhier aengekomen schip Leijnkensand, en na gedane verrigting bevonden - dien bodem deurgaans nog redelijk in verbintenisse te sijn na sijne jaaren, Edog al herdenselven weder Een reijse na maccasser soude aanvaarden sal met believen van haar hoog Edelens nood„ „sakelijk aan dien bodem vernieuwt en gerepa„ „reert dienen te werden, 't gunt sig vind ter nedergestelt bij de hier nevens g'annexeerde be„ „vinding door den baas der scheepstimmerlieden En sijne meesterknegts mitsgaders de scheeps overheeden sub dato den 24. decemb: jongstleeden gepasseert Ende pit, en dat Schip Gemelte bodem als dan sal in staat wesen om de reijse naar Maccasser waartoe door uw hoog Edelens is geprojecteert te onderneemen is het geene hoog Edele groot agtb: heere en heeren dat wij ondergetelkende van desen bodem weten te berigt waar mede wij hoopen aan de g'Eerde intentie van uw wel Ed: groot agtb:s te hebben voldaan en blijven met alle schuldige eerbied en ontsagt (:onderstond: Hoog Edele groot achtbaere heere en Heeren: (:nog lager:) uw: wel Ed: Groot Agtb: onder„ „danige Dienaaren (:was getekent:) H: de vrij, Cornel: de Ruijter, Cornel:s van der F: V:n Nek, H: Baak, Pieter Hoeve Haghdoorn. En Cornelis Van der Wint, batavia den 3. Januarij 1735. (:in margine: hier mede Confirmeeren wij ons (:onderstond:) nog lager:) Door indispositie van den Commandeur en Equipagiem:r teekent (was getekent:) h: verijssel en C: Bliek: ell Hoog Edele Gebiedende heere en heeren, 4763 Aan sijn hoog Edelheijd den wel Edelen Groot agtbaere Heere M=r Dirk van Cloon gouverneur generael Ende D' Edele heeren Raden van nederlands india op de G:' Eerde van uwel Ed: Groot agtb: hebben den ondergetekende Equipagiemeester en schippers sig vervoegt hier ter rheede en aldaar benevens den baas der scheepstimmerlieden en zijne meesterknegts gevisiteerd 't nu jongst van bengaale alhier aengekomen schip haapbhug en na gedane verrigtingh bevonden deurgaans nog redelijk sterk in verbintenisse te sijn Edog al eer denselven een reijse na sijne jaaren zoude aenvaarden sal net believen na Tternaten Edelens noodsakelijk aandien van haar hoog bodem gerepareerd dienen te t werden het gunt sig vind ter nedergestelt bij de hier nevens ge„ „annexeerde bevinding door den baas der scheeps timmerslieden en sijne meester knegts mitsgaders de scheeps overheeden. sub dato den 31. december e jongstleeden gepasseert dit en dat bodem als dan sal in staat wesen om de reijse naar ternaten waartoe door uw hoog. : hoog Edelens is geprojecteert te ondernemen het geene hoog Edele groot agtb: heere en heeren dat wij ondergetekende van dese bodem weeten te berigten waar mede wij hoopen aande g'Eerd jntentie van uw wel Edele groot agtb: te hebbe„ voldaan en blijve niet alleschuldige kEerbiet En ontsag (:onderstond:) hoog Edele groot agtb: heere en heeren (:nog lager:) uw wel Edele groot agtb: onderdanige dienaeren (:was getekent:) H: De vrij Cornelis van der hoeve, P:s v:n Aek C:s de ruijter, P:r haagedoorn, en C:s van der wint IL: Baak, (:in margine:) Batavia den 3. Januarij 1735. (:lager:) hier mede confirmeeren wij ons (:nog lager:) door indispositie vanden commandeur En Equipagiemeester teekent (:was getekent:) H:s verijssel en B:d londt 4764 Aan sijn Hoog Edelheijt den wel Edelen Heere Mr Dirk van Cloon gouverneur generaal Mitsgaders de verdere Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Agtbaare gebiedende Heere en heeren Ter order van den Commandeur en Equipa¬ giendr. Elias wargaren hebben wij Hendrik baak pueter Magedoorn eerste en Cornelis van der wint tweede meesters Cnegt der scheps timmerlieden ont vervoegt aan het boort van't alhier ter reheede ontlost leggende ijongst uijt het vaderlandt aangekoomene schip Den Daam het zelve benevens de daar op bescheijdene officieren met namen Cornelis De ruijter schipper Anthonij guldenarm opperstuurman ijan van Essevelt onderstuur man, en den scheepstimmerman Jan van Dijck jonge Ingevolge het geEerde aanschrijvens van de hoog Edele heeren seventiene uijt het patria de dato 24 februarij 1731 nauwkeurig over al gevisiteert en besigtigt het zelve bevonden durgaans nog redelijk Sterk in verbintenisse te zijn, na zijne Jaaren, edog zal met beliven van uw hoog Edelens nootsakelijk aan dien bodem vertimmert moeten werden, het gene hier onder Eerbiedig word aangeweesen namentlijk a Eenige stucken en broeken in de wegeringt zetten vierknies int ruijm met bouten te verzien twee stunders in't ruijm de lijfhouten en Clossen aan stuurboort het meeste gedeelt, van do aanbakboort de Combuijs - - - - - - - tevernieuwen Eenige planken int onderste dek Enige planken „ bovenste dek Een gedeelte van't bovenste lijffhouten Enige geschut poorten - - - - twee beffen aan de Steven te Zetten twee steunders bij de groote hals te zetten voorts binnen en buijten Calfaten branden en smeeren hoog 1765 Nawelker gedaane reparatie dien bodem in staat geoordelt werd, omme versonden te werden t zij na het nederland off elders ijn Jndia, daar haar hoog Edelens sullen gelieven te verkiesen dit is het geene hoog Edele heere en heeren dat wij onder getekendens op dien bodera bevonden en ontwaard hebben, het gunt wij des gerequireerd werdende nader met Eede zoude Cunnen bevestigen, terweijl met diepschuldig respect verbliven (:onderstond:) Hoog Edele Agtbaare gebiedende Heere en Heeren (:lager:) uw hoog Edelens onderdanige en getrouschuldig dienaaren (:was getekent:) H„k Baak, pieter Hage doorn, Cornelis van der wint, Cornelis de Ruijter, Hij gulden arm, Jan van Eskevelt, Jan van dijk (:ijn margien e) Batavia den 8 Januarij 1721
English
4766 High Noble, Honorable, Ruling Lord and Lords To His High Nobility the Well-Noble Lord Mr. Dirk van cloon Governor-General together with the other Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies By order of the Commander and Master of Equipage Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, master Pieter Hagedoorn, first, and Cornelis van der Wint, second master craftsman of the ship's carpenters, proceeded on board the ship Haaxburg, which recently arrived from bengaelen and is lying discharged here in the roads, having accurately inspected and examined it everywhere, together with the officers assigned thereto, by name Barent Lond, skipper; Iuriaan Iansz:, chief mate; Iacob Reij, second mate; and the ship's carpenter Wiggert van der Waagen, pursuant to the honored letter from the High Noble Lords Seventeen from the homeland dated 24 February 1730, and found the same to be generally still reasonably sound in its fastenings 4766 High Noble, Honorable, Ruling Lord and Lords To His High Nobility the Well-Noble Lord Mr. Dirk van cloon Governor-General together with the other Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies By order of the Commander and Master of Equipage Elias Wargaren, we, Hendrik Baak, master Pieter Hagedoorn, first, and Cornelis vander Wint, second master craftsman of the ship's carpenters, proceeded on board the ship Haaxburg, which recently arrived from bengaelen and is lying discharged here in the roads, having accurately inspected and examined it everywhere, together with the officers assigned thereto, by name Barent Lond, skipper; Iuriaan Iansz:, chief mate; Iacob Reij, second mate; and the ship's carpenter Wiggert van der Waagen, pursuant to the honored letter from the High Noble Lords Seventeen from the homeland dated 24 February 1730, and found the same to be generally still reasonably sound in its fastenings for its age, and that nothing is lacking thereon except solely caulking inside and out, burning off, and greasing. This is what we, the undersigned, on that vessel found and observed, which, if required, we could further confirm by oath, while remaining with deep and dutiful respect, High Noble, Honorable, Ruling Lords and Lords. Your High Nobilities' humble and faithfully bound servant. Signed: H. Baak, P. Haagedoorn, Cornelis vander Wint, B. Hout, I. Reij, and Weijgert vander Wagen, Juriaen Janz. Batavia, the 31st of December 1734. All the papers bound together in this have, after collation, been found to agree with their originals. Berendregt First Secretary. 4767 Statement regarding the capital of the Dutch and Malay churches, together with their expenditures, revenues, and loans from the ultimate of December 1733 to the ultimate of December 1734: Namely, that which remained under churchwarden Willem Cruse as a balance on the ultimate of December 1733, amounting to: 4571: 46 The expenditures in twelve months amount to a principal sum of 84632 rixdollars 4 stuivers, during the administrations of the below-named churchwardens according to the receipts thereof, consisting of the following, namely: By the previously mentioned churchwarden in 2 months: To the widow Fontijn for a baptismal register: 5 rixdollars 6 stuivers 1 picol of white and ditto of black candles: 160 rixdollars To the sculptor Nicolaas Opkam: 200 rixdollars To master carpenter Christoffel Moll according to warrant: 10003 rixdollars To the scribes of the ministers etc. according to receipt: 15 rixdollars The expenditure of the said Honorable Cruse amounts to: 10380 rixdollars 6 stuivers Expended by churchwarden the Honorable van Cloon in eight months: For hire-wages of slaves etc. in the Company's artisan quarters according to warrant: 46 rixdollars To master carpenter Christoffel Moll, four warrants of 10000, 15080, 13621: 6, and 942: 46, or together: 49564 rixdollars 4 stuivers Writing materials from the small shop according to receipt: 17 rixdollars To Simon Oosterhooren for clearing the burial vault: 1483 rixdollars 30 stuivers For binding a church book: 1 rixdollar 30 stuivers To the sculptor Nicolaas Opkam according to warrant: 400 rixdollars To the Reverend Mr. Heidegger for the bellows etc.: 360 rixdollars To Martin Klaps for the structure of the organ: 1000 rixdollars To the curator ad lites for the organ builder, see receipt: 52 rixdollars To the head cashier for lead, tin, and hired slaves: 49 rixdollars 42 stuivers Candles of various sorts according to three receipts: 490 rixdollars To the organists Boomselt and Brouwer for 6 months according to receipt: 192 rixdollars To the scribes according to warrant and receipt: 120 rixdollars To the two sextons and one assistant ditto of the church and aforementioned for wages, as appears from 24 receipts: 234 rixdollars The expenditure of the said Honorable van Cloon amounts to: 54010 rixdollars 10 stuivers Carried forward: 64890 rixdollars 16 stuivers, 4571: 46
Dutch transcription
4766 Hoog Edele Agtb:r Gebiedende heere en heeren Aan sijn hoog Edelheijt den wel Edelen heere M„r Dirk van cloon gouverneur Generaal mitsgaders de verdere Edele heeren Raden van nederlands india ter ordre van den Commandeur en equipagie m=r Elias Wargaren hebben wij Hendrik Baak baas Pieter Hagedoorn eerste en Cornelis van der Wint twee de meester knegt de scheeps timmerlieden ons vervoegt aen't boort van't alhier ter rheede ontlostleggende Jongst van bengaelen aen gekoomen schip Haaxburg het zelve benevens de daer op bescheijdene afficieren met naemen barent Lond schipper Iuriaan Iansz: opper stuurman Iacob Reij onderstuurman En den scheeps timmerman wiggert van der Waagen Jngevolge het ge eerde aenschrijvens van de hoog Edele heeren seventienen uijt 't patria de dato 24:' feb: 1730 nauwkeurig over al gevisiteert En besigtigt het selve bevonden deurgaans nog redelijk sterk in verbintenisse te zijn na 4766 Hoog Edele Agtb: Gebiedende heere en heeren Aan sijn hoog Edelheijt den wel Edelen heere M„r Dirk van cloon gouverneur Generaal mitsgaders de verdere Edele heeren Raden van nederlands india ter ordre van den Commandeur en equipagie m=r Elias Wargaren hebben wij Hendrik Baak baas Pieter Hagedoorn eerste en Cornelis vander Wint twee de meester knegt de scheeps timmerlieden ons vervoegt aen't boort van't alhier ter rheede ontlostleggende Jongst van bengaelen aengekoomen schip Haaxburg het zelve benevens de daer op bescheijdene afficieren met naemen barent Lond schipper Iuriaan Iansz: opperstuurman Iacob Reij onderstuurman En den scheeps timmerman wiggert van der Waagen Jngevolge het ge eerde aenschrijvens van de hoog Edele heeren seventienen uijt 't patria de dato 24:' feb: 1730 nauwkeurig over af gevisiteert En besigtigt het selve bevonden deurgaans nog redelijk sterk in verbintenissete zijn na na zijne Jaare, Ende daar aen niets man„ quieerende is als Eeniglijk binnen en buijten kalfaten branden en smeeren dit is het geene hoog Edele heere en heeren dat wi onder getekendens op dien bodem bevonden En ontwaerd hebben het gunt wij des gerequireerd werdende nader met Eede zoude kunen bevestigen terweijl met diep schuldig respect verblyven (:onderstond:) hoog Edele agtb: Gebiedende heeren en heeren. (:nog lager:) uw hoog Edelens onderdanige en trouw schuldige dienaar (:was getekent:) h:r baak, P: haagedoorn, Cornelis vander wint, B:s hout I:s reij, en weijgert vander wagen, Juriaen Janz: (:in margine:) Batavia den 31 december 1734. Alle de in desen bij den anderen gebon„ =dene papieren zijn naar gedane Colla„ =tie met derselver principalen accor„ deerende bevonden Berendreg 1 Secrets. an „ olla„ or„ a 4767 vertoog wegens het Capitaal van de Nederduitsche En Maleitse kerken Mitsgaders derselver uijtgave Inkomsten en leeninge sedert ult:o december 1733 tot ultimo december 1734: Namentlijk het geene onder den kerkm:r willem Cruse perslot op ult=mo xber 173 ebleven is bedragd: 471: 46 de uijtgiften in twaalf maanden bedragen een capitaale somma van rd:s 84632. 4. gedurrende de administratien der onder tenoemene kerkmeesters na luijd de daar van zijnde quitantien bestaande inde volgende namentlijk door Eve genoemde kerkmeester in 2 maanden aan de weduwe fontijn voor een doop-boek - - - - - - - - rd:s 5. 6. - 1. picol witte en ditos swarte kaarsen. . . . . . . . - - - „ 160: —: —: den beelshouwer Nicolaas opkam. . . . . . . . . . „ 200. —: – „ baastimmerm: Christoffel moll volgens ordonnantie. . . „ 10003: —: — de schribenten der predicanten etc:a volgens quitantie. . „. 15: —:— den uijtgave van gem: E: Cruse bedraegd: Rd„s 10380. 6:—: door den kerkm:n DE: van Cloon in agtmaanden uijtgegeven aan huirloon van slaven etc:a in't scomp:s amb: quart: volgens ordon rd:s 46: baastimmerm: Gristoffel moll vier ordonnantien van 10000: - 15080: —: 13621. 6: - en 942: -46. of tesamen. . . . „49564: 4:—: schrijf. gereets:) uijt de kleene winkel volg:s quitantie - - - - „ 17:— simon oosterhooren weg:s het opruijmen van graff kelder - - „ 1483: 30: — voor het binden van een kerkboek - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1. 30: — aan den beeldhouwer nicolaas opkam volg:s ordonnantie „ 400: —:— „ Eerw: heer heijdeggers: voor de blaas blagen ect:a „ 360: —:— „ martinklaps voor de structuur van het orgel - - - „ 1000: —: — „cur: adlites voor den orgamsthira vide quitantie. . . . . „ 52: —:— „groot cassier wegens loot thin en huirslaven - - - - „ 49. 42:— „kaarsen in soort volgens drie quitantien. - . . . . „ 490: — — d' organisten boomselt en brouwer voor 6/ volg„s quit: „ 192:—:— „aan de scribenten volg:s ordonnantie en quitantie „ 120: —:— de twee kosters en een onder dito vande kerk en voor„ schreve aan gagie blijkens 24 quitantien. . . „ 234: —:— Den uijtgave van gem: E van Cloon beloopt rd:s 54010- 10:— Die Transporteere Rd„s 64890: 16, 4571: 46
English
Expended by the undersigned in the last 2 months the following for books for use in the churches: . . . . . rd:s 30. 36: the 2 sextons and 1 assistant d:o according to receipt. . . . . . . „ 52. —: — 82 scribes. . . . . . . . -. . . . „ . : „. . . . . . „ 20: —:— the 2 organists. . . . . . . . -. . . „. . . . „. . . . . „ 64: —:— Boitet on account of maintaining the Dutch church during a full year „ 48: —: — the widow Schrijver on account of delivered bread for administering the Holy Communion „ 27:—:— master Moll according to warrant from the Honorable gentlemen. . . . . . . . . . . „ 20000: The expenditure of the undersigned amounts to „ 2024. 36. the expenditures in the aforesaid 12 months count. . rd:s 44632. 44 – The income and borrowed money in 12 months amounts to rd:s 11294. 1/15 produced from the undermentioned parties namely by the churchmaster the Honorable Cruse in 2 months received from the gravedigger Oosterhoorn. . . rd:s 75: 12: according to warrant from the Honorable Company's treasury - - - - - - „ 10000:— rd:s 10075: 12:— by the churchmaster the Honorable van Cloon in 8 months from the gentleman Bokesteijn on account of the lottery adv:s rd:s 10000:—:- on loan from the Portuguese church according to warrant „ 40000:—:— 4 months interest on rd:s 10000 on deposit - - - - - - „ 150: —: — from the gravedigger Oosterhoorn on account of burying corpses and use of pall cloths m /n. . . . . . . . . . . . . . . . . . - „ 1148: 24: —: on account of sold burial vaults to various. . . . . . . „ 600:—:— according to three passed sentences at the Honorable Council of the 9th and two of the 17th September of the current year. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 452: 6:— 52350: 30 — by the undersigned in the last 2 months for a burial vault in the Dutch churchyard „ 200: —:— the collected sum by the cloth scrap. . . . . „ 25: 9: — from the gravedigger Simon Oosterhooren on account of burying corpses in the Dutch churchyard and use of pall cloths - - - - - - - - - „ 149: 36 — the same on account of corpses interred in the east-side burial ground from the first of November to the end of December. . . . . . . - - - - - „ 140 24: Brought forward - - - - - - - - - - rd:s 6139:16: : - - - . rd:s 451: 46 which I carry forward Rd:s „ 515: 2:d: 64242rd:s 46324: r:s 457 146 d:o 76 66 Brief indication of the means, revenues and expenditures of the two Portuguese churches of this capital city Batavia since the first of January until the end of December in the year 1734 — The remaining capital of the latest submitted account under the end of December in the year 1733 consisted of a sum of fifty thousand five hundred eighty-two Rijksdaalders and seven stuivers, namely — as much for safekeeping in the Honorable Company's treasury according to extract resolution of the High Indies Government dated the 22nd and written warrant from the Right Honorable Gentleman Director General Michiel Westpalm of the 25th of January (both) in the year 1782 brought into it and counted by the churchmaster the gentleman Ioan de Hartog - - - - Rijksdaalders 45000 — Item what in cash money with the undersigned churchmaster Boockesteijn remained at that time. . . . . . . . - - . 5582: 7 It appears that the capital of the aforesaid churches under the end of December in the year 1733 was Rijksdaalders 50582 7 to which must be added that which in the period of twelve months as since the first of January until the end of December in the year 1734 has entered and been received from various parties, and first of all on account of brought up and buried corpses as well as the hire of palls and mortcloths of the inner and outer churches by the gravediggers Gillis Bosch, Thijs Rumunde and Jhon Boijens for 3140 corpses was received, as — from the gravedigger of the inner Portuguese church Gilles Bosch 985 buried corpses namely 271 in the inner Portuguese churchyard for that rd:s 1065: 14 714 in the slave churchyard outside the Utrecht gate of this city for which - - „ 343 — 985 buried corpses as above received for that 1408 24 I carry forward Brought forward Rijksdaalders - 1408 4 rp:s - 588: 7. from the gravediggers of the outer Portuguese churchyard Thijs Rumunde and Thon Boijens on account of 2155 buried corpses, to wit 1344 of the Honorable Company's servants from the hospital, as 230 by the deceased grave- digger Thijs Rumunde r:s 230:— 1114 by the gravedigger Thon Boijs - - - - - - - - - - „ 1114 for 1344– 811 Mardijkers etc.: firstly 196 by the gravedigger Thijs Rumunde for this etc. 357- 615 by the gravedigger Thon Boijens - - - - - - „ 1012. a 560 36 „ 2712: — 3140 buried corpses as above, came in for that rd:s 4121:12: Item for a burial vault in the inner Portuguese churchyard in block K No 21 bought by the deceased citizen Johannes Staalhoff from the churchmaster Ioan de Hartogh for r:s 40: and as demanding its payment was neglected by his Honor, for which a receipt was executed before the notary Pieter Maijden and certain witnesses dated 9 February, which because of the death of the surviving widow of the said Staalhoff named Anna Luijle was not paid, so I had the said receipt at the town hall by the Honorable Maurits van Aarden secretary of the Honorable College of Aldermen of this city dated the 20th of November cancelled, since its amount on 27 August 1734 by the secretary of the Honorable Orphan Masters Willem de Bruijn in accordance with their resolution dated 10 March prior was paid to us the . . . . . . „ 40. — I carry forward Rijksdaalders 4161:12: ƒ 0582: 7:
Dutch transcription
Door den ondergetekende uijtgegeven inde Laaste 2 maanden het volgende aan boeken tot gebruijk inde kerken: . . . . . rd:s 30. 36: d' 2 kosters en 1 onder d:o volgens quitantie. . . . . . . „ 52. —: — 82 scribenten. . . . . . . . -. . . . „ . : „. . . . . . „ 20: —:— de 2 orgamsten. . . . . . . . -. . . „. . . . „. . . . . „ 64: —:— boitet wegens het onderhouden van de hollandse kerk geduirende Een rondjaar „ 48: —: — de weduwe schrijver wegens gelevert brood tot het bedienen van'th: avondmaal „ 27:—:— baas moll volgens ordonnantie van dEd: heeren. . . . . . . . . . . . „ 20000: Den uijtgaaf van den ondertekenaer monteert „ 2024. 36. de uijtgiften in voorschreeve 12: maanden Tellen. . rd:s 44632. 44 – De Inkomsten en geleende gelde in 12 maand Bedragen rd:s 11294. 1/15 geproslueerd uijt de onder tenoe„ „mene parthijen Namentlijk door den kerkm:r dE: Cruse in 2 maanden ontfangen van den doodgraver oosterhoorn. . . rd:s 75: 12: volgens ordonnantie uijt sComp cassa - - - - - - „ 10000:— rd:s 10075: 12:— door den kerkm:r dE: van Cloon in 8 maanden vand' heer bokesteijn wegens de lotterije adv:s rd:s 10000:—:- terleen vande portugees kerk volg:s ordonnantie „40000:—:— 4 maand intrest van rd:s 10000 â depositie - - - - - - „ 150: —: — vanden doodgr: oosterhoorn wegens 't begraven van lijken en gebruijk van b'haar„ kleeden m /n. . . . . . . . . . . . . . . . . . - „ 1148: 24: —: weg: verkogte graf kelders aan diverse. . . . . . . „ 600:—:— volgens drie geslage sententien bij den„ 3 agtb: raad van 9: en twee van 17 rber: a:o stanti. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 452: 6:— 52350: 30 — door den ondertekenaar inde 2 laasten maanden voor een graf kelder op 't hollands kerkhoff „ 200: —:— het gecolligeerde door dlaken crap. . . . . „ 25: 9: — van den dood graver Simon oosterhooren wegens begravelijken op het holl:s kerkhoff en gebruijk van bhaar kleeden - - - - - - - - - „ 149: 36 — „den selven weg:s op de oostzijdse begraaf plaats ter aarde bestelde lijken van p=rimo rber: tot ult.:o xber. . . . . . . . - - - - - „ 140 24: Per Transport - - - - - - - - - - rd:s 6139:16: : - - - . rd:s 451: 46 die Transporteere Rd:s „ 515: 2:d: 64242rd:s 46324: r:s 457 146 d:o 76 66 korte Aanwijsinge der Middelen Inkomsten en uijtgiften der twee Portugeesche — kerken deser Hoofd-steede Batavia tsedert Primo Januarij tot ultimo December a„o 1734 — Het Restant Capitaal der Jongste overleijde 'treekening onder ultimo December a:o 1733 heeft bestaan in een somma van vijftigh Duijsent vijff Hondert twee en Tagtigh Rijxdaalders enseven stuijvers namentlijk — soo veel ter bewaringe in sE Compagnies Cassa volgens Extract resolutie der hooge Jndiasche Reegeringe sub dato 22: en schriftelij„ ke ordonnantie van den wel Edele Agtb: Heer Directeur generaal Michiel westpalm van den 25:' Januarij (beijde:) anno 1782 door den kerkmeester de heer Ioan de Hartog daarinne gebragt en geteld is - - - - Rijxdaalders 45000 — Item 't gunt in contante penningen, onder den naar geekende kerkmeester Boocke steijn doenmaals is verbleeven. . . . . . . . - - . 5582: 7 Consteert dat het capitaal der kerken voorsz: onder ultimo december a:o 1733 is geweest rijxdaalders 505827 waar bij moet komen 't geene in den Tijd van twaalff maanden als sedert primo Januarij tot ultimo December a:o 1734 van diversche is Jngekomen en ontfangen, en voor Eerst wegens opgebragte en begravenis zyken als vanhuurende bhaar en dood kleeden der binneen buijten kerken door de doodgra„ vers Gillis Bosch, Thijs Rumunde en Jhon Boijens voor 3140 Lyken ontfangen is, als — van den dood graver der binnen portuugees kerk gilles bosch 985 Begravene lijken namentlijk 271 op het binne portugees kerkhoff daar voor rd:s 1065: 14 714 „ „ slave kerkhoff buijten de uijtregtse poort deser stad waarvoor - - „ 343 — 985 Begravenelijken als boven daar voor ontfangen p:r 140824 Transporteere P:r Transport rijs daalder s - 1408 4 rp:s - 588: 7. van den doodgravers van het buijten portugees kerkhoff Thijs rumunde en Thon Boijens wegens 2155. begravene lijken teweten 1344 sE Compagnies dinaeren uijt het hospitael als 230 door den overledenen dood graver thijs Rumunde r:s 230:— 1114 doorden doodgraver Thon boijs - - - - - - - - - - „ 1114 po 1344– 811 Mardijkers &: Eerstelijk 196 doorden dood graven thijs Rumunde hiervoor &. 357- 615 door den doodgraver Thon Boijens - - - - - - „ 1012. a 56036 „2712: — 3140 Begravene lijken als boven daar voor ingekomen rd„s 4121:12: Item over een graffkelder op het binne portugeesche kerkhoff in het bloek k N:o 21. door den overleden borger Johannes Staalhoff vanden kerkmeester Ioan de hartogh voor r:s 40: gekogt en alsoo dies bedragen door zijn E: versuijmd is in tevords„ ren, wes daar voor een quitantie bij den notaris Pieter Maijden en sekere getuijgen in dato 9 febr gepasseert hebbe, diemits het overlijden vande naargelatene weduwe van gemelte staalfoff genaemt anna luijle niet betaalt is geworden soo hebbe gedagte quitantie op het stadhuijs door den Emaurits van aarden secretaris van't Eerw: Collegie van Heeren scheepenen deser stede de dato 20.:' november laten roijeeren vermits dies montant den 27:' augusto 1734 van den secretaris van heeren weesmeesteren willem de bruijn in conformitie van haar Derwaardens besluyt in dato 10:' maart bevorens wij betaald heeft de . . . . . . „ 40. — Transporteere Rijxdaalders 4161:12: ƒ 0582: 7:
English
1769 Brought forward: 4161 rijxdaalders 82 rx:s as well as: received from the heir of the native citizen David anthonijsz: and co-executor, the citizen bread-baker caroluis telanus, a bequest amounting to six thousand rijxdaalders, made by the deceased native citizen thomas anthonijsz: by testament before the notary Petrus Dobbelaar and certain witnesses, dated 18 February 1733, to the joint five churches, namely the Castle, the Dutch, Malay, and two Portuguese churches (within and outside the city), in order that, in his memory or remembrance, with the approval of Their High Excellencies, the High Indian Government, five gold basins with his name engraved thereon and with gilded wooden bases be made for the administration of Holy Baptism and distributed equally to the aforesaid churches, one to each (to the value of twelve hundred rijxdaalders), calculated as stated above and received by the undersigned as follows: for the Castle, Dutch, and Malay churches, each 1200 - - - - - - - - - - d 1200: — 3600 both Portuguese churches, each 1200 — 2400 — 6000 Total of cash received in 12 months shall be - - . . rijxdaalders - 10161: 12 out of which received 10161:12 rijxdaalders the expenses incurred on the other hand in the year 1734, inevitably made and paid, consist of and are drawn, as will be demonstrated in detail below, and first: The wages of the 3 sextons and a messenger of the scholarchen amount in twelve months to . . . . . . rd:s 312 Carried forward 582:7. Brought forward, rijxdaalders 312. — 10161 12 ƒ50582:7 67 pieces of bread used for the Holy Communion . . . 58: 36 for provisions delivered from the Artisans' Quarter into the Honourable Company's Treasury according to two warrants counted as follows: under the last day of February - - - - - - - - rd:s 25. 12. 30. 36 last day of August - - - - - - - - on 24 March, to the citizen master carpenter martin claps for making eight pieces of windows with their iron hinges etc. for the panes in the outer Portuguese church - - . . . . 64 — for making two new seat cushions that were stolen at night by thieves from the pew of Their High Excellencies in the inner Portuguese church, namely: 3½ ells of red velvet - at 3: 24 rd:r 10. 24 6½ ells of silk fringe for the front thereof to Claas Battailier - . . . . - 2:21 13. 8 on 12 June, to the native carpenter Sijmon Sijmonsz: for remaking and painting black the funeral biers and covers etc. . . . . . . . . 6 on 2 July, to Monsieur Cornelis van den wijngaard for cleaning the slave churchyard situated outside the city gate of Utrecht - - - - - - - 10: —: for making four pieces of curtains, a chest- and table-cloth etc. in the consistory of the outer Portuguese church, for which, according to custom, were used: 4 pieces of Bengal canvas cost, including the green dyeing . . rd:s . . 9 — 50 ells of ribbon for the same . . . . . . . . . - 4. 8 56: —: 167 ells or 3 pieces of black cloth, on date 19 August, bought from the citizen Johannes Hartkop for 1 1/8 rd:s per ell, for making 23 pieces of shrouds in place of those that, through long use, had become entirely worn out, unfit, Carried forward, rijxdaalders 530: 4 10161 12 4770 and unusable, both for the inner and outer Portuguese churches, namely: Brought forward, rijxdaalders 530 4 rx: 10161 12 50582:7 24 ells for 3 pieces of shrouds for the inner Portuguese church 143 ells for 20 shrouds for the outer Portuguese church, among which 10 pieces for the use of the Honourable Company's Hospital; 167 ells for 23 pieces of cloths, used as above, the ell at 142 rx: 313. 6 for black ribbon for bordering and sewing the seams of the aforesaid shrouds - - - - - 9. 42 for black thread for sewing the cloths written above - - - - - - - 1. 23 on 7 September, to the gravedigger Gillis bosch for breaking down, raising, and repairing the burial vaults situated at the inner Portuguese church, in the block, being Nos. 1, 2, 3, 4, and 5, for each vault 25 rijxd:s — 125 on 10 September, to the citizen master carpenter Jan brand for building a new shed in the outer Portuguese churchyard, under which the biers and other funeral equipment are kept, as well as some necessary repairs paid to the gravedigger's house . . . . . . . . 225 — on 15 September, to the Chinese Onghinsten for the varnishing of a privy, coat racks, etc. in the consistory of the outer Portuguese church, as well as elsewhere 38:20 11½ picols of wax candles for the use of both churches, on 6 October, to the Chinese tantjamko, the picol at 30 pieces - - - - - - - - - - - 345 — to oesin mandare for mudding or dredging the Jonkers-gragt along a length of 23 roods - - - 14 — for 56 prahus of sand for raising the road beside the outer Portuguese churchyard ----- 12 on the last day of December, to the sexton of the outer Portuguese church, Jsaak van der heijlig, according to the account for various small items consumed in the service of the church in 12 months 6:24 on the last day of December, to mariea Babtista for washing, ironing, etc. the table linen that is used in administering the Holy Communion in both churches, as well as on the islands of Onrust and Purmerend 8: Total expenses amount to Rijxdaalders — 1628: 1: It is evident, as above, that in twelve months more was received: rd:s 8533. 11 Carried forward, Rijxdaalders 59115. 16
Dutch transcription
1769 P:r tranport rijxdaalders 4161 rx:s coc82 mitsgaders: van den Erffgenaam van den inlands borg:s David anthonijsz: en meede Executeur den borgen broodbacken caroluis telanus ontfangen legaat groot ses Duijsent rijxdaalders door den overledenen inlands borger thomas anthonijsz: by testamant voorden notaris Petrus Dobbelaar en sekere getuijgen in dato 18:' februarij a:o 1733 aan de gesamentlijk vijffkerken, als Casteels de Hol„ „landsche maleijtsche ende twee Portugeesche kerken (:binnen en buijten Stad:) besproken omme daarvoor ter syner memorie off geheugen met believen van haar hoog Edelens de Hooge Jnsi„ asche Reegeeringe vijff goude Beckens daarop zijn naam gesneeden met vergulde houte voeten ter bedieninge vanden Heijligen Doop temaken en aan de kerken Evensz: Jder een (:ter waarde van twaalf hondert rijxdaalders:) uijtgedeeld tewerden reekent als boven gesegt en bij den ondergesz: ontfangen als voor de Casteels Nederduijtsche en maleijtsche kerken, Jeder. - - . - - - - - - - - - „ d 1200: —„ 3600 beijde Portugeesche kerken Jeder „ 1200 — „2408 „ „6000 Summa de ontfangene Contantanten in 12 maanden sellen - - . . rijxdaalders - 10161: 12 uijt welke ontfangene rijxdaalders 10161:12: de uijtgiften daar en tegen in het Jaar a:o 1734 onvermijdelijk gedaan en betaald zijn, bestaan en werden getraheert gelyk vervolgens breedsprakelijk werd aangetoond en voor Eerst De gagie der 3 kostens en een bode denscholanchen beloopt in twaalff maanden. . . . . . rd:s 312 Transporteere 582:7. Per Transport rijxdaalders 312. — 10161 12 „ƒ50582:7 67 stux brooden tot het Heijlig avondmaal gebruijken. . . 58: 36 over gedane verstreckingen uijt het ambagts quartier in sECompagnies Cassa volgens twee er3 brar ordonnantien geteld als onder ultimo februarij - - - - - - - - rd:s 25. 12. 3036„ „. . . . . augustus - - - - - - - - „ den 24:e maart aan den borger baas timmerman martin claps voor het maaken van agt stux vensters met hun ijsere hengsels &:a voor de glasen inde buijten partugeesche- kerk. - - . . . . „ 64 — voor het aanmaken van twee nieuwe sitkussens die bij nagt door diven uijt het gestoelte van haar hoog Edelens inde binne portugeesche kerk gestoolen zijn, teweten. 3½ ellen rood fluweel - delgf:r 3: 24 rd:r 10. 24 „ zijde franje daar vooraan 6½ 'S Claas Battailier - . . . . - „ 2:21 den 12 Iunij aan den inlands timmerman Sijmon Sijmonsz: voor het hermaken en swart verwen van wegen bharen en rooven &:a . . . . . . . . „ den 2 Julij aan s:r Cornelis van den wijngaard voor het schoonmaken van het slave kerkhoff gelegen buijten de stads poort utrecht - - - - - - - „. 10: —: tot het maaken van vier stux guardijen een kist en tafel kleet & inde consistorie der buijten portugees kerk daar toe het naar tenoe gebruijk als 4 p:s zeijlkleeden bengaals kosten met het groen varwen . . rd:s . . 9 — 50. ellen lint tot deselve. . . . . . . . . - „. - . - . -. 4 8 167 ellen off 3 stukken swart laken in dato 19 aug:o van den borger Johannes Hartkop voor 1 1/8 rd:s d' ell gekogt tot hetmaken van 23 p. s dood-kleeden in plaats die doorlang gebruijk ter Eenemaal versleten — onbequaam Transporteere rijxdaalders 530: 4 kd 1o0 161 56: —: 12– 13. 8 6 4770 „tlijk. En onbruijk baar so van de binne als buijten portugeesche kerken geworden zijn namen„ P:r transport rijxdaalders 530 4x: 10161 12 r9505827 24 ellen aan 3 p:s dood-kleeden voor de binne partugeeskerk „ 20„ kleeden voorde buijten portugees kerk daar onder 10 p:s tot gebruijk van sE. compagnies Hospitaal 167 ellen â 23 p:s kleeden als boven ge„ 313. 6 bruijkt d'elle p 142„ aan swart lint tot omboorden en benaeijen 942 der naden van voors: doodkleeden - - - - - „ aan swart gaaren tot het naaijen der kleen„ den meergeschreven- -------. 123 7 september aanden dood-gaaver Gillis bosch den. . tot het offbreken op en hermaken der sheurkelders ge„ legen op het binne portugees kerk in't blok zij als N:o 1. 2. 3. 435 voor Jeder kelder rijxd:s 25 — den 10:' september aanden borger baas timmerman Jan brand tot het maeken van een nieuwe loots op 't buijten portugees kerkhoff waar onder de bharen en verdere doot gereetschappen werden geborgen mitsgaders eenige noodsakelijke repara„ tien vandes doods gravers woning betaald. . . . . . . . . „ 225— den 15:' september aanden chinees onghinsten voor het vermissen van een gemakhuijsie kapstockenh: inde consistorie der buijten portugees kerk als andersints 11½ picols waxkaarssen tot gebruijk der beijde kerken den 6:' october aanden Chinees tantjamko 'tpicol - - - - - - - - - - - p=s - 30. —„ aan oesin mandare voor het modderen off uijt diepen vande Jonkers-gragt terlengte van 23 raeden - - - „ - 14 — voor 56 praauwen zand tot het ophoogen vande wegh bezijden het buijten portugees kerkhoff-----„ den laatsten december aanden koster der buijtenpartu„ geeskerk Jsaak van der heijlig volgens reeken: voor diversche geringheden ten dienste der kerk in 12 maanden verbruijkt„ den laasten december aan mariea Babtista voor het wassen strijcken &:a van het tafel goed dat in het bedienen van het H: nagtmaal in beijde kerken mitsgaders op de 12 Eijlanden onrust en purmerent, gebruijkt werden„ summa de uijtgiften monteeren Rijxdaalders — 1628: 1: Consteert als boven in twaalf maanden meerder ontfang: rd:s„ 8533. 11 Transporteere Rijxdaalders 59115. 16 38:20 345 — 143 „ 125 6:24 8:
English
Also recorded here for the record are such forty thousand Rijxdaalders that the undersigned, pursuant to the honored resolution of the High Indian Government dated 11 and the written warrant of the Right Honorable Director-General Michiel Westpalm dated 24 June anno 1734 following thereupon, received from the Honorable Company's Treasury out of the capital of the Portuguese churches amounting to 45000 r:s, as at the head hereof in the year 1732 was brought for security by the bailiff and then churchmaster Joan de Hartogh for safekeeping into the aforementioned Treasury on account of the above-mentioned churches; which sum of forty thousand rijxdaalders aforementioned I, in conformity with the aforementioned resolution of Their High Nobilities, have handed over on loan to the churchmaster of the Dutch church, Mr. Jan van Cloon, according to receipt dated 28 June recently past, for the construction of the aforementioned Dutch church, the amounts thereof to be noted and made known in the future as below in the accounts. Sum The remaining capital of the Portuguese churches consists, as of the last of December anno 1734, of: Remaining in the Company's Treasury, Rijxdaalders 50000:— Provided on loan to the Dutch church 40000 In cash under the undersigned hereof: For the castle Dutch and Malay churches 3600— Portuguese churches 10515:18: 14115:18 ƒ 59115:18 Batavia, the last of December anno 1734: was signed: P:r Boockesteijn Agrees, Berendreg Secretary Carried forward, rijxdaalders 59115:10 S1 C 1 & 4e9 4771 5122 r. 62415 rds 46324 2„ 451 46: Carried forward, Rd:s Received from the head cashier Johan Herman Theling according to warrant 50800.— 50515 21 Accounted for as income and borrowed money being 112941 15 The lesser subtracted from the greater, there remains Thus the capital as of the last of December 1734 amounts to a fund of rds 32881 9 The aforementioned capital consists solely of that which still remains in the custody of the undersigned churchmaster as of the last of December 1734: as said before, rijxdaalds 32881:9: rds 28309 11: Batavia, the 31st of December Anno 1734:— was signed: W:m Timmers The foregoing receipts and expenditures, having been examined in extract and collated against the receipts and further papers belonging thereto by the undersigned, by order of His Nobility the Right Honorable, Highly Venerable Lord Abraham Patras, Governor-General of the Dutch East Indies, were found to be correct and in agreement. Batavia, in the Castle, the 25th of March anno 1735: was signed: P: v: Gessel S: Berendregt Agrees, Secretary 17 4772 Right Honorable, Highly Venerable Lord Mr. Dirk van Cloon Governor-General of the Dutch East Indies Pursuant to Your High Nobility's honored order, we, the undersigned, have proceeded on board the two return ships lying here in the roads named Goudriaan and Cokshorn, bound for the fatherland, and there accurately inspected such small arms and further goods depending thereon for defense; which were found to be provided with everything except the missing items, and also to be replaced in lieu of the unserviceable items, as is indicated here, namely: The ship Goudriaan Length 130 feet In existence found / Serviceable / Unserviceable / Deemed necessary / In excess / Still deemed to be necessary Blunderbusses pieces 4 / 4 / . / . / 4 Half-pikes 60 / 20 / . / 40 / 60 Flintlocks 20 / 17 / 3 / 3 / . / 20 Cutlasses 28 / 20 / 8 / . / 28 Rammers 20 / 20 / . / . / 20 Drum and accessories 1 / 1 / . / . / 1 Pistols 12 / 8 / 4 / 4 / . / 12 Cartridge pouches 30 / 30 / . / 6 / . / 36 Gunflints 150 / 150 / . / . / 150 Scrapers 3 / 1 / 2 / 2 / . / 3 Emery lb. 2 / 2 / . / . / 2 The ship Cokshorn Length 120 feet In existence found / Serviceable / Unserviceable / Deemed necessary / In excess / Still deemed to be necessary Blunderbusses pieces 2 / 2 / . / . / 2 Flintlocks 15 / 7 / 8 / 8 / . / 15 Pistols 10 / 7 / 3 / 5 / . / 12 Cartridge pouches 28 / 28 / . / 1 / . / 29 Half-pikes 7 / 5 / 2 / 10 / . / 15 Cutlasses 15 / 15 / . / . / 15 Rammers 20 / 15 / 5 / . / 5 / 15 Gunflints 100 / 100 / . / . / 100 Drum and accessories 1 / 1 / . / . / 1 Scrapers 3 / 2 / 1 / . / 2 Emery lb. 2 / 2 / . / . / 2 With which we remain with deep and dutiful respect, below stood: Right Honorable, Highly Venerable Lord, lower: Your High Nobility's, still lower: humble and obedient servants, was signed: G: Jan Rengers, I: Lebens, F:k Seijnen, in the margin: Batavia, in the Castle, the 6th of March 1735. Agrees, C: v: Berendreg Secretary
Dutch transcription
ook stelle alhier p=r memorie soodanige veertig duijsent Rijxdaalders die den ondergetekende ingevolge het ge-Eerd besluijt der hooge Indiasche Reegeringe in dato 11 'en schrifte„ lyke ordonnantie vanden wel Edelen agtb:r heer directuur generaal Michiel westpalm d dato 24 Junij a:o 1734 daaraanvolgende uijt d E Compagnies Cassa heeft ontfangen uijt het Capitaal der Portugeesche kerken groot r:s 45000. als in den hoofde deses a:o 1732 tot secruriteijt door den bailliuw en doenmalige kerk meester Joan de Hartogh ter bewaringe in evengenoemde Cassa voorreekening van bovengenoemde kerken gebragt is welke somma van rijxdaalders veertigh duijsent voorsz: in conformiteijt van opgemelte resolutie van haar hoog Edelens aanden kerkmeester der Nederduijtsche kerk deheer Jan van Cloon volgens quitantie in dato 28 Junij Jongstleeden terleen tot den opbouw der voorm:e Nederduijtsche kerk affgegeven hebbe sullende dies bedragen in het vervolg: sodanig als hier onder : bij de reekeningen :) genoteert en bekend gesteld werden Summa Het Restand capitaal der Portugeesche kerken bestaad onder ultimo december a:o 1734. als in se Compagnies Cassa berust Rijxdaalders. -. „ 50000:— het terleen verstrekte aan de Nederduijsche kerk „ 40000 in Contaten onder den Naargetekende deses als wegens de casteels Nederduijtse en maleijtse heatf: 3600— „ Portugeesche kerken - - - . . . . . - „ 10515. 18: „14115:18 ƒ 59115: 18 Batavia den laasten December a:o 1734: (:was getekend:) P:r Boockesteijn accordeerd Berendreg P:r transport rijxt daalders 59115. 10 Secret S1 C 1 & 4e9 4771 5122 r. 62415 rds 46324 2„ 451 46: Per Transport Rd:s ontfangen vanden grootcassier Johan Herman theling volgens ordonnantie 50800.— „50515 21 komt voor inkomsten en geleende geld in zinde „ 112941 15 hetmindere van het meerdere afgetroken verblijff Aldus Beloopt het Capitaal onder ulto decemb:r 1734 een fon:rds 328819 het voorenstaande capitaal bestaat eenelijk uijt het gene onder den ondergetekende kerkmeester nog blijft berustende onder ultimo december 1734: als voren gesegt rijxdaalds 32881:9: rds 28309 11: Batavia Den 31 December A:o 1734:— (was getekent:) W=m Timmers de voorenstaande ontfangen uijtgave tegens de quitantien en verdere papieren daar toe gehoorende door den ondergetekende ter ordre van sijn Edelheijd den wel Edelen groot acgtbaare heere Abraham Patras gouverneur generaal van nederlands Jndia extract nagesien en geconfronteert sijnde heeft deselve wel en d' accoorde bevonden Batavia in't Casteel den 25:' Maart a:o 1735: (:was getekent/ P: v: Gessel S„ Berendregt accordeert Becrets 17 4772 el Edele Hoog Agtbare Heer mr Dirk van Cloon gouverneur Generaal van Nederlands India Jngevolge uw Hoog Edelhijt g'Eerd bevel„ hebben wij ondergesz: ons vervoegt aan boort„ van d' alhier ter Rhede leggende twé retourschepen met namen Goudriaan en Cokshorn, ge„ destineert naer 't patria, en aldaer naukeurig gevisiteert sodanige hand geweiren en verdere goederen, tot defensie daar aan dependerende /dewelke bevonden /: van alles:/ behalven 't manquerende voorsien te wesen, als mede te vervuijlen in plaats van't onbequame als — hier aangewesen werd, Namentlijk. — oordele nog be 'T schip Goudriaan in wesen Lang 130 voeten. besonden beq: onbeq: nodigt te veel nodigt zijn musquettons. . . . . . . . . . . p. s . „ 4. 4. . . . 4. Halve pieken. . . . . . . . . . . „ 60. 20. snaphanen. . . . . . . . . . „ 20. 17. 3 3. . 20. houwers. . . . . . . . . . . . . „ 28. 20. stampers. . . . . . . . . . . „ 20. 20. trom en toebehoren. . . . . „ 1. 1. pistoolen - - - - - - - . . „ 12. 8. 4. 4. . 12. patroon tassen. . . . . . . . . . „ 30. 30. 6. . 36. Vuursteenen. . . . . . . . „ 150. 150. Cratsers. . . . . . . . . . „ 3. 1. 2. 2. Cmaril. . . . . . . . . . lb. 2. 2. . . 601 -. 40. . 8. .. . 150 . .3 2. . . in wesen oordele nog be Lang 120 voeten bevonde beq: onbeq: nodig te veel nodig te zijne musquettons. . . . . . . . . . p=s. . . . 2. 2. 2 snaphanen. . . . . . . . . . „ 15. 7. 8. 8. . 15. pistoolen. . . . . . . . . . . . „ 10. 7. 3. 5. 12. patroon tassen. . . . . . . . . . . . „ 28. 28. 1. . 29. halve pieken. - . . . . . . . . 7. 5. 2. 10. . 15. houwers. . . . . . . . - - - - „ 15. 15. . . . 15. Stampers. . . . . . . . . . . . „ 20. 15. . . 5. 15. Vuursteenen. . . . . . . . . „ 100. 100. . . . 100. 1 Trom en Toebehoren. . . . . . . . . „ 1. 1. . . . 1. Cratsers. . . . . . . . . . . . „ 3. 2. 2. 1. 2. Amaril. - . . . . . . - - lb„ 2. 2. . . . 2. Waarmede met diepschuldig respect verblijven (onderstond) wel Edele Hoog agtbare Heer /lager uw Hoog Edelheijt (nog lager / onderdanige en gehoorsame dienaren (was getekent) G: Jan Rengers, I: lebens, F„k Seijnen, (ter sijde) batavia in't Casteel den 6 maart 1735. — accordeert 't schip Cokshorn C„V Berendreg Secrets
English
4773 Right Honorable and Valiant Lord Mr. Dirk van Cloon Governor General and the Noble Lords Councillors of the Netherlands Indies In compliance with Your Right Honorables esteemed order, we the undersigned repaired on board the ships Goudriaen and Coxhorn lying here in the Roads, which are about to depart from here for the Fatherland, and there accurately inspected and examined such cannon, swivel guns, and chambers wherewith the same are mounted pursuant to the resolution of the Noble Lords Seventeen and that of the High Indies Government, with the further ammunition goods belonging thereto for decency, which were found to be properly provided with everything in all respects, except for what might still serve for greater decency, as well as that of which they have too much, as is demonstrated to Your Right Honors below in all reverence, Namely: Present | Lacking | Too much | Unfit | Required The ship Goudriaen, Length 130 feet Brass cannon of 6 lb: 2 Iron cannon, namely: of 8 lb: 6 . . . . . . . . . . 6 6 lb: 18 . . . . . . . . . . 18 3 lb: 14 . . . . . . . . . . 16 Brass swivel guns and chambers, namely: Swivel guns: 4 . . . . . . . . . . 4 Chambers: 6 . . . . . . . . . . 6 Round shot of 3 lb: 160 . . . 40 . . . 120 Bar shot of 6 lb: 159 . . . 1 . . . 160 Gunpowder: 300 . . . 3300 . . . 3300 Grape shot for blunderbusses: 48 . . . 48 Grape shot filled with lead: for the cannon: 13 . . . 11 . . . 24 for the swivel guns: 6 . . . 30 . . . 36 Wooden cartridge cases, namely: of 8 lb: 13 . . . 3 . . . 16 6 lb: 24 . . . . . . . . . . 24 3 lb: 7 . . . 1 . . . 8 Gun ladles with their worms: of 8 lb: 4 . . . 2 . . . 6 3 lb: 3 . . . 1 . . . 4 Sponges and rammers, namely: of 8 lb: 4 . . . 2 . . . 6 6 lb: 18 . . . 2 . . . 16 3 lb: 2 . . . 2 . . . 4 Priming irons: 28 . . . 4 . . . 32 Gun drill: 1 . . . 1 Copper powder measures: 5 . . . 5 Funnels: 5 . . . 2 . . . 3 Searchers: 2 . . . 1 . . . 3 Slow matches: 22 . . . 10 . . . 32 Powder horns: 25 . . . 7 . . . 32 Crowbars: 22 . . . 4 . . . 26 Cannon drills: 2 . . . 2 Coxhorn, Length 120 feet Iron cannon, namely: of 6 lb: 10 . . . . . . . . . . 10 4 lb: 6 . . . . . . . . . . 6 3 lb: 4 . . . . . . . . . . 4 Brass swivel guns and chambers, namely: Swivel guns: 4 . . . . . . . . . . 4 Chambers: 12 . . . . . . . . . . 12 Round shot, namely: of 6 lb: 350 . . . 50 . . . 300 4 lb: 98 . . . 202 . . . 300 3 lb: 31 . . . 149 . . . 180 1 1/2 lb: 120 . . . 120 Copper cartridge cases of 8 lb: 4 . . . 2 . . . 6 Callipers: 1 . . . 1 Small plane: 1 . . . 1 Wooden tally stick: 1 . . . 1 4774 Present | Lacking | Too much | Unfit | Required Bar shot, namely: of 6 lb: 157 . . . 97 . . . 60 4 lb: 100 . . . 7 . . . 93 3 lb: 37 . . . 23 . . . 60 Gunpowder: 2700 . . . 2700 Grape shot filled with lead: for the cannon: 30 . . . 6 . . . 36 for the swivel guns: 19 . . . 5 . . . 24 Wooden cartridge cases, namely: of 6 lb: 9 . . . 3 . . . 12 4 lb: 11 . . . 1 . . . 10 Cartridge formers, namely: of 14 lb: 2 . . . 2 8 lb: 2 . . . 2 3 lb: 4 . . . 4 Slow matches: 19 . . . 7 . . . 26 Powder horns: 17 . . . 9 . . . 26 Priming irons: 19 . . . 7 . . . 26 Wooden tally stick: 1 . . . 1 Small plane: 1 . . . 1 Cartridge boxes: 2 . . . 2 Copper funnels: 2 . . . 1 . . . 3 Searchers: 1 . . . 1 Herewith we hope to have complied with Your Right Honors intention while we remain with the utmost respect, (below stood) Right Noble Lords, (lower) Your Right Honors humble and obedient servants, (was signed) Nicolaas Vis, Gt. J. Rengers, I. Lebens, (in the margin) Batavia the 25th of February 1735. Agrees: Berendregt, Secretary No 61. 4775 From the Noble, Highly Honorable, Lords Directors delegated to the Assembly of the XVII, representing the General United Netherlands Chartered East India Company at the Presidial Chamber at Amsterdam Right Noble, Highly Honorable, Wise, Prudent, and very Generous Lords, High-commanding Lords. After I, according to my last letter of August 6th written to Your Right Noble and Highly Honorable, departed from Batavia with the yacht de Windhond, I thereupon, after a lengthy voyage, arrived at Macasser on October 30th; and on November 9th traveled with the Honorable Governor Sautijn and some Gentlemen of the Council to Bahtimderong, and there a new shaft, which 4 fathoms, nearest to the Honorable arrewijns za C outwork was sunk.
Dutch transcription
4773 Wel Edelen Gestrenge Heere Mr. Dirk van Cloon gouverneur Generaal en d' Edele Heeren raaden van Nederlands India In opvolging van uHoog Edelheijts g'eErde ordre hebben wij ondergesz: ons vervoegt aan boord der alhier ter Rheede zeggende scheepen Goudriaer en Coxhorn staande van hier na Patria te Vertrecken ende aldaar naaukeurig besigtigt en gevisiteert sodanig canon bassen en Camers waar meede deselve gemonteerd zijn in gevolge de resolutie der Edele Heeren seventhienen en die der Hoge indiasche regeringe met de verdere anmunitie goederen tot deCentie daar toe gehoorende dewelke bevonden van alles wel na behooren voorsien te weesen excepto 't geen nogh tot meerder decentie soude konnen dienen, mitsgaders waar van deselfe te veel hebben gelijk uHoog Edelhedens hier onder in alle Eerbied werden aangethoond, In wesen mang: te veel onbeq: om benodige Namentlijk te vervreul volgens bevonden nog disforter 'T schip Goudriaen Lang 130 voet metale Canon van 6 lb 2. . . . . . . . . . . . . ijser canon als van 8 lb. . . . .. 6 „ . . . 3:. . . . . . metale bassen en Camers als bassen . . 6. . . . . . . . . . . 6 18. . . . . . . . . . . 18 14. . . . . . . . . . 16 4. . . . . . . . . . . 4 6. . . . . . . . . . . . 6 camers... .. - - -. . Rondscherp van 3 ld. - Langscherp. . . 6„. . . 159 druijven tot musquettons druijven met loot gevuld Houte Cardoex kokers als van 8 lb. . . . . . 13. . . . 6 „. - . . . . 24. . . . 7. 3 „ - - - - . . canon Lepels met hunne 4. . . . . Verkenst 1:8 ld. . . . . 3 „ . - . . . . 3. . . . Wissers & aansetters als van 8 lb. . . . . . 6„ - . . 3„ . . - - . . Laatpriem en. . . . 28 cogel borman. . . . . . . . . 1. . . . . . . . . kopere Kruijtmaten. . . 5. . 5. Tragters. . . . . 5 . — ophaalders. .. Coxhorn Lang 120 voeten ijser canon als 6. . . . . . van 6 ld. . . . . . . 10. . . . . . . . . . . 10 4 . . . 3. . . . . . . . . 6. . . . . . . . . . . 6 metale bassen en Camers 4. . . . . . . . . . . . . 4 als bassen Camers... 12. . . . . . . . . . . 12 Rondscherp als — van 6 ld. . . . . . . 350. 4. . . . . . . . . 98. 202 - - - - . - - - - 31. 120. . . . . . . . kopere Cardoes kokers 1:8 lb 4 2 - - - - - - - cogelpasser - - - - - - - - - - - 1 - - - - - - - - - Honsje. . . . . . . . . . . . 1 . . . . . . . „ 170. . . . . . . . . . - . houte talstock. . . . . . . . 1. . . . . . . . 1 180 1½. . . . . . . . . .. 3. - - . . . . . 4 2. . . . . . . . 18. . . . 2. . . . 16 2 2. . . . . . . . 4 Londstocken - - - - . 22 10. . . . . . . . 32 kruijthoorns. . . . . . 25 7. . . . . . . . 32 4. . . . . . . . 32 1 3 2. . . . 3 2. - . . Coevoeten. . . . . . 22 4. . . . . . . . 26 canon booren. . . . . . . 2 . - . . . . . als tot 't Canon. - . . 13 11. . . . . . . . 24 „ de bassen. . 6 30. . . . . . . . 36 6 7. .. 8. 16 3. . . . 4 1. . - - 2 1. . . in wesen mang: te veel onbeq: benodigt 160. . . . 40. . . -. 120 1. . . . . . . . 160 buskruijt. . . . . . . . . 300 3300. . . . . . . 3300 48. . . . . . . . 48 - 1 5 2 300 180 120 4774 in wesen manq: te veel onbeq: benod: Langscherp als 157. . . . 97 van 6 lb... .. 100 7. 93 4.. . . . 3. . . . . . 37 23. . . . . . . . . 60 Buskruijt. . . . . . . . . . . 2700. . . . . . . . 2700 druijven met Lood gevuld 30 6. . . . . . . . . . 36 als tot 't canon.... 19 5. . . . . . . . . 24. „de bassen. . . . houte Cardoes Kokers als 3. . . . 9.. van 6 ld... . .. 1. . . . 11. . . . 10 4.. . . . . . schuijffangen als van 14 lb. . . . 2. . . . . . . 8 2. . . . . . . . 3. - - . . . 4 7. . . . . . . . 26 Landstokken. 19 9. . . . . . . . . 26 17 Kruijthoorns.. . . . 7. . . . . . . . 26 Laatpriemen.. .. 19 1. . . . . . . . 1 houte talstock... Clonsje. . . . . . . . . . . . 1. . . . . . . . „ beursvaeten. . . . . 2. . . . . . . . 2 kopere Tregters. . . . . 2 1. . . . . . . . . ophaelders. . . . . . . . 1. . . . . . . . Hier mede verhoopen aan u hoog Edelh: intentie te hebben voldaan terwijl met de uijterste agting blijven (onderstond) Hoog Edele Heeren Lager) U Hoog Edelh: onderdanige en gehoorsame dienaaren (was getekent) (Nicolaas Vis) Gt. J. Rengers I: lebens (ter sijde) batavia den 25 Februarij 1735. — 60 2 „ Berendreg Secrets accordeert 9 6 1 3 1 01 81 20 6 de 1 1 . 1 1 No 61. 4775 Van Ke Edele, Grootagtbaare, Heeren Bewindhebberen ter Verga¬ dering van de XVI1=en gecomitteerd, Repraesenteerende de Generaale vereenigde Nederlandse Geoctroijeert Oostindische Comp. ter Praesidiale Camer tot Amsterdam Wel Edele Hoog Agtbaare Wijse, Voorsenige en seer Genereuse Heeren Hooggebiedende Heeren. Nadien ik, volgens mijnen laasten brief van den 6. aug. aan UW WelEdel en Hoog agtb. geschreven, van Batavia met 't Jagd de Windhand vertrokken, soo ben daarop naa eene langduurige Reize, den 30. 8br. op Macasser gearriveert; en den 9. 9bris. met DE. Heer Gouverneur Sautijn en eenige Heeren van den Raad naa Bahtimderong gereijst, en aldaar eenen nieuwen Schacht, die 4. Vaam, naast aan DEdele arrewijns za C buijtenwerk afgesonken worden.
English
were inspected, as well as some prospecting shafts and galleries, but nothing of such ore was found as was seen in Amsterdam and which caused the great renown. And because the shaft from which the late Noble Lord obtained the ore is still collapsed, I am having it reopened in order to be able to inspect all places properly to see if more of such ore is to be found. Likewise, I shall not fail to search the local mountains thoroughly with all diligence, in order finally to satisfy the intention of Your Noble and Right Honorables in one way or another. Likewise, whether this undertaking can be continued for the benefit of Your Noble and Right Honorables or not; for the mine works established here, as well as the difficulties made for me by the natives concerning the transport and the supply of the necessary provisions for the personnel stationed there, which must be carried on foot over a distance of 9 to 10 hours, and over which the natives still raise difficulties despite a daily payment of 6 stuijvers, do not please me at all. However, because I have been here only a short time, I cannot yet report on all the circumstances; I shall transcribe them accurately at the first opportunity. Furthermore, Bantimoerong, 13 November Anno 1734. Furthermore, almost all the mining officers and common miners whom I found here are sick and miserable, so that this work must be carried out with the few men I brought with me and with the natives. Therefore, I request Your Noble and Right Honorables, if any men can still be found who have knowledge of mining, to send them over. From the Merchant and Mining Inspector Jan Andries Bolman, I have taken over the direction of the local mine works with everything pertaining thereto, and he has departed for Macasser. Wherewith, commending Your Noble and Right Honorables, as well as your illustrious family, to the protection of God, I remain with deep and dutiful respect, Noble, Right Honorable, Wise, Prudent, and Very Generous Lords, Your Noble and Right Honorables' Dutiful and humble servant, Mining Captain Netherlands. To the Noble and Right Honorable Lords Directors of the General East India Company, represented in the Assembly of the Seventeen at Amsterdam. Noble, Right Honorable, Far-commanding Lords and Masters! As the passing of His Honor Mr. Dirk van Cloon (of blessed memory) and the provisional appointment of my person as Governor-General in the service of Your Noble and Right Honorables has been dutifully communicated in the general letter of this Government now departing to Your Noble and Right Honorables, I shall, in order to avoid repetition, conduct myself most respectfully according to its contents, and herein, under the esteemed favor of Your Noble and Right Honorables, take the liberty to advise that I have shown myself willing to hold the aforementioned weighty office for a short time, both because the High Government has been so notably weakened by the death of five of its Members in less than a year, and because I considered myself obliged to submit in all humility to the visible will of Almighty God, in the hope of His efficacious support, and thereby also at the same time to fulfill in some measure my great obligation that I have toward the interests of Your Noble and Right Honorables, having risen in your service from the lowest to the highest rank of honor and dignity, beyond the slightest expectation; for which reason it would be the proper time respectfully to solicit Your Noble and Right Honorables' benevolence for a favorable approval and gracious continuation, if my years and bodily constitution would permit such in any way; but since by God's undeserved goodness I am already 64 years old, and have spent 45 of them in the service of Your Noble and Right Honorables, I also find myself beset with manifold infirmities and weaknesses gathered under various climates, which command me to long ardently for a quiet and peaceful life, and solely to contemplate my departure from this world. Therefore, Noble and Right Honorable Lords, I most earnestly and humbly request that a gracious reflection may be cast upon my aforementioned advanced years, and that the shortcomings which sometimes out of inability, contrary to my good will, might be discovered during my brief administration, may be excused and overlooked according to Your Noble and Right Honorables' renowned generosity; and furthermore that it may kindly please Your Noble and Right Honorables, with preservation of your precious favor, to relieve me of my present excessively heavy and burdensome office, which cannot be borne properly with my weak and worn-out bodily constitution; for that requires a man of younger years, full of vigor, and above all endowed with greater abilities than I am convinced I possess, which I cannot, without doing violence to myself, refrain from frankly revealing to Your Noble and Right Honorables, since attending to the daily
Dutch transcription
worden, benevens eenige Zoek Schachten als stollens, gevisiteert, maar niets van diergelijken Erfze, waar- ran in Amsterdam gesien, en waar door de groote Roep gekomen, gevonden. En om dat de schacht, waar van DEdele Heer zal: de Ertze zal gekregen hebben, noch vervallen is, soo laat ik dien weerom openmaaken, om alle plaatsen wel visiteeren te konnen, of van dier¬ gelijken Erfze meer te vinden zijn. Desgelijks zal niet manqueeren hiesige gebeurgte met allen ijver recht door te zoeken, om een maal de Intentie van UwwelEdh: en Hoogagtb: op eene of d'andere aard Vergenoegen te geven. e Insgelijks of deese Bouw ten Voordeele van wwelldh: en Hoogagtb: kan vortgezet worden of niet; Want de hier aangeleijde Mijnwerken, als meede de swaarigheeden, die mij van de Inlanders gemaakt worden, om de Transporten en de noodige procisie voor de dort staande Manschap, dewelke 9 à 10. uuren verr, te roet moet gedragen worden, bij te brengen, en waarover de Innlanders, tegens daagelijkse betaaling van 6. stuijvers, nog difficulteijten maken; willen mij in't geheel niet gevallen. Maar om dat ik hier maar eene korte tijdt geweest ben, soo kan nog alle omstandigheeden niet berichten, ik sal ze met eerste occasie nauu keerig overschrijven. Anders 4776 Bantimoerong den 13. 9bris. A. o 1734. /. Anders zijn meest alle Berg Officiers en gemeene Bergwerkers, welke ik hier gevonden, ziek en miserabel, soo dat dit werk, met de weijnige man— schap, die ik meede gebragt, en met Innlanders moet bearbeijt worden. Dierhalven verzoeke UwwelEdelen Hoogegtb indien 't nog eenige menschen gevonden worden, die kennisse van Bergwerken hebben, zelve over te zenden. Van den Coopman en BergInspecteur Jan Andries Bolman, hebbe de Directie over hiesige mijnwerken, met den Anhang van dien, overgenomen, en is hij naa Macasser vertrokken. Waarmede UWWelEd: en Hoog agtb, benevens de Ellustre familie in de Protectie Gades bevelende, verblijve met diepschuldig Respect. WelEdele Hoog Agtbaare, Wijse, Voorsienige en seer genereuse Heeren Vormuld&l: en Boegagtb Trouschuldige en ooetmoedige dienaar 1 Berghoopman ^ia. t ^rt Nederland. Aan de Wel Edele Hoog Achtbare Heeren Bewindhebberen wegens de generale Oost Indische Compagnie, comparerende ter Ver¬ gadering van Seventhiene tot Amsterdam. Wel Edele, Hoog achtb=r, Wijdgebiedende Heeren en Meesters! Bij den thans afgaanden gemeenen brief deser Regering aan UEdele Hoog Agtb: schuldpligtiglijk gecommuniceert 4777 Origineel. zynde zijnde, het overlijden van zijn Edelheijt M:r Dirk van Cloon (:L: M:) en de provisioneele aanstellinge van mijn per„ soon tot Gouverneur Generaal in den dienst van UEdele Hoog Achtb: , zal ik mij, ter vermijding van rediten, aan dies inhoud gantsch eerbiedig gedragen, en in desen onder het g'eerd welduijden van uEdele Hoog Achtb: de vrijmoedigheijt ne„ men van te adviseeren, dat ik mij tot het bekleden van voorschreven zwaarwichtig ampt voor een korten tijd bereijdwillig hebbe laten vinden, soo overmits het soo merkelijk verswakt zijn der hooge Re„ gering door het in minder dan een Iaar overleden zijn van vijf Leden derselve, als om dat Jk mij verschuldigt heb ge„ agt de zichtbare wille van den Almo„ genden God, op hoope van sijn kragtda„ dige onderschraging in allen ootmoed te onderwerpen, en daar door ook met eenen eenigermaten te voldoen aan mijne groote verpligting, die ik voor de rR 4778 de belangen van UEdele Hoog Agtb: ben hebbende, als zijnde in derselver dienst van de laagste tot de hoogste trap van eer en digniteijt opgeklommen, buijten eenige de minste verwagtinge, en waaromme het de regte tijd zoude wesen uEdele Hoog Achtb: benevolentie tot een favorabele approbatie, en goedgunstige continuatie in allen eerbied te versoeken, bij aldien mijne Iaren en constitutie des lichaams zulks eenigsints wilde permitteeren; maar dewijl ik bereets door Godes onverdiende goedheijt 64. Iaren oud ben, en daar van 45. in uEdele Hoog agtb: dienst hebbe gesleeten, zo vinde ik mij ook bezet met menigvuldige onder verscheijde climaten gecolligeerde gebreken en zwakheden, die mij gebieden, nae een stil en gerust leven vieriglijk te verlangen, en eeniglijk om mijn afscheijd uijt dese wereld te gedenken: Overzulks Wel Edele Hoog Achtbare Heeren t verzoeke ik gantsch ernst- en onderdaniglijk onderdaniglijk, dat op voorschreve mijne hoge jaren een goedgunstige reflexie mag werden geslagen, en de gebreckelijkheden, die zomwijlen uijt onvermogen, tegens mijnen goeden wille, in mijn kort bestier mogten werden ontdekt, volgens uEdele Hoog agtb: beroemde edelmoedigheijd mogen werden verschoond en gepasseert, mitsgaders dat het uEdele Hoog agtb: goedertierentlik mag behagen, mij, behoudens derselver dierbare gunste, te ontslaan van mijn tegenwoordig over zwaar en lastig ampt, 't welk met mijn zwak en afgesleeten gestel des lichaams niet kan werden getorst na behooren, want daar toe werd, ver„ eijscht een man van jongere Iaren, vol vigeur, en boven al voorzien van meerdere bequaamheden, als ik overtuijgd ben te bezitten, 't geen ik niet, zonder mij geweld aan te doen, voorbijkan aan uEdele Hoog agtb: rondborstig te openba„ ren, dewijl het bezorgen van het dagelijkse
English
4779 daily work has already caused me so much trouble in these few days that I am forced to confess being stricken with fear that, through my powerlessness and debility, the interest of Your Honorable High Mightinesses might, to my sorrow, suffer some disadvantage, and I thereby incur Your Honorable High Mightinesses' rightful indignation; wherefore they hopefully will be willing to grant me the favor of granting a favorable endorsement to my aforementioned earnestly requested resignation, and furthermore to permit me, as an old and worn-out servant who through his long stay in these regions has become as if naturalized to this climate, as an outstanding token of Your Honorable High Mightinesses' precious affection for your humble servant, to end my remaining days in this city, just as the Gentlemen Camphuijs, Outshoorn, Outshoorn and Zwaardecroon of blessed memory, to the increase of my great obligation for Your Honorable High Mightinesses' outstanding favor. In that hope and expectation, I shall until that time very gladly and with much zeal employ the remainder of my few strengths to look after and manage, under the gracious blessing of Almighty God according to the measure of my slight talent and with all possible care, the great interests of Your Honorable High Mightinesses in these lands according to my bounden duty; and meanwhile pray God abundantly to pour out His generous blessing over the precious persons and highly distinguished offices of Your Honorable High Mightinesses, for the prosperity of our common state in general, and that of the Honorable Company in particular, as well as that it may go well everywhere with Your Honorable High Mightinesses' highly respected families, as I shall always continue to do my best, so that I may remain in humility, Honorable, High Respected, Widely Ruling Lords and Masters! Your very obedient, faithful, and humble servant, Batavia, in Your Honorable High Mightinesses' Castle, the 31st of March 1735. 4780 Sarras 4781 Amsterdam To the Honorable, High Respected, Very Wise, and Very Generous Gentlemen Committee Directors at the Illustrious Assembly of Seventeen, Honorable, High Respected, Very Wise, and Very Generous Gentlemen, After my arrival from Ternate at this roadstead, having experienced the favorable reflection given by Your Honorable High Mightinesses to my person in an election as extraordinary Councillor of India, wherewith my three-year administration as Governor over the Moluccos has thus been crowned and concluded, I cannot fail herewith to pour out my humble thanksgiving at the feet of Your Honorable High Mightinesses, under a promise that my efforts shall always extend to answering this benevolence with fidelity and zeal in the service of the general Company. Which unfeigned declaration—since it has, among other things, already been made on my behalf in due time through the outgoing letters of the high government—I would by no means presume to repeat in a separate letter, had I not seen myself compelled to address this expressly to Your Honorable High Mightinesses to accompany an ample remonstrance submitted by me alongside some enclosures to the Council of India on the 9th of the recently passed month of February, not only for my defense and complete clearance against such frivolous, yet nonetheless conspicuous points as were brought to my detriment under the management and direction of the Gentleman Extraordinary Councillor and present Commissioner in Ternate Johannes Beraard through the papers received from there, but also especially to unfold once from the darkness and expose to the light of day the true causes 4782 whereby the Company has for such a long series of years been disappointed and shortchanged in its precious interest regarding the extirpation of the spice trees within the perimeter of the Moluccan islands, to the extent that the general letters of Your Honorable High Mightinesses have usually, under the matters of Ternate, been filled with complaints and reproaches over the former nonchalant treatments in this matter. Which matter, when I as Governor—on the foundation of the solemn contracts with the native princes and after I had gradually obtained an insight into the machinations that had been in vogue in that regard to the detriment of the Company—sought to bring to a speedy and proper redress, had the consequence that instead of maintaining me with emphasis in this, people looked at everything with biased eyes and merely strived to withhold knowledge of so important a matter any longer from Your Honorable High Mightinesses, to whom the attached extract from the minutes of what was dealt with and resolved in the Council of India on the 11th of February will show that on that day a resolution was taken to
Dutch transcription
4779 dagelijkse werk mij in deze weijnige da„ gen, bereets zo veel moeijte verschaft heeft, dat Jk genoodsaakt ben te— bekennen met vreese te zijn aangedaan, dat door mijne onmagt en debiliteijt het interesse van UEdele Hoog agtb. ter mijner zmerte zoude konnen lijden eenig nadeel, en ik daar door incurreren uEdele Hoog agtb:s recht„ matige indignatie; alwaaromme deselve mij verhopentlijk die weldaat wel zullen willen bewijsen, om op mijne voorschreven ernstige verzogte dimissie een favorabel appostil te ver„ leenen, en mij al verder als een oud en afgeleefd dienaar, die door zijn lang verblijf in dese gewesten aan dit climaat als genaturaliseert is ge„ worden, tot een uijtmuntend teken van uEdele Hoog agtb: dierbare genegentheijd voor haren onderdanigen dienaar, te permitteeren mijne overige leeftijd te deser stede, even als de Heeren Camphuijs, Outshoorn re1 Outshoorn en Zwaardecroon, (: L: M: te mogen eijndigen, tot vermeerdering mijner groote verpligting voor uEdele Hoog achtb: uijtnemende gunst bewijsing: In die hoope en verwagting zal ik tot die tijd toe, zeer gaarne met veel ijver het overschot van mijne weijnige krachten aanwenden, om onder den genadigen zegen van God almagtig, nae mate van mijn gering talent, met alle mogelijke zorgvuldigheijt de groote belangen van uEdele Hoog achtb: in dese Landen te behertigen en manieren volgens mijnen verschuldigden pligt; en onderwijlen God bidden, zijnen milden zegen overvloediglijk te willen uijtstorten, over de dierbare persoonen, en hoog aanzienlijke ampten van uEdele Hoog Agtb:, ten welstande van onsen alge„ meenen staat in het generaal, en die der E. Compagnie in het byzonder, mits„ gaders dat het UEd„le Hoog agtb: hoog gerespecteerde Families alomme moge wel ae1 Uwel Edele Hoog achtb„s wel gaan, vermits ik altoos zal voort„ gaan mijn best te doen, in nedrigheijt te mogen blijven Wel Edele, Hoog Achtbare, Wijd gebiedende Heeren en Meesters! zeer gehoorzame, getrouwe, en onderdanigen Dienaar Batavia in UEd: Ho: achtb: Casteel den 31e. Maart 4780 Sarras 1735. 4781 Amsterdam Aan D' Edele Hoog agtbare, Wel wijse en Zeer Genereuse Heeren Gecommitteerde Bewindhebberen Ter illustre Vergadering van zeeventhien, Edele, Hoog-agtbare, Wel-Wijze, en zeer Genereuse Heeren Na mijne aankomst uijt Ternaten te deser rheede Ervaaren hebbende de gunstige reflectie door uw Edele Hoog Agtb: genoomen op mijn persoon in een Electie tot raad Extra- ordinair van India, waar meede dus mijne drie jarige regeering als gouverneur over de Moluccos is bekroond, en beslooten, zoo mag ik bij. bij desen niet afsije hier, voor in den veroot van uw Edele hoog agtb: uijtte storten mijne oodmoedige dankbetuijging, onder een belofte dat mijne pogingen zig steeds sullen uijtstrecken, om dese benevolentie met trouwe en jver in den dienst der generale maatschappij tebant „woorden, welke ongeveijnsde betuijging overmits die onder anderen voor mijn reeckening ook reets ter be„ „hoorlijker tijd gedaan is bij de afgaande brieven der hoo„ „geregeering Jk mij geenssints zoude vermeeten bij een appart briefken te repeteeren, indien Jk mij niet genoodsaakt had gesien, zulx wel Expresselijk aan uw Edele Hoog agtb: terigten ten geleijde van een ampel verthoog door mij nevens Eenige bijlagen in rade van Jndia overgeleverd op den 9=e der Jongst gepasseerde maand februarii, niet alleen tot mijner verdeediging en Compleete purge tegen zodanige frivole, dog Egter opsigtige poincten, als mij on „der het beleijd en de directie van den heer raad Extraordinair en presenten Commissaris in Ternaten Johannes beraard bij de van daar ontfangene papie „ren ter beswaarnis zijn gebragt, maar ook wel speciaal om eens uijt de duijsterheijd tontwikke „len en in den ligten dag te stellen de waare oorsaaken - 4782 oorsaaken, waar door de maatschappij zoo een lange reeks: van jaren is tleur gesteld, en verkort in saar dierbaar belang omtrend de Extirpatie der specerij boomen, binnen den omtrek der molucse Eijlanden tot dus verre dat de generale brieven van uw Edele hoog agtb: doorgaans onder de materien van Ternaten vervuld zijn geweest met klagten en reproches over de voorige nonchalante behandelingen in dit stuk, die ik dan als gouverneur op den grond der solemneele Contracten met de inlandse vorsten, en na dat al' ee lengstens bij mij verkreegen was een doorsigt in de konkelarijen, welke daar omtrent ten verderweder maatschappij hadden in zwang gegaan, hebbende poo „gen te brengen tot een spoedig en goed redres, zoo is zulx van gevolg geweest, dat men in steede van mij in desen met nadruk temainctineeren alles met verleerde oogen heeft beschouwd en slegts betragt om de kennis van een soo importante zaak nog langer te onttrecken aan uw Edele hoog agtb: aan dewelke het nevensleggende Extract uijt de notulen van 't gebesoigneerde en geresolveerde in raade van India op den 11=e februarij sal doen sien dat er ten dien dage een besluijt is genoomen om
English
to decide upon my memorial beforehand (although, for the interest of the Company, a very speedy arrangement was indeed required), and to send the same, along with a separate letter, to Ternate to Mr. Bernard, under the pretext that it was done in order that His Honour might clear himself of some points charged against him therein, and also furnish what the same might deem could serve for further elucidation to the High Government; but actually in order to give His Honour the opportunity thereby to confuse matters through embellished reports and false representations, and to keep them in such a state as they have so long been to the Company's utmost detriment; toward which opinion I must lean all the more because, by the same resolution, I (although being an integral member) was also refused permission to send the aforementioned memorial to your Right Honourable Lordships by these after-ships, as was previously done with various points charged against me, and which was persisted in by the Council of India, notwithstanding my protest and declaration that by such a delay I was being extremely obstructed in my defense before your Right Honourable Lordships concerning matters in which my honour and reputation 1783 reputation were directly attacked. All this has moved me, Right Honourable Sirs, not only for the maintenance of my own precious reputation, but also for the promotion of the true interest of the Company regarding a matter on which so much depends, such as the exclusive enjoyment of the spices from the Moluccas, which has always with reason been the focus of your Right Honourable Lordships' attention in these regions, to now send herewith my memorial just as it was delivered in the Council of India, not doubting that your Right Honourable Lordships will draw considerably more light and satisfaction from it than those who would still have liked to see many important matters contained therein obscured from their principals or smothered in some sought-after counter-reports from Mr. Bernard from Ternate, which your Right Honourable Lordships, from consideration of the successive findings in the Moluccan Islands regarding the frauds and misleading reports concerning the contracted extirpation of spice trees, will well beforehand conclude can never be of such weight as to withhold any credit from what has been recorded by your Right Honourable Lordships in numerous general letters, and since fully, nay all too well, confirmed by my personal experience as governor over the Moluccas. It is my wish from the bottom of my heart that under the wise direction of your Right Honourable Lordships the state of the Company, after so many disasters and a sorrowful decline in the zeal of its servants, may once again flourish as in the days of old; while I furthermore take the liberty on this occasion to bring to their knowledge that, through the fatal deaths both of the Honourable Governor General Mr. Dirk van Cloon and Director General Michiel Westpalm as well as other honourable members of the High Indian Government, an extraordinary number of ordinary council seats have become vacant; on which grounds my humble request is that my person may further come into the favourable consideration of your Right Honourable Lordships for the filling of one of those positions, which I shall not fail ever to hold 4784 to hold, to the greatest service of the general Company, and that your Right Honourable Lordships may be persuaded of my unalterable inclination to remain with the utmost submission, Right Honourable, Most Wise, and Most Generous Sirs, Anno 1735, Batavia, the 20th of March. Your Right Honourable Lordships' obedient and faithful servant, De Haeze From The Extraordinary Councillor J Haese 4785 To His Honour, the Right Honourable Lord Mr. Dirk van Cloon, Governor General, along with The Honourable Councillors of India. Right Honourable Sirs, The undersigned Extraordinary Councillor Elias De Haeze, having been favourably discharged by Your Right Honours from the chief administration of the government of Ternate and the Moluccas upon his request made thereto in the past year, and having, according to their revered order, for the present ceded the prominent authority to the fellow Extraordinary Councillor and appointed Commissioner, the Lord Johannes Bernard, has since, both during the remaining time of his stay at that place and particularly after his arrival in this this capital of India, and taking his seat in the illustrious assembly of Your Right Honours, learned to his sensible regret that the said Lord Commissioner has not only seen fit, in a strange manner and by no means straightforwardly, to bring up some matters to his charge, but also in the latest brought advices generally to clothe the undersigned's conduct held during his government with hateful glosses and groundless remarks; to which the Ordinary Councillor and present secretary of Ternate, Wijbrand Blom, has also attempted to contribute a good deal of his own, in and under the matter of that government brought by His Honour into this assembly, to be approved and subsequently incorporated in its place in the general missive sent to the Right Honourable Lords Seventeen on the 30th of November of the recently passed year, as indeed various palpable untruths and chimerical assertions, without the undersigned having been heard in his defense against them, were in that manner to their said
Dutch transcription
om alvoorens te disponeeren op mijn verthoog /:tegen nogthans voor het intrest der maatschappij wel een seer spoedige schicking had vereijscht:) zulx neevens een appart brieften tesenden na Ternaten aan den h„r bernard onder pretext dat het geschiede en fine zijn Ed:s sig soude konnen suijveren van eenige poincten hem daar bij ten laste gelegd, en daar neevens suppedi „teeren, 't geen denselven zouwden vermeenen te konnen strecken tot nadere Rlucidatie der hooge regeering: dog Eijgendlijk om zijn Ed: daar door occasie te geeven de zaken door opgesnukte berigten en valse verthoogen, te Confundeeren, mitsgaders in dien stand tehouden, als deselve tot 'sComp„s hoogste nadeel zoo lange sijn geweest tot welk gevoelen jk temeer moet overhellen, om dat men mij (alschoon een integreerend lid sijnde :) bij deselve reso „lutie ook heeft geweijgerd, om het meergewaagde verthoog aan uw Edele hoog agtb: p„r dese na scheepen soo wel telaten toekoomen, als bevoorens geschied is met diverse poincten die mij ten laste zijn gebragt, en waar bij in rade van Jndia gepersisteerd is, niet tegenstaan „de mijn protest en betuijging dat ik door sodanig een di „laij bij uw Ed: hoog agtb: ten uijttersten in mijne verantwoor „ding wierd verort oversaken, waar in mijn eer En fatsoen 1783 fatsoen direct was aangetast. — Dit alles heeft mij dan bewoogen Edele hoog agtb: heeren om niet alleen tot mainctenue van mijn eijgen dierbaare reputatie, maar ook tot bevordering van het waar belang der maatschappij omtrent een stuk„ waar aan soo veel dependeert, als aan het Exclusi „ve genothn der specerijen uijt de molucos, 't geen steeds met reeden geweest is het middelpunt van uw Edele hoog agtb: betragtingen in dese gewesten, thans hier neevens telaten afgaan mijn verthoog zodanig sulx in rade van India is overgeleverd, niet twijffelende of uw Edele Hoog agtbaare zullen daar uijt vrij wat meer Ligt en satisfac „tie trecken als de geene, welke veele jmportante saaken daar bij vervat nog gaarne hadden willen sien verduijsteren voor haare principalen of smoo „ren in Eenige gesogte tegen berigten van den h„r Bernard uijt Ternaten, die uw Edele hoog agtb: uijt Consideratie van de successive bevindin „gen in de molucse Eijlanden nopens de fraudes en misleijdende rapporten wegens de gecontrac „teerde Extirpatie der specerij boomen, wel voor af. af sullen doen opmaken, dat nooijd van soo veel ge „wigt staan teweesen, om Eenig geloof te onttrecken aan 't geen door uw Edele hoog agtb: is ter nederge „steld bij neenig vuldige generale brieven en seederd door mijne perconeele Experientie als gouverneur over de moluccos ten vollen, Ja maar al teveel bevestigd. Mijn wenisch is van gaatscher sarten dat onder het weijs beleijd, van uw Edele hoog agtb: den staat der maatschappij na zoo veele rampen en een bedroefde verflauwing in den Jver der dienaaren, weder Eenmaal mag herbloeijen als in de dagen, van ouds, terwijl wijders nog de vrijheijd neemen, om deselve bij dese occasie ter kennis te brengen, dat door de fatale sterfvallen zoo van de wel Edele heeren gouverneur generaal m„r Dirk Van Cloon en directeur generaal Michiel Westpalm als andere heeren Leeden uijt de hooge Jndiase regeering een buijten gewoon getal stoelen van ordinaire raden zijn komen: te vaceeren: uijt welken hoofde mijn oodmoedig versoek is, dat mijn per soon alverder mag koomen in de gunstige aanmer „king van uw Edele hoog agtb: tot vervulling van eene dier plaatsen, welke jk niet sal nalaten steeds te bekleeden. 4784 bekleeden, ten meest dienste der generalemaat schap pij, mitsgaders dat uw Edele hoog agtb: gelieven geper suadeert tesijn van mijne onveranderlijke neijging om met de uijtterste onderwerping te blijven. Edele, Hoog Agtbaare, Wel Wijze en: seer Genereuse Heeren A„o 1735 batavia den 20=e Maart Uw Edele Hoog Agtbaare Gehoorsamen en Getrouwen Dienaar. De Haeze n van Den Raad Extraordinair J Haese bliak De 4785 Aan zijn Edelheijd, den Hoog Edelen Heer M„r Dirk van Cloon Gouverneur Generaal, nevens D Edele Heeren Raden van India Hoog Edele Heeren Den ondergetekende raad Extraordinair Elias De Haeze uijt het hoofd bestier des gou „vernements van Ternaten en de Moluccos door u hoog Ed„s op zijn daar toe gedaan versoek, in den voorleeden jare gunstiglijk ontslagen zijnde, mitsgaders volgens derselver gevenereerde ordre het preceniment gesag voor eerst gece „deert hebbende aan den meede raad Exka-ordi „nair, en aangesteld Commissaris den heer Io „hannes Bernard, is seederd soo geduurende de overige tijd van zijn verblijf te dier plaats als wel bijsonder na zijn arrivement binnen dese. c ƒ dese hoofdplaats van India, en genomene Lessie der jelustre vergadering van u hoog Ed„s tot sijn gevoe „lig Leedweesen in Ervaring gekoomen, dat den gem: heer Commissaris niet alleen heeft konnen goedvinden, op Een wonderbaare wijse, en geensints voor de vuijst sommige saken ten sijnen Laste op te doen, maar ook om bij de Laatst aangebragte advisen de gehoudene directie van den ondergetekende geduurende zijn gouverno, doorgaans te beklee„ „den met hatelijke glossen, en ongefundeerde re„ „marques, waar toe den seer raad ordinaris en presenten beschrijver van Ternaten, Wijbrand Blom, nog al vrij wat van 't sijne heeft pogen te Contribueeren, bij en onder dematerie van dat gouvernement, door sijn Ed: ingebragt te deser vergadering, om g'approbeert en vervolgens op haar plaats ingelijft teworden ter generale missive, aan D Edele hoog Agtb: heeren seven thienen, versonden op den 30=e november van 't Jongst gepasseerde jaar, gelijk dan ook al diverse tastelijke onwaarheeden en Chimerique positieu, zonder dat den ondergetekende daar tegen in sijn defensie was gehoord; op die wijse aan welgem: haar.
English
4786 would have been presented to Your Noble Grand Respects, if the already appointed secretary had been able to arrange this according to his own inclination, and if Your High Excellencies, upon the earnest urgings of the undersigned, had not much rather proceeded in a fair manner to an alteration, which, however, having had to be made again by the pen of Mr Blom in his capacity as secretary, has in such a manner not been drawn up without there still being somewhat to say on the part of the undersigned, on which account, and also particularly so that the undersigned should remain cleared of all blame or misunderstanding, he has found himself necessitated, under the pleasure of Your High Excellencies, to draft this memorial with as much brevity as the matters will ever permit; and since everything relates mostly to two of the three Moluccan principal princes, namely the Kings of Tidor and Batchian, with what occurred on their territory, he shall, for the maintenance of a good order, address his remarks thither, and, observing the rank among them, begin with Tidor. And this all the more so, since the Lord Commissioner Bernard in his letter to Your High Excellencies of 16 July of last year wished in substance to testify: to have found no cause to send the undersigned hither without dignity and salary, were it not for the display of somewhat too much passion, partiality, and mistrust regarding the aforementioned Tidorese King, originating from the all too great credulity, which was supposedly founded on a batch of loose rumours and idle reports. Which, constituting in effect the alleged points of grievance against the undersigned, brought forward very improperly with regard to the Prince of Tidor, will beforehand in general be countered by the remark that, if the undersigned in his capacity as Governor of the Moluccas had truly lapsed into one of the two extremities, namely too great a mistrust or too great a trust towards the native princes, and especially that of Tidor, the first would certainly and indisputably have had to be accompanied with much less danger as well as with more benefit for the Company's true interest. 4787 For besides that both the orders of the Noble Grand Respectable Gentlemen our principals, and those of Your High Excellencies successively dispatched to the Eastern and Western Offices of India, state with great emphasis that no trust is to be placed in any native princes or peoples, because of the faithless, unstable, and mercenary nature generally inherent to them from birth, but that a close circumspection, according to the circumstance of times and affairs, is highly necessary, no one will be able to deny that such a prudent mistrust must above all be of far more benefit than harm when linked to the principal and proper objective concerning the garrisoning and holding of a place which from year to year yields considerable burdens and never the least profits for its possessor. Just as it is known to be the case with regard to the Government of Ternate, which is preserved with so much vigilance and heavy expense because upon it depends entirely the ruin or the prosperity of the Company in its most important spice trade, being thus not improperly to be considered as a thick outer skin around that principal main artery, which must constantly be preserved against the injuries that might come to it from outside by other nations who, already having watched for a long time with envious eyes the great advantages of the Dutch in the exclusive enjoyment of that precious crop, have always been pregnant with a scheme to participate therein, to which the ways would have been opened to them for a series of years already, if the spice-rich Moluccas had not been held in possession in the aforementioned manner, and were not successively cleared of that crop by extirpation and destruction, on the foundation of the contracts solemnly entered into formerly with the native princes and renewed more than once, at the expense of the annual recognitions stipulated for this and enjoyed by them from the Honourable Company, which keeps the cultivation of the spice trees restricted solely within its proper profit regions of Amboina and Banda, seeing that experience has taught that the entire known world can sufficiently be provided from there for its use, without one having had to expose oneself to the dangers of foreign intrusion, 4788 which (as said) would have been inevitable if one had not rather stripped the widespread Moluccan islands of this crop, than that the lush growth sprouting there from the seeds of nature had been further favoured by an orderly cultivation and the establishment of trade. From this then, it being clearly understood, not so much for the elucidation of Your High Excellencies (whose well-known wisdom has penetrated the Company's most precious interest in the Moluccas long before the undersigned) as to treat the matters in this writing with order, that the extirpation of the growing spice trees, in order in such manner to deprive all foreign adventurers of the desire and occasion to undermine that lucrative monopoly, forms the proper objective for which the repeatedly mentioned islands are held in possession and constantly guarded by a sizable garrison, so it shall also (according to the humble opinion of the undersigned) redound not to a governor's shame or disadvantage, but to his honour, if he can show that he has observed his duty in that respect, without having regard
Dutch transcription
4786 haar Edele hoog Agtb: zouden, weesen opgedert, bij zoo verre den reets benoemden heer beschrijver sulx na desselvs zin had konnen schicken, en u hoog Ed„s op de Ernstige jnstantien vanden ondergetekende niet, veel eer op een billijke wijse waren getreeden tot een verandering, welke Egter al wederom heb „bende moeten gemaakt worden, door depen van den seer Blom in desselvs hoedanigheijd van be „schrijver, indiervoegen niet is geconstitueert ge „op „weest, ofdaar valt aande kant van den on „dergetekende nog al iets teseggen, uijt welken hoofde dan, als ook wel bijsonder op dat den on „dergetekende zoude gesuijverd blijven van alle blame of verleerde opvatting, hij sig, onder het believen van U Hoog Ed„s geneceffiteerd heeft gevon „den, met soo veel bekorting, als de saken maar iu „mers zullen willen lijden dit verthoog te ontwerpen, en dewijl alles meest zijn relatie heeft tot twee van de drie molucse hoofd vorsten, namentlijk de koningen van Tidor en batchian, met het gepasseerde op haar territoir, soo sal hij, tot Conservatie van een goede schicking, zijne remarques daar nadresseeren, mits „gaders den rang onder haar in agt neemende, met Atclor Tidor beginnen: En zulx nog temeer, dewijl den seer Commissaris Bernard bij zijnen brief aan u aeto hoog Ed„s van den 16„e Julij a„o pass„o wel in substantie heeft willen betuijgen: geen oorsaak gevonden te hebben, om den ondergetekende buijten fatsoen, en gagie ser waards tesenden, ten ware het was de betooning van wat te veel drift, een zijdigheijd, en wantrouwen omtrent den gem: Tidoresen Koning, oorspronke „lijk uijt de al te groote Ligtgeloovigheijd, welke gefundeert zoude zijn geweest op een parthij losse gerugten en iedele rapporten: 't geen dan jn Effecte uijtmakende de pretense beswaarnis poincten tegen den ondergetekende, zeer oneijgen terbaan ge „bragt, met aspect op den vorst van Tidor, zoo zal daar tegen voor af in 'talgemeen worden op gemerkt dat bij zoo verre den ondergetekende in zijne hoeda „nigheijd van gouverneur over de Moluccos, wesendlijk was overgeslagen tot een van beijde de Extremiteijten namentlijk Een tegroot wantrouwen, of een te groot vertrouwen, jegens de jnlandse vorsten, en speciaal die van Tidor, zekerlijk en jndisputabel de eerste met veel minder gevaar als ook niet meer nut voor sComp„s waaragtig Intrest zoude hebben moeten verseld. 4787 verschd gaan: want behalven dat zoo, wel de ordres der Ed.:e hoog Agtb: heeren onse principalen als die van u hoog Ed„e successive g'Expedieert na de oosterse en westerse Comptoiren, van Jndia, met veel nadruk jn„ „houden dat op geen jnlandse vorsten, of volkeren, om het trouwloos, wankelbaar en gewin-sugtig naturel, haar uijt de geboorte doorgaans Eijgen, eenig vertrouwen testellen, maar een naauwe omsigtigheijd, na gelegent„ „heijd van tijden, en zaken, ten hoogsten nodig is, soo sal niemand konnen ontkennen, dat zulk een voorsigtig wantrouwen voor al dan van vrij meer nut als nadeel moet zijn, wanneer daar aan verknogt is het principaal en eijgentlijk doelwit omtrent het besetten en jnhouden van een plaats, welke van jaar tot jaar, Considerabele Lasten, en geen de minste voordeelen ooijt voor haren besitter opwerpt; gelijk men dan weet, dat het sodanig is geleegen, ten reguarde des gouvernements van Ternaten, 'tgeen met zoo veel toesigt, en zwaare onkosten word be „waart, om dat daar van 't Eenemaal depen„ „deert de ruine of het welweesen der maat schappij in haren geheel importanten specerij handeli, sijnde dus E niet oneijgendlijk aantemerken, voor een dik buijten vlies vlies om dien principalen hartader, welke gestadig moet gepreserveert werden, tegen de quetsuuren, haar van buijten konnende toekoomen, door andere natien als die reets van langer hand net wangunstige oogen de groote voordeelen der nederlanders, in het Exclusive genothn van dat kostbaar gewas hebbende begluurd, steeds beswangerd zijn geweest van een toe„ „leg, om daar aan meede te participeeren, waar toe sun de weegen al over een reex van jaaren zouden weesen g'opend, bij zoo verre de specerij rijke Moluccos niet op de voorenverhaalde wijse in possessie gehouden, mits„ „gaders van dat gewas successive door uijtroeijing en vernieling gesuijverd waren, op het fundament der Contracten, voormaals met de jnlandse vorsten pleg„ „tig aangegaan, en meer dan eens gerenoveert, ten koste van de jaarlijkse recognitien, door haar hier voor bedongen, en genoten van d' EComp: welke de cul „tuure der specerij boomen alleen bepaald houd binnen haare eijgendlijke win- gewesten van Amboina en banda aangesien de ondervinding geleerd heeft, dat de geheele beken„ de wereld genoegsaam daar uijt ten haren gebruijke kan worden geprovideert, zonder dat men sig heeft behoeven bloot te stellen aan de gevaaren, voor den buijten landsen Jndrang 4788 jndrang die /:als gesegd:) onvermijdelijk zouden zijn geweest, bij soo verre men de wijd uijtgestrekte molucse Eijlanden niet veel eer van dit gewas had ontbloot dan dat den weeligen aangroeij, uijt de zaaden der natuur aldaar voortspruijtende nog begunstigd was geworden door een ordentelijke Culture en het kabileren van den handel. Hier uijt dan, niet soo seer tot Elucidatie van u hoog Ed„s s: welker bekende wijsheijd sComp„s dierbaars te be lang in de Moluccos lange voor den ondergetekende heeft gepenctreerd:) als wel, om de saken in dit geschrift met ordre te behandelen, klaarlijk te begrijpen zijnde, dat de Extirpatie der aangroeijende specerij boomen, om Jndier „voegen alle vreemde avanturiers den lust, en occagie te beneemen, tot het onderkruijven van die lucrative monopolie het eijgendlijk doelwit uijtmaakt, waarom de meerm: Eijlanden in possessie gehouden, en steeds door een takijk guarnisoen bewaard worden, soo sal 't ook /:na de geringe sustenue van den ondergeteken „de:) een gouverneur niet tot schande ofnadeel, maar tot eer moeten gedijen, indien sij kan aanthoonen, daar om„ „trend sijn pligt te hebben betragt, zonder eenig insigt te neemen
English
to attribute this to self-interest, hatred, or favor of the native rulers, rather than to the erroneous interpretations to which his management in this matter might in time become subject from another, by whom affairs were not viewed in that light. The complete satisfaction which the undersigned dares flatter himself he will render to Your High Noblenesses concerning this matter on his own behalf is therefore likewise one of the reasons that moved him to take up the pen, and he does not doubt that the continuation of these humble lines will provide a further and incontestable assurance that his applied efforts to continue the so highly necessary spice extirpation laid the true foundation, not in any way for too much passion, partiality, and mistrust which he was alleged to have shown with respect to the Tidorese king (according to the erroneous language of Commissioner Bernard in his already cited missive to this assembly), but rather for too much passion, partiality, and mistrust conceived by that ruler toward the undersigned, as was already partly noted with much more truth by Your High Noblenesses from the received Ternate advices, both in the secret letter and in the separate instruction dated 31 January 1733, addressed to the Extraordinary Councillor and then appointed Commissioner over the Moluccas, Josua van Arrewijne. In order to demonstrate this properly, however, it will first be necessary to recount properly the reasons why the undersigned was subjected to more difficulties in this matter than his predecessors in the chief administration of Ternate, under whose government care seems indeed to have been taken on their part to cause the so highly necessary extirpations to proceed; yet, as they were unable to lend a hand thereto in person, and perhaps also never imagined that they were being misled and deceived in this respect from various quarters, that matter was always conducted in the manner of previous years, except under the administration of the recently repatriated Extraordinary Councillor and former Governor of the Moluccas, Jacob Christiaan Pielat, by whom this important point began to be handled with considerably more emphasis, and from whose hands the government was also taken over by the undersigned, who immediately applied himself to a prompt discharge of duty to bring the Company's actual objective into effect by every conceivable means, for which purpose, besides the left-behind memoir of Mr. Pielat, the earlier and later papers of the government with the successive orders issued by the Honorable and Most Worshipful Lords Majores and Your High Noblenesses were perused by him, and from them was discovered the immense number of spice trees repeatedly reported by the commissioners in the renewed commissions for extirpation, having still grown considerably under the administration of the aforementioned Mr. Pielat, to such an extent that in that time fruit-bearing trees several feet thick, which had required a long series of years to reach such a state, were frequently felled, which, added to the personal experience of the undersigned from the reports and accounts of the commissioners who were employed for the extirpation shortly after his arrival (according to what was respectfully communicated to Your High Noblenesses by separate Ternate letters dated 10 and 20 September 1731), and who gave a still considerably larger report of discovered spice trees, clearly demonstrated that prior to this the extirpation could not have been carried out with the requisite exactitude, as the Honorable and Most Worshipful Lords Masters had also been pleased to remark clearly at the beginning of the Ternate matter in the general missive of 28 August 1729. Yet, who was actually at fault remained initially hidden from the undersigned: for to adopt the same view as their aforementioned Honorable and Most Worshipfuls recently held in a subsequent general letter of 14 September 1731, namely that the Company must have been shamefully deceived by the previous governors regarding the work of extirpation, seemed to him too grave a matter to entertain; although, nevertheless, a careful investigation into this delicate subject, upon which so to speak everything in the Moluccas depended, was exceedingly necessary, and hereby he also found that, if the previous chief commanders could be said to have deceived the Company, they for their part also seemed to have been subject to a similar deception on the part of those to whom the eradication of the spice trees had been successively entrusted, and who in fact (as the sequel will clearly enough demonstrate) had satisfied their governors with such
Dutch transcription
neemen op eijgen belang, haat, of gunst der inlandse vorsten, dan wel op de verkeerde interpretatien, welke 7 zijne directie in dit stuk door den tijd mogt subject raken van Een andere, bij wien de saaken met dat oog niet wier„ „den beschouwd. — De Complaete satisfactie die den ondergetekende zig wel durff vleijen u hoog Ed„s dien aangaande ten sijnen be„ Lange te sullen toebrengen, is derhalven insgelijx een van de oorsaken, welke hem bewoogen heeft depen op te „vatten, en hij twijffeld niet of het vervolg deser geringe reegelen, staat een nadere en Jncontestabele verseec „kering uijt te leeveren, dat zijne g'adhibeerde devoiren tot het voortsetten, der soohoog nodige specerij Extirpatie den waren grond hebben gelegd, geensints tot te veel drift een zijdigheijd, en wantrouwen, welke door hem zoude be „thoond weesen ten opsigte den Tidoreesen koning /:volgens de Erroneuse taal van den heer Commissaris bernard bij desselvs reets geciteerde missive aan dese vergadering:) maar wel tot te veel drift, een zijdigheijd, en wan„ vertrouwen door dien vorst omtrent den ondergetekende opgevat, na 't geen met veel meer waarheijd uijt de ont „fangene Ternaatse advisen al eendeele door U hoog Ed„s was. —. 4789 was aangemerkt, zoo wel bij den secreeten brief, als de apparte jnstructie onder dato 31=e Januarij 1733. gerigt aan den h„r raad Extraordinair, en doenmaals benoemden Commissaris over de Molucos Josua van Arrewijne. Om het welke na behooren te doen blijken voor af egter nodig sal sijn, eens ordentelijk optehaalen de reedanen waar „ om den ondergetekende in dit stuk meer moeijelijkheeden, is onderworpen geweest, dan zijne predecesseuren in het hoofd bestier van Ternaten, onder welker gouverno wel t van haar kant zorge schijnd teweesen gedragen, om de soo hoognoodige Extirpatien voortgang. te doen neemen; dog gelijk deselve buijten staat sijn geweest, daar toe in persoon de hand teleenen, en misschien ook noijt gedagten, hebben gehad, dat zij daar omtrent van diverse kanten wierden, misseijd, en geduxeert, zoo is die zaak althoos gerigt op de wijse van voorige jaren, behalven onder de regeering van den jongst gerepatrieerden heer raad E „traordinaris en oud gouverneur der Moluccos, Iacob Christiaan Pielat, door wien dit jmportant poinct, met vrij meer nadruk heeft begonnen behandeld twer „den, en uijt wiens handen door den ondergetekende de regeering ook is overgenoomen, hebbende sig al immediaat tot tot een prompte betragting van pligt, toegelegd om sComp„s eijgendlijk oogmerk door alle uijtdenkelijcke weegen tot Effecte te brengen, ten welken fine dan buij „ten de nagelate memorie van den heer Pielat, ook de vroe „gere, en Latere papieren des gouvernements met de suc „cessive gestelde ordres der Ed: hoog Agtb: heeren majo „res, en u hoog Ed„s bij hem wierden doorbladerd, mitsga „ders daar uijt ontdekt het overgroot getal specerij boo „men telkens in de vernieuwde Commissien ter Extirpatie door de gecommitteerdens opgegeeven, sijnde nog merkelijk aangewassen onder 't bestier van den welgem: J„r Pielat, in soo verre, dat 'er de dier tijd dikwils vrugtdra „gende boomen van diverse voeten dik, en die een lange reex van jaren hadden nodig gehad, om in zulk een staat tekomen, waren ter neder geveld, 't geen dan ge „voegd bij de personeele ondervinding van den onderge „teeckende uijt de berigten en rapporten der gecommit „teerdens, welke tot den aangroeij (:volgens het eerbiedig gecommuniceerde aan u hoog Ed„s bij aparte Ternaatse briefkens van datis 10=e en 20=e 7ber: 1731:) al kort na sijn jnt reeds tot het gesag waren gebruijkt, en nog een vrij op u „lenter opgave van ontdekt specerij geboom te deden, wel duijdelijk aanthoonde, dat omtrent dese Extirpatie bevoorens. 4790 bevoorens niet met de vereijste Exactitude konde wee „sen te werk gegaan, gelijk sulx dan ook al duijdelijk hadden gelieven te remarqueeren D Ed: hoog agtb: heeren meesteren in den aanvang der materie van Ternaten bij generale missive van den 28„' augusti 1729. dog aan wien het Eijgendlijk haperde, bleef den onderge„ „tekende in den beginne nog verborgen: want om van een gelijke sustenue teworden als welgem: haar Ed: hoog Agtb: kort naderhand zijn geweest bij een na deren generaalen brief van den 14„e 7ber: 1731. dat namentlijk de Comp: schendig door de vorige gouverneurs omtrend het werk der Extirpatie moest sijn bedrogen scheen hem voor sig selve van te veel na sleep; alhoe „wel egter een nauwkeurig ondersoek op dit teder subject waar aan om soo te spreken alles in de moluccos dependeer „de ten uijttersten noodwendig was, en hier door bevond hij ook, dat indien de vorige hoofd-gebieders al konden ge „segd worden de Comp: te hebben bedrogen, zij voor haar deel ook een gelijk bedrog scheenen subject geweest te sijn van de kant der gener, aan dewelke de vermeling van 't specerij geboomte successive was toe verrouwd en die in der daad /:gelijk het vervolg klaar genoeg sal uijtwijsen:) hare gouverneurs hadden te vreede gesteld, met sodanige
English
such false or mendacious reports, regarding which, with respect to this important Moluccan administration, an explicit admonition is also found in the general dispatch from the Netherlands of 15 September 1730. Consequently, those first informants, according to whose relations the advices of the government were framed, could also, strictly speaking, alone be blamed in this regard; and one would perhaps not be entirely without foundation if one wished to consider that at times some connivance concerning the actual outcome of those commissions had concealed itself within the government; whether out of too great an attachment to former customs in this matter, or rather out of apprehension that too close an oversight and investigation might at times cause discord between it and the Moluccan chief kings, whom one usually persuades with difficulty to fulfill the contracts made concerning the extirpations, and who are never seen carrying them into execution without a secret displeasure. This, then, can sometimes inspire a simulated confidence in those who prefer honor and rest, in order to remain without any estrangement from the aforementioned princes, over the true and important interest of their superiors. Beside this, frequent use is also made of a certain well-known pernicious proverb among the servants of the Company, God mend it, but all too widely accepted, namely that whatever is handled negligently or might require some redress will surely last their time out. In which manner affairs that otherwise, through constant prudence, are very easily kept in good order, often fall into such decay that the last man receives the burden and thus gets into trouble, as has befallen the undersigned, and would undoubtedly also have been the lot of Mr. Pielat if His Honour had wished to attend to the so long neglected work of extirpation on the footing upon which it had commenced under his administration, before it was transferred by him in due time to the undersigned. Yet, as all this with regard to the former chief commanders in Ternate, according to the nature of charity, may by no means be assumed, and it is also not commendable to put down particulars of that nature without valid proof, the undersigned will let it rest with the above observation, and much rather believe that the deception concerning the commissions for extirpation must solely be sought with those who were employed for it or otherwise had any connection to the execution itself. This was also observed as such by Mr. Pielat, and on that account His Honour already in the year 1724 attempted to guard against it by giving orders to the principal chief commissioners upon their departure for the inspection of the spice islands, to use every possible endeavor for the discovery of the frauds concerning this work. In accordance with this, by a letter of 17 November 1724, with its annexed attestation appended hereto under Letter A for the perusal of Your Honours, it was brought to the knowledge of the Ternate government by the junior merchant Ian de Zille that the sergeant commanding the post at Patani, named Hendrik Claasen, contrary to his duty had given no information to the commissioners of some plots of nutmeg trees, discovered inland there about half a day's journey away by two of his subordinate soldiers while hunting, and reported to him already two months before. Yet how the aforementioned Ian de Lille, with his fellow commissioners, Lieutenant Caspar Constant and bookkeeper Johannes van Gijn, conducted himself in that important commission only came to the knowledge of the undersigned more than two years later in a demonstrable manner, when in April 1732 two depositions, to be found among the enclosures hereof under Letters B and C, were given both by Ensign Abraham van Roon and two soldiers who had attended the work. From these, besides diverse irregularities, scandalous and no less dangerous actions of the said commissioners in particular appeared, namely that they, far from fulfilling the beneficial objective of the Ternate government in dispatching them, merely sent the men assigned to them for assistance everywhere along the beaches, or no more than a musket shot of two to three into the woods, for the detection and destruction of the spice crops. So that it is no wonder how each time, in proportion as this main point of the Company's interest was urged with greater force by a governor, more spice trees were also discovered, and among them diverse of an excessive thickness. A still better concept of this may be formed when one looks at a certificate dated 1 March of last year, given by two sergeants who had served under the chief commissioners during the latest extirpations, in such terms as can be seen under the Letter D, showing that in the previous spice inspections whole tracts of land were also continually passed over and never touched. In consequence of which the reason is also easily found why the commissioners and executors of the work in question were moved, in the reports appearing in the secret Ternate resolution of 13 November 1730, to maintain quite calmly that no trees had been discovered, and that a pretended already accomplished total destruction of the spice crops could indeed save the Honorable Company the expenses for the extirpation for some years. When, beside this, it is now taken into account
Dutch transcription
sodanige valse ofleugenagtige rapporten, als waar van al meede, met opsigt tot dese importante molucse bestelling, een nadruckelijk vermaan gevonden word bij generaal schrijvens uijt nederland van den 15„e 7ber 1730. oversulx die Eerste berigtgeevers /: na welkers relasen de advisen der regeering waren gecoucheert:) ook Eij „gendlijk gesprooken, in dit reguard alleen konde werden „men beschuldigt, en waare ^ misschien niet t'EEnemaal sou der grond wil de Considereeren dat 'er bijwijlen wel eenig „ge oogluijting omtrent den wesentlijken uijtslag dier Commissien bij de regeering had geschuijld; het zij dan uijt Een te groot attachement aan de voorjarige gebruijken in dit stuk, of veel eer uijt bedugting dat een al te nauwkeurige toesigt, en ondersoek bijwijlen onmuin mogt verwecken tusschen haar en de molucse hoofd-ko„ „ningen, die men doorgaans met moeijte tot de voldoe „ning der gemaacte Contracten omtrent de Extirxa „tien moet persuadeeren, en deselve nooijd sonder een heijmelijk misnoegen zien ter uijtvoering brengen 't geen dan de sodanige, welke de Eer, en de rest, om met de Evengem: porsten buijten eenige verwijdering te blijven, prefereeren boven het waar, en important belang van hare superieuren somtijds al een gesimucleerd vertrouwen. 1791 vertrouwen kan in boesemen; waar nevens ook dik „maals nog een gebruijk word gemaakt van seker bekend verderflijk spreekwoord onder de dienaaren der maat shappij : God beeterd:) maar alse veel gerecipieert, dat namentlijk het geen wat onoplettend behandeld word, of eenig redres zoude vereijsschen haar tijd, wel zal uijt houden: jnwelkervoegen de saken die anders door een gestadige voorsigtigheijd zeer gemackelijk in een goed postuur sijn tehouden, ditwils zodanig vervallen, dat de Laaste man, een dragt krijgt, en jndiervoegen te pal raakt, als sulx den ondergetekende tebeurt is ge „vallen, mitsgaders buijten twijffel ook het lothn sou „de geweest sijn van den heer Pielat bij aldien zijn Ed: het soo lang verslofte werk der Extirpatie op dien voet had willen behartigen, als sulx onder desselvs bestier was begonnen, voor dat ter regter tijd door hem aan den ondergetekende daar van transport was gedaan Dog gelijk dit alles ten reguarde der vorige hoofd „gebieders in Ternaten, na den aardt der liefde, geens „sints mag worden vertrouwd en het ook niet prijsse lijk is, om particulariteijten van die natuur, son „der valabel bewijs, ter neder testellen, soo sal den onder ondergetekende het bij de bovenstaande aanmerking Laten berusten, en veel Liever gelooven, dat de misleijding omtrent de Commissien ter Extirpatie alleen moet worden tehuijs gesogt bij de geene wel ke daar toe zijn g'Emploijeert of andersints tot de uijtvoering selve eenige betrecking hebben gesad, 't geen ook al sodanig aangemerkt is door den h„r pielaten uijt dien hoofde heeft zijn Ed: reets in den jare 1724. daar tegen pogen te vigileeren door het geeven van ordres aan de principale hoofd-gecommitteerdens bij haar vertrek na de visite der specerij Eijlanden, om alle mo „gelijcke devoiren aante wenden ter ontdecking van de fraudes omtrent dit werk, welken volgende ook bij een brief van den 17„e' 9ber: 1724. met diens g'annexeerde attestatie hier nevens ter speculatie van u hoog Ed„s gevoegd onder L„r A: door den onderkoopman Ian de Zille aande Ternaatse regeering is ter kannis gebragt, dat den posthoudend sergeant op pattanij in name hendrik Claasen vol „gens zijn pligt aan de gecommitteerdens geen jnfor „matie had gegeeven van Eenige perken noote mus „caat boomen, door twee zijner onderhoorige mili „tairen, onder het Jagen, ongevaar den halven dag reijsers 4792 reijsens binnen slands aldaar ontdekt, en aan hem al twee maanden bevoorens gerapporteerd: dog hoe den voorm: Ian de Lille sig met sijne meede gecommitt„s den Lieutenant Caspar Constant en boethouder So„ „kannes van Gijn, zelve in die importante Commissie gedragen heeft, is den ondergetekende eerst ruijm twee jaaren daar na op een bewijsbare manier tevooren gekoomen, doen dierweegens in april 1732. twee depo „sitien, onder de bijlagen deses tevinden sub Litt„s B: en (: zoo door den vaandrig Abraham van Roon, als twee soldaaten, die het werk hadden bij „gewoont wierden verleend, waar uijt buijten diverse jrregulariteijten, schandaleuse en niet min gevaarlijke actien der gem: gecommitteerdens in 't bij sonder Consteerd, dat zij wel verre van aan het salutair oogmerk der Ternaatse regeering in hunne afsending te voldoen, slegts het volk haar ter assistentie toegevoegd, alomme langs de stranden of niet meer dan Een snaphaans schoot â drie hadden boschwaart ingesonden, ter opspeuring mitsgaders destructie van 't specerij gewasch:t zoo dat het dan geenen wonder geeft, hoe ter tel„ „kens na mate dat dit hoofd poinct, van 's Comp„s belang 3. Vanneer nu daar neevens in agt genoomen belang met meer kragt door een gouverneur wierd aangebonden ook meer specerij boomen, en daar onder diverse van een Excessive dikte zijn op gedaan; zullende nog beeter hier van een besef konnen geformeert worden, wanneer men het oog slaat op een getuijg schrift in dato p„mo maart des voorleeden jaars door twee sergeanten welke bij de jongste Extirpatien onder de hoofd gecommitteerdens hadden dienst gedaan jn dier termen verleend, als onder de Letter D: is na de gaan, ten blijke dat in de vorige specerij visites al meede doorgaans geheele landstreecken waren overgeslagen en nooijd aangeraakt, in welker vol „gen dereeden dan ook ligt is tevinden, waardoor de gecommitt„s en uijtvoerders van het bewuste werk haar hebben laten beweegen, om bij de rapporten, voor „koomende in de secreete ternaatse resolutie van den 13„e 9ber: 1730. zeer gerust staande te houden, dat 'er geen boomen waren ontdekt, en een pretense reets g'E „fectueerde totale vernieling der specerij gewasschen d' EComp: de onkosten tot de Extirpatie wel voor eenige jaaren konde doen Spaaren. —. word
English
1743 that such matters still occurred under the administration of Mr. Pielat, who has already applied himself more than his predecessors to forcefully prosecute the extirpations and investigate suspicious movements, it will be all the easier to conjecture how the subordinates must have behaved previously. Perhaps the undersigned could discover some principal sources from which these nonchalant and fraudulent actions originally sprang, to which end: Firstly, closer attention should be paid to the case of the former post-holding sergeant on Pattanij, which was mentioned somewhat earlier. In addition, special reflection is merited by the already produced testimonies, marked with letters B and C, in so far as it appears that the non-commissioned officers assigned to the commissioners Constant, De Zille, and Van Gijn also played their part in bringing this momentous work to a wrong outcome by holding back their subordinate soldiers from going into the mountains, searching the streams and valleys, and even from uprooting the trees that they pointed out. And this was done under a pretext snapped at them with many insolent words: namely, that those who came after them could also do some work. From this, it might be established that the military men—both those who continuously maintain posts on the islands and whose duty generally includes searching out spice locations everywhere within their respective districts, as well as those who, according to custom, are assigned to assist the commissioners—simply prefer to seek their ease and lead a lazy life rather than spend their time and labor on the highly necessary, yet at the same time difficult and exhausting work for which they are designated. And although there was remedy enough for this, if only the means were applied, this nevertheless remains without result because, in this matter, the fault principally lies with those who, by virtue of their commission, ought to be obliged to bring about such a remedy: namely, the chief commissioners under whose supervision the extirpations must proceed, and who, Secondly, must much rather be regarded as an essential co-cause of this impermissible conduct. For, even though one might well assume that, from many circumstances—and among others, particularly from the short time used for the work compared to that spent sitting idly and taking pleasure—it must be known to them that the non-commissioned officers do not provide them with faithful reports, and that the matters can therefore impossibly reach their conclusion in accordance with the momentous objective of the Company, the situation in this regard is as a certain old proverb says: Deceive the man who wishes to be deceived. This is all the easier to comprehend when one merely considers that they could have provided for this, not only by keeping an eye on the work and attending it in person as much as possible, but also by exercising a prudent distrust of the reports of the aforementioned non-commissioned officers and maintaining a close reflection on their conduct during those commissions. The true state of both could always be investigated, since among the lower-ranking soldiers and the commissioners' own body-servants, however it may be with the majority of the men, some trustworthy persons can certainly be found from whom one might with circumspection learn what is necessary in that regard and act accordingly. Thus, the attestation under letter D, previously cited and granted by two common painters, clearly demonstrates that the undersigned was indeed able to uncover the secret of the misdeed by such means. But when the aforementioned commissioners themselves pursue their illicit pleasures in such a shameful manner and dare to misrepresent everything in the fashion that can be observed more fully in the declarations mentioned, as well as in the one under letter B, it is no wonder that they must practice connivance toward their subordinates. They allow themselves to be deceived willfully and knowingly, in order to fill their masters' hands with a like deceit, out of a perpetual, pernicious anticipation that those who are to come after them will do better and properly finish the work neglected by them. These notions, having thus been propagated from one commission to the next, have to a great extent caused the Company, over the course of time, to be so shamefully disappointed in this momentous interest of the spice extirpation. Nevertheless, the undersigned must testify that the
Dutch transcription
1743 word, dat sulke zaken nog sijn gepasseerd onder de regeering van den h„r pielat die zig reets boven syn Ed:s predecesseuren bevlijtigd heeft, om de Extirpatien met kragt voort tesetten, en de suspecte gangen na te gaan, zoo zal hier uijt des tegemackelijker wesen te Conjectureeren: hoe de onderhoorige bevoorens daar meede moeten hebben omgesprongen, en misschien zoude den ondergetekende wel Eenige principale grondwellen konnen ontdecken, waar uijt dese nonchalante en frauduleuse behandelingen oorspron„ „kelijk sijn, ten welken fine dan voor eerst in nadere opmerking komt het geval met den geweesen posthoudend sergeant op pattanij waar van wat hoger gewag is gemaakt, en boven dien meriteeren ook nog een bijsondere reflectie de reets bijgebragte getuijgenissen, onderscheijden met Litt„s B: en (: voor soo verre daar bij blijkt, dat de on„ der officieren, toegevoegd aan de gecommitt„s Constant De zille en van gijn, al meede haare personage hebben gespeeld, om dit hoogwigtig werk een verkeerden uijtslag te doen neemen door het wederhouden hunner onderhori „ge soldaaten, om in 't gebergte tegaan, de spruijten en valeijen te doorsoeken, ja selvs de boomen uijt te roeijen roeijen, die zij aanweesen: en zulx onder een voor „wendsel hun met veele brutale woorden toegebeeten Dat namendlijk, die na haar quamen meede wat konden werken; waar uijt dan zouden mogen vast gesteld worden, dat de militairen, zoo wel die bij Conti „nuatie op de Eijlanden postvatten, en wier pligt doorgaans meede brengt, om de specerij plaatsen aller „weegen onder de respective districten op te speuren, als de sodanige welke de gecommitt„s na gebruijk ter ad„ „sistentie worden meede gegeeven, slegts veel liever haar gemak soeken en een luijleeven leijden, dan hun „nen tijd en arbeijd te besteeden, aan het soo hoog nood saackelijk, dog teffens moeijlijk en fatigant werk waartoe zij worden geprojecteerd: en alhoewel hier op redres genoeg was, indien demiddelen daar toe maar wierden aangelegd, soo blijft zulx Egter buijten ge„ „volg, om dat het in dit stuk ten principalen ookha „perd aan de geene, welke uijt hoofde van haren last verpligt souden sijn sodanig een redres teweeg te brengen, na „mentlijk de hoofd gecommitt„s onder wier opsigt de Exter „patien, voortgang moeten neemen, en die veel eer Jn de tweede plaats als een wesendlijke meede oorsaak moeten aangemerkt worden, van desen onsebbelijken handel want 4794 waat alshoon, wel vast soude mogen stellen, haar uijt veele omstandigheeden en onder anderen in 't bijsonder uijt de korte tijd, welke tot het werk word gebruijk in vergelijking van die met redig sitten, en vermaak neemen doorgaat, bekend temoeten zijn, dat de on „der officieren hun daar omtrent geen trouwe p rapporten doen, en de zaken dus onmogelijk haar beslag konnen Erlangen na 't gewigtig oogmerk der maatschappij, zoo is 't in desen geleegen, als seker oud spreekwoord zegd: Bedriegd de man, die bedro „gen wil zijn, 't geen teligter is na tegaan, wanneer slegts geconsidereerd word, dat sij hier in souden kon„ „nen voorsien, niet alleen met een oog op het werke houden, en zulx (:zoo veel mogelijk:) in persoon bij Ewoo„t „nen, maar ook door het oeffenen van een voorsigtig wantrouwen op de berigten der voorsz: onder officie „ren, en Een nauwe reflectie op haar gedrag in die Commissien: zijnde de waare gelegentheijd van het eene en andere althoos wel na te gaan; dewijl 'er onder de mindere militairen, en Eijgene lijfdienaaren der gecommitt„s (: hoe het ook met het meeste gros van 't volk mag gesteld zijn:) wel Eenige vertrouwde persoo „nen gevonden worden, om van deselve met omsigtig heijd „heijd het nodige, dien aangaande te verneemen, mitsgaders Gra sig daar na terigten, gelijk dan de attestatie onder D„t (:bevorens reets aangehaald, en door twee gemeene schildergasten verleend klaarlijk uijtwijst dat den onder geteeckende door sulk een middel wel agter het geseijm van de mis heeft weeten tekoomen: dog wanneer de meerm: gecommitt:s zelve haare ongeoorloofde vermake „lijkheeden op een soo schendige wijse najgen, en alles in diervoegen opschroeven durven stellen, als bij de Esen „gewaagde verklaring, mitsgaders bij die onder E=re B: breeder kan worden beoogd, is 't geen wonder dat zij omtrent de onderhoorige, oogluijking moeten oeffenen; latende sig willens en weetens bedriegen, om met een gelijk bedrog hare gebieders de handen e vullen, uijt Een geduurig pernicieus voor uijtsigt dat de sodanige, welke na haar staan te koomen het beeter zullen maken, mitsgaders het werk wel af doen, 't geen door hun versloft is, en dese gedagten dus van de Eene Commissie op de andere gepropageert zijnde, heeft voor een groot deel veroorsaakt, dat de maatschappij bij geduursaamheijd in dit hoogwigtig belang der specerij Extirpatie soo schandelijk is teleur gesteld: Egter moet den ondergetekende betuijgen dat de.
English
the aforementioned points (though of great weight) are not the only ones where the trouble lies; for in the third place there is yet another impediment, which one may well regard as the principal one, namely the rebelliousness of the native, who strives everywhere to preserve the spice trees in secret and continually to prevent their total destruction. To this end, through the instigation of their chiefs, the village people never lack specious pretexts to mislead the Company's commissioners and to cause whole districts to be passed by uninspected, whether under a pretended lack of drinking water or something else of that nature, according to what has already been mentioned in greater detail regarding some of these circumstances in a separate letter from Ternate on that subject dated 20 September 1731. The undersigned having first learned by report, and subsequently from the annexed deposition under Letter D, that in this manner spice trees were never extirpated in the entire region or inner bay situated between Maba and Boelij. To such practices the unwillingness of the aforementioned native to venture properly into the forest for the detection and extirpation extirpation of the trees contributes not a little, standing stubbornly by the old methods followed in the previous, consistently neglected commissions. An example of this appears in the testimony of Ensign van Roon, distinguished with Letter B, and in this matter the Junior Merchant Ian De Lille (though otherwise of very poor merit) was by no means mistaken when, in his letter already cited and submitted under Letter A on 17 November 1729 to his then Governor, Mr. Pielat, sent together with the further Ternate council, he was of the opinion that the native guides had misled the Company's commissioners, and that it appeared likely that a certain Tidori lieutenant had played a deceitful role therein. For one may rightly say that in general it all turns on that same die, since the Company's papers conclusively show how the Moluccan princes and their grandees have continually agitated against the extirpations over time, to such an extent even that finally (according to the report regarding this to be found in the general letter to Your Right Honourable dated 27 September 1732) the Sangaji of Pattani dared to state outright: that in his territory he would by no means permit the total destruction destruction of the spice trees, but if they wished to perform this along the beach and a little way into the forest (as according to his all too true testimony had been done previously), he would only then consider the matter. Mention will further be made later of the insolent and no less suspicious exception which the King of Tidor made use of in a certain private visit to the then Military Captain in Ternate, Elias van Staden, and subsequently also in a farewell visit to the undersigned as Governor, to the prejudice of the sworn contracts. While from all this, in the humble opinion of the undersigned, a sufficient insight is gained into where the neglect of the work of spice extirpation has derived its principal origin; it appearing at first glance incomprehensible how those who were successively employed in these commissions dared thus to deceive the Ternate governments, and with them the Honourable Company. But when one takes into account the manifold obstacles that continually arise in this regard as mentioned above, together with the ignorance of many servants, or rather the pernicious maxim also adopted among them at this time, namely: that he who does as much as his predecessors has done very well, one can finally form some idea of how the executors of this work merely comforted themselves with their own false reports (which were nevertheless always accepted as truth). However, without entering further into this, the undersigned will now consider these neglected extirpations in their consequences: for although the continual unwillingness, rebelliousness, and further practices of the native, among whom the Tidori always excels the most, place it fully beyond doubt that they must find considerable profit in the preservation of the spice trees, this delicate subject nevertheless deserves to be examined somewhat more closely. To which end Your Right Honourable is respectfully requested to recall beforehand what the undersigned set down as his answer in the Ternate letter dated 10 July 1733, to the inserted extracts of the general missive from the Fatherland dated 14 September 1731, consisting in this: that the undersigned in the year 1721, while
Dutch transcription
4745 de voorsz: poincten (:schoon van veel gewigt:) de eenig „te niet sijn waar aan het haperd: dewijl daar bij Jn de derde plaats nog een Jmpedimnent komt, 't geen men wel voor het principaalste mag aanmerken, na „mentlijk de wederhorigheijd van den jnlander, die aller „weegen daar op toelegt, om de specerij boomen bedekt te Conserveeren en derselver totale vernieling bij Continuatie voorte koomen, ten welken Eijnde aan de negorijs vol„ „keren door jnductie van haare hoofden nooijd specieuse voorwendselen ontbreecken, om 'sComp„s gecommitt„s Emis „leijden en geheele districten 'tzij dan bij een pretens ge „brek van drinkwater, of wat anders van die natuur ongevisiteert te doen voor bij stappen, na 't geen hier van in Eenige omstandigheeden al breeder vermaand is bij apart Ternaats schrijvens over die materie van den 20=e 7ber: 1731. zijnde den ondergetekende eerst bij berigt en ver „volgens uijt deneevensgevoegde depositie onder E„ra D: teweeten gekoomen, dat Jndiervoegen nooijd specerij, boomen zijn uijtgeroeijd in de gantsche Landstreek of binnen bogt tusschen Maba en boelij geleegen: tot soeda „nige behandelingen ook niet weijnig Contribueert de onwilligheijd van den voorn: jnlander om sig na behooren bosch waard in te begeeven ter opspeuring en Extirpatie Extirpatie van 't geboomte, staande sterk op de oude in „thodes, in de vorige steeds verlofte Commissien gevolgd, invo „gen zig daar van een staaltje voordoed bij het getuijg „schrift des vaandrigs van Roon, met L„a 3. gedistin „queert en in dit stuk heeft den ondercoopman Ian De Lille /: alschoon andersints van seer slegte merites zijnde:) den bal geensints misgeslagen doen hij bij reets geciteerd en sub Litt„a A: overgelegd schrijvens op den 17:' 9ber: 1729. aan zijnen doenmaligen gouverneur, den seer Pielat, nevens het verder Ternaatse ministerie afgeson„ „den van gevoelen was, dat de jnlandse wegwijsers sComp„s gecommitteerdens hadden misleijd, en't zig waar „schijnelijk liet aansien, dat daar onder seker tidorees luijtenant een bedesterol had gespeeld, want dit kan men met regt seggen, dat in 't gemeen al meede op dien teerling loopt, dewijl'sComp„s papieren ter overtuij „ging uijtwijsen hoe de molucse vorsten, en hare grooten bij successive van tijden tegen de Extirpatien steeds hebben gewoeld, in zoo verre selvs dat Eijndelijk /:na 'tberigt dierweegens te vinden bij den gemeenen brief aan u hoog Ed„le van dato 27„' September 1732:) het segnadje van pattanij zig volmondig heeft durven uijt „laten: Dat hij in syn Territoir de totale vermieling van. 4796 van 't specerij geboomte, geensints zoude gedoogen, maar indien men sulx Langs de strand, en een Weij „nig boschwaard in (:gelijk sulx na sijne maar al te waaragtige betuijging bevoorens geschied was:) Wilde verrigten, dat hij sig als dan hier op nog eerst zoude beraden. zullende weegens de onbeschaamde, en niet min nadenkelijke Exceptie, waar van den koning van tidor zig in sekere particuliere visite tegen den doenmaligen Capitain militair in Ternaten, Elias van staden, en vervol„ „gens ook in een afscheijds bezoek tegen den ondergetekende als gouverneur heeft bediend, tot jelusie der met eede gestaafde Contracten, in 't vervolg nog gewag worden gemaakt. terwijl uijt allen desen na de geringe sustenue van den ondergetekende een genoegsaam door sigt EEn „langen is, waar uijt 't versloffen, van 'twerk der specerij Extirpatie zijnen principaalsten oorsprong heeft afgeleijd; alleen in den Eersten opslag onbedenkelijk voorkomende, hoe de geene, welke successive tot dese Commissien sijn gebruijkt, de ternaatse regeeringen met deselve d'EComp: in diervoegen hebben durven duxeren, maar wanneer men in agt neemd de menigvuldige obstaculen welke daar omtrent invoegen bovengem: bij Continuatie voor „komen mitsgaders de onkunde van veele dienaaren, ofliever den den schadelijcken zet regel, al meede ditmaals onder haar gerecipieert, Dat namentlijk Die zoo veel doed als zijne voorsaaten, zeer Wel heeft gedaan, kan der Eijndelijk meede wel een denkbeeld geformeert worden, hoede verrigters van dit werk haar op hunne Eygene verkeerde rapporten (:welke althoos dog voor waarheijd wierden aangenomen:) slegts hebben gerust gesteld. Dog zonder zig hier toe verder in te laten, zal den on „dergetekende dese verslofte Extirpatien thans Eens in haare gevolgen gaan beschouwen: want alschoon de ge „duurige onwil, wederhoorigheijd, en verdere practijcken van den Jnlander, waar onder steeds het meeste uijtmunt den tidorees, ten vollen jndubitabel stellen, dat zij bij het behoud der specerij boomen hare reeckening merkelijk moeten vinden, zoo verdiend, Egter dit teder subject wel wat nader teworden uijtgepluijst, en welken eijnde u hoog Ed„e Eerbiedig versogt worden haar voor af te her inneren 't geen den ondergetekende voor sijn antwoord heeft ter needergesteld bij den Ternaatsen brief van dato 10=e Julij 1733. op de g'insereerde Extracten der generale patriase missive gedagteeckent den 14„e 7ber: 1731. hier in bestaande dat den ondergeteeckende in den jare 1721. terwijl
English
while he was stationed in Amboina and attended the hongi expedition, he saw not without astonishment on Keffing or Ceram Laut (one of the most infertile, barren, and rocky regions of that entire area) the natives uncommonly adorned with gold, silver, and fine clothing; although they had not the slightest external means of subsistence, and had only their vessels at hand, with which it is very easy for them to cross over to the Papuan Islands, to obtain spices from the adjacent regions of Maba, Weda, and Pattani, in order to transport the same elsewhere for profit, in which manner it does not seem improbable that the signet of Pattani, on the occasion of the incident previously related by him, was able to state so distinctly that for each nutmeg one stuiver was paid on this island Java, so that this was also brought to Your Right Excellencies' knowledge at that time: indeed, that the aforesaid peoples have of old been suspected of such a smuggling trade appears from the separate letters and representations addressed to Your Right Excellency in the years 1703 and 1704 by the then Governor of the Moluccas, Pieter Rooselaar, and since then the undersigned without wishing to detain Your Right Excellencies with a repetition of what has been communicated to them successively on this subject in earlier advices from Ternate during the currently running century has, during the short time of his own administration, found an even firmer foundation of truth for the above-mentioned presumptions in diverse notable cases, among others in that of Ensign Abraham van Roon at a certain place situated under the Tidorese territory and named Toppe, where he, as well as in the district of Weda, had discovered not only fruit-bearing trees, indeed entire spice forests of an advanced age, which notoriously must have been kept hidden by the natives from the previous commissioners for extirpation, but also, as undeniable proof of the benefit they had drawn from it, it was observed by him, Van Roon, that a multitude of fresh shells, from which the nutmegs had been husked, were still found under the trees not far from their dwellings, just as this was likewise communicated to Your Right Excellencies in more detail by separate letter from Molucco dated 20 September 1731, in which manner also, alongside the general letter dated 11 September of the following year, an example of a similar nature was corroborated corroborated by the sworn declaration of the Company's interpreter Enog Christiaan Wiggers, to whom it had become known from his own experience that those of Pattani had sold the nutmegs at Nixoul, of which thirty pieces accidentally came before his eyes at a certain village regent's, and had been bartered for a porcelain bowl with two dinner plates: and whether from the whole context of these matters a sufficient explanation might not be drawn for a certain remarkable passage in a letter written from Spain by the Ambassador Van der Meer on 21 March 1702, and among others sent to Your Right Excellencies as an enclosure to a missive from the Honorable and Right Respected Lords Directors and Plenipotentiaries of the Illustrious Assembly of Seventeen for Foreign Shipping, dated 5 June following, the undersigned wishes very willingly to leave to the judgment of those who, having obtained personal knowledge here, will apparently state with much greater certainty that the natives have caused the spices, obtained by them illicitly around their own dwellings in the aforesaid manner, to fall into foreign hands, rather than that the Company's own officials would be guilty of this according to the assertion of the aforementioned aforementioned Mr. Van der Meer: since the former, both with regard to the quantity and the constant continuation of that illicit trade (to keep other no less powerful arguments in the pen for the sake of brevity), have a thousand opportunities to alienate that precious crop, whereas for the latter by comparison not a single one remains, beyond the probable suspicions with which the one is burdened so far above the other in this regard, as one can deduce from what is noted above; the undersigned wishing, as a supplement to this subject matter, to mention in a few words that the constant efforts made by him to trace the movements of the native in this regard, have also, besides some oral reports, caused him to obtain an attestation, annexed hereto under letter E:d and granted on 16 December 1733 by the soldier Pieter de Lavos, whereby it is testified that, being stationed on Bachian, he came on the occasion of purchasing some provisions to the Moorish settlement, and specifically to the residence of a certain princess, where he found sitting a prince originating from Bachian but who had been residing on Tidore for some years, who asked him in the Malay language: whether
Dutch transcription
4797 terwijl hij in Amboina bescheijden was, en de hongij togt bijwoonden niet sonder verwondering op keffing of Ceram laout (: een der onvrugtbaarste, schraalfte, en khip „pigste gewesten van dien geheelen oord:) de jnlanders on „gemeen zag uijtgedost met goud, silver en fraaije kleeding; alschoon zij geen de minste uijtterlijke middelen van sub „sistentie, en alleen haare vaartuijgen aanhanden hadden „valt waar meede het hun seer ligt ^ na de papoese Eijlanden over te strecken, ter bemagtiging van specerijen uijt de bij ge. leegene landstreecken van Maba, Weda en pattanij om deselve Elders heen tot winst te vervoeren, op hoeda niet „nigen wijse het dan ook ^ onwaarschijnlijt voorkomt dat het segnadje van pattanij, ter gelegendheijd van 't geval, voorwaards van hem gerelateerd, zoo distinct heeft weeten teseggen, dat voor jder noote muscaat ten de „sen Eijlande: Iava een stuijver, wierd betaald, jnwoe „gen sulx doenmaals al meede aan u hoog Ed„s is ter kennis gebragt: jmmers dat de voorsz: volkeren van sulk een sluijthandelal van ouds zijn verdagt gehouden, blijkt uijt de apparte brieven en verthoogen aan u hoog Ed„l in dejaren 1703. en 1704. gerigt, door den doenmaligen h„r gouverneur over de Moluccos Pieter Rooselaar, en selderd heeft den ondergeteeckende /:zonder /:zonder u hoog Ed„s te villen ophouden met een repetitie van het geen ten dien subjecte bij vroegere advisen uijt Ternaten geduurende de thans Loopende eeuw aan haar successive is gecommuniceert :) staande de korte tijd van sijn Eijgen bestier nog een veel vaster grond van waarheijd voor de bovengewaagde presumptien gevonden in diverse notable gevallen, als onder anderen in dat van den vaandrig Abraham van Roon op zeeckere plaats, on „der het sidorees gebied geleegen, en Toppe genaamd, al„ „ waar hij, zoo wel als in 't district van Weda, niet alleen vrugtdragende boomen, ga geheele specerij bosschen van een hogen ouderdom had ontdekt, welke notoir door de in„ „landers moesten zijn verborgen gehouden voor de voor „gaande gecommitt„s tot de Extirpatie, maar ook was ten onwederspreeckelijke blijke van 't genoth, 't geen zij daar uijt getrocken hadden, door hem van roon bespeurd, dat nog Een menigte verse schillen, waar uijt de nooten. muscaaten ontbolsterd waren, onder de boomen niet verre van haare woonhuijsen wierden gevonden, zoo als dat jnsgelijx aan u' hoog Ed„s omstandiger is bedeeld bij apart schrijvens uijt molucco van den 20=e 7ber: 1731. in welker voegen ook neevens den gemeenen brief de dato 11„en septemb„r des volgenden jaars, een staaltje van gelijke natuur is gestaafd 4748 gestaafd, door het beEedigt de Claratoir van 'sComp„s tolk Enog Christiaan Wiggers, aan wien uijt eijgen ondervan tc: „ding was bekend geworden, dat die van pattanij de noten muscaaten tot Nixoul hadden verkogt, waar van 'ter dertig stucks hem bij seker dorxbregent gevallig voor 't oog gekoomen, mitsgaders tegen een porceleijne kom met twee tafelborden waren getroucqueert: en of uijt den geheelen 'tsamen hang deser saken geen genoeg „same Explicatie souden wesen te trecken voor seec kere aanmerkelijke periode in Een brief uijt spanjen door den heer ambassadeur van der Meer geschreeven op den 21„e maart 1702., mitsgaders aan u hoog Ed„s onder anderen gesonden tot bijlage Eener missive van d' Ed: hoog Agtb: heeren gecommitteerde bewindhebberen, en ge volmagtigdens der jelustre vergadering van zeventiene tot de vreemde rhederijen, gedateerd den 5„' junij daar aan, wil den ondergeteeckende seer gaarne overlaten aan het oordeel der geener, welke alhier een personeele kundig „heijd gejmpetreert hebbende, apparent vrij sekerder sullen stellen, dat de jnlanders de specerijen, door haar in voegen voorsch: ter sluijt omtrend haare Eijgene, woon„ „plaatsen bemagtigd, in vreemde handen hebben doen ver„ „vallen, als dat hier aan, volgens de sustenue van den welgem: welgem: heer van der Meer, zouden schuldig sijn 'sComp„s Eijgendlijke officianten: dewijl de eerste soo ten aansien van de quantiteijd, als de gestadige voortsetting van dian morshandel /: om andere niet min kragtige argunnen „ten kortheijdshalven in depen tehouden :) duijsend gele„ „gendheeden hebben, ter vervreemding van dat kostbaar gewasch, daar de eerste ter bij vergelijk geen Een overig blijft, buijten de probable, suspicien, waar meede de eene in dit reguard zoo verre booven de andere beswaard sijn als men uijt het bovengenoteerde kan afleijden, sullende den ondergetekende tot supplement deser schrijfstoffe nog met weijnige, woorden aanhalen, dat de gestadige devoiran door hem tewerk gelegd om de gangen van den jnlander, ten dien reguarde nategaan, hem buijten Eenige mondelin „geberigten, ook hebben doen bemagtigen een attestatie, hier neevens gevoegd onder E=ra E:d en op den 16=e xber: 1733. verleend door den soldaat pieter de lavos, waar bij getuijd word, dat denselven op batchian geposteerd leggende ter occasie van den jnkoop Eeniger levensmiddelen gekomen is in demoorse negorij, en wel aan de woning, van sekere princes, alwaar hij een prins afkomstig van batchian dog sederd eenige jaren op Tidor thuijs gehouden hebbende vondsitten, die hem in de maleijdse taal afvroeg: of