Inventory 2303
Persia · 1,886 pages · 309 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
4799 whether he wished to buy cloves; which at first Lavos did not understand, wherefore the aforementioned prince called him inside, opened a small chest, and showed two bags, of which the smallest was filled with silver ducatoons, and the largest with at least ten pounds of cloves, as became clearer to him when the prince took out four and placed them in his hand as proof. After this sight, the above-mentioned sentry immediately agreed to go fetch money from his post. Having arrived there, he promptly notified first the corporal of the guard and subsequently the sergeant in charge of the post of this occurrence. The latter at once dispatched him back to secure those spices for whatever amount of money was demanded, without any bargaining. But when he arrived back at the same house to take a closer look and to agree on the price, the aforementioned prince, having first asked whether the sergeant knew anything of it and having received the answer no, ordered him to keep it secret, as he was no longer inclined to sell the cloves. During this last conversation, the Captain Major of Bachian was present, with whom the prince in the meantime conversed in the Moorish language in exchanges unintelligible to the deponent, which apparently served to point out to him his imprudence in hawking spices to a servant of the Company. From this must have arisen that sudden change, along with the request made to keep it secret. All these circumstances taken together clearly prove that the natives effectively draw foul profit from the spices, and that above all others the Tidorese, along with those of their faction, are guilty of this. For besides the fact that their king generally knows how to devise the most schemes to undermine the contracts, the regions of Weda and Patani also fall under his territory, in which the evidence of this pernicious smuggling was actually discovered by the Company's commissioners, the Ensign van Hoon and the interpreter Wiggers. Not to mention that the prince of Bachian, mentioned in the deposition of the soldier De Lavos, was housed on Tidore, from which one must conclude that this was a certain Kitchil Mondjong, who indeed resides there and is descended from the royal house of Bachian. And as such faithless conduct regarding 4800 the precious spice crop must in fact be regarded as the principal, or virtually the only, thing that causes the Company's valuable interests in the Moluccas to suffer a heavy burden, the undersigned, since his accession to authority, has also attended to this point above others and applied himself to bringing the extirpations fully into effect by all possible means, in compliance with the repeatedly reiterated orders and admonitions both of the Right Honourable Lords Masters and of Your Right Honours, and so as not to incur such terms of displeasure as have each time been expressed in the most emphatic manner concerning what occurred previously on this subject, especially in the letters of the aforementioned Right Honourable Lords sent to these regions in the years 1729, 1730, and 1731. In this, the undersigned, speaking without boast, has also succeeded well beyond his predecessors, in proportion to his three-year stay in the Moluccas, during which short time, as shown by the distinct summary compiled in this regard in his memorie left behind on the 1st of June of the past year, an almost unbelievable number of 131,546 both nutmeg and clove trees in kind have been successively extirpated. Just as he was also pleased to enjoy, in Your Right Honourables' missive to Ternate of 14 February 1732, your favourable approbation of his efforts applied to admonish the ever-unwilling King of Tidore to his duty and the fulfillment of the contracts in this matter—a point which was afterwards also so forcefully recommended by Your Right Honours in the separate instruction for Mr. van Arrewijne. And yet, this essentially caused against the undersigned the displeasure of that monarch, who, seeing his private interests in the preservation of the spice trees on his territory so completely thwarted, will certainly have begun to suspect the undersigned of acting not so much out of a sworn commitment to his paymasters, but rather out of a personal hatred and passion against His Highness, and of finally having begun vigorously to tackle this matter—which under most previous governors, without their public knowledge, had become so notably neglected—and not only to track with watchful eyes the suspicious movements made in this regard from time to time on all sides, but also swiftly to bring about some redress by means of Ensign Abraham van Roon, whose experience, especially acquired in this matter, since
Dutch transcription
4799 of hij kruijdnagelen wilde koopen; 't geen in den eersten opslag door hem Lavos niet verstaan sijnde, soo had den gem: prins hem binnen geroepen, een kistje g'opend, en twee sakken gethoond, waar van de kleenste met silvere du „catons, ende grootste ten minsten met thien ponden ngge „len gevuld was, gelijk hem duijdelijker bleek, doen Eer den prins vier uijtnam, en ten bewijs op sijn hand leijde, na welk gesigt den boovengen: schildergast, immediaat aan „nam om geld van sijn post te gaan halen, weesende soo dra aldaar niet gekoomen of hij gaf alvoorens den wagt hebbende Corporaal en vervolgens den posthoudend sergeant van dit geval kennis, welken laatsten hem alten eersten hadtrug gedepecheert, er bemagtiging van die specerijen voor soo veel geld als geme slegts wierd geeijst, sonder iets afte dinegen: dog wanneer sij hier op weder aan'tselve huijs Gekomen was, omdaar van een nader gesigt te neemen, en wegens de prijs te accordeeren, had den meerge„ a „dagt„r prins hem, na vorige afvrage: of den sergeant iets daar van wist; En bekomen antwoord van meen, gere Commandeert, om sulx ook te verswijgen, dewijl hij niet gesind was, de nagelen te verloopen; bij welk laatste ge „prek, den batchiansen Capit„n major was tegenwoordig geweest, met wien den bewusten prins ondertusschen in de de moorsespraak Eenige voor den attestant onverstaan „baare reedenwisselingen had gehouden, die apparent sullen gediend hebben, om hem sijne onbedagtsaamheijd voor oogen testellen, in het uijtventen van specerijen aan een dienaar op der maatz: en waar uijt dan ook sal ontstaan die schielijke vern„ „dering, met het daar neevens gedaan versolk om desar de sereteren Alle dese omstandigheeden bij een gevoegd bewijsen dan klaarlijk, dat de jnlanders effective uijt de specerijen oem vuijl gewin trecken, en dat hier aan boven andere de sido„ „reesen, met die van haren aanhang schuldig sijn; want besal „ven dat haren koning doorgaans wel demeeste practijc „ken tot jelusie der Contracten weet uijt tevinden, zoo sor „teeren ook onder desselvs gebied de gewesten van Weda en pattanij, in dewelke de blijken van desen pernicieu „sen sluijthandel door sComp:s gecommitteerd, den vaandrig van hoon, mitsgaders den tolk Wiggers actueel sijn ontdekt ongerekend nog dat den batchiansen prins /: bij de attestatie van den soldaat De Lavos vermeld:) op Tidor was geluijsvest waar uijt men moet vast stellen, dat sulx is geweest seec „keren Kitsjil mondjong, die in der daad aldaar sijn verblijf houd, mitsgaders uijt de koninglijke staen van batchian afkomstig is: Ek gelijk sulk een ontrouwe behandeling omtrent. 4800 omtrend het kostelijk spcerij gewas in der daad voor het principaalste, of genoegsaam het eenigste moet g'agt worden, 't geen 'sComp„s dierbaar belang in de mo„ „luccos een swaren last doet lijden, zoo heeft den onder „getekende, seederd sijn jntreede tot het gesag, ook dit po„ „ inct booven anderen behartigd, en sig toegelagd, om de Extirpatien door alle mogelijcke middelen eens tot een volkoomen Effect tebrengen ter voldoening aan de veelvuldig gereitereerde ordres en aanmaningen, zoo wel van d'Edele hoog agtb: heeren, meesteren als u hoog Ed„s en om niet teincurreeren sodanige termen van mis „noegen als over het bevoorens gepasseerde in dit subject el„ „kens op de nadruckelijkste wijse zijn vervat geweest, spe„ „ciaal bij de brieven van welgem: haar Ed:e hoog agtb: na dese gewesten afgesonden in de jaaren 1729. 1730. en 1731. zijnde den ondergetekende daar in ook /:onberoemd gesprooken:) booven zijne predecesseuren wel geslaagd, narato van zijn driejarig verblijf in de Moluccos geduurende welke korte tijd /: uijtwijsens de distincte 'tsamentrecking dierweegens vervat bij sijne nagelaate memorie van p=mo junij a:o pass:o:) successive is uijtge „roeijd, en vermeld een bij na ongeloofbaar getal van 131546: zoo noote als nagelboomen in soort, gelijk hij dan. dan ook bij uwer hoog Ed:le missive na Ternaten van den 14„' febr: 1732. wel heeft mogen gandeeren van derselver gunstige approbatie over zijne devoiren geadhibeert om den steeds on willigen koning van Triador tot sijn pligtende voldoening der Contracten in desen aan temanen, een poinct 'tgeen naderhand door u hoog Ed„s ook soo kragtig is gerecamman „deert bij de apparte jnstructie voor den h„r van Arrewijne en nogtjans weesendlijk tegen den ondergeteeckende ver„ „oorsaakt heeft het misnoegen, van dien, vorst, welke desselvs particuliere belangen in het behoud der spece „rij boomen op sijn territoir soo vol slagen gedwarsboamt siende, den ondergeteeckende zeeckerlijk sal hebben be „ soo „ginnen te suspecteeren, dat hij niet ^ seer uijt een bee„ „digde verbintenis aan zijne betaals heeren, als wel uijt een particuliere saat en passie op sijn hoogh„d dit werk „vorige 't geen onder de meeste gouverneurs buijten haar openbaar toedoen, zoo, merkelijk was verkloft, eijndelijk met kragt heeft beginnen aan tebinden, en de suspecte gangen daar omtrent van tijd tot tijd aan alle kanten gehouden niet alleen met opmerkende oogen na te speuren, maar ook al schielijk eenige redressen teweeg te brengen, door middel vanden vaandrig Abraham van Roon wiens Ervarendheijd, voornamentlijk in dit stuk verkreegen seederd.
English
since he became somewhat better convinced that the Company's intention was by no means fulfilled solely with the extirpation of the spice trees on and along the sea beaches alone, as most subjects until that time seemed to have presumed, was of all the more use, because it was accompanied by a singular ability to deal with the native population, and an exemplary loyalty in executing the orders of his masters. In accordance with this, during the administration of the undersigned, he penetrated with the inspection of the spice trees deep into the interior of the forests and mountains, as far as it was in any way accessible. But what consequences this had, and how the native revealed himself in this matter, is reported in detail in the Ternate advices to Your Excellencies, especially of the year 1732, from which now, however, for a proper understanding of matters, it will be noted in a few words that at the first attempt in the district of Weda, much grumbling and murmuring arose, and the work was not completed there until after many friendly exhortations as well as threats; but that on the contrary on Maba, after the destruction of a considerable quantity of 24852 spice trees, the further extirpations actually had to be halted due to a formal uprising of the inhabitants at the instigation of the Pattani sangaji, with whose subjects the Maba people conspired. Furthermore, having ambushed our men with a troop of armed forces in the forest, they beat them half to death, took away their own goods along with a portion of the Company's goods, and, thus bound hand and foot, transported them in a proa to the headquarters, where they were thrown down on the beach like logs, while the rebels made a swift retreat. In the opinion of the undersigned, no one who observes the course of events and does not wish to directly oppose the light of reason will be able to pretend that this commotion is to be attributed to any other effective motive than solely to the redoubled zeal and pursuit of the Company's interest in the destruction of the spice trees, but would rather have to agree with Your Excellencies in your secret letter to Mr. van Arrewijne dated 28 February 1733, that the same must most likely have taken its origin from that. That now the king of Tidore, as the one who principally agitated against the extirpations and thus showed himself disloyal in fulfilling the contracts in order to pursue his private interests through the preservation of the inland spice trees, to the highest detriment of the Company according to old custom, effectively had a hand in the aforementioned rebellions, the undersigned will now attempt to demonstrate somewhat more closely, and remark beforehand once more that they arose nowhere else than under his dominion. This prince was unable to look with favorable eyes upon the fact that on Weda, as already noted above, the work had finally been completely concluded. For if the sangaji there had taken the same course regarding his subjects as the sangaji of Pattani did regarding the Maba people, so as to obstruct the extirpations in like manner with open violence and a formal uprising, one might well establish that he would not have incurred the displeasure of his master, the aforementioned king of Tidore, to such an extent as to be drowned in the sea shortly afterwards like a disobedient minister, according to the custom of the country with a stone around his neck, and thus put to death, as Your Excellencies know this local chief had to undergo, without one being able to find any other outcome or cause for his alleged crime than solely that he must not have executed the secret orders of the Tidore court for the nullification of the contracts as desired. While from the sequel of these tedious matters it is sufficiently to be deduced that the actions of the Maba people brought much better satisfaction to their prince, since upon the complaints, protests, and requested redress of the Ternate government, while under a feigned expression of regret, he had promised to send one of his lieutenants thither, properly assisted, to rescue the Company's men and effects by kora-kora as quickly as possible from the danger and bring them safely over to the main trading post; yet instead of complying with this, that lieutenant, who appeared from the sea with ten well-manned Maba vessels, actually attacked another kora-kora previously dispatched to Maba for a similar purpose by the king of Ternate at the request of the said government. And while they were busy loading the goods, he caused 40 to 50 arrows to be shot at it, whereby two of our men, along with ten Ternatans, were wounded. To such a bold and dangerous enterprise the undersigned would very gladly
Dutch transcription
4801 seederd denselven wat beeter overtuijg is geraakt, dat 'sComp„s jntentie geenssints was voldaan met het uijt„ „roeijen der specerij boomen aan en langs de see stranden alleen /:gelijk sig de meeste onderhorige tot die tijd toe scheenen te hebben Laten voorstaan:) van des te meer nut is geweest, overmits die gepaard ging met een sonderlinge habiliteijd, om met den jnlander om te gaan, en Een voorbeeldelijcke trouwe in het uijtvoeren der ordres van sijne gebieders, zijnde ook ingevolge van dien, met de visite der specerij boomen, geduuren „de des ondergeteeckendens bestier tot in het diepste der bossen en gebergtens, voor soo verre het maar gin„r „mers toegang kelijk was, doorgedrongen; dog van wat gevolgen zulx is geweest, en soedanig den inlan„ „der sig in desen fmaal ontdekt heeft, staat omstandig bij de ternaatse advisen aan U hoog Ed„ls bijsonder van den jare 1732. vermeld, waar uijt thans egter tot een behoorlijk verstand van saken in weijnige woorden sal, wer den genot„s dat met den eersten opslag daar over in het dis „trict van Weda veel geknor en gemorwesende ontstaan, het werk niet dan naveele soo vrindelijke aanmaningen, als dreijgementen de dier plaats is g'absolveert geraakt: dog dat integendeel op Maba, na het vernielen eener Considerable menigte Dat nu den koning van Tidor /: als de geene welke meenigte van 24852. specerij boomen de verdere Extirpa „tien actueel hadden moeten worden gestaakt, door een formeelen opstand der inwoonders op de inductie, van het pattanijs segnadje, met wiens onderhoorige dema „bareesen 'tsamen spanden, mitsgaders de onse met een troup gewapende manschap in het bosen overvallen hebbende, salver dood sloegen, haar eijgene nevens een gedeelte van 'sComp„s goede„ „ren afnamen, en hun dusdanig aan landen en voeten ge „bonden met een praauw vervoerden na 't hoofd quartier alwaar zij aan strand als desouden wierden nedergewor „pen, terwijl de rebellen een spoedige retraite namen. zullende, na de gedagten, van den ondergetekende, niemand„ welke den Cours van saken opmerkh, en het ligt der reeden niet direct begeerd tegen tegaan, konnen voorwenden dat dese Commotie aan een andere Effectieele beweeg reeden, dan alleen aan den verdubbelden ijver en betrag „ting van 'sComp„s belang in het vernielen der specerijbomen zoude wesen te attribueeren, maar veel Eer met u hoog Ed„s bij haren secreeten brief aan den h„r van Arrewijne de dato 28„' febr: 1733. moeten toestemmen: Deselve meest kunnen oorsprong daar uijt te hebben genoomen.— ten 4802 ten principalen tegen de Extirpatien gewoeld, en zig dust ontrouw bethoond heeft, in het voldoen der Contracten om door het besoud der binnenlandse specerij boomen sijne E particuliere belangen, ten hoogsten nadeele der maat schappij na onder gewoonte voort tezetten:) in Effecte de hand heeft gehad in de bovengewaagde rebellijen, sal den ondergeteeckende thans wat nader poogen te demonstree„ „ren, en voor af wederom aanmerken, dat die nergens anders, dan onder desselvs gebied sijn ontstaan, hebbende desen vorst met geen goede oogen konnen aansien dat op Weda het werk /:als voorwaarts reets genoteerd is:) Eijndelijk een volkoomen beslag gekreegen had: want bij aldien door het segnadje aldaar, deselve weegen waren ingeslagen omtrent zijne onderhoorige, als door het segnadje van pattanij omtrent de mabareesen, om Jndiervoegen de Extirpatien met een openbaare geweldenarij, en formeelen opstand testremmen, soude r men wel mogen vast stellen, dat hij het misnoegen van zijnen heer, den meerm: koning van Tidor in zoo verre niet soude hebben g'incurreert om kort naderhand als een ongehoorsaam minister, na 'slands wijse met een steen aan den hals in zee gesmoort, en dus om 't leeven gebragt te worden, gelijk u hoog Et„s bekend is dat dit in lands hoofd heeft heeft moeten ondergaan, zonder dat men op sijn pretense missaad een ander facit kan vinden, dan alleen dat sij de secreets beveelen van het Tidoreese hof tot illusie der Con „tracten niet na wensen sal hebben ter Executie gesteld, ter „wijl uijt het vervolg deser fastidieuse saaken genoeg is afteleij „den, dat de bedrijven der mabareesen een veel beeter satis„ „factie hebben toegebragt aan haaren vorst, aangesien den „selven op de klagten, protestatien, en versogte redressen der ternaatse regeering, wel onder een gemaakte betuij „ging van leedweesen had beloofd eene zijner luijtenants behoorlijk g'adsisteerd, derwaarts aftesenden, om 'sComp„s manschap en Effecten p„r CorreCorre al ten eersten uijt het gevaar te redden, en secuur na 't hoofd Comptoir over tebrengen; dog in steede van hier aan te voldoen had dien Luijtenant /:welke met tsien wel bemande, maba„ „reese vaartuijgen uijt Zee verscheen:) een andere Corre Corre bevoorens door den koning van Ternaten, ten versoeke der gem: regeering na maba tot een gelijk eijnde ge „depecheert, actueel aangetast, en geduurende dat men besig was de goederen in teladen, daar op met 40. â 50. pijlen doen schieten, waar door twee van de onse, nevens tsien ter nataa „nen waren gequetst gerakt. tot hoedanig een stoutmoedig en gevaarlijk bedrijf den ondergetekende seer gaarne wil„
English
wishes to leave it to judgment whether such a Tidorese officer would have dared to indulge in any thoughts of omission, had he not on this subject been furnished with a secret order from his prince, who moreover, after all these commotions, even seemed to justify the opposition and rebelliousness of the Patani and Maba peoples not obscurely through an impudent assertion: that he enjoyed the redemption money in the sum of rd.s 2400 yearly solely for the extirpation of the spice trees on the Island of Tidor, but by no means for the further lands resorting thereunder, to whose chiefs His Highness considered himself not bound to impart anything thereof, just as if the same (regardless of their direct subjection and obedience to the Tidorese realm) also had any right to claim equal redemption moneys separately from the Company, or to prevent the extirpation of the spice trees in their subject regions by force, that prince having made use of the aforementioned suspicious language not only toward the Captain of the City in a private visit, but also further maintained the same in the farewell visit on the 29th of July 1732 (as appears from the Moluccan daily register) paid to the undersigned according to custom, after His Highness His Highness however, some days before at his appearance at the main office upon the repeated invitation of the Company's ministers, had in many respects given striking proofs of a gnawing conscience, if one did not even wish to maintain that he could well have been pregnant with an evil intention; for besides the outward signs of agitation which our commissioners continuously perceived in his countenance in the coach with which His Highness was fetched, one found him still accompanied by an extraordinary multitude of armed men, not only up to within the walls of the Castle (where however everyone was very well on his guard through the good order of the undersigned), but even into the reception hall and conference chamber, where the undersigned, accompanied by the three highest-ranking council members, had requested His Highness solely with an equal number of his bobatos to hold a secret meeting concerning the known rebellious acts of violence of his subjects; having, notwithstanding many fair and polite representations against this conduct, still permitted that ten or twelve Tidorese in full armor placed themselves around their prince in a posture of defense, as then also from the words served in answer by His Highness during that conference to the undersigned upon his proposals to obtain due satisfaction for the Company, together with all that stands written above, mentioned at length in the above-cited daily register under the date of the 20th of July, sufficient evidence can be drawn of his suspicious inclinations in this matter; and the consequences have likewise confirmed that nothing has yet been put into effect with any of the least emphasis for the curbing of his obstinate subjects or in fulfillment of the contracts sworn so dearly, because this could have served no other purpose than to thwart his own covert aim, which His Highness through the above-related violent actions had thus far managed to achieve, so that, both according to the reports extant thereof and what was entered therefrom in the general Ternate dispatches to Your Excellencies of the 10th of July 1733, and from the annexed and previously already cited deposition under Letter L, fully as many spices would still have been discovered and extirpated as the excessive quantity of 64991 trees which on Maba and Weda had already undergone this fate when the rebellion began; when when now, alongside all these suspicious and no less dangerous dealings of the king of Tidor, a general reflection is made once more on the manifold deceptions, or rather formal frauds, subterfuges, and contradictory expressions of which he successively made use (as shown by the Moluccan secret as well as general letters, resolutions, and daily registers) during the administration of the undersigned, mostly in relation to the destruction of the spice trees and the countering of his rebellious subjects, one might well establish from this that easy means will never be found to formally extirpate that precious crop once and for all in so many hidden corners as are situated under the territory of the said prince, and to prevent the regrowth through yearly visits, but that on the contrary the recalcitrant natives would much rather take occasion therefrom to halt the work through renewed rebellions, each time to an open prostitution of the Company's lawfully acquired authority and contrary to its precious interest, with which the undersigned therefore judges it absolutely suitable that in such a case force be repelled with force, and matters thus through means of
Dutch transcription
4803 wil laten oordeelen, of sulk een Tidorees officier wel met Eenige gedagten zoude hebben durven overslaan, bij al „dien hij op dit subject niet was gemunnieert geweest met een geseijmen last van sijnen vorst, die daar en boven, na alle dese bewegingen, selvs de oppositie, en wederspan „nigheijd der pattaniers, en mabareesen niet duijster schijnd te hebben willen billijken door een onbeschaamde sustenue: Dat hij de redemtie penningen ter somma van rd„s 2400. sjaarlijx alleen genoot voor de Extirpatie der specerij boo „men op het Eijland Tidor, maar geensints voor de ver„ „dere daar onder sorteerende Landen, aan welkers hoofden zijn hoogheijd vermeende niet gehouden te sijn daar van iets meede te deelen, Even als of deselve /:ongeagt haare directe subjectie, en onderdanigheijd aan het lidoreese rijk:) ook eenig regt hadden om separatelijk van de maat schappij gelijke redemtie gelden te pretendeeren, of de Extirpatie der specerijboomen in haare onderhoorige landstreecken met geweld te beletten, hebbende dien vorst sig van de voors: nadenkelijke taal niet alleen bediend tegen den Capitain van stade in een particulier besoek, maar de „selve ook nog nader staande gehouden in de visite van af „scheijd op den 29„' julij 1732 (:blijkens het molux dag register:) bij den ondergetekende volgens gebruijk gedaan na dat sijn hooghd hoogh„d Egter eenige dagen bevoorens bij desselvs versijning ten hoofd Comptoire op de tweevoudige nodiging van 'sComp ministers, in veelen door slaande blijken had gegeeven van een knagend gewisse, bij aldien men al niet wilde sustineeren, dat denselven wel met een quaad, voornee „men konde sijn beswangerd geweest; want behalven de uijtterlijke teeckenen van ontroering, welke onse ge „committeerdens in de koets, waar meede sijn hoogh„ts wierd afgehaald, in desselvs gelaat doorgaans bespeurden pon men hem nog verseld van een Extra ordinaire meenigte gewapende manschap, niet alleen tot binnen de muuren des Casteels /:daar Egter een ijgelijc door de goede ordre van den ondergeteeckende seer wel op sijn hoedewas:) maar ook tot in de receptie zaal, en Conferentie ka „mer, alwaar den ondergeteeckende, verseld van de drie ge „qualificeerdste raads leeden, zijn hoogh„t eeniglijk met een gelijk getal sijner bobatos tot het houden eener se„ „creete besoigne over de bewuste oproerige geweldenarijen zijner onderdanen had versogt; hebbende onaangesien, veele billijke en beleefde verthoogen tegen dit bedrijf nog ma „ten lijden dat e„ a twaalf tidoreesen, en volle wa„ „penrusting, hun om haren, vorst in postuur van de fensie stelden, zoo als dan ook uijt dewoorden, door zijn. 4809 zijn hoogh:d geduurende die Conferenctie aan den onderge „teeckende op desselvs voorstellen, om de maat schappij be „hoorlijcke satisfactie te doen erlangen in antwoord toe „gediend, mitsgaders met alle het geen voorschreeven staat, breedvoerig gemeentioneerd bij het booven aan gehaald, dagregister sub dato 20„e' Julij blijken genoeg sijn te trecken van desselvs suspecte neijgingen in dit stuk; en de gevolgen hebben insgelijx bewaarheijd, dat er nog niets met eenige de minste nadruk tot beteuge „ling sijner wederhoorige onderdanen, of in voldoening der soo dier b'eedigde Contracten is in 't werk gesteld dewijl sulx niet anders zoude hebben konnen strecken dan om desselvs Eijgen bedekt oogmerk tegen te gaan, 't geen zijn hoogh„t door middel der bovengerelateerde geweld dadige actien tot dus verre had weeten tebereij ken, dat 'ter zoo volgens de rapporten daar van leggen„ „de, en 't geen daar uijt is ingevoerd bij de gemeene ter „naatse advisen aan u hoog Ed„ls van den 10=e Julij 1733. als uijt de nevens gevoegde en bevorens reets aangehaalde depositie onder Z„r L: nog ruijm soo veel specerijen souden wesen ontdekt, en uijtgeroeijd dan de Excessive meenigte van 64991. boomen, welke op Maba en Weda dit loth reets hadden ondergaan, doen de rebellij een aanvang nam — wanneer wanneer nu neevens alle dese opsigtige, en niet min gevaarlijke gedoentens des konings van Tidor nogeens een algemeene reflectie genomen word op demeenig vuldi„ „ge misleijdingen, of liever formeele bedriegerijen, suster„ fugien, en Contradictoire bewoordingen, waar van den „zelven sig successive /: uijtwijsens de molucse soo secreete als gemeene brieven, resolutien en dagregisters:) geduu „rende het bestier van den ondergeteeckende had bediend, meest met relatie tot de vermieling der specerijboomen, mitsgaders het tegengaan sijner oproerige onderdanen zoude men daar uijt wel mogen past stellen, dat 'er nooijd gemackelijke middelen zullen gevonden worden, om dat kostbaar gewas in zoo veele sluijt resten, als er onder het gebied van den gem: vorst gelegen zijn, eens formeel uijtteroeijen, mitsgaders den weder aangroeij door Jaarlijxe visites te beletten, maar dat ter Contra „rie de weerbarstige inlanders daar uijt veel eer voet souden neemen, om door vernieuwde oproeren het werk te stremmen, telkens tot een openbaare prastitutie van sComp„s wettig verkreegen gesag, en tegen Jaar dierbaar 6 jntrest, waar meede den ondergetekende derhalven oor „deeld absolut te Convenieeren, dat in zulk een geval ge„ „weld met geweld gekeerd, en de saken dus door middelen, van
English
4805 of power and emphasis finally be brought to a good effect, without letting oneself be restrained by the resistance of the Tidorese or his seditious subjects: for besides the reasons that exist to believe that, as soon as our true earnestness in this reveals itself, they will indeed keep their hands at home and begin to tune their strings to a lower tone, their impotence also renders the outcome indubitable, especially now that one may be assured of the aid of the Ternatans, which has already been observed by the undersigned in his left-behind memorandum on the state of the Moluccas of primo June of the past year, without deviating in this opinion from the aim of the Right Honourable Masters, who by their general letter of the 15th of September 1730, under the matter of Banda, on the occasion of the spices discovered on the islands, explicitly ordered: That everything practicable should be put into effect to have the nutmeg trees eradicated (as much as is feasible): if it could not be by the easy means proposed by the servants, one should make a virtue of necessity, and in that case proceed to means of greater efficacy: being certain that once matters were smoothed over by a good arrangement among the natives, the redress would not have to be sought far off against the execution of the commissions for extirpation by the Company's servants, which has so long been frustrated, who, having once overcome the greatest obstacles, namely a persistent unwillingness and many misleading practices of the said natives, would undertake this work with much more desire and zeal, especially if they were obliged thereto from the side of the Ternatan government somewhat more emphatically than before, which could conveniently be done through the intervention of a solemn oath, not after the completion of the commissions solely for the true reporting of the spice trees (as has been in observance until today), but before the commencement of the same upon a newly drafted form, by which one would have to demand, from the chief commissioners as well as the non-commissioned officers assigned to them and lesser military personnel, collectively and each in particular, a promise, not only to carry out the extirpations with unblemished loyalty, without leaving any accessible places unvisited, whether of forests, rivers, or mountains, nor reporting more or fewer spice trees in oral or written 4806 written reports than were in deed mentioned, but also to reveal to the respective governors what excesses, deceptions, or negligences had occurred to them during the execution of their charge: and since all commonwealths remain standing on their old foundations through punishments as well as rewards, and the greatest matters are in that manner brought to desired effects, it would be necessary that immediately after taking such an oath, those who were admitted to it should be forcefully presented, either by means of an extract from the resolution to be taken thereon by Your Excellencies or in another convenient manner, with a permanent law and order that, upon discovery of any disloyalty, they would, without respect of persons, be dismissed from the Company's service and punished as perjurers, but on the other hand, to those who should discover any frauds, under secrecy of their name or names, a recompense should be granted, proportioned to the weight of the discovery: the undersigned believing this will be of all the better effect on the one hand because everyone from the least to the greatest would know beforehand what the true aim of the Company was, without being exposed to any deception in that regard, and on the other hand because experience teaches that present objects have more hold on human nature than future ones; as it would then also be necessary above all to execute this order to the letter in case of transgression, so as not to bring it into the least appearance of decay, to which close attention and the good measures of a governor could also contribute much; and on that footing the so long neglected extirpations would surely finally come to a desired effect; indeed, that in this important matter a prompt redress is required now more than ever, to prevent the pernicious smuggling trade in spices, is instilled by the condition of the times itself, during which, according to the reports of the Right Honourable Masters Principals and the circular letter of Your Excellencies drawn up therefrom to the eastern provinces of the 28th of February 1733, an entirely new company has been established to navigate, with a special charter from the King of Spain, under his flag and protection, to these lands directly from Cadiz to the Philippines and subsequently into the Company's district, especially also around the same without spices.
Dutch transcription
4805 van magt en nadruk eens tot een goed Effect worden gebragt, sonder sig telaten wederhoudene door de resistentie van den Tidorees, of sijne seditieuse onderdaanen: want behalven de reedenen, die 'ter leggen om te gelooven, dat de„ „selve soo dra sig onsen regten Erunst in desen openbaard, hunne handen wel zullen tehuijs houden, en de snaren op een lager toon beginnen te spannen, zoo steld ook haar onvermogen den uijtslag ontwijffelbaar, principaal nu men sig mag verseeckeren van de adjude der ternataanen „ ook 't geen sodanig„ al geremarqueert is door den ondergeteec „kende bij sijne nagelate memorie over den staat der moluc „cos van p=mo junij des voorl: jaars, sonder in dese sustenue te devieeren van het oogmerk der Ed: hoog agtb: heeren meesteren, welke bij haren generalen brief van den 15„' 7ber: 1730. onder de materie van Banda, ter gelegent „heijd van de specerijen op de Eijlanden ontdekt, wel uijt „druckelijk hebben gelast: Dat men al Wat practica „bel is zoude werkstellig maken, om de noote boomen (:zoo veel als doenlijk zij:) te doen uijtroeijen: kon het niet zijn door de gemackelijke middelen, bij de be„ „diendens voorgesteld, zoude men van de nood een deugd moeten maken, en in dien gevalle tot middelen van meer efficacie overgaan: zeker sijnde dat wanneer de zaaken. zaaken eens door een goede schicking onder den Jnlander waren g'applaneert, het redres niet verre zoude be„ „hoeven gesogt te worden tegen de zoo lang verklofte uijt„ „voering der Commissien tot de Extircatie bij sComp„s diena „ren, welke de grootste obstaculen, teweeten: Een geduu „rige onwil, en veele misleijdende practijcken van den gem: jnlander eenmaal te boven gekoomen weesende, met veel meer lust en jver dit werk souden aanvatten, prin„ „cipaal, wanneer zij daar toe van de kant der ternaat„ se regeering wat nadruckelijker dan bevoorens wierden verpligt 'tgeen gevoeglijk konde geschieden door de tus „schen komste van een plegtigen Eed, niet na de absolutie der Commissien Eeniglijk voor de waaragtige opgave der specerij boomen /: gelijk tot heeden tot in observantie is ge „weest:) maar voor den aanvang derselver op een nieuw ontworpen formulier, waar bij men soo wel, van de hoofd gecommitt„s als de hun toegevoegde onder officieren, en mindere militairen, gesamentlijk, en jder in 't besonder zoude moeten afvergen een belofte, niet alleen, om de Extirpatien, met een ongekreukte trouwe uijt te voeren, zonder eenige t' toegangkelijke plaatsen, tzij van bosscheu„ rivieren, of gebergtens ongevisiteerd te laten, dan wel meerder of minder specerij boomen bij mondelinge of schriftelijke 4806 schriftelijke rapporten op te geeven, als er in der daad Wha „ren vermeld, maar ook om aan de respective gouver „neurs te ontdecken Wat Excessen, misleijdingen of onagtsaamheeden, hun onder de uijtvoering van haren last waren te vooren gekoomen: en overmits alle gemee „rebesten soo wel door straffen als belooningen op haar oude grondvesten staande blijven, mitsgaders de grootste zaken jndier voegen tot gewenste Effecten worden gebragt, zoo zoude het nodig zijn, dat men onmiddelijk voor af na het afleggen van sulk een eed haar, die tot deselve wierden g'admitteerd, met nadrul het zij dan door middel van een Extract uijt de daarover te neemene resolutie van u hoog Ed„s of op een andere Couvenabele wijse, als een permanente wet, en ordre voorhield dat zij bij bevinding van Eenige ontrouwe zonder aansien van persoonen uijt 'sComp„s dienst gesteld en als mein Eedigers gestrafd, dog daar en tegen aande geene, welke Eenige fraudes quamen te ontdecken, onder geseijmhouding van haare naam, of naamen, een recom „pens zoude toegevoegd worden, geproportioneert na't gewigt der ontdecking: vermeenende den ondergeteet kende zulx van des te beeter Effect te sullen sijn ens „deels, dewijl een jgelijk van de minste tot de meeste voor voor af soude weeten, wat het Eijgendlijk oogmerk der maatschappij was, zonder daar omtrent aan Eenige mis „leijding bloot te staan, en andersdeels overmits de onder „vinding leerd, dat de tegenwoordige voorwerpen op de menschelijke natuur, meer vat hebben dan de toekomen „de; gelijk het dan ook voor al nodig soude sijn dese ordre in cas van transgressie na de letter te Executeeren; om deselve in geen de minste schijn van verval te brengen waar toe een naauwe oplettendheijd, en de goede maatzee „gelen van een gouverneur ook al, veel konden Contribuee „ren; en op dien voet souden sekerlijk de soo lang genegli „geerde Extirpatien eens tot een gewenst Effect komen jmmers dat in dit jmportant stucthans meer als ooijd een prompt redres word vereijst, tot preventie, van den pernicieusen sluijk handel in specerijen, boesemd de gelegent „heijd van tijden selve in, geduurende dewelke, volgens de be„ „rigten den Ed:e hoog Agtb: heeren principalen ende daar uijt gecoucheerde circulaire missive uwer hoog Ed„s na de ooster„ „se provintien van den 28. ' febr: 1733. een gantsen nieuwe maatsz: is opgeregt om met een speciaal ockroij des konings van spanjen, onder desselvs vlagge en protectie op dese lan „den uijt Cadix â drciture Eenavigeeren na de philippines en ver„ „volgens in sComp„s district, speciaal ook om deselve zonder kruijran.
English
creep into their precious spice trade, against which, therefore, with further progress, constant vigilance would have to be maintained through a costly cruising of the islands with armed vessels, especially if the work of the Extirpation remained on the old footing. On the contrary, if proper redress were brought about in this regard, and all means of fraud thus continuously cut off from the native, the matter would not suffer so much burden, and such cruising expeditions could be considerably curtailed. Just as the position of the undersigned with respect to the aforementioned native, and specifically to the king of Tidor along with his subjects (as far as the main matter is concerned), was such in the left-behind memorandum, as has now once again been shown to Your High Honours, without ever having had any other objective than the furtherance of the Company's interest in its exclusive spice trade, to which his oath and duty incessantly urged him, so he also believes he by no means deserved the impertinent remark of the Commissioner Bernard in his separate letter from Ternaten dated 16 July of the past year, wherein the just-mentioned memorandum is assessed as a poor guideline and a feeble guide, to which no reflection should be given unless one wished to stumble over that stone on which one had previously stumbled. For besides the fact that the undersigned in this regard remains solely submitted to the wiser judgment of Your High Honours, to whom it belongs to accept such a memorandum as useful for the Company's interest or to reject it as detrimental, in his humble opinion the knowledge of Mr. Bernard in the affairs of the Moluccos is also still too deficient and too narrowly confined to pass a decisive judgment on a point of such far-reaching perspective, which must therefore be noted as being grounded more on a rash passion than on a true conviction. For those who are animated by the former generally find it much easier to censor another's actions lovelessly than to improve them wholesomely; and whether the outcome of the Moluccan affairs under the commissionership of the said Mr. Bernard (which became known up close to the undersigned during his administration in Amboina) will not prove this true must be left to time, which will also show whether too great a trust in the Tidorese will not cause his Honour to take far more detrimental steps against the Company's proper interest than he has pleased to attribute to too great a mistrust by the undersigned, which supposedly was based on a credulity toward a lot of loose rumours and idle reports. These strange terms demonstrate clearly enough how little this Commissioner must have leafed through the latest papers of the Moluccos when framing his letter; for had his Honour engaged himself with this, and continually taken note of the great multitude of newly discovered spice trees, and asked from what this had arisen, he would undoubtedly have been answered that the continuous deceptions of the Tidorese had the principal share in this. Thus it would also have had to become evident to him that the rebellions in Maba and Pattani had been initiated by the subjects of the king of Tidor; that his subordinate sangajis had outright refused to tolerate the Extirpations; that even the Company's commissioners and other men were actually ambushed by these people in the forests; that an expressly dispatched lieutenant of the said king, instead of rescuing our men from their distress upon many protests and complaints, had attacked them with force and attempted to put them into an even greater danger; that furthermore this prince, directly against the sworn contracts, had begun to maintain that the redemption moneys for destroying the spice crop related solely to Tidor and not to the subordinate territories; and that finally (not to repeat more specifics) the same had emancipated himself so far as to appear in the castle for an audience with the Governor with an extraordinary number of armed men, while the king of Ternaten and the other Moluccan princes remained quiet. All of which would indeed have made Mr. Bernard understand that no excessive credulity or reliance on loose rumours and idle reports had taken place, but rather that the undersigned had highly weighty reasons to conduct himself with singular caution and circumspection. For that he, for his part, was rather mistrusted by that prince has, beyond the proofs that flow from the entire context of affairs, been well taught by the consequence, when (according to what was noted in the already cited separate letter of Mr. Bernard) the same at his
Dutch transcription
4807 kruijpen in haren dierbaaren specerij handel, waar tee „gen derhalven bij een verderen voortgang gestadig soude moeten gewaakt worden door een kostbaare bekruijssing der Eijlanden met g'armeer de scheepen, voornamentlijk als het werk der Extirpatie op den ouden voet bleef, daar ter Contrarie wanneer hier omtrent goede redressen werden teweeg gebragt, mitsgaders alle middelen van fraude dus aan den Jnlander bij Continucatie afgesnee „den, de zaak soo veel Last niet soude lijden, en zulke kruijslogten considerabel konde worden besnoeijd Gelijk nu de sustenue van den ondergetekende met aspect op den meerm: inlander en speciaal op den koning van Tidor nevens sijne subjecten /: voor 't geen het hoofd sakelijcke betreft:) zodanig bij nagelate nemo „rie is geweest, als thans aan u hoog Ed„s van nieuws is verthoond, zonder ooijd eenig ander doelwit te hebben ge had, als de voortsetting van 'sComp„s belang, in haren Exclusiven specerij handel, waar toe zijn Eed en pligt hem onophoudelijk aanspoorden, zoo vermeend sij ook geensints verdiend te hebben de jnpertinente remarque van den h„r Commissaris bernard bij desselvs appart schrijk „vens uijt Ternaten van den 16=e Julij des voort: jaars alwaar. alwaar de Evengewaagde memorie word getauxeert voor een slegte rigt snoer en kranken Wegwijser, Waar op geen reflectie diende te worden geslagen ten zijmen begeerde te vallen over dien steen aan dewelke bevoorens gestruijkeld was; want behalven dat den ondergetekende in dit reguard alleen blijft gesubmitteerd aan het wijser oordeel van u hoog Ed„s wien het toestaat sodanig Een memorie als nut voor sComp„s Intrest aan teneemen, of als nadeelig te verwer pen, is ook sijn s'er agtens de kennis van den heer Bernard in de zaaken der Moluccos nog tekort, en tenaauw bepaald, om Een decisoir oordeel over een poinct van soo verren uijtsigt te pellen, 't geen men dersal „ven moet aanmerken meer gegrond te weesen, op een onbesonne drift, als op een waaragtige overtuijging, want die met de Eerste besield zijn valt het in 't ge „meen, veel ligter, om Een anders bedrijf Liefde loos te berispen, dan heijlsaam te verbeeteren, en of den uijtslag der molucse saaken onder het Commissariaat van den gem: h„r bernard /:welke geduurende desselvs bestier in Amboina van nabij aan den ondergeteec„ „kende bekend geworden is:) dit niet sal bewaarheeden moet, men bevoolen Laten aanden tijd, die ook wel staat 1808 staat uijt tewijsen of een te groot vertrouwen op den Tidorees zijn E: geen vrij nadeeliger passen zal doen begaan teegen 'sComp„s Eijgendlijk jntrest, als het hem behaagd heeft te attribueeren aan een te groot wantrouwen van den ondergeteeckende, 't geen op zigt geloovigheijd aan een parthij losse gerugten, en iedele rapporten zoude gesteund hebben, welke wonder „lijcke benamingen niet duijster uijtwijsen, hoe weij „nig dien Commissaris bij 't Coucheeren van sijnen brief de jongste papieren der Moluccos moet hebben doorbla „derd: want jndien zijn Ed: sig hier meede besig gesou „den, en doorgaans de groote meenigte nieulijks ont „dekte specerijboomen in opmerking genoomen, mits „gaders gevraagd had, waar uijt sulx was ontstaan; zoude hem ontwijffelbaar g'antwoord zijn, dat sulx de geduurige misleijdingen der Tidoreesen daar aan het voornaamste deel hadden: zodanig soude hem ook hebben moeten blijken dat de oproeren in maba en pattanij door de subjecten des konings van Tidor waren aangevangen: Dat zijne onderhoorige segnad „jes volmondig hadden geweijgerd de Extirpatien te gedoogen: Dat selvs actueel sComp„s gecommitteerdens en verdere mansz: door dit volk in de bosschen waren overvallen op Dat. Dat een Expries afgesonden Luijtenaat des gem: konings in steede van de onse op veele protestatien en klagten uijt den nood teredden, haar met magthad aangetast en in een nog grooter gevaar pogen te brengen: Dat wijders dien vorst direct tegende b'eedigde Contracten had beginnen, staande te houden, de redemtie penningen voor get vermielen van 't specerij gewas alleen haar aspect op Tidor en niet op de onderhorige landen te hebben: en Dat Eijndelijk /:om geen meer specialiteijten teherhalen :) denselven sig soo verrehad gechuancipeert, om met een buijten gewoon aantal gewapende manschap i 't Casteel ter audientie bij den gouverneur te verscsijnen, terwijl den koning van Terna ten met de verdere molucse vorsten sig stil hielden: alle het welke den h„r bernard wel soude hebben doen be„ „grijpen, dat geen te groote ligtgeloovigheijd, of vertrouwen op losse gerugten, en jdele rapporten plaats gevonden, „den ondergetek: maar ^ veel eer hoogwigtige reedenen gehad hadde om sig met een singuliere Cautele en circum spective te gedra: „gen, want dat hij voor sijn deel veel eer bij dien vorst in, wantrouwen is geweest, heeft buijten de bewijsen, welke uijt den gantschen 'tsamenhang der saken voortvloeijen, het gevolg wel geleerd, doen /: na het genoteerde bij den reets aan„ „gesaalden apparten brief van den h„r bernard:/) enselven bij sijn.
English
his Honour, in sailing past Tidor, came aboard ship and among other things declared that he would never appear on Ternaten as long as the undersigned remained in authority or held a seat on the council. This was certainly out of apprehension that the undersigned, through personal experience with that man's suspect conduct and a fresh memory of what had occurred two to three years prior, would always have been in a position to refute his frivolous and deceitful pretexts immediately, had he, as the outgoing governor, continually attended the conferences with His Highness. But whether such frivolous protests of indigenous princes, who have seen their unfaithful dealings somewhat closely investigated and opposed by the respective governing ministers of the Company, could inspire any doubt so as to send the latter hither out of propriety and without salary (as such seems to have found place with Mr. Bernard with regard to the undersigned, and might well have been followed by further consequences had the undersigned not already been relieved from Ternaten at his own request), can best be tested against the emphatic orders of the Right Honourable Gentlemen Principals Principals in the general missive of 14 September 1731, wherein, under the section on Batavia, the sudden changing of governors and commanders over the outer stations, or particularly over the eastern provinces, is disapproved as a notable abuse. And although among the unpleasant encounters to which the undersigned has been subject since the arrival of Commissioner Bernard in the Moluccos, so sudden a removal from governance cannot be counted, as it was only about a month thereafter, namely on 1 June of the past year, as appears from the resolution of that date, that the government was ceded under proper transfer by him to his successor, Mr. Paulus Rauwenhof; yet the Ordinary Councillor and present writer, Wijbrand Blom, seems to have taken pleasure in stating as pure truth under the chapter on Ternaten, introduced for insertion into the last general missive sent to the Netherlands, that the oft-mentioned Mr. Bernard, upon the stirrings made by the King of Tidor, had immediately stripped the undersigned of all authority and seat on the council; indeed, in order better to convey to the Right Honourable Gentlemen Principals the readiness of that prince in refuting the points of accusation alleged against him by the undersigned, the said writer also presented as known that His Highness had already delivered a formal answer thereto on the very day the Commissioner sailed past his place of residence, notwithstanding that such a libel was brought to light only more than two months thereafter, or rather on 12 July, following a prior proposal of various written queries delivered to him on behalf of Mr. Bernard on 21 June prior, without the undersigned, owing to his short, impending departure, having been able to take more than two days' time to submit his interests against it, as can be seen by Your Right Honour, if it please you, from the dates of all the documents authentically extracted, as also according to the register annexed hereto under the letters F, G, and H, it having been judged of all the greater necessity by the undersigned to point out this last point here with that distinction, since Mr. Blom, after such incontestable proofs as appear from the papers, nevertheless did not seem to have been able to bring himself to cancel this as well as his initial position regarding the alleged sudden removal of the undersigned from authority under the section on Ternaten, after the same had been returned to his Honour, and on the contrary properly to inform the Right Honourable Gentlemen Superiors of the truth; from which it might well be presupposed that this writer, either out of a point of honour not to deviate from his previous description or out of some other covert purpose, has in no way satisfied the attentiveness with which matters of that nature ought to be treated in letters in the name of this government, especially when it concerns a minister who, through such erroneous, or rather biased, representations, could easily fall into the displeasure of his masters, even when his conduct had obtained approval. But to avoid all odium, the undersigned will not enter into any further glosses or remarks on this, but in the future will expect from Mr. Blom (who in other cases has already made himself abundantly known) a more moderate and cautious treatment; whilst after the foregoing necessary refutation, he
Dutch transcription
4809 sijn Ed: in 't voor bij zeijlen van Tidor aan scheepsboord quam en onder anderen een betuijging deed van Nooijd op Ternaten te Willen verschijnen, zoo lange den ondergeteekende in 't gesag was, of sessie in rade hield. Zekerlijk uijt bedugting, dat den ondergetekende door een personeele ondervinding van smans suspecte con„ duites, en een verse geheugenis van 't gepasseerde seederd twee â drie jaren bevoorens, althoos in staat soude sijn geweest, om desselvs frivole, en slintse pretexten stante pede te refuteeren, wanneer hij als afgaande gouverneur de Conferentien met sijn hoogh„d Continueel had bijgewoond dog of sulke nietige protestatien van Jnlandse vors„ „ten, die haren ontrouwen handel door de respective gebiedende ministers der maatschappij wat venauw heb„ „ben sien ondersoeken en teegen gaan, eenige twijffel konnen Jnspireeren, om de laast gem: buijten fatsoen en gagie herwaarts tesenden /:gelijk sulx net opsigt tot den ondergetekende bij den h„r bernard al meede schijnd plaats te hebben gevonden, en misschien wel van verdere Effecten zoude gevolgd zijn, wanneer den ondergeteec„ kende niet reets op sijn versoek uijt Ternaten, was ver„ „lost geweest:) zal best konnen getoetst werden aan de nadruckelijke ordres der Ed: hoog agtb: heeren principalen principalen bij generale missive van den 14:' september 1731. alwaar onder dematerie van Batavia als een merkelijk misbruijk, word afgekeurd de schielijke„ verandering der gouverneurs en opperhoofden over de buij„ „ten Comptoiren ofwel jnsonderheijd over de oosterse provintien En alhoewel onder de onaangenaame rencontres welke den ondergetekende seederd het arrivement van den h„r Commissaris bernard in de Moluccos is subject ge „weest, niet kan geteld, worden een soo schielijke dieotie uijt 't bestier als zijnde eerst ongevaar een maand na dato namentlijk op p=mo Junij des voorl: jaars, blij „kens de resolutie van dien datum, het gouvernement onder behoorlijk transport door hem afgestaan aan zijnen vervanger den h„r Paulus Rauwenhof, soo schijnd Egter den h„r raad ordinair en presenten beschrijver„ Wijbrand Blom behagen te hebben konnen scheppen, om onder het Cappittel van Ternaten, ingebragt ter jnsertie bij de laast afgegane generale missive na neder „land, als een suijvere waarheijd teposeeren, dat den veel „ gem: h„r bernard, op de gemaakte bewegingen des koo„ „nings van Tidor, den ondergetekende immediaat van alle gesag en sessie in raade had ontbloot, ja om de bereijd 4850 bereijdvaardigheijd van dien vorst in het wederleggen der poincten van beschuldiging, welke tot desselvs laste door den ondergeteeckende wierden voorgewend, nog dese beter aan D Ed: hoog Agtb: heeren principalen tejnduceeren, heeft den bewusten h„r beschrijver ook bekend gesteld, dat zijn hoogh„ds al ten dage doen den Commissaris desselvs residen „tie plaats voor bij steevende, een formeele verantwoording daar tegen had overgeleverd, onaangesien sodanig een li„ „bel eerst ruijm twee maanden na dato, of wel den 12„e julij op een prealabel voorstel van diverse schriftelijcke vraagpoincten den 21„e junij bevoorens aan den selven van wegens den h„r bernard ter hand gesteld, is in 't ligt gekomen, zonder dat den ondergetekende, mits sijn kort op handen staande vertrek, maer dan twee dagen tijd heeft konnen neemen, om daar tegen zijne belangen in tebren„ „gen, gelijk dat door u hoog Ed„e des behagende kan woor „den gesien uijt de datums van alle de te documenten, au„ „thentijk g'Extraseert, als ook volgens register hier bij ge„ „voegd onder de Letteren F: G: en H: zijnde van des te groo„ „ter noodsaakelijkheijd door den ondergetekende g'oordeeld, om dit laatste poinct alhier met die distinctie aan tewij „sen; overmits den h„r blom na sodanige incontestable blij„ ^ondoan „ken, als sig uijt de papjieren ^ egter niet op sig chijnde hebben konnen. konnens verkrijgen, om sulx soo wel als desselvs eerste positie „nopens de pretense schielijke dimotie van den ondergetekende uijt het gesag onder de materie van Ternaten, na dat desel „ve aan zijn Ed: was terug gegeeven, te roijeeren, en in E„e „gendeel D' Ed: hoog Agtb: heeren majores van de waarheijd behoorlijk teonderrigten, waar uijt dan wel zoude moogen gepresupponeert worden, dat dien beschrijver, of uijt een poinct d' honneur, om van desselvs vorige des„ „criptie niet aftewijken, of uijt eenig ander bedeltinsigt, geensints genoeg heeft gedaan aan de oplettendseijd, waar meede saken van die natuur in de brieven uijt name deser regeering behooren teworden behandeld, speciaal wanneer het betreft een minister, welke door dier „gelijcke erroneuse, of veel eer parthijdige verthoogen, lig„ „telijk souden konnen vervallen in het misnoegen zijner gebie „ders waaneer sel bine Conducities approbatie had den Erlangd Dog den ondergetekende zal sig, om alle hatelijkheeden te vermijden, tot geene verdere glossen, ten aanmerkingen hier over inlaten, maar in den aanstaande van den h„r blom /:die sig in andere gevallen reets en overvloede bekend heeft gemaakt:) verwagten Een moderater, en voorsigtiger trac „tement; terwijl hem na de voorenstaande noodwendige afwerding
English
digression, it still remains to submit, in connection with what was noted concerning the King of Tidore, for the equitable consideration of Your Right Honourables, whether his displeasure against the undersigned, if the actual state of affairs is only taken into account, could indeed have arisen from anything other than the redoubled zeal applied, following the manifold complaints and reproaches of the Right Honourable gentlemen masters, to the spice extirpation; and whether, consequently, the so-called justification delivered by that monarch to Mr Bernard on 12 June of last year does not consist of such contrived and palpable untruths as were demonstrated by the undersigned, as far as the short time permitted, in a marginal counter-report dated the 16th of the same month; to which he will accordingly refer, as well as to avoid excessive length, yet nevertheless express his astonishment at what was communicated to Your Right Honourables by the frequently mentioned Mr Bernard in his letter of 10 September last, namely that this counter-report was supposedly presented personally by His Honour to the King of Tidore: for besides the fact that this is hardly possible and far less practicable because of its extensive contents, it also requires a much more comprehensive proficiency in the Malay language than that Commissioner possesses, from which the undersigned can only infer that His Honour, while the said monarch had his mouth stopped in so convincing a manner and all further frivolous evasions were cut off, nevertheless wished to have him state, by way of a pretended general excuse, that most of the evidence cited in the counter-report appeared very weak to him, as being founded upon privately conceived documents, in which the undersigned could have set down, or caused to be set down, whatever he pleased or wished. As is also cited in a speculative manner in the letter just mentioned, and which appears to the undersigned an expression of too great emphasis to owe its origin solely to the brain of a native Mohammedan ruler, whom one ought rather to have convinced in such a case that everything rested upon incoming reports, resolutions, and daily registers, which pertained not to the private knowledge of the undersigned, but to that of the Ternate government in general, without being subject to the least suspicion of fraud or untruth, unless legal proof thereof had been provided: but Mr Bernard seems not to have foreseen at the time that a similar exception could be raised with far more justification against the papers brought to light under the Commission: since His Honour appears to have taken all of them separately to himself, without even admitting Governor Paulus Rauwanhof, who was also appointed by Your Right Honourables by resolution of 7 January of last year as second in the Commission, and much less any of the other members of the political council, to the signing of his letters; which conduct is all the more suspicious in that His Honour did not take the trouble to investigate the truth or falsehood of many notable assertions of the King of Tidore in the notorious letter of justification before; notwithstanding that the undersigned had, in his counter-report, largely provided the means to do so, having, to bring forward just one of several examples, in response to that monarch's accusation that the Tidorese were hindered regarding the purchase of linens from the Company's store, referred specifically to the testimony of the storekeeper Abraham Bernard, without a declaration ever having been demanded from the same since then, to the knowledge of the undersigned, who, owing to his impending departure, was unable to do his best to that end on his part. In order to shorten this discourse as much as possible, it shall only be added in conclusion to what has been noted regarding the King of Tidore, that the same, in order to arm himself with all the more emphasis against the undersigned and to lend some appearance of truth to the manifold false pretexts, finally also began to collude with the newly appointed King and grandees of Batchian, regarding which a concatenation of sinister practices has pre-eminently been put into operation, which one might well wish had not been so fostered by the Company's servants themselves, as the sequel will show only too clearly; but this requires a separate description, and will constitute the second main part of this memorial to Your Right Honourables according to the plan the undersigned proposed to himself at the outset, as this affair of Batchian cannot more conveniently be commenced than from its very beginning and origin, regarding which one must above all by no means lose sight of the spice extirpations, for although the natives in that place, during the three-year administration of the undersigned,
Dutch transcription
4811 afweijding, nog overigblijft, om tot aan een knoping van 't ge „noteerde over den koning van Tidor in debillijke Consideratie van u hoog Ed„s estellen, of desselvs misnoegen teegenden ondergetekende /: wanneer de Constitutie van saken slegts in agt word genoomen :) Effective wel anders kan wesen ontstaan, dan uijt den verdubbelden Jver, op de menigvuldi „geklagten, en reproches der Ed:e hoog Agtb: heeren meester„ „ren tot de specerij Extirpatie g'adhibeert, en ofderhal „ven de soogenaamde verantwoording, door dien, vorst fto op den 12„' Junij a„o pass„o aan den h„r bernard overgeleeverd niet bestaat indusdanige gepractiseerde en palpabele on „waarheeden, als door den ondergetekende zoo veel de korte tijd toeliet, in Een marginaal tegen berigt, van dato 16=e derselver maand zijn ten toon gesteld; waar aan hij sig uijt dien hoofde, mitsgaders ter vermijding van een teruijme Extensie wel sal gedragen, dog Egter zijne verwondering betuijgen over het gecommuni „ceerde aan u hoog Ed„s door den meerm: h„r bernard bij schrijvens van den 10=e 7ber: laastl: Dat namentlijk Dit teegen berigt door sijn Ed: aan den kooning van Tidor eijgenmondig zouden weesen voorgehouden: want behalven dat sulx om den breedvoerigen Jnhoud niet wel mogelijk en veel, min practicabel is, zoo zoo word daar toe ook een veel uijtgestrekten kundig „heijd in de maleijdse taal ver eijst, als dien Commissaris besit, waar uijt den ondergetekende niet anders kan op „maten, dan dat zijn Ed: den gem: vorst terwijl hem de mond op een zoo overtuijgende wijse gesnoerd, en alle verdere „af frivole uijtweegen „ gesneeden waaren, Egter nog tot een pretense generaale verschooning heefd willen doen seggen Dat de meeste bewijsen, bij het tegen berigt g'allegeerd hem zeer flaauw voorquamen, als zijnde op eijgen ge„ „ concipieerde stucken gegrond, waar in den ondergeteec„ kende had konnen stellen, of doen stellen wat hem luste of beliefde. Gelijk al meede op Een speculative wijse bij den zoo Evengeciteerde brief staat aange„ „haald, en den ondergeteeckende een Expressie van te veel nadruk toeschijnd, om haare geboorte alleen ver„ „schuldigd teweesen aan het breijn van een Jnlands mahumetaans vorst, die men in sulk een geval veel eer had behooren te vertuijgen, dat alles steunde op ingekomene rapporten, resolutien en dagregisters, welke niet tot de kennisse vanden ondergetekende in 't bijsonder, maar tot die van de Ternaatse regeering in 't generaal behoorden, zonder de minste suspitie van fraude of onwaarheijd subject te sijn, den ware daar van wetig bewijs had geleegen: dog den. 4812 den h„r bemeand sijnd doenmaals niet, voor sien s heben, dat een diergelijke Exceptie met vrij meer grond teegen de pa„ „pieren, onder de Commissie in 'tligt gebragt, konde worden ge-objicieert: dewijl zijn Ed: die alle separatelijk aan sig schijnd te hebben getrocken, zonder selvs den gou „perneer paulus Rauwanhof /:welke door u hoog Ed„s ter resolutie van den 7„e Januarij a„o pass„o teffens tot secunde in de Commissie /was benoemd:) en, veel min jmand der ver „dere leeden vanden politijcken raad tot de ondertekening zijner brieven te admitteeren: welk gedoente dan al zoo veel naden Een baard, dan dat zijn Ed: demoeijte niet heeft genoomen, om de waarheijd of valsheijd van veele notabele voorgeevens des konings van Tidor bij het bewuste verantwoordings=-schrijft van Eeders teon „dersoeken; onaangesien den ondergetekende bij sijn Eegen berigt daar toe de middelen veel sints had aan de hand gegeeven als hebbende /:om uijt diverse voorbeelden 'ter maar een hier bij tebrengen :) op de beschuldiging van dien vorst, dat de Tidoreesen, waren belethn, omtrent den jnkoop van Lijwaten uijt sComp„s winkel, sig wel speciaal gerefereert aan het getuijgenis van den winkelier Abraham Bernard, sonder dat van denselven ooijd seederd een de Claratoir bij het weeten van den ondergetekende /:die. /:die mits sijn kort op handen staande vertrek daar toe aan sijn kant het goede best niet heeft konnen doen :) is afge„ „vorderd, sullende om dit verhoog zoo, veel mogelijk tebekorten Eeniglijk nog tot een besluijt van 't aangeteeckende noo„ „pens den koning van Tidor worden bijgebragt, dat den, „selven, om sig met des temeer nadruk tegen den ondergete kende te wapenen, en Eenige schijn van waarheijd aande menigvuldige valse voorwendselen bij tesetten, eijndelijk ook heeft beginnen te Colludeeren met den nieuw aange stelden koning en rijksgrooten van batchian, waar om trend bij uijtstek een concatenatie van sinistre practijcken is in 't werk gesteld, die men wel mogt wenschen, dat door 'sComp„s dienaaren selve sodanig niet waren gefoveert, als het vervolg maar al te duijdelijk staat uijtewijsen; dog sulx vor „terd een aparte descriptie, en sal het tweede hoofd deel van dit ver„ „thoog aan u hoog Ed„s uijtmaken na de bepaling die den ondergetek: sig in den aanvang heeft voorgesteld, konnende dese saak, van Batchian, niet gevoeglijker begonnen worden, dan van haar eijgen begin en oorsprong selve, waar omtrent men voor al geensints uijt het gesigt moet verliesen de specerij Extirpatien, want alshoon de jnlanders te dier plaats„ geduurende het drie jarig bestier van den ondergetekende) zig.
English
have never factually opposed it, it is nevertheless an unshakable truth that they lacked the power more than the desire. This is not only to be considered in general—namely that, according to what has been shown under the preceding subject matter, a covert reluctance in this work is the malady from which the Moluccan princes and their grandees continually suffer—but it also appears in particular from an authentic extract of the Batchian daily register, submitted herewith to Your High Excellencies under the letter S and containing what occurred on the 27th of December 1732: that the bobatos, in the presence of their king, dared to use very suspicious language toward the post-holding sergeant Albert Schoordijk, who was urging them to prepare proas and men for the extirpation then at hand. And that they did not have things their way during that operation itself either shall be demonstrated in more detail below from a certain extensive attestation, provided at the request of Commissioner Bernard by some grandees dated the 16th of August of the preceding year. From this an idea may already be formed beforehand of how the Batchianese, after the resignation of the government by the undersigned, allowed themselves to be persuaded so quickly to let the fire of discontent, which until that time had been covered under the ashes of fear and inability, blaze forth publicly under another name. However, this will be grounded on much firmer evidence as soon as one observes the means by which the matter was brought into that state, which once again must principally be sought with the king of Tidor, according to what was already previously mentioned at the end of the previous matter. This shall now be corroborated by the necessary remarks on the conduct of that prince himself, who, after so many underhanded tricks, seems not to have been prudent enough to disguise himself in this matter in the last two articles of his so-called defense writing, delivered on the 12th of July of the past year to Mr. Bernard. His Highness managed to obtain so much from Mr. Bernard that the Company's interpreter Enog Christiaan Wiggers was sent to Batchian under a pretext (which will also require a special remark in the proper place) in the company of the Tidorese secretary Abdul Cadir. This pernicious subject has been described truthfully and depicted in outline in successive Ternate letters to Your High Excellencies, and particularly in the year 1732, because of his singular participation in the rebellious activities of the Mabarese and Pataniers, together with the further foul artifices frequently instilled by him into his king in his capacity as his factotum. One must therefore wonder how the aforementioned Mr. Bernard (if His Honour had only cast his eye upon those papers) could have given an opportunity to such an infamous rogue to play his role on Batchian. There, partly through their natural timidity before the Tidorese and partly through the lure of a hoped-for gain, he quickly managed to persuade the king and grandees to join hands with his master, and thus jointly to rub foul stains on the undersigned, along with those who were further in the way of the last-mentioned prince and his adherents at the main office of Ternate, or who had brought his covert displeasure upon their necks because of their zeal for carrying out the spice extirpation; and to present a false pretext that not only did the king of Tidor have reason to complain, but that the king of Batchian was also not a little wronged and mistreated, even to the extent that he and his aforementioned grandees had to seek the help and advocacy of the Tidorese with Commissioner Bernard. This is similarly found dished up in the last article of the aforementioned royal defense, as if the Batchianese would not have found enough equity among the Company's ministers to do them justice upon legitimate complaints, without another prince entering into the play. To all these movements, the Company's interpreter Enog Christiaan Wiggers also contributed quite a lot, who, along with the Tidorese, was constantly at work on Batchian to stir up the king and his bobatos, as Your High Excellencies may observe from an original attestation provided at Ternate after the departure of the undersigned by the provisionally assistant Ian Daniel van Carling, along with two soldiers, in such manner as is added under letter K of the annexes hereof. Thus, the reasons that moved the king of Tidor to bring the matter to the point that the said Wiggers, along with His Highness's own people, [went] to Batchian, are easy to guess.
Dutch transcription
1813 zig daar teegen nooijt feijdelijk hebben g'opposeert, zoo is het Egter een omvrikbaare waarheijd, dat het hun meer aan magt, dan aan lust ontbrooken heeft, als sijnde niet alleen in 't generaal te reflecteeren, dat vol„ „gens het aangewesene onder de voorgaande schrijf stoffe een bedekte onwil in dit werk het euvel is, waar aan de molucse vorsten, en hare rijls grooten bij Con„ „tinuatie mansgaan, maar het blijkt ook in 't particu „lier uijt een authentijk Extract van 't batchians dag „register, hier nevens aan u hoog Ed„s gesubministreert, onder de letter S: en behelsende het doorgevallene op den 27„e xber: 1732 dat de bobatos in presentie van haren koning tegen den posthoudenid sergeant Albert schoor „dijk, welke haar aanmaande tot het vervaardigen van praauwen en volk voor de doenmaals ophanden zijnde Extirpatie, een seer nadenkelijke taal hebben durven voeren: en dat zij onder die verrigting selve het almeede niet na haar sin hebben gehad, sal in 't vervolg nog nader worden gedoceert uijt seekere breed „voerige attestatie, ter begeerte van den h„r Commissaris bernard verleend door sommige rijksgrooten in dato 16=e aug„s des voorl: jaars, waar uijt dan voor af wel een Concept is temaken, hoe de batchiamners na de resignatie resignatie der regeering door den ondergetekende hun zoo schielijk hebben laten overhaalen, om onder een andere naam het vuur van misnoegen, 't geen tot die tijd toe onder den assche van vrees, en onvermogen was bedekt geweest, in 't openbaar te doen uijt sehitteren, dog dit sal op veel vaster blijken gegrond vest weesen soodra men de middelen m agt neemt, door welke de zaak in dat pos tuur is gebragt, en die al wederom ten principaalen moeten worden thuijs gesogt bij den koning van Tidor na 't geen reets prealabel vermeld staat in 't slot der voo „rige materie, zullende thans geloofstaaft worden door de nodige remargies op het bedrijf van dien vorst zelve, welke na zoo veele tlinkse streecken, niet voor „sigtig genoeg schijnd geweest te sijn, om sig in dit stuk te dequiseeren bij de twee laatste leeden van sijn zoo genaamd verantwoordings schrift den 12„e Julij A„o pass=o overgeleverd aan den h„r bernard, op wien zijn hoogh„s zoo veel heeft weeten te verkrijgen dat sComp„s tolk E nog Christiaan Wiggers, onder een pretext, 't geen al meede ter behoorlijker plaats een speciale remarque zal verijsschen, na batchian is afgesonden in geselschap van den Tidoreesen secretaris abdul Cadir, welke per „nicieus subject bij de ternaatse brieven aan u hoog Ed„s Successive 4814 Successive, en wel bijsonder in den jare 1732. om sijn singuli„ „lier deelgenoodschap aan de oproerige bedrijven der maba„ reesen, en pattaniers, mitsgaders de verdere vuijle konste „narijen, door hem veelvuldig aan zijnen koning, inhoe „danigheijd van desselvs albeschik, ingeboesamd, nawaar „heijd is beschreeven, en in 't geraamte gesteld, zoo dat men zig moet verwonderen: hoe den meerm: heer Bernard /: wanneer zijn Ed: andersints het oog slegts geslagen heeft op die papieren:) nog gelegentheijd aan sulkeen besaam den fielt kan hebben gegeeven, om sijn persona „ge tegaan speelen op Batchian, alwaar hij den koo„ „ring ende rijEsgrooten, eensdeels door haare natuur „lijke timiditeijd voor de Tidoreesen en andersdeels door het lokaas van een verhoopt gewin al schielijk heeft weeten te persuaderen, om met sijn meester de han „den in malkander te slaan, en dus gesamentlijk den ondergetekende, met de geene welke den Laastgedagten) vorst, neevens die van sijnen aanhang ten hoofd Comp„s „toire Ternaten nog verder in de weg waren, of desselvs bedekt ongenoegen overharen iever tot het voortsetten te der specerij Extirpatie hadden op den sals gehaald en 'r vuijle blek aan te tvrijven, mitsgaders een vals ver „thoog vegeven dat den koning van Tidor alleen geen ex reeden ie rheeden had van klagen, maar dat oot die van batchian niet weijnig was verongelijkk en mishandeld in soo verre selv dat sij met sijne voors:) rijk grooten de hulx en voorspraat van den Tidorees bij den h„r Commissaris bernard moest ver soeken, gelijk dat al meede zodanig opgedist gevonden de word bij het laatste lid der meergenit„s koninglijke ver„ „antwoording, even als of door de batchianners soo veel billijcheid bijsComp„s ministers niet soude weesen ont„ „moet, om haar op wettige klagten regt te doen, sonder dat 'er een ander vorst meede in 't spel quam: heb„ bende tot alle dese bewegingen ook vrij veel gecontribu „eert 'sComp„s tolk Enog Christiaan Wiggers die benee„ „vens de Tidoreesen gestadig op batchian is in de weer geweest, om den koning en zijne bobatos op te rockenen na 't geen door u hoog Ed„s kan worden beoogd uijt een origineele attestatie, na het vertrek van den onder„ „geteeckende door den p„r adsistent Ian Daniel van Carling, met nog twee militairen jndiervoegen op Ternaten verleend, als deselvs onder =ra k de bijlagen deses is toegevoegd, zoo dat dan de reedenen Ligt teraden vallen, welke den koning van Tidor hebben bewoogen om de zaak daar toe te brengen, dat den gem: Wiggers neevens sijn hoogh:t eijgen, volk na batchian 16./
English
has been dispatched, and it were to be wished, Right Honourable Gentlemen, that even narrower intrigues were not concealed beneath this affair, which will even for the most part be excavated from the commissarial letters and enclosures recently received from the Moluccos, where they did not even wait until those of Batchian made their complaint in person, in case they maintained that they had good cause, but means were found so as not to allow the king and the grandees of his realm to slacken in the zeal to which they had been brought by the aforementioned instigations of the Tidorese secretary and the Company's interpreter. To which end it appears in every respect that the junior merchants Hubertus de la Kaije and Cornelis Backer, upon the occasion of their dispatch as commissioners to Gorontale and the Bay of Tomini, called at Batchian under a specious pretext of providing the vessel assigned for their transport with water and firewood, but actually to demand a so-called declaration from the king, the Goegoegoe, and the Captain Laut, whereby that which was made known by the king of Tidor in that regard a few days later in the last clause of his well-known justification was partially confirmed. Furthermore, it can be seen from the separate letter of Mr. Bernard dated 10 September of the past year that the aforementioned commissioners had reported on their activities at Batchian on 27 June by a special express letter, upon which—although it had already arrived at the main office of Ternate on 5 July, and that, if Mr. Bernard pleases so to express himself, to no small dismay and astonishment of his Honour—the least movements were nevertheless not made until after the lapse of eleven days, or indeed on 16 of the same month, when by a letter to the king of Batchian further elucidation concerning the tenor of the declaration was demanded, and His Highness was requested to send some of the grandees of his realm to Ternate for that purpose. This occurred on the very day that the undersigned departed from there, who throughout that entire intervening period had never been permitted on behalf of the Company to obtain any disclosure of these stirred-up Batchian complaints, much less that the means had been given to him to arm himself against them in the proper place for a lawful defense. This is indeed a proceeding so directly contrary to all maxims of a well-ordered government and of so much prejudice to the aggrieved party that the undersigned must frankly testify that in this matter Mr. Bernard did not act in good faith, but rather gave way to a vindictive disposition conceived by the same against the undersigned over some past matters in Amboina, and which His Honour had indeed successively shown in diverse trifles of too little weight to detain Your Right Honours' attention therewith, yet seems to have wished to reserve especially until after the departure of the undersigned, in order to play a safer card against a minister whom they in Ternate had not foreseen would, upon his arrival here, through the favourable appointment of the Honourable Right Respected Gentlemen Principals, have taken immediate session in this Illustrious assembly, so as to be able to experience from nearby that a matter of such weight—having been entirely concealed in the commissarial letter of 16 July, notwithstanding that the same, as said above, had already been brought to light so many days before—was not imparted to Your Right Honours until by further letter of 10 September, and that moreover in a manner that is in every way suited to obscure from discerning eyes the management maintained in the instigation of this Batchian affair. For although the last two clauses of the pretended justification of the Tidorese king deliver clear proof that his secretary Abdul Cadir was dispatched thither in the company of the Company's interpreter, not only for the delivery of a letter, which will likewise require a special reflection in the proper place, but also to support the contents by a verbal conversation with the Batchian prince, this latter being likewise very easily gathered from the copy of the letter subsequently addressed by Mr. Bernard to His Highness on 16 July, nevertheless another cloak was invented for this purpose in the frequently mentioned separate commissarial missive to Your Right Honours of 10 September, and it was clearly feigned that the interpreter had only undertaken this journey to collect some Labuha people who had been with Ensign van Roon on the recent spice extirpation to Weda and Maba. And in a similar manner, diverse bad examples can also be provided regarding the aforementioned commissioners De la Haije and Backer, whereof
Dutch transcription
4815 is gedepescheert, en het ware tewaeschen Hoog Edele Heeren, dat 'er nog geen Enger jntriques onder dit werk hadden geschuijlt, welke selvs ten meesten deele sullen worden uijtgedolven uijt de Commissoriale brie „ven, en bijlagen, Laatst uijt de moluccos ontfangen, alwaar niet eens is gewagt tot dat die van batchian perconeel haar beklag deeden, ingevalle zij sustineer den goede oorsaken te hebben, maar men heeft middel gevonden, om den koning en zijne rijx grooten, niet in den iever, waar toe zij door de bovengewaagde instigatien van den tidoresen secretaris en 'sComp„s tolk waren gebragt, te doen verslaauwen, ten welken Eijnde het in allen deele toeschijnd, dat de onderkoop „lieden Hubertus dela kaije en Cornelis backer, bij occasie hunner afsending als gecommitt„s na Goronta „le, en de bogt van Tomini, batchian hebben aange „gierd, onder een specieus pretext, om het vaartuijg tot jaar transport geschikt, van water en brandhout te voorsien, dog vijgendlijk om van den koning, goegoegoe en Capitain laout een zoogenaamde verklaring afte „vorderen, waar bij voor een gedeelte wierd geconfir „meert, 't geen door den koning van Tidor ten dienre „guarde weijnig dagen na dato bij het laaste lid zijner sijner bewuste verantwoording was bekend gesteld, konnende wijders uijt het appart schrijvens vanden h„r bernard de dato 10=e 7ber: des voorl: Jaars ge sien worden, dat de Evengen: gecommitteerd„s den 27„' junij van hunne verigting op batchian bij een Expres briefken verslag hadden gedaan, waar op, alschoon het den 5„e Julij reets ten hoofd Comptoire Ternaten was aange „bragt, en zulx /: zoo den h:r bernard zig gelieft uijt te drucken:) tot geene kleene ontstigting en verwondering van zijn E: Egter de nmste movementen niet sijn gemaakt, dan na verloop van Elfdagen, of wel den 16=e der selver maand, wanneer bij schrijvens aan den koning van Batchian nader Elucidatie noopens den teneur der verclaring wierd gevorderd, en zijn hoogh„d versogt, om tot dat Eijnde eenige zijner rijlsgrooten na Ternaten tesenden; zijnde zulx geweest ten selven dage, doen den ondergeteeckende van daar vertrok, welke in dien geheelen tusschen tijd nooijd 'sComp„s weegen Eenige opening had mogen Erlangen van dese op geraagte batchianse klagten, veel min dat hem middel zoude sijn gegeeven om sig daar tegen ter behoorlijker plaats te wapenen tot een wettige verdeediging; 't geen dan Een gedoente is, soo direct strijdig tegen aele maximes, van enwelgestalde regeering 4816 regeering, en van soo veel prejudice, voor de beswaarde parthij dat den ondergetekende onbewimpeld, moet betuijgen in dit stuk door den h„r bernard niet ter goedertrouwe gehandeld, maar veel eer voldaan te weesen, aan een vindicative neijging bij denselven al over eenige gepasseerde zaaken in Amboina tegen den ondergetekende opgevat, en die zijn Ed: wel in diverse kleenigheeden, van teweijnig gewigt om de attentie van u hoog Ed„s daar meede op te souden successive had doen blijken, dog speciaal tot na het vertrek van den ondergetekende schijnd dte hebben willen reserveeren, om een secuurder kaart te speelen met een minister, die men in Ternaten niet voorsien had, dat bij zij arrivement alhier door de gunstige aanstelling der Ed: hoog Agtb: heeren principalen inamediaat sessie soude genoomen heb„ „ben in dese Jllustre vergadering, om aldaar van nabij te konnen ondervinden, dat een zaak van dat gewigt t' EEenemaal versweegen sijnde bij den Commisse „rialen brief van den 16=e Julij /:onaangesien deselve als boven gesegd reets soo veele dagen bevoorens was in 'tligt gebragt:) niet eerder aan u hoog Ed„s is bedeeld dan bij nader schrijvens van den 10=e 7ber: en sulx nog tot soo gestalde nog op een trant welke in alleerdele geschikt is, om het beleijd in den aattleg deser affaire van batchian gehou „den voor doorsigtige oogen &e verduijsteren: want alssoon de twee laatste leeden der pretense verantwoording van den tidoreesen koning een klaar bewijs uijtleeveren dat desselvs secretaris Abdul Cadir in geselsen ap van sComp„s tolk derwaarts is afgesonden, niet alleen ter bestelling van Een brief, die al meede ter behoorlijker plaats een besondere reflectie salvereijsschen, maar ook om den jnhoud door een mond gesprek met den batchiansen horst te secondeeren, zijnde dit laatste insgelijx seer ligt op temaken uijt de Copia van het schrijvens, door den h„r bernard aan sijn hoogh„ds naderhand gerigt op den 16=e julij soo is Egter daar toe bij de meergewaagde apparte Commissoriale, missive aan u hoog Ed„s van den 10=e 7ber: een anderen delmantel uijtgevonden, mitsgaders duijdelijk voorgewend dat den tolk slegts dese reijs had aangenomen Ten afhaal van eenige Laboureesen, die met den Vaandrig van Roon op de Jongste specerij Extirpatie tot Weda en maba waren geweest: en op een gelij ken voet konnen ook nog diverse slegte staaltjens aande hand gegeeven worden, weegens de voorwaards gem: gecommitteerdens De la Haije en backer waar van
English
from the undersigned, in order not to be too lengthy, but will only adduce some principal circumstances; to which end your Right Honourables are respectfully requested to cast your eyes upon the beginning of the letter, sent by the junior merchants of batchian to Mr. bernard dated 27 June, in which it is stated that those very matters were brought to their knowledge by the native which they alleged upon their express interrogation of the king and magnates of the realm, just as if they had been so public that the common natives could serve as the first informants, whereas by the magnates of the realm, since their appearance at the main office of Ternate, it was positively alleged at the re-examination of their declaration of 16 August that they themselves had obtained no knowledge thereof until fully three weeks after date from the mouth of their prince, and that on the occasion of the receipt of the missive from the Commissioner to His Highness, wherein it was ordered to make a further disclosure; indeed, in this matter a remarkable course was pursued: for from the terms in the beginning of the aforementioned missive one would have to determine that the king of batchian had complained to the deputies of his own accord, whereas by the last-mentioned in the aforementioned writing to Mr. bernard of 27 June the contrary was alleged, and it was clearly reported that they had interrogated that prince on their own account, besides which this can be discovered rather more extensively from the letter of His Highness himself received at Ternate on 4 August. Must not anyone who views these absurd proceedings with an impartial eye, and furthermore observes that the junior merchants De la haije and Backer, who had touched at batchian, had not only ventured to conduct a formal inquiry concerning the king and magnates of the realm, but even to demand of them a declaration under oath, conceive the view that more than one underhand game was played: since it is beyond probability that subordinate servants (whose commission extended to an entirely different purpose) would ever have resorted to such an action without a prior assurance of ratification, just as their allegation in the writing from batchian to Mr. bernard: Namely, that they had first obtained knowledge of matters there through the native (the untruth, nay, absolute impossibility of which has already been clearly brought to light by the undersigned from the received annexes of the latest commissarial letter to your Right Honourables) rather affords reason to presume even more firmly that they, as the saying goes, came well-prepared, and did not step ashore at the aforementioned place until after obtaining oral instructions from an entirely different quarter than the common native, whose loose talk, even if it had merited so much reflection at the utmost, would indeed have been brought to the knowledge of the main government by a simple letter, so that they might devise what further to do or leave undone therein, but it is by no means to be suspected that such servants would have dared to take the liberty to make an arbitrary arrangement on their own authority in such a manner. But since yet more circumstances will arise in this matter, which are of no pleasant nature, and the undersigned has had to disclose the foregoing provisionally in order to show your Right Honourables to what this intrigue on batchian owes its actual birth, he will now, before proceeding to the pretended points of grievance themselves, investigate with all possible conciseness with what evidence they are supported, and what credence is to be attributed thereto, while in the meantime the measures employed at Ternate after the receipt of the first reports from batchian in order to obtain some confirmatory documents will also be indicated in chronological order. As regards the so-called written testimony itself, brought to light by the conduct of the two junior merchants De la haije and backer in the manner aforesaid, it is found to have been granted by the king of batchian and his two foremost magnates of the realm at the requisition of no one: which depositions have no legal force, but are suspect of a private subornation, or at least of prior instruction, which the undersigned would not have touched upon had it remained merely at this defect, together with the suspicions arising therefrom; however, the previous chain of events has well demonstrated that it goes further in this matter, and the effective intervention of such persuasive means is fully proven from the documents, as well as by arguments approved in law. Still much more remark is merited by the very singularity of this declaration: for as soon as two magnates of the realm, namely the goegoegoe and Captain laut, are introduced therein besides the king, it nevertheless appears that the testified matter (if it were founded in truth) would only have happened to His Highness, and at best could only have become known to the co-deponents through his oral account; just as was already pointed out before from the re-examination of the further attestation granted by various courtiers of batchian, and among them also the aforementioned goegoegoe, at the main office of Ternate on 16 August, that none of them all knew anything of it until the receipt of a missive from the Commissioner bernard to their prince, from which then (as soon as one takes into account that they do not shrink
Dutch transcription
4817 van den ondergetekende, om niet al te langwijlig te sijn, maar Eenige principale Circumstantien sal bij „brengen; ten welken fine u hoog Ed„se Eerbiedig worden versogt de oogente laaten gaan op het begin van den brief, door die onderkooplieden van batchian aan den h„r bernard afgesonden in dato 27„e Junij waar bij vermeld staat dat hun door den jnlander ter kennis waren gebragt deselve zaaken, welke op hunne Expresse afvrage door den koning en rijxgrooten wierden voorgewend, Even als of die zoo publijcq waaren geweest, dat de gemeene jnlan „ders tot de Eerste berigt geevers konde dienen, daar nogthans door de rijxgrooten, seederd ten hoofd Comptoire Ternaten verscheenen, bij het recollement hunner verklaring van den 16=e aug„s positive is voorgewend, dat zij zelve dierweegen geen kond schap hadden Erlangd dan ruijm drie weeken na dato uijt de mond van haren vorst, en sulx ter geleegendheijd van den ontfangst der missive van den Commissaris aan sijn hoogh„d waar bij g'ordon neerd was een nadere ontdecking te doen; sijn de selfs ook in dit stuk een wonderbaarlijken voet gesonden: want uijt de termen in den aanvang der Evengedagte missive de missive, zoude mien moeten vast stellen dat den ko„ „ning van batchian aan de gecommitt„s uijt eijgen beweeging had geklaagd, daar nogthans door de laast gem: bij voorengewaagd schrijvens aan den h„r bernard van den 27„e Junij het tegendeel voorgewend, en duijdelijk berigt is, dat zij dien vorst voor haare reeckening hadden g'interrogeerd, behalven dat sulx nog vrij omstandiger kand worden ontdekt uijt den brief van zijn hoogh„t zelve op Ternaten ont „fangen den 4„e augustij. Sal dan een Jgelijk welke dese ongerijmde gedoentens met een onsijdig oog beschouwd, en daar nevens opmerkt dat de onderkooplieden De la haije en Backer welke op batchian, waren aangegierd, niet alleen hadden onderstaan, om omtrent den koo „ning ende rijksgrooten een formeele Enqueste te „van doen, maar selvs ook„ haar af tevorderen een de Cla „ratoir onder Eede, geen sustenue moeten op vatten dat 'er meer als een onder heeft gespeeld: dewijl het buijten apparentie is, dat subalterne dienaren /:wel ker Commissie sig tot een geheel ander eijnde uijtstrekten ooijd tot sodanigen actie zouden wesen overgeslagen sonder 4818 zonder een prealabele verseeckering van ratificatie gelijk dan ook haar voorgeeven bij schrijvens van batchian aan den h„r bernard: Dat, namentlijk, zij aldaar eerst kennis van zaaken door den Jnlander hadden gekreegen /:waar van de onwaarheijd Ja volftrekte onmogelijkheijd uijt de ontfangene bijlagen„ der jongste Commissoriale brief aan u hoog Ed„s reets duij „delijk door den ondergetekende is in den ligten dag gesteld:) veel eer reeden verschaft, om nog vaster te presumeeren, dat zij, als men segd, beslagen ten ijs gekoomen, en niet ter gem: plaats aan land ge stapt zijn, dan na het Erlangen van mondelin „ge jnstructien van een geheel andere kant als den gemeenen jnlander, wiens losse praat, wan „neer die, ten uijttersten genoomen, al zoo veel reflectie had gemeriteerd, wel bij een simpelen brief aan de hoofd regeering zoude weesen ter ken „nis gebragt, op dat deselve mogt beramen: wat daar in verder te doen, ofte laten stond, maar geenssints is het tevermoeden, dat sulke bediendens haar souden hebben durven Emancipeeren, om jndiervoegen een willekeurige schicking op haar Eijgen hand temaken. dog overmits ter nog al meer omstandigheeden in desen zullen. 4 zullen tepas koomen, welke van geen aangenaam ordeur zijn, en den ondergetekende de vorenstaande bij provisie heeft moeten openleggen, om u hoog Ed„s te doen sien, waar aan dit konkelwerk op batchian zijn Eijgendlijke geboorte verschuldigd is, zoo sal sij thans, alvoorens nog tot de pretense beswaarnis poinc „ten zelve over tegaan, eens met alle mogelijke beknopt „heijd na speuren, met welke bewijsen die gesterkt zijn, en wat geloofdaar aan is te attribueeren, sul „lende middelerwijlen ook na tijds ordre worden aan „geweesen demiddelen, na de receptie der eerste bat „chianse berigten op Ternaten jn 't werk gesteld, om nog eenige Confirmative stucken te bemagtigen. — Wat dan het zoogenaamde getuijgshrift, door 't beleijd der twee onderkooplieden De la staije en bac„ „ker jnvoegen voors:) aan 'tligt gebragt op sig selve betreft, zulx vind, men verleend teweesen door den ko„ „ning van batchian en zijne twee Eerste rijksgroo„ „ten ter requisitie van niemand: hoedanige depositien „bassus geen kragt hebben, maar van Een particuliere, „ diwvang subcornatie, often minsten van prealabele jnstruc „tir suspect zijn, 't geen dan ondergeteeckende niet aens soude. 4819 zoude hebben aangeroerd, bij aldie 'tslagts bij dit defect, mitsgaders bij de suspicien daar uijt ontstaande, gebleeven was, dog de vorige aan een schakeling van saken heefd wel gedemonstreerd, dat het in desen verder gaat, en de Effective tusschen komst van sodanige persuasive middeelen polkoo „men beweesen is uijt de stucken, als ook door argumen „ten, welke bij het regt worden goed gekeurt. Nog veel meer remarque verdiend de naaste singulariteijt van dese verklaring: want alssoon buijten den koning nog twee rijx grooten, namentlijk den goegoe „goe en Capitain laout daar bij zijn ingevoerd, blijkt het Egter dat de getuijgde saak /:wanneer die in waarseijd be„ stond:) sijn hoogh„t alleen souden weesen bejegend, en ten besten genomen slegts door desselvs mondeling verhaal konde be „kend geworden zijn aan de meede deposanten; gelijk dan ook uijt het recollement der nadere attestatie, door di „perse batchiase hovelingen, en daar onder meede den gem: goegoegoe ten hoofd Comptoire Ternaten op den 16„' aug„s verleend bevorens reets is aangeweesen, dat niemand van haar alle iets daar van heeft geweten, dan bij den ontfangst eener missive van den h„r Commiss„s bernard aan haren vorst, waar uijt dan (: zoo dra men in agtneemd, dat sij haar niet ontsien
English
have not hesitated, nevertheless, to testify as if from their own knowledge and thus take the oath upon their Quran or lawbook:) it can, on the one hand, be deduced how readily the Native generally lends himself to giving a false deposition; yet on the other hand it appears that the royal authority, as an effect of the collusion with the Tidorese, has operated very emphatically in this matter, since according to the tenor of the already cited attestation annexed hereto under Litt. k, an oral protestation was subsequently made at the main factory of Ternate by the Bachianese Kapitan Laut that they had proceeded to that oath against their will and upon the express command of their prince, without them knowing anything of the matters deposed; whence the singularity, and consequently the notorious reprehensibility of the testimony in question on that side is also so firmly established that any further description by way of confirmation would be entirely superfluous. — Accordingly, the undersigned will much rather, before leaving this, still point out a substantial defect in the aforementioned Bachianese declaration, consisting herein: that the witnesses are acting in their own interest, being driven by an obvious bias to seek their own advantage under the guise of being heard, as will be demonstrated more fully and in detail in the sequel, when coming to the contents themselves; since this is touched upon here only preliminarily in passing, in order to show the miserable condition of this document from all sides. For that same reason, the undersigned feels moved to remind Your Right Honourables that there is also lacking the most effective requisite prescribed by law for a testimony, namely: that the same be sworn before a competent court of justice, in the presence of the aggrieved party, of which in this matter the very opposite was observed, and the case was treated extra-judicially by two persons whose commission did not extend to conducting even the slightest inquiries on Bachian. — Besides this, the tenor of the repeatedly mentioned deposition still exhibits considerable defects, but it will be more convenient to reserve the same for the refutation of the pretended grievances, and this all the more since the preceding are already of abundant weight, not only to divest a testimony of all credibility, but also to relieve anyone who might find himself accused thereby of all accountability, which one must conclude from the consequences was also very well noticed by Mr. Commissioner Bernard; since His Honour, after what was communicated in his last letter to Your Right Honourables, has since, under the pretext that the matters therein were known only generally and without any circumstances, demanded by express letter a further account from the Bachianese King, and at the same time requested that His Highness to that end should send some of his grandees of the realm to the main factory to be interrogated, which, however, was not complied with until some weeks later, or rather on the 5th of August, when there finally appeared at Ternate the Jogugu, Kapitan Laut, and various other courtiers with a letter from their prince, which according to the further substantial sense of the just-cited commissarial advices served to confirm the preceding deposition; although one could perhaps say with considerably more foundation that work had been done on it for so long in order to make good, if it were possible, a party of fabricated lies, or to lend it somewhat more probability by means of some newly invented circumstances, just as if a defective declaration, confirmed contrary to all rules of law with an extra-judicial Mohammedan oath, could subsequently be rendered valid by a simple letter from the same deponents, or rather a document which does not furnish the slightest proof, except against the writer or those who of their own motion acknowledge the contents as true and good, from which, in regard to the undersigned, it is as far removed as the sequel hereof will continually show, after he has first observed that on Ternate, too, the best opinion thereof cannot have been formed; since after the receipt of this royal letter, a very extensive attestation was nevertheless again demanded on the 10th of August from the repeatedly mentioned Jogugu with various grandees of the realm, which, according to the assertion of Mr. Bernard, confirmed the matters still further; just as the contents, in so far as the same relate to the points contained in the just-mentioned Bachianese letter, also for the most part, down to the very words inclusive, agree with it; so that there must have been a good copyist at work, or at least the King's Imam or priest named Diabaroe, who was specifically also in league with the Tidorese and intentionally allowed himself to be found among the latter so-called attestants, must have learned his lesson very well by heart; for that the first two Bachianese grandees of the realm, namely the Jogugu and Kapitan Laut, had not the least knowledge of the tenor of the often-mentioned missive, and upon their departure for Ternate by
Dutch transcription
ontsien hebben, om Eogter dls uijt eijgen berwustseijde getuij „gen en zodanig den eed op haren alkoran of wetboek te precteeren:) wel aan de Eene kant is afteleijden: hoe gereed den Jnlander zig doorgaans bevind tot het geeven van een valse depositie; dog aan de andere kant blijkt het, dat het koninglijk gesag, als een effect der Collusie met den tidorees, in desen seer nadruckelijk heeft meede gewerkt, als zijnde /:volgens den teneur der reets geciteerde en hier ne „vensgevoegde attestatie onder Litt„r k:) door den batchian „sen Capitain laout, naderhand en hoofd Comptoire Ternaten een Eijgenmondige protestatie gedaan, dat sij tot dien EEd getreeden was met onwil, en op het Expres bevel van sijnen vorst, zonder dat sij van de gedeponeerde saken tels wist waar uijt dan de singulariteijd, en bijgevolge de notoire verwervelijkheijd van het bewuste getuijgenis aan die zijde ook soo seker Consteerd, dat alle omschrijving tot een nadere bevestiging niet dan overtollig zoude sijn. — oversulx zal den ondergetekende veel liever, voor waren om nog aantemerken eender de substantieel gebrek inde voors: batchianse verklaring, hier in bestaande, dat de getuij„ „gen verseren in haar Vijgen saal, sijnde met een sigtbaree toelag beset, om onder de naam van verhort tewesen haar voordeel d 7820 voordeel te bejagen, gelijk dat in 't vervolg, wanneer men tot den Jnhoud selve komt, nader, en ten vollen sal worden gedoceert; dewijl sulx hier, maar prealabel, met de vin „ger word aangeroerd, om de pitieuse Conditie van dit document aan alle kanten te verthoonen. Door die zelve reeden vind den ondergetekende sig bewoogen, om u hoog Ed„ls se herinneren, dat daar aan ook ontbreekt het effectieelste requisit bij de regten tot een getuijgen is voorgeschreeven, te weeten: dat deselve worde beedigt voor een Competente regtbank, in het bijweesen der beswaarde parthij waar van in desen 't Eenemaal het tegendeel g'observeert, en de saak Extra judicieel besandeld is, door twee persoonen welker Commissie sig niet uijtsrek„ „te, om selvs de minste Enquesten op batchian te doen. — buijten dien leeverd den teneur der meerm: deposi „tie nog al Considerable defecten uijt, dog het sal gevoeglijker wesen deselve tereserveeren tot de wederlegging der pretense Gravamima, en zulx nog te meer, overmits de voorenstaande reets van een overvloedig gewigt zijn, om niet alleen een getuijgenis, van alle geloofte destitueeren, maar ook om Jmand, welke sig daar bij mogt beschuldigd vinden te ont hebben hebben van alle verantwoording, 't geen men uijt de gevolgen„ moet opmaken, dat al meede seer wel bemerkt is door den h„r Commissaris bernard; dewijl sijn E: na het gecommuniceer „laatsten „de bij sijnen „ brief aan u hoog Ed„e sederd onder voorwendsel Dat de zaken daar bij generaliter, en zonder eenige omstan„ „heeden bekendstonden. van den batchiansen Coning bij Epres schrijvens een nader verhaal gevorderd, en teffens versogt had, dat sijn hoogh„t en dien fine eenige sijner rijksgrooten na het hoofd Comptoir soude senden, om teworden ondervraagd, waar aan Egter niet wierd voldaan, dan Eenige weeken naderhand, of wel den 5„e aug„s wanneer Eijndelijk op Ternaten verschee „nen den goegoegoe, Capitain laout en diverse andere hovelingen met een brief van jaren vorst, Welke /: naden verderen supstanti„ „elen sin der Evengeciteerde Commissoriale advisen:) Tot Confirmatie strekte van de voorgaande depositie; alshoon men misschien, met vrij meer fundament soude konnen seggen dat daar aan soo lang g'arbeijd was, om een parthij opgeraapte Leugens (:waar 't mogelijk:) goed te maken, of door eenige nieuw verdigte circumstantien wat meer waarschijelijkheijd „of bij tesetten, Even als een defect de claratoir, tegen alle regelen van regten met een Extra- judicieelen mahumetaansen eed bevestigd, vervolgens tot validiteijd konde geredigeert worden door een simphe brief van deselve deposanten, of eijgendlijk. e 4821 Eijgendlijk een document, 't geen de minste preuve niet uijt „leeverd, dan tegen den schrijver, of de sulke, welke den inhoud uijt Eijgen beweeging voor waaragtig good Erkennen, waar vandaan het ten reguarde van den ondergetekende soo ver is, als het vervolg deses doorgaans sal uijtwijsen, wanneer hij alvoo „rens nog aangemerkk heeft, dat op Ternaten dierwegens ook het beste denkbeeld niet kan geformeerd sijn; dewijlnaden ontfangst van dit koninglijk schrijvens egter al wederom een seer breedvoerige attestatie op den 10=e aug„s van den meerm goegoegoe met diverse rijksgrooten is afgevorderd, die na het voorgeeven van den h:r bernard, De saken nog nader bevestigde; gelijk dan den inhoud, voor soo veel deselve relative is tot de po „mcten bij den Evengem: batchiansen brief vervat, daar meede ten meesten deele, tot in dewoorden incluijs, over een steend; zoo dat 'er een goed copj ist moet ende weer geweest sijn, often minsten sal skonings Iman of priester Diabaroe genaamd, die speciaal ook met de tidoreesen sad tsamen gespannen, en sig voorbedagtelijk heeft laten vinden onder de laatste zoo genaamde attestanten, sijn les seer wel van buijten hebben geleerd; want dat de twee eerste batchianse rijksgrooten, namentlijk: den goegoegoe en capitain haout geen de minste kennis van den teneurder meergewaagde missive hebben gehad, mitsgaders bij haar vertrek na deruaten door
English
were expressly ordered by the king to answer everything asked of them at that place with yes, in such manner as the imam Diabaroe would specify and dictate, is evident from the mouth of the said Capitain laout himself in the remarkable attestation, submitted herewith under the Letter & and already cited multiple times, so that this latter testimony of the Batchian grandees of the realm is just as incredible and far more abominable, on account of the villainies perpetrated therein; as the first, obtained by the junior merchants De lahaije and backer: although outwardly, regarding the observance of formalities at the main office in ternaten, somewhat more caution was used, as the questioning took place, and the oath was subsequently administered before two members of the Council of Justice: yet as such has not enough power to give any greater credit to a deposition, of whose falsehood proofs are already at hand from earlier, so too can the substantial defects, which might reside therein from another side, not be removed thereby, so that this also takes place in the case subject: for, after the so-called witnesses had stated all the points, contained in the tenor of the attestation, with such apparent certainty, as if they had happened to them in person, or had become immediately known to them 4822 had become, one nevertheless sees them affirm at the re-examination that the king had revealed the most important circumstances to them, not at the same time when they supposedly occurred, but long after date, when the commissioner bernard wrote to batchian about it, and consequently, after such collusions, suggestions, and misleading artifices had intervened, as are clearly noted above: thus appearing beyond any dispute, that everything again solely rests on the frail credibility of a Mohammedan prince, and that the ground of knowledge, which must nevertheless constitute the soul of a testimony, is lacking in this case, so that its validity would also have to fall away on that account, even if the further weighty causes were not present, among which must still be counted, that none of the Batchian grandees of the realm would have been so bold as to retract under a further examination, or make out to be a lie, that which had been reported both in the king's and in their own name as a pure truth to the commissioner bernard by an express letter, to whose confirmation, and to agree therewith punctually in their declaration, the previously cited attestation under letter k shows that they had expressly received orders from their prince. See there then, Right Honorable Gentlemen, demonstrated beforehand on what fine pieces of evidence this Batchian intrigue is founded, and what credit one ought to defer to the same, which for the most part had to be investigated among the latest received papers from the moluccos; since it stands noted already elsewhere, that it was the pleasure of Mr. bernard to let the undersigned depart without giving him opportunity for a more complete investigation of so many sinister intrigues, which however have also been remarkably cleared up by the notable contents of the just-mentioned deposition, given by three European servants of the company upon the requisition of the ensign Abraham van hoon and since sent hither by the same for his own discharge, inasmuch as the continuation will show that he is involved as a principal in the matter: meanwhile the undersigned dares to flatter himself that no one who has hitherto taken reading of this report will need to ask anymore: how means were found to make the king of batchian come into the field with manufactured complaints, to whose confirmation documents were sent to Your Right Honorables of such an alloy that the same must in fact have an entirely contrary effect 4823 must have: And although the undersigned could easily have let the matter rest here, without proceeding to the refutation of pretexts which, thus lacking the foundations of their validity, must certainly also fall to pieces, yet throughout this, proofs have constantly been supplied of his intention to take an entirely different course, and rather to put the matters themselves to the test; since the opportunity thereto was likewise afforded him by the defective contents of the aforementioned pretended pieces of evidence, besides and apart from the fact that many notable circumstances could not remain in the pen, partly because they belong to the knowledge of Your Right Honorables and partly because the undersigned also desired to clear himself of the slightest suspicions. The greatest obstacle that presents itself in that regard is the confusion with which everything concerning this affair was committed to paper in Ternaten, as well as the contradictions that reside in the documents, so that the undersigned hardly knew a means to untie such a disorderly knot in an orderly fashion: and on that account this chapter will also require a rather wider extension than otherwise, if the points had been treated simply.
Dutch transcription
door den koning uijtdruckelijk gelast sijn, om alles wat haar te dier plaats wierd afgevraagd met ja vebant „woorden, jnvoegen den jman Diabaroe soude opgeeven en „voorseggen, blijkt uijt demond van den gem: Capitain laout zelve bij de merkwaardige attestatie, hier, neevens onder de Lett„re & overgelegd en al meermaals aangehaald, zoo dat dit laatste getuijgenis der batchianse rijksgrooten nog wel soo ongeloofdaar en veel verfoeijelijker is, om de daar in geper ver„ „treer de schelemstucken; als het Eerste, door de onderhoopl: De lahaije en backer bemagtigd: alhoewel voor het uijtelijke omtrent de observantie der solemniteijten ten hoofd Comptoire ter „naten, wat meer voorsigtigh„ is gebruijk, als sijnde de versoring ge„ „schied, en vervolgens den Eed gepresteerd voor twee leeden uijt den raad van Justiti: dog gelijk sulx geen kragt genoeg heeft om Een depositie, van wier valsheijd reets blijken van EE„ „ders aan de hand sijn, eenig meerder aansien bij teseten, soo konnen daar door ook niet worden weggenoomen desub „stantieele defecten, welke daar in van Een andere kant mogten resideeren, jnvoegen dat in cas subject al meede plaats, vind: want, na dat de zoogenaamde getuijgen alle de poincten, bij den teneur des attestatie vervat, met zulk een schijnbare sekerheijd hadden opgegeeven, als of die hun in persoon bejeegend, dan wel immediaat bekend geworden. 4822 geworden waren, ziet men haar egter bij't recollementaffer „meeren, dat den koning de gewigtigste omstandigheeden, aan haar had g'openbaard, niet ter selver tijd doen die sou „den sijn voorgevallen, maar lange na dato, doen den heer Commiss„s bernard daar over na batchian schreef, en Consequen „telijk, na dat 'er sulke Collusien, suggestien en misleij „dende konst greepen, waren tusschen beijde gekomen, als bevorens duijdelijk genoteerd staan: blijkende dus buijten Eenige tegenspraak, dat alles weder singulierlijk berust op de tranke geloofbaarheijd van een mahumetaans vorst, en dat de reeden van wetenschap, welke nogthans de ziel van een getuijgen is moet uijtmaken, in desen deficieert zoo dat ook haare bestaanbaarheijd uijt dien hoofde soude moe„ „ten vervallen, al lagen ver de verdere gewigtige oorsaken niet, waar onder nog diend geteld teworden, dat niemand der batchianse rijksgrooten, soo koen soude sijn geweest, 's om onder een nadere verhooring teretracteeren, ofleugen„ 11 „agtig temaken, 't geen soo wel uijt skonings als haar eijgen ien naam, voor een suijvere waarheijd was berigt aan den J„r Commissaris bernard bij een Expressen brief, tot welkers te bevestiging, en om daar meede punctueel in haare verklaa- de „ring over een testemmen het voorwaards gecit, getuijgschrijt es onder lit„ k: uijtwijst, dat sij xpres van haren vorst ordre aden elangd zie Die daar dan, Hoog Edele Heeren, voor afopange „legd op welke fraaije bewijsstucken dit batchians konkel werk is gegrondvest, en wat geloof men aan deselve diend te defereeren, 't geen ten meesten deele heeft moeten nage„ „speurd worden, onder de laatst ontfangene papieren uijt de moluccos; dewijl elders reets genoteerd staat, dat het ge„ „weest is van 'twelbesagen van den h„r bernard, om den on „dergetekende te laten vertrecken, sonder hem occagis te geven tot een polkomener jndagatie van soo veele sinistre intri „ques, die sig Egter ook nog merkelijk hebben ontduijsterd door den notabelen inhoud der Evengewaagde depositie, bij drie Europeese dienaaren der maatschappij op het requisit van den vaandrig Abraham van hoon verleend en seederd door den selven herwaarts gesonden tot sijn Eijgen decharge overmits het vervolg staat uijttewijsen, dat hij en principalen in de saak is betrocken: durvende den ondergetekende sig middelerwijlen wel laten voorstaan, dat niemand, welke tot hier toe lectuure genomen heeft van dit verhoog, meer sal behoeven tevragen: hoe 'er middelen gevonden sijn om den koning van batchian met gepractiseerde klagten te doen op de baan komen tot welkers Confirmatie documenten aan u hoog Ed„s sijn toegeschikt, van sodanig een alloij dat deselve in der daad een gantsch, tegenstrijdige uijt werking 4823 werking moeten doen: En alschoon den ondergetekende het hier bij met gemak had konnen Laten berusten, sonder te treeden tot wederlegging van voorwendselen, welke de fundamenten haarer bestaanbaarheijd indiervoegen ont„ „beerende, zeekerlijk ook moeten in duijgenvallen, soo sijn Egter doorgaans in desen al blijken gesuppediteerd van sijne jntentie, om een geheel anderen weg in teslaan, en de saken selve deseliever op den toetsestellen; dewijl hem de occasie daar toe insgelijx door den defectueusen inhoud der, voors: pretense bewijsstucken is aan de hand gegeeven, buijten en behalven dat 'er nog veele notabele omstandigheeden niet in depen hebben mogen blijven, eensdeels overmits die behoren tot de kennis van u hoog Ed„s en anders deels omdat den onder „getekende zig ook van de geringste susicien begeerde suijveren Mhet grootste obftacul, 'tgeen sig daar omtrent op doed, is de verwarring, waar meede alles, wat dese affaire raakt, in Ternaten is ten papiere gebragt, mitsgaders de Contradictien welke in de stucken resideeren, zoo dat den ondergetekende nauwelijks middel heeft geweeten, om sulk een onordente „lijke knoop, ordentelijk te ontbinden: en uijt dien hoofde sal dit Cappittel ook een vrij ruijmer, Extensie vereijsschen, als andersints, wanneer de poincten eenvoudig waren getracteerd dog wlke sal
English
Yet because the first attestation, taken from the King of Batchian pto with two of his grandees of the realm on the 23rd of June of the past year by the Junior Merchants de la Haije and Backer, as far as the material facts are concerned, indeed appears to be the basis of this entire work, it will also be taken as the foundation of the refutation and drawn up in a statement accordingly, containing the four following assertions, namely: In the first place: that, when the said Prince was to be elevated to the royal dignity, he was approached by Ensign van Roon to give to him, on behalf of the undersigned as Governor, a sum of six hundred rixdollars, in addition to three dishes and two water bowls of silver. Secondly: that this Ensign had subsequently said by way of a threat: if you do not do the above, you will not enjoy the honor of speaking with the Governor. Thirdly: that the Prince had thereby been compelled to hand over the said silverware to him, van Roon, but that Fourthly: for the satisfaction of the cash, those hundred rixdollars would be withheld annually out of the King's recognition monies, as had already occurred in the year 1733, and instead of seven hundred no more than four hundred rixdollars were issued; so that the remaining three hundred rixdollars had to be paid in the past year 1734. In order to bind himself to a fixed order, the undersigned will follow the sense of this document and test against it point by point that which was brought to light later within the district of the Moluccos under many wondrous additions, both by way of further evidence and otherwise, serving beforehand, however, to be noted in general that the recorded witness statement expresses neither time nor place. To say only that the alleged matters between the King of Batchian and Ensign van Roon were transacted when His Highness was about to be appointed conveys no specific certainty, because those terms can on the one hand be stretched to a day, to a week, indeed to an entire month, nor can it on the other hand be established therefrom whether the event itself belongs on Batchian or on Ternate, much less that the place is designated more clearly, which (although it is a known truth that the entire defense of the aggrieved party often depends upon such particularities) would nevertheless not have been touched upon here at all if Commissioner Bernard had not seen fit, in his aforementioned letter to Your High Excellencies dated 10 October of the past year, at the place where the paper in question is mentioned, to supply these notable defects. For His Honor fully sets forth that Ensign van Roon is alleged to have committed the deed with which he is charged at the time when the old King had only just passed away, and he, van Roon, came to Batchian on a commission to inventory the estate of the realm; notwithstanding that such a notable distinction is not even found in the letters sent by the Junior Merchants de la Haije and Backer to Ternate to accompany the attestation. So that Commissioner Bernard must indeed have had very particular motives to formulate points in the advices to Your High Excellencies to the detriment of another by reference to annexes that make no mention of it, and thus to follow a maxim which certainly matches the enormity of all the previous ones in this matter, but must appear all the more incomprehensible when one observes that both in the letter of the King of the 4th of August and in the attestation of the grandees of the realm, granted at the Main Office on the 16th of the same month, it is imputed to the said Ensign van Roon that he had employed these persuasive means not only on Batchian, but also on Ternate; although the circumstances and the matters themselves differ very much from one another. For whereas in the first clause of the above statement it is claimed that this officer had approached the Prince for a gift of six hundred rixdollars before His Highness's election, one nevertheless finds in the two last obtained documents just cited a notable reduction of this pretended claim; since therein, at first glance, mention is only made of five hundred rixdollars, which are alleged to have been demanded by him, van Roon, from the King on Batchian. Although the drafters of His Highness's letter, and consequently also the last deponents (who, as has already been proven above, managed for the most part to agree therewith by means of the priest or man Diabaroe) seem to have reconsidered afterwards in view of such a visible contradiction; for, what is dished up again further on is that the King, after his arrival in the company of the grandees of the realm at the Main Office, was separately asked by him, van Roon, whether His Highness was mindful of the five hundred rixdollars of which they had spoken on Batchian.
Dutch transcription
dog over mits de Eerste attestatie, den koning van batchian pto met twe zijner rijkgrooten op den 23„en Junij a„o pass=o afge „vorderd door de onderkooplieden de la haije en backer voor soo veel het sakelijke betreft, wel den basis van dit geheele werk schijnd te sijn, soo sal die ook tot een grondslag der weder „legging genoomen, en daaromme geverbaliseert worden, behel „sende de vier ondervolgende voorgeevens, namentlijk Jn de Eerste plaats: dat, wanneer den gem: vorst tot de koninglijke waardig heijd zoude worden opgevijseld, denselven door den vaan„ drig van Roon was aangesprooken, om aan hem voor den ondergetekende als gouverneur te geeven een somma van zes honderd rd„s beneevens drie schootels en twee Waterkommen van Zilver. ten tweeden: Dat desen vaandrig vervolgens bij weege van bedreijging had gesegt: indien gij 't voorenstaande niet doed, zult gijde eer niet genieten den gouverneur te spreecken. — ten derden: dat den Vorst daar door genoodsakt was geworden, 't go„ gedagte zilverwerk aan hem van zoon te overhandigen, dog dat ten vierden ser voldoening van de Contanten spaarlijx die honderd rd„s uijt 4824 uijt konings redentie Penningen zouden worden inge„ „houden, gelijk reets in a„o 1733. was geschied, en insteede van zeeven honderd niet meer dan Vier honderd rd„s afgegeeven; oversulx de resteerende drie honderd rd„s in t voorleeden jaar 1734. hadden moeten betaald worden. — om sig aan Een vaste ordre tebinden sal den ondergeteken N E „de den sin, van dit document volgen, en daar aan van stuk tot stuk toetsen, 't geen naderhandond er veele wonderbaarlijke aen„ „pliatien soo bij weege van nader bewijs, als andersints binnen den omtrek der Moluccos is in 't ligt gebragt, dienende voor afegter in 't generaal teworden aangemerkt, dat het geverbaliseerde getuijgsch reft geen tijd nog plaats uijtdrukt waat alleenlijk te seggen, dat de voorgewende saken, tussen den koning van batchian en den vaandrig van roon waren g'ecteerd doen sijn hoogh=t stond teworden aangesteld, boe semd geen bepaalde sekerheijd in; overmits die bewoording eens „deels zoo wel tot een dag, als tot een week, ja tot een gesee„ „le maand kan worden uijtgerekt, zijnde daar uijt anders „deels ook niet vast te maken: oft geval zelve op batchian, dan wel op Ternaten 'thuijshoord, veel min dat de plaats nog duijdelijker word gedesigneerd, 't geen /: alssoon het een bekende waarh„t is, dat van sulke particulariteijten de gantsche perdee „diging - diging der beswaarde partsij veelmaals affangd:) egter hier geensints soude wesen aangeroerd, Jndien den h„r Commissaris bernard niet had gelieven goed te vinden om bij sijnen meerge „waagden brief aan u hoog Ed„s van dato 10=e 8ber: a„o pass=o ter plaats, daar van 't bewuste papier gewaagd, word, dese no„ „tabele defecten esuppleeren: dewijl sijn E: volmondig aansaald, dat den vaandrig van roon het stuk waar meede hij wordbetigt gepleegd soude hebben ten tijde den oudenkoning maar pas was overleeden, en hij van roon tot batchian, in Commissie quam, om de rijksgoederen te Jnventariseeren; onaangesien zulk een aanmerkelijke distinctie selvs ook niet gevonden word bij de letteren door de onderkoopl: de la kaije en backer, ten geleijde der attestatie na ternaten afgesonden; zoo dat den H„r bernard jmmers al weeder seer particuliere motiven moet gehad hebben, ompoincten in de advisen aan u hoog Ed„s tot een anders laste bekende stellen, met rela „tie tot bijlagen, welke daar van geen mentie maken, en dus een maxume te volgen, die de Enormiteijd van alle de voo „rige jndit stuk wel b'antwoord, maar nog desE onbe„ „grijpelijker moet voorkoomen, wanneer men aanmerkt, dat beijde in den brief des konings van den 4„' aug„so en in de attestatie der rijkgrooten, ten hoofd Comptoire verleend op den 16=e derselver maand, den gem: vaandrig van Roon word. 4825 word nagegeeven, dat sij dese percuasive middelen soude hebben in 't werk gesteld niet alleen op batchian, maar ook op Ternaten; alhoewel de omstandigheeden, gade zaken selve seer veel van den anderen verscheelen; want bij het eerste Lid der bovenstaande verbalicatie voorge „wend sijnde, dat dien officier den vorst om een gifte van ses hondert rd„s voor sijn hoogh=tselectie had aangesproo= ken zoo bevind men Egter bij de twee laatst bemagtigde documenten, Even aangehaald een merkelijke diminu „tie van desen pretensen Eijsch; dewijl daar bij in den eersten opslag maar gewag word gemaakt van vijf son „derd rd„s welke door hem van roon op batchian van den koning souden wesen gevorderd: alhoewel de opstellens van zijn hoogh„t brief, en bij gevolge ook de laatste attestanten /:die als bevoorens reets bewesen is, door middel, van den priester of man diabaroe daar meede ten meesten deele hebben weeten over een te stemmen:) hun naderhand in aanmerking van sulk een sigtbaare strijdigheijd, schij„ „nen te hebben bedagt: want, wat verder vind men weder„ „om opgedist, dat den koning, na sijn arrivement in geselt „schap der rijx-grooten aan het hoofd Comptoir door hem van Roon separatelijk was afgevraagd: of sij hoogh„d dagt 66 om de vijf honderd Ed„s waar van zij op batchian gesproken hadden
English
had and note also for another hundred rds for which he van Roon would stand surety, which latter addition was strictly necessary to make good the initially stated sum of six hundred rds. And so it also stands with the point of the three silver dishes together with two matching water bowls, claimed from the monarch by the aforementioned officer according to his allegation; for apart from the fact that from the first part of the officially recorded attestation nothing else can be understood than that this silverware would have been combined with the money, whereas nevertheless from the letter and the further certificate granted by the grandees of the realm it clearly appears that van Roon on Batchian indeed inventoried the estate of the deceased king, but at that time had not wished to appropriate anything thereof, so the tenor of that same first clause must lead one to believe that both the silverware and the cash would have served as an illicit recognition for the elevation of the king to the crown, which however presents itself entirely differently in the two latest obtained documents, wherein to the pretended demand of the silverware an entirely different cause is attributed, namely to let this serve as a fine for the long absence of the grandees of the realm after the death of the old monarch, which, because they in the meantime had been summoned several times in the name of the undersigned to the main office, would have been imputed to them as a crime by Ensign van Roon. Which allegations, without conclusion or agreement, present themselves so frequently with respect to the first part of the recorded statement, that all the same, to avoid a tedious lengthiness, will not be distinctly described; while the continuation of this matter will provide enough material of a similar or even worse nature. However, before proceeding further, the undersigned must observe regarding his person in particular, that he finds himself nowhere accused with the least foundation in those fine pieces of evidence, but on the contrary purged: for even if one could hold for truth that Ensign van Roon had approached the king to let the aforementioned cash and silverware be delivered to him, it would first also have to be proven that this had occurred both with the knowledge and by order of the undersigned: since that officer without that could well have made an abuse of the governor's name, for which in such a case the former, and in no way the latter, would be liable; yet the one as well as the other has been expressly denied by him, van Roon, in the articles subsequently put to him at the main office of Ternate, as well as sent hither among the enclosures of the latest commissioner's advices. And yet the beginning of this work has already yielded proof that it was especially aimed at the undersigned as well: for in the speculative letter directed to Mr. Bernard by the two junior merchants Delahaije and Backer, accompanying the recorded attestation, those gentlemen actually dared to make known that Ensign van Roon had properly in the name of the undersigned entered into an agreement over so foul a matter with the king of Batchian, without their adducing other proof thereto than solely the invented, loose chatter of the native, which is indeed the very means to defame a man of honor in a scandalous manner and at least to arouse disadvantageous suspicions against him when one falls short regarding the evidence, proceeding in this matter rather further by the aforementioned junior merchants than by the king and the grandees of the realm themselves, who, after all the intervening instigations and further foul practices, still seem to have hesitated to name the undersigned directly in their letter and, pursuant thereto, in the latest written testimony: as solely containing that van Roon had demanded a sum of five hundred rixdollars for the Honorable Company. Yet, according to the sense of the second clause of the recorded attestation, this will be the place to also reflect on the means that would have been used to persuade those of Batchian to the pretended gift; for although nothing else is stated therein than that Ensign van Roon had added to the king as a kind of threat that His Highness, if he should remain refractive in this matter, would not enjoy the honor to speak to the undersigned, this pretext was nevertheless far too weak, and in no way sufficient for the intention of the king of Tidore, who shortly after that date had delivered the so-called written justification to Mr. Bernard, in the latter part of which, in relation to the Batchianese, entirely different matters were set down that indeed required some proof from their side: which then surely will have given rise to the introduction of a parcel of new fictions, both in the letter of the king and the further deposition of the grandees of the realm, principally amounting to this: that Ensign van Roon, after His Highness's refusal to surrender the money and the silverware, had attempted to instill fear in him, not only by a pretext that the king of Tidore, together with the captain of the Macassars, had already likewise offered seven hundred rds to the Company for the release of the Batchianese prince Mondjong, who in this hearing has already been indicated to have been housed on Tidore and attached to the interests of that court, but also by a threat that all the grandees of the realm of Batchian were about to be deported with the Company's ships, and that place
Dutch transcription
hadden en NB: aan nog om honderd rd„s voor dewelke hij van zoon zouden Jnstaan, welke laatste ampliatie volstrekt nodig was, om de eerst opgegeve somma van ses honderd rd„s goed temaken; En sodanig is het ook gelegen met het poinct der drie silvere schotels nevens twee gelijke waterkommen, van den vorst volgens desselfs voorgeeven, door den meerm: officier g'eijst; want behalven dat uijt het eerste zidder ge „verbaliseerde attestatie niet anders aan worden be „greepen, dan dat dit zilverwerk gecombineert & zoude geweest zijn met het geld, daar nogthans uijt de brief, en 't nader getuijgschrift, door de rijx groten verleend, klaarlijk blijkt dat van roon op batchian wel de nagelate goederen van den overleeden koning opgenomen, maar doenmaals zig niets daar van had willen toe Eijgenen, zoo moet oordenteneur van't selve Eerste lid doen gelooven, dat beijde het zilverwerk en de Contanten als een onge-oorlofde recognitie zouden gediend hebben, voor de verheffing des konings tot de kroon, 't geen zig Egter wederom geheel anders voordoed, bij de twee laatste bemag „tigde documenten, alwaar aan de pretense vorde „ring van 't zilverwerk een geheel andere oorsaak word 4826 word toegeschreeven, om sulks te laten dienen tot een boete voor het lang agterblijven der rijks„ „grooten na de dood van den ouden vorst, t' geen haar, overmits zij jntusschen Eenige malen uijt naam vanden ondergetekende na 't hoofd Comptoir waren opgeroepen door den vaandrig van roon tot Een misdaad zoude wesen toegerekend, hoeda „rige voorgeevens, sonder slot, of overeen stemming haar zoo veelvuldig op doen, met betrecking tot het eerste tid van 't geverbaliseerde, dat alle deselve om Een tediens longeur te vermijden niet distinct sullen worden beschreeven; derwijl 't vervolg deses stoffe genoeg van Een gelijke of nog slegter soeda „nigheijd zal aan de hand geeven. Egter diend den ondergetekende, alvoorens verder tegaan, nopens sijn persoon in 't particu „hier temoeten aanmerken, dat hij sig nergens met het minste fundament in die fraaije bewijs stucken beschuldigt, maar in tegendeel gepurgeert vind: waat jngevalle men al voor waarheijd konde souden dat den vaandrig van roon den koning had aangeweest om de meergewaagde Contanten „1 Contanten, en zilverwerken aan hem te laten volgen zoude eerst ook beweesen moeten werden, dat zulx was geschied, beijde met voorkennisen op ordre van den ondergetekende: overmits dien officier son „wel „der dat „ Een misbruijk konde gemaakt hebben, van 't gouverneurs naam, waar voor in sulk eenige „val den Eersten, en geensints den laatsten aan spreeckelijk soude zijn; dog het eene soo wel als het andere is Expresselijk door hem van roon gene „geerd bij de articulen, aan denselven sederd ten hoofd Comptoire Ternaten voorgehouden, mitsgaders onder de bijlagen der jongste Commissoriale advij sen herwaarts gesonden, en nogthans heeft het begin vandit werk al preuves uijtgeleeverd, dat het speciaal ook op den ondergetekende gemunt is geweest: want bij den speculativen brief door de twee onderkooplieden delahaije en backer gerigt aan den h„r bernard, ten geleij „deder geverbaliseerde attestatie, hebben die messieurs wel durven bekend stellen dat den vaandrig van roon Eygendlijk uijt naam vanden on dergetekende een accoord over een soo vuijlesaak met den koning van batchian had aangegaan, sonder 4827 sonder dat zij daar toe andere preuves bijbrengen, dan alleen de verdigte losse praatjens van den jnlander, 'tgeen dan het regte middel is, om Een man van eer op een schen „dige wijse teblameeren, en ten minsten nadelige suspe „tien tegen hem te verwecken, wanneer men omtrend de bewijsen te kort schiet, zijnde in dit stuk vrij verder geprocideert door de meerm: onderkooplieden, dan door den koning, en de rijksgrooten zelve, welke, na alle de tusschen gekomene juftigatien, en verdere vuijle prac„ „lijcken, nog swarigheijd schijnen te hebben gemaakt, om den ondergetekende bij haren brief, en ingevolge van dien bij het laatste getuijg= verift directelijk te benoe „men: als Eeniglijk behelsende: Dat van Roon een somma van vijfhonderd rijxd„s voor d'EComp: had ge-eijst Dog het sal, volgens den sin van het tweede lidder geverbaliseerde attestatie hier de plaats zijn, om ook re „flectie teneemen op demiddelen, welke gebruijk soude weesen, om die van batchian tot de pretense gestr over tehalen; want alschoon daar bij niet anders vervet staat dan dat den vaandrig van roon, den koning als een soort van bedreijging had toegevoegd, dat sijn hoogh„ts van „neer hij in dit stuk weijgeragtig mogt blijven, de Eer niet. niet soude genieten om den ondergetekende te spreecken, zoo, was Egter dit pretext veel te flaauw, en geensints voldoende aan de jntentie des konings van Tidor, die kort na dato het zoogenaamde verantwoordings schrift aan den h„r bernard had overgeleverd, bij welkers laatste gedeelte, met relatie tot de batchianners, geseel andere zaken, waren ter nedergesteld, die wel Eenig bewijs van haar kant requireerden: 't geen dan sekerlijk voet sal gegeeven hebben tot de jntroductie van een parthij nieuwe verdigtselen, zoo bij den brief des konings als de nadere depositie der rijksgrooten, hier op ten prin „cipalen uijtloopende: dat den vaandrig van roon na sijn hoogh=ts weijgering, om 't geld en de silverwerkenj aftegeeven, denselven vreese had poogen in te boesemen niet alleen door een voorwendsel, dat den koning van Tidor, beneevens den Capitain der maccassaaren reets isgse seeven honderd rd„s aan de Comp: hadden Laten bieden voor de verliesing vanden bat „chiansen prins Mondjong, welke bij dit verhoog reets: is aangeweesen dat op Tidor was gehuijsvest en aan de belangen van dat hof verknogt, maar ook door een dreijgement: dat alle de rijksgrooten van batchian met'sComp„s sheepen stonden teworden versonden, en die plaats
English
a place without a king would be until the world perished, etc. But since all these pretexts bear the falsehood upon their face, and moreover do not concern the undersigned in the least, aside from the fact that they have no bearing on the crux of the dispute, no unnecessary digression will be made here with a punctual refutation of them. Rather, it will be noted that just as an open displeasure was conceived by the Tidorese, and a concealed displeasure by the Bachianese, against the undersigned over the strict orders issued for the extirpation of the spice trees, so too Ensign van Roon stood out as the prime target of their hatred and thirst for revenge because of the faithful execution of these orders. Upon him, as the stone, they bit even harder than upon the undersigned, who cast it. For it has already appeared from the preceding written material what violent outrages the Tidorese subjects committed on Maba and Patani during the spice inspection carried out by that officer as the chief commissioner. Thus, as proof that even the Bachianese were very much against him concerning this, the frequently cited last attestation of the grandees of the realm can especially serve, wherein a formal complaint is found that, while he was engaged in a similar operation on the islands of Mandioli and Bachian, he had twice refused the indigenous Lieutenant Sami, along with twenty auxiliaries, permission to go fetch some provisions and betel nut, or rather to withdraw themselves from the work under such spacious pretexts and to obstruct its proper continuation. All of this then caused the Tidorese, through the agency of the Bachianese, to likewise attempt to ruin him, Van Roon, or at least to clear him out of the Moluccas as a stumbling block to their constant efforts to dupe the Company regarding the contracted extirpation of the spice trees. The assistant Frans Tillie was subject to almost the same fate, for during a stay of many years under the government of Ternate, and especially since his provisional appointment as secretary of police, having gained too much insight into the dangerous intrigues of the King of Tidore, he seemed to be as harmful to the interests of that court at the main office near the person of the new governor as Ensign van Roon was in the forests or on the mountains near the spice crops. And thus one has also seen that this servant was previously displayed with the utmost venom in the frequently cited last article of the so-called Tidorese defense, just as if he had also connived in the alleged actions of the said ensign regarding the King of Bachian. Indeed, means were subsequently found to have him inserted, despite his name not even being mentioned in the recorded attestation or the accompanying letter of the junior merchants De la Haye and Backer, both in the Bachianese missive of the 4th of August and the last extensive testimony of the 16th of the same month. There he is blamed for having repeatedly dismissed in impolite terms the two courtiers who came to Castle Orange to announce the appearance of all the grandees of the realm together, and among other things added that they could wait until the governor summoned them to an audience. This is not obscurely interpreted in the opinions of Mr. Bernard as if by this means the court of Bachian was also intimidated and all the more quickly induced to reach into its purse. Yet it is the pure truth that when it was made known to the undersigned around half past five in the evening, by a soldier who kept the so-called auxiliary guard at the governor's residence, that two Bachianese had arrived to deliver such a message on behalf of the grandees of the realm, the undersigned sent the provisional secretary Tillie outside alongside that sentry, to announce to the envoys: that he was currently occupied with the Company's business, and it was also too late in the day to receive their principals properly in an audience; but that a time would be set at the earliest opportunity, and they would be informed of it on behalf of the undersigned. In doing so, he believes he did not step an inch outside propriety, since to his knowledge no law has ever existed that the respective commanders, setting aside all business, at all hours, indeed until evening including nightfall, must receive the arriving envoys, even of sovereign native
Dutch transcription
4 1828 plaats zonder koning soude sijn tot de wereld, verging enz: dog overmits alle dese pretexten de leugen op het voorhoofd dragen, mitsgaders ook in 't geheel den onder „getekende niet aangaan, buijten en behalven, dat die tot de knoop van 't geschil geen betrecking hebben, soo sal met een punctueele wederlegging van deselve sier geen onnodige uijtweijding gemaakt, maar veel liever genoteerd worden, dat gelijk door de tidoreesen een open „baar, en door debatchiameers een bedech misnoegen teegen den ondergetekende is opgevat, over de gestelde na„ „druckelijke ordres tot het Extirpeeren der specerij boomen, zoo ook aan haren haat, en wraaksugt bij uijtstek heeft tendoel gestaan den vaandrig van roon weegens de trouwe Executie deser ordres, op wien als den staen nog harder gebeeten is, dan op den onderge „tekende, die deselve geworpen heeft: want onder de voorgaan de schrijfstoffe reets gebleecken sijnde de ge„ „weld dadige attentaten der tidoreese onderdanen op Naba en pattanij geduurende de gedane specerijvisite door dien officier als hoofd gecommitteerde, soo sal tot een bewijs, dat selvs de batchianners hem daar over zeer tegen zijn geweest, ook wel bij sonder konnen dienen de de meergecit„e laatste attestatie den rijxsgrooten, waar bij bij een formeele klag te gevonden word, overdat den selven, terwijl hij met een gelijke verrigting op de Eijlanden ondij en batchian besig was, den jnlandsen luijtenant sami, met twintig hulpelingen tot twee keeren toehad geweijgerd eenige mondkost en sirij pienang te gaan haalen, of Eijgendlijk om hun onder sulke spatieuse pretexten het werk te onttrecken, mitsgaders de be „hoorlijcke voortsetting, van dien te stremmen, alle het welke dan veroorpakk heeft, dat de tidoreesen door middel der batchianners hem van roon insgelijxten verderve hebben poogen tebrengen, often minsten uijt de molucoosweg te ruijmen, als Een steen des aan toots voor haare geduurige betragtingen om de maat„ „schappije omtrent de gecontracteerde Extirpatie der spe„ „cerij boomen op den tuijl tehouden: zijnde den assistent Frans Tillie bij na een gelijk lothn subject geweest, want geduurende Een veeljarig verblijf onder het gouverne „ment van Ternaten, En speciaal sederd sijne pro „visioneele aanstelling tot secretaris van politie te veel door sigt gekreegen hebbende vande gevarelijcke jntriques des konings van Tidor, s'heen hij voor de belangen van dat Hof soo schadelijk te sijn aan het hoofd Comptoir, na bij de persoon van den nieuwen gouverneur 4829 gouverneur, dan de vaandrig van roon in de bosschen of op de gebergtens bij 't specerij gewasch, en dus heeft men ook gesien, dat desen dienaar met de uijtterste vinnigheijd alvoorens is: ten toon gesteld bij het dik„ „maals geciteerde laatste lid der zoogenaamde tidoreese verantwoording, Even als of sij meede ge„ „trampineerd had in de voorgewende bedrijven des gem: vaandrigs omtrend den koning van batchian Jmmers daar zijn vervolgens middelen gevonden om hem /:onaangesien zijn naam zelvs bij de ge„ „verbaliseerde attestatie mitsgaders het geleij brief „je der onderkooplieden De la haije en backer niet eens vermeld stond:) egter al meede te doen jnvoe„ „ren, zoo wel bij de batchianse missive van den 4=e augusti, als het laatste breedvoerig getuijgschrijft van den 16=e derselver maand, alwaar hem nagegeven word dat hij de twee hovelingen, welke de verschijning der gesamentlijcke rijks grooten ten Casteele orange quamen bekend maken, telkens in onbeleefde ter „men had afgeweesen, en onder anderen toegevoegd dat sij soo Lang konden wagten tot de gouverneur hun ter audientie ontbood, 't geen bij de advisen van den h„r bernard niet duijster daar heenen woord getrocken getrocken, als of door dit middel het hob, van batchima almeede was ge-intimideert, en des te schielijker be „woogen, om jn debeurs te tasten; daar het nogthans de zuijvere waarheijd is, dat den ondergetekende, doensem door een soldaat, welke aan sgouverneurs wooning de zoo genaamde bijwagt, sield des avonds omtrend half ses uuren wierd bekend gemaakt de aankomst van twee batchianners om een dier ge„ „lijcke boodschap uijt naam der rijksgrooten tebrengen, den p=len secretaris Tillie nevens dien schildergast, na buijten had gesonden, ten fine de afsendelingen aante kondigen: dat hij thans met 'sComp„s beesigheeden g'occupeerd, en het ook te laat op den dag was, om hare principalen behoorlijk ter audientie te ont fangen: dog dat met den eersten eer tijd bepaald, en hun wegens den ondergetekende daar van be„ „rigt zoude gegeeven werden: jn welken gewle hij vermeend geen duijm breed buijten de gevoeglijkheijd te hebben gegaan; dewijl zo nooijd (:zijn sweetens:) een wet geleegen heeft dat de respective gebieders, met terugstellingen van alle verrigtingen, tijdig en on„ „tijdig, Ja tot des avonds, met het vallen van den donker incluijs, de aankomende gesanten, selvs, van souveraine Jnlandse
English
native princes immediately to an audience, but rather a common practice to set a suitable day and hour for that purpose. Whether the provisional secretary Tillie did not weigh his words in the scale of attentiveness in such a way that they could have pleased the two Batchian courtiers, or whether it was a mistaken conception and misunderstanding on their part, the undersigned cannot decide, this being furthermore a point that does not concern him personally. But since he, on the one hand, obtained an assurance upon his express questioning of the said Tillie that these envoys had indeed been addressed in civil terms, and on the other hand, in the latter part of the much-vaunted defense of the Tidorese king, the matter is found to be served up considerably more maliciously than in the Batchian letter of the 4th and the further attestation of the 16th of August of the past year, he believes he finds all the more ground, through the suspicions adduced, to conclude that this too is a mendacious invention, tending to a twofold effect: namely, thereby to lend some greater credibility to the practiced pretexts themselves, and to do the assistant Tillie an ill turn. Just as it is also, in a speculative manner, a point of thanksgiving in the latest letter of the King of Tidore to Your High Excellencies that the junior merchant Van den Keuvel was sent as secretary to the Moluccas, and thus to hold an office during the commission equal to that of the man who seemed to have been so very much in His Highness's way. Yet the undersigned will not explain himself further on this matter, but let Your High Excellencies judge from the aforementioned remarkable circumstances: whether the principal origin of the accusation against Ensign Abraham van Roon and the former provisional secretary Frans Tillie has not been very well understood by him, and also whether they, as subordinate servants, even through the means attributed to them, were in a position to compel the entire court of Batchian to make over such a considerable portion of silverware from the estate of the deceased king, as the third article in this recorded attestation sets forth. Which, however, also in this case did not seem to agree sufficiently with the aforementioned letter of defense of the King of Tidore. For after the same had stated in the last four or five lines that, beside a pretended gift of five silver dishes, fifty rix-dollars were also added, the Batchianese—even though no shadow of this was found in the aforementioned first attestation—nevertheless, in the letter of their prince and the further testimony demanded of them at the main office of Ternate, had to dance again to the Tidorese tune and come forward with a new pretext, namely that upon the persuasion of Ensign Van Roon they had indeed, besides the silverware, also contributed fifty rix-dollars, and in order to secure that sum had pawned five other silver dishes; although this fiction—among other reasons, because of the poor proportion that a petty amount of fifty rix-dollars bears to the value of five silver dishes—is much too clumsy to deserve credit. And in this manner it will be found that with the above-cited third article of the statement—containing that the King of Tidore had given this silverware to Ensign Van Roon—the circumstances of the last-obtained documents also cannot be reconciled, because it is newly fabricated therein that the said Van Roon, on a certain morning after the grandees of the realm had been persuaded by him the previous evening to give up the pretended gift, had summoned from among their number to his residence Captain Bagia, or the Shabandar Maur. Having remained there until after the fall of dark evening, around the hour of eight o'clock, the said Van Roon is alleged to have taken the first-mentioned courtier alone into the Castle to the Governor's house, in order thus with the two of them to deliver to the undersigned a box, or so-called tagelaija, in which the silver dishes and cups had been enclosed. Yet at the place where this matter appears for the second time, one finds once again no mention made at all of the fifty rix-dollars in question; and besides, the royal letter also disagrees with the last attestation in so far as it is stated in the one that Captain Bagia appeared before the undersigned together with Ensign Van Roon to deliver the aforementioned tagelaija, and in the other that Van Roon had performed this business alone, while the Batchianese remained waiting in the antechamber. Which alteration thus appears to have been made out of fear that the grandees of the realm, or specifically the said Captain Bagia, might be questioned further about the circumstances of what had occurred at that time between the undersigned and them, whereby this gift had been brought; in which case it could not have failed that they would have found themselves in embarrassment to apply a sufficient adornment to such a clumsy lie, which might well be passed over without further remark. Yet since the undersigned nevertheless wishes to shed some light on this, he will note for the information of Your High Excellencies that the same without doubt owes its origin to a request made by him upon his arrival in Ternate to various native court servants, and also renewed from time to time: namely, to search for some little shells in satisfaction of his private hobby, just as has been done several times even by the Ternatans and Tidorese. And in this manner, after the death of their former king, and on the occasion when the grandees of the realm had come up to the Castle, the Batchianese once...
Dutch transcription
1830 jnlandse vorsten, ommiddelijk ter gehoor, moesten toelaa „ten, maar wel een gemeene usantie, om ten dien eijnde een bequamen dag en uur te stellen: of nu len den p=le secretaris Tillie zijne woorden sodanig niet heeft gewogen in de schaal der oplettendheijd, dat die de twee batchianse hovelingen hebben konnen besagen, dan wel of het een verleerde opvatting, en qualijt i verstaan van haar is geweest kan den ondergete„ „kende niet decideeren, zijnde buijten dien ook een point, 't geen hem in 't particulier niet aangaat dog overmits hij eensdeels egter op sijne Expresse af vrage van den gem: Tillie een verseeckering heeft Erlangd, dat dese sendelingen doenmaals incivile termen waren aangesprooken en andersdeels in het Laatste gedeelte der veel gewaagde verantwoording van den Tidoresen koning desaak vrij wat quaad „aardiger word opgedist gevonden, dan bij debat „chianse brief van den 4=e en denadere attestatie van den 16=e aug„o a„o pass=to zoo vermeend hij nog te meer grond te vinden door de bijgebragte suspicien dat dit al meede een leugenagtige jnventie is, tenderende tot een dubbeld Effect, namentlijk, om daar door Eenige meerdere geloofbaarheid bij teseten aan. aan de gepractiseerde voorwendselen zelve, en om den adsistent Tillie een quaden dienst te doen; gelijk het dan ook op een speculative wijse een poinct van danksegging is in de jongste brief des konings van Tidor aan u hoog Ed„s dat den onderkoopman van den keuvel was gesonden als secretaris nade moluc „cos, en dus om onder de Commissie een gelijk ampt e bekleeden, als de man welke zijn hoogh„d zoo seer jn de woeg scheen geweest te sijn. Dog den ondergetekende sal sig hier over miet bree „der Expliceeren, maar u hoog Ed„s uijt de voorenstaan de aanmerkelijke omstandigheeden Laten oordeelen: of den principalen oorsprong der beschuldiging van den vaandrig Abraham van roon en den geweesen p=len secretaris Frans Tillie niet seer wel door hem is begreepen, mitsgaders of zij in staat zijn geweest, om als subalterne dienaaren, selvs door de midde len, welke hun worden nagegeeven, het geheele hof van balchian tenoodsaaken tot het afsteecken van suek een aanmerkelijk gedeelte silverwerken uijt de nalatenschap van den overleeden koning, als het derde lidder in desen geverbaliseerde attestatie voordoed, die 4831 die Egter ook jn dit Cas met genoeg scheen over eente stemmen, met het bewuste verantwoordings schrift desko „nings van Tidor: want na dat denselven in de vier â vijf laatste regelen gesegt had, dat 'er neevens een pretense gifte van vijf silvere schootels nog vijftig rd„s waren gevoegd, moesten de batesianners /: al schoon daar van geen schaduwe gevonden wierd bij de voorm: eerste attestatie :) Egter bij de brief van haren vorst, En het nader getuijgsch rift, hun ten hoofd Comptoire Ternaten afgevorderd, alwederom na de Tidoreese pij „pen dansen, en met een nieuw voorwendsel ter baan koomen, dat zij inder daad op de persuasiert des vaan„ „drigs van roon, buijten het silverwerk, ook vijftig rd„s gecontribueert, en om die somma te bemagtigen vijf andere silvere schootels verpand hadden; alhoewel dit verdigtsel, onder anderen om de slegte proportie wel „ke een gering bedragen van vijftig rd„s met dewaar de van vijf silvere schootels heeft veel te Comp is, om geloofte te verdienen; En indiervoegen sal men bevinden, dat met het bovengeciteerde der de lidder verbalicatie /:behelsende dat den koning van Tidor dit zilverwerk aan den vaandrig van roon had gegeven:) de omstandigheeden den laast bemagtigde documenten al. al meede niet konnen werden over een gebragt, dewijl nieuwlijx daar bij versierd is: dat den gem: van roon op sekere morgen na dat 'savonds bevoorens de rijks „grooten door hem waren overgehaald tot de afgave van 't pretense geschenk uijt haar getal aan sijn wooning had ontbooden den Capitain Bagia, vie Ljaban „dsaar Maur, welke aldaar tot na het vallen van den donkeravond omtrent de klocke agt uuren ver t „bleeven zijnde, zoo soude hij van zoon den Eerstged„te hoveling alleen in 't Casteel na sgouverneurs huijs heb „ben meede genoomen, om dus met haar beijden aan den ondergetekende over te leeveren een doos, of sooge„ „naamde tagelaija, waar in de silvere schootels, en koppen beslooten waaren geweest: dog ter plaats„ daar dese saak ten tweeden male voorkomt, vind men wederom in 't geheel geen gewag gemaakt van de bewuste vijftig rd„s en buijten dien discor „deert de koninglijke brief met de laatste attesta „tie ook voor soo verre, als in de Eene vermeld staat, dat den Capitain bagia tegelijk met den vaandrig van roon bij den ondergetekende was verscheenen ter be stelling vande voors: tagelaija, en bij de andere dat van hoon dit werk alleen had verrigt, terwijl den batchiamer./ 1832 batchiamner op de voorsaal was blijven wagten; wel „ke verandering dus schijnd gemankt te sijn uijt vreese dat de rijksgrooten, of speciaal den gem: Capitain ba gea nader mogten ondervraagd worden over de omstan „digheeden van het gepasseerde te diertijd tusschen den ondergetekende en haar, waar door dese gift was ge „bragt, als wanneer het niet had konnen missen: of sij souden in verlegentheijd geraakt sijn, om Een genoegsaam Lieraad toete passen aan sulk een jnsaame leugen, die wel sonder verdere aanmerking konde voor bij gestapt werden: dog overmits den ondergetekende Egter nog Eenig ligt hier aan aan bijbetten, soo sal sij tot na„ „rigt van u hoog Ed„s noteeren, dat deselve buijten de twijf fel haren oorsprong verschuldigd is aan Een versoek door hem bij sijn arrivement in Ternaten aan diverse inland „sehofs bediendens gedaan, mitsgaders nu en dan wel eens gerenoveerd, om, namentlijk eenige hoorntjes in voldoening van sijn particuliere liefhebberij telaten opspeuren, gelijk al diverse malen selvs door de ternatanen, en tidoreesen is in 't werk gesteld en indiervoegen hebben de batchianners na de dood van haren vorigen koning, mitsgaders bij occasie dat de rijksgrooten ten Casteele waren opgekomen eens.
English
once sent to him a small box (called in Malay tagalai), not yet a full foot long, and about half as wide, in which some of that sea-growth and nothing else was enclosed; certainly by no means any silver dishes or cups from the estate left behind, since it was far too small for that, this latter point having also been denied twice by Ensign van Roon upon the articles presented to him at the main factory of Ternate, and merely testifying (although the commissioner Mr. Bernard thought fit to allege the contrary in the latest letter to your High Excellencies) that he, at the request of the grandees of the realm, with whom he had become very familiar through a long association as soldier, corporal, and subsequently sergeant on Batchian, had indeed been in the company of the kimelaha laxamana, but by no means in that of Captain Bagea, to the undersigned to deliver the aforementioned box under the pretext that there was a present inside; and from this the King of Tidor, as soon as this became known to him through his secretary Abdul Cadir after his return from Batchian, must have taken occasion to apply the name of silverwork and cash to a small quantity of sea shells, as well as to persuade the Batchianese to confirm such a fabrication as well. Meanwhile, after so many fine specimens by which this business has already clearly revealed itself, one will never be able to see better on what false grounds this is based than under the necessary remarks which currently remain to be made on the principal circumstance of this Batchian accusation, in so far as it contains the alleged withholding of a part of the recognition monies in order to satisfy therefrom the six hundred rd. promised to Ensign van Roon upon his inducements, to which end three hundred rd. less than the usual full sum would be furnished annually to the king: just as this has substantially been served up in the fourth or last point of the recorded declaration, notwithstanding that in the letter to Mr. Bernard of 4 August and the further attestation of the grandees of the realm one again hears a completely different tune, and therein they pretend: that van Roon, shortly before the election and while His Highness was at the main factory, had tried to persuade the prince to raise five hundred rd. in cash money, besides another hundred rd. for which that officer would stand surety, which can never possibly be brought into agreement with the withholding of that money from the annual recognition monies; indeed, this latter would not even have been necessary, in so far as the king’s own assurance in his aforementioned missive existed in truth, and His Highness at that same time, when he had been persuaded in such a manner by van Roon, had already actually had in and under his possession a sum of six hundred rd. without the knowledge of that officer; but whereas the poverty of the Batchian court is very well known, and everyone on Ternate is convinced that six hundred rd. do not circulate so readily in cash there when the recognition monies, of which usually a good part is already furnished in advance upon repeated requests before the expiration of the set time, are not in their hands, or when other good people do not wish to grant the king money on credit, one will easily be able to deduce from this that in this matter the truth has also been entirely twisted and sinisterly distorted, so that Ensign van Roon (according to the evidence appearing in this regard in his answered articles, and which will be corroborated somewhat further below by others in an incontrovertible manner) after many pressing instances advanced three hundred rd. to the king during his presence on Ternate, by no means to employ the same as a gift, but rather to make good therefrom the expenses which His Highness, being at that time only the goegoegoe or regent of the realm, found himself obliged to incur, both for the purchase of royal clothing and otherwise, and this was the cash money which this prince could in truth testify to have had under his control; but whereas he had nevertheless inadvertently exposed that he had in fact not been unprovided with money at that time, the grandees of the realm, upon the passing of the last attestation, seem to have found themselves in the utmost embarrassment to bring forward anything on this subject, since it was almost impossible to give a plausible statement as to whence His Highness had obtained so much money at that time without naming someone as a creditor, which would then ultimately have turned out notoriously to be Ensign van Roon, against whom all efforts were made, as an expression of gratitude for his goodwill, to deprive him of this lawful claim and to make the king remain master of the monies in a dishonorable manner; with which lure the Tidorese, under the favor of his poverty, had known how to catch him; but it remains the under
Dutch transcription
eens een doosje /:over m tenaleijs tagalaij genaamt:) nog geen volle voet lang, mitsgaders omtrend half zoobreed aan hem toegesonden, waar in wat van dat zee ge „was en niets anders beslooten is geweest; immers voor al geen silvere schootels of koppen uijt de nagelate rijkgoederen: dewijl het daar toe veel tekleen was, zijnde dit laatste door den vaandrig van roon op de articulen hem ten hoofd-Comptoire Ternaten voor „gesouden ook wel fmaal ontkend, en Eeniglijk /: alshoon den h„r Commissaris Bernard heeft konnen goedvinden het tegendeel in den jongsten brief aan u hoog Ed„s voor tewenden:) daar bij getuijgd, dat sij op het versoek der rijksgrooten; met dewelke hij door een langduurigen omgang als soldaat, Corporaal, en vervolgens sergeant op batchian seer familiaar was geworden, wel inge„ „selschap van den kimelaha laxamana, maar geensints in dat van den Capt„n bagea was bij sar den onder getekende geweest ter bestelling van de voors: doos onder voorwendsel, dat daar in een schenkagie was; en hier uijt moet den koning van Tidor, soo dra hem sulx door middel van sijnen secretaris Abdul Cadir, na desselvs terug komst, van batchian bekend wierd, voet genoomen hebben, om aan een geringe quantiteijd Zee 4 1833 Zeehoorntjes de naam, van zilverwerken en Contanten toete passen, mitsgaders de batchianners te persuaderen E om sulk een verdigtsel al meede te bevestigen. —. Ondertusschen zal men, na zoo veel fraaije staalt ng jens, waar door dit werk sig reets klaarlijk heeft ontdekt, Egher nooijd beter konnen sien op hoedanige valse gronden sulx gebond is, dan onder de noodwendige remarques, welk thans nog te maken vallen op de voor „naamste omstandigheijd deser batchianse accusatie, voor soo veel die bevat het gepretendeert insouden van een ge deelte der recognitie penningen, om daar uijt tevoldoen deses sonderd rd„s aan den vaandrig van roon op desselvs Jnductien toegesegd, ten welken fine driehonderd rd„s sjaar lijx minder aan den koning souden worden verstrekk als de gewoone volle somma: hoedanig sulx in substantin staat opgedist bij het vierde oflaatste lid der geebaliseerde ver klaring onaangesien men bij de brief aan denh„r ber „nard, van den 4„e' augusti en de nadere attestatie der rijx „grooten wederom een gants andere taal soord voeren en daar bij voorwenden: dat sij van zoon den porstkort voor de Eectie, en terwijl sijn hoogh„t aan het hoofd Comp ts „toir was, hadpogen over te salen; om vijf honderd, rd„s in Contant. Contant geld op tebrengen, nevens nog sonderd rd„s waar voor dien officier zoude instaan, 't geen Jmmers onmoge „lijk tot over een stemming kan gebragt worden, met het inhouden van dat geld uijt de parlijkse recognitie penning ja dit laatste soude niet eens nodig zijn geweest, bij soo verres konings Eijgen verseeckering bij desselvs ihen ge „waagde missive in waarheijd bestaan, en sijn hoogh„td dersel „ver tijd, doen sij door van roon Jndiervoegen was gepersua„ „deert: reets een somma van ses honderd rd„s buijten weten) vandien officier actueel bij, en onder sig had gehad: dog overmits de armoede van 't batchianse hofseer wel be„ „kend, en Een jgelijk op Ternaten overtuijgd is, dat deses honder rd„s aldaar soo Contant niet swaaijen, wanneer dere Coginter penningen, waar van gemeenlijk al een goed gedeelte voor het Expireeren vande bepaalde tijd, in afkorting op iterative ver „soeken, word vertreck, niet insare handen sijn, of dat andere goe delieden den koning op Credit geen geld begeeren veleenen soo sal men daar uijt wel konnen afleijden, dat in desen de waar „seijd ook t' Eenemaal is verdraijd, en sinisterlijk verwoegen, dat den vaandrig van roon (:na de blijken welke dierwegens bij desselvs b'antwoorde articulen voorkoomen, en wat lager van Eeders op een oudweedersprekelijke wijse sullen voor „den gestaafd:) aan den kooning bij sij anweesen op Ternaten na. 4834 na veele kragtige jnstantien drie honderd rd„s heeft ge scooten, geensints om deselve de Emploijeeren tot een geschenk maar wel om daar uijt de onkosten goed temaken, welke sijn hoogh„t edier tijd maar goegoegoe of rijlsbestierder sijnde sig genoodsaakh vond te doen, zoo tot den Jnkoop van koning „lijcke lleeding als andersints, en dit is het Contantgeld geweest, 't geen desen vorst na, waarheijd konde getuijgen onder zijn magt te hebben gehad: dog overmits denselven sg „ter onbedagtelijk hadbloot gegeeven, dat sij in der daad doenmaals niet onvoorsien was geweest van penningen, zoo schijnen de rijksgrooten bij 't passeeren der laaste attes, „tatie haar ten uijttersten verleegen te hebben gevonden,/om op dit subject iets weerde te brengen; dewijl het bijna onmoge „lijk viel een schijnbaare opgaave te doen, waar van daan sijn hoogh„ts doemmaals soo veel geld had bemagtigd, sonder jmand te benoemen als Een Crediteur, 't geen dan Eijndelijk notoir op den vaandrig van zoon zoude weesen uijtgedraaijd teegen wien alle pogingen wierden aangewend, om hem, tot een dank betuijging voor sijne goedwilligheijd Deontset „ten, van dese wettige pretensie, en den koning op een Eer „loose wijse meester te doen blijven van de penningen; aan hoedanig een lokaas de Tidoreesen hem, onder het faveur van sijne armoede, hadden weten tevangen: dog het vesijnd den onder
English
The undersigned maintains that those who assisted on the Company's behalf in the giving of the aforementioned declaration must have noticed quite early that no mention was made therein of the said six hundred rixdollars, because during the verification, specifically upon a question asked on that account to the so-called declarants, an entirely new pretext was concocted, amounting to this: that the said Van Roon, when he was with the king of Batchian on Ternate in the aforementioned private conversation, had first put up or produced five hundred rixdollars, and subsequently another hundred rixdollars, saying that his highness would take this money along to his vessel or prau: where, then, does that so clear affirmation remain, in the letter from Batchian of the 4th of August: that, namely, Van Roon had wanted to persuade the prince to bring five hundred rixdollars to him with the promise that he would stand surety for another hundred such rixdollars. And from what quarter will those six hundred rixdollars be made good, which the prince testified to have already received in the meantime without the knowledge of the ensign? If the undersigned were to trouble Your High Excellencies any longer with the confused and contradictory content of these speculative Batchian pieces of evidence, he would hardly be able to keep this very account free from confusion, and through multiple repetitions would see no end to it for a long time: yet in his opinion, he has already furnished striking proofs that a thousand lies had to be invented there to make one good, and will therefore touch upon only a few more substantial points, and now place before the consideration of Your High Excellencies whether a ruler can be suspected of corruption who arranges matters as his duty, as well as good customs, entail, as indeed took place regarding the appointment of the king of Batchian, for the grandees of the realm acknowledge, as well by the letter of the 4th of August as by their last granted attestation itself, and it remains beyond all dispute, that the lawful successor to the crown was confirmed by the undersigned upon their own designation and unanimous election, in which manner he also acted with the other court offices that fell vacant through the prince's accession, so that surely none of them all can have had any reason to complain about having suffered injustice or mistreatment: yet it pleased the lord Commissioner Bernard to make a very great fuss, in his latest letter to Your High Excellencies of the 10th of September of the past year, about the damage that the Batchian court was alleged to have suffered concerning the redemption money, this being estimated by His Honour much higher than by those of Batchian themselves: for in case the allegations in the last clause of the recorded attestation had indeed been true, and a contract had effectively been concluded between the ensign Van Roon and the king to withhold annually three hundred rixdollars from the said redemption money until a sum of six hundred rixdollars had been completely paid, this could nevertheless only have happened once in the year 1733, as is also positively contained in the just-mentioned certificate; but all this does not yet compare with the dirty practices and formal frauds further devised and committed to maintain such intrigues, as well as to give the court of Batchian cause for groundless complaints, to which end one finds, to one's astonishment, that even papers of the highest importance have been purloined at the secretariat of the Council of Policy on Ternate, as is evident from the repeatedly mentioned latest reports of the commissioner, which happened with a Malay letter, according to Mr. Bernard's own admission, sent by the king Memmedraat after his appointment and return to Batchian to the undersigned in the capacity of Governor of the Moluccas by his shahbandar and interpreter, to receive six hundred rixdollars of the redemption money; although His Honour at the same time forgot to report to Your High Excellencies that an express request was also contained therein to have a sum of three hundred rixdollars provided to the ensign Abraham van Roon in settlement of the king's contracted debt, only one letter having been cited and forwarded hither as an annex, which was addressed at the same time to the undersigned by the sergeant and then postholder on Batchian, Albert Schoordijk, at the instance of His Highness, and wherein not only was further mention made concerning the aforementioned debt, with the settlement thereof to Van Roon, but it was also distinctly requested that three hundred more such rixdollars, half in linens and the remainder in cash, might be delivered on the Company's behalf to the two nominated emissaries; all this having been corroborated as a complete token of truth with the seal of the realm; after the concluding and signing of this last-mentioned writing, the king appeared in person (according to a postscript added thereto) within the Company's lodge, to desire of the postholder: that he, in His Highness's name
Dutch transcription
ondergetekende toe, dat door de geene, welk sComp:s wegen tot het geeven der voorm: verklaring hebben g'ad sisteerd al spoe„ „dig moet bemerkt sijn, dat daar bij geen mentin, was gemaakt van de bewuste ses sonderd rd„s dewijl onder trecollement, pec „kerlijk op een vrage, uijt dien hoofde aande zoogenaamde attestanten gedaan, een geseel nieuw pretext is g'epcogiteerd hier op uijtkomende: dat den gem: van zoon doen sij met den koning van batchian op Ternaten in het bovenstaande apart gesprek was, eerst vijfhonderd Ed„s sad opgeset, of voor den dag gekreegen, en vervolgens nog honderd rd„s onderhet seggen, dat sijn hoogh„t dit geld na desselvs vaartuijg of praauw souden meede neemen: waar blijft dan die zooduijde „lijke affirmatie bij schrijvens uijt batchian van den 4=e augusti: dat, namentlijk van zoon den vorst had wil „len beweegen, om vijfhonderd rd„s bij hem te brengen met belofte dat hij voor nog honderd gelijke rd„s zoude jnstaan. ten van wat kant sullen deses sonderd rd„s goedgemaakt worden die den vorst betuijgde buijten weetendes vaandrig reets diertid ondersg te eben gegad: Jndien den ondergetekende u hoog Ed„s nog langer moest vermoeijelijcken met den Confusen, en tegenstrijdigen insoud deser speculative batchianse bewijs stucken, soude & 4835 soude hij dit verhoog zelve naauwelijx buijten verwarring konnen souden, en daar van door veelvuldige redites in Lang geen Eyjnde sien: dog sijn sdunkens heeft sij reets doorslaande bewijsen gesubministreerd, dat 'ter duij Lend leugens hebben moeten versonnen werden, om ter een goed temaken, sullende daaromme nog maar Eenige substan „tieele poincten aanroeren, en thans inde Consideratie van u hoog Ed„s stellen, of een gebieder van Corruxtie verdagt kan weesen, welke de saken sodanig schikt, als sijn pligt, mitsgaders de goede usantien meede brengen, gelijk dat in Effecte plaats heeft gehad omtrent de aanstelling des konings van batchian, want de rijks grooten bekennen, zoo wel bij de brief van den 4„e aug„o als bij haare Laatst verlende attestatie selven en het blijft buijten alle teegenspraak dat de wettige succes„ seur tot de kroon op hunne Eijgene aanwijsing en Een „paarige Electie, door den ondergetekende bevestigd is, jnwelker voegen hij ook heeft gehandeld, met de verdere hofs bedieningen door de optreeding van den vorst opengevallen, soo dat immers niemand van haar allen eenige reeden kanhebben gehad, om te klagen over geleeden ongelijken mishandeling: dog het heeft den h„r Commissaris bernardegter gelust, om bij sijnen laatsten brief aan u hoog Ed„s van den 10=e 10=e 7ber: a„o pass„o een seer grooten opheftemaken van het nadeel, 't geen het batchianse hof omtrent de redentie penningen soude geleeden hebben, sijnde sulx door sijn Ed: nog veel hooger begroot, als door die van batchian zelve: want jngevalle de voorgeevens bij het laastelid der geverba „liseerde attestatie, al in waarheijd hadden bestaan, en daar was effective een Contract tusschen den vaandrig van Roon en den koning geslooten, om jaarlijx drie sonderd rd„s uijt de bewuste redemtie penn: in tehouden, tot dat er een somma van ses honderd rd„s Compleet was opge „bragt, soo soude sulx Egter, maar eens konnen geschied sijn in a„o 1733. gelijk dat ook sodanig positive vervaat staat bij 't Evengewaagde getuijgschrift; dog dit alles komt nog niet in Comparatie met de vuijle practijcken, pafor „meele faeliteijten, nog verder uijtgevonden, en gepleegd, om sulke konkelarijen staande tehouden, mitsgaders het hof van Batesian tot ongegronde klagten voette geeven, ten welken fine men tot verbasens toebevind, dat selvs papieren, van de hoogste importantie ter secretarij van po „litie op Ternaten sijn verduijsterd, gelijk uijt de meerm: Jongste Commissoriale advisen Consteerd, dat geschied is met een maleijse brief, volgens eijgen bekantenis van den h„r ber„ „nard, door den koning memmedraat na sijn aanstelling, en te rug. 4136 „rung komst op Batchian, den ondergetekende in hoedanigte „heijd van gouverneur der moluccos toegesonden door sijnen te sjabandsaar en tolk, om ses sonderd rd„s van de redemtie pen„ „ningen te ontfangen; alhoewal sijn Ed:s vergeeten heeft teffens ƒ aan u hoog Ed„s teberigten dat daar bij nog een Expres versoek tie is vervat geweest, om een somma van driehonderd rd„s selaten verstrecken aanden vaandrig Abraham van zoon in voldoening, van 's konings gemaakte schuld zijnde Eeniglijk een brief geciteerd, en herwaarts als een bijlage overgeschikl, welke batchian door den sergeant en doenmaligen posthouder op deaten Albert Schoordijk terselver tijd aan den ondergeteeckende was g'adresseert, op de jnstantie van sijn hoogh„de en waar bij den niet alleen nader gewag is gemaakt, weegens den voors: debet, met de voldoening van dien aan van zoon, maar ook bij distinctie versogt dat 'ter aande twee genomineer „ de sendelingen, nog drie sondert gelijk rd„s de helft in lijwa „ten en het resteerende in Contant 'sComp„s weegen mogten et worden afgelangd; zijnde dit alles tot een volkomen waar blijk bekragtigd geweest met het rijls zeegel; ganaset sluijten en ondertekenen van dit laatste ged=te schrijvens Js de koning in persoon (:na luijd van een daar agter t gevoegd post scriptum:) binnen 'sComp„s logie verscheenen, om vanden posthouder te begeeren: dat sij uijt sijn hoogheijds rd naam.
English
name would also request an advance of the specified quantity of arak api, spices, gunpowder, and sealing wax; thus there was a two-fold proof, both regarding the validity of the king's debt to Ensign van Roon (who, in answering the articles later on, advanced nothing more than the pure truth), and regarding the demand of His Highness that the monies and goods in question be delivered to his envoys. Anyone might therefore well have asked whether there had still been any means found so far above all denial and contradiction as to undermine their credit, since one must be persuaded that this in fact could not have happened otherwise than through such a formal violation of public trust as the embezzlement of papers in places where they ought to be sacredly preserved. And although this act cannot be regarded as anything other than utterly abominable, the continuation of this will nevertheless furnish proof that matters were by no means allowed to rest there, once it was first shown to Your High Noble that the Bachianese, as soon as they obtained knowledge of the impossibility of convicting them through their own Malay letters, and began to see from all sides where things were heading, did not fail to fabricate another whole series of palpable lies. Furthermore, in their attestation of 16 August, they first asserted that Captain Bagea and Shahbandar Maur, six months after the king's return to Bachian, had been sent from there to Ternate merely to request three hundred rixdollars of the recognition money, which stated sum must still have seemed too large to them; for in a later letter to Commissioner Bernard of 5 September, it is found stated that this same journey of the Captain and Shahbandar had only served to obtain an advance of one hundred rixdollars, which was also said to have been made to them, half in linens and half in cash, although they nevertheless, in the testimony just cited, express their astonishment that they had received no more than these one hundred rixdollars, in which there is just as little sense to be found as in the second pretext contained therein: namely, that yet again some grandees of the realm, after the king's solemn installation had already taken effect, had departed from Bachian for the main office to collect these hundred rixdollars which were said to have remained in arrears on the recognition money of the year 1733, which they therefore had in mandates from their aforesaid prince. And yet one must further gather from their deposition that during the journey, entirely according to their own whim, they had changed and resolved, upon appearing at Ternate, to require no more than three hundred rixdollars, which were said to have been handed to them by Secretary Tillie. All of which (however improbable these circumstances may appear) nevertheless fundamentally shows that at least in two different installments an amount of four hundred rixdollars had been paid on the recognition money of the year 1733, just as this is also corroborated in that manner by the fourth article of the verbalized attestation, so that the dispute then solely fell upon the three hundred rixdollars paid at the request of the king to Ensign van Roon, whereby the full seven hundred rixdollars, which this money annually amounts to according to the fixed limitation, must have been made up. Yet instead of such obvious points having been presented to the grandees of the realm by Commissioner Bernard, His Honour (according to the evidence to be drawn from his frequently mentioned latest letter to this government) admitted from them a shameless verbal declaration that very little had been enjoyed of that same recognition money of the year 1733, which must give all the more cause for reflection when one considers alongside this that, after the related embezzlement of a Malay letter from the King of Bachian in which an advance of six hundred rixdollars as well as the prompt satisfaction of His Highness's debt to Ensign van Roon was requested, another visible plot was forged to also invalidate the previously cited writing of Sergeant Albert Schoordijk. Thus, while he was already relieved from his former post, the means were also found to make him declare in person that he had committed this to paper on the order and under the dictation of the aforementioned van Roon, who at that time was on commission in Bachian for the public installation of the king, without the desire of His Highness having been explicitly apparent to him, affirming nevertheless to have perceived before closing that the royal seal was upon it, and that this letter was indeed sent by the envoys of the prince to Ternate.
Dutch transcription
naam teffens soude versoeken een vertrecking van de gespeci ficeerde quantiteijd aracgapij specerijen, buscruijt en seegel lak: oversulx 'er een twee voudig bewijs Lag, soo wel weegens de deugdelijcheijd van 's konings schuld aanden vaandrig van roon /:welke dus bij de articulen nader „hand door hem b'antwoord niet meer dan de zuijvere waarheijd heeft voorgewend:) als wegens den Eijsch van sijn hoogh„d om aan desselfs afgesanten de bewuste gelden en goederen telaten, volgen. Een ggelijk soude derhalven wel hebben mogen vragen ofter nog middel was geweest, welke sig soo verre boven alle negative, en tegenspraakvond, in haar geloofte on „dermijnen! dewijl men gepersuadeert moet sijn dat sulx in der daad niet anders konde geschieden dan door sulk een formeele schending van de publijcke trouwe, als daar is het verdonkeren van papieren op plaatsen, alwaar desel „beheijliglijk behooren te worden bewaard; en alshoon dit stuk niet anders, dan ten uijttersten versoeijelijk kan worden g'agt, soo sal Egter het vervolg deses wel preuves uijtleeveren, dat het daar bij nog geensints heeft mogen blijven, wanneer alvoorens aan u hoog Ed„s 1s. verthoond, dat de batchianners, soo dra door deselve kennisse was Erlangd. 4830 Erlangd, weegens de onmogelijkhend, omn haar door hunne Eijgene maleijdse brieven te vertuijgen, en sij aan alle kanten begonden tesien, waar op de saken wierden aangelegd ook niet nagelaaten hebben, weder Een gaditse reex van taste „lijke leugenen te verdigten, mitsgaders bij haare attestatie van den 16=e aug„s eerst voortewerden, dat den Capitain Bagea, en Sabandhaar Maur ses maanden na 'sko„ „nings rethour op batchian, van daar na Ternaten waren gesonden, om slegts driehondert rd„s van de resog „tutie penningen te versoeken, twelke opgegeeven somma hun nog te groot moet toegescheenen hebben; want bij een latere brief aan den h„r Commissaris bernard, van den vo 5„e 7ber: pind men vermeld, dat die selve togt vanden Capitain en sjabandhaar, maar hade gediend tot het 'er „langen Eener verstrecking van honderd rd„s, die hun ook souden gedaan weesen, de helft in lijwaten en de helft in Contant geld: alhoewel zij des niet tegenstaande bij het Even aangehaalde getuijgeschrift haare verwondering betuijgen, om dat zij niet meer dan dese honderd rd„s hadden ontfangen, waar op al soo min een facit is te vinden, dan op het tweede voorwendsel, daarbij vervat„ dat namentlijk nog andermaal eenige rijxgrooten doon 's konings plegtige voorstelling reets Effect had gesorteerd. gesorteerd, van batchian, na 't hoofd Comptoir waren vertrocken, ter afhaling van deses sonderd rd„s welke nog p„r restant moesten gebleeven zijn op de recognitie, pen „ninge van 't jaar 1733. 't geen zij derhalven in mandatis gehad hebben van haren Evengem: vorst; en nogthans moet men al verder uijt haare depositie opmaken, dat zij geduurende de reijse na Eijgen willekeur 'teene „maal warenverandert, mitsgaders van besluijt geworden om bij verschijning op Ternaten niet meer te requireeren dan drie sonderd rd„s, die aanhaar souden wesen verhand gesteld door den secretaris Tillie, alle het welke versoe onwaarschijnelijk dese omstandigheeden ook mogen voorkomen:) Egter jnden grond aanwijst, dat 'er en min„ „sten in twee differente keeren een bedragen van vier honderd rd„s op de ze Cognitir penningen des Jaars 1733. was betaald, gelijk sulx al meede Jndierwoegen word ge staaft, door het vierde lid der geverbaliseed attestatir, soo dat dan eeniglijk maar het disput, viel over de driesonderd rd„s ten versoeke des konings aan den vaandrig van roon afgelegd, en waar door de volle seevenhonderd rd„s welke dit geld na de vaste Limitatie sjaarlijx bedraagd moest sijn gesuppleert, dog in steede dat sulke sigtbaare poincten door den h„r Commiss:s bermnard aan de rijksgrooten zouden weesen. 1. 838 weesen voorgesouden, heeft sijn Ed: /: volgens de blijken te trecken uijt desselvs meergewaagde jongsten brief aan dese regeering:) van haar g'admitteerd een onbeschaamde betuijging bij monde dat 'ter op dieselve recognitiepen, in ningen van den pare 173. seer weijnig was genooten, 't geen temeer nadenken moet baaren, wanneer men daar nee„ „vens in agt neemd, dat 'er na de gerelateerde verduijste „ring van een maleijdse brief des konings van batehian waar bij een verstrecking van seshonderd rd„s als meede de prompte voldoening van sijn hoogh=ts schuld aan den vaandrig van roon was versogt, nog een sigtbaren toedig is gesmeed om het voorwaarts aangehaald schrijvens, van den sergeant Albert schoordijk al meede een krak tegee ven, gelijk dan, terwijl sij reets geligt was, van sijn ou „depost, demiddelen ook sijn uijtgevonden om hem in per „soon te doen verclaren, dat sij sulx op de ordre en onder het dictamen van den meerm: van roon welke sig te dier „tijd tot de publijcke, voorstelling des konings in Commissie op batchian bevond ten papiere hadgebragt, sonder dat hem de begeerte van sijn hoogh„d uijtdruckelijk was gebleecken affirmeerende Egter voor het fluijten bespeurd te hebben, dat het rijks segul daar op stond, en dien brief sodanig ook wel door de afsendelingen, van den vorst na Ternaten was.
English
was taken along, but that, when the same was properly shown to him during the giving of the deposition, he immediately found that the said state seal had been cut away. The undersigned, to prevent an endless delay, will not again dwell upon all the remarks that would well suit such an unheard-of state of affairs, but he cannot at all excuse himself from submitting to the wise considerations and decision of Your High Noble: what faith ought to be accorded to a man who, being deprived of his prosperity, not beyond the presumption of hope or fear allows himself to be persuaded into a confession: that he, upon the instigation of another, had dared to draft a false letter, the contents of which nonetheless convict him of a double lie; for, as proof that it did in fact agree with the intention of the king of Batchian and that the matters contained therein were quite clearly known to His Highness, the already cited postscript can also particularly serve, wherein by the said postholder, as the autograph writer of this letter, was mentioned, not that the prince had merely sent a request to add some points thereto after concluding it, but that His Highness in fine had appeared in person at the Company's lodge; not to mention that his seal carried with it an absolute ratification of what was written, without any distinction being made as to who had dictated or drafted it. Which last point must also have been very clearly known, above all, to those who did not hesitate, after a dishonorable disposal of the king's Malay letter, to tear the state seal in a no less punishable manner from beneath another missive addressed in his name to the high government by a non-commissioned officer who kept post on Batchian on behalf of the Company, indeed carried along for delivery to Ternaten by His Highness's own envoys: which public villainies and qualified forgeries are of a more than ordinarily pernicious consequence; for besides that the Company's ministers in the most essential circumstances could thus be deprived of the lawful proof whereby they must at all times justify their conduct and management, the way would also hereby be opened to all natives and other dishonorable subjects to boldly deny the most solemn letters and writings (when these were no longer available for their conviction); just as the court of Batchian has already furnished such an ugly example thereof. Indeed, when directly contrary to the tenor of the aforesaid obscured and falsified letters an extraordinary number of notorious lies had already been maintained, in the hoped-for assistance of the Tidorese as well as of such persons in the Company's service as publicly favored their interests with the utmost emphasis, it finally went so far that even the shahbandar and interpreter, for the satisfaction of their king, have also dared to dispute the validity of a receipt signed by them for a sum of 984 rixdollars, both in cash, partly for His Highness and partly in satisfaction of his debt to the ensign van Roon, and in goods from the Company's warehouses, furnished to them upon their express written requests, and of which it was pretended by them in the last-granted attestation dated 16th August that they had received no more than 300 rixdollars from the hands of the provisional secretary Frans Tillie at the secretariat, and had signed a paper or receipt through his doing, the contents of which had allegedly not been made known to them; whereas nevertheless the entire amount of an order totaling 965 5/8 rixdollars was handed over to them in person by the undersigned, after upon his express order the said Tillie had fetched the same from the Company's treasury and brought it into the governor's residence in the company of the Batchian envoys. Whereupon they then and there, in the presence of the undersigned, out of their own completely free will paid the remaining 300 rixdollars to the ensign van Roon (who was at that time summoned for that purpose by virtue of the king's own request), and took along the remainder; on which occasion these commissioners were also referred to the secretariat to pass a receipt there for their receipt, without the undersigned, after having received report that this had been properly settled, ever having inspected this paper, or much less known in what language it was drawn up, until the matter was revived in this manner by Mr. Bernard, and it appeared to the undersigned from an authentic copy, sent hither among the enclosures of His Honor's latest letter, that this deed was in Dutch; upon which also very speculative glosses have been formed, as if the validity were therefore diminished and this matter had been handled contrary to custom, which would expressly entail drafting such documents in the Arabic language; just as it is also served up alongside as a negligence of much detriment to the Company's reputation and credit, that of all the redemption monies paid out to the Moluccan princes during the
Dutch transcription
was meede genoomen, dog dat, doen deselve onder het geven der depositie aan hem schoordijk wierd verthoond, sij jin „mediaat bevond het gem: rijx zegel te weesen weg gesheerd. Den ondergetekende sal tot preventie van een omeijndig longeur sig wederom niet opsouden met alle de aammer„ „kingen, welke op sulk een nooijd gehoord gedoente wel souden passen, maar sij kan sig Egter geensints ontslaan, om aan de wijse bedenkingen van u hoog Ed„s er besliffing over te geeven. wat geloof men behoord te defereeren aan Een man, die van sijn welvaaren beroofd weesende, sig niet buijten presumtie van hoop of vreese laat overhalen tot een bekentenis: dat hij op de jnductie van een andere soude hebben onderstaan, een val ten brief te concipieeren, wiens insond hem nogthans van een dubbelde leugen overtuijgd: want tot een blijk dat deselve in der daad met de jntentie des konings van batchian over eenstemde, en de saken daar bij vervat welduijdelijkaan sijn hoogh„ds waren bewust geweest, kan ook in 't bij sonder dienen het reets geciteerde post scriptum waar bij door den gem: postsouder als een Eijgenhandig schrijver deses brieff was aangehaald, niet dat den vorst slegts simpel had laten versoek doen, om nog Eenige poincten na het sluijten daar bij te voegen, maar dat sijn hoogh„t en ien fine perso „neel. 1839 neel in sComp„s logie was versenen, ongerekend nog dat des „selvs cachet een absolute ratificatie van 't geschreevene meede bragt, zonder dat 'er eenig onderscheijd konde gemaakt worden, wie sulx gedicteerd, dan wel geconcipieert had: welk laatste poinct ook voor al seer duijdelijk bekend zal sijn geweest aan de sulke, die geen schroom gehad hebben, om na Een Eerloose wegschommeling vande maleijdse brief des konings, nog het rijks zegel op een niet mine strafbaare wijse descheuren van onder een andere missive uijt desselvs naam aan de hoofdregeering gerigt door een onder officier, ds wel hesComp„s weegen op batchian postsield, Ja door sijn hoog=t Eijgene gesanten na Ternaten ter bestelling meede genomen: hoedanige openbaare schelmstucken, en gequalificeerde sal „siteijten van Een meer dan gewoone pernicicieuse Couse quentie zijn: want behalven dat 'sComp„s ministers in de sachelijkste omstandigheeden dus konden ontset raaken van het wettig bewijs, waardoor sij haar gedrag, en directis ten allen tijde moeten, regtvaardigen, zoo zouden ook hier door de wee„ „genopen worden gesteld aan alle jnlanders en andere eerloose subjecten, om de plegtigste brieven en geschriften/: wanneer die 'tharer overtuijging niet meer voor sanden waren :) stoutelijk te Loochenen; gelijk dan het hof van batchian hier van reets sulk een leelijk voorbeeld heeft uijtgeleeverd: ja het is, doen ter vlak n van selve vlaek teegen den teneur der voors: verduijsterde en gesalsife „ceerde brieven reets een uijtkindig getal notoire leugens waren staande gehouden, op de verhoopte adjude der tidoresen„ mitsgaders van de sodanige in 's Comp„s dienst, welke haare belangen jn het openbaar met de uijtterste nadruk begonstig „den, daar meede Eijndelijk dus verre gegaan, dat selvs den sjabandsaar entolk, tot satisfactie van haren koning ook hebben durven tegenspreken de deugdelijkheijd van een quitan „tie door haar ondertekend, voor Een somma van rd:s 984. zoo aan Contanten, tendeele voor sijn hoogh„t En ten deele in vol„ „doening van desselvs schuld aan den vaandrig van roon ses aan goederen uijt 'sComp„s pakhuijsen, haar op de Expresse schrifte „lijke versoeken verstrekt, en waar van door haar bij de laatst verleende attestatie van dato 16=e aug„s is, voorgewend, dat een zij niet meer dan rd„s 300. uijthanden van den p=l secretaris Frans Tillie op de secretarij hadden ontfangen, mitsgaders een papier of quitantie door sijn toedoen getekent, welkere jnhoud haar niet soude weesen te verstaan gegeeven; daar nog „thans het geheele bedragen eener ordonnantie groot rd„s 965 5/8. in persoon door den ondergetekende, na dat op sijn Expresbevel den gem: Tillie sulx uijt 'sComp„s geld Cassa had afgehaald, en jn geselschap der batchianse sendelingen binnen„ seouverneurs, wooning gebragt, aan haarlieden is terhand gesteld. 4840 gesteld, als wanneer sij daar uijt in de tegenwoordigheijd vanden ondergetekende de agterstallige rd„s 300. met een volkoomene vrije wil aan den vaandrig van roon /:welke doenmaals uijt kragte van 's konings Eijgen versoek ten dien fine ontbooden was :) hebben voldaan, mitsgaders het over „schot meede genoomen, bij welke occasie dese Commissarissen ook sijn gerenvoijeerd na de secretarij, om aldaar een qui „tantie, voorharen ontfangst te passeeren, zonder dat den ondergetekende nabekoomen rapport, dat sulx een be „hoorlijk beslag gekreegen had ooijt van dit papier visie heeft genoomen, of veel min geweeten in wattaal zulx was opgesteld, voor dat de saak door den h„r bernard jndiervoegen Levendig gemaakt, en den ondergetekende uijt een authentijk afschrift, onder de bijlagen van sijn Ed„s jongsten brief herwaarts gesonden, gebleecken is, dese acte teweesen in 't nederduijts, waar op almeede seer speculative glossen zijn geformeert, even als of de deugde „lijkheijd daarom minder, en in dit stuk gesandeld was, d„o „gen het gebruijk, t geen Expres meede soude brengen, om sulke documenten te beschrijven in de arabisetaal, gelijk daar nee„ „vens ook als een sloffigheijd van veel nadeel voor 'sComp„s reputatie en Credit word opgedist, dat van alle de uijtgeschoo „te redenctie penningen aan de molucse vorsten, geduurende het fe an s o C Casse binnen ld