Inventory 2303
Persia · 1,886 pages · 309 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
the administration of the undersigned, nothing more than the known Batchian receipt was discovered at the secretariat. Yet it is very easy to insinuate such odious matters into the Company's papers when the man who is thereby smeared is absent: for if it had pleased Mr. Bernard to make all this known to the undersigned before his departure from Ternate, it would not have been too difficult for him to convince His Honour that such secretarial deeds are not always demanded from the native princes or their emissaries, but that they often receipt for the receipt of this money under the warrants upon the cashier, which are never issued by the respective governors in the Arabic, but always in the Dutch language; the above-mentioned Batchian receipt having been passed at the secretariat because the undersigned, upon the explicit written order of the king, could not have the entire sum of money received in the Company's treasury by the shahbandar and interpreter without the payment of three hundred rix-dollars to the ensign of Roon, from which it at once clearly appears that the validity of this document is no less on account of the Dutch language used therein than another receipt placed under the Dutch warrants warrants upon the cashier, nor can the pretext of the Batchian emissaries that the contents were not made known to them contribute anything in this matter. For besides the little likelihood there is that anyone whose natural judgment is not entirely taken away from him, and especially such shrewd fellows as those two courtiers have been, would sign a paper without knowing the contents, one must also take into consideration that the cipher numbers, and thus the specified sum of money, which is the most essential point of a receipt, consist of the same figures or characters in both Dutch and Arabic, whereby, even though the first-mentioned language might have been used for the further contents, no one who is knowledgeable only in the last-mentioned can be misled, unless he chooses to practice a willful connivance: but so that such exceptions, which would be of a pernicious consequence in human society, might remain ineffective for everyone, a general rule has been received in all states and republics, by civil laws as well as by constant customs, that the signatories of any document, having acknowledged themselves in person as such, are also understood by an inseparable consequence to ratify the contents thereof without without ever having the power to advance any reservations. To now make your High Honours see even more clearly that the repeatedly mentioned emissaries of the king of Batchian are also previously convinced of the untruth of their allegations, the undersigned will cite as a sample from the Ternate resolution of the 23rd of August of last year, that the former secretary Frans Tillie, in the full council meeting of the government (where they were expressly summoned), maintained most emphatically that they had never received any money, much less three hundred rix-dollars (as was nonetheless so distinctly testified by them) from him at the secretariat, but had only passed a receipt, which he also wished to confirm upon oath, in which regard this servant, being not in the least interested in the matter and having solely followed the orders of the undersigned as governor, deserves considerably more credit than the Batchians, not to mention that in the same session it was also acknowledged by two clerks, one of whom had set his name as a witness to the receipt, and subsequently confirmed two days later by an attestation, that they had never seen any money counted out to them by him, Tillie, in the office; so that at the end of the account one finds all these Batchian complaints to consist of a concatenation concatenation of such matchless lies that it would appear incomprehensible to anyone how the king and his grandees had resorted to this, if one did not know that everything had concurred whereby even people who stand much firmer in their shoes than such wavering natives could be persuaded to commit falsehoods: for who, after so many incontestable proofs as have already been provided in this demonstration, will be able to deny with any thought that very much was contributed to this by the suggestive inductions and misleading artifices of the king of Tidore with those of his faction, and that the promised assistance, together with the power of the same court, to which that of the Batchians bears no comparison, served as the support for the last-mentioned to proceed in this manner, not only to satisfy a concealed discontent, but also principally to improve their destitute condition by a double receipt of money partly handed over to them upon express written requests and a formal receipt, and partly expended for the settlement of the king's legitimately contracted debt, which after a twofold preceding confession is nonetheless still denied under a series of frivolous inventions.
Dutch transcription
het bestier, van den ondergetekende niet meer dan de beweus „te batchianse quitantie ter secretarij wierd ontdekt. dog het is seer ligt om niet sulke odieuse saken in 'sComp„s papieren te schermen, wanneer de man sig absent bevind, die daar door een vlecke aangewreeven word: want indien het den h„r bernard had behaagd, den ondergetekende dit alles voor sijn vertrek, van Ternaten te verstaan te geeven, soude het hem niet teswaar gevallen sijn, om sijn Ed: te vertuijgen, dat van de jnlandse vorsten, of hare sendelingen, niet al tsoos diergelijcke actens secretariaal worden afgevorderd maar dat zij ditwils voor den ontfangst, van dit geld quiteeren onder de ordonnantien op den Cassier, welke door de respective gouverneurs nooijd in de arabise, maar althoos in de nederduijtse taal worden verleend; zijnde de bovengewaagde batchianse quitantie gepasseerd ter secretarij, om dat den ondergetekende, op het uijtdrucke „lijk aanschrijvens des konings, de geheele geld somma niet in 'sComp„s Cassa door den sjabandsaar En tolk konde laten ontfangen, sonder het afleggen van drie sonderd rd„s aan den vaandrig van roon, waaruijt dan met Eenen wel blijkt, dat de validiteijd van dit geschift niet minder is omde daar gebruijkte nederduijtse taal, dan een ander acquit, gesteld onder de nederduijtse ordonnantien 1841 ordonnantien op den Cassier, konnende in desen ook niets toebrengen het voorwendsel der batchianse zendelingen dat haar den jnhoud niet soude wesen te verstaan gegeven. want behalven de weijnige apparentie die 'er legd: dat jmand wiens natuurlijk oordeel hem niet teenemaal benomen is, en voornamentlijk zulke doorsleepe gasten, als die twee hovelingen zijn geweest, een papier zouden ondertekenen sonder den Jnhoud teweeten, zoo moet men ook nog in Consi „deratie neemen, dat de Cijffer getallen, en dus de gespecifi„ „ceerde geld somma, 't geen het Essentieelste poinct, van een quitantie is, beijde in het nederduijts, en in set arabisen uijtgelijke letters of caracters bestaan, waar door, alschoon tot den verderen inhoud de eerstgem: taal, mogt gebruijkt wesen, Egter niemand, welke de laastgedagte alleen kundig is, kan worden misleijd, dan wanneerhet hem gelust een moedwillige Conniventie tereffenen: dog op dat sulke Exceptien, die van een pernicieus gevolg in de meeschelijk tsamen leeving souden sijn, aan een gelijk mogten in fructueus blijven, is 'er in alle staaten, en republijcken, soo wel bij de borgerlijke wetten, als de Constante gebruijken een generaalen regel gerecipieert, dat de onderteeckenaars van Eenig geschrift, hun in persoon voor sodanig erkend hebbende, ook bij een onaverscheijdelijke sequele verstaan worden den inhoud daar van teratificeren zonder zonder oijd gnerantie vermogen, voorweerden. Om nu Egter nog wat nader aan u hoog Ed„s te doen zien, dat de meerm: zendelingen des konings van batchian ook van Eeders wegens de onwaarheijd harer voorgeevens over „tuijgd sijn, sal den ondergetekende tot een staaltje uijt de zer pt „naatse resolutie van den 23„e aug„o a„o pass„o aansalen, dat hem den p„r secretaris Frans Tilbie in de volle, vergadering van politi /:daar deselve Expres ontbooden waaren: seer nadruckelijk heeft staande gehouden, dat zij nooijd eenig geld, veel min drie hon „derd rd„s (: gelijk nogthans soo distinct door haar getuijgd was:) van hem ter secretarij hadden ontfangen, maar alleen Een 8. quitantie gepasseert, 't geen hij ook met Eede wil de bevestigen waar omtrent desen dienaar, als in't minste bij de saak niet g'intresseert, en Eeniglijk door hem gevolgd sijnde de ordres vanden ondergetekende als gouverneur, vrij wat meer geloof verdiend, dan de batchianners, ongerekend nog dat in deselve sitting door twee Clercquen, waar van ter een als getuijge voor de quitantin sijn naamhad gesteld ook bekend, envervol gens twee dagen naderhand door een attestatie bevestigd is dat zij nooijd door hem Tillie in het Comptoir eenig geldaan haar hadden sien toetellen; over ulx men dan bij het slot van de reeck: alle desebatchians alagten bevinde bestaan uijt een Concatenatie 1842 Concatenatie van sodanige weergaloose leugenen, dat het een jgelijk onbegrijpelijk zouden moeten voorkoomen, hoe den koning en zijne rijkgrooten daar toe, waren getreeden, in „dien men niet wist, dat alles had tsamen geloopen, waar door selvs Lieden, welke vrij vaster in haar schoenen staan, als Sulke wankelbaare jnlanders, tot het pleegen van vasscheijd hon„ „den / worden overgehaald: want wie zal na zoo veele incontes „tabele blijken, als ter bij dit verthoog reets zijn aan de hand gegeeven, met eenige gedagten konnen ontkennen, dat door de suggestieuse jnductien en misleijden „de konstgreepen des konings van Tidor, met die van sijnen aanhang hier toe seer veel is gecontribueert, mitsga„ „ders dat de beloofde adjude, te gelijk met de magt van 't zelve hof, waar bij die der batchianners niet in Comparatie komt, tot den steunsel hebben verstrekt voor de laast gem: om dusdanig haar gang te gaan, niet alleen ter voldoening van een be „dekt misnoegen, maar ook wel ten principalen, om haren be „hoeftigen staat te verbeeteren door een dubbeld genothn van pann: haar op Expresse schriftelijke versoeken, en een formele quitantieter deele afgegeeven, mitsgaders ten deele besteed aan de vol„ „doening van 'skonings welgemaakte schuld, die na een tweevou„ „dige voorgaande bekentenis Egter nogh on„ „der een reeks van frivole uijtvoindingen is geloochend op/ ti
English
on an instilled hope and express promise that they would succeed in their self-serving design. By such plots and further foul intrigues, this very court of Batcsian, which previously and until shortly before had conducted itself so moderately and compliantly, was brought to the audacity of using haughty language in a letter to Commissioner Bernard dated 5 September of last year. This letter may well have come from the same pen as the so-called letter of justification of the King of Tidor. Therefore, one need not be in the least surprised by the shameless demand to fully enjoy the redemption moneys in the sum of seven hundred rds for that year, together with the attached declaration that the King of Batchian, in default thereof, wished to accept nothing. Rather, one must be astonished at the naivety still harbored by those who, through their wicked tricks, had already given rise to such troublesome matters, and by whose deceit the aforementioned prince has set himself up as a petitioner to venture to depart for this capital of India in order to pursue his so unlawful pretension, or rather to undertake a journey against which the native inhabitants of the Moluccas are possessed with an innate aversion, such that a simple threat of that nature by the respective rulers has always been used as one of the principal weapons against the recalcitrance of the Company's allies, vassals, and subjects. From this it is well to be understood that not so much moderation or industry was needed to dissuade or divert the Batchian king from such an application, which was invented solely to give the matters more weight before Your High Nobilities, as Commissioner Bernard in his much-daring latest letter seems to want to make one believe. Although the undersigned is of the opinion that His Honour, without much trouble, would have attained considerably more honor if he, instead of giving so much ground to a party of open lies, had diverted the Batchian court from the entire matter and convinced it of the illegality of the entire newly fashioned pretension, as Your High Nobilities doubtless will now be convinced by this remonstrance and a precise description from the documents, by which the pretexts, insofar as they existed in truth, ought to have been confirmed, whereas the contrary is deduced from them. The undersigned, for the sake of completeness, will further make use here of the testimony endorsed on the back with the letter K, from which it appears that the Batchian Capitain Laut, also at Ternaten, not only acknowledged of his own accord during conversation that he had heard from his king that His Highness, regarding the requested recognition moneys during the undersigned's administration, considered himself completely satisfied and contented, and had clear knowledge regarding the receipt and payment, but also expressly stated that he, Capitain Laut, knew and was convinced that the content of the declaration granted by the grandees of the realm at Ternaten was altogether mendacious. Such, then, was the state of this affair. And in order to show Your High Nobilities, before coming to a conclusion, another sample hitherto reserved of the close understanding in which the Kings of Tidor and Batchian have stood with one another, as well as the plans forged between them to retaliate against Ensign Van Zoon for his rendered services during the spice inspections, the undersigned shall note that even after the arrival of Commissioner Bernard in Ternaten, a Malay letter under the royal seal was sent to His Honour by the last-mentioned prince. This was not only filled with complaints about many outrages committed by the rebellious Mabarese and Pattaniers on His Highness's subject islands, but also specifically contained a request to be allowed to enjoy four hundred rds from the Company. This writing was carried to the main countinghouse by Ensign Van Zoon on the occasion of his undertaking the journey thither from Batchian. And since the King of Tidor was completely disconcerted by the accusation of his subjects and favorites, who had so manfully opposed the destruction of the spice trees near their dwelling places on Maba and Pattani, because thus the Batchianese as well as the Ternatans, contrary to the resolutions,
Dutch transcription
op een ingeboesende hoop, en Expresse beloft, dat zij in haren baatsugtigen toelig souden reusseeren: door hoedanige Complotte rijen en verdere vuijle jntriques, dit selve of van batcsian 'tgeen doorgaans, en nog kort bevorens sig soo, moderaat, en geseggelijk had ge „dragen, tot die koenheijd was gebragt, om Een Houtmoe„ „dige taal te voeren bij schrijvens aan den h:r Commiss:s bernard van den 5„e 7ber: a„o pass„o 't geen misschien ook sal gekomen weesen uijt de zelve pen, als het soo-genaamd verantwoordings schrift des konings van Tidor, en daaromme behoeft men sig geen sints sever wonderen over den onbeschaamden Eijsch, om de re„ dentie-penningen ter somma van seeven honderd rd„s voor dat jaar Compleet te genieten, met de daar bij geweg de betuijging dat den kooning van Batchian, bij faute van dien niets begeer„ „de te accepteeren, maar veel eer moet men verbaast staan over de onnoselheijd, bij de geene nog gehuijsvest hebbende, welke reets door haare boose streken, tot sulke facheuse saaken voet had„ „den gegeeven, en door wier bedrijk den gem: vorst sig heeft op ge „voortsetting „worpen als een versoeker, om tot „ van sijne soo onregtmatige pretentie na deese hooftstad van India Tewoogen vertrecken, of Liever een togt te onderneemen, waar voor de naturelle jnwoon „ders der moluccos sijn aangedaan, met een aangeboren tegensin, soo dat een simpele bedrijging van die natuur door de respective gebie„ „ders althoos tot een der principaalste wapenen is gebruijkt tegen de 4843 de wederhorigheeden van sComp„s bondgenooten, pasaalen en onderdanen; zijnde hier uijt dan wel te begrijpen, dat 'er soo veel moderatie of jndustrie, niet nodig is geweest, om den bat „chiansen koning, van sulk een Jnstantie /: alleen uijtgevonden om de saken wat meer khem te geeven bij u hoog Ed„ls pe detour „neeren of afteleijden, als den h„r Commissaris bernard bij sijnen veel gewaagden Jongsten brief wel schijnd te willen doen gelooven alschoon den ondergetekende van meening is, dat sijn E: sonder veel moeijte, vrij wat meer eer soude behaald hebben, indien den selven in steede van soo veel voet tegeeven aan Een partjij openbaare leuge nen, het batchianse hoff van de geheele saak had afgeleid, en't selve zoo wel overtuijgd van de onwettigheijd der gantsche nieuw gesneee „de pretentie, als u hoog Ed„s sulx buijten twijffel thans sullen sijn door dit verthoog en een nauwkeurige descriptie uijt destucken, waar meede de voorwendselen, bij soo verre die in waarheijd bestonden:) hadden behooren bevastigd e sijn, daar nogtans het tegendeel uijt deselve is afgeleijd: zullende den ondergetek: ten overvloede nog alhier eengbruijl malen van het getuijgschrift in dorso beschreeven met de letter k: waar uijt blijk: dat den batchiansen Capitain laout ook op Ternaten niet alleen uijt eijgen beweeging bij discours heeft erkend, van sijnen koning gehoord e hebben, dat sijn hoogh„d woegens de versogte recogitie gelden geduurendes ondergetek„d regeering, sig volkoomen voldaan, en vergenoegd siefd, mitsgaders wegens den ontfangst, en betaling duijdelijke. duijdelijke kennis had, maar ook wel Ex presselijk gafformeert, dat sij Capitain haout wist en overtuijgd was, den inhoud der verklaring door de rijksgrooten op Ternaten verleend, altemaal laugenagtig te sijn Zodanigjs het dan met dit werk gelegen geweet, en on uhoog Ed„s alvoorens tot een besluijt te koomen, nog een ander tot hier toe ge reserveert staaltje ae doen sien van het naauw verstand, waar in de ho„ „ningen van Tidor en batchian met malkanderen hebben gestaan mitsgaders van de ontwarpen onderling gesmneed, om den vaandrig van zoon sijne g'adibeerde de voiren in despecerijvisites betaald te setten sal den ondergetekende noteeren, dat selvs al na het arrivemeent van den h„r Commissaris bernardien Ternaten door den laastged„e vorst aan sijn Ed: een maleijdsen brief onder het rijts segel is afgesonden, niet alleen vervuld met klagten over veele gepleegde geweldenarijen der oproerige mabaresen en pattaniers op sijn hoogh„ds onderhorige Eijlanden, maar ook nog speciaal behelst hebben de een versoek om voorsonderd rd„s an hij aten van de maatschappij temogen genieten, sijnde dit schrijvens na'Hhoofd Comp„ „toir overgebragt door den vaandrig van zoon, ter occasie dat hijder waarts van batchian de reijs aannam: en nademaal den koning van Tlidor door de beschuldiging sijner onderdanen en lievelingen, die saar soo manmoedig hadden gesteld tegen de vermieling der specerijboomen omtrent hare woon plaatsen op maba en pattanij tenemaal van sijn stuk wierd gebragt: dewijl dus de batchiamers zoo welals de ternataanen teegen de Jesolectien
English
insolences of him and his faction, began to arm themselves, it seemed that a diversion had to be created in his judgment, whereof the evidence is clearly to be found just before the last section of the oft-mentioned document of justification: for a principal part was arranged the dispatch of the Tidorese Secretary Abdul Cadir and the Company's interpreter Enog Christiaan Wiggers, and the delivery of a letter to the king of Batjan, in which a question was posed amidst very theoretical assurances of friendship, as to why His Highness had complained about matters that had occurred even before the arrival of Mr. Bernard; just as if it had been more permitted for the rebellious subjects of Tidore to inflict constant harassment and nuisance upon their Batjanese neighbors under the administration of the undersigned as governor than under that of Mr. Bernard as Commissioner; and although this had to be regarded as an unvarnished confession that in truth the king of Batjan had legitimate grounds for grievance, the sinister Abdul Cadir, with the Company's interpreter, nevertheless managed to bring His Highness so far that he entirely retracted his own writing, under the pretext that this had been obtained by Ensign van Roon from the bobatos through bribery, although His Highness afterward admitted to being guilty of confirming the same with the seal of the realm, adding thereto a cowardly request for pardon, and since his trust had solely rested upon the Honorable Company and his brother the king, along with the grandees of the realm of Tidore, which message, however, was conveyed only orally to Ternate by the aforementioned envoys, and was deemed of so much importance by Commissioner Bernard that His Honor, instead of convincing the Batjanese king in an emphatic manner regarding the incredibility of such frivolous allegations, and at the same time pointing out the dangerous consequences implied in the denial of His Highness's own letters, could immediately see fit not only to demand a further declaration from this monarch by a letter dated 16 July, but even to proceed to the extremity of placing Ensign van Roon under arrest, to the singular joy of the Tidorese, which far more deserved the name of criminal than military arrest, since all access and communication with people was cut off from him; later, in the last declaration of the Batjanese grandees of the realm of 1 August as well as in the re-examination, depositions were made on this subject that were utterly irrelevant and contradictory, without the undersigned making any commentary upon it now in order to avoid further elaboration, but nevertheless submitting to Your Excellencies' consideration whether this was not a fine reward for the plausible deeds of Ensign van Roon, as chief commissioner in the spice inspections, and whether the friendship shown by the Batjanese king in the retraction of his lawful complaints to the king of Tidore was not worthy of the latter offering him so emphatic a hand, in order to draw a double benefit from these recognition moneys, and thus at least somewhat compensate for such public falsehoods; The undersigned will not bring up more concerning these vexatious matters, since he flatters himself that Your Excellencies will have drawn a more than abundant elucidation from this remonstrance up to this point, both regarding the actual grounds of the conceived displeasure of the king of Tidore against the undersigned, who in accordance with his duty had to oppose His Highness's attempt to compromise the contracts, while preferring the true interest of the Company in the Moluccas above it, as well as regarding the collusions into which His Highness entered with the king of Batjan, in order to carry out his vengeful schemes through a set of shameful pretenses, invented and suggested to the last-mentioned monarch by a notorious scoundrel, the Tidorese Secretary Abdul Cadir, continued by an unfaithful interpreter, and other servants of the Company, which thus nourished this evil in its own bosom; brought to light after the undersigned's departure from Ternate, and when they no longer had the means to obtain counter-evidence at hand; confirmed by entirely reprehensible and contradictory documents; still further supported by an illicit embezzlement of secretarial papers, by the tearing up of letters, by the denial of own signed writings, indeed formal receipts, and in summary, by such a violation of public trust, that since the establishment of the Company's authority in these regions, one will perhaps find no equal thereof.
Dutch transcription
4849 „een Jnsolentien van hem en zijnen aansang, harnas begonden aan tetrec ken, schen er een diversi tot deselvs oordeel te moeten gemaakt worden, waar hoedan /: nadeblijken, welke daar van duijdelijk sijn de vinden Even voor het Laaste Lid van het meergewaagd verantwoordings schrift:) voor een principaaldeel is geschict geweest de afsending van den hidoreesen Secretaris Abdul Cadir en 'sComp„s tolk Enog Christiaan Wiggers erbestelling van een brief aanden koning van batcsian, waar bij een vrage onder seer speculative betuijgingen van vrundschap wierd gedaan, waarom sijn hoogh„s klagtig was gevallen oversaten, welke nog voor de komst van den h„r bernard waren gepasseerd; Even als ofhet de proerige onderdanen van Tidor, meer vrij had gestaan, om haare batchianse nabuuren een gestadige quelling, en overlast aante doen onder het bestier van den ondergetekende als gouverneur, dan onder dat van den h:r bernard als Commiss:s en alsoewel dit voor een onbewimpelde bekenten is moest gesouden werden, dat in der daad den koning van batchian wettige reede„ „nen van doleantie sad gesad, soo wist Egter den senistren Abdul Cadir, met 'Comp„s olk sijn hoogh„t tot dusperre te brengen, dat sij deselvs eij„ „gen schrijvens seenemaal retracteerde, onder een pretext, dat sulx door den „vaandrig van roon van de bobatos met smeerken, was verkregen, alsoewel zijn hoogh„t agter betuijgd schuldig teweesen aan de bekragtiging van 't selve met het tijtssegel, daar bij nog doen de aen lafsartig versoek van Excus, e dewijl desselvs verouwen alleen was gewest op d'EComp: en sijnen tie sijnen broeder den koningk met de rijx grooten van Tidor, welke bood „twee 16 t t „schap Egler door de Ehenged„e sendelingen, slegts bij monde op ternaten wierd gebragt, en van zoo veel aanbelang door den h„r Commiss„s ber „nard gekeurd, dat sijn EE: in steede van den batchiansen koning op een nadruckelijke wijse te vertuijgen nopens de ongeloofbaarheijd van sulke frivole voorgeevens, en teffens aantewijsen de gevaarlijk gevolgen, welke in de lochening van sinhoogh„de Eijgene brieven hag opgesloten, daar op aan stonds konde goedvinden, om niet alleen bij een brief onder dato 16„' gulij dese vorst een nader declaratoir aftevorderen, maar ook selvs tot die Extremiteijd over teslaan, om den vaandrig van zoon, tot een singuliere blijdshap den Ti„ .dereesen; in een arrest te doen stelen, 'tgen veel eer denaam van Criminael, dan militair veriende, overmits hem alle acces, en Communicatie van men „schen wierd afgesneeden, sijnde nadato bijde atste verlarig den batchianse rijksgrooten van den 1=e aug„s so wel als bijhet recolement ten uijtersten girel „vant, en tegen strijdig op dit subject gedeponeert, sonder dat den ondergeteec„ kende daar over omverdere uijtbreijding vermeijden thans eenige Commentarien sal maken, maar uhoog Ed„s nogthans in Consideratie geeven: ofdit niet een fraijen soon is geweest, voor de plausibele verigtingen van der vandrig van zoon, als hooft geommitt„s in despcerij visites, en ofde vrindschap door den batchiansen koning in de rescantatien van desselvs wettige klagten aan der koning van sidor bethoond, niet waardig is geweest dat desen laasten hem soo nadruckelijk de handbood, om een dubbeld genot uijt dere Cognitir penningen setrecken endus dijsulk openbare val heden ten minsten wat op te seken; Meer 4845 EEt alles hef den ondergotekende dersaleven beoge, desaken Meer sal den ondergetekende van dese sacheuse saten niet teber „debrengen: dewijl ij iglatvorsa, dat uhog E„s ot ier te uijt dit en vertoog een meer dan overvloedige Eencidatie sullen hebben getrocken, soo twel nopens de Eijgendlijcke geronden van het opgevat misnoegen des or konings van oldor tegen den ondergetek: welvevolgens sijn pligt den toe „leg van sijnhoog:d tot jelusie de Contracten heeft moeten tegengaan mitsit „gaders daar voor prefereeren het waar belang der maatschappij in demo „luccos, als wegens de Colusien, waar in sijn hoogh„d sig begeeven heeft met den koning van batchian, om sijne weaakgierige Concopten ter uijtvoe „ringebrengen door een partij chendige voorwendselen, verdigtonden en laastged„e vorstaan de hand gegeeven door een besaamden fielt den tidore „sen secret:s abdul Cadir, voortgesethn oor een ontrouwentolk, en andere dienaaren der maatsjhapij welke dies dit geaad in haar eijpenboekem heeft gevoed:) op de baan gebragt na des ondergetek„t verkrel uijt Ternaten en doen sij geen middelen ter bemagtiging van tegen bewijs meer aan sanden had; bevestigd met geheel verwervelijke, en tegenstrijdige stucken; nognaden staande gesonden door een eerloofe verduijstering van secretariale papie „zegels uijt „ren; door het scheuren van brieven; door het loochenen van eijgen ondertekende geschriften, ja formeele quitantien, en in summa door een sodanigeschending van de publijcke trouwe, dat men sedert de erectie „daar van. van 'sComp:s gesag in dese gewesten, misschien geen wedergade sal vinden 688 bij
English
To place this request before you without reserve, so that Your High Honours may judge whether it must not fall exceedingly hard upon a minister who has governed a notable government, and who has placed his glory solely in unbroken loyalty and assiduous zeal to advance the interests of his masters, to be exposed in such a manner in the papers and, to satisfy private aims, to be exposed to the rage of native princes; and also whether these are not precisely the means to deter anyone from his duty and ultimately cause the Company to lapse into calamities that would inevitably bring about its ruin. But since the undersigned has been so fortunate, upon his arrival from Ternate, as to enjoy the benevolence of the Honourable, highly esteemed lords principals, who seem to have taken a special pleasure in his well-intentioned services, such that he has been appointed an Extraordinary Member of this august assembly, he considers himself thereby obliged to let this discourse serve not only as a defence against the speculative points of grievance contained in the commissarial papers of the Moluccas with regard to himself, but also to bring his advice to bear upon matters concerning the Company's interest in the extirpation of the spice crops, as has already come before Your High Honours in the first section. However, since the completion of these written matters, on the occasion of the deliberations concerning the government of 4846 of Ternate, various discussions have taken place at this table regarding a requested more generous disbursement of money to the King of Tidore, or rather to his Maba and Patani subjects, on the presupposition that by such an amicable means that important work might once again be brought to a proper conclusion. For that reason, the undersigned will add here that he would indeed consider this expedient wholesome if better results were to be expected from it than from previous contracts. For since it is notorious that the Company will never make the amount of the recognition money equal to the profits that the Tidorese can draw through a pernicious smuggling trade by preserving the spice trees in their territory, he believes that they will not depart much from their old ways, but merely seek to gain time under many fine promises, and finally, when they can no longer maintain themselves in that manner, take up new rebellions again, in which case the last error would be worse than the first. For this reason, the undersigned remains of the opinion that the work ought to be pursued with force and vigour, in order to compel the Tidorese once and for all to a stricter observance of the fleeting prohibitions, and thereafter to keep them continually to that good habit; in case, namely, it is Anno 1735. found that they would again lead the Company by the nose with empty talk, and that the king in the meantime, through his subordinate chiefs or sangajis and other subjects, openly causes things to be carried out under the name of a rebellion or otherwise, for which he himself refuses to be held accountable, and by such means nevertheless achieves his evil designs in the manner that has occurred to this day. Herewith, then, this discourse is concluded, and Your High Honours are requested to make use of it according to the demands of the Company's service, and further to take such resolutions upon it as your penetrating judgment shall find to agree with the exact measure of equity; in which hope and expectation the undersigned subscribes himself with appropriate respect. Your High Honours' humble servant, High Noble Lords! De Haeze Delivered in the Council of India the 9th of February E O JWlimme This seal belongs to the enclosed register of the papers cited in a certain Discourse of the Noble Lord Elias de Haeze WWickhelheijden Notary E N658 1330 05 35 535 Register with its appendices belonging to the Discourse of Extraordinary Councillor De Haeze Elias 2 4847 Register of certain documents serving as appendices to the discourse exhibited under today's date in the Council of India by the Extraordinary Councillor Elias De Haeze. Letter A: Authentic copy of a letter to Mr Jacob Christiaan Pielat, Governor, and the Council in Ternate, directed by the Junior Merchant Ian De Lille under date of 17 November 1729, accompanying an attestation appended thereto, granted on the same day by Corporal Enog Christiaan Wiggers and Soldier Abraham Datoville. B: Attestation granted by the Military Ensign Abraham van Roon on 15 April 1732 before two members of the Ternate Council of Justice. Ditto by the soldiers [illegible] and Hendrik van Elsbeeck. Letter D: Attestation granted secretly by the [illegible] Anthonij Fredrik Cuijper and Hendrik Meelhop on the 1st of March of last year. G: Extract from a translated Malay document presented by the King of Tidore to the aforesaid His Honour, containing likewise nothing more than the simple date of 12 July anno passato. F: Extract from a written proposal made by the Lord Extraordinary Councillor of India and Commissioner of the Moluccas, Johannes Bernard, to the King of Tidore, containing only the date of 21 June of last year. 6: Ditto granted to the soldier Pieter de Lavos before two members of the Ternate Judicial Council, dated 16 December 1733. Elsbeeck, granted in the manner aforesaid the following day, the 16th of the same month of April. Gra
Dutch transcription
bij dit versog onbering eld voor ogen estellen, om uhoo d„s aa uijt te doen oordeelen: of het een minister, door wien het gebie is gevoerd over een notabel gouvernement, en die zijn glorie enig „lijk gesteld heeft in een ongeschonde trouwe en afsiduen Jer, te bevordering van het Intrest sijner meesteren, niet en uijtterstoo hard moet vallen, jndier voegen daar over bij de papieren ten toon gesteld, en tot satisfactie van particuliere jnsigten geExponeerd teworden aan de woede van Jnlandse vorsten; als ook of dit de reg „emiddel niet sijn, om een jgelijk van sijn pligt afte schicken, ende lb maatsz: eijndelijk te doen vervallen in Calamiteijten, die haren ondergang onvermijdelijk souden nasleepen, dog over mits den ondergetekende soo ge „luctig is geweest, om bij sijn arivement van Ternaten Eepuisseeren van de benevolentie der EE: hoog agtb: heeren principalen, die een betel besagen schijnen te hebben geschept in sijne welg'intentioneerde diensten sulx dat sij benoemd is tot een Extraordinair meede lid deser aansienlij „ke vergadering, zoo vermeend hij hier door g'obligeert geweeste sijn dit verthoog niet alleen te laten dienen tot een verdeediging tegen de speculati „ve beswaarnis poincten, bij de Commissoriale papieren der moluccos ter sijnen reguarde vervat, maar ook om daar bij (: voor 't geen sComp„s belang omtrend de Extirpatie der spacerij gewasschen betrof: elaten in flueeren sijn advis, sodanig als sulx onder de Eerste afdeeling reetsaan uhoog Ed„le zal weesen tevooren gekoomen: Egter sijn ver seederd de absolutie van dieschrijfstoffe, bij ocasie der besoignes overhet gouvernmnt van 4846 van Ternaten, al diverse discourssen aan dese tafel gevallen over een gedemandeerde ruijmer geld verstrecking aan den koning van Tidor dan wel aan desselvs mabareese en pattanijse onderdanen op presuppositi, dat door sull een minnelijk middel dat jmpor „tant werk weder aan een behoorlijk beslag zoude Erlangen en uijt dien hoofde sal den ondergetekende hier nog bijvoegen, dat sij dit Expedient seek nit en heijlsaam soude vinden, bij aldien daar van beeter gevolgen waren tegemoet tesien, dan van de vorige Con tracten:; want dewijl het notoir is dat de maat schappij nooijd het bedragen der recognitie penningen sal gelijk maken met het genote, 't geen de tidoreesen door de Conservatie der specerij boomen, onder haar territoir uijt een pernicieuse sluijthandel konnen trecken, zoo vermeend hij dat zij niet veel van hare oude gangen afstappen, maar slegts onder veele goede beloften tijd sullen voogen tewoinnen, en Eijndelijk, wanneer zij het indiervoegen niet langer weeten staande tehouden, weder nieuwe oproeren terhand neemen, als wanneer de laatste dwaling Erger soude weesen dan de Eerste, waaromme den ondergetekende als nog van advis blijft, dat het werk met magt en nadruk, behoord e worden voortgeset, ten fine de Tidoreesen Eenmaal tot een naauwer observantie der vlee „tige verbietenissen te verpligten, en haar als dan Continueel bi die goede gewoonte tehouden, ingevalle men, namentlijk bevrnd. a„o 1735. bevind, dat zij demaatschappij wederom door loosepraatjens op den tuijl souden, mitsgaders dat den koning door sijne onder „hoorige hoofden of segnadjes en verdere subjecten ondertusschen openbaarlijk, onder de naam van Een oproer, of andersints saken Laat uijtvoeren, waar voor hij selve niet begeerd blankhe staan, en door sulke middelen, nogthans sijne quade oogmerken jndiervoegen bereijct als heeden toegeschied is; sul „lande hier meede dan dit verhoog beslooten mitsgaders aan u hoog Ed„s versogt worden daar van een gebruijk te maken na den Eijsch van 's Comp„s dienst, en voorts overtselve zodanige resolutien teneemen, als haar doordringend oordeel sal be vinden over een testammen met de juijste Even maat der billijkheijd, in welke hoop en verwagting den ondergeteken „desig met een gepaste Eerbied onderschrijvh. —. U hoog Ed„s ootmoedigen Dienaar/ Hoog Edele Heeren! De Haeze Ingebragt in rade van India den 9=e februarij E O JWlimme Dit Zegul— Behoord tot t Inleggend Register Je der papieren geciteerd bij seker Vertoog Van den Edelen heere Elias de Haeze WWickhelheijden Nots. E N65„8 1330 05 35 535 Register Met dies bijlagen Gehoorende tot het Verthoog van Raad Extraordinair De Haeze Elias 2 4847 Register van Eenige stucken dienende tot bijlagen van het verthoog onder dato deses g'Exhi„ „beerd in rade van jndia door den raad Extra-ordinair Elias De Haeze. D„ra A: Copia authentijk van Een brief aan den h:r Jacob Chris„ „tiaan pielat gouverneur, nevens den raad in Ternaten, gerigt door den onderkoopman Ian De Lille onder dato 17=e november 1729. ten geleijde eener daar bij gevoegde attestatien ten zelven dage verleend, door den Corporaal Enog Christiaan Wiggers, en soldaat Abraham Datoville. —. „B: attestatie door den vaandrig militair Abraham van Roon op den 15„e april 1732. voor twee Leeden uijt den Ternaatsen raad van Justitie verleend. _„o door de soldaatens trij sel en hendrik van Elsbreck —. L„a D: attestatie door deser geaaten Anthonij fredrik Cuijper en Hendrik Meelhop secretarieel verleend op p„mo maart des voorleeden Jaars G: Extract uijt een translaat maleijds geschrift, door den koning van Tidor aan voorm: sijn Ed: overgegeeven vervattende al meede niet anders dan de sim „pele dagteekening van 12„' ulij a„o passato „ F: Extract uijt een schriftelijk voorstel door den H:rn raad E „traordinair van jndia en Commissaris der Moeuccos, Johannes Bernard gedaan aan den koning van Tidor be„ „helsende alleen den datum van 21=e Jjunij des voorleeden Jaars. — „ 6: _„o dito den soldaat Pieter de Lavos gegeeven voor twee leeden uijt den Ternaat sen gus „titieelen raden in dato 16=e decemb„r 1733. Elsbeeck verleend invoegen voors: des anderen daags den 16=e derselver maand april. Gra -
English
4848 Letter H: Extract from the marginal counter-report on the aforementioned document, likewise submitted by the undersigned to Mr. Bernard and dated the 10th of the same month. Letter I: Extract from the Batjan daily register, sent by Sergeant Albert Schoordijk and containing what occurred on December 27, 1732. Letter R: Attestation granted privately at the request of the military ensign Abraham van Roon in Ternate on September 4 of the past year by Jan Daniel van Carling, first assistant, Carel Casar, corporal, and Frans Eenbosch, soldier, all in the service of the Honorable Company. Beneath stood: Batavia, February 9, Anno 1735. Was signed: Elias De Haeze. Beneath stood: Agrees. Was signed: Jm Cock, Sworn Clerk. Agrees. Batavia, March 19, 1735. Wickkelhuijsen, Notary. [illegible] 4849 Letter A: Ternate To the Noble Honorable Lord Jacob Christiaan Pielat Governor and Director of the Moluccas, together with the Council there. Honorable, Most Worshipful Lord and Lords, The orders given to me by the Honorable Worshipful Lord Governor upon my departure from Costi, to apply every possible effort toward the discovery of frauds and deceptions regarding the work of extirpation, I have observed according to my ability thus far. Having finally perceived that Sergeant Claasse, when he was with us at Maba, being somewhat intoxicated, mumbled to the people in the guardhouse about some groves of nutmeg trees that were still supposed to be here on Pattani, but which they did not want to make known to the commissioners; I could not fail to make further inquiries into the matter. This is indeed the principal reason that I have traveled hither. Having arrived here, I found this to be only too true, for first, Corporal Wiggers, stationed here, told me that more than half a day's journey from this lodge, while out hunting, he found a grove of nutmeg trees, not of just a few single ones, but of some hundreds and more trees. Likewise, the soldier Abraham Ditwiller stationed here, having also gone hunting, found a grove about five hours' walk from here, in which some hundreds of similar trees also stand. Furthermore, they have also declared to me that they revealed this to their Sergeant Claasse more than two months ago. Whether this sergeant has already made this known to Your Honorable Worships is unknown to me. I must certainly conclude that the guides or pathfinders have misled the Company's commissioners, and it does not seem entirely improbable to me that the Tidorese Lieutenant Afsien has also played his role in this and colluded with the guides. That man is better known to Your Honorable Worships than to me. The news of this matter having reached my ears at Maba, and having now also found it to be so, I cannot fail 4850 to provide Your Honorable Worships with the necessary knowledge thereof, so that Your Honorable Worships may thereby be enabled to give me your honored orders regarding this matter, which I shall await with great respect, and in the meantime remain, in all humility, after wishing health and prosperity. Beneath stood: Honorable Most Worshipful Lord and Lords. Lower down: Your Honorable Worships' obedient and entirely humble servant. Was signed: Jn. C. De Lille. Beside it: Pattani, November 17, 1729. Lower down: P.S. Attached hereto is a declaration from Corporal Wiggers and soldier Dattoville regarding the finding of two groves of nutmeg trees. Lower down: Agrees. Was signed: Is. Tillie, Secretary. Beneath stood: Agrees. Was signed: Am. Cock, Sworn Clerk. Agrees. Batavia, March 19, 1735. A. Wickelhuijsen, Notary. We, the undersigned, Eenog Christiaan Wiggers, corporal, and Abraham Dattoville, soldier, both in the service of the Honorable Company and stationed here, declare, as required by the truth, that we, the deponents, having been out hunting at various times, each separately, the first undersigned found, in the Gemasa campong, about more than half a day's journey from here, and the last undersigned near the talaga, about 5 hours' walk from this lodge, each found a grove of some hundreds of nutmeg trees of considerable thickness, and that we made this known to Sergeant Hendrik Claassen more than two months ago. We, the undersigned, declare this to be the pure and upright truth, offering to confirm the same at all times with solemn oaths. In witness of the truth, we reinforce this our declaration with our customary signatures. Beneath stood: Pattani, in the Company's lodge, November 17, 1729. Was signed: Enog Christiaan Wiggers and Abraham Dattoville. Lower down: Agrees. Was signed: Is. Tillie, Secretary. Beneath stood: Agrees. Was signed: Am. Cock, Sworn Clerk. Agrees. Batavia, March 19, 1735. D. Wickelhuijsen, Notary.
Dutch transcription
4848 D„a H: Extract uijt het marginaal tegen berigt op 't Even gedagt geschrift door den ondergetekende insgelijx aan den h„r bernard g'intrageerd en gedag „teeckend den 10=e derselver maand. —. „ I: Extract uijt het batchians dag register gesonden door den sergeaat Albert schoordijk en behelsende 't gepasseer „de op den 27„' december 1732. — „ R:s attestatie ter begeerte, van den vandrig militair Abraham van Roon in Ternaten onderhands ver leend in dato 4=e 7ber: des gepasseerden pars door Jan Daniel Van Carling p„r adsistent Carel Casar Corporaal en frans Eenbosch e soldaat alle in dienst der EComp: —. /:onderstond:) Batavia den 9=e februarij A:o 1735: /:was getekent:) Elias De Haeze. onderstond Accordeert (was getekent) Jm Cock E:g: Clercq An Accordeert Batavia den 19:en maart 1735. :Wickkelhuijsen Nots. 2 e6 opel de busrl 20 4849 2„ra A: Ternaten Aan den Edele Agtbaare Heer Jacob Christiaan Pielat Gouverneur en directeur der Moeuccos benevens den raad aldaar E: E: Agtbaare Heer, en Heeren De ordres mij door den EE: agtb: heer gouverneur gegeeven, op mijn vertrek van Costi, omme alle mogelijke devoiren aantewenden, ter ontdecking van fraudes en misleijdingen omtrent het werk der Extirpatie, hebbe jk tot dus verre naar mijn vermoogen g'observeert, ende Eijndelijk ontwaard hebbende dat den sergeant Claasse, doen hij bij ons op maba was, Eenigsints beschonken sijnde, in de wagt tegen 't volk gemompeld heeft, van Eenige perken nooteboomen, die hier nog op Pattanij souden sijn dog dat sij sulx aan de gecommitteerdens niet bekent wilde maken; hebbe jk niet kunnen nalaaten mij daar op nader nader te jnformeeren, 't geene wel de voornaams te reeden is, dat jk mij na herwaarts hebben begeeven, hier gekomen sijnde, hebbe jk sulx maar al tewaar bevonden, want voor eerst heeft den hier bescheijden Corporaal wiggers, mij gesegt dat hij ruijm een salv dag reijsens hier van de logie af, een per knooten boomen onder 'tjagen heeft gevonden, niet van Eenige Endelde, maar wel van Eenige sonder den, en meer boomen; ook heeft den hier militeerende soldaat Abraham dit willer meede op de jagt gegaan zijnde, omtrent vijf uuren gaans hier vandaan, een perk gevonden, waar inne ook eenige sonderden gelijke boomen staan; voorts hebben zijlieden mij ook verklaard, dit alover ruijm twee maanden aan hunne sergeant Claasse g'openbaart te hebben; of desen sergeant sulx VEd„le Agtb„s alheeft bekend gemaakt is mij onbewust, jk moet sekerlijk besluijten dat demalings, ofte wegwoij „sers sComp„s gecommitt„s hebben misleijd, en't komt mij ook niet ten Eenemaal onwaarschijnlijk voor, dat den Tidoreesen lieutenant afsien, hier meede sijn roll niet in gespeelt, en met demalings gekonkelfoest heeft, dien man is VEd: agtb: beter dan mij bekend, de tijding van dese saak mij op Maba Trooren gekomen sijnde, en sulx nu ook sodanig bevonden hebbende, kan ik niet naar laaten 4850 laaten VEd: agtb: daar van de nodige kennisse ve doen Erlangen, op dat VEd: agtb: daar door mogen in staat gesteld worden, omme mij derselver g'Eerde ordres dien re aangaande te geeven, dewelke jk met veel Eerbied sal tegemoed sien, en Jnmiddels, in alle ootmoed naar toe „wenssing van gesondheijd en voorspoet verblijven (:onderstond:) EE: Agtbaare Heer en theeren /:lager:)VEd: Agtbaare Gehoorsame en Gants nedrige Dienaar (:was getekent:) J:n C: De Lille /:Tersijde:) Pattanij den 17=e novemb„r 1729. /:lager:) P: S: hier nevens gaat Een verklaaring van den Corporaal Wiggersen zoldaat Dattoville weegens tvinden van twee perken nooteboomen (:Lager:) Accordeert (:was getekent:) I„s Tillie secretaris in onderstond accordeert was getekent A: Cock Eg:t Clercq Accordeert Batavia den 19:' maart 1735. A: Wickelhuijsen Not. Wij ondergetekende Eenog Christiaan Wiggers Corporal en Abraham dattoville soldaat, beijde in dienst der EComp: ende alhier bescheijden, verclaaren ter requisitie der waarheijd, dat wij attestanten op verscheijde heeren uijt Jagen geweest zijn, jder in 't bijsonder, den Eerst ondergetekende, bevond, in de gemease Campong omtrent ruijm een salven dag reijsens hier vandaan, enden laatst ondergetekende bij de talage omtrent 5. uuren gaans van dese logie jder een perk van Eenigesonderden nooteboomen van redelijke „wij dikhens hebben gevonden, ende dat sulx alovertwee maan„ „den aan den sergeant Hendrik Claassen hebben bekent gemaakt, dit verklaare wij ondergetekende zuijvere en opregte waarheijd te sijn presenteerende sulx ten allen dagen met solemneele Eeden te bevestigen, in teken der waarheijd, kragtigen wij dese onse verklaring met onse gewoo „nehandteeckening /:onderstond:/ pattanij in 'sComp:s logie den 17=e 9ber: 1729. (:was getekend:) Enog Christiaan Wiggers en Abraham dattoville (:lager:) Accondeert (:was getekent:) I„s Tillie secretaris. onderstond accordeert was getekent A:m Cock E:g: Clercq Accordeert R Batavia den 19:' maart 1735 - D. Wicheheijden 6 Not.
English
Today, the 15th of April, Anno 1732: Appeared before the junior merchants Pieter Reaal and Casper Voges, both members of the honorable College of Justice of this Castle. The valiant ensign military Abraham van Roon Junior, arrived for a short excursion, who in favor of the truth declared that during the spice extirpation on Weda and Maba, he had heard often and repeatedly, and clearly understood, from these chiefs and natives with very great emphasis and seriousness, that the previous commissioners of this work at the aforesaid places, namely Lieutenant Caspar Constaat, Junior Merchant Ian de Lille, and Bookkeeper Johannes van Gijn, had acted so disorderly, irregularly, and improperly, that they devoted little or no thought to achieving the objective of their commission, having jointly and each for his own part from time to time, during their expedition, sent the extirpators barely a musket shot or three anywhere into the forest to seek out and destroy the worrisome spice trees, to such an extent that when the non-commissioned officers of those soldiers were warned that there were still trees standing which they pointed out, they answered with insolent words: "Household servants who come after us can also work," while in the meantime they gave themselves over completely to spending their time whoring, under the complete tolerance of the aforementioned head commissioners, who also mostly engaged in dicing, gaming, drinking, and quarreling, without in any way properly observing or attending to the objective of their commission; besides and except that the Junior Merchant De Lille had gone so far astray as to dishonorably take the wives away from their husbands (even in the houses of the chiefs of the native villages) to amuse himself with them, to the extreme bitterness of the native, who on multiple occasions had almost mutually resolved to kill all who were European, and indeed would have run him, De Lille, through the body with a javelin or sagosago, had they not been restrained by the pretext that he was a son of the Governor; in which manner the Bookkeeper Van Gijn also constantly amused himself with women (though free from acts of violence), while the aforesaid De Lille, in order to instill greater fear and tolerance in the native, had torn children away from their parents and thrown them into the water, indeed acting in such a manner in several respects that the native generally testifies not to be able to wonder enough at how they suffered all this unavenged and without taking revenge, whereas on Wassilee he chased them with a parang or pedak and drove them into the water, just as Lieutenant Constant would have been absolutely and in effect murdered had not the sangaji of Maba, called Maneffo, and his brother the Captain forcefully prevented it and placed themselves in between, and this because he, Constant, had used a cascado-afflicted girl and violently taken away her wage, which consisted of a fathom of linen. The declarant finally declares that he had the greatest trouble in the world to make the native march properly into the forest to search for and extirpate the spice trees, since they insisted strongly on the method used by the previous commissioners, when they had barely been into the forest, and now against their will must search as deep inland and through the mountains as is in any way accessible, in which they finally show themselves very willing; with which the declarant concluded this declaration of his, giving as reason of knowledge that all the foregoing was related with great emphasis both by the Sergeants Kuijper and Ratig, alongside the soldiers Arij Sel and Hendrik van Elsbeek who attended that work at that time, as well as by the native himself in a complaining manner. Remaining prepared to confirm the same if necessary with a solemn oath. Thus done and passed at Ternate, Orange, on the date aforesaid, in the presence of the above-mentioned committee members, who signed the minute hereof together with the declarant and me, the secretary. Today, the 16th of April 1732, appeared before the Junior Merchants Pieter Reaal and Caspar Voges, both members of the honorable College of Justice of this Castle, the declarant mentioned in the heading hereof, who, regarding his declaration given yesterday, after it was clearly and distinctly read out to him de novo and being further heard for re-examination, unalterably persisted therein without adding or subtracting anything, under the same offer as before. Thus done and re-examined at Ternate, Orange, on the date aforesaid, in the presence of the above-mentioned committee members, who signed the minute hereof together with the re-examined person and me, the secretary. Underneath stood: Quod attestor. Was signed: J. Tillie, Secretary. Underneath stood: Conforms. Was signed: A. Cock, first clerk. Conforms. Batavia, the 19th of March 1735. Adriaan van Reijsen, Notary.
Dutch transcription
4851 fra B. Heeden Den 15=e April A„o 1732: Compareerde Voor de ondercooplieden Pieter Reaal en Casper Voges beijde leeden uijt het agtb: Collegie van Iustitie deser Casteels. — Een manhaften vaandrager militair Abraham van Roon J„o voor een springtogtje opgekoomen, de welke vnfa „veure der waarheijd declareerde, bij het doen den specerij extir „patie op Weda en maba verscheijden, reijsen door disse opperhoofden en Jnlanders met seer veel nadruk en Ernst, dikwels of meermaals gehoord en duijdelij verstaan tehebben, dat de vorige Commissianten van dit werk ter voors: plaatsen, als daar is geweest den lieutenant Caspar Constaat, onderCoopman Ian de lille en boeksouder Johannees van Gijn soo onordentelijk jrregulier en wanvoegende hebben g'ageerd, dat haare gedag „ten weijnig of niet hebben gebesigd ten bereijke, van het oog merk hunner Commissie, als hebbende gesamentlijk ende ook Elk voor sijn aandeel van tijd tot tijd, geduurende derselver Expeditie, d' Extirpateurs, nauwelijx een snaphaan schoot of drie wijt allerweegen in 't boscn gestuurd, om het sorgelijk specerij geboomte opvesoeken en te verdelgen in soo verre dat d'onder officieren van die soldaten gewaar sechouwd sijnde dat ter nog boomenstonden die sij aanweesen met brutale woorden ten. ten antwoord gaven, huijshouden dienaar ons komen, kunnen ook met werken, onder tusschen dat sig 't Eenemaal overgaaven, om compleete hun tijd met hoeren door te brengen onder, gedoogsaams„t der hoofd Commissianten voorm: die sig ook meerendeels hebben g'oef fend in het dobbeelen ten speelen, huijpen en krakeelen, sonder het oogmerk hunner Commissie eenigsints na behooren waar te neemen of gade teslaan, buijten en behalven dat den onder Coop man Delille sig soo verre souden hebben verloopen, met pligten Eerloos de vrouwen van haare mannen (: tot de opperhoofden der negorijen in Chuijs:) afteneemen, om heen daar meede te ver„ „maken tot de uijtterste verbittering van den Jrelander, die te meermaals schier genoegsaam met den anderen souden heb ben beslooten, al wat Europees was om 't leven te brengen ja souden hem de lille, met een werpspies ofsago sago door 't lijf geworpen hebben, ingevalle niet wedersouden waren geweest, door het voorgeeven dat Een soon van de seer gou „verneur was, inwelker voegen, den boekhouder van Gijn sig doorgaans ook met vrouwluijden /:dog vrij van ge„ „welddadigheeden:) heeft g'anuseerd, daar voors:z de alle om temeerder schrik tot gedoogsaamh„t in den inlander te verwerken, de kinderen van hunne ouderssouden weggerust en in 't water geworpen hebben, ja sodanig g'ageerd in versceijde op sig „ten dat den Jnlaeder generaliter betuijgd sig selver niet genoeg. 1852 genoeg tekemnen vewvonderen, hoe dat se het een en ander onvergolden en sonder wraak hebben geleeden, daar hij op Wassilee haar met een parring of pedak heeft nageset en in 't watergejaagd gelijk den lieutenant Constant absoluit en in Effecte soude vermoord sijn geweest ten sij den segnadje van maba, maneffo gen„t en sijn broeder de Capitain, sulx met kragt niet beleten sig daar tusschen gesteld hadden ende sulx ersake sij Constant een Cascaderige meijd had gebruijkt en haar loon 'twelk in een vadem linwaat bestond met geweld had afgenoomen. verklaarende den declarant Eijndelijk nog de grootste moeijte des werelds gehad ehebben, om den inlander na behooren boschwaard in ter opsoeking en Extirpatie der specerij boomen te doen marcheeren, dewijl sterk stonden op de mecthode bij de voorige Commissianten gebruijkt, wanneer sij maar Even in 't bosch zijn geweest, en thans tot haar onwil soo diep land „waard in en 'tgebergte moeten doorsoeken als eenigsints toeganghelijk is, waar in sij haar eijndelijk seer gewillig „de komen te tsoonen, waar meede den Clarant dese zijne declaratie quam te fineeren, gevende voor reeden van wetenshap dat alle het voorenstaande met veel nadruik, soo door de sergeanten kuijper en ratig nevens de soldaaten Arij sel en Hendrik Van Elsbeek die doenmaals dat werk bij gewoond. hebben, als meede van den Jnlander sem klagender, reijs verhald is. bereijd bereijd blijvende het selve de noos met solemelen ee sa gesadigen Aldus gedaan en gepasseer Ternaeten orange dato voorsz: terpesentie van„ oe opgem„te gecommitt„s leden die de minute deses benevens den declarant en mij secret„s hebben ondertekent. —. Heeden Den 10=e April 1732. Compareerde voor de onder Cooplieden Pieter Reaal en Caspar Voges beijde leeden 1. uijt het agtb: Collegie van Justitie deses Casteels. — Een de Clarant in den hoofde deses gemeld dewelke bij sijne ge geeven declaratie van gisteren nadat hem die de novo duijdelijk en distinct, was voorgesouden en voor recollement nader gehoord sijnde onveranderlijk is blijven persisteeren sonder iets bij of af te doen onder presentatie als vooren. —. Aldus Gedaan en gerecolleerd Ternaten orange dato voorsz: ter presentie van opgem„te gecommitteerde Leeden die de minute deses benevens den recollant en mij secretaris hebben ondertekend/:onderstond:/ quod attestor (: was getekent:) I„s Tillie onderstond accordeert /:was secretaris.- mn getekend:/ A:n Cock p: G: Clercq Accordeert Batavia den 19:'n maart 1735. Addicche Reeijsen - Nots.
English
4853 Today, the 16th of April Anno 1732. Appeared before the junior merchants Pieter Reaal and Caspar Voges, both members of the honorable Council of Justice of this Castle, the soldiers Arij Sel and Hendrik van Elsbeek, who, in the interest of the truth and at the requisition of the merchant and fiscal of this government Marten Lelivelt, attest and declare that they assisted in the latest expedition Anno 1729 and spice extirpation, during which they were only sent along the edges or merely just inside the forest by the officers, that work being handled very improperly because the attestants were by no means allowed to go into the mountains, nor frequent streams or valleys; yes, what is more, when they had uprooted some spice trees and reported the number, they were scolded and beaten for it by the non-commissioned officers, while the chief commissioners and junior officers mostly amused themselves with whores and women, over which Lieutenant Casper Constant was nearly killed at a certain time, because he had used a slave girl and taken back her wage, which consisted of one fathom of cloth; which chief commissioners, the junior merchant Ian de Lille, Lieutenant Casper Constant, and bookkeeper Johannes van Gijn, generally allowed themselves to gamble, drink, and brawl, as on the aforementioned occasion the aforementioned de Lille, having fought with the aforementioned van Gijn on Wassilee, took a parang or pedang in his hand and pursued and drove away the village people who were watching their dispute. Finally, the attestants further declare that the native, in the case of Lieutenant Constant with the aforementioned slave girl, called out that they would kill everyone who was white or European, which was however calmed and settled by the sangaji of Maba with the captain. Ending their declaration, giving reasons of knowledge as mentioned in the text, they remain prepared to confirm what they have deposed with a solemn oath if necessary. Thus done and passed at Ternate, Orange, the date aforesaid, in the presence of the aforementioned commissioned members who, along with the attestants and me, the secretary, signed the minute hereof. Today, the 17th of April Anno 1732. Appeared before the aforementioned members the attestants named in the heading hereof, who, after being heard anew for verification, persistently and unalterably maintain their declaration given yesterday, not desiring anything to be added or subtracted, 4854 except only that at that time, upon departure from one place to another, they had to skip a large tract of land without searching it or clearing it of spice crops, and whenever the attestants along with their comrades spoke of it, they were scolded and beaten by Sergeant Jan Koster, who was their troop leader at that time, with the offer as stated in the declaration. Thus done and verified at Ternate, Orange, the date aforesaid, in the presence of the aforementioned commissioned members who, along with the verifiers and me, the secretary, signed the minute hereof. Underneath stood: Known to me. Was signed: F:s Tillie, secretary. Underneath stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, clerk of the Governor-General. Agrees. Batavia, the 19th of March 1735. D: Wickkehuijsen, Notary. Today, the first of March Anno 1734. Appeared before me, Frans Tillie, secretary of the honorable Elias de Haze, Governor and Director, along with the Council in Molucco, present the witnesses named below, the sergeants Anthonij Fredrik Cuijper and Hendrik Meelhop, who in the interest of the truth declared and testified that, while assisting in the latest spice extirpation in the district of Maba, they were secretly informed and assured by a certain Alfur of the village of Tobelo named Zagoede, who had long lived and been married there, that the tract of land or inner bay situated between Maba and Boelij was never before visited or searched by the Company's servants, as they were deceived by the peoples of those villages and kept away from it under the pretext that this was impossible due to a shortage or lack of water, just as the first deponent in order, Cuijper, declares the same district to have been skipped and left unvisited on that pretext during the previous expedition of Anno 1729 and 1730; but in the last or latest expedition it would have been accurately visited, since the aforementioned Alfur assures that enough water is to be found inland, and that the chief commissioner Abraham van Roon was also already informed of this, had the Mabarese 4855 not forcefully impeded the progress; all the more considering that the aforementioned Alfur Zagoede declared, in addition, to have discovered a multitude of the aforementioned spice trees, indeed even whole parks in the aforementioned tract of land, on the occasion of traversing the forests for the wild boar hunt. Wherewith the comparants conclude this their declaration, giving as their reason of knowledge and for further confirmation of what they declared that the often-cited Alfur Zagoede repeatedly made discoveries of spice trees to the deponents during the aforementioned extirpation, which was always found to be true, remaining therefore prepared to further authenticate what they declared, if required, with a solemn oath. Thus done and passed at Ternate, in Castle Orange, the date aforesaid, in the presence of Frans Vogels and Johannes Sinnenberg, both clerks as witnesses, who, along with the attestants and me, the secretary, signed the minute hereof. Underneath stood: As witness. Was signed: F:s Tillie, secretary. Today, the 2nd of March Anno 1734. Appeared before the junior merchants Abraham Bernard and Caspar Vogels, both members of the honorable Council of Justice of this Castle, the
Dutch transcription
4853 Heeden Den 16=en April Anno 1732:— Compareerde voor de onder Cooplieden Pieter Reaal en Caspar Voges beijde leeden uijt het agtb: Collegie van Justitie de Caat Casteels. — De solaaten Arij sel en Hendrik van Elsbeek de„ „welke ten faveure der waarheijd ende ter requisitie van den Coopman en fiscaal deses gouvernements Marten Lelivelt, attesteeren en verklaren dat de jongste Expieditie a„o 1729: En spacerij Extirpatie hebben g'assisteerd, wanneer door de officieren maar langsttaand of wel Even in 't bosch ge stuurd zijn geweest, sijnde dat werk heel onredelijk behandeld dewijl de attestanten geensints in 'd gebergte mogten gaan mitsgaders spruijten of valeijen frequenteeren, ja dat meer is doen zij eenige specerij boomen uijtgeroeijt hadden en het getal opgaven, wierden daar over van de onder officieren gescholdenen geslagen, hebbende de hoofd Commissianten en mindere officiers sig meest g'anuseerd, met soeren en vrouwluijden, waar over den lieutenant Casper Constant op seecker tijd bij na om 't Leeven was gebragt, vermits een Castaderige meijd gebruijkt en haar loon, 'twelk in Een vadem kunnen bestond, weder afgenomen hadde, welke hoofd Commissianten den onder „koopman Ian de Lille, Lieutenant Casper Constant en boekh„r Johannes fra D Iohannes van Zijn slig doorgaans hebben toegelit tot dbelen speelen, huijven en krakeelen, gelijk bij occagie voors:) delille met gem: van Gijn op wassilee gevogten hebbende een parring of pedak in de handnam en het negorijs volk die hunne ques „tie aanschouwden, daar meede, nasette en weg joeg, Eijndelijk verklaren de attestanten nog dat den Jnlander, bij het geval van „luitenant Constant met de den „ Cas laderige meijd, voorm: riep datse dood souden slaan wat blank of Europees was, 'twelk Egter door den segnadje van maba met de Capitain gestild en beslist wierd, verclaringe Eijndigende, gevende reeden van weten „schap als in den text vermeld staat bereijd blijven de sun gepo seerde des noods met solemneele Eede nader gestand te doen Aldus Gedaan en Gepasseert Ternaten orange dato voorsz: ter presentie van opgem: gecommitteerde Leeden die de minute deses benevens de attestanten en mij secretaris hebben ondertekent. Heeden Den 17=e April A„o 1732. Compareerde voor op gem: Leeden de attestanten en den hoofde deses genaamd, dewelke bij haare gegeve verclaring van gisteren, naa dat deselve voor recollement daar op denovo gehoord, waren, onveranderlijk blijven perisisteeren sonder te begeeren, dat er iets meer bij of afgedaan sal werden. 4854 werden, als Eenlijk dat te dier tijd bij vertrek van de Een nade andere plaats een groote Landstreecke hebben moeten overslaan, sonder die te doorsoeken of van het specerij gewasen te zuijveren, en wanneer de attestanten nevens haare maats daar van spraken wierden uijtgescholden en geslagen door den Zergeant Jan Koster, die doenmaals sunnan troupvoerder was, onder presentatie als bij verklaring. Aldus Gedaan En Gerecolleerd Ternaten pp orange dato voorsz: ter presentie van opgemelte gecommitteerde Leeden die de minte deses benevens de recollanten en mij secretaris hebben onderteec kent (:onderstond:) In kennis van mij (:was getekend:) F„s Tillie secretaris /: onderstond:/ accordeert fin /:was getekent:/ A:m Cock G: G: clercq Accordeert Batavia den 19:'n maart 1735. D: Wickkehuijsen Nots. Heeden Den Eersten Maart A„o 1734. Compareerde voor mij Frans Tillie secretaris van den VE: agtb: heer Elias de Haze Gouvern„r Endirecteur nevens den raad in molucco, present de getuijgen nagenoemd De Sergeanten Anthonij fredrik Cuijper en Hendrik Meelhop, dewelke ten faveure derwaarheijd declareerden en getuijgden, dat sij bij 't assisteeren der jongste specerij Extirpatie op het district van maba, door seeter aldaar voor lang gehuijst, en getrouwd geweest sijnde alphoerees van de negorij tobelo met name zagoede, in secretesse sijn berigt en verseeckerd, dat de landstreecke of binnenbogt tusschen maba en boelij geleegen, noijt bevoorens door 'Comp„s Crs C dienaaren is gevisiteerd of besogt, als dewelke van diene „gorijs volkeren sijn g'abuseerd, en daar van, wedersouden uijt voorwendsel dat sulx onmogelijk was door gebrek ofmanquement van water, gelijk den Eersten, in ordine de Clarant Cuijper verklaard het selve district bij de voorgaan detogt a„o 1729. en 1730. op dat voorgeeven ook overgeslagen en onbesogt gebleeven teweesen, dog soude in de laatste of Jongste Expeditie, Exact gevisiteerd sijn geworden vermits etr ged„te alphoerees verseeckert dat 'ter water genoeg landwaard in te vinden is, en dat den hoofd-Commissiant Abraham van roon daar van ook reets verwittigd was, ingevalle de mabareesen. 2„a „ 4855 mabareesen, het welk door geweld in den voortgank niet hadden gestremd, te meer gemerkt voors: Jalphoeres a goede nog boven dien verklaarde een meenigte voorr specerij boomen, ja selvs geheele perken in gem: landstreecke ont„ „delt te hebben, ter occasie dat de bosschen tot de varken „jagt heeft door kruijst, waar meede de Comparanten dese sunnen de Claratie komen te Eijndigen geeven voor reeden van watenschap en tot meerder Confirmatie van haar gedeclareerde dat dikwils geciteerde alphoerees lagoedoe de declaranten in gem: Extirpatin te meermaals ontdecking van specerij boomen heeft gedaan, 't geen ook al„ „tijd bewaarheijd sij bevonden, blijvende oversulx bereijd hun gede „clareerde /:des gerequireerd:/ met solemneele Vede nader te ge loofstaaven. —. Aldus Gedaan en Gepasseerd tot Ternaten in't Casteel orange dato Voorsz: ter presentie van frans Vogls en Johannes Sinnenberg beijde Clercquen als getuijgen, die de Minute deses, nevens de attestanten en mij secret:s) hebben ondertekend /:onderstond:/ oerkonde/:was getekent:) J„s Tillie Secretaris Heeden den 2=e maart A„o 1734: Compareerden voor de onder Cooplieden Abraham bernard en Caspar Vogels beijde leeden uijt het agtb: Colegi, van Justiti deses Casteels De
English
The Sergeants Anthonij Fredrik Cuijper and Hendrik Meelhoop, who, regarding their declaration given yesterday concerning the subject of the spice extirpation, after the same was read aloud clearly de novo and explained to them for verification, invariably persist without desiring that anything be added or subtracted, under the offer as stated in the declaration. Thus done and verified at Ternate, Castle Orange, date as above, in the presence of the aforementioned members, who, together with the re-examinants and me, the pro tempore secretary, have signed the minute of this. Below stood: Witnessed by me. Was signed: H. van der Petten, secretary. Below stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. Agrees. Batavia, the 19th of March 1735. Adsickkehuijsen, Notary. 4856 6: Today, the 10th of December, Anno 1733. Appeared before the valiant Captain of the military Pieter Jansz: and Junior Merchant Pieter Reaal, both members of the Honorable Court of Justice of this castle, a soldier in the Company's service, Pieter De Lavos from Maastricht, stationed at Batchian, who, upon interrogation by the merchant and fiscal Willem van Beseler, and in the interest of the truth, declared that, about five to six months ago at the aforementioned place, going from the lodge to the Moorish settlement to buy some garlic for his messmates, he arrived for that purpose at the dwelling of a certain princess named Salilla, where he found a prince sitting, whose name is unknown to him, but he knows well that the same is a Batchian courtier who for some years has had his domicile on Tidor, who asked him in the Malay language whether he wanted to buy cloves, which the declarant did not understand, as from the word tsjinke he understood tsjintjing, or rings, just as the said prince showed one on his finger, asking if he meant that, to which he answered no and called the deponent inside, and having opened a small chest, showed him a bag (next to which another smaller one stood close by, full of silver ducatoons), wherein were at least ten pounds of those fragrant fruits, from which he took four pieces and placed them in his hand as proof, in the presence of the aforementioned princess, whereupon the declarant said that he would go to the post to fetch money and that he should wait that long, whereupon he immediately went there, and first made the requisite communication of this matter to the corporal on guard, Cornelis Terling, and subsequently to the sergeant-commander Ian Freer, which latter dispatched him back as quickly as possible to obtain that produce for as much money as he asked without bargaining, but the declarant, having returned de novo to the said house, requesting that bag, and wishing to agree upon the price, the aforementioned prince asked whether he had informed the sergeant of it, to which, having answered no, and that he would not say so either, he, the prince, replied again in substance: you must not say it either, for I do not wish to sell them, in which manner he departed and made a report thereof to the aforementioned sergeant, the deponent finally also declaring that at this last occurrence the Batchian Captain-Major was present, with whom the frequently mentioned prince held some Moorish conversation, which he did not understand, as he is ignorant of this language, without more, offering to confirm further what is deposed at all times by solemn oath, if necessary and required. Thus done and passed at Ternate, in Castle Orange, date as above, in the presence of the aforementioned members, who, together with the deponent and me, the pro tempore secretary, have signed the minute of this. Today, the 17th of December 1733. Appeared before the aforementioned members the declarant aforesaid, who, regarding his testimony given yesterday, after the same was clearly read aloud and explained to him de novo by way of verification, has invariably persisted, without desiring that anything shall be added or subtracted, under the offer as stated in the declaration. Thus done and verified at Ternate, Castle Orange, date as above, in the presence of the aforementioned members, who, together with the re-examinant and me, the pro tempore secretary, have signed the minute of this. Below stood: Quod attestor. Was signed: P. van Petten, secretary. Below stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. Agrees. Batavia, the 19th of March 1735. D: Wickhelhuijsen, Notary. fra D. S. Was signed: Johannes Bernard. In the margin: Ternate, in Castle Orange, the 21st of July 1734. Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. There also stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. Agrees. Batavia, the 19th of March 1735. Wickhelhuijsen, Notary. Extract from a letter written by the Commissioner Johannes Bernard to the King of Tidor under date of 21st of July, Anno 1734: 4858 Translation of a Malay document for the Tidorese King, Sultan Miri Bisolalihie Adji, Limore Ofidin Billahil Malikil Manansa, submitted to the Honorable Johannes Bernard, Commissioner of the Moluccas, on the 12th of July, Anno 1734. Below stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. There also stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. Agrees. Batavia, the 19th of March 1735. D: Wickhelhuijsen, Notary. wherefore I conclude this, testifying that with the requisite respect and high esteem, I am, Below stood: Honorable Sir. Lower: Your Honorable Sir's servant. Was signed: E. De Haeze. In the margin: Ternate, Orange, the 16th of July 1734. Below stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. There also stood: Agrees. Was signed: A:m Cock, first clerk of the government. Agrees. Batavia, the 19th of March 1735. D: Wickhelhuijsen, Notary. Extract from the reply of the Honorable Z:bins De Haeze to the King of Tidor's writing dated 16th of July, Anno 1734. fra 3 M
Dutch transcription
De Zergeanten Anthonij fredrik Cuijper en Hendrik meelhoop, dewelke bij haare gegeeve de Claratie van gister rakende het subject der specerij Extircatie nadat hun deselve de novo duijdelijk was voorgelee„ len en te verstaan gegeeven voor recollement onver anderlijk blijven volserden sonder te begeeren dat 'er iets af of toegedaan sal worden, onder presentatie als bij de verklaring. Aldus Gedaan En Gerecolleerd Ternaten orange dato voorsz: ter presentie van opgemelte Leeden die de Minute deses de recollanten en mij secretaris p„l hebben onderteeckent /:onderstont:) In kennisse van mij /:was geteeckent:) H„k van der petten —. (onderstond:) accordeert secretaris- in /:was getekent:/ A:n Cock E: G: clercq Accordeert Batavia den 19:' maart 1735. Adsickke huijsen Not. 4856 6: Heeden Den 10=e December A„o 1733. Compareerde voor den manhaften Capitain, militair Pieter Iansz: en onderkoopman Pieter Reaal, beijde Leeden uijt het agtb: Collegie van Justitie deses Casteels E. Een soldaat in 'sComp„s dienst Pieter De Lavos van ma„ „strigt geposteerd tot batchian, dewelke op afvrage van den Coopman en fiscaal Willem van beseler, en ten faveure der waarheijd de clareerde, soe nu ongevaar vijf â ses maanden ge „leeden ten gem: plaatse uijt de logie naar demoorse negorij gaande, om wat knuflook ten behoeve van sijn baksvolk te loopen, ten dien Eijnde aan de woning van seker princes Salilla gen„t is gekomen, alwaar den pries vand sit„ „ten, welkers naam hem onbekend zij dog wel, weet het selve een batchians hoveling tewesen, die sederd eenige Jaren zijn Edomicitlie heeft gesonden op Tidtor denwelke hem in de maleijse spraak vroeg of kruijt nagelen, wilde koopen, 't geen den declarant niet verstaande alsoo uijt het woord tsjinke, 'tsjintjing of Ringen begreep, gelijk aan t ged„te prins er een aan desselfs vinger verthoonde, onder af „vrage of diemeende, waar op meen antwoord ende den attes „tant na binnen riep, en Een kistje g'opend hebbende, hem Een sal /:waar neevens nog een kleender dito digt aanstond vol met silvere ducatons:) hiet sien daar ten minsten wel tsien 2„o thien ponden van die geurige vrugten in waaren, wannee er vier stux uijtnam ten op zijn hand ten bewijsleijde, in presentie van voorgeciteerde princes, terwijl den de„ „clarant hier op seijde dat naar de post soude gaan, om geldtehaalen, En maar soolange wilde vertoeven gelijk sig Immediaat derwaarts begaf, en Eerst den wagt hebbende Corporaal Cornelis Terling, jtem vervol „gens den sergeant Commandant Ian freer, van dit geval de vereijste Communicatie deed, welken Laasten hem alden Eersten terug depecheerde ter obtenue van dat gewasen voor soo veel geld als begeerde sonder afdinging, maar den declarant aan geseijde huijs de novo gekoomen wee„ „sende dat sakje requireerende, En weegens de prijs willende accordeeren, vroeg voorm: prins of den cer„ „geant 'er kennisse van gegeeven had, waar op neen, en dat sulx ook niet soude seggen, g'antwoord zijnde, repliceerde hij prins, wederom in substantie, gij moet het ook niet seggen, want jk wilse wank niet verhoopen jnwelkervoegen vertrok, en gem: sergeant dierwegens rapport deed, verclaarende den attestant Eijndelijk nog, dat bij dit laatste geval den batchiansen Capitain major is present geweest, met wien meerm: prins, Eenige moor„ „se redenwisseling sield, die sij niet verstond, dewijl onkendig Jn 1857 Jn dese spraak is, sonder meer, onder presentatie, van het gedeposeerde des noods En gerequireerd werdende ten allen tijde met solemneele Eede nader te bevestigen Aldus Gedaan en gepasseerd Ternaten in 't Oz. Casteel orangt dato voorsz: ter presentie van opgemelte Leeden die de minute deses nevens den attes „tant en mij secret„s p„l hebben ondertekent. — Heden den 17=e xber: 1733. Compareerde voor opgem: leeden den declarant voorsz: dewelke bij sijne gegeve attestatie van gister, na dat hem deselve de novo bij forma van recollement duijdelijk voorgeleesen en teverstaan gegeven was onveranderlijk is blijven volharden, sonder te begeeren dat 'er iets af of toegedaan sal werden onder presentatie als bij de verklaring Aldus Gedaan en gerecolleerd Ternaten orange dato voorsz: ter presentie van opgemelte leeden die de jl minute deses nevens den recollant en mij secret„s p„l hebben ondertekent /:onderstond:) quod attestor /:was, geteekent:) P„r van petten secretaris /:onderstond accordeert /:was getekent:/ A:m Cock p: G: clercq Accordeert Batavia den 19:en maart 1735. D: Wicthelhuij Nots. fra D„ S: /:was getekent:) Iohannes Bernard (:in margine:) Ternaten in 't Casteel orange den 21=e Julij 1734. accorteerd (:was getekent:) A„m Cock nog stond E: G: Clercq. accordeert /:was getekent A:m Cock E: g: clercq Accordeert Batavia den 19:' maart 1735. Wickhel Wijden Extract uijt een brief gesz: door den heer Commissaris Iohannes Bernard aan den Koning van Tidor sub dato 21=e Iulij A„o 1734: - Nots. 4858 Translaat maleijds Geschrift voor den Tidors Koning Sulthan miri bisolalihie adji, limore ofidin billahil malikil ma„ „nansa aan den wel Edelen groot agtb: heer Johannes Bernard Commissaris der Moluccos den 12=e Julij A„o 1734. overgegeeven /:onderstond:) Accordeerd (:was geteeckent:) A„n Cock E: G: Clercq- — nog stond accordeert /:was getekent A:m Cock E: g: clerq Accordeert Batavia den 19:en maart 1735. D: Wickhelheijsen Nots. p wes desen bekorten onder betuijging dat met het vereijste respect en hoog agting ben /:onder stond:) wel Ed: agtb: Heer (:lager:) uwel Ed: Agtb: heer Dienaar /:was geteeckent:) E„s De Haeze /:in margine:) Ternaten orange den 16=e Iulij 1734: (:onderstond: accordeerd (:was geteeckent:) A„m Cock —. nog stond E: G: Clercq. accordeert /:was getekend:/ A:m Tock E: g: clerq Accordeert Batavia den 19:' maart 1735. : Wickhelheijsen Extract uijt de b'antwoording van den Wel Edele Agtb: Heer Z:bins De Haeze op des Konings van Tidors Geschrift de dato 16=e Julij A„o 1734. fra 3 M - Not.
English
4859 folio 29: Extract from Matchian's daily register kept by Sergeant Albert Schoordijk, namely Saturday the 27th of December anno 1732. I went to the court of His Batchian Highness in order to remind and encourage His Majesty and his grandees of the realm that the arrival of the head Commissioner, Ensign Abraham van Roon, was near, so that they should therefore prepare their men and prahus for assistance in the extirpation with the utmost speed, as the same had to proceed without any delay upon the appearance of the said Commissioner; whereupon I was answered by the old Captain named Lamed Cadim in the presence of the King: "Well, Sergeant, for what reason do you not perform the extirpation yourself, as the Ensign did in former times, or has he not ruined the spices enough here? And if I were in your place, I would rather request to go from here to Ternaten." Whereupon I served them with an answer in a polite manner, that such was not up to the Ensign nor to me, but when we, Company's servants, were commanded by the Honorable, Respected Lord Governor, we had to be ready immediately, immediately, without the slightest contradiction, and observe the order. Whereupon they again gave as answer: "Where shall we get the twenty men from? The Xulla islanders who have been here, the King of Ternaten has recalled." Since one then said to them again that they must do their best, as His Highness and the bobatos had promised such to the Respected Lord Governor, the above-mentioned Captain Lauwt countered: "Let the Ensign extirpate on Maba, for if we now also bind him and his men hand and foot together, how would that go?" Whereupon I gave them as answer that in case they did not think of the Company's sovereign power and authority, that they might then share the same fate and easily [illegible] as those faithless rebellions were about to be dealt with; whereupon I took my leave and departed again to the Company's lodge. Below stood: Batchian in the Company's Lodge, date as aforesaid. Agreed. Was signed: A. Schoordijk. Below stood: Was signed: A. Cock, First Sworn Clerk. Agreed: Agreed. Batavia, the 19th of March 1735. D. Wickkelhuijsen, Notary. 4860 The undersigned, Jan Daniel van Carling, provisional assistant, Carel Caesar, corporal, and Frans ten Bosch, soldier, all in the service of the Honorable Company and stationed here in Fort Orange, attest and testify in favor of the truth and at the requisition of the military ensign Abraham van Roon, that we, this afternoon around the hour of two o'clock, were at the house of the requisitor, where shortly thereafter also appeared the Captain Lauwt of Batchian, to us not by name, but indeed in person known, who through discourse open-heartedly and earnestly of his own accord confessed and declared that everything that had been written by the King and bobatos of Batchian to the charge of the former Governor Elias de Haeze, and the said Van Roon, to the Honorable Lord Commissioner, solely occurred through the instigation and false promptings of the Company's interpreter sent thither, named Christiaan Wiggers, and the King's hukum and imam, named Jobara, in so far that he, Captain Lamot, together with his younger brother, the gugugu or first grandee of the realm, attested to have had not the slightest knowledge of the contents of the King's letter; furthermore, that His Majesty, upon their departure, only instructed them that to everything they should be asked on Ternaten, they must answer with "Yes", in such manner as the aforementioned imam or hukum Jabara would state and prompt to them. Item, that he, Captain Lauwt, distinctly heard his King declare that he, concerning his requested recognition monies during the administration of the above-mentioned Governor De Haeze, was fully paid and satisfied, satisfied, and had well received payment and receipt. Further, the said Captain Lauwt declared to have said to his brother, the gugugu: "How can the King and bobatos now burden Van Roon with such things, of which he after all bears no guilt, but always since he has been stationed as soldier, corporal, sergeant, and ensign on Batchian, and that he cannot understand why such accusations were now brought against him, as he had never to our knowledge insulted or wronged anyone," attesting that neither of them had part nor share in this, saying, further, that he had now sworn three times: namely, once before the Honorable Company at the presentation of the King, the second time recently at Taanwesan on Batchian before the Commissioner Cornelis Backer, and now here on Ternaten, without him, Captain Lauwt, having been conscious of the two last matters, and that he did such unwillingly, in compliance with the King's command, and to agree with the testimony of the other grandees of the realm, notwithstanding he well knew and was aware that they were all lies. Wherewith the undersigned conclude this declaration, giving as reason of knowledge to have clearly heard the said Captain Lauwt say the foregoing in the Malay language and have translated it well, remaining ready to confirm the same more closely if necessary. Thus done and passed at Ternaten in the new night- quarters at Fort Orange, the 4th of December 1734. Signed: J. D. V. Carling, C. Caesar, and a cross mark of Frans ten Bosch. Below stood: Agreed. Was signed: A. Cock, First Sworn Clerk. Agreed. Batavia, the 19th of March 1735. D. Wickkelhuijsen, Notary. Vuijsme This seal belongs to the enclosed extract minutes of the resolutions in the Council of India on the 11th of February anno current. D. Wickhelhuijsen, Notary.
Dutch transcription
4859 fra 29: Extract uijt Matchians dag register gehouden door den zergeant Albert Schoordijk, namentlijk Saturdagh den 27=e december A„o 1732. hebben g' mij na 't hof van zijn batchians hoogh„t begeeven ten Eijnde om sijn majesteijd en sijne rijxgrooten indagtig temaken en aan temoedigenen dat de komst van den hoofd Commissiant den vendrig Abraham van roon na bij was datse derhalven haar manschappen en praauwen tot behulp der Extirpatie en spoedigsten veerdig soude maken, alsoo deselve sonder eenig uijtstel bij verschijning van gem„te Commissiant moeste voortgaan, waar op mijn door den ouden Capitain Lamed Cadim gen„t in presentie van den koning wierd g'antwoord wel zergeant wat reden doet ul: de Extirpatie selfs niet soo wel als in voori „getijden den vaandrig heeft gedaan, of heeft die de spe „cerije hier niet genoeg geruineert, en als jk waar in ul: steede soude liever van hier naar Ternaten versoeken, waar op haar op een beleefde wijse in ant „woord diende dat sulx aan den vaandrig nog aan mij niet stond, maar als wij 's Comp„s dienaaren, van d' E: E: agtb: h„r gouverneur gecommandeert, wierden aanstonds aanstonds: sonder het minste tegenspreeken, moesten gereed wesen en de ordre observeeren, waar op sij wede „om ten antwoord gaven, waar sullen wij de twintigh manschappen van daan haalen de xullaneesen die hier sij geweest, heeft den koning van Ternaten laten oproepen, dewijl men haar dan wederom seijde dat se haar best moeste doen, alsoo sijn hoogh„t en de bobatos sulx aan de agtb: seer gouverneur belooft had, soo voerde den bovengem„t Capitain Lauwt te gemoet laat den vaandrig op maba Extirpeeren want als wijhem met sijne manschappen nu ook eens handere en voeten bij mealkanderen bouden, hoe soude het van gaan, waar op haar ten antwoord gaf ingeval Syj op sComp„s souve „raine magt en authoriteijd niet en dagten dat sij moge „lijk dan meede soude vaaren en ligtelijk timmer als die trouwloose rebellie stonden gedaan te werden, waar me „nam „de jl mijn afscheijt, ben wederom in sComp:s logie vertrocken /:onderstond:) batchian en 'sComp„s Logie dato voorsz: accor „deert (:was getekent:) A„s Schoordijk /:onderstond:/ was getekend A:n Cock E: G: clercq accordeert: Accordeert Batavia den 19:' maart 1735: DWickkelhuijsen Not. 4860 De ondergetekende Jan Daniel Van Carling p„r assistet Carel pa Casar Corpor„ en frans ten bosen soldaat alle in dienst der EComp: en alhier en Casteele orange bescheijden attesteeren en getuijgen en fa „veure derwaarheijd en ter requisitie van den vaandrager, mili tair Abraham van roon, dat wij see den namiddag ongevaar de klocke twee uuren sin geweest ten huijse van den requirant, al waar kort daar aan meede versen, den Capitain Lauwt van batehjiana ons niet bij name, maar wel in persoon bekend, dewelke p„r discours openhartig en Eunstig uijt Eijgen beworging beleeden verklaarde dat alhet geene door den koning en bobatos van batchian ten laste van den „aan oud gouvern„r Elias de Haeze,„ en gem: van roon, den Ed: h„r Commissa ris geschreeven Eenlijk is geschied door opstoking en vals in geeven van 'sComp:s derwaarts gesondene tolk bndg Christiaan Wiggers en sho „nings holkom en jman Jobara gen„t in soo verre dat hij Capitain Lamot benevens betuijgde sijn onder broeder den goegoegoe of Eerste A rijxgroot geende allerminste kennis van den jnhoud van skonings schrijven gehsad te hebben, mitsgaders dat sijn majesteijd haar op vertrek alleen belast heeft, dat sij al het geene haar op Ternaten souden afge „vraagd worden met Ja moeten b'antwoorden, in diedevoegen als den jman ofhoekum jabara voormn„t soude opgeeven, en haar, voorseg„ „gen, Jtem dat sij Capitain Lauwt, sijnen koning wel distinct heeft hooren verklaaren dat sij van sijne versogte recognitie gelden geduurende de regeering van opgem: gouverneur De Haeze, volkoomen voldaan en vergenoegd D„ra K vergenoegdmitkg„s betalngen ontfangst welkenust was, voortverkard gemn: Cap„n luwt nog verder egen sijn broeder den goegoegoe geseijd sehabben, heef kan den koning en bobatos van roon nu met alsulke dingen beligten, daar sij immars gemn schuld anheeft, maaraltijd sedert dat sij als oldaat, Corporaal Zerg„t en paandrager op batehian heeft bescheijden geweest, en dat sij niet kan begrijpen, waarom hem nu sulke beschuldigingen ten laste wierden geleijd als hebbende immers jimand ons wotens gescholden, ofverngelijk betuijgende jjder nog part nog deel daar in te hebben, seggende, wijders dat nu driemaal ge swooren hadde te weeten eens, voor deEComp: bij de voorstelling van den Coning, de tweede reijs nog onlangs bij taanwesan op batehian van den Commissant Cornelis backer en J„s hier op Ternaten sonder dat si Capitain lauwt, van de twee laaste voorwerpen bewust is geweest, en dat sulx met onwil gedaan heeft, ter opvolging van Conings beval, en tot overen komst der getuijgenis van de verdere rijxgroten, niet tegenstaande hij wal wist en veruijd, was, dat het altomaal Leugens waren. waar meede de ondergetekende dese verklaring vijndigen geven voorreeden van wetensz: a 't vorenstaande van gem: Capitain lauwt in demaleijdse taale duijdelijk horen seggen en wel vertat s hben bereijdblijvende het slve des nods, nader gestand e doen. Aldus gedaan en gepasseert tot ternaten in de nieuwe nagt „rije an' Casteel orange den 4:' ber: 1734. /:getekent:J: D: V: Carling, C„s Caesar en een 't van frans ten bosch. —. onderstond accordeert was getekent A:n Cock E: g: Clercq. Accordeert Batavia den 19. ' Maart 1735 D Wickkehuijden Not. Vuijsme Dit zegul Behoord Tot het Jnleg„ „gend' Extract Notulen van Be„ soignes in Raden van Jndia op den 11:' Februarij anno stantij d Wickhel huijsen Nots.
English
4861 Extract from the Minutes of Proceedings and Resolutions in the Council of India on Friday the 11th of February Anno 1735: And furthermore, it having been taken into consideration in what manner it should now be disposed regarding the extensive representation that was presented and delivered to this government by the Councillor Extraordinary Elias De Haeze, accompanied by various papers and documents according to the attached register, for his defense against what was found to his charge in the letters and papers sent hither from Ternate by the Commissioner Bernard, with a special request that the aforesaid defense, along with the annexes belonging thereto, might still be dispatched in copy to the Gentlemen Directors with the two following ships; it was resolved, after the aforementioned Mr. De Haeze had retired, for the time being not to declare positively upon the contents of the aforesaid writing, nor to take a a final decision thereon, but to send a copy of the same under cover of a separate letter to the aforementioned Commissioner Bernard at the earliest opportunity, in order thereby to put His Honour in a position to be able also to clear himself of what is charged against him therein, and in addition to supply what His Honour shall deem required for the information and further elucidation of this government regarding such points as might happen to require it, with orders to the ministers in the aforesaid government to send the packet back unopened, in so far as the often-mentioned Mr. Bernard might have commenced the voyage hither before the receipt of the same, or should anything human have befallen him; but on the other hand, to decline the aforesaid request of the often-mentioned Mr. De Haeze, in so far as it concerns the sending of his defense by the next opportunity, and to retain the same here until one shall be fully capable of taking a final decision thereon, and of giving a complete report to the Gentlemen Masters on the state and nature of these matters; as well as, in view of what was written 4862 in the latest general missive, to also present all this, with an explanation of the reasons why one has had to proceed in this manner, to their High Mightinesses in the letter that is to depart shortly; which having been made known to Mr. De Haeze after he had returned inside upon the request of the assembly, His Honour declared that in his opinion, by the decreed delay concerning the sending of his defense, he was suffering very great prejudice and could not see otherwise than that the path to his defense and exoneration before the High and Noble Lords Principals was thereby being cut off from him, notwithstanding that he had been attacked and insulted in his honor and decency, further declaring that for that reason he was obliged to protest against it, with the request that this note thereof might be sent. Underneath stood: Agreed. Was signed: N:s V: Berendregt, Secretary. Collated, agreed. Batavia, the 19th of March 1735. D: Wildeschut Notary. 4863 Register of such writings as are bound up alongside here by the Councillor Ordinary of India, Wijbrand Blom, under date of this present, and dispatched in duplicate to the Netherlands, in order to be respectfully presented there on his behalf to the Right Honourable the Directors of the General Dutch Chartered Company delegated to the Assembly of the Seventeen in Amsterdam; the aforementioned writings containing certain notable differences that have arisen between the aforementioned Blom and the describer of Bantam, the Councillor Extraordinary of India, Gustaaff Willem van Imhoff, regarding the state of the Kingdom of Bantam; and firstly: This register, marked on the back thereof with - - - - - - - - - - - - - - - - - No. A A brief letter from the Councillor Ordinary Wijbrand Wijbrand Blom, to serve as a cover for the aforementioned writings. Extract from the general missive sent by the High Indian Government on the last day of November of the year 1734 from Batavia to the Netherlands to the Right Honourable the Directors in the Assembly of the 17 in Amsterdam, containing the matter of Bantam, the contents of which constitute the fundamental casus questionis in this matter, marked with - - - - - - - - - - - - - - Letter C. Copies, both of the written advice submitted against it by the said Blom, and the refutation by the cited van Imhoff against that advice, as well as the short replies of Blom against the cited refutation of van Imhoff, all separately copied alongside each other in the best conceivable order, article by article, Letter 4869 D. Copy of the register of annexes submitted by the aforesaid Blom alongside his advice. - - - - - - - - - - - Letter E. Copy of a summary of the profits realized by auction of Coromandel, Surat, and Bengal cloth in Batavia during the last 6 book-years. Copy of a memorandum or statement of the negotiations made in domestic resin in Batavia in the last 4 book-years. - - - - - - - - - - - Letter G. Extracts from the resolutions of this government dated the 16th and 18th of March 1734, containing the purchase of domestic resin in Batavia at the cited time. Letter H. Extract from the orders and instructions by
Dutch transcription
4861 Extract uijt de Notulen van 't Gebesoigneerde en Geresolveerde Jn Rade Van Jndia op Vrijdag den 11=e februarij A„o 1735:— AE verder, in overweeginge genoomen sijnde poeda„ „nig als nu soude dienen gedisponeert tewerden over en omtrent het ampel verthoog dat in geselsshap van verscheijde stucken en documenten volgens annex register door den h„r raad Extraordinaris Elias De Haeze tot sijner verdeediging tegens het geene bij de brieven en papieren door den h„r Commissaris bernard uijt Ternaten herwaarts gesonden werd ten sijnen Laste gevonden aan dese regeering is opgedragen en overgeleeverd onder een speciaal, versoek dat de voors verantwoordinge met de daar toe gehoorende bij la„ „gen nog met de twee nascheepen aan de Heeren m=rs in Copia mogte afgevaardigt werden, soo is na dat den voorn: h„r DeHaeze sig hadde geretireert ver „staan zig voor als nog over den Jnhoud van het voors schriftuur, niet positive te verklaren of daar omtrent een Een finaal besluijt eneemen, maar Een afschrift van het selven onder geleijde van Een appart briefje aan den voorm: heer Commissaris bernard en naasten toete senden, ten Eijnde sijn Ed: daar door in staat testellen omme sig ook te kunnen zuijveren van het geene hem daar bij werd ten laste gelegd en daar beneevens sup „pediteeren het geene sijn Ed: vermeenen sal tot narrigt nadere Elucidatie deser regeeringe vereijsht tewer „den omtrent sodanige poincten als sulx souden mogen komen te requireeren, met ordre aan de minis „ters in 't voors:) gouvernement omme 't pacquet onge opend terug tesenden, in soo verre den meergem: seer bernard voor den ontfang van het selve de herwaarts reijse mogte aangenoomen hebben dan wel iets menschelijx overgekoomen zijn, dog daar en tegen het voorsz: versoek van meergem: h„r de Haeze in soo verre aangaat de versendinge van sijne verant „woordinge bij de naaste gelegentheijdte declineeren en deselve alhier aan te houden tot dat mien volkoo „men in staat sal wesen daar omtrent een finaal besluijt te neemen en aan de Heeren meesters van den toestand en soedanigheijd deser saken een Compleete berigt te geeven, mitsgaders uijt jnsigt, van het aangesz „ 4862 „generale missive aangeschreevene bij de jongste generale missive dit een en ander onder een aanwijsinge van de reede „nen, waarom men daar toe heeft moeten overtree „den aan haar Edele hoog agtb: ook voor edragen bij den brief die ten naasten staat aftegaan; het welke aan de h„r Eettaeze nadat op het per soek der vergadering weder was binnen gekoomen zijnde bekend gemaakt, soo betuijgde sijn Ed: dat na sijne gedagten door het g'arresteerde dilaij omtrent de versendinge sijner verantwoordinge seer groote prejuditie quam telijden en niet anders konde sien als dat aan hem daar door den weg tot zijner defensie en ontschuldiging bij de hoog Ed: heeren principaalen wierd afgesneeden, niet tegenstaande in sijn Eer en fatsoen, was, aangetasten beleedigt geworden onder Een ver „dere verklaring dat uijt dien hoofde daar te „gens moeste protesteeren, met versoek dat daar van dese aanteeckening mogte gesonden werden :onderstond Accordeerd was getekend N:s V: Berendregt secret:s Gecollationeerd accordeerd Batavia den 19:' maart 1735 D: Wideschipden Not. 4863 Register van alsulke schrif„ „tuiren als 'er door den raad ordinairis van India, Wijbrand Blom onder dato deses hier besijden ingebonden, dub„ „beld werden gedepecheerd na Nederland, ten eijnde omme aldaar van wegen den selven, in eerbied te werden gepresenteerd, aan de Ed: hoog achtb: heeren bewindhebberen van de Generale Nederlandse Geoctroijeerde Comp:e Gecommitteerd ter Vergadering van seventhienen in Amsterdam; Continneerende opgem schriftuiren sekere ontstane notabele ver„ „schillen, tussen opgem: Blom, en den beschrijven van Bantam, den raad Extra„ „ordinairis van India, Gustaaff Willem van Imhoff nopens den staat van het Bantam's rijck; ende Eerstelijk. Dit register in dorso van dien uijtge„ „tekend met - - - - - - - - - - - - - - - - - 2 a A Een briefken van den raad ordinair Wijbrand Wijbrand Blom omme & dienen tot geleijde van opgem: schriftuirenh Extract uijt de generale missive door de hoge jndiase regeering, dewelke op ultimo november d' anno 1734. uijt Bata„ „via na nederland is afgesonden tot de Ed. hoog achtb: heeren bewind„ „hebberen ter vergadering van 17:' in Amsterdam, contineerende de ma„ „terie van Bantam, welkers jnhoude in dese de fondamenteele casus questionus uijtmaakt, uijt„ „getekend met - - - - - - - - - - - - - - L=ra Copias, zoo van het schriftelijk advis daar tegen door gem: Blom overgelegt, als de wederlegging van geciteerde van Imhoff, tegens dat advis, mitsgaders nader de korte repliquen van Blom, tegens die geciteerde wederlegging van, van Imhoff, alle onderscheijdentlijk in de best uijt denkelijke ordre, artuculatum naast 4869 D. naast den anderen gecopieerd L=a Copia van het register der bijlagen door voorm: Blom benevens zijn advis overgelegt. - - - - - - - - - - - r=a 6. samentrecking der behaalde Copia winsten per vendutie van Cor„ „mandelse, souratse, en Ben„ „gaalse Lijnwaten in Batavia, „boek geduurende de jongste 6. „jaaren Copia memorie off aanwijsing der ge„ „dane negotiatien van jnlands harpuijs in Batavia in de jongste 4. boekjaaren - - - - - - - - - - - „ G. Extracten uijt de resolutien deser regeering van datis 16:' en 18:' maart 1734. Contineerende den jnkoop van jnlands harpuijs in Batavia ter geciteerde tijd „ H Extract uijt de ordres en jnstructie„ door „
English
by the High Indian Government, also given to the aforesaid Blom in his commission to Bantam, concerning Bantam's Queen Ratoe Sarieff. - - - - - - - - - - - - - - - - - - Letter I. Copy Extract from the secret resolutions of the aforementioned government of the date 4 August 1733, likewise concerning the just-cited Princess Ratoe Sarieff. K. Copy Extract from a certain letter of the cited government, written to the aforementioned Blom, as commissioner in Bantam, under the date 14 December 1733, received on the 20th of the same month, likewise concerning the cited Princess Ratoe Sarieff. - - - - - - - - - - - - - - - - - - 2. Furthermore, there is now additionally submitted by the aforementioned Blom: 1865 Blom, further submitted: Copy summary of the successive yearly deliveries of pepper made in Bantam to the Company in the course of the last 51 financial years, namely up to and including 1734, etc. M. Copy memorandum of the pepper deliveries made to the Company in Bantam during the first 6 months of the currently running financial year of anno 1735 - - - - - - - - - - - - - N. Copy Extract from the general letter of the Bantam servants of 5 March 1735, stating a further delivery of pepper made of up to 1600 bahars of that harvest. Copy Extract from the Bantam secret letter of the servants of the date 5 March 1735, stating among other things that everything in that realm, as well as at that court, is in peace and quiet -- Furthermore, there are also presented by the frequently mentioned Mr. van Imhoff, besides 2. Copy of the cited register on the reverse thereof, marked with - - - - - - - - - - - - - Letter g. Copy summary of the black pepper sold and shipped in Batavia in the last 6 years - - - - - - - - - - - R. Copy note of the black pepper shipped in the autumn of 1735. - - - - - - - - - - 1. Note of the black pepper brought from Iambij, Palembang, and Banjermassing in 5 years - - - - Note of the black pepper brought from Bantam to Batavia, since the first of September 1731 until 11 December 1734. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8. besides his cited rebuttal, presented by Register, the following writings, namely: Copy 4866 Copy summary of the Tuticorin, Coromandel, Bengal, and Surat linens sold in Batavia since the last 41 financial years. Letter W. Copy of the linens requisitioned for the Eastern Governorships, likewise by those of Sumatra, with the fulfillment of the same requisitions from Batavia, as well as the packs supplied to the great cloth store of this castle, and also those received from Bengal, Coromandel, and Surat, all in the 6 most recently closed financial years - - - - - - - - - - - - - A. Indication of how this government, pursuant to the resolution of 6 March 1734, to send 90 packs of linens to Bantam, was only executed with a dispatch of 59 bales, and which packs thereof were received back, according to the statement of Mr. van Imhoff, as well as how many linens were sold in the financial year of 1733/4 in Bantam with their profits - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Letter ij. Extract from the Bantam trade books of 1733/4 showing how much money was spent there for daily expenses in the months of September, October, November, and December 1733. - - - - - - - - - - - - - - Z. Extract from the abovementioned books to show how many rixdollars in doits were received and spent in Bantam in the span of 12 months. AA. Copy note of the domestic pitch purchased in Batavia during the last thirty years. BB. Declaration of the Master of Equipage Wargaren and company concerning the quality of the pitch purchased in Batavia, in comparison with the Bantam samples. CC. Written order from the aforementioned Blom as commissioner in Bantam to the commander of Gollonesse, the Senior Merchant van Gessel, and Merchant Wognum, likewise their report thereon, regarding Bantam's Queen Ratoe Sarief, which papers, according to the allegation of Mr. van Imhoff, were supposedly concealed from those of the commission - - - - - - - - - - - - - Letter DD. Batavia, 20 March anno 1735. Postscript: The enclosures mentioned in this register are dispatched complete to Amsterdam, but those projected for Zeeland could not, on account of the shortness of time, be copied any further than what concerns the exhibits of the aforementioned Blom, whereby those of Mr. van Imhoff for Zeeland had to be left behind, for which a humble excuse is requested. 4868 Netherlands To the Right Honorable, Highly Esteemed Gentlemen Directors of the General Netherlands Chartered East India Company, delegated to the Assembly of the Seventeen. Amsterdam Right Honorable, Highly Esteemed, Wise, Prudent, and Very Generous Gentlemen! What injuries and impertinences were done to me in the past year by the pen of the describer of Bantam, the Extraordinary Councillor Mr. Gustaaff Willem van Imhoff, in the matter of my commission completed at that time at the Bantam court, will already have become evident to Your Right Honorable Esteems prior to the receipt of this, from the letters and resolutions of this government dispatched during that year from here to the Netherlands; and wherein it was also observed that, for the preservation of the greatest peace in 4869 in the government, I declared myself only briefly in the mentioned letters and resolutions, with reference to the report of the cited commission, and for the rest entirely left the interpretation of all those aforementioned wrong constructions and malices committed to paper by the well-mentioned Mr. van Imhoff—contrary to reason and truth regarding my conduct maintained as commissioner—with deep reverence to the presiding judgment of Your Right Honorable Esteems at that time, and wherein I had also hoped that it would have been left at that.
Dutch transcription
door de hoge jndiase regeering, aan Blom voorm: mede gegeven in zijn commissie na Ban„ „tam, contineerende Ban„ „tams koninginne Ratoe Sarieff. - - - - - - - - - - - - - - - - - - L=ra I. Extract uijt de secreete reso„ Copia „lutien der opgem: regeering van dato 4:' Augustus 1733. almeede contineerende evengeci„ „teerde vorstinne Ratoe Sarieff„ K. Copia Extract uijt seeckere missive der geciteerde regeering, aan gem: Blom, als commis„ „saris in Bantam geschreeven sub dato 14:' december 1733. ontfangen op den 20:' der zelve maand almede conti„ „neerende geciteerde princes Ratoe Sarieff. - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. Wijders werd thans nader door opgem: Blom 1865 Blom nog overgelogt Copia tsamentrekking der successive jaarlijxe gedane peper Leverantien tot Bantam aan de Comp: in den cours der jongst affgelopene 51. boekjaaren, dan wel tot 1734. in cluijs &=a M. Copia memorie der gedane peper Leverantien aan d' Comp: in Bantam, geduurende de 6. eerste maanden van het thans Lopende boekjaar van a:o 1735 - - - - - - - - - - - - - „N Copia Extract uijt de gemeene priev der bantamse bediendens van den 5:' maart 1735. dic„ „teerende een nadere gedane Leverantie van peper tot 1600. bharen van dien corl. „ Copia Extract uijt de bantamse secreete brief der bediendens van dato 5:' maart 1735. dicteerende onder alle, dat alles in dat rijck, jtem, en aan dat hoff is in rust en vreede --„ Alverder sijn mede door meerm: heer van Imhoff, besijde 2. Copia van geciteerde register in dorso van dien Laa uijtgetekend met - - - - - - - - - - - - - - - . L=ra g Copia 'tsamentrecking der verkogte en ver„ „sondene swarte peper in Batavia, in de jongste 6. jaaren - - - - - - - - - - - . „ R. Copia notitie der versondene swarte peper in het najaar van 1735. - - - - - - - - - - „ 1. „ Notitie der aangebragte swarte peper uijt Iambij, Palembang, en Banjermassing in 5. jaaren - - - - „ „ Notitie der aangebragte swarte peper uijt Bantam in Batavia, sedert primo september 1731. tot den 11:' xber: 1734. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 8. besijde geciteerde sijne weder„ „legging, per Register gepre„ „senteerd, de volgende schriftuiren, te Weeten: Copia 4866 Copia 'tsamentrecking der in Batavia ver„ „kogte tutucorijnse, Cormandelse, ben„ „gaalse, en souratse Lijmwaten, 'tsedert de jongst affgelopene 41. boekjaaren L=a W . Copia der g'eijschte lijnwaten voor de ooster gouvernementen, jtem door die van sumatra, met de voldoeninge op deselve Eijsschen uijt batavia, als mede de ver„ „streckte packen aan de groote kleede winckel deses casteels, soo ook de ontfangene van bengale, cormandel en souratta, alles in de 6. jongste afgeslotene boekjaaren - - - - - - - - . . . . - „ A. „ aanwijsing hoedanig dese regeering ingevolge resolutie van den 6:' maart 1734. om 90. packen lijnwaten na bantam te senden, maar is volbragt met een depeche van 59. balen, en welke packen daar van zijn te rug ontfan„ „gen na de opgave van den heer van Imhoff, als mede hoeveel lijnwaten in het boekjaar van 173¾. op bantam bantam verkogt zijn met derselver winsten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . r=l ij Extract uijt de bantamse negotieboecken van 173¾. ter aantoning hoe veel penn: tot dagelijxe guastos aldaar in demaanden september, october, november en december 1733. zijn uijtgegeven. . - - - - - - - - . . . . . . „ Z. s „ uijt bovengem: boeken ten blijcke hoe veel rd:s aan duijten, in den tijd van 12. maanden op bantam ontfangen en uijtgegeven sijn A. A. Copia notitie der jngekogte inlandse harpuijs in Batavia sedert de jongste dertig jaren „ B. B. verklaring van den Equipagiemeester War„ „garen c: s:, nopens de deugtsaamheijt der ingekogte harpuijs in batavia, in vergelijk tegens de bantamse monster „ C. C. „schriftelijke ordonnantie van voorm: blom als commissaris in Bantam, op den gesaghebber van Gollonesse, den opperh:d 4867 opperkoopman van gessel, en koop„ „man Wognum, jtem hun berigt daar op, rakende bantamis koningin„ „ne Ratoe Sarief, welke papieren na het voorgeven van den heer van Imhoff, uijt die van de com„ „missie zoude zijn verduijsterd gehou„ „den - - - - - - - - - - - - - - . -. . . . - - - . . - . L=ra D: D Batavia den 20:' maart a:o 1735. P: S:r de bijlagen bij dit register vermeld, gaan compleet aff na Amsterdam, maar die voor Zeeland geprojecteerd, hebben om de wille der kortheijt des tijds niet verder kunnen werden gecopieerd, dan in zoo verre de W: Hloin producten producten van opgem Blom aangaat, waar door die van den heer van Imhoff voor Zeeland, hebben moeten agterblijven, daar omtrend onderdanig Excus werd verzogt 4868 Nederland Aan de Wel Edele hoog achtbare heeren Bewindhebberen van de Generale Nederlandse geoctroijeerde Oostjndische Compagnie, gecommitteerd ter verga„ „dering van seventhienen. Amsterdam Wel Edele, hoog achtbare Wijse, Voorsienige, en seer Genereuse heeren! at jnjurien en inpertinentien mij jn het voorledene jaar door de in de penne der beschrijver van Bantam, den heer raad Extraordinair Gustaaff Willem van Imhoff, in der zaake mijne te dier tijd affgelopene commissie in het bantams hoff, zulx zal zijn aangedaan, uw Ed. hoog achtb: bereijds voor den ontfang van dese al wesen gebleecken uijt de brie„ „ven en resolutien deser regee„ geduurende dat jaar „ring hier na nederland afge„ van zonden; En daar bij mede zijn beschouwd, dat jk mij derwege tot bewa„ „ring van de meeste vreede in 4869 in de regeering maar kortelijk bij ged=te brieven heb verklaard en besluijten, met relatie tot het rapport van geciteerde Commissie, en voor de rest den uijtleg, van alle die opgem: verkeerde uijtleggingen, en kwaadaardigheeden, door welgem: heer van Imhoff, in der zaken mijne gehoudene Conduites als Commissaris, tegens de reeden en waarheijt ten papiere gebragt, met een diepen eerbied, ten eenemaal aan uw Ed. hoog preidente oordeel, te dier achtb: tijd overgelaten, en daar bij ik ook hadde gehoopt, dat het zoude zijn gelaten
English
Yet since, on the contrary, recently in November of the past year, it pleased Mr. van Imhoff anew, regarding the Bantam matter belonging to the general missive of that time, still to persist in wishing to dupe Your Right Honourable, by his malicious, false reports concerning the true and actual peaceful condition of the Bantam kingdom, the good state of the pepper deliveries, good prospects for the sale of linens, and the like there, 4870 I finally, trusting in Your Right Honourable's approval, could not desist any longer from submitting, as well for the maintenance of my good name and honour as for the advocacy of Your Right Honourable's interest against the contents of the above-mentioned Bantam matter, my written advice, to demonstrate how wickedly His Honour, both in that matter and in the letters dispatched in February and March previously, had continually missed the mark. As proof thereof, I have also submitted, alongside the aforementioned advice, a register with several documents made known therewith. After the reading of both of which, Mr. van Imhoff undertook to refute their contents and to demonstrate that they consisted of nothing other than false inferences. Which so-called refutation in writing, having then been in the making and studied from the end of November until around the middle of this month of March, thus about 3½ months, was found, against all reason and truth, to be of such defamatory contents, 4871 as its copy lying alongside here will show in every detail. I nevertheless thought it best to make no further stir concerning that evil business with this government, but on the contrary deemed it highly necessary to make known in all haste, alongside the contents of the said refutation, my brief replies for the consideration and observation of Your Right Honourable. And to send those, together with the copies of my aforementioned advice with all the further writings belonging thereto, sewn together in one bundle, along with a proper register of everything, and beneath it also this humble letter, solely to serve as an accompaniment to the same. To the contents of both of which I will then respectfully refer herewith, trusting in Your Right Honourable's approval, and wishing that I may not have done wrong by continually continuing to serve Your Right Honourable in the aforesaid manner as a minister of honour, without having spared, in that case or otherwise wherein Your Right Honourable's interest is enclosed, any of my fellow brethren in the government, at least not those who, often for their private wrong views, almost continually dare to contradict all good matters and means that experience teaches and clearly demonstrates can serve to improve the state, trade, and interest of Your Right Honourable in these lands, of which complete demonstrations will be made among all the contents of my aforementioned replies. 9872 As well as it can also be formally established therewith that all orders and regulations of Your Right Honourable available here are now found almost no longer able to keep certain people in the obedience which, on that account, everyone in particular in the Indies owes with deep respect according to oath and duty, each in his office. But be that as it may with all this, I shall humbly shorten this on account of the shortness of time, 4873 and for the rest always remain, Batavia, the 20th of March in the year 1735. Right Honourable, wise, prudent, and very generous Gentlemen! Your Right Honourable's faithful and most humble servant, W: Vlom 4874 1. Matters in Bantam are still not improving at all. Extract from the general missive of the High Indies Government, which was dispatched on the last of November in the year 1734 from Batavia to the Netherlands, to the Right Honourable Gentlemen of the Assembly of the XVII in Amsterdam, containing the matter of Bantam. So filled with bad matters in our latest advices of the previous season under the last of March passed, it still yields nothing good, and since the aforementioned time has worsened rather than improved, in such manner as Your Right Honourable will already have learned in part from our recent preliminary reports from that office by missive of the 6th of October, and as will now be deduced in more detail as briefly as possible. Short demonstration of what that consists of. For the court being ruled just as much by the known Queen, Ratoe Sarieff, and her insupportable lust for power and evil practices, the King being just as much forced or inclined to follow them and being himself a lover of greed and all other evil tricks, while the princes, who might still serve somewhat to restrain these two, being just as much intimidated and deterred from undertaking anything for their redress by their natural sovereign government and the excesses thereof which rebound upon their heads, 11276. everything also appears still just as confused and bad, while the Company suffers the greatest damage amidst all these troubles and irregularities, through the loss of the costly pepper crop, whose supply from Lampong and delivery to the Honourable Company, since our aforementioned last advices of the past year, has so noticeably decreased and diminished that one cannot at this moment yet say what is actually amiss and where that great difference originates from, meanwhile it being certain that the council of the peoples of that region, or their fear of the present Bantam government, or else the bad treatment 1875
Dutch transcription
Dog nadien het daar en tegen, jongst in november des voorledene jaar, den heer van Imhoff van nieuws behaagt heeft, bij de bantamse materie, gehoren„ „de tot de generale missive van dien tijd, nog al te vervolgen, met uw Ed. hoog achtb: te willen dupeeren, door zijne kwaadaardige verkeerde rappor„ „ten, nopens de ware, en we„ „zentlijke vredige toestand van het bantamse rijck, goeden staat der peper Leverantien goede apparentie tot verthier van lijnwaten, en wesmeer aldaar zoo 4870 Zoo heb ik onder vertrouwe op uw Edele hoog achtb: goedkeuring, Eijndelijk niet langer mogen afflaten; zoo wel tot main„ „tjen van mijn goede naam en eere, als tot voorstand van uw Edele hoog achtb: jntrest tegens den jnhoude van op gem: bantamse materie over te leggen, mijn schrifte„ „lijk advis, ter aantoning hoe goddeloos, zijn Ed. zoo wel bij die materie, als de affgesondene brieven in februarij en maart bevorens, den bal bij Continuatie had misgesla„ „gen, tot bewijs van dien heb ik ook bezijden evengem: advis advis, overgelegt een register met verscheijde stucken daar bij bekend gesteld; ba welkers eene en andere Lecturen, den heer van Imhoff aannam, dies jnhoude te wederleggen en aan te toonen dat deselve niet anders bestonden, dan uijt valsche illatien; Welke zoo genaamde wederlegging bij geschrifte, dan van ultimo november, tot omtrend medio deser maand maart, dan wel circum 3½. maand in de maak geweest, en bestudeerd zijnde, tegens alle reeden en waarheijt 4871 waarheijt, van alsulcken eer faanrovende contenuen en is bevonden, als dies Copia hier besijden leggende, in allen omstande aanwijsen zal; Jk heb alegter vermeend maar best te sullen wesen bij dese regeering nopens dat bose spul geen ver„ „dere bewegingen te maken maar daar en tegen hoog nodig g'oordeeld nevens den jnhoude van gem: wederlegging in aller haast bekend te moeten stellen, mijne korte replicquen ter speculatie en opmerking van uw Ed. hoog achtb:, en die benevens de Copias van vooren gem: gem: mijn advis met alle de verdere schriftuiren daar toe gehoorende, in eene bondel te zamen genaaijt te moeten toe„ „schicken nevens een behoorelijk register van alles, en daar on„ „der ook dit onderdanig briefken, eeniglijk omme te dienen tot geleijde van deselve F Van welkers eene en andere jn„ houden, jk mij dan bij dese met respect gedragen zal, onder vertrouwe van uw Edele hoog achtbare goedkeuring, en wensche dat ik dog niet zal mogen hebben misdaan, door uw Edele achtb: bij Continuatie in hoog opged: 9872 opged=te voegen te blijven dienen als een minister van eere zonder in dat cas off andersints, waar inne uw Ed. hoog achtb: jntrest opgesloten Legt, jmand mijner mede broeders in de regeering te hebben mogen ontzien lthans niet de zulke die dikwils om F haar particuliere verkeerde uijt„ „zigten, haast geduurig durven tegenspreeken alle goede zaaken en middelen die de ervarentheijt Leerd en sonneklaar aanwijsen, dat verstrecken kunnen ter verbetering van den staat handel en jntrest van uwEd. Hoog achtb: jn dese Landen, daar van onder alle de jn„ „souden van meerm: mijne repliquen Compleete Mitsgaders daar bij mede formeel Con„ „steeren kunnen, dat alle hier voor handen zijnde ordres en regulmnaten van uw EEd. Hoog achtb: thans haast niet meer jn staat wer„ „bevonden „den„ om sommige luijden te kunnen houden tot de gehoorsaam„ „heijt, diens uijt dien hoofden een jegelijk in het bijsonder in jndia, na eed en pligt ieder in Jaar ampt met een diep re„ „spect verschuldigt zijn; Dog het zij met desen alle zoo het wil, zal jk dese, om de wille der kortheijt des tijds hier mede onderdaniglijk Compleete aanwijsingen doen; 4873 Batavia den 20:' maart d'anno 1735. Wel Edele, hoog achtbare wijse, voorsienige en seer Genereuse heeren! Uwer Wel Edele hoog achtb:s getrouwe, en gants onderdanigen dienaar onderdaniglijk bekorte, en voor het verdere altoos verblijve W: Vlom „ 4874 1„ op Bantam beteren de zaken nog al niet Extract uijt de generale missive der hoge Indiase Regering, dewelke op ult=o November d'anno 1734. uijt Batavia na Nederland is afgezonden, tot de Ed: ho: achtb: Heeren ter Vergadering van XVII=en in Amsterdam, conti„ nerende de materie van Bantam. zoo opgevuld met quade zaken bij onse laatste advisen van het vorige zaijsoen onder ultimo maert passato leverd nog al niets goeds uijt, en is 'tzedert opgem: tijd eer verer„ „gerd als gebeterd, invoegen uEdele hoog agtb: bereeds tendeele, uijt onse jongste prealable berigten van dat Comptoir bij missive van den 6: october zullen heb„ „ben vernomen, en als nu zoo kort korte aanwijsing waarin„ „ne dat bestaat kort mogelijk nader zal werden gededuceerd. want het hoff even zeer gere„ „geert werdende door de bekende koninginne, Ratoe Sarieff, en haar insupportable heerschzugt en quade practijcquen, de koning gene„ even zeer genoodzaakt of „gen tot het opvolgen van dien en zelfs een liefhebber van schraapzugt en alle andere boose streeken zijnde, mitsgaders de princen die nog eenigzints tot inteugelinge van dese beijde zoude kunnen dienen, door haare natuurlijke souveraine regeering, en de Excessen van dien dewelke op haare hoofden redundeeren, even zeer g'intimideerd en afgeschrikt werdende om niets tot redres van dien te ondernemen 11276. ondernemen, zoo blijkt ook alles nog even confus en slegt, terwijl demaatschappije bij alle dese troublen en inreguraliteijten de meeste schade lijd, door het verlies van den kostbaren peper Corl welkers aanbreng van Lampong en leve„ rantie aan d' E. Comp:, tsedert opgem: onse laatste advisen van anno pass:o zoo merkelijk afgenomen ende verminderd is, dat men op dit moment nog niet kan zeggen waar het eijgentlijk aanhapert en waar dat groote verschil uijt oorspronkelijk is,— inmiddens zeker zijnde dat den raat der volckeren van die landstreeke, of haare vreese voor de presente Bantamse re„ dan wel het quade „geering, 1875 tractement
English
the events confirm that reasoning. Unexpected flight of the panembahan. The treatment they must have already experienced is the most apparent reason that can be given for it. This is the brief, yet thoroughly unpleasant substance of the Bantam affairs, of which we need to provide no other or further proof than the documents and evidence themselves, which reveal the same and have been produced since the departure of the tea ship Ridderkerk. For hardly had the affairs of that court been taken in hand after the dispatch of that vessel, in order to grant their farewell to the king's envoys who had arrived (having served as escorts for our returning commissioner, the ordinary councillor Mr. Wijbrand Blom) and to convey what was necessary to the king in response to his letter received with them, than Pangerang Poetra was seen landing here very unexpectedly in total silence. During the aforementioned commission, he had been elevated to the dignity of Panembahan at our insistence, following the example of his father, and after numerous vexations and harassments—which he fully testified before our assembly on the very day of his arrival had already partly occurred in the presence of the said Mr. Blom, and afterwards even more—he resolved, in order to prevent further misfortunes, to throw himself into the arms of the Company, and thus to escape the loss of life and property, of which he believed he was no longer secure following so many experienced bad omens under the tyrannical reign of the king there. This Prince has always been very much beloved and esteemed among his nation in general, and principally among the Lampongers, and was therefore also regarded by us as a counterweight against the king's excesses, and with that objective promoted to Panembahan. Thus, Your Right Worshipfuls may comprehend that our astonishment was no less regarding this unexpected flight of his from there than the dismay of the common people, whose hearts he had managed to draw to himself for so long. The latter can be seen in more detail in the arrived Bantam letters of the 6th and 12th of May last; and of the former, Your Right Worshipfuls will find the required evidence in our secret letter written to the commander of Fort Speelwijk on the very day of his arrival here, or on the 30th of April prior. In this, we gave him notice in all haste of that notable occurrence and at the same time instructed him to warn the king in the most earnest manner to treat his nobles and subjects with discretion and mildness, or else one would easily not be in a position to maintain him in his newly established government, which is not yet properly secured. This has had so much effect that everything the aforementioned Panembahan had left behind has remained unmolested, contrary to the ordinary custom of the native kings, in that same state as during his presence, and that up to now the king has not assumed the slightest authority over the people and property of that fled prince. Thus, without such earnestness on our part, this would certainly have already occurred. However, for the rest, we cannot say that the maxims of the court have improved in any way since that time, even through this remarkable incident, which could have served as a warning and has now, by good fortune, turned out favourably since that prince took his refuge with the Honourable Company. This is because the letters received from there remain filled, just as before, with complaints about these and those novelties, extravagant notions, and improper pretentions, which in themselves are for a large part trifling, yet cannot be dismissed as such with regard to that nation, because they take offence at all such small matters, and one also sees clearly from the consequences that nothing good is to be expected from it. But we shall not dwell on this, because the Bantam letters of the 15th and 17th of July last are sufficiently capable of giving an impression thereof, if desired. And only to continue regarding the panembahan's retreat, we add that this prince, having been secured by us on the day of his arrival in a good residence within this castle and well received, continues to remain here up to now, and that only after the departure of these ships will a positive decision be able to be taken concerning his person, because we find ourselves quite somewhat perplexed in that regard. For the sultan, and especially that well-known Ratoe Sarief, his consort, have knocked on the door more than once, and both in private conferences with the former commander of Fort Speelwijk, as well as through messages and letters to this government, made the request that he might be sent away in this matter, following the example of Pourbaija. And we, on the other hand, can find nothing less expedient than that, both for the kingdom and for the interests of Your Right Worshipfuls in the
Dutch transcription
de evenementen bevestigen dat raisonnement onverwagte vlugt van den panembahan tractement dat zij bereeds moeten hebben ondervonden, de apparenste reden zijn die men daar van geven kan, Dit is de korten dog gantsch onaangenaame inhoud der Ban„ „tamse zaken, waarvan wij geen ander off nader bewijs— behoeven bij te brengen, dan de stukken en blijken zelvs die dezelve vertonen, en 'tzedert het vertreck van 't thee schip Ridderkerk hebben uijt gele„ „verd. had men want nauwlijx naar de depeche van dien bodem de zaken van dat hoff bij der hand genomen, om de overgekomene gezanten van den koning, die tot conduitens van onse terugkeerende Commissaris „ 4876 Bantam. redenen van dien commissaris den heer raad ordinaires Wijbrand Blom, hadden gediend) hun afscheijd te geven en den koning het nodige toe tepassen in antwoord van zijne daarmede ontfangene brief; off men zag alhier zeer onverwagt in allerstilte aan„ landen, den pangerang Poetra, die gedurende de voorsz: com„ „missie op onse instantie naar het voorbeeld van zijnen vader tot dewaardigheijd van Panembahan was verheven, en naar veel„ vuldige vexatien en plagerijen, hem zo hij tenzelve dage in onse vergaderinge volmondig betuijgde, bereeds ten deelen bij het aanwesen van gem: heer Blom, en naderhand nog al meer eijwerpt zig in de armen van de Comp: en komt hier zijn vertrek baant ver„ wonderinge meer overgekomen, tot voorko„ „minge van verdere onheijlen terade was geworden zig in de armen van de maatschappije te werpen, en aldus te ontwijken het verlies van lijff en goed, dat hij naar zoo veele ondervon„ „dene quade voorbodens onder de tirannique regeeringe van „den koning daar terplaatse, ver„ „meende niet langer zeker tezijn, Desen Prins bij zijne natie in't generaal, en bij de Lampon„ „ders voornamentlijk, altoos zeer bemind ende g'estimeerd geweest en daarom ook bij ons als een te„ „genwigt van 's konings buijten„ sporigheeden aangemerkt, mits„ „gaders met dat oogmerk tot Sanembahan/ en een oter 877 487 en een algemeene con„ „sternatie onder de gemeente men geeft den koning aanstonds kennisse daar van Panembahan bevordert zijnde, zoo kunnen vEd: Hoog agtb: bevroeden, dat onse verwonde„ „ringe niet minder geweest is, over dese zijne onverwagte vlugt van daar, als de verslagentheijd der gemeente, welkers harten hij al van zoo lange tot zig hadde weten te trecken, het laaste zal omstandiger gezien kunnen werden bij de aangekomene Bantamse brieven van den 6:' en 12:' maij passato, en van het eerste zullen uEd: hoog agtb: de ver„ „eijschte blijken vinden bij onsen secreeten brieff aan den gezagheb„ „ber van golonesse, ten zelven dage van zijn arrivement alhier, ofte op den 30:' april bevoorens teschreeven, waar bij wij hem in alle onder een ernstige recommandatien die niet geheel vrugte„ „loos is geweest alle ijl kennisse gapen van dat notabl voorval, en teffens gelaste den den koning op het aller ernstigste tewaarschouwen tot een discreete en sagtsinnige behandeling van zijn groten en onderdanen, off dat men anders ligtelijk niet in staat wesen zoude, hem in zijne nog niet eens terdege bevestigde nieuwe regering te maintineeren, het welke wel van zoo veel effect is geweest, dat alles het geene den voorm: Pa„ „nambahan agterlaten hadde tegens de ordinaire gewoonte van de inlandse koningen, ongeschon„ „den gebleeven is, in dien zelfden staat als bij zijn aanwesen, en dat de koning zig tot nu toe nog geen de minste dispositie heeft aangematigt over het volk en goed van dien gevlugten prins invoegen 78 4 8 78 Bantam. aanwijsing van het gevaar waarinne men in dese apies heeft geverseert, en voorwat effect die op het gemoed vanden sulthan is geweest invoegen zonder zoodanigen ernst van onse zijde; zekerlijk algeschied zoude zijn, dog voor het overige kunnen wij niet zeggen dat de maipmes van het hoff ook zelvs door dese aanmerkelijke passage, die tot waarschouwinge konde dienen, en nu maar bij geluck zodanig op de regte zijde uijtge„ „vallen is, nu dien prins zijne toevlugt tot de E. Comp: genomen heeft, 'tsedert dien tijd eenigzints gebeterd zijn, overmits de brieven van daar ontfangen, even als bevorens opgevuld beij„ „ven niet klagten over dese en geene nieuwigheden, extravagante concepten en misselijke pre„ „tentien, die wel in zig zelvs genomen mitsgaders inwelker vee„ „gen dien prins alhier behandelt is. genomen voor een groot gedeelte beuselagtig zijn, dog met relatie tot dien landaard zo niet verwor„ „pen kunnen werden, om dat zij zig aan alle zulke kleenighe„ „den stoten, en men ook wel uijt de gevolgen ziet, dat daarvan niets goeds te wagten is; dog wij zullen ons daarmede niet ophouden, om dat de Bantamse brieven van 15:' en 17:' Iulij laastleden, ge„ noegzaam in staat zijn des werdende een denkbeeld begeerd. daar van tegeven, en alleen nog tot vervolg van des panembahans re„ „traite zeggen, dat dien prins door ons ten dage van zijne aankomst in een goede wooning binnen dit casteel gesecureerd, en wel ontfangen zijnde, tot nog toe alhier blijft continueeren „ en 4879 en eijgentlijk in wat verlegentheijd men zig nog dien aangaande bevind en dat men eerst na het vertreck van dese scheepen, een positieff besluijt over zijne perzoon zal kunnen nemen, om dat wij ons diendhalven zoo al vrij wat verlegen vinden, want den sulthan, en voorna „mentlijk die bekende Ratoe sarief zijne gemalinne, hebben al meer dan eens aangeklopt, en zoo bij particuliere conferentien omtrend den vorigen gezagheb„ „ber van golonesse, als bij — boodschappen en brieven aan dese regeering, verzoek laten doen, dat den zelven naar het exempel van Pourbaija, en zake versonden werden mogte, en wij konnen aan de andere kant niets minder dienstig dan dat vinden zoo voor het rijk als voor de belangens van uEd: hoog achtb: in het
English
reflection on the Bantam government in general, so that it will be quite a task to get this bad situation redressed in such a manner as we would desire for the service of the Company; for these first bad beginnings of the sultan's reign do not promise much good for the future, and one now sees from the effects what is being plotted by her who was so highly praised at the time of the commission, namely Ratoe Sarief, or the queen, who remained at Bantam contrary to our charge and express order, and was knowingly and willingly left there, whereas we believed that her removal from there was highly necessary, and the opportunity to achieve our purpose presented itself so 1880 Bantam. and especially concerning the queen meanwhile the Company loses out on the pepper so favourably and as if of its own accord, which by these intrigues of hers now sufficiently demonstrates what one has to expect from her so much vaunted, yet in our eyes utterly ruinous and harmful conduct, unless unexpectedly some change presents itself that is capable of remedying that which has been neglected in such an irresponsible manner. The worst of all is that the pepper supply suffers in the meantime and declines in such a way as we have already remarked in passing, so that the Company comes to suffer the very most, as it is most concerned with the pepper our embarrassment regarding that grain is indicated by the text concerned with the pepper, for since the departure of Ridderskerk at the end of March last, one has in all been able to obtain only 1241525 lb from there, notwithstanding that three or four times what was successively in stock there was hauled away with small vessels, because one could not wait for a full shipload on account of our great lack of that grain, going so far that one could not even furnish the first ships as usual, nor get them fully laden, without repeatedly emptying Bantam by 40 or 50000 lb with tanjongpoeras of the little that was successively gathered there, and 4881 and likewise that which was received from there in 6 months and which since the departure of the Elisabeth at the end of May, or during six months, amounts to no more than 1010 bharen, notwithstanding that Your High Mightinesses will find our successive letters sent thither filled with complaints about this very slow supply, and orders to address the king about this in our name, which, however, has had as little effect or good result as his promise of which the Bantam servants speak in their letter of the 2nd October, namely that within the span of two months one would see as much pepper brought from Lampong as ever 's Heeren Arendskerke lies waiting there for a cargo the decreased supply cannot be attributed to a crop failure before, since up to this hour one cannot bring together enough to duly fully load and send back to us the ship 's Heeren Arendskerke, which, after the sailing of the ships of the first consignment that he provided with water and firewood, we let call at Bantam in order to discharge there at the same time the remaining anchors and ropes given to him as a precaution, and to take in the pepper in return, without having heard anything of any crop failure to which that great reduction in the supply from Lampong could 1882 Bantam yet one hopes for the best from the most apparent reasons be attributed, so that the cause of this must certainly be sought elsewhere; yet we wish to hope for the best for now, and above all that the worrisome rumours mentioned in the secret letters of the servants at this office dated the first and last of May past, and our reply to them of the 17th June following, will not be found true, namely of seven districts each of 20 to 30 negorijen or villages that are said to have surrendered to the English at Bancahoeloe, whereupon we with two Lampong chiefs also flee and arrive here some gentlemen are appointed to hear their complaints the utmost attention indeed immediately ordered the servants to inform themselves further, but of which one has not yet been able to obtain real certainty. In the meantime, two Lampong chiefs have also fled hither on the 13th August, who complained of the harshness of the king's government, and at the same time requested to remain under the Company's protection, or else to deliver their pepper directly hither; these people having stayed here for some time, and in the meantime a request for their surrender having already been made by the king shortly after their arrival; 4883 we have, in order to investigate thoroughly what might actually be the reason for their coming or the grounds of that universal dissatisfaction with the present Bantam government which they claimed resided in all or at least most of the Lampong chiefs, especially requested and commissioned from our assembly the extraordinary councillors Abraham Patras, Fredrik Iulius Coyett, Gustaaff Willem van Imhoff, and Elias de Haze, together with our first secretary Mr Nicolaes van Berendregt, in order to hear these people, and from them
Dutch transcription
re blaxie over de Bantam„ „se regering in't generaal in het zelve, zo dat het zijn werk in hebben zal, dese quade passage zoodanig geredres„ „seerd te krijgen, als wij voor den dienst van de maatschappije wel wenschten; want dese eerste quade beginselen van des sulthans regee„ „ringe beloven niet veel goeds in het vervolg, en men ziet nu aan de uijtwerkselen, wat zij in haren schild voert, die tentijdt der commissie zo gepresen wierd, namentlijk Ratoe sarief, ofte de koninginne, die tegens onsen last en expres bevel op Bantam verbleeven, ende willens en wetens gelaten zijnde, wanneer wij meenden dat hare dimotie van daar ten hoogsten nodig was, en zich de occassie tot bereijking van ons oogmerk zo 1880 Bantam. en inspecie over de koninginne ondertussen naakt de Comp: de peper quijt zo favorabel en als van zelfs quam op te doen, door dese haare intrigues nu genoegzaam doet zien, wat men van haare zoo zeer gevanteerde, dog in onse oogen gants verderffelijke en schadelijke menees te wagten heeft, zo zig onverwagt geene veranderinge komt op te doen, die in staat zijn te verhelpen, het geene men op zoo een onverandwoordelijke wijze heeft genegligeerd. Het ergste van allen is, dat de peper Leverantie in middens last lijden zodanig verloopt, als wij voor„ „waards reeds in't voor bij gaan heb„ „ben aangemerkt, invoegen de Comp: het allermeeste komt telijden alzoo haar aan den peper wel meest gelegen onse verlegentheijd om dien korl wijst de text aan gelegen legd, want 'tsedert 't ver„ „treck van Ridderskerk onder ultimo maert pass:o heeft men in alles nog maar 1241525. lb: van daar kunnen magtig werden niet tegenstaande men tot drie off vier maal toe het geene aldaar successive invoor„ „raad lag met kleijne vaartuij„ „gen heeft laten weg sleepen, om dat men geen volle scheeps„ „ladinge konde afwagten, ter zake van ons groot gebrek aan dien korl, zoo verre gaande dat men zelvs de eerste scheepen niet heeft kunnen bestorten als naar gewoonte, nog ook volladen krijgen, zonder telkens bij 40. of 50000. lb: met tanjongpoeras — Bantam leeg temaken van het weijnige dat aldaar nog successive wierd opgezameld, en 4881 en zoo mede het geene in 6. maanden van daar ontfangen is en het welke 'tsedert het vertrek van d' Elisabeth in het laatste van meij, ofte ge„ durende ses maanden niet meer bedraagt dan 1010. bharen, niet tegenstaande uEd: hoog agtb: onse successive derwaards afgesonde„ „ne brieven opgevuld zullen vinden met klagten over desen zoveren aanbreng, en ordres om den koning daar over uijt onzen name aante spreeken, dog het welke van alzo weijnig effect off goed gevolg is geweest als zijne belofte waar van de Bantamse bediendens spreken bij haren brieff van den 2:' octob:, namentlijk dat men in den tijd van twee maan„ „den zoo veel peper als ooijt bevorens 's heeren arendskerke legt naar een lading daar tewagten aan misgewasch kan men de verminderde leverantie niet attui„ bueren bevorens van Lampong zoude zien aanbrengen, overmits men tot deser uuren zoo veel niet bij een brengen kan om het schip 's heeren Arendskerke dat wij na het uijtzeijlen der scheepen van de eerste besending die hij van water en brandhout heeft voorzien, op Bantam hebben laten aanlopen, om daar te gelijk de overgeschotene ankers en touwen, tot precautie hem mede gegeven uijt te scheepen, en daar en tegen de peper intenemen, behoorlijk volladen ons weder toe te zenden, zonder dat men van eenig mis gewas iets vernomen heeft, waar aan die groote verminderinge in den aanbreng van Lampong zoude — 1882 Bantam dog men koopt het beste van de apparenste redenen zoude kunnen geattribueert werden, zo dat de oorzake van dien zekerlijk elders te zoe ken is, dog wij willen als nog het beste hoopen, en voor al dat niet waar zullen bevonden werden, de nadenckelij„ „ke gerugten, waar van de secreete brieven der bediendens ten desen comptoir in dato primo en ultimo maij pass:o, en ons antwoord op dezelve van den 17:' junij daar aanvolgende mentie temaken, namentlijk van seven districten ider van 20. â 30. negorijen of dorpen, die zig aan de Engelschen tot Bancahoeloe zoude heb„ „ben overgegeven, waar op wij met twee Lampongshoofden vlugten ook enkomen hier men benoemt eenige heeren om haare klagten tehooren met de uijtterste attentie wel aanstonds de bediendens gelast, heb„ „ben zig nader te informeeren, dog waar van men voor als nog geen regte zekerheijd heeft kun„ „nen bekomen. — Ondertussen zijn alhier op— E den 13:' aug: almede komen vlugten twee Lampongse hoofden„ die zig beklaagden over de hardigheijd van 's konings regee„ „ring, en teffens verzogten onder 's Comp:s protectie te verblijven, dan wel haren peper direct her„ „waards te leveren; dese menschen eenigen tijd zig alhier opge„ „houden hebbende, en ondertussen door den koning al kort na hare aankomste verzoek gedaan zijnde # 4883 zijnde tot harer overgave; zoo hebben wij om eens terdeege te onderzoeken, wat eijgentlijk dereden van hare opkomste ofte de gronden mogte zijn, van dat universeele misnoe„ „gen tegens de presente Bantamse regeering het geene zij voorga„ „ven in alle of wel demeeste Lampongse hoofden te huijsvesten, specialijk uijt onse vergade„ „ringe verzogt ende gecom„ „mitteerd, de heeren raden ex„ „traordinair Abraham Patras, Fredrik Iulius Coijett, Gustaaff Willem van Imhoff, en Elias de Haze, nevens onzen eersten secretaris m:r Nicolaes van Berendregt, ten eijnde dese menschen te hooren, en van haar
English
and at the same time also to confer with the panembahan, for the purpose as stated in the text of learning from them the actual state of affairs in Lampong, while at the same time the aforementioned appointed gentlemen also caused to appear the panembahan, who has been cited repeatedly in this matter, in order to learn from him not only in general what he might have to request from the Company, but also in particular how matters actually stand with his revenues, what and where they are, and what burdens he in return must bear or contribute thereto, what people indeed must find their sustenance from his appanage alongside him, and how conveniently he would wish it arranged with 1884 Bantam. The report shows the outcome. Further news is still awaited from Lampong. aforementioned his goods, as long as one cannot yet take a positive resolution concerning his person. Regarding both of these matters, your High Mightinesses will find the requisite information in the written report that is to be delivered to us shortly by the aforementioned appointed gentlemen, which will accompany this letter in copy if possible, to which we shall refer for the sake of brevity, awaiting what will be furnished to us in more detail concerning the aforementioned Lampong affairs upon the return of the aforesaid two chiefs, who, having declared to the aforementioned gentlemen Commissioners that they and their district were not subject to Bantam as a conquered The envoys of the sultan have been properly dismissed. conquered people, but on the contrary were to be regarded as allies of that realm, and that they had further proof thereof at hand at their place of residence, were permitted at their request to return thither in order to produce the aforesaid proof, from where they have not yet returned up to the time of this writing. For the rest, the envoys of the sultan, already mentioned in the beginning of this document, were dismissed in the ordinary manner in due course, which nonetheless, due to the flight of the panembahan and all 1885 And His Highness was notified of what was necessary. all the confused rumors that blew over here from Bantam from time to time, dragged on some months longer than one would otherwise have thought, we having not failed on that occasion to admonish His Highness for the better, and so to instruct him in answer to his received letter, as your High Mightinesses may please to observe suitably and with the required circumstance from the contents of our letter to that prince, and that which was directed to our servants to accompany the same, both of the 17th of June past, to which first-mentioned To which a prolix, confused answer followed. We shall also touch upon domestic affairs in a word, especially the adjacent trade items. letter a prolix and confused answer was addressed to us by His Highness, in which he indeed makes good promises to comply with our advice; but how that will be fulfilled, time must teach better than up to now, if one may rely on that at all. This then being the principal matter of indigenous affairs that is judged worthy of your High Mightinesses' attention, we shall also not dwell long on domestic affairs, since nothing of speculation is to be found therein other than what your High Mightinesses will find 4886 Bantam in accordance still with the commissioner's report. will find noted here and there concerning the supply of pitch and tar, the vent of linens, and the currency of copper doits, in evidence that these three profit items, which we were obliged to invalidate according to the truth in our previous advices of the 31st of March past, did not hold up any longer until a sound test thereof was made, namely the pitch and tar, until a sufficient quantity thereof was demanded, of like quality and price as was supplied here; the linens, until The text specifically indicates the outcome thereof. until by sending most of the specified packed goods, according to the statement of the deceased administrator Steenwyk to the former gentleman Commissioner, it was found that the same could indeed be transported back to Batavia for a 50 percent free profit, but for the actual wear and tear within the country could only be sold in very small quantities at the prevailing market price; finally the doits, until, upon issuing a moderate quantity, it was found that the country already had enough with such a small portion and would not absorb them, because one could not even procure refreshments for the cruisers in the Sunda Strait at the 4887 Deficiency regarding the issue of doits. at the Bantam bazaar or marketplace without an advance of Dutch currency, because the Bantammers, even at that time when one had scarcely put into circulation half of that amount which, according to the report of Mr. Blom, had to be issued anew annually, in payment for vegetables or small cattle for the aforementioned ships, insisted on nothing more than two or three rixdollars in doits, and the rest as before in currency and Spanish reals, as all this can be seen in more detail in the aforementioned letters received from there on the 26th of May and 16th of July, as well as the secret letter of the latter date.
Dutch transcription
en tegelijk ook met den e panembahanse conke„ „reeren ten fine als in den text haar te vernemen den eijgentlijken staat der zaken op Lampong terwijl men ter zelver tijd ook voorgem: gecommitt: heeren heeft doen verschijnen de indesen meermaals geciteerden pa„ nambahan, om van hen teverne„ „men niet alleen in't alge„ „meen, wat hij van de Comp: te verzoeken hebben mogte, maar ook in het bijzonder hoedanig het eijgentlijk gelegen is met zijne inkomsten, wie en waar die zijn, en wat lasten hij daar en tegen weder moet dragen, off contribueeren, dat wel wat menschen van zijne appanage nevens hem hun onder„ „houd moeten vinden, en hoe geschikt zog met hij het gaarne voorm: 1884 Bantam. het rapport wijst den uijtslag aan men wagt nog nader bescheijd van lampong voorm: zijne goederen, zoo lange men nog geen positieff besluijt over zijne perzoon nemen kan van welke een en ander, uEd: hoog agtb: het vereijschte bescheijd— zullen vinden bij het schriftelijk rapport dat door voorm: gecom„ mitteerde heeren, eerst daags aan ons staat overgegeven tewerden, desen des mogelijk in Copia zal verzellen, waar aan wij tot bekortinge ons zullen gedragen, afwagtende wat ons nader van voorm: Lampongse zaken aan de hand gegeven wer„ „den zal met het retour der voorsz: twee hoofden, dewelke aan voorn: heeren Commissaris„ „sen betuijgd hebbende dat zijlie„ „den en haar landschap, niet als overwonne de gezanten van den zulthan zijn behoorlijk gedimitteerd overwonne volkeren onder Ban„ „tam zorteerden, maar integendeel als bond genoten van dat rijk moesten werden aangemerkt en dat zijlieden terplaatse haren wooning daar van nader bewijs aanhanden hadden, op haar verzoek gepermitteerd zijn derwaards terug te keeren, om het voorsz: bewijs te producee„ „ren, van waar dezelve tot op het schrijven deses nog niet gereverteerd zijn, voor het overige heeft men de gezanten van den sultan„ in den aanvang deses, reeds vermeld, op de ordinaire wijze ter zijner tijd gedimitteerd, het geene nogtans door de vlugt van den panambaham en alle 1885 en men heeft zijn hoogh:t het nodige aangeschreven alle de verwarde gerugten die van tijd tot tijd uijt Bantam alhier overwaaijden, eenige maanden langer aangelopen is, dan men anders wel gedagt hadde, hebbende wij niet nagelaten bij die gelegentheijd zijn hoogheijd ten goede te vermanen, en zo„ „danig in antwoord van zijnen ontfangenen brief te onderrig„ „ten, als uEEd: hoog agtb: be„ quaame en met de vereijschte omstandigheijd gelieven te bevo„ „gen uijt den inhoud van onsen brief aan dien vorst, en de geene die ten geleijde derzelve aan onse bediendens is gerigt geweest, beijde van den 17:' Junij passato, op welke eerst gemelte waarop een lang weij„ „lig conbus antwoord is gevolgt men zal ook met een woord het huijsselijke aanhalen. inzonderheijd de neven„ „staande negotie posten gemelte ons door zijn Hoogheijt is toegepast een langweijlig en confus antwoord, waar bij hij wel goede beloften komt te doen, zig naar onzen raad te zullen schicken„ dog hoe men dat na komen zal, moet den tijd beter als tot nog toe leeren, zoo— men daar op eenige staat zal mogen maken; Dit dan het voornaamste zijnde dat men van de inlandse zaken oordeeld uEd: hoog agtb: attentie waardig te zijn, zoo zul„ len wij ons ook niet lange ophou„ „den met het huijsselijke, alsoo daarinne niets van speculatie gevonden word, dan het geene uEd: hoog agtb: hier en daar zullen 4886 Bantam henkomstig nog uijt het commissoriale rapport zullen aangetekend vinden over de harpuijs Leverantie, den vertier der lijwaten, en de gangbaarheijd der kopere— duijten, ten blijke dat dese drie winst posten dewelke wij genoodzaakt zijn ge„ „weest bij onse voorige advi„ „sen van den 31:' maert pass:o — naar waarheijd te enervee„ „ren, niet langer stand gehou„ „den hebbende tot op het nemen eener deugdelijken preuve van dien, namentlijk de harpuijs, tot dat men daar van een genoegzame quantiteijt quam te eijsschen, van gelij„ „ke deugt en prijs als men dezelve alhier quam te leveren, de lijwaten tot dat men den text wijst den uijtslag der zelve specifice aan men door het toezenden van demeeste der opgegevene pakgoederen volgens des overledenen administrateur steenwijks opgave aan den gewesen heer Commissaris ondervonden heeft dat dezelve daarwel voor 50. percento om niet winst na batavia weder vervoerd tewerden, maar tot den eijgentlijken sleet binnen 's lands niet dan in zeer geringe quantiteyten tegens marckt gangs prijs te debiteeren zijn, ten eijndelijk de duijten tot dat waar het uijt geven van een mati„ „de partije ondervonden wierd, dat het land aan zoo een kleijne portie al genoeg hadde en niet wilde trecken, overmits men zelvs geen ververssching voor de kruijssers in sundas engte heeft kunnen magtig werden, op de Bantamse 4887 minderheijd omtrent pe uijtgave derduijten Bantamse bazaar off-markt plaats, zonder ontzet van nederlands paijement, ter zake de bantam„ „mers al doenmaals dat men nog nauwlijx daar ter plaatse hadde doen rouleeren, de helfte van dat montant, 'twelk Iaarlijx na het raport van den heer Blom op nieuws moest werden gedebi„ „teerd, bij de betalinge van groente of minder beesten voorgem: scheepen, voor al niet meer dan twee off drie rijxdaalders aan duijten, en de rest als voor desen aan paijement en spaanse reaa„ „len pretendeeren, gelijk dit alles omstandiger te zien is bij de van daar ontfangene gem: brieven van den 26:' maij en 16: Iulij, item het secreet briefken van laastgem:
English
The boasted Bantam profits are thereby also cancelled on the last-mentioned date and our reply to the same of 19 August thereafter, whereby Bantam, which on these unstable grounds in the aforementioned report had for a short time been transformed into a profitable trading station, again falls back as before into an expense of the Company, which can only balance to its advantage with the pepper account, but according to the preceding indication must now yield a poor balance, since instead of obtaining newly promised profits, one even comes to miss for a great part the old, known, lawful, and substantial advantages of the pepper delivery, which we lament far more than the poor success of the aforementioned reported profit entries, of which we already had no other thoughts or expectations in our aforementioned latest advices of the previous season. The commander Golonesse has also made a test of the sulfur and indigo to see whether the first-mentioned combustible material, of which the Cheribon and Priangan lands no longer deliver enough to keep our powder mills here operating, could be obtained for the Company from the Bantam mountains, which are provided with it, and whether the indigo, which yields as well to the west of this fertile island as to the east, could be prepared to the advantage of the Company, as is Your High Honors' will and desire regarding that matter, about which we have had the necessary instructions given to him; but up to now no success is seen from the one or the other, which we nevertheless would very gladly await in time, notwithstanding the latest pretext of the king against the sulfur delivery as if the mountains where it is found were bewitched and no one would let himself be found to dig it out for that reason, and also notwithstanding the uncommon difficulty one has in accustoming the native to the preparation of the indigo, because with such painstaking labor they can barely make a living from it. Among the servants of the Company stationed at this trading post, no other change has occurred since the departure of the tea ship Ridderskerk than those of which we have already said what was necessary in our latest advices, namely: the promotion of the commander Iulius Valentijn Steijn van Golonesse to Commander of Malabar, who gave us satisfaction to the end of his administration at this place, and the appointment of the senior merchant Iacob Roman in his place, from whom we likewise expect that, it being possible for Your High Honors, if it pleases you, to see further the state of affairs at his departure from there in the leftover memorandum from the first to the last, to which we respectfully refer, as well as to the further contents of the received letters in which the same is entered, and among which that of 31 October last gives an indication of the expenses and profits occurring in the financial year 1732/3, since those books, through the uncommonly careless handling of the administrator Steenwijk—who was previously cited in another manner on the matter of the trade and, to the thwarting of our resentment which he should otherwise justly have felt about it, is now also deceased—were received here in proper order no earlier than that time, because one had to send them back thither for correction due to their improper arrangement and the numerous incorrect entries that appeared in them, after we had spoken of the receipt thereof in our letter to the officials of 17 June past, which we explain here in this manner so that the aforementioned writing may not appear contradictory to Your High Honors with that of 26 September last, likewise speaking on that subject. We shall then, as said, refer for the remainder concerning Bantam to the contents of the exchanged letters, in the hope that one will have been satisfied with the foregoing, and after a customary summary indication of what has been sent thither and received from there since the tea ship, namely: 62000 Spanish reals 8000 rixdollars in fractional currency 2500 duiten, and 64 packs of linens, together with some presentation goods and various necessities sent thither. And on the other hand received with two ships and four tanjong pouras: 1241628 lb. of black winnowed pepper etc., of which the first-mentioned amounts to 301397 florins, 9 stivers, and the latter to 176104 florins, 5 stivers, 8 pence, thus briefly pass on to the ordinary description of what occurred at this main seat, or the chapter of: 0 410 468 - 4892 118 Presented in the Council of the Indies by the Ordinary Councilor Wijbrand Blom on 19 November of the year 1734, containing the writings by the Extraordinary Councilor Gustaav Wilhem van Imhoff as descriptive account of Bantam, with the matter of that kingdom, belonging to the general missive of the Supreme Indian Government, which was sent to the Netherlands on the 30th of the aforementioned month of November to the Honorable High Mighty Lords Directors of
Dutch transcription
de bantamse gevanteerde winsten komen daar mede te vervallen laast gem: datum, en onse rescrip„ „tie op dezelve van 19:' aug: daar aan, waar door dan Bantam dat op dese wankelbare gronden bij het voorm: rapport voor een korten tijd getrans for„ „meerd is geweest in een winst gevend comptoir, weder als voor desen komt te vervallen tot een last post van de Comp:, die ten voordeele van deselve alleenlijk sluijten kan met de peper reeckening, dog naar de voorenstaande aanwijsinge nu een slegten balans geven moet, nu men in steede van nieuwe beloofde winsten op te doen, ook zelfsde oude bekende wettige, en wesentlijke. voordeelen 4888 Bantam. waar aan nogt ons in verre na zo veel niet gelegen is als aan de peper voordeelen van de peper Leve„ „rantie voor een groot gedeelte komt temissen, het welke wij ons vrij meer beklagen dan het slegte succes der voorsz: opgegevene winst posten, waar van wij reeds bij voorm: onze laatste advisen van het vorige Zaijsoen geen andere gedagten off verwagting hebben gehad. Den gezaghebber Golonesse, — heeft ook een preuve genomen van de swavel en indigo om te zien of de eerst gem: brand„ stoffe, waar van de Cheribonse en priangerlanden niet genoeg meer uijtleveren om onse kruijt makerijen alhier gaande te houden, uijt het Bantamse gebergte, dat daar van voor„ „zien is voor de Comp: te krijgen wesen maar het succes is nog niet naamwaardig wesen zoude, en of den annijl ,die om de west van dit vrugt „bare Eijland alzo wel valt als om de oost, zoodanig tot voordeel van de Comp: konde werden geprepareerd, als uE. hoog agtb: wille en be„ „geerte is omtrent dat stuk waar van wij hem de noodi„ „ge onderrigtinge hebben doen geven, dog tot nog toe ziet men geen succes van't een off andere, dat wij egter onaangezien het jongste voor, „wendzel van den koning, tegens de swavel Leverantie als of het gebergte daar de zelve valt betovend zoude zijn, en niemand zig daarom„ „me tot het uijtgraven van dien 4889 den gezaghebber golonesse is door Roman vervangen dien wilde laten vinden, en ook niet tegenstaande de ongemeene moeijte die men heeft aanden inlander tot het prepareeren van den indigo te gewennen ter zake zijl: onder een peni„ „been arbeijd, nauwlijx het brood daar van kunnen hebben, zeer gaarne van den tijd willen afwagten: Onder de dienaren van de Comp: ten desen comptoir bescheij„ „de, is 't sedert het vertreck van het thee schip Ridders„ kerk geen andere verande„ „ringe voorgevallen, dan de geene waar van wij reeds het nodige gesegt hebben, bij onse jongste advisen, namentlijk: het advancement van den gezagheb„ „ber Iulius valentijn steijn van Folonesse men hoopt dat hij het welmaken zal golonesse, tot Commandeur over malebaar die ons tot den uijt„ eijnde van zijn bestier te deser plaatse genoegen gegeven heeft, en de aanstellinge van den opperkoopman Iacob Roman in zijne plaatse, van wien wij dat almede willen ver kunnende bij de na„ „wagten, „gelatene memorie van den eersten aan den laasten, door uEd: hoog agtb: des believen„ „de nog nader werden ingezien den toestand van zaken op zijn vertreck van daar, waar toe wij ons eer „biedig gedragen, en zo mede tot den verderen jnhoud der ontfan„ „gene brieven, waar bij deselve ingeschreven is, en onder dewelk die 4890 over het agter blijven der negotie boeken heeft men reden van ongenoegen gehad Bantam. die van den 31:' october Jongstleden aanwijzinge doed van de lasten en winsten in het boekjaar 173 2/3. voer„ „gevallen, aangezien die boeken, door de ongemeene slordige behan„ „delinge van den voorwaards in het stuck dernegotie op een andere wijze geciteerde en tot verijdelinge van ons res„ sentiment, dat hij anders billijk daar over zoude moeten gevoelen, nu ook al overledenen admi„ „nistrateur steenwijk, niet eerder dan doenmaals alhier welgesteld ontfangen zijn, overmits men die door haare ongeschikte instellingen, en de veelvuldige verkeerde posten die daarinne voorqua „ „men, derwaards, ter verbeteringe heeft moeten terug zenden na dat wij van den ontfangst der aanwijsinge waarinne dat bestaan heeft derzelve gesproken hadden bij onsen brieff, aande bediendens van den 17:' Junij pass:o, het geene wij alhier indeser voegen expliceeren op dat uEd: hoog agtb: het voorn: schrij„ „vens met dat van den 26:' 7ber: Jongstl: almede over dat subject sprekende niet con„ „tradictoir voor komen mogte: wij zullen dan als gezegd ons voor het verdere Bantam con„ cernerende aan den inhoud der ge„ „wisselde brieven gedragen, inhope dat men met het vorenstaande voldaan zal hebben, en naar een gewoonelijke summiere aanwijsing van het geene dat 'tsedert het theeschip derwaards verzonden en van daar ontlangen is, namentlijk 62000. 4891 en wat van en na bantam ontfangen en versonden is tsedert 't thee schip 62000. spaance reaalen 8000. rd:s paijement 2500. „ duijten. en 64. packen Lijwaten, mitsgaders eenige schenkagie goederen en verscheijde behoeftens derwaards verzonden. Een daar en tegen met twee schepen en vier tanjong pouras ontfan„ „gen 1241628. lb: swart geharpte peper &=a waar van het eerst gem: ƒ301397: 9:—. en het laatste ƒ176104. 5. 8. komt te bedragen dus kortelijk overgaan tot de ordinaire beschrijvinge van het voorgevallene te deser hoofdplaatse, ofte het Cappittel van; 0 410 468 - 4892 118 „ Maris door den Raad ordinair Wijbrand Blom op den 19: november d' anno 1734. in rade van India overgegeven, contineren„ „de het geschreevene door den heer raad Extraordinair Gustaav Wilhem van Im„ „hoff als beschrijven Van Bantam, bij de materie van dat Koninkrijk, gehoren„ „de tot de generale missive der hooge Indiase regeering, de„ „welke op den 30:' der opgem: maand november na Neder„ „land is opgesonden tot de Ed: hoog achtb heeren bewindhebberen van
English
4892 Short Replies The annexed written advice with its appendices of Ordinary Councillor Wijbrand Blom, read on 26 November in the Council of India, and answered by the annexed description of Bantam by Extraordinary Councillor Gustaav Wilhem van Imhoff, likewise presented in the Council of India on March 1735, to serve as a refutation of the aforesaid advice and justification of that which is contained in the Bantam matter noted alongside here. Refutation of the contents of the writing of Extraordinary Councillor Gustaav Wilhem van Imhoff standing alongside here, committed to paper out of pressing necessity by the undersigned Ordinary Councillor Wijbrand Blom, to serve for his exoneration against such an honor- and reputation-defaming description as is set down in that so-called refutation. Of the East India Company, to the Assembly of the Seventeen commissioned in Amsterdam. 8 To His High Excellency, Mr. Dirk van Cloon, Governor-General, together with the Right Honorable Councillors of Netherlands India. High Noble Lord and Right Honorable Lords, The undersigned Ordinary Councillor Wijbrand Blom, having heard read this morning in the Council of India 4899 is set down. All of which, for reasons of special considerations, is dedicated with deep respect to their Honorable High Mightinesses, the Directors of the General Dutch East India Company commissioned to the Assembly of the Seventeen in Amsterdam. Right Honorable High Mighty Lords, That the contents of the the Bantam matter, belonging to the General Letter scheduled to be dispatched under the ultimo of this current month of November to the High Noble Lords Seventeen in the Netherlands, must declare with regret that, by the contents of the aforesaid matter, he finds himself further greatly injured in his office and honor, and for that reason must state that he cannot in any way conform with it; requesting 4895 honor- and reputation-defaming writing standing alongside here has compelled the undersigned to refute the same according to the truth, will not only appear to your Noble High Mightinesses upon the reading thereof, but also that it has become utterly necessary for the undersigned to declare himself somewhat more candidly than he respectfully did in polite and simple terms in his annexed advice, solely for the reassurance of your Noble High Mightinesses and further principal lords concerning Requesting therefore that in these regards, the content of this little writing may for now be considered solely as his advice, and that the same may be entered into the resolution of this date, to serve for his exoneration in due time. 4846 his performed activities as Commissioner in Bantam, regarding which he has undergone so many impertinences, as is evident everywhere from the resolutions and letters of this government sent off in the past spring and autumn, likewise in those being dispatched now, and may also well be gathered that he, for the preservation of the greatest mutual peace in the government, alongside a number of known previous matters of a similar nature, has had And also that your High Excellencies please have the goodness and be willing to take cognizance of all that which is subsequently noted here with respect to the contents of the aforesaid matter, namely: That he, the undersigned, entering further into the description of the matters that must necessarily follow here, finds himself compelled in conscience 4897 to console himself, with the sincere wish that after this no further instances of such a kind may arise to trouble your Noble High Mightinesses as at present; and then to employ, for the shortening of these replies, an ample introduction which will in some measure speak in passing about everything in general, so that the undersigned may only briefly answer the special points in simple explanations serving the matter, and on that ground then follow point by point the annexed objections of Mr. van Imhoff and begin, under Article 1, to note at the outset that the introduction of the writing of Mr. van Imhoff standing alongside here, at first instance indeed seems to promise a simple refutation according to the truth against the contents of the advice of the undersigned also described alongside here, but how the matter actually stands is immediately shown by the continuation of that text, for therewith His Honor immediately begins under Article 1. to declare for his part in general that he finds the state of the Bantam kingdom without any noteworthy changes, both in and at the court, and outside of it, likewise on Lampong, completely contrary to the description given thereof in the repeatedly mentioned matter, in the very same circumstances as those described quite amply by the undersigned in his report which he, in his capacity as your High Excellencies' commissioner, upon his return from Bantam to this Castle 1898 Article 1. To simply satisfy the purpose of this writing, which sees the light only out of pressing necessity to make the mist of wrong concepts disappear and bring the truth to light again, one will keep to the name that it bears on its forehead, and be content with the refutation of the improper propositions to which it owes its birth, without an introduction of matters
Dutch transcription
4892 Korte Repliecquen het nevenstaande schrif„ „telijk advis met dies bijla„ „gen van den raad ordinair Wijbrand Blom op den 26:' november in rade Van India, gelesen en door den nevenstaande beschrijven van Bantam den raad Extraordinair Gustaav Wilhem van Imhoff b'andwoord, item in rade van India ge„ „presenteerd op den maart 1735. om te die„ „nen tot refutatie van het voorsz: advis en Justificatie van het geene in de hier besijde geno„ „teerde Bantamse mate„ „rie begrepen is Wederlegginge van op den inhoude, van het hier besijden staande schriftuir van den raad Extra „ordinair Gustaav Wilhem van Imhoff, uijt hoogdringende nood„ „sakelijkheijt ten Papiere gebragt door den onderge„ „tekende raad or„ „dinair Wijbrand Blom, omme te dienen ter sijner dechergie tegens alsulcken eer en faam roovend' beschrij¬ „ving, als bij die soo genaamde wederlegginge staat Van de Oostindische Comp:e ter vergadering van seventhienen ge¬ „committeerd in Am„ „sterdam. — 8 Aan sijn hoog Edelheijt, den heere Mr Dirk van Cloon, gouverneur generaal benevens de Wel Edele heeren Raeden Van Nederlands India Hoog Edelen Heer, en Wel Edele heeren Den ondergetekende raador„ x „dinair Wijbrand Blom, heden 4899 staat gecoucheerd Welk een en ander uijt redenen van sonderlinge con„ „sideratien met een diepen eerbied, werd opgedragen aan haar Ed: hoog achtb:, de heeren Bewindhebberen van de generale Nederlandse Oost„ „indische Compagnie gecommitteerd ter vergadering van seventhienen in Amsterdam Wel Edele hoog Achtb: Heeren Dat den jnhoude van het morgen heb„ heden „bende in rade van Jndia hooren Leesen de Bantamse ma„ „terie, gehorende tot de generale missive onder ultimo deser Lopende maand no„ „vember, tot de hoog Edele heeren seven„ „thienen in nederland staat afgesonden te werden, moet met Leed„ „weesen verklaren, bij de contenue van evengem: materie zig alverder in ampt en eere grootelijx te vinden g' injurieerd, en uijt dien hoofden zeggen moet, hem geen„ „sints daar mEede te kunnen conformeeren; Versoekende 4895 het hier bezijden staande eer en faam„ schriftuir, den „rovend ondergetekende heeft ge „drongen het selve na waarheijt te wederleggen zal uw Edele hoog achtb: bij fectura van dien blijken niet alleen, maar ook dat het voor den on„ „dergetekende ten eene„ „maal noodsakelijk is ge„ „worden zig wat rond„ „borstiger te moeten ver„ „klaren, dan hij bij het nevenstaande zijn advis, in beleefde en eenvoudige termen re„ „spectueuselijk heeft gedaan eeniglijk tot geruststelling van uw Ed. hoog achtb: en verdere heeren principalen nopens Verzoekende derhalven dat in dien opsigten, voor eerst eeniglijk voor zijn advis mag werden aangesien, den 1 inhoud van dit schrif„ „tuirken, mitsgaders dat het zelve ter resolutie van desen datum mag werden jngeschreeven, omme te dienen ter Lij„ „ner dechergie in der tijdt. 4846 zijne gedane nopens verrigtingen als Com„ „missaris in Bantam daar over hij zoo veel inpertinentien heeft ondergaan ge„ „had, als de resolutien en brieven deser regeering, in het voorledenen voor en najaar afgesonden jtem ook bij die thans werd gedepe„ allenthalven „cheerd komt te blijcken, en ook wel affgenomen kunnen werden, dat hij zulx tot behoud van de meeste on„ „derlinge vrede in de benevens nog regeering een deel bekende voor„ „gegane zaacken van diergelijke, natuir sig heeft d 4897 heeft dienen te getroos„ „ten met hartelijken wensch dat 'er na desen geen in„ „stantien van alzulcke zoort meer zullen mogen opkomen, om uw Ed. hoog achtb. te vermoeijelijken als thans; mitsgaders dan ter bekorting deser replicquen dienen te em„ „ploijeeren een ampele jntroductie die eeniger„ „mate als eenpassant over alles in 't generaal spree„ „ken zal, op dat den ondergetekende de speciale pointen maar kortelijk mag beandwoorden in eenvoudige uijtleggingen ter materie dienende, en uijt dien hoof„ „den dan point â point volgen de nevenstaande oppositien van den heer van Imhoff en beginnen En ook dat uw hoog Edelens gelieven te de goedheijt hebben, en kennisse wille dragen, van al het genige vervolgens bij dese; in opsigte der jnhoude van opgem: materie staat genoteerd namentlijk Dat hij ondergetekende ten intrede alverder tot de beschrijving der zaaken, die bij dese noodzakelijk sullen dienen te volgen, zig in gemoede genecessiteerd rticulo 1. wind 1898 Articulo 1. Om eenvoudig te voldoen aan het oogmerk van dit geschrift, dat alleen het Ligt siet uijt hoge noodzakelijkheijt, om den nevel der verkeerde Concepten te doen ver„ „dwijnen, en de waarheijt weder aan het Ligt te brengen, zoo zal men sig „houden aan de naam die het zelve op het voorhooft draagt, en sig vergenoegen met de weder„ „legging der misselijke stellingen waar aan het zijne geboorte te dan„ „ken heeft, zonder tot van een inleijdinge Met ten aanvanck te noteeren, dat de jntroductie van het hier bezijde staande schriftuir van den heer van Imhoff, ter eerster instantie wel schijnd te beloven een eenvoudige weder„ „Legging na waarheijt tegens den inhoude van het almede hier neven besz. advis van den ondergetekende, maar hoe het daar mede gelegen is, toond aan„ „stonds het vervolg van dien text, waat daar bij treed zijn Ed: beginnen onder Articulo 1. zaken aanstonds vind, in generalibus voor zijn aandeel te moeten verklaren dat hij den staat van het Bantams rijck zonder eenige naam„ „waardige veranderingen, zoo wel in als aan 't hoff, en daar buijten jtem op Lampong ten eenemaal tegens de daar van gedane bij meerm: beschrijving bevind in materie die zelve omstande als die door den ondergetekende gants ampel zijn besz: bij zijn rapport, dat hij in qualiteijt als uw hoog Edelheedens commissaris, op zijn te rugkomste van Bantam ten desen Casteele
English
to speak of matters from earlier times and the foundation from which all this originates, nor also of the multitude of singular sentiments that have been seen to come forth from the writer successively, and how much trouble and tedious labor their refutations have cost from time to time, as well as how burdensome, odious, and detrimental all this must be judged in the service of the Company, which yields far more useful occupations than the pleasure and honor of constantly having to refute such deformed and unfortunate drafts, which often need no other explicator than their own contents to make themselves known according to their true value. For all this is more than abundantly in the memory of those who have had the honor to sit for some time at the table of this government, and in this regard it does not need to be shown anew as an objection against this new product, completely uniform in both the matter and institution with all others, in order to make it hold its true value. For the contents themselves will do so sufficiently if, skipping the introductions, whose pathetic yet utterly mistaken expressions will also receive their due better at the end of this writing, one will only turn immediately to the points treated therein concerning the state of Bantam, the delivery of pepper, the vent of linens there, the issue of copper doits, and the collection of pitch, to follow them in one and the same order with the advice in question, and on that occasion to demonstrate how full of erroneous propositions all this is, while there will still remain something to show that the expressions used against this writing by the writer of the Bantam matter, on the day of the reading of the same in the Council of India, according to what is noted in the cited resolution of the 26th of November, are still well to be justified and possibly even to be extended further, as he did at that time; whereafter, in conclusion of the matters, it will be investigated to what extent Mr. Blom, as is said in the beginning of this paper, has been injured in office and honor by the oft-mentioned matter, and how far he has fulfilled his office and duty in the Bantam commission, and thus could be addressed regarding his office and duty in the mentioned matter. Castle, has had the honor to present in the Council of India on the 23rd of February of this year; and likewise that she still observes in the same manner the state of the pepper deliveries, vent of linens, issue of copper doits, collection of pitch, and what more, so detrimentally described in the just-mentioned matter, of which time will apparently bring forth the testimonies, according to the thoughts of the undersigned, who nevertheless, above and beyond this, entirely and with respect leaves the complete explanations thereof to your High Excellencies, passes over immediately, and wishes, if possible, as if by force, to maintain that the undersigned, in his manner of writing in general, is constantly bound to a nauseating manner of propositions; but about that statement one need not wonder, nor about the foul blame that Mr. van Imhoff on that occasion attempts, entirely unjustly, to rub off on the undersigned, as if he were a man who was altogether rattlebrained, not treating all occurring matters in writing in good faith, indeed constantly attached to numerous singular sentiments that are of no use, etc. But Mr. van Imhoff may not reason otherwise on that account, since previously, in the description of affairs successively from not long after the beginning of the year 1729 under the administration of the notorious Governor-General Durven, having become secretary of the government around that time to the satisfaction of the just-cited Governor-General, he has employed his pen in every way with such malicious, slanderous manners and style of writing (not to give it a worse name) as under the given description of the affairs of Coromandel, Malabar, etc., cannot be obscured under all, wherein, as it appears, he finds himself no less ruined; but on the contrary, his intolerable arrogance and sickening gestures in many principal circumstances belonging to the service of the Company now go so far above his character as Extraordinary Councilor that he has known how to master, in a very artful manner, almost not only the Governor-General van Cloon, but even all the Ordinary and Extraordinary Councilors. Yet, since such did not proceed so easily with regard to the undersigned, being a member who has been in India for about 33 years, and of that has had the honor to officiate as a member in the Council of India for about 15 years, regarding a young man like Mr. van Imhoff, who by his own account currently covers the age of over 30 years, after he, having come out of the General Pay Office, was secretary of this government for 1½ years, presently has had a seat as Extraordinary Councilor for about 1½ years, and in such a manner, as is commonly said by a proverb, has only just come to look into the great East Indian world; nevertheless, all these reasons, it seems, have not been able to restrain his Honor on all feigned occasions from the
Dutch transcription
4899 zaaken iets te spreeken van vorige dingen, en den grond waar uijt dit alles herkomstig is, nog ook van de veel„ „vuldigheijt der singuliere sentimenten die men van den schrijver succes„ „sive al heeft zien voor den dag komen, en hoe veel moeijten en tedien„ „sen arbeijd hare ontzenu„ „wingen van tijd tot tijd hebben gekost, mitsgaders hoe Lastig, hatelijk en nadelig dit alles moet g'oordeeld werden in den dienst van de Compagnie, dewelke wel nuttere besigheeden uijt„ „leverd als het vermaak en de eere om geduurig te moeten bestrijden aanstonds over, en wil was het mogelijk als met geweld staande houden, dat den onder„ „getekende in zijn ma„ „niere van schrijven in't algemeen, aan misselijke maniere van stellingen gedurig vast is; maar over die opgave behoeft men zig niet te ver„ „wonderen, nog ook niet nopens de kwaade blaam die den heer van Imhoff bij die gelegentheijt den ondergetekende gants ten onregte tragt aan te vrijven, als of den zelve waare een man die ten eenemaal Loshoofdig, alle voor„ „komende zaaken bij geschrifte niet ter alzulcke goeder Casteele, de eere heeft gehad, in rade van jndia te presenteeren op den 23:' februarij deses jaars; Ende zoo mede dat zij nog inzelvervoegen aanmerkt, de bij even„ „ged=te materie, zoo nadeelig beschreeven staande staat der peper„ „Levedantien, verthier van Lijnwaten; uijtga„ „ve van kopere duijten jnzaam van harpuijs en wesmeer, daar van den tijd apparent de getuijgenissen wel opwerpen zal, na de gedagten van den onder„ „getekende, die alegter boven 4900 alzulcke mismaakte en ongeluckige concepten, die veel tijds geen anderen Explicateur als haren eij„ „genen inhoud nodig heb„ zig na hare „ben, om „bekend regte waarde te maken want dit alles is ten overvloede in het geheu„ eere hebben gehad maar eenigen tijdt aan de tafel van dese regeeringe te zitten, en behoeft ook in desen niet op nieuws te werden aangetoond, als een beswarenisse tegens dit nieuwe product, vol„ „komen gelijkstandig, zoo de zaacken als omtrend instellinge met alle andere, om het zelve daar door naar zijne „gen van de geene die de nadien hij alvorens, in goeder trouwe trac„ „teerde, ja steeds aan veelvuldige singuliere Centimenten die van geen nut zijn is ge„ „attacheerd &:a; Maar den heer van Imhoff mag diendhalven niet anders raisonneeren het besz. van zaacken successive van niet Lange na den aanvank van het jaar 1729. onder de regeering van den berugten gouverneur gene„ „naal Dirven, omtrend dien tijd secre„ „taris van de regeering geworden. zijnde, tot genoegen van evenge„ „citeerden gouverneur zijn pen generaal, waarde allesints boven des de compleete uijtleggingen daar van geheel en al met eer„ „bied overlaat aan uw hoog Edelheedens 4901 allesints alzulcke waarde te doen gelden kwaadaardige Lasterlijke overmits den inhoud zelvs dat genoeg zal manieren en stijl van doen, wanneer men schrijven /: om 't zelve , overslaande de inleijdingen geen erger naam te geven:) welkers patheticque dog heeft aangewend, als onder de gedane besz. gants verkeerde Expres„ „sien ook beeter in het der zaacken van Eijnde van dit schriftuur Cormandel, Malla„ het hare zullen kunnen „baar &t:a onder alle niet duijster kunnen krijgen, zig maar aanstonds wenden wil werden beoogt, daar tot de pointen die daar van hij na het schijnd inne verhandeld werden, hem niet minder als ontdaan bevind; maar rakende den staat daar en tegen gaan van Bantam, de Ed tans zijne onverdragelijke peper Leverantie den arrogantien en misselijke verthier van Lijwaten menees in veele Capi„ aldaar, de uijtgave der „talen omstande tot duijten, en den insaam den dienst van de van harpuijs, om die Comp: gehorende, zoo in een en dezelve verre boven zijn ordre met het advis in Caracter 4402 Caracter als raad Extra„ in questie te volgen, en bij ordinair, dat hij niet die gelegentheijt te doen alleen wel haast over blijken hoe vol van erroneuse stellingen dit den heere gouverneur alles is, wanneer 'er generaal van cloon nog al iets overschieten maar zelvs over alle zal om te doen zien de raden ordinair en Extraordinair, op een dat de gebruijkte Expres„ zeer kunstige wijze „sien tegens dit geschrift heeft door den schrijver van het meesterschap weeten de Bantamse materie, te voeren; dog nadien ten dage der Lecture zulx omtrend den onder„ van het zelve in rade „getekende als een lid van Jndia, naar het zijnde die circum 33. jaaren in India aangetekende bij geci„ „teerde resolutie van den jtem daar van om„ „trend 15. jaaren de 26:' november nog wel te justificeeren en moog„ eere heeft- gehad in rade van jndia als „lijk zelvs nog al verder Lid te officieeren zoo te Extendeeren zijn; als gemackelijk niet heeft hij dat doenmaals heeft willen vloten, omtrend gedaan, zullende dan tot een jongman als den slot van zaacken werden onderzogt heer 4903 heer van Imhoff, onderzogt in hoeverre den heer Blom gelijk in den aanvang van dit papier gezegt word bij de meergem: mate„ — „rie in ampt en eere g' injurieert is, en hoe verre hij in de ban„ „tamse Commissie aan zijn ampt en pligt - heeft, en dus voldaan omtrend zijn ampt en pligt bij gem: materie heeft kunnen aange„ „sproken werden. die na zijne opgave tans den ouderdom van ruijm 30. jaaren beslaat, na dat hij van uijt het generale zoldij Comtoir 1½. jaar secretaris deser regeering geweest zijnde, tegenwoordig 1½. Jaar omtrend als raad Extraordinair cessie heeft gehad, en jndiervoegen gelijk men ordinair voor een spreekwoord zegt pas even in de groote oostjndische kijcken komt weereld alegter hebben alle dese redenen, zijn Ed. na het schijnd niet kun„ „nen wederhouden bij alle gefingeerde occagien den
English
to fly at the undersigned with the pen and otherwise from the flank, as if tearing into his hair, if possible to the detriment of his credit and good name, which regarding an honest man cannot very easily happen, at least not otherwise than through perverse ways and interpretations imposed upon all good matters, of which the contents of the often-mentioned writing of Mr. van Imhoff provides complete evidence among other things; and also that his Honor is not ashamed to insult the undersigned in a great many places, not only under all kinds of defamatory titles, but even now again in several respects, for private reasons and prospects that without contradiction will in time become somewhat clearer and more fully known to the world than they are at present, attempting as if by force to wrest from the Company noteworthy points of interest, but also through false interpretations seems to wish to raise before your Right Honorable Lordships a number of grievances that never existed in the world and will also not easily arise, from what can be seen; yet his Honor seeks thereby to justify all his previous passionate, erroneous, and enormous descriptions, which he principally not long after the beginning of the Bantam commission had pleased to make, which he forced upon the undersigned against past customs as the senior Member of the government, against his will and inclination, in order thereby as much as possible to cajole those of his faction, of whom some have already died and others are still living, whose last-mentioned conducts, together with those of their champion Mr. van Imhoff, if one may believe the rumors from all sides, upon the successive deaths of the Directors-General Westpalm and Oostwalt, and most recently at the demise of Governor-General van Cloon, together with the elections arising therefrom, and lastly that of the Extraordinary Councillor Abraham Patras of Grenoble in France to Governor-General, have caused quite wretched affairs, all of which will become somewhat more broadly known in the Netherlands after the receipt of this; and also on that occasion, among others, the unlawful election of a native-born Frenchman and Extraordinary Councillor to Governor-General, besides the great injustice that was done to the undersigned as a senior minister who had already held a seat in the Council of India for 15 years, twice regarding the office of Director-General and the last time that of the Governor-General; yet all these aforementioned difficulties would never have come into the world if the undersigned could merely have gradually conformed to the great stream of opinions, and just like some others have let God's water run over God's field without paying the least heed to the contents of the oath of fidelity and obedience which he swore to the high authorities of his fatherland and his masters upon entering into his office as Councillor of India; but be that as it may, the undersigned will leave the interpretation of all those aforementioned matters of perilous prospects for the Company for the future with deep respect to the highly wise judgment of your Right Honorable Lordships and the other gentlemen principals in the Netherlands, and now continues with: Article 1. The state of Bantam, Mr. Blom says in general on his part, must be declared to be, contrary to the description given thereof in the aforementioned matter, in the exact same circumstances as were quite fully described by him in his Commissarial Report. In the matter, on the contrary, it is stated that Bantam has deteriorated rather than improved since the departure of the tea ship; yet one will not dwell long on a specific substantiation of the latter, as this is on the one hand unnecessary, because anyone who can or will read through the remainder of the aforementioned matter with sound judgment will also be able and willing to understand what this expression and position is based upon, and on the other hand that passages will yet appear in this document that will sufficiently show that Bantam: Article 1 1/2. How matters stand with this adjoining statement of Mr. van Imhoff, against that the undersigned needs to make no extensive reply to show all at once completely the contrary of everything that is written down therein without distinction between lie or truth; for to that end is required only the contents of the extract bound herewith from the Bantam secret missive dated the 5th of this month of March, whereby your Right Honorable Lordships will find described in a very simple manner the entire miserable state and condition of affairs in and at the Bantam court, item that everything there still continues in such peace and quiet as was the case during the presence of the undersigned as commissioner in Bantam and was left upon his departure, and that will for now be enough to show how shameless
Dutch transcription
4909 den ondergetekende met de penne, en andersints van ter zijde, als in't hair te vliegen, was het doenelijk ter weyneminge van zijn crediet en goede naam, dat om„ „trend een eerlijk man, niet zeer ge„ „mackelijk, altans niet anders dan door ver„ „keerde weegen en uijtleggingen aan alle goede zaacken te wille maken, geschieden kan, daar van de Contenuen van het meerm: schriftuir van den heer van Imhoff onder alle Compleete aanwijsing doet, en ook dat zijn Ed. zig daar bij niet en 4905 schaamd, den on„ en „der getekende op een goed deel plaatsen te injurieeren, onder allerhande zoorten van faamrovende tituls niet alleen, maar zelfs tans weder in ver„ „scheijde opsigten, om particuliere redenen en voor uijtzigten, die buijten tegenspraak in der tijd wel wat klaarder en volslagener wereldkundig zullen worden, als s' tans nog zijn, de Comp: als met geweld tragt te ontwringen, naam„ „waardige pointen van jntrest, maar ook door verkeerde uijt„ „Leggingen, in uw Ed. hoog 4906. Hoog achtbare schijnd te willen opwerpen een deel beswaarenis„ „sen, die nooijt in de wereld zijn geweest en ook niet ligt opkomen zullen, na het zich laat aansien; alegter tragt zijn Ed. daar door te willen goedmaken, alle zijne voorgegane passieuse verkeerde en en orme beschrijvingen, dien hij ten principalen niet Lange na den aanvank der Bantamse com„ „missie /: den ondergete„ „kende tegen voorgegane gebruijken; als oudste Lid in de regeering, tegens wil en dank heeft opgedrongen:/ behaagt 4907 behaagt te doen, omme daar mede zoo veel mogelijk te cajoleeren die van zijn consoort daar van zommige bereijds overleden, en andere nog bij den lijve zijn, welckers Laastgem: Conduites benevens die van haren voorvegter den hier van Imhoff, zoo men de gerugten van alle kanten gelo„ „ven mag, op het succes„ „sive overlijden van de heeren directeuren gene„ raal Westpalm, en Oostwalt; en jongst bij het sterffgeval van den gouverneur generaal van cloon mitsgaders de daar uijt opgekomen d 4908 opgekomen electien, en Laast van die van den heer raad Extraor„ „dinair Abraham Patras van gre„ „noble in vranckrijk, tot gouverneur generaal al misselijke spullen hebben aangerecht, dat alles na den ontfangst van dese, in nederland, wel wat breder zal bekend worden, En ook bij die gelegenth:t onder alle„ sesnd veer de onwet„ „tige verkiesing van een ge„ „boren fransman en Extra„ „ordinair raad, tot gouvern:r gen:, buijten het groot ongelijk dat den ondergetekende als een oud mi„ „nister die bereijds 15. jaaren in raden van jndia cessie heeft gehad, tot twee keeren omtrend het Ampt van directeur generaal en de 4909 en de Laastemaal oi het generaal: is aangedaan, dog alle dese opgem: swarigheeden, soude nooijt in de wereld sijn gekomen, ingevalle den ondergetekende, zig maar successive had kunnen voegen in de groote stroom van Centi„ „menten, en soo maar als Commige anderen, Gods water over gods acker laten Lopen, sonder het aller„ „minste in agt te neemen, den jnhoude der eed van trouwe en gehoorsaamh:, dien hij aan de hoge magten van sijn vaderland, en be„ „taalsheeren heeft gedaan, op de jntrede in zijn ampt als raad van Jndia, dogtsij met desen allen soo het wil, soo sal den ondergetekende den uijtleg van alle die opgem: saacken van gevaarlijke uijtsigten voor d'Comp voor den aanstaanden tijd, met een diepen eerbied overlaten aan het Hoog wijs oordeel van uw Ed. Ho: achtb, en verdere heeren principalen in „bij dese nederland, mitgrs: dantans „ vervolge met 4910 Articule Den staat van Bantam segt den heer Blom in generalibus van sijn aan„ „deel te moeten verklaaren dat tegens de daar van gedane beschrijvinge bij meergemelte materie sig in die selve omstande bevind, als die door hem bij sijn Commissoriaal Rapport gants ampel hoedanig het met dese nevenstaande opgave van den heer van Imhoff gelegen zij, daar tegen behoefd den ondergetekende geen breede rescriptie te maken, om van al het daar bij, sonder onderscheijd van Leugen off waarheijt is ter nedergesteld eensklaps het Contrarie compleet aan te Articulo 1½. beschreeven toonen 4911 beschreeven sijn: bij de materie daar en tegen staat dat Bantam eer verergerd als gebeterd is. tsedert het vertrek van „ sich het theeschip; dog zal men„ niet Lang ophouden met een speciale adstructie van het Laatsten: alsoo dat eens„ „deels onnodig is, om dat een iegelijk die het vervolg van voors: materie met een gezond oordeel doorlo„ „pen kan off wil, ook wel zal kunnen en wil„ „len begrijpen, waar op dese Expressie en positie gefundeert is, en ten anderen dat ook in dit geschrift nog wel passages zullen voor„ „komen, die genoegsaam zullen doen sien dat Bantam toonen; want daar toe werd alleen gerequireerd, den inhoude van het hier nevens ingebonden Ex„ „tract uijt de bantamse secreete missive van dato 5:' deser maand maart daar bij uw Ed:le Hoog achtb: op een seer eenvoudige wijse sullen beschreeven vinden, den ge„ „heelen jembalijken staat en toestand van zaaken, in en aan het Bantamse hoff, jtem dat alles aldaar nog in sodanigen rust en vreede continueerd als bij het aanweesen van den ondergetekende als com„ „missaris in Bantam is geweest, en gelaten is op desselvs vertrek, en dat voor eerst genoeg zal weesen, om aan te toonen hoe on„ „beschaamd
English
Bantam, upon the writing of the aforementioned matter, had not only worsened rather than improved, but that it was even very noticeably worse in many things that were previously still smoldering and subsequently broke out into a formal fire, and had not improved in anything regarding all the others that were already bad enough before, and which Mr. Blom may rightly say were in the same condition as he described in his report, or rather, as he left them upon his departure from there; unabashedly, Mr. van Imhoff, without distinction whether lie or truth, just dares to throw onto paper whatever pleases him according to the usual guidance of his temper, of which in the continuation of this writing copious examples will still come to light; and also, in time, it will perhaps appear somewhat more clearly into the daylight upon what dangerous circumstances for the Company the flight of the panembahan was founded, and came into the world according to the statement made to the undersigned. Furthermore, it is a very great untruth where Mr. van Imhoff says, in case of the panembahan, that the latter would have reproached the undersigned to his face at the meeting for having given notice of his persecution by the king during his presence in Bantam; but it is true that the king, out of a large number of subjects of the realm assigned to the service of the panembahan as a prince of the blood, ordered that roughly 100 men and 50 women, alongside other court servants, should perform court duties in their turn, which is a general custom at that court, a right which reasonably cannot and may not be denied to the king by the undersigned in his capacity as Commissioner. And thus it also stands with the great complaisance that the undersigned is alleged to have shown toward the king according to the statement of Mr. van Imhoff, of which the contrary will prove to be true, for then it would have been bad enough already, and the vexations of the king against those of his household already began during His Honor's presence, so that it was reproached to him to his face at this meeting by the escaped panembahan, and if necessary could be further demonstrated with a multitude of declarations; indeed, it might still have been called improved rather than worsened in Bantam had it not already been so bad during His Honor's time, and had the king not, through the great complaisance of the commissioner toward that Bantam majesty, set himself into posture and begun to pipe as he intended to play out his role, although the Bantam report and the papers of the Commission—the imperfection of which will be even better demonstrated in the remainder of this—make not the least mention thereof. Whether now a land where the king makes himself master of everything and thus also hated by his own, where the principal products run into danger and are threatened with total ruin; where several provinces tear themselves away and go seek a better dominion; where the princes of the blood and presumptive heirs to the crown can no longer endure it themselves, but are forced to leave the same; in a word, where everything is in disorder and confusion, and where even more evil consequences are at the door—whether such a land cannot be said to have worsened rather than improved, that will very gladly be left to all those who possess a sound discernment. As to Article 6, now one comes to the pepper delivery; but therein the writer of the Bantam matter has indeed missed the mark extraordinarily! While the Company suffers the greatest damage from all these troubles through the loss of pepper. The adjoining matter containing the collection of pepper, of which Mr. van Imhoff, as one seems permitted to believe from his given description thereof, would gladly make the decline as great as it can fall, yet thereto just as little as will be shown in the report of the commission, the contents of which can demonstrate that the undersigned, in all matters outside of those of the inner court household, practically prescribed the laws over everything to the monarch in friendliness, about which no one needs to doubt, and the consequences in various respects have moreover already taught that no right-minded person will deny it, other than Mr. van Imhoff, perhaps for reasons moving His Honor privately thereto. Article 2. Who, however, following thereupon, may be pleased to note that the pepper deliveries in Bantam during the recently elapsed book year of 1734 have not decreased or come to naught, as has very mistakenly been put to paper in the repeatedly mentioned matter, but on the contrary have increased by 268377 lb; for at the closing of the books in the year 1733 the collection amounted to only 2453748 lb, whereas on the contrary at the closing of those of the year 1734 it was fully 2722125 lb, which constitutes the very difference in favor just mentioned. Therefore it seems not to be very necessary for the present that Your Right Honorables should worry prematurely that, after the closing of the aforementioned trade books, little pepper from Bantam has arrived.
Dutch transcription
4912 Bantam op het schrijven van de voorschreeve ma„ „terie niet alleen eer verslimmert als ver„ „beterd was, maar dat het selfs zeer mercke„ „lijk slimmer was in veele dingen, die bevorens Leijden nog te smeulen en naderhand tot een formeele brand uijtge„ „slagen zijn, en niets gebeterd is geweest omtrend alle andere, die bevorens reets slegt genoeg waren en dewelke den heer Blom wel met regt mag zeggen dat in dezelve omstande zig bevonden als hij die bij zijn rapport beschreeven off Liever bij zijn vertrek van daar gelaten heeft, „beschaamd den heer van Imhoff zonder onderscheijd 't zij Leugen off waarheijt, soo maar alles wat hem gelust, na de gewone Leijding van zijn humeur, op het papier derft flanssen, daar van bij het vervolg van dit schriftuir nog al rijckelijk staaltjes sullen op den beurs komen; en ook in dertijd misschien wel wat nader sig aan het dagligt vertonen, op wat ge„ „vaarlijke omstandigheeden voor de Comp:, de vlugt van den panembahan zij gefun„ „deert geweest, en in de wereld gekomen is, na de opgave aan den ondergete„ „kende gedaan; boven des is een seer groote onwaarheijt daar den heer van Imhoff zegt in cas van want den d 4913 want dan was het al erg genoeg, en de plaggerijen van den koning tegens die van zijn huijs begonnen al bij het aanweesen van zijn Ed: invoegen hem D door den gevlugten pa„ „nembahan in facie te deser vergaderinge ver„ „weten is, en als het nodig was nog wel met een turbe van verklaaringen nader zouden kunnen gede„ monstreerd werden, ja het soude mogelijk noeh een gebeterd als verslimmerd noe„ „sen op Bantam, indien het niet bij zijn Ed. tijdt alzo slegt hadde geweest, en den koning door de groote Complaisance den panembahan, dat die den ondergetekende in facie ter vergade„ „ringe zoude hebben verweten dat den zelve van zijne vervolginge door den koning bij zijn aanweesen in Bantam hadde kennisse gegeven, maar wel is waarheijt dat den koning uijt een groot getal rijx onderdanen die den panembahan als prins van den bloede tot dienst zijn toegevoegt heeft gelast dat circum 100. mans en 50. — vrouwlieden benevens andere hoff bediendens op haar tour„ „beurte hoffdiensten souden moeten doen dat Een van algemeen 4914 van den heer com„ „missaris voor die Bantamse maje „steijt, zig doen niet al in postuur hadde gezet, en de beginnen te pijpen zoo als hij stellen, van sints was zijnen rol uijt te speelen. hoe„ „wel het Bantamse rapport, en de papier van de Commissie, welkers onvolmaaktheijt in het vervolg van desen nog wel beeter gede„ „monstreerd werden zal, daar van onder an„ „deren ook geen de min„ „ste mentie maken: of nu een Land daar de koning zig meester van alles en dus ook bij de zijne meer en meer algemeen gebruijk is aan dat hoff welk regt door den ondergetekende in zijn qualiteijt als Commissa„ „ris, jmmers den koning met reeden niet of kan mag werden ontzegt en zodanig is het mede gelegen met de groote Complaisances die den ondergetekende omtrend den koning zoude betoond heb„ „ben na de opgave van den heer van Imhoff waar van het contrarie na waarheijt komt te gehaat blijken 12 4915 „ken daar de voor„ „naamste producten gevaar Lopen, en met een totalen ondergang gedreijgt worden; daar sig eenige provintien van afscheu„ „ren en een beeter heer„ „schappije gaan zoeken; daar de princen van den bloede en presump„ „tive erffgenamen van de kroon het zelfs niet Langer houden kun„ „nen, maar genoodzaakt werden het zelve te verlaten; met een woord, daar alles in dis ordre en confusie is, en daar nog almeer quade gevol„ „gen voor de deuren staan, of nu zulk gehaat komt te ma„ blijken bij het rapport van de commissie welker inhoude aantonen kan, dat den on„ „der getekende in alle zaaken buij„ „ten die van de innerlijke hoff houding den vorst genoegsaam over alles, in vrundelijk„ „heijt, wetten voor„ geschreeven heeft daar niemand aan behoeft te twijf„ felen, ende ge„ „volgen in ver „scheijde op zigten boven des ook al geleerd hebben dat geen regt„ zinnig mensch een ontkennen 1 Articulo 2. Die evenwel ten vervolge van dien gelieven aan te mercken, dat de peper Leverantien in Bantam, geduu„ „rende het jongst af„ boekjaar van gelopen 1734. , niet en zijn gedeminueerd, of te niet gelopen, als bij meerm: materie zeer abusivelijk is ten papiere gebragt maar 4916 Land niet gesegt een kan worden eer verergerd als gebeterd te zijn, dat zal men aan alle de geene die een gezond de cer„ „nement besitten seer gaarne overlaten. So orticulo 6 Eu komt men aan de Peper Le„ „verantie; maar daar in heeft immers den schrijver van de bantamse materie den bal ongemeen misgeslagen! terwijl de maatschappije bij alle dese troublen de meeste schaade Leijd door het verlies van De nevenstaande materie contineerende de inzamen van peper daar van zoude den heer van Imhoff na men uijt zijne ge„ „dane besch: daar van schijnd te mogen geloven, gaarne het verval zoo groot maken als het vallen kan, dog daar toe al zoo min als Articulo 2. zal ontkennen dan den heer van Imhoff misschien om reden zijn Edele particu„ „lier daar toe moveerende den over 13 maar daar en tegen 268377. lb toegenomen want bij slot der in anno 1733. Com„ „meerde den jnsaam maar 2453748. lb. jtem daar en tegen bij 't sluijten van die van anno 1734. wel 2722125. lb. het welke jongst even ged=te verschil ten goede uijtmaakt. oversulx schijnd het voor als nog niet zeer nood„ „zakelijk te wesen, dat uw hoog Edelens zig soude te ontijdig be„ over dat „kommeren , er na het sluijten den evengem: negotie boeken, weijnig peper van Bantam is aan„